diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 19544-8.txt | 3671 | ||||
| -rw-r--r-- | 19544-8.zip | bin | 0 -> 63430 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h.zip | bin | 0 -> 2511338 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/19544-h.htm | 5347 | ||||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/frontcover.jpg | bin | 0 -> 121411 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p000.jpg | bin | 0 -> 138742 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p005.jpg | bin | 0 -> 51410 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p009.jpg | bin | 0 -> 122239 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p011.jpg | bin | 0 -> 28902 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p012.jpg | bin | 0 -> 25275 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p015.jpg | bin | 0 -> 19340 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p020.jpg | bin | 0 -> 65230 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p023.jpg | bin | 0 -> 26024 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p025.jpg | bin | 0 -> 38862 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p028.jpg | bin | 0 -> 27844 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p030.jpg | bin | 0 -> 56415 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p033.jpg | bin | 0 -> 21299 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p035.jpg | bin | 0 -> 43771 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p037.jpg | bin | 0 -> 28834 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p039.jpg | bin | 0 -> 42936 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p040.jpg | bin | 0 -> 22563 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p042.jpg | bin | 0 -> 137511 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p043.jpg | bin | 0 -> 70654 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p045.jpg | bin | 0 -> 28713 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p046.jpg | bin | 0 -> 39755 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p049.jpg | bin | 0 -> 28743 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p053.jpg | bin | 0 -> 33123 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p056.jpg | bin | 0 -> 77877 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p059.jpg | bin | 0 -> 32974 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p060.jpg | bin | 0 -> 25779 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p062.jpg | bin | 0 -> 50570 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p064.jpg | bin | 0 -> 28024 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p066.jpg | bin | 0 -> 20076 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p067.jpg | bin | 0 -> 25918 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p069.jpg | bin | 0 -> 32533 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p072.jpg | bin | 0 -> 45362 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p073.jpg | bin | 0 -> 115176 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p077.jpg | bin | 0 -> 68957 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p080.jpg | bin | 0 -> 27019 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p084.jpg | bin | 0 -> 19720 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p086.jpg | bin | 0 -> 11084 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p089.jpg | bin | 0 -> 31601 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p094.jpg | bin | 0 -> 130385 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p096.jpg | bin | 0 -> 51325 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p097.jpg | bin | 0 -> 20003 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p098.jpg | bin | 0 -> 43585 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p099.jpg | bin | 0 -> 37946 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p101.jpg | bin | 0 -> 64596 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p103.jpg | bin | 0 -> 28575 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p106.jpg | bin | 0 -> 31714 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p111.jpg | bin | 0 -> 43991 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p114.jpg | bin | 0 -> 29772 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p117.jpg | bin | 0 -> 39381 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p120.jpg | bin | 0 -> 19684 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p125.jpg | bin | 0 -> 47459 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19544-h/images/p128.jpg | bin | 0 -> 13272 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
59 files changed, 9034 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/19544-8.txt b/19544-8.txt new file mode 100644 index 0000000..d7c8190 --- /dev/null +++ b/19544-8.txt @@ -0,0 +1,3671 @@ +The Project Gutenberg EBook of Wat tante Dora vertelde, by H. D. Jacobi + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Wat tante Dora vertelde + +Author: H. D. Jacobi + +Illustrator: Freddy Langeler + +Release Date: October 14, 2006 [EBook #19544] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WAT TANTE DORA VERTELDE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + + Ons Schemeruurtje. + + XIX. + + + + + WAT TANTE DORA VERTELDE. + + + H. D. Jacobi. + + Geïllustreerd door Freddy Langeler. + + + + + H. Meulenhoff--Amsterdam--1919. + + + + + +I. DE TROUWE KAMERADEN. + + +1. Broer en Zus. + + +"Moesje, waar is zus?" roept Tony, terwijl hij tegen moeder opklimt +en zijne roode lippen op haar wangen drukt. + +"Dag vent, zus is buiten in den tuin," antwoordt moeder, terwijl +zij zijn lief jongenshoofd streelt en zijn kus weerom geeft. Weg +is hij--de tuindeur door--de plaats over, zoo gauw zijn dikke +beenen hem dragen kunnen. Daar zit zus op het grasveld bij de +gymnastiekpalen. Op een doek staat de box en zus kruipt er in +rond. Lijsje ligt in een hoek,--haar wangen zijn afgeschrabd, een neus +heeft ze al lang niet meer--het paardje van Tony, dat twee wieltjes +mist en overal kale plekken heeft, staat er ook bij en hier en daar +liggen kegels verspreid. Zus kijkt er niet naar om, ze schuift, +zittend op één been, heen en weer over den grond en kraait tegen +de vogels en vlinders omhoog. Daar trekt ze zich aan het hekje op, +zij staat! "Boer! Boer!" De beide armpjes strekt ze naar Tony uit en +plof--daar ligt ze languit op den grond, boven op het arme Lijsje en +de kegels. Een lipje trekt ze, maar broer is al bij haar, wipt over het +hek en neemt haar in zijn armen, voordat de bui losbreekt. "Snoezebol, +dag lekkere schat," en de wilde jongen houdt zijn kleine zus toch heel +voorzichtig vast en drukt zijn dikke wangen tegen haar pruilend mondje. + +"Da! da!" ze wijst naar boven in de boomen, waar een leger musschen +wacht tot moeder straks de kruimels op het pad strooit. + +"Ja, dat zijn de vogeltjes. Ze wachten ook op eten. Ze hebben ook +trek net als broer. Ksst! ksst! Daar vliegen ze op. Moet zus ook +vliegen? Daar ga je!" en hij tilt zus omhoog. + +"Voorzichtig, Tony," roept moeder, die in de tuindeur naar de kinderen +keek. "Je zoudt haar laten vallen," en ze vangt zus in hare armen op. + +"Hé moe, laat u haar nog even hier? Of moeten we al koffiedrinken? Is +paatje al thuis?" + +"Neen, pa is er nog niet, maar zus moet toch eerst gewasschen.--Nu +speel dan nog maar even met haar. Dan ga ik nog even naar de keuken; +maar niet meer optillen, hoor," en moeder zet zus weer in de box. + +"Da! da!" roept zus en moeder wuift haar lachend toe. Da! da! + +Wat is moeder rijk met haar tweetal. Haar jongen van vijf jaar en haar +lief, klein molletje van vijftien maanden. "Hoe heerlijk," denkt ze, +"dat ze zoo lief samen kunnen spelen. Die Tony is toch zoo dol op +zusje en Emy is zoo blij als ze Tony ziet." + +Ze staat weer bij het hekje. Broer gaat op den rand van het gras +zitten. Nu gaat ze haar kunsten vertoonen. "Hoea!" roept ze in eens +en heft beide armpjes omhoog. Ze staat, ze staat los in de box. + +"Moes! Moes! kijk u eens!" roept Tony verrukt. "Emy staat alleen!" + +Bij de keukendeur kijkt moeder om. "Ja, ja, moeder ziet het; val +maar niet, zus," roept zij. Maar broer waakt over haar en vangt haar +lachend op en kust haar. + +"Nee, nee," roept zus en wringt zich los. Ze wil staan en houdt niet +van kussen. "Hoea!" weer staat ze. Dat is een aardig spelletje. + +"Kom dan," zegt broer. Hij klimt ook in de box en gaat op zijn hurken +zitten met uitgestrekte armen. "Kom bij broer." Zus waggelt en valt, +maar hij grijpt haar en zet haar weer op de onbeholpen beentjes. + +"Hier, pak vast," zegt hij dan en geeft haar een takje als +ballanceerstok in haar handjes. "Goed vasthouden." De dikke knuistjes +grijpen het takje stevig vast. "Ja, ja," knikt ze. + +"Vooruit, toe dan maar, daar gaat ze," en het gaat heusch. Twee, drie, +vier stapjes--wips daar ligt ze weer in zijn armen, kraaiend van pret. + +Vader is thuis gekomen en roept lachend: "Hallo!" terwijl hij den +tuin in komt. Het kraaiende tweetal kijkt op en Tony roept vader toe: +"Kijkt u, vader; zus loopt. Toe zus!" Maar nu wil ze niet, ze gaat op +den grond liggen en steekt de armen naar vader uit, die haar opneemt +en haar op zijn sterke armen hoog in de lucht laat dansen tot ze het +uitgiert. Nu ziet moeder het ook, maar nu is zij niet bang en roept +vroolijk: "Kom jelui?" Tony slingert zich om vaders been en zingend +gaat het drietal naar binnen, waar moeder zus opvangt, om haar gezicht +en handjes te wasschen, wat ze lang niet zoo prettig vindt, als spelen +met Tony of vader. + + + +2. Emy's ridder. + + +De kleine zus groeide op onder de zorgen van vader, moeder en grooten +broer en was nu al een aardig dribbeltje van vier jaar geworden. + +"En ik zeg, dat je zusje toch niet aardig is, Tony." + +Het kleine wijsneusje stampvoette, terwijl ze dit zei en stak haar +tong uit tegen Tony, die met zijn zusje aan de hand op het pleintje +voor het postkantoor stond. + +"Welles," antwoordde Tony met overtuiging. + +"Nietis," zei het meisje weer, "kijk dan, ze heeft mij een duw +gegeven en toen ben ik gevallen. Kijk mijn schort! heelemaal vuil," +en ze houdt Tony het bewijsstuk voor. + +"Ja," zegt Tony, "maar ze deed het niet exprès. Ze kon het niet +helpen." + +"Nee, ik dee het niet imspres; ik kon het niet helpen," zei Emy nu, +"ga je mee naar moeder, Tony?" en ze trok haar broer mee naar huis. Hij +hield haar stevig vast. Hij was zoo trotsch op zus, met die mooie, +blonde krulletjes. "Net poppehaar," zeiden de menschen en dat vond +Tony leuk om te hooren. + +Niemand mocht van zus iets kwaads zeggen. "Hij bederft haar," zei +Moeder vaak, als hij alles aan zus wou geven, of het grootste stuk +voor haar uitzocht. + +"Eerst kijken, wat het mooiste is," zegt hij dan. "Hier, dit is +beter, laten we ruilen." Maar nu begint zus te zeggen, "kijken wat +het grootste is," en dat neemt zij dan, alsof het haar toe komt. + +"Dat is niet lief van zus en ik wil het niet hebben," zegt moeder, +"geef Tony dien grooten appel, hij is de oudste." "Och, laat u maar, +moesje," en Tony springt tevreden weg met het kleinste deel, als moeder +niet doorzet. Moeder is wel trotsch op haar jongen, maar zegt toch, +"neen, jij maakt van zus een egoïstje en dat zou vreeselijk zijn." + +"Wat is dat, moe?" zegt Emy. + +"Iemand, die het beste voor zichzelf uitzoekt en niet om een ander +denkt," antwoordt moeder, "niets lief." + +"Nee, niets lief," zegt Tony, maar zus en niet lief kan hij zich niet +denken en even later is het vergeten, en geeft hij zus het meeste van +de dropjes, die hij bij den apotheker toekreeg. Als moeder of vader +zelve deelen, geven ze opzettelijk aan Tony het grootste en het kleine +ding ziet het dadelijk. "Ja," zegt vader, "Tony krijgt het grootste, +omdat hij zooveel grooter is dan zus," en dan trekt ze heusch soms +een lipje. + +Het was winter. Een gure wind blies door de ruiten naar binnen en +had zus verkouden gemaakt. Niezen en hoesten van belang. Het was +Zondag. "In de kamer blijven" zei moeder, "of je zou naar bed moeten." + +Vader gaat uit. "Tony ga je mee?" + +"Och nee, Pa!" + +"Neen? waarom niet. Je bent toch ook niet ziek?" zegt moeder. + +"Nee, moe, maar ik wou wat met zus spelen, ik heb het beloofd, dat +ik mijn soldaten zou opzetten." + +"Ja, dan moet zus maar eerst wat anders spelen. Een gezonde jongen den +geheelen dag in die warme kamer is niet goed. En vader heeft veel te +graag, dat je mee gaat." Moe krijgt zijn jas en pet en zus begint te +pruilen. "Hij heeft het beloofd.--Vader is groot, maar zus is klein." + +"Neen," zegt moeder, "zus is niet lief. Tony gaat met vader mee en +zus mag niet pruilen en gaat zoet met de poppen spelen, totdat Tony +thuis komt. Kijk Sientje is niet eens aangekleed. Wat is je wiegje +slordig. We zullen het samen eens opknappen", en moeder gaat mee +naar het speelhoekje en zus vergeet haar verdriet. Tony gaat met +vader mee. Voor het raam kijkt hij nog eens naar binnen, drukt zijn +neus tegen de ruiten, om te zien of zus al getroost is. Zij kijkt +om en lacht om den platgedrukten neus en zegt: "Straks gaat Tony mee +spelen." "Zeker," zegt moeder, "straks" en zus weet, dat hij het doen +zal en is tevreden. + + + +"Maar Tony, jongen wat heb je nu weer uitgevoerd?" zegt moeder +verschrikt. "Kind, ben je gevallen? Pas op, niet met dien vuilen +zakdoek." + +"Nee moe--nee!--ja!" snikt Tony. Hij wrijft zijn vuilen zakdoek over +zijn bebloeden neus en vuil gezicht, wat het niet beter maakt. + +"O, Tony!" roept zusje verschrikt "het bloedt, het bloedt allemaal" +en ze zet het op een schreien. "Stil kindje, kom, gauw mee naar de +pomp Tony," en moeder houdt het hoofd onder den helderen waterstraal, +wat beter helpt. Nu kan ze zien, dat Tony's neus is opgezet en een +schram over zijn wang bloedt. + +"O kijk, moesje, zijn blouse is gescheurd," zegt zus en steekt haar +vingertje door een winkelhaak in zijn rug. "En heelemaal vuil moe, O!" + +"Hoe komt het dan toch," zegt moeder weer, terwijl ze zijn neus met +watten dicht stopt. + +"O, die Bert, die naarheid; maar ik heb hem lekker te pakken genomen," +en hij balde zijn vuisten. + +"O, dus je hebt gevochten, dan heb ik heelemaal geen medelijden met +je; dan moet je maar niet vechten. Dat zijn straatjongensmanieren." + +"Ja, maar ik moest wel, moeder--hij zei--hij zei--" + +"Nu?" + +"Hij zei, wat van zus--en, dat laat ik niet zeggen, hij zei: 'ze is +een akelige kribbekat.'" Zijn oogen stonden zoo kwaad; hij balde de +vuisten of Bert weer voor hem stond. + +"Maar nu heb je toch bewezen, door je bebloeden neus en zijn blauw oog +of wat je hem hebt gegeven, dat het niet waar is," zei moeder ernstig. + +Tony zag moeder eens aan, hij begreep niet of moeder wel meende, +wat ze zei. + +"Laat ze toch praten, jongen, ze zeggen het immers, om je te plagen, +omdat ze weten, dat jij je er boos om maakt," vervolgde moeder, maar +Tony bromde zooiets van: daar hebben moeders geen verstand van, die +zijn geen jongens geweest, doch hij zei het maar niet hardop. Zijn +neus deed hem erg zeer. Zus had medelijden met hem, ze troonde hem +mee en speelde met hem. "Vader," zei ze, toen die thuis kwam van +het kantoor, "Tony heeft met de jongens gevochten voor mij en hij +heeft al zoo'n pijn. Wees U maar niet boos." En vader zei alleen: +"zóó, een bloedneus, en de ander? Is die heelemaal dood of half? Je +moet niet vechten, Tony"--en nu kon Tony toch niet denken, dat vader +er geen verstand van had, want die was toch ook een jongen geweest. + + + +3. Haar geheim. + + +Er kwamen wel eens jongens bij Tony in den tuin spelen, maar als zus +niet mee mocht doen, konden ze wel heengaan. Daarom moest zus leeren +slootje springen; op een smallen plank loopen over de sloot, knikkeren +op z'n jongens; hoepelen, duikelen in het gras en aan den rekstok; +in een boom klimmen, hardloopen en meer van die jongensspelen. En ze +kon heel aardig meedoen, want Tony leerde het haar en hij vond het +heerlijk als het kleine ding hooger durfde schommelen, dan de groote +jongens. Toch was hij heel voorzichtig met haar. "Ja," zei hij dan, +"het is toch een meisje en ze is nog zoo klein ook." + +Als Tony op school was, speelde zus met haar poppen, maar was hij +thuis dan lagen de arme kinderen vergeten in een hoekje of Tony moest +mee huishoudentje spelen; anders was zij jongen mee. + +Het liefst had ze een oud pakje van Tony aan, dat hij haar met de +schoonmaak eens voor de grap had aangetrokken. Dat stond zoo leuk +vond Tony, bij die lange, blonde krullen, dan was ze net kleine +lord Fauntleroy. Toch was zus niet jongensachtig, maar heel zacht +en bedaard. Soms kon ze tijden met haar poppen in een hoekje zitten +moedertje spelen, of met de kleintjes in den tuin wandelen. Ook hield +ze dol van poppenwasch. Moeder had haar ook breien geleerd. + +Eens zat ze in haar eigen rieten stoeltje in den tuin voor Tony, +die gauw jarig was, een knikkerzakje te breien. Moeder naaide aan +een mooie jurk voor haar en ze vond zich zelve erg groot, dat ze nu +ook een werkje maakte en zat een tijdlang ijverig te peuteren zonder +iets te zeggen. + +"Moeder," vroeg ze op eens "wat krijgt Tony van U en van Vader?" + +"Wat denk je?" antwoordde moeder. + +"Ik weet wel iets, dat hij heel, heel graag hebben wil. Maar dat +krijgt hij natuurlijk niet," zei ze weer. + +"Zoo, vrouwtje. Wat is dat dan voor vreeselijks?" + +"Ik zal het u influisteren," antwoordde zus, wierp haar breiwerk +neer in 't gras en sprong naar moeder. Ofschoon er niemand bij was, +zei ze 't heel zacht aan moeders oor en keek moeder toen met een +ernstig ondervragenden blik aan. Moeder lachte. "Jongens, jongens, +dat is geen kleinigheid," zei ze, "dat is heel duur." + +Emy's gezicht betrok. "Maar hij zou het zoo heel, heel erg graag +hebben," zei ze, "en hij is toch zoo lief, moesje." + +"Houdt zus zooveel van broer? Ik geloof nog meer dan van moeder en +vader, hè?" was moeders wedervraag, terwijl ze haar naaiwerk in den +schoot liet vallen en het lieve gezichtje tusschen hare handen nam, +om het te kussen. + +"Neen," antwoordde zus dadelijk. "Ik houd van vader, van moeder en van +Jans en van de poes en van Lijsje en Truitje en al de andere poppen +en van grootmoe ook en van tante Sjaak en van grootvader en o, van +een heeleboel menschen meer. Ook van den kruideniersjongen, want die +brengt altijd balletjes voor me mee en ik mag op zijn fiets rijden." + +"Nu," antwoordde moeder, "als je van vader en moeder net zooveel houdt, +als van den kruideniersjongen, dan mogen we toch tevreden wezen," +en zij lachte hartelijk. + +"Krijgt Tony dan een hond, hé toe, moesje?" + +"Maak jij je knikkerzakje maar af, dan zullen we nog eens zien, kleine +vleister," zei moeder en zette zus, die op haar schoot geklommen was, +tot groot gevaar voor de jurk, weer op den grond. Ze liet de naalden +weer tikken, zoo gauw de kleine ongeoefende handjes het konden en +dacht: "hij krijgt hem wel," hardop zei ze: "Wat zal hij blij zijn!" + + + +4. Een prettige verjaardag. + + +De groote dag kwam eindelijk. Tony's verjaardag. De knikkerzak was +met ijverig werken gelukkig afgekomen. Van boven was er een rood +bandje doorgeregen, dat had moesje gedaan, prachtig! vond zus zelve +en moeder vond het heel mooi en knap van die kleine prul, vooral, +dat het op tijd af was. + +Tony draaide zich slaperig om op zijn buik en drukte zijn gezicht in +het kussen, terwijl hij de dekens over de ooren trok, alsof hij nog +eens rustig een dutje wilde doen. Wip! zij bij hem in bed; met haar +knikkerzakje in de eene hand trekt zij met de andere de dekens weer +van zijn hoofd. + +"Tony, ik feliciteer je met je verjaardag! Tony!" [1] + +Nu werd Tony op eens bewust van de heerlijkheid van dezen dag +en schudde de slaap van zich af. Met een ruk kwam hij overeind en +knipoogend greep hij de mooien knikkerzak. "O, ik ben jarig vandaag! Hé +zus, mooi; heb je hem zelf gemaakt?" "Ja, zelf gemaakt." "Nu dat is +mooi, ik dank je wel hoor! geen een jongen heeft zoo'n mooien." En +hij kuste haar ontstuimig. "Wat zullen de jongens er wel van zeggen, +prachtig! fijn!" "Ja, hè," zei zus, "en dat rooie bandje. Dat +kan je toetrekken. En kijk eens op het tafeltje. Wat staat daar +allemaal?" Ze kroop naast Tony onder de dekens en greep de pakjes van +het tafeltje, dat voor zijn bed stond. Samen pakten ze alles uit en +allebei waren ze even verheugd, bij het zien van al het moois. Een +koker met de Koningin--en het prinsesje ook.--Een sponsedoos met +twee dwergjes.--Een tol! rood--wit en blauw! "Van de vlag hè?" zei +zus.--"Nou en echt,.." zei broer weer "Knikkers! wat een boel geen +kalke daaien, echte knarren!" "Mag ik dan ook 's knikkeren," vroeg +zus. "Ja, natuurlijk als je maar goed schiet. Daar die stuiter mag jij, +om te bikkelen." "Nog wat zeg, kijk!" + +"Wat een plak, o!" "Lust je een stukje!" "Nou of." Hmm!! "lekkere +melkchocolade." + +"Wat zitten jelui daar toch te doen?" vroeg moeder, die wakker werd +door het drukke praten. + +"Hè, moes," riep Tony "allemaal voor mij, zoo mooi," en hij wipte uit +bed, om zijn schatten aan moeder te laten zien en haar te zoenen voor +al dat moois. + +"Ben je nog al tevreden," vroeg moeder schalks lachend. "Nou +of," antwoordde Tony met overtuiging. "Kijk U eens dit +boek. 'Lentegroen.' Wat een leuke plaatjes." + +"Zoo," zei vader nu ook ontwakend. "Heb je al je presenten al gekregen +en wat zeg je van het mijne?" + +"Wel neen" zei moeder, "dat heeft hij nog niet." + +"Krijg ik dan nog meer," vroeg Tony opspringend van pleizier. + +"Ja, we zullen ons vlug aankleeden en dan gauw gaan kijken naar het +cadeau, dat vader en grootvader en -moeder samen voor je gekocht +hebben." + +"Wat is dat, moeder, toe zeg 't eens?" + +"Ik weet 't, ik weet 't," riep zus, sprong op moeder toe en riep, "Is +'t toch, hé moesje," maar moeder lachte en zei "Ik zeg niets. Eerst +aankleeden." + +Of Tony zich wel zoo heel goed waschte en niet vergat zijn tanden te +poetsen, ik geloof 't haast, maar hij was heel vlug klaar en zus was +zoo gejaagd, dat ze haar linker schoen aan den rechter voet wilde +wringen en moeder vroeg, vandaag maar eens niet haar krullen uit te +kammen, omdat Tony anders eerder klaar was dan zij. + +Eindelijk waren ze beiden klaar beneden en toen vader even later ook +binnenkwam was het: "Nu 't cadeau. Ga maar mee jongens." + +Mee--waar mee? Vader stapte lachend naar den tuin. + +Tony keek onder vaders beenen door en zus riep telkens springend van +pleizier: "Ik weet 't, zus weet 't." + +Daar stond een klein, groen huisje op de plaats, dat er vroeger nooit +gestaan had. + +"O, vader," riep Tony; hij kon zijn oogen haast niet gelooven en schoot +onder vaders beenen door, deed de deur open en.... "Pas op" riep vader +nog--sprong meteen achteruit, want een groote, geelharige hond vloog +luid blaffend naar buiten. Met een kreet van schrik school zus achter +moeders rokken weg, maar Tony ging op hem af en zijn oogen schitterden. + +"Ik dacht niet, dat hij zoo groot zou zijn," riep hij verrukt. + +Vader greep den hond bij den nek en streelde zijn kop, toen kwam Tony +vlak naast hem staan en aaide het mooie dier over den rug. + +De hond besnuffelde beiden aan alle kanten en wendde ook den kop naar +moeder en zus. + +"Kom, Emy, niet bang zijn," zei moeder en bracht haar bij den hond, +maar ze wilde hem niet aaien. + +Plotseling zette hij zijn voorpooten vooruit en met de achterpooten +schoppend rekte hij zich eens ter dege uit, terwijl hij zijn bek +opensperde en gaapte. Zus schoot gauw terug, maar Tony lachte om dien +grooten bek. + +"Is die nu heusch voor mij, vader?" vroeg hij ongeloovig. + +"Heusch voor jou," zei vader, "als je goed voor hem zorgen kunt, +zijn hok schoonhoudt en voor zijn eten zorgt. Hem wasschen zullen +moeder of ik vooreerst wel doen. Maar jij moet hem opvoeden tot een +netten hond en zorgen, dat hij je gehoorzaamt. Het is een prachtig +beest en een aardige speelkameraad. Hij moet nog grooter worden, +want hij is nog jong. Kijk!" vader liet hem los en de hond bedacht +zich niet lang, maar rende eenige malen den tuin rond. Toen ging hij +allen besnuffelen. "Zeker om kennis te maken," zei Tony. + +"O, vader ik vind het zoo heerlijk. Ik zal heel goed voor hem zijn, +dan zal hij wel veel van me gaan houden." + +"Dat is best," zei vader, "maar niet verwennen. Hij mag vooreerst +niet in de kamer komen--alleen in het speelkamertje en hij moet ook +leeren niet in den tuin om te dollen en de bloemen en perken ontzien." + +"Ik vind hem zoo mooi." + +"Maar zoo groot," zei zus. + +"Juist mooi. Jammer dat ik hem niet mee naar school kan nemen. Hoe +heet hij?" + +"Ja, hoe heet hij? Geef hem zelf maar een naam." + +"Désiré! vader, want ik heb zoo naar hem verlangd. Zoo heet dat buiten +van dien timmerman, immers." + +"Noem hem dan--Verlangd of gewenscht--Dat is Hollandsch." + +"Maar ik kan toch niet roepen: Verlangd--Verlangd! of Gewenscht, +kom eens hier. Het hindert toch niet." + +"Ga je gang maar, noem hem zooals je wil. Je mag wel een doopmaal +geven en je vrienden en kennissen uitnoodigen." + +"Hè moe, mag dat heusch?" vroeg Tony. + +"Wel ja jongen, breng om 4 uur de jongens maar mee. Maar nu moeten +we ontbijten, anders kom je te laat en moet je voor je verjaardag +nog schoolblijven." + +"Dat doet de Meester toch niet!--Wat zullen ze kijken.--Hij is nog +grooter, dan Nero van den slager en mooier ook." + +Vader zei, dat Désiré maar wat op de plaats moest loopen om het +terrein te verkennen en ze gingen naar binnen om te ontbijten. + +Toen ze zaten te eten, zei moeder, "ik geloof, dat je vader nog niet +eens bedankt hebt." "O nee," zei Tony en met een reepje in zijn mond +sprong hij op vader toe en zoende hem op beide wangen. Toen op moeder +af, die hij half smoorde onder zijn onstuimige kussen. Daarna draaide +hij zus met stoel en al in de rondte en deed toen eenige luchtsprongen, +om zijn vreugde uit te juichen. + +Voordat hij heenging moest hij even Désiré goeden dag zeggen. Het dier +berook hem aan alle kanten, doch schonk hem verder geen aandacht meer +en ging door met het besnuffelen van muren en hekken en van den grond. + +"Désiré," riep Tony bij de plaatsdeur. De hond lichtte langzaam den +kop op. "Hij hoort zijn naam al, moeder. Zal ik de jongens maar niet +om twaalf uur meebrengen?" + +"Nee zeker niet, we moeten vandaag om twaalf uur eten voor vader, +dat weet je wel." + +"Nou dan maar om vier uur, dag vader, dag moeder, dag zus, dag +Désiré!" en weg was hij. + +Tony was geen erg beste leerling dien ochtend en zijn onrust scheen +de halve klasse te hebben aangetast. Meester wilde ook graag den +hond zien en begreep best, dat de jongens het ook graag wilden, +maar hij was toch genoodzaakt te zeggen, dat wie niet beter oplette, +'s middags niet naar huis mocht en dus niet bij Désiré's doopmaal +wezen kon. Dat hielp gelukkig en de jongens deden hun best den hond +te vergeten en met hun gedachten bij de sommen te blijven, die nu +juist zoo heel moeielijk waren vandaag. + +Vier uur!--hè.--Verruimd stoof het heele troepje mee om Tony heen en +stormde met hem, het tuinhek door, maar Désiré was er niet. + +"Désiré, Désiré," riep de baas. In het speelkamertje? + +Ja, daar lag hij te slapen. Toen de jongens hem omringden, vloog hij +op, keek hen onderzoekend aan en blafte even. + +"Wat een fijn dier! Prachtig! Wat een kop! Wat een mooi haar! Laten +we hem meenemen naar buiten!" + +Daar stoeiden en holden ze weldra met het vlugge dier in het zand. Hij +maakte allerlei kluchtige sprongen en rende harder, dan een van hen +allen. Totdat moeder de jongens binnen riep en het doopfeest begon. + +Tony hield Désiré vast en zus zou hem heusch doopen, maar moeder kwam +juist met een stuk worst, dat hij in één hap verslond. Toen bracht +moeder beschuiten met muisjes voor de kinderen en kopjes chocolade +en boterhammen en toen werd er op de gezondheid van den baas en zijn +hond lekker gegeten en gedronken. + +Daar kwam Tante ook nog met de beide nichtjes en die brachten +presentjes mee ook, Tony was er heel blij mee, maar toch het meest +met zijn prachtigen hond. + +Ze deden samen nog allerlei spelletjes, toen vader Désiré weer naar het +hok had gebracht en dronken nog limonade en aten koekjes en speelden +nog in den tuin, totdat het klokje van 7 sloeg. Toen ging de visite +naar huis en broer en zus moesten naar bed. + +"Mag ik Désiré nog even goeden nacht zeggen," vroeg Tony. + +"Nu van avond dan," zei moeder. "Hè lekker, toe zus ga je mee!" Samen +vlogen ze naar het hok. Tony pakte zijn rechter poot. "Nacht hoor, +droom je eens van me!" + +Of de hond het deed? Maar Tony wel van hem. Den halven nacht reed +hij op den rug van Désiré de geheele wereld door. + + + +5. Désiré en Emy. + + +"Neen, zoo niet, recht op! Toe, dan krijg je een stuk worst!" + +"Nee nog niet happen.--Eerst rechtop! Kop hups! Zus, trek hem +eens aan zijn voorpooten.--Ja zóó! Recht kom dan! Nou stil zitten +hoor. Een--twee--drie--vier--vijf--zes--. Mooi zoo! Daar is de +worst! Zie je wel zus, hij kan 't al. Désiré, hier!--Hij komt dadelijk, +leuk hé?" + +Op de plaats stonden ze. Désiré was al heelemaal gewend, ja het was +net, of hij er altijd geweest was. + +"Nou ik es," zei zus: "Désiré, hier!" + +"Zie je wel, hij doet 't niet voor me," en ze stampte met haar voet. + +"Je hebt hem gisteren ook geslagen met dien stok," zei Tony, "dat +vindt hij ook niet lief." + +"Ja, maar hij had Lijsje stuk gebeten," pruilde zus. + +"Hij heeft 't toch niet exprès gedaan; had die pop dan opgeborgen." + +"Had jij hem niet in de kamer gelaten. Hij mag mijn pop niet opeten." + +"Jij mag hem niet slaan." + +"'t Is een naar beest, ik houd niet van hem," snikte zus nu en liep +weg, om haar troost bij moeder te zoeken. + +"Moe, Tony is kwaad, omdat ik Désiré heb geslagen, en hij had toch +Lijsje verscheurd. Tony is niks aardig en Désiré is een nare hond." + +"Foei," zei moeder, "zus je moet niet zulke leelijke dingen +zeggen. Désiré wist niet, dat hij kwaad deed en Tony of vader zullen +het hem wel leeren, maar zus moet niet met een stok slaan. Lijsje was +een oude pop en je keek er nooit meer naar om. Als zusje zoo doet, +vindt moeder haar niet lief." + +"Ik vind Désiré niet lief," hield zus vol "en ik vind het niets +prettig, dat Tony hem gekregen heeft." + +"Je meent het niet," zei moe, maar zus ging niet meer naar Tony toe +en bleef pruilen. + +Als ze gingen wandelen, mocht Désiré nu ook mee. Wat was hij dan +blij. Eerst ging hij aan een ketting, maar spoedig was hij genoeg +gewend en liep buiten in het bosch los. + +Hij volgde de kinderen op de hielen of sprong om hen heen. Soms was +hij zoo woest, dat hij zus haast omver liep, of telkens tegen haar +op sprong en zijn voorpooten op hare schouders zette. Dan was ze bang +voor zijn grooten kop, ofschoon hij nooit kwaad deed. + +"Toe laat Désiré nu maar en speel liever met mij," vleide ze eens, +dat ze weer in het bosch waren op een Woensdag middag. + +"Ik speel toch immers met je," zei Tony. + +"Ja, maar je kijkt aldoor maar naar Désiré en hij loopt voor me +voeten. Ga toch weg, beest! en ze schopte naar hem. Désiré sprong op +zij en rende naar Tony, maar even later was hij weer bij zus terug +en duwde zijn kop liefkoozend tegen haar aan. + +"Kijk nou," zei Tony, "je duwt hem ook altijd weg, en bent nooit eens +lief voor hem. Ik vind het niets aardig van je." + +"Ik vind jou ook niets aardig en Désiré ook niet. Toe bind hem nu +vast aan een boom, dan kunnen we prettig spelen. Wees nu eens lief," +vleide ze weer. En Tony, hoewel onwillig, kreeg halsband en ketting +en riep den hond bij zich. Maar het schrandere dier, begreep wat +zijn baas wilde, hij gehoorzaamde, doch sprong om Tony heen en blafte +luid, alsof hij hem smeeken wilde zijn plan niet te volvoeren. Tony +had medelijden met zijn hond, maar wilde zus toch ook graag pleizier +doen. Hij streelde Désiré, klopte hem op den rug, maar deed hem toch +den halsband om en bond hem aan een boom vast. "Nu stil liggen--koest, +hoor." + +Désiré staarde hem bedroefd na en stiet een klagend gehuil uit, toen +hij de kinderen zag vliegen over het gras en zelve niet mee mocht doen. + +"Stil hoor," riep zus. + +"Mag ik hem niet losmaken," vroeg Tony weer. + +"Nee hoor, dan heb ik niets geen pret" en Tony gaf het dwingelandje +haar zin. + +Was het wonder, dat Tony wel eens alleen met zijn hond uitwipte. + +"Waar is Tony, Moesje?" vroeg zusje. + +"Uit," zei moeder, "naar de wei met Désiré." + +"Hé, Moesje, mocht ik dan niet mee?" + +"Maar je wil immers nooit, dat Désiré los is. Het arme beest mag toch +wel eens vrij rondloopen. Daarom is Tony alleen met hem uitgegaan." + +Groote tranen! Schokkend snikte ze. "Hoe leelijk van Tony, zie je +wel, dat hij meer van dien naren hond houdt, dan van mij." Ze wierp +zich voorover op de zitting van vaders grooten stoel en snikte haar +verdriet uit, toen moeder de kamer uit was. + +Ze voelde zich echt ongelukkig, omdat broer weggegaan was en meer om +den hond gaf dan om haar. + +"Ba, die nare hond, die akelige hond! was hij maar nooit hier +gekomen!--" + +Tony bleef niet lang weg. Zus lag nog met het hoofd op de zitting, +toen de deur, die aanstond werd opengestooten en ze plotseling een +snuiven en hijgen naast zich hoorde. Désiré stak zijn goedigen kop +door de armleuning en likte haar krullekopje. Sprong toen achter haar +om naar den anderen kant, maar voordat hij haar gezicht kon vinden, +trapte zij achteruit: "Ga je weg! naar beest!" Zóó erg meende zij +het niet! Ze schrok er zelf van. De hond sprong jankend op zij en +liep hinkend op drie pooten de deur uit, de gang in, naar Tony. Zus +keek hem na. "Wat zal Tony zeggen," dacht zij. + +"Wat is er gebeurd, Désiré?" hoorde zij Tony vragen. + +"Kom hier en laat de baas eens kijken." De hond jankte luider, zeker +bevoelde Tony zijn poot. "Heb je in een spijker getrapt?" Juist kwam +vader uit het kantoor aan den anderen kant van de gang. + +"Wat is er, heeft hij zijn poot bezeerd? Het lijkt wel of die in de +knel heeft gezeten." + +"Zoo pas liep hij nog op vier pooten naar binnen," antwoordde Tony. + +Zus was opgestaan, maar ze ging niet in de gang. Ze durfde vader en +Tony niet onder de oogen komen, maar liep de tuindeuren door naar +moeder, die aardbeien plukte. + +"Kindje, wat heb je toch gehuild. Hoe dom, toch," zei moeder. + +Toen barstte ze opnieuw in tranen los en verborg snikkend haar hoofd +in moeders rokken. + +"Kom, je mag niet zoo jaloersch zijn, Tony komt gauw weer thuis, +help moeder maar plukken," hernam moeder, die dacht, dat het alleen +daarom was. En zus begon haar te helpen, bang dat vader en Tony komen +zouden. Ze vloog niet op, hen te gemoet, toen ze in den tuin kwamen, +om Désiré naar het hok te brengen. + +"Wat is er met Désiré," riep moeder tegen hen. Zus hoorde, hoe vader +vertelde, dat de poot gekneusd was en Tony zei, dat hij niet begreep, +hoe het gekomen was. Toen zei moeder, dat ze moest binnen komen. + +"Wat zus, ben jij daar? Krijgt vader geen kusje. Ben je zoo ijverig +bezig?" Vader kwam naar haar toe. Zus bukte en bukte, totdat Vader +haar optilde en haar gezichtje tegen zijn lippen drukte. "Heb je +geschreid? Waarom?" Ze antwoordde niet maar sloeg de oogjes neer. Vader +schudde haar boven zijn hoofd heen en weer. "Lach eens gauw, lachen, +zeg ik." Toen droeg hij haar naar binnen en zei, dat ze zich gauw +moest laten wasschen, want dat ze er zoo niets aardig uitzag. + +Zus had niet veel te vertellen, maar at zwijgend haar boterham met +aardbeien. + +Toen moeder haar 's avonds naar bed bracht en zij op moeders schoot +haar gebedje had opgezegd, nam moeder haar in de armen, boog haar +hoofdje achterover en vroeg: "Is zusje heel lief geweest vandaag?" Toen +snikte ze. + +"Maar ik had het zoo erg niet gemeend." "Wat," vroeg moeder +verwonderd. Zij dacht alleen aan haar boosheid, omdat Tony haar niet +had meegenomen. "Ik deed maar even zóó, maar ik wist niet, dat ik hem +zoo'n pijn deed, heusch niet," zei zus. Nu begreep moeder ineens en +vriendelijk maar ernstig zei moeder: "Ik ben blij, dat je er spijt +van hebt. Je moet nooit meer zoo leelijk doen tegen Désiré, omdat +broer zooveel van hem houdt." + +Zus zei "neen moesje," kreeg een nachtkus en ging slapen. + +Moeder vertelde het beneden aan Tony en vader, maar niemand sprak er +meer over later. Gelukkig werd de poot gauw weer beter en kon Désiré +weer heel gauw draven en springen als vroeger. Zus keek niet naar +hem om, deed hem niets, maar ging hem een beetje uit den weg en vond +het nog steeds niet prettig, als hij mee uit ging. Als broer eens +met haar alleen naar Tante ging, die Désiré liever niet op bezoek +kreeg, dan kon ze niet nalaten te zeggen: "Leuk hè, Tony, weer zoo +samen. Met Désiré is toch zoo vervelend," en Tony zei maar niets, +want hij vond het niets aardig, dat zus zoo weinig met Désiré op had. + + + +6. De landlooper. + + +Een jaar was voorbij gegaan sedert Désiré bij Tony kwam en het was +een prachtige, groote hond geworden. Tony was ook flink gegroeid en +hoe langer hoe meer was hij van Désiré gaan houden, die zeer gehecht +was aan zijn kleinen baas. Désiré was ook voor zus heel lief maar haar +afkeer van den hond was eer toe- dan afgenomen. Zij beantwoordde zijn +liefkoozingen nooit en als hij te dicht bij haar kwam, zei ze steeds: +"Tony, roep hem dan toch. Hij wil me likken." + +"Maar je hoeft niet bang te zijn, hij doet je geen kwaad," zei Tony. + +"Ja, maar ik vind het een naar beest. Toe ga weg, ga naar den baas," +en ze liep weg. Soms wilde ze niet meer met Tony uit, omdat hij Désiré +meenam en al schreide ze dan ook niet, toch vond ze het naar, dat hij +liever met den hond uitging en haar thuis liet. Hij deed het, omdat +moeder niet wilde, dat ze altijd haar zin kreeg, maar het hinderde +hem altijd. + +'t Was een warme zomerdag. Alle deuren en vensters van het huis +stonden open, zooals ze buiten zoo dikwijls doen. Moeder zat in de +tuinkamer te naaien. Vader was op het kantoor aan dan anderen kant +van het huis, dat een afzonderlijken ingang had en met een deur in +de gang uitkwam van het woonhuis. Tony was op school. De vacantie was +nog niet begonnen, maar iedereen verlangde er naar, want het was zulk +heerlijk weer om in het bosch te liggen of te wandelen. + +Juist kwam Jans aan de voordeur, om melk te nemen, toen de veldwachter +voorbij ging. + +"Hebben jelui hem al, van Buren?" riep de melkboer hem toe. + +"Nee," antwoordde de veldwachter, "maar je mag de voordeur wel dicht +houden, Jans, want het is een gevaarlijk, brutaal sinjeur, en hij +kon best eens binnen komen, als je hem zoo uitnoodigt." + +"Over wien heb je 't nou?" vroeg Jans. + +"Nou, je zal toch ook wel gehoord hebben van dien landlooper, die +bij Japik naar binnen is gegaan en bezig was de zilverkast leeg te +stelen. De knecht kwam er net op af, maar hij is verdwenen voor ze +hem pakken konden. Nou zeggen ze, dat hij weer gezien is in de buurt." + +"Ja, dat is secuur, 't moet hem zijn." antwoordde de veldwachter, +"en hij zal me geen tweeden keer ontloopen." + +Jans zette de handen in de zij, om de zaak eens terdege te bepraten, +want ze was bang voor landloopers en moest het fijne ervan weten. + +Zus was met haar poppenwagen den tuin ingegaan. + +Achter den grooten pereboom was het prieeltje, dat was altijd haar +huisje. Daar kon ze zoo eenig spelen. Niemand kon er haar zien van het +huis af. Om den tuin was een groene haag en er achter was een smal +pad, dat naar den eenen kant op de groote wei en naar den anderen +kant naar het bosch voerde. Er kwam haast nooit iemand anders langs +dan een enkele boer, die in de wei zijn koeien liet grazen en bij +het bosch woonde. + +De vogeltjes zongen luid in de hooge boomen, krekeltjes piepten in het +gras langs den weg en verder was het stil, heel stil. Zus ging op den +houten grond van het prieeltje zitten en begon zacht een wiegeliedje +voor de poppen te neuriën. Zachtjes aan werd ze zelve slaperig, +legde haar hoofdje op een voetenbankje en dommelde in. + +Eensklaps hief ze verschrikt haar hoofdje op. + +Een ruwe hand werd op haar mondje gelegd. Ze opende verschrikt de +oogen en gaf een gil, die dadelijk werd gesmoord. Een afschuwelijk +gezicht was over haar heengebogen. Een man in vuile lompen gekleed, +lag naast haar op zijn knieën. Ze beefde van afgrijzen, wilde de hand +wegduwen. "Houd je mond, mormel," siste hij door zijn vuile tanden en +ze voelde zijn adem op haar hoofd. Tegelijk rukte hij aan het gouden +kettinkje, dat ze om haar halsje had. "Jelui alles en ik niks hè," +mompelde hij en stak het in zijn zak. Toen greep hij naar haar oortjes +en wilde de belletjes er uit trekken, zonder er zich om te bekommeren +of hij daarbij haar oorlelletjes doorscheurde, maar ineens trok hij +de hand terug, uitte een half gesmoorde gil en greep naar zijn been. + +Désiré, die een eind verder in den tuin onder de struiken had liggen +slapen en door den dief niet was opgemerkt was door de gil van zus, +hoe zacht ook, toch ontwaakt en met een paar sprongen op den aanvaller +afgevlogen, die hij in zijn been beet. + +Zus vloog overeind en rende luid schreiend naar huis. Ze hoorde Désiré +woedend blaffen, de man vloeken en tieren, de haag kraken, maar keek +niet om en liep onder 't geroep van "Moeder! moeder een dief!" zoo +gauw ze kon, het huis in, terwijl Jans net de kamer in kwam. Moeder +was op het geschrei toegesneld, maar begreep niet zoo gauw. Jans +nog onder den indruk van het gehoorde, liep zoo hard mogelijk de +gang weer in, naar de voordeur en gilde "Van Buren, Van Buren--hier, +hier!" De veldwachter wilde juist den hoek omgaan, maar kwam nu terug. + +Moeder was ondertusschen den tuin ingeloopen op het geblaf af en zag +Désiré in woedend gevecht met een haveloozen man, die half over den +haag geklommen was en beproefde den hond zijn keel dicht te knijpen, +daar het beest hem niet wilde loslaten. + +"Ga vader halen," riep moeder tegen zus "gauw!" maar juist kwam de +veldwachter, die spoedig gevolgd werd door vader en een besteller +door Jans van het kantoor gehaald. "Houd hem, Désiré," riep de +veldwachter. De man wilde zijn vuist met kracht op den kop van den +hond doen neervallen, maar het was te laat. De veldwachter had hem beet +en met hulp van de anderen werd den man, hoe hij ook tegenstribbelde, +over den haag teruggetrokken. + +"Laat los Désiré, kom hier," riep moeder, die zag hoe hij den man +gebeten had. Désiré gehoorzaamde en vloog naar moeder, die zijn +grooten kop tusschen haar handen nam en hem liefkoosde. "Beste hond, +goed beest." Brr, ze rilde. Zoo'n vreeselijke man. Wie weet wat hij +haar kind had gedaan, als Désiré er niet was geweest. + +"Kom, hier, beest, kom hier, je krijgt wat lekkers van de vrouw," +en de hond drukte zich tegen haar aan. + +Jans kwam met zus hem tegemoet. Nauwelijks zag hij haar of hij vloog +op haar af, sprong tegen haar op en wilde haar in haar gezicht likken. + +"Nee weg, weg," riep ze. "Foei zus, aai hem dan, haal hem dan eens +aan. Als hij er niet was geweest, brr! wie weet wat die leelijke man +gedaan zou hebben." + +"Kom hier" en ze nam zus in den eenen arm, knielde neer nam den kop +van Désiré in den anderen en liet het kind den hond aaien, om hem te +bedanken voor zijn trouwe hulp. Hij besnuffelde haar aan alle kanten, +alsof hij onderzoeken wilde, of haar niets kwaads was overkomen. + +Vader kwam even later weer terug--een paar boeren hadden den man met +den veldwachter, naar den toren gebracht. Juist kwam Tony thuis. + +"Moeder, ze zeggen dat van Buren een landlooper in den toren heeft +en dat Désiré hem gepakt heeft, is dat waar?" + +"Ja," zei moeder, "dat is waar, hier zus, geef hem een stuk worst." + +"O, wat is dat lief van je Désiré," riep Tony. "Nu hou je toch wel +van hem, hè." + +Zus antwoordde niet, ze stak even de hand uit met de worst, maar trok +die ook weer dadelijk terug, toen Désiré ze had aangepakt en vluchtte +bij moeder, die haar op schoot nam en tegen zich aan drukte. + +Maar Tony sloot vol verrukking zijn vriend in de armen, die zijn lief +zusje gered had. + +"Moeder," zei hij nadenkend. "Weet u wat ik zoo jammer vind. Als +een menseh iets voor je heeft gedaan, waar je erg blij mee bent, +kan je het hem zeggen en er hem wat voor geven, wat hij graag hebben +wil. Maar bij een hond kan het niet." + +"Neen," zei moeder, "dat is waar, maar we kunnen lief en goed voor +hem zijn en veel van hem houden, dat voelt hij wel." + +Voortaan zeide zus er niets meer van als Désiré mee uit ging, ze was +niet onvriendelijk voor hem, maar haalde hem toch nooit aan zooals +vader en moeder, en de anderen deden of speelde niet met hem. Het +kostte haar nog steeds moeite hem niet weg te duwen, als hij tegen +haar opsprong of zijn goedigen kop in haren schoot legde. + + + +7. Uit logeeren. + + +Tony had vacantie gekregen. Hij was opgetogen met een mooi rapport +thuis gekomen en vader en moeder waren ook heel blij. + +"Nu!" zei moeder. "Wat dunkt u, vader, zoo'n flinke jongen mag wel +eens een extra'tje hebben." + +"Ja, zullen we het dan maar doen?" vroeg vader lachend. + +"Wat doen," zei Tony en keek van vader naar moeder, maar zij lachten +en zeiden nog niets. + +"Watte, moesje?" vleide zus. + +"Och, ik denk, dat ze toch niet graag willen." + +"Wat niet graag willen?" + +"Nu, dan zal ik het je maar vertellen. Wie wil er van jelui tweeën +mee naar grootvader en grootmoeder?" + +"O heerlijk! Ik! en ik!" riepen ze allebei en vlogen hun ouders om +den hals. + +Opeens voelde Tony den kop van Désiré onder zijn arm. + +"Désiré! we gaan naar grootvader en -moeder. Ga je mee? Kijk, vader, +Désiré lacht ook, ziet u wel. Hè, mag hij ook mee. Grootvader heeft +hem nog nooit gezien en het huis is toch groot genoeg, op het erf +kan hij zoo heerlijk rondloopen en dan--hè, ja vader, mag dat?" + +"Ik denk wel, dat het goed zal zijn. De reis is niet zoo lang en als +we derde klas gaan kan hij mee." + +Het gezichtje van zus betrok wat, maar Tony was dol van blijdschap +en vloog met Désiré de gang door naar de keuken om Jans de heerlijke +tijding te brengen. + +"Eenig zeg Jans. We gaan naar grootvader en Désiré gaat mee!" + +"Och kom," zei Jans. "Désiré mee, hoe kan dat nou?" + +"Ja, ja, vader neemt ook een kaartje voor hem. Wat zal grootvader +wel zeggen. Ik heb hem toch immers ook van grootvader gekregen en +hij heeft hem nooit gezien. Dat is toch ook gek!" + +"Nou dan zal je opa het ook wel prettig vinden. Het is er immers nog +veel meer buiten dan hier. Hij zal wel gauw zorgen den weg te kennen, +dat hij los kan loopen." + +"Ja natuurlijk, hij is zoo slim," antwoordde Tony trotsch op zijn +lieveling. En de hond keek alsof hij alles begreep en trok zijn baas +mee den tuin in en holde met hem om het hardst om de perken om zijn +vreugde uit te buitelen. + +De lang gewenschte dag brak aan. Gepakt en gezakt ging de geheele +familie naar den trein. + +Hoe verrukkelijk was die reis. Désiré zat als een deftig passagier +voor het raampje te kijken en hield zich voornaam stil. Al de +andere reizigers nam hij wel goed op uit zijn hoekje, maar hij +scheen heel tevreden met het gezelschap en deed verder net of ze +niet bestonden. Hij voelde zich blijkbaar recht op zijn gemak en in +zijn nopjes. + +Enkele menschen gingen terug, als ze den hond zagen zitten en wilden +niet in de coupée, al verzekerde Tony ook: "hij doet heusch geen kwaad, +komt u maar gerust." + +Désiré trok zich ook daarvan niets aan. Tony had schik voor zes. + +Wat stond grootvader te kijken, toen hij behalve de gevraagde ook +nog een onverwachte logé zag uitstijgen. + +"Is dat nu Désiré," zei hij, toen hij kinderen en kleinkinderen +hartelijk had verwelkomd. + +"Ja, grootvader, 't mocht wel, niet?" + +"Zeker, zeker, jongen, ik ben heel blij, dat ik hem ook eens zie. 