diff options
Diffstat (limited to '20331-8.txt')
| -rw-r--r-- | 20331-8.txt | 9988 |
1 files changed, 9988 insertions, 0 deletions
diff --git a/20331-8.txt b/20331-8.txt new file mode 100644 index 0000000..6be5d72 --- /dev/null +++ b/20331-8.txt @@ -0,0 +1,9988 @@ +The Project Gutenberg EBook of Het Geheimzinnige Eiland, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het Geheimzinnige Eiland + De Luchtschipbreukelingen + +Author: Jules Verne + +Translator: Gerard Keller + +Release Date: January 11, 2007 [EBook #20331] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET GEHEIMZINNIGE EILAND *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + WONDERREIZEN. + + + JULES VERNE + + + + HET GEHEIMZINNIGE EILAND. + DE LUCHTSCHIPBREUKELINGEN. + + + NAAR DE 20STE FRANSCHE UITGAVE DOOR + + GERARD KELLER. + + + AMSTERDAM + UITGEVERS-MAATSCHAPPY "ELSEVIER" + 1914. + + + + + + + +I. + + De orkaan van 1865.--Stemmen in de lucht.--Een luchtballon + door een windhoos medegesleept.--De ballon gescheurd.--Niets + dan de zee voor oogen.--Vijf reizigers.--Wat in het schuitje + gebeurt.--Een kust aan den horizon.--Ontknooping van het drama. + + +"Stijgen wij!" + +"Neen! Integendeel! Wij dalen!" + +"En erger dan dat, mijnheer Cyrus! Wij vallen!" + +"Werp dan in 's hemels naam allen ballast over boord!" + +"Daar gaat de laatste zak!" + +"Stijgt de ballon thans?" + +"Neen!" + +"Het is of ik het klotsen der golven hoor." + +"De zee is onder het schuitje!" + +"Zij is hoogstens vijf honderd voet beneden ons!" + +Daarop doorkliefde een krachtige stem de lucht met de woorden: + +"Alles wat gewicht heeft over boord!.... alles! werp alles over boord +en Gode bevolen!" + +Dit was het bevel dat gegeven werd boven de onmetelijke uitgestrektheid +der Stille Zee, tegen vier uur in den avond van den 23sten Maart 1865. + +Ieder herinnert zich zeker nog den vreeselijken storm, die uit het +noordoosten woei bij de dag- en nachtevening van dat jaar, terwijl +de barometer zevenhonderd en tien millimeter daalde. Het was een +orkaan zonder tusschenpoozen, die van den 18den tot den 26sten +Maart duurde. Vreeselijk waren de verwoestingen die hij aanrichtte +in Amerika, Europa en Azië over een streek van achttienhonderd +mijlen breedte, die zich schuin over de evennachtslijn uitstrekte, +van de vijfendertigste noordelijke, tot de veertigste zuidelijke +parallel! Geheele steden werden omvergeworpen; wouden ontworteld; +oevers door bergen van water verwoest, opgezweept als bij het hoogste +springtij; schepen op de kust geslingerd, die door het _Bureau +Veritas_ bij honderden werden aangeteekend; gansche landen werden +gelijk gemaakt door de hoozen, die alles op haar weg verbrijzelden: +duizenden menschen vielen verpletterd ter aarde of werden door de +zee verzwolgen: dit waren de slachtoffers van de woede, waarvan deze +orkaan de geduchte sporen achterliet. De rampen overtroffen verre die, +welke op zoo schrikbarende wijze Havanna en Guadeloupe verwoestten, +de eene den 25sten October 1810 en de andere 26 Juli 1825. Maar op +hetzelfde oogenblik dat deze onheilen op aarde en op zee voorvielen, +was de lucht het tooneel van een niet minder schrikwekkend schouwspel. + +Een ballon, als een bal op den top van een hoos, en in de draaiende +beweging van de luchtzuil medegesleept, doorkliefde de ruimte met een +snelheid van negentig mijlen in het uur, om zijne as rondwentelende +alsof hij door een draaikolk in de lucht was gegrepen. + +Onder den ballon werd het schuitje heen en weder gezweept met zijn +vijf reizigers, die ternauwernood zichtbaar waren te midden van de +dichte dampen, vermengd met het schuim, dat van de oppervlakte der zee +zich verhief. Van waar kwam die luchtballon, thans een speelbal van den +vreeselijken storm? In welk gedeelte der wereld was hij opgegaan? Zeker +had hij niet gedurende den orkaan kunnen opstijgen. Nochthans de +orkaan woedde reeds vijf dagen, en de eerste verschijnselen hadden +zich den 18den voorgedaan. Men moest hieruit dus wel opmaken, dat +die ballon van zeer verre kwam, want hij had toch niet minder dan +twee duizend mijlen in de vierentwintig uur moeten afleggen? + +In elk geval hadden de reizigers geen enkel middel tot hun beschikking +om den weg, dien zij sedert hun vertrek hadden afgelegd, te schatten, +daar zij niets tot maatstaf bezaten. Zelfs deed het zonderlinge +geval zich voor, dat toen zij in het hevigst van den storm waren, +zij er niets van gevoelden. Ook werd hun het gezicht benomen door den +zwaren mist, die zich onder het schuitje samenpakte. Om hen heen was +niets dan nevel en damp, en de wolken waren zelfs zoo ondoorschijnend, +dat zij bijna niet konden gewaar worden of het nacht of dag was. + +Geen enkele lichtstraal, geen enkel teeken van leven uit de bewoonde +wereld, noch het klotsen der golven van den Oceaan konden hen in die +onmetelijke duisternis bereiken, zoolang zij in die hooge luchtstreek +waren. Slechts hun plotselinge daling had hen bekend gemaakt met het +gevaar dat zij boven de golven dreven. + +Maar zoodra de ballon vrij was van alle zware voorwerpen, zoo als +ammunitie, wapenen en levensmiddelen, was hij terstond gestegen +in hoogere luchtlagen tot een hoogte van vier duizend vijf honderd +voet. De reizigers hadden, zoodra zij bemerkten dat de zee onder hun +schuitje was, en zij het minder gevaarlijk in de hoogte dan wel in de +laagte achtten, niet geaarzeld alle voorwerpen, zelfs de onmisbaarste, +over boord te werpen, want hun eenigste zorg was niets te verliezen +van die vloeistof, de ziel van hun toestel, die hen boven den afgrond +hield. + +De nacht ging onder de vreeselijkste angsten voorbij en zeker zou +hij voor minder krachtige mannen doodelijk zijn geweest. Eindelijk +brak de dag aan, en met den dag, was het of de orkaan in hevigheid +was afgenomen. Reeds bij het begin van den 27sten Maart waren er +eenige voorteekenen van kalmte te bespeuren. Bij het aanbreken van +den dageraad waren de wolken lichter geworden en weder naar hoogere +luchtstreek gestegen, en binnen eenig uren was de hoos geëindigd en +brak de zon door. + +Op dit oogenblik wierpen de reizigers de laatste voorwerpen, die +het schuitje bezwaarden, in zee, zelfs de weinige nog overgebleven +levensmiddelen, en een van hen had zich opgeheschen naar den ring waar +alle touwen bijeenkwamen, om het schuitje vaster aan den binnensten +toestel van den ballon te hechten. + +Blijkbaar konden zij den ballon niet meer in de hooge luchtstreek +houden en ontbrak het hun aan gas! + +Zij waren dus verloren! + +Inderdaad bevonden zij zich noch boven het vasteland, noch boven een +eiland. Op die geheele uitgestrektheid was geen enkel stuk grond, +zelfs geen zandbank te bespeuren, of eenige harde oppervlakte waar +zij hun anker konden laten vallen. + +Toch moesten zij dalen, want zij konden niet verhinderen, dat het +gas door een opening in den toestel ontsnapte; zoo, vóór dat de nacht +inviel, geen land te zien was, zouden de luchtreizigers, het schuitje +en de ballon ongetwijfeld door de golven verzwolgen zijn. + +Het eenige wat hun nog te doen stond, werd door hen gedaan. + +Zeker is het dat de reizigers moedige mannen waren, die den dood in +het aangezicht durfden zien. Geen klacht kwam over hun lippen. Zij +waren besloten tot het laatste oogenblik te strijden, alles te doen +om hun val te vertragen. + +Het schuitje bestond slechts uit een mand van teenen gevlochten, +volstrekt niet in staat te drijven, en er was geen mogelijkheid om +het op de oppervlakte der zee te houden, wanneer het viel. + +Tegen twee uur was de ballon nauwelijks vier honderd voet van de +golven verwijderd. + +Op dat oogenblik klonk een stentor-stem, waaruit niet de minste angst +sprak. En zijn woorden werden op even krachtigen toon beantwoord. + +"Is alles er uit geworpen?" + +"Neen! Er zijn nog tweeduizend dollars goud geld!" Terstond daarop +werd een zware zak door de golven verzwolgen. + +"Stijgt de ballon?" + +"Een weinig; maar hij zal spoedig weer dalen!" + +"Wat is er nog over, dat uitgeworpen kan worden?" + +"Niets!" + +"Toch wel!.... De schuit!" + +"Laten wij ons aan het net vasthouden! En werpt de schuit in zee!" + +Dit was inderdaad het eenige en laatste middel om den ballon lichter +te maken. + +De touwen, die het schuitje aan den ballon bevestigden, werden +losgesneden en plotseling steeg hij twee duizend voet. + +De vijf reizigers hadden zich in het net geheschen en staarden in +den afgrond. + +De stijging door het lossnijden van de schuit veroorzaakte duurde +slechts een zeer korten tijd, want al spoedig begon de ballon, door +het ontsnappen van het gas, weder te dalen. + +De reizigers hadden alles gedaan wat zij doen konden, en hun restte +nu niets anders dan zich aan God over te geven. + +Ten vier ure was de ballon gedaald tot vijfhonderd voet boven de +oppervlakte der zee. + +Eensklaps begon de hond, die zich naast zijn meester in het net had +gewrongen, te blaffen. + +"Top heeft iets gezien!" riep een der luchtvaarders uit. Daarop klonk +onmiddellijk een krachtige stem over de uitgestrekte wateren: + +"Land! Land!" + +De ballon werd door den wind altijd in een zuidwestelijke richting +gedreven en had sedert het opkomen van de zon een aanmerkelijken +afstand afgelegd; inderdaad zag men nu in die richting een vrij hoog +land. Maar het was nog dertig mijlen onder den wind. Een uur zou er +noodig zijn om het te bereiken, zoo men tenminste niet afdreef. Een +uur! Zou de ballon in dien tijd niet al zijn gas verloren hebben? + +Maar, weldra was het duidelijk dat de ballon niet verder kon. + +Hij scheerde de oppervlakte der zee. Reeds bereikte het schuim der +golven het onderste gedeelte van het net; hij ging hoe langer zoo +langzamer en weldra kon hij zich bijna niet meer oprichten en was een +aangeschoten vogel gelijk. Een half uur later was het land nog maar op +een mijl afstand, maar de ballon was nagenoeg ledig, slap, vol plooien +en slechts in het bovenste gedeelte was er nog gas aanwezig. Zelfs de +reizigers, die aan het net hingen, waren te zwaar, en spoedig half in +zee gedompeld moesten zij met de woedende golven strijden. Er kwam een +deuk in den ballon, de wind drong er binnen en blies hem voorwaarts +als een schip, dat den wind achter heeft. Misschien zouden zij op +deze wijze de kust nog bereiken! Zij waren geen twee kabel-lengten er +van verwijderd, toen een doordringende kreet de lucht doorkliefde. De +ballon, die zich niet meer scheen te kunnen opheffen, kreeg plotseling +een onverwachten schok, nadat een krachtige golf hem had getroffen. Het +was alsof hij weder van een zwaren last ontheven was en hij steeg tot +een hoogte van vijftienhonderd voet. Twee minuten later viel hij op +het zand der kust, buiten het bereik der golven. De reizigers maakten +elkaar los uit de mazen van het net. De ballon, bevrijd van zijn last +werd door den wind opgenomen en als een gewonde vogel, die nog een +oogenblik zijn krachten voelt herleven, verdween hij in het luchtruim. + +Het schuitje had vijf passagiers gehad met een hond, en de ballon +wierp er slechts vier op de kust. De reiziger, die ontbrak, was +zeker door dien golfslag verzwolgen en hierdoor was de zware ballon +in staat geweest voor de laatste maal te stijgen, en daarop, eenige +oogenblikken later, het land te bereiken. + +Nauwelijks hadden de vier schipbreukelingen, zooals men hen noemen kan, +voet aan wal gezet, of allen, aan den afwezige denkende, riepen ze uit: + +"Misschien tracht hij met zwemmen de kust te bereiken! Laten wij +hem redden!" + + + + +II. + + Eene gebeurtenis uit den burgeroorlog.--De ingenieur Cyrus + Smith.--Gideon Spilett.--De neger Nab.--De zeeman Pencroff.--De + jonge Harbert.--Een onverwacht voorstel.--Samenkomst ten tien + ure.--Vertrek in den storm. + + +Het waren noch luchtreizigers van beroep, noch liefhebbers van +luchtreizen die de orkaan op de kust had geworpen. Het waren +krijgsgevangenen, die door hunne vermetelheid gedreven waren, om +onder de zonderlingste omstandigheden te ontvluchten. Honderd maal +hadden zij moeten sterven! Honderd maal was hun ballon gescheurd en +hadden zij in den afgrond moeten zinken! Maar de hemel had hen tot een +bijzonder lot bestemd, en den 20sten Maart nadat zij Richmond ontvlucht +waren, dat door de troepen van generaal Ulysses Grant belegerd werd, +bevonden zij zich zeven duizend mijlen van de hoofdstad van Virginia +verwijderd, de voornaamste vesting der zuidelijken uit den tijd van den +amerikaanschen burgeroorlog. Hunne luchtreis had vijf dagen geduurd. + +Ziehier onder welke zonderlinge omstandigheden de ontvluchting +der gevangenen plaats had--eene ontvluchting die uitliep op de +gebeurtenissen, welke wij zooeven medegedeeld hebben. + +Datzelfde jaar, in de maand Februari 1865, beproefde generaal Grant +zich door overrompeling van Richmond meester te maken, maar het gelukte +hem niet en vele officieren vielen in handen der vijanden en werden +binnen de stad geïnterneerd. Een der aanzienlijksten van hen en die +tot den staf der noordelijken behoorde, was Cyrus Smith. + +Cyrus Smith, geboren in Massachussets, was ingenieur, een der kundigste +mannen waaraan de regeering der Vereenigde Staten gedurende den oorlog +het opzicht over de spoorwegen had toevertrouwd, die toen in den +oorlog van zoo onberekenbaar gewicht waren. Hij was het type van een +Noord-Amerikaan, mager, lang en beenderig, ongeveer vijf en veertig +jaar oud, en zijn kort geschoren hoofdhaar en baard begonnen reeds +een grijze tint te vertoonen. Hij had een kop die bestemd scheen om op +munten afgebeeld te worden met vurige oogen en ernstigen mond, en zijn +geheele voorkomen was dat van een man doorkneed in de krijgskundige +wetenschappen. Hij behoorde tot de ingenieurs, welke wilden beginnen +met het hanteeren van hamer en houweel, gelijk die generaals, welke +als gemeen soldaat hunne loopbaan aanvangen. Aan scherpzinnigheid +van geest paarde hij een ongewone vaardigheid der hand. Zijn spieren +droegen de duidelijkste teekenen van veerkracht. Een man die zoowel +tot handelen als tot denken in staat was; die door den invloed eener +groote levenskracht zonder inspanning handelde, daar hij tevens die +taaie volharding bezat, welke allen tegenspoed tart. Geleerd, practisch +en tevens scherpzinnig, had hij een uitstekend karakter, want hoewel +hij steeds meester over zich zelf bleef, welke omstandigheden zich +ook voordeden, kwam hij zeer stipt deze drie voorwaarden na, die te +zamen den energieken man vormen: werkzaamheid naar geest en lichaam; +streven naar het hoogste doel; wilskracht. Zijn zinspreuk kon die +van den stadhouder Willem III wezen. "Ik behoef niet te hopen om te +ondernemen, noch te slagen om te volharden." Tevens was Cyrus Smith +de verpersoonlijkte moed. Hij had alle veldslagen in den burgeroorlog +mede gemaakt. + +Hij was begonnen met te dienen onder Ulysses Grant bij de +vrijwilligers van Illinois; hij had gestreden bij Paducah, Belmont, +Pittsburg-Landing, bij de belegering van Corinthe, bij Port Gibson, +de Zwarte Rivier, Ghattanooga, Wilderness en ook op den Potomak +had hij zijn hulp verleend; overal had hij dapper gestreden, als +een soldaat, den generaal waardig, die zeide: "Ik tel mijne dooden +niet!" En honderdmaal had Cyrus Smith behoord onder hen, die door +generaal Grant niet geteld werden, maar in die veldslagen nam hij zich +nooit in acht; het lot was hem steeds gunstig tot op het oogenblik +dat hij gewond werd en bij den slag van Richmond gevangen werd genomen. + +Op hetzelfde tijdstip en denzelfden dag viel ook een ander gewichtig +persoon met Cyrus Smith in handen der Zuidelijken. Niemand anders dan +Gideon Spilett, correspondent van den _New-York Herald_ die naar het +oorlogsveld was gezonden. + +Gideon Spilett was een van die bewonderenswaardige, engelsche of +amerikaansche correspondenten, als Stanley en anderen, die voor niets +terugdeinzen om een nauwkeurige opgave te bekomen en deze zoo snel +mogelijk aan hun courant te berichten. Hij was een man van groote +verdiensten, energiek, steeds bereid alles te doen, en voor alles +raad te schaffen, die de geheele wereld doorkruist had als soldaat en +artist, stoutmoedig in zijn raadgevingen, krachtig in zijn handelingen; +moeite, vermoeienissen noch gevaren waren hem te veel, wanneer het +er op aan kwam alles te weten, in de eerste plaats voor zich zelf en +vervolgens voor zijn courant; een van die helden der weetgierigheid, +altijd strevend naar onderzoek, van het onuitgegevene, onbekende en +onmogelijke; hij behoorde tot een van die onverschrokken opmerkers +die schrijven onder het bulderen van het kanon, en voor wie alle +gevaren buitenkansjes zijn. Ook hij had alle veldslagen mede gemaakt, +met de revolver in de eene hand en zijn aanteekeningboekje in de +andere en de kanonnen deden zijn potlood niet trillen. Hij gebruikte +de telegraaflijnen niet onophoudelijk zooals zij die altijd praten +en niets te zeggen hebben, maar al zijn korte, duidelijke en nette +berichten verspreidden licht over iedere belangrijke zaak. Bovendien +ontbrak het hem niet aan geest. Hij was het, die na den slag aan de +Zwarte Rivier, het mocht kosten wat het wilde, zijn plaats aan het +loket van het telegraafkantoor behouden wilde; ten einde zijn blad den +afloop van den slag te berichten, telegrapheerde hij twee uur lang de +eerste hoofdstukken uit den Bijbel. Hij betaalde daarvoor twee duizend +dollars, maar de _New-York Herald_ had het eerst het bericht ontvangen. + +Gideon Spilett was lang van gestalte. Hoogstens veertig jaar oud met +blonde bijna roode bakkebaarden, een vastberaden, levendigen en snellen +oogopslag. Krachtig gebouwd, was hij in staat in alle luchtstreken +te vertoeven, als een stalen staaf in het koude water gehard. + +Sedert tien jaar was Gideon Spilett de correspondent van den _New-York +Herald_ en verrijkte hij dit blad met zijn verslagen en schetsen, +want hij kon even goed met het potlood als met de pen omgaan. Toen +hij gevangen genomen werd was hij juist bezig een beschrijving en +een teekening van den slag te geven. De laatste woorden op zijn +aanteekeningboekje waren: + + + "Een Zuidelijke legt op mij aan en...." + + +En Gideon Spilett werd niet geraakt, want volgens zijn onveranderlijke +gewoonte kwam hij er slechts met een schampschot af. + +Cyrus Smith en Gideon Spilett, die elkander niet kenden dan bij +reputatie, werden naar Richmond gebracht. De ingenieur genas spoedig +van zijn wonden, en gedurende zijn herstel maakte hij kennis met +den correspondent. De beide mannen leerden elkander kennen en +waardeeren. Spoedig had hun leven hetzelfde doel: te ontvluchten, +zich weder bij het leger van Grant te voegen en te strijden voor de +eenheid van Amerika. + +De twee Amerikanen hadden dus besloten om van elke gelegenheid gebruik +te maken; maar hoewel zij in Richmond alle vrijheid hadden, werd deze +stad zoo streng bewaakt, dat een ontvluchting als onmogelijk moest +beschouwd worden. + +In dien tusschentijd had zich een bediende van Cyrus Smith bij hen +gevoegd, die hem in leven en dood getrouw was. De dappere man was +een neger, die op het grondgebied van den ingenieur geboren was, +wiens ouders slaven waren, maar die sedert lang vrij was gemaakt door +Cyrus Smith, een abolitionist met hart en ziel. + +Als vrij geworden slaaf wilde hij toch zijn meester niet verlaten. + +Hij zou voor hem door een vuur hebben geloopen. Hij was ongeveer +dertig jaren oud, krachtig, vlug en handig, had veel gezond verstand, +een kalmen en zachten aard, somtijds was hij wat onnoozel maar altijd +welwillend, gedienstig en goedhartig. Hij heette Nebuchadneser, +maar gewoonlijk werd hij bij verkorting Nab genoemd. + +Toen het Nab ter oore kwam dat zijn meester gevangen was genomen, +verliet hij zonder dralen Massachussets, ging naar Richmond en door +list, na wel twintig maal gevaar te hebben geloopen zijn leven te +verliezen, gelukte het hem de belegerde stad binnen te dringen. Welk +een vreugde het voor Cyrus Smith was, toen hij zijn bediende terug +zag, evenals Nab's blijdschap bij het vinden van zijn meester, valt +moeilijk te beschrijven. + +Zoo Nab binnen Richmond had weten te komen, viel het wel zoo moeilijk +deze stad weder te verlaten, want men bewaakte de krijgsgevangenen +zeer streng. Men moest op eene onvoorziene omstandigheid rekenen om +een ontvluchting te beproeven die op een goeden uitslag kans had, +zulk een omstandigheid deed zich niet voor en het was onmogelijk haar +te scheppen. + +Intusschen ging het beleg voort; en zoo de gevangenen vurig verlangen +zich weder onder Grant te scharen, niet minder wenschten sommige +belegerden te ontvluchten. Onder dezen was Jonathan Forster, een +vurige zuidelijke. Inderdaad, de noordelijken konden niet ontvluchten, +maar de zuidelijken evenmin; want het leger der noordelijken had +hen ingesloten. + +De gouverneur van Richmond kon sedert langen tijd geen bericht van +zijn toestand aan generaal Lee zenden, en het was toch van het hoogste +belang dat deze daarmede bekend zou zijn, opdat dan des te spoediger +hulp zou opdagen. + +Jonathan Forster kwam op het denkbeeld een luchtballon te laten +opstijgen en zoo over de belegeraars heen het kamp der zuidelijken +te bereiken. + +De gouverneur gaf tot deze poging verlof. Er werd een ballon +vervaardigd en ter beschikking van Jonathan Forster gesteld, die met +vijf metgezellen de lucht moest doorklieven. Zij werden van de noodige +wapenen en levensmiddelen voorzien, ingeval zij met den vijand in +aanraking kwamen, of hun reis lang mocht duren. + +Het vertrek van den ballon was op den 18den Maart bepaald. Des nachts +zouden zij bij een kalmen noordwesten wind, binnen weinige uren het +kamp van generaal Lee bereiken. Maar de noordwesten wind was lang +geen gewone bries. Reeds 's morgens vermoedde men dat het een orkaan +zou worden. Weldra werd de storm zoo hevig, dat er geen denken aan +vertrekken meer was. De 18de en 19de Maart gingen voorbij en geen +verandering was er te bespeuren. Het was zelfs moeilijk den ballon +zoo lang te bewaren. De nacht van 19 op 20 verstreek, maar bij het +aanbreken van den morgen bleek de storm nog heviger te wezen. Het +vertrek was onmogelijk. Dien dag werd de ingenieur Cyrus Smith in +een der straten van Richmond aangesproken door een man, dien hij +niet kende. Het was een matroos, Pencroff genaamd, tusschen de vijf +en dertig en veertig jaar oud, krachtig gebouwd, met een door de zon +verbrand gelaat, levendige oogen, die hij onophoudelijk knipte, maar op +zijn geheele voorkomen was goedhartigheid te lezen. Deze Pencroff was +een Noord-Amerikaan, die alle zeeën op den aardbodem doorkruist had, +en die, wanneer het avonturen betrof, alles beleefd had wat met een +levend wezen op twee beenen en zonder vleugels gebeuren kan. Onnoodig +is het te zeggen, dat hij een ondernemende geest bezat, alles durfde +en niets hem verwonderde. Pencroff was in het begin van dit jaar voor +zaken naar Richmond gegaan met een knaap van vijftien jaar, Harbert +Brown van New-Jersey, den zoon van zijn kapitein, nu een wees, die +hij als zijn eigen kind liefhad. Hij was ook genoodzaakt geweest in +de stad te blijven, en wilde nu niets liever dan ontvluchten. Hij +kende Cyrus Smith bij naam en wist ook dat hij met ongeduld wachtte +op een gelegenheid om te ontkomen. Hij aarzelde dien dag dus niet +om hem, zonder eenige voorbereiding aan te spreken met de woorden: +"Mijnheer Smith, hebt gij genoeg van Richmond?" + +De ingenieur zag den persoon, die hem aldus toesprak, ernstig aan, +waarop deze verder vroeg: + +"Mijnheer Smith, wilt gij vluchten?" + +"Wanneer?......" antwoordde de ingenieur levendig. Zeker is het dat +hem deze woorden onwillekeurig ontsnapten, want hij had den onbekende, +die hem aldus aansprak, nog niet genoeg opgenomen. + +Maar toen hij met een doordringenden blik het open gelaat van +den matroos had opgenomen, koesterde hij geen twijfel meer aan de +eerlijkheid van den man, die voor hem stond. + +"Wie zijt gij?" vroeg hij kortaf. + +Pencroff maakte zich bekend. + +"Goed," antwoordde Cyrus Smith. "En op welke wijze wilt gij de vlucht +ondernemen?" + +"Met dien luien luchtballon, die daar ligt om niets uit te voeren; +hij maakt op mij den indruk dat hij op ons wacht!...." + +De matroos behoefde zijn zin niet te voleinden. De ingenieur had de +geheele zaak uit dat ééne woord begrepen. Hij vatte Pencroff bij den +arm en voerde hem met zich mede naar zijn kamer. Daar legde de matroos +zijn geheele plan bloot, dat inderdaad zeer eenvoudig was. Men waagde +bij het uitvoeren slechts zijn leven. De orkaan was wel is waar in +volle hevigheid, maar een ervaren en moedig ingenieur zooals Cyrus +Smith zou zulk een ballon wel weten te besturen. Zoo Pencroff zelf +er maar eenig verstand van had, zou hij niet geaarzeld hebben te +vertrekken,--natuurlijk met Harbert. Anderen hadden het wel gedaan, +en men behoefde voor een storm geen angst te hebben! + +Cyrus Smith luisterde naar den matroos en viel hem geen oogenblik in +de rede, maar zijn oogen schitterden. De gelegenheid bood zich aan +en hij was er de man niet naar, die voorbij te laten gaan. Wel was +het plan zeer gevaarlijk, maar toch uitvoerbaar. 's Nachts kon men, +ondanks de strenge bewaking, zeer gemakkelijk den ballon naderen, +in het schuitje stappen en daarop de touwen doorsnijden, die hem +vasthielden. Zeker, men liep gevaar omtekomen, maar daartegenover +stond dat men slagen kon en zonder dien storm.... Maar zonder dien +storm zou de ballon reeds vertrokken zijn, en de gelegenheid, die +men zoo vurig wenschte, zou zich niet hebben voorgedaan. "Ik ben niet +alleen!...." zeide Cyrus Smith eindelijk. + +"Hoeveel personen wilt gij nog medenemen?" vroeg de matroos. + +"Twee: mijn vriend Spilett en mijn bediende Nab." + +"Dat is drie," antwoordde Pencroff, "en Harbert en ik maakt vijf. Maar +de ballon moest er zes medenemen...." + +"Het is genoeg. Wij zullen vertrekken!" zei Cyrus Smith. + +Met het "wij" werd ook de correspondent bedoeld, maar deze was niet +voor een klein gerucht vervaard en toen het plan hem medegedeeld werd, +was hij het ten volle met zijn vriend eens. Het eenige waarover +hij zich verwonderde, was, dat dit plan niet vroeger bij hem was +opgekomen. En wat Nab betreft, deze volgde zijn meester overal, +waar hij gaan wilde. + +"Heden avond dus," zeide Pencroff. "Wij zullen alle vijf als +nieuwsgierigen daar ronddwalen!" + +"Heden avond ten tien ure," antwoordde Cyrus Smith, "en de hemel geve, +dat de storm niet voor ons vertrek afneemt!" + +Pencroff verliet den ingenieur en keerde naar zijn woning terug, waar +hij Harbert Brown had achtergelaten. Dit moedige kind kende het plan +van den matroos en niet zonder angst wachtte hij den uitslag van het +gesprek met den ingenieur af. Vijf personen dus hadden besloten zich, +te midden van een heftigen storm, tusschen hemel en aarde te wagen. + +De avond viel. Het was een stikdonkere nacht. De straten waren geheel +verlaten. Men had zelfs niet noodig geacht de plaats te bewaken waar +de ballon heen en weer slingerde. Alles was blijkbaar het vertrek der +gevangenen gunstig; maar die reis te midden der woedende elementen!.... + +"Slecht getij!" zeide Pencroff, terwijl hij zijn hoed stevig op zijn +hoofd drukte. "Maar kom, wij zullen alles toch wel klaar spelen!" + +Tegen half tien uur stonden de gevangenen naast het schuitje bij +elkander. Niemand had hen bemerkt, en zulk een duisternis heerschte +er, dat zij ook elkander niet zagen. Zonder een woord te spreken, +plaatsten Cyrus Smith, Gideon Spilett, Nab en Harbert zich in het +schuitje, terwijl Pencroff op bevel van den ingenieur den ballast er +uitwierp. Dit was het werk van weinige oogenblikken en spoedig voegde +de matroos zich bij hen. + +De ballon werd slechts door een dubbel kabeltouw tegengehouden en +wachtte op het bevel van Cyrus Smith om te stijgen. Op dat oogenblik +sprong een hond tegen het schuitje op. Het was Top, de hond van den +ingenieur, die van zijn ketting was losgebroken en zijn meester had +gevolgd. Cyrus Smith, die vreesde voor te groote zwaarte, wilde het +arme dier niet medenemen. + +"Kom, één meer!" zeide Pencroff, terwijl hij twee zakken zand uit +het schuitje wierp. + +Daarop sneed hij den kabel los en de ballon steeg in een schuinsche +richting, terwijl het schuitje in zijn vaart twee schoorsteenen +verbrijzelde. De orkaan woedde in al zijn hevigheid. De ingenieur +kon er gedurende den nacht niet aan denken te dalen, en toen de +morgen aanbrak kon hij door den zwaren mist niets van de aarde +bespeuren. Eerst vijf dagen later klaarde het op en was hij in staat +de onmetelijke zee onder het schuitje te zien, dat door den wind met +een vreeselijke snelheid werd voortgedreven! + +Men weet, dat van de vijf personen, die den 20sten Maart vertrokken, +vier den 24sten op een verlaten kust werden geworpen, die meer dan +zes duizend mijlen van hun land was verwijderd. + +En hij die ontbrak, tot wiens hulp de vier overigen terstond alle +pogingen in het werk stelden, was hun chef, de ingenieur Cyrus Smith. + + + + +III. + + Vijf uur in den avond.--Hij die ontbreekt.--Wanhoop van + Nab.--Nasporingen ten Noorden.--Het eilandje.--Een nacht + vol angst.--De morgennevel.--Nab zwemt.--Land in zicht.--Het + doorwaden van het kanaal. + + +De mazen van het net waartusschen de ingenieur zich geslingerd +had, waren onder den last bezweken, en hij was door een golf +meegesleept. Ook zijn hond was verdwenen. Het trouwe dier had zich +vrijwillig in den afgrond gestort, om zijn meester te redden. + +"Vooruit!" riep de correspondent. En alle vier, Gideon Spilett, +Harbert, Pencroff en Nab vergaten hun vermoeienissen en vingen hun +onderzoek aan. + +De arme Nab weende van woede en wanhoop, bij de gedachte dat hij +alles verloren had, wat hem op de wereld lief was. + +Geen twee minuten waren er verloopen sedert het oogenblik dat +Cyrus Smith verdwenen was en zijn metgezellen op vasten wal waren +gekomen. Zij hadden dus nog eenige kans hem te redden. + +"Laten wij hem zoeken! laten wij hem zoeken!" riep Nab uit. + +"Ja, Nab," zeide Gideon Spilett, "en wij zullen hem terugvinden." + +"Levend?" + +"Levend!" + +"Kan hij zwemmen?" vroeg Pencroff. + +"Ja," antwoordde Nab. "En bovendien is Top er bij!" + +De matroos hoorde het klotsen der golven en schudde het hoofd! Zeker +was de ingenieur op de noordelijke kust van het eiland en ongeveer +een halve mijl afstands van het punt waar de schipbreukelingen waren +neergekomen, verdwenen. Het was toen zes uur. De mist viel neder en dit +maakte dat de nacht zeer donker was. De schipbreukelingen volgden de +noordelijke richting der kust, waarop het toeval hen geworpen had--een +onbekend land, waarvan zij zelfs de ligging niet konden gissen. + +Nadat zij twintig minuten geloopen hadden, bevonden zij zich plotseling +voor de zee. Zij voelden geen vasten grond meer. Zij waren aan het +einde van een spits toeloopende punt, waarop de onstuimige golven +braken. + +"Dit is een voorgebergte," zeide de matroos. "Wij moeten weer +terugkeeren." + +"Maar zoo hij daar is?" zeide Nab. + +"Wij zullen hem roepen," antwoordde Pencroff. Eenige malen riepen +zij hem, doch te vergeefs; daarop vervolgden zij hun weg meer +zuidwaarts. Nadat zij anderhalve mijl afgelegd hadden, steeds in de +hoop plotseling een hoek te zien dien hen weer de noordelijke richting +kon doen volgen, was hun teleurstelling zeer groot, toen zij nogmaals +stuitten op steile rotsen. + +"Wij zijn op een eilandje!" zeide Pencroff, "en wij hebben het van +zijn eene uiteinde naar het andere doorsneden!" + +De opmerking van den matroos was juist. De schipbreukelingen waren niet +op het vaste land, zelfs niet op een eiland, maar op een eilandje van +twee mijlen lengte, en dat zeker niet veel breeder kon zijn. Eindelijk +zeide de correspondent: + +"Dat wij niets van Cyrus Smith hooren, bewijst niets. Hij kan in +zwijm liggen, gewond zijn of buiten staat ons op het oogenblik te +antwoorden. Laten wij nog niet wanhopen." + +Daarop kwam Spilett op het denkbeeld om een vuur aan te leggen, dat +den ingenieur tot eenig signaal zou kunnen dienen. Maar men kon nergens +takkenbossen of droog hout vinden. Slechts zand en steenen waren er. + +Het waren pijnlijke uren die zij sleten. Er heerschte een +felle koude. De schipbreukelingen leden veel, maar voelden +het ternauwernood. Zij dachten er niet aan, zich een oogenblik +rust te gunnen, zij vergaten alles om hun leidsman maar terug te +vinden. Terwijl Nab steeds stond te roepen, was het of een zijner +kreten werd weerkaatst. Harbert deed dit Pencroff opmerken en voegde +er bij: + +"Dat is een bewijs dat er in het westen een kust nabij is." + +De matroos knikte toestemmend. Zijn oogen konden hem buitendien ook +niet bedriegen. Zoo hij daar, hoe flauw het ook wezen mocht land zag, +dan was daar ook land. + +Maar die echo was het eenige antwoord, dat Nab op zijn geroep kreeg: +overigens bleef alles doodstil om hen heen. + +De nacht ging voorbij. Tegen vijf uur in den ochtend van den 25sten +Maart kwamen er kleine wolken aan den hemel. De horizon was betrokken +en, met het krieken van den dag, steeg er zulk een dikke mist uit +zee op, dat men geen twintig pas vóór zich uit kon zien. De mist werd +hoe langer zoo zwaarder. + +Dit was een groote teleurstelling. De schipbreukelingen konden niets +om zich heen zien. En terwijl Nab en de correspondent hun blik over +den oceaan lieten dwalen, zochten Pencroff en Harbert de westelijke +kust. Maar geen streep land was er te bespeuren. + +"Het doet er niet toe," zeide Pencroff, "al zie ik geen kust, toch +voel ik dat er een is.... zij is daar.... daar.... even zeker als +dat wij niet meer te Richmond zijn!" + +De mist hield niet lang aan. Spoedig brak de zon door en verspreidde +eene aangename warmte over het eilandje. + +Ja! Daar was land. Daar waren zij voor het oogenblik in +veiligheid. Tusschen het eilandje en de kust, van elkander gescheiden +door een kanaal van een halve mijl breedte, stroomde een helder en +snelvlietend water. + +Intusschen wierp zich een der schipbreukelingen, slechts aan de +ingeving van zijn hart gehoor gevende, zonder een woord tot zijn +metgezellen te zeggen in den stroom. Het was niemand anders dan +Nab. Hij verlangde slechts om op die kust te zijn en zich noordwaarts +te begeven. Niemand had hem kunnen weerhouden. + +Pencroff riep hem terug, maar te vergeefs; Spilett wilde hem nu +ook volgen. + +Pencroff ging naar dezen toe. + +"Wilt gij dat kanaal oversteken?" vroeg hij. + +"Ja," antwoordde Gideon Spilett. + +"Wacht liever," zeide de matroos. "Nab is voldoende om zijn meester +hulp te brengen. Zoo wij ons in dit kanaal werpen, loopen wij nog +gevaar door den heftigen stroom mede gevoerd te worden. Zoo ik mij niet +vergis is het eb. Zie maar, de zee wijkt terug van het strand. Laten +wij dus geduld hebben, misschien vinden wij een doorwaadbare plaats." + +Nab had in dien tijd na vele moeielijkheden te hebben doorworsteld +de overzijde bereikt. Eindelijk stond hij op een hoog rotsblok en +verdween weldra daarachter. + +Tegen tien uur trokken Gideon Spilett en zijn twee metgezellen hun +kleederen uit, maakten er een pakje van, dat zij op hun hoofd legden en +waagden zich in het kanaal dat geen vijf voet diep was. Harbert voor +wien het water te hoog was, zwom als een visch, wat hem uitmuntend +afging. Alle drie kwamen zonder moeite aan de overzijde. Daar droogde +de zon hen spoedig en trokken zij de kleederen weer aan, die zij voor +nat worden bewaard hadden, en overlegden zij wat hun te doen stond. + + + + +IV. + + De lithodomen.--De rivier en haar monding.--Voortzetting van + het onderzoek.--Het woud der groene boomen.--De voorraad + brandstof.--Men wacht den vloed af.--Van de hoogte der + kust.--De houtvlotten.--Terugkeer naar den oever. + + +Voor het oogenblik, zeide de correspondent, moesten zij maar wachten +tot hij terugkwam en zonder een oogenblik te verliezen, volgde hij +de kust, dezelfde richting nemende welke Nab eenige uren vóór hem +was ingeslagen. Daarop verloren zij hem uit het gezicht, toen hij +den hoek omsloeg. + +Harbert had hem willen volgen. + +"Blijf mijn jongen," had de zeeman gezegd, "wij moeten een kamp +inrichten, en eens zien of het mogelijk is iets te eten te krijgen, +dat beter in de maag staat dan schelpdieren. Onze vrienden moeten +ook versterkt worden bij hun terugkomst. Ieder zijn taak." + +"Ik ben tot uw dienst, Pencroff," antwoordde Harbert. + +"Goed zoo," hernam de zeeman, "dan zal het wel gaan. Alle dingen moeten +met orde geschieden. Wij zijn vermoeid, wij hebben het koud, wij hebben +honger. Dus moeten we een ligplaats, vuur en voedsel vinden. In het +bosch is er hout; in de nesten zijn eieren; wij behoeven alzoo slechts +een huis te vinden." + +"Welnu," sprak Harbert, "ik zal een grot in die rotsen zoeken, en ik +zal wel een gat ontdekken, waarin we een schuilplaats vinden kunnen." + +"Dat is juist wat wij noodig hebben," antwoordde Pencroff. "Vooruit +nu maar, mijn jongen." + +Zij volgden nu den rotsketen langs het strand, maar in plaats +van noordwaarts, richtten zij zich zuidwaarts, omdat Pencroff had +opgemerkt, dat een honderd passen verwijderd van de plek, waar zij +aan land waren gekomen, de bodem een helling maakte, waaruit hij +afleidde, dat daarginds een rivier of een beek moest stroomen. Nu was +het van belang, dat men zich vestigde in de nabijheid van drinkwater, +terwijl het bovendien niet onmogelijk was, dat de stroom Cyrus Smith +herwaarts had gedreven. + +De rotsketen had een hoogte van ongeveer driehonderd voet, maar +hij vormde eene onafgebroken massa van de kruin tot den grond; +geen enkele spleet vertoonde zich, waarin men een schuilplaats kon +vinden. Boven de rotsen vlogen gansche zwermen van watervogels met +lange puntige snavels; zij schreeuwden om het hardst, zonder zich te +bekommeren om de menschen, die zeker voor de eerste maal thans hunne +eenzaamheid verstoorden. Een geweerschot onder de dichte zwermen zou +een groot aantal vogels hebben gedood, maar om een geweerschot te +lossen, moet men een geweer hebben en Pencroff noch Harbert bezat er +een. Bovendien die meeuwen en andere zeevogels zijn niet smakelijk, +zelfs hun eieren zijn walglijk. + +Harbert had zich een weinig ter linkerzijde begeven en ontdekte +eenige rotsen met zeeplanten, die zoo straks, wanneer het water zou +zijn gestegen, weder onzichtbaar zouden worden. Te midden van die +planten bespeurde hij een menigte schelpdieren, die voor hongerige +menschen niet te verwerpen waren. + +"Het zijn mossels!" riep de matroos uit. "Zij kunnen bij ons de plaats +van de eieren innemen, die ontbreken!" + +"Het zijn geen mossels," antwoordde Harbert, toen hij ze nauwkeurig +onderzocht had, "het zijn lithodomen." + +"En kan men die eten?" vroeg Pencroff. + +"Zeer goed." + +"Dan zullen wij eten." + +De matroos kon op den knaap vertrouwen, want Harbert had altijd groote +liefhebberij in natuurlijke historie gehad. + +Pencroff en Harbert voorzagen zich overvloedig van deze lithodomen; +zij aten ze als oesters; daarbij vonden zij er een kruidensmaak in, +zoodat ze het gemis van peper of welke andere specerij ook niet +behoefden te betreuren. + +Voor het oogenblik was hun honger dus gestild, maar hun dorst was nog +door het gebruik dezer weekdieren toegenomen. Zij verlangden daarom +des te meer naar zoet water, en het was niet waarschijnlijk dat in +een land zoo rijk aan allerlei voortbrengselen dit ontbreken zou. + +Ongeveer tweehonderd pas verder kwamen zij aan de streek, waar volgens +het voorgevoel van Pencroff een rivier moest stroomen. En inderdaad +vonden zijn daar een kanaal van honderd voet breedte. + +"Hier is water! en daar een bosch! Nu, Harbert, nu moeten wij nog +een huis hebben." + +Het water was helder, Harbert zag al rond of hij een holte zag, +die hun tot schuilplaats zou kunnen dienen, maar nergens ontdekte +hij iets van dien aard. + +Aan den mond van dezen stroom en boven de oppervlakte der zee hadden +een aantal steenen geen grot, maar een opeenstapeling van rotsen +gevormd, zooals men ze vindt in bergachtige streken, en die de naam +van "schoorsteenen" dragen. + +Harbert en Pencroff drongen een eind ver door tusschen die rotsen, door +welker openingen het licht viel maar met dat licht baande zich ook de +wind een weg. Pencroff begreep dat men, door die openingen met steenen +en zand aan te vullen, die schoorsteenen tot een zeer geschikte woning +zou kunnen inrichten. Hun eerste werk was nu om eenig vuur te maken +en het hout, dat zij in den omtrek vonden, kwam hun spoedig te stade. + +Zij verlieten nu de schoorsteenen en toen zij den hoek om waren, +volgden zij den linker oever der rivier. Het was een snelstroomend +water, waarin veel dood hout dreef. Daar het water opkwam--en +men voelde het reeds op dit oogenblik--moest het altijd weder met +een zekere kracht terugvloeien tot op een vrij grooten afstand. De +matroos kwam toen op het denkbeeld dat men die eb en vloed zeer goed +als vervoermiddel van zware voorwerpen kon aanwenden. Toen zij een +kwartier hadden geloopen, maakte de rivier een kronkeling en vervolgde +haar loop door een bosch met prachtige boomen, Hier voorzagen zij zich +in overvloed van brandhout, wat zeer gemakkelijk ging, daar zij het +maar voor het oprapen hadden. Maar zoo zij genoeg hout vonden, hadden +zij toch nog geen middel om het te vervoeren. Het hout was zeer droog, +het zou dus spoedig verbrand wezen. Men was daarom wel genoodzaakt, +meende Harbert, een groote hoeveelheid in de schoorsteenen te brengen, +maar dan waren twee man niet voldoende. + +"Wel mijn beste jongen," antwoordde Pencroff hierop, "er zal wel +een middel wezen om dit hout te vervoeren. Er is voor alles raad te +vinden! Zoo wij een kar of een bootje hadden zouden wij geholpen zijn." + +"Maar wij hebben de rivier!" + +"Juist," hernam Pencroff. "De rivier is een weg voor ons, die geheel +alleen gaat en de houtvlotten zijn niet voor niets uitgevonden." + +"Alleen loopt die weg op het oogenblik in een andere richting dan de +onze, daar het water opkomt," merkte Harbert aan. + +"Dan wachten wij maar tot het weder afloopt," sprak de matroos, "en +dan zal het ons tot vervoermiddel dienen. Laten wij in dien tijd ons +vlot bouwen." Spoedig hadden zij het vervaardigd en stapelden zij er +hun voorraad op. Binnen het uur lag het aan den oever en behoefde men +slechts op de eb te wachten. Zij moesten evenwel nog geruimen tijd +geduld hebben eer het water afnam, maar die uren gebruikten zij om +een hooger gedeelte te gaan onderzoeken. + +Toen zij bijkans het hoogste punt hadden bereikt, viel hun oog +voor het eerst op dien onmetelijken oceaan, dien zij in zulk een +vreeselijken toestand hadden overgestoken! Zij overzagen het geheele +noordelijke gedeelte, waar de ballon was verongelukt. Daar was Cyrus +Smith verdwenen. Een poos lang sloegen zij aandachtig de zee gade, +of er ook soms een overblijfsel van den ballon, waaraan een mensch +zich vast had kunnen klemmen, op de golven dobberde. Niets! De zee +was geheel verlaten. Op de kust was ook geen spoor van eenig wezen te +ontdekken. Noch de correspondent, noch Nab vertoonde zich. Maar het +was zeer wel mogelijk dat zij zich op te grooten afstand bevonden, +om hen met het bloote oog te zien. + +"Er is iets," zeide Harbert, "hetwelk mij zegt, dat zulk een energiek +man als mijnheer Smith zich niet als de eerste de beste heeft laten +verdrinken. Hij moet eenig punt der kust bereikt hebben. Niet waar +Pencroff?" + +De matroos schudde droevig het hoofd. Hij voor zich geloofde niet meer +dat zij Cyrus Smith terug zouden zien; maar toch wilde hij Harbert +alle hoop niet ontnemen. + +"Zeker, zeker," zeide hij, "onze ingenieur is wel de man om zich uit +een zaak te redden, waaronder een ander bezwijken zou!...." + +Toen zij verder waren gekomen en de geheele streek konden overzien, +vroeg Pencroff onwillekeurig zich zelf af: + +"Zijn wij wel op een eiland?" + +"In ieder geval op een vrij groot!" antwoordde de knaap. + +"Een eiland, hoe groot het ook wezen mag, blijft altijd een +eiland!" hernam Pencroff. + +Maar dit belangrijke vraagstuk konden zij thans niet oplossen. Zij +moesten tot een geschikter tijd wachten. Wat het land zelf betreft, +eiland of geen eiland, het bleek duidelijk dat het zeer vruchtbaar +aangenaam gelegen en rijk aan verschillende voortbrengselen was. + +"Dat is gelukkig," merkte Pencroff aan, "en in al onze ellende moeten +wij toch dankbaar wezen." + +Eensklaps zagen zij een aantal vogels opvliegen. + +"Ha," riep Harbert uit, "ziet daar eens wat een vogels!" + +"Wat voor vogels zijn het?" vroeg Pencroff. "Men zou zeggen, dat het +duiven waren." + +"Dat zijn zij inderdaad, maar in alle geval wilde. En daar de +rotsduiven zeer goed te eten zijn, moeten haar eieren ook uitmuntend +smaken, en als zij ze in het nest hebben gelaten!...." + +"Zullen wij ze den tijd niet gunnen om uit den dop te komen, tenzij +als ommelet!" riep de matroos lachend uit. + +"Maar waarin zult gij uw ommelet bakken?" vroeg Harbert. "In uw hoed?" + +"Jawel," zeide Pencroff; "zoo'n goochelaar ben ik niet. Wij zullen +ons dus op versche eieren onthalen, en ik zal ze wel uit den dop eten." + +Zij vonden dan ook een goede hoeveelheid eieren! Zij namen er een +twaalftal in een zakdoek mede, en toen het water weder opkwam, begaven +zij zich naar den oever der rivier. Toen zij dien bereikten was het +één uur en dus tijd om hun vlot in beweging te brengen; vóór tweeën +hadden zij met hun rijke lading de schoorsteenen bereikt. + + + + +V. + + + Inrichting der schoorsteenen.--De vuur-quaestie.--De + lucifersdoos.--Onderzoek van de kust.--Terugkomst van den + correspondent en Nab.--Eén lucifer.--Het vlammende vuur.--Het + eerste avondmaal.--De eerste nacht aan land. + + +De eerste zorg van Pencroff was, toen zij het vlot gelost hadden, de +schoorsteenen zoo bewoonbaar mogelijk in te richten door al dadelijk +de openingen, waardoor de wind gierde, dicht te stoppen. Daarop +plaatste hij een nauwe buis in een der holten, waardoor de rook kon +opstijgen. De schoorsteenen waren verdeeld in drie of vier kamers, +zoo men dien naam aan de duistere holen geven kon, waarin zich een +wild dier tevreden had gesteld. Maar hier was men tenminste beschut +tegen regen en wind en in de grootste kamer kon men recht overeind +staan. Fijn zand bedekte overal den grond. + +"Nu kunnen onze vrienden terugkomen. Zij zullen een voldoende +schuilplaats vinden," zeide Pencroff. Thans moesten zij nog vuur +aanleggen en een middagmaal bereiden. Dit was echter een zeer +gemakkelijke taak. En terwijl de matroos bezig was eenig brandhout +onder den schoorsteen te leggen, vroeg Harbert hem of hij wel +lucifers had. + +"Zeker," zeide Pencroff, "en ik voeg er bij, gelukkig, want zonder +lucifers of zonder zwam zouden wij in groote verlegenheid zitten." + +"Wij konden dan toch altijd vuur maken zooals de wilden," antwoordde +Harbert, "door twee stukken droog hout tegen elkander te wrijven?" + +"Welnu beproef het eens, en wij zullen zien of u iets ander gelukt +dan uw armen te breken!" + +"Men doet het toch veel op de eilanden van den Stillen Oceaan." + +"Ik zeg ook niet dat het onwaar is, maar de wilden weten er mede +om te springen of gebruiken er misschien bijzonder hout voor, want +meer dan eens heb ik mij op deze wijze van vuur willen voorzien, +maar het is mij nooit gelukt. Ik beken dus gaarne, dat ik liever +lucifers heb! Waar zijn mijn lucifers?" + +Pencroff zocht in zijn vestjeszak naar het doosje, dat hem nooit +verliet, want hij was een verstokt rooker. Hij vond het niet. Hij +doorzocht al zijn zakken en tot zijn groote verbazing voelde hij +het nergens. + +"Dat is toch dom, en meer dan dom!" zeide hij, terwijl hij Harbert +aanzag. "Het doosje is zeker uit mijn zak gevallen en zoodoende heb +ik het verloren! Maar Harbert, hebt gij niets, geen vuurslag, niets +waarmede wij vuur kunnen maken?" + +"Neen, Pencroff!" + +De matroos verliet de schoorsteenen, gevolgd door Harbert, en krabde +zich het hoofd. + +Op het zand bij de rivier, in de rotsen, hoe en waar zij ook zochten, +alles was te vergeefs. Het doosje dat van koper was, zou hun blik +niet ontgaan zijn. + +"Pencroff, hebt gij het niet over boord geworpen?" vroeg Harbert. + +"Daar heb ik wel op gepast," antwoordde de matroos. "Maar als men zoo +geslingerd is, zooals wij zijn gedaan, moet zulk een klein voorwerp +wel zoek raken. Zelfs mijn pijp heb ik verloren! Duivelsche doos! Waar +kan zij wezen?" + +Nog eenigen tijd zochten zij naar het doosje, maar +vruchteloos. Eindelijk keerden zij naar de schoorsteenen terug. + +Tegen zes uur, op het oogenblik dat de zon in het westen verdween, +kwam Harbert, die op de kust heen en weer liep, terug met de tijding +dat Nab en Gideon Spilett op hun terugtocht waren. Zij keerden alleen +terug!.... Een beklemd gevoel maakte zich van den knaap meester. De +matroos had zich niet in zijn voorgevoel bedrogen. Men had den +ingenieur Cyrus Smith niet gevonden! + +Toen de correspondent was aangekomen, zette hij zich op een steen +en sprak geen woord. Uitgeput van vermoeienis was het hem onmogelijk +iets te zeggen. + +Wat Nab betreft, diens roode oogen getuigden voldoende, dat hij +geweend had, en de tranen die thans weer in zijn oogen kwamen, +bewezen duidelijk dat hij alle hoop had verloren. + +Spilett verhaalde uitvoerig welke pogingen zij in het werk hadden +gesteld om Cyrus Smith terug te vinden. Nab en hij hadden meer dan +acht mijlen langs de kust afgelegd en dus waren zij veel verder gegaan +dan de plek waar het onheil had plaats gehad, dat gevolgd was door +de verdwijning van Cyrus Smith en zijn hond Top. De geheele kust +was verlaten. Geen spoor, geen enkele voetstap. Waarschijnlijk had +nooit eenig menschelijk wezen hier een voet gezet. De zee was even +verlaten als het land, en zeker had de ingenieur eenige honderden +passen daarvan verwijderd den dood gevonden. + +Op dit oogenblik stond Nab op, en op een toon waaruit duidelijk sprak +dat hij alle hoop nog niet verloren had, riep hij: + +"Neen, neen, hij is niet dood! Neen het kan niet! Hij dood, +onmogelijk! Ik! of wie anders ook, dat zou mogelijk wezen! Maar +hij! Nooit! Hij redt zich altijd!...." + +Daarop begaven hem zijn krachten en stamelde hij: + +"O, ik kan niet meer!" + +Harbert snelde naar hem toe. + +"Nab," zeide de knaap, "wij zullen hem terugvinden! God zal hem +ons wedergeven! Maar luister eens, gij hebt honger! Eet eerst eens +wat!" Dit zeggende gaf hij den neger eenige lithodomen, een schamel +en een ontoereikend voedsel. + +Nab had sinds vele uren niets gebruikt, maar toch weigerde hij. Nu +hij zijn meester niet meer had, kon of wilde Nab niet langer leven. + +Maar Gideon Spilett van zijn kant verslond de schelpdieren; daarop +legde hij zich op het zand neder aan den voet van een rots. Hij was +uitgeput maar kalm. + +Toen naderde hem Harbert, hem bij de hand vattende en zeide: + +"Mijnheer, wij hebben een betere schuilplaats ontdekt dan +deze. De nacht nadert. Ga nu rusten, morgen zullen wij verder +zien." De correspondent stond op en met den knaap ging hij naar de +schoorsteenen. Op dit oogenblik kwam Pencroff naar hem toe en op den +meest natuurlijken toon, vroeg hij hem of hij ook een lucifer had. + +Spilett stond stil, zocht in zijn zakken, vond niets en zeide: + +"Ik had er wel, maar ik heb ze weg moeten werpen." + +Toen riep de matroos Nab, deed hem dezelfde vraag en ontving hetzelfde +antwoord. + +"Vervloekt!" mompelde hij, zijn gewaarwordingen niet kunnende +onderdrukken. Spilett hoorde het, en ging naar Pencroff toe met +de woorden: + +"Hebt gij geen lucifers?" + +"Geen een en dus ook geen vuur!" + +"O," riep Nab uit, "als mijn meester er maar was, hij zou het u wel +verschaffen!" + +De vier schipbreukelingen staarden elkander roerloos en verbijsterd +aan. Harbert verbrak het eerst de stilte met de woorden: + +"Mijnheer Spilett, gij rookt, gij moet altijd lucifers bij u +hebben. Misschien hebt gij niet goed gevoeld? Zoek nog eens! Eén +lucifer zou ons voldoende wezen!" + +Weder doorzocht de reporter al zijn zakken en tot groote vreugde van +Pencroff, evenals tot zijn eigen niet geringe verbazing voelde hij +tusschen de voering van zijn vest een stukje hout. Hij had het wel +tusschen zijn vingers, maar kon het houtje toch niet door de voering +trekken en daar het de eenige lucifer was, dien zij hadden, moesten zij +vooral zorgen dat de phosphorus er niet afging. Het gelukte eindelijk +aan Harbert het ongeschonden er uit te krijgen. + +"Eén lucifer!" riep Pencroff uit. "Het is zoo goed alsof wij een +geheele lading hebben!" + +Hij nam den lucifer en gevolgd van zijn drie makkers ging hij naar +de schoorsteenen terug. + +Het kleine stukje hout, dat in de bewoonde landen met zulk een groote +onverschilligheid wordt bejegend en dat geen waarde heeft, moest hier +met de uiterste behoedzaamheid worden behandeld. Eerst overtuigde de +matroos zich dat het goed droog was. Toen hij dit gedaan had, zei hij: + +"Nu moet ik papier hebben." + +"Hier," antwoordde Gideon Spilett, die na eenige aarzeling een stukje +uit zijn schrijfboekje scheurde. Pencroff nam het papier, dat de +correspondent hem gaf en knielde bij den haard neder. Men legde er +dorre bladeren en droog mos op, zoodanig dat de wind er doorheen +speelde en het hout dus spoedig vlam zou vatten. + +Toen hij den lucifer zacht afstreek, kwam er geen vuur. Pencroff had +niet met genoeg kracht gedrukt, daar hij bang was de phosphorus er +af te strijken. + +"Neen, ik zal het niet kunnen," zei hij, "mijn hand beeft.... De +lucifer zal niet afgaan.... Ik kan het niet.... ik wil het ook +niet!" En opstaande liet hij de taak aan Harbert over. + +Zeker was de knaap in zijn geheele leven nog nooit onder zulk een +indruk geweest. Zijn hart bonsde. Toen Prometheus het vuur uit den +hemel stal, kon hij zoo geroerd niet geweest zijn. Toch aarzelde +hij niet en streek hij hem snel af. Een zwak knetteren hoorde men en +daarop ontstond een blauwachtig vlammetje dat een scherpe zwaveldamp +deed ontstaan, Harbert draaide den lucifer langzaam om, zoodat de +vlam voedsel kreeg, daarop bracht hij hem bij het papier. Het papier +vatte oogenblikkelijk vlam en spoedig het mos ook. + +Eenige oogenblikken later knetterde het droge hout en een vroolijk +vlammetje, aangewakkerd door het blazen van den matroos, flikkerde +te midden der duisternis. + +"Eindelijk," riep Pencroff, "ik ben nog nooit zoo ontroerd geweest!" + +Hun eenige zorg was thans dit vuur niet meer te laten uitgaan; dit +zou hun niet moeilijk vallen, daar er hout in overvloed was. + +Pencroff maakte het zich terstond ten nutte, met er een voedzamer +maaltijd op te bereiden. Spilett zat in een hoek en zijn eenige +gedachten waren: Leeft Cyrus nog? En zoo hij leeft, waar zou hij +wezen? Zoo hij niet in de golven is omgekomen, waarom heeft hij dan +geen middel gevonden, om dit ons bekend te maken. Wat Nab betrof, +deze zwierf langs de kust. Hij was slechts een lichaam zonder ziel. + +Eenige oogenblikken later was Pencroff met zijn maal gereed. + +De harde eieren, die hij hun voorzette, versterkten de arme +schipbreukelingen, en nadat Spilett met korte woorden de gebeurtenissen +van de twee laatste dagen had opgeteekend, gelukte het hem eindelijk +in slaap te vallen. + +Harbert was ook spoedig in rust. Wat den matroos aanging, deze bracht +zijn nacht bij het vuur door, waarop hij telkens nieuwe brandstoffen +wierp. Eén echter van hen sliep niet. Het was Nab. Deze doolde den +ganschen nacht langs de kust en riep gedurig zijn meester. + + + + +VI. + + De inventaris der schipbreukelingen.--Niets.--Gebrand + linnen.--Een tocht door het bosch.--De bloem der + groene boomen.--Het boomkruipertje.--Sporen van wilde + dieren.--Koeroekoes.--Schildpadden.