summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/20331-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '20331-8.txt')
-rw-r--r--20331-8.txt9988
1 files changed, 9988 insertions, 0 deletions
diff --git a/20331-8.txt b/20331-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..6be5d72
--- /dev/null
+++ b/20331-8.txt
@@ -0,0 +1,9988 @@
+The Project Gutenberg EBook of Het Geheimzinnige Eiland, by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Het Geheimzinnige Eiland
+ De Luchtschipbreukelingen
+
+Author: Jules Verne
+
+Translator: Gerard Keller
+
+Release Date: January 11, 2007 [EBook #20331]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET GEHEIMZINNIGE EILAND ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ WONDERREIZEN.
+
+
+ JULES VERNE
+
+
+
+ HET GEHEIMZINNIGE EILAND.
+ DE LUCHTSCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+ NAAR DE 20STE FRANSCHE UITGAVE DOOR
+
+ GERARD KELLER.
+
+
+ AMSTERDAM
+ UITGEVERS-MAATSCHAPPY "ELSEVIER"
+ 1914.
+
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+ De orkaan van 1865.--Stemmen in de lucht.--Een luchtballon
+ door een windhoos medegesleept.--De ballon gescheurd.--Niets
+ dan de zee voor oogen.--Vijf reizigers.--Wat in het schuitje
+ gebeurt.--Een kust aan den horizon.--Ontknooping van het drama.
+
+
+"Stijgen wij!"
+
+"Neen! Integendeel! Wij dalen!"
+
+"En erger dan dat, mijnheer Cyrus! Wij vallen!"
+
+"Werp dan in 's hemels naam allen ballast over boord!"
+
+"Daar gaat de laatste zak!"
+
+"Stijgt de ballon thans?"
+
+"Neen!"
+
+"Het is of ik het klotsen der golven hoor."
+
+"De zee is onder het schuitje!"
+
+"Zij is hoogstens vijf honderd voet beneden ons!"
+
+Daarop doorkliefde een krachtige stem de lucht met de woorden:
+
+"Alles wat gewicht heeft over boord!.... alles! werp alles over boord
+en Gode bevolen!"
+
+Dit was het bevel dat gegeven werd boven de onmetelijke uitgestrektheid
+der Stille Zee, tegen vier uur in den avond van den 23sten Maart 1865.
+
+Ieder herinnert zich zeker nog den vreeselijken storm, die uit het
+noordoosten woei bij de dag- en nachtevening van dat jaar, terwijl
+de barometer zevenhonderd en tien millimeter daalde. Het was een
+orkaan zonder tusschenpoozen, die van den 18den tot den 26sten
+Maart duurde. Vreeselijk waren de verwoestingen die hij aanrichtte
+in Amerika, Europa en Azië over een streek van achttienhonderd
+mijlen breedte, die zich schuin over de evennachtslijn uitstrekte,
+van de vijfendertigste noordelijke, tot de veertigste zuidelijke
+parallel! Geheele steden werden omvergeworpen; wouden ontworteld;
+oevers door bergen van water verwoest, opgezweept als bij het hoogste
+springtij; schepen op de kust geslingerd, die door het _Bureau
+Veritas_ bij honderden werden aangeteekend; gansche landen werden
+gelijk gemaakt door de hoozen, die alles op haar weg verbrijzelden:
+duizenden menschen vielen verpletterd ter aarde of werden door de
+zee verzwolgen: dit waren de slachtoffers van de woede, waarvan deze
+orkaan de geduchte sporen achterliet. De rampen overtroffen verre die,
+welke op zoo schrikbarende wijze Havanna en Guadeloupe verwoestten,
+de eene den 25sten October 1810 en de andere 26 Juli 1825. Maar op
+hetzelfde oogenblik dat deze onheilen op aarde en op zee voorvielen,
+was de lucht het tooneel van een niet minder schrikwekkend schouwspel.
+
+Een ballon, als een bal op den top van een hoos, en in de draaiende
+beweging van de luchtzuil medegesleept, doorkliefde de ruimte met een
+snelheid van negentig mijlen in het uur, om zijne as rondwentelende
+alsof hij door een draaikolk in de lucht was gegrepen.
+
+Onder den ballon werd het schuitje heen en weder gezweept met zijn
+vijf reizigers, die ternauwernood zichtbaar waren te midden van de
+dichte dampen, vermengd met het schuim, dat van de oppervlakte der zee
+zich verhief. Van waar kwam die luchtballon, thans een speelbal van den
+vreeselijken storm? In welk gedeelte der wereld was hij opgegaan? Zeker
+had hij niet gedurende den orkaan kunnen opstijgen. Nochthans de
+orkaan woedde reeds vijf dagen, en de eerste verschijnselen hadden
+zich den 18den voorgedaan. Men moest hieruit dus wel opmaken, dat
+die ballon van zeer verre kwam, want hij had toch niet minder dan
+twee duizend mijlen in de vierentwintig uur moeten afleggen?
+
+In elk geval hadden de reizigers geen enkel middel tot hun beschikking
+om den weg, dien zij sedert hun vertrek hadden afgelegd, te schatten,
+daar zij niets tot maatstaf bezaten. Zelfs deed het zonderlinge
+geval zich voor, dat toen zij in het hevigst van den storm waren,
+zij er niets van gevoelden. Ook werd hun het gezicht benomen door den
+zwaren mist, die zich onder het schuitje samenpakte. Om hen heen was
+niets dan nevel en damp, en de wolken waren zelfs zoo ondoorschijnend,
+dat zij bijna niet konden gewaar worden of het nacht of dag was.
+
+Geen enkele lichtstraal, geen enkel teeken van leven uit de bewoonde
+wereld, noch het klotsen der golven van den Oceaan konden hen in die
+onmetelijke duisternis bereiken, zoolang zij in die hooge luchtstreek
+waren. Slechts hun plotselinge daling had hen bekend gemaakt met het
+gevaar dat zij boven de golven dreven.
+
+Maar zoodra de ballon vrij was van alle zware voorwerpen, zoo als
+ammunitie, wapenen en levensmiddelen, was hij terstond gestegen
+in hoogere luchtlagen tot een hoogte van vier duizend vijf honderd
+voet. De reizigers hadden, zoodra zij bemerkten dat de zee onder hun
+schuitje was, en zij het minder gevaarlijk in de hoogte dan wel in de
+laagte achtten, niet geaarzeld alle voorwerpen, zelfs de onmisbaarste,
+over boord te werpen, want hun eenigste zorg was niets te verliezen
+van die vloeistof, de ziel van hun toestel, die hen boven den afgrond
+hield.
+
+De nacht ging onder de vreeselijkste angsten voorbij en zeker zou
+hij voor minder krachtige mannen doodelijk zijn geweest. Eindelijk
+brak de dag aan, en met den dag, was het of de orkaan in hevigheid
+was afgenomen. Reeds bij het begin van den 27sten Maart waren er
+eenige voorteekenen van kalmte te bespeuren. Bij het aanbreken van
+den dageraad waren de wolken lichter geworden en weder naar hoogere
+luchtstreek gestegen, en binnen eenig uren was de hoos geëindigd en
+brak de zon door.
+
+Op dit oogenblik wierpen de reizigers de laatste voorwerpen, die
+het schuitje bezwaarden, in zee, zelfs de weinige nog overgebleven
+levensmiddelen, en een van hen had zich opgeheschen naar den ring waar
+alle touwen bijeenkwamen, om het schuitje vaster aan den binnensten
+toestel van den ballon te hechten.
+
+Blijkbaar konden zij den ballon niet meer in de hooge luchtstreek
+houden en ontbrak het hun aan gas!
+
+Zij waren dus verloren!
+
+Inderdaad bevonden zij zich noch boven het vasteland, noch boven een
+eiland. Op die geheele uitgestrektheid was geen enkel stuk grond,
+zelfs geen zandbank te bespeuren, of eenige harde oppervlakte waar
+zij hun anker konden laten vallen.
+
+Toch moesten zij dalen, want zij konden niet verhinderen, dat het
+gas door een opening in den toestel ontsnapte; zoo, vóór dat de nacht
+inviel, geen land te zien was, zouden de luchtreizigers, het schuitje
+en de ballon ongetwijfeld door de golven verzwolgen zijn.
+
+Het eenige wat hun nog te doen stond, werd door hen gedaan.
+
+Zeker is het dat de reizigers moedige mannen waren, die den dood in
+het aangezicht durfden zien. Geen klacht kwam over hun lippen. Zij
+waren besloten tot het laatste oogenblik te strijden, alles te doen
+om hun val te vertragen.
+
+Het schuitje bestond slechts uit een mand van teenen gevlochten,
+volstrekt niet in staat te drijven, en er was geen mogelijkheid om
+het op de oppervlakte der zee te houden, wanneer het viel.
+
+Tegen twee uur was de ballon nauwelijks vier honderd voet van de
+golven verwijderd.
+
+Op dat oogenblik klonk een stentor-stem, waaruit niet de minste angst
+sprak. En zijn woorden werden op even krachtigen toon beantwoord.
+
+"Is alles er uit geworpen?"
+
+"Neen! Er zijn nog tweeduizend dollars goud geld!" Terstond daarop
+werd een zware zak door de golven verzwolgen.
+
+"Stijgt de ballon?"
+
+"Een weinig; maar hij zal spoedig weer dalen!"
+
+"Wat is er nog over, dat uitgeworpen kan worden?"
+
+"Niets!"
+
+"Toch wel!.... De schuit!"
+
+"Laten wij ons aan het net vasthouden! En werpt de schuit in zee!"
+
+Dit was inderdaad het eenige en laatste middel om den ballon lichter
+te maken.
+
+De touwen, die het schuitje aan den ballon bevestigden, werden
+losgesneden en plotseling steeg hij twee duizend voet.
+
+De vijf reizigers hadden zich in het net geheschen en staarden in
+den afgrond.
+
+De stijging door het lossnijden van de schuit veroorzaakte duurde
+slechts een zeer korten tijd, want al spoedig begon de ballon, door
+het ontsnappen van het gas, weder te dalen.
+
+De reizigers hadden alles gedaan wat zij doen konden, en hun restte
+nu niets anders dan zich aan God over te geven.
+
+Ten vier ure was de ballon gedaald tot vijfhonderd voet boven de
+oppervlakte der zee.
+
+Eensklaps begon de hond, die zich naast zijn meester in het net had
+gewrongen, te blaffen.
+
+"Top heeft iets gezien!" riep een der luchtvaarders uit. Daarop klonk
+onmiddellijk een krachtige stem over de uitgestrekte wateren:
+
+"Land! Land!"
+
+De ballon werd door den wind altijd in een zuidwestelijke richting
+gedreven en had sedert het opkomen van de zon een aanmerkelijken
+afstand afgelegd; inderdaad zag men nu in die richting een vrij hoog
+land. Maar het was nog dertig mijlen onder den wind. Een uur zou er
+noodig zijn om het te bereiken, zoo men tenminste niet afdreef. Een
+uur! Zou de ballon in dien tijd niet al zijn gas verloren hebben?
+
+Maar, weldra was het duidelijk dat de ballon niet verder kon.
+
+Hij scheerde de oppervlakte der zee. Reeds bereikte het schuim der
+golven het onderste gedeelte van het net; hij ging hoe langer zoo
+langzamer en weldra kon hij zich bijna niet meer oprichten en was een
+aangeschoten vogel gelijk. Een half uur later was het land nog maar op
+een mijl afstand, maar de ballon was nagenoeg ledig, slap, vol plooien
+en slechts in het bovenste gedeelte was er nog gas aanwezig. Zelfs de
+reizigers, die aan het net hingen, waren te zwaar, en spoedig half in
+zee gedompeld moesten zij met de woedende golven strijden. Er kwam een
+deuk in den ballon, de wind drong er binnen en blies hem voorwaarts
+als een schip, dat den wind achter heeft. Misschien zouden zij op
+deze wijze de kust nog bereiken! Zij waren geen twee kabel-lengten er
+van verwijderd, toen een doordringende kreet de lucht doorkliefde. De
+ballon, die zich niet meer scheen te kunnen opheffen, kreeg plotseling
+een onverwachten schok, nadat een krachtige golf hem had getroffen. Het
+was alsof hij weder van een zwaren last ontheven was en hij steeg tot
+een hoogte van vijftienhonderd voet. Twee minuten later viel hij op
+het zand der kust, buiten het bereik der golven. De reizigers maakten
+elkaar los uit de mazen van het net. De ballon, bevrijd van zijn last
+werd door den wind opgenomen en als een gewonde vogel, die nog een
+oogenblik zijn krachten voelt herleven, verdween hij in het luchtruim.
+
+Het schuitje had vijf passagiers gehad met een hond, en de ballon
+wierp er slechts vier op de kust. De reiziger, die ontbrak, was
+zeker door dien golfslag verzwolgen en hierdoor was de zware ballon
+in staat geweest voor de laatste maal te stijgen, en daarop, eenige
+oogenblikken later, het land te bereiken.
+
+Nauwelijks hadden de vier schipbreukelingen, zooals men hen noemen kan,
+voet aan wal gezet, of allen, aan den afwezige denkende, riepen ze uit:
+
+"Misschien tracht hij met zwemmen de kust te bereiken! Laten wij
+hem redden!"
+
+
+
+
+II.
+
+ Eene gebeurtenis uit den burgeroorlog.--De ingenieur Cyrus
+ Smith.--Gideon Spilett.--De neger Nab.--De zeeman Pencroff.--De
+ jonge Harbert.--Een onverwacht voorstel.--Samenkomst ten tien
+ ure.--Vertrek in den storm.
+
+
+Het waren noch luchtreizigers van beroep, noch liefhebbers van
+luchtreizen die de orkaan op de kust had geworpen. Het waren
+krijgsgevangenen, die door hunne vermetelheid gedreven waren, om
+onder de zonderlingste omstandigheden te ontvluchten. Honderd maal
+hadden zij moeten sterven! Honderd maal was hun ballon gescheurd en
+hadden zij in den afgrond moeten zinken! Maar de hemel had hen tot een
+bijzonder lot bestemd, en den 20sten Maart nadat zij Richmond ontvlucht
+waren, dat door de troepen van generaal Ulysses Grant belegerd werd,
+bevonden zij zich zeven duizend mijlen van de hoofdstad van Virginia
+verwijderd, de voornaamste vesting der zuidelijken uit den tijd van den
+amerikaanschen burgeroorlog. Hunne luchtreis had vijf dagen geduurd.
+
+Ziehier onder welke zonderlinge omstandigheden de ontvluchting
+der gevangenen plaats had--eene ontvluchting die uitliep op de
+gebeurtenissen, welke wij zooeven medegedeeld hebben.
+
+Datzelfde jaar, in de maand Februari 1865, beproefde generaal Grant
+zich door overrompeling van Richmond meester te maken, maar het gelukte
+hem niet en vele officieren vielen in handen der vijanden en werden
+binnen de stad geïnterneerd. Een der aanzienlijksten van hen en die
+tot den staf der noordelijken behoorde, was Cyrus Smith.
+
+Cyrus Smith, geboren in Massachussets, was ingenieur, een der kundigste
+mannen waaraan de regeering der Vereenigde Staten gedurende den oorlog
+het opzicht over de spoorwegen had toevertrouwd, die toen in den
+oorlog van zoo onberekenbaar gewicht waren. Hij was het type van een
+Noord-Amerikaan, mager, lang en beenderig, ongeveer vijf en veertig
+jaar oud, en zijn kort geschoren hoofdhaar en baard begonnen reeds
+een grijze tint te vertoonen. Hij had een kop die bestemd scheen om op
+munten afgebeeld te worden met vurige oogen en ernstigen mond, en zijn
+geheele voorkomen was dat van een man doorkneed in de krijgskundige
+wetenschappen. Hij behoorde tot de ingenieurs, welke wilden beginnen
+met het hanteeren van hamer en houweel, gelijk die generaals, welke
+als gemeen soldaat hunne loopbaan aanvangen. Aan scherpzinnigheid
+van geest paarde hij een ongewone vaardigheid der hand. Zijn spieren
+droegen de duidelijkste teekenen van veerkracht. Een man die zoowel
+tot handelen als tot denken in staat was; die door den invloed eener
+groote levenskracht zonder inspanning handelde, daar hij tevens die
+taaie volharding bezat, welke allen tegenspoed tart. Geleerd, practisch
+en tevens scherpzinnig, had hij een uitstekend karakter, want hoewel
+hij steeds meester over zich zelf bleef, welke omstandigheden zich
+ook voordeden, kwam hij zeer stipt deze drie voorwaarden na, die te
+zamen den energieken man vormen: werkzaamheid naar geest en lichaam;
+streven naar het hoogste doel; wilskracht. Zijn zinspreuk kon die
+van den stadhouder Willem III wezen. "Ik behoef niet te hopen om te
+ondernemen, noch te slagen om te volharden." Tevens was Cyrus Smith
+de verpersoonlijkte moed. Hij had alle veldslagen in den burgeroorlog
+mede gemaakt.
+
+Hij was begonnen met te dienen onder Ulysses Grant bij de
+vrijwilligers van Illinois; hij had gestreden bij Paducah, Belmont,
+Pittsburg-Landing, bij de belegering van Corinthe, bij Port Gibson,
+de Zwarte Rivier, Ghattanooga, Wilderness en ook op den Potomak
+had hij zijn hulp verleend; overal had hij dapper gestreden, als
+een soldaat, den generaal waardig, die zeide: "Ik tel mijne dooden
+niet!" En honderdmaal had Cyrus Smith behoord onder hen, die door
+generaal Grant niet geteld werden, maar in die veldslagen nam hij zich
+nooit in acht; het lot was hem steeds gunstig tot op het oogenblik
+dat hij gewond werd en bij den slag van Richmond gevangen werd genomen.
+
+Op hetzelfde tijdstip en denzelfden dag viel ook een ander gewichtig
+persoon met Cyrus Smith in handen der Zuidelijken. Niemand anders dan
+Gideon Spilett, correspondent van den _New-York Herald_ die naar het
+oorlogsveld was gezonden.
+
+Gideon Spilett was een van die bewonderenswaardige, engelsche of
+amerikaansche correspondenten, als Stanley en anderen, die voor niets
+terugdeinzen om een nauwkeurige opgave te bekomen en deze zoo snel
+mogelijk aan hun courant te berichten. Hij was een man van groote
+verdiensten, energiek, steeds bereid alles te doen, en voor alles
+raad te schaffen, die de geheele wereld doorkruist had als soldaat en
+artist, stoutmoedig in zijn raadgevingen, krachtig in zijn handelingen;
+moeite, vermoeienissen noch gevaren waren hem te veel, wanneer het
+er op aan kwam alles te weten, in de eerste plaats voor zich zelf en
+vervolgens voor zijn courant; een van die helden der weetgierigheid,
+altijd strevend naar onderzoek, van het onuitgegevene, onbekende en
+onmogelijke; hij behoorde tot een van die onverschrokken opmerkers
+die schrijven onder het bulderen van het kanon, en voor wie alle
+gevaren buitenkansjes zijn. Ook hij had alle veldslagen mede gemaakt,
+met de revolver in de eene hand en zijn aanteekeningboekje in de
+andere en de kanonnen deden zijn potlood niet trillen. Hij gebruikte
+de telegraaflijnen niet onophoudelijk zooals zij die altijd praten
+en niets te zeggen hebben, maar al zijn korte, duidelijke en nette
+berichten verspreidden licht over iedere belangrijke zaak. Bovendien
+ontbrak het hem niet aan geest. Hij was het, die na den slag aan de
+Zwarte Rivier, het mocht kosten wat het wilde, zijn plaats aan het
+loket van het telegraafkantoor behouden wilde; ten einde zijn blad den
+afloop van den slag te berichten, telegrapheerde hij twee uur lang de
+eerste hoofdstukken uit den Bijbel. Hij betaalde daarvoor twee duizend
+dollars, maar de _New-York Herald_ had het eerst het bericht ontvangen.
+
+Gideon Spilett was lang van gestalte. Hoogstens veertig jaar oud met
+blonde bijna roode bakkebaarden, een vastberaden, levendigen en snellen
+oogopslag. Krachtig gebouwd, was hij in staat in alle luchtstreken
+te vertoeven, als een stalen staaf in het koude water gehard.
+
+Sedert tien jaar was Gideon Spilett de correspondent van den _New-York
+Herald_ en verrijkte hij dit blad met zijn verslagen en schetsen,
+want hij kon even goed met het potlood als met de pen omgaan. Toen
+hij gevangen genomen werd was hij juist bezig een beschrijving en
+een teekening van den slag te geven. De laatste woorden op zijn
+aanteekeningboekje waren:
+
+
+ "Een Zuidelijke legt op mij aan en...."
+
+
+En Gideon Spilett werd niet geraakt, want volgens zijn onveranderlijke
+gewoonte kwam hij er slechts met een schampschot af.
+
+Cyrus Smith en Gideon Spilett, die elkander niet kenden dan bij
+reputatie, werden naar Richmond gebracht. De ingenieur genas spoedig
+van zijn wonden, en gedurende zijn herstel maakte hij kennis met
+den correspondent. De beide mannen leerden elkander kennen en
+waardeeren. Spoedig had hun leven hetzelfde doel: te ontvluchten,
+zich weder bij het leger van Grant te voegen en te strijden voor de
+eenheid van Amerika.
+
+De twee Amerikanen hadden dus besloten om van elke gelegenheid gebruik
+te maken; maar hoewel zij in Richmond alle vrijheid hadden, werd deze
+stad zoo streng bewaakt, dat een ontvluchting als onmogelijk moest
+beschouwd worden.
+
+In dien tusschentijd had zich een bediende van Cyrus Smith bij hen
+gevoegd, die hem in leven en dood getrouw was. De dappere man was
+een neger, die op het grondgebied van den ingenieur geboren was,
+wiens ouders slaven waren, maar die sedert lang vrij was gemaakt door
+Cyrus Smith, een abolitionist met hart en ziel.
+
+Als vrij geworden slaaf wilde hij toch zijn meester niet verlaten.
+
+Hij zou voor hem door een vuur hebben geloopen. Hij was ongeveer
+dertig jaren oud, krachtig, vlug en handig, had veel gezond verstand,
+een kalmen en zachten aard, somtijds was hij wat onnoozel maar altijd
+welwillend, gedienstig en goedhartig. Hij heette Nebuchadneser,
+maar gewoonlijk werd hij bij verkorting Nab genoemd.
+
+Toen het Nab ter oore kwam dat zijn meester gevangen was genomen,
+verliet hij zonder dralen Massachussets, ging naar Richmond en door
+list, na wel twintig maal gevaar te hebben geloopen zijn leven te
+verliezen, gelukte het hem de belegerde stad binnen te dringen. Welk
+een vreugde het voor Cyrus Smith was, toen hij zijn bediende terug
+zag, evenals Nab's blijdschap bij het vinden van zijn meester, valt
+moeilijk te beschrijven.
+
+Zoo Nab binnen Richmond had weten te komen, viel het wel zoo moeilijk
+deze stad weder te verlaten, want men bewaakte de krijgsgevangenen
+zeer streng. Men moest op eene onvoorziene omstandigheid rekenen om
+een ontvluchting te beproeven die op een goeden uitslag kans had,
+zulk een omstandigheid deed zich niet voor en het was onmogelijk haar
+te scheppen.
+
+Intusschen ging het beleg voort; en zoo de gevangenen vurig verlangen
+zich weder onder Grant te scharen, niet minder wenschten sommige
+belegerden te ontvluchten. Onder dezen was Jonathan Forster, een
+vurige zuidelijke. Inderdaad, de noordelijken konden niet ontvluchten,
+maar de zuidelijken evenmin; want het leger der noordelijken had
+hen ingesloten.
+
+De gouverneur van Richmond kon sedert langen tijd geen bericht van
+zijn toestand aan generaal Lee zenden, en het was toch van het hoogste
+belang dat deze daarmede bekend zou zijn, opdat dan des te spoediger
+hulp zou opdagen.
+
+Jonathan Forster kwam op het denkbeeld een luchtballon te laten
+opstijgen en zoo over de belegeraars heen het kamp der zuidelijken
+te bereiken.
+
+De gouverneur gaf tot deze poging verlof. Er werd een ballon
+vervaardigd en ter beschikking van Jonathan Forster gesteld, die met
+vijf metgezellen de lucht moest doorklieven. Zij werden van de noodige
+wapenen en levensmiddelen voorzien, ingeval zij met den vijand in
+aanraking kwamen, of hun reis lang mocht duren.
+
+Het vertrek van den ballon was op den 18den Maart bepaald. Des nachts
+zouden zij bij een kalmen noordwesten wind, binnen weinige uren het
+kamp van generaal Lee bereiken. Maar de noordwesten wind was lang
+geen gewone bries. Reeds 's morgens vermoedde men dat het een orkaan
+zou worden. Weldra werd de storm zoo hevig, dat er geen denken aan
+vertrekken meer was. De 18de en 19de Maart gingen voorbij en geen
+verandering was er te bespeuren. Het was zelfs moeilijk den ballon
+zoo lang te bewaren. De nacht van 19 op 20 verstreek, maar bij het
+aanbreken van den morgen bleek de storm nog heviger te wezen. Het
+vertrek was onmogelijk. Dien dag werd de ingenieur Cyrus Smith in
+een der straten van Richmond aangesproken door een man, dien hij
+niet kende. Het was een matroos, Pencroff genaamd, tusschen de vijf
+en dertig en veertig jaar oud, krachtig gebouwd, met een door de zon
+verbrand gelaat, levendige oogen, die hij onophoudelijk knipte, maar op
+zijn geheele voorkomen was goedhartigheid te lezen. Deze Pencroff was
+een Noord-Amerikaan, die alle zeeën op den aardbodem doorkruist had,
+en die, wanneer het avonturen betrof, alles beleefd had wat met een
+levend wezen op twee beenen en zonder vleugels gebeuren kan. Onnoodig
+is het te zeggen, dat hij een ondernemende geest bezat, alles durfde
+en niets hem verwonderde. Pencroff was in het begin van dit jaar voor
+zaken naar Richmond gegaan met een knaap van vijftien jaar, Harbert
+Brown van New-Jersey, den zoon van zijn kapitein, nu een wees, die
+hij als zijn eigen kind liefhad. Hij was ook genoodzaakt geweest in
+de stad te blijven, en wilde nu niets liever dan ontvluchten. Hij
+kende Cyrus Smith bij naam en wist ook dat hij met ongeduld wachtte
+op een gelegenheid om te ontkomen. Hij aarzelde dien dag dus niet
+om hem, zonder eenige voorbereiding aan te spreken met de woorden:
+"Mijnheer Smith, hebt gij genoeg van Richmond?"
+
+De ingenieur zag den persoon, die hem aldus toesprak, ernstig aan,
+waarop deze verder vroeg:
+
+"Mijnheer Smith, wilt gij vluchten?"
+
+"Wanneer?......" antwoordde de ingenieur levendig. Zeker is het dat
+hem deze woorden onwillekeurig ontsnapten, want hij had den onbekende,
+die hem aldus aansprak, nog niet genoeg opgenomen.
+
+Maar toen hij met een doordringenden blik het open gelaat van
+den matroos had opgenomen, koesterde hij geen twijfel meer aan de
+eerlijkheid van den man, die voor hem stond.
+
+"Wie zijt gij?" vroeg hij kortaf.
+
+Pencroff maakte zich bekend.
+
+"Goed," antwoordde Cyrus Smith. "En op welke wijze wilt gij de vlucht
+ondernemen?"
+
+"Met dien luien luchtballon, die daar ligt om niets uit te voeren;
+hij maakt op mij den indruk dat hij op ons wacht!...."
+
+De matroos behoefde zijn zin niet te voleinden. De ingenieur had de
+geheele zaak uit dat ééne woord begrepen. Hij vatte Pencroff bij den
+arm en voerde hem met zich mede naar zijn kamer. Daar legde de matroos
+zijn geheele plan bloot, dat inderdaad zeer eenvoudig was. Men waagde
+bij het uitvoeren slechts zijn leven. De orkaan was wel is waar in
+volle hevigheid, maar een ervaren en moedig ingenieur zooals Cyrus
+Smith zou zulk een ballon wel weten te besturen. Zoo Pencroff zelf
+er maar eenig verstand van had, zou hij niet geaarzeld hebben te
+vertrekken,--natuurlijk met Harbert. Anderen hadden het wel gedaan,
+en men behoefde voor een storm geen angst te hebben!
+
+Cyrus Smith luisterde naar den matroos en viel hem geen oogenblik in
+de rede, maar zijn oogen schitterden. De gelegenheid bood zich aan
+en hij was er de man niet naar, die voorbij te laten gaan. Wel was
+het plan zeer gevaarlijk, maar toch uitvoerbaar. 's Nachts kon men,
+ondanks de strenge bewaking, zeer gemakkelijk den ballon naderen,
+in het schuitje stappen en daarop de touwen doorsnijden, die hem
+vasthielden. Zeker, men liep gevaar omtekomen, maar daartegenover
+stond dat men slagen kon en zonder dien storm.... Maar zonder dien
+storm zou de ballon reeds vertrokken zijn, en de gelegenheid, die
+men zoo vurig wenschte, zou zich niet hebben voorgedaan. "Ik ben niet
+alleen!...." zeide Cyrus Smith eindelijk.
+
+"Hoeveel personen wilt gij nog medenemen?" vroeg de matroos.
+
+"Twee: mijn vriend Spilett en mijn bediende Nab."
+
+"Dat is drie," antwoordde Pencroff, "en Harbert en ik maakt vijf. Maar
+de ballon moest er zes medenemen...."
+
+"Het is genoeg. Wij zullen vertrekken!" zei Cyrus Smith.
+
+Met het "wij" werd ook de correspondent bedoeld, maar deze was niet
+voor een klein gerucht vervaard en toen het plan hem medegedeeld werd,
+was hij het ten volle met zijn vriend eens. Het eenige waarover
+hij zich verwonderde, was, dat dit plan niet vroeger bij hem was
+opgekomen. En wat Nab betreft, deze volgde zijn meester overal,
+waar hij gaan wilde.
+
+"Heden avond dus," zeide Pencroff. "Wij zullen alle vijf als
+nieuwsgierigen daar ronddwalen!"
+
+"Heden avond ten tien ure," antwoordde Cyrus Smith, "en de hemel geve,
+dat de storm niet voor ons vertrek afneemt!"
+
+Pencroff verliet den ingenieur en keerde naar zijn woning terug, waar
+hij Harbert Brown had achtergelaten. Dit moedige kind kende het plan
+van den matroos en niet zonder angst wachtte hij den uitslag van het
+gesprek met den ingenieur af. Vijf personen dus hadden besloten zich,
+te midden van een heftigen storm, tusschen hemel en aarde te wagen.
+
+De avond viel. Het was een stikdonkere nacht. De straten waren geheel
+verlaten. Men had zelfs niet noodig geacht de plaats te bewaken waar
+de ballon heen en weer slingerde. Alles was blijkbaar het vertrek der
+gevangenen gunstig; maar die reis te midden der woedende elementen!....
+
+"Slecht getij!" zeide Pencroff, terwijl hij zijn hoed stevig op zijn
+hoofd drukte. "Maar kom, wij zullen alles toch wel klaar spelen!"
+
+Tegen half tien uur stonden de gevangenen naast het schuitje bij
+elkander. Niemand had hen bemerkt, en zulk een duisternis heerschte
+er, dat zij ook elkander niet zagen. Zonder een woord te spreken,
+plaatsten Cyrus Smith, Gideon Spilett, Nab en Harbert zich in het
+schuitje, terwijl Pencroff op bevel van den ingenieur den ballast er
+uitwierp. Dit was het werk van weinige oogenblikken en spoedig voegde
+de matroos zich bij hen.
+
+De ballon werd slechts door een dubbel kabeltouw tegengehouden en
+wachtte op het bevel van Cyrus Smith om te stijgen. Op dat oogenblik
+sprong een hond tegen het schuitje op. Het was Top, de hond van den
+ingenieur, die van zijn ketting was losgebroken en zijn meester had
+gevolgd. Cyrus Smith, die vreesde voor te groote zwaarte, wilde het
+arme dier niet medenemen.
+
+"Kom, één meer!" zeide Pencroff, terwijl hij twee zakken zand uit
+het schuitje wierp.
+
+Daarop sneed hij den kabel los en de ballon steeg in een schuinsche
+richting, terwijl het schuitje in zijn vaart twee schoorsteenen
+verbrijzelde. De orkaan woedde in al zijn hevigheid. De ingenieur
+kon er gedurende den nacht niet aan denken te dalen, en toen de
+morgen aanbrak kon hij door den zwaren mist niets van de aarde
+bespeuren. Eerst vijf dagen later klaarde het op en was hij in staat
+de onmetelijke zee onder het schuitje te zien, dat door den wind met
+een vreeselijke snelheid werd voortgedreven!
+
+Men weet, dat van de vijf personen, die den 20sten Maart vertrokken,
+vier den 24sten op een verlaten kust werden geworpen, die meer dan
+zes duizend mijlen van hun land was verwijderd.
+
+En hij die ontbrak, tot wiens hulp de vier overigen terstond alle
+pogingen in het werk stelden, was hun chef, de ingenieur Cyrus Smith.
+
+
+
+
+III.
+
+ Vijf uur in den avond.--Hij die ontbreekt.--Wanhoop van
+ Nab.--Nasporingen ten Noorden.--Het eilandje.--Een nacht
+ vol angst.--De morgennevel.--Nab zwemt.--Land in zicht.--Het
+ doorwaden van het kanaal.
+
+
+De mazen van het net waartusschen de ingenieur zich geslingerd
+had, waren onder den last bezweken, en hij was door een golf
+meegesleept. Ook zijn hond was verdwenen. Het trouwe dier had zich
+vrijwillig in den afgrond gestort, om zijn meester te redden.
+
+"Vooruit!" riep de correspondent. En alle vier, Gideon Spilett,
+Harbert, Pencroff en Nab vergaten hun vermoeienissen en vingen hun
+onderzoek aan.
+
+De arme Nab weende van woede en wanhoop, bij de gedachte dat hij
+alles verloren had, wat hem op de wereld lief was.
+
+Geen twee minuten waren er verloopen sedert het oogenblik dat
+Cyrus Smith verdwenen was en zijn metgezellen op vasten wal waren
+gekomen. Zij hadden dus nog eenige kans hem te redden.
+
+"Laten wij hem zoeken! laten wij hem zoeken!" riep Nab uit.
+
+"Ja, Nab," zeide Gideon Spilett, "en wij zullen hem terugvinden."
+
+"Levend?"
+
+"Levend!"
+
+"Kan hij zwemmen?" vroeg Pencroff.
+
+"Ja," antwoordde Nab. "En bovendien is Top er bij!"
+
+De matroos hoorde het klotsen der golven en schudde het hoofd! Zeker
+was de ingenieur op de noordelijke kust van het eiland en ongeveer
+een halve mijl afstands van het punt waar de schipbreukelingen waren
+neergekomen, verdwenen. Het was toen zes uur. De mist viel neder en dit
+maakte dat de nacht zeer donker was. De schipbreukelingen volgden de
+noordelijke richting der kust, waarop het toeval hen geworpen had--een
+onbekend land, waarvan zij zelfs de ligging niet konden gissen.
+
+Nadat zij twintig minuten geloopen hadden, bevonden zij zich plotseling
+voor de zee. Zij voelden geen vasten grond meer. Zij waren aan het
+einde van een spits toeloopende punt, waarop de onstuimige golven
+braken.
+
+"Dit is een voorgebergte," zeide de matroos. "Wij moeten weer
+terugkeeren."
+
+"Maar zoo hij daar is?" zeide Nab.
+
+"Wij zullen hem roepen," antwoordde Pencroff. Eenige malen riepen
+zij hem, doch te vergeefs; daarop vervolgden zij hun weg meer
+zuidwaarts. Nadat zij anderhalve mijl afgelegd hadden, steeds in de
+hoop plotseling een hoek te zien dien hen weer de noordelijke richting
+kon doen volgen, was hun teleurstelling zeer groot, toen zij nogmaals
+stuitten op steile rotsen.
+
+"Wij zijn op een eilandje!" zeide Pencroff, "en wij hebben het van
+zijn eene uiteinde naar het andere doorsneden!"
+
+De opmerking van den matroos was juist. De schipbreukelingen waren niet
+op het vaste land, zelfs niet op een eiland, maar op een eilandje van
+twee mijlen lengte, en dat zeker niet veel breeder kon zijn. Eindelijk
+zeide de correspondent:
+
+"Dat wij niets van Cyrus Smith hooren, bewijst niets. Hij kan in
+zwijm liggen, gewond zijn of buiten staat ons op het oogenblik te
+antwoorden. Laten wij nog niet wanhopen."
+
+Daarop kwam Spilett op het denkbeeld om een vuur aan te leggen, dat
+den ingenieur tot eenig signaal zou kunnen dienen. Maar men kon nergens
+takkenbossen of droog hout vinden. Slechts zand en steenen waren er.
+
+Het waren pijnlijke uren die zij sleten. Er heerschte een
+felle koude. De schipbreukelingen leden veel, maar voelden
+het ternauwernood. Zij dachten er niet aan, zich een oogenblik
+rust te gunnen, zij vergaten alles om hun leidsman maar terug te
+vinden. Terwijl Nab steeds stond te roepen, was het of een zijner
+kreten werd weerkaatst. Harbert deed dit Pencroff opmerken en voegde
+er bij:
+
+"Dat is een bewijs dat er in het westen een kust nabij is."
+
+De matroos knikte toestemmend. Zijn oogen konden hem buitendien ook
+niet bedriegen. Zoo hij daar, hoe flauw het ook wezen mocht land zag,
+dan was daar ook land.
+
+Maar die echo was het eenige antwoord, dat Nab op zijn geroep kreeg:
+overigens bleef alles doodstil om hen heen.
+
+De nacht ging voorbij. Tegen vijf uur in den ochtend van den 25sten
+Maart kwamen er kleine wolken aan den hemel. De horizon was betrokken
+en, met het krieken van den dag, steeg er zulk een dikke mist uit
+zee op, dat men geen twintig pas vóór zich uit kon zien. De mist werd
+hoe langer zoo zwaarder.
+
+Dit was een groote teleurstelling. De schipbreukelingen konden niets
+om zich heen zien. En terwijl Nab en de correspondent hun blik over
+den oceaan lieten dwalen, zochten Pencroff en Harbert de westelijke
+kust. Maar geen streep land was er te bespeuren.
+
+"Het doet er niet toe," zeide Pencroff, "al zie ik geen kust, toch
+voel ik dat er een is.... zij is daar.... daar.... even zeker als
+dat wij niet meer te Richmond zijn!"
+
+De mist hield niet lang aan. Spoedig brak de zon door en verspreidde
+eene aangename warmte over het eilandje.
+
+Ja! Daar was land. Daar waren zij voor het oogenblik in
+veiligheid. Tusschen het eilandje en de kust, van elkander gescheiden
+door een kanaal van een halve mijl breedte, stroomde een helder en
+snelvlietend water.
+
+Intusschen wierp zich een der schipbreukelingen, slechts aan de
+ingeving van zijn hart gehoor gevende, zonder een woord tot zijn
+metgezellen te zeggen in den stroom. Het was niemand anders dan
+Nab. Hij verlangde slechts om op die kust te zijn en zich noordwaarts
+te begeven. Niemand had hem kunnen weerhouden.
+
+Pencroff riep hem terug, maar te vergeefs; Spilett wilde hem nu
+ook volgen.
+
+Pencroff ging naar dezen toe.
+
+"Wilt gij dat kanaal oversteken?" vroeg hij.
+
+"Ja," antwoordde Gideon Spilett.
+
+"Wacht liever," zeide de matroos. "Nab is voldoende om zijn meester
+hulp te brengen. Zoo wij ons in dit kanaal werpen, loopen wij nog
+gevaar door den heftigen stroom mede gevoerd te worden. Zoo ik mij niet
+vergis is het eb. Zie maar, de zee wijkt terug van het strand. Laten
+wij dus geduld hebben, misschien vinden wij een doorwaadbare plaats."
+
+Nab had in dien tijd na vele moeielijkheden te hebben doorworsteld
+de overzijde bereikt. Eindelijk stond hij op een hoog rotsblok en
+verdween weldra daarachter.
+
+Tegen tien uur trokken Gideon Spilett en zijn twee metgezellen hun
+kleederen uit, maakten er een pakje van, dat zij op hun hoofd legden en
+waagden zich in het kanaal dat geen vijf voet diep was. Harbert voor
+wien het water te hoog was, zwom als een visch, wat hem uitmuntend
+afging. Alle drie kwamen zonder moeite aan de overzijde. Daar droogde
+de zon hen spoedig en trokken zij de kleederen weer aan, die zij voor
+nat worden bewaard hadden, en overlegden zij wat hun te doen stond.
+
+
+
+
+IV.
+
+ De lithodomen.--De rivier en haar monding.--Voortzetting van
+ het onderzoek.--Het woud der groene boomen.--De voorraad
+ brandstof.--Men wacht den vloed af.--Van de hoogte der
+ kust.--De houtvlotten.--Terugkeer naar den oever.
+
+
+Voor het oogenblik, zeide de correspondent, moesten zij maar wachten
+tot hij terugkwam en zonder een oogenblik te verliezen, volgde hij
+de kust, dezelfde richting nemende welke Nab eenige uren vóór hem
+was ingeslagen. Daarop verloren zij hem uit het gezicht, toen hij
+den hoek omsloeg.
+
+Harbert had hem willen volgen.
+
+"Blijf mijn jongen," had de zeeman gezegd, "wij moeten een kamp
+inrichten, en eens zien of het mogelijk is iets te eten te krijgen,
+dat beter in de maag staat dan schelpdieren. Onze vrienden moeten
+ook versterkt worden bij hun terugkomst. Ieder zijn taak."
+
+"Ik ben tot uw dienst, Pencroff," antwoordde Harbert.
+
+"Goed zoo," hernam de zeeman, "dan zal het wel gaan. Alle dingen moeten
+met orde geschieden. Wij zijn vermoeid, wij hebben het koud, wij hebben
+honger. Dus moeten we een ligplaats, vuur en voedsel vinden. In het
+bosch is er hout; in de nesten zijn eieren; wij behoeven alzoo slechts
+een huis te vinden."
+
+"Welnu," sprak Harbert, "ik zal een grot in die rotsen zoeken, en ik
+zal wel een gat ontdekken, waarin we een schuilplaats vinden kunnen."
+
+"Dat is juist wat wij noodig hebben," antwoordde Pencroff. "Vooruit
+nu maar, mijn jongen."
+
+Zij volgden nu den rotsketen langs het strand, maar in plaats
+van noordwaarts, richtten zij zich zuidwaarts, omdat Pencroff had
+opgemerkt, dat een honderd passen verwijderd van de plek, waar zij
+aan land waren gekomen, de bodem een helling maakte, waaruit hij
+afleidde, dat daarginds een rivier of een beek moest stroomen. Nu was
+het van belang, dat men zich vestigde in de nabijheid van drinkwater,
+terwijl het bovendien niet onmogelijk was, dat de stroom Cyrus Smith
+herwaarts had gedreven.
+
+De rotsketen had een hoogte van ongeveer driehonderd voet, maar
+hij vormde eene onafgebroken massa van de kruin tot den grond;
+geen enkele spleet vertoonde zich, waarin men een schuilplaats kon
+vinden. Boven de rotsen vlogen gansche zwermen van watervogels met
+lange puntige snavels; zij schreeuwden om het hardst, zonder zich te
+bekommeren om de menschen, die zeker voor de eerste maal thans hunne
+eenzaamheid verstoorden. Een geweerschot onder de dichte zwermen zou
+een groot aantal vogels hebben gedood, maar om een geweerschot te
+lossen, moet men een geweer hebben en Pencroff noch Harbert bezat er
+een. Bovendien die meeuwen en andere zeevogels zijn niet smakelijk,
+zelfs hun eieren zijn walglijk.
+
+Harbert had zich een weinig ter linkerzijde begeven en ontdekte
+eenige rotsen met zeeplanten, die zoo straks, wanneer het water zou
+zijn gestegen, weder onzichtbaar zouden worden. Te midden van die
+planten bespeurde hij een menigte schelpdieren, die voor hongerige
+menschen niet te verwerpen waren.
+
+"Het zijn mossels!" riep de matroos uit. "Zij kunnen bij ons de plaats
+van de eieren innemen, die ontbreken!"
+
+"Het zijn geen mossels," antwoordde Harbert, toen hij ze nauwkeurig
+onderzocht had, "het zijn lithodomen."
+
+"En kan men die eten?" vroeg Pencroff.
+
+"Zeer goed."
+
+"Dan zullen wij eten."
+
+De matroos kon op den knaap vertrouwen, want Harbert had altijd groote
+liefhebberij in natuurlijke historie gehad.
+
+Pencroff en Harbert voorzagen zich overvloedig van deze lithodomen;
+zij aten ze als oesters; daarbij vonden zij er een kruidensmaak in,
+zoodat ze het gemis van peper of welke andere specerij ook niet
+behoefden te betreuren.
+
+Voor het oogenblik was hun honger dus gestild, maar hun dorst was nog
+door het gebruik dezer weekdieren toegenomen. Zij verlangden daarom
+des te meer naar zoet water, en het was niet waarschijnlijk dat in
+een land zoo rijk aan allerlei voortbrengselen dit ontbreken zou.
+
+Ongeveer tweehonderd pas verder kwamen zij aan de streek, waar volgens
+het voorgevoel van Pencroff een rivier moest stroomen. En inderdaad
+vonden zijn daar een kanaal van honderd voet breedte.
+
+"Hier is water! en daar een bosch! Nu, Harbert, nu moeten wij nog
+een huis hebben."
+
+Het water was helder, Harbert zag al rond of hij een holte zag,
+die hun tot schuilplaats zou kunnen dienen, maar nergens ontdekte
+hij iets van dien aard.
+
+Aan den mond van dezen stroom en boven de oppervlakte der zee hadden
+een aantal steenen geen grot, maar een opeenstapeling van rotsen
+gevormd, zooals men ze vindt in bergachtige streken, en die de naam
+van "schoorsteenen" dragen.
+
+Harbert en Pencroff drongen een eind ver door tusschen die rotsen, door
+welker openingen het licht viel maar met dat licht baande zich ook de
+wind een weg. Pencroff begreep dat men, door die openingen met steenen
+en zand aan te vullen, die schoorsteenen tot een zeer geschikte woning
+zou kunnen inrichten. Hun eerste werk was nu om eenig vuur te maken
+en het hout, dat zij in den omtrek vonden, kwam hun spoedig te stade.
+
+Zij verlieten nu de schoorsteenen en toen zij den hoek om waren,
+volgden zij den linker oever der rivier. Het was een snelstroomend
+water, waarin veel dood hout dreef. Daar het water opkwam--en
+men voelde het reeds op dit oogenblik--moest het altijd weder met
+een zekere kracht terugvloeien tot op een vrij grooten afstand. De
+matroos kwam toen op het denkbeeld dat men die eb en vloed zeer goed
+als vervoermiddel van zware voorwerpen kon aanwenden. Toen zij een
+kwartier hadden geloopen, maakte de rivier een kronkeling en vervolgde
+haar loop door een bosch met prachtige boomen, Hier voorzagen zij zich
+in overvloed van brandhout, wat zeer gemakkelijk ging, daar zij het
+maar voor het oprapen hadden. Maar zoo zij genoeg hout vonden, hadden
+zij toch nog geen middel om het te vervoeren. Het hout was zeer droog,
+het zou dus spoedig verbrand wezen. Men was daarom wel genoodzaakt,
+meende Harbert, een groote hoeveelheid in de schoorsteenen te brengen,
+maar dan waren twee man niet voldoende.
+
+"Wel mijn beste jongen," antwoordde Pencroff hierop, "er zal wel
+een middel wezen om dit hout te vervoeren. Er is voor alles raad te
+vinden! Zoo wij een kar of een bootje hadden zouden wij geholpen zijn."
+
+"Maar wij hebben de rivier!"
+
+"Juist," hernam Pencroff. "De rivier is een weg voor ons, die geheel
+alleen gaat en de houtvlotten zijn niet voor niets uitgevonden."
+
+"Alleen loopt die weg op het oogenblik in een andere richting dan de
+onze, daar het water opkomt," merkte Harbert aan.
+
+"Dan wachten wij maar tot het weder afloopt," sprak de matroos, "en
+dan zal het ons tot vervoermiddel dienen. Laten wij in dien tijd ons
+vlot bouwen." Spoedig hadden zij het vervaardigd en stapelden zij er
+hun voorraad op. Binnen het uur lag het aan den oever en behoefde men
+slechts op de eb te wachten. Zij moesten evenwel nog geruimen tijd
+geduld hebben eer het water afnam, maar die uren gebruikten zij om
+een hooger gedeelte te gaan onderzoeken.
+
+Toen zij bijkans het hoogste punt hadden bereikt, viel hun oog
+voor het eerst op dien onmetelijken oceaan, dien zij in zulk een
+vreeselijken toestand hadden overgestoken! Zij overzagen het geheele
+noordelijke gedeelte, waar de ballon was verongelukt. Daar was Cyrus
+Smith verdwenen. Een poos lang sloegen zij aandachtig de zee gade,
+of er ook soms een overblijfsel van den ballon, waaraan een mensch
+zich vast had kunnen klemmen, op de golven dobberde. Niets! De zee
+was geheel verlaten. Op de kust was ook geen spoor van eenig wezen te
+ontdekken. Noch de correspondent, noch Nab vertoonde zich. Maar het
+was zeer wel mogelijk dat zij zich op te grooten afstand bevonden,
+om hen met het bloote oog te zien.
+
+"Er is iets," zeide Harbert, "hetwelk mij zegt, dat zulk een energiek
+man als mijnheer Smith zich niet als de eerste de beste heeft laten
+verdrinken. Hij moet eenig punt der kust bereikt hebben. Niet waar
+Pencroff?"
+
+De matroos schudde droevig het hoofd. Hij voor zich geloofde niet meer
+dat zij Cyrus Smith terug zouden zien; maar toch wilde hij Harbert
+alle hoop niet ontnemen.
+
+"Zeker, zeker," zeide hij, "onze ingenieur is wel de man om zich uit
+een zaak te redden, waaronder een ander bezwijken zou!...."
+
+Toen zij verder waren gekomen en de geheele streek konden overzien,
+vroeg Pencroff onwillekeurig zich zelf af:
+
+"Zijn wij wel op een eiland?"
+
+"In ieder geval op een vrij groot!" antwoordde de knaap.
+
+"Een eiland, hoe groot het ook wezen mag, blijft altijd een
+eiland!" hernam Pencroff.
+
+Maar dit belangrijke vraagstuk konden zij thans niet oplossen. Zij
+moesten tot een geschikter tijd wachten. Wat het land zelf betreft,
+eiland of geen eiland, het bleek duidelijk dat het zeer vruchtbaar
+aangenaam gelegen en rijk aan verschillende voortbrengselen was.
+
+"Dat is gelukkig," merkte Pencroff aan, "en in al onze ellende moeten
+wij toch dankbaar wezen."
+
+Eensklaps zagen zij een aantal vogels opvliegen.
+
+"Ha," riep Harbert uit, "ziet daar eens wat een vogels!"
+
+"Wat voor vogels zijn het?" vroeg Pencroff. "Men zou zeggen, dat het
+duiven waren."
+
+"Dat zijn zij inderdaad, maar in alle geval wilde. En daar de
+rotsduiven zeer goed te eten zijn, moeten haar eieren ook uitmuntend
+smaken, en als zij ze in het nest hebben gelaten!...."
+
+"Zullen wij ze den tijd niet gunnen om uit den dop te komen, tenzij
+als ommelet!" riep de matroos lachend uit.
+
+"Maar waarin zult gij uw ommelet bakken?" vroeg Harbert. "In uw hoed?"
+
+"Jawel," zeide Pencroff; "zoo'n goochelaar ben ik niet. Wij zullen
+ons dus op versche eieren onthalen, en ik zal ze wel uit den dop eten."
+
+Zij vonden dan ook een goede hoeveelheid eieren! Zij namen er een
+twaalftal in een zakdoek mede, en toen het water weder opkwam, begaven
+zij zich naar den oever der rivier. Toen zij dien bereikten was het
+één uur en dus tijd om hun vlot in beweging te brengen; vóór tweeën
+hadden zij met hun rijke lading de schoorsteenen bereikt.
+
+
+
+
+V.
+
+
+ Inrichting der schoorsteenen.--De vuur-quaestie.--De
+ lucifersdoos.--Onderzoek van de kust.--Terugkomst van den
+ correspondent en Nab.--Eén lucifer.--Het vlammende vuur.--Het
+ eerste avondmaal.--De eerste nacht aan land.
+
+
+De eerste zorg van Pencroff was, toen zij het vlot gelost hadden, de
+schoorsteenen zoo bewoonbaar mogelijk in te richten door al dadelijk
+de openingen, waardoor de wind gierde, dicht te stoppen. Daarop
+plaatste hij een nauwe buis in een der holten, waardoor de rook kon
+opstijgen. De schoorsteenen waren verdeeld in drie of vier kamers,
+zoo men dien naam aan de duistere holen geven kon, waarin zich een
+wild dier tevreden had gesteld. Maar hier was men tenminste beschut
+tegen regen en wind en in de grootste kamer kon men recht overeind
+staan. Fijn zand bedekte overal den grond.
+
+"Nu kunnen onze vrienden terugkomen. Zij zullen een voldoende
+schuilplaats vinden," zeide Pencroff. Thans moesten zij nog vuur
+aanleggen en een middagmaal bereiden. Dit was echter een zeer
+gemakkelijke taak. En terwijl de matroos bezig was eenig brandhout
+onder den schoorsteen te leggen, vroeg Harbert hem of hij wel
+lucifers had.
+
+"Zeker," zeide Pencroff, "en ik voeg er bij, gelukkig, want zonder
+lucifers of zonder zwam zouden wij in groote verlegenheid zitten."
+
+"Wij konden dan toch altijd vuur maken zooals de wilden," antwoordde
+Harbert, "door twee stukken droog hout tegen elkander te wrijven?"
+
+"Welnu beproef het eens, en wij zullen zien of u iets ander gelukt
+dan uw armen te breken!"
+
+"Men doet het toch veel op de eilanden van den Stillen Oceaan."
+
+"Ik zeg ook niet dat het onwaar is, maar de wilden weten er mede
+om te springen of gebruiken er misschien bijzonder hout voor, want
+meer dan eens heb ik mij op deze wijze van vuur willen voorzien,
+maar het is mij nooit gelukt. Ik beken dus gaarne, dat ik liever
+lucifers heb! Waar zijn mijn lucifers?"
+
+Pencroff zocht in zijn vestjeszak naar het doosje, dat hem nooit
+verliet, want hij was een verstokt rooker. Hij vond het niet. Hij
+doorzocht al zijn zakken en tot zijn groote verbazing voelde hij
+het nergens.
+
+"Dat is toch dom, en meer dan dom!" zeide hij, terwijl hij Harbert
+aanzag. "Het doosje is zeker uit mijn zak gevallen en zoodoende heb
+ik het verloren! Maar Harbert, hebt gij niets, geen vuurslag, niets
+waarmede wij vuur kunnen maken?"
+
+"Neen, Pencroff!"
+
+De matroos verliet de schoorsteenen, gevolgd door Harbert, en krabde
+zich het hoofd.
+
+Op het zand bij de rivier, in de rotsen, hoe en waar zij ook zochten,
+alles was te vergeefs. Het doosje dat van koper was, zou hun blik
+niet ontgaan zijn.
+
+"Pencroff, hebt gij het niet over boord geworpen?" vroeg Harbert.
+
+"Daar heb ik wel op gepast," antwoordde de matroos. "Maar als men zoo
+geslingerd is, zooals wij zijn gedaan, moet zulk een klein voorwerp
+wel zoek raken. Zelfs mijn pijp heb ik verloren! Duivelsche doos! Waar
+kan zij wezen?"
+
+Nog eenigen tijd zochten zij naar het doosje, maar
+vruchteloos. Eindelijk keerden zij naar de schoorsteenen terug.
+
+Tegen zes uur, op het oogenblik dat de zon in het westen verdween,
+kwam Harbert, die op de kust heen en weer liep, terug met de tijding
+dat Nab en Gideon Spilett op hun terugtocht waren. Zij keerden alleen
+terug!.... Een beklemd gevoel maakte zich van den knaap meester. De
+matroos had zich niet in zijn voorgevoel bedrogen. Men had den
+ingenieur Cyrus Smith niet gevonden!
+
+Toen de correspondent was aangekomen, zette hij zich op een steen
+en sprak geen woord. Uitgeput van vermoeienis was het hem onmogelijk
+iets te zeggen.
+
+Wat Nab betreft, diens roode oogen getuigden voldoende, dat hij
+geweend had, en de tranen die thans weer in zijn oogen kwamen,
+bewezen duidelijk dat hij alle hoop had verloren.
+
+Spilett verhaalde uitvoerig welke pogingen zij in het werk hadden
+gesteld om Cyrus Smith terug te vinden. Nab en hij hadden meer dan
+acht mijlen langs de kust afgelegd en dus waren zij veel verder gegaan
+dan de plek waar het onheil had plaats gehad, dat gevolgd was door
+de verdwijning van Cyrus Smith en zijn hond Top. De geheele kust
+was verlaten. Geen spoor, geen enkele voetstap. Waarschijnlijk had
+nooit eenig menschelijk wezen hier een voet gezet. De zee was even
+verlaten als het land, en zeker had de ingenieur eenige honderden
+passen daarvan verwijderd den dood gevonden.
+
+Op dit oogenblik stond Nab op, en op een toon waaruit duidelijk sprak
+dat hij alle hoop nog niet verloren had, riep hij:
+
+"Neen, neen, hij is niet dood! Neen het kan niet! Hij dood,
+onmogelijk! Ik! of wie anders ook, dat zou mogelijk wezen! Maar
+hij! Nooit! Hij redt zich altijd!...."
+
+Daarop begaven hem zijn krachten en stamelde hij:
+
+"O, ik kan niet meer!"
+
+Harbert snelde naar hem toe.
+
+"Nab," zeide de knaap, "wij zullen hem terugvinden! God zal hem
+ons wedergeven! Maar luister eens, gij hebt honger! Eet eerst eens
+wat!" Dit zeggende gaf hij den neger eenige lithodomen, een schamel
+en een ontoereikend voedsel.
+
+Nab had sinds vele uren niets gebruikt, maar toch weigerde hij. Nu
+hij zijn meester niet meer had, kon of wilde Nab niet langer leven.
+
+Maar Gideon Spilett van zijn kant verslond de schelpdieren; daarop
+legde hij zich op het zand neder aan den voet van een rots. Hij was
+uitgeput maar kalm.
+
+Toen naderde hem Harbert, hem bij de hand vattende en zeide:
+
+"Mijnheer, wij hebben een betere schuilplaats ontdekt dan
+deze. De nacht nadert. Ga nu rusten, morgen zullen wij verder
+zien." De correspondent stond op en met den knaap ging hij naar de
+schoorsteenen. Op dit oogenblik kwam Pencroff naar hem toe en op den
+meest natuurlijken toon, vroeg hij hem of hij ook een lucifer had.
+
+Spilett stond stil, zocht in zijn zakken, vond niets en zeide:
+
+"Ik had er wel, maar ik heb ze weg moeten werpen."
+
+Toen riep de matroos Nab, deed hem dezelfde vraag en ontving hetzelfde
+antwoord.
+
+"Vervloekt!" mompelde hij, zijn gewaarwordingen niet kunnende
+onderdrukken. Spilett hoorde het, en ging naar Pencroff toe met
+de woorden:
+
+"Hebt gij geen lucifers?"
+
+"Geen een en dus ook geen vuur!"
+
+"O," riep Nab uit, "als mijn meester er maar was, hij zou het u wel
+verschaffen!"
+
+De vier schipbreukelingen staarden elkander roerloos en verbijsterd
+aan. Harbert verbrak het eerst de stilte met de woorden:
+
+"Mijnheer Spilett, gij rookt, gij moet altijd lucifers bij u
+hebben. Misschien hebt gij niet goed gevoeld? Zoek nog eens! Eén
+lucifer zou ons voldoende wezen!"
+
+Weder doorzocht de reporter al zijn zakken en tot groote vreugde van
+Pencroff, evenals tot zijn eigen niet geringe verbazing voelde hij
+tusschen de voering van zijn vest een stukje hout. Hij had het wel
+tusschen zijn vingers, maar kon het houtje toch niet door de voering
+trekken en daar het de eenige lucifer was, dien zij hadden, moesten zij
+vooral zorgen dat de phosphorus er niet afging. Het gelukte eindelijk
+aan Harbert het ongeschonden er uit te krijgen.
+
+"Eén lucifer!" riep Pencroff uit. "Het is zoo goed alsof wij een
+geheele lading hebben!"
+
+Hij nam den lucifer en gevolgd van zijn drie makkers ging hij naar
+de schoorsteenen terug.
+
+Het kleine stukje hout, dat in de bewoonde landen met zulk een groote
+onverschilligheid wordt bejegend en dat geen waarde heeft, moest hier
+met de uiterste behoedzaamheid worden behandeld. Eerst overtuigde de
+matroos zich dat het goed droog was. Toen hij dit gedaan had, zei hij:
+
+"Nu moet ik papier hebben."
+
+"Hier," antwoordde Gideon Spilett, die na eenige aarzeling een stukje
+uit zijn schrijfboekje scheurde. Pencroff nam het papier, dat de
+correspondent hem gaf en knielde bij den haard neder. Men legde er
+dorre bladeren en droog mos op, zoodanig dat de wind er doorheen
+speelde en het hout dus spoedig vlam zou vatten.
+
+Toen hij den lucifer zacht afstreek, kwam er geen vuur. Pencroff had
+niet met genoeg kracht gedrukt, daar hij bang was de phosphorus er
+af te strijken.
+
+"Neen, ik zal het niet kunnen," zei hij, "mijn hand beeft.... De
+lucifer zal niet afgaan.... Ik kan het niet.... ik wil het ook
+niet!" En opstaande liet hij de taak aan Harbert over.
+
+Zeker was de knaap in zijn geheele leven nog nooit onder zulk een
+indruk geweest. Zijn hart bonsde. Toen Prometheus het vuur uit den
+hemel stal, kon hij zoo geroerd niet geweest zijn. Toch aarzelde
+hij niet en streek hij hem snel af. Een zwak knetteren hoorde men en
+daarop ontstond een blauwachtig vlammetje dat een scherpe zwaveldamp
+deed ontstaan, Harbert draaide den lucifer langzaam om, zoodat de
+vlam voedsel kreeg, daarop bracht hij hem bij het papier. Het papier
+vatte oogenblikkelijk vlam en spoedig het mos ook.
+
+Eenige oogenblikken later knetterde het droge hout en een vroolijk
+vlammetje, aangewakkerd door het blazen van den matroos, flikkerde
+te midden der duisternis.
+
+"Eindelijk," riep Pencroff, "ik ben nog nooit zoo ontroerd geweest!"
+
+Hun eenige zorg was thans dit vuur niet meer te laten uitgaan; dit
+zou hun niet moeilijk vallen, daar er hout in overvloed was.
+
+Pencroff maakte het zich terstond ten nutte, met er een voedzamer
+maaltijd op te bereiden. Spilett zat in een hoek en zijn eenige
+gedachten waren: Leeft Cyrus nog? En zoo hij leeft, waar zou hij
+wezen? Zoo hij niet in de golven is omgekomen, waarom heeft hij dan
+geen middel gevonden, om dit ons bekend te maken. Wat Nab betrof,
+deze zwierf langs de kust. Hij was slechts een lichaam zonder ziel.
+
+Eenige oogenblikken later was Pencroff met zijn maal gereed.
+
+De harde eieren, die hij hun voorzette, versterkten de arme
+schipbreukelingen, en nadat Spilett met korte woorden de gebeurtenissen
+van de twee laatste dagen had opgeteekend, gelukte het hem eindelijk
+in slaap te vallen.
+
+Harbert was ook spoedig in rust. Wat den matroos aanging, deze bracht
+zijn nacht bij het vuur door, waarop hij telkens nieuwe brandstoffen
+wierp. Eén echter van hen sliep niet. Het was Nab. Deze doolde den
+ganschen nacht langs de kust en riep gedurig zijn meester.
+
+
+
+
+VI.
+
+ De inventaris der schipbreukelingen.--Niets.--Gebrand
+ linnen.--Een tocht door het bosch.--De bloem der
+ groene boomen.--Het boomkruipertje.--Sporen van wilde
+ dieren.--Koeroekoes.--Schildpadden.--Zonderlinge vangst met
+ een hengel.
+
+
+De inventaris van al wat de schipbreukelingen, op dit verlaten eiland
+geworpen, bezaten, was spoedig opgemaakt.
+
+Zij hadden niets dan de kleeren, die zij droegen, toen hen het onheil
+trof. Toch had Gideon Spilett, bij ongeluk zeker, een opschrijfboekje
+en een horloge behouden, maar overigens was er geen wapen, geen
+werktuig, zelfs geen zakmes te vinden. De reizigers in het bootje
+hadden alles overboord geworpen om het luchtschip lichter te maken.
