summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:54:50 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:54:50 -0700
commit2c78bf23aced629ea04aa52aaa5ee31a7cc60306 (patch)
treed32a8a53550d5e12e4485041f5edb6961b9cc040
initial commit of ebook 19072HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--19072-0.txt16172
-rw-r--r--19072-0.zipbin0 -> 337955 bytes
-rw-r--r--19072-8.txt16177
-rw-r--r--19072-8.zipbin0 -> 336811 bytes
-rw-r--r--19072-h.zipbin0 -> 1413631 bytes
-rw-r--r--19072-h/19072-h.htm15979
-rw-r--r--19072-h/images/boerhaave.jpgbin0 -> 67990 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/donders.jpgbin0 -> 46059 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/cap_bottom.pngbin0 -> 449 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/cap_middle.pngbin0 -> 514 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/h_top.pngbin0 -> 2560 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/i_top.pngbin0 -> 2396 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/m_top.pngbin0 -> 2631 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/q_top.pngbin0 -> 2396 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/s_top.pngbin0 -> 2455 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/w_top.pngbin0 -> 2466 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/z_bottom.pngbin0 -> 1186 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/z_full.pngbin0 -> 11615 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/dropcaps/z_top.pngbin0 -> 5341 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/erasmus.jpgbin0 -> 43852 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/gaubcaption.pngbin0 -> 172073 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/gaubius.jpgbin0 -> 77364 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/caption.jpgbin0 -> 67466 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig1.jpgbin0 -> 1688 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig10.jpgbin0 -> 25913 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig2.jpgbin0 -> 1665 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig3.jpgbin0 -> 20820 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig4.jpgbin0 -> 16924 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig5.jpgbin0 -> 2958 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig6a.jpgbin0 -> 8312 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig6b.jpgbin0 -> 8953 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig7.jpgbin0 -> 1925 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig8.jpgbin0 -> 1803 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/fig9thumb.jpgbin0 -> 16593 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/foldout.jpgbin0 -> 346007 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/foldout_thumb.jpgbin0 -> 18052 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/leeuwen/leeuwenhoek.jpgbin0 -> 59468 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/pecquet.pngbin0 -> 4405 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/swammer/fig5_6.jpgbin0 -> 37239 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/swammer/fig7.jpgbin0 -> 28941 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/swammer/fig8.jpgbin0 -> 33790 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/swammer/fig9.jpgbin0 -> 27908 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/swammer/figpage.jpgbin0 -> 34983 bytes
-rw-r--r--19072-h/images/titlepage.pngbin0 -> 52540 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
47 files changed, 48344 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/19072-0.txt b/19072-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..a9d1ed2
--- /dev/null
+++ b/19072-0.txt
@@ -0,0 +1,16172 @@
+The Project Gutenberg EBook of Opuscula Selecta Neerlandicorum, by
+Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Opuscula Selecta Neerlandicorum
+ Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde
+
+Author: Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+Editor: Hector Treub
+
+Translator: L. Hillesum, W. Julius, L. Hillesum and A. H. Kan
+
+Release Date: August 18, 2006 [EBook #19072]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OPUSCULA SELECTA NEERLANDICORUM ***
+
+
+
+
+Produced by Louise Hope, Frank van Drogen, the Netherlands
+Team and the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net (This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.)
+
+
+
+
+
+ [Transcriber’s Note:
+
+ Spelling and capitalization are as in the original.
+ De spelling en de hoofdletters zijn gehandhaafd als in het origineel.
+
+ The individual articles are separated by three rows of asterisks.
+
+ The Latin texts-- Erasmus, Boerhave and Gaubius-- are given in three
+ independent versions, separated by two rows of asterisks:
+
+ Latin alone
+ Dutch translation alone
+ Latin and Dutch interlocked]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ OPUSCULA SELECTA
+
+ NEERLANDICORUM
+
+ DE ARTE MEDICA
+
+
+
+
+ Fasciculus Primus
+
+ quem
+
+ Curatores Miscellaneorum
+ quae vocantur
+ Nederlandsch Tijdschrift
+ voor Geneeskunde
+
+ collegerunt et ediderunt
+ ad celebrandam
+ Seriem quinquagesimam
+ in lucem nuper editam
+
+ Quaenam insint scripta
+ proxima pagina docebit
+
+ Amstelodami
+ Apud F. van Rossen
+ MCMVII
+
+
+ Erasmus
+ Swammerdam
+ Van Leeuwenhoek
+ Boerhaave
+ Gaubius
+ Donders
+
+
+
+
+INHOUD.
+ Blz.
+
+TER INLEIDING IX
+
+DESIDERIUS ERASMUS, Encomium artis medicæ 1
+
+DESIDERIUS ERASMUS, De lof der geneeskunde 1
+
+ANTONI VAN LEEUWENHOEK, Den waaragtigen omloop des
+ Bloeds, als mede dat de Arterien en Venæ gecontinueerde
+ Bloedvaten zijn, klaar voor de oogen gestelt 45
+
+JAN SWAMMERDAM, Proefnemingen van de particuliere
+ bewegingen der spieren van den Kikvorsch, die in het
+ gemeen op alle de bewegingen der spieren in de
+ menschen en beesten toegepast worden 69
+
+HERMANNUS BOERHAAVE, De usu ratiocinii mechanici in
+ medicina 98
+
+HERMAN BOERHAAVE, Het nut der mechanistische methode in
+ de geneeskunde 99
+
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS, Oratio inauguralis qua
+ ostenditur chemiam artibus academicis jure esse
+ inserendam 170
+
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS, Inaugureele rede, waarin wordt
+ aangetoond, dat de scheikunde met recht een plaats
+ verdient onder de akademische wetenschappen 171
+
+F. C. DONDERS, De harmonie van het dierlijke leven de
+ openbaring van wetten 229
+
+
+
+
+TER INLEIDING.
+
+
+Den 1sten Januari 1907 heeft het Nederlandsch Tijdschrift voor
+Geneeskunde 50 jaren bestaan. In Mei 1901 besloot de algemeene
+vergadering der Vereeniging: _Nederlandsch Tijdschrift voor
+Geneeskunde_, op voorstel der Redactie, den lezers van het Tijdschrift
+bij gelegenheid van dit jubileum eene feestuitgave aan te bieden. Deze
+feestuitgave zou betrekking hebben op de geschiedenis der geneeskunde.
+De zorg voor de voorbereiding dier uitgave werd opgedragen aan eene
+commissie, bestaande uit de heeren B. J. STOKVIS, W. KOSTER (Utrecht),
+C. E. DANIËLS, H. TREUB en de beide toenmalige redacteuren-gérant
+M. STRAUB en P. MUNTENDAM.
+
+De geheimen van onze commissie-vergaderingen te verklappen is allerminst
+mijn bedoeling. Maar iets wil ik en moet ik toch zeggen. Dit n.l., dat,
+wanneer niet de drie eerstgenoemde, klassiek geschoolde commissieleden
+er geweest waren, en met name wanneer niet STOKVIS zijne groote
+belezenheid en zijn eeuwig jeugdig enthousiasme aan onze taak had doen
+ten goede komen, er van dit boek bitter weinig terechtgekomen zou zijn.
+Want één ding stond, na de eerste voorloopige besprekingen, al spoedig
+bij ons allen vast: wij moesten de feestuitgave doen bestaan in
+herdrukken van Nederlandsche klassieke schrijvers over geneeskunde. Maar
+wie moest onder de klassieken, en wat van hun werk gekozen worden? En
+hoe moest het uitgegeven worden? Vragen die, tendeele althans, slechts
+beantwoord konden worden door hen, die de klassieken kenden. Toen dan
+ook omtrent het „hoe“ beslist was, dat de feestuitgave geen bloemlezing,
+maar een bundel van zooveel mogelijk op zich zelf staande stukken zou
+zijn, kwamen de drie genoemde kenners der klassieken met verschillende
+werken aan, waaruit de commissie na kennismaking zou kunnen kiezen.
+
+Moeilijke bezigheid, voorwaar! Gelukkig, wij zijn Hollanders, wij waren
+in commissie vereenigd en wij hadden dus het recht, om niet te zeggen
+de nationale plicht met bedachtzaamheid voorttegaan. Zoo waren wij dan
+ook nog slechts nauwelijks tot eene definitieve keuze gekomen, toen in
+September 1902 STOKVIS ons ontviel. Wanneer ons werk, gelijk wij hopen,
+ten slotte bruikbaar is geworden, dan zij hier gezegd, dat dit in de
+allereerste plaats te danken is aan het initiatief en de krachtige
+medewerking van STOKVIS.
+
+De commissie was zoo gelukkig in zijn plaats door de algemeene
+vergadering benoemd te zien de heer C. A. PEKELHARING, die aan hare
+verdere werkzaamheden een zeer actief deel heeft genomen.
+
+Besloten werd tot een herdruk van vier redevoeringen. De eerste is van
+ERASMUS (1467-1536). De groote humanist, schoon zelf geen medicus, heeft
+toch in eene oratie den lof der geneeskunst verkondigd. En, waarlijk,
+beter lofredenaar kon de geneeskunst moeilijk verlangen. Zoo uitbundig
+is zelfs hier en daar zijn loftuiting, dat men, gedachtig aan den
+schrijftrant van den auteur van den lof der zotheid, geneigd is zich nu
+en dan af te vragen, of niet meer zachte ironie dan welgemeende lof uit
+ERASMUS’ woorden spreekt. Toch zal men bij doorlezing van dit weinig
+bekende geschrift van den geleerden Rotterdammer bespeuren, dat het
+hem met den lof, deze moge dan overdreven zijn, ernst is, daar hij niet
+nalaat de slechte geneeskunst-oefenaars te vermanen. Hoe weinig het oude
+stuk nog verouderd is, blijkt wel uit wat hij o.a. zegt:
+
+„De taak van den geneesheer vervulden de wetgevers, die slechts goed
+gebouwde personen met elkander lieten huwen, die maakten, dat men
+alleen volkomen gezonde minnen in dienst nam, die openbare baden en
+turnplaatsen instelden, wetten tegen de weelde maakten, door het doen
+verbouwen van huizen en het droogleggen van moerassen, epidemieën
+voorkwamen en er voor waakten, dat geen spijzen of dranken, die voor
+de gezondheid gevaar opleverden, verkocht werden.“
+
+Immers dit kon nu nog, helaas! goeddeels dienst doen als politieke
+wenschlijst voor een medicus.
+
+De tweede redevoering is van BOERHAAVE (1668-1738), en door hem gehouden
+ter gelegenheid, dat de curatoren der Leidsche hoogeschool hem, door
+eene traktementsverhooging, hadden weerhouden naar Groningen te gaan. Al
+had het particularisme dier dagen niets anders goeds uitgewerkt dan ons
+dit heldere en logische betoog omtrent de waarde der iatromechanica te
+bezorgen, dan mochten wij het nog dankbaar zijn. Als men BOERHAAVE’s
+klare taal leest, die zijn gedachtengang zoo scherp weergeeft, waarin
+geen argument te weinig en nauwelijks een woord te veel is, dan begrijpt
+men den grooten invloed door BOERHAAVE als leermeester uitgeoefend.
+
+Versterkt wordt deze indruk door de volgende redevoering, die van
+GAUBIUS (1705-1780), wiens gezwollen welsprekendheid BOERHAAVE’s
+eenvoudige duidelijkheid beter doet uitkomen. Evenwel, niet om, doch
+ondanks deze tegenstelling werd Gaubius’ werk door ons gekozen. Immers
+ziet men af van de voor ons minder smakelijke rhetorische versierselen,
+dan geeft het betoog van GAUBIUS, op zichzelf voor dien tijd van
+groot gewicht, tevens een eigenaardig beeld van de snel wisselende
+geneeskundige opvattingen. Nog geen dertig jaar toch na BOERHAAVE’s
+enthousiaste verdediging der iatromechanica komt, op zijne plaats en in
+zijn tegenwoordigheid, de door hem aangewezen leerling de waarde der
+scheikunde als wetenschap en in het bijzonder hare waarde voor de
+geneeskunst bepleiten.
+
+Als vierde in de rij der oraties komt die van DONDERS (1818-1889),
+over de harmonie in het dierlijke leven; de oratie, waarmede hij zijn
+loopbaan als hoogleeraar aanving. Een waardige evenknie van het stuk
+van BOERHAAVE, waarin met goed gekozen argumenten en in keurige taal de
+teleologie als wetenschap wordt aangevallen en betoogd wordt, dat het
+„waartoe“ geen antwoord geven kan op de vraag naar het „waardoor“,
+terwijl toch slechts deze laatste vraag voor den wetenschappelijken
+vooruitgang belang heeft.
+
+Tusschen ERASMUS en BOERHAAVE komen de herdrukken van onderzoekingen
+van VAN LEEUWENHOEK en van SWAMMERDAM. Onafhankelijk van de hem
+klaarblijkelijk onbekende ontdekking der capillairen door MALPIGHI
+(1661), gaf LEEUWENHOEK (1632-1723) HARVEY’s leer van den bloeds omloop
+een krachtdadigen steun door het, met behulp van zijn mikroskoop,
+geleverde bewijs dat: „De Arteriën en Venae gecontinueerde Bloedvaten
+zijn“; een bewijs, dat hij in gemoedelijke taal, doch met groote
+helderheid geeft. Met zóó groote helderheid, dat men verbaasd staat,
+dat de eenvoudige Delftenaar, als buitenstaander van de officiëele
+wetenschap, om geloofd te worden zich moest beroepen op het getuigenis
+o.a. van „d’Heer Mr. ANTONI HEINSIUS, Raad en Pensionaris dezer Stad,
+voor desen Extraordinaris Envoyé aan zijn Koninklijke Majesteit van
+Vrankrijk, en onlangs Commissaris van desen Staat aan het Hoff van zijn
+Koningl. Majesteit van Engeland.“
+
+Het stuk van JAN SWAMMERDAM (1637-1680) geeft ten slotte een goed
+voorbeeld van diens experimenteertalent. Immers, zoowel zijn proef over
+de uitgesneden, doch in verbinding met de zenuw gelaten kikvorschspier,
+als die met het door lucht gevulde hart, kunnen ter demonstratie van
+dat talent dienen; ook al is de eerste, die doet zien dat bij den
+spiercontractie verwekkenden zenuwinvloed niets ponderabels van de zenuw
+naar de spier overgaat, bewijzender dan de tweede, die dienen moet om te
+betoogen, dat het spiervolume bij de contractie niet toe- doch afneemt.
+
+De commissie meende met deze keuze een geschikten aanvang te maken van
+eene publicatie van Nederlandsche klassieken en zij hoopt en vertrouwt,
+dat daarmede de stoot tot verdere analoge herdrukken gegeven zal zijn.
+
+Maar, zal zulk een herdruk nut hebben, dan dient, voor de meerderheid
+der Nederlandsche geneeskundigen, het Latijn door Nederlandsch vervangen
+te worden. En, zal de publicatie nut hebben om ook in het buitenland den
+naam der oudere Nederlandsche schrijvers op geneeskundig gebied in eere
+te houden, dan moeten er ook vertalingen in vreemde talen bij zijn. Deze
+overweging stelde de commissie voor een nieuwe moeielijkheid, die des te
+grooter werd, toen de algemeene vergadering besloot, dat niet één, doch
+drie vreemde talen zouden gekozen worden. Onder de commissieleden was
+geen LITTRÉ, noch een ERMERINS en de zorg voor vertalingen in Fransch,
+Engelsch of Duitsch durfden zij evenmin op zich te nemen. Zoo heeft dan
+de commissie de hulp van anderen, meerendeels niet-medici, ingeroepen en
+bepaalde zich haar werk in hoofdzaak tot de specifiek medische correctie
+van het vertaalwerk.
+
+Zij was zoo gelukkig de hulp te verkrijgen van den heer L. HILLESUM voor
+de vertaling van de redevoering van ERASMUS in het Nederlandsch, van den
+heer C. GRONDHOUT voor de vertaling dierzelfde redevoering en van de
+verhandeling van ANTONI VAN LEEUWENHOEK in het Engelsch, van den heer
+MAURICE PERNOT voor de Fransche vertalingen der oraties van BOERHAAVE
+en GAUBIUS, van de heeren W. JULIUS en L. HILLESUM voor de Nederlandsche
+vertaling van BOERHAAVE, van den heer A. H. KAN voor die van GAUBIUS en
+van den heer E. HUMMELSHEIM voor de vertaling der redevoering van
+DONDERS in het Duitsch. Haar medelid, de heer DANIËLS, wiens
+bibliographische speurzin zich nooit verloochent, vond een weinig
+bekende Duitsche uitgave van SWAMMERDAM’s „Bijbel der Natuur“ (Leipzig
+1752), waaraan de commissie de benoodigde vertaling van diens
+verhandeling kon ontleenen.
+
+Het is der commissie een plicht, maar een genoegen tevens, aan al dezen
+haren medewerkers hier oprechten dank te betuigen en hulde te brengen
+voor den zoo nauwgezet uitgevoerden arbeid.
+
+Wanneer ik ten slotte nog gememoreerd heb, dat het typografisch werk
+voor den feestbundel afkomstig is van de firma DE ROEVER KRÖBER &
+BAKELS, dat de portretten, voor zoover bestaande, in lichtdruk zijn
+gereproduceerd door de firma SENEFELDER, die ook de platen bij
+VAN LEEUWENHOEK’s en SWAMMERDAM’s stukken in photolithographie
+reproduceerde, en dat de band en het titelblad ontworpen zijn door den
+heer J. B. HEUKELOM, dan behoef ik daarvoor geen dank uit te spreken,
+want de dank voor hun werk zal hun onmiddellijk gebracht worden door
+elken beschouwer van het boek.
+
+ _In opdracht en in naam der commissie ter
+ voorbereiding dezer feestuitgave,_
+
+ HECTOR TREUB.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+[Transcriber’s Note:
+
+Sidenotes to the Latin text have been collected at the beginning to
+act as a table of contents. Those that appear at the beginning of a
+paragraph, along with a few others that function as explanatory notes,
+have also been kept in their original places.
+
+Footnotes to the Latin text were added by the transcriber, using
+information in the parallel Dutch text.]
+
+
+ [Illustration/Illustratie:
+
+ IMAGO·ERASMI·ROTERODA
+ MI·AB·ALBERTO·DVRERO·AD
+ VIVAM·EFFIGIEM·DELINIATA·
+
+ ΤΗΝ·ΚΡΕΙΤΤΩ·ΤΑ·ΣΥΓΓΡΑΜΜΑΤΑ·ΔΕΙΞΕΙ
+
+ ·MDXXVI·
+
+ A/D]
+
+
+
+
+ ENCOMIUM ARTIS MEDICÆ
+
+ Desiderio Erasmo Roterodamo Autore.
+
+
+ DE LOF DER GENEESKUNDE
+
+ van
+
+ Desiderius Erasmus.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Erasmus Roterodamus_
+_D. Henrico Afinio Lyrano_
+ _insigni Medico_
+ _S.D._
+
+Nuper dum bibliothecam recenseo, doctissime Afini, venit in manus
+oratio quaedam olim mihi nihil non experienti, in laudem artis medicae
+declamata; continuo visum est orationem non optimam optimo dicare
+medico, ut vel tui nominis lenocinio studiosorum centuriis commendetur.
+
+Erit hoc interim mei in te animi qualecunque documentum, dum dabitur
+aliud nostra necessitudine dignius.
+
+Bene vale.
+
+Lovanii tertio Idus Martias Anno MDXVIII.
+
+
+
+
+[Sidenotes:
+
+_Attentio._
+_Propositio._
+_Laudandi ratio per comparationem._
+_Dignitas et autoritas medicinae._
+ _Inventio artis._
+ _Torquet exemplum in suum commodum._
+_A difficultate._
+ _Longum hyperbaton._
+ _Divina res medicina._
+ _Laus ab effectu._
+ _Ars medicorum et mortuos excitare credita est._
+ _Initium vitae medicis debetur._
+ _Ab utilitate perpetua._
+_Senectam remoratur ars medicorum._
+_Totum hominem curat medicus._
+ _Temperaturam corporis emendat medicus._
+ _A simili._
+ _Plato._
+_Principibus maxime necessarius medicus._
+ _Ab exemplo._
+ _Honos habitus medicinae._
+ _Honora medicum._
+_A similibus._
+_Sanitatis custos medicus._
+ _Exempla._
+ _Christus non aegrotavit._
+ _Confutatio._
+ _Donum curationis._
+_Exemplum._
+ _Detorquet._
+_Quibus culta medicina._
+ _Moses._
+ _Orpheus._
+ _Homerus._
+ _Moly._
+ _Nepenthes._
+ _Machaon._
+ _Paeon._
+ _Chiron._
+_Christus ipse medicus._
+ _Paulus medicus._
+ _Raphael._
+_A simili._
+ _Seleucides._
+_A quaestu._
+_Confutatio._
+ _Ex Aristophane._
+ _Proverbium._
+_Epilogus._ ]
+
+
+
+
+ DECLAMATIO ERASMI ROTERODAMI
+ IN LAUDEM ARTIS MEDICÆ.
+
+
+ [Sidenote: _Attentio._]
+
+Quo saepius est ars medicinae, meditatis et elaboratis orationibus,
+hoc ex loco, apud plerosque vestrum praedicata, idque a viris singulari
+facundia praeditis, auditores celeberrimi, hoc mihi sane minus est
+fiduciae, me vel tantae rei, vel aurium vestrarum expectationi
+satisfacturum. Neque enim rem prope divinam nostra facile assequetur
+infantia, neque vulgaris oratio de re toties audita taedium possit
+effugere.
+
+ [Sidenote: _Propositio._]
+
+Verumtamen ne salutari maiorum instituto videar deesse, qui solenni
+encomio juventutis animos ad huius praeclarae scientiae studium,
+admirationem, amorem, excitandos, accendendos, inflammandosque
+censuerunt, experiar et ipse pro mea virili (siquidem me dicentem
+adjutabit vestra tum attentio, tum humanitas, favore candido prosequens,
+quem ad hoc muneris vestra adegit autoritas) medicae facultatis
+dignitatem, autoritatem, usum, necessitatem, non dicam explicare, quod
+prorsus infiniti fuerit negotii, sed summatim modo perstringere, ac
+veluti confertissimas locupletissimae cujuspiam reginae opes, per
+transennam (ut aiunt) studiosorum exhibere conspectibus.
+
+ [Sidenote: _Laudandi ratio per comparationem._]
+
+Cuius quidem ea vel praecipua laus est, primum quod nullis omnino
+praeconiis indiget, ipsa abunde per se vel utilitate, vel necessitate
+commendata mortalibus. Deinde quod toties iam a tam praeclaris ingeniis
+praedicata, semper tamen novam laudum suarum materiam, ingeniis etiam
+parum foecundis ex sese suppeditat, ut nihil necesse sit, eam vulgato
+more invidiosis illis contentionibus, non sine caeterarum disciplinarum
+contumelia depraedicare. Quin illud magis metuendum, ne domesticas
+illius dotes, ne germanam ac nativam amplitudinem, ne majestatem humana
+conditione maiorem, mortalis oratio non assequatur. Tantum abest, ut vel
+aliena contumelia, vel asciticiis Rhetorum fucis, aut amplificationum
+praestigiis sit attollenda. [Sidenote: γνώμη.] Mediocrium est
+formarum, deformiorum comparatione, aut cultus lenociniis commendari;
+res per se vereque praeclaras, satis est vel nudas oculis ostendisse.
+
+ [Sidenote: _Dignitas et autoritas medicinae._]
+
+Iam primum enim (ut ad rem festinemus) reliquae artes quoniam nulla non
+magnam aliquam vitae commoditatem attulit, summo quidem in pretio fuere.
+Verum medicinae quondam tam admirabilis fuit humano generi inventio, tam
+dulcis experientia, ut eius autores, aut plane pro diis habiti sint,
+velut Apollo, et huius filius Aesculapius, imo (quod ait Plinius)
+singula quosdam inventa deorum numero addiderunt, aut certe divinis
+honoribus digni sint existimati, velut Asclepiades, quem Illyrici
+numinis instar receptum Herculi in honoribus aequarunt. Non equidem
+probo quod fecit antiquitas, affectum sane ac iudicium laudo, quippe
+quae recte et senserit et declararit, docto fidoque medico nullum satis
+dignum praemium persolvi posse.
+
+ [Sidenote: _A difficultate._]
+
+Etenim si quis secum reputet, quam multiplex in corporibus humanis
+diversitas, quanta ex aetatibus, sexu, regionibus, coelo, educatione,
+studiis, usu varietas, quam infinita in tot milibus herbarum (ne
+quid interim dicam de caeteris remediis) quae alibi aliae nascuntur,
+discrimina. Tum quot sint morborum genera, quae trecenta nominatim
+fuisse prodita scribit Plinius, exceptis generum partibus, quarum omnium
+quam nullus sit numerus, facile perpendet, qui tantum norit, quot formas
+in se febris vocabulum complectatur, ut ex uno caetera aestimentur;
+exceptis his, qui quotidie novi accrescunt, neque secus accrescunt,
+quam si de composito cum arte nostra bellum suscepisse videantur.
+Exceptis venenorum plus mille periculis, quorum quot species sunt,
+tot sunt mortis genera, totidem remediorum differentias flagitantia.
+Exceptis casibus quotidianis lapsuum, ruinarum, ruptionum, adustionum,
+luxationum, vulnerum, atque his consimilium, quae prope cum ipso
+morborum agmine ex aequo certant. Denique qui cogitet, quanta sit
+in corporum coelestium observatione difficultas, quae nisi cognoris,
+saepenumero venenum erit, quod in remedium datur. Ne quid interim
+commemorem saepe fallaces morborum notas, sive coloris habitum spectes,
+sive lotii signa rimeris, sive pulsus harmoniam observes, velut hoc
+agentibus malis, ut hostem medicum fallant et imponant. Tantum undique
+sese offundit difficultatum, ut mihi difficile sit omnes vel oratione
+prosequi.
+
+Sed ut dicere coeperam, has omnes rerum varietates studio persequi,
+obscuritates ingenio assequi, difficultates industria pervincere, ac
+penetratis terrae fibris, excussis undique totius naturae arcanis, ex
+omnibus herbis, fruticibus, arboribus, animantibus, gemmis, ex ipsis
+denique venenis, cunctis humanae vitae malis efficacia quaerere remedia,
+atque horum opportunum usum ex tot autoribus, tot disciplinis, imo et ab
+ipsis sideribus petere. Haec inquam, tam abdita rimari cura, tam ardua
+viribus animi adipisci, tam multa memoria complecti, tam necessaria ad
+salutem universi mortalium generis in commune proferre, nonne prorsus
+homine maius ac plane divinum quiddam fuisse videtur? Absit invidia
+verbis. Liceat id quod vero verius est ingenue praedicare. Non me jacto,
+sed artem ipsam effero. Etenim si dare vitam proprium dei munus est,
+certe datam tueri, jamque fugientem retinere, deo proximum fateamur
+oportet. Quamquam ne prius quidem illud, quod nos soli deo proprium esse
+volumus, medicorum arti detraxit antiquitas, ut credula, ita gratissima.
+Nam Aesculapii quidem ope Tyndaridam, et post eum complures ab Orco
+in lucem redisse credidit. Asclepiades hominem exanimatum, elatum,
+comploratumque ab rogo domum vivum reduxisse legitur. Xanthus historicus
+catulum leonis occisum, praeterea et hominem, quem Draco occiderat,
+vitae redditum fuisse, posteris prodidit, herba quam halin[*] nominant.
+Ad haec Juba, in Africa quendam herba revocatum ad vitam, testis est.
+Neque vero laboraverim, si sint apud quos haec fide careant. Certe
+(quod agimus) admirationem artis tanto magis implent, quanto magis supra
+fidem veri sunt, et immensum esse fateri cogunt id quod vero supersit.
+Quamquam quantum ad eum attinet, qui vitae redditur, quid refert utrum
+anima denuo in artus relictos divinitus reponatur, an penitus in corpore
+sepulta, morbique victoris oppressa viribus, arte curaque medici
+suscitetur atque eliciatur, iamque certo migratura retineatur? An non
+pene paria sunt mortuum restituere, et mox moriturum servare? Atqui
+permultos nominatim recenset Plinius libro historiae mundanae septimo,
+qui iam elati partim in ipso rogo, partim post dies complusculos
+revixerint.
+
+ [Footnote: The Dutch translation notes that the word in Pliny is
+ “balis”.]
+
+Miraculum est, quod paucis dedit casus. Et non magis mirandum, quod
+quotidie multis largitur ars nostra? Etiamsi hanc deo Opt. Max. debemus,
+cui nihil non debemus, ne quis haec a me putet arrogantius dicta quam
+verius. Complurium morborum ea vis est, ut certa mors sint, nisi
+praesens adsit medicus, veluti stupor is, qui mulieribus potissimum
+solet accidere, veluti syncopis profunda, paralysis, apoplexia. Neque
+desunt ulli vel seculo, vel genti sua in hanc rem exempla. Hic qui
+mortem ingruentem arte sua depellit, qui vitam subito oppressam revocat,
+nonne ceu numen quoddam dextrum ac propitium semper habendus est? Quot
+censes homines ante diem sepultos fuisse priusquam medicorum solertia
+morborum vires, et remediorum naturas deprehenderat? Quot hodie
+mortalium milia vivunt, valentque, qui ne nati quidem essent, nisi eadem
+haec ars, et tot nascendi discriminibus remedia, et obstetricandi
+rationem reperisset? Adeo statim in ipso vitae limine, et pariens simul
+et nascens salutarem medicorum opem miserabili voce implorat. Horum
+arti vitam debet, et qui nondum vitam accepit, dum per eam prohibentur
+abortus, dum mulieri seminis recipiendi retinendique vis confertur, dum
+pariendi facultas datur. [Sidenote: παροιμία] Quod si vere dictum est
+illud Deus est juvare mortalem, profecto mea sententia aut nusquam locum
+habebit illud nobile Graecorum adagium ἄνθρωπος άνθρώπου δαιμόνιον,
+aut in medico fido proboque locum habebit, qui non juvat modo verum
+etiam servat. An non igitur ingratitudine ipsa videatur ingratior, ac
+ipse prope vita indignus, qui medicinam alteram secundum deum, vitae
+parentem, tutricem, servatricem, vindicem non amet, non honoret, non
+suspiciat, non veneretur? Cuius praesidiis nunquam ulli non est opus.
+Nam reliquis quidem artibus nec semper nec omnes egemus. Huius utilitate
+mortalium omnis vita constat. Nam fac abesse morbos, fac omnibus
+prosperam adesse valetudinem, tamen hanc qui poterimus tueri, nisi
+medicus ciborum salutarium ac noxiorum discrimen, nisi totius victus,
+quam Graeci diaetam vocant, rationem doceat?
+
+ [Sidenote: _Senectam remoratur ars medicorum._]
+
+Grave mortalibus est onus senecta, quam non magis licet effugere quam
+mortem ipsam. Atque ea medicorum opera multis contingit, tum serius, tum
+multo etiam levior. Neque enim fabula est, quinta, quam vocant, essentia
+senio depulso hominem velut abjecto exuvio rejuvenescere, cum extent
+aliquot huius rei testes.
+
+ [Sidenote: _Totum hominem curat medicus._]
+
+Neque vero corporis tantum, quae vilior hominis pars est, curam gerit,
+imo totius hominis curam agit, etiamsi Theologus ab animo, medicus a
+corpore sumat initium. Siquidem propter arctissimam amborum intet se
+cognationem et copulam, ut animi vitia redundant in corpus, ita vicissim
+corporis morbi animae vigorem aut impediunt, aut etiam extinguunt.
+Quis aeque pertinax suasor abstinentiae, sobrietatis, moderandae irae,
+fugiendae tristitiae, vitandae crapulae, amoris abjiciendi, temperandae
+Veneris, atque medicus? Quis efficacius suadet aegroto, ut si vivere
+velit, et salutarem experiri medici opem, prius animum a vitiorum
+colluvie repurget? Idem quoties vel diaetetica ratione, vel ope
+pharmaceutica bilem atram minuit, labantes cordis vires reficit, cerebri
+spiritus fulcit, mentis organa purgat, ingenium emendat, memoriae
+domicilium sarcit, totumque animi habitum commutat in melius, nonne per
+exteriorem, ut vocant, hominem, et interiorem servat? Qui phreneticum,
+lethargicum, maniacum, sideratum, lymphatum restituit, nonne totum
+restituit hominem? Theologus efficit ut homines a vitiis resipiscant, at
+medicus efficit, ut sit qui possit resipiscere. Frustra ille medicus sit
+animae, si jam fugerit anima, cui paratur antidotus. Cum impium hominem
+subito corripuit paralysis, apoplexia, aut alia quaedam praesentanea
+pestis, quae vitam prius adimat, quam vacet de castiganda cogitare vita,
+hunc qui restituit, alioquin infeliciter in suis sceleribus sepeliendum,
+nonne quodammodo tum corpus, tum animum ab inferis revocat? In eum certe
+locum reponit hominem, ut ei in manu jam sit, si velit, aeternam mortem
+fugere. Quid suadebit lethargico Theologus, qui suadentem non audiat?
+Quid movebit phreneticum, nisi medicus prius atram bilem repurgarit?
+
+Pietas caeteraeque virtutes, quibus Christiana constat felicitas, ab
+animo potissimum pendent, haud infitior. Caeterum quoniam is corpori
+illigatus, corporeis organis velit nolit utitur, fit ut bona pars bonae
+mentis a corporis habitu pendeat. Permultos homines infelix corporis
+temperatura, quam Graeci modo κρᾶσιν modo σύστημα vocant, velut
+invitos ac reclamantes, ad peccandum pertrahit, dum animus insessor
+frustra moderatur habenas, frustra subdit calcaria, sed equum
+ferocientem in praecipitium sequi cogitur. Animus videt, animus audit
+sed si oculos occuparit glaucoma, si aurium meatus crassus humor
+obsederit, frustra vim suam habet animus. Odit animus, irascitur animus,
+at vitiosus humor mentis organa obsidens in causa est, ut oderis, quem
+amore dignum judices, irasceris cui nolis irasci. Philosophiae summam in
+hoc sitam esse fatetur Plato, si rationi pareant affectus, atque ad eam
+rem praecipuus est adjutor medicus, hoc agens ut ea pars hominis vigeat
+sapiatque, cuius arbitrio geruntur, quaecunque cum laude geruntur.
+Si hominis vocabulo censentur indigni, qui pecudum ritu rapiuntur
+cupiditatibus, huius nominis dignitatem bona ex parte debemus medicis.
+
+ [Sidenote: _Principibus maxime necessarius medicus._]
+
+Id cum maximum sit in singulis ac privatis, quanto praeclarius est
+beneficium, cum id praestatur in principe? Nulla fortuna magis est
+obnoxia malis huiusmodi, quam felicissimorum regum. Quos autem rerum
+tumultus ciet unius homunculi vitiatum cerebrum? Frustra reclament qui
+sunt a consiliis, furis o princeps, ad te redi, ni medicus arte sua
+neque volenti, neque sentienti suam mentem reddiderit. Si Caligulae
+fidus adfuisset medicus, non usque ad pugionum ac venenorum scrinia in
+perniciem humani generis insanisset. Atque ob eam sane causam publica
+consuetudine receptum est apud omnes orbis nationes, ne princeps usquam
+gentium agat absque medicis. Proinde cordati principes nulli unquam arti
+plus honoris habuerunt, quam medicinae. Quandoquidem Erasistratus (ut
+reliquos taceam) Aristotelis ex filia nepos, ob Antiochum regem sanatum,
+centum talentis donatus est a Ptolemaeo huius filio. Quin et divinae
+literae jubent medico suum haberi honorem, non tantum ob utilitatem,
+verum etiam ob necessitatem, ut in caeteros benemeritos ingratitudo sit,
+in medicum impietas, quippe qui tamquam beneficii divini adjutor, id
+arte sua tuetur, quod optimum nobis et carissimum largitus est deus,
+videlicet vitam.
+
+ [Sidenote: _A similibus._]
+
+Parentibus nihil non debemus, quod per hos vitae munus accepisse
+quodammodo videmur. Plus mea sententia debetur medico, cui toties
+debemus, quod parentibus semel dumtaxat debemus, si tamen illis debemus.
+Pietatem debemus ei, qui hostem a cervicibus depulit, et medico non
+magis debemus, qui pro nobis servandis cum tot capitalibus vitae
+hostibus quotidie depugnat? Reges ceu deos suspicimus, quia vitae
+necisque jus habere creduntur, qui tamen ut possint occidere, certe
+vitam non aliter dare possunt, nisi quatenus non eripiunt, quemadmodum
+servare dicuntur latrones, si quem non jugulent, nec aliam tamen vitam
+dare possunt, quam corporis. At quanto propius ad divinam benignitatem
+accedit medici beneficium, hominem iam inferis destinatum arte, ingenio,
+cura, fideque sua, velut ex ipsis mortis faucibus retrahentis? Aliis
+in rebus profuisse sit officium, caeterum in certo corporis animique
+periculo servasse, plus quam pietas est. Adde his quod quicquid in
+homine magnum est, eruditio, virtus, naturae dotes, aut si quid aliud,
+id omne medicorum arti acceptum feramus oportet, quatenus id servat,
+sine quo ne reliqua quidem queant subsistere. Si omnia propter hominem,
+et hominem ipsum servat medicus, nimirum omnium nomine gratia debetur
+medico.
+
+ [Sidenote: _Sanitatis custos medicus._]
+
+Si non vivit, qui vivit morbis obnoxius, et vitam salubrem aut reddit
+aut tuetur medicus, an non convenit hunc ceu vitae parentem agnoscere?
+Si res exoptanda est immortalitas, hanc medicorum industria, quoad
+licet, meditatur, quae vitam in longum prorogat. Quid enim hic notissima
+referam exempla, Pythagoram, Chrysippum, Platonem, Catonem censorium,
+Antonium, Castorem, cumque his innumerabiles, quorum plerique medicinae
+observatione, vitam ab omni morbo liberam neque fatiscente ingenii
+vigore, neque concussa memoriae soliditate, neque fractis aut
+labefactatis sensibus, ultra centesimum annum prorogarunt? An non
+istuc est immortalitatis, quam speramus, hic iam nunc imaginem quandam
+exhibere? Christus ipse immortalitatis autor ac vindex unicus corpus
+assumpsit, mortale quidem illud, sed tamen nullis morbis obnoxium.
+Crucem non horruit, morbos horruit. An non pulcherrimum fuerit, nos
+principem nostrum in hoc quoque pro viribus imitari? Apostolos, quorum
+nemo fere non multam vixit aetatem, caesos legimus, interfectos legimus,
+aegrotasse non legimus. Quocunque pacto hoc illis contigit, certe
+praestat idem ars medicorum, quod illis praestitit sua felicitas. Nec
+enim audiendos arbitror, qui nobis non minus indocte, quam impudenter
+solent illud objicere: Virtus in infirmitate perficitur, somniantes
+Paulum gravi capitis dolori fuisse obnoxium, cum ille infirmitatem
+vel animi tentationem, vel quod vero propius est, improborum hominum
+molestam insectationem appellet. Atque idem ille Paulus, inter
+apostolicas dotes, donum curationis recensuit.
+
+Iam auget et illud non levi argumento medicinae gloriam, quod et
+Caesarearum legum majestas, et pontificiarum autoritas sese ultro
+medicorum judicio submittit, velut in quaestionibus pubertatum,
+partuum ac veneficiorum. Item in quaestionibus aliquot ad matrimonium
+facientibus. O nova dignitas medicinae. Agitur de capite hominis, et
+judicis sententia pendet ex medici praejudicio. Summi pontificis pietas,
+si quid indulget, in nonnullis non aliter indulget, nisi medicorum
+accedat calculus. Atque in decretis Romanus pontifex episcopum eum, qui
+delatus fuerat tamquam foedo immanique morbo obnoxius, ex medicae rei
+judicio censet aut amovendum episcopatu, aut suo loco restituendum.
+Divus item Augustinus ex medicorum consilio fieri jubet, quod faciendum
+est, etiamsi nolit aegrotus. Idem honorem medico debitum, hoc est artis
+et industriae praemium, recte eripi scribit ab eo qui detinet, velut
+ab injusto possessore et quod alienum est mala fide occupante. Quin ii
+quoque, qui conceptis precaminibus, daemones impios e corporibus humanis
+exigunt, non raro in consilium adhibent, velut in his morbis, qui
+secretis rationibus quaedam sensuum organa spiritusque vitiant, et adeo
+daemoniacam speciem imitantur, ut nisi a peritissimis medicis discerni
+non queant, sive sunt crassiores aliqui daemones, ut fertur illorum
+varia natura, qui medicam etiam opem sentiant, sive morbus adeo penitus
+intimis animi recessibus insidet, ut a corpore videatur alienus. In
+cuius rei fidem, dum ex innumeris mihi compertum exemplum refero,
+quaeso ut me patienter audiatis.
+
+ [Sidenote: _Exemplum._]
+
+Panaceum celeberrimi nominis medicum adolescens colui, is me teste
+quendam restituit, nomine Phlyarium, patria Spoletanum, qui ex vermibus
+in novum maniae genus inciderat, ita ut in morbo probe teutonice
+loqueretur, quod (uti constabat) sanus nunquam potuerat. Quis imperitus
+rei medicae non hunc daemoniacum vel dejerasset etiam? At is hominem
+facili paratoque remedio menti reddidit. Redditus sibi, teutonice nec
+loquebatur, nec intelligebat. Quod si quis hunc vere daemoniacum fuisse
+contendat, ea sane res vel maxime medicorum illustrat artem, cui
+compertum est et daemones impios parere, quemadmodum in restituenda
+vita, ita et in exigendis spiritibus divinae virtutis tum ministrae, tum
+aemulae. Neque vero deerant, qui factum hoc magicis artibus tribuebant,
+quorum ego calumniam arti nostrae gloriae laudique verto, per quam ea
+praestantur, quae vulgus hominum humanis viribus praestari posse non
+credit.
+
+ [Sidenote: _Quibus culta medicina._]
+
+Optimo igitur jure priscis seculis, cum nondum sordidi quaestus et
+spurcae voluptates vitiassent omnia, medendi ars inter omnes una divinis
+ac summatibus viris, opulentissimis regibus, clarissimis senatoribus
+praecipue cordi fuit, nec alia mortalium generi gratior. Siquidem Moses
+ille magnus, non alia ratione quam artis medicae, cibos suos distinxisse
+creditur. Orpheus, Graecorum vetustissimus, de viribus herbarum nonnulla
+prodidisse legitur. Homerus ipse, citra controversiam, unicus ingeniorum
+fons, plurimus est et in herbarum commemoratione, et in laude medicorum.
+Is et Moly nobis depinxit, herbarum omnium (teste Plinio) laudatissimam,
+efficacem adversus veneficia, cuius inventionem Mercurio tribuit, hac
+Ulyssem suum adversus Circes pocula praemuniens. Idem nepenthes indicat
+in conviviis adhibendum, quod moerorem tristitiamque discutiat. Porro
+Machaonem, Paeonem, Chironem, Podalirium, ut hac arte praestantes,
+saepicule non sine honore commemorat, quorum arte non solum heroibus,
+verum ipsis etiam diis subventum esse fingit, illud videlicet
+subindicans, summis etiam principibus medicorum praesidiis opus esse,
+atque horum vitam medicis in manu esse, qui in caeteros omnes jus vitae
+ac necis habere videntur. Quid quod idem Poeta libro Iliados undecimo,
+huius artis professionem longe pulcherrimo nobilitavit elogio, cum ait:
+[Sidenote: ἰατρὸς γὰρ ἀνὴρ πολλῶν ἀντάξιος ἄλλων] Unum medicum pluris
+habendum, quam caeterorum hominum permultos. Rursum alibi medicum ita
+notat, ut dicat eum eruditum in omnibus, palam testans id quod res est,
+hanc artem non una aut altera disciplina, sed omnium artium cognitione
+circuloque, tum praeter exactum ingenium, multo etiam rerum usu
+constare. Pythagoras ille Samius, cui divinitatem quandam tribuebat
+antiquitas, de naturis herbarum nobile volumen reliquisse legitur. Atque
+ut Platonem, Aristotelem, Theophrastum, Chrysippum, Catonem censorium,
+Varronem praeteream, quibus studio fuit hanc artem suis vel studiis, vel
+negotiis admiscere, Mithridatem Ponti regem, non perinde regnum, alioqui
+locupletissimum, non tam unius et viginti linguarum miraculum, quam rei
+medicae peritia nobilitavit, vereque magnum virum declaravit, qui artis
+huius commentationes, et exemplaria, effectusque in arcanis reliquit,
+ut autor est Plinius. Cuius et hodie nobile theriacae genus nomine
+celebratur. Nunc fere regium habetur, aleam ludere, venari, nugas agere.
+At olim populi Romani principibus nihil magis erat curae, quam ut ex
+longinquo novis importandis herbis, rem medicam adjuvarent, neque populo
+illi tum orbis domino aliud erat munus gratius.
+
+ [Sidenote: _Christus ipse medicus._]
+
+Quid quod Christus ipse, disciplinarum omnium et autor et princeps, sese
+non Iureconsultum, non Rhetorem, non Philosophum, sed Medicum professus
+est, dum de se loquens negat opus esse medico iis, qui bene habeant, dum
+Samaritanus vulneribus oleum ac vinum infundit, dum sputum terrae mixtum
+illinit oculis caeci. Quid quod idem hac potissimum commendatione, cum
+adhuc orbi esset ignotus, sese paulatim in animos atque affectus hominum
+insinuavit, non auro, non imperiis, sed morborum remediis? Quod ille
+nutu fecit, nempe deus, hoc medicus pro virili sua cura imitatur. Neque
+deest his quoque divina vis, nimirum medendi viribus in hunc usum rebus
+a deo inditis. Nec alio viatico magis instruxit Apostolos, mandans ut
+hoc protinus officio sibi devincirent hospitem, medentes inquit, morbis
+illorum, et ungentes oleo. Paulus ille magnus dum Timetheo suo modicum
+vini praescribit usum, ad fulciendam stomachi imbecillitatem, nonne
+palam medici partibus utitur? Sed quid hoc mirum in Apostolo, cum
+Raphael angelus Tobiae caecitati medicans hinc nomen etiam invenerit
+apud arcanarum rerum studiosos? O coelestem vereque sacram disciplinam,
+cuius cognomento divinae illae mentes insigniuntur.
+
+Inter mortales alii alias artes vel discunt, vel profitentur, hanc unam
+oportebat ab omnibus disci, quae nulli non est necessaria. Sed o heu
+perversissima hominum judicia.
+
+Nemo nescire sustinet, quis nummus legitimus sit, quis adulterinus, ne
+quid fallatur in re vilissima, nec scire studio est, quibus modis id
+quod habet optimum tueatur. In numismate non credit alienis oculis,
+in negotio vitae ac sanitatis, clausis quod dicitur oculis, sequitur
+alienum judicium. Quod si totius artis absoluta cognitio non potest nisi
+paucis contingere, qui totam vitam huic uni studio dedicarunt, certe
+partem eam, quae ad tuendam valetudinem pertinet, non conveniebat
+quemquam nescire. Etiam si bona pars difficultatis, non ab ipsa arte,
+sed ab improborum medicorum vel inscitia, vel ambitione proficiscatur.
+
+ [Sidenote: _A simili._]
+
+Semper apud efferas etiam ac barbaras nationes sanctum ac venerabile
+fuit amicitiae nomen. Atque is egregius habetur amicus, qui se fortunae
+utriusque comitem sociumque praebeat, quod vulgus amicorum velut
+hirundines aestate, rebus secundis adsunt, rebus adversis, quemadmodum
+illae ingruente bruma devolant. At quanto sincerior amicus medicus, qui
+Seleucidum avium exemplo, quas narrant nusquam a Casii montis incolis
+conspici, nisi cum illarum praesidio est opus, adversus vim locustarum
+fruges vastantium, rebus integris ac laetis nusquam sese ingerit, in
+periculis, in his casibus, in quibus uxor ac liberi saepe deserunt
+hominem, velut in phrenesi, phthiriasi, in peste solus medicus
+constanter adest, et adest non inutili officio, quemadmodum plerique
+caeterorum, sed adest opitulaturus, adest pro capite periclitantis cum
+morbo dimicans, nonnunquam suo quoque periculo. Et o plus quam ingratos,
+qui talis amici officio servati, jam depulso periculo medicum odisse
+possunt, ac non potius parentis vice colunt ac venerantur. Vulgarem
+amicum, qui subinde salutat obvium, ad coenam rogant, qui latus claudit,
+officio pensant, et talem amicum ubi desierint egere, aversantur? Et ob
+hoc ipsum aversantur, quod intelligant illius officio nullam meritis
+parem gratiam rependi posse.
+
+Quod si is optimus vir est, qui maxime prodest Reipublicae, ars haec
+optimo cuique viro discenda est.
+
+[*][Siquidem inter munia profani magistratus non minima portio est, et
+haud scio an praecipua, dare operam, ut corpora civium bene habeant.
+Quid prodest depulisse hostem a moenibus, si pestilentia intus grassans,
+plures tollit quam sublaturus erat gladius? Quid refert curasse ne cui
+pereat census, si perit prospera corporis valetudo? Prisci qui bonorum
+ordines digesserunt, primas tribuunt bonae valetudini. Quid enim prodest
+incolumis possessio, nisi valet possessor? Proinde leges priscorum, cum
+nondum quaestus et ambitio corrupisset omnia, potissimum huc spectabant,
+ut corpora civium essent valida, robusta, beneque temperata. Ea
+res partim pendet a nativitate, partim ab educatione, partim ab
+exercitamentis, et victus ratione, nonnihil etiam ab aedificiorum modo.
+Nimirum medici fungebantur officio, qui bene temperata corpora jungebant
+matrimonio, qui nutrices adhibebant integrae valetudinis, qui balnea
+publica, qui publica gymnasmata instituebant, qui ferebant leges
+sumptuarias, qui mutatis aedificiis, qui siccatis paludibus pestilentiam
+excludebant, qui in hoc vigilabant, ne quid esculentum aut poculentum
+venderetur, quod laederet corporum incolumitatem. Et hodie principes
+fere nihil ad se pertinere credunt, si pro vinis vendantur venena, si
+tritico vitiato, si putribus piscibus tot morbi invehantur in publicum.
+
+Adeo nulla vitae pars est, quae citra medicinae praesidia recte possit
+administrari.]
+
+ [Footnote to this passage in Dutch translation (paraphrased):
+
+ The text printed in brackets does not appear in the editions of
+ Frobenius (Basel 1518), Hillenius (Antwerp 1523), or Petrejus
+ (Nuremberg 1525). It does appear in the first collected edition of
+ Erasmus’ works by Rhenanus (Basel 1540) and in the best collected
+ edition by Clericus (Leiden 1703).]
+
+ [Sidenote: _A quaestu._]
+
+Iam vero si qui sint, qui rerum pretia malint utilitate quaestuque
+metiri (licet haec ars divinior est, quam ut huiusmodi rationibus sit
+aestimanda) ne hac quidem parte cuiquam aliarum cedit artium. Neque enim
+ulla magis fuit frugifera, et ad rem subito parandam aeque praesentanea.
+Erasistratus cuius ante memini, a rege Ptolemaeo, Critobolus ab
+Alexandro magno, praemiis ingentibus ac vix credendis donati leguntur.
+Quamquam quod tandem praemium non exiguum videatur, repensum servatori
+capitis, pro cuius unius salute tot hominum millia depugnabant? Quid ego
+nunc commemorem Cassios, Carpitanos, Aruncios, Albutios, quibus Romae
+tum apud principem, tum apud populum immodicum quaestum fuisse refert
+Plinius? Quanquam quid nos haec ex priscis aetatibus repetimus, quasi
+non hodie cuique complures succurrant, quos haec ars ad Croesi opes
+evexerit?
+
+Rhetorica aut Poetica non alit nisi insignem. Musicus ni praecellat,
+esurit. Iureconsulto tenuis proventus est, ni sit eximius. Sola medicina
+quomodocunque doctum alit ac tuetur. Innumeris disciplinis, infinita
+rerum cognitione constat res medica, et tamen frequenter unum aut
+alterum remedium alit idiotam. Tantum abest, ut haec ars sterilitatis
+damnari possit.
+
+Adde quod caeterarum artium non ubique paratus est quaestus. Rhetor
+frigebit apud Sarmatas, juris Caesarei peritus apud Britannos. Medicum
+quoquo terrarum sese contulerit suus comitatur honos, suum sequitur
+viaticum, ut in nullam disciplinam verius competat vulgatissimum illud
+Graecorum proverbium, τὸ τέχνιον ἡ πᾶσα γῆ τρέφει.
+
+ [Sidenote: _Confutatio._]
+
+Sed hoc ipsum indignatur Plinius, aut certe apud hunc alii, quaestum
+esse medicinae professionem. Maior est, fateor, haec facultas quam ut
+quaestui lucroque serviat, sordidarum id est artium. Sed nimis ingratum
+est, eam solam sua fraudare gratia, cui nulla par gratia rependitur.
+Egregius medicus ceu numen quoddam, servat gratis, servat et invitos.
+Sed impietas est, non agnoscere numinis beneficium. Nihil ille
+moratur mercedem, tu tamen dignus qui legibus mulcteris ob insignem
+ingratitudinem.
+
+Iam haudquaquam me fugit, hanc egregiam artem et olim apud veteres
+audisse male, et hodie apud indoctos quosdam male audire. Catoni
+non placuit, non quod rem damnaret, sed quod ambitiosam Graecorum
+professionem non ferret homo mere Romanus. Isque tantum tribuit
+experientiae, ut artem esse noluerit, sed idem universam Graecorum
+philosophiam ex urbe pellendam censuit. Existimabat homo durus, ad
+purgandum hominis corpus sufficere brassicam et crebros vomitus, et
+tamen ille ipse medicorum hostis observatione medicinae, in extremam
+usque senectutem robur infractum tutatus scribitur.
+
+Solis, inquiunt, medicis summa occidendi impunitas est. At hoc nomine
+magis suspiciendi boni medici, quibus cum in manu sit, non solum
+impune, verum etiam mercede occidere, tamen servare malunt. Quod possunt
+facultatis est, quod nolunt probitatis. Decantatur iam passim inter
+pocula temulentorum adagium, Qui medice vivit, misere vivit. Quasi vero
+felicitas sit, distendi crapula, rumpi Venere, turgescere cervisia,
+sepeliri somno. Sed istos Sycophantas quid opus est oratione refellere,
+cum ipsi petulantiae suae satis magnas poenas dant arti, mox podagra
+contorti, paralysi stupidi, desipiscentes ante tempus, caecutientes ante
+senectutem, iamque prius vituperatae medicinae, exemplo Stesichori,
+seram canunt palinodiam miseri. Et tamen his licet indignissimis, artis
+bonitas non gravatur esse praesidio, quantum licet. Sunt qui, mutuato ex
+vetere comoedia scommate, vocent medicos σκατοφάγους. Quasi vero non
+isto nomine vel praecipue laudari mereantur, qui quo subveniant hominum
+calamitatibus, ex illa sua sublimitate sese ad haec sordida dejiciant.
+Quod si medicis tantum esset supercilii, quantum istis est procacitatis,
+liceret passim impune mori. Verum habet hoc ars nostra cum bonis regibus
+commune, ut bene faciat ac male audiat.
+
+Quod si maxime sunt, ut sunt in hoc ordine, qui se pro medicis gerunt,
+cum nihil minus sint quam medici. Si sunt qui pro remediis venena
+ministrant, si sunt qui ob quaestum et ambitionem aegrotis male
+consulunt, quid iniquius est, quam hominum vitia in artis calumniam
+detorquere? Sunt et inter sacerdotes adulteri, inter monachos homicidae
+ac piratae, sed quid hoc ad religionem per se optimam? Nulla tam sancta
+professio est, quae non alat sceleratos aliquot. Votis quidem omnibus
+optandum, omnes principes eiusmodi esse, cuiusmodi decet esse, qui
+censeantur hoc digni nomine. Nec tamen ideo damnandus est principatus,
+quod nonnulli sub eo titulo praedones reique publicae hostes agant.
+Optarim et ipse medicos omnes vere medicos esse, nec in his locum dari
+Graecorum proverbio, πολλοὶ βουκένται παῦροι δέ τε γῆς ἀροτῆρες.
+Optarim ab omnibus eam praestari sanctimoniam, quam Hippocrates
+sacramento verbis solennibus concepto a professoribus exigit. Neque
+tamen huc non enitendum est nobis, si id a plerisque negligi
+conspicimus.
+
+Sed quoniam huius argumenti tanta est ubertas, viri praestantissimi, ut
+difficillimum sit in eo dicendi finem invenire, ne non praestem quod
+initio sum pollicitus, tempestivum arbitror, universas eius laudes
+summatim complecti.
+
+ [Sidenote: _Epilogus._]
+
+Etenim si permultas res sola commendat antiquitas, hanc artem primam
+omnium reperit necessitas. Si scientiam autores illustrant, huius
+inventio semper diis attributa est. Si quid autoritatis addit honos, non
+alia tam passim ac tam diu divinos honores meruit. Si magni fiunt, quae
+summis viris probantur, haec summos reges, haec primates non solum
+delectavit, verum etiam illustravit. Si difficilia quae sunt, ea sunt
+et pulchra, nihil hac operosius, quae tot disciplinis, tantarum rerum
+pervestigatione usuque constat. Si dignitate rem aestimamus, quid
+excellentius, quam ad dei benignitatem proxime accedere? Si facultate,
+quid potentius aut efficacius quam totum hominem certo exitio periturum
+sibi posse restituere? Si necessitate, quid aeque necessarium atque id
+sine quo nec vivere, nec nasci licet? Si virtute, quid honestius, quam
+servare genus humanum? Si utilitate, nullius usus neque maior est, neque
+latius patet. Si compendio, aut haec in primis frugifera sit oportet,
+aut ingratissimi mortales.
+
+Vobis igitur magnopere gratulor, eximii viri, quibus contingit in hoc
+pulcherrimo genere professionis excellere.
+
+Vos adhortor, optimi juvenes, hanc toto pectore complectimini, in hanc
+nervis omnibus incumbite, quae vobis decus, gloriam, autoritatem, opes
+est conciliatura, per quam vos vicissim amicis, patriae, atque adeo
+mortalium generi non mediocrem utilitatem estis allaturi.
+
+
+ Dixi.
+
+
+[Errata noted by Transcriber:
+
+[Sidenote]
+Laudandi ratio
+ _text reads_ Laudandiratio
+propter arctissimam amborum inter se cognationem
+ _text reads_ intet se
+[Sidenote]
+Honora medicum.
+ _text reads_ honara
+[Sidenote]
+ἰατρὸς γὰρ ἀνὴρ πολλῶν ἀντάξιος ἄλλων
+ _spelling ἰατρὸς as in original_
+Timetheo suo
+ _spelling as in original_
+qui mutatis aedificiis
+ _text reads_ aedifiiciis ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Erasmus van Rotterdam
+ aan Dr. Henricus Afinius van Lier,[1]
+ den voortreffelijken medicus._
+
+
+Toen ik onlangs mijne bibliotheek nazag, zeer geleerde AFINIUS, kwam
+mij eene redevoering in handen, die lang geleden door mij, toen ik
+mijne krachten nog aan allerlei beproefde, vervaardigd was over
+„den lof der geneeskunde“. Terstond besloot ik de niet zeer goede
+redevoering aan den zeer goeden medicus op te dragen, opdat zij, door
+Uwen naam versierd, in de gelederen der studenten haren weg moge
+vinden.
+
+Aanvaard intusschen dit blijk, hoe gering ook, van mijne genegenheid
+jegens U, totdat U een ander, onze vriendschap meer waardig, zal
+gegeven worden.
+
+Het ga U wel.
+
+LEUVEN, den 13den Maart, 1518.
+
+ [Voetnoot 1: Een stad in Brabant (Vertaler).]
+
+
+
+
+REDEVOERING VAN ERASMUS VAN ROTTERDAM OVER DEN LOF DER GENEESKUNDE.
+
+
+Hoe vaker de lof der geneeskunde van deze plaats in doorwrochte en
+zorgvuldig bewerkte redevoeringen ten aanhoore van de meesten Uwer
+verkondigd is, en wel door mannen met buitengewone welsprekendheid
+begaafd, des te meer, hoogaanzienlijke toehoorders, vrees ik, dat ik
+noch door mijne voordracht aan een zoo gewichtig onderwerp recht zal
+weten te doen, noch aan Uwe verwachting van hetgeen Gij te hooren
+zult krijgen zal kunnen beantwoorden. Want aan den eenen kant zal
+ons gebrekkig redenaarstalent niet licht de hoogte van dit bijna
+goddelijke onderwerp bereiken, aan den anderen kant zal een
+alledaagsche redevoering over iets, dat reeds zoo dikwijls gehoord
+is, niet kunnen nalaten bij het auditorium verveling op te wekken.
+
+Desniettegenstaande zal ook ik, om een heilzame gewoonte onzer
+voorouders niet te verzaken, die van oordeel waren, dat door een
+jaarlijks uit te spreken lofrede de gemoederen der jeugd tot de studie
+van en bewondering en liefde voor deze wetenschap opgewekt, aangevuurd
+en ontvlamd moesten worden, indien Gij mijne voordracht met Uwe
+aandacht en welwillendheid wilt steunen, indien Gij hem, wien Uw
+gezag deze eervolle taak heeft opgedragen, met oprechte toewijding
+wilt volgen, zal ook ik naar mijne zwakke krachten beproeven, de
+waardigheid, den invloed, het nut en de noodwendigheid der medische
+wetenschap, wel niet in alle onderdeelen voor U te ontwikkelen, wat
+een oneindig werk zou zijn, maar, slechts de hoofdzaken aanrakende, in
+het kort te behandelen, en, evenals de dicht opeengehoopte schatten
+van een zeer rijke koningin, slechts vluchtigjes, als het ware achter
+traliën, aan de blikken der studenten te vertoonen.
+
+Haar grootste lof bestaat nu in de eerste plaats daarin, dat zij in
+het geheel geen lofspraken noodig heeft, daar zij zich zelve meer dan
+voldoende den menschen door haar nut en onmisbaarheid aanbeveelt.
+Vervolgens, dat zij, hoewel reeds zoovele malen door zoo
+voortreffelijke geesten geprezen, toch ook aan minder vruchtbare
+vernuften steeds weer nieuwe stof tot prijzen biedt, zoodat men bij
+het zingen van haar lof volstrekt niet zijn toevlucht behoeft te nemen
+tot het gewone hatelijke middel, door dit namelijk op die wijze te
+doen, dat men de overige wetenschappen in een minder gunstig daglicht
+plaatst. Veeleer is dit te vreezen, dat de mensch geen woorden genoeg
+zal kunnen vinden, om de haar eigene gaven, hare natuurlijke en
+aangeboren grootheid, hare verhevenheid, die het menschelijke ver
+achter zich laat, voldoende weer te geven. Zooverre is het ervan
+verwijderd, dat zij òf door vernedering van andere wetenschappen, òf
+door gekunstelde rhetorische opsmukking of valsche overdrijving moet
+opgevijzeld worden. Slechts gestalten van middelmatige schoonheid
+kunnen alleen door vergelijking met leelijke of door den opschik harer
+kleeding indruk op ons maken; dingen, die door zich zelve en in
+waarheid uitblinken, mag men ook bloot aan aller blikken prijsgeven.
+
+In de eerste plaats dan (om ter zake te komen) waren wel ook de andere
+wetenschappen, daar alle de eene of andere geriefelijkheid aan ons
+leven bezorgden, oudtijds in hooge eere. Maar de uitvinding der
+geneeskunde werd in den ouden tijd door het menschdom zóó bewonderd,
+hare toepassing als een zóó groote weldaad ondervonden, dat hare
+uitvinders òf geheel en al voor goden werden gehouden, zooals Apollo
+en diens zoon Aesculapius en zelfs, naar Plinius zegt, sommigen ten
+gevolge van één enkele uitvinding onder de goden werden geplaatst,
+òf ten minste goddelijke vereering zijn waardig gekeurd, zooals bij
+voorbeeld Asclepiades, dien de Illyriers als een god opnamen en op
+dezelfde wijze als Hercules vereerden. Nu keur ik natuurlijk niet
+goed, wat de ouden ten dezen gedaan hebben, toch prijs ik hun gevoel
+en hun oordeel. Zij hebben immers terecht begrepen en op die wijze tot
+uiting gebracht, dat aan een kundigen en betrouwbaren geneesheer nooit
+te groote belooning geschonken kan worden.
+
+Immers, wanneer men nagaat, een hoe veelvuldige verscheidenheid
+van menschelijke lichamen er is, veroorzaakt door het verschil
+in leeftijd, geslacht, landstreek, klimaat, opvoeding, bedrijf en
+levenswijze; welke oneindige verschillen er zijn in zooveel duizenden
+kruiden, die elk op een andere plaats groeien, om nog maar te zwijgen
+van de overige geneesmiddelen; vervolgens, hoevele soorten van ziekten
+er bestaan, waarvan er volgens Plinius driehonderd met name zijn
+overgeleverd, nog daargelaten de onderverdeelingen dier soorten,
+waarvan hij het oneindige aantal licht zal bevroeden, die, om maar
+eens een voorbeeld te noemen, weet, hoeveel variëteiten de naam koorts
+alleen inhoudt; en zonder te letten op de nieuwe ziekten, die er
+dagelijks bijkomen, en wel in zulke mate, alsof zij volgens onderlinge
+afspraak den strijd met onze wetenschap hadden aangebonden, om
+nog niet eens te spreken van de meer dan duizend gevallen van
+vergiftiging, waarvan iedere soort een bijzonderen dood ten gevolge
+heeft en dus een afzonderlijk geneesmiddel vereischt; nog niet eens
+medegerekend de dagelijks voorkomende gevallen van struikeling, val,
+fractuur, brandwonde, verstuiking, verwonding en dergelijke, welke
+gevallen bijna even sterk in aantal zijn als de menigte der ziekten;
+indien men eindelijk overweegt, hoe groote moeielijkheid er verbonden
+is met het waarnemen der hemellichamen, die men noodzakelijk
+moet kennen, daar anders dikwijls vergift zal zijn, wat men als
+geneesmiddel toedient; terwijl ik maar met stilzwijgen voorbijga de
+dikwijls bedriegelijke symptomen van ziekten, hetzij men de kleur
+beschouwt of de teekens der urine onderzoekt of den polsslag
+waarneemt, daar het den schijn heeft, alsof de ziekten er zich op
+toeleggen, om haar vijand, den arts, te bedriegen en te misleiden;
+als men dit alles nagaat, dan doen zich van alle kanten zooveel
+moeielijkheden op, dat ik die zelfs bezwaarlijk alle zou kunnen
+opsommen.
+
+Maar, om voort te gaan, al deze verschillende zaken ijverig
+te bestudeeren, de duistere punten daarin met het verstand te
+onderzoeken, de moeielijkheden door vlijt te overwinnen en, na
+doorgedrongen te zijn in de ingewanden der aarde en van alle kanten
+de geheimen der geheele natuur doorzocht te hebben, uit alle kruiden,
+struiken, boomen, dieren, edelgesteenten, ten slotte zelfs uit de
+vergiften voor alle kwalen van het menschelijk leven werkzame
+geneesmiddelen te verkrijgen en de kennis van hun passend gebruik aan
+zooveel schrijvers, zooveel wetenschappen, ja zelfs ook aan de sterren
+te ontleenen; deze zoo verborgen dingen met zorg uit te vorschen, zoo
+moeielijke onderwerpen door de kracht van het verstand te begrijpen
+en zoo talrijke zaken met het geheugen te omvatten; die voor het heil
+van het menschelijk geslacht zoo onmisbare zaken tot bezit van het
+algemeen te maken; schijnt dat niet het werk van een god geweest te
+zijn, te grootsch dan dat het door menschen had kunnen tot stand
+gebracht worden? Men duide mijne woorden niet euvel; het zij mij
+geoorloofd dat, wat zoo onweersprekelijk waar is, ronduit te
+verkondigen. Ik verhef mijzelf niet, maar alleen de wetenschap.
+Immers, hoewel het schenken van het leven slechts een voorrecht
+van de godheid is, zoo moet men toch toegeven, dat dit leven te
+kunnen beschermen en vast te houden, als het ons wil ontvlieden,
+de goddelijke macht zeer nabij komt. Ofschoon zelfs niet het
+eerstgenoemde, hetwelk wij uitsluitend aan God toeschrijven, door de
+ouden aan het gebied der geneeskunde onttrokken werd, die daardoor wel
+hun lichtgeloovigheid, maar toch ook hun groote dankbaarheid toonden.
+Zoo meenden zij, dat door de hulp van Aesculapius Castor, de zoon van
+Tyndareus, en verscheidenen na hem uit de onderwereld in het leven
+teruggekeerd zijn. Wij lezen, dat Asclepiades een persoon, die
+gestorven, ter begrafenis uit zijn huis gedragen was en over
+wien reeds de gebruikelijke lijkklachten waren uitgesproken,
+van den brandstapel weg levend naar huis teruggevoerd heeft. De
+geschiedschrijver Xanthus verhaalt, dat een gedood jong van een
+leeuw en een man, dien Draco had laten ombrengen, weder tot het leven
+teruggebracht zijn door een kruid, dat „halis“[2] heet. Ook getuigt
+Juba, dat in Afrika door middel van een kruid iemand weer in het
+leven teruggeroepen is. Nu zou ik mij er weinig om bekommeren, als
+er menschen waren, die aan deze verhalen geen geloof sloegen; toch
+vervullen zij ons met des te meer bewondering voor de geneeskunde,
+hoemeer zij ons, niettegenstaande hun ongeloofwaardigheid, tot
+de erkentenis dwingen, dat wat er waars aan overblijft toch nog
+buitengewoon is. Hoewel, wat voor onderscheid is er voor hem, die aan
+het leven teruggegeven wordt, of de levensgeesten door werking van de
+godheid opnieuw in de ledematen, die zij reeds verlaten hadden, worden
+teruggebracht, dan wel of zij, diep in het lichaam begraven en door de
+kracht der overweldigende ziekte onderdrukt, door de kunst en de zorg
+van den geneesheer ondersteund en voor den dag gebracht worden en,
+reeds op het punt te wijken, op hun plaats worden gehouden? Of komt
+het niet ongeveer op hetzelfde neer, een doode te doen herleven of
+iemand, die weldra zal sterven, in het leven te houden? En toch noemt
+Plinius in het zevende boek van zijn „Historia Naturalis“ zeer velen
+met name op, die, na reeds ter begrafenis uit hun huis gedragen te
+zijn, deels op den brandstapel zelf, deels eerst na verscheidene
+dagen, weder herleefden.
+
+ [Voetnoot 2: In Plinius staat „balis“ (Vertaler).]
+
+Een wonder noemt men datgene, wat het toeval aan weinigen gegeven
+heeft. Maar is dan niet veeleer een wonder te noemen, wat onze
+wetenschap dagelijks aan velen verleent? En ofschoon wij deze aan den
+Algoede te danken hebben, Wien wij alles verschuldigd zijn, meene toch
+niemand, dat mijne woorden meer aanmatiging dan waarheid bevatten.
+Verscheidene ziekten zijn van dien aard, dat er een wisse dood volgt,
+als niet de geneesheer onmiddellijk hulp verleent, zooals bij
+voorbeeld de verdooving, die vooral vrouwen pleegt te overvallen,
+diepe onmacht, verlamming en beroerte. In iederen tijd en bij ieder
+volk zijn hier voorbeelden van te vinden. Moet nu niet hij, die
+den overrompelenden dood door zijn kunst verdrijft, die het
+leven, plotseling overmeesterd, terugroept, te allen tijde als een
+welwillende en genadige godheid beschouwd worden? Hoeveel menschen
+zijn niet vóór hun tijd ten grave gedaald, toen nog niet door de
+schranderheid der geneeskundigen de werkingen der ziekten en de aard
+der geneesmiddelen doorgrond waren? Hoeveel duizenden leven niet heden
+ten dage en bevinden zich lichamelijk wel, die zelfs niet geboren
+zouden zijn, als niet diezelfde wetenschap zoovele middelen tegen de
+gevaren der geboorte en de verloskunde had uitgevonden. Ja, reeds
+aanstonds op den drempel des levens roept de barende tegelijk met
+het wicht, dat geboren wordt, met klagende stem de heilzame hulp
+der geneeskundigen in. Aan hunne kunst heeft ook het leven te danken
+hij, die het leven nog niet eens ontvangen heeft, daar door haar een
+ontijdige bevalling verhinderd wordt, en zoodoende der vrouw de kracht
+om het zaad te ontvangen en bij zich te houden verleend en gelegenheid
+tot baren gegeven wordt. En hoewel er terecht gezegd is: „slechts God
+kan den mensch helpen“, vindt toch voorzeker mijns inziens de bekende
+Grieksche spreuk „de eene mensch is de god van den anderen“, zoo
+ergens, hare toepassing bij den betrouwbaren en deugdelijken
+geneesheer, die niet alleen helpt, maar ook behoudt. Of schijnt hij
+dan niet ondankbaarder dan de ondankbaarheid zelve en bijna het leven
+niet waard, die de geneeskunde, welke naast God de voortbrengster,
+beschermster, behoudster en verdedigster van ons leven is, niet lief
+heeft, hoogacht en met bewondering en eerbied tot haar opziet? Wier
+hulp allen immers te allen tijde noodig hebben? Want van alle overige
+wetenschappen behoeven wij niet allen, noch ook te allen tijde,
+gebruik te maken. Op de toepassing van deze wetenschap echter berust
+het geheele leven der stervelingen. Want gesteld eens, dat er geen
+ziekten waren, dat allen zich in een goede gezondheid mochten
+verheugen, hoe zouden wij desniettegenstaande deze in goeden staat
+kunnen houden, indien niet de geneesheer ons het onderscheid tusschen
+heilzame en schadelijke voedingsmiddelen en de juiste inrichting van
+onze geheele levenswijze, die de Grieken dieet noemen, leerde?