--Zonderlinge vangst met + een hengel. + + +De inventaris van al wat de schipbreukelingen, op dit verlaten eiland +geworpen, bezaten, was spoedig opgemaakt. + +Zij hadden niets dan de kleeren, die zij droegen, toen hen het onheil +trof. Toch had Gideon Spilett, bij ongeluk zeker, een opschrijfboekje +en een horloge behouden, maar overigens was er geen wapen, geen +werktuig, zelfs geen zakmes te vinden. De reizigers in het bootje +hadden alles overboord geworpen om het luchtschip lichter te maken. + +De denkbeeldige helden van Daniël de Foe of van Wyss, zoowel als de +Selkirken en de Raynals, die schipbreuk leden op de Juan-Fernandez +eilanden of in den archipel der Auckland eilanden, waren nooit zoo +geheel en al van alles beroofd of zij vonden toereikende hulpmiddelen +in hun gestrand schip, of hadden een voorraad graan, vee, werktuigen +en kruit en lood. Of wel er dreef een wrak naar de kust, dat hen +van de eerste levensbehoeften voorzag. Zij bevonden zich niet zoo +terstond geheel ongewapend tegenover de natuur. Hier echter was geen +enkel stuk gereedschap, geen werktuig. Maar vóor alles moesten zij +zich vestigen op dit gedeelte der kust, zonder eerst te onderzoeken +tot welk land zij behoorden, of het bewoond werd, dan wel slechts +het strand van een onbewoond eiland uitmaakte. + +Dit was een gewichtige vraag, die zoo spoedig mogelijk moest opgelost +worden. Toen dit besluit genomen was, moest men slechts voor het +dadelijk noodige zorgen. In elk geval volgde men den raad van Pencroff +op, die het geschikter vond nog eenige dagen te wachten, voor men tot +een onderzoek overging. Men moest toch eenige levensmiddelen bereiden +en zich versterkender voedsel verschaffen dan eieren en schelpdieren. + +De schoorsteenen boden voor het oogenblik een voldoende schuilplaats +aan. Nu het vuur eenmaal brandde, viel het hun niet moeielijk dit te +onderhouden. Voor 's hands hadden zij geen gebrek aan schelpdieren en +eieren, die zij op de rotsen en het strand vonden. Nu en dan gelukte +het hun eenige duiven te vangen, die bij honderden over de bergvlakte +vlogen, en die zij dan met stokken of steenen doodden. Misschien +zouden de boomen van het naburige bosch hun wel van eetbare vruchten +voorzien. En eindelijk had men hier toch zoet water. Men kwam dus +overeen, dat men nog eenige dagen in de schoorsteenen zou blijven om +zich tot een ontdekkingstocht gereed te maken, hetzij langs de kust, +hetzij in het binnenste gedeelte van het eiland. + +Zeer vroeg in den ochtend van den 26sten Maart was Nab, die niet aan +den dood zijns meesters geloofde, de noordelijke richting van het +eiland gevolgd en hij was teruggekeerd naar het punt, waar de zee +den ongelukkigen Smith vermoedelijk had verzwolgen. + +Toen zij dien dag het middagmaal gebruikt hadden, vroeg Pencroff +aan den reporter of deze hen naar het bosch wilde vergezellen, daar +Harbert en hij van plan waren te gaan jagen? + +Maar alles wel overlegd, moest er toch iemand thuis blijven, om het +vuur te onderhouden, en ook voor het geval dat zich misschien mocht +voordoen, hoewel het zeer onwaarschijnlijk was, dat Nab hulp noodig +had. De reporter bleef dus. + +"Op jacht, Harbert," zeide de matroos. "Wij zullen wel op onzen weg +jachtgereedschap vinden en ons in het bosch van een geweer voorzien." + +Maar op het oogenblik dat zij zouden vertrekken, merkte Harbert op +dat zij geen zwam hadden en misschien verstandig handelden tondel +mede te nemen. + +Het was toen negen uur in den morgen. Het weer was onstuimig en de +wind blies uit het zuidoosten. + +Harbert en Pencroff sloegen den hoek van de schoorsteenen om, maar +wierpen eerst een blik op den rook, die boven de rots opsteeg; daarop +volgden zij den linker oever der rivier. + +Toen zij in het bosch kwamen, was Pencroffs eerste werk om twee +stevige takken af te breken, die hij tot knuppels maakte, en waaraan +Harbert tegen een rots een punt sleep. Wat zou hij niet hebben willen +geven om een mes te bezitten! Daarop gingen zij in het hooge gras, +terwijl zij den steilen oever volgden. + +De zeeman beschouwde intusschen aandachtig de gesteldheid en de +natuur van het land. In het bosch, zoowel als aan de kust, was geen +spoor van eenig menschelijk wezen te ontdekken. Pencroff zag slechts +sporen van viervoetige dieren, maar tot welke soort die behoorden, +kon hij niet nagaan. + +Zéér zeker--en dit meende Harbert ook--waren er eenige verslindende +dieren, waarmede zij ongetwijfeld ook nog te strijden zouden hebben; +maar nergens was de houw van een bijl op een boomstam te vinden, +noch de overblijfselen van een uitgedoofd vuur, noch de indruk van +een voetstap. Dit was misschien nog gelukkig, want op dit eiland, +in het midden van den Stillen Oceaan, was de tegenwoordigheid van +een mensch meer te vreezen dan te wenschen. + +Harbert en Pencroff spraken weinig, want de moeielijkheden, die de +weg opleverde waren talrijk en zij vorderden slechts zeer langzaam. Na +een uur loopen hadden zij nog nauwelijks een mijl afgelegd. + +Tot nog toe had de jacht weinig opgeleverd. Soms hoorden zij eenige +vogels zingen en zagen ze tusschen het groen fladderen, waarop ze +dan zeer verschrikt wegvlogen alsof de mensch hun een instinctmatigen +angst inboezemde. + +Onder het gevogelte herkende Harbert, in een zeer moerassig gedeelte +van het bosch, een dier met langen spitsen bek, die veel op een +ijsvogel geleek. Vooral deed hij aan dezen denken door zijn donker +gevederte, waarover een metalen glans lag. + +"Het moet een boomkruipertje wezen," zeide Harbert, terwijl hij +beproefde het dier te naderen. + +"Dit zou een goede gelegenheid wezen, om zoo'n boomkruipertje eens +te proeven," hernam de zeeman, "zoo dat vogeltje tenminste geschikt +is om gebraden te worden." + +Op hetzelfde oogenblik wierp de knaap met krachtige hand een steen, +die het dier aan zijn vleugel trof; maar de worp was niet doodelijk +geweest, want de boomkruiper vluchtte in allerijl en was in een +oogenblik uit het gezicht. + +"Domkop, die ik ben!" riep Harbert uit. + +"Wel neen, beste jongen!" zeide de matroos. "Gij hebt goed gemikt en +menigeen zou den vogel niet geraakt hebben. Kom, treur er maar niet +over! Wij zullen hem een andermaal wel vangen!" + +De ontdekkingstocht werd voortgezet. Naarmate de jagers verder kwamen, +werden de boomen schaarscher maar ook prachtiger, hoewel er aan geen +enkelen eetbare vruchten gevonden werden. Juist vloog er een zwerm +kleine vogels, met langen staart en prachtige veeren, tusschen het +geboomte op en bedekte den grond met vederen. + +"Het zijn koeroekoes, nietwaar?" + +"Ik zou wel zoo graag een parelhoen of een korhoen gehad hebben," +antwoordde Pencroff; "maar zij zullen toch ook lekker zijn?" + +"Zij smaken uitmuntend, hun vleesch is zelfs zeer fijn," hervatte +Harbert. "En, zoo ik mij niet vergis, kan men ze gemakkelijk naderen +en met een stok dooden." + +De matroos en de knaap drongen tusschen het gras door en slopen op hun +teenen naar een zeer lagen tak, waarop een menigte van die vogeltjes +zaten. Deze koeroekoes loeren op de kleine insecten waarmede zij +zich voeden. + +De jagers richtten zich op en met hun stokken, die zij als zeisen +hanteeren, doodden zij geheele rijen van deze kleine vogels, +die er niet aan dachten om weg te vliegen en zich argeloos lieten +treffen. Een honderdtal lag reeds over den grond gestrooid, toen de +overigen besloten te vluchten. + +"Ziezoo," zeide Pencroff, "nu hebben wij een wild, zooals voegt aan +jagers, gelijk wij! Wij zouden ze met de hand kunnen grijpen!" + +Tegen drie uur 's middags ontdekte men een nieuwe vlucht vogels boven +zekere boomen, waarvan zij de bessen afplukten, die een welriekenden +geur verspreidden. Plotseling weerklonk een waar trompetgeschal +door het bosch. Deze zonderlinge en helderklinkende fanfare was het +gezang van hoendervogels, welke men in de Vereenigde Staten ook +aantreft. Weldra kwamen er eenige te voorschijn. Pencroff achtte +het noodzakelijk om zich van een dezer vogels meester te maken, die +ongeveer de grootte van een kip hebben en wier vleesch even malsch als +van een hoen is, maar het ging met zeer veel moeielijkheden gepaard, +daar men ze niet naderen kon. Na eenige vruchtelooze pogingen, die tot +geen andere uitkomst leidden dan dat zij de vogels schrik aanjoegen, +zeide de matroos tot den knaap: + +"Zeker moeten wij die, daar men ze niet in de vlucht kan grijpen, +aan den hengel vangen." + +"Als een karper?" riep Harbert verwonderd over dit voorstel uit. + +"Als een karper," antwoordde de zeeman op ernstigen toon. + +Pencroff had in het gras een zestal nestjes dezer vogels gevonden en +in elk lagen twee a drie eieren. Hij zorgde wel dat hij deze nestjes +niet aanraakte, daar ongetwijfeld de eigenaars wel er in terug zouden +keeren. Om hen te vangen zou hij een net spannen, met een lokaas er +in. Hij wenkte Harbert op korten afstand van de nestjes nader te komen +en bracht daar alles tot de vangst in gereedheid. Daarop verscholen +zij zich beiden achter een boom, waar zij geduldig afwachtten wat +gebeuren zou. Het behoeft wel niet gezegd te worden dat Harbert weinig +vertrouwen stelde in de goede uitwerking van zijn toestel. + +Toen een half uur verloopen was, gebeurde wat de matroos voorzien had, +en keerden verscheidene vogels in hun nest terug. Zij trippelden +rond en zochten op den grond hun voedsel, en schenen volstrekt de +tegenwoordigheid der jagers niet te bespeuren, die dan ook wel gezorgd +hadden, dat zij niet door de hoenders bemerkt konden worden. + +Inmiddels kwamen de vogels langzamerhand op het lokaas af; Pencroff +bewoog het nu en dan eens, alsof de wormen nog levend waren. + +Zeker is het, dat zich op dat oogenblik een geheel andere gewaarwording +van den matroos meester maakte dan die, welke de hengelaar gevoelen +moet, daar deze zijn prooi niet onder het water zien kan. + +Spoedig trok het op en neer gaan van het aas de aandacht van de +hoenders en pikten zij in het lokaas. Op hetzelfde oogenblik had +Pencroff er verscheidene in zijn bezit. + +"Hoezee!" riep hij en snelde naar zijn buit. + +Harbert klapte in de handen van vreugde over het welslagen zijner +poging, want hij had nog nooit vogels met een hengel zien vangen. + +Maar daar de avond begon te vallen, achtten zij het raadzamer +huiswaarts te keeren, en tegen zes uur kwamen zij vermoeid in de +schoorsteenen aan. + + + + +VII. + + Het avondeten.--Een slechte nacht.--Vreeselijke + storm.--Nachtelijke tocht.--Strijd met regen en wind.--Op + acht mijlen van het eerste kamp. + + +Spoedig hadden zij eenige vogels geplukt en zorgde Pencroff voor een +meer versterkend maal. Tegen den nacht zette de storm weder op. De zee +klotste met geweld tegen de rotsen en een zware regenbui viel als een +dikke mist neer. Hieraan moest men het wegblijven van Nab toeschrijven, +die ongetwijfeld een nachtverblijf in een rots gevonden had. + +Men besloot dan ook, zich niet verder over hem ongerust te maken en +elk zocht zijn hoekje van den vorigen nacht weder op. + +Ondanks het geloei van den storm was Pencroff, die zich aan alle +weer gewend had, in slaap gevallen. Gideon Spilett alleen was door +de onrust, die hij omtrent Nab koesterde, wakker gebleven. + +Het was ongeveer twee uur 's nachts toen Pencroff, die in een diepen +slaap gedompeld was, plotseling wakker werd geschud. + +"Wat is er?" vroeg hij, en terwijl hij ontwaakte was hij met de +vlugheid van geest, die den zeeman eigen is plotseling weder geheel +op de hoogte van den toestand. + +De reporter stond naast hem en zeide: + +"Luister Pencroff, luister." + +De zeeman luisterde aandachtig, maar geen enkel geluid dan het loeien +van den storm trof zijn oor. + +"Het is de wind," zeide hij. + +"Neen," antwoordde Gideon Spilett, terwijl hij opnieuw luisterde, +"ik meen iets gehoord te hebben...." + +"Wat dan?" + +"Het blaffen van een hond!" + +"Een hond!" riep Pencroff uit, terwijl hij overeind sprong. + +"Ja,.... blaffen...." + +"Het is onmogelijk!" antwoordde de zeeman. "En buitendien, hoe zou +het kunnen, bij het loeien van den storm...." + +"Wacht.... Hoor dan zelf," zeide Spilett. + +Pencroff luisterde nog oplettender, en meende nu ook geblaf in de +verte te hooren. + +"Nu!...." zeide de reporter, terwijl hij de hand van den zeeman +vastgreep. + +"Ja, ja!...." antwoordde Pencroff. + +"Het is Top! Het is Top!...." riep Harbert uit, die ook ontwaakt was +en alle drie snelden naar den ingang der schoorsteenen. + +Met moeite konden zij buiten komen; de wind hield hen tegen, maar +eindelijk toch slaagden zij, en konden zij zich, door zich aan de +rotsen vast te klampen, staande houden. + +Het was stikdonker. Eenige oogenblikken stonden de correspondent en +zijn vrienden stil, als vastgenageld door den storm, doornat van den +regen en verblind door het zand. Eindelijk hoorden zij weder blaffen, +en bemerkten zij, dat het geluid nog verre van hen verwijderd was. Geen +ander dan Top kon het wezen! Maar was hij alleen! Het waarschijnlijkste +was dat hij alleen was, want zoo Nab zich bij hem bevond, zou hij +wel naar de schoorsteenen geijld zijn. + +De zeeman drukte de hand van Spilett, daar deze hem niet verstaan kon; +en hiermede gaf hij te kennen: + +"Wacht!" en daarop ging hij weder naar binnen. + +Een oogenblik later kwam hij met een brandenden takkenbos terug, +zij wierpen dien in de duisternis, terwijl zij een schel gefluit +lieten hooren. + +Dit teeken scheen verwacht te zijn; dit mocht men ten minste gelooven, +want het werd weder door een geblaf beantwoord en weldra zagen zij +een hond de schoorsteenen binnen snellen. Pencroff, Harbert en Gideon +Spilett volgden hem. + +Zij wierpen eenig droog hout op het vuur. Een helder licht verspreidde +zich in de duisternis. + +"Het is Top!" riep Harbert uit. + +Het was inderdaad Top, de hond van den ingenieur Cyrus Smith. Maar +hij was alleen! Noch zijn meester, noch Nab vergezelde hem! + +Hoe had zijn instinct hem naar de schoorsteenen geleid, die hij +volstrekt niet kende. Dit was hun onbegrijpelijk, vooral in deze +duisternis en met zulk een hevigen storm! Maar wat zij nog minder +konden verklaren was dat Top volstrekt niet vermoeid noch uitgeput +scheen en zelfs geen slijk of zand aan zijn pooten had! + +Harbert had hem naast zich genomen en omvatte zijn kop met beide +handen. De hond liet hem rustig begaan. + +"Wanneer de hond teruggevonden is, zullen wij den meester ook +weervinden," zeide Spilett. + +"Ik hoop het!" antwoordde Harbert. "Kom, laten wij voortgaan, Top +zal ons geleiden!" + +Pencroff maakte geen tegenwerpingen. Hij begreep dat de terugkomst +van Top zijn voorgevoel logenstrafte.... + +"Vooruit!" zeide hij. + +Eerst legde hij nog eenige blokken hout op het vuur en daarop +vertrokken zij allen, voorafgegaan door den hond, die zich eerst nog +aan de overblijfselen van het avondmaal te goed had gedaan. + +De storm had toen zijn toppunt bereikt en daar het nieuwe maan was, +dus geen straaltje licht op de aarde viel, moesten zij geheel op het +instinct van Top vertrouwen. De correspondent en Harbert volgden hem, +en Pencroff sloot den stoet. Het was hun onmogelijk een woord te +wisselen, daar de regen te veel gedruisch maakte. + +Eindelijk kwamen zij achter de rotsen en waren zij dus voor een groot +gedeelte tegen den wind beschut. Harbert en Spilett stonden stil om +adem te halen. Nu konden zij elkaar verstaan en antwoorden en toen +Harbert den naam van Cyrus Smith uitsprak, blafte Top, alsof hij +zeggen wilde, dat zijn meester gered was. + +"Gered, nietwaar?" herhaalde Harbert, "gered Top?" + +En de hond blafte als om te antwoorden. + +Tegen vier uur in den morgen hadden zij ongeveer vijf mijlen +afgelegd. Het weer helderde langzamerhand op; maar thans hadden +zij meer van de koude te lijden, daar hun kleeren volstrekt niet +dik genoeg waren; maar geen klacht ontsnapte aan hun lippen. Zij +waren vast besloten het verstandige dier te volgen, waar het hen ook +brengen mocht. + +Tegen zes uur was het klaar dag. De matroos en zijn vrienden waren +toen ongeveer zes mijlen van de schoorsteenen verwijderd. Zij waren +thans op een vlakke kust; aan hun linkerzijde verhief zich een keten +van rotsen, waarvan de toppen alleen boven de zee uitstaken, wanneer +het vloed was; hier en daar zag men eenige boomen. Op verren afstand +strekte zich de zoom van het laatste bosch uit. + +Op dit oogenblik blafte de hond weder, maar veel gejaagder. Hij liep +heen en weer en snelde naar den matroos en smeekte hem als het ware +zijn schreden te verhaasten. De hond sloeg den weg naar de duinen in. + +Men volgde hem. Het land scheen geheel verlaten te zijn. Geen levend +wezen was er te bespeuren. Vijf minuten later stond Top voor een hol +stil en begon heftig te blaffen. Harbert, Pencroff en Spilett drongen +er binnen. + +Nab lag daar naast een lichaam geknield, dat op eenige droge kruiden +was uitgestrekt. Het was het lichaam van den ingenieur Cyrus Smith. + + + + +VIII. + + Leeft Cyrus Smith?--Nab's verhaal.--Voetstappen in het + zand.--Onoplosbare vraag.--De eerste woorden van Cyrus + Smith.--Terugkeer naar de schoorsteenen.--Pencroff radeloos. + + +Nab verroerde zich niet. De matroos zeide slechts: + +"Leeft hij?" + +Nab antwoordde niet, Gideon Spilett en Pencroff werden +doodsbleek. Harbert vouwde de handen krampachtig samen, maar bleef +onbeweeglijk staan. Het waarschijnlijkste was, dat de arme neger, +te zeer overstelpt door zijn eigen smart, noch zijn vrienden gezien, +noch hun woorden gehoord had. + +De reporter knielde naast dat wezenlooze lichaam neder, waarvan hij +de kleederen losmaakte. Een minuut--een eeuw!.... verliep, terwijl +Spilett aandachtig naar eenig kloppen van het hart luisterde. Nab had +zich een weinig opgericht en staarde hen aan zonder te zien. Nog nooit +had de wanhoop een menschelijk gelaat zoo kunnen veranderen. Nab was +onkenbaar, uitgeput van vermoeienis en gebroken door zijn smart. Hij +meende dat zijn meester dood was. + +Gideon Spilett stond op na hem lang met aandacht gadegeslagen te +hebben. + +"Hij leeft!" zeide hij. + +Pencroff knielde thans op zijn beurt naast Cyrus Smith neder; ook +hij hoorde het kloppen van het hart en zijn lippen voelden den adem +van den ingenieur. + +Harbert snelde naar buiten, om op verzoek van den correspondent +water te halen. Een honderd passen ver vond hij een helder stroomend +beekje. Maar hij had niets om dit water in te scheppen. De knaap +moest zich dus tevreden stellen met zijn zakdoek daarin te doopen en +spoedig snelde hij naar de grot terug. + +Gelukkig was deze natte zakdoek voor Gideon Spilett voldoende, +daar hij slechts de lippen van den ingenieur wilde bevochtigen. Deze +weinige droppelen water hadden een plotselinge uitwerking. Een zucht +ontsnapte aan de borst van Cyrus Smith en het scheen zelfs dat hij +wilde beproeven eenige woorden te spreken. + +"Wij zullen hem behouden!" riep de reporter. + +Nab kreeg bij deze woorden weer eenige hoop. Hij ontkleedde zijn +meester om te zien of hij ook ergens gewond was. Maar noch het hoofd, +noch de borst, noch de armen, noch de beenen hadden eenig letsel +bekomen, zelfs geen enkele schram, iets wat hem zeer verwonderde, +daar het lichaam van Cyrus Smith toch tegen de rotsen moest zijn +geworpen. Zelfs de handen waren onbezeerd; het was hem onverklaarbaar +dat er bij den ingenieur volstrekt geen sporen te bekennen waren van +de pogingen die hij had moeten doen om over de klippen te komen. + +Maar later zou zich deze onbegrijpelijke omstandigheid wel verklaren. + +Toen Cyrus Smith weder spreken kon, verhaalde hij hun het +gebeurde. Voor het oogenblik kwam het er slechts op aan, niets +onbeproefd te laten, om hem in het leven terug te roepen, en het was +niet onwaarschijnlijk dat men dit doel door wrijven zou bereiken. Zij +hadden het aan den duffel van den matroos te danken. De ingenieur +werd door de aanraking met deze ruwe stof een weinig verwarmd en +gevoelde zich daardoor in staat om zijn arm even op te lichten +en zijn ademhaling werd regelmatiger. Hij leed aan uitputting en +ongetwijfeld zou het, zonder de komst van Spilett en zijn vrienden, +met Cyrus Smith gedaan zijn geweest. + +"Gij dacht dus dat uw meester dood was?" vroeg de matroos aan Nab. + +"Ja! dood!" antwoordde Nab, "en zoo Top u niet gevonden had en gij +niet gekomen waart, zou ik mijn meester begraven hebben en zou ik +aan zijn zijde zijn gestorven!" + +Men ziet dus waarvan het leven van Cyrus Smith had afgehangen. + +Nab verhaalde toen hetgeen voorgevallen was. Den vorigen dag, nadat +hij de schoorsteenen verlaten had, had hij de noordwestelijke richting +van de kust gevolgd en was dus in dat gedeelte gekomen, wat zij reeds +doorzocht hadden. + +Nab was vastbesloten toch nog eenige mijlen de kust te +houden. Misschien was het lijk door het opkomen van de zee verder +opgespoeld. Wanneer een lijk op eenigen afstand van de kust drijft, +gebeurt het zeer zelden dat de golven het niet vroeg of laat op het +strand werpen. Nab wist dit en hij wilde zijn meester toch nog voor +het laatst zien. + +"Twee mijlen volgde ik nog de kust," zeide hij, "en waar of ik ook +zocht, nergens vond ik eenig spoor en begon nu te wanhopen, iets +van hem te ontdekken toen ik gisteren, omstreeks vijf uur 's avonds, +eenige indrukken van voetstappen bespeurde." + +"Voetstappen?" riep Pencroff uit. + +"Ja!" antwoordde Nab. + +"En die voetstappen begonnen reeds op de klippen?" vroeg de +correspondent verder. + +"Neen," antwoordde Nab, "op het strand eerst, want tusschen het strand +en de klippen moeten de voetstappen zijn uitgewischt." + +"Ga voort, Nab," zeide Gideon Spilett. + +"Toen ik deze voetstappen zag werd ik waanzinnig. Zij waren goed +zichtbaar en blijkbaar voerden zij naar de duinen. Ik volgde ze een +halve mijl, maar zorgde wel ze niet uit te wisschen. Vijf minuten +later, toen de avond begon te vallen, hoorde ik het blaffen van een +hond. Het was Top en Top bracht mij hierheen, bij zijn meester." + +Nab's eerste gedachten waren toen aan zijn makkers geweest. Deze +zouden hem waarschijnlijk ook nog wel eens voor het laatst willen +zien! Top was daar. Kon hij niet vertrouwen op het verstand van dit +edelmoedige dier? Nab sprak toen verscheidene malen den naam van +Spilett uit, daar hij een van de vrienden van den ingenieur was, +dien Top het best kende; daarop wees hij hem het zuidelijke gedeelte +der kust en de hond verwijderde zich in de aangewezen richting. + +Men weet, hoe de hond door een bijna bovennatuurlijk instinct geleid +aan de schoorsteenen was gekomen. + +Allen hadden naar dit verhaal aandachtig geluisterd. Er lag iets +onbegrijpelijks in, dat Cyrus Smith, na alle pogingen die hij moest +aangewend hebben om aan de golven te ontsnappen en over de klippen +heen te klimmen, zelfs geen enkele schram bekomen had. En wat hun +niet minder onverklaarbaar toescheen, was dat de ingenieur op een mijl +afstand van de kust deze grot in het midden der duinen gevonden had. + +Slechts Cyrus Smith zelf kon hun deze vragen ophelderen. Men moest dus +geduld hebben tot dat hij weer tot zich zelf was gekomen. Gelukkig +ontwaakte het leven meer en meer in hem. Nab, die naast hem +zat sprak nu en dan zijn naam uit, maar zijn oogen bleven altijd +gesloten. Eindelijk kwamen zij overeen daar Pencroff geen vuur bij zich +had, Smith zoo spoedig mogelijk naar de schoorsteenen over te brengen. + +Toch kwam de ingenieur sneller bij kennis dan men had durven +hopen. Pencroff kwam op het denkbeeld om bij het water, waarmede hij +zijn lippen bevochtigde, een weinig vet van de vogels te doen, die +hij meegebracht had. Harbert keerde eindelijk met twee groote schelpen +terug. De matroos maakte een drank klaar, dien hij langzaam tusschen +de lippen van den ingenieur liet vloeien, wien het blijkbaar goed deed. + +Daarop opende hij de oogen. Nab en de correspondent waren over hem +heen gebogen. + +"Meester! Meester!" riep Nab uit. + +De ingenieur hoorde hem. Hij herkende Nab en Spilett, daarna zijn +beide andere metgezellen, Harbert en Pencroff; zacht raakte hij hen +met de hand aan. + +Toen kwamen eenige woorden over zijn lippen--woorden, die hij zeker +reeds meer gezegd had en die duidelijk te kennen gaven welke gedachten +in hem omgingen. Deze woorden waren slechts: + +"Eiland of vasteland?" + +"Och!" riep Pencroff uit, en hij kon dezen uitroep niet weerhouden, +"goede hemel, wat zal er dat toe doen, als gij maar leeft, mijnheer +Cyrus! Eiland of vasteland. Dat zullen wij later wel zien." + +De ingenieur knikte toestemmend en scheen weder in te slapen. + +Daarop gingen Pencroff en zijn beide vrienden naar de duinen, waar zij +met geen ander werktuig dan hun handen een dun boompje uit den grond +haalden. Van de takken maakten zij een bed waarover zij droge bladeren +en kruiden spreidden, zoodat de ingenieur daarop gelegd kon worden. + +Dit was het werk van een half uur en het was tien uur toen Nab en +Harbert bij den ingenieur terugkeerden, terwijl Gideon Spilett hem +niet verlaten had. + +Cyrus Smith ontwaakte juist. Er kwam weder kleur op zijn wangen, die +tot nog toe doodsbleek waren geweest. Hij richtte zich een weinig +op, wierp een blik om zich heen en scheen te vragen waar hij zich +thans bevond. + +Eindelijk vroeg Cyrus Smith op zwakken toon of zij hem niet op het +strand gevonden hadden? + +"Neen," zeide Spilett. + +"Zijt gij het dan niet, die mij in deze grot gelegd hebt?" + +"Neen." + +"Hoever is de grot van de klippen verwijderd?" + +"Ongeveer een halve mijl," antwoordde Pencroff, "en zoo gij verwonderd +zijt, mijnheer Smith, wij zijn niet minder verbaasd u hier te vinden." + +"Inderdaad," hernam de ingenieur die langzamerhand meer belang in +alles begon te stellen, "inderdaad, dat is zeer zonderling!" + +"Maar," zeide de matroos, "kunt gij ons zeggen, wat er met u +voorgevallen is, sedert gij door dien golfslag medegevoerd werd?" + +Cyrus Smith bedacht zich een oogenblik. Hij wist er weinig van. De +golfslag had hem uit het net gerukt. Hij was eerst in de diepte +verdwenen. Toen hij op de oppervlakte der zee terugkwam, voelde +hij in deze halve duisternis een levend wezen naast zich. Het was +Top, die hem ter hulp was gesneld. Hij bevond zich te midden der +onstuimige golven, op geen grooteren afstand dan een halve mijl van +de kust verwijderd. Hij beproefde tegen de golven te worstelen, door +te zwemmen. Top hield hem aan zijn kleederen vast. Toen hij plotseling +door den storm werd medegevoerd en nadat hij een half uur lang zich er +met kracht tegen verzet had, moest hij zich laten drijven en sleepte +hij Top in den afgrond mede. Van dat oogenblik af totdat hij zich in +de armen zijner vrienden bevond, herinnerde hij zich niets meer. + +"Toch moet gij kracht genoeg gehad hebben," zeide Pencroff, "om, toen +gij op het strand geworpen waart, van daar naar deze grot te loopen, +want Nab heeft hier uw voetstappen ontdekt." + +"Ja.... dat moet wel...." antwoordde de ingenieur peinzend. "En gij +hebt volstrekt geen spoor van eenig menschelijk wezen gevonden?" + +"Geen enkel," antwoordde Spilett. "En bovendien, zoo gij toevallig +door iemand gered waart, welke redenen zou die persoon hebben u te +verlaten nadat hij u aan de golven had ontrukt." + +"Ge hebt gelijk, beste Spilett.--Zeg Nab," ging hij voort, terwijl hij +zich tot zijn bediende wendde, "gij waart het niet.... ge zult toch +niet gedachteloos iets gedaan hebben.... terwijl ge.... Neen, dat is +al te ongerijmd.... Zijn er nog van die voetstappen te zien?" vroeg +Cyrus Smith. + +"Ja, meester," antwoordde Nab, "hier bij den ingang zijn er nog +eenige. De overige zijn door den storm en den regen uitgewischt." + +"Pencroff," hernam Cyrus Smith, "wilt gij mijn schoenen medenemen en +zien of zij dezelfde indrukken maken?" De matroos deed wat hem gevraagd +werd. Harbert en hij gingen, geleid door Nab, naar de plaats waar de +indrukken te vinden waren, terwijl Cyrus Smith tot den reporter zeide: + +"Er hebben onverklaarbare dingen plaats gehad!" + +"Onverklaarbare!" beaamde Spilett. + +"Maar laten wij er niet langer over denken, later spreken wij er +nader over." Een oogenblik daarop kwamen de matroos, Nab en Harbert +weder terug. + +Er viel thans niet meer te twijfelen. De schoenen van den ingenieur +pasten juist in de voetsporen. Het was dus Cyrus Smith, die ze in +het zand gedrukt had. + +"Ik was het dus die deze zinsverbijstering onderging, terwijl ik +dacht dat het Nab geweest was. Ik moet in mijn slaap gewandeld hebben, +zonder te weten waarheen ik mijn schreden richtte; en het was dus Top, +die door zijn instinct geleid, mij hierheen bracht, na mij gered te +hebben.... Kom eens hier Top! mijn beste trouwe hond!" + +De prachtige hond sprong blaffend tegen zijn meester op en werd +overladen met liefkoozingen. + +Tegen den middag gevoelde Cyrus Smith zich in staat, gesteund door +den arm van Spilett, naar de schoorsteenen te gaan. + +Men bracht nu de draagbaar. Cyrus Smith strekte zich op het mos en +de droge bladeren uit, terwijl Pencroff en Nab de baar tusschen zich +namen. Acht mijlen moesten zij afleggen; en daar zij niet snel zouden +kunnen loopen en zeker nog wel eens dikwijls stil zouden moeten staan, +kon men rekenen dat er zes uur zouden voorbijgaan eer de schoorsteenen +bereikt waren. + +Tegen vijf uur waren zij hun doel nabij en bevonden zij zich vóór +hun woning. Allen stonden stil en zetten de draagbaar op het zand +neer. Cyrus Smith lag in een diepen slaap en ontwaakte niet. + +De grond voor de schoorsteenen was geheel door den opgekomen vloed +doorweekt. Pencroff snelde naar binnen, want plotseling had zich een +gedachte van hem meester gemaakt. + +Oogenblikkelijk daarop keerde hij terug en staarde roerloos zijn +vrienden aan.... + +Het vuur was uitgedoofd. De tondel die de plaats van zwam kon innemen +was verdwenen. De zee was zeer ver in de schoorsteenen doorgedrongen +en had alles verwoest wat daar aanwezig was. + + + + +IX. + + Cyrus is er.--Pogingen van Pencroff.--Wrijven van hout.--Eiland + of vastland?--De plannen van den ingenieur.--Op welk punt van + de Zuidzee?--In het dichtst van het woud.--De pijnboom.--De + jacht.--Rook die veel belooft. + + +Met weinige woorden werden Gideon Spilett, Harbert en Nab op de +hoogte van den toestand gebracht. Deze gebeurtenis die zeer ernstige +gevolgen kon hebben,--Pencroff zag het ten minste zoo in,--had +een verschillende uitwerking op de metgezellen van den braven +zeeman. Nab was zoo verheugd zijn meester te hebben weergevonden, dat +hij niet luisterde en zelfs volstrekt niet wilde letten op hetgeen +Pencroff zeide. Harbert scheen eenigermate de vrees van den zeeman +te deelen. Wat den verslaggever betreft, deze antwoordde slechts op +de woorden van Pencroff. + +"Op mijn woord van eer, Pencroff, het is mij volmaakt onverschillig! Is +Cyrus er dan niet? Leeft onze ingenieur niet? Hij zal wel weten hoe +hij ons vuur kan verschaffen?" + +"Waarmee dan?" + +"Met niets." + +Wat moest Pencroff daarop antwoorden? Hij antwoordde niet, want in zijn +binnenste deelde hij het vertrouwen, dat zijn metgezellen in Cyrus +Smith stelden. De ingenieur was voor hem een vereeniging van alle +menschelijke wetenschappen en kennis! Het kwam op hetzelfde neer of +men met Cyrus op een verlaten eiland was, dan wel zonder Cyrus in de +meest welvarende stad van de Unie. Met hem kon men aan niets gebrek +hebben. Met hem behoefde men nooit te wanhopen. Al had men dezen +goeden lieden gezegd, dat een vulkaansche uitbarsting dit land zou +vernietigen, dat het verzinken zou in de peillooze diepte van de Stille +Zee, zij zouden kalm geantwoord hebben: "Cyrus is daar! Daar is Cyrus!" + +Cyrus Smith moest nu vóór alles onder gebracht worden; men bereidde +hem zoo goed mogelijk een bed van zeegras en de diepe slaap, waarin +hij weldra verzonk, herstelde spoedig zijn krachten. + +De nacht was ingevallen en de temperatuur begon tegelijkertijd kouder +te worden door het draaien van den wind naar het noordoosten. Daar +de zee de beschuttingen had verwoest, die Pencroff op verscheidene +plaatsen had aangebracht, begon het zoo te tochten dat de schoorsteenen +bijna onbewoonbaar werden. Het zou er dus slecht voor den ingenieur +hebben uitgezien, indien zijn lotgenooten hem niet zorgvuldig toegedekt +hadden, door zich zelve van hun overkleederen te ontdoen. + +Het avondeten bestond dien avond slechts uit die onvermijdelijke +lithodomen, waarvan Harbert en Nab er zooveel op de kust hadden +gevonden; zij wisten echter op de hoogste rotsen nog een eetbare +plant te vinden, die nog al in den smaak viel van den correspondent +en zijn lotgenooten. + +"Toch wordt het tijd, dat Cyrus ons te hulp komt," zeide de zeeman. + +Het werd intusschen zeer koud en ongelukkig genoeg, men had geen +enkel middel om de koude tegen te gaan. + +De zeeman, die inderdaad ongerust werd, beproefde op alle mogelijke +manieren vuur te maken. Nab hielp hem zelfs daarbij. Hij had eenig +droog mos gevonden en door twee keisteenen tegen elkander te slaan, +verkreeg hij vonken; maar het mos, was niet brandbaar genoeg en vatte +geen vlam; die vonken waren toch slechts gloeiende stukjes vuursteen +en hadden niet dezelfde bestanddeelen als die, welke aan het staal +bij het vuurslaan ontspringen. De poging gelukte dus niet. + +Pencroff beproefde vervolgens, hoewel hij er niet veel van verwachtte, +om, in navolging van de wilden, twee stukken droog hout tegen +elkander te wrijven. Wanneer volgens de nieuwe theorie, de beweging, +die Nab en hij maakten, in warmte moest overgaan, dan zou deze zeker +voldoende zijn geweest om het water voor een stoomketel aan de kook +te brengen! De uitkomst echter leidde tot niets. De stukken hout +werden warm, dat was alles, en zelfs niet eens zoo warm als zij, +die de beweging maakten. + +Na een uur gewreven te hebben, gudste Pencroff het zweet uit alle +poriën en hij wierp spijtig de stukken hout weg. + +"Als het waar is, dat de wilden op deze manier vuur maken," zeide hij, +"dan zou het zelfs in den winter warm zijn! Door zoo te wrijven zou +ik nog eerder mijn armen in brand steken!" + +Pencroff vergat dat niet alle soorten van hout er toe geschikt zijn +en dat hij er niet den slag van had. + +Harbert had den zeeman gadegeslagen en de stukken hout opgenomen, +toen deze ze wegwierp; hij begon met grooten ijver te wrijven en hij +antwoordde, toen Pencroff hem spottend toeriep: + +"Wrijf maar, mijn jongen, wrijf maar." + +"Ik wrijf alleen om mij zelf warm te maken evenals gij het er door +zijt geworden, Pencroff." + +Wat er ook gebeurde, zij moesten zich dien nacht ter ruste leggen +zonder er in geslaagd te zijn vuur te maken. + +Spilett, Harbert, Nab en Pencroff strekten zich in een van de gangen +op het zand uit en Top sliep aan de voeten van zijn meester. + +Toen de ingenieur den volgenden morgen, 28 Maart, tegen acht uur +ontwaakte, zag hij zijn metgezellen om zich geschaard, die op zijn +ontwaken wachtten; evenals den vorigen avond, waren zijn eersten +woorden: + +"Eiland of vasteland?" + +Men ziet, deze gedachte vooral hield hem bezig. + +"Dit is nu juist wat wij niet weten, mijnheer Smith!" antwoordde +Pencroff. + +"Weet gij dat nog niet?..." + +"Maar wij zullen het weten," voegde Pencroff er bij, "wanneer gij +ons door dit land den weg hebt gewezen." + +"Ik geloof wel het te kunnen ondernemen," antwoordde de ingenieur +die zonder veel inspanning opstond en bleef staan. + +"Dat gaat al goed!" riep de zeeman uit. + +"Ik zou bijna van honger omkomen," antwoordde Cyrus Smith. "Vrienden, +ik moet iets te eten hebben, en dan ben ik ter uwer beschikking.--Er +is vuur, nietwaar?" + +Het duurde eenige oogenblikken, voordat er antwoord op deze vraag +kwam. Pencroff zeide eindelijk: + +"Helaas, wij hebben geen vuur, of liever, mijnheer Smith, wij hebben +geen vuur meer!" + +Hij vertelde vervolgens, wat er den vorigen avond gebeurd was. Smith +gebruikte inmiddels zijn sober maal, en toen dit genuttigd was, +kruisde hij zijn armen en zeide: + +"En dus, mijn vrienden, gij weet nog niet of het lot ons op het +vasteland of wel op een eiland geworpen heeft?" + +"Neen, mijnheer Smith," was het antwoord. + +"Morgen zullen wij het weten," hernam de ingenieur. "Tot zoolang +staat ons niets te doen." + +"Zeker wel," gaf Pencroff ten antwoord. + +"Wat dan?" + +"Vuur," zeide de zeeman, die ook van zijn kant een idée fixe had. + +"Wij zullen vuur maken, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith.--"Heb ik +gisteren niet, terwijl gij mij vervoerdet, in het westen een berg +gezien die boven alles uitsteekt?" + +"Ja," antwoordde Gideon Spilett, "een berg, die hoog genoeg moet +zijn...." + +"Goed," hernam de ingenieur. "Morgen zullen wij den top bestijgen +en zien of dit land een eiland of het vasteland is. Tot zoolang, +ik herhaal het, is er niets te doen." + +"Toch wel, vuur!" hernam nogmaals de koppige matroos. + +"Maar men zal vuur maken!" antwoordde Gideon Spilett. "Een beetje +geduld, Pencroff." + +De zeeman zag Gideon Spilett aan, alsof hij zeggen wilde: "Indien +gij er alleen voor staat om het ons te geven, dan zullen wij nog zoo +spoedig geen biefstuk bakken!" Maar hij zweeg. + +Cyrus Smith echter had nog niets geantwoord. De quaestie om vuur te +maken scheen hem al zeer weinig bezig te houden. Gedurende eenige +oogenblikken bleef hij in gedachten verzonken. Eindelijk nam hij het +woord en zeide: + +"Mijne vrienden, onze toestand is misschien ellendig, maar hij is +in ieder geval zeer eenvoudig. Of wij zijn op een vasteland, en dan +kunnen wij ten koste van meerdere of mindere vermoeienis, een bewoond +punt bereiken; òf wel, wij zijn op een eiland. In dit laatste geval +blijven ons slechts twee dingen over; indien het eiland bewoond is, dan +zullen wij het met zijn bewoners trachten te vinden; is het verlaten, +dan zullen wij trachten ons alleen te redden en ons hier vestigen, +alsof wij het nooit moesten verlaten!" + +"Nooit!" riep de verslaggever uit. "Zegt gij nooit! mijn waarde Cyrus?" + +"Het is beter, dadelijk het ergste van de zaken te zien," antwoordde +de ingenieur, "en betere uitkomst als een verrassing te beschouwen." + +"Flink!" zeide Pencroff. "En men moet ook nog hopen, dat dit eiland, +als het er een is, niet juist geheel buiten den weg der schepen +ligt! Dat zou al zoo ongelukkig mogelijk zijn!" + +"Wij zullen niet eer weten waar ons aan te houden, vóórdat wij den +berg hebben bestegen," antwoordde de ingenieur. + +"Maar, mijnheer Cyrus, zult gij morgen de vermoeienis van dien tocht +kunnen doorstaan?" vroeg Harbert. + +"Ik hoop het," antwoordde de ingenieur, "maar onder voorwaarde dat +Pencroff en gij, mijn jongen, zult toonen knappe en handige jagers +te zijn." + +"Mijnheer Cyrus," viel de zeeman hem in de rede, "daar gij nu toch +van wild spreekt, als ik, bij mijne terugkomst, even zeker kon zijn +het wild te zien braden, als ik nu zeker ben het thuis te brengen...." + +"Breng het maar eerst thuis, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith. + +Men kwam overeen, dat de ingenieur en de correspondent den dag in de +schoorsteenen zouden doorbrengen, om de kust en de hooge vlakte te +onderzoeken. Nab, Harbert en de zeeman zouden intusschen naar het bosch +terugkeeren, een nieuwen voorraad hout opdoen en zich meester maken +van elken vogel of van elk stuk wild, dat onder hun bereik mocht komen. + +Tegen tien uur in den morgen gingen zij op weg, Harbert vol vertrouwen, +Nab vroolijk en Pencroff binnensmonds mompelende: + +"Als ik bij mijn terugkomst vuur in huis vind, dan heeft het onweder +in eigen persoon het er aangebracht!" + +Zij kwamen overeen om met de jacht te beginnen en op den terugtocht +hout in te zamelen. In plaats van, zooals den vorigen keer, de rivier +te volgen, drongen zij dieper in het bosch door, maar dit beantwoordde +niet aan hunne verwachting, want na een uur geloopen te hebben, +hadden zij nog geen wild gezien. + +De zon had haar hoogste standpunt nog niet bereikt; de tocht duurde +nog maar altijd voort. Eindelijk werden zij beloond; Harbert ontdekte +namelijk een soort van denneboom, waarvan de vruchten eetbaar waren +en veel overeenkomst met amandelen hadden. + +"Dat gaat goed," zeide Pencroff, "zeeplanten in plaats van brood, rauwe +mosselen in plaats van vleesch en amandelen tot dessert, dat is wel een +diner voor menschen die geen enkelen lucifer meer in hun zak hebben!" + +"Ge moet niet klagen," antwoordde Harbert. + +"Ik klaag niet, mijn jongen," hernam Pencroff, "ik herhaal slechts, +dat het vleesch wel een beetje te veel ontbreekt bij dat maal!" + +"Top denkt er anders over...." riep Nab uit, die op een kreupelboschje +toeliep, waarin de hond blaffend verdwenen was. Het keffen van Top +vermengde zich met een zonderling geknor. + +De zeeman en Harbert waren Nab gevolgd. Nauwelijks waren de jagers in +het boschje of zij zagen Top, die een beest bij een oor vasthield. Het +was een soort varken, ongeveer twee en een halven voet lang, bruinzwart +van kleur met een harde, maar niet zeer dikke huid, en pooten waarvan +de teenen, die op dat oogenblik aan den grond als genageld stonden, +door vliezen verbonden waren. + +Harbert meende dat het een moeraszwijn was, dat is te zeggen, het +grootste soort van de orde der knaagdieren. + +Intusschen verweerde het dier zich volstrekt niet tegen den +hond. Het keek dom uit zijn oogen, diep verborgen in een dikke laag +vet. Misschien was dit de eerste maal dat het menschen voor zich zag. + +Nab had zijn stok stevig in de hand genomen en wilde het knaagdier +afmaken, toen dit zich eensklaps uit de tanden van Top, die slechts een +stuk van het oor behield, losrukt, een vreeselijk gebrul uitstoot, +op Harbert aanvliegt, dezen op den grond werpt en daarna in het +bosch verdwijnt. + +"Ha! die schelm," riep Pencroff uit. + +Onmiddellijk volgden zij de sporen van Top en op het oogenblik dat zij +het beest nabij waren verdween het onder water in een grooten poel, +door eeuwenoude pijnboomen omringd. + +Nab, Harbert en Pencroff stonden onbeweeglijk. Top was in het water +gesprongen, maar het dier verscheen niet weer. + +"Wij moeten wachten," zeide de knaap, "want het zal weldra komen om +adem te halen." + +"Zou het niet verdrinken?" vroeg Nab. + +"Neen," antwoordde Harbert, "het heeft zwemvliezen en is dus een +amphibie. Maar wij moeten opletten." + +Top bleef te water. Pencroff en zijn metgezellen gingen ieder aan +een kant staan, om het beest elken uitweg af te snijden. + +Harbert had zich niet vergist. Weinige oogenblikken later verscheen +het zwijn aan de oppervlakte van het water. Top wierp zich in een +sprong op hem en belette het op nieuw onder te duiken. Het volgende +oogenblik was het dier door een slag van den stok van Nab afgemaakt. + +"Hoezee!" riep Pencroff, die gaarne door dien kreet zijn vreugde +uitte. "Nu nog slechts een gloeiend kooltje en dit knaagdier zal zelf +tot op de beenderen afgeknaagd worden!" + +Pencroff laadde het zwijn op zijn schouders en den stand der zon +gadeslaande, oordeelde hij, dat het ongeveer twee uur zou zijn en +gaf bevel tot den terugtocht. + +Dank zij het instinct van Top, konden de jagers den weg, dien zij +gekomen waren, terugvinden. Een half uur later waren zij aan den oever +van de rivier. De zeeman was nog op vijftig passen van de schoorsteenen +verwijderd, toen hij op nieuw een oorverdoovend hoezee aanhief en op +den steenhoop wijzende, uitriep: + +"Nab! Harbert! Zie eens!" + +Een rookwolk steeg kronkelend boven de rotsen op! + + + + +X. + + Eene uitvinding van den ingenieur.--De vraag, die Cyrus Smith + bezig houdt.--Op weg naar het gebergte.--Het woud.--Vulkanische + bodem.--Vreemde dieren.--De eerste vlakte.--Een nacht in de + open lucht.--De top van den kegel. + + +Eenige oogenblikken later stonden de drie jagers voor een knetterend +vuur. Cyrus Smith en de correspondent bevonden zich daar eveneens, +Pencroff staarde hen aan, zonder een woord te zeggen, met zijn zwijn +in de hand. + +"Zeker, zeker, mijn jongen," riep de verslaggever uit. "Vuur waarachtig +vuur, dat dit prachtige stuk wild, waaraan wij ons straks te goed +zullen doen, heerlijk zal braden!" + +"Maar wie heeft dit aangemaakt?" vroeg Pencroff. + +"De zon!" + +Het antwoord van Gideon Spilett was zeer juist. De zon had deze warmte +aangebracht, waarover Pencroff zich verwonderde. De zeeman kon zijn +oogen niet gelooven, en hij was zoo buiten zich zelf van verbazing, +dat hij er niet eens aan dacht den ingenieur naar de toedracht der +zaak te vragen. + +"Hadt gij dan een brandglas, mijnheer?" vroeg Harbert aan Smith. + +"Neen, mijn jongen," antwoordde hij, "maar ik heb er een gemaakt." + +En hij liet hem den toestel zien, dien hij voor brandglas gebruikt +had. Het waren slechts de glazen van de horloges van den correspondent +en van hem. Na ze met water gevuld en de randen door middel van een +weinig klei hermetisch aaneengesloten te hebben, had hij een brandglas +vervaardigd, dat, door de zonnestralen op een stuk zeer droog mos te +concentreeren, de ontbranding had veroorzaakt. + +De zeeman beschouwde den toestel en keek toen den ingenieur aan zonder +een woord te spreken. Maar zijn blik zeide genoeg! Was Cyrus Smith +voor hem al niet een God, zeker was hij meer dan een mensch. Eindelijk +kreeg hij zijn spraak terug en riep uit: + +"Teeken dat aan mijnheer Spilett, teeken dat in uw boek aan." + +"Het is reeds aangeteekend," antwoordde de verslaggever. + +Weldra had de zeeman, met behulp van Nab, het zwijn aan het +braadspit. De ingenieur en zijn metgezel hadden hun dag goed besteed, +de schoorsteenen waren weder bewoonbaar geworden, doordat de reten met +steen en zand dicht waren gemaakt en de gloed van het vuur zich ook +daar deed gevoelen. Cyrus Smith had zijn krachten weder teruggekregen +en staarde, in gepeins verzonken, naar den top van den berg, dien zij +den volgenden dag zouden bestijgen. Die berg lag ongeveer op zes mijlen +noord-westelijk en verhief zich, naar zijn schatting, drie duizend +vijf honderd voet boven de oppervlakte der zee. Bijgevolg kon iemand, +die op den top stond den horizon met een straal van minstens vijftig +mijlen overzien. Cyrus Smith zou dus waarschijnlijk zonder moeite, +de quaestie van "vasteland of eiland" kunnen oplossen, welke hij, +niet zonder reden, de gewichtigste van allen oordeelde. + +Het avondeten werd met grooten smaak genuttigd en na eenige groote +blokken hout op het vuur geworpen te hebben, begaven zich allen +ter ruste. + +Den volgenden morgen om half acht waren Cyrus Smith en zijn +lotgenooten, met stokken gewapend, gereed om den tocht te +ondernemen. De rest van het zwijn was voldoende voedsel voor vier en +twintig uur; zij hoopten onder weg echter nieuwen voorraad op te doen; +en de glazen waren dan ook weer op de horloges van den ingenieur en +den verslaggever gezet. + +Op raad van Pencroff volgde men den reeds afgelegden weg door het +bosch, daar dit de naaste naar den berg was. Toen zij aan den zoom van +het bosch waren, begon de weg een weinig te hellen. Ten tien uur maakte +men even halt op een plaats vanwaar men den berg in het gezicht had. + +"Wij zijn op vulkanisch terrein," zeide Smith tot zijn +metgezellen. Harbert maakte hen opmerkzaam op versche sporen van +groote dieren, wilde of andere. + +"Die beesten zullen ons misschien ongaarne hun gebied afstaan," +merkte Pencroff op. + +"Welnu," antwoordde de correspondent, die in Indië reeds tijgerjachten +had mee gemaakt en in Afrika de leeuwen had vervolgd, "wij zullen +ons van hen trachten te ontdoen. Maar laten wij intusschen op onze +hoede zijn." + +Om twaalf uur werd er een tweede halt gemaakt om te ontbijten, +waarna het troepje zich weer in beweging zette, maar nu door vrij +dik kreupelhout. In de schaduw fladderde een groot aantal vogels, +tot het geslacht der fazanten behoorende. Gideon Spilett doodde met +een steenworp een van deze vogels, waarop Pencroff, die waarschijnlijk +door de lucht honger had gekregen, gulzige blikken wierp. + +De weg werd voortdurend moeielijker, want hij ging nu steil naar +de hoogte en ieder moest nauwkeurig toezien, waar hij zijn voet +zette. Nab en Harbert gingen vooraan, Pencroff was de laatste; +tusschen hen in liepen Cyrus en de verslaggever. De dieren, die op +deze hoogte verblijf hielden--en hun sporen ontbraken niet--moesten +noodzakelijk behooren tot die rassen met vasten voet en lenig lichaam, +waartoe de gemzen en wilde geiten behooren. Men zag er zelfs eenigen, +maar Pencroff scheen ze niet met een juisten naam aan te duiden, +want eensklaps riep hij uit: + +"Schapen!" + +Allen bleven stilstaan op vijftig passen afstand van een half dozijn +groote dieren met krachtige horens, die naar achteren gebogen en plat +aan het uiteinde waren, hun vacht was wollig, maar verborgen onder +lang zijdeachtig haar van licht gele kleur. + +Het waren geen gewone schapen, maar een soort, dat algemeen gevonden +wordt in de bergen der gematigde luchtstreken en waaraan Harbert den +naam gaf van wilde rammen. + +"Zitten er ook bouten en koteletten aan?" vroeg de zeeman. + +"Ja," antwoordde Harbert. + +"Nu dan zijn het ook schapen!" hernam Pencroff. + +Deze beesten bleven onbeweeglijk en met verwonderden blik tusschen de +blokken basalt staan alsof zij voor de eerste maal menschelijke wezens +aanschouwden. Toen verdwenen zij in een paar sprongen achter de rotsen. + +"Tot weerziens!" riep Pencroff hun op zulk een echt komischen toon na, +dat zijn metgezellen begonnen te lachen. + +Zeven uur lang waren zij bergopwaarts gegaan; de duisternis viel in en +men besloot te kampeeren om de krachten te herstellen, het avondeten +te nuttigen en vervolgens te slapen. Het weer was prachtig, de hemel +onbewolkt en de nacht nog niet geheel donker. Te midden van eenige +rotsen vond men een schuilplaats. Hoewel de brandstof niet overvloedig +was, wisten de zeeman, Nab en Harbert spoedig zooveel mos en droog +hout bij elkander te zoeken, dat er binnen weinige oogenblikken een +knetterend vuurtje opvlamde, dat alleen diende om de koude nachtlucht +een weinig tegen te gaan. Nab bewaarde den fazant voor den volgenden +dag, de overblijfsels van het zwijn en eenige dozijnen amandelen +vormden nu het souper. Het was nog geen half zeven, toen dit reeds +afgeloopen was. + +Cyrus Smith kwam op de gedachte om, voor hij ter ruste ging, den +omtrek nog eens op te nemen; hij wilde zich overtuigen of men het +pad kon volgen dat rondom dezen kegel liep, voor het geval dat de +zijden te stijl mochten zijn en men den top aldus niet zou kunnen +bereiken. Kon men echter geen van beiden, dan was het onmogelijk het +westelijke gedeelte van de streek op te nemen en men zou het doel +van den tocht gedeeltelijk missen. + +Zonder zijn vermoeienis te tellen, liet de ingenieur Pencroff en +Nab voor slaapplaatsen zorgen, Gideon Spilett zijn aanteekeningen +schrijven en volgde hij zelf den weg, die om den top liep. Harbert +vergezelde hem. + +Na een marsch van ongeveer twintig minuten, konden Smith en Harbert +niet verder: op dat punt vloeide de helling der beide kegels ineen; +ter zelfder tijd werd hun echter de kans geopend om regelrecht op den +top af te gaan. Zij bevonden zich namelijk voor een diepe spleet in +den berg. Het was de mond van den krater, die zich bovenaan bevond, +de hals, als het ware, waardoor de vloeibare stoffen uitgeworpen +werden in den tijd dat de vulkaan nog in werking was. De lava was +hard geworden, het metaalschuim had zich gezet en vormde een soort +van natuurlijke trap met breede treden, die het beklimmen van den +top van den berg gemakkelijk maakten. + +In een oogopslag overzag Cyrus Smith den stand van zaken en, zonder +aarzelen, begaf hij zich, door zijn jeugdigen makker gevolgd, +in de groote spleet te midden van een diepe duisternis. Men moest +nog ongeveer duizend voet stijgen. Zou de helling binnen den krater +begaanbaar zijn? Men moest het onderzoeken. De ingenieur wilde zijn +tocht voortzetten, zoolang hij door niets daarin belemmerd werd. + +Wat den vulkaan zelf betrof, het viel geen oogenblik te betwijfelen +of hij was geheel uitgedoofd. Geen rookwolkje steeg er uit. Geen +vlam was er in de diepte zichtbaar. Geen gerommel, geen geluid, geen +beweging kwam er uit deze donkere put, die mogelijk doordrong tot in +het binnenste der aarde. Zelfs de atmosfeer in den krater was door +geen enkelen zwavelachtigen damp bezwangerd. Het was meer dan een +sluimerende vulkaan, het was een geheel uitgedoofde. + +De poging van Cyrus Smith moest slagen. Langzamerhand zagen Harbert en +hij, terwijl zij stegen, den krater boven hun hoofd wijder worden. Het +gedeelte van den hemel dat zij boven zich zagen werd al grooter en +grooter. Bij elken stap, dien Smith en Harbert deden kregen zij nieuwe +sterren in het gezicht. Het schitterde prachtig. + +Het was even voor acht uur toen Cyrus Smith en Harbert hun voet zetten +op den top van den berg. + +Het was geheel duister en zij konden niet verder dan twee mijlen +zien. Werd dit onbekende land door de zee omgeven, of hechtte het zich +in het westen aan eenig vasteland van de Stille Zee? Men kon het nog +niet onderscheiden. In het westen maakte een nevelachtige streep, +die scherp tegen den horizon afstak, de duisternis nog grooter en +het oog kon niet beslissen of hemel en water in éen lijn samenvloeiden. + +Plotseling echter vertoonde zich een flauw licht aan een punt van +den horizon, dat langzaam daalde, naarmate de wolk steeg. + +Het was de smalle sikkel van de maan, die weldra zou verdwijnen; +maar haar licht was voldoende om de lijn van den horizon, waarvoor +de wolk verdwenen was, duidelijk af te teekenen, en de ingenieur zag +een oogenblik haar beeld zich in een vloeiende oppervlakte trillend +weerspiegelen. + +Cyrus Smith vatte de hand van den knaap en zeide op ernstigen toon, +op het oogenblik dat de maan in de golven verdween: + +"Een eiland!" + + + + +XI. + + Op den top van den kegel.--Het binnenste van den krater.--De + zee rondom.--Geen land in zicht.--De kust in vogelvlucht + gezien.--Is het eiland bewoond?--Doop der baaien, golven, + kapen en rivieren.