+
+De denkbeeldige helden van Daniël de Foe of van Wyss, zoowel als de
+Selkirken en de Raynals, die schipbreuk leden op de Juan-Fernandez
+eilanden of in den archipel der Auckland eilanden, waren nooit zoo
+geheel en al van alles beroofd of zij vonden toereikende hulpmiddelen
+in hun gestrand schip, of hadden een voorraad graan, vee, werktuigen
+en kruit en lood. Of wel er dreef een wrak naar de kust, dat hen
+van de eerste levensbehoeften voorzag. Zij bevonden zich niet zoo
+terstond geheel ongewapend tegenover de natuur. Hier echter was geen
+enkel stuk gereedschap, geen werktuig. Maar vóor alles moesten zij
+zich vestigen op dit gedeelte der kust, zonder eerst te onderzoeken
+tot welk land zij behoorden, of het bewoond werd, dan wel slechts
+het strand van een onbewoond eiland uitmaakte.
+
+Dit was een gewichtige vraag, die zoo spoedig mogelijk moest opgelost
+worden. Toen dit besluit genomen was, moest men slechts voor het
+dadelijk noodige zorgen. In elk geval volgde men den raad van Pencroff
+op, die het geschikter vond nog eenige dagen te wachten, voor men tot
+een onderzoek overging. Men moest toch eenige levensmiddelen bereiden
+en zich versterkender voedsel verschaffen dan eieren en schelpdieren.
+
+De schoorsteenen boden voor het oogenblik een voldoende schuilplaats
+aan. Nu het vuur eenmaal brandde, viel het hun niet moeielijk dit te
+onderhouden. Voor 's hands hadden zij geen gebrek aan schelpdieren en
+eieren, die zij op de rotsen en het strand vonden. Nu en dan gelukte
+het hun eenige duiven te vangen, die bij honderden over de bergvlakte
+vlogen, en die zij dan met stokken of steenen doodden. Misschien
+zouden de boomen van het naburige bosch hun wel van eetbare vruchten
+voorzien. En eindelijk had men hier toch zoet water. Men kwam dus
+overeen, dat men nog eenige dagen in de schoorsteenen zou blijven om
+zich tot een ontdekkingstocht gereed te maken, hetzij langs de kust,
+hetzij in het binnenste gedeelte van het eiland.
+
+Zeer vroeg in den ochtend van den 26sten Maart was Nab, die niet aan
+den dood zijns meesters geloofde, de noordelijke richting van het
+eiland gevolgd en hij was teruggekeerd naar het punt, waar de zee
+den ongelukkigen Smith vermoedelijk had verzwolgen.
+
+Toen zij dien dag het middagmaal gebruikt hadden, vroeg Pencroff
+aan den reporter of deze hen naar het bosch wilde vergezellen, daar
+Harbert en hij van plan waren te gaan jagen?
+
+Maar alles wel overlegd, moest er toch iemand thuis blijven, om het
+vuur te onderhouden, en ook voor het geval dat zich misschien mocht
+voordoen, hoewel het zeer onwaarschijnlijk was, dat Nab hulp noodig
+had. De reporter bleef dus.
+
+"Op jacht, Harbert," zeide de matroos. "Wij zullen wel op onzen weg
+jachtgereedschap vinden en ons in het bosch van een geweer voorzien."
+
+Maar op het oogenblik dat zij zouden vertrekken, merkte Harbert op
+dat zij geen zwam hadden en misschien verstandig handelden tondel
+mede te nemen.
+
+Het was toen negen uur in den morgen. Het weer was onstuimig en de
+wind blies uit het zuidoosten.
+
+Harbert en Pencroff sloegen den hoek van de schoorsteenen om, maar
+wierpen eerst een blik op den rook, die boven de rots opsteeg; daarop
+volgden zij den linker oever der rivier.
+
+Toen zij in het bosch kwamen, was Pencroffs eerste werk om twee
+stevige takken af te breken, die hij tot knuppels maakte, en waaraan
+Harbert tegen een rots een punt sleep. Wat zou hij niet hebben willen
+geven om een mes te bezitten! Daarop gingen zij in het hooge gras,
+terwijl zij den steilen oever volgden.
+
+De zeeman beschouwde intusschen aandachtig de gesteldheid en de
+natuur van het land. In het bosch, zoowel als aan de kust, was geen
+spoor van eenig menschelijk wezen te ontdekken. Pencroff zag slechts
+sporen van viervoetige dieren, maar tot welke soort die behoorden,
+kon hij niet nagaan.
+
+Zéér zeker--en dit meende Harbert ook--waren er eenige verslindende
+dieren, waarmede zij ongetwijfeld ook nog te strijden zouden hebben;
+maar nergens was de houw van een bijl op een boomstam te vinden,
+noch de overblijfselen van een uitgedoofd vuur, noch de indruk van
+een voetstap. Dit was misschien nog gelukkig, want op dit eiland,
+in het midden van den Stillen Oceaan, was de tegenwoordigheid van
+een mensch meer te vreezen dan te wenschen.
+
+Harbert en Pencroff spraken weinig, want de moeielijkheden, die de
+weg opleverde waren talrijk en zij vorderden slechts zeer langzaam. Na
+een uur loopen hadden zij nog nauwelijks een mijl afgelegd.
+
+Tot nog toe had de jacht weinig opgeleverd. Soms hoorden zij eenige
+vogels zingen en zagen ze tusschen het groen fladderen, waarop ze
+dan zeer verschrikt wegvlogen alsof de mensch hun een instinctmatigen
+angst inboezemde.
+
+Onder het gevogelte herkende Harbert, in een zeer moerassig gedeelte
+van het bosch, een dier met langen spitsen bek, die veel op een
+ijsvogel geleek. Vooral deed hij aan dezen denken door zijn donker
+gevederte, waarover een metalen glans lag.
+
+"Het moet een boomkruipertje wezen," zeide Harbert, terwijl hij
+beproefde het dier te naderen.
+
+"Dit zou een goede gelegenheid wezen, om zoo'n boomkruipertje eens
+te proeven," hernam de zeeman, "zoo dat vogeltje tenminste geschikt
+is om gebraden te worden."
+
+Op hetzelfde oogenblik wierp de knaap met krachtige hand een steen,
+die het dier aan zijn vleugel trof; maar de worp was niet doodelijk
+geweest, want de boomkruiper vluchtte in allerijl en was in een
+oogenblik uit het gezicht.
+
+"Domkop, die ik ben!" riep Harbert uit.
+
+"Wel neen, beste jongen!" zeide de matroos. "Gij hebt goed gemikt en
+menigeen zou den vogel niet geraakt hebben. Kom, treur er maar niet
+over! Wij zullen hem een andermaal wel vangen!"
+
+De ontdekkingstocht werd voortgezet. Naarmate de jagers verder kwamen,
+werden de boomen schaarscher maar ook prachtiger, hoewel er aan geen
+enkelen eetbare vruchten gevonden werden. Juist vloog er een zwerm
+kleine vogels, met langen staart en prachtige veeren, tusschen het
+geboomte op en bedekte den grond met vederen.
+
+"Het zijn koeroekoes, nietwaar?"
+
+"Ik zou wel zoo graag een parelhoen of een korhoen gehad hebben,"
+antwoordde Pencroff; "maar zij zullen toch ook lekker zijn?"
+
+"Zij smaken uitmuntend, hun vleesch is zelfs zeer fijn," hervatte
+Harbert. "En, zoo ik mij niet vergis, kan men ze gemakkelijk naderen
+en met een stok dooden."
+
+De matroos en de knaap drongen tusschen het gras door en slopen op hun
+teenen naar een zeer lagen tak, waarop een menigte van die vogeltjes
+zaten. Deze koeroekoes loeren op de kleine insecten waarmede zij
+zich voeden.
+
+De jagers richtten zich op en met hun stokken, die zij als zeisen
+hanteeren, doodden zij geheele rijen van deze kleine vogels,
+die er niet aan dachten om weg te vliegen en zich argeloos lieten
+treffen. Een honderdtal lag reeds over den grond gestrooid, toen de
+overigen besloten te vluchten.
+
+"Ziezoo," zeide Pencroff, "nu hebben wij een wild, zooals voegt aan
+jagers, gelijk wij! Wij zouden ze met de hand kunnen grijpen!"
+
+Tegen drie uur 's middags ontdekte men een nieuwe vlucht vogels boven
+zekere boomen, waarvan zij de bessen afplukten, die een welriekenden
+geur verspreidden. Plotseling weerklonk een waar trompetgeschal
+door het bosch. Deze zonderlinge en helderklinkende fanfare was het
+gezang van hoendervogels, welke men in de Vereenigde Staten ook
+aantreft. Weldra kwamen er eenige te voorschijn. Pencroff achtte
+het noodzakelijk om zich van een dezer vogels meester te maken, die
+ongeveer de grootte van een kip hebben en wier vleesch even malsch als
+van een hoen is, maar het ging met zeer veel moeielijkheden gepaard,
+daar men ze niet naderen kon. Na eenige vruchtelooze pogingen, die tot
+geen andere uitkomst leidden dan dat zij de vogels schrik aanjoegen,
+zeide de matroos tot den knaap:
+
+"Zeker moeten wij die, daar men ze niet in de vlucht kan grijpen,
+aan den hengel vangen."
+
+"Als een karper?" riep Harbert verwonderd over dit voorstel uit.
+
+"Als een karper," antwoordde de zeeman op ernstigen toon.
+
+Pencroff had in het gras een zestal nestjes dezer vogels gevonden en
+in elk lagen twee a drie eieren. Hij zorgde wel dat hij deze nestjes
+niet aanraakte, daar ongetwijfeld de eigenaars wel er in terug zouden
+keeren. Om hen te vangen zou hij een net spannen, met een lokaas er
+in. Hij wenkte Harbert op korten afstand van de nestjes nader te komen
+en bracht daar alles tot de vangst in gereedheid. Daarop verscholen
+zij zich beiden achter een boom, waar zij geduldig afwachtten wat
+gebeuren zou. Het behoeft wel niet gezegd te worden dat Harbert weinig
+vertrouwen stelde in de goede uitwerking van zijn toestel.
+
+Toen een half uur verloopen was, gebeurde wat de matroos voorzien had,
+en keerden verscheidene vogels in hun nest terug. Zij trippelden
+rond en zochten op den grond hun voedsel, en schenen volstrekt de
+tegenwoordigheid der jagers niet te bespeuren, die dan ook wel gezorgd
+hadden, dat zij niet door de hoenders bemerkt konden worden.
+
+Inmiddels kwamen de vogels langzamerhand op het lokaas af; Pencroff
+bewoog het nu en dan eens, alsof de wormen nog levend waren.
+
+Zeker is het, dat zich op dat oogenblik een geheel andere gewaarwording
+van den matroos meester maakte dan die, welke de hengelaar gevoelen
+moet, daar deze zijn prooi niet onder het water zien kan.
+
+Spoedig trok het op en neer gaan van het aas de aandacht van de
+hoenders en pikten zij in het lokaas. Op hetzelfde oogenblik had
+Pencroff er verscheidene in zijn bezit.
+
+"Hoezee!" riep hij en snelde naar zijn buit.
+
+Harbert klapte in de handen van vreugde over het welslagen zijner
+poging, want hij had nog nooit vogels met een hengel zien vangen.
+
+Maar daar de avond begon te vallen, achtten zij het raadzamer
+huiswaarts te keeren, en tegen zes uur kwamen zij vermoeid in de
+schoorsteenen aan.
+
+
+
+
+VII.
+
+ Het avondeten.--Een slechte nacht.--Vreeselijke
+ storm.--Nachtelijke tocht.--Strijd met regen en wind.--Op
+ acht mijlen van het eerste kamp.
+
+
+Spoedig hadden zij eenige vogels geplukt en zorgde Pencroff voor een
+meer versterkend maal. Tegen den nacht zette de storm weder op. De zee
+klotste met geweld tegen de rotsen en een zware regenbui viel als een
+dikke mist neer. Hieraan moest men het wegblijven van Nab toeschrijven,
+die ongetwijfeld een nachtverblijf in een rots gevonden had.
+
+Men besloot dan ook, zich niet verder over hem ongerust te maken en
+elk zocht zijn hoekje van den vorigen nacht weder op.
+
+Ondanks het geloei van den storm was Pencroff, die zich aan alle
+weer gewend had, in slaap gevallen. Gideon Spilett alleen was door
+de onrust, die hij omtrent Nab koesterde, wakker gebleven.
+
+Het was ongeveer twee uur 's nachts toen Pencroff, die in een diepen
+slaap gedompeld was, plotseling wakker werd geschud.
+
+"Wat is er?" vroeg hij, en terwijl hij ontwaakte was hij met de
+vlugheid van geest, die den zeeman eigen is plotseling weder geheel
+op de hoogte van den toestand.
+
+De reporter stond naast hem en zeide:
+
+"Luister Pencroff, luister."
+
+De zeeman luisterde aandachtig, maar geen enkel geluid dan het loeien
+van den storm trof zijn oor.
+
+"Het is de wind," zeide hij.
+
+"Neen," antwoordde Gideon Spilett, terwijl hij opnieuw luisterde,
+"ik meen iets gehoord te hebben...."
+
+"Wat dan?"
+
+"Het blaffen van een hond!"
+
+"Een hond!" riep Pencroff uit, terwijl hij overeind sprong.
+
+"Ja,.... blaffen...."
+
+"Het is onmogelijk!" antwoordde de zeeman. "En buitendien, hoe zou
+het kunnen, bij het loeien van den storm...."
+
+"Wacht.... Hoor dan zelf," zeide Spilett.
+
+Pencroff luisterde nog oplettender, en meende nu ook geblaf in de
+verte te hooren.
+
+"Nu!...." zeide de reporter, terwijl hij de hand van den zeeman
+vastgreep.
+
+"Ja, ja!...." antwoordde Pencroff.
+
+"Het is Top! Het is Top!...." riep Harbert uit, die ook ontwaakt was
+en alle drie snelden naar den ingang der schoorsteenen.
+
+Met moeite konden zij buiten komen; de wind hield hen tegen, maar
+eindelijk toch slaagden zij, en konden zij zich, door zich aan de
+rotsen vast te klampen, staande houden.
+
+Het was stikdonker. Eenige oogenblikken stonden de correspondent en
+zijn vrienden stil, als vastgenageld door den storm, doornat van den
+regen en verblind door het zand. Eindelijk hoorden zij weder blaffen,
+en bemerkten zij, dat het geluid nog verre van hen verwijderd was. Geen
+ander dan Top kon het wezen! Maar was hij alleen! Het waarschijnlijkste
+was dat hij alleen was, want zoo Nab zich bij hem bevond, zou hij
+wel naar de schoorsteenen geijld zijn.
+
+De zeeman drukte de hand van Spilett, daar deze hem niet verstaan kon;
+en hiermede gaf hij te kennen:
+
+"Wacht!" en daarop ging hij weder naar binnen.
+
+Een oogenblik later kwam hij met een brandenden takkenbos terug,
+zij wierpen dien in de duisternis, terwijl zij een schel gefluit
+lieten hooren.
+
+Dit teeken scheen verwacht te zijn; dit mocht men ten minste gelooven,
+want het werd weder door een geblaf beantwoord en weldra zagen zij
+een hond de schoorsteenen binnen snellen. Pencroff, Harbert en Gideon
+Spilett volgden hem.
+
+Zij wierpen eenig droog hout op het vuur. Een helder licht verspreidde
+zich in de duisternis.
+
+"Het is Top!" riep Harbert uit.
+
+Het was inderdaad Top, de hond van den ingenieur Cyrus Smith. Maar
+hij was alleen! Noch zijn meester, noch Nab vergezelde hem!
+
+Hoe had zijn instinct hem naar de schoorsteenen geleid, die hij
+volstrekt niet kende. Dit was hun onbegrijpelijk, vooral in deze
+duisternis en met zulk een hevigen storm! Maar wat zij nog minder
+konden verklaren was dat Top volstrekt niet vermoeid noch uitgeput
+scheen en zelfs geen slijk of zand aan zijn pooten had!
+
+Harbert had hem naast zich genomen en omvatte zijn kop met beide
+handen. De hond liet hem rustig begaan.
+
+"Wanneer de hond teruggevonden is, zullen wij den meester ook
+weervinden," zeide Spilett.
+
+"Ik hoop het!" antwoordde Harbert. "Kom, laten wij voortgaan, Top
+zal ons geleiden!"
+
+Pencroff maakte geen tegenwerpingen. Hij begreep dat de terugkomst
+van Top zijn voorgevoel logenstrafte....
+
+"Vooruit!" zeide hij.
+
+Eerst legde hij nog eenige blokken hout op het vuur en daarop
+vertrokken zij allen, voorafgegaan door den hond, die zich eerst nog
+aan de overblijfselen van het avondmaal te goed had gedaan.
+
+De storm had toen zijn toppunt bereikt en daar het nieuwe maan was,
+dus geen straaltje licht op de aarde viel, moesten zij geheel op het
+instinct van Top vertrouwen. De correspondent en Harbert volgden hem,
+en Pencroff sloot den stoet. Het was hun onmogelijk een woord te
+wisselen, daar de regen te veel gedruisch maakte.
+
+Eindelijk kwamen zij achter de rotsen en waren zij dus voor een groot
+gedeelte tegen den wind beschut. Harbert en Spilett stonden stil om
+adem te halen. Nu konden zij elkaar verstaan en antwoorden en toen
+Harbert den naam van Cyrus Smith uitsprak, blafte Top, alsof hij
+zeggen wilde, dat zijn meester gered was.
+
+"Gered, nietwaar?" herhaalde Harbert, "gered Top?"
+
+En de hond blafte als om te antwoorden.
+
+Tegen vier uur in den morgen hadden zij ongeveer vijf mijlen
+afgelegd. Het weer helderde langzamerhand op; maar thans hadden
+zij meer van de koude te lijden, daar hun kleeren volstrekt niet
+dik genoeg waren; maar geen klacht ontsnapte aan hun lippen. Zij
+waren vast besloten het verstandige dier te volgen, waar het hen ook
+brengen mocht.
+
+Tegen zes uur was het klaar dag. De matroos en zijn vrienden waren
+toen ongeveer zes mijlen van de schoorsteenen verwijderd. Zij waren
+thans op een vlakke kust; aan hun linkerzijde verhief zich een keten
+van rotsen, waarvan de toppen alleen boven de zee uitstaken, wanneer
+het vloed was; hier en daar zag men eenige boomen. Op verren afstand
+strekte zich de zoom van het laatste bosch uit.
+
+Op dit oogenblik blafte de hond weder, maar veel gejaagder. Hij liep
+heen en weer en snelde naar den matroos en smeekte hem als het ware
+zijn schreden te verhaasten. De hond sloeg den weg naar de duinen in.
+
+Men volgde hem. Het land scheen geheel verlaten te zijn. Geen levend
+wezen was er te bespeuren. Vijf minuten later stond Top voor een hol
+stil en begon heftig te blaffen. Harbert, Pencroff en Spilett drongen
+er binnen.
+
+Nab lag daar naast een lichaam geknield, dat op eenige droge kruiden
+was uitgestrekt. Het was het lichaam van den ingenieur Cyrus Smith.
+
+
+
+
+VIII.
+
+ Leeft Cyrus Smith?--Nab's verhaal.--Voetstappen in het
+ zand.--Onoplosbare vraag.--De eerste woorden van Cyrus
+ Smith.--Terugkeer naar de schoorsteenen.--Pencroff radeloos.
+
+
+Nab verroerde zich niet. De matroos zeide slechts:
+
+"Leeft hij?"
+
+Nab antwoordde niet, Gideon Spilett en Pencroff werden
+doodsbleek. Harbert vouwde de handen krampachtig samen, maar bleef
+onbeweeglijk staan. Het waarschijnlijkste was, dat de arme neger,
+te zeer overstelpt door zijn eigen smart, noch zijn vrienden gezien,
+noch hun woorden gehoord had.
+
+De reporter knielde naast dat wezenlooze lichaam neder, waarvan hij
+de kleederen losmaakte. Een minuut--een eeuw!.... verliep, terwijl
+Spilett aandachtig naar eenig kloppen van het hart luisterde. Nab had
+zich een weinig opgericht en staarde hen aan zonder te zien. Nog nooit
+had de wanhoop een menschelijk gelaat zoo kunnen veranderen. Nab was
+onkenbaar, uitgeput van vermoeienis en gebroken door zijn smart. Hij
+meende dat zijn meester dood was.
+
+Gideon Spilett stond op na hem lang met aandacht gadegeslagen te
+hebben.
+
+"Hij leeft!" zeide hij.
+
+Pencroff knielde thans op zijn beurt naast Cyrus Smith neder; ook
+hij hoorde het kloppen van het hart en zijn lippen voelden den adem
+van den ingenieur.
+
+Harbert snelde naar buiten, om op verzoek van den correspondent
+water te halen. Een honderd passen ver vond hij een helder stroomend
+beekje. Maar hij had niets om dit water in te scheppen. De knaap
+moest zich dus tevreden stellen met zijn zakdoek daarin te doopen en
+spoedig snelde hij naar de grot terug.
+
+Gelukkig was deze natte zakdoek voor Gideon Spilett voldoende,
+daar hij slechts de lippen van den ingenieur wilde bevochtigen. Deze
+weinige droppelen water hadden een plotselinge uitwerking. Een zucht
+ontsnapte aan de borst van Cyrus Smith en het scheen zelfs dat hij
+wilde beproeven eenige woorden te spreken.
+
+"Wij zullen hem behouden!" riep de reporter.
+
+Nab kreeg bij deze woorden weer eenige hoop. Hij ontkleedde zijn
+meester om te zien of hij ook ergens gewond was. Maar noch het hoofd,
+noch de borst, noch de armen, noch de beenen hadden eenig letsel
+bekomen, zelfs geen enkele schram, iets wat hem zeer verwonderde,
+daar het lichaam van Cyrus Smith toch tegen de rotsen moest zijn
+geworpen. Zelfs de handen waren onbezeerd; het was hem onverklaarbaar
+dat er bij den ingenieur volstrekt geen sporen te bekennen waren van
+de pogingen die hij had moeten doen om over de klippen te komen.
+
+Maar later zou zich deze onbegrijpelijke omstandigheid wel verklaren.
+
+Toen Cyrus Smith weder spreken kon, verhaalde hij hun het
+gebeurde. Voor het oogenblik kwam het er slechts op aan, niets
+onbeproefd te laten, om hem in het leven terug te roepen, en het was
+niet onwaarschijnlijk dat men dit doel door wrijven zou bereiken. Zij
+hadden het aan den duffel van den matroos te danken. De ingenieur
+werd door de aanraking met deze ruwe stof een weinig verwarmd en
+gevoelde zich daardoor in staat om zijn arm even op te lichten
+en zijn ademhaling werd regelmatiger. Hij leed aan uitputting en
+ongetwijfeld zou het, zonder de komst van Spilett en zijn vrienden,
+met Cyrus Smith gedaan zijn geweest.
+
+"Gij dacht dus dat uw meester dood was?" vroeg de matroos aan Nab.
+
+"Ja! dood!" antwoordde Nab, "en zoo Top u niet gevonden had en gij
+niet gekomen waart, zou ik mijn meester begraven hebben en zou ik
+aan zijn zijde zijn gestorven!"
+
+Men ziet dus waarvan het leven van Cyrus Smith had afgehangen.
+
+Nab verhaalde toen hetgeen voorgevallen was. Den vorigen dag, nadat
+hij de schoorsteenen verlaten had, had hij de noordwestelijke richting
+van de kust gevolgd en was dus in dat gedeelte gekomen, wat zij reeds
+doorzocht hadden.
+
+Nab was vastbesloten toch nog eenige mijlen de kust te
+houden. Misschien was het lijk door het opkomen van de zee verder
+opgespoeld. Wanneer een lijk op eenigen afstand van de kust drijft,
+gebeurt het zeer zelden dat de golven het niet vroeg of laat op het
+strand werpen. Nab wist dit en hij wilde zijn meester toch nog voor
+het laatst zien.
+
+"Twee mijlen volgde ik nog de kust," zeide hij, "en waar of ik ook
+zocht, nergens vond ik eenig spoor en begon nu te wanhopen, iets
+van hem te ontdekken toen ik gisteren, omstreeks vijf uur 's avonds,
+eenige indrukken van voetstappen bespeurde."
+
+"Voetstappen?" riep Pencroff uit.
+
+"Ja!" antwoordde Nab.
+
+"En die voetstappen begonnen reeds op de klippen?" vroeg de
+correspondent verder.
+
+"Neen," antwoordde Nab, "op het strand eerst, want tusschen het strand
+en de klippen moeten de voetstappen zijn uitgewischt."
+
+"Ga voort, Nab," zeide Gideon Spilett.
+
+"Toen ik deze voetstappen zag werd ik waanzinnig. Zij waren goed
+zichtbaar en blijkbaar voerden zij naar de duinen. Ik volgde ze een
+halve mijl, maar zorgde wel ze niet uit te wisschen. Vijf minuten
+later, toen de avond begon te vallen, hoorde ik het blaffen van een
+hond. Het was Top en Top bracht mij hierheen, bij zijn meester."
+
+Nab's eerste gedachten waren toen aan zijn makkers geweest. Deze
+zouden hem waarschijnlijk ook nog wel eens voor het laatst willen
+zien! Top was daar. Kon hij niet vertrouwen op het verstand van dit
+edelmoedige dier? Nab sprak toen verscheidene malen den naam van
+Spilett uit, daar hij een van de vrienden van den ingenieur was,
+dien Top het best kende; daarop wees hij hem het zuidelijke gedeelte
+der kust en de hond verwijderde zich in de aangewezen richting.
+
+Men weet, hoe de hond door een bijna bovennatuurlijk instinct geleid
+aan de schoorsteenen was gekomen.
+
+Allen hadden naar dit verhaal aandachtig geluisterd. Er lag iets
+onbegrijpelijks in, dat Cyrus Smith, na alle pogingen die hij moest
+aangewend hebben om aan de golven te ontsnappen en over de klippen
+heen te klimmen, zelfs geen enkele schram bekomen had. En wat hun
+niet minder onverklaarbaar toescheen, was dat de ingenieur op een mijl
+afstand van de kust deze grot in het midden der duinen gevonden had.
+
+Slechts Cyrus Smith zelf kon hun deze vragen ophelderen. Men moest dus
+geduld hebben tot dat hij weer tot zich zelf was gekomen. Gelukkig
+ontwaakte het leven meer en meer in hem. Nab, die naast hem
+zat sprak nu en dan zijn naam uit, maar zijn oogen bleven altijd
+gesloten. Eindelijk kwamen zij overeen daar Pencroff geen vuur bij zich
+had, Smith zoo spoedig mogelijk naar de schoorsteenen over te brengen.
+
+Toch kwam de ingenieur sneller bij kennis dan men had durven
+hopen. Pencroff kwam op het denkbeeld om bij het water, waarmede hij
+zijn lippen bevochtigde, een weinig vet van de vogels te doen, die
+hij meegebracht had. Harbert keerde eindelijk met twee groote schelpen
+terug. De matroos maakte een drank klaar, dien hij langzaam tusschen
+de lippen van den ingenieur liet vloeien, wien het blijkbaar goed deed.
+
+Daarop opende hij de oogen. Nab en de correspondent waren over hem
+heen gebogen.
+
+"Meester! Meester!" riep Nab uit.
+
+De ingenieur hoorde hem. Hij herkende Nab en Spilett, daarna zijn
+beide andere metgezellen, Harbert en Pencroff; zacht raakte hij hen
+met de hand aan.
+
+Toen kwamen eenige woorden over zijn lippen--woorden, die hij zeker
+reeds meer gezegd had en die duidelijk te kennen gaven welke gedachten
+in hem omgingen. Deze woorden waren slechts:
+
+"Eiland of vasteland?"
+
+"Och!" riep Pencroff uit, en hij kon dezen uitroep niet weerhouden,
+"goede hemel, wat zal er dat toe doen, als gij maar leeft, mijnheer
+Cyrus! Eiland of vasteland. Dat zullen wij later wel zien."
+
+De ingenieur knikte toestemmend en scheen weder in te slapen.
+
+Daarop gingen Pencroff en zijn beide vrienden naar de duinen, waar zij
+met geen ander werktuig dan hun handen een dun boompje uit den grond
+haalden. Van de takken maakten zij een bed waarover zij droge bladeren
+en kruiden spreidden, zoodat de ingenieur daarop gelegd kon worden.
+
+Dit was het werk van een half uur en het was tien uur toen Nab en
+Harbert bij den ingenieur terugkeerden, terwijl Gideon Spilett hem
+niet verlaten had.
+
+Cyrus Smith ontwaakte juist. Er kwam weder kleur op zijn wangen, die
+tot nog toe doodsbleek waren geweest. Hij richtte zich een weinig
+op, wierp een blik om zich heen en scheen te vragen waar hij zich
+thans bevond.
+
+Eindelijk vroeg Cyrus Smith op zwakken toon of zij hem niet op het
+strand gevonden hadden?
+
+"Neen," zeide Spilett.
+
+"Zijt gij het dan niet, die mij in deze grot gelegd hebt?"
+
+"Neen."
+
+"Hoever is de grot van de klippen verwijderd?"
+
+"Ongeveer een halve mijl," antwoordde Pencroff, "en zoo gij verwonderd
+zijt, mijnheer Smith, wij zijn niet minder verbaasd u hier te vinden."
+
+"Inderdaad," hernam de ingenieur die langzamerhand meer belang in
+alles begon te stellen, "inderdaad, dat is zeer zonderling!"
+
+"Maar," zeide de matroos, "kunt gij ons zeggen, wat er met u
+voorgevallen is, sedert gij door dien golfslag medegevoerd werd?"
+
+Cyrus Smith bedacht zich een oogenblik. Hij wist er weinig van. De
+golfslag had hem uit het net gerukt. Hij was eerst in de diepte
+verdwenen. Toen hij op de oppervlakte der zee terugkwam, voelde
+hij in deze halve duisternis een levend wezen naast zich. Het was
+Top, die hem ter hulp was gesneld. Hij bevond zich te midden der
+onstuimige golven, op geen grooteren afstand dan een halve mijl van
+de kust verwijderd. Hij beproefde tegen de golven te worstelen, door
+te zwemmen. Top hield hem aan zijn kleederen vast. Toen hij plotseling
+door den storm werd medegevoerd en nadat hij een half uur lang zich er
+met kracht tegen verzet had, moest hij zich laten drijven en sleepte
+hij Top in den afgrond mede. Van dat oogenblik af totdat hij zich in
+de armen zijner vrienden bevond, herinnerde hij zich niets meer.
+
+"Toch moet gij kracht genoeg gehad hebben," zeide Pencroff, "om, toen
+gij op het strand geworpen waart, van daar naar deze grot te loopen,
+want Nab heeft hier uw voetstappen ontdekt."
+
+"Ja.... dat moet wel...." antwoordde de ingenieur peinzend. "En gij
+hebt volstrekt geen spoor van eenig menschelijk wezen gevonden?"
+
+"Geen enkel," antwoordde Spilett. "En bovendien, zoo gij toevallig
+door iemand gered waart, welke redenen zou die persoon hebben u te
+verlaten nadat hij u aan de golven had ontrukt."
+
+"Ge hebt gelijk, beste Spilett.--Zeg Nab," ging hij voort, terwijl hij
+zich tot zijn bediende wendde, "gij waart het niet.... ge zult toch
+niet gedachteloos iets gedaan hebben.... terwijl ge.... Neen, dat is
+al te ongerijmd.... Zijn er nog van die voetstappen te zien?" vroeg
+Cyrus Smith.
+
+"Ja, meester," antwoordde Nab, "hier bij den ingang zijn er nog
+eenige. De overige zijn door den storm en den regen uitgewischt."
+
+"Pencroff," hernam Cyrus Smith, "wilt gij mijn schoenen medenemen en
+zien of zij dezelfde indrukken maken?" De matroos deed wat hem gevraagd
+werd. Harbert en hij gingen, geleid door Nab, naar de plaats waar de
+indrukken te vinden waren, terwijl Cyrus Smith tot den reporter zeide:
+
+"Er hebben onverklaarbare dingen plaats gehad!"
+
+"Onverklaarbare!" beaamde Spilett.
+
+"Maar laten wij er niet langer over denken, later spreken wij er
+nader over." Een oogenblik daarop kwamen de matroos, Nab en Harbert
+weder terug.
+
+Er viel thans niet meer te twijfelen. De schoenen van den ingenieur
+pasten juist in de voetsporen. Het was dus Cyrus Smith, die ze in
+het zand gedrukt had.
+
+"Ik was het dus die deze zinsverbijstering onderging, terwijl ik
+dacht dat het Nab geweest was. Ik moet in mijn slaap gewandeld hebben,
+zonder te weten waarheen ik mijn schreden richtte; en het was dus Top,
+die door zijn instinct geleid, mij hierheen bracht, na mij gered te
+hebben.... Kom eens hier Top! mijn beste trouwe hond!"
+
+De prachtige hond sprong blaffend tegen zijn meester op en werd
+overladen met liefkoozingen.
+
+Tegen den middag gevoelde Cyrus Smith zich in staat, gesteund door
+den arm van Spilett, naar de schoorsteenen te gaan.
+
+Men bracht nu de draagbaar. Cyrus Smith strekte zich op het mos en
+de droge bladeren uit, terwijl Pencroff en Nab de baar tusschen zich
+namen. Acht mijlen moesten zij afleggen; en daar zij niet snel zouden
+kunnen loopen en zeker nog wel eens dikwijls stil zouden moeten staan,
+kon men rekenen dat er zes uur zouden voorbijgaan eer de schoorsteenen
+bereikt waren.
+
+Tegen vijf uur waren zij hun doel nabij en bevonden zij zich vóór
+hun woning. Allen stonden stil en zetten de draagbaar op het zand
+neer. Cyrus Smith lag in een diepen slaap en ontwaakte niet.
+
+De grond voor de schoorsteenen was geheel door den opgekomen vloed
+doorweekt. Pencroff snelde naar binnen, want plotseling had zich een
+gedachte van hem meester gemaakt.
+
+Oogenblikkelijk daarop keerde hij terug en staarde roerloos zijn
+vrienden aan....
+
+Het vuur was uitgedoofd. De tondel die de plaats van zwam kon innemen
+was verdwenen. De zee was zeer ver in de schoorsteenen doorgedrongen
+en had alles verwoest wat daar aanwezig was.
+
+
+
+
+IX.
+
+ Cyrus is er.--Pogingen van Pencroff.--Wrijven van hout.--Eiland
+ of vastland?--De plannen van den ingenieur.--Op welk punt van
+ de Zuidzee?--In het dichtst van het woud.--De pijnboom.--De
+ jacht.--Rook die veel belooft.
+
+
+Met weinige woorden werden Gideon Spilett, Harbert en Nab op de
+hoogte van den toestand gebracht. Deze gebeurtenis die zeer ernstige
+gevolgen kon hebben,--Pencroff zag het ten minste zoo in,--had
+een verschillende uitwerking op de metgezellen van den braven
+zeeman. Nab was zoo verheugd zijn meester te hebben weergevonden, dat
+hij niet luisterde en zelfs volstrekt niet wilde letten op hetgeen
+Pencroff zeide. Harbert scheen eenigermate de vrees van den zeeman
+te deelen. Wat den verslaggever betreft, deze antwoordde slechts op
+de woorden van Pencroff.
+
+"Op mijn woord van eer, Pencroff, het is mij volmaakt onverschillig! Is
+Cyrus er dan niet? Leeft onze ingenieur niet? Hij zal wel weten hoe
+hij ons vuur kan verschaffen?"
+
+"Waarmee dan?"
+
+"Met niets."
+
+Wat moest Pencroff daarop antwoorden? Hij antwoordde niet, want in zijn
+binnenste deelde hij het vertrouwen, dat zijn metgezellen in Cyrus
+Smith stelden. De ingenieur was voor hem een vereeniging van alle
+menschelijke wetenschappen en kennis! Het kwam op hetzelfde neer of
+men met Cyrus op een verlaten eiland was, dan wel zonder Cyrus in de
+meest welvarende stad van de Unie. Met hem kon men aan niets gebrek
+hebben. Met hem behoefde men nooit te wanhopen. Al had men dezen
+goeden lieden gezegd, dat een vulkaansche uitbarsting dit land zou
+vernietigen, dat het verzinken zou in de peillooze diepte van de Stille
+Zee, zij zouden kalm geantwoord hebben: "Cyrus is daar! Daar is Cyrus!"
+
+Cyrus Smith moest nu vóór alles onder gebracht worden; men bereidde
+hem zoo goed mogelijk een bed van zeegras en de diepe slaap, waarin
+hij weldra verzonk, herstelde spoedig zijn krachten.
+
+De nacht was ingevallen en de temperatuur begon tegelijkertijd kouder
+te worden door het draaien van den wind naar het noordoosten. Daar
+de zee de beschuttingen had verwoest, die Pencroff op verscheidene
+plaatsen had aangebracht, begon het zoo te tochten dat de schoorsteenen
+bijna onbewoonbaar werden. Het zou er dus slecht voor den ingenieur
+hebben uitgezien, indien zijn lotgenooten hem niet zorgvuldig toegedekt
+hadden, door zich zelve van hun overkleederen te ontdoen.
+
+Het avondeten bestond dien avond slechts uit die onvermijdelijke
+lithodomen, waarvan Harbert en Nab er zooveel op de kust hadden
+gevonden; zij wisten echter op de hoogste rotsen nog een eetbare
+plant te vinden, die nog al in den smaak viel van den correspondent
+en zijn lotgenooten.
+
+"Toch wordt het tijd, dat Cyrus ons te hulp komt," zeide de zeeman.
+
+Het werd intusschen zeer koud en ongelukkig genoeg, men had geen
+enkel middel om de koude tegen te gaan.
+
+De zeeman, die inderdaad ongerust werd, beproefde op alle mogelijke
+manieren vuur te maken. Nab hielp hem zelfs daarbij. Hij had eenig
+droog mos gevonden en door twee keisteenen tegen elkander te slaan,
+verkreeg hij vonken; maar het mos, was niet brandbaar genoeg en vatte
+geen vlam; die vonken waren toch slechts gloeiende stukjes vuursteen
+en hadden niet dezelfde bestanddeelen als die, welke aan het staal
+bij het vuurslaan ontspringen. De poging gelukte dus niet.
+
+Pencroff beproefde vervolgens, hoewel hij er niet veel van verwachtte,
+om, in navolging van de wilden, twee stukken droog hout tegen
+elkander te wrijven. Wanneer volgens de nieuwe theorie, de beweging,
+die Nab en hij maakten, in warmte moest overgaan, dan zou deze zeker
+voldoende zijn geweest om het water voor een stoomketel aan de kook
+te brengen! De uitkomst echter leidde tot niets. De stukken hout
+werden warm, dat was alles, en zelfs niet eens zoo warm als zij,
+die de beweging maakten.
+
+Na een uur gewreven te hebben, gudste Pencroff het zweet uit alle
+poriën en hij wierp spijtig de stukken hout weg.
+
+"Als het waar is, dat de wilden op deze manier vuur maken," zeide hij,
+"dan zou het zelfs in den winter warm zijn! Door zoo te wrijven zou
+ik nog eerder mijn armen in brand steken!"
+
+Pencroff vergat dat niet alle soorten van hout er toe geschikt zijn
+en dat hij er niet den slag van had.
+
+Harbert had den zeeman gadegeslagen en de stukken hout opgenomen,
+toen deze ze wegwierp; hij begon met grooten ijver te wrijven en hij
+antwoordde, toen Pencroff hem spottend toeriep:
+
+"Wrijf maar, mijn jongen, wrijf maar."
+
+"Ik wrijf alleen om mij zelf warm te maken evenals gij het er door
+zijt geworden, Pencroff."
+
+Wat er ook gebeurde, zij moesten zich dien nacht ter ruste leggen
+zonder er in geslaagd te zijn vuur te maken.
+
+Spilett, Harbert, Nab en Pencroff strekten zich in een van de gangen
+op het zand uit en Top sliep aan de voeten van zijn meester.
+
+Toen de ingenieur den volgenden morgen, 28 Maart, tegen acht uur
+ontwaakte, zag hij zijn metgezellen om zich geschaard, die op zijn
+ontwaken wachtten; evenals den vorigen avond, waren zijn eersten
+woorden:
+
+"Eiland of vasteland?"
+
+Men ziet, deze gedachte vooral hield hem bezig.
+
+"Dit is nu juist wat wij niet weten, mijnheer Smith!" antwoordde
+Pencroff.
+
+"Weet gij dat nog niet?..."
+
+"Maar wij zullen het weten," voegde Pencroff er bij, "wanneer gij
+ons door dit land den weg hebt gewezen."
+
+"Ik geloof wel het te kunnen ondernemen," antwoordde de ingenieur
+die zonder veel inspanning opstond en bleef staan.
+
+"Dat gaat al goed!" riep de zeeman uit.
+
+"Ik zou bijna van honger omkomen," antwoordde Cyrus Smith. "Vrienden,
+ik moet iets te eten hebben, en dan ben ik ter uwer beschikking.--Er
+is vuur, nietwaar?"
+
+Het duurde eenige oogenblikken, voordat er antwoord op deze vraag
+kwam. Pencroff zeide eindelijk:
+
+"Helaas, wij hebben geen vuur, of liever, mijnheer Smith, wij hebben
+geen vuur meer!"
+
+Hij vertelde vervolgens, wat er den vorigen avond gebeurd was. Smith
+gebruikte inmiddels zijn sober maal, en toen dit genuttigd was,
+kruisde hij zijn armen en zeide:
+
+"En dus, mijn vrienden, gij weet nog niet of het lot ons op het
+vasteland of wel op een eiland geworpen heeft?"
+
+"Neen, mijnheer Smith," was het antwoord.
+
+"Morgen zullen wij het weten," hernam de ingenieur. "Tot zoolang
+staat ons niets te doen."
+
+"Zeker wel," gaf Pencroff ten antwoord.
+
+"Wat dan?"
+
+"Vuur," zeide de zeeman, die ook van zijn kant een idée fixe had.
+
+"Wij zullen vuur maken, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith.--"Heb ik
+gisteren niet, terwijl gij mij vervoerdet, in het westen een berg
+gezien die boven alles uitsteekt?"
+
+"Ja," antwoordde Gideon Spilett, "een berg, die hoog genoeg moet
+zijn...."
+
+"Goed," hernam de ingenieur. "Morgen zullen wij den top bestijgen
+en zien of dit land een eiland of het vasteland is. Tot zoolang,
+ik herhaal het, is er niets te doen."
+
+"Toch wel, vuur!" hernam nogmaals de koppige matroos.
+
+"Maar men zal vuur maken!" antwoordde Gideon Spilett. "Een beetje
+geduld, Pencroff."
+
+De zeeman zag Gideon Spilett aan, alsof hij zeggen wilde: "Indien
+gij er alleen voor staat om het ons te geven, dan zullen wij nog zoo
+spoedig geen biefstuk bakken!" Maar hij zweeg.
+
+Cyrus Smith echter had nog niets geantwoord. De quaestie om vuur te
+maken scheen hem al zeer weinig bezig te houden. Gedurende eenige
+oogenblikken bleef hij in gedachten verzonken. Eindelijk nam hij het
+woord en zeide:
+
+"Mijne vrienden, onze toestand is misschien ellendig, maar hij is
+in ieder geval zeer eenvoudig. Of wij zijn op een vasteland, en dan
+kunnen wij ten koste van meerdere of mindere vermoeienis, een bewoond
+punt bereiken; òf wel, wij zijn op een eiland. In dit laatste geval
+blijven ons slechts twee dingen over; indien het eiland bewoond is, dan
+zullen wij het met zijn bewoners trachten te vinden; is het verlaten,
+dan zullen wij trachten ons alleen te redden en ons hier vestigen,
+alsof wij het nooit moesten verlaten!"
+
+"Nooit!" riep de verslaggever uit. "Zegt gij nooit! mijn waarde Cyrus?"
+
+"Het is beter, dadelijk het ergste van de zaken te zien," antwoordde
+de ingenieur, "en betere uitkomst als een verrassing te beschouwen."
+
+"Flink!" zeide Pencroff. "En men moet ook nog hopen, dat dit eiland,
+als het er een is, niet juist geheel buiten den weg der schepen
+ligt! Dat zou al zoo ongelukkig mogelijk zijn!"
+
+"Wij zullen niet eer weten waar ons aan te houden, vóórdat wij den
+berg hebben bestegen," antwoordde de ingenieur.
+
+"Maar, mijnheer Cyrus, zult gij morgen de vermoeienis van dien tocht
+kunnen doorstaan?" vroeg Harbert.
+
+"Ik hoop het," antwoordde de ingenieur, "maar onder voorwaarde dat
+Pencroff en gij, mijn jongen, zult toonen knappe en handige jagers
+te zijn."
+
+"Mijnheer Cyrus," viel de zeeman hem in de rede, "daar gij nu toch
+van wild spreekt, als ik, bij mijne terugkomst, even zeker kon zijn
+het wild te zien braden, als ik nu zeker ben het thuis te brengen...."
+
+"Breng het maar eerst thuis, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith.
+
+Men kwam overeen, dat de ingenieur en de correspondent den dag in de
+schoorsteenen zouden doorbrengen, om de kust en de hooge vlakte te
+onderzoeken. Nab, Harbert en de zeeman zouden intusschen naar het bosch
+terugkeeren, een nieuwen voorraad hout opdoen en zich meester maken
+van elken vogel of van elk stuk wild, dat onder hun bereik mocht komen.
+
+Tegen tien uur in den morgen gingen zij op weg, Harbert vol vertrouwen,
+Nab vroolijk en Pencroff binnensmonds mompelende:
+
+"Als ik bij mijn terugkomst vuur in huis vind, dan heeft het onweder
+in eigen persoon het er aangebracht!"
+
+Zij kwamen overeen om met de jacht te beginnen en op den terugtocht
+hout in te zamelen. In plaats van, zooals den vorigen keer, de rivier
+te volgen, drongen zij dieper in het bosch door, maar dit beantwoordde
+niet aan hunne verwachting, want na een uur geloopen te hebben,
+hadden zij nog geen wild gezien.
+
+De zon had haar hoogste standpunt nog niet bereikt; de tocht duurde
+nog maar altijd voort. Eindelijk werden zij beloond; Harbert ontdekte
+namelijk een soort van denneboom, waarvan de vruchten eetbaar waren
+en veel overeenkomst met amandelen hadden.
+
+"Dat gaat goed," zeide Pencroff, "zeeplanten in plaats van brood, rauwe
+mosselen in plaats van vleesch en amandelen tot dessert, dat is wel een
+diner voor menschen die geen enkelen lucifer meer in hun zak hebben!"
+
+"Ge moet niet klagen," antwoordde Harbert.
+
+"Ik klaag niet, mijn jongen," hernam Pencroff, "ik herhaal slechts,
+dat het vleesch wel een beetje te veel ontbreekt bij dat maal!"
+
+"Top denkt er anders over...." riep Nab uit, die op een kreupelboschje
+toeliep, waarin de hond blaffend verdwenen was. Het keffen van Top
+vermengde zich met een zonderling geknor.
+
+De zeeman en Harbert waren Nab gevolgd. Nauwelijks waren de jagers in
+het boschje of zij zagen Top, die een beest bij een oor vasthield. Het
+was een soort varken, ongeveer twee en een halven voet lang, bruinzwart
+van kleur met een harde, maar niet zeer dikke huid, en pooten waarvan
+de teenen, die op dat oogenblik aan den grond als genageld stonden,
+door vliezen verbonden waren.
+
+Harbert meende dat het een moeraszwijn was, dat is te zeggen, het
+grootste soort van de orde der knaagdieren.
+
+Intusschen verweerde het dier zich volstrekt niet tegen den
+hond. Het keek dom uit zijn oogen, diep verborgen in een dikke laag
+vet. Misschien was dit de eerste maal dat het menschen voor zich zag.
+
+Nab had zijn stok stevig in de hand genomen en wilde het knaagdier
+afmaken, toen dit zich eensklaps uit de tanden van Top, die slechts een
+stuk van het oor behield, losrukt, een vreeselijk gebrul uitstoot,
+op Harbert aanvliegt, dezen op den grond werpt en daarna in het
+bosch verdwijnt.
+
+"Ha! die schelm," riep Pencroff uit.
+
+Onmiddellijk volgden zij de sporen van Top en op het oogenblik dat zij
+het beest nabij waren verdween het onder water in een grooten poel,
+door eeuwenoude pijnboomen omringd.
+
+Nab, Harbert en Pencroff stonden onbeweeglijk. Top was in het water
+gesprongen, maar het dier verscheen niet weer.
+
+"Wij moeten wachten," zeide de knaap, "want het zal weldra komen om
+adem te halen."
+
+"Zou het niet verdrinken?" vroeg Nab.
+
+"Neen," antwoordde Harbert, "het heeft zwemvliezen en is dus een
+amphibie. Maar wij moeten opletten."
+
+Top bleef te water. Pencroff en zijn metgezellen gingen ieder aan
+een kant staan, om het beest elken uitweg af te snijden.
+
+Harbert had zich niet vergist. Weinige oogenblikken later verscheen
+het zwijn aan de oppervlakte van het water. Top wierp zich in een
+sprong op hem en belette het op nieuw onder te duiken. Het volgende
+oogenblik was het dier door een slag van den stok van Nab afgemaakt.
+
+"Hoezee!" riep Pencroff, die gaarne door dien kreet zijn vreugde
+uitte. "Nu nog slechts een gloeiend kooltje en dit knaagdier zal zelf
+tot op de beenderen afgeknaagd worden!"
+
+Pencroff laadde het zwijn op zijn schouders en den stand der zon
+gadeslaande, oordeelde hij, dat het ongeveer twee uur zou zijn en
+gaf bevel tot den terugtocht.
+
+Dank zij het instinct van Top, konden de jagers den weg, dien zij
+gekomen waren, terugvinden. Een half uur later waren zij aan den oever
+van de rivier. De zeeman was nog op vijftig passen van de schoorsteenen
+verwijderd, toen hij op nieuw een oorverdoovend hoezee aanhief en op
+den steenhoop wijzende, uitriep:
+
+"Nab! Harbert! Zie eens!"
+
+Een rookwolk steeg kronkelend boven de rotsen op!
+
+
+
+
+X.
+
+ Eene uitvinding van den ingenieur.--De vraag, die Cyrus Smith
+ bezig houdt.--Op weg naar het gebergte.--Het woud.--Vulkanische
+ bodem.--Vreemde dieren.--De eerste vlakte.--Een nacht in de
+ open lucht.--De top van den kegel.
+
+
+Eenige oogenblikken later stonden de drie jagers voor een knetterend
+vuur. Cyrus Smith en de correspondent bevonden zich daar eveneens,
+Pencroff staarde hen aan, zonder een woord te zeggen, met zijn zwijn
+in de hand.
+
+"Zeker, zeker, mijn jongen," riep de verslaggever uit. "Vuur waarachtig
+vuur, dat dit prachtige stuk wild, waaraan wij ons straks te goed
+zullen doen, heerlijk zal braden!"
+
+"Maar wie heeft dit aangemaakt?" vroeg Pencroff.
+
+"De zon!"
+
+Het antwoord van Gideon Spilett was zeer juist. De zon had deze warmte
+aangebracht, waarover Pencroff zich verwonderde. De zeeman kon zijn
+oogen niet gelooven, en hij was zoo buiten zich zelf van verbazing,
+dat hij er niet eens aan dacht den ingenieur naar de toedracht der
+zaak te vragen.
+
+"Hadt gij dan een brandglas, mijnheer?" vroeg Harbert aan Smith.
+
+"Neen, mijn jongen," antwoordde hij, "maar ik heb er een gemaakt."
+
+En hij liet hem den toestel zien, dien hij voor brandglas gebruikt
+had. Het waren slechts de glazen van de horloges van den correspondent
+en van hem. Na ze met water gevuld en de randen door middel van een
+weinig klei hermetisch aaneengesloten te hebben, had hij een brandglas
+vervaardigd, dat, door de zonnestralen op een stuk zeer droog mos te
+concentreeren, de ontbranding had veroorzaakt.
+
+De zeeman beschouwde den toestel en keek toen den ingenieur aan zonder
+een woord te spreken. Maar zijn blik zeide genoeg! Was Cyrus Smith
+voor hem al niet een God, zeker was hij meer dan een mensch. Eindelijk
+kreeg hij zijn spraak terug en riep uit:
+
+"Teeken dat aan mijnheer Spilett, teeken dat in uw boek aan."
+
+"Het is reeds aangeteekend," antwoordde de verslaggever.
+
+Weldra had de zeeman, met behulp van Nab, het zwijn aan het
+braadspit. De ingenieur en zijn metgezel hadden hun dag goed besteed,
+de schoorsteenen waren weder bewoonbaar geworden, doordat de reten met
+steen en zand dicht waren gemaakt en de gloed van het vuur zich ook
+daar deed gevoelen. Cyrus Smith had zijn krachten weder teruggekregen
+en staarde, in gepeins verzonken, naar den top van den berg, dien zij
+den volgenden dag zouden bestijgen. Die berg lag ongeveer op zes mijlen
+noord-westelijk en verhief zich, naar zijn schatting, drie duizend
+vijf honderd voet boven de oppervlakte der zee. Bijgevolg kon iemand,
+die op den top stond den horizon met een straal van minstens vijftig
+mijlen overzien. Cyrus Smith zou dus waarschijnlijk zonder moeite,
+de quaestie van "vasteland of eiland" kunnen oplossen, welke hij,
+niet zonder reden, de gewichtigste van allen oordeelde.
+
+Het avondeten werd met grooten smaak genuttigd en na eenige groote
+blokken hout op het vuur geworpen te hebben, begaven zich allen
+ter ruste.
+
+Den volgenden morgen om half acht waren Cyrus Smith en zijn
+lotgenooten, met stokken gewapend, gereed om den tocht te
+ondernemen. De rest van het zwijn was voldoende voedsel voor vier en
+twintig uur; zij hoopten onder weg echter nieuwen voorraad op te doen;
+en de glazen waren dan ook weer op de horloges van den ingenieur en
+den verslaggever gezet.
+
+Op raad van Pencroff volgde men den reeds afgelegden weg door het
+bosch, daar dit de naaste naar den berg was. Toen zij aan den zoom van
+het bosch waren, begon de weg een weinig te hellen. Ten tien uur maakte
+men even halt op een plaats vanwaar men den berg in het gezicht had.
+
+"Wij zijn op vulkanisch terrein," zeide Smith tot zijn
+metgezellen. Harbert maakte hen opmerkzaam op versche sporen van
+groote dieren, wilde of andere.
+
+"Die beesten zullen ons misschien ongaarne hun gebied afstaan,"
+merkte Pencroff op.
+
+"Welnu," antwoordde de correspondent, die in Indië reeds tijgerjachten
+had mee gemaakt en in Afrika de leeuwen had vervolgd, "wij zullen
+ons van hen trachten te ontdoen. Maar laten wij intusschen op onze
+hoede zijn."
+
+Om twaalf uur werd er een tweede halt gemaakt om te ontbijten,
+waarna het troepje zich weer in beweging zette, maar nu door vrij
+dik kreupelhout. In de schaduw fladderde een groot aantal vogels,
+tot het geslacht der fazanten behoorende. Gideon Spilett doodde met
+een steenworp een van deze vogels, waarop Pencroff, die waarschijnlijk
+door de lucht honger had gekregen, gulzige blikken wierp.
+
+De weg werd voortdurend moeielijker, want hij ging nu steil naar
+de hoogte en ieder moest nauwkeurig toezien, waar hij zijn voet
+zette. Nab en Harbert gingen vooraan, Pencroff was de laatste;
+tusschen hen in liepen Cyrus en de verslaggever. De dieren, die op
+deze hoogte verblijf hielden--en hun sporen ontbraken niet--moesten
+noodzakelijk behooren tot die rassen met vasten voet en lenig lichaam,
+waartoe de gemzen en wilde geiten behooren. Men zag er zelfs eenigen,
+maar Pencroff scheen ze niet met een juisten naam aan te duiden,
+want eensklaps riep hij uit:
+
+"Schapen!"
+
+Allen bleven stilstaan op vijftig passen afstand van een half dozijn
+groote dieren met krachtige horens, die naar achteren gebogen en plat
+aan het uiteinde waren, hun vacht was wollig, maar verborgen onder
+lang zijdeachtig haar van licht gele kleur.
+
+Het waren geen gewone schapen, maar een soort, dat algemeen gevonden
+wordt in de bergen der gematigde luchtstreken en waaraan Harbert den
+naam gaf van wilde rammen.
+
+"Zitten er ook bouten en koteletten aan?" vroeg de zeeman.
+
+"Ja," antwoordde Harbert.
+
+"Nu dan zijn het ook schapen!" hernam Pencroff.
+
+Deze beesten bleven onbeweeglijk en met verwonderden blik tusschen de
+blokken basalt staan alsof zij voor de eerste maal menschelijke wezens
+aanschouwden. Toen verdwenen zij in een paar sprongen achter de rotsen.
+
+"Tot weerziens!" riep Pencroff hun op zulk een echt komischen toon na,
+dat zijn metgezellen begonnen te lachen.
+
+Zeven uur lang waren zij bergopwaarts gegaan; de duisternis viel in en
+men besloot te kampeeren om de krachten te herstellen, het avondeten
+te nuttigen en vervolgens te slapen. Het weer was prachtig, de hemel
+onbewolkt en de nacht nog niet geheel donker. Te midden van eenige
+rotsen vond men een schuilplaats. Hoewel de brandstof niet overvloedig
+was, wisten de zeeman, Nab en Harbert spoedig zooveel mos en droog
+hout bij elkander te zoeken, dat er binnen weinige oogenblikken een
+knetterend vuurtje opvlamde, dat alleen diende om de koude nachtlucht
+een weinig tegen te gaan. Nab bewaarde den fazant voor den volgenden
+dag, de overblijfsels van het zwijn en eenige dozijnen amandelen
+vormden nu het souper. Het was nog geen half zeven, toen dit reeds
+afgeloopen was.
+
+Cyrus Smith kwam op de gedachte om, voor hij ter ruste ging, den
+omtrek nog eens op te nemen; hij wilde zich overtuigen of men het
+pad kon volgen dat rondom dezen kegel liep, voor het geval dat de
+zijden te stijl mochten zijn en men den top aldus niet zou kunnen
+bereiken. Kon men echter geen van beiden, dan was het onmogelijk het
+westelijke gedeelte van de streek op te nemen en men zou het doel
+van den tocht gedeeltelijk missen.
+
+Zonder zijn vermoeienis te tellen, liet de ingenieur Pencroff en
+Nab voor slaapplaatsen zorgen, Gideon Spilett zijn aanteekeningen
+schrijven en volgde hij zelf den weg, die om den top liep. Harbert
+vergezelde hem.
+
+Na een marsch van ongeveer twintig minuten, konden Smith en Harbert
+niet verder: op dat punt vloeide de helling der beide kegels ineen;
+ter zelfder tijd werd hun echter de kans geopend om regelrecht op den
+top af te gaan. Zij bevonden zich namelijk voor een diepe spleet in
+den berg. Het was de mond van den krater, die zich bovenaan bevond,
+de hals, als het ware, waardoor de vloeibare stoffen uitgeworpen
+werden in den tijd dat de vulkaan nog in werking was. De lava was
+hard geworden, het metaalschuim had zich gezet en vormde een soort
+van natuurlijke trap met breede treden, die het beklimmen van den
+top van den berg gemakkelijk maakten.
+
+In een oogopslag overzag Cyrus Smith den stand van zaken en, zonder
+aarzelen, begaf hij zich, door zijn jeugdigen makker gevolgd,
+in de groote spleet te midden van een diepe duisternis. Men moest
+nog ongeveer duizend voet stijgen. Zou de helling binnen den krater
+begaanbaar zijn? Men moest het onderzoeken. De ingenieur wilde zijn
+tocht voortzetten, zoolang hij door niets daarin belemmerd werd.
+
+Wat den vulkaan zelf betrof, het viel geen oogenblik te betwijfelen
+of hij was geheel uitgedoofd. Geen rookwolkje steeg er uit. Geen
+vlam was er in de diepte zichtbaar. Geen gerommel, geen geluid, geen
+beweging kwam er uit deze donkere put, die mogelijk doordrong tot in
+het binnenste der aarde. Zelfs de atmosfeer in den krater was door
+geen enkelen zwavelachtigen damp bezwangerd. Het was meer dan een
+sluimerende vulkaan, het was een geheel uitgedoofde.
+
+De poging van Cyrus Smith moest slagen. Langzamerhand zagen Harbert en
+hij, terwijl zij stegen, den krater boven hun hoofd wijder worden. Het
+gedeelte van den hemel dat zij boven zich zagen werd al grooter en
+grooter. Bij elken stap, dien Smith en Harbert deden kregen zij nieuwe
+sterren in het gezicht. Het schitterde prachtig.
+
+Het was even voor acht uur toen Cyrus Smith en Harbert hun voet zetten
+op den top van den berg.
+
+Het was geheel duister en zij konden niet verder dan twee mijlen
+zien. Werd dit onbekende land door de zee omgeven, of hechtte het zich
+in het westen aan eenig vasteland van de Stille Zee? Men kon het nog
+niet onderscheiden. In het westen maakte een nevelachtige streep,
+die scherp tegen den horizon afstak, de duisternis nog grooter en
+het oog kon niet beslissen of hemel en water in éen lijn samenvloeiden.
+
+Plotseling echter vertoonde zich een flauw licht aan een punt van
+den horizon, dat langzaam daalde, naarmate de wolk steeg.
+
+Het was de smalle sikkel van de maan, die weldra zou verdwijnen;
+maar haar licht was voldoende om de lijn van den horizon, waarvoor
+de wolk verdwenen was, duidelijk af te teekenen, en de ingenieur zag
+een oogenblik haar beeld zich in een vloeiende oppervlakte trillend
+weerspiegelen.
+
+Cyrus Smith vatte de hand van den knaap en zeide op ernstigen toon,
+op het oogenblik dat de maan in de golven verdween:
+
+"Een eiland!"
+
+
+
+
+XI.
+
+ Op den top van den kegel.--Het binnenste van den krater.--De
+ zee rondom.--Geen land in zicht.--De kust in vogelvlucht
+ gezien.--Is het eiland bewoond?--Doop der baaien, golven,
+ kapen en rivieren.--Het eiland Lincoln.
+
+
+Een half uur later waren Cyrus Smith en Harbert weder op weg naar hun
+kamp. De ingenieur zeide slechts tot zijn metgezellen, dat het land,
+waarop zij geworpen waren, een eiland was, en dat men den volgenden
+dag verder zou overleggen. Vervolgens maakte ieder het zich zoo
+gemakkelijk mogelijk om te slapen en in dat hol van basalt op een
+hoogte van vijf en twintig honderd voet boven de oppervlakte der zee,
+smaakten "de eilandbewoners" een diepe rust.
+
+Den volgenden morgen, 30 Maart, wilde de ingenieur, na een sober
+ontbijt, uit een gebraden geit bestaande, weder den top van den
+vulkaan bestijgen, teneinde nauwkeurig het eiland op te nemen,
+waarop hij en de zijnen gevangen waren, misschien zelfs levenslang,
+indien het op grooten afstand van elk land gelegen was, of wanneer het
+niet in den weg lag van de schepen, welke de archipel der Stille Zee
+bezoeken. Ditmaal volgden allen hem op zijn ontdekkingstocht. Ook
+zij wilden het eiland zien, dat al hun behoeften zou moeten
+bevredigen. Cyrus Smith volgde denzelfden weg als den vorigen dag. Het
+was prachtig weer. De zon steeg aan een effen hemel en verlichtte
+met haar stralen het geheele oostelijk gedeelte van den berg.
+
+Men kwam bij den krater. De ingenieur zou hem zelfs in de duisternis
+teruggevonden hebben. Nog voor twee uur waren Smith en zijn metgezellen
+op den top van den krater vereenigd, op een kegelvormige hoogte,
+die zich aan de noordzijde verhief.
+
+"Zee! overal zee!" riepen zij uit, alsof hun lippen dat woord niet
+konden weerhouden, dat hen tot eilanders maakte.
+
+De ingenieur en zijn vrienden beschouwden eenige oogenblikken,
+sprakeloos en onbeweeglijk, alle punten van den oceaan. Zij drongen
+met hun oog tot de uiterste grenzen der onmetelijke watervlakte
+door. Maar Pencroff, die zulk een scherp gezicht had, zag niets, en
+waarlijk, indien er aan den horizon land ware geweest, al had het zich
+ook voorgedaan als een flauwe nevel, de zeeman zou het ongetwijfeld
+herkend hebben, want het waren twee ware telescopen die de natuur
+onder zijn zware wenkbrauwen geplaatst had.
+
+Van den oceaan richtten zij hun blikken naar het eiland, dat zij
+geheel overzagen, en Gideon Spilett was de eerste, die het woord nam
+en de belangrijke vraag stelde:
+
+"Hoe groot kan dit eiland zijn?"
+
+Het scheen inderdaad niet groot te midden van den onmetelijken oceaan.
+
+Cyrus Smith dacht eenige oogenblikken na; hij volgde oplettend den
+omtrek van het eiland, waarbij hij de hoogte waarop hij zich bevond,
+in aanmerking nam, en zeide toen:
+
+"Vrienden, ik geloof niet dat ik mij vergis, wanneer ik den omtrek
+van het eiland op ongeveer tweehonderd mijlen schat."
+
+"En bijgevolg is de oppervlakte?...."
+
+"Dat valt moeielijk te bepalen," antwoordde de ingenieur, "want er
+zijn te veel bochten."