't +Is een prachtbeest en een best dier ook. Hij kan bij ons eens goed +genieten. Kom, nu maar gauw in den tentwagen. Hij kan wel naast je op +den bok zitten. Dan gaan we gauw kijken, of grootmoeder de pannekoeken +al klaar heeft." + +Ook door grootmoeder werd Désiré hartelijk ontvangen. + +"Hij hoort toch bij de familie," zei de lieve vrouw, "en was in de +uitnoodiging begrepen," en ze was verrukt over hem, toen zij bemerkte, +dat hij zoo gehoorzaam was en zoo netjes, dat hij zijn pooten op de +mat veegde--en dat hij al evenveel van haar pannekoeken hield als +de kleinkinderen. + +Spoedig waren kinderen en hond ook met de meiden en knechts van +de boerenplaats de beste maatjes. Het was een flinke boerderij +"Nooit gedacht". Keurig zag alles er uit. Heerlijke boomen op het +erf. Pere- en appelboomen--kersen en aardbeien--een lief tuintje +met bloemen. Uitgestrekte weilanden er om heen met koeien en +paarden en verderop bouwland en hooiland. Voor dag en dauw haast +liepen de kinderen al mee naar het veld, of trokken ze mee naar het +hooiland. Désiré vloog als een dolleman door het hooi, hapte er in, +wierp het met zijn kop omhoog, kroop er onder, zoodat zijn krulharen +en zijn staart er soms onder zaten. En als de wagens naar huis gingen, +zaten de kinderen en de hond er boven op. + +Gingen ze verre wandelingen maken met grootvader en vader, dan ging +Désiré ook mee. Alleen met de koeien kon hij het niet te best vinden of +eigenlijk de koeien niet met hem. Als ze op een pad kwamen, dat door +een weiland liep, nam vader hem maar even aan den halsband, vooral +als de koeien met de koppen over de hekken stonden, of er geen hek +of sloot was. Dan werd Désiré onrustig en kroop zelve dicht bij hen. + +Dikwijls aten ze onder een grooten boom voor het huis. Dat vond Désiré +heerlijk, want dan kreeg hij af en toe wel een beentje of hapje mee. + +"Jongens, hij zal heelemaal verwennen," zei moeder, "dan gaat hij +thuis nog bedelen." + +"Ja, moeder," antwoordde Tony "en wij worden hier ook verwend." + +"Daar ben ik ook hard bang voor," hernam moeder weer, "en dan hebben +we thuis met drie in plaats van met twee wat te stellen." + +Grootvader lachte er wat om en wierp den kinderen nog wat bessen op +het bord en gooide den hond een been toe. + +Moeder dreigde hem met den vinger, doch het hielp niets. Grootvader +bleef lachen: "'t zal zoo'n vaart niet loopen, thuis is thuis--maar +ze zijn nu ook op 'Nooit gedacht.'" + +Grootmoeder schudde het hoofd en merkte tegen vader op: "Zoo sprak +je vader ook niet, toen jij klein was, Antoon," en vader antwoordde: +"Neen, toen deed u het" en hij boog zich over grootmoeder heen en +kuste haar, dat het klapte. + +"Foei, foei, wat moeten de kinderen wel denken," zei ze. + +"Dat u een lieve grootmoeder bent," zei Tony, greep grootmoeders +hoofd en stopte haar een paar lekkere donkere vruchten in den mond, +"en dat grootvader, de beste grootvader is van de heele wereld, +hè Désiré, wat zeg jij." + +En Désiré zei niets, maar kwispelstaartte; hij was het toch heelemaal +met Tony eens. + +Er kwamen wel eens regendagen, dan hadden de kinderen genoeg pret in +huis, want vader en moeder hadden nu veel tijd om met hen te spelen +en grootvader kon zoo eenig, heerlijk vertellen. Maar Désiré zat +dan treurig voor het raam, alsof hij wachtte, totdat het ophield, +om zich buiten te kunnen verlustigen. Of hij sloop stilletjes weg en +ging in zijn eentje een wandeling maken, maar dan kwam hij toch meest +heel gauw terug; en toen hij bemerkte, dat hij dan in de keuken moest +blijven, om op te drogen en niet mocht binnen komen, beviel hem dat +ook al niet en deed hij het niet meer. + + + +8. In gevaar. + + +Het was Zondag en prachtig weer. + +Bruin werd voor den tentwagen gespannen. Koo ging op den bok zitten +met de Zondagsche spullen aan. Hij zou grootvader, grootmoeder, moeder +en vader met het gerij naar de kerk brengen, die veel te ver was, +om er heen te loopen. Het was stil op de boerderij, alles blonk tegen +je aan--tot zelfs het straatje voor de deur glom op zijn Zondags. De +kinderen stonden voor het hekje met Trijntje de huismeid en wuifden +de vertrekkenden na. + +"Dag, jongens!" riep vader en boog zich nog even uit het wagentje. "Ga +niet te ver uit de buurt, hoor!" + +"Dag zus, zoet zijn," riep moeder en wuifde met de hand, boog zich +om het zeil van den kap, nog eens en nog eens. "Dag! dag!!" + +Toen de kerkgangers om den hoek waren verdwenen, holden Tony en Désiré +het erf op en lieten zich onder luid gejuich en geblaf door zus en +Trijntje nazetten. + +Toen ze allen buiten adem waren, gingen ze de laan een eindje +inwandelen. Maar Trijntje kon niet ver van het hek, want ze was +maar alleen thuis. Ze ging weer terug, want ze moest nog voor het +eten zorgen. + +"Mogen wij nog even verder," vroeg Tony. "Even naar het bloemenveld." + +"Ja, dat is goed," zei Trijntje, "dat is niet zoo ver. Maar dan weer +thuis komen, hoor." + +"Ja, we gaan alleen naar het bloemenveld, een boeketje plukken voor +grootmoeder," zei zus. + +"Ja, heerlijk." Trijntje ging langzaam terug en Tony, zus en Désiré +gingen de laan weer in, staken den rijweg over die naar het dorp +voerde, en kwamen op een voetpad dat door de wei- en bouwlanden +liep. Spoedig waren ze op een groote vlakte, die bezaaid was met +allerlei wilde bloemen. Hier konden ze naar hartelust plukken. + +Zus ging dadelijk aan den gang. Tony liep met Désiré wat op. Hij +wou eens zien, waar die laan eigenlijk op uit liep, en wat er achter +die hooge boomen was aan de andere zijde van het bloemenveld, zooals +moeder het voor de grap noemde. + +Désiré scheen het warm te hebben van het hollen; hij liep met de tong +uit den bek langzaam naast Tony voort. Doch eensklaps snoof hij in +de lucht, bleef even stilstaan, nam toen een sprong en stoof recht +op de boomen af. + +"Wat moet dat? Wat heb je," riep zijn kleine baas verwonderd en volgde +hem wat langzamer. + +Toen hij bij de boomen kwam achter het struikgewas uit, hoorde hij +een klokkend geluid en zag Désiré aan den kant van een vrij breed +water lustig staan drinken. + +"O, is daar de rivier al. Is die zoo dicht bij. Dat wist ik niet +eens," zei Tony bij zich zelven. "Wacht, jongetje, je kon wel weer +eens zwemmen, net als gisteren met vader. + +"Kom hier, Désiré." Hij zocht een grooten tak, ging naar den kant +en wilde hem in het water gooien, maar bedacht zich ineens, dat hij +eerst wel eens naar zus mocht kijken. Die zou het ook zeker graag zien. + +"Zus! zus!" riep hij terugkeerend naar het bloemenveld. Hij zag haar +niet. Ze was achter de hooge struiken verborgen. Hij zette zijn +handen als roeper aan zijn mond en riep "zus, zus, Emy!!" Désiré +snelde hem vooruit en had heel gauw haar spoor gevonden. Daar kwam +hij weer tusschen de struiken uit, gevolgd door zus, die de beide +armen vol bloemen had. + +"Kijk, Tony, mooi hè," draag jij ook wat, dan maken we er thuis een +boeket van." + +"Ja prachtig," antwoordde Tony, "leg ze maar even neer en kom eens +mee, zeg. Daar achter die boomen, vlak bij, is een groot water. Je +weet wel, dat we laatst ook gezien hebben, toen we wandelden. Daar +zullen we Désiré even in laten zwemmen, niet. Kom mee" en hij trok +zus haastig mee naar de rivier. + +Spoedig stonden ze aan den oever. Tony wierp nu een tak in het water +en riep: "Désiré pak ze." Désiré bedacht zich niet en met aandacht +keken de kinderen toe, hoe de hond heenzwom en met den stok in den +bek terugkeerde. + +Wat lachte zus om het afschudden van de druppels. + +"Kijk," zei ze, "nu moet je daar verder op eens gaan. Daar waar die +punt uitsteekt, gooi daar nog eens, dan komt de stok misschien aan +den overkant." + +"Ja," zei Tony, "dat is leuk, kom mee!" + +Langs den schuinen kant ging hij naar beneden. Hij dacht er niet aan, +dat hij iets verkeerds deed. Een smalle strook steenachtige grond +stak een eind de rivier in. + +"Ik durf eigenlijk niet verder," zei hij nog. + +"He flauw!" zei zus. + +"Nou ga jij dan." + +"Ja maar ik ben een klein meisje," zei de wijsneus. + +"Nou vooruit," zei Tony, die graag een held was in zusjes oogen. + +Voorzichtig sprong hij van den eenen steen op den anderen en kwam +zoo een aardig eindje naar voren. + +Désiré stond aan den kant en blafte jankend. + +Zus klapte in haar handen van pleizier: "Gooi nou!" riep ze. + +"Désiré! pak ze!" riep Tony, slingerde zijn arm en wierp met zoo'n +kracht, dat hij zijn evenwicht verloor en voordat hij besefte wat er +gebeurde, links afgleed en met een plons in het water terecht kwam. + +"Tony! O, moeder, help!" riep zus en snelde naar den kant. Maar Tony +was een heel eind af.... "Moeder! Vader!" gilde ze in haar angst. + +"Vader," gilde Tony ook spartelend met handen en voeten. + +Hij trachtte de steenen te grijpen, maar of hij daardoor zichzelf +afduwde of dat de stroom hem weg voerde, hij schoot in eens verder +de rivier in. Zooals hij van Désiré gezien had, sloeg hij met handen +en voeten en hield zich zoo nog boven, schreeuwend om hulp. + +Zus liep wanhopig heen en weer. + +De hond echter had zich niet lang bedacht. Hij was te water gesprongen +en zwom met alle kracht naar de plaats, waar zijn kleine baas dreef. + +"Gauw, Désiré, gauw," riep het kind, voelend, dat hij zonk. + +Zus gilde maar steeds door. Ze zag haar lieve Tony al dieper en +dieper in het water zinken, ze zag, dat hij verdween, voordat de +hond hem nog had bereikt en ze sloeg de handen voor de oogen. Toen +kwam het ineens in haar op, dat ze iemand moest gaan halen. Ze had +een boerderij gezien, daar bij de laan. Ze wilde er heen gaan, maar +het was of ze niet kon loopen. Ze keek weer naar het water. Daar +kwam Désiré terug. Heel langzaam. Zijn kop hield hij hoog op. In den +bek had hij den riem van Tony. Zijn hoofd kwam even boven het water +uit. Zijn lijf en zijn beenen hingen er in. + + + +9. De Redding. + + +"O, Désiré," riep ze smeekend, "houd hem vast, houd hem +vast." "Help! help!" riep ze nog eens en keek om zich heen. Toen +ineens vatte ze moed, kroop op handjes en voetjes omlaag naar den +waterkant naar de plaats waarheen Désiré zwom met zijn zwaren last. + +"Lieve hond, zoete hond, toe dan, toe dan," riep ze en het was of het +moed gaf aan het trouwe beest. Het spande nogmaals al zijn krachten +in. Daar was hij er bijna. Het hoofd van Tony zonk lager. "Toe dan, +goeie hond, toe lieve Désiré, toe dan." + +"O lieve Heer, laat hem niet verdrinken," bad ze; boog verder voorover +en greep een stuk van Tony's blouse. Ze trok en trok zoo hard ze +kon. De hond spande zich nogmaals in, lichtte den kop wat hooger op en +zette de voorpooten op den oeverrand. Met vereende krachten sleepten +ze den drenkeling tegen den kant op. + +Désiré, hijgend van inspanning, likte hem aan alle kanten. Zus boog +zich over hem heen, riep hem bij zijn naam, kuste hem, maar Tony's +oogen waren gesloten en alle liefkoozingen maakten hem niet wakker. Zus +bemerkte niet eens, dat Désiré ook haar belikte en dat zijn groote kop, +vlak naast haar gezichtje over Tony heenboog. + +De hond scheen het eerst op den inval te komen, dat het zoo niet kon +blijven. Plotseling hield hij op met likken, liet een luid geblaf +hooren en vloog toen als een pijl uit de boog in de richting van +het bloemenveld. + +"Désiré! hier," riep zus in doodsangst, dat hij haar alleen liet met +broertje, die maar al sliep. "O Désiré, loop niet weg, ik zal nooit +meer boos op je zijn, loop niet weg." + +"Tony, word toch wakker, Tony, lieve Tony," snikte ze dan en begon +hevig te schreien. + +Opeens hoorde Emy den hijgenden adem van Désiré weer in de verte. Ze +keek op. Daar kwam hij om de boomen heen, liep weer terug, rende +nog eens vooruit en achter hem kwam een kleine, dikke man met een +dikken stok in de hand. De hond sprong voor hem uit, bleef staan, +keek of de man hem nog volgde en rende dan weer voort, om even later +nogmaals terug te gaan. + +Eindelijk kwam hij hijgend op de kinderen af. De dikke man had +nauwelijks de kinderen in het oog gekregen of hij verhaastte zijn +stap. Hij nam zijn pet van het hoofd en veegde met een rooden +zakdoek het zweet van zijn voorhoofd. Blazend en puffend kwam hij +naderbij en riep: "Wat is er gebeurd? Heeft die jongen in het water +gelegen?" Zus keek hem verstomd aan. "Hoe lang is het al geleden" +vroeg de man verder, terwijl hij snel zijn stok en pet neerwierp, +zijn jas uittrok en bij Tony neerknielde. Hij voelde aan zijn arm, +legde zijne hand op Tony's borst, zijn oor er tegen en begon haastig +zijn kleeren los te maken, terwijl hij mompelde. "Wie ben jelui, ik +ken je niet. Toe zeg toch eens wat meisje, ga je moeder halen. Woon je +vlak bij?" Zus zag hoe de man Tony's armen heen en weer ging bewegen, +ze keek, maar verroerde zich niet. Ze was bang voor dien rooden dikken +man, die zoo raar deed, bang voor Tony, die daar zoo stil lag en ze +greep ineens den grooten kop van Désiré en drukte zich vast tegen +hem aan. Ze voelde, dat hij haar beschermen zou. + +"Toe kindje," hijgde de man, "ga toch, daar is een huis. Haal gauw +hulp of het is te laat. Ik kan je broertje alleen niet helpen. Ga, +gauw." Ze keek in de richting, waarin de man wenkte met zijn hoofd +en zag een kleine boerenwoning. Nu scheen ze pas tot bezinning te +komen. Ze keerde zich om en snelde er heen zoo gauw ze loopen kon. De +hond hief den kop op, scheen in twijfel wat hij nu moest doen, bij +zijn zieken baas blijven of met het kleine zusje meeloopen. Hij liet +een klagend gehuil hooren, liep zus na en keerde weer terug naar Tony; +keek naar den man en likte Tony in het gezicht. Toen keek hij weer op +naar zus en schoot eensklaps voort haar na. Bij de boerderij gekomen, +liep zus, gevolgd door den hond, het hek in, maar toen durfde ze niet +verder en draalde besluiteloos. De hond begon te blaffen. Toen kwam +er een meisje naar buiten, vroolijk zingend liep ze op zus af en zei +vriendelijk. "Wel--wat had de jonge juffer?" + +Zus wees met het vingertje in de richting, waar broertje lag en zei +zacht. "Die man vraagt of er iemand komt. Hij heeft in het water +gelegen." + +"Wie, die man?" zei het meisje verschrikt. + +"Neen, Tony, en hij heeft z'n oogen dicht; gaat u mee alsjeblieft, +ik ben zoo bang," riep ze ineens vertrouwelijk, greep de rokken van +het meisje en wilde haar meetrekken." + +"Ja, ik ga mee hoor, wacht even. Teun, Jacob!" riep ze naar +binnen, "kom gauw mee, er is een in het water gevallen." Twee lange +boerenjongens, kwamen nieuwsgierig naar buiten loopen en terwijl het +meisje wees en vertelde, trokken ze hunne klompen aan die witgeschuurd +voor het lage deurtje stonden en liepen met hun lange beenen snel +vooruit. + +Toen zus en het meisje weer terug kwamen, had de man hun al gewezen +wat ze doen moesten en zat hij zelf even uit te blazen. De meisjes +keken toe. Zus begreep niet, wat er gebeurde, maar stond zacht te +snikken. Het meisje streelde haar wang en zei troostend: + +"Kijk, kijk hij komt al bij, hij tilt zijn hoofd op. Huil nou maar +niet, kijk. Vertel nu eens wie je bent?" "Emy, en hij is Tony," +snikte het kind. + +"En waar zijn je vader en moeder." "Naar de kerk." + +"Maar bij wie ben jelui hier, dan?" "Bij grootvader, daar," wees zus, +"over het bloemenveld." "O, wacht, op 'Nooit gedacht'". + +"Ja," zei zus onverschillig, ze begreep niet eens waarom het haar +werd gevraagd. + +Werkelijk daar bewoog Tony zich, zuchtte en opende de oogen. Zus +sprong op hem toe. "Tony, lieve Tony," riep ze en zoende hem. Hij +keek naar al die vreemde gezichten zonder te begrijpen. "Benauwd," +riep hij toen en begon te braken. + +Toen rilde hij. "Ik ben zoo koud, Moeder!" zei hij. + +De dikke man tilde hem op. "Kan je hem dragen," vroeg hij Jacob. "Ja, +geef maar op," zei de grootste van de jongens en geen moeder had +haar kind zorgvuldiger kunnen aanpakken en tegen zich aanvleien dan +de knaap deed. + +"Hier mijn jas maar over hem heen, het schaap heeft het koud," zei +de dikke man. "Loop jelui maar wat aan, ik kom ook wel, maar ik kan +zoo gauw niet." + +De stoet zette zich in beweging. Désiré vroolijk blaffend, nu hij +bemerkte, dat ze naar huis gingen, daarachter Jacob met zijn vracht +en naast hem Teunis die het hoofd van Tony steunde. Daarachter het +meisje met zus aan de hand en eindelijk de goede, dikke man, wiens +korte beentjes moeite deden hen bij te houden. + + + +10. Désiré overwint. + + +Trijntje had al niet begrepen, waar de kinderen toch bleven. Ze durfde +de laan niet uit te gaan. Had al eens over den rijweg getuurd langs +het pad en was weer terug gekeerd, bij zich zelve overleggend, of ze de +deur maar zou sluiten en eens gaan kijken. Toen zag ze net de stoet de +laan inkomen. Zus liet de hand van het meisje los en snelde op Trijntje +toe. "O Trijntje, ze dragen Tony, hij is in het water gevallen." + +Trijntje verbleekte. "In het water en" .... ze liep de mannen +tegemoet. Op het zien van haar angstig gezicht riep het meisje: +"Hij is gelukkig weer bij, hoor, Siem de zwemmer heeft hem geholpen." + +Trijntje lichtte de jas op en keek naar het bleeke gezicht. + +Tony keek haar even aan, maar zei niets. Ze vroeg, en het meisje +vertelde wat zij wist. + +"Wat zullen ze zeggen, wat zullen ze zeggen," lamenteerde Trijntje +en sloeg jammerend de handen in elkaar. "Er is niemand thuis." + +Ze nam Tony op schoot en met hun allen deden ze zijn natte kleeren +uit. "Ziezoo," zei Siem, "nou afdrogen en in een wollen deken in +bed." Tony klappertande. Het andere meisje had een kruik met heet +water gevuld en Tony werd in de wollen deken gewikkeld, met de kruik +in de bedstee gestopt. + +"Wat warme koffie of thee," zei Siem. + +En hoewel Tony geen trek had, werd hem de warme thee met een +theelepeltje ingegoten. + +"Waar is moeder," vroeg hij nog eens. + +"Ja, die komt zoo," zei Siem, "ga nou maar eerst wat slapen." + +"Waar ben ik?" vroeg hij weer en wreef met zijn hand over zijn hoofd. + +"Hier," zei zus, "bij grootmoe in de bedstee." + +Hij bekeek de bedstee, maar scheen het toch niet goed te begrijpen. + +"Ik zal even naar het dorp gaan, om ze te waarschuwen," vroeg Teun. "Is +er niet een fiets van een van de jongens." + +"Zeker," zei Trijn, "pak hem maar. Voorzichtig zeggen hoor, dat +de boerin niet te veel schrikt. Nou ik bedank jelui wel hoor. Siem +blijf je niet tot het volk thuis komt. Dat zullen ze niets mooi van +je vinden." + +Maar Siem wou niet blijven, hij kwam nog wel eens hooren, later, +zei hij en ging nu met Teun en Jaap weg. Anneke bleef bij Trijntje +wachten, want die was bang alleen met Tony. Ze was geen kinderen +gewend. Trijntje nam zus op schoot en ze gingen met hun drieën voor +het bed zitten. + +Désiré legde zijn grooten kop in den schoot van zus, en zij duwde hem +niet weg, maar streek met haar handjes liefkoozend over zijn hals. Zoo +zaten ze stil en het duurde niet lang of zusjes hoofd, viel op zij en +steunend op den kop van den hond, viel het kleine kind in slaap. In +de bedstee werd het ook stil. Tony was eveneens in slaap gevallen. + +De beide meisjes spraken fluisterend met elkaar, totdat Trijntje +opsprong. "Daar ben ze!" Zus werd door den schok wakker. Ze droomde +dat Tony in het water viel en toen Trijntje haar op den stoel voor +de bedstee neerzette, riep ze: "Désiré, help dan toch." + +De hond was ook ontwaakt. Zij liep op hem toe en terwijl zus zich +over hem heenboog, fluisterde zij: "Lieve goede Désiré, jij hebt hem +er uitgehaald," en ze nam zijn kop in haar armen. + + + +Zoo vonden vader en moeder hunne kinderen terug. Zus sprong dadelijk +op en vloog schreiend op hen toe. "We konden het niet helpen! maar +Désiré heeft hem er uitgehaald," riep ze en vertelde aan één stuk, +wat er was gebeurd. + +Moeder kuste haar schreiend; vader liep dadelijk naar het bed, greep +de afhangende hand van Tony en streelde zijn gezicht. Ook Désiré kwam +bij het bed en duwde zijn kop onder moeders arm door, om Tony te zien. + +"Désiré," zei moeder en streelde hem, weer greep zus zijn kop en legde +haar krullebol er tegen. Zoo stonden ze toen Tony de oogen open deed. + +"Vader, moeder," riep hij zacht en begon te schreien, "ik dacht, +dat ik verdronken was, ik zal het nooit weer doen." + +Toen viel zijn oog op zus en den hond en hij lachte door zijn tranen +heen. + +"Hij heeft je er uit gehaald," zei zus nog eens weer. "Zoete hond." + +"Heb ik het niet gedroomd?" vroeg Tony. + +"Neen," zei vader, "hoe is het nu? Hoe voel je je?" + +"Goed vader, ik kan wel opstaan," en hij wilde overeind komen, maar +dat mocht niet. + +"Hoe heeft hij den jongen tegen den kant opgekregen, dat begrijp ik +maar niet," zei grootmoeder. + +"Ik heb getrokken," zei zus nu, "want hij was zoo moe, hij kon haast +niet meer." + +De tranen sprongen moeder in de oogen. "Die kleine zus en die goeie +hond." + +"Je bent een flinke meid, hoor," zei grootvader. "Samen heb jelui +hem dus gered." + +"Wat zal je een angst gehad hebben, zoo alleen," merkte grootmoeder +weer op. + +"Maar, Désiré was er toch bij," zei zus weer. + +"Wat is zoo'n beest toch slim, om hulp te halen." + +"Gelukkig maar, Antoon, dat we zoo'n dier hebben genomen. Eerst heeft +hij zus gered en nu Tony weer. Hij is meer dan zijn geld waard." zei +grootvader. + +"Dat is zeker, ik ben blij dat we hem hebben. Kom, hier trouw beest. Je +zult het altijd goed bij ons hebben, hoor," en iedereen op zijn beurt +haalde den hond aan, die kwispelstaartte van plezier. "Désiré!" riep +Tony. + +Toen sprong zus naar hem toe, bracht hem bij Tony wipte op de +teenen, boog zich over hem heen met haar arm om Désiré's hals +en fluisterde--"Nu houd ik ook van Désiré, hoor. Net zooveel +als allemaal--net zooveel als jij." En Tony kwam overeind en in +een omarming nam hij zus en Désiré. "Ja, jelui hebt me samen er +uitgehaald. Wat ben ik blij--wat ben ik blij." + +En de groote menschen zagen elkander aan en grootmoeder zei: "Dat is +een zegen des Heeren," en moeder knikte van ja. + +Spoedig was Tony weer hersteld. Hij was er prachtig afgekomen. Met +vader en moeder gingen de kinderen en de hond naar Siem den zwemmer, +om hem een cadeautje te brengen en naar Anneke en Teunis en Jacob, +om ook hen te bedanken. Iedereen in het dorp sprak over Désiré en +hij werd overal nagewezen: Dat is die hond. Zonder Désiré gingen de +kinderen niet meer uit, en stonden ze op het punt om heen te gaan, en +was Désiré niet te vinden, dan was zus de eerste, om te zeggen: "Wacht +u alsjeblieft nog even. Désiré is er nog niet." Hoe ver de hond ook +was, het leek wel, of hij het fijne stemmetje van zus overal hoorde. + +Toen de familie weer naar huis terug gekeerd was, wist iedereen daar +ook al spoedig van de heldenfeiten van Désiré en zus. Hij kwam nu +niet alleen in de vrije uren van Tony op straat, maar iederen dag +tegen twaalf en vier uur kwam Emy met Désiré de deur uit en gingen +ze samen naar de school om Tony af te halen. + +"Moeder," zei Tony, "ik geloof, dat ik nu jaloersch moet worden, +want Désiré lijkt wel meer van zus te houden dan van mij, en zij +houdt ook meer van den hond." + +"Neen," zei zus ernstig, "ik houd alleen zooveel van hem, omdat hij +mijn lieven schat uit het water heeft gehaald." + +"Tony maakt maar gekheid," antwoordde moeder, "hij weet wel beter." + +"Och ja," zei Tony lachend, "ik ben er veel te blij om. Wij zijn nu +drie trouwe kameraden. Kom hier" en hij tilde zus op den rug van +Désiré en de drie trouwe kameraden gingen den tuin in en vader en +moeder keken hen dankbaar lachend na. + + + + + + +II. TREINTJE SPELEN. + + + "Moesje, toe, zegt u + maar ja," + Vleien Hans en Jantje, + En het kleintje streelt + haar wang + Met zijn dikke handje. + + "Neen," zegt Moeder, + "Janneman + Jullie moet niet zeuren, + 'k Moet eerst weten, + wat je wilt, + Of 't zal niet gebeuren." + + "Treintje spelen, + Moesje toe! + 'k Heb zoo'n heel + mooi fluitje. + Dan ben ik de conducteur; + Machinist is Truitje. + Anna zit aan het loket + Kaartjes te verkoopen. + Hansje wil met vaders tasch + Met de kranten loopen. + + "U en zus zijn passagiers, + En dan nog de poppen. + Aap en beertje zal ik in + Beestenwagens stoppen." + + Moeder lacht en Moeder knikt. + "O, het mag, gauw stoelen! + Zet ze alle op een rij," + Zie ze eens krioelen! + + Eindlijk is de trein gereed. + "Hola, conducteurtje!" + Roept Moe hijgend van de haast + "Doe--gauw open--'t deurtje." + + Jantje zegt: "Stap in, Mevrouw," + Opent het portiertje. + --"Maar de trein vertrekt nog niet,-- + 'k Zet het op een kiertje." + + Waarlijk daar komt grootmoe ook, + Loopend op een vaartje. + "'k Moet ook mee naar Amsterdam, + Geef me gauw een kaartje." + + Lijsje gaat in d' eerste klas + In de derde Jetje. + "Mag ik ook nog mee," zegt Pa + Nu dat wordt een pretje! + + "Kranten, Heeren, 't Nieuws!" zegt Hans, + "'t Handelsblad of 't Leven!" + Jantje zegt: "'t portier moet dicht," + Vader: "wacht nog even!" + + "Daar komt nog een juffrouw aan + In een wit toiletje." + Jan kijkt om, wie dat mag zijn? + Wel, 't is poes Minetje. + + Jan tilt poes ook in den trein + En gaat kaartjes knippen. + Daarvoor moet hij iederen keer + Op de treeplank wippen. + + "Nu--vertrek! 't is klaar! Vooruit!" + Roept hij dan tot Truitje. + En hij blaast zoo hard hij kan, + Op zijn schelle fluitje. + + Oef! oef! oef! oef! oef! oef! oef! + Ja, dat moet zoo, weet je. + De machine stampt en blaast + Hansje helpt een beetje. + + En do machinist roept: "Tuu!" + "Dag! Dag!" wat een leven! + Jongens, zou de echte trein + Zooveel pret wel geven? + + + + + +III. DE GOUDKLOMP. + + +1. Orleman en Soliman vinden den goudklomp. + + +In een groot bosch woonden de aardmannetjes onder een boom. De ingang +naar hun verblijf was in den hollen stam. Zij werkten daar beneden +heel ijverig. Het was soms zoo'n gehamer en geklop, dat de mieren er +hard voor op de vlucht gingen, omdat ze meenden, dat er onraad was. De +dwergen zochten naar prachtige steenen, waarvan ze dan huizen bouwden +voor de prinsen en prinsessen. Zoo waren er twee van hen, Orleman en +Soliman, weer eens uitgegaan om steenen te zoeken, heel diep in de +aarde. Het baardje van Orleman veegde bij iederen hak over de ruwe +steenen en er kwam al een heel fijn puntje aan, maar hij merkte er +niets van. De voeten van Orleman werden al dunner en dunner van het +schuiven over de puntige rotsblokken, maar hij merkte het ook niet. Ze +waren veel te druk met hun werk bezig en hadden al een groote massa +prachtige, gekleurde steentjes uitgezocht om een nieuw huis te maken +voor de jongste prinses die heel gauw ging trouwen en dan toch een +eigen woning hebben moest. + +Doch opeens gaf Orleman een harde gil, zoodat Soliman van schrik zijn +houweel op zijn kleine teen liet vallen en driemaal over zijn hoofd +duikelde, waarbij hij telkens over zijn eigen baard struikelde. Toen +hij wat van de schrik bekomen was, zei hij: "Maar wat is er dan toch +Orleman. Wat heb je dan toch?" Orleman stond als razend in de rondte +te draaien, zoodat je niets anders zien kon dan een enkele roode vlek, +omdat hij een rood pakje aan had. + +Orleman hield nu ook op met draaien en daar de ruimte waar hij stond +te klein was om te vallen, bleef hij op zijn beentjes staan, hoewel +hij niets meer zien kon. + +"Kijk jij dan," gilde hij uit--"Goud--echt goud." + +"Och wat?" zei Soliman, misschien omdat hij nooit gehoord had, +dat de jongens op straat wel eens wat anders zeggen of omdat hij te +fatsoenlijk was, om straattaal te gebruiken, maar hij zei alleen, +"och wat." Hij wipte over een paar steenen naar Orleman toe en bleef +verstomd staan kijken. + +"Ja, ja," knikte hij en eindelijk kwam het ook over zijn lippen, +"Ja, ja! 't _is_ echt goud." Toen grepen ze elkaar beet en dansten, +voorover achterover, links en rechts zoo'n echt mooien dwergendans, +zooals niemand ooit heeft gezien en Orleman gilde daarbij zoo hard, +dat het niet veel scheelde of hij had zijn tong ingeslikt. Gelukkig, +dat Soliman het nog net bemerkte en gauw de punt greep en het roode +lapje weer naar buiten trok. Toen besloten ze samen zoo verstandig +te wezen als één menschenkind en te beraadslagen wat ze nu met dien +klomp zouden beginnen. + +"Weet je wat," zei Orleman na veel over en weer praten: "Als de +jongens wat uit willen maken, gooien ze altijd hun petten op." + +"Goed," zei Soliman, die altijd vond dat Orleman zoo wijs kon +redeneeren, als een schooljongen--en ze gooiden de mutsen op, maar toen +ze voor hen lagen, wisten ze niet verder, want die lange puntmutsjes +vielen aldoor op zij en zoo kon je er geen wijs uit worden, al was +je de knapste schooljongen geweest. + +"Nou," zei Orleman weer, "dan weet ik nog wat." En Soliman luisterde +al met een open mond, zoodat Orleman net zien kon, dat hij geen +verstandskies had. "We brengen hem aan den koning." "Ja, aan den +koning, die is een wijs man en zal wel weten, wat we er mee moeten +beginnen." + +"Vooruit dan maar laten we hem samen opnemen." + +Nu zijn aardmannen altijd heel sterk, net zoo sterk als .... als.... je +ze maar hebben wil, al zijn ze ook nog zoo klein. Maar of ze nu te +hard moesten lachen of dat het ergens anders van was, ze waren toch +niet sterk genoeg, om den klomp op te tillen. Hoe ze rukten en trokken +ze konden hem niet verwikken of verwegen. De goudklomp bleef liggen +waar hij lag. Toen bogen de arme dwergen hunne hoofden diep op hun +borst met den neus in den baard en schreiden van verdriet. + +Juist voelden ze een raar gekriebel over hun voeten. Daar kwam een +groot leger mieren aangewandeld. + +Orleman, was heel goedig van aard en altijd goede vrienden ook met de +mieren. Dikwijls was hij ergens anders gaan hakken en graven, omdat +hij hen in den weg zat, maar nu, dacht hij, was het hun beurt eens te +toonen, dat ze hem waardeerden. Gelukkig had hij, toen hij nog jong +was, de mierentaal heel goed geleerd; hij bedacht zich niet lang, maar +sprak een baas van het troepje vriendelijk aan en vroeg hem om hulp. + +De mieren waren heel blij en zetten vroolijke gezichten, omdat ze +hem nu helpen konden en op bevel van het opperhoofd gingen ze met +hun allen op den klomp goud af. + +Het ging wel heel langzaam maar toch ging de klomp vooruit en kwam +ten laatste aan voor het paleis van den koning. + +Orleman bedankte de mieren vriendelijk voor de hulp en ging +dadelijk naar het paleis, waar hij vroeg bij den koning te worden +toegelaten. Zijne Majesteit was juist thuis en zat in zijner Majesteits +kamerjapon aan de tafel op zijn rijk met edelsteenen versierden troon +'n gouden pijp te rooken, toen Orleman binnen trad. "Wat--pff--verlangt +gij pff! Orleman?" pff pff! + +"Sire," sprak deze, en boog driemaal, zoodat het puntje van zijn baard +den grond raakte; "Sire, we komen tot Uwe Majesteit, omdat we weten, +dat uwe Majesteit niet wijs is--hm--hm--alleen, maar ook goedertierend +en daarom zeker goeden raad zal geven. We hebben bij het zoeken naar +steenen voor het paleis van hare Koninklijke Hoogheid prinses Orélata +een klomp goud gevonden die we voor het paleis hebben laten brengen." + +De koning, zooals wijze menschen ook doen, antwoordde niet dadelijk, +omdat het dan net leek of hij diep nadacht. Hij stond op, trok een paar +maal heel geleerd aan zijne lange pijp en ging met afgemeten stappen +naar het venster, waar hij den klomp goud kon zien liggen. Hij sprak +niet, voordat hij wist, wat hij zeggen zou en ook toen wachtte hij +nog, totdat hij weder op zijn troon zat, omdat de woorden dan nog +veel meer indruk maakten. Toen tikte hij met de pijp op tafel en +sprak langzaam deze woorden: + +"Orleman, we zijn je dankbaar, voor je vertrouwen. + +"Wij hebben reeds zooveel goud en edelsteenen in onze +schatkamers. Breng dezen klomp naar de aarde en geef hem het +menschenkind dat treurt en dit goud noodig heeft voor zijn geluk." Toen +wenkte de koning, dat Orleman kon vertrekken en hij ging. Wel begreep +hij niet, wat de koning bedoelde, maar zoo ging het meestal, dan +moesten de dwergen het maar uitvinden, vragen mochten ze niet. + +Toen Orleman buiten kwam en 's konings woorden aan Soliman meedeelde, +krabden beiden hunne baarden en besloten ze, maar eerst te zorgen, +dat de klomp de aarde bereikte. De mieren hielpen weer en met vereende +krachten kwam de klomp bij den hollen boom, en viel eindelijk met +zoo'n harden slag op de aarde neer, dat het gezang van de vogels een +oogenblik verstomde. + +"Zie zoo," zei Orleman, "nu niet verder. Laten we nu eerst eens +beraadslagen naar welken kant we hem nu moeten brengen," en hij ging +er boven opzitten om eens uit te rusten en na te denken. Soliman +volgde zijn voorbeeld, terwijl de mieren rechts om keert maakten en +met stille trom den aftocht bliezen. + +Toen de beide dwergen wat uitgerust waren, besloten ze den klomp +maar onder den boom te laten liggen en vroegen hem zijne takken +flink er over uit te spreiden, opdat geen roovers hem zouden +ontdekken. Onderwijl zouden zij eerst gaan zoeken naar het +menschenkind, dat de koning bedoeld had. + +Zoo togen ze samen op weg. + + + +2. Wie zal hem hebben? + + +Aan den rand van den weg zaten eenige veldarbeiders uit te rusten. Ze +spraken luid met elkaar en lachten, maar één zat een eind van de +anderen af en scheen droevig gestemd. Soliman stootte Orleman aan en +achter een paar hooge planten bleven ze luisteren. Niet naar hetgeen +die anderen zeiden, maar naar dat wat de eenzame dacht. + +"Als ik rijk was, ik stak geen hand meer uit, ik keek naar 't veld niet +om. De boer lijkt wel mal, dat hij zich er nog om vermoeit. Als die +boerderij van mij was. Ik zou de knechts wel voortjagen. Ze moesten +eens bij me komen om hooger loon! en zijn paarden te sparen! Met de +zweep voortjagen zou ik ze. Zijn oude moeder houdt hij ook thuis en +dat lamme kind van zijn zuster. Ik zou ze, neen hoor, ik nam het er +beter van. Ik wou, dat ik geld had--en die anderen, ze lachen maar, +en ze werken maar en--". "Kom," zei Orleman, "hij is het niet. Geld +kan hem niet gelukkig maken."--Soliman was ook al opgestaan. Dezen +man kon de koning niet bedoeld hebben; en ze gingen verder. + +Daar zat aan den rand van een groot water een eenzaam man. Hij zag +er deftig gekleed uit, maar vroolijk keek hij niet, het leek wel of +hij groot verdriet had zelfs en hierheen was gegaan, om dat verdriet +lucht te geven. De dwergen verscholen zich in zijne nabijheid, ze +moesten minstens op tien passen afstand komen, anders konden ze de +gedachten niet hooren. + +"Mijn kind, mijn eenig kind. Ik had je zoo lief. O, hoe kon je je +vader zoo bedriegen. Och, wat helpen me al mijn schatten, nu mijn +kind slecht is...." + +"Ga mee," zei Orleman, terwijl de tranen hem langs de wangen liepen, +"ik heb medelijden met den man, misschien kunnen we hem later helpen; +maar de klomp goud kan hem zijn geluk niet weergeven." + +En ze gingen verder, zwijgend, vervuld van medelijden met den +rijken man. + +Daar stond op den weg een kermiswagen. Een troepje havelooze kinderen +stoeide in het gras. Vader zat aan den kant van den weg aardappelen +te schillen. Moeder stond bij een kleine kachel in den wagen en roerde +in een pan, terwijl ze een liedje zong. + +Soliman zei: "Die konden wel wat geld gebruiken" en Orleman antwoordde: +"Kan zijn, maar ze treuren niet. Hen kan de koning niet bedoeld hebben" +en ze liepen ze voorbij, zonder dat de menschen er iets van bemerkten. + +Daar kwamen twee jongens aanwandelen. De eene praatte druk, maar +de ander scheen bedroefd en gaf weinig antwoord. De aardmannetjes +spitsten hunne ooren. + +"Kom, je hebt toch je verstand. Zet je er over heen. + +"Wie weet het volgend jaar, dan krijg je hem misschien wel. Spaar er +dan voor." + +"Ja," antwoordde de bedroefde, "jij hebt goed praten. Jij kan je +fiets koopen en je roeiboot en alles wat je wilt, maar als het altijd +maar is:--Je krijgt geen fiets, dan moet je eerst mooier cijfers +hebben.--Jij hebt niet het land aan leeren, maar ik wel. Als ik geld +had, kocht ik er zelf een, en gaf ik de brui aan goeie cijfers en ik +ging de wijde wereld in en reizen en--" + +"Vooruit maar," zei Orleman en ze gingen weer verder. "Die moet vooral +geen geld hebben." + +Twee vrouwen stonden op den weg te praten. De eene schreide: "Ach, +al gaf je me vandaag alles wat je bezat, morgen was het toch weer +op. Al mijn verdiensten, al wat hij zelf verdient, alles wat de +jongens thuis brengen, het gaat aan drank. Wat hadden we het vroeger +niet best en nu--". + +"Daar zal het ook al niet helpen," zei Orleman, "die kunnen we niet +met goud helpen." + +"Neen," zuchtte Soliman, "maar laat die man voorzichtig zijn, dat +hij mij uit den weg blijft. Den drank meer lief te hebben dan zijn +vrouw en kinderen, 't is--'t is een--een schande voor een man," en +hij schudde net zoolang met het hoofd heen en weer tot Orleman het +vast hield, omdat die er duizelig van werd. + +Den geheelen dag liepen ze rond en telkens zagen ze menschen en +kinderen, die bedroefd waren en ieder keer hoorden ze de woorden of +gedachten: "Als ik maar geld had." Maar de bedroefden waren meest met +geld niet te helpen en degenen die geld verlangden, zouden er niet +wezenlijk gelukkiger door worden, of moesten wachten, totdat ze het +verdiend hadden. + +Eindelijk waren ze zoo moe van het zoeken, dat ze even moesten +uitrusten. + +"Had je nu gedacht, dat het zoo moeielijk was," zei Soliman, toen +hij een beetje op adem was gekomen. + +"Ik wist het wel, ik wist het wel. Ze verlangen allemaal naar, wat +ze niet krijgen kunnen. Zelfs kinderen denken wel, dat als ze iets +moois konden koopen, ze veel gelukkiger zouden zijn. Maar hen meent +de koning niet, hen niet. Wat zullen we doen?" + +Het was reeds heelemaal donker geworden. Ze zaten aan het einde van +een klein dorp dicht bij het bosch waar ze woonden. Het was juist +de tijd, waarop al de aardmannetjes naar boven komen, om zich met +de zaken der menschenkinderen te gaan bemoeien. Overal werden de +lichten uitgeblazen en gingen de groote menschen slapen, om kracht +te verzamelen voor het werk van den volgenden dag. + +"Hier zullen we niet vinden, wat we zoeken, we moeten eigenlijk +naar die groote stad ginds. Hier zijn de menschen tevreden met hun +dagelijksch brood en wie eens niet genoeg heeft, krijgt het van +anderen," merkte Soliman op. + +Maar Orleman hoorde niet, wat hij zei, want juist keek hij in de +verte naar een klein lichtje, dat bleef schijnen door een oud verweerd +venstertje van een klein, vervallen huis. + +Ssst! Ssst! deed hij tusschen de tanden en zette zijn vinger tegen +zijn neus, alsof hij dacht, dat hij nu eens een goeden inval had. + + + +3. Wat de dwergen verder zagen. + + +Het was hevig begonnen te waaien. De wind gierde door de straten, +sloeg hagelkorrels in het rond en deed de boomen in de verte heen en +weer zwiepen. De maan en de sterren waren schuil gegaan achter dichte +zware wolken. Het was heelemaal donker geworden in de dorpsstraten, +waar geen enkele lantaarn brandde. + +"Kom!" zei Orleman, "daarheen!" en hij trok zijn muts over de ooren +en greep de hand van zijn kameraad. + +Beiden liepen nu tegen den storm en de hageljacht in, alsof ze er heel +niets van bemerkten en hadden zoo weldra het vervallen huisje bereikt. + +Soliman wilde de klink oplichten, om dan naar binnen te gluren, +maar Orleman hield hem terug. + +"Stil, wacht eens; hier is een pijp van een goot, laten we naar +boven klimmen." In een oogwenk waren ze op het dak. [2] Toen tegen +den schoorsteen op. Orleman was er het eerst. Hij boog zich over de +opening heen en keek naar beneden. + +"In orde! Er is geen vuur onder. Ik kan zoo in de kamer zien. Kom +maar!" Meteen liet hij zich naar beneden glijden. Soliman volgde hem +zoo gauw, dat hij geen tijd had om weg te komen en zijn kameraad +op zijn schouders terecht kwam. Maar Orleman stond pal. "Ssst, +stil!" riep hij en op elkaar stonden ze daar als verstijfd onder den +grooten schoorsteen en zagen:--Aan een ruw houten tafel zat bij een +kleine lamp een meisje niet ouder dan een jaar of negen. Het lampje +wierp een zwak schijnsel op het blonde krulkopje en het schamele +jurkje van het kind. Het hoofdje was voorovergebogen, de kleine handjes +peuterden aan een scheur in een paars jakje van een heel klein kind. In +het vertrekje, was verder niets dan nog een stoel, maar het zag er +zindelijk uit. De wind bulderde door den wijden schoorsteen en deed +de wanden kraken. + +Angstig keek het meisje op, achter zich naar de bedstee, waarvan de +gordijnen gesloten waren. + +Het gezichtje was bleek en vermagerd en tranen kwamen in de oogjes. + +"Och, lieve Heer," prevelde zij "als moeder maar niet wakker wordt. Och +ik ben zoo bang alleen. Och, lieve Heer, en we hebben zoo'n honger, +och laat vader toch thuis komen. Als vader maar wist van moeder en van +'t broertje. Waarom hebben ze vader ook weggehaald. Hij heeft toch +geen kwaad gedaan. Ik weet niet meer, wat ik nu verkoopen moet. De +lamp is alles. Olie is er toch ook niet. Had ik maar geld voor moeder +en voor broertje." De gevouwen handjes in haar schoot, keek ze angstig +om zich heen. + +"Drinken," fluisterde eene stem uit de bedstee. Haastig sprong ze op +en vloog er heen. Ze schoof de gordijnen weg. Het vreeselijk vermagerd +gezicht van een nog jonge vrouw kwam te voorschijn. De donkere oogen +zochten angstig rond: "Is vader daar, lieveling.--Ja hè. Ben je daar +Leendert. Geef me wat drinken."-- + +"Hier, moesje, hier drinkt u maar eens. Vader komt gauw." + +"Ja, gauw dan, gauw," stamelde de zieke, dronk haastig en liet het +moede hoofd weer in de kussens vallen. + +"Ja moesje, vader komt," snikte het kind en boog zich over haar moeder +en drukte een kus op haar wang. + +"Ja, vader komt, Liesje en dan wordt alles weer goed. Hij is +onschuldig--ze kunnen hem niet langer houden--Ga nu slapen, kindje--of +jij wordt ook ziek. Kom gauw--slapen"--en de zieke sloot de oogen en +sliep zelve weer in. + +Door het bulderen van den storm heen klonk nu een zacht steunend +schreien. Liesje greep in de bedstee naast moeder en nam er iets +uit. Het gezichtje van een heel klein kindje kwam uit een wollen doek +te voorschijn. Zij nam het kindje in haar armen greep een fleschje +met een beetje melk er in en deed de speen in het open schreiende +mondje. Maar het kleintje lustte zeker de melk niet, want toen het +een trekje had gedaan, spoog het de speen weer uit en begon heviger +te krijten. "Stil dan, broertje"--suste Liesje, en ze legde het mondje +tegen haar wang en begon heen en weer te loopen en een wiegeliedje te +zingen. Toen werd ze moe en ging zitten, maar dat wilde broertje niet; +hij begon luider te schreien. Liesjes beentjes trilden. Ze stond weer +op en fluisterde sussend: "Stil dan, moesje slaapt. Als vader komt +zullen we een vuurtje maken, dan krijg je een warm fleschje dat is +ook zoo koud hè. Stil maar, suja, suja." En ze suste het hongerige +kind tot het van vermoeienis weer in slaap viel. Toen legde ze het +heel voorzichtig weer naast moeder en schoof de gordijntjes weer dicht. + +"Och had ik maar geld dan zou moeder wel beter worden en broertje +niet zoo schreien en wel groeien net als andere kindertjes. Och +als vader thuis komt, wat zal hij verdrietig zijn, dat hij moeder +zoo vindt. Ik weet niet meer, wat ik doen moet zoo alleen. Woonden +we nog maar in ons oude huis aan de vaart in de stad. Dat moeder ook +alles moest verkoopen. Hier kennen we ook niemand. Moeder wou ook niet +vragen. Och, als vader maar terug kwam. Die vreeselijke menschen ook +die vader bestolen hebben--arme vader!" en snikkend liet ze het hoofd +op de armen vallen voorover op de tafel. + +Nog steeds stonden de dwergen daar. Liesje had ze niet opgemerkt. De +tranen liepen langs hun wangen. Die van Soliman vielen op Orlemans +neus. Maar ze durfden zich niet bewegen om ze af te regen. + +"Ik kan het niet langer aanzien," fluisterde hij. "Ik zal haar even +helpen." Meteen zette hij zijn lippen vooruit en begon heel fijn te +blazen. De krulletjes om Liesjes hoofd woeien op. Ze zuchtte even +en--was in slaap gevallen en droomde. Een heerlijken droom van vader +en moeder en broertje en een prachtigen tuin met lekkere vruchten. Zij +mocht plukken en ze aten er van zooveel ze wilden. En moeder had roode +wangen en lachte en vader keek maar al naar broertje dat, ook lachend, +op zijn arm zat. + +"Vooruit nu," zei Orleman, "naar boven!" En Soliman trok zich aan +een langen spijker omhoog. Orleman greep zijn eenen been, trok zich +aan hem op, zoo ook naar boven. In een oogwenk zaten beiden boven op +den schoorsteen. Tranen biggelden langs hun wangen. + +"Wacht even," zei Orleman en hij ging op den rand van den schoorsteen +zitten en liet zijn beentjes naar beneden bengelen. Soliman tegenover +hem. Toen namen ze hunne roode zakdoeken en veegden hun tranen af. + +"Die is 't" zei Soliman. "Die kan 't zijn!" antwoordde Orleman +voorzichtiger. "We moeten eerst dien vader zien. + +"Juist juist! we moeten eerst dien vader zien." + + + +4. Gevonden. + + +"Ben je klaar met je zakdoek? kom dan." Weer greep Orleman Solimans +hand maar meteen riep hij nu: "Och! lieve wind, neem ons mee, neem +ons mee!" De bulderende stem van den wind antwoordde vriendelijk: +"komt maar" en meteen greep zijn machtige adem de beide vrienden beet +en voerde ze weg in razende vaart. Daar vlogen zij over bosschen en +velden, langs heuvels en dalen, door dorpen en steden, totdat Orlemans +riep: "Hola! dank je wel. We zijn er." Toen stonden ze ineens stil +op het dak van een groot somber gebouw in een groote stad. Het was +nacht. Beneden in de verlaten straten brandden duizenden lichtjes. In +dit huis was alles donker en stil. De beide dwergen liepen een eind +over het dak en kwamen bij een schoorsteen. In een oogwenk lieten ze +zich naar omlaag glijden en stonden in een gang door een enkel klein +vlammetje verlicht. Die gang liep in de rondte en aan den eenen kant +waren allemaal deuren met tralieluikjes er in. Stilzwijgend liepen ze +een poosje rond en zochten, totdat Orleman zei: "Hier is het," en voor +één der deuren staan bleef. Hij lichtte een houten luikje op en kroop +door de tralies daarachter heen. Zijn vriend volgde hem op de voet. + +Juist kwam de maan een oogenblik door de wolken en wierp haar licht +door een klein getralied venster in een somber vertrek op 't gezicht +van een man, die op een bank lag uitgestrekt. + +"Slaapt hij?" vroeg Soliman. "Neen," antwoordde Orleman; "hij denkt; +luister!" + +"Waarom!? Waarom? Neen, ik wil niet vragen waarom; ik wil dankbaar +wezen. Morgen weer vrij; morgen, zei de advokaat zullen ze mij vrij +laten, omdat er geen bewijzen zijn voor mijn schuld. Geen bewijzen! Hoe +zou 't ook. Ik ben onschuldig--gestolen hebben ze mij het geld dat +mij was toevertrouwd. Niemand wil het gelooven. En toch was ik altijd +een eerlijk man. Heer, gij alleen weet, dat ik onschuldig ben. Had +ik geld, ik zou alles teruggeven aan hen die het verloren hebben, +al is het niet door mijn schuld. Arme vrouw, arme Liesje. Dat zij +zoo lijden moesten dat--o, die schurken--ik zou--neen--neen, ik moet +mijn vijanden vergeven.