--Het eiland Lincoln. + + +Een half uur later waren Cyrus Smith en Harbert weder op weg naar hun +kamp. De ingenieur zeide slechts tot zijn metgezellen, dat het land, +waarop zij geworpen waren, een eiland was, en dat men den volgenden +dag verder zou overleggen. Vervolgens maakte ieder het zich zoo +gemakkelijk mogelijk om te slapen en in dat hol van basalt op een +hoogte van vijf en twintig honderd voet boven de oppervlakte der zee, +smaakten "de eilandbewoners" een diepe rust. + +Den volgenden morgen, 30 Maart, wilde de ingenieur, na een sober +ontbijt, uit een gebraden geit bestaande, weder den top van den +vulkaan bestijgen, teneinde nauwkeurig het eiland op te nemen, +waarop hij en de zijnen gevangen waren, misschien zelfs levenslang, +indien het op grooten afstand van elk land gelegen was, of wanneer het +niet in den weg lag van de schepen, welke de archipel der Stille Zee +bezoeken. Ditmaal volgden allen hem op zijn ontdekkingstocht. Ook +zij wilden het eiland zien, dat al hun behoeften zou moeten +bevredigen. Cyrus Smith volgde denzelfden weg als den vorigen dag. Het +was prachtig weer. De zon steeg aan een effen hemel en verlichtte +met haar stralen het geheele oostelijk gedeelte van den berg. + +Men kwam bij den krater. De ingenieur zou hem zelfs in de duisternis +teruggevonden hebben. Nog voor twee uur waren Smith en zijn metgezellen +op den top van den krater vereenigd, op een kegelvormige hoogte, +die zich aan de noordzijde verhief. + +"Zee! overal zee!" riepen zij uit, alsof hun lippen dat woord niet +konden weerhouden, dat hen tot eilanders maakte. + +De ingenieur en zijn vrienden beschouwden eenige oogenblikken, +sprakeloos en onbeweeglijk, alle punten van den oceaan. Zij drongen +met hun oog tot de uiterste grenzen der onmetelijke watervlakte +door. Maar Pencroff, die zulk een scherp gezicht had, zag niets, en +waarlijk, indien er aan den horizon land ware geweest, al had het zich +ook voorgedaan als een flauwe nevel, de zeeman zou het ongetwijfeld +herkend hebben, want het waren twee ware telescopen die de natuur +onder zijn zware wenkbrauwen geplaatst had. + +Van den oceaan richtten zij hun blikken naar het eiland, dat zij +geheel overzagen, en Gideon Spilett was de eerste, die het woord nam +en de belangrijke vraag stelde: + +"Hoe groot kan dit eiland zijn?" + +Het scheen inderdaad niet groot te midden van den onmetelijken oceaan. + +Cyrus Smith dacht eenige oogenblikken na; hij volgde oplettend den +omtrek van het eiland, waarbij hij de hoogte waarop hij zich bevond, +in aanmerking nam, en zeide toen: + +"Vrienden, ik geloof niet dat ik mij vergis, wanneer ik den omtrek +van het eiland op ongeveer tweehonderd mijlen schat." + +"En bijgevolg is de oppervlakte?...." + +"Dat valt moeielijk te bepalen," antwoordde de ingenieur, "want er +zijn te veel bochten." + +Cyrus Smith vergiste zich niet in zijn schatting; het eiland had +ongeveer de uitgestrektheid van Malta of Zante in de Middellandsche +Zee; maar het was daarbij veel onregelmatiger, en minder rijk in +kapen, uitstekende punten, baaien, inhammen en kreken. Zijn inderdaad +zonderlinge vorm verwonderde allen, en toen Gideon Spilett, op raad +van den ingenieur, den omtrek er van geteekend had, vond men dat het +geleek op eenig phantastisch dier, een monsterachtig gevind weekdier, +dat op de oppervlakte van de Stille Zee ingeslapen was. + +Het eiland zelf maakte in het algemeen daarvan den indruk. Het geheele +zuidelijke gedeelte, van den berg tot de kust, was dicht met hout +begroeid; het was onvruchtbaar en zandig in het noorden. Cyrus Smith en +zijn metgezellen waren niet weinig verwonderd, toen zij tusschen den +vulkaan en de kust een meer zagen, rondom door groene boomen omringd, +waarvan zij het bestaan niet hadden vermoed. Van die hoogte af scheen +het meer en de zee hetzelfde peil te hebben, maar, na er over te hebben +nagedacht, verklaarde de ingenieur, dat de hoogte van dat meer boven de +oppervlakte der zee ongeveer drie honderd voet moest bedragen, want de +bergvlakte die tot kom diende was slechts een verlenging van de kust. + +"Het is dus een zoetwatermeer?" vroeg Pencroff. + +"Dat kan niet anders," antwoordde de ingenieur, "want het moet gevoed +worden door het water dat van de bergen stroomt." + +"Ik zie een klein riviertje dat er zich in uitstort," zei Harbert, +op een smalle beek wijzende. + +"Inderdaad," antwoordde Smith, "en daar deze beek het meer van water +voorziet, is het waarschijnlijk dat er aan den zeekant een uitloozing +bestaat, waardoor het overvloedige water ontsnapt. Wij zullen dit op +onzen terugtocht zien." + +De vulkaan was niet midden in het eiland gelegen; hij verhief zich +integendeel in het noordwesten en scheen de grens aan te geven der +twee hemelstreken. In het zuidwesten, zuiden en zuidoosten verdween +het laagste gedeelte van het voorgebergte onder een weelderigen +plantengroei. + +In het noorden kon men echter zijn vertakkingen volgen die uitliepen in +zandvlakten. Naar dien kant hadden dan ook, tijdens de uitbarstingen, +de vloeibare stoffen een uitweg gezocht en een breede lavastroom +strekte zich uit tot den kleinen inham, die in het noordoosten een +baai vormde. + +Er bleef nu nog een ernstige quaestie uit te maken, die van zeer veel +invloed was voor de toekomst der schipbreukelingen. + +Was het eiland bewoond? + +Het was de verslaggever, die deze vraag deed, waarop men schijnbaar +reeds ontkennend kon antwoorden, na het nauwkeurig onderzoek, dat +naar verschillende kanten van het eiland ingesteld was. + +Nergens zag men eenig werk van menschelijke hand. Geen verzameling van +huizen, geen eenzame hut, zelfs geen visschersloods aan de kust. Geen +rookwolkje steeg in de lucht en verried de aanwezigheid van menschen. + +Een afstand van dertig mijlen scheidde evenwel de schipbreukelingen van +de verst verwijderde punten, dat is te zeggen, van dat gedeelte, dat +zich naar het zuid-westen uitstrekte, en het zou moeielijk zijn, zelfs +voor oogen als die van Pencroff, daar een woning te ontdekken. Ook kon +men dat gordijn van gebladerte niet optillen, dat drie vierden van +het eiland bedekte, en zien of het al dan niet eenig klein gehucht +verborg. Maar over het algemeen vestigen zich de bewoners van die +kleine eilanden, welke uit de golven van de Stille Zee verrijzen, +aan de kust, en die kust scheen geheel en al verlaten. + +Tot het tegendeel uit een nauwkeuriger onderzoek zou zijn gebleken, +kon men dus aannemen, dat het eiland onbewoond was. + +Maar werd het ook bezocht, al was het ook slechts nu en dan, +door de bewoners der naburige eilanden? Op die vraag was moeilijk +te antwoorden. Gedurende die onzekerheid moest men echter eenige +voorzorgen nemen tegen een mogelijke landing van naburige volksstammen. + +De verkenning van het eiland was volbracht, zijn vorm opgenomen, zijn +hoogte aangeteekend, zijn oppervlakte berekend, zijn toestand, met +betrekking tot water en bergen, verkend. De gesteldheid der bosschen +en vlakten was in het algemeen op het plan van den verslaggever +aangegeven. Men moest nu slechts de hellingen van den berg afdalen en +den bodem onderzoeken uit het drievoudig oogpunt, dat der delfstoffen, +der planten en der dieren. Maar alvorens zijn lotgenooten het sein +tot den terugtocht te geven, zei Cyrus Smith op kalmen, ernstigen +toon tot hen: + +"Ziehier, mijne vrienden, het kleine stukje grond waarop de Almachtige +ons geworpen heeft. Hier zullen wij moeten leven, misschien zeer +lang. Misschien zal hier onverwacht hulp komen, indien eenig schip +bij toeval voorbij zeilt.... Ik zeg bij toeval, want dit eiland +is van weinig beteekenis; het heeft zelfs geen haven, die een +toevluchtsoord zou kunnen zijn voor schepen, en het is te vreezen, +dat het ligt buiten elken koers, die gewoonlijk gevolgd wordt, +dat is te zeggen, te zuidelijk voor de schepen, welke de archipels +van de Stille Zee bezoeken, te noordelijk voor diegenen, welke naar +Australië gaan en Kaap Hoorn omzeilen. Ik wil u niets omtrent onzen +toestand verbergen...." + +"En gij hebt gelijk, mijn waarde Cyrus," antwoordde de correspondent +met vuur. "Gij hebt met mannen te doen. Zij stellen vertrouwen in u +en gij kunt op hen rekenen. Niet waar, mijne vrienden?" + +Harbert en Nab verzekerden Smith van hun gehoorzaamheid en trouw, +en de zeeman stelde zelfs voor om van dat eiland een klein Amerika +te maken. Hij zag geen bezwaar om steden te bouwen, spoorwegen +aan te leggen en zelfs een telegraaf op te richten, en wanneer dit +alles volbracht was, het te gaan aanbieden aan het gouvernement der +Vereenigde Staten. Hij stelde slechts één voorwaarde. + +"Welke?" vroeg de correspondent. + +"Ons niet meer als schipbreukelingen te beschouwen, maar als +kolonisten, die hier gekomen zijn om een kolonie te stichten!" + +Cyrus Smith kon niet nalaten te glimlachen, en het voorstel van den +zeeman werd aangenomen. Vervolgens bedankte hij zijn lotgenooten +en voegde er bij, dat hij rekende op hun energie en op den bijstand +des hemels. + +"Welnu, op weg naar de schoorsteenen!" riep Pencroff uit. + +"Nog een oogenblik, vrienden," zei de ingenieur, "het komt mij niet +kwaad voor dit eiland een naam te geven evenals aan de kapen, de +golven en de stroomen, die wij aanschouwen." + +"Zeer goed," zei de correspondent. "Dat zal in het vervolg de bevelen, +die wij moeten geven of volgen, gemakkelijker maken." + +"Inderdaad," zei de zeeman, "het is reeds veel te kunnen zeggen +waarheen men gaat of vanwaar men komt. Dan weet men ten minste dat +men ergens is." + +"Bij voorbeeld in de schoorsteenen," zei Harbert. + +"Juist!" antwoordde Pencroff. "Die naam is het eenvoudigste, en +ook bij mij is die van zelf opgekomen. Zullen wij aan onze eerste +verblijfplaats den naam geven van Schoorsteenen, mijnheer Cyrus?" + +"Ja, Pencroff, omdat gij die zoo gedoopt hebt." + +"Goed! en wat de andere betreft, dat is gemakkelijk," hernam de +zeeman. "Laten wij er namen aan geven zooals Robinson, waaruit Harbert +mij zoo dikwijls heeft voorgelezen: "de baai der Voorzienigheid", +"Walvisschen-kaap" en "kaap der bedrogen hoop!".... + +"Of liever de namen van de heeren Smith en Spilett of van Nab," +zei Harbert. + +"Mijn naam!" riep Nab uit, terwijl hij zijn schitterende witte tanden +liet zien. + +"Waarom niet," antwoordde Pencroff. + +"Nab's haven, dat klinkt zeer goed! En dan kaap Gideon...." + +"Ik zou de voorkeur geven aan namen, aan ons land ontleend," antwoordde +de correspondent; "zij zouden ons aan Amerika herinneren." + +Cyrus Smith was het volkomen met hem eens. Een groote baai in het +oosten, werd de baai der Vereenigde Staten genoemd, een ander in het +zuiden Washingtonbaai; de berg waarop zij stonden werd berg Franklin +gedoopt, en het meer, dat zij voor zich hadden, het Grantmeer. Er +werd besloten de stroomen, bosschen en kreken later een naam te +geven. Een schiereiland, dat in het zuidwesten slechts door een +smalle strook land aan het groote eiland verbonden was, noemde men +het Slangenschiereiland, en de vooruitstekende punt de Hagedis. De +rivier, in wier nabijheid de ballon hen geworpen had kreeg den naam +van de Mercy. Het dichte bosch op het Slangenschiereiland werd het +bosch van het Verre Westen genoemd. + +Alles had een naam gekregen en de kolonisten zouden den berg Franklin +verlaten, om naar de Schoorsteenen terug te keeren, toen Pencroff +uitriep: + +"Wat zijn wij toch dom!" + +"Hoe dat?" vroeg Gideon Spilett, die zijn aanteekeningboek reeds +gesloten had en opstond. + +"En ons eiland? Dat hebben we geheel vergeten te doopen." + +Harbert wilde het den naam van den ingenieur geven en allen zouden +het zeker met hem eens geweest zijn, ware Smith hem niet in de rede +gevallen met de woorden: + +"Laten wij het den naam van een groot burger geven, vrienden, van +hem, die op dit oogenblik strijdt om de eenheid van de Amerikaansche +republiek te verdedigen! Laten wij het Lincoln noemen!" + +Een luide toejuiching was het antwoord op dit voorstel. + +Dien avond spraken de kolonisten, vóór zij zich ter ruste begaven, +over hun vaderland; zij spraken over dien vreeselijken oorlog, +die het tot een land des bloeds maakte; zij twijfelden niet of het +Zuiden zou weldra onderworpen worden en de zaak van het Noorden, de +zaak der rechtvaardigheid zou, dank zij Grant en Lincoln, zegepralen. + +Dit viel voor op den 30sten Maart 1865, en zij waren geheel onbewust +dat er zestien dagen later een vreeselijke moord te Washington zou +gepleegd worden, en dat Abraham Lincoln op goeden Vrijdag door den +kogel van een dweeper zou omkomen. + + + + +XII. + + De horloges worden geregeld.--Pencroff is voldaan.--Een + verdachte rook.--De roode beek.--De bloemen van het Lincolns + eiland.--De dieren.--De bergfazanten.--Jacht op Kangaroes.--Het + Grantmeer.--Terugreis naar de Schoorsteenen. + + +De kolonisten van het eiland Lincoln wierpen een laatsten blik om zich +heen en daalden door den krater neder, en een half uur later waren zij +op de plaats, waar zij hun nachtleger hadden opgeslagen. Pencroff dacht +dat het tijd was om te ontbijten, en daardoor kwam men op het denkbeeld +de horloges van Gideon Spilett en den ingenieur gelijk te zetten. + +Zooals men weet, had dat van Gideon Spilett niet door het zeewater +geleden, omdat de correspondent dadelijk op het zand was terecht +gekomen, buiten bereik van de golven. Het was een uitmuntend uurwerk, +een ware zak-chronometer, dien Gideon Spilett nooit vergeten had op +te winden. Het horloge van den ingenieur had natuurlijk stilgestaan +gedurende den tijd dien Smith in de duinen had doorgebracht. + +De ingenieur wond het op en rekende dat het te oordeelen naar de zon, +ongeveer negen uur in de morgen moest zijn: hij zette zijn horloge +op dat uur. + +Spilett wilde zijn voorbeeld volgen, toen Smith hem weerhield en zeide: + +"Neen, wacht even. Gij hebt den tijd van Richmond behouden, nietwaar?" + +"Ja, Cyrus." + +"Bijgevolg is uw horloge geregeld naar den meridiaan van de stad, +de meridiaan, die bijna dezelfde is als die van Washington." + +"Zeker." + +"Nu, houd het dan zoo. Wind het slechts trouw op, maar kom nooit aan +de wijzers. Dit kan ons van dienst zijn." + +"Waartoe moet dat dienen!" dacht de zeeman. + +Men besloot een anderen weg terug te gaan om het meer Grant eens +van naderbij te beschouwen. Er was overeengekomen dat de kolonisten, +zonder juist allen bij elkander te loopen, toch niet te ver uiteen +zouden gaan. In de dikke bosschen van het eiland zouden zeker eenige +wilde dieren verblijf houden en men moest dus voorzichtig zijn. Meestal +gingen Pencroff, Harbert en Nab voorop, zonder echter bij Top te kunnen +blijven, die overal rondsnuffelde. De ingenieur en de correspondent +liepen samen; Gideon Spilett gereed om de minste bijzonderheid aan +te teekenen, en Smith in gedachten verzonken; hij bukte zich slechts +nu en dan om een steen of plant op te rapen, die hij, zonder er een +woord over te zeggen in zijn zak stak. + +"Wat drommel raapt hij daar toch op?" mompelde Pencroff. "Ik kijk al, +maar zie niets, dat de moeite waard is om er voor te bukken!" + +Tegen tien uur was de kleine troep aan den voet van den berg +Franklin. Slechts hier en daar stond eenig laag hout en een paar +boomen. Men liep over een vlakte van ongeveer een vierkante mijl, +die aan den zoom van het bosch vooraf ging en waarvan de grond geel +en kalkachtig was. Hier en daar lagen groote blokken basalt, die, +volgens Bischof, drie honderd vijftig millioen jaren noodig hebben +gehad om af te koelen. Er waren echter nergens sporen van lava te +ontdekken; deze was meer langs de noordelijke helling afgevloeid. + +Op eens snelde Harbert op Smith toe, terwijl Nab en de zeeman zich +achter een rots verscholen. + +"Wat is er mijn jongen?" vroeg Gideon Spilett. + +"Rook," antwoordde Harbert. "Wij hebben rook zien opstijgen achter +de rotsen op ongeveer honderd passen van ons verwijderd." + +"Hier menschen?" riep de verslaggever uit. + +"Laten wij ons niet laten zien, voordat wij weten met wie wij te doen +hebben," antwoordde Cyrus Smith. "Ik vrees de bewoners van dit eiland +meer, dan dat ik naar hen verlang. Waar is Top?" + +"Top is vooruit." + +"En hij blaft niet." + +"Neen." + +"Dat is zonderling. Laten wij niettemin trachten hem terug te roepen." + +In een oogwenk waren de ingenieur, Gideon Spilett en Harbert bij hun +twee metgezellen en verscholen zich, evenals deze achter blokken +basalt. Van daar zagen zij duidelijk een rookwolk in de lucht +opstijgen, waarvan de geelachtige kleur hunne bijzondere aandacht trok. + +Top was op een zacht fluitje van zijn meester teruggekomen en deze +gaf een teeken aan zijn lotgenooten om hem te wachten terwijl hij +zelf tusschen de rotsen vooruit sloop. De kolonisten wachtten met +zekere angst den uitslag van deze verkenning af, toen zij allen op het +geroep van Cyrus Smith toesnelden. Toen zij bij hem kwamen, waren zij +verbaasd over de onaangename reuk, waarmede de lucht bezwangerd was. + +"Dat vuur," zei Cyrus Smith, "of liever, die rook, is alleen door de +natuur ontstaan. Daar is een zwavelbron en niet anders." + +"Welzoo," zeide Pencroff. "Hoe jammer dat ik niet verkouden ben." + +De kolonisten begaven zich vervolgens naar de plaats, waar de +rook opsteeg. Daar zagen zij een bron van zwavelzure soda die vrij +overvloedig tusschen de rotsen stroomde na de zuurstof uit de lucht +te hebben opgeslorpt, en waarvan het water sterk naar zwavelwaterstof +rook. + +Toen Cyrus Smith zijn hand in dat water stak, bevond hij, dat het +olieachtig was. Hij proefde het en bevond, dat het een flauw zoeten +smaak had. De temperatuur er van schatte hij op vijf en negentig graden +Fahrenheit. En toen Harbert hem vroeg op welken grond hij dit deed, +antwoordde hij: + +"Zeer eenvoudig, mijn jongen, omdat ik kou noch warmte gevoelde op +het oogenblik, dat ik er mijn hand indompelde. Het is dus van dezelfde +temperatuur als het menschelijk lichaam, dat ongeveer vijf en negentig +graden heeft." + +Daar de zwavelbron op dat oogenblik van geen nut was, richtten de +kolonisten zich naar den zoom van het bosch. Zooals men vermoed had, +stroomde de beek met haar helder doorschijnend water tusschen steile +oevers van rood zand, waarvan de kleur de aanwezigheid van ijzeroxyde +verried. Naar aanleiding van deze kleur noemde men dit water de Roode +Beek. Het water was zoet, hetgeen deed veronderstellen, dat het meer +eveneens zoet zou zijn. Voor het geval dat men aan zijn oevers een +betere woning dan de schoorsteenen mocht vinden, was deze omstandigheid +van zeer veel belang. + +De boomen behoorden grootendeels tot die soort, welke overvloedig +gevonden wordt in de gematigde luchtstreek van Australië of van +Tasmanië en waren niet dezelfde als men gevonden had op eenige mijlen +van de bergvlakte. Het waren in het bijzonder de cassia boomen en +een soort van myrteplant, waarvan eenige het volgende voorjaar een +suikerachtig mannabrood moesten leveren, dat geheel overeenkwam met het +oostersche manna. Kleine cederbosschen stonden hier en daar verspreid, +maar de kokosboom, die zoo weelderig groeit op de eilanden der Stille +Zee scheen geheel te ontbreken op dit eiland dat waarschijnlijk op +te geringe breedte was gelegen. + +"Hoe jammer!" zeide Harbert, "zulk een nuttige boom, waaraan zulke +heerlijke vruchten groeien!" + +Wat de vogels betreft, deze fladderden tusschen casuar- en myrteboomen, +waarvan de takken ver uit elkander groeiden, en het uitspreiden van +hunne vleugels niet verhinderde. Zwarte, witte en grijze kakketoes, +papegaaien en parkietjes met bontgekleurde veeren vertoonden zich +als door een prisma gezien en fladderden rond met een oorverdoovend +gekrijsch. + +Plotseling deed zich uit een boschje een onharmonisch concert +hooren. De kolonisten vernamen achtereenvolgens het gezang van vogels, +de kreten van wilde dieren en geluiden die zij aan een menschelijk +wezen konden toeschrijven. Nab en Harbert waren op het boschje +toegeschoten en verloren daarbij de meest noodzakelijke maatregelen +van voorzichtigheid uit het oog. Gelukkig was er noch een verscheurend +dier noch een gevaarlijke inboorling te vreezen, maar slechts een half +dozijn van die spottende zangvogels die men weldra als "bergfazanten" +herkende. Eenige behendig toegebrachte stokslagen maakten een einde +aan die nabootsing van den mensch en verschaften heerlijk wild voor +het avondeten. + +Harbert wees nog op prachtige duiven met gebronsde vleugels, +sommigen met schitterende kammen, anderen groenachtig evenals hunne +stamverwanten van Port-Macquarie, maar men kon ze onmogelijk vangen, +evenmin als de kraaien en eksters welke bij massa's opstegen. + +Het gebrek aan vuurwapens deed zich zeer levendig gevoelen, toen +een troep viervoetige dieren door het kreupelhout heen wegvlood en +daarbij zulke groote sprongen nam, van dertig voet en meer dat men +zou gezegd hebben dat zij als eekhorens van boom op boom huppelden. + +"Kangaroes!" riep Harbert uit. + +"Kan men die eten?" vroeg Pencroff. + +"Gestoofd," antwoordde de verslaggever, "zijn zij even goed als het +fijnste wildbraad!" + +Spilett had nauwelijks dit aangenaam vooruitzicht geopend of Pencroff, +Nab en Harbert waren de kangaroes achterna gesneld. Cyrus Smith riep +hen te vergeefs terug. Maar het was ook te vergeefs, dat de jagers +deze vlugge beesten nazetten, die als hazen liepen. Na vijf minuten +waren ze buiten adem, en het wild verdween in het kreupelhout. Top +was evenmin als zijn meester geslaagd. + +"Mijnheer Cyrus," zeide Pencroff, toen zij weder bij den ingenieur +en den correspondent waren, "mijnheer Cyrus, ge ziet wel dat het +noodzakelijk is, dat wij geweren maken. Zou dat niet mogelijk zijn?" + +"Misschien," antwoordde de ingenieur. "Maar we zullen eerst boog +en pijlen maken, en ik twijfel niet of gij zult er even handig mee +leeren omgaan als de Australische jagers." + +"Pijlen, bogen!" zeide Pencroff met minachting. "Dat is goed voor +kinderen!" + +"Geloof dat maar niet, vriend Pencroff," antwoordde de +correspondent. "Eeuwen lang zijn pijl en boog voldoende geweest om +stroomen bloeds te vergieten. Het kruit is slechts van gisteren, +en de oorlog is even oud als het menschelijk geslacht,--helaas!" + +Harbert kwam intusschen weder op de kangaroes terug, daar de +natuurlijke historie zijn geliefkoosde wetenschap was. + +"Wij hadden daar dan ook te doen met het soort dat het moeilijkst te +vangen is. Het reuzensoort met lang haar; maar als ik mij niet vergis, +bestaan er zwarte en roode kangaroes, rots- en rattenkangaroes, +die allen gemakkelijker te vangen zijn. Men heeft een twaalftal +soorten...." + +"Harbert," antwoordde de zeeman ernstig, "er bestaat voor mij slechts +een soort van kangaroe, de "kangaroe aan het spit gebraden", en juist +dien zullen wij van avond missen." + +Top, die scheen te begrijpen dat ook zijn belang op het spel stond, +draaide en snuffelde overal, rondgeleid door zijn instinct, dat nog +verhoogd werd door zijn grooten honger. Het was zelfs waarschijnlijk, +dat wanneer hij hier of daar een stuk wild machtig mocht worden, er +weinig voor de jagers zou overblijven, en dat Top voor eigen rekening +jaagde; maar Nab ging hem nauwkeurig na en deed daar wel aan. + +Tegen drie uur verdween de hond in het kreupelhout; een dof geknor +bewees weldra, dat hij eenig wild op het spoor was. + +Nab snelde er op los en zag Top bezig een viervoetig dier te +verscheuren, dat tien minuten later geheel in zijn maag zou verdwenen +zijn. Maar gelukkig had de hond een nest vol aangevallen; hij had +een driedubbele vangst gehad en twee andere knaagdieren--de prooi +van Top behoorde tot die soort--lagen doodgebeten op den grond. + +Nab keerde zegepralend terug, in iedere hand een knaagdier houdende, +grooter dan een haas. Hun gele huid was bezaaid met groenachtige +vlekken en hun staart bestond slechts uit een begin van dat +lichaamsdeel. + +Een burger der Vereenigde Staten kon geen oogenblik aarzelen den waren +naam aan deze knaagdieren te geven. Het waren "patagonische hazen," +een soort van konijn-varken, een weinig grooter dan men ze in de +tropische streken vindt, de konijnen van Amerika, met lange ooren, +in den bek aan weerskanten met vijf scherpe kiezen gewapend, hetgeen +ze juist van het varken-konijn onderscheidt. + +"Hoezee!" riep Pencroff. "Daar hebben wij het gebraad! Nu kunnen wij +naar huis gaan!" + +De tocht huiswaarts werd aanvaard en snel voortgezet tot aan het meer +Grant. Daar proefde men het water en bevond dat het zoet was. Aan +sommige kringen, welke zich nu en dan aan de oppervlakte vertoonden, +kon men bespeuren, dat het zeer vischrijk moest wezen. + +"Dat meer is werkelijk schoon!" zeide Gideon Spilett. "Men zou aan +zijn oever willen leven!" + +"En wij zullen er leven!" antwoordde Cyrus Smith. + +De kolonisten namen den naasten weg naar huis; zij baanden zich niet +zonder moeite een pad door het kreupelhout en richtten zich naar de +kust. Bij de Schoorsteenen gekomen, legden Nab en Pencroff een goed +vuur aan en zorgden verder voor het middagmaal. + +Toen allen zich te goed hadden gedaan en zich ter ruste wilden begeven, +haalde Cyrus Smith de kleine stalen van verschillende delfstoffen, +welke hij onderweg opgeraapt had, uit zijn zak, en zeide slechts: + +"Mijne vrienden, dit is ijzererts, dit is een vuursteen, hier is klei, +kalk en steenkool. Dit alles schenkt ons de natuur, en dit is haar +deel in den gezamenlijken arbeid!--Morgen is het onze beurt!" + + + + +XIII. + + Wat men bij Top vindt.--Het vervaardigen van pijl en boog.--Een + steenbakkerij.--Keus en raad.--De eerste "pot op 't vuur."--De + bijvoet.--Het zuiderkruis.--Eene belangrijke astronomische + waarneming. + + +"Welnu, mijnheer Cyrus, waar moeten wij mede beginnen?" vroeg Pencroff +den volgenden morgen aan den ingenieur. + +"Met het begin," antwoordde Cyrus Smith. + +En het was inderdaad letterlijk waar dat de kolonisten met het begin +moesten beginnen. Zij bezaten zelfs de noodige gereedschappen niet +om gereedschappen te maken, en zij bevonden zich niet in den toestand +der natuur, die de wet volgt: "tijd spaart arbeid." Tijd ontbrak hun, +omdat zij dadelijk moesten voorzien in al hunne levensbehoeften, +en moesten zij al niet alles uitvinden, zij moesten toch alles +samenstellen. Hun ijzer en hun staal waren nog slechts delfstoffen, +hunne potten en pannen nog slechts klei, hun linnen en kleederen +moesten nog gesponnen worden. + +Men moet echter bekennen, dat die kolonisten "mannen" waren in de +schoone en krachtige beteekenis van het woord. De ingenieur Smith +kon door geen handiger metgezellen bijgestaan worden, noch met +meer toewijding en ijver. Hij had hen beproefd. Hij wist wat zij +vermochten. Het zou werkelijk moeite kosten vijf menschen bijeen te +brengen, die beter geschikt waren te strijden tegen het noodlot en +zekerder waren daar over te zegepralen. + +"Met het begin," had Cyrus Smith gezegd. Het begin, waarvan de +ingenieur sprak, was het vervaardigen van een toestel, dat dienen +kon om hetgeen de natuur verschafte in andere vormen te brengen. Men +kent de rol, die de warmte speelt bij deze verandering van vorm. Dus +brandstoffen als hout en steenkool waren reeds aanstonds bruikbaar. Men +moest slechts een oven samenstellen om ze aan te wenden. + +"Waartoe moet die oven dienen?" vroeg Pencroff. + +"Om potten te maken, die wij hoog noodig hebben," antwoordde Cyrus +Smith. + +"En waarmede zullen wij den oven maken?" + +"Met steenen." + +"En deze steenen?" + +"Van klei. Vooruit dan vrienden. Om het vervoeren te voorkomen, zullen +wij onze werkplaats aanleggen op de plaats, waar wij de grondstoffen +vinden. Nab zal voor provisie zorgen en vuur zal ons niet ontbreken +om onze spijzen te bereiden." + +"Neen," antwoordde de correspondent, "maar als wij gebrek aan spijs +krijgen, omdat wij geen wapen voor de jacht hebben?" + +"Hadden wij maar een mes!" riep de zeeman uit. + +"Wat dan?" vroeg Cyrus Smith. + +"Dan maakte ik spoedig pijl en boog, en wij zouden wild in overvloed +hebben." + +"Ja, een mes, een snijdend werktuig...." zeide de ingenieur in zichzelf +sprekend. Op hetzelfde oogenblik viel zijn blik op Top, die aan den +oever van de rivier heen en weer snuffelde. Smith scheen plotseling +op een inval te komen: + +"Top, hier!" riep hij. + +Op het bevel van zijn meester snelde de hond toe. Deze nam den kop +van Top tusschen zijn handen, ontdeed hem van de halsband, die het +dier droeg, brak deze in twee stukken en zeide: + +"Hier hebt ge twee messen, Pencroff!" + +Twee vreugdekreten waren het antwoord van den zeeman. De halsband +van Top bestond uit een smalle band hard staal. Het moest dus slechts +op een biksteen geslepen worden; de rotsen van dit fijne zand waren +talloos langs de kust en twee uur later bestonden de werktuigen van de +kolonie in twee scherpe messen, waarvoor men gemakkelijk twee sterke +heften had kunnen vinden. + +Het bezit van dit eerste werktuig werd als een overwinning beschouwd; +het was inderdaad een zeer gewichtige overwinning, die hoogst +welkom was. + +De tocht werd aanvaard. Onderweg ontdekte Harbert een boom, waarvan +de Indianen in Zuid-Amerika de takken gebruiken om hunne bogen te +maken. Het was de "crejimba" een soort van palmboom, die geen eetbare +vruchten oplevert. Lange, rechte takken werden afgebroken, ontbladerd +en aan de uiteinden dunner gesneden dan in het midden, zoodat men +nog slechts een plant moest vinden, geschikt om er de pees van te +vervaardigen. Deze werd verschaft door een soort van maluweplant, +die bijzonder sterke vezels levert, welke te vergelijken zijn met +de zenuwen van een dier. Op deze wijze verkreeg Pencroff een boog +van vrij groote kracht, waaraan nog slechts de pijlen ontbraken. Die +pijlen zouden geen moeielijkheid opleveren; er waren rechte takken +zonder knoesten in overvloed, maar een zelfstandigheid, welke het +ijzer moest vervangen aan de punt was moeilijker te vinden. Pencroff +beweerde echter, dat nu hij zijn deel aan het werk gedaan had, het +toeval het overige wel zou doen. + +De kolonisten kwamen op het terrein, dat zij den vorigen avond +opgenomen hadden. Het bestond uit zachte klei, die gebruikt wordt +om steenen en pannen te bakken en bijgevolg uitmuntend geschikt +was voor het werk dat men ging ondernemen. Men bracht er zand bij +om ze vaster te maken; de steenen werden gevormd en boven een vuur +van takkebossen gebakken. Die dag en de volgende werden met dezen +arbeid doorgebracht. Een geoefend werkman kan, zonder machine, in +vier en twintig uur tien duizend steenen vormen; maar in de twee +dagen, welke de vijf steenbakkers van het eiland Lincoln werkten, +vervaardigden zij er niet meer dan drie duizend, die bij elkander +gezet werden, totdat het aantal voldoende zou zijn om ze te bakken, +hetgeen nog drie à vier dagen zou duren. + +Cyrus Smith begon den 2den April de ligging van het eiland tot zijn +ernstig onderzoek te maken. + +Den vorigen avond had hij nauwkeurig aangeteekend, op welk uur de +zon achter den horizon verdwenen was, de straalbreking in aanmerking +nemende. Dien morgen ging hij met niet minder juistheid het uur na, +waarop zij weder verrees. Er waren twaalf uur, vier en twintig minuten +voorbijgegaan tusschen dat op- en ondergaan. Dien dag zou de zon +dus zes uur twaalf minuten na haar opkomst den meridiaan passeeren +en het punt, dat zij op dat oogenblik aan den hemel zou innemen, +zou het noorden zijn. + +Op het bepaalde uur nam hij het punt waar, plaatste twee boomen +zoodanig, dat zij hem als baken konden dienen en verkreeg aldus een +onveranderlijke meridiaan voor zijn verdere waarnemingen. + +De twee dagen, welke aan het bakken van de steenen voorafgingen, werden +doorgebracht met het bijeenzoeken van brandstoffen. In het bosch werden +takken gesneden en al het gevallen hout opgeraapt. Middelerwijl werd +er in de omstreken gejaagd, te meer daar Pencroff nu in het bezit +was van een boog en eenige dozijnen pijlen met scherpe punt. Top +had deze punten verschaft door het aanbrengen van een stekelvarken, +dat als wild niet veel waarde had, maar van onbetwistbaar nut was +wegens de scherpe stekels, waarmede het was overdekt. De punten +werden stevig aan de pijlen bevestigd en de verslaggever en Harbert +waren spoedig een paar geoefende schutters, zoodat er steeds wild in +overvloed was. Hoe lekker en smakelijk het ook gereed werd gemaakt, +het was toch altijd maar wild en nog eens wild, en de kolonisten +zouden overgelukkig zijn geweest als zij weer het gekook van een +eenvoudigen pot gehoord hadden; maar men moest wachten tot de pot +gemaakt was en bijgevolg tot dat de oven gereed zou zijn. + +Op de tochten die zich tot een nauwen kring om de steenbakkerij +beperkten, zagen de jagers versche sporen van groote dieren met +sterke klauwen; zij konden echter nog niet bepalen tot welke soort +deze behoorden. Cyrus Smith beval de grootste voorzichtigheid aan, +want het was wel waarschijnlijk dat er in het bosch eenige wilde +dieren zouden schuilen. En hij had gelijk. Gideon Spilett en Harbert +zagen op een dag inderdaad een dier, dat veel overeenkomst had met +een jaguar. Het viel gelukkig niet op hen aan, want zij zouden er +misschien niet dan met eenige ernstige wonden zijn afgekomen. Maar +Gideon Spilett nam zich vast voor aan alle wilde dieren een oorlog op +leven en dood te verklaren en er het eiland van te zuiveren, zoodra +hij in het bezit zou zijn van een deugdelijk wapen, dat is te zeggen, +van een van die geweren, waarop Pencroff aanspraak maakte. + +Reeds vroeg in den morgen van 6 April waren de ingenieur en zijn +lotgenooten bijeen op een open plek in het bosch, waar men de steenen +zou bakken. Dit moest natuurlijk in de open lucht geschieden en niet in +ovens of liever de opeenhooping van de steenen zou een reusachtige oven +zijn, die zich zelf zou bakken. De brandstoffen, welke uit takkebossen +bestonden, werden op den grond gelegd en daarom heen plaatste +men verscheidene rijen droge steenen, die weldra een grooten kubus +vormden, waarin men luchtgaten maakte. Met dit werk ging een gansche +dag voorbij en eerst 's avonds kon men de takkebossen aansteken. + +Dien nacht legde niemand zich te slapen, en men waakte zorgvuldig, +dat het vuur niet verflauwde. Acht en veertig uur bracht men in +gespannen verwachting door, maar zij hadden de voldoening dat hun werk +uitmuntend geslaagd was. Aan de rookende massa moest vervolgens tijd +tot afkoeling gelaten worden en Nab en Pencroff vervoerden intusschen, +door Smith geleid, op een draagbaar van takken gevlochten, een groot +aantal steenen, waarvan het voornaamste bestanddeel koolzure kalk was, +en welke steenen in overvloed op den noordelijken oever van het meer +gevonden werden. + +Toen deze steenen door de warmte ontleed werden, verkreeg men dikke +ongebluschte kalk, die zeer sterk uitzette toen zij gebluscht werd, +en even zuiver was alsof zij verkregen was door de verkalking van +krijt en marmer. Met een weinig zand gemengd om het te sterk indrogen +er van te beletten, leverde deze kalk een voortreffelijke metselspecie. + +Den 9den April was de ingenieur in het bezit van eene goede hoeveelheid +bereide kalk en eenige duizenden steenen. + +Zonder een oogenblik verloren te laten gaan, begon men aan het +samenstellen van een oven, die moest dienen tot het bakken van +verscheidene potten en pannen, voor huiselijk gebruik onmisbaar. Daarin +slaagde men zonder groote moeielijkheid. Vijf dagen later was de oven +gevuld met steenkolen, waarvan de ingenieur een laag ontdekt had aan +den mond van de Roode Beek en de eerste rookwolken stegen op uit een +schoorsteen van ongeveer twintig voet hoog. De open plek in het bosch +was in een werkplaats herschapen en Pencroff was overtuigd, dat uit +dezen oven alle voortbrengselen van de tegenwoordige nijverheid te +voorschijn zouden komen. + +Het eerst werden er potten en pannen gebakken om de spijzen van +de kolonisten te bereiden. De vorm was nog wel gebrekkig, maar zij +beantwoordden aan hun doel, en dit was het voornaamste. + +Pencroff wilde zich overtuigen of de aarde, toebereid, zooals zij +dit was om de pannen te bakken, de naam van "pijpaarde", welke er +aan gegeven was, verdiende; hij maakte daarom eenige grove pijpen, +die hij prachtig vond, maar waaraan de tabak, helaas, ontbrak! Een +gemis, dat Pencroff onophoudelijk gevoelde. + +"Maar, evenals al het andere, zal de tabak ook wel komen!" riep hij +bij herhaling met het volste vertrouwen uit. + +Tot den 15den April hield deze arbeid aan. Nu de kolonisten +pottenbakkers waren geworden, deden zij ook niets anders dan potten +bakken. Wanneer Cyrus Smith het oogenblik gekomen zou achten hen in +smeden te veranderen, zouden zij smeden zijn. Maar den volgenden dag +was het Zondag en wel de eerste Paaschdag en allen kwamen overeen +dien dag te vieren door rust te nemen. + +De oven doofde uit en de potten werden naar de Schoorsteenen +meegenomen. Op den terugtocht deed de ingenieur een belangrijke +ontdekking; hij vond namelijk een zelfstandigheid, die geschikt was om +de zwam te vervangen. Hij nam er een zekere hoeveelheid van in zijn +hand en liet die Pencroff zien, welke, vervuld als hij was met de +tabak, niet anders dacht of het was die, volgens hem, onmisbare plant. + +"Neen," antwoordde Cyrus Smith, "voor de geleerden is dit de chineesche +bijvoet, en voor ons zal het zwam zijn." + +Deze bijvoet was inderdaad een zeer brandbare stof, als zij goed +gedroogd was en vooral later, toen de ingenieur haar in salpeterzure +potasch dompelde, die overvloedig op het eiland gevonden werd, en +niets anders is dan salpeter. + +Nab zorgde dien avond voor een goed maal, waarbij het brood, dat nog +steeds aan de kolonisten ontbrak, vervangen werd door de gekookte +wortelknollen van de "caladium macrorhizum," een niet-kruid-aardige +plant, die onder de keerkringen den vorm van een boom heeft. + +Vóór zij slapen gingen, wilden de kolonisten nog eens van het +prachtige weer genieten. Cyrus Smith was reeds geruimen tijd in +gedachte verzonken, toen hij plotseling aan Harbert vroeg: + +"Hebben wij vandaag niet den 15den April?" + +"Ja, mijnheer Cyrus," antwoordde Harbert. + +"Welnu, wanneer ik mij niet vergis, is het morgen een van die vier +dagen van het jaar, waarop de ware tijd samenvalt met den gemiddelden +tijd, dat is te zeggen, mijn jongen, dat de zon morgen, op eenige +seconden na, den meridiaan zal passeeren, juist wanneer onze uurwerken +den middag aanwijzen. Indien het weer dan gunstig is, hoop ik ongeveer +de geographische lengte van het eiland te kunnen bepalen." + +"Zonder instrumenten, zonder sextant?" vroeg Gideon Spilett. + +"Ja," hernam de ingenieur. "En daar de nacht helder is, wil ik nog +dezen avond de breedte trachten te bepalen door de hoogte te berekenen +van het Zuiderkruis. Het is namelijk niet voldoende, dat wij weten, dat +dit land een eiland is, wij moeten zoo nauwkeurig mogelijk berekenen op +welken afstand het gelegen is, hetzij van de Amerikaansche, hetzij van +de Australische kust of van de voornaamste eilanden van de Stille Zee." + +"Inderdaad," zei de correspondent. "Wij konden er wel eens meer belang +bij hebben een schip dan een huis te bouwen, wanneer wij bij toeval +op een honderd mijlen van een bewoonde kust zijn." + +"Daarom zal ik dezen avond de breedte en morgen de lengte van het +eiland Lincoln trachten te bepalen." Inderdaad berekende hij, alleen +op de gegevens door Harbert medegedeeld, door het stellen van staken, +de juiste ligging van het eiland. + + + + +XIV. + + De lengte van het eiland.--Een ontdekkingstocht ten + noorden.--Een oesterbank.--Plannen voor de toekomst.--De zon + gaat door den meridiaan.--De ligging van Lincoln. + + +De uitslag van de berekeningen, welke Cyrus Smith op den 15den +April maakte, was, dat het eiland Lincoln gelegen was op den +zevenendertigsten graad zuiderbreedte. + +De ingenieur zou de lengte bepalen, wanneer de zon den meridiaan +zou passeeren. + +Men besloot den zondag te besteden met, na hun kleederen gewasschen +te hebben, een wandeling te maken of liever een verkenningstocht +tusschen de noordzijde van het meer en de Haaien-golf, en indien +het weer het toeliet, zou men den tocht in het zuiden tot kaap +Zuid-Mandibule uitstrekken. Zij wilden provisie meenemen en eerst +'s avonds thuis komen. + +Om half negen waren allen gereed en begaven zij zich langs de beek +op weg. Aan de andere zijde, op een klein eilandje, stapte een groot +aantal vogels statig op en neer. Het waren duikers, een soort van +ganzen, die men dadelijk herkent aan het onaangename gekrijsch dat +zij maken en dat eenige overeenkomst heeft met het balken van een +ezel. Pencroff beschouwde deze slechts uit een oogpunt van eetbaarheid, +en het deed hem onuitsprekelijk veel genoegen, toen hij hoorde, +dat hun vleesch, hoewel zwart van kleur, zeer goed te gebruiken was. + +Men zag ook groote amphibieën over het zand kruipen, waarschijnlijk +zeehonden, die het eilandje tot toevluchtsoord gekozen schenen +te hebben. Men kon deze dieren onmogelijk als een bruikbare spijs +beschouwen, want hun vleesch is traanachtig en onsmakelijk; Cyrus +Smith sloeg ze echter aandachtig gade en zonder zijn denkbeelden er +over mede te deelen, zei hij tot zijn metgezellen, dat zij weldra +het eilandje zouden bezoeken. + +Langs den oever lagen tallooze schelpen, waarvan eenigen van hooge +waarde zouden geweest zijn voor een natuurkundige. Het waren onder +anderen driehoekschelpen, ammonshoorns, phasiasnellen enz. Maar +hetgeen het meest van nut kon zijn, was een groote oesterbank die +bij laag water zichtbaar was en door Nab aangewezen werd tusschen de +rotsen op ongeveer vier mijlen afstands van de Schoorsteenen. + +"Nab heeft vandaag den kost verdiend," riep Pencroff uit, terwijl +hij de oesterbank beschouwde. + +"Het is inderdaad een gelukkige ontdekking," zei de verslaggever, +"en, als het waar is, dat elke oester, zooals men beweert, vijftig à +zestig duizend eieren legt, dan hebben wij daar een onuitputtelijken +voorraad." + +"Ik geloof echter, dat oesters niet zeer voedzaam zijn," merkte +Harbert op. + +"Neen," antwoordde Cyrus Smith. "De oester bevat slechts zeer weinig +stikstofhoudende bestanddeelen en iemand, die er zich uitsluitend +mee mocht willen voeden, had er niet minder dan vijftien à zestien +dozijn daags noodig." + +"Welnu," antwoordde Pencroff, "wij kunnen menig gros verslinden, +voordat de bank ledig is. Als wij er eens een paar voor ons ontbijt +namen?" + +Nab en Harbert maakten eenige van die schelpdieren los, zonder antwoord +af te wachten, daar zij wel wisten dat het voorstel ieder welkom moest +zijn. Zij deden ze in een net, dat Nab gemaakt had van de vezels van +heemst, en waarin het verdere maal ook was geborgen. Vervolgens zette +men den weg tusschen de duinen en de zee, langs de kust voort. + +Cyrus Smith keek van tijd tot tijd op zijn horloge, om vooral het +oogenblik niet voorbij te laten gaan, waarop hij de zon kon schieten. + +Dit geheele gedeelte van het eiland was zeer onvruchtbaar tot aan het +punt, waar de baai der Vereenigde Staten eindigde, dat men kaap Zuid +Mandebule genoemd had. Men zag er slechts zand en schelpen, vermengd +met stukken lava. Eenige zeevogels kwamen nu en dan op dit verlaten +strand, zeemeeuwen, groote stormvogels en zelfs wilde eenden, die +met recht de begeerlijkheid van Pencroff opwekten. Hij trachtte wel +ze met zijn pijlen te treffen, maar zonder gevolg, want zij bleven +niet zitten en men zou ze in hun vlucht moeten raken. + +De zeeman vond hierin alweder een geschikte gelegenheid om den +ingenieur weder de volgende opmerking te maken: + +"Ziet ge wel, mijnheer Cyrus, zoolang wij niet een of twee jachtgeweren +hebben, zal ons materieel niet volmaakt zijn." + +"Zeker, Pencroff," antwoordde de verslaggever, "maar het hangt slechts +van u af. Verschaf ons ijzer voor de loopen, staal voor de batterijen, +salpeter, kool en zwavel voor kruit, kwik en salpeterzuur voor het +knalzuurzout, en eindelijk lood voor de kogels en dan zal Cyrus ons +geweren van de beste soort maken." + +"O!" antwoordde de ingenieur, "wij kunnen al deze bestanddeelen +zonder twijfel op het eiland vinden, maar een vuurwapen eischt zeer +veel zorg en goede gereedschappen. Maar wij zullen later zien." + +"Waarom hebben wij dan ook al die wapens en gereedschappen die +met ons in het schuitje waren, overboord geworpen, zelfs onze +zakmessen!" bromde Pencroff. + +"Maar, als wij dat niet gedaan hadden, Pencroff, zouden wij met den +ballon tot op den bodem der zee gezonken zijn!" antwoordde Harbert. + +"Ja, dat is waar, ge hebt gelijk, mijn jongen!" + +Oogenblikkelijk ging hij tot een ander onderwerp over en zei: + +"Maar daar valt mij iets in, wat zal Jonathan Forster en zijn +metgezellen verbaasd hebben gestaan, toen zij den volgenden morgen +de plaats verlaten en den ballon gevlogen vonden!" + +"Dat is wel het laatste waarover ik mij zal bekommeren!" antwoordde +de correspondent. + +"Nu heb ik daar toch het eerst aan gedacht," zei Pencroff vol +zelfvoldoening. + +"Een mooie gedachte, Pencroff," hernam Gideon Spilett lachende, +"en wie heeft ons gebracht waar wij nu zijn!" + +"Ik ben liever hier dan in de handen der Zuidelijken!" riep de zeeman +uit, "vooral sedert mijnheer Cyrus de goedheid heeft gehad zich bij +ons te voegen!" + +"En ik ook, waarachtig!" stemde de correspondent in. "Bovendien, +wat ontbreekt ons hier? Niets!" + +"Of.... alles!" antwoordde Pencroff, die in lachen uitbarstte en zijn +breede schouders schudde. "Maar vroeg of laat zullen wij het middel +ontdekken om weg te komen!" + +"En misschien eerder dan gij wel denkt, vrienden," zei toen de +ingenieur, "indien het eiland Lincoln slechts op matigen afstand is +gelegen van bewoonde eilanden of vastland. Binnen een uur zullen wij +dit weten. Ik heb geen kaart van de Stille Zee, maar het zuidelijk +gedeelte staat mij helder voor den geest. Ten westen van het eiland +Lincoln ligt, volgens de breedte, die ik gisteren verkregen heb, +Nieuw-Zeeland en ten oosten Chili; maar die twee landen liggen minstens +zesduizend mijlen van elkander. Er blijft dus slechts over te bepalen, +welke plaats dit eiland inneemt op deze groote uitgestrektheid zee, en +dat zullen wij aanstonds door de lengte juist genoeg te weten komen." + +"Is het niet de Pomotou-archipel," vroeg Harbert, die, wat de breedte +betreft, het dichtst bij ons is?" + +"Ja," antwoordde de ingenieur, "maar wij zijn er toch door een afstand +van meer dan twaalfhonderd mijlen van gescheiden." + +"En daar?" vroeg Nab, die met de grootste belangstelling het gesprek +gevolgd had, en naar het zuiden wees. + +"Daar, niets," antwoordde Pencroff. + +"Niets, inderdaad," voegde de ingenieur er bij. + +"En, Cyrus," vroeg de correspondent, "wanneer Lincoln op slechts twee +à drie honderd mijlen van Nieuw-Zeeland of Chili gelegen is?...." + +"Welnu," antwoordde de ingenieur, "dan bouwen wij in plaats van een +huis een schip, en meester Pencroff zal zich met het besturen daarvan +belasten...." + +"Zeker, zeker, mijnheer Cyrus," riep de zeeman uit, "ik ben aanstonds +gereed het ambt van kapitein te aanvaarden.... zoodra gij de middelen +zult gevonden hebben om een schip samen te stellen, waarmee wij ons +op zee vertrouwen kunnen!" + +"Wij zullen er een bouwen, als het noodig is!" antwoordde Cyrus Smith. + +Intusschen naderde de tijd, waarop de waarneming moest geschieden. Hoe +zou Cyrus Smith het aanleggen om, zonder een enkel instrument, het +passeeren van de zon door den meridiaan gade te slaan? Dit ging het +verstand van Harbert te boven. + +De kolonisten waren op ongeveer zes mijlen van de Schoorsteenen +verwijderd, en niet ver van de plaats in de duinen waar de ingenieur +gevonden was na zijn wonderbaarlijke redding. Zij besloten daar halt +te houden en alles werd voor het ontbijt gereed gemaakt, want het +was half twaalf. Harbert ging water halen uit de beek, die er dicht +bij stroomde en bracht het in een kruik, welke Nab medegenomen had. + +Cyrus Smith maakte zich intusschen tot zijn astronomische waarneming +gereed. Hij koos een gedeelte van het strand dat door de afnemende +zee volkomen waterpas geworden was, en stak er een stok van zes voet +lang loodrecht in. + +Harbert begreep toen hoe de ingenieur te werk zou gaan om den doorgang +van de zon door den meridiaan te bepalen. Het was door middel van de +schaduw die de stok op het zand wierp, een middel, dat, bij gebrek aan +instrumenten, hem een voldoende juistheid zou geven voor het resultaat, +dat hij wilde verkrijgen. + +Het oogenblik dat die schaduw het minimum van lengte zou bereiken, +zou juist het zuiden zijn. En het was voldoende dat men het verste +punt van de schaduw waarnam, om het oogenblik te bepalen, waarop zij, +na steeds korter geworden te zijn, weder langer werd. + +De verslaggever stond met zijn horloge in de hand gereed om te zeggen +hoe laat het precies was, als de schaduw het kortst zou zijn. + +De zon ging intusschen langzaam voort; de schaduw van den stok werd +al korter en korter, en toen het Cyrus Smith voorkwam dat hij langer +begon te worden, riep hij uit: + +"Hoe laat?" + +"Vijf uur en een minuut," antwoordde Gideon Spilett onmiddellijk. + +De waarneming moest nu nog slechts becijferd worden. Niets was +gemakkelijker. Er was, zooals men ziet, precies vijf uur verschil +tusschen den meridiaan van Washington en dien van het eiland Lincoln, +dat is te zeggen, het was middag op Lincoln, toen het reeds vijf uur +in den avond te Washington was. De zon doorloopt in haar schijnbare +beweging om de aarde, een graad in vier minuten, dus vijftien graden +in een uur. In een uur doorloopt zij vijftien graden, dus in vijf +uur vijfmaal vijftien graden, gelijk aan vijf en zeventig graden. + +Daar Washington ligt op 77° 3' 11'' westelijk van den meridiaan van +Greenwich,--die de Amerikanen evenals de Engelschen tot uitgangspunt +van de lengte aangenomen hebben,--volgt er uit, dat het eiland, in +ronde cijfers, gelegen was op zeven en zeventig graden, plus vijf en +zeventig graden ten westen van den meridiaan van Greenwich, dat is +alzoo op honderd twee en vijftig graden westerlengte. + +Cyrus Smith deelde dat resultaat aan zijn metgezellen mee, en alles +in aanmerking nemende, meende hij te kunnen verzekeren, dat het +eiland Lincoln gelegen was tusschen de vijf en dertigste en zeven en +dertigste parallel en tusschen den honderd vijftigsten en honderd vijf +en vijftigsten meridiaan ten westen van den meridiaan van Greenwich. + +Het was zeer waarschijnlijk, dat het eiland Lincoln zoover verwijderd +lag van elk land of eiland, dat men het niet wagen mocht, dien afstand +in een eenvoudige, zwakke boot af te leggen. + +Door deze waarneming kwam men tot de zekerheid, dat het eiland op +minstens twaalf honderd mijlen gelegen was van Taiti en van de eilanden +der Pomotou-archipel en op achttien honderd mijlen van Nieuw-Zeeland, +en eindelijk op meer dan vier duizend vijf honderd mijlen van de +Amerikaansche kust! + +Cyrus Smith herinnerde zich niet dat er eenig eiland gelegen was in +dat gedeelte van de Stille Zee, waar zij nu overtuigd waren, dat het +eiland Lincoln lag. + + + + +XV. + + Er wordt bepaald besloten tot overwintering.--De quaestie + der delfstoffen.--Onderzoek van het eiland.--Jacht op + zeehonden.--De katalaansche methode.--Vervaardiging van + ijzer.--Hoe men staal bekomt. + + +Den anderen morgen, den 17den April richtte de matroos het eerste +woord tot Gideon Spilett. + +"Wel mijnheer," zeide hij, "wat zullen wij nu van daag zijn?" + +"Alles wat Cyrus Smith goedvindt," antwoordde de reporter. Tot nog toe +waren zij steen- en pottebakkers geweest, maar nu zouden de vrienden +van den ingenieur metaalgieters worden. + +Den vorigen dag, na het ontbijt, hadden zij hun onderzoek tot de kaap +Zuid-Mandibule kunnen uitstrekken, welke ongeveer zeven mijlen van de +Schoorsteenen was verwijderd, en waar de grond van een geheel anderen +aard was. De avond was toen echter gevallen, zoodat zij wel naar de +Schoorsteenen moesten terugkeeren, maar dien nacht deden zij geen oog +dicht, voordat zij overeengekomen waren het eiland Lincoln te verlaten. + +Wel was de afstand van twaalf honderd mijlen, die het eiland scheidde +van den Pomotou-archipel, groot. Met een bootje was het onmogelijk, +vooral daar een slechte tijd naderde. Pencroff had dit ronduit +gezegd. Een groote boot te timmeren, al had men er alle werktuigen +voor, zou toch moeielijk gaan. Zij besloten dus op het eiland Lincoln +te overwinteren, en een beter verblijf dan de Schoorsteenen op +te zoeken. + +Vóór alles moesten zij gebruik maken van de ijzermijn om dan staal +of ijzer er uit te bereiden. + +"Moeten wij nu ijzer gaan maken, mijnheer Smith?" vroeg Pencroff. + +"Ja," was het antwoord van den ingenieur, "en daarom--wat u +ongetwijfeld genoegen zal doen--moeten wij eerst zeehonden op het +eilandje gaan vangen." + +"Jacht op de zeehonden!" riep de matroos uit, terwijl hij zich tot +Gideon Spilett wendde. "Wij moeten dus een zeehond hebben om ijzer +te bereiden?" + +"Cyrus Smith zegt het!" antwoordde de verslaggever. + +Maar de ingenieur had de Schoorsteenen reeds verlaten en Pencroff +maakte zich tot de jacht gereed, zonder eenige andere verklaring +gekregen te hebben. + +Spoedig waren Cyrus Smith, Gideon Spilett, Nab en de matroos op +het strand vereenigd daar, waar de zee een doorwaadbare plek bij +eb aanbood. + +Het was de eerste maal dat Cyrus Smith een voet op het eilandje zette +en de tweede maal van zijn vrienden sedert zij er door den ballon +opgeworpen waren. De jagers verspreidden zich terstond achter de rotsen +waar zij geduldig wachtten tot de zeehonden op het strand kwamen. + +Een uur ging er voorbij eer dat er een zeehond te zien was; zij telden +er toen ongeveer een half dozijn. Pencroff en Harbert begaven zich naar +de punt van het eilandje, om ze den terugtocht te beletten. Intusschen +plaatsten Cyrus Smith, Gideon Spilett en Nab zich langs de rotsen en +naderden zoo de plaats waar de strijd gevoerd moest worden. + +Plotseling verhief zich de hooge gestalte van Pencroff. De matroos +uitte een kreet. De ingenieur en zijn makkers snelden ijlings naar +hem toe. Twee dieren lagen, door een geweldigen slag getroffen, dood +op den grond, maar de overigen konden zich nog bij tijds in zee werpen. + +"Hier hebt gij de bestelde zeehonden, mijnheer Smith!" zeide Pencroff +tot den ingenieur. + +"Goed," antwoordde deze, "wij zullen er blaasbalgen van maken!" + +"Blaasbalgen!" riep Pencroff verbaasd uit. + +Inderdaad was de ingenieur van plan een blaasbalg te maken van de +huid dezer dieren. Zij hadden een middelmatige lengte, en hun kop +geleek veel op dien van een hond. + +Maar daar zij zulk een zwaren last niet gaarne onnoodig mededroegen, +besloten Nab en Pencroff op de plaats zelf hun huid af te stroopen, +terwijl Cyrus Smith en de reporter het eiland verder gingen +onderzoeken. + +De matroos en de neger kweten zich zeer behendig van hun taak, en +drie uur later was Cyrus Smith in het bezit van twee zeehondenhuiden, +die hij onbereid zou gebruiken. + +Spoedig daarop konden zij weder de Schoorsteenen binnentreden. + +Maar het was lang geen gemakkelijk werk om deze huiden op lange +reepen hout uit te spreiden, en ze door middel van vezels er op vast +te maken, zoodat de lucht er in opgenomen kon worden, zonder veel er +uit te laten ontsnappen. Verscheidene malen moest men van voren af aan +beginnen. Cyrus Smith had slechts twee stukjes staal tot zijn dienst, +afkomstig van den halsband van Top, en toch ging hem alles zoo goed +af, en stonden zijn vrienden hem zoo vaardig ter zijde, dat zij drie +dagen later in het bezit waren van een blaasbalg die volop lucht in +het erts kon blazen. + +Het was op den 20sten April, dat ze 's morgens vroeg hun werk +aanvingen. Maar aangezien de mijn in het noordwesten van den berg +Franklin gelegen was, dus zes mijlen van de Schoorsteenen verwijderd, +konden zij niet elken dag naar de Schoorsteenen terugkeeren, en kwamen +zij dus overeen, daar voor behulp een hut op te slaan, zoodat ze dag +en nacht met hun belangrijken arbeid konden voortgaan. Zij hadden +een langen weg af te leggen, maar dit stelde hen in staat om den +grond en het gevogelte gade te slaan. Tegen vijf uur maakte Cyrus +Smith halt. Zij hadden thans het bosch achter zich. Eenige honderden +passen verder stroomde de Roode Beek; dus waren zij in de nabijheid +van drinkwater. + +Den anderen ochtend, den 21sten April, ging Cyrus Smith, vergezeld +van Harbert, het terrein, waar zij reeds ijzererts gevonden hadden +verder onderzoeken. Deze mijn was zeer rijk aan ijzer en Cyrus besloot +hier de Katalaansche methode in toepassing te brengen, welke ook +op Corsica algemeen gevolgd wordt. Wel moest hij deze methode zeer +vereenvoudigen, daar hij slechts een ijzermassa wilde hebben. Zeker +hadden Tubal-Kaïn en de eerste metaalbewerkers op dezelfde wijze het +ijzer bereid. Maar wat aan het kroost van Adam gelukt was en zulke +goede uitkomsten opleverde in streken zoo rijk aan ijzer en brandstof, +moest ook gelukken onder de omstandigheden, waarin de kolonisten van +het eiland Lincoln geplaatst waren. + +Evenals het erts werden ook de brandstoffen zonder moeite uit +den omtrek, waar zij op de oppervlakte van den bodem lagen, +bijeengezameld. Men brak eerst het erts in stukjes en ontdeed ze van +de onreinheden waarmede zij bedekt waren. Daarop werden de steenkolen +en het erts in elkander afwisselende lagen opeengestapeld, gelijk +de kolenbrander doet wanneer hij houtskool maakt. Op die wijze +en onder de werking der verhitte lucht, welke door den blaasbalg +verkregen werd, veranderde de kool in koolzuur en in kool-oxyde, om +op die wijze het ijzer van zuurstof te bevrijden. De blaasbalg van +zeehonden-vel met een steenen handvat aan het uiteinde, dat eerst +in den pottenbakkers-oven was vervaardigd, werd bij den ertsstapel +geplaatst en door een toestel in beweging gebracht, dat uit koorden +en tegenwichten bestond en een hoeveelheid lucht uitblies, welke de +temperatuur deed stijgen en aldus behulpzaam was bij het chemisch +proces, waardoor het zuivere ijzer zou worden verkregen. De bewerking +was moeilijk; zij vereischte al het geduld en beleid van de kolonisten +om ze tot een goed einde te brengen. Maar eindelijk slaagde men er in +en verkreeg een klomp ijzer, welke men moest smeden om er de lucht- +en waterdeelen uit te drijven. Een hamer nu ontbrak aan deze smeden; +maar alles wel beschouwd, verkeerden zij in denzelfden toestand, +waarin de eerste metaalbewerker verkeerd had, en deden zij wat deze +moet hebben gedaan. + +De eerste klomp, aan een stok bevestigd, diende als hamer om den +tweede te smeden op een aanbeeld van graniet, en zoo verkreeg men +een ruw metaal, dat tamelijk bruikbaar was. + +Eindelijk, na veel moeite en inspanning, gelukte het hun den 25sten +April eenige ijzeren staven te bezitten, die zij tot verschillende +werktuigen versmeedden. + +Maar toch kon dit metaal hun geen groote diensten bewijzen, daar het +zuiver ijzer was en zij vooral behoefte hadden aan staal. + +Het staal nu is een verbinding van ijzer en zuurstof, die men +verkrijgen kan, hetzij uit gesmolten ijzer, door daaruit de te groote +hoeveelheid koolstof te verwijderen, of uit het ijzer door er de +vereischte hoeveelheid koolstof bij te voegen. + +Hierop was Cyrus Smith ook weder bedacht en hij slaagde er in. Allerlei +instrumenten, natuurlijk grof bewerkt, gelukten hem ook, en eindelijk +was den 5den Mei hun metaalbewerking afgeloopen en keerden de smeden +weder naar de Schoorsteenen terug, om daar een nieuwen werkkring +te zoeken. + + + + +XVI. + + De huisvesting op nieuw besproken.