+
+Cyrus Smith vergiste zich niet in zijn schatting; het eiland had
+ongeveer de uitgestrektheid van Malta of Zante in de Middellandsche
+Zee; maar het was daarbij veel onregelmatiger, en minder rijk in
+kapen, uitstekende punten, baaien, inhammen en kreken. Zijn inderdaad
+zonderlinge vorm verwonderde allen, en toen Gideon Spilett, op raad
+van den ingenieur, den omtrek er van geteekend had, vond men dat het
+geleek op eenig phantastisch dier, een monsterachtig gevind weekdier,
+dat op de oppervlakte van de Stille Zee ingeslapen was.
+
+Het eiland zelf maakte in het algemeen daarvan den indruk. Het geheele
+zuidelijke gedeelte, van den berg tot de kust, was dicht met hout
+begroeid; het was onvruchtbaar en zandig in het noorden. Cyrus Smith en
+zijn metgezellen waren niet weinig verwonderd, toen zij tusschen den
+vulkaan en de kust een meer zagen, rondom door groene boomen omringd,
+waarvan zij het bestaan niet hadden vermoed. Van die hoogte af scheen
+het meer en de zee hetzelfde peil te hebben, maar, na er over te hebben
+nagedacht, verklaarde de ingenieur, dat de hoogte van dat meer boven de
+oppervlakte der zee ongeveer drie honderd voet moest bedragen, want de
+bergvlakte die tot kom diende was slechts een verlenging van de kust.
+
+"Het is dus een zoetwatermeer?" vroeg Pencroff.
+
+"Dat kan niet anders," antwoordde de ingenieur, "want het moet gevoed
+worden door het water dat van de bergen stroomt."
+
+"Ik zie een klein riviertje dat er zich in uitstort," zei Harbert,
+op een smalle beek wijzende.
+
+"Inderdaad," antwoordde Smith, "en daar deze beek het meer van water
+voorziet, is het waarschijnlijk dat er aan den zeekant een uitloozing
+bestaat, waardoor het overvloedige water ontsnapt. Wij zullen dit op
+onzen terugtocht zien."
+
+De vulkaan was niet midden in het eiland gelegen; hij verhief zich
+integendeel in het noordwesten en scheen de grens aan te geven der
+twee hemelstreken. In het zuidwesten, zuiden en zuidoosten verdween
+het laagste gedeelte van het voorgebergte onder een weelderigen
+plantengroei.
+
+In het noorden kon men echter zijn vertakkingen volgen die uitliepen in
+zandvlakten. Naar dien kant hadden dan ook, tijdens de uitbarstingen,
+de vloeibare stoffen een uitweg gezocht en een breede lavastroom
+strekte zich uit tot den kleinen inham, die in het noordoosten een
+baai vormde.
+
+Er bleef nu nog een ernstige quaestie uit te maken, die van zeer veel
+invloed was voor de toekomst der schipbreukelingen.
+
+Was het eiland bewoond?
+
+Het was de verslaggever, die deze vraag deed, waarop men schijnbaar
+reeds ontkennend kon antwoorden, na het nauwkeurig onderzoek, dat
+naar verschillende kanten van het eiland ingesteld was.
+
+Nergens zag men eenig werk van menschelijke hand. Geen verzameling van
+huizen, geen eenzame hut, zelfs geen visschersloods aan de kust. Geen
+rookwolkje steeg in de lucht en verried de aanwezigheid van menschen.
+
+Een afstand van dertig mijlen scheidde evenwel de schipbreukelingen van
+de verst verwijderde punten, dat is te zeggen, van dat gedeelte, dat
+zich naar het zuid-westen uitstrekte, en het zou moeielijk zijn, zelfs
+voor oogen als die van Pencroff, daar een woning te ontdekken. Ook kon
+men dat gordijn van gebladerte niet optillen, dat drie vierden van
+het eiland bedekte, en zien of het al dan niet eenig klein gehucht
+verborg. Maar over het algemeen vestigen zich de bewoners van die
+kleine eilanden, welke uit de golven van de Stille Zee verrijzen,
+aan de kust, en die kust scheen geheel en al verlaten.
+
+Tot het tegendeel uit een nauwkeuriger onderzoek zou zijn gebleken,
+kon men dus aannemen, dat het eiland onbewoond was.
+
+Maar werd het ook bezocht, al was het ook slechts nu en dan,
+door de bewoners der naburige eilanden? Op die vraag was moeilijk
+te antwoorden. Gedurende die onzekerheid moest men echter eenige
+voorzorgen nemen tegen een mogelijke landing van naburige volksstammen.
+
+De verkenning van het eiland was volbracht, zijn vorm opgenomen, zijn
+hoogte aangeteekend, zijn oppervlakte berekend, zijn toestand, met
+betrekking tot water en bergen, verkend. De gesteldheid der bosschen
+en vlakten was in het algemeen op het plan van den verslaggever
+aangegeven. Men moest nu slechts de hellingen van den berg afdalen en
+den bodem onderzoeken uit het drievoudig oogpunt, dat der delfstoffen,
+der planten en der dieren. Maar alvorens zijn lotgenooten het sein
+tot den terugtocht te geven, zei Cyrus Smith op kalmen, ernstigen
+toon tot hen:
+
+"Ziehier, mijne vrienden, het kleine stukje grond waarop de Almachtige
+ons geworpen heeft. Hier zullen wij moeten leven, misschien zeer
+lang. Misschien zal hier onverwacht hulp komen, indien eenig schip
+bij toeval voorbij zeilt.... Ik zeg bij toeval, want dit eiland
+is van weinig beteekenis; het heeft zelfs geen haven, die een
+toevluchtsoord zou kunnen zijn voor schepen, en het is te vreezen,
+dat het ligt buiten elken koers, die gewoonlijk gevolgd wordt,
+dat is te zeggen, te zuidelijk voor de schepen, welke de archipels
+van de Stille Zee bezoeken, te noordelijk voor diegenen, welke naar
+Australië gaan en Kaap Hoorn omzeilen. Ik wil u niets omtrent onzen
+toestand verbergen...."
+
+"En gij hebt gelijk, mijn waarde Cyrus," antwoordde de correspondent
+met vuur. "Gij hebt met mannen te doen. Zij stellen vertrouwen in u
+en gij kunt op hen rekenen. Niet waar, mijne vrienden?"
+
+Harbert en Nab verzekerden Smith van hun gehoorzaamheid en trouw,
+en de zeeman stelde zelfs voor om van dat eiland een klein Amerika
+te maken. Hij zag geen bezwaar om steden te bouwen, spoorwegen
+aan te leggen en zelfs een telegraaf op te richten, en wanneer dit
+alles volbracht was, het te gaan aanbieden aan het gouvernement der
+Vereenigde Staten. Hij stelde slechts één voorwaarde.
+
+"Welke?" vroeg de correspondent.
+
+"Ons niet meer als schipbreukelingen te beschouwen, maar als
+kolonisten, die hier gekomen zijn om een kolonie te stichten!"
+
+Cyrus Smith kon niet nalaten te glimlachen, en het voorstel van den
+zeeman werd aangenomen. Vervolgens bedankte hij zijn lotgenooten
+en voegde er bij, dat hij rekende op hun energie en op den bijstand
+des hemels.
+
+"Welnu, op weg naar de schoorsteenen!" riep Pencroff uit.
+
+"Nog een oogenblik, vrienden," zei de ingenieur, "het komt mij niet
+kwaad voor dit eiland een naam te geven evenals aan de kapen, de
+golven en de stroomen, die wij aanschouwen."
+
+"Zeer goed," zei de correspondent. "Dat zal in het vervolg de bevelen,
+die wij moeten geven of volgen, gemakkelijker maken."
+
+"Inderdaad," zei de zeeman, "het is reeds veel te kunnen zeggen
+waarheen men gaat of vanwaar men komt. Dan weet men ten minste dat
+men ergens is."
+
+"Bij voorbeeld in de schoorsteenen," zei Harbert.
+
+"Juist!" antwoordde Pencroff. "Die naam is het eenvoudigste, en
+ook bij mij is die van zelf opgekomen. Zullen wij aan onze eerste
+verblijfplaats den naam geven van Schoorsteenen, mijnheer Cyrus?"
+
+"Ja, Pencroff, omdat gij die zoo gedoopt hebt."
+
+"Goed! en wat de andere betreft, dat is gemakkelijk," hernam de
+zeeman. "Laten wij er namen aan geven zooals Robinson, waaruit Harbert
+mij zoo dikwijls heeft voorgelezen: "de baai der Voorzienigheid",
+"Walvisschen-kaap" en "kaap der bedrogen hoop!"....
+
+"Of liever de namen van de heeren Smith en Spilett of van Nab,"
+zei Harbert.
+
+"Mijn naam!" riep Nab uit, terwijl hij zijn schitterende witte tanden
+liet zien.
+
+"Waarom niet," antwoordde Pencroff.
+
+"Nab's haven, dat klinkt zeer goed! En dan kaap Gideon...."
+
+"Ik zou de voorkeur geven aan namen, aan ons land ontleend," antwoordde
+de correspondent; "zij zouden ons aan Amerika herinneren."
+
+Cyrus Smith was het volkomen met hem eens. Een groote baai in het
+oosten, werd de baai der Vereenigde Staten genoemd, een ander in het
+zuiden Washingtonbaai; de berg waarop zij stonden werd berg Franklin
+gedoopt, en het meer, dat zij voor zich hadden, het Grantmeer. Er
+werd besloten de stroomen, bosschen en kreken later een naam te
+geven. Een schiereiland, dat in het zuidwesten slechts door een
+smalle strook land aan het groote eiland verbonden was, noemde men
+het Slangenschiereiland, en de vooruitstekende punt de Hagedis. De
+rivier, in wier nabijheid de ballon hen geworpen had kreeg den naam
+van de Mercy. Het dichte bosch op het Slangenschiereiland werd het
+bosch van het Verre Westen genoemd.
+
+Alles had een naam gekregen en de kolonisten zouden den berg Franklin
+verlaten, om naar de Schoorsteenen terug te keeren, toen Pencroff
+uitriep:
+
+"Wat zijn wij toch dom!"
+
+"Hoe dat?" vroeg Gideon Spilett, die zijn aanteekeningboek reeds
+gesloten had en opstond.
+
+"En ons eiland? Dat hebben we geheel vergeten te doopen."
+
+Harbert wilde het den naam van den ingenieur geven en allen zouden
+het zeker met hem eens geweest zijn, ware Smith hem niet in de rede
+gevallen met de woorden:
+
+"Laten wij het den naam van een groot burger geven, vrienden, van
+hem, die op dit oogenblik strijdt om de eenheid van de Amerikaansche
+republiek te verdedigen! Laten wij het Lincoln noemen!"
+
+Een luide toejuiching was het antwoord op dit voorstel.
+
+Dien avond spraken de kolonisten, vóór zij zich ter ruste begaven,
+over hun vaderland; zij spraken over dien vreeselijken oorlog,
+die het tot een land des bloeds maakte; zij twijfelden niet of het
+Zuiden zou weldra onderworpen worden en de zaak van het Noorden, de
+zaak der rechtvaardigheid zou, dank zij Grant en Lincoln, zegepralen.
+
+Dit viel voor op den 30sten Maart 1865, en zij waren geheel onbewust
+dat er zestien dagen later een vreeselijke moord te Washington zou
+gepleegd worden, en dat Abraham Lincoln op goeden Vrijdag door den
+kogel van een dweeper zou omkomen.
+
+
+
+
+XII.
+
+ De horloges worden geregeld.--Pencroff is voldaan.--Een
+ verdachte rook.--De roode beek.--De bloemen van het Lincolns
+ eiland.--De dieren.--De bergfazanten.--Jacht op Kangaroes.--Het
+ Grantmeer.--Terugreis naar de Schoorsteenen.
+
+
+De kolonisten van het eiland Lincoln wierpen een laatsten blik om zich
+heen en daalden door den krater neder, en een half uur later waren zij
+op de plaats, waar zij hun nachtleger hadden opgeslagen. Pencroff dacht
+dat het tijd was om te ontbijten, en daardoor kwam men op het denkbeeld
+de horloges van Gideon Spilett en den ingenieur gelijk te zetten.
+
+Zooals men weet, had dat van Gideon Spilett niet door het zeewater
+geleden, omdat de correspondent dadelijk op het zand was terecht
+gekomen, buiten bereik van de golven. Het was een uitmuntend uurwerk,
+een ware zak-chronometer, dien Gideon Spilett nooit vergeten had op
+te winden. Het horloge van den ingenieur had natuurlijk stilgestaan
+gedurende den tijd dien Smith in de duinen had doorgebracht.
+
+De ingenieur wond het op en rekende dat het te oordeelen naar de zon,
+ongeveer negen uur in de morgen moest zijn: hij zette zijn horloge
+op dat uur.
+
+Spilett wilde zijn voorbeeld volgen, toen Smith hem weerhield en zeide:
+
+"Neen, wacht even. Gij hebt den tijd van Richmond behouden, nietwaar?"
+
+"Ja, Cyrus."
+
+"Bijgevolg is uw horloge geregeld naar den meridiaan van de stad,
+de meridiaan, die bijna dezelfde is als die van Washington."
+
+"Zeker."
+
+"Nu, houd het dan zoo. Wind het slechts trouw op, maar kom nooit aan
+de wijzers. Dit kan ons van dienst zijn."
+
+"Waartoe moet dat dienen!" dacht de zeeman.
+
+Men besloot een anderen weg terug te gaan om het meer Grant eens
+van naderbij te beschouwen. Er was overeengekomen dat de kolonisten,
+zonder juist allen bij elkander te loopen, toch niet te ver uiteen
+zouden gaan. In de dikke bosschen van het eiland zouden zeker eenige
+wilde dieren verblijf houden en men moest dus voorzichtig zijn. Meestal
+gingen Pencroff, Harbert en Nab voorop, zonder echter bij Top te kunnen
+blijven, die overal rondsnuffelde. De ingenieur en de correspondent
+liepen samen; Gideon Spilett gereed om de minste bijzonderheid aan
+te teekenen, en Smith in gedachten verzonken; hij bukte zich slechts
+nu en dan om een steen of plant op te rapen, die hij, zonder er een
+woord over te zeggen in zijn zak stak.
+
+"Wat drommel raapt hij daar toch op?" mompelde Pencroff. "Ik kijk al,
+maar zie niets, dat de moeite waard is om er voor te bukken!"
+
+Tegen tien uur was de kleine troep aan den voet van den berg
+Franklin. Slechts hier en daar stond eenig laag hout en een paar
+boomen. Men liep over een vlakte van ongeveer een vierkante mijl,
+die aan den zoom van het bosch vooraf ging en waarvan de grond geel
+en kalkachtig was. Hier en daar lagen groote blokken basalt, die,
+volgens Bischof, drie honderd vijftig millioen jaren noodig hebben
+gehad om af te koelen. Er waren echter nergens sporen van lava te
+ontdekken; deze was meer langs de noordelijke helling afgevloeid.
+
+Op eens snelde Harbert op Smith toe, terwijl Nab en de zeeman zich
+achter een rots verscholen.
+
+"Wat is er mijn jongen?" vroeg Gideon Spilett.
+
+"Rook," antwoordde Harbert. "Wij hebben rook zien opstijgen achter
+de rotsen op ongeveer honderd passen van ons verwijderd."
+
+"Hier menschen?" riep de verslaggever uit.
+
+"Laten wij ons niet laten zien, voordat wij weten met wie wij te doen
+hebben," antwoordde Cyrus Smith. "Ik vrees de bewoners van dit eiland
+meer, dan dat ik naar hen verlang. Waar is Top?"
+
+"Top is vooruit."
+
+"En hij blaft niet."
+
+"Neen."
+
+"Dat is zonderling. Laten wij niettemin trachten hem terug te roepen."
+
+In een oogwenk waren de ingenieur, Gideon Spilett en Harbert bij hun
+twee metgezellen en verscholen zich, evenals deze achter blokken
+basalt. Van daar zagen zij duidelijk een rookwolk in de lucht
+opstijgen, waarvan de geelachtige kleur hunne bijzondere aandacht trok.
+
+Top was op een zacht fluitje van zijn meester teruggekomen en deze
+gaf een teeken aan zijn lotgenooten om hem te wachten terwijl hij
+zelf tusschen de rotsen vooruit sloop. De kolonisten wachtten met
+zekere angst den uitslag van deze verkenning af, toen zij allen op het
+geroep van Cyrus Smith toesnelden. Toen zij bij hem kwamen, waren zij
+verbaasd over de onaangename reuk, waarmede de lucht bezwangerd was.
+
+"Dat vuur," zei Cyrus Smith, "of liever, die rook, is alleen door de
+natuur ontstaan. Daar is een zwavelbron en niet anders."
+
+"Welzoo," zeide Pencroff. "Hoe jammer dat ik niet verkouden ben."
+
+De kolonisten begaven zich vervolgens naar de plaats, waar de
+rook opsteeg. Daar zagen zij een bron van zwavelzure soda die vrij
+overvloedig tusschen de rotsen stroomde na de zuurstof uit de lucht
+te hebben opgeslorpt, en waarvan het water sterk naar zwavelwaterstof
+rook.
+
+Toen Cyrus Smith zijn hand in dat water stak, bevond hij, dat het
+olieachtig was. Hij proefde het en bevond, dat het een flauw zoeten
+smaak had. De temperatuur er van schatte hij op vijf en negentig graden
+Fahrenheit. En toen Harbert hem vroeg op welken grond hij dit deed,
+antwoordde hij:
+
+"Zeer eenvoudig, mijn jongen, omdat ik kou noch warmte gevoelde op
+het oogenblik, dat ik er mijn hand indompelde. Het is dus van dezelfde
+temperatuur als het menschelijk lichaam, dat ongeveer vijf en negentig
+graden heeft."
+
+Daar de zwavelbron op dat oogenblik van geen nut was, richtten de
+kolonisten zich naar den zoom van het bosch. Zooals men vermoed had,
+stroomde de beek met haar helder doorschijnend water tusschen steile
+oevers van rood zand, waarvan de kleur de aanwezigheid van ijzeroxyde
+verried. Naar aanleiding van deze kleur noemde men dit water de Roode
+Beek. Het water was zoet, hetgeen deed veronderstellen, dat het meer
+eveneens zoet zou zijn. Voor het geval dat men aan zijn oevers een
+betere woning dan de schoorsteenen mocht vinden, was deze omstandigheid
+van zeer veel belang.
+
+De boomen behoorden grootendeels tot die soort, welke overvloedig
+gevonden wordt in de gematigde luchtstreek van Australië of van
+Tasmanië en waren niet dezelfde als men gevonden had op eenige mijlen
+van de bergvlakte. Het waren in het bijzonder de cassia boomen en
+een soort van myrteplant, waarvan eenige het volgende voorjaar een
+suikerachtig mannabrood moesten leveren, dat geheel overeenkwam met het
+oostersche manna. Kleine cederbosschen stonden hier en daar verspreid,
+maar de kokosboom, die zoo weelderig groeit op de eilanden der Stille
+Zee scheen geheel te ontbreken op dit eiland dat waarschijnlijk op
+te geringe breedte was gelegen.
+
+"Hoe jammer!" zeide Harbert, "zulk een nuttige boom, waaraan zulke
+heerlijke vruchten groeien!"
+
+Wat de vogels betreft, deze fladderden tusschen casuar- en myrteboomen,
+waarvan de takken ver uit elkander groeiden, en het uitspreiden van
+hunne vleugels niet verhinderde. Zwarte, witte en grijze kakketoes,
+papegaaien en parkietjes met bontgekleurde veeren vertoonden zich
+als door een prisma gezien en fladderden rond met een oorverdoovend
+gekrijsch.
+
+Plotseling deed zich uit een boschje een onharmonisch concert
+hooren. De kolonisten vernamen achtereenvolgens het gezang van vogels,
+de kreten van wilde dieren en geluiden die zij aan een menschelijk
+wezen konden toeschrijven. Nab en Harbert waren op het boschje
+toegeschoten en verloren daarbij de meest noodzakelijke maatregelen
+van voorzichtigheid uit het oog. Gelukkig was er noch een verscheurend
+dier noch een gevaarlijke inboorling te vreezen, maar slechts een half
+dozijn van die spottende zangvogels die men weldra als "bergfazanten"
+herkende. Eenige behendig toegebrachte stokslagen maakten een einde
+aan die nabootsing van den mensch en verschaften heerlijk wild voor
+het avondeten.
+
+Harbert wees nog op prachtige duiven met gebronsde vleugels,
+sommigen met schitterende kammen, anderen groenachtig evenals hunne
+stamverwanten van Port-Macquarie, maar men kon ze onmogelijk vangen,
+evenmin als de kraaien en eksters welke bij massa's opstegen.
+
+Het gebrek aan vuurwapens deed zich zeer levendig gevoelen, toen
+een troep viervoetige dieren door het kreupelhout heen wegvlood en
+daarbij zulke groote sprongen nam, van dertig voet en meer dat men
+zou gezegd hebben dat zij als eekhorens van boom op boom huppelden.
+
+"Kangaroes!" riep Harbert uit.
+
+"Kan men die eten?" vroeg Pencroff.
+
+"Gestoofd," antwoordde de verslaggever, "zijn zij even goed als het
+fijnste wildbraad!"
+
+Spilett had nauwelijks dit aangenaam vooruitzicht geopend of Pencroff,
+Nab en Harbert waren de kangaroes achterna gesneld. Cyrus Smith riep
+hen te vergeefs terug. Maar het was ook te vergeefs, dat de jagers
+deze vlugge beesten nazetten, die als hazen liepen. Na vijf minuten
+waren ze buiten adem, en het wild verdween in het kreupelhout. Top
+was evenmin als zijn meester geslaagd.
+
+"Mijnheer Cyrus," zeide Pencroff, toen zij weder bij den ingenieur
+en den correspondent waren, "mijnheer Cyrus, ge ziet wel dat het
+noodzakelijk is, dat wij geweren maken. Zou dat niet mogelijk zijn?"
+
+"Misschien," antwoordde de ingenieur. "Maar we zullen eerst boog
+en pijlen maken, en ik twijfel niet of gij zult er even handig mee
+leeren omgaan als de Australische jagers."
+
+"Pijlen, bogen!" zeide Pencroff met minachting. "Dat is goed voor
+kinderen!"
+
+"Geloof dat maar niet, vriend Pencroff," antwoordde de
+correspondent. "Eeuwen lang zijn pijl en boog voldoende geweest om
+stroomen bloeds te vergieten. Het kruit is slechts van gisteren,
+en de oorlog is even oud als het menschelijk geslacht,--helaas!"
+
+Harbert kwam intusschen weder op de kangaroes terug, daar de
+natuurlijke historie zijn geliefkoosde wetenschap was.
+
+"Wij hadden daar dan ook te doen met het soort dat het moeilijkst te
+vangen is. Het reuzensoort met lang haar; maar als ik mij niet vergis,
+bestaan er zwarte en roode kangaroes, rots- en rattenkangaroes,
+die allen gemakkelijker te vangen zijn. Men heeft een twaalftal
+soorten...."
+
+"Harbert," antwoordde de zeeman ernstig, "er bestaat voor mij slechts
+een soort van kangaroe, de "kangaroe aan het spit gebraden", en juist
+dien zullen wij van avond missen."
+
+Top, die scheen te begrijpen dat ook zijn belang op het spel stond,
+draaide en snuffelde overal, rondgeleid door zijn instinct, dat nog
+verhoogd werd door zijn grooten honger. Het was zelfs waarschijnlijk,
+dat wanneer hij hier of daar een stuk wild machtig mocht worden, er
+weinig voor de jagers zou overblijven, en dat Top voor eigen rekening
+jaagde; maar Nab ging hem nauwkeurig na en deed daar wel aan.
+
+Tegen drie uur verdween de hond in het kreupelhout; een dof geknor
+bewees weldra, dat hij eenig wild op het spoor was.
+
+Nab snelde er op los en zag Top bezig een viervoetig dier te
+verscheuren, dat tien minuten later geheel in zijn maag zou verdwenen
+zijn. Maar gelukkig had de hond een nest vol aangevallen; hij had
+een driedubbele vangst gehad en twee andere knaagdieren--de prooi
+van Top behoorde tot die soort--lagen doodgebeten op den grond.
+
+Nab keerde zegepralend terug, in iedere hand een knaagdier houdende,
+grooter dan een haas. Hun gele huid was bezaaid met groenachtige
+vlekken en hun staart bestond slechts uit een begin van dat
+lichaamsdeel.
+
+Een burger der Vereenigde Staten kon geen oogenblik aarzelen den waren
+naam aan deze knaagdieren te geven. Het waren "patagonische hazen,"
+een soort van konijn-varken, een weinig grooter dan men ze in de
+tropische streken vindt, de konijnen van Amerika, met lange ooren,
+in den bek aan weerskanten met vijf scherpe kiezen gewapend, hetgeen
+ze juist van het varken-konijn onderscheidt.
+
+"Hoezee!" riep Pencroff. "Daar hebben wij het gebraad! Nu kunnen wij
+naar huis gaan!"
+
+De tocht huiswaarts werd aanvaard en snel voortgezet tot aan het meer
+Grant. Daar proefde men het water en bevond dat het zoet was. Aan
+sommige kringen, welke zich nu en dan aan de oppervlakte vertoonden,
+kon men bespeuren, dat het zeer vischrijk moest wezen.
+
+"Dat meer is werkelijk schoon!" zeide Gideon Spilett. "Men zou aan
+zijn oever willen leven!"
+
+"En wij zullen er leven!" antwoordde Cyrus Smith.
+
+De kolonisten namen den naasten weg naar huis; zij baanden zich niet
+zonder moeite een pad door het kreupelhout en richtten zich naar de
+kust. Bij de Schoorsteenen gekomen, legden Nab en Pencroff een goed
+vuur aan en zorgden verder voor het middagmaal.
+
+Toen allen zich te goed hadden gedaan en zich ter ruste wilden begeven,
+haalde Cyrus Smith de kleine stalen van verschillende delfstoffen,
+welke hij onderweg opgeraapt had, uit zijn zak, en zeide slechts:
+
+"Mijne vrienden, dit is ijzererts, dit is een vuursteen, hier is klei,
+kalk en steenkool. Dit alles schenkt ons de natuur, en dit is haar
+deel in den gezamenlijken arbeid!--Morgen is het onze beurt!"
+
+
+
+
+XIII.
+
+ Wat men bij Top vindt.--Het vervaardigen van pijl en boog.--Een
+ steenbakkerij.--Keus en raad.--De eerste "pot op 't vuur."--De
+ bijvoet.--Het zuiderkruis.--Eene belangrijke astronomische
+ waarneming.
+
+
+"Welnu, mijnheer Cyrus, waar moeten wij mede beginnen?" vroeg Pencroff
+den volgenden morgen aan den ingenieur.
+
+"Met het begin," antwoordde Cyrus Smith.
+
+En het was inderdaad letterlijk waar dat de kolonisten met het begin
+moesten beginnen. Zij bezaten zelfs de noodige gereedschappen niet
+om gereedschappen te maken, en zij bevonden zich niet in den toestand
+der natuur, die de wet volgt: "tijd spaart arbeid." Tijd ontbrak hun,
+omdat zij dadelijk moesten voorzien in al hunne levensbehoeften,
+en moesten zij al niet alles uitvinden, zij moesten toch alles
+samenstellen. Hun ijzer en hun staal waren nog slechts delfstoffen,
+hunne potten en pannen nog slechts klei, hun linnen en kleederen
+moesten nog gesponnen worden.
+
+Men moet echter bekennen, dat die kolonisten "mannen" waren in de
+schoone en krachtige beteekenis van het woord. De ingenieur Smith
+kon door geen handiger metgezellen bijgestaan worden, noch met
+meer toewijding en ijver. Hij had hen beproefd. Hij wist wat zij
+vermochten. Het zou werkelijk moeite kosten vijf menschen bijeen te
+brengen, die beter geschikt waren te strijden tegen het noodlot en
+zekerder waren daar over te zegepralen.
+
+"Met het begin," had Cyrus Smith gezegd. Het begin, waarvan de
+ingenieur sprak, was het vervaardigen van een toestel, dat dienen
+kon om hetgeen de natuur verschafte in andere vormen te brengen. Men
+kent de rol, die de warmte speelt bij deze verandering van vorm. Dus
+brandstoffen als hout en steenkool waren reeds aanstonds bruikbaar. Men
+moest slechts een oven samenstellen om ze aan te wenden.
+
+"Waartoe moet die oven dienen?" vroeg Pencroff.
+
+"Om potten te maken, die wij hoog noodig hebben," antwoordde Cyrus
+Smith.
+
+"En waarmede zullen wij den oven maken?"
+
+"Met steenen."
+
+"En deze steenen?"
+
+"Van klei. Vooruit dan vrienden. Om het vervoeren te voorkomen, zullen
+wij onze werkplaats aanleggen op de plaats, waar wij de grondstoffen
+vinden. Nab zal voor provisie zorgen en vuur zal ons niet ontbreken
+om onze spijzen te bereiden."
+
+"Neen," antwoordde de correspondent, "maar als wij gebrek aan spijs
+krijgen, omdat wij geen wapen voor de jacht hebben?"
+
+"Hadden wij maar een mes!" riep de zeeman uit.
+
+"Wat dan?" vroeg Cyrus Smith.
+
+"Dan maakte ik spoedig pijl en boog, en wij zouden wild in overvloed
+hebben."
+
+"Ja, een mes, een snijdend werktuig...." zeide de ingenieur in zichzelf
+sprekend. Op hetzelfde oogenblik viel zijn blik op Top, die aan den
+oever van de rivier heen en weer snuffelde. Smith scheen plotseling
+op een inval te komen:
+
+"Top, hier!" riep hij.
+
+Op het bevel van zijn meester snelde de hond toe. Deze nam den kop
+van Top tusschen zijn handen, ontdeed hem van de halsband, die het
+dier droeg, brak deze in twee stukken en zeide:
+
+"Hier hebt ge twee messen, Pencroff!"
+
+Twee vreugdekreten waren het antwoord van den zeeman. De halsband
+van Top bestond uit een smalle band hard staal. Het moest dus slechts
+op een biksteen geslepen worden; de rotsen van dit fijne zand waren
+talloos langs de kust en twee uur later bestonden de werktuigen van de
+kolonie in twee scherpe messen, waarvoor men gemakkelijk twee sterke
+heften had kunnen vinden.
+
+Het bezit van dit eerste werktuig werd als een overwinning beschouwd;
+het was inderdaad een zeer gewichtige overwinning, die hoogst
+welkom was.
+
+De tocht werd aanvaard. Onderweg ontdekte Harbert een boom, waarvan
+de Indianen in Zuid-Amerika de takken gebruiken om hunne bogen te
+maken. Het was de "crejimba" een soort van palmboom, die geen eetbare
+vruchten oplevert. Lange, rechte takken werden afgebroken, ontbladerd
+en aan de uiteinden dunner gesneden dan in het midden, zoodat men
+nog slechts een plant moest vinden, geschikt om er de pees van te
+vervaardigen. Deze werd verschaft door een soort van maluweplant,
+die bijzonder sterke vezels levert, welke te vergelijken zijn met
+de zenuwen van een dier. Op deze wijze verkreeg Pencroff een boog
+van vrij groote kracht, waaraan nog slechts de pijlen ontbraken. Die
+pijlen zouden geen moeielijkheid opleveren; er waren rechte takken
+zonder knoesten in overvloed, maar een zelfstandigheid, welke het
+ijzer moest vervangen aan de punt was moeilijker te vinden. Pencroff
+beweerde echter, dat nu hij zijn deel aan het werk gedaan had, het
+toeval het overige wel zou doen.
+
+De kolonisten kwamen op het terrein, dat zij den vorigen avond
+opgenomen hadden. Het bestond uit zachte klei, die gebruikt wordt
+om steenen en pannen te bakken en bijgevolg uitmuntend geschikt
+was voor het werk dat men ging ondernemen. Men bracht er zand bij
+om ze vaster te maken; de steenen werden gevormd en boven een vuur
+van takkebossen gebakken. Die dag en de volgende werden met dezen
+arbeid doorgebracht. Een geoefend werkman kan, zonder machine, in
+vier en twintig uur tien duizend steenen vormen; maar in de twee
+dagen, welke de vijf steenbakkers van het eiland Lincoln werkten,
+vervaardigden zij er niet meer dan drie duizend, die bij elkander
+gezet werden, totdat het aantal voldoende zou zijn om ze te bakken,
+hetgeen nog drie à vier dagen zou duren.
+
+Cyrus Smith begon den 2den April de ligging van het eiland tot zijn
+ernstig onderzoek te maken.
+
+Den vorigen avond had hij nauwkeurig aangeteekend, op welk uur de
+zon achter den horizon verdwenen was, de straalbreking in aanmerking
+nemende. Dien morgen ging hij met niet minder juistheid het uur na,
+waarop zij weder verrees. Er waren twaalf uur, vier en twintig minuten
+voorbijgegaan tusschen dat op- en ondergaan. Dien dag zou de zon
+dus zes uur twaalf minuten na haar opkomst den meridiaan passeeren
+en het punt, dat zij op dat oogenblik aan den hemel zou innemen,
+zou het noorden zijn.
+
+Op het bepaalde uur nam hij het punt waar, plaatste twee boomen
+zoodanig, dat zij hem als baken konden dienen en verkreeg aldus een
+onveranderlijke meridiaan voor zijn verdere waarnemingen.
+
+De twee dagen, welke aan het bakken van de steenen voorafgingen, werden
+doorgebracht met het bijeenzoeken van brandstoffen. In het bosch werden
+takken gesneden en al het gevallen hout opgeraapt. Middelerwijl werd
+er in de omstreken gejaagd, te meer daar Pencroff nu in het bezit
+was van een boog en eenige dozijnen pijlen met scherpe punt. Top
+had deze punten verschaft door het aanbrengen van een stekelvarken,
+dat als wild niet veel waarde had, maar van onbetwistbaar nut was
+wegens de scherpe stekels, waarmede het was overdekt. De punten
+werden stevig aan de pijlen bevestigd en de verslaggever en Harbert
+waren spoedig een paar geoefende schutters, zoodat er steeds wild in
+overvloed was. Hoe lekker en smakelijk het ook gereed werd gemaakt,
+het was toch altijd maar wild en nog eens wild, en de kolonisten
+zouden overgelukkig zijn geweest als zij weer het gekook van een
+eenvoudigen pot gehoord hadden; maar men moest wachten tot de pot
+gemaakt was en bijgevolg tot dat de oven gereed zou zijn.
+
+Op de tochten die zich tot een nauwen kring om de steenbakkerij
+beperkten, zagen de jagers versche sporen van groote dieren met
+sterke klauwen; zij konden echter nog niet bepalen tot welke soort
+deze behoorden. Cyrus Smith beval de grootste voorzichtigheid aan,
+want het was wel waarschijnlijk dat er in het bosch eenige wilde
+dieren zouden schuilen. En hij had gelijk. Gideon Spilett en Harbert
+zagen op een dag inderdaad een dier, dat veel overeenkomst had met
+een jaguar. Het viel gelukkig niet op hen aan, want zij zouden er
+misschien niet dan met eenige ernstige wonden zijn afgekomen. Maar
+Gideon Spilett nam zich vast voor aan alle wilde dieren een oorlog op
+leven en dood te verklaren en er het eiland van te zuiveren, zoodra
+hij in het bezit zou zijn van een deugdelijk wapen, dat is te zeggen,
+van een van die geweren, waarop Pencroff aanspraak maakte.
+
+Reeds vroeg in den morgen van 6 April waren de ingenieur en zijn
+lotgenooten bijeen op een open plek in het bosch, waar men de steenen
+zou bakken. Dit moest natuurlijk in de open lucht geschieden en niet in
+ovens of liever de opeenhooping van de steenen zou een reusachtige oven
+zijn, die zich zelf zou bakken. De brandstoffen, welke uit takkebossen
+bestonden, werden op den grond gelegd en daarom heen plaatste
+men verscheidene rijen droge steenen, die weldra een grooten kubus
+vormden, waarin men luchtgaten maakte. Met dit werk ging een gansche
+dag voorbij en eerst 's avonds kon men de takkebossen aansteken.
+
+Dien nacht legde niemand zich te slapen, en men waakte zorgvuldig,
+dat het vuur niet verflauwde. Acht en veertig uur bracht men in
+gespannen verwachting door, maar zij hadden de voldoening dat hun werk
+uitmuntend geslaagd was. Aan de rookende massa moest vervolgens tijd
+tot afkoeling gelaten worden en Nab en Pencroff vervoerden intusschen,
+door Smith geleid, op een draagbaar van takken gevlochten, een groot
+aantal steenen, waarvan het voornaamste bestanddeel koolzure kalk was,
+en welke steenen in overvloed op den noordelijken oever van het meer
+gevonden werden.
+
+Toen deze steenen door de warmte ontleed werden, verkreeg men dikke
+ongebluschte kalk, die zeer sterk uitzette toen zij gebluscht werd,
+en even zuiver was alsof zij verkregen was door de verkalking van
+krijt en marmer. Met een weinig zand gemengd om het te sterk indrogen
+er van te beletten, leverde deze kalk een voortreffelijke metselspecie.
+
+Den 9den April was de ingenieur in het bezit van eene goede hoeveelheid
+bereide kalk en eenige duizenden steenen.
+
+Zonder een oogenblik verloren te laten gaan, begon men aan het
+samenstellen van een oven, die moest dienen tot het bakken van
+verscheidene potten en pannen, voor huiselijk gebruik onmisbaar. Daarin
+slaagde men zonder groote moeielijkheid. Vijf dagen later was de oven
+gevuld met steenkolen, waarvan de ingenieur een laag ontdekt had aan
+den mond van de Roode Beek en de eerste rookwolken stegen op uit een
+schoorsteen van ongeveer twintig voet hoog. De open plek in het bosch
+was in een werkplaats herschapen en Pencroff was overtuigd, dat uit
+dezen oven alle voortbrengselen van de tegenwoordige nijverheid te
+voorschijn zouden komen.
+
+Het eerst werden er potten en pannen gebakken om de spijzen van
+de kolonisten te bereiden. De vorm was nog wel gebrekkig, maar zij
+beantwoordden aan hun doel, en dit was het voornaamste.
+
+Pencroff wilde zich overtuigen of de aarde, toebereid, zooals zij
+dit was om de pannen te bakken, de naam van "pijpaarde", welke er
+aan gegeven was, verdiende; hij maakte daarom eenige grove pijpen,
+die hij prachtig vond, maar waaraan de tabak, helaas, ontbrak! Een
+gemis, dat Pencroff onophoudelijk gevoelde.
+
+"Maar, evenals al het andere, zal de tabak ook wel komen!" riep hij
+bij herhaling met het volste vertrouwen uit.
+
+Tot den 15den April hield deze arbeid aan. Nu de kolonisten
+pottenbakkers waren geworden, deden zij ook niets anders dan potten
+bakken. Wanneer Cyrus Smith het oogenblik gekomen zou achten hen in
+smeden te veranderen, zouden zij smeden zijn. Maar den volgenden dag
+was het Zondag en wel de eerste Paaschdag en allen kwamen overeen
+dien dag te vieren door rust te nemen.
+
+De oven doofde uit en de potten werden naar de Schoorsteenen
+meegenomen. Op den terugtocht deed de ingenieur een belangrijke
+ontdekking; hij vond namelijk een zelfstandigheid, die geschikt was om
+de zwam te vervangen. Hij nam er een zekere hoeveelheid van in zijn
+hand en liet die Pencroff zien, welke, vervuld als hij was met de
+tabak, niet anders dacht of het was die, volgens hem, onmisbare plant.
+
+"Neen," antwoordde Cyrus Smith, "voor de geleerden is dit de chineesche
+bijvoet, en voor ons zal het zwam zijn."
+
+Deze bijvoet was inderdaad een zeer brandbare stof, als zij goed
+gedroogd was en vooral later, toen de ingenieur haar in salpeterzure
+potasch dompelde, die overvloedig op het eiland gevonden werd, en
+niets anders is dan salpeter.
+
+Nab zorgde dien avond voor een goed maal, waarbij het brood, dat nog
+steeds aan de kolonisten ontbrak, vervangen werd door de gekookte
+wortelknollen van de "caladium macrorhizum," een niet-kruid-aardige
+plant, die onder de keerkringen den vorm van een boom heeft.
+
+Vóór zij slapen gingen, wilden de kolonisten nog eens van het
+prachtige weer genieten. Cyrus Smith was reeds geruimen tijd in
+gedachte verzonken, toen hij plotseling aan Harbert vroeg:
+
+"Hebben wij vandaag niet den 15den April?"
+
+"Ja, mijnheer Cyrus," antwoordde Harbert.
+
+"Welnu, wanneer ik mij niet vergis, is het morgen een van die vier
+dagen van het jaar, waarop de ware tijd samenvalt met den gemiddelden
+tijd, dat is te zeggen, mijn jongen, dat de zon morgen, op eenige
+seconden na, den meridiaan zal passeeren, juist wanneer onze uurwerken
+den middag aanwijzen. Indien het weer dan gunstig is, hoop ik ongeveer
+de geographische lengte van het eiland te kunnen bepalen."
+
+"Zonder instrumenten, zonder sextant?" vroeg Gideon Spilett.
+
+"Ja," hernam de ingenieur. "En daar de nacht helder is, wil ik nog
+dezen avond de breedte trachten te bepalen door de hoogte te berekenen
+van het Zuiderkruis. Het is namelijk niet voldoende, dat wij weten, dat
+dit land een eiland is, wij moeten zoo nauwkeurig mogelijk berekenen op
+welken afstand het gelegen is, hetzij van de Amerikaansche, hetzij van
+de Australische kust of van de voornaamste eilanden van de Stille Zee."
+
+"Inderdaad," zei de correspondent. "Wij konden er wel eens meer belang
+bij hebben een schip dan een huis te bouwen, wanneer wij bij toeval
+op een honderd mijlen van een bewoonde kust zijn."
+
+"Daarom zal ik dezen avond de breedte en morgen de lengte van het
+eiland Lincoln trachten te bepalen." Inderdaad berekende hij, alleen
+op de gegevens door Harbert medegedeeld, door het stellen van staken,
+de juiste ligging van het eiland.
+
+
+
+
+XIV.
+
+ De lengte van het eiland.--Een ontdekkingstocht ten
+ noorden.--Een oesterbank.--Plannen voor de toekomst.--De zon
+ gaat door den meridiaan.--De ligging van Lincoln.
+
+
+De uitslag van de berekeningen, welke Cyrus Smith op den 15den
+April maakte, was, dat het eiland Lincoln gelegen was op den
+zevenendertigsten graad zuiderbreedte.
+
+De ingenieur zou de lengte bepalen, wanneer de zon den meridiaan
+zou passeeren.
+
+Men besloot den zondag te besteden met, na hun kleederen gewasschen
+te hebben, een wandeling te maken of liever een verkenningstocht
+tusschen de noordzijde van het meer en de Haaien-golf, en indien
+het weer het toeliet, zou men den tocht in het zuiden tot kaap
+Zuid-Mandibule uitstrekken. Zij wilden provisie meenemen en eerst
+'s avonds thuis komen.
+
+Om half negen waren allen gereed en begaven zij zich langs de beek
+op weg. Aan de andere zijde, op een klein eilandje, stapte een groot
+aantal vogels statig op en neer. Het waren duikers, een soort van
+ganzen, die men dadelijk herkent aan het onaangename gekrijsch dat
+zij maken en dat eenige overeenkomst heeft met het balken van een
+ezel. Pencroff beschouwde deze slechts uit een oogpunt van eetbaarheid,
+en het deed hem onuitsprekelijk veel genoegen, toen hij hoorde,
+dat hun vleesch, hoewel zwart van kleur, zeer goed te gebruiken was.
+
+Men zag ook groote amphibieën over het zand kruipen, waarschijnlijk
+zeehonden, die het eilandje tot toevluchtsoord gekozen schenen
+te hebben. Men kon deze dieren onmogelijk als een bruikbare spijs
+beschouwen, want hun vleesch is traanachtig en onsmakelijk; Cyrus
+Smith sloeg ze echter aandachtig gade en zonder zijn denkbeelden er
+over mede te deelen, zei hij tot zijn metgezellen, dat zij weldra
+het eilandje zouden bezoeken.
+
+Langs den oever lagen tallooze schelpen, waarvan eenigen van hooge
+waarde zouden geweest zijn voor een natuurkundige. Het waren onder
+anderen driehoekschelpen, ammonshoorns, phasiasnellen enz. Maar
+hetgeen het meest van nut kon zijn, was een groote oesterbank die
+bij laag water zichtbaar was en door Nab aangewezen werd tusschen de
+rotsen op ongeveer vier mijlen afstands van de Schoorsteenen.
+
+"Nab heeft vandaag den kost verdiend," riep Pencroff uit, terwijl
+hij de oesterbank beschouwde.
+
+"Het is inderdaad een gelukkige ontdekking," zei de verslaggever,
+"en, als het waar is, dat elke oester, zooals men beweert, vijftig à
+zestig duizend eieren legt, dan hebben wij daar een onuitputtelijken
+voorraad."
+
+"Ik geloof echter, dat oesters niet zeer voedzaam zijn," merkte
+Harbert op.
+
+"Neen," antwoordde Cyrus Smith. "De oester bevat slechts zeer weinig
+stikstofhoudende bestanddeelen en iemand, die er zich uitsluitend
+mee mocht willen voeden, had er niet minder dan vijftien à zestien
+dozijn daags noodig."
+
+"Welnu," antwoordde Pencroff, "wij kunnen menig gros verslinden,
+voordat de bank ledig is. Als wij er eens een paar voor ons ontbijt
+namen?"
+
+Nab en Harbert maakten eenige van die schelpdieren los, zonder antwoord
+af te wachten, daar zij wel wisten dat het voorstel ieder welkom moest
+zijn. Zij deden ze in een net, dat Nab gemaakt had van de vezels van
+heemst, en waarin het verdere maal ook was geborgen. Vervolgens zette
+men den weg tusschen de duinen en de zee, langs de kust voort.
+
+Cyrus Smith keek van tijd tot tijd op zijn horloge, om vooral het
+oogenblik niet voorbij te laten gaan, waarop hij de zon kon schieten.
+
+Dit geheele gedeelte van het eiland was zeer onvruchtbaar tot aan het
+punt, waar de baai der Vereenigde Staten eindigde, dat men kaap Zuid
+Mandebule genoemd had. Men zag er slechts zand en schelpen, vermengd
+met stukken lava. Eenige zeevogels kwamen nu en dan op dit verlaten
+strand, zeemeeuwen, groote stormvogels en zelfs wilde eenden, die
+met recht de begeerlijkheid van Pencroff opwekten. Hij trachtte wel
+ze met zijn pijlen te treffen, maar zonder gevolg, want zij bleven
+niet zitten en men zou ze in hun vlucht moeten raken.
+
+De zeeman vond hierin alweder een geschikte gelegenheid om den
+ingenieur weder de volgende opmerking te maken:
+
+"Ziet ge wel, mijnheer Cyrus, zoolang wij niet een of twee jachtgeweren
+hebben, zal ons materieel niet volmaakt zijn."
+
+"Zeker, Pencroff," antwoordde de verslaggever, "maar het hangt slechts
+van u af. Verschaf ons ijzer voor de loopen, staal voor de batterijen,
+salpeter, kool en zwavel voor kruit, kwik en salpeterzuur voor het
+knalzuurzout, en eindelijk lood voor de kogels en dan zal Cyrus ons
+geweren van de beste soort maken."
+
+"O!" antwoordde de ingenieur, "wij kunnen al deze bestanddeelen
+zonder twijfel op het eiland vinden, maar een vuurwapen eischt zeer
+veel zorg en goede gereedschappen. Maar wij zullen later zien."
+
+"Waarom hebben wij dan ook al die wapens en gereedschappen die
+met ons in het schuitje waren, overboord geworpen, zelfs onze
+zakmessen!" bromde Pencroff.
+
+"Maar, als wij dat niet gedaan hadden, Pencroff, zouden wij met den
+ballon tot op den bodem der zee gezonken zijn!" antwoordde Harbert.
+
+"Ja, dat is waar, ge hebt gelijk, mijn jongen!"
+
+Oogenblikkelijk ging hij tot een ander onderwerp over en zei:
+
+"Maar daar valt mij iets in, wat zal Jonathan Forster en zijn
+metgezellen verbaasd hebben gestaan, toen zij den volgenden morgen
+de plaats verlaten en den ballon gevlogen vonden!"
+
+"Dat is wel het laatste waarover ik mij zal bekommeren!" antwoordde
+de correspondent.
+
+"Nu heb ik daar toch het eerst aan gedacht," zei Pencroff vol
+zelfvoldoening.
+
+"Een mooie gedachte, Pencroff," hernam Gideon Spilett lachende,
+"en wie heeft ons gebracht waar wij nu zijn!"
+
+"Ik ben liever hier dan in de handen der Zuidelijken!" riep de zeeman
+uit, "vooral sedert mijnheer Cyrus de goedheid heeft gehad zich bij
+ons te voegen!"
+
+"En ik ook, waarachtig!" stemde de correspondent in. "Bovendien,
+wat ontbreekt ons hier? Niets!"
+
+"Of.... alles!" antwoordde Pencroff, die in lachen uitbarstte en zijn
+breede schouders schudde. "Maar vroeg of laat zullen wij het middel
+ontdekken om weg te komen!"
+
+"En misschien eerder dan gij wel denkt, vrienden," zei toen de
+ingenieur, "indien het eiland Lincoln slechts op matigen afstand is
+gelegen van bewoonde eilanden of vastland. Binnen een uur zullen wij
+dit weten. Ik heb geen kaart van de Stille Zee, maar het zuidelijk
+gedeelte staat mij helder voor den geest. Ten westen van het eiland
+Lincoln ligt, volgens de breedte, die ik gisteren verkregen heb,
+Nieuw-Zeeland en ten oosten Chili; maar die twee landen liggen minstens
+zesduizend mijlen van elkander. Er blijft dus slechts over te bepalen,
+welke plaats dit eiland inneemt op deze groote uitgestrektheid zee, en
+dat zullen wij aanstonds door de lengte juist genoeg te weten komen."
+
+"Is het niet de Pomotou-archipel," vroeg Harbert, die, wat de breedte
+betreft, het dichtst bij ons is?"
+
+"Ja," antwoordde de ingenieur, "maar wij zijn er toch door een afstand
+van meer dan twaalfhonderd mijlen van gescheiden."
+
+"En daar?" vroeg Nab, die met de grootste belangstelling het gesprek
+gevolgd had, en naar het zuiden wees.
+
+"Daar, niets," antwoordde Pencroff.
+
+"Niets, inderdaad," voegde de ingenieur er bij.
+
+"En, Cyrus," vroeg de correspondent, "wanneer Lincoln op slechts twee
+à drie honderd mijlen van Nieuw-Zeeland of Chili gelegen is?...."
+
+"Welnu," antwoordde de ingenieur, "dan bouwen wij in plaats van een
+huis een schip, en meester Pencroff zal zich met het besturen daarvan
+belasten...."
+
+"Zeker, zeker, mijnheer Cyrus," riep de zeeman uit, "ik ben aanstonds
+gereed het ambt van kapitein te aanvaarden.... zoodra gij de middelen
+zult gevonden hebben om een schip samen te stellen, waarmee wij ons
+op zee vertrouwen kunnen!"
+
+"Wij zullen er een bouwen, als het noodig is!" antwoordde Cyrus Smith.
+
+Intusschen naderde de tijd, waarop de waarneming moest geschieden. Hoe
+zou Cyrus Smith het aanleggen om, zonder een enkel instrument, het
+passeeren van de zon door den meridiaan gade te slaan? Dit ging het
+verstand van Harbert te boven.
+
+De kolonisten waren op ongeveer zes mijlen van de Schoorsteenen
+verwijderd, en niet ver van de plaats in de duinen waar de ingenieur
+gevonden was na zijn wonderbaarlijke redding. Zij besloten daar halt
+te houden en alles werd voor het ontbijt gereed gemaakt, want het
+was half twaalf. Harbert ging water halen uit de beek, die er dicht
+bij stroomde en bracht het in een kruik, welke Nab medegenomen had.
+
+Cyrus Smith maakte zich intusschen tot zijn astronomische waarneming
+gereed. Hij koos een gedeelte van het strand dat door de afnemende
+zee volkomen waterpas geworden was, en stak er een stok van zes voet
+lang loodrecht in.
+
+Harbert begreep toen hoe de ingenieur te werk zou gaan om den doorgang
+van de zon door den meridiaan te bepalen. Het was door middel van de
+schaduw die de stok op het zand wierp, een middel, dat, bij gebrek aan
+instrumenten, hem een voldoende juistheid zou geven voor het resultaat,
+dat hij wilde verkrijgen.
+
+Het oogenblik dat die schaduw het minimum van lengte zou bereiken,
+zou juist het zuiden zijn. En het was voldoende dat men het verste
+punt van de schaduw waarnam, om het oogenblik te bepalen, waarop zij,
+na steeds korter geworden te zijn, weder langer werd.
+
+De verslaggever stond met zijn horloge in de hand gereed om te zeggen
+hoe laat het precies was, als de schaduw het kortst zou zijn.
+
+De zon ging intusschen langzaam voort; de schaduw van den stok werd
+al korter en korter, en toen het Cyrus Smith voorkwam dat hij langer
+begon te worden, riep hij uit:
+
+"Hoe laat?"
+
+"Vijf uur en een minuut," antwoordde Gideon Spilett onmiddellijk.
+
+De waarneming moest nu nog slechts becijferd worden. Niets was
+gemakkelijker. Er was, zooals men ziet, precies vijf uur verschil
+tusschen den meridiaan van Washington en dien van het eiland Lincoln,
+dat is te zeggen, het was middag op Lincoln, toen het reeds vijf uur
+in den avond te Washington was. De zon doorloopt in haar schijnbare
+beweging om de aarde, een graad in vier minuten, dus vijftien graden
+in een uur. In een uur doorloopt zij vijftien graden, dus in vijf
+uur vijfmaal vijftien graden, gelijk aan vijf en zeventig graden.
+
+Daar Washington ligt op 77° 3' 11'' westelijk van den meridiaan van
+Greenwich,--die de Amerikanen evenals de Engelschen tot uitgangspunt
+van de lengte aangenomen hebben,--volgt er uit, dat het eiland, in
+ronde cijfers, gelegen was op zeven en zeventig graden, plus vijf en
+zeventig graden ten westen van den meridiaan van Greenwich, dat is
+alzoo op honderd twee en vijftig graden westerlengte.
+
+Cyrus Smith deelde dat resultaat aan zijn metgezellen mee, en alles
+in aanmerking nemende, meende hij te kunnen verzekeren, dat het
+eiland Lincoln gelegen was tusschen de vijf en dertigste en zeven en
+dertigste parallel en tusschen den honderd vijftigsten en honderd vijf
+en vijftigsten meridiaan ten westen van den meridiaan van Greenwich.
+
+Het was zeer waarschijnlijk, dat het eiland Lincoln zoover verwijderd
+lag van elk land of eiland, dat men het niet wagen mocht, dien afstand
+in een eenvoudige, zwakke boot af te leggen.
+
+Door deze waarneming kwam men tot de zekerheid, dat het eiland op
+minstens twaalf honderd mijlen gelegen was van Taiti en van de eilanden
+der Pomotou-archipel en op achttien honderd mijlen van Nieuw-Zeeland,
+en eindelijk op meer dan vier duizend vijf honderd mijlen van de
+Amerikaansche kust!
+
+Cyrus Smith herinnerde zich niet dat er eenig eiland gelegen was in
+dat gedeelte van de Stille Zee, waar zij nu overtuigd waren, dat het
+eiland Lincoln lag.
+
+
+
+
+XV.
+
+ Er wordt bepaald besloten tot overwintering.--De quaestie
+ der delfstoffen.--Onderzoek van het eiland.--Jacht op
+ zeehonden.--De katalaansche methode.--Vervaardiging van
+ ijzer.--Hoe men staal bekomt.
+
+
+Den anderen morgen, den 17den April richtte de matroos het eerste
+woord tot Gideon Spilett.
+
+"Wel mijnheer," zeide hij, "wat zullen wij nu van daag zijn?"
+
+"Alles wat Cyrus Smith goedvindt," antwoordde de reporter. Tot nog toe
+waren zij steen- en pottebakkers geweest, maar nu zouden de vrienden
+van den ingenieur metaalgieters worden.
+
+Den vorigen dag, na het ontbijt, hadden zij hun onderzoek tot de kaap
+Zuid-Mandibule kunnen uitstrekken, welke ongeveer zeven mijlen van de
+Schoorsteenen was verwijderd, en waar de grond van een geheel anderen
+aard was. De avond was toen echter gevallen, zoodat zij wel naar de
+Schoorsteenen moesten terugkeeren, maar dien nacht deden zij geen oog
+dicht, voordat zij overeengekomen waren het eiland Lincoln te verlaten.
+
+Wel was de afstand van twaalf honderd mijlen, die het eiland scheidde
+van den Pomotou-archipel, groot. Met een bootje was het onmogelijk,
+vooral daar een slechte tijd naderde. Pencroff had dit ronduit
+gezegd. Een groote boot te timmeren, al had men er alle werktuigen
+voor, zou toch moeielijk gaan. Zij besloten dus op het eiland Lincoln
+te overwinteren, en een beter verblijf dan de Schoorsteenen op
+te zoeken.
+
+Vóór alles moesten zij gebruik maken van de ijzermijn om dan staal
+of ijzer er uit te bereiden.
+
+"Moeten wij nu ijzer gaan maken, mijnheer Smith?" vroeg Pencroff.
+
+"Ja," was het antwoord van den ingenieur, "en daarom--wat u
+ongetwijfeld genoegen zal doen--moeten wij eerst zeehonden op het
+eilandje gaan vangen."
+
+"Jacht op de zeehonden!" riep de matroos uit, terwijl hij zich tot
+Gideon Spilett wendde. "Wij moeten dus een zeehond hebben om ijzer
+te bereiden?"
+
+"Cyrus Smith zegt het!" antwoordde de verslaggever.
+
+Maar de ingenieur had de Schoorsteenen reeds verlaten en Pencroff
+maakte zich tot de jacht gereed, zonder eenige andere verklaring
+gekregen te hebben.
+
+Spoedig waren Cyrus Smith, Gideon Spilett, Nab en de matroos op
+het strand vereenigd daar, waar de zee een doorwaadbare plek bij
+eb aanbood.
+
+Het was de eerste maal dat Cyrus Smith een voet op het eilandje zette
+en de tweede maal van zijn vrienden sedert zij er door den ballon
+opgeworpen waren. De jagers verspreidden zich terstond achter de rotsen
+waar zij geduldig wachtten tot de zeehonden op het strand kwamen.
+
+Een uur ging er voorbij eer dat er een zeehond te zien was; zij telden
+er toen ongeveer een half dozijn. Pencroff en Harbert begaven zich naar
+de punt van het eilandje, om ze den terugtocht te beletten. Intusschen
+plaatsten Cyrus Smith, Gideon Spilett en Nab zich langs de rotsen en
+naderden zoo de plaats waar de strijd gevoerd moest worden.
+
+Plotseling verhief zich de hooge gestalte van Pencroff. De matroos
+uitte een kreet. De ingenieur en zijn makkers snelden ijlings naar
+hem toe. Twee dieren lagen, door een geweldigen slag getroffen, dood
+op den grond, maar de overigen konden zich nog bij tijds in zee werpen.
+
+"Hier hebt gij de bestelde zeehonden, mijnheer Smith!" zeide Pencroff
+tot den ingenieur.
+
+"Goed," antwoordde deze, "wij zullen er blaasbalgen van maken!"
+
+"Blaasbalgen!" riep Pencroff verbaasd uit.
+
+Inderdaad was de ingenieur van plan een blaasbalg te maken van de
+huid dezer dieren. Zij hadden een middelmatige lengte, en hun kop
+geleek veel op dien van een hond.
+
+Maar daar zij zulk een zwaren last niet gaarne onnoodig mededroegen,
+besloten Nab en Pencroff op de plaats zelf hun huid af te stroopen,
+terwijl Cyrus Smith en de reporter het eiland verder gingen
+onderzoeken.
+
+De matroos en de neger kweten zich zeer behendig van hun taak, en
+drie uur later was Cyrus Smith in het bezit van twee zeehondenhuiden,
+die hij onbereid zou gebruiken.
+
+Spoedig daarop konden zij weder de Schoorsteenen binnentreden.
+
+Maar het was lang geen gemakkelijk werk om deze huiden op lange
+reepen hout uit te spreiden, en ze door middel van vezels er op vast
+te maken, zoodat de lucht er in opgenomen kon worden, zonder veel er
+uit te laten ontsnappen. Verscheidene malen moest men van voren af aan
+beginnen. Cyrus Smith had slechts twee stukjes staal tot zijn dienst,
+afkomstig van den halsband van Top, en toch ging hem alles zoo goed
+af, en stonden zijn vrienden hem zoo vaardig ter zijde, dat zij drie
+dagen later in het bezit waren van een blaasbalg die volop lucht in
+het erts kon blazen.
+
+Het was op den 20sten April, dat ze 's morgens vroeg hun werk
+aanvingen. Maar aangezien de mijn in het noordwesten van den berg
+Franklin gelegen was, dus zes mijlen van de Schoorsteenen verwijderd,
+konden zij niet elken dag naar de Schoorsteenen terugkeeren, en kwamen
+zij dus overeen, daar voor behulp een hut op te slaan, zoodat ze dag
+en nacht met hun belangrijken arbeid konden voortgaan. Zij hadden
+een langen weg af te leggen, maar dit stelde hen in staat om den
+grond en het gevogelte gade te slaan. Tegen vijf uur maakte Cyrus
+Smith halt. Zij hadden thans het bosch achter zich. Eenige honderden
+passen verder stroomde de Roode Beek; dus waren zij in de nabijheid
+van drinkwater.
+
+Den anderen ochtend, den 21sten April, ging Cyrus Smith, vergezeld
+van Harbert, het terrein, waar zij reeds ijzererts gevonden hadden
+verder onderzoeken. Deze mijn was zeer rijk aan ijzer en Cyrus besloot
+hier de Katalaansche methode in toepassing te brengen, welke ook
+op Corsica algemeen gevolgd wordt. Wel moest hij deze methode zeer
+vereenvoudigen, daar hij slechts een ijzermassa wilde hebben. Zeker
+hadden Tubal-Kaïn en de eerste metaalbewerkers op dezelfde wijze het
+ijzer bereid. Maar wat aan het kroost van Adam gelukt was en zulke
+goede uitkomsten opleverde in streken zoo rijk aan ijzer en brandstof,
+moest ook gelukken onder de omstandigheden, waarin de kolonisten van
+het eiland Lincoln geplaatst waren.
+
+Evenals het erts werden ook de brandstoffen zonder moeite uit
+den omtrek, waar zij op de oppervlakte van den bodem lagen,
+bijeengezameld. Men brak eerst het erts in stukjes en ontdeed ze van
+de onreinheden waarmede zij bedekt waren. Daarop werden de steenkolen
+en het erts in elkander afwisselende lagen opeengestapeld, gelijk
+de kolenbrander doet wanneer hij houtskool maakt. Op die wijze
+en onder de werking der verhitte lucht, welke door den blaasbalg
+verkregen werd, veranderde de kool in koolzuur en in kool-oxyde, om
+op die wijze het ijzer van zuurstof te bevrijden. De blaasbalg van
+zeehonden-vel met een steenen handvat aan het uiteinde, dat eerst
+in den pottenbakkers-oven was vervaardigd, werd bij den ertsstapel
+geplaatst en door een toestel in beweging gebracht, dat uit koorden
+en tegenwichten bestond en een hoeveelheid lucht uitblies, welke de
+temperatuur deed stijgen en aldus behulpzaam was bij het chemisch
+proces, waardoor het zuivere ijzer zou worden verkregen. De bewerking
+was moeilijk; zij vereischte al het geduld en beleid van de kolonisten
+om ze tot een goed einde te brengen. Maar eindelijk slaagde men er in
+en verkreeg een klomp ijzer, welke men moest smeden om er de lucht-
+en waterdeelen uit te drijven. Een hamer nu ontbrak aan deze smeden;
+maar alles wel beschouwd, verkeerden zij in denzelfden toestand,
+waarin de eerste metaalbewerker verkeerd had, en deden zij wat deze
+moet hebben gedaan.
+
+De eerste klomp, aan een stok bevestigd, diende als hamer om den
+tweede te smeden op een aanbeeld van graniet, en zoo verkreeg men
+een ruw metaal, dat tamelijk bruikbaar was.
+
+Eindelijk, na veel moeite en inspanning, gelukte het hun den 25sten
+April eenige ijzeren staven te bezitten, die zij tot verschillende
+werktuigen versmeedden.
+
+Maar toch kon dit metaal hun geen groote diensten bewijzen, daar het
+zuiver ijzer was en zij vooral behoefte hadden aan staal.
+
+Het staal nu is een verbinding van ijzer en zuurstof, die men
+verkrijgen kan, hetzij uit gesmolten ijzer, door daaruit de te groote
+hoeveelheid koolstof te verwijderen, of uit het ijzer door er de
+vereischte hoeveelheid koolstof bij te voegen.
+
+Hierop was Cyrus Smith ook weder bedacht en hij slaagde er in. Allerlei
+instrumenten, natuurlijk grof bewerkt, gelukten hem ook, en eindelijk
+was den 5den Mei hun metaalbewerking afgeloopen en keerden de smeden
+weder naar de Schoorsteenen terug, om daar een nieuwen werkkring
+te zoeken.