--Ik dank u Heer, dat ik mijn vrouw en kind +terug zal zien.--Maar zal ik voor hen kunnen werken! Zal ik ergens een +plaats vinden. Jij, mijn lieve vrouw, jij zal het niet gelooven. Jij +niet Liesje. Jij weet wel, dat je vader geen dief is. Och als zij er +maar niet door lijden moesten." Snikkend verborg hij het gezicht in +de handen. + +En juist als hij straks gedaan had met het arme Liesje, deed Orleman +nu met den ongelukkigen vader. Zachtjes blies hij zijn adem over +het gezicht van den diep bedroefden man en de arme viel in een +verkwikkenden slaap. + +Hij droomde, dat hij goud vond. Dat hij aan al die verloren hadden, +alles terug gaf, dat hij met vrouw en kind een heerlijk leven opnieuw +begon. + +De dwergen verlieten zacht de cel weer en liepen door de gang de +trappen af naar beneden. Alle deuren gingen voor hen open en spoedig +verlieten zij het gebouw door de woning van den portier. Zwijgend +gingen zij voort door de straten en bereikten weldra een park. Midden +in een laan hielden ze stil. Orleman stampte driemaal op den +grond. Deze opende zich en pijlsnel schoten zij naar beneden. Door +de aarde heen kwamen ze weldra terug in hun rijk. + +Toen eerst sprak Soliman: "Zullen we 't den koning vragen, of 't deze +menschen zijn?" + +"Neen, Zijne Majesteit zou ons toch niet antwoorden. Ik weet zeker, +dat we dit arme kind en haren vader helpen moeten en gauw, nog dezen +nacht," antwoordde Orleman. + +"Ja, nog dezen nacht. Maar we kunnen dat kind toch dien klomp goud +niet geven. Daar zou ze niets aan hebben" merkte Soliman op, verheugd, +dat hij dit nu eens het eerst had bedacht. + +"Dat zullen we ook niet. We hakken er stukjes af, zooals de menschen +ze wel vinden in den grond en zooals zij ze wel meer verkoopen." + +Onder het spreken waren ze weer boven de aarde gekomen bij den +vriendelijken hollen boom. + +"Goede vriend," zei Orleman. "Wil je ons den klomp alsjeblieft weer +teruggeven?" want hij was altijd vriendelijk ook zelfs tegen oude, +holle boomen. + +"Zeker, zeker," antwoordde de boom, die kraakte van den storm en +hij liet zijn beschermende takken los en de klomp lag vrij. "Dank je +wel, hoor." + +Met veel moeite rolden ze den klomp nu een eindje op zij. + +"Ziezoo," zei Orleman. "Nu zullen we een paar stukjes er af slaan." Zij +zetten hunne lantaarns zóó neer, dat het licht op den goudklomp viel +en haalden hun houweel te voorschijn. Toen Soliman hem ophief riep +Orleman echter: "Wacht nog even. De stukken zouden zoo weg kunnen +vliegen." Hij haalde zijn zakdoek uit den zak en bedekte daar den +klomp mee. Toen gingen zij aan het hakken en hakten wel stukjes van +het goud, maar de zakdoek bleef heel.--Jammer dat jongens zakdoeken +ook niet zoo gemaakt zijn. + +"Genoeg!" riep Orleman. De houweel werd neergelegd, de zakdoek +opgelicht. Nu zochten ze de stukjes bij elkaar en deden die in den +zakdoek. De rest rolden ze weer weg en vertrouwden ze weer toe aan +de goede zorgen van den hulpvaardigen boom. Toen rustten ze tegen +zijn stam nog een oogenblikje uit, namen hun lantaarntjes weer op en +gingen het bosch door andermaal naar het huisje van Liesje. + + + +5. De opdracht wordt volbracht. + + +In een wip waren ze weer op den schoorsteen. Nog niet dadelijk gingen +ze omlaag. Ze staken hun beenen in de pijp en gingen tegenover elkaar +op den rand zitten. De zakdoek namen ze tusschen zich in en als twee +jongens, die onder een brugleuning, steentjes in het water werpen, +zoo gooiden zij de stukjes goud door den schoorsteen naar beneden. + +Liesje was nog niet ontwaakt, de lamp brandde nog. + +In de bedstee was het ook stil. Alleen de wind bromde en blies den +hagel in hun gezicht. Maar zij lachten er om en verkneukelden zich +bij de gedachte wat Liesje wel zeggen zou, als ze straks dat goud +zou vinden. + +Eindelijk lagen alle stukjes beneden, maar Liesje had er nog niets +van bemerkt. + +"Ga mee kijken, kom," riep Orleman, die niet langer wachten wilde. "Ik +zal haar wakker maken," en ze lieten zich weer naar beneden glijden +en stonden nu naast elkander hand aan hand onder den schoorsteen. + +Orleman maakte een paar sprongen en riep: Psst! psst! + +Liesje bewoog zich even, verlegde haar hoofdje, dat op haar armen +rustte, maar deed de oogen niet open. Ze was zeker erg koud geworden, +want ze huiverde in haar slaap. + +"Arm schaap. Ze zal ziek worden van de kou. Ze moet wakker worden, +dan zal ik haar naar bed sturen," zei Orleman; meteen nam hij een +goudklompje en wierp het juist tegen haar neus. + +Liesje droomde, dat de Engelen sterretjes uit den hemel naar beneden +wierpen en dat zij ze mocht opvangen. Eén viel juist op haar neus. Ze +tilde het hoofdje op, wreef zich de oogen uit, nog eens, nog eens. + +Droomde ze nog? Daar lag een goud sterretje op de tafel. En +wat schitterde daar allemaal onder den schoorsteen. Allemaal +sterretjes!? Ze durfde niet opstaan, uit vrees van dien mooien droom +te verstoren en staarde maar voor zich uit. Toen ontdekte ze de beide +dwergen en bleef met open mond hen aankijken, stom van verbazing. + +Nu lachten de aardmannetjes en knikten tegen Liesje. + +"Kom," zei Orleman zacht, "neem het maar. Het is goud voor jou, lief +kind. Omdat je alleen aan je moeder denkt en je broertje, daarom +krijg je dit van de aardmannetjes." + +"Voor mij," vroeg ze nu.--"Is het heusch goud voor mij? Mag ik daar +eten voor koopen. Melk voor moeder en voor broertje, hout voor den +haard en--." + +"Ja, alles mag je er voor koopen. Dan zal moeder weer beter worden +en broertje groeien en jij geen honger meer hebben, en als je vader +terug komt, zal hij jelui niet zoo treurig vinden." + +Nu stond Liesje op en kwam naar de dwergjes toe. + +"Komt vader terug? Kent u vader? Hij heeft geen kwaad gedaan, dat +kan niet, ik weet het zeker. Moeder weet het zeker," riep ze haastig +achter elkaar. + +"Neen, kind je vader heeft geen kwaad gedaan. Hij zal wel komen. Koop +morgen ochtend gauw alles, wat je noodig hebt. Neem een paar van die +goudstukjes, breng ze bij dien heer in het witte huis en hij zal +je er geld voor geven. De rest bewaar je maar. Ga nu gauw slapen, +want anders wordt je nog ziek en je moet je kracht bewaren." + +"O, lieve, lieve dwergjes, wat ben ik blij, wat ben ik blij. Ik dank +u wel" en ze vloog op de mannetjes toe en kuste hen op de beide wangen. + +"Neen, neen," riep Orleman "dat zijn we niet gewend" en meteen zetten +ze het op een loopen en verdwenen door den schoorsteen. Boven keken +ze nog even om. + +Liesje kleedde zich vlug uit, blies de lamp uit en stapte in bed. Toen +hoorden ze nog heel zacht: "Dank u, lieve Heer. Wil u mijn moeder +beter maken en vader bij ons laten komen en mij helpen. Amen."--Toen +werd het stil en de kleine vrienden gingen dankbaar naar huis. + + + +Den volgenden avond, toen de zon onderging stonden de beide vrienden in +het park van de groote stad, waar zij den vorigen nacht de gevangenis +bezocht hadden. Ze zetten zich neer, op een steenen bank onder +een paar groote boomen, alsof het een heerlijke zomeravond was. De +beentjes trokken ze omhoog, de ellebogen steunden ze op de knieën en +met de handen onder het hoofd, bleven ze stil zitten. Menschen gingen +met vluggen tred voorbij. Meest mannen, die van hun werk kwamen en +verlangend naar huis, naar vrouw en kinderen, zich haasten er te +komen. Het regende fijntjes. De grond was nat, de boomen dropen, +maar de dwergen bleven rustig zitten en wachtten. Een paar meisjes +kwamen voorbij hollen: "Ik ben zoo bang," zei het eene. "Hoe durf +je eigenlijk nu nog door het park met dat vuile weer." "Och, kom, +gauw maar, deze weg is veel korter," en weg waren ze. Langen tijd +kwam er niemand meer langs. Daar klonk opeens weer een mannenstap. + +"Hij is 't," zei Orleman. "Ja, ja!" zei Soliman. Ze schoven een +beetje in het hoekje van de bank en bleven weer zitten. De man kwam +nader. Hij liep net alsof hij vermoeid was en keek naar alle kanten +rond. Hij had een zak op den rug. Langzaam naderde hij de bank en +mompelde in zich zelf: + +"Zou ik dat heusch verleerd zijn, of ben ik zoo zwak geworden. Ik +moet een oogenblik rusten. Ik ben toch vroeg genoeg voor den trein," +en hij sleepte zich haast naar de bank en viel er op neer. + +De dwergen zaten doodstil in hun hoekje in het donker van de hooge +leuning. Hij zag hen niet, maar rustte, stil om zich heen ziende. Toen +hief hij eensklaps zijn hoofd omhoog, naar den hemel, vouwde de handen +en snikkend boog hij het hoofd. Daar ritselde iets en met een doffen +klank viel een steen voor zijn voeten neer. Hij keek er naar en bleef +kijken. Niettegenstaande de vallende duisternis glinsterde de steen +hem tegen. + +Hij wreef zich over het voorhoofd. "Wat heb ik nu?" mompelde hij. "Dat +heb ik vannacht gedroomd. Ik slaap toch niet meer." Hij stampte op +den grond. + +Hij kneep zich in zijn arm. Hij beproefde op te staan, maar zonk +weer terug op de bank; zijn beenen voelden loodzwaar. Hij raakte met +zijn voet den steen aan.--"Kom, ik ben een dwaas," zei hij tot zich +zelf. "Het is natuurlijk een steen. Het komt door dien droom. Ik moet +verder, of ik kom te laat aan den trein." + +Met inspanning gelukte het hem weer overeind te komen, maar hij +kon zijn oogen niet van den steen afhouden. Hij wilde er om heen +loopen, maar bleef staan. "Och, wat is dat dan toch. Het lijkt net +goud. Waarom zou ik hem niet meenemen? 't kan toch geen kwaad, al is +het een dwaasheid." Hij bukte zich, raapte den steen op en stak hem +in den zak, die hij weer op zijn rug hing. Toen ging hij verder. + +Orleman en Soliman kwamen nu van hun zitplaats. + +"Zie zoo--hij begrijpt het nog niet," zei Soliman. + +"Maar hij zal het wel zien en ik wil er bij wezen. Ga je mee, dan +zijn we er eerder dan hij." + +Weer stampte hij driemaal op den grond. Andermaal ging deze vaneen +en de dwergen verdwenen in de diepte, terwijl Liesjes vader zijn reis +vervolgde naar huis. + + + +6. Weer gelukkig. + + +Voor dat een uur voorbij was, waren Orleman en Soliman weer bij het +huisje van Liesje in het bosch. + +"Aha!" riep Orleman, "ik zie het al. Kijk eens naar boven. Ons +mooie plaatsje is weg. Er ligt vuur in den haard." "Jammer, jammer," +antwoordde zijn vriend. "Welneen, niets jammer; nu hebben zij het +warm. En wij gaan door de deur." + +Orleman deed heel voorzichtig de deur open en ze stonden meteen in +het eenige vertrekje van het huis. + +Wat zag het daar anders uit dan den vorigen avond. Op de tafel +lag een wit servet en daarop stond een bord met brood en boter en +kaas. Een kan melk stond er naast en een blad met een theeservies. In +den grooten haard brandde een houtvuur en daarboven hing een ketel, +waarin het water een vroolijk liedje zong. Voor het bed zat Liesje, +maar nu keken haar oogjes niet meer zoo bedroefd. Op haar schoot +lag het kleine broertje en genoot van de warme flesch, die ze hem +voerde. Met verrukking keek ze naar het zuigende kereltje. + +"Moes, kijk, kijk, ziet u wel, hij kan heel goed zuigen. Hij is niet +te zwak. Hij lustte het niet, omdat de melk koud was, maar nu lust +hij het wel. Kijkt u eens, wat is er al een boel uit." + +En de zieke moeder zat overeind in bed, gesteund door kussens. Op +de deken stond een bordje met pap en ze was bezig met eten, Een lach +kwam op haar gezicht, toen ze broertje zoo zag genieten. + +"Heerlijk, kindlief. Wat is het een zegen. Als hij nu toch eens +een flinke jongen werd, wat zou vader blij zijn. Kon hij hem maar +zóó zien." + +"Vader komt toch gauw, 't wordt nu alles weer goed." + +"Ja, vader schreef het laatst: Woensdag en nu is het al Zaterdag. Hij +zou vrij komen, omdat zijn schuld niet bewezen kan worden en dat +kan ook niet, omdat hij onschuldig is. Wat de menschen ook zeggen +Liesje, wij weten het wel. Je weet wel, die man, hij heeft hem +het geld afgenomen dat van andere menschen hoorde en, dat hij +moest bewaren. Maar eens zal alles wel uitkomen. Vader wil hem +niet beschuldigen. Gelukkig, dat wij hem nu niet zoo in armoede +ontvangen zullen. Misschien hebben we wel genoeg om zoolang hier +te blijven, totdat ik beter ben en dan zal vader voor ons werken en +wordt alles weer anders. O, kind, ik ben zoo dankbaar. Die, lieve, +beste aardmannetjes. Ik wou, dat ik ze ook eens kon bedanken." "Ja," +zei Liesje, "die lieve aardmannetjes!" + +Soliman en Orleman hoorden het wel en wreven zich in de handen van +pleizier, omdat ze het allemaal hoorden, zonder dat moeder of Liesje +het bemerkte, maar ze hielden zich doodstil. + +Daar klonk buiten een stap. + +"Stil," zei moeder en wierp de lepel op haar bord, "pak eens aan +Liesje. Daar is hij!" en doodsbleek viel ze in de kussens. Liesje greep +het bordje, legde broertje in moeders arm en wilde naar de deur loopen, +maar deze werd zachtjes geopend en daar stond hij, druipend van regen. + +Vragend zag hij naar binnen: "Vader!" gilde Liesje en wierp zich +in zijn armen. Snikkend nam hij haar op en bedekte haar gezichtje, +haar haren, haar oogen met kussen, terwijl hij naar de bedstee liep. + +"Leendert!" stamelde de zieke en vader boog zich nu over haar en +zeide schor van het schreien: "Ben je ziek, Elsje, ziek en--" toen +zag hij het kleintje in haar armen. + +"Een jongen. Leendert, die jouw naam draagt." En vader nam ook dit +kind in zijn armen en kuste het. Toen ging hij voor het bed zitten +met de hand van de zieke in de zijne en Liesje klom op zijn knie en +vleide zich tegen hem aan en aaide hem in het gezicht en veegde met +haar zakdoek zijn tranen af. Toen begonnen ze te vertellen, heel zacht, +maar de dwergen wisten wel wat ze vertellen zouden en wachtten totdat +ze kwamen aan het verhaal van de stukjes goud. + +"Och kom," zei vader, "was het goud?" + +"Ja, heusch, de mijnheer in het witte huis zei het ook en hij heeft +me er geld voor gegeven en ik heb nog meer." Ze sprong van vaders +schoot en haalde de goudklompjes uit de kast. Vader stond nu ook op +en greep den zak, die hij achteloos op de tafel geworpen had. + +"Zou het toch?" prevelde hij, hij greep er in en haalde den anderen +klomp goud er uit, dien hij onder de lamp bekeek. + +"Dit lijkt ook goud, maar--dan moet ik te weten komen, wie dat in het +park verloren heeft. Nu begrijp ik er niets meer van." Hij bekeek de +kleine stukjes en dan weer den grooten klomp. + +Nu vonden de dwergen het tijd zich er mee te bemoeien. Ze traden naar +voren en bleven voor vader en Liesje staan. + +"O, daar zijn die lieve, goeie aardmannetjes weer, vader. Och, wat ben +ik blij, dat u ze nu ook eens kan bedanken. Kijk moeder, daar zijn ze." + +"Dat is heelemaal niet noodig," zei Orleman. "Wij hebben slechts onzen +plicht gedaan. Onze wijze koning had ons gezegd, dat we dit goud en +dat andere ook moesten geven aan menschenkinderen, die er gelukkig door +zouden worden. En wij zijn heel blij, dat we die gevonden hebben. Het +is voor u.--Weest gelukkig." + +"Is het werkelijk voor mij. Dan zal ik eerst al het geld terug geven +aan de menschen, van wie ik het in bewaring had. En met de rest gaan +we naar een vreemd land, waar we een nieuw leven kunnen beginnen. Ge +zult zien, dat ge het geen onwaardigen hebt gegeven." + +"Dan is alles goed; anders verlangen wij niet. Onze zending is +volbracht. Weest gelukkig!" antwoordde Orleman en met een vriendelijken +groet verdwenen zij, onder de dankbetuigingen van vader en moeder +en Liesje. + +De koning zat juist voor het raam te kijken, toen zijn kleine +onderdanen terug kwamen van den langen tocht. Hij wenkte, dat ze +binnen moesten komen. + +"Wel?" vroeg zijne Majesteit. "Hebt ge hen gevonden." + +"Sire, door den klomp goud, hebben we een geheel gezin liet verloren +geluk weergegeven," zei de Orleman en ze moesten alles haarfijn +vertellen. + +"Zoo is het goed. Aan deze menschen is het goud goed besteed. Ge hebt +me uitstekend begrepen en uw plicht gedaan. Gij verdient beloond te +worden; ik benoem u beiden tot eerste raadgevers van hare koninklijke +Hoogheid." Zijne Majesteit reikte hun beiden de hand, die zij kusten +en dankbaar verlieten zij het paleis. De goudklomp had ook hun geluk +gebracht. + + + + + +IV. DE THEEVISITE. + + + Kleine Loe krijgt theevisite; + Op het mooiste aangekleed + Zit ze in haar leuningstoeltje, + Voor d' ontvangst geheel gereed. + + Op haar tafeltje staat alles. + Op een blaadje 't theeservies + Heel licht blauw met rozeknopjes + Een geschenk van Tante Wies. + + Naast het blad op 't tafelkleedje, + Blauwe schaaltjes keurig net; + Met gekleurde poppeschuimpjes, + Bitterkoekjes en banket. + + Op heel kleine stoeltjes zitten: + Joopje in 't matrozenpak, + Roosje in haar witte jurkje + Beiden heel op hun gemak. + + Voor de dames grooter stoelen + Naast de kleintjes van de pop; + Daarnaast staat een voetenbankje + En daar zit het poesje op. + + O, daar komen de vriendinnen + Met haar kindren op den arm. + "Dag, Mevrouwtje, Wel hoe gaat het? + Foei wat is 't verbazend warm!" + + "Ja," zegt Loe, "maar hier is 't heerlijk, + In de kamer is het koel-- + Gaat u zitten, lieve dames, + Net voor ieder is een stoel." + + "En, wat zal u nu gebruiken, + Zeker wel een kopje thee?"-- + Heel graag, met veel melk en suiker.-- + Waarom kwam uw kind niet mee?" + + "Och,'t is ziek," zucht Carolientje + "Gist'ren brak 't in eens zijn hoofd. + "'k Heb zoo vreeselijk moeten schreien, + Toen heeft Pa m' een nieuw beloofd." + + "Mijne heeft een arm gebroken. + En dat is de schuld van Piet," + Zegt Phie, "maar met lange mouwen + Zie je 't nog gelukkig niet." + + "Ja, die broertjes zijn toch lastig," + Zegt heel neuswijs Antoinet. + "Zoo gezellig onder meisjes + Hebben wij de meeste pret." + + Tikketakke gaan de lepels, + Suiker, melk en thee smaakt goed. + Knibbelknabbel gaan de tandjes-- + En de meisjes zijn heel zoet. + + Zachtjes gaat de tuindeur open, + Om een hoek gluurt broertje Bob. + "Zeg, mag ik ook binnenkomen, + Of heb jullie alles op?" + + En hij stapt parmantig binnen; + Met hem komen Kees en Roel, + Vragen ook, om thee met koekjes + En het wordt een dolle boel. + + "'k Wou nog wel een beetje suiker." + "Geef mij nog een kopje, Loe." + Bob en Kees en Roeltje likken, + Eten nog een koekje toe. + + 't Duurt niet lang, of op is alles. + Koekjes, melk en suiker, thee.-- + "Kom," zegt Roeltje, "Nu den tuin in!" + En de dames hollen mee. + + Romlig liggen nu de kopjes + Op 't bemorste tafelkleed, + Waarvan poes de druppels oplikt + En de koekjeskruimels eet. + + De verlaten poppekindren + Staren treurig voor zich uit, + Want hun moeders stoeien buiten + Met haar broertjes tot besluit. + + + + + +V. BARTS GROOTMOEDER. + + +Een vriendelijk thuis. + + +"Bart! Bart, kom je? grootmoe roept je." "Ja, ik kom hoor! kijk ereis +Els, kijk, gaat ie niet fijn." + +"Nou," antwoordde Elsje met overtuiging. "Veel mooier dan die van +Jaap laatst, niet?" Vergetend, waarom ze naar buiten kwam, bleef het +kleine meisje met aandacht staan kijken naar den tol van haar broertje. + +"Nou, boodschap loopen?" vleide ze. Maar Bart had geen ooren voor +haar en volgde aandachtig de beweging van den dikken, gelen tol, +die zoo hard draaide, dat 't leek of hij stil stond. + +"Kom, nou Bart," vroeg Elsje weer, zich herinnerend "grootmoe zegt, dat +je moet komen, om hout te hakken; anders gaat de kachel uit." Meteen +keerde ze zich om, huppelde terug naar het huisje bij den dijk en +verdween in de kleine, groene deur. + +Grootmoe zat in een houten leunstoel, met de voeten op een krukje, +voor de kleine potkachel, waarop een pan stond. + +Hoe vriendelijk keek ze op naar het kleine ding dat op haar +toesprong. "Hij komt zoo." zei Elsje, "brr, wat is het koud!" + +"Hij moet voortmaken," antwoordde grootmoeder "anders is ie uit, +als moeder thuis komt. Neen, blijf jij er maar af, kindje. Ik ben +veel te bang voor brand." + +"Ja," zei Elsje. "U zou niet kunnen wegloopen, hè grootmoe?" en +ze ging bij de oude vrouw staan en streek haar liefkoozend over de +lamme beenen. + +"Maar ik dacht alleen aan jou, kindje," antwoordde de goede vrouw en +streek haar kleinkind over de zachte bruine haren. "Sla mijn doek +even om en roep Bart nog eens; hij moet dadelijk komen." Gewillig +deed het vijfjarig meisje, wat grootmoe zei. "Toe dan Bart, dadelijk +dan. De kachel gaat uit," riep ze, zoo hard ze kon. Bart speelde +op het straatje voor de deur: "Ach!" grauwde hij, "dat gezanik, +ik kom immers al" nijdig pakte hij zijn tol op. "Wat heb ik aan +een tol, als ik er niet eens even mee mag spelen. Wat is er nou," +gromde hij door, toen hij binnentrad. "Foei," zei grootmoeder, "wat +ben je norsch. Ik wou maar een paar houtjes voor de kachel; die wil +je toch wel even halen." "Ach," bromde Bart, "dat gezeur altijd," en +met een boos gezicht ging hij het keukentje door, de achterdeur uit +naar de schuur en koelde weldra zijn boosheid aan het hout, waarop +hij flink los sloeg. Spoedig zong hij het hoogste lied er bij uit, +een bewijs dat de tienjarige knaap, flinke longen en krachtige armen +had. Met zijn armen vol hout kwam hij binnen en vulde de kachel bij, +die weer begon te snorren. + +Elsje zat nu naast grootmoeder op een stoel, nam de aardappels aan, +die zij schilde en wierp ze in den emmer met water: "Grootmoe vertelt, +Bart," zei ze. "Vertel u nu eens, waarom wij maar één grootmoeder +hebben. Gisterenavond zei u, morgen zal ik 't je zeggen," zei Bart. + +"Goed, goed, ik zal 't je vertellen.--Nou, je moet dan weten," begon +ze, "dat grootvader--jij hebt hem gekend, dien besten man."--"Ja," +antwoordde Bart, "ik mocht altijd op zijn knie zitten en naar de +scheepjes kijken, als ik met moeder en vader bij u kwam." "Ik weet +'t niet meer," zei Elsje. "Nee, jij was nog te klein, maar ik was al +7 jaar, toen grootvader dood ging." Grootmoeder zuchtte: "Treurig, +zoo treurig." "Toen kon u nog loopen, hè grootmoe, langs 't strand en +met die groote ben met visch naar de stad. Ik weet 't nog goed." "Ja, +je weet 't nog goed," bevestigde grootmoeder en veegde een traan af, +die langs haar magere, bruine wang liep. "Maar toen ze je grootvader +dood thuis brachten, toen ben ik zoo geschrokken en toen kon ik later +niet meer loopen." "Vertel u nou van die eene grootmoeder," zei Bart. + +"Ja. Toen waren je vader en moeder nog heel klein. Zoo'n lieve, kleine +dikzak, je vader; zoo lief en gezeggelijk. Hij speelde altijd in +het tuintje voor het huis, daar kon hij de zee zien en de scheepjes; +dan zocht hij schelpjes of kruide zand. Allemaal visschers woonden op +onze rij en naast ons woonde Arie van Dobben en Elsje, die nog met +ons hadden schoolgegaan. En die hadden zoo'n klein meiske Marijtje, +jonger dan onze jongen en die twee speelden altijd samen. Zoo lief, +'t was een aardigheid.--Het was ook in 't voorjaar en bar weer; al een +paar dagen en nachten. Een storm! Die zee ging te keer. Je grootvader +was thuis, maar Marijtjes vader nog niet. Op een morgen kwam het +kleine ding binnenloopen, met een benauwd gezicht--Tante Bartje, +moe roept, gauw! gauw!--Nou,--ik ging mee en de kinderen achter me +aan. Daar lag die arme Els, benauwd en naar. Een andere buurvrouw +om den dokter. Vader nam de kinderen mee en dienzelfden nacht stierf +ze in mijn armen. Marijken bleef bij ons op haar vader wachten. Maar +twee dagen later spoelde het wrakhout van de Elsa aan en haar vader +kwam niet weer terug. Wat moest 't arme kind? Natuurlijk hielden we +het schaapje bij ons en ze wist later niet beter of ze was een zusje +van Bart en Nelis en Anne en Mijntje, die later nog kwamen. En toen ze +groot waren en vader in dienst was geweest en terug kwam en goed zijn +brood had, als scheepstimmerman, nou--toen trouwde hij met Marijtje; +en toen hadden ze samen maar één vader en moeder; begrijp je? en nou +heb jelui alleen je grootje, dat dubbel van jelui houdt."-- + +"O," zei Bart, "zie je nou wel. Jaap zei, dat het niet kon en moeder +had het toch gezeid." "Het kan; het is zoo en niet anders." "En nou +moeten we voor drie van u houden; dat doet moeder ook," zei Elsje. + +"Ja, jelui moeder is een engel voor ons allemaal geweest. Zonder je +moeder zou ik--" + +"O, is u weer bezig, moeder!" riep een vroolijke stem en een jonge +vrouw met vriendelijk gezicht kwam de deur binnen. Ze trad dadelijk op +grootje toe en kuste haar op het voorhoofd. Elsje sprong tegen haar +op en liet zich ook door haar zoenen. Bart zei alleen, "dag moeder," +en liep meteen weer naar buiten. + +"Bent u weer aan het vertellen en moet u me weer ophemelen!" vroeg +moeder Lubbe aan de oude vrouw. + +"Nee, dat is nou maar gekheid. 't Is de waarheid, kind. Je bent een +zegen voor iedereen en ik dank den lieven Heer iederen dag, dat ik +jou in huis heb genomen." + +"En ik dan, wat zou ik geweest zijn zonder mijn goeie tweede moeder," +vroeg de jonge vrouw weer, terwijl ze haar goed afdeed en Elsje wat +aanhaalde, die zich tegen haar aandrong. + +"Heb u de aardappelen al geschild?" vervolgde ze. "En waren de kinderen +zoet. Was Bart gehoorzaam!" + +"Best hoor," antwoordde grootmoeder, "en hoe was 't met Mevrouw!" "O,'t +gaat veel beter, maar ze mag nog niet loopen van den dokter en +nou vroeg ze of ik morgen ochtend haar nog eens kwam helpen. Ze is +jarig morgen en dan met de kinderen. Nou ik zeg, Mevrouw toen u nog +een meisje was, hebt u ons zoo geholpen, 't zou niet mooi wezen, +als ik u nu niet hielp. U wil toch wel nog een dagje alleen blijven +met de kinderen, Bart is nou toch thuis." "Zeker, natuurlijk, voor +zulke goeie menschen als Mevrouw van den burgemeester moet je ook wat +overhebben. Ik zal me eigen wel redden met Bart. Wat bracht ze me niet +altijd soepjes en lekkers, toen ik zoo ziek was en wat was ze blij, +dat we hier ook kwamen wonen." "Nou dat zeg ik ook," antwoordde moeder +weer. "Kom Elsje, help me gauw, als een kind. Breng de schillen naar +de keuken, dan zal ik grootmoe helpen. Wat is 't slecht weer en dat +tegen Paschen, ik kon op den dijk haast niet blijven staan." Elsje +ging naar de keuken. Zij mocht de aardappels wasschen; op een stoof +kon ze net bij de pomp. Bart speelde buiten met Krijn en Jaap, die in +de andere twee huisjes woonden. Er stonden drie op het pad, dat schuin +naar den dijk liep en aan den anderen kant in de weilanden uitkwam. + +Barts vader woonde er nog niet lang. Hij had werk gekregen op den werf +in het dorp. De vaders van Krijn en Jaap waren boerenarbeiders. Krijn +was 12 jaar en Jaap 13, maar ze gingen met hun drieën naar en van +school in het dorp en mochten om twaalf uur bij Barts vader op den +werf hun boterham eten. Zoo speelden ze veel met elkander, al zaten +ze niet in dezelfde klasse. Ze moesten wel een groot half uur loopen, +dat was in den winter een heele tocht langs den dijk, maar ze waren +gezond en flink. Bart zag wel een beetje tegen die groote jongens op, +die nog al brutaal waren en wat vrijer, dan hij. Zijn vader en moeder +keken nog al precies, die van de andere jongens letten niet zooveel +op hen. Nu moest hij zijn nieuwen tol laten zien, dien hij van vader +had gekregen, omdat zijn eerste gedragboekje op deze school zoo goed +was geweest. Er liep voor elk huisje een stukje straat, daar kon je +fijn op tollen, al was 't wat smal. + +Onderaan den dijk had je niet zoo'n last van den wind, maar ze moesten +toch soms schreeuwen om elkaar te verstaan. Ze pikten elkaar en lieten +de tol in kuiltjes loopen en vermaakten zich, totdat moeder riep, +dat Bart moest komen eten, omdat vader thuis was. + +"Het is een mooie tol, vader. Krijn en Jaap zeggen het ook," was het +eerste, wat Bart zei, toen hij binnen kwam. + +"Zoo komaan, gelukkig maar," antwoordde vader, terwijl hij zijn +handen wreef, en hij gaf Bart een klap op den schouder, "Au!" riep +Bart. "U slaat zoo hard, met die groote handen." "Groote handen," +zei vader lachend, "kijk Els! heeft vader groote handen! Geef me de +vijf, meid, neen de tien. Samen in één hand van vader." Elsje lachte +en grootmoe lachte. "Vader is ook zoo sterk" zei ze, "en dat is maar +goed ook." "Kijk," zei vader, tilde grootmoeder met stoel en al op +en zette haar bij de tafel. "Elsje is ook sterk," zei het kleine +ding, sjouwde de kruk, wipte grootmoes beenen er op en dekte ze weer +toe. "Elsje is een braaf kind," hernam vader, en tilde haar hoog in +de lucht, tot ze het uitschaterde van pleizier. + +Toen gingen ze eten. "Morgen moeten jelui weer samen voor grootmoe +zorgen," zei moeder onder het opscheppen en vertelde aan vader, dat ze +bij den burgemeester wat zou gaan helpen in de huishouding. "Mevrouw +vond het wel wat erg, maar ik zei, toen u in ons dorp woonde, hebt +u ons ook geholpen, is 't niet." "Je hebt gelijk hoor," antwoordde +vader, "'t zijn beste menschen, daar gaat niets van af. Wat zeit u, +moeder." "Ja, hoor," antwoordde grootje. + +"Nou Bart, dan moet jij morgen er maar eens aan gelooven," vervolgde +vader weer. "Dat is ook lekker," bromde Bart. "We zouen morgen naar +Krijn zijn oom gaan in den polder, die heeft een groote boerderij en +daar zijn allemaal kalveren en biggen." + +"Tuut, tuut," zei vader, "we zouen? Heb je het dan aan moeder +gevraagd?" "Aan mij niet," zei moeder. + +"Nou, ja, als u het goed vond," bromde Bart. + +"Maar we vinden het niet goed. Het is wel jammer voor je, maar +je kan nog wel een anderen dag. Je hebt nog na de Paasch ook +vacantie. Grootmoe kan toch niet alleen blijven, wel?" "Och het is +ook altijd," begon Bart, maar voordat hij had uitgesproken zag hij +grootmoeders gezicht en hoorde haar mompelen, "'t is jammer, voor je, +maar, zie je," en hij sloeg de oogen neer voor vaders blik, keek op +zijn bord en zweeg.--"Het wordt nog slechter weer," zei vader. + +"De wind staat recht op den dijk," antwoordde moeder. + +"Geef je bord nog eens Bart, of lust je niet meer?" + +"Wij zijn den wind wel gewoon, hé moeder." "Nou," antwoordde grootje, +"wij hebben heel wat storm meegemaakt, daar is dit niets bij." En ze +spraken verder over wind en storm en Bart zat stil te eten en dacht +over morgen. + +Na het eten, terwijl moeder in de keuken de borden waschte en +grootmoeder zat te breien aan een paar kniekousen met roode randen, +die Bart zoo graag wou hebben, stoeide vader met zijn jongens, zooals +hij Bart en Elsje noemde en klonk hun gelach en gejoel boven den +wind uit, die toch luid om het huisje gierde en door den schoorsteen +bulderde. Toen Elsje met een kleur als een boei in de bedstee in de +keuken lag, zei ze wel even: "He, moesje hoor es, boe, boe gaat 't. Mag +de deur open blijven, tot ik slaap; ik ben bang voor dien wind." "Ik +zal ze op een kiertje zetten, hoor: ga maar gauw slapen. Straks komt +Bart ook," antwoordde moeder en stopte haar lekker toe. Vader las +nog wat voor, totdat Bart ook naar bed moest en hij dacht niet aan +morgen, voordat hij onder de dekens lag. "Wat moest hij tegen de +jongens zeggen?" zoo viel hij in slaap. + + + +2. De verzoeking. + + +Toen hij wakker werd, scheen de zon, "hè," dacht Bart weer.--Prachtig +weer, om uit te gaan. Zullie gaan natuurlijk.-- + +Moeder kwam in de keuken, om water op 't stel te zetten. + +"Zoo jongen, ben je wakker? Sta dan maar gauw op, dan kan je me +helpen. Vader moet zoo weg." "Morgen, Moe," zei Bart en sprong het +bed uit.--Als vader weg is--dacht hij--ga ik naar Krijn toe. + +Om half acht ging vader de deur uit. Eerst had hij grootmoe uit de +bedstee getild en weer op haar stoel gezet; dat vond hij voor moeder te +zwaar. Toen had Elsje in haar paars nachtjaponnetje nog even op zijn +knie gezeten en een hapje met hem mee gegeten. Nu wuifde ze vader na +door het zijraam, waarmee je op den dijk kon zien en waarvoor grootmoe +ook zat. Bart was ook klaar met zijn boterham en toen vader uit het +gezicht was, ging hij door de keuken de achterdeur uit, wip over het +hekje van den kleinen moestuin en bij Krijn de achterdeur in. Baar +stond Krijn bij zijn moeder in de keuken. "Ben je er al?" vroeg hij +met zijn mond vol. "Moeder pakt me brood in." "Heb je niets bij je," +vroeg Krijns moeder. "En moet je geen jas aan? 't Is veel te guur +en je krijgt nog wel regen ook." Bart schudde van neen; hij had wel +kunnen huilen: hij durfde niets zeggen, omdat hij zich niet goed kon +houden. "Dag moeder," zei Krijn en hij stapte de deur uit naar het +huisje van Jaap. + +"Ik ga niet mee," zei Bart nu bedrukt. "Hè, mag je niet, da's gemeen," +was 't antwoord, "je hoeft toch niet op je zusje te passen." + +"Moeder is niet thuis vandaag," antwoordde Bart. "Nou, je grootje is +er toch. Wat zou dat? Kom ga maar mee!" "Grootmoeder kan niet alleen +blijven," antwoordde Bart terwijl hij zijn tranen inslikte. + +"Och, dat lamme mensch laat er ophoepelen," antwoordde Krijn. Bart +schrok er van; gelukkig dat vader en moeder 't niet hoorden, +anders zou hij niet meer met Krijn mogen loopen misschien. "Ze kan +het toch niet helpen," antwoordde hij aarzelend. "Is je vader al +weg?" vroeg Krijn. "Ja," knikte Bart. "Je moeder ook al?" "Neen, +die nog niet." "Nou, weet je wat, dan wachten we tot je moeder weg +is en dan kom je stil door de achterdeur. Ze kan je toch niet naloopen. + +"Je bent ook zoo'n flauwerd. Ga nou gauw terug, dat je moeder niks +merkt; ik wacht met Jaap bij de schuur." + +Bart ging schoorvoetend naar huis terug. Zou hij dat doen? Als hij +maar terug was vóór vader en moeder. Grootmoe zou 't misschien niet +eens vertellen. Ze kon nooit velen, dat vader erg knorde op hem. Zou +hij het groot je vragen? Nee, dat toch maar niet; hij mocht niet van +vader en moeder, dan zou grootmoe het ook niet willen. + +"Waar zat je toch?" vroeg moeder, toen hij de kamer weer binnen +kwam. "Toe veeg jij even gauw de keuken aan en je zet om half vijf de +aardappels op het stel. De boontjes staan in de pan, die moeten maar +binnen op de kachel. Jelui brood staat klaar in de kast. Hoor es, wat +steekt de wind weer op. Je mag blij wezen, dat je niet uit bent. De +lucht is zoo donker geworden. Je moet maar niet buiten spelen ook, +ga maar wat bouwen of lezen." + +Bart deed wat moeder zei, zonder te antwoorden. + +"Nog iets moe?" vroeg hij, toen hij klaar was. "Neen, jongen. Ik ben +ook klaar. Jongens, kijk eens!" Een hevige windvlaag deed het huisje +schudden en de regen viel bij stroomen neer. "Kind, wat een weer," +zei grootmoeder. "Je mag je wel goed instoppen. Het was zoo mooi +bedaard van morgen en nou begint het weer." + +"Ja, ik zal maar gauw heengaan. Daar komt net de zon weer. Misschien +hou ik het nog droog," antwoordde moeder. "De lucht is anders pikzwart +daar in de verte. 't Is mooi lenteweer, hoor," hernam grootmoe. + +"Nou, dag moeder, dag jongens. Lief zijn hoor. Misschien breng +ik wel wat lekkers voor jelui mee." "Een paaschei moes," vleide +Elsje. "Misschien wel, als jelui zoet bent." + +"Ik zal heel, heel zoet zijn, dag moesje," zei Elsje. + +"Nou Bart en jij doet alles wat grootmoe zegt hoor." + +Met hun drieën keken ze moeder na, die op den dijk zich nog eens +omkeerde, naar de lucht wees en een leelijk gezicht trok. + +"Kijk, Moes rokken," zei Elsje. "Straks waait haar doek nog weg. Zou +ons huis niet om kunnen waaien?" + +"Wel nee," zei Bart, "dat gebeurt nooit. Wel een pan van het dak." "Dan +wordt de zolder nat," zei Elsje. + +Bart talmde en draaide wat. Hij durfde toch niet heengaan en ook niet +tegen Krijn zeggen, dat hij niet kwam. Zou hij heengaan en grootmoe +toch alleen laten met Elsje. En als ze hem zochten en grootmoe wist +niet, waar hij was.--Elsje zou hem roepen.--Ze zou misschien naar +het huisje van Krijn gaan.-- + +"Hoor es, grootmoe, hè, alles schudt van den wind. En het is zoo +donker," merkte Elsje op.--Hij kon toch wel gauw terug komen. Hij +hoefde alleen de aardappels op te zetten; de kachel brandde. Een +schepje kolen kon Elsje er wel op gooien. Hij keek eens naar +grootmoe. 't Was toch naar, als je niet loopen kon. Hij wist nog, hoe +grootmoe met de zware ben met visch liep en altijd in huis werkte. Toen +hadden ze grootvader voor 'n paar jaar terug, dood thuis gebracht. Hij +had andere menschen van een schip gered en toen een stuk wrakhout tegen +zijn hoofd gekregen. Toen was grootmoeder erg ziek geworden en toen kon +ze niet meer loopen. Moeder en vader zeien altijd, we moeten maar heel +lief voor grootmoeder zijn.--Daar stonden Krijn en Jaap. Ze wenkten +hem. "Moet u niet lezen, grootmoe," vroeg Bart. "Ja," zei grootmoeder, +"dat is goed" en Bart bracht haar haar bril en haar boek. Elsje speelde +met haar pop en wagentje. Het duurde niet lang of grootmoeder zat met +het boek op schoot, geheel verdiept in het lezen, bij wijzend met den +vinger en halfluid spellend. Bart kon nu best ongemerkt door de keuken +weg gaan. Heel zachtjes deed hij de achterdeur open. Bulderend sloeg +de wind naar binnen, gauw de deur dicht! Brr, wat was het koud. Krijn +liep al op hem af. "Nou vooruit! wat laat je ons lang wachten. Moet +je geen jas aan, heb je je brood?" Hij dacht niet anders of Bart +ging mee. "Hij heb em stikum gesmeerd, natuurlijk," lachte Jaap. "Heb +'t lamme, ouwe wijf 't niet in de gaten gehad?" dat was Bart toch te +kras. Hij schaamde zich, dat ze het tegen hem durfden zeggen, draaide +zich om en snauwde: "ga jelui maar alleen hoor." "Toe nou, flauwerd," +riep Krijn hem nog na, maar hij liep nog wat harder en verdween weer +in de keuken. "Mispunt! lafferd!" hij hoorde het haast niet door den +wind en trok de deur met een smak dicht. "Wat een slag," zei grootmoe, +"was je aan de buitendeur." "Eventjes," antwoordde Bart verlegen. "Nou, +blijf maar binnen, hoor, het is veel te slecht weer." + + + +3. De dijkbreuk. + + +Het was net of de wind weer erger te keer ging. Weer begon het te +regenen. "Foei, foei!" zei grootmoe en schudde het hoofd. "Wat spookt +het." Bart antwoordde niet meer; hij kreeg de kindercourant uit de +kast, ging aan de tafel zitten met zijn handen onder zijn hoofd en zijn +vingers in zijn ooren. Hij hoorde niets meer of deed net, of hij niets +hoorde. Grootmoeder vervolgde haar lezing. Elsje zat naast haar voor +het raam met haar pop op schoot en keek naar buiten, naar de koeien +en paarden, die met dekken om al in het land liepen. Er kwam geen +mensch meer over den dijk. Het werd maar steeds donkerder. Bart kon +haast niet meer lezen bij de tafel. Zwarte wolken pakten zich samen +en joegen in groote vaart door de lucht. Weldra kletterde de regen +in stroomen neer, zoodat je haast niet in de verte kon zien. De wind +nam in hevigheid toe en bulderde en gierde dat Elsje er bang van werd. + +Ze trok grootje aan haar mouw. "Grootmoe," zei ze zacht. "Het is hier +zoo stil en de wind schreeuwt zoo hard." + +Grootmoeder legde haar boek op het tafeltje, dat naast haar stoel stond +en trok Elsje naar zich toe. "Zal ik je eens wat vertellen?" zei ze +vriendelijk. "Je moet niet bang zijn voor den wind. Jongens, jongens, +'t is wel heel erg," vervolgde ze, toen een nieuwe windvlaag alles +rammelen deed en de kachel ineens rood verfde. + +"Bart, doe het schuifje wat dicht. Bartje!" riep ze. + +Bart stond op en temperde de kachel wat. "Het waait ineens weer +harder," zei hij en ging ook bij het zijraam staan, om uit te kijken. + +Anders zag je nog wel menschen op het land bezig; nu was er niemand. De +paarden en koeien waren bij elkaar gekropen, zoo dicht mogelijk tegen +den dijk aan onder een groepje boomen, wat hen nog wel niet tegen +den regen beschutten kon, maar zeker wel tegen den wind. Niemand +op den dijk te zien. Wat joegen die wolken door de lucht, net of +ze mekaar achterna zaten. Brr, het was griezelig weer. "We konden +de lamp wel opsteken, grootmoe," zei Elsje, "'t is zoo donker. Hè, +ik word er bang van." Ze drukte haar hoofdje tegen grootmoe aan en +gluurde onder de haren door angstig naar buiten. + +"Grootmoe, kijk u eens," riep Bart opeens. "Wat is dat daar tusschen +het gras. Kijk, allemaal kletsnat van den regen, 't lijkt wel een +sloot." + +"Ja," antwoordde grootmoe, "het regent ook zoo, 't lijkt wel groote +schoonmaak daarboven. De grond kan het niet ineens verzwelgen." "Kijk +grootmoe, er komen golfjes in, hè, hoor es!" "Kom hier maar," zei +Grootmoe verschrikt door de vreeselijke windvlaag.