--Een droombeeld van + Pencroff.--Een onderzoek van het noordelijk meer.--De + noordelijke grens van den bergrug.--De slangen.--Het uiteinde + van het meer.--Top is onrustig.--Top zwemt.--Een strijd onder + water.--De zeekoe. + + +Het was nu de 6de Mei, de dag, die met den 6den November van het +noordelijk halfrond gelijk staat. De lucht werd mistig en men moest +aan eenige toebereidselen voor den winter gaan denken. Toch was de +temperatuur niet veel kouder geworden. Maar al dreigde de koude nog +niet in te vallen, de regentijd naderde toch en op dit verlaten eiland, +te midden der Stille Zee, moest het vaak slecht weder zijn. + +De quaestie, een beter verblijf te kiezen, moest dus wel ernstig +besproken en overdacht worden. + +Natuurlijk had Pencroff wel eenige voorliefde voor deze woning, die hij +zelf ontdekt had; maar hij begreep ook dat het raadzamer was een andere +te zoeken. Reeds eenmaal was de zee in de Schoorsteenen doorgedrongen +en men kon zich niet weder op nieuw aan zulke onheilen blootstellen. + +"Bovendien," voegde Cyrus Smith er bij, toen zij dien dag over dat +onderwerp spraken, "moeten wij toch eenige voorzorgen nemen." + +"Waarom? Het eiland is toch onbewoond," zei de correspondent. + +"Dat is waarschijnlijk," antwoordde de ingenieur, "hoewel wij het +nog niet geheel en al onderzocht hebben, maar zoo er zich geen enkel +menschelijk wezen op bevindt, vrees ik toch dat de wilde dieren het +niet verlaten zullen hebben. Het beste is dat wij ons tegen alle +aanvallen in veiligheid brengen, en wij moeten vooral niet vergeten +elken nacht een van allen te waken om het vuur te onderhouden. In +ieder geval, vrienden, moeten wij op alles bedacht wezen." + +"Wat," zei Harbert, "op zulk een afstand van elk land?" + +"Ja, beste jongen," antwoordde de ingenieur. "De zeeroovers zijn +dappere lieden en geduchte boosdoeners, daarom moeten wij onze +maatregelen nemen." + +"Welnu," antwoordde Pencroff, "wij zullen ons tegen de wilden, zoowel +tegen de twee- als de viervoetigen beveiligen. Maar, mijnheer Cyrus, +zou het niet beter wezen, als wij, voor iets te ondernemen, het eiland +in zijn geheele uitgestrektheid onderzochten?" + +"Ik geloof ook, dat dit het raadzaamste is," zei Gideon Spilett. "Wie +weet of wij aan de tegenovergestelde kust geen grot vinden, die wij +hier tevergeefs hebben gezocht?" + +"Maar wel moeten wij er aan denken," hernam Cyrus Smith, "dat wij +ons verblijf bij goed drinkwater moeten opslaan." + +"Laten wij dan, mijnheer Cyrus," zei Pencroff, "een huis aan den oever +van het meer bouwen. Noch de steenen, noch de werktuigen ontbreken +ons thans. Nu wij eenmaal steenbakkers, pottebakkers en smeden zijn +geweest, kunnen wij ook wel metselaars worden." + +"Ja, maar, vóór wij tot een besluit komen, moeten wij eerst een +onderzoek instellen. Een woning, die door de natuur gemaakt is, +bespaart ons alweder de moeite ze te maken, en zeker zal zij ons een +veiliger woonplaats aanbieden, want zij zal beschut wezen tegen de +vijanden zoowel inlandsche als buitenlandsche." + +"Gij hebt gelijk, Cyrus," zei de reporter, "maar wij hebben deze +rotsachtige kust al van alle kanten onderzocht en geen opening, +geen spleet gevonden!" + +"Neen, geen enkele," voegde Pencroff er bij. "Zoo wij maar een opening +in dien muur hadden kunnen boren, op een zekere hoogte, zoodat zij +buiten het bereik was, dat zou ons eerst te pas zijn gekomen! Van hier +af zie ik reeds op den gevel die naar de zee gekeerd is, en vijf of +zes kamers in dat huis." + +"Met vensters die ze verlichten!" riep Harbert lachend uit. + +"En een trap om naar boven te gaan!" voegde Nab er bij. + +"Gij lacht er om," riep de matroos uit, "en waarom? Wat is er voor +onmogelijks in? Hebben wij geen bijlen en houweelen. En zou mijnheer +Cyrus geen middel weten om kruit te maken, waarmede wij de mijn kunnen +laten springen?" + +Cyrus Smith hoorde met alle kalmte den opgewonden Pencroff aan, terwijl +deze zijn phantastische plannen blootlegde. Om de rotsmassa zelfs door +het springen eener mijn aan te tasten, zou een onmogelijk werk wezen +en het was inderdaad jammer dat de natuur het zwaarste gedeelte dezer +taak niet verricht had. Maar de ingenieur gaf den matroos slechts ten +antwoord dat hij den rotswand maar eens oplettend moest gadeslaan, +van de monding der rivier tot den noordelijken uithoek. + +Men ging dus naar buiten en het onderzoek nam een aanvang. Maar +nergens was een holte te ontdekken, slechts nesten van wilde duiven, +en hier en daar een uitstekend gebroken granietblok. De ingenieur +stelde dus voor om langs de hoogte naar de Schoorsteenen terug te +keeren, om dan tegelijk de rivier te onderzoeken. Zij vervolgden hun +weg, aandachtig alles waarnemende daar zij nu een gedeelte van het +eiland betreden hadden, dat hun nog onbekend was. Maar geen enkel +spoor van eenig wild dier deed zich voor; het was ook waarschijnlijk +dat die meer in de zuidelijke bosschen huisden; maar toch gaf het +hun een onaangename gewaarwording, toen Top plotseling voor een +groote slang van ongeveer veertien à vijftien voet lengte stil bleef +staan. Nab doodde haar met één slag. Cyrus Smith beschouwde haar +aandachtig en verklaarde dat zij niet vergiftig was, daar zij tot +de soort der diamantslangen behoorde, waarmede de inboorlingen zich +in Nieuw Zuid-Wales voeden. Maar toch was het mogelijk dat er zich +nog andere bevonden wier beet doodelijk kon zijn, zooals de adders +met gespleten staart, die overeind gaan staan, of de vleugelslangen, +welke kleppen aan de ooren hebben, waardoor zij zich met reusachtige +snelheid kunnen bewegen. Toen Top van den eersten schrik bekomen was, +vervolgde hij met zooveel vuur de jacht op slangen, dat zij beangst +voor hem werden en zijn meester hem dan ook telkens terug moest roepen. + +Spoedig hadden zij de monding van de Roode Beek bereikt. Zij herkenden +het punt dat zij reeds bezocht hadden, toen zij den berg Franklin +afdaalden. + +Cyrus Smith ontdekte, dat de aanvoer van water zeer aanzienlijk was, +zoodat er noodzakelijk hier of daar een punt moest wezen, waar het +overtollige water afvloeide. Dat punt moest men ontdekken, want daar +zou waarschijnlijk een waterval wezen, dien men als beweegkracht +zou kunnen aanwenden. Zij vervolgden dus nog een eind hun weg, maar +zorgden goed bij elkander te blijven. Het water scheen hoe langer hoe +vischrijker te worden en Pencroff nam zich voor om vischtoestellen +te maken, ten einde dien rijken buit te vermeesteren. + +Voor het oogenblik was hun taak slechts de noordelijke punt te +bezoeken. Hier stonden meer boomen, welke aan het landschap een +schilderachtig aanzien gaven. Het Grant-meer lag toen in zijn geheele +uitgestrektheid voor hen; geen koelte deed het lommer bewegen. Top +deed nu en dan een zwerm vogels opvliegen, die Gideon Spilett en +Harbert met hun pijlen begroetten. Harbert had er zelf een getroffen, +die tusschen de struiken viel. Top snelde er heen en bracht een mooien +vogel met grijze vleugels in zijn bek terug. Het was een waterhoen, ter +grootte van een patrijs, doch deze vogel was bij nader onderzoek niet +voor hun avondmaal geschikt en Top moest er zich dus over ontfermen. + +Zij volgden nu een oostelijke richting, en kwamen toen weder op +bekend terrein. Op dit oogenblik werd Top, die tot nu toe zeer kalm +was geweest, plotseling onrustig. Het verstandige dier liep maar heen +en weer en stond telkens bij het water stil, alsof hij daar eenig +onzichtbaar wild rook; daarop blafte hij, maar hield zich dan weer +eensklaps stil. + +Noch Cyrus Smith, noch zijn makkers sloegen acht op het gedrag van +den hond; maar Top herhaalde zoo onophoudelijk zijn geblaf, dat het +den ingenieur eindelijk wel treffen moest. + +"Wat is er dan toch, Top?" vroeg hij. + +De hond sprong tegen zijn meester op, en gaf duidelijk zijn onrust +te kennen, waarop hij weder naar het water snelde. Daarop sprong hij +plotseling in het meer. + +"Hier Top!" riep Smith, daar hij niet wilde dat de hond in die +onbekende wateren zich zou wagen. + +Top keerde op het geroep van zijn meester terug, maar toch kon hij +niet rustig bij hem blijven en scheen hij een dier onder het water +te volgen. Maar het meer was zeer klein en geen golfje rimpelde +de oppervlakte. Menigmaal stonden allen stil en sloegen zij het +oplettend gade, maar er verscheen niets. Er moest hier eenig geheim +achter schuilen. De ingenieur begon er hoe langer hoe meer belang in +te stellen. + +"Laten wij onzen ontdekkingstocht tot het einde toe vervolgen," +zei hij. + +Een half uur later hadden zij den zuidoostelijken hoek van het meer +bereikt en bevonden zij zich op de vlakte: het Verre Uitzicht. Bij dit +punt konden zij hun onderzoek van het meer voor geëindigd houden, en +toch had de ingenieur niet kunnen ontdekken waar en hoe de uitloozing +van het water plaats greep. + +"Toch moet zulk een uitloozing ergens wezen," herhaalde hij gedurig, +"en daar hij niet boven den grond te vinden is, moet hij aan de +binnenzijde van de rots wezen!" + +"Maar waarom stelt ge daar belang in, Cyrus?" vroeg Gideon Spilett. + +"Een zeer groot belang zelfs," antwoordde de ingenieur, "want zoo +de uitstorting in de rots zelf plaats heeft, moet zich daar een grot +bevinden, die men zeer gemakkelijk tot een woonplaats kan inrichten, +als men het water afleidt!" + +"Maar is het niet mogelijk, mijnheer Cyrus, dat het water in het +meer zelf uitloopt," zeide Harbert, "en dat het door een onderaardsch +kanaal naar zee stroomt?" + +"Dat kan zeer goed," antwoordde de ingenieur, "en zoo dat het geval +mocht wezen, dan zijn wij verplicht ons huis zelf te bouwen, daar +dan de natuur de eerste fondamenten niet gelegd heeft." + +Zij haastten zich thans om, daar het reeds vijf uur was, de +Schoorsteenen op te zoeken, toen Top weder zijn geblaf liet +hooren. Het was thans zoo heftig, en vóor zijn meester hem nog had +kunnen weerhouden was hij reeds in het water gesprongen. + +Allen liepen naar den oever. De hond was echter reeds twintig voet +van hen verwijderd en Cyrus Smith riep hem met alle kracht terug, +toen een kop plotseling boven het water verscheen, dat hier niet diep +scheen te wezen. Harbert herkende terstond het dier en riep uit: + +"Een zeekoe!" + +Het dier had zich op den hond geworpen, die het te vergeefs trachtte +te ontwijken. Zijn meester kon niets tot zijn redding bijbrengen, en +zelfs vóor dat het denkbeeld bij Gideon en Harbert was opgekomen, om +het met hun pijlen te treffen, was Top reeds onder water verdwenen. Nab +stond op het punt om het arme dier met een ijzeren staaf te hulp te +komen en het ondier in zijn eigen element aan te tasten. + +"Terug, Nab," zeide de ingenieur, terwijl hij zijn kloeken dienaar +tegenhield. + +Intusschen werd er onder water hevig gestreden; Top kon waarschijnlijk +geen weerstand bieden, en de strijd moest dus met den dood van den hond +eindigen. Maar plotseling, te midden van een grooten kring schuim, +zag men hem weder boven komen. Door een onbekende kracht werd hij +tien voet in de hoogte geworpen, maar zonk weder even zoo spoedig +in de diepte, waarna hij nogmaals bovenkomende, naar den oever zwom +zonder gewond te zijn, als door een wonder gered. + +Cyrus Smith en zijn makkers zagen dit zonder het te begrijpen! Dat +was iets onverklaarbaars! Zeker was de zeekoe, terwijl zij den hond +in haar klauwen hield door een ander dier overvallen, en moest zij +thans zich zelve verdedigen. + +Maar het duurde niet lang. Het water werd rood gekleurd van bloed +en de zeekoe kwam weldra, te midden van een bloedplas, die zich naar +alle zijden uitbreidde, aan de zuidelijke punt van het meer aan land. + +Allen snelden naar dat punt. Het was een geducht dier, van vijftien +à zestien voet lengte en moest ongeveer drie of vierduizend pond +wegen. Aan zijn nek scheen het gewond te zijn, met een zeer scherpen +dolk, zou men zeggen. + +Welk dier had dus die vreeselijke zeekoe met één slag kunnen +dooden. Niemand kon het zeggen, en met dit voorval geheel vervuld, +keerden Cyrus Smith en zijn vrienden naar de Schoorsteenen terug. + + + + +XVII. + + Bezoek aan het meer.--De stroom.--Plannen van + Cyrus Smith.--Het vet van de zeekoe.--Gebruik van de + vuursteenen.--Glycerine.--Zeep.--Salpeter.--Zwavelzuur.--Stikstof.--Een + nieuwe val. + + +Den anderen morgen, 7 Mei, lieten Cyrus Smith en Gideon Spilett het +eten klaar maken, terwijl zij verder de vlakte van het Verre Uitzicht +gingen onderzoeken, en Harbert en Pencroff den loop der rivier volgden, +om een nieuwen voorraad hout op te doen. Spoedig hadden de ingenieur +en zijn makker de plaats bereikt waar het dier den vorigen dag was +blijven liggen. + +Zij stonden thans weder op dezelfde plaats waar vier en twintig uur +geleden zulk een hevigen strijd onder water was gevoerd. + +Het meer scheen hier niet diep, maar hoe verder men kwam, en eindelijk +als men het midden naderde, was waarschijnlijk de diepte zeer groot. + +"Wel Cyrus," vroeg de reporter, "meent ge dat dit meer volstrekt niet +verdacht is?" + +"Neen, beste Spilett," antwoordde de ingenieur, "en ik weet inderdaad +niet, waaraan ik dat voorval van gisteren moet toeschrijven!" + +"Ik erken," zeide Gideon Spilett, "dat de wond, die dit dier gisteren +bekomen heeft zeer zonderling is en ik kan mij ook geen denkbeeld +maken hoe Top met zulk een kracht boven het water werd geworpen. Men +zou bijna moeten gelooven aan een krachtigen arm, gewapend met een +dolk, die ook de zeekoe gedood heeft!" + +"Ja," antwoordde Smith, die in gepeins verzonken was. "Er is iets dat +ik niet kan begrijpen. Maar begrijpt gij zelf, Gideon, op welke wijze +ik gered ben, hoe ik aan de golven ben ontkomen en mij plotseling in +de duinen bevond. Neen, nietwaar? Ik heb ook een voorgevoel, dat er +iets verborgens wezen moet, wat we eenmaal zullen ontdekken. Laten +wij alles stipt gadeslaan, maar niet alles van deze vreemde zaken aan +onze makkers vertellen. Laten wij onze aanmerkingen voor ons zelven +houden en ons onderzoek voortzetten." + +Zooals men weet, had de ingenieur niet kunnen ontdekken waar +het overtollige water uit het meer heen vloeide, maar toch moest +noodzakelijk ergens een uitloozing zijn. Cyrus Smith nu bespeurde dat +zich op een zeker punt een vrij sterke stroom openbaarde. Hij wierp +er eenige stukjes hout in en zag dat zij in zuidelijke richting +voortdreven. Die richting volgende, kwam hij aan den zuidelijken +uithoek van het meer, daar joeg het water met kracht voort, alsof het +plotseling in een spleet van den bodem verdween. Cyrus Smith hield +zijn oor boven de oppervlakte van het meer en hoorde duidelijk het +bruisen van een onderaardschen waterval. + +"Daar," zeide hij, "daar vindt het water zijn uitweg door een kanaal +in het graniet en stroomt het af naar zee door holen, waarvan wij +partij zullen trekken." + +De ingenieur sneed nu een langen tak af, ontbladerde dien en toen +hij hem aan het vereenigingspunt der beide oevers in den grond had +gestoken, ontdekte hij dat er een vrij groote opening was ongeveer +een voet onder de oppervlakte van het meer. Dit was de opening der +uitloozing, die hij tot nog toe, maar te vergeefs, gezocht had, en +de stroom had daar zulk een kracht, dat hij uit de handen van den +ingenieur den tak rukte, die toen in het schuim der golven verdween. + +"Er valt niet meer aan te twijfelen," herhaalde Cyrus Smith. "Daar +is de uitloozingsplaats, en ik zal haar ook blootleggen!" + +"Maar hoe?" vroeg Gideon Spilett. + +"Door de oppervlakte van het water drie voet te doen dalen." + +"En hoe wilt gij de oppervlakte doen dalen?" + +"Door een andere uitloozingsplaats te maken, welke veel grooter is +dan deze." + +"Op welke plaats, Cyrus?" + +"Op dat gedeelte van den oever, dat het dichtst bij de kust is." + +"Maar die bestaat geheel uit graniet!" merkte de reporter aan. + +"Welnu, die zal ik laten springen, en het water zal er natuurlijk +uitstroomen en dus het meer doen dalen. Zoodoende kunnen wij de +uitloozing vinden." + +"En een waterval op het strand maken," voegde de correspondent er bij. + +"En waterval, dien wij tot ons voordeel zullen aanwenden!" antwoordde +Cyrus. "Kom, ga mede!" + +De ingenieur voerde zijn makker met zich, wiens vertrouwen in hem +zoo groot was, dat hij geen oogenblik aan het welslagen van het plan +twijfelde. En toch, hoe moesten zij dien oever van graniet openen? Hoe +zouden zij zonder kruit en met gebrekkige werktuigen die rotsen uiteen +doen springen? Was het niet een werk, dat hun krachten te boven ging? + +Toen Cyrus Smith en de reporter weder in de Schoorsteenen terug kwamen, +vonden zij Harbert en Pencroff bezig met hun voorraad hout te ontladen. + +"De houthakkers hebben hun taak volbracht, mijnheer Cyrus," zei de +matroos lachend, "en wanneer gij nu metselaars noodig hebt...." + +"Geen metselaars, beste vriend, maar scheikundigen," antwoordde +de ingenieur. + +"Ja," voegde Spilett er bij, "wij gaan het eiland laten springen." + +"Het eiland laten springen!" riep Pencroff uit. + +"Een gedeelte ten minste!" hernam Gideon Spilett. + +"Luistert, mijn vrienden!" zei de ingenieur. + +Cyrus Smith maakte hen met den uitslag van zijn onderzoek +bekend. Volgens hem, moest er een vrij aanzienlijke grot bestaan +in de granietmassa, die de vlakte het Verre Uitzicht uitmaakte, +en hij was voornemens daar in door te dringen. Om dit te doen, +moest hij eerst de opening, waardoor het water zijn uitweg vond, +vrij maken, en dientengevolge de oppervlakte doen dalen door een +grootere uitloozingsplaats te maken. Hiervoor moesten zij dus een +ontplofbare zelfstandigheid bereiden, en op deze wijze een groote +gleuf op een ander gedeelte van den oever maken. Dit wilde Cyrus Smith +thans beproeven met de verschillende delfstoffen welke de natuur ter +zijner beschikking had gesteld. + +Het is onnoodig te zeggen, met welk een opgewondenheid dit voorstel +door allen, maar voornamelijk door Pencroff begroet werd. Grootsche +middelen, rotsen doen springen, een waterval maken, dat was naar den +zin van den matroos! En hij zou een even goed chemist als metselaar +en schoenmaker wezen, daar de ingenieur thans aan een chemist +behoefte had. Hij zou alles wezen, wat men maar wilde--zelfs dans- +en schermmeester, zei hij tot Nab, zoo dat noodig was. + +Nab en Pencroff moesten nu eerst het spek van de zeekoe afsnijden, +en dit voor bederf bewaren. Zij vertrokken terstond zonder eenige +verdere inlichting te vragen, zoo volkomen was het vertrouwen dat +zij in den ingenieur stelden. + +Eenige oogenblikken later voeren Cyrus Smith, Spilett en Harbert +de rivier op, beladen met gevlochten teenen, ten einde een voorraad +vuursteenen te halen. De geheele dag ging met dezen arbeid voorbij, +maar tegen den avond bezaten zij dan ook een voldoende hoeveelheid. + +Den anderen morgen, 8 Mei, begon de ingenieur met zijn scheikundige +proeven. De vuursteenen bestaan hoofdzakelijk uit kool of silicium, +aluminium en zwavelijzer, vooral een groote hoeveelheid van het +laatste; hij moest nu het zwavelijzer er uit verwijderen en het zoo +snel mogelijk in sulfaat veranderen. Als men eenmaal dit sulfaat +verkregen heeft dan kan men het zwavelzuur er gemakkelijk uit bereiden. + +Nu maakte Cyrus Smith een gedeelte van den grond, achter de +Schoorsteenen gelijk. Hier plaatste hij eenige takkenbossen en +brandhout, en daarop vuurhoudende steenen; daarop overdekte hij het +geheel weder met eenige vuursteenen, die vooraf verbrijzeld waren tot +op de groote eener noot. Toen hij dit gedaan had, stak hij het hout +aan; de warmte deelde zich aan de steenen mede die ook vlam vatten, +omdat zij koolstof en zwavel bevatten. Nu werd er een nieuwe stapel +van steenen gemaakt, dien zij weder met gras en planten over dekten, +nadat zij de lucht er doorheen hadden laten spelen, alsof zij een +stapel hout tot houtskool moesten maken. + +Daarop lieten zij het proces zijn voortgang hebben en binnen de tien +of twaalf dagen zou het zwavelijzer in sulfaat van ijzer en het +aluminium in sulfaat van aluminium veranderd zijn, twee oplosbare +zelfstandigheden; terwijl het silicium, de houtskool en de asch +onoplosbaar zijn. Terwijl dit chemische proces plaats had, liet +Cyrus Smith ander werk verrichten. Zij waren allen vol ijver en met +geestdrift bezield. + +Nab en Pencroff hadden de zeekoe van haar spek ontdaan, en dit +in de groote aarden potten verzameld. Uit dit vet moesten zij +ook een bestanddeel verwijderen, de glycerine, door het in zeep te +veranderen. Om dit nu te verkrijgen, was 't voldoende het met soda of +kalk te vermengen. Inderdaad als men bij vet een dezer bestanddeelen +brengt, verkrijgt men zeep en scheidt de glycerine zich af, en juist +deze glycerine wilde de ingenieur bekomen. Aan kalk ontbrak het +hem niet, zooals men weet; maar wel gaf de vermenging met kalk een +kalkachtige zeep, onverbindbaar en dus ook onbruikbaar, terwijl de +vermenging met soda hun integendeel een oplosbare zeep zou geven, die +dus weder in het huishouden kon gebezigd worden. Dus zou Cyrus Smith +soda trachten te bereiden. Was het moeielijk? Neen, want zeeplanten +groeiden in grooten overvloed op het strand. Zij verzamelden dus een +goede hoeveelheid van deze planten, droogden ze en lieten ze toen in +groote kuilen in de open lucht verbranden. De verbranding van die +planten werd gedurende eenige dagen onderhouden, zoodat de warmte +den graad bereikte waarop de asch smolt, en het voortbrengsel van +dit proces was een dikke grijsachtige massa, die reeds sedert lang +onder den naam van "natuurlijke soda" bekend is. + +Toen zij die verkregen hadden, vermengde de ingenieur het vet met +de soda, die eensdeels een oplosbare zeep gaf en anderdeels een +zelfstandige massa glycerine. + +Maar dat was nog niet alles; Cyrus Smith moest voor zijn aanstaand +preparaat nog een andere zelfstandigheid hebben, de salpeterzure +potasch, die meer bekend is onder den naam van salpeter. + +Cyrus Smith had deze zelfstandigheid kunnen bereiden door koolzure +potasch, die gemakkelijk uit de asch van planten te verkrijgen is, +met salpeterzuur te vermengen. Maar het salpeterzuur ontbrak hem, +en juist dat zuur wilde hij hebben. Gelukkig nu verschafte de natuur +hem dit salpeter, en hij had het slechts voor het oprapen. Harbert +ontdekte een laag er van in het noorden van het eiland, aan den +voet van den berg Franklin, en ze behoefden nu slechts dit zout te +zuiveren. Met het bereiden dezer verschillende zaken verliep er een +geheele week. Zij waren met alles gereed, vóór dat het zwavelijzer +in sulfaat van ijzer veranderd was. Maar in dien tusschentijd konden +de kolonisten hard aardewerk in een oven van steenen vervaardigen, +dat zou strekken tot het distilleeren van ijzersulfaat, wanneer dit +verkregen zou zijn. Alles was tegen den 18den Mei gereed, ongeveer +op hetzelfde tijdstip dat het chemische proces was afgeloopen. + +Gideon Spilett, Harbert, Nab en Pencroff, voorgegaan door den +ingenieur, waren de handigste werklieden geworden. De noodzakelijkheid +is de meesteres naar wie men het meest luistert en die het beste +onderwijst. + +Cyrus Smith had nu een voldoende hoeveelheid van dit gekristalliseerde +sulfaat van ijzer, waaruit zij nu het zwavelzuur moesten trekken. Den +20sten Mei was de ingenieur in het bezit van deze zelfstandigheid, +die hun later van zooveel dienst zou zijn. + +Toen hij het zwavelzuur verkregen had, bracht hij het bij de glycerine, +die hij vooruit geconcentreerd had, door het aan verdamping bloot +te stellen, en hij had nu zelfs, zonder eenig verkoelend mengsel te +gebruiken, verscheidene kannen van een olieachtige gele vloeistof +verkregen. Deze laatste bereiding had Cyrus Smith geheel alleen +gemaakt, op grooten afstand van de Schoorsteenen, want er bestond +gevaar voor ontploffing en, toen hij een flesch met dit vocht bij +zijn vrienden bracht, zeide hij: + +"Hier hebt gij nitro-glycerine!" + +Dit was inderdaad die vreeselijke stof, waarvan de ontploffingskracht +tienmaal grooter is dan die van het buskruit, en waardoor reeds zooveel +onheilen zijn teweeggebracht. Thans, nu men het middel heeft gevonden +om het in dynamiet te veranderen, dat is het te vermengen met een +vaste zelfstandigheid, klei of suiker, poreus genoeg om het in zich +op te nemen, kan dit gevaarlijke vocht met minder gevaar gebruikt +worden. Maar het dynamiet was nog niet bekend, toen de kolonisten op +het eiland Lincoln waren. + +"En dat vocht zal onze rotsen dus doen springen?" zei Pencroff op +ongeloovigen toon. + +"Ja, beste vriend," antwoordde de ingenieur, "en deze nitro-glycerine +zal zooveel te meer uitwerking hebben, naarmate dit harde graniet +meer weerstand zal bieden." + +"En wanneer zullen wij dat zien, mijnheer Cyrus?" + +"Morgen, zoodra wij een gat in de mijn geboord hebben," antwoordde +de ingenieur. + +Den anderen dag, den 21sten Mei, begaven de kolonisten zich reeds bij +het aanbreken van den dag op weg naar den oever van het meer Grant, +op ongeveer vijf honderd pas afstands van de kust. + +Het was zeker, dat, wanneer men den bovenrand deed springen, het +water door de opening zou ontsnappen, en een beekje zou vormen, dat +wanneer het zich over de oppervlakte van de bergvlakte had verspreid, +op het strand zou wegvloeien. Zoodoende zou het meer lager en de +uitloozing bloot komen te liggen; hun doel was dan bereikt. Maar dit +doel was niet spoedig bereikt, want de ingenieur, die een ontzaglijke +ontploffing wilde teweegbrengen, was voornemens niet minder dan tien +liter nitro-glycerine te gebruiken. Pencroff, afgelost door Nab, +slaagde er in tegen vier uur een gat in de mijn gereed te hebben, +dat groot genoeg was om die hoeveelheid te bevatten. + +Nu moesten zij nog overleggen, hoe die ontplofbare zelfstandigheid +te doen werken. Gewoonlijk wordt de nitro-glycerine aangestoken door +middel van een kleine hoeveelheid knalzuurzout, dat, wanneer het +springt, de ontploffing plaats doet hebben. Door een schok moest de +ontploffing teweeggebracht worden, want wanneer het slechts aangestoken +werd, zou het branden, zonder te ontploffen. + +Cyrus Smith had zulk een lont wel kunnen bereiden. Bij gebrek aan dit +knalzuurzout kon hij toch eene zelfstandigheid maken, die veel met +schietkatoen overeenkwam, daar hij salpeterzuur tot zijne beschikking +had. Dit in een kardoes gedaan en bij de nitro-glycerine gebracht, +zou ook losbarsten wanneer het met een tondel werd aangestoken. Maar +Cyrus Smith wist dat de nitro-glycerine de eigenschap heeft om bij +een schok te ontploffen. Hij besloot dus van die eigenschap gebruik +te maken; zoo dit hem niet gelukte kon hij altijd nog een ander middel +aanwenden. Het slaan met een hamer op eenige druppels nitro-glycerine, +zou reeds een uitbarsting teweeg brengen. Maar hij, die dezen slag +met den hamer zou moeten toebrengen, kon dit niet doen, zonder zelf +het slachtoffer der bewerking te worden. Cyrus Smith kwam nu op het +denkbeeld om een stuk ijzer vlak boven de opening der mijn aan een +eind koord te hangen. Een ander koord, dat hij vooraf door zwavel +had gehaald, werd in het midden van het eerste vastgehecht, terwijl +het uiteinde van dat koord op den grond hing, op zekeren afstand +van de opening verwijderd. Dit tweede koord werd nu aangestoken, +en zou natuurlijk branden, totdat het 't eerste raakte. Dit zou ook +vlam vatten, zou breken en het stuk ijzer moest natuurlijk op de +nitro-glycerine vallen. + +Toen dit toestel gereed was, verwijderde de ingenieur zijn vrienden, +stortte de nitro-glycerine in de opening en goot eenige druppels +onder het blok ijzer dat reeds was opgehangen. Toen dit gedaan was, +nam Cyrus Smith het uiteinde van het door zwavel gehaalde koord, stak +het aan, en voegde zich toen bij zijn vrienden in de Schoorsteenen. + +Het koord moest vijf en twintig minuten branden en inderdaad vijf +en twintig minuten later dreunde eene ontploffing, waarvan men zich +geen denkbeeld zou kunnen vormen. Het scheen dat het geheele eiland +op zijn fondamenten sidderde. Een wolk van steenen verhief zich alsof +zij door een vulkaan ten hemel werd geworpen. + +De schok, die door de verplaatsing van lucht teweeg werd gebracht, +deed de rotsen der Schoorsteenen trillen. De kolonisten, hoewel zij +meer dan twee mijlen van de mijn verwijderd waren, werden op den +grond geworpen. Zij stonden op, bestegen de bergvlakte en ijlden +naar de plaats waar de rand van het meer door de losbarsting was +uiteengeslagen. + +Een drievoudig hoezee weerklonk uit aller mond! De rots was gespleten +over een groote oppervlakte. Een krachtige waterstroom bruiste +schuimend over de vlakte, en strekte zich uit tot aan het uiteinde +van de rots waar hij zich van een hoogte van driehonderd voet naar +beneden stortte. + + + + +XVIII. + + Pencroff twijfelt niet meer.--De oude uitloozing.--Een + onderaardsche tocht.--De weg door het graniet.--Top is + verdwenen.--De middelste spelonk.--De inwendige put.--Een + geheim.--Een stoot met het houweel.--Terugtocht. + + +Cyrus Smith was volkomen geslaagd in zijn plannen, maar volgens zijn +gewoonte liet hij zijn tevredenheid volstrekt niet blijken, en met +gesloten lippen en strakken blik bleef hij onbeweeglijk staan. De +vreugde van Harbert kende paal noch perk; Nab sprong op van blijdschap; +en Pencroff schudde zijn dikken kop, terwijl hij mompelde: + +"Kom aan, dat gaat goed met onzen ingenieur!" + +De nitro-glycerine had dan ook een krachtige uitwerking gedaan. De +uitloozing, die men aan het meer gegeven had, was zoo groot dat de +hoeveelheid water, die nu wegspoelde, driemaal meer was dan vroeger. De +uitslag was dus, dat eenigen tijd later de oppervlakte van het meer +reeds twee voet gedaald moest wezen. + +Zij keerden nu naar de Schoorsteenen terug om hun spaden, houweelen, +touwen, steen en zwam te halen; daarop gingen zij weder naar de +bergvlakte. Top vergezelde hen. + +Onderweg kon Pencroff toch niet laten om tot den ingenieur te zeggen: + +"Maar weet ge wel, mijnheer Cyrus, dat wij door middel van deze +heerlijke likeur, die gij bereid hebt, wel het geheele eiland zouden +kunnen doen springen!" + +"Ongetwijfeld, zoowel het eiland als het vasteland en de geheele aarde +zelf," antwoordde Cyrus Smith. "Het geldt hier slechts de quaestie +van hoeveelheid." + +"Kunnen wij die nitro-glycerine niet voor onze vuurwapenen gebruiken," +vroeg de matroos. + +"Neen, Pencroff, de zelfstandigheid is al te krachtig. Maar wij +kunnen wel schietkatoen er van vervaardigen, en zelfs buskruit, daar +wij stikstof, salpeter, zwavel en vuur hebben. Maar ongelukkigerwijs +ontbreken ons de wapenen." + +"Och, mijnheer Cyrus," antwoordde de matroos, "met een weinig goeden +wil!" + +Blijkbaar had Pencroff het woord "onmogelijk" uit het woordenboek +van het eiland Lincoln geschrapt. + +Toen zij op de bergvlakte kwamen, zagen zij reeds met een oogopslag +dat hun werk gelukt was en dat, waar zij zoozeer naar verlangd +hadden, de opening boven de oppervlakte van het water uitstak. Zij +was ongeveer twintig voet breed, maar slechts twee voet hoog. Dus niet +meer dan de opening van een riool. Zij hadden dan ook onmogelijk er in +kunnen gaan, zoo Nab en Pencroff niet terstond met hun houweelen een +voldoende ruimte hadden uitgehouwen. De ingenieur drong naar binnen +en zag dat men zeer goed verder kon doordringen, en waarschijnlijk +tot de oppervlakte der zee zou kunnen komen. En zoo er dan, gelijk +zeer waarschijnlijk was, een grot aanwezig was in het binnenste van +deze rotsachtige massa, dan zou men ook het middel wel vinden om deze +bewoonbaar te maken. + +"Welnu, mijnheer Cyrus, wat weerhoudt ons om er binnen te gaan? Gij +ziet dat Top ons reeds is voorgegaan!" + +"Best," antwoordde de ingenieur. "Maar wij moeten alles goed kunnen +zien." Nab sneed eenig harsachtige takken af. + +Nab en Harbert snelden naar den oever van het meer, waar een aantal +boomen stonden, en spoedig keerden zij terug, beladen met takken, +waarvan zij flambouwen maakten. Zij ontstaken ze met hun vuursteenen +en met Cyrus Smith aan het hoofd drongen zij die donkere gang binnen, +die tot hiertoe door het instroomende water was gevuld. Zij daalden +zeer langzaam af en onwillekeurig konden zij een zekere aandoening +niet van zich weren, bij het bezoeken van die diepten, waar geen +menschelijk wezen ooit een voetstap gezet had. Zij spraken niet, maar +dachten, dat het wel mogelijk zou kunnen wezen, dat eenig gevaarlijk +dier in die rots huisvestte. Zij moesten dus voorzichtig te werk gaan. + +Maar Top ging vooruit en men kon op het dier vertrouwen, in geval +van nood zou het wel waarschuwen. + +Toen zij ongeveer een honderd pas afgelegd hadden, stond Cyrus +Smith stil. + +"Wel Cyrus!" zeide Gideon Spilett. "Hier zijn wij op een onbekend +gebied, goed geborgen in deze diepten, maar in elk geval onbewoonbaar." + +"Waarom onbewoonbaar?" vroeg de matroos. + +"Omdat het te klein en te donker is." + +"Kunnen wij het dan niet wijder maken, en van openingen voorzien +waar de dag en de lucht doordringen?" vroeg Pencroff, die niets +onmogelijk achtte. + +"Laten wij maar verder gaan," antwoordde Cyrus Smith, "en ons onderzoek +voortzetten. Misschien is de natuur ons lager gunstiger." + +"Wij zijn pas op een derde der hoogte," merkte Harbert op. + +"Op een derde ongeveer, ja," antwoordde Smith, "het is dus niet +onwaarschijnlijk, dat een honderd pas lager...." + +"Waar is Top toch?...," vroeg Nab plotseling. + +Men zocht overal, maar de hond was niet te vinden. + +"Hij is zeker doorgegaan," zeide Pencroff. + +"Laten wij hem inhalen," hernam de ingenieur. + +Zij daalden verder af. De ingenieur sloeg alles rondom zich nauwkeurig +gade. + +Zij stonden eensklaps weder stil, daar eenig geluid, als door een +pijp tot hen kwam. + +"Het is Top, die blaft!" riep Harbert uit. + +"Ja," antwoordde Pencroff, "en onze dappere hond blaft zelfs met +woede." + +"Wij hebben onze houweelen," zeide Smith. "Laten wij op onze hoede +wezen. Vooruit!" + +"Het wordt hoe langer hoe merkwaardiger," mompelde Gideon Spilett +aan het oor van den matroos, die toestemmend knikte. + +Cyrus Smith en zijn makkers liepen zoo snel zij konden voorwaarts +om den hond te hulp te komen. Het geblaf van Top werd hoe langer +hoe duidelijker en heftiger. Zou hij misschien in gevecht zijn met +een dier dat hij in zijn hol gestoord had? Zeker was het dat allen +het gevaar door hun nieuwsgierigheid vergaten. Zij liepen niet meer, +zou men zeggen, maar zij gleden als het ware naar beneden, en eenige +minuten later, ongeveer een zestig voet lager, hadden zij Top bereikt. + +Toen veranderde de nauwe gang plotseling in een ruime en prachtige +grot. Hier liep Top, van woede blaffende, heen en weer, terwijl Nab en +Pencroff, door hun toortsen tegen den wand te slaan, een helder licht +verspreidden in alle hoeken en gaten en Cyrus Smith, Gideon Spilett +en Harbert met hun houweelen in de hand zich op alles voorbereidden. + +De groote grot was geheel leeg. Zij doorkruisten haar in alle +richtingen. Maar er was niets, geen dier, geen levend wezen! En toch +bleef Top blaffen. Noch de liefkoozingen, noch de bedreigingen van +zijn meester konden hem tot bedaren brengen. + +"Er moet ergens een opening wezen waardoor het water uit het meer in +zee liep," zeide de ingenieur. + +"Zeker," antwoordde Pencroff, "laten wij dus oppassen niet in een +gat te vallen." + +"Vooruit, Top, vooruit!" riep Smith. + +De hond, aangemoedigd door deze woorden van zijn meester, ijlde naar +het uiteinde van de grot en begon daar nog heftiger te blaffen dan +te voren. Zij volgden hem en bij het licht der toortsen kon men zeer +duidelijk een opening, een bepaalde put tusschen de rotsen zien. Hier +had dus de uitloozing plaats gehad, maar ditmaal was het geen gang +waarin men zich durfde wagen, maar een put met loodrechte wanden, +waar men onmogelijk zou kunnen ingaan. + +Zij hielden thans hun toortsen boven de opening, maar zagen +niets. Cyrus Smith wierp er een brandenden tak in. Deze verlichtte +wel de put, maar niets was er nog te zien. Daarop werd de vlam met +een sissend geluid uitgedoofd en zij konden hieruit opmaken, dat de +tak de oppervlakte der zee bereikt had. + +De ingenieur berekende den tijd dien het stuk hout noodig had gehad +om beneden te komen, en hieruit maakte hij op, dat de put negentig +voet diep was. + +De bodem van de grot was dus negentig voet boven de oppervlakte +der zee. + +"Ziedaar onze woning," zeide Cyrus Smith. + +"Maar zij was door een ander wezen bewoond," antwoordde Gideon Spilett, +wiens nieuwsgierigheid nog niet voldaan was. + +"Welnu, welk wezen het ook zijn moge, het is door die opening ontvlucht +en heeft zijn woning aan ons afgestaan." + +"Het doet er niet toe," voegde Pencroff er bij, "maar ik had een +kwartier geleden wel Top willen wezen, want zonder reden zou hij niet +geblaft hebben!" + +Cyrus Smith zag zijn hond aan en wie dicht bij hem had gestaan, +zou gehoord hebben hoe hij bij zich zelf mompelde: + +"Ja, ik ben overtuigd, dat Top er meer van weet dan wij!" + +Het toeval en het doorzicht van den ingenieur had hun een goede woning +bezorgd. Toch moesten zij nog twee bezwaren overwinnen, namelijk licht +in deze grot te doen doordringen, en ten tweede een gemakkelijken +toegang maken. Misschien zou het hun gelukken om den achterwand te +doorboren die aan de zeezijde gelegen was. En zoo zij het licht eenmaal +hadden, was het even gemakkelijk een deur zoowel als vensters te maken. + +"Dus dan maar aan het werk, mijnheer Cyrus," zeide Pencroff. "Ik +heb mijn houweel en zal door dezen wand wel licht maken. Waar moet +ik beginnen?" + +"Hier," antwoordde de ingenieur, en wees den matroos een vrij groote +holte, waar de wand stellig minder dik moest wezen. + +Pencroff deed een fermen houw in de rots, en een half uur lang liet +hij, bij het licht der toortsen, de stukken rotsblok om zich heen +vliegen. De rots schitterde onder zijn houweel. Nab loste hem af en +daarna Gideon Spilett. + +Het werk was reeds twee uur aan den gang, en het scheen dat dit +gedeelte van den wand nooit doorboord zou kunnen worden, toen Gideon +Spilett een hevigen stoot met zijn houweel toebracht, zoodat dit door +den wand heenvloog en aan de andere zijde terecht kwam. + +"Hoezee! hoezee!" riep Pencroff uit. De wand was daar slechts twee +voet dik. + +Cyrus Smith keek door de opening, welke zich tachtig voet boven den +grond bevond. Vóór hen lag de kust en verder de onmetelijke zee. + +Maar door deze vrij groote opening drong het licht in volle stralen +binnen en deed een prachtige uitwerking in de ruime grot. + +Allen waren verstomd van verbazing. Daar, waar zij slechts een duistere +spelonk gezocht hadden, vonden zij een paleis, en Nab nam zijn hoed af, +alsof hij zich in een tempel bevond. Kreten van bewondering ontglipten +aan ieders mond. Het hoezee weerklonk en stierf weg van de eene echo +in de andere, tot aan het uiterste punt der sombere gewelven. + +"En nu, mijn vrienden," sprak Cyrus Smith, "als wij deze grot voldoende +verlicht hebben, als wij onze kamers, magazijnen en werkplaatsen in +het linker gedeelte hebben ingericht, dan blijft ons nog een groote +ruimte over waar wij onze studeerkamer en ons museum kunnen maken." + +"En hoe zullen wij haar noemen?...." vroeg Harbert. + +"Rotshuis," antwoordde Cyrus Smith, en deze naam werd met een hoezee +van alle zijden begroet. + +De toortsen waren bijna geheel opgebrand, en om terug te keeren +moesten zij door de nauwe gang, de bergvlakte bereiken; zij kwamen +dus overeen dat zij de werkzaamheden tot inrichting hunner nieuwe +woning tot den volgenden dag zouden staken. + +Vóór zij vertrokken, wierp Cyrus Smith nog een blik in de donkere +put en luisterde met ingehouden adem. Maar geen enkel geluid vernam +hij, zelfs niet het ruischen van het water. Zij wierpen nogmaals een +brandenden tak er in. Weder werden de wanden van de put verlicht, maar +evenmin als de eerste maal was er iets te zien. Zoo eenig zeemonster +verrast was geworden door het onverwachts afdrijven van het water, +dan had het nu toch het strand bereikt. + +Toch kon de ingenieur, die met alle aandacht luisterde en het oog +steeds in de diepte gevestigd hield, geen enkel woord uiten. + +De matroos naderde hem toen en stootte hem aan: + +"Mijnheer Smith!" zeide hij. + +"Wat wilt gij, beste vriend?" vroeg de ingenieur alsof hij uit een +droom ontwaakte. + +"De toortsen gaan bijna uit." + +"Vooruit dan!" antwoordde Cyrus Smith. + +Zij verlieten nu de grot en gingen naar boven. Top sloot den kleinen +stoet, maar liet nog steeds een geknor hooren. + +Tegen vier uur hadden zij de opening van de gang bereikt, juist toen +de toortsen van Nab en Smith uitdoofden. + + + + +XIX. + + Het plan van Cyrus Smith.--De gevel van het Rotshuis.--De + touwladder.--De droomen van Pencroff.--De welriekende + planten.--Konijnenholen.--Afleiding van het water.--Uitzicht + uit het Rotshuis. + + +Den volgenden morgen, den 22sten Mei, vingen zij aan hun nieuwe woning +in orde te brengen. Zij hadden dan ook haast om hun onbewoonbare +Schoorsteenen zoo spoedig mogelijk voor deze betere en grootere woning +te verruilen. Ook zouden zij deze niet geheel en al verlaten, want +het plan bestond om daar een werkplaats voor groote stukken te maken. + +De eerste bezigheid van Cyrus Smith was, om te onderzoeken waar de +juiste plaats van den gevel van het Rotshuis was. Hij begaf zich dus +naar het strand, waar de onmetelijke muur begon, en daar het houweel +dat Gideon Spilett door de opening van den rotswand geworpen had, +in rechte lijn moest zijn neergevallen, zou het terugvinden daarvan +voldoende wezen om de plaats te ontdekken, waar de opening in de rots +was gemaakt. Hij vond het werktuig dan ook spoedig, en inderdaad was +er loodrecht boven het punt waar het houweel in het zand was gevallen +een opening ongeveer tachtig voet boven het strand. Eenige rotsduiven +vlogen in en uit door deze nauwe spleet. Het scheen wel alsof zij +voor deze dieren het Rotshuis ontdekt hadden. + +Het plan van den ingenieur was om het rechter gedeelte in verscheidene +kamers, die op een gang uitkwamen, te verdeelen en die door middel +van vijf ramen en een deur, welke in den wand moesten gebroken worden, +licht zouden verspreiden. Pencroff was het volkomen eens met de vijf +vensters, maar hij begreep het nut der deur volstrekt niet, daar de +gleuf vroeger door het afstroomende water gemaakt, een soort van trap +vormde, waardoor men gemakkelijk in het huis kon komen. + +"Vriend," zeide Cyrus Smith, "zoo het aan ons licht valt langs dien +weg in ons huis te komen, zou dit ook even gemakkelijk vallen aan +anderen. Daarom ben ik dan ook voornemens om die gleuf van boven te +sluiten en zoo noodig de opening geheel te verbergen, door het water +van het meer er over heen te doen stroomen." + +"Maar hoe zullen wij er dan inkomen?" vroeg de matroos. + +"Door eene ladder, die wij van buiten zullen aanbrengen," antwoordde +Cyrus Smith, "een touwladder, die, wanneer wij haar ophalen, den +ingang van onze woning onmogelijk kan doen bereiken." + +"Maar waarom zooveel voorzorgen?" vroeg Pencroff. "Tot nog toe behoeven +wij voor de dieren niet te vreezen. En ons eiland is toch niet door +menschen bewoond." + +"Zijt gij daar wel zeker van, Pencroff?" vroeg de ingenieur den +matroos aanziende. + +"Wij zullen er dan eerst zeker van wezen, wanneer we het eiland in +alle richtingen onderzocht hebben," antwoordde Pencroff. + +"Ja," zeide Cyrus Smith, "want wij kennen nog slechts een klein +gedeelte. Maar in ieder geval, zoo er binnenlands geen vijanden zijn, +kunnen zij toch van buiten af komen, want de Stille Zuidzee is vol +gevaren. Laat ons dus tegen alle mogelijke gebeurtenissen op onze +hoede zijn." + +Cyrus Smith sprak verstandig, en zonder verdere tegenwerping begon +Pencroff zijn bevelen op te volgen. + +De gevel van het Rotshuis zou dus verlicht worden door vijf vensters +en een deur. Bovendien vormde de ingenieur, terwijl de kozijnen der +vensters gemaakt werden, het plan om de openingen door zware blinden +te sluiten, die wind noch regen doorlieten, en die men, zoo het noodig +was, kon bedekken. Binnen weinige dagen was hun werk voltooid en was +het Rotshuis van alle zijden verlicht. + +Het plan van Cyrus Smith was, om de grot in vijf vertrekken, die +het uitzicht op zee hadden, te verdeelen: rechts zou de deur komen, +waaraan men de touwladder bevestigen zou, vervolgens een keuken, +die dertig voet breed zou worden, een eetzaal, ongeveer veertig voet, +een slaapkamer van dezelfde grootte, en eindelijk de gezelschapszaal, +die aan de groote zaal grensde, en waarop Pencroff zeer veel prijs +stelde. Deze kamers, die een gedeelte van het Rotshuis in beslag +namen, konden niet tot in het achterste gedeelte reiken. Zij waren +van elkaar gescheiden door een gang en een groot magazijn, waar zij +de gereedschappen en de levensmiddelen bewaarden. Buitendien hadden +zij nog boven de groote grot een kleine, welke zij tot vliering +konden inrichten. + +Nu schoot hun niets anders over, dan dit plan ten uitvoer te brengen. + +Tot nog toe waren zij in de grot door de oude gleuf gekomen. Cyrus +Smith besloot thans een stevige touwladder te maken, die, wanneer zij +opgetrokken was, den toegang tot de grot onmogelijk maakte. Deze ladder +werd met de uiterste zorg gemaakt: de sporten vervaardigden zij van de +takken van een curryboom. En wat de staken betrof, deze bestonden uit +cederhout. Het geheel werd met meesterhand door Pencroff samengesteld. + +Nu konden zij gemakkelijk de steenen ophijschen tot in het +Rotshuis. Ook ging het overbrengen der materialen veel spoediger en +was die grot in een oogwenk tot verblijfplaats ingericht. Aan kalk +ontbrak het hun niet en eenige duizenden steenen lagen gereed om +gebruikt te worden; weldra waren de kamers dan ook in orde. + +Het werk ging onder toezicht van den ingenieur, vlug van de hand. Met +elk ambacht was Cyrus Smith bekend, en hij gaf zoodoende het voorbeeld +aan zijn ijverige en krachtige vrienden. + +Men arbeidde met vertrouwen en allen waren opgeruimd gestemd, terwijl +Pencroff altijd een vroolijk woord had; nu eens was hij timmerman, dan +weer touwslager, en soms metselaar. Zijn vertrouwen in den ingenieur +was onwankelbaar. Niets kon hem dit ontnemen. Hij achtte hem tot alles +in staat en hield het er voor dat alles wat hij ondernam, slagen moest. + +Het punt van kleeren en schoenen,--een zeer gewichtig punt--de +verlichting gedurende de winteravonden, alles scheen hem gemakkelijk +toe, wanneer Cyrus Smith hielp en die hulp zou nooit ontbreken. + +De ingenieur liet Pencroff maar praten. Hij wilde niets op diens +overdrijving afdingen. Hij wist dat vertrouwen mededeelzaam maakt, +en kon dikwijls een glimlach niet weerhouden, wanneer hij hem hoorde +spreken, maar paste wel op dat zijn eigene bezorgdheid voor de toekomst +niet aan het licht kwam. Inderdaad had hij alle reden om te vreezen, +dat in dit gedeelte van den Stillen Oceaan, waar zelden schepen kwamen, +zij weinig op hulp konden rekenen. Zij moesten dus geheel op zich +zelven vertrouwen, want de afstand tusschen het eiland Lincoln en +eenig ander land was te groot, dan dat zij zich op een boot, die +natuurlijk niet zoo stevig gemaakt kon worden, zouden durven wagen. + +Maar zooals de matroos zeide, stonden zij wel honderdmaal hooger dan +de vroegere Robinsons, die alles door een wonder moesten verkrijgen. + +Dit was ook zoo, want zij "wisten" en de mensch die "weet" slaagt +waar anderen moeten rondtasten en noodzakelijk omkomen. Bij het werk +bleek het dat Harbert veel aanleg had. Hij was vlug en ijverig, begreep +alles snel en bracht het goed ten uitvoer, zoodat Cyrus Smith zich hoe +langer hoe meer aan den knaap hechtte. Harbert koesterde wederkeerig +voor den ingenieur een vurige en eerbiedige vriendschap. Pencroff +bemerkte deze sympathie, welke tusschen de beide mannen ontstond, +maar was volstrekt niet jaloersch. Nab bleef Nab. Hij was wat hij +altijd zou zijn, moedig, ijverig en steeds tot zelfverloochening +bereid. Hij had in zijn meester hetzelfde vertrouwen als Pencroff, +maar liet dit minder luidruchtig bemerken. Wanneer de matroos zijn +opgewondenheid lucht gaf, scheen het, of Nab hem antwoordde: "Maar +niets is natuurlijker." + +Toch mochten Pencroff en Nab elkander gaarne lijden. + +Wat Gideon Spilett betrof, hij nam aan het algemeene werk deel en was +niet de onhandigste--waarover de matroos altijd een weinig verbaasd +was. Een "schrijver" die niet alleen alles begrijpt, maar ook alles +kan ten uitvoer brengen, was voor hem een onverklaarbaar wezen. + +De ladder werd den 28sten Mei plechtig ingewijd. Zij telde niet +minder dan honderd sporten en hing langs een loodrechte hoogte van +tachtig voet. Gelukkig had Cyrus Smith haar in twee gedeelten weten +te maken door partij te trekken van een uitstekend gedeelte van den +wand, ongeveer veertig voet boven den grond. Dit uitstek maakten zij +vlak; het werd een soort van portaal, waaraan men de eerste ladder +kon vastmaken, zoodat de slingeringen de helft kleiner werden, en +men haar, door middel van een koord, tot het benedengedeelte van het +Rotshuis kon optrekken. + +Wat de tweede ladder betrof, deze hechtte men even stevig aan dit +uitstek als boven aan de deur vast. Op deze wijze was het naar boven +gaan zeer gemakkelijk. Bovendien was Cyrus Smith van plan later +een hydraulischen elevator te maken, die alle vermoeienis en alle +tijdverlies zou wegnemen. Spoedig waren zij aan die trap gewend. Zij +waren vlug en handig en Pencroff, als matroos, kon hun menig lesje +geven. Maar ook moest hij Top onderwijzen. De arme hond was, met zijn +vier pooten, aanvankelijk niet voor deze beweging geschikt. Pencroff +echter was zulk een volhardend onderwijzer, dat Top spoedig even goed +als zijn lotgenooten in het honden- en apenspel, de trap beklom. Of +de matroos trotsch op zijn leerling was, valt moeilijk te zeggen; +maar zeker is het, dat Pencroff hem meer dan eens op zijn rug mede +naar boven nam, waar de hond niets tegen had. + +Toch vergaten zij door dit werk niet, voor hun wintervoorraad te +zorgen. Hiermede hadden Spilett en Harbert zich belast. Vooral vonden +zij veel konijnen. Ook verzamelde Harbert een menigte kruiden en +planten, en toen Pencroff hem vroeg, waartoe die dienden, antwoordde +de knaap: + +"Om ons te genezen, wanneer wij ziek zijn." + +"Maar, waarom zouden wij ziek worden, daar er geen dokters op het +eiland zijn?" hernam Pencroff op ernstigen toon. + +Hierop viel niets te antwoorden, maar Harbert ging toch met zijn +verzameling voort, die men in het Rotshuis zeer op prijs stelde. + +Eens dat zij weer door het bosch dwaalden, riep Harbert plotseling uit: + +"Konijnen-holen!" + +"Ja," antwoordde de reporter, "ik zie ze ook." + +"Maar zijn zij bewoond?" + +"Dat is de vraag." + +Het duurde niet lang of de vraag werd opgelost. Spoedig zag men een +honderd van die kleine dieren, welke op konijnen geleken, zich in alle +richtingen verspreiden, zoo snel, dat Top ze niet zou hebben kunnen +achterhalen. Jagers en hond gelukte het dus niet eenigen in hun macht +te krijgen. Maar Spilett had vast besloten de plaats niet te verlaten, +vóor hij er een half dozijn vermeesterd had en kwam op het denkbeeld +voor de holen strikken te spannen, maar eerst moesten zij die maken. + +Een uur later had hij er dan ook vier gevangen. Deze dieren geleken +veel op de konijnen die men in Europa vindt, en welke daar den naam +van Amerikaansche konijnen dragen. + +Zij brachten den buit naar het Rotshuis, waar hij als avondmaal +op tafel verscheen. Deze dieren smaakten overheerlijk, en van die +konijnen scheen een onuitputtelijke voorraad te bestaan. + +Den 31sten Mei waren de luiken klaar. Nu moesten zij de kamers nog +meubelen, een werk, dat zij voor de lange winteravonden bewaarden. Een +schoorsteen werd in de eerste kamer, de keuken, geplaatst. De pijp, +waardoor de rook moest opstijgen, gaf nog eenig werk aan deze +geïmproviseerde schoorsteenvegers. Het gelukte Cyrus Smith ook, om +door een kleine buis het water van het meer tot in het Rotshuis te +laten komen, zoodat het hun nooit aan water kon ontbreken. + +Eindelijk was alles gereed; het werd ook tijd, want het slechte +jaargetijde was aangebroken. De luiken werden zoolang gesloten totdat +de ingenieur zijn glasruiten vervaardigd had. + +Gideon Spilett had zeer netjes, op de uitstekende punten van de grot en +om de vensters, verschillende planten geplaatst, zoodat alle openingen +omlijst waren met groen en een schilderachtige uitwerking deden. De +bewoners van dit hechte, gezonde en veilige huis hadden alle reden +om over hun werk tevreden te zijn. De ramen gaven het uitzicht op een +bijna onbeperkten horizon, ten noorden begrensd door Kaap Mandibule en +ten zuiden door kaap Klauw. De geheele golf der Unie strekte zich in +al haar pracht voor hen uit. Vooral Pencroff was uitbundig in zijn lof +over hetgeen hij schertsend noemde zijn kamer op de vijfde verdieping, +boven de entresol. + + + + +XX. + + De regentijd.--De quaestie der kleeding.--Een jacht op + zeehonden.--Vervaardiging van waskaarsen.--Werkzaamheden in + het Rotshuis.--Een oesterput.