+
+Een zware last voor de menschen is de ouderdom, dien men evenmin kan
+ontloopen als den dood zelf. Maar door de hulp der geneeskundigen komt
+hij voor velen later en veel dragelijker dan zonder deze het geval
+geweest ware. Want het is geen legende, dat de mensch door de
+zoogenaamde „quinta essentia“ de gebreken des ouderdoms, als een
+kleed, dat afgelegd wordt, kan verdrijven en zijn jeugd herkrijgen;
+er zijn eenigen, die dat door hun getuigenis staven.
+
+Maar niet alleen voor het lichaam, hetwelk het geringste deel des
+menschen is, draagt de geneesheer zorg, neen, voor den geheelen
+mensch, al neemt de geneesheer niet zooals de godgeleerde de ziel maar
+het lichaam als uitgangspunt. Evenals immers wegens beider zeer nauwe
+verwantschap en verbinding de gebreken der ziel hun invloed doen
+gelden op het lichaam, zoo belemmeren de ziekten des lichaams op haar
+beurt de kracht der ziel of vernietigen die zelfs geheel. Wie spoort
+den mensch zoo hardnekkig als de geneesheer aan tot onthouding,
+soberheid, het matigen van den toorn, het ontvluchten van droefheid,
+het vermijden van dronkenschap, het laten varen van de liefde en het
+maat houden in geslachtelijken omgang? Wie raadt met beter gevolg den
+zieke aan, als hij wil blijven leven en bij de medische hulp baat
+vinden, eerst zijne ziel te zuiveren van den poel harer ondeugden? Hoe
+dikwijls niet vermindert hij ook de zwartgalligheid, hetzij door het
+voorschrijven van een bepaald dieet of geneesmiddelen, versterkt de
+verslappende krachten van het hart, ondersteunt de functies der
+hersenen, zuivert de organen van den geest, verbetert den
+verstandelijken aanleg, herstelt den zetel van het geheugen en brengt
+in de geheele zielsgesteldheid eene verandering ten goede teweeg?
+Behoudt hij niet door wat men noemt den uiterlijken mensen tegelijk
+ook den innerlijken? Hij, die een lijder aan waanzin, slaapziekte,
+razernij, apoplexie of tijdelijke verstandsverbijstering geneest,
+geeft hij niet den geheelen mensch weder aan de maatschappij terug?
+De theoloog bewerkt, dat de menschen van hunne misdrijven weder tot
+bezinning komen, maar de geneesheer zorgt er voor, dat zij physiek
+daartoe in staat zijn. Gene kan als geneesheer der ziel geen nut meer
+stichten, als de ziel, voor welke een tegengift bereid wordt, reeds
+ontvloden is. Wanneer een goddeloos mensch plotseling door een
+verlamming, beroerte of ander ongeval getroffen wordt, dat
+onmiddellijk den dood ten gevolge kan hebben, die hem het leven kan
+benemen nog vóórdat hij den tijd heeft, om aan verbetering van zijn
+levensgedrag te denken, kan men dan niet van hem, die dezen geneest,
+welke anders ellendig onder den last zijner misdaden moest begraven
+worden, eenigermate zeggen, dat hij zoowel zijn lichaam als zijn ziel
+uit het schimmenrijk teruggebracht heeft? In ieder geval plaatst hij
+hem toch in zulk een toestand, dat hij het nu zelf in zijn macht
+heeft, indien hij wil, den eeuwigen dood te ontkomen. Wat zal de
+theoloog den slaapzieke kunnen aanraden, als deze hem niet hooren kan?
+Hoe zal hij den waanzinnige tot iets kunnen bewegen, indien niet eerst
+de geneesheer hem van zwartgalligheid gezuiverd heeft?
+
+Ik loochen volstrekt niet, dat de barmhartigheid en de overige
+deugden, waarop de Christelijke zaligheid berust, hoofdzakelijk van
+de ziel afhangen, maar aangezien deze aan het lichaam gebonden is en
+zich goed- of kwaadschiks van de lichaamsorganen bedient, is een goede
+geestestoestand voor een zeer groot deel van de lichaamsgesteldheid
+afhankelijk. Zeer vele menschen drijft een ongelukkige menging der
+lichaamsvochten, die de Grieken nu eens crasis (menging), dan weer
+systema (samenstelling) noemen, als het ware tegen hunnen wil en
+terwijl zij zich verzetten, tot zonde voort, terwijl de daarbinnen
+wonende ziel, tevergeefs de teugels aantrekkend en de sporen in de
+zijden drukkend, gedwongen wordt, het hollende paard in den afgrond te
+volgen. De ziel ziet en hoort wel, maar wanneer de oogen door de staar
+verduisterd of de toegangen van het gehoor door een dik vocht verstopt
+zijn, dan baat de ziel het bezit dier vermogens niet. De ziel haat, de
+ziel is toornig, maar het bedorven vocht, dat zich op de organen van
+den geest gezeteld heeft, is oorzaak, dat gij hem haat, dien ge uw
+liefde waardig moest keuren, en vertoornd zijt op hem, op wien gij
+niet zoudt willen vertoornd zijn. Plato erkent, dat de gansche
+philosophie eigenlijk daarop neerkomt, dat de gemoedsaandoeningen aan
+de rede moeten gehoorzamen. En nu is het voornamelijk de geneesheer,
+die daartoe medewerkt, zich hierop toeleggend, dat dit deel van den
+mensch krachtig en vol inzicht zij, naar welks goedvinden alles
+geschiedt, wat op lofwaardige wijze verricht wordt. Terwijl zij den
+naam van mensch onwaardig geacht worden, die zich evenals de dieren
+door hun begeerten laten meesleepen, hebben wij het voor een goed deel
+aan de geneeskundigen te danken, zoo wij dien naam wel waardig zijn.
+
+Als dit nu reeds van het grootste belang is voor ieder in het
+bijzonder, ook indien men slechts een particulier persoon is, een hoe
+grooter weldaad is het dan niet, wanneer dit resultaat verkregen wordt
+bij een vorst. Geen maatschappelijke positie is zoozeer aan rampen van
+dien aard blootgesteld als die van machtige koningen. Een hoe groote
+verwarring wordt niet gesticht door de abnormale hersenen van één
+zoo’n mensch. Tevergeefs zullen zijne raadslieden hem toeroepen: „Gij
+raast, o vorst, kom tot bezinning!“, als hem niet de arts door zijn
+kunst, zonder dat hij het wil of merkt, zijn verstand teruggegeven
+heeft. Als Caligula een betrouwbaren arts bezeten had, dan ware hij in
+zijn waanzin niet gekomen tot het gebruik van kastjes met dolken en
+vergiften tot verderf van het menschelijke geslacht. Ongetwijfeld is
+het om die reden bij alle volken der aarde tot een algemeen gebruik
+geworden, dat ieder vorst zijn lijfarts heeft. Daarom hebben
+verstandige vorsten aan geen wetenschap ooit meer eer bewezen dan aan
+de geneeskunde. Zoo werd Erasistratus (om van de overigen te zwijgen),
+een kleinzoon van Aristoteles, wegens het genezen van koning Antiochus
+door diens zoon Ptolemeus met honderd talenten beloond. Ja, ook de
+Heilige Schrift schrijft ons voor, den geneesheer de hem toekomende
+eer te bewijzen, niet alleen wegens zijn nut, maar ook wegens zijne
+onmisbaarheid, zoodat wat tegenover anderen, die zich jegens ons
+verdienstelijk gemaakt hebben, ondankbaarheid heet, namelijk het
+niet erkentelijk zijn voor hunne weldaden, tegenover den geneesheer
+goddeloosheid genoemd mag worden. Hij immers beschermt, als het ware
+God bijstand verleenende bij het schenken Zijner genade, het beste en
+dierbaarste, dat God ons gegeven heeft, d.i. het leven.
+
+Aan onze ouders hebben wij alles te danken, daar wij in zekeren zin
+van hen het geschenk des levens ontvangen hebben. Veel meer zijn wij,
+mijns inziens, den geneesheer verplicht, wien wij zoovele malen
+verschuldigd zijn, wat wij onzen ouders hoogstens éénmaal verschuldigd
+zijn. Wij behooren met kinderlijke liefde hem aan te hangen, die den
+vijand van onzen hals weert, maar zijn wij dat dan niet in veel hooger
+mate verplicht tegenover den geneesheer, die met zoovele doodvijanden
+van ons leven dagelijks een hardnekkigen strijd voert? Wij zien tot
+koningen op als tot goden, omdat wij meenen, dat zij willekeurig
+kunnen beschikken over leven en dood; maar ofschoon zij wel kunnen
+dooden, kan men toch van hen op geen andere wijze beweren, dat zij het
+leven schenken, dan in dien zin, dat zij het niet ontnemen, zooals wij
+ook van roovers zeggen, dat zij iemand het leven geschonken hebben,
+wanneer zij hem niet hebben vermoord. En zelfs in dien zin kunnen zij
+toch niet anders schenken dan het leven des lichaams. Hoeveel dichter
+bij de goddelijke mildheid komt dan niet de weldaad van den
+geneesheer, die een mensch, reeds voor de onderwereld bestemd, door
+zijn kunst, vernuft, zorg en trouw als het ware uit den muil des doods
+terugtrekt? Iemand in andere zaken bijstaan is hulpvaardigheid, maar
+hem, wanneer hij in dreigend gevaar voor ziel en lichaam verkeert,
+in het leven houden, is meer dan genade. Voeg daarbij, dat al wat er
+groots in den mensch is, zijn kennis, deugd, natuurlijke gaven en
+dergelijke, op rekening der geneeskunde dient geschreven te worden,
+aangezien zij datgene beschermt, zonder hetwelk de overige dingen
+zelfs niet kunnen bestaan. Als alles er voor den mensch is en de
+mensch zelf door den geneesheer behouden blijft, dan moet den
+geneesheer voor alles dank geweten worden.
+
+Als men van hem, die door ziekten geteisterd wordt, eigenlijk niet kan
+zeggen, dat hij leeft, en de geneesheer het is, die de gezondheid òf
+herstelt òf beschut, past het ons dan niet, hem als den oorsprong van
+ons leven te erkennen? Indien de onsterfelijkheid iets begeerlijks is,
+zoo wordt zij toch zooveel mogelijk nagestreefd door den ijver der
+geneeskundigen, die het leven een langen duur verschaft. Want waartoe
+behoef ik de algemeen bekende voorbeelden te noemen van Pythagoras,
+Chrysippus, Plato, Cato den Ouden, Antonius, Castor[3] en talloozen
+met hen, van wie de meesten door hun eerbied voor de geneeskunde
+zonder eenige ziekte, zonder verzwakking hunner geestvermogens en
+zonder dat de sterkte van hun geheugen geschokt werd of zij het
+gebruik hunner zintuigen geheel of gedeeltelijk verloren, meer dan
+honderd jaar geleefd hebben? Of is dat niet ons nog op deze wereld een
+beeld vertoonen van de onsterfelijkheid, die wij hiernamaals hopen?
+Christus zelf, de hoogverheven bewerker en redder van onze
+onsterfelijkheid, nam een lichamelijk hulsel aan, dat, ofschoon
+sterfelijk, toch aan geen ziekten was blootgesteld. Het kruis schuwde
+Hij niet, wel ziekten. Is het nu niet iets heerlijks, onzen Heer ook
+in dezen, naar vermogen, na te volgen? Van de apostelen, die bijna
+allen een lang leven gehad hebben, lezen wij wel, dat zij vermoord,
+gedood zijn, niet dat zij ziek zijn geweest. Hoe hun dat nu ook te
+beurt gevallen is, de geneeskunde bewerkt voor ons hetzelfde als wat
+zij door hunne gelukzaligheid bereikt hebben. Want men moet, naar
+ik meen, naar hen niet luisteren, die ons even dom als onbeschaamd
+tegenwerpen, dat deugd gewoonlijk in ziekte wordt uitgeoefend, waar
+zij zonder eenigen grond gelooven, dat Paulus aan zware hoofdpijnen
+leed, terwijl hij toch juist de ziekte eene beproeving van de ziel of,
+wat juister is, eene kwelling der boozen noemt. En diezelfde Paulus
+heeft onder de gaven, die aan de Apostelen geschonken waren, ook de
+gave der genezing geteld.
+
+ [Voetnoot 3: IJverig botanicus uit de eerste eeuw vóór Christus,
+ onder wiens leiding Plinius botanische studiën maakte. (Vert.).]
+
+Ook wordt de roem der geneeskunde in geen geringe mate hierdoor
+verhoogd, dat het verheven keizerlijk en pontificaal recht zich
+vrijwillig aan het oordeel der geneeskundigen onderwerpt, zooals in
+quaesties van manbaarheid, geboorte en vergiftiging, eveneens in
+eenige huwelijksquaesties. O nieuwe waardigheid der geneeskunde! Een
+menschenleven staat op het spel en het oordeel des rechters hangt af
+van de voorafgaande uitspraak van den geneesheer! De pauselijke genade
+verleent in enkele gevallen slechts kwijtschelding na een geneesheer
+gehoord te hebben. Zoo besluit de paus, in geval een bisschop
+beschuldigd wordt, aan eene afschuwelijke en vreeselijke ziekte te
+lijden, eerst na een geneeskundig advies ingewonnen te hebben, tot
+verwijdering of handhaving van den bisschop. Eveneens schrijft de
+goddelijke Augustinus voor, dat de zieke, ook tegen zijn wil, naar den
+raad van den geneesheer behandeld moet worden. Ook zegt hij terecht,
+dat het den geneesheer verschuldigde eerbewijs, dat is het loon voor
+zijn kunst en inspanning, met geweld moet ontnomen worden aan hem, die
+het weigert te voldoen, daar hij beschouwd moet worden als iemand, die
+wederrechtelijk eens anders eigendom in bezit houdt. Ja zelfs ook zij,
+die door tooverformulieren booze duivels uit menschelijke lichamen
+drijven, raadplegen den geneesheer niet zelden, bij voorbeeld bij
+die ziekten, die op geheime wijze de werking van het eene of
+andere zintuig verstoren en zoozeer den schijn wekken van door de
+aanwezigheid van duivels veroorzaakt te zijn, dat zij slechts door
+zeer bekwame geneeskundigen kunnen onderscheiden worden, hetzij het
+duivelen van grover soort zijn (men weet immers, dat er verschillende
+soorten van duivelen bestaan), die ook door medische behandeling
+kunnen aangetast worden, of dat de ziekte zich zoo diep in de
+schuilhoeken der ziel heeft ingedrongen, dat zij op het lichaam geen
+betrekking schijnt te hebben. Terwijl ik U tot staving dezer bewering
+uit de tallooze voorbeelden één, dat ik zelf beleefd heb, verhaal,
+verzoek ik U, mij geduldig te willen aanhooren.
+
+In mijn jeugd heb ik omgang gehad met Panaceus, een wijd en zijd
+beroemd geneesheer; deze heeft in mijn tegenwoordigheid een man,
+Phlyarius genaamd, afkomstig uit Spoleto, genezen, die ten gevolge van
+wormen in een geheel nieuwe soort van waanzin vervallen was, daarin
+bestaande, dat hij gedurende zijn ziekte goed Duitsch sprak, welke
+taal hij, naar met zekerheid vaststond, in normalen toestand nooit
+gekend had. Wie, die onervaren was in de geneeskunde, zou er zelfs
+niet een eed op hebben durven doen, dat deze man door duivelen bezeten
+was? En toch gaf deze arts hem door een eenvoudig en gemakkelijk te
+verkrijgen geneesmiddel weer het verstand terug; tot bezinning gekomen
+sprak noch verstond de man meer Duitsch. Indien men nu beweert, dat
+hij inderdaad bezeten was, dan strekt dit geval der geneeskunde tot
+nog grooter roem, daar het dan bewezen zou zijn, dat ook de booze
+duivels haar gehoorzaamden en zij derhalve niet alleen in het doen
+terugkeeren van het leven, maar ook in het uitdrijven van booze
+geesten zoowel de dienares als de mededingster der goddelijke macht
+ware. En inderdaad waren er toen ook, die deze daad aan tooverkunsten
+toeschreven; maar juist dien laster beschouw ik als een roem en eer
+voor onze wetenschap, welke op resultaten te wijzen heeft, die door
+het meerendeel der menschheid buiten het bereik der menschelijke
+krachten geacht worden.
+
+Met het volste recht derhalve lieten zich in den ouden tijd, toen
+nog niet alles door lage gewinzucht en vuile lusten bezoedeld was,
+goddelijke en hoogverheven mannen, machtige koningen en doorluchte
+raadsheeren het meest van alle wetenschappen aan de geneeskunde
+gelegen liggen en geene andere was den menschen welkomer. Men neemt
+immers aan, dat de groote Mozes naar geen anderen maatstaf dan
+naar dien der medische wetenschap de spijzen in geoorloofde en
+ongeoorloofde heeft ingedeeld. Wij lezen, dat Orpheus, uit de grijze
+Grieksche oudheid, het een en ander heeft overgeleverd omtrent de
+geneeskracht der kruiden. Homerus zelf, zonder tegenspraak de
+voortreffelijkste bron voor alle geesten, maakt herhaaldelijk
+melding van kruiden en prijst zeer vaak de geneeskunde. Hij heeft
+ons immers ook het kruid „moly“ beschreven, dat volgens Plinius
+het voortreffelijkste van alle kruiden en een afdoend middel tegen
+vergiftiging is, welks ontdekking de dichter aan Mercurius toeschrijft
+en waarmee hij zijn Ulysses beschermt tegen den hem door Circe
+gereikten tooverdrank. Hij duidt ook aan, dat „nepenthes“ (letterl.
+„smarteloos“) bij den maaltijd moet gebruikt worden, dat het vermogen
+heeft, leed en droefenis te verdrijven. Voorts noemt hij dikwijls met
+eere Machaon, Paeon, Chiron en Podalirius als uitmuntende in deze
+kunst, waardoor zij niet alleen de helden maar ook de goden, naar
+zijn dichterlijke voorstelling, hulp verleenden. Hij wil er dit mee
+aanduiden, dat ook de grootste vorsten den bijstand der geneesheeren
+behoeven en dat zelfs het leven van hen, die over leven en dood van
+alle overigen beschikken, in hunne macht is. Ja, diezelfde dichter
+heeft in het elfde boek van de Ilias de uitoefening van dit beroep
+door verreweg de schoonste lofspraak verheerlijkt, waar hij zegt, dat
+één arts meer waard is dan vele andere menschen tezamen. Elders
+wederom noemt hij den geneesheer iemand, die in alles onderricht is,
+hiermede openlijk getuigende, wat ook werkelijk het geval is, dat de
+geneeskunde niet berust op de eene of andere wetenschap, maar op den
+geheelen kring van alle wetenschappen en niet alleen op theoretische
+kennis maar ook op practische ervaring in vele zaken. De beroemde
+Pythagoras van Samos, wien de oudheid een zekere mate van
+goddelijkheid toekende, heeft, naar wij vermeld vinden, een bekend
+boek over den aard der kruiden achtergelaten. Nu wil ik Plato,
+Aristoteles, Theophrastus, Chrysippus, Cato den Ouden en Varro maar
+met stilzwijgen voorbijgaan, die allen deze wetenschap ijverig
+bestudeerd of ook practisch beoefend hebben, doch ik zal slechts
+spreken over Mithridates, koning van Pontus, die niet zoozeer
+door zijn, overigens zeer machtige, heerschappij of door zijn
+wonderbaarlijke kennis van één en twintig talen als wel door zijn
+geneeskundige bekwaamheid beroemd is geworden, welke hem tot een
+waarlijk groot man stempelde, daar medische verhandelingen,
+voorbeelden en beschrijvingen van de werking van verschillende
+kruiden, naar Plinius ons meedeelt, in zijn geheime nalatenschap
+gevonden zijn. Nog heden ten dage draagt een bekend tegengift
+zijn naam. Tegenwoordig beschouwt men algemeen als koninklijke
+eigenschappen: spelen, jagen en zich met beuzelingen ophouden. Maar
+oudtijds legden zich de bestuurders van het Romeinsche rijk op niets
+zoozeer toe als op de bevordering der geneeskunde door het invoeren
+van kruiden uit ver verwijderde streken, en dit volk, dat toen de
+wereld beheerschte, was geen geschenk aangenamer.
+
+Ja, Christus zelf, de grondlegger en vorst van alle wetenschappen,
+geeft zich niet uit voor rechtsgeleerde, noch voor rhetor, noch voor
+wijsgeer, maar voor geneesheer, daar Hij, van Zichzelf sprekende,
+zegt, dat „zij geenen medicijnmeester van noode hebben, die zich wel
+bevinden“, terwijl Hij den Samaritaan olie en wijn op wonden laat
+gieten en met speeksel, met aarde vermengd, de oogen van een blinde
+bestrijkt. Juist door dit middel won Hij langzamerhand, toen Hij nog
+aan de wereld onbekend was, de genegenheid en de liefde der menschen;
+niet door goud, noch door heerschappij, maar door het genezen van
+ziekten. Wat Hij door Zijnen wil deed, immers een God, volgt de
+geneesheer naar vermogen na. Bovendien bezitten ook zij eene
+goddelijke macht, namelijk die van genezing aan te brengen door middel
+van krachten, die tot dit doel door God den dingen ingeschapen zijn.
+In hoofdzaak bestond ook daarin het reisgeld, waarmede Hij de
+apostelen voorzag, hun opdragend, terstond door dezen liefdedienst
+hunne gastheeren aan zich te verplichten „door“, zoo luiden Zijne
+woorden, „hunne ziekten te genezen en hen met olie te zalven“.
+Als de groote Paulus zijnen Timotheus een matig gebruik van wijn
+voorschrijft, om zijn zwakke maag te versterken, is dat geen openlijke
+uitoefening van de geneeskunde? Maar waarom zouden wij ons daarover
+verwonderen bij een apostel, als volgens de beoefenaars der mystiek
+de engel Raphael zijn naam ontleend heeft aan het genezen van de
+blindheid van Tobias?[4] O hemelsche en in waarheid gewijde
+wetenschap, naar welke goddelijke geesten genoemd worden!
+
+ [Voetnoot 4: De Hebreeuwsche naam Raphael bestaat uit twee woorden,
+ waarvan het eerste rapha, „genezen“ en het tweede el, „goddelijk
+ wezen“ beteekent. (Vert.)]
+
+De eene mensen leert dit, de ander dat vak of oefent het uit; deze
+wetenschap diende door allen gekend te worden, daar zij voor ieder
+onmisbaar is. Maar ach! allerverkeerdst oordeel der stervelingen!
+
+Er is niemand, die het niet vreeselijk zou vinden, als hij geen
+valsche van echte munt kon onderscheiden, terwijl hij in dit geval
+toch slechts in iets zeer minderwaardigs zou kunnen bedrogen worden;
+hij streeft er echter niet naar, te weten te komen, hoe hij het beste,
+wat hij heeft, kan beschermen. Bij het beoordeelen van geldstukken
+vertrouwt hij anderer oogen niet, doch waar het om leven en gezondheid
+gaat, volgt hij, zooals men dat noemt, blindelings het oordeel van
+anderen. En ofschoon nu de volmaakte kennis van die geheele wetenschap
+slechts aan de weinigen kan ten deel vallen, die daaraan alleen hun
+geheele leven gewijd hebben, zoo behoorde toch ten minste dat
+gedeelte, hetwelk over het behoud der gezondheid handelt, door
+iedereen gekend te worden. Hoewel het niet te ontkennen valt, dat de
+moeielijkheid hierbij voor een groot deel voortspruit, niet uit de
+kunst zelve maar uit de onwetendheid of eerzucht van slechte
+geneesheeren.
+
+Te allen tijde, zelfs bij wilde en barbaarsche volken, werd de
+vriendschap voor iets verhevens en eerbiedwaardigs gehouden. En
+diegene wordt als een uitstekend vriend beschouwd, die evenmin in
+tegen- als in voorspoed zijn vrienden in den steek laat, terwijl
+het gros der vrienden in gelukkige omstandigheden trouw blijft, in
+ongelukkige verdwijnt, evenals de zwaluwen gedurende den zomer in het
+land zijn, maar bij het invallen van den winter wegvliegen. Een hoe
+oprechter vriend is echter niet de geneesheer. Evenals de „Seleucides“
+genaamde vogels, naar verhaald wordt, door de bewoners van het
+Casische gebergte nooit anders gezien worden, dan wanneer zij hunne
+hulp noodig hebben tegen de zwermen van sprinkhanen, die hun gewassen
+vernielen, zoo vertoont ook hij zich nooit in normale en gelukkige
+omstandigheden, maar in tijden van gevaar, in die gevallen, waarin
+vrouw en kinderen dikwijls den man verlaten, bij voorbeeld bij
+waanzin, luizenziekte of pest, staat hij alleen hem voortdurend bij,
+en niet alleen, zooals de meeste anderen, met onnuttige diensten, maar
+als redder, om het leven van den in gevaar verkeerende met de ziekte
+kampend, soms ook met gevaar voor zijn eigen leven. Zijn zij dan niet
+meer dan ondankbaar, die, door de dienstvaardigheid van zulk een
+vriend gered, al aanstonds nadat het gevaar geweken is, den geneesheer
+kunnen haten en hem niet veeleer als een vader vereeren en hoogachten?
+Een alledaagsch vriend, die hen van tijd tot tijd bij een toevallige
+ontmoeting groet, noodigen zij ter maaltijd, hem, die hen wel eens
+vergezelt, overladen zij met hoffelijkheid, maar een zoodanig vriend
+wordt, zoodra zij hem niet meer noodig hebben, versmaad? Terwijl deze
+afkeer eigenlijk juist daaruit voortspruit, dat zij inzien, dat geen
+belooning ooit groot genoeg kan zijn, om tegen hun diensten op te
+wegen.
+
+Daar hij de voortreffelijkste genoemd kan worden, die den staat het
+meest ten nutte is, zoo moest deze wetenschap eigenlijk door alle
+uitstekende mannen geleerd worden.
+
+[5][Het is immers niet de geringste, en misschien wel de voornaamste,
+plicht der wereldlijke overheid te zorgen, dat de burgers gezond zijn.
+Wat baat het, den vijand van de muren verdreven te hebben, wanneer de
+daarbinnen heerschende epidemie meer personen wegmaait dan het zwaard
+der vijanden zou gedood hebben? Wat geeft het, er voor te zorgen,
+dat niemand zijn vermogen verliest, als de gezondheid des lichaams
+gesloopt wordt? De ouden, die een rangorde der goederen hebben
+vastgesteld, plaatsten bovenaan op de lijst een goede gezondheid. Want
+wat nut is het, dat het bezit in ongeschonden staat verkeert, als de
+bezitter niet wel is? Daarom lette de wetgeving bij de ouden, toen
+heb- en eerzucht nog niet alles bedorven hadden, vooral daarop, dat de
+lichamen der burgers gezond, krachtig en evenredig ontwikkeld waren.
+Dit hangt deels af van de aangeboren lichaamsgesteldheid, deels van
+de opvoeding, lichaamsoefeningen, voedingswijze en ook eenigszins van
+de inrichting der woningen. De taak van den geneesheer vervulden de
+wetgevers, die slechts goed gebouwde personen met elkander lieten
+huwen, die eischten, dat men alleen volkomen gezonde minnen in dienst
+nam, die openbare baden en turnplaatsen instelden, wetten tegen de
+weelde maakten, door het doen verbouwen van huizen en het droogleggen
+van moerassen, epidemieën voorkwamen en er voor waakten, dat geen
+spijzen of dranken, die voor de gezondheid gevaar opleverden, verkocht
+werden. Maar heden ten dage meenen de vorsten, dat zij er niet mee te
+maken hebben, of voor wijnen vergiften verkocht worden, of er door
+aangestoken graan of bedorven visch zoovele ziekten onder het volk
+verspreid worden.
+
+Er is letterlijk geen deel van het leven, dat zonder de hulp der
+geneeskunde behoorlijk kan geregeld worden.]
+
+ [Voetnoot 5: De woorden, die nu volgen en tusschen haakjes []
+ geplaatst zijn, komen niet voor in de uitgave van Frobenius Bazel
+ 1518, noch in die van Mich. Hillenius (Antwerpen 1523), noch ook
+ in die van Joannes Petrejus (Neurenberg 1525), maar wel in de
+ eerste gezamenlijke uitgave van Erasmus’ werken van Beatus
+ Rhenanus (Bazel 1540) en in de beste gezamenlijke uitgave van
+ Joannes Clericus (Leiden 1703). (Vert.)]
+
+Indien er eindelijk menschen zijn, die de waarde der dingen liever
+afmeten naar het voordeel en de winst, die zij opleveren, dan zullen
+zij bevinden, dat ook in dit opzicht de geneeskunde, ofschoon te
+verheven om naar dergelijke overwegingen beoordeeld te worden, bij
+geen der andere wetenschappen ten achter staat. Want geen andere was
+ooit meer winstgevend en stelde hare beoefenaars zoo snel in staat,
+zich een vermogen te verwerven. Wij lezen, dat Erasistratus, dien ik
+reeds vroeger vermeld heb, door koning Ptolemeus, en Critobolus door
+Alexander den Grooten met buitengewone, nauwelijks te gelooven
+belooningen begiftigd zijn. Doch welke belooning is dan ten slotte
+niet gering te noemen, betaald aan den redder van een leven, voor
+welks behoud zooveel duizenden soldaten voortdurend streden? Waartoe
+nog te noemen de Cassii, Carpitani, Aruncii en Albutii, van wie
+Plinius vertelt, dat zij te Rome zoowel aan het keizerlijk hof als
+onder de burgers ontzaglijk veel geld verdienden? Doch waarom behoeven
+wij nog die voorbeelden uit het grijze verleden weder op te halen,
+alsof niet ieder uit zijn eigen tijd verscheidenen voor den geest
+staan, die door dit beroep ware Croesussen zijn geworden.
+
+Van de rhetoriek en de dichtkunst kan slechts hij leven, die er in
+uitmunt. Een musicus, die het niet tot een groote hoogte in zijn kunst
+gebracht heeft, lijdt honger. Een rechtsgeleerde heeft maar een mager
+inkomen, als hij niet voortreffelijk is. Slechts de geneeskunde
+onderhoudt en beschermt haren beoefenaar, hoe weinig bedreven hij
+er ook in moge zijn. De medische wetenschap berust wel is waar op
+ontelbare kundigheden en de kennis van een oneindig aantal zaken; toch
+helpt dikwijls één enkel geneesmiddel een stumper in het vak aan den
+kost. Het is er dus verre vandaan, dat dit beroep als onwinstgevend
+kan veroordeeld worden.
+
+Daar komt nog bij, dat met de overige beroepen niet overal geld
+te verdienen is. Een rhetor zal een koele ontvangst vinden bij de
+Sarmaten, een kenner van het keizerlijk recht bij de Britten. De
+medicus is overal, waar ter wereld hij zich ook heen begeve, vergezeld
+door zijn waardigheid en van reisgeld voorzien, zoodat op geen beroep
+meer van toepassing is het alom bekende Grieksche spreekwoord: „de
+geheele aarde voedt het ambacht.“
+
+Maar juist daarover spreekt Plinius (ik weet niet zeker of hij hier
+zelf aan het woord is of de meening van anderen weergeeft) zijn
+verontwaardiging uit, dat het uitoefenen der geneeskunde een
+broodwinning is. Ik stem toe, dat deze wetenschap te hoog staat, om
+tot kostwinning te dienen of tot middel om zich te verrijken. Dit
+hoort thuis bij de alledaagsche beroepen. Maar het ware al te
+ondankbaar, haar alleen van den haar toekomenden dank te berooven,
+aan welke nooit genoeg dank vergolden kan worden. Een uitstekend
+geneesheer helpt als een god kosteloos, desnoods tegen den wil van den
+patiënt. Maar het is goddeloosheid, voor de weldaad van een god niet
+erkentelijk te zijn. Hij geeft wel niet om loon, maar gij behoort
+volgens de wet gestraft te worden wegens uw buitengewone
+ondankbaarheid, als gij het hem niet voldoet.
+
+Het is mij volstrekt niet onbekend, dat deze uitmuntende wetenschap
+zoowel voorheen bij de ouden in een kwaden roep stond, als ook
+tegenwoordig door sommige onwetende lieden gehoond wordt. Cato beviel
+de geneeskunde niet, niet omdat hij haar op zich zelve veroordeelde,
+maar omdat een onvervalscht Romein als hij de aanmatigende wijze,
+waarop de Grieken haar in zijn dagen uitoefenden, niet kon verdragen.
+Hij kende aan de ervaring op dat gebied zulk een hooge waarde toe,
+dat hij der geneeskunde den naam van wetenschap ontzegde. Dat kan
+ons van hem te minder verwonderen, daar hij het ook was, die in den
+Romeinschen senaat het voorstel deed, de geheele Grieksche philosophie
+uit Rome te verbannen. De stoere man meende, dat tot zuivering van het
+menschelijk lichaam kool en menigvuldige brakingen voldoende waren. En
+toch lezen wij van dien vijand der artsen, dat hij door inachtneming
+der medische voorschriften tot het einde van zijn lang leven zijn
+krachten onverzwakt behouden heeft.
+
+Alleen de geneesheeren, zegt men, hebben het onbeperkte recht van
+straffeloos te dooden. Maar juist uit dien hoofde moeten goede
+geneesheeren geëerd worden, daar zij, terwijl het hun vrijstaat, niet
+alleen ongestraft maar zelfs tegen belooning te dooden, toch liever
+de menschen willen redden. Dat zij kunnen dooden, bewijst hun groote
+macht, dat zij het niet willen, getuigt voor hun rechtschapenheid.
+Tot vervelens toe hoort men overal in dronken gezelschappen het
+spreekwoord: „wie medisch leeft, leeft ellendig“. Alsof het een groot
+geluk is, door een wijnroes geradbraakt te worden, zich uit te putten
+door ontucht, op te zwellen van onmatig biergebruik of ten gevolge van
+uitspattingen door den slaap overmand te worden. Wat behoeven wij nog
+deze lasteraars met woorden te bestrijden, die zelf door het verzaken
+van de voorschriften der geneeskunde voldoende gestraft worden, daar
+zij weldra door podagra worden gekweld, door verlamming getroffen,
+vroegtijdig het verstand verliezen, vóór den ouderdom zwak van gezicht
+worden en dan eindelijk, maar te laat, in hunne ellende op de wijze
+van Stesichorus hunnen laster herroepen[6]. En toch maakt die goede
+wetenschap geen bezwaar ook dezen, ofschoon zij het volstrekt niet
+waard zijn, zooveel mogelijk te helpen. Sommigen noemen, met een
+scheldwoord aan de oude comedie ontleend, de geneesheeren „dreketers“.
+Verdienen zij dan niet juist daarom geprezen te worden, dat zij, om de
+wonden der menschheid te heelen, zich verwaardigen, uit hun verheven
+sfeer tot het vuil af te dalen? Als de hoogmoed van de geneeskundigen
+eens zoo groot was als de onbeschoftheid, waarmee die lieden hen
+vervolgen, dan zouden zij, zoo maar straffeloos, de menschen kunnen
+laten omkomen. Doch ons beroep heeft dit met goede vorsten gemeen, dat
+het goed handelt, maar een slechten naam heeft.
+
+ [Voetnoot 6: De lyrische dichter Stesichorus zou namelijk, doordien
+ hij Helena gesmaad had, van het gezicht beroofd zijn en later door
+ het dichten van een palinodie het weer teruggekregen hebben. (Vert.)]
+
+Al zijn er nu ook lieden, zooals zij er inderdaad zijn, die zich voor
+geneeskundigen uitgeven, terwijl zij niets minder dan dat zijn; als er
+zijn, die vergiften voor geneesmiddelen toedienen; als er zijn, die
+uit gewin- of eerzucht zieken slechten raad geven, wat is onbillijker
+dan op grond van fouten van enkele individuen het geheele beroep te
+lasteren? Ook onder de priesters zijn echtbrekers, onder de monniken
+moordenaars en roovers; maar wat heeft dit te maken met den
+godsdienst, die op zich zelf zoo voortreffelijk is? Geen beroep is zoo
+heilig, of er zijn eenige misdadigers die het uitoefenen. Het is zeker
+dringend te wenschen, dat alle vorsten van dien aard zijn, dat zij
+dien naam ook ten volle verdienen. Maar toch moet daarom de monarchie
+niet veroordeeld worden, omdat er onder den vorstelijken titel eenige
+plunderaars en vijanden van den staat rondloopen. Ook ik wenschte,
+dat alle geneesheeren met recht dien naam konden dragen en dat onder
+hen geen toepassing kon vinden de Grieksche spreuk: „velen zijn
+ossendrijvers, maar weinigen landbeploegers“. Ik wenschte, dat allen
+die angstvallige nauwgezetheid in de uitoefening van hun beroep
+vertoonden, tot welke Hippocrates de artsen door een in plechtige
+woorden vervatten eed verplichtte. Toch is er voor ons geen reden, om
+niet met alle macht naar de bereiking van deze hoogte te streven, al
+zien wij ook, dat dit door zeer velen wordt nagelaten.
+
+Maar daar dit onderwerp, hoogaanzienlijke vergadering, van zulk een
+grooten omvang is, dat het moeilijk zou zijn, hierover ooit uitgeput
+te raken, acht ik, om de belofte, in den aanhef mijner rede gedaan,
+gestand te doen, nu den tijd gekomen, om den geheelen lof der
+geneeskunde in het kort samen te vatten.
+
+Immers, terwijl zeer vele zaken zich alleen door hare oudheid
+aanbevelen, is deze wetenschap het allereerst ontdekt door de
+noodwendigheid. Als eene wetenschap door haar grondleggers roem
+erlangt, de uitvinding van deze is altijd aan de goden toegeschreven.
+Als de eer, die een zaak te beurt valt, haar aanzien verhoogt, aan
+geene andere is zoo algemeen en zoo lang goddelijke eer bewezen.
+Indien die dingen op hoogen prijs gesteld worden, die de goedkeuring
+van aanzienlijke mannen wegdragen, het bestudeeren dezer wetenschap
+strekte den machtigsten vorsten, den voornaamsten personen niet alleen
+tot genoegen maar ook tot roem. Als de moeilijkheid, welke iets
+oplevert, maatstaf is voor de schoonheid ervan, niets gaat met meer
+moeite gepaard dan de beoefening der geneeskunde, die op zooveel
+kennis, op het onderzoek van en ervaring in zoovele zaken berust. Als
+wij een zaak naar hare waarde beoordeelen, wat staat hooger dan de
+goddelijke genade het dichtst nabij te komen? Naar haar vermogen, wat
+is machtiger of rijker aan resultaten dan een geheelen mensch, wien
+een zekere dood te wachten staat, aan zich zelf terug te geven? Naar
+hare noodwendigheid, wat is zoo onmisbaar als de wetenschap, zonder
+welke noch leven, noch geboorte mogelijk is? Indien wij een zaak naar
+hare zedelijke deugd beoordeelen, wat staat moreel hooger dan het
+menschelijk geslacht in het leven te houden? Naar haar nut, geen
+zaak sticht grooter nut en in wijder kring. Indien wij eindelijk het
+financiëel voordeel tot maatstaf nemen, dan is zij wel het allermeest
+winstgevend, indien de menschheid niet alle dankbaarheid verloren
+heeft.
+
+U wensch ik dus ten zeerste geluk, voortreffelijke mannen, die het
+voorrecht hebt, in dat allerschoonste vak uit te munten.
+
+U, beste jongelingen, geef ik den raad: legt u hierop met volle borst
+toe, wijdt U met al uwe krachten aan deze wetenschap, die U eer, roem,
+aanzien en vermogen zal doen verwerven en door welke gij op Uw beurt
+uwen vrienden, uw vaderland, ja, het geheele menschelijke geslacht op
+meer dan gewone wijze ten heil zult strekken.
+
+ Ik heb gezegd.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Erasmus Roterodamus
+D. Henrico Afinio Lyrano
+ insigni Medico
+ S. D._
+
+ _Erasmus van Rotterdam
+ aan Dr. Henricus Afinius van Lier,[1]
+ den voortreffelijken medicus._
+
+ [Voetnoot 1: Een stad in Brabant (Vertaler).]
+
+Nuper dum bibliothecam recenseo, doctissime Afini, venit in manus
+oratio quaedam olim mihi nihil non experienti, in laudem artis medicae
+declamata; continuo visum est orationem non optimam optimo dicare
+medico, ut vel tui nominis lenocinio studiosorum centuriis commendetur.
+
+ Toen ik onlangs mijne bibliotheek nazag, zeer geleerde AFINIUS, kwam
+ mij eene redevoering in handen, die lang geleden door mij, toen ik
+ mijne krachten nog aan allerlei beproefde, vervaardigd was over
+ „den lof der geneeskunde“. Terstond besloot ik de niet zeer goede
+ redevoering aan den zeer goeden medicus op te dragen, opdat zij, door
+ Uwen naam versierd, in de gelederen der studenten haren weg moge
+ vinden.
+
+Erit hoc interim mei in te animi qualecunque documentum, dum dabitur
+aliud nostra necessitudine dignius.
+
+ Aanvaard intusschen dit blijk, hoe gering ook, van mijne genegenheid
+ jegens U, totdat U een ander, onze vriendschap meer waardig, zal
+ gegeven worden.
+
+Bene vale.
+
+ Het ga U wel.
+
+Lovanii tertio Idus Martias Anno MDXVIII.
+
+ LEUVEN, den 13den Maart, 1518.
+
+
+
+
+DECLAMATIO ERASMI ROTERODAMI IN LAUDEM ARTIS MEDICÆ.
+
+ REDEVOERING VAN ERASMUS VAN ROTTERDAM OVER DEN LOF DER GENEESKUNDE.
+
+
+[_Attentio._]
+
+Quo saepius est ars medicinae, meditatis et elaboratis orationibus,
+hoc ex loco, apud plerosque vestrum praedicata, idque a viris singulari
+facundia praeditis, auditores celeberrimi, hoc mihi sane minus est
+fiduciae, me vel tantae rei, vel aurium vestrarum expectationi
+satisfacturum. Neque enim rem prope divinam nostra facile assequetur
+infantia, neque vulgaris oratio de re toties audita taedium possit
+effugere.
+
+ Hoe vaker de lof der geneeskunde van deze plaats in doorwrochte en
+ zorgvuldig bewerkte redevoeringen ten aanhoore van de meesten Uwer
+ verkondigd is, en wel door mannen met buitengewone welsprekendheid
+ begaafd, des te meer, hoogaanzienlijke toehoorders, vrees ik, dat ik
+ noch door mijne voordracht aan een zoo gewichtig onderwerp recht zal
+ weten te doen, noch aan Uwe verwachting van hetgeen Gij te hooren
+ zult krijgen zal kunnen beantwoorden. Want aan den eenen kant zal
+ ons gebrekkig redenaarstalent niet licht de hoogte van dit bijna
+ goddelijke onderwerp bereiken, aan den anderen kant zal een
+ alledaagsche redevoering over iets, dat reeds zoo dikwijls gehoord
+ is, niet kunnen nalaten bij het auditorium verveling op te wekken.
+
+[_Propositio._]
+
+Verumtamen ne salutari maiorum instituto videar deesse, qui solenni
+encomio juventutis animos ad huius praeclarae scientiae studium,
+admirationem, amorem, excitandos, accendendos, inflammandosque
+censuerunt, experiar et ipse pro mea virili (siquidem me dicentem
+adjutabit vestra tum attentio, tum humanitas, favore candido prosequens,
+quem ad hoc muneris vestra adegit autoritas)
+
+ Desniettegenstaande zal ook ik, om een heilzame gewoonte onzer
+ voorouders niet te verzaken, die van oordeel waren, dat door een
+ jaarlijks uit te spreken lofrede de gemoederen der jeugd tot de studie
+ van en bewondering en liefde voor deze wetenschap opgewekt, aangevuurd
+ en ontvlamd moesten worden, indien Gij mijne voordracht met Uwe
+ aandacht en welwillendheid wilt steunen, indien Gij hem, wien Uw
+ gezag deze eervolle taak heeft opgedragen, met oprechte toewijding
+ wilt volgen, zal ook ik naar mijne zwakke krachten beproeven,
+
+ medicae facultatis dignitatem, autoritatem, usum, necessitatem,
+non dicam explicare, quod prorsus infiniti fuerit negotii, sed summatim
+modo perstringere, ac veluti confertissimas locupletissimae cujuspiam
+reginae opes, per transennam (ut aiunt) studiosorum exhibere
+conspectibus.
+
+ de waardigheid, den invloed, het nut en de noodwendigheid
+ der medische wetenschap, wel niet in alle onderdeelen voor U te
+ ontwikkelen, wat een oneindig werk zou zijn, maar, slechts de
+ hoofdzaken aanrakende, in het kort te behandelen, en, evenals de
+ dicht opeengehoopte schatten van een zeer rijke koningin, slechts
+ vluchtigjes, als het ware achter traliën, aan de blikken der studenten
+ te vertoonen.
+
+[_Laudandi ratio per comparationem._]
+
+Cuius quidem ea vel praecipua laus est, primum quod nullis omnino
+praeconiis indiget, ipsa abunde per se vel utilitate, vel necessitate
+commendata mortalibus. Deinde quod toties iam a tam praeclaris ingeniis
+praedicata, semper tamen novam laudum suarum materiam, ingeniis etiam
+parum foecundis ex sese suppeditat, ut nihil necesse sit, eam vulgato
+more invidiosis illis contentionibus, non sine caeterarum disciplinarum
+contumelia depraedicare.
+
+ Haar grootste lof bestaat nu in de eerste plaats daarin, dat zij in
+ het geheel geen lofspraken noodig heeft, daar zij zich zelve meer dan
+ voldoende den menschen door haar nut en onmisbaarheid aanbeveelt.
+ Vervolgens, dat zij, hoewel reeds zoovele malen door zoo
+ voortreffelijke geesten geprezen, toch ook aan minder vruchtbare
+ vernuften steeds weer nieuwe stof tot prijzen biedt, zoodat men bij
+ het zingen van haar lof volstrekt niet zijn toevlucht behoeft te nemen
+ tot het gewone hatelijke middel, door dit namelijk op die wijze te
+ doen, dat men de overige wetenschappen in een minder gunstig daglicht
+ plaatst.
+
+ Quin illud magis metuendum, ne domesticas illius dotes, ne
+germanam ac nativam amplitudinem, ne majestatem humana conditione
+maiorem, mortalis oratio non assequatur. Tantum abest, ut vel aliena
+contumelia, vel asciticiis Rhetorum fucis, aut amplificationum
+praestigiis sit attollenda. [Sidenote: γνώμη.] Mediocrium est formarum,
+deformiorum comparatione, aut cultus lenociniis commendari; res per se
+vereque praeclaras, satis est vel nudas oculis ostendisse.
+
+ Veeleer is dit te vreezen, dat de mensch geen woorden genoeg
+ zal kunnen vinden, om de haar eigene gaven, hare natuurlijke en
+ aangeboren grootheid, hare verhevenheid, die het menschelijke ver
+ achter zich laat, voldoende weer te geven. Zooverre is het ervan
+ verwijderd, dat zij òf door vernedering van andere wetenschappen, òf
+ door gekunstelde rhetorische opsmukking of valsche overdrijving moet
+ opgevijzeld worden. Slechts gestalten van middelmatige schoonheid
+ kunnen alleen door vergelijking met leelijke of door den opschik harer
+ kleeding indruk op ons maken; dingen, die door zich zelve en in
+ waarheid uitblinken, mag men ook bloot aan aller blikken prijsgeven.
+
+[_Dignitas et autoritas medicinae._]
+
+Iam primum enim (ut ad rem festinemus) reliquae artes quoniam nulla non
+magnam aliquam vitae commoditatem attulit, summo quidem in pretio fuere.
+Verum medicinae quondam tam admirabilis fuit humano generi inventio, tam
+dulcis experientia, ut eius autores, aut plane pro diis habiti sint,
+velut Apollo, et huius filius Aesculapius, imo (quod ait Plinius)
+singula quosdam inventa deorum numero addiderunt,
+
+ In de eerste plaats dan (om ter zake te komen) waren wel ook de andere
+ wetenschappen, daar alle de eene of andere geriefelijkheid aan ons
+ leven bezorgden, oudtijds in hooge eere. Maar de uitvinding der
+ geneeskunde werd in den ouden tijd door het menschdom zóó bewonderd,
+ hare toepassing als een zóó groote weldaad ondervonden, dat hare
+ uitvinders òf geheel en al voor goden werden gehouden, zooals Apollo
+ en diens zoon Aesculapius en zelfs, naar Plinius zegt, sommigen ten
+ gevolge van één enkele uitvinding onder de goden werden geplaatst,
+
+ aut certe divinis honoribus digni sint existimati, velut
+Asclepiades, quem Illyrici numinis instar receptum Herculi in honoribus
+aequarunt. Non equidem probo quod fecit antiquitas, affectum sane ac
+iudicium laudo, quippe quae recte et senserit et declararit, docto
+fidoque medico nullum satis dignum praemium persolvi posse.
+
+ òf ten minste goddelijke vereering zijn waardig gekeurd,
+ zooals bij voorbeeld Asclepiades, dien de Illyriers als een god
+ opnamen en op dezelfde wijze als Hercules vereerden. Nu keur ik
+ natuurlijk niet goed, wat de ouden ten dezen gedaan hebben, toch prijs
+ ik hun gevoel en hun oordeel. Zij hebben immers terecht begrepen en op
+ die wijze tot uiting gebracht, dat aan een kundigen en betrouwbaren
+ geneesheer nooit te groote belooning geschonken kan worden.
+
+[_A difficultate._]
+
+Etenim si quis secum reputet, quam multiplex in corporibus humanis
+diversitas, quanta ex aetatibus, sexu, regionibus, coelo, educatione,
+studiis, usu varietas, quam infinita in tot milibus herbarum (ne
+quid interim dicam de caeteris remediis) quae alibi aliae nascuntur,
+discrimina.
+
+ Immers, wanneer men nagaat, een hoe veelvuldige verscheidenheid
+ van menschelijke lichamen er is, veroorzaakt door het verschil
+ in leeftijd, geslacht, landstreek, klimaat, opvoeding, bedrijf en
+ levenswijze; welke oneindige verschillen er zijn in zooveel duizenden
+ kruiden, die elk op een andere plaats groeien, om nog maar te zwijgen
+ van de overige geneesmiddelen;
+
+ Tum quot sint morborum genera, quae trecenta nominatim fuisse
+prodita scribit Plinius, exceptis generum partibus, quarum omnium quam
+nullus sit numerus, facile perpendet, qui tantum norit, quot formas in
+se febris vocabulum complectatur, ut ex uno caetera aestimentur;
+exceptis his, qui quotidie novi accrescunt, neque secus accrescunt, quam
+si de composito cum arte nostra bellum suscepisse videantur.
+
+ vervolgens, hoevele soorten van ziekten er bestaan, waarvan er
+ volgens Plinius driehonderd met name zijn overgeleverd, nog
+ daargelaten de onderverdeelingen dier soorten, waarvan hij het
+ oneindige aantal licht zal bevroeden, die, om maar eens een voorbeeld
+ te noemen, weet, hoeveel variëteiten de naam koorts alleen inhoudt; en
+ zonder te letten op de nieuwe ziekten, die er dagelijks bijkomen, en
+ wel in zulke mate, alsof zij volgens onderlinge afspraak den strijd
+ met onze wetenschap hadden aangebonden,
+
+ Exceptis venenorum plus mille periculis, quorum quot species sunt,
+tot sunt mortis genera, totidem remediorum differentias flagitantia.
+Exceptis casibus quotidianis lapsuum, ruinarum, ruptionum, adustionum,
+luxationum, vulnerum, atque his consimilium, quae prope cum ipso
+morborum agmine ex aequo certant. Denique qui cogitet, quanta sit in
+corporum coelestium observatione difficultas, quae nisi cognoris,
+saepenumero venenum erit, quod in remedium datur.
+
+ om nog niet eens te spreken van de meer dan duizend gevallen
+ van vergiftiging, waarvan iedere soort een bijzonderen dood ten
+ gevolge heeft en dus een afzonderlijk geneesmiddel vereischt; nog niet
+ eens medegerekend de dagelijks voorkomende gevallen van struikeling,
+ val, fractuur, brandwonde, verstuiking, verwonding en dergelijke,
+ welke gevallen bijna even sterk in aantal zijn als de menigte der
+ ziekten; indien men eindelijk overweegt, hoe groote moeielijkheid er
+ verbonden is met het waarnemen der hemellichamen, die men noodzakelijk
+ moet kennen, daar anders dikwijls vergift zal zijn, wat men als
+ geneesmiddel toedient;
+
+ Ne quid interim commemorem saepe fallaces morborum notas, sive
+coloris habitum spectes, sive lotii signa rimeris, sive pulsus harmoniam
+observes, velut hoc agentibus malis, ut hostem medicum fallant et
+imponant. Tantum undique sese offundit difficultatum, ut mihi difficile
+sit omnes vel oratione prosequi.
+
+ terwijl ik maar met stilzwijgen voorbijga de dikwijls
+ bedriegelijke symptomen van ziekten, hetzij men de kleur beschouwt of
+ de teekens der urine onderzoekt of den polsslag waarneemt, daar het
+ den schijn heeft, alsof de ziekten er zich op toeleggen, om haar
+ vijand, den arts, te bedriegen en te misleiden; als men dit alles
+ nagaat, dan doen zich van alle kanten zooveel moeielijkheden op, dat
+ ik die zelfs bezwaarlijk alle zou kunnen opsommen.
+
+Sed ut dicere coeperam, has omnes rerum varietates studio persequi,
+obscuritates ingenio assequi, difficultates industria pervincere, ac
+penetratis terrae fibris, excussis undique totius naturae arcanis, ex
+omnibus herbis, fruticibus, arboribus, animantibus, gemmis, ex ipsis
+denique venenis, cunctis humanae vitae malis efficacia quaerere remedia,
+atque horum opportunum usum ex tot autoribus, tot disciplinis, imo et ab
+ipsis sideribus petere.
+
+ Maar, om voort te gaan, al deze verschillende zaken ijverig
+ te bestudeeren, de duistere punten daarin met het verstand te
+ onderzoeken, de moeielijkheden door vlijt te overwinnen en, na
+ doorgedrongen te zijn in de ingewanden der aarde en van alle kanten
+ de geheimen der geheele natuur doorzocht te hebben, uit alle kruiden,
+ struiken, boomen, dieren, edelgesteenten, ten slotte zelfs uit de
+ vergiften voor alle kwalen van het menschelijk leven werkzame
+ geneesmiddelen te verkrijgen en de kennis van hun passend gebruik aan
+ zooveel schrijvers, zooveel wetenschappen, ja zelfs ook aan de sterren
+ te ontleenen;
+
+ Haec inquam, tam abdita rimari cura, tam ardua viribus animi
+adipisci, tam multa memoria complecti, tam necessaria ad salutem
+universi mortalium generis in commune proferre, nonne prorsus homine
+maius ac plane divinum quiddam fuisse videtur?
+
+ deze zoo verborgen dingen met zorg uit te vorschen, zoo
+ moeielijke onderwerpen door de kracht van het verstand te begrijpen en
+ zoo talrijke zaken met het geheugen te omvatten; die voor het heil van
+ het menschelijk geslacht zoo onmisbare zaken tot bezit van het
+ algemeen te maken; schijnt dat niet het werk van een god geweest te
+ zijn, te grootsch dan dat het door menschen had kunnen tot stand
+ gebracht worden?
+
+ Absit invidia verbis. Liceat id quod vero verius est ingenue
+praedicare. Non me jacto, sed artem ipsam effero. Etenim si dare vitam
+proprium dei munus est, certe datam tueri, jamque fugientem retinere,
+deo proximum fateamur oportet. Quamquam ne prius quidem illud, quod nos
+soli deo proprium esse volumus, medicorum arti detraxit antiquitas, ut
+credula, ita gratissima.
+
+ Men duide mijne woorden niet euvel; het zij mij geoorloofd
+ dat, wat zoo onweersprekelijk waar is, ronduit te verkondigen. Ik
+ verhef mijzelf niet, maar alleen de wetenschap. Immers, hoewel het
+ schenken van het leven slechts een voorrecht van de godheid is, zoo
+ moet men toch toegeven, dat dit leven te kunnen beschermen en vast te
+ houden, als het ons wil ontvlieden, de goddelijke macht zeer nabij
+ komt. Ofschoon zelfs niet het eerstgenoemde, hetwelk wij uitsluitend
+ aan God toeschrijven, door de ouden aan het gebied der geneeskunde
+ onttrokken werd, die daardoor wel hun lichtgeloovigheid, maar toch ook
+ hun groote dankbaarheid toonden.
+
+ Nam Aesculapii quidem ope Tyndaridam, et post eum complures ab
+Orco in lucem redisse credidit. Asclepiades hominem exanimatum, elatum,
+comploratumque ab rogo domum vivum reduxisse legitur. Xanthus historicus
+catulum leonis occisum, praeterea et hominem, quem Draco occiderat,
+vitae redditum fuisse, posteris prodidit, herba quam halin[*] nominant.
+
+ [Footnote: The Dutch translation notes that the word in Pliny is
+ “balis”.]
+
+ Zoo meenden zij, dat door de hulp van Aesculapius Castor, de
+ zoon van Tyndareus, en verscheidenen na hem uit de onderwereld in het
+ leven teruggekeerd zijn. Wij lezen, dat Asclepiades een persoon, die
+ gestorven, ter begrafenis uit zijn huis gedragen was en over wien
+ reeds de gebruikelijke lijkklachten waren uitgesproken, van den
+ brandstapel weg levend naar huis teruggevoerd heeft. De
+ geschiedschrijver Xanthus verhaalt, dat een gedood jong van een leeuw
+ en een man, dien Draco had laten ombrengen, weder tot het leven
+ teruggebracht zijn door een kruid, dat „halis“[2] heet.
+
+ [Voetnoot 2: In Plinius staat „balis“ (Vertaler).]
+
+ Ad haec Juba, in Africa quendam herba revocatum ad vitam, testis
+est. Neque vero laboraverim, si sint apud quos haec fide careant. Certe
+(quod agimus) admirationem artis tanto magis implent, quanto magis supra
+fidem veri sunt, et immensum esse fateri cogunt id quod vero supersit.
+
+ Ook getuigt Juba, dat in Afrika door middel van een kruid
+ iemand weer in het leven teruggeroepen is. Nu zou ik mij er weinig om
+ bekommeren, als er menschen waren, die aan deze verhalen geen geloof
+ sloegen; toch vervullen zij ons met des te meer bewondering voor de
+ geneeskunde, hoemeer zij ons, niettegenstaande hun ongeloofwaardigheid,
+ tot de erkentenis dwingen, dat wat er waars aan overblijft toch nog
+ buitengewoon is.
+
+ Quamquam quantum ad eum attinet, qui vitae redditur, quid refert
+utrum anima denuo in artus relictos divinitus reponatur, an penitus in
+corpore sepulta, morbique victoris oppressa viribus, arte curaque medici
+suscitetur atque eliciatur, iamque certo migratura retineatur?
+
+ Hoewel, wat voor onderscheid is er voor hem, die aan het leven
+ teruggegeven wordt, of de levensgeesten door werking van de godheid
+ opnieuw in de ledematen, die zij reeds verlaten hadden, worden
+ teruggebracht, dan wel of zij, diep in het lichaam begraven en door de
+ kracht der overweldigende ziekte onderdrukt, door de kunst en de zorg
+ van den geneesheer ondersteund en voor den dag gebracht worden en,
+ reeds op het punt te wijken, op hun plaats worden gehouden?
+
+ An non pene paria sunt mortuum restituere, et mox moriturum
+servare? Atqui permultos nominatim recenset Plinius libro historiae
+mundanae septimo, qui iam elati partim in ipso rogo, partim post dies
+complusculos revixerint.
+
+ Of komt het niet ongeveer op hetzelfde neer, een doode te doen
+ herleven of iemand, die weldra zal sterven, in het leven te houden? En
+ toch noemt Plinius in het zevende boek van zijn „Historia Naturalis“
+ zeer velen met name op, die, na reeds ter begrafenis uit hun huis
+ gedragen te zijn, deels op den brandstapel zelf, deels eerst na
+ verscheidene dagen, weder herleefden.
+
+Miraculum est, quod paucis dedit casus. Et non magis mirandum, quod
+quotidie multis largitur ars nostra? Etiamsi hanc deo Opt. Max. debemus,
+cui nihil non debemus, ne quis haec a me putet arrogantius dicta quam
+verius. Complurium morborum ea vis est, ut certa mors sint, nisi
+praesens adsit medicus, veluti stupor is, qui mulieribus potissimum
+solet accidere, veluti syncopis profunda, paralysis, apoplexia.
+
+ Een wonder noemt men datgene, wat het toeval aan weinigen gegeven
+ heeft. Maar is dan niet veeleer een wonder te noemen, wat onze
+ wetenschap dagelijks aan velen verleent? En ofschoon wij deze aan den
+ Algoede te danken hebben, Wien wij alles verschuldigd zijn, meene toch
+ niemand, dat mijne woorden meer aanmatiging dan waarheid bevatten.
+ Verscheidene ziekten zijn van dien aard, dat er een wisse dood volgt,
+ als niet de geneesheer onmiddellijk hulp verleent, zooals bij
+ voorbeeld de verdooving, die vooral vrouwen pleegt te overvallen,
+ diepe onmacht, verlamming en beroerte.
+
+ Neque desunt ulli vel seculo, vel genti sua in hanc rem exempla.
+Hic qui mortem ingruentem arte sua depellit, qui vitam subito oppressam
+revocat, nonne ceu numen quoddam dextrum ac propitium semper habendus
+est? Quot censes homines ante diem sepultos fuisse priusquam medicorum
+solertia morborum vires, et remediorum naturas deprehenderat? Quot hodie
+mortalium milia vivunt, valentque, qui ne nati quidem essent, nisi eadem
+haec ars, et tot nascendi discriminibus remedia, et obstetricandi
+rationem reperisset?
+
+ In iederen tijd en bij ieder volk zijn hier voorbeelden van te
+ vinden. Moet nu niet hij, die den overrompelenden dood door zijn kunst
+ verdrijft, die het leven, plotseling overmeesterd, terugroept, te
+ allen tijde als een welwillende en genadige godheid beschouwd worden?
+ Hoeveel menschen zijn niet vóór hun tijd ten grave gedaald, toen nog
+ niet door de schranderheid der geneeskundigen de werkingen der ziekten
+ en de aard der geneesmiddelen doorgrond waren? Hoeveel duizenden leven
+ niet heden ten dage en bevinden zich lichamelijk wel, die zelfs niet
+ geboren zouden zijn, als niet diezelfde wetenschap zoovele middelen
+ tegen de gevaren der geboorte en de verloskunde had uitgevonden.
+
+ Adeo statim in ipso vitae limine, et pariens simul et nascens
+salutarem medicorum opem miserabili voce implorat. Horum arti vitam
+debet, et qui nondum vitam accepit, dum per eam prohibentur abortus, dum
+mulieri seminis recipiendi retinendique vis confertur, dum pariendi
+facultas datur.
+
+ Ja, reeds aanstonds op den drempel des levens roept de barende
+ tegelijk met het wicht, dat geboren wordt, met klagende stem de
+ heilzame hulp der geneeskundigen in. Aan hunne kunst heeft ook het
+ leven te danken hij, die het leven nog niet eens ontvangen heeft, daar
+ door haar een ontijdige bevalling verhinderd wordt, en zoodoende der
+ vrouw de kracht om het zaad te ontvangen en bij zich te houden
+ verleend en gelegenheid tot baren gegeven wordt.
+
+[Sidenote: παροιμία]
+
+ Quod si vere dictum est illud Deus est juvare mortalem, profecto
+mea sententia aut nusquam locum habebit illud nobile Graecorum adagium
+ἄνθρωπος άνθρώπου δαιμόνιον, aut in medico fido proboque locum habebit,
+qui non juvat modo verum etiam servat. An non igitur ingratitudine ipsa
+videatur ingratior, ac ipse prope vita indignus, qui medicinam alteram
+secundum deum, vitae parentem, tutricem, servatricem, vindicem non amet,
+non honoret, non suspiciat, non veneretur?
+
+ En hoewel er terecht gezegd is: „slechts God kan den mensch
+ helpen“, vindt toch voorzeker mijns inziens de bekende Grieksche
+ spreuk „de eene mensch is de god van den anderen“, zoo ergens, hare
+ toepassing bij den betrouwbaren en deugdelijken geneesheer, die niet
+ alleen helpt, maar ook behoudt. Of schijnt hij dan niet ondankbaarder
+ dan de ondankbaarheid zelve en bijna het leven niet waard, die de
+ geneeskunde, welke naast God de voortbrengster, beschermster,
+ behoudster en verdedigster van ons leven is, niet lief heeft, hoogacht
+ en met bewondering en eerbied tot haar opziet?
+
+ Cuius praesidiis nunquam ulli non est opus. Nam reliquis quidem
+artibus nec semper nec omnes egemus. Huius utilitate mortalium omnis
+vita constat. Nam fac abesse morbos, fac omnibus prosperam adesse
+valetudinem, tamen hanc qui poterimus tueri, nisi medicus ciborum
+salutarium ac noxiorum discrimen, nisi totius victus, quam Graeci
+diaetam vocant, rationem doceat?
+
+ Wier hulp allen immers te allen tijde noodig hebben? Want van
+ alle overige wetenschappen behoeven wij niet allen, noch ook te allen
+ tijde, gebruik te maken. Op de toepassing van deze wetenschap echter
+ berust het geheele leven der stervelingen. Want gesteld eens, dat er
+ geen ziekten waren, dat allen zich in een goede gezondheid mochten
+ verheugen, hoe zouden wij desniettegenstaande deze in goeden staat
+ kunnen houden, indien niet de geneesheer ons het onderscheid tusschen
+ heilzame en schadelijke voedingsmiddelen en de juiste inrichting van
+ onze geheele levenswijze, die de Grieken dieet noemen, leerde?
+
+[_Senectam remoratur ars medicorum._]
+
+Grave mortalibus est onus senecta, quam non magis licet effugere quam
+mortem ipsam. Atque ea medicorum opera multis contingit, tum serius, tum
+multo etiam levior. Neque enim fabula est, quinta, quam vocant, essentia
+senio depulso hominem velut abjecto exuvio rejuvenescere, cum extent
+aliquot huius rei testes.
+
+ Een zware last voor de menschen is de ouderdom, dien men evenmin kan
+ ontloopen als den dood zelf. Maar door de hulp der geneeskundigen komt
+ hij voor velen later en veel dragelijker dan zonder deze het geval
+ geweest ware. Want het is geen legende, dat de mensch door de
+ zoogenaamde „quinta essentia“ de gebreken des ouderdoms, als een
+ kleed, dat afgelegd wordt, kan verdrijven en zijn jeugd herkrijgen;
+ er zijn eenigen, die dat door hun getuigenis staven.
+
+[_Totum hominem curat medicus._]
+
+Neque vero corporis tantum, quae vilior hominis pars est, curam gerit,
+imo totius hominis curam agit, etiamsi Theologus ab animo, medicus a
+corpore sumat initium. Siquidem propter arctissimam amborum intet se
+cognationem et copulam, ut animi vitia redundant in corpus, ita vicissim
+corporis morbi animae vigorem aut impediunt, aut etiam extinguunt.
+
+ Maar niet alleen voor het lichaam, hetwelk het geringste deel des
+ menschen is, draagt de geneesheer zorg, neen, voor den geheelen
+ mensch, al neemt de geneesheer niet zooals de godgeleerde de ziel maar
+ het lichaam als uitgangspunt. Evenals immers wegens beider zeer nauwe
+ verwantschap en verbinding de gebreken der ziel hun invloed doen
+ gelden op het lichaam, zoo belemmeren de ziekten des lichaams op haar
+ beurt de kracht der ziel of vernietigen die zelfs geheel.
+
+ Quis aeque pertinax suasor abstinentiae, sobrietatis, moderandae
+irae, fugiendae tristitiae, vitandae crapulae, amoris abjiciendi,
+temperandae Veneris, atque medicus? Quis efficacius suadet aegroto, ut
+si vivere velit, et salutarem experiri medici opem, prius animum a
+vitiorum colluvie repurget?
+
+ Wie spoort den mensch zoo hardnekkig als de geneesheer aan tot
+ onthouding, soberheid, het matigen van den toorn, het ontvluchten van
+ droefheid, het vermijden van dronkenschap, het laten varen van de
+ liefde en het maat houden in geslachtelijken omgang? Wie raadt met
+ beter gevolg den zieke aan, als hij wil blijven leven en bij de
+ medische hulp baat vinden, eerst zijne ziel te zuiveren van den poel
+ harer ondeugden?
+
+ Idem quoties vel diaetetica ratione, vel ope pharmaceutica bilem
+atram minuit, labantes cordis vires reficit, cerebri spiritus fulcit,
+mentis organa purgat, ingenium emendat, memoriae domicilium sarcit,
+totumque animi habitum commutat in melius, nonne per exteriorem, ut
+vocant, hominem, et interiorem servat?
+
+ Hoe dikwijls niet vermindert hij ook de zwartgalligheid,
+ hetzij door het voorschrijven van een bepaald dieet of geneesmiddelen,
+ versterkt de verslappende krachten van het hart, ondersteunt de
+ functies der hersenen, zuivert de organen van den geest, verbetert den
+ verstandelijken aanleg, herstelt den zetel van het geheugen en brengt
+ in de geheele zielsgesteldheid eene verandering ten goede teweeg?
+ Behoudt hij niet door wat men noemt den uiterlijken mensen tegelijk
+ ook den innerlijken?
+
+ Qui phreneticum, lethargicum, maniacum, sideratum, lymphatum
+restituit, nonne totum restituit hominem? Theologus efficit ut homines a
+vitiis resipiscant, at medicus efficit, ut sit qui possit resipiscere.
+Frustra ille medicus sit animae, si jam fugerit anima, cui paratur
+antidotus.
+
+ Hij, die een lijder aan waanzin, slaapziekte, razernij,
+ apoplexie of tijdelijke verstandsverbijstering geneest, geeft hij
+ niet den geheelen mensch weder aan de maatschappij terug? De theoloog
+ bewerkt, dat de menschen van hunne misdrijven weder tot bezinning
+ komen, maar de geneesheer zorgt er voor, dat zij physiek daartoe in
+ staat zijn. Gene kan als geneesheer der ziel geen nut meer stichten,
+ als de ziel, voor welke een tegengift bereid wordt, reeds ontvloden
+ is.
+
+ Cum impium hominem subito corripuit paralysis, apoplexia, aut alia
+quaedam praesentanea pestis, quae vitam prius adimat, quam vacet de
+castiganda cogitare vita, hunc qui restituit, alioquin infeliciter in
+suis sceleribus sepeliendum, nonne quodammodo tum corpus, tum animum ab
+inferis revocat?
+
+ Wanneer een goddeloos mensch plotseling door een verlamming,
+ beroerte of ander ongeval getroffen wordt, dat onmiddellijk den dood
+ ten gevolge kan hebben, die hem het leven kan benemen nog vóórdat hij
+ den tijd heeft, om aan verbetering van zijn levensgedrag te denken,
+ kan men dan niet van hem, die dezen geneest, welke anders ellendig
+ onder den last zijner misdaden moest begraven worden, eenigermate
+ zeggen, dat hij zoowel zijn lichaam als zijn ziel uit het schimmenrijk
+ teruggebracht heeft?
+
+ In eum certe locum reponit hominem, ut ei in manu jam sit, si
+velit, aeternam mortem fugere. Quid suadebit lethargico Theologus, qui
+suadentem non audiat? Quid movebit phreneticum, nisi medicus prius atram
+bilem repurgarit?
+
+ In ieder geval plaatst hij hem toch in zulk een toestand, dat
+ hij het nu zelf in zijn macht heeft, indien hij wil, den eeuwigen dood
+ te ontkomen. Wat zal de theoloog den slaapzieke kunnen aanraden, als
+ deze hem niet hooren kan? Hoe zal hij den waanzinnige tot iets kunnen
+ bewegen, indien niet eerst de geneesheer hem van zwartgalligheid
+ gezuiverd heeft?
+
+Pietas caeteraeque virtutes, quibus Christiana constat felicitas, ab
+animo potissimum pendent, haud infitior. Caeterum quoniam is corpori
+illigatus, corporeis organis velit nolit utitur, fit ut bona pars bonae
+mentis a corporis habitu pendeat.