--"De ruit kon wel +eens inwaaien. Ga er niet zoo dicht bij staan. Hier kan je ook kijken." + +"Het water komt al verder. Straks kan moeder er niet eens door als +ze thuis komt," merkte Bart op. + +"Welnee," zei grootmoe, "dat duurt nog zoo lang. Als de regen temet +ophoudt, trekt het wel weer weg." + +"Anders moet ze maar een schuitje nemen, er zijn wel bij vader op de +werf," zei Bart weer, schertsend. + +"Het zakt zóó wel," stelde grootmoeder gerust. + +"Maar nou nog niet. Het komt verder. Kijk die koeien, 't is net of +ze wegzinken in den grond. Ze probeeren weg te loopen, maar ze kunnen +niet. Kijk, het paard wil tegen den dijk op. Wat spat dat water. Het +gaat er onder, Grootje, ze verdrinken geloof ik." Bart drong weer naar +het raam, om beter te zien. "Het water staat tot aan het straatje en +het golft tegen den dijk op, het komt al dichter bij." + +"Och, jongen, 't is toch niet zoo?" vroeg grootje wat angstig en +zachtjes zei ze: "Er zal toch geen gat in den dijk geslagen zijn." "Ga +es kijken door het keukenraam," vervoegde ze tegen Bart, "of het +aan den anderen kant ook zoo is, bij Krijn zijn huis." Donderend +geweld in den schoorsteen, gieren en blazen, rammelen van de ruiten, +allerlei onheilspellende geluiden. Elsje begon te snikken. "Lieve +Heer!" stamelde grootmoeder, "het zal toch niet zoo zijn!" + +"Ik hoor schreeuwen," zei Bart, "hoort u het ook?" + +"Dat is de wind," antwoordde grootmoe. "Neen," zei Bart, "toch niet" +en hij ging naar de keuken, om daar door het raam te kijken, waar hij +Krijns huis zien kon. Daar zag hij Krijns moeder met de rokken hoog +opgeschort, op iederen arm een kind, ze trachtte tegen den wind op +te komen en waadde tot de knieën door 't water. "Vrouw Lubbe! vrouw +Lubbe!" gilde ze, zoo hard ze kon. "Kom dan! het water!" meer kon +Bart niet hooren. Daar kwam Jaaps moeder ook met kleine Koosje op +den eenen en den hond onder den anderen arm. Ze gleden haast uit, +maar ze liepen toch door en gingen naar den dijk toe. Bart trilde +van angst. Wat moest hij doen. Grootmoe! zijn bloed stond stil van +schrik. Het was vast niet van den regen. Het leek wel een rivier en het +bruiste en golfde en kwam hooger en hooger. Bart keerde zich om. Was +het verbeelding? Nee, toch niet, daar door de keukendeur, daar kwam +het water met kleine golfjes naar binnen. Gauw, gauw, hij moest naar +grootmoe. Nog was het droog tot bij de deur van de kamer; hij gooide +de deur open. Rillend stond hij daar en kon haast niet spreken. + +"Grootje, grootje," snikte hij, "het water staat in de keuken. Krijn en +Jaap hun moeders zijn weggeloopen en wij zijn hier alleen," snikkend +viel hij grootmoeder om den hals. "Och Heere, Heere!" bad de oude +vrouw, "loop gauw, neem Elsje mee, misschien kan je er nog door, +gauw! gauw dan! Het is toch een gat in den dijk." + +"'t Kan niet grootmoe, en u dan," vroeg Bart, en klemde zich aan haar +vast. "Ga, Bart, voor het te laat is," antwoordde grootje met trillende +lippen. Maar het was al te laat. Daar kwam het water ook door de andere +deur het kamertje in. "O Hemelsche Vader, help ons," kreet de arme oude +vrouw, "de kinders, de kinders! mijn arme Marijke, mijn goeie jongen, +wat een verdriet!" en wanhopig vouwde ze haar handen. Elsje was op haar +schoot geklommen, Bart zat op een stoel. Half versuft keken ze naar het +water, dat maar aldoor naar binnen liep en al hooger en hooger steeg. + +"Grootje, kan het zoo hoog komen, dat we--dat we verdrinken?" vroeg +Bart opeens en wachtte vol angst op het antwoord. "Ik weet 't niet, +jongen, 't is in korten tijd zoo gestegen. Ik weet het niet. Mijn +arme kinders!" + + + +4. Een flinke jongen. + + +"Grootje, we moeten naar den zolder," riep Bart, "zoo hoog komt het +vast niet." Meteen trok hij zijn kousen uit en stroopte zijn broeken +op. "Gauw Elsje op mijn rug." "Neen, neen, grootmoe nee!" kreet Elsje, +maar nu zei grootmoeder streng. "Elsje moet met Bart mee gaan en zoet +zijn." "Komt grootmoe dan ook?" vroeg ze nog en liet zich wegdragen, +door de kamer en de keuken naar het laddertje, dat naar den zolder +voerde. "Ik ben zoo bang," schreide Elsje, "ik durf niet op den +zolder." "Stil nou," zei Bart, "grootmoe komt ook. Wees nou zoet, +ga even zitten, ik kom zoo terug." Maar Elsje was bang, ze trapte +op den vloer en gilde van angst en wilde de ladder weer af met Bart +mee. "Ga je weg," zei Bart, "je blijft daar, hoor!" en hij duwde +haar weg en holde de ladder af, weer naar de kamer terug. "Grootmoe, +ga op mijn rug zitten, gauw, ik ben sterk. Kijk het water is al zoo +hoog. U zal verdrinken, toe dan," smeekte hij. "Nee jongen, het is te +zwaar, je zou omvallen en zelf omkomen, ga naar Elsje. God behoede je, +mijn jongen." Ze zoende Bart op beide wangen. De tranen sprongen in +zijn oogen. + +"Het moet grootmoe, wat zouden vader en moeder zeggen? Gauw dan, +voor het te laat is." Hij pakte grootmoeders beenen en zij gaf zich +eindelijk gewonnen. "Mijn beste jongen," stamelde ze, "'t zal niet +gaan, het zal niet gaan." "Goed vasthouden, zoo, ja, vasthouden hoor, +daar gaat het." Grootmoeder zat op zijn rug, hij; wankelde even, +maar bleef toch staan, boog zich voorover en voorzichtig, voetje voor +voetje, ging hij naar de keuken met zijn lieven last. Grootmoeders +rokken bengelden in het water, werden drijfnat, daar kon hij niets +aan doen. + +"Goeie jongen, mijn lieve jongen," mompelde grootje. "Gaat 't wel? het +is te zwaar." Bart kon niet antwoorden. Hij zag vuurrood, maar kwam +toch bij de ladder. Grootje pakte nu zelf de sporten beet en Bart +hield zich ook stevig vast. + +"Grootmoe, grootmoe," stond Elsje te roepen en stak haar handjes al +uit, om ook te helpen. Daar was zij bij het luik. Nog een flinken +zet. Grootmoe was op den zolder, waar Elsje dadelijk haar armpjes om +grootmoeders hals sloeg. + +"Wat ga je doen Bart, blijf hier!" riep grootmoe buiten adem van de +inspanning. Bart ging de ladder weer af. "Ik kan er nog door, ik haal +nog een paar dekens en kleeren, anders heeft u het te koud." "Och +jongen, je verdrinkt, kom terug." + +"Neen, ik kom terug, dadelijk, ik ben nou toch nat," zei Bart en waadde +door de keuken naar de bedstee. Twee dekens en een kussen haalde hij er +uit en laadde het op zijn hoofd. Toen greep hij zijn jas en grootmoe's +Zondagsche japon. Allemaal op zijn hoofd, zoo ging hij terug. Het +water kwam nu over zijn middel. De blokken van zijn bouwdoos dreven +er op en grootmoeders stoel hobbelde heen en weer. "Bart! Bart dan +toch!" riepen grootmoeder en Elsje. "Ja, ik kom." Daar was hij weer +bij de ladder. Elsje pakte al wat aan en sleepte het naar boven. + +"Niet weer--naar--beneden," hakkelde grootje, al bibberend van koude +en angst. "Doe dat natte goed uit." "Ja, ik heb mijn jas en hier is uw +japon." Bart deed zijn natte goed uit en trok de jas aan, toen hielp +hij grootmoeder en legde de natte kleeren in een hoek. Hij spreidde één +deken op den grond, legde het kussen er op en samen trokken de kinderen +grootmoe op de deken. Toen dekten ze haar met de andere deken toe. + +"Kruip u er maar goed onder, dat u warm wordt." + +"Jelui ook," klappertandde grootje en de kinderen kropen dicht tegen +haar aan onder de deken. + +De wind bulderde maar door en beneden hoorde je het klotsen van +het water. + +"Nou komt het water toch niet meer," zei Elsje, "neen hè?" "Wel nee," +zei Bart, "zoo hoog niet. Wat zullen moeder en vader wel denken. Ik +zal wat uit het raam hangen, dan zien ze, dat we hier zijn. Zoo'n +handdoek, hè grootmoe," vroeg Bart. + +De oude vrouw kon niet praten, ze knikte maar. + +Bart trok een handdoek van de drooglijn. Er lag een stukje touw, dat +deed hij in de lus. Heel voorzichtig, maakte hij het openslaande raam +een eindje los en liet den handdoek naar buiten waaien, het touwtje +deed hij in den ring van het haakje. Toen gauw het raam weer dicht. + +"Trek--zoo'n--paar--kousen aan," hakkelde grootmoe weer, "en zoo'n +broek, die zijn wel droog." Ja, ze waren droog. Gelukkig maar. Bart +trok den broek en kousen van de lijn aan en kroop weer bij grootmoe +onder de deken. Nu waren ze een poos stil. + +"Ik heb honger," zei Bart. "Jongen," grootmoe aaide hem liefkoozend +over het hoofd. Als hij nu toch eens weggegaan was met Krijn en +Jaap. Dan zouden grootmoeder en Elsje zeker verdronken zijn. Hij +rilde er van.--"Komt vader nog niet," vroeg Elsje. + +"Ja, vader komt straks. Hij komt ons vast halen." + +"Ja, ja," knikte grootje, "vader komt ons halen."-- + + + +5. Voldoening. + + +Bart had geen rust. Hij ging weer eens naar het venster. Het regende +niet meer, maar je zag alleen water en hier en daar stak een punt +of een boom een eindje uit. Het was een troosteloos gezicht. Een +schuitje zag hij niet. Toen ging hij naar het luik. "Hier blijven," +riep grootje. + +"Ja, ik ga niet naar beneden, eventjes kijken." Nog één sport van de +ladder kwam er uit. Als het nu toch nog eens tot den zolder kwam. "Och +nee, dat mocht niet. Toe vader kom dan toch." Weer naar het venster. De +wind leek wel wat te bedaren. Wat was dat in de verte. Hoorde hij +klokken luiden. Ja, en dat daar, was 't een schuitje. "Ja, ja! grootje +daar komt vader! Ik zie een schuitje," juichte Bart. Hij gooide het +venster open en riep zoo hard hij kon: "Vader, vader!" + +Ze konden hem nog niet hooren in het schuitje en hij kon niet zien, +of het vader was. Nu zag hij drie menschen. Eén stond overeind, +twee roeiden heel hard. Ja, het was vader! en moeder stond. + +"Moeder! Vader!" gilde hij. Elsje stond nu naast hem en riep ook mee +en moeder stak de armen omhoog on riep: "Bartje, Elsje!" "Alle drie," +riep Bart terug. "Grootje!" riep vader. "Ja, ook, grootje ook!" + +"God zij dank," zei vader en liet de riemen los. Ze waren nu met het +bootje vlak voor het zoldervenster. + +"Voorzichtig nou, wacht even," riep vader tegen moeder, die schreiend +naar boven greep en niet bemerkte, dat het bootje opzij ging. Toen +heesch vader zich tegen het raam omhoog en sprong naar binnen. Hij +drukte de kinderen in zijn armen, terwijl hij den zolder rond +keek. "Moeder," riep hij, "ik kom." Hier pak aan! vervolgde hij tot +den anderen man en reikte Elsje uit het raam aan, die dadelijk in +moeders armen vloog. + +"Mijn schat, mijn engel," zei moeder. Bart klom zelf naar beneden en +werd ook opgevangen. + +"Jongen, beste jongen," zei moeder en zoende hem. + +"Kalm aan," zei de man "ga zitten, achteraan. De oude vrouw moet hier +in het midden." "Hier, doe om," zei moeder en pakte beide kinderen +in doeken, die ze bij zich had. Daar stond vader al met grootje in +de deken gewikkeld. + +"Voorzichtig aan nu. Hou het schuitje wat tegen, vrouw Lubbe. Wacht, +eerst het touw daarom! Zoo! Ja, geef haar nu maar aan. Zitten blijven, +jongens! Wees maar niet bang, het gaat goed zoo." Eén schok, daar +zat grootje, tegen moeder aan op het middelste bankje. Vader gooide +de andere deken ook in het schuitje, sprong er toen zelf in en nam +de riemen weer. "De Heer zij gedankt," stamelde grootmoeder, terwijl +moeder de haren uit haar oogen streek en snikte, "Arme moeder, hoe +bent u boven gekomen?" + +"Bart," zei grootmoeder. "Bart heeft me gedragen." + +"Goed zoo," zei vader. "Brave jongen," zei de andere man, en moeder +knikte hem toe, maar Bart zei niets. Hij hield Elsje stijf vast en +keek naar het huisje, en dacht: "Als ik toch eens was weg geloopen." + +Heel voorzichtig stuurden de beide mannen de kleine boot die soms +stootte tegen een boompje of een paal. + +Uitstekende boomen wezen den weg naar de sloot. Toen ze die eenmaal +bereikt hadden, ging het sneller voort. Moeder schreide en aaide +grootje af en toe en knikte haar en de kinderen toe. Daar zag het zwart +van menschen in de verte. "Hoo ie hoo!" schreeuwde vader en zwaaide +met zijn pet. Een luid gejuich steeg op, uit de menigte. "Ze zijn +gered," riep men elkaar toe. "De oude vrouw ook," zei Krijns moeder +die vooraan stond en dadelijk Elsje aanpakte. Meteen staken allen +de handen uit. Iedereen wilde helpen en grootje aanpakken. "Nee," +zei vader, "dank jelui wel hoor. Ik zal moeder dragen." Bart werd +ook opgetild; een man droeg hem het dorp in. Als een loopend vuurtje +ging het van mond tot mond. "Hij heeft zijn grootmoeder gered!" en in +menig oog blonk een traan. Vergezeld van een groote menigte ging het +in optocht naar het huis van den burgemeester. De goede burgervader +liep vooruit en opende de deur. "Hierheen met je moeder, Lubbe. Breng +haar naar boven, ze moet naar bed, anders wordt ze nog ziek.--Droge +kleeren," antwoordde de burgemeester, toen het dienstmeisje, dat met +een warme kruik kwam aandragen, hem vroeg of er nog iets anders moest +zijn. "Ga jelui gauw aan moeder zeggen, dat ze allemaal gered zijn," +vervolgde hij tegen zijn jongens, die ook kwamen kijken, en op dit +gezegde dadelijk vroolijk naar binnen vlogen. Grootmoeder en Bart +werden naar boven gedragen, van droge kleeren voorzien en in bed +gestopt. Toen bracht het dienstmeisje hun een kop heerlijke bouillon +en een paar boterhammen met koffie, wat ze zich allemaal best lieten +smaken. Daarna moesten ze wat slapen, "dat was goed voor de schrik +en alles," zei moeder, die eerst met Elsje bij de Burgemeestersche +was binnen geweest en nu kwam kijken bij grootje en Bart. Ze stopte +haar jongen er eens goed onder en zoende hem hartelijk. "Mijn beste +jongen," zei ze. Plotseling sprong Bart overeind, sloeg zijn armen +om moeders hals en hevig snikkend bracht hij er hortend en stootend +uit. "Ik-had-stil-met Krijn en Jaap-willen-meegaan. Ik zal-het-nooit +weer doen." Eerst begreep moeder het niet en dacht, dat hij wat in +de war was van alle angst. Ze was al vergeten, dat hij naar dien +oom van Krijn zou gaan, maar toen werd het haar opeens duidelijk en +ook zij stelde zich plotseling voor, wat er dan van moeder en Elsje +had moeten worden. Ze werd er bleek van, maar zei alleen: "Gelukkig +jongen, dat je het niet deed. Alles is nu goed. Ga gauw wat slapen, +grootmoeder is al onder zeil." Nogmaals kuste ze hem en met de tranen +nog op de wangen viel hij in slaap. + +Hij droomde van water en nog eens water. Zag grootje er in zakken, +zooals de koeien en paarden Elsje riep om hulp, maar hij kon niet bij +haar komen want Krijn en Jaap hielden hem vast en riepen; "Wat geef +je er om, ga mee!" Hij wilde zich losrukken en vloog overeind. Met +verwilderde oogen keek hij rond niet dadelijk beseffend, waar hij was. + +Moeder stond met een heer voor zijn bed. + +"Zoo, heb je lekker geslapen, ventje? Ik zou er hem maar een dagje in +houden." Het was de dokter, zag hij nu. Hij werd beklopt en beluisterd +en moest toen weer gaan liggen. + +Toen moeder den dokter had uitgelaten en weer bij het bed kwam, +vroeg hij, hoe lang hij had geslapen. + +"Het is goede Vrijdag," zei moeder, "gisteren middag ben je in slaap +gevallen en morgen mag je er weer uit." "En grootmoeder?" "Is ook in +bed gebleven vandaag, maar ze is best hoor. Kijk ereis wat ik hier +voor je heb. Een paar heerlijke boterhammen, een groot stuk taart en +een glas lekkere melk." + +Dat smaakt overheerlijk. "Gaan we nu niet weer naar huis, moeder. Hoe +is het met ons huis?" vroeg Bart. + +"O, het water daalt al, maar we zullen er vooreerst niet in kunnen. Wij +zijn zoolang bij Jansen in en morgen komen Grootje en jij er ook en +met Paschen gaan we met ons allen naar tante Mijntje, waar grootje +zal blijven, totdat ons huis weer in orde is."--"Het is jammer van +alles. Zou het allemaal bedorven zijn?" vroeg Bart. + +"Dat hindert minder," antwoordde vader, die ook eens naar hem kwam +kijken. "Jelui bent allemaal gered en er is niemand omgekomen. Alleen +eenige koeien en paarden. Arme dieren! en een paar varkens nog. We +hebben den geheelen nacht doorgewerkt, maar nu is de dijk ook +gestopt. Het zal nog wel een tijdje duren, eer we weer in huis kunnen +en er zal misschien wel een en ander bedorven zijn, maar wij zijn nog +allemaal bij elkaar. En wat ik ook zoo heerlijk vind, onze Bart heeft +bewezen, dat hij een flinker jongen is, dan hij zelf heeft gedacht." + +Ook vader zoende zijn jongen en Bart voelde zich gelukkig. "Die lieve, +beste grootmoeder" mompelde hij. + + + + + + + +INHOUD. + + + + + I. De trouwe kameraden 5 + + 1. Broer en zus 5 + 2. Emy's ridder 8 + 3. Haar geheim 14 + 4. Een prettige verjaardag 16 + 5. Désiré en Emy 25 + 6. De landlooper 31 + 7. Uit logeeren 38 + 8. In gevaar 45 + 9. De redding 50 + 10. Désiré overwint 55 + + + II. Treintje spelen 62 + + III. De goudklomp 65 + + 1. Orleman en Soliman vinden den goudklomp 65 + 2. Wie zal hem hebben? 71 + 3. Wat de dwergen verder zagen 76 + 4. Gevonden 81 + 5. De opdracht wordt volbracht 85 + 6. Weer gelukkig 90 + + + IV. De theevisite 96 + + V. Bart's Grootmoeder 100 + + 1. Een vriendelijk thuis 100 + 2. De verzoeking 110 + 3. De dijkbreuk 115 + 4. Een flinke jongen 119 + 5. Voldoening 123 + + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Zie titelplaat. + +[2] Zie plaat omslag. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Wat tante Dora vertelde, by H. D. Jacobi + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WAT TANTE DORA VERTELDE *** + +***** This file should be named 19544-8.txt or 19544-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/9/5/4/19544/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/19544-8.zip b/19544-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..65e2479 --- /dev/null +++ b/19544-8.zip diff --git a/19544-h.zip b/19544-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f7c928f --- /dev/null +++ b/19544-h.zip diff --git a/19544-h/19544-h.htm b/19544-h/19544-h.htm new file mode 100644 index 0000000..f6ae001 --- /dev/null +++ b/19544-h/19544-h.htm @@ -0,0 +1,5347 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Wat Tante Dora vertelde</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="H.D. Jacobi"> +<meta name="DC.Creator" content="H.D. Jacobi"> +<meta name="DC.Title" content="Wat Tante Dora vertelde"> +<meta name="DC.Date" content="### 2006"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> + + +body +{ +font:100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin:1.58em 16%; +text-align:left; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-bottom:1.6em; +} + +.div1 +{ +padding-bottom:1.44em; +} + +.div2 +{ +padding-bottom:1.2em; +} + +.div3,.div4,.div5 +{ +padding-bottom:1em; +} + +h1,h2,h3,h4,h5,h6 +{ +clear:both; +font-style:normal; +text-transform:none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument,p.note +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 20% 1.58em 0; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +p.question +{ +margin-bottom:0; +text-align:left; +} + +p.answer +{ +margin-top:0; +text-align:right; +} + +p.explanation +{ +font-size:smaller; +margin-left:0.9em; +margin-right:0.9em; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size:80%; +text-decoration:none; +vertical-align:0.25em; +} + +div.footnotes +{ +margin-top:1em; +padding:0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left:0; +margin-right:0; +text-align:left; +width:25%; +} + +p.footnote +{ +font-size:80%; +margin-bottom:0.5em; +margin-top:0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float:left; +text-align:left; +width:2em; +} + +div.footnotes table,div.footnotes table tr,div.footnotes table tr td +{ +font-size:80%; +} + +div.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +text-decoration:underline; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +p.beforeline,p.afterline,.poem .stanza +{ +margin-top:1em; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a,a.noteref:hover,a.hidden:hover,a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Wat tante Dora vertelde, by H. D. Jacobi + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Wat tante Dora vertelde + +Author: H. D. Jacobi + +Illustrator: Freddy Langeler + +Release Date: October 14, 2006 [EBook #19544] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WAT TANTE DORA VERTELDE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="front"><div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/frontcover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="597" height="720"></div><p> + + +</p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><p class="aligncenter">Wat tante Dora vertelde. + +</p> +</div> +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">Ons Schemeruurtje.</h1> +<h1 class="docTitle">XIX.</h1> +<h2 class="docImprint">H. Meulenhoff—Amsterdam—1919.</h2> +</div> +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">Wat tante Dora Vertelde.</h1> +<h2 class="byline"><span class="docAuthor">H. D. Jacobi.</span> +<br> +Geïllustreerd door <span class="docAuthor">Freddy Langeler</span>. +</h2> +<h2 class="docImprint">H. Meulenhoff—Amsterdam—1919.</h2> +</div><div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p000.jpg" alt="“Tony, ik feliciteer je met je verjaardag.”" width="563" height="720"><p class="figureHead">“Tony, ik feliciteer je met je verjaardag.”</p> +</div><p> + + +</p> +</div> +</div> +<div class="body"><a id="d0e106"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e106">5</a>]</span><div class="div1" id="d0e107"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><h2>I. De trouwe kameraden.</h2> +<div class="div2" id="d0e110"> +<h3>1. Broer en Zus.</h3> +<p>“Moesje, waar is zus?” roept Tony, terwijl hij tegen moeder opklimt en zijne roode lippen op haar wangen drukt. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 372px"><img border="0" src="images/p005.jpg" alt="“Moesje, waar is zus?”" width="372" height="461"><p class="figureHead">“Moesje, waar is zus?”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Dag vent, zus is buiten in den tuin,” antwoordt moeder, terwijl zij zijn lief jongenshoofd streelt en zijn kus weerom geeft. +Weg is hij—de tuindeur door—de plaats over, zoo gauw zijn dikke beenen hem dragen kunnen. Daar zit zus op het grasveld bij +de gymnastiekpalen. Op een doek staat de box en zus kruipt er in rond. Lijsje ligt in een hoek,—haar wangen zijn afgeschrabd, +een neus heeft ze al lang niet meer—het <a id="d0e122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e122">6</a>]</span>paardje van Tony, dat twee wieltjes mist en overal kale plekken heeft, staat er ook bij en hier en daar liggen kegels verspreid. +Zus kijkt er niet naar om, ze schuift, zittend op één been, heen en weer over den grond en kraait tegen de vogels en vlinders +omhoog. Daar trekt ze zich aan het hekje op, zij staat! “Boer! Boer!” De beide armpjes strekt ze naar Tony uit en plof—daar +ligt ze languit op den grond, boven op het arme Lijsje en de kegels. Een lipje trekt ze, maar broer is al bij haar, wipt over +het hek en neemt haar in zijn armen, voordat de bui losbreekt. “Snoezebol, dag lekkere schat,” en de wilde jongen houdt zijn +kleine zus toch heel voorzichtig vast en drukt zijn dikke wangen tegen haar pruilend mondje. + +</p> +<p>“Da! da!” ze wijst naar boven in de boomen, waar een leger musschen wacht tot moeder straks de kruimels op het pad strooit. + +</p> +<p>“Ja, dat zijn de vogeltjes. Ze wachten ook op eten. Ze hebben ook trek net als broer. Ksst! ksst! Daar vliegen ze op. Moet +zus ook vliegen? Daar ga je!” en hij tilt zus omhoog. + +</p> +<p>“Voorzichtig, Tony,” roept moeder, die in de tuindeur naar de kinderen keek. “Je zoudt haar laten vallen,” en ze vangt zus +in hare armen op. + +</p> +<p>“Hé moe, laat u haar nog even hier? Of moeten we al koffiedrinken? Is paatje al thuis?” + +</p> +<p>“Neen, pa is er nog niet, maar zus moet toch eerst gewasschen.—Nu speel dan nog maar even met haar. Dan ga ik nog even naar +de keuken; maar niet meer optillen, hoor,” en moeder zet zus weer in de box. +<a id="d0e134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e134">7</a>]</span></p> +<p>“Da! da!” roept zus en moeder wuift haar lachend toe. Da! da! + +</p> +<p>Wat is moeder rijk met haar tweetal. Haar jongen van vijf jaar en haar lief, klein molletje van vijftien maanden. “Hoe heerlijk,” +denkt ze, “dat ze zoo lief samen kunnen spelen. Die Tony is toch zoo dol op zusje en Emy is zoo blij als ze Tony ziet.” + +</p> +<p>Ze staat weer bij het hekje. Broer gaat op den rand van het gras zitten. Nu gaat ze haar kunsten vertoonen. “Hoea!” roept +ze in eens en heft beide armpjes omhoog. Ze staat, ze staat los in de box. + +</p> +<p>“Moes! Moes! kijk u eens!” roept Tony verrukt. <a id="d0e143"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Emy staat alleen!” + +</p> +<p>Bij de keukendeur kijkt moeder om. “Ja, ja, moeder ziet het; val maar niet, zus,” roept zij. Maar broer waakt over haar en +vangt haar lachend op en kust haar. + +</p> +<p>“Nee, nee,” roept zus en wringt zich los. Ze wil staan en houdt niet van kussen. “Hoea!” weer staat ze. Dat is een aardig +spelletje. + +</p> +<p>“Kom dan,” zegt broer. Hij klimt ook in de box en gaat op zijn hurken zitten met uitgestrekte armen. “Kom bij broer.” Zus +waggelt en valt, maar hij grijpt haar en zet haar weer op de onbeholpen beentjes. + +</p> +<p>“Hier, pak vast,” zegt hij dan en geeft haar een takje als ballanceerstok in haar handjes. “Goed vasthouden.” De dikke knuistjes +grijpen het takje stevig vast. “Ja, ja,” knikt ze. + +</p> +<p>“Vooruit, toe dan maar, daar gaat ze,” en het gaat heusch. Twee, drie, vier stapjes—wips daar ligt ze weer in zijn armen, +kraaiend van pret. +<a id="d0e156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e156">8</a>]</span></p> +<p>Vader is thuis gekomen en roept lachend: “Hallo!” terwijl hij den tuin in komt. Het kraaiende <a id="d0e159"></a><span class="corr" title="Bron: tewetal">tweetal</span> kijkt op en Tony roept vader toe: “Kijkt u, vader; zus loopt. Toe zus!” Maar nu wil ze niet, ze gaat <a id="d0e162"></a><span class="corr" title="Bron: op op">op</span> den grond liggen en steekt de armen naar vader uit, die haar opneemt en haar op zijn sterke armen hoog in de lucht laat dansen +tot ze het uitgiert. Nu ziet moeder het ook, maar nu is zij niet bang en roept vroolijk: “Kom jelui?” Tony slingert zich om +vaders been en zingend gaat het drietal naar binnen, waar moeder zus opvangt, om haar gezicht en handjes te wasschen, wat +ze lang niet zoo prettig vindt, als spelen met Tony of vader. + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e165"> +<h3>2. Emy’s ridder.</h3> +<p>De kleine zus groeide op onder de zorgen van vader, moeder en grooten broer en was nu al een aardig dribbeltje van vier jaar +geworden. + +</p> +<p>“En ik zeg, dat je zusje toch niet aardig is, Tony.” + +</p> +<p>Het kleine wijsneusje stampvoette, terwijl ze dit zei en stak haar tong uit tegen Tony, die met zijn zusje aan de hand op +het pleintje voor het postkantoor stond. + +</p> +<p>“Welles,” antwoordde Tony met overtuiging. + +</p> +<p>“Nietis,” zei het meisje weer, “kijk dan, ze heeft mij een duw gegeven en toen ben ik gevallen. Kijk mijn schort! heelemaal +vuil,” en ze houdt Tony het bewijsstuk voor. + +</p> +<p>“Ja,” zegt Tony, “maar ze deed het niet exprès. Ze kon het niet helpen.” + +<a id="d0e180"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e180">9</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p009.jpg" alt="“Kijk mijn schort! Heelemaal vuil.”" width="536" height="720"><p class="figureHead">“Kijk mijn schort! Heelemaal vuil.”</p> +</div><p> + +<a id="d0e186"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e186">10</a>]</span></p> +<p>“Nee, ik dee het niet imspres; ik kon het niet helpen,” zei Emy nu, “ga je mee naar moeder, Tony?” en ze trok haar broer mee naar huis. Hij hield haar +stevig vast. Hij was zoo trotsch op zus, met die mooie, blonde krulletjes. “Net poppehaar,” zeiden de menschen en dat vond +Tony leuk om te hooren. + +</p> +<p>Niemand mocht van zus iets kwaads zeggen. “Hij bederft haar,” zei Moeder vaak, als hij alles aan zus wou geven, of het grootste +stuk voor haar uitzocht. + +</p> +<p>“Eerst kijken, wat het mooiste is,” zegt hij dan. “Hier, dit is beter, laten we ruilen.” Maar nu begint zus te zeggen, “kijken +wat het grootste is,” en dat neemt zij dan, alsof het haar toe komt. + +</p> +<p>“Dat is niet lief van zus en ik wil het niet hebben,” zegt moeder, “geef Tony dien grooten appel, hij is de oudste.” “Och, +laat u maar, moesje,” en Tony springt tevreden weg met het kleinste deel, als moeder niet doorzet. Moeder is wel trotsch op +haar jongen, maar zegt toch, “neen, jij maakt van zus een egoïstje en dat zou vreeselijk zijn.” + +</p> +<p>“Wat is dat, moe?” zegt Emy. + +</p> +<p>“Iemand, die het beste voor zichzelf uitzoekt en niet om een ander denkt,” antwoordt moeder, “niets lief.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 332px"><img border="0" src="images/p011.jpg" alt="Dan trekt ze heusch soms een lipje." width="332" height="332"><p class="figureHead">Dan trekt ze heusch soms een lipje.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Nee, niets lief,” zegt Tony, maar zus en niet lief kan hij zich niet denken en even later is het vergeten, en geeft hij zus +het meeste van de dropjes, die hij bij den apotheker toekreeg. Als moeder of vader zelve deelen, geven ze opzettelijk aan +Tony het grootste en het kleine ding ziet het dadelijk. “Ja,” zegt vader, “Tony krijgt het grootste, omdat hij zooveel grooter +is dan zus,<a id="d0e209"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> en dan trekt ze heusch soms een lipje. +<a id="d0e212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e212">11</a>]</span></p> +<p>Het was winter. Een gure wind blies door de ruiten naar binnen en had zus verkouden gemaakt. Niezen en hoesten van belang. +Het was Zondag. “In de kamer blijven” zei moeder, “of je zou naar bed moeten.” + +</p> +<p>Vader gaat uit. “Tony ga je mee?” + +</p> +<p>“Och nee, Pa!” + +</p> +<p>“Neen? waarom niet. Je bent toch ook niet ziek?” zegt moeder. + +</p> +<p>“Nee, moe, maar ik wou wat met zus spelen, ik heb het beloofd, dat ik mijn soldaten zou opzetten.” + +</p> +<p>“Ja, dan moet zus maar eerst wat anders spelen. Een gezonde jongen den geheelen dag in die warme kamer is niet goed. En vader +heeft veel te graag, dat je mee gaat.” Moe krijgt zijn jas en pet en zus begint te pruilen. “Hij heeft het beloofd.—Vader +is groot, maar zus is klein.” + +</p> +<p>“Neen,” zegt moeder, “zus is niet lief. Tony gaat met vader mee en zus mag niet pruilen en gaat zoet met de poppen spelen, +totdat Tony thuis komt. Kijk Sientje is niet eens aangekleed. Wat is je wiegje slordig. We zullen het samen eens opknappen”, +en moeder gaat mee naar het speelhoekje en zus vergeet haar <a id="d0e227"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e227">12</a>]</span>verdriet. Tony gaat met vader mee. Voor het raam kijkt hij nog eens naar binnen, drukt zijn neus tegen de ruiten, om te zien +of zus al getroost is. Zij kijkt om en lacht om den platgedrukten neus en zegt: “Straks gaat Tony mee spelen.” “Zeker,” zegt +moeder, “straks” en zus weet, dat hij het doen zal en is tevreden. +</p> +<hr><p> + +</p> +<p>“Maar Tony, jongen wat heb je nu weer uitgevoerd?” zegt moeder verschrikt. “Kind, ben je gevallen? Pas op, niet met dien vuilen +zakdoek.” + +</p> +<p>“Nee moe—nee!—ja!” snikt Tony. Hij wrijft zijn vuilen zakdoek over zijn bebloeden neus en vuil gezicht, wat het niet beter +maakt. + +</p> +<p>“O, Tony!” roept zusje verschrikt “het bloedt, het bloedt allemaal” en ze zet het op een schreien. “Stil kindje, kom, gauw +mee naar de pomp Tony,” en moeder houdt het hoofd onder den helderen waterstraal, wat beter helpt. Nu kan ze zien, dat Tony’s +neus is opgezet en een schram over zijn wang bloedt. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 354px"><img border="0" src="images/p012.jpg" alt="Kind ben je gevallen?" width="354" height="351"><p class="figureHead">Kind ben je gevallen?</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“O kijk, moesje, zijn blouse is gescheurd,” zegt zus <a id="d0e244"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e244">13</a>]</span>en steekt haar vingertje door een winkelhaak in zijn rug. “En heelemaal vuil moe, O!” + +</p> +<p>“Hoe komt het dan toch,” zegt moeder weer, terwijl ze zijn neus met watten dicht stopt. + +</p> +<p>“O, die Bert, die naarheid; maar ik heb hem lekker te pakken genomen,” en hij balde zijn vuisten. + +</p> +<p>“O, dus je hebt gevochten, dan heb ik heelemaal geen medelijden met je; dan moet je maar niet vechten. Dat zijn straatjongensmanieren.” + +</p> +<p>“Ja, maar ik moest wel, moeder—hij zei—hij zei—” + +</p> +<p>“Nu?” + +</p> +<p>“Hij zei, wat van zus—en, dat laat ik niet zeggen, hij zei: <a id="d0e258"></a><span class="corr" title="Bron: “">‘</span>ze is een akelige kribbekat.<a id="d0e261"></a><span class="corr" title="Bron: ">’</span>” Zijn oogen stonden zoo kwaad; hij balde de vuisten of Bert weer voor hem stond. + +</p> +<p>“Maar nu heb je toch bewezen, door je bebloeden neus en zijn blauw oog of wat je hem hebt gegeven, dat het niet waar is,” +zei moeder ernstig. + +</p> +<p>Tony zag moeder eens aan, hij begreep niet of moeder wel meende, wat ze zei. + +</p> +<p>“Laat ze toch praten, jongen, ze zeggen het immers, om je te plagen, omdat ze weten, dat jij je er boos om maakt,” vervolgde +moeder, maar Tony bromde zooiets van: daar hebben moeders geen verstand van, die zijn geen jongens geweest, doch hij zei het +maar niet hardop. Zijn neus deed hem erg zeer. Zus had medelijden met hem, ze troonde hem mee en speelde met hem. “Vader,” +zei ze, toen die thuis kwam van het kantoor, “Tony heeft met de jongens gevochten voor mij en hij heeft al zoo’n pijn. Wees +U maar <a id="d0e270"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e270">14</a>]</span>niet boos.” En vader zei alleen: “zóó, een bloedneus, en de ander? Is die heelemaal dood of half? Je moet niet vechten, Tony”—en +nu kon Tony toch niet denken, dat vader er geen verstand van had, want die was toch ook een jongen geweest. + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e272"> +<h3>3. Haar geheim.</h3> +<p>Er kwamen wel eens jongens bij Tony in den tuin spelen, maar als zus niet mee mocht doen, konden ze wel heengaan. Daarom moest +zus leeren slootje springen; op een smallen plank loopen over de sloot, knikkeren op z’n jongens; hoepelen, duikelen in het +gras en aan den rekstok; in een boom klimmen, hardloopen en meer van die jongensspelen. En ze kon heel aardig meedoen, want +Tony leerde het haar en hij vond het heerlijk als het kleine ding hooger durfde schommelen, dan de groote jongens. Toch was +hij heel voorzichtig met haar. “Ja,” zei hij dan, “het is toch een meisje en ze is nog zoo klein ook.” + +</p> +<p>Als Tony op school was, speelde zus met haar poppen, maar was hij thuis dan lagen de arme kinderen vergeten in een hoekje +of Tony moest mee huishoudentje spelen; anders was zij jongen mee. + +</p> +<p>Het liefst had ze een oud pakje van Tony aan, dat hij haar met de schoonmaak eens voor de grap had aangetrokken. Dat stond +zoo leuk vond Tony, bij die lange, blonde krullen, dan was ze net kleine lord Fauntleroy. Toch was zus niet jongensachtig, +maar heel zacht en bedaard. Soms kon ze tijden met haar <a id="d0e281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e281">15</a>]</span>poppen in een hoekje zitten moedertje spelen, of met de kleintjes in den tuin wandelen. Ook hield ze dol van poppenwasch. +Moeder had haar ook breien geleerd. + +</p> +<p>Eens zat ze in haar eigen rieten stoeltje in den tuin voor Tony, die gauw jarig was, een knikkerzakje te breien. Moeder naaide +aan een mooie jurk voor haar en ze vond zich zelve erg groot, dat ze nu ook een werkje maakte en zat een tijdlang ijverig +te peuteren zonder iets te zeggen. + +</p> +<p>“Moeder,” vroeg ze op eens “wat krijgt Tony van U en van Vader?” + +</p> +<p>“Wat denk je?” antwoordde moeder. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 233px"><img border="0" src="images/p015.jpg" alt="dan was ze net de kleine lord Fauntleroy." width="233" height="388"><p class="figureHead">dan was ze net de kleine lord Fauntleroy.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ik weet wel iets, dat hij heel, heel graag hebben wil. Maar dat krijgt hij natuurlijk niet,” zei ze weer. + +</p> +<p>“Zoo, vrouwtje. Wat is dat dan voor vreeselijks?” + +</p> +<p>“Ik zal het u influisteren,” antwoordde zus, wierp haar breiwerk neer in ’t gras en sprong naar moeder. Ofschoon er niemand +bij was, zei ze ’t heel zacht aan moeders oor en keek moeder toen met een ernstig ondervragenden blik aan. Moeder lachte. +“Jongens, jongens, dat is geen kleinigheid,” zei ze, “dat is heel duur.” + +</p> +<p>Emy’s gezicht betrok. “Maar hij zou het zoo heel, heel <a id="d0e302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e302">16</a>]</span>erg graag hebben,” zei ze, “en hij is toch zoo lief, moesje.” + +</p> +<p>“Houdt zus zooveel van broer? Ik geloof nog meer dan van moeder en vader, hè?” was moeders wedervraag, terwijl ze haar naaiwerk +in den schoot liet vallen en het lieve gezichtje tusschen hare handen nam, om het te kussen. + +</p> +<p>“Neen,” antwoordde zus dadelijk. “Ik houd van vader, van moeder en van Jans en van de poes en van Lijsje en Truitje en al +de andere poppen en van grootmoe ook en van tante Sjaak en van grootvader en o, van een heeleboel menschen meer. Ook van den +kruideniersjongen, want die brengt altijd balletjes voor me mee en ik mag op zijn fiets rijden.” + +</p> +<p>“Nu,” antwoordde moeder, “als je van vader en moeder net zooveel houdt, als van den kruideniersjongen, dan mogen we toch tevreden +wezen,” en zij lachte hartelijk. + +</p> +<p>“Krijgt Tony dan een hond, hé toe, moesje?” + +</p> +<p>“Maak jij je knikkerzakje maar af, dan zullen we nog eens zien, kleine vleister,” zei moeder en zette zus, die op haar schoot +geklommen was, tot groot gevaar voor de jurk, weer op den grond. Ze liet de naalden weer tikken, zoo gauw de kleine ongeoefende +handjes het konden en dacht: “hij krijgt hem wel,” hardop zei ze: “Wat zal hij blij zijn!” + + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e314"> +<h3>4. Een prettige verjaardag.</h3> +<p>De groote dag kwam eindelijk. Tony’s verjaardag. De knikkerzak was met ijverig werken gelukkig afgekomen. <a id="d0e319"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e319">17</a>]</span>Van boven was er een rood bandje doorgeregen, dat had moesje gedaan, prachtig! vond zus zelve en moeder vond het heel mooi +en knap van die kleine prul, vooral, dat het op tijd af was. + +</p> +<p>Tony draaide zich slaperig om op zijn buik en drukte zijn gezicht in het kussen, terwijl hij de dekens over de ooren trok, +alsof hij nog eens rustig een dutje wilde doen. Wip! zij bij hem in bed; met haar knikkerzakje in de eene hand trekt zij met +de andere de dekens weer van zijn hoofd. + +</p> +<p>“Tony, ik feliciteer je met je verjaardag! Tony!”<a id="d0e325src" href="#d0e325" class="noteref">1</a> + +</p> +<p>Nu werd Tony op eens bewust van de heerlijkheid van dezen dag en schudde de slaap van zich af. Met een ruk kwam hij overeind +en knipoogend greep hij de mooien knikkerzak. “O, ik ben jarig vandaag! Hé zus, mooi; heb je hem zelf gemaakt?” “Ja, zelf +gemaakt.” “Nu dat is mooi, ik dank je wel hoor! geen een jongen heeft zoo’n mooien.” En hij kuste haar ontstuimig. “Wat zullen +de jongens er wel van zeggen, prachtig! fijn!<a id="d0e330"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> “Ja, hè,” zei zus, “en dat rooie bandje. Dat kan je toetrekken. En kijk eens op het tafeltje. Wat staat daar allemaal?” Ze +kroop naast Tony onder de dekens en greep de pakjes van het tafeltje, dat voor zijn bed stond. Samen pakten ze alles uit en +allebei waren ze even verheugd, bij het zien van al het moois. Een koker met de Koningin—en het prinsesje ook.—Een sponsedoos +met twee dwergjes.—Een tol! rood—wit en blauw! “Van de vlag hè?” zei zus.—<a id="d0e333"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Nou en <a id="d0e336"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e336">18</a>]</span>echt,..<a id="d0e338"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> zei broer weer “Knikkers! wat een boel geen kalke daaien, echte knarren!” “Mag ik dan ook ’s knikkeren,” vroeg zus. “Ja, +natuurlijk als je maar goed schiet. Daar die stuiter mag jij, om te bikkelen.” “Nog wat zeg, kijk!” + +</p> +<p>“Wat een plak, o!<a id="d0e343"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> “Lust je een stukje!<a id="d0e346"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> “Nou of.” Hmm!! “lekkere melkchocolade.” + +</p> +<p>“Wat zitten jelui daar toch te doen?” vroeg moeder, die wakker werd door het drukke praten. + +</p> +<p>“Hè, moes,” riep Tony “allemaal voor mij, zoo mooi,” en hij wipte uit bed, om zijn schatten aan moeder te laten zien en haar +te zoenen voor al dat moois. + +</p> +<p>“Ben je nog al tevreden,” vroeg moeder schalks lachend. “Nou of,” antwoordde Tony met overtuiging. “Kijk U eens dit boek. +‘Lentegroen.’ Wat een leuke plaatjes.” + +</p> +<p>“Zoo,” zei vader nu ook ontwakend. “Heb je al je presenten al gekregen en wat zeg je van het mijne?” + +</p> +<p>“Wel neen” zei moeder, “dat heeft hij nog niet.” + +</p> +<p>“Krijg ik dan nog meer,” vroeg Tony opspringend van pleizier. + +</p> +<p>“Ja, we zullen ons vlug aankleeden en dan gauw gaan kijken naar het cadeau, dat vader en grootvader en -moeder samen voor +je gekocht hebben.” + +</p> +<p>“Wat is dat, moeder, toe zeg ’t eens?” + +</p> +<p>“Ik weet ’t, ik weet ’t,” riep zus, sprong op moeder toe en riep, “Is ’t toch, hé moesje,” maar moeder lachte en zei “Ik zeg +niets. Eerst aankleeden.” + +</p> +<p>Of Tony zich wel zoo heel goed waschte en niet vergat zijn tanden te poetsen, ik geloof ’t haast, maar hij was <a id="d0e369"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e369">19</a>]</span>heel vlug klaar en zus was zoo gejaagd, dat ze haar linker schoen aan den rechter voet wilde wringen en moeder vroeg, vandaag +maar eens niet haar krullen uit te kammen, omdat Tony anders eerder klaar was dan zij. + +</p> +<p>Eindelijk waren ze beiden klaar beneden en toen vader even later ook binnenkwam was het: “Nu ’t cadeau. Ga maar mee jongens.” + +</p> +<p>Mee—waar mee? Vader stapte lachend naar den tuin. + +</p> +<p>Tony keek onder vaders beenen door en zus riep telkens springend van pleizier: “Ik weet ’t, zus weet ’t.” + +</p> +<p>Daar stond een klein, groen huisje op de plaats, dat er vroeger nooit gestaan had. + +</p> +<p>“O, vader,” riep Tony; hij kon zijn oogen haast niet gelooven en schoot onder vaders beenen door, deed de deur open en.... +“Pas op” riep vader nog—sprong meteen achteruit, want een groote, geelharige hond vloog luid blaffend naar buiten. Met een +kreet van schrik school zus achter moeders rokken weg, maar Tony ging op hem af en zijn oogen schitterden. + +</p> +<p>“Ik dacht niet, dat hij zoo groot zou zijn,” riep hij verrukt. + +</p> +<p>Vader greep den hond bij den nek en streelde zijn kop, toen kwam Tony vlak naast hem staan en aaide het mooie dier over den +rug. + +</p> +<p>De hond besnuffelde beiden aan alle kanten en wendde ook den kop naar moeder en zus. + +</p> +<p>“Kom, <a id="d0e389"></a><span class="corr" title="Bron: Emmij">Emy</span>, niet bang zijn,” zei moeder en bracht haar bij den hond, maar ze wilde hem niet aaien. + +</p> +<p>Plotseling zette hij zijn voorpooten vooruit en met <a id="d0e394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e394">20</a>]</span>de achterpooten schoppend rekte hij zich eens ter dege uit, terwijl hij zijn bek opensperde en gaapte. Zus schoot gauw terug, +maar Tony lachte om dien grooten bek. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p020.jpg" alt="“Is die nu heusch voor mij, vader?”" width="492" height="528"><p class="figureHead">“Is die nu heusch voor mij, vader?”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Is die nu heusch voor mij, vader?” vroeg hij ongeloovig. + +</p> +<p>“Heusch voor jou,” zei vader, “als je goed voor hem zorgen kunt, zijn hok schoonhoudt en voor zijn <a id="d0e405"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e405">21</a>]</span>eten zorgt. Hem wasschen zullen moeder of ik vooreerst wel doen. Maar jij moet hem opvoeden tot een netten hond en zorgen, +dat hij je gehoorzaamt. Het is een prachtig beest en een aardige speelkameraad. Hij moet nog grooter worden, want hij is nog +jong. Kijk!” vader liet hem los en de hond bedacht zich niet lang, maar rende eenige malen den tuin rond. Toen ging hij allen +besnuffelen. “Zeker om kennis te maken,” zei Tony. + +</p> +<p>“O, vader ik vind het zoo heerlijk. Ik zal heel goed voor hem zijn, dan zal hij wel veel van me gaan houden.” + +</p> +<p>“Dat is best,” zei vader, “maar niet verwennen. Hij mag vooreerst niet in de kamer komen—alleen in het speelkamertje en hij +moet ook leeren niet in den tuin om te dollen en de bloemen en perken ontzien.” + +</p> +<p>“Ik vind hem zoo mooi.” + +</p> +<p>“Maar zoo groot,” zei zus. + +</p> +<p>“Juist mooi. Jammer dat ik hem niet mee naar school kan nemen. Hoe heet hij?” + +</p> +<p>“Ja, hoe heet hij? Geef hem zelf maar een naam.” + +</p> +<p>“Désiré! vader, want ik heb zoo naar hem verlangd. <a id="d0e421"></a><span class="corr" title="Bron: “"></span>Zoo heet dat buiten van dien timmerman, immers.” + +</p> +<p>“Noem hem dan—Verlangd of gewenscht—Dat is Hollandsch.” + +</p> +<p>“Maar ik kan toch niet roepen: Verlangd—Verlangd! of Gewenscht, kom eens hier. Het hindert toch niet.” + +</p> +<p>“Ga je gang maar, noem hem zooals je wil. Je mag wel een doopmaal geven en je vrienden en kennissen <a id="d0e429"></a><span class="corr" title="Bron: uinoodigen">uitnoodigen</span>.” + +</p> +<p>“Hè moe, mag dat heusch?” vroeg Tony. + +</p> +<p>“Wel ja jongen, breng om 4 uur de jongens maar mee. <a id="d0e436"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e436">22</a>]</span>Maar nu moeten we ontbijten, anders kom je te laat en moet je voor je verjaardag nog schoolblijven.” + +</p> +<p>“Dat doet de Meester toch niet!—Wat zullen ze kijken.—Hij is nog grooter, dan Nero van den slager en mooier ook.” + +</p> +<p>Vader zei, dat Désiré maar wat op de plaats moest loopen om het terrein te verkennen en ze gingen naar binnen om te ontbijten. + +</p> +<p>Toen ze zaten te eten, zei moeder, “ik geloof, dat je vader nog niet eens bedankt hebt.” “O nee,” zei Tony en met een reepje +in zijn mond sprong hij op vader toe en zoende hem op beide wangen. Toen op moeder af, die hij half smoorde onder zijn onstuimige +kussen. Daarna draaide hij zus met stoel en al in de rondte en deed toen eenige luchtsprongen, om zijn vreugde uit te juichen. + +</p> +<p>Voordat hij heenging moest hij even Désiré goeden dag zeggen. Het dier berook hem aan alle kanten, doch schonk hem verder +geen aandacht meer en ging door met het besnuffelen van muren en hekken en van den grond. + +</p> +<p>“Désiré,” riep Tony bij de plaatsdeur. De hond lichtte langzaam den kop op. “Hij hoort zijn naam al, moeder. Zal ik de jongens +maar niet om twaalf uur meebrengen?” + +</p> +<p>“Nee zeker niet, we moeten vandaag om twaalf uur eten voor vader, dat weet je wel.” + +</p> +<p>“Nou dan maar om vier uur, dag vader, dag moeder, dag zus, dag Désiré!” en weg was hij. + +</p> +<p>Tony was geen erg beste leerling dien ochtend en zijn onrust scheen de halve klasse te hebben aangetast. <a id="d0e454"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e454">23</a>]</span>Meester wilde ook graag den hond zien en begreep best, dat de jongens het ook graag wilden, maar hij was toch genoodzaakt +te zeggen, dat wie niet beter oplette, ’s middags niet naar huis mocht en dus niet bij Désiré’s doopmaal wezen kon. Dat hielp +gelukkig en de jongens deden hun best den hond te vergeten en met hun gedachten bij de sommen te blijven, die nu juist zoo +heel moeielijk waren vandaag. + +</p> +<p>Vier uur!—hè.—Verruimd stoof het heele troepje mee om Tony heen en stormde met hem, het tuinhek door, maar Désiré was er niet. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 348px"><img border="0" src="images/p023.jpg" alt="“Vier uur hè?”" width="348" height="489"><p class="figureHead">“Vier uur hè?”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Désiré, Désiré,” riep de baas. In het speelkamertje? + +</p> +<p><a id="d0e466"></a><span class="corr" title="Bron: “"></span>Ja, daar lag hij te slapen. Toen de jongens hem omringden, vloog hij op, keek hen onderzoekend aan en blafte even. + +</p> +<p>“Wat een fijn dier! Prachtig! Wat een kop! Wat een mooi haar! Laten we hem meenemen naar buiten!” + +</p> +<p>Daar stoeiden en holden ze weldra met het vlugge <a id="d0e472"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e472">24</a>]</span>dier in het zand. Hij maakte allerlei kluchtige sprongen en rende harder, dan een van hen allen. Totdat moeder de jongens +binnen riep en het doopfeest begon. + +</p> +<p>Tony hield Désiré vast en zus zou hem heusch doopen, maar moeder kwam juist met een stuk worst, dat hij in één hap verslond. +Toen bracht moeder beschuiten met muisjes voor de kinderen en kopjes chocolade en boterhammen en toen werd er op de gezondheid +van den baas en zijn hond lekker gegeten en gedronken. + +</p> +<p>Daar kwam Tante ook nog met de beide nichtjes en die brachten presentjes mee ook, Tony was er heel blij mee, maar toch het +meest met zijn prachtigen hond. + +</p> +<p>Ze deden samen nog allerlei spelletjes, toen vader Désiré weer naar het hok had gebracht en dronken nog limonade en aten koekjes +en speelden nog in den tuin, totdat het klokje van 7 sloeg. Toen ging de visite naar huis en broer en zus moesten naar bed. + +</p> +<p>“Mag ik Désiré nog even goeden nacht zeggen,” vroeg Tony. + +</p> +<p>“Nu van avond dan,” zei moeder. “Hè lekker, toe zus ga je mee!” Samen vlogen ze naar het hok. Tony pakte zijn rechter poot. +“Nacht hoor, droom je eens van me!” + +</p> +<p>Of de hond het deed? Maar Tony wel van hem. Den halven nacht reed hij op den rug van Désiré de geheele wereld door. + +<a id="d0e486"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e486">25</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e487"> +<h3>5. <a id="d0e490"></a><span class="corr" title="Bron: Desire">Désiré</span> en Emy. +</h3> +<p>“Neen, zoo niet, recht op! Toe, dan krijg je een stuk worst!