--Wat Harbert in zijn zak vindt. + + +De winter viel hier in met de maand Juni, die overeenkomt met de +maand December in het noordelijk halfrond. Hij begon met stortregens +en stormen zonder tusschenpoozen. Wel moesten de bewoners van het +Rotshuis zulk een woning, waar de verschillende weersgesteldheden +hen niet konden deeren, op prijs stellen. De Schoorsteenen zouden +een onvoldoende schuilplaats tegen de koude zijn geweest, en het was +wel te vreezen dat het hooge water, door den wind gedreven, er binnen +zou stroomen. Cyrus Smith nam dan ook eenige maatregelen tegen deze +mogelijkheid, opdat niet al hun ijzer en werktuigen die daar bewaard +waren, zouden verroesten. + +De geheele maand Juni brachten zij met verschillenden arbeid door, +maar noch de jacht, noch de vischvangst behoefden zij te laten, +zoodat hun keuken in een goeden toestand bleef. Pencroff plaatste, +zoodra hij in de gelegenheid was, op verschillende plaatsen vallen, +waarvan hij groote verwachting had. Hij had een aantal strikken +gemaakt en elken dag kwam er een nieuwe voorraad konijnen in het +Rotshuis binnen. Nab besteedde zijn tijd met het zouten en rooken +van vleesch, wat hun goeden bouillon in den winter zou geven. + +Nu moesten zij het gewichtige punt der kleeren nog bespreken. Zij +hadden geen andere dan die welke zij droegen, toen de ballon hen +op het eiland had geworpen. Het waren warme en stevige kleederen; +ook hadden zij er veel zorg voor gedragen, evenals voor hun linnen +dat zij zeer schoon hadden gehouden, maar toch moesten zij weldra +iets anders hebben. Bovendien, zouden zij, wanneer het een strenge +winter was, veel van de kou hebben te lijden. + +Maar hier schoot het vernuft van Cyrus Smith te kort. Hij had +alles zoo spoedig mogelijk in orde gebracht, een woning gemaakt, +voor voeding gezorgd en de kou kon hen dus overvallen, vóór dat het +vraagstuk der kleeren opgelost werd. Zij moesten dus wel besluiten +den winter zonder klagen door te komen. Als het zachter weer werd +zou hun eerste werk zijn jacht op de wilde schapen te maken, die zij +bij het onderzoek van den berg Franklin gezien hadden, en wanneer zij +eenmaal de wol hadden zou de ingenieur wel raad weten om daarvan een +warme en stevige stof te maken. Maar hoe? Hij zou er zich op bedenken. + +"Nu, als wij de luiken van het Rotshuis maar sluiten!" zeide +Pencroff. "Wij hebben overvloed van brandstof en er bestaat geen +enkele reden, om er zuinig mede te zijn." + +"Bovendien," zeide Gideon Spilett, "is het eiland Lincoln dicht genoeg +bij den evenaar gelegen, om geen strenge winters te vreezen. Hebt gij +ons niet gezegd, Cyrus, dat de vijf en dertigste graad overeenkomt +met die van Spanje op het andere halfrond?" + +"Zeker," antwoordde de ingenieur, "maar sommige winters zijn in Spanje +zeer koud! Sneeuw en ijs is er dan in overvloed en het eiland Lincoln +kan er ook veel van te lijden hebben. Maar in elk geval, het is een +eiland, en op een eiland is de temperatuur nog al gematigd." + +"En waarom, mijnheer Cyrus?" vroeg Harbert. + +"Omdat de zee kan beschouwd worden als een onmetelijke bewaarplaats, +waarin de hitte van den zomer opgezameld wordt. Als het winter is dan +geeft zij die warmte terug, waardoor de streken die in de nabijheid +van den Oceaan liggen voor minder koude te vreezen hebben; in den +zomer zoowel als in den winter blijft de luchtgesteldheid gematigd." + +"Wij zullen zien," antwoordde Pencroff. "Ik zal er mij nog maar niet +over bekommeren of het dezen winter warm of koud zal zijn. Maar dit +is zeker, dat de dagen reeds kort en de avonden lang worden. Laat +ons liever eens aan de verlichting denken." + +"Niets is gemakkelijker," antwoordde Cyrus. + +"Om te bepraten?" + +"Neen, om op te lossen." + +"En wanneer zullen wij beginnen?" + +"Morgen door jacht te maken op zeehonden." + +"Om vetkaarsen te maken?" + +"Foei, Pencroff, wat denkt ge wel! waskaarsen!" + +Dit was inderdaad het plan van Cyrus Smith. Het was een zeer +uitvoerbaar plan, daar zij kalk en zwavelzuur hadden, en zij op het +eiland zich genoegzaam van vet konden voorzien. + +Den 5den Juni staken zij met een bootje naar het eilandje over. Zij +hadden een voordeelige jacht en spoedig hadden Nab en Pencroff +de zeehonden van hun huid ontdaan en brachten zij hun vet naar het +Rotshuis. Ongeveer driehonderd pond vet hadden ze tot hun beschikking +voor het maken der kaarsen. Vierentwintig uur later konden zij 's +avonds het Rotshuis verlichten. Die geheele maand ontbrak het hun +niet aan werk. De schrijnwerkers hadden veel te doen. Men verbeterde +de werktuigen, die zij zeer ruw gemaakt hadden; en ook vervaardigden +zij er nog verschillende bij. + +Onder anderen gelukte het hun scharen te maken, en zij waren thans +in staat hunne haren en baard te knippen. Zij konden, zoo al niet +zich scheren, dan toch hun baard in den vorm brengen, dien zij +verkozen. Harbert had er trouwens geen, Nab zeer weinig, maar hunne +metgezellen waren zoo begroeid, dat het bezit van een schaar meer +dan noodig was. Zij slaagden er ook in een zaag te maken, maar dat +kostte ontzaglijk veel moeite. Toch geraakten zij in het bezit van +zulk een onmisbaar voorwerp. + +Nu vervaardigden zij tafels, stoelen, kasten, waarmede zij de +voornaamste kamers bemeubelden, en zelfs ledikanten, waarvan het +beddengoed bestond uit een matras en een overdek. De keuken met +planken, waarop zij de verschillende keukengereedschappen konden +plaatsen, het fornuis, de gootsteen, alles zag er keurig uit, en +Nab bewoog zich in dat vertrek met een deftigheid alsof hij in een +chemisch laboratorium werkte. + +Maar nu moesten de schrijnwerkers vervangen worden door timmerlui. De +nieuwe uitloozing, die men door het springen van de mijn had +verkregen, noodzaakte hen twee bruggen te bouwen, een op de vlakte +van het Verre Uitzicht, de andere op het strand. Die vlakte toch +was evenals het strand doorsneden door een stroom, welke men +noodzakelijk moest oversteken om het noordelijk gedeelte van het +eiland te bereiken. Wilden zij dit niet doen, dan zouden zij een +grooten omweg hebben moeten maken en de bronnen van de Roode Beek +moeten omtrekken. Het eenvoudigste was dus om op de bergvlakte en op +het strand twee bruggen te bouwen, twintig à vierentwintig voet lang, +waarvan eenige boomen den grondslag zouden uitmaken. + +Nab en Pencroff maakten van de gelegenheid gebruik om naar de +oesterbank te gaan, die zij bij de duinen hadden ontdekt, en zij +legden daar een oesterput aan waarvan de kolonisten veel genot hadden. + +Men ziet dus, dat het eiland Lincoln, hoewel zijn bewoners nog +slechts een klein gedeelte doorkruist hadden, reeds voldoende in +hun behoeften voorzag. Aan vleesch ontbrak het hun niet, evenmin +aan plantaardig voedsel, dat het gebruik daarvan een weinig moest +matigen. Zij hadden zelfs suiker gemaakt, zonder riet of beetwortels, +door het verzamelen van acer saccharum uit de planten, die men ook +in de gematigde luchtstreken vindt. Ook thee en zout hadden zij in +overvloed, maar een ding ontbrak hun .... brood. + +Tot nog toe hadden zij niets kunnen vinden wat hun dit kon +vergoeden. Maar eens, toen zij op een regenachtigen dag bij elkaar +zaten en Harbert bezig was zijn vest te verstellen, riep de knaap +eensklaps uit: + +"Zie eens, mijnheer Cyrus. Hier is een graankorrel!" + +En hij liet zijn makkers een graankorreltje zien, dat hij in zijn +vestzak gevonden had. + +Het vinden van dezen graankorrel moesten zij hieraan toeschrijven, +dat Harbert, toen hij in Richmond was, de duiven voerde, welke hij +van Pencroff gekregen had. + +"Een graankorrel?" riep Cyrus Smith op levendigen toon. + +"Ja, mijnheer Smith, maar slechts éen!" + +"Welnu, beste jongen," zeide Pencroff glimlachend, "daar hebben we +ook wat aan! Wat kunnen we met dat eene graankorreltje doen?" + +"Wij zullen er brood van maken," antwoordde Cyrus Smith. + +"Brood, gebak, taart!" hervatte de matroos. "Aan het brood dat wij +van dit graantje kunnen maken, zullen wij ons ook niet verslikken!" + +Harbert die aan dezen vondst weinig waarde hechtte, wilde het korreltje +wegwerpen, maar Cyrus Smith nam het, onderzocht het en zag dat het +nog niet bedorven was. Daarop wierp hij een blik op den zeeman: + +"Pencroff," zeide hij op kalmen toon, "weet gij hoeveel aren éen +graantje schiet?" + +"Een, veronderstel ik!" antwoordde de matroos verwonderd over deze +vraag. + +"Tien, Pencroff. En weet gij hoeveel korrels zulk een aar bevat?" + +"Neen, dat weet ik niet." + +"Op zijn minst tachtig," ging Cyrus Smith voort. "Dus wanneer wij +dit graantje zaaien, zullen wij bij den eersten oogst acht honderd +korrels hebben; bij den tweeden zes honderd veertig duizend, bij +den derden vijf honderd twaalf millioen, bij den vierden meer dan +vierhonderd milliard." + +Allen luisterden met ingespannen aandacht naar Cyrus Smith. Die cijfers +verbaasden hen ten hoogste. Toch waren zij juist. De ingenieur ging +kalm voort. + +"En Pencroff, weet gij wel hoeveel schepel deze vier honderd milliard +korrels uitmaken?" + +"Neen," antwoordde de matroos, "maar wel weet ik, dat ik een domkop +ben!" + +"Welnu, meer dan drie millioen, daar er honderd dertig duizend in +een schepel gaan, Pencroff." + +"Drie millioen!" riep Pencroff verbaasd uit. + +"Drie millioen!" + +"In vier jaar," vervolgde Cyrus Smith, "en zelfs in twee jaar, wanneer +wij, zooals ik hoop, tweemaal 's jaars kunnen oogsten. Dus Harbert, +gij hebt daar een belangrijken vondst gedaan. Alles, mijn vrienden, +kan ons in den toestand, waarin wij verkeeren, te stade komen. Vergeet +dat toch vooral niet!" + +"Maar nu moesten wij het maar gaan zaaien," zeide Harbert. + +"Ja," hervatte Gideon Spilett, "en zoo voorzichtig mogelijk." + +"Als het maar ontkiemt!" riep de matroos. + +"Het zal zeker ontkiemen," zeide Smith. + +Het was thans de 20ste Juni. Eerst waren zij van plan het in een +bloempot te zaaien, maar bij nader overleg achtten zij het raadzamer, +het aan de aarde toe te vertrouwen. Dienzelfden dag had de gewichtige +gebeurtenis plaats, en het is onnoodig er bij te voegen, dat alle +voorzorgen werden genomen om de onderneming te doen slagen. Gelukkig +was het weer dien dag vrij goed. Zij zaaiden de graankorrel op de +bergvlakte, nadat zij eerst de plek van alle andere planten gezuiverd +hadden; en toen de grond omgespit was, haalden zij zelfs de insecten +en wormen er uit. Daarop legden zij in het kuiltje eenige goede +aarde, waaronder zij een weining kalk gemengd hadden. Zij zetten +er een hek omheen en eindelijk werd de graankorrel in de vochtige +aarde gelegd. Was het niet of zij een eersten steen legden? Deze +gebeurtenis herinnerde Pencroff aan den dag, toen hij zijn eenigen +lucifer aanstak en met hoeveel zorg hij dit deed. Maar ditmaal was +het een veel gewichtiger zaak. Want het zou hun wel gelukt zijn vuur +te krijgen op welke wijze ook, maar geen menschelijke macht zou een +graankorrel kunnen wedergeven, zoo die niet mocht ontkiemen! + + + + +XXI. + + Eenige graden onder nul.--Onderzoek van het moeras in + het zuidoosten.--De Chilische honden.--Een gesprek over de + zee.--Gezicht op de zee.--Het werk der infusiediertjes.--Wat + er van de wereld zal worden. + + +Sedert dat oogenblik ging er geen dag voorbij of Pencroff bracht een +bezoek aan zijn "korenveld." En wee de insecten, welke zich in de +nabijheid daarvan bevonden, want geen een bleef er gespaard. + +Tegen het einde van de maand Juni, na onafgebroken regenbuien viel de +winter in en den 29sten zou een thermometer van Fahrenheit, ongeveer +twintig graden boven nul aangewezen hebben. + +Den volgenden dag, 30 Juni, was het nog kouder. Het meer was +bijna dichtgevroren. Voortdurend moesten zij hout op het vuur +leggen. Gelukkig had Pencroff niet gewacht tot het water bevroren +was om zijn houtvlotten naar hun bestemming te brengen. Ook hadden +zij bij den berg Franklin steenkolen gevonden. De groote hitte die +deze verspreidden, toen de temperatuur nog lager was, werd algemeen +gewaardeerd, vooral toen den 4den Juli de thermometer tot acht +graden Fahrenheit zonk. Een tweede schoorsteen hadden zij in de +eetzaal aangebracht. + +Eindelijk besloten zij den 5den Juli bij droog weer een gedeelte van +het eiland te gaan onderzoeken. Reeds ten zes uur in den ochtend +begaven Smith, Spilett en Pencroff, Harbert en Nab zich zoo warm +mogelijk gekleed op weg. Gewapend met houweelen, strikken, bogen en +pijlen, en voorzien van een goeden voorraad levensmiddelen, verlieten +zij het Rotshuis, voorafgegaan door Top. + +Zij sloegen den kortsten weg in, en die kortste weg was de rivier +over te steken, op de ijsschotsen, welke er in dreven. + +"Maar," deed de reporter opmerken, "zij kunnen toch de plaats van +een wezenlijke brug niet vervangen?" + +Bij het werk dat zij nog te doen hadden, voegden zij nu nog een +brug. Nog geen halve mijl hadden zij afgelegd, toen eensklaps uit +een dicht begroeid bosch een aantal viervoetige dieren te voorschijn +kwamen, die door Top's geblaf op de vlucht werden gejaagd. + +"Het zijn vossen, zou ik zeggen!" riep Harbert, toen hij de geheele +bende vóor zich zag wegrennen. + +Het waren inderdaad vossen, maar zeer groote en die zoo blaften, +dat Top zelf er verbaasd over scheen te zijn, want hij stond stil en +gaf zoodoende aan die vlugge dieren den tijd te ontsnappen. + +De hond had alle recht om hierover verbaasd te wezen, daar hij de +natuurlijke geschiedenis niet kende. Maar door hun geblaf hadden de +vossen met hun grijs roodachtige huid en zwarten staart, die in een +witte pluim eindigde, hun oorsprong bekend gemaakt. Harbert gaf hun +dan ook terstond den naam van Chilische honden. Deze dieren hooren +thuis in Chili, en in die streken van Amerika, welke tusschen dertig +en veertig graden zuiderbreedte gelegen zijn. Het speet Harbert geducht +dat Top niet een van die vleeschetende dieren machtig was geworden. + +"Kan men ze eten?" vroeg Pencroff, die de vertegenwoordigers der +dierenwereld altijd uit dit bijzondere oogpunt beschouwde. + +"Neen," antwoordde Harbert, "maar de dierkundigen zijn het nog +niet eens of de oogappels dezer vossen voor den dag of voor den +nacht geschikt zijn, en of men ze niet onder de soort honden moet +rangschikken." + +Cyrus Smith kon een glimlach niet weerhouden, bij het hooren dezer +opmerking van den knaap, die voor zijn denkenden geest getuigde. Wat de +matroos betreft, daar deze dieren toch niet onder degenen behoorden, +welke men eten kon, ging het hem verder weinig aan. Maar in elk geval +was het toch raadzaam, dat zij eenige voorzorg tegen mogelijk bezoek +van deze dieren namen, wanneer zij vogels mochten houden. + +Toen zij nog eenigen tijd hun tocht voortgezet hadden, besloten zij +een vuur aan te leggen en Nab zou dan een maal bereiden, bestaande +uit koud vleesch en thee. Terwijl zij dit gebruikten sloegen zij +de natuur rondom zich gade. Dit gedeelte van het eiland Lincoln was +zeer onvruchtbaar, en verschilde met alle overige westelijke streken, +wat den reporter tot de slotsom leidde, dat zoo het toeval hen op +dit strand geworpen had, zij een zeer treurig denkbeeld van hun +toekomstige woonplaats hadden moeten krijgen. + +"Ik geloof zelfs dat wij het niet zouden kunnen bereikt hebben," +antwoordde de ingenieur, "want de zee is diep en zij biedt ons zelfs +geen rots aan, waar wij een schuilplaats hadden kunnen vinden. Vóor +het rotshuis zijn tenminste nog klippen, een eilandje, en dat verhoogt +de kans om hier te blijven leven. Het is hier niets dan een woestenij!" + +"Het is toch ook opmerkelijk," hernam Gideon Spilett, "dat dit eiland, +betrekkelijk klein, zulk een verschil van grondgestelheid aanbiedt. De +voortbrengselen behooren thuis in zeer groote landen. Men zou geneigd +zijn te gelooven, dat het westelijk gedeelte van het eiland Lincoln, +zoo rijk en vruchtbaar, begrensd werd door het warme water van de +golf van Mexico, en dat de noordelijke en zuidelijke kust bespoeld +worden door een ijszee." + +"Gij hebt gelijk, beste Spilett," antwoordde Cyrus Smith, "deze zelfde +opmerking heb ik ook reeds bij mij zelfgemaakt. Dit eiland, zoowel in +zijn vorm als voortbrengselen, is zeer zonderling. Men zou zeggen, dat +het een verzameling was van al hetgeen een vasteland oplevert, en het +zou mij zelfs niet verwonderen dat het vroeger vasteland was geweest." + +"Hoe? vasteland te midden van den Stillen Oceaan!" riep Pencroff uit. + +"Waarom niet?" antwoordde Cyrus Smith. "Waarom zou Australië, +Nieuw-Ierland, alles wat de aardrijkskundigen Australië noemen, +vereenigd met de archipels van den Stillen Oceaan, niet een zesde +werelddeel hebben gevormd, van even groot belang als Europa, Azië, +Afrika of Zuid- en Noord-Amerika? Ik kan het zelfs niet uit mijn +hoofd zetten, dat alle eilanden, die in dezen Oceaan liggen, slechts +toppen zijn van een vasteland dat geheel overstroomd is, maar dat in +de voorwereld boven het water uitstak." + +"En het eiland Lincoln zou een gedeelte van dat vasteland uitgemaakt +hebben?" + +"Zeer waarschijnlijk," hernam Cyrus Smith; "en hierdoor laat zich +de verscheidenheid van voortbrengselen, welke men hier vindt, zeer +gemakkelijk verklaren." + +"En evenzoo dat groot aantal dieren, welke zich hier bevinden," +voegde Harbert er bij. + +"Dat is weder een nieuwe bewijsreden voor mijn stelling. Het is zeker, +naar hetgeen wij gezien hebben, dat hier vele dieren zijn, en wat nog +zonderlinger is, dat zij veel verscheidenheid aanbieden. Hiervoor +moet ook een reden zijn, en naar mijn inzien, heeft het eiland +Lincoln vroeger een gedeelte van het vasteland uitgemaakt en is het +langzamerhand door den Stillen Oceaan verzwolgen." + +"Dus kan, op een mooien dag," hernam Pencroff, die nog niet geheel +overtuigd was, "het overige gedeelte van dit oude land op zijn beurt +verdwijnen, en blijft er tusschen Amerika en Azië niets meer over?" + +"Zeker," antwoordde Cyrus Smith, "milliarden op milliarden, voor het +bloote oog onzichtbare diertjes, werken thans tot de opbouwing." + +"En wat voor soort van metselaars zijn dat?" vroeg Pencroff. + +"De infusiediertjes van het koraal," hernam Cyrus Smith. "Zij hebben, +door hun aanhoudend werken het eiland Clermont-Tonnerre gebouwd en nog +andere koraal-eilanden, die in zoo groote hoeveelheid in den Stillen +Oceaan gevonden worden. Een millioen van deze infusiediertjes wegen +nog geen milligram, en toch met het zout der zee, met die vaste +bestanddeelen, welke in het water voorhanden zijn, leveren deze +diertjes een kalkachtige stof, en deze kalkachtige stoffen vormen +onmetelijke onderzeesche grondslagen, die even vast en hard zijn als +die welke van graniet zijn gevormd. Eertijds, in het eerste tijdperk +der schepping, gebruikte de natuur het vuur, en heeft zij de landen +door opwerping voortgebracht; maar nu laat zij haar plaats vervullen +door de microscopische diertjes, omdat hare groote kracht in het +binnengedeelte der aarde waarschijnlijk verminderd is,--een bewijs +hiervan is, dat de vulkanen meer en meer uitdooven. En ik geloof dat, +eeuwen op eeuwen, infusiediertjes op infusiediertjes dezen Stillen +Oceaan misschien eenmaal in een vasteland kunnen doen herscheppen, +dat dan door een nieuw geslacht bewoond en bebouwd zal worden." + +"Maar dat zal lang duren," zeide Pencroff. + +"De natuur heeft den tijd aan zich!" antwoordde de ingenieur. + +"Maar waartoe zou dit nieuwe vasteland dienen?" vroeg Harbert. "Mij +dunkt dat de tegenwoordige uitgestrektheid der bewoonbare landen +voldoende is voor het menschdom. Maar de natuur doet niet wat zij +niet moet doen." + +"Daar hebt ge gelijk in," hernam de ingenieur, "maar luister op welke +wijze men de noodzakelijkheid van nieuwe landen voor de toekomst +kan verklaren, en vooral in deze warme landstreek waar de meeste +koraalriffen zich bevinden. Tenminste mijn verklaring komt mij zeer +natuurlijk voor." + +"Wij luisteren naar u, mijnheer Smith." + +"Ziehier mijn denkbeeld. De geleerden nemen algemeen aan, dat onze +aarde eenmaal vergaan zal, of liever dat het dierlijk en plantaardig +leven daarop niet meer mogelijk zal wezen, tengevolge van de kou +waaraan zij zal zijn blootgesteld. Maar, waar zij het niet over +eens zijn, is over de oorzaak van deze afkoeling. Sommigen meenen +die te moeten toeschrijven aan de steeds afnemende kracht van de +warmte der zon; anderen weder aan de uitdooving der vuren, die in +onze aarde zijn, en die een grooteren invloed op haar uitoefenen +dan men algemeen vermoedt. Ik voeg mij bij de laatsten, daar ik +ook geloof dat de maan een afgekoeld hemellichaam is, dat dus +niet bewoond kan worden, ofschoon de zon toch steeds haar zelfde +hoeveelheid warmte op haar doet stralen. Zoo de maan afgekoeld is, +moet men het daaraan toeschrijven dat het inwendige vuur, waaraan +zij evenals alle andere hemellichamen haar bestaan te danken heeft, +geheel is uitgedoofd. Maar, wat de oorzaak hiervan ook zijn moge, +onze aarde zal eenmaal ook afgekoeld worden, maar die afkoeling zal +zeer langzaam geschieden. Wat zal er dan gebeuren? De gematigde +luchtstreken zullen vroeg of laat evenmin bewoonbaar zijn als de +poolstreken. Alzoo zullen de menschen zoowel als de dieren meer en +meer de keerkringen naderen, waar zij beter onder het bereik der zon +zijn. Een ontzaglijke volksverhuizing zal dan plaats hebben. Europa, +Midden-Azië, Noord-Amerika zullen verlaten worden, evenals Australië en +Zuid-Amerika. De dieren zullen de menschen volgen. Zoowel het planten- +als dierenrijk zal zich meer naar den evenaar verplaatsen. + +"Het middengedeelte van Zuid-Amerika en Afrika zullen het meest bevolkt +worden. De Laplanders en Samojeden zullen dezelfde luchtgesteldheid, +welke zij aan de poolzeeën vonden, dan aan de Middellandsche Zee +vinden. Wie zegt ons, dat in dit tijdperk de streken bij den evenaar +niet te klein zullen wezen om het menschdom te huisvesten en te +voeden? Waarom zou dus de natuur die alles voorziet, niet nu reeds, +ten einde een wijkplaats aan de geheele planten- en dierenwereld te +geven, onder den evenaar de grondslagen hebben gelegd van een nieuw +vasteland en hiertoe de infusiediertjes hebben gekozen?" + +"Menigmaal heb ik over al deze dingen nagedacht, en ik geloof +inderdaad dat het aanzien van onze aarde eenmaal geheel veranderen zal, +tengevolge van de oprijzing van nieuwe landen; de oude zullen door +de zee verzwolgen worden en in de volgende eeuwen zullen Columbussen +de eilanden van Ghimborasso, Himalaya en Mont-Blanc gaan ontdekken, +die de overblijfselen zullen zijn van een verzwolgen Amerika, Azië +of Europa. Eindelijk zullen natuurlijk die nieuwe eilanden op hun +beurt onbewoonbaar worden; de warmte zal ook daar afnemen, evenals +een lichaam dat sterft en het leven zal van de aarde verdwijnen, zoo +niet voor altijd, dan toch voor het oogenblik. Misschien zal onze +bol dan tot rust komen en zich weder door haar dood herstellen om +eenmaal een hoogere plaats in te nemen. Maar dit alles, mijn vrienden, +is het geheim van den Schepper aller dingen, en wat het werk dezer +infusiediertjes betreft, wellicht heb ik te ver in de geheimen der +toekomst willen doordringen." + +"Beste Cyrus," antwoordde Gideon Spilett, "deze theorieën zijn voor +mij profetieën, en eenmaal zullen zij verwezenlijkt worden." + +"Dat is het geheim van God," antwoordde de ingenieur. + +"Dat alles is goed en wel," zeide Pencroff toen, die aandachtig +geluisterd had, "maar kunt gij mij zeggen, of het eiland Lincoln door +infusiediertjes is gemaakt?" + +"Neen," hernam Cyrus Smith, "het is geheel van vulkanischen oorsprong." + +"Dan zal het eenmaal verdwijnen?" + +"Waarschijnlijk." + +"Ik hoop dan dat wij er niet meer zijn zullen." + +"Neen, stel u gerust, Pencroff, wij zullen er niet meer zijn, omdat +wij niet den minsten lust hebben om te sterven en misschien zal het +ons gelukken eraf te komen." + +"Maar laten wij ons hier toch inrichten alsof we tot in de eeuwigheid +hier moeten blijven. Men moet niets ten halve doen." + +Hiermede eindigde dit gesprek. Het ontbijt was afgeloopen. Zij +hervatten hun onderzoek en nu naderden zij dat gedeelte waar de +moerassige streek een aanvang nam. + +Het was een moeras, waarvan de uitgestrektheid tot aan de afronding van +het eiland in het zuidoosten ongeveer twintig vierkante mijlen bedroeg. + +Een menigte vogels fladderden boven deze stilstaande wateren. Maar +bij gebrek aan geweer, waren zij genoodzaakt hen door pijlschoten +te dooden. + +Tegen vijf uur 's avonds keerden Cyrus Smith en zijn vrienden naar +hun woning terug over de brug, welke zij den vorigen ochtend gemaakt +hadden. + +Om acht uur 's avonds zaten zij weder bij elkaar in het Rotshuis. + + + + +XXII. + + De vallen.--Vossen.--Wilde zwijnen.--Sneeuwstorm.--De + mandenmakers.--De grootste koude.--Kristallisatie van + suiker.--De geheimzinnige put.--Plan tot onderzoek.--De + hagelkorrel. + + +Die vinnige koude duurde voort tot den 15den Augustus, zonder evenwel +het maximum der graden Fahrenheit te overtreffen, die tot nog toe +waargenomen waren. Als de dampkring kalm was, konden zij gemakkelijk +zulk een lage temperatuur doorstaan; maar als de wind opstak, dan +was het nauwelijks voor hen uit te houden omdat zij dun gekleed +waren. Pencroff begon te treuren, dat er op het eiland Lincoln niet +eenige beren huisden, liever nog dan die vossen en zeehonden, wier +bonte vellen zoo veel te wenschen overlieten. + +"De beren," zeide hij, "zijn gewoonlijk goed gekleed, en ik zou +niets liever willen dan gedurende den winter hun warmen dikken pels +te leenen." + +"Maar," antwoordde Nab lachende, "die beren zouden er misschien niet +in toestemmen, Pencroff, om u hun pels te leenen. Die beestjes zijn +ook geen heiligen!" + +"Wij zouden ze er wel toe noodzaken, Nab; wij zouden hen wel dwingen," +antwoordde Pencroff op een toon van gezag. + +Maar die groote vleeschetende dieren huisden niet op het eiland, +zij hadden er zich tenminste nog niet laten zien. + +Harbert, Pencroff en de verslaggever besloten evenwel vallen te +plaatsen op de bergvlakte en aan de zoomen van het bosch. Volgens den +zeeman zou elk dier, welk ook, een goede vangst zijn en knaagdieren +of vleeschetende dieren, die door de nieuwe strikken gevangen konden +worden, zouden hoogst welkom zijn in het Rotshuis. + +Deze vallen waren intusschen zeer eenvoudig; de kolonisten maakten +diepe kuilen in den grond, legden er een laag takken en gras over, +die de opening verborg en plaatsten onderin het een of andere lokaas, +waarvan de reuk de aandacht van de beesten trok; dit was alles. Men +moet er echter bijvoegen, dat de kuilen niet willekeurig gegraven +waren, maar op plaatsen waar talrijke sporen van viervoetige dieren +bewezen, dat deze in grooten getale voorbij trokken. Zij werden +elken dag nagezien en men vond in de eerste dagen tot drie keer toe +van dezelfde vossen, die men reeds op den rechteroever van de rivier +gezien had. + +"O zoo! er zijn dus alleen vossen in dit land!" riep Pencroff uit, +toen hij voor den derden keer zulk een dier, dat schuw onder in de +val zat, er uit haalde. "Beesten, die tot niets deugen!" + +"Zeker zijn zij tot iets goed?" zeide Spilett. + +"Waartoe dan?" + +"Om ze als lokaas te gebruiken!" + +De correspondent had gelijk en van dat oogenblik af werden de doode +vossen altijd tot dat doel gebezigd. + +De zeeman had ook strikken gemaakt van de vezels van een plant en +deze strikken brachten grooter voordeel aan dan de vallen. Er ging +zelden een dag voorbij, zonder dat er een konijn gevangen werd. Men +at elken middag konijnen, maar Nab wist zulk een afwisseling in het +bereiden der sausen te brengen, dat de kolonisten er zich volstrekt +niet over beklaagden. + +In de tweede week van Augustus leverden de vallen een paar keer iets +anders op dan die honden, iets veel nuttigers. Het waren eenige van die +wilde zwijnen, die zij reeds aan de noordzijde van het meer bespeurd +hadden. Pencroff behoefde ditmaal niet te vragen of die dieren eetbaar +waren. Dit kon men gemakkelijk zien aan hunne overeenkomst met het +Amerikaansche en Europeesche varken. + +"Maar dat zijn geen varkens," zeide Harbert. "Ik waarschuw je, +Pencroff." + +"Jongenlief," antwoordde de zeeman, terwijl hij zich over de val boog +en een van de vertegenwoordigers van dat soort bij zijn staart naar +boven trok; "laat mij gelooven dat het varkens zijn!" + +"Waarom?" + +"Omdat ik dat prettig vind!" + +"Houdt ge dan zooveel van varkens, Pencroff?" + +"Ik houd dol veel van varkens," antwoordde de zeeman, "vooral om hun +pooten, als ze er acht in plaats van vier hadden, zou ik nog dubbel +zooveel van hen houden!" + +Den 15den Augustus veranderde de dampkring plotseling door het keeren +van den wind naar het noord-westen. De luchtgesteldheid steeg eenige +graden, en de dampen, die in de lucht opgezameld waren, gingen weldra +in sneeuw over. Het geheele eiland was door een witte laag overdekt +en toonde zich onder een nieuw voorkomen aan zijne bewoners. Gedurende +eenige dagen viel de sneeuw overvloedig en lag weldra twee voet hoog. + +De wind blies heftig en in het Rotshuis hoorde men de zee op de klippen +breken. Op sommige plaatsen ontstond er als het ware een hoos en steeg +de sneeuw op in hooge draaiende kolommen, die op waterhozen geleken en +zich wentelden om haar basis en die men op schepen door een kanonschot +uit elkaar doet stuiven. Daar de storm uit het noordwesten woei en +dwars over het eiland blies, bleef het Rotshuis door zijn ligging +voor een rechtstreekschen aanval gespaard. Maar te midden van die +sneeuwjacht, die hevig als in de poolstreken was, konden noch Cyrus +Smith, noch zijn metgezellen zich buiten wagen, hoe gaarne zij dit +ook gedaan hadden. Zij bleven dus vijf dagen, van 20 tot 25 Augustus, +opgesloten. Zij hoorden den wind in de bosschen loeien, die er zeker +onder moesten lijden. Er zouden ongetwijfeld verscheidene boomen +ontworteld worden, maar Pencroff troostte zich met de gedachte, +dat hem dan de moeite gespaard werd ze om te hakken. + +"De wind is houthakker geworden, laat hij zijn gang maar gaan," +herhaalde hij. + +Er bestond overigens ook geen middel om hem dit te beletten. + +Hoe dankbaar waren de bewoners van het Rotshuis, dat zij zulk een +sterke en onwrikbare schuilplaats hadden! Cyrus Smith kreeg wel zijn +rechtmatig deel in den dank, maar de natuur had hun toch die grot +verschaft en hij had haar slechts ontdekt. Daar waren zij allen +in veiligheid en kon de storm hen niet bereiken. Hadden zij op de +bergvlakte een huis van steen en hout gebouwd, dan zou dit zeker +de woede van zulk een orkaan niet hebben kunnen weerstaan. Wat de +Schoorsteenen betreft, men was vast overtuigd, dat zij volstrekt +onbewoonbaar waren, als men slechts het bulderen van de golven hoorde, +want zoodra de zee het eilandje overstroomde, zou zij al hare woede +daarop bot vieren. Maar hier in het Rotshuis, te midden van die rotsen, +die tegen lucht en water bestand waren, hier had men niets te vreezen. + +Gedurende de weinige dagen, dat zij opgesloten waren, bleven de +kolonisten niet rusten. Er was hout in planken gezaagd in overvloed +in het magazijn en langzamerhand werd het huisraad, wat tafels en +stoelen betrof, voltallig. + +De schrijnwerkers werden vervolgens mandenmakers, en daarin slaagden +zij zeer goed. Ze hadden aan den noordelijken oever van het meer een +groot rijsbosch ontdekt, waar de wilgen in menigte groeiden. Vóór het +regengetij hadden Pencroff en Harbert deze nuttige boomen binnengehaald +en hunne takken waren nu uitmuntend tot dat doel geschikt. De eerste +proeven waren slecht, maar door de handigheid en het vernuft van de +werklieden werd het materiaal van de kolonie weldra vermeerderd met +manden van allerlei aard en grootte. + +Gedurende de laatste week van de maand Augustus veranderde het weer nog +eenmaal. De temperatuur werd lager en de storm bedaarde. De kolonisten +haastten zich om naar buiten te gaan. Er stond zeker twee voet sneeuw, +maar men kon zonder veel inspanning over hare harde oppervlakte loopen; +Cyrus Smith en zijn metgezellen bestegen toen de bergvlakte. + +Welk een verandering! Dat bosch, dat nog groen was toen zij het voor +het laatst zagen, verdween nu onder een en dezelfde kleur. Alles was +wit, van den top van den berg Franklin tot aan de kust, de bosschen, +de weiden, het meer, de rivieren en de oevers. Het water van de Mercy +stroomde onder een gewelf van ijs, dat men bij eb en vloed met een +oorverdoovend leven hoorde kruien. Tallooze vogels fladderden over +de bevroren oppervlakte van het meer; het waren eenden, watersnippen, +duikerhoenen en anderen. Er waren er duizenden. De rotsen, waartusschen +de waterval stroomde, waren met ijskegels bedekt. Men zou gezegd +hebben dat het water ontsnapte uit een monsterachtigen drakenkop, +die gehouwen was met de phantasie van een kunstenaar uit den tijd +der Renaissance. Men kon de schade, die door den storm in het bosch +veroorzaakt was, nog niet beoordeelen, en men moest daarmede wachten +tot de laag sneeuw verdwenen zou zijn. + +Gideon Spilett, Pencroff en Harbert namen deze gelegenheid waar om +hunne vallen na te zien. Zij konden ze niet gemakkelijk onder de sneeuw +terugvinden. Zij moesten zelfs oppassen om er niet zelf in te vallen, +hetgeen gevaarlijk en vernederend tevens zou zijn; een put te graven +en er zelf in te vallen! Zij waren echter voorzichtig en vonden hun +vallen onbeschadigd terug. Zij waren echter allen ledig en in den +omtrek waren er toch verscheidene sporen van dieren, waaronder enkele +indrukken van scherpe klauwen. Harbert twijfelde niet of het eene of +andere vleeschetende dier, tot het geslacht der katten behoorende, +had daar rondgezworven, hetgeen ook overeenstemde met de meening van +den ingenieur omtrent de aanwezigheid van wilde dieren op het eiland +Lincoln. Zeker huisden verscheurende dieren vooral in het dichtste +gedeelte van het bosch, maar door den honger er toe gedwongen, hadden +zij zich tot op de bergvlakte gewaagd. Roken zij misschien de bewoners +van het Rotshuis? + +"Maar waaruit bestaat dan dat kattengeslacht?" vroeg Pencroff. + +"Uit tijgers," antwoordde Harbert. + +"Ik dacht dat men deze beesten slechts in warme landen vond?" + +"In de nieuwe wereld," antwoordde de knaap, "vindt men ze van +Mexico tot in de Pampas van Buenos Ayres. En daar Lincoln ongeveer +dezelfde breedte heeft als de provincies van la Plata, is het niet +te verwonderen dat men er eenige tijgers vindt." + +"Goed, wij zullen oppassen," antwoordde Pencroff. + +Eindelijk verdween de sneeuw door de zachte temperatuur, die weder +begon te stijgen. De regen viel bij stroomen neer, en dank zij den dooi +was er weldra niets meer van die witte massa te zien. Niettegenstaande +het slechte weer, deden de kolonisten van alles weder nieuwen +voorraad op, zoowel van planten als van dieren. Hiervoor moesten +zij noodzakelijk eenige keeren door het bosch en zij bevonden, dat +er een zeker aantal boomen door den laatsten storm geveld waren. De +zeeman en Nab belaadden zelfs verscheidene malen hun handwagen met +steenkolen, opdat men dan weder eenige tonnen brandstof zou hebben. In +het voorbijgaan zagen zij dat de schoorsteen van den steenoven zeer +veel van den storm te lijden had gehad, en er minstens zes voet +afgebroken was. + +Terzelfder tijd werd ook de voorraad hout van het Rotshuis vernieuwd, +en men maakte daarbij gebruik van den stroom der Mercy, die weder +vrij van ijs was geworden, om de noodige vrachten aan te voeren. Het +zou kunnen gebeuren dat de koude nog niet voorbij was. + +Zij brachten eveneens een bezoek aan de Schoorsteenen, en de kolonisten +mochten blij zijn dat zij daar niet gedurende den storm gewoond +hadden. De zee had er geduchte sporen van verwoesting achtergelaten. + +Zij hadden, bleek het, niet te vergeefs nieuwen voorraad +brandstof opgedaan. De kolonisten hadden nog niet met de strenge +koude afgerekend. Men weet, dat de maand Februari zich op het +noordelijk halfrond vooral kenmerkt door groote daling van de +temperatuur. Hetzelfde geval heeft op het zuidelijk halfrond plaats, +en het einde van Augustus, welke maand overeenstemt met Februari in +Noord-Amerika, ontkomt niet aan deze wet van het klimaat. + +Den 25sten draaide de wind plotseling naar het zuidoosten, nadat er +voor de tweede maal een groote hoeveelheid sneeuw en regen was gevallen +en het werd vinnig koud. Volgens den ingenieur zou een thermometer +van Fahrenheit niet minder dan 8 graden onder nul aangewezen hebben, +en deze koude werd nog ondragelijker door een scherpen wind die +verscheidene dagen aanhield. De kolonisten moesten op nieuw in het +Rotshuis blijven, en daar alle openingen in den rotswand hermetisch +gesloten moesten worden en nu slechts zooveel lucht in mochten laten +als hoog noodig was voor de luchtverversching, werden er zeer veel +kaarsen verbruikt. De kolonisten stelden zich meestal met het licht, +dat het vuur gaf, tevreden, waaraan dan ook geen brandstof gespaard +werd. Soms waagde de een of de andere zich op het strand, te midden van +de ijsschotsen, welke de vloed daar aanspoelde, maar men keerde spoedig +naar het Rotshuis terug, en het was niet zonder veel moeite en pijn +aan hunne handen dat zij de sporten van de touwladder vasthielden. Bij +die vinnige kou, brandde dat hout hunne vingers. + +Gedurende deze gevangenschap, moesten de bewoners van het Rotshuis +toch hun tijd doorbrengen. Cyrus Smith ondernam daarom een werk dat +binnen 's huis geschieden kon. + +De kolonisten hadden geen andere suiker tot hun gebruik dan het sap +dat zij uit den ahornboom trokken door diepe inkervingen in den stam +te maken. + +Maar Cyrus Smith wist een beter middel, en op een dag zeide hij tot +zijn metgezellen dat zij raffinadeurs zouden worden. + +"Raffinadeurs!" zeide Pencroff. "Dat is een warm werkje, geloof ik?" + +"Zeer warm!" antwoordde de ingenieur. + +"Welnu, dan is het er nu juist de tijd voor!" + +Om dit sap te kristalliseeren was het voldoende om het door een zeer +eenvoudige bewerking te zuiveren. Zij stortten het in groote aarden +potten op het vuur en lieten het een poos lang verdampen, waardoor +het schuim zich weldra aan de oppervlakte vertoonde. Zoodra het dik +begon te worden, roerde Nab er langzaam met een houten lepel in, de +verdamping werd daardoor verhaast en tegelijkertijd het aanbranden +belet. + +Nadat het een paar uur had staan koken op een flink vuur, dat +evenveel goed deed aan de werklieden als aan de zelfstandigheid die +bewerkt moest worden, was het sap in een dikke stroop veranderd. De +stroop werd in de aarden vormen overgegoten, die in denzelfden oven +daarvoor gebakken waren en waarvan men verschillende figuren had +gemaakt. Toen de stroop den volgenden ochtend afgekoeld was, waren +het brooden en koeken. Het was suiker, wel wat rood van kleur, maar +bijna doorschijnend en goed van smaak. + +De koude hield tot half September aan en de bewoners van het Rotshuis +begonnen hunne gevangenschap wel wat lang te vinden. Bijna elken dag +beproefden zij naar buiten te gaan, maar te vergeefs. Zij werkten dus +onophoudelijk om hunne woning in volmaakte orde te brengen. Onder het +werken praatte men. Cyrus Smith onderwees zijn lotgenooten in alles en +verklaarde hun vooral de practische toepassingen der wetenschap. De +kolonisten hadden geen bibliotheek tot hunne beschikking; maar +de ingenieur was voor hen een gewillig boek, altijd opengeslagen +op de bladzijde die ieder noodig had, een boek dat al hunne vragen +beantwoordde, en dat zij dikwijls opsloegen. Zoo ging de tijd voorbij +en deze kloeke mannen schenen voor de toekomst niet meer te vreezen. + +Het werd echter tijd dat er een einde kwam aan die gedwongen +opsluiting. Allen verlangden naar het zachte jaargetijde of ten +minste naar het eind van deze ondraaglijke kou. Waren zij slechts zoo +gewend, dat zij dat weer konden trotseeren, welke tochten zouden zij +niet beproefd hebben, door de duinen zoowel als door het moeras! Het +wild moest gemakkelijk te naderen zijn, en hun jacht zou zeker veel +opgeleverd hebben. Maar Cyrus Smith was er voor alles op gesteld dat +allen hun gezondheid in acht namen, want hij had alle armen noodig +en zijn raad werd opgevolgd. + +De meest ongeduldige in deze gevangenschap, na Pencroff, was +natuurlijk Top. De trouwe hond vond het veel te eng en te benauwd in +het Rotshuis. Hij draaide van de eene kamer naar de andere en uitte +op zijn manier zijne verveling. + +Cyrus Smith merkte dikwijls op, dat de hond, wanneer hij in de +nabijheid kwam van een diepen put, die met de zee in verband stond +en waarvan de opening in het magazijn uitkwam, een zonderling gebrom +deed hooren. Top draaide soms om dien put heen, die slechts door +een plank gesloten was. Enkele malen trachtte hij zijn pooten onder +de plank te brengen, alsof hij haar wilde wegschuiven. Hij jankte +daarbij zoo zonderling, dat men er uit op kon maken, dat hij woedend +of ongerust was. + +De ingenieur sloeg hem menigmaal gade. Wat was er dan in dien afgrond, +dat zulk een indruk maakte op het verstandige dier? Het was zeker dat +die put in zee uitkwam. Zou hij zich mogelijk in dunne buizen verdeelen +en door het geheele eiland loopen? Stond hij misschien met andere +onderaardsche spelonken in verband? Zou misschien het een of andere +zeemonster van tijd tot tijd op den bodem van den put verschijnen? De +ingenieur wist niet wat hij er van denken moest en kon niet nalaten, +zich de onmogelijkste dingen voor te stellen. Daar hij gewoon was op +het gebied der wetenschappelijke werkelijkheid diep door te dringen, +kon hij het niet verdragen dat hij zich liet meeslepen op het gebied +van het onwaarschijnlijke en bijna bovennatuurlijke; maar hoe het te +verklaren, dat Top, een van die honden, welke hun tijd niet verbeuzelen +met de maan aan te blaffen, steeds bleef ruiken en luisteren bij de +opening van dezen afgrond, zoo er niets voorviel dat zijn onrust kon +gaande maken? Het gedrag van Top wekte in hooger mate de belangstelling +van Cyrus Smith op dan hij zich zelven wel wilde bekennen. + +De ingenieur deelde zijn bevindingen evenwel slechts aan Gideon Spilett +mede, daar hij het onnoodig achtte zijn metgezellen bekend te maken +met de gedachten, welke onwillekeurig bij hem oprezen op grond van +iets, dat misschien slechts een gril van Top was. + +De kou week eindelijk. Het regende nog wel, er viel zelfs nog sneeuw en +nu en dan stak de wind heftig op, maar dit hield slechts kort aan. Het +ijs was gesmolten en de sneeuw ontdooid; de kust, de bergvlakte, +de oevers van de rivier en het bosch waren weder begaanbaar. Deze +terugkeer van de lente verheugde de bewoners van het Rotshuis zeer +en weldra brachten zij daar slechts de uren van hun nachtrust en van +hun middagmaal door. + +Zij jaagden veel in de tweede helft van September, hetgeen Pencroff +reden gaf om met vernieuwden aandrang vuurwapens te vragen, die hij +beweerde dat hem door Cyrus Smith waren beloofd. Deze wel wetende, dat +het hem onmogelijk was, zonder bijzondere werktuigen daartoe, geweren +te maken die eenigen dienst konden bewijzen, stelde het werk steeds +tot later uit. Hij deed overigens opmerken, dat Harbert en Gideon +Spilett bekwame boogschutters waren geworden, dat het voortreffelijkste +wild als konijn-varkens, kangaroes, waterzwijnen, duiven, trapganzen, +wilde eenden, watersnippen, in één woord pluimgedierte en ander wild +onder hun pijlen vielen, en dat men bijgevolg nog kon wachten. Maar +de koppige zeeman was doof aan dat oor, en hij liet den ingenieur +geen rust voordat hij aan zijn verzoek zou voldaan hebben. Gideon +Spilett ondersteunde den wensch van Pencroff. + +"Wanneer er op het eiland, zooals men moet gelooven," zeide hij, +"verscheurende dieren zijn, dan moet men zich voorbereiden om ze te +bestrijden en uit te roeien. Er kan een oogenblik komen dat dit onze +eerste plicht zal zijn." + +Maar op dat tijdstip was het niet de quaestie van vuurwapens, die Cyrus +Smith bezig hield, maar wel die der kleederen. Die, welke de kolonisten +droegen waren dien winter meegegaan, maar konden niet tot den volgenden +winter duren. Hetgeen men zich tot elken prijs moest verschaffen was +de huid van vleeschetende dieren of de wol van herkauwende, en daar +er muffeldieren in overvloed waren, wilde men trachten een kudde er +van bij elkander te krijgen, die dan uitsluitend tot het gebruik der +kolonisten zou gehouden worden. De beide gewichtige plannen, welke men +gedurende het zachte jaargetijde ten uitvoer moest brengen, waren: +een omheinde plaats te maken voor de huisdieren en een plein in te +richten voor het gevogelte, in een woord, een soort van boerderij +aanteleggen op een gedeelte van het eiland. + +Bijgevolg moest men met het oog op de toekomstige inrichtingen, +noodzakelijk het onbekende gedeelte van het eiland Lincoln gaan +verkennen, namelijk de groote bosschen, die zich op den rechteroever +van de rivier uitstrekten van haar mond tot aan het uiterste gedeelte +van het kleine schiereiland, en over de geheele westelijke kust. + +Men wachtte dus met zeker ongeduld, toen er iets voorviel dat het +verlangen van de kolonisten nog versterkte om hun geheele gebied +te verkennen. + +Het was de 24ste October. Pencroff had dien dag de vallen nagezien. In +een daarvan had hij drie dieren gevonden, welke hoogst welkom waren +geweest. Het was een muskuszwijn met twee jongen. + +Pencroff keerde verheugd over zijn vangst naar het Rotshuis terug en +zooals gewoonlijk maakte hij veel ophef van zijn jacht. + +"Nu zullen wij smullen, mijnheer Cyrus!" riep hij uit. "En gij ook, +mijnheer Spilett, gij zult er ook van eten!" + +"Dat wil ik gaarne," antwoordde de verslaggever, "maar waar zal ik +van eten." + +"Van het speenvarkentje!" + +"Komaan, Pencroff, een speenvarkentje? Ik dacht minstens dat gij +getruffeerde patrijzen bracht!" + +"Wat?" riep Pencroff uit. "Zoudt gij soms een speenvarkentje +versmaden?" + +"Neen," antwoordde Spilett, zonder eenige opgewondenheid, "en als +men er niet te veel van eet...." + +"Goed, goed, mijnheer de journalist," hernam de zeeman, die niet +gaarne zag dat men zijn jacht geringschatte, "zijt gij zoo kieskeurig +uitgevallen? Zeven maanden geleden, toen wij op dit eiland aan wal +kwamen, zoudt gij maar al te gelukkig zijn geweest zulk een stuk wild +te ontmoeten!.... + +"Nu ziet gij alweer dat de mensch nooit volmaakt, noch tevreden is." + +"Nu," hernam Pencroff, "ik hoop dat Nab in dit geval een uitzondering +zal maken. Zie eens! Deze twee jonge zwijntjes zijn nog geen drie +maanden oud. Zij zullen zoo malsch als boter zijn! Kom Nab! Ik zal +zelf bij het klaarmaken zijn." + +De zeeman en Nab gingen naar de keuken en verdiepten zich in hunne +kookkunst. + +Men liet hen hun gang gaan. Nab en hij bereidden een kostelijk maal +van de twee speenvarkentjes, een soep van kangaroe, gerookte ham, +amandelen, thee van Oscoego,--in een woord, alles wat er goeds +te vinden was; maar van alle schotels was die der gestoofde +speenvarkentjes de voornaamste. + +Te vijf uur begon het diner in een van de zalen van het Rotshuis De +kangaroe-soep stond dampend op tafel. Men smulde er aan. + +Op de soep volgden de speenvarkentjes, die Pencroff zelf wilde +voorsnijden en waarvan hij reusachtige portiën aan zijn dischgenooten +toediende. + +Deze speenvarkentjes smaakten overheerlijk, en Pencroff verslond zijn +deel toen plotseling een kreet en een vloek hem ontsnapten. + +"Wat is er?" vroeg Cyrus Smith. + +"Ik.... ik.... ik breek mijn tand!" antwoordde Pencroff. + +"Zoo, zoo! er zijn dus steenen in uwe speenvarkentjes?" zeide Gideon +Spilett. + +"Ik zou het bijna gelooven," zeide Pencroff, terwijl hij het voorwerp +uit zijn mond haalde dat hem een tand kostte!.... + +Het was geen steen.... Het was een kogeltje! + + + + +XXIII. + + Over een hagelkorrel.--De samenstelling van een boot.--De + jacht.--Niets dat de tegenwoordigheid van een mensch + verraadt.--Eene vischvangst van Nab en Harbert.--De omgekeerde + schildpad.--De verdwenen schildpad.--Uitlegging van Cyrus + Smith. + + +Zeven maanden was het geleden dat de luchtvaarders op het +eiland Lincoln waren geworpen. Sedert dien tijd hadden zij, welke +onderzoekingen zij ook gedaan hadden, geen spoor van eenig menschelijk +wezen ontdekt. Geen rook had de tegenwoordigheid van een mensch op +het eiland verraden. Geen handen-arbeid was er te vinden die zijn +spoor kon aanwijzen, noch in een vroeger noch in het tegenwoordige +tijdperk. Niet alleen scheen het onbewoond, maar men moest zelfs +gelooven, dat het nooit door eenig mensch bezocht was geweest. En +thans was het geheele gebouw hunner overtuiging in een gestort door +een enkel hageltje, dat zij in het lichaam van een konijnvarken hadden +gevonden! Natuurlijk moest dit stuk lood uit een vuurwapen gekomen +zijn en slechts een menschelijk wezen kon dit voorwerp hebben gebruikt! + +Toen Pencroff het kogeltje op tafel legde, zagen zijne vrienden +hem met de innigste verbazing aan. Alle gevolgtrekkingen uit deze +gebeurtenis waren van groot gewicht, niettegenstaande haar schijnbare +onbeduidendheid. Toch was hun geest er geheel mede vervuld. De +plotselinge verschijning van een bovennatuurlijk wezen zou hun niet +meer hebben kunnen verwonderen. + +Cyrus Smith had niet geaarzeld terstond de onderstelling van dit +zoowel wonderlijke als onverwachte feit te formuleeren. Hij nam het +stukje lood in zijn hand, keerde het om en weder om, betastte het +tusschen duim en voorvinger, en zeide toen: + +"Gij zijt overtuigd, Pencroff, dat het diertje door dezen kogel +getroffen niet ouder dan drie maanden was?" + +"Nauwelijks, mijnheer Smith," antwoordde Pencroff. "Het zoog nog bij +zijn moeder toen ik het vond." + +"Welnu," zeide de ingenieur, "wij hebben dus het bewijs dat hoogstens +drie maanden geleden een geweerschot op het eiland Lincoln is gelost." + +"En dat het hageltje," voegde Gideon Spilett er bij, "het konijn wel +getroffen, maar niet gedood heeft." + +"Dat is onbetwistbaar," hernam Cyrus Smith, "en ziehier welke gevolgen +men uit dit voorval kan afleiden: òf het eiland was voor onze komst +reeds bewoond, òf drie maanden geleden hebben menschen hier voet aan +wal gezet. Zijn zij hier met hun eigen wil gekomen of bij toeval +gestrand of hebben zij schipbreuk geleden? Deze vragen kunnen wij +eerst later ophelderen. Wat zijn het voor menschen? Europeanen of +Maleiers, vrienden of vijanden van ons? Niets kunnen wij raden, +ook niet of zij het eiland nog bewonen, dan wel verlaten hebben; +dit weten wij evenmin. Maar deze vragen zijn te belangrijk, dan dat +wij langer in de onzekerheid zouden blijven." + +"Neen! honderdmaal neen! duizendmaal neen!" riep de matroos uit, +terwijl hij van tafel opstond. "Er zijn geen andere menschen dan wij +op het eiland Lincoln! Wat duivel! Het eiland is niet groot, en zoo +het bewoond was, hadden wij reeds een zijner bewoners gezien!" + +"Het tegendeel zou inderdaad zeer zonderling wezen," zeide Harbert. + +"Maar nog meer zou het mij verbazen," merkte de reporter aan, "zoo +het konijn met dit kogeltje geboren was!" + +"Zoo Pencroff," zeide Nab op ernstigen toon, "zich tenminste niet...." + +"Ziet gij dit, Nab?" antwoordde Pencroff hierop. "Ik zou dus reeds +vijf of zes maanden dit kogeltje tusschen mijn kaken hebben. Maar +waar zou het dan verborgen zijn geweest?" voegde de matroos er nog +bij, terwijl hij zijn mond opende, zoodat zijn twee en dertig witte +tanden te zien kwamen. "Zie goed, Nab, en zoo je één holle kies vindt, +dan geef ik je verlof er een half dozijn uit te halen!" + +"Wat Nab daar zegt, kunnen wij niet aannemen," antwoordde Cyrus +Smith, die ondanks zijn ernstige gedachten een glimlach niet kon +weerhouden. "Het is vrij zeker dat er hoogstens drie maanden geleden +een geweerschot op het eiland gelost is. Maar ik ben geneigd te +veronderstellen dat zij, die op deze kust gestrand zijn, eerst sedert +kort zich op het eiland bevinden of het slechts overgestoken zijn, +want, indien het eiland bewoond was geweest in den tijd toen wij +den berg Franklin onderzochten, zouden wij de bewoners of zij ons +gezien hebben. Het is dus waarschijnlijk dat eerst sedert eenige +weken schipbreukelingen door den storm op de kust zijn geworpen. Hoe +het ook zij, het is voor ons van groot gewicht dit te weten te komen. + +"Toch geloof ik, dat wij voorzichtig te werk moeten gaan," zeide +de correspondent. + +"Dat vind ik ook," zeide Cyrus Smith, "want het is, helaas! te vreezen +dat het zeeroovers zijn, die op het eiland voet aan wal hebben gezet!" + +"Mijnheer Cyrus," vroeg de matroos, "zou het niet raadzamer wezen, +voor wij een onderzoek instelden, een boot te maken, die ons in staat +stelt, hetzij de rivier op te gaan of de kust om te zeilen? Wij moeten +zorgen, dat we niet overvallen worden." + +"Dat is een goed denkbeeld, Pencroff," antwoordde de ingenieur, +"maar wij kunnen het niet uitstellen, want, één maand zullen wij tot +het maken dezer boot wel noodig hebben...." + +"Een wezenlijke boot ja," antwoordde de zeeman, "maar wij hebben er +geen noodig die tegen de zee bestand is, en binnen vijf dagen maak +ik een prauw gereed, waarmede wij de rivier kunnen bevaren?" + +"Binnen vijf dagen," riep Nab uit, "een boot maken?" + +"Ja, Nab, een Indiaansche boot." + +"Van hout?" vroeg de neger, op een toon, waaruit duidelijk zijn +ongeloof sprak. + +"Van hout of liever van boomschors. Ik herhaal het, mijnheer Cyrus, +dat in vijf dagen de geheele zaak volbracht is." + +"Goed, binnen vijf dagen dus!" antwoordde de ingenieur. + +"Maar van nu af aan moeten wij zeer voorzichtig wezen," merkte +Harbert op. + +"Zeer zeker, beste vrienden," antwoordde Cyrus Smith, "en ik verzoek +u dringend uw jachttochten niet ver van het Rotshuis uit te strekken." + +Het maal eindigde minder vroolijk dan Pencroff wel gehoopt had. + +Het eiland was dus bewoond of bewoond geweest door anderen dan +de luchtvaarders. Dit was sedert het vinden van het stukje lood +onbetwistbaar geworden, en zulk een ontdekking kon niet anders dan +vrees opwekken. + +Cyrus Smith en Gideon Spilett hadden, vóór zij zich ter ruste begaven, +nog een lang gesprek. Zij vroegen zich zelf af, of deze gebeurtenis +niet in eenig verband stond met de onverklaarbare redding van +den ingenieur en andere bijzonderheden, die hun menigmaal hadden +verbaasd. Maar nadat Cyrus Smith het voor en tegen van de zaak +overwogen had, eindigde hij met de woorden: + +"Zoudt gij nu uw meening eens willen zeggen, Spilett." + +"Ja, Cyrus. Zij is deze: hoe nauwkeurig wij het eiland ook onderzoeken, +wij zullen niets vinden!" + +Terwijl Pencroff en Nab voor het maken der boot zorgden, gingen +Harbert en Spilett elken dag op de jacht en natuurlijk liep het +gesprek gewoonlijk over het hageltje. Eens zeide Harbert, het was +den 26sten October: + +"Mijnheer Spilett, vindt gij het toch niet zonderling, zoo er eenige +schipbreukelingen op het eiland waren geworpen, dat zij zich nog niet +in de nabijheid van het Rotshuis vertoond hebben?" + +"Zeker verwondert mij dit, zoo zij er nog zijn," antwoordde de +reporter, "maar het verwondert mij niet, zoo zij er niet meer zijn!" + +"Dus gij denkt dat zij het eiland reeds verlaten hebben?" vroeg +Harbert. + +"Dat is meer dan waarschijnlijk, beste jongen; want zoo zij hier +langer waren gebleven en vooral zoo zij hier nog waren, zou toch het +een of ander hun tegenwoordigheid hier verraden hebben." + +"Maar zoo zij in de gelegenheid geweest waren weer te vertrekken, +zouden het geen schipbreukelingen zijn?" + +"Neen, Harbert, of ik zou ze dan tijdelijke schipbreukelingen +noemen. Het is inderdaad zeer wel mogelijk, dat een windvlaag hen op +het eiland geworpen heeft, zonder dat zij hun schip daarbij verloren, +en dat, toen de storm voorbij was, zij weder zijn weggezeild." + +"Maar dat is toch zeker, dat mijnheer Smith de tegenwoordigheid van +menschen op ons eiland meer vreesde dan wenschte!" + +"Dat is zoo," antwoordde de reporter, "hij denkt slechts aan zeeroovers +die deze zeeën doorkruisen, en het is beter met die heeren niet in +aanraking te komen." + +"Het is toch niet onmogelijk, mijnheer Spilett," hernam Harbert "dat +wij eens de sporen van hun ontscheping vinden, en misschien zijn wij +tot dit doel bestemd." + +"Ik zeg geen neen. Een verlaten plaats, een uitgedoofd vuur kunnen +ons op het spoor brengen, en dat zullen wij voortaan op onze +ontdekkingstochten zoeken." + +Eens dat Gideon en Harbert weer op jacht waren in een naburig bosch, +waar zeer hooge spitstoeloopende boomen groeiden, die de inboorlingen +van Nieuw-Zeeland den naam van "Kauris" geven, zeide Harbert: + +"Nu heb ik iets goeds bedacht, mijnheer Spilett, zoo ik eens in den +top van een dier kaurissen klom, dan zou ik het land vrij ver kunnen +overzien?" + +"Het is een goed denkbeeld," zeide de correspondent, "Maar zoudt gij +den top van die reuzenboomen kunnen bereiken?" + +"Ik kan het in elk geval beproeven," gaf Harbert ten antwoord. + +De vlugge en behendige knaap was in een oogwenk op de eerste takken, +en spoedig was hij in den top. + +Van dat verheven punt kon hij zijn blik laten gaan van den zuidelijken +uithoek van het eiland, tot aan kaap Klauw, het zuidwesten van het +voorgebergte Hagedis, tot in het zuidoosten. In het noordwesten +zag hij den berg Franklin, die een groot gedeelte van den horizon +onzichtbaar maakte. + +Maar Harbert kon van uit zijn uitkijk, de geheele streek overzien, die +hem nog onbekend was, en aan de vreemdelingen, wier tegenwoordigheid +men duchtte, een schuilplaats had kunnen geven of wellicht nog gaf. + +De knaap sloeg alles nauwkeurig gade. Op zee echter was niets te +bespeuren. Geen zeil, noch aan den horizon, noch op de kusten van +het eiland. Toch was het mogelijk, dat achter die hooge boomen een +schip lag, zonder mast, en dat Harbert niet zien kon. + +Eenige oogenblikken meende Harbert in het oosten een dunne rookwolk +te zien opstijgen, maar bij nader onderzoek bleek het, dat hij zich +bedroog. Hij nam alles om zich heen met de uiterste zorg waar en zijn +gezicht was zeer scherp.... Neen, zeer zeker was er niets. + +Harbert daalde nu weder uit den boom af en de twee jagers keerden +naar het Rotshuis terug. Cyrus Smith hoorde hem bedaard aan, schudde +het hoofd en zeide niets. Hij kon zich over dit punt niet uitlaten +vóor hij het geheele eiland onderzocht had. + +Op den morgen van den 28sten October had er een voorval plaats waarvan +zij nog vuriger oplossing verlangden. + +Toen zij weder langs de kust dwaalden, op ongeveer twee mijlen afstands +van het Rotshuis, waren Harbert en Nab zoo gelukkig, een zeeschildpad +te vinden. + +Harbert zag dit dier het eerst zich tusschen de rotsen bewegen om +zoodoende de zee te bereiken. + +"Zie eens, Nab, zie eens!" riep hij uit. Nab snelde er heen. + +"Welk een prachtig dier!" zeide Nab, "hoe zullen wij dat machtig +worden?" + +"Wel, niets is gemakkelijker, Nab," antwoordde Harbert. "Wij zullen +de schildpad op haar rug leggen en zoodoende kan zij ons niet meer +ontsnappen. Neem uw stok en doe zooals ik." + +Het dier scheen te beseffen dat het in gevaar verkeerde, en kroop in +zijn schild. Men zag nu noch zijn kop, noch zijn pooten en het lag +zoo onbeweeglijk als een rots. + +Harbert en Nab brachten toen hun stokken onder het lichaam van het +dier en met vereende krachten gelukte het hun, niet zonder moeite, +het op den rug te leggen. Deze schildpad, welke drie voet lang was, +moest minstens vier honderd pond wegen. + +"Heerlijk," riep Nab uit, "dat zal onzen vriend Pencroff verheugen." + +Pencroff was er dan ook zeer mede in zijn schik, want het vet der +schildpadden, die zich met zeeplanten voeden, is zeer smakelijk. Op +dat oogenblik liet zij haar platten kop even te voorschijn komen. + +"En wat zullen wij nu met onze vangst doen?" vroeg Nab. "Wij kunnen +haar niet naar het Rotshuis dragen." + +"Wij kunnen haar hier laten, daar zij zich toch niet kan omkeeren, +en wij zullen haar met ons wagentje halen!" + +"Dat is uitstekend!" + +Toch nam Harbert nog de voorzorg, hoewel Nab het zeer overbodig vond, +het dier groote steenen onder het schild te leggen. Daarop keerden +zij naar het Rotshuis terug, langs het strand, dat toen tengevolge +van de eb, zeer breed was. Harbert, die Pencroff een verrassing +wilde bezorgen, zeide niets van hetgeen hij gevonden had; maar twee +uur later waren zij met hun wagentje weder op het punt, waar zij de +schildpad hadden omgekeerd op het zand, maar zij was verdwenen. + +Nab en Harbert zagen elkander verbaasd aan, en zochten toen op het +strand. Het was op deze plaats toch, dat zij de schildpad achtergelaten +hadden. De knaap vond zelfs de steenen terug en hieruit kon hij dus +opmaken, dat hij zich niet had vergist. + +"Zoo, zoo," zeide Nab, "deze diertjes kunnen zich dus omkeeren?" + +"Het schijnt zoo," antwoordde Harbert, maar hij begreep er niets van, +en zag slechts naar de steenen die op het zand verspreid lagen. + +"Pencroff zal nu ook niet in zijn schik zijn!" + +"En mijnheer Smith zal weder verlegen zitten om deze plotselinge +verdwijning te verklaren!" dacht Harbert. + +"Nu," zeide Nab, die zijn teleurstelling wilde verbergen, "laten wij +er niet over spreken." + +"Integendeel Nab, wij moeten het juist vertellen," hernam Harbert. + +En zij keerden nu met het wagentje, dat van geen nut was geweest, +naar het Rotshuis terug. + +Toen zij aan de timmerwerf kwamen waar de ingenieur en de matroos +werkten, vertelde Harbert hun het voorgevallene. + +"O, hoe onhandig zijt gij geweest!" riep de matroos uit. "Gij zijt +minstens vijftig porties schildpadsoep kwijt!" + +"Maar Pencroff," hernam Nab, "het is onze schuld niet, dat het dier +ontsnapt is, want wij hebben het omgekeerd." + +"Dan hebt gij het niet ver genoeg omgekeerd!" bracht hier de +onhandelbare zeeman tegen in. + +"Niet genoeg!" riep Harbert uit. En hij vertelde dat hij juist uit +voorzorg het dier nog tusschen twee steenen had gelegd. + +"Dan is er een wonder gebeurd!" hernam Pencroff. + +"Ik dacht, mijnheer Cyrus," zeide Harbert, "dat wanneer een schildpad +eenmaal op haar rug ligt zij niet weer op haar pooten kon komen, +vooral wanneer zij zoo groot is?" + +"Dat is ook waar, beste jongen," antwoordde Cyrus Smith. + +"Hoe heeft zij het dan kunnen doen?" + +"Hoever was de schildpad van de zee verwijderd?" vroeg de ingenieur, +die zijn werk had gestaakt en over het voorval nadacht. + +"Op vijftien voet afstands, hoogstens," antwoordde Harbert. + +"En was het laag water op het oogenblik?" + +"Ja, mijnheer Smith." + +"Welnu," antwoordde de ingenieur, "wat de schildpad niet op het strand +kan doen, kan zij misschien in het water. Zij zal zich omgekeerd +hebben, toen het weer vloed was, en zoodoende in zee zijn gekomen." + +"O, wat zijn wij dom geweest!" riep Nab uit. + +"Juist wat ik u daareven reeds gezegd heb," viel Pencroff in. + +Cyrus Smith had deze verklaring, die zeer aannemelijk was, aan het +gebeurde gegeven. Maar was hij zelf wel van de juistheid overtuigd? Men +zou het moeten betwijfelen. + + + + +XXIV. + + De boot wordt beproefd.