+
+
+
+
+XVI.
+
+ De huisvesting op nieuw besproken.--Een droombeeld van
+ Pencroff.--Een onderzoek van het noordelijk meer.--De
+ noordelijke grens van den bergrug.--De slangen.--Het uiteinde
+ van het meer.--Top is onrustig.--Top zwemt.--Een strijd onder
+ water.--De zeekoe.
+
+
+Het was nu de 6de Mei, de dag, die met den 6den November van het
+noordelijk halfrond gelijk staat. De lucht werd mistig en men moest
+aan eenige toebereidselen voor den winter gaan denken. Toch was de
+temperatuur niet veel kouder geworden. Maar al dreigde de koude nog
+niet in te vallen, de regentijd naderde toch en op dit verlaten eiland,
+te midden der Stille Zee, moest het vaak slecht weder zijn.
+
+De quaestie, een beter verblijf te kiezen, moest dus wel ernstig
+besproken en overdacht worden.
+
+Natuurlijk had Pencroff wel eenige voorliefde voor deze woning, die hij
+zelf ontdekt had; maar hij begreep ook dat het raadzamer was een andere
+te zoeken. Reeds eenmaal was de zee in de Schoorsteenen doorgedrongen
+en men kon zich niet weder op nieuw aan zulke onheilen blootstellen.
+
+"Bovendien," voegde Cyrus Smith er bij, toen zij dien dag over dat
+onderwerp spraken, "moeten wij toch eenige voorzorgen nemen."
+
+"Waarom? Het eiland is toch onbewoond," zei de correspondent.
+
+"Dat is waarschijnlijk," antwoordde de ingenieur, "hoewel wij het
+nog niet geheel en al onderzocht hebben, maar zoo er zich geen enkel
+menschelijk wezen op bevindt, vrees ik toch dat de wilde dieren het
+niet verlaten zullen hebben. Het beste is dat wij ons tegen alle
+aanvallen in veiligheid brengen, en wij moeten vooral niet vergeten
+elken nacht een van allen te waken om het vuur te onderhouden. In
+ieder geval, vrienden, moeten wij op alles bedacht wezen."
+
+"Wat," zei Harbert, "op zulk een afstand van elk land?"
+
+"Ja, beste jongen," antwoordde de ingenieur. "De zeeroovers zijn
+dappere lieden en geduchte boosdoeners, daarom moeten wij onze
+maatregelen nemen."
+
+"Welnu," antwoordde Pencroff, "wij zullen ons tegen de wilden, zoowel
+tegen de twee- als de viervoetigen beveiligen. Maar, mijnheer Cyrus,
+zou het niet beter wezen, als wij, voor iets te ondernemen, het eiland
+in zijn geheele uitgestrektheid onderzochten?"
+
+"Ik geloof ook, dat dit het raadzaamste is," zei Gideon Spilett. "Wie
+weet of wij aan de tegenovergestelde kust geen grot vinden, die wij
+hier tevergeefs hebben gezocht?"
+
+"Maar wel moeten wij er aan denken," hernam Cyrus Smith, "dat wij
+ons verblijf bij goed drinkwater moeten opslaan."
+
+"Laten wij dan, mijnheer Cyrus," zei Pencroff, "een huis aan den oever
+van het meer bouwen. Noch de steenen, noch de werktuigen ontbreken
+ons thans. Nu wij eenmaal steenbakkers, pottebakkers en smeden zijn
+geweest, kunnen wij ook wel metselaars worden."
+
+"Ja, maar, vóór wij tot een besluit komen, moeten wij eerst een
+onderzoek instellen. Een woning, die door de natuur gemaakt is,
+bespaart ons alweder de moeite ze te maken, en zeker zal zij ons een
+veiliger woonplaats aanbieden, want zij zal beschut wezen tegen de
+vijanden zoowel inlandsche als buitenlandsche."
+
+"Gij hebt gelijk, Cyrus," zei de reporter, "maar wij hebben deze
+rotsachtige kust al van alle kanten onderzocht en geen opening,
+geen spleet gevonden!"
+
+"Neen, geen enkele," voegde Pencroff er bij. "Zoo wij maar een opening
+in dien muur hadden kunnen boren, op een zekere hoogte, zoodat zij
+buiten het bereik was, dat zou ons eerst te pas zijn gekomen! Van hier
+af zie ik reeds op den gevel die naar de zee gekeerd is, en vijf of
+zes kamers in dat huis."
+
+"Met vensters die ze verlichten!" riep Harbert lachend uit.
+
+"En een trap om naar boven te gaan!" voegde Nab er bij.
+
+"Gij lacht er om," riep de matroos uit, "en waarom? Wat is er voor
+onmogelijks in? Hebben wij geen bijlen en houweelen. En zou mijnheer
+Cyrus geen middel weten om kruit te maken, waarmede wij de mijn kunnen
+laten springen?"
+
+Cyrus Smith hoorde met alle kalmte den opgewonden Pencroff aan, terwijl
+deze zijn phantastische plannen blootlegde. Om de rotsmassa zelfs door
+het springen eener mijn aan te tasten, zou een onmogelijk werk wezen
+en het was inderdaad jammer dat de natuur het zwaarste gedeelte dezer
+taak niet verricht had. Maar de ingenieur gaf den matroos slechts ten
+antwoord dat hij den rotswand maar eens oplettend moest gadeslaan,
+van de monding der rivier tot den noordelijken uithoek.
+
+Men ging dus naar buiten en het onderzoek nam een aanvang. Maar
+nergens was een holte te ontdekken, slechts nesten van wilde duiven,
+en hier en daar een uitstekend gebroken granietblok. De ingenieur
+stelde dus voor om langs de hoogte naar de Schoorsteenen terug te
+keeren, om dan tegelijk de rivier te onderzoeken. Zij vervolgden hun
+weg, aandachtig alles waarnemende daar zij nu een gedeelte van het
+eiland betreden hadden, dat hun nog onbekend was. Maar geen enkel
+spoor van eenig wild dier deed zich voor; het was ook waarschijnlijk
+dat die meer in de zuidelijke bosschen huisden; maar toch gaf het
+hun een onaangename gewaarwording, toen Top plotseling voor een
+groote slang van ongeveer veertien à vijftien voet lengte stil bleef
+staan. Nab doodde haar met één slag. Cyrus Smith beschouwde haar
+aandachtig en verklaarde dat zij niet vergiftig was, daar zij tot
+de soort der diamantslangen behoorde, waarmede de inboorlingen zich
+in Nieuw Zuid-Wales voeden. Maar toch was het mogelijk dat er zich
+nog andere bevonden wier beet doodelijk kon zijn, zooals de adders
+met gespleten staart, die overeind gaan staan, of de vleugelslangen,
+welke kleppen aan de ooren hebben, waardoor zij zich met reusachtige
+snelheid kunnen bewegen. Toen Top van den eersten schrik bekomen was,
+vervolgde hij met zooveel vuur de jacht op slangen, dat zij beangst
+voor hem werden en zijn meester hem dan ook telkens terug moest roepen.
+
+Spoedig hadden zij de monding van de Roode Beek bereikt. Zij herkenden
+het punt dat zij reeds bezocht hadden, toen zij den berg Franklin
+afdaalden.
+
+Cyrus Smith ontdekte, dat de aanvoer van water zeer aanzienlijk was,
+zoodat er noodzakelijk hier of daar een punt moest wezen, waar het
+overtollige water afvloeide. Dat punt moest men ontdekken, want daar
+zou waarschijnlijk een waterval wezen, dien men als beweegkracht
+zou kunnen aanwenden. Zij vervolgden dus nog een eind hun weg, maar
+zorgden goed bij elkander te blijven. Het water scheen hoe langer hoe
+vischrijker te worden en Pencroff nam zich voor om vischtoestellen
+te maken, ten einde dien rijken buit te vermeesteren.
+
+Voor het oogenblik was hun taak slechts de noordelijke punt te
+bezoeken. Hier stonden meer boomen, welke aan het landschap een
+schilderachtig aanzien gaven. Het Grant-meer lag toen in zijn geheele
+uitgestrektheid voor hen; geen koelte deed het lommer bewegen. Top
+deed nu en dan een zwerm vogels opvliegen, die Gideon Spilett en
+Harbert met hun pijlen begroetten. Harbert had er zelf een getroffen,
+die tusschen de struiken viel. Top snelde er heen en bracht een mooien
+vogel met grijze vleugels in zijn bek terug. Het was een waterhoen, ter
+grootte van een patrijs, doch deze vogel was bij nader onderzoek niet
+voor hun avondmaal geschikt en Top moest er zich dus over ontfermen.
+
+Zij volgden nu een oostelijke richting, en kwamen toen weder op
+bekend terrein. Op dit oogenblik werd Top, die tot nu toe zeer kalm
+was geweest, plotseling onrustig. Het verstandige dier liep maar heen
+en weer en stond telkens bij het water stil, alsof hij daar eenig
+onzichtbaar wild rook; daarop blafte hij, maar hield zich dan weer
+eensklaps stil.
+
+Noch Cyrus Smith, noch zijn makkers sloegen acht op het gedrag van
+den hond; maar Top herhaalde zoo onophoudelijk zijn geblaf, dat het
+den ingenieur eindelijk wel treffen moest.
+
+"Wat is er dan toch, Top?" vroeg hij.
+
+De hond sprong tegen zijn meester op, en gaf duidelijk zijn onrust
+te kennen, waarop hij weder naar het water snelde. Daarop sprong hij
+plotseling in het meer.
+
+"Hier Top!" riep Smith, daar hij niet wilde dat de hond in die
+onbekende wateren zich zou wagen.
+
+Top keerde op het geroep van zijn meester terug, maar toch kon hij
+niet rustig bij hem blijven en scheen hij een dier onder het water
+te volgen. Maar het meer was zeer klein en geen golfje rimpelde
+de oppervlakte. Menigmaal stonden allen stil en sloegen zij het
+oplettend gade, maar er verscheen niets. Er moest hier eenig geheim
+achter schuilen. De ingenieur begon er hoe langer hoe meer belang in
+te stellen.
+
+"Laten wij onzen ontdekkingstocht tot het einde toe vervolgen,"
+zei hij.
+
+Een half uur later hadden zij den zuidoostelijken hoek van het meer
+bereikt en bevonden zij zich op de vlakte: het Verre Uitzicht. Bij dit
+punt konden zij hun onderzoek van het meer voor geëindigd houden, en
+toch had de ingenieur niet kunnen ontdekken waar en hoe de uitloozing
+van het water plaats greep.
+
+"Toch moet zulk een uitloozing ergens wezen," herhaalde hij gedurig,
+"en daar hij niet boven den grond te vinden is, moet hij aan de
+binnenzijde van de rots wezen!"
+
+"Maar waarom stelt ge daar belang in, Cyrus?" vroeg Gideon Spilett.
+
+"Een zeer groot belang zelfs," antwoordde de ingenieur, "want zoo
+de uitstorting in de rots zelf plaats heeft, moet zich daar een grot
+bevinden, die men zeer gemakkelijk tot een woonplaats kan inrichten,
+als men het water afleidt!"
+
+"Maar is het niet mogelijk, mijnheer Cyrus, dat het water in het
+meer zelf uitloopt," zeide Harbert, "en dat het door een onderaardsch
+kanaal naar zee stroomt?"
+
+"Dat kan zeer goed," antwoordde de ingenieur, "en zoo dat het geval
+mocht wezen, dan zijn wij verplicht ons huis zelf te bouwen, daar
+dan de natuur de eerste fondamenten niet gelegd heeft."
+
+Zij haastten zich thans om, daar het reeds vijf uur was, de
+Schoorsteenen op te zoeken, toen Top weder zijn geblaf liet
+hooren. Het was thans zoo heftig, en vóor zijn meester hem nog had
+kunnen weerhouden was hij reeds in het water gesprongen.
+
+Allen liepen naar den oever. De hond was echter reeds twintig voet
+van hen verwijderd en Cyrus Smith riep hem met alle kracht terug,
+toen een kop plotseling boven het water verscheen, dat hier niet diep
+scheen te wezen. Harbert herkende terstond het dier en riep uit:
+
+"Een zeekoe!"
+
+Het dier had zich op den hond geworpen, die het te vergeefs trachtte
+te ontwijken. Zijn meester kon niets tot zijn redding bijbrengen, en
+zelfs vóor dat het denkbeeld bij Gideon en Harbert was opgekomen, om
+het met hun pijlen te treffen, was Top reeds onder water verdwenen. Nab
+stond op het punt om het arme dier met een ijzeren staaf te hulp te
+komen en het ondier in zijn eigen element aan te tasten.
+
+"Terug, Nab," zeide de ingenieur, terwijl hij zijn kloeken dienaar
+tegenhield.
+
+Intusschen werd er onder water hevig gestreden; Top kon waarschijnlijk
+geen weerstand bieden, en de strijd moest dus met den dood van den hond
+eindigen. Maar plotseling, te midden van een grooten kring schuim,
+zag men hem weder boven komen. Door een onbekende kracht werd hij
+tien voet in de hoogte geworpen, maar zonk weder even zoo spoedig
+in de diepte, waarna hij nogmaals bovenkomende, naar den oever zwom
+zonder gewond te zijn, als door een wonder gered.
+
+Cyrus Smith en zijn makkers zagen dit zonder het te begrijpen! Dat
+was iets onverklaarbaars! Zeker was de zeekoe, terwijl zij den hond
+in haar klauwen hield door een ander dier overvallen, en moest zij
+thans zich zelve verdedigen.
+
+Maar het duurde niet lang. Het water werd rood gekleurd van bloed
+en de zeekoe kwam weldra, te midden van een bloedplas, die zich naar
+alle zijden uitbreidde, aan de zuidelijke punt van het meer aan land.
+
+Allen snelden naar dat punt. Het was een geducht dier, van vijftien
+à zestien voet lengte en moest ongeveer drie of vierduizend pond
+wegen. Aan zijn nek scheen het gewond te zijn, met een zeer scherpen
+dolk, zou men zeggen.
+
+Welk dier had dus die vreeselijke zeekoe met één slag kunnen
+dooden. Niemand kon het zeggen, en met dit voorval geheel vervuld,
+keerden Cyrus Smith en zijn vrienden naar de Schoorsteenen terug.
+
+
+
+
+XVII.
+
+ Bezoek aan het meer.--De stroom.--Plannen van
+ Cyrus Smith.--Het vet van de zeekoe.--Gebruik van de
+ vuursteenen.--Glycerine.--Zeep.--Salpeter.--Zwavelzuur.--Stikstof.--Een
+ nieuwe val.
+
+
+Den anderen morgen, 7 Mei, lieten Cyrus Smith en Gideon Spilett het
+eten klaar maken, terwijl zij verder de vlakte van het Verre Uitzicht
+gingen onderzoeken, en Harbert en Pencroff den loop der rivier volgden,
+om een nieuwen voorraad hout op te doen. Spoedig hadden de ingenieur
+en zijn makker de plaats bereikt waar het dier den vorigen dag was
+blijven liggen.
+
+Zij stonden thans weder op dezelfde plaats waar vier en twintig uur
+geleden zulk een hevigen strijd onder water was gevoerd.
+
+Het meer scheen hier niet diep, maar hoe verder men kwam, en eindelijk
+als men het midden naderde, was waarschijnlijk de diepte zeer groot.
+
+"Wel Cyrus," vroeg de reporter, "meent ge dat dit meer volstrekt niet
+verdacht is?"
+
+"Neen, beste Spilett," antwoordde de ingenieur, "en ik weet inderdaad
+niet, waaraan ik dat voorval van gisteren moet toeschrijven!"
+
+"Ik erken," zeide Gideon Spilett, "dat de wond, die dit dier gisteren
+bekomen heeft zeer zonderling is en ik kan mij ook geen denkbeeld
+maken hoe Top met zulk een kracht boven het water werd geworpen. Men
+zou bijna moeten gelooven aan een krachtigen arm, gewapend met een
+dolk, die ook de zeekoe gedood heeft!"
+
+"Ja," antwoordde Smith, die in gepeins verzonken was. "Er is iets dat
+ik niet kan begrijpen. Maar begrijpt gij zelf, Gideon, op welke wijze
+ik gered ben, hoe ik aan de golven ben ontkomen en mij plotseling in
+de duinen bevond. Neen, nietwaar? Ik heb ook een voorgevoel, dat er
+iets verborgens wezen moet, wat we eenmaal zullen ontdekken. Laten
+wij alles stipt gadeslaan, maar niet alles van deze vreemde zaken aan
+onze makkers vertellen. Laten wij onze aanmerkingen voor ons zelven
+houden en ons onderzoek voortzetten."
+
+Zooals men weet, had de ingenieur niet kunnen ontdekken waar
+het overtollige water uit het meer heen vloeide, maar toch moest
+noodzakelijk ergens een uitloozing zijn. Cyrus Smith nu bespeurde dat
+zich op een zeker punt een vrij sterke stroom openbaarde. Hij wierp
+er eenige stukjes hout in en zag dat zij in zuidelijke richting
+voortdreven. Die richting volgende, kwam hij aan den zuidelijken
+uithoek van het meer, daar joeg het water met kracht voort, alsof het
+plotseling in een spleet van den bodem verdween. Cyrus Smith hield
+zijn oor boven de oppervlakte van het meer en hoorde duidelijk het
+bruisen van een onderaardschen waterval.
+
+"Daar," zeide hij, "daar vindt het water zijn uitweg door een kanaal
+in het graniet en stroomt het af naar zee door holen, waarvan wij
+partij zullen trekken."
+
+De ingenieur sneed nu een langen tak af, ontbladerde dien en toen
+hij hem aan het vereenigingspunt der beide oevers in den grond had
+gestoken, ontdekte hij dat er een vrij groote opening was ongeveer
+een voet onder de oppervlakte van het meer. Dit was de opening der
+uitloozing, die hij tot nog toe, maar te vergeefs, gezocht had, en
+de stroom had daar zulk een kracht, dat hij uit de handen van den
+ingenieur den tak rukte, die toen in het schuim der golven verdween.
+
+"Er valt niet meer aan te twijfelen," herhaalde Cyrus Smith. "Daar
+is de uitloozingsplaats, en ik zal haar ook blootleggen!"
+
+"Maar hoe?" vroeg Gideon Spilett.
+
+"Door de oppervlakte van het water drie voet te doen dalen."
+
+"En hoe wilt gij de oppervlakte doen dalen?"
+
+"Door een andere uitloozingsplaats te maken, welke veel grooter is
+dan deze."
+
+"Op welke plaats, Cyrus?"
+
+"Op dat gedeelte van den oever, dat het dichtst bij de kust is."
+
+"Maar die bestaat geheel uit graniet!" merkte de reporter aan.
+
+"Welnu, die zal ik laten springen, en het water zal er natuurlijk
+uitstroomen en dus het meer doen dalen. Zoodoende kunnen wij de
+uitloozing vinden."
+
+"En een waterval op het strand maken," voegde de correspondent er bij.
+
+"En waterval, dien wij tot ons voordeel zullen aanwenden!" antwoordde
+Cyrus. "Kom, ga mede!"
+
+De ingenieur voerde zijn makker met zich, wiens vertrouwen in hem
+zoo groot was, dat hij geen oogenblik aan het welslagen van het plan
+twijfelde. En toch, hoe moesten zij dien oever van graniet openen? Hoe
+zouden zij zonder kruit en met gebrekkige werktuigen die rotsen uiteen
+doen springen? Was het niet een werk, dat hun krachten te boven ging?
+
+Toen Cyrus Smith en de reporter weder in de Schoorsteenen terug kwamen,
+vonden zij Harbert en Pencroff bezig met hun voorraad hout te ontladen.
+
+"De houthakkers hebben hun taak volbracht, mijnheer Cyrus," zei de
+matroos lachend, "en wanneer gij nu metselaars noodig hebt...."
+
+"Geen metselaars, beste vriend, maar scheikundigen," antwoordde
+de ingenieur.
+
+"Ja," voegde Spilett er bij, "wij gaan het eiland laten springen."
+
+"Het eiland laten springen!" riep Pencroff uit.
+
+"Een gedeelte ten minste!" hernam Gideon Spilett.
+
+"Luistert, mijn vrienden!" zei de ingenieur.
+
+Cyrus Smith maakte hen met den uitslag van zijn onderzoek
+bekend. Volgens hem, moest er een vrij aanzienlijke grot bestaan
+in de granietmassa, die de vlakte het Verre Uitzicht uitmaakte,
+en hij was voornemens daar in door te dringen. Om dit te doen,
+moest hij eerst de opening, waardoor het water zijn uitweg vond,
+vrij maken, en dientengevolge de oppervlakte doen dalen door een
+grootere uitloozingsplaats te maken. Hiervoor moesten zij dus een
+ontplofbare zelfstandigheid bereiden, en op deze wijze een groote
+gleuf op een ander gedeelte van den oever maken. Dit wilde Cyrus Smith
+thans beproeven met de verschillende delfstoffen welke de natuur ter
+zijner beschikking had gesteld.
+
+Het is onnoodig te zeggen, met welk een opgewondenheid dit voorstel
+door allen, maar voornamelijk door Pencroff begroet werd. Grootsche
+middelen, rotsen doen springen, een waterval maken, dat was naar den
+zin van den matroos! En hij zou een even goed chemist als metselaar
+en schoenmaker wezen, daar de ingenieur thans aan een chemist
+behoefte had. Hij zou alles wezen, wat men maar wilde--zelfs dans-
+en schermmeester, zei hij tot Nab, zoo dat noodig was.
+
+Nab en Pencroff moesten nu eerst het spek van de zeekoe afsnijden,
+en dit voor bederf bewaren. Zij vertrokken terstond zonder eenige
+verdere inlichting te vragen, zoo volkomen was het vertrouwen dat
+zij in den ingenieur stelden.
+
+Eenige oogenblikken later voeren Cyrus Smith, Spilett en Harbert
+de rivier op, beladen met gevlochten teenen, ten einde een voorraad
+vuursteenen te halen. De geheele dag ging met dezen arbeid voorbij,
+maar tegen den avond bezaten zij dan ook een voldoende hoeveelheid.
+
+Den anderen morgen, 8 Mei, begon de ingenieur met zijn scheikundige
+proeven. De vuursteenen bestaan hoofdzakelijk uit kool of silicium,
+aluminium en zwavelijzer, vooral een groote hoeveelheid van het
+laatste; hij moest nu het zwavelijzer er uit verwijderen en het zoo
+snel mogelijk in sulfaat veranderen. Als men eenmaal dit sulfaat
+verkregen heeft dan kan men het zwavelzuur er gemakkelijk uit bereiden.
+
+Nu maakte Cyrus Smith een gedeelte van den grond, achter de
+Schoorsteenen gelijk. Hier plaatste hij eenige takkenbossen en
+brandhout, en daarop vuurhoudende steenen; daarop overdekte hij het
+geheel weder met eenige vuursteenen, die vooraf verbrijzeld waren tot
+op de groote eener noot. Toen hij dit gedaan had, stak hij het hout
+aan; de warmte deelde zich aan de steenen mede die ook vlam vatten,
+omdat zij koolstof en zwavel bevatten. Nu werd er een nieuwe stapel
+van steenen gemaakt, dien zij weder met gras en planten over dekten,
+nadat zij de lucht er doorheen hadden laten spelen, alsof zij een
+stapel hout tot houtskool moesten maken.
+
+Daarop lieten zij het proces zijn voortgang hebben en binnen de tien
+of twaalf dagen zou het zwavelijzer in sulfaat van ijzer en het
+aluminium in sulfaat van aluminium veranderd zijn, twee oplosbare
+zelfstandigheden; terwijl het silicium, de houtskool en de asch
+onoplosbaar zijn. Terwijl dit chemische proces plaats had, liet
+Cyrus Smith ander werk verrichten. Zij waren allen vol ijver en met
+geestdrift bezield.
+
+Nab en Pencroff hadden de zeekoe van haar spek ontdaan, en dit
+in de groote aarden potten verzameld. Uit dit vet moesten zij
+ook een bestanddeel verwijderen, de glycerine, door het in zeep te
+veranderen. Om dit nu te verkrijgen, was 't voldoende het met soda of
+kalk te vermengen. Inderdaad als men bij vet een dezer bestanddeelen
+brengt, verkrijgt men zeep en scheidt de glycerine zich af, en juist
+deze glycerine wilde de ingenieur bekomen. Aan kalk ontbrak het
+hem niet, zooals men weet; maar wel gaf de vermenging met kalk een
+kalkachtige zeep, onverbindbaar en dus ook onbruikbaar, terwijl de
+vermenging met soda hun integendeel een oplosbare zeep zou geven, die
+dus weder in het huishouden kon gebezigd worden. Dus zou Cyrus Smith
+soda trachten te bereiden. Was het moeielijk? Neen, want zeeplanten
+groeiden in grooten overvloed op het strand. Zij verzamelden dus een
+goede hoeveelheid van deze planten, droogden ze en lieten ze toen in
+groote kuilen in de open lucht verbranden. De verbranding van die
+planten werd gedurende eenige dagen onderhouden, zoodat de warmte
+den graad bereikte waarop de asch smolt, en het voortbrengsel van
+dit proces was een dikke grijsachtige massa, die reeds sedert lang
+onder den naam van "natuurlijke soda" bekend is.
+
+Toen zij die verkregen hadden, vermengde de ingenieur het vet met
+de soda, die eensdeels een oplosbare zeep gaf en anderdeels een
+zelfstandige massa glycerine.
+
+Maar dat was nog niet alles; Cyrus Smith moest voor zijn aanstaand
+preparaat nog een andere zelfstandigheid hebben, de salpeterzure
+potasch, die meer bekend is onder den naam van salpeter.
+
+Cyrus Smith had deze zelfstandigheid kunnen bereiden door koolzure
+potasch, die gemakkelijk uit de asch van planten te verkrijgen is,
+met salpeterzuur te vermengen. Maar het salpeterzuur ontbrak hem,
+en juist dat zuur wilde hij hebben. Gelukkig nu verschafte de natuur
+hem dit salpeter, en hij had het slechts voor het oprapen. Harbert
+ontdekte een laag er van in het noorden van het eiland, aan den
+voet van den berg Franklin, en ze behoefden nu slechts dit zout te
+zuiveren. Met het bereiden dezer verschillende zaken verliep er een
+geheele week. Zij waren met alles gereed, vóór dat het zwavelijzer
+in sulfaat van ijzer veranderd was. Maar in dien tusschentijd konden
+de kolonisten hard aardewerk in een oven van steenen vervaardigen,
+dat zou strekken tot het distilleeren van ijzersulfaat, wanneer dit
+verkregen zou zijn. Alles was tegen den 18den Mei gereed, ongeveer
+op hetzelfde tijdstip dat het chemische proces was afgeloopen.
+
+Gideon Spilett, Harbert, Nab en Pencroff, voorgegaan door den
+ingenieur, waren de handigste werklieden geworden. De noodzakelijkheid
+is de meesteres naar wie men het meest luistert en die het beste
+onderwijst.
+
+Cyrus Smith had nu een voldoende hoeveelheid van dit gekristalliseerde
+sulfaat van ijzer, waaruit zij nu het zwavelzuur moesten trekken. Den
+20sten Mei was de ingenieur in het bezit van deze zelfstandigheid,
+die hun later van zooveel dienst zou zijn.
+
+Toen hij het zwavelzuur verkregen had, bracht hij het bij de glycerine,
+die hij vooruit geconcentreerd had, door het aan verdamping bloot
+te stellen, en hij had nu zelfs, zonder eenig verkoelend mengsel te
+gebruiken, verscheidene kannen van een olieachtige gele vloeistof
+verkregen. Deze laatste bereiding had Cyrus Smith geheel alleen
+gemaakt, op grooten afstand van de Schoorsteenen, want er bestond
+gevaar voor ontploffing en, toen hij een flesch met dit vocht bij
+zijn vrienden bracht, zeide hij:
+
+"Hier hebt gij nitro-glycerine!"
+
+Dit was inderdaad die vreeselijke stof, waarvan de ontploffingskracht
+tienmaal grooter is dan die van het buskruit, en waardoor reeds zooveel
+onheilen zijn teweeggebracht. Thans, nu men het middel heeft gevonden
+om het in dynamiet te veranderen, dat is het te vermengen met een
+vaste zelfstandigheid, klei of suiker, poreus genoeg om het in zich
+op te nemen, kan dit gevaarlijke vocht met minder gevaar gebruikt
+worden. Maar het dynamiet was nog niet bekend, toen de kolonisten op
+het eiland Lincoln waren.
+
+"En dat vocht zal onze rotsen dus doen springen?" zei Pencroff op
+ongeloovigen toon.
+
+"Ja, beste vriend," antwoordde de ingenieur, "en deze nitro-glycerine
+zal zooveel te meer uitwerking hebben, naarmate dit harde graniet
+meer weerstand zal bieden."
+
+"En wanneer zullen wij dat zien, mijnheer Cyrus?"
+
+"Morgen, zoodra wij een gat in de mijn geboord hebben," antwoordde
+de ingenieur.
+
+Den anderen dag, den 21sten Mei, begaven de kolonisten zich reeds bij
+het aanbreken van den dag op weg naar den oever van het meer Grant,
+op ongeveer vijf honderd pas afstands van de kust.
+
+Het was zeker, dat, wanneer men den bovenrand deed springen, het
+water door de opening zou ontsnappen, en een beekje zou vormen, dat
+wanneer het zich over de oppervlakte van de bergvlakte had verspreid,
+op het strand zou wegvloeien. Zoodoende zou het meer lager en de
+uitloozing bloot komen te liggen; hun doel was dan bereikt. Maar dit
+doel was niet spoedig bereikt, want de ingenieur, die een ontzaglijke
+ontploffing wilde teweegbrengen, was voornemens niet minder dan tien
+liter nitro-glycerine te gebruiken. Pencroff, afgelost door Nab,
+slaagde er in tegen vier uur een gat in de mijn gereed te hebben,
+dat groot genoeg was om die hoeveelheid te bevatten.
+
+Nu moesten zij nog overleggen, hoe die ontplofbare zelfstandigheid
+te doen werken. Gewoonlijk wordt de nitro-glycerine aangestoken door
+middel van een kleine hoeveelheid knalzuurzout, dat, wanneer het
+springt, de ontploffing plaats doet hebben. Door een schok moest de
+ontploffing teweeggebracht worden, want wanneer het slechts aangestoken
+werd, zou het branden, zonder te ontploffen.
+
+Cyrus Smith had zulk een lont wel kunnen bereiden. Bij gebrek aan dit
+knalzuurzout kon hij toch eene zelfstandigheid maken, die veel met
+schietkatoen overeenkwam, daar hij salpeterzuur tot zijne beschikking
+had. Dit in een kardoes gedaan en bij de nitro-glycerine gebracht,
+zou ook losbarsten wanneer het met een tondel werd aangestoken. Maar
+Cyrus Smith wist dat de nitro-glycerine de eigenschap heeft om bij
+een schok te ontploffen. Hij besloot dus van die eigenschap gebruik
+te maken; zoo dit hem niet gelukte kon hij altijd nog een ander middel
+aanwenden. Het slaan met een hamer op eenige druppels nitro-glycerine,
+zou reeds een uitbarsting teweeg brengen. Maar hij, die dezen slag
+met den hamer zou moeten toebrengen, kon dit niet doen, zonder zelf
+het slachtoffer der bewerking te worden. Cyrus Smith kwam nu op het
+denkbeeld om een stuk ijzer vlak boven de opening der mijn aan een
+eind koord te hangen. Een ander koord, dat hij vooraf door zwavel
+had gehaald, werd in het midden van het eerste vastgehecht, terwijl
+het uiteinde van dat koord op den grond hing, op zekeren afstand
+van de opening verwijderd. Dit tweede koord werd nu aangestoken,
+en zou natuurlijk branden, totdat het 't eerste raakte. Dit zou ook
+vlam vatten, zou breken en het stuk ijzer moest natuurlijk op de
+nitro-glycerine vallen.
+
+Toen dit toestel gereed was, verwijderde de ingenieur zijn vrienden,
+stortte de nitro-glycerine in de opening en goot eenige druppels
+onder het blok ijzer dat reeds was opgehangen. Toen dit gedaan was,
+nam Cyrus Smith het uiteinde van het door zwavel gehaalde koord, stak
+het aan, en voegde zich toen bij zijn vrienden in de Schoorsteenen.
+
+Het koord moest vijf en twintig minuten branden en inderdaad vijf
+en twintig minuten later dreunde eene ontploffing, waarvan men zich
+geen denkbeeld zou kunnen vormen. Het scheen dat het geheele eiland
+op zijn fondamenten sidderde. Een wolk van steenen verhief zich alsof
+zij door een vulkaan ten hemel werd geworpen.
+
+De schok, die door de verplaatsing van lucht teweeg werd gebracht,
+deed de rotsen der Schoorsteenen trillen. De kolonisten, hoewel zij
+meer dan twee mijlen van de mijn verwijderd waren, werden op den
+grond geworpen. Zij stonden op, bestegen de bergvlakte en ijlden
+naar de plaats waar de rand van het meer door de losbarsting was
+uiteengeslagen.
+
+Een drievoudig hoezee weerklonk uit aller mond! De rots was gespleten
+over een groote oppervlakte. Een krachtige waterstroom bruiste
+schuimend over de vlakte, en strekte zich uit tot aan het uiteinde
+van de rots waar hij zich van een hoogte van driehonderd voet naar
+beneden stortte.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+ Pencroff twijfelt niet meer.--De oude uitloozing.--Een
+ onderaardsche tocht.--De weg door het graniet.--Top is
+ verdwenen.--De middelste spelonk.--De inwendige put.--Een
+ geheim.--Een stoot met het houweel.--Terugtocht.
+
+
+Cyrus Smith was volkomen geslaagd in zijn plannen, maar volgens zijn
+gewoonte liet hij zijn tevredenheid volstrekt niet blijken, en met
+gesloten lippen en strakken blik bleef hij onbeweeglijk staan. De
+vreugde van Harbert kende paal noch perk; Nab sprong op van blijdschap;
+en Pencroff schudde zijn dikken kop, terwijl hij mompelde:
+
+"Kom aan, dat gaat goed met onzen ingenieur!"
+
+De nitro-glycerine had dan ook een krachtige uitwerking gedaan. De
+uitloozing, die men aan het meer gegeven had, was zoo groot dat de
+hoeveelheid water, die nu wegspoelde, driemaal meer was dan vroeger. De
+uitslag was dus, dat eenigen tijd later de oppervlakte van het meer
+reeds twee voet gedaald moest wezen.
+
+Zij keerden nu naar de Schoorsteenen terug om hun spaden, houweelen,
+touwen, steen en zwam te halen; daarop gingen zij weder naar de
+bergvlakte. Top vergezelde hen.
+
+Onderweg kon Pencroff toch niet laten om tot den ingenieur te zeggen:
+
+"Maar weet ge wel, mijnheer Cyrus, dat wij door middel van deze
+heerlijke likeur, die gij bereid hebt, wel het geheele eiland zouden
+kunnen doen springen!"
+
+"Ongetwijfeld, zoowel het eiland als het vasteland en de geheele aarde
+zelf," antwoordde Cyrus Smith. "Het geldt hier slechts de quaestie
+van hoeveelheid."
+
+"Kunnen wij die nitro-glycerine niet voor onze vuurwapenen gebruiken,"
+vroeg de matroos.
+
+"Neen, Pencroff, de zelfstandigheid is al te krachtig. Maar wij
+kunnen wel schietkatoen er van vervaardigen, en zelfs buskruit, daar
+wij stikstof, salpeter, zwavel en vuur hebben. Maar ongelukkigerwijs
+ontbreken ons de wapenen."
+
+"Och, mijnheer Cyrus," antwoordde de matroos, "met een weinig goeden
+wil!"
+
+Blijkbaar had Pencroff het woord "onmogelijk" uit het woordenboek
+van het eiland Lincoln geschrapt.
+
+Toen zij op de bergvlakte kwamen, zagen zij reeds met een oogopslag
+dat hun werk gelukt was en dat, waar zij zoozeer naar verlangd
+hadden, de opening boven de oppervlakte van het water uitstak. Zij
+was ongeveer twintig voet breed, maar slechts twee voet hoog. Dus niet
+meer dan de opening van een riool. Zij hadden dan ook onmogelijk er in
+kunnen gaan, zoo Nab en Pencroff niet terstond met hun houweelen een
+voldoende ruimte hadden uitgehouwen. De ingenieur drong naar binnen
+en zag dat men zeer goed verder kon doordringen, en waarschijnlijk
+tot de oppervlakte der zee zou kunnen komen. En zoo er dan, gelijk
+zeer waarschijnlijk was, een grot aanwezig was in het binnenste van
+deze rotsachtige massa, dan zou men ook het middel wel vinden om deze
+bewoonbaar te maken.
+
+"Welnu, mijnheer Cyrus, wat weerhoudt ons om er binnen te gaan? Gij
+ziet dat Top ons reeds is voorgegaan!"
+
+"Best," antwoordde de ingenieur. "Maar wij moeten alles goed kunnen
+zien." Nab sneed eenig harsachtige takken af.
+
+Nab en Harbert snelden naar den oever van het meer, waar een aantal
+boomen stonden, en spoedig keerden zij terug, beladen met takken,
+waarvan zij flambouwen maakten. Zij ontstaken ze met hun vuursteenen
+en met Cyrus Smith aan het hoofd drongen zij die donkere gang binnen,
+die tot hiertoe door het instroomende water was gevuld. Zij daalden
+zeer langzaam af en onwillekeurig konden zij een zekere aandoening
+niet van zich weren, bij het bezoeken van die diepten, waar geen
+menschelijk wezen ooit een voetstap gezet had. Zij spraken niet, maar
+dachten, dat het wel mogelijk zou kunnen wezen, dat eenig gevaarlijk
+dier in die rots huisvestte. Zij moesten dus voorzichtig te werk gaan.
+
+Maar Top ging vooruit en men kon op het dier vertrouwen, in geval
+van nood zou het wel waarschuwen.
+
+Toen zij ongeveer een honderd pas afgelegd hadden, stond Cyrus
+Smith stil.
+
+"Wel Cyrus!" zeide Gideon Spilett. "Hier zijn wij op een onbekend
+gebied, goed geborgen in deze diepten, maar in elk geval onbewoonbaar."
+
+"Waarom onbewoonbaar?" vroeg de matroos.
+
+"Omdat het te klein en te donker is."
+
+"Kunnen wij het dan niet wijder maken, en van openingen voorzien
+waar de dag en de lucht doordringen?" vroeg Pencroff, die niets
+onmogelijk achtte.
+
+"Laten wij maar verder gaan," antwoordde Cyrus Smith, "en ons onderzoek
+voortzetten. Misschien is de natuur ons lager gunstiger."
+
+"Wij zijn pas op een derde der hoogte," merkte Harbert op.
+
+"Op een derde ongeveer, ja," antwoordde Smith, "het is dus niet
+onwaarschijnlijk, dat een honderd pas lager...."
+
+"Waar is Top toch?...," vroeg Nab plotseling.
+
+Men zocht overal, maar de hond was niet te vinden.
+
+"Hij is zeker doorgegaan," zeide Pencroff.
+
+"Laten wij hem inhalen," hernam de ingenieur.
+
+Zij daalden verder af. De ingenieur sloeg alles rondom zich nauwkeurig
+gade.
+
+Zij stonden eensklaps weder stil, daar eenig geluid, als door een
+pijp tot hen kwam.
+
+"Het is Top, die blaft!" riep Harbert uit.
+
+"Ja," antwoordde Pencroff, "en onze dappere hond blaft zelfs met
+woede."
+
+"Wij hebben onze houweelen," zeide Smith. "Laten wij op onze hoede
+wezen. Vooruit!"
+
+"Het wordt hoe langer hoe merkwaardiger," mompelde Gideon Spilett
+aan het oor van den matroos, die toestemmend knikte.
+
+Cyrus Smith en zijn makkers liepen zoo snel zij konden voorwaarts
+om den hond te hulp te komen. Het geblaf van Top werd hoe langer
+hoe duidelijker en heftiger. Zou hij misschien in gevecht zijn met
+een dier dat hij in zijn hol gestoord had? Zeker was het dat allen
+het gevaar door hun nieuwsgierigheid vergaten. Zij liepen niet meer,
+zou men zeggen, maar zij gleden als het ware naar beneden, en eenige
+minuten later, ongeveer een zestig voet lager, hadden zij Top bereikt.
+
+Toen veranderde de nauwe gang plotseling in een ruime en prachtige
+grot. Hier liep Top, van woede blaffende, heen en weer, terwijl Nab en
+Pencroff, door hun toortsen tegen den wand te slaan, een helder licht
+verspreidden in alle hoeken en gaten en Cyrus Smith, Gideon Spilett
+en Harbert met hun houweelen in de hand zich op alles voorbereidden.
+
+De groote grot was geheel leeg. Zij doorkruisten haar in alle
+richtingen. Maar er was niets, geen dier, geen levend wezen! En toch
+bleef Top blaffen. Noch de liefkoozingen, noch de bedreigingen van
+zijn meester konden hem tot bedaren brengen.
+
+"Er moet ergens een opening wezen waardoor het water uit het meer in
+zee liep," zeide de ingenieur.
+
+"Zeker," antwoordde Pencroff, "laten wij dus oppassen niet in een
+gat te vallen."
+
+"Vooruit, Top, vooruit!" riep Smith.
+
+De hond, aangemoedigd door deze woorden van zijn meester, ijlde naar
+het uiteinde van de grot en begon daar nog heftiger te blaffen dan
+te voren. Zij volgden hem en bij het licht der toortsen kon men zeer
+duidelijk een opening, een bepaalde put tusschen de rotsen zien. Hier
+had dus de uitloozing plaats gehad, maar ditmaal was het geen gang
+waarin men zich durfde wagen, maar een put met loodrechte wanden,
+waar men onmogelijk zou kunnen ingaan.
+
+Zij hielden thans hun toortsen boven de opening, maar zagen
+niets. Cyrus Smith wierp er een brandenden tak in. Deze verlichtte
+wel de put, maar niets was er nog te zien. Daarop werd de vlam met
+een sissend geluid uitgedoofd en zij konden hieruit opmaken, dat de
+tak de oppervlakte der zee bereikt had.
+
+De ingenieur berekende den tijd dien het stuk hout noodig had gehad
+om beneden te komen, en hieruit maakte hij op, dat de put negentig
+voet diep was.
+
+De bodem van de grot was dus negentig voet boven de oppervlakte
+der zee.
+
+"Ziedaar onze woning," zeide Cyrus Smith.
+
+"Maar zij was door een ander wezen bewoond," antwoordde Gideon Spilett,
+wiens nieuwsgierigheid nog niet voldaan was.
+
+"Welnu, welk wezen het ook zijn moge, het is door die opening ontvlucht
+en heeft zijn woning aan ons afgestaan."
+
+"Het doet er niet toe," voegde Pencroff er bij, "maar ik had een
+kwartier geleden wel Top willen wezen, want zonder reden zou hij niet
+geblaft hebben!"
+
+Cyrus Smith zag zijn hond aan en wie dicht bij hem had gestaan,
+zou gehoord hebben hoe hij bij zich zelf mompelde:
+
+"Ja, ik ben overtuigd, dat Top er meer van weet dan wij!"
+
+Het toeval en het doorzicht van den ingenieur had hun een goede woning
+bezorgd. Toch moesten zij nog twee bezwaren overwinnen, namelijk licht
+in deze grot te doen doordringen, en ten tweede een gemakkelijken
+toegang maken. Misschien zou het hun gelukken om den achterwand te
+doorboren die aan de zeezijde gelegen was. En zoo zij het licht eenmaal
+hadden, was het even gemakkelijk een deur zoowel als vensters te maken.
+
+"Dus dan maar aan het werk, mijnheer Cyrus," zeide Pencroff. "Ik
+heb mijn houweel en zal door dezen wand wel licht maken. Waar moet
+ik beginnen?"
+
+"Hier," antwoordde de ingenieur, en wees den matroos een vrij groote
+holte, waar de wand stellig minder dik moest wezen.
+
+Pencroff deed een fermen houw in de rots, en een half uur lang liet
+hij, bij het licht der toortsen, de stukken rotsblok om zich heen
+vliegen. De rots schitterde onder zijn houweel. Nab loste hem af en
+daarna Gideon Spilett.
+
+Het werk was reeds twee uur aan den gang, en het scheen dat dit
+gedeelte van den wand nooit doorboord zou kunnen worden, toen Gideon
+Spilett een hevigen stoot met zijn houweel toebracht, zoodat dit door
+den wand heenvloog en aan de andere zijde terecht kwam.
+
+"Hoezee! hoezee!" riep Pencroff uit. De wand was daar slechts twee
+voet dik.
+
+Cyrus Smith keek door de opening, welke zich tachtig voet boven den
+grond bevond. Vóór hen lag de kust en verder de onmetelijke zee.
+
+Maar door deze vrij groote opening drong het licht in volle stralen
+binnen en deed een prachtige uitwerking in de ruime grot.
+
+Allen waren verstomd van verbazing. Daar, waar zij slechts een duistere
+spelonk gezocht hadden, vonden zij een paleis, en Nab nam zijn hoed af,
+alsof hij zich in een tempel bevond. Kreten van bewondering ontglipten
+aan ieders mond. Het hoezee weerklonk en stierf weg van de eene echo
+in de andere, tot aan het uiterste punt der sombere gewelven.
+
+"En nu, mijn vrienden," sprak Cyrus Smith, "als wij deze grot voldoende
+verlicht hebben, als wij onze kamers, magazijnen en werkplaatsen in
+het linker gedeelte hebben ingericht, dan blijft ons nog een groote
+ruimte over waar wij onze studeerkamer en ons museum kunnen maken."
+
+"En hoe zullen wij haar noemen?...." vroeg Harbert.
+
+"Rotshuis," antwoordde Cyrus Smith, en deze naam werd met een hoezee
+van alle zijden begroet.
+
+De toortsen waren bijna geheel opgebrand, en om terug te keeren
+moesten zij door de nauwe gang, de bergvlakte bereiken; zij kwamen
+dus overeen dat zij de werkzaamheden tot inrichting hunner nieuwe
+woning tot den volgenden dag zouden staken.
+
+Vóór zij vertrokken, wierp Cyrus Smith nog een blik in de donkere
+put en luisterde met ingehouden adem. Maar geen enkel geluid vernam
+hij, zelfs niet het ruischen van het water. Zij wierpen nogmaals een
+brandenden tak er in. Weder werden de wanden van de put verlicht, maar
+evenmin als de eerste maal was er iets te zien. Zoo eenig zeemonster
+verrast was geworden door het onverwachts afdrijven van het water,
+dan had het nu toch het strand bereikt.
+
+Toch kon de ingenieur, die met alle aandacht luisterde en het oog
+steeds in de diepte gevestigd hield, geen enkel woord uiten.
+
+De matroos naderde hem toen en stootte hem aan:
+
+"Mijnheer Smith!" zeide hij.
+
+"Wat wilt gij, beste vriend?" vroeg de ingenieur alsof hij uit een
+droom ontwaakte.
+
+"De toortsen gaan bijna uit."
+
+"Vooruit dan!" antwoordde Cyrus Smith.
+
+Zij verlieten nu de grot en gingen naar boven. Top sloot den kleinen
+stoet, maar liet nog steeds een geknor hooren.
+
+Tegen vier uur hadden zij de opening van de gang bereikt, juist toen
+de toortsen van Nab en Smith uitdoofden.
+
+
+
+
+XIX.
+
+ Het plan van Cyrus Smith.--De gevel van het Rotshuis.--De
+ touwladder.--De droomen van Pencroff.--De welriekende
+ planten.--Konijnenholen.--Afleiding van het water.--Uitzicht
+ uit het Rotshuis.
+
+
+Den volgenden morgen, den 22sten Mei, vingen zij aan hun nieuwe woning
+in orde te brengen. Zij hadden dan ook haast om hun onbewoonbare
+Schoorsteenen zoo spoedig mogelijk voor deze betere en grootere woning
+te verruilen. Ook zouden zij deze niet geheel en al verlaten, want
+het plan bestond om daar een werkplaats voor groote stukken te maken.
+
+De eerste bezigheid van Cyrus Smith was, om te onderzoeken waar de
+juiste plaats van den gevel van het Rotshuis was. Hij begaf zich dus
+naar het strand, waar de onmetelijke muur begon, en daar het houweel
+dat Gideon Spilett door de opening van den rotswand geworpen had,
+in rechte lijn moest zijn neergevallen, zou het terugvinden daarvan
+voldoende wezen om de plaats te ontdekken, waar de opening in de rots
+was gemaakt. Hij vond het werktuig dan ook spoedig, en inderdaad was
+er loodrecht boven het punt waar het houweel in het zand was gevallen
+een opening ongeveer tachtig voet boven het strand. Eenige rotsduiven
+vlogen in en uit door deze nauwe spleet. Het scheen wel alsof zij
+voor deze dieren het Rotshuis ontdekt hadden.
+
+Het plan van den ingenieur was om het rechter gedeelte in verscheidene
+kamers, die op een gang uitkwamen, te verdeelen en die door middel
+van vijf ramen en een deur, welke in den wand moesten gebroken worden,
+licht zouden verspreiden. Pencroff was het volkomen eens met de vijf
+vensters, maar hij begreep het nut der deur volstrekt niet, daar de
+gleuf vroeger door het afstroomende water gemaakt, een soort van trap
+vormde, waardoor men gemakkelijk in het huis kon komen.
+
+"Vriend," zeide Cyrus Smith, "zoo het aan ons licht valt langs dien
+weg in ons huis te komen, zou dit ook even gemakkelijk vallen aan
+anderen. Daarom ben ik dan ook voornemens om die gleuf van boven te
+sluiten en zoo noodig de opening geheel te verbergen, door het water
+van het meer er over heen te doen stroomen."
+
+"Maar hoe zullen wij er dan inkomen?" vroeg de matroos.
+
+"Door eene ladder, die wij van buiten zullen aanbrengen," antwoordde
+Cyrus Smith, "een touwladder, die, wanneer wij haar ophalen, den
+ingang van onze woning onmogelijk kan doen bereiken."
+
+"Maar waarom zooveel voorzorgen?" vroeg Pencroff. "Tot nog toe behoeven
+wij voor de dieren niet te vreezen. En ons eiland is toch niet door
+menschen bewoond."
+
+"Zijt gij daar wel zeker van, Pencroff?" vroeg de ingenieur den
+matroos aanziende.
+
+"Wij zullen er dan eerst zeker van wezen, wanneer we het eiland in
+alle richtingen onderzocht hebben," antwoordde Pencroff.
+
+"Ja," zeide Cyrus Smith, "want wij kennen nog slechts een klein
+gedeelte. Maar in ieder geval, zoo er binnenlands geen vijanden zijn,
+kunnen zij toch van buiten af komen, want de Stille Zuidzee is vol
+gevaren. Laat ons dus tegen alle mogelijke gebeurtenissen op onze
+hoede zijn."
+
+Cyrus Smith sprak verstandig, en zonder verdere tegenwerping begon
+Pencroff zijn bevelen op te volgen.
+
+De gevel van het Rotshuis zou dus verlicht worden door vijf vensters
+en een deur. Bovendien vormde de ingenieur, terwijl de kozijnen der
+vensters gemaakt werden, het plan om de openingen door zware blinden
+te sluiten, die wind noch regen doorlieten, en die men, zoo het noodig
+was, kon bedekken. Binnen weinige dagen was hun werk voltooid en was
+het Rotshuis van alle zijden verlicht.
+
+Het plan van Cyrus Smith was, om de grot in vijf vertrekken, die
+het uitzicht op zee hadden, te verdeelen: rechts zou de deur komen,
+waaraan men de touwladder bevestigen zou, vervolgens een keuken,
+die dertig voet breed zou worden, een eetzaal, ongeveer veertig voet,
+een slaapkamer van dezelfde grootte, en eindelijk de gezelschapszaal,
+die aan de groote zaal grensde, en waarop Pencroff zeer veel prijs
+stelde. Deze kamers, die een gedeelte van het Rotshuis in beslag
+namen, konden niet tot in het achterste gedeelte reiken. Zij waren
+van elkaar gescheiden door een gang en een groot magazijn, waar zij
+de gereedschappen en de levensmiddelen bewaarden. Buitendien hadden
+zij nog boven de groote grot een kleine, welke zij tot vliering
+konden inrichten.
+
+Nu schoot hun niets anders over, dan dit plan ten uitvoer te brengen.
+
+Tot nog toe waren zij in de grot door de oude gleuf gekomen. Cyrus
+Smith besloot thans een stevige touwladder te maken, die, wanneer zij
+opgetrokken was, den toegang tot de grot onmogelijk maakte. Deze ladder
+werd met de uiterste zorg gemaakt: de sporten vervaardigden zij van de
+takken van een curryboom. En wat de staken betrof, deze bestonden uit
+cederhout. Het geheel werd met meesterhand door Pencroff samengesteld.
+
+Nu konden zij gemakkelijk de steenen ophijschen tot in het
+Rotshuis. Ook ging het overbrengen der materialen veel spoediger en
+was die grot in een oogwenk tot verblijfplaats ingericht. Aan kalk
+ontbrak het hun niet en eenige duizenden steenen lagen gereed om
+gebruikt te worden; weldra waren de kamers dan ook in orde.
+
+Het werk ging onder toezicht van den ingenieur, vlug van de hand. Met
+elk ambacht was Cyrus Smith bekend, en hij gaf zoodoende het voorbeeld
+aan zijn ijverige en krachtige vrienden.
+
+Men arbeidde met vertrouwen en allen waren opgeruimd gestemd, terwijl
+Pencroff altijd een vroolijk woord had; nu eens was hij timmerman, dan
+weer touwslager, en soms metselaar. Zijn vertrouwen in den ingenieur
+was onwankelbaar. Niets kon hem dit ontnemen. Hij achtte hem tot alles
+in staat en hield het er voor dat alles wat hij ondernam, slagen moest.
+
+Het punt van kleeren en schoenen,--een zeer gewichtig punt--de
+verlichting gedurende de winteravonden, alles scheen hem gemakkelijk
+toe, wanneer Cyrus Smith hielp en die hulp zou nooit ontbreken.
+
+De ingenieur liet Pencroff maar praten. Hij wilde niets op diens
+overdrijving afdingen. Hij wist dat vertrouwen mededeelzaam maakt,
+en kon dikwijls een glimlach niet weerhouden, wanneer hij hem hoorde
+spreken, maar paste wel op dat zijn eigene bezorgdheid voor de toekomst
+niet aan het licht kwam. Inderdaad had hij alle reden om te vreezen,
+dat in dit gedeelte van den Stillen Oceaan, waar zelden schepen kwamen,
+zij weinig op hulp konden rekenen. Zij moesten dus geheel op zich
+zelven vertrouwen, want de afstand tusschen het eiland Lincoln en
+eenig ander land was te groot, dan dat zij zich op een boot, die
+natuurlijk niet zoo stevig gemaakt kon worden, zouden durven wagen.
+
+Maar zooals de matroos zeide, stonden zij wel honderdmaal hooger dan
+de vroegere Robinsons, die alles door een wonder moesten verkrijgen.
+
+Dit was ook zoo, want zij "wisten" en de mensch die "weet" slaagt
+waar anderen moeten rondtasten en noodzakelijk omkomen. Bij het werk
+bleek het dat Harbert veel aanleg had. Hij was vlug en ijverig, begreep
+alles snel en bracht het goed ten uitvoer, zoodat Cyrus Smith zich hoe
+langer hoe meer aan den knaap hechtte. Harbert koesterde wederkeerig
+voor den ingenieur een vurige en eerbiedige vriendschap. Pencroff
+bemerkte deze sympathie, welke tusschen de beide mannen ontstond,
+maar was volstrekt niet jaloersch. Nab bleef Nab. Hij was wat hij
+altijd zou zijn, moedig, ijverig en steeds tot zelfverloochening
+bereid. Hij had in zijn meester hetzelfde vertrouwen als Pencroff,
+maar liet dit minder luidruchtig bemerken. Wanneer de matroos zijn
+opgewondenheid lucht gaf, scheen het, of Nab hem antwoordde: "Maar
+niets is natuurlijker."
+
+Toch mochten Pencroff en Nab elkander gaarne lijden.
+
+Wat Gideon Spilett betrof, hij nam aan het algemeene werk deel en was
+niet de onhandigste--waarover de matroos altijd een weinig verbaasd
+was. Een "schrijver" die niet alleen alles begrijpt, maar ook alles
+kan ten uitvoer brengen, was voor hem een onverklaarbaar wezen.
+
+De ladder werd den 28sten Mei plechtig ingewijd. Zij telde niet
+minder dan honderd sporten en hing langs een loodrechte hoogte van
+tachtig voet. Gelukkig had Cyrus Smith haar in twee gedeelten weten
+te maken door partij te trekken van een uitstekend gedeelte van den
+wand, ongeveer veertig voet boven den grond. Dit uitstek maakten zij
+vlak; het werd een soort van portaal, waaraan men de eerste ladder
+kon vastmaken, zoodat de slingeringen de helft kleiner werden, en
+men haar, door middel van een koord, tot het benedengedeelte van het
+Rotshuis kon optrekken.
+
+Wat de tweede ladder betrof, deze hechtte men even stevig aan dit
+uitstek als boven aan de deur vast. Op deze wijze was het naar boven
+gaan zeer gemakkelijk. Bovendien was Cyrus Smith van plan later
+een hydraulischen elevator te maken, die alle vermoeienis en alle
+tijdverlies zou wegnemen. Spoedig waren zij aan die trap gewend. Zij
+waren vlug en handig en Pencroff, als matroos, kon hun menig lesje
+geven. Maar ook moest hij Top onderwijzen. De arme hond was, met zijn
+vier pooten, aanvankelijk niet voor deze beweging geschikt. Pencroff
+echter was zulk een volhardend onderwijzer, dat Top spoedig even goed
+als zijn lotgenooten in het honden- en apenspel, de trap beklom. Of
+de matroos trotsch op zijn leerling was, valt moeilijk te zeggen;
+maar zeker is het, dat Pencroff hem meer dan eens op zijn rug mede
+naar boven nam, waar de hond niets tegen had.
+
+Toch vergaten zij door dit werk niet, voor hun wintervoorraad te
+zorgen. Hiermede hadden Spilett en Harbert zich belast. Vooral vonden
+zij veel konijnen. Ook verzamelde Harbert een menigte kruiden en
+planten, en toen Pencroff hem vroeg, waartoe die dienden, antwoordde
+de knaap:
+
+"Om ons te genezen, wanneer wij ziek zijn."
+
+"Maar, waarom zouden wij ziek worden, daar er geen dokters op het
+eiland zijn?" hernam Pencroff op ernstigen toon.
+
+Hierop viel niets te antwoorden, maar Harbert ging toch met zijn
+verzameling voort, die men in het Rotshuis zeer op prijs stelde.
+
+Eens dat zij weer door het bosch dwaalden, riep Harbert plotseling uit:
+
+"Konijnen-holen!"
+
+"Ja," antwoordde de reporter, "ik zie ze ook."
+
+"Maar zijn zij bewoond?"
+
+"Dat is de vraag."
+
+Het duurde niet lang of de vraag werd opgelost. Spoedig zag men een
+honderd van die kleine dieren, welke op konijnen geleken, zich in alle
+richtingen verspreiden, zoo snel, dat Top ze niet zou hebben kunnen
+achterhalen. Jagers en hond gelukte het dus niet eenigen in hun macht
+te krijgen. Maar Spilett had vast besloten de plaats niet te verlaten,
+vóor hij er een half dozijn vermeesterd had en kwam op het denkbeeld
+voor de holen strikken te spannen, maar eerst moesten zij die maken.
+
+Een uur later had hij er dan ook vier gevangen. Deze dieren geleken
+veel op de konijnen die men in Europa vindt, en welke daar den naam
+van Amerikaansche konijnen dragen.
+
+Zij brachten den buit naar het Rotshuis, waar hij als avondmaal
+op tafel verscheen. Deze dieren smaakten overheerlijk, en van die
+konijnen scheen een onuitputtelijke voorraad te bestaan.
+
+Den 31sten Mei waren de luiken klaar. Nu moesten zij de kamers nog
+meubelen, een werk, dat zij voor de lange winteravonden bewaarden. Een
+schoorsteen werd in de eerste kamer, de keuken, geplaatst. De pijp,
+waardoor de rook moest opstijgen, gaf nog eenig werk aan deze
+geïmproviseerde schoorsteenvegers. Het gelukte Cyrus Smith ook, om
+door een kleine buis het water van het meer tot in het Rotshuis te
+laten komen, zoodat het hun nooit aan water kon ontbreken.
+
+Eindelijk was alles gereed; het werd ook tijd, want het slechte
+jaargetijde was aangebroken. De luiken werden zoolang gesloten totdat
+de ingenieur zijn glasruiten vervaardigd had.
+
+Gideon Spilett had zeer netjes, op de uitstekende punten van de grot en
+om de vensters, verschillende planten geplaatst, zoodat alle openingen
+omlijst waren met groen en een schilderachtige uitwerking deden. De
+bewoners van dit hechte, gezonde en veilige huis hadden alle reden
+om over hun werk tevreden te zijn. De ramen gaven het uitzicht op een
+bijna onbeperkten horizon, ten noorden begrensd door Kaap Mandibule en
+ten zuiden door kaap Klauw. De geheele golf der Unie strekte zich in
+al haar pracht voor hen uit. Vooral Pencroff was uitbundig in zijn lof
+over hetgeen hij schertsend noemde zijn kamer op de vijfde verdieping,
+boven de entresol.
+
+
+
+
+XX.
+
+ De regentijd.--De quaestie der kleeding.--Een jacht op
+ zeehonden.--Vervaardiging van waskaarsen.--Werkzaamheden in
+ het Rotshuis.--Een oesterput.--Wat Harbert in zijn zak vindt.
+
+
+De winter viel hier in met de maand Juni, die overeenkomt met de
+maand December in het noordelijk halfrond. Hij begon met stortregens
+en stormen zonder tusschenpoozen. Wel moesten de bewoners van het
+Rotshuis zulk een woning, waar de verschillende weersgesteldheden
+hen niet konden deeren, op prijs stellen. De Schoorsteenen zouden
+een onvoldoende schuilplaats tegen de koude zijn geweest, en het was
+wel te vreezen dat het hooge water, door den wind gedreven, er binnen
+zou stroomen. Cyrus Smith nam dan ook eenige maatregelen tegen deze
+mogelijkheid, opdat niet al hun ijzer en werktuigen die daar bewaard
+waren, zouden verroesten.
+
+De geheele maand Juni brachten zij met verschillenden arbeid door,
+maar noch de jacht, noch de vischvangst behoefden zij te laten,
+zoodat hun keuken in een goeden toestand bleef. Pencroff plaatste,
+zoodra hij in de gelegenheid was, op verschillende plaatsen vallen,
+waarvan hij groote verwachting had. Hij had een aantal strikken
+gemaakt en elken dag kwam er een nieuwe voorraad konijnen in het
+Rotshuis binnen. Nab besteedde zijn tijd met het zouten en rooken
+van vleesch, wat hun goeden bouillon in den winter zou geven.
+
+Nu moesten zij het gewichtige punt der kleeren nog bespreken. Zij
+hadden geen andere dan die welke zij droegen, toen de ballon hen
+op het eiland had geworpen. Het waren warme en stevige kleederen;
+ook hadden zij er veel zorg voor gedragen, evenals voor hun linnen
+dat zij zeer schoon hadden gehouden, maar toch moesten zij weldra
+iets anders hebben. Bovendien, zouden zij, wanneer het een strenge
+winter was, veel van de kou hebben te lijden.
+
+Maar hier schoot het vernuft van Cyrus Smith te kort. Hij had
+alles zoo spoedig mogelijk in orde gebracht, een woning gemaakt,
+voor voeding gezorgd en de kou kon hen dus overvallen, vóór dat het
+vraagstuk der kleeren opgelost werd. Zij moesten dus wel besluiten
+den winter zonder klagen door te komen. Als het zachter weer werd
+zou hun eerste werk zijn jacht op de wilde schapen te maken, die zij
+bij het onderzoek van den berg Franklin gezien hadden, en wanneer zij
+eenmaal de wol hadden zou de ingenieur wel raad weten om daarvan een
+warme en stevige stof te maken. Maar hoe? Hij zou er zich op bedenken.
+
+"Nu, als wij de luiken van het Rotshuis maar sluiten!" zeide
+Pencroff. "Wij hebben overvloed van brandstof en er bestaat geen
+enkele reden, om er zuinig mede te zijn."
+
+"Bovendien," zeide Gideon Spilett, "is het eiland Lincoln dicht genoeg
+bij den evenaar gelegen, om geen strenge winters te vreezen. Hebt gij
+ons niet gezegd, Cyrus, dat de vijf en dertigste graad overeenkomt
+met die van Spanje op het andere halfrond?"
+
+"Zeker," antwoordde de ingenieur, "maar sommige winters zijn in Spanje
+zeer koud! Sneeuw en ijs is er dan in overvloed en het eiland Lincoln
+kan er ook veel van te lijden hebben. Maar in elk geval, het is een
+eiland, en op een eiland is de temperatuur nog al gematigd."
+
+"En waarom, mijnheer Cyrus?" vroeg Harbert.
+
+"Omdat de zee kan beschouwd worden als een onmetelijke bewaarplaats,
+waarin de hitte van den zomer opgezameld wordt. Als het winter is dan
+geeft zij die warmte terug, waardoor de streken die in de nabijheid
+van den Oceaan liggen voor minder koude te vreezen hebben; in den
+zomer zoowel als in den winter blijft de luchtgesteldheid gematigd."