<a id="d0e495"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 418px"><img border="0" src="images/p025.jpg" alt="Eerst rechtop!" width="418" height="392"><p class="figureHead">Eerst rechtop!</p> +</div><p> + + +</p> +<p><a id="d0e504"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Nee nog niet happen.—Eerst rechtop! Kop hups! Zus, trek hem eens aan zijn voorpooten.—Ja zóó! Recht kom dan! Nou stil zitten +hoor. Een—twee—drie—vier—vijf—zes—. Mooi zoo! Daar is de worst! Zie je wel zus, hij kan ’t al. Désiré, hier!—Hij komt dadelijk, +leuk hé?” + +</p> +<p>Op de plaats stonden ze. Désiré was al heelemaal gewend, ja het was net, of hij er altijd geweest was. + +</p> +<p>“Nou ik es,” zei zus: “Désiré, hier!” + +</p> +<p>“Zie je wel, hij doet ’t niet voor me,” en ze stampte met haar voet. + +</p> +<p>“Je hebt hem gisteren ook geslagen met dien stok,” zei Tony, “dat vindt hij ook niet lief.” + +</p> +<p>“Ja, maar hij had Lijsje stuk gebeten,” pruilde zus. +<a id="d0e517"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e517">26</a>]</span></p> +<p>“Hij heeft ’t toch niet exprès gedaan; had die pop dan opgeborgen.” + +</p> +<p>“Had jij hem niet in de kamer gelaten. Hij mag mijn pop niet opeten.” + +</p> +<p>“Jij mag hem niet slaan.” + +</p> +<p>”’t Is een naar beest, ik houd niet van hem,” snikte zus nu en liep weg, om haar troost bij moeder te zoeken. + +</p> +<p>“Moe, Tony is kwaad, omdat ik Désiré heb geslagen, en hij had toch Lijsje verscheurd. Tony is niks aardig en Désiré is een +nare hond.” + +</p> +<p>“Foei,” zei moeder, “zus je moet niet zulke leelijke dingen zeggen. Désiré wist niet, dat hij kwaad deed en Tony of vader +zullen het hem wel leeren, maar zus moet niet met een stok slaan. Lijsje was een oude pop en je keek er nooit meer naar om. +Als zusje zoo doet, vindt moeder haar niet lief.” + +</p> +<p>“Ik vind Désiré niet lief,” hield zus vol “en ik vind het niets prettig, dat Tony hem gekregen heeft.” + +</p> +<p>“Je meent het niet,” zei moe, maar zus ging niet meer naar Tony toe en bleef pruilen. + +</p> +<p>Als ze gingen wandelen, mocht Désiré nu ook mee. Wat was hij dan blij. Eerst ging hij aan een ketting, maar spoedig was hij +genoeg gewend en liep buiten in het bosch los. + +</p> +<p>Hij volgde de kinderen op de hielen of sprong om hen heen. Soms was hij zoo woest, dat hij zus haast omver liep, of telkens +tegen haar op sprong en zijn voorpooten op hare schouders zette. Dan was ze bang voor zijn grooten kop, ofschoon hij nooit +kwaad deed. + +</p> +<p>“Toe laat Désiré nu maar en speel liever met mij,” <a id="d0e540"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e540">27</a>]</span>vleide ze eens, dat ze weer in het bosch waren op een Woensdag middag. + +</p> +<p>“Ik speel toch immers met je,” zei Tony. + +</p> +<p>“Ja, maar je kijkt aldoor maar naar Désiré en hij loopt voor me voeten. Ga toch weg, beest! en ze schopte naar hem. Désiré +sprong op zij en rende naar Tony, maar even later was hij weer bij zus terug en duwde zijn kop liefkoozend tegen haar aan. + +</p> +<p>“Kijk nou,” zei Tony, “je duwt hem ook altijd weg, en bent nooit eens lief voor hem. Ik vind het niets aardig van je.” + +</p> +<p>“Ik vind jou ook niets aardig en Désiré ook niet. Toe bind hem nu vast aan een boom, dan kunnen we prettig spelen. Wees nu +eens lief,” vleide ze weer. En Tony, hoewel onwillig, kreeg halsband en ketting en riep den hond bij zich. Maar het schrandere +dier, begreep wat zijn baas wilde, hij gehoorzaamde, doch sprong om Tony heen en blafte luid, alsof hij hem smeeken wilde +zijn plan niet te volvoeren. Tony had medelijden met zijn hond, maar wilde zus toch ook graag pleizier doen. Hij streelde +Désiré, klopte hem op den rug, maar deed hem toch den halsband om en bond hem aan een boom vast. “Nu stil liggen—koest, hoor.” + +</p> +<p>Désiré staarde hem bedroefd na en stiet een klagend gehuil uit, toen hij de kinderen zag vliegen over het gras en zelve niet +mee mocht doen. + +</p> +<p>“Stil hoor,” riep zus. + +</p> +<p>“Mag ik hem niet losmaken,” vroeg Tony weer. + +</p> +<p>“Nee hoor, dan heb ik niets geen pret” en Tony gaf het dwingelandje haar zin. +<a id="d0e558"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e558">28</a>]</span></p> +<p>Was het wonder, dat Tony wel eens alleen met zijn hond uitwipte. + +</p> +<p>“Waar is Tony, Moesje?” vroeg zusje. + +</p> +<p>“Uit,” zei moeder, “naar de wei met Désiré.” + +</p> +<p>“Hé, Moesje, mocht ik dan niet mee?” + +</p> +<p>“Maar je wil immers nooit, dat Désiré los is. Het arme beest mag toch wel eens vrij rondloopen. Daarom is Tony alleen met +hem uitgegaan.” + +</p> +<p>Groote tranen! Schokkend snikte ze. “Hoe leelijk van Tony, zie je wel, dat hij meer van dien naren hond houdt, dan van mij.” +Ze wierp zich voorover op de zitting van vaders grooten stoel en snikte haar verdriet uit, toen moeder de kamer uit was. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 350px"><img border="0" src="images/p028.jpg" alt="meer van dien naren hond houdt." width="350" height="306"><p class="figureHead">meer van dien naren hond houdt.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ze voelde zich echt ongelukkig, omdat broer weggegaan was en meer om den hond gaf dan om haar. + +</p> +<p>“Ba, die nare hond, die akelige hond! was hij maar nooit hier gekomen!—<a id="d0e580"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Tony bleef niet lang weg. Zus lag nog met het hoofd op de zitting, toen de deur, die aanstond werd opengestooten en ze plotseling +een snuiven en hijgen naast zich hoorde. Désiré stak zijn goedigen kop door de armleuning en likte haar krullekopje. Sprong +toen <a id="d0e585"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e585">29</a>]</span>achter haar om naar den anderen kant, maar voordat hij haar gezicht kon vinden, trapte zij achteruit: <a id="d0e587"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Ga je weg! naar beest!” Zóó erg meende zij het niet! Ze schrok er zelf van. De hond sprong jankend op zij en liep hinkend +op drie pooten de deur uit, de gang in, naar Tony. Zus keek hem na. “Wat zal Tony zeggen,” dacht zij. + +</p> +<p>“Wat is er gebeurd, Désiré?<a id="d0e592"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> hoorde zij Tony vragen. + +</p> +<p>“Kom hier en laat de baas eens kijken.<a id="d0e597"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> De hond jankte luider, zeker bevoelde Tony zijn poot. “Heb je in een spijker getrapt?” Juist kwam vader uit het kantoor aan +den anderen kant van de gang. + +</p> +<p>“Wat is er, heeft hij zijn poot bezeerd? Het lijkt wel of die in de knel heeft gezeten.” + +</p> +<p>“Zoo pas liep hij nog op vier pooten naar binnen,” antwoordde Tony. + +</p> +<p>Zus was opgestaan, maar ze ging niet in de gang<a id="d0e606"></a><span class="corr" title="Bron: ,">.</span> Ze durfde vader en Tony niet onder de oogen komen, maar liep de tuindeuren door naar moeder, die aardbeien plukte. + +</p> +<p>“Kindje, wat heb je toch gehuild. Hoe dom, toch,” zei moeder. + +</p> +<p>Toen barstte ze opnieuw in tranen los en verborg snikkend haar hoofd in moeders rokken. + +</p> +<p>“Kom, je mag niet zoo jaloersch zijn, Tony komt gauw weer thuis, help moeder maar plukken,” hernam moeder, die dacht, dat +het alleen daarom was. En zus begon haar te helpen, bang dat vader en Tony komen zouden. Ze vloog niet op, hen te gemoet, +toen ze in den tuin kwamen, om Désiré naar het hok te brengen. +<a id="d0e615"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e615">30</a>]</span></p> +<p>“Wat is er met Désiré,<a id="d0e618"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> riep moeder tegen hen. Zus hoorde, hoe vader vertelde, dat de poot gekneusd was en Tony zei, dat hij niet begreep, hoe het +gekomen was. Toen zei moeder, dat ze moest binnen komen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 336px"><img border="0" src="images/p030.jpg" alt="Op moeders schoot" width="336" height="437"><p class="figureHead">Op moeders schoot</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Wat zus, ben jij daar? Krijgt vader geen kusje. Ben je zoo ijverig bezig?” Vader kwam naar haar toe. Zus bukte en bukte, +totdat Vader haar optilde en haar gezichtje tegen zijn lippen drukte. “Heb je geschreid? Waarom?” Ze antwoordde niet maar +sloeg de oogjes neer. Vader schudde haar boven zijn hoofd heen en weer. “Lach eens gauw, lachen, zeg ik.” Toen droeg hij haar +naar binnen en zei, dat ze zich gauw moest laten wasschen, want dat ze er zoo niets aardig uitzag. + +</p> +<p>Zus had niet veel te vertellen, maar at zwijgend haar boterham met aardbeien. + +</p> +<p>Toen moeder haar ’s avonds naar bed bracht en zij op moeders schoot haar gebedje had opgezegd, nam moeder haar in de armen, +boog haar hoofdje achterover en vroeg: “Is zusje heel lief geweest vandaag?” Toen snikte ze. +<a id="d0e632"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e632">31</a>]</span></p> +<p>“Maar ik had het zoo erg niet gemeend.” “Wat,” vroeg moeder verwonderd. Zij dacht alleen aan haar boosheid, omdat Tony haar +niet had meegenomen. “Ik deed maar even zóó, maar ik wist niet, dat ik hem zoo’n pijn deed, heusch niet,” zei zus. Nu begreep +moeder ineens en vriendelijk maar ernstig zei moeder: <a id="d0e635"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Ik ben blij, dat je er spijt van hebt. Je moet nooit meer zoo leelijk doen tegen Désiré, omdat broer zooveel van hem houdt.” + +</p> +<p>Zus zei “neen moesje,” kreeg een nachtkus en ging slapen. + +</p> +<p>Moeder vertelde het beneden aan Tony en vader, maar niemand sprak er meer over later. Gelukkig werd de poot gauw weer beter +en kon Désiré weer heel gauw draven en springen als vroeger. Zus keek niet naar hem om, deed hem niets, maar ging hem een +beetje uit den weg en vond het nog steeds niet prettig, als hij mee uit ging. Als broer eens met haar alleen naar Tante ging, +die Désiré liever niet op bezoek kreeg, dan kon ze niet nalaten te zeggen: “Leuk hè, Tony, weer zoo samen. Met Désiré is toch +zoo vervelend,” en Tony zei maar niets, want hij vond het niets aardig, dat zus zoo weinig met Désiré op had. + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e642"> +<h3>6. De landlooper.</h3> +<p>Een jaar was voorbij gegaan sedert Désiré bij Tony kwam en het was een prachtige, groote hond geworden. Tony was ook flink +gegroeid en hoe langer hoe meer was hij van Désiré gaan houden, die zeer gehecht was <a id="d0e647"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e647">32</a>]</span>aan zijn kleinen baas. Désiré was ook voor zus heel lief maar haar afkeer van den hond was eer toe- dan afgenomen. Zij beantwoordde +zijn liefkoozingen nooit en als hij te dicht bij haar kwam, zei ze steeds: “Tony, roep hem dan toch. Hij wil me likken.” + +</p> +<p>“Maar je hoeft niet bang te zijn, hij doet je geen kwaad,” zei Tony. + +</p> +<p>“Ja, maar ik vind het een naar beest. Toe ga weg, ga naar den baas,” en ze liep weg. Soms wilde ze niet meer met Tony uit, +omdat hij Désiré meenam en al schreide ze dan ook niet, toch vond ze het naar, dat hij liever met den hond uitging en haar +thuis liet. Hij deed het, omdat moeder niet wilde, dat ze altijd haar zin kreeg, maar het hinderde hem altijd. + +</p> +<p>’t Was een warme zomerdag. Alle deuren en vensters van het huis stonden open, zooals ze buiten zoo dikwijls doen. Moeder zat +in de tuinkamer te naaien. Vader was op het kantoor aan dan anderen kant van het huis, dat een afzonderlijken ingang had en +met een deur in de gang uitkwam van het woonhuis. Tony was op school. De vacantie was nog niet begonnen, maar iedereen verlangde +er naar, want het was zulk heerlijk weer om in het bosch te liggen of te wandelen. + +</p> +<p>Juist kwam Jans aan de voordeur, om melk te nemen, toen de veldwachter voorbij ging. + +</p> +<p>“Hebben jelui hem al, van Buren?” riep de melkboer hem toe. + +</p> +<p>“Nee,” antwoordde de veldwachter, “maar je mag de voordeur wel dicht houden, Jans, want het is een gevaarlijk, brutaal sinjeur, +en hij kon best eens binnen <a id="d0e661"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e661">33</a>]</span>komen, als je hem zoo uitnoodigt.” + +</p> +<p>“Over wien heb je ’t nou?<a id="d0e665"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> vroeg Jans. + +</p> +<p>“Nou, je zal toch ook wel gehoord hebben van dien landlooper, die bij Japik naar binnen is gegaan en bezig was de zilverkast +leeg te stelen. De knecht kwam er net op af, maar hij is verdwenen voor ze hem pakken konden. Nou zeggen ze, dat hij weer +gezien is in de buurt.” + +</p> +<p>“Ja, dat is secuur, ’t moet hem zijn.” antwoordde de veldwachter, <a id="d0e672"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>en hij zal me geen tweeden keer ontloopen.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 230px"><img border="0" src="images/p033.jpg" alt="Zette de handen in de zij" width="230" height="520"><p class="figureHead">Zette de handen in de zij</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Jans zette de handen in de zij, om de zaak eens terdege te bepraten, want ze was bang voor landloopers en moest het fijne +ervan weten. + +</p> +<p>Zus was met haar poppenwagen den tuin ingegaan. + +</p> +<p>Achter den grooten pereboom was het prieeltje, dat was altijd haar huisje. Daar kon ze zoo eenig spelen. Niemand kon er haar +zien van het huis af. Om den tuin was een groene haag en er achter was een smal pad, dat naar den eenen kant op de groote +wei en naar den anderen kant naar het bosch voerde. Er kwam haast nooit iemand anders langs dan een enkele boer, <a id="d0e686"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e686">34</a>]</span>die in de wei zijn koeien liet grazen en bij het bosch woonde. + +</p> +<p>De vogeltjes zongen luid in de hooge boomen, krekeltjes piepten in het gras langs den weg en verder was het stil, heel stil. +Zus ging op den houten grond van het prieeltje zitten en begon zacht een wiegeliedje voor de poppen te neuriën. Zachtjes aan +werd ze zelve slaperig, legde haar hoofdje op een voetenbankje en dommelde in. + +</p> +<p>Eensklaps hief ze verschrikt haar hoofdje op. + +</p> +<p>Een ruwe hand werd op haar mondje gelegd. Ze opende verschrikt de oogen en gaf een gil, die dadelijk werd gesmoord. Een afschuwelijk +gezicht was over haar heengebogen. Een man in vuile lompen gekleed, lag naast haar op zijn knieën. Ze beefde van afgrijzen, +wilde de hand wegduwen. “Houd je mond, mormel,” siste hij door zijn vuile tanden en ze voelde zijn adem op haar hoofd. Tegelijk +rukte hij aan het gouden kettinkje, dat ze om haar halsje had. “Jelui alles en ik niks hè,” mompelde hij en stak het in zijn +zak. Toen greep hij naar haar oortjes en wilde de belletjes er uit trekken, zonder er zich om te bekommeren of hij daarbij +haar oorlelletjes doorscheurde, maar ineens trok hij de hand terug, uitte een half gesmoorde gil en greep naar zijn been. + +</p> +<p>Désiré, die een eind verder in den tuin onder de struiken had liggen slapen en door den dief niet was opgemerkt was door de +gil van zus, hoe zacht ook, toch ontwaakt en met een paar sprongen op den aanvaller afgevlogen, die hij in zijn been beet. + +</p> +<p>Zus vloog overeind en rende luid schreiend naar huis. Ze hoorde Désiré woedend blaffen, de man vloeken <a id="d0e698"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e698">35</a>]</span>en tieren, de haag kraken, maar keek niet om en liep onder ’t geroep van “Moeder! moeder een dief!” zoo gauw ze kon, het huis +in, terwijl Jans net de kamer in kwam. Moeder was op het geschrei toegesneld, maar begreep niet zoo gauw. Jans nog onder den +indruk van het gehoorde, liep zoo hard mogelijk de gang weer in, naar de voordeur en gilde “Van Buren, Van Buren—hier, hier!” +De veldwachter wilde juist den hoek omgaan, maar kwam nu terug. + +</p> +<p>Moeder was ondertusschen den tuin ingeloopen op het geblaf af en zag Désiré in woedend gevecht met een haveloozen man, die +half over den haag geklommen was en beproefde den hond zijn keel dicht te knijpen, daar het beest hem niet wilde loslaten. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 367px"><img border="0" src="images/p035.jpg" alt="op den kop van den hond." width="367" height="409"><p class="figureHead">op den kop van den hond.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ga vader halen,” riep moeder tegen zus “gauw!” maar juist kwam de veldwachter, die spoedig gevolgd werd door vader en een +besteller door Jans van het kantoor gehaald. “Houd hem, Désiré,” riep de veldwachter. De man wilde zijn vuist met kracht op +den kop <a id="d0e709"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e709">36</a>]</span>van den hond doen neervallen, maar het was te laat. De veldwachter had hem beet en met hulp van de anderen werd den man, hoe +hij ook tegenstribbelde, over den haag teruggetrokken. + +</p> +<p>“Laat los <a id="d0e713"></a><span class="corr" title="Bron: Diséré">Désiré</span>, kom hier,” riep moeder, die zag hoe hij den man gebeten had. Désiré gehoorzaamde en vloog naar moeder, die zijn grooten +kop tusschen haar handen nam en hem liefkoosde. “Beste hond, goed beest.” Brr, ze rilde. Zoo’n vreeselijke man. Wie weet wat +hij haar kind had gedaan, als Désiré er niet was geweest. + +</p> +<p>“Kom, hier, beest, kom hier, je krijgt wat lekkers van de vrouw,” en de hond drukte zich tegen haar aan. + +</p> +<p>Jans kwam met zus hem tegemoet. Nauwelijks zag hij haar of hij vloog op haar af, sprong tegen haar op en wilde haar in haar +gezicht likken. + +</p> +<p>“Nee weg, weg,” riep ze. “Foei zus, aai hem dan, haal hem dan eens aan. Als hij er niet was geweest, brr! wie weet wat die +leelijke man gedaan zou hebben.” + +</p> +<p>“Kom hier” en ze nam zus in den eenen arm, knielde neer nam den kop van Désiré in den anderen en liet het kind den hond aaien, +om hem te bedanken voor zijn trouwe hulp. Hij besnuffelde haar aan alle kanten, alsof hij onderzoeken wilde, of haar niets +kwaads was overkomen. + +</p> +<p>Vader kwam even later weer terug—een paar boeren hadden den man met den veldwachter, naar den toren gebracht. Juist kwam Tony +thuis. + +</p> +<p>“Moeder, ze zeggen dat van Buren een landlooper in den toren heeft en dat Désiré hem gepakt heeft, is dat waar?” +<a id="d0e728"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e728">37</a>]</span></p> +<p><a id="d0e730"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Ja,” zei moeder, “dat is waar, hier zus, geef hem een stuk worst.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 340px"><img border="0" src="images/p037.jpg" alt="sloot vol verrukking zijn vriend in de armen." width="340" height="386"><p class="figureHead">sloot vol verrukking zijn vriend in de armen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“O, wat is dat lief van je Désiré,” riep Tony. <a id="d0e740"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Nu hou je toch wel van hem, hè.” + +</p> +<p>Zus antwoordde niet, ze stak even de hand uit met de worst, maar trok die ook weer dadelijk terug, toen Désiré ze had aangepakt +en vluchtte bij moeder, die haar op schoot nam en tegen zich aan drukte. + +</p> +<p>Maar Tony sloot vol verrukking zijn vriend in de armen, die zijn lief zusje gered had. + +</p> +<p>“Moeder,” zei hij nadenkend. “Weet u wat ik zoo jammer vind. Als een menseh iets voor je heeft gedaan, waar je erg blij mee +bent, kan je het hem zeggen en er hem wat voor geven, wat hij graag hebben wil. Maar bij een hond kan het niet.” + +</p> +<p>“Neen,” zei moeder, “dat is waar, maar we kunnen lief en goed voor hem zijn en veel van hem houden, dat voelt hij wel.” + +</p> +<p>Voortaan zeide zus er niets meer van als Désiré mee uit ging, ze was niet onvriendelijk voor hem, maar haalde hem toch nooit +aan zooals vader en moeder, en de anderen <a id="d0e753"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e753">38</a>]</span>deden of speelde niet met hem. Het kostte haar nog steeds moeite hem niet weg te duwen, als hij tegen haar opsprong of zijn +goedigen kop in haren schoot legde. + + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e755"> +<h3>7. Uit logeeren.</h3> +<p>Tony had vacantie gekregen. Hij was opgetogen met een mooi rapport thuis gekomen en vader en moeder waren ook heel blij. + +</p> +<p>“Nu!” zei moeder. “Wat dunkt u, vader, zoo’n flinke jongen mag wel eens een extra’tje hebben.” + +</p> +<p>“Ja, zullen we het dan maar doen?” vroeg vader lachend. + +</p> +<p>“Wat doen,” zei Tony en keek van vader naar moeder, maar zij lachten en zeiden nog niets. + +</p> +<p>“Watte, moesje?” vleide zus. + +</p> +<p>“Och, ik denk, dat ze toch niet graag willen.” + +</p> +<p>“Wat niet graag willen?” + +</p> +<p>“Nu, dan zal ik het je maar vertellen. Wie wil er van jelui tweeën mee naar grootvader en grootmoeder?” + +</p> +<p>“O heerlijk! Ik! en ik!” riepen ze allebei en vlogen hun ouders om den hals. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 389px"><img border="0" src="images/p039.jpg" alt="Eenig zeg Jans, we gaan naar grootvader." width="389" height="404"><p class="figureHead">Eenig zeg Jans, we gaan naar grootvader.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Opeens voelde Tony den kop van Désiré onder zijn arm. + +</p> +<p>“Désiré! we gaan naar grootvader en -moeder. Ga je mee? Kijk, vader, Désiré lacht ook, ziet u wel. Hè, mag hij ook mee. Grootvader +heeft hem nog nooit gezien en het huis is toch groot genoeg, op het erf kan hij zoo heerlijk rondloopen en dan—hè, ja vader, +mag dat?” +<a id="d0e785"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e785">39</a>]</span></p> +<p>“Ik denk wel, dat het goed zal zijn. De reis is niet zoo lang en als we derde klas gaan kan hij mee.” + +</p> +<p>Het gezichtje van zus betrok wat, maar Tony was dol van blijdschap en vloog met Désiré de gang door naar de keuken om Jans +de heerlijke tijding te brengen. + +</p> +<p>“Eenig zeg Jans. We gaan naar grootvader en Désiré gaat mee!” + +</p> +<p>“Och kom,” zei Jans. “Désiré mee, hoe kan dat nou?” + +</p> +<p>“Ja, ja, vader neemt ook een kaartje voor hem. Wat zal grootvader wel zeggen. Ik heb hem toch immers ook van grootvader gekregen +en hij heeft hem nooit gezien. Dat is toch ook gek!” + +</p> +<p>“Nou dan zal je opa het ook wel prettig vinden. Het is er immers nog veel meer buiten dan hier. Hij zal wel gauw zorgen den +weg te kennen, dat hij los kan loopen.” + +</p> +<p>“Ja natuurlijk, hij is zoo slim,” antwoordde Tony trotsch op zijn lieveling. En de hond keek alsof hij alles begreep en trok +zijn baas mee den tuin in en holde met hem om het hardst om de perken om zijn vreugde uit te buitelen. +<a id="d0e800"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e800">40</a>]</span></p> +<p>De lang gewenschte dag brak aan. Gepakt en gezakt ging de geheele familie naar den trein. + +</p> +<p>Hoe verrukkelijk was die reis. Désiré zat als een deftig passagier voor het raampje te kijken en hield zich voornaam stil. +Al de andere reizigers nam hij wel goed op uit zijn hoekje, maar hij scheen heel tevreden met het gezelschap en deed verder +net of ze niet bestonden. Hij voelde zich blijkbaar recht op zijn gemak en in zijn nopjes. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 241px"><img border="0" src="images/p040.jpg" alt="als een deftig passagier" width="241" height="316"><p class="figureHead">als een deftig passagier</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Enkele menschen gingen terug, als ze den hond zagen zitten en wilden niet in de coupée, al verzekerde Tony ook: <a id="d0e812"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>hij doet heusch geen kwaad, komt u maar gerust.” + +</p> +<p>Désiré trok zich ook daarvan niets aan. Tony had schik voor zes. + +</p> +<p>Wat stond grootvader te kijken, toen hij behalve de gevraagde ook nog een onverwachte logé zag uitstijgen. + +</p> +<p>“Is dat nu Désiré,” zei hij, toen hij kinderen en kleinkinderen hartelijk had verwelkomd. + +</p> +<p>“Ja, grootvader, ’t mocht wel, niet?” + +</p> +<p>“Zeker, zeker, jongen, ik ben heel blij, dat ik hem ook eens zie. ’t Is een prachtbeest en een best dier ook. Hij kan bij +ons eens goed genieten. Kom, nu maar gauw in den tentwagen. Hij kan wel naast je op den bok zitten. Dan gaan we gauw kijken, +of grootmoeder <a id="d0e825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e825">41</a>]</span>de pannekoeken al klaar heeft.” + +</p> +<p>Ook door grootmoeder werd Désiré hartelijk ontvangen. + +</p> +<p>“Hij hoort toch bij de familie,” zei de lieve vrouw, “en was in de uitnoodiging begrepen,” en ze was verrukt over hem, toen +zij bemerkte, dat hij zoo gehoorzaam was en zoo netjes, dat hij zijn pooten op de mat veegde—en dat hij al evenveel van haar +pannekoeken hield als de kleinkinderen. + +</p> +<p>Spoedig waren kinderen en hond ook met de meiden en knechts van de boerenplaats de beste maatjes. Het was een flinke boerderij +“Nooit gedacht”. Keurig zag alles er uit. Heerlijke boomen op het erf. Pere- en appelboomen—kersen en aardbeien—een lief tuintje +met bloemen. Uitgestrekte weilanden er om heen met koeien en paarden en verderop bouwland en hooiland. Voor dag en dauw haast +liepen de kinderen al mee naar het veld, of trokken ze mee naar het hooiland. Désiré vloog als een dolleman door het hooi, +hapte er in, wierp het met zijn kop omhoog, kroop er onder, zoodat zijn krulharen en zijn staart er soms onder zaten. En als +de wagens naar huis gingen, zaten de kinderen en de hond er boven op. + +</p> +<p>Gingen ze verre wandelingen maken met grootvader en vader, dan ging Désiré ook mee. Alleen met de koeien kon hij het niet +te best vinden of eigenlijk de koeien niet met hem. Als ze op een pad kwamen, dat door een weiland liep, nam vader hem maar +even aan den halsband, vooral als de koeien met de koppen over de hekken stonden, of er geen hek of sloot was. Dan werd Désiré +onrustig en kroop zelve dicht bij hen. + +<a id="d0e835"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e835">42</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p042.jpg" alt="Dat hij al evenveel van haar pannekoeken hield." width="533" height="720"><p class="figureHead">Dat hij al evenveel van haar pannekoeken hield.</p> +</div><p> + +<a id="d0e841"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e841">43</a>]</span></p> +<p>Dikwijls aten ze onder een grooten boom voor het huis. Dat vond Désiré heerlijk, want dan kreeg hij af en toe wel een beentje +of hapje mee. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p043.jpg" alt="Zaten de kinderen en de hond er boven op." width="633" height="454"><p class="figureHead">Zaten de kinderen en de hond er boven op.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Jongens, hij zal heelemaal verwennen,” zei moeder, “dan gaat hij thuis nog bedelen.” + +</p> +<p>“Ja, moeder,” antwoordde Tony “en wij worden hier ook verwend.” + +</p> +<p>“Daar ben ik ook hard bang voor,” hernam moeder weer, “en dan hebben we thuis met drie in plaats van met twee wat te stellen.” +<a id="d0e855"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e855">44</a>]</span></p> +<p>Grootvader lachte er wat om en wierp den kinderen nog wat bessen op het bord en gooide den hond een been toe. + +</p> +<p>Moeder dreigde hem met den vinger, doch het hielp niets. Grootvader bleef lachen: “’t zal<a id="d0e860"></a><span class="corr" title="Bron: ,"></span> zoo’n vaart niet loopen, thuis is thuis—maar ze zijn nu ook op ‘Nooit gedacht.’” + +</p> +<p>Grootmoeder schudde het hoofd en merkte tegen vader op: “Zoo sprak je vader ook niet, toen jij klein was, Antoon,” en vader +antwoordde: “Neen, toen deed u het” en hij boog zich over grootmoeder heen en kuste haar, dat het klapte. + +</p> +<p>“Foei, foei,<a id="d0e866"></a><span class="corr" title="Bron: ”"></span> wat moeten de kinderen wel denken,” zei ze. + +</p> +<p>“Dat u een lieve grootmoeder bent,” zei Tony, greep grootmoeders hoofd en stopte haar een paar lekkere donkere vruchten in +den mond, “en dat grootvader, de beste grootvader is van de heele wereld, hè Désiré, wat zeg jij.” + +</p> +<p>En Désiré zei niets, maar kwispelstaartte; hij was het toch heelemaal met Tony eens. + +</p> +<p>Er kwamen wel eens regendagen, dan hadden de kinderen genoeg pret in huis, want vader en moeder hadden nu veel tijd om met +hen te spelen en grootvader kon zoo eenig, heerlijk vertellen. Maar Désiré zat dan treurig voor het raam, alsof hij wachtte, +totdat het ophield, om zich buiten te kunnen verlustigen. Of hij sloop stilletjes weg en ging in zijn eentje een wandeling +maken, maar dan kwam hij toch meest heel gauw terug; en toen hij bemerkte, dat hij dan in de keuken moest blijven, om op te +drogen en niet mocht binnen komen, beviel hem dat ook al niet en deed hij het niet meer. + + +<a id="d0e874"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e874">45</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e875"> +<h3>8. In gevaar.</h3> +<p>Het was Zondag en prachtig weer. + +</p> +<p>Bruin werd voor den tentwagen gespannen. Koo<a id="d0e882"></a><span class="corr" title="Bron: ,"></span> ging op den bok zitten met de Zondagsche spullen aan. Hij zou grootvader, grootmoeder, moeder en vader met het gerij naar +de kerk brengen, die veel te ver was, om er heen te loopen. Het was stil op de <a id="d0e884"></a><span class="corr" title="Bron: boederij">boerderij</span>, alles blonk tegen je aan—tot zelfs het straatje voor de deur glom op zijn Zondags. De kinderen stonden voor het hekje met +Trijntje de huismeid en wuifden de vertrekkenden na. + +</p> +<p>“Dag, jongens!<a id="d0e889"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> riep vader en boog zich nog even uit het wagentje. “Ga niet te ver uit de buurt, hoor!” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 324px"><img border="0" src="images/p045.jpg" alt="Koo op den bok." width="324" height="443"><p class="figureHead">Koo op den bok.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Dag zus, zoet zijn,” riep moeder en wuifde met de hand, boog zich om het zeil van den kap, nog eens en nog eens. “Dag! dag!!” + +</p> +<p>Toen de kerkgangers om den hoek waren verdwenen, holden Tony en Désiré het erf op en lieten zich <a id="d0e901"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e901">46</a>]</span>onder luid gejuich en geblaf door zus en Trijntje nazetten. + +</p> +<p>Toen ze allen buiten adem waren, gingen ze de laan een eindje inwandelen. Maar Trijntje kon niet ver van het hek, want ze +was maar alleen thuis. Ze ging weer terug, want ze moest nog voor het eten zorgen. + +</p> +<p>“Mogen wij nog even verder,” vroeg Tony. “Even naar het bloemenveld.” + +</p> +<p>“Ja, dat is goed,” zei Trijntje, “dat is niet zoo ver. Maar dan weer thuis komen, hoor.” + +</p> +<p>“Ja, we gaan alleen naar het bloemenveld, een boeketje plukken voor grootmoeder,” zei zus. + +</p> +<p>“Ja, heerlijk.” Trijntje ging langzaam terug en Tony, zus en Désiré gingen de laan weer in, staken den rijweg over die naar +het dorp voerde, en kwamen op een voetpad dat door de wei- en bouwlanden liep. Spoedig waren ze op een groote vlakte, die +bezaaid was met allerlei wilde bloemen. Hier konden ze naar hartelust plukken. + +</p> +<p>Zus ging dadelijk aan den gang. Tony liep met Désiré wat op. Hij wou eens zien, waar die laan eigenlijk op <a id="d0e915"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e915">47</a>]</span>uit liep, en wat er achter die hooge boomen was aan de andere zijde van het bloemenveld, zooals moeder het voor de grap noemde. + +</p> +<p>Désiré scheen het warm te hebben van het hollen; hij liep met de tong uit den bek langzaam naast Tony voort. Doch eensklaps +snoof hij in de lucht, bleef even stilstaan, nam toen een sprong en stoof recht op de boomen af. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 361px"><img border="0" src="images/p046.jpg" alt="Naar hartelust plukken." width="361" height="367"><p class="figureHead">Naar hartelust plukken.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Wat moet dat? Wat heb je,” riep zijn kleine baas verwonderd en volgde hem wat langzamer. + +</p> +<p>Toen hij bij de boomen kwam achter het struikgewas uit, hoorde hij een klokkend geluid en zag Désiré aan den kant van een +vrij breed water lustig staan drinken. + +</p> +<p>“O, is daar de rivier al. Is die zoo dicht bij. Dat wist ik niet eens,” zei Tony bij zich zelven. “Wacht, jongetje, je kon +wel weer eens zwemmen, net als gisteren met vader. + +</p> +<p>“Kom hier, Désiré.” Hij zocht een grooten tak, ging naar den kant en wilde hem in het water gooien, maar bedacht zich ineens, +dat hij eerst wel eens naar zus mocht kijken. Die zou het ook zeker graag zien. + +</p> +<p>“Zus! zus!” riep hij terugkeerend naar het bloemenveld. Hij zag haar niet. Ze was achter de hooge struiken verborgen. Hij +zette zijn handen als roeper aan zijn mond en riep “zus, zus, Emy!!” Désiré snelde hem vooruit en had heel gauw haar spoor +gevonden. Daar kwam hij weer tusschen de struiken uit, gevolgd door zus, die de beide armen vol bloemen had. + +</p> +<p>“Kijk, Tony, mooi hè,” draag jij ook wat, dan maken we er thuis een boeket van.” +<a id="d0e936"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e936">48</a>]</span></p> +<p>“Ja prachtig,” antwoordde Tony, “leg ze maar even neer en kom eens mee, zeg. Daar achter die boomen, vlak bij, is een groot +water. Je weet wel, dat we laatst ook gezien hebben, toen we wandelden. Daar zullen we Désiré even in laten zwemmen, niet. +Kom mee” en hij trok zus haastig mee naar de rivier. + +</p> +<p>Spoedig stonden ze aan den oever. Tony wierp nu een tak in het water en riep: “Désiré pak ze.” Désiré bedacht zich niet en +met aandacht keken de kinderen toe, hoe de hond heenzwom en met den stok in den bek terugkeerde. + +</p> +<p>Wat lachte zus om het afschudden van de druppels. + +</p> +<p><a id="d0e944"></a><span class="corr" title="Bron: ,">“</span>Kijk,” zei ze, “nu moet je daar verder op eens gaan. Daar waar die punt uitsteekt, gooi daar nog eens, dan komt de stok misschien +aan den overkant.” + +</p> +<p>“Ja,” zei Tony, “dat is leuk, kom mee!” + +</p> +<p>Langs den schuinen kant ging hij naar beneden. Hij dacht er niet aan, dat hij iets verkeerds deed. Een smalle strook steenachtige +grond stak een eind de rivier in. + +</p> +<p>“Ik durf eigenlijk niet verder,” zei hij nog. + +</p> +<p>“He flauw!” zei zus. + +</p> +<p>“Nou ga jij dan.” + +</p> +<p>“Ja maar ik ben een klein meisje,” zei de wijsneus. + +</p> +<p>“Nou vooruit,” zei Tony, die graag een held was in zusjes oogen. + +</p> +<p>Voorzichtig sprong hij van den eenen steen op den anderen en kwam zoo een aardig eindje naar voren. + +</p> +<p>Désiré stond aan den kant en blafte jankend. + +</p> +<p>Zus klapte in haar handen van pleizier: <a id="d0e967"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Gooi nou!” riep ze. +<a id="d0e970"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e970">49</a>]</span></p> +<p>“Désiré! pak ze!” riep Tony, slingerde zijn arm en wierp met zoo’n kracht, dat hij zijn evenwicht verloor en voordat hij besefte +wat er gebeurde, links afgleed en met een plons in het water terecht kwam. + +</p> +<p>“Tony! O, moeder, help!” riep zus en snelde naar den kant. Maar Tony was een heel eind af.... <a id="d0e975"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Moeder! Vader!” gilde ze in haar angst. + +</p> +<p>“Vader,” gilde Tony ook spartelend met handen en voeten. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 455px"><img border="0" src="images/p049.jpg" alt="in het water zinken." width="455" height="253"><p class="figureHead">in het water zinken.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Hij trachtte de steenen te grijpen, maar of hij daardoor zichzelf afduwde of dat de stroom hem weg voerde, hij schoot in eens +verder de rivier in. Zooals hij van Désiré gezien had, sloeg hij met handen en voeten en hield zich zoo nog boven, schreeuwend +om hulp. + +</p> +<p>Zus liep wanhopig heen en weer. + +</p> +<p>De hond echter had zich niet lang bedacht. Hij was te water gesprongen en zwom met alle kracht naar de plaats, waar zijn kleine +baas dreef. + +</p> +<p>“Gauw, Désiré, gauw,” riep het kind, voelend, dat hij zonk. + +</p> +<p>Zus gilde maar steeds door. Ze zag haar lieve Tony al dieper en dieper in het water zinken, ze zag, dat hij <a id="d0e995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e995">50</a>]</span>verdween, voordat de hond hem nog had bereikt en ze sloeg de handen voor de oogen. Toen kwam het ineens in haar op, dat ze +iemand moest gaan halen. Ze had een boerderij gezien, daar bij de laan. Ze wilde er heen gaan, maar het was of ze niet kon +loopen. Ze keek weer naar het water. Daar kwam Désiré terug. Heel langzaam. Zijn kop hield hij hoog op. In den bek had hij +den riem van Tony. Zijn hoofd kwam even boven het water uit. Zijn lijf en zijn beenen hingen er in. + + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e997"> +<h3>9. De Redding.</h3> +<p>“O, Désiré,” riep ze smeekend, “houd hem vast, houd hem vast.<a id="d0e1002"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span> “Help! help!<a id="d0e1005"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> riep ze nog eens en keek om zich heen. Toen ineens vatte ze moed, kroop op handjes en voetjes omlaag naar den waterkant naar +de plaats waarheen Désiré zwom met zijn zwaren last. + +</p> +<p>“Lieve hond, zoete hond, toe dan, toe dan,” riep ze en het was of het moed gaf aan het trouwe beest. Het spande nogmaals al +zijn krachten in. Daar was hij er bijna. Het hoofd van Tony zonk lager. “Toe dan, goeie hond, toe lieve Désiré, toe dan.” + +</p> +<p>“O lieve Heer, laat hem niet verdrinken,” bad ze; boog verder voorover en greep een stuk van Tony’s blouse. Ze trok en trok +zoo hard ze kon. De hond spande zich nogmaals in, lichtte den kop wat hooger op en zette de voorpooten op den oeverrand. Met +vereende krachten sleepten ze den drenkeling tegen den kant op. + +</p> +<p>Désiré, hijgend van inspanning, likte hem aan alle <a id="d0e1014"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1014">51</a>]</span>kanten. Zus boog zich over hem heen, riep hem bij zijn naam, kuste hem, maar Tony’s oogen waren gesloten en alle liefkoozingen +maakten hem niet wakker. Zus bemerkte niet eens, dat Désiré ook haar belikte en dat zijn groote kop, vlak naast haar gezichtje +over Tony heenboog. + +</p> +<p>De hond scheen het eerst op den inval te komen, dat het zoo niet kon blijven. Plotseling hield hij op met likken, liet een +luid geblaf hooren en vloog toen als een pijl uit de boog in de richting van het bloemenveld. + +</p> +<p>“Désiré! hier,” riep zus in doodsangst, dat hij haar alleen liet met broertje, die maar al sliep. “O Désiré, loop niet weg, +ik zal nooit meer boos op je zijn, loop niet weg.” + +</p> +<p>“Tony, word toch wakker, Tony, lieve Tony,” snikte ze dan en begon hevig te schreien. + +</p> +<p>Opeens hoorde Emy den hijgenden adem van Désiré weer in de verte. Ze keek op. Daar kwam hij om de boomen heen, liep weer terug, +rende nog eens vooruit en achter hem kwam een kleine, dikke man met een dikken stok in de hand. De hond sprong voor hem uit, +bleef staan, keek of de man hem nog volgde en rende dan weer voort, om even later nogmaals terug te gaan. + +</p> +<p>Eindelijk kwam hij hijgend op de kinderen af. De dikke man had nauwelijks de kinderen in het oog gekregen of hij verhaastte +zijn stap. Hij nam zijn pet van het hoofd en veegde met een rooden zakdoek het zweet van zijn voorhoofd. Blazend en puffend +kwam hij naderbij en riep: “Wat is er gebeurd? Heeft die <a id="d0e1026"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1026">52</a>]</span>jongen in het water gelegen?” Zus keek hem verstomd aan. “Hoe lang is het al geleden” vroeg de man verder, terwijl hij snel +zijn stok en pet neerwierp, zijn jas uittrok en bij Tony neerknielde. Hij voelde aan zijn arm, legde zijne hand op Tony’s +borst, zijn oor er tegen en begon haastig zijn kleeren los te maken, terwijl hij mompelde. “Wie ben jelui, ik ken je niet. +Toe zeg toch eens wat meisje, ga je moeder halen. Woon je vlak bij?<a id="d0e1028"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> Zus zag hoe de man Tony’s armen heen en weer ging bewegen, ze keek, maar verroerde zich niet. Ze was bang voor dien rooden +dikken man, die zoo raar deed, bang voor Tony, die daar zoo stil lag en ze greep ineens den grooten kop van Désiré en drukte +zich vast tegen hem aan. Ze voelde, dat hij haar beschermen zou. + +</p> +<p><a id="d0e1032"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Toe kindje,” hijgde de man, “ga toch, daar is een huis. Haal gauw hulp of het is te laat. Ik kan je broertje alleen niet helpen. +Ga, gauw.” Ze keek in de richting, waarin de man wenkte met zijn hoofd en zag een kleine boerenwoning. Nu scheen ze pas tot +bezinning te komen. Ze keerde zich om en snelde er heen zoo gauw ze loopen kon. De hond hief den kop op, scheen in twijfel +wat hij nu moest doen, bij zijn zieken baas blijven of met het kleine zusje meeloopen. Hij liet een klagend gehuil hooren, +liep zus na en keerde weer terug naar Tony; keek naar den man en likte Tony in het gezicht. Toen keek hij weer op naar zus +en schoot eensklaps voort haar na. Bij de boerderij gekomen, liep zus, gevolgd door den hond, het hek in, maar toen durfde +ze niet verder en draalde besluiteloos. De hond begon te blaffen. Toen kwam er een meisje naar buiten, vroolijk zingend <a id="d0e1035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1035">53</a>]</span>liep ze op zus af en zei vriendelijk. “Wel—wat had de jonge juffer?” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 242px"><img border="0" src="images/p053.jpg" alt="Kwam een meisje naar buiten." width="242" height="523"><p class="figureHead">Kwam een meisje naar buiten.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Zus wees met het vingertje in de richting, waar broertje lag en zei zacht. “Die man vraagt of er iemand komt. Hij heeft in +het water gelegen.” + +</p> +<p>“Wie, die man?” zei het meisje verschrikt. + +</p> +<p>“Neen, Tony, en hij heeft z’n oogen dicht; gaat u mee alsjeblieft, ik ben zoo bang,” riep ze ineens vertrouwelijk, greep de +rokken van het meisje en wilde haar meetrekken.” + +</p> +<p>“Ja, ik ga mee hoor, wacht even. Teun, Jacob!” riep ze naar binnen, “kom gauw mee, er is een in het water gevallen.” Twee +lange boerenjongens, kwamen nieuwsgierig naar buiten loopen en terwijl het meisje wees en vertelde, trokken ze hunne klompen +aan die witgeschuurd voor het lage deurtje stonden en liepen met hun lange beenen snel vooruit. + +</p> +<p>Toen zus en het meisje weer terug kwamen, had de man hun al gewezen wat ze doen moesten en zat hij zelf even uit te blazen. +De meisjes keken toe. Zus begreep niet, wat er gebeurde, maar stond zacht te snikken. Het meisje streelde haar wang en zei +troostend: +<a id="d0e1052"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1052">54</a>]</span></p> +<p>“Kijk, kijk hij komt al bij, hij tilt zijn hoofd op. Huil nou maar niet, kijk. Vertel nu eens wie je bent?” “Emy, en hij is +Tony,” snikte het kind. + +</p> +<p>“En waar zijn je vader en moeder.” “Naar de kerk.” + +</p> +<p>“Maar bij wie ben jelui hier, dan?” “Bij grootvader, daar,” wees zus, “over het bloemenveld.” “O, wacht, op ‘Nooit gedacht’”. + +</p> +<p>“Ja,” zei zus onverschillig, ze begreep niet eens waarom het haar werd gevraagd. + +</p> +<p>Werkelijk daar bewoog Tony zich, zuchtte en opende de oogen. Zus sprong op hem toe. “Tony, lieve Tony,” riep ze en zoende +hem. Hij keek naar al die vreemde gezichten zonder te begrijpen. “Benauwd,” riep hij toen en begon te braken. + +</p> +<p>Toen rilde hij. “Ik ben zoo koud, Moeder!” zei hij. + +</p> +<p>De dikke man tilde hem op. “Kan je hem dragen,<a id="d0e1067"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> vroeg hij Jacob. “Ja, geef maar op,” zei de grootste van de jongens en geen moeder had haar kind zorgvuldiger kunnen aanpakken +en tegen zich aanvleien dan de knaap deed. + +</p> +<p>“Hier mijn jas maar over hem heen, het schaap heeft het koud,” zei de dikke man. <a id="d0e1072"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Loop jelui maar wat aan, ik kom ook wel, maar ik kan zoo gauw niet.” + +</p> +<p>De stoet zette zich in beweging. Désiré vroolijk blaffend, nu hij bemerkte, dat ze naar huis gingen, daarachter Jacob met +zijn vracht en naast hem Teunis die het hoofd van Tony steunde. Daarachter het meisje met zus aan de hand en eindelijk de +goede, dikke man, wiens korte beentjes moeite deden hen bij te houden. + + + +<a id="d0e1077"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1077">55</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e1078"> +<h3>10. <a id="d0e1081"></a><span class="corr" title="Bron: Desire">Désiré</span> overwint. +</h3> +<p>Trijntje had al niet begrepen, waar de kinderen toch bleven. Ze durfde de laan niet uit te gaan. Had al eens over den rijweg +getuurd langs het pad en was weer terug gekeerd, bij zich zelve overleggend, of ze de deur maar zou sluiten en eens gaan kijken. +Toen zag ze net de stoet de laan inkomen. Zus liet de hand van het meisje los en snelde op Trijntje toe. “O Trijntje, ze dragen +Tony, hij is in het water gevallen.” + +</p> +<p>Trijntje verbleekte. “In het water en” .... ze liep de mannen tegemoet. Op het zien van haar angstig gezicht riep het meisje: +“Hij is gelukkig weer bij, hoor, Siem de zwemmer heeft hem geholpen.” + +</p> +<p>Trijntje lichtte de jas op en keek naar het bleeke gezicht. + +</p> +<p>Tony keek haar even aan, maar zei niets. Ze vroeg, en het meisje vertelde wat zij wist. + +</p> +<p>“Wat zullen ze zeggen, wat zullen ze zeggen,” lamenteerde Trijntje en sloeg jammerend de handen in elkaar. “Er is niemand +thuis.” + +</p> +<p>Ze nam Tony op schoot en met hun allen deden ze zijn natte kleeren uit. “Ziezoo,” zei Siem, “nou afdrogen en in een wollen +deken in bed.” Tony klappertande. Het andere meisje had een kruik met heet water gevuld en Tony werd in de wollen deken gewikkeld, +met de kruik in de bedstee gestopt. + +</p> +<p>“Wat warme koffie of thee,” zei Siem. + +</p> +<p>En hoewel Tony geen trek had, werd hem de warme <a id="d0e1100"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1100">56</a>]</span>thee met een theelepeltje ingegoten. + +</p> +<p>“Waar is moeder,” vroeg hij nog eens. + +</p> +<p>“Ja, die komt zoo,” zei Siem, “ga nou maar eerst wat slapen.” + +</p> +<p>“Waar ben ik?” vroeg hij weer en wreef met zijn hand over zijn hoofd. + +</p> +<p>“Hier,” zei zus, “bij grootmoe in de bedstee.