--Een wrak op de kust.--Inhoud van de + kist.--Wat Pencroff ontbrak. + + +Den 20sten October was de boot van boomschors geheel gereed. Pencroff +had zijn belofte gehouden en een soort van prauw, met een romp die +uit zeer buigzaam hout van den crejimbaboom bestond, binnen vijf +dagen vervaardigd. + +"Prachtig! nietwaar?" riep de matroos uit, die niet aarzelde om op deze +wijze zijn eigen werk te begroeten. "Hiermede kunnen wij de reis...." + +"Om de wereld maken?" vroeg Gideon Spilett. + +"Neen, om het eiland. Met eenige steenen tot ballast; een mast en een +zeil zal mijnheer Smith ons wel maken, en dan kunnen wij een heel eind +komen! Welnu! mijnheer Cyrus, en gij mijnheer Spilett, en gij, Harbert +en Nab, komt gij onze nieuwe boot niet eens beproeven? Wat drommel! wij +moeten toch eerst zien, of zij ons alle vijf wel houden kan!" + +Zij moesten dan ook de proef er van nemen. Pencroff haalde met zijn +roeispaan de boot dichter bij het strand door een nauwen doorgang, +welke de rotsen daar vormden, en zij kwamen thans overeen, dat zij +de prauw zouden probeeren langs de kust tot aan het punt, waar de +rotsen in het zuiden eindigden. + +Op het oogenblik dat zij instapten, riep Nab uit: + +"Maar het water loopt er in, Pencroff!" + +"Dat is niets, Nab," antwoordde de matroos. "Het hout zal zich +wel uitzetten! Eer het twee dagen verder is zal het er niet meer +inloopen. Laten wij instappen!" + +En Pencroff duwde de boot met een fermen stoot in het midden der +schuimende golven. Het was prachtig weer en de zee was zoo kalm +alsof het water tusschen de enge oevers van een meer was besloten, +en de prauw kon zich te midden van deze golven wagen alsof zij den +stillen stroom eener rivier opvoer. + +Nab en Harbert namen elk een roeispaan en Pencroff bleef achter in +het vaartuig staan, om het roer te kunnen sturen. + +Zij verwijderden zich ongeveer een halve mijl van de kust, om den +berg Franklin goed te kunnen zien. + +De boot voortgestuwd door de beide roeispanen, stevende zonder eenige +moeite de rivier op. Gideon Spilett met zijn potlood en papier in de +hand, teekende met ruwe trekken de kust af. Nab, Pencroff en Harbert +praatten, terwijl zij dat gedeelte van hun grondgebied gadesloegen, +dat hun geheel nieuw was, en naarmate de prauw het zuiden bereikte +scheen de kaap Mandibule zich te verplaatsen en zich meer bij de baai +der Vereenigde Staten aan te sluiten. + +Cyrus Smith sprak niet; hij zag slechts om zich heen; op zijn gelaat +was duidelijk te lezen, dat hij zich hier in een hem geheel onbekende +streek bevond. + +Toen zij drie kwartier gevaren hadden, was de boot de zuidelijke +kaap genaderd en Pencroff stond op het punt haar om te roeien, toen +Harbert opstond en op een zwart punt wees, terwijl hij zeide: + +"Wat zie ik daar ginds op het strand?" + +Aller blikken richtten zich naar dit punt. + +"Ja waarlijk," zeide de reporter, "er is daar iets. Men zou zeggen +een stuk hout dat half in het zand is verborgen." + +"O!" riep Pencroff uit, "ik zie wat het is!" + +"Wat dan?" vroeg Nab. + +"Vaten, vaten! die misschien gevuld zijn!" antwoordde de matroos. + +"Naar de kust, Pencroff!" beval Cyrus Smith. + +Met een paar slagen was de boot de kust genaderd en sprongen de +passagiers op het strand. + +Pencroff had zich niet vergist. Twee vaten lagen in het zand, en +waren aan een groote kist bevestigd, die weder door de vaten werd +tegengehouden en op de kust gedreven. + +"Er moet een schipbreuk zijn geweest in de omstreken van het +eiland?" meende Harbert. + +"Blijkbaar," gaf Cyrus Smith hierop ten antwoord. + +"Maar wat is er in die kist!" riep Pencroff ongeduldig uit. "Wat +is er toch in die kist? Hij is gesloten en wij hebben niets om het +deksel er af te breken! Dan maar steenen er op geworpen...." + +En de matroos nam reeds een grooten steen op met het plan om dien +tegen een der wanden van de kist te werpen, toen de ingenieur hem +weerhield met de woorden: + +"Pencroff, heb nog slechts een uur geduld." + +"Maar, mijnheer Cyrus, bedenk toch! Misschien vinden wij daar alles +in wat ons thans nog ontbreekt!" + +"Wij zullen het toch te weten komen," antwoordde de ingenieur, +"maar geloof mij, verniel deze kist niet, want zij kan ons nog te +pas komen. Laten wij haar naar het Rotshuis brengen; daar kunnen wij +haar gemakkelijker openen. Zij is geheel voor een zeereis ingericht, +en daar zij hierheen gedreven is, zal zij het ook wel tot de monding +der rivier kunnen brengen." + +"Gij hebt gelijk, mijnheer Cyrus, en ik had ongelijk," antwoordde de +matroos, "maar men is zichzelf niet altijd meester!" + +Het was een goede raad van den ingenieur, want de prauw zou +waarschijnlijk niet alle voorwerpen, die zij bevatte, kunnen dragen, +daar de kist zeer zwaar was; zij dreef dan ook op twee leege vaten. Het +was dus beter haar mede te slepen. + +Maar vanwaar kwam dit voorwerp? Dat was een belangrijke vraag. Cyrus +Smith beschouwde nauwkeurig den grond, en ging zelfs een honderd +passen het strand op. Maar geen ander overblijfsel ontdekten zij. Zij +sloegen aandachtig de zee gade. Harbert en Nab beklommen een hooge +rots, doch zoover hun oog reikte bespeurden zij niets. Niets was er +in het gezicht, geen schip zonder mast of zeilen, noch een schip met +volle zeilen. + +Toch moest er schipbreuk geleden zijn. Misschien moesten zij het +gebeurde in verband brengen met het hageltje? Misschien waren er +vreemdelingen op een ander punt van het eiland geland? Misschien +waren zij er nog? Toch waren zij het met elkaar eens, dat het geen +zeeroovers konden wezen, want de inhoud was bepaald van amerikaansche +of europeesche herkomst. + +Zij gingen nu allen naar de kist, die vijf voet lang en drie voet +breed was. Het waarschijnlijkste was, dat zij door een schip, dat +zijn koers naar het eiland richtte, over boord was geworpen, in de +hoop dat zij wel naar de kust zou drijven, waar men haar later zou +terugvinden. De passagiers toch hadden de voorzorg genomen om de kist +aan een drijvend toestel te bevestigen. + +"Wij zullen haar naar het Rotshuis slepen," zeide de ingenieur, +"en daar zullen wij eens zien wat zij bevat; zoo wij nu op de kust +nog eenige overblijfselen van deze vermoedelijke schipbreuk vinden, +kunnen wij ze aan de eigenaars teruggeven. Zoo we niemand vinden...." + +"Zullen wij ze voor ons houden!" riep Pencroff uit. "Maar zie dan +toch eens wat er in is!" + +Zij haalden nu de boot en de kist op het strand, en daar het water +afliep lagen beide spoedig op het drooge. Nab was de werktuigen +gaan halen waarmede zij de kist konden openbreken zonder haar te +beschadigen, en nu zou de inhoud te voorschijn worden gehaald. Pencroff +gaf zich geen moeite zijn ontroering te verbergen. + +"Zeg eens," riep Nab uit, toen zij de kist geopend hadden, "zouden +er levensmiddelen in zijn?" + +"Ik hoop van niet," antwoordde de reporter. + +"Zoo er maar...." zeide de matroos fluisterend. + +"Wat?" vroeg Nab, die de woorden niet gehoord had. + +"Niets!" + +De zinken plaat sneden ze nu door en langzamerhand werden voorwerpen +van zeer verschillenden aard op het zand nedergelegd. Bij elk nieuw +voorwerp klonk een nieuw hoezee uit Pencroffs mond. Harbert klapte in +de handen en Nab danste als een neger. Er waren dan ook boeken, die +Harbert half krankzinnig van blijdschap maakten en keukengereedschap +dat Nab wel had willen kussen. + +Overigens hadden de kolonisten alle reden tot tevredenheid; want +de kist bevatte werktuigen, wapens, instrumenten, kleeren, boeken +enz. Zij bevatte ook een bijbel, een atlas, een woordenboek van +Australische talen, een encyclopedie in zes deelen en een groote +hoeveelheid wit papier. + +"Dat is zeker," zeide de reporter, toen zij alles uit de kist hadden +gehaald, "dat de eigenaar van dezen inboedel een practisch man +is. Werktuigen, wapenen, instrumenten, kleederen, keukengereedschap, +boeken, niets ontbreekt er in. Men zou waarlijk zeggen, dat hij een +schipbreuk verwachtte, en dat hij nu alle voorzorgen genomen heeft." + +"Niets ontbreekt er," mompelde Cyrus Smith geheel in gepeins verzonken. + +"En ook is het wel waarschijnlijk," voegde Harbert er bij, "dat de +eigenaar van deze kist geen maleische zeeroover is!" + +"Misschien is de eigenaar wel door de zeeroovers gevangen genomen...." + +"Dat is toch niet waarschijnlijk," antwoordde de reporter. "Mij schijnt +het mogelijker toe, dat een Amerikaansch of Europeesch schip in deze +streek is bezet geraakt en dat de bemanning het noodigste wilde redden +en uit dien hoofde deze kist over boord heeft geworpen." + +"Is dat ook uw idee, mijnheer Cyrus?" vroeg Harbert. + +"Ja, beste jongen," antwoordde de ingenieur, "het heeft zoo kunnen +gebeuren. Het is mogelijk dat op het oogenblik, dat zeelieden een +schipbreuk voorzagen, zij in deze kist alle mogelijke noodzakelijke +voorwerpen geborgen hebben, opdat zij die weder op een bepaald punt +der kust zouden kunnen wedervinden...." + +"Zelfs een doos met photographie-toestellen!" riep de matroos op +verbaasden toon. + +"Van dien toestel zie ik nu juist het nut niet in," zeide Cyrus Smith, +"en een vollediger voorraad kleeren en voedsel zou ons en elken +anderen schipbreukeling beter te pas zijn gekomen en vooral meer +kruit en lood!" + +"Maar is er op al die instrumenten, werktuigen en boeken geen enkel +teeken, geen naam, die ons op het spoor van den eigenaar zou kunnen +brengen?" vroeg Gideon Spilett. + +Dat zouden zij nog onderzoeken. + +Elk voorwerp werd dus met de grootste nauwkeurigheid nagezien, vooral +de boeken, de instrumenten en de wapenen. Maar noch de wapenen, +noch de instrumenten droegen, in strijd met de gewoonte, eenig merk +van een fabrikant; en toch was alles in zeer goeden staat en scheen +het nog nooit gebruikt te zijn; alles was nieuw en dus een duidelijk +bewijs dat de voorwerpen niet bij toeval in de kist waren geworpen, +maar integendeel allen uitgezocht en gerangschikt waren. Ook bleek +dit ten duidelijkste uit het tweede zinken bekleedsel, dat alles voor +nat bewaard had en dat men niet in een oogenblik van haast er in had +kunnen brengen. + +Het woordenboek was Engelsch, maar droeg noch den naam van den +schrijver noch dien van den uitgever. + +Evenals de bijbel, ook Engelsch en die zeer veel gelezen scheen +te zijn. + +De atlas was een prachtig werk met wereldkaarten en verschillende +hemelkaarten, en de namen waren allen in het fransch! maar noch een +datum noch de naam van een uitgever stonden er op. + +Er was dus op al deze voorwerpen geen enkel merk te vinden, waaruit zij +de plaats konden opmaken, waar zij waren vervaardigd of uitgegeven, +dus konden zij ook de nationaliteit van het schip niet gissen, dat +zich onlangs in deze streken moest bevonden hebben. + +Maar vanwaar kwam die kist, welke de kolonisten van het eiland Lincoln +zoo rijk maakte, al hadden zij met behulp der natuur veel zelf weten +te vervaardigen en zich uit menige moeilijke zaak weten te redden. + +Toch was een van hen nog niet tevreden. Het was Pencroff. Het scheen +dat die kist niet het voorwerp bevatte, waarop hij juist zulk een +prijs stelde, en naarmate de kist ledig raakte, werden ook zijn +hoezee's zwakker en toen alles er uit gehaald was, mompelde hij: + +"Alles is goed en wel, maar gij zult zien, dat er niets voor mij +in is." + +Nab vroeg toen: + +"Wat verwachttet gij dan wel, vriend Pencroff?" + +"Een half pond tabak!" antwoordde Pencroff ernstig, "en niets zou +dan aan mijn geluk ontbroken hebben!" + +Zij konden niet nalaten over deze opmerking van den matroos te +glimlachen. + +De kolonisten oordeelden het thans noodzakelijker dan ooit om het +eiland te gaan onderzoeken. Zij besloten dus den anderen morgen +hiermede een aanvang te maken. Zoo eenige schipbreukelingen op een +gedeelte van de kust geland waren, dan was het wel te vreezen, dat zij +gebrek leden en moesten zij hen zoo spoedig mogelijk te hulp snellen. + +Dien dag brachten zij de verschillende voorwerpen naar het Rotshuis +en rangschikten die in de groote zaal. + + + + +XXV. + + Het vertrek.--De eb.--De boomen- en plantenwereld.--Het + boomkruipertje.--Het bosch.--De Eucalypten.--De + koortsboom.--Apen.--De waterval.--Nachtelijk kamp. + + +Den anderen dag--30 October--was alles gereed tot hun voorgenomen +onderzoek, dat door de laatste gebeurtenissen zoo hoog noodzakelijk +was geworden. De dingen hadden inderdaad zulk een wending genomen, +dat de kolonisten van het eiland Lincoln thans niet meer er aan +dachten geholpen te worden, maar veeleer om hulp te verleenen. + +Zij kwamen dus overeen de Mercy zoo ver die bevaarbaar was, +te volgen. Een gedeelte van den weg konden zij dus, zonder zich +veel te vermoeien, afleggen, en ook zagen zij zich nu in staat +levensmiddelen en wapenen tot in het westelijke gedeelte van het eiland +te brengen. Zij moesten niet alleen bedacht zijn op de voorwerpen, +welke zij met zich namen, maar ook op die, welke zij misschien naar het +Rotshuis terug zouden moeten voeren. Zoo er schipbreuk geleden was op +de kust, gelijk zij veronderstelden, zou het niet aan overblijfselen +ontbreken, die hun goed te stade zouden kunnen komen. Met dit +vooruitzicht zou de wagen hun van meer dienst kunnen wezen dan de +ranke boot, maar die zware en groote wagen moesten zij voorttrekken; +hij zou dus hun tocht niet gemakkelijker gemaakt hebben, en Pencroff +kon niet nalaten evenals over zijn half pond tabak, zijn spijt te +kennen te geven, dat er in de kist niet een paar flinke paarden van +New-Jersey waren, die de kolonisten nu zoo goed te stade zouden komen! + +De levensmiddelen, welke zij medegenomen hadden, bestonden uit vleesch, +bier en likeuren, een hoeveelheid, waaraan zij drie dagen lang genoeg +zouden hebben--want langer dacht Cyrus Smith zijn onderzoek niet te +doen duren. Bovendien zouden zij onderweg hun voorraad wel vernieuwen +en Nab nam dus zijn klein draagbaar fornuis mede. + +Zij voorzagen zich verder slechts van de twee houthakkersbijlen, +om zich een weg door het dicht begroeide woud te banen, alsook van +den verrekijker en van het kompas. Verder nog een paar geweren met +vuursteenen, die van meer nut zouden zijn dan percussiegeweren, daar +men gemakkelijk andere vuursteenen kon vinden, voor het geval dat men +ze verloor. Ook karabijnen en eenige kardoezen namen zij mede. Van +het buskruit moesten zij ook een kleinen voorraad bij zich hebben, +maar de ingenieur was van plan om een ontplofbare zelfstandigheid te +maken, die hen in staat zou stellen, het buskruit te sparen. Verder +staken zij nog een kort-jan bij zich en op deze wijs toegerust, konden +de kolonisten zich gerust in die dichte bosschen wagen en behoefden +zij niet te vreezen, dat zij het er niet goed zouden afbrengen. + +Het is onnoodig er bij te voegen, dat Pencroff, Harbert en Nab hun +hoogste wenschen vervuld zagen, hoewel Cyrus Smith hen had doen beloven +dat zij, zonder zijn toestemming, geen geweerschot zouden lossen. + +Ten zes ure 's morgens staken zij van wal. Allen scheepten zich in, +ook Top, en het vaartuig stevende toen naar de monding der Mercy. + +Nu en dan, wanneer zij gemakkelijk den oever konden bereiken, landden +zij. Dan onderzochten Gideon Spilett, Harbert en Pencroff de kust met +hun geweer op schouder, voorgegaan door Top. Behalve het wild, was het +ook wel mogelijk dat zij op hun weg de eene of andere zeldzame plant +vonden, die zij niet mochten verwaarloozen; de jeugdige natuurkundige +zag zijn wenschen dan ook vervuld, want hij ontdekte spoedig een soort +van wilde spinazie, die zij gemakkelijk zouden kunnen overplanten. + +"Weet gij wat dit voor een plant is?" vroeg Harbert aan den matroos. + +"Tabak!" riep Pencroff uit, die dit kruid, dat hij zooveel liefde +toedroeg, nooit anders dan in zijn pijp gezien had. + +"Neen, Pencroff," antwoordde Harbert, "het is geen tabak maar +mostaard!" + +"Loop heen met je mostaard!" zeide Pencroff; "maar zoo ge soms een +tabaksplantje vindt, neem het dan toch vooral mee." + +"Wij zullen het eenmaal vinden!" hernam Gideon Spilett. + +"Ja?" riep Pencroff uit. "Waarlijk, dien dag zou ik niets meer weten, +dat ons op het eiland ontbrak." + +De verschillende planten, die zij met wortel en al hadden uitgetrokken, +werden in de boot gelegd, welke door Cyrus Smith, die geheel in +gedachten verzonken was, niet werd verlaten. + +De reporter, Harbert en Pencroff stapten menigmaal aan wal, nu eens +op den rechter, dan weder op den linkeroever der Mercy. De eerste was +minder rotsachtig, maar de andere boschrijker. De ingenieur zag nu +ook, met behulp van zijn kompas, dat de richting der rivier, sedert +de eerste wending, noordoostelijk was geworden en drie mijlen lang +bijna geheel lijnrecht was. Maar wel moest hij veronderstellen, dat +die richting verderop veranderen zou en dat de Mercy noordwestelijk +zou loopen, naar het voorgebergte van den Franklin, die haar van +water moest voorzien. + +Bij een dezer uitstapjes gelukte het Gideon Spilett zich meester +te maken van een paar hoenders. Het waren vogels met lange en +spitse bekken, zeer langen hals, korte vleugels en bijna geen +staarten. Harbert herkende ze terstond voor grashoenders en zij +besloten dat zij de bewoners van den toekomstigen kippenren zouden +zijn. + +Tot nog toe hadden zij geen geweerschot gelost en het eerste, dat in +het bosch van Far-West knalde, was om een prachtigen vogel te treffen, +die op een ijsvogel geleek. + +"Ik herken hem!" riep Pencroff uit, en ondanks zichzelf ging zijn +geweer af. + +"Wat herkent gij?" vroeg de reporter. + +"De vogel, die ons de eerste maal ontsnapt is, en naar wien wij dit +gedeelte van het bosch genoemd hebben." + +"De amerikaansche boomkruiper," zeide Harbert. + +Het was inderdaad een boomkruiper met zijn lange veeren, waarover een +metaalkleurige glans ligt verspreidt. Eenige kogeltjes hadden hem ter +aarde doen vallen en Top bracht hem naar de boot, tegelijk met eenige +parkieten, zoo groot als duiven, groenkleurig, met karmozijnroode +vleugels en rechtopstaande witte kuiven. + +De eer hiervan kwam den knaap toe, die er ook trotsch op was. De +parkietjes waren een beter wild dan de boomkruiper waarvan het vleesch +taai is, maar men kon Pencroff moeilijk tot de overtuiging brengen +dat hij niet den koning der eetbare vogels had gedood. + +Het was tien uur in den morgen toen de prauw een tweede bocht der Mercy +bereikte, ongeveer vijf mijlen verwijderd van de monding. Hier legden +de kolonisten weder aan om te ontbijten en een half uur brachten zij +door onder de hooge en zware boomen. De rivier was hier nog zestig à +zeventig voet breed en haar bedding vijf à zes voet diep. De ingenieur +had wel bemerkt dat verscheidene vertakkingen den stroom voedden, +maar het waren onbevaarbare beken. + +Het bosch strekte zich, zoover het oog reikte, achter hen uit. Nergens, +noch in het hooge struikgewas, noch onder de boomen, noch op den +oever van de Mercy, was het spoor van eenig menschelijk wezen te +zien. De kolonisten vonden nergens iets wat hun verdacht voorkwam, +en het was blijkbaar dat nooit een bijl deze stammen had gekloofd en +nooit een mes ze had gesnoeid. + +Zoo eenige schipbreukelingen op het eiland waren geworpen, hadden zij +de kust nog niet verlaten, en niet onder deze zware boomen moesten +zij de overblijfselen van een waarschijnlijke schipbreuk zoeken. De +ingenieur spoorde hen dus tot grooter spoed aan om de westkust van het +eiland Lincoln te bereiken, die volgens zijn berekening hoogstens vijf +mijlen verwijderd was. Zij roeiden dus verder, maar de bedding van de +Mercy scheen niet zooals zij eerst dachten naar de kust te loopen, maar +veeleer naar den berg Franklin; zij besloten dus zoolang van de prauw +gebruik te maken als er genoeg water was om vlot te blijven. Hierdoor +bespaarden zij zich groote vermoeienissen en wonnen zij veel tijd, +want zij zouden zich, door dat dichtbegroeide kreupelhout door middel +van hun bijl, een weg hebben moeten banen. Weldra echter hield de +stroom geheel op; zij moesten dus hun roeispanen weder gebruiken. Nab +en Harbert plaatsten zich dan ook op de bank, Pencroff aan het roer +en zij roeiden de rivier verder op. + +Het scheen dat het bosch in de richting van Far-West lichter werd. De +boomen stonden minder dicht bij elkaar en vaak zag men er geheel +afzonderlijk staande. Maar juist door dat zij meer verspreid stonden, +konden zij beter partij trekken van die vrije en frissche lucht, welke +om hen heen speelde en waren zij dan ook weelderiger dan de overigen. + +Wat prachtige exemplaren van de plantenwereld dezer streek! Zeker zou +een kruidkundige, op hun gezicht, zonder aarzelen de parallel kunnen +noemen, die over het eiland Lincoln loopt! + +"Het zijn eucalypten!" riep Harbert uit. + +Het waren inderdaad die prachtige planten, de laatste reuzen van den +zoom der tropische luchtstreken en stamverwanten van die, welke men +in Australië, Nieuw-Zeeland en in alle overige landen vindt, welke +onder dezelfde breedte als het eiland Lincoln gelegen zijn. Sommigen +verhieven zich tot een hoogte van twee honderd voet. De stam had dan +bij den wortel een omvang van twintig voet en over de schors liepen +netvormige vezels, die een zeer aangename geur verspreidden en die vijf +duim dik waren. Niets prachtigers, maar ook niets zeldzamers dan deze +grootsche eucalypten, waarvan de bladeren schuin naar het licht zijn +gekeerd en alzoo de stralen der zon tot op de aarde doen doordringen! + +"Dat zijn eerst boomen!" riep Nab uit, "maar zijn zij tot iets +geschikt?" + +"Och," antwoordde Pencroff. "Er moeten zoowel reuzenplanten als +reuzenmenschen zijn. Die dienen tot niets anders dan om op de kermis +vertoond te worden!" + +"Ik geloof dat gij u vergist, Pencroff," antwoordde Gideon Spilett, +"en dat het hout dezer boomen tegenwoordig door de schrijnwerkers +zeer veel gebruikt wordt." + +"En ik voeg er bij," zeide de knaap, "dat deze eucalypten tot een +familie behooren, die zeer nuttige leden telt: daar hebt ge den +Indischen pereboom, met zijn granaatperen; den kruidnagelboom, die ons +kruidnagelen geeft; den granaatappelboom, die granaatappels draagt; +verder de Anjelier-myrten, uit wier vruchten een vrij goede wijn kan +bereid worden, ook nog de myrte "ugni," die zeer veel alcohol bevat; +de myrte "caryophyllus," waarvan de schors kaneel geeft; de "engenia +pementa," die ons de spaansche peper schenkt; de gewone myrte, wier +bessen onze peper kunnen vervangen; de eucalyptus robusta, die een +uitnemende manna voortbrengt; de eucalyptus gunei, waarvan het sap +door gisting tot bier bereid kan worden, en eindelijk alle andere +boomen, die onder den naam van levensboomen of ijzerhout bekend zijn, +en die allen tot de familie der myrteceeën behooren, en zes en veertig +geslachten en dertien honderd soorten tellen." + +Zij lieten den knaap stil zijn botanisch lesje opzeggen. Cyrus hoorde +hem met een glimlach op het gelaat aan en Pencroff met een zekeren +trots, die moeilijk te beschrijven is. + +"Goed Harbert, heel goed Harbert," zeide Pencroff, "maar ik durf +toch beweren dat al die nuttige boomen, welke gij ons daar opnoemt, +toch zulke reuzen niet zijn als deze!" + +"Dat is zoo, Pencroff!" + +"En het komt dus op mijn gezegde van daareven neer, dat reuzen tot +niets geschikt zijn!" + +"Dat hebt ge mis, Pencroff," zeide toen de ingenieur, "en juist zijn +die reusachtige eucalypten, welke ons nu beschaduwen, tot iets nut." + +"En tot wat dan?" + +"Het land waar zij groeien, maken zij gezond.--Weet ge hoe men ze in +Australië en Nieuw-Zeeland noemt?" + +"Neen, mijnheer Cyrus." + +"Men noemt ze koortsboomen." + +"Omdat ze koorts geven?" + +"Neen, omdat zij die wegnemen." + +"Goed, dat ga ik opschrijven," zeide de reporter. + +"Schrijf het op, Spilett, want het schijnt gebleken, dat daar waar men +eucalypten vindt, moeraskoortsen worden geweerd. Men heeft getracht om +dit natuurgeneesmiddel in zuidelijk Europa en het noorden van Afrika, +waar de grond zeer ongezond is, over te brengen en het heeft zeer +heilzaam op de bewoners gewerkt. In de streken waar men myrtenbosschen +vindt heerschen geen koortsen meer." + +"O, welk een eiland! Welk een gezegend eiland!" riep Pencroff +uit. Waarlijk er ontbreekt ons niets dan...." + +"Dat zal ook wel komen, Pencroff, wij zullen het wel vinden," +antwoordde de ingenieur, "maar laten wij nu weder in de boot gaan en +zoover varen als de rivier onze prauw dragen kan!" + +Het vaartuig ging nu dwars door het bosch; de boomen werden hoe langer +hoe dichter, en zoo de oogen van den matroos hem niet bedrogen, +meende hij apen tusschen het kreupelhout te bespeuren. Zelfs meer +dan eens stonden twee of drie van deze dieren op eenigen afstand van +de boot en zagen zij de kolonisten aan, zonder dat zij eenigen angst +aan den dag legden bij het zien van een mensch, want zij wisten nog +niet dat zij iets van dezen te vreezen hadden. De kolonisten zouden +ze gemakkelijk met de kolf van hun geweer hebben kunnen dooden, +maar Cyrus Smith verzette zich tegen zulk een doelloozen moord, +waartoe Pencroff wel lust scheen te hebben. Bovendien was het zeer +voorzichtig gezien, want van deze apen, die zeer sterk en behendig +zijn, konden zij veel te vreezen hebben en beter was het ze niet uit +te tarten door een onnoodigen aanval. + +Wel is waar beschouwde de matroos de apen alleen als voedingsmiddel, +en inderdaad zijn deze dieren, welke slechts plantaardig voedsel +gebruiken, een zeer smakelijk wild. + +Tegen vier uur werd het bevaren der Mercy nog lastiger en nu ontmoetten +zij telkens hinderpalen door waterplanten, en reeds ging de bedding +der rivier onder de uiterste punten van het Franklin-gebergte door. De +oorsprong kon dus niet ver verwijderd meer wezen, daar zij zich voedde +met alle beken van de zuidelijke helling van den berg. + +"Binnen een kwartier zullen wij genoodzaakt zijn halt te houden, +mijnheer Cyrus," zeide de matroos. + +"Welnu, dan zullen wij halt houden, Pencroff, en wij zullen ons kamp +voor den nacht opslaan." + +"Hoever kunnen wij van het Rotshuis verwijderd zijn?" vroeg Harbert. + +"Ongeveer zeven mijlen," hernam de ingenieur, "maar dan zijn de +bochten die de rivier maakt, en die ons in het noordwesten brachten, +medegerekend." + +"Zullen wij nog verder gaan?" vroeg de reporter. + +"Ja, zoolang wij kunnen," gaf Cyrus Smith ten antwoord. "Morgen, +bij het krieken van den dag, zullen wij de boot hier achterlaten en +dan hoop ik binnen twee uur de kust bereikt te hebben. Dan hebben +wij het verdere van den dag voor ons om dat gedeelte te onderzoeken." + +"Vooruit dan!" antwoordde Pencroff. + +Bij een laatste wending der rivier zagen zij door de boomen een +waterval. De boot stootte nu op vasten wal, en eenige oogenblikken +later lag zij, aan een boomstam vastgemaakt, op den rechter oever +der rivier. + +Het was nu vijf uur. De laatste zonnestralen verdwenen achter de boomen +en verlichtten nog den kleinen waterval, waarvan het schuim schitterde +met alle kleuren van den regenboog. Zij kampeerden in dezen omtrek, +die zeer prachtig was. De kolonisten ontscheepten zich en zij legden +nu een vuur aan onder zeer breede takken, waaronder Cyrus Smith en +zijn makkers, zoo noodig, een nachtverblijf hadden kunnen vinden. + +Spoedig was het avondmaal genuttigd, want zij hadden honger en zij +moesten nu voor een nachtverblijf zorgen. Maar bij het vallen van den +avond, had een verdacht gebrul hun aandacht getrokken. Zij besloten +dus het vuur voor den nacht aan te houden, zoodat zij in hun slaap +door het flikkeren der vlammen tegen alle aanvallen beschermd waren. + +Nab en Pencroff waakten om beurten en spaarden dan ook geen +brandstof. Misschien bedrogen zij zich niet, toen zij meenden +eenige schimmen van dieren om hun kamp te zien dwalen, hetzij in het +kreupelhout of onder de boomen; maar de nacht ging zonder bijzondere +gebeurtenissen voorbij en den anderen dag, 31 October, om vijf uur +in den morgen, waren allen gereed om te vertrekken. + + + + +XXVI. + + Op weg naar de kust.--Eenige apen.--Een nieuwe stroom.--Een + bosch op de kust.--De hagedis.--Gideon Spilett wordt door + Harbert benijd.--De bamboe. + + +Ten zes ure 's morgens, na hun ontbijt, begaven de kolonisten zich op +pad, met het plan om langs den kortst mogelijken weg, de westelijke +kust van het eiland te bereiken. In hoeveel tijd konden zij daar +komen? Cyrus Smith had gezegd in twee uur, maar dat hing af van +de hinderpalen, die zij op hun weg zouden ontmoeten. Dit gedeelte +van het Far-West scheen dicht begroeid te zijn, en evenals in het +kreupelhout was hier een groote verscheidenheid van planten. Het was +dus waarschijnlijk dat zij zich met de bijl in de hand een weg door +het gras, het kreupelhout en de slingerplanten moesten banen--en met +het geweer ook, als zij zich het gebrul der wilde dieren herinnerden, +dat zij dien nacht gehoord hadden. + +Zij vertrokken niet vóór zich overtuigd te hebben, dat de prauw goed +op het drooge lag. Pencroff en Nab zorgden voor de levensmiddelen, die +hen gedurende twee dagen in het leven moesten houden. Aan jagen werd +thans niet meer gedacht en de ingenieur had hun het schieten verboden, +ten einde hun tegenwoordigheid in den omtrek niet te verraden. + +De eerste bijlslagen troffen het kreupelhout, even boven den waterval, +en met het kompas in de hand wees Cyrus Smith hun de richting, die +zij volgen moesten. Het bosch bestond nu voor een groot gedeelte uit +boomen, die zij reeds in de nabijheid van het meer en de bergvlakte +het Verre Uitzicht gevonden hadden. De kolonisten konden dus slechts +zeer langzaam voorwaarts gaan op den weg, dien zij zich zelven moesten +banen, en die, volgens de meening van den ingenieur, verderop in +verband moest staan met de Roode Beek. + +Gedurende de eerste uren van hun tocht zagen zij de troepen apen weer, +die de grootste verbazing aan den dag legden bij het aanschouwen van +menschen, welke zij voor de eerste maal schenen te ontmoeten. Gideon +Spilett kon niet nalaten te vragen, of die vlugge en krachtige dieren +hen niet voor verbasterde broeders zouden aanzien. En wezenlijk, +de eenvoudige voetgangers, die bij elken stap dien zij deden, door +de takken werden tegengehouden, staken niet zeer schitterend af bij +de behendige dieren, die van den eenen tak op den anderen sprongen, +zonder dat hen iets in hun sprong tegenhield. De apen waren hier zeer +talrijk, maar gelukkig gaven zij geen teekenen van vijandigheid. Ook +zagen de kolonisten nog wilde zwijnen, konijnen, varkens, kangaroes +en andere knaagdieren en twee of drie koula's die Pencroff gaarne +met een geweerschot begroet had. + +"Maar," zeide hij, "de jacht is niet geopend. Springt dus maar, mijn +vrienden, en vliegt in vrede voort! Bij onzen terugkeer zullen wij +wel eens een paar woordjes samen spreken!" + +Tegen half tien werd de weg, die hen recht naar het zuidwesten leidde, +plotseling door een onbekend water versperd, dat tusschen de dertig +en veertig voet breed was, en welks snelle stroom, het gevolg van +zijn hellende bedding, brekende op de talrijke rotsen, zich met +groot gedruisch voortspoedde. Deze rivier was diep en zeer helder, +maar geheel onbevaarbaar. + +"Nu kunnen wij niet verder!" riep Nab uit. + +"Jawel," antwoordde Harbert, "want het is slechts een beek, die wij +gemakkelijk kunnen overzwemmen." + +"Waartoe zou dat leiden?" vroeg Cyrus Smith. "Zeer waarschijnlijk +loopt deze rivier naar zee. Laten wij aan den linker oever blijven, +en wanneer wij dien volgen zou het mij zeer verwonderen zoo wij niet +aan de kust uitkomen. Vooruit dus!" + +"Een oogenblik," sprak de reporter. "Hoe is de naam dezer rivier, +mijne vrienden? Laten wij onze aardrijkskunde bijhouden." + +"Gij hebt gelijk!" beaamde Pencroff. + +"Doop gij haar, beste jongen," zeide de ingenieur tot Harbert. + +"Ware het niet beter dat wij eerst de monding zochten?" merkte +Harbert aan. + +"Ook goed," antwoordde Cyrus Smith. "Laten wij dan niet langer +stilstaan." + +"Nog even!" riep Pencroff uit. + +"Wat is er?" vroeg de reporter. + +"De jacht is wel verboden, maar de vischvangst toch niet, veronderstel +ik," zeide de matroos. + +"Wij hebben geen tijd te verliezen," gaf de ingenieur hierop ten +antwoord. + +"Kom, vijf minuten!" hernam Pencroff. "Ik vraag slechts vijf minuten +in het belang van ons ontbijt!" + +En Pencroff knielde aan den kant van de beek, stak zijn beide handen +in het heldere water en spoedig legde hij eenige kreeften op het droge. + +"Dat zal goed smaken!" riep Nab uit, terwijl hij de matroos te +hulp kwam. + +"Alles is hier op het eiland, behalve tabak," mompelde Pencroff met +een zucht. + +Zij hadden geen vijf minuten oponthoud door die merkwaardige vangst, +want de kreeften waren in overvloed in de beek. Van deze schaaldieren, +waarvan de schubben een blauwe kobaltkleur hebben, en die van een +schaar voorzien zijn, vulden zij een zak en vervolgden toen hun weg. + +Nu zij den oever van deze rivier hielden, ging de tocht veel +gemakkelijker en sneller. Ook hier was geen enkele menschelijke +voetstap te vinden. Nu en dan ontdekten zij het spoor van groote +viervoetige dieren die zeker hun dorst aan deze beek plachten te +lesschen, maar overigens niets en het was niet in dit gedeelte van +het Far-West dat het konijn getroffen was door het hageltje, hetwelk +aan Pencroff een tand kostte. + +Toch moest Cyrus Smith tot het besluit komen, toen hij den snellen +stroom gadesloeg, dat hij en zijn vrienden zich verder van de +westelijke kust bevonden dan zij eerst gemeend hadden. + +De rivier werd echter langzamerhand breeder en het water kalmer. De +boomen stonden aan beide zijden der rivier even dicht naast elkander, +en men kon er onmogelijk doorheen zien; maar dat onafzienbare bosch +was zeker geheel verlaten, want Top blafte niet en het verstandige +dier zou zich wel gehaast hebben hen te waarschuwen, zoo er zich +vreemdelingen in den omtrek van het water hadden bevonden. + +Het was half elf toen Harbert, die hen een eind voor was, tot groote +verbazing van Cyrus Smith plotseling uitriep: + +"De zee!" + +En eenige oogenblikken later hadden zij den zoom van het bosch bereikt +en zagen zij de westelijke kust van het eiland voor zich. Maar welk +een verschil was er tusschen deze kust en die waarop het toeval +hen geworpen had. Geen rotsen, geen klippen, zelfs geen strand. Het +bosch vormde de kust en de laatste boomen, door de golven gebeukt, +bogen zich over het water. Het was geen kust, zooals de natuur +die gewoonlijk vormt, namelijk een zeer breed strand van zand of +een rotsketen, maar een prachtig bosch, waarin de schoonste boomen +groeiden. De oever was zoo hoog dat hij ook bij springtij boven de +oppervlakte der zee uitstak, en op dien vruchtbaren grond, door een +rots begrensd, schenen die boomen even vast geplant te zijn als in +het binnengedeelte van het eiland. + +Het weer was schoon en van de steile kust, waarop Pencroff en Nab +het maal bereidden, kon men zijn blik zeer ver laten gaan. De horizon +was helder, maar geen zeil was er te bespeuren. Op de geheele kust, +zoover het oog reikte, was geen schip noch overblijfsel van eenig +vaartuig te zien. Maar de ingenieur was niet eer overtuigd, dan nadat +hij de kust van de uiterste punt tot aan het Slangen-schiereiland +zou onderzocht hebben. + +Het ontbijt was spoedig genuttigd en ten half twaalf beval Cyrus +Smith te vertrekken. In plaats van hun weg over de klippen te nemen +en het strand te volgen, moesten de kolonisten nu den zoom van het +bosch houden, die evenwijdig met de kust liep. + +De afstand die de monding van de rivier scheidde van het +Hagedis-voorgebergte, was ongeveer twaalf mijlen. In vier uur hadden +zij, wanneer het strand begaanbaar was, en zelfs zonder zich te +haasten, dien afstand kunnen afleggen, maar nu hadden zij het dubbele +van dien tijd noodig om hun doel te bereiken, want de boomen die zij +moesten omloopen, het hout dat zij moesten kappen, de slingerplanten +die zij moesten breken, dat alles hield hen gedurig op. + +Overigens was geen enkel spoor te zien van een schipbreuk. Wel is +waar, zooals Gideon Spilett opmerkte, had de zee alles weder mede +kunnen slepen, en men kon dus nog niet beweren, al vond men ook geen +enkel bewijs, dat er geen schip op dit gedeelte van de kust van het +eiland Lincoln gestrand was. + +De redeneering van den reporter was juist, en bovendien bewees het +voorgevallene met het hageltje ontegenzeggelijk dat er hoogstens drie +maanden geleden een geweerschot op het eiland gelost was. + +Het was reeds vijf uur in den namiddag en nog was het +Slangenschiereiland twee mijlen verwijderd van de plaats waar de +kolonisten zich thans bevonden. Het was zeer waarschijnlijk dat wanneer +zij kaap Hagedis bereikt hadden, Cyrus Smith en zijn makkers den tijd +niet zouden hebben om voor het ondergaan der zon naar het kamp, dat +zij bij de bronnen der Mercy opgeslagen hadden, terug te keeren. Dus +zouden zij genoodzaakt zijn in deze streek den nacht door te brengen. + +Tegen zeven uur 's avonds kwamen de kolonisten uitgeput van vermoeienis +aan kaap Hagedis, een soort van krul door de zee gevormd. Hier eindigde +het bosch van het schiereiland en de kust in het westelijk gedeelte +herkreeg weder het aanzien van een gewone kust met haar rotsen, klippen +en strand. Het was dus mogelijk, dat een schip op dit gedeelte was +stuk geslagen, maar de nacht viel in en zij moesten hun onderzoek +tot den anderen dag staken. Pencroff en Harbert gingen terstond een +geschikte plaats zoeken om hun nachtverblijf op te slaan. De laatste +boomen van het bosch van het Verre Westen eindigden in dat gedeelte +en daaronder vond Harbert kleine groepen bamboes. + +"Zie zoo," zeide hij, "dat is een kostbare vondst." + +"Kostbaar?" vroeg Pencroff. + +"Ja, zeker," antwoordde Harbert. "Als ik je alleen maar zeg, Pencroff, +dat de schors dezer bamboes, in smalle reepen gesneden, zeer goed +voor manden en korven geschikt is; die schors kan, tot een zachte +massa gekneed, tot Chineesch papier bereid worden; de halmen kunnen, +naarmate zij groot zijn, tot stokken, kachelpijpen en waterleidingen +dienen; de groote bamboezen kunnen zeer goed aangewend worden om +het een of ander te vervaardigen en nooit zullen de insecten er in +komen. Ik wil er nog niet eens bijvoegen dat, wanneer men de ruimte, +die er tusschen beide knoopen is, doorzaagt, en voor bodem er een +beschot dwars over heen legt, men op deze wijs stevige groote vaten +verkrijgt, die bij de Chineezen zeer in zwang zijn! En dat alles zou +u onverschillig wezen? Maar...." + +"Maar?" + +"Ik zal je ook nog zeggen, dat die bamboes in Indië als asperges +gegeten worden." + +"Asperges van dertig voet lang!" riep de matroos uit. "En smaken +zij goed?" + +"Uitmuntend," antwoordde Harbert. "Maar het zijn geen stengels van +dertig voet die men eet, maar jonge halmpjes." + +"Heel goed, beste jongen, heel goed!" gaf Pencroff ten antwoord. + +"Ook is het merg van jonge halmen, in de azijn gelegd, een zeer +lekker zuur." + +"Het wordt hoe langer hoe beter. + +"En bovendien is er tusschen de knoopen een suikerachtige likeur, +waaruit wij een geurigen drank kunnen bereiden." + +"Is dat alles?" vroeg de matroos. + +"Ja." + +"En wij kunnen het niet rooken?" + +"Neen, beste Pencroff, wij kunnen het niet rooken." + +Lang hadden Harbert en Pencroff niet naar een geschikte plaats voor den +nacht te zoeken. De rotsen, die tamelijk ver van elkander verwijderd +waren, door het slaan der golven tegen de kust en den noordwesten +wind, boden holen aan waarin zij zich gerust te slapen konden leggen, +zonder voor den invloed van de nachtlucht bevreesd te zijn. Maar op +het oogenblik dat zij op het punt stonden om in een dezer holen door +te dringen, werden zij door een hevig gebrul daarvan weerhouden. + +"Terug!" riep Pencroff. "Wij hebben niets dan hagel in onze geweren +en die dieren, die zulk een gebrul laten hooren, geven daar evenveel +om als om zoutkorrels!" + +De matroos greep Harbert bij den arm, sleepte hem mede uit de rots, +juist op hetzelfde oogenblik dat zich een prachtig dier aan den +ingang vertoonde. + +Het was een tijgerkat van ongeveer dezelfde grootte als die welke men +in Azië vindt, dat wil zeggen, dat zij van den kop tot den staart +vijf voet lang was. Op haar huid waren regelmatige zwarte vlekken, +die weder doorsneden werden door het witte haar van haar buik. Harbert +herkende in haar terstond den krachtigen vijand van den tijger en veel +meer te duchten dan een jaguar, die slechts de vijand van den wolf is! + +De tijgerkat sloop, langzaam en behoedzaam om zich ziende, voorwaarts; +de haren stonden rechtop, haar oogen schitterden, alsof het niet de +eerste maal was, dat zij de tegenwoordigheid van een mensch voelde. + +Op dit oogenblik kwam de reporter van achter een hooge rots en Harbert, +die meende dat hij de tijgerkat nog niet bespeurd had, snelde naar +hem toe; maar Gideon Spilett wenkte hem met de hand en vervolgde +zijn weg. Het was zijn eerste tijger niet; hij naderde hem tot op +tien pas en stond toen onbeweeglijk stil met de aangelegde karabijn, +zonder een spier te verroeren. + +De tijgerkat trok zijn leden samen en sprong op den jager toe, maar op +hetzelfde oogenblik trof een kogel hem tusschen zijn oogen en viel hij +dood ter aarde. Harbert en Pencroff snelden naar het dier. Ook Cyrus +en Nab kwamen in allerijl toeschieten en stonden eenige oogenblikken +in stomme verbazing over het prachtige beest, dat voor hen op den grond +lag en welks huid een sieraad zou wezen in de zaal van het Rotshuis. + +"O, mijnheer Spilett, wat bewonder en benijd ik u!" riep Harbert +opgetogen uit. + +"Goed, beste jongen," antwoordde de reporter, "gij zoudt hetzelfde +gedaan hebben." + +"Ik! Met dezelfde koelbloedigheid!" + +"Verbeeld je eens, Harbert, dat die tijgerkat een haas was, dan zoudt +gij met de grootste kalmte een schot op hem lossen." + +"Nu, is het niet erger?" vroeg Pencroff. + +"En thans," sprak Gideon, "nu deze tijgerkat haar hol verlaten heeft, +zie ik geen enkele reden, waarom wij dit voor van nacht niet zouden +innemen." + +"Maar anderen kunnen er in wederkeeren!" zeide Pencroff. + +"Als wij maar een vuur aan den ingang aanleggen, dan zullen zij het +niet wagen binnen te dringen." + +"Dan naar de woning van de tijgerkat!" antwoordde de matroos, terwijl +hij het lijk van het dier achter zich meesleepte. De kolonisten begaven +zich thans naar de verlaten schuilplaats van de tijgerkat en daar, +terwijl Nab haar van de huid ontdeed, verzamelden zij een groote +hoeveelheid droog hout, dat in overvloed in het bosch voorhanden was. + +Maar toen Cyrus Smith ook een groep bamboezen zag, sneed hij eenigen +af en mengde die tusschen het brandhout. + +Toen dit gedaan was, maakten zij de grot gereed, die met beenderen +lag bezaaid; zij laadden hun wapens voor het geval dat zij soms +onverwachts mochten aangevallen worden; daarop gebruikten zij hun +avondmaal en voor zij zich ter ruste begaven, staken zij den stapel +hout voor den ingang aan. + +Terstond daarop knetterde een waar vuurwerk in de lucht. Het was +het bamboes, dat wanneer het vlam vat als een vuurwerk ontploft. Dat +geraas alleen was reeds voldoende om wilde dieren angst aan te jagen. + +Maar dit middel om een luide ontploffing te weeg te brengen, was niet +door den ingenieur uitgedacht, want, volgens Marco Polo, gebruiken de +Tartaren het reeds sedert eeuwen met goed gevolg om de wilde dieren +in Midden-Azië op een afstand te houden. + + + + +XXVII. + + Voorstel om langs de zuidkust terug te keeren.--Vorm van de + kust.--Onderzoek naar de vermoedelijke schipbreuk.--Een wrak + in de lucht.--Ontdekking van een kleine haven.--Middernacht + aan de Mercy.--Een afdrijvende boot. + + +Cyrus Smith en zijn vrienden sliepen dien nacht den slaap der +rechtvaardigen in het hol van de tijgerkat, die dat zoo beleefd ter +hunner beschikking had gelaten. + +Bij het opgaan der zon stonden allen aan de kust, en aller blik richtte +zich naar den horizon, die voor tweederden te zien was. Voor de laatste +maal bevestigde Cyrus Smith dat er geen schip, geen romp op de geheele +oppervlakte te bespeuren viel en ook door den verrekijker kon men +niets verdachts ontdekken. Niets, zelfs op de kust, ten minste op dat +gedeelte, hetwelk de zuidelijke punt van het voorgebergte vormde over +een lengte van drie mijlen, want verder op hield een bocht binnenwaarts +het overige gedeelte van de kust voor het oog verborgen, en zelfs +aan het uiteinde van het Slangenschiereiland kon men kaap Klauw niet +ontdekken, die ook achter de hooge rotsen geheel verscholen lag. + +Zij moesten dus nu de zuidelijke kust van het eiland nog +onderzoeken. Men zou dat onderzoek terstond ondernemen, en den geheelen +dag, den 2den November, er aan te geven. + +Dat was volstrekt het oorspronkelijke plan niet, want toen zij de prauw +bij den oorsprong der Mercy hadden achtergelaten, waren zij overeen +gekomen, dat, wanneer zij de westelijke kust onderzocht hadden, +zij haar in het terugkeeren zouden medenemen en langs de Mercy het +Rotshuis weder bereiken. Cyrus Smith meende toen dat de westelijke +kust een voldoend toevluchtsoord kon aanbieden, zoowel voor een wrak, +als voor een schip in goeden staat; maar nu er op deze kust geen +schipbreuk geleden was, waren zij wel verplicht in het zuidelijke +gedeelte dat te gaan zoeken, wat zij in het westelijke niet gevonden +hadden. Gideon Spilett stelde nu het eerst voor, om het onderzoek te +vervolgen, zoodat de vraag: of er schipbreuk was geleden, kon opgelost +worden; daarom was het van het meeste belang te weten, hoe ver kaap +Klauw van het uiteinde van het schiereiland verwijderd was. + +"Ongeveer dertig mijlen," antwoordde de ingenieur, "als wij de bochten, +welke de kust maakt, in rekening brengen." + +"Dertig mijlen!" riep Gideon Spilett uit. "Wij zullen van daag dan +een fiksche wandeling hebben. Toch geloof ik dat wij langs de zuidkust +naar het Rotshuis moeten terugkeeren." + +"Maar," merkte Harbert op, "van kaap Klauw naar het Rotshuis is nog +tien mijlen." + +"Laten wij dan in 't geheel veertig mijlen rekenen," antwoordde de +reporter, "en niet aarzelen die af te leggen. Wij hebben dan de ons +geheel onbekende kust nagegaan, en behoeven geen nieuw onderzoek in +te stellen." + +"Dat is zeer juist gezien," zeide Pencroff. "Maar de prauw?" + +"De prauw is wel een dag alleen gebleven," gaf Spilett ten antwoord, +"dus kan zij ook nog wel een dag langer daar liggen! Tot nog toe +kunnen wij niet beweren, dat er dieven op het eiland zijn." + +"Toch," zeide de matroos, "als ik mij de geschiedenis van de schildpad +herinner, heb ik er geen groot vertrouwen in." + +"De schildpad! de schildpad!" antwoordde de correspondent, "weet ge +dan niet, dat de zee haar omgekeerd heeft." + +"Wie weet het?" mompelde de ingenieur. + +"Maar...." zeide Nab. + +Nab had iets te zeggen, dat was zeer duidelijk, want hij opende den +mond tot spreken, maar zeide niets. + +"Wat wilt ge zeggen, Nab?" vroeg de ingenieur. + +"Zoo wij langs het strand naar de kaap terugkeeren," gaf Nab ten +antwoord, "en als we de kaap zijn omgegaan dan kunnen we niet +verder...." + +"Door de Mercy! Dat is waar," riep Harbert uit, "en wij hebben dan +geen brug of boot om haar over te steken!" + +"Maar, mijnheer Cyrus, vindt ge niet dat wij door middel van eenige +drijvende stammen zeer goed de rivier kunnen oversteken?" + +"Het doet er niet toe," merkte Gideon Spilett op, "het zal toch altijd +goed wezen een brug te maken, zoo wij een gemakkelijken toegang tot +het bosch van het Verre Westen willen hebben!" + +"Een brug!" riep Pencroff uit. "Welnu, is mijnheer Cyrus Smith geen +ingenieur van zijn vak? Hij zal ons wel een brug maken wanneer we +die verlangen!" + +"Wanneer gij heden avond aan de andere zijde der Mercy wilt zijn, +zonder een draadje van uw kleeren nat te maken, dan zal ik daar wel +voor zorgen. Wij hebben nog slechts voor een dag levensmiddelen, +meer hebben we ook niet noodig en misschien zal het ons van daag +evenmin als gisteren aan wild ontbreken. Vooruit dus!" + +Nu het voorstel van den reporter zoo ondersteund werd door Pencroff, +gaf een ieder zijn goedkeuring er over te kennen, want allen wilden +gaarne uit de onzekerheid komen, en wanneer zij over kaap Klauw +terugkeerden hadden zij het eiland geheel doorzocht. Maar geen uur +mocht er thans verloren gaan, want een marsch van veertig mijlen was +geen kleinigheid, en zij behoefden er niet op te rekenen het Rotshuis +vóor den nacht te zullen bereiken. + +Ten zes ure 's morgens begaven de kolonisten zich dus op weg. Uit +voorzorg, ingeval zij soms twee- of viervoetige dieren mochten +ontmoeten, laadden zij hun geweren met kogels, en aan Top, die +den tocht moest openen, werd bevel gegeven den zoom van het bosch +te volgen. + +Toen zij de uiterste punt van het voorgebergte, dat als het ware den +staart van het schiereiland vormde, verlieten, maakte de kust een bocht +van vijf mijlen, welke zij spoedig hadden afgelegd, zonder dat zij, +na zeer nauwkeurige nasporingen, eenig teeken gevonden hadden van +een vroegere of tegenwoordige ontscheping, noch van een schipbreuk, +of van eenig kamp, noch de asch van een uitgedoofd vuur, of den indruk +van een voetstap. + +Het geheele gedeelte van het eiland, dat zij thans bezochten, was +hun vreemd, maar nadat zij een oogenblik gerust hadden, hadden zij +het met een oogopslag overzien. + +"Welk schip zich in deze streek durft wagen, is onherroepelijk +verloren," zeide Pencroff. "Zandbanken strekken zich hier tot zeer +ver in zee uit en verder op heeft men steile klippen. Het is hier +een gevaarlijke kust!" + +"Maar toch zou er eenig overblijfsel van een schip moeten te vinden +zijn," merkte de correspondent aan. + +"Ja, er zouden stukken hout op de klippen kunnen blijven liggen, +maar op de zandbanken niet," gaf de matroos hierop ten antwoord. + +"Waarom dat?" + +"Omdat die banken nog veel gevaarlijker dan de rotsen zijn, daar +zij alles verzwelgen wat er op komt; en weinige dagen zijn voldoende +om de romp van een schip van eenige honderden tonnen geheel te doen +verdwijnen." + +"Dus Pencroff," vroeg de ingenieur op zijn beurt, "zoo een schip hier +vergaan was, zou het volstrekt niet vreemd wezen als wij geen enkel +spoor er van vonden?" + +"Neen, mijnheer Smith, door de werking van den tijd of van den +storm. Toch zou het mij verwonderen, zoo zelfs in dat geval, geen stuk +mast of splinters op de kust geworpen waren buiten het bereik der zee." + +"Laten wij onze nasporingen dus vervolgen," antwoordde Cyrus Smith. + +Om een uur 's middags hadden de kolonisten de baai van Washington +bereikt; op dat oogenblik hadden zij twintig mijlen afgelegd. Nu +hielden zij eenigen tijd rust om zich wat te versterken. + +Toen er een half uur om was, begaven de vrienden zich weder op weg; hun +oog liet geen punt van de rotsen of het strand onopgemerkt. Pencroff +en Nab waagden zich zelfs tusschen die klippen, zoodra eenig voorwerp +hun aandacht trok. Maar geen enkel overblijfsel was er te bespeuren; +zij werden nu en dan slechts misleid door den zonderlingen vorm van +een rots. Wel waren er op dit strand een overvloed van schelpdieren +te vinden, maar zij konden die eerst medenemen wanneer er gemeenschap +bestond tusschen de beide oevers der Mercy en de middelen tot vervoer +beter waren. + +Na nog een paar uur geloopen te hebben, stelde Gideon Spilett zijn +vrienden voor op deze plek weder halt te houden. Dit werd aangenomen, +want de wandeling had aller eetlust opgewekt, en hoewel het uur voor +het middagmaal nog niet geslagen was, weigerde niemand zich met een +stuk vleesch te verkwikken. Zij zouden nu met eenig ander eten kunnen +wachten tot zij in het Rotshuis waren teruggekeerd. + +Eenige oogenblikken later waren de kolonisten onder een prachtige +groep pijnboomen gezeten en verslonden zij de gerechten die hun door +Nab werden voorgezet. De plek lag vijftig of zestig voet boven de +oppervlakte der zee. Zij konden dus alles goed overzien, en achter +de laatste rotsen van de kaap strekte zich de Unie-baai uit. Maar +noch het eilandje, noch de bergvlakte van het Verre Uitzicht waren +zichtbaar, en zij konden dit ook niet wezen, want de grond was hier +hooger en de hooge boomen verborgen den noordelijken horizon. + +Het is onnoodig er nog bij te voegen, dat ondanks de uitgestrektheid +der zee, die de tochtgenooten voor zich zagen, en hoewel de ingenieur +met zijn verrekijker de geheele oppervlakte, waarin hemel en water te +zamen smolten had nagegaan, geen schip was te bespeuren. Zij lieten +eveneens over dat geheele gedeelte der kust, dat hun nog onbekend was, +den verrekijker dwalen, maar geen spoor van een wrak was er te zien. + +"Kom," zeide Gideon Spilett toen, "wij moeten ons er overheen zetten +en ons troosten met de gedachte, dat niemand ons het bezit van het +eiland Lincoln zal komen betwisten!" + +"Maar wat moeten wij dan van het hageltje denken?" vroeg Harbert. "Het +was toch niet denkbeeldig." + +"Om den duivel niet!" riep Pencroff uit, toen hij aan zijn verloren +kies herinnerd werd. + +"Tot welk besluit moeten