+
+"Wij zullen zien," antwoordde Pencroff. "Ik zal er mij nog maar niet
+over bekommeren of het dezen winter warm of koud zal zijn. Maar dit
+is zeker, dat de dagen reeds kort en de avonden lang worden. Laat
+ons liever eens aan de verlichting denken."
+
+"Niets is gemakkelijker," antwoordde Cyrus.
+
+"Om te bepraten?"
+
+"Neen, om op te lossen."
+
+"En wanneer zullen wij beginnen?"
+
+"Morgen door jacht te maken op zeehonden."
+
+"Om vetkaarsen te maken?"
+
+"Foei, Pencroff, wat denkt ge wel! waskaarsen!"
+
+Dit was inderdaad het plan van Cyrus Smith. Het was een zeer
+uitvoerbaar plan, daar zij kalk en zwavelzuur hadden, en zij op het
+eiland zich genoegzaam van vet konden voorzien.
+
+Den 5den Juni staken zij met een bootje naar het eilandje over. Zij
+hadden een voordeelige jacht en spoedig hadden Nab en Pencroff
+de zeehonden van hun huid ontdaan en brachten zij hun vet naar het
+Rotshuis. Ongeveer driehonderd pond vet hadden ze tot hun beschikking
+voor het maken der kaarsen. Vierentwintig uur later konden zij 's
+avonds het Rotshuis verlichten. Die geheele maand ontbrak het hun
+niet aan werk. De schrijnwerkers hadden veel te doen. Men verbeterde
+de werktuigen, die zij zeer ruw gemaakt hadden; en ook vervaardigden
+zij er nog verschillende bij.
+
+Onder anderen gelukte het hun scharen te maken, en zij waren thans
+in staat hunne haren en baard te knippen. Zij konden, zoo al niet
+zich scheren, dan toch hun baard in den vorm brengen, dien zij
+verkozen. Harbert had er trouwens geen, Nab zeer weinig, maar hunne
+metgezellen waren zoo begroeid, dat het bezit van een schaar meer
+dan noodig was. Zij slaagden er ook in een zaag te maken, maar dat
+kostte ontzaglijk veel moeite. Toch geraakten zij in het bezit van
+zulk een onmisbaar voorwerp.
+
+Nu vervaardigden zij tafels, stoelen, kasten, waarmede zij de
+voornaamste kamers bemeubelden, en zelfs ledikanten, waarvan het
+beddengoed bestond uit een matras en een overdek. De keuken met
+planken, waarop zij de verschillende keukengereedschappen konden
+plaatsen, het fornuis, de gootsteen, alles zag er keurig uit, en
+Nab bewoog zich in dat vertrek met een deftigheid alsof hij in een
+chemisch laboratorium werkte.
+
+Maar nu moesten de schrijnwerkers vervangen worden door timmerlui. De
+nieuwe uitloozing, die men door het springen van de mijn had
+verkregen, noodzaakte hen twee bruggen te bouwen, een op de vlakte
+van het Verre Uitzicht, de andere op het strand. Die vlakte toch
+was evenals het strand doorsneden door een stroom, welke men
+noodzakelijk moest oversteken om het noordelijk gedeelte van het
+eiland te bereiken. Wilden zij dit niet doen, dan zouden zij een
+grooten omweg hebben moeten maken en de bronnen van de Roode Beek
+moeten omtrekken. Het eenvoudigste was dus om op de bergvlakte en op
+het strand twee bruggen te bouwen, twintig à vierentwintig voet lang,
+waarvan eenige boomen den grondslag zouden uitmaken.
+
+Nab en Pencroff maakten van de gelegenheid gebruik om naar de
+oesterbank te gaan, die zij bij de duinen hadden ontdekt, en zij
+legden daar een oesterput aan waarvan de kolonisten veel genot hadden.
+
+Men ziet dus, dat het eiland Lincoln, hoewel zijn bewoners nog
+slechts een klein gedeelte doorkruist hadden, reeds voldoende in
+hun behoeften voorzag. Aan vleesch ontbrak het hun niet, evenmin
+aan plantaardig voedsel, dat het gebruik daarvan een weinig moest
+matigen. Zij hadden zelfs suiker gemaakt, zonder riet of beetwortels,
+door het verzamelen van acer saccharum uit de planten, die men ook
+in de gematigde luchtstreken vindt. Ook thee en zout hadden zij in
+overvloed, maar een ding ontbrak hun .... brood.
+
+Tot nog toe hadden zij niets kunnen vinden wat hun dit kon
+vergoeden. Maar eens, toen zij op een regenachtigen dag bij elkaar
+zaten en Harbert bezig was zijn vest te verstellen, riep de knaap
+eensklaps uit:
+
+"Zie eens, mijnheer Cyrus. Hier is een graankorrel!"
+
+En hij liet zijn makkers een graankorreltje zien, dat hij in zijn
+vestzak gevonden had.
+
+Het vinden van dezen graankorrel moesten zij hieraan toeschrijven,
+dat Harbert, toen hij in Richmond was, de duiven voerde, welke hij
+van Pencroff gekregen had.
+
+"Een graankorrel?" riep Cyrus Smith op levendigen toon.
+
+"Ja, mijnheer Smith, maar slechts éen!"
+
+"Welnu, beste jongen," zeide Pencroff glimlachend, "daar hebben we
+ook wat aan! Wat kunnen we met dat eene graankorreltje doen?"
+
+"Wij zullen er brood van maken," antwoordde Cyrus Smith.
+
+"Brood, gebak, taart!" hervatte de matroos. "Aan het brood dat wij
+van dit graantje kunnen maken, zullen wij ons ook niet verslikken!"
+
+Harbert die aan dezen vondst weinig waarde hechtte, wilde het korreltje
+wegwerpen, maar Cyrus Smith nam het, onderzocht het en zag dat het
+nog niet bedorven was. Daarop wierp hij een blik op den zeeman:
+
+"Pencroff," zeide hij op kalmen toon, "weet gij hoeveel aren éen
+graantje schiet?"
+
+"Een, veronderstel ik!" antwoordde de matroos verwonderd over deze
+vraag.
+
+"Tien, Pencroff. En weet gij hoeveel korrels zulk een aar bevat?"
+
+"Neen, dat weet ik niet."
+
+"Op zijn minst tachtig," ging Cyrus Smith voort. "Dus wanneer wij
+dit graantje zaaien, zullen wij bij den eersten oogst acht honderd
+korrels hebben; bij den tweeden zes honderd veertig duizend, bij
+den derden vijf honderd twaalf millioen, bij den vierden meer dan
+vierhonderd milliard."
+
+Allen luisterden met ingespannen aandacht naar Cyrus Smith. Die cijfers
+verbaasden hen ten hoogste. Toch waren zij juist. De ingenieur ging
+kalm voort.
+
+"En Pencroff, weet gij wel hoeveel schepel deze vier honderd milliard
+korrels uitmaken?"
+
+"Neen," antwoordde de matroos, "maar wel weet ik, dat ik een domkop
+ben!"
+
+"Welnu, meer dan drie millioen, daar er honderd dertig duizend in
+een schepel gaan, Pencroff."
+
+"Drie millioen!" riep Pencroff verbaasd uit.
+
+"Drie millioen!"
+
+"In vier jaar," vervolgde Cyrus Smith, "en zelfs in twee jaar, wanneer
+wij, zooals ik hoop, tweemaal 's jaars kunnen oogsten. Dus Harbert,
+gij hebt daar een belangrijken vondst gedaan. Alles, mijn vrienden,
+kan ons in den toestand, waarin wij verkeeren, te stade komen. Vergeet
+dat toch vooral niet!"
+
+"Maar nu moesten wij het maar gaan zaaien," zeide Harbert.
+
+"Ja," hervatte Gideon Spilett, "en zoo voorzichtig mogelijk."
+
+"Als het maar ontkiemt!" riep de matroos.
+
+"Het zal zeker ontkiemen," zeide Smith.
+
+Het was thans de 20ste Juni. Eerst waren zij van plan het in een
+bloempot te zaaien, maar bij nader overleg achtten zij het raadzamer,
+het aan de aarde toe te vertrouwen. Dienzelfden dag had de gewichtige
+gebeurtenis plaats, en het is onnoodig er bij te voegen, dat alle
+voorzorgen werden genomen om de onderneming te doen slagen. Gelukkig
+was het weer dien dag vrij goed. Zij zaaiden de graankorrel op de
+bergvlakte, nadat zij eerst de plek van alle andere planten gezuiverd
+hadden; en toen de grond omgespit was, haalden zij zelfs de insecten
+en wormen er uit. Daarop legden zij in het kuiltje eenige goede
+aarde, waaronder zij een weining kalk gemengd hadden. Zij zetten
+er een hek omheen en eindelijk werd de graankorrel in de vochtige
+aarde gelegd. Was het niet of zij een eersten steen legden? Deze
+gebeurtenis herinnerde Pencroff aan den dag, toen hij zijn eenigen
+lucifer aanstak en met hoeveel zorg hij dit deed. Maar ditmaal was
+het een veel gewichtiger zaak. Want het zou hun wel gelukt zijn vuur
+te krijgen op welke wijze ook, maar geen menschelijke macht zou een
+graankorrel kunnen wedergeven, zoo die niet mocht ontkiemen!
+
+
+
+
+XXI.
+
+ Eenige graden onder nul.--Onderzoek van het moeras in
+ het zuidoosten.--De Chilische honden.--Een gesprek over de
+ zee.--Gezicht op de zee.--Het werk der infusiediertjes.--Wat
+ er van de wereld zal worden.
+
+
+Sedert dat oogenblik ging er geen dag voorbij of Pencroff bracht een
+bezoek aan zijn "korenveld." En wee de insecten, welke zich in de
+nabijheid daarvan bevonden, want geen een bleef er gespaard.
+
+Tegen het einde van de maand Juni, na onafgebroken regenbuien viel de
+winter in en den 29sten zou een thermometer van Fahrenheit, ongeveer
+twintig graden boven nul aangewezen hebben.
+
+Den volgenden dag, 30 Juni, was het nog kouder. Het meer was
+bijna dichtgevroren. Voortdurend moesten zij hout op het vuur
+leggen. Gelukkig had Pencroff niet gewacht tot het water bevroren
+was om zijn houtvlotten naar hun bestemming te brengen. Ook hadden
+zij bij den berg Franklin steenkolen gevonden. De groote hitte die
+deze verspreidden, toen de temperatuur nog lager was, werd algemeen
+gewaardeerd, vooral toen den 4den Juli de thermometer tot acht
+graden Fahrenheit zonk. Een tweede schoorsteen hadden zij in de
+eetzaal aangebracht.
+
+Eindelijk besloten zij den 5den Juli bij droog weer een gedeelte van
+het eiland te gaan onderzoeken. Reeds ten zes uur in den ochtend
+begaven Smith, Spilett en Pencroff, Harbert en Nab zich zoo warm
+mogelijk gekleed op weg. Gewapend met houweelen, strikken, bogen en
+pijlen, en voorzien van een goeden voorraad levensmiddelen, verlieten
+zij het Rotshuis, voorafgegaan door Top.
+
+Zij sloegen den kortsten weg in, en die kortste weg was de rivier
+over te steken, op de ijsschotsen, welke er in dreven.
+
+"Maar," deed de reporter opmerken, "zij kunnen toch de plaats van
+een wezenlijke brug niet vervangen?"
+
+Bij het werk dat zij nog te doen hadden, voegden zij nu nog een
+brug. Nog geen halve mijl hadden zij afgelegd, toen eensklaps uit
+een dicht begroeid bosch een aantal viervoetige dieren te voorschijn
+kwamen, die door Top's geblaf op de vlucht werden gejaagd.
+
+"Het zijn vossen, zou ik zeggen!" riep Harbert, toen hij de geheele
+bende vóor zich zag wegrennen.
+
+Het waren inderdaad vossen, maar zeer groote en die zoo blaften,
+dat Top zelf er verbaasd over scheen te zijn, want hij stond stil en
+gaf zoodoende aan die vlugge dieren den tijd te ontsnappen.
+
+De hond had alle recht om hierover verbaasd te wezen, daar hij de
+natuurlijke geschiedenis niet kende. Maar door hun geblaf hadden de
+vossen met hun grijs roodachtige huid en zwarten staart, die in een
+witte pluim eindigde, hun oorsprong bekend gemaakt. Harbert gaf hun
+dan ook terstond den naam van Chilische honden. Deze dieren hooren
+thuis in Chili, en in die streken van Amerika, welke tusschen dertig
+en veertig graden zuiderbreedte gelegen zijn. Het speet Harbert geducht
+dat Top niet een van die vleeschetende dieren machtig was geworden.
+
+"Kan men ze eten?" vroeg Pencroff, die de vertegenwoordigers der
+dierenwereld altijd uit dit bijzondere oogpunt beschouwde.
+
+"Neen," antwoordde Harbert, "maar de dierkundigen zijn het nog
+niet eens of de oogappels dezer vossen voor den dag of voor den
+nacht geschikt zijn, en of men ze niet onder de soort honden moet
+rangschikken."
+
+Cyrus Smith kon een glimlach niet weerhouden, bij het hooren dezer
+opmerking van den knaap, die voor zijn denkenden geest getuigde. Wat de
+matroos betreft, daar deze dieren toch niet onder degenen behoorden,
+welke men eten kon, ging het hem verder weinig aan. Maar in elk geval
+was het toch raadzaam, dat zij eenige voorzorg tegen mogelijk bezoek
+van deze dieren namen, wanneer zij vogels mochten houden.
+
+Toen zij nog eenigen tijd hun tocht voortgezet hadden, besloten zij
+een vuur aan te leggen en Nab zou dan een maal bereiden, bestaande
+uit koud vleesch en thee. Terwijl zij dit gebruikten sloegen zij
+de natuur rondom zich gade. Dit gedeelte van het eiland Lincoln was
+zeer onvruchtbaar, en verschilde met alle overige westelijke streken,
+wat den reporter tot de slotsom leidde, dat zoo het toeval hen op
+dit strand geworpen had, zij een zeer treurig denkbeeld van hun
+toekomstige woonplaats hadden moeten krijgen.
+
+"Ik geloof zelfs dat wij het niet zouden kunnen bereikt hebben,"
+antwoordde de ingenieur, "want de zee is diep en zij biedt ons zelfs
+geen rots aan, waar wij een schuilplaats hadden kunnen vinden. Vóor
+het rotshuis zijn tenminste nog klippen, een eilandje, en dat verhoogt
+de kans om hier te blijven leven. Het is hier niets dan een woestenij!"
+
+"Het is toch ook opmerkelijk," hernam Gideon Spilett, "dat dit eiland,
+betrekkelijk klein, zulk een verschil van grondgestelheid aanbiedt. De
+voortbrengselen behooren thuis in zeer groote landen. Men zou geneigd
+zijn te gelooven, dat het westelijk gedeelte van het eiland Lincoln,
+zoo rijk en vruchtbaar, begrensd werd door het warme water van de
+golf van Mexico, en dat de noordelijke en zuidelijke kust bespoeld
+worden door een ijszee."
+
+"Gij hebt gelijk, beste Spilett," antwoordde Cyrus Smith, "deze zelfde
+opmerking heb ik ook reeds bij mij zelfgemaakt. Dit eiland, zoowel in
+zijn vorm als voortbrengselen, is zeer zonderling. Men zou zeggen, dat
+het een verzameling was van al hetgeen een vasteland oplevert, en het
+zou mij zelfs niet verwonderen dat het vroeger vasteland was geweest."
+
+"Hoe? vasteland te midden van den Stillen Oceaan!" riep Pencroff uit.
+
+"Waarom niet?" antwoordde Cyrus Smith. "Waarom zou Australië,
+Nieuw-Ierland, alles wat de aardrijkskundigen Australië noemen,
+vereenigd met de archipels van den Stillen Oceaan, niet een zesde
+werelddeel hebben gevormd, van even groot belang als Europa, Azië,
+Afrika of Zuid- en Noord-Amerika? Ik kan het zelfs niet uit mijn
+hoofd zetten, dat alle eilanden, die in dezen Oceaan liggen, slechts
+toppen zijn van een vasteland dat geheel overstroomd is, maar dat in
+de voorwereld boven het water uitstak."
+
+"En het eiland Lincoln zou een gedeelte van dat vasteland uitgemaakt
+hebben?"
+
+"Zeer waarschijnlijk," hernam Cyrus Smith; "en hierdoor laat zich
+de verscheidenheid van voortbrengselen, welke men hier vindt, zeer
+gemakkelijk verklaren."
+
+"En evenzoo dat groot aantal dieren, welke zich hier bevinden,"
+voegde Harbert er bij.
+
+"Dat is weder een nieuwe bewijsreden voor mijn stelling. Het is zeker,
+naar hetgeen wij gezien hebben, dat hier vele dieren zijn, en wat nog
+zonderlinger is, dat zij veel verscheidenheid aanbieden. Hiervoor
+moet ook een reden zijn, en naar mijn inzien, heeft het eiland
+Lincoln vroeger een gedeelte van het vasteland uitgemaakt en is het
+langzamerhand door den Stillen Oceaan verzwolgen."
+
+"Dus kan, op een mooien dag," hernam Pencroff, die nog niet geheel
+overtuigd was, "het overige gedeelte van dit oude land op zijn beurt
+verdwijnen, en blijft er tusschen Amerika en Azië niets meer over?"
+
+"Zeker," antwoordde Cyrus Smith, "milliarden op milliarden, voor het
+bloote oog onzichtbare diertjes, werken thans tot de opbouwing."
+
+"En wat voor soort van metselaars zijn dat?" vroeg Pencroff.
+
+"De infusiediertjes van het koraal," hernam Cyrus Smith. "Zij hebben,
+door hun aanhoudend werken het eiland Clermont-Tonnerre gebouwd en nog
+andere koraal-eilanden, die in zoo groote hoeveelheid in den Stillen
+Oceaan gevonden worden. Een millioen van deze infusiediertjes wegen
+nog geen milligram, en toch met het zout der zee, met die vaste
+bestanddeelen, welke in het water voorhanden zijn, leveren deze
+diertjes een kalkachtige stof, en deze kalkachtige stoffen vormen
+onmetelijke onderzeesche grondslagen, die even vast en hard zijn als
+die welke van graniet zijn gevormd. Eertijds, in het eerste tijdperk
+der schepping, gebruikte de natuur het vuur, en heeft zij de landen
+door opwerping voortgebracht; maar nu laat zij haar plaats vervullen
+door de microscopische diertjes, omdat hare groote kracht in het
+binnengedeelte der aarde waarschijnlijk verminderd is,--een bewijs
+hiervan is, dat de vulkanen meer en meer uitdooven. En ik geloof dat,
+eeuwen op eeuwen, infusiediertjes op infusiediertjes dezen Stillen
+Oceaan misschien eenmaal in een vasteland kunnen doen herscheppen,
+dat dan door een nieuw geslacht bewoond en bebouwd zal worden."
+
+"Maar dat zal lang duren," zeide Pencroff.
+
+"De natuur heeft den tijd aan zich!" antwoordde de ingenieur.
+
+"Maar waartoe zou dit nieuwe vasteland dienen?" vroeg Harbert. "Mij
+dunkt dat de tegenwoordige uitgestrektheid der bewoonbare landen
+voldoende is voor het menschdom. Maar de natuur doet niet wat zij
+niet moet doen."
+
+"Daar hebt ge gelijk in," hernam de ingenieur, "maar luister op welke
+wijze men de noodzakelijkheid van nieuwe landen voor de toekomst
+kan verklaren, en vooral in deze warme landstreek waar de meeste
+koraalriffen zich bevinden. Tenminste mijn verklaring komt mij zeer
+natuurlijk voor."
+
+"Wij luisteren naar u, mijnheer Smith."
+
+"Ziehier mijn denkbeeld. De geleerden nemen algemeen aan, dat onze
+aarde eenmaal vergaan zal, of liever dat het dierlijk en plantaardig
+leven daarop niet meer mogelijk zal wezen, tengevolge van de kou
+waaraan zij zal zijn blootgesteld. Maar, waar zij het niet over
+eens zijn, is over de oorzaak van deze afkoeling. Sommigen meenen
+die te moeten toeschrijven aan de steeds afnemende kracht van de
+warmte der zon; anderen weder aan de uitdooving der vuren, die in
+onze aarde zijn, en die een grooteren invloed op haar uitoefenen
+dan men algemeen vermoedt. Ik voeg mij bij de laatsten, daar ik
+ook geloof dat de maan een afgekoeld hemellichaam is, dat dus
+niet bewoond kan worden, ofschoon de zon toch steeds haar zelfde
+hoeveelheid warmte op haar doet stralen. Zoo de maan afgekoeld is,
+moet men het daaraan toeschrijven dat het inwendige vuur, waaraan
+zij evenals alle andere hemellichamen haar bestaan te danken heeft,
+geheel is uitgedoofd. Maar, wat de oorzaak hiervan ook zijn moge,
+onze aarde zal eenmaal ook afgekoeld worden, maar die afkoeling zal
+zeer langzaam geschieden. Wat zal er dan gebeuren? De gematigde
+luchtstreken zullen vroeg of laat evenmin bewoonbaar zijn als de
+poolstreken. Alzoo zullen de menschen zoowel als de dieren meer en
+meer de keerkringen naderen, waar zij beter onder het bereik der zon
+zijn. Een ontzaglijke volksverhuizing zal dan plaats hebben. Europa,
+Midden-Azië, Noord-Amerika zullen verlaten worden, evenals Australië en
+Zuid-Amerika. De dieren zullen de menschen volgen. Zoowel het planten-
+als dierenrijk zal zich meer naar den evenaar verplaatsen.
+
+"Het middengedeelte van Zuid-Amerika en Afrika zullen het meest bevolkt
+worden. De Laplanders en Samojeden zullen dezelfde luchtgesteldheid,
+welke zij aan de poolzeeën vonden, dan aan de Middellandsche Zee
+vinden. Wie zegt ons, dat in dit tijdperk de streken bij den evenaar
+niet te klein zullen wezen om het menschdom te huisvesten en te
+voeden? Waarom zou dus de natuur die alles voorziet, niet nu reeds,
+ten einde een wijkplaats aan de geheele planten- en dierenwereld te
+geven, onder den evenaar de grondslagen hebben gelegd van een nieuw
+vasteland en hiertoe de infusiediertjes hebben gekozen?"
+
+"Menigmaal heb ik over al deze dingen nagedacht, en ik geloof
+inderdaad dat het aanzien van onze aarde eenmaal geheel veranderen zal,
+tengevolge van de oprijzing van nieuwe landen; de oude zullen door
+de zee verzwolgen worden en in de volgende eeuwen zullen Columbussen
+de eilanden van Ghimborasso, Himalaya en Mont-Blanc gaan ontdekken,
+die de overblijfselen zullen zijn van een verzwolgen Amerika, Azië
+of Europa. Eindelijk zullen natuurlijk die nieuwe eilanden op hun
+beurt onbewoonbaar worden; de warmte zal ook daar afnemen, evenals
+een lichaam dat sterft en het leven zal van de aarde verdwijnen, zoo
+niet voor altijd, dan toch voor het oogenblik. Misschien zal onze
+bol dan tot rust komen en zich weder door haar dood herstellen om
+eenmaal een hoogere plaats in te nemen. Maar dit alles, mijn vrienden,
+is het geheim van den Schepper aller dingen, en wat het werk dezer
+infusiediertjes betreft, wellicht heb ik te ver in de geheimen der
+toekomst willen doordringen."
+
+"Beste Cyrus," antwoordde Gideon Spilett, "deze theorieën zijn voor
+mij profetieën, en eenmaal zullen zij verwezenlijkt worden."
+
+"Dat is het geheim van God," antwoordde de ingenieur.
+
+"Dat alles is goed en wel," zeide Pencroff toen, die aandachtig
+geluisterd had, "maar kunt gij mij zeggen, of het eiland Lincoln door
+infusiediertjes is gemaakt?"
+
+"Neen," hernam Cyrus Smith, "het is geheel van vulkanischen oorsprong."
+
+"Dan zal het eenmaal verdwijnen?"
+
+"Waarschijnlijk."
+
+"Ik hoop dan dat wij er niet meer zijn zullen."
+
+"Neen, stel u gerust, Pencroff, wij zullen er niet meer zijn, omdat
+wij niet den minsten lust hebben om te sterven en misschien zal het
+ons gelukken eraf te komen."
+
+"Maar laten wij ons hier toch inrichten alsof we tot in de eeuwigheid
+hier moeten blijven. Men moet niets ten halve doen."
+
+Hiermede eindigde dit gesprek. Het ontbijt was afgeloopen. Zij
+hervatten hun onderzoek en nu naderden zij dat gedeelte waar de
+moerassige streek een aanvang nam.
+
+Het was een moeras, waarvan de uitgestrektheid tot aan de afronding van
+het eiland in het zuidoosten ongeveer twintig vierkante mijlen bedroeg.
+
+Een menigte vogels fladderden boven deze stilstaande wateren. Maar
+bij gebrek aan geweer, waren zij genoodzaakt hen door pijlschoten
+te dooden.
+
+Tegen vijf uur 's avonds keerden Cyrus Smith en zijn vrienden naar
+hun woning terug over de brug, welke zij den vorigen ochtend gemaakt
+hadden.
+
+Om acht uur 's avonds zaten zij weder bij elkaar in het Rotshuis.
+
+
+
+
+XXII.
+
+ De vallen.--Vossen.--Wilde zwijnen.--Sneeuwstorm.--De
+ mandenmakers.--De grootste koude.--Kristallisatie van
+ suiker.--De geheimzinnige put.--Plan tot onderzoek.--De
+ hagelkorrel.
+
+
+Die vinnige koude duurde voort tot den 15den Augustus, zonder evenwel
+het maximum der graden Fahrenheit te overtreffen, die tot nog toe
+waargenomen waren. Als de dampkring kalm was, konden zij gemakkelijk
+zulk een lage temperatuur doorstaan; maar als de wind opstak, dan
+was het nauwelijks voor hen uit te houden omdat zij dun gekleed
+waren. Pencroff begon te treuren, dat er op het eiland Lincoln niet
+eenige beren huisden, liever nog dan die vossen en zeehonden, wier
+bonte vellen zoo veel te wenschen overlieten.
+
+"De beren," zeide hij, "zijn gewoonlijk goed gekleed, en ik zou
+niets liever willen dan gedurende den winter hun warmen dikken pels
+te leenen."
+
+"Maar," antwoordde Nab lachende, "die beren zouden er misschien niet
+in toestemmen, Pencroff, om u hun pels te leenen. Die beestjes zijn
+ook geen heiligen!"
+
+"Wij zouden ze er wel toe noodzaken, Nab; wij zouden hen wel dwingen,"
+antwoordde Pencroff op een toon van gezag.
+
+Maar die groote vleeschetende dieren huisden niet op het eiland,
+zij hadden er zich tenminste nog niet laten zien.
+
+Harbert, Pencroff en de verslaggever besloten evenwel vallen te
+plaatsen op de bergvlakte en aan de zoomen van het bosch. Volgens den
+zeeman zou elk dier, welk ook, een goede vangst zijn en knaagdieren
+of vleeschetende dieren, die door de nieuwe strikken gevangen konden
+worden, zouden hoogst welkom zijn in het Rotshuis.
+
+Deze vallen waren intusschen zeer eenvoudig; de kolonisten maakten
+diepe kuilen in den grond, legden er een laag takken en gras over,
+die de opening verborg en plaatsten onderin het een of andere lokaas,
+waarvan de reuk de aandacht van de beesten trok; dit was alles. Men
+moet er echter bijvoegen, dat de kuilen niet willekeurig gegraven
+waren, maar op plaatsen waar talrijke sporen van viervoetige dieren
+bewezen, dat deze in grooten getale voorbij trokken. Zij werden
+elken dag nagezien en men vond in de eerste dagen tot drie keer toe
+van dezelfde vossen, die men reeds op den rechteroever van de rivier
+gezien had.
+
+"O zoo! er zijn dus alleen vossen in dit land!" riep Pencroff uit,
+toen hij voor den derden keer zulk een dier, dat schuw onder in de
+val zat, er uit haalde. "Beesten, die tot niets deugen!"
+
+"Zeker zijn zij tot iets goed?" zeide Spilett.
+
+"Waartoe dan?"
+
+"Om ze als lokaas te gebruiken!"
+
+De correspondent had gelijk en van dat oogenblik af werden de doode
+vossen altijd tot dat doel gebezigd.
+
+De zeeman had ook strikken gemaakt van de vezels van een plant en
+deze strikken brachten grooter voordeel aan dan de vallen. Er ging
+zelden een dag voorbij, zonder dat er een konijn gevangen werd. Men
+at elken middag konijnen, maar Nab wist zulk een afwisseling in het
+bereiden der sausen te brengen, dat de kolonisten er zich volstrekt
+niet over beklaagden.
+
+In de tweede week van Augustus leverden de vallen een paar keer iets
+anders op dan die honden, iets veel nuttigers. Het waren eenige van die
+wilde zwijnen, die zij reeds aan de noordzijde van het meer bespeurd
+hadden. Pencroff behoefde ditmaal niet te vragen of die dieren eetbaar
+waren. Dit kon men gemakkelijk zien aan hunne overeenkomst met het
+Amerikaansche en Europeesche varken.
+
+"Maar dat zijn geen varkens," zeide Harbert. "Ik waarschuw je,
+Pencroff."
+
+"Jongenlief," antwoordde de zeeman, terwijl hij zich over de val boog
+en een van de vertegenwoordigers van dat soort bij zijn staart naar
+boven trok; "laat mij gelooven dat het varkens zijn!"
+
+"Waarom?"
+
+"Omdat ik dat prettig vind!"
+
+"Houdt ge dan zooveel van varkens, Pencroff?"
+
+"Ik houd dol veel van varkens," antwoordde de zeeman, "vooral om hun
+pooten, als ze er acht in plaats van vier hadden, zou ik nog dubbel
+zooveel van hen houden!"
+
+Den 15den Augustus veranderde de dampkring plotseling door het keeren
+van den wind naar het noord-westen. De luchtgesteldheid steeg eenige
+graden, en de dampen, die in de lucht opgezameld waren, gingen weldra
+in sneeuw over. Het geheele eiland was door een witte laag overdekt
+en toonde zich onder een nieuw voorkomen aan zijne bewoners. Gedurende
+eenige dagen viel de sneeuw overvloedig en lag weldra twee voet hoog.
+
+De wind blies heftig en in het Rotshuis hoorde men de zee op de klippen
+breken. Op sommige plaatsen ontstond er als het ware een hoos en steeg
+de sneeuw op in hooge draaiende kolommen, die op waterhozen geleken en
+zich wentelden om haar basis en die men op schepen door een kanonschot
+uit elkaar doet stuiven. Daar de storm uit het noordwesten woei en
+dwars over het eiland blies, bleef het Rotshuis door zijn ligging
+voor een rechtstreekschen aanval gespaard. Maar te midden van die
+sneeuwjacht, die hevig als in de poolstreken was, konden noch Cyrus
+Smith, noch zijn metgezellen zich buiten wagen, hoe gaarne zij dit
+ook gedaan hadden. Zij bleven dus vijf dagen, van 20 tot 25 Augustus,
+opgesloten. Zij hoorden den wind in de bosschen loeien, die er zeker
+onder moesten lijden. Er zouden ongetwijfeld verscheidene boomen
+ontworteld worden, maar Pencroff troostte zich met de gedachte,
+dat hem dan de moeite gespaard werd ze om te hakken.
+
+"De wind is houthakker geworden, laat hij zijn gang maar gaan,"
+herhaalde hij.
+
+Er bestond overigens ook geen middel om hem dit te beletten.
+
+Hoe dankbaar waren de bewoners van het Rotshuis, dat zij zulk een
+sterke en onwrikbare schuilplaats hadden! Cyrus Smith kreeg wel zijn
+rechtmatig deel in den dank, maar de natuur had hun toch die grot
+verschaft en hij had haar slechts ontdekt. Daar waren zij allen
+in veiligheid en kon de storm hen niet bereiken. Hadden zij op de
+bergvlakte een huis van steen en hout gebouwd, dan zou dit zeker
+de woede van zulk een orkaan niet hebben kunnen weerstaan. Wat de
+Schoorsteenen betreft, men was vast overtuigd, dat zij volstrekt
+onbewoonbaar waren, als men slechts het bulderen van de golven hoorde,
+want zoodra de zee het eilandje overstroomde, zou zij al hare woede
+daarop bot vieren. Maar hier in het Rotshuis, te midden van die rotsen,
+die tegen lucht en water bestand waren, hier had men niets te vreezen.
+
+Gedurende de weinige dagen, dat zij opgesloten waren, bleven de
+kolonisten niet rusten. Er was hout in planken gezaagd in overvloed
+in het magazijn en langzamerhand werd het huisraad, wat tafels en
+stoelen betrof, voltallig.
+
+De schrijnwerkers werden vervolgens mandenmakers, en daarin slaagden
+zij zeer goed. Ze hadden aan den noordelijken oever van het meer een
+groot rijsbosch ontdekt, waar de wilgen in menigte groeiden. Vóór het
+regengetij hadden Pencroff en Harbert deze nuttige boomen binnengehaald
+en hunne takken waren nu uitmuntend tot dat doel geschikt. De eerste
+proeven waren slecht, maar door de handigheid en het vernuft van de
+werklieden werd het materiaal van de kolonie weldra vermeerderd met
+manden van allerlei aard en grootte.
+
+Gedurende de laatste week van de maand Augustus veranderde het weer nog
+eenmaal. De temperatuur werd lager en de storm bedaarde. De kolonisten
+haastten zich om naar buiten te gaan. Er stond zeker twee voet sneeuw,
+maar men kon zonder veel inspanning over hare harde oppervlakte loopen;
+Cyrus Smith en zijn metgezellen bestegen toen de bergvlakte.
+
+Welk een verandering! Dat bosch, dat nog groen was toen zij het voor
+het laatst zagen, verdween nu onder een en dezelfde kleur. Alles was
+wit, van den top van den berg Franklin tot aan de kust, de bosschen,
+de weiden, het meer, de rivieren en de oevers. Het water van de Mercy
+stroomde onder een gewelf van ijs, dat men bij eb en vloed met een
+oorverdoovend leven hoorde kruien. Tallooze vogels fladderden over
+de bevroren oppervlakte van het meer; het waren eenden, watersnippen,
+duikerhoenen en anderen. Er waren er duizenden. De rotsen, waartusschen
+de waterval stroomde, waren met ijskegels bedekt. Men zou gezegd
+hebben dat het water ontsnapte uit een monsterachtigen drakenkop,
+die gehouwen was met de phantasie van een kunstenaar uit den tijd
+der Renaissance. Men kon de schade, die door den storm in het bosch
+veroorzaakt was, nog niet beoordeelen, en men moest daarmede wachten
+tot de laag sneeuw verdwenen zou zijn.
+
+Gideon Spilett, Pencroff en Harbert namen deze gelegenheid waar om
+hunne vallen na te zien. Zij konden ze niet gemakkelijk onder de sneeuw
+terugvinden. Zij moesten zelfs oppassen om er niet zelf in te vallen,
+hetgeen gevaarlijk en vernederend tevens zou zijn; een put te graven
+en er zelf in te vallen! Zij waren echter voorzichtig en vonden hun
+vallen onbeschadigd terug. Zij waren echter allen ledig en in den
+omtrek waren er toch verscheidene sporen van dieren, waaronder enkele
+indrukken van scherpe klauwen. Harbert twijfelde niet of het eene of
+andere vleeschetende dier, tot het geslacht der katten behoorende,
+had daar rondgezworven, hetgeen ook overeenstemde met de meening van
+den ingenieur omtrent de aanwezigheid van wilde dieren op het eiland
+Lincoln. Zeker huisden verscheurende dieren vooral in het dichtste
+gedeelte van het bosch, maar door den honger er toe gedwongen, hadden
+zij zich tot op de bergvlakte gewaagd. Roken zij misschien de bewoners
+van het Rotshuis?
+
+"Maar waaruit bestaat dan dat kattengeslacht?" vroeg Pencroff.
+
+"Uit tijgers," antwoordde Harbert.
+
+"Ik dacht dat men deze beesten slechts in warme landen vond?"
+
+"In de nieuwe wereld," antwoordde de knaap, "vindt men ze van
+Mexico tot in de Pampas van Buenos Ayres. En daar Lincoln ongeveer
+dezelfde breedte heeft als de provincies van la Plata, is het niet
+te verwonderen dat men er eenige tijgers vindt."
+
+"Goed, wij zullen oppassen," antwoordde Pencroff.
+
+Eindelijk verdween de sneeuw door de zachte temperatuur, die weder
+begon te stijgen. De regen viel bij stroomen neer, en dank zij den dooi
+was er weldra niets meer van die witte massa te zien. Niettegenstaande
+het slechte weer, deden de kolonisten van alles weder nieuwen
+voorraad op, zoowel van planten als van dieren. Hiervoor moesten
+zij noodzakelijk eenige keeren door het bosch en zij bevonden, dat
+er een zeker aantal boomen door den laatsten storm geveld waren. De
+zeeman en Nab belaadden zelfs verscheidene malen hun handwagen met
+steenkolen, opdat men dan weder eenige tonnen brandstof zou hebben. In
+het voorbijgaan zagen zij dat de schoorsteen van den steenoven zeer
+veel van den storm te lijden had gehad, en er minstens zes voet
+afgebroken was.
+
+Terzelfder tijd werd ook de voorraad hout van het Rotshuis vernieuwd,
+en men maakte daarbij gebruik van den stroom der Mercy, die weder
+vrij van ijs was geworden, om de noodige vrachten aan te voeren. Het
+zou kunnen gebeuren dat de koude nog niet voorbij was.
+
+Zij brachten eveneens een bezoek aan de Schoorsteenen, en de kolonisten
+mochten blij zijn dat zij daar niet gedurende den storm gewoond
+hadden. De zee had er geduchte sporen van verwoesting achtergelaten.
+
+Zij hadden, bleek het, niet te vergeefs nieuwen voorraad
+brandstof opgedaan. De kolonisten hadden nog niet met de strenge
+koude afgerekend. Men weet, dat de maand Februari zich op het
+noordelijk halfrond vooral kenmerkt door groote daling van de
+temperatuur. Hetzelfde geval heeft op het zuidelijk halfrond plaats,
+en het einde van Augustus, welke maand overeenstemt met Februari in
+Noord-Amerika, ontkomt niet aan deze wet van het klimaat.
+
+Den 25sten draaide de wind plotseling naar het zuidoosten, nadat er
+voor de tweede maal een groote hoeveelheid sneeuw en regen was gevallen
+en het werd vinnig koud. Volgens den ingenieur zou een thermometer
+van Fahrenheit niet minder dan 8 graden onder nul aangewezen hebben,
+en deze koude werd nog ondragelijker door een scherpen wind die
+verscheidene dagen aanhield. De kolonisten moesten op nieuw in het
+Rotshuis blijven, en daar alle openingen in den rotswand hermetisch
+gesloten moesten worden en nu slechts zooveel lucht in mochten laten
+als hoog noodig was voor de luchtverversching, werden er zeer veel
+kaarsen verbruikt. De kolonisten stelden zich meestal met het licht,
+dat het vuur gaf, tevreden, waaraan dan ook geen brandstof gespaard
+werd. Soms waagde de een of de andere zich op het strand, te midden van
+de ijsschotsen, welke de vloed daar aanspoelde, maar men keerde spoedig
+naar het Rotshuis terug, en het was niet zonder veel moeite en pijn
+aan hunne handen dat zij de sporten van de touwladder vasthielden. Bij
+die vinnige kou, brandde dat hout hunne vingers.
+
+Gedurende deze gevangenschap, moesten de bewoners van het Rotshuis
+toch hun tijd doorbrengen. Cyrus Smith ondernam daarom een werk dat
+binnen 's huis geschieden kon.
+
+De kolonisten hadden geen andere suiker tot hun gebruik dan het sap
+dat zij uit den ahornboom trokken door diepe inkervingen in den stam
+te maken.
+
+Maar Cyrus Smith wist een beter middel, en op een dag zeide hij tot
+zijn metgezellen dat zij raffinadeurs zouden worden.
+
+"Raffinadeurs!" zeide Pencroff. "Dat is een warm werkje, geloof ik?"
+
+"Zeer warm!" antwoordde de ingenieur.
+
+"Welnu, dan is het er nu juist de tijd voor!"
+
+Om dit sap te kristalliseeren was het voldoende om het door een zeer
+eenvoudige bewerking te zuiveren. Zij stortten het in groote aarden
+potten op het vuur en lieten het een poos lang verdampen, waardoor
+het schuim zich weldra aan de oppervlakte vertoonde. Zoodra het dik
+begon te worden, roerde Nab er langzaam met een houten lepel in, de
+verdamping werd daardoor verhaast en tegelijkertijd het aanbranden
+belet.
+
+Nadat het een paar uur had staan koken op een flink vuur, dat
+evenveel goed deed aan de werklieden als aan de zelfstandigheid die
+bewerkt moest worden, was het sap in een dikke stroop veranderd. De
+stroop werd in de aarden vormen overgegoten, die in denzelfden oven
+daarvoor gebakken waren en waarvan men verschillende figuren had
+gemaakt. Toen de stroop den volgenden ochtend afgekoeld was, waren
+het brooden en koeken. Het was suiker, wel wat rood van kleur, maar
+bijna doorschijnend en goed van smaak.
+
+De koude hield tot half September aan en de bewoners van het Rotshuis
+begonnen hunne gevangenschap wel wat lang te vinden. Bijna elken dag
+beproefden zij naar buiten te gaan, maar te vergeefs. Zij werkten dus
+onophoudelijk om hunne woning in volmaakte orde te brengen. Onder het
+werken praatte men. Cyrus Smith onderwees zijn lotgenooten in alles en
+verklaarde hun vooral de practische toepassingen der wetenschap. De
+kolonisten hadden geen bibliotheek tot hunne beschikking; maar
+de ingenieur was voor hen een gewillig boek, altijd opengeslagen
+op de bladzijde die ieder noodig had, een boek dat al hunne vragen
+beantwoordde, en dat zij dikwijls opsloegen. Zoo ging de tijd voorbij
+en deze kloeke mannen schenen voor de toekomst niet meer te vreezen.
+
+Het werd echter tijd dat er een einde kwam aan die gedwongen
+opsluiting. Allen verlangden naar het zachte jaargetijde of ten
+minste naar het eind van deze ondraaglijke kou. Waren zij slechts zoo
+gewend, dat zij dat weer konden trotseeren, welke tochten zouden zij
+niet beproefd hebben, door de duinen zoowel als door het moeras! Het
+wild moest gemakkelijk te naderen zijn, en hun jacht zou zeker veel
+opgeleverd hebben. Maar Cyrus Smith was er voor alles op gesteld dat
+allen hun gezondheid in acht namen, want hij had alle armen noodig
+en zijn raad werd opgevolgd.
+
+De meest ongeduldige in deze gevangenschap, na Pencroff, was
+natuurlijk Top. De trouwe hond vond het veel te eng en te benauwd in
+het Rotshuis. Hij draaide van de eene kamer naar de andere en uitte
+op zijn manier zijne verveling.
+
+Cyrus Smith merkte dikwijls op, dat de hond, wanneer hij in de
+nabijheid kwam van een diepen put, die met de zee in verband stond
+en waarvan de opening in het magazijn uitkwam, een zonderling gebrom
+deed hooren. Top draaide soms om dien put heen, die slechts door
+een plank gesloten was. Enkele malen trachtte hij zijn pooten onder
+de plank te brengen, alsof hij haar wilde wegschuiven. Hij jankte
+daarbij zoo zonderling, dat men er uit op kon maken, dat hij woedend
+of ongerust was.
+
+De ingenieur sloeg hem menigmaal gade. Wat was er dan in dien afgrond,
+dat zulk een indruk maakte op het verstandige dier? Het was zeker dat
+die put in zee uitkwam. Zou hij zich mogelijk in dunne buizen verdeelen
+en door het geheele eiland loopen? Stond hij misschien met andere
+onderaardsche spelonken in verband? Zou misschien het een of andere
+zeemonster van tijd tot tijd op den bodem van den put verschijnen? De
+ingenieur wist niet wat hij er van denken moest en kon niet nalaten,
+zich de onmogelijkste dingen voor te stellen. Daar hij gewoon was op
+het gebied der wetenschappelijke werkelijkheid diep door te dringen,
+kon hij het niet verdragen dat hij zich liet meeslepen op het gebied
+van het onwaarschijnlijke en bijna bovennatuurlijke; maar hoe het te
+verklaren, dat Top, een van die honden, welke hun tijd niet verbeuzelen
+met de maan aan te blaffen, steeds bleef ruiken en luisteren bij de
+opening van dezen afgrond, zoo er niets voorviel dat zijn onrust kon
+gaande maken? Het gedrag van Top wekte in hooger mate de belangstelling
+van Cyrus Smith op dan hij zich zelven wel wilde bekennen.
+
+De ingenieur deelde zijn bevindingen evenwel slechts aan Gideon Spilett
+mede, daar hij het onnoodig achtte zijn metgezellen bekend te maken
+met de gedachten, welke onwillekeurig bij hem oprezen op grond van
+iets, dat misschien slechts een gril van Top was.
+
+De kou week eindelijk. Het regende nog wel, er viel zelfs nog sneeuw en
+nu en dan stak de wind heftig op, maar dit hield slechts kort aan. Het
+ijs was gesmolten en de sneeuw ontdooid; de kust, de bergvlakte,
+de oevers van de rivier en het bosch waren weder begaanbaar. Deze
+terugkeer van de lente verheugde de bewoners van het Rotshuis zeer
+en weldra brachten zij daar slechts de uren van hun nachtrust en van
+hun middagmaal door.
+
+Zij jaagden veel in de tweede helft van September, hetgeen Pencroff
+reden gaf om met vernieuwden aandrang vuurwapens te vragen, die hij
+beweerde dat hem door Cyrus Smith waren beloofd. Deze wel wetende, dat
+het hem onmogelijk was, zonder bijzondere werktuigen daartoe, geweren
+te maken die eenigen dienst konden bewijzen, stelde het werk steeds
+tot later uit. Hij deed overigens opmerken, dat Harbert en Gideon
+Spilett bekwame boogschutters waren geworden, dat het voortreffelijkste
+wild als konijn-varkens, kangaroes, waterzwijnen, duiven, trapganzen,
+wilde eenden, watersnippen, in één woord pluimgedierte en ander wild
+onder hun pijlen vielen, en dat men bijgevolg nog kon wachten. Maar
+de koppige zeeman was doof aan dat oor, en hij liet den ingenieur
+geen rust voordat hij aan zijn verzoek zou voldaan hebben. Gideon
+Spilett ondersteunde den wensch van Pencroff.
+
+"Wanneer er op het eiland, zooals men moet gelooven," zeide hij,
+"verscheurende dieren zijn, dan moet men zich voorbereiden om ze te
+bestrijden en uit te roeien. Er kan een oogenblik komen dat dit onze
+eerste plicht zal zijn."
+
+Maar op dat tijdstip was het niet de quaestie van vuurwapens, die Cyrus
+Smith bezig hield, maar wel die der kleederen. Die, welke de kolonisten
+droegen waren dien winter meegegaan, maar konden niet tot den volgenden
+winter duren. Hetgeen men zich tot elken prijs moest verschaffen was
+de huid van vleeschetende dieren of de wol van herkauwende, en daar
+er muffeldieren in overvloed waren, wilde men trachten een kudde er
+van bij elkander te krijgen, die dan uitsluitend tot het gebruik der
+kolonisten zou gehouden worden. De beide gewichtige plannen, welke men
+gedurende het zachte jaargetijde ten uitvoer moest brengen, waren:
+een omheinde plaats te maken voor de huisdieren en een plein in te
+richten voor het gevogelte, in een woord, een soort van boerderij
+aanteleggen op een gedeelte van het eiland.
+
+Bijgevolg moest men met het oog op de toekomstige inrichtingen,
+noodzakelijk het onbekende gedeelte van het eiland Lincoln gaan
+verkennen, namelijk de groote bosschen, die zich op den rechteroever
+van de rivier uitstrekten van haar mond tot aan het uiterste gedeelte
+van het kleine schiereiland, en over de geheele westelijke kust.
+
+Men wachtte dus met zeker ongeduld, toen er iets voorviel dat het
+verlangen van de kolonisten nog versterkte om hun geheele gebied
+te verkennen.
+
+Het was de 24ste October. Pencroff had dien dag de vallen nagezien. In
+een daarvan had hij drie dieren gevonden, welke hoogst welkom waren
+geweest. Het was een muskuszwijn met twee jongen.
+
+Pencroff keerde verheugd over zijn vangst naar het Rotshuis terug en
+zooals gewoonlijk maakte hij veel ophef van zijn jacht.
+
+"Nu zullen wij smullen, mijnheer Cyrus!" riep hij uit. "En gij ook,
+mijnheer Spilett, gij zult er ook van eten!"
+
+"Dat wil ik gaarne," antwoordde de verslaggever, "maar waar zal ik
+van eten."
+
+"Van het speenvarkentje!"
+
+"Komaan, Pencroff, een speenvarkentje? Ik dacht minstens dat gij
+getruffeerde patrijzen bracht!"
+
+"Wat?" riep Pencroff uit. "Zoudt gij soms een speenvarkentje
+versmaden?"
+
+"Neen," antwoordde Spilett, zonder eenige opgewondenheid, "en als
+men er niet te veel van eet...."
+
+"Goed, goed, mijnheer de journalist," hernam de zeeman, die niet
+gaarne zag dat men zijn jacht geringschatte, "zijt gij zoo kieskeurig
+uitgevallen? Zeven maanden geleden, toen wij op dit eiland aan wal
+kwamen, zoudt gij maar al te gelukkig zijn geweest zulk een stuk wild
+te ontmoeten!....
+
+"Nu ziet gij alweer dat de mensch nooit volmaakt, noch tevreden is."
+
+"Nu," hernam Pencroff, "ik hoop dat Nab in dit geval een uitzondering
+zal maken. Zie eens! Deze twee jonge zwijntjes zijn nog geen drie
+maanden oud. Zij zullen zoo malsch als boter zijn! Kom Nab! Ik zal
+zelf bij het klaarmaken zijn."
+
+De zeeman en Nab gingen naar de keuken en verdiepten zich in hunne
+kookkunst.
+
+Men liet hen hun gang gaan. Nab en hij bereidden een kostelijk maal
+van de twee speenvarkentjes, een soep van kangaroe, gerookte ham,
+amandelen, thee van Oscoego,--in een woord, alles wat er goeds
+te vinden was; maar van alle schotels was die der gestoofde
+speenvarkentjes de voornaamste.
+
+Te vijf uur begon het diner in een van de zalen van het Rotshuis De
+kangaroe-soep stond dampend op tafel. Men smulde er aan.
+
+Op de soep volgden de speenvarkentjes, die Pencroff zelf wilde
+voorsnijden en waarvan hij reusachtige portiën aan zijn dischgenooten
+toediende.
+
+Deze speenvarkentjes smaakten overheerlijk, en Pencroff verslond zijn
+deel toen plotseling een kreet en een vloek hem ontsnapten.
+
+"Wat is er?" vroeg Cyrus Smith.
+
+"Ik.... ik.... ik breek mijn tand!" antwoordde Pencroff.
+
+"Zoo, zoo! er zijn dus steenen in uwe speenvarkentjes?" zeide Gideon
+Spilett.
+
+"Ik zou het bijna gelooven," zeide Pencroff, terwijl hij het voorwerp
+uit zijn mond haalde dat hem een tand kostte!....
+
+Het was geen steen.... Het was een kogeltje!
+
+
+
+
+XXIII.
+
+ Over een hagelkorrel.--De samenstelling van een boot.--De
+ jacht.--Niets dat de tegenwoordigheid van een mensch
+ verraadt.--Eene vischvangst van Nab en Harbert.--De omgekeerde
+ schildpad.--De verdwenen schildpad.--Uitlegging van Cyrus
+ Smith.
+
+
+Zeven maanden was het geleden dat de luchtvaarders op het
+eiland Lincoln waren geworpen. Sedert dien tijd hadden zij, welke
+onderzoekingen zij ook gedaan hadden, geen spoor van eenig menschelijk
+wezen ontdekt. Geen rook had de tegenwoordigheid van een mensch op
+het eiland verraden. Geen handen-arbeid was er te vinden die zijn
+spoor kon aanwijzen, noch in een vroeger noch in het tegenwoordige
+tijdperk. Niet alleen scheen het onbewoond, maar men moest zelfs
+gelooven, dat het nooit door eenig mensch bezocht was geweest. En
+thans was het geheele gebouw hunner overtuiging in een gestort door
+een enkel hageltje, dat zij in het lichaam van een konijnvarken hadden
+gevonden! Natuurlijk moest dit stuk lood uit een vuurwapen gekomen
+zijn en slechts een menschelijk wezen kon dit voorwerp hebben gebruikt!
+
+Toen Pencroff het kogeltje op tafel legde, zagen zijne vrienden
+hem met de innigste verbazing aan. Alle gevolgtrekkingen uit deze
+gebeurtenis waren van groot gewicht, niettegenstaande haar schijnbare
+onbeduidendheid. Toch was hun geest er geheel mede vervuld. De
+plotselinge verschijning van een bovennatuurlijk wezen zou hun niet
+meer hebben kunnen verwonderen.
+
+Cyrus Smith had niet geaarzeld terstond de onderstelling van dit
+zoowel wonderlijke als onverwachte feit te formuleeren. Hij nam het
+stukje lood in zijn hand, keerde het om en weder om, betastte het
+tusschen duim en voorvinger, en zeide toen:
+
+"Gij zijt overtuigd, Pencroff, dat het diertje door dezen kogel
+getroffen niet ouder dan drie maanden was?"
+
+"Nauwelijks, mijnheer Smith," antwoordde Pencroff. "Het zoog nog bij
+zijn moeder toen ik het vond."
+
+"Welnu," zeide de ingenieur, "wij hebben dus het bewijs dat hoogstens
+drie maanden geleden een geweerschot op het eiland Lincoln is gelost."
+
+"En dat het hageltje," voegde Gideon Spilett er bij, "het konijn wel
+getroffen, maar niet gedood heeft."
+
+"Dat is onbetwistbaar," hernam Cyrus Smith, "en ziehier welke gevolgen
+men uit dit voorval kan afleiden: òf het eiland was voor onze komst
+reeds bewoond, òf drie maanden geleden hebben menschen hier voet aan
+wal gezet. Zijn zij hier met hun eigen wil gekomen of bij toeval
+gestrand of hebben zij schipbreuk geleden? Deze vragen kunnen wij
+eerst later ophelderen. Wat zijn het voor menschen? Europeanen of
+Maleiers, vrienden of vijanden van ons? Niets kunnen wij raden,
+ook niet of zij het eiland nog bewonen, dan wel verlaten hebben;
+dit weten wij evenmin. Maar deze vragen zijn te belangrijk, dan dat
+wij langer in de onzekerheid zouden blijven."
+
+"Neen! honderdmaal neen! duizendmaal neen!" riep de matroos uit,
+terwijl hij van tafel opstond. "Er zijn geen andere menschen dan wij
+op het eiland Lincoln! Wat duivel! Het eiland is niet groot, en zoo
+het bewoond was, hadden wij reeds een zijner bewoners gezien!"
+
+"Het tegendeel zou inderdaad zeer zonderling wezen," zeide Harbert.
+
+"Maar nog meer zou het mij verbazen," merkte de reporter aan, "zoo
+het konijn met dit kogeltje geboren was!"
+
+"Zoo Pencroff," zeide Nab op ernstigen toon, "zich tenminste niet...."
+
+"Ziet gij dit, Nab?" antwoordde Pencroff hierop. "Ik zou dus reeds
+vijf of zes maanden dit kogeltje tusschen mijn kaken hebben. Maar
+waar zou het dan verborgen zijn geweest?" voegde de matroos er nog
+bij, terwijl hij zijn mond opende, zoodat zijn twee en dertig witte
+tanden te zien kwamen. "Zie goed, Nab, en zoo je één holle kies vindt,
+dan geef ik je verlof er een half dozijn uit te halen!"
+
+"Wat Nab daar zegt, kunnen wij niet aannemen," antwoordde Cyrus
+Smith, die ondanks zijn ernstige gedachten een glimlach niet kon
+weerhouden. "Het is vrij zeker dat er hoogstens drie maanden geleden
+een geweerschot op het eiland gelost is. Maar ik ben geneigd te
+veronderstellen dat zij, die op deze kust gestrand zijn, eerst sedert
+kort zich op het eiland bevinden of het slechts overgestoken zijn,
+want, indien het eiland bewoond was geweest in den tijd toen wij
+den berg Franklin onderzochten, zouden wij de bewoners of zij ons
+gezien hebben. Het is dus waarschijnlijk dat eerst sedert eenige
+weken schipbreukelingen door den storm op de kust zijn geworpen. Hoe
+het ook zij, het is voor ons van groot gewicht dit te weten te komen.
+
+"Toch geloof ik, dat wij voorzichtig te werk moeten gaan," zeide
+de correspondent.
+
+"Dat vind ik ook," zeide Cyrus Smith, "want het is, helaas! te vreezen
+dat het zeeroovers zijn, die op het eiland voet aan wal hebben gezet!"
+
+"Mijnheer Cyrus," vroeg de matroos, "zou het niet raadzamer wezen,
+voor wij een onderzoek instelden, een boot te maken, die ons in staat
+stelt, hetzij de rivier op te gaan of de kust om te zeilen? Wij moeten
+zorgen, dat we niet overvallen worden."
+
+"Dat is een goed denkbeeld, Pencroff," antwoordde de ingenieur,
+"maar wij kunnen het niet uitstellen, want, één maand zullen wij tot
+het maken dezer boot wel noodig hebben...."
+
+"Een wezenlijke boot ja," antwoordde de zeeman, "maar wij hebben er
+geen noodig die tegen de zee bestand is, en binnen vijf dagen maak
+ik een prauw gereed, waarmede wij de rivier kunnen bevaren?"
+
+"Binnen vijf dagen," riep Nab uit, "een boot maken?"
+
+"Ja, Nab, een Indiaansche boot."
+
+"Van hout?" vroeg de neger, op een toon, waaruit duidelijk zijn
+ongeloof sprak.
+
+"Van hout of liever van boomschors. Ik herhaal het, mijnheer Cyrus,
+dat in vijf dagen de geheele zaak volbracht is."
+
+"Goed, binnen vijf dagen dus!" antwoordde de ingenieur.
+
+"Maar van nu af aan moeten wij zeer voorzichtig wezen," merkte
+Harbert op.
+
+"Zeer zeker, beste vrienden," antwoordde Cyrus Smith, "en ik verzoek
+u dringend uw jachttochten niet ver van het Rotshuis uit te strekken."
+
+Het maal eindigde minder vroolijk dan Pencroff wel gehoopt had.
+
+Het eiland was dus bewoond of bewoond geweest door anderen dan
+de luchtvaarders. Dit was sedert het vinden van het stukje lood
+onbetwistbaar geworden, en zulk een ontdekking kon niet anders dan
+vrees opwekken.
+
+Cyrus Smith en Gideon Spilett hadden, vóór zij zich ter ruste begaven,
+nog een lang gesprek. Zij vroegen zich zelf af, of deze gebeurtenis
+niet in eenig verband stond met de onverklaarbare redding van
+den ingenieur en andere bijzonderheden, die hun menigmaal hadden
+verbaasd. Maar nadat Cyrus Smith het voor en tegen van de zaak
+overwogen had, eindigde hij met de woorden:
+
+"Zoudt gij nu uw meening eens willen zeggen, Spilett."
+
+"Ja, Cyrus. Zij is deze: hoe nauwkeurig wij het eiland ook onderzoeken,
+wij zullen niets vinden!"
+
+Terwijl Pencroff en Nab voor het maken der boot zorgden, gingen
+Harbert en Spilett elken dag op de jacht en natuurlijk liep het
+gesprek gewoonlijk over het hageltje. Eens zeide Harbert, het was
+den 26sten October:
+
+"Mijnheer Spilett, vindt gij het toch niet zonderling, zoo er eenige
+schipbreukelingen op het eiland waren geworpen, dat zij zich nog niet
+in de nabijheid van het Rotshuis vertoond hebben?"
+
+"Zeker verwondert mij dit, zoo zij er nog zijn," antwoordde de
+reporter, "maar het verwondert mij niet, zoo zij er niet meer zijn!"
+
+"Dus gij denkt dat zij het eiland reeds verlaten hebben?" vroeg
+Harbert.
+
+"Dat is meer dan waarschijnlijk, beste jongen; want zoo zij hier
+langer waren gebleven en vooral zoo zij hier nog waren, zou toch het
+een of ander hun tegenwoordigheid hier verraden hebben."
+
+"Maar zoo zij in de gelegenheid geweest waren weer te vertrekken,
+zouden het geen schipbreukelingen zijn?"
+
+"Neen, Harbert, of ik zou ze dan tijdelijke schipbreukelingen
+noemen. Het is inderdaad zeer wel mogelijk, dat een windvlaag hen op
+het eiland geworpen heeft, zonder dat zij hun schip daarbij verloren,
+en dat, toen de storm voorbij was, zij weder zijn weggezeild."
+
+"Maar dat is toch zeker, dat mijnheer Smith de tegenwoordigheid van
+menschen op ons eiland meer vreesde dan wenschte!"
+
+"Dat is zoo," antwoordde de reporter, "hij denkt slechts aan zeeroovers
+die deze zeeën doorkruisen, en het is beter met die heeren niet in
+aanraking te komen."
+
+"Het is toch niet onmogelijk, mijnheer Spilett," hernam Harbert "dat
+wij eens de sporen van hun ontscheping vinden, en misschien zijn wij
+tot dit doel bestemd."
+
+"Ik zeg geen neen. Een verlaten plaats, een uitgedoofd vuur kunnen
+ons op het spoor brengen, en dat zullen wij voortaan op onze
+ontdekkingstochten zoeken."
+
+Eens dat Gideon en Harbert weer op jacht waren in een naburig bosch,
+waar zeer hooge spitstoeloopende boomen groeiden, die de inboorlingen
+van Nieuw-Zeeland den naam van "Kauris" geven, zeide Harbert:
+
+"Nu heb ik iets goeds bedacht, mijnheer Spilett, zoo ik eens in den
+top van een dier kaurissen klom, dan zou ik het land vrij ver kunnen
+overzien?"
+
+"Het is een goed denkbeeld," zeide de correspondent, "Maar zoudt gij
+den top van die reuzenboomen kunnen bereiken?"
+
+"Ik kan het in elk geval beproeven," gaf Harbert ten antwoord.
+
+De vlugge en behendige knaap was in een oogwenk op de eerste takken,
+en spoedig was hij in den top.
+
+Van dat verheven punt kon hij zijn blik laten gaan van den zuidelijken
+uithoek van het eiland, tot aan kaap Klauw, het zuidwesten van het
+voorgebergte Hagedis, tot in het zuidoosten. In het noordwesten
+zag hij den berg Franklin, die een groot gedeelte van den horizon
+onzichtbaar maakte.
+
+Maar Harbert kon van uit zijn uitkijk, de geheele streek overzien, die
+hem nog onbekend was, en aan de vreemdelingen, wier tegenwoordigheid
+men duchtte, een schuilplaats had kunnen geven of wellicht nog gaf.
+
+De knaap sloeg alles nauwkeurig gade. Op zee echter was niets te
+bespeuren. Geen zeil, noch aan den horizon, noch op de kusten van
+het eiland. Toch was het mogelijk, dat achter die hooge boomen een
+schip lag, zonder mast, en dat Harbert niet zien kon.
+
+Eenige oogenblikken meende Harbert in het oosten een dunne rookwolk
+te zien opstijgen, maar bij nader onderzoek bleek het, dat hij zich
+bedroog. Hij nam alles om zich heen met de uiterste zorg waar en zijn
+gezicht was zeer scherp.... Neen, zeer zeker was er niets.
+
+Harbert daalde nu weder uit den boom af en de twee jagers keerden
+naar het Rotshuis terug. Cyrus Smith hoorde hem bedaard aan, schudde
+het hoofd en zeide niets. Hij kon zich over dit punt niet uitlaten
+vóor hij het geheele eiland onderzocht had.
+
+Op den morgen van den 28sten October had er een voorval plaats waarvan
+zij nog vuriger oplossing verlangden.
+
+Toen zij weder langs de kust dwaalden, op ongeveer twee mijlen afstands
+van het Rotshuis, waren Harbert en Nab zoo gelukkig, een zeeschildpad
+te vinden.
+
+Harbert zag dit dier het eerst zich tusschen de rotsen bewegen om
+zoodoende de zee te bereiken.
+
+"Zie eens, Nab, zie eens!" riep hij uit. Nab snelde er heen.
+
+"Welk een prachtig dier!" zeide Nab, "hoe zullen wij dat machtig
+worden?"
+
+"Wel, niets is gemakkelijker, Nab," antwoordde Harbert. "Wij zullen
+de schildpad op haar rug leggen en zoodoende kan zij ons niet meer
+ontsnappen. Neem uw stok en doe zooals ik."
+
+Het dier scheen te beseffen dat het in gevaar verkeerde, en kroop in
+zijn schild. Men zag nu noch zijn kop, noch zijn pooten en het lag
+zoo onbeweeglijk als een rots.