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p056.jpg" alt="Tony werd in een wollen deken gewikkeld." width="640" height="342"><p class="figureHead"><a id="d0e1113"></a><span class="corr" title="Bron: Tonny">Tony</span> werd in een wollen deken gewikkeld. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Hij bekeek de bedstee, maar scheen het toch niet goed te begrijpen. + +</p> +<p>“Ik zal even naar het dorp gaan, om ze te waarschuwen,” vroeg Teun. “Is er niet een fiets van een van de jongens.” + +</p> +<p>“Zeker,” zei Trijn, “pak hem maar. Voorzichtig zeggen hoor, dat de boerin niet te veel schrikt. Nou <a id="d0e1123"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1123">57</a>]</span>ik bedank jelui wel hoor. Siem blijf je niet tot het volk thuis komt. Dat zullen ze niets mooi van je vinden.” + +</p> +<p>Maar Siem wou niet blijven, hij kwam nog wel eens hooren, later, zei hij en ging nu met Teun en Jaap weg. Anneke bleef bij +Trijntje wachten, want die was bang alleen met Tony. Ze was geen kinderen gewend. Trijntje nam zus op schoot en ze gingen +met hun drieën voor het bed zitten. + +</p> +<p>Désiré legde zijn grooten kop in den schoot van zus, en zij duwde hem niet weg, maar streek met haar handjes liefkoozend over +zijn hals. Zoo zaten ze stil en het duurde niet lang of zusjes hoofd, viel op zij en steunend op den kop van den hond, viel +het kleine kind in slaap. In de bedstee werd het ook stil. Tony was eveneens in slaap gevallen. + +</p> +<p>De beide meisjes spraken fluisterend met elkaar, totdat Trijntje opsprong. “Daar ben ze!” Zus werd door den schok wakker. +Ze droomde dat Tony in het water viel en toen Trijntje haar op den stoel voor de bedstee neerzette, riep ze: “Désiré, help +dan toch.” + +</p> +<p>De hond was ook ontwaakt. Zij liep op hem toe en terwijl zus zich over hem heenboog, fluisterde zij: “Lieve goede Désiré, +jij hebt hem er uitgehaald,” en ze nam zijn kop in haar armen. +</p> +<hr><p> + +</p> +<p>Zoo vonden vader en moeder hunne kinderen terug. Zus sprong dadelijk op en vloog schreiend op hen toe. “We konden het niet +helpen! maar Désiré heeft hem er uitgehaald,<a id="d0e1137"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> riep ze en vertelde aan één stuk, wat er was gebeurd. +<a id="d0e1140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1140">58</a>]</span></p> +<p>Moeder kuste haar schreiend; vader liep dadelijk naar het bed, greep de afhangende hand van Tony en streelde zijn gezicht. +Ook Désiré kwam bij het bed en duwde zijn kop onder moeders arm door, om Tony te zien. + +</p> +<p>“Désiré,” zei moeder en streelde hem, weer greep zus zijn kop en legde haar krullebol er tegen. Zoo stonden ze toen Tony de +oogen open deed. + +</p> +<p>“Vader, moeder,” riep hij zacht en begon te schreien, “ik dacht, dat ik verdronken was, ik zal het nooit weer doen.” + +</p> +<p>Toen viel zijn oog op zus en den hond en hij lachte door zijn tranen heen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 399px"><img border="0" src="images/p059.jpg" alt="“Ik heb getrokken,” zei zus." width="399" height="397"><p class="figureHead">“Ik heb getrokken,” zei zus.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Hij heeft je er uit gehaald,” zei zus nog eens weer. “Zoete hond.” + +</p> +<p>“Heb ik het niet gedroomd?” vroeg Tony. + +</p> +<p>“Neen,” zei vader, “hoe is het nu? Hoe voel je je?” + +</p> +<p>“Goed vader, ik kan wel opstaan,” en hij wilde overeind komen, maar dat mocht niet. + +</p> +<p>“Hoe heeft hij den jongen tegen den kant opgekregen, dat begrijp ik maar niet,” zei grootmoeder. + +</p> +<p>“Ik heb getrokken,” zei zus nu, “want hij was zoo moe, hij kon haast niet meer.” + +</p> +<p>De tranen sprongen moeder in de oogen. “Die kleine zus en die goeie hond.” + +</p> +<p>“Je bent een flinke meid, hoor,” zei grootvader. “Samen heb jelui hem dus gered.” + +</p> +<p>“Wat zal je een angst gehad hebben, zoo alleen,” merkte grootmoeder weer op. + +</p> +<p>“Maar, Désiré was er toch bij,” zei zus weer. + +</p> +<p>“Wat is zoo’n beest toch slim, om hulp te halen.” +<a id="d0e1176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1176">59</a>]</span></p> +<p>“Gelukkig maar, Antoon, dat we zoo’n dier hebben genomen. Eerst heeft hij zus gered en nu Tony weer. Hij is meer dan zijn +geld waard.” zei grootvader. + +</p> +<p>“Dat is zeker, ik ben blij dat we hem hebben. Kom, hier trouw beest. Je zult het altijd goed bij ons hebben, hoor,” en iedereen +op zijn beurt haalde den hond aan, die kwispelstaartte van plezier. <a id="d0e1181"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Désiré!” riep Tony. + +</p> +<p>Toen sprong zus naar hem toe, bracht hem bij Tony wipte op de teenen, boog zich over hem heen met haar arm om Désiré’s hals +en fluisterde—“Nu houd ik ook van Désiré, hoor. Net zooveel als allemaal—net zooveel als jij.” En Tony kwam overeind en in +een omarming nam hij zus en Désiré. “Ja, jelui hebt me samen er uitgehaald. Wat ben ik blij—wat ben ik blij.” + +</p> +<p>En de groote menschen zagen elkander aan en grootmoeder zei: “Dat is een zegen des Heeren,” en moeder knikte van ja. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 327px"><img border="0" src="images/p060.jpg" alt="Samen naar school." width="327" height="346"><p class="figureHead">Samen naar school.</p> +</div><p> + +<a id="d0e1193"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1193">60</a>]</span></p> +<p>Spoedig was Tony weer hersteld. Hij was er prachtig afgekomen. Met vader en moeder gingen de kinderen en de hond naar Siem +den zwemmer, om hem een cadeautje te brengen en naar <a id="d0e1196"></a><span class="corr" title="Bron: Annetje">Anneke</span> en Teunis en Jacob, om ook hen te bedanken. Iedereen in het dorp sprak over Désiré en hij werd overal nagewezen: Dat is die +hond. Zonder Désiré gingen de kinderen niet meer uit, en stonden ze op het punt om heen te gaan, en was Désiré niet te vinden, +dan was zus de eerste, om te zeggen: “Wacht u alsjeblieft nog even. Désiré is er nog niet.” Hoe ver de hond ook was, het leek +wel, of hij het fijne stemmetje van zus overal hoorde. + +</p> +<p>Toen de familie weer naar huis terug gekeerd was, wist iedereen daar ook al spoedig van de heldenfeiten van Désiré en zus. +Hij kwam nu niet alleen in de vrije uren van Tony op straat, maar iederen dag tegen twaalf en vier uur kwam Emy met Désiré +de deur uit en gingen ze samen naar de school om Tony af te halen. + +</p> +<p>“Moeder,” zei Tony, “ik geloof, dat ik nu jaloersch moet worden, want Désiré lijkt wel meer van zus te houden dan van mij, +en zij houdt ook meer van den hond.” +<a id="d0e1203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1203">61</a>]</span></p> +<p>“Neen,” zei zus ernstig, “ik houd alleen zooveel van hem, omdat hij mijn lieven schat uit het water heeft gehaald.” + +</p> +<p>“Tony maakt maar gekheid,” antwoordde moeder, “hij weet wel beter.” + +</p> +<p>“Och ja,” zei Tony lachend, “ik ben er veel te blij om. Wij zijn nu drie trouwe kameraden. Kom hier” en hij tilde zus op den +rug van Désiré en de drie trouwe kameraden gingen den tuin in en vader en moeder keken hen dankbaar lachend na. + + + +<a id="d0e1210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1210">62</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e325" href="#d0e325src" class="noteref">1</a></span> Zie titelplaat. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1" id="d0e1211"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><h2>II. Treintje spelen.</h2> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 370px"><img border="0" src="images/p062.jpg" alt="“Moesje, toe, zegt u maar ja”." width="370" height="523"><p class="figureHead">“Moesje, toe, zegt u maar ja”.</p> +</div><p> + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Moesje, toe, zegt u +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">maar ja,” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Vleien Hans en Jantje, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En het kleintje streelt +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">haar wang +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Met zijn dikke handje.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Neen,” zegt Moeder, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Janneman +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Jullie moet niet zeuren, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">’k Moet eerst weten, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">wat je wilt, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Of ’t zal niet gebeuren.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Treintje spelen, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Moesje toe! +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">’k Heb zoo’n heel +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">mooi fluitje. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Dan ben ik de conducteur; +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Machinist is Truitje. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Anna zit aan het loket +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Kaartjes te verkoopen. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hansje wil met vaders tasch +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Met de kranten loopen.</span></p> +</div> +</div><a id="d0e1266"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1266">63</a>]</span><div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“U en zus zijn passagiers, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En dan nog de poppen. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Aap en beertje zal ik in +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Beestenwagens stoppen.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Moeder lacht en Moeder knikt. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“O, het mag, gauw stoelen! +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zet ze alle op een rij,” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zie ze eens krioelen!</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Eindlijk is de trein gereed. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Hola, conducteurtje!” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Roept Moe hijgend van de haast +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Doe—gauw open—’t deurtje.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Jantje zegt: “Stap in, Mevrouw,” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Opent het portiertje. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">—“Maar de trein vertrekt nog niet,— +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">’k Zet het op een kiertje.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Waarlijk daar komt grootmoe ook, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Loopend op een vaartje. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">”’k Moet ook mee naar Amsterdam, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Geef me gauw een kaartje.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Lijsje gaat in d’ eerste klas +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">In de derde Jetje. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Mag ik ook nog mee,” zegt Pa +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Nu dat wordt een pretje!</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Kranten, Heeren, ’t Nieuws!” zegt Hans, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">”’t Handelsblad of ’t Leven!” +<a id="d0e1326"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1326">64</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Jantje zegt: “’t portier moet dicht,” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Vader: “wacht nog even!”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Daar komt nog een juffrouw aan +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">In een wit toiletje.” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Jan kijkt om, wie dat mag zijn? +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Wel, ’t is poes Minetje.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Jan tilt poes ook in den trein +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En gaat kaartjes knippen. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Daarvoor moet hij iederen keer +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Op de treeplank wippen.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Nu—vertrek! ’t is klaar! Vooruit!” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Roept hij dan tot Truitje. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En hij blaast zoo hard hij kan, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Op zijn schelle fluitje.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Oef! oef! oef! oef! oef! oef! oef! +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Ja, dat moet zoo, weet je. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">De machine stampt en blaast +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hansje helpt een beetje.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En do machinist roept: “Tuu!” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Dag! Dag!” wat een leven! +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Jongens, zou de echte trein +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zooveel pret wel geven?</span></p> +</div> +</div> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 308px"><img border="0" src="images/p064.jpg" alt="Jan tilt poes ook in den trein." width="308" height="328"><p class="figureHead">Jan tilt poes ook in den trein.</p> +</div><p> + + +<a id="d0e1381"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1381">65</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1" id="d0e1382"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><h2>III. De goudklomp.</h2> +<div class="div2" id="d0e1385"> +<h3>1. Orleman en Soliman vinden den goudklomp.</h3> +<p>In een groot bosch woonden de aardmannetjes onder een boom. De ingang naar hun verblijf was in den hollen stam. Zij werkten +daar beneden heel ijverig. Het was soms zoo’n gehamer en geklop, dat de mieren er hard voor op de vlucht gingen, omdat ze +meenden, dat er onraad was. De dwergen zochten naar prachtige steenen, waarvan ze dan huizen bouwden voor de prinsen en prinsessen. +Zoo waren er twee van hen, Orleman en Soliman, weer eens uitgegaan om steenen te zoeken, heel diep in de aarde. Het baardje +van Orleman veegde bij iederen hak over de ruwe steenen en er kwam al een heel fijn puntje aan, maar hij merkte er niets van. +De voeten van Orleman werden al dunner en dunner van het schuiven over de puntige rotsblokken, maar hij merkte het ook niet. +Ze waren veel te druk met hun werk bezig en hadden al een groote massa prachtige, gekleurde steentjes uitgezocht om een nieuw +huis te maken voor de jongste prinses die heel gauw ging trouwen en dan toch een eigen woning hebben moest. + +</p> +<p>Doch opeens gaf Orleman een harde gil, zoodat <a id="d0e1392"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1392">66</a>]</span>Soliman van schrik zijn houweel op zijn kleine teen liet vallen en driemaal over zijn hoofd duikelde, waarbij hij telkens +over zijn eigen baard struikelde. Toen hij wat van de schrik bekomen was, zei hij: “Maar wat is er dan toch Orleman. Wat heb +je dan toch?” Orleman stond als razend in de rondte te draaien, zoodat je niets anders zien kon dan een enkele roode vlek, +omdat hij een rood pakje aan had. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 324px"><img border="0" src="images/p066.jpg" alt="De jongste prinses." width="324" height="324"><p class="figureHead">De jongste prinses.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Orleman hield nu ook op met draaien en daar de ruimte waar hij stond te klein was om te vallen, bleef hij op zijn beentjes +staan, hoewel hij niets meer zien kon. + +</p> +<p>“Kijk jij dan,” gilde hij uit—“Goud—echt goud.” + +</p> +<p>“Och wat?” zei Soliman, misschien omdat hij nooit gehoord had, dat de jongens op straat wel eens wat anders zeggen of omdat +hij te fatsoenlijk was, om straattaal te gebruiken, maar hij zei alleen, “och wat.” Hij wipte over een paar steenen naar Orleman +toe en bleef verstomd staan kijken. + +</p> +<p><a id="d0e1406"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Ja, ja,<a id="d0e1409"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> knikte hij en eindelijk kwam het ook over zijn lippen, “Ja, ja! ’t <i>is</i> echt goud.” Toen grepen ze elkaar beet en dansten, voorover achterover, links en rechts zoo’n echt mooien dwergendans, zooals +niemand ooit <a id="d0e1415"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1415">67</a>]</span>heeft gezien en Orleman gilde daarbij zoo hard, dat het niet veel scheelde of hij had zijn tong ingeslikt. Gelukkig, dat Soliman +het nog net bemerkte en gauw de punt greep en het roode lapje weer naar buiten trok. Toen besloten ze samen zoo verstandig +te wezen als één menschenkind en te beraadslagen wat ze nu met dien klomp zouden beginnen. + +</p> +<p>“Weet je wat,” zei Orleman na veel over en weer praten: “Als de jongens wat uit willen maken, gooien ze altijd hun petten +op.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 286px"><img border="0" src="images/p067.jpg" alt="zoo’n echt mooien dwergendans." width="286" height="317"><p class="figureHead">zoo’n echt mooien dwergendans.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Goed,” zei Soliman, die altijd vond dat Orleman zoo wijs kon redeneeren, als een schooljongen—en ze gooiden de mutsen op, +maar toen ze voor hen lagen, wisten ze niet verder, want die lange puntmutsjes vielen aldoor op zij en zoo kon je er geen +wijs uit worden, al was je de knapste schooljongen geweest. + +</p> +<p>“Nou,” zei Orleman weer, “dan weet ik nog wat.” En Soliman luisterde al met een open mond, zoodat Orleman net zien kon, dat +hij geen verstandskies had. “We brengen hem aan den koning.” “Ja, aan den koning, die is een wijs man en zal wel weten, wat +we er mee moeten beginnen.” + +</p> +<p><a id="d0e1429"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Vooruit dan maar laten we hem samen opnemen.” +<a id="d0e1432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1432">68</a>]</span></p> +<p>Nu zijn aardmannen altijd heel sterk, net zoo sterk als .... als.... je ze maar hebben wil, al zijn ze ook nog zoo klein. +Maar of ze nu te hard moesten lachen of dat het ergens anders van was, ze waren toch niet sterk genoeg, om den klomp op te +tillen. Hoe ze rukten en trokken ze konden hem niet verwikken of verwegen. De goudklomp bleef liggen waar hij lag. Toen bogen +de arme dwergen hunne hoofden diep op hun borst met den neus in den baard en schreiden van verdriet. + +</p> +<p>Juist voelden ze een raar gekriebel over hun voeten. Daar kwam een groot leger mieren aangewandeld. + +</p> +<p>Orleman, was heel goedig van aard en altijd goede vrienden ook met de mieren. Dikwijls was hij ergens anders gaan hakken en +graven, omdat hij hen in den weg zat, maar nu, dacht hij, was het hun beurt eens te toonen, dat ze hem waardeerden. Gelukkig +had hij, toen hij nog jong was, de mierentaal heel goed geleerd; hij bedacht zich niet lang, maar sprak een baas van het troepje +vriendelijk aan en vroeg hem om hulp. + +</p> +<p>De mieren waren heel blij en zetten vroolijke gezichten, omdat ze hem nu helpen konden en op bevel van het opperhoofd gingen +ze met hun allen op den klomp goud af. + +</p> +<p>Het ging wel heel langzaam maar toch ging de klomp vooruit en kwam ten laatste aan voor het paleis van den koning. + +</p> +<p>Orleman bedankte de mieren vriendelijk voor de hulp en ging dadelijk naar het paleis, waar hij vroeg bij den koning te worden +toegelaten. Zijne Majesteit was juist thuis en zat in zijner Majesteits kamerjapon aan <a id="d0e1445"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1445">69</a>]</span>de tafel op zijn rijk met edelsteenen versierden troon ’n gouden pijp te rooken, toen Orleman binnen trad. “Wat—pff—verlangt +gij pff! Orleman?” pff pff! + +</p> +<p>“Sire,” sprak deze, en boog driemaal, zoodat het puntje van zijn baard den grond raakte; “Sire, we komen tot Uwe Majesteit, +omdat we weten, dat uwe Majesteit niet wijs is—hm—hm—alleen, maar ook goedertierend en daarom zeker goeden raad zal geven. +We hebben bij het zoeken naar steenen voor het paleis van hare Koninklijke Hoogheid prinses Orélata een klomp goud gevonden +die we voor het paleis hebben laten brengen.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 354px"><img border="0" src="images/p069.jpg" alt="“Wat—pff—verlangt gij, pff.”" width="354" height="370"><p class="figureHead">“Wat—pff—verlangt gij, pff.”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De koning, zooals wijze menschen ook doen, antwoordde niet dadelijk, omdat het dan net leek of hij diep nadacht. Hij stond +op, trok een paar maal heel geleerd aan zijne lange pijp en ging met afgemeten stappen naar het venster, waar hij den klomp +goud kon zien liggen. Hij sprak niet, voordat hij wist, wat hij zeggen zou en ook toen wachtte hij nog, totdat hij weder op +zijn troon zat, omdat de woorden dan nog veel meer indruk maakten. Toen tikte hij met de pijp op tafel <a id="d0e1456"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1456">70</a>]</span>en sprak langzaam deze woorden: + +</p> +<p>“Orleman, we zijn je dankbaar, voor je vertrouwen. + +</p> +<p><a id="d0e1461"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Wij hebben reeds zooveel goud en edelsteenen in onze schatkamers. Breng dezen klomp naar de aarde en geef hem het menschenkind +dat treurt en dit goud noodig heeft voor zijn geluk.” Toen wenkte de koning, dat Orleman kon vertrekken en hij ging. Wel begreep +hij niet, wat de koning bedoelde, maar zoo ging het meestal, dan moesten de dwergen het maar uitvinden, vragen mochten ze +niet. + +</p> +<p>Toen Orleman buiten kwam en ’s konings woorden aan Soliman meedeelde, krabden beiden hunne baarden en besloten ze, maar eerst +te zorgen, dat de klomp de aarde bereikte. De mieren hielpen weer en met vereende krachten kwam de klomp bij den hollen boom, +en viel eindelijk met zoo’n harden slag op de aarde neer, dat het gezang van de vogels een oogenblik verstomde. + +</p> +<p>“Zie zoo,” zei Orleman, “nu niet verder. Laten we nu eerst eens beraadslagen naar welken kant we hem nu moeten brengen,” en +hij ging er boven opzitten om eens uit te rusten en na te denken. Soliman volgde zijn voorbeeld, terwijl de mieren rechts +om keert maakten en met stille trom den aftocht bliezen. + +</p> +<p>Toen de beide dwergen wat uitgerust waren, besloten ze den klomp maar onder den boom te laten liggen en vroegen hem zijne +takken flink er over uit te spreiden, opdat geen roovers hem zouden ontdekken. Onderwijl zouden zij eerst gaan zoeken naar +het menschenkind, dat de koning bedoeld had. + +</p> +<p>Zoo togen ze samen op weg. + + +<a id="d0e1472"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1472">71</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e1473"> +<h3>2. Wie zal hem hebben?</h3> +<p>Aan den rand van den weg zaten eenige veldarbeiders uit te rusten. Ze spraken luid met elkaar en lachten, maar één zat een +eind van de anderen af en scheen droevig gestemd. Soliman stootte Orleman aan en achter een paar hooge planten bleven ze luisteren. +Niet naar hetgeen die anderen zeiden, maar naar dat wat de eenzame dacht. + +</p> +<p>“Als ik rijk was, ik stak geen hand meer uit, ik keek naar ’t veld niet om. De boer lijkt wel mal, dat hij zich er nog om +vermoeit. Als die boerderij van mij was. Ik zou de knechts wel voortjagen. Ze moesten eens bij me komen om hooger loon! en +zijn paarden te sparen! Met de zweep voortjagen zou ik ze. Zijn oude moeder houdt hij ook thuis en dat lamme kind van zijn +zuster. Ik zou ze, neen hoor, ik nam het er beter van. Ik wou, dat ik geld had—en die anderen, ze lachen maar, en ze werken +maar en—”. “Kom,” zei Orleman, “hij is het niet. Geld kan hem niet gelukkig maken.”—Soliman was ook al opgestaan. Dezen man +kon de koning niet bedoeld hebben; en ze gingen verder. + +</p> +<p>Daar zat aan den rand van een groot water een eenzaam man. Hij zag er deftig gekleed uit, maar vroolijk keek hij niet, het +leek wel of hij groot verdriet had zelfs en hierheen was gegaan, om dat verdriet lucht te geven. De dwergen verscholen zich +in zijne nabijheid, ze moesten minstens op tien passen afstand komen, anders konden ze de gedachten niet hooren. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 397px"><img border="0" src="images/p072.jpg" alt="Een eenzame man" width="397" height="339"><p class="figureHead">Een eenzame man</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Mijn kind, mijn eenig kind. Ik had je zoo lief. O, <a id="d0e1489"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1489">72</a>]</span>hoe kon je je vader zoo bedriegen. Och, wat helpen me al mijn schatten, nu mijn kind slecht is....” + +</p> +<p>“Ga mee,” zei Orleman, terwijl de tranen hem langs de wangen liepen, “ik heb medelijden met den man, misschien kunnen we hem +later helpen; maar de klomp goud kan hem zijn geluk niet weergeven.” + +</p> +<p>En ze gingen verder, zwijgend, vervuld van medelijden met den rijken man. + +</p> +<p>Daar stond op den weg een kermiswagen. Een troepje havelooze kinderen stoeide in het gras. Vader zat aan den kant van den +weg aardappelen te schillen. Moeder stond bij een kleine kachel in den wagen en roerde in een pan, terwijl ze een liedje zong. + +</p> +<p>Soliman zei: “Die konden wel wat geld gebruiken” en Orleman antwoordde: “Kan zijn, maar ze treuren niet. Hen kan de koning +niet bedoeld hebben” en ze liepen ze voorbij, zonder dat de menschen er iets van bemerkten. + +</p> +<p>Daar kwamen twee jongens aanwandelen. De eene praatte druk, maar de ander scheen bedroefd en gaf weinig antwoord. De aardmannetjes +spitsten hunne ooren. + +</p> +<p>“Kom, je hebt toch je verstand. Zet je er over heen. + +<a id="d0e1503"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1503">73</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p073.jpg" alt="Op den weg een kermiswagen." width="549" height="720"><p class="figureHead">Op den weg een kermiswagen.</p> +</div><p> + +<a id="d0e1509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1509">74</a>]</span></p> +<p><a id="d0e1511"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Wie weet het volgend jaar, dan krijg je hem misschien wel. Spaar er dan voor.” + +</p> +<p>“Ja,” antwoordde de bedroefde, “jij hebt goed praten. Jij kan je fiets koopen en je roeiboot en alles wat je wilt, maar als +het altijd maar is:—Je krijgt geen fiets, dan moet je eerst mooier cijfers hebben.—Jij hebt niet het land aan leeren, maar +ik wel. Als ik geld had, kocht ik er zelf een, en gaf ik de brui aan goeie cijfers en ik ging de wijde wereld in en reizen +en—” + +</p> +<p>“Vooruit maar,” zei Orleman en ze gingen weer verder. “Die moet vooral geen geld hebben.” + +</p> +<p>Twee vrouwen stonden op den weg te praten. De eene schreide: “Ach, al gaf je me vandaag alles wat je bezat, morgen was het +toch weer op. Al mijn verdiensten, al wat hij zelf verdient, alles wat de jongens thuis brengen, het gaat aan drank. Wat hadden +we het vroeger niet best en nu—”. + +</p> +<p>“Daar zal het ook al niet helpen,” zei Orleman, “die kunnen we niet met goud helpen.” + +</p> +<p>“Neen,” zuchtte Soliman, “maar laat die man voorzichtig zijn, dat hij mij uit den weg blijft. Den drank meer lief te hebben +dan zijn vrouw en kinderen, ’t is—’t is een—een schande voor een man,” en hij schudde net zoolang met het hoofd heen en weer +tot Orleman het vast hield, omdat die er duizelig van werd. + +</p> +<p>Den geheelen dag liepen ze rond en telkens zagen ze menschen en kinderen, die bedroefd waren en ieder keer hoorden ze de woorden +of gedachten: “Als ik maar geld had.” Maar de bedroefden waren meest met geld niet te helpen en degenen die geld verlangden, +zouden <a id="d0e1526"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1526">75</a>]</span>er niet wezenlijk gelukkiger door worden, of moesten wachten, totdat ze het verdiend hadden. + +</p> +<p>Eindelijk waren ze zoo moe van het zoeken, dat ze even moesten uitrusten. + +</p> +<p>“Had je nu gedacht, dat het zoo moeielijk was,” zei Soliman, toen hij een beetje op adem was gekomen. + +</p> +<p>“Ik wist het wel, ik wist het wel. Ze verlangen allemaal naar, wat ze niet krijgen kunnen. Zelfs kinderen denken wel, dat +als ze iets moois konden koopen, ze veel gelukkiger zouden zijn. Maar hen meent de koning niet, hen niet. Wat zullen we doen?” + +</p> +<p>Het was reeds heelemaal donker geworden. Ze zaten aan het einde van een klein dorp dicht bij het bosch waar ze woonden. Het +was juist de tijd, waarop al de aardmannetjes naar boven komen, om zich met de zaken der menschenkinderen te gaan bemoeien. +Overal werden de lichten uitgeblazen en gingen de groote menschen slapen, om kracht te verzamelen voor het werk van den volgenden +dag. + +</p> +<p><a id="d0e1537"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Hier zullen we niet vinden, wat we zoeken, we moeten eigenlijk naar die groote stad ginds. Hier zijn de menschen tevreden +met hun dagelijksch brood en wie eens niet genoeg heeft, krijgt het van anderen,” merkte Soliman op. + +</p> +<p>Maar Orleman hoorde niet, wat hij zei, want juist keek hij in de verte naar een klein lichtje, dat bleef schijnen door een +oud verweerd venstertje van een klein, vervallen huis. + +</p> +<p>Ssst! Ssst! deed hij tusschen de tanden en zette zijn vinger tegen zijn neus, alsof hij dacht, dat hij nu eens een goeden +inval had. + +<a id="d0e1544"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1544">76</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e1545"> +<h3>3. Wat de dwergen verder zagen.</h3> +<p>Het was hevig begonnen te waaien. De wind gierde door de straten, sloeg hagelkorrels in het rond en deed de boomen in de verte +heen en weer zwiepen. De maan en de sterren waren schuil gegaan achter dichte zware wolken. Het was heelemaal donker geworden +in de dorpsstraten, waar geen enkele lantaarn brandde. + +</p> +<p>“Kom!” zei Orleman, “daarheen!” en hij trok zijn muts over de ooren en greep de hand van zijn kameraad. + +</p> +<p>Beiden liepen nu tegen den storm en de hageljacht in, alsof ze er heel niets van bemerkten en hadden zoo weldra het vervallen +huisje bereikt. + +</p> +<p>Soliman wilde de klink oplichten, om dan naar binnen te gluren, maar Orleman hield hem terug. + +</p> +<p>“Stil, wacht eens; hier is een pijp van een goot, laten we naar boven klimmen.” In een oogwenk waren ze op het dak.<a id="d0e1558src" href="#d0e1558" class="noteref">1</a> Toen tegen den schoorsteen op. Orleman was er het eerst. Hij boog zich over de opening heen en keek naar beneden. + +</p> +<p>“In orde! Er is geen vuur onder. Ik kan zoo in de kamer zien. Kom maar!” Meteen liet hij zich naar beneden glijden. Soliman +volgde hem zoo gauw, dat hij geen tijd had om weg te komen en zijn kameraad op zijn schouders terecht kwam. Maar Orleman stond +pal. “Ssst, stil!” riep hij en op elkaar stonden ze daar als verstijfd onder den grooten schoorsteen en zagen:—<a id="d0e1563"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1563">77</a>]</span>Aan een ruw houten tafel zat bij een kleine lamp een meisje niet ouder dan een jaar of negen. Het lampje wierp een zwak schijnsel +op het blonde krulkopje en het schamele jurkje van het kind. Het hoofdje was voorovergebogen, de kleine handjes peuterden +aan een scheur in een paars jakje van een heel klein kind. In het vertrekje, was verder niets dan nog een stoel, maar het +zag er zindelijk uit. De wind bulderde door den wijden schoorsteen en deed de wanden kraken. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 440px"><img border="0" src="images/p077.jpg" alt="Angstig keek het meisje op." width="440" height="502"><p class="figureHead">Angstig keek het meisje op.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Angstig keek het meisje op, achter zich naar de bedstee, waarvan de gordijnen gesloten waren. + +</p> +<p>Het gezichtje was bleek en vermagerd en tranen kwamen in de oogjes. + +</p> +<p>“Och, lieve Heer,” prevelde zij “als moeder maar <a id="d0e1576"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1576">78</a>]</span>niet wakker wordt. Och ik ben zoo bang alleen. Och, lieve Heer, en we hebben zoo’n honger, och laat vader toch thuis komen. +Als vader maar wist van moeder en van ’t broertje. Waarom hebben ze vader ook weggehaald. Hij heeft toch geen kwaad gedaan. +Ik weet niet meer, wat ik nu verkoopen moet. De lamp is alles. Olie is er toch ook niet. Had ik maar geld voor moeder en voor +broertje.” De gevouwen handjes in haar schoot, keek ze angstig om zich heen. + +</p> +<p>“Drinken,” fluisterde eene stem uit de bedstee. Haastig sprong ze op en vloog er heen. Ze schoof de gordijnen weg. Het vreeselijk +vermagerd gezicht van een nog jonge vrouw kwam te voorschijn. De donkere oogen zochten angstig rond: “Is vader daar, lieveling.—Ja +hè. Ben je daar Leendert. Geef me wat drinken.”— + +</p> +<p>“Hier, moesje, hier drinkt u maar eens. Vader komt gauw.” + +</p> +<p>“Ja, gauw dan, gauw,” stamelde de zieke, dronk haastig en liet het moede hoofd weer in de kussens vallen. + +</p> +<p>“Ja moesje, vader komt,” snikte het kind en boog zich over haar moeder en drukte een kus op haar wang. + +</p> +<p>“Ja, vader komt, Liesje en dan wordt alles weer goed. Hij is <a id="d0e1588"></a><span class="corr" title="Bron: onschudig">onschuldig</span>—ze kunnen hem niet langer houden—Ga nu slapen, kindje—of jij wordt ook ziek. Kom gauw—slapen”—en de zieke sloot de oogen +en sliep zelve weer in. + +</p> +<p>Door het bulderen van den storm heen klonk nu een zacht steunend schreien. Liesje greep in de bedstee naast moeder en nam +er iets uit. Het gezichtje van een heel klein kindje kwam uit een wollen doek te <a id="d0e1593"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1593">79</a>]</span>voorschijn. Zij nam het kindje in haar armen greep een fleschje met een beetje melk er in en deed de speen in het open schreiende +mondje. Maar het kleintje lustte zeker de melk niet, want toen het een trekje had gedaan, spoog het de speen weer uit en begon +heviger te krijten. “Stil dan, broertje”—suste Liesje, en ze legde het mondje tegen haar wang en begon heen en weer te loopen +en een wiegeliedje te zingen. Toen werd ze moe en ging zitten, maar dat wilde broertje niet; hij begon luider te schreien. +Liesjes beentjes trilden. Ze stond weer op en fluisterde sussend: <a id="d0e1595"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Stil dan, moesje slaapt. Als vader komt zullen we een vuurtje maken, dan krijg je een warm fleschje dat is ook zoo koud hè. +Stil maar, suja, suja.” En ze suste het hongerige kind tot het van vermoeienis weer in slaap viel. Toen legde ze het heel +voorzichtig weer naast moeder en schoof de gordijntjes weer dicht. + +</p> +<p>“Och had ik maar geld dan zou moeder wel beter worden en broertje niet zoo schreien en wel groeien net als andere kindertjes. +Och als vader thuis komt, wat zal hij verdrietig zijn, dat hij moeder zoo vindt. Ik weet niet meer, wat ik doen moet zoo alleen. +Woonden we nog maar in ons oude huis aan de vaart in de stad. Dat moeder ook alles moest verkoopen. Hier kennen we ook niemand. +Moeder wou ook niet vragen. Och, als vader maar terug kwam. Die vreeselijke menschen ook die vader bestolen hebben—arme vader!” +en snikkend liet ze het hoofd op de armen vallen voorover op de tafel. + +</p> +<p>Nog steeds stonden de dwergen daar. Liesje had ze niet opgemerkt. De tranen liepen langs hun wangen. <a id="d0e1602"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1602">80</a>]</span>Die van Soliman vielen op Orlemans neus. Maar ze durfden zich niet bewegen om ze af te regen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 288px"><img border="0" src="images/p080.jpg" alt="Greep zijn eenen been." width="288" height="393"><p class="figureHead">Greep zijn eenen been.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ik kan het niet langer aanzien,” fluisterde hij. “Ik zal haar even helpen.” Meteen zette hij zijn lippen vooruit en begon +heel fijn te blazen. De krulletjes om Liesjes hoofd woeien op. Ze zuchtte even en—was in slaap gevallen en droomde. Een heerlijken +droom van vader en moeder en broertje en een prachtigen tuin met lekkere vruchten. Zij mocht plukken en ze aten er van zooveel +ze wilden. En moeder had roode wangen en lachte en vader keek maar al naar broertje dat, ook lachend, op zijn arm zat. + +</p> +<p>“Vooruit nu,” zei Orleman, “naar boven!” En Soliman trok zich aan een langen spijker omhoog. Orleman greep zijn eenen been, +trok zich aan hem op, zoo ook naar boven. In een oogwenk zaten beiden boven op den schoorsteen. Tranen biggelden langs hun +wangen. + +</p> +<p>“Wacht even,” zei Orleman en hij ging op den rand van den schoorsteen zitten en liet zijn beentjes naar beneden bengelen. +Soliman tegenover hem. Toen namen ze hunne roode zakdoeken en veegden hun tranen af. +<a id="d0e1615"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1615">81</a>]</span></p> +<p>“Die is ’t” zei Soliman. “Die kan ’t zijn!” antwoordde Orleman voorzichtiger. “We moeten eerst dien vader zien. + +</p> +<p>“Juist juist! we moeten eerst dien vader zien.” + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e1620"> +<h3>4. Gevonden.</h3> +<p>“Ben je klaar met je zakdoek? kom dan.” Weer greep Orleman Solimans hand maar meteen riep hij nu: “Och! lieve wind, neem ons +mee, neem ons mee!” De bulderende stem van den wind antwoordde vriendelijk: <a id="d0e1625"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>komt maar<a id="d0e1628"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> en meteen greep zijn machtige adem de beide vrienden beet en voerde ze weg in razende vaart. Daar vlogen zij over bosschen +en velden, langs heuvels en dalen, door dorpen en steden, totdat Orlemans riep: <a id="d0e1631"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Hola! dank je wel. We zijn er.” Toen stonden ze ineens stil op het dak van een groot somber gebouw in een groote stad. Het +was nacht. Beneden in de verlaten straten brandden duizenden lichtjes. In dit huis was alles donker en stil. De beide dwergen +liepen een eind over het dak en kwamen bij een schoorsteen. In een oogwenk lieten ze zich naar omlaag glijden en stonden in +een gang door een enkel klein vlammetje verlicht. Die gang liep in de rondte en aan den eenen kant waren allemaal deuren met +tralieluikjes er in. Stilzwijgend liepen ze een poosje rond en zochten, totdat Orleman zei: “Hier is het,” en voor één der +deuren staan bleef. Hij lichtte een houten luikje op en kroop door de tralies daarachter heen. Zijn vriend volgde hem op de +voet. +<a id="d0e1634"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1634">82</a>]</span></p> +<p>Juist kwam de maan een oogenblik door de wolken en wierp haar licht door een klein getralied venster in een somber vertrek +op <a id="d0e1637"></a><span class="corr" title="Bron: t">’t</span> gezicht van een man, die op een bank lag uitgestrekt. + +</p> +<p>“Slaapt hij?” vroeg Soliman. “Neen,” antwoordde Orleman; “hij denkt; luister!” + +</p> +<p>“Waarom!? Waarom? Neen, ik wil niet vragen waarom; ik wil dankbaar wezen. Morgen weer vrij; morgen, zei de advokaat zullen +ze mij vrij laten, omdat er geen bewijzen zijn voor mijn schuld. Geen bewijzen! Hoe zou ’t ook. Ik ben onschuldig—gestolen +hebben ze mij het geld dat mij was toevertrouwd. Niemand wil het gelooven. En toch was ik altijd een eerlijk man. Heer, gij +alleen weet, dat ik onschuldig ben. Had ik geld, ik zou alles teruggeven aan hen die het verloren hebben, al is het niet door +mijn schuld. Arme vrouw, arme Liesje. Dat zij zoo lijden moesten dat—o, die schurken—ik zou—neen—neen, ik moet mijn vijanden +vergeven.—Ik dank u Heer, dat ik mijn vrouw en kind terug zal zien.—Maar zal ik voor hen kunnen werken! Zal ik ergens een +plaats vinden. Jij, mijn lieve vrouw, jij zal het niet gelooven. Jij niet Liesje. Jij weet wel, dat je vader geen dief is. +Och als zij er maar niet door lijden moesten.” Snikkend verborg hij het gezicht in de handen. + +</p> +<p>En juist als hij straks gedaan had met het arme Liesje, deed Orleman nu met den ongelukkigen vader. Zachtjes blies hij zijn +adem over het gezicht van den diep bedroefden man en de arme viel in een verkwikkenden slaap<a id="d0e1646"></a><span class="corr" title="Bron: ">.</span> + +</p> +<p>Hij droomde, dat hij goud vond. Dat hij aan al die <a id="d0e1651"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1651">83</a>]</span>verloren hadden, alles terug gaf, dat hij met vrouw en kind een heerlijk leven opnieuw begon. + +</p> +<p>De dwergen verlieten zacht de cel weer en liepen door de gang de trappen af naar beneden. Alle deuren gingen voor hen open +en spoedig verlieten zij het gebouw door de woning van den portier. Zwijgend gingen zij voort door de straten en bereikten +weldra een park. Midden in een laan hielden ze stil. Orleman stampte driemaal op den grond. Deze opende zich en pijlsnel schoten +zij naar beneden. Door de aarde heen kwamen ze weldra terug in hun rijk. + +</p> +<p>Toen eerst sprak Soliman: <a id="d0e1657"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Zullen we ’t den koning vragen, of ’t deze menschen zijn?<a id="d0e1660"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>“Neen, Zijne Majesteit zou ons toch niet antwoorden. Ik weet zeker, dat we dit arme kind en haren vader helpen moeten en gauw, +nog dezen nacht,” antwoordde Orleman. + +</p> +<p>“Ja, nog dezen nacht. Maar we kunnen dat kind toch dien klomp goud niet geven. Daar zou ze niets aan hebben” merkte Soliman +op, verheugd, dat hij dit nu eens het eerst had bedacht. + +</p> +<p>“Dat zullen we ook niet. We hakken er stukjes af, zooals de menschen ze wel vinden in den grond en zooals zij ze wel meer +verkoopen.” + +</p> +<p>Onder het spreken waren ze weer boven de aarde gekomen bij den vriendelijken hollen boom. + +</p> +<p>“Goede vriend,” zei Orleman. “Wil je ons den klomp alsjeblieft weer teruggeven?” want hij was altijd vriendelijk ook zelfs +tegen oude, holle boomen. + +</p> +<p>“Zeker, zeker,” antwoordde de boom, die kraakte <a id="d0e1675"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1675">84</a>]</span>van den storm en hij liet zijn beschermende takken los en de klomp lag vrij. “Dank je wel, hoor.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 272px"><img border="0" src="images/p084.jpg" alt="Wacht nog even." width="272" height="338"><p class="figureHead">Wacht nog even.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Met veel moeite rolden ze den klomp nu een eindje op zij. + +</p> +<p>“Ziezoo,” zei Orleman. “Nu zullen we een paar stukjes er af slaan.” Zij zetten hunne lantaarns zóó neer, dat het licht op +den goudklomp viel en haalden hun houweel te voorschijn. Toen Soliman hem ophief riep Orleman echter: “Wacht nog even. De +stukken zouden zoo weg kunnen vliegen.” Hij haalde zijn zakdoek uit den zak en bedekte daar den klomp mee. Toen gingen zij +aan het hakken en hakten wel stukjes van het goud, maar de zakdoek bleef heel.—Jammer dat jongens zakdoeken ook niet zoo gemaakt +zijn. + +</p> +<p>“Genoeg!” riep Orleman. De houweel werd neergelegd, de zakdoek opgelicht. Nu zochten ze de stukjes bij elkaar en deden die +in den zakdoek. De rest rolden ze weer weg en vertrouwden ze weer toe aan de goede zorgen van den hulpvaardigen boom. Toen +rustten ze tegen zijn stam nog een oogenblikje uit, namen hun lantaarntjes weer op en gingen het bosch door andermaal naar +het huisje van Liesje. + + +<a id="d0e1688"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1688">85</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e1689"> +<h3>5. De opdracht wordt volbracht.</h3> +<p>In een wip waren ze weer op den schoorsteen. Nog niet dadelijk gingen ze omlaag. Ze staken hun beenen in de pijp en gingen +tegenover elkaar op den rand zitten. De zakdoek namen ze tusschen zich in en als twee jongens, die onder een brugleuning, +steentjes in het water werpen, zoo gooiden zij de stukjes goud door den schoorsteen naar beneden. + +</p> +<p>Liesje was nog niet ontwaakt, de lamp brandde nog. + +</p> +<p>In de bedstee was het ook stil. Alleen de wind bromde en blies den hagel in hun gezicht. Maar zij lachten er om en verkneukelden +zich bij de gedachte wat Liesje wel zeggen zou, als ze straks dat goud zou vinden. + +</p> +<p>Eindelijk lagen alle stukjes beneden, maar Liesje had er nog niets van bemerkt. + +</p> +<p>“Ga mee kijken, kom,” riep Orleman, die niet langer wachten wilde. “Ik zal haar wakker maken,” en ze lieten zich weer naar +beneden glijden en stonden nu naast elkander hand aan hand onder den schoorsteen. + +</p> +<p>Orleman maakte een paar sprongen en riep: Psst! psst! + +</p> +<p>Liesje bewoog zich even, verlegde haar hoofdje, dat op haar armen rustte, maar deed de oogen niet open. Ze was zeker erg koud +geworden, want ze huiverde in haar slaap. + +</p> +<p>“Arm schaap. Ze zal ziek worden van de kou. Ze moet wakker worden, dan zal ik haar naar bed sturen,” zei Orleman; meteen nam +hij een goudklompje en wierp het juist tegen haar neus. +<a id="d0e1708"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1708">86</a>]</span></p> +<p>Liesje droomde, dat de Engelen sterretjes uit den hemel naar beneden wierpen en dat zij ze mocht opvangen. Eén viel juist +op haar neus. Ze tilde het hoofdje op, wreef zich de oogen uit, nog eens, nog eens. + +</p> +<p>Droomde ze nog? Daar lag een goud sterretje op de tafel. En wat schitterde daar allemaal onder den schoorsteen. Allemaal sterretjes!? +Ze durfde niet opstaan, uit vrees van dien mooien droom te verstoren en staarde maar voor zich uit. Toen ontdekte ze de beide +dwergen en bleef met open mond hen aankijken, stom van verbazing. + +</p> +<p>Nu lachten de aardmannetjes en knikten tegen Liesje. + +</p> +<p>“Kom,” zei Orleman zacht, “neem het maar. Het is goud voor jou, lief kind. Omdat je alleen aan je moeder denkt en je broertje, +daarom krijg je dit van de aardmannetjes.” + +</p> +<p>“Voor mij,” vroeg ze nu.—“Is het heusch goud voor mij? Mag ik daar eten voor koopen. Melk voor moeder en voor broertje, hout +voor den haard en—.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 188px"><img border="0" src="images/p086.jpg" alt="“Voor mij?” vroeg ze nu." width="188" height="307"><p class="figureHead">“Voor mij?” vroeg ze nu.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ja, alles mag je er voor koopen. Dan zal moeder weer beter worden en broertje groeien en jij geen honger meer hebben, en +als je vader terug komt, zal hij jelui niet zoo treurig vinden.” + +</p> +<p>Nu stond Liesje op en kwam naar de dwergjes toe. + +</p> +<p>“Komt vader terug? Kent u vader? Hij heeft geen <a id="d0e1730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1730">87</a>]</span>kwaad gedaan, dat kan niet, ik weet het zeker. Moeder weet het zeker,” riep ze haastig achter elkaar. + +</p> +<p>“Neen, kind je vader heeft geen kwaad gedaan. Hij zal wel komen. Koop morgen ochtend gauw alles, wat je noodig hebt. Neem +een paar van die goudstukjes, breng ze bij dien heer in het witte huis en hij zal je er geld voor geven. De rest bewaar je +maar. Ga nu gauw slapen, want anders wordt je nog ziek en je moet je kracht bewaren.” + +</p> +<p>“O, lieve, lieve dwergjes, wat ben ik blij, wat ben ik blij. Ik dank u wel” en ze vloog op de mannetjes toe en kuste hen op +de beide wangen. + +</p> +<p>“Neen, neen,” riep Orleman “dat zijn we niet gewend” en meteen zetten ze het op een loopen en verdwenen door den schoorsteen. +Boven keken ze nog even om. + +</p> +<p>Liesje kleedde zich vlug uit, blies de lamp uit en stapte in bed. Toen hoorden ze nog heel zacht: “Dank u, lieve Heer. Wil +u mijn moeder beter maken en vader bij ons laten komen en mij helpen. Amen.”—Toen werd het stil en de kleine vrienden gingen +dankbaar naar huis. +</p> +<hr><p> + +</p> +<p>Den volgenden avond, toen de zon onderging stonden de beide vrienden in het park van de groote stad, waar zij den vorigen +nacht de gevangenis bezocht hadden. Ze zetten zich neer, op een steenen bank onder een paar groote boomen, alsof het een heerlijke +zomeravond was. De beentjes trokken ze omhoog, de ellebogen steunden ze op de knieën en met de handen onder het hoofd, bleven +ze stil zitten. Menschen gingen met <a id="d0e1744"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1744">88</a>]</span>vluggen tred voorbij. Meest mannen, die van hun werk kwamen en verlangend naar huis, naar vrouw en kinderen, zich haasten +er te komen. Het regende fijntjes. De grond was nat, de boomen dropen, maar de dwergen bleven rustig zitten en wachtten. Een +paar meisjes kwamen voorbij hollen: “Ik ben zoo bang,” zei het eene. “Hoe durf je eigenlijk nu nog door het park met dat vuile +weer.” “Och, kom, gauw maar, deze weg is veel korter,” en weg waren ze. Langen tijd kwam er niemand meer langs. Daar klonk +opeens weer een mannenstap. + +</p> +<p>“Hij is ’t,” zei Orleman. “Ja, ja!” zei Soliman. Ze schoven een beetje in het hoekje van de bank en bleven weer zitten. De +man kwam nader. Hij liep net alsof hij vermoeid was en keek naar alle kanten rond. Hij had een zak op den rug. Langzaam naderde +hij de bank en mompelde in zich zelf: + +</p> +<p>“Zou ik dat heusch verleerd zijn, of ben ik zoo zwak geworden. Ik moet een oogenblik rusten. Ik ben toch vroeg genoeg voor +den trein,” en hij sleepte zich haast naar de bank en viel er op neer. + +</p> +<p>De dwergen zaten doodstil in hun hoekje in het donker van de hooge leuning. Hij zag hen niet, maar rustte, stil om zich heen +ziende. Toen hief hij eensklaps zijn hoofd omhoog, naar den hemel, vouwde de handen en snikkend boog hij het hoofd. Daar ritselde +iets en met een doffen klank viel een steen voor zijn voeten neer. Hij keek er naar en bleef kijken. Niettegenstaande de vallende +duisternis glinsterde de steen hem tegen. + +</p> +<p>Hij wreef zich over het voorhoofd. “Wat heb ik nu?” mompelde hij. “Dat heb ik vannacht gedroomd. Ik <a id="d0e1754"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1754">89</a>]</span>slaap toch niet meer.” Hij stampte op den grond. + +</p> +<p>Hij kneep zich in zijn arm. Hij beproefde op te staan, maar zonk weer terug op de bank; zijn beenen voelden loodzwaar. Hij +raakte met zijn voet den steen aan.—“Kom, ik ben een dwaas,” zei hij tot zich zelf. “Het is natuurlijk een steen. Het komt +door dien droom. Ik moet verder, of ik kom te laat aan den trein.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 343px"><img border="0" src="images/p089.jpg" alt="Hij keek er naar." width="343" height="294"><p class="figureHead">Hij keek er naar.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Met inspanning gelukte het hem weer overeind te komen, maar hij kon zijn oogen niet van den steen afhouden. Hij wilde er om +heen loopen, maar bleef staan. “Och, wat is dat dan toch. Het lijkt net goud. Waarom zou ik hem niet meenemen? ’t kan toch +geen kwaad, al is het een dwaasheid.” Hij bukte zich, raapte den steen op en stak hem in den zak, die hij weer op zijn rug +hing. Toen ging hij verder. + +</p> +<p>Orleman en Soliman kwamen nu van hun zitplaats. + +</p> +<p>“Zie zoo—hij begrijpt het nog niet,” zei Soliman. + +</p> +<p>“Maar hij zal het wel zien en ik wil er bij wezen.<a id="d0e1771"></a><span class="corr" title="Bron: ”"></span> Ga je mee, dan zijn we er eerder dan hij.” + +</p> +<p>Weer stampte hij driemaal op den grond. Andermaal ging deze vaneen en de dwergen verdwenen in de diepte, terwijl Liesjes vader +zijn reis vervolgde naar huis. + + +<a id="d0e1775"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1775">90</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e1776"> +<h3>6. Weer gelukkig.</h3> +<p>Voor dat een uur voorbij was, waren Orleman en Soliman weer bij het huisje van Liesje in het bosch. + +</p> +<p>“Aha!” riep Orleman, “ik zie het al. Kijk eens naar boven. Ons mooie plaatsje is weg. Er ligt vuur in den haard.” “Jammer, +jammer,” antwoordde zijn vriend. “Welneen, niets jammer; nu hebben zij het warm. En wij gaan door de deur.” + +</p> +<p>Orleman deed heel voorzichtig de deur open en ze stonden meteen in het eenige vertrekje van het huis. + +</p> +<p>Wat zag het daar anders uit dan den vorigen avond. Op de tafel lag een wit servet en daarop stond een bord met brood en boter +en kaas. Een kan melk stond er naast en een blad met een theeservies. In den grooten haard brandde een houtvuur en daarboven +hing een ketel, waarin het water een vroolijk liedje zong. Voor het bed zat Liesje, maar nu keken haar oogjes niet meer zoo +bedroefd. Op haar schoot lag het kleine broertje en genoot van de warme flesch, die ze hem voerde. Met verrukking keek ze +naar het zuigende kereltje. + +</p> +<p>“Moes, kijk, kijk, ziet u wel, hij kan heel goed zuigen. Hij is niet te zwak. Hij lustte het niet, omdat de melk koud was, +maar nu lust hij het wel. Kijkt u eens, wat is er al een boel uit.” + +</p> +<p>En de zieke moeder zat overeind in bed, gesteund door kussens. Op de deken stond een bordje met pap <a id="d0e1791"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1791">91</a>]</span>en ze was bezig met eten, Een lach kwam op haar gezicht, toen ze broertje zoo zag genieten. + +</p> +<p>“Heerlijk, kindlief. Wat is het een zegen. Als hij nu toch eens een flinke jongen werd, wat zou vader blij zijn. Kon hij hem +maar zóó zien.” + +</p> +<p>“Vader komt toch gauw, ’t wordt nu alles weer goed.” + +</p> +<p>“Ja, vader schreef het laatst: Woensdag en nu is het al Zaterdag. Hij zou vrij komen, omdat zijn schuld niet bewezen kan worden +en dat kan ook niet, omdat hij onschuldig is. Wat de menschen ook zeggen Liesje, wij weten het wel. Je weet wel, die man, +hij heeft hem het geld afgenomen dat van andere menschen hoorde en, dat hij moest bewaren. Maar eens zal alles wel uitkomen. +Vader wil hem niet beschuldigen. Gelukkig, dat wij hem nu niet zoo in armoede ontvangen zullen. Misschien hebben we wel genoeg +om zoolang hier te blijven, totdat ik beter ben en dan zal vader voor ons werken en wordt alles weer anders. O, kind, ik ben +zoo dankbaar. Die, lieve, beste aardmannetjes. Ik wou, dat ik ze ook eens kon bedanken.” “Ja,” zei Liesje, “die lieve aardmannetjes!” + +</p> +<p>Soliman en Orleman hoorden het wel en wreven zich in de handen van pleizier, omdat ze het allemaal hoorden, zonder dat moeder +of Liesje het bemerkte, maar ze hielden zich doodstil. + +</p> +<p>Daar klonk buiten een stap. + +</p> +<p>“Stil,” zei moeder en wierp de lepel op haar bord, “pak eens aan Liesje. Daar is hij!” en doodsbleek viel ze in de kussens. +Liesje greep het bordje, legde broertje <a id="d0e1805"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1805">92</a>]</span>in moeders arm en wilde naar de deur loopen, maar deze werd zachtjes geopend en daar stond hij, druipend van regen. + +</p> +<p>Vragend zag hij naar binnen: “Vader!” gilde Liesje en wierp zich in zijn armen. Snikkend nam hij haar op en bedekte haar gezichtje, +haar haren, haar oogen met kussen, terwijl hij naar de bedstee liep. + +</p> +<p>“Leendert!” stamelde de zieke en vader boog zich nu over haar en zeide schor van het schreien: “Ben je ziek, Elsje, ziek en—” +toen zag hij het kleintje in haar armen. + +</p> +<p>“Een jongen. Leendert, die jouw naam draagt.” En vader nam ook dit kind in zijn armen en kuste het. Toen ging hij voor het +bed zitten met de hand van de zieke in de zijne en Liesje klom op zijn knie en vleide zich tegen hem aan en aaide hem in het +gezicht en veegde met haar zakdoek zijn tranen af. Toen begonnen ze te vertellen, heel zacht, maar de dwergen wisten wel wat +ze vertellen zouden en wachtten totdat ze kwamen aan het verhaal van de stukjes goud. + +</p> +<p>“Och kom,” zei vader, “was het goud?” + +</p> +<p>“Ja, heusch, de mijnheer in het witte huis zei het ook en hij heeft me er geld voor gegeven en ik heb nog meer.” Ze sprong +van vaders schoot en haalde de goudklompjes uit de kast. Vader stond nu ook op en greep den zak, die hij achteloos op de tafel +geworpen had. + +</p> +<p>“Zou het toch?” prevelde hij, hij greep er in en haalde den anderen klomp goud er uit, dien hij onder de lamp bekeek. + +</p> +<p>“Dit lijkt ook goud, maar—dan moet ik te weten <a id="d0e1821"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1821">93</a>]</span>komen, wie dat in het park verloren heeft. Nu begrijp ik er niets meer van.” Hij bekeek de kleine stukjes en dan weer den +grooten klomp. + +</p> +<p>Nu vonden de dwergen het tijd zich er mee te bemoeien. Ze traden naar voren en bleven voor vader en Liesje staan. + +</p> +<p>“O, daar zijn die lieve, goeie aardmannetjes weer, vader. Och, wat ben ik blij, dat u ze nu ook eens kan bedanken. Kijk moeder, +daar zijn ze.” + +</p> +<p>“Dat is heelemaal niet noodig,” zei Orleman. “Wij hebben slechts onzen plicht gedaan. Onze wijze koning had ons gezegd, dat +we dit goud en dat andere ook moesten geven aan menschenkinderen, die er gelukkig door zouden worden. En wij zijn heel blij, +dat we die gevonden hebben. Het is voor u.—Weest gelukkig.” + +</p> +<p>“Is het werkelijk voor mij. Dan zal ik eerst al het geld terug geven aan de menschen, van wie ik het in bewaring had. En met +de rest gaan we naar een vreemd land, waar we een nieuw leven kunnen beginnen. Ge zult zien, dat ge het geen onwaardigen hebt +gegeven.” + +</p> +<p>“Dan is alles goed; anders verlangen wij niet. Onze zending is volbracht. Weest gelukkig!” antwoordde Orleman en met een vriendelijken +groet verdwenen zij, onder de dankbetuigingen van vader en moeder en Liesje. + +</p> +<p>De koning zat juist voor het raam te kijken, toen zijn kleine onderdanen terug kwamen van den langen tocht. Hij wenkte, dat +ze binnen moesten komen. + +</p> +<p>“Wel?” vroeg zijne Majesteit. “Hebt ge hen gevonden.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p094.jpg" alt="“Dat is heelemaal niet noodig,” zei Orleman." width="566" height="720"><p class="figureHead">“Dat is heelemaal niet noodig,” zei Orleman.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Sire, door den klomp goud, hebben we een geheel <a id="d0e1844"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1844">95</a>]</span>gezin liet verloren geluk weergegeven,” zei de Orleman en ze moesten alles haarfijn vertellen. + +</p> +<p>“Zoo is het goed. Aan deze menschen is het goud goed besteed. Ge hebt me uitstekend begrepen en uw plicht gedaan. Gij verdient +beloond te worden; ik benoem u beiden tot eerste raadgevers van hare koninklijke Hoogheid.<a id="d0e1848"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> Zijne Majesteit reikte hun beiden de hand, die zij kusten en dankbaar verlieten zij het paleis. De goudklomp had ook hun +geluk gebracht. + + + +<a id="d0e1851"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1851">96</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1558" href="#d0e1558src" class="noteref">1</a></span> Zie plaat omslag. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1" id="d0e1852"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><h2>IV. De theevisite.</h2> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Kleine Loe krijgt theevisite; +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Op het mooiste aangekleed +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zit ze in haar leuningstoeltje, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Voor d’ ontvangst geheel gereed.</span></p> +</div> +</div> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p096.jpg" alt="Kleine Loe met haar poppen op theevisite." width="554" height="308"></div><p> + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Op haar tafeltje staat alles. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Op een blaadje ’t theeservies +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Heel licht blauw met rozeknopjes +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Een geschenk van Tante Wies.</span></p> +</div> +</div><a id="d0e1878"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1878">97</a>]</span><div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Naast het blad op ’t tafelkleedje, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Blauwe schaaltjes keurig net; +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Met gekleurde poppeschuimpjes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Bitterkoekjes en banket.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Op heel kleine stoeltjes zitten: +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Joopje in ’t matrozenpak, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Roosje in haar witte jurkje +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Beiden heel op hun gemak.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Voor de dames grooter stoelen +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Naast de kleintjes van de pop; +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Daarnaast staat een voetenbankje +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En daar zit het poesje op.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">O, daar komen de vriendinnen +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Met haar kindren op den arm. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Dag, Mevrouwtje, Wel hoe gaat het? +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Foei wat is ’t verbazend warm!”</span></p> +</div> +</div> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 176px"><img border="0" src="images/p097.jpg" alt="Zie je ’t nog gelukkig niet." width="176" height="376"><p class="figureHead">Zie je ’t nog gelukkig niet.</p> +</div><p> + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Ja,” zegt Loe, “maar hier is ’t heerlijk, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">In de kamer is het koel— +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Gaat u zitten, lieve dames, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Net voor ieder is een stoel.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“En, wat zal u nu gebruiken, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zeker wel een kopje thee?”— +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Heel graag, met veel melk en suiker.— +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Waarom kwam uw kind niet mee?”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Och,’t is ziek,” zucht Carolientje +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Gist’ren brak ’t in eens zijn hoofd. +<a id="d0e1943"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1943">98</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">”’k Heb zoo vreeselijk moeten schreien, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Toen heeft Pa m’ een nieuw beloofd.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Mijne heeft een arm gebroken. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En dat is de schuld van Piet,” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zegt Phie, “maar met lange mouwen +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zie je ’t nog gelukkig niet.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Ja, die broertjes zijn toch lastig,” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zegt heel neuswijs Antoinet. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Zoo gezellig onder meisjes +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Hebben wij de meeste pret.”</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Tikketakke gaan de lepels, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Suiker, melk en thee smaakt goed. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Knibbelknabbel gaan de tandjes— +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En de meisjes zijn heel zoet.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Zachtjes gaat de tuindeur open, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Om een hoek gluurt broertje Bob. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Zeg, mag ik ook binnenkomen, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Of heb jullie alles op?”</span></p> +</div> +</div> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p098.jpg" alt="Zachtjes gaat de tuindeur open" width="331" height="497"><p class="figureHead">Zachtjes gaat de tuindeur open</p> +</div><p> + +<a id="d0e1989"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1989">99</a>]</span></p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En hij stapt parmantig binnen; +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Met hem komen Kees en Roel, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Vragen ook, om thee met koekjes +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En het wordt een dolle boel.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">”’k Wou nog wel een beetje suiker.” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Geef mij nog een kopje, Loe.” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Bob en Kees en Roeltje likken, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Eten nog een koekje toe.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">’t Duurt niet lang, of op is alles. +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Koekjes, melk en suiker, thee.— +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">“Kom,” zegt Roeltje, “Nu den tuin in!” +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En de dames hollen mee.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Romlig liggen nu de kopjes +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Op ’t bemorste tafelkleed, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Waarvan poes de druppels oplikt +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">En de koekjeskruimels eet.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">De verlaten poppekindren +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Staren treurig voor zich uit, +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Want hun moeders stoeien buiten +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Met haar broertjes tot besluit.</span></p> +</div> +</div> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p099.jpg" alt="Twee poppen op stoel en poes op tafel." width="646" height="271"></div><p> + + + +<a id="d0e2040"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2040">100</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1" id="d0e2041"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><h2>V. Barts Grootmoeder.</h2> +<div class="div2" id="d0e2044"> +<h3>Een vriendelijk thuis.</h3> +<p>“Bart! Bart, kom je? grootmoe roept je.” “Ja, ik kom hoor! kijk ereis Els, kijk, gaat ie niet fijn.” + +</p> +<p>“Nou,” antwoordde Elsje met overtuiging. “Veel mooier dan die van Jaap laatst, niet?” Vergetend, waarom ze naar buiten kwam, +bleef het kleine meisje met aandacht staan kijken naar den tol van haar broertje. + +</p> +<p>“Nou, boodschap loopen?” vleide ze. Maar Bart had geen ooren voor haar en volgde aandachtig de beweging van den dikken, gelen +tol, die zoo hard draaide, dat ’t leek of hij stil stond. + +</p> +<p>“Kom, nou Bart,” vroeg Elsje weer, zich herinnerend “grootmoe zegt, dat je moet komen, om hout te hakken; anders gaat de kachel +uit.” Meteen keerde ze zich om, huppelde terug naar het huisje bij den dijk en verdween in de kleine, groene deur. + +</p> +<p>Grootmoe zat in een houten leunstoel, met de voeten op een krukje, voor de kleine potkachel, waarop een pan stond. + +</p> +<p>Hoe vriendelijk keek ze op naar het kleine ding dat op haar toesprong. “Hij komt zoo.” zei Elsje, “brr, wat is het koud!” +<a id="d0e2059"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2059">101</a>]</span></p> +<p>“Hij moet voortmaken,” antwoordde grootmoeder “anders is ie uit, als moeder thuis komt. Neen, blijf jij er maar af, kindje. +Ik ben veel te bang voor brand.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 522px"><img border="0" src="images/p101.jpg" alt="staan kijken naar den tol." width="522" height="560"><p class="figureHead">staan kijken naar den tol.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ja,” zei Elsje. “U zou niet kunnen wegloopen, hè grootmoe?” en ze ging bij de oude vrouw staan en streek haar liefkoozend +over de lamme beenen. +<a id="d0e2069"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2069">102</a>]</span></p> +<p>“Maar ik dacht alleen aan jou, kindje,” antwoordde de goede vrouw en streek haar kleinkind over de zachte bruine haren. “Sla +mijn doek even om en roep Bart nog eens; hij moet dadelijk komen.” Gewillig deed het vijfjarig meisje, wat grootmoe zei. “Toe +dan Bart, dadelijk dan. De kachel gaat uit,” riep ze, zoo hard ze kon. Bart speelde op het straatje voor de deur: “Ach!<a id="d0e2072"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> grauwde hij, “dat gezanik, ik kom immers al” nijdig pakte hij zijn tol op. “Wat heb ik aan een tol, als ik er niet eens even +mee mag spelen. Wat is er nou,” gromde hij door, toen hij binnentrad. “Foei,” zei grootmoeder, “wat ben je norsch. Ik wou +maar een paar houtjes voor de kachel; die wil je toch wel even halen.” “Ach,” bromde Bart, “dat gezeur altijd,” en met een +boos gezicht ging hij het keukentje door, de achterdeur uit naar de schuur en koelde weldra zijn boosheid aan het hout, waarop +hij flink los sloeg. Spoedig zong hij het hoogste lied er bij uit, een bewijs dat de tienjarige knaap, flinke longen en krachtige +armen had. Met zijn armen vol hout kwam hij binnen en vulde de kachel bij, die weer begon te snorren. + +</p> +<p>Elsje zat nu naast grootmoeder op een stoel, nam de aardappels aan, die zij schilde en wierp ze in den emmer met water: “Grootmoe +vertelt, Bart,” zei ze. “Vertel u nu eens, waarom wij maar één grootmoeder hebben. Gisterenavond zei u, morgen zal ik ’t je +zeggen,” zei Bart. + +</p> +<p>“Goed, goed, ik zal ’t je vertellen.—Nou, je moet dan weten,” begon ze, “dat grootvader—jij hebt hem gekend, dien besten man.”—“Ja,” +antwoordde Bart, <a id="d0e2079"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2079">103</a>]</span>“ik mocht altijd op zijn knie zitten en naar de scheepjes kijken, als ik met moeder en vader bij u kwam.” “Ik weet ’t niet +meer,” zei Elsje. “Nee, jij was nog te klein,<a id="d0e2081"></a><span class="corr" title="Bron: ”"></span> maar ik was al 7 jaar, toen grootvader dood ging.” Grootmoeder zuchtte: “Treurig, zoo treurig.” “Toen kon u nog loopen, hè +grootmoe, langs ’t strand en met die groote ben met visch naar de stad. Ik weet ’t nog goed.” “Ja, je weet ’t nog goed,” bevestigde +grootmoeder en veegde een traan af, die langs haar magere, bruine wang liep. <a id="d0e2083"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Maar toen ze je grootvader dood thuis brachten, toen ben ik zoo geschrokken en toen kon ik later niet meer loopen.” “Vertel +u nou van die eene grootmoeder,” zei Bart. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 381px"><img border="0" src="images/p103.jpg" alt="dan zocht hij schelpjes." width="381" height="232"><p class="figureHead">dan zocht hij schelpjes.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ja. Toen waren je vader en moeder nog heel klein. Zoo’n lieve, kleine dikzak, je vader; zoo lief en gezeggelijk. Hij speelde +altijd in het tuintje voor het huis, daar kon hij de zee zien en de scheepjes; dan zocht hij schelpjes of kruide zand. Allemaal +visschers woonden op onze rij en naast ons woonde Arie van Dobben en Elsje, die nog met ons hadden schoolgegaan. En die hadden +zoo’n klein meiske Marijtje, jonger dan onze jongen en die twee speelden altijd samen. Zoo lief, ’t was een aardigheid.—Het +was ook in ’t voorjaar <a id="d0e2093"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2093">104</a>]</span>en bar weer; al een paar dagen en nachten. Een storm! Die zee ging te keer. Je grootvader was thuis, maar Marijtjes vader +nog niet. Op een morgen kwam het kleine ding binnenloopen, met een benauwd gezicht—Tante Bartje, moe roept, gauw! gauw!—Nou,—ik +ging mee en de kinderen achter me aan. Daar lag die arme Els, benauwd en naar. Een andere buurvrouw om den dokter. Vader nam +de kinderen mee en dienzelfden nacht stierf ze in mijn armen. Marijken bleef bij ons op haar vader wachten. Maar twee dagen +later spoelde het wrakhout van de Elsa aan en haar vader kwam niet weer terug. Wat moest ’t arme kind? Natuurlijk hielden +we het schaapje bij ons en ze wist later niet beter of ze was een zusje van Bart en Nelis en Anne en Mijntje, die later nog +kwamen. En toen ze groot waren en vader in dienst was geweest en terug kwam en goed zijn brood had, als scheepstimmerman, +nou—toen trouwde hij met Marijtje; en toen hadden ze samen maar één vader en moeder; begrijp je? en nou heb jelui alleen je +grootje, dat dubbel van jelui houdt.”— + +</p> +<p>“O,” zei Bart, “zie je nou wel. Jaap zei, dat het niet kon en moeder had het toch gezeid.” “Het kan; het is zoo en niet anders.” +“En nou moeten we voor drie van u houden; dat doet moeder ook,” zei Elsje. + +</p> +<p>“Ja, jelui moeder is een engel voor ons allemaal geweest. Zonder je moeder zou ik—” + +</p> +<p>“O, is u weer bezig, moeder!<a id="d0e2101"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> riep een vroolijke stem en een jonge vrouw met vriendelijk gezicht kwam de deur binnen. Ze trad dadelijk op grootje toe en +kuste haar op het voorhoofd. Elsje sprong tegen haar op <a id="d0e2104"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2104">105</a>]</span>en liet zich ook door haar zoenen. Bart zei alleen, “dag moeder,” en liep meteen weer naar buiten. + +</p> +<p>“Bent u weer aan het vertellen en moet u me weer ophemelen!” vroeg moeder Lubbe aan de oude vrouw. + +</p> +<p>“Nee, dat is nou maar gekheid. ’t Is de waarheid, kind. Je bent een zegen voor iedereen en ik dank den lieven Heer iederen +dag, dat ik jou in huis heb genomen.” + +</p> +<p>“En ik dan, wat zou ik geweest zijn zonder mijn goeie tweede moeder,” vroeg de jonge vrouw weer, terwijl ze haar goed afdeed +en Elsje wat aanhaalde, die zich tegen haar aandrong. + +</p> +<p>“Heb u de aardappelen al geschild?” vervolgde ze. “En waren de kinderen zoet. Was Bart gehoorzaam!” + +</p> +<p>“Best hoor,” antwoordde grootmoeder, “en hoe was ’t met Mevrouw!” “O,’t gaat veel beter, maar ze mag nog niet loopen van den +dokter en nou vroeg ze of ik morgen ochtend haar nog eens kwam helpen. Ze is jarig morgen en dan met de kinderen. Nou ik zeg, +Mevrouw toen u nog een meisje was, hebt u ons zoo geholpen, ’t zou niet mooi wezen, als ik u nu niet hielp. U wil toch wel +nog een dagje alleen blijven met de kinderen, Bart is nou toch thuis.” “Zeker, natuurlijk, voor zulke goeie menschen als Mevrouw +van den burgemeester moet je ook wat overhebben. Ik zal me eigen wel redden met Bart. Wat bracht ze me niet altijd soepjes +en lekkers, toen ik zoo ziek was en wat was ze blij, dat we hier ook kwamen wonen.” “Nou dat zeg ik ook,” antwoordde moeder +weer. “Kom Elsje, help me gauw, als een kind. Breng de schillen naar de keuken, dan zal ik grootmoe helpen. Wat is ’t slecht +weer en dat tegen <a id="d0e2116"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2116">106</a>]</span>Paschen, ik kon op den dijk haast niet blijven staan.” Elsje ging naar de keuken. Zij mocht de aardappels wasschen; op een +stoof kon ze net bij de pomp. Bart speelde buiten met Krijn en Jaap, die in de andere twee huisjes woonden. Er stonden drie +op het pad, dat schuin naar den dijk liep en aan den anderen kant in de weilanden uitkwam. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p106.jpg" alt="Ik kon op den dijk haast niet blijven staan." width="446" height="393"><p class="figureHead">Ik kon op den dijk haast niet blijven staan.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Barts vader woonde er nog niet lang. Hij had werk gekregen op den werf in het dorp. De vaders van Krijn en Jaap waren boerenarbeiders. +Krijn was 12 jaar en Jaap 13, maar ze gingen met hun drieën naar en van school in het dorp en mochten om twaalf uur bij Barts +<a id="d0e2125"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2125">107</a>]</span>vader op den werf hun boterham eten. Zoo speelden ze veel met elkander, al zaten ze niet in dezelfde klasse. Ze moesten wel +een groot half uur loopen, dat was in den winter een heele tocht langs den dijk, maar ze waren gezond en flink. Bart zag wel +een beetje tegen die groote jongens op, die nog al brutaal waren en wat vrijer, dan hij. Zijn vader en moeder keken nog al +precies, die van de andere jongens letten niet zooveel op hen. Nu moest hij zijn nieuwen tol laten zien, dien hij van vader +had gekregen, omdat zijn eerste gedragboekje op deze school zoo goed was geweest. Er liep voor elk huisje een stukje straat, +daar kon je fijn op tollen, al was ’t wat smal. + +</p> +<p>Onderaan den dijk had je niet zoo’n last van den wind, maar ze moesten toch soms schreeuwen om elkaar te verstaan. Ze pikten +elkaar en lieten de tol in kuiltjes loopen en vermaakten zich, totdat moeder riep, dat Bart moest komen eten, omdat vader +thuis was. + +</p> +<p>“Het is een mooie tol, vader. Krijn en Jaap zeggen het ook,” was het eerste, wat Bart zei, toen hij binnen kwam. + +</p> +<p>“Zoo komaan, gelukkig maar,” antwoordde vader, terwijl hij zijn handen wreef, en hij gaf Bart een klap op den schouder, “Au!” +riep Bart. “U slaat zoo hard, met die groote handen.” “Groote handen,” zei vader lachend, “kijk Els! heeft vader groote handen! +Geef me de vijf, meid, neen de tien. Samen in één hand van vader.” Elsje lachte en grootmoe lachte. “Vader is ook zoo sterk<a id="d0e2133"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> zei ze, “en dat is maar goed ook.” “Kijk,” zei vader, tilde grootmoeder met stoel en al op en zette <a id="d0e2136"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2136">108</a>]</span>haar bij de tafel. “Elsje is ook sterk,” zei het kleine ding, sjouwde de kruk, wipte grootmoes beenen er op en dekte ze weer +toe.<a id="d0e2138"></a><span class="corr" title="Bron: ”"></span> “Elsje is een braaf kind,” hernam vader, en tilde haar hoog in de lucht, tot ze het uitschaterde van pleizier. + +</p> +<p>Toen gingen ze eten. “Morgen moeten jelui weer samen voor grootmoe zorgen,” zei moeder onder het opscheppen en vertelde aan +vader, dat ze bij den burgemeester wat zou gaan helpen in de huishouding. “Mevrouw vond het wel wat erg, maar ik zei, toen +u in ons dorp woonde, hebt u ons ook geholpen, is ’t niet.” “Je hebt gelijk hoor,” antwoordde vader, “’t zijn beste menschen, +daar gaat niets van af. Wat zeit u, moeder.” “Ja, hoor,” antwoordde grootje. + +</p> +<p>“Nou Bart, dan moet jij morgen er maar eens aan gelooven,” vervolgde vader weer. “Dat is ook lekker,” bromde Bart. “We zouen +morgen naar Krijn zijn oom gaan in den polder, die heeft een groote boerderij en daar zijn allemaal kalveren en biggen.” + +</p> +<p>“Tuut, tuut,” zei vader, “we zouen? Heb je het dan aan moeder gevraagd?<a id="d0e2146"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> “Aan mij niet,” zei moeder. + +</p> +<p>“Nou, ja, als u het goed vond,” bromde Bart. + +</p> +<p>“Maar we vinden het niet goed. Het is wel jammer voor je, maar je kan nog wel een anderen dag. Je hebt nog na de Paasch ook +vacantie. Grootmoe kan toch niet alleen blijven, wel?” “Och het is ook altijd,” begon Bart, maar voordat hij had uitgesproken +zag hij grootmoeders gezicht en hoorde haar mompelen, “’t is jammer, voor je, maar, zie je,” en hij sloeg de oogen neer voor +vaders blik, keek op zijn bord en zweeg.—<a id="d0e2153"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2153">109</a>]</span>“Het wordt nog slechter weer,” zei vader. + +</p> +<p>“De wind staat recht op den dijk,” antwoordde moeder. + +</p> +<p>“Geef je bord nog eens Bart, of lust je niet meer?” + +</p> +<p>“Wij zijn den wind wel gewoon, hé moeder.” “Nou,” antwoordde grootje, “wij hebben heel wat storm meegemaakt, daar is dit niets +bij.” En ze spraken verder over wind en storm en Bart zat stil te eten en dacht over morgen. + +</p> +<p>Na het eten, terwijl moeder in de keuken de borden waschte en grootmoeder zat te breien aan een paar kniekousen met roode +randen, die Bart zoo graag wou hebben, stoeide vader met zijn jongens, zooals hij Bart en Elsje noemde en klonk hun gelach +en gejoel boven den wind uit, die toch luid om het huisje gierde en door den schoorsteen bulderde. Toen Elsje met een kleur +als een boei in de bedstee in de keuken lag, zei ze wel even: <a id="d0e2163"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>He, moesje hoor es, boe, boe gaat ’t. Mag de deur open blijven, tot ik slaap; ik ben bang voor dien wind.<a id="d0e2166"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> “Ik zal ze op een kiertje zetten, hoor: ga maar gauw slapen. Straks komt Bart ook,” antwoordde moeder en stopte haar lekker +toe. Vader las nog wat voor, totdat Bart ook naar bed moest en hij dacht niet aan morgen, voordat hij onder de dekens lag. +“Wat moest hij tegen de jongens zeggen?” zoo viel hij in slaap. + + +<a id="d0e2169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2169">110</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2" id="d0e2170"> +<h3>2. De verzoeking.</h3> +<p>Toen hij wakker werd, scheen de zon, “hè,<a id="d0e2175"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> dacht Bart weer.—Prachtig weer, om uit te gaan. Zullie gaan natuurlijk.— + +</p> +<p>Moeder kwam in de keuken, om water op ’t stel te zetten. + +</p> +<p>“Zoo jongen, ben je wakker? Sta dan maar gauw op, dan kan je me helpen. Vader moet zoo weg.” “Morgen, Moe,” zei Bart en sprong +het bed uit.—Als vader weg is—dacht hij—ga ik naar Krijn toe. + +</p> +<p>Om half acht ging vader de deur uit. Eerst had hij grootmoe uit de bedstee getild en weer op haar stoel gezet; dat vond hij +voor moeder te zwaar. Toen had Elsje in haar paars nachtjaponnetje nog even op zijn knie gezeten en een hapje met hem mee +gegeten. Nu wuifde ze vader na door het zijraam, waarmee je op den dijk kon zien en waarvoor grootmoe ook zat. Bart was ook +klaar met zijn boterham en toen vader uit het gezicht was, ging hij door de keuken de achterdeur uit, wip over het hekje van +den kleinen moestuin en bij Krijn de achterdeur in. Baar stond Krijn bij zijn moeder in de keuken. “Ben je er al?” vroeg hij +met zijn mond vol. “Moeder pakt me brood in.” “Heb je niets bij je,” vroeg Krijns moeder. “En moet je geen jas aan? ’t Is +veel te guur en je krijgt nog wel regen ook.” Bart schudde van neen; hij had wel kunnen huilen: hij durfde niets zeggen, omdat +hij zich niet goed kon houden. “Dag moeder,” zei Krijn en hij stapte de deur uit naar het huisje van Jaap. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 457px"><img border="0" src="images/p111.jpg" alt="Op zijn knie gezeten." width="457" height="457"><p class="figureHead">Op zijn knie gezeten.</p> +</div><p> + +<a id="d0e2189"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2189">111</a>]</span></p> +<p>“Ik ga niet mee,” zei Bart nu bedrukt. “Hè, mag je niet, da’s gemeen,” was ’t antwoord, “je hoeft toch niet op je zusje te +passen.” + +</p> +<p>“Moeder is niet thuis vandaag,” antwoordde Bart. “Nou, je grootje is er toch. Wat zou dat? Kom ga maar mee!” “Grootmoeder +kan niet alleen blijven,” antwoordde Bart terwijl hij zijn tranen inslikte<a id="d0e2194"></a><span class="corr" title="Bron: ">.</span> + +</p> +<p>“Och, dat lamme mensch laat er ophoepelen,” antwoordde Krijn. Bart schrok er van; gelukkig dat vader en moeder ’t niet hoorden, +anders zou hij niet meer met Krijn mogen loopen misschien. “Ze kan het toch niet helpen,” antwoordde hij aarzelend. “Is je +vader al weg?” vroeg Krijn. “Ja,” knikte Bart. “Je moeder ook al?” “Neen, die nog niet.” “Nou, weet je wat, dan wachten we +tot je moeder weg is en dan kom je stil door de achterdeur. Ze kan je toch niet naloopen. +<a id="d0e2199"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2199">112</a>]</span></p> +<p><a id="d0e2201"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Je bent ook zoo’n flauwerd. Ga nou gauw terug, dat je moeder niks merkt; ik wacht met Jaap bij de schuur.” + +</p> +<p>Bart ging schoorvoetend naar huis terug. Zou hij dat doen? Als hij maar terug was vóór vader en moeder. Grootmoe zou ’t misschien +niet eens vertellen. Ze kon nooit velen, dat vader erg knorde op hem. Zou hij het groot je vragen? Nee, dat toch maar niet; +hij mocht niet van vader en moeder, dan zou grootmoe het ook niet willen. + +</p> +<p>“Waar zat je toch?” vroeg moeder, toen hij de kamer weer binnen kwam. “Toe veeg jij even gauw de keuken aan en je zet om half +vijf de aardappels op het stel. De boontjes staan in de pan, die moeten maar binnen op de kachel. Jelui brood staat klaar +in de kast. Hoor es, wat steekt de wind weer op. Je mag blij wezen, dat je niet uit bent. De lucht is zoo donker geworden. +Je moet maar niet buiten spelen ook, ga maar wat bouwen of lezen.” + +</p> +<p>Bart deed wat moeder zei, zonder te antwoorden. + +</p> +<p>“Nog iets moe?” vroeg hij, toen hij klaar was. “Neen, jongen. Ik ben ook klaar. Jongens, kijk eens!” Een hevige windvlaag +deed het huisje schudden en de regen viel bij stroomen neer. “Kind, wat een weer,” zei grootmoeder. “Je mag je wel goed instoppen. +Het was zoo mooi bedaard van morgen en nou begint het weer.” + +</p> +<p>“Ja, ik zal maar gauw heengaan. Daar komt net de zon weer. Misschien hou ik het nog droog,” antwoordde moeder. “De lucht is +anders pikzwart daar in de verte. ’t Is mooi lenteweer, hoor,” hernam grootmoe. + +</p> +<p>“Nou, dag moeder, dag jongens. Lief zijn hoor. Misschien <a id="d0e2216"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2216">113</a>]</span>breng ik wel wat lekkers voor jelui mee.” “Een paaschei moes,” vleide Elsje. “Misschien wel, als jelui zoet bent.” + +</p> +<p>“Ik zal heel, heel zoet zijn, dag moesje,” zei Elsje. + +</p> +<p>“Nou Bart en jij doet alles wat grootmoe zegt hoor.” + +</p> +<p>Met hun drieën keken ze moeder na, die op den dijk zich nog eens omkeerde, naar de lucht wees en een leelijk gezicht trok. + +</p> +<p>“Kijk, Moes rokken,” zei Elsje. “Straks waait haar doek nog weg. Zou ons huis niet om kunnen waaien?” + +</p> +<p>“Wel nee,” zei Bart, “dat gebeurt nooit. Wel een pan van het dak.” “Dan wordt de zolder nat,” zei Elsje. + +</p> +<p>Bart talmde en draaide wat. Hij durfde toch niet heengaan en ook niet tegen Krijn zeggen, dat hij niet kwam. Zou hij heengaan +en grootmoe toch alleen laten met Elsje. En als ze hem zochten en grootmoe wist niet, waar hij was.—Elsje zou hem roepen.—Ze +zou misschien naar het huisje van Krijn gaan.— + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 322px"><img border="0" src="images/p114.jpg" alt="“Moet je geen jas aan?”" width="322" height="373"><p class="figureHead">“Moet je geen jas aan?”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Hoor es, grootmoe, hè, alles schudt van den wind. En het is zoo donker,” merkte Elsje op.—Hij kon toch wel gauw terug komen. +Hij hoefde alleen de aardappels op te zetten; de kachel brandde. Een schepje kolen kon Elsje er wel op gooien. Hij keek eens +naar grootmoe. ’t Was toch naar, als je niet loopen kon. Hij wist nog, hoe grootmoe met de zware ben met visch liep en altijd +in huis werkte. Toen hadden ze grootvader voor ’n paar jaar terug, dood thuis gebracht. Hij had andere menschen van een schip +gered en toen een stuk wrakhout tegen zijn hoofd gekregen. Toen was grootmoeder erg ziek geworden en toen kon ze <a id="d0e2237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2237">114</a>]</span>niet meer loopen. Moeder en vader zeien altijd, we moeten maar heel lief voor grootmoeder zijn.—Daar stonden Krijn en Jaap. +Ze wenkten hem. “Moet u niet lezen, grootmoe,” vroeg Bart. “Ja,” zei grootmoeder, “dat is goed” en Bart bracht haar haar bril +en haar boek. Elsje speelde met haar pop en wagentje. Het duurde niet lang of grootmoeder zat met het boek op schoot, geheel +verdiept in het lezen, bij wijzend met den vinger en halfluid spellend. Bart kon nu best ongemerkt door de keuken weg gaan. +Heel zachtjes deed hij de achterdeur open. Bulderend sloeg de wind naar binnen, gauw de deur dicht! Brr, wat was het koud. +Krijn liep al op hem af. “Nou vooruit! wat laat je ons lang wachten. Moet je geen jas aan, heb je je brood?” Hij dacht niet +anders of Bart ging mee. “Hij heb em stikum gesmeerd, natuurlijk,” lachte Jaap. “Heb ’t lamme, ouwe wijf ’t niet in de gaten +gehad?” dat was Bart toch te kras. Hij schaamde zich, dat ze het tegen hem durfden zeggen, draaide zich om en snauwde: “ga +jelui maar alleen hoor.” “Toe nou, flauwerd,” riep Krijn hem nog na, maar hij <a id="d0e2239"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2239">115</a>]</span>liep nog wat harder en verdween weer in de keuken. “Mispunt! lafferd!” hij hoorde het haast niet door den wind en trok de +deur met een smak dicht. “Wat een slag,” zei grootmoe, “was je aan de buitendeur.” “Eventjes,” antwoordde Bart verlegen. “Nou, +blijf maar binnen, hoor, het is veel te slecht weer.” + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e2241"> +<h3>3. De dijkbreuk.</h3> +<p>Het was net of de wind weer erger te keer ging. Weer begon het te regenen. “Foei, foei!” zei grootmoe en schudde het hoofd. +“Wat spookt het.” Bart antwoordde niet meer; hij kreeg de kindercourant uit de kast, ging aan de tafel zitten met zijn handen +onder zijn hoofd en zijn vingers in zijn ooren. Hij hoorde niets meer of deed net, of hij niets hoorde. Grootmoeder vervolgde +haar lezing. Elsje zat naast haar voor het raam met haar pop op schoot en keek naar buiten, naar de koeien en paarden, die +met dekken om al in het land liepen. Er kwam geen mensch meer over den dijk. Het werd maar steeds donkerder. Bart kon haast +niet meer lezen bij de tafel. Zwarte wolken pakten zich samen en joegen in groote vaart door de lucht. Weldra kletterde de +regen in stroomen neer, zoodat je haast niet in de verte kon zien. De wind nam in hevigheid toe en bulderde en gierde dat +Elsje er bang van werd. + +</p> +<p>Ze trok grootje aan haar mouw. “Grootmoe,” zei ze zacht. “Het is hier zoo stil en de wind schreeuwt zoo hard.” + +</p> +<p>Grootmoeder legde haar boek op het tafeltje, dat <a id="d0e2250"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2250">116</a>]</span>naast haar stoel stond en trok Elsje naar zich toe. “Zal ik je eens wat vertellen?” zei ze vriendelijk. “Je moet niet bang +zijn voor den wind. Jongens, jongens, ’t is wel heel erg,” vervolgde ze, toen een nieuwe windvlaag alles rammelen deed en +de kachel ineens rood verfde. + +</p> +<p>“Bart, doe het schuifje wat dicht. Bartje!” riep ze. + +</p> +<p>Bart stond op en temperde de kachel wat. “Het waait ineens weer harder,” zei hij en ging ook bij het zijraam staan, om uit +te kijken. + +</p> +<p>Anders zag je nog wel menschen op het land bezig; nu was er niemand. De paarden en koeien waren bij elkaar gekropen, zoo dicht +mogelijk tegen den dijk aan onder een groepje boomen, wat hen nog wel niet tegen den regen beschutten kon, maar zeker wel +tegen den wind. Niemand op den dijk te zien. Wat joegen die wolken door de lucht, net of ze mekaar achterna zaten. Brr, het +was griezelig weer. “We konden de lamp wel opsteken, grootmoe,” zei Elsje, “’t is zoo donker. Hè, ik word er bang van.” Ze +drukte haar hoofdje tegen grootmoe aan en gluurde onder de haren door angstig naar buiten. + +</p> +<p>“Grootmoe, kijk u eens,” riep Bart opeens. “Wat is dat daar tusschen het gras. Kijk, allemaal kletsnat van den regen, ’t lijkt +wel een sloot.” + +</p> +<p>“Ja,” antwoordde grootmoe, “het regent ook zoo, ’t lijkt wel groote schoonmaak daarboven. De grond kan het niet ineens verzwelgen.” +“Kijk grootmoe, er komen golfjes in, hè, hoor es!” “Kom hier maar,” zei Grootmoe verschrikt door de vreeselijke windvlaag.