wij dan komen? vroeg de reporter. + +"Tot dit," gaf de ingenieur ten antwoord, "dat er drie maanden geleden +hier een schip vrijwillig of onvrijwillig aan wal geweest is..." + +"Wat, gij meent dus ook Cyrus, dat het geheel en al verzwolgen is, +en er geen enkel overblijfsel is achtergebleven?" riep de reporter uit. + +"Neen, beste Spilett; maar bedenk wel, indien het zeker is dat een +menschelijk wezen hier voet aan wal heeft gezet, het niet minder +zeker is dat hij het eiland thans weder heeft verlaten." + +"Dus, als ik wel begrijp, mijnheer Cyrus," zeide Harbert, "dan is +het schip weder vertrokken?" + +"Waarschijnlijk wel." + +"En wij hebben zulk een goede gelegenheid gemist om weder naar ons +land terug te keeren," was thans Nab's opmerking. + +"En die zich nimmer meer voor zal doen, vrees ik." + +"Welnu, daar die gelegenheid ons ontsnapt is, laten wij dan toch +maar voorwaarts gaan," zeide Pencroff, die reeds heimwee naar het +Rotshuis voelde. + +Maar nauwelijks had hij zich opgericht of Top deed een heftig geblaf +hooren, terwijl hij uit het bosch snelde met een lap, geheel met +slijk bemorst, in zijn bek. Nab rukte hem dit uit den bek. Het was +een stuk stevig linnen. Top blafte nog steeds en door zijn heen en +weer loopen scheen hij zijn meester te vragen om hem te volgen. + +"Er moet daar iets wezen, dat misschien wel een verklaring aan mijn +hagel kan geven!" riep Pencroff uit. + +"Een schipbreukeling!" antwoordde Harbert. + +"Misschien gewond!" zeide Nab. + +"Of dood!" luidde des reporters vermoeden. + +En allen volgden den hond tusschen de hooge pijnboomen, die zoo +overvloedig in dit gedeelte van het bosch groeiden. Voor alle zekerheid +hielden Cyrus Smith en zijn vrienden hun geweren gereed. + +Zij moesten zeer diep in het bosch doordringen; maar tot hun +groote teleurstelling, zagen zij nog geen enkelen indruk van een +voetstap. Kreupelhout en slingerplanten waren ongeschonden, en zij +moesten zelfs door middel van hun bijlen er zich door heen werken, +evenals zij in het binnenste gedeelte van het bosch gedaan hadden. Het +was dus niet zeer aannemelijk, dat hier een mensch zich reeds een weg +had gebaand en toch liep Top heen en weer, niet als een hond die in +het wilde iets zoekt, maar als een dier, dat door eigen wil gedreven +wordt en een doel volgt. + +Toen zij acht of negen minuten geloopen hadden, stond Top stil. De +kolonisten kwamen nu op een open plaats, omringd van hooge boomen, +zij namen alles rondom zich nauwkeurig op, maar zagen niets, noch +onder het kreupelhout, noch tusschen de stammen van de boomen. + +"Maar wat is er dan toch, Top?" vroeg Cyrus Smith. + +Top blafte nog luider, en sprong tegen een hoogen pijnboom op. + +Eensklaps riep Pencroff uit: + +"Goed zoo! Heel goed!" + +"Wat is er?" vroeg Gideon Spilett. + +"Wij zoeken eenig overblijfsel van een schipbreuk in de zee of op +de aarde!" + +"Welnu?" + +"Wij moeten het in de lucht vinden!" + +De matroos wees op een grooten witten lap, die in den top van een boom +hing en waarvan Top een stukje dat op den grond lag, had medegebracht. + +"Maar dat is geen overblijfsel van een schip!" riep Spilett uit. + +"Ik vraag u verschooning!" antwoordde Pencroff. + +"Wat? Het is?...." + +"Het is alles wat er van onzen luchtballon is overgebleven; onze +ballon heeft zich in den top van dezen boom vastgehaakt." + +Pencroff bedroog zich niet en hij uitte een luid hoezee, er +bijvoegende: + +"Daar hebben we nu best linnen! Nu zijn we voor het geheele jaar +van linnen voorzien! Nu kunnen wij zakdoeken en hemden maken! Wel, +mijnheer Spilett, wat zegt ge wel van een eiland, waar de hemden aan +de boomen groeien?" + +Het was waarlijk een geluk voor de kolonisten, dat de luchtballon, +nadat hij voor de laatste maal gestegen was, weder op het eiland was +neder gekomen, en dat zij hem nu vonden. Of zij zouden dit omkleedsel +bewaren, ingeval zij tot een tweede luchtreis mochten besluiten, of +zij zouden die honderden ellen linnen nuttig gebruiken, wanneer zij +het van vernis hadden gezuiverd. Zooals men denken kan, was Pencroff +ten toppunt van geluk. + +Maar men moest dit linnen nu uit den boom halen, waarin het hing en op +een veiliger plaats brengen. Dat was lang geen gemakkelijk werk. Nab, +Harbert en de matroos waren reeds in den top van den boom en spanden +al hun krachten in om den grooten luchtballon er uit te rukken. + +Dit duurde langer dan twee uren, en niet alleen het omkleedsel met zijn +klep, veeren, zijn koperen beslag, maar het net, dat is te zeggen, een +zeer groote warboel van touwen en koorden, het anker van den ballon, +alles lag op den grond. Het omkleedsel was heel gebleven behalve de +vroegere scheur, en slechts de toestel, die binnen in bevestigd zat, +was onbruikbaar. + +Dit was een onverwacht geluk. + +"Hoe het ook zij, mijnheer Cyrus," zeide de matroos, "zoo wij er +ooit toe besluiten het eiland te verlaten dan zal het wel niet in een +luchtballon wezen, niet waar? Men kan met luchtschepen niet gaan waar +men wil, wij weten er van mee te spreken! Geloof mij, het beste was, +als wij een sterke boot vervaardigden van een twintig tonnen en gij +maaktet van dit linnen een fokkezeil en een stagzeil. Met het overige +kunnen wij ons kleeden!" + +"Wij zullen zien, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith, "wij zullen zien." + +"Maar intusschen moeten wij alles goed bezorgen," zeide Nab. + +Men kon er ook niet aan denken om dien grooten lap linnen, koorden, +touwen die te zamen natuurlijk vrij zwaar wogen, mede te nemen naar het +Rotshuis: zij zouden dus eerst een voertuig maken. Maar het was van +het grootste belang, dien schat niet langer bloot te stellen aan den +eersten orkaan den besten. De kolonisten slaagden er in om hem tot aan +den oever mede te sleepen, waar zij een vrij ruime grot vonden, die, +dank zij hare ligging, door wind, regen, noch zee kon bedreigd worden. + +"Wij hadden een kast noodig en nu hebben we er een," zeide Pencroff; +"maar daar wij haar niet kunnen sluiten zou het toch voorzichtig wezen +de opening te verbergen. Ik zeg dit niet voor de tweevoetige dieren, +maar voor de viervoetige!" + +Ten zes ure was alles gereed en vervolgden zij hun weg naar kaap +Klauw. Pencroff en de ingenieur spraken over verschillende zaken +die zij in den kortst mogelijken tijd nog te doen hadden. Vóór alles +moesten zij een brug over de Mercy maken, ten einde een gemakkelijke +verbinding te hebben met het zuidelijk gedeelte van het eiland; dan +moest de wagen den luchtballon gaan halen, want met de boot zouden +zij hem niet kunnen vervoeren; en vervolgens zouden zij een pont maken. + +De nacht viel in en het was reeds zeer donker, toen de kolonisten op +het punt kwamen waar zij de kostbare kist hadden ontdekt. Maar hier, +evenmin als elders, vonden zij iets wat hun aan een schipbreuk kon +doen denken, en zij moesten dus wel tot hetzelfde besluit komen als +Cyrus Smith. + +Nu hadden zij nog vier mijlen af te leggen en spoedig hadden zij die +achter den rug; maar het was reeds na middernacht toen zij, de kust +volgende tot aan de monding der Mercy, de eerste bocht der rivier +bereikten. Daar was de bedding tachtig voet breed en zij moesten aan +de overzijde wezen, maar Pencroff had op zich genomen dit bezwaar te +overwinnen en hij was nu verplicht zijn belofte te houden. + +De kolonisten waren uitgeput van vermoeienis. De marsch was lang +geweest en het voorgevallene met den ballon had hun armen en beenen +niet minder afgemat. Zij verlangden dus om weder in het Rotshuis te +zijn om daar wat te eten en te slapen, en zoo zij eene brug hadden, +zouden zij binnen het kwartier in hun woonplaats wedergekeerd zijn. + +Het was een stikdonkere nacht. Pencroff was bezig zijn belofte te +vervullen, door een soort van vlot te maken, waarmede zij de Mercy +zouden kunnen oversteken. Nab en hij, gewapend met hun bijlen, hadden +een paar boomen uitgezocht die dicht aan den oever stonden, en waarvan +zij dit vlot zouden vervaardigen door ze bij den stam af te hakken. + +Cyrus Smith en Gideon Spilett zaten aan den oever te wachten totdat +zij hun gezellen behulpzaam konden wezen, en Harbert liep heen en weer. + +Plotseling keerde de knaap, die weder een eind weegs de rivier op +was gegaan, terug en naar een drijvend voorwerp wijzende riep hij uit: + +"Een boot!" + +Allen naderden en zagen, tot hun niet geringe verbazing een boot die +de rivier afkwam. + +"Hola! boot!" riep de matroos uit, zonder er bij te denken, dat het +wellicht verstandiger ware geweest te zwijgen. + +Maar er volgde geen antwoord. De boot naderde steeds en zij was nog +slechts op een tien pas afstands toen Pencroff uitriep: + +"Maar het is onze prauw! Zij is van het touw losgebroken en heeft +den stroom gevolgd! Ik moet zeggen, dat zij juist bijtijds komt!" + +"Onze prauw," mompelde de ingenieur. + +Pencroff had gelijk. Het was de boot, waarvan het touw was losgegaan, +en die nu alleen de Mercy afzakte! Het was dus van het uiterste belang +om haar tegen te houden, vóor dat zij door den snellen stroom werd +medegesleept naar de monding. Dit deden Pencroff en Nab zeer handig +door middel van een langen stok. + +De boot werd naar den oever gehaald. De ingenieur stapte er het eerst +in, greep het touw en overtuigde zich dat het inderdaad doorgesleten +was door het onophoudelijk schuiven langs de rotsen. + +"Dat kan men toch," fluisterde de reporter hem in, "een inderdaad +merkwaardige gebeurtenis noemen." + +"Een merkwaardige gebeurtenis!" antwoordde Cyrus Smith. + +Merkwaardig of niet, het was een zeer gelukkige gebeurtenis. Harbert, +de reporter, Pencroff en Nab scheepten zich daarop eveneens in. Zij +twijfelden er niet aan of het touw was gesleten; maar het meest +verbazende van de zaak was dat de prauw zoo juist op het oogenblik +gekomen was dat zij de rivier moesten oversteken, want een kwartier +later, zou zij in zee verloren zijn gegaan. Zoo zij in den tijd geleefd +hadden, toen men nog aan geesten geloofde, zouden zij gedacht kunnen +hebben dat het eiland door een bovennatuurlijk wezen bewoond werd, +die zijn macht ten behoeve van de schipbreukelingen aanwendde! + +Met eenige riemslagen, bereikten de kolonisten de monding der Mercy. De +boot werd op het strand gehaald tot aan de Schoorsteenen, en allen +spoedden zich naar de ladder van het Rotshuis. Maar op dit oogenblik, +blafte Top met ongekende woede, en Nab die naar de eerste sport zocht, +uitte een kreet.... + +Er was geen ladder meer! + + + + +XXVIII. + + Pencroff roept.--Een nacht in de Schoorsteenen.--De pijl + van Harbert.--Plan van Cyrus Smith.--Eene onverwachte + oplossing.--Wat in het Rotshuis is gebeurd.--Een nieuwe + bediende. + + +Cyrus Smith stond zonder een woord te spreken stil. Zijn vrienden +zochten in de duisternis tegen den muur of de wind hun ladder daar +ook kon verplaatst hebben, of op den grond geworpen, ingeval zij +losgegaan was.... Maar de ladder was geheel verdwenen. Om te zien +of een stormvlaag haar ook tot de eerste verdieping had opgehaald, +was hun in dien stikdonkeren nacht onmogelijk. + +"Als het een grap is," riep Pencroff uit, "dan is het een zeer +leelijke! Wanneer men thuis komt en geen trap meer vindt om in zijn +kamer te komen, dat is geen aardigheid, waarover doodvermoeide menschen +kunnen lachen!" + +Nab liet slechts den eenen uitroep op den anderen volgen! + +"Er is toch geen storm geweest!" was Harbert's opmerking. + +"Ik begin toch te vinden dat er vreemde dingen op het eiland Lincoln +gebeuren!" sprak Pencroff. + +"Vreemde!" antwoordde Gideon Spilett, "wel neen, Pencroff, niets +is natuurlijker. Iemand is gedurende onze afwezigheid hier gekomen, +heeft van onze woning bezit genomen en de ladder opgetrokken." + +"Iemand!" riep de matroos verbaasd uit. "En wie dan?" + +"Wel, de jager die het kogeltje geschoten heeft," antwoordde de +reporter. "Waartoe zou hij anders dienen, dan om dit ongeval te +verklaren?" + +"Welnu, zoo er iemand is," zeide Pencroff met een vloek, want hij +werd ongeduldig, "dan zal ik hem eerst toeroepen, en dan moet hij +mij wel antwoorden. + +En met donderende stem riep de matroos. "Ohée.... ee!" zoodat de +echo dreunde. + +De kolonisten luisterden aandachtig en zij meenden van uit het Rotshuis +een spottend gelach te hooren, maar zonder daarvan den oorsprong +te kunnen gissen. Geen stem beantwoordde het geroep van Pencroff, +die herhaalde malen, maar te vergeefs, zijn stem deed hooren. + +Er was daar iets, wat de meest onverschillige menschen ter wereld +wel moest verbazen, en de kolonisten waren nu juist zoo onverschillig +niet. In den toestand, waarin zij zich thans bevonden, had elk voorval +zijn ernstige zijde, en inderdaad, gedurende de zeven maanden dat +zij het eiland bewoonden, had zich geen enkel feit van dergelijken +aard voorgedaan. + +Hoe het ook wezen mocht, zij vergaten hun vermoeienissen door het +zonderlinge van de gebeurtenis; zij stonden aan den voet van het +Rotshuis, niet wetende wat er van te denken, noch te doen, elkander +vragende zonder eenig antwoord te kunnen geven, oorzaken opsommende, +de eene al onwaarschijnlijker dan de andere. Nab beklaagde zich over +de teleurstelling dat hij niet in zijn keuken kon komen, vooral daar +de voorraad levensmiddelen op was en zij voor het oogenblik geen kans +zagen, dien te hernieuwen. + +"Mijne vrienden," zeide Cyrus Smith toen, "éen ding schiet ons slechts +over te doen, den dag af te wachten en dan naar omstandigheden te +handelen. Maar laten wij tot zoolang naar de Schoorsteenen gaan, +daar hebben wij een veilige schuilplaats en zoo wij al niets te eten +hebben, wij kunnen er ten minste slapen." + +"Maar wie heeft ons dien trek toch gespeeld?" vroeg Pencroff nog eens, +daar hij zich onmogelijk er in kon schikken. + +Wie of het ook wezen mocht, het eenige wat hun te doen stond, was +zooals Smith gezegd had, naar de Schoorsteenen terug te keeren en daar +den dag af te wachten. Zij gaven nu echter bevel aan Top om onder +de vensters van het Rotshuis te blijven liggen, en wanneer Top iets +bevolen werd, bracht hij dit zonder eenige opmerking ten uitvoer. De +dappere hond bleef dus aan den voet van den muur, terwijl zijn meester +met zijn vrienden een nachtverblijf in de rotsen gingen zoeken. + +Wanneer we zeiden dat de kolonisten, niettegenstaande zij dood vermoeid +waren, een rustigen slaap genoten op het zand der Schoorsteenen, dan +zouden we onwaarheid spreken. Niet alleen dat zij zeer begeerig waren +om te weten wat er gebeurd was, hetzij dit het gevolg was van oorzaken, +die zij bij dag zeer natuurlijk zouden vinden, hetzij integendeel, dat +dit het werk van een menschelijk wezen was, maar ook hun slaapplaats +liet zeer veel te wenschen over. Wat het ook wezen mocht, op welke +wijze het ook plaats had gegrepen, hun woning was op dit oogenblik +in beslag genomen en zij konden er niet binnen dringen. + +Bovendien was het Rotshuis meer dan hun woning, het was hun +magazijn. Daar lagen alle mogelijke voorwerpen geborgen, hun wapenen, +instrumenten, werktuigen, ammunitie en levensmiddelen. Als dit alles +geroofd of vernield mocht zijn en zij weder van voren af aan beginnen +moesten met wapenen en werktuigen te maken, dat zou verschrikkelijk +wezen! Ook konden zij nu en dan hun bezorgdheid niet overwinnen en +ging er een naar buiten om te zien of Top goed wacht hield. Cyrus +Smith alleen bleef onverstoorbaar kalm, ofschoon zijn verstand zich +ergerde, dat hij tegenover een geheel onverklaarbaar feit stond, +en hij was verstoord wanneer hij bedacht dat er misschien om hem, +of boven hem een invloed werd uitgeoefend, waaraan hij geen naam kon +geven. Gideon Spilett deelde in dit opzicht volkomen zijn meening +en zij onderhielden elkander telkens, maar op fluisterenden toon, +over dit onverklaarbaar feit, waartegenover hun gezond verstand en +ondervinding te kort schoten. Er was ongetwijfeld een geheim op het +eiland, en hoe zouden zij dat oplossen? Harbert kon zich onmogelijk +verbeelden wat het was en had gaarne Cyrus Smith eens uitgehoord. Wat +Nab betreft, deze eindigde met te zeggen dat het hem niets aanging, +dat zijn meester het maar weten moest, en zoo hij niet gevreesd had +zijn makkers te grieven, zou de goede neger dien nacht even rustig +geslapen hebben alsof hij op zijn bed in het Rotshuis lag! Pencroff +eindelijk was veel onrustiger dan de overigen; hij was woedend. + +"Het is een grap," zeide hij, "zij hebben ons een poets gespeeld! Nu, +ik houd niet van die grappen, en wee den grappenmaker zoo hij in mijn +handen valt!" + +Toen de eerste zonnestralen in het oosten doorbraken, begaven de +kolonisten zich, zoo goed mogelijk gewapend, naar de kust, aan den zoom +der klippen. Het Rotshuis dat het eerst door de opkomende zon beschenen +werd, zou spoedig verlicht worden, en waarlijk tegen vijf uur kwamen +de vensters, die gesloten waren, door het geboomte te voorschijn. + +Van die zijde was alles in orde, maar een kreet ontsnapte aller mond, +toen zij de deur, die zij toch voor hun vertrek gesloten hadden, +wijd geopend zagen. + +Iemand was in het Rotshuis binnengedrongen. Er viel niet meer aan +te twijfelen. + +De bovenladder, die aan den deurpost hing, was op hare plaats, maar +de benedenladder was tot aan den drempel opgetrokken. Het was maar +al te duidelijk dat de indringers zich gevrijwaard hadden tegen elke +overrompeling. + +Om hun soort en hun aantal te ontdekken, was hun vooreerst onmogelijk, +daar geen een van hen te zien was. + +Pencroff deed op nieuw zijn geroep hooren. + +Geen antwoord. + +"Die dieven!" riep de matroos. "Zie je wel, dat zij zoo gerust +slapen alsof ze in hun eigen huis waren! Ohé! roovers, bandieten, +zeeschuimers, kinderen van John Bull!" + +Wanneer Pencroff, als Amerikaan, iemand met den naam van kind van John +Bull bestempelde, dan was zijn toorn ten top gestegen. Op dit oogenblik +werd het geheel dag en was de gevel van het Rotshuis verlicht door +de stralen der zon. Maar inwendig zoowel als uitwendig bleef alles +stil en rustig. + +Nu vroegen de kolonisten zich zelf af of het Rotshuis wel bewoond was; +toch was de toestand van de ladder bewijs genoeg, en het was zelfs +zeker, dat de bewoners, wie zij ook zijn mochten, niet hadden kunnen +ontvluchten! Maar hoe tot hen door te dringen? + +Harbert kwam toen op het denkbeeld om een pijl aan een koord vast +te maken, en dien pijl zoo er in te schieten, dat hij tusschen de +beide touwen van de ladder terecht kwam, die op den drempel van +de deur hing. Men kon haar dan, door middel van dat koord, naar +den grond trekken en de gemeenschap met den grond en het Rotshuis +was hersteld. Er stond hun niets anders te doen, en met een weinig +behendigheid zouden zij wel slagen. + +Gelukkig hadden zij pijl en boog tot hun beschikking in een der +hoeken van de Schoorsteenen, waar zij ook een twintigtal strengen +touw hadden. Pencroff ontrolde een gedeelte hiervan en bevestigde +het aan het uiteinde van een scherpen pijl. Daarop legde Harbert den +pijl op zijn boog en mikte toen, met gespannen aandacht, op de naar +buiten hangende punt der ladder. + +Cyrus Smith, Gideon Spilett, Pencroff en Nab waren een weinig achteruit +gegaan om te kunnen zien wat er aan de vensters van het Rotshuis zou +plaats grijpen. De reporter hield zijn karabijn op den ingang der +deur gericht. + +De pijl, het koord met zich nemende, doorkliefde de lucht en vloog +tusschen de beide laatste sporten. + +Het was gelukt. + +Terstond daarop greep Harbert het koord; maar op hetzelfde oogenblik +toen hij met een schok de ladder weder wilde doen vallen, kwam +plotseling een arm tusschen den muur en de deur, die haar greep en +naar het binnengedeelte van het Rotshuis mede trok. + +"Vervloekte dief!" riep de matroos uit. "Zoo een kogel je geluk kan +uitmaken, dan behoeft ge niet lang te wachten!" + +"Maar wie is het dan?" vroeg Nab. + +"Wie? hebt gij hem dan niet herkend?" + +"Neen." + +"Maar het is een aap, een oerang-oetang, een gorilla! Onze woning is +door apen in beslag genomen, die tijdens onze afwezigheid langs de +ladder naar boven zijn geklauterd!" + +En op dat oogenblik verschenen er, als om den matroos gelijk te +geven, drie of vier dezer dieren aan de vensters, waarvan zij de +luiken hadden geopend en begroetten nu de wezenlijke eigenaren met +allerlei zonderlinge sprongen en uittartende gebaren. + +"Ik wist wel dat het maar een grap was!" riep Pencroff, "maar nu zal +er vast een voor de anderen boeten!" + +De matroos legde zijn geweer aan, mikte op een der apen en gaf vuur. + +Allen verdwenen, behalve een van hen, die doodelijk gewond, op het +strand nederstortte. + +De aap, die zeer groot was, behoorde tot de meest ontwikkelde soort +dezer viervoetige dieren; men kon zich daarin niet vergissen. Of +het een chimpansee, een oerang-oetang dan wel een gorilla was, zeker +behoorde hij tot de menschvormige dieren, zooals zij genoemd worden, +omdat zij zooveel op het menschelijk geslacht gelijken. Harbert +verklaarde bovendien dat het een oerang-oetang was en de knaap was +op het gebied der zoölogie thuis. + +"Welk een prachtig dier!" riep Nab uit. + +"Prachtig, dat geef ik je toe!" antwoordde Pencroff, "maar ik zie +nog niet in hoe wij in onze woning moeten komen!" + +"Harbert kan goed schieten," zeide de reporter, "en zijn boog ligt +daar! Laten zij maar weer beginnen!" + +"Goed! Maar die apen zijn slim!" riep Pencroff uit, "zij zullen zich +niet meer voor de vensters vertoonen; alzoo kunnen wij ze niet meer +dooden, en als ik aan de verwoesting denk, die zij in onze kamers en +onze magazijnen kunnen aanrichten...." + +"Geduld," antwoordde Cyrus Smith. "Die dieren kunnen ons niet lang +tegenhouden!" + +"Ik ben er niet eer zeker van, voordat zij hier op den grond liggen," +antwoordde de matroos. "En bovendien, weet ge wel, mijnheer Smith, +hoeveel dozijn er van die grappenmakers daar boven zijn?" + +Het was moeilijk om Pencroff hierop te antwoorden; de knaap kon niet +weder een pijl schieten, want het benedeneinde van de ladder was +achter de deur getrokken, en toen men aan de koord trok brak deze en +de ladder bleef boven. + +Het was waarlijk een lastig geval. Pencroff was woedend. Hun toestand +had iets dwaas, maar hij voor zich vond hem in het geheel niet om te +lachen. Het was wel waarschijnlijk dat de kolonisten in hun woning +zouden komen, en de indringers op de vlucht zouden jagen, maar hoe +en wanneer? Dat konden zij niet zeggen. + +Twee uur gingen er op deze wijs voorbij, gedurende welken tijd de apen +zich niet vertoonden; maar zij waren er nog altijd, en tot drie-, +viermaal toe, kwam er eens een neus of een poot tusschen de deur of +de vensters, die dan steeds met een geweerschot werden begroet. + +"Laten wij ons verbergen," zeide de ingenieur toen. "Misschien +zullen de apen denken dat wij vertrokken zijn en zullen zij zich op +nieuw vertoonen. Maar laten Spilett en Harbert zich achter de rotsen +verschuilen en bij elke verschijning vuur geven." + +De bevelen van den ingenieur werden ten uitvoer gebracht, en terwijl de +reporter en de knaap zich een plaats zochten waar de apen hen niet zien +konden, begaven Cyrus Smith, Pencroff en Nab zich langs het strand naar +het bosch om daar eenig wild te dooden, want het uur voor het ontbijt +was aangebroken en zij hadden volstrekt geen levensmiddelen meer over. + +Toen een half uur verstreken was, keerden de jagers met eenige +rotsduiven terug, die zij zoo goed mogelijk braadden. Maar geen aap +was te voorschijn gekomen. + +Gideon Spilett en Harbert namen deel aan het ontbijt, terwijl Top +onder de vensters waakte. Toen zij gegeten hadden, keerden zij naar +hun post terug. Twee uur later was hun toestand nog volstrekt niet +veranderd. De apen gaven niet het minste teeken dat zij er nog waren, +en men moest bijna gelooven, dat zij verdwenen waren; maar wat hun nog +het waarschijnlijkste voorkwam, was, dat zij bevreesd waren geworden +door den dood van een van hen, alsmede verschrikt door het geweerschot +en zich nu in de binnenkamers van het Rotshuis schuil hielden. En +als men dan aan de schatten dacht die hun magazijn bevatten, maakte +het geduld, dat de ingenieur zijn metgezellen zoozeer had aanbevolen, +wel eens plaats voor woede, en eerlijk gezegd, zij hadden er ook wel +reden toe. + +"Het is toch te erg," zeide de reporter, "en waarlijk ik zie geen kans, +hier een einde aan te maken." + +"Wij moeten die duivels er toch uitjagen," antwoordde Pencroff. "Het +zal ons ook wel gelukken al zijn zij ook met hun twintigen; maar dan +moeten wij ook man tegen man strijden! Is er dan geen enkel middel +om tot hen door te dringen?" + +"Jawel," antwoordde toen de ingenieur, wien plotseling iets te +binnen schoot. + +"Eén maar?" zeide Pencroff. "Welnu goed, daar er geen anderen zijn! En +welk is het?" + +"Laten wij door de vroegere uitloozingsplaats van het meer in het +Rotshuis zien te komen," gaf de ingenieur ten antwoord. + +"O, duizend duivels! Dat ik daar niet eer aan gedacht heb!" riep de +matroos uit. + +Dit was inderdaad het eenige middel om het Rotshuis binnen te +dringen en om zoodoende de bende te verjagen. De opening van de +uitloozingsplaats was wel is waar door een gemetselden muur gesloten, +dien zij nu zouden moeten opofferen, maar zij konden hem altijd weer +vernieuwen. Gelukkig had Cyrus Smith zijn plan nog niet ten uitvoer +gebracht om de opening geheel te verbergen door haar onder water te +zetten, want dan zou dit middel hun nog eenigen tijd gekost hebben. + +Het was reeds twaalf uur toen de kolonisten, goed gewapend en voorzien +van houweelen en breekijzers de Schoorsteenen verlieten, langs de +vensters van het Rotshuis kwamen, waar zij Top nogmaals bevalen op zijn +post te blijven en op het punt stonden den linkeroever van de Mercy te +volgen, om zoo de bergvlakte van het Verre Uitzicht te bereiken. Maar +zij hadden in die richting nog geen vijftig pas gedaan, toen zij den +hond heftig hoorden blaffen. Het was een wanhopende waarschuwing. + +Zij stonden stil. + +"Laten wij omkeeren," zeide Pencroff. + +En allen liepen zoo snel mogelijk langs den oever terug. + +Toen zij bij den hoek kwamen, zagen zij dat de toestand veranderd was. + +De apen trachtten, verschrikt door een onbekende oorzaak, te +ontvluchten. Twee of drie liepen en sprongen van het eene raam naar het +andere met de vlugheid van clowns. Zij zochten zelfs niet de ladder +weder goed te plaatsen, waardoor zij zoo gemakkelijk naar beneden +hadden kunnen komen, en in hun angst hadden zij zeker het middel tot +ontvluchting vergeten. Spoedig had men een zestal onder schot en de +kolonisten gaven ook vuur. De een na den ander viel dood of gewond met +een schellen kreet in de kamer neer. Sommigen vluchtten naar buiten, +maar werden gedood door hun val, en eenige oogenblikken later kon men +veronderstellen, dat er geen levende apen meer in het Rotshuis waren. + +"Hoezee!" riep Pencroff, "hoezee! hoezee!" + +"Niet zooveel hoezee's!" zeide Gideon Spilett. + +"Waarom niet! Zij zijn allen dood!" antwoordde de matroos. + +"Dat is zoo, maar wij hebben daarom nog geen middel om binnen te +komen." + +"Laten wij naar de uitloozingsplaats gaan," zeide Pencroff. + +Op dit oogenblik, als werd de opmerking van Spilett beantwoord, +zagen zij de ladder naar den drempel der deur glijden, zich daarop +ontrollen en eindelijk op den grond vallen. + +"O, duizend pijpen! dat is sterk!" riep de matroos uit, Cyrus Smith +aanziende. + +"Al te sterk!" mompelde de ingenieur, die naar de eerste ladder snelde. + +"Pas op, mijnheer Cyrus!" riep Pencroff; "zoo er nog een van die apen +in is...." + +"Wij zullen zien!" antwoordde de ingenieur, zonder zich hierdoor te +laten weerhouden. + +Zijn makkers volgden hem en een minuut later stonden zij aan de +deur. Men zocht overal. Maar niemand was er in de kamers, noch in de +magazijnen, die gelukkig door de bende apen waren gespaard. + +"Zoo, zoo, en nu de ladder!" riep de matroos uit. "Wie is de heer, +die haar ons heeft teruggegeven?" + +Maar op dit oogenblik deed een kreet zich hooren en een groote aap, +die in een der kamers was gevlucht, snelde de zaal binnen, vervolgd +door Nab. + +"O, die bandiet!" riep Pencroff. En met de bijl in zijn hand, wilde +hij den kop van het dier kloven, toen hij hierin door Cyrus Smith +weerhouden werd. + +"Spaar hem, Pencroff." + +"Zou ik dien schelm genade schenken?" + +"Ja, want hij was het, die ons de ladder heeft weergegeven!" + +De ingenieur sprak deze woorden op zulk een zonderlingen toon, dat +het moeilijk viel er uit op te maken of hij in ernst sprak dan niet. + +Toch sprongen zij allen op den aap af, die, nadat hij zich dapper +geweerd had, op den grond werd geworpen en gekneveld. + +"Oef," zeide Pencroff. "Wat zullen wij van hem maken?" + +"Een knecht!" antwoordde Harbert. + +Toen de knaap dit zeide, schertste hij niet, want hij wist dat men +van deze verstandige dieren veel partij kon trekken. + +De kolonisten naderden thans den aap en beschouwden hem aandachtig. Hij +behoorde tot die soort, waarvan de aangezichtshoek niet veel kleiner +is dan die der Australiërs en Hottentotten. Het was een oerang-oetang, +de goedaardigste van alle apen. + +Deze soort dieren zijn tot vele diensten geschikt; zij kunnen +tafeldienen, de kamers opruimen, de kleeren verzorgen, schoenen +poetsen, met mes, vork en lepel omgaan en zelfs wijn drinken.... alles +even goed als de beste tweevoetige knecht zonder haren. Men weet dat +Chateaubriand zulk een aap bezat, die hem lang en trouw diende. + +De aap, die thans in een der kamers van het Rotshuis gekneveld lag, +was zes voet lang, had een goed gebouwd lichaam, breede borst, +de kop had een middelmatige grootte, de gelaatshoek was vijf en +zestig graden, hij had een ronden schedel, spitsen neus en de huid +was met zacht, glinsterend haar begroeid--kortom hij was een volmaakt +type der menschvormige soort. Zijn oogen, een weinig kleiner dan die +der menschen, schitterden van vernuft, zijn witte tanden kwamen van +onder zijn knevel te voorschijn, en hij had een kleinen krulbaard +van nootkleurig bruin. + +"Een mooie jongen!" zeide Pencroff. "Als wij nu zijn taal maar konden +spreken, dan zouden wij een gesprek met hem kunnen voeren." + +"Dus is het ernst," vroeg Nab; "wij zullen hem als knecht aannemen?" + +"Ja, Nab!" antwoordde Cyrus glimlachend. "Maar wees niet jaloersch!" + +"En ik hoop dat hij een goede knecht zal zijn," voegde Harbert er +bij. "Hij schijnt nog jong te wezen en zijn opvoeding zal ons dus +gemakkelijk vallen; wij zullen ook niet genoodzaakt wezen om hem +onderwerping in te prenten, door hem met strengheid te behandelen, +noch hem de snijtanden uit te trekken, zooals men in zulke gevallen +dikwijls doet! Hij zal zich wel aan zijn meesters hechten, wanneer +deze goed voor hem zijn." + +"En dat zullen we wezen," antwoordde Pencroff, die al zijn haat tegen +deze grappenmakers vergat. + +Daarop naderde hij den oerang-oetang. + +"Welnu, beste jongen," vroeg hij, "hoe gaat het je?" + +De aap beantwoordde deze vraag door een zacht gebrom, dat geen kwaad +karakter verried. + +"Gij wilt dus ook een deel van de kolonie uitmaken?" vroeg de +matroos. "Gij wilt dus in dienst van Cyrus Smith treden?" + +Weder een goedkeurend gebrom. + +"En gij zult als loon met ons voedsel tevreden zijn?" + +Een derde gebrom. + +"Zijn gesprek is wel wat eentonig," merkte Gideon Spilett op. + +"Goed," hernam Pencroff, "de beste bedienden zijn die, welke het +minste spreken. En bovendien behoeft hij geen loon!" + +"Hoort ge, mijn jongen? Om te beginnen, geven we u geen loon, maar +dat zullen we later verdubbelen, wanneer we tevreden over je zijn!" + +Zoo gebeurde het dat de kolonie met een nieuw lid verrijkt werd, +die hun meer dan een dienst bewees. De matroos vroeg, of men hem, +ter herinnering aan een aap, dien hij vroeger gekend had, den naam +van Jupiter mocht geven en bij verkorting "Jup". + +Ziedaar hoe meester Jup, zonder verderen omslag een plaats in het +Rotshuis kreeg. + + + + +XXIX. + + Plannen ter uitvoering.--Een brug over de Mercy.--Een eiland + maken van het Verre Uitzicht.--De graanoogst.--De beek.--Het + gevogelte.--De duiventil.--De onagga's.--De kas.--Uitstapje + naar de Ballonhaven. + + +De kolonisten van het eiland Lincoln waren dus weder in het bezit +van hun woning, zonder dat zij genoodzaakt waren geweest de oude +uitloozingsplaats op te zoeken, zoodat hun veel metselaarswerk gespaard +bleef. Het was inderdaad gelukkig, dat op het oogenblik toen zij op +het punt stonden dit te doen, de bende apen door den schrik bevangen, +hoe plotseling en onverklaarbaar dit ook wezen mocht, het Rotshuis +ontvlucht waren. Deze dieren schenen een voorgevoel gehad te hebben +dat het gevaar hun van een andere zijde bedreigde? Dat was de eenige +reden waaraan hun snel vertrek kon worden toegeschreven. + +Gedurende de laatste uren van dien dag werden de lijken van de +apen naar het bosch overgebracht, waar men ze begroef; daarop +herstelden de kolonisten de wanorde, die door de indringers was +aangericht--gelukkig wanorde en geen schade, want zij hadden het +huisraad slechts omgeworpen, maar niets gebroken. Nab legde zijn vuur +weder aan, en met hetgeen zij in hun provisiekast hadden, konden zij +een heerlijk maal bereiden, waaraan zij ook alle eer deden. + +Jup werd niet vergeten, en hij at met smaak de appelen der pijnboomen, +waarvan zij hem ruim voorzagen. Pencroff had zijn armen losgemaakt, +maar hij achtte het raadzamer de koorden om zijn pooten te laten tot +op het oogenblik dat zij op zijn onderwerping konden vertrouwen. + +Voordat zij naar bed gingen, bespraken Cyrus Smith en zijn makkers +nog onder elkander wat hun het noodigste te doen stond. + +Het noodigste en het dringendste was het maken eener brug over de +Mercy, zoodat het zuidelijke gedeelte van het eiland in verbinding +kwam met het Rotshuis; voorts de stichting van een kraal, die dienen +moest tot huisvesting van buffeldieren en andere, waarvan zij het +haar of de wol zouden kunnen gebruiken. + +Met ziet dat deze twee plannen betrekking hadden op het punt kleederen, +die toen van het grootste gewicht voor hen waren. Want een brug zou +hun het overbrengen van den ballon gemakkelijker maken, waardoor zij +dan een goeden voorraad linnen zouden bezitten en de kraal was voor +de wol, die hun winterkleederen moest verschaffen. + +Het maken der brug over de Mercy duurde drie weken, en nog moesten +zij hard doorwerken. Zij ontbeten altijd op de plaats waar zij werkten +en daar het toen prachtig weer was, keerden zij eerst tegen den avond +naar het Rotshuis terug. + +Gedurende dien tijd gewende de aap hoe langer hoe meer en kwam hij +op goeden voet met zijn meesters, die hij altijd met de grootste +nieuwsgierigheid gadesloeg. Toch waagde Pencroff het nog niet hem de +vrijheid van al zijn ledematen te schenken, en hij achtte het raadzaam +hiermede te wachten totdat de grenzen van de bergvlakte onoverkoombaar +waren door de inrichting, welke zij nu tot stand brachten. Top en +Jup waren ook de beste vrienden en speelden graag samen, maar Jup +deed alles zoo ernstig mogelijk. + +Den 20sten November was de brug gereed. Nu moesten zij het omkleedsel +van den luchtballon halen, want het was voor hen van het grootste +belang om dat linnen in veiligheid te brengen; maar om het te +vervoeren, moesten zij noodzakelijk een wagen medenemen naar de +Ballonhaven en dientengevolge zagen zij zich verplicht eerst een +weg door het dichte bosch van het Verre Westen te banen. Dat kostte +hun ook nog eenigen tijd. Nab en Pencroff deden dan ook eerst een +verkenningstocht naar de haven, en daar zij bevonden dat het linnen +niets in de grot te lijden had, besloten zij dat het werk, op de +vlakte het Verre Uitzicht, onafgebroken kon vervolgd worden. + +"Dus," merkte Pencroff op, "wij kunnen onze volière in den besten +toestand brengen, daar wij nu noch de vossen noch eenigen onverwachten +aanval van andere schadelijke dieren te vreezen hebben." + +"Ook kunnen wij nu de bergvlakte ontginnen en de wilde planten hier +overbrengen...." + +"En ons tweede korenveld bezaaien!" riep de matroos zegevierend uit. + +Hun eerste korenveld dat zij door een enkel graantje verkregen hadden, +was zeer toegenomen, dank zij de zorg van Pencroff. De graankorrel had, +zooals de ingenieur gezegd had, tien aren geschoten, en elke aar droeg +tachtig korrels. De kolonie was dus in het bezit van acht honderd +graankorrels in zes maanden tijd--dus een dubbele oogst mochten zij +elk jaar verwachten. + +Deze acht honderd graankorrels, uitgezonderd een vijftigtal, die +zij voorzichtigheidshalve bewaarden, zouden dus op een nieuw veld +gezaaid kunnen worden met evenveel zorg als de eenige korrel, die +zij aanvankelijk bezaten. + +Het veld werd in orde gebracht, en daaromheen een omheining +gemaakt van hooge palen, zoodat de viervoetige dieren er niet over +konden. En om de vogels te verwijderen, maakte Pencroff met zijn +sterke verbeeldingskracht verschillende vogelverschrikkers, die +hen dan ook op een eerbiedigen afstand hielden. De zeven honderd +vijftig korrels werden toen weder in regelmatige voren geplaatst, +en het overige werd der natuur toevertrouwd. + +Den 21sten November begon de ingenieur de gracht af te bakenen, welke +de bergvlakte in het westen moest scheiden van den zuidelijken uithoek +van het meer Grant tot aan de bocht der Mercy. Zij hadden daar een +twee à drie voet hooge laag vruchtbaren grond op het graniet. Zij +moesten dus weer nitro-glycerine maken, en de nitro-glycerine had +dezelfde uitwerking. In minder dan vijftien dagen hadden zij een +gracht van twaalf voet breed en zes voet diep in den harden grond +van de bergvlakte gegraven. Een nieuwe uitloozingsplaats hadden zij +nu verkregen door hetzelfde middel als bij de rotsachtige kust van +het meer, en het water stroomde in deze nieuwe bedding, aan wier +stroom men den naam van Glycerine-rivier gaf, en die een zijtak +van de Mercy werd. De oppervlakte van het meer daalde weer, zooals +de ingenieur voorspeld had, maar bijna onmerkbaar. Eindelijk, om de +grens te voltooien, verbreedden zij de bedding der beek aanmerkelijk +en het zand werd door een stevigen dijk weerhouden. + +In de eerste helft van December was deze arbeid voltooid. Gedurende +die maand was het zeer warm. Toch wilden de kolonisten hun werk niet +staken, en daar zij thans hun volière in orde moesten brengen, gingen +zij hiertoe over. + +Het is onnoodig te zeggen, dat, nu de geheele grens gemaakt was, +Jup ook in vrijheid werd gesteld. Hij verliet zijn vrienden niet en +scheen ook niet den minsten lust te hebben om te ontsnappen. Het was +een zachtaardig maar krachtig dier en bijzonder behendig. Als het er op +aan kwam de ladder van het Rotshuis te beklimmen, kon niemand hem in +vlugheid evenaren. Hij was hun zelfs in sommig werk reeds behulpzaam; +hij trok den wagen met hout beladen en bracht de steenen over, die +uit de Glycerine-rivier waren gekomen. + +De volière besloeg een ruimte van twee honderd vierkante meters, op +den zuidoostelijken oever van het meer. Zij omringden haar met een +hek en maakten er verschillende hokken in voor de dieren die haar +moesten bevolken. + +De eerste bewoners waren de tinamoes, die weldra een aantal kleintjes +hadden; en spoedig hadden zij tot buren de eenden, die aan de oevers +van dat meer veel gevonden werden. Eenige behoorden tot het Chineesche +ras, waarvan de vleugels zich waaiervormig openen en wier schitterende +kleuren met die der goudlakensche faisanten kunnen wedijveren. Eenige +dagen later maakte Harbert zich meester van een koppel hoenders +met ronden staart en lange vleugels. Wat de pelikanen, ijsvogels +en watervogels betrof, deze kwamen uit zichzelf in de volière, en +die geheele kleine wereld geraakte, na eenige twisten en onlusten, +met elkander op den besten voet en groeiden in zulk een mate aan, +dat de kolonisten zich voor hun toekomstige voeding niet ongerust +behoefden te maken. + +Cyrus Smith wilde zijn werk thans voleindigen en plaatste daarom in +een hoek van de volière een duiventil. Zij brachten daarin een dozijn +van die vogels, welke veel op de rotsvlakten gevonden worden. Deze +vogels gewenden zich spoedig en vlogen elken avond naar hun nieuwe +woning terug, en schenen beter geschikt om getemd te worden dan de +wilde duiven, die zich niet dan in het wild voortplanten. + +Eindelijk was het oogenblik aangebroken om van het omkleedsel van den +luchtballon lijnwaad te maken, want om hem in dien vorm te houden en +in een ballon met warme lucht gevuld het eiland te verlaten, boven +een zee, om zoo te zeggen, zonder grenzen, zou slechts een aannemelijk +plan wezen voor menschen, wien het geheel aan gezond verstand ontbrak +en Cyrus Smith was een practisch man, dus dat kwam in het geheel niet +in hem op. + +Nu moesten zij den ballon naar het Rotshuis overbrengen en de +kolonisten trachtten thans hun zwaren wagen lichter en handiger te +maken. Maar al had men het voertuig, een geschikt trekdier hadden +zij nog niet gevonden. Bestond er dan op het geheele eiland geen +herkauwend dier, dat de plaats van het paard, den ezel, den os of de +koe kon vervullen? Daar kwam het nu op aan. + +"Waarlijk," zeide Pencroff, "een trekdier zou ons zeer dienstig wezen, +maar intusschen moest mijnheer Cyrus een wagen met stoom maken, of een +locomotief, want zeker zullen wij eenmaal een spoorweg bezitten van het +Rotshuis naar de Ballonhaven met een zijtak naar den berg Franklin!" + +De brave matroos meende het oprecht, wanneer hij zoo +sprak! O! verbeelding, hoe hoog kunt gij stijgen wanneer het geloof +er mede gepaard gaat! + +Maar al had men geen locomotief, een trekdier zou Pencroff reeds veel +helpen en men zou er ook niet lang op behoeven te wachten. + +Eens, het was den 23sten December, hoorde men Nab roepen en Top +uit alle macht blaffen. De kolonisten werkten in de Schoorsteenen; +zij snelden in allerijl naar hen toe, daar zij vreesden dat hun een +ongeluk was overkomen. En wat zagen zij? twee prachtige groote dieren, +die zich onvoorzichtig genoeg op de bergvlakte gewaagd hadden, waarvan +de hekken op dat oogenblik niet gesloten waren. Men zou zeggen, dat het +twee paarden waren, of minstens twee ezels, de een van het mannelijk en +de ander van het vrouwelijk geslacht, schoon gevormd en isabelkleurig, +met witten staart en witte pooten, wit en zwart gestreept op den kop, +den hals en den romp. Zij kwamen langzaam naderbij, zonder eenige +vrees aan den dag te leggen en beschouwden met een levendig oog de +menschen, waarin zij hun meesters nog niet konden herkennen. + +"Het zijn onagga's," zeide Harbert. + +"Waarom geen ezels?" vroeg Nab. + +"Omdat zij geen lange ooren hebben en hun vorm bevalliger is," +antwoordde Harbert. + +"Ezels of paarden," was Pencroffs antwoord, "het zijn goede +trekdieren." + +De matroos sloop, zonder deze dieren te verschrikken, naar de hekken +bij de Glycerine-rivier, sloot deze en zij hadden de viervoetige dieren +in hun macht. Zouden zij zich met geweld van deze onagga's meester +maken en hen dwingen zich te onderwerpen? Neen. Zij besloten, dat men +ze gedurende eenige dagen vrij op de bergvlakte zou laten ronddolen, +waar een overvloed van kruiden groeide, en dadelijk liet de ingenieur +bij de volière een stal bouwen, waar deze dieren een goed onderkomen +voor den nacht zouden vinden. Dit prachtige tweetal werd dus geheel +in vrijheid gelaten en de kolonisten onthielden zich zelfs om hen +te naderen, daar zij dan verschrikken zouden. Toch scheen de vlakte +voor deze onagga's te klein te wezen en beproefden zij menigmaal +haar te verlaten, daar zij aan uitgestrekte en dichte bosschen gewend +waren. Zij zagen hen nu eens den oever der rivier volgen, die hun een +onoverkomelijken hinderpaal opleverde, dan weder door het hooge gras +rennen en eindelijk kalm terugkeeren. Dan stonden zij uren lang naar +die bosschen te kijken, die voor altijd voor hen gesloten bleven. + +Intusschen was het tuig en alles wat zij tot het aanspannen van den +wagen noodig hadden, gereed; ook was een rechte weg, door het bosch +van het Verre Westen aangelegd, van de bocht der Mercy tot aan de +Ballonhaven. Zij konden den wagen daarheen brengen en het was tegen +het einde van December dat men voor de eerste maal met deze onagga's +de proef nam. + +Pencroff had deze dieren al zoo tam gemaakt dat zij uit zijn hand +het voedsel aten, en men kon ze gemakkelijk naderen, maar toen ze +eenmaal aangespannen waren, werden zij wild en had men groote moeite +hen in toom te houden. Toch moesten zij zich in hun nieuwen dienst +schikken want de onagga, minder weerbarstig dan de zebra, wordt in de +bergachtige streken van Afrika zeer veel als trekdier gebruikt en men +heeft ze ook in Europa in een betrekkelijk koud klimaat overgebracht. + +Dien dag gingen de kolonisten, uitgezonderd Pencroff, die deze dieren +bij den kop hield, in den wagen naar de Ballonhaven. Dat zij door +elkaar geschud werden, op dien pas aangelegden weg, spreekt van zelf; +maar toch kwam het voertuig zonder ongelukken aan en dienzelfden dag +konden de ballon en de verdere toestellen vervoerd worden. Ten acht ure +'s avonds werden de onagga's uitgespannen en in hun stal geplaatst +en, voordat zij sliepen, uitte Pencroff een zucht van voldoening, +die door de wanden van het Rotshuis weerkaatst werd. + + + + +XXX. + + Het lijnwaad.--Schoenen van + zeehondenvel.--Schietkatoen.--Verschillende planten.--De + vischvangst.--Schildpad-eieren.--Jup gaat vooruit.--De + kraal.--Jacht op muffeldieren.--Nieuwe dieren en + planten.--Gedachten aan het vaderland. + + +De eerste week van Januari besteedde men met het vervaardigen van +het noodige linnen voor de kolonisten. De naalden, die in het kistje +gevonden waren, gingen weldra ijverig op en neer in krachtige, hoewel +niet fijne handen, en hetgeen er genaaid werd, werd stevig genaaid. + +Er was geen gebrek aan garen, daar Cyrus Smith op het denkbeeld was +gekomen om hetzelfde te gebruiken, dat reeds gediend had bij het +vervaardigen van den luchtballon. Dit werd met bewonderenswaardig +geduld losgetornd door Gideon Spilett en Harbert; Pencroff had dit werk +moeten opgeven, daar het veel te kriebelig voor hem was; maar wanneer +het op naaien aankwam, had hij zijn gelijke niet. Iedereen weet dan +ook dat de zeelui bijzonder veel aanleg voor het kleermakersvak hebben. + +Het linnen, waarvan de ballon gemaakt was, werd vervolgens van +vet gezuiverd door middel van soda en potasch, hetgeen men door +verbranding van planten verkreeg; het werd weder lenig, toen ook het +vernis er af was, en nadat het vervolgens langen tijd aan de lucht +werd blootgesteld, herkreeg het zijn zuiver witte kleur. + +Eenige dozijnen hemden en kousen--deze laatste wel te verstaan niet +gebreid maar van linnen genaaid--waren spoedig vervaardigd. Welk +een genot voor de kolonisten om eindelijk weder helder linnen te +kunnen aantrekken.--Wel is waar was het zeer hard en ruw linnen, +maar om zulk een kleinigheid bekommerden zij zich niet, en 't was +een feest tusschen lakens te slapen, die van de slaapplaatsen van +'t Rotshuis wezenlijke bedden maakten. + +In dezen tijd vervaardigden zij ook schoenen van zeehondenvel, die +juist bijtijds de schoenen en laarzen konden vervangen, welke zij +uit Amerika meegebracht hadden. + +Zeker was het, dat die schoenen lang en wijd waren en nooit knelden +aan de voeten der wandelaars. + +Met den aanvang van het jaar 1866 werd de warmte grooter, en de jacht +leverde nog steeds goeden voorraad op. Het wemelde inderdaad van +konijnvarkens, water- en muskuszwijnen, kangaroes en pluimgedierte, +en Gideon Spilett en Harbert waren te goede schutters om voortaan +een enkel schot te missen. + +Cyrus Smith beval hun echter steeds aan zoo zuinig mogelijk met +het kruit te zijn en hij nam maatregelen om het kruit en lood, +dat in de kist gevonden was, en dat hij voor later wilde bewaren, +te vervangen. Immers hij wist niet waar het lot hem en de zijnen nog +eens kon brengen, ingeval zij hun rijk verlieten. + +Men moest zich dus wapenen tegen alle behoeften, die zich konden +voordoen en het kruit sparen, door andere bestanddeelen te verschaffen, +die gemakkelijk te vernieuwen waren. + +Om het lood te vervangen, waarvan Cyrus Smith geen enkel spoor op +het eiland ontdekt had, vervaardigde hij zonder veel moeite ijzeren +hageltjes, die gemakkelijk te maken waren. Daar deze hageltjes niet +zoo zwaar als lood waren, moest hij ze grooter maken, en elk schot +bevatte er nu minder, doch de behendigheid der jagers kwam aan dit +gebrek te gemoet. Kruit had Cyrus Smith genoeg kunnen maken, want +hij had salpeter, zwavel en koolstof tot zijn beschikking; maar deze +bereiding eischt de grootste zorg en zonder daartoe vervaardigde +werktuigen, is het moeilijk de goede soort te leveren. + +Cyrus Smith gaf er dus de voorkeur aan om schietkatoen te maken, +waarbij het katoen niet onmisbaar is, daar het er slechts bij gebruikt +wordt als verbindingsmiddel. Als zoodanig kan even goed gebezigd +worden de grondstof van elke plant, die men bijna zuiver vindt niet +alleen in het katoen, maar ook in de spinbare vezels van hennep en +vlasplanten, in papier, in oud linnen, in het merg van den vlierboom, +enz. De vlierboom groeide overvloedig op het eiland aan den mond van +de Roode Beek en de kolonisten gebruikten reeds in plaats van koffie +de bessen van dit gewas, dat tot de kamperfoelieplanten behoort. + +Het was dus voldoende dit merg te verzamelen, en wat de andere +bestanddeelen betreft, die noodig waren tot het maken van schietkatoen, +daarvoor had men slechts salpeterzure-potasch noodig. Daar +Cyrus Smith reeds zwavelzuur had, viel het hem ook niet moeilijk, +salpeterzure-potasch te bereiden, door er salpeter bij te brengen, +dat de natuur hem verschafte. + +Hij besloot dus schietkatoen te maken en te gebruiken, hoewel hij er +de vrij groote bezwaren van erkende. Er is namelijk een belangrijk +verschil van uitwerking en de ontbranding gaat uiterst snel, daar +het op honderd zeventig in plaats van op twee honderd veertig graden +ontvlamt, en eindelijk ontwikkelt het een te plotselinge warmte, wat +voor vuurwapenen niet wenschelijk is. Een voordeel was daarentegen, dat +het tegen vocht bestand is, de loopen der geweren niet vuil maakt en de +ontploffingskracht viermaal grooter is dan die van het gewone buskruit. + +Om schietkatoen te vervaardigen was het voldoende om het merg van +den vlierboom een kwartier lang in salpeterzure-potasch te houden, +het vervolgens in water uit te spoelen en dan te laten drogen. De +poging van den ingenieur slaagde uitnemend en de jagers hadden weldra +een goed bereid middel tot hun beschikking, dat, wanneer het met mate +gebruikt werd, zeer goede resultaten opleverde. + +Tegen dien tijd ontgonnen zij ook een bunder grond op de bergvlakte, +terwijl het overige als weide werd gehouden. + +Verscheidene keeren maakten zij uitstapjes in de bosschen en zij +brachten dan een gansche verzameling van wilde planten mede; door +een goede bewerking zouden zij tot spinazie, sterrekers, rammenas en +rapen gewijzigd worden en de voeding met stikstofhoudende spijzen, +waaraan de kolonisten van Lincoln tot nog toe onderworpen waren, +een weinig afwisselen. Zij brachten eveneens een groote hoeveelheid +hout en steenkolen aan. Elke tocht was, tegelijkertijd een middel +om de wegen te verbeteren, die langzamerhand effen werden onder de +wielen van de kar. + +De konijnenfokkerij leverde steeds een overvloed van voedsel aan het +Rotshuis. De fokkerij was zoo gelegen, dat hare bewoners nooit op het +afgezette gedeelte der bergvlakte konden komen en bijgevolg de nieuw +aangelegde plannen niet konden verwoesten. Wat de oesterbank betreft, +deze was te midden van de rotsen gelegen; zij verschafte steeds nieuwen +voorraad, en de kolonisten genoten er dagelijks van. Weldra bracht +de vischvangst, hetzij in het meer, hetzij in de Mercy, zeer veel op, +want Pencroff had lijnen in het water gezet met ijzeren haken, waaraan +dikwijls forellen en andere visschen kwamen, die heerlijk smaakten en +wier zilverkleurige zijden met kleine gele vlekken overdekt waren. Nab, +die met de zorg voor de spijzen belast was, kon dus altijd een weinig +afwisseling in het middagmaal brengen. Het brood ontbrak nog slechts +aan de tafel der kolonisten, en dit was werkelijk een zeer groot gemis. + +In dien tijd begon men ook jacht te maken op de zeeschildpadden, +die zeer dikwijls op het strand kwamen bij kaap Mandibule. Over het +geheele strand zag men kleine hoogten, waarin ronde eieren verborgen +waren, met harde, witte schaal en waarvan het wit de eigenschap mist +om, evenals dat van vogeleieren, te stremmen. De zon broedt ze uit, +en het aantal er van was natuurlijk zeer groot, daar elke schildpad +jaarlijks tot twee honderd vijftig eieren legt. + +"Een waar eierenveld," merkte Gideon Spilett op, "men heeft ze slechts +te oogsten." + +Maar zij stelden zich niet met de voortbrengselen tevreden; zij +maakten ook jacht op de voortbrengers, waarbij niet minder dan twaalf +schildpadden gevangen werden, die werkelijk niet te versmaden waren met +het oog op hun maaltijden. Nab werd dikwijls geprezen, en te recht, +voor de schildpadsoep, die hij bereidde met welriekende planten en +prikkelende kruiden. + +Nog moet een zeer gelukkige omstandigheid vermeld worden, waardoor +zij weder nieuwen voorraad voor den winter konden opdoen. Een groot +aantal zalmen waagden zich in de Mercy en gingen verscheidene mijlen +stroomopwaarts. Duizenden van deze visschen, die ongeveer twee en +een halven voet lang waren, stortten zich in de rivier en het was +voldoende den mond te versperren om een groot aantal te vangen. Eenige +honderden werden gezouten en bewaard voor den tijd dat de wintervorst +elke vischvangst onmogelijk zou maken. + +Jup werd tot kamerdienaar verheven. Hij kreeg een jasje en een +korte broek van wit linnen en een voorschoot, waarvan de zakken zijn +grootste geluk uitmaakten, want hij stak er altijd zijn handen in en +duldde niet, dat men ze doorzocht. De behendige aap was uitmuntend +gedresseerd door Nab en men zou gezegd hebben dat hij en de neger +elkander begrepen, wanneer zij samen spraken. Jup had overigens een +waarachtige genegenheid voor Nab, en Nab wederkeerig voor hem. Wanneer +hij niet van dienst kon zijn, hetzij om hout aan te brengen of om in +den top van den een of anderen boom te klimmen, bracht Jup het grootste +gedeelte van zijn tijd in de keuken door en trachtte Nab in alles +na te bootsen wat hij dezen zag doen. De meester legde overigens het +grootste geduld en den meesten ijver aan den dag in het onderrichten +van zijn leerling, en de leerling toonde een merkwaardig vlug begrip +voor de lessen, die zijn meester hem gaf. + +Men oordeele over het genoegen, dat Jup op een dag aan de bewoners +van het Rotshuis verschafte, toen hij met een servet over den arm, +de tafel kwam dekken, zonder dat men het hem gezegd had. Hij kweet +zich behendig en oplettend van zijn taak, nam de borden weg, bracht de +schotels op, schonk de glazen vol, en alles met zulk een ernst, dat de +kolonisten, maar vooral Pencroff, er het grootste pleizier in hadden. + +"Jup, de soep!" + +"Jup, nog wat vleesch!" + +"Jup, een bord!" + +"Jup! Beste Jup! Knappe Jup!" + +Jup werd met bevelen overstelpt en voldeed aan alles zonder zich het +minst van streek te laten brengen; hij lette op alles en schudde met +zijn verstandigen kop, toen Pencroff zijn aardigheid van den eersten +dag herhaalde en zeide: + +"Wij zullen bepaald je traktement moeten verdubbelen, Jup!" + +Het is onnoodig te zeggen, dat Jup zeer gehecht was aan het Rotshuis +en dat hij zijn meester dikwijls door het bosch vergezelde zonder ooit +eenigen lust te toonen om te ontvluchten. Men moest hem zien loopen, +met zijn stok, dien Pencroff voor hem gemaakt had, als een geweer op +schouder! Moest men de eene of andere vrucht uit den top van een boom +hebben, in een oogwenk was hij dan boven! Was het rad van den wagen +uit het spoor, handig bracht Jup hem door een enkelen duw er weder in. + +"Wat een kerel!" riep Pencroff dikwijls uit. "Als hij even ondeugend +als goed was, dan zou er met hem geen huis te houden zijn!" + +Tegen het einde van Januari ondernamen de kolonisten eenige groote +werken in het middengedeelte van het eiland. Men had besloten om +bij de bron van de Roode Beek, aan den voet van den berg Franklin +een kraal aan te leggen, die bestemd was voor de herkauwende dieren, +wier tegenwoordigheid hinderlijk zou geweest zijn voor de bewoners +van het Rotshuis, en voor al de muffeldieren, die de wol moesten +verschaffen voor de winterkleederen. + +Iederen morgen begaf zich de kolonie soms geheel, soms alleen +vertegenwoordigd door Cyrus Smith, Harbert en Pencroff, naar de +bronnen van de rivier, een wandeling van vijf mijl onder dicht lommer +en langs een nieuw aangelegden weg, dien men den Kraalweg genoemd had. + +Toen na drie weken de kraal gereed was, moest men een groote drijfjacht +aanleggen aan den voet van den berg Franklin, te midden van de +weilanden, waar de herkauwende dieren meestal verblijf hielden. Dit +had plaats op den 7den Februari, een prachtigen zomerdag, en allen +namen er aan deel. + +De twee onagga's, die reeds zeer goed gedresseerd waren en bereden +werden door Gideon Spilett en Harbert, bewezen hierbij grooten dienst. + +Men moest de muffeldieren en geiten tot een kudde brengen, door +ze te omsingelen en den kring steeds nauwer te maken. Cyrus Smith, +Pencroff, Nab en Jup vatten post op verschillende punten van het woud, +terwijl de beide ruiters met Top in een straal van een halve mijl om +de kraal rondreden. + +De muffeldieren waren op dat gedeelte van het eiland zeer talrijk. Deze +prachtige dieren, zoo groot als gemzen, met horens die sterker +ontwikkeld zijn dan die der rammen, met een grijze langharige vacht, +geleken veel op wilde steenschapen. + +Het was een vermoeiende dag, waarop de jacht plaats had. Welk een +heen en weer loopen, op en neer rennen en schreeuwen! Van de honderd +muffeldieren die men insloot, ontsnapte meer dan tweederde gedeelte +aan de jagers; maar bij het einde waren er toch een dertigtal van +deze herkauwende dieren en een tiental wilde geiten naar de kraal +gedreven, waarvan de geopende deur een uitweg scheen te bieden, +terwijl zij hen voor goed gevangen hield. + +De einduitslag was gunstig en de kolonisten hadden geen reden tot +klagen. Het grootste gedeelte van deze muffeldieren waren wijfjes, +waarvan sommige zelfs spoedig jongen ter wereld zouden brengen. Het +was dus waarschijnlijk dat de kudde zou vermeerderen, en dat niet +alleen de wol, maar ook de huiden binnen korten tijd in overvloed +voorhanden zouden zijn. + +De jagers kwamen dien avond uitgeput in het Rotshuis terug. Den +volgenden dag gingen zij nochtans weder vroeg naar de kraal. De +gevangenen hadden wel getracht de omheining om te stooten, maar waren +er niet in geslaagd en zij werden al spoedig bedaard. + +Gedurende de maand Februari viel er niets bijzonders voor. Het +dagelijksch werk werd geregeld volbracht, en terwijl men den Kraalweg +en den weg naar de Ballonhaven verbeterde, legde men ter zelfder tijd +een derden aan, die van de kraal naar de westkust liep. Het onbekende +gedeelte van het eiland Lincoln vormden nog steeds de groote bosschen +op het Slangen-schiereiland, waar de wilde dieren, die Gideon Spilett +hoopte te verdrijven, een schuilplaats zochten. + +Voor dat het koude jaargetijde weder aanbrak, werd de meeste zorg +besteed aan de wilde planten, die van het bosch naar de bergvlakte +waren overgebracht. Harbert keerde zelden van een tocht terug zonder +eenige nuttige kruiden mede te brengen. Soms waren het exemplaren +van cichoreiplanten, waarvan ook het zaad door sterke persing een +uitmuntende olie kon verschaffen; een ander maal was het zuring, +waarvan de eigenschap om scheurbuik te genezen niet te versmaden was; +vervolgens eenige van die kostbare knolvormige wortels, die sedert +onheuglijke tijden in Zuid-Amerika werden verbouwd, de aardappels, +waarvan men tegenwoordig meer dan twee honderd soorten kent. De +moestuin, die nu goed onderhouden, geregeld begoten en tegen de +aanvallen van vogels beschermd werd, was in kleine vakken verdeeld, +waarop salade, aardappels, zuring, rammenas en andere kruiddragende +planten groeiden. De grond op de bergvlakte was zeer vruchtbaar en +men mocht hopen dat hij een overvloedigen oogst zou afwerpen. + +Het ontbrak evenmin aan afwisselende dranken, en op voorwaarde dat +men geen wijn zou eischen, behoefden zelfs zij, die het moeilijkst +te bevredigen waren, zich niet te beklagen. Cyrus Smith had bij +de Oswego-thee, die hem door de dubbele Amerikaansche lipbloem +werd verschaft, en bij de gistende sappen uit de wortels van den +drakenboom, zeer goed bier weten te bereiden; hij maakte het uit +het jonge schot van de abies-nigra, dat, na goed gekookt en gegist +te hebben, dien aangenamen en bijzonder gezonden drank verschaft, +dien de Anglo-Amerikanen "springbeer" noemen. + +Tegen het einde van den zomer was ook het gevogelte met een groot +aantal vermeerderd. + +Alles slaagde dus naar wensch, dank zij den moed en den ijver van deze +mannen. De Voorzienigheid deed zeker veel voor hen; maar getrouw aan +het groote voorschrift, hielpen zij eerst zich zelven, en kwam de +hemel hun vervolgens te hulp. + +Na die warme zomerdagen, was het voor de kolonisten het grootste genot +om 's avonds, wanneer hun werk volbracht was, zich aan den zoom van de +bergvlakte neer te zetten onder een begroeide veranda, die Nab zelf +vervaardigd had. Daar praatten zij en onderwezen elkander en maakten +plannen, en de vroolijke zeeman vermaakte onophoudelijk die kleine +maatschappij, waarin altijd de meest onverstoorde eendracht heerschte. + +Zij spraken ook over hun vaderland, over dat dierbare en groote +Amerika. Hoe stond het met den burgeroorlog? Hij kon niet lang meer +geduurd hebben! Richmond was zeker spoedig in handen van generaal Grant +gevallen! Het innemen van de hoofdstad der geconfedereerden had het +laatste feit van dezen noodlottigen krijg moeten zijn. Het Noorden +had nu gezegepraald en de goede zaak overwonnen. Hoe welkom zou het +een of andere nieuwsblad voor de ballingen van het eiland Lincoln +geweest zijn! Reeds elf maanden was alle gemeenschap tusschen hen en +de overige wereld afgebroken en binnen korten tijd, den 24sten Maart, +zou de gedenkdag aanbreken van den dag, waarop de ballon hen op deze +onbekende kust had geworpen! Toen waren zij slechts schipbreukelingen, +die zelf niet wisten of zij hun ellendig leven aan de elementen zouden +kunnen betwisten. + +En nu, dank zij de kunde van hun aanvoerder, dank zij hun eigen +vernuft, waren zij kolonisten geworden, voorzien van wapenen, +werktuigen en instrumenten, die de dieren, planten en delfstoffen +van het eiland, dat is te zeggen de drie rijken der natuur, tot hun +nut hadden weten te exploiteeren. + +Ja, zij spraken dikwijls over dat alles, en maakten nog tallooze +plannen voor de toekomst! + +Cyrus Smith luisterde gewoonlijk stilzwijgend naar zijn +lotgenooten. Somtijds glimlachte hij over een opmerking van Harbert, +een aardigheid van Pencroff, maar altijd en overal dacht hij aan die +onverklaarbare feiten, aan dat zonderlinge raadsel, waarvan het geheim +hem nog steeds duister bleef! + + + + +XXXI. + + Slecht weer.