+
+ Ik loochen volstrekt niet, dat de barmhartigheid en de overige
+ deugden, waarop de Christelijke zaligheid berust, hoofdzakelijk van
+ de ziel afhangen, maar aangezien deze aan het lichaam gebonden is en
+ zich goed- of kwaadschiks van de lichaamsorganen bedient, is een goede
+ geestestoestand voor een zeer groot deel van de lichaamsgesteldheid
+ afhankelijk.
+
+ Permultos homines infelix corporis temperatura, quam Graeci modo
+κρᾶσιν modo σύστημα vocant, velut invitos ac reclamantes, ad peccandum
+pertrahit, dum animus insessor frustra moderatur habenas, frustra subdit
+calcaria, sed equum ferocientem in praecipitium sequi cogitur.
+
+ Zeer vele menschen drijft een ongelukkige menging der
+ lichaamsvochten, die de Grieken nu eens crasis (menging), dan weer
+ systema (samenstelling) noemen, als het ware tegen hunnen wil en
+ terwijl zij zich verzetten, tot zonde voort, terwijl de daarbinnen
+ wonende ziel, tevergeefs de teugels aantrekkend en de sporen in de
+ zijden drukkend, gedwongen wordt, het hollende paard in den afgrond te
+ volgen.
+
+ Animus videt, animus audit sed si oculos occuparit glaucoma, si
+aurium meatus crassus humor obsederit, frustra vim suam habet animus.
+Odit animus, irascitur animus, at vitiosus humor mentis organa obsidens
+in causa est, ut oderis, quem amore dignum judices, irasceris cui nolis
+irasci.
+
+ De ziel ziet en hoort wel, maar wanneer de oogen door de staar
+ verduisterd of de toegangen van het gehoor door een dik vocht verstopt
+ zijn, dan baat de ziel het bezit dier vermogens niet. De ziel haat, de
+ ziel is toornig, maar het bedorven vocht, dat zich op de organen van
+ den geest gezeteld heeft, is oorzaak, dat gij hem haat, dien ge uw
+ liefde waardig moest keuren, en vertoornd zijt op hem, op wien gij
+ niet zoudt willen vertoornd zijn.
+
+ Philosophiae summam in hoc sitam esse fatetur Plato, si rationi
+pareant affectus, atque ad eam rem praecipuus est adjutor medicus, hoc
+agens ut ea pars hominis vigeat sapiatque, cuius arbitrio geruntur,
+quaecunque cum laude geruntur. Si hominis vocabulo censentur indigni,
+qui pecudum ritu rapiuntur cupiditatibus, huius nominis dignitatem bona
+ex parte debemus medicis.
+
+ Plato erkent, dat de gansche philosophie eigenlijk daarop
+ neerkomt, dat de gemoedsaandoeningen aan de rede moeten gehoorzamen.
+ En nu is het voornamelijk de geneesheer, die daartoe medewerkt, zich
+ hierop toeleggend, dat dit deel van den mensch krachtig en vol inzicht
+ zij, naar welks goedvinden alles geschiedt, wat op lofwaardige wijze
+ verricht wordt. Terwijl zij den naam van mensch onwaardig geacht
+ worden, die zich evenals de dieren door hun begeerten laten
+ meesleepen, hebben wij het voor een goed deel aan de geneeskundigen te
+ danken, zoo wij dien naam wel waardig zijn.
+
+[_Principibus maxime necessarius medicus._]
+
+Id cum maximum sit in singulis ac privatis, quanto praeclarius est
+beneficium, cum id praestatur in principe? Nulla fortuna magis est
+obnoxia malis huiusmodi, quam felicissimorum regum. Quos autem rerum
+tumultus ciet unius homunculi vitiatum cerebrum? Frustra reclament qui
+sunt a consiliis, furis o princeps, ad te redi, ni medicus arte sua
+neque volenti, neque sentienti suam mentem reddiderit.
+
+ Als dit nu reeds van het grootste belang is voor ieder in het
+ bijzonder, ook indien men slechts een particulier persoon is, een hoe
+ grooter weldaad is het dan niet, wanneer dit resultaat verkregen wordt
+ bij een vorst. Geen maatschappelijke positie is zoozeer aan rampen van
+ dien aard blootgesteld als die van machtige koningen. Een hoe groote
+ verwarring wordt niet gesticht door de abnormale hersenen van één
+ zoo’n mensch. Tevergeefs zullen zijne raadslieden hem toeroepen: „Gij
+ raast, o vorst, kom tot bezinning!“, als hem niet de arts door zijn
+ kunst, zonder dat hij het wil of merkt, zijn verstand teruggegeven
+ heeft.
+
+ Si Caligulae fidus adfuisset medicus, non usque ad pugionum ac
+venenorum scrinia in perniciem humani generis insanisset. Atque ob eam
+sane causam publica consuetudine receptum est apud omnes orbis nationes,
+ne princeps usquam gentium agat absque medicis. Proinde cordati
+principes nulli unquam arti plus honoris habuerunt, quam medicinae.
+Quandoquidem Erasistratus (ut reliquos taceam) Aristotelis ex filia
+nepos, ob Antiochum regem sanatum, centum talentis donatus est a
+Ptolemaeo huius filio.
+
+ Als Caligula een betrouwbaren arts bezeten had, dan ware hij
+ in zijn waanzin niet gekomen tot het gebruik van kastjes met dolken en
+ vergiften tot verderf van het menschelijke geslacht. Ongetwijfeld is
+ het om die reden bij alle volken der aarde tot een algemeen gebruik
+ geworden, dat ieder vorst zijn lijfarts heeft. Daarom hebben
+ verstandige vorsten aan geen wetenschap ooit meer eer bewezen dan aan
+ de geneeskunde. Zoo werd Erasistratus (om van de overigen te zwijgen),
+ een kleinzoon van Aristoteles, wegens het genezen van koning Antiochus
+ door diens zoon Ptolemeus met honderd talenten beloond.
+
+ Quin et divinae literae jubent medico suum haberi honorem, non
+tantum ob utilitatem, verum etiam ob necessitatem, ut in caeteros
+benemeritos ingratitudo sit, in medicum impietas, quippe qui tamquam
+beneficii divini adjutor, id arte sua tuetur, quod optimum nobis et
+carissimum largitus est deus, videlicet vitam.
+
+ Ja, ook de Heilige Schrift schrijft ons voor, den geneesheer
+ de hem toekomende eer te bewijzen, niet alleen wegens zijn nut, maar
+ ook wegens zijne onmisbaarheid, zoodat wat tegenover anderen, die zich
+ jegens ons verdienstelijk gemaakt hebben, ondankbaarheid heet,
+ namelijk het niet erkentelijk zijn voor hunne weldaden, tegenover den
+ geneesheer goddeloosheid genoemd mag worden. Hij immers beschermt, als
+ het ware God bijstand verleenende bij het schenken Zijner genade, het
+ beste en dierbaarste, dat God ons gegeven heeft, d.i. het leven.
+
+[_A similibus._]
+
+Parentibus nihil non debemus, quod per hos vitae munus accepisse
+quodammodo videmur. Plus mea sententia debetur medico, cui toties
+debemus, quod parentibus semel dumtaxat debemus, si tamen illis debemus.
+Pietatem debemus ei, qui hostem a cervicibus depulit, et medico non
+magis debemus, qui pro nobis servandis cum tot capitalibus vitae
+hostibus quotidie depugnat?
+
+ Aan onze ouders hebben wij alles te danken, daar wij in zekeren zin
+ van hen het geschenk des levens ontvangen hebben. Veel meer zijn wij,
+ mijns inziens, den geneesheer verplicht, wien wij zoovele malen
+ verschuldigd zijn, wat wij onzen ouders hoogstens éénmaal verschuldigd
+ zijn. Wij behooren met kinderlijke liefde hem aan te hangen, die den
+ vijand van onzen hals weert, maar zijn wij dat dan niet in veel hooger
+ mate verplicht tegenover den geneesheer, die met zoovele doodvijanden
+ van ons leven dagelijks een hardnekkigen strijd voert?
+
+ Reges ceu deos suspicimus, quia vitae necisque jus habere
+creduntur, qui tamen ut possint occidere, certe vitam non aliter dare
+possunt, nisi quatenus non eripiunt, quemadmodum servare dicuntur
+latrones, si quem non jugulent, nec aliam tamen vitam dare possunt, quam
+corporis. At quanto propius ad divinam benignitatem accedit medici
+beneficium, hominem iam inferis destinatum arte, ingenio, cura, fideque
+sua, velut ex ipsis mortis faucibus retrahentis?
+
+ Wij zien tot koningen op als tot goden, omdat wij meenen, dat
+ zij willekeurig kunnen beschikken over leven en dood; maar ofschoon
+ zij wel kunnen dooden, kan men toch van hen op geen andere wijze
+ beweren, dat zij het leven schenken, dan in dien zin, dat zij het niet
+ ontnemen, zooals wij ook van roovers zeggen, dat zij iemand het leven
+ geschonken hebben, wanneer zij hem niet hebben vermoord. En zelfs in
+ dien zin kunnen zij toch niet anders schenken dan het leven des
+ lichaams. Hoeveel dichter bij de goddelijke mildheid komt dan niet de
+ weldaad van den geneesheer, die een mensch, reeds voor de onderwereld
+ bestemd, door zijn kunst, vernuft, zorg en trouw als het ware uit den
+ muil des doods terugtrekt?
+
+ Aliis in rebus profuisse sit officium, caeterum in certo corporis
+animique periculo servasse, plus quam pietas est. Adde his quod quicquid
+in homine magnum est, eruditio, virtus, naturae dotes, aut si quid
+aliud, id omne medicorum arti acceptum feramus oportet, quatenus id
+servat, sine quo ne reliqua quidem queant subsistere. Si omnia propter
+hominem, et hominem ipsum servat medicus, nimirum omnium nomine gratia
+debetur medico.
+
+ Iemand in andere zaken bijstaan is hulpvaardigheid, maar hem,
+ wanneer hij in dreigend gevaar voor ziel en lichaam verkeert, in het
+ leven houden, is meer dan genade. Voeg daarbij, dat al wat er groots
+ in den mensch is, zijn kennis, deugd, natuurlijke gaven en dergelijke,
+ op rekening der geneeskunde dient geschreven te worden, aangezien zij
+ datgene beschermt, zonder hetwelk de overige dingen zelfs niet kunnen
+ bestaan. Als alles er voor den mensch is en de mensch zelf door den
+ geneesheer behouden blijft, dan moet den geneesheer voor alles dank
+ geweten worden.
+
+[_Sanitatis custos medicus._]
+
+Si non vivit, qui vivit morbis obnoxius, et vitam salubrem aut reddit
+aut tuetur medicus, an non convenit hunc ceu vitae parentem agnoscere?
+Si res exoptanda est immortalitas, hanc medicorum industria, quoad
+licet, meditatur, quae vitam in longum prorogat.
+
+ Als men van hem, die door ziekten geteisterd wordt, eigenlijk niet kan
+ zeggen, dat hij leeft, en de geneesheer het is, die de gezondheid òf
+ herstelt òf beschut, past het ons dan niet, hem als den oorsprong van
+ ons leven te erkennen? Indien de onsterfelijkheid iets begeerlijks is,
+ zoo wordt zij toch zooveel mogelijk nagestreefd door den ijver der
+ geneeskundigen, die het leven een langen duur verschaft.
+
+ Quid enim hic notissima referam exempla, Pythagoram, Chrysippum,
+Platonem, Catonem censorium, Antonium, Castorem, cumque his
+innumerabiles, quorum plerique medicinae observatione, vitam ab omni
+morbo liberam neque fatiscente ingenii vigore, neque concussa memoriae
+soliditate, neque fractis aut labefactatis sensibus, ultra centesimum
+annum prorogarunt? An non istuc est immortalitatis, quam speramus, hic
+iam nunc imaginem quandam exhibere?
+
+ Want waartoe behoef ik de algemeen bekende voorbeelden te
+ noemen van Pythagoras, Chrysippus, Plato, Cato den Ouden, Antonius,
+ Castor[3] en talloozen met hen, van wie de meesten door hun eerbied
+ voor de geneeskunde zonder eenige ziekte, zonder verzwakking hunner
+ geestvermogens en zonder dat de sterkte van hun geheugen geschokt werd
+ of zij het gebruik hunner zintuigen geheel of gedeeltelijk verloren,
+ meer dan honderd jaar geleefd hebben? Of is dat niet ons nog op deze
+ wereld een beeld vertoonen van de onsterfelijkheid, die wij
+ hiernamaals hopen?
+
+ [Voetnoot 3: IJverig botanicus uit de eerste eeuw vóór Christus,
+ onder wiens leiding Plinius botanische studiën maakte. (Vert.).]
+
+ Christus ipse immortalitatis autor ac vindex unicus corpus
+assumpsit, mortale quidem illud, sed tamen nullis morbis obnoxium.
+Crucem non horruit, morbos horruit. An non pulcherrimum fuerit, nos
+principem nostrum in hoc quoque pro viribus imitari? Apostolos, quorum
+nemo fere non multam vixit aetatem, caesos legimus, interfectos legimus,
+aegrotasse non legimus. Quocunque pacto hoc illis contigit, certe
+praestat idem ars medicorum, quod illis praestitit sua felicitas.
+
+ Christus zelf, de hoogverheven bewerker en redder van onze
+ onsterfelijkheid, nam een lichamelijk hulsel aan, dat, ofschoon
+ sterfelijk, toch aan geen ziekten was blootgesteld. Het kruis schuwde
+ Hij niet, wel ziekten. Is het nu niet iets heerlijks, onzen Heer ook
+ in dezen, naar vermogen, na te volgen? Van de apostelen, die bijna
+ allen een lang leven gehad hebben, lezen wij wel, dat zij vermoord,
+ gedood zijn, niet dat zij ziek zijn geweest. Hoe hun dat nu ook te
+ beurt gevallen is, de geneeskunde bewerkt voor ons hetzelfde als wat
+ zij door hunne gelukzaligheid bereikt hebben.
+
+ Nec enim audiendos arbitror, qui nobis non minus indocte, quam
+impudenter solent illud objicere: Virtus in infirmitate perficitur,
+somniantes Paulum gravi capitis dolori fuisse obnoxium, cum ille
+infirmitatem vel animi tentationem, vel quod vero propius est,
+improborum hominum molestam insectationem appellet. Atque idem ille
+Paulus, inter apostolicas dotes, donum curationis recensuit.
+
+ Want men moet, naar ik meen, naar hen niet luisteren, die ons
+ even dom als onbeschaamd tegenwerpen, dat deugd gewoonlijk in ziekte
+ wordt uitgeoefend, waar zij zonder eenigen grond gelooven, dat Paulus
+ aan zware hoofdpijnen leed, terwijl hij toch juist de ziekte eene
+ beproeving van de ziel of, wat juister is, eene kwelling der boozen
+ noemt. En diezelfde Paulus heeft onder de gaven, die aan de Apostelen
+ geschonken waren, ook de gave der genezing geteld.
+
+Iam auget et illud non levi argumento medicinae gloriam, quod et
+Caesarearum legum majestas, et pontificiarum autoritas sese ultro
+medicorum judicio submittit, velut in quaestionibus pubertatum,
+partuum ac veneficiorum. Item in quaestionibus aliquot ad matrimonium
+facientibus. O nova dignitas medicinae.
+
+ Ook wordt de roem der geneeskunde in geen geringe mate hierdoor
+ verhoogd, dat het verheven keizerlijk en pontificaal recht zich
+ vrijwillig aan het oordeel der geneeskundigen onderwerpt, zooals in
+ quaesties van manbaarheid, geboorte en vergiftiging, eveneens in
+ eenige huwelijksquaesties. O nieuwe waardigheid der geneeskunde!
+
+ Agitur de capite hominis, et judicis sententia pendet ex medici
+praejudicio. Summi pontificis pietas, si quid indulget, in nonnullis non
+aliter indulget, nisi medicorum accedat calculus. Atque in decretis
+Romanus pontifex episcopum eum, qui delatus fuerat tamquam foedo
+immanique morbo obnoxius, ex medicae rei judicio censet aut amovendum
+episcopatu, aut suo loco restituendum.
+
+ Een menschenleven staat op het spel en het oordeel des
+ rechters hangt af van de voorafgaande uitspraak van den geneesheer! De
+ pauselijke genade verleent in enkele gevallen slechts kwijtschelding
+ na een geneesheer gehoord te hebben. Zoo besluit de paus, in geval een
+ bisschop beschuldigd wordt, aan eene afschuwelijke en vreeselijke
+ ziekte te lijden, eerst na een geneeskundig advies ingewonnen te
+ hebben, tot verwijdering of handhaving van den bisschop.
+
+ Divus item Augustinus ex medicorum consilio fieri jubet, quod
+faciendum est, etiamsi nolit aegrotus. Idem honorem medico debitum, hoc
+est artis et industriae praemium, recte eripi scribit ab eo qui detinet,
+velut ab injusto possessore et quod alienum est mala fide occupante.
+
+ Eveneens schrijft de goddelijke Augustinus voor, dat de zieke,
+ ook tegen zijn wil, naar den raad van den geneesheer behandeld moet
+ worden. Ook zegt hij terecht, dat het den geneesheer verschuldigde
+ eerbewijs, dat is het loon voor zijn kunst en inspanning, met geweld
+ moet ontnomen worden aan hem, die het weigert te voldoen, daar hij
+ beschouwd moet worden als iemand, die wederrechtelijk eens anders
+ eigendom in bezit houdt.
+
+ Quin ii quoque, qui conceptis precaminibus, daemones impios e
+corporibus humanis exigunt, non raro in consilium adhibent, velut in his
+morbis, qui secretis rationibus quaedam sensuum organa spiritusque
+vitiant, et adeo daemoniacam speciem imitantur, ut nisi a peritissimis
+medicis discerni non queant, sive sunt crassiores aliqui daemones, ut
+fertur illorum varia natura,
+
+ Ja zelfs ook zij, die door tooverformulieren booze duivels uit
+ menschelijke lichamen drijven, raadplegen den geneesheer niet zelden,
+ bij voorbeeld bij die ziekten, die op geheime wijze de werking van het
+ eene of andere zintuig verstoren en zoozeer den schijn wekken van door
+ de aanwezigheid van duivels veroorzaakt te zijn, dat zij slechts door
+ zeer bekwame geneeskundigen kunnen onderscheiden worden, hetzij het
+ duivelen van grover soort zijn (men weet immers, dat er verschillende
+ soorten van duivelen bestaan),
+
+ qui medicam etiam opem sentiant, sive morbus adeo penitus intimis
+animi recessibus insidet, ut a corpore videatur alienus. In cuius rei
+fidem, dum ex innumeris mihi compertum exemplum refero, quaeso ut me
+patienter audiatis.
+
+ die ook door medische behandeling kunnen aangetast worden, of
+ dat de ziekte zich zoo diep in de schuilhoeken der ziel heeft
+ ingedrongen, dat zij op het lichaam geen betrekking schijnt te hebben.
+ Terwijl ik U tot staving dezer bewering uit de tallooze voorbeelden
+ één, dat ik zelf beleefd heb, verhaal, verzoek ik U, mij geduldig te
+ willen aanhooren.
+
+[_Exemplum._]
+
+Panaceum celeberrimi nominis medicum adolescens colui, is me teste
+quendam restituit, nomine Phlyarium, patria Spoletanum, qui ex vermibus
+in novum maniae genus inciderat, ita ut in morbo probe teutonice
+loqueretur, quod (uti constabat) sanus nunquam potuerat. Quis imperitus
+rei medicae non hunc daemoniacum vel dejerasset etiam?
+
+ In mijn jeugd heb ik omgang gehad met Panaceus, een wijd en zijd
+ beroemd geneesheer; deze heeft in mijn tegenwoordigheid een man,
+ Phlyarius genaamd, afkomstig uit Spoleto, genezen, die ten gevolge van
+ wormen in een geheel nieuwe soort van waanzin vervallen was, daarin
+ bestaande, dat hij gedurende zijn ziekte goed Duitsch sprak, welke
+ taal hij, naar met zekerheid vaststond, in normalen toestand nooit
+ gekend had. Wie, die onervaren was in de geneeskunde, zou er zelfs
+ niet een eed op hebben durven doen, dat deze man door duivelen bezeten
+ was?
+
+ At is hominem facili paratoque remedio menti reddidit. Redditus
+sibi, teutonice nec loquebatur, nec intelligebat. Quod si quis hunc vere
+daemoniacum fuisse contendat, ea sane res vel maxime medicorum illustrat
+artem, cui compertum est et daemones impios parere, quemadmodum in
+restituenda vita, ita et in exigendis spiritibus divinae virtutis tum
+ministrae, tum aemulae.
+
+ En toch gaf deze arts hem door een eenvoudig en gemakkelijk te
+ verkrijgen geneesmiddel weer het verstand terug; tot bezinning gekomen
+ sprak noch verstond de man meer Duitsch. Indien men nu beweert, dat
+ hij inderdaad bezeten was, dan strekt dit geval der geneeskunde tot
+ nog grooter roem, daar het dan bewezen zou zijn, dat ook de booze
+ duivels haar gehoorzaamden en zij derhalve niet alleen in het doen
+ terugkeeren van het leven, maar ook in het uitdrijven van booze
+ geesten zoowel de dienares als de mededingster der goddelijke macht
+ ware.
+
+ Neque vero deerant, qui factum hoc magicis artibus tribuebant,
+quorum ego calumniam arti nostrae gloriae laudique verto, per quam ea
+praestantur, quae vulgus hominum humanis viribus praestari posse non
+credit.
+
+ En inderdaad waren er toen ook, die deze daad aan
+ tooverkunsten toeschreven; maar juist dien laster beschouw ik als een
+ roem en eer voor onze wetenschap, welke op resultaten te wijzen heeft,
+ die door het meerendeel der menschheid buiten het bereik der
+ menschelijke krachten geacht worden.
+
+[_Quibus culta medicina._]
+
+Optimo igitur jure priscis seculis, cum nondum sordidi quaestus et
+spurcae voluptates vitiassent omnia, medendi ars inter omnes una divinis
+ac summatibus viris, opulentissimis regibus, clarissimis senatoribus
+praecipue cordi fuit, nec alia mortalium generi gratior. Siquidem Moses
+ille magnus, non alia ratione quam artis medicae, cibos suos distinxisse
+creditur. Orpheus, Graecorum vetustissimus, de viribus herbarum nonnulla
+prodidisse legitur.
+
+ Met het volste recht derhalve lieten zich in den ouden tijd, toen
+ nog niet alles door lage gewinzucht en vuile lusten bezoedeld was,
+ goddelijke en hoogverheven mannen, machtige koningen en doorluchte
+ raadsheeren het meest van alle wetenschappen aan de geneeskunde
+ gelegen liggen en geene andere was den menschen welkomer. Men neemt
+ immers aan, dat de groote Mozes naar geen anderen maatstaf dan
+ naar dien der medische wetenschap de spijzen in geoorloofde en
+ ongeoorloofde heeft ingedeeld. Wij lezen, dat Orpheus, uit de grijze
+ Grieksche oudheid, het een en ander heeft overgeleverd omtrent de
+ geneeskracht der kruiden.
+
+ Homerus ipse, citra controversiam, unicus ingeniorum fons,
+plurimus est et in herbarum commemoratione, et in laude medicorum. Is et
+Moly nobis depinxit, herbarum omnium (teste Plinio) laudatissimam,
+efficacem adversus veneficia, cuius inventionem Mercurio tribuit, hac
+Ulyssem suum adversus Circes pocula praemuniens. Idem nepenthes indicat
+in conviviis adhibendum, quod moerorem tristitiamque discutiat.
+
+ Homerus zelf, zonder tegenspraak de voortreffelijkste bron
+ voor alle geesten, maakt herhaaldelijk melding van kruiden en prijst
+ zeer vaak de geneeskunde. Hij heeft ons immers ook het kruid „moly“
+ beschreven, dat volgens Plinius het voortreffelijkste van alle kruiden
+ en een afdoend middel tegen vergiftiging is, welks ontdekking de
+ dichter aan Mercurius toeschrijft en waarmee hij zijn Ulysses
+ beschermt tegen den hem door Circe gereikten tooverdrank. Hij duidt
+ ook aan, dat „nepenthes“ (letterl. „smarteloos“) bij den maaltijd moet
+ gebruikt worden, dat het vermogen heeft, leed en droefenis te
+ verdrijven.
+
+ Porro Machaonem, Paeonem, Chironem, Podalirium, ut hac arte
+praestantes, saepicule non sine honore commemorat, quorum arte non solum
+heroibus, verum ipsis etiam diis subventum esse fingit, illud videlicet
+subindicans, summis etiam principibus medicorum praesidiis opus esse,
+atque horum vitam medicis in manu esse, qui in caeteros omnes jus vitae
+ac necis habere videntur. Quid quod idem Poeta libro Iliados undecimo,
+huius artis professionem longe pulcherrimo nobilitavit elogio, cum ait:
+[Sidenote: ἰατρὸς γὰρ ἀνὴρ πολλῶν ἀντάξιος ἄλλων] Unum medicum pluris
+habendum, quam caeterorum hominum permultos.
+
+ Voorts noemt hij dikwijls met eere Machaon, Paeon, Chiron en
+ Podalirius als uitmuntende in deze kunst, waardoor zij niet alleen de
+ helden maar ook de goden, naar zijn dichterlijke voorstelling, hulp
+ verleenden. Hij wil er dit mee aanduiden, dat ook de grootste vorsten
+ den bijstand der geneesheeren behoeven en dat zelfs het leven van hen,
+ die over leven en dood van alle overigen beschikken, in hunne macht
+ is. Ja, diezelfde dichter heeft in het elfde boek van de Ilias de
+ uitoefening van dit beroep door verreweg de schoonste lofspraak
+ verheerlijkt, waar hij zegt, dat één arts meer waard is dan vele
+ andere menschen tezamen.
+
+ Rursum alibi medicum ita notat, ut dicat eum eruditum in omnibus,
+palam testans id quod res est, hanc artem non una aut altera disciplina,
+sed omnium artium cognitione circuloque, tum praeter exactum ingenium,
+multo etiam rerum usu constare. Pythagoras ille Samius, cui divinitatem
+quandam tribuebat antiquitas, de naturis herbarum nobile volumen
+reliquisse legitur.
+
+ Elders wederom noemt hij den geneesheer iemand, die in alles
+ onderricht is, hiermede openlijk getuigende, wat ook werkelijk het
+ geval is, dat de geneeskunde niet berust op de eene of andere
+ wetenschap, maar op den geheelen kring van alle wetenschappen en niet
+ alleen op theoretische kennis maar ook op practische ervaring in vele
+ zaken. De beroemde Pythagoras van Samos, wien de oudheid een zekere
+ mate van goddelijkheid toekende, heeft, naar wij vermeld vinden, een
+ bekend boek over den aard der kruiden achtergelaten.
+
+ Atque ut Platonem, Aristotelem, Theophrastum, Chrysippum, Catonem
+censorium, Varronem praeteream, quibus studio fuit hanc artem suis vel
+studiis, vel negotiis admiscere, Mithridatem Ponti regem, non perinde
+regnum, alioqui locupletissimum, non tam unius et viginti linguarum
+miraculum, quam rei medicae peritia nobilitavit, vereque magnum virum
+declaravit, qui artis huius commentationes, et exemplaria, effectusque
+in arcanis reliquit, ut autor est Plinius.
+
+ Nu wil ik Plato, Aristoteles, Theophrastus, Chrysippus, Cato
+ den Ouden en Varro maar met stilzwijgen voorbijgaan, die allen deze
+ wetenschap ijverig bestudeerd of ook practisch beoefend hebben, doch
+ ik zal slechts spreken over Mithridates, koning van Pontus, die niet
+ zoozeer door zijn, overigens zeer machtige, heerschappij of door zijn
+ wonderbaarlijke kennis van één en twintig talen als wel door zijn
+ geneeskundige bekwaamheid beroemd is geworden, welke hem tot een
+ waarlijk groot man stempelde, daar medische verhandelingen,
+ voorbeelden en beschrijvingen van de werking van verschillende
+ kruiden, naar Plinius ons meedeelt, in zijn geheime nalatenschap
+ gevonden zijn.
+
+ Cuius et hodie nobile theriacae genus nomine celebratur. Nunc fere
+regium habetur, aleam ludere, venari, nugas agere. At olim populi Romani
+principibus nihil magis erat curae, quam ut ex longinquo novis
+importandis herbis, rem medicam adjuvarent, neque populo illi tum orbis
+domino aliud erat munus gratius.
+
+ Nog heden ten dage draagt een bekend tegengift zijn naam.
+ Tegenwoordig beschouwt men algemeen als koninklijke eigenschappen:
+ spelen, jagen en zich met beuzelingen ophouden. Maar oudtijds legden
+ zich de bestuurders van het Romeinsche rijk op niets zoozeer toe als
+ op de bevordering der geneeskunde door het invoeren van kruiden uit
+ ver verwijderde streken, en dit volk, dat toen de wereld beheerschte,
+ was geen geschenk aangenamer.
+
+[_Christus ipse medicus._]
+
+Quid quod Christus ipse, disciplinarum omnium et autor et princeps, sese
+non Iureconsultum, non Rhetorem, non Philosophum, sed Medicum professus
+est, dum de se loquens negat opus esse medico iis, qui bene habeant, dum
+Samaritanus vulneribus oleum ac vinum infundit, dum sputum terrae mixtum
+illinit oculis caeci. Quid quod idem hac potissimum commendatione, cum
+adhuc orbi esset ignotus, sese paulatim in animos atque affectus hominum
+insinuavit, non auro, non imperiis, sed morborum remediis? Quod ille
+nutu fecit, nempe deus, hoc medicus pro virili sua cura imitatur.
+
+ Ja, Christus zelf, de grondlegger en vorst van alle wetenschappen,
+ geeft zich niet uit voor rechtsgeleerde, noch voor rhetor, noch voor
+ wijsgeer, maar voor geneesheer, daar Hij, van Zichzelf sprekende,
+ zegt, dat „zij geenen medicijnmeester van noode hebben, die zich wel
+ bevinden“, terwijl Hij den Samaritaan olie en wijn op wonden laat
+ gieten en met speeksel, met aarde vermengd, de oogen van een blinde
+ bestrijkt. Juist door dit middel won Hij langzamerhand, toen Hij nog
+ aan de wereld onbekend was, de genegenheid en de liefde der menschen;
+ niet door goud, noch door heerschappij, maar door het genezen van
+ ziekten. Wat Hij door Zijnen wil deed, immers een God, volgt de
+ geneesheer naar vermogen na.
+
+ Neque deest his quoque divina vis, nimirum medendi viribus in hunc
+usum rebus a deo inditis. Nec alio viatico magis instruxit Apostolos,
+mandans ut hoc protinus officio sibi devincirent hospitem, medentes
+inquit, morbis illorum, et ungentes oleo.
+
+ Bovendien bezitten ook zij eene goddelijke macht, namelijk die
+ van genezing aan te brengen door middel van krachten, die tot dit doel
+ door God den dingen ingeschapen zijn. In hoofdzaak bestond ook daarin
+ het reisgeld, waarmede Hij de apostelen voorzag, hun opdragend,
+ terstond door dezen liefdedienst hunne gastheeren aan zich te
+ verplichten „door“, zoo luiden Zijne woorden, „hunne ziekten te
+ genezen en hen met olie te zalven“.
+
+ Paulus ille magnus dum Timetheo suo modicum vini praescribit usum,
+ad fulciendam stomachi imbecillitatem, nonne palam medici partibus
+utitur? Sed quid hoc mirum in Apostolo, cum Raphael angelus Tobiae
+caecitati medicans hinc nomen etiam invenerit apud arcanarum rerum
+studiosos? O coelestem vereque sacram disciplinam, cuius cognomento
+divinae illae mentes insigniuntur.
+
+ Als de groote Paulus zijnen Timotheus een matig gebruik van
+ wijn voorschrijft, om zijn zwakke maag te versterken, is dat geen
+ openlijke uitoefening van de geneeskunde? Maar waarom zouden wij ons
+ daarover verwonderen bij een apostel, als volgens de beoefenaars der
+ mystiek de engel Raphael zijn naam ontleend heeft aan het genezen van
+ de blindheid van Tobias?[4] O hemelsche en in waarheid gewijde
+ wetenschap, naar welke goddelijke geesten genoemd worden!
+
+ [Voetnoot 4: De Hebreeuwsche naam Raphael bestaat uit twee
+ woorden, waarvan het eerste rapha, „genezen“ en het tweede el,
+ „goddelijkwezen“ beteekent. (Vert.)]
+
+Inter mortales alii alias artes vel discunt, vel profitentur, hanc unam
+oportebat ab omnibus disci, quae nulli non est necessaria. Sed o heu
+perversissima hominum judicia.
+
+ De eene mensen leert dit, de ander dat vak of oefent het uit; deze
+ wetenschap diende door allen gekend te worden, daar zij voor ieder
+ onmisbaar is. Maar ach! allerverkeerdst oordeel der stervelingen!
+
+Nemo nescire sustinet, quis nummus legitimus sit, quis adulterinus, ne
+quid fallatur in re vilissima, nec scire studio est, quibus modis id
+quod habet optimum tueatur. In numismate non credit alienis oculis,
+in negotio vitae ac sanitatis, clausis quod dicitur oculis, sequitur
+alienum judicium.
+
+ Er is niemand, die het niet vreeselijk zou vinden, als hij geen
+ valsche van echte munt kon onderscheiden, terwijl hij in dit geval
+ toch slechts in iets zeer minderwaardigs zou kunnen bedrogen worden;
+ hij streeft er echter niet naar, te weten te komen, hoe hij het beste,
+ wat hij heeft, kan beschermen. Bij het beoordeelen van geldstukken
+ vertrouwt hij anderer oogen niet, doch waar het om leven en gezondheid
+ gaat, volgt hij, zooals men dat noemt, blindelings het oordeel van
+ anderen.
+
+ Quod si totius artis absoluta cognitio non potest nisi paucis
+contingere, qui totam vitam huic uni studio dedicarunt, certe partem
+eam, quae ad tuendam valetudinem pertinet, non conveniebat quemquam
+nescire. Etiam si bona pars difficultatis, non ab ipsa arte, sed ab
+improborum medicorum vel inscitia, vel ambitione proficiscatur.
+
+ En ofschoon nu de volmaakte kennis van die geheele wetenschap
+ slechts aan de weinigen kan ten deel vallen, die daaraan alleen hun
+ geheele leven gewijd hebben, zoo behoorde toch ten minste dat
+ gedeelte, hetwelk over het behoud der gezondheid handelt, door
+ iedereen gekend te worden. Hoewel het niet te ontkennen valt, dat de
+ moeielijkheid hierbij voor een groot deel voortspruit, niet uit de
+ kunst zelve maar uit de onwetendheid of eerzucht van slechte
+ geneesheeren.
+
+[_A simili._]
+
+Semper apud efferas etiam ac barbaras nationes sanctum ac venerabile
+fuit amicitiae nomen. Atque is egregius habetur amicus, qui se fortunae
+utriusque comitem sociumque praebeat, quod vulgus amicorum velut
+hirundines aestate, rebus secundis adsunt, rebus adversis, quemadmodum
+illae ingruente bruma devolant.
+
+ Te allen tijde, zelfs bij wilde en barbaarsche volken, werd de
+ vriendschap voor iets verhevens en eerbiedwaardigs gehouden. En
+ diegene wordt als een uitstekend vriend beschouwd, die evenmin in
+ tegen- als in voorspoed zijn vrienden in den steek laat, terwijl
+ het gros der vrienden in gelukkige omstandigheden trouw blijft, in
+ ongelukkige verdwijnt, evenals de zwaluwen gedurende den zomer in het
+ land zijn, maar bij het invallen van den winter wegvliegen. Een hoe
+ oprechter vriend is echter niet de geneesheer.
+
+ At quanto sincerior amicus medicus, qui Seleucidum avium exemplo,
+quas narrant nusquam a Casii montis incolis conspici, nisi cum illarum
+praesidio est opus, adversus vim locustarum fruges vastantium, rebus
+integris ac laetis nusquam sese ingerit, in periculis, in his casibus,
+in quibus uxor ac liberi saepe deserunt hominem, velut in phrenesi,
+phthiriasi, in peste solus medicus constanter adest, et adest non
+inutili officio, quemadmodum plerique caeterorum, sed adest
+opitulaturus, adest pro capite periclitantis cum morbo dimicans,
+nonnunquam suo quoque periculo.
+
+ Evenals de „Seleucides“ genaamde vogels, naar verhaald wordt,
+ door de bewoners van het Casische gebergte nooit anders gezien worden,
+ dan wanneer zij hunne hulp noodig hebben tegen de zwermen van
+ sprinkhanen, die hun gewassen vernielen, zoo vertoont ook hij zich
+ nooit in normale en gelukkige omstandigheden, maar in tijden van
+ gevaar, in die gevallen, waarin vrouw en kinderen dikwijls den man
+ verlaten, bij voorbeeld bij waanzin, luizenziekte of pest, staat hij
+ alleen hem voortdurend bij, en niet alleen, zooals de meeste anderen,
+ met onnuttige diensten, maar als redder, om het leven van den in
+ gevaar verkeerende met de ziekte kampend, soms ook met gevaar voor
+ zijn eigen leven.
+
+ Et o plus quam ingratos, qui talis amici officio servati, jam
+depulso periculo medicum odisse possunt, ac non potius parentis vice
+colunt ac venerantur. Vulgarem amicum, qui subinde salutat obvium,
+ad coenam rogant, qui latus claudit, officio pensant, et talem amicum
+ubi desierint egere, aversantur? Et ob hoc ipsum aversantur, quod
+intelligant illius officio nullam meritis parem gratiam rependi posse.
+
+ Zijn zij dan niet meer dan ondankbaar, die, door de
+ dienstvaardigheid van zulk een vriend gered, al aanstonds nadat het
+ gevaar geweken is, den geneesheer kunnen haten en hem niet veeleer als
+ een vader vereeren en hoogachten? Een alledaagsch vriend, die hen van
+ tijd tot tijd bij een toevallige ontmoeting groet, noodigen zij ter
+ maaltijd, hem, die hen wel eens vergezelt, overladen zij met
+ hoffelijkheid, maar een zoodanig vriend wordt, zoodra zij hem niet
+ meer noodig hebben, versmaad? Terwijl deze afkeer eigenlijk juist
+ daaruit voortspruit, dat zij inzien, dat geen belooning ooit groot
+ genoeg kan zijn, om tegen hun diensten op te wegen.
+
+Quod si is optimus vir est, qui maxime prodest Reipublicae, ars haec
+optimo cuique viro discenda est.
+
+ Daar hij de voortreffelijkste genoemd kan worden, die den staat het
+ meest ten nutte is, zoo moest deze wetenschap eigenlijk door alle
+ uitstekende mannen geleerd worden.
+
+[*][Siquidem inter munia profani magistratus non minima portio est, et
+haud scio an praecipua, dare operam, ut corpora civium bene habeant.
+Quid prodest depulisse hostem a moenibus, si pestilentia intus grassans,
+plures tollit quam sublaturus erat gladius? Quid refert curasse ne cui
+pereat census, si perit prospera corporis valetudo? Prisci qui bonorum
+ordines digesserunt, primas tribuunt bonae valetudini. Quid enim prodest
+incolumis possessio, nisi valet possessor?
+
+ [5][Het is immers niet de geringste, en misschien wel de voornaamste,
+ plicht der wereldlijke overheid te zorgen, dat de burgers gezond zijn.
+ Wat baat het, den vijand van de muren verdreven te hebben, wanneer de
+ daarbinnen heerschende epidemie meer personen wegmaait dan het zwaard
+ der vijanden zou gedood hebben? Wat geeft het, er voor te zorgen,
+ dat niemand zijn vermogen verliest, als de gezondheid des lichaams
+ gesloopt wordt? De ouden, die een rangorde der goederen hebben
+ vastgesteld, plaatsten bovenaan op de lijst een goede gezondheid. Want
+ wat nut is het, dat het bezit in ongeschonden staat verkeert, als de
+ bezitter niet wel is?
+
+ Proinde leges priscorum, cum nondum quaestus et ambitio
+corrupisset omnia, potissimum huc spectabant, ut corpora civium essent
+valida, robusta, beneque temperata. Ea res partim pendet a nativitate,
+partim ab educatione, partim ab exercitamentis, et victus ratione,
+nonnihil etiam ab aedificiorum modo.
+
+ Daarom lette de wetgeving bij de ouden, toen heb- en eerzucht
+ nog niet alles bedorven hadden, vooral daarop, dat de lichamen der
+ burgers gezond, krachtig en evenredig ontwikkeld waren. Dit hangt
+ deels af van de aangeboren lichaamsgesteldheid, deels van de
+ opvoeding, lichaamsoefeningen, voedingswijze en ook eenigszins van de
+ inrichting der woningen.
+
+ Nimirum medici fungebantur officio, qui bene temperata corpora
+jungebant matrimonio, qui nutrices adhibebant integrae valetudinis, qui
+balnea publica, qui publica gymnasmata instituebant, qui ferebant leges
+sumptuarias, qui mutatis aedificiis, qui siccatis paludibus pestilentiam
+excludebant, qui in hoc vigilabant, ne quid esculentum aut poculentum
+venderetur, quod laederet corporum incolumitatem. Et hodie principes
+fere nihil ad se pertinere credunt, si pro vinis vendantur venena, si
+tritico vitiato, si putribus piscibus tot morbi invehantur in publicum.
+
+ De taak van den geneesheer vervulden de wetgevers, die slechts
+ goed gebouwde personen met elkander lieten huwen, die eischten, dat
+ men alleen volkomen gezonde minnen in dienst nam, die openbare baden
+ en turnplaatsen instelden, wetten tegen de weelde maakten, door het
+ doen verbouwen van huizen en het droogleggen van moerassen, epidemieën
+ voorkwamen en er voor waakten, dat geen spijzen of dranken, die voor
+ de gezondheid gevaar opleverden, verkocht werden. Maar heden ten dage
+ meenen de vorsten, dat zij er niet mee te maken hebben, of voor wijnen
+ vergiften verkocht worden, of er door aangestoken graan of bedorven
+ visch zoovele ziekten onder het volk verspreid worden.
+
+Adeo nulla vitae pars est, quae citra medicinae praesidia recte possit
+administrari.]
+
+ Er is letterlijk geen deel van het leven, dat zonder de hulp der
+ geneeskunde behoorlijk kan geregeld worden.]
+
+ [Footnote to this passage in Dutch translation (paraphrased):
+ The text printed in brackets does not appear in the editions of
+ Frobenius (Basel 1518), Hillenius (Antwerp 1523), or Petrejus
+ (Nuremberg 1525). It does appear in the first collected edition of
+ Erasmus’ works by Rhenanus (Basel 1540) and in the best collected
+ edition by Clericus (Leiden 1703).]
+
+ [Voetnoot 5: De woorden, die nu volgen en tusschen haakjes []
+ geplaatst zijn, komen niet voor in de uitgave van Frobenius Bazel
+ 1518, noch in die van Mich. Hillenius (Antwerpen 1523), noch ook
+ in die van Joannes Petrejus (Neurenberg 1525), maar wel in de
+ eerste gezamenlijke uitgave van Erasmus’ werken van Beatus
+ Rhenanus (Bazel 1540) en in de beste gezamenlijke uitgave van
+ Joannes Clericus (Leiden 1703). (Vert.)]
+
+[_A quaestu._]
+
+Iam vero si qui sint, qui rerum pretia malint utilitate quaestuque
+metiri (licet haec ars divinior est, quam ut huiusmodi rationibus sit
+aestimanda) ne hac quidem parte cuiquam aliarum cedit artium. Neque enim
+ulla magis fuit frugifera, et ad rem subito parandam aeque praesentanea.
+Erasistratus cuius ante memini, a rege Ptolemaeo, Critobolus ab
+Alexandro magno, praemiis ingentibus ac vix credendis donati leguntur.
+
+ Indien er eindelijk menschen zijn, die de waarde der dingen liever
+ afmeten naar het voordeel en de winst, die zij opleveren, dan zullen
+ zij bevinden, dat ook in dit opzicht de geneeskunde, ofschoon te
+ verheven om naar dergelijke overwegingen beoordeeld te worden, bij
+ geen der andere wetenschappen ten achter staat. Want geen andere was
+ ooit meer winstgevend en stelde hare beoefenaars zoo snel in staat,
+ zich een vermogen te verwerven. Wij lezen, dat Erasistratus, dien ik
+ reeds vroeger vermeld heb, door koning Ptolemeus, en Critobolus door
+ Alexander den Grooten met buitengewone, nauwelijks te gelooven
+ belooningen begiftigd zijn.
+
+ Quamquam quod tandem praemium non exiguum videatur, repensum
+servatori capitis, pro cuius unius salute tot hominum millia
+depugnabant? Quid ego nunc commemorem Cassios, Carpitanos, Aruncios,
+Albutios, quibus Romae tum apud principem, tum apud populum immodicum
+quaestum fuisse refert Plinius? Quanquam quid nos haec ex priscis
+aetatibus repetimus, quasi non hodie cuique complures succurrant, quos
+haec ars ad Croesi opes evexerit?
+
+ Doch welke belooning is dan ten slotte niet gering te noemen,
+ betaald aan den redder van een leven, voor welks behoud zooveel
+ duizenden soldaten voortdurend streden? Waartoe nog te noemen de
+ Cassii, Carpitani, Aruncii en Albutii, van wie Plinius vertelt, dat
+ zij te Rome zoowel aan het keizerlijk hof als onder de burgers
+ ontzaglijk veel geld verdienden? Doch waarom behoeven wij nog die
+ voorbeelden uit het grijze verleden weder op te halen, alsof niet
+ ieder uit zijn eigen tijd verscheidenen voor den geest staan, die door
+ dit beroep ware Croesussen zijn geworden.
+
+Rhetorica aut Poetica non alit nisi insignem. Musicus ni praecellat,
+esurit. Iureconsulto tenuis proventus est, ni sit eximius. Sola medicina
+quomodocunque doctum alit ac tuetur. Innumeris disciplinis, infinita
+rerum cognitione constat res medica, et tamen frequenter unum aut
+alterum remedium alit idiotam. Tantum abest, ut haec ars sterilitatis
+damnari possit.
+
+ Van de rhetoriek en de dichtkunst kan slechts hij leven, die er in
+ uitmunt. Een musicus, die het niet tot een groote hoogte in zijn kunst
+ gebracht heeft, lijdt honger. Een rechtsgeleerde heeft maar een mager
+ inkomen, als hij niet voortreffelijk is. Slechts de geneeskunde
+ onderhoudt en beschermt haren beoefenaar, hoe weinig bedreven hij
+ er ook in moge zijn. De medische wetenschap berust wel is waar op
+ ontelbare kundigheden en de kennis van een oneindig aantal zaken; toch
+ helpt dikwijls één enkel geneesmiddel een stumper in het vak aan den
+ kost. Het is er dus verre vandaan, dat dit beroep als onwinstgevend
+ kan veroordeeld worden.
+
+Adde quod caeterarum artium non ubique paratus est quaestus. Rhetor
+frigebit apud Sarmatas, juris Caesarei peritus apud Britannos. Medicum
+quoquo terrarum sese contulerit suus comitatur honos, suum sequitur
+viaticum, ut in nullam disciplinam verius competat vulgatissimum illud
+Graecorum proverbium, τὸ τέχνιον ἡ πᾶσα γῆ τρέφει.
+
+ Daar komt nog bij, dat met de overige beroepen niet overal geld
+ te verdienen is. Een rhetor zal een koele ontvangst vinden bij de
+ Sarmaten, een kenner van het keizerlijk recht bij de Britten. De
+ medicus is overal, waar ter wereld hij zich ook heen begeve, vergezeld
+ door zijn waardigheid en van reisgeld voorzien, zoodat op geen beroep
+ meer van toepassing is het alom bekende Grieksche spreekwoord: „de
+ geheele aarde voedt het ambacht.“
+
+[_Confutatio._]
+
+Sed hoc ipsum indignatur Plinius, aut certe apud hunc alii, quaestum
+esse medicinae professionem. Maior est, fateor, haec facultas quam ut
+quaestui lucroque serviat, sordidarum id est artium. Sed nimis ingratum
+est, eam solam sua fraudare gratia, cui nulla par gratia rependitur.
+
+ Maar juist daarover spreekt Plinius (ik weet niet zeker of hij hier
+ zelf aan het woord is of de meening van anderen weergeeft) zijn
+ verontwaardiging uit, dat het uitoefenen der geneeskunde een
+ broodwinning is. Ik stem toe, dat deze wetenschap te hoog staat,
+ om tot kostwinning te dienen of tot middel om zich te verrijken.
+ Dit hoort thuis bij de alledaagsche beroepen. Maar het ware al te
+ ondankbaar, haar alleen van den haar toekomenden dank te berooven,
+ aan welke nooit genoeg dank vergolden kan worden.
+
+ Egregius medicus ceu numen quoddam, servat gratis, servat et
+invitos. Sed impietas est, non agnoscere numinis beneficium. Nihil ille
+moratur mercedem, tu tamen dignus qui legibus mulcteris ob insignem
+ingratitudinem.
+
+ Een uitstekend geneesheer helpt als een god kosteloos,
+ desnoods tegen den wil van den patiënt. Maar het is goddeloosheid,
+ voor de weldaad van een god niet erkentelijk te zijn. Hij geeft wel
+ niet om loon, maar gij behoort volgens de wet gestraft te worden
+ wegens uw buitengewone ondankbaarheid, als gij het hem niet voldoet.
+
+Iam haudquaquam me fugit, hanc egregiam artem et olim apud veteres
+audisse male, et hodie apud indoctos quosdam male audire. Catoni
+non placuit, non quod rem damnaret, sed quod ambitiosam Graecorum
+professionem non ferret homo mere Romanus.
+
+ Het is mij volstrekt niet onbekend, dat deze uitmuntende wetenschap
+ zoowel voorheen bij de ouden in een kwaden roep stond, als ook
+ tegenwoordig door sommige onwetende lieden gehoond wordt. Cato beviel
+ de geneeskunde niet, niet omdat hij haar op zich zelve veroordeelde,
+ maar omdat een onvervalscht Romein als hij de aanmatigende wijze,
+ waarop de Grieken haar in zijn dagen uitoefenden, niet kon verdragen.
+
+ Isque tantum tribuit experientiae, ut artem esse noluerit, sed
+idem universam Graecorum philosophiam ex urbe pellendam censuit.
+Existimabat homo durus, ad purgandum hominis corpus sufficere brassicam
+et crebros vomitus, et tamen ille ipse medicorum hostis observatione
+medicinae, in extremam usque senectutem robur infractum tutatus
+scribitur.
+
+ Hij kende aan de ervaring op dat gebied zulk een hooge waarde
+ toe, dat hij der geneeskunde den naam van wetenschap ontzegde. Dat kan
+ ons van hem te minder verwonderen, daar hij het ook was, die in den
+ Romeinschen senaat het voorstel deed, de geheele Grieksche philosophie
+ uit Rome te verbannen. De stoere man meende, dat tot zuivering van het
+ menschelijk lichaam kool en menigvuldige brakingen voldoende waren. En
+ toch lezen wij van dien vijand der artsen, dat hij door inachtneming
+ der medische voorschriften tot het einde van zijn lang leven zijn
+ krachten onverzwakt behouden heeft.
+
+Solis, inquiunt, medicis summa occidendi impunitas est. At hoc nomine
+magis suspiciendi boni medici, quibus cum in manu sit, non solum
+impune, verum etiam mercede occidere, tamen servare malunt. Quod possunt
+facultatis est, quod nolunt probitatis. Decantatur iam passim inter
+pocula temulentorum adagium, Qui medice vivit, misere vivit.
+
+ Alleen de geneesheeren, zegt men, hebben het onbeperkte recht van
+ straffeloos te dooden. Maar juist uit dien hoofde moeten goede
+ geneesheeren geëerd worden, daar zij, terwijl het hun vrijstaat, niet
+ alleen ongestraft maar zelfs tegen belooning te dooden, toch liever
+ de menschen willen redden. Dat zij kunnen dooden, bewijst hun groote
+ macht, dat zij het niet willen, getuigt voor hun rechtschapenheid.
+ Tot vervelens toe hoort men overal in dronken gezelschappen het
+ spreekwoord: „wie medisch leeft, leeft ellendig“.
+
+ Quasi vero felicitas sit, distendi crapula, rumpi Venere,
+turgescere cervisia, sepeliri somno. Sed istos Sycophantas quid opus est
+oratione refellere, cum ipsi petulantiae suae satis magnas poenas dant
+arti, mox podagra contorti, paralysi stupidi, desipiscentes ante tempus,
+caecutientes ante senectutem, iamque prius vituperatae medicinae,
+exemplo Stesichori, seram canunt palinodiam miseri.
+
+ Alsof het een groot geluk is, door een wijnroes geradbraakt te
+ worden, zich uit te putten door ontucht, op te zwellen van onmatig
+ biergebruik of ten gevolge van uitspattingen door den slaap overmand
+ te worden. Wat behoeven wij nog deze lasteraars met woorden te
+ bestrijden, die zelf door het verzaken van de voorschriften der
+ geneeskunde voldoende gestraft worden, daar zij weldra door podagra
+ worden gekweld, door verlamming getroffen, vroegtijdig het verstand
+ verliezen, vóór den ouderdom zwak van gezicht worden en dan eindelijk,
+ maar te laat, in hunne ellende op de wijze van Stesichorus hunnen
+ laster herroepen[6].
+
+ [Voetnoot 6: De lyrische dichter Stesichorus zou namelijk,
+ doordien hij Helena gesmaad had, van het gezicht beroofd zijn en
+ later doorhet dichten van een palinodie het weer teruggekregen
+ hebben. (Vert).]
+
+ Et tamen his licet indignissimis, artis bonitas non gravatur esse
+praesidio, quantum licet. Sunt qui, mutuato ex vetere comoedia scommate,
+vocent medicos σκατοφάγους. Quasi vero non isto nomine vel praecipue
+laudari mereantur, qui quo subveniant hominum calamitatibus, ex illa sua
+sublimitate sese ad haec sordida dejiciant. Quod si medicis tantum esset
+supercilii, quantum istis est procacitatis, liceret passim impune mori.
+Verum habet hoc ars nostra cum bonis regibus commune, ut bene faciat ac
+male audiat.
+
+ En toch maakt die goede wetenschap geen bezwaar ook dezen,
+ ofschoon zij het volstrekt niet waard zijn, zooveel mogelijk te
+ helpen. Sommigen noemen, met een scheldwoord aan de oude comedie
+ ontleend, de geneesheeren „dreketers“. Verdienen zij dan niet juist
+ daarom geprezen te worden, dat zij, om de wonden der menschheid te
+ heelen, zich verwaardigen, uit hun verheven sfeer tot het vuil af te
+ dalen? Als de hoogmoed van de geneeskundigen eens zoo groot was als de
+ onbeschoftheid, waarmee die lieden hen vervolgen, dan zouden zij, zoo
+ maar straffeloos, de menschen kunnen laten omkomen. Doch ons beroep
+ heeft dit met goede vorsten gemeen, dat het goed handelt, maar een
+ slechten naam heeft.
+
+Quod si maxime sunt, ut sunt in hoc ordine, qui se pro medicis gerunt,
+cum nihil minus sint quam medici. Si sunt qui pro remediis venena
+ministrant, si sunt qui ob quaestum et ambitionem aegrotis male
+consulunt, quid iniquius est, quam hominum vitia in artis calumniam
+detorquere?
+
+ Al zijn er nu ook lieden, zooals zij er inderdaad zijn, die zich voor
+ geneeskundigen uitgeven, terwijl zij niets minder dan dat zijn; als er
+ zijn, die vergiften voor geneesmiddelen toedienen; als er zijn, die
+ uit gewin- of eerzucht zieken slechten raad geven, wat is onbillijker
+ dan op grond van fouten van enkele individuen het geheele beroep te
+ lasteren?
+
+ Sunt et inter sacerdotes adulteri, inter monachos homicidae ac
+piratae, sed quid hoc ad religionem per se optimam? Nulla tam sancta
+professio est, quae non alat sceleratos aliquot. Votis quidem omnibus
+optandum, omnes principes eiusmodi esse, cuiusmodi decet esse, qui
+censeantur hoc digni nomine. Nec tamen ideo damnandus est principatus,
+quod nonnulli sub eo titulo praedones reique publicae hostes agant.
+
+ Ook onder de priesters zijn echtbrekers, onder de monniken
+ moordenaars en roovers; maar wat heeft dit te maken met den
+ godsdienst, die op zich zelf zoo voortreffelijk is? Geen beroep is zoo
+ heilig, of er zijn eenige misdadigers die het uitoefenen. Het is zeker
+ dringend te wenschen, dat alle vorsten van dien aard zijn, dat zij
+ dien naam ook ten volle verdienen. Maar toch moet daarom de monarchie
+ niet veroordeeld worden, omdat er onder den vorstelijken titel eenige
+ plunderaars en vijanden van den staat rondloopen.
+
+ Optarim et ipse medicos omnes vere medicos esse, nec in his locum
+dari Graecorum proverbio, πολλοὶ βουκένται παῦροι δέ τε γῆς ἀροτῆρες.
+Optarim ab omnibus eam praestari sanctimoniam, quam Hippocrates
+sacramento verbis solennibus concepto a professoribus exigit. Neque
+tamen huc non enitendum est nobis, si id a plerisque negligi
+conspicimus.
+
+ Ook ik wenschte, dat alle geneesheeren met recht dien naam
+ konden dragen en dat onder hen geen toepassing kon vinden de Grieksche
+ spreuk: „velen zijn ossendrijvers, maar weinigen landbeploegers“. Ik
+ wenschte, dat allen die angstvallige nauwgezetheid in de uitoefening
+ van hun beroep vertoonden, tot welke Hippocrates de artsen door een in
+ plechtige woorden vervatten eed verplichtte. Toch is er voor ons geen
+ reden, om niet met alle macht naar de bereiking van deze hoogte te
+ streven, al zien wij ook, dat dit door zeer velen wordt nagelaten.
+
+Sed quoniam huius argumenti tanta est ubertas, viri praestantissimi, ut
+difficillimum sit in eo dicendi finem invenire, ne non praestem quod
+initio sum pollicitus, tempestivum arbitror, universas eius laudes
+summatim complecti.
+
+ Maar daar dit onderwerp, hoogaanzienlijke vergadering, van zulk een
+ grooten omvang is, dat het moeilijk zou zijn, hierover ooit uitgeput
+ te raken, acht ik, om de belofte, in den aanhef mijner rede gedaan,
+ gestand te doen, nu den tijd gekomen, om den geheelen lof der
+ geneeskunde in het kort samen te vatten.
+
+[_Epilogus._]
+
+Etenim si permultas res sola commendat antiquitas, hanc artem primam
+omnium reperit necessitas. Si scientiam autores illustrant, huius
+inventio semper diis attributa est. Si quid autoritatis addit honos, non
+alia tam passim ac tam diu divinos honores meruit.
+
+ Immers, terwijl zeer vele zaken zich alleen door hare oudheid
+ aanbevelen, is deze wetenschap het allereerst ontdekt door de
+ noodwendigheid. Als eene wetenschap door haar grondleggers roem
+ erlangt, de uitvinding van deze is altijd aan de goden toegeschreven.
+ Als de eer, die een zaak te beurt valt, haar aanzien verhoogt, aan
+ geene andere is zoo algemeen en zoo lang goddelijke eer bewezen.
+
+ Si magni fiunt, quae summis viris probantur, haec summos reges,
+haec primates non solum delectavit, verum etiam illustravit. Si
+difficilia quae sunt, ea sunt et pulchra, nihil hac operosius, quae tot
+disciplinis, tantarum rerum pervestigatione usuque constat. Si dignitate
+rem aestimamus, quid excellentius, quam ad dei benignitatem proxime
+accedere?
+
+ Indien die dingen op hoogen prijs gesteld worden, die de
+ goedkeuring van aanzienlijke mannen wegdragen, het bestudeeren dezer
+ wetenschap strekte den machtigsten vorsten, den voornaamsten personen
+ niet alleen tot genoegen maar ook tot roem. Als de moeilijkheid, welke
+ iets oplevert, maatstaf is voor de schoonheid ervan, niets gaat met
+ meer moeite gepaard dan de beoefening der geneeskunde, die op zooveel
+ kennis, op het onderzoek van en ervaring in zoovele zaken berust. Als
+ wij een zaak naar hare waarde beoordeelen, wat staat hooger dan de
+ goddelijke genade het dichtst nabij te komen?
+
+ Si facultate, quid potentius aut efficacius quam totum hominem
+certo exitio periturum sibi posse restituere? Si necessitate, quid aeque
+necessarium atque id sine quo nec vivere, nec nasci licet? Si virtute,
+quid honestius, quam servare genus humanum? Si utilitate, nullius usus
+neque maior est, neque latius patet. Si compendio, aut haec in primis
+frugifera sit oportet, aut ingratissimi mortales.
+
+ Naar haar vermogen, wat is machtiger of rijker aan resultaten
+ dan een geheelen mensch, wien een zekere dood te wachten staat, aan
+ zich zelf terug te geven? Naar hare noodwendigheid, wat is zoo
+ onmisbaar als de wetenschap, zonder welke noch leven, noch geboorte
+ mogelijk is? Indien wij een zaak naar hare zedelijke deugd
+ beoordeelen, wat staat moreel hooger dan het menschelijk geslacht in
+ het leven te houden? Naar haar nut, geen zaak sticht grooter nut en in
+ wijder kring. Indien wij eindelijk het financiëel voordeel tot
+ maatstaf nemen, dan is zij wel het allermeest winstgevend, indien de
+ menschheid niet alle dankbaarheid verloren heeft.
+
+Vobis igitur magnopere gratulor, eximii viri, quibus contingit in hoc
+pulcherrimo genere professionis excellere.
+
+ U wensch ik dus ten zeerste geluk, voortreffelijke mannen, die het
+ voorrecht hebt, in dat allerschoonste vak uit te munten.
+
+Vos adhortor, optimi juvenes, hanc toto pectore complectimini, in hanc
+nervis omnibus incumbite, quae vobis decus, gloriam, autoritatem, opes
+est conciliatura, per quam vos vicissim amicis, patriae, atque adeo
+mortalium generi non mediocrem utilitatem estis allaturi.
+
+ U, beste jongelingen, geef ik den raad: legt u hierop met volle borst
+ toe, wijdt U met al uwe krachten aan deze wetenschap, die U eer, roem,
+ aanzien en vermogen zal doen verwerven en door welke gij op Uw beurt
+ uwen vrienden, uw vaderland, ja, het geheele menschelijke geslacht op
+ meer dan gewone wijze ten heil zult strekken.
+
+
+ Dixi.
+
+ Ik heb gezegd.
+
+
+[Errata in Latin text noted by Transcriber:
+
+[Sidenote]
+Laudandi ratio
+ _text reads “Laudandiratio”_
+propter arctissimam amborum inter se cognationem
+ _text reads “intet se”_
+[Sidenote]
+Honora medicum.
+ _text reads “Honara”_
+[Sidenote]
+ἰατρὸς γὰρ ἀνὴρ πολλῶν ἀντάξιος ἄλλων
+ _spelling ἰατρὸς as in original_
+Timetheo suo
+ _spelling as in original_
+qui mutatis aedificiis
+ _text reads “aedifiiciis”_]
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+[Illustratie:
+
+ANTONI VAN LEEUWENHOEK
+
+LID VAN DE KONINGHLYKE SOCIETEIT IN LONDON
+
+_GEBOREN TOT DELFT. A. 1632_
+
+ _Daer leeft een aerdigh Man een wardigh Man en gauw
+ Die wisse wondren teelt en heeft Natur in ’t nauw
+ Doorkruypt all haer geheim en opent all haer Sloten
+
+ Syn Glase Sleuteltiens en isser geen ontschoten
+ Noch kan ontschieten dit’s die dappre man niet maer
+ Siet scherp toe die hem soeckt ’t gelyckt hem of hy ’t waer_
+
+ _J. Verkolje pinx. fec. et exc. A. 1686_]
+
+
+
+
+ Den Waaragtigen
+
+ Omloop des Bloeds,
+
+ _Als mede dat_
+
+ DE ARTERIEN EN VENÆ
+
+ Gecontinueerde BLOED-VATEN zijn,
+
+ _Klaar voor de oogen gestelt._
+
+
+ Verhandelt in een BRIEF, geschreven aan de
+ Koninglijke Societeit tot Londen.
+
+ door
+
+ ANTONI VAN LEEUWENHOEK,
+ Lid van deselve SOCIETEYT.
+
+
+
+
+ Antony van Leeuwenhoeks
+
+ 65. MISSIVE,
+
+ Vanden 7. September 1688.
+
+
+HANDELENDE
+
+_Van tweederley soort van Kikvorsschen. Uyt wat deelen der selver
+ eyeren bestaan. Dat uyt die eyeren Wormen komen. Van wat maakzel
+ die Wormen zyn. De circulatie van het bloed op ses distincte
+ plaatsen aan het hooft van dese Wormen. Continuele schielyke
+ voortstotinge, die het bloed van het hert ontfangt. Ommeloop
+ van het bloed op veel plaatsen in de staart van de Kikvors-worm.
+ Hetgene men Arterien en Venae noemt, zijn gecontinueerde
+ bloed-vaten. Arterien en Venae die dwers over malkanderen loopen.
+ De ommeloop geschied in de dunste bloed-vaten. De Circulatie van
+ het bloed, in kleyne en groote Kikvorsschen. Hoe in een Arterie
+ het bloed te rug quam loopen, en wat de oorsaak daar van was. De
+ ommeloop van het bloed in een kleyn Visje, en in desselfs staart
+ vier-en-dertig byzondere ommeloopen: Ende in het zelvige mede seer
+ naakt voor de oogen gestelt dat Arterien en Venae gecontinueerde
+ bloedvaten syn. In een nagel grootte van onse huyd geschieden wel
+ duysent ommeloopen van bloed. De deeltjens die het bloed in de
+ Vissen root maken, zyn platte ovale deeltjens. Wat Heeren, onder
+ andere, de waaragtige Circulatie van het bloed hebben gezien._
+
+
+Hoog-Edele HEEREN, enz.
+
+Myn laatste alder-onderdanigsten aan hare Hoog-Edele is geweest den 24.
+der voorledene Maand, waar in ik kome te handelen, van de angel van de
+Mugge, namelijk dat de selve angel uyt de koker genomen zynde, in vier
+distincte angels bestaat. Dat ik Linde Boomen hebbe geplant, welkers
+wortels in de lucht tot takken wassen, ende de takken in de aarde tot
+wortels zyn geworden. Dat in yder welgemaakte Garst of Tarw al een
+Koorn-air geformeert is.
+
+_Hier nevens gaan weder eenige van mijne geringe Observatien._
+
+Wy hebben hier te lande twederley soort van Kikvorsschen; de eerste
+soort, die wy seer overvloedig ontrent onse Stad plegen te hebben,
+werden ordinair Kikvorsschen genoemt. Welke sedert eenige jaren hier
+seer weynig zyn geweest, uyt oorsaak, beeld ik my in, dat onse
+stilstaande kleyne water-grachten, na verloop van eenige jaren, met een
+ongediert van sekere kleyne vis (daar wy voor desen niet van geweten
+hebben, soo veel my bekent is) die wy Stekel-baarsjens noemen, sijn als
+vervult geworden, die de Kikvorsschen als die nog wormen waren, hebben
+verslonden.
+
+De kuyt of eyeren van dese Kikvorsschen heb ik in de kleyne
+water-gragten, die onse weyden of velden van een separeren, somtyds in
+soo een groote menigte byeen zien leggen, dat de superfitie van het
+water voor een groot gedeelte beset was.
+
+De tweede soort van Vorsschen die men hier gemenelijk Worken noemt, die
+zyn in veel minder getal, ende die zyn grooter, en ook starker in ’t
+voortspringen; welkers achter-lijven of dikste van de achter-pooten by
+de France Natie voor goede spijs gebruykt werd. Op dese laatste soort
+heb ik veel-maal mijn gedagten laten gaan, eensdeels om dat ik die noyt
+en hadde gezien dat die verzameld waren; ende ten anderen, om dat ik
+noyt haar Eyeren ofte kuyt en hadde gezien.
+
+Maar nu op den 29. Mey kome ik wederom in een Weyde, daar in ik sedert
+eenige jaren tot mijn vermaak dikmaal hebbe gaan wandelen, en geen
+gedachten hebbende tot de kuyt of eyeren van de Kikvorschen, om dat de
+tijd van het eyer-leggen van de eerste Kikvorschen al lang verloopen
+was, soo gaa ik op het geschreeuw, dat dese Kikvorschen, anders Worken
+geseit, soo by dag als nacht in groote hitte doen, aan, en ik beelde my
+in dat ik eenige eyeren aan eenig groen gewas, in ’t water sag leggen,
+gelijk het inderdaat ook was.
+
+Dese eyeren en zijn op verre na soo wel, in ’t water leggende, niet te
+kennen, als die van onse gemene Kikvorschen, om dat de lijmachtige
+stoffe minder in het water uitsteekt, en ook soo veel niet en is.
+
+Ik liet dan eenig groen gewas daar dese eyeren aan vast saten, aan mijn
+huys brengen, en ik leide die, in twee besondere aardepotten, in ons
+gemene gracht-water, en ik examineerde alsdoen de eyeren door het
+vergrootglas, en sag dat die meest alle aan de eene zijde bruyn waren,
+ende dat de ander zijde ofte de wederhelft geelachtig was. Doch als ik
+de geseide eyeren des anderen daags ’s morgens wederom besag, bevond ik
+dat de geelachtigheid meest weg was, ende dat maar een weinig plaats die
+couleur was behoudende: waar uyt ik een besluit maakte, dat dese eyeren
+niet lang uit de Kikvorschen geweest waren.
+
+Vorders nam ik verscheide eyeren uit de heldere lijmachtige stoffe, en
+ik bevond doorgaans dat dese lijmachtige stoffe, die haar noch in twee
+distincte rontten scheen te separeren, seer stark en taay was, soo dat
+die niet als met ontstukken-scheuringe van het rechte Ey en konde
+gescheiden worden; en als ik op het aldersachtst daar mede handelde, soo
+en behield het ey niet meer zijn rondigheid, maar het berstte en
+scheurde als noch van malkanderen. Ik hebbe van dese eyeren verscheide
+achter den anderen (als ik die van haar lijmachtige stoffe daar in
+deselve lagen, hadde ontbloot) geexamineert, ende gezien dat het dunne
+omwindsel meest bestond uit zwarte stipjens, over-een-komende met de
+knobbelagtige deelen die het zegreyn-leer heeft.
+
+Vorders bestont het ey, soo veel my bleek, uit een weinig (in ’t oog)
+waterige vogt, en een onbegrijpelyk groot getal van globulen; welke
+globulen yder weder bestond uit een groot getal van kleinder globulen,
+die yder in ’t midden een grooter globule hadde, soo dat yder eerste
+globule wel een ey, met een seer kleine doir verbeelde.
+
+De figuur van veele van dese eyeren veranderden van dag tot dag: want
+die wierden in plaats van rond, langachtig: daar wierden kleine staarten
+geformeert. Ook scheent my toe dat ik hoofden zag.
+
+Ik opende van dag tot dag veel van dese eyeren, ja selfs op den sevenden
+dag dat ik de eyeren in mijn huis hadde gehad, als wanneer eenige wormen
+of jonge Kikvorschen al soo verre gekomen waren, dat die zig beweegden.
+Maar al wat ik zag dat waren niet dan globulen, en schoon ik de jonge
+Kikvorsch-worm opende, op die tijd als hy uit zijn lijmachtige stoffe
+was gearbeid, en door het water swom, aan de welke ik, geheel zijnde,
+de rugge-graat ook konde bekennen, soo en konde ik deselve, ontstukken
+snijdende, geen ingewanden, veel min aderen of zenuwen bekennen.
+
+Het scheen my als doen noch toe dat het het gantsche ligchaam van dat
+Dier, uit geen andere deelen en was gemaakt dan uit globulen, en wel
+voornamentlijk de buik die geelachtig was, zijnde gemaakt uit dat
+gedeelte van het ey dat geel was gebleven, en nu tot de buik was
+geworden. Dit quam my vreemd voor, dat ik in soo een groot schepsel, dat
+ik voor mijn gezigt doode, geen vaten of zenuwen en konde bekennen.
+
+Na alle dese mijne Observatien die ik ontrent dese eyeren hebbe gedaan,
+konde ik geen ander besluit maken, als dat de lijmachtige stofte die om
+het ey leit, alleen geschapen is, om het inleggende ey te bewaren, ende
+te beschermen, even gelijk de schillen of schalen van de eyeren van het
+gevogelte, het wit en doir bewaren en beschermen.
+
+En gelijk wy zien dat het ey van een hoen of ander gevogelte gantsch
+over gaat tot het Kieken, uitgesonderd alleen de schors van het ey, en
+het vlies dat tegen de schors aan sit, en welke beide de binne-stoffe
+van het ey bewaard hebben, even soo, segge ik, gaat het gantsche ey tot
+de Kikvorsch over, ende de taye lijmachtige stoffe, die om het ey heeft
+geseten, die blijven in wesen. Soo dat ik van het Kikvorsch-ey kan
+seggen, het gene ik van de Vogel-eyeren gezeit hebbe; te weten, dat het
+gantsche Kikvorsch-ey alleen geschapen is, om het dierken uit het
+mannelijk zaad te voeden en groot te maken, tot dat het voor zig selven
+kan voedsel soeken.