+
+Harbert en Nab brachten toen hun stokken onder het lichaam van het
+dier en met vereende krachten gelukte het hun, niet zonder moeite,
+het op den rug te leggen. Deze schildpad, welke drie voet lang was,
+moest minstens vier honderd pond wegen.
+
+"Heerlijk," riep Nab uit, "dat zal onzen vriend Pencroff verheugen."
+
+Pencroff was er dan ook zeer mede in zijn schik, want het vet der
+schildpadden, die zich met zeeplanten voeden, is zeer smakelijk. Op
+dat oogenblik liet zij haar platten kop even te voorschijn komen.
+
+"En wat zullen wij nu met onze vangst doen?" vroeg Nab. "Wij kunnen
+haar niet naar het Rotshuis dragen."
+
+"Wij kunnen haar hier laten, daar zij zich toch niet kan omkeeren,
+en wij zullen haar met ons wagentje halen!"
+
+"Dat is uitstekend!"
+
+Toch nam Harbert nog de voorzorg, hoewel Nab het zeer overbodig vond,
+het dier groote steenen onder het schild te leggen. Daarop keerden
+zij naar het Rotshuis terug, langs het strand, dat toen tengevolge
+van de eb, zeer breed was. Harbert, die Pencroff een verrassing
+wilde bezorgen, zeide niets van hetgeen hij gevonden had; maar twee
+uur later waren zij met hun wagentje weder op het punt, waar zij de
+schildpad hadden omgekeerd op het zand, maar zij was verdwenen.
+
+Nab en Harbert zagen elkander verbaasd aan, en zochten toen op het
+strand. Het was op deze plaats toch, dat zij de schildpad achtergelaten
+hadden. De knaap vond zelfs de steenen terug en hieruit kon hij dus
+opmaken, dat hij zich niet had vergist.
+
+"Zoo, zoo," zeide Nab, "deze diertjes kunnen zich dus omkeeren?"
+
+"Het schijnt zoo," antwoordde Harbert, maar hij begreep er niets van,
+en zag slechts naar de steenen die op het zand verspreid lagen.
+
+"Pencroff zal nu ook niet in zijn schik zijn!"
+
+"En mijnheer Smith zal weder verlegen zitten om deze plotselinge
+verdwijning te verklaren!" dacht Harbert.
+
+"Nu," zeide Nab, die zijn teleurstelling wilde verbergen, "laten wij
+er niet over spreken."
+
+"Integendeel Nab, wij moeten het juist vertellen," hernam Harbert.
+
+En zij keerden nu met het wagentje, dat van geen nut was geweest,
+naar het Rotshuis terug.
+
+Toen zij aan de timmerwerf kwamen waar de ingenieur en de matroos
+werkten, vertelde Harbert hun het voorgevallene.
+
+"O, hoe onhandig zijt gij geweest!" riep de matroos uit. "Gij zijt
+minstens vijftig porties schildpadsoep kwijt!"
+
+"Maar Pencroff," hernam Nab, "het is onze schuld niet, dat het dier
+ontsnapt is, want wij hebben het omgekeerd."
+
+"Dan hebt gij het niet ver genoeg omgekeerd!" bracht hier de
+onhandelbare zeeman tegen in.
+
+"Niet genoeg!" riep Harbert uit. En hij vertelde dat hij juist uit
+voorzorg het dier nog tusschen twee steenen had gelegd.
+
+"Dan is er een wonder gebeurd!" hernam Pencroff.
+
+"Ik dacht, mijnheer Cyrus," zeide Harbert, "dat wanneer een schildpad
+eenmaal op haar rug ligt zij niet weer op haar pooten kon komen,
+vooral wanneer zij zoo groot is?"
+
+"Dat is ook waar, beste jongen," antwoordde Cyrus Smith.
+
+"Hoe heeft zij het dan kunnen doen?"
+
+"Hoever was de schildpad van de zee verwijderd?" vroeg de ingenieur,
+die zijn werk had gestaakt en over het voorval nadacht.
+
+"Op vijftien voet afstands, hoogstens," antwoordde Harbert.
+
+"En was het laag water op het oogenblik?"
+
+"Ja, mijnheer Smith."
+
+"Welnu," antwoordde de ingenieur, "wat de schildpad niet op het strand
+kan doen, kan zij misschien in het water. Zij zal zich omgekeerd
+hebben, toen het weer vloed was, en zoodoende in zee zijn gekomen."
+
+"O, wat zijn wij dom geweest!" riep Nab uit.
+
+"Juist wat ik u daareven reeds gezegd heb," viel Pencroff in.
+
+Cyrus Smith had deze verklaring, die zeer aannemelijk was, aan het
+gebeurde gegeven. Maar was hij zelf wel van de juistheid overtuigd? Men
+zou het moeten betwijfelen.
+
+
+
+
+XXIV.
+
+ De boot wordt beproefd.--Een wrak op de kust.--Inhoud van de
+ kist.--Wat Pencroff ontbrak.
+
+
+Den 20sten October was de boot van boomschors geheel gereed. Pencroff
+had zijn belofte gehouden en een soort van prauw, met een romp die
+uit zeer buigzaam hout van den crejimbaboom bestond, binnen vijf
+dagen vervaardigd.
+
+"Prachtig! nietwaar?" riep de matroos uit, die niet aarzelde om op deze
+wijze zijn eigen werk te begroeten. "Hiermede kunnen wij de reis...."
+
+"Om de wereld maken?" vroeg Gideon Spilett.
+
+"Neen, om het eiland. Met eenige steenen tot ballast; een mast en een
+zeil zal mijnheer Smith ons wel maken, en dan kunnen wij een heel eind
+komen! Welnu! mijnheer Cyrus, en gij mijnheer Spilett, en gij, Harbert
+en Nab, komt gij onze nieuwe boot niet eens beproeven? Wat drommel! wij
+moeten toch eerst zien, of zij ons alle vijf wel houden kan!"
+
+Zij moesten dan ook de proef er van nemen. Pencroff haalde met zijn
+roeispaan de boot dichter bij het strand door een nauwen doorgang,
+welke de rotsen daar vormden, en zij kwamen thans overeen, dat zij
+de prauw zouden probeeren langs de kust tot aan het punt, waar de
+rotsen in het zuiden eindigden.
+
+Op het oogenblik dat zij instapten, riep Nab uit:
+
+"Maar het water loopt er in, Pencroff!"
+
+"Dat is niets, Nab," antwoordde de matroos. "Het hout zal zich
+wel uitzetten! Eer het twee dagen verder is zal het er niet meer
+inloopen. Laten wij instappen!"
+
+En Pencroff duwde de boot met een fermen stoot in het midden der
+schuimende golven. Het was prachtig weer en de zee was zoo kalm
+alsof het water tusschen de enge oevers van een meer was besloten,
+en de prauw kon zich te midden van deze golven wagen alsof zij den
+stillen stroom eener rivier opvoer.
+
+Nab en Harbert namen elk een roeispaan en Pencroff bleef achter in
+het vaartuig staan, om het roer te kunnen sturen.
+
+Zij verwijderden zich ongeveer een halve mijl van de kust, om den
+berg Franklin goed te kunnen zien.
+
+De boot voortgestuwd door de beide roeispanen, stevende zonder eenige
+moeite de rivier op. Gideon Spilett met zijn potlood en papier in de
+hand, teekende met ruwe trekken de kust af. Nab, Pencroff en Harbert
+praatten, terwijl zij dat gedeelte van hun grondgebied gadesloegen,
+dat hun geheel nieuw was, en naarmate de prauw het zuiden bereikte
+scheen de kaap Mandibule zich te verplaatsen en zich meer bij de baai
+der Vereenigde Staten aan te sluiten.
+
+Cyrus Smith sprak niet; hij zag slechts om zich heen; op zijn gelaat
+was duidelijk te lezen, dat hij zich hier in een hem geheel onbekende
+streek bevond.
+
+Toen zij drie kwartier gevaren hadden, was de boot de zuidelijke
+kaap genaderd en Pencroff stond op het punt haar om te roeien, toen
+Harbert opstond en op een zwart punt wees, terwijl hij zeide:
+
+"Wat zie ik daar ginds op het strand?"
+
+Aller blikken richtten zich naar dit punt.
+
+"Ja waarlijk," zeide de reporter, "er is daar iets. Men zou zeggen
+een stuk hout dat half in het zand is verborgen."
+
+"O!" riep Pencroff uit, "ik zie wat het is!"
+
+"Wat dan?" vroeg Nab.
+
+"Vaten, vaten! die misschien gevuld zijn!" antwoordde de matroos.
+
+"Naar de kust, Pencroff!" beval Cyrus Smith.
+
+Met een paar slagen was de boot de kust genaderd en sprongen de
+passagiers op het strand.
+
+Pencroff had zich niet vergist. Twee vaten lagen in het zand, en
+waren aan een groote kist bevestigd, die weder door de vaten werd
+tegengehouden en op de kust gedreven.
+
+"Er moet een schipbreuk zijn geweest in de omstreken van het
+eiland?" meende Harbert.
+
+"Blijkbaar," gaf Cyrus Smith hierop ten antwoord.
+
+"Maar wat is er in die kist!" riep Pencroff ongeduldig uit. "Wat
+is er toch in die kist? Hij is gesloten en wij hebben niets om het
+deksel er af te breken! Dan maar steenen er op geworpen...."
+
+En de matroos nam reeds een grooten steen op met het plan om dien
+tegen een der wanden van de kist te werpen, toen de ingenieur hem
+weerhield met de woorden:
+
+"Pencroff, heb nog slechts een uur geduld."
+
+"Maar, mijnheer Cyrus, bedenk toch! Misschien vinden wij daar alles
+in wat ons thans nog ontbreekt!"
+
+"Wij zullen het toch te weten komen," antwoordde de ingenieur,
+"maar geloof mij, verniel deze kist niet, want zij kan ons nog te
+pas komen. Laten wij haar naar het Rotshuis brengen; daar kunnen wij
+haar gemakkelijker openen. Zij is geheel voor een zeereis ingericht,
+en daar zij hierheen gedreven is, zal zij het ook wel tot de monding
+der rivier kunnen brengen."
+
+"Gij hebt gelijk, mijnheer Cyrus, en ik had ongelijk," antwoordde de
+matroos, "maar men is zichzelf niet altijd meester!"
+
+Het was een goede raad van den ingenieur, want de prauw zou
+waarschijnlijk niet alle voorwerpen, die zij bevatte, kunnen dragen,
+daar de kist zeer zwaar was; zij dreef dan ook op twee leege vaten. Het
+was dus beter haar mede te slepen.
+
+Maar vanwaar kwam dit voorwerp? Dat was een belangrijke vraag. Cyrus
+Smith beschouwde nauwkeurig den grond, en ging zelfs een honderd
+passen het strand op. Maar geen ander overblijfsel ontdekten zij. Zij
+sloegen aandachtig de zee gade. Harbert en Nab beklommen een hooge
+rots, doch zoover hun oog reikte bespeurden zij niets. Niets was er
+in het gezicht, geen schip zonder mast of zeilen, noch een schip met
+volle zeilen.
+
+Toch moest er schipbreuk geleden zijn. Misschien moesten zij het
+gebeurde in verband brengen met het hageltje? Misschien waren er
+vreemdelingen op een ander punt van het eiland geland? Misschien
+waren zij er nog? Toch waren zij het met elkaar eens, dat het geen
+zeeroovers konden wezen, want de inhoud was bepaald van amerikaansche
+of europeesche herkomst.
+
+Zij gingen nu allen naar de kist, die vijf voet lang en drie voet
+breed was. Het waarschijnlijkste was, dat zij door een schip, dat
+zijn koers naar het eiland richtte, over boord was geworpen, in de
+hoop dat zij wel naar de kust zou drijven, waar men haar later zou
+terugvinden. De passagiers toch hadden de voorzorg genomen om de kist
+aan een drijvend toestel te bevestigen.
+
+"Wij zullen haar naar het Rotshuis slepen," zeide de ingenieur,
+"en daar zullen wij eens zien wat zij bevat; zoo wij nu op de kust
+nog eenige overblijfselen van deze vermoedelijke schipbreuk vinden,
+kunnen wij ze aan de eigenaars teruggeven. Zoo we niemand vinden...."
+
+"Zullen wij ze voor ons houden!" riep Pencroff uit. "Maar zie dan
+toch eens wat er in is!"
+
+Zij haalden nu de boot en de kist op het strand, en daar het water
+afliep lagen beide spoedig op het drooge. Nab was de werktuigen
+gaan halen waarmede zij de kist konden openbreken zonder haar te
+beschadigen, en nu zou de inhoud te voorschijn worden gehaald. Pencroff
+gaf zich geen moeite zijn ontroering te verbergen.
+
+"Zeg eens," riep Nab uit, toen zij de kist geopend hadden, "zouden
+er levensmiddelen in zijn?"
+
+"Ik hoop van niet," antwoordde de reporter.
+
+"Zoo er maar...." zeide de matroos fluisterend.
+
+"Wat?" vroeg Nab, die de woorden niet gehoord had.
+
+"Niets!"
+
+De zinken plaat sneden ze nu door en langzamerhand werden voorwerpen
+van zeer verschillenden aard op het zand nedergelegd. Bij elk nieuw
+voorwerp klonk een nieuw hoezee uit Pencroffs mond. Harbert klapte in
+de handen en Nab danste als een neger. Er waren dan ook boeken, die
+Harbert half krankzinnig van blijdschap maakten en keukengereedschap
+dat Nab wel had willen kussen.
+
+Overigens hadden de kolonisten alle reden tot tevredenheid; want
+de kist bevatte werktuigen, wapens, instrumenten, kleeren, boeken
+enz. Zij bevatte ook een bijbel, een atlas, een woordenboek van
+Australische talen, een encyclopedie in zes deelen en een groote
+hoeveelheid wit papier.
+
+"Dat is zeker," zeide de reporter, toen zij alles uit de kist hadden
+gehaald, "dat de eigenaar van dezen inboedel een practisch man
+is. Werktuigen, wapenen, instrumenten, kleederen, keukengereedschap,
+boeken, niets ontbreekt er in. Men zou waarlijk zeggen, dat hij een
+schipbreuk verwachtte, en dat hij nu alle voorzorgen genomen heeft."
+
+"Niets ontbreekt er," mompelde Cyrus Smith geheel in gepeins verzonken.
+
+"En ook is het wel waarschijnlijk," voegde Harbert er bij, "dat de
+eigenaar van deze kist geen maleische zeeroover is!"
+
+"Misschien is de eigenaar wel door de zeeroovers gevangen genomen...."
+
+"Dat is toch niet waarschijnlijk," antwoordde de reporter. "Mij schijnt
+het mogelijker toe, dat een Amerikaansch of Europeesch schip in deze
+streek is bezet geraakt en dat de bemanning het noodigste wilde redden
+en uit dien hoofde deze kist over boord heeft geworpen."
+
+"Is dat ook uw idee, mijnheer Cyrus?" vroeg Harbert.
+
+"Ja, beste jongen," antwoordde de ingenieur, "het heeft zoo kunnen
+gebeuren. Het is mogelijk dat op het oogenblik, dat zeelieden een
+schipbreuk voorzagen, zij in deze kist alle mogelijke noodzakelijke
+voorwerpen geborgen hebben, opdat zij die weder op een bepaald punt
+der kust zouden kunnen wedervinden...."
+
+"Zelfs een doos met photographie-toestellen!" riep de matroos op
+verbaasden toon.
+
+"Van dien toestel zie ik nu juist het nut niet in," zeide Cyrus Smith,
+"en een vollediger voorraad kleeren en voedsel zou ons en elken
+anderen schipbreukeling beter te pas zijn gekomen en vooral meer
+kruit en lood!"
+
+"Maar is er op al die instrumenten, werktuigen en boeken geen enkel
+teeken, geen naam, die ons op het spoor van den eigenaar zou kunnen
+brengen?" vroeg Gideon Spilett.
+
+Dat zouden zij nog onderzoeken.
+
+Elk voorwerp werd dus met de grootste nauwkeurigheid nagezien, vooral
+de boeken, de instrumenten en de wapenen. Maar noch de wapenen,
+noch de instrumenten droegen, in strijd met de gewoonte, eenig merk
+van een fabrikant; en toch was alles in zeer goeden staat en scheen
+het nog nooit gebruikt te zijn; alles was nieuw en dus een duidelijk
+bewijs dat de voorwerpen niet bij toeval in de kist waren geworpen,
+maar integendeel allen uitgezocht en gerangschikt waren. Ook bleek
+dit ten duidelijkste uit het tweede zinken bekleedsel, dat alles voor
+nat bewaard had en dat men niet in een oogenblik van haast er in had
+kunnen brengen.
+
+Het woordenboek was Engelsch, maar droeg noch den naam van den
+schrijver noch dien van den uitgever.
+
+Evenals de bijbel, ook Engelsch en die zeer veel gelezen scheen
+te zijn.
+
+De atlas was een prachtig werk met wereldkaarten en verschillende
+hemelkaarten, en de namen waren allen in het fransch! maar noch een
+datum noch de naam van een uitgever stonden er op.
+
+Er was dus op al deze voorwerpen geen enkel merk te vinden, waaruit zij
+de plaats konden opmaken, waar zij waren vervaardigd of uitgegeven,
+dus konden zij ook de nationaliteit van het schip niet gissen, dat
+zich onlangs in deze streken moest bevonden hebben.
+
+Maar vanwaar kwam die kist, welke de kolonisten van het eiland Lincoln
+zoo rijk maakte, al hadden zij met behulp der natuur veel zelf weten
+te vervaardigen en zich uit menige moeilijke zaak weten te redden.
+
+Toch was een van hen nog niet tevreden. Het was Pencroff. Het scheen
+dat die kist niet het voorwerp bevatte, waarop hij juist zulk een
+prijs stelde, en naarmate de kist ledig raakte, werden ook zijn
+hoezee's zwakker en toen alles er uit gehaald was, mompelde hij:
+
+"Alles is goed en wel, maar gij zult zien, dat er niets voor mij
+in is."
+
+Nab vroeg toen:
+
+"Wat verwachttet gij dan wel, vriend Pencroff?"
+
+"Een half pond tabak!" antwoordde Pencroff ernstig, "en niets zou
+dan aan mijn geluk ontbroken hebben!"
+
+Zij konden niet nalaten over deze opmerking van den matroos te
+glimlachen.
+
+De kolonisten oordeelden het thans noodzakelijker dan ooit om het
+eiland te gaan onderzoeken. Zij besloten dus den anderen morgen
+hiermede een aanvang te maken. Zoo eenige schipbreukelingen op een
+gedeelte van de kust geland waren, dan was het wel te vreezen, dat zij
+gebrek leden en moesten zij hen zoo spoedig mogelijk te hulp snellen.
+
+Dien dag brachten zij de verschillende voorwerpen naar het Rotshuis
+en rangschikten die in de groote zaal.
+
+
+
+
+XXV.
+
+ Het vertrek.--De eb.--De boomen- en plantenwereld.--Het
+ boomkruipertje.--Het bosch.--De Eucalypten.--De
+ koortsboom.--Apen.--De waterval.--Nachtelijk kamp.
+
+
+Den anderen dag--30 October--was alles gereed tot hun voorgenomen
+onderzoek, dat door de laatste gebeurtenissen zoo hoog noodzakelijk
+was geworden. De dingen hadden inderdaad zulk een wending genomen,
+dat de kolonisten van het eiland Lincoln thans niet meer er aan
+dachten geholpen te worden, maar veeleer om hulp te verleenen.
+
+Zij kwamen dus overeen de Mercy zoo ver die bevaarbaar was,
+te volgen. Een gedeelte van den weg konden zij dus, zonder zich
+veel te vermoeien, afleggen, en ook zagen zij zich nu in staat
+levensmiddelen en wapenen tot in het westelijke gedeelte van het eiland
+te brengen. Zij moesten niet alleen bedacht zijn op de voorwerpen,
+welke zij met zich namen, maar ook op die, welke zij misschien naar het
+Rotshuis terug zouden moeten voeren. Zoo er schipbreuk geleden was op
+de kust, gelijk zij veronderstelden, zou het niet aan overblijfselen
+ontbreken, die hun goed te stade zouden kunnen komen. Met dit
+vooruitzicht zou de wagen hun van meer dienst kunnen wezen dan de
+ranke boot, maar die zware en groote wagen moesten zij voorttrekken;
+hij zou dus hun tocht niet gemakkelijker gemaakt hebben, en Pencroff
+kon niet nalaten evenals over zijn half pond tabak, zijn spijt te
+kennen te geven, dat er in de kist niet een paar flinke paarden van
+New-Jersey waren, die de kolonisten nu zoo goed te stade zouden komen!
+
+De levensmiddelen, welke zij medegenomen hadden, bestonden uit vleesch,
+bier en likeuren, een hoeveelheid, waaraan zij drie dagen lang genoeg
+zouden hebben--want langer dacht Cyrus Smith zijn onderzoek niet te
+doen duren. Bovendien zouden zij onderweg hun voorraad wel vernieuwen
+en Nab nam dus zijn klein draagbaar fornuis mede.
+
+Zij voorzagen zich verder slechts van de twee houthakkersbijlen,
+om zich een weg door het dicht begroeide woud te banen, alsook van
+den verrekijker en van het kompas. Verder nog een paar geweren met
+vuursteenen, die van meer nut zouden zijn dan percussiegeweren, daar
+men gemakkelijk andere vuursteenen kon vinden, voor het geval dat men
+ze verloor. Ook karabijnen en eenige kardoezen namen zij mede. Van
+het buskruit moesten zij ook een kleinen voorraad bij zich hebben,
+maar de ingenieur was van plan om een ontplofbare zelfstandigheid te
+maken, die hen in staat zou stellen, het buskruit te sparen. Verder
+staken zij nog een kort-jan bij zich en op deze wijs toegerust, konden
+de kolonisten zich gerust in die dichte bosschen wagen en behoefden
+zij niet te vreezen, dat zij het er niet goed zouden afbrengen.
+
+Het is onnoodig er bij te voegen, dat Pencroff, Harbert en Nab hun
+hoogste wenschen vervuld zagen, hoewel Cyrus Smith hen had doen beloven
+dat zij, zonder zijn toestemming, geen geweerschot zouden lossen.
+
+Ten zes ure 's morgens staken zij van wal. Allen scheepten zich in,
+ook Top, en het vaartuig stevende toen naar de monding der Mercy.
+
+Nu en dan, wanneer zij gemakkelijk den oever konden bereiken, landden
+zij. Dan onderzochten Gideon Spilett, Harbert en Pencroff de kust met
+hun geweer op schouder, voorgegaan door Top. Behalve het wild, was het
+ook wel mogelijk dat zij op hun weg de eene of andere zeldzame plant
+vonden, die zij niet mochten verwaarloozen; de jeugdige natuurkundige
+zag zijn wenschen dan ook vervuld, want hij ontdekte spoedig een soort
+van wilde spinazie, die zij gemakkelijk zouden kunnen overplanten.
+
+"Weet gij wat dit voor een plant is?" vroeg Harbert aan den matroos.
+
+"Tabak!" riep Pencroff uit, die dit kruid, dat hij zooveel liefde
+toedroeg, nooit anders dan in zijn pijp gezien had.
+
+"Neen, Pencroff," antwoordde Harbert, "het is geen tabak maar
+mostaard!"
+
+"Loop heen met je mostaard!" zeide Pencroff; "maar zoo ge soms een
+tabaksplantje vindt, neem het dan toch vooral mee."
+
+"Wij zullen het eenmaal vinden!" hernam Gideon Spilett.
+
+"Ja?" riep Pencroff uit. "Waarlijk, dien dag zou ik niets meer weten,
+dat ons op het eiland ontbrak."
+
+De verschillende planten, die zij met wortel en al hadden uitgetrokken,
+werden in de boot gelegd, welke door Cyrus Smith, die geheel in
+gedachten verzonken was, niet werd verlaten.
+
+De reporter, Harbert en Pencroff stapten menigmaal aan wal, nu eens
+op den rechter, dan weder op den linkeroever der Mercy. De eerste was
+minder rotsachtig, maar de andere boschrijker. De ingenieur zag nu
+ook, met behulp van zijn kompas, dat de richting der rivier, sedert
+de eerste wending, noordoostelijk was geworden en drie mijlen lang
+bijna geheel lijnrecht was. Maar wel moest hij veronderstellen, dat
+die richting verderop veranderen zou en dat de Mercy noordwestelijk
+zou loopen, naar het voorgebergte van den Franklin, die haar van
+water moest voorzien.
+
+Bij een dezer uitstapjes gelukte het Gideon Spilett zich meester
+te maken van een paar hoenders. Het waren vogels met lange en
+spitse bekken, zeer langen hals, korte vleugels en bijna geen
+staarten. Harbert herkende ze terstond voor grashoenders en zij
+besloten dat zij de bewoners van den toekomstigen kippenren zouden
+zijn.
+
+Tot nog toe hadden zij geen geweerschot gelost en het eerste, dat in
+het bosch van Far-West knalde, was om een prachtigen vogel te treffen,
+die op een ijsvogel geleek.
+
+"Ik herken hem!" riep Pencroff uit, en ondanks zichzelf ging zijn
+geweer af.
+
+"Wat herkent gij?" vroeg de reporter.
+
+"De vogel, die ons de eerste maal ontsnapt is, en naar wien wij dit
+gedeelte van het bosch genoemd hebben."
+
+"De amerikaansche boomkruiper," zeide Harbert.
+
+Het was inderdaad een boomkruiper met zijn lange veeren, waarover een
+metaalkleurige glans ligt verspreidt. Eenige kogeltjes hadden hem ter
+aarde doen vallen en Top bracht hem naar de boot, tegelijk met eenige
+parkieten, zoo groot als duiven, groenkleurig, met karmozijnroode
+vleugels en rechtopstaande witte kuiven.
+
+De eer hiervan kwam den knaap toe, die er ook trotsch op was. De
+parkietjes waren een beter wild dan de boomkruiper waarvan het vleesch
+taai is, maar men kon Pencroff moeilijk tot de overtuiging brengen
+dat hij niet den koning der eetbare vogels had gedood.
+
+Het was tien uur in den morgen toen de prauw een tweede bocht der Mercy
+bereikte, ongeveer vijf mijlen verwijderd van de monding. Hier legden
+de kolonisten weder aan om te ontbijten en een half uur brachten zij
+door onder de hooge en zware boomen. De rivier was hier nog zestig à
+zeventig voet breed en haar bedding vijf à zes voet diep. De ingenieur
+had wel bemerkt dat verscheidene vertakkingen den stroom voedden,
+maar het waren onbevaarbare beken.
+
+Het bosch strekte zich, zoover het oog reikte, achter hen uit. Nergens,
+noch in het hooge struikgewas, noch onder de boomen, noch op den
+oever van de Mercy, was het spoor van eenig menschelijk wezen te
+zien. De kolonisten vonden nergens iets wat hun verdacht voorkwam,
+en het was blijkbaar dat nooit een bijl deze stammen had gekloofd en
+nooit een mes ze had gesnoeid.
+
+Zoo eenige schipbreukelingen op het eiland waren geworpen, hadden zij
+de kust nog niet verlaten, en niet onder deze zware boomen moesten
+zij de overblijfselen van een waarschijnlijke schipbreuk zoeken. De
+ingenieur spoorde hen dus tot grooter spoed aan om de westkust van het
+eiland Lincoln te bereiken, die volgens zijn berekening hoogstens vijf
+mijlen verwijderd was. Zij roeiden dus verder, maar de bedding van de
+Mercy scheen niet zooals zij eerst dachten naar de kust te loopen, maar
+veeleer naar den berg Franklin; zij besloten dus zoolang van de prauw
+gebruik te maken als er genoeg water was om vlot te blijven. Hierdoor
+bespaarden zij zich groote vermoeienissen en wonnen zij veel tijd,
+want zij zouden zich, door dat dichtbegroeide kreupelhout door middel
+van hun bijl, een weg hebben moeten banen. Weldra echter hield de
+stroom geheel op; zij moesten dus hun roeispanen weder gebruiken. Nab
+en Harbert plaatsten zich dan ook op de bank, Pencroff aan het roer
+en zij roeiden de rivier verder op.
+
+Het scheen dat het bosch in de richting van Far-West lichter werd. De
+boomen stonden minder dicht bij elkaar en vaak zag men er geheel
+afzonderlijk staande. Maar juist door dat zij meer verspreid stonden,
+konden zij beter partij trekken van die vrije en frissche lucht, welke
+om hen heen speelde en waren zij dan ook weelderiger dan de overigen.
+
+Wat prachtige exemplaren van de plantenwereld dezer streek! Zeker zou
+een kruidkundige, op hun gezicht, zonder aarzelen de parallel kunnen
+noemen, die over het eiland Lincoln loopt!
+
+"Het zijn eucalypten!" riep Harbert uit.
+
+Het waren inderdaad die prachtige planten, de laatste reuzen van den
+zoom der tropische luchtstreken en stamverwanten van die, welke men
+in Australië, Nieuw-Zeeland en in alle overige landen vindt, welke
+onder dezelfde breedte als het eiland Lincoln gelegen zijn. Sommigen
+verhieven zich tot een hoogte van twee honderd voet. De stam had dan
+bij den wortel een omvang van twintig voet en over de schors liepen
+netvormige vezels, die een zeer aangename geur verspreidden en die vijf
+duim dik waren. Niets prachtigers, maar ook niets zeldzamers dan deze
+grootsche eucalypten, waarvan de bladeren schuin naar het licht zijn
+gekeerd en alzoo de stralen der zon tot op de aarde doen doordringen!
+
+"Dat zijn eerst boomen!" riep Nab uit, "maar zijn zij tot iets
+geschikt?"
+
+"Och," antwoordde Pencroff. "Er moeten zoowel reuzenplanten als
+reuzenmenschen zijn. Die dienen tot niets anders dan om op de kermis
+vertoond te worden!"
+
+"Ik geloof dat gij u vergist, Pencroff," antwoordde Gideon Spilett,
+"en dat het hout dezer boomen tegenwoordig door de schrijnwerkers
+zeer veel gebruikt wordt."
+
+"En ik voeg er bij," zeide de knaap, "dat deze eucalypten tot een
+familie behooren, die zeer nuttige leden telt: daar hebt ge den
+Indischen pereboom, met zijn granaatperen; den kruidnagelboom, die ons
+kruidnagelen geeft; den granaatappelboom, die granaatappels draagt;
+verder de Anjelier-myrten, uit wier vruchten een vrij goede wijn kan
+bereid worden, ook nog de myrte "ugni," die zeer veel alcohol bevat;
+de myrte "caryophyllus," waarvan de schors kaneel geeft; de "engenia
+pementa," die ons de spaansche peper schenkt; de gewone myrte, wier
+bessen onze peper kunnen vervangen; de eucalyptus robusta, die een
+uitnemende manna voortbrengt; de eucalyptus gunei, waarvan het sap
+door gisting tot bier bereid kan worden, en eindelijk alle andere
+boomen, die onder den naam van levensboomen of ijzerhout bekend zijn,
+en die allen tot de familie der myrteceeën behooren, en zes en veertig
+geslachten en dertien honderd soorten tellen."
+
+Zij lieten den knaap stil zijn botanisch lesje opzeggen. Cyrus hoorde
+hem met een glimlach op het gelaat aan en Pencroff met een zekeren
+trots, die moeilijk te beschrijven is.
+
+"Goed Harbert, heel goed Harbert," zeide Pencroff, "maar ik durf
+toch beweren dat al die nuttige boomen, welke gij ons daar opnoemt,
+toch zulke reuzen niet zijn als deze!"
+
+"Dat is zoo, Pencroff!"
+
+"En het komt dus op mijn gezegde van daareven neer, dat reuzen tot
+niets geschikt zijn!"
+
+"Dat hebt ge mis, Pencroff," zeide toen de ingenieur, "en juist zijn
+die reusachtige eucalypten, welke ons nu beschaduwen, tot iets nut."
+
+"En tot wat dan?"
+
+"Het land waar zij groeien, maken zij gezond.--Weet ge hoe men ze in
+Australië en Nieuw-Zeeland noemt?"
+
+"Neen, mijnheer Cyrus."
+
+"Men noemt ze koortsboomen."
+
+"Omdat ze koorts geven?"
+
+"Neen, omdat zij die wegnemen."
+
+"Goed, dat ga ik opschrijven," zeide de reporter.
+
+"Schrijf het op, Spilett, want het schijnt gebleken, dat daar waar men
+eucalypten vindt, moeraskoortsen worden geweerd. Men heeft getracht om
+dit natuurgeneesmiddel in zuidelijk Europa en het noorden van Afrika,
+waar de grond zeer ongezond is, over te brengen en het heeft zeer
+heilzaam op de bewoners gewerkt. In de streken waar men myrtenbosschen
+vindt heerschen geen koortsen meer."
+
+"O, welk een eiland! Welk een gezegend eiland!" riep Pencroff
+uit. Waarlijk er ontbreekt ons niets dan...."
+
+"Dat zal ook wel komen, Pencroff, wij zullen het wel vinden,"
+antwoordde de ingenieur, "maar laten wij nu weder in de boot gaan en
+zoover varen als de rivier onze prauw dragen kan!"
+
+Het vaartuig ging nu dwars door het bosch; de boomen werden hoe langer
+hoe dichter, en zoo de oogen van den matroos hem niet bedrogen,
+meende hij apen tusschen het kreupelhout te bespeuren. Zelfs meer
+dan eens stonden twee of drie van deze dieren op eenigen afstand van
+de boot en zagen zij de kolonisten aan, zonder dat zij eenigen angst
+aan den dag legden bij het zien van een mensch, want zij wisten nog
+niet dat zij iets van dezen te vreezen hadden. De kolonisten zouden
+ze gemakkelijk met de kolf van hun geweer hebben kunnen dooden,
+maar Cyrus Smith verzette zich tegen zulk een doelloozen moord,
+waartoe Pencroff wel lust scheen te hebben. Bovendien was het zeer
+voorzichtig gezien, want van deze apen, die zeer sterk en behendig
+zijn, konden zij veel te vreezen hebben en beter was het ze niet uit
+te tarten door een onnoodigen aanval.
+
+Wel is waar beschouwde de matroos de apen alleen als voedingsmiddel,
+en inderdaad zijn deze dieren, welke slechts plantaardig voedsel
+gebruiken, een zeer smakelijk wild.
+
+Tegen vier uur werd het bevaren der Mercy nog lastiger en nu ontmoetten
+zij telkens hinderpalen door waterplanten, en reeds ging de bedding
+der rivier onder de uiterste punten van het Franklin-gebergte door. De
+oorsprong kon dus niet ver verwijderd meer wezen, daar zij zich voedde
+met alle beken van de zuidelijke helling van den berg.
+
+"Binnen een kwartier zullen wij genoodzaakt zijn halt te houden,
+mijnheer Cyrus," zeide de matroos.
+
+"Welnu, dan zullen wij halt houden, Pencroff, en wij zullen ons kamp
+voor den nacht opslaan."
+
+"Hoever kunnen wij van het Rotshuis verwijderd zijn?" vroeg Harbert.
+
+"Ongeveer zeven mijlen," hernam de ingenieur, "maar dan zijn de
+bochten die de rivier maakt, en die ons in het noordwesten brachten,
+medegerekend."
+
+"Zullen wij nog verder gaan?" vroeg de reporter.
+
+"Ja, zoolang wij kunnen," gaf Cyrus Smith ten antwoord. "Morgen,
+bij het krieken van den dag, zullen wij de boot hier achterlaten en
+dan hoop ik binnen twee uur de kust bereikt te hebben. Dan hebben
+wij het verdere van den dag voor ons om dat gedeelte te onderzoeken."
+
+"Vooruit dan!" antwoordde Pencroff.
+
+Bij een laatste wending der rivier zagen zij door de boomen een
+waterval. De boot stootte nu op vasten wal, en eenige oogenblikken
+later lag zij, aan een boomstam vastgemaakt, op den rechter oever
+der rivier.
+
+Het was nu vijf uur. De laatste zonnestralen verdwenen achter de boomen
+en verlichtten nog den kleinen waterval, waarvan het schuim schitterde
+met alle kleuren van den regenboog. Zij kampeerden in dezen omtrek,
+die zeer prachtig was. De kolonisten ontscheepten zich en zij legden
+nu een vuur aan onder zeer breede takken, waaronder Cyrus Smith en
+zijn makkers, zoo noodig, een nachtverblijf hadden kunnen vinden.
+
+Spoedig was het avondmaal genuttigd, want zij hadden honger en zij
+moesten nu voor een nachtverblijf zorgen. Maar bij het vallen van den
+avond, had een verdacht gebrul hun aandacht getrokken. Zij besloten
+dus het vuur voor den nacht aan te houden, zoodat zij in hun slaap
+door het flikkeren der vlammen tegen alle aanvallen beschermd waren.
+
+Nab en Pencroff waakten om beurten en spaarden dan ook geen
+brandstof. Misschien bedrogen zij zich niet, toen zij meenden
+eenige schimmen van dieren om hun kamp te zien dwalen, hetzij in het
+kreupelhout of onder de boomen; maar de nacht ging zonder bijzondere
+gebeurtenissen voorbij en den anderen dag, 31 October, om vijf uur
+in den morgen, waren allen gereed om te vertrekken.
+
+
+
+
+XXVI.
+
+ Op weg naar de kust.--Eenige apen.--Een nieuwe stroom.--Een
+ bosch op de kust.--De hagedis.--Gideon Spilett wordt door
+ Harbert benijd.--De bamboe.
+
+
+Ten zes ure 's morgens, na hun ontbijt, begaven de kolonisten zich op
+pad, met het plan om langs den kortst mogelijken weg, de westelijke
+kust van het eiland te bereiken. In hoeveel tijd konden zij daar
+komen? Cyrus Smith had gezegd in twee uur, maar dat hing af van
+de hinderpalen, die zij op hun weg zouden ontmoeten. Dit gedeelte
+van het Far-West scheen dicht begroeid te zijn, en evenals in het
+kreupelhout was hier een groote verscheidenheid van planten. Het was
+dus waarschijnlijk dat zij zich met de bijl in de hand een weg door
+het gras, het kreupelhout en de slingerplanten moesten banen--en met
+het geweer ook, als zij zich het gebrul der wilde dieren herinnerden,
+dat zij dien nacht gehoord hadden.
+
+Zij vertrokken niet vóór zich overtuigd te hebben, dat de prauw goed
+op het drooge lag. Pencroff en Nab zorgden voor de levensmiddelen, die
+hen gedurende twee dagen in het leven moesten houden. Aan jagen werd
+thans niet meer gedacht en de ingenieur had hun het schieten verboden,
+ten einde hun tegenwoordigheid in den omtrek niet te verraden.
+
+De eerste bijlslagen troffen het kreupelhout, even boven den waterval,
+en met het kompas in de hand wees Cyrus Smith hun de richting, die
+zij volgen moesten. Het bosch bestond nu voor een groot gedeelte uit
+boomen, die zij reeds in de nabijheid van het meer en de bergvlakte
+het Verre Uitzicht gevonden hadden. De kolonisten konden dus slechts
+zeer langzaam voorwaarts gaan op den weg, dien zij zich zelven moesten
+banen, en die, volgens de meening van den ingenieur, verderop in
+verband moest staan met de Roode Beek.
+
+Gedurende de eerste uren van hun tocht zagen zij de troepen apen weer,
+die de grootste verbazing aan den dag legden bij het aanschouwen van
+menschen, welke zij voor de eerste maal schenen te ontmoeten. Gideon
+Spilett kon niet nalaten te vragen, of die vlugge en krachtige dieren
+hen niet voor verbasterde broeders zouden aanzien. En wezenlijk,
+de eenvoudige voetgangers, die bij elken stap dien zij deden, door
+de takken werden tegengehouden, staken niet zeer schitterend af bij
+de behendige dieren, die van den eenen tak op den anderen sprongen,
+zonder dat hen iets in hun sprong tegenhield. De apen waren hier zeer
+talrijk, maar gelukkig gaven zij geen teekenen van vijandigheid. Ook
+zagen de kolonisten nog wilde zwijnen, konijnen, varkens, kangaroes
+en andere knaagdieren en twee of drie koula's die Pencroff gaarne
+met een geweerschot begroet had.
+
+"Maar," zeide hij, "de jacht is niet geopend. Springt dus maar, mijn
+vrienden, en vliegt in vrede voort! Bij onzen terugkeer zullen wij
+wel eens een paar woordjes samen spreken!"
+
+Tegen half tien werd de weg, die hen recht naar het zuidwesten leidde,
+plotseling door een onbekend water versperd, dat tusschen de dertig
+en veertig voet breed was, en welks snelle stroom, het gevolg van
+zijn hellende bedding, brekende op de talrijke rotsen, zich met
+groot gedruisch voortspoedde. Deze rivier was diep en zeer helder,
+maar geheel onbevaarbaar.
+
+"Nu kunnen wij niet verder!" riep Nab uit.
+
+"Jawel," antwoordde Harbert, "want het is slechts een beek, die wij
+gemakkelijk kunnen overzwemmen."
+
+"Waartoe zou dat leiden?" vroeg Cyrus Smith. "Zeer waarschijnlijk
+loopt deze rivier naar zee. Laten wij aan den linker oever blijven,
+en wanneer wij dien volgen zou het mij zeer verwonderen zoo wij niet
+aan de kust uitkomen. Vooruit dus!"
+
+"Een oogenblik," sprak de reporter. "Hoe is de naam dezer rivier,
+mijne vrienden? Laten wij onze aardrijkskunde bijhouden."
+
+"Gij hebt gelijk!" beaamde Pencroff.
+
+"Doop gij haar, beste jongen," zeide de ingenieur tot Harbert.
+
+"Ware het niet beter dat wij eerst de monding zochten?" merkte
+Harbert aan.
+
+"Ook goed," antwoordde Cyrus Smith. "Laten wij dan niet langer
+stilstaan."
+
+"Nog even!" riep Pencroff uit.
+
+"Wat is er?" vroeg de reporter.
+
+"De jacht is wel verboden, maar de vischvangst toch niet, veronderstel
+ik," zeide de matroos.
+
+"Wij hebben geen tijd te verliezen," gaf de ingenieur hierop ten
+antwoord.
+
+"Kom, vijf minuten!" hernam Pencroff. "Ik vraag slechts vijf minuten
+in het belang van ons ontbijt!"
+
+En Pencroff knielde aan den kant van de beek, stak zijn beide handen
+in het heldere water en spoedig legde hij eenige kreeften op het droge.
+
+"Dat zal goed smaken!" riep Nab uit, terwijl hij de matroos te
+hulp kwam.
+
+"Alles is hier op het eiland, behalve tabak," mompelde Pencroff met
+een zucht.
+
+Zij hadden geen vijf minuten oponthoud door die merkwaardige vangst,
+want de kreeften waren in overvloed in de beek. Van deze schaaldieren,
+waarvan de schubben een blauwe kobaltkleur hebben, en die van een
+schaar voorzien zijn, vulden zij een zak en vervolgden toen hun weg.
+
+Nu zij den oever van deze rivier hielden, ging de tocht veel
+gemakkelijker en sneller. Ook hier was geen enkele menschelijke
+voetstap te vinden. Nu en dan ontdekten zij het spoor van groote
+viervoetige dieren die zeker hun dorst aan deze beek plachten te
+lesschen, maar overigens niets en het was niet in dit gedeelte van
+het Far-West dat het konijn getroffen was door het hageltje, hetwelk
+aan Pencroff een tand kostte.
+
+Toch moest Cyrus Smith tot het besluit komen, toen hij den snellen
+stroom gadesloeg, dat hij en zijn vrienden zich verder van de
+westelijke kust bevonden dan zij eerst gemeend hadden.
+
+De rivier werd echter langzamerhand breeder en het water kalmer. De
+boomen stonden aan beide zijden der rivier even dicht naast elkander,
+en men kon er onmogelijk doorheen zien; maar dat onafzienbare bosch
+was zeker geheel verlaten, want Top blafte niet en het verstandige
+dier zou zich wel gehaast hebben hen te waarschuwen, zoo er zich
+vreemdelingen in den omtrek van het water hadden bevonden.
+
+Het was half elf toen Harbert, die hen een eind voor was, tot groote
+verbazing van Cyrus Smith plotseling uitriep:
+
+"De zee!"
+
+En eenige oogenblikken later hadden zij den zoom van het bosch bereikt
+en zagen zij de westelijke kust van het eiland voor zich. Maar welk
+een verschil was er tusschen deze kust en die waarop het toeval
+hen geworpen had. Geen rotsen, geen klippen, zelfs geen strand. Het
+bosch vormde de kust en de laatste boomen, door de golven gebeukt,
+bogen zich over het water. Het was geen kust, zooals de natuur
+die gewoonlijk vormt, namelijk een zeer breed strand van zand of
+een rotsketen, maar een prachtig bosch, waarin de schoonste boomen
+groeiden. De oever was zoo hoog dat hij ook bij springtij boven de
+oppervlakte der zee uitstak, en op dien vruchtbaren grond, door een
+rots begrensd, schenen die boomen even vast geplant te zijn als in
+het binnengedeelte van het eiland.
+
+Het weer was schoon en van de steile kust, waarop Pencroff en Nab
+het maal bereidden, kon men zijn blik zeer ver laten gaan. De horizon
+was helder, maar geen zeil was er te bespeuren. Op de geheele kust,
+zoover het oog reikte, was geen schip noch overblijfsel van eenig
+vaartuig te zien. Maar de ingenieur was niet eer overtuigd, dan nadat
+hij de kust van de uiterste punt tot aan het Slangen-schiereiland
+zou onderzocht hebben.
+
+Het ontbijt was spoedig genuttigd en ten half twaalf beval Cyrus
+Smith te vertrekken. In plaats van hun weg over de klippen te nemen
+en het strand te volgen, moesten de kolonisten nu den zoom van het
+bosch houden, die evenwijdig met de kust liep.
+
+De afstand die de monding van de rivier scheidde van het
+Hagedis-voorgebergte, was ongeveer twaalf mijlen. In vier uur hadden
+zij, wanneer het strand begaanbaar was, en zelfs zonder zich te
+haasten, dien afstand kunnen afleggen, maar nu hadden zij het dubbele
+van dien tijd noodig om hun doel te bereiken, want de boomen die zij
+moesten omloopen, het hout dat zij moesten kappen, de slingerplanten
+die zij moesten breken, dat alles hield hen gedurig op.
+
+Overigens was geen enkel spoor te zien van een schipbreuk. Wel is
+waar, zooals Gideon Spilett opmerkte, had de zee alles weder mede
+kunnen slepen, en men kon dus nog niet beweren, al vond men ook geen
+enkel bewijs, dat er geen schip op dit gedeelte van de kust van het
+eiland Lincoln gestrand was.
+
+De redeneering van den reporter was juist, en bovendien bewees het
+voorgevallene met het hageltje ontegenzeggelijk dat er hoogstens drie
+maanden geleden een geweerschot op het eiland gelost was.
+
+Het was reeds vijf uur in den namiddag en nog was het
+Slangenschiereiland twee mijlen verwijderd van de plaats waar de
+kolonisten zich thans bevonden. Het was zeer waarschijnlijk dat wanneer
+zij kaap Hagedis bereikt hadden, Cyrus Smith en zijn makkers den tijd
+niet zouden hebben om voor het ondergaan der zon naar het kamp, dat
+zij bij de bronnen der Mercy opgeslagen hadden, terug te keeren. Dus
+zouden zij genoodzaakt zijn in deze streek den nacht door te brengen.
+
+Tegen zeven uur 's avonds kwamen de kolonisten uitgeput van vermoeienis
+aan kaap Hagedis, een soort van krul door de zee gevormd. Hier eindigde
+het bosch van het schiereiland en de kust in het westelijk gedeelte
+herkreeg weder het aanzien van een gewone kust met haar rotsen, klippen
+en strand. Het was dus mogelijk, dat een schip op dit gedeelte was
+stuk geslagen, maar de nacht viel in en zij moesten hun onderzoek
+tot den anderen dag staken. Pencroff en Harbert gingen terstond een
+geschikte plaats zoeken om hun nachtverblijf op te slaan. De laatste
+boomen van het bosch van het Verre Westen eindigden in dat gedeelte
+en daaronder vond Harbert kleine groepen bamboes.
+
+"Zie zoo," zeide hij, "dat is een kostbare vondst."
+
+"Kostbaar?" vroeg Pencroff.
+
+"Ja, zeker," antwoordde Harbert. "Als ik je alleen maar zeg, Pencroff,
+dat de schors dezer bamboes, in smalle reepen gesneden, zeer goed
+voor manden en korven geschikt is; die schors kan, tot een zachte
+massa gekneed, tot Chineesch papier bereid worden; de halmen kunnen,
+naarmate zij groot zijn, tot stokken, kachelpijpen en waterleidingen
+dienen; de groote bamboezen kunnen zeer goed aangewend worden om
+het een of ander te vervaardigen en nooit zullen de insecten er in
+komen. Ik wil er nog niet eens bijvoegen dat, wanneer men de ruimte,
+die er tusschen beide knoopen is, doorzaagt, en voor bodem er een
+beschot dwars over heen legt, men op deze wijs stevige groote vaten
+verkrijgt, die bij de Chineezen zeer in zwang zijn! En dat alles zou
+u onverschillig wezen? Maar...."
+
+"Maar?"
+
+"Ik zal je ook nog zeggen, dat die bamboes in Indië als asperges
+gegeten worden."
+
+"Asperges van dertig voet lang!" riep de matroos uit. "En smaken
+zij goed?"
+
+"Uitmuntend," antwoordde Harbert. "Maar het zijn geen stengels van
+dertig voet die men eet, maar jonge halmpjes."
+
+"Heel goed, beste jongen, heel goed!" gaf Pencroff ten antwoord.
+
+"Ook is het merg van jonge halmen, in de azijn gelegd, een zeer
+lekker zuur."
+
+"Het wordt hoe langer hoe beter.
+
+"En bovendien is er tusschen de knoopen een suikerachtige likeur,
+waaruit wij een geurigen drank kunnen bereiden."
+
+"Is dat alles?" vroeg de matroos.
+
+"Ja."
+
+"En wij kunnen het niet rooken?"
+
+"Neen, beste Pencroff, wij kunnen het niet rooken."
+
+Lang hadden Harbert en Pencroff niet naar een geschikte plaats voor den
+nacht te zoeken. De rotsen, die tamelijk ver van elkander verwijderd
+waren, door het slaan der golven tegen de kust en den noordwesten
+wind, boden holen aan waarin zij zich gerust te slapen konden leggen,
+zonder voor den invloed van de nachtlucht bevreesd te zijn. Maar op
+het oogenblik dat zij op het punt stonden om in een dezer holen door
+te dringen, werden zij door een hevig gebrul daarvan weerhouden.
+
+"Terug!" riep Pencroff. "Wij hebben niets dan hagel in onze geweren
+en die dieren, die zulk een gebrul laten hooren, geven daar evenveel
+om als om zoutkorrels!"
+
+De matroos greep Harbert bij den arm, sleepte hem mede uit de rots,
+juist op hetzelfde oogenblik dat zich een prachtig dier aan den
+ingang vertoonde.
+
+Het was een tijgerkat van ongeveer dezelfde grootte als die welke men
+in Azië vindt, dat wil zeggen, dat zij van den kop tot den staart
+vijf voet lang was. Op haar huid waren regelmatige zwarte vlekken,
+die weder doorsneden werden door het witte haar van haar buik. Harbert
+herkende in haar terstond den krachtigen vijand van den tijger en veel
+meer te duchten dan een jaguar, die slechts de vijand van den wolf is!
+
+De tijgerkat sloop, langzaam en behoedzaam om zich ziende, voorwaarts;
+de haren stonden rechtop, haar oogen schitterden, alsof het niet de
+eerste maal was, dat zij de tegenwoordigheid van een mensch voelde.
+
+Op dit oogenblik kwam de reporter van achter een hooge rots en Harbert,
+die meende dat hij de tijgerkat nog niet bespeurd had, snelde naar
+hem toe; maar Gideon Spilett wenkte hem met de hand en vervolgde
+zijn weg. Het was zijn eerste tijger niet; hij naderde hem tot op
+tien pas en stond toen onbeweeglijk stil met de aangelegde karabijn,
+zonder een spier te verroeren.
+
+De tijgerkat trok zijn leden samen en sprong op den jager toe, maar op
+hetzelfde oogenblik trof een kogel hem tusschen zijn oogen en viel hij
+dood ter aarde. Harbert en Pencroff snelden naar het dier. Ook Cyrus
+en Nab kwamen in allerijl toeschieten en stonden eenige oogenblikken
+in stomme verbazing over het prachtige beest, dat voor hen op den grond
+lag en welks huid een sieraad zou wezen in de zaal van het Rotshuis.
+
+"O, mijnheer Spilett, wat bewonder en benijd ik u!" riep Harbert
+opgetogen uit.
+
+"Goed, beste jongen," antwoordde de reporter, "gij zoudt hetzelfde
+gedaan hebben."
+
+"Ik! Met dezelfde koelbloedigheid!"
+
+"Verbeeld je eens, Harbert, dat die tijgerkat een haas was, dan zoudt
+gij met de grootste kalmte een schot op hem lossen."
+
+"Nu, is het niet erger?" vroeg Pencroff.
+
+"En thans," sprak Gideon, "nu deze tijgerkat haar hol verlaten heeft,
+zie ik geen enkele reden, waarom wij dit voor van nacht niet zouden
+innemen."
+
+"Maar anderen kunnen er in wederkeeren!" zeide Pencroff.
+
+"Als wij maar een vuur aan den ingang aanleggen, dan zullen zij het
+niet wagen binnen te dringen."
+
+"Dan naar de woning van de tijgerkat!" antwoordde de matroos, terwijl
+hij het lijk van het dier achter zich meesleepte. De kolonisten begaven
+zich thans naar de verlaten schuilplaats van de tijgerkat en daar,
+terwijl Nab haar van de huid ontdeed, verzamelden zij een groote
+hoeveelheid droog hout, dat in overvloed in het bosch voorhanden was.
+
+Maar toen Cyrus Smith ook een groep bamboezen zag, sneed hij eenigen
+af en mengde die tusschen het brandhout.
+
+Toen dit gedaan was, maakten zij de grot gereed, die met beenderen
+lag bezaaid; zij laadden hun wapens voor het geval dat zij soms
+onverwachts mochten aangevallen worden; daarop gebruikten zij hun
+avondmaal en voor zij zich ter ruste begaven, staken zij den stapel
+hout voor den ingang aan.
+
+Terstond daarop knetterde een waar vuurwerk in de lucht. Het was
+het bamboes, dat wanneer het vlam vat als een vuurwerk ontploft. Dat
+geraas alleen was reeds voldoende om wilde dieren angst aan te jagen.
+
+Maar dit middel om een luide ontploffing te weeg te brengen, was niet
+door den ingenieur uitgedacht, want, volgens Marco Polo, gebruiken de
+Tartaren het reeds sedert eeuwen met goed gevolg om de wilde dieren
+in Midden-Azië op een afstand te houden.
+
+
+
+
+XXVII.
+
+ Voorstel om langs de zuidkust terug te keeren.--Vorm van de
+ kust.--Onderzoek naar de vermoedelijke schipbreuk.--Een wrak
+ in de lucht.--Ontdekking van een kleine haven.--Middernacht
+ aan de Mercy.--Een afdrijvende boot.
+
+
+Cyrus Smith en zijn vrienden sliepen dien nacht den slaap der
+rechtvaardigen in het hol van de tijgerkat, die dat zoo beleefd ter
+hunner beschikking had gelaten.
+
+Bij het opgaan der zon stonden allen aan de kust, en aller blik richtte
+zich naar den horizon, die voor tweederden te zien was. Voor de laatste
+maal bevestigde Cyrus Smith dat er geen schip, geen romp op de geheele
+oppervlakte te bespeuren viel en ook door den verrekijker kon men
+niets verdachts ontdekken. Niets, zelfs op de kust, ten minste op dat
+gedeelte, hetwelk de zuidelijke punt van het voorgebergte vormde over
+een lengte van drie mijlen, want verder op hield een bocht binnenwaarts
+het overige gedeelte van de kust voor het oog verborgen, en zelfs
+aan het uiteinde van het Slangenschiereiland kon men kaap Klauw niet
+ontdekken, die ook achter de hooge rotsen geheel verscholen lag.
+
+Zij moesten dus nu de zuidelijke kust van het eiland nog
+onderzoeken. Men zou dat onderzoek terstond ondernemen, en den geheelen
+dag, den 2den November, er aan te geven.
+
+Dat was volstrekt het oorspronkelijke plan niet, want toen zij de prauw
+bij den oorsprong der Mercy hadden achtergelaten, waren zij overeen
+gekomen, dat, wanneer zij de westelijke kust onderzocht hadden,
+zij haar in het terugkeeren zouden medenemen en langs de Mercy het
+Rotshuis weder bereiken. Cyrus Smith meende toen dat de westelijke
+kust een voldoend toevluchtsoord kon aanbieden, zoowel voor een wrak,
+als voor een schip in goeden staat; maar nu er op deze kust geen
+schipbreuk geleden was, waren zij wel verplicht in het zuidelijke
+gedeelte dat te gaan zoeken, wat zij in het westelijke niet gevonden
+hadden. Gideon Spilett stelde nu het eerst voor, om het onderzoek te
+vervolgen, zoodat de vraag: of er schipbreuk was geleden, kon opgelost
+worden; daarom was het van het meeste belang te weten, hoe ver kaap
+Klauw van het uiteinde van het schiereiland verwijderd was.
+
+"Ongeveer dertig mijlen," antwoordde de ingenieur, "als wij de bochten,
+welke de kust maakt, in rekening brengen."
+
+"Dertig mijlen!" riep Gideon Spilett uit. "Wij zullen van daag dan
+een fiksche wandeling hebben. Toch geloof ik dat wij langs de zuidkust
+naar het Rotshuis moeten terugkeeren."
+
+"Maar," merkte Harbert op, "van kaap Klauw naar het Rotshuis is nog
+tien mijlen."
+
+"Laten wij dan in 't geheel veertig mijlen rekenen," antwoordde de
+reporter, "en niet aarzelen die af te leggen. Wij hebben dan de ons
+geheel onbekende kust nagegaan, en behoeven geen nieuw onderzoek in
+te stellen."
+
+"Dat is zeer juist gezien," zeide Pencroff. "Maar de prauw?"
+
+"De prauw is wel een dag alleen gebleven," gaf Spilett ten antwoord,
+"dus kan zij ook nog wel een dag langer daar liggen! Tot nog toe
+kunnen wij niet beweren, dat er dieven op het eiland zijn."
+
+"Toch," zeide de matroos, "als ik mij de geschiedenis van de schildpad
+herinner, heb ik er geen groot vertrouwen in."
+
+"De schildpad! de schildpad!" antwoordde de correspondent, "weet ge
+dan niet, dat de zee haar omgekeerd heeft."
+
+"Wie weet het?" mompelde de ingenieur.
+
+"Maar...." zeide Nab.
+
+Nab had iets te zeggen, dat was zeer duidelijk, want hij opende den
+mond tot spreken, maar zeide niets.
+
+"Wat wilt ge zeggen, Nab?" vroeg de ingenieur.
+
+"Zoo wij langs het strand naar de kaap terugkeeren," gaf Nab ten
+antwoord, "en als we de kaap zijn omgegaan dan kunnen we niet
+verder...."
+
+"Door de Mercy! Dat is waar," riep Harbert uit, "en wij hebben dan
+geen brug of boot om haar over te steken!"
+
+"Maar, mijnheer Cyrus, vindt ge niet dat wij door middel van eenige
+drijvende stammen zeer goed de rivier kunnen oversteken?"
+
+"Het doet er niet toe," merkte Gideon Spilett op, "het zal toch altijd
+goed wezen een brug te maken, zoo wij een gemakkelijken toegang tot
+het bosch van het Verre Westen willen hebben!"
+
+"Een brug!" riep Pencroff uit. "Welnu, is mijnheer Cyrus Smith geen
+ingenieur van zijn vak? Hij zal ons wel een brug maken wanneer we
+die verlangen!"
+
+"Wanneer gij heden avond aan de andere zijde der Mercy wilt zijn,
+zonder een draadje van uw kleeren nat te maken, dan zal ik daar wel
+voor zorgen. Wij hebben nog slechts voor een dag levensmiddelen,
+meer hebben we ook niet noodig en misschien zal het ons van daag
+evenmin als gisteren aan wild ontbreken. Vooruit dus!"
+
+Nu het voorstel van den reporter zoo ondersteund werd door Pencroff,
+gaf een ieder zijn goedkeuring er over te kennen, want allen wilden
+gaarne uit de onzekerheid komen, en wanneer zij over kaap Klauw
+terugkeerden hadden zij het eiland geheel doorzocht. Maar geen uur
+mocht er thans verloren gaan, want een marsch van veertig mijlen was
+geen kleinigheid, en zij behoefden er niet op te rekenen het Rotshuis
+vóor den nacht te zullen bereiken.
+
+Ten zes ure 's morgens begaven de kolonisten zich dus op weg. Uit
+voorzorg, ingeval zij soms twee- of viervoetige dieren mochten
+ontmoeten, laadden zij hun geweren met kogels, en aan Top, die
+den tocht moest openen, werd bevel gegeven den zoom van het bosch
+te volgen.
+
+Toen zij de uiterste punt van het voorgebergte, dat als het ware den
+staart van het schiereiland vormde, verlieten, maakte de kust een bocht
+van vijf mijlen, welke zij spoedig hadden afgelegd, zonder dat zij,
+na zeer nauwkeurige nasporingen, eenig teeken gevonden hadden van
+een vroegere of tegenwoordige ontscheping, noch van een schipbreuk,
+of van eenig kamp, noch de asch van een uitgedoofd vuur, of den indruk
+van een voetstap.
+
+Het geheele gedeelte van het eiland, dat zij thans bezochten, was
+hun vreemd, maar nadat zij een oogenblik gerust hadden, hadden zij
+het met een oogopslag overzien.
+
+"Welk schip zich in deze streek durft wagen, is onherroepelijk
+verloren," zeide Pencroff. "Zandbanken strekken zich hier tot zeer
+ver in zee uit en verder op heeft men steile klippen. Het is hier
+een gevaarlijke kust!"
+
+"Maar toch zou er eenig overblijfsel van een schip moeten te vinden
+zijn," merkte de correspondent aan.
+
+"Ja, er zouden stukken hout op de klippen kunnen blijven liggen,
+maar op de zandbanken niet," gaf de matroos hierop ten antwoord.
+
+"Waarom dat?"
+
+"Omdat die banken nog veel gevaarlijker dan de rotsen zijn, daar
+zij alles verzwelgen wat er op komt; en weinige dagen zijn voldoende
+om de romp van een schip van eenige honderden tonnen geheel te doen
+verdwijnen."
+
+"Dus Pencroff," vroeg de ingenieur op zijn beurt, "zoo een schip hier
+vergaan was, zou het volstrekt niet vreemd wezen als wij geen enkel
+spoor er van vonden?"
+
+"Neen, mijnheer Smith, door de werking van den tijd of van den
+storm. Toch zou het mij verwonderen, zoo zelfs in dat geval, geen stuk
+mast of splinters op de kust geworpen waren buiten het bereik der zee."
+
+"Laten wij onze nasporingen dus vervolgen," antwoordde Cyrus Smith.
+
+Om een uur 's middags hadden de kolonisten de baai van Washington
+bereikt; op dat oogenblik hadden zij twintig mijlen afgelegd. Nu
+hielden zij eenigen tijd rust om zich wat te versterken.
+
+Toen er een half uur om was, begaven de vrienden zich weder op weg; hun
+oog liet geen punt van de rotsen of het strand onopgemerkt. Pencroff
+en Nab waagden zich zelfs tusschen die klippen, zoodra eenig voorwerp
+hun aandacht trok. Maar geen enkel overblijfsel was er te bespeuren;
+zij werden nu en dan slechts misleid door den zonderlingen vorm van
+een rots. Wel waren er op dit strand een overvloed van schelpdieren
+te vinden, maar zij konden die eerst medenemen wanneer er gemeenschap
+bestond tusschen de beide oevers der Mercy en de middelen tot vervoer
+beter waren.
+
+Na nog een paar uur geloopen te hebben, stelde Gideon Spilett zijn
+vrienden voor op deze plek weder halt te houden. Dit werd aangenomen,
+want de wandeling had aller eetlust opgewekt, en hoewel het uur voor
+het middagmaal nog niet geslagen was, weigerde niemand zich met een
+stuk vleesch te verkwikken. Zij zouden nu met eenig ander eten kunnen
+wachten tot zij in het Rotshuis waren teruggekeerd.
+
+Eenige oogenblikken later waren de kolonisten onder een prachtige
+groep pijnboomen gezeten en verslonden zij de gerechten die hun door
+Nab werden voorgezet. De plek lag vijftig of zestig voet boven de
+oppervlakte der zee. Zij konden dus alles goed overzien, en achter
+de laatste rotsen van de kaap strekte zich de Unie-baai uit. Maar
+noch het eilandje, noch de bergvlakte van het Verre Uitzicht waren
+zichtbaar, en zij konden dit ook niet wezen, want de grond was hier
+hooger en de hooge boomen verborgen den noordelijken horizon.
+
+Het is onnoodig er nog bij te voegen, dat ondanks de uitgestrektheid
+der zee, die de tochtgenooten voor zich zagen, en hoewel de ingenieur
+met zijn verrekijker de geheele oppervlakte, waarin hemel en water te
+zamen smolten had nagegaan, geen schip was te bespeuren. Zij lieten
+eveneens over dat geheele gedeelte der kust, dat hun nog onbekend was,
+den verrekijker dwalen, maar geen spoor van een wrak was er te zien.