--De hydraulische hijschtoestel.--Glas en + glaswerk.--De broodboom.--Bezoeken aan de kraal.--Vermeerdering + der kudde.--Een vraag van den reporter.--Voorstel van Pencroff. + + +In de eerste week van Maart veranderde het weer. In het begin van +die maand was het volle maan geweest en het was nog steeds brandend +heet. Men gevoelde, dat de dampkring met electriciteit bezwangerd was +en het was inderdaad te vreezen, dat in de volgende dagen een hevig +onweder zou woeden. + +Den 2den Maart rolde dan ook de donder geweldig. De wind blies uit het +oosten, en de hagel sloeg tegen den voorgevel van het Rotshuis alsof +er met schroot op gevuurd werd. Men moest deuren en vensterluiken +hermetisch sluiten, anders werd alles in de kamers overstroomd. + +Toen Pencroff deze hagelsteenen zag vallen, waarvan sommigen zoo groot +als duiveneieren waren, dacht hij er slechts aan dat zijn korenveld +zeer veel gevaar liep. + +Hij ging oogenblikkelijk naar zijn land, waar reeds kleine, groene +sprietjes te zien waren en met behulp van een groot zeil slaagde hij er +in zijn oogst te beschermen. Hij werd nu, wel is waar, zelf in plaats +van zijn planten gesteenigd, maar hij beklaagde er zich niet over. + +Dit slechte weer hield acht dagen aan; men hoorde den donder +onophoudelijk rollen. Tusschen twee onweders vernam men hem nog buiten +de grenzen van den horizon, en dan kwam hij weder met vernieuwde +woede naderbij. Het weerlicht was niet van de lucht af en de bliksem +trof verscheidene boomen op het eiland, onder anderen een grooten den, +die bij het meer stond aan den zoom van het bosch. Ook het strand werd +twee of drie keer getroffen door den electrischen stroom, welke op het +zand neersloeg en er dondersteenen van maakte. Toen de ingenieur deze +dondersteenen zag, kwam hij op het denkbeeld, dat het niet onmogelijk +zou zijn om dikke, stevige glasruiten voor de vensters te brengen, +die tegen wind, regen en hagel bestand waren. + +Daar de kolonisten buitenshuis geen werk hadden waarbij spoed vereischt +werd, maakten zij van het slechte weer gebruik om binnen het Rotshuis +te arbeiden, waarvan het huisraad van dag tot dag verbeterd en +vermeerderd werd. De ingenieur vervaardigde een draaibank, waardoor +hij in staat was eenige benoodigdheden voor toilet en keuken te maken, +en vooral knoopen, die men zeer miste. Er was een tropee gemaakt van +de wapens, die met de grootste zorg onderhouden werden, en kasten +noch bergplaatsen lieten iets te wenschen over. Men zaagde, schaafde, +vijlde en draaide, en gedurende dat ongunstige weer hoorde men niets +dan het geluid der werktuigen of van de draaibank, dat op het rollen +van den donder antwoordde. + +Jup werd niet vergeten, hij had een kamer alleen, bij het groote +magazijn met een goed bed, hetgeen hem uitmuntend beviel. + +"Die beste Jup," zeide Pencroff dikwijls, "hij spreekt nooit tegen, +geeft nooit een ongepast woord! Wat een knecht, Nab, wat een knecht!" + +"Mijn leerling," antwoordde Nab, "en weldra mijns gelijke!" + +"Je meerdere," antwoordde de zeeman lachend, "want dat is toch waar +Nab, jij praat en hij doet het niet!" + +Het spreekt van zelf, dat Jup nu volkomen op de hoogte was van hetgeen +hij doen moest. Hij klopte de kleeren uit, draaide het braadspit, +veegde de kamers, bediende aan tafel, stapelde het hout en--iets wat +Pencroff verrukte--ging nooit naar bed, zonder eerst bij den zeeman +gekomen te zijn. + +De gezondheid van de kolonisten, zoowel der tweevoetige als der +tweehandige, der vierhandige als der viervoetige, liet niets te +wenschen over. Dat leven in de open lucht, op dien gezonden grond, +onder deze gematigde luchtstreek, terwijl hoofd en handen moesten +werken, kon niet anders dan elken zweem van ziekte verjagen. + +Ieder was dan ook gezond. Harbert was in dat jaar reeds twee duim +gegroeid. Zijn lichaam vormde zich en werd mannelijker, en hij beloofde +een man te worden even volmaakt naar lichaam als naar geest. Hij +trok overigens partij van elk ledig uur, dat hem zijn handenarbeid +liet, om zich te onderrichten, hij las de weinige boeken, welke in +de kist gevonden waren en, na de practische lessen die hij trok uit +den toestand, waarin hij verkeerde, vond hij in den ingenieur voor +de wetenschap, in den correspondent voor de talen, meesters, die met +hart en ziel zijn opvoeding voltooiden. + +Het was het vaste plan van den ingenieur, om alles wat hij wist op +Harbert over te planten, hem zoowel door voorbeeld als door woord +te onderwijzen, en Harbert trok goed partij van de lessen van zijn +leermeester. + +Indien ik sterf, dacht Cyrus Smith, zal hij mij vervangen! + +Den 9den Maart bedaarde de storm, maar de hemel bleef gedurende de +gansche laatste zomermaand, door zware volken beneveld. De dampkring +was door die electrische schokken zeer verstoord en herkreeg zijn +vorige kalmte niet meer; op vier of vijf mooie dagen na, welke de +kolonisten waarnamen om verscheidene tochten te maken, regende en +mistte het onophoudelijk. + +Tegen dien tijd bracht de onagga een jong ter wereld, dat eveneens tot +het vrouwelijk geslacht behoorde en dat zeer welkom aan de kolonisten +was. Ook de kraal werd meer bevolkt tot groote vreugde van Nab en +Harbert, die onder de jonggeborenen hun lievelingen hadden. + +Men beproefde ook de muskuszwijnen te temmen, waarin men volkomen +slaagde. Bij de plaats van het gevogelte werd een stal gebouwd, +waarin weldra een groot aantal jonge zwijnen zich meer kwamen +beschaven, dat is te zeggen, vetter worden onder toezicht van +Nab. Jup vervulde stipt de taak, die hem opgelegd was om de zwijnen +te voeren met de overblijfsels van het middagmaal. Soms plaagde hij +zijn kleine kostgangers wel eens en trok ze aan hun staart, maar dit +was speelschheid en geen boosheid, want die kleine stompe staartjes +vermaakten hem als een stuk speelgoed, en zijn instinkt was geheel +dat van een kind. + +Toen Pencroff op een mooien dag van de maand Maart eens met den +ingenieur praatte, herinnerde hij Cyrus Smith een belofte, die deze +nog geen tijd had gehad te vervullen. + +"Gij hebt gesproken van een toestel, dat de lange ladders van het +Rotshuis onnoodig zou maken, mijnheer Smith," zeide hij. "Zult gij +het niet binnen kort vervaardigen?" + +"Gij meent een hijschtoestel," antwoordde Cyrus Smith. + +"Laten wij het een hijschtoestel noemen, als gij het zoo wilt," +antwoordde de zeeman. "De naam doet er niets toe, als het ons maar +zonder vermoeienis naar onze woning voert." + +"Niets zal gemakkelijker zijn, Pencroff, maar is het wel noodig?" + +"Zeker, mijnheer Cyrus. Na ons het noodige verschaft te hebben, +moeten wij ook eens aan ons gemak denken. Voor personen zou het een +weelde zijn, indien gij wilt, maar voor dingen is het onmisbaar! Het +is niet gemakkelijk, een lange ladder op te klimmen, wanneer men +zwaar beladen is!" + +"Welnu, Pencroff, wij zullen ons best doen u tevreden te stellen," +antwoordde Cyrus Smith. + +"Maar gij hebt geen machine tot uw beschikking?" + +"Wij zullen er een maken." + +"Een stoommachine?" + +"Neen, een watermachine." + +Om zijn toestel te bewegen, had de ingenieur inderdaad een natuurkracht +tot zijn beschikking, waarvan hij zonder veel moeite gebruik zou +kunnen maken. + +Daarvoor was het voldoende den uitloozingsmond, die het water binnen +het Rotshuis bracht, te vergrooten, en den stroom te bezigen als +beweegkracht voor een hydraulisch toestel, wat hem zonder veel moeite +gelukte. Pencroff althans was volkomen bevredigd. + +Den 17den Maart werd het hijschtoestel voor het eerst gebruikt tot +groote voldoening der kolonisten. Van dat oogenblik af werd alles +opgeheschen, hout, steenkolen en provisie, en ook de kolonisten zelven +maakten van dat eenvoudige toestel gebruik, dat de ladder verving, +welke door niemand betreurd werd. Top vooral was verrukt over deze +verbetering, want hij bezat niet die handigheid van Jup in het +beklimmen van een ladder, en zelfs was hij verscheiden malen op den +rug van Nab en zelfs op dien van den aap naar het Rotshuis geklommen. + +Cyrus Smith beproefde tegen dien tijd glas te vervaardigen, maar +hij moest eerst den ouden steenoven in orde brengen voor deze +nieuwe proeven. Dit bracht vrij groote moeilijkheden met zich; +maar na vele vruchtelooze pogingen, slaagde hij er eindelijk in, +een kleine glasfabriek in orde te maken, welke Gideon Spilett en +Harbert, de aangewezen helpers van den ingenieur, gedurende eenige +dagen niet verlieten. + +Wat de zelfstandigheden betreft die voor het samenstellen van het +glas noodig waren, zij bestonden hoofdzakelijk uit zand, krijt +en soda. Het strand leverde zand, de kalk verschafte krijt, de +zeeplanten gaven soda; zwavelzuur was in overvloed voorhanden in de +metaalverbindingen en de grond bevatte genoeg steenkolen om den oven +tot op den vereischten warmtegraad te verhitten. Cyrus Smith zag zich +dus van alles voorzien wat voor de bewerking noodig was. + +Het werktuig dat de grootste moeilijkheid opleverde, was de glastang, +een ijzeren buis, vijf à zes voet lang, die dient om de geblazen +voorwerpen aan te vatten. Maar met een lange dunne ijzeren strook, +die als de loop van een geweer gerold werd, slaagde Pencroff er in, +deze tang te vervaardigen, en zij werd weldra in gebruik gesteld. + +Den 28sten Maart werd de oven gloeiend gestookt. Honderd deelen +zand, vijf en dertig krijt, veertig soda, vermengd met drie of vier +deelen fijn gestampte deelen steenkool. Dit alles samen maakte de +zelfstandigheid uit, die in de aarde potten werd gestort. Toen de +hooge warmtegraad van den oven die stoffen vloeibaar had doen worden +of liever in deeg had veranderd, "plukte" Cyrus Smith met zijn tang +een zekere hoeveelheid van dit deeg; hij rolde het heen en weer over +een metalen plaat, die daarvoor bestemd was om het den vorm te geven, +die voor het blazen vereischt werd; toen gaf hij de pijp aan Harbert, +en beval hem door het andere uiteinde te blazen. + +"Alsof ik bellen blaas?" vroeg de knaap. + +"Net zoo," antwoordde de ingenieur. + +En Harbert blies zijn wangen op, blies en blies zoo goed in de buis, +terwijl hij onder de hand zorgde deze onophoudelijk rond te draaien, +dat de glazen massa uit elkander ging en opzwol. Een andere hoeveelheid +deeg werd bij de eerste gevoegd en men verkreeg spoedig een bol, +waarvan de middellijn ongeveer een voet bedroeg. Toen nam Cyrus Smith +de buis uit de handen van Harbert en door haar een slingerende beweging +te laten ondergaan, slaagde hij er in de bel zoodanig te verlengen, +dat men haar den vorm van een kegelvormigen cylinder geven kon. + +Door het blazen had men dus een glazen cylinder verkregen, eindigende +in twee halve bollen, die gemakkelijk er van af werden genomen, +door een scherp ijzer, dat men in koud water had gedompeld. Daarop +werd door dezelfde methode de kegel overlangs doorgesneden en nadat +men hem door eene tweede verhitting wederom kneedbaar had gemaakt, +werd hij op een plaat gelegd en plat gestreken met een houten rol. + +De eerste ruit was dus vervaardigd, en men moest slechts vijftig maal +dezelfde bewerking herhalen om vijftig ruiten te krijgen. De vensters +van het Rotshuis waren weldra van doorschijnende schijven voorzien, +misschien niet zeer helder, maar toch genoeg licht doorlatende. + +Wat glazen en flesschen betreft, dit had niets te beteekenen. Men +gebruikte ze overigens zooals ze aan het einde van de pijp geblazen +werden. Pencroff had als gunst gevraagd, ook eens te mogen blazen, +en het was voor hem een waar genot, maar hij blies zoo hard, dat hij +de koddigste figuren te voorschijn bracht, die hij zelf steeds met +de grootste opgetogenheid bewonderde. + +Op een van de tochten werd er een nog niet bekende boom ontdekt, +waarvan de vruchten een nieuwe bron van voeding voor de kolonie +opleverde. + +Cyrus Smith en Harbert waagden zich eens op jacht in het bosch van +het Verre Westen, op den linkeroever van de Mercy, en zooals altijd +had de knaap honderden vragen aan den ingenieur te doen, waarop +deze steeds even bereid was te antwoorden. Maar het is met de jacht +even als met alles hier op aarde: als men er niet den waren lust bij +heeft, loopt men veel gevaar met ledige weitasch thuis te komen. Daar +Cyrus Smith nu volstrekt geen jager was en Harbert van zijn kant +over schei- en natuurkunde sprak, kwamen er dien dag menig kangaroe, +moeraszwijn en konijn binnen hun bereik, dat aan het geweer van den +knaap ontsnapte. Dit had ten gevolge, dat de dag reeds ver gevorderd +was en de jagers veel kans hadden een vergeefschen tocht te hebben +gedaan, toen Harbert met een kreet van vreugde stilstond en uitriep: + +"Mijnheer Cyrus! ziet gij dien boom?" + +Het was eer een struik waarop hij wees dan een boom, want het was +slechts een enkele stengel, met een geschubde bast bekleed, waaraan +gestreepte bladeren groeiden. + +"Wat is dat voor een boom, die zooveel op een kleinen palmboom +gelijkt?" vroeg Cyrus Smith. + +"Het is een "cycas revoluta", waarvan ik een afbeeldsel in onzen +atlas over de natuurlijke historie heb!" + +"Maar ik zie geen vruchten aan dezen struik?" + +"Neen, mijnheer Cyrus," antwoordde Harbert, "maar de stronk bevat +een soort meel, dat de natuur ons gemalen verschaft." + +"Het is dus de broodboom?" + +"Ja! de broodboom." + +"Dat is een kostbare ontdekking, mijn jongen, in afwachting van onzen +oogst. Aan het werk, en de hemel geve, dat gij u niet bedrogen hebt!" + +Harbert had zich niet bedrogen. Hij brak den stengel van een der +"cycas", die uit een kleiachtig weefsel bestond en een zekere +hoeveelheid fijn meel bevatte. Dit was echter vermengd met een +slijmerig sap van onaangenamen smaak, maar dat door sterke drukking +verwijderd kon worden. Het meel was overigens van de beste soort en +zeer voedzaam, voorheen werd de uitvoer er van door de japaneesche +wetten verboden. + +Nadat Cyrus Smith en Harbert nauwkeurig hadden opgenomen in +welk gedeelte van het bosch deze cycas groeiden, maakten zij +herkenningsteekens en keerden naar het Rotshuis terug, waar zij hunne +ontdekking meedeelden. + +Den volgenden morgen gingen de kolonisten den oogst halen, en Pencroff, +die hoe langer hoe meer met zijn eiland begon te dweepen, zeide tot +den ingenieur: + +"Mijnheer Cyrus, gelooft gij, dat er eilanden voor schipbreukelingen +zijn?" + +"Wat bedoelt gij daarmee, Pencroff?" + +"Ik meen, eilanden, die opzettelijk, geschapen zijn opdat men er +gemakkelijk schipbreuk zou kunnen lijden, en waarop arme stakkers +zich altijd uit den nood kunnen redden!" + +"Dat is wel mogelijk," antwoordde de ingenieur lachende. + +"Dat is zeker, mijnheer," hernam Pencroff, "en het is even zeker dat +het eiland Lincoln een van die eilanden is." + +Zij kwamen in het Rotshuis met een grooten oogst van cycas-stengels +terug. De ingenieur vervaardigde een pers om er het slijmachtige sap +uit te persen en hij verkreeg een aanzienlijke hoeveelheid meel, dat, +onder de handen van Nab, in gebakken brood veranderde. Het was nog +niet het ware tarwebrood, maar het verschil was toch gering. + +De onagga, de schapen en de geiten van de kraal verschaften nu ook +dagelijks in overvloed melk aan de kolonie. De kar, of liever de +lichte kariool, die deze vervangen had, deed verscheiden tochten naar +de kraal, en wanneer het de beurt van Pencroff was nam hij Jup mede +en hij liet deze mennen, van welke taak de aap zich onder het klappen +van zijn zweep, even uitmuntend als van alle andere kweet. + +Alles ging dus naar wensch, zoowel in de kraal als in het Rotshuis, +en de kolonisten hadden zich waarlijk over niets te beklagen, zoo het +niet ware dat zij steeds ver van hun dierbaar vaderland verwijderd +bleven. Zij waren zoo goed voor dat leven geschikt en hadden zich +zoozeer aan het eiland gehecht, dat zij zijn gastvrijen bodem niet +zonder spijt zouden verlaten hebben! + +En toch is de liefde tot het vaderland bij den mensch zoo diep +geworteld, dat wanneer er onverwacht een schip in het gezicht ware +gekomen, de kolonisten seinen zouden gegeven hebben, het tot zich +hadden geroepen en vertrokken zouden zijn.... In afwachting leefden +zij gelukkig, en zij vreesden meer dan zij wel wenschten, dat een +onverwachte gebeurtenis hen mocht storen. + +Maar wie kan er zich op beroemen de fortuin aan banden gelegd te +hebben en buiten bereik van haar tegenspoeden te zijn! + +Hoe het ook zij, het eiland Lincoln, dat de kolonisten sedert meer dan +een jaar bewoonden, was dikwijls het onderwerp van hun gesprek, en eens +werd een opmerking gemaakt, die later gewichtige gevolgen zou hebben. + +Het was op den 1sten April, eersten Paaschdag, dien Cyrus Smith +en zijne lotgenooten gevierd hadden als een rustdag en een dag des +gebeds. Het weder was zoo schoon als men dit kon verlangen; het was +als in October in noordelijke streken. + +Tegen den avond, na het middagmaal waren allen onder de veranda +bijeen aan den zoom van de bergvlakte en zij zagen den nacht aan den +horizon nederdalen. Nab had eenige kopjes van het aftreksel van vlier, +dat als koffie diende, rondgediend. Zij spraken over het eiland, +over zijn verlaten ligging in de Stille Zee, toen Gideon Spilett zeide: + +"Mijn waarde Cyrus, hebt gij de ligging van ons eiland wel weder +waargenomen nadat gij den sextant bezat, dien wij in de kist gevonden +hebben?" + +"Neen," antwoordde de ingenieur. + +"Maar het zou misschien niet kwaad zijn het nog eens te doen, met +dat instrument dat beter is dan hetgeen gij gebruikt hebt." + +"Waartoe?" zeide Pencroff. "Het eiland ligt toch nu waar het toen +ook lag." + +"Ongetwijfeld," hernam Gideon Spilett, "maar het zou kunnen gebeuren, +dat het gebrekkige der toestellen schade had gedaan aan de juistheid +van de waarnemingen, en daar het niet moeielijk is zekerheid +daaromtrent te verkrijgen...." + +"Gij hebt gelijk, Spilett," antwoordde de ingenieur, "en ik had dit +reeds eerder moeten inzien, maar heb ik mij al vergist, dan kan dit +toch niet meer dan vijf graden in lengte of breedte zijn." + +"Wie weet?" hernam de correspondent, "of wij niet veel dichter bij +een bewoond land zijn dan wij dachten." + +"Dit zullen wij morgen weten," antwoordde Cyrus Smith, "en had ik +niet zooveel te doen gehad, dan zouden wij het nu reeds geweten hebben. + +"Och," zeide Pencroff, "mijnheer Cyrus is een te goed waarnemer om +zich vergist te hebben; indien het niet van plaats veranderd is, +dan moet het eiland nog liggen, waar hij gezegd heeft dat het lag!" + +"Wij zullen zien." + +Den volgenden morgen nam de ingenieur met behulp van zijn sextant de +noodige waarnemingen om te zien of zijn reeds verkregen uitkomsten +goed waren en ziehier het resultaat van zijne proef: + +Door zijn eerste waarneming had hij verkregen dat de ligging van het +eiland Lincoln was: + + 150° à 155° westerlengte; + 30° à 35° zuiderbreedte. + +Door zijn tweede verkreeg hij nauwkeurig: + + 150° 40' westerlengte; + 34° 57' zuiderbreedte. + +Cyrus Smith had dus, ondanks zijn gebrekkige instrumenten, zoo goed +waargenomen, dat hij zich nog geen vijf graden vergist had. + +"Nu wij, evenals een sextant, ook een atlas bezitten," zeide Gideon +Spilett, "laten wij nu eens nagaan, Cyrus, welke plaats het eiland +Lincoln in de Stille Zee inneemt." + +Harbert ging den atlas halen, die in Frankrijk uitgegeven was en +waarop dus de namen in het Fransch waren aangegeven. + +De kaart van de Stille Zee werd opgeslagen en de ingenieur was gereed +om met zijn passer in de hand de ligging te bepalen. + +Plotseling hield hij den passer onbeweeglijk in zijn hand en hij +riep uit: + +"Maar er bestaat reeds een eiland in dit gedeelte der Stille Zee!" + +"Een eiland?" vroeg Pencroff. + +"Zeker het onze?" antwoordde Spilett. + +"Neen," hernam Cyrus Smith. "Dit eiland is gelegen op 153° lengte en +37° 4' breedte, dat is te zeggen, twee en een halven graad westelijker +en twee graden zuidelijker dan het eiland Lincoln." + +"En welk is dat eiland?" vroeg Harbert. + +"Het eiland Tabor." + +"Een eiland van eenige beteekenis?" + +"Neen, een verloren eilandje in de Stille Zee, op welks bodem misschien +nog nooit een voet is gezet." + +"Dan zullen wij dien voet zetten," zeide Pencroff. + +"Wij?" + +"Ja, mijnheer Cyrus. Wij zullen een schip met een dek bouwen, en ik +belast mij met het besturen er van.--Hoe ver zijn wij van dat eiland +verwijderd?" + +"Ongeveer honderd vijftig mijlen noordoostelijk," antwoordde Cyrus +Smith. + +"Honderd vijftig mijlen! Wat beteekent dat nu?" antwoordde +Pencroff. "Die leggen wij, bij gunstigen wind, in acht en veertig +uur af!" + +"Maar waartoe zou dat dienen?" vroeg de verslaggever. + +"Men kan nooit weten!" + +Er werd besloten een vaartuig te maken om tegen de volgende maand +October zee te kunnen kiezen, wanneer het zachte jaargetijde zou +zijn aangebroken. + + + + +XXXII. + + Samenstelling van een schip.--Tweede graanoogst.--Jacht op + Koula's.--Een nieuwe plant even aangenaam als nuttig.--Een + walvisch in zicht.--De harpoen van Vineyard.--De walvisch + wordt geslacht.--Gebruik van de baleinen.--Het einde van + Mei.--Pencroff heeft niets meer te begeeren. + + +Wanneer Pencroff zich iets in het hoofd had gezet, gunde hij zich +ook geen rust voor dat het ten uitvoer was gebracht. Hij wilde het +eiland Tabor bezoeken, en daar er een vaartuig van zekeren omvang +voor dezen tocht noodig was, moest dat vaartuig ook gebouwd worden. + +Welk hout zou men voor het samenstellen van dit schip gebruiken? Olmen- +of dennenhout, dat beide in overvloed op het eiland voorhanden was? Men +bepaalde zich tot het dennenhout, dat wel een weinig "gespleten" is, +maar toch gemakkelijk te bewerken is, en even goed als het olmenhout +aan het water weerstand biedt. + +Verder werd overeengekomen dat Cyrus Smith en Pencroff alleen aan het +schip zouden werken, omdat het nog zes maanden zou duren vóor het +zachte jaargetijde weder zou aanbreken. Gideon Spilett en Harbert +bleven jagen, en Nab zou met Jup, zijn trouwe hulp, het huiswerk +blijven verrichten. + +Zoodra de boomen uitgezocht waren, werden zij omgehakt en aan planken +gezaagd. Acht dagen later was er tusschen de schoorsteenen en den +rotsmuur een timmerwerf gereed, en zag men reeds eene kiel van vijf +en dertig voet lengte. + +Cyrus Smith had niet in den blinde gehandeld bij den nieuwen arbeid +dien hij ondernam. Hij was in den scheepsbouw even goed thuis als +in al dat andere, en hij had eerst het plan van zijn vaartuig op +papier gebracht. Hij werd overigens flink door Pencroff bijgestaan, +die eenige jaren aan een werf te Brooklyn had gewerkt en het vak vrij +goed verstond. Niet dan na rijpe overweging en nauwkeurige berekeningen +ging men aan het werk. + +Zoo als men licht begrijpen kan, was Pencroff vol vuur en lust voor +zijn nieuwe onderneming en hij zou haar geen oogenblik hebben willen +opgeven. + +Slechts een enkelen dag verliet hij zijn werf voor een anderen +arbeid. Het was voor den tweeden oogst van het koren, die op den +15den April plaats had. Hij was even goed als de vorige geslaagd en +leverde den voorraad graan, die men vooruit berekend had. + +"Vijf schepels! mijnheer Cyrus," zeide Pencroff, na nauwkeurig zijn +schat te hebben nagemeten. + +"Vijf schepels," antwoordde de ingenieur, "en tegen honderd dertig +duizend graankorrels per schepel, maakt dit zes honderd vijftig +duizend graankorrels." + +"Dan zullen wij dezen keer alles zaaien," zeide de zeeman, "behalve +een klein gedeelte voor reserve." + +"Ja, Pencroff, en indien de volgende oogst een evenredige hoeveelheid +geeft zullen wij vier duizend schepels hebben." + +"En wij zullen brood eten?" + +"Wij zullen brood eten." + +"Maar daartoe hebben wij een molen noodig." + +"Wij zullen een molen maken." + +Het derde korenveld werd ontzaglijk veel uitgestrekter dan de twee +eerste en het kostbare zaad werd onder den grond geborgen, die vooraf +goed toegemaakt was. Toen dit geschied was keerde Pencroff naar zijn +werf terug. + +Gideon Spilett en Harbert jaagden intusschen in de omstreken en zij +waagden zich dikwijls zeer ver in het nog onbekende gedeelte van het +bosch van 't Verre Westen, maar hunne geweren waren met kogels geladen +en tegen elke kwade ontmoeting berekend. Het was een ondoordringbare +massa van prachtige boomen, die dicht bij elkander gegroeid waren +alsof hun de noodige ruimte ontbroken had. Het was zeer moeielijk om +hier een geregelde verkenning te doen, en de correspondent waagde er +zich nooit in zonder zijn zakkompas mede te nemen; want de zon drong +nauwelijks door dat dichte gebladerte en het zou moeilijk geweest +zijn den weg terug te vinden. Het spreekt van zelf dat het wild ook +zeldzamer op deze plaatsen was, daar het geen ruimte genoeg zou hebben +gehad om zich vrij te bewegen. + +In de laatste helft van April werden er echter drie groote plantetende +dieren gedood. Het waren koula's die de kolonisten reeds ten noorden +van het meer gezien hadden, en die zich in hunne domheid lieten +dooden tusschen twee takken, waarop zij een schuilplaats hadden +gezocht. Hunne huiden werden naar het Rotshuis gebracht, waar zij +met behulp van zwavelzuur een soort van looiing ondergingen, die ze +ten gebruike geschikt maakte. + +Nog werd op een van deze tochten een zeer kostbare ontdekking gedaan, +die men voor ditmaal aan Gideon Spilett te danken had. + +Het was den 30sten April. De twee jagers waren in zuidwestelijke +richting het bosch binnengedrongen, toen de correspondent, die een +vijftig passen voor Harbert liep, bij een plaats kwam, waar de boomen +minder dicht bij elkander stonden en eenige zonnestralen doorlieten. + +Gideon Spilett was in het eerst verwonderd over de sterke lucht die +uit zekere planten met rechte stengels opsteeg en veroorzaakt werd +door bloemen, die in trossen groeiden en wier hart uit zeer kleine +korrels bestond. De correspondent plukte een paar van die stengels +en kwam bij den knaap met de woorden: + +"Zie eens, wat is dat, Harbert?" + +"Waar hebt gij die plant gevonden, mijnheer Spilett?" + +"Daar op die open plaats, waar zij in overvloed groeit." + +"Nu, mijnheer Spilett," zeide Harbert, "dat is een vondst, waardoor +gij alle recht op de dankbaarheid van Pencroff verkrijgt!" + +"Is het dan tabak?" + +"Ja, en al is zij niet van de fijnste soort, het is in ieder geval +tabak!" + +"Die goede Pencroff! Wat zal hij in zijn schik zijn! Maar hij moet +niet alles oprooken, hoor! Wij moeten er ook ons deel van hebben!" + +"Daar valt mij iets in, mijnheer Spilett," antwoordde Harbert. "Laten +wij niets aan Pencroff zeggen, die tabak bereiden en op een mooien +dag hem een gestopte pijp aanbieden!" + +"Dat is afgesproken, Harbert, en van dien dag af zal onze vriend +niets ter wereld meer te wenschen hebben!" + +De reporter en Harbert namen een goeden voorraad van deze kostbare +plant mede en keerden naar het Rotshuis terug, waar zij hem zoo +voorzichtig binnen smokkelden, alsof Pencroff de strengste douaan +geweest ware. + +Cyrus Smith en Nab werden in het vertrouwen genomen en de zeeman +vermoedde niets gedurende al den tijd die er noodig was om de kleine +bladeren te drogen, te hakken en op warme steenen te eesten. Daarvoor +werden twee maanden vereischt; maar al deze bewerkingen konden +geschieden zonder dat Pencroff het bemerkte, want hij had het zoo druk +met zijn schip, dat hij niet in het Rotshuis kwam dan om te slapen. + +Eens echter werd hij op den 1sten Mei in zijn geliefkoosde bezigheid +gestoord, door een vischvangst waaraan alle kolonisten moesten +deelnemen. + +Sedert eenige dagen had men in zee op twee of drie mijlen van de +kust een groot beest kunnen zien dat om het eiland Lincoln zwom. Het +was een walvisch van de grootste soort, waarschijnlijk tot die der +zuidpoolzeeën behoorende, namelijk tot de "kaap-walvisschen." + +"Als wij dien eens te pakken konden krijgen!" riep de zeeman +uit. "Hadden wij maar een bruikbaar schip en een goeden harpoen, dan +zou ik wel zeggen: Laten wij dat beest nazetten, want het is wel de +moeite waard om mee te nemen!" + +"Nu, Pencroff," zeide Gideon Spilett, "ik zou je wel eens met een +harpoen aan het werk willen zien. Dat moet merkwaardig zijn!" + +"Zeer merkwaardig en niet zonder gevaar," zeide de ingenieur; "maar +daar wij geen wapenen hebben om dit dier aan te vallen, is het onnoodig +dat wij ons met hem bezig houden." + +"Het verwondert mij," zeide de correspondent, "op deze breedte een +walvisch te zien." + +"Waarom, mijnheer Spilett?" antwoordde Harbert. "Wij zijn juist in dat +gedeelte der Stille Zee, dat de Engelsche en Amerikaansche visschers +het "Walvisschen Gebied" noemen, en juist hier tusschen Nieuw-Zeeland +en Zuid-Amerika komen de meeste walvisschen uit het zuidelijk halfrond +in grooten getale." + +"Dat is zeer waar," antwoordde Spilett, "en hetgeen mij het meest +verwondert, is dat wij er nog niet meer gezien hebben. Maar daar wij +ze toch niet kunnen vangen doet het er niet toe!" + +Pencroff keerde met een zucht naar zijn werk terug, want elke zeeman +is tevens visscher, en daar het genot van de vangst in verhouding +staat tot de grootte van het dier kan men eenigszins nagaan wat een +walvischvanger gevoelt in de nabijheid van een walvisch. + +En was het dan alleen nog maar het genot geweest! Maar men moest +erkennen dat zulk een prooi van zeer veel nut voor de kolonie zou +geweest zijn, want de olie en het vet zouden in velerlei opzicht goed +te pas zijn gekomen! + +De walvisch nu scheen het water om het eiland niet te willen +verlaten. Elke beweging van het beest werd door Harbert en Gideon +Spilett, wanneer zij niet op jacht waren, en door Nab, terwijl hij bij +zijn oven stond, nauwkeurig gadegeslagen. Soms kwam het zoo dicht bij +de kust dat men het geheel kon opnemen. Het was inderdaad een walvisch +uit 't zuidelijke halfrond, die geheel zwart ziet en waarvan de kop +meer ingedrukt is dan die uit het noordelijke. + +Men zag ook hoe hij door zijn kieuwen tot op groote hoogte stoom of +water uitblies, want--hoe vreemd het ook schijne--de natuurkundigen +en de walvischvangers zijn het daarover nog niet eens. Is het lucht +of is het water dat zoo opgeworpen wordt? Over het algemeen neemt +men aan dat het stoom is, die door de aanraking met de koude lucht +plotseling verdikt wordt en in regen neervalt. + +De nabijheid van het zoogdier hield de kolonisten onophoudelijk bezig, +vooral Pencroff, die daardoor in groote mate van zijn werk werd +afgeleid. Eindelijk verlangde hij, als een kind naar een verboden +voorwerp, naar dien walvisch. 's Nachts droomde hij er hardop van en +had hij slechts wapenen gehad om hem aan te vallen, was zijn sloep in +staat geweest zee te houwen, hij zou geen oogenblik geaarzeld hebben +om er jacht op te maken. + +Maar hetgeen de kolonisten niet konden doen, deed het toeval voor hen, +en den 3den Mei kondigde een kreet van Nab, die voor het venster van +zijn keuken stond, aan, dat de walvisch op de kust van het eiland +gestrand was. + +Harbert en Gideon Spilett, die juist gereed stonden om op jacht te +gaan, legden hunne geweren neer, Pencroff wierp zijn bijl weg, Cyrus +Smith en Nab voegden zich bij hunne metgezellen en allen snelden in +allerijl naar de strandingsplaats. + +De walvisch was bij vloed op het strand geworpen, op ongeveer drie +mijlen van het Rotshuis. Het was dus waarschijnlijk, dat hij niet zoo +spoedig meer in zee zou komen. In ieder geval moest men zich haasten +om hem, zoo noodig, elken uitweg af te snijden. De kolonisten gingen +met ijzeren pieken en scherpe wapens over de brug van de Mercy, +langs den rechteroever der rivier, volgden den oever en in minder +dan twintig minuten stonden zij voor het groote dier, waarop reeds +een massa vogels neergestreken waren. + +"Welk een monster!" riep Nab uit. + +En die uitdrukking was juist, want het was een walvisch van tachtig +voet lang, een reus in zijn soort, die niet minder dan honderd vijftig +duizend pond moest wegen! + +Het monsterdier bewoog zich echter niet en trachtte evenmin door +spartelen weder in zee te komen nu het nog vloed was. + +De kolonisten begrepen echter spoedig van waar die onbeweeglijkheid +kwam, toen zij bij eb rondom het beest konden loopen. + +Hij was dood en er stak een harpoen in de linkerzijde. + +"Er zijn dus walvischvaarders in onze nabijheid?" zeide Gideon Spilett. + +"Waarom?" vroeg de zeeman. + +"Omdat die harpoen er nog in is...." + +"Wel, mijnheer Spilett, dat bewijst niets," antwoordde Pencroff. "Het +komt menigmaal voor dat de walvisschen duizenden mijlen afleggen met +een harpoen in het lijf, en deze is misschien in het noorden van den +Atlantischen Oceaan getroffen om in het zuiden van de Stille zee te +sterven, zonder dat men zich daarover moet verwonderen!" + +"Maar...." zeide Gideon Spilett, die nog slechts ten halve door +Pencroff overtuigd was. + +"Dat is zeer wel mogelijk," bevestigde Cyrus Smith; "maar laten +wij dien harpoen eens van nabij bekijken. Mogelijk hebben de +walvischvaarders den naam van hun schip er op gegraveerd, zooals dit +veelal het gebruik is." + +En Pencroff las inderdaad het volgende inschrift op den harpoen, +dien hij uit het lichaam van het dier getrokken had: "Maria-Stella, +Vineyard." + +"Een schip van Vineyard! Een schip van mijn land!" riep hij uit. "De +Maria-Stella! een prachtige walvischvaarder, op mijn woord! dien ik +zeer goed ken! Vrienden, een schip van Vineyard, een walvischvaarder +van Vineyard!" + +De zeeman zwaaide met den harpoen en herhaalde niet zonder eenige +aandoening dien naam, die hem zeer aan het hart ging, dien naam van +zijn geboorteland. + +Maar daar men niet kon verwachten dat de Maria-Stella het dier dat +door haar gedood was, kwam opeischen, besloot men het in stukken te +snijden voordat de ontbinding begon. De roofvogels, die sedert eenige +dagen die rijke prooi bespiedden, wilden zonder dralen er bezit van +nemen en men moest hen met geweerschoten verdrijven. + +Pencroff had vroeger op een walvischvaarder dienst gedaan, hij kon +dus het klein hakken van den walvisch leiden--een zeer onaangename +bezigheid, die drie dagen duurde, maar waarvoor geen der kolonisten +terugdeinsde, zelfs Gideon Spilett niet, die, volgens Pencroff, +nog zou eindigen met "een zeer goed schipbreukeling" te worden. + +Het spek werd in reepen van twee en een halven voet dikte gesneden, +vervolgens in stukken verdeeld, die ieder ongeveer duizend pond +wogen, deze stukken werden in aarden potten gesmolten, die op de +plaats gebracht werden, waar men het beest aan stukken sneed, want +men wilde de bergvlakte niet met zulk een lucht verpesten;--bij deze +smelting verloor hij een derde van zijn gewicht. Maar men had goeden +voorraad: de tong alleen leverde zes duizend pond olie en de onderlip +vier duizend pond. Behalve het vet, dat voor langen tijd den voorraad +stearine en glycerine waarborgde, had men nog de kieuwen, die zeker ook +wel tot een doel zouden gebruikt worden, hoewel de bewoners van het +Rotshuis regenschermen noch korsetten gebruikten. Het bovengedeelte +van den bek van den walvisch was aan beide zijden voorzien van acht +honderd baleinen, allen zeer buigzaam en aan weerskanten afgepunt +evenals twee groote kammen, waarvan de pooten, die zes voet lang +zijn, dienen om de duizende onzichtbare diertjes, kleine vischjes en +schelpdieren, waar de walvisch zich mee voedt, vast te houden. + +Toen deze bewerking tot groote voldoening van de kolonisten afgeloopen +was, liet men de rest van het beest aan de vogels over, die het tot +de laatste stukjes deden verdwijnen, en het dagelijksch werk van het +Rotshuis werd hervat. + +Voordat Cyrus Smith echter naar zijn werf terugkeerde, kwam hij op +het denkbeeld om een soort van wapen te vervaardigen dat in hooge +mate de nieuwsgierigheid van zijn metgezellen opwekte. Hij nam een +twaalftal baleinen, die hij in zes gelijke deelen sneed en aan de +uiteinden scherpte. + +"En dat zal dienen, mijnheer Cyrus," vroeg Harbert, toen Smith daarmede +gereed was, "dat zal dienen?...." + +"Om wolven, vossen en zelfs jaguars te dooden," antwoordde de +ingenieur. + +"Nu?" + +"Neen, dezen winter, wanneer de vorst is ingevallen." + +"Dat begrijp ik niet.. .." antwoordde Harbert. + +"Ge zult het weldra begrijpen, mijn jongen," antwoordde de +ingenieur. "Dit wapen is geen uitvinding van mij. Het wordt zeer +veel gebruikt door de jagers in russisch Amerika. Wanneer het vriest, +zal ik deze baleinen buigen en met water begieten, totdat zij geheel +met een ijskorst bedekt zijn en daardoor gekromd blijven, wij zullen +ze op de sneeuw leggen, nadat ze vooraf onder een laag vet zijn +verborgen. Wat zal er gebeuren wanneer een van deze uitgehongerde +dieren dit lokaas verslindt? De warmte van zijn maag zal het ijs doen +smelten, het moordtuig zal zich ontspannen en met zijn scherpe punten +in het vleesch dringen." + +"Dat is goed bedacht!" riep Pencroff uit. + +"En zal kruit en kogels besparen," antwoordde Cyrus Smith. + +"Dat is nog beter dan vallen!" voegde Nab er bij. + +"Laten wij den winter afwachten!" + +"Goed, wij zullen den winter afwachten." + +Het schip vorderde goed en tegen het einde van de maand was het ten +halve gereed. + +Pencroff werkte voorbeeldeloos hard, en slechts zulk een sterke +gezondheid als de zijne was tegen die vermoeienis bestand; maar zijn +lotgenoten bereidden hem in stilte een belooning voor zooveel moeite, +en den 31sten Mei zou voor hem een van de schoonste dagen van zijn +leven zijn. + +Toen hij dien dag, na afloop van het middagmaal, de tafel wilde +verlaten, voelde Pencroff een hand op zijn schouders drukken. + +Het was de hand van Gideon Spilett, die tot hem zeide: + +"Een oogenblik, Pencroff, zoo gaat men niet heen! Gij vergeet het +dessert." + +"Dank je, mijnheer Spilett," antwoordde de zeeman, "ik ga aan mijn +werk." + +"Geen kopje koffie, vriend?" + +"Volstrekt niet." + +"Een pijp dan?" + +Pencroff was plotseling opgestaan en zijn goedig breed gelaat +verbleekte, toen de reporter hem een gestopte pijp aanbood en Harbert +een gloeiende kool. + +De zeeman wilde een woord uitbrengen, maar dat gelukte hem niet. Hij +vatte de pijp en bracht haar aan zijn lippen; vervolgens legde hij +ze tegen het kooltje en deed vijf of zes lange trekken. + +Een blauwe geurige rookwolk steeg op en achter die dikke wolk hoorde +men de verrukte stem van den zeeman, die herhaalde: + +"Tabak! echte tabak!" + +"Ja, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith, "en waarlijk uitmuntende +tabak." + +"O! Goddelijke Voorzienigheid! Geheiligde Schepper van alle +dingen!" riep de zeeman uit. "Er ontbreekt nu niets meer aan ons +eiland!" + +En Pencroff rookte, rookte, rookte! + +"En wie heeft hem ontdekt?" vroeg hij eindelijk. "Gij zeker, Harbert?" + +"Neen, Pencroff, mijnheer Spilett." + +"Mijnheer Spilett!" riep de zeeman uit, terwijl hij den correspondent +in zijn armen sloot, zoo stevig, dat hij naar adem hijgde. + +"Heila! Pencroff," antwoordde Spilett, terwijl hij weer een weinig +bijkwam. "Een deel van uw dankbaarheid komt Harbert toe, die de plant +herkend heeft, en Cyrus, die haar heeft bereid, en Nab, dien het zeer +veel moeite gekost heeft ons geheim te bewaren!" + +"Op mijn woord, vrienden, eens zal ik het u vergelden!" antwoordde +de zeeman. "Nu ben ik tot in den dood de uwe!" + + + + + + + +INHOUD. + + +I. De orkaan van 1865.--Stemmen in de lucht.--Een luchtballon door +een windhoos medegesleept.--De ballon gescheurd.--Niets dan de zee +voor oogen.--Vijf reizigers.--Wat in het schuitje gebeurt.--Een kust +aan den horizon.--Ontknooping van het drama 1 + +II. Een gebeurtenis uit den burgeroorlog.--De ingenieur Cyrus +Smith.--Gideon Spilett.--De neger Nab.--De zeeman Pencroff.--De jonge +Harbert.--Een onverwacht voorstel.--Samenkomst ten tien ure.--Vertrek +in den storm 6 + +III. Vijf uur in den avond.--Hij die ontbreekt.--Wanhoop +van Nab.--Nasporingen ten noorden.--Het eilandje.--Een nacht vol +angst.--De morgennevel.--Nab zwemt.--Land in zicht.--Het doorwaden +van het kanaal 15 + +IV. De lithodomen.--De rivier en haar monding.--Voortzetting +van het onderzoek.--Het woud der groene boomen.--De voorraad +brandstof.--Men wacht den vloed af.--Van de hoogte der kust.--De +houtvlotten.--Terugkeer naar den oever 18 + +V. Inrichting der schoorsteenen.--De vuur-quaestie.--De +lucifersdoos.--Onderzoek van de kust.--Terugkomst van den correspondent +en Nab.--Een lucifer.--Het vlammende vuur.--Het eerste avondmaal.--De +eerste nacht aan land 23 + +VI. De inventaris der schipbreukelingen.--Niets.--Gebrand +linnen.--Een tocht door het bosch.--De bloem der +groene boomen.--Het boomkruipertje.--Sporen van wilde +dieren.--Koeroekoes.--Schildpadden.--Zonderlinge vangst met een +hengel 28 + +VII. Het avondeten.--Een slechte nacht.--Vreeselijke +storm.--Nachtelijke tocht.--Strijd met regen en wind.--Op acht mijlen +van het eerste kamp 34 + +VIII. Leeft Cyrus Smith?--Nab's verhaal.--Voetstappen in +het zand.--Onoplosbare vraag.--De eerste woorden van Cyrus +Smith.--Terugkeer naar de schoorsteenen.--Pencroff radeloos 38 + +IX. Cyrus is er.--Pogingen van Pencroff.--Wrijven van hout.--Eiland +of vasteland?--De plannen van den ingenieur.--Op welk punt van de +Zuidzee?--In het dichtst van het woud.--De pijnboom.--De jacht.--Rook +die veel belooft 44 + +X. Een uitvinding van den ingenieur.--De vraag, die Cyrus Smith +bezig houdt.--Op weg naar het gebergte.--Het woud.--Vulkanische +bodem.--Vreemde dieren.--De eerste vlakte.--Een nacht in de open +lucht.--De top van den kegel 52 + +XI. Op den top van den kegel.--Het binnenste van den krater.--De zee +rondom.--Geen land in zicht.--De kust in vogelvlucht gezien.--Is het +eiland bewoond?--Doop der baaien, golven, kapen en rivieren.--Het +eiland Lincoln 58 + +XII. De horloges worden geregeld.--Pencroff is voldaan.--Een verdachte +rook.--De roode beek.--De bloemen van het Lincolns-eiland.--De +dieren.--De bergfazanten.--Jacht op Kangaroes.--Het +Grantmeer.--Terugreis naar de schoorsteenen 64 + +XIII. Wat men bij Top vindt.--Het vervaardigen van pijl en boog.--Een +steenbakkerij.--Keus en raad.--De eerste "pot op 't vuur".--De +bijvoet.--Het zuiderkruis.--Een belangrijke astronomische waarneming +71 + +XIV. De lengte van het eiland.--Een ontdekkingstocht ten noorden.--Een +oesterbank.--Plannen voor de toekomst.--De zon gaat door den +meridiaan.--De ligging van Lincoln 78 + +XV. Er wordt bepaald besloten tot overwintering.--De quaestie der +delfstoffen.--Onderzoek van het eiland.--Jacht op zeehonden.--De +katalaansche methode.--Vervaardiging van ijzer.--Hoe men staal +bekomt 84 + +XVI. De huisvesting op nieuw besproken.--Een droombeeld van +Pencroff.--Een onderzoek van het noordelijk meer.--De noordelijke grens +van den bergrug.--De slagregen.--Het uiteinde van het meer.--Top is +onrustig.--Top zwemt.--Een strijd onder water.--De zeekoe. 88 + +XVII. Bezoek aan het meer.--De stroom.--Plannen van +Cyrus Smith.--Het vet van de zeekoe.--Gebruik van de +vuursteenen.--Glycerine.--Zeep.--Salpeter.--Zwavelzuur.--Stikstof.--Een +nieuwe val. 96 + +XVIII. Pencroff twijfelt niet meer.--De oude uitloozing.--Een +onderaardsche tocht.--De weg door het graniet.--Top is verdwenen.--De +middelste spelonk.--De inwendige put.--Een geheim.--Een stoot met +het houweel.--Terugtocht 104 + +XIX. Het plan van Cyrus Smith.--De gevel van het Rotshuis.--De +touwladder.--De droomen van Pencroff.--De welriekende +planten.--Konijnenholen.--Afleiding van het water.--Uitzicht uit het +Rotshuis 111 + +XX. De regentijd.--De quaestie der kleeding.--Een jacht op +zeehonden.--Vervaardiging van waskaarsen.--Werkzaamheden in het +Rotshuis.--Een oesterput.--Wat Harbert in zijn zak vindt 116 + +XXI. Eenige graden onder nul.--Onderzoek van het moeras in het +zuidoosten.--De Chilische honden.--Een gesprek over de zee.--Gezicht +op de zee.--Het werk der infusiediertjes.--Wat er van de wereld zal +worden 123 + +XXII. De vallen.--Vossen.--Wilde zwijnen.--Sneeuwstorm.--De +mandenmakers.--De grootste koude.--Kristallisatie van suiker.--De +geheimzinnige put.--Plan tot onderzoek.--De hagelkorrel 130 + +XXIII. Over een hagelkorrel.--De samenstelling van een boot.--De +jacht.--Niets dat de tegenwoordigheid van een mensch verraadt.--Eene +vischvangst van Nab en Harbert.--De omgekeerde schildpad.--De verdwenen +schildpad.--Uitlegging van Cyrus Smith 139 + +XXIV. De boot wordt beproefd.--Een wrak op de kust.--Inhoud van de +kist.--Wat Pencroff ontbrak 146 + +XXV. Het vertrek.--De eb.--De boomen en plantenwereld.--Het +boomkruipertje.--Het bosch.--De Eucalypten.--De koortsboom.--Apen.--De +waterval.--Nachtelijk kamp 152 + +XXVI. Op weg naar de kust.--Eenige apen.--Een nieuwe stroom.--Een +bosch op de kust.--De hagedis.--Gideon Spilett wordt door Harbert +benijd.--De bamboe 160 + +XXVII. Voorstel om langs de zuidkust terug te keeren.--Vorm van +de kust.--Onderzoek naar de vermoedelijke schipbreuk.--Een wrak +in de lucht.--Ontdekking van een kleine haven.--Middernacht aan de +Mercy.--Een afdrijvende boot 168 + +XXVIII. Pencroff roept.--Een nacht in de schoorsteenen.--De pijl van +Harbert.--Plan van Cyrus Smith.--Eene onverwachte oplossing.--Wat in +het Rotshuis is gebeurd.--Eene nieuwe bediende 179 + +XXIX. Plannen ter uitvoering.--Een brug over de Mercy.--Een eiland +maken van het Verre Uitzicht.--De graanoogst.--De beek.--Het +gevogelte.--De duiventil--De onagga's.--De kas.--Uitstapje naar de +Ballonhaven 188 + +XXX. Het lijnwaad.--Schoenen van +zeehondenvel.--Schietkatoen--Verschillende zolen.--De +vischvangst.--Schildpadeieren.--Jup gaat vooruit.--De kraal.--Jacht +op muffeldieren.--Nieuwe dieren en planten.--Gedachten aan het +vaderland 196 + +XXXI. Slecht weer.--Het hydraulische hijschtoestel.--Glas en +glaswerk.--De broodboom.--Bezoeken aan de kraal.--Vermeerdering der +kudde.--Een vraag van den reporter.--Voorstel van Pencroff 206 + +XXXII. Samenstelling van een schip.--Tweede graanoogst.--Jacht op +koela's.--Een nieuwe plant even aangenaam als nuttig.--Een walvisch in +zicht.--De harpoen van Vineyard.--De walvisch wordt geslacht.--Gebruik +van de baleinen.--Het einde van Mei.--Pencroff heeft niets meer te +begeeren 216 + + + + + + + + JULES VERNE'S + GEÏLLUSTREERDE WONDERREIZEN. + + +Prijs per deel: 75 cts. ingen., f 1.--geb. + + + 1 DE REIS OM DE WERELD IN 80 DAGEN. + 2 DE REIS NAAR DE MAAN IN 28 DAGEN. + 3 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. + 4 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Australië. + 5 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Stille Zuidzee. + 6 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Oostelijk Halfrond. + 7 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Westelijk Halfrond. + 8 VIJF WEKEN IN EEN LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de + Binnenlanden van Afrika. + 9 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. + 10 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. + 11 NAAR HET MIDDELPUNT DER AARDE. + 12 MICHAEL STROGOFF, DE KOERIER VAN DEN CZAAR. + 13 HET ZWARTE GOUD. + 14 HECTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. + 15 HECTOR SERVADAC. De Terugtocht naar de Aarde. + 16 AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd + door "De Blokkadebrekers." + 17 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. De Walvischjagers. + 18 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. In Slavernij. + 19 DE SCHIPBREUK VAN DE CHANCELLOR. + 20 WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES. + 21 ELDORADO EN HET MONSTERKANON VAN STAALSTAD. Gevolgd door + "Meester Zacharias". + 22 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. + 23 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. Het drijvende Eiland. + 24 HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. + 25 HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. + 26 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De + Engelschen aan de Noordpool. + 27 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De + IJswoestijn. + 28 EENE VLOTREIS. 800 Mijlen op de Amazone. + 29 EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. + 30 EEN LEERSCHOOL VOOR ROBINSONS. + 31 DE WONDERSTRAAL. + 32 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de Klem. + 33 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. + 34 DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. + 35 DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. + 36 DE VONDELING VAN HET FREGAT CYNTHIA. + 37 MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. + 38 MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. + 39 MATHIAS SANDORF. Een Model-Volkplanting. + 40 HET LOTERIJBRIEFJE. + 41 ROBUR DE VEROVERAAR. + 42 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. Overrompeling eener + Plantage. + 43 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. De Zwarte kreek + van Texas. + 44 1792. OP WEG NAAR FRANKRIJK. + 45 TWEE JAAR VACANTIE. De mislukte Pleiziertocht. + 46 TWEE JAAR VACANTIE. Een Knapenkolonie. + 47 DE FAMILIE ZONDER NAAM. Het Verraad van Simon Morgaz. + 48 DE FAMILIE ZONDER NAAM. De Opstand van 1837. + 49 EEN SCHOT IN DE LUCHT. + 50 CESAR CASCABEL. De schoone Zwerfster. + 51 CESAR CASCABEL. Over het IJs en door de Steppen. + + + Boek- en Kunstdrukkerij P.A. Geurts, Nijmegen. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Het Geheimzinnige Eiland, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET GEHEIMZINNIGE EILAND *** + +***** This file should be named 20331-8.txt or 20331-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/0/3/3/20331/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