+
+Als ik sag de menigvuldige lucht-bellekens die in dese lijmachtige
+stoffe waren, nam ik in gedagten, dat die alleen geschapen waren, om de
+eyeren als dese Kikvorschen in ’t water groente mogt ontbreeken, om de
+zelve daar aan te hegten, dat die dan door behulp van de lugtbellen, op
+de superfitie van het water soude konnen drijven, om de warmte van de
+lugt te hebben, ende daar door als uitgebroeid te werden.
+
+Ik heb dese jonge Worken, of Kikvorschen, jong zijnde, verscheyden malen
+geobserveert, en om dat ik wist dat de Heer _Doctor Swammerdam_ daar van
+geschreven hadde, zyn Observatien nagezien, die in zyn uitlegginge pag.
+35, onder andere dus spreekt.
+
+_Het tweede getal verbeeld de manier op welke het Vorschen-jong, het
+genoemde teer en dunne vlies, waar in het op de wijse der bloedeloose
+dierkens, in de vierde ordre voorgesteld, verborgen is; komt af te
+stroopen. Soo dat het selve midden in zyn verwydert, ende in het
+ingedronge water, uytgedyde voedsel, als een swart en dik-hoofdig
+Wurmken sig vertoont. Dan ’t geen gemenelyk voor het hooft genomen werd,
+is het geheele lighaam te samen, als den onvergelykelyken Harveus seer
+wel aanteekent._
+
+Dat nu _Harveus_ of _Swammerdam_ aan de jonge Kikvorsen soo als hy van
+het ey tot een worm is geworden, geen hooft en heeft gezien, sal
+apparent zyn, om dat zy deselvige niet door het vergrootglas
+geobserveert hebben.
+
+Fig. 1 werd het ey van een Kikvors of work vertoont, soo als het in zyn
+omleggende tay en slijmerige vogt leyt, en wanneer het soo verre
+toegenomen is, dat het zig beweegt, soo is de staart van het Dierken
+noch in de vocht wat krom gebogen.
+
+Fig. 2 vertoont de grootte van het Dierken, soo als het zyn volkome
+grootte uit het ey heeft ontfangen, ende soo verre gekomen was, dat het
+selvige door het water konde swemmen, het welke by my daar uytgenomen
+zijnde; op een glas was geleyd, ende also was gestorven, ende gedroogt.
+
+Fig. 3 A B C D E F. vertoont het zelvige Dierke, soo het den Teykenaar
+door het Vergroot-glas heeft gesien, aan het welke men hier distinct het
+hoofd van het verdere lichamen kan onderscheiden, als hier met A B F.
+werd aangewesen.
+
+F E. is de buik van het Dierken, die geelachtig is, gelijk ik hier
+vooren geseid hebbe, dat yder ey een geelagtig stipje behoud, welk
+stipje de buik van het Dierken werd. Doch dese buik en is soo niet
+geteikent, als die sig quam te vertoonen, want die was soo geborsten en
+van een gescheurd, dat die niet dan uit groote globulen en scheen te
+bestaan.
+
+Met C D E. werd aangewesen de staart van het Dierken, Waar in men seer
+naakt de graat konde bekennen, die hier ook soo verre is afgeteikent als
+den Teikenaar die konde zien, en schoon ik veel maal de staart van dese
+Dierkens, daar de graat haar in vertoonde van malkanderen separeerde,
+soo konde ik egter aldaar dan geen andere deelen bekennen dan globulen.
+
+Dese Dierkens of Vorschen-wormen, maken een seer starke beweginge met
+haar staart, als sy voortswemmen, en soo ras als de beweginge van haar
+staart komt op te houden, soo sinken sy schielijk na de grond, waar uyt
+dan blijkt, dat sy veel stof-swaarder zijn, dan het water selfs is. Doch
+dese Dierkens is wederom ingeschapen, dat sy haar met haar hoofd (noch
+klein zynde) aan een glas konnen vast hechten, soo dat sy aan alle
+dingen die in ’t water zyn, konnen vast blijven, en alsoo rusten, sonder
+dat hare lichamen op de grond komen te leggen.
+
+Vorders heb ik een Kikvorsch-worm, soo als die in ’t water leefde, en
+sich aan het glas hadde vast gehegt, voor het vergrootglas gestelt, ende
+deselvige alsoo den Teykenaar in de hand gegeven, om af te teikenen het
+gene hy quam te zien.
+
+Fig. 4. G H I K L M N O P Q R S. vertoont de Kikvors-worm, soo als hy
+levent in ’t water aan het glas sig hadde vast gehegt, en met de buik na
+het gesigt toe geplaatst was, en welke Worm maar eenige uren daar te
+vooren uyt sijn slym, daar in hy hadde gelegen, was uyt geswommen.
+
+Met L M N O P. werd aangewesen het hooft. Ende met H I R S. werd
+aangewesen, de buik; ende met G H S. de staart. Bovenop het hooft van
+dit Dierken vertoont sig een gedeelte van de huyt, die haar dikte boven
+de andere huyt is uytstekende, soo dat ik hier gedagten hadde of dit
+niet een gedeelte van de huyt was, waar mede het gantsche Lighaam van
+het Dierke op nieuw soude bekleet werden, als hier met M N O. werd
+aangewesen.
+
+Met T. werd aangewesen de mont, die ik niet en hebbe konnen sien, dat
+het Dierke, dus jonge sijnde, beweegde. V V. sijn twee bruyne plekken op
+het hoofd van het Dierke die in dit seer rond waren (daar deselve in
+andere Dierkens op verre na die ronte niet en hadde) en by eenige wel
+voor de oogen souden aangesien worden. Dog de oogen en konnen in
+soodanigen gedaante niet gesien werden, om dat die dus van ons gesigt
+afstaan. I K L. ende P Q R. sijn ses doorschijnende uythangende deelen,
+die aan yder sijde van het hoofd drie sijn.
+
+Dese deelen sijn alleen de oorsaak dat ik de Kikvors-worm hebbe laten
+afteykenen: want in yder van dese deelen sag ik met een groot vermaak
+seer distinct de ommeloop van het bloet, het welke uyt die deelen die
+naast het lighaam lagen wierd voortgestooten na de buytenste sijde van
+de selve, en volbrengende alsoo een continuële seer schielijke
+omloopinge. Deze omloopinge en hadde geen egale beweginge, maar die
+wierd in seer korten tijd, ende dat continueel, op nieuw met een seer
+schielijke voortstootinge te weeg gebragt; en eer dat dese seer
+schielijke voortstootinge geschiede, souden wy (by aldien wy geen
+continuële verheffinge in de loop hadden gesien) geoordeelt hebben,
+datter een stilstant van loop op soude gevolgt hebben; dog de loop van
+’t bloet en begonde niet te vertragen, of daar quam op nieuw weder een
+seer schielijke verheffinge van een voortstootinge: soo datter in ’t
+bloet van dit Dier, een continuele voortlopinge geschiede: en als ik met
+een naeuwkeurige opmerkinge de korten tijd waar in yder voortstootinge
+op nieuw geschiede, tragte af te meten; moet ik seggen; dat een vaardige
+mond, soo ras geen hondert soude tellen, of daar geschiede in dese
+bloet-vaaten wel hondert schielijke voortstootinge van bloet. Hier uyt
+stelde ik vast, dat soo menigmaal als dese seer schielijke
+voortstootinge wierd te wege gebragt, dat soo menigmaal het bloet uyt
+het Hert wierd gestooten. Ja ik sag deze beweginge soo net (dat alle de
+voortstootinge van het bloed uyt het Hert, ende de overgang van de
+Arterien, daar die in malkanderen vereenigen, tot inde Vena) geschieden,
+als ik, of ymand anders, sig eenigsins soude konnen imagineren.
+
+Dit gesigt, tot mijn over groot vermaak veelmaal hebbende beschoud,
+wilde ik niet verbergen; maar hebbe het selve aan vijf voorname Heeren
+vertoont; die my verklaarden noyt iets van my gesien te hebben, dat soo
+waardig was geweest te aanschouwen. Ik moet hier nog byvoegen, dat soo
+dit bloet een egale dunne vogt hadde geweest, wy het selvige onmogelijk
+souden hebben konnen bekennen: maar nu het bloet bestond uyt een seer
+heldere vogt, vermengt soo het in ’t oog scheen met kleinder en grooter
+globulen, die, al-hoe-wel geen couleur en hadden, egter seer klaar
+konden gesien werden, soo was de bekentenisse van den ommeloop soo veel
+te naakter.
+
+Als dese Worm-kikvorschen eenige dagen out waaren geworden, soo en konde
+ik geen van alle dese ses uythangende deelen (daar in yder van deselve
+de ommeloop van ’t bloet geschiede) meer sien, maar als dan scheen het
+my toe dat die met een huyt waren overtrokken.
+
+Ik konde ook als doen aan yder sijde van het hoofd, wel soo een seer
+schielijke beweginge (als hier vooren is geseit) sien, maar ik konde
+geen ommeloop van het bloet gewaar werden. So dat ik als doen ook geen
+hoofd van het lighaam meer en konde onderscheiden, want dat scheen aan
+malkanderen te sijn vereenigt. Wanneer dese Worm-kikvorschen, omtrent
+agt a thien dagen out waren, en omtrent tweemaal in groote waren
+toegenomen, soo sag ik dat haar mond met op en toedoen, so een
+schielijke continueele beweginge hadde, als ik hier vooren geseit hebbe
+van de beweginge van het bloet: en als doen waren de tanden boven en
+onder in de mond sodanig uytgewassen, dat ik die perfect konde sien:
+Dese tanden waren in soo groote menigte, en stonden in sodanigen ordre,
+als een rije tanden staan, in de mond van een vis die wy een zeehaye
+noemen.
+
+Met dese mijne observatien heb ik my niet vergenoegt gehouden, maar ik
+hebbe alle mijne kragten ingespannen, omme de geseide ommeloop des
+bloets te vervolgen, en hebbe dese Wormkikvorssen, agt a thien dagen out
+sijnde, op alle bedenkelyke manieren geobserveert, en hebbe van binnen
+in ’t lighaam sien bewegen een klein deeltje, dat ik my imagineerde het
+hert te sijn, als wanneer ook de stoffe die in het selvige was, en daar
+uyt wierd voortgestoten, al een roode couleur begonde aan te nemen. Dit
+deel, dat ik voor het hert aan sag, hadde zoodanige schielijke beweginge
+als ik geseit hebbe dat inde bloet-aderen geschiede. Voorts soo dikmaal
+als ik sag dat dit gepresumeerde hert, sig beweegde, soo menigmaal
+wierden ook de oogen van het Dier een weinig bewogen: soo dat ik my
+inbeelde dat de beweginge van de oogen alleen van de beweginge van het
+hert en mond afhingen. Welke oogen, soo in uytpuylende ronte, als in
+swartigheid in ’t midden, my ook soo naakt voor quamen, als eenige oogen
+van een klein Dier, ons aan het bloote oog konnen vertoonen.
+
+Wanneer ik de buyk van soodanigen Dier als dan quam te openen, sag ik
+dat de darmen gevolt waren met een bruynagtige stoffe, ende dat die in
+een ronte lagen geschikt.
+
+Als ik quam tot het examineren van de staart van dese kleine Worm, soo
+overtrof dat vermakelyk gesigt alle de beschouwingen, die myn oogen van
+haar leven hadden gesien; want hier ontdekten ik meer dan vijftig
+ommelopen van bloet, op bysondere plaatsen, als ik het dierken maar tot
+myn genoegen in ’t water levende, en stil leggende, voor het
+vergroot-glas konde brengen. Want ik sag niet alleen dat het bloet op
+veel plaatsen door seer dunne vaatjens uyt het midden van de staart
+wierd gevoert na de buytekant van de selve; maar dat yder soodanig
+bloet-vat, sig met een kromte boog, en het bloet weder voerde na het
+binnenste of dikste van de staart, om het selvige weder soo na het hert
+te voeren. Soo dat my hier bleek dat de bloet-vaten die wy in dit Dier
+sien, en de Arterien en Venae noemen; maar een ende de selve bloet-vaten
+sijn; alleen, datse soo lang Arterien konnen genaamt werden, als sy het
+bloet tot in de uyterste deelen van de kleyne vaten voeren; ende Venae,
+als de selve het bloet weder voeren na het Hert. Als by exempel, ik sie
+veel bloed-vaatjens in de staart van de Kikvorsworm, die haar loop
+hebben als Fig. 5. A B C. waar van A. en C. na de graat van de staart
+sig strekken, of geplaatst leit; ende B. leit gestrekt na de uyterste
+deelen van de staart. A B. voert het bloed van het hert af; ende B C.
+voert het bloet weder na het hert toe: en dus konnen wy seggen, dat het
+bloet-vat A B C. een Arterie ende een Vena is, want wy konnen dit
+geseide bloet-vat niet verder een Arterie noemen, als soo verre als hy
+het bloet weg stoot, of op het verste in de selve voert, dat is hier van
+A. tot B; ende wy konnen of moeten B C. een Vena noemen, om dat het
+bloet van B. tot C. weder na het Hert gevoert werd. Ende dus blijkt het
+ons hier dat Arterie ende Vena een ende deselvige continuële vaten zijn.
+
+Daar ik de ommeloop van het bloet in de Aderen dus quam te sien, waren
+de Aderen, niet wyder, als dat een enkel deeltjen bloed (dat in dit
+gesigt globulen schenen, daar het nogtans platte ovale deeltjens sijn,
+als voor desen geseit) daar sonder hinder door konde passeren. Dog op
+een ander tijd sag ik dat de deeltjens bloet om de dunte van de
+Bloet-ader, in een lang rond veranderde: en wanneer ik het Dierke buyten
+het water bragt, en soo verre quam dat het begonde te sterven, sag ik
+dat het bloet inde dunste Arterien, somtijds stil bleef staan; en als in
+de selve Ader het bloet op nieuw wierd voortgestoten, sag ik dan dat
+verscheide deeltjens bloet, wel tweemaal soo lang wierden uytgerekt, als
+de breette van soodanig deeltjen, ende dat die dan aan beide de eynden
+spits schenen. Op een ander plaats sag ik dat het bloedt sig uit een
+dikker Arterie in twe takken verdeelde: als by voorbeeld: Ik sag de
+Arterie Fig. 6A. D E. die sig in twee takken verspreide, als in E. en
+yder van dese takken, boog in de ronte met een bogt; als met E F. en
+E G. werd aangewesen. Soo wy nu stellen dat D E F. ende D E G. Arterien
+sijn, om dat die het bloet van het Hert afvoeren, so moet volgen, dat
+F H. en G I K. Venae sijn, om dat die beyde het bloet na het Hert
+voeren.
+
+Nu heb ik ook te gelyk gesien, dat een weinig van K. een andere kleynder
+of dunder Arterie lag, die met M L. werd aangewesen. Dese laatste
+Arterie vereenigde in de Vena I K. soo dat de Arterien D E G. ende M L.
+beyde te samen vereenigde in de Vena I K. In somma in de Fig. 6A. is
+H F. een Vena. D E F. ende D E G. sijn Arterien. G I K. ende K I L. sijn
+Venae, ende M L. is een Arterie, en nogtans konnen wy seggen, dat het
+een continuëel vat is.
+
+Op een andere plaats heb ik gesien dat drie van de dunste Arterien,
+die yder met een bogt omlopende, alle drie op een punct weder te samen
+quamen, ende aldaar een bloet-vat of Vena uit maakten: en by gevolg
+was dit bloet-vat soo wyt als van de drie geseide Arterien. Dese drie
+distincte vaten nu met haar rondagtigen ommetrek, waar in de circulatie
+geschiede, en besloegen geen meer plaats, of een sant grootte soude de
+selve konnen bedekt hebben.
+
+Ook is my verscheide malen voorgekomen, dat een Arterie dwars of
+kruyselings over een Vena quam te loopen, ten ware men yder sijn
+bysondere loop niet distinct hadde konnen onderscheiden, soo souden
+veele wel geoordeelt hebben, dat de circulatie aldaar wierd te wege
+gebragt, ende dit sag ik niet alleen in de alderkleinste vaten, maar in
+vaten die wel tienmaal dikker waren als daar de ommeloop geschiede.
+
+Dese overdwars lopende bloet-vaten, sijn my voor desen veel te vooren
+gekomen, als ik in andere Dieren de vereeningen van de Arterien en Venae
+tragte te ontdekken; dog alsoo het by my vast stond dat de ommeloop van
+het bloet, niet in de vaten die groot waren, moste geschieden; maar in
+de kleinste of dunste bloetvaten: want soo sulx anders was, so stel ik
+vast dat alle de delen van het lighaam niet gevoet soude konnen werden.
+En also voor my die ontdekkingen onnaspeurelyk scheenen, soo heb ik
+sedert eenige jaren myne ondersoekingen daar ontrent gestaakt. Soo wy
+dan nu seer naakt voor onse oogen sien dat het overgaan van het bloet
+uyt de Arterien in de Venae, in de Kikvors-worm, in geen andere
+bloet-vaten geschiet, als in soodanige die soo dun sijn, dat maar een
+enkel deeltje bloet te gelijk kan doorgestoten werden; soo konnen wy nu
+wel vaststellen, dat het selve in onse lighamen, en in alle Dieren op
+soodanigen manier werd te weeg gebragt. En dit soo sijnde, soo is ons
+onmogelyk den overgang van het bloet uyt de Arterien inde Venae, in ons
+lighaam of andere dieren te ontdekken; eensdeels, om dat wanneer een
+enkel globule bloet in een aderke leggende, geen couleur en heeft: ende
+ten anderen, om dat het bloet in de bloet-vaten, als wy dat ondersoek
+doen, stil staat.
+
+Ik hebbe voor desen geseit, dat de delen of globulen van het bloet, die
+het selvige root maken, soo klein syn, dat thien hondert duysent deelen
+of globulen, soo groot niet en sijn, als een grof sand is: en over sulks
+konnen wy ons wel inbeelden, de hoekleinheid van de bloetvaten waar in
+den ommeloop geschiet.
+
+Dese verhaalde observatien en heb ik niet eenmaal gesien, maar die tot
+myn overgroot vermaak verscheide malen hervat, ende dat t’elkens in
+bysondere Wormen, ende by na doorgaans een ende deselve uytkomst gehad.
+Dog het gene ook aanmerkenswaardig was, dat was, dat in dese geseide
+seer kleyne vaaten, die op het verst van het Hert geplaatst lagen, als
+hier in ’t eynde van de staart, dat daar op verre na soo een schielyke
+en harde voortstotinge niet geschiede, als wel in de vaten naast het
+Hert gelegen. Dog alhoewel de continueele loop hier mede distinct te
+bekennen was, soo konde men egter seer klaar sien dat ’er by yder
+voortstotinge van het Hert, een weinig rasser loop geschiede.
+
+Wanneer ik myn oog liet gaan in de lengte en op het dikste van de
+staart, soo konde ik seer klaar bekennen dat aan yder syde van het
+staart-been, of graat, een groote Arterie was, daar door ’t bloet na ’t
+eynde of lengte van de staart wierde gevoert, en sig in die lengte in
+verscheide kleyne takken verspreide.
+
+Als ik een weinig ter sijden van dese Arterien na de buytekant van de
+staart af sag, ontdekten ik aldaar twee groote Vena, die het bloet weder
+opwaarts na het Hert voerden; ende daar benevens sag ik dat in dese
+groote Vena uyt verscheide kleyne Venae het bloet wierd ingestort. In ’t
+kort, ik sag hier myn volkome vergenoeginge ontrent den ommeloop van het
+bloet, alsoo my in ’t minste niets voorquam waar aan ik behoefde te
+twijfelen. Ja ik sag dat in het kleyn gedeelte van de staart, het bloet
+der Aderen meer dan in vyf-en-twintig distincte Aders circuleerde. Boven
+de geseide Aderen ontdekte ik nog in de staart een onbegrypelyk getal
+van andere Aderen met haar takken, die sig eyndelyk in soodanige kleyne
+takken verdeelde, dat die het gesigt ontweeken. Dese Aderen quamen mede
+voort uyt het dikste van de staart, en hoe nauwkeurig ik ook toesag, soo
+en konde ik egter geen de minste loop inde selvige ontdekken, schoon
+dese vaten veel dikker waren, als daar ik den ommeloop van het bloet in
+sag. Waar uyt ik in gedagten nam, of alle dese vaten niet wel senuwen
+mogten zyn.
+
+Ik en hebbe dit gesigt mede voor my alleen niet willen behouden, maar
+dat selvige aan twee voorname geleerde Heeren laten sien; niet alleen
+dat ik haar toonde dat het bloet uyt de groote Arterie, na het eynde van
+de staart wierd gevoert, ende dat daar benevens weder een grote Vena
+lag, die het bloet continueel na het Hert voerde; maar ik liet haar op
+verscheide plaatsen sien, hoe het bloet in de kleinste vaten na de
+buytenkant van de staart wierd gevoert, ende van daar door de geseide
+Aderen weder te rugge quam, en gevoert wierde na het binnenste van de
+staart.
+
+Vorders heb ik de jonge Kikvorssen op die tyd als sy van een worm, tot
+een Kikvors waren geworden, en soo verre waren gekomen, dat sy door de
+velden sprongen, geobserveert, ende in deselve mede ontdekt, een
+overgroot getal van kleyne bloet-vaten, die continueel door kromme
+bogten ommelopende, die vaten maakten, die wy Arterien en Venae noemen:
+sulks dat my hier mede seer klaar bleek dat de Arterien en Venae, een
+ende deselve doorgaande bloetvaten waren. Dog alderklaarst, ende
+aldermeest, quamen my die te vooren, op het eynde van de uytstekende
+delen van de poten, die wy wel vingers mogen noemen. Welke delen de
+kikvors aan yder voorste poot vier heeft, ende aan yder agter-poot vyf.
+
+Dese bloet-vaten die wy den naam van Arterien en Venae geven (daar het
+nogtans een ende deselve bloet-vaten sijn) waren op het eynde van dese
+vingers in een seer groote menigte, en yder hadde een ronde bogt, waar
+door men den bysonderen loop van yder vat onmogelyk konde navolgen. Alle
+dese vaten waren so kleyn of dun dat’er niet meer dan een deeltje bloet
+te gelyk door konde passeren. Dog wanneer ik dese vingers ontrent het
+eerste of tweede lid examineerde, daar vonde ik de bloet-vaten, die wy
+Arterien en Venae noemen, grooter, ja soodanig dat het bloet in die
+vaten al een rode couleur hadde.
+
+Dese jonge Kikvorssen, en heb ik niet by stukken geexamineert; maar die
+in haar geheel voor het vergroot-glas gestelt, ende sijn my de geseide
+bloet-vaten te voren gekomen, soo als ik die nu hebbe beschreven. Dese
+doorloop ofte ommeloop van het bloet heb ik soo aan twee voorname Heeren
+laten sien, die de selvige niet dan met groote verwondering beschoude.
+En voornamentlyk, als sy de delen van het bloet, die het selvige root
+maken, in soodanige dunne vaatjens (met groote snelheit sagen loopen)
+dat’er maar enkelde deeltjens bloet agter den anderen door konden
+passeren.
+
+Vorders heb ik laten vangen van de grootste slag van Kikvorssen, die wy
+Worken noemen. Dese heb ik mede in haar geheel gelaten, ende in deselve
+(met de vingers voor het vergroot-glas gebragt hebbende) heb ik mede de
+ommeloop van het bloet gesien; dog seer beswaarlyk: en ten ware ik die
+eerst in de jonge Kikvors hadde ontdekt, het soude my onmogelyk geweest
+hebben, dat ik de loop van het bloet, in de kleynste vaten soude hebben
+konnen zien.
+
+Dog wanneer ik dese groote Kikvorssen op andere deelen van het lighaam
+beschoude, heb ik in de selve seer distinct de ommeloop van ’t bloed
+konnen zien.
+
+Ik hebbe onder andere eens gesien, dat het bloet in een Arterie (die soo
+groot of wyt was dat’er drie deeltjens bloet te gelyk door konden
+passeren) te rugge, of contrarie syn eerste loop quam te lopen; dog dese
+te rugge loop en duurde niet langer, dan dat wy het getal van vier
+souden konnen tellen ende na die tyd liep het bloet weder zyn ordinairen
+en voorgaanden loop.
+
+Als by exempel het bloet sag ik loopen in een groote Arterie als by
+Fig. 6B. N R O P. en gevoert van N. na O. uyt dese Arterie quam een tak
+of kleine Arterie als hier boven verhaalt is. Nu geschiede het voor myn
+gesigt, dat het bloet in de Arterie P Q. niet alleen schielyk in sijn
+loop quam op te houden, maar het quam ook van Q. na P. te rug loopen, en
+storte het bloed in de Arterie N R O P. De oorsaak hier van beelde ik my
+in, kan geweest zijn, of dat het bloet in de kleinste Arterien P Q. of
+in de kleindere takken, waar in deselve P Q. is verdeelt, door een
+kleyne verstoppinge, is tegen gehouden geworden: of dat de muscul of
+zenuwe, naast dese kleyne vaatjens gelegen, deselvige so geparst of
+gedrukt hebben, dat de loop daar door is verhindert geworden: waar door
+niet alleen een stilstant van loop, maar ook een te rugge loop van het
+bloet in de groote Arterie die daar digte by was, veroorsaakt is
+geworden. Want na het passeren van de geseide korte tyd, nam het bloet
+weder sijn voorgaande vaardige loop.
+
+Op een andere plaats heb ik gesien dat den loop van het bloet in
+diergelijke Arterie, in korten tijd seer vertraagde, ende dat daar op
+wederom in de selvige Arterie, een schielijke voortstootinge volgde;
+doch kort op die voortstootinge volgde wel weder een trager loop; ook
+wel een seer korte stilstand. Dese voortstotinge en vertraginge van
+loop, geschiede wel vijf à sesmaal agter den anderen, ende daar op
+volgde weder een continuële vaardige voortgang, ende dit alles geschiede
+in soodanigen korten tyd, dat men geen tien woorden souden konnen
+gesproken hebben.
+
+Ik hebbe verscheide maal de Kikvors-wormen uit de water-gragt laten
+opvangen, en onder dit vangen waren drie à vier seer kleyne Visjens, die
+een weinig langer waren als de Kikvors-worm is, als deselve van een Ey
+tot een Worm is geworden. De huit van dese visjens was met swarte
+stipjens beset, welke eenige ook verbeelden sterrekens.
+
+Ik oordeelde dat dese visjens niet groot wierden, om dat ik noit
+zoodanige maaksels gelyk my die door het microscope voor quamen, met het
+bloote oog gesien hadden. Ik heb in ’t eerst een van dese Visjens
+geobserveert, maar daar inne als doen niet konnen sien het geene
+noterens waardig was.
+
+Dese Visjens hebbe ik na dat die ontrent veertien dagen op myn Comptoir
+onder de kikvors-wormen in ’t leven gebleven, (ende in die tyd al in
+grootte waren toegenomen) weder op nieuw geobserveert, omme was het
+mogelijk de circulatie ende het overgaan van het bloet uit de Arterien
+in de Venae in de selvige mede te sien, en hebbe eindelijk in de staart
+digte by de uyterste staartvinne, een groot bloet-vat, dat een Arterie
+was, het bloet sien voeren na het einde van de staart, ende digte by dat
+bloet-vat, lag weder een groote Vena, waar in het Bloed weder na het
+hert wierde gevoert, welke beyde bloet-vaten in de lengte van de staart
+lagen gestrekt.
+
+Als ik myn oog liet gaan op de staart-vin, die het uiterste van de
+staart uitmaakt, soo konde ik aldaar mede seer klaar sien, dat aan ieder
+sijde van die beentjens (die de stijfte aan de staart-vinne geven) een
+seer dunne Arterie en Vena liepen, want ik konde seer klaar ieders loop
+bekennen, dog beswaarder als in de Kikvors-Worm: eensdeels om dat dit
+visje met desselfs staart weinig stil lag; ende ten anderen, om dat de
+deeltjens bloet (die ik in dese observatien niet anders als voor globule
+konde aansien) veel kleynder waren als in de Kikvors-worm. Dese laatste
+bloet-vaatjens waren ook soo klein, dat maar een enkel deeltje bloet
+daar door konde passeren, en ten ware dese geseide delen bloet, niet uit
+de dunne vogt, daar in die als drijven, (die by eenige de weyagtige
+stoffe van het bloet genaamt werd) uitstaken, wy souden geensins de loop
+van het bloet konnen ontdekken.
+
+Alhoewel ik de loop van het bloet soo in de Arterien als Venae, seer
+distinct konde sien, soo was het egter my onmogelijk, hoe naauw ik
+toesag, de plaatsen of eynden van de Arterien ende het begin van de
+Venae te sien. Dog als ik naderhand met het eenigste of laatste Visje
+dat ik nog behouden hadde, op een ander manier als met de voorgaande
+quam te handelen; sag ik tot myn overgroot genoegen, seer naakt, niet
+alleen op een, maar doorgaans op verscheide plaatsen, de circulatie van
+het bloet: want aan yder sijde van de hier vooren verhaalde beentjens
+(die de starkte aan de vinnen geven) liep yder Arterie met een klein
+bogtje om, en maakten aldaar het begin van de Vena.
+
+Wanneer ik quam te sien op de staart van het visje, alwaar de
+staart-vinne haar begin neemt, daar sag ik met groote verwondering, hoe
+dat de groote Arterie sig aldaar, in de geseide seer dunne vaatjens of
+Arterien, verspreide, en hoe dat vele van de dunne Venae van de
+staart-vinne hier digte by, weder in de groote Venae te samen quamen
+loopen. In ’t kort, hier was sulken beweginge van het bloet, dat uyt de
+dikke Arterie na het uyterste eynde van de staart, en staart-vinne
+vloeide, of gestoten wierde, ende het geene uyt veel kleine Venae, na de
+groote Vena weder te rug quam, dat het onbegrijpelyk was.
+
+Wanneer ik myn oog liet gaan op beyde de buytenste kanten van de staart,
+daar de korte beentjens van de staart-vinne haar begin nemen, daar sag
+ik dat veel van de kleinste Venae te samen liepen of vereenigden, en
+maakten aldaar een grooter Vena uyt. Dog dit seer aangenaam gesigt en
+duurde niet lang, want ik hadde het Visje uit het water genomen, en
+alsoo schielyk voor myn gesigt gebragt, en in sulken geval vertraagde de
+loop van het bloet in de uiterste deelen van het lighaam, minder als in
+een menuit tijds.
+
+Na die tijd heb ik selfs van die soort van Visjens gaan vangen, om dat
+ik met dit schoon gesigt van een Visje niet vergenoegt en was, en hebbe
+doorgaans een ende deselve uitkomst gehad.
+
+Vorders heb ik waargenomen dat de groote Arterie (waar uit veele kleine
+Arterien haar oorspronk hadden) ende de groote Vena, (waar in het bloet
+uyt veele kleine Venae wierd ingestort) digte of nevens den anderen in
+de lengte van de Vis geplaatst lagen; digt aan het graat-beentje van de
+Vis; te weten, niet na de bovenste ofte rugge sijde van het
+graat-beentje, maar na het onderste gedeelte van het graat-beentje,
+sonder dat ik na de rugge sijde van het graat-been, geen het minste
+groot bloet-vat konde ontdekken. In de geseide groote Arterie konde ik
+doorgaans op nieuw de voortstootinge of verheffinge van een rasser loop,
+die het bloet van het Hert ontfangt, bekennen: dog in de alder-dunste
+Arterien, en konde ik in de loop van het bloet geen veranderinge gewaar
+werden, want daar was de loop seer egaal. En gelyk ik geseit hebbe dat
+in de dunste vaten geen couleur en was, soo konde ik egter klaar
+bekennen, dat in de groote Arterie en Vena [die seer na aan het eynde
+van de staart lagen] het bloet root was.
+
+Omme nu de hoegrootheid van het geseide Visje daar in ik de circulatie
+van het bloet mede hebbe ontdekt, heb ik het selvige laten afteikenen,
+soo groot als het ons in het bloote oog te vooren komt, als hier met
+Fig. 7 is afgeteikent.
+
+Fig. 8. Vertoont mede de hoegrootheid van zoo een Visje dat ik op nieuw
+hadde wesen vangen, dog de meeste waren kleinder, en onder agt à thien
+had ik’er maar een dat wat grooter was.
+
+Ik hebbe een Visje voor het vergroot glas gestelt, ende geordonneert dat
+den Teikenaar alles soude teikenen dat hy quam te sien; het welke hier
+met Fig. 9. A B C D E F G H I K L M N. is aangewesen.
+
+B C. verbeelt het oog van de Vis, dat my soo groot en volmaakt doorgaans
+voorquam, als of wy met ons bloote oog een schelvisoog beschouden. Dog
+alsoo het Visje meer dan een gansche dag hadde doot geweest, ende in die
+tyd het hooft, ende oog, meer als de andere deelen van het lighaam was
+ingedroogt, heeft het den Teikenaar niet beter konnen sien.
+
+Tusschen C D. waren op de rugge verscheide korte uytstekende deelen.
+
+D E. is een vinne digte by de staart gelegen.
+
+F G H I K. is de staart-vinne waar in men telt seventien beentjens, daar
+van der drie met G H I. werden aangewesen. Dese beentjens die de styfte
+of starkte aan de staart-vinne geven, waren met ledekens verzien, en ik
+sag ook dat die uyt lange deeltjens [dat na alle aparentie holle pypjens
+sijn] waren te samen gestelt.
+
+Ik konde ook te gelyk sien, dat het vlies of vel, dat dese beentjes
+overdekten, en het meerendeel van de staart-vinne uytmaakten, mede uyt
+lange deelen was te samen gestelt, dog alle dese deelen en heeft den
+Teikenaar niet konnen sien, om dat deselvige met het sterven van het
+Visje, het gesigt ontweken waren.
+
+L M. is mede een vinne digte by de staart aan het onderste deel van het
+lighaam.
+
+N A. is de mond die in ’t droogen seer wyd is open gebleven, daar het
+Visje anders, wanneer het leeft, continueel de mond, ende dat seer ras
+agter den anderen, maar een weinig op en toe doet.
+
+Ik hebbe hier vooren geseit, hoe dat ik aan yder sijde van het beentje,
+dat voor een gedeelte de staartvinne uytmaakt, seer klaar de Circulatie
+van het bloet konde bekennen; soo dat tusschen yder beentje twee
+distincte ommegangen geschieden. Sulx dat dan in de vinne van de staart
+geschiede vierendertig bysondere ommegangen, dat is, daar waren in de
+vinne van de staart van soo een kleyn Visje, agtensestig bloet-vaten, te
+weten vierendertig Arterien, en gelyk getal van venae, ende dat behalven
+de bloet-vaten die nog in ’t kortste van de selve vinne mogten leggen,
+als ontrent F. of K. daar op ik geen agtinge en hebbe gegeven.
+
+Omme nu de circulatie die in de staart-vinne geschiede beter aan te
+wysen, heb ik een gedeelte van een vin-beentje grooter laten afteikenen,
+als hier met Fig. 10. O P Q R. werd aangewesen.
+
+Aan welk been seer digt aan yder sijde heen loopt een Arterie die hier
+beyde werden aangewesen met S T. ende W X. in welke bloed-vaten ik hebbe
+laten teykenen die deeltjens bloet die haar als rond vertoonen.
+
+Dit bloet met een vaardige loop van S. na T. volbragt hebbende, keerde
+met gelijke snelte van T. weder te rug na V. soo dat S T. een Arterie
+is, ende T V. een Vena, en nogtans is het een gecontinueert, ende
+doorgaande bloet-vat. Soo was het insgelijks gelegen met de bloet-vaten
+aan de ander sijde van het beentje als W X Y. Dog dese Arterie en Vena
+en lagen soo wyd niet van den anderen, als hier naar advenant is
+afgebeeld, maar die lagen op veel plaatsen soo digt nevens den anderen,
+dat Arterie en Vena malkanderen raakten.
+
+Op andere plaatsen en selfs in de vinne D E. ende L M. heb ik het bloet
+soo in de Arterien als Venae, mede niet alleen sien loopen, maar daar
+inne hebbe ik ook de ommeloop konnen bekennen, als in de staarte-vinne
+is geseit.
+
+De geseide ommeloop van het bloet in het verhaalde kleine Visje, hebbe
+ik aan twee voorname Geleerde Heeren bekent gemaakt, die haar seer
+genegen toonde om deel te mogen hebben van dat gesigt, dat ik haar
+toestont, en hebbe verscheide Visjens, sodanig voor het vergroot-glas
+gebragt, dat sy seer distinct, in verscheide bysondere vaten te gelyk,
+de ommeloop van het bloet, met groote verwondering en opmerkinge
+aansagen.
+
+Sien wy nu in de staart-vinne van soo een klein Visje, als hier met
+Fig. 7 of Fig. 8 werd aangewesen, vier-en-dertig bysondere circulatien
+van bloet, wat een onbedenkelyke groote menigte van circulatien moeten
+daar dan niet wel geschieden in ons lighaam. ’t Welk zoo sijnde, zoo
+hebben wy ons nu niet meer te verwonderen, dat als wy met een naalde of
+ander klein werktuyg ons komen te quetsen, dat daar bloet uyt komt.
+
+Ja ik verseker my uyt de geseide observatien, dat in de plaats of spatie
+van een nagel van onse hand groote op onse voorste vinger, of ik mag wel
+seggen in onze geheele huyt, doorgaans meer dan duysent besondere
+ommeloopen van het bloet geschieden.
+
+Na myne voorgaande observatien heb ik myn gedagten laten gaan op onse
+gemene Rivier-vis, namentlyk op de Voorn en Braassem, omme, was het
+mogelyk, in de selvige mede de circulatie van het bloet te sien. Ik
+hebbe dan jonge Voorn en Braassem genomen, die ik oordeelde dat twee
+jaar out was, dese heb ik met haar hoofden om laag in ’t water gestelt,
+ende der selver staarten buyten het water laten komen, opdat de Visschen
+haar hoofden of kaken soude konnen bewegen, ende dat dus de circulatie
+van het bloet geen hinder aangedaan mogte werden, maar sijn volkome loop
+voor eenigen tijd continueren.
+
+Alsoo het nu onmogelijk is dat wy de circulatie van het bloet in eenige
+andere deelen van dese Visschen souden konnen sien, als in de vinnen van
+deselvige, om dat haar lighamen met schobbens bezet sijn, soo heb ik
+alleen de staart-vinne doorsogt, om dat die de bequaamste was, en hebbe
+in de selvige seer klaar gesien, een groote menigte van bloet-vaten, die
+mede soo dun waren, dat maar een enkel deeltje bloet daar te gelyk konde
+door passeren, ende daar benevens sag ik de vaaten, waar in het bloet na
+de uyterste deelen van de staart-vinne wierd gestooten, ende andere,
+waar door het bloet weder te rug quam, sonder dat ik nogtans konde
+vernemen of bekennen, de uyterste deelen van de Arterien en Venae, want
+als ik na het uyterste eynde van de staart-vinne, die met het gesigt
+wilde vervolgen, soo verloor ik, en Arterien en Venae uit het gesigt.
+
+My is meer als eenmaal te vooren gekomen, dat het my toe scheen dat een
+Arterie, die niet wyder was als dat een enkel deeltje bloet te gelyk
+daar door konde passeren, quam te verstoppen; ’t welk aldus toeging, te
+weten, dat bloet, na dat het eenige malen door de Arterie als met gewelt
+voortgedreven was, schielyk een weinig te rug quam, en in sijn eerste en
+ordinare cours als gestuit wierd. Waar op het dan gebeurde, dat dat
+bloet een andere cours (niet verre van het eerst gewesene vat) nam, en
+volvoerde aldaar onverhinderlyk sijn loop, alleen met dit onderscheid
+dat het soo vaardig niet en liep. Dit siende, stelde ik vast, dat den
+veranderden cours, die het bloet hier quam te nemen, niet geschiede door
+een bloet-vat dat een rok of menbrane hadde, maar dat het bloet alleen
+met gewelt, een Canaaltje hadde gemaakt.
+
+Ik hebbe voor desen geseit dat alle de deeltjens bloet die het selvige
+root maken, soo van Vissen als van Vogelen uyt platte ovale deeltjens
+bestaan, die my in de voorgaande geseide observatien, rond voor quamen,
+waar van alleen de oorsaak is, dat ik in die ontdekkingen, soodanige
+vergrootende glasen niet en hebbe konnen gebruyken, als tot het distinct
+sien van de bloet-deelen wel vereist wierde.
+
+Dog in de laatst geseide nieuwe bloet-loop, konde ik sien, dat de
+deeltjens bloet, die het selvige root maken, plat waren. Ja ik sag niet
+alleen dat die plat waren, maar ik sag daar benevens ook, dat die langer
+als breet waren.
+
+Dat my nu die deeltjens in soo verscheide veranderingen van Figuren voor
+quamen, dat was om dat die deelen in haar loop dikmaals als omwentelden:
+want het geene de eene oogenblik op sijde voor het gesigt lag, lag weder
+na een weinig voortgang daar voor voor met een platte sijde: wederom een
+ander deeltje bloet wierd in een hair-breet voortgaan, in sijn lengte
+omgeworpen. In somma, ik sag hier soo veel omkeringen van de platte
+deeltjens bloet, als ik my soude konnen magineren. Dit net gesigt quam
+my eensdeels te vooren, om dat die spatie waar in de loop van het bloet
+geschiede, soo doorschynende voor myn gesigt quam, als of de deeltjens
+bloet in een glase pypje hadde voortgeloopen. Ende ten anderen konde ik
+van de deeltjens bloet soo veel te beter oordelen, om dat my bekent was,
+dat de deeltjens van het bloet, die het in de Vissen root maken, platte
+ovale deeltjens waren.
+
+Hebben wy nu geluk gehad (daar wy na verlangt hebben, en waar na wy veel
+jaren soo nu als dan seer naarstig, dog te vergeefs, gesogt hebben) dat
+wy nu soo naakt de ommeloop van het bloet, ende den doorgang van het
+selvige uyt de Arterie in de Vena in de voorverhaalde Kikvors en
+Visschen, hebben voor de oogen gestelt, soo sullen wy egter daar op niet
+rusten, maar ons devoir doen om het selvige ook in andere Dieren na te
+speuren, ende, is ’t doenlyk, insgelyks ie ontdekken.
+
+Eer ik afscheide vinde ik my genootsaakt hier by te voegen, dat ik,
+weinig tyd geleden, verhalende aan seker Hoog Leeraar in de Medicine,
+myne ontdekkinge ontrent de circulatie van het bloet, dese Heer tot my
+seide, als men van myne observatien quam te spreken, en se tot
+bevestinge van eenige saaken te allegeren, dat ’er veelmaal wierd
+geantwoord; moeten wy het geloven om dat het Leeuwenhoek seit; wat
+sekerheid hebben wy daar van? Waarom dan dien Heer my aanmaande,
+en seide, dat ik wel soude doen, dat ik een attestatie van eenige
+voorname Personen, die ooggetuigen mogten sijn geweest, van dese myne
+ontdekkingen behoorde te produceren, op dat ik desen aangaande minder
+tegenspreekens mogte lyden.
+
+Het is wel waar, dat ik uyt besondere speculatie tot nog toe in myne
+brieven niemant met name en hebbe genoemt, van die geene die met my
+eenige van de remarcabelste dingen met haar oogen hebben gesien, door ’t
+behulp van myne microscopien, maar alleen in ’t generaal gesegt, dat ik
+sommige Heeren van kennis en oordeel, Liefhebbers van de natuurkunde,
+deselve hadde voorgehouden.
+
+Maar dewyle dat ik nu verneme dat meer geloof aan myn seggen sal gegeven
+werden, wanneer ik de name kome te specificeren van die geene die de
+voorverhaalde circulatie ofte ommeloop van het bloed ten deele hebben
+gesien, van het geene ik nu aan hare Hoog Edelen hebbe overgeschreven
+ende ontdekt, so sal ik geen swarigheid maken, in plaats van veele,
+soodanige hier te noemen, die ik vertrouwe dat wel het meeste geloof
+sullen meriteren. Als daar sijn _d’Heer Cornelius ’s-Gravesande, Med:
+Doct: en ordinaris Voorleser in de Anatomie en Chirurgie_, als mede
+_Raad ende oud Schepen deser Stad; d’Heer Mr. Cornelius Valensis, mede
+Raad ende oud Schepen, als boven; d’Heer Mr. Antoni Heinsius, Raad en
+Pensionaris deser Stad, voor desen Extraordinaris Envoyé aan zijn
+Koninklijke Majesteit van Vrankrijk, en onlangs Commissaris van desen
+Staat aan het Hoff van zijn Koningl: Majesteit van Engeland_. Dese
+Heeren die ik gewoon ben veele van myne ontdekkingen te communiceren,
+heb ik nevens andere de waaragtige circulatie van het bloet laten sien,
+soo klaar als of wy de beweginge van het water in een lopende Rivier met
+onse blote oogen aanschoude.
+
+Hier hebt gy Hoog-Edele Heeren myne observatien ontrent de circulatie
+van het bloet, soo als ik die van tyd tot tyd op het papier hebbe
+gestelt; en na het voltrekken deses, heb ik nog verscheide observatien
+ontrent de circulatie van het bloet gedaan, en tot myn groot genoegen,
+de ommeloop van het selvige in vier besondere levende schepsels my voor
+de oogen gestelt, en alsoo dit groote lichamen sijn, in vergelykinge van
+de voorgaande, soo heb ik egter middelen bedagt, waar door ik hier na de
+circulatie van het bloet in een van dese groote schepsels, aan andere
+seer klaar sal konnen toonen, waar van in toekomende breder, en ik sal
+onder des blyven,
+
+ _Hoog-Edele Heeren, enz._
+
+ ANTONI VAN LEEUWENHOEK.
+
+
+[Erratum:
+
+F G H I K. is de staart-vinne
+ _text: T G H ... _ ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ PROEFNEMINGEN
+
+ van
+
+ de particuliere beweeging der Spieren
+ in de Kikvorsch,
+
+die in het gemeen op alle de bewegingen der spieren
+ in de menschen en beesten toegepast worden.
+
+ Uit:
+
+ „DE BIJBEL DER NATUURE“,
+
+ door
+
+ JAN SWAMMERDAM.
+
+
+
+
+_Proefnemingen van de particuliere beweeging der spieren in de
+ kikvorsch, die in het gemeen op alle de bewegingen der spieren
+ in de menschen en beesten toegepast worden._
+
+
+Hoe gewigtig en ook moejelyk het is, om de waare beweegingen der Spieren
+te verklaaren, dat blykt ons uyt de menigvuldigheid der experimenten,
+dewelke de gaauste verstanden daar van tyt tot tyt omtrent gedaan
+hebben; sonder dat men tot nog toe de waare oorsaak daar van heeft
+kunnen ontdekken; waar daar ook de seer groote nuttigheid ende
+gewigtigheid der kennis, die uyt deese wetenschap sou volgen, tot nog
+toe in de donkere windelen der onwetendheid geinvolveert is. En dit is
+de reeden, dewelke my beweegt, om eenige experimenten, die ik al over
+lang omtrent deese saak gedaan heb, in het ligt te geeven, en alsoo ik
+die van een seer groote consequentie en gewigt oordeel, soo sou ookmyn
+versoek zijn, om die ernstig te willen naadenken, en op den toetsteen
+der waarheid te stellen.
+
+Omtrent de structuur en de beweeging der Spieren is het seer opmerkelyk
+om te weeten, hoe dog eygentlyk de Senuw daar meede vereenigt is, wat
+structuur hij daar binnen in heeft, en hoe syn loop, ingank, midden,
+distributie en eynde is, met dan wat voor communicatie dat hy ook met de
+beweegende Vesels heeft, en wat werking hy in deselve veroorsaakt: gelyk
+dan ook, wat eygentlyk die subtiele materie is, die buyten alle dispuut
+door de Senuw tot de Spier gevoert wort. Maar dit alles is nog op ver na
+niet genoeg tot deese kennis, alsoo men ook de structuur der Vliesen,
+soo om als binnen in de Spier, met dan haare subtile Veselkens, die van
+de eene beweegende Vesel tot de andere, en ook tussen beyde, als een fyn
+geweefsel loopen, diende te kennen: gelyk ook het maaksel van de Ader en
+Slagader, en haare waaragtige gesteltenissen, binnen in de Spier: en wat
+daar vorder nog tot de kennis van de structuur der beweegende Vesels
+behoort. Dat alles nog donker en onbekent is; en mogelyk niet sal bekent
+worden, ten sy men al syn tyt alleen op deese saak kwam aan te leggen,
+en syn alderuyterste neerstigheid daar toe gebruykte: want sekerlyk den
+yver en neerstigheid ontdekken alles. Maar wat my belangt, van alles wat
+ik in de Anatomie tot nog toe heb voorgestelt, daar kan ik niet van
+seggen, dat ik nog oit een saak tot die perfectie uytgevoert heb, daar
+ik sekerlyk van weet, dat men se sou toe kunnen brengen: maar dan most
+ik al myn leeven in een eenige ontdekking verslyten. Dat ik onnodig
+oordeel, om dat ik ook sekerlyk weet, dat als ik al ten eynde gekomen
+was, ik niet als myn onwetentheid sou vinden. En daarom heb ik liever
+verscheyde saken willen verhandelen, dan een eenige, op dat de Werken
+GODS niet verhoolen souden blyven, om een weynig meer of minder kennis,
+die men van deselve sou mogen hebben: alsoo onse waaragtige weetenschap
+alleen bestaat, in dat we GOD wel weeten te beminnen.
+
+Ik bevinde dan omtrent alle de voorige opgestelde saken nog seer veele
+en onoplosselyke verborgentheeden: en niet tegenstaande dat de
+uytmuntende Anatomicus de H. STENONIS, daar seer veele naukeurigheeden
+omtrent ontdekt heeft, soo is hy in het midden van syn loop blyven
+steeken. En veel minder kan men sig voldoen omtrent de beweeging en
+werking, dewelke die subtiele geest in de Spier veroorsaakt, die
+geduurig door de Senuw daar invloeyt: als synde dit een saak, die onder
+oneyndige duysterheeden verborgen is. Egter alsoo ik omtrent deese
+beweging der Spieren al vry eenige experimenten nu en dan gedaan hebbe,
+soo sal ik de principaalste tegenswoordig voorstellen, en die het
+oordeel der verstandige onderwerpen.
+
+Het is een saak van een eeuwige waarheid, en seer groote consideratie,
+dat ten welken tyde men de Senuwen der levende lichaamen aanroert, dat
+men terstont in de Spieren, waar naa toe sy loopen, een merkelijke
+beweeging siet veroorsaakt, dewelke van de natuurelyke contractie der
+selve niet verscheelt. Waarom soo men de Senuwen, by exempel, van het
+Middelrif in een levendig geopende Hont, sagtelyk met de punt van een
+seer fyne naalt komt te prikkelen, te steeken, of met een weynig vuur,
+en ingedronge of scherpe wateren, komt te irriteeren, soo sal men
+datelyk het Middelrif syn natuurelyke functie sien volvoeren, sig
+contraheeren, van verwulfd vlak worden, en sig uyt de Borst te beweegen,
+en de Ingewanden van de Buyk uytwaarts te stooten: en men sal het de
+Borst naa die proportie sien dilateeren, naa dewelke dat het in syn
+contractie regter wort, en sig verder uyt de Borst extendeert.
+
+Dit is een seer aardig en ook vermakelyk experiment, soo om de
+wonderlyke beweeging, die men in die gecomponeerde Spier dan siet, als
+meede om dat het selve experiment in het selve subject veelmaals kan
+herhaalt worden, soo men maar de Middelrifts-Zenuwen, daar se in haar
+begintsel langs het Hartesakje heen loopen, komt te irriteeren, en soo
+allenkskens tot de tweede, derde, ende vierde irritatie, naa onderen
+komt voort te gaan, tot daar sy ingeplant worden.
+
+Nu, niet alleen omtrent dat deel, maar ook omtrent alle de vordere
+spieragtige deelen van het lichaam des Diers, kan men dit experiment
+seer ligt omtrent de Zenuw in het werk stellen. Waarom ons ook dikmaals
+gebeurt, in de levende Sectien der Dieren, als wy de Zenuwen met een mes
+doorsnyden of raaken, dat we seer notable beweegingen in de onderhorige
+Spieren gewaar worden. Gelyk de H. STENONIS ook diergelyks yets Myolog.
+spec. pag. 78 en 79. edit. Janss. aangetekent heeft. Wanneer ik hem te
+vooren een seer out en bekent experiment van my in de Kikvorschen
+getoont hadt. En dit siet men niet alleen in de viervoetige Dieren te
+geschieden, maar ook in de Vogelen en Visschen; en bysonderlyk in de
+Rog, die seer sterke beweegingen in syne Spieren herneemt, als men syne
+Senuwen irriteert.
+
+Op de fondamenten van deese beweegingen, die in de Spieren veroorsaakt
+worden, als men haare Senuwen alleen raakt of irriteert: soo heb ik
+dikmaals voorgenoomen, om ook op die wyse de Senuwen der Ingewanden aan
+te raaken, alwaar ik hier en daar seer merkelyke vleesagtige Vesels
+vernoomen heb: gelyk als ik ook wilde doen omtrent de Senuen, die naa de
+Nieren gaan, naa de Leever, de Milt, de Longen, de Teelleeden, en andere
+partyen, waar omtrent, maar voornamelyk de Nieren, ik haast niet en
+twyfel, of men sal daar merkelyke contractien veroorsaakt sien te
+worden; en alsoo door dit experiment veel nader tot het ware gebruyk
+deeser deelen indringen: dan de tyt daar toe heeft my tot nog toe
+ontbrooken. Waarom het my voor tegenswoordig genoeg is, dit met een
+enkel woort te hebben aangeweesen, om ook andere occasie te geeven, dit
+verder naa te soeken, alsoo de Natuur door een gemeenen arbeyt moet
+ondersogt worden; en ook, om dat een persoon alleen niet als seer weynig
+kan uytvoeren, omtrent saken die oneyndig syn.
+
+Maar hier dient men nu aan te merken, dat in de Dieren, die het heetste
+bloet hebben, dese bewegingen der Spieren soo opmerkelyk niet en syn,
+of liever soo lang niet en continueeren, als wel in die Dieren, die met
+kouder bloet begaaft syn, als daar syn de Visschen, en veele andere
+water Dieren, het sy met veel, met weynig, of sonder Voeten, of ook in
+die te gelyk op het lant en in het water leeven. En waar omtrent ik in
+de Kikvorsch deese myne experimenten voornamentlyk genoomen heb. Want in
+deese Dierkens sijn de Senuwen seer sigtbaar, en sy kunnen ligt ontdekt
+ende ontbloot worden. En het Ruggemerg, als ook de Hersenen die hebben
+dit in de Vorsschen particulier, dat er als een vloeybaar sout, in
+rokken beslooten synde, en met Bloedvaten doorweeven wordende, overal en
+omtrent aanlegt; soo dat het ook in de bolligheyd der Wervelbeenderen
+bevonden wort, als ook in het Bekkeneel selve. De couleur daar van is
+als een blinkende perel; en het leyt in gedaante van knoopkens langs de
+rey der Wervelbeenderen en de Rug, daar het seer ligt geobserveert wort.
+Dit naturel sout bruyst seer sterk, wanneer het met een zuure vogt
+vermengt wort. De substantie daar van komt seer over een met dat
+greynagtig en stenig poeyer, dat in de hoofden van de Zee-Honden
+Carcharias genoemt gevonden wort, en voor de Herssenen van die Visschen
+door een onverstant in de Winkels verkogt wort. Want het is niet als een
+steen of kalkagtige materie, die, even als de steen der Baarsen in de
+Baars, ook soo in het Hooft van de Hond Carcharias geplaatst wort.
+Diergelyk een poeyer heb ik in het Hooft van de Rog ondekt, dat meede
+seer sterk met zuur opbruyst, en waarom ik oordeel, dat daar meede een
+Alkalisch gelyk sout in is: gelyk ook in de steenkens, die men
+Kreeftogen noemt. En hoewel deese substantie in de Vorschen vloeybaar
+als een water is, soo droogt sy dadelyk op, door de warmte van de hant
+of vingers, dan nooit soo hart, of men kan se seer ligt tusschen de
+tippen der Vingeren, tot een fyn poeyer vryven; gelyk dat ook omtrent
+die kalkagtige en vloeybaare materie in de Rog plaats heeft. Of nu dit
+sout eenig gebruyk in de Medicynen heeft, of hebben kan, dat sou de
+ervarentheyd moeten leeren, tot nog toe is het my onbekent. Maar ik keer
+weer tot de Spieren.
+
+Het is dan een seer aardig en nut experiment, als men een der grootste
+Spieren van een Vorsch uit de Dye separeert, en die met syn aanhangende
+Zenuw prepareert, dat deselve ongekwetst is. Dit gedaan hebbende, soo
+vat men de Spier aan weersyden by syne Peesen _a a_, en als men dan de
+neerhangende Senuw met een schaarken of iets anders irriteert _b_, soo
+doet men de Spieren syn voorige en verloore beweeging weer herhaalen.
+Waarom ook dadelyk de Spier sig contraheerende, de twee handen, die syne
+Peesen vatten, als te samen by een komt te trekken, gelyk ik al in het
+jaar 1658 dat aan syn Doorlugtigheid, den tegenwoordig regerenden Hertog
+van Toscanen, kwam te vertoonen, wanneer hy my seer onverdient geliefde
+te besoeken. En dit experiment kan men soo menigmaal met deselve Spier
+herhaalen, als de Senuw nog maar ergens ongekwetst is. Waar door men hem
+syn contractie soo meenigmaal kan doen herhaalen, als het ons geleegen
+komt.
+
+Maar soo men nu wil sien, en dat heel distinct, tot welken graad de
+Spier in syn contractie sig komt te verdikken, en hoe ver dat syne
+Peesen te samen getrokken worden; soo moet men hem door een glase pypken
+losselyk heen steeken _a_, en in de plaats dat men de twee Peesen met de
+Vingeren vast hielt, soo dient men daar twee fyne naalden door te
+steeken _b b_, die men, niet te vast en niet te los, in een stuksken
+kurk met haare punten moet vast maaken. Als men dan de Senuw irriteert
+_c_, soo siet men, dat de Spier, door syn verwekte contractie, de
+hoofden der naalden sal uyt haar plaats naa malkanderen toe beweegen
+_d d_, en binnen in de glase pyp sal men het lichaam van de Spier selfs
+sig merkelyk sien verdikken _e_, en het gansche pypken te vervullen,
+stotende de lugt uyt syn plaats. Tot dat hy in syn contractie
+ophoudende, de naalden weer in haar plaats springen, en dat het lichaam
+van de Spier weer van het pypken afwykt, soo dat hy tussen hem en het
+pypken een ope passagie voor de lugt laat. Maar soo men nu de Spier aan
+syn selfs laat, of dat men hem in kout water met al de verhaalde toestel
+set, soo sal men hem, haast op deselve wys, ook allengskens sien
+contraheeren, en ten laatsten hem soo merkelyk in een sien krimpen, dat
+hy de gansche middelste holte van het pypken sal vervullen.
+
+Als men nu deese voorige experimenten wel considereert, en alsoo ernstig
+let op de force der contractie, of de beweeging van de Spier, dewelke hy
+yder ogenblik herneemt, als syne Senuw op nieuw geirriteert word; soo
+sou men kunnen vraagen: of daar tusschen de Senuw en de Spier wel een
+andere communicatie nodig was, als alleen deese simpele roering,
+irritatie, of beweeging? En alsoo ook in de Dieren, die heter Bloet
+hebben, deese selve beweeging in de onderhoorige Spieren veroorsaakt
+wort, als men haare Senuwen raakt: soo sou men deselve vraag kunnen
+doen: namelyk, of daar door ook wel tusschen de Hersenen, en het Merg,
+en tusschen die der Senuwen en de Spieren een andere communicatie, als
+deese irritatie nodig was? want in wat voor Dieren dat het syn, daar ik
+dat in getenteert heb, daar contraheeren haar de Spieren altyt, als men
+het beginsel des Mergs, of ook de uytgaande Senuwen maar roert.
+
+Soo dat ik wil seggen, of men niet wel geheel sou kunnen verwerpen, dat
+daar uyt de Hersenen een spiritueele substantie, tot de beweeging der
+Spieren nootsakelyk, sou plaatselyk moeten afschieten, en dat soo
+veerdig, geswint, en radt, dat deese nieuwe geesten de voorige
+voortdryvende, in een ogenblik, in de alderuytersten van het lichaam,
+op het minste gebieden der wil, of andersins ook wel natuurlyk moesten,
+en soude konnen present syn.
+
+Ik en twyfel hier niet, of die geenen, dewelke de contractien der
+Spieren stellen, door opblaasing, opbruyssing, en een uytgedagte
+uytsettende beweeging te geschieden, sullen my hier in geheel tegens
+vallen, en my voorwerpen, dat men ook in de contractie van de Spieren
+deese opblaasing, of verdikking der bewegende Vesels, ogenschynelyk sien
+kan. En ook, dat alle de spieragtige deelen al reede vol geesten syn,
+soo dat daar maar een weynig dierlyke geesten nodig syn, om deese of die
+Spieren op te blaasen, en door contractie te doen opspannen; gelyk het
+oog ons leert.
+
+Maar alsoo deese gevoelens geheel te gront vallen, als men aanmerkt, hoe
+veel maal door een simple aanporring, opwekking, of irritatie der Senuw
+alleen, de Spier haar beweeging in myn voorgestelt experiment verkrygt,
+en dat selfs, daar de Senuw al lang is afgesneeden geweest, en de
+geposeerde dierlyke geesten vervlogen of verswakt syn, en haar werking
+alreede gedaan hebben; houdende ook de communicatie met de Hersenen en
+het Merg op: soo sou ik wel eens wenschen, dat men ernstig
+considereerde, dat het door geene experimenten kan beweesen worden, dat
+daar ooit eenige materie, in een bevattelyke substantie, door de Zenuwen
+tot de Spieren afvloeyt. Want daar gaat niet als een seer geswinde
+beweeging door, die soo seer snel is, dat sy kwalyk de naam verdient van
+een momentelyke beweeging genaemt te worden. En daarom soo is die geest,
+die beweegde of die subtile materie, die in een ogenblik door de Senuen
+tot de Spieren voortgaat, met alle reden te vergelyken, met die snelle
+voortgedreeve beweeging, dewelke door een lange mast of balk gaat, daar
+men aan de eene syde met de vinger opknipt, en die men, bykans op het
+selve ogenblik, aan de andere syde gewaar wort, als men daar syn oor
+tegen aan leyt: soo dat se ook in onse Spieren selfs verscheyde
+beweegingen door de Senuwen veroorsaakt: gelijk diegeene betoonen
+kunnen, die dit rare, hoewel gemeene experiment, wel considereeren.
+
+Doet hier nu by, dat van meer gewigt is, dat de Spieren selfs, als se
+gecontraheert worden, in het alderminste niet opgeblaasen, of dikker
+worden, maar dat zij veel eer ontswellen; hoewel nogtans dat haare
+bewegende Vesels een andere situatie aanneemen, of om eygentlyker te
+spreeken, digter in malkanderen in een gaan. Gelyk diergelyk iets in een
+lange en platte te samengedrukte spons te sien is, dewelke door die
+samenparssing dikker en vaster wort, hoewel hy selfs een veel minder
+plaats beslaat. Soo dat ik uit veele reedenen, die ik vervolgens sal
+voorstellen, niet onbillyk kan besluyten, dat het korter worden en in
+malkanderen krimpen, der bewegende vesels van een spier, waar door de
+selve een kleender plaats beslaat; eygentlyk syn waare actie of
+contractie is, die seer verkeert opblaasing, opswelling, enz. genoemt
+wort.
+
+En hoe sou het ook mogelyk kunnen syn, dat een Spier sou opblaasen? daar
+hy bestaat uyt sulke subtiele draatkens die haast het oog ontvlieden, en
+die nog uit klootkens samengesteld worden? En wat materie sou het dog
+kunnen weesen, om dese opblaasing te maaken, die meede door sulke
+subtiele draden, daar de Senuen uyt gemaakt worden, sou moeten passeren;
+soo dat dese draden haast van gelijken onsigtbaar zyn, wanneer men haar
+naukeurig, sonder te kwetsen, examineert? Het geen ook klaar blykt, als
+men den oorspronk der Senuen uyt het Merg considereert, dewelke daar ter
+plaatse soo subtiel syn, en soo naauw van het dikke Hersenvlies
+omvangen, dat daar door die opening haast geen fyn glase hayrpypken kan
+passeren. Wat voor een subtiele geest sou daar dan door dezelve opening
+moeten heen dringen, die nog in zijn geheel van het uytgaande
+Senuwdraatken, dat daar in omvangen is, geslooten wort? En nogtans
+stellen dese Autheuren niet alleen, maar sy willen selver, dat daar een
+voedende materie door dese Senuen sou passeren; die sommige soo dik
+maaken als het wit van een Ey; dat by my soo grof is, dat het niet
+meriteert beantwoort te woorden. En alsoo weynig ook de uytgedagte
+opbruissing, tusschen de geesten en het Bloet, dat de Spier sou
+opblaasen: hoewel de maniere van de opblaasing t’ eenemaal stryt met de
+bekende structuur der spier.
+
+Het stryt ook ganschelyk tegens de opblaasing, en de invloejing der
+geposeerde geesten, dat men klaar siet, wanneer een Spier door gesneeden
+wort, en syne bewegende vesels van een verdeelt, dat egter alle die
+delen haar datelyk weer als natuurlyk beweegen, soo wanneer maar de
+Senuw aangeroert wort: het welk experiment men onder anderen ook in de
+Kikvorsch neemen kan, en in verscheyde andere Dieren, die in het water
+leeven, en bysonderlyk in de Eendvogel.
+
+Uyt alle welke experimenten my dan schynt niet onbillyk te volgen, dat
+daar niet als een simpele en natuurlyke roering of irritatie der Senuen,
+tot de beweeging der Spieren nootsakelyk is: het sy dan dat die in de
+Hersenen, in het Merg, of ergens anders syn oorspronk neemt.
+
+Waarom men ook in veele Dieren siet, dat, soo draa het beginsel van het
+Ruggemerg in het Bekkeneel geroert wort, dat haar dadelyk alle de
+onderleggende Spieren beweegen. Dat meede geschiet omtrent alle de
+takken der Senuen, die men, uit het Merg gaande, maar aanroert: hoewel
+dat ’er op die tyt dan maar eenige en particuliere Spieren beweegt
+worden, of die, daar de geïrriteerde Senuw in gedistribueert wort. En
+daar wel op te letten is, men bemerkt noit op die tyt, dat ’er door het
+bovenste deel der Senuw een opklimmende beweeging door deselve
+veroorsaakt wort in de Spieren, die uyt deselve Senuw wat hoger haare
+takken ontfangen. Maar men ondervint klaar, dat de kragt, die de
+irritatie, door de Senuw, in de Spier maakt, altyt uyt de grootste
+takken in de kleenen, en soo geduurig neerwaarts gaat. Dat contrarie in
+de gevoelige beweegingen is, daar het gevoelen, door de Senuen, sonder
+twyffel opwaarts klimt. Soo dat dan, om een Spier te beweegen, de Senuw
+altyt moet geroert worden op die plaats, de welke boven de Spier of syn
+inplanting is; want de beweeging klimt niet opwaarts, maar altyt
+neerwaarts.
+
+Men sou hier nu kunnen vragen, waar ik het begin van dese natuurlyke
+irritatie, porring, of aanprikkeling tot beweeging, door de Senuw in de
+Spieren, sou komen te plaatsen: want gelochent synde, dat daar geen
+sienelyke, vloeybare, nog opblasende Geesten, plaatselyk door de Senuen
+beweegt worden; maar dat daar ter contrarie, alleen een sekere
+ogenblikkelyke opwekking, om de Spieren te beweegen, nodig is, en die by
+my veel subtielder als de geposeerde Geesten is: soo volgt, dat deselve
+niet alleen een beginsel moet hebben, maar dat ’er die beweging
+overvoerende kragt door de Senuen tot de Spieren seer nootwendig is. Het
+geen ik ook niet lochen, om dat de ervarentheid dat sigtbaar ende
+kragtig leert.
+
+Soo dat my dunkt hier op gevoegelyk geantwoort te kunnen worden, dat de
+oorspronk deser beweeging voornamelyk in het begintsel van het Ruggemerg
+is, en dan vorder in alle de Senuen van het Lichaam te gelyk; en dat
+soodanigh, dat het Merg en alle de Senuen te samen geduurig en
+perpetueel geirriteert worden, om een bewegende kragt aan alle de
+Spieren van het gantsche lichaam toe te senden. Want daar wel op te
+letten is, ik maake gantsch geen onderscheyt tusschen de natuurlyke,
+of van selfs geschiedende samentrekking der Spieren, en tusschen die,
+dewelke vrywillig geschiet; alwaar ik niet als dit toevallig onderscheyt
+aanmerk, dat alle de Spieren, die wy vrywillig beweegen, dat wy die niet
+als door een contrarie determinatie beweegen. Waarom dan, het geen
+wesentlyk in alle de Spieren, haar contractie is, altyt de natuurlyke
+contractie is. En daarom cesseert in ons, en in alle Dieren de
+vrywillige beweeging, of sy wort over en weer, als de tegen overstaande
+Spieren ontbreeken, of dat die malkanderen in kragt overwinnen; als ik
+in myn Boek van de Ademhaling alreede heb aangeweesen. En wy souden in
+der eeuwigheid ons niet vrywillig kunnen beweegen, als wy de kragt niet
+hadden, om de natuurlyke beweeging der tegen overstaande Spieren tot de
+tegenoverstaande syde te determineeren. Maar de tegenoverstaande Spieren
+ontbreekende, soo syn alle de bewegingen onser Spieren geduurig en
+natuurlyk. Als omtrent veele Spieragtige deelen van ons lichaam te sien
+is, daar wy gansch geen magt over hebben, om die te beweegen: ten sy het
+geen daar in bevat word ons aldaar dient, in de plaats van
+tegenoverstaande Spieren, en dat de selve onse Spieren eerstelyk
+gedilateert hebbende, wy dan door een contrarie determinatie de kragt
+verkrygen, om deselve naa onse wil te beweegen. Maar andersins soo rust
+alles in een geduurige contractie, die nimmermeer ophoud.
+
+Maar om nu, soo veel my mogelyk is, de oorspronk van dese natuurelyke en
+geduurige contractie der Spieren aan te wysen: soo is myn gevoelen, dat
+het selve geschiet, door het geduurig indringen van het slagaderlyke
+Bloet in het Merg en de Senuen, het welk haar dan geduurig beweegt,
+opwekt, en als aanport, om die kragt gestadig, en terstont tot de
+Spieren over te voeren, en haar tot ’er onophoudelyke contractie bequaam
+te maaken. Waar toe dan alle Senuen, geene uytgesondert, soo veele
+Slagaders naa haar proportie hebben, als de Hersenen of het Ruggemerg
+selve. En ik oordeel nog, dat men dit selve seer ligt door een
+experiment sou kunnen ondervinden; dat ik te _weeg_ wilde brengen, om
+door de een of andere Slagader, het Merg een vogtigheid in te spuyten,
+en dan neerstig waar te nemen, of daar geen beweeging in de Spieren
+veroorsaakt wiert. Waarom ik ernstig versoek dog te willen letten op die
+wonderbarelyke beweeging en kragt, die een Spier verkrygt, als syn Senuw
+maar het minste geport wort, het sy dan door wat middel dat hy geraakt,
+beweegt, of geirriteert wort.
+
+Maar het is nu tyt om verder te gaan, en om door een naukeurig
+experiment te bewysen, selfs aan het gesigt, dat een Spier in syn
+contractie niet opswelt, of sig opblaasende, daar door dikker wort, en
+bygevolg geen grooter plaats beslaat: maar ter contrarie, dat hy veel
+eer, en dat sigtbaarlyk ontswelt, en alsoo in syn actie of contractie
+synde, minder plaats beslaat, als wanneer hij geextendeert synde komt
+als te rusten. Ik seg als te rusten; want dat een Spier oit in het
+geheel van syn beweeging sou ophouden, dat kan ik niet bevinden, dat hy
+immermeer in het leven doet; maar hy beweegt sig dan alleen soo sterk
+niet. Of wel hy hersamelt syn tegenstrevende kragt, om sig een ogenblik
+daar naa soo veel te sterker daar door te contraheeren. Als in de
+beweeging van het Hert en syn Oorken, in de Kikvorsch klaar te sien is.
+Daar men het Bloet, dat van de omtrek des lichaams in den omloop des
+Bloeds weerkomt, (en in het Oorken siet bewoogen te worden) even als de
+tegenoverstaande Spier van het Oorken moet aanmerken, die haar
+dilateert; en het Oorken selve is de tegenoverstaande Spier van het
+Hart, dewelke door het Bloet, dat zy in het Hart uytstoot, wederom het
+Hert dilateert: en waar uyt dese wonderlyk, herhaalde, en geduurig
+gecontinueerde klopping des Harts syn oorspronk neemt; dat ook
+t’eenemaal natuurlyk en noodsakelyk is; alsoo dese twee Spieren,
+namentlyk het Oorken en het Hart van een ongelyke grootte ende kraght
+syn, waar door haar beweeging ook nootsaakelyk over en weer is. En sy
+sou in het geheel ophouden, indien het Oorken soo vast en van sulke
+kragt was, als het Hert: want daar de tegenoverstaande Spieren in het
+lichaam gelyk syn, daar is de beweeging der Spieren onopmerklyk, en
+alles staat in balans, tot soo lang daar een nieuwe determinatie komt,
+die de eene Spier wat sterker als de andere doet beweegen, en onse
+leeden alsoo roeren: dat uyt verscheyde oorsaken komen kan; die dese
+determinatien te weeg brengen.