—“De +ruit kon wel eens inwaaien. Ga er niet zoo dicht <a id="d0e2262"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2262">117</a>]</span>bij staan. Hier kan je ook kijken.” + +</p> +<p>“Het water komt al verder. Straks kan moeder er niet eens door als ze thuis komt,” merkte Bart op. + +</p> +<p>“Welnee,” zei grootmoe, “dat duurt nog zoo lang. Als de regen temet ophoudt, trekt het wel weer weg.” + +</p> +<p>“Anders moet ze maar een schuitje nemen, er zijn wel bij vader op de werf,” zei Bart weer, schertsend. + +</p> +<p>“Het zakt zóó wel,” stelde grootmoeder gerust. + +</p> +<p>“Maar nou nog niet. Het komt verder. Kijk die koeien, ’t is net of ze wegzinken in den grond. Ze probeeren weg te loopen, +maar ze kunnen niet. Kijk, het paard wil tegen den dijk op. Wat spat dat water. Het gaat er onder, Grootje, ze verdrinken +geloof ik.” Bart drong weer naar het raam, om beter te zien. “Het water staat tot aan het straatje en het golft tegen den +dijk op, het komt al dichter bij.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatRight" style="width: 401px"><img border="0" src="images/p117.jpg" alt="“Grootmoe, kijk u eens!”" width="401" height="360"><p class="figureHead">“Grootmoe, kijk u eens!”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Och, jongen, ’t is toch niet zoo?” vroeg grootje wat angstig en zachtjes zei ze: “Er zal toch geen gat in den dijk geslagen +zijn.” “Ga es kijken door het keukenraam,” <a id="d0e2281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2281">118</a>]</span>vervoegde ze tegen Bart, “of het aan den anderen kant ook zoo is, bij Krijn zijn huis.” Donderend geweld in den schoorsteen, +gieren en blazen, rammelen van de ruiten, allerlei onheilspellende geluiden. Elsje begon te snikken. “Lieve Heer!” stamelde +grootmoeder, “het zal toch niet zoo zijn!” + +</p> +<p>“Ik hoor schreeuwen,” zei Bart, “hoort u het ook?” + +</p> +<p>“Dat is de wind,” antwoordde grootmoe. “Neen,” zei Bart, “toch niet” en hij ging naar de keuken, om daar door het raam te +kijken, waar hij Krijns huis zien kon. Daar zag hij Krijns moeder met de rokken hoog opgeschort, op iederen arm een kind, +ze trachtte tegen den wind op te komen en waadde tot de knieën door ’t water. “Vrouw Lubbe! vrouw Lubbe!” gilde ze, zoo hard +ze kon. “Kom dan! het water!” meer kon Bart niet hooren. Daar kwam Jaaps moeder ook met kleine Koosje op den eenen en den +hond onder den anderen arm. Ze gleden haast uit, maar ze liepen toch door en gingen naar den dijk toe. Bart trilde van angst. +Wat moest hij doen. Grootmoe! zijn bloed stond stil van schrik. Het was vast niet van den regen. Het leek wel een rivier en +het bruiste en golfde en kwam hooger en hooger. Bart keerde zich om. Was het verbeelding? Nee, toch niet, daar door de keukendeur, +daar kwam het water met kleine golfjes naar binnen. Gauw, gauw, hij moest naar grootmoe. Nog was het droog tot bij de deur +van de kamer; hij gooide de deur open. Rillend stond hij daar en kon haast niet spreken. + +</p> +<p>“Grootje, grootje,” snikte hij, “het water staat in de keuken. Krijn en Jaap hun moeders zijn weggeloopen <a id="d0e2289"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2289">119</a>]</span>en wij zijn hier alleen,” snikkend viel hij grootmoeder om den hals. “Och Heere, Heere!” bad de oude vrouw, “loop gauw, neem +Elsje mee, misschien kan je er nog door, gauw! gauw dan! Het is toch een gat in den dijk.” + +</p> +<p>”’t Kan niet grootmoe, en u dan,” vroeg Bart, en klemde zich aan haar vast. “Ga, Bart, voor het te laat is,” antwoordde grootje +met trillende lippen. Maar het was al te laat. Daar kwam het water ook door de andere deur het kamertje in. “O Hemelsche Vader, +help ons,” kreet de arme oude vrouw, “de kinders, de kinders! mijn arme Marijke, mijn goeie jongen, wat een verdriet!” en +wanhopig vouwde ze haar handen. Elsje was op haar schoot geklommen, Bart zat op een stoel. Half versuft keken ze naar het +water, dat maar aldoor naar binnen liep en al hooger en hooger steeg. + +</p> +<p>“Grootje, kan het zoo hoog komen, dat we—dat we verdrinken?<a id="d0e2295"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> vroeg Bart opeens en wachtte vol angst op het antwoord. “Ik weet ’t niet, jongen, ’t is in korten tijd zoo gestegen. Ik weet +het niet. Mijn arme kinders!” + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e2298"> +<h3>4. Een flinke jongen.</h3> +<p>“Grootje, we moeten naar den zolder,” riep Bart, “zoo hoog komt het vast niet.” Meteen trok hij zijn kousen uit en stroopte +zijn broeken op. “Gauw Elsje op mijn rug.” “Neen, neen, grootmoe nee!” kreet Elsje, maar nu zei grootmoeder streng. “Elsje +moet met Bart mee gaan en zoet zijn.” “Komt grootmoe dan ook?” vroeg ze nog en liet zich wegdragen, door de kamer <a id="d0e2303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2303">120</a>]</span>en de keuken naar het laddertje, dat naar den zolder voerde. “Ik ben zoo bang,” schreide Elsje, “ik durf niet op den zolder.” +“Stil nou,” zei Bart, “grootmoe komt ook. Wees nou zoet, ga even zitten, ik kom zoo terug.” Maar Elsje was bang, ze trapte +op den vloer en gilde van angst en wilde de ladder weer af met Bart mee. “Ga je weg,” zei Bart, “je blijft daar, hoor!” en +hij duwde haar weg en holde de ladder af, weer naar de kamer terug. “Grootmoe, ga op mijn rug zitten, gauw, ik ben sterk. +Kijk het water is al zoo hoog. U zal verdrinken, toe dan,” smeekte hij. “Nee jongen, het is te zwaar, je zou omvallen en zelf +omkomen, ga naar Elsje. God behoede je, mijn jongen.” Ze zoende Bart op beide wangen. De tranen sprongen in zijn oogen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 260px"><img border="0" src="images/p120.jpg" alt="Elsje moet met Bart meegaan." width="260" height="440"><p class="figureHead">Elsje moet met Bart meegaan.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Het moet grootmoe, wat zouden vader en moeder zeggen? Gauw dan, voor het te laat is.” Hij pakte grootmoeders beenen en zij +gaf zich eindelijk gewonnen. “Mijn beste jongen,” stamelde ze, “’t zal niet gaan, het zal niet gaan.” “Goed vasthouden, zoo, +ja, vasthouden hoor, daar gaat het.” Grootmoeder zat op zijn rug, hij; wankelde even, maar bleef toch staan, boog <a id="d0e2312"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2312">121</a>]</span>zich voorover en voorzichtig, voetje voor voetje, ging hij naar de keuken met zijn lieven last. Grootmoeders rokken bengelden +in het water, werden drijfnat, daar kon hij niets aan doen. + +</p> +<p>“Goeie jongen, mijn lieve jongen,” mompelde grootje. “Gaat ’t wel? het is te zwaar.” Bart kon niet antwoorden. Hij zag vuurrood, +maar kwam toch bij de ladder. Grootje pakte nu zelf de sporten beet en Bart hield zich ook stevig vast. + +</p> +<p>“Grootmoe, grootmoe,” stond Elsje te roepen en stak haar handjes al uit, om ook te helpen. Daar was zij bij het luik. Nog +een flinken zet. Grootmoe was op den zolder, waar Elsje dadelijk haar armpjes om grootmoeders hals sloeg. + +</p> +<p>“Wat ga je doen Bart, blijf hier!” riep grootmoe buiten adem van de inspanning. Bart ging de ladder weer af. “Ik kan er nog +door, ik haal nog een paar dekens en kleeren, anders heeft u het te koud.” “Och jongen, je verdrinkt, kom terug.” + +</p> +<p>“Neen, ik kom terug, dadelijk, ik ben nou toch nat,” zei Bart en waadde door de keuken naar de bedstee. Twee dekens en een +kussen haalde hij er uit en laadde het op zijn hoofd. Toen greep hij zijn jas en grootmoe’s Zondagsche japon. Allemaal op +zijn hoofd, zoo ging hij terug. Het water kwam nu over zijn middel. De blokken van zijn bouwdoos dreven er op en grootmoeders +stoel hobbelde heen en weer. “Bart! Bart dan toch!” riepen grootmoeder en Elsje. “Ja, ik kom.” Daar was hij weer bij de ladder. +Elsje pakte al wat aan en sleepte het naar boven. + +</p> +<p>“Niet weer—naar—beneden,” hakkelde grootje, <a id="d0e2324"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2324">122</a>]</span>al bibberend van koude en angst. “Doe<a id="d0e2326"></a><span class="corr" title="Bron: ,"></span> dat natte goed uit.” “Ja, ik heb mijn jas en hier is uw japon.” Bart deed zijn natte goed uit en trok de jas aan, toen hielp +hij grootmoeder en legde de natte kleeren in een hoek. Hij spreidde één deken op den grond, legde het kussen er op en samen +trokken de kinderen grootmoe op de deken. Toen dekten ze haar met de andere deken toe. + +</p> +<p>“Kruip u er maar goed onder, dat u warm wordt.” + +</p> +<p>“Jelui ook,” klappertandde grootje en de kinderen kropen dicht tegen haar aan onder de deken. + +</p> +<p>De wind bulderde maar door en beneden hoorde je het klotsen van het water. + +</p> +<p>“Nou komt het water toch niet meer,” zei Elsje, <a id="d0e2336"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>neen hè?” “Wel nee,” zei Bart, “zoo hoog niet. Wat zullen moeder en vader wel denken. Ik zal wat uit het raam hangen, dan +zien ze, dat we hier zijn. Zoo’n handdoek, hè grootmoe,” vroeg Bart. + +</p> +<p>De oude vrouw kon niet praten, ze knikte maar. + +</p> +<p>Bart trok een handdoek van de drooglijn. Er lag een stukje touw, dat deed hij in de lus. Heel voorzichtig, maakte hij het +openslaande raam een eindje los en liet den handdoek naar buiten waaien, het touwtje deed hij in den ring van het haakje. +Toen gauw het raam weer dicht. + +</p> +<p>“Trek—zoo’n—paar—kousen aan,” hakkelde grootmoe weer<a id="d0e2345"></a><span class="corr" title="Bron: ">, “</span>en zoo’n broek, die zijn wel droog.” Ja, ze waren droog. Gelukkig maar. Bart trok den broek en kousen van de lijn aan en kroop +weer bij grootmoe onder de deken. Nu waren ze een poos stil. + +</p> +<p>“Ik heb honger,” zei Bart. “Jongen,” grootmoe aaide hem liefkoozend over het hoofd. Als hij nu toch eens <a id="d0e2350"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2350">123</a>]</span>weggegaan was met Krijn en Jaap. Dan zouden grootmoeder en Elsje zeker verdronken zijn. Hij rilde er van.—“Komt vader nog +niet,” vroeg Elsje. + +</p> +<p>“Ja, vader komt straks. Hij komt ons vast halen.” + +</p> +<p>“Ja, ja,” knikte grootje, “vader komt ons halen.”— + + +</p> +</div> +<div class="div2" id="d0e2356"> +<h3>5. Voldoening.</h3> +<p>Bart had geen rust. Hij ging weer eens naar het venster. Het regende niet meer, maar je zag alleen water en hier en daar stak +een punt of een boom een eindje uit. Het was een troosteloos gezicht. Een schuitje zag hij niet. Toen ging hij naar het luik. +“Hier blijven,” riep grootje. + +</p> +<p>“Ja, ik ga niet naar beneden, eventjes kijken.” Nog één sport van de ladder kwam er uit. Als het nu toch nog eens tot den +zolder kwam. “Och nee, dat mocht niet. Toe vader kom dan toch.” Weer naar het venster. De wind leek wel wat te bedaren. Wat +was dat in de verte. Hoorde hij klokken luiden. Ja, en dat daar, was ’t een schuitje. “Ja, ja! grootje daar komt vader! Ik +zie een schuitje,” juichte Bart. Hij gooide het venster open en riep zoo hard hij kon: “Vader, vader!” + +</p> +<p>Ze konden hem nog niet hooren in het schuitje en hij kon niet zien, of het vader was. Nu zag hij drie menschen. Eén stond +overeind, twee roeiden heel hard. Ja, het was vader! en moeder stond. + +</p> +<p>“Moeder! Vader!” gilde hij. Elsje stond nu naast hem en riep ook mee en moeder stak de armen omhoog on riep: “Bartje, Elsje!” +“Alle drie,” riep Bart terug. <a id="d0e2367"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2367">124</a>]</span>“Grootje!” riep vader. “Ja, ook, grootje ook!” + +</p> +<p>“God zij dank,” zei vader en liet de riemen los. Ze waren nu met het bootje vlak voor het zoldervenster. + +</p> +<p>“Voorzichtig nou, wacht even,” riep vader tegen moeder, die schreiend naar boven greep en niet bemerkte, dat het bootje opzij +ging. Toen heesch vader zich tegen het raam omhoog en sprong naar binnen. Hij drukte de kinderen in zijn armen, terwijl hij +den zolder rond keek. “Moeder,” riep hij, “ik kom.” Hier pak aan! vervolgde hij tot den anderen man en reikte Elsje uit het +raam aan, die dadelijk in moeders armen vloog. + +</p> +<p>“Mijn schat, mijn engel,” zei moeder. Bart klom zelf naar beneden en werd ook opgevangen. + +</p> +<p>“Jongen, beste jongen,” zei moeder en zoende hem. + +</p> +<p>“Kalm aan,” zei de man “ga zitten, achteraan. De oude vrouw moet hier in het midden.” “Hier, doe om,” zei moeder en pakte +beide kinderen in doeken, die ze bij zich had. Daar stond vader al met grootje in de deken gewikkeld. + +</p> +<p>“Voorzichtig aan nu. Hou het schuitje wat tegen, vrouw Lubbe. Wacht, eerst het touw daarom! Zoo! Ja, geef haar nu maar aan. +Zitten blijven, jongens! Wees maar niet bang, het gaat goed zoo.” Eén schok, daar zat grootje, tegen moeder aan op het middelste +bankje. Vader gooide de andere deken ook in het schuitje, sprong er toen zelf in en nam de riemen weer. “De Heer zij gedankt,” +stamelde grootmoeder, terwijl moeder de haren uit haar oogen streek en snikte, “Arme moeder, hoe bent u boven gekomen?” + +</p> +<p>“Bart,” zei grootmoeder. “Bart heeft me gedragen.” +<a id="d0e2383"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2383">125</a>]</span></p> +<p>“Goed zoo,” zei vader. “Brave jongen,” zei de andere man, en moeder knikte hem toe, maar Bart zei niets. Hij hield Elsje stijf +vast en keek naar het huisje, en dacht: “Als ik toch eens was weg geloopen.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p125.jpg" alt="Een kop heerlijke bouillon." width="601" height="371"><p class="figureHead">Een kop heerlijke bouillon.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Heel voorzichtig stuurden de beide mannen de kleine boot die soms stootte tegen een boompje of een paal. + +</p> +<p>Uitstekende boomen wezen den weg naar de sloot. Toen ze die eenmaal bereikt hadden, ging het sneller voort. Moeder schreide +en aaide grootje af en toe en knikte haar en de kinderen toe. Daar zag het zwart van menschen in de verte. “Hoo ie hoo!” schreeuwde +vader en zwaaide met zijn pet. Een luid gejuich steeg op, uit de menigte. “Ze zijn gered,” riep men elkaar toe. “De oude vrouw +ook,” zei Krijns moeder die vooraan <a id="d0e2395"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2395">126</a>]</span>stond en dadelijk Elsje aanpakte. Meteen staken allen de handen uit. Iedereen wilde helpen en grootje aanpakken. “Nee,” zei +vader, “dank jelui wel hoor. Ik zal moeder dragen.” Bart werd ook opgetild; een man droeg hem het dorp in. Als een loopend +vuurtje ging het van mond tot mond. “Hij heeft zijn grootmoeder gered!<a id="d0e2397"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> en in menig oog blonk een traan. Vergezeld van een groote menigte ging het in optocht naar het huis van den burgemeester. +De goede burgervader liep vooruit en opende de deur. “Hierheen met je moeder, Lubbe. Breng haar naar boven, ze moet naar bed, +anders wordt ze nog ziek.—Droge kleeren,” antwoordde de burgemeester, toen het dienstmeisje, dat met een warme kruik kwam +aandragen, hem vroeg of er nog iets anders moest zijn. “Ga jelui gauw aan moeder zeggen, dat ze allemaal gered zijn,” vervolgde +hij tegen zijn jongens, die ook kwamen kijken, en op dit gezegde dadelijk vroolijk naar binnen vlogen. Grootmoeder en Bart +werden naar boven gedragen, van droge kleeren voorzien en in bed gestopt. Toen bracht het dienstmeisje hun een kop heerlijke +bouillon en een paar boterhammen met koffie, wat ze zich allemaal best lieten smaken. Daarna moesten ze wat slapen, “dat was +goed voor de schrik en alles,” zei moeder, die eerst met Elsje bij de Burgemeestersche was binnen geweest en nu kwam kijken +bij grootje en Bart. Ze stopte haar jongen er eens goed onder en zoende hem hartelijk. “Mijn beste jongen,” zei ze. Plotseling +sprong Bart overeind, sloeg zijn armen om moeders hals en hevig snikkend bracht hij er hortend en stootend uit. “Ik-had-stil-met +Krijn <a id="d0e2400"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2400">127</a>]</span>en Jaap-willen-meegaan. Ik zal-het-nooit weer doen.” Eerst begreep moeder het niet en dacht, dat hij wat in de war was van +alle angst. Ze was al vergeten, dat hij naar dien oom van Krijn zou gaan, maar toen werd het haar opeens duidelijk en ook +zij stelde zich plotseling voor, wat er dan van moeder en Elsje had moeten worden. Ze werd er bleek van, maar zei alleen: +“Gelukkig jongen, dat je het niet deed. Alles is nu goed. Ga gauw wat slapen, grootmoeder is al onder zeil.” Nogmaals kuste +ze hem en met de tranen nog op de wangen viel hij in slaap. + +</p> +<p>Hij droomde van water en nog eens water. Zag grootje er in zakken, zooals de koeien en paarden Elsje riep om hulp, maar hij +kon niet bij haar komen want Krijn en Jaap hielden hem vast en riepen; <a id="d0e2404"></a><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Wat geef je er om, ga mee!<a id="d0e2407"></a><span class="corr" title="Bron: ">”</span> Hij wilde zich losrukken en vloog overeind. Met verwilderde oogen keek hij rond niet dadelijk beseffend, waar hij was. + +</p> +<p>Moeder stond met een heer voor zijn bed. + +</p> +<p>“Zoo, heb je lekker geslapen, ventje? Ik zou er hem maar een dagje in houden.” Het was de dokter, zag hij nu. Hij werd beklopt +en beluisterd en moest toen weer gaan liggen. + +</p> +<p>Toen moeder den dokter had uitgelaten en weer bij het bed kwam, vroeg hij, hoe lang hij had geslapen. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure floatLeft" style="width: 253px"><img border="0" src="images/p128.jpg" alt="Bart voelde zich gelukkig." width="253" height="253"><p class="figureHead">Bart voelde zich gelukkig.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Het is goede Vrijdag,” zei moeder, “gisteren middag ben je in slaap gevallen en morgen mag je er weer uit.” “En grootmoeder?” +“Is ook in bed gebleven vandaag, maar ze is best hoor. Kijk ereis wat ik hier voor je heb. Een paar heerlijke boterhammen, +een <a id="d0e2423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2423">128</a>]</span>groot stuk taart en een glas lekkere melk.” + +</p> +<p>Dat smaakt overheerlijk. “Gaan we nu niet weer naar huis, moeder. Hoe is het met ons huis?” vroeg Bart. + +</p> +<p>“O, het water daalt al, maar we zullen er vooreerst niet in kunnen. Wij zijn zoolang bij Jansen in en morgen komen Grootje +en jij er ook en met Paschen gaan we met ons allen naar tante Mijntje, waar grootje zal blijven, totdat ons huis weer in orde +is.”—“Het is jammer van alles. Zou het allemaal bedorven zijn?” vroeg Bart. + +</p> +<p>“Dat hindert minder,” antwoordde vader, die ook eens naar hem kwam kijken. “Jelui bent allemaal gered en er is niemand omgekomen. +Alleen eenige koeien en paarden. Arme dieren! en een paar varkens nog. We hebben den geheelen nacht doorgewerkt, maar nu is +de dijk ook gestopt. Het zal nog wel een tijdje duren, eer we weer in huis kunnen en er zal misschien wel een en ander bedorven +zijn, maar wij zijn nog allemaal bij elkaar. En wat ik ook zoo heerlijk vind, onze Bart heeft bewezen, dat hij een flinker +jongen is, dan hij zelf heeft gedacht.” + +</p> +<p>Ook vader zoende zijn jongen en Bart voelde zich gelukkig. “Die lieve, beste grootmoeder” mompelde hij. + + + +</p> +</div> +</div> +</div><a id="d0e2433"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2433">129</a>]</span><div class="back"> +<div class="div1" id="d0e2435"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><h2>Inhoud.</h2> +<p></p> +<ul> +<li>I. <span class="smallcaps"><a href="#d0e107">De trouwe kameraden</a></span> 5 + +<ul> +<li>1. <a href="#d0e110">Broer en zus</a> 5 + +</li> +<li>2. <a href="#d0e165">Emy’s ridder</a> 8 + +</li> +<li>3. <a href="#d0e272">Haar geheim</a> 14 + +</li> +<li>4. <a href="#d0e314">Een prettige verjaardag</a> 16 + +</li> +<li>5. <a href="#d0e487">Désiré en Emy</a> 25 + +</li> +<li>6. <a href="#d0e642">De landlooper</a> 31 + +</li> +<li>7. <a href="#d0e755">Uit logeeren</a> 38 + +</li> +<li>8. <a href="#d0e875">In gevaar</a> 45 + +</li> +<li>9. <a href="#d0e997">De redding</a> 50 + +</li> +<li>10. <a href="#d0e1078">Désiré overwint</a> 55 + +</li> +</ul> + + +</li> +<li>II. <span class="smallcaps"><a href="#d0e1211">Treintje spelen</a></span> 62 + + +</li> +<li>III. <span class="smallcaps"><a href="#d0e1382">De goudklomp</a></span> 65 + +<ul> +<li>1. <a href="#d0e1385">Orleman en Soliman vinden den goudklomp</a> 65 + +</li> +<li>2. <a href="#d0e1473">Wie zal hem hebben?</a> 71 + +</li> +<li>3. <a href="#d0e1545">Wat de dwergen verder zagen</a> 76 + +</li> +<li>4. <a href="#d0e1620">Gevonden</a> 81 + +</li> +<li>5. <a href="#d0e1689">De opdracht wordt volbracht</a> 85 + +</li> +<li>6. <a href="#d0e1776">Weer gelukkig</a> 90 + +</li> +</ul> + + +</li> +<li>IV. <span class="smallcaps"><a href="#d0e1852">De theevisite</a></span> 96 + +<a id="d0e2548"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2548">130</a>]</span></li> +<li>V. <span class="smallcaps"><a href="#d0e2041">Bart’s Grootmoeder</a></span> 100 + +<ul> +<li>1. <a href="#d0e2044">Een vriendelijk thuis</a> 100 + +</li> +<li>2. <a href="#d0e2170">De verzoeking</a> 110 + +</li> +<li>3. <a href="#d0e2241">De dijkbreuk</a> 115 + +</li> +<li>4. <a href="#d0e2298">Een flinke jongen</a> 119 + +</li> +<li>5. <a href="#d0e2356">Voldoening</a> 123 + +</li> +</ul> +</li> +</ul><p> + + + + +<a id="d0e2582"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2582">131</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2435">Inhoud</a>] +</span><h2>Ons Schemeruurtje.</h2> +<h2>Bibliotheek voor het kind.</h2> +<p>Met platen van <span class="smallcaps">Jan Franse, Freddy Langeler, C. Spoor, Bas v. d. Veer, Jan Wiegman</span> en <span class="smallcaps">G. Wildschut</span>. + +</p> +<p><b>De boeken, in deze serie verschenen, zijn goed en goedkoop.</b> + +</p> +<p>Het blijkt, dat het publiek deze uitgave op prijs stelt—er worden voor weinig geld boeken gebracht, waarvan de uitvoering +smakelijk en aantrekkelijk is—de inhoud op een hoog peil staat—en daarbij versierd is met tal van plaatjes van Nederlandsche +kunstenaars.— + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline"><b>Heeft Uw kind deze boeken?</b> +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline"><b>Duizenden genieten er van!</b></span></p> +</div> +</div> +<p><span class="smallcaps">Verschenen</span>: + + +</p> +<p>I. +<b>Ida Heijermans—Vertellingen,</b> + +</p> +<p>6–10.000—2e druk. 132 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>Een stel aardige, kleurige uitgaven voor kinderen, met heel genoegelijke illustraties bij den tekst en goed verzorgd. + +</p> +<p>“Telegraaf.” + + +</p> +<p>II. +<b>Gebr. Grimm—Sprookjes.</b> + +</p> +<p>Bewerkt door Tante <span class="smallcaps">Lize</span>. 6–10.000. 2e druk. 124 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>En ook zijn het aardige boekjes om den vorm wat breeder dan het gewone octaaf met op den omslag een gekleurd tafereeltje. + +</p> +<p>“Handelsblad.” +<a id="d0e2643"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2643">132</a>]</span> + +</p> +<p>III. +<b>H. C. Andersen—Sprookjes.</b> + +</p> +<p>Bewerkt door Tante <span class="smallcaps">Lize</span>. 6–10.000. 2e druk. 120 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>De nieuwe vertaling is echter keurig en de uitgave heel mooi. + +</p> +<p>“Boekenschouw.” + + +</p> +<p>IV. +<b>Onze oude Versjes en het beroemde prentenboek.</b> + +</p> +<p>6–10.000. 2e druk. 104 bladzijden met 103 platen. + +</p> +<p>Geen kinderboekenplankje is volledig zonder dit alleraardigste boekje. “N. Vrouwenleven.” + + +</p> +<p>V. +<b>Ida Heijermans—Uit Tante’s jeugd.</b> + +</p> +<p>6–12.000. 2e druk. 172 bladzijden met 40 platen. + +</p> +<p>Wij kunnen dit nummer uit de serie “Ons Schemeruurtje” als een echt kinderboek aanbevelen. “Kath. School.” + + +</p> +<p>VI. +<b>Tijl Uilenspiegel.</b> + +</p> +<p>Bewerkt door <span class="smallcaps">Hermanna</span>. 6–12.000. 2e druk. 124 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>’t Boekje ziet er smakelijk uit en ’t is goed verteld. + +</p> +<p>“Prov. Over. en Zwolsche Courant.” + + +</p> +<p>VII. +<b>Ida Heijermans, Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje.</b> + +</p> +<p>92 bladzijden met 53 platen. + +</p> +<p>Twee mooie origineele sprookjes van Ida Heijermans, boeiend en fantastisch. “Centrum.” +<a id="d0e2709"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2709">133</a>]</span> + +</p> +<p>VIII. +<b>Jean Maçé—Sprookjes.</b> + +</p> +<p>Bewerkt door <span class="smallcaps">Hermanna</span>. 128 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>Deze nieuwe verhaaltjes zullen niet nalaten een goeden indruk op ’t jeugdige kindergemoed te maken. + +</p> +<p>“Prov. Over. en Zwolsche Courant.” + + +</p> +<p>IX. +<b>Wilhelm Hauff—Vertellingen.</b> + +</p> +<p>Bewerkt door <span class="smallcaps">Hermanna</span>. 110 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>Weer is er met dit boekje voor de Meulenhoff-Serie een goede greep gedaan. “De Vrouw.’ + + +</p> +<p>X. +<b>Ida Heijermans—Nancy’s Avonturen.</b> + +</p> +<p>104 bladzijden met 56 platen. + +</p> +<p>Dit boekje zal door kinderen met liefde voor planten en bloemen, worden verslonden. “De Amsterdammer.” + + +</p> +<p>XI. +<b>Münchhausen,</b> + +</p> +<p>Bewerkt door <span class="smallcaps">A. Haes</span>. 160 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>.... een eeuwig jong boek blijven. Jan Wiegman heeft het boekje van kostelijke zwartjes voorzien. Eén aardige gekleurde plaat +in den tekst en een andere heel vermakelijke op het omslag. + +</p> +<p>“De Vrouw.” + + +</p> +<p>XII. +<b>Hermanna—Vertellingen.</b> + +</p> +<p>112 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>De korte verhaaltjes zijn ook zeer geschikt om aan de kleintjes voor te lezen. “Centrum.” +<a id="d0e2778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2778">134</a>]</span> + + +</p> +<p>XIII. +<b>Mijn Sprookjesboek.</b> + +</p> +<p>Sprookjes van <span class="smallcaps">Bechstein</span> en <span class="smallcaps">Perrault</span>. 112 bladzijden met 80 platen. + +</p> +<p>Een smakelijk boekje met tal van aardige plaatjes en verhalen. + +</p> +<p>“Zutphensche Courant.” + + +</p> +<p>XIV. +<b>Bas v. d. Veer—A. dat is Aafje.</b> + +</p> +<p>Een prentenboek van 32 bladzijden met 14 gekleurde en 13 plaatjes in roodzwart. + +</p> +<p>Het is een pleizier om te kijken naar haar frissche en toch ook gevoelige plaatjes. “De Vrouw.” + + +</p> +<p>XV. +<b>W. Dannenberg—Vreugdekind.</b> + +</p> +<p>114 bladzijden met 77 platen. + +</p> +<p>Dat is aantrekkelijke en goede lectuur voor het kind. + +</p> +<p>“<span class="abbr" title="Groningsche"><abbr title="Groningsche">Gron.</abbr></span> Courant.” + + +</p> +<p>XVI. +<b>Reintje de Vos.</b> + +</p> +<p>Naverteld door <span class="smallcaps">Hermanna</span>. 120 bladzijden met 50 platen. + +</p> +<p>De reeks aardige boekjes voor de jeugd. + +</p> +<p>“Zwolsche Courant”. + + +</p> +<p>XVII. +<b>Ida Heijermans, Het goud achter de bron. Het betooverde orgel.</b> + +</p> +<p>144 bladzijden met 80 platen. Het is een mooi kinderboek. “Dord. Courant” + +<a id="d0e2851"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2851">135</a>]</span></p> +<p>XVIII. +<b>W. P. Ebbinge Wubben-van Hasselt, Hoor! Moeder leest voor.</b> + +</p> +<p>Een aardig boekje voor de kleinen met tal van verhalen en versjes. + +</p> +<p>XIX. <b>H. D. Jacobi—Wat Tante Dora vertelde.</b> + +</p> +<p>Een boekje voor wat oudere kinderen met boeiende verhalen. + + +</p> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopieeren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org + +</p> +<p>This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in de oude spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van +de regel zijn hersteld. + +</p> +<p>Hoewel in dit werk laag liggende aanhalingstekens openen worden gebruikt, zijn deze gecodeerd met “. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>19-AUG-2006 begonnen.</li> +</ul> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e143">Bladzijde 7</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e159">Bladzijde 8</a></td> +<td width="40%">tewetal</td> +<td width="40%">tweetal</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e162">Bladzijde 8</a></td> +<td width="40%">op op</td> +<td width="40%">op</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e209">Bladzijde 10</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e258">Bladzijde 13</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%">‘</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e261">Bladzijde 13</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">’</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e330">Bladzijde 17</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e333">Bladzijde 17</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e338">Bladzijde 18</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e343">Bladzijde 18</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e346">Bladzijde 18</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e389">Bladzijde 19</a></td> +<td width="40%">Emmij</td> +<td width="40%">Emy</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e421">Bladzijde 21</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e429">Bladzijde 21</a></td> +<td width="40%">uinoodigen</td> +<td width="40%">uitnoodigen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e466">Bladzijde 23</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e490">Bladzijde 25</a></td> +<td width="40%">Desire</td> +<td width="40%">Désiré</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e495">Bladzijde 25</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e504">Bladzijde 25</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e580">Bladzijde 28</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e587">Bladzijde 29</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e592">Bladzijde 29</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e597">Bladzijde 29</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e606">Bladzijde 29</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e618">Bladzijde 30</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e635">Bladzijde 31</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e665">Bladzijde 33</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e672">Bladzijde 33</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e713">Bladzijde 36</a></td> +<td width="40%">Diséré</td> +<td width="40%">Désiré</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e730">Bladzijde 37</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e740">Bladzijde 37</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e812">Bladzijde 40</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e860">Bladzijde 44</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e866">Bladzijde 44</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e882">Bladzijde 45</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e884">Bladzijde 45</a></td> +<td width="40%">boederij</td> +<td width="40%">boerderij</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e889">Bladzijde 45</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e944">Bladzijde 48</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e967">Bladzijde 48</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e975">Bladzijde 49</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1002">Bladzijde 50</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1005">Bladzijde 50</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1028">Bladzijde 52</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1032">Bladzijde 52</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1067">Bladzijde 54</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1072">Bladzijde 54</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1081">Bladzijde 55</a></td> +<td width="40%">Desire</td> +<td width="40%">Désiré</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1113">Bladzijde 56</a></td> +<td width="40%">Tonny</td> +<td width="40%">Tony</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1137">Bladzijde 57</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1181">Bladzijde 59</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1196">Bladzijde 60</a></td> +<td width="40%">Annetje</td> +<td width="40%">Anneke</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1406">Bladzijde 66</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1409">Bladzijde 66</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1429">Bladzijde 67</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1461">Bladzijde 70</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1511">Bladzijde 74</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1537">Bladzijde 75</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1588">Bladzijde 78</a></td> +<td width="40%">onschudig</td> +<td width="40%">onschuldig</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1595">Bladzijde 79</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1625">Bladzijde 81</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1628">Bladzijde 81</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1631">Bladzijde 81</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1637">Bladzijde 82</a></td> +<td width="40%">t</td> +<td width="40%">’t</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1646">Bladzijde 82</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1657">Bladzijde 83</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1660">Bladzijde 83</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1771">Bladzijde 89</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1848">Bladzijde 95</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2072">Bladzijde 102</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2081">Bladzijde 103</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2083">Bladzijde 103</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2101">Bladzijde 104</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2133">Bladzijde 107</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2138">Bladzijde 108</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2146">Bladzijde 108</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2163">Bladzijde 109</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2166">Bladzijde 109</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2175">Bladzijde 110</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2194">Bladzijde 111</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2201">Bladzijde 112</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2295">Bladzijde 119</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2326">Bladzijde 122</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2336">Bladzijde 122</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2345">Bladzijde 122</a></td> +<td width="40%"> </td> +<td width="40%">, “</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2397">Bladzijde 126</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2404">Bladzijde 127</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2407">Bladzijde 127</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Wat tante Dora vertelde, by H. D. Jacobi + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WAT TANTE DORA VERTELDE *** + +***** This file should be named 19544-h.htm or 19544-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/9/5/4/19544/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/19544-h/images/frontcover.jpg b/19544-h/images/frontcover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8cf3ad5 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/frontcover.jpg diff --git a/19544-h/images/p000.jpg b/19544-h/images/p000.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..be1f023 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p000.jpg diff --git a/19544-h/images/p005.jpg b/19544-h/images/p005.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1036f84 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p005.jpg diff --git a/19544-h/images/p009.jpg b/19544-h/images/p009.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..73a2b0f --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p009.jpg diff --git a/19544-h/images/p011.jpg b/19544-h/images/p011.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e8c3987 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p011.jpg diff --git a/19544-h/images/p012.jpg b/19544-h/images/p012.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ddec88d --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p012.jpg diff --git a/19544-h/images/p015.jpg b/19544-h/images/p015.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0dd1f77 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p015.jpg diff --git a/19544-h/images/p020.jpg b/19544-h/images/p020.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7757084 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p020.jpg diff --git a/19544-h/images/p023.jpg b/19544-h/images/p023.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..92d89a0 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p023.jpg diff --git a/19544-h/images/p025.jpg b/19544-h/images/p025.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4913338 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p025.jpg diff --git a/19544-h/images/p028.jpg b/19544-h/images/p028.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..730a6a7 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p028.jpg diff --git a/19544-h/images/p030.jpg b/19544-h/images/p030.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7ef5485 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p030.jpg diff --git a/19544-h/images/p033.jpg b/19544-h/images/p033.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..625bc91 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p033.jpg diff --git a/19544-h/images/p035.jpg b/19544-h/images/p035.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..364f320 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p035.jpg diff --git a/19544-h/images/p037.jpg b/19544-h/images/p037.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f08f91e --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p037.jpg diff --git a/19544-h/images/p039.jpg b/19544-h/images/p039.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1a9bb56 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p039.jpg diff --git a/19544-h/images/p040.jpg b/19544-h/images/p040.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7fd83e1 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p040.jpg diff --git a/19544-h/images/p042.jpg b/19544-h/images/p042.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5ddfbd0 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p042.jpg diff --git a/19544-h/images/p043.jpg b/19544-h/images/p043.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ff13273 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p043.jpg diff --git a/19544-h/images/p045.jpg b/19544-h/images/p045.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0394c14 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p045.jpg diff --git a/19544-h/images/p046.jpg b/19544-h/images/p046.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f528eb1 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p046.jpg diff --git a/19544-h/images/p049.jpg b/19544-h/images/p049.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..03e5588 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p049.jpg diff --git a/19544-h/images/p053.jpg b/19544-h/images/p053.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e6ce965 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p053.jpg diff --git a/19544-h/images/p056.jpg b/19544-h/images/p056.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0e5d64a --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p056.jpg diff --git a/19544-h/images/p059.jpg b/19544-h/images/p059.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..102b9ea --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p059.jpg diff --git a/19544-h/images/p060.jpg b/19544-h/images/p060.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..403f78b --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p060.jpg diff --git a/19544-h/images/p062.jpg b/19544-h/images/p062.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..996329c --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p062.jpg diff --git a/19544-h/images/p064.jpg b/19544-h/images/p064.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7e35c16 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p064.jpg diff --git a/19544-h/images/p066.jpg b/19544-h/images/p066.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..eed654b --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p066.jpg diff --git a/19544-h/images/p067.jpg b/19544-h/images/p067.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8c39516 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p067.jpg diff --git a/19544-h/images/p069.jpg b/19544-h/images/p069.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6a01bca --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p069.jpg diff --git a/19544-h/images/p072.jpg b/19544-h/images/p072.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2a9b60b --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p072.jpg diff --git a/19544-h/images/p073.jpg b/19544-h/images/p073.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0d8246a --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p073.jpg diff --git a/19544-h/images/p077.jpg b/19544-h/images/p077.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..48528a3 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p077.jpg diff --git a/19544-h/images/p080.jpg b/19544-h/images/p080.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3687da7 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p080.jpg diff --git a/19544-h/images/p084.jpg b/19544-h/images/p084.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..103328f --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p084.jpg diff --git a/19544-h/images/p086.jpg b/19544-h/images/p086.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b8261b6 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p086.jpg diff --git a/19544-h/images/p089.jpg b/19544-h/images/p089.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b0712f2 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p089.jpg diff --git a/19544-h/images/p094.jpg b/19544-h/images/p094.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3e58663 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p094.jpg diff --git a/19544-h/images/p096.jpg b/19544-h/images/p096.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4398dda --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p096.jpg diff --git a/19544-h/images/p097.jpg b/19544-h/images/p097.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1de753e --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p097.jpg diff --git a/19544-h/images/p098.jpg b/19544-h/images/p098.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1da1232 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p098.jpg diff --git a/19544-h/images/p099.jpg b/19544-h/images/p099.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d34228b --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p099.jpg diff --git a/19544-h/images/p101.jpg b/19544-h/images/p101.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..76bd173 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p101.jpg diff --git a/19544-h/images/p103.jpg b/19544-h/images/p103.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9fb06e4 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p103.jpg diff --git a/19544-h/images/p106.jpg b/19544-h/images/p106.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c29d583 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p106.jpg diff --git a/19544-h/images/p111.jpg b/19544-h/images/p111.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..94910f3 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p111.jpg diff --git a/19544-h/images/p114.jpg b/19544-h/images/p114.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1be1ce6 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p114.jpg diff --git a/19544-h/images/p117.jpg b/19544-h/images/p117.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f69db5d --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p117.jpg diff --git a/19544-h/images/p120.jpg b/19544-h/images/p120.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3899377 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p120.jpg diff --git a/19544-h/images/p125.jpg b/19544-h/images/p125.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..348433a --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p125.jpg diff --git a/19544-h/images/p128.jpg b/19544-h/images/p128.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ee1b9f6 --- /dev/null +++ b/19544-h/images/p128.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..55daf3a --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #19544 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19544) |