+
+"Kom," zeide Gideon Spilett toen, "wij moeten ons er overheen zetten
+en ons troosten met de gedachte, dat niemand ons het bezit van het
+eiland Lincoln zal komen betwisten!"
+
+"Maar wat moeten wij dan van het hageltje denken?" vroeg Harbert. "Het
+was toch niet denkbeeldig."
+
+"Om den duivel niet!" riep Pencroff uit, toen hij aan zijn verloren
+kies herinnerd werd.
+
+"Tot welk besluit moeten wij dan komen? vroeg de reporter.
+
+"Tot dit," gaf de ingenieur ten antwoord, "dat er drie maanden geleden
+hier een schip vrijwillig of onvrijwillig aan wal geweest is..."
+
+"Wat, gij meent dus ook Cyrus, dat het geheel en al verzwolgen is,
+en er geen enkel overblijfsel is achtergebleven?" riep de reporter uit.
+
+"Neen, beste Spilett; maar bedenk wel, indien het zeker is dat een
+menschelijk wezen hier voet aan wal heeft gezet, het niet minder
+zeker is dat hij het eiland thans weder heeft verlaten."
+
+"Dus, als ik wel begrijp, mijnheer Cyrus," zeide Harbert, "dan is
+het schip weder vertrokken?"
+
+"Waarschijnlijk wel."
+
+"En wij hebben zulk een goede gelegenheid gemist om weder naar ons
+land terug te keeren," was thans Nab's opmerking.
+
+"En die zich nimmer meer voor zal doen, vrees ik."
+
+"Welnu, daar die gelegenheid ons ontsnapt is, laten wij dan toch
+maar voorwaarts gaan," zeide Pencroff, die reeds heimwee naar het
+Rotshuis voelde.
+
+Maar nauwelijks had hij zich opgericht of Top deed een heftig geblaf
+hooren, terwijl hij uit het bosch snelde met een lap, geheel met
+slijk bemorst, in zijn bek. Nab rukte hem dit uit den bek. Het was
+een stuk stevig linnen. Top blafte nog steeds en door zijn heen en
+weer loopen scheen hij zijn meester te vragen om hem te volgen.
+
+"Er moet daar iets wezen, dat misschien wel een verklaring aan mijn
+hagel kan geven!" riep Pencroff uit.
+
+"Een schipbreukeling!" antwoordde Harbert.
+
+"Misschien gewond!" zeide Nab.
+
+"Of dood!" luidde des reporters vermoeden.
+
+En allen volgden den hond tusschen de hooge pijnboomen, die zoo
+overvloedig in dit gedeelte van het bosch groeiden. Voor alle zekerheid
+hielden Cyrus Smith en zijn vrienden hun geweren gereed.
+
+Zij moesten zeer diep in het bosch doordringen; maar tot hun
+groote teleurstelling, zagen zij nog geen enkelen indruk van een
+voetstap. Kreupelhout en slingerplanten waren ongeschonden, en zij
+moesten zelfs door middel van hun bijlen er zich door heen werken,
+evenals zij in het binnenste gedeelte van het bosch gedaan hadden. Het
+was dus niet zeer aannemelijk, dat hier een mensch zich reeds een weg
+had gebaand en toch liep Top heen en weer, niet als een hond die in
+het wilde iets zoekt, maar als een dier, dat door eigen wil gedreven
+wordt en een doel volgt.
+
+Toen zij acht of negen minuten geloopen hadden, stond Top stil. De
+kolonisten kwamen nu op een open plaats, omringd van hooge boomen,
+zij namen alles rondom zich nauwkeurig op, maar zagen niets, noch
+onder het kreupelhout, noch tusschen de stammen van de boomen.
+
+"Maar wat is er dan toch, Top?" vroeg Cyrus Smith.
+
+Top blafte nog luider, en sprong tegen een hoogen pijnboom op.
+
+Eensklaps riep Pencroff uit:
+
+"Goed zoo! Heel goed!"
+
+"Wat is er?" vroeg Gideon Spilett.
+
+"Wij zoeken eenig overblijfsel van een schipbreuk in de zee of op
+de aarde!"
+
+"Welnu?"
+
+"Wij moeten het in de lucht vinden!"
+
+De matroos wees op een grooten witten lap, die in den top van een boom
+hing en waarvan Top een stukje dat op den grond lag, had medegebracht.
+
+"Maar dat is geen overblijfsel van een schip!" riep Spilett uit.
+
+"Ik vraag u verschooning!" antwoordde Pencroff.
+
+"Wat? Het is?...."
+
+"Het is alles wat er van onzen luchtballon is overgebleven; onze
+ballon heeft zich in den top van dezen boom vastgehaakt."
+
+Pencroff bedroog zich niet en hij uitte een luid hoezee, er
+bijvoegende:
+
+"Daar hebben we nu best linnen! Nu zijn we voor het geheele jaar
+van linnen voorzien! Nu kunnen wij zakdoeken en hemden maken! Wel,
+mijnheer Spilett, wat zegt ge wel van een eiland, waar de hemden aan
+de boomen groeien?"
+
+Het was waarlijk een geluk voor de kolonisten, dat de luchtballon,
+nadat hij voor de laatste maal gestegen was, weder op het eiland was
+neder gekomen, en dat zij hem nu vonden. Of zij zouden dit omkleedsel
+bewaren, ingeval zij tot een tweede luchtreis mochten besluiten, of
+zij zouden die honderden ellen linnen nuttig gebruiken, wanneer zij
+het van vernis hadden gezuiverd. Zooals men denken kan, was Pencroff
+ten toppunt van geluk.
+
+Maar men moest dit linnen nu uit den boom halen, waarin het hing en op
+een veiliger plaats brengen. Dat was lang geen gemakkelijk werk. Nab,
+Harbert en de matroos waren reeds in den top van den boom en spanden
+al hun krachten in om den grooten luchtballon er uit te rukken.
+
+Dit duurde langer dan twee uren, en niet alleen het omkleedsel met zijn
+klep, veeren, zijn koperen beslag, maar het net, dat is te zeggen, een
+zeer groote warboel van touwen en koorden, het anker van den ballon,
+alles lag op den grond. Het omkleedsel was heel gebleven behalve de
+vroegere scheur, en slechts de toestel, die binnen in bevestigd zat,
+was onbruikbaar.
+
+Dit was een onverwacht geluk.
+
+"Hoe het ook zij, mijnheer Cyrus," zeide de matroos, "zoo wij er
+ooit toe besluiten het eiland te verlaten dan zal het wel niet in een
+luchtballon wezen, niet waar? Men kan met luchtschepen niet gaan waar
+men wil, wij weten er van mee te spreken! Geloof mij, het beste was,
+als wij een sterke boot vervaardigden van een twintig tonnen en gij
+maaktet van dit linnen een fokkezeil en een stagzeil. Met het overige
+kunnen wij ons kleeden!"
+
+"Wij zullen zien, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith, "wij zullen zien."
+
+"Maar intusschen moeten wij alles goed bezorgen," zeide Nab.
+
+Men kon er ook niet aan denken om dien grooten lap linnen, koorden,
+touwen die te zamen natuurlijk vrij zwaar wogen, mede te nemen naar het
+Rotshuis: zij zouden dus eerst een voertuig maken. Maar het was van
+het grootste belang, dien schat niet langer bloot te stellen aan den
+eersten orkaan den besten. De kolonisten slaagden er in om hem tot aan
+den oever mede te sleepen, waar zij een vrij ruime grot vonden, die,
+dank zij hare ligging, door wind, regen, noch zee kon bedreigd worden.
+
+"Wij hadden een kast noodig en nu hebben we er een," zeide Pencroff;
+"maar daar wij haar niet kunnen sluiten zou het toch voorzichtig wezen
+de opening te verbergen. Ik zeg dit niet voor de tweevoetige dieren,
+maar voor de viervoetige!"
+
+Ten zes ure was alles gereed en vervolgden zij hun weg naar kaap
+Klauw. Pencroff en de ingenieur spraken over verschillende zaken
+die zij in den kortst mogelijken tijd nog te doen hadden. Vóór alles
+moesten zij een brug over de Mercy maken, ten einde een gemakkelijke
+verbinding te hebben met het zuidelijk gedeelte van het eiland; dan
+moest de wagen den luchtballon gaan halen, want met de boot zouden
+zij hem niet kunnen vervoeren; en vervolgens zouden zij een pont maken.
+
+De nacht viel in en het was reeds zeer donker, toen de kolonisten op
+het punt kwamen waar zij de kostbare kist hadden ontdekt. Maar hier,
+evenmin als elders, vonden zij iets wat hun aan een schipbreuk kon
+doen denken, en zij moesten dus wel tot hetzelfde besluit komen als
+Cyrus Smith.
+
+Nu hadden zij nog vier mijlen af te leggen en spoedig hadden zij die
+achter den rug; maar het was reeds na middernacht toen zij, de kust
+volgende tot aan de monding der Mercy, de eerste bocht der rivier
+bereikten. Daar was de bedding tachtig voet breed en zij moesten aan
+de overzijde wezen, maar Pencroff had op zich genomen dit bezwaar te
+overwinnen en hij was nu verplicht zijn belofte te houden.
+
+De kolonisten waren uitgeput van vermoeienis. De marsch was lang
+geweest en het voorgevallene met den ballon had hun armen en beenen
+niet minder afgemat. Zij verlangden dus om weder in het Rotshuis te
+zijn om daar wat te eten en te slapen, en zoo zij eene brug hadden,
+zouden zij binnen het kwartier in hun woonplaats wedergekeerd zijn.
+
+Het was een stikdonkere nacht. Pencroff was bezig zijn belofte te
+vervullen, door een soort van vlot te maken, waarmede zij de Mercy
+zouden kunnen oversteken. Nab en hij, gewapend met hun bijlen, hadden
+een paar boomen uitgezocht die dicht aan den oever stonden, en waarvan
+zij dit vlot zouden vervaardigen door ze bij den stam af te hakken.
+
+Cyrus Smith en Gideon Spilett zaten aan den oever te wachten totdat
+zij hun gezellen behulpzaam konden wezen, en Harbert liep heen en weer.
+
+Plotseling keerde de knaap, die weder een eind weegs de rivier op
+was gegaan, terug en naar een drijvend voorwerp wijzende riep hij uit:
+
+"Een boot!"
+
+Allen naderden en zagen, tot hun niet geringe verbazing een boot die
+de rivier afkwam.
+
+"Hola! boot!" riep de matroos uit, zonder er bij te denken, dat het
+wellicht verstandiger ware geweest te zwijgen.
+
+Maar er volgde geen antwoord. De boot naderde steeds en zij was nog
+slechts op een tien pas afstands toen Pencroff uitriep:
+
+"Maar het is onze prauw! Zij is van het touw losgebroken en heeft
+den stroom gevolgd! Ik moet zeggen, dat zij juist bijtijds komt!"
+
+"Onze prauw," mompelde de ingenieur.
+
+Pencroff had gelijk. Het was de boot, waarvan het touw was losgegaan,
+en die nu alleen de Mercy afzakte! Het was dus van het uiterste belang
+om haar tegen te houden, vóor dat zij door den snellen stroom werd
+medegesleept naar de monding. Dit deden Pencroff en Nab zeer handig
+door middel van een langen stok.
+
+De boot werd naar den oever gehaald. De ingenieur stapte er het eerst
+in, greep het touw en overtuigde zich dat het inderdaad doorgesleten
+was door het onophoudelijk schuiven langs de rotsen.
+
+"Dat kan men toch," fluisterde de reporter hem in, "een inderdaad
+merkwaardige gebeurtenis noemen."
+
+"Een merkwaardige gebeurtenis!" antwoordde Cyrus Smith.
+
+Merkwaardig of niet, het was een zeer gelukkige gebeurtenis. Harbert,
+de reporter, Pencroff en Nab scheepten zich daarop eveneens in. Zij
+twijfelden er niet aan of het touw was gesleten; maar het meest
+verbazende van de zaak was dat de prauw zoo juist op het oogenblik
+gekomen was dat zij de rivier moesten oversteken, want een kwartier
+later, zou zij in zee verloren zijn gegaan. Zoo zij in den tijd geleefd
+hadden, toen men nog aan geesten geloofde, zouden zij gedacht kunnen
+hebben dat het eiland door een bovennatuurlijk wezen bewoond werd,
+die zijn macht ten behoeve van de schipbreukelingen aanwendde!
+
+Met eenige riemslagen, bereikten de kolonisten de monding der Mercy. De
+boot werd op het strand gehaald tot aan de Schoorsteenen, en allen
+spoedden zich naar de ladder van het Rotshuis. Maar op dit oogenblik,
+blafte Top met ongekende woede, en Nab die naar de eerste sport zocht,
+uitte een kreet....
+
+Er was geen ladder meer!
+
+
+
+
+XXVIII.
+
+ Pencroff roept.--Een nacht in de Schoorsteenen.--De pijl
+ van Harbert.--Plan van Cyrus Smith.--Eene onverwachte
+ oplossing.--Wat in het Rotshuis is gebeurd.--Een nieuwe
+ bediende.
+
+
+Cyrus Smith stond zonder een woord te spreken stil. Zijn vrienden
+zochten in de duisternis tegen den muur of de wind hun ladder daar
+ook kon verplaatst hebben, of op den grond geworpen, ingeval zij
+losgegaan was.... Maar de ladder was geheel verdwenen. Om te zien
+of een stormvlaag haar ook tot de eerste verdieping had opgehaald,
+was hun in dien stikdonkeren nacht onmogelijk.
+
+"Als het een grap is," riep Pencroff uit, "dan is het een zeer
+leelijke! Wanneer men thuis komt en geen trap meer vindt om in zijn
+kamer te komen, dat is geen aardigheid, waarover doodvermoeide menschen
+kunnen lachen!"
+
+Nab liet slechts den eenen uitroep op den anderen volgen!
+
+"Er is toch geen storm geweest!" was Harbert's opmerking.
+
+"Ik begin toch te vinden dat er vreemde dingen op het eiland Lincoln
+gebeuren!" sprak Pencroff.
+
+"Vreemde!" antwoordde Gideon Spilett, "wel neen, Pencroff, niets
+is natuurlijker. Iemand is gedurende onze afwezigheid hier gekomen,
+heeft van onze woning bezit genomen en de ladder opgetrokken."
+
+"Iemand!" riep de matroos verbaasd uit. "En wie dan?"
+
+"Wel, de jager die het kogeltje geschoten heeft," antwoordde de
+reporter. "Waartoe zou hij anders dienen, dan om dit ongeval te
+verklaren?"
+
+"Welnu, zoo er iemand is," zeide Pencroff met een vloek, want hij
+werd ongeduldig, "dan zal ik hem eerst toeroepen, en dan moet hij
+mij wel antwoorden.
+
+En met donderende stem riep de matroos. "Ohée.... ee!" zoodat de
+echo dreunde.
+
+De kolonisten luisterden aandachtig en zij meenden van uit het Rotshuis
+een spottend gelach te hooren, maar zonder daarvan den oorsprong
+te kunnen gissen. Geen stem beantwoordde het geroep van Pencroff,
+die herhaalde malen, maar te vergeefs, zijn stem deed hooren.
+
+Er was daar iets, wat de meest onverschillige menschen ter wereld
+wel moest verbazen, en de kolonisten waren nu juist zoo onverschillig
+niet. In den toestand, waarin zij zich thans bevonden, had elk voorval
+zijn ernstige zijde, en inderdaad, gedurende de zeven maanden dat
+zij het eiland bewoonden, had zich geen enkel feit van dergelijken
+aard voorgedaan.
+
+Hoe het ook wezen mocht, zij vergaten hun vermoeienissen door het
+zonderlinge van de gebeurtenis; zij stonden aan den voet van het
+Rotshuis, niet wetende wat er van te denken, noch te doen, elkander
+vragende zonder eenig antwoord te kunnen geven, oorzaken opsommende,
+de eene al onwaarschijnlijker dan de andere. Nab beklaagde zich over
+de teleurstelling dat hij niet in zijn keuken kon komen, vooral daar
+de voorraad levensmiddelen op was en zij voor het oogenblik geen kans
+zagen, dien te hernieuwen.
+
+"Mijne vrienden," zeide Cyrus Smith toen, "éen ding schiet ons slechts
+over te doen, den dag af te wachten en dan naar omstandigheden te
+handelen. Maar laten wij tot zoolang naar de Schoorsteenen gaan,
+daar hebben wij een veilige schuilplaats en zoo wij al niets te eten
+hebben, wij kunnen er ten minste slapen."
+
+"Maar wie heeft ons dien trek toch gespeeld?" vroeg Pencroff nog eens,
+daar hij zich onmogelijk er in kon schikken.
+
+Wie of het ook wezen mocht, het eenige wat hun te doen stond, was
+zooals Smith gezegd had, naar de Schoorsteenen terug te keeren en daar
+den dag af te wachten. Zij gaven nu echter bevel aan Top om onder
+de vensters van het Rotshuis te blijven liggen, en wanneer Top iets
+bevolen werd, bracht hij dit zonder eenige opmerking ten uitvoer. De
+dappere hond bleef dus aan den voet van den muur, terwijl zijn meester
+met zijn vrienden een nachtverblijf in de rotsen gingen zoeken.
+
+Wanneer we zeiden dat de kolonisten, niettegenstaande zij dood vermoeid
+waren, een rustigen slaap genoten op het zand der Schoorsteenen, dan
+zouden we onwaarheid spreken. Niet alleen dat zij zeer begeerig waren
+om te weten wat er gebeurd was, hetzij dit het gevolg was van oorzaken,
+die zij bij dag zeer natuurlijk zouden vinden, hetzij integendeel, dat
+dit het werk van een menschelijk wezen was, maar ook hun slaapplaats
+liet zeer veel te wenschen over. Wat het ook wezen mocht, op welke
+wijze het ook plaats had gegrepen, hun woning was op dit oogenblik
+in beslag genomen en zij konden er niet binnen dringen.
+
+Bovendien was het Rotshuis meer dan hun woning, het was hun
+magazijn. Daar lagen alle mogelijke voorwerpen geborgen, hun wapenen,
+instrumenten, werktuigen, ammunitie en levensmiddelen. Als dit alles
+geroofd of vernield mocht zijn en zij weder van voren af aan beginnen
+moesten met wapenen en werktuigen te maken, dat zou verschrikkelijk
+wezen! Ook konden zij nu en dan hun bezorgdheid niet overwinnen en
+ging er een naar buiten om te zien of Top goed wacht hield. Cyrus
+Smith alleen bleef onverstoorbaar kalm, ofschoon zijn verstand zich
+ergerde, dat hij tegenover een geheel onverklaarbaar feit stond,
+en hij was verstoord wanneer hij bedacht dat er misschien om hem,
+of boven hem een invloed werd uitgeoefend, waaraan hij geen naam kon
+geven. Gideon Spilett deelde in dit opzicht volkomen zijn meening
+en zij onderhielden elkander telkens, maar op fluisterenden toon,
+over dit onverklaarbaar feit, waartegenover hun gezond verstand en
+ondervinding te kort schoten. Er was ongetwijfeld een geheim op het
+eiland, en hoe zouden zij dat oplossen? Harbert kon zich onmogelijk
+verbeelden wat het was en had gaarne Cyrus Smith eens uitgehoord. Wat
+Nab betreft, deze eindigde met te zeggen dat het hem niets aanging,
+dat zijn meester het maar weten moest, en zoo hij niet gevreesd had
+zijn makkers te grieven, zou de goede neger dien nacht even rustig
+geslapen hebben alsof hij op zijn bed in het Rotshuis lag! Pencroff
+eindelijk was veel onrustiger dan de overigen; hij was woedend.
+
+"Het is een grap," zeide hij, "zij hebben ons een poets gespeeld! Nu,
+ik houd niet van die grappen, en wee den grappenmaker zoo hij in mijn
+handen valt!"
+
+Toen de eerste zonnestralen in het oosten doorbraken, begaven de
+kolonisten zich, zoo goed mogelijk gewapend, naar de kust, aan den zoom
+der klippen. Het Rotshuis dat het eerst door de opkomende zon beschenen
+werd, zou spoedig verlicht worden, en waarlijk tegen vijf uur kwamen
+de vensters, die gesloten waren, door het geboomte te voorschijn.
+
+Van die zijde was alles in orde, maar een kreet ontsnapte aller mond,
+toen zij de deur, die zij toch voor hun vertrek gesloten hadden,
+wijd geopend zagen.
+
+Iemand was in het Rotshuis binnengedrongen. Er viel niet meer aan
+te twijfelen.
+
+De bovenladder, die aan den deurpost hing, was op hare plaats, maar
+de benedenladder was tot aan den drempel opgetrokken. Het was maar
+al te duidelijk dat de indringers zich gevrijwaard hadden tegen elke
+overrompeling.
+
+Om hun soort en hun aantal te ontdekken, was hun vooreerst onmogelijk,
+daar geen een van hen te zien was.
+
+Pencroff deed op nieuw zijn geroep hooren.
+
+Geen antwoord.
+
+"Die dieven!" riep de matroos. "Zie je wel, dat zij zoo gerust
+slapen alsof ze in hun eigen huis waren! Ohé! roovers, bandieten,
+zeeschuimers, kinderen van John Bull!"
+
+Wanneer Pencroff, als Amerikaan, iemand met den naam van kind van John
+Bull bestempelde, dan was zijn toorn ten top gestegen. Op dit oogenblik
+werd het geheel dag en was de gevel van het Rotshuis verlicht door
+de stralen der zon. Maar inwendig zoowel als uitwendig bleef alles
+stil en rustig.
+
+Nu vroegen de kolonisten zich zelf af of het Rotshuis wel bewoond was;
+toch was de toestand van de ladder bewijs genoeg, en het was zelfs
+zeker, dat de bewoners, wie zij ook zijn mochten, niet hadden kunnen
+ontvluchten! Maar hoe tot hen door te dringen?
+
+Harbert kwam toen op het denkbeeld om een pijl aan een koord vast
+te maken, en dien pijl zoo er in te schieten, dat hij tusschen de
+beide touwen van de ladder terecht kwam, die op den drempel van
+de deur hing. Men kon haar dan, door middel van dat koord, naar
+den grond trekken en de gemeenschap met den grond en het Rotshuis
+was hersteld. Er stond hun niets anders te doen, en met een weinig
+behendigheid zouden zij wel slagen.
+
+Gelukkig hadden zij pijl en boog tot hun beschikking in een der
+hoeken van de Schoorsteenen, waar zij ook een twintigtal strengen
+touw hadden. Pencroff ontrolde een gedeelte hiervan en bevestigde
+het aan het uiteinde van een scherpen pijl. Daarop legde Harbert den
+pijl op zijn boog en mikte toen, met gespannen aandacht, op de naar
+buiten hangende punt der ladder.
+
+Cyrus Smith, Gideon Spilett, Pencroff en Nab waren een weinig achteruit
+gegaan om te kunnen zien wat er aan de vensters van het Rotshuis zou
+plaats grijpen. De reporter hield zijn karabijn op den ingang der
+deur gericht.
+
+De pijl, het koord met zich nemende, doorkliefde de lucht en vloog
+tusschen de beide laatste sporten.
+
+Het was gelukt.
+
+Terstond daarop greep Harbert het koord; maar op hetzelfde oogenblik
+toen hij met een schok de ladder weder wilde doen vallen, kwam
+plotseling een arm tusschen den muur en de deur, die haar greep en
+naar het binnengedeelte van het Rotshuis mede trok.
+
+"Vervloekte dief!" riep de matroos uit. "Zoo een kogel je geluk kan
+uitmaken, dan behoeft ge niet lang te wachten!"
+
+"Maar wie is het dan?" vroeg Nab.
+
+"Wie? hebt gij hem dan niet herkend?"
+
+"Neen."
+
+"Maar het is een aap, een oerang-oetang, een gorilla! Onze woning is
+door apen in beslag genomen, die tijdens onze afwezigheid langs de
+ladder naar boven zijn geklauterd!"
+
+En op dat oogenblik verschenen er, als om den matroos gelijk te
+geven, drie of vier dezer dieren aan de vensters, waarvan zij de
+luiken hadden geopend en begroetten nu de wezenlijke eigenaren met
+allerlei zonderlinge sprongen en uittartende gebaren.
+
+"Ik wist wel dat het maar een grap was!" riep Pencroff, "maar nu zal
+er vast een voor de anderen boeten!"
+
+De matroos legde zijn geweer aan, mikte op een der apen en gaf vuur.
+
+Allen verdwenen, behalve een van hen, die doodelijk gewond, op het
+strand nederstortte.
+
+De aap, die zeer groot was, behoorde tot de meest ontwikkelde soort
+dezer viervoetige dieren; men kon zich daarin niet vergissen. Of
+het een chimpansee, een oerang-oetang dan wel een gorilla was, zeker
+behoorde hij tot de menschvormige dieren, zooals zij genoemd worden,
+omdat zij zooveel op het menschelijk geslacht gelijken. Harbert
+verklaarde bovendien dat het een oerang-oetang was en de knaap was
+op het gebied der zoölogie thuis.
+
+"Welk een prachtig dier!" riep Nab uit.
+
+"Prachtig, dat geef ik je toe!" antwoordde Pencroff, "maar ik zie
+nog niet in hoe wij in onze woning moeten komen!"
+
+"Harbert kan goed schieten," zeide de reporter, "en zijn boog ligt
+daar! Laten zij maar weer beginnen!"
+
+"Goed! Maar die apen zijn slim!" riep Pencroff uit, "zij zullen zich
+niet meer voor de vensters vertoonen; alzoo kunnen wij ze niet meer
+dooden, en als ik aan de verwoesting denk, die zij in onze kamers en
+onze magazijnen kunnen aanrichten...."
+
+"Geduld," antwoordde Cyrus Smith. "Die dieren kunnen ons niet lang
+tegenhouden!"
+
+"Ik ben er niet eer zeker van, voordat zij hier op den grond liggen,"
+antwoordde de matroos. "En bovendien, weet ge wel, mijnheer Smith,
+hoeveel dozijn er van die grappenmakers daar boven zijn?"
+
+Het was moeilijk om Pencroff hierop te antwoorden; de knaap kon niet
+weder een pijl schieten, want het benedeneinde van de ladder was
+achter de deur getrokken, en toen men aan de koord trok brak deze en
+de ladder bleef boven.
+
+Het was waarlijk een lastig geval. Pencroff was woedend. Hun toestand
+had iets dwaas, maar hij voor zich vond hem in het geheel niet om te
+lachen. Het was wel waarschijnlijk dat de kolonisten in hun woning
+zouden komen, en de indringers op de vlucht zouden jagen, maar hoe
+en wanneer? Dat konden zij niet zeggen.
+
+Twee uur gingen er op deze wijs voorbij, gedurende welken tijd de apen
+zich niet vertoonden; maar zij waren er nog altijd, en tot drie-,
+viermaal toe, kwam er eens een neus of een poot tusschen de deur of
+de vensters, die dan steeds met een geweerschot werden begroet.
+
+"Laten wij ons verbergen," zeide de ingenieur toen. "Misschien
+zullen de apen denken dat wij vertrokken zijn en zullen zij zich op
+nieuw vertoonen. Maar laten Spilett en Harbert zich achter de rotsen
+verschuilen en bij elke verschijning vuur geven."
+
+De bevelen van den ingenieur werden ten uitvoer gebracht, en terwijl de
+reporter en de knaap zich een plaats zochten waar de apen hen niet zien
+konden, begaven Cyrus Smith, Pencroff en Nab zich langs het strand naar
+het bosch om daar eenig wild te dooden, want het uur voor het ontbijt
+was aangebroken en zij hadden volstrekt geen levensmiddelen meer over.
+
+Toen een half uur verstreken was, keerden de jagers met eenige
+rotsduiven terug, die zij zoo goed mogelijk braadden. Maar geen aap
+was te voorschijn gekomen.
+
+Gideon Spilett en Harbert namen deel aan het ontbijt, terwijl Top
+onder de vensters waakte. Toen zij gegeten hadden, keerden zij naar
+hun post terug. Twee uur later was hun toestand nog volstrekt niet
+veranderd. De apen gaven niet het minste teeken dat zij er nog waren,
+en men moest bijna gelooven, dat zij verdwenen waren; maar wat hun nog
+het waarschijnlijkste voorkwam, was, dat zij bevreesd waren geworden
+door den dood van een van hen, alsmede verschrikt door het geweerschot
+en zich nu in de binnenkamers van het Rotshuis schuil hielden. En
+als men dan aan de schatten dacht die hun magazijn bevatten, maakte
+het geduld, dat de ingenieur zijn metgezellen zoozeer had aanbevolen,
+wel eens plaats voor woede, en eerlijk gezegd, zij hadden er ook wel
+reden toe.
+
+"Het is toch te erg," zeide de reporter, "en waarlijk ik zie geen kans,
+hier een einde aan te maken."
+
+"Wij moeten die duivels er toch uitjagen," antwoordde Pencroff. "Het
+zal ons ook wel gelukken al zijn zij ook met hun twintigen; maar dan
+moeten wij ook man tegen man strijden! Is er dan geen enkel middel
+om tot hen door te dringen?"
+
+"Jawel," antwoordde toen de ingenieur, wien plotseling iets te
+binnen schoot.
+
+"Eén maar?" zeide Pencroff. "Welnu goed, daar er geen anderen zijn! En
+welk is het?"
+
+"Laten wij door de vroegere uitloozingsplaats van het meer in het
+Rotshuis zien te komen," gaf de ingenieur ten antwoord.
+
+"O, duizend duivels! Dat ik daar niet eer aan gedacht heb!" riep de
+matroos uit.
+
+Dit was inderdaad het eenige middel om het Rotshuis binnen te
+dringen en om zoodoende de bende te verjagen. De opening van de
+uitloozingsplaats was wel is waar door een gemetselden muur gesloten,
+dien zij nu zouden moeten opofferen, maar zij konden hem altijd weer
+vernieuwen. Gelukkig had Cyrus Smith zijn plan nog niet ten uitvoer
+gebracht om de opening geheel te verbergen door haar onder water te
+zetten, want dan zou dit middel hun nog eenigen tijd gekost hebben.
+
+Het was reeds twaalf uur toen de kolonisten, goed gewapend en voorzien
+van houweelen en breekijzers de Schoorsteenen verlieten, langs de
+vensters van het Rotshuis kwamen, waar zij Top nogmaals bevalen op zijn
+post te blijven en op het punt stonden den linkeroever van de Mercy te
+volgen, om zoo de bergvlakte van het Verre Uitzicht te bereiken. Maar
+zij hadden in die richting nog geen vijftig pas gedaan, toen zij den
+hond heftig hoorden blaffen. Het was een wanhopende waarschuwing.
+
+Zij stonden stil.
+
+"Laten wij omkeeren," zeide Pencroff.
+
+En allen liepen zoo snel mogelijk langs den oever terug.
+
+Toen zij bij den hoek kwamen, zagen zij dat de toestand veranderd was.
+
+De apen trachtten, verschrikt door een onbekende oorzaak, te
+ontvluchten. Twee of drie liepen en sprongen van het eene raam naar het
+andere met de vlugheid van clowns. Zij zochten zelfs niet de ladder
+weder goed te plaatsen, waardoor zij zoo gemakkelijk naar beneden
+hadden kunnen komen, en in hun angst hadden zij zeker het middel tot
+ontvluchting vergeten. Spoedig had men een zestal onder schot en de
+kolonisten gaven ook vuur. De een na den ander viel dood of gewond met
+een schellen kreet in de kamer neer. Sommigen vluchtten naar buiten,
+maar werden gedood door hun val, en eenige oogenblikken later kon men
+veronderstellen, dat er geen levende apen meer in het Rotshuis waren.
+
+"Hoezee!" riep Pencroff, "hoezee! hoezee!"
+
+"Niet zooveel hoezee's!" zeide Gideon Spilett.
+
+"Waarom niet! Zij zijn allen dood!" antwoordde de matroos.
+
+"Dat is zoo, maar wij hebben daarom nog geen middel om binnen te
+komen."
+
+"Laten wij naar de uitloozingsplaats gaan," zeide Pencroff.
+
+Op dit oogenblik, als werd de opmerking van Spilett beantwoord,
+zagen zij de ladder naar den drempel der deur glijden, zich daarop
+ontrollen en eindelijk op den grond vallen.
+
+"O, duizend pijpen! dat is sterk!" riep de matroos uit, Cyrus Smith
+aanziende.
+
+"Al te sterk!" mompelde de ingenieur, die naar de eerste ladder snelde.
+
+"Pas op, mijnheer Cyrus!" riep Pencroff; "zoo er nog een van die apen
+in is...."
+
+"Wij zullen zien!" antwoordde de ingenieur, zonder zich hierdoor te
+laten weerhouden.
+
+Zijn makkers volgden hem en een minuut later stonden zij aan de
+deur. Men zocht overal. Maar niemand was er in de kamers, noch in de
+magazijnen, die gelukkig door de bende apen waren gespaard.
+
+"Zoo, zoo, en nu de ladder!" riep de matroos uit. "Wie is de heer,
+die haar ons heeft teruggegeven?"
+
+Maar op dit oogenblik deed een kreet zich hooren en een groote aap,
+die in een der kamers was gevlucht, snelde de zaal binnen, vervolgd
+door Nab.
+
+"O, die bandiet!" riep Pencroff. En met de bijl in zijn hand, wilde
+hij den kop van het dier kloven, toen hij hierin door Cyrus Smith
+weerhouden werd.
+
+"Spaar hem, Pencroff."
+
+"Zou ik dien schelm genade schenken?"
+
+"Ja, want hij was het, die ons de ladder heeft weergegeven!"
+
+De ingenieur sprak deze woorden op zulk een zonderlingen toon, dat
+het moeilijk viel er uit op te maken of hij in ernst sprak dan niet.
+
+Toch sprongen zij allen op den aap af, die, nadat hij zich dapper
+geweerd had, op den grond werd geworpen en gekneveld.
+
+"Oef," zeide Pencroff. "Wat zullen wij van hem maken?"
+
+"Een knecht!" antwoordde Harbert.
+
+Toen de knaap dit zeide, schertste hij niet, want hij wist dat men
+van deze verstandige dieren veel partij kon trekken.
+
+De kolonisten naderden thans den aap en beschouwden hem aandachtig. Hij
+behoorde tot die soort, waarvan de aangezichtshoek niet veel kleiner
+is dan die der Australiërs en Hottentotten. Het was een oerang-oetang,
+de goedaardigste van alle apen.
+
+Deze soort dieren zijn tot vele diensten geschikt; zij kunnen
+tafeldienen, de kamers opruimen, de kleeren verzorgen, schoenen
+poetsen, met mes, vork en lepel omgaan en zelfs wijn drinken.... alles
+even goed als de beste tweevoetige knecht zonder haren. Men weet dat
+Chateaubriand zulk een aap bezat, die hem lang en trouw diende.
+
+De aap, die thans in een der kamers van het Rotshuis gekneveld lag,
+was zes voet lang, had een goed gebouwd lichaam, breede borst,
+de kop had een middelmatige grootte, de gelaatshoek was vijf en
+zestig graden, hij had een ronden schedel, spitsen neus en de huid
+was met zacht, glinsterend haar begroeid--kortom hij was een volmaakt
+type der menschvormige soort. Zijn oogen, een weinig kleiner dan die
+der menschen, schitterden van vernuft, zijn witte tanden kwamen van
+onder zijn knevel te voorschijn, en hij had een kleinen krulbaard
+van nootkleurig bruin.
+
+"Een mooie jongen!" zeide Pencroff. "Als wij nu zijn taal maar konden
+spreken, dan zouden wij een gesprek met hem kunnen voeren."
+
+"Dus is het ernst," vroeg Nab; "wij zullen hem als knecht aannemen?"
+
+"Ja, Nab!" antwoordde Cyrus glimlachend. "Maar wees niet jaloersch!"
+
+"En ik hoop dat hij een goede knecht zal zijn," voegde Harbert er
+bij. "Hij schijnt nog jong te wezen en zijn opvoeding zal ons dus
+gemakkelijk vallen; wij zullen ook niet genoodzaakt wezen om hem
+onderwerping in te prenten, door hem met strengheid te behandelen,
+noch hem de snijtanden uit te trekken, zooals men in zulke gevallen
+dikwijls doet! Hij zal zich wel aan zijn meesters hechten, wanneer
+deze goed voor hem zijn."
+
+"En dat zullen we wezen," antwoordde Pencroff, die al zijn haat tegen
+deze grappenmakers vergat.
+
+Daarop naderde hij den oerang-oetang.
+
+"Welnu, beste jongen," vroeg hij, "hoe gaat het je?"
+
+De aap beantwoordde deze vraag door een zacht gebrom, dat geen kwaad
+karakter verried.
+
+"Gij wilt dus ook een deel van de kolonie uitmaken?" vroeg de
+matroos. "Gij wilt dus in dienst van Cyrus Smith treden?"
+
+Weder een goedkeurend gebrom.
+
+"En gij zult als loon met ons voedsel tevreden zijn?"
+
+Een derde gebrom.
+
+"Zijn gesprek is wel wat eentonig," merkte Gideon Spilett op.
+
+"Goed," hernam Pencroff, "de beste bedienden zijn die, welke het
+minste spreken. En bovendien behoeft hij geen loon!"
+
+"Hoort ge, mijn jongen? Om te beginnen, geven we u geen loon, maar
+dat zullen we later verdubbelen, wanneer we tevreden over je zijn!"
+
+Zoo gebeurde het dat de kolonie met een nieuw lid verrijkt werd,
+die hun meer dan een dienst bewees. De matroos vroeg, of men hem,
+ter herinnering aan een aap, dien hij vroeger gekend had, den naam
+van Jupiter mocht geven en bij verkorting "Jup".
+
+Ziedaar hoe meester Jup, zonder verderen omslag een plaats in het
+Rotshuis kreeg.
+
+
+
+
+XXIX.
+
+ Plannen ter uitvoering.--Een brug over de Mercy.--Een eiland
+ maken van het Verre Uitzicht.--De graanoogst.--De beek.--Het
+ gevogelte.--De duiventil.--De onagga's.--De kas.--Uitstapje
+ naar de Ballonhaven.
+
+
+De kolonisten van het eiland Lincoln waren dus weder in het bezit
+van hun woning, zonder dat zij genoodzaakt waren geweest de oude
+uitloozingsplaats op te zoeken, zoodat hun veel metselaarswerk gespaard
+bleef. Het was inderdaad gelukkig, dat op het oogenblik toen zij op
+het punt stonden dit te doen, de bende apen door den schrik bevangen,
+hoe plotseling en onverklaarbaar dit ook wezen mocht, het Rotshuis
+ontvlucht waren. Deze dieren schenen een voorgevoel gehad te hebben
+dat het gevaar hun van een andere zijde bedreigde? Dat was de eenige
+reden waaraan hun snel vertrek kon worden toegeschreven.
+
+Gedurende de laatste uren van dien dag werden de lijken van de
+apen naar het bosch overgebracht, waar men ze begroef; daarop
+herstelden de kolonisten de wanorde, die door de indringers was
+aangericht--gelukkig wanorde en geen schade, want zij hadden het
+huisraad slechts omgeworpen, maar niets gebroken. Nab legde zijn vuur
+weder aan, en met hetgeen zij in hun provisiekast hadden, konden zij
+een heerlijk maal bereiden, waaraan zij ook alle eer deden.
+
+Jup werd niet vergeten, en hij at met smaak de appelen der pijnboomen,
+waarvan zij hem ruim voorzagen. Pencroff had zijn armen losgemaakt,
+maar hij achtte het raadzamer de koorden om zijn pooten te laten tot
+op het oogenblik dat zij op zijn onderwerping konden vertrouwen.
+
+Voordat zij naar bed gingen, bespraken Cyrus Smith en zijn makkers
+nog onder elkander wat hun het noodigste te doen stond.
+
+Het noodigste en het dringendste was het maken eener brug over de
+Mercy, zoodat het zuidelijke gedeelte van het eiland in verbinding
+kwam met het Rotshuis; voorts de stichting van een kraal, die dienen
+moest tot huisvesting van buffeldieren en andere, waarvan zij het
+haar of de wol zouden kunnen gebruiken.
+
+Met ziet dat deze twee plannen betrekking hadden op het punt kleederen,
+die toen van het grootste gewicht voor hen waren. Want een brug zou
+hun het overbrengen van den ballon gemakkelijker maken, waardoor zij
+dan een goeden voorraad linnen zouden bezitten en de kraal was voor
+de wol, die hun winterkleederen moest verschaffen.
+
+Het maken der brug over de Mercy duurde drie weken, en nog moesten
+zij hard doorwerken. Zij ontbeten altijd op de plaats waar zij werkten
+en daar het toen prachtig weer was, keerden zij eerst tegen den avond
+naar het Rotshuis terug.
+
+Gedurende dien tijd gewende de aap hoe langer hoe meer en kwam hij
+op goeden voet met zijn meesters, die hij altijd met de grootste
+nieuwsgierigheid gadesloeg. Toch waagde Pencroff het nog niet hem de
+vrijheid van al zijn ledematen te schenken, en hij achtte het raadzaam
+hiermede te wachten totdat de grenzen van de bergvlakte onoverkoombaar
+waren door de inrichting, welke zij nu tot stand brachten. Top en
+Jup waren ook de beste vrienden en speelden graag samen, maar Jup
+deed alles zoo ernstig mogelijk.
+
+Den 20sten November was de brug gereed. Nu moesten zij het omkleedsel
+van den luchtballon halen, want het was voor hen van het grootste
+belang om dat linnen in veiligheid te brengen; maar om het te
+vervoeren, moesten zij noodzakelijk een wagen medenemen naar de
+Ballonhaven en dientengevolge zagen zij zich verplicht eerst een
+weg door het dichte bosch van het Verre Westen te banen. Dat kostte
+hun ook nog eenigen tijd. Nab en Pencroff deden dan ook eerst een
+verkenningstocht naar de haven, en daar zij bevonden dat het linnen
+niets in de grot te lijden had, besloten zij dat het werk, op de
+vlakte het Verre Uitzicht, onafgebroken kon vervolgd worden.
+
+"Dus," merkte Pencroff op, "wij kunnen onze volière in den besten
+toestand brengen, daar wij nu noch de vossen noch eenigen onverwachten
+aanval van andere schadelijke dieren te vreezen hebben."
+
+"Ook kunnen wij nu de bergvlakte ontginnen en de wilde planten hier
+overbrengen...."
+
+"En ons tweede korenveld bezaaien!" riep de matroos zegevierend uit.
+
+Hun eerste korenveld dat zij door een enkel graantje verkregen hadden,
+was zeer toegenomen, dank zij de zorg van Pencroff. De graankorrel had,
+zooals de ingenieur gezegd had, tien aren geschoten, en elke aar droeg
+tachtig korrels. De kolonie was dus in het bezit van acht honderd
+graankorrels in zes maanden tijd--dus een dubbele oogst mochten zij
+elk jaar verwachten.
+
+Deze acht honderd graankorrels, uitgezonderd een vijftigtal, die
+zij voorzichtigheidshalve bewaarden, zouden dus op een nieuw veld
+gezaaid kunnen worden met evenveel zorg als de eenige korrel, die
+zij aanvankelijk bezaten.
+
+Het veld werd in orde gebracht, en daaromheen een omheining
+gemaakt van hooge palen, zoodat de viervoetige dieren er niet over
+konden. En om de vogels te verwijderen, maakte Pencroff met zijn
+sterke verbeeldingskracht verschillende vogelverschrikkers, die
+hen dan ook op een eerbiedigen afstand hielden. De zeven honderd
+vijftig korrels werden toen weder in regelmatige voren geplaatst,
+en het overige werd der natuur toevertrouwd.
+
+Den 21sten November begon de ingenieur de gracht af te bakenen, welke
+de bergvlakte in het westen moest scheiden van den zuidelijken uithoek
+van het meer Grant tot aan de bocht der Mercy. Zij hadden daar een
+twee à drie voet hooge laag vruchtbaren grond op het graniet. Zij
+moesten dus weer nitro-glycerine maken, en de nitro-glycerine had
+dezelfde uitwerking. In minder dan vijftien dagen hadden zij een
+gracht van twaalf voet breed en zes voet diep in den harden grond
+van de bergvlakte gegraven. Een nieuwe uitloozingsplaats hadden zij
+nu verkregen door hetzelfde middel als bij de rotsachtige kust van
+het meer, en het water stroomde in deze nieuwe bedding, aan wier
+stroom men den naam van Glycerine-rivier gaf, en die een zijtak
+van de Mercy werd. De oppervlakte van het meer daalde weer, zooals
+de ingenieur voorspeld had, maar bijna onmerkbaar. Eindelijk, om de
+grens te voltooien, verbreedden zij de bedding der beek aanmerkelijk
+en het zand werd door een stevigen dijk weerhouden.
+
+In de eerste helft van December was deze arbeid voltooid. Gedurende
+die maand was het zeer warm. Toch wilden de kolonisten hun werk niet
+staken, en daar zij thans hun volière in orde moesten brengen, gingen
+zij hiertoe over.
+
+Het is onnoodig te zeggen, dat, nu de geheele grens gemaakt was,
+Jup ook in vrijheid werd gesteld. Hij verliet zijn vrienden niet en
+scheen ook niet den minsten lust te hebben om te ontsnappen. Het was
+een zachtaardig maar krachtig dier en bijzonder behendig. Als het er op
+aan kwam de ladder van het Rotshuis te beklimmen, kon niemand hem in
+vlugheid evenaren. Hij was hun zelfs in sommig werk reeds behulpzaam;
+hij trok den wagen met hout beladen en bracht de steenen over, die
+uit de Glycerine-rivier waren gekomen.
+
+De volière besloeg een ruimte van twee honderd vierkante meters, op
+den zuidoostelijken oever van het meer. Zij omringden haar met een
+hek en maakten er verschillende hokken in voor de dieren die haar
+moesten bevolken.
+
+De eerste bewoners waren de tinamoes, die weldra een aantal kleintjes
+hadden; en spoedig hadden zij tot buren de eenden, die aan de oevers
+van dat meer veel gevonden werden. Eenige behoorden tot het Chineesche
+ras, waarvan de vleugels zich waaiervormig openen en wier schitterende
+kleuren met die der goudlakensche faisanten kunnen wedijveren. Eenige
+dagen later maakte Harbert zich meester van een koppel hoenders
+met ronden staart en lange vleugels. Wat de pelikanen, ijsvogels
+en watervogels betrof, deze kwamen uit zichzelf in de volière, en
+die geheele kleine wereld geraakte, na eenige twisten en onlusten,
+met elkander op den besten voet en groeiden in zulk een mate aan,
+dat de kolonisten zich voor hun toekomstige voeding niet ongerust
+behoefden te maken.
+
+Cyrus Smith wilde zijn werk thans voleindigen en plaatste daarom in
+een hoek van de volière een duiventil. Zij brachten daarin een dozijn
+van die vogels, welke veel op de rotsvlakten gevonden worden. Deze
+vogels gewenden zich spoedig en vlogen elken avond naar hun nieuwe
+woning terug, en schenen beter geschikt om getemd te worden dan de
+wilde duiven, die zich niet dan in het wild voortplanten.
+
+Eindelijk was het oogenblik aangebroken om van het omkleedsel van den
+luchtballon lijnwaad te maken, want om hem in dien vorm te houden en
+in een ballon met warme lucht gevuld het eiland te verlaten, boven
+een zee, om zoo te zeggen, zonder grenzen, zou slechts een aannemelijk
+plan wezen voor menschen, wien het geheel aan gezond verstand ontbrak
+en Cyrus Smith was een practisch man, dus dat kwam in het geheel niet
+in hem op.
+
+Nu moesten zij den ballon naar het Rotshuis overbrengen en de
+kolonisten trachtten thans hun zwaren wagen lichter en handiger te
+maken. Maar al had men het voertuig, een geschikt trekdier hadden
+zij nog niet gevonden. Bestond er dan op het geheele eiland geen
+herkauwend dier, dat de plaats van het paard, den ezel, den os of de
+koe kon vervullen? Daar kwam het nu op aan.
+
+"Waarlijk," zeide Pencroff, "een trekdier zou ons zeer dienstig wezen,
+maar intusschen moest mijnheer Cyrus een wagen met stoom maken, of een
+locomotief, want zeker zullen wij eenmaal een spoorweg bezitten van het
+Rotshuis naar de Ballonhaven met een zijtak naar den berg Franklin!"
+
+De brave matroos meende het oprecht, wanneer hij zoo
+sprak! O! verbeelding, hoe hoog kunt gij stijgen wanneer het geloof
+er mede gepaard gaat!
+
+Maar al had men geen locomotief, een trekdier zou Pencroff reeds veel
+helpen en men zou er ook niet lang op behoeven te wachten.
+
+Eens, het was den 23sten December, hoorde men Nab roepen en Top
+uit alle macht blaffen. De kolonisten werkten in de Schoorsteenen;
+zij snelden in allerijl naar hen toe, daar zij vreesden dat hun een
+ongeluk was overkomen. En wat zagen zij? twee prachtige groote dieren,
+die zich onvoorzichtig genoeg op de bergvlakte gewaagd hadden, waarvan
+de hekken op dat oogenblik niet gesloten waren. Men zou zeggen, dat het
+twee paarden waren, of minstens twee ezels, de een van het mannelijk en
+de ander van het vrouwelijk geslacht, schoon gevormd en isabelkleurig,
+met witten staart en witte pooten, wit en zwart gestreept op den kop,
+den hals en den romp. Zij kwamen langzaam naderbij, zonder eenige
+vrees aan den dag te leggen en beschouwden met een levendig oog de
+menschen, waarin zij hun meesters nog niet konden herkennen.
+
+"Het zijn onagga's," zeide Harbert.
+
+"Waarom geen ezels?" vroeg Nab.
+
+"Omdat zij geen lange ooren hebben en hun vorm bevalliger is,"
+antwoordde Harbert.
+
+"Ezels of paarden," was Pencroffs antwoord, "het zijn goede
+trekdieren."
+
+De matroos sloop, zonder deze dieren te verschrikken, naar de hekken
+bij de Glycerine-rivier, sloot deze en zij hadden de viervoetige dieren
+in hun macht. Zouden zij zich met geweld van deze onagga's meester
+maken en hen dwingen zich te onderwerpen? Neen. Zij besloten, dat men
+ze gedurende eenige dagen vrij op de bergvlakte zou laten ronddolen,
+waar een overvloed van kruiden groeide, en dadelijk liet de ingenieur
+bij de volière een stal bouwen, waar deze dieren een goed onderkomen
+voor den nacht zouden vinden. Dit prachtige tweetal werd dus geheel
+in vrijheid gelaten en de kolonisten onthielden zich zelfs om hen
+te naderen, daar zij dan verschrikken zouden. Toch scheen de vlakte
+voor deze onagga's te klein te wezen en beproefden zij menigmaal
+haar te verlaten, daar zij aan uitgestrekte en dichte bosschen gewend
+waren. Zij zagen hen nu eens den oever der rivier volgen, die hun een
+onoverkomelijken hinderpaal opleverde, dan weder door het hooge gras
+rennen en eindelijk kalm terugkeeren. Dan stonden zij uren lang naar
+die bosschen te kijken, die voor altijd voor hen gesloten bleven.
+
+Intusschen was het tuig en alles wat zij tot het aanspannen van den
+wagen noodig hadden, gereed; ook was een rechte weg, door het bosch
+van het Verre Westen aangelegd, van de bocht der Mercy tot aan de
+Ballonhaven. Zij konden den wagen daarheen brengen en het was tegen
+het einde van December dat men voor de eerste maal met deze onagga's
+de proef nam.
+
+Pencroff had deze dieren al zoo tam gemaakt dat zij uit zijn hand
+het voedsel aten, en men kon ze gemakkelijk naderen, maar toen ze
+eenmaal aangespannen waren, werden zij wild en had men groote moeite
+hen in toom te houden. Toch moesten zij zich in hun nieuwen dienst
+schikken want de onagga, minder weerbarstig dan de zebra, wordt in de
+bergachtige streken van Afrika zeer veel als trekdier gebruikt en men
+heeft ze ook in Europa in een betrekkelijk koud klimaat overgebracht.
+
+Dien dag gingen de kolonisten, uitgezonderd Pencroff, die deze dieren
+bij den kop hield, in den wagen naar de Ballonhaven. Dat zij door
+elkaar geschud werden, op dien pas aangelegden weg, spreekt van zelf;
+maar toch kwam het voertuig zonder ongelukken aan en dienzelfden dag
+konden de ballon en de verdere toestellen vervoerd worden. Ten acht ure
+'s avonds werden de onagga's uitgespannen en in hun stal geplaatst
+en, voordat zij sliepen, uitte Pencroff een zucht van voldoening,
+die door de wanden van het Rotshuis weerkaatst werd.
+
+
+
+
+XXX.
+
+ Het lijnwaad.--Schoenen van
+ zeehondenvel.--Schietkatoen.--Verschillende planten.--De
+ vischvangst.--Schildpad-eieren.--Jup gaat vooruit.--De
+ kraal.--Jacht op muffeldieren.--Nieuwe dieren en
+ planten.--Gedachten aan het vaderland.
+
+
+De eerste week van Januari besteedde men met het vervaardigen van
+het noodige linnen voor de kolonisten. De naalden, die in het kistje
+gevonden waren, gingen weldra ijverig op en neer in krachtige, hoewel
+niet fijne handen, en hetgeen er genaaid werd, werd stevig genaaid.
+
+Er was geen gebrek aan garen, daar Cyrus Smith op het denkbeeld was
+gekomen om hetzelfde te gebruiken, dat reeds gediend had bij het
+vervaardigen van den luchtballon. Dit werd met bewonderenswaardig
+geduld losgetornd door Gideon Spilett en Harbert; Pencroff had dit werk
+moeten opgeven, daar het veel te kriebelig voor hem was; maar wanneer
+het op naaien aankwam, had hij zijn gelijke niet. Iedereen weet dan
+ook dat de zeelui bijzonder veel aanleg voor het kleermakersvak hebben.
+
+Het linnen, waarvan de ballon gemaakt was, werd vervolgens van
+vet gezuiverd door middel van soda en potasch, hetgeen men door
+verbranding van planten verkreeg; het werd weder lenig, toen ook het
+vernis er af was, en nadat het vervolgens langen tijd aan de lucht
+werd blootgesteld, herkreeg het zijn zuiver witte kleur.
+
+Eenige dozijnen hemden en kousen--deze laatste wel te verstaan niet
+gebreid maar van linnen genaaid--waren spoedig vervaardigd. Welk
+een genot voor de kolonisten om eindelijk weder helder linnen te
+kunnen aantrekken.--Wel is waar was het zeer hard en ruw linnen,
+maar om zulk een kleinigheid bekommerden zij zich niet, en 't was
+een feest tusschen lakens te slapen, die van de slaapplaatsen van
+'t Rotshuis wezenlijke bedden maakten.
+
+In dezen tijd vervaardigden zij ook schoenen van zeehondenvel, die
+juist bijtijds de schoenen en laarzen konden vervangen, welke zij
+uit Amerika meegebracht hadden.
+
+Zeker was het, dat die schoenen lang en wijd waren en nooit knelden
+aan de voeten der wandelaars.
+
+Met den aanvang van het jaar 1866 werd de warmte grooter, en de jacht
+leverde nog steeds goeden voorraad op. Het wemelde inderdaad van
+konijnvarkens, water- en muskuszwijnen, kangaroes en pluimgedierte,
+en Gideon Spilett en Harbert waren te goede schutters om voortaan
+een enkel schot te missen.
+
+Cyrus Smith beval hun echter steeds aan zoo zuinig mogelijk met
+het kruit te zijn en hij nam maatregelen om het kruit en lood,
+dat in de kist gevonden was, en dat hij voor later wilde bewaren,
+te vervangen. Immers hij wist niet waar het lot hem en de zijnen nog
+eens kon brengen, ingeval zij hun rijk verlieten.
+
+Men moest zich dus wapenen tegen alle behoeften, die zich konden
+voordoen en het kruit sparen, door andere bestanddeelen te verschaffen,
+die gemakkelijk te vernieuwen waren.
+
+Om het lood te vervangen, waarvan Cyrus Smith geen enkel spoor op
+het eiland ontdekt had, vervaardigde hij zonder veel moeite ijzeren
+hageltjes, die gemakkelijk te maken waren. Daar deze hageltjes niet
+zoo zwaar als lood waren, moest hij ze grooter maken, en elk schot
+bevatte er nu minder, doch de behendigheid der jagers kwam aan dit
+gebrek te gemoet. Kruit had Cyrus Smith genoeg kunnen maken, want
+hij had salpeter, zwavel en koolstof tot zijn beschikking; maar deze
+bereiding eischt de grootste zorg en zonder daartoe vervaardigde
+werktuigen, is het moeilijk de goede soort te leveren.
+
+Cyrus Smith gaf er dus de voorkeur aan om schietkatoen te maken,
+waarbij het katoen niet onmisbaar is, daar het er slechts bij gebruikt
+wordt als verbindingsmiddel. Als zoodanig kan even goed gebezigd
+worden de grondstof van elke plant, die men bijna zuiver vindt niet
+alleen in het katoen, maar ook in de spinbare vezels van hennep en
+vlasplanten, in papier, in oud linnen, in het merg van den vlierboom,
+enz. De vlierboom groeide overvloedig op het eiland aan den mond van
+de Roode Beek en de kolonisten gebruikten reeds in plaats van koffie
+de bessen van dit gewas, dat tot de kamperfoelieplanten behoort.
+
+Het was dus voldoende dit merg te verzamelen, en wat de andere
+bestanddeelen betreft, die noodig waren tot het maken van schietkatoen,
+daarvoor had men slechts salpeterzure-potasch noodig. Daar
+Cyrus Smith reeds zwavelzuur had, viel het hem ook niet moeilijk,
+salpeterzure-potasch te bereiden, door er salpeter bij te brengen,
+dat de natuur hem verschafte.
+
+Hij besloot dus schietkatoen te maken en te gebruiken, hoewel hij er
+de vrij groote bezwaren van erkende. Er is namelijk een belangrijk
+verschil van uitwerking en de ontbranding gaat uiterst snel, daar
+het op honderd zeventig in plaats van op twee honderd veertig graden
+ontvlamt, en eindelijk ontwikkelt het een te plotselinge warmte, wat
+voor vuurwapenen niet wenschelijk is. Een voordeel was daarentegen, dat
+het tegen vocht bestand is, de loopen der geweren niet vuil maakt en de
+ontploffingskracht viermaal grooter is dan die van het gewone buskruit.
+
+Om schietkatoen te vervaardigen was het voldoende om het merg van
+den vlierboom een kwartier lang in salpeterzure-potasch te houden,
+het vervolgens in water uit te spoelen en dan te laten drogen. De
+poging van den ingenieur slaagde uitnemend en de jagers hadden weldra
+een goed bereid middel tot hun beschikking, dat, wanneer het met mate
+gebruikt werd, zeer goede resultaten opleverde.
+
+Tegen dien tijd ontgonnen zij ook een bunder grond op de bergvlakte,
+terwijl het overige als weide werd gehouden.
+
+Verscheidene keeren maakten zij uitstapjes in de bosschen en zij
+brachten dan een gansche verzameling van wilde planten mede; door
+een goede bewerking zouden zij tot spinazie, sterrekers, rammenas en
+rapen gewijzigd worden en de voeding met stikstofhoudende spijzen,
+waaraan de kolonisten van Lincoln tot nog toe onderworpen waren,
+een weinig afwisselen. Zij brachten eveneens een groote hoeveelheid
+hout en steenkolen aan. Elke tocht was, tegelijkertijd een middel
+om de wegen te verbeteren, die langzamerhand effen werden onder de
+wielen van de kar.
+
+De konijnenfokkerij leverde steeds een overvloed van voedsel aan het
+Rotshuis. De fokkerij was zoo gelegen, dat hare bewoners nooit op het
+afgezette gedeelte der bergvlakte konden komen en bijgevolg de nieuw
+aangelegde plannen niet konden verwoesten. Wat de oesterbank betreft,
+deze was te midden van de rotsen gelegen; zij verschafte steeds nieuwen
+voorraad, en de kolonisten genoten er dagelijks van. Weldra bracht
+de vischvangst, hetzij in het meer, hetzij in de Mercy, zeer veel op,
+want Pencroff had lijnen in het water gezet met ijzeren haken, waaraan
+dikwijls forellen en andere visschen kwamen, die heerlijk smaakten en
+wier zilverkleurige zijden met kleine gele vlekken overdekt waren. Nab,
+die met de zorg voor de spijzen belast was, kon dus altijd een weinig
+afwisseling in het middagmaal brengen. Het brood ontbrak nog slechts
+aan de tafel der kolonisten, en dit was werkelijk een zeer groot gemis.
+
+In dien tijd begon men ook jacht te maken op de zeeschildpadden,
+die zeer dikwijls op het strand kwamen bij kaap Mandibule. Over het
+geheele strand zag men kleine hoogten, waarin ronde eieren verborgen
+waren, met harde, witte schaal en waarvan het wit de eigenschap mist
+om, evenals dat van vogeleieren, te stremmen. De zon broedt ze uit,
+en het aantal er van was natuurlijk zeer groot, daar elke schildpad
+jaarlijks tot twee honderd vijftig eieren legt.
+
+"Een waar eierenveld," merkte Gideon Spilett op, "men heeft ze slechts
+te oogsten."
+
+Maar zij stelden zich niet met de voortbrengselen tevreden; zij
+maakten ook jacht op de voortbrengers, waarbij niet minder dan twaalf
+schildpadden gevangen werden, die werkelijk niet te versmaden waren met
+het oog op hun maaltijden. Nab werd dikwijls geprezen, en te recht,
+voor de schildpadsoep, die hij bereidde met welriekende planten en
+prikkelende kruiden.
+
+Nog moet een zeer gelukkige omstandigheid vermeld worden, waardoor
+zij weder nieuwen voorraad voor den winter konden opdoen. Een groot
+aantal zalmen waagden zich in de Mercy en gingen verscheidene mijlen
+stroomopwaarts. Duizenden van deze visschen, die ongeveer twee en
+een halven voet lang waren, stortten zich in de rivier en het was
+voldoende den mond te versperren om een groot aantal te vangen. Eenige
+honderden werden gezouten en bewaard voor den tijd dat de wintervorst
+elke vischvangst onmogelijk zou maken.
+
+Jup werd tot kamerdienaar verheven. Hij kreeg een jasje en een
+korte broek van wit linnen en een voorschoot, waarvan de zakken zijn
+grootste geluk uitmaakten, want hij stak er altijd zijn handen in en
+duldde niet, dat men ze doorzocht. De behendige aap was uitmuntend
+gedresseerd door Nab en men zou gezegd hebben dat hij en de neger
+elkander begrepen, wanneer zij samen spraken. Jup had overigens een
+waarachtige genegenheid voor Nab, en Nab wederkeerig voor hem. Wanneer
+hij niet van dienst kon zijn, hetzij om hout aan te brengen of om in
+den top van den een of anderen boom te klimmen, bracht Jup het grootste
+gedeelte van zijn tijd in de keuken door en trachtte Nab in alles
+na te bootsen wat hij dezen zag doen. De meester legde overigens het
+grootste geduld en den meesten ijver aan den dag in het onderrichten
+van zijn leerling, en de leerling toonde een merkwaardig vlug begrip
+voor de lessen, die zijn meester hem gaf.
+
+Men oordeele over het genoegen, dat Jup op een dag aan de bewoners
+van het Rotshuis verschafte, toen hij met een servet over den arm,
+de tafel kwam dekken, zonder dat men het hem gezegd had. Hij kweet
+zich behendig en oplettend van zijn taak, nam de borden weg, bracht de
+schotels op, schonk de glazen vol, en alles met zulk een ernst, dat de
+kolonisten, maar vooral Pencroff, er het grootste pleizier in hadden.
+
+"Jup, de soep!"
+
+"Jup, nog wat vleesch!"
+
+"Jup, een bord!"
+
+"Jup! Beste Jup! Knappe Jup!"
+
+Jup werd met bevelen overstelpt en voldeed aan alles zonder zich het
+minst van streek te laten brengen; hij lette op alles en schudde met
+zijn verstandigen kop, toen Pencroff zijn aardigheid van den eersten
+dag herhaalde en zeide:
+
+"Wij zullen bepaald je traktement moeten verdubbelen, Jup!"
+
+Het is onnoodig te zeggen, dat Jup zeer gehecht was aan het Rotshuis
+en dat hij zijn meester dikwijls door het bosch vergezelde zonder ooit
+eenigen lust te toonen om te ontvluchten. Men moest hem zien loopen,
+met zijn stok, dien Pencroff voor hem gemaakt had, als een geweer op
+schouder! Moest men de eene of andere vrucht uit den top van een boom
+hebben, in een oogwenk was hij dan boven! Was het rad van den wagen
+uit het spoor, handig bracht Jup hem door een enkelen duw er weder in.
+
+"Wat een kerel!" riep Pencroff dikwijls uit. "Als hij even ondeugend
+als goed was, dan zou er met hem geen huis te houden zijn!"
+
+Tegen het einde van Januari ondernamen de kolonisten eenige groote
+werken in het middengedeelte van het eiland. Men had besloten om
+bij de bron van de Roode Beek, aan den voet van den berg Franklin
+een kraal aan te leggen, die bestemd was voor de herkauwende dieren,
+wier tegenwoordigheid hinderlijk zou geweest zijn voor de bewoners
+van het Rotshuis, en voor al de muffeldieren, die de wol moesten
+verschaffen voor de winterkleederen.