+
+Als by exempel, wanneer men een hayr uyt syn Hooft neemt, en dat ses of
+agt dubbelt te samen vouwt, en dat men ymant, die ons niet en siet, syn
+vel in de hals daar meede heel saft irriteert, soo heb ik dikmaals
+gesien, dat de beweeging van de tegenoverstaande Spieren van de Arm en
+Hant gedetermineert wierden, soo dat de Persoon, datelyk en sonder veel
+attentie, syn hant op die plaats, daar hy de kitteling gevoelde, kwam te
+beweegen, en die ook heel vermakelyk te krauwen, selfs tot root wordens
+toe, beeldende sig mogelyk in, dat daar een Luys of Vloy sat. En als ik
+cesseerde in die irritatie, soo bleef de Arm ende de Hant in rust, om
+dat nu de natuurlyke irritatie in alle de Spieren egaal was. Als men dit
+experiment in de slapende Honden of Katten doet, soo siet men van
+gelyken, dat ’er ook terstont een determinate beweeging komt in de
+Spieren, die haar huyt beweegen, dewelke sy dan seer aardig rimpelen, en
+het Hayr als te berge setten, of doen oprysen, en somtyts sal men haar
+ook al slapende de ooren sien schudden. Waar uyt men voor een kleen
+staalken siet, op wat wyse ook onse Spieren, sonder groote attentie
+van de wil, nogtans vrywillig beweegt worden, door yets dat bequaam
+is, om haare natuurlyke beweeging der tegenoverstaande Spieren, na de
+tegenoverstaande syde, te determineeren.
+
+Maar om nu een seker experiment te geeven, van dat de Spier in syne
+samentrekking niet opgeblasen wort, maar minder plaats beslaat, soo moet
+men een seer radde ende frissche Kikvorsch nemen, en deselve vaardig
+geopent hebbende, het Hert ontdekken, en het Hartesakje met de nagelen
+der Vingeren daar van afbreeken: dit gedaan hebbende, soo moet men den
+eenen of anderen Ader of Slagader verkiesen, die groot genoeg is, die
+men openen moet; en daar een Pypken van Glas, dat fyn genoeg is,
+ingebragt hebbende, soo kan men daar door alle de Aderen en Slagaderen
+des lichaams, en by gevolg ook het Hert seer ligtelyk opblasen. Want als
+ik in het voorgaande gesegt heb, soo obsteeren hier de Longen niet.
+
+Het Hert aldus met lugt opgevult synde, soo moet men dat met syn Oorken
+door een fyn draatken behendig afbinden, en uyt het lichaam snyden. Het
+welk gedaan synde, soo is het nodig een glaase spuytken by der hant te
+hebben, dat in een fyn Pypken moet uytgerekt syn, op syn eene eynde.
+Voorts moet men het opgeblase Hart met syn Oorken boven op de vlakte van
+de Suyger leggen, en dat met malkanderen in het glase spuytken steeken,
+vullende ondertusschen syn uytgerekt Pypken, met een seer kleen
+droppelken water, of water en Bloet, om het te beeter te sien.
+
+Dit nu alles soo omsigtig, als mogelyk is, volbragt hebbende, soo sal
+men sien, wanneer het Hert _a_ sig binnen in het glaase Spuytken _bb_
+contraheert; dat dan het droppelken water, ’t geen boven aan in het
+Pypken geplaatst is _c_, sal merkelyk ende verwonderlyk nederdaalen, tot
+aan syn begintsel, daar het uyt de Spuyt syn oorspronk neemt _d_ en als
+het Hert sig weer dilateert, soo sal men distinct sien, dat het
+neergedaalde droppelken _d_, weer sal om hoog bewoogen worden, tot de
+plaats _c_, daar het van daan is bewoogen geweest.
+
+Het welk experiment ons infallibel leert, dat in de contractie van de
+Spier van het Hert, niet alleen alle de bewegende vesels van het selve
+haar in malkanderen sluyten, en vaster ende dikker worden, maar dat het
+nog daar en booven een veel minder plaats komt te beslaan, als te vooren
+in syn dilatatie.
+
+Dat dan ook de reeden is, waarom de droppel water _c_ naa beneden
+beweegt wort _d_, en datse het in een sig samentrekkend Hert nootsakelyk
+moet volgen. Daar dit droppelken _c_ ter contrarie, indien daar op
+deselve tyt als het Hert sig contraheerde, een opblasing, opswelling of
+verwyding van geesten binnen geschiede, niet neerwaarts tot de spuyt
+_d_, maar om hoog en opwaarts in het Pypken _e_, nootsaakelyk moest
+bewoogen worden.
+
+Maar dit niet geschiedende, en het contrarie sigtbaarlyk gebeurende, soo
+kan ik als een onweersprekelyk vaste waarheid voorstellen; dat de Spier
+van het Hert in syne contractie een merkelyk mindere plaats beslaat, als
+in syn dilatatie: en ook dat daar geen van de gesupposeerde geesten
+inkomen, die men tot nog toe gemeent heeft, dat het Hert of de Spier
+daar van opblaasden in syn samentrekkende beweeging.
+
+Soo men nu hier by een Kikvorsch levendig opent, en men let op de
+beweeging van syn Hert ende het Oorken, soo sal men bevinden, datse
+inkrimpt en kleender wort: en als wederom, het Hert sig op syn beurt
+contraheert, soo sal men het van gelyken sien inkrimpen, kleender worden
+en in sig selven intrekken. Waar uyt blyken sal, dat tusschen dese twee
+contractien van het Hert, het sy binnen, het sy buyten de spuit, gansch
+geen onderscheyt is, als alleen dat het Hert buyten de Spuit met Bloet
+gevult is, en dat het binnen in de Spuit met lugt opgevult is.
+
+En omtrent dit tweede valt nu bysonderlyk aan te merken, wat daar in het
+Hert gebeurt, wanneer het sig dilateert, en dan ook wat daar geschiet,
+als het sig weer contraheert. Omtrent de dilatatie van het Hert soo siet
+men heel distinct, dat het Oorken sig eerst begint te contraheeren: waar
+op men voorts de lugt daar siet uyt bewoogen te worden, en in het Hert
+overgevoert. Het geen te weeg brengt, dat het Hert merkelyk uytgespannen
+wort, en sig in de Spuit vertoont, als of het vol bellekens en blaaskens
+was, en ook soo wort het bleeker, doorlugtig, en ongelyk van facie, dat
+syn oorspronk neemt, om dat de beweegende Vesels en vleesige
+pylaargewyse draaden overal niet even dik syn, waar door de eene plaats
+van het Hert, tusschen de pylaargewyse draaden, meerder door de
+ingeperste lugt uytgeset wort, als de andere: waar op dan volgt, dat het
+droppelken water in het glaase pypken synde, opwaarts bewoogen wort.
+
+Maar de beweegende Vesels van het Hert, sig weer samentrekkende, soo
+siet men eerst, dat het Hert sig sluyt ende kleender wort: voorts siet
+men, dat het de lugt weer in syn Oorken perst, waar op het terstont
+roder en min doorschynende wort, en in sig selfs intrekkende sig weer
+van een gelyke facie vertoont. En alsoo het op die tyt al de lugt, die
+daar binnen in geblasen is geworden, niet in het Oorken kan perssen, soo
+sluyten syne bewegende Vesels haar soo ongemeen sterk in malkanderen,
+dat selfs de lugt, die daar binnen in is, op die tyt verdikt wordt. Waar
+op dan volgt, alsoo het Hert nu minder plaats beslaat, dat het
+droppelken water, dat in het Pypken van het glase spuytken is,
+nederwaarts gedrukt wort.
+
+En dit selve heeft ook plaats in het Hert, dat natuurlyk met bloet
+gevult is geworden, ’t geen de omringende lugt wegstoot, als het in syn
+dilatatie door het bloet wort uytgespannen: en als het sig weer
+samentrekt, en het bloet uyt sig stoot, soo wort het verkleent, en het
+wort van de lugt naa proportie soo veel ingevolgt, als het in sig selven
+intrekt: daar wel op te letten is, alsoo het seer sigtbaar in het leeven
+is. Ook verdikt sig het bloet eenigsins, wanneer als het Hert, sig
+selven daar sterk om toetrekt, en het met gewelt uitdryft. En als
+weederom het Hert, door het nieuw ingestorte bloet, gedilateert wort,
+soo wordt ook het bloet eenigsins verdunt: waar meede dat dese
+natuurelyke actie van het Hert en het bloet, met de actie van het Hert
+en de lugt in dit experiment, over een komen. En hoewel men sou mogen
+tegenwerpen, dat ’er natuurelyk in het leeven geen lugt tot het Hert
+nadert, nog dat deselve daar van weg gestooten wort; soo blykt dat heel
+contrarie in de Gyrinus, daar men het kloppent Hert de uyterlyke huyt
+siet beweegen, die dan het Hert in de klopping wykt en involgt; dat
+deselve saak is, als of de lugt immediaat tot het Hert naderde: en soo
+moet dit ook van alle andere Dieren verstaan worden, die Longen of Kuwen
+hebben, en alwaar de Borst beweegelyk is: ja het heeft ook sonder alle
+twyfel plaats in alle de beweegingen der Spieren.
+
+Soo men nu een Hart uyt de Kikvorsch neemt, dat niet opgeblasen is, maar
+enkelyk uyt het lichaam gesneeden, en dat men het selve op de beschreeve
+manier in de glase spuyt plaatst, soo sal men van gelyken sien, dat het
+nederdalen van het droppelken water daar ook soo geschiet; maar op ver
+naa soo opmerkelyk niet, als in het opgeblaase Hart; hoewel egter dat
+het water op deselve wys syn beweging naa beneeden sal neemen, als het
+Hert sig contraheert. En de ervarentheid heeft my ook geleert, dat
+veeltyts dese nederdaling van het droppelken water soo weynig is, dat
+het niet als door een Vergrootglas is te bemerken. Het geen syn
+oorspronk neemt, door dien het Hert in syn contractie ten deele blyft,
+en dat het door het Oorken niet geextendeert wort, dewelke ook daar toe
+onbequaam is, alsoo het geen Bloet nog lugt dan voortdryft, om het Hert
+te dilateeren. Waarom het dan ook nootsakelyk is, dat de contractie soo
+veel kleender is, en de beweeging in de droppel soo veel minder om te
+observeeren. Maar soo men op die tyt maar het Oorken alleen opblaast,
+en dat sy door haar contractie de lugt in het Hert perst, soo is dit
+experiment kennelyker.
+
+Maar of men nu een Spier selfs wilde neemen, in de plaats van Hert, soo
+kan men procederen, als in de agtste figuur van my afgebeelt is: alwaar
+het glase Spuytken _a_ de Spier van binnen _b_ in sig besluyt, synde syn
+byhangende Senuw, sonder te quetsen of te perssen, in een samen geboogen
+en subtiel silver draatken _cc_ gevat, het welk ik dan doe passeren door
+het oog van een koperdraat, dat op de suyger van de Spuyt vast
+gesoldeert is _d_. Dit alles soo bestelt hebbende, soo moet men een
+droppelken water _e_ in het fyne Pypken van de Spuyt, door een subtiele
+tregterken laaten loopen: en als men het silverdraat langsaam met de
+hand _f_ door het koper ringeken, tusschen de suyger en het glas van de
+Spuyt doortrekt, tot dat de Senuw daar tusschen in komt geirriteert te
+worden; soo siet men, dat dese Spier op deselve wys contraheert, als van
+het opgeblasen Hert gesegt is; en dat ook de droppel water sig meede
+eenigsins naa beneden beweegt, sonder datse opwaarts beweegt wordt. Dan
+dit experiment is seer teer, en daar moeten soo veele omstandigheeden
+omtrent waargenoomen worden, dat het selfs verdrietig is. Waarom ik een,
+dat ligter is, heb uytgedagt.
+
+Het selve bestaat, in dat men een glaase Spuytken neemt _a_, dat met een
+Diamant omtrent syn spitze eynde door gedrilt is _b_. Waar door men de
+gesepareerde Senuw van de Spier moet plaatsen _c_: maar alsoo de lugt
+door die opening heel ligt, als men hem tot contractie irriteert, kan
+passeeren, dat het neerdalen van het droppelken water belet; soo is het
+voor al nodig, de opening van het Glas, daar de Senuw door gepasseert
+is, te sluyten: dat men met wat vislym en styfsel seer gevoegelyk doen
+kan. Dan om de waarheid te seggen, het droppelken water word soo weynig
+neerwaarts ook in dit experiment bewogen, dat het haast onopmerkelyk is.
+Waarom dan om dit experiment te doen, niet beter als het Hert is, dat
+een redelyk langen tyt, en genoegsaam in syn beweeging continueert, die
+het eens ontfangen heeft, tot dat deselve verdwynt.
+
+En soo men de oorsaaken aanmerkt, waarom dit experiment soo sensibel,
+omtrent de Spier, als wel omtrent het Hert, niet en is: soo vind ik die
+te bestaan, in dat daar geen tegenoverstaande Spier omtrent is, die hem
+van buyten dilateert, of ook geen ingedreeve Bloet, dat de Bloetvaten
+uytset, en hem op die wys van inwendig ook een weynig extendeert. Dat
+alles seer nodige vereystens syn, om een volmaakte contractie van een
+Spier te hebben.
+
+Maar de experimenten, die over eenigen tyt bygebragt syn, dat het Bloet
+tot de contractie der Spieren nootwendig is, die syn van gansch geen
+gewight, alsoo het principaalste argument daar van is de toebinding van
+de groote Slagader, volgens de manier van de Heer STENONIS, dat daar
+niet te pas komt, als maar een Argument synde, dat niet als in syn
+eerste aansien ons sou kunnen overreden. Want soo men wel aanmerkt, dat
+de Wervelbeenen, verscheyde Senuen, en selfs het Ruggemerg, die alle in
+de Bant van de Heer STENONIS begreepen worden, op die tyt te samen
+werden gedrukt en geforceert; soo volgt daar van selve uyt, dat daar
+niets determinatifs uyt kan beslooten worden. En veel minder nog uyt het
+experiment, waar door het Bloet uyt de Spieren, door het indryven van
+water, gespuyt wort, dat t’eenemaal de bewegende Vesels der Spieren
+kwetst: en daarom soo is dit rouwe experiment niet als voor een
+onbedagte redencaveling te agten, die geen fondament heeft, als maar om
+het eerste experiment van de Heer STENONIS te bevestigen. Daarom moet
+men gewigtiger argumenten hebben, om een saak van gewigt te bewysen:
+gelyk men dat omtrent de Slagaders in de Dye, en in die van de
+Kikvorsch, toe te binden, sou kunnen experimenteeren.
+
+De Heer STENO is seer voorsigtigh geweest, in dat hy sig heeft
+onthouden, van de manier te determineren, op welke dat de beweeging der
+Spieren geschiede; en daarom heeft hy het ook voor onseker geoordeelt,
+dat deselve sou geschieden door een invloejing van een nieuwe materie.
+Maar naa dat ik hem myne voorgestelde experimenten, nu eenige jaaren
+geleeden synde, getoont had, soo heeft hy my determinatief gesegt, dat
+hy nu dorst staande houden, dat ’er in de contractie der Spieren geen
+nieuwe materie ingevoert wiert; soo dat wy in dit gewigtig point
+t’eenemaal accordeeren.
+
+En ik kan nu ook makkelyk uyt de gewigtigheid van myne voorgestelde
+experimenten staande houden, dat een spier in syn contractie niet
+opblaast of opswelt, door de gesupposeerde invloejende en opbruisschende
+dierlyke geesten; maar dat een Spier in syn contractie veel eer
+ontswelt, of om myne gedagten beter uyt te drukken, dat hij minder
+plaats beslaat.
+
+En dit blykt meer als kennelyk, wanneer het Hart met lugt, in plaats van
+met bloet, gevult is, of ook dat het ongevult en leeg is. Alwaar dan
+omtrent het eerste verscheyde Zaaken in aanmerking komen, die alle in de
+contractie der Spieren kunnen plaats hebben. Als 1. dat de lugt inwendig
+in het Hert gecondenseert of in een geperst wort. Ten 2. dat dan de lugt
+rontsom het Hert gedilateert wort. Ten 3. dat de Vesels van het Hert,
+in die actie, dan seer vast komen in een te sluyten, haare holligheeden
+tusschen beyden toegedrukt te worden; en soo daar eenige lugt tusschen
+beyden is, dat deselve daar uyt komt bewoogen te worden. Het welk alles
+als dan voornamelyk blykt, wanneer het Hert als voor een ogenblik in syn
+contractie ophoud. Wanneer ten 4. de inwendige lugt in het Hert weer
+verdunt wort. Ten 5. de uytwendige verdikt, of van syn plaats gestooten.
+En ten 6. dat de Vesels van het Hert weer uytgerekt of gedilateert
+worden.
+
+Maar alsoo men my kan voorwerpen, dat dit tegennatuurlyk is, soo kan ik
+daar op antwoorden, dat ik ook somtyts wel lugt in de Herten der
+Menschen, die even gesturven waren, heb aangemerkt. Maar alsoo dit meede
+niet ordinaar is, soo moet men in de plaats van de lugt, die in het Hert
+van my gestelt wort, het Bloet neemen, dat in de contractie van het Hert
+aldaar geschud, verdikt, en uytgestooten wort, als ook het Bloet, dat in
+de Kroonaders van het Hert selfs is, en dat aldaar uytgedrukt wort;
+waarom het Hert ook op die tyt merkelyk bleeker wort. Ten anderen, als
+het Hert soo in syn selven inkrimpt, soo heeft de verdunning van de
+uytwendige lugt meede syn plaats, en eyndelyk soo sluyten de beweegende
+Vesels van het Hert dan meede vast in malkanderen, als dadelyk van het
+opgeblase Hert gesegt is: en welkers contrarie men ook hier in de
+volgende dilatatie van het Hert moet considereeren.
+
+Uyt alle het welke dan blykt, dat daar vry meerder saaken in de
+contractien der Spieren moeten geconsidereert worden, als tot nog toe
+gedaan is. Synde voor al wel in aanmerking te neemen, hoe sterk dat de
+bewegende Vesels der Spieren in haare contractie in een krimpen, soo dat
+ik se wel bykans driemaal dikker in sommige Dieren op die tyt heb sien
+worden, als wanneer sy in haare geduurige en naturelyke contractie
+waren. Waar door dan alle haare inhoud, die in de vaten, dewelke daar
+door liepen, ingevloeit was, met kragt uytgeperst wierd. Waarom ook een
+gecontraheerde Spier in een bloetryk Dier veel bleeker is, als een
+Spier, die niet gecontraheert is, als ook van de Heer STENONIS is
+aangemerkt.
+
+En soo is dit ook de reeden, dat de gedetermineerde, of de gereitereerde
+naturelyke beweegingen der Spieren, een kennelyke warmte aan het lichaam
+veroorsaaken, door dien sy het Bloet door over snelle contractien uyt
+haar stootende, de gansche massa bloeds soo veel te veerdiger beweeging
+en circulatie toebrengen. Het welk de Chirurgyns, alleen door haar
+ervarentheid, wel weten te pas te brengen in het Aderlaaten; wanneer sy
+ymant een stok of iets diergelyks in de hant geeven, om die met de hant
+omdrayende, en de Spieren beweegende, daar door het Bloet snelder uyt de
+Aderen te doen loopen. Dat ook de imaginatie selfs doen kan, die van
+gelyken onse Spieren op verscheyde wysen determineert, naa dat men sig
+droevige of vermakelyke objecten voorstelt, die het Hert sluyten of
+samen trekken en dilateeren.
+
+En ik heb selfs een jongen te Leyden in het Gasthuys gekent, van wiens
+voeten het gegangreneerde vel en vleesch effen gesepareert waaren,
+dewelke, als het hem beliefde, een groote quantiteyt Bloets door de ope
+wonde, alleen door de beweeging syner Spieren, kon uytdrukken; sonder
+dat hy syn aassem inhield. Gelyk dat ook in de beweegingen van veele
+Dieren te sien is, welkers Bloet snelder uyt de wonde loopt, als sy haar
+roeren, dan als sy stil leggen; hoewel sy selfs geen Longen hebben.
+
+En dit gaat soo verre, dat selfs de vermoeytheid hier in bestaat, soo
+dat de Spieren door het overvloedig Bloet geforceert, en onbekwaam tot
+haar contractie worden: dat ik de eerstemaal heb geobserveert, wanneer
+ik glas aan de lamp kwam te blasen, waar door myne Wangspieren soo dik
+van het Bloet opswollen, dat ik ten laatsten geen kragt meer hadt, om
+die te contraheeren, en de lugt daar door uyt de Mont te blaasen.
+
+Het is wonderbaarlyk in de Insecten, dewelke des Winters, alsoo haar
+bloet en vogtigheid als in de Vaten stolt en als bevriest, dan ook alle
+de beweegingen haarer Spieren verliesen, soo dat haare leeden en voeten
+in dat postuur blyven staan, als men se, sonder haar te forceeren, dan
+uytwaarts buygt: en men siet, dat dese beweeging haar niet eerder weder
+gegeven wort, voor dat de Lugt gematigder is; of dat men se by het vuur
+brengt, daar een kleene warmte haar doet als herleeven, beweegen,
+roeren, jaa lopen en vliegen: tot dat haar bloet en vogten weer een
+weynig daar naa verdikt worden, dat haar onbeweegelyk maakt op een
+nieuw. In dat vermaarde Kruydje roer my niet heb ik ook aangemerkt, dat
+het in de Herfstmaanden sig vry minder beweegt, als in de Somertyt.
+
+Maar mogt ymand vraagen, wat veroorsaakt nu eygentlyk de naturelyke
+gedetermineerde, of ook de kunstige en uytwendige irritatie der Senuen
+binnen in de Spier? Alsoo men daar niet van kan seggen, dat daar een
+sensible materie, als de Senuw geraakt wort, tot de Spier over passeert,
+of daar plaatselyk in beweegt wort; maar dat de Spier ter contrarie een
+materie uyt sig stoot, en een minder plaats beslaat.
+
+Sekerlyk dat is een harde en swaare questie, en mogelyk niet te
+solveren, als uyt de gansche kennis van de waaragtige structuur der
+Spier selve, die my nog onbekent is, en seer verre te soeken. Daarom sal
+ik hier handelen, gelyk men met het gebruyk van het Oog gedaan heeft,
+welkers manier, hoe het gesigt geschiet, men sonder het Oog waarlyk te
+kennen, heeft aangeweesen. Daarom soo het my geoorloft was door een
+rouwe gelykenis de saak te verklaren, ik sou seggen, dat het in dese
+gelegentheid ging, gelyk met ymant, die seer sagt de Saadkokers van
+Kruidje Roer my niet van Dodoneus, of de andere Balsamita van Fabius
+Columna kwam aan te raaken, het welk door twee a drie senuw en
+kruidagtige Veselkens gedilateert of geëxtendeert synde, dan door die
+momentelyke irritatie de kragt verkrygt, om sig seer schielyk en geswint
+te contraheeren. En in der daat, indien dese Veselkens die haar soo
+schielyk contraheeren, self eer haar saat ryp is, niet in een kronkelden
+en weg sprongen, maar datse, gelyk het in een gekrompe leder, haar weer
+lieten dilateeren, en op een nieuw door irritatie te samen trokken; men
+sou daar omtrent een seer raar voorbeelt van een Spier vinden, wiens
+voorname actie in een contractie bestaat, die op de dilatatie volgt:
+waar door dat de contractie, en niet de dilatatie, het eygentlyke
+officie der Spieren is: dewelke haar geduurig, selfs naa de doot der
+Dieren, tragten te contraheeren, jaa ik heb ondervonden, dat een Spier,
+die ik eenige jaaren in een Balsem bewaart had, sig nog contraheerde,
+wanneer ik hem naderhant in de selve Balsem opkookte.
+
+Maar dese gelykenissen daar latende; soo staat dit experiment
+onweersprekelyk vast, dat als de Senuw van een Spier geroert wort, dat
+dan ook dadelyk de Spier geroert wort. En alsoo ik heb aangewesen, dat
+de Spier in syn contractie minder plaats beslaat, als in syn dilatatie,
+soo volgt daar ook onweerspreekelyk uyt, dat daar dan geen nieuwe
+opblaasende materie invloeyt; en dat het een onbevattelyk subtielder
+materie moet syn, die op dat ogenblik, sulk een wonderbarelyke beweeging
+daar in veroorsaakt. Sonder dat men seggen kan, datse yets anders in de
+Spier doet, als de wint, een vinger, een stoksken, of een borstel, tot
+de samentrekkende Saadkoker van het Kruidje roer my niet doet, om haare
+Veselkens te doen contraheeren.
+
+Waar uyt ik dan oordeel te volgen, als boven alreede gesegt is, dat als
+een Senuw geduurig geirriteert wort, dat dan ook de Spier in een
+geduurige contractie, of ten minsten in een gestadige tragting en
+renttentie tot deselve sou weesen. Als ik voor deesen in myn Tractaat
+van de Ademhaaling heb aangeweesen. En ik nu terstont wat klaarder sal
+openen, door een manier voor te stellen, waar door men de geduurige
+beweegingen der Spieren eenigsins kan considereeren.
+
+Maar eer ik daar toe kom, en te gelyk dit discours eyndige, soo is het
+seer nodig aan te merken en te sien, op wat manier de Spieren gestelt
+syn, eer sy haar ooit beweegt hebben. Het welk voornamelyk omtrent de
+Insecten te bespeuren is, en omtrent de begintselen der Spieren in
+grooter Dieren, alwaar men dan siet, datse meesten tyt in een gedrongen
+syn, en van couleur wit en vliesagtig; synde heel in haar begintsel als
+uyt geleyagtige vogtigheeden bestaande. In de Insecten is dit seer
+aanmerkelyk, datse in die tyt, wanneer het Dier een andere gestalte sal
+aanneemen, als onsigtbaar syn, en in een geringe tyt seer toenemen en
+aangroeyen, dat ook gansche leedematen doen, als voornamelyk omtrent de
+Beenen en haare Spieren geschiet, die men verwonderlyk siet aangroeyen,
+en door ingedronge vogtigheeden of bloet uytgeset te worden, even als
+met een opspanning van overtollige vogtigheeden. Waar door dan die
+deelen met ’er tyt, als tegens haar natuur, uytgerekt en als een Boog
+gespannen worden: dat voornamelyk in de Insecten plaats heeft, welkers
+Spieren ook veel langer beweegen, als die van eenige andere Dieren,
+selfs naa dat het Hooft al eenige dagen van het lichaam gesneeden is
+geweest. En men siet ook, dat als se uyt haare afgelegde huit breeken,
+dat dan ook haare lichamen seer schielyk groot en uytgespannen worden.
+Dat ook naa proportie stant grypt in de Dieren, die een heter bloet
+hebben. En het geen te weeg brengt, dat haare Spieren sig soo veel te
+sterker dan weer tragten te contraheeren, en in sig selven te krimpen.
+Ook siet men klaarlyk, dat als de Spieren haar nu beginnen te beweegen,
+datse door het bloet, dat zig inwendig indringt, en haar voor een
+gedeelte dilateert, veel roder worden, en datse door de Bloetvaten, die
+haar door loopen, en haar bewegende Vesels uytrekken, meerder werden
+uytgeset.
+
+Waar uyt blykt, dat in alle de contractien der Spieren een dilatatie
+moet voorgaan, die ik driesins stelle, als eerstelyk, in natuurelyke en
+vrywillige samentrekkingen der Spieren door het ingedronge Bloet, dat
+haar voor een gedeelte dilateert. Ten tweeden in naturelyke
+samentrekkingen door de inhoud, die de beweegende Vesels uytrekt en
+dilateert, waar door haar nog meerder Bloet ingevoert wort, en sy tot
+haar contractie gedisponeert worden. Ten derden in vrywillige
+samentrekkingen, door de determinatie van de tegenoverstaande Spieren,
+die omtrent de tegengestelde Spieren het selve effect doen, dat de
+inhoud doet omtrent de Spieren, die haar naturelyk beweegen.
+
+Maar wat nu die subtiele materie, die door de Zenuen in de Spieren
+geduurig invloeit, tot haare contractien doet; en of sy de bewegende
+Vesels aanstoot, en eenige Bloetvaten, die van de Senuen in de Spier
+omwonden worden, opent; of wel, datse haar met het Bloet vermengende,
+dat schielyk doet opwellen, opbruisschen, en de eerste beweeging geeft,
+om weer uyt de Spieren gedreeven te worden, soo dat daar in een ogenblik
+de contractie van de bewegende Vesels op volgt; van dat alles kan ik
+niets determineren. Soo dat ik het selve, om verder naa te denken, daar
+late.
+
+Maar wat de vordere saaken van my voorgestelt aangaat, daar omtrent meen
+ik met een goet fondament te kunnen vast stellen. 1. Dat alle Spieren
+natuurelyk, dat is eer sy haar actie oit gedaan hebben, gecontraheert
+syn. Ten 2. dat haare contractie voor een gedeelte cesseert en als
+ophout, door de vogten van bloet of diergelyke, die tot haar door de
+Vaten inwendig ingevoert worden. Waar door sy dan, als door een eerste
+oorsaak, eenigermaten uytgespannen of gedilateert worden, blyvende nog
+in haar contractie: maar waar door evenwel de omringende lugt naa die
+proportie uyt syn plaats gestooten en op een gedrongen word, naa de
+welke sy geëxpandeert syn. Ten 3. dat tot het volkomen uytspannen of
+dilateren der Spieren, als een tweede oorsaak seer veel doet, de inhoud
+der Ingewanden, bollvgheden, en pypkens des lichaams, daar de bewegende
+vesels om heen loopen, dat in de naturelyke bewegingen plaats heeft:
+en dan ook bysonderlyk de contrarie determinatie der tegenoverstaande
+Spieren, dat in de vrywillige beweegingen stant grypt; alsoo de
+beweegende vesels door beyde dese oorsaaken, en in beyde dese
+verschillig geplaatste Spieren, merkelyk uytgespannen worden, en de
+Bloetvaten derselve gedisponeert, om nog een veel groter quantiteyt
+bloets in haar te ontfangen, als ook om haar weer te sterker te
+contraheeren: synde nu volkomen gedilateert. En dat ten 4. soo veel te
+meer, alsoo de weg gestooten en verdikte lugt, die geduurig tot syn
+dilatatie door het evenwigt der lugt bewoogen word, de Spieren 900 veel
+meerder komt aan te persen, om haar eerste en natuurelyke contractien,
+daar sy van selver ook nu toe bewoogen worden, weer te herneemen. Waar
+by dan komende ten 5. de geduurige en natuurelyke irritatien, die door
+de Senuwen in de bewegende Vesels der Spieren selfs verwekt worden, en
+waar door se tot haare contractien gestaadig door het circulerende bloet
+aangeport worden, dat het begin des Ruggemergs en alle de Senuen
+onophoudelyk door de Slagaderen word ingeperst; of ook door de
+uytwendige objecten, die het bloet verscheydelyk komen te beweegen, aan
+het begin des Mergs en de Senuen word gecommuniceert: Soo worden ten 6.
+de Spieren nootsakelyk gedisponeert en als gedwongen, om haar eerste en
+natuurelyke contractie weer te herneemen, het sy dat die natuurlyk of
+vrywillig syn. Waar uyt ik dan ten 7. als een nootsakelyk gevolg kom
+vast te stellen, dat in alle weerkeerige contractien der Spieren, als
+dan haare inhoud weer uyt de selve komt uytgeperst te worden: alsoo de
+uytgerekte bewegende vesels dan weer tot malkanderen koomen in te
+dringen, en digt in een te sluyten; even al eens gelyk sy voor haare
+dilatatien waaren. Waarom sy dan nootsakelyk een kleender plaats
+beslaan, niettegenstaande men siet, dat daar eenige zwellingen in de
+Spieren komen te ontstaan, dewelke alleen uyt die in een krimping haarer
+bewegende vesels haar oorspronk neemen: hoewel dat men de oorsaak daar
+van tot nog toe aan een opblaasing toegeschreeven heeft, die men
+eygentlyk een ontswelling moest noemen. Waar uyt ik dan ten 8. vaststel,
+dat alle de actiën der Spieren in haare contractien bestaan, dat is in
+de wederkeering tot die figuur en dispositie, die sy voor haar dilatatie
+hadden. Waar door dan als de Spieren op deselve wys, of ook door haar
+inhoud, of de tegenoverstaande Spieren, weer gedilateert, of tot de
+tegenoverstaande syde gedetermineert worden, sy haare contractien
+geduurig maaken: het sy in natuurelyke of in vrywillige bewegingen.
+
+En hoewel nogtans dat dit in het generaal, en bysonderlyk syn stant
+grypt omtrent de natuurelyke beweegingen der Spieren, soo siet men
+egter, dat het ook in de vrywillige beweegingen derselve syn plaats
+heeft, en dat niet tegenstaande, hoewel de toestemming der wil in de
+vrywillige bewegingen der Spieren vereyst word. Door reden, dat men
+in alle vrywillige beweegingen der Spieren siet, dat daar altyt een
+inwendige of uytwendige oorsaak en object nodig is, dat de contractie
+der tegenoverstaande Spieren tot de tegenoverstaande syde moet
+determineeren.
+
+En alsoo valt het dan ligt te begrijpen, door dien alle Spieren in de
+staat van een geduurige contractie syn, dat daar niet als de minste
+determinatie maar nodig is, het sy uyt wat oorsaak dat die spruyt, om
+haar het lichaam te doen beweegen, te verplaatsen, voort te gaan, en op
+andere oneyndige manieren meer te doen roeren.
+
+Dat niet alleen omtrent de natuurelyke beweegingen seer kennelyk is, als
+in de contractie van de Oogappel blykt, die haar door haare Spieren op
+het selve ogenblik sluyt en dilateert, naa dat het Oog meer of minder
+van het ligt geirriteert word; gelyk men dat ook siet omtrent de
+beweegende vesels der Darmen, die naa proportie haar geduurig
+contraheeren en weer dilateeren, na dat de inhoud daar minder of meerder
+in is, en op welke tyt de eene beweeging de ander aldaar vervangt, als
+de baaren der zee doen, die malkanderen volgen:
+
+Maar selfs blykt het ook, dat ’er oneyndigmaal een naturelyke contractie
+plaats heeft in de Spieren, die wy vrywillig seggen te beweegen: als in
+het gaan, staan, het beweegen onser Armen, enz. blykt: die wy duysent en
+duysentmaal roeren, sonder dat de wil daar eenige attentie toe heeft.
+En op die wys sullen wy door een uytwendig object, als we met een ander
+wandelen, veelmaal ymand groeten, om dat ons geselschap syn hoet
+afneemt, of dat ons dat uytwendig object beweegt; sonder dat wy weeten,
+wie wy gegroet hebben, of selfs dat wy die actie hebben gedaan. Soo dat
+het schynt, dat onse contractien der Spieren al soo natuurelyk syn, en
+geduurig door de eene oorsaak, die daar heeft doen beweegen, tot een
+tweede en derde beweeging gebragt worden: als dat onse memorie
+plaatselyk is, en door het eene subject op het andere komt te denken;
+dat tot het oneyndige voortgaat.
+
+Op de selve wys, als we by het vuur sitten, soo retireren wy ons, door
+de force van het irriterende object, daar van daan, en wy herstellen
+onse leedematen, door veele beweegingen, sonder de minste attentie van
+onse wil; soo dat het schynt, dat wy ons selfs ook niet vrywillig
+beweegen, ten sy de wil selfs syn object heeft, en dat alsoo haare
+beweeging een tweede veroorsaakt. Want de vlam te groot synde soo
+sluyten wy onse oogleeden, of wy verdrayen ons hooft, en wy maken
+alderhande andere soorten van beweegingen, na dat de objecten ons daar
+toe irriteeren.
+
+Dat alles voor een genoegsaam bewys kan dienen, dat selfs onse Spieren,
+waar door wy ons vrywillig beweegen, ook altyt natuurelyk bewoogen
+worden, en dat daar niet als een inwendig of uytwendig beginsel,
+oorsaak, object enz. noodig is, om die te determineeren; en selfs dat
+dit beginsel tot de determinatie eerstelyk in ons moet voorgaan, eer wy
+ons vrywillig beweegen. Al was het maar een invallende of verwekte
+gedagte, dat selfs soo ver gaat, dat wy des nagts, door een simpele
+droom of magische phantasy, ons roeren, beweegen, uyt het bed loopen,
+schreeuwen en te roepen koomen; dat dan alles nergens door geschiet, als
+dat wy daar door onse Spieren, die alreede in actie syn, maar contrarie
+determineeren. En selfs observeert men dese dingen omtrent de
+zelvswillige of natuurelyke beweegingen; hoewel die seer weynig als in
+seekere opsigten van ons kunnen gedetermineert worden: want gelyk in het
+begin gesegt is, onse wil heeft seer weynig magt om die Spieren te
+determineeren, daar geen tegenoverstaande Spieren syn: en indien ons die
+niet gegeven waren; wy souden in der waarheid de onroerlyke Planten, en
+de Bomen, die haar niet beweegen, gelyk syn.
+
+Het geen ons dan alles klaarlyk leert, dat daar oneyndige saken in de
+contractien der Spieren te samen lopen, en dat de gansche machine van
+ons lichaam, en de elementen die ons omringen, dienen gekent te worden,
+sal men een eenige Spier en syn actie regt expliceeren. En seker de
+lugt, het ingenomen Voetsel, het Bloet, de Herssenen, het Merg, de
+Senuwen, en die subtiele Materie, die in een ogenblik tot de beweegende
+vesels overgevoert word, moeten hier alle in geconsidereert worden, en
+nog meerder; sal men eyndelyk eens tot de klaare waarheid komen. Wat my
+belangt, ik beken, dat ik yets getragt heb om te seggen, maar ik weet
+ook, dat ik gehandelt heb, als of ik de heldere stralen van de Son met
+een houte kool heb willen afmaalen; soo dat in myn Verhandeling geen
+andere glans is, als die sy verkrygen sal, door het heldere ligt der
+waarheid, dat deselve daar in te syner tyt, sal openbaaren. Het geen als
+dan weesen sal, soo wanneer alle dese dingen door gelukkiger verstanden
+ontdekt syn. En dat sal gewisselyk gebeuren, indien wy de natuur tot
+GODS eer, en niet tot onse eyge en verwaande glorie ondersoeken. En als
+dan sal men ook soo veel vergenoegen en eygen behaagen in die brandende
+lust van schryven niet vinden: alsoo het werken tot GODS eer een bedryf
+is, dat tegens alle de bewegingen van onsen verdurven aart stuyt,
+dewelke altyt soekt gepreesen en geflatteert te weesen; en de naam te
+hebben, van wel te hebben geschreeven, dat ik ook oordeel een ydelheid
+der ydelheeden te syn, om dat de waarheid alleen ons fondament en onsen
+roem moet weesen. Maar wie sal die uytvinden, daar wy selfs soo onwetent
+in dese sigtbaare saaken syn? Waarom ik dan besluit, dat alle goede en
+waaragtige wetenschappen en ontdekkingen milde gaven GODS syn, die hy
+geeft aan wie het hem belieft, en die hy op syn tyt ontdekt. Wat ik nu
+voorts van de Senuwen aangemerkt hebbe, dat is in de uytleggingen van
+het Tractaat van de Neushoornige Schalbyter te vinden.
+
+ E Y N D E.
+
+
+
+
+Tab. XLIX. Verklaart.
+
+ [Transcriber’s Note:
+
+ The heading “Tab. XLIX.” does not appear on the Figures page.
+ Het opschrift „Tab. XLIX.“ is niet te zien op de pagina met
+ Illustraties.]
+
+
+Fig. V.
+
+De beweging van een Spier in de Kikvorsen.
+
+_aa._ De twee Peesen van een Spier, met de vingeren gevat.
+
+_b._ De neerhangende Senuw geroert synde, waar door de Spier sig samen
+ trekkende, de twee handen als te samen trekt.
+
+
+Fig. VI.
+
+De manier, hoe de Spier sig als verdikt in syn samentrekking.
+
+_a._ Een glase Pypken, daar de Spier doorgetrokken is.
+
+_bb._ Twee naalden door syne Peesen gestooken.
+
+_c._ De Senuw aangeroert:
+
+_dd._ Waar door de naalden _bb._, uyt haar plaats bewogen worden tot
+ _dd._
+
+_e._ Soo dat de Spier de glase Pyp in haar midden door syn contractie
+ komt te vullen.
+
+
+Fig. VII.
+
+De manier, hoe het Hart in syn contractie minder plaats beslaat.
+
+_a._ Het Hart sig contraherende, daar het in een glase spuyt op de
+ suyger geplaatst is.
+
+_bb._ De glase Spuyt.
+
+_c._ Een droppelken water in het Pypken van die Spuyt, dat op de
+ contractie van het Hart nederdaalt.
+
+_d._ De plaats in het Pypken, waar by aangeweesen wort, hoe laag het
+ droppelken _c._, als dan neerwaarts bewogen wort.
+
+
+Fig. VIII.
+
+De manier, hoe een Spier in syn samentrekking minder plaats beslaat.
+
+_a._ De Spuyt.
+
+_b._ De Spier.
+
+_c._ De Silverdraat, daar de Senuw in gevat is.
+
+_d._ Een Koperdraat van boven met een oogken, daar de Silverdraat door
+ passeert.
+
+_e._ Een droppelken Water in het pypken van de Spuyt.
+
+_f._ De Hant die de Senuw roert, en waar door de Spier, als hy sig
+ samentrekt, het droppelken _e._ een weynig naar beneden beweegt.
+
+
+Fig. IX.
+
+Dit vorige op een ander manier vertoont.
+
+_a._ De Spuyt van glas.
+
+_b._ Een gaatken in de Spuyt gedrilt.
+
+_c._ De Senuw die door dit gaatken getrokken is.
+
+
+[Illustratie: Fig. IX]
+
+[Illustratie: Fig. V, Fig. VI]
+
+[Illustratie: Fig. VII]
+
+[Illustratie: Fig. VIII]
+
+
+[Erratum:
+
+tot soo lang daar een nieuwe determinatie komt
+ _text: een nienwe_ ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ Hermanni Boerhaave
+
+ DE USU RATIOCINII MECHANICI IN MEDICINA
+
+ ORATIO
+
+ Habita In Auditorio Magno
+ XXIV. Septembris.
+ MDCCIII.
+
+ Cum Tertii Suae Stationis Anni
+ Labores Auspicaretur.
+
+
+ [Illustration / Illustratie]
+
+
+ REDEVOERING
+
+ van
+ HERMAN BOERHAAVE
+
+ over
+ Het nut der Mechanistische
+ Methode in de Geneeskunde,
+
+ Door Hem Gehouden In Het Groot-Auditorium
+ Der Rijks-Universiteit Te Leiden,
+
+ op den 24sten September 1703,
+
+ Bij Den Aanvang Van Zijn Derde Ambtsjaar.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Nobilissimis et Splendidissimis Viris_
+ ACADEMIAE BATAVAE CURATORIBUS,
+
+D. JACOBO, BARONI WASNARIAE, Toparchae Opdami, Hensbroek, Wochmeer,
+Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, etc. Ordinis Equestris
+Nobilium Hollandiae Primo Assessori, Illustris Ordinis Equestris
+Danici, Cujus insigne Elephas, membro, Equitum Foed. Belgicae Magistro.
+Munitissimae Urbis Sylvae Ducis Gubernatori. Ad Potentissimos Poloniae
+et Borussiae Reges, ad Serenissimum Electorem Hanoveriensem, et ad
+Plures Germaniae Principes, Legato Extraordinario, etc. etc.
+
+D. HUBERTO ROSENBOOM, JCto, Toparchae in ’s Grevelsregt, Supremae
+Batavorum Curiae Praesidi, etc. etc.
+
+D. HERMANNO VAN DEN HONAART, JCto, Viro Consulari in Senatu primae
+in Hollandia Dordrechtanorum Urbis, ejusque Voto in Delegatos
+Praepotentium Ordinum Hollandiae adscripto, Comiti Aggerum
+Alblasserwaarde, etc. etc.
+
+ Eorumque collegis,
+ _Amplissimis, Gravissimisque Viris_,
+
+D. JOHANNI VAN DEN BERG, JCto, Consulum hoc anno Praesidi, et
+Amplissimi simul Consessus Curatorum Academiae Actuario,
+
+D. CONRADO RUYSCH, JCto.
+
+D. ABRAHAMO VAN ALPHEN, JCto.
+
+D. PETRO VAN DORP.
+
+ Hanc Orationem
+ Ea, qua par est, veneratione
+ Sacrat
+ Virtuti, et Nomini Eorum
+ Devotissimus
+
+ HERMANNUS BOERHAAVE.
+
+
+
+
+HERMANNI BOERHAAVE
+
+De Usu ratiocinii Mechanici in Medicina
+
+ORATIO.
+
+
+Qui corporum vires ex mole, figura, et velocitate, vel assumtis, vel
+deprehensis observatione, calculo aestimant Geometrico, Mechanici
+appellantur. Quos ipse Artis usus, claraque demonstratae veritatis lux,
+Sapientibus adeo commendavit, ut aliam omni aeque laudatam seculo, omni
+aeque comprobatam suffragio, temere non inveneris. Miram profecto, et
+insperato rei eventu humana fere altiorem Sapientiam!
+
+Illa enim certis quidem, sed paucis admodum, iisque vulgatis ubique
+principiis fundamenta debet subtilissimi cujusque et difficillimi
+inventi.
+
+Postulata ideo Scientiae hujus sordent his, qui fronte prima decepti
+rebus pretium statuere, vel obscura tantum suspicere solent. Artium
+vero severissimae successum quisquis spectat, summo eam ingenii cultu
+dignissimam habet, quia fundamento subnixa tam plano Hominum robur longe
+supra vires Generis Humani evexit. Ejus quippe effectu nulla datur
+immobilis moles, licet moturus minimo valuerit agendi momento.
+
+Quare utilitatem ejus ommis civilis, omnis agnoscit militaris
+disciplina. Hanc aliis artibus necessariam non tantum idonei judices,
+sed et vanae gloriae ex ignara laude aucupes imperiti celebrant. In
+sola medicina spernitur, vel praetervisa nihil boni praestare vulgo
+censetur.
+
+Quod ipsum tamen adeo ego alienum a rei veritate, adeo calamitosum fundo
+medico habeo, ut dicendi argumentum hac mihi hora aliunde non petiverim.
+Neque Vestram exspectationem, neque mea me vota fefellisse crediderim,
+si plani sermonis perspicuitate evicero, _Mechanices in Medicina usum
+esse summum, necessitatem maximam_.
+
+Quae agitanti ubertas rei verborum apparatum praecidere videtur. Sed
+reficit me Vestra in judicando spectata satis sinceritas, quae damnata
+dudum exordii demulcentis lenocinia ab loco hoc, qui soli veritati
+sacer, relegavit. Rem itaque ipsam libere exordior; maxime quum severa
+veritas patientiam quidem et attentionem imploret, gratiam vero repudiet
+et odia.
+
+Generalem corporis naturam nullos definivisse verius quam Mathematicos
+tam clarum habeo, ut litem de fide hujus asserti exspectem plane nullam.
+Quae vero singulari cuique, prout in rerum natura existit, corpori
+propria sit indoles, ex universali hac Geometrarum idea a priori nullus
+rite deduxerit. Illa enim ex sola collectione communium nata, secluso
+accurate omni eo, quod unum ab alio distinguit, justo ratiocinio non
+dabit conclusionem unquam, quae peculiarem corporis naturam explicet.
+Ab hac ipsa tamen pendet primario vis agendi, qua unum prae alio corpus
+pollet; adeoque illa ignorata et haec incognita lateat necesse est.
+
+Ignota igitur haec detegere quisquis amat, ex ipsa re singulari
+conditiones eruere debet, quae procacem aliter ratiocinii libertatem
+in indaganda rei indole exacte determinet. Has vero certo nullus novit,
+nisi ille, qui sensuum experimento observandos corporis cujusque
+effectus perspexit. Habent sc. hi rationem eorum, quae ex natura propria
+rei indagandae fluunt; singula ergo horum unam hujus proprietatem,
+collecta vero simul integram ejus naturam absolvunt, qua sensibus patet.
+
+Quicunque autem ex his ipsis liquidissime prius perspectis, more dein
+Geometrico ea demonstrat, quae clara et individua sequela inde elici
+possunt, plura longe deteget, quam sensuum auxilium revelasset unquam.
+Neque tamen ipsa haec posteriora vera minus prioribus, neque minus
+certa, neque minus apta usui erunt.
+
+Praeter binas hasce, tertia non datur, quae peculiarem corporeae
+cujusdam machinae constructionem reseret, clavis.
+
+Quarum utraque id evincit unum, humanum corpus idem esse natura toti,
+quam contemplamur, Universitati rerum.
+
+Sensu teste et ratione judice nil habet praeter caetera eximii, si
+seria speculatione principia ejus lustraveris, nisi quod ex pluribus,
+diversisque machinis influxu humorum agitatis illud possidemus
+conflatum.
+
+Conflatum vero hac conditione, ut adunatarum partium effectus sit
+plures producere, eosque varios valde, motus, qui mechanica plane
+evidentia ex mole, figura, firmitate et nexu partium inter se, fluunt.
+Quod confirmatur satis, quoniam solo mechanico motu destructa harum
+partium una, vel soluta tantum vinculi tenacitate, frustra eundem
+deinceps effectum speramus. Humanum ergo verum est, quale Mechanici
+speculantur, corpus; habet adeoque id omne, quod clara hujus specie
+exhibetur.
+
+Eadem igitur lege, qua mathematicum illud et humana haec machina
+explicabilis arti geometricae erit; si modo pro datis assumuntur, non
+quas arbitrium mentis ex infinita possibilium varietate pro lubidine
+finxit, sed sensuum usu probe compertae dotes ejus peculiares.
+
+Quarum plurimas anatome vario equidem detexit artificio, observando
+majorum, quibus componimur, partium definitam structuram. Plura in
+minoribus pulcherrimum detexit microscopii inventum, similem his,
+majoribusque naturam demonstrans. Sed et liquidorum scientia revelavit
+multa, quae humorum per vasa nostra circumactorum ingenium, impetum,
+directionemque determinant. Quare, aut ex omnibus his nihil lege
+scientiae deduci poterit unquam, aut soli mechanicae in cognoscendo,
+adeoque et in gubernando corpore humano palma tribuenda erit.
+
+Nihil veri, nihil certi, nihil quod ex usu sit, ex tot manifestis
+observatis deduci posse, sive ea quis rite expenderit singula, sive
+emendatissimo ratiocinio inter se comparaverit universa, quis credet,
+quis asseret?
+
+Languentis certe animi tardum nimis torporem, et ingratum plane
+pulcherrimorum, quae possidemus, inventorum neglectum, qui sic loquitur,
+palam facit.
+
+Desidiosi est nihil agendo desperare semper, vel elevare verbis, facere
+quae forte solus non possit.
+
+Quod si ratiocinandi lege ignota quidem inde illustrari posse concedens
+quis, mechanicis tamen solis id muneris denegat, aliam det quaeso, quae
+corporea rectius excutiat, artem. Id qui aggreditur, necessarium est ut
+statuat rerum naturam optime explicari per ea principia, quae a quaesita
+rei natura maxime aliena sunt, et per eos, qui ab una omni Bono probata
+veri indagandi methodo longissime aberrant. Eo autem ipso tot, tantisque
+se intricat absurdis, ut, nulla ejus ratione habita, propositum
+demonstratum putem.
+
+Sed jejuna nimis audit haec convincendi ratio, cujusque remotior ab
+usu communi vis paucos in assensum cogat! Id verum quin sit, si ex
+plurimorum captu aestimatur demonstrationis pondus, nullus dubito.
+
+Quidni ergo, vel horum gratia, in liquidissima luce locatam rem ponamus
+ob oculos; et in ea quidem, qua se omnes pulchre uti jactant, quibus
+mederi cura est.
+
+Quae aggressurus vel invitus sane cogor ex historia structurae corporis
+allegare ea, quae Rhetorum locis insueta plane et inaudita, puritati
+defaecatae Latinitatis peregrina et barbara, intellectui tamen ipsius
+rei praeprimis necessaria habentur.
+
+Maximam corporis nostri partem arteriis contextam, harumque sustentatam
+beneficio vigere, clarius est, quam demonstratione ut egeat. Has canales
+esse cruorem qui castigant, inque suo dirigunt itinere, quorum maxima
+circa cor sensim gracilescit cavitas, donec prae tenuitate aciem visus
+fugiat, vel laniones norunt. Neque minus vulgatum, a corde exortum unum
+horum truncum explicari in ramos laterales, figura trunci similes, eadem
+ratione et divisos rursus et decrescentes, hoc tamen artificio, ut
+truncus recta pergens, in loco divisionis majori plerunque capacitate
+aperiatur quam rami, qui ad latera trivii hujus porriguntur. Sinuoso
+autem flexu ita haec omnia vasa curvari, ut cavitatum latera ad
+infinitos numero, et magnos valde angulos ubique inflectantur, hujusque
+Spirae gravissimos effectus esse in sanguinem transfluentem, observarunt
+a paucis retro annis, qui Geometricas subtilitates rebus applicuere
+Medicis.
+
+Quam mirabili vero, quam efficaci fabrica flexiles finxit hos canales
+Adorandus nostrae machinae Faber!
+
+Dum a premente intus liquido distendi posse sine lacerationis discrimine
+voluit, eoque rursum fecit ingenio, ut humorem a dilatatione reciproca
+cessantem valido cum impetu cogere, se vero in arctiorem capacitatem
+propria sponte restituere queant.
+
+Ultimos autem arteriae, hosque minutatim divisos fines in membrana, ut
+firma basi, ordinari, ibique per fistulas in mutuos occursus emissas
+hiare inter se, ante Malpigium viderat nemo. Ille primus ambages
+resolvit et mille viarum dolos, quos pulsa in hos Maeandros liquida
+pererrant.
+
+Sed, o admirabilitatem maximam! o mechanismum pollicis divini!
+
+Tanta enim accuratione digesti ramuli aequali hic viae latitudine
+porrecti et laterali progenie orbi, primordia venarum, Lymphaeductuum,
+horumque sinus mutata constituunt figura.
+
+Haec ea sunt, quae oculi acies, microscopium, vasorum in vivis
+ligaturae, hydrargyrium mortuis injectum, contemplatio figurae morbosae,
+comparatio denique brutorum, piscium, insectorum et plantarum detexit.
+
+Praeter illa in arteriis ipsis deprehenditur nihil, falso finguntur
+plurima.
+
+Maxima ergo corporis, eaque efficax valde ad vitam pars, Mechanica
+descriptione, canalis est conicus, elasticus, inflexus, divisus in
+similes minores eodem trunco ortos, qui ultimo circa vertices
+cylindricos retis structura in se mutuo patent.
+
+Id si verum, quod omnium profecto verissimum, nonne sequitur omnes
+effectus quos sanguini arteriæ præstant, tantum pendere ab hac earum
+fabrica?
+
+Nonne et hoc rursum liquet, omnes ergo illos hinc solummodo petendos,
+et demonstrandos esse?
+
+Vos nunc, qui justi sedetis hac in causa Judices, obtestor! Quis ea, quæ
+vel hinc duntaxat oriuntur, verae demonstrationis ordine expediet?
+
+Solus ille, qui figurarum contemplationi, et oscillatoriæ virtutis
+calculo assuetus, callide videt, quam multa, quam gravia ex hisce solis
+demonstrare queat; solus ergo Mechanicus.
+
+Sed patiamur abripi nos admirabilitate hujus arteriæ, brevis certe
+levisque attentionis præmium Scientia erit totius fere humani corporis.
+
+Illa, ubi depictum antea rete constituit, tubos emittit cylindricos adeo
+arctos, qui rubras cruoris sphaeras ore suo capere nequeant; unde his
+recipitur tenuior tantum et excolor pars sanguinis.
+
+En veram vasis lymphatici ideam!
+
+Eadem rursum ibidem loci arteria recto porrigit decursu truncum, qui
+emissis Lymphaticis amplior crassiorem, rubrumque sanguinem, sero
+liquidiori orbatum vehat.
+
+Ecce venarum genuinam originem!
+
+Quarum angustam primo cavitatem mox ampliorem reddit infusa ubique nova
+per laterales fistulas liquidi venosi, Lymphaticique moles, prorsus ut
+novum conum, similem arterioso, eique ad vertices oppositum
+repraesentare discat.
+
+Perfunctorie tangere quae debui, vasa, vah quae, quamque pulchra in
+recessu recondunt!
+
+Arterias, Venas, Lymphaeductus, descriptumque horum apparatum plano
+affigas membranaceo, huic nervos intexas, villosque applices elasticos,
+tum convolvas in glomerem, habebis glandulae fabricam.
+
+Quam quoties cogito, uberrimam mirandorum effectuum matrem contemplor,
+simulque ineptissimi cujusque figmenti falso celebratam sedem.
+
+Tu vero inanes Chimaerae latebras aperiens, Tu maxime Malpigi!
+Suprahumana industria, incredibili labore, atque cautissima
+perspicientia, simplici hoc artificio absolvi ejus compagem, plus
+quam demonstras!
+
+Quanti vero momenti demonstratio! glandularum enim aggregato totum fere
+corpus constat!
+
+Cerebrum Hippocratico oraculo glandula penicillo Malpigiano depingitur
+ut ordinata ex arteriis, venis, receptaculis, emissariisque nervosis
+moles. Jecur, Lien, Renes glandulis fiunt adunatis.
+
+Ipsa humoris genitalis officina artificiosus canalium cylindricorum
+glomus. Ipsum Embryi dolium, ipsa foetus aula, ipse candidi nectaris,
+quod recens nati bibunt, promus condus hac glandulosa operantur arte.
+Ossa ipsa et membranas eadem fere compaginari structura quis dubitat,
+nisi cui cedro digna et aere scripta Malpigii, Kerkringii, Havertiique
+nondum illuxere?
+
+Lacertis tandem examinandis mentem applicuisse rogo ne poeniteat! Huic
+se labori quicunque non subduxerit, nae ille subtilissimae Mechanicae
+artis efficacissima instrumenta clarissime reperiet! Musculus enim omnis
+nonne ex minoribus similibus componitur? Ultimus vero quid, quaeso,
+villus est? Non aliud certe, quam nervosi et angustissimi canalis
+dilatata, simulque attenuata pellis canali, unde oritur, cavum formans
+amplius soloque inflatum spiritu.
+
+Hujus vero quam immensa sit machinae potentia, scite novit, qui
+hydraulica Mariotti experimenta contulit Cartesii Mechanicis.
+
+Pulmones contemplemini, diversae a caeteris structurae, saccos habebitis
+elasticos, sphaeroïdeos, qui abscisso coni vocalis appenduntur vertici;
+horum superficies maculis retis sanguiferi ornatur, et, quod mira hic
+arcana velat, incilibus fere caret lymphaticis.
+
+Ergone, cogitatis forte, admirabilis illa, illa tam artificiosa Hominis
+machina simplici adeo perficitur apparatu!
+
+Certe non fit alio.
+
+Habeat hanc, qui volet, ob simplicitatem, vilem!
+
+Mechanice Organum id laudat, ejusque Auctorem celebrat sapientissimum,
+quod quaesito effectui producendo aptissimum, simulque inter omnia, quae
+eundem praestare possent, simplicissimum sit.
+
+Quid tandem ex hisce concludemus?
+
+Corpus nempe humanum machinam esse, cujus solidae partes aliae sint
+vasa liquidis coërcendis, dirigendis, mutandis, separandis, colligendis,
+et excernendis apta; aliae vero instrumenta mechanica, quae figura,
+duritie nexuque suo vel fulcire alia, vel definitos motus exercere
+queant.
+
+Peccabo in patientiam vestram vestrumque decus, si cuncta examussim
+explico. Id unum bona audietis cum gratia: Hippocratem cum integro, quem
+sequutus est Babyloniorum, Ægyptiorum, Graecorumque choro, cum integra,
+quae eum sectata est Grajorum schola duo haec, non alia detexisse.
+
+Arabas omni industria, omni anatomes cultu tertium addere potuisse
+nunquam.
+
+Instauratorem anatomes consulite Vesalium, hujus aemulos Eustachium et
+Fallopium; tum immortales inventis Harvaeum et Malpigium; et hos, qui
+singuli novis antiqua emendarunt Asellium, Pecquetum, Bartholinum,
+Dathirium, Bellinum, Glissonium, Wharthonum et Willisium; his jungite
+juxta leges mechanicas anatomicos Lealem et Louwerum, quique in
+abditissima penetrarunt, Hokium, Pouwerum, Leeuwenhoekium, deprehensuri
+estis omni arte, omni artis adjumento bina, quae dixi, nec inventa alia.
+
+Cur alia ergo fingere precario quempiam patiemur, nobisque imponentem in
+aeternum verba dare?
+
+Ubi Elementis, qualitatibus, formis, causis chemicis, animatis,
+metaphysicis, amoris et odii affectibus, ubi, inquam, tot fabulis
+locus, causa, necessitas?
+
+Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.
+
+Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua
+solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum
+effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus
+sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.
+
+Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur, demonstratio.
+
+Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel
+simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid
+vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?
+
+Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et
+inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad
+exceptionen, directionemque radii sonori?
+
+Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora
+ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras
+formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et
+dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in
+vilissimo quoque animalium fabricae?
+
+Nunc daedalei labyrinthi, conchæ, vestibuli, duplicis in cochlea
+turbinata spirae, loci ovalis et rotundæ fenestræ, tot inquam
+miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae
+Divina manus, date rationem.
+
+Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni
+prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.
+
+De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de
+fluidis subnectam.
+
+Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu
+sanitas absolvitur.
+
+Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et
+agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur,
+rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit,
+efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico
+patent per experimenta indagandi.
+
+Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano;
+unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum
+scientiam, quae usum rei praestet idoneum.
+
+At si totam fluidi molem simul spectamus, gravitas ejus fluorque
+communes deprehunduntur sublunaris liquidi proprietates. Virtus vero
+elastica, ponderis, spissitudinis, fluiditatis, nixusque in contactum
+gradus varii, momentum impetus quo fertur, et itineris directio palmaria
+sunt quae unum ab alio fluidum distinguunt. Horum vero omnium tanta
+efficacia est, ut infinita, quae sanis contingunt, non aliunde oriantur.
+
+Quamobrem quicunque ex praecepto scientiae rite haec enucleat, opus is
+absolvit summae ad perfectionem medicam necessitatis.
+
+Sed fidem vestram! quis proponere, explicare et demonstrare vim eorum
+poterit, qui Hygrostatices, quae subtilis Mechanices pars, rudis est?
+
+Haec illa est Aquilegum scientia, quae ex assumtis, modo quas descripsi,
+affectionibus ratiocinia nectens geometrica utilissima et usui apta
+reperit Theoremata.
+
+Haec, neglecta causa physica, et cujusque particulae, quae fluit,
+singulari natura, ex his, quae sensibus per eventum in tota mole
+patent, quam gravia, quam utilia vitae, methodo invenit Mathematica?
+
+Evolvat Archimedis, Cartesii, Stevini, Borelli, Mariotti, Hugenii,
+Neutoni, et Bellini scripta, qui re, non verbis, convinci cupit.
+
+O quam necessaria feliciori Genio, ut revelentur, reliqua sunt in
+Pulcherrima hac Speculatione!
+
+Hanc utinam excolant! utinam exhauriant! utinam nobis aperiant Viri
+Mathematice docti!
+
+Ab hoc Eorum labore, quo generales liquidi effectus luce illustrarent
+mathematica, brevi tempore plus maturi in horto medico fructus
+exspectare licet, quam ab omni eo, quod aliunde in hunc congestum
+hactenus.
+
+Taedet quippe pudetque ineptiarum, quibus seriam prae caeteris Artem
+ridiculam fecere, qui Mechanices imperiti vim liquidorum humanorum
+explicare conati sunt.
+
+Et palam affirmo, vitalium actiones humorum scire posse neminem, qui
+Aquilegum regulas ignorat.
+
+Quae dum libertate Medica firmus assero, jurgii hic illaturos causam
+praesagit animus eos, Qui, nescio qua gratia, ab Hermete nomen sibi,
+sectamque condunt.
+
+Egone ex universali hac liquidorum doctrina deduxerim ea, quae
+singulares eorum virtutes absolvunt?
+
+An fermenti stabiles motus, diversorum liquidorum ferventes conflictus,
+putredinis spontaneae mirabiles effectus ex Mechanicis explicuerim
+unquam?
+
+Talia objectans, eorum, quae dicta, memor, paucis, quae dicam, animum
+adhibeat.
+
+Mea enimvero sic est ratio, justa, vel secus, vestrum sit judicium.
+
+Ex experimentis Chemicorum historiam haberi posse valde limitatam
+singularium eventorum, quatenus in circumstantia definita sensibile
+quidpiam producunt.
+
+Necessaria ergo quam maxime est Medicinae haec Ars, dum observatorum
+Sylvam largitur et observandi praebet optimum compendium.
+
+Data enim exhibere, horumque definire conditiones valet, regulas autem
+ratiocinandi ex his Chemia dabit nunquam.
+
+Ne tamen vel sic nimis, ut solent, se efferant, qui unius Chemiae cultu
+omnem Medicae Sapientiae thesaurum se possidere vani jactant!
+
+Enimvero plura in nobis, sani vigeamus, vel langueamus aegri, fieri
+ex communibus illis liquorum proprietatibus, quas sibi sumserunt
+expendendas Geometrae, quam ex insitivis, dubiis, et arte Chemicorum
+factis plerumque, pervulgato palam documento est.
+
+Aqua naturae ariditatem alter corrigit, Falerno alter quotidie venas
+inflat; fructubus hic, Cerealibusque parvo assuetus famem explet, et
+sustentat Spiritum, ille carnibus, piscibus, terra natis, et omni
+condimentorum varietate Apitiana onerat ventrem; alii blando et insulso
+fere victu aluntur, alii salitis, acidis, et acribus quibusque intestina
+stimulant.
+
+Multiplex adeo assumtorum varietas vitam tamen sanitatemque plures per
+annos protrahit in iis, qui tamen diversis humores suos saturant
+corpusculis.
+
+Liquido argumento magis communi fluidorum naturae Mechanicis explicatae,
+et in ipso corpore vi viscerum productae, quam singulari cujusque
+particulae virtuti, actiones vitae deberi.
+
+Si aurea Verulamii de vita et morte monumenta, si liberae Hippocratis
+et Celsi de victu sanorum leges, si usus non satis id confirmat
+quotidianus, omni dignissimum fide Louwerum, sincerum mehercle et
+defaecato judicio sagacem Virum vobis citabo.
+
+Hic enim, immani cruoris jactura exsanguem, jure carnium solo ingesto,
+venis recepto, per has fluente, imo colore nec mutato effluente per
+vulnera, revixisse Juvenem testatur.
+
+Sed quid verbis opus in re clara?
+
+Ad Vos ego provoco, Vestram appello fidem Clarissimi Viri Medici, Quorum
+sapientia huic Coronae venustatem conciliat, Quorum salutari dextra
+incolumis huic Urbi praestatur sanitas!
+
+Nonne incumbit nobis, dum aegris Medicina fit, vel millies fluida
+inspissare, resolvere coacta, stagnantia movere, compescere dissoluta,
+diluere crassa, leviora solidare?
+
+Dum rarissime ad pugnas Salium, flammas Sulphurum, vel tectum Mercurii
+genium attendere cogimur.
+
+Ipsi certe illi, qui mera ubique Chemica crepant, cum morbus manum
+poscit, repudiatis suis, sedulo, quae laudavi, inquirunt.
+
+Si ergo his fluidorum proprietatibus tot debentur, si has omnium
+suffragio optime excusserint Mechanici, patet ipsa fluida vitalia ut
+cognoscantur Medico, auxiliis egere Mechanices.
+
+Spectate jam effectus, qui ex fluentibus per vasa liquoribus oriuntur,
+evidentior longe fulgebit Veritatis Mechanicae potestas.
+
+Si enim liquida descripta in vasis depictis quiescunt habebimus cadaver.
+
+Ubi vero liber his humoribus per canales conciliatur motus corpus vivum
+cernimus.
+
+Sermoni fidem quisquis meo negat, suis ut oculis credat oportet.
+
+Mollem consideremus hominem, qui salientis de vulnere cruoris spectaculo
+perturbatus in animi cecidit deliquium.
+
+Mortuum videmus; sed qualem? in quo cuncta solida, quae sanitati
+sufficiunt, adsunt et liquida, solus abest liquores in gyrum agens
+motus.
+
+Huic quacunque demum ope concutiantur nervi, ut motrix cordis materies
+fluat, redit statim, depulsa tristi mortis imagine, laetior vita.
+
+Vita non modo; calor, rubor, agilitas, cogitatio, vitalis omnis,
+naturalis et humana simul redit actio.
+
+Quid hic fermenti, quid effervescentis, quid salis pugnacis, quid olei
+spiritusve nascitur aut perit?
+
+Excepto motu, neque additur, neque demitur quidquam, vita tamen amissa
+ipsa redditur.
+
+Sic aves et insecta constricta frigore hyberno, lenis statim in vitam
+excitat tepor.
+
+Sed veritatis qui convictus viribus, ob ipsam argumenti vulgatam
+claritatem, certis saepe diffidit.
+
+Rariori ergo ut spectaculo firmetur, quae nimis noto patuit satis
+exemplo fides, in Hokii vos officinam invitat oratio.
+
+Destructo thorace mortuum animal inflatis per follem Laryngi applicatum
+pulmonibus cito reviviscit.
+
+Attoniti miraculo vitae tam mechanicae ad magnum cito adeamus
+Glissonium; en ille impulso ope vesicae in venas liquido mirifice
+vitales actiones aemulafur in defuncti dudum hominis cadavere.
+
+Omnia haec in specimen allata, infinita enim dici possent, an non
+evincunt satis, cuncta fere, quae vitam, sanitatemque nostram faciunt,
+vel sequuntur, pendere a motu illo, quo humores per vasa mutua plane
+moventur et agunt vicissim agitatione?
+
+Cujus effectus, et leges, quum soli rite intelligant, explicent, et
+demonstrent, in Pneumaticis atque Hydraulicis, Mechanici, concludo
+cuncta ergo rursum disciplinae subjecta haec Mechanicae.
+
+Hic vero ille est locus, ubi mire se jactant, ubi serio triumphant
+fermentorum Patroni.
+
+Si fluor liquorum liber per vasa vitae causa, ergo ajunt prima motus
+ratio in fluido et ab eo; itaque ab interna huic agitatione, eaque forti
+valde et constanti satis, qualis non nisi in excitatis fermento liquidis
+reperiunda datur.
+
+Sciant autem Hi, primam moti in Embryo liquidi a parentibus semper
+derivandam causam, eam fotu matris continuari dum ab ea pendet foetus,
+dein vero ab ipsa fabrica perennare solidorum.
+
+Admirabilem auricularum Cordis ad ejus Thalamos structuram, nexumque qui
+speculatus est, et qui hinc necessario sequuntur, alternos influentis et
+expulsi liquoris motus a corde in arterias, ab his in cerebri medullam,
+processus, nervos, musculosque et venas rursum, non quaeret vitae
+continuatae rationem extra ipsam virtutem viscerum Mechanicam.
+
+Facile enim illi erit, perspicuitate certe Mathematica demonstrare,
+unicum pulsum cordis datum in corpore sano sibi continuando esse causam.
+
+Longe minora numero, longe simpliciora sunt, quae vitae incolumitatem
+praestant, quam noster fingit animus.
+
+Leviores longe sunt rerum ingestarum in nobis mutationes, quam vulgo
+creditur.
+
+Minus compositae, quam ipsi putamus, vitae humanae causae.
+
+Si exacta structurae esset cognitio, si sensibilis probe nota esset
+humorum natura, doceret cito Mechanice ex simplicissimis fluere
+principiis, quae ignota maximam nunc pariunt admirationem.
+
+Dicti veritatem tam paradoxi uno ab exemplo discere licebit, ut constet
+quam simplici negotio et Mechanico plane maximae quae habetur omnium
+operae mutatio in nobis fiat.
+
+Pars pellucida animalis vivi microscopio aucta claro docet spectaculo,
+cruorem solo cordis pulsu in extremas trudi arterias, ibi elastica
+arteriae contractione retropelli aliquantulum quo momento ictus cordis
+cessans, ejusque valvulae concidentes, regressui spatium laxant.
+
+Reciproco hoc impulsu et repercussu varias mole partes cruoris applicari
+ubique ad diversa capacitatis hiatu oscula, intra haec recipi, vel inde
+repelli, tam clare, quam coelum hoc contueri est.
+
+Tum solo hoc artificio secedere sanguinem in diversa colore et tenuitate
+fluida, mox in venis iterum permiscenda eadem claritate cernitur.
+
+Id vero Chemicorum conflictuum perito evidens ipsi oculi aciei apparet,
+simplici impulsu aliunde dato, et vasis elatere, sine ullo fermenti
+signo omnia haec fieri.
+
+Defixus saepenumero in speculatione hac anceps mihi haesit animus, an
+Spirantis cerneret animalis partem, an vero incilia meditatione summi
+Mathematici excogitata, manu peritissimi Mechanici affabrefacta, per
+quae liquores duceret, secerneret, misceretque absolutae artis
+consummatione perfectus Aquilex.
+
+Tandem vero si periculum capere juvat, an ex simplicibus et indubitatis
+sensuum experimentis demonstrari queant per Mechanicos illa, de quorum
+intellectu ante paucos annos nulla spes, Geometrico parta labore in usum
+exempli citare decet.
+
+Perpendamus, quae docet, dum Mechanicen Medicis applicat Rebus,
+Borellus.
+
+Evolvantur, quae ex hujus Schola sapiens, eisdem usus principiis, et
+Malpigianis inventis fretus Oedipi instar extricat Bellinus.
+
+Tum quae illorum laudato excitatus labore, Orbi erudito Problemata
+proposuit, demonstravitque, nobile quondam hujus Lycaei ornamentum
+Pitcarnius.
+
+Scheineri, Cartesii, Hugenii de oculo, Kircheri, Schelhammeri, et
+Morlandi de aure et auditu, scrutemur demonstrata.
+
+Constabit an prosit Medico Mechanice!
+
+Apparebit quid sperandum sit, si ejus a peritis Medicis invehitur
+in Medicinam usus, si in exercitatione hac pergitur tamdiu, quamdiu
+patientia humana tam inepta sectarum molimina in disciplina Medica
+tulit.
+
+Haec autem vera esse, et usum habere in Medicis Mechanicen, quamdiu de
+Theoria agitur, consensus erit forte facilis, tamen ne hilum bonae
+frugis ipsi Artis exercitio afferre, pervolgata objicitur querela.
+
+Quae quidem speciosa hac distinctione prolata, qui consistere queant
+simul, satis non video.
+
+Neque enim aliam hos intelligere Theoriam credo, nisi eam, quae ex
+proximis causis clare docet, quae sani hominis vita sit.
+
+Quod si, ut oportet, admittitur, sequetur Scientiam hanc noscendis,
+curandisque morbis auxilia suppeditare optima.
+
+Causas enim qui recte novit perfectae sanitatis, ille, quoties hae
+deficiunt, egregie ipsius defectus, id est morbi, originem rationemque
+comprehendet.
+
+Qui autem causam aegritudinis proximam clarissime vidit, maxime is
+idoneus, qui ei occurrat, est habendus.
+
+Eodem sc. modo se res habet ac in horologio, cujus si deviat index,
+errores imperitus notare, at corrigere ex arte nemo potest, nisi ille,
+qui requisitae structurae gnarus, vitia partium hinc et remedia invenit.
+
+Ita nulla lucis scintilla in Theoria Medica micat, ad quam in faciunda
+Medicina facem accendere non possit re peritus Artifex.
+
+Adeoque qui Mechanices in Speculatione, ille ejus in usu praestantiam
+fatetur.
+
+Docet hoc antiquitate nobilissima et usu ea artis pars, quae ab eo quod
+manu medetur nomen gerit, quae sc. an inventis Mechanicis carere queat
+vestra sit aestimatio.
+
+Instrumenta, quibus vitia emendat, quis felicior, quam Mechanicis
+imbutus Medicus inveniet?
+
+Tenues, quae volitare putantur ante oculum, imagines, dum Matheseos
+imperiti ut oriturae in aqueo humore suffusionis primordia tractant,
+acerbis saepe erodunt tenellum et prava arte oculum.
+
+Harum vero sedem reticulo, causam arteriis Geometrae consilio dum
+reddit Willisius, dum demonstrat Pitcarnius, quam mutata est medelae
+facies?
+
+Abacto externorum mordaci apparatu, misso sanguine, et solventi
+medicamine tuto tollitur, vel et negligitur malum.
+
+Oculi error a radiis male collectis quam inepte tentatur collyriis vel
+potus medicati haustu!
+
+Quam feliciter levatur perspicillis, quae cuique vitio singulari propria
+regulae definiunt Hugenianae!
+
+Opto ut, qui omnem Mechanices usum ex praxi proscribunt Medica,
+intelligant prius vel unius Hugenii de emendandis visus vitiis
+Commentarios.
+
+Illustre enim illud Batavorum lumen, assumpta ex anatomicis oculi
+fabrica, et una morbi, cui succurrere vult, proprietate, mox ex meris
+Mathematicis reperit auxilium, quod usum praestat huic tantum malo,
+cujus proprietas assumta problema limitaverat.
+
+Intacto oculo, morbi effectum tollit; et inemendabilem in eo defectum
+vitri figurati supplemento farcit.
+
+En pulchra, in quibus, ut in speculo, spectatur Geometrarum in medicis
+Mechanice ratiocinandi methodus, usus et successus.
+
+Hac via si pertractabunt omnia, ut revera sensim poterunt, habebitur
+tandem certior, neque obnoxia figmentis, neque omni mutabilis hora, sed
+aeterna scientia medica.
+
+Non est porro quod dicat quis, nondum confirmari vitia fluidorum
+adeoque internae aegritudinis causam, hujusque mitigationem auxiliis
+subjici Mechanicis.
+
+Vel enim an impossibilis fructus hic, vel an necdum acquisitus
+quaeritur.
+
+Si posterius, iniquos habemus et molestos Censores.
+
+Quis aequo ferat animo peti, ut pauci Mechanici, qui Medicis a pauco
+tempore vacarunt rebus, ea jam perfecerint, quae tribus annorum millibus
+junctis viribus alii omnes vix potuerunt inchoare?
+
+Imo id omnino impossibile: quum enim Mechanices Medicis applicandae lex
+exigat, ut structura solidorum, natura liquidorum, effectus horum
+sensibiles in sanitate et morbis inserviant pro datis, quis tam
+absurdus, qui operosissimae Artis fastigium in ejus rudimentis quaerat.
+
+Si autem judicat quis nunquam vel quidquam hac via perfectum iri, is,
+rogo, perpendat, morbi a fluido orti causam pendere _ut plurimum_ a
+vitiato ejus per vasa transfluxu.
+
+Hoc Hippocratica, si componuntur Sanctorianis et quotidiani usus
+experimentis, docent.
+
+Fluxus vero impedimentum internum vel languori virtutis impellentis, vel
+contractioni vasculorum convulsivae, vel liquidis copia, motu,
+spissitate, aut tenuitate peccantibus adscribet _plerunque_, qui vitae,
+sanitatis, morbi, mortis et cadaverum phaenomena comparavit sedulus.
+
+Quin adjumenta, quibus morborum miseriam lenimus aegris, ea prodesse
+gratia _inprimis_, qua dicta malorum capita auferunt, attenta nos docet
+contemplatio.
+
+Aurea comparentur Sydenhami observata demonstratis de missione
+sanguinis, stimulis et Villo contractili Bellinianis, et, postquam
+Mechanica plane ope juvare vulgata remedia constat, spes concipietur
+sensim demonstrandi regulas subire posse et vires eorum et applicandi
+rationem.
+
+Vix enim me contineo, quin, praematurius forte, pronunciem simpliciores
+esse, et magis Mechanicas morborum maxime compositorum causas, quam
+ullus Medicorum cogitat.
+
+Unius enim partis minima et simplicissima labes unionis necessitate et
+contagio totam saluberrimae Machinae vim subito pervertit.
+
+Tenuissima acu, eaque ex purissimo Chalybe pungatur tendinis vel nervuli
+fibrilla in corpore sanissimo.
+
+Heu quam dira ex vili vulnusculo tantillae particulae malorum, heu quam
+multiplex cohors!
+
+Dolor, rubor, tumor, ardor, pulsatio, febris, sitis, delirium, convulsio
+et horrenda tristis tragoediae catastrophe mors.
+
+Spina, levisve festuca membranoso infixa loco eadem brevi parit.
+
+Et miramur venenorum spicula, pestis lanceolas, vel salium acumina
+similia peragere?
+
+Quin solo motu externo quam mirae rerum mutationes in corpore sano!
+
+In gyrum agatur, vel jactetur maris fluctibus scaphae insidens
+insuetus: Quid fit? vertigo, pallor, nausea, vomitus, anxietas, mille
+morborum aerumnae, mille fluidi vitalis et incredibiles mutationes a
+solo motu oriundae.
+
+Qui ergo humores integros manere novit, quamdiu vi canalium conquassati
+propelluntur, qui stagnantes hos in calido, humidoque loco morbosos
+reddi statim et trahere sincera scit, qui ex uno simplicique malo
+infinita alia statim sequi animadvertit, facillime perspiciet
+exspectanda ad haec a mechanico medico promtissima tandem auxilia: ex
+causis enim impediti fluoris, regulis superandae resistentiae,
+restituendi motus elastici, augendae virtutis cordis collatis cum morbi
+phaenomenis quid non invenietur tandem?
+
+At enim vitam, morbos, sanitatem in nobis ex principiis fluere non
+Mechanicis mentis docet in corpora potestas. Frustraneus ergo tot
+irritorum conaminum labor! Vana supervacaneae Mechanicae speculationis
+spes.
+
+Talia aggerens utinam rideret securus, neque communem ignorantiae
+calamitatem eadem deploraret querela!
+
+Quis enim miri hujus commercii vim invenire potuit in aliquo, quod
+corpus constituit vel mentem?
+
+Sciat tamen, virtutem cogitationis, simulac in corpus influit, totum
+quod in eo producit, facere corporeum, adeoque legi Mechanicae obediens.
+
+Quid refert causam mutationis primam non esse Mechanicam, quum hac
+insuper habita, effectum, qui corporeus, cognoscere, excutere, atque
+dirigere Mechanico detur Medico; quum hoc scopo sufficiat?
+
+Crescit nimium, pauca dum tangit leviter, Oratio.
+
+Unum, quod palmarium jactant, quibus alia quam nobis mens est, ne
+declinando subdole evitasse me suspicentur, diluendum judico.
+
+Philosophos clamant et Mechanicos, ubi Medicae arti exercendae admoti
+fuere unquam, sinistro semper eventu repulsos fuisse. Disputatione non
+esse opus, quum artem horum Medicis nocere, re constet et experimento.
+
+Quae verissima esse, si hos arguunt, quos in scholis superbus philosophi
+titulus effert, docet historia, docent, quae de rebus conscripsere
+medicis, volumina.
+
+Dum enim omnium prima rerum principia ex propriis creare cogitatis
+satagunt, dein vero ex iis, quae ipsi figmenti subtilitate prius in
+illis posuerant, peculiarem corporis cujusque naturam declarare, errasse
+ubique docet ipsa, quam commendo, Mechanices ratio.
+
+Applicari rebus nequit, quam ratiocinio fecerant, conclusio, nisi prius
+illa, quae pro fonte argumenti liquido assumserant, rerum singularium,
+quae natae sunt, principiis esse eadem foret evictum.
+
+Haec vero, quum infinita, eaque semper diversa esse queant, patet casu
+veritatem nunquam sic detectum iri.
+
+Quod si considerassent sedulo, tam Scholastici dicti, quam plurimi
+Mechanicorum Cartesii sequaces non fuissent arbitrati id sibi datum
+negotii, ut ex fictorum principiorum praeceptis corpus humanum regerent,
+sed ut ex his, quae observatio prius docuerat hominem constituere, ipsa
+dein artis elementa applicata Mechanica conderent.
+
+At si Mechanico, quem jam descripsi, Medico hanc dicunt contumeliam,
+exempla ignominiae citent exspecto.
+
+Non equidem, qui nostri capit animi sensum, negabit ullus,
+accuratissimum Mathematicum pessimum forte futurum Medicum.
+
+Quo enim talis pertinet Oratio?
+
+Non in Mechanico Medicinae, in Medico vero Mechanices peritiam desidero.
+
+Usu peritum Medicum experimentis medicis defecto Mechanico in morbis
+curandis qui post habet, insaniet.
+
+Sed aequa instructorum experientia hunc promovendae arti meliorem, qui
+Mechanicis callet prae alio praeceptis, id affirmo, id demonstrandum
+sumserat Oratio.
+
+Ne vero, quod ubique contigisse doleo, sinistram, quae dixi,
+interpretationem subeant, age describam compendio speciem illius, cujus
+imago animo obversatur meo, Medici.
+
+Depingitur ille, ducendis studii Medici primis lineamentis incumbens,
+tanquam affixus Geometricae contemplationi figurarum, Corporum,
+Ponderum, Velocitatis, Fabricae Machinarum, et, quae inde oriuntur in
+alia corpora, Virium.
+
+His dum mentem exercet, claro discit praecepto et exemplo, liquida ab
+obscuris, a falsis vera secernere, et ipsa judicandi tarditate animo
+conciliare prudentiam.
+
+Ita postquam nudas simplicium corporum actiones expendere, has ex veris,
+clarisque causis deducere novit, maturum habet ingenium, qui
+fluididatis, Elateris, tenuitatis, ponderis, tenacitatisque in
+fluentibus proprietates ab Hydrostaticis cognoscat.
+
+Jam animi vigore robustior fluidorum vires in machinas, harumque in illa
+rigore addiscat Mathematico, Experimentis confirmet Hydraulicis, et
+Mechanicis, Chemicis illustret, Ignis, Aquae, Aëris, Salium, et aliorum
+maxime similium corporum ingenium speculatus et actiones.
+
+Altera mox tabulae facies sacris jam Medicis admotum exhibet.
+
+Oculum ibi Geometriae luce acutum ad incisa cadavera, ad spirantium
+corpora brutorum aperta tacitus circumfert.
+
+Jam vasorum structuram, figuras, firmitatem, ortum, fines, nexus,
+curvaturas, flexilitatem contemplatur et elaterem.
+
+Excitatus spectaculi mirabilitate, mox conspecta ad eum, quo jam pollet
+cognito, Mechanismum applicans, abditas detegit harum partium virtutes.
+
+Quam variis, pulchris, utilibusque utentem cernimus auxiliis, quibus
+recentiorum industria pomoeria extendit anatomes.
+
+Aliorum certe durissimo parta labore inventa in suos usus dum
+accommodat, claram sibi sistit humanae fabricae imaginem.
+
+Cui fluidorum vitalium nectit notitiam; hanc Anatomicis, Chemicis,
+Hydrostaticis, ipsiusque microscopii adjumentis in vivo corpore, et
+extra illud examinat; tum mox accuratissimam omnium sensibilium, quae in
+sanitate contingunt, historiam omni arte, undique comparatam evolvit.
+
+En suis instructum datis, ut sanitatis Theoriam scribat!
+
+Ex his singulatim perspectis, expensis, comparatisque inter se, auxilio
+Mechanices, severitate ordine et prudentia Geometrica, lento gradu
+festinans elicit, quae in his comprehensa sensibus abduntur, rationi
+patent.
+
+Sic proximae cujusque effectus causae indagantur, harum natura ex indole
+collectorum, cognitorum et comparatorum phaenomenon indagata perficitur,
+firmatur, et sensim ex horum aggregato consummatur tandem.
+
+Quid speratis futurum, qui ad hanc normam sua exigit studia?
+
+Nonne immutabilis et coaeva erit haec scientia ipsi naturae humanae, ex
+cujus sc. elicitur indole, in qua fundatur tantum?
+
+Nonne certa erit, quae innixa iis, quae omnes pari agnoscunt evidentia,
+castigatissima caute procedit fide?
+
+Nonne definita satis et ipsis erit rebus utilis, quae certis, claris,
+et sensibilibus corporis humani proprietatibus solum debet causae
+proximae, quaeque nostro subjicitur imperio, inquisitionem
+accuratissimam, idque via, qua erratum nunquam?
+
+Lento crescet, fateor, et occulto adolescet augmento, quilibet tamen vel
+minimus progressus gradus ad altiora firmus erit, et novi incrementi
+immutabilis causa.
+
+Hoc autem labore defunctum, adspirantemque ad metam jam videte in ultima
+picturae parte adumbratum.
+
+In ipsa nunc adyta se penetrat, in ipsa Æsculapii penetralia!
+
+En Tabulas Hippocraticas, fidaque Grajorum, quae scrutatur, scripta!
+
+Jam ex abundanti Medicorum Thesauro colligit quidquid sparsum haeret
+mellis medicati.
+
+Hic incisa, quorum notaverat morbos, ruspatur cadavera; illic in brutis
+arte factas aegritudines observat; nunc omnia morborum effecta et
+remediorum ipse experimento colligens; nunc eadem ex optimis Auctoribus
+addiscens; tandem cuncta digerens, expendensque inter se componit, et
+his, quae Theoria demonstravit, comparat, unde historiam denique
+curationemque morborum firmet.
+
+En Vobis ultima manu absolutam consummati Medici imaginem!
+
+Hanc Mechanicis egere auxiliis ut perficiatur, satis, ni fallit me
+animus, evictum.
+
+Huic consimilem me reddere, ad hanc me componere studui, ut medicinam
+feci.
+
+Ad hanc polire eorum, qui meae se committunt disciplinae, ingenium
+summa ope enixus sum, dum in Vestro hoc salutis fano ex Auctoritate
+vestra Musagetae Illust. medicinam docui.
+
+Eam, dum Dei munere spiro, ambitiose colere non desinam.
+
+Non credulitate stulta, non stupore ignari vulgi, non verbosis strophis,
+sed clara demonstrationis fide Artem, cui nostra credimus capita,
+commendare affectabo.
+
+Vos Optimi Juvenes, qui illi Scientiae consecrastis pectora, a qua
+incolumitatem sperat salutis Humanum Genus, Vos Picturam. Medici
+contemplati primis miremini ab annis.
+
+Ita Vos agite rem vestram, ut lineamentis, coloribusque hujus imaginis
+formosi, salutares hominibus audiatis genii!
+
+Nulla est, quae pulchriora laborum praemia Cultoribus persolvit, quam
+Medica Sapientia.
+
+Non alia est, quae Mortalibus gratiores, magisve utiles vel necessarios
+reddere vos possit.
+
+Excitemini o generosae mentes! Excitemini pulchritudine Artis, cujus
+effectu beatus his in terris nemo carere poterit!
+
+Nunquam rei difficultas calidum vestri animi retundat impetum!
+
+Ardua est, fateor, quae ad Panaceae ducit delubra, via.
+
+Sed complanavit hanc improbus aliorum labor, superarunt praerupta,
+perrupere fortes, Vos alacres sequamini!
+
+Hos habetis in hac Academia ad Medicinam Duces, qui ditiores longe
+Vobis explicent thesauros, quam Epidauriae olim columnae, Pergamenae
+tabulae, Cnidii parietes, vel folia largiebantur Coaca.
+
+Habetis, qui secreta quaeque Matheseos arcana incredibili perspicui
+sermonis facilitate revelet, rebusque applicare Medicis praemonstret,
+Volderum.
+
+Optimorum sane sententia natum ad haec sacra, Nostroque encomio longe
+majorem Virum!
+
+Cujus disciplinae liberali infinitum me debere grata memoria et publice
+hic agnosco, et dum huic constabit menti sanitas ingenue semper Ego et
+candide meminero.
+
+Horum ergo dum lego vestigia, si quid vobis adjumenti praestare posse
+censeor, praesto sum qui ita me geram, ut ex vestro meum me comparare
+commodum opere ipso testari possim.
+
+Vobiscum Veterum placita, Recentiorum et propria, si quae sunt,
+observata undique indefesso labore colligere, ex his laudatae Mechanices
+arte doctrinam Medicam condere non desinam, quamdiu in hac versanti
+slatione, vires dederit Deus!
+
+Agite ergo Commilitones Studiosi totus quod commendavit sermo, felici
+hujus anni Academici auspicio inchoare et perficere certatim tentemus
+opus!
+
+Vestra frequentia incitatus docentis vigor id aget, ut, qui naturae
+facultate et eruditionis plurimis postponendum me sentio, sedulitate
+certe cedam nulli.
+
+Laboris autem summum habebo pretium, si vestro applausu, Vobis meam
+profuisse diligentiam, orbi constet, si vestri in hoc Athenaeo studii
+felicitas claritate famae plures alliciat.
+
+Hoc enim votum illud est, _Illustrissimi Curatores, Amplissimi Coss._,
+cujus successu alacer, rerum Vestro auspicio, Vestra in Academia
+gestarum rationem Vobis reddere audebo.
+
+Unum hoc dignum habebo, quo Genium Vestrum adorem, donarium.
+
+Omni sic adulationis fuco deterso, sincero certe animi candore referre
+me putabo, quas Vestrae benignitati animus debet, gratias!
+
+Docendi enim admotum muneri, duoque jam meritum stipendia, exploratum
+adeo, honorificis promissis et nova liberalitate nec opinantem
+excitastis denuo.
+
+Ego, ex multis, quas in Vobis veneror, virtutibus, unam prae caeteris
+eximiam habendam esse a Sapientibus accepi, sinceram nempe Vestri
+favoris integritatem.
+
+Summam dico, et Reip. literariae solam salutarem Virtutem, qua praemia
+meritis, non gratiae servire jubetis, neque ambitioni.
+
+Quare benefacti pretium Vestra ex gravitate ponderans, vix mihi tempero,
+quin tanti testimonii gloria animosus, quo coepi pede, pergam alacrior!
+
+Verbosae ergo pompae loco, qua gratiarum actio suspecta redditur et
+Sapientibus odiosa, pauca ego haec religiosus spondeo!
+
+Vestram Dignitatem summo venerationis cultu et obsequii semper colam
+sedulus!
+
+Diligens sic mea se acuet industria, ut Vestrum favorem plurimi me
+facere et legitimis ultra ambire artibus, demonstrem.
+
+Id studebo, ut bene agendo benefici, quod de me tulistis, judicii
+aequitatem Orbi ipse comprobem!
+
+ DIXI.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Den Edel Groot Achtbaren Heeren_
+ CURATOREN DER LEIDSCHE UNIVERSITEIT,
+
+Den Heere JAKOB, BARON VAN WASSENAER, heer van Obdam, Hensbroek,
+Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, enz., oudste
+lid van de ridderschap van Holland, ridder in de Deensche koninklijke
+orde van den Olifant, kolonel van de ruiterij der Vereenigde
+Nederlanden, gouverneur van ’s Hertogenbosch, buitengewoon gezant bij
+H.H.M.M. de Koningen van Polen en Pruisen, bij Z.H. den Keurvorst van
+Hannover en bij onderscheidene Duitsche vorsten, enz. enz.
+
+Den Heere Mr. HUBERTUS ROSENBOOM, heer van ’s Grevelsregt, voorzitter
+van den Hoogen Raad der Nederlanden, enz. enz.
+
+Den Heere Mr. HERMAN VAN DEN HONAART, burgemeester van Dordrecht en
+afgevaardigde dezer stad in de Staten van Holland, dijkgraaf van
+Alblasserwaarde, enz. enz.
+
+ _Den Edel Achtbaren Heeren_
+
+Den Heere Mr. JAN VAN DEN BERG, eersten burgemeester van Leiden en
+secretaris van het college van Curatoren.
+
+Den Heere Mr. COENRAAD RUYSCH,
+
+Den Heere Mr. ABRAHAM VAN ALPHEN,
+
+Den Heere PIETER VAN DORP,
+
+ draagt deze redevoering
+ met verschuldigden eerbied op
+ de hun toegewijde
+
+ HERMAN BOERHAAVE.
+
+
+
+
+REDEVOERING
+
+van
+
+HERMAN BOERHAAVE
+
+over
+
+Het nut der Mechanistische Methode in de Geneeskunde.
+
+Zij, die de krachten der lichamen naar hun massa, vorm en snelheid,
+hetzij na een korter of langer onderzoek vastgesteld of door directe
+waarneming gevonden, mathematisch berekenen, worden Mechanisten
+genoemd. Dezen hebben zich door de practische resultaten hunner
+wetenschap, welke op schitterende wijze de waarheid hunner stellingen
+aantoonden, zoozeer de achting der weldenkenden verworven, dat men
+niet licht eene andere wetenschap zal vinden, die zich ten allen tijde
+in gelijke mate in ieders toejuiching mocht verheugen. Is zij niet een
+wonderbaarlijk gewrocht van den menschelijken geest, dat door zijne
+alle verwachting te boven gaande uitkomsten aan het bovenmenschelijke
+grenst?
+
+Het zijn immers slechts zeer weinige, algemeen verbreide, zij het dan
+ook onbetwistbare, grondbeginselen, op welke haar meest subtiele en
+ingewikkelde uitvindingen gebaseerd zijn.
+
+Haar nut wordt dan ook door alle, zoowel burgerlijke als militaire,
+wetenschappen erkend. Zóó algemeen wordt zij gevierd als eene voor
+andere wetenschappen onmisbare hulpwetenschap, dat zelfs onkundigen,
+als naar gewoonte zichzelf willende verheerlijken door het prijzen van
+dingen, welke zij niet verstaan, den bevoegden beoordeelaars dien lof
+nazeggen. De geneeskundigen alleen versmaden haar of zijn gemeenlijk,
+opzettelijk verzuimend haar nader te bestudeeren, van oordeel, dat zij
+niets goeds vermag tot stand te brengen.
+
+Deze meening is nu echter mijns inziens zóó geheel en al bezijden de
+waarheid en tevens zóó verderfelijk voor de geneeskunde, dat ik
+gemeend heb, geen beter onderwerp te kunnen uitkiezen, om in dit uur
+voor U te behandelen. En ik geloof, dat ik zoowel aan uwe verwachting
+als aan mijnen wensch voldaan zal hebben, als ik in eenvoudige taal
+duidelijk zal hebben aangetoond, _dat de Mechanica voor de Geneeskunde
+van buitengewoon belang en ten eenenmale onontbeerlijk is_.
+
+Door de uitgebreidheid van het onderwerp word ik wel genoodzaakt, elke
+rhetorische verfraaiing der rede ter zijde te laten. Dat mij dit
+echter niet behoeft te verontrusten, daarvoor staat mij de zoo
+welbekende strikte eerlijkheid van uw oordeel borg, waarmede gij reeds
+lang de vleitaal eener streelende inleiding door uwe afkeuring uit
+deze slechts der waarheid gewijde plaats verbannen hebt. Ik ga dus
+terstond onbeschroomd tot de behandeling van mijn onderwerp over, daar
+hij, die strenge waarheid verkondigt, zich om geenerlei vooroordeel,
+het moge hem gunstig of ongunstig zijn, bekommert; slechts geduld en
+aandacht vergt hij van zijne hoorders.
+
+Dat de beste algemeene bepaling van het begrip lichaam door de
+Wiskundigen gegeven is, acht ik zóó evident, dat ik van niemand eenige
+tegenwerping tegen deze bewering verwacht. Den individueelen aard
+echter van elk lichaam in het bijzonder, zooals het zich in de natuur
+voordoet, zal niemand alleen door logische redeneering uit deze
+algemeene definitie der Wiskundigen kunnen afleiden. Daar deze immers
+voortgesproten is uit de samenvatting van die eigenschappen, welke
+alle lichamen gemeen hebben, met zorgvuldige uitsluiting van alles,
+wat het eene lichaam van het andere onderscheidt, zal daaruit met nog
+zoo logische redeneering geen enkele gevolgtrekking kunnen afgeleid
+worden, die over den bijzonderen aard van eenig lichaam opheldering
+geeft. En toch hangt juist van dezen in de eerste plaats de grootere
+of geringere werkingskracht der verschillende lichamen af, zoodat de
+kennis van deze laatste zonder de kennis van het eerstgenoemde
+onbestaanbaar is.
+
+Wie derhalve tot de kennis hiervan wenscht te geraken, moet uit het te
+bestudeeren voorwerp zelf de bijzondere voorwaarden putten, die zijn
+anders onbeteugelde vrijheid van redeneering bij het opsporen van den
+eigenaardigen aanleg van het gegeven object nauwkeurig omgrenzen. Deze
+voorwaarden echter kunnen slechts door hem gekend worden, die de met
+de zintuigen waarneembare werkingen van elk lichaam in het bijzonder
+heeft nagegaan. Deze werkingen zijn namelijk het zichtbaar gevolg van
+de bijzondere hoedanigheden, welke uit den eigen aard der te
+onderzoeken zaak voortkomen; elke nu van deze afzonderlijk maakt ééne
+eigenaardigheid dezer zaak uit, en alle te zamen genomen maken zij
+haar geheele wezen uit, voor zooverre dat voor de zintuigen
+waarneembaar is.
+
+Gaat men nu een stap verder door uit deze duidelijk waargenomen feiten
+langs wiskundigen weg alles, wat daaruit klaarblijkelijk onafwijsbaar
+voortvloeit, af te leiden, dan zal men veel meer ontdekken, dan met
+behulp der zintuigen alleen ooit het geval geweest ware. En toch
+zullen de op laatstgenoemde wijze verkregen uitkomsten niet minder
+waar, noch minder bruikbaar zijn dan de vroeger verkregene.
+
+Buiten deze twee is er geen derde methode, welke de bijzondere
+inrichting van het een of andere mechanisme kan helpen opsporen.
+
+Beide methoden nu leiden onveranderlijk tot dit resultaat, dat het
+menschelijk lichaam in aanleg volkomen overeenstemt met de geheele ons
+omringende natuur.
+
+Zoowel zinnelijke waarneming als verstandelijk overleg leeren ons, dat
+het menschelijk lichaam voor hem, die zijne samenstellende deelen met
+wetenschappelijken ernst bestudeert, geen enkele afwijking vertoont in
+vergelijking met andere lichamen, tenzij dan dat het samengesteld is
+uit verscheidene mechanismen van verschillenden vorm, die door er
+doorheen stroomende vochten in beweging gebracht worden.
+
+Ons lichaam is nu zoo ingericht, dat zijne vereenigde deelen het
+vermogen bezitten, verscheidene en wel zeer verschillende bewegingen
+voort te brengen, welke, geheel overeenkomstig de regelen der
+mechanica, bepaald worden door de massa, den vorm, de vastheid en de
+onderlinge verbinding der deelen. Dit blijkt reeds terstond hieruit,
+dat, wanneer een dezer deelen louter ten gevolge der mechanische
+beweging vernield of ook slechts de stevigheid der verbinding
+verminderd is, de vroeger waargenomen werking stellig uitblijft. Het
+menschelijk lichaam is dus een zuiver mechanisch lichaam en vertoont
+er derhalve alle eigenschappen van.
+
+Op dezelfde wijze dus als de door de mathematici bestudeerde lichamen
+zal ook het menschelijk mechanisme een object van wiskundige
+behandeling kunnen zijn, indien men slechts zijne bijzondere door
+zinnelijke waarneming behoorlijk vastgestelde eigenschappen als vaste
+gegevens aan het onderzoek ten grondslag legt, niet echter zulke
+eigenschappen, die geheel willekeurig er aan toegekend en uit eene
+oneindige verscheidenheid van mogelijkheden zonder eenigen positieven
+grond uitgekozen zijn.
+
+Zeer vele eigenaardigheden nu van het menschelijk lichaam heeft de
+ontleedkunde langs verschillende wegen aan het licht gebracht, door
+den bepaalden bouw van de grootere deelen, welke het samenstellen, na
+te gaan. De kennis van verscheidene eigenschappen der kleinere deelen
+hebben wij te danken aan de schoone uitvinding van het microscoop,
+hetwelk aantoonde, dat de grootere en de kleinere deelen in aanleg
+overeenkomen. Doch ook de leer der vloeistoffen heeft ons vele
+factoren doen kennen, door welke de geaardheid, de stuwkracht en de
+richting der door onze vaten rondgevoerde vochten bepaald worden.
+Derhalve zal aan geen andere wetenschap dan aan de werktuigkunde de
+voorrang moeten worden toegekend bij het onder zoeken, ja zelfs ook
+bij het naar onzen wil besturen van het menschelijk lichaam, tenzij
+men misschien mocht willen aannemen, dat uit de genoemde dingen langs
+wetenschappelijken weg niets valt af te leiden.
+
+Doch wie zal gelooven, wie beweren, dat uit zoovele duidelijk
+waargenomen feiten, hetzij men elk afzonderlijk behoorlijk overweegt
+of ze alle te zamen op de meest oordeelkundige wijze onderling met
+elkaar in verband brengt, niets waars, niets zekers, niets bruikbaars
+kan worden afgeleid?
+
+Hij, die zoo spreekt, openbaart hierdoor slechts een al te groote
+traagheid en sufheid van geest en een allerondankbaarste
+geringschatting voor de schoonste uitvindingen, welke wij bezitten.
+
+Het is immers een eigenschap van den arbeidschuwe, uit wanhoop aan den
+goeden uitslag niets te durven ondernemen of datgene als onbereikbaar
+voor te stellen, waartoe misschien _zijne_ krachten alleen te kort
+schieten.
+
+Mocht er echter iemand gevonden worden, die wel toegeeft, dat uit
+genoemde feiten langs den weg der redeneering onbekende zaken kunnen
+opgehelderd worden, doch slechts den werktuigkundigen het recht
+hiertoe ontzegt, laat hij ons dan buiten de mechanica eene andere
+wetenschap aanwijzen, die ons beter in staat stelt, de eigenschappen
+der lichamen uit te vorschen. Wie dat poogt te doen, moet zich in het
+hoofd gezet hebben, dat de aard der dingen het best kan worden
+opgespoord door van zulke grondbeginselen uit te gaan, die daar het
+meest tegen indruischen, en door zoodanige personen, die het sterkst
+afwijken van de onderzoekingsmethode, die door alle weldenkenden als
+de eenige, welke ware resultaten oplevert, erkend wordt. Alleen reeds
+daardoor echter zou hij zich in zulk een warnet van ongerijmdheden
+verstrikken, dat ik, zonder verder, rekening met hem te houden, mijne
+stelling bewezen mag achten.
+
+Maar deze bewijsvoering klinkt wat al te nuchter en moet wel, al te
+zeer afwijkend van den gebruikelijken betoogtrant, weinigen tot
+instemming nopen! En dat is zeer zeker het geval, indien men de kracht
+van een betoog afmeet naar het bevattingsvermogen van de meerderheid
+der menschen.
+
+Waarom zou ik dan niet, al was het slechts om dezen te voldoen, U de
+zaak in het helderste licht voor oogen stellen, van welk licht alle
+beoefenaren der geneeskunst, als men hen gelooven mag, een ruim
+gebruik maken.
+
+Terwijl ik nu daartoe overga, zie ik mij wel, hoezeer ook tegen mijnen
+zin, genoodzaakt, het een en ander uit de anatomie ter sprake te
+brengen, dat, daar een dergelijk onderwerp nooit door rhetorische
+schrijvers behandeld is, in minder zuiver en gekuischt Latijn moet
+worden weergegeven, dat ik echter voor het goed begrip van de zaak
+zelve meen niet achterwege te mogen laten.
+
+Dat het grootste gedeelte van ons lichaam met slagaderen doorweven is
+en door deze in stand gehouden wordt, is te duidelijk, om betoog te
+behoeven. Dat dit de kanalen zijn, die het bloed inhouden en in zijnen
+loop richten, en dat hun omvang, in den omtrek van het hart het
+grootst, langzamerhand afneemt en ten slotte zóó klein wordt, dat hij
+niet meer voor het bloote oog waarneembaar is, dat weten zelfs de
+slagers. Niet minder algemeen bekend is het, dat één hoofdstam van
+deze kanalen, van het hart uitgaande, zich in zijtakken splitst, die
+met den hoofdstam gelijkvormig zijn en op dezelfde wijze als deze zich
+op hun beurt splitsen en langzamerhand in omvang afnemen, waarbij
+echter deze eigenaardigheid valt op te merken, dat de recht
+doorloopende hoofdstam ter plaatse, waar hij zich vertakt, gewoonlijk
+een wijder opening vertoont dan de aan dezen driesprong ontspringende
+zijtakken. Dat echter al deze vaten zoodanige krommingen beschrijven,
+dat de zich zijdelings vertakkende buizen op een oneindig aantal
+plaatsen wijde hoeken vormen en dat deze windingen een buitengewonen
+invloed uitoefenen op de doorstrooming van het bloed, is eerst voor
+weinige jaren ontdekt door hen, die de scherpzinnig gevonden
+stellingen der wiskunde op geneeskundige vraagstukken hebben
+toegepast.
+
+Met welk een bewonderenswaardige, met welk een doeltreffende
+kunstvaardigheid heeft de aanbiddelijke Bouwmeester van ons mechanisme
+deze buigzame kanalen gevormd!
+
+Hij wilde, dat zij door het tegen hunne wanden drukkende vocht zonder
+gevaar voor scheuring zouden kunnen uitgezet worden en verleende hun
+tevens het vermogen, tot hun vroegeren omvang vanzelf weder terug te
+keeren en het vocht met een krachtigen stoot voort te stuwen, zoodra
+dit opgehouden heeft ze uit te zetten.
+
+MALPIGHI was echter de eerste, die zag, dat de laatste uiteinden der
+slagader, in zeer dunne buisjes vertakt, in een vlies, als in een
+stevig omhulsel, zijn samengevoegd en daar door middel van nauwe
+kanalen wederkeerig met elkander in gemeenschap staan. Hij heeft ons
+het eerst den weg leeren vinden in het labyrint der tallooze
+dwaalwegen, welke de vloeistoffen, langs deze kronkelpaden
+voortgedreven, te doorloopen hebben.
+
+Doch het wonderbaarlijkste, waarbij zich de vinger Gods waarlijk in
+Zijn werk openbaart, is wel het volgende.
+
+De takjes, welker loop met zoo groote zorgvuldigheid geregeld is en
+die zich hier alle langs banen van gelijke breedte in rechte richting,
+zonder zijdelingsche vertakkingen, voortbewegen, vormen, van gedaante
+veranderend, de eerste beginselen der aderen en lymphvaten met hunne
+boezems.
+
+Dat is het, wat de waarneming met het bloote oog en met het
+microscoop, het afbinden der vaten bij levenden, de inspuiting der
+lijken met kwikzilver, de beschouwing van het lichaam in ziekelijken
+toestand en eindelijk de vergelijking met dieren, visschen, insecten
+en planten aan het licht gebracht heeft.
+
+Buiten de genoemde verschijnselen vertoonen de slagaderen er geen
+enkel; al wat er verder van verteld wordt, berust op louter
+verdichting.
+
+Een zeer groot deel van het lichaam derhalve en wel dat deel, hetwelk
+voor de instandhouding van het leven van het grootste belang is,
+bestaat, werktuigkundig uitgedrukt, uit een kegelvormig, veerkrachtig
+en gebogen kanaal, waaruit op verschillende punten kleinere kanalen
+van denzelfden vorm ontspringen, die ten laatste door middel van
+cylindervormige buisjes wederkeerig in elkaar uitmonden, zoodat het
+geheel er als een net uitziet.
+
+Indien het nu waar is--en niets is meer waar dan dat--volgt daar dan
+niet uit, dat alle werkingen van de slagaderen op het bloed slechts
+bepaald worden door hare zooeven beschreven inrichting?
+
+En ligt het voorts niet ook voor de hand, dat uit dien hoofde al deze
+werkingen slechts daaruit af te leiden en te verklaren zijn?
+
+Nu vraag ik U, die als onpartijdige rechters geroepen zijt, in deze
+zaak uitspraak te doen! Wie is in staat, de gevolgtrekkingen, die
+alleen reeds uit de genoemde verschijnselen afgeleid kunnen worden,
+systematisch uiteen te zetten?
+
+Ongetwijfeld slechts hij, die, vertrouwd met de nauwkeurige
+beschouwing van figuren en de berekening der veranderlijke kracht, de
+kunst verstaat, alleen reeds uit de boven beschreven feiten een
+menigte belangrijke besluiten te trekken. En dat is toch geen ander
+dan de Werktuigkundige.
+
+Maar laten wij ons nog een weinig verdiepen in de beschouwing van de
+zoo uiterst merkwaardige slagader; niet minder dan de kennis van bijna
+het geheele menschelijk lichaam zal het loon zijn voor een korte en
+geringe inspanning van onzen geest.
+
+Zoodra de groote slagader het hierboven beschreven net gevormd heeft,
+zendt zij cylindervormige buizen uit, die zóó nauw zijn, dat zij de
+roode bloedlichaampjes niet doorlaten, doch slechts het dunnere,
+kleurlooze bloed in zich kunnen opnemen.
+
+Daar hebt ge nu de juiste voorstelling van een lymphvat!
+
+Ter zelfder plaatse zendt de slagader ook een recht doorloopenden
+stam uit, die, van grooter omvang dan de lymphvaten, bestemd is, het
+dikkere, roode, van het helderder serum ontdane bloed te vervoeren.
+
+Ziedaar den waren oorsprong der aderen!
+
+Deze, die in het begin zeer eng zijn, nemen allengs in omvang toe door
+het van alle kanten nieuw toestroomend aderlijk en lymphvocht, zoodat
+er ten laatste een nieuwe kegel, gelijk aan dien der slagader, maar
+zóó dat de beide kegels elkaar met hunne toppen raken, gevormd wordt.
+
+De vaten, die ik slechts oppervlakkig behandelen kon, ach, hoeveel
+schoons bergen zij niet in zich.
+
+Hecht slagaderen, aderen en lymphvaten, op de boven beschreven wijze
+tot één geheel vereenigd, aan een vliesachtig oppervlak vast, vlecht
+daar zenuwen in en breng hier en daar veerkrachtige vezels aan, rol
+dit alles vervolgens tot een kluwen op en ge hebt de inrichting van
+een klier voor U.
+
+Zoo dikwijls ik hieraan denk, verdiep ik mij in de beschouwing van het
+orgaan, dat zoovele wonderbaarlijke werkingen teweegbrengt, waaraan
+echter ook zoovele dwaselijk verzonnen eigenschappen zijn
+toegeschreven.
+
+U echter, groote MALPIGHI, die alle hersenschimmen voorgoed verjaagd
+hebt, is het door bovenmenschelijken ijver, door ongelooflijke
+inspanning en schrander doorzicht gelukt, onwederlegbaar aan te
+toonen, dat de schijnbaar zoo ingewikkelde bouw eener klier slechts
+door de boven beschreven eenvoudige inrichting tot stand komt!
+
+En hoe belangrijk is deze ontdekking niet! Het geheele lichaam bestaat
+immers uit schier niets anders dan uit een samenstel van klieren!
+
+De hersenen, die reeds HIPPOCRATES een klier had genoemd, worden ons
+nu door het penseel van MALPIGHI geschilderd als een massa, bestaande
+uit slagaderen, aderen en nerveuze reservoirs en afvoerkanalen. Lever,
+milt en nieren zijn slechts uit klieren opgebouwd.
+
+Ook de kweekplaats van het voortplantingsvocht is een kunstig kluwen
+van cylindervormige kanalen. Ja, zelfs de verblijfplaats van het
+embryo, de woning der ongeboren vrucht, de voorraadkamer des witten
+nectars, dien de jonggeborenen drinken, vertoonen zich door hare
+afscheidingsprocessen als echte klieren. Dat ook de beenderen en de
+vliezen ongeveer op dezelfde wijze gebouwd zijn, wie twijfelt er aan
+behalve hij, die nog geen kennis genomen heeft van de onsterfelijke
+geschriften van MALPIGHI, KERKRING en HAVERS?
+
+Laat mij ten slotte nog uwe aandacht mogen vragen voor eene oplettende
+beschouwing der spieren! Wie zich die moeite getroost, zal in haar de
+meest doelmatige instrumenten van allerfijnste mechanistische kunst
+zeer duidelijk terugvinden! Is immers niet de spier in haar geheel uit
+kleinere spieren van gelijken vorm samengesteld? En wat is nu
+eigenlijk haar laatste bestanddeel, de vezel? Stellig niets anders dan
+een ruim maar tevens zeer dun vlies, dat tot omhulsel dient voor een
+uiterst nauw nerveus kanaal, een grooteren omvang heeft dan dat
+kanaal, waaruit het voorkomt en slechts met geest[1] gevuld is.
+
+ [Voetnoot 1: Met „geest“, de vertaling van het Latijnsche
+ „spiritus“, is bedoeld een zeer vluchtige vloeistof, die volgens
+ Boerhaave en andere oude geneeskundigen in spieren en zenuwen
+ gevonden wordt (Vertaler).]
+
+Hoe reusachtig echter de kracht van dit werktuig is, leert men eerst
+recht inzien, indien men de hydraulische proeven van MARIOTTE
+bestudeerd heeft in verband met de werktuigkundige verhandelingen van
+CARTESIUS.
+
+Beschouwt aandachtig de longen, die in bouw van de overige organen
+verschillen, en ge hebt voor u veerkrachtige, bolvormige zakken, die
+afhangen van het afgeknotte uiteinde der luchtpijp; hunne oppervlakte
+wordt in den vorm van een net door bloedvaten doorsneden, zij zijn
+echter--en dit is een onoplosbaar raadsel--bijna geheel verstoken van
+lymphvaten.
+
+Wordt derhalve, zoo hoor ik u vragen, de zoo wonderbaarlijke, de zoo
+kunstige bouw van het menschelijk lichaam slechts door een zoo
+eenvoudige inrichting tot stand gebracht?
+
+Het is stellig niet anders.
+
+Moge, wie wil, er met minachting wegens zijnen eenvoud op neerzien!
+
+De Werktuigkundige heeft hieromtrent een geheel tegenovergestelde
+opvatting: _hij_ heeft juist den hoogsten lof over voor het vernuft
+van _hem_, die een werktuig weet te vervaardigen, dat tot het
+voortbrengen der verlangde werking het meest geschikt en
+tegelijkertijd onder alle, die deze kunnen voortbrengen, het
+eenvoudigst is.
+
+Welk besluit kunnen wij nu uit dit alles trekken?
+
+Het is dit, dat het menschelijk lichaam een werktuig is, van welks
+vaste deelen er sommige bestaan uit vaten, geschikt om de vloeistoffen
+te bevatten, te richten, van gedaante te doen veranderen, te
+verdeelen, bijeen te zamelen en af te scheiden; andere uit mechanische
+instrumenten, die door hunnen vorm, hunne hardheid en de vastheid
+hunner verbinding in staat zijn, zoowel anderen deelen tot steun te
+dienen als bepaalde bewegingen uit te voeren.
+
+Ik zou uw geduld te zeer op de proef stellen en daardoor aan uwe
+waardigheid te kort doen, indien ik alles tot in de kleinste
+bijzonderheden wilde uiteenzetten. Slechts dit zult gij wel zoo
+vriendelijk zijn te willen aanhooren, dat HIPPOCRATES met de gansche
+schare van Babyloniërs, Egyptenaren en Grieken, wier voetstappen hij
+volgde, en de geheele Grieksche school, die van hem uitging, niets
+anders dan de beide genoemde groepen van lichaamsdeelen hebben kunnen
+ontdekken.
+
+De Arabieren hebben, hoe ijverig zij zich ook op de studie der
+ontleedkunde toelegden, nooit een derde hieraan kunnen toevoegen.
+
+Raadpleegt VESALIUS, die de ontleedkunde in nieuwe banen leidde,
+diens mededingers EUSTACHIUS en FALLOPIUS, vervolgens ook HARVEY en
+MALPIGHI, die zich door hunne ontdekkingen een onsterfelijken naam
+verworven hebben, voorts ASELLIUS, PECQUET, BARTHOLINUS, DATHIR,
+BELLINI, GLISSON, WHARTON en WILLIS, die elk op hunne beurt oude
+meeningen voor nieuwe, betere inzichten hebben doen plaats maken;
+voegt bij dezen LEAL en LOUWER, die de wetten der mechanica op de
+ontleedkunde toepasten, en eindelijk HOOKE, POUWER en LEEUWENHOEK, die
+tot de diepste verborgenheden zijn doorgedrongen, en ge zult vinden,
+dat zij met al hunne wetenschap, met alle middelen, welke hun bij hun
+onderzoek ten dienste stonden, geene andere dan de twee genoemde
+bestanddeelen van het menschelijk lichaam hebben kunnen ontdekken.
+
+Waarom zouden wij dus dulden, dat men andere willekeurig verzint en
+ons maar steeds wat op de mouw speldt?
+
+Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen,
+chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is
+hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele verdichtselen?
+
+Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar
+verzonnen verschijnselen.
+
+Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam als hun
+gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste
+wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.
+
+Derhalve verdienen _zij_ alleen gehoor, moeten slechts _hunne_
+uitspraken geraadpleegd, slechts _hunne_ beginselen aanvaard, slechts
+_hunne_ methode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt naar
+de werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien
+heeft.
+
+Slechts _dat_ betoog zal hier van kracht zijn, dat door een in _deze_
+wetenschap ervaren Meester geleverd wordt.
+
+U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik,
+wat de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het
+hoornvlies, wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het
+waterachtig vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.
+
+Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het
+midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden
+breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor
+het opvangen en richten der geluidsgolven?
+
+Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de
+richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de
+velerlei krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat
+daaraan vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging
+gebracht wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van
+deze inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op
+dezelfde wijze en even ingewikkeld vertoont?
+
+Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de
+schelp, van het voorportaal, van de dubbele winding van het
+kegelvormig slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van
+zoovele wonderen van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de
+zeer harde rots heeft uitgehouwen.
+
+Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een
+diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult
+kunnen begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen,
+welke hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.
+
+Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het
+ligt in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen
+toevoeg.
+
+Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van welker
+onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.
+
+Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke
+voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent,
+door welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo
+één enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof
+en al zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en
+vorm. Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof
+afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs
+experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.
+
+Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik
+hier niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze
+kennis der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zóóver
+gevorderd is, dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.
+
+Letten wij daarentegen op de gezamenlijke massa der vloeistof, dan
+nemen wij zwaarte en strooming als de eigenschappen waar, welke alle
+vochten op aarde met elkander gemeen hebben. De elasticiteit echter,
+de verschillende graden van zwaarte, dichtheid, vloeibaarheid en
+adhaesievermogen, de snelheid en de bewegingsrichting zijn de
+voornaamste eigenschappen, waardoor de vloeistoffen zich onderling
+onderscheiden. De invloed nu van al deze eigenschappen is zóó groot,
+dat de oorsprong der tallooze verschijnselen, welke het menschelijk
+lichaam in normalen toestand te aanschouwen geeft, slechts daarin
+behoeft gezocht te worden.
+
+Wie derhalve van dit alles op streng wetenschappelijke wijze een
+systematische uiteenzetting weet te geven, verricht daarmede een werk
+van het grootste belang voor de bevordering der geneeskunde.
+
+En nu vraag ik U, wie zal de beteekenis der genoemde verschijnselen
+kunnen in het licht stellen, verklaren en aantoonen, die niet
+vertrouwd is met de Evenwichtsleer der vloeistoffen, dat zoo
+ingewikkelde onderdeel der Werktuigkunde?
+
+Dit is de zoo vermaarde wetenschap der Waterbouwkundigen, welke, door
+gebruik te maken van wiskundige berekeningen bij de bestudeering der
+zooeven door mij genoemde eigenschappen, zeer nuttige en voor de
+praktijk bruikbare leerstellingen gevonden heeft.
+
+Heeft zij niet, zich niet bekommerend om de natuurkundige verklaring
+der verschijnselen, noch om de werking, die elk deeltje der vloeistof
+op zichzelf uitoefent, doch slechts rekening houdend met de voor de
+zintuigen waarneembare werking der geheele massa, met toepassing der
+wiskundige methode hoogst belangrijke resultaten verkregen, waarvan
+wij ook in het dagelijksch leven nut ondervinden?
+
+Hij, die feiten verlangt en zich niet door woorden wil laten
+overtuigen, neme de werken van ARCHIMEDES, CARTESIUS, STEVIN, BORELLI,
+MARIOTTE, HUYGENS, NEWTON en BELLINI ter hand.
+
+Hoezeer ware het te wenschen, dat meer bevoorrechte geesten over de
+nog onopgeloste problemen op het gebied dezer wetenschap hun helder
+licht lieten schijnen.
+
+Mochten toch de Wiskundigen zich op haar toeleggen, haar in alle
+richtingen doorvorschen, om ze ons ten slotte met volkomen
+duidelijkheid te doen kennen!
+
+Indien zij zich er toe willen zetten, de vraagstukken, rakende de
+algemeene werkingen der vloeistoffen, door het licht hunner wetenschap
+op te helderen, mogen wij verwachten, dat hun arbeid binnen korten
+tijd rijker vrucht voor de geneeskunde zal afwerpen, dan al hare
+andere hulpwetenschappen haar tot nog toe hebben opgeleverd.
+
+Wij moeten ons inderdaad ergeren en tegelijkertijd schamen over de
+zotternijen, waardoor zij, die, zonder kennis der Werktuigkunde, de
+werking der menschelijke lichaamsvochten trachtten uiteen te zetten,
+een zoo bij uitstek ernstige wetenschap als de geneeskunde in een
+belachelijk daglicht geplaatst hebben.
+
+En ik verklaar ronduit, dat niemand de werkingen der levensvochten kan
+begrijpen, die niet vertrouwd is met de wetten der Waterbouwkunde.
+
+Terwijl ik dit met de vrijmoedigheid, den geneesheer eigen, verkondig,
+zie ik in mijne verbeelding reeds hen zich tot den strijd gereed
+maken, die, ik weet niet waarom, zich en hunne school naar HERMES[2]
+noemen.
+
+ [Voetnoot 2: HERMES TRISMEGISTUS is de patroon der alchimisten.
+ In dezen tijd wordt er geen streng onderscheid gemaakt tusschen
+ chemie en alchimie. (Vertaler).]
+
+Zou ik uit deze algemeene leer der vloeistoffen al datgene kunnen
+afleiden, wat betrekking heeft op hare bijzondere eigenschappen?
+
+Of zou ik voor de altijd gelijke bewegingen der gisting, voor de
+ziedende botsingen der verschillende vloeistoffen of voor de
+wonderbaarlijke werkingen der spontane rotting ooit een verklaring
+kunnen vinden in de wetten der Mechanica?
+
+Hij, die zulke tegenwerpingen maakt, moge, gedachtig aan hetgeen ik
+reeds gezegd heb, ook het volgende in het oog houden.
+
+Want dit is mijne meening hieromtrent; het staat aan U, mijne
+hoorders, de juistheid ervan te beoordeelen.
+
+Ik geef toe, dat de proeven der Scheikundigen een, trouwens zeer
+beperkt, inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van enkele op
+zichzelf staande verschijnselen, voor zoover die proeven iets voor
+onze zintuigen waarneembaars opleveren, waarbij men dan nog dient
+rekening te houden met de bijzondere omstandigheden, waaronder zij
+plaats hadden.
+
+De scheikunde is derhalve volstrekt onmisbaar voor de medische
+wetenschap, daar zij haar de beschikking geeft over een uitgebreide
+reeks van waarnemingen en de beste waarnemingsmethoden aan de hand
+doet.
+
+De Chemie kan dus wel gegevens verschaffen en de voorwaarden,
+waaronder deze verkregen zijn, duidelijk omschrijven, doch in geen
+geval is zij in staat, vaste regels te geven, volgens welke uit die
+gegevens verdere conclusies getrokken kunnen worden.
+
+Doch zelfs indien dit wél het geval ware, ook dan nog was de
+hoovaardij van hen misplaatst, die er zich maar steeds dwaselijk op
+beroemen, enkel door de beoefening der scheikunde den geheelen schat
+der medische wetenschap in bezit te hebben!
+
+Dat immers in ons lichaam, hetzij in normalen of ziekelijken toestand,
+meer verschijnselen teweeggebracht worden door de algemeene
+eigenschappen der vochten, welke de wiskundigen zich tot taak gesteld
+hebben te onderzoeken, dan door die, welke valschelijk verdicht,
+twijfelachtig of grootendeels door de Scheikundigen zelf kunstmatig
+verwekt zijn, blijkt duidelijk uit het volgende door een ieder
+waargenomen feit.
+
+De een lescht zijnen dorst met water, de ander doet zijn lichaam
+dagelijks opzwellen door het gebruik van Falerner[3]; deze, aan
+soberen kost gewend, stilt zijnen honger met en leeft alleen van
+vruchten en meelspijzen, gene overlaadt zijne maag met vleesch, visch,
+groenten en met den fijnsten smaak uitgelezen kruiderijen; sommigen
+voeden zich met laffe en bijna zoutelooze spijzen, anderen prikkelen
+hunne ingewanden met allerlei gezouten, zure en scherpe gerechten.
+
+ [Voetnoot 3: Een bij de Ouden gerenommeerde wijnsoort. (Vertaler).]
+
+Toch zien wij, dat, niettegenstaande een zoo groote verscheidenheid
+van voedingsstoffen, zoowel personen die tot de eene als die tot de
+andere categorie behooren, gedurende vele jaren leven en gezondheid
+kunnen behouden, hoe verschillend de lichamen ook zijn, waarmede zij
+hunne vochten verzadigen.
+
+Wordt daardoor nu niet ten stelligste bewezen, dat de
+levensverrichtingen in meerdere mate afhankelijk zijn van den
+algemeenen aard der vloeistoffen, zooals die door de werktuigkundigen
+ontvouwd is en zich in het lichaam zelf door de werking der ingewanden
+openbaart, dan van de bijzondere eigenschappen van elk deeltje op zich
+zelf?
+
+Indien gij dit niet genoegzaam bewezen acht door hetgeen hierover te
+vinden is in de meesterwerken van BACO van Verulam over leven en
+dood[4], door de vrijzinnige voorschriften, die HIPPOCRATES en CELSUS
+omtrent de voeding van gezonde personen gegeven hebben, en ten slotte
+door hetgeen de dagelijksche ondervinding ons leert, dan zal ik u een
+voorbeeld aanhalen, ontleend aan LOUWER, een man, aan wiens woorden
+men, wegens zijn buitengewone eerlijkheid en scherpzinnigheid, gepaard
+aan een helder oordeel, onvoorwaardelijk geloof moet hechten.
+
+ [Voetnoot 4: Een van BACO’s werken draagt den titel: „Historia
+ vitae et mortis“. (Vertaler).]
+
+Deze toch verzekert, dat eens een door geweldig bloedverlies
+uitgeputte jongeling enkel door het toedienen van vleeschsap, dat in
+zijne aderen werd opgenomen, er doorheen stroomde en zelfs zonder
+verandering van kleur weder uit de wonden te voorschijn kwam, tot het
+leven teruggebracht werd.
+
+Doch waartoe woorden te verspillen over eene zaak, die zóó voor zich
+zelf spreekt.
+
+Op u beroep ik mij, uw getuigenis roep ik in, doorluchte Geneesheeren,
+wier wijsheid dezen kring luister bijzet, wier zegenrijke hand dezer
+stad de gave eener onverstoorde gezondheid toebedeelt!
+
+Zien wij ons niet bij het behandelen onzer patiënten tallooze malen
+genoodzaakt, al te vloeibare stoffen te verdikken, samengepakte op te
+lossen, stilstaande in beweging te brengen en al te lichte stoffen
+meer stevigheid te geven?
+
+Hoe uiterst zelden daarentegen worden wij gedwongen, onze aandacht te
+wijden aan den strijd der zouten, de vlammen der zwavels en de
+geheimzinnige werking van het kwikzilver!
+
+Ja, zelfs zij, die het maar altijd over chemische middelen hebben,
+passen, als een ziekte hen dwingt handelend op te treden, met
+verzaking van hun eigen leer, ijverig de zooeven door mij genoemde
+methoden toe.
+
+Indien het dus waar is, dat zooveel te danken is aan de genoemde
+eigenschappen der vloeistoffen en de werktuigkundigen het zijn, die
+deze naar aller oordeel het best onderzocht hebben, zoo volgt hieruit,
+dat de kennis der levensvochten zelve voor den geneesheer verborgen
+moet blijven, indien hij niet met de Mechanica vertrouwd is.
+
+Vestigt thans eens uwe aandacht op de werkingen, die een gevolg zijn
+van het stroomen der vloeistoffen door de vaten, en nog veel
+duidelijker zal de groote beteekenis van de waarheden der Mechanica in
+het oog springen.
+
+Indien toch de bovengenoemde vloeistoffen in de vaten, zooals wij die
+beschreven hebben, stilstaan, dan hebben wij een lijk voor ons.
+
+Indien echter deze vochten zich ongehinderd door die kanalen kunnen
+bewegen, aanschouwen wij een levend lichaam.
+
+Wie zich door mijne woorden niet wil laten overtuigen, zal toch wel
+zijn eigen oogen willen gelooven.
+
+Denkt u een gevoelig persoon, die door den aanblik van uit eene wonde
+stroomend bloed in zwijm gevallen is.
+
+Wij zien hier een doode, maar toch geen gewoon lijk. Immers alle vaste
+en vloeibare stoffen, zooals die bij een normaal mensch gevonden
+worden, zijn aanwezig; slechts de beweging, die de vochten in omloop
+brengt, ontbreekt er aan.
+
+Denkt U vervolgens, dat men, door welk middel dan ook, de zenuwen van
+dien persoon heeft weten te prikkelen, zoodat de stof, die het hart in
+beweging brengt, weer zijn gewonen loop krijgt, terstond houden alle
+droeve verschijnselen van den dood op en keert het leven, opgewekter
+dan voorheen, terug.
+
+En niet alleen het leven, maar ook de warmte, de blozende huidskleur,
+de lenigheid, het denkvermogen, kortom alle natuurlijke en specifiek
+menschelijke levensuitingen keeren tegelijkertijd weder.
+
+Wat merken wij hier van het ontstaan of vergaan van een gisting, een
+opbruising, een weerbarstig zout, van een olie- of geestachtig
+beginsel?
+
+Behalve de beweging wordt er niets toegevoegd of verwijderd; toch zien
+wij het leven zelf, dat reeds verloren was, wederkeeren.
+
+Hetzelfde verschijnsel kunnen wij waarnemen bij vogels en insecten,
+die, door de winterkoude verstijfd, slechts aan een matige warmte
+behoeven blootgesteld te worden, om terstond weer tot het leven terug
+te keeren.
+
+Er zijn echter menschen, die, hoewel buigend voor de kracht der
+waarheid, toch vaak ook stellig vaststaande waarheden weigeren aan te
+nemen wegens de te algemeene bekendheid van de feiten, waarop zij
+berusten.
+
+Om nu mijne beweringen, die eigenlijk door de genoemde overbekende
+feiten reeds voldoende bewezen zijn, ook door een zeldzamer voorbeeld
+te staven, noodig ik U uit, met mij een kijkje te nemen in het
+laboratorium van Hooke.
+
+Een door vernieling der borstkas bezweken dier zien wij daar, nadat
+zijn longen door middel van een aan het strottenhoofd bevestigden
+blaasbalg opgeblazen zijn, spoedig tot het leven terugkeeren.
+
+Laten wij vervolgens, nog onder den indruk van dit schouwspel, dat ons
+het leven als iets zoo werktuigelijks deed kennen, ons snel tot den
+grooten Glisson wenden. Ziet, hoe hij in het lijk van een reeds lang
+overledene op wonderbaarlijke wijze de levensverrichtingen kunstmatig
+te voorschijn roept door het door middel van een blaas inspuiten van
+vocht in de aderen.
+
+Bewijzen al deze als voorbeelden aangevoerde feiten--en men zou er
+tallooze kunnen opsommen--niet voldoende, dat ongeveer alles, wat ons
+leven en onze gezondheid veroorzaakt en er uit voortkomt, afhangt van
+het regelmatig heen en weer stroomen der vochten door de vaten?
+
+Daar nu de Werktuigkundigen alleen het zijn, die de werkingen dezer
+beweging en de wetten, waaraan zij gehoorzaamt, volkomen doorzien en
+in dat deel hunner wetenschap, dat Evenwichtsleer der gassen en
+vloeistoffen genoemd wordt, op overtuigende wijze helder en
+systematisch uiteenzetten, moet dit alles mijns inziens ook tot het
+gebied der Mechanica gerekend worden.
+
+Maar hier zijn wij nu juist bij een punt aangeland, dat de
+voorstanders van de leer der fermenten tot niet weinig zelfverheffing
+en zegevierenden jubel aanleiding geeft.
+
+Indien, zoo zeggen zij, de onbelemmerde strooming der vloeistoffen
+door de vaten de oorzaak van het leven is, dan is de eerste grond der
+beweging in de vloeistof zelve te zoeken en in niets anders. Zij kan
+dus slechts gevonden worden in de aan de vloeistof eigen, zeer sterke
+en vrij gestadige beweging, een hoedanige slechts in door gisting
+aangezette vloeistoffen wordt aangetroffen.
+
+Hen, die zoo spreken, wil ik er aan herinneren, dat de oorsprong van
+de beweging der vloeistof in het embryo bij de ouders gezocht moet
+worden; dat die beweging, zoolang de vrucht zich in het moederlijf
+bevindt, door de koestering der moeder wordt gaande gehouden en
+vervolgens, na de geboorte, enkel en alleen aan de inrichting der
+vaste lichaamsdeelen haren voortgang te danken heeft. Hij, die den
+wonderlijken bouw van het hart, van zijn boezems tot zijn kamers, en
+den samenhang dier deelen aandachtig heeft gadegeslagen, alsook de
+hieruit noodwendig voortspruitende bewegingen van het bloed, dat uit
+het hart in de slagaderen stroomt, uit deze naar het merg der
+hersenen, de aanhangsels, de zenuwen, spieren en aderen en zoo weder
+terug naar het hart, zal de voortzetting van het levensproces niet
+anders trachten te verklaren dan uit de mechanische werking der
+ingewanden.
+
+Het zal hem immers gemakkelijk vallen, met wiskundige zekerheid te
+bewijzen, dat uit slechts één enkelen hartslag in een gezond lichaam
+elke verdere werking van het hart vanzelf voortkomt.
+
+Veel minder in aantal en veel eenvoudiger van aard, dan wij ons dat
+voorstellen, zijn de voorwaarden voor een goede gezondheid.
+
+De veranderingen, welke het voedsel in ons lichaam ondergaat, zijn
+veel eenvoudiger dan men algemeen aanneemt.
+
+De oorzaken van het menschelijk leven zijn minder samengesteld dan wij
+zelven meenen.
+
+Indien de bouw van het menschelijk lichaam ons nauwkeurig bekend was,
+indien wij volkomen waren ingelicht omtrent den aard der vloeistoffen,
+voor zoover die voor onze zintuigen waarneembaar is, dan zou de
+mechanica ons spoedig leeren inzien, dat datgene, wat ons nu, wegens
+onze onkunde, in de hoogste mate verbaasd doet staan, uit zeer
+eenvoudige beginselen voortvloeit.
+
+De waarheid dezer schijnbaar zoo paradoxe bewering kunt gij uit één
+enkel voorbeeld opmaken, waaruit U zal blijken, op welk een eenvoudige
+en geheel werktuigelijke wijze de allerbelangrijkste verandering in
+ons lichaam tot stand komt.
+
+Wanneer men een doorzichtig deel van een levend dier onder een
+microscoop legt, dan neemt men duidelijk waar, dat het bloed enkel
+door den hartslag naar het uiterste gedeelte der slagaderen gedreven
+wordt en, daar aangekomen, ten gevolge van de veerkrachtige
+samentrekking der slagader een weinig teruggedreven wordt. Op
+hetzelfde oogenblik houdt de hartslag op en vallen de hartkleppen
+dicht, om het bloed daardoor gelegenheid te geven, om terug te
+stroomen.
+
+Dat door dezen afwisselenden aandrang en terugstoot de in massa
+verschillende deelen van het bloed in het geheele lichaam hunnen weg
+nemen naar de monden van verschillende openingswijdte en door deze nu
+eens worden opgenomen, dan weer teruggestooten, dit alles vertoont
+zich even helder aan ons oog als het zich boven ons welvende
+uitspansel.
+
+Niet minder duidelijk zien wij het bloed zich verdeelen in
+vloeistoffen, onderling verschillend in kleur en graad van dichtheid,
+die zich vervolgens in de aderen weder vermengen; deze verschijnselen
+hebben dezelfde oorzaak als de voorgaande.
+
+En nu zal iemand, die geoefend is in het waarnemen van chemische
+processen, zelfs met het bloote oog kunnen constateeren, dat dit alles
+uitsluitend ten gevolge van een van elders komenden aandrang en de
+veerkrachtigheid der bloedvaten, zonder eenig teeken van gisting, tot
+stand komt.
+
+Vaak beving mij, terwijl ik in de beschouwing hiervan verdiept was,
+een twijfel, of ik wel een deel van een levend dier voor mij zag en
+niet veeleer een samenstel van kanalen, door een hoogst bekwaam
+werktuigkundige naar het ontwerp van een uitstekend mathematicus
+gebouwd, door welke een waterbouwkundige van den eersten rang
+vloeistoffen leidde, vaneenscheidde en vermengde.
+
+Wilt gij eindelijk door feiten in het licht gesteld zien, dat de
+Werktuigkundigen in staat zijn, door middel van eenvoudige en
+betrouwbare proeven zoodanige vraagstukken tot oplossing te brengen,
+die nog maar enkele jaren geleden voor onoplosbaar gehouden werden,
+dan behoef ik u slechts in herinnering te brengen, welke resultaten op
+dit gebied door wiskundigen arbeid verkregen zijn.
+
+Men bestudeere aandachtig de geschriften van BORELLI, waarin deze zich
+bij de behandeling van medische vraagstukken van de Mechanica bedient.
+
+Men leze na, welke ingewikkelde problemen BELLINI, een geleerde uit
+de school van BORELLI, met toepassing van dezelfde beginselen en
+voortbouwend op de ontdekkingen van MALPIGHI, als een tweede OEDIPUS
+heeft opgelost.
+
+Vervolgens ook de problemen, die PITCAIRN, weleer een sieraad dezer
+hoogeschool, aangespoord door het succes van den arbeid der genoemde
+geleerden, aan de geleerde wereld heeft voorgelegd en opgehelderd.
+
+Laat ons ijverig navorschen de verhandelingen van SCHEINER, CARTESIUS
+en HUYGENS over het oog en die van KIRCHER, SCHELHAMMER en MORLAND
+over het oor en het gehoor.
+
+Dan zal het toch zeker geen vraag meer zijn, of de Mechanica der
+Geneeskunde ten goede komt!
+
+Dan zal blijken, welke resultaten te verwachten zijn, indien
+Geneeskundigen, doordrongen van het nut dezer wetenschap, haar op hun
+eigen gebied gaan toepassen, en indien met deze methode even lang
+wordt voortgegaan als het verkondigen van de dwaze theorieën der
+philosophische scholen in de medische wetenschap geduld is geworden.
+
+Dat het boven gezegde juist is en dat derhalve de Mechanica kan
+toegepast worden op de Geneeskunde, zal wellicht door ieder beaamd
+worden, zoolang er slechts sprake is van de Theorie; voor de
+practische uitoefening der Geneeskunde daarentegen wordt elk nut der
+Mechanica door de meeste menschen ten stelligste ontkend.
+
+Hoe de bevestiging van het eene en de ontkenning van het andere, hoe
+spitsvondig deze onderscheiding ook geformuleerd is, kunnen samengaan,
+vermag ik niet te begrijpen.
+
+Want zij, die dit onderscheid maken, zullen onder de Theorie der
+geneeskunde toch niets anders verstaan dan de leer, die ons uit de
+naaste oorzaken een helder inzicht weet te verschaffen in het leven
+van den gezonden mensch.
+
+Is deze definitie juist--en ik geloof niet, dat iemand er eenig
+bezwaar tegen zal hebben,--dan volgt hieruit, dat deze wetenschap de
+beste hulpmiddelen oplevert voor het opsporen en genezen der ziekten.
+
+Immers hij, die de voorwaarden eener volmaakte gezondheid grondig
+kent, zal ook, wanneer een of meer van deze ontbreken, den oorsprong
+en het wezen der afwijking, dat is der ziekte, volkomen begrijpen.
+
+Zal nu niet hij, die het helderst inzicht heeft in de naaste oorzaak
+eener ziekte, ook voor den meest geschikten persoon moeten gehouden
+worden, om die ziekte te bestrijden?
+
+Het gaat er namelijk mede als met een uurwerk; als de wijzer afwijkt,
+zal ook een leek de fouten kunnen opmerken, maar ze volgens de regelen
+der kunst herstellen zal niemand anders kunnen dan hij, die kennis
+heeft van de inrichting van uurwerken en daardoor ziet, wat er aan de
+verschillende deelen hapert, hetgeen hem wederom de middelen tot
+herstel aan de hand doet.
+
+Zoo kan dus aan het kleinste lichtvonkje der theoretische Geneeskunde
+door een bekwaam Meester een fakkel ontstoken worden, die hem bij het
+practisch uitoefenen van zijn vak voorlicht.
+
+Wie derhalve het nut der Mechanica voor de theorie der Geneeskunde
+erkent, doet het daarmede tevens ook voor de praktijk.
+
+Dit is vooral duidelijk bij dat zoowel om zijn hoogen leeftijd als om
+zijn uitgebreide toepassing hooggeëerde deel onzer wetenschap, dat
+zijn naam ontleent aan het „met de hand genezen“; oordeelt zelf, of de
+chirurgie de uitvindingen der Mechanica ontberen kan.
+
+Welke medicus zal met meer geluk instrumenten tot het herstellen van
+gebreken uitvinden dan een zoodanige, die door en door vertrouwd is
+met de Werktuigkunde?