+
+Iederen morgen begaf zich de kolonie soms geheel, soms alleen
+vertegenwoordigd door Cyrus Smith, Harbert en Pencroff, naar de
+bronnen van de rivier, een wandeling van vijf mijl onder dicht lommer
+en langs een nieuw aangelegden weg, dien men den Kraalweg genoemd had.
+
+Toen na drie weken de kraal gereed was, moest men een groote drijfjacht
+aanleggen aan den voet van den berg Franklin, te midden van de
+weilanden, waar de herkauwende dieren meestal verblijf hielden. Dit
+had plaats op den 7den Februari, een prachtigen zomerdag, en allen
+namen er aan deel.
+
+De twee onagga's, die reeds zeer goed gedresseerd waren en bereden
+werden door Gideon Spilett en Harbert, bewezen hierbij grooten dienst.
+
+Men moest de muffeldieren en geiten tot een kudde brengen, door
+ze te omsingelen en den kring steeds nauwer te maken. Cyrus Smith,
+Pencroff, Nab en Jup vatten post op verschillende punten van het woud,
+terwijl de beide ruiters met Top in een straal van een halve mijl om
+de kraal rondreden.
+
+De muffeldieren waren op dat gedeelte van het eiland zeer talrijk. Deze
+prachtige dieren, zoo groot als gemzen, met horens die sterker
+ontwikkeld zijn dan die der rammen, met een grijze langharige vacht,
+geleken veel op wilde steenschapen.
+
+Het was een vermoeiende dag, waarop de jacht plaats had. Welk een
+heen en weer loopen, op en neer rennen en schreeuwen! Van de honderd
+muffeldieren die men insloot, ontsnapte meer dan tweederde gedeelte
+aan de jagers; maar bij het einde waren er toch een dertigtal van
+deze herkauwende dieren en een tiental wilde geiten naar de kraal
+gedreven, waarvan de geopende deur een uitweg scheen te bieden,
+terwijl zij hen voor goed gevangen hield.
+
+De einduitslag was gunstig en de kolonisten hadden geen reden tot
+klagen. Het grootste gedeelte van deze muffeldieren waren wijfjes,
+waarvan sommige zelfs spoedig jongen ter wereld zouden brengen. Het
+was dus waarschijnlijk dat de kudde zou vermeerderen, en dat niet
+alleen de wol, maar ook de huiden binnen korten tijd in overvloed
+voorhanden zouden zijn.
+
+De jagers kwamen dien avond uitgeput in het Rotshuis terug. Den
+volgenden dag gingen zij nochtans weder vroeg naar de kraal. De
+gevangenen hadden wel getracht de omheining om te stooten, maar waren
+er niet in geslaagd en zij werden al spoedig bedaard.
+
+Gedurende de maand Februari viel er niets bijzonders voor. Het
+dagelijksch werk werd geregeld volbracht, en terwijl men den Kraalweg
+en den weg naar de Ballonhaven verbeterde, legde men ter zelfder tijd
+een derden aan, die van de kraal naar de westkust liep. Het onbekende
+gedeelte van het eiland Lincoln vormden nog steeds de groote bosschen
+op het Slangen-schiereiland, waar de wilde dieren, die Gideon Spilett
+hoopte te verdrijven, een schuilplaats zochten.
+
+Voor dat het koude jaargetijde weder aanbrak, werd de meeste zorg
+besteed aan de wilde planten, die van het bosch naar de bergvlakte
+waren overgebracht. Harbert keerde zelden van een tocht terug zonder
+eenige nuttige kruiden mede te brengen. Soms waren het exemplaren
+van cichoreiplanten, waarvan ook het zaad door sterke persing een
+uitmuntende olie kon verschaffen; een ander maal was het zuring,
+waarvan de eigenschap om scheurbuik te genezen niet te versmaden was;
+vervolgens eenige van die kostbare knolvormige wortels, die sedert
+onheuglijke tijden in Zuid-Amerika werden verbouwd, de aardappels,
+waarvan men tegenwoordig meer dan twee honderd soorten kent. De
+moestuin, die nu goed onderhouden, geregeld begoten en tegen de
+aanvallen van vogels beschermd werd, was in kleine vakken verdeeld,
+waarop salade, aardappels, zuring, rammenas en andere kruiddragende
+planten groeiden. De grond op de bergvlakte was zeer vruchtbaar en
+men mocht hopen dat hij een overvloedigen oogst zou afwerpen.
+
+Het ontbrak evenmin aan afwisselende dranken, en op voorwaarde dat
+men geen wijn zou eischen, behoefden zelfs zij, die het moeilijkst
+te bevredigen waren, zich niet te beklagen. Cyrus Smith had bij
+de Oswego-thee, die hem door de dubbele Amerikaansche lipbloem
+werd verschaft, en bij de gistende sappen uit de wortels van den
+drakenboom, zeer goed bier weten te bereiden; hij maakte het uit
+het jonge schot van de abies-nigra, dat, na goed gekookt en gegist
+te hebben, dien aangenamen en bijzonder gezonden drank verschaft,
+dien de Anglo-Amerikanen "springbeer" noemen.
+
+Tegen het einde van den zomer was ook het gevogelte met een groot
+aantal vermeerderd.
+
+Alles slaagde dus naar wensch, dank zij den moed en den ijver van deze
+mannen. De Voorzienigheid deed zeker veel voor hen; maar getrouw aan
+het groote voorschrift, hielpen zij eerst zich zelven, en kwam de
+hemel hun vervolgens te hulp.
+
+Na die warme zomerdagen, was het voor de kolonisten het grootste genot
+om 's avonds, wanneer hun werk volbracht was, zich aan den zoom van de
+bergvlakte neer te zetten onder een begroeide veranda, die Nab zelf
+vervaardigd had. Daar praatten zij en onderwezen elkander en maakten
+plannen, en de vroolijke zeeman vermaakte onophoudelijk die kleine
+maatschappij, waarin altijd de meest onverstoorde eendracht heerschte.
+
+Zij spraken ook over hun vaderland, over dat dierbare en groote
+Amerika. Hoe stond het met den burgeroorlog? Hij kon niet lang meer
+geduurd hebben! Richmond was zeker spoedig in handen van generaal Grant
+gevallen! Het innemen van de hoofdstad der geconfedereerden had het
+laatste feit van dezen noodlottigen krijg moeten zijn. Het Noorden
+had nu gezegepraald en de goede zaak overwonnen. Hoe welkom zou het
+een of andere nieuwsblad voor de ballingen van het eiland Lincoln
+geweest zijn! Reeds elf maanden was alle gemeenschap tusschen hen en
+de overige wereld afgebroken en binnen korten tijd, den 24sten Maart,
+zou de gedenkdag aanbreken van den dag, waarop de ballon hen op deze
+onbekende kust had geworpen! Toen waren zij slechts schipbreukelingen,
+die zelf niet wisten of zij hun ellendig leven aan de elementen zouden
+kunnen betwisten.
+
+En nu, dank zij de kunde van hun aanvoerder, dank zij hun eigen
+vernuft, waren zij kolonisten geworden, voorzien van wapenen,
+werktuigen en instrumenten, die de dieren, planten en delfstoffen
+van het eiland, dat is te zeggen de drie rijken der natuur, tot hun
+nut hadden weten te exploiteeren.
+
+Ja, zij spraken dikwijls over dat alles, en maakten nog tallooze
+plannen voor de toekomst!
+
+Cyrus Smith luisterde gewoonlijk stilzwijgend naar zijn
+lotgenooten. Somtijds glimlachte hij over een opmerking van Harbert,
+een aardigheid van Pencroff, maar altijd en overal dacht hij aan die
+onverklaarbare feiten, aan dat zonderlinge raadsel, waarvan het geheim
+hem nog steeds duister bleef!
+
+
+
+
+XXXI.
+
+ Slecht weer.--De hydraulische hijschtoestel.--Glas en
+ glaswerk.--De broodboom.--Bezoeken aan de kraal.--Vermeerdering
+ der kudde.--Een vraag van den reporter.--Voorstel van Pencroff.
+
+
+In de eerste week van Maart veranderde het weer. In het begin van
+die maand was het volle maan geweest en het was nog steeds brandend
+heet. Men gevoelde, dat de dampkring met electriciteit bezwangerd was
+en het was inderdaad te vreezen, dat in de volgende dagen een hevig
+onweder zou woeden.
+
+Den 2den Maart rolde dan ook de donder geweldig. De wind blies uit het
+oosten, en de hagel sloeg tegen den voorgevel van het Rotshuis alsof
+er met schroot op gevuurd werd. Men moest deuren en vensterluiken
+hermetisch sluiten, anders werd alles in de kamers overstroomd.
+
+Toen Pencroff deze hagelsteenen zag vallen, waarvan sommigen zoo groot
+als duiveneieren waren, dacht hij er slechts aan dat zijn korenveld
+zeer veel gevaar liep.
+
+Hij ging oogenblikkelijk naar zijn land, waar reeds kleine, groene
+sprietjes te zien waren en met behulp van een groot zeil slaagde hij er
+in zijn oogst te beschermen. Hij werd nu, wel is waar, zelf in plaats
+van zijn planten gesteenigd, maar hij beklaagde er zich niet over.
+
+Dit slechte weer hield acht dagen aan; men hoorde den donder
+onophoudelijk rollen. Tusschen twee onweders vernam men hem nog buiten
+de grenzen van den horizon, en dan kwam hij weder met vernieuwde
+woede naderbij. Het weerlicht was niet van de lucht af en de bliksem
+trof verscheidene boomen op het eiland, onder anderen een grooten den,
+die bij het meer stond aan den zoom van het bosch. Ook het strand werd
+twee of drie keer getroffen door den electrischen stroom, welke op het
+zand neersloeg en er dondersteenen van maakte. Toen de ingenieur deze
+dondersteenen zag, kwam hij op het denkbeeld, dat het niet onmogelijk
+zou zijn om dikke, stevige glasruiten voor de vensters te brengen,
+die tegen wind, regen en hagel bestand waren.
+
+Daar de kolonisten buitenshuis geen werk hadden waarbij spoed vereischt
+werd, maakten zij van het slechte weer gebruik om binnen het Rotshuis
+te arbeiden, waarvan het huisraad van dag tot dag verbeterd en
+vermeerderd werd. De ingenieur vervaardigde een draaibank, waardoor
+hij in staat was eenige benoodigdheden voor toilet en keuken te maken,
+en vooral knoopen, die men zeer miste. Er was een tropee gemaakt van
+de wapens, die met de grootste zorg onderhouden werden, en kasten
+noch bergplaatsen lieten iets te wenschen over. Men zaagde, schaafde,
+vijlde en draaide, en gedurende dat ongunstige weer hoorde men niets
+dan het geluid der werktuigen of van de draaibank, dat op het rollen
+van den donder antwoordde.
+
+Jup werd niet vergeten, hij had een kamer alleen, bij het groote
+magazijn met een goed bed, hetgeen hem uitmuntend beviel.
+
+"Die beste Jup," zeide Pencroff dikwijls, "hij spreekt nooit tegen,
+geeft nooit een ongepast woord! Wat een knecht, Nab, wat een knecht!"
+
+"Mijn leerling," antwoordde Nab, "en weldra mijns gelijke!"
+
+"Je meerdere," antwoordde de zeeman lachend, "want dat is toch waar
+Nab, jij praat en hij doet het niet!"
+
+Het spreekt van zelf, dat Jup nu volkomen op de hoogte was van hetgeen
+hij doen moest. Hij klopte de kleeren uit, draaide het braadspit,
+veegde de kamers, bediende aan tafel, stapelde het hout en--iets wat
+Pencroff verrukte--ging nooit naar bed, zonder eerst bij den zeeman
+gekomen te zijn.
+
+De gezondheid van de kolonisten, zoowel der tweevoetige als der
+tweehandige, der vierhandige als der viervoetige, liet niets te
+wenschen over. Dat leven in de open lucht, op dien gezonden grond,
+onder deze gematigde luchtstreek, terwijl hoofd en handen moesten
+werken, kon niet anders dan elken zweem van ziekte verjagen.
+
+Ieder was dan ook gezond. Harbert was in dat jaar reeds twee duim
+gegroeid. Zijn lichaam vormde zich en werd mannelijker, en hij beloofde
+een man te worden even volmaakt naar lichaam als naar geest. Hij
+trok overigens partij van elk ledig uur, dat hem zijn handenarbeid
+liet, om zich te onderrichten, hij las de weinige boeken, welke in
+de kist gevonden waren en, na de practische lessen die hij trok uit
+den toestand, waarin hij verkeerde, vond hij in den ingenieur voor
+de wetenschap, in den correspondent voor de talen, meesters, die met
+hart en ziel zijn opvoeding voltooiden.
+
+Het was het vaste plan van den ingenieur, om alles wat hij wist op
+Harbert over te planten, hem zoowel door voorbeeld als door woord
+te onderwijzen, en Harbert trok goed partij van de lessen van zijn
+leermeester.
+
+Indien ik sterf, dacht Cyrus Smith, zal hij mij vervangen!
+
+Den 9den Maart bedaarde de storm, maar de hemel bleef gedurende de
+gansche laatste zomermaand, door zware volken beneveld. De dampkring
+was door die electrische schokken zeer verstoord en herkreeg zijn
+vorige kalmte niet meer; op vier of vijf mooie dagen na, welke de
+kolonisten waarnamen om verscheidene tochten te maken, regende en
+mistte het onophoudelijk.
+
+Tegen dien tijd bracht de onagga een jong ter wereld, dat eveneens tot
+het vrouwelijk geslacht behoorde en dat zeer welkom aan de kolonisten
+was. Ook de kraal werd meer bevolkt tot groote vreugde van Nab en
+Harbert, die onder de jonggeborenen hun lievelingen hadden.
+
+Men beproefde ook de muskuszwijnen te temmen, waarin men volkomen
+slaagde. Bij de plaats van het gevogelte werd een stal gebouwd,
+waarin weldra een groot aantal jonge zwijnen zich meer kwamen
+beschaven, dat is te zeggen, vetter worden onder toezicht van
+Nab. Jup vervulde stipt de taak, die hem opgelegd was om de zwijnen
+te voeren met de overblijfsels van het middagmaal. Soms plaagde hij
+zijn kleine kostgangers wel eens en trok ze aan hun staart, maar dit
+was speelschheid en geen boosheid, want die kleine stompe staartjes
+vermaakten hem als een stuk speelgoed, en zijn instinkt was geheel
+dat van een kind.
+
+Toen Pencroff op een mooien dag van de maand Maart eens met den
+ingenieur praatte, herinnerde hij Cyrus Smith een belofte, die deze
+nog geen tijd had gehad te vervullen.
+
+"Gij hebt gesproken van een toestel, dat de lange ladders van het
+Rotshuis onnoodig zou maken, mijnheer Smith," zeide hij. "Zult gij
+het niet binnen kort vervaardigen?"
+
+"Gij meent een hijschtoestel," antwoordde Cyrus Smith.
+
+"Laten wij het een hijschtoestel noemen, als gij het zoo wilt,"
+antwoordde de zeeman. "De naam doet er niets toe, als het ons maar
+zonder vermoeienis naar onze woning voert."
+
+"Niets zal gemakkelijker zijn, Pencroff, maar is het wel noodig?"
+
+"Zeker, mijnheer Cyrus. Na ons het noodige verschaft te hebben,
+moeten wij ook eens aan ons gemak denken. Voor personen zou het een
+weelde zijn, indien gij wilt, maar voor dingen is het onmisbaar! Het
+is niet gemakkelijk, een lange ladder op te klimmen, wanneer men
+zwaar beladen is!"
+
+"Welnu, Pencroff, wij zullen ons best doen u tevreden te stellen,"
+antwoordde Cyrus Smith.
+
+"Maar gij hebt geen machine tot uw beschikking?"
+
+"Wij zullen er een maken."
+
+"Een stoommachine?"
+
+"Neen, een watermachine."
+
+Om zijn toestel te bewegen, had de ingenieur inderdaad een natuurkracht
+tot zijn beschikking, waarvan hij zonder veel moeite gebruik zou
+kunnen maken.
+
+Daarvoor was het voldoende den uitloozingsmond, die het water binnen
+het Rotshuis bracht, te vergrooten, en den stroom te bezigen als
+beweegkracht voor een hydraulisch toestel, wat hem zonder veel moeite
+gelukte. Pencroff althans was volkomen bevredigd.
+
+Den 17den Maart werd het hijschtoestel voor het eerst gebruikt tot
+groote voldoening der kolonisten. Van dat oogenblik af werd alles
+opgeheschen, hout, steenkolen en provisie, en ook de kolonisten zelven
+maakten van dat eenvoudige toestel gebruik, dat de ladder verving,
+welke door niemand betreurd werd. Top vooral was verrukt over deze
+verbetering, want hij bezat niet die handigheid van Jup in het
+beklimmen van een ladder, en zelfs was hij verscheiden malen op den
+rug van Nab en zelfs op dien van den aap naar het Rotshuis geklommen.
+
+Cyrus Smith beproefde tegen dien tijd glas te vervaardigen, maar
+hij moest eerst den ouden steenoven in orde brengen voor deze
+nieuwe proeven. Dit bracht vrij groote moeilijkheden met zich;
+maar na vele vruchtelooze pogingen, slaagde hij er eindelijk in,
+een kleine glasfabriek in orde te maken, welke Gideon Spilett en
+Harbert, de aangewezen helpers van den ingenieur, gedurende eenige
+dagen niet verlieten.
+
+Wat de zelfstandigheden betreft die voor het samenstellen van het
+glas noodig waren, zij bestonden hoofdzakelijk uit zand, krijt
+en soda. Het strand leverde zand, de kalk verschafte krijt, de
+zeeplanten gaven soda; zwavelzuur was in overvloed voorhanden in de
+metaalverbindingen en de grond bevatte genoeg steenkolen om den oven
+tot op den vereischten warmtegraad te verhitten. Cyrus Smith zag zich
+dus van alles voorzien wat voor de bewerking noodig was.
+
+Het werktuig dat de grootste moeilijkheid opleverde, was de glastang,
+een ijzeren buis, vijf à zes voet lang, die dient om de geblazen
+voorwerpen aan te vatten. Maar met een lange dunne ijzeren strook,
+die als de loop van een geweer gerold werd, slaagde Pencroff er in,
+deze tang te vervaardigen, en zij werd weldra in gebruik gesteld.
+
+Den 28sten Maart werd de oven gloeiend gestookt. Honderd deelen
+zand, vijf en dertig krijt, veertig soda, vermengd met drie of vier
+deelen fijn gestampte deelen steenkool. Dit alles samen maakte de
+zelfstandigheid uit, die in de aarde potten werd gestort. Toen de
+hooge warmtegraad van den oven die stoffen vloeibaar had doen worden
+of liever in deeg had veranderd, "plukte" Cyrus Smith met zijn tang
+een zekere hoeveelheid van dit deeg; hij rolde het heen en weer over
+een metalen plaat, die daarvoor bestemd was om het den vorm te geven,
+die voor het blazen vereischt werd; toen gaf hij de pijp aan Harbert,
+en beval hem door het andere uiteinde te blazen.
+
+"Alsof ik bellen blaas?" vroeg de knaap.
+
+"Net zoo," antwoordde de ingenieur.
+
+En Harbert blies zijn wangen op, blies en blies zoo goed in de buis,
+terwijl hij onder de hand zorgde deze onophoudelijk rond te draaien,
+dat de glazen massa uit elkander ging en opzwol. Een andere hoeveelheid
+deeg werd bij de eerste gevoegd en men verkreeg spoedig een bol,
+waarvan de middellijn ongeveer een voet bedroeg. Toen nam Cyrus Smith
+de buis uit de handen van Harbert en door haar een slingerende beweging
+te laten ondergaan, slaagde hij er in de bel zoodanig te verlengen,
+dat men haar den vorm van een kegelvormigen cylinder geven kon.
+
+Door het blazen had men dus een glazen cylinder verkregen, eindigende
+in twee halve bollen, die gemakkelijk er van af werden genomen,
+door een scherp ijzer, dat men in koud water had gedompeld. Daarop
+werd door dezelfde methode de kegel overlangs doorgesneden en nadat
+men hem door eene tweede verhitting wederom kneedbaar had gemaakt,
+werd hij op een plaat gelegd en plat gestreken met een houten rol.
+
+De eerste ruit was dus vervaardigd, en men moest slechts vijftig maal
+dezelfde bewerking herhalen om vijftig ruiten te krijgen. De vensters
+van het Rotshuis waren weldra van doorschijnende schijven voorzien,
+misschien niet zeer helder, maar toch genoeg licht doorlatende.
+
+Wat glazen en flesschen betreft, dit had niets te beteekenen. Men
+gebruikte ze overigens zooals ze aan het einde van de pijp geblazen
+werden. Pencroff had als gunst gevraagd, ook eens te mogen blazen,
+en het was voor hem een waar genot, maar hij blies zoo hard, dat hij
+de koddigste figuren te voorschijn bracht, die hij zelf steeds met
+de grootste opgetogenheid bewonderde.
+
+Op een van de tochten werd er een nog niet bekende boom ontdekt,
+waarvan de vruchten een nieuwe bron van voeding voor de kolonie
+opleverde.
+
+Cyrus Smith en Harbert waagden zich eens op jacht in het bosch van
+het Verre Westen, op den linkeroever van de Mercy, en zooals altijd
+had de knaap honderden vragen aan den ingenieur te doen, waarop
+deze steeds even bereid was te antwoorden. Maar het is met de jacht
+even als met alles hier op aarde: als men er niet den waren lust bij
+heeft, loopt men veel gevaar met ledige weitasch thuis te komen. Daar
+Cyrus Smith nu volstrekt geen jager was en Harbert van zijn kant
+over schei- en natuurkunde sprak, kwamen er dien dag menig kangaroe,
+moeraszwijn en konijn binnen hun bereik, dat aan het geweer van den
+knaap ontsnapte. Dit had ten gevolge, dat de dag reeds ver gevorderd
+was en de jagers veel kans hadden een vergeefschen tocht te hebben
+gedaan, toen Harbert met een kreet van vreugde stilstond en uitriep:
+
+"Mijnheer Cyrus! ziet gij dien boom?"
+
+Het was eer een struik waarop hij wees dan een boom, want het was
+slechts een enkele stengel, met een geschubde bast bekleed, waaraan
+gestreepte bladeren groeiden.
+
+"Wat is dat voor een boom, die zooveel op een kleinen palmboom
+gelijkt?" vroeg Cyrus Smith.
+
+"Het is een "cycas revoluta", waarvan ik een afbeeldsel in onzen
+atlas over de natuurlijke historie heb!"
+
+"Maar ik zie geen vruchten aan dezen struik?"
+
+"Neen, mijnheer Cyrus," antwoordde Harbert, "maar de stronk bevat
+een soort meel, dat de natuur ons gemalen verschaft."
+
+"Het is dus de broodboom?"
+
+"Ja! de broodboom."
+
+"Dat is een kostbare ontdekking, mijn jongen, in afwachting van onzen
+oogst. Aan het werk, en de hemel geve, dat gij u niet bedrogen hebt!"
+
+Harbert had zich niet bedrogen. Hij brak den stengel van een der
+"cycas", die uit een kleiachtig weefsel bestond en een zekere
+hoeveelheid fijn meel bevatte. Dit was echter vermengd met een
+slijmerig sap van onaangenamen smaak, maar dat door sterke drukking
+verwijderd kon worden. Het meel was overigens van de beste soort en
+zeer voedzaam, voorheen werd de uitvoer er van door de japaneesche
+wetten verboden.
+
+Nadat Cyrus Smith en Harbert nauwkeurig hadden opgenomen in
+welk gedeelte van het bosch deze cycas groeiden, maakten zij
+herkenningsteekens en keerden naar het Rotshuis terug, waar zij hunne
+ontdekking meedeelden.
+
+Den volgenden morgen gingen de kolonisten den oogst halen, en Pencroff,
+die hoe langer hoe meer met zijn eiland begon te dweepen, zeide tot
+den ingenieur:
+
+"Mijnheer Cyrus, gelooft gij, dat er eilanden voor schipbreukelingen
+zijn?"
+
+"Wat bedoelt gij daarmee, Pencroff?"
+
+"Ik meen, eilanden, die opzettelijk, geschapen zijn opdat men er
+gemakkelijk schipbreuk zou kunnen lijden, en waarop arme stakkers
+zich altijd uit den nood kunnen redden!"
+
+"Dat is wel mogelijk," antwoordde de ingenieur lachende.
+
+"Dat is zeker, mijnheer," hernam Pencroff, "en het is even zeker dat
+het eiland Lincoln een van die eilanden is."
+
+Zij kwamen in het Rotshuis met een grooten oogst van cycas-stengels
+terug. De ingenieur vervaardigde een pers om er het slijmachtige sap
+uit te persen en hij verkreeg een aanzienlijke hoeveelheid meel, dat,
+onder de handen van Nab, in gebakken brood veranderde. Het was nog
+niet het ware tarwebrood, maar het verschil was toch gering.
+
+De onagga, de schapen en de geiten van de kraal verschaften nu ook
+dagelijks in overvloed melk aan de kolonie. De kar, of liever de
+lichte kariool, die deze vervangen had, deed verscheiden tochten naar
+de kraal, en wanneer het de beurt van Pencroff was nam hij Jup mede
+en hij liet deze mennen, van welke taak de aap zich onder het klappen
+van zijn zweep, even uitmuntend als van alle andere kweet.
+
+Alles ging dus naar wensch, zoowel in de kraal als in het Rotshuis,
+en de kolonisten hadden zich waarlijk over niets te beklagen, zoo het
+niet ware dat zij steeds ver van hun dierbaar vaderland verwijderd
+bleven. Zij waren zoo goed voor dat leven geschikt en hadden zich
+zoozeer aan het eiland gehecht, dat zij zijn gastvrijen bodem niet
+zonder spijt zouden verlaten hebben!
+
+En toch is de liefde tot het vaderland bij den mensch zoo diep
+geworteld, dat wanneer er onverwacht een schip in het gezicht ware
+gekomen, de kolonisten seinen zouden gegeven hebben, het tot zich
+hadden geroepen en vertrokken zouden zijn.... In afwachting leefden
+zij gelukkig, en zij vreesden meer dan zij wel wenschten, dat een
+onverwachte gebeurtenis hen mocht storen.
+
+Maar wie kan er zich op beroemen de fortuin aan banden gelegd te
+hebben en buiten bereik van haar tegenspoeden te zijn!
+
+Hoe het ook zij, het eiland Lincoln, dat de kolonisten sedert meer dan
+een jaar bewoonden, was dikwijls het onderwerp van hun gesprek, en eens
+werd een opmerking gemaakt, die later gewichtige gevolgen zou hebben.
+
+Het was op den 1sten April, eersten Paaschdag, dien Cyrus Smith
+en zijne lotgenooten gevierd hadden als een rustdag en een dag des
+gebeds. Het weder was zoo schoon als men dit kon verlangen; het was
+als in October in noordelijke streken.
+
+Tegen den avond, na het middagmaal waren allen onder de veranda
+bijeen aan den zoom van de bergvlakte en zij zagen den nacht aan den
+horizon nederdalen. Nab had eenige kopjes van het aftreksel van vlier,
+dat als koffie diende, rondgediend. Zij spraken over het eiland,
+over zijn verlaten ligging in de Stille Zee, toen Gideon Spilett zeide:
+
+"Mijn waarde Cyrus, hebt gij de ligging van ons eiland wel weder
+waargenomen nadat gij den sextant bezat, dien wij in de kist gevonden
+hebben?"
+
+"Neen," antwoordde de ingenieur.
+
+"Maar het zou misschien niet kwaad zijn het nog eens te doen, met
+dat instrument dat beter is dan hetgeen gij gebruikt hebt."
+
+"Waartoe?" zeide Pencroff. "Het eiland ligt toch nu waar het toen
+ook lag."
+
+"Ongetwijfeld," hernam Gideon Spilett, "maar het zou kunnen gebeuren,
+dat het gebrekkige der toestellen schade had gedaan aan de juistheid
+van de waarnemingen, en daar het niet moeielijk is zekerheid
+daaromtrent te verkrijgen...."
+
+"Gij hebt gelijk, Spilett," antwoordde de ingenieur, "en ik had dit
+reeds eerder moeten inzien, maar heb ik mij al vergist, dan kan dit
+toch niet meer dan vijf graden in lengte of breedte zijn."
+
+"Wie weet?" hernam de correspondent, "of wij niet veel dichter bij
+een bewoond land zijn dan wij dachten."
+
+"Dit zullen wij morgen weten," antwoordde Cyrus Smith, "en had ik
+niet zooveel te doen gehad, dan zouden wij het nu reeds geweten hebben.
+
+"Och," zeide Pencroff, "mijnheer Cyrus is een te goed waarnemer om
+zich vergist te hebben; indien het niet van plaats veranderd is,
+dan moet het eiland nog liggen, waar hij gezegd heeft dat het lag!"
+
+"Wij zullen zien."
+
+Den volgenden morgen nam de ingenieur met behulp van zijn sextant de
+noodige waarnemingen om te zien of zijn reeds verkregen uitkomsten
+goed waren en ziehier het resultaat van zijne proef:
+
+Door zijn eerste waarneming had hij verkregen dat de ligging van het
+eiland Lincoln was:
+
+ 150° à 155° westerlengte;
+ 30° à 35° zuiderbreedte.
+
+Door zijn tweede verkreeg hij nauwkeurig:
+
+ 150° 40' westerlengte;
+ 34° 57' zuiderbreedte.
+
+Cyrus Smith had dus, ondanks zijn gebrekkige instrumenten, zoo goed
+waargenomen, dat hij zich nog geen vijf graden vergist had.
+
+"Nu wij, evenals een sextant, ook een atlas bezitten," zeide Gideon
+Spilett, "laten wij nu eens nagaan, Cyrus, welke plaats het eiland
+Lincoln in de Stille Zee inneemt."
+
+Harbert ging den atlas halen, die in Frankrijk uitgegeven was en
+waarop dus de namen in het Fransch waren aangegeven.
+
+De kaart van de Stille Zee werd opgeslagen en de ingenieur was gereed
+om met zijn passer in de hand de ligging te bepalen.
+
+Plotseling hield hij den passer onbeweeglijk in zijn hand en hij
+riep uit:
+
+"Maar er bestaat reeds een eiland in dit gedeelte der Stille Zee!"
+
+"Een eiland?" vroeg Pencroff.
+
+"Zeker het onze?" antwoordde Spilett.
+
+"Neen," hernam Cyrus Smith. "Dit eiland is gelegen op 153° lengte en
+37° 4' breedte, dat is te zeggen, twee en een halven graad westelijker
+en twee graden zuidelijker dan het eiland Lincoln."
+
+"En welk is dat eiland?" vroeg Harbert.
+
+"Het eiland Tabor."
+
+"Een eiland van eenige beteekenis?"
+
+"Neen, een verloren eilandje in de Stille Zee, op welks bodem misschien
+nog nooit een voet is gezet."
+
+"Dan zullen wij dien voet zetten," zeide Pencroff.
+
+"Wij?"
+
+"Ja, mijnheer Cyrus. Wij zullen een schip met een dek bouwen, en ik
+belast mij met het besturen er van.--Hoe ver zijn wij van dat eiland
+verwijderd?"
+
+"Ongeveer honderd vijftig mijlen noordoostelijk," antwoordde Cyrus
+Smith.
+
+"Honderd vijftig mijlen! Wat beteekent dat nu?" antwoordde
+Pencroff. "Die leggen wij, bij gunstigen wind, in acht en veertig
+uur af!"
+
+"Maar waartoe zou dat dienen?" vroeg de verslaggever.
+
+"Men kan nooit weten!"
+
+Er werd besloten een vaartuig te maken om tegen de volgende maand
+October zee te kunnen kiezen, wanneer het zachte jaargetijde zou
+zijn aangebroken.
+
+
+
+
+XXXII.
+
+ Samenstelling van een schip.--Tweede graanoogst.--Jacht op
+ Koula's.--Een nieuwe plant even aangenaam als nuttig.--Een
+ walvisch in zicht.--De harpoen van Vineyard.--De walvisch
+ wordt geslacht.--Gebruik van de baleinen.--Het einde van
+ Mei.--Pencroff heeft niets meer te begeeren.
+
+
+Wanneer Pencroff zich iets in het hoofd had gezet, gunde hij zich
+ook geen rust voor dat het ten uitvoer was gebracht. Hij wilde het
+eiland Tabor bezoeken, en daar er een vaartuig van zekeren omvang
+voor dezen tocht noodig was, moest dat vaartuig ook gebouwd worden.
+
+Welk hout zou men voor het samenstellen van dit schip gebruiken? Olmen-
+of dennenhout, dat beide in overvloed op het eiland voorhanden was? Men
+bepaalde zich tot het dennenhout, dat wel een weinig "gespleten" is,
+maar toch gemakkelijk te bewerken is, en even goed als het olmenhout
+aan het water weerstand biedt.
+
+Verder werd overeengekomen dat Cyrus Smith en Pencroff alleen aan het
+schip zouden werken, omdat het nog zes maanden zou duren vóor het
+zachte jaargetijde weder zou aanbreken. Gideon Spilett en Harbert
+bleven jagen, en Nab zou met Jup, zijn trouwe hulp, het huiswerk
+blijven verrichten.
+
+Zoodra de boomen uitgezocht waren, werden zij omgehakt en aan planken
+gezaagd. Acht dagen later was er tusschen de schoorsteenen en den
+rotsmuur een timmerwerf gereed, en zag men reeds eene kiel van vijf
+en dertig voet lengte.
+
+Cyrus Smith had niet in den blinde gehandeld bij den nieuwen arbeid
+dien hij ondernam. Hij was in den scheepsbouw even goed thuis als
+in al dat andere, en hij had eerst het plan van zijn vaartuig op
+papier gebracht. Hij werd overigens flink door Pencroff bijgestaan,
+die eenige jaren aan een werf te Brooklyn had gewerkt en het vak vrij
+goed verstond. Niet dan na rijpe overweging en nauwkeurige berekeningen
+ging men aan het werk.
+
+Zoo als men licht begrijpen kan, was Pencroff vol vuur en lust voor
+zijn nieuwe onderneming en hij zou haar geen oogenblik hebben willen
+opgeven.
+
+Slechts een enkelen dag verliet hij zijn werf voor een anderen
+arbeid. Het was voor den tweeden oogst van het koren, die op den
+15den April plaats had. Hij was even goed als de vorige geslaagd en
+leverde den voorraad graan, die men vooruit berekend had.
+
+"Vijf schepels! mijnheer Cyrus," zeide Pencroff, na nauwkeurig zijn
+schat te hebben nagemeten.
+
+"Vijf schepels," antwoordde de ingenieur, "en tegen honderd dertig
+duizend graankorrels per schepel, maakt dit zes honderd vijftig
+duizend graankorrels."
+
+"Dan zullen wij dezen keer alles zaaien," zeide de zeeman, "behalve
+een klein gedeelte voor reserve."
+
+"Ja, Pencroff, en indien de volgende oogst een evenredige hoeveelheid
+geeft zullen wij vier duizend schepels hebben."
+
+"En wij zullen brood eten?"
+
+"Wij zullen brood eten."
+
+"Maar daartoe hebben wij een molen noodig."
+
+"Wij zullen een molen maken."
+
+Het derde korenveld werd ontzaglijk veel uitgestrekter dan de twee
+eerste en het kostbare zaad werd onder den grond geborgen, die vooraf
+goed toegemaakt was. Toen dit geschied was keerde Pencroff naar zijn
+werf terug.
+
+Gideon Spilett en Harbert jaagden intusschen in de omstreken en zij
+waagden zich dikwijls zeer ver in het nog onbekende gedeelte van het
+bosch van 't Verre Westen, maar hunne geweren waren met kogels geladen
+en tegen elke kwade ontmoeting berekend. Het was een ondoordringbare
+massa van prachtige boomen, die dicht bij elkander gegroeid waren
+alsof hun de noodige ruimte ontbroken had. Het was zeer moeielijk om
+hier een geregelde verkenning te doen, en de correspondent waagde er
+zich nooit in zonder zijn zakkompas mede te nemen; want de zon drong
+nauwelijks door dat dichte gebladerte en het zou moeilijk geweest
+zijn den weg terug te vinden. Het spreekt van zelf dat het wild ook
+zeldzamer op deze plaatsen was, daar het geen ruimte genoeg zou hebben
+gehad om zich vrij te bewegen.
+
+In de laatste helft van April werden er echter drie groote plantetende
+dieren gedood. Het waren koula's die de kolonisten reeds ten noorden
+van het meer gezien hadden, en die zich in hunne domheid lieten
+dooden tusschen twee takken, waarop zij een schuilplaats hadden
+gezocht. Hunne huiden werden naar het Rotshuis gebracht, waar zij
+met behulp van zwavelzuur een soort van looiing ondergingen, die ze
+ten gebruike geschikt maakte.
+
+Nog werd op een van deze tochten een zeer kostbare ontdekking gedaan,
+die men voor ditmaal aan Gideon Spilett te danken had.
+
+Het was den 30sten April. De twee jagers waren in zuidwestelijke
+richting het bosch binnengedrongen, toen de correspondent, die een
+vijftig passen voor Harbert liep, bij een plaats kwam, waar de boomen
+minder dicht bij elkander stonden en eenige zonnestralen doorlieten.
+
+Gideon Spilett was in het eerst verwonderd over de sterke lucht die
+uit zekere planten met rechte stengels opsteeg en veroorzaakt werd
+door bloemen, die in trossen groeiden en wier hart uit zeer kleine
+korrels bestond. De correspondent plukte een paar van die stengels
+en kwam bij den knaap met de woorden:
+
+"Zie eens, wat is dat, Harbert?"
+
+"Waar hebt gij die plant gevonden, mijnheer Spilett?"
+
+"Daar op die open plaats, waar zij in overvloed groeit."
+
+"Nu, mijnheer Spilett," zeide Harbert, "dat is een vondst, waardoor
+gij alle recht op de dankbaarheid van Pencroff verkrijgt!"
+
+"Is het dan tabak?"
+
+"Ja, en al is zij niet van de fijnste soort, het is in ieder geval
+tabak!"
+
+"Die goede Pencroff! Wat zal hij in zijn schik zijn! Maar hij moet
+niet alles oprooken, hoor! Wij moeten er ook ons deel van hebben!"
+
+"Daar valt mij iets in, mijnheer Spilett," antwoordde Harbert. "Laten
+wij niets aan Pencroff zeggen, die tabak bereiden en op een mooien
+dag hem een gestopte pijp aanbieden!"
+
+"Dat is afgesproken, Harbert, en van dien dag af zal onze vriend
+niets ter wereld meer te wenschen hebben!"
+
+De reporter en Harbert namen een goeden voorraad van deze kostbare
+plant mede en keerden naar het Rotshuis terug, waar zij hem zoo
+voorzichtig binnen smokkelden, alsof Pencroff de strengste douaan
+geweest ware.
+
+Cyrus Smith en Nab werden in het vertrouwen genomen en de zeeman
+vermoedde niets gedurende al den tijd die er noodig was om de kleine
+bladeren te drogen, te hakken en op warme steenen te eesten. Daarvoor
+werden twee maanden vereischt; maar al deze bewerkingen konden
+geschieden zonder dat Pencroff het bemerkte, want hij had het zoo druk
+met zijn schip, dat hij niet in het Rotshuis kwam dan om te slapen.
+
+Eens echter werd hij op den 1sten Mei in zijn geliefkoosde bezigheid
+gestoord, door een vischvangst waaraan alle kolonisten moesten
+deelnemen.
+
+Sedert eenige dagen had men in zee op twee of drie mijlen van de
+kust een groot beest kunnen zien dat om het eiland Lincoln zwom. Het
+was een walvisch van de grootste soort, waarschijnlijk tot die der
+zuidpoolzeeën behoorende, namelijk tot de "kaap-walvisschen."
+
+"Als wij dien eens te pakken konden krijgen!" riep de zeeman
+uit. "Hadden wij maar een bruikbaar schip en een goeden harpoen, dan
+zou ik wel zeggen: Laten wij dat beest nazetten, want het is wel de
+moeite waard om mee te nemen!"
+
+"Nu, Pencroff," zeide Gideon Spilett, "ik zou je wel eens met een
+harpoen aan het werk willen zien. Dat moet merkwaardig zijn!"
+
+"Zeer merkwaardig en niet zonder gevaar," zeide de ingenieur; "maar
+daar wij geen wapenen hebben om dit dier aan te vallen, is het onnoodig
+dat wij ons met hem bezig houden."
+
+"Het verwondert mij," zeide de correspondent, "op deze breedte een
+walvisch te zien."
+
+"Waarom, mijnheer Spilett?" antwoordde Harbert. "Wij zijn juist in dat
+gedeelte der Stille Zee, dat de Engelsche en Amerikaansche visschers
+het "Walvisschen Gebied" noemen, en juist hier tusschen Nieuw-Zeeland
+en Zuid-Amerika komen de meeste walvisschen uit het zuidelijk halfrond
+in grooten getale."
+
+"Dat is zeer waar," antwoordde Spilett, "en hetgeen mij het meest
+verwondert, is dat wij er nog niet meer gezien hebben. Maar daar wij
+ze toch niet kunnen vangen doet het er niet toe!"
+
+Pencroff keerde met een zucht naar zijn werk terug, want elke zeeman
+is tevens visscher, en daar het genot van de vangst in verhouding
+staat tot de grootte van het dier kan men eenigszins nagaan wat een
+walvischvanger gevoelt in de nabijheid van een walvisch.
+
+En was het dan alleen nog maar het genot geweest! Maar men moest
+erkennen dat zulk een prooi van zeer veel nut voor de kolonie zou
+geweest zijn, want de olie en het vet zouden in velerlei opzicht goed
+te pas zijn gekomen!
+
+De walvisch nu scheen het water om het eiland niet te willen
+verlaten. Elke beweging van het beest werd door Harbert en Gideon
+Spilett, wanneer zij niet op jacht waren, en door Nab, terwijl hij bij
+zijn oven stond, nauwkeurig gadegeslagen. Soms kwam het zoo dicht bij
+de kust dat men het geheel kon opnemen. Het was inderdaad een walvisch
+uit 't zuidelijke halfrond, die geheel zwart ziet en waarvan de kop
+meer ingedrukt is dan die uit het noordelijke.
+
+Men zag ook hoe hij door zijn kieuwen tot op groote hoogte stoom of
+water uitblies, want--hoe vreemd het ook schijne--de natuurkundigen
+en de walvischvangers zijn het daarover nog niet eens. Is het lucht
+of is het water dat zoo opgeworpen wordt? Over het algemeen neemt
+men aan dat het stoom is, die door de aanraking met de koude lucht
+plotseling verdikt wordt en in regen neervalt.
+
+De nabijheid van het zoogdier hield de kolonisten onophoudelijk bezig,
+vooral Pencroff, die daardoor in groote mate van zijn werk werd
+afgeleid. Eindelijk verlangde hij, als een kind naar een verboden
+voorwerp, naar dien walvisch. 's Nachts droomde hij er hardop van en
+had hij slechts wapenen gehad om hem aan te vallen, was zijn sloep in
+staat geweest zee te houwen, hij zou geen oogenblik geaarzeld hebben
+om er jacht op te maken.
+
+Maar hetgeen de kolonisten niet konden doen, deed het toeval voor hen,
+en den 3den Mei kondigde een kreet van Nab, die voor het venster van
+zijn keuken stond, aan, dat de walvisch op de kust van het eiland
+gestrand was.
+
+Harbert en Gideon Spilett, die juist gereed stonden om op jacht te
+gaan, legden hunne geweren neer, Pencroff wierp zijn bijl weg, Cyrus
+Smith en Nab voegden zich bij hunne metgezellen en allen snelden in
+allerijl naar de strandingsplaats.
+
+De walvisch was bij vloed op het strand geworpen, op ongeveer drie
+mijlen van het Rotshuis. Het was dus waarschijnlijk, dat hij niet zoo
+spoedig meer in zee zou komen. In ieder geval moest men zich haasten
+om hem, zoo noodig, elken uitweg af te snijden. De kolonisten gingen
+met ijzeren pieken en scherpe wapens over de brug van de Mercy,
+langs den rechteroever der rivier, volgden den oever en in minder
+dan twintig minuten stonden zij voor het groote dier, waarop reeds
+een massa vogels neergestreken waren.
+
+"Welk een monster!" riep Nab uit.
+
+En die uitdrukking was juist, want het was een walvisch van tachtig
+voet lang, een reus in zijn soort, die niet minder dan honderd vijftig
+duizend pond moest wegen!
+
+Het monsterdier bewoog zich echter niet en trachtte evenmin door
+spartelen weder in zee te komen nu het nog vloed was.
+
+De kolonisten begrepen echter spoedig van waar die onbeweeglijkheid
+kwam, toen zij bij eb rondom het beest konden loopen.
+
+Hij was dood en er stak een harpoen in de linkerzijde.
+
+"Er zijn dus walvischvaarders in onze nabijheid?" zeide Gideon Spilett.
+
+"Waarom?" vroeg de zeeman.
+
+"Omdat die harpoen er nog in is...."
+
+"Wel, mijnheer Spilett, dat bewijst niets," antwoordde Pencroff. "Het
+komt menigmaal voor dat de walvisschen duizenden mijlen afleggen met
+een harpoen in het lijf, en deze is misschien in het noorden van den
+Atlantischen Oceaan getroffen om in het zuiden van de Stille zee te
+sterven, zonder dat men zich daarover moet verwonderen!"
+
+"Maar...." zeide Gideon Spilett, die nog slechts ten halve door
+Pencroff overtuigd was.
+
+"Dat is zeer wel mogelijk," bevestigde Cyrus Smith; "maar laten
+wij dien harpoen eens van nabij bekijken. Mogelijk hebben de
+walvischvaarders den naam van hun schip er op gegraveerd, zooals dit
+veelal het gebruik is."
+
+En Pencroff las inderdaad het volgende inschrift op den harpoen,
+dien hij uit het lichaam van het dier getrokken had: "Maria-Stella,
+Vineyard."
+
+"Een schip van Vineyard! Een schip van mijn land!" riep hij uit. "De
+Maria-Stella! een prachtige walvischvaarder, op mijn woord! dien ik
+zeer goed ken! Vrienden, een schip van Vineyard, een walvischvaarder
+van Vineyard!"
+
+De zeeman zwaaide met den harpoen en herhaalde niet zonder eenige
+aandoening dien naam, die hem zeer aan het hart ging, dien naam van
+zijn geboorteland.
+
+Maar daar men niet kon verwachten dat de Maria-Stella het dier dat
+door haar gedood was, kwam opeischen, besloot men het in stukken te
+snijden voordat de ontbinding begon. De roofvogels, die sedert eenige
+dagen die rijke prooi bespiedden, wilden zonder dralen er bezit van
+nemen en men moest hen met geweerschoten verdrijven.
+
+Pencroff had vroeger op een walvischvaarder dienst gedaan, hij kon
+dus het klein hakken van den walvisch leiden--een zeer onaangename
+bezigheid, die drie dagen duurde, maar waarvoor geen der kolonisten
+terugdeinsde, zelfs Gideon Spilett niet, die, volgens Pencroff,
+nog zou eindigen met "een zeer goed schipbreukeling" te worden.
+
+Het spek werd in reepen van twee en een halven voet dikte gesneden,
+vervolgens in stukken verdeeld, die ieder ongeveer duizend pond
+wogen, deze stukken werden in aarden potten gesmolten, die op de
+plaats gebracht werden, waar men het beest aan stukken sneed, want
+men wilde de bergvlakte niet met zulk een lucht verpesten;--bij deze
+smelting verloor hij een derde van zijn gewicht. Maar men had goeden
+voorraad: de tong alleen leverde zes duizend pond olie en de onderlip
+vier duizend pond. Behalve het vet, dat voor langen tijd den voorraad
+stearine en glycerine waarborgde, had men nog de kieuwen, die zeker ook
+wel tot een doel zouden gebruikt worden, hoewel de bewoners van het
+Rotshuis regenschermen noch korsetten gebruikten. Het bovengedeelte
+van den bek van den walvisch was aan beide zijden voorzien van acht
+honderd baleinen, allen zeer buigzaam en aan weerskanten afgepunt
+evenals twee groote kammen, waarvan de pooten, die zes voet lang
+zijn, dienen om de duizende onzichtbare diertjes, kleine vischjes en
+schelpdieren, waar de walvisch zich mee voedt, vast te houden.
+
+Toen deze bewerking tot groote voldoening van de kolonisten afgeloopen
+was, liet men de rest van het beest aan de vogels over, die het tot
+de laatste stukjes deden verdwijnen, en het dagelijksch werk van het
+Rotshuis werd hervat.
+
+Voordat Cyrus Smith echter naar zijn werf terugkeerde, kwam hij op
+het denkbeeld om een soort van wapen te vervaardigen dat in hooge
+mate de nieuwsgierigheid van zijn metgezellen opwekte. Hij nam een
+twaalftal baleinen, die hij in zes gelijke deelen sneed en aan de
+uiteinden scherpte.
+
+"En dat zal dienen, mijnheer Cyrus," vroeg Harbert, toen Smith daarmede
+gereed was, "dat zal dienen?...."
+
+"Om wolven, vossen en zelfs jaguars te dooden," antwoordde de
+ingenieur.
+
+"Nu?"
+
+"Neen, dezen winter, wanneer de vorst is ingevallen."
+
+"Dat begrijp ik niet.. .." antwoordde Harbert.
+
+"Ge zult het weldra begrijpen, mijn jongen," antwoordde de
+ingenieur. "Dit wapen is geen uitvinding van mij. Het wordt zeer
+veel gebruikt door de jagers in russisch Amerika. Wanneer het vriest,
+zal ik deze baleinen buigen en met water begieten, totdat zij geheel
+met een ijskorst bedekt zijn en daardoor gekromd blijven, wij zullen
+ze op de sneeuw leggen, nadat ze vooraf onder een laag vet zijn
+verborgen. Wat zal er gebeuren wanneer een van deze uitgehongerde
+dieren dit lokaas verslindt? De warmte van zijn maag zal het ijs doen
+smelten, het moordtuig zal zich ontspannen en met zijn scherpe punten
+in het vleesch dringen."
+
+"Dat is goed bedacht!" riep Pencroff uit.
+
+"En zal kruit en kogels besparen," antwoordde Cyrus Smith.
+
+"Dat is nog beter dan vallen!" voegde Nab er bij.
+
+"Laten wij den winter afwachten!"
+
+"Goed, wij zullen den winter afwachten."
+
+Het schip vorderde goed en tegen het einde van de maand was het ten
+halve gereed.
+
+Pencroff werkte voorbeeldeloos hard, en slechts zulk een sterke
+gezondheid als de zijne was tegen die vermoeienis bestand; maar zijn
+lotgenoten bereidden hem in stilte een belooning voor zooveel moeite,
+en den 31sten Mei zou voor hem een van de schoonste dagen van zijn
+leven zijn.
+
+Toen hij dien dag, na afloop van het middagmaal, de tafel wilde
+verlaten, voelde Pencroff een hand op zijn schouders drukken.
+
+Het was de hand van Gideon Spilett, die tot hem zeide:
+
+"Een oogenblik, Pencroff, zoo gaat men niet heen! Gij vergeet het
+dessert."
+
+"Dank je, mijnheer Spilett," antwoordde de zeeman, "ik ga aan mijn
+werk."
+
+"Geen kopje koffie, vriend?"
+
+"Volstrekt niet."
+
+"Een pijp dan?"
+
+Pencroff was plotseling opgestaan en zijn goedig breed gelaat
+verbleekte, toen de reporter hem een gestopte pijp aanbood en Harbert
+een gloeiende kool.
+
+De zeeman wilde een woord uitbrengen, maar dat gelukte hem niet. Hij
+vatte de pijp en bracht haar aan zijn lippen; vervolgens legde hij
+ze tegen het kooltje en deed vijf of zes lange trekken.
+
+Een blauwe geurige rookwolk steeg op en achter die dikke wolk hoorde
+men de verrukte stem van den zeeman, die herhaalde:
+
+"Tabak! echte tabak!"
+
+"Ja, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith, "en waarlijk uitmuntende
+tabak."
+
+"O! Goddelijke Voorzienigheid! Geheiligde Schepper van alle
+dingen!" riep de zeeman uit. "Er ontbreekt nu niets meer aan ons
+eiland!"
+
+En Pencroff rookte, rookte, rookte!
+
+"En wie heeft hem ontdekt?" vroeg hij eindelijk. "Gij zeker, Harbert?"
+
+"Neen, Pencroff, mijnheer Spilett."
+
+"Mijnheer Spilett!" riep de zeeman uit, terwijl hij den correspondent
+in zijn armen sloot, zoo stevig, dat hij naar adem hijgde.
+
+"Heila! Pencroff," antwoordde Spilett, terwijl hij weer een weinig
+bijkwam. "Een deel van uw dankbaarheid komt Harbert toe, die de plant
+herkend heeft, en Cyrus, die haar heeft bereid, en Nab, dien het zeer
+veel moeite gekost heeft ons geheim te bewaren!"
+
+"Op mijn woord, vrienden, eens zal ik het u vergelden!" antwoordde
+de zeeman. "Nu ben ik tot in den dood de uwe!"
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+I. De orkaan van 1865.--Stemmen in de lucht.--Een luchtballon door
+een windhoos medegesleept.--De ballon gescheurd.--Niets dan de zee
+voor oogen.--Vijf reizigers.--Wat in het schuitje gebeurt.--Een kust
+aan den horizon.--Ontknooping van het drama 1
+
+II. Een gebeurtenis uit den burgeroorlog.--De ingenieur Cyrus
+Smith.--Gideon Spilett.--De neger Nab.--De zeeman Pencroff.--De jonge
+Harbert.--Een onverwacht voorstel.--Samenkomst ten tien ure.--Vertrek
+in den storm 6
+
+III. Vijf uur in den avond.--Hij die ontbreekt.--Wanhoop
+van Nab.--Nasporingen ten noorden.--Het eilandje.--Een nacht vol
+angst.--De morgennevel.--Nab zwemt.--Land in zicht.--Het doorwaden
+van het kanaal 15
+
+IV. De lithodomen.--De rivier en haar monding.--Voortzetting
+van het onderzoek.--Het woud der groene boomen.--De voorraad
+brandstof.--Men wacht den vloed af.--Van de hoogte der kust.--De
+houtvlotten.--Terugkeer naar den oever 18
+
+V. Inrichting der schoorsteenen.--De vuur-quaestie.--De
+lucifersdoos.--Onderzoek van de kust.--Terugkomst van den correspondent
+en Nab.--Een lucifer.--Het vlammende vuur.--Het eerste avondmaal.--De
+eerste nacht aan land 23
+
+VI. De inventaris der schipbreukelingen.--Niets.--Gebrand
+linnen.--Een tocht door het bosch.--De bloem der
+groene boomen.--Het boomkruipertje.--Sporen van wilde
+dieren.--Koeroekoes.--Schildpadden.--Zonderlinge vangst met een
+hengel 28
+
+VII. Het avondeten.--Een slechte nacht.--Vreeselijke
+storm.--Nachtelijke tocht.--Strijd met regen en wind.--Op acht mijlen
+van het eerste kamp 34
+
+VIII. Leeft Cyrus Smith?--Nab's verhaal.--Voetstappen in
+het zand.--Onoplosbare vraag.--De eerste woorden van Cyrus
+Smith.--Terugkeer naar de schoorsteenen.--Pencroff radeloos 38
+
+IX. Cyrus is er.--Pogingen van Pencroff.--Wrijven van hout.--Eiland
+of vasteland?--De plannen van den ingenieur.--Op welk punt van de
+Zuidzee?--In het dichtst van het woud.--De pijnboom.--De jacht.--Rook
+die veel belooft 44
+
+X. Een uitvinding van den ingenieur.--De vraag, die Cyrus Smith
+bezig houdt.--Op weg naar het gebergte.--Het woud.--Vulkanische
+bodem.--Vreemde dieren.--De eerste vlakte.--Een nacht in de open
+lucht.--De top van den kegel 52
+
+XI. Op den top van den kegel.--Het binnenste van den krater.--De zee
+rondom.--Geen land in zicht.--De kust in vogelvlucht gezien.--Is het
+eiland bewoond?--Doop der baaien, golven, kapen en rivieren.--Het
+eiland Lincoln 58
+
+XII. De horloges worden geregeld.--Pencroff is voldaan.--Een verdachte
+rook.--De roode beek.--De bloemen van het Lincolns-eiland.--De
+dieren.--De bergfazanten.--Jacht op Kangaroes.--Het
+Grantmeer.--Terugreis naar de schoorsteenen 64
+
+XIII. Wat men bij Top vindt.--Het vervaardigen van pijl en boog.--Een
+steenbakkerij.--Keus en raad.--De eerste "pot op 't vuur".--De
+bijvoet.--Het zuiderkruis.--Een belangrijke astronomische waarneming
+71
+
+XIV. De lengte van het eiland.--Een ontdekkingstocht ten noorden.--Een
+oesterbank.--Plannen voor de toekomst.--De zon gaat door den
+meridiaan.--De ligging van Lincoln 78
+
+XV. Er wordt bepaald besloten tot overwintering.--De quaestie der
+delfstoffen.--Onderzoek van het eiland.--Jacht op zeehonden.--De
+katalaansche methode.--Vervaardiging van ijzer.--Hoe men staal
+bekomt 84
+
+XVI. De huisvesting op nieuw besproken.--Een droombeeld van
+Pencroff.--Een onderzoek van het noordelijk meer.--De noordelijke grens
+van den bergrug.--De slagregen.--Het uiteinde van het meer.--Top is
+onrustig.--Top zwemt.--Een strijd onder water.--De zeekoe. 88
+
+XVII. Bezoek aan het meer.--De stroom.--Plannen van
+Cyrus Smith.--Het vet van de zeekoe.--Gebruik van de
+vuursteenen.--Glycerine.--Zeep.--Salpeter.--Zwavelzuur.--Stikstof.--Een
+nieuwe val. 96
+
+XVIII. Pencroff twijfelt niet meer.--De oude uitloozing.--Een
+onderaardsche tocht.--De weg door het graniet.--Top is verdwenen.--De
+middelste spelonk.--De inwendige put.--Een geheim.--Een stoot met
+het houweel.--Terugtocht 104
+
+XIX. Het plan van Cyrus Smith.--De gevel van het Rotshuis.--De
+touwladder.--De droomen van Pencroff.--De welriekende
+planten.--Konijnenholen.--Afleiding van het water.--Uitzicht uit het
+Rotshuis 111
+
+XX. De regentijd.--De quaestie der kleeding.--Een jacht op
+zeehonden.--Vervaardiging van waskaarsen.--Werkzaamheden in het
+Rotshuis.--Een oesterput.--Wat Harbert in zijn zak vindt 116
+
+XXI. Eenige graden onder nul.--Onderzoek van het moeras in het
+zuidoosten.--De Chilische honden.--Een gesprek over de zee.--Gezicht
+op de zee.--Het werk der infusiediertjes.--Wat er van de wereld zal
+worden 123
+
+XXII. De vallen.--Vossen.--Wilde zwijnen.--Sneeuwstorm.--De
+mandenmakers.--De grootste koude.--Kristallisatie van suiker.--De
+geheimzinnige put.--Plan tot onderzoek.--De hagelkorrel 130
+
+XXIII. Over een hagelkorrel.--De samenstelling van een boot.--De
+jacht.--Niets dat de tegenwoordigheid van een mensch verraadt.--Eene
+vischvangst van Nab en Harbert.--De omgekeerde schildpad.--De verdwenen
+schildpad.--Uitlegging van Cyrus Smith 139
+
+XXIV. De boot wordt beproefd.--Een wrak op de kust.--Inhoud van de
+kist.--Wat Pencroff ontbrak 146
+
+XXV. Het vertrek.--De eb.--De boomen en plantenwereld.--Het
+boomkruipertje.--Het bosch.--De Eucalypten.--De koortsboom.--Apen.--De
+waterval.--Nachtelijk kamp 152
+
+XXVI. Op weg naar de kust.--Eenige apen.--Een nieuwe stroom.--Een
+bosch op de kust.--De hagedis.--Gideon Spilett wordt door Harbert
+benijd.--De bamboe 160
+
+XXVII. Voorstel om langs de zuidkust terug te keeren.--Vorm van
+de kust.--Onderzoek naar de vermoedelijke schipbreuk.--Een wrak
+in de lucht.--Ontdekking van een kleine haven.--Middernacht aan de
+Mercy.--Een afdrijvende boot 168
+
+XXVIII. Pencroff roept.--Een nacht in de schoorsteenen.--De pijl van
+Harbert.--Plan van Cyrus Smith.--Eene onverwachte oplossing.--Wat in
+het Rotshuis is gebeurd.--Eene nieuwe bediende 179
+
+XXIX. Plannen ter uitvoering.--Een brug over de Mercy.--Een eiland
+maken van het Verre Uitzicht.--De graanoogst.--De beek.--Het
+gevogelte.--De duiventil--De onagga's.--De kas.--Uitstapje naar de
+Ballonhaven 188
+
+XXX. Het lijnwaad.--Schoenen van
+zeehondenvel.--Schietkatoen--Verschillende zolen.--De
+vischvangst.--Schildpadeieren.--Jup gaat vooruit.--De kraal.--Jacht
+op muffeldieren.--Nieuwe dieren en planten.--Gedachten aan het
+vaderland 196
+
+XXXI. Slecht weer.--Het hydraulische hijschtoestel.--Glas en
+glaswerk.--De broodboom.--Bezoeken aan de kraal.--Vermeerdering der
+kudde.--Een vraag van den reporter.--Voorstel van Pencroff 206
+
+XXXII. Samenstelling van een schip.--Tweede graanoogst.--Jacht op
+koela's.--Een nieuwe plant even aangenaam als nuttig.--Een walvisch in
+zicht.--De harpoen van Vineyard.--De walvisch wordt geslacht.--Gebruik
+van de baleinen.--Het einde van Mei.--Pencroff heeft niets meer te
+begeeren 216
+
+
+
+
+
+
+
+ JULES VERNE'S
+ GEÏLLUSTREERDE WONDERREIZEN.
+
+
+Prijs per deel: 75 cts. ingen., f 1.--geb.
+
+
+ 1 DE REIS OM DE WERELD IN 80 DAGEN.
+ 2 DE REIS NAAR DE MAAN IN 28 DAGEN.
+ 3 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika.
+ 4 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Australië.
+ 5 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Stille Zuidzee.
+ 6 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Oostelijk Halfrond.
+ 7 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Westelijk Halfrond.
+ 8 VIJF WEKEN IN EEN LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de
+ Binnenlanden van Afrika.
+ 9 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen.
+ 10 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene.
+ 11 NAAR HET MIDDELPUNT DER AARDE.
+ 12 MICHAEL STROGOFF, DE KOERIER VAN DEN CZAAR.
+ 13 HET ZWARTE GOUD.
+ 14 HECTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners.
+ 15 HECTOR SERVADAC. De Terugtocht naar de Aarde.
+ 16 AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd
+ door "De Blokkadebrekers."
+ 17 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. De Walvischjagers.
+ 18 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. In Slavernij.
+ 19 DE SCHIPBREUK VAN DE CHANCELLOR.
+ 20 WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES.
+ 21 ELDORADO EN HET MONSTERKANON VAN STAALSTAD. Gevolgd door
+ "Meester Zacharias".
+ 22 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel.
+ 23 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. Het drijvende Eiland.
+ 24 HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus.
+ 25 HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda.
+ 26 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De
+ Engelschen aan de Noordpool.
+ 27 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De
+ IJswoestijn.
+ 28 EENE VLOTREIS. 800 Mijlen op de Amazone.
+ 29 EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift.
+ 30 EEN LEERSCHOOL VOOR ROBINSONS.
+ 31 DE WONDERSTRAAL.
+ 32 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de Klem.
+ 33 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding.
+ 34 DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten.
+ 35 DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM.
+ 36 DE VONDELING VAN HET FREGAT CYNTHIA.
+ 37 MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering.
+ 38 MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee.
+ 39 MATHIAS SANDORF. Een Model-Volkplanting.
+ 40 HET LOTERIJBRIEFJE.
+ 41 ROBUR DE VEROVERAAR.
+ 42 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. Overrompeling eener
+ Plantage.
+ 43 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. De Zwarte kreek
+ van Texas.
+ 44 1792. OP WEG NAAR FRANKRIJK.
+ 45 TWEE JAAR VACANTIE. De mislukte Pleiziertocht.
+ 46 TWEE JAAR VACANTIE. Een Knapenkolonie.
+ 47 DE FAMILIE ZONDER NAAM. Het Verraad van Simon Morgaz.
+ 48 DE FAMILIE ZONDER NAAM. De Opstand van 1837.
+ 49 EEN SCHOT IN DE LUCHT.
+ 50 CESAR CASCABEL. De schoone Zwerfster.
+ 51 CESAR CASCABEL. Over het IJs en door de Steppen.
+
+
+ Boek- en Kunstdrukkerij P.A. Geurts, Nijmegen.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het Geheimzinnige Eiland, by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET GEHEIMZINNIGE EILAND ***
+
+***** This file should be named 20331-8.txt or 20331-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/0/3/3/20331/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.