+
+De ijle figuurtjes, die men wel eens voor zijn oogen meent te zien
+zweven, worden door Geneesheeren, die onbedreven zijn in de Wiskunde,
+voor eerste verschijnselen eener aanstaande uitstorting in het
+waterachtig vocht gehouden; vandaar dan ook, dat zij het toch zoo
+teere oog, ganschelijk verkeerd, met scherpe vochten behandelen, die
+er vaak een groote verwoesting in aanrichten.
+
+Hoe geheel anders is echter de geneeswijze geworden, sedert WILLIS met
+wiskundig inzicht den zetel van dit verschijnsel in het netvlies en de
+oorzaak er van in de slagaderen gezocht en PITCAIRN dit vermoeden tot
+zekerheid gebracht heeft.
+
+Zonder gebruikmaking van eenig uitwendig bijtmiddel wordt het kwaad
+door aderlating en toediening van een oplossend middel op voor den
+patiënt onschadelijke wijze weggenomen, terwijl somtijds ook elke
+behandeling onnoodig geoordeeld wordt.
+
+Welk een dwaasheid, een afwijking van het oog, bestaande in een
+verkeerde breking der lichtstralen, met oogwaters of drankjes te
+willen genezen!
+
+Op hoe afdoende wijze worden daarentegen dergelijke gebreken verholpen
+door brillen, welke naar de voorschriften van HUYGENS voor elke
+afwijking in het bijzonder geschikt gemaakt kunnen worden.
+
+Ik wenschte, dat zij, die alle toepassing der Mechanica van de
+praktijk der Geneeskunde willen verre houden, maar eerst eens begonnen
+met HUYGENS’ werken over het opheffen der gezichtsstoringen te leeren
+verstaan.
+
+Deze beroemde Nederlander heeft immers, met gebruikmaking van hetgeen
+de anatomie leert over de inrichting van het oog, overigens alleen
+lettend op het bijzondere karakter der ziekte, die hij genezen wil,
+weldra door louter wiskundige berekeningen een hulpmiddel ontdekt, dat
+slechts voor die kwaal afdoende is, welker door het onderzoek aan het
+licht gebrachte eigenaardigheid de kern van het probleem had
+uitgemaakt.
+
+Zonder aan het oog te raken, heft hij de uitwerking der ziekte op en
+het onherstelbaar gebrek van het oog zelve wordt door het aanbrengen
+van een bijzonder gevormd glas onvoelbaar gemaakt.
+
+Ziedaar schoone voorbeelden, die een zeer duidelijk beeld vertoonen
+van de mechanistische methode, door de wiskundigen bij het behandelen
+van geneeskundige vraagstukken toegepast, van het nut, dat zij
+oplevert en het succes, dat er mede te bereiken valt.
+
+Wanneer men volgens deze methode ook alle overige vraagstukken zal
+gaan behandelen--en ik twijfel er niet aan, dat men het langzamerhand
+wel zoover zal brengen--dan zullen wij eindelijk eens in het bezit
+komen van eene geneeskundige wetenschap, die, op zekerder basis
+gegrondvest en vrij van verzinselen, niet ten allen tijde
+veranderlijk, maar eeuwig dezelfde zal zijn.
+
+Men brenge nu niet hiertegen in, dat het nog niet bewezen is, dat op
+de afwijkingen der vloeistoffen en dus op de oorzaken der inwendige
+ziekten en hare leniging met aan de mechanica ontleende hulpmiddelen
+een gunstige invloed geoefend kan worden.
+
+Want met die opmerking wordt hetzij deze vraag bedoeld, of dit
+resultaat wel ooit te bereiken valt, hetzij deze, hoe het komt, dat
+het nog niet bereikt is.
+
+Wordt dit laatste bedoeld, dan hebben wij onbillijke en lastige
+beoordeelaars.
+
+Is het niet ergerlijk, te hooren eischen, dat de weinige
+Werktuigkundigen, die zich eerst sedert korten tijd op geneeskundig
+gebied bewegen, een zoodanig werk reeds geheel volbracht zouden
+hebben, waaraan alle anderen te zamen in een tijdsverloop van
+drieduizend jaren met vereende krachten nog zelfs geen begin van
+uitvoering hebben kunnen geven?
+
+Wordt daarmede niet iets geheel onmogelijks verlangd? Daar immers de
+eerste voorwaarde voor het toepassen der mechanica op de geneeskunde
+deze is, dat daarbij van de kennis van den bouw der vaste deelen, van
+den aard der vloeistoffen en van de verschijnselen, welke zij zoowel
+in normalen als in ziekelijken toestand teweegbrengen, als van vaste
+gegevens kan worden uitgegaan, is het dan niet ongerijmd, te eischen,
+dat zulk een omvangrijke wetenschap, terwijl zij nog in het eerste
+stadium harer ontwikkeling verkeert, reeds haar toppunt bereikt zal
+hebben?
+
+Is er echter iemand, die meent, dat langs dezen weg nooit ook maar
+iets tot stand gebracht zal worden, dan moge hij wel bedenken, dat
+ziekten, die door een der vloeistoffen veroorzaakt worden, in verreweg
+de meerderheid der gevallen het gevolg zijn van een abnormale
+strooming dier vloeistof door de vaten.
+
+Dit leeren ons de waarnemingen van HIPPOCRATES, vergeleken met die van
+SANCTORIUS en met de dagelijks door ons waargenomen verschijnselen.
+
+En nu zal hij, die een vergelijkende studie gemaakt heeft van de
+verschijnselen, welke het menschelijk lichaam zoowel bij het leven,
+hetzij in gezonden of ziekelijken toestand, als bij en na den dood te
+aanschouwen geeft, den innerlijken grond van zulk een stoornis in de
+strooming in den regel zoeken in een verslapping der stuwkracht, een
+krampachtige samentrekking der vaten of in afwijkingen der
+vloeistoffen, wat betreft hare hoeveelheid, beweging en meer of
+minderen graad van dichtheid.
+
+Een aandachtige beschouwing doet ons inderdaad zien, dat de gunstige
+werking der middelen, door welke wij de pijn onzer patiënten plegen te
+stillen, voornamelijk daaraan te danken is, dat zij de zooeven
+genoemde oorzaken der ziekten wegnemen.
+
+Men vergelijke de gulden waarnemingen van Sydenham met de
+verhandelingen van BELLINI over de aderlating, de prikkels en de
+samentrekbaarheid der vezels, en wanneer men daaruit zal geleerd
+hebben, dat de heilzame werking der meest gewone geneesmiddelen op
+volkomen mechanische wijze wordt voortgebracht, zal men wel de
+verwachting durven koesteren, voor de werkingen dezer middelen en de
+wijze hunner toepassing langzamerhand vaste regels te zullen zien
+opstellen.
+
+Nauwelijks kan ik mij bedwingen, wellicht al te voorbarig, het uit te
+spreken, dat de oorzaken der oogenschijnlijk meest ingewikkelde
+ziekten eenvoudiger en van meer mechanischen aard zijn dan eenig
+geneesheer vermoedt.
+
+Immers de minste en onbeduidenste beschadiging van één deel eener
+machine is in staat, tengevolge van zijne beroering met de overige
+deelen en den nauwen samenhang van het geheel, op eens de geheele
+machine, hoe gaaf ze overigens ook moge zijn, in de war te sturen.
+
+Laat eens in het meest gezonde lichaam een vezeltje eener pees of
+kleine zenuw door een zeer fijne naald van het zuiverste staal geprikt
+worden.
+
+Welk een gruwelijke opeenstapeling van kwalen ziet gij dan
+voortspruiten uit een onbeduidend wondje van zoo’n klein deeltje.
+
+Pijn, een roode, opgezwollen plek, gloeiing, klopping, koorts, dorst,
+ijlhoofdigheid, stuiptrekkingen en de vreeselijke ontknooping der
+tragedie, den dood!
+
+Een doorn of fijne stroohalm verwekt, op een vliesachtige plaats
+binnengedrongen, in korten tijd dezelfde verschijnselen.
+
+Waarom zouden wij er ons dan over verwonderen, dat de stekels der
+vergiften, de pijlen der besmetting of de prikkels der zouten een
+gelijke uitwerking hebben?
+
+Welke wonderlijke veranderingen zien wij in een gezond lichaam niet
+plaats grijpen zelfs alleen ten gevolge eener uitwendige beweging!
+
+Stelt U voor, dat iemand, zonder er gewoon aan te zijn, in een bootje
+op zee door de golven in een kring rondgedreven of heen en weer
+geslingerd wordt; welke verschijnselen doen zich daar niet voor!
+Duizeligheid, bleekheid, misselijkheid, braking, angst, allerlei
+ziekteleed, tallooze ongelooflijke afwijkingen van het levensvocht,
+en dat alles uitsluitend gevolg der beweging!
+
+Wie derhalve weet, dat de vochten ongedeerd blijven, zoolang zij door
+den druk, dien de vaten er op uitoefenen, worden voortgedreven, dat
+zij echter door stil te staan op een warme en vochtige plaats terstond
+in een ziekelijken toestand geraken en ook gezonde deelen aantasten,
+wie waargenomen heeft, dat van één enkele onbeduidende afwijking
+tallooze andere afwijkingen het onmiddellijk gevolg zijn, zal
+gemakkelijk inzien, dat eerst van den mechanistischen geneesheer
+afdoende middelen hiertegen te verwachten zijn; wat al ontdekkingen
+zullen haar ontstaan te danken hebben aan het in verband brengen der
+ziekteverschijnselen met de oorzaken der stoornissen in den
+bloedsomloop en de regels voor het overwinnen van den weerstand, het
+herstellen der veerkrachtige beweging en het versterken der
+hartwerking!
+
+Maar, zoo werpt men mij tegen, de macht van onzen geest over ons
+lichaam doet ons toch duidelijk zien, dat leven, ziekte en gezondheid
+uit niet-mechanische beginselen voortvloeien. Tevergeefsch derhalve is
+uwe inspanning, vergeefsch uwe pogingen! IJdel zijn de verwachtingen,
+die gij van uwe nuttelooze mechanistische studie koestert!
+
+Het ware te wenschen, dat hij, die dergelijke tegenwerpingen maakte,
+zich slechts een onschuldig genoegen daarmede verschafte en dat in
+zijne schertsend geuite klacht niet tevens de beklagenswaardige ramp
+van ons aller onwetendheid tot uiting gebracht werd!
+
+Want wie heeft ooit in een der samenstellende deelen van onzen geest
+of van ons lichaam ook maar iets kunnen ontdekken, dat voor het
+wonderbaarlijk samengaan van beide een verklaring oplevert?
+
+Men houde echter wel in het oog, dat alle werkingen, die onze geest in
+ons lichaam teweegbrengt, van uitsluitend lichamelijken aard zijn en
+dat _deze_ dan toch aan de wetten der Mechanica gehoorzamen.
+
+Wat doet het er toe, dat de eerste oorzaak der verandering _niet_
+mechanisch is, als het toch den mechanistischen geneesheer gegeven is,
+zonder daarmede rekening te houden, van hare werkingen, die van
+_lichamelijken_ aard zijn, kennis te nemen, ze grondig te onderzoeken
+en zelfs te besturen, wat toch het eenige doel is, dat hij bereiken
+wil.
+
+Maar ik bemerk, dat mijne rede, hoewel slechts enkele punten
+oppervlakkig behandelend, al te zeer in omvang toeneemt.
+
+Toch komt het mij voor, dat ik op één punt, waaraan mijn tegenstanders
+hun krachtigst argument ontleenen, de beweringen van dezen niet
+onwederlegd mag laten; ik wil namelijk niet de verdenking op mij
+laden, dit punt, door het opzettelijk niet ter sprake te brengen,
+listiglijk ontweken te hebben.
+
+Is het niet waar, zoo roepen zij triomfantelijk uit, dat alle
+philosophen en Mechanisten, die zich tot nog toe aan de uitoefening
+der geneeskunde hebben gewaagd, steeds jammerlijk fiasco gemaakt
+hebben? Alle verdere redetwist is dus overbodig, daar het feitelijk en
+proefondervindelijk bewezen is, dat hunne wetenschap der geneeskunde
+slechts schaadt!
+
+Ik geef toe, dat deze redeneering volkomen juist is, zoolang zij
+slechts gericht blijft tegen hen, die tot de scholen behooren, welker
+aanhangers zich den weidschen naam van philosoof hebben aangematigd;
+dit leert ons de geschiedenis, dit toonen de werken, die deze lieden
+over geneeskundige onderwerpen geschreven hebben.
+
+Daar zij zich immers onledig houden met het louter uit eigen
+verbeelding opstellen van de beginselen aller dingen, om vervolgens
+uit de hoedanigheden, die zij met groote scherpzinnigheid aan die
+beginselen hebben toegedicht, den bijzonderen aard van elk lichaam te
+verklaren, blijken zij natuurlijk op alle punten gedwaald te hebben;
+en nu is het juist de door mij zoo warm aangeprezen mechanistische
+methode, die dat duidelijk aangetoond heeft.
+
+De gevolgtrekkingen, waartoe zij langs logischen weg gekomen zijn,
+kunnen niet op de werkelijkheid toegepast worden, tenzij eerst is
+uitgemaakt, dat die dingen, welke zij als een zeker uitgangspunt voor
+hunne redeneeringen hebben aangemerkt, identiek zijn met de beginselen
+van de afzonderlijke voorwerpen, die de natuur ons te aanschouwen
+geeft.
+
+Daar deze beginselen nu echter misschien wel oneindig in aantal en
+alle onderling verschillend zijn, zoo blijkt het, dat de waarheid
+hieromtrent onmogelijk bij toeval, zooals zij zich inbeelden te kunnen
+doen, ontdekt kan worden.
+
+Indien dit zoowel door de zoogenaamde scholastieken als door een groep
+van Mechanisten, die tot de school van CARTESIUS behooren, ernstig in
+het oog gehouden ware, dan zouden zij niet in den waan verkeerd
+hebben, dat het hun tot taak gesteld was, het menschelijk lichaam te
+richten naar voorschriften, die op verdichte beginselen berusten, maar
+zij zouden begrepen hebben, dat de elementen der door hen beoefende
+wetenschap met behulp der Mechanica door hen opgebouwd moesten worden
+uit datgene, wat de waarneming ons omtrent de samenstelling van den
+mensch leert.
+
+Indien men echter dit verwijt den mechanistischen Geneeskundige,
+zooals ik U dien beschreven heb, naar het hoofd slingert, dan vraag ik
+bewijzen voor dien laster.
+
+Natuurlijk zal niemand, men versta mij wel, zoo dwaas zijn te beweren,
+dat de meest nauwgezette Wiskundige niet een allerjammerlijkst figuur
+als geneesheer kan maken.
+
+Wat zou zulk een bewering wel te beteekenen hebben!
+
+Ik verlang ook niet, dat de Mechanist verstand hebbe van de
+Geneeskunde, maar omgekeerd eisen ik van den Geneeskundige kennis
+der Mechanica.
+
+Het zou allerdwaast zijn, een practisch ervaren Geneesheer ten
+opzichte van het genezen van ziekten te willen achterstellen bij een
+Werktuigkundige, die ganschelijk onbedreven is in de geneeskunde.
+
+Slechts dit verklaar ik, slechts dit wilde ik door mijne redevoering
+duidelijk in het licht stellen, dat van twee geneeskundigen, die
+gelijke ervaring in hun vak hebben opgedaan, hij het meest geschikt is
+om zijne wetenschap vooruit te brengen, die meer dan de ander met de
+regelen der Mechanica vertrouwd is.
+
+Opdat nu echter aan mijne woorden geen scheeve uitlegging gegeven
+worde, wat tot mijn grooten spijt reeds zoo dikwijls is voorgekomen,
+zal ik U een korte schets geven van den Geneesheer, zooals die mij
+steeds als een ideaal voor oogen zweeft.
+
+Stelt hem U voor, bezig met het leggen van den eersten grond voor
+zijne geneeskundige studiën, geheel en al verdiept in de wiskundige
+beschouwing van figuren en lichamen, gewicht en snelheid, de
+inrichting van werktuigen en de werkingen, die daarmede op andere
+voorwerpen kunnen uitgeoefend worden.
+
+Terwijl hij door deze studiën zijnen geest oefent, kunnen hem deze
+tevens tot nauwkeurig richtsnoer dienen, om duidelijke van
+onduidelijke, ware van onware voorstellingen te onderscheiden;
+tegelijkertijd zal hij, gedwongen tot langzaamheid in het oordeelen,
+zich de zoo hoog noodige voorzichtigheid eigen maken.
+
+Nadat hij aldus geleerd heeft, de enkelvoudige werkingen der niet
+samengestelde lichamen na te gaan en deze uit haar ware en
+ontwijfelbare oorzaken af te leiden, is zijn geest rijp geworden, om
+de verschillende eigenschappen der vloeistoffen, te weten haar
+vloeibaarheid, elasticiteit, ijlheid en gewicht, die de hydrostatiek
+uitvoerig behandelt, nader te bestudeeren.
+
+Daarna ga hij, zijn denkvermogen aldus gescherpt hebbende, er toe
+over, de werkingen, die vloeistoffen op werktuigen en die deze op gene
+uitoefenen, volgens streng mathematische methode te onderzoeken,
+versterke de op die wijze opgedane kennis door hydraulische,
+mechanistische en chemische proeven, terwijl hij de geaardheid en de
+werkingen van het vuur, het water, de lucht, de verschillende zouten
+en andere dergelijke stoffen nauwkeurig gadeslaat.
+
+Een tweede tafereel vertoont hem ons, zich reeds bevindend binnen de
+gewijde ruimte, waar de Geneeskunde zelve beoefend wordt.
+
+Daar zien wij hem zijne oogen, gescherpt en verhelderd door wiskundige
+onderzoekingen, zwijgend richten op geopende lijken en op lichamen van
+levend geopende dieren.
+
+Aanstonds beschouwt hij met aandacht den bouw, de vormen, de vastheid,
+de begin- en eindpunten, de verbindingen en krommingen, de
+buigzaamheid en veerkrachtigheid der vaten.
+
+Door dit wonderlijk schouwspel geprikkeld, past hij weldra op de door
+hem waargenomen verschijnselen de wetten der Mechanica, welke hem
+reeds van vroeger bekend zijn, toe en ontdekt zoodoende de verborgen
+eigenschappen der aanschouwde lichaamsdeelen.
+
+Van hoe verschillende, schoone en nuttige hulpmiddelen, waarmede de
+vlijt der jongere geleerden de grenzen der ontleedkunde heeft
+uitgebreid, zien wij hem gebruik maken.
+
+Terwijl hij zich de door anderen eerst na zeer veel inspanning gedane
+ontdekkingen ten nutte maakt, vormt hij zich een duidelijk beeld van
+den bouw van het menschelijk lichaam.
+
+Vervolgens zet hij zich aan de bestudeering der levensvochten, welke
+hij zoowel in als buiten het levend lichaam met alle middelen, die hem
+Anatomie, Chemie en Hydrostatiek ten dienste stellen, alsook met
+behulp van het microscoop aan een grondig onderzoek onderwerpt.
+Eindelijk zal hij zich dan door zijne van alle kanten bijeenverzamelde
+gegevens een volledig overzicht kunnen verschaffen van alle
+verschijnselen, die het lichaam in gezonden toestand te aanschouwen
+geeft.
+
+Ziedaar iemand, die uitsluitend door de gegevens, welke hij zich zelf
+verschaft heeft, in staat gesteld is tot het schrijven eener Leer van
+den normalen lichaamstoestand!
+
+Met behulp van deze gegevens nu brengt hij, na eerst elk afzonderlijk
+nauwkeurig onderzocht en overwogen en ze vervolgens in hun onderlingen
+samenhang bestudeerd te hebben, met toepassing van de wetten der
+Mechanica en met streng wiskundige regelmaat en behoedzaamheid te werk
+gaande, langzaam maar zeker waarheden aan het licht, die, hoewel in
+die gegevens opgesloten liggend, niet door zinnelijke waarneming
+daarin ontdekt, doch slechts door logische redeneering daaruit
+afgeleid kunnen worden.
+
+Aldus worden de naaste oorzaken van iedere werking opgespoord; deze
+maakt hij namelijk op uit den hem reeds bekenden aard der
+verschijnselen, welke hij bijeenverzameld, onderzocht en onderling
+vergeleken heeft, zoodat hij zich langzamerhand, als vrucht van al
+deze onderzoekingen, een duidelijk en volledig beeld van het wezen
+dier oorzaken zal kunnen vormen.
+
+Welke schoone resultaten zal hij niet kunnen bereiken, die bij zijne
+studiën dezen weg volgt!
+
+En zal de wetenschap, op deze wijze verkregen, niet onveranderlijk
+vaststaan en even duurzaam zijn als de menschelijke natuur zelve, uit
+welker innerlijk wezen zij immers is opgedolven en welke haar eenigen
+grondslag uitmaakt?
+
+Zullen de resultaten van zulk een wetenschap niet onbetwistbaar zijn,
+die, slechts steunend op wat allen met gelijke beslistheid als waar
+erkennen, met de strengste nauwgezetheid behoedzaam voortschrijdt?
+
+Zal die wetenschap niet genoegzaam betrouwbaar en ook voor de praktijk
+nuttig zijn, welke bij haar grondig en met toepassing eener onfeilbare
+methode ingesteld onderzoek naar de naaste en onder ons bereik
+vallende oorzaken slechts van die eigenschappen van het menschelijk
+lichaam uitgaat, die stellig vaststaan en duidelijk voor onze
+zintuigen waarneembaar zijn?
+
+Ik erken, dat zij op die wijze slechts uiterst langzaam en nauw
+merkbaar zal groeien en opwassen; daartegenover staat echter dit
+belangrijke voordeel, dat elke, ook zelfs de geringste, vordering, die
+zij maakt, een vaste schrede voorwaarts beteekent en een hechten
+grondslag vormt, waarop verder voortgebouwd kan worden.
+
+Het laatste tafereel mijner schets eindelijk vertoont U onzen
+geneesheer, al dit werk reeds volbracht hebbend en naar den eindpaal
+strevend.
+
+Nu dringt hij door tot het allerheilige, tot het binnenste van den
+tempel van AESCULAPIUS!
+
+Thans doorvorscht hij de Tafelen van HIPPOCRATES en de zoo betrouwbare
+geschriften der Grieken!
+
+Ziet hem uit den overvloedigen schat der geneeskundige schrijvers
+vlijtig bijeenverzamelen, wat er overal in hunne werken aan kostelijke
+gegevens te vinden is!
+
+Nu eens opent hij, ten einde ze te onderzoeken, lijken, waaraan hij
+pathologische afwijkingen ontdekt heeft, dan weer neemt hij bij dieren
+ziekten waar, die hij kunstmatig bij deze heeft verwekt; nu eens
+verzamelt hij uit eigen ervaring allerlei gegevens omtrent de
+uitwerkingen van ziekten en geneesmiddelen, dan weer vult hij de aldus
+opgedane kennis aan door het raadplegen van de beste schrijvers op dat
+gebied; eindelijk schikt hij al deze gegevens samen, terwijl hij ze
+regelt en nauwkeurig overweegt, en vergelijkt de aldus gevonden
+resultaten met wat de Theorie hem geleerd heeft, zoodat hij ten slotte
+een degelijk inzicht krijgt in den loop en de geneeswijze der
+verschillende ziekten.
+
+En hiermede heb ik de laatste hand gelegd aan het voor u geschetste
+beeld van den volmaakten geneesheer!
+
+Dat deze hoogte onmogelijk bereikt kan worden zonder de studie der
+Mechanica, meen ik thans genoegzaam te hebben aangetoond.
+
+Sinds ik mij op de studie der geneeskunde toelegde, heb ik getracht,
+dat beeld te evenaren, mij daarnaar te richten.
+
+Naar dat model den geest te vormen van hen, die zich aan mijne leiding
+toevertrouwen, daartoe, Heeren Curatoren, heb ik steeds al mijne
+krachten ingespannen, zoolang ik op uw gezag aan deze hoogeschool de
+geneeskunde onderwees.
+
+Dat ideaal zal ik, zoolang God mij het leven schenkt, niet ophouden
+ijverig na te streven.
+
+Niet door partij te trekken van de dwaze lichtgeloovigheid en de domme
+verbazing der onkundige menigte, niet door een verblindenden
+woordenvloed, maar door duidelijke en onbetwistbare resultaten zal ik
+voor de wetenschap, waaraan wij allen ons leven toevertrouwen, eerbied
+trachten af te dwingen.
+
+Moogt gij, voortreffelijke jongelingen, die u met de borst op deze
+wetenschap toelegt, door welke het menschelijk geslacht zijn
+ongestoord welzijn hoopt verzekerd te zien, het door mij ontworpen
+beeld van den idealen geneesheer reeds van uwe eerste studiejaren af
+aandachtig beschouwen en er bewondering voor opvatten.
+
+Kwijt u zóó van uwe taak, dat gij u, getooid met de trekken en tinten
+van dit beeld, den naam van reddende engelen der menschheid verwerft!
+
+Er is geen wetenschap, die haren beoefenaren schoonere belooningen
+voor hunnen arbeid ten deel doet vallen dan de Geneeskunde.
+
+Geen andere is er, die u aangenamer, nuttiger en onmisbaarder voor uwe
+medemenschen kan maken.
+
+Geraakt in geestdrift, edelaardige geesten, geraakt in geestdrift voor
+de schoonheid dezer kunst, zonder welker hulp voor niemand hier op
+aarde het geluk bestaanbaar is!
+
+Dat toch nooit de moeielijkheid dezer studie de onstuimigheid van uwen
+vurigen geest beteugele!
+
+Hoogst bezwaarlijk, ik erken het, is de weg, die tot het heiligdom van
+PANACEA[5] voert.
+
+ [Voetnoot 5: PANACEA („Alheelster“) is de naam van een der dochters
+ van AESCULAPIUS. (Vertaler).]
+
+Doch anderen hebben dezen door hunnen onvermoeiden arbeid geëffend;
+met groote dapperheid wisten zij, alle moeilijkheden overwinnend, het
+einddoel van hunnen tocht te bereiken; volgt gij nu moedig hun
+voorbeeld!
+
+Gij vindt in deze hoogeschool zoodanige leidslieden op het gebied der
+geneeskunde, die u veel rijker schatten kunnen toonen dan weleer de
+Epidaurische zuilen[6], de Pergameensche boekrollen[7], de Cnidische
+wanden[6] en de Coische bladen[7] opleverden.
+
+ [Voetnoot 6: Op de zuilen van den Aesculapius-tempel te Epidaurus
+ en op de wanden van dien te Cnidus stonden opschriften, die melding
+ maakten van verschillende ziektegevallen en de wijze hunner
+ genezing. (Vertaler).]
+
+ [Voetnoot 7: Bedoeld zijn de werken van GALENUS van Pergamum en
+ HIPPOCRATES van Cos. (Vertaler).]
+
+Gij vindt hier iemand, die de kunst verstaat, met een ongelooflijk
+gemak in duidelijke taal de meest verborgen geheimenissen der Wiskunde
+bloot te leggen en die u zal leeren, deze op geneeskundige
+vraagstukken toe te passen.
+
+Het is VOLDER, een man, die naar het oordeel der besten onder ons
+geboren schijnt voor deze gewijde taak, een man, die verre boven onzen
+lof verheven is!
+
+Met een van dankbaarheid vervuld gemoed spreek ik het hier gaarne
+openlijk uit, dat ik aan zijne milde voorlichting oneindig veel
+verschuldigd ben en steeds, ten minste zoolang ik nog helder van hoofd
+ben, zal ik mij mijne groote verplichtingen jegens hem eerlijk en
+oprecht voor oogen houden.
+
+Indien gij nu van oordeel zijt, dat ik U tot eenigen steun bij uwe
+studiën kan dienen, dan zal ik gaarne, het voetspoor dezer groote
+mannen volgend, er met alle macht naar streven, metterdaad het bewijs
+te leveren, dat ik mijn belang slechts in het uwe zoek.
+
+Zoolang God mij de kracht verleent, dit ambt naar behooren te
+vervullen, zal ik niet ophouden, met U de uitspraken der Ouden en
+de waarnemingen der jongeren met onverdroten ijver van alle kanten
+bijeen te verzamelen, waarbij ik dan nog de resultaten mijner eigen
+onderzoekingen, die ik geef voor wat ze zijn, zal voegen, ten einde,
+toegerust met al deze gegevens, met behulp van de door mij zoo
+uitbundig geprezen Mechanica, het onze bij te dragen tot den opbouw
+der medische wetenschap!
+
+Welaan dan, wakkere studiegenooten, laat ons het werk, waartoe mijne
+gansche redevoering U aanspoorde, onder de zegenrijke begunstiging van
+het thans aangebroken academisch jaar als om strijd aanvatten en het
+zoo mogelijk voleinden!
+
+Laat uwe trouwe opkomst bij mijne lessen zulk een geestkracht in mij
+ontvonken, dat ik, die mij volkomen bewust ben, wat natuurlijken
+aanleg en geleerdheid betreft, bij zeer velen achtergesteld te moeten
+worden, in ijver tenminste voor niemand zal behoeven onder te doen.
+
+De hoogste belooning voor mijnen arbeid echter zal ik _dan_ meenen
+deelachtig te worden, wanneer het door uwe toejuiching der wereld zal
+blijken, dat de door mij betoonde vlijt U ten goede gekomen is,
+wanneer de roep van den voorspoed uwer studiën aan deze hoogeschool
+meerderen zal verlokken, onder hare leerlingen plaats te nemen.
+
+Slechts als deze mijn wensch in vervulling getreden zal zijn,
+zal ik, Edel Groot Achtbare Heeren Curatoren, Edel Achtbare Heeren
+Burgemeesters[8], de resultaten van mijn onderwijs, onder uwe
+bescherming aan uwe hoogeschool gegeven, met vertrouwen aan uw oordeel
+mogen onderwerpen.
+
+ [Voetnoot 8: Hiermede worden de vier burgemeesters van Leiden
+ toegesproken. (Vertaler).]
+
+Dit beschouw ik als het eenige waardige geschenk, waarin uw verheven
+geest behagen zal kunnen scheppen.
+
+Op deze wijze hoop ik, zonder eenige valsche vleierij maar met niet
+minder oprechtheid van zin U den dank, waartoe ik mij jegens U
+verplicht gevoel, metterdaad te toonen!
+
+Gij toch hebt mij, na mij tot het leeraarsambt te hebben geroepen
+en gedurende de twee jaren, waarin ik dit ambt bekleedde, mijne
+werkzaamheden aandachtig gadegeslagen te hebben, onverwacht door
+hoogst vereerende beloften en nieuwe bewijzen uwer mildheid tot nog
+meer ijver geprikkeld.
+
+Onder de vele deugden, die ik in U vereer, is er ééne, die volgens het
+mij ter oore gekomen oordeel van wijze mannen hooger dan alle andere
+gesteld moet worden: het is de strikte onpartijdigheid, waarmede gij
+bij het betoonen van uwe gunst te werk gaat.
+
+Eene voortreffelijke en der wetenschappelijke wereld het allermeest
+ten goede komende eigenschap noem ik haar; U door haar latende leiden,
+hebt gij slechts belooningen voor werkelijke verdiensten over; alle
+gunstbejag stuit op haar af.
+
+Wanneer ik dan ook naar uwe hoogheid van karakter de waarde afmeet
+van de onderscheiding, welke gij mij verleend hebt, dan voel ik eenen
+onweerstaanbaren drang in mij, om, aangevuurd door zulk een eervol
+getuigenis, onverwijld op den ingeslagen weg met frisschen moed voort
+te gaan!
+
+Met terzijdelating derhalve van allen ijdelen woordenpraal, die bij
+eene dankbetuiging het teeken van onoprechtheid pleegt te zijn en
+volstrekt geen genade kan vinden in de oogen van wijze mannen, wil
+ik U slechts het volgende plechtig beloven!
+
+Ik zal mij steeds bevlijtigen, uwe waardigheid door het betoonen van
+den diepsten eerbied en de uiterste dienstwilligheid hoog te houden!
+
+Ik zal zorg dragen, mijnen ijver tot zulk een hoogte op te voeren,
+dat het blijke, dat ik uwe gunst op den hoogsten prijs stel en mij
+haar door gepaste middelen steeds in meerdere mate wil trachten te
+verwerven.
+
+Ik zal er naar streven, de juistheid van het welwillend oordeel, dat
+gij over mij geveld hebt, der geheele wereld door mijne daden te doen
+blijken!
+
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Nobilissimis et Splendidissimis Viris_
+ACADEMIAE BATAVAE CURATORIBUS,
+
+ _Den Edel Groot Achtbaren Heeren_
+ CURATOREN DER LEIDSCHE UNIVERSITEIT,
+
+D. JACOBO, BARONI WASNARIAE, Toparchae Opdami, Hensbroek, Wochmeer,
+Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, etc. Ordinis Equestris
+Nobilium Hollandiae Primo Assessori, Illustris Ordinis Equestris
+Danici, Cujus insigne Elephas, membro, Equitum Foed. Belgicae Magistro.
+Munitissimae Urbis Sylvae Ducis Gubernatori. Ad Potentissimos Poloniae
+et Borussiae Reges, ad Serenissimum Electorem Hanoveriensem, et ad
+Plures Germaniae Principes, Legato Extraordinario, etc. etc.
+
+ Den Heere JAKOB, BARON VAN WASSENAER, heer van Obdam, Hensbroek,
+ Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, enz., oudste
+ lid van de ridderschap van Holland, ridder in de Deensche koninklijke
+ orde van den Olifant, kolonel van de ruiterij der Vereenigde
+ Nederlanden, gouverneur van ’s Hertogenbosch, buitengewoon gezant
+ bij H.H.M.M. de Koningen van Polen en Pruisen, bij Z.H. den Keurvorst
+ van Hannover en bij onderscheidene Duitsche vorsten, enz. enz.
+
+D. HUBERTO ROSENBOOM, JCto, Toparchae in ’s Grevelsregt, Supremae
+Batavorum Curiae Praesidi, etc. etc.
+
+ Den Heere Mr. HUBERTUS ROSENBOOM, heer van ’s Grevelsregt, voorzitter
+ van den Hoogen Raad der Nederlanden, enz. enz.
+
+D. HERMANNO VAN DEN HONAART, JCto, Viro Consulari in Senatu primae
+in Hollandia Dordrechtanorum Urbis, ejusque Voto in Delegatos
+Praepotentium Ordinum Hollandiae adscripto, Comiti Aggerum
+Alblasserwaarde, etc. etc.
+
+ Den Heere Mr. HERMAN VAN DEN HONAART, burgemeester van Dordrecht en
+ afgevaardigde dezer stad in de Staten van Holland, dijkgraaf van
+ Alblasserwaarde, enz. enz.
+
+Eorumque collegis,
+_Amplissimis, Gravissimisque Viris_,
+
+ _Den Edel Achtbaren Heeren_
+
+D. JOHANNI VAN DEN BERG, JCto, Consulum hoc anno Praesidi, et
+Amplissimi simul Consessus Curatorum Academiae Actuario,
+
+D. CONRADO RUYSCH, JCto.
+
+D. ABRAHAMO VAN ALPHEN, JCto.
+
+D. PETRO VAN DORP.
+
+ Den Heere Mr. JAN VAN DEN BERG, eersten burgemeester van Leiden en
+ secretaris van het college van Curatoren.
+
+ Den Heere Mr. COENRAAD RUYSCH,
+
+ Den Heere Mr. ABRAHAM VAN ALPHEN,
+
+ Den Heere PIETER VAN DORP,
+
+Hanc Orationem
+Ea, qua par est, veneratione
+Sacrat
+Virtuti, et Nomini Eorum
+Devotissimus
+
+ draagt deze redevoering
+ met verschuldigden eerbied op
+ de hun toegewijde
+
+HERMANNUS BOERHAAVE.
+
+ HERMAN BOERHAAVE.
+
+
+
+
+HERMANNI BOERHAAVE
+De Usu ratiocinii Mechanici in Medicina
+ORATIO.
+
+ REDEVOERING
+ van
+ HERMAN BOERHAAVE
+ over
+ Het nut der Mechanistische Methode in de Geneeskunde.
+
+Qui corporum vires ex mole, figura, et velocitate, vel assumtis, vel
+deprehensis observatione, calculo aestimant Geometrico, Mechanici
+appellantur. Quos ipse Artis usus, claraque demonstratae veritatis lux,
+Sapientibus adeo commendavit, ut aliam omni aeque laudatam seculo, omni
+aeque comprobatam suffragio, temere non inveneris. Miram profecto, et
+insperato rei eventu humana fere altiorem Sapientiam!
+
+ Zij, die de krachten der lichamen naar hun massa, vorm en snelheid,
+ hetzij na een korter of langer onderzoek vastgesteld of door directe
+ waarneming gevonden, mathematisch berekenen, worden Mechanisten
+ genoemd. Dezen hebben zich door de practische resultaten hunner
+ wetenschap, welke op schitterende wijze de waarheid hunner stellingen
+ aantoonden, zoozeer de achting der weldenkenden verworven, dat men
+ niet licht eene andere wetenschap zal vinden, die zich ten allen tijde
+ in gelijke mate in ieders toejuiching mocht verheugen. Is zij niet een
+ wonderbaarlijk gewrocht van den menschelijken geest, dat door zijne
+ alle verwachting te boven gaande uitkomsten aan het bovenmenschelijke
+ grenst?
+
+Illa enim certis quidem, sed paucis admodum, iisque vulgatis ubique
+principiis fundamenta debet subtilissimi cujusque et difficillimi
+inventi.
+
+ Het zijn immers slechts zeer weinige, algemeen verbreide, zij het dan
+ ook onbetwistbare, grondbeginselen, op welke haar meest subtiele en
+ ingewikkelde uitvindingen gebaseerd zijn.
+
+Postulata ideo Scientiae hujus sordent his, qui fronte prima decepti
+rebus pretium statuere, vel obscura tantum suspicere solent. Artium
+vero severissimae successum quisquis spectat, summo eam ingenii cultu
+dignissimam habet, quia fundamento subnixa tam plano Hominum robur longe
+supra vires Generis Humani evexit. Ejus quippe effectu nulla datur
+immobilis moles, licet moturus minimo valuerit agendi momento.
+
+ Dit is dan ook de reden, waarom menschen, die gewoon zijn, de dingen
+ op het eerste gezicht, dus veelal verkeerd, te beoordeelen, of slechts
+ eerbied te hebben voor beweringen, die in een duister waas gehuld
+ zijn, voor de grondstellingen dezer wetenschap minachtend de schouders
+ ophalen. Wie echter op de resultaten van die strengste aller
+ wetenschappen let, acht haar de hoogste vereering waardig, omdat zij,
+ op zoo eenvoudigen grondslag opgebouwd, den mensen krachten verleend
+ heeft, die zijne eigene verre overtreffen. Aan haar immers hebben wij
+ het te danken, dat geen massa meer onbewegelijk is, hoe gering ook de
+ beweegkracht zij, waarover wij beschikken.
+
+Quare utilitatem ejus ommis civilis, omnis agnoscit militaris
+disciplina. Hanc aliis artibus necessariam non tantum idonei judices,
+sed et vanae gloriae ex ignara laude aucupes imperiti celebrant. In
+sola medicina spernitur, vel praetervisa nihil boni praestare vulgo
+censetur.
+
+ Haar nut wordt dan ook door alle, zoowel burgerlijke als militaire,
+ wetenschappen erkend. Zóó algemeen wordt zij gevierd als eene voor
+ andere wetenschappen onmisbare hulpwetenschap, dat zelfs onkundigen,
+ als naar gewoonte zichzelf willende verheerlijken door het prijzen van
+ dingen, welke zij niet verstaan, den bevoegden beoordeelaars dien lof
+ nazeggen. De geneeskundigen alleen versmaden haar of zijn gemeenlijk,
+ opzettelijk verzuimend haar nader te bestudeeren, van oordeel, dat zij
+ niets goeds vermag tot stand te brengen.
+
+Quod ipsum tamen adeo ego alienum a rei veritate, adeo calamitosum fundo
+medico habeo, ut dicendi argumentum hac mihi hora aliunde non petiverim.
+Neque Vestram exspectationem, neque mea me vota fefellisse crediderim,
+si plani sermonis perspicuitate evicero, _Mechanices in Medicina usum
+esse summum, necessitatem maximam_.
+
+ Deze meening is nu echter mijns inziens zóó geheel en al bezijden de
+ waarheid en tevens zóó verderfelijk voor de geneeskunde, dat ik
+ gemeend heb, geen beter onderwerp te kunnen uitkiezen, om in dit uur
+ voor U te behandelen. En ik geloof, dat ik zoowel aan uwe verwachting
+ als aan mijnen wensch voldaan zal hebben, als ik in eenvoudige taal
+ duidelijk zal hebben aangetoond, _dat de Mechanica voor de Geneeskunde
+ van buitengewoon belang en ten eenenmale onontbeerlijk is_.
+
+Quae agitanti ubertas rei verborum apparatum praecidere videtur. Sed
+reficit me Vestra in judicando spectata satis sinceritas, quae damnata
+dudum exordii demulcentis lenocinia ab loco hoc, qui soli veritati
+sacer, relegavit. Rem itaque ipsam libere exordior; maxime quum severa
+veritas patientiam quidem et attentionem imploret, gratiam vero repudiet
+et odia.
+
+ Door de uitgebreidheid van het onderwerp word ik wel genoodzaakt, elke
+ rhetorische verfraaiing der rede ter zijde te laten. Dat mij dit
+ echter niet behoeft te verontrusten, daarvoor staat mij de zoo
+ welbekende strikte eerlijkheid van uw oordeel borg, waarmede gij reeds
+ lang de vleitaal eener streelende inleiding door uwe afkeuring uit
+ deze slechts der waarheid gewijde plaats verbannen hebt. Ik ga dus
+ terstond onbeschroomd tot de behandeling van mijn onderwerp over, daar
+ hij, die strenge waarheid verkondigt, zich om geenerlei vooroordeel,
+ het moge hem gunstig of ongunstig zijn, bekommert; slechts geduld en
+ aandacht vergt hij van zijne hoorders.
+
+Generalem corporis naturam nullos definivisse verius quam Mathematicos
+tam clarum habeo, ut litem de fide hujus asserti exspectem plane nullam.
+Quae vero singulari cuique, prout in rerum natura existit, corpori
+propria sit indoles, ex universali hac Geometrarum idea a priori nullus
+rite deduxerit.
+
+ Dat de beste algemeene bepaling van het begrip lichaam door de
+ Wiskundigen gegeven is, acht ik zóó evident, dat ik van niemand eenige
+ tegenwerping tegen deze bewering verwacht. Den individueelen aard
+ echter van elk lichaam in het bijzonder, zooals het zich in de natuur
+ voordoet, zal niemand alleen door logische redeneering uit deze
+ algemeene definitie der Wiskundigen kunnen afleiden.
+
+ Illa enim ex sola collectione communium nata, secluso accurate
+omni eo, quod unum ab alio distinguit, justo ratiocinio non dabit
+conclusionem unquam, quae peculiarem corporis naturam explicet. Ab hac
+ipsa tamen pendet primario vis agendi, qua unum prae alio corpus pollet;
+adeoque illa ignorata et haec incognita lateat necesse est.
+
+ Daar deze immers voortgesproten is uit de samenvatting van die
+ eigenschappen, welke alle lichamen gemeen hebben, met zorgvuldige
+ uitsluiting van alles, wat het eene lichaam van het andere
+ onderscheidt, zal daaruit met nog zoo logische redeneering geen
+ enkele gevolgtrekking kunnen afgeleid worden, die over den
+ bijzonderen aard van eenig lichaam opheldering geeft. En toch hangt
+ juist van dezen in de eerste plaats de grootere of geringere
+ werkingskracht der verschillende lichamen af, zoodat de kennis van
+ deze laatste zonder de kennis van het eerstgenoemde onbestaanbaar is.
+
+Ignota igitur haec detegere quisquis amat, ex ipsa re singulari
+conditiones eruere debet, quae procacem aliter ratiocinii libertatem
+in indaganda rei indole exacte determinet. Has vero certo nullus novit,
+nisi ille, qui sensuum experimento observandos corporis cujusque
+effectus perspexit. Habent sc. hi rationem eorum, quae ex natura propria
+rei indagandae fluunt; singula ergo horum unam hujus proprietatem,
+collecta vero simul integram ejus naturam absolvunt, qua sensibus patet.
+
+ Wie derhalve tot de kennis hiervan wenscht te geraken, moet uit het te
+ bestudeeren voorwerp zelf de bijzondere voorwaarden putten, die zijn
+ anders onbeteugelde vrijheid van redeneering bij het opsporen van den
+ eigenaardigen aanleg van het gegeven object nauwkeurig omgrenzen. Deze
+ voorwaarden echter kunnen slechts door hem gekend worden, die de met
+ de zintuigen waarneembare werkingen van elk lichaam in het bijzonder
+ heeft nagegaan. Deze werkingen zijn namelijk het zichtbaar gevolg van
+ de bijzondere hoedanigheden, welke uit den eigen aard der te
+ onderzoeken zaak voortkomen; elke nu van deze afzonderlijk maakt ééne
+ eigenaardigheid dezer zaak uit, en alle te zamen genomen maken zij
+ haar geheele wezen uit, voor zooverre dat voor de zintuigen
+ waarneembaar is.
+
+Quicunque autem ex his ipsis liquidissime prius perspectis, more dein
+Geometrico ea demonstrat, quae clara et individua sequela inde elici
+possunt, plura longe deteget, quam sensuum auxilium revelasset unquam.
+Neque tamen ipsa haec posteriora vera minus prioribus, neque minus
+certa, neque minus apta usui erunt.
+
+ Gaat men nu een stap verder door uit deze duidelijk waargenomen feiten
+ langs wiskundigen weg alles, wat daaruit klaarblijkelijk onafwijsbaar
+ voortvloeit, af te leiden, dan zal men veel meer ontdekken, dan met
+ behulp der zintuigen alleen ooit het geval geweest ware. En toch
+ zullen de op laatstgenoemde wijze verkregen uitkomsten niet minder
+ waar, noch minder bruikbaar zijn dan de vroeger verkregene.
+
+Praeter binas hasce, tertia non datur, quae peculiarem corporeae
+cujusdam machinae constructionem reseret, clavis.
+
+ Buiten deze twee is er geen derde methode, welke de bijzondere
+ inrichting van het een of andere mechanisme kan helpen opsporen.
+
+Quarum utraque id evincit unum, humanum corpus idem esse natura toti,
+quam contemplamur, Universitati rerum.
+
+ Beide methoden nu leiden onveranderlijk tot dit resultaat, dat het
+ menschelijk lichaam in aanleg volkomen overeenstemt met de geheele ons
+ omringende natuur.
+
+Sensu teste et ratione judice nil habet praeter caetera eximii, si
+seria speculatione principia ejus lustraveris, nisi quod ex pluribus,
+diversisque machinis influxu humorum agitatis illud possidemus
+conflatum.
+
+ Zoowel zinnelijke waarneming als verstandelijk overleg leeren ons, dat
+ het menschelijk lichaam voor hem, die zijne samenstellende deelen met
+ wetenschappelijken ernst bestudeert, geen enkele afwijking vertoont in
+ vergelijking met andere lichamen, tenzij dan dat het samengesteld is
+ uit verscheidene mechanismen van verschillenden vorm, die door er
+ doorheen stroomende vochten in beweging gebracht worden.
+
+Conflatum vero hac conditione, ut adunatarum partium effectus sit
+plures producere, eosque varios valde, motus, qui mechanica plane
+evidentia ex mole, figura, firmitate et nexu partium inter se, fluunt.
+Quod confirmatur satis, quoniam solo mechanico motu destructa harum
+partium una, vel soluta tantum vinculi tenacitate, frustra eundem
+deinceps effectum speramus. Humanum ergo verum est, quale Mechanici
+speculantur, corpus; habet adeoque id omne, quod clara hujus specie
+exhibetur.
+
+ Ons lichaam is nu zoo ingericht, dat zijne vereenigde deelen het
+ vermogen bezitten, verscheidene en wel zeer verschillende bewegingen
+ voort te brengen, welke, geheel overeenkomstig de regelen der
+ mechanica, bepaald worden door de massa, den vorm, de vastheid en de
+ onderlinge verbinding der deelen. Dit blijkt reeds terstond hieruit,
+ dat, wanneer een dezer deelen louter ten gevolge der mechanische
+ beweging vernield of ook slechts de stevigheid der verbinding
+ verminderd is, de vroeger waargenomen werking stellig uitblijft. Het
+ menschelijk lichaam is dus een zuiver mechanisch lichaam en vertoont
+ er derhalve alle eigenschappen van.
+
+Eadem igitur lege, qua mathematicum illud et humana haec machina
+explicabilis arti geometricae erit; si modo pro datis assumuntur, non
+quas arbitrium mentis ex infinita possibilium varietate pro lubidine
+finxit, sed sensuum usu probe compertae dotes ejus peculiares.
+
+ Op dezelfde wijze dus als de door de mathematici bestudeerde lichamen
+ zal ook het menschelijk mechanisme een object van wiskundige
+ behandeling kunnen zijn, indien men slechts zijne bijzondere door
+ zinnelijke waarneming behoorlijk vastgestelde eigenschappen als vaste
+ gegevens aan het onderzoek ten grondslag legt, niet echter zulke
+ eigenschappen, die geheel willekeurig er aan toegekend en uit eene
+ oneindige verscheidenheid van mogelijkheden zonder eenigen positieven
+ grond uitgekozen zijn.
+
+Quarum plurimas anatome vario equidem detexit artificio, observando
+majorum, quibus componimur, partium definitam structuram. Plura in
+minoribus pulcherrimum detexit microscopii inventum, similem his,
+majoribusque naturam demonstrans.
+
+ Zeer vele eigenaardigheden nu van het menschelijk lichaam heeft de
+ ontleedkunde langs verschillende wegen aan het licht gebracht, door
+ den bepaalden bouw van de grootere deelen, welke het samenstellen, na
+ te gaan. De kennis van verscheidene eigenschappen der kleinere deelen
+ hebben wij te danken aan de schoone uitvinding van het microscoop,
+ hetwelk aantoonde, dat de grootere en de kleinere deelen in aanleg
+ overeenkomen.
+
+ Sed et liquidorum scientia revelavit multa, quae humorum per vasa
+nostra circumactorum ingenium, impetum, directionemque determinant.
+Quare, aut ex omnibus his nihil lege scientiae deduci poterit unquam,
+aut soli mechanicae in cognoscendo, adeoque et in gubernando corpore
+humano palma tribuenda erit.
+
+ Doch ook de leer der vloeistoffen heeft ons vele factoren doen
+ kennen, door welke de geaardheid, de stuwkracht en de richting der
+ door onze vaten rondgevoerde vochten bepaald worden. Derhalve zal
+ aan geen andere wetenschap dan aan de werktuigkunde de voorrang
+ moeten worden toegekend bij het onder zoeken, ja zelfs ook bij het
+ naar onzen wil besturen van het menschelijk lichaam, tenzij men
+ misschien mocht willen aannemen, dat uit de genoemde dingen langs
+ wetenschappelijken weg niets valt af te leiden.
+
+Nihil veri, nihil certi, nihil quod ex usu sit, ex tot manifestis
+observatis deduci posse, sive ea quis rite expenderit singula, sive
+emendatissimo ratiocinio inter se comparaverit universa, quis credet,
+quis asseret?
+
+ Doch wie zal gelooven, wie beweren, dat uit zoovele duidelijk
+ waargenomen feiten, hetzij men elk afzonderlijk behoorlijk overweegt
+ of ze alle te zamen op de meest oordeelkundige wijze onderling met
+ elkaar in verband brengt, niets waars, niets zekers, niets bruikbaars
+ kan worden afgeleid?
+
+Languentis certe animi tardum nimis torporem, et ingratum plane
+pulcherrimorum, quae possidemus, inventorum neglectum, qui sic loquitur,
+palam facit.
+
+ Hij, die zoo spreekt, openbaart hierdoor slechts een al te groote
+ traagheid en sufheid van geest en een allerondankbaarste
+ geringschatting voor de schoonste uitvindingen, welke wij bezitten.
+
+Desidiosi est nihil agendo desperare semper, vel elevare verbis, facere
+quae forte solus non possit.
+
+ Het is immers een eigenschap van den arbeidschuwe, uit wanhoop aan den
+ goeden uitslag niets te durven ondernemen of datgene als onbereikbaar
+ voor te stellen, waartoe misschien _zijne_ krachten alleen te kort
+ schieten.
+
+Quod si ratiocinandi lege ignota quidem inde illustrari posse concedens
+quis, mechanicis tamen solis id muneris denegat, aliam det quaeso, quae
+corporea rectius excutiat, artem.
+
+ Mocht er echter iemand gevonden worden, die wel toegeeft, dat uit
+ genoemde feiten langs den weg der redeneering onbekende zaken kunnen
+ opgehelderd worden, doch slechts den werktuigkundigen het recht
+ hiertoe ontzegt, laat hij ons dan buiten de mechanica eene andere
+ wetenschap aanwijzen, die ons beter in staat stelt, de eigenschappen
+ der lichamen uit te vorschen.
+
+ Id qui aggreditur, necessarium est ut statuat rerum naturam optime
+explicari per ea principia, quae a quaesita rei natura maxime aliena
+sunt, et per eos, qui ab una omni Bono probata veri indagandi methodo
+longissime aberrant. Eo autem ipso tot, tantisque se intricat absurdis,
+ut, nulla ejus ratione habita, propositum demonstratum putem.
+
+ Wie dat poogt te doen, moet zich in het hoofd gezet hebben,
+ dat de aard der dingen het best kan worden opgespoord door van zulke
+ grondbeginselen uit te gaan, die daar het meest tegen indruischen,
+ en door zoodanige personen, die het sterkst afwijken van de
+ onderzoekingsmethode, die door alle weldenkenden als de eenige, welke
+ ware resultaten oplevert, erkend wordt. Alleen reeds daardoor echter
+ zou hij zich in zulk een warnet van ongerijmdheden verstrikken, dat
+ ik, zonder verder, rekening met hem te houden, mijne stelling bewezen
+ mag achten.
+
+Sed jejuna nimis audit haec convincendi ratio, cujusque remotior ab
+usu communi vis paucos in assensum cogat! Id verum quin sit, si ex
+plurimorum captu aestimatur demonstrationis pondus, nullus dubito.
+
+ Maar deze bewijsvoering klinkt wat al te nuchter en moet wel, al te
+ zeer afwijkend van den gebruikelijken betoogtrant, weinigen tot
+ instemming nopen! En dat is zeer zeker het geval, indien men de kracht
+ van een betoog afmeet naar het bevattingsvermogen van de meerderheid
+ der menschen.
+
+Quidni ergo, vel horum gratia, in liquidissima luce locatam rem ponamus
+ob oculos; et in ea quidem, qua se omnes pulchre uti jactant, quibus
+mederi cura est.
+
+ Waarom zou ik dan niet, al was het slechts om dezen te voldoen, U de
+ zaak in het helderste licht voor oogen stellen, van welk licht alle
+ beoefenaren der geneeskunst, als men hen gelooven mag, een ruim
+ gebruik maken.
+
+Quae aggressurus vel invitus sane cogor ex historia structurae corporis
+allegare ea, quae Rhetorum locis insueta plane et inaudita, puritati
+defaecatae Latinitatis peregrina et barbara, intellectui tamen ipsius
+rei praeprimis necessaria habentur.
+
+ Terwijl ik nu daartoe overga, zie ik mij wel, hoezeer ook tegen mijnen
+ zin, genoodzaakt, het een en ander uit de anatomie ter sprake te
+ brengen, dat, daar een dergelijk onderwerp nooit door rhetorische
+ schrijvers behandeld is, in minder zuiver en gekuischt Latijn moet
+ worden weergegeven, dat ik echter voor het goed begrip van de zaak
+ zelve meen niet achterwege te mogen laten.
+
+Maximam corporis nostri partem arteriis contextam, harumque sustentatam
+beneficio vigere, clarius est, quam demonstratione ut egeat. Has canales
+esse cruorem qui castigant, inque suo dirigunt itinere, quorum maxima
+circa cor sensim gracilescit cavitas, donec prae tenuitate aciem visus
+fugiat, vel laniones norunt.
+
+ Dat het grootste gedeelte van ons lichaam met slagaderen doorweven is
+ en door deze in stand gehouden wordt, is te duidelijk, om betoog te
+ behoeven. Dat dit de kanalen zijn, die het bloed inhouden en in zijnen
+ loop richten, en dat hun omvang, in den omtrek van het hart het
+ grootst, langzamerhand afneemt en ten slotte zóó klein wordt, dat hij
+ niet meer voor het bloote oog waarneembaar is, dat weten zelfs de
+ slagers.
+
+ Neque minus vulgatum, a corde exortum unum horum truncum explicari
+in ramos laterales, figura trunci similes, eadem ratione et divisos
+rursus et decrescentes, hoc tamen artificio, ut truncus recta pergens,
+in loco divisionis majori plerunque capacitate aperiatur quam rami, qui
+ad latera trivii hujus porriguntur.
+
+ Niet minder algemeen bekend is het, dat één hoofdstam van deze
+ kanalen, van het hart uitgaande, zich in zijtakken splitst, die met
+ den hoofdstam gelijkvormig zijn en op dezelfde wijze als deze zich op
+ hun beurt splitsen en langzamerhand in omvang afnemen, waarbij echter
+ deze eigenaardigheid valt op te merken, dat de recht doorloopende
+ hoofdstam ter plaatse, waar hij zich vertakt, gewoonlijk een wijder
+ opening vertoont dan de aan dezen driesprong ontspringendezijtakken.
+
+ Sinuoso autem flexu ita haec omnia vasa curvari, ut cavitatum
+latera ad infinitos numero, et magnos valde angulos ubique inflectantur,
+hujusque Spirae gravissimos effectus esse in sanguinem transfluentem,
+observarunt a paucis retro annis, qui Geometricas subtilitates rebus
+applicuere Medicis.
+
+ Dat echter al deze vaten zoodanige krommingen beschrijven, dat
+ de zich zijdelings vertakkende buizen op een oneindig aantal plaatsen
+ wijde hoeken vormen en dat deze windingen een buitengewonen invloed
+ uitoefenen op de doorstrooming van het bloed, is eerst voor weinige
+ jaren ontdekt door hen, die de scherpzinnig gevonden stellingen der
+ wiskunde op geneeskundige vraagstukken hebben toegepast.
+
+Quam mirabili vero, quam efficaci fabrica flexiles finxit hos canales
+Adorandus nostrae machinae Faber!
+
+ Met welk een bewonderenswaardige, met welk een doeltreffende
+ kunstvaardigheid heeft de aanbiddelijke Bouwmeester van ons mechanisme
+ deze buigzame kanalen gevormd!
+
+Dum a premente intus liquido distendi posse sine lacerationis discrimine
+voluit, eoque rursum fecit ingenio, ut humorem a dilatatione reciproca
+cessantem valido cum impetu cogere, se vero in arctiorem capacitatem
+propria sponte restituere queant.
+
+ Hij wilde, dat zij door het tegen hunne wanden drukkende vocht zonder
+ gevaar voor scheuring zouden kunnen uitgezet worden en verleende hun
+ tevens het vermogen, tot hun vroegeren omvang vanzelf weder terug te
+ keeren en het vocht met een krachtigen stoot voort te stuwen, zoodra
+ dit opgehouden heeft ze uit te zetten.
+
+Ultimos autem arteriae, hosque minutatim divisos fines in membrana, ut
+firma basi, ordinari, ibique per fistulas in mutuos occursus emissas
+hiare inter se, ante Malpigium viderat nemo. Ille primus ambages
+resolvit et mille viarum dolos, quos pulsa in hos Maeandros liquida
+pererrant.
+
+ MALPIGHI was echter de eerste, die zag, dat de laatste uiteinden der
+ slagader, in zeer dunne buisjes vertakt, in een vlies, als in een
+ stevig omhulsel, zijn samengevoegd en daar door middel van nauwe
+ kanalen wederkeerig met elkander in gemeenschap staan. Hij heeft ons
+ het eerst den weg leeren vinden in het labyrint der tallooze
+ dwaalwegen, welke de vloeistoffen, langs deze kronkelpaden
+ voortgedreven, te doorloopen hebben.
+
+Sed, o admirabilitatem maximam! o mechanismum pollicis divini!
+
+ Doch het wonderbaarlijkste, waarbij zich de vinger Gods waarlijk in
+ Zijn werk openbaart, is wel het volgende.
+
+Tanta enim accuratione digesti ramuli aequali hic viae latitudine
+porrecti et laterali progenie orbi, primordia venarum, Lymphaeductuum,
+horumque sinus mutata constituunt figura.
+
+ De takjes, welker loop met zoo groote zorgvuldigheid geregeld is en
+ die zich hier alle langs banen van gelijke breedte in rechte richting,
+ zonder zijdelingsche vertakkingen, voortbewegen, vormen, van gedaante
+ veranderend, de eerste beginselen der aderen en lymphvaten met hunne
+ boezems.
+
+Haec ea sunt, quae oculi acies, microscopium, vasorum in vivis
+ligaturae, hydrargyrium mortuis injectum, contemplatio figurae morbosae,
+comparatio denique brutorum, piscium, insectorum et plantarum detexit.
+
+ Dat is het, wat de waarneming met het bloote oog en met het
+ microscoop, het afbinden der vaten bij levenden, de inspuiting der
+ lijken met kwikzilver, de beschouwing van het lichaam in ziekelijken
+ toestand en eindelijk de vergelijking met dieren, visschen, insecten
+ en planten aan het licht gebracht heeft.
+
+Praeter illa in arteriis ipsis deprehenditur nihil, falso finguntur
+plurima.
+
+ Buiten de genoemde verschijnselen vertoonen de slagaderen er geen
+ enkel; al wat er verder van verteld wordt, berust op louter
+ verdichting.
+
+Maxima ergo corporis, eaque efficax valde ad vitam pars, Mechanica
+descriptione, canalis est conicus, elasticus, inflexus, divisus in
+similes minores eodem trunco ortos, qui ultimo circa vertices
+cylindricos retis structura in se mutuo patent.
+
+ Een zeer groot deel van het lichaam derhalve en wel dat deel, hetwelk
+ voor de instandhouding van het leven van het grootste belang is,
+ bestaat, werktuigkundig uitgedrukt, uit een kegelvormig, veerkrachtig
+ en gebogen kanaal, waaruit op verschillende punten kleinere kanalen
+ van denzelfden vorm ontspringen, die ten laatste door middel van
+ cylindervormige buisjes wederkeerig in elkaar uitmonden, zoodat het
+ geheel er als een net uitziet.
+
+Id si verum, quod omnium profecto verissimum, nonne sequitur omnes
+effectus quos sanguini arteriæ præstant, tantum pendere ab hac earum
+fabrica?
+
+ Indien het nu waar is--en niets is meer waar dan dat--volgt daar dan
+ niet uit, dat alle werkingen van de slagaderen op het bloed slechts
+ bepaald worden door hare zooeven beschreven inrichting?
+
+Nonne et hoc rursum liquet, omnes ergo illos hinc solummodo petendos,
+et demonstrandos esse?
+
+ En ligt het voorts niet ook voor de hand, dat uit dien hoofde al deze
+ werkingen slechts daaruit af te leiden en te verklaren zijn?
+
+Vos nunc, qui justi sedetis hac in causa Judices, obtestor! Quis ea, quæ
+vel hinc duntaxat oriuntur, verae demonstrationis ordine expediet?
+
+ Nu vraag ik U, die als onpartijdige rechters geroepen zijt, in deze
+ zaak uitspraak te doen! Wie is in staat, de gevolgtrekkingen, die
+ alleen reeds uit de genoemde verschijnselen afgeleid kunnen worden,
+ systematisch uiteen te zetten?
+
+Solus ille, qui figurarum contemplationi, et oscillatoriæ virtutis
+calculo assuetus, callide videt, quam multa, quam gravia ex hisce solis
+demonstrare queat; solus ergo Mechanicus.
+
+ Ongetwijfeld slechts hij, die, vertrouwd met de nauwkeurige
+ beschouwing van figuren en de berekening der veranderlijke kracht, de
+ kunst verstaat, alleen reeds uit de boven beschreven feiten een
+ menigte belangrijke besluiten te trekken. En dat is toch geen ander
+ dan de Werktuigkundige.
+
+Sed patiamur abripi nos admirabilitate hujus arteriæ, brevis certe
+levisque attentionis præmium Scientia erit totius fere humani corporis.
+
+ Maar laten wij ons nog een weinig verdiepen in de beschouwing van de
+ zoo uiterst merkwaardige slagader; niet minder dan de kennis van bijna
+ het geheele menschelijk lichaam zal het loon zijn voor een korte en
+ geringe inspanning van onzen geest.
+
+Illa, ubi depictum antea rete constituit, tubos emittit cylindricos adeo
+arctos, qui rubras cruoris sphaeras ore suo capere nequeant; unde his
+recipitur tenuior tantum et excolor pars sanguinis.
+
+ Zoodra de groote slagader het hierboven beschreven net gevormd heeft,
+ zendt zij cylindervormige buizen uit, die zóó nauw zijn, dat zij de
+ roode bloedlichaampjes niet doorlaten, doch slechts het dunnere,
+ kleurlooze bloed in zich kunnen opnemen.
+
+En veram vasis lymphatici ideam!
+
+ Daar hebt ge nu de juiste voorstelling van een lymphvat!
+
+Eadem rursum ibidem loci arteria recto porrigit decursu truncum, qui
+emissis Lymphaticis amplior crassiorem, rubrumque sanguinem, sero
+liquidiori orbatum vehat.
+
+ Ter zelfder plaatse zendt de slagader ook een recht doorloopenden
+ stam uit, die, van grooter omvang dan de lymphvaten, bestemd is, het
+ dikkere, roode, van het helderder serum ontdane bloed te vervoeren.
+
+Ecce venarum genuinam originem!
+
+ Ziedaar den waren oorsprong der aderen!
+
+Quarum angustam primo cavitatem mox ampliorem reddit infusa ubique nova
+per laterales fistulas liquidi venosi, Lymphaticique moles, prorsus ut
+novum conum, similem arterioso, eique ad vertices oppositum
+repraesentare discat.
+
+ Deze, die in het begin zeer eng zijn, nemen allengs in omvang toe door
+ het van alle kanten nieuw toestroomend aderlijk en lymphvocht, zoodat
+ er ten laatste een nieuwe kegel, gelijk aan dien der slagader, maar
+ zóó dat de beide kegels elkaar met hunne toppen raken, gevormd wordt.
+
+Perfunctorie tangere quae debui, vasa, vah quae, quamque pulchra in
+recessu recondunt!
+
+ De vaten, die ik slechts oppervlakkig behandelen kon, ach, hoeveel
+ schoons bergen zij niet in zich.
+
+Arterias, Venas, Lymphaeductus, descriptumque horum apparatum plano
+affigas membranaceo, huic nervos intexas, villosque applices elasticos,
+tum convolvas in glomerem, habebis glandulae fabricam.
+
+ Hecht slagaderen, aderen en lymphvaten, op de boven beschreven wijze
+ tot één geheel vereenigd, aan een vliesachtig oppervlak vast, vlecht
+ daar zenuwen in en breng hier en daar veerkrachtige vezels aan, rol
+ dit alles vervolgens tot een kluwen op en ge hebt de inrichting van
+ een klier voor U.
+
+Quam quoties cogito, uberrimam mirandorum effectuum matrem contemplor,
+simulque ineptissimi cujusque figmenti falso celebratam sedem.
+
+ Zoo dikwijls ik hieraan denk, verdiep ik mij in de beschouwing van het
+ orgaan, dat zoovele wonderbaarlijke werkingen teweegbrengt, waaraan
+ echter ook zoovele dwaselijk verzonnen eigenschappen zijn
+ toegeschreven.
+
+Tu vero inanes Chimaerae latebras aperiens, Tu maxime Malpigi!
+Suprahumana industria, incredibili labore, atque cautissima
+perspicientia, simplici hoc artificio absolvi ejus compagem, plus
+quam demonstras!
+
+ U echter, groote MALPIGHI, die alle hersenschimmen voorgoed verjaagd
+ hebt, is het door bovenmenschelijken ijver, door ongelooflijke
+ inspanning en schrander doorzicht gelukt, onwederlegbaar aan te
+ toonen, dat de schijnbaar zoo ingewikkelde bouw eener klier slechts
+ door de boven beschreven eenvoudige inrichting tot stand komt!
+
+Quanti vero momenti demonstratio! glandularum enim aggregato totum fere
+corpus constat!
+
+ En hoe belangrijk is deze ontdekking niet! Het geheele lichaam bestaat
+ immers uit schier niets anders dan uit een samenstel van klieren!
+
+Cerebrum Hippocratico oraculo glandula penicillo Malpigiano depingitur
+ut ordinata ex arteriis, venis, receptaculis, emissariisque nervosis
+moles. Jecur, Lien, Renes glandulis fiunt adunatis.
+
+ De hersenen, die reeds HIPPOCRATES een klier had genoemd, worden ons
+ nu door het penseel van MALPIGHI geschilderd als een massa, bestaande
+ uit slagaderen, aderen en nerveuze reservoirs en afvoerkanalen. Lever,
+ milt en nieren zijn slechts uit klieren opgebouwd.
+
+Ipsa humoris genitalis officina artificiosus canalium cylindricorum
+glomus. Ipsum Embryi dolium, ipsa foetus aula, ipse candidi nectaris,
+quod recens nati bibunt, promus condus hac glandulosa operantur arte.
+Ossa ipsa et membranas eadem fere compaginari structura quis dubitat,
+nisi cui cedro digna et aere scripta Malpigii, Kerkringii, Havertiique
+nondum illuxere?
+
+ Ook de kweekplaats van het voortplantingsvocht is een kunstig kluwen
+ van cylindervormige kanalen. Ja, zelfs de verblijfplaats van het
+ embryo, de woning der ongeboren vrucht, de voorraadkamer des witten
+ nectars, dien de jonggeborenen drinken, vertoonen zich door hare
+ afscheidingsprocessen als echte klieren. Dat ook de beenderen en de
+ vliezen ongeveer op dezelfde wijze gebouwd zijn, wie twijfelt er aan
+ behalve hij, die nog geen kennis genomen heeft van de onsterfelijke
+ geschriften van MALPIGHI, KERKRING en HAVERS?
+
+Lacertis tandem examinandis mentem applicuisse rogo ne poeniteat! Huic
+se labori quicunque non subduxerit, nae ille subtilissimae Mechanicae
+artis efficacissima instrumenta clarissime reperiet! Musculus enim omnis
+nonne ex minoribus similibus componitur? Ultimus vero quid, quaeso,
+villus est? Non aliud certe, quam nervosi et angustissimi canalis
+dilatata, simulque attenuata pellis canali, unde oritur, cavum formans
+amplius soloque inflatum spiritu.
+
+ Laat mij ten slotte nog uwe aandacht mogen vragen voor eene oplettende
+ beschouwing der spieren! Wie zich die moeite getroost, zal in haar de
+ meest doelmatige instrumenten van allerfijnste mechanistische kunst
+ zeer duidelijk terugvinden! Is immers niet de spier in haar geheel uit
+ kleinere spieren van gelijken vorm samengesteld? En wat is nu
+ eigenlijk haar laatste bestanddeel, de vezel? Stellig niets anders dan
+ een ruim maar tevens zeer dun vlies, dat tot omhulsel dient voor een
+ uiterst nauw nerveus kanaal, een grooteren omvang heeft dan dat
+ kanaal, waaruit het voorkomt en slechts met geest[1] gevuld is.
+
+ [Voetnoot 1: Met „geest“, de vertaling van het Latijnsche
+ „spiritus“, is bedoeld een zeer vluchtige vloeistof, die volgens
+ Boerhaave en andere oude geneeskundigen in spieren en zenuwen
+ gevonden wordt (Vertaler).]
+
+Hujus vero quam immensa sit machinae potentia, scite novit, qui
+hydraulica Mariotti experimenta contulit Cartesii Mechanicis.
+
+ Hoe reusachtig echter de kracht van dit werktuig is, leert men eerst
+ recht inzien, indien men de hydraulische proeven van MARIOTTE
+ bestudeerd heeft in verband met de werktuigkundige verhandelingen van
+ CARTESIUS.
+
+Pulmones contemplemini, diversae a caeteris structurae, saccos habebitis
+elasticos, sphaeroïdeos, qui abscisso coni vocalis appenduntur vertici;
+horum superficies maculis retis sanguiferi ornatur, et, quod mira hic
+arcana velat, incilibus fere caret lymphaticis.
+
+ Beschouwt aandachtig de longen, die in bouw van de overige organen
+ verschillen, en ge hebt voor u veerkrachtige, bolvormige zakken, die
+ afhangen van het afgeknotte uiteinde der luchtpijp; hunne oppervlakte
+ wordt in den vorm van een net door bloedvaten doorsneden, zij zijn
+ echter--en dit is een onoplosbaar raadsel--bijna geheel verstoken van
+ lymphvaten.
+
+Ergone, cogitatis forte, admirabilis illa, illa tam artificiosa Hominis
+machina simplici adeo perficitur apparatu!
+
+ Wordt derhalve, zoo hoor ik u vragen, de zoo wonderbaarlijke, de zoo
+ kunstige bouw van het menschelijk lichaam slechts door een zoo
+ eenvoudige inrichting tot stand gebracht?
+
+Certe non fit alio.
+
+ Het is stellig niet anders.
+
+Habeat hanc, qui volet, ob simplicitatem, vilem!
+
+ Moge, wie wil, er met minachting wegens zijnen eenvoud op neerzien!
+
+Mechanice Organum id laudat, ejusque Auctorem celebrat sapientissimum,
+quod quaesito effectui producendo aptissimum, simulque inter omnia, quae
+eundem praestare possent, simplicissimum sit.
+
+ De Werktuigkundige heeft hieromtrent een geheel tegenovergestelde
+ opvatting: _hij_ heeft juist den hoogsten lof over voor het vernuft
+ van _hem_, die een werktuig weet te vervaardigen, dat tot het
+ voortbrengen der verlangde werking het meest geschikt en
+ tegelijkertijd onder alle, die deze kunnen voortbrengen, het
+ eenvoudigst is.
+
+Quid tandem ex hisce concludemus?
+
+ Welk besluit kunnen wij nu uit dit alles trekken?
+
+Corpus nempe humanum machinam esse, cujus solidae partes aliae sint
+vasa liquidis coërcendis, dirigendis, mutandis, separandis, colligendis,
+et excernendis apta; aliae vero instrumenta mechanica, quae figura,
+duritie nexuque suo vel fulcire alia, vel definitos motus exercere
+queant.
+
+ Het is dit, dat het menschelijk lichaam een werktuig is, van welks
+ vaste deelen er sommige bestaan uit vaten, geschikt om de vloeistoffen
+ te bevatten, te richten, van gedaante te doen veranderen, te
+ verdeelen, bijeen te zamelen en af te scheiden; andere uit mechanische
+ instrumenten, die door hunnen vorm, hunne hardheid en de vastheid
+ hunner verbinding in staat zijn, zoowel anderen deelen tot steun te
+ dienen als bepaalde bewegingen uit te voeren.
+
+Peccabo in patientiam vestram vestrumque decus, si cuncta examussim
+explico. Id unum bona audietis cum gratia: Hippocratem cum integro, quem
+sequutus est Babyloniorum, Ægyptiorum, Graecorumque choro, cum integra,
+quae eum sectata est Grajorum schola duo haec, non alia detexisse.
+
+ Ik zou uw geduld te zeer op de proef stellen en daardoor aan uwe
+ waardigheid te kort doen, indien ik alles tot in de kleinste
+ bijzonderheden wilde uiteenzetten. Slechts dit zult gij wel zoo
+ vriendelijk zijn te willen aanhooren, dat HIPPOCRATES met de gansche
+ schare van Babyloniërs, Egyptenaren en Grieken, wier voetstappen hij
+ volgde, en de geheele Grieksche school, die van hem uitging, niets
+ anders dan de beide genoemde groepen van lichaamsdeelen hebben kunnen
+ ontdekken.
+
+Arabas omni industria, omni anatomes cultu tertium addere potuisse
+nunquam.
+
+ De Arabieren hebben, hoe ijverig zij zich ook op de studie der
+ ontleedkunde toelegden, nooit een derde hieraan kunnen toevoegen.
+
+Instauratorem anatomes consulite Vesalium, hujus aemulos Eustachium et
+Fallopium; tum immortales inventis Harvaeum et Malpigium; et hos, qui
+singuli novis antiqua emendarunt Asellium, Pecquetum, Bartholinum,
+Dathirium, Bellinum, Glissonium, Wharthonum et Willisium; his jungite
+juxta leges mechanicas anatomicos Lealem et Louwerum, quique in
+abditissima penetrarunt, Hokium, Pouwerum, Leeuwenhoekium, deprehensuri
+estis omni arte, omni artis adjumento bina, quae dixi, nec inventa alia.
+
+ Raadpleegt VESALIUS, die de ontleedkunde in nieuwe banen leidde,
+ diens mededingers EUSTACHIUS en FALLOPIUS, vervolgens ook HARVEY en
+ MALPIGHI, die zich door hunne ontdekkingen een onsterfelijken naam
+ verworven hebben, voorts ASELLIUS, PECQUET, BARTHOLINUS, DATHIR,
+ BELLINI, GLISSON, WHARTON en WILLIS, die elk op hunne beurt oude
+ meeningen voor nieuwe, betere inzichten hebben doen plaats maken;
+ voegt bij dezen LEAL en LOUWER, die de wetten der mechanica op de
+ ontleedkunde toepasten, en eindelijk HOOKE, POUWER en LEEUWENHOEK, die
+ tot de diepste verborgenheden zijn doorgedrongen, en ge zult vinden,
+ dat zij met al hunne wetenschap, met alle middelen, welke hun bij hun
+ onderzoek ten dienste stonden, geene andere dan de twee genoemde
+ bestanddeelen van het menschelijk lichaam hebben kunnen ontdekken.
+
+Cur alia ergo fingere precario quempiam patiemur, nobisque imponentem in
+aeternum verba dare?
+
+ Waarom zouden wij dus dulden, dat men andere willekeurig verzint en
+ ons maar steeds wat op de mouw speldt?
+
+Ubi Elementis, qualitatibus, formis, causis chemicis, animatis,
+metaphysicis, amoris et odii affectibus, ubi, inquam, tot fabulis
+locus, causa, necessitas?
+
+ Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen,
+ chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is
+ hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele verdichtselen?
+
+Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.
+
+ Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar
+ verzonnen verschijnselen.
+
+Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua
+solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum
+effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus
+sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.
+
+ Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam als hun
+ gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste
+ wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.
+
+ Derhalve verdienen _zij_ alleen gehoor, moeten slechts _hunne_
+ uitspraken geraadpleegd, slechts _hunne_ beginselen aanvaard, slechts
+ _hunne_ methode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt naar
+ de werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien
+ heeft.
+
+Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur, demonstratio.
+
+ Slechts _dat_ betoog zal hier van kracht zijn, dat door een in _deze_
+ wetenschap ervaren Meester geleverd wordt.
+
+Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel
+simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid
+vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?
+
+ U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik,
+ wat de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het
+ hoornvlies, wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het
+ waterachtig vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.
+
+Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et
+inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad
+exceptionen, directionemque radii sonori?
+
+ Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het
+ midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden
+ breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor
+ het opvangen en richten der geluidsgolven?
+
+Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora
+ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras
+formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et
+dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in
+vilissimo quoque animalium fabricae?
+
+ Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de
+ richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de
+ velerlei krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat
+ daaraan vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging
+ gebracht wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van
+ deze inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op
+ dezelfde wijze en even ingewikkeld vertoont?
+
+Nunc daedalei labyrinthi, conchæ, vestibuli, duplicis in cochlea
+turbinata spirae, loci ovalis et rotundæ fenestræ, tot inquam
+miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae
+Divina manus, date rationem.
+
+ Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de
+ schelp, van het voorportaal, van de dubbele winding van het
+ kegelvormig slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van
+ zoovele wonderen van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de
+ zeer harde rots heeft uitgehouwen.
+
+Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni
+prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.
+
+ Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een
+ diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult
+ kunnen begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen,
+ welke hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.
+
+De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de
+fluidis subnectam.
+
+ Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het
+ ligt in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen
+ toevoeg.
+
+Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu
+sanitas absolvitur.
+
+ Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van welker
+ onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.
+
+Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et
+agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur,
+rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit,
+efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico
+patent per experimenta indagandi.
+
+ Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke
+ voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent,
+ door welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo
+ één enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof
+ en al zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en
+ vorm. Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof
+ afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs
+ experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.
+
+Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano;
+unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum
+scientiam, quae usum rei praestet idoneum.
+
+ Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik
+ hier niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze
+ kennis der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zóóver
+ gevorderd is, dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.
+
+At si totam fluidi molem simul spectamus, gravitas ejus fluorque
+communes deprehunduntur sublunaris liquidi proprietates. Virtus vero
+elastica, ponderis, spissitudinis, fluiditatis, nixusque in contactum
+gradus varii, momentum impetus quo fertur, et itineris directio palmaria
+sunt quae unum ab alio fluidum distinguunt. Horum vero omnium tanta
+efficacia est, ut infinita, quae sanis contingunt, non aliunde oriantur.
+
+ Letten wij daarentegen op de gezamenlijke massa der vloeistof, dan
+ nemen wij zwaarte en strooming als de eigenschappen waar, welke alle
+ vochten op aarde met elkander gemeen hebben. De elasticiteit echter,
+ de verschillende graden van zwaarte, dichtheid, vloeibaarheid en
+ adhaesievermogen, de snelheid en de bewegingsrichting zijn de
+ voornaamste eigenschappen, waardoor de vloeistoffen zich onderling
+ onderscheiden. De invloed nu van al deze eigenschappen is zóó groot,
+ dat de oorsprong der tallooze verschijnselen, welke het menschelijk
+ lichaam in normalen toestand te aanschouwen geeft, slechts daarin
+ behoeft gezocht te worden.
+
+Quamobrem quicunque ex praecepto scientiae rite haec enucleat, opus is
+absolvit summae ad perfectionem medicam necessitatis.
+
+ Wie derhalve van dit alles op streng wetenschappelijke wijze een
+ systematische uiteenzetting weet te geven, verricht daarmede een werk
+ van het grootste belang voor de bevordering der geneeskunde.
+
+Sed fidem vestram! quis proponere, explicare et demonstrare vim eorum
+poterit, qui Hygrostatices, quae subtilis Mechanices pars, rudis est?
+
+ En nu vraag ik U, wie zal de beteekenis der genoemde verschijnselen
+ kunnen in het licht stellen, verklaren en aantoonen, die niet
+ vertrouwd is met de Evenwichtsleer der vloeistoffen, dat zoo
+ ingewikkelde onderdeel der Werktuigkunde?
+
+Haec illa est Aquilegum scientia, quae ex assumtis, modo quas descripsi,
+affectionibus ratiocinia nectens geometrica utilissima et usui apta
+reperit Theoremata.
+
+ Dit is de zoo vermaarde wetenschap der Waterbouwkundigen, welke, door
+ gebruik te maken van wiskundige berekeningen bij de bestudeering der
+ zooeven door mij genoemde eigenschappen, zeer nuttige en voor de
+ praktijk bruikbare leerstellingen gevonden heeft.
+
+Haec, neglecta causa physica, et cujusque particulae, quae fluit,
+singulari natura, ex his, quae sensibus per eventum in tota mole
+patent, quam gravia, quam utilia vitae, methodo invenit Mathematica?
+
+ Heeft zij niet, zich niet bekommerend om de natuurkundige verklaring
+ der verschijnselen, noch om de werking, die elk deeltje der vloeistof
+ op zichzelf uitoefent, doch slechts rekening houdend met de voor de
+ zintuigen waarneembare werking der geheele massa, met toepassing der
+ wiskundige methode hoogst belangrijke resultaten verkregen, waarvan
+ wij ook in het dagelijksch leven nut ondervinden?
+
+Evolvat Archimedis, Cartesii, Stevini, Borelli, Mariotti, Hugenii,
+Neutoni, et Bellini scripta, qui re, non verbis, convinci cupit.
+
+ Hij, die feiten verlangt en zich niet door woorden wil laten
+ overtuigen, neme de werken van ARCHIMEDES, CARTESIUS, STEVIN, BORELLI,
+ MARIOTTE, HUYGENS, NEWTON en BELLINI ter hand.
+
+O quam necessaria feliciori Genio, ut revelentur, reliqua sunt in
+Pulcherrima hac Speculatione!
+
+ Hoezeer ware het te wenschen, dat meer bevoorrechte geesten over de
+ nog onopgeloste problemen op het gebied dezer wetenschap hun helder
+ licht lieten schijnen.
+
+Hanc utinam excolant! utinam exhauriant! utinam nobis aperiant Viri
+Mathematice docti!
+
+ Mochten toch de Wiskundigen zich op haar toeleggen, haar in alle
+ richtingen doorvorschen, om ze ons ten slotte met volkomen
+ duidelijkheid te doen kennen!
+
+Ab hoc Eorum labore, quo generales liquidi effectus luce illustrarent
+mathematica, brevi tempore plus maturi in horto medico fructus
+exspectare licet, quam ab omni eo, quod aliunde in hunc congestum
+hactenus.
+
+ Indien zij zich er toe willen zetten, de vraagstukken, rakende de
+ algemeene werkingen der vloeistoffen, door het licht hunner wetenschap
+ op te helderen, mogen wij verwachten, dat hun arbeid binnen korten
+ tijd rijker vrucht voor de geneeskunde zal afwerpen, dan al hare
+ andere hulpwetenschappen haar tot nog toe hebben opgeleverd.
+
+Taedet quippe pudetque ineptiarum, quibus seriam prae caeteris Artem
+ridiculam fecere, qui Mechanices imperiti vim liquidorum humanorum
+explicare conati sunt.
+
+ Wij moeten ons inderdaad ergeren en tegelijkertijd schamen over de
+ zotternijen, waardoor zij, die, zonder kennis der Werktuigkunde, de
+ werking der menschelijke lichaamsvochten trachtten uiteen te zetten,
+ een zoo bij uitstek ernstige wetenschap als de geneeskunde in een
+ belachelijk daglicht geplaatst hebben.
+
+Et palam affirmo, vitalium actiones humorum scire posse neminem, qui
+Aquilegum regulas ignorat.
+
+ En ik verklaar ronduit, dat niemand de werkingen der levensvochten kan
+ begrijpen, die niet vertrouwd is met de wetten der Waterbouwkunde.
+
+Quae dum libertate Medica firmus assero, jurgii hic illaturos causam
+praesagit animus eos, Qui, nescio qua gratia, ab Hermete nomen sibi,
+sectamque condunt.
+
+ Terwijl ik dit met de vrijmoedigheid, den geneesheer eigen, verkondig,
+ zie ik in mijne verbeelding reeds hen zich tot den strijd gereed
+ maken, die, ik weet niet waarom, zich en hunne school naar HERMES[2]
+ noemen.
+
+ [Voetnoot 2: HERMES TRISMEGISTUS is de patroon der alchimisten.
+ In dezen tijd wordt er geen streng onderscheid gemaakt tusschen
+ chemie en alchimie. (Vertaler).]
+
+Egone ex universali hac liquidorum doctrina deduxerim ea, quae
+singulares eorum virtutes absolvunt?
+
+ Zou ik uit deze algemeene leer der vloeistoffen al datgene kunnen
+ afleiden, wat betrekking heeft op hare bijzondere eigenschappen?
+
+An fermenti stabiles motus, diversorum liquidorum ferventes conflictus,
+putredinis spontaneae mirabiles effectus ex Mechanicis explicuerim
+unquam?
+
+ Of zou ik voor de altijd gelijke bewegingen der gisting, voor de
+ ziedende botsingen der verschillende vloeistoffen of voor de
+ wonderbaarlijke werkingen der spontane rotting ooit een verklaring
+ kunnen vinden in de wetten der Mechanica?
+
+Talia objectans, eorum, quae dicta, memor, paucis, quae dicam, animum
+adhibeat.
+
+ Hij, die zulke tegenwerpingen maakt, moge, gedachtig aan hetgeen ik
+ reeds gezegd heb, ook het volgende in het oog houden.
+
+Mea enimvero sic est ratio, justa, vel secus, vestrum sit judicium.
+
+ Want dit is mijne meening hieromtrent; het staat aan U, mijne
+ hoorders, de juistheid ervan te beoordeelen.
+
+Ex experimentis Chemicorum historiam haberi posse valde limitatam
+singularium eventorum, quatenus in circumstantia definita sensibile
+quidpiam producunt.
+
+ Ik geef toe, dat de proeven der Scheikundigen een, trouwens zeer
+ beperkt, inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van enkele op
+ zichzelf staande verschijnselen, voor zoover die proeven iets voor
+ onze zintuigen waarneembaars opleveren, waarbij men dan nog dient
+ rekening te houden met de bijzondere omstandigheden, waaronder zij
+ plaats hadden.
+
+Necessaria ergo quam maxime est Medicinae haec Ars, dum observatorum
+Sylvam largitur et observandi praebet optimum compendium.
+
+ De scheikunde is derhalve volstrekt onmisbaar voor de medische
+ wetenschap, daar zij haar de beschikking geeft over een uitgebreide
+ reeks van waarnemingen en de beste waarnemingsmethoden aan de hand
+ doet.
+
+Data enim exhibere, horumque definire conditiones valet, regulas autem
+ratiocinandi ex his Chemia dabit nunquam.
+
+ De Chemie kan dus wel gegevens verschaffen en de voorwaarden,
+ waaronder deze verkregen zijn, duidelijk omschrijven, doch in geen
+ geval is zij in staat, vaste regels te geven, volgens welke uit die
+ gegevens verdere conclusies getrokken kunnen worden.
+
+Ne tamen vel sic nimis, ut solent, se efferant, qui unius Chemiae cultu
+omnem Medicae Sapientiae thesaurum se possidere vani jactant!
+
+ Doch zelfs indien dit wél het geval ware, ook dan nog was de
+ hoovaardij van hen misplaatst, die er zich maar steeds dwaselijk op
+ beroemen, enkel door de beoefening der scheikunde den geheelen schat
+ der medische wetenschap in bezit te hebben!
+
+Enimvero plura in nobis, sani vigeamus, vel langueamus aegri, fieri
+ex communibus illis liquorum proprietatibus, quas sibi sumserunt
+expendendas Geometrae, quam ex insitivis, dubiis, et arte Chemicorum
+factis plerumque, pervulgato palam documento est.
+
+ Dat immers in ons lichaam, hetzij in normalen of ziekelijken toestand,
+ meer verschijnselen teweeggebracht worden door de algemeene
+ eigenschappen der vochten, welke de wiskundigen zich tot taak gesteld
+ hebben te onderzoeken, dan door die, welke valschelijk verdicht,
+ twijfelachtig of grootendeels door de Scheikundigen zelf kunstmatig
+ verwekt zijn, blijkt duidelijk uit het volgende door een ieder
+ waargenomen feit.
+
+Aqua naturae ariditatem alter corrigit, Falerno alter quotidie venas
+inflat; fructubus hic, Cerealibusque parvo assuetus famem explet, et
+sustentat Spiritum, ille carnibus, piscibus, terra natis, et omni
+condimentorum varietate Apitiana onerat ventrem; alii blando et insulso
+fere victu aluntur, alii salitis, acidis, et acribus quibusque intestina
+stimulant.
+
+ De een lescht zijnen dorst met water, de ander doet zijn lichaam
+ dagelijks opzwellen door het gebruik van Falerner[3]; deze, aan
+ soberen kost gewend, stilt zijnen honger met en leeft alleen van
+ vruchten en meelspijzen, gene overlaadt zijne maag met vleesch, visch,
+ groenten en met den fijnsten smaak uitgelezen kruiderijen; sommigen
+ voeden zich met laffe en bijna zoutelooze spijzen, anderen prikkelen
+ hunne ingewanden met allerlei gezouten, zure en scherpe gerechten.
+
+ [Voetnoot 3: Een bij de Ouden gerenommeerde wijnsoort.
+ (Vertaler).]
+
+Multiplex adeo assumtorum varietas vitam tamen sanitatemque plures per
+annos protrahit in iis, qui tamen diversis humores suos saturant
+corpusculis.
+
+ Toch zien wij, dat, niettegenstaande een zoo groote verscheidenheid
+ van voedingsstoffen, zoowel personen die tot de eene als die tot de
+ andere categorie behooren, gedurende vele jaren leven en gezondheid
+ kunnen behouden, hoe verschillend de lichamen ook zijn, waarmede zij
+ hunne vochten verzadigen.
+
+Liquido argumento magis communi fluidorum naturae Mechanicis explicatae,
+et in ipso corpore vi viscerum productae, quam singulari cujusque
+particulae virtuti, actiones vitae deberi.
+
+ Wordt daardoor nu niet ten stelligste bewezen, dat de
+ levensverrichtingen in meerdere mate afhankelijk zijn van den
+ algemeenen aard der vloeistoffen, zooals die door de werktuigkundigen
+ ontvouwd is en zich in het lichaam zelf door de werking der ingewanden
+ openbaart, dan van de bijzondere eigenschappen van elk deeltje op zich
+ zelf?
+
+Si aurea Verulamii de vita et morte monumenta, si liberae Hippocratis
+et Celsi de victu sanorum leges, si usus non satis id confirmat
+quotidianus, omni dignissimum fide Louwerum, sincerum mehercle et
+defaecato judicio sagacem Virum vobis citabo.
+
+ Indien gij dit niet genoegzaam bewezen acht door hetgeen hierover te
+ vinden is in de meesterwerken van BACO van Verulam over leven en
+ dood[4], door de vrijzinnige voorschriften, die HIPPOCRATES en CELSUS
+ omtrent de voeding van gezonde personen gegeven hebben, en ten slotte
+ door hetgeen de dagelijksche ondervinding ons leert, dan zal ik u een
+ voorbeeld aanhalen, ontleend aan LOUWER, een man, aan wiens woorden
+ men, wegens zijn buitengewone eerlijkheid en scherpzinnigheid, gepaard
+ aan een helder oordeel, onvoorwaardelijk geloof moet hechten.
+
+ [Voetnoot 4: Een van BACO’s werken draagt den titel: „Historia
+ vitae et mortis“. (Vertaler).]
+
+Hic enim, immani cruoris jactura exsanguem, jure carnium solo ingesto,
+venis recepto, per has fluente, imo colore nec mutato effluente per
+vulnera, revixisse Juvenem testatur.
+
+ Deze toch verzekert, dat eens een door geweldig bloedverlies
+ uitgeputte jongeling enkel door het toedienen van vleeschsap, dat in
+ zijne aderen werd opgenomen, er doorheen stroomde en zelfs zonder
+ verandering van kleur weder uit de wonden te voorschijn kwam, tot het
+ leven teruggebracht werd.
+
+Sed quid verbis opus in re clara?
+
+ Doch waartoe woorden te verspillen over eene zaak, die zóó voor zich
+ zelf spreekt.
+
+Ad Vos ego provoco, Vestram appello fidem Clarissimi Viri Medici, Quorum
+sapientia huic Coronae venustatem conciliat, Quorum salutari dextra
+incolumis huic Urbi praestatur sanitas!
+
+ Op u beroep ik mij, uw getuigenis roep ik in, doorluchte Geneesheeren,
+ wier wijsheid dezen kring luister bijzet, wier zegenrijke hand dezer
+ stad de gave eener onverstoorde gezondheid toebedeelt!
+
+Nonne incumbit nobis, dum aegris Medicina fit, vel millies fluida
+inspissare, resolvere coacta, stagnantia movere, compescere dissoluta,
+diluere crassa, leviora solidare?
+
+ Zien wij ons niet bij het behandelen onzer patiënten tallooze malen
+ genoodzaakt, al te vloeibare stoffen te verdikken, samengepakte op te
+ lossen, stilstaande in beweging te brengen en al te lichte stoffen
+ meer stevigheid te geven?
+
+Dum rarissime ad pugnas Salium, flammas Sulphurum, vel tectum Mercurii
+genium attendere cogimur.
+
+ Hoe uiterst zelden daarentegen worden wij gedwongen, onze aandacht te
+ wijden aan den strijd der zouten, de vlammen der zwavels en de
+ geheimzinnige werking van het kwikzilver!
+
+Ipsi certe illi, qui mera ubique Chemica crepant, cum morbus manum
+poscit, repudiatis suis, sedulo, quae laudavi, inquirunt.
+
+ Ja, zelfs zij, die het maar altijd over chemische middelen hebben,
+ passen, als een ziekte hen dwingt handelend op te treden, met
+ verzaking van hun eigen leer, ijverig de zooeven door mij genoemde
+ methoden toe.
+
+Si ergo his fluidorum proprietatibus tot debentur, si has omnium
+suffragio optime excusserint Mechanici, patet ipsa fluida vitalia ut
+cognoscantur Medico, auxiliis egere Mechanices.
+
+ Indien het dus waar is, dat zooveel te danken is aan de genoemde
+ eigenschappen der vloeistoffen en de werktuigkundigen het zijn, die
+ deze naar aller oordeel het best onderzocht hebben, zoo volgt hieruit,
+ dat de kennis der levensvochten zelve voor den geneesheer verborgen
+ moet blijven, indien hij niet met de Mechanica vertrouwd is.
+
+Spectate jam effectus, qui ex fluentibus per vasa liquoribus oriuntur,
+evidentior longe fulgebit Veritatis Mechanicae potestas.
+
+ Vestigt thans eens uwe aandacht op de werkingen, die een gevolg zijn
+ van het stroomen der vloeistoffen door de vaten, en nog veel
+ duidelijker zal de groote beteekenis van de waarheden der Mechanica in
+ het oog springen.
+
+Si enim liquida descripta in vasis depictis quiescunt habebimus cadaver.
+
+ Indien toch de bovengenoemde vloeistoffen in de vaten, zooals wij die
+ beschreven hebben, stilstaan, dan hebben wij een lijk voor ons.
+
+Ubi vero liber his humoribus per canales conciliatur motus corpus vivum
+cernimus.
+
+ Indien echter deze vochten zich ongehinderd door die kanalen kunnen
+ bewegen, aanschouwen wij een levend lichaam.
+
+Sermoni fidem quisquis meo negat, suis ut oculis credat oportet.
+
+ Wie zich door mijne woorden niet wil laten overtuigen, zal toch wel
+ zijn eigen oogen willen gelooven.
+
+Mollem consideremus hominem, qui salientis de vulnere cruoris spectaculo
+perturbatus in animi cecidit deliquium.
+
+ Denkt u een gevoelig persoon, die door den aanblik van uit eene wonde
+ stroomend bloed in zwijm gevallen is.
+
+Mortuum videmus; sed qualem? in quo cuncta solida, quae sanitati
+sufficiunt, adsunt et liquida, solus abest liquores in gyrum agens
+motus.
+
+ Wij zien hier een doode, maar toch geen gewoon lijk. Immers alle vaste
+ en vloeibare stoffen, zooals die bij een normaal mensch gevonden
+ worden, zijn aanwezig; slechts de beweging, die de vochten in omloop
+ brengt, ontbreekt er aan.
+
+Huic quacunque demum ope concutiantur nervi, ut motrix cordis materies
+fluat, redit statim, depulsa tristi mortis imagine, laetior vita.
+
+ Denkt U vervolgens, dat men, door welk middel dan ook, de zenuwen van
+ dien persoon heeft weten te prikkelen, zoodat de stof, die het hart in
+ beweging brengt, weer zijn gewonen loop krijgt, terstond houden alle
+ droeve verschijnselen van den dood op en keert het leven, opgewekter
+ dan voorheen, terug.
+
+Vita non modo; calor, rubor, agilitas, cogitatio, vitalis omnis,
+naturalis et humana simul redit actio.
+
+ En niet alleen het leven, maar ook de warmte, de blozende huidskleur,
+ de lenigheid, het denkvermogen, kortom alle natuurlijke en specifiek
+ menschelijke levensuitingen keeren tegelijkertijd weder.
+
+Quid hic fermenti, quid effervescentis, quid salis pugnacis, quid olei
+spiritusve nascitur aut perit?
+
+ Wat merken wij hier van het ontstaan of vergaan van een gisting, een
+ opbruising, een weerbarstig zout, van een olie- of geestachtig
+ beginsel?
+
+Excepto motu, neque additur, neque demitur quidquam, vita tamen amissa
+ipsa redditur.
+
+ Behalve de beweging wordt er niets toegevoegd of verwijderd; toch zien
+ wij het leven zelf, dat reeds verloren was, wederkeeren.
+
+Sic aves et insecta constricta frigore hyberno, lenis statim in vitam
+excitat tepor.
+
+ Hetzelfde verschijnsel kunnen wij waarnemen bij vogels en insecten,
+ die, door de winterkoude verstijfd, slechts aan een matige warmte
+ behoeven blootgesteld te worden, om terstond weer tot het leven terug
+ te keeren.
+
+Sed veritatis qui convictus viribus, ob ipsam argumenti vulgatam
+claritatem, certis saepe diffidit.
+
+ Er zijn echter menschen, die, hoewel buigend voor de kracht der
+ waarheid, toch vaak ook stellig vaststaande waarheden weigeren aan te
+ nemen wegens de te algemeene bekendheid van de feiten, waarop zij
+ berusten.
+
+Rariori ergo ut spectaculo firmetur, quae nimis noto patuit satis
+exemplo fides, in Hokii vos officinam invitat oratio.
+
+ Om nu mijne beweringen, die eigenlijk door de genoemde overbekende
+ feiten reeds voldoende bewezen zijn, ook door een zeldzamer voorbeeld
+ te staven, noodig ik U uit, met mij een kijkje te nemen in het
+ laboratorium van Hooke.
+
+Destructo thorace mortuum animal inflatis per follem Laryngi applicatum
+pulmonibus cito reviviscit.
+
+ Een door vernieling der borstkas bezweken dier zien wij daar, nadat
+ zijn longen door middel van een aan het strottenhoofd bevestigden
+ blaasbalg opgeblazen zijn, spoedig tot het leven terugkeeren.
+
+Attoniti miraculo vitae tam mechanicae ad magnum cito adeamus
+Glissonium; en ille impulso ope vesicae in venas liquido mirifice
+vitales actiones aemulafur in defuncti dudum hominis cadavere.
+
+ Laten wij vervolgens, nog onder den indruk van dit schouwspel, dat ons
+ het leven als iets zoo werktuigelijks deed kennen, ons snel tot den
+ grooten Glisson wenden. Ziet, hoe hij in het lijk van een reeds lang
+ overledene op wonderbaarlijke wijze de levensverrichtingen kunstmatig
+ te voorschijn roept door het door middel van een blaas inspuiten van
+ vocht in de aderen.
+
+Omnia haec in specimen allata, infinita enim dici possent, an non
+evincunt satis, cuncta fere, quae vitam, sanitatemque nostram faciunt,
+vel sequuntur, pendere a motu illo, quo humores per vasa mutua plane
+moventur et agunt vicissim agitatione?
+
+ Bewijzen al deze als voorbeelden aangevoerde feiten--en men zou er
+ tallooze kunnen opsommen--niet voldoende, dat ongeveer alles, wat ons
+ leven en onze gezondheid veroorzaakt en er uit voortkomt, afhangt van
+ het regelmatig heen en weer stroomen der vochten door de vaten?
+
+Cujus effectus, et leges, quum soli rite intelligant, explicent, et
+demonstrent, in Pneumaticis atque Hydraulicis, Mechanici, concludo
+cuncta ergo rursum disciplinae subjecta haec Mechanicae.
+
+ Daar nu de Werktuigkundigen alleen het zijn, die de werkingen dezer
+ beweging en de wetten, waaraan zij gehoorzaamt, volkomen doorzien en
+ in dat deel hunner wetenschap, dat Evenwichtsleer der gassen en
+ vloeistoffen genoemd wordt, op overtuigende wijze helder en
+ systematisch uiteenzetten, moet dit alles mijns inziens ook tot het
+ gebied der Mechanica gerekend worden.
+
+Hic vero ille est locus, ubi mire se jactant, ubi serio triumphant
+fermentorum Patroni.
+
+ Maar hier zijn wij nu juist bij een punt aangeland, dat de
+ voorstanders van de leer der fermenten tot niet weinig zelfverheffing
+ en zegevierenden jubel aanleiding geeft.
+
+Si fluor liquorum liber per vasa vitae causa, ergo ajunt prima motus
+ratio in fluido et ab eo; itaque ab interna huic agitatione, eaque forti
+valde et constanti satis, qualis non nisi in excitatis fermento liquidis
+reperiunda datur.
+
+ Indien, zoo zeggen zij, de onbelemmerde strooming der vloeistoffen
+ door de vaten de oorzaak van het leven is, dan is de eerste grond der
+ beweging in de vloeistof zelve te zoeken en in niets anders. Zij kan
+ dus slechts gevonden worden in de aan de vloeistof eigen, zeer sterke
+ en vrij gestadige beweging, een hoedanige slechts in door gisting
+ aangezette vloeistoffen wordt aangetroffen.
+
+Sciant autem Hi, primam moti in Embryo liquidi a parentibus semper
+derivandam causam, eam fotu matris continuari dum ab ea pendet foetus,
+dein vero ab ipsa fabrica perennare solidorum.
+
+ Hen, die zoo spreken, wil ik er aan herinneren, dat de oorsprong van
+ de beweging der vloeistof in het embryo bij de ouders gezocht moet
+ worden; dat die beweging, zoolang de vrucht zich in het moederlijf
+ bevindt, door de koestering der moeder wordt gaande gehouden en
+ vervolgens, na de geboorte, enkel en alleen aan de inrichting der
+ vaste lichaamsdeelen haren voortgang te danken heeft.
+
+Admirabilem auricularum Cordis ad ejus Thalamos structuram, nexumque qui
+speculatus est, et qui hinc necessario sequuntur, alternos influentis et
+expulsi liquoris motus a corde in arterias, ab his in cerebri medullam,
+processus, nervos, musculosque et venas rursum, non quaeret vitae
+continuatae rationem extra ipsam virtutem viscerum Mechanicam.
+
+ Hij, die den wonderlijken bouw van het hart, van zijn boezems
+ tot zijn kamers, en den samenhang dier deelen aandachtig heeft
+ gadegeslagen, alsook de hieruit noodwendig voortspruitende bewegingen
+ van het bloed, dat uit het hart in de slagaderen stroomt, uit deze
+ naar het merg der hersenen, de aanhangsels, de zenuwen, spieren en
+ aderen en zoo weder terug naar het hart, zal de voortzetting van het
+ levensproces niet anders trachten te verklaren dan uit de mechanische
+ werking der ingewanden.
+
+Facile enim illi erit, perspicuitate certe Mathematica demonstrare,
+unicum pulsum cordis datum in corpore sano sibi continuando esse causam.
+
+ Het zal hem immers gemakkelijk vallen, met wiskundige zekerheid te
+ bewijzen, dat uit slechts één enkelen hartslag in een gezond lichaam
+ elke verdere werking van het hart vanzelf voortkomt.
+
+Longe minora numero, longe simpliciora sunt, quae vitae incolumitatem
+praestant, quam noster fingit animus.
+
+ Veel minder in aantal en veel eenvoudiger van aard, dan wij ons dat
+ voorstellen, zijn de voorwaarden voor een goede gezondheid.
+
+Leviores longe sunt rerum ingestarum in nobis mutationes, quam vulgo
+creditur.
+
+ De veranderingen, welke het voedsel in ons lichaam ondergaat, zijn
+ veel eenvoudiger dan men algemeen aanneemt.
+
+Minus compositae, quam ipsi putamus, vitae humanae causae.
+
+ De oorzaken van het menschelijk leven zijn minder samengesteld dan wij
+ zelven meenen.
+
+Si exacta structurae esset cognitio, si sensibilis probe nota esset
+humorum natura, doceret cito Mechanice ex simplicissimis fluere
+principiis, quae ignota maximam nunc pariunt admirationem.
+
+ Indien de bouw van het menschelijk lichaam ons nauwkeurig bekend was,
+ indien wij volkomen waren ingelicht omtrent den aard der vloeistoffen,
+ voor zoover die voor onze zintuigen waarneembaar is, dan zou de
+ mechanica ons spoedig leeren inzien, dat datgene, wat ons nu, wegens
+ onze onkunde, in de hoogste mate verbaasd doet staan, uit zeer
+ eenvoudige beginselen voortvloeit.
+
+Dicti veritatem tam paradoxi uno ab exemplo discere licebit, ut constet
+quam simplici negotio et Mechanico plane maximae quae habetur omnium
+operae mutatio in nobis fiat.
+
+ De waarheid dezer schijnbaar zoo paradoxe bewering kunt gij uit één
+ enkel voorbeeld opmaken, waaruit U zal blijken, op welk een eenvoudige
+ en geheel werktuigelijke wijze de allerbelangrijkste verandering in
+ ons lichaam tot stand komt.
+
+Pars pellucida animalis vivi microscopio aucta claro docet spectaculo,
+cruorem solo cordis pulsu in extremas trudi arterias, ibi elastica
+arteriae contractione retropelli aliquantulum quo momento ictus cordis
+cessans, ejusque valvulae concidentes, regressui spatium laxant.
+
+ Wanneer men een doorzichtig deel van een levend dier onder een
+ microscoop legt, dan neemt men duidelijk waar, dat het bloed enkel
+ door den hartslag naar het uiterste gedeelte der slagaderen gedreven
+ wordt en, daar aangekomen, ten gevolge van de veerkrachtige
+ samentrekking der slagader een weinig teruggedreven wordt. Op
+ hetzelfde oogenblik houdt de hartslag op en vallen de hartkleppen
+ dicht, om het bloed daardoor gelegenheid te geven, om terug te
+ stroomen.
+
+Reciproco hoc impulsu et repercussu varias mole partes cruoris applicari
+ubique ad diversa capacitatis hiatu oscula, intra haec recipi, vel inde
+repelli, tam clare, quam coelum hoc contueri est.
+
+ Dat door dezen afwisselenden aandrang en terugstoot de in massa
+ verschillende deelen van het bloed in het geheele lichaam hunnen weg
+ nemen naar de monden van verschillende openingswijdte en door deze nu
+ eens worden opgenomen, dan weer teruggestooten, dit alles vertoont
+ zich even helder aan ons oog als het zich boven ons welvende
+ uitspansel.
+
+Tum solo hoc artificio secedere sanguinem in diversa colore et tenuitate
+fluida, mox in venis iterum permiscenda eadem claritate cernitur.
+
+ Niet minder duidelijk zien wij het bloed zich verdeelen in
+ vloeistoffen, onderling verschillend in kleur en graad van dichtheid,
+ die zich vervolgens in de aderen weder vermengen; deze verschijnselen
+ hebben dezelfde oorzaak als de voorgaande.
+
+Id vero Chemicorum conflictuum perito evidens ipsi oculi aciei apparet,
+simplici impulsu aliunde dato, et vasis elatere, sine ullo fermenti
+signo omnia haec fieri.
+
+ En nu zal iemand, die geoefend is in het waarnemen van chemische
+ processen, zelfs met het bloote oog kunnen constateeren, dat dit alles
+ uitsluitend ten gevolge van een van elders komenden aandrang en de
+ veerkrachtigheid der bloedvaten, zonder eenig teeken van gisting, tot
+ stand komt.
+
+Defixus saepenumero in speculatione hac anceps mihi haesit animus, an
+Spirantis cerneret animalis partem, an vero incilia meditatione summi
+Mathematici excogitata, manu peritissimi Mechanici affabrefacta, per
+quae liquores duceret, secerneret, misceretque absolutae artis
+consummatione perfectus Aquilex.
+
+ Vaak beving mij, terwijl ik in de beschouwing hiervan verdiept was,
+ een twijfel, of ik wel een deel van een levend dier voor mij zag en
+ niet veeleer een samenstel van kanalen, door een hoogst bekwaam
+ werktuigkundige naar het ontwerp van een uitstekend mathematicus
+ gebouwd, door welke een waterbouwkundige van den eersten rang
+ vloeistoffen leidde, vaneenscheidde en vermengde.
+
+Tandem vero si periculum capere juvat, an ex simplicibus et indubitatis
+sensuum experimentis demonstrari queant per Mechanicos illa, de quorum
+intellectu ante paucos annos nulla spes, Geometrico parta labore in usum
+exempli citare decet.
+
+ Wilt gij eindelijk door feiten in het licht gesteld zien, dat de
+ Werktuigkundigen in staat zijn, door middel van eenvoudige en
+ betrouwbare proeven zoodanige vraagstukken tot oplossing te brengen,
+ die nog maar enkele jaren geleden voor onoplosbaar gehouden werden,
+ dan behoef ik u slechts in herinnering te brengen, welke resultaten op
+ dit gebied door wiskundigen arbeid verkregen zijn.
+
+Perpendamus, quae docet, dum Mechanicen Medicis applicat Rebus,
+Borellus.
+
+ Men bestudeere aandachtig de geschriften van BORELLI, waarin deze zich
+ bij de behandeling van medische vraagstukken van de Mechanica bedient.
+
+Evolvantur, quae ex hujus Schola sapiens, eisdem usus principiis, et
+Malpigianis inventis fretus Oedipi instar extricat Bellinus.
+
+ Men leze na, welke ingewikkelde problemen BELLINI, een geleerde uit
+ de school van BORELLI, met toepassing van dezelfde beginselen en
+ voortbouwend op de ontdekkingen van MALPIGHI, als een tweede OEDIPUS
+ heeft opgelost.
+
+Tum quae illorum laudato excitatus labore, Orbi erudito Problemata
+proposuit, demonstravitque, nobile quondam hujus Lycaei ornamentum
+Pitcarnius.
+
+ Vervolgens ook de problemen, die PITCAIRN, weleer een sieraad dezer
+ hoogeschool, aangespoord door het succes van den arbeid der genoemde
+ geleerden, aan de geleerde wereld heeft voorgelegd en opgehelderd.
+
+Scheineri, Cartesii, Hugenii de oculo, Kircheri, Schelhammeri, et
+Morlandi de aure et auditu, scrutemur demonstrata.
+
+ Laat ons ijverig navorschen de verhandelingen van SCHEINER, CARTESIUS
+ en HUYGENS over het oog en die van KIRCHER, SCHELHAMMER en MORLAND
+ over het oor en het gehoor.
+
+Constabit an prosit Medico Mechanice!
+
+ Dan zal het toch zeker geen vraag meer zijn, of de Mechanica der
+ Geneeskunde ten goede komt!
+
+Apparebit quid sperandum sit, si ejus a peritis Medicis invehitur
+in Medicinam usus, si in exercitatione hac pergitur tamdiu, quamdiu
+patientia humana tam inepta sectarum molimina in disciplina Medica
+tulit.
+
+ Dan zal blijken, welke resultaten te verwachten zijn, indien
+ Geneeskundigen, doordrongen van het nut dezer wetenschap, haar op hun
+ eigen gebied gaan toepassen, en indien met deze methode even lang
+ wordt voortgegaan als het verkondigen van de dwaze theorieën der
+ philosophische scholen in de medische wetenschap geduld is geworden.
+
+Haec autem vera esse, et usum habere in Medicis Mechanicen, quamdiu de
+Theoria agitur, consensus erit forte facilis, tamen ne hilum bonae
+frugis ipsi Artis exercitio afferre, pervolgata objicitur querela.
+
+ Dat het boven gezegde juist is en dat derhalve de Mechanica kan
+ toegepast worden op de Geneeskunde, zal wellicht door ieder beaamd
+ worden, zoolang er slechts sprake is van de Theorie; voor de
+ practische uitoefening der Geneeskunde daarentegen wordt elk nut der
+ Mechanica door de meeste menschen ten stelligste ontkend.
+
+Quae quidem speciosa hac distinctione prolata, qui consistere queant
+simul, satis non video.
+
+ Hoe de bevestiging van het eene en de ontkenning van het andere, hoe
+ spitsvondig deze onderscheiding ook geformuleerd is, kunnen samengaan,
+ vermag ik niet te begrijpen.
+
+Neque enim aliam hos intelligere Theoriam credo, nisi eam, quae ex
+proximis causis clare docet, quae sani hominis vita sit.
+
+ Want zij, die dit onderscheid maken, zullen onder de Theorie der
+ geneeskunde toch niets anders verstaan dan de leer, die ons uit de
+ naaste oorzaken een helder inzicht weet te verschaffen in het leven
+ van den gezonden mensch.
+
+Quod si, ut oportet, admittitur, sequetur Scientiam hanc noscendis,
+curandisque morbis auxilia suppeditare optima.
+
+ Is deze definitie juist--en ik geloof niet, dat iemand er eenig
+ bezwaar tegen zal hebben,--dan volgt hieruit, dat deze wetenschap de
+ beste hulpmiddelen oplevert voor het opsporen en genezen der ziekten.
+
+Causas enim qui recte novit perfectae sanitatis, ille, quoties hae
+deficiunt, egregie ipsius defectus, id est morbi, originem rationemque
+comprehendet.
+
+ Immers hij, die de voorwaarden eener volmaakte gezondheid grondig
+ kent, zal ook, wanneer een of meer van deze ontbreken, den oorsprong
+ en het wezen der afwijking, dat is der ziekte, volkomen begrijpen.
+
+Qui autem causam aegritudinis proximam clarissime vidit, maxime is
+idoneus, qui ei occurrat, est habendus.
+
+ Zal nu niet hij, die het helderst inzicht heeft in de naaste oorzaak
+ eener ziekte, ook voor den meest geschikten persoon moeten gehouden
+ worden, om die ziekte te bestrijden?
+
+Eodem sc. modo se res habet ac in horologio, cujus si deviat index,
+errores imperitus notare, at corrigere ex arte nemo potest, nisi ille,
+qui requisitae structurae gnarus, vitia partium hinc et remedia invenit.
+
+ Het gaat er namelijk mede als met een uurwerk; als de wijzer afwijkt,
+ zal ook een leek de fouten kunnen opmerken, maar ze volgens de regelen
+ der kunst herstellen zal niemand anders kunnen dan hij, die kennis
+ heeft van de inrichting van uurwerken en daardoor ziet, wat er aan de
+ verschillende deelen hapert, hetgeen hem wederom de middelen tot
+ herstel aan de hand doet.
+
+Ita nulla lucis scintilla in Theoria Medica micat, ad quam in faciunda
+Medicina facem accendere non possit re peritus Artifex.
+
+ Zoo kan dus aan het kleinste lichtvonkje der theoretische Geneeskunde
+ door een bekwaam Meester een fakkel ontstoken worden, die hem bij het
+ practisch uitoefenen van zijn vak voorlicht.
+
+Adeoque qui Mechanices in Speculatione, ille ejus in usu praestantiam
+fatetur.
+
+ Wie derhalve het nut der Mechanica voor de theorie der Geneeskunde
+ erkent, doet het daarmede tevens ook voor de praktijk.
+
+Docet hoc antiquitate nobilissima et usu ea artis pars, quae ab eo quod
+manu medetur nomen gerit, quae sc. an inventis Mechanicis carere queat
+vestra sit aestimatio.
+
+ Dit is vooral duidelijk bij dat zoowel om zijn hoogen leeftijd als om
+ zijn uitgebreide toepassing hooggeëerde deel onzer wetenschap, dat
+ zijn naam ontleent aan het „met de hand genezen“; oordeelt zelf, of de
+ chirurgie de uitvindingen der Mechanica ontberen kan.
+
+Instrumenta, quibus vitia emendat, quis felicior, quam Mechanicis
+imbutus Medicus inveniet?
+
+ Welke medicus zal met meer geluk instrumenten tot het herstellen van
+ gebreken uitvinden dan een zoodanige, die door en door vertrouwd is
+ met de Werktuigkunde?
+
+Tenues, quae volitare putantur ante oculum, imagines, dum Matheseos
+imperiti ut oriturae in aqueo humore suffusionis primordia tractant,
+acerbis saepe erodunt tenellum et prava arte oculum.
+
+ De ijle figuurtjes, die men wel eens voor zijn oogen meent te zien
+ zweven, worden door Geneesheeren, die onbedreven zijn in de Wiskunde,
+ voor eerste verschijnselen eener aanstaande uitstorting in het
+ waterachtig vocht gehouden; vandaar dan ook, dat zij het toch zoo
+ teere oog, ganschelijk verkeerd, met scherpe vochten behandelen, die
+ er vaak een groote verwoesting in aanrichten.
+
+Harum vero sedem reticulo, causam arteriis Geometrae consilio dum
+reddit Willisius, dum demonstrat Pitcarnius, quam mutata est medelae
+facies?
+
+ Hoe geheel anders is echter de geneeswijze geworden, sedert WILLIS met
+ wiskundig inzicht den zetel van dit verschijnsel in het netvlies en de
+ oorzaak er van in de slagaderen gezocht en PITCAIRN dit vermoeden tot
+ zekerheid gebracht heeft.
+
+Abacto externorum mordaci apparatu, misso sanguine, et solventi
+medicamine tuto tollitur, vel et negligitur malum.
+
+ Zonder gebruikmaking van eenig uitwendig bijtmiddel wordt het kwaad
+ door aderlating en toediening van een oplossend middel op voor den
+ patiënt onschadelijke wijze weggenomen, terwijl somtijds ook elke
+ behandeling onnoodig geoordeeld wordt.
+
+Oculi error a radiis male collectis quam inepte tentatur collyriis vel
+potus medicati haustu!
+
+ Welk een dwaasheid, een afwijking van het oog, bestaande in een
+ verkeerde breking der lichtstralen, met oogwaters of drankjes te
+ willen genezen!
+
+Quam feliciter levatur perspicillis, quae cuique vitio singulari propria
+regulae definiunt Hugenianae!
+
+ Op hoe afdoende wijze worden daarentegen dergelijke gebreken verholpen
+ door brillen, welke naar de voorschriften van HUYGENS voor elke
+ afwijking in het bijzonder geschikt gemaakt kunnen worden.
+
+Opto ut, qui omnem Mechanices usum ex praxi proscribunt Medica,
+intelligant prius vel unius Hugenii de emendandis visus vitiis
+Commentarios.
+
+ Ik wenschte, dat zij, die alle toepassing der Mechanica van de
+ praktijk der Geneeskunde willen verre houden, maar eerst eens begonnen
+ met HUYGENS’ werken over het opheffen der gezichtsstoringen te leeren
+ verstaan.
+
+Illustre enim illud Batavorum lumen, assumpta ex anatomicis oculi
+fabrica, et una morbi, cui succurrere vult, proprietate, mox ex meris
+Mathematicis reperit auxilium, quod usum praestat huic tantum malo,
+cujus proprietas assumta problema limitaverat.
+
+ Deze beroemde Nederlander heeft immers, met gebruikmaking van hetgeen
+ de anatomie leert over de inrichting van het oog, overigens alleen
+ lettend op het bijzondere karakter der ziekte, die hij genezen wil,
+ weldra door louter wiskundige berekeningen een hulpmiddel ontdekt, dat
+ slechts voor die kwaal afdoende is, welker door het onderzoek aan het
+ licht gebrachte eigenaardigheid de kern van het probleem had
+ uitgemaakt.
+
+Intacto oculo, morbi effectum tollit; et inemendabilem in eo defectum
+vitri figurati supplemento farcit.
+
+ Zonder aan het oog te raken, heft hij de uitwerking der ziekte op en
+ het onherstelbaar gebrek van het oog zelve wordt door het aanbrengen
+ van een bijzonder gevormd glas onvoelbaar gemaakt.
+
+En pulchra, in quibus, ut in speculo, spectatur Geometrarum in medicis
+Mechanice ratiocinandi methodus, usus et successus.
+
+ Ziedaar schoone voorbeelden, die een zeer duidelijk beeld vertoonen
+ van de mechanistische methode, door de wiskundigen bij het behandelen
+ van geneeskundige vraagstukken toegepast, van het nut, dat zij
+ oplevert en het succes, dat er mede te bereiken valt.
+
+Hac via si pertractabunt omnia, ut revera sensim poterunt, habebitur
+tandem certior, neque obnoxia figmentis, neque omni mutabilis hora, sed
+aeterna scientia medica.
+
+ Wanneer men volgens deze methode ook alle overige vraagstukken zal
+ gaan behandelen--en ik twijfel er niet aan, dat men het langzamerhand
+ wel zoover zal brengen--dan zullen wij eindelijk eens in het bezit
+ komen van eene geneeskundige wetenschap, die, op zekerder basis
+ gegrondvest en vrij van verzinselen, niet ten allen tijde
+ veranderlijk, maar eeuwig dezelfde zal zijn.
+
+Non est porro quod dicat quis, nondum confirmari vitia fluidorum
+adeoque internae aegritudinis causam, hujusque mitigationem auxiliis
+subjici Mechanicis.
+
+ Men brenge nu niet hiertegen in, dat het nog niet bewezen is, dat op
+ de afwijkingen der vloeistoffen en dus op de oorzaken der inwendige
+ ziekten en hare leniging met aan de mechanica ontleende hulpmiddelen
+ een gunstige invloed geoefend kan worden.
+
+Vel enim an impossibilis fructus hic, vel an necdum acquisitus
+quaeritur.
+
+ Want met die opmerking wordt hetzij deze vraag bedoeld, of dit
+ resultaat wel ooit te bereiken valt, hetzij deze, hoe het komt, dat
+ het nog niet bereikt is.
+
+Si posterius, iniquos habemus et molestos Censores.
+
+ Wordt dit laatste bedoeld, dan hebben wij onbillijke en lastige
+ beoordeelaars.
+
+Quis aequo ferat animo peti, ut pauci Mechanici, qui Medicis a pauco
+tempore vacarunt rebus, ea jam perfecerint, quae tribus annorum millibus
+junctis viribus alii omnes vix potuerunt inchoare?
+
+ Is het niet ergerlijk, te hooren eischen, dat de weinige
+ Werktuigkundigen, die zich eerst sedert korten tijd op geneeskundig
+ gebied bewegen, een zoodanig werk reeds geheel volbracht zouden
+ hebben, waaraan alle anderen te zamen in een tijdsverloop van
+ drieduizend jaren met vereende krachten nog zelfs geen begin van
+ uitvoering hebben kunnen geven?
+
+Imo id omnino impossibile: quum enim Mechanices Medicis applicandae lex
+exigat, ut structura solidorum, natura liquidorum, effectus horum
+sensibiles in sanitate et morbis inserviant pro datis, quis tam
+absurdus, qui operosissimae Artis fastigium in ejus rudimentis quaerat.
+
+ Wordt daarmede niet iets geheel onmogelijks verlangd? Daar immers de
+ eerste voorwaarde voor het toepassen der mechanica op de geneeskunde
+ deze is, dat daarbij van de kennis van den bouw der vaste deelen, van
+ den aard der vloeistoffen en van de verschijnselen, welke zij zoowel
+ in normalen als in ziekelijken toestand teweegbrengen, als van vaste
+ gegevens kan worden uitgegaan, is het dan niet ongerijmd, te eischen,
+ dat zulk een omvangrijke wetenschap, terwijl zij nog in het eerste
+ stadium harer ontwikkeling verkeert, reeds haar toppunt bereikt zal
+ hebben?
+
+Si autem judicat quis nunquam vel quidquam hac via perfectum iri, is,
+rogo, perpendat, morbi a fluido orti causam pendere _ut plurimum_ a
+vitiato ejus per vasa transfluxu.
+
+ Is er echter iemand, die meent, dat langs dezen weg nooit ook maar
+ iets tot stand gebracht zal worden, dan moge hij wel bedenken, dat
+ ziekten, die door een der vloeistoffen veroorzaakt worden, in verreweg
+ de meerderheid der gevallen het gevolg zijn van een abnormale
+ strooming dier vloeistof door de vaten.
+
+Hoc Hippocratica, si componuntur Sanctorianis et quotidiani usus
+experimentis, docent.
+
+ Dit leeren ons de waarnemingen van HIPPOCRATES, vergeleken met die van
+ SANCTORIUS en met de dagelijks door ons waargenomen verschijnselen.
+
+Fluxus vero impedimentum internum vel languori virtutis impellentis, vel
+contractioni vasculorum convulsivae, vel liquidis copia, motu,
+spissitate, aut tenuitate peccantibus adscribet _plerunque_, qui vitae,
+sanitatis, morbi, mortis et cadaverum phaenomena comparavit sedulus.
+
+ En nu zal hij, die een vergelijkende studie gemaakt heeft van de
+ verschijnselen, welke het menschelijk lichaam zoowel bij het leven,
+ hetzij in gezonden of ziekelijken toestand, als bij en na den dood te
+ aanschouwen geeft, den innerlijken grond van zulk een stoornis in de
+ strooming in den regel zoeken in een verslapping der stuwkracht, een
+ krampachtige samentrekking der vaten of in afwijkingen der
+ vloeistoffen, wat betreft hare hoeveelheid, beweging en meer of
+ minderen graad van dichtheid.
+
+Quin adjumenta, quibus morborum miseriam lenimus aegris, ea prodesse
+gratia _inprimis_, qua dicta malorum capita auferunt, attenta nos docet
+contemplatio.
+
+ Een aandachtige beschouwing doet ons inderdaad zien, dat de gunstige
+ werking der middelen, door welke wij de pijn onzer patiënten plegen te
+ stillen, voornamelijk daaraan te danken is, dat zij de zooeven
+ genoemde oorzaken der ziekten wegnemen.
+
+Aurea comparentur Sydenhami observata demonstratis de missione
+sanguinis, stimulis et Villo contractili Bellinianis, et, postquam
+Mechanica plane ope juvare vulgata remedia constat, spes concipietur
+sensim demonstrandi regulas subire posse et vires eorum et applicandi
+rationem.
+
+ Men vergelijke de gulden waarnemingen van Sydenham met de
+ verhandelingen van BELLINI over de aderlating, de prikkels en de
+ samentrekbaarheid der vezels, en wanneer men daaruit zal geleerd
+ hebben, dat de heilzame werking der meest gewone geneesmiddelen op
+ volkomen mechanische wijze wordt voortgebracht, zal men wel de
+ verwachting durven koesteren, voor de werkingen dezer middelen en de
+ wijze hunner toepassing langzamerhand vaste regels te zullen zien
+ opstellen.
+
+Vix enim me contineo, quin, praematurius forte, pronunciem simpliciores
+esse, et magis Mechanicas morborum maxime compositorum causas, quam
+ullus Medicorum cogitat.
+
+ Nauwelijks kan ik mij bedwingen, wellicht al te voorbarig, het uit te
+ spreken, dat de oorzaken der oogenschijnlijk meest ingewikkelde
+ ziekten eenvoudiger en van meer mechanischen aard zijn dan eenig
+ geneesheer vermoedt.
+
+Unius enim partis minima et simplicissima labes unionis necessitate et
+contagio totam saluberrimae Machinae vim subito pervertit.
+
+ Immers de minste en onbeduidenste beschadiging van één deel eener
+ machine is in staat, tengevolge van zijne beroering met de overige
+ deelen en den nauwen samenhang van het geheel, op eens de geheele
+ machine, hoe gaaf ze overigens ook moge zijn, in de war te sturen.
+
+Tenuissima acu, eaque ex purissimo Chalybe pungatur tendinis vel nervuli
+fibrilla in corpore sanissimo.
+
+ Laat eens in het meest gezonde lichaam een vezeltje eener pees of
+ kleine zenuw door een zeer fijne naald van het zuiverste staal geprikt
+ worden.
+
+Heu quam dira ex vili vulnusculo tantillae particulae malorum, heu quam
+multiplex cohors!
+
+ Welk een gruwelijke opeenstapeling van kwalen ziet gij dan
+ voortspruiten uit een onbeduidend wondje van zoo’n klein deeltje.
+
+Dolor, rubor, tumor, ardor, pulsatio, febris, sitis, delirium, convulsio
+et horrenda tristis tragoediae catastrophe mors.
+
+ Pijn, een roode, opgezwollen plek, gloeiing, klopping, koorts, dorst,
+ ijlhoofdigheid, stuiptrekkingen en de vreeselijke ontknooping der
+ tragedie, den dood!
+
+Spina, levisve festuca membranoso infixa loco eadem brevi parit.
+
+ Een doorn of fijne stroohalm verwekt, op een vliesachtige plaats
+ binnengedrongen, in korten tijd dezelfde verschijnselen.
+
+Et miramur venenorum spicula, pestis lanceolas, vel salium acumina
+similia peragere?
+
+ Waarom zouden wij er ons dan over verwonderen, dat de stekels der
+ vergiften, de pijlen der besmetting of de prikkels der zouten een
+ gelijke uitwerking hebben?
+
+Quin solo motu externo quam mirae rerum mutationes in corpore sano!
+
+ Welke wonderlijke veranderingen zien wij in een gezond lichaam niet
+ plaats grijpen zelfs alleen ten gevolge eener uitwendige beweging!
+
+In gyrum agatur, vel jactetur maris fluctibus scaphae insidens
+insuetus: Quid fit? vertigo, pallor, nausea, vomitus, anxietas, mille
+morborum aerumnae, mille fluidi vitalis et incredibiles mutationes a
+solo motu oriundae.
+
+ Stelt U voor, dat iemand, zonder er gewoon aan te zijn, in een bootje
+ op zee door de golven in een kring rondgedreven of heen en weer
+ geslingerd wordt; welke verschijnselen doen zich daar niet voor!
+ Duizeligheid, bleekheid, misselijkheid, braking, angst, allerlei
+ ziekteleed, tallooze ongelooflijke afwijkingen van het levensvocht,
+ en dat alles uitsluitend gevolg der beweging!
+
+Qui ergo humores integros manere novit, quamdiu vi canalium conquassati
+propelluntur, qui stagnantes hos in calido, humidoque loco morbosos
+reddi statim et trahere sincera scit, qui ex uno simplicique malo
+infinita alia statim sequi animadvertit, facillime perspiciet
+exspectanda ad haec a mechanico medico promtissima tandem auxilia:
+
+ Wie derhalve weet, dat de vochten ongedeerd blijven, zoolang zij door
+ den druk, dien de vaten er op uitoefenen, worden voortgedreven, dat
+ zij echter door stil te staan op een warme en vochtige plaats terstond
+ in een ziekelijken toestand geraken en ook gezonde deelen aantasten,
+ wie waargenomen heeft, dat van één enkele onbeduidende afwijking
+ tallooze andere afwijkingen het onmiddellijk gevolg zijn, zal
+ gemakkelijk inzien, dat eerst van den mechanistischen geneesheer
+ afdoende middelen hiertegen te verwachten zijn;
+
+ ex causis enim impediti fluoris, regulis superandae resistentiae,
+restituendi motus elastici, augendae virtutis cordis collatis cum morbi
+phaenomenis quid non invenietur tandem?
+
+ wat al ontdekkingen zullen haar ontstaan te danken hebben aan
+ het in verband brengen der ziekteverschijnselen met de oorzaken der
+ stoornissen in den bloedsomloop en de regels voor het overwinnen van
+ den weerstand, het herstellen der veerkrachtige beweging en het
+ versterken der hartwerking!
+
+At enim vitam, morbos, sanitatem in nobis ex principiis fluere non
+Mechanicis mentis docet in corpora potestas. Frustraneus ergo tot
+irritorum conaminum labor! Vana supervacaneae Mechanicae speculationis
+spes.
+
+ Maar, zoo werpt men mij tegen, de macht van onzen geest over ons
+ lichaam doet ons toch duidelijk zien, dat leven, ziekte en gezondheid
+ uit niet-mechanische beginselen voortvloeien. Tevergeefsch derhalve is
+ uwe inspanning, vergeefsch uwe pogingen! IJdel zijn de verwachtingen,
+ die gij van uwe nuttelooze mechanistische studie koestert!
+
+Talia aggerens utinam rideret securus, neque communem ignorantiae
+calamitatem eadem deploraret querela!
+
+ Het ware te wenschen, dat hij, die dergelijke tegenwerpingen maakte,
+ zich slechts een onschuldig genoegen daarmede verschafte en dat in
+ zijne schertsend geuite klacht niet tevens de beklagenswaardige ramp
+ van ons aller onwetendheid tot uiting gebracht werd!
+
+Quis enim miri hujus commercii vim invenire potuit in aliquo, quod
+corpus constituit vel mentem?
+
+ Want wie heeft ooit in een der samenstellende deelen van onzen geest
+ of van ons lichaam ook maar iets kunnen ontdekken, dat voor het
+ wonderbaarlijk samengaan van beide een verklaring oplevert?
+
+Sciat tamen, virtutem cogitationis, simulac in corpus influit, totum
+quod in eo producit, facere corporeum, adeoque legi Mechanicae obediens.
+
+ Men houde echter wel in het oog, dat alle werkingen, die onze geest in
+ ons lichaam teweegbrengt, van uitsluitend lichamelijken aard zijn en
+ dat _deze_ dan toch aan de wetten der Mechanica gehoorzamen.
+
+Quid refert causam mutationis primam non esse Mechanicam, quum hac
+insuper habita, effectum, qui corporeus, cognoscere, excutere, atque
+dirigere Mechanico detur Medico; quum hoc scopo sufficiat?
+
+ Wat doet het er toe, dat de eerste oorzaak der verandering _niet_
+ mechanisch is, als het toch den mechanistischen geneesheer gegeven is,
+ zonder daarmede rekening te houden, van hare werkingen, die van
+ _lichamelijken_ aard zijn, kennis te nemen, ze grondig te onderzoeken
+ en zelfs te besturen, wat toch het eenige doel is, dat hij bereiken
+ wil.
+
+Crescit nimium, pauca dum tangit leviter, Oratio.
+
+ Maar ik bemerk, dat mijne rede, hoewel slechts enkele punten
+ oppervlakkig behandelend, al te zeer in omvang toeneemt.
+
+Unum, quod palmarium jactant, quibus alia quam nobis mens est, ne
+declinando subdole evitasse me suspicentur, diluendum judico.
+
+ Toch komt het mij voor, dat ik op één punt, waaraan mijn tegenstanders
+ hun krachtigst argument ontleenen, de beweringen van dezen niet
+ onwederlegd mag laten; ik wil namelijk niet de verdenking op mij
+ laden, dit punt, door het opzettelijk niet ter sprake te brengen,
+ listiglijk ontweken te hebben.
+
+Philosophos clamant et Mechanicos, ubi Medicae arti exercendae admoti
+fuere unquam, sinistro semper eventu repulsos fuisse. Disputatione non
+esse opus, quum artem horum Medicis nocere, re constet et experimento.
+
+ Is het niet waar, zoo roepen zij triomfantelijk uit, dat alle
+ philosophen en Mechanisten, die zich tot nog toe aan de uitoefening
+ der geneeskunde hebben gewaagd, steeds jammerlijk fiasco gemaakt
+ hebben? Alle verdere redetwist is dus overbodig, daar het feitelijk en
+ proefondervindelijk bewezen is, dat hunne wetenschap der geneeskunde
+ slechts schaadt!
+
+Quae verissima esse, si hos arguunt, quos in scholis superbus philosophi
+titulus effert, docet historia, docent, quae de rebus conscripsere
+medicis, volumina.
+
+ Ik geef toe, dat deze redeneering volkomen juist is, zoolang zij
+ slechts gericht blijft tegen hen, die tot de scholen behooren, welker
+ aanhangers zich den weidschen naam van philosoof hebben aangematigd;
+ dit leert ons de geschiedenis, dit toonen de werken, die deze lieden
+ over geneeskundige onderwerpen geschreven hebben.
+
+Dum enim omnium prima rerum principia ex propriis creare cogitatis
+satagunt, dein vero ex iis, quae ipsi figmenti subtilitate prius in
+illis posuerant, peculiarem corporis cujusque naturam declarare, errasse
+ubique docet ipsa, quam commendo, Mechanices ratio.
+
+ Daar zij zich immers onledig houden met het louter uit eigen
+ verbeelding opstellen van de beginselen aller dingen, om vervolgens
+ uit de hoedanigheden, die zij met groote scherpzinnigheid aan die
+ beginselen hebben toegedicht, den bijzonderen aard van elk lichaam te
+ verklaren, blijken zij natuurlijk op alle punten gedwaald te hebben;
+ en nu is het juist de door mij zoo warm aangeprezen mechanistische
+ methode, die dat duidelijk aangetoond heeft.
+
+Applicari rebus nequit, quam ratiocinio fecerant, conclusio, nisi prius
+illa, quae pro fonte argumenti liquido assumserant, rerum singularium,
+quae natae sunt, principiis esse eadem foret evictum.
+
+ De gevolgtrekkingen, waartoe zij langs logischen weg gekomen zijn,
+ kunnen niet op de werkelijkheid toegepast worden, tenzij eerst is
+ uitgemaakt, dat die dingen, welke zij als een zeker uitgangspunt voor
+ hunne redeneeringen hebben aangemerkt, identiek zijn met de beginselen
+ van de afzonderlijke voorwerpen, die de natuur ons te aanschouwen
+ geeft.
+
+Haec vero, quum infinita, eaque semper diversa esse queant, patet casu
+veritatem nunquam sic detectum iri.
+
+ Daar deze beginselen nu echter misschien wel oneindig in aantal en
+ alle onderling verschillend zijn, zoo blijkt het, dat de waarheid
+ hieromtrent onmogelijk bij toeval, zooals zij zich inbeelden te kunnen
+ doen, ontdekt kan worden.
+
+Quod si considerassent sedulo, tam Scholastici dicti, quam plurimi
+Mechanicorum Cartesii sequaces non fuissent arbitrati id sibi datum
+negotii, ut ex fictorum principiorum praeceptis corpus humanum regerent,
+sed ut ex his, quae observatio prius docuerat hominem constituere, ipsa
+dein artis elementa applicata Mechanica conderent.
+
+ Indien dit zoowel door de zoogenaamde scholastieken als door een groep
+ van Mechanisten, die tot de school van CARTESIUS behooren, ernstig in
+ het oog gehouden ware, dan zouden zij niet in den waan verkeerd
+ hebben, dat het hun tot taak gesteld was, het menschelijk lichaam te
+ richten naar voorschriften, die op verdichte beginselen berusten, maar
+ zij zouden begrepen hebben, dat de elementen der door hen beoefende
+ wetenschap met behulp der Mechanica door hen opgebouwd moesten worden
+ uit datgene, wat de waarneming ons omtrent de samenstelling van den
+ mensch leert.
+
+At si Mechanico, quem jam descripsi, Medico hanc dicunt contumeliam,
+exempla ignominiae citent exspecto.
+
+ Indien men echter dit verwijt den mechanistischen Geneeskundige,
+ zooals ik U dien beschreven heb, naar het hoofd slingert, dan vraag ik
+ bewijzen voor dien laster.
+
+Non equidem, qui nostri capit animi sensum, negabit ullus,
+accuratissimum Mathematicum pessimum forte futurum Medicum.
+
+ Natuurlijk zal niemand, men versta mij wel, zoo dwaas zijn te beweren,
+ dat de meest nauwgezette Wiskundige niet een allerjammerlijkst figuur
+ als geneesheer kan maken.
+
+Quo enim talis pertinet Oratio?
+
+ Wat zou zulk een bewering wel te beteekenen hebben!
+
+Non in Mechanico Medicinae, in Medico vero Mechanices peritiam desidero.
+
+ Ik verlang ook niet, dat de Mechanist verstand hebbe van de
+ Geneeskunde, maar omgekeerd eisen ik van den Geneeskundige kennis
+ der Mechanica.
+
+Usu peritum Medicum experimentis medicis defecto Mechanico in morbis
+curandis qui post habet, insaniet.
+
+ Het zou allerdwaast zijn, een practisch ervaren Geneesheer ten
+ opzichte van het genezen van ziekten te willen achterstellen bij een
+ Werktuigkundige, die ganschelijk onbedreven is in de geneeskunde.
+
+Sed aequa instructorum experientia hunc promovendae arti meliorem, qui
+Mechanicis callet prae alio praeceptis, id affirmo, id demonstrandum
+sumserat Oratio.
+
+ Slechts dit verklaar ik, slechts dit wilde ik door mijne redevoering
+ duidelijk in het licht stellen, dat van twee geneeskundigen, die
+ gelijke ervaring in hun vak hebben opgedaan, hij het meest geschikt is
+ om zijne wetenschap vooruit te brengen, die meer dan de ander met de
+ regelen der Mechanica vertrouwd is.
+
+Ne vero, quod ubique contigisse doleo, sinistram, quae dixi,
+interpretationem subeant, age describam compendio speciem illius, cujus
+imago animo obversatur meo, Medici.
+
+ Opdat nu echter aan mijne woorden geen scheeve uitlegging gegeven
+ worde, wat tot mijn grooten spijt reeds zoo dikwijls is voorgekomen,
+ zal ik U een korte schets geven van den Geneesheer, zooals die mij
+ steeds als een ideaal voor oogen zweeft.
+
+Depingitur ille, ducendis studii Medici primis lineamentis incumbens,
+tanquam affixus Geometricae contemplationi figurarum, Corporum,
+Ponderum, Velocitatis, Fabricae Machinarum, et, quae inde oriuntur in
+alia corpora, Virium.
+
+ Stelt hem U voor, bezig met het leggen van den eersten grond voor
+ zijne geneeskundige studiën, geheel en al verdiept in de wiskundige
+ beschouwing van figuren en lichamen, gewicht en snelheid, de
+ inrichting van werktuigen en de werkingen, die daarmede op andere
+ voorwerpen kunnen uitgeoefend worden.
+
+His dum mentem exercet, claro discit praecepto et exemplo, liquida ab
+obscuris, a falsis vera secernere, et ipsa judicandi tarditate animo
+conciliare prudentiam.
+
+ Terwijl hij door deze studiën zijnen geest oefent, kunnen hem deze
+ tevens tot nauwkeurig richtsnoer dienen, om duidelijke van
+ onduidelijke, ware van onware voorstellingen te onderscheiden;
+ tegelijkertijd zal hij, gedwongen tot langzaamheid in het oordeelen,
+ zich de zoo hoog noodige voorzichtigheid eigen maken.
+
+Ita postquam nudas simplicium corporum actiones expendere, has ex veris,
+clarisque causis deducere novit, maturum habet ingenium, qui
+fluididatis, Elateris, tenuitatis, ponderis, tenacitatisque in
+fluentibus proprietates ab Hydrostaticis cognoscat.
+
+ Nadat hij aldus geleerd heeft, de enkelvoudige werkingen der niet
+ samengestelde lichamen na te gaan en deze uit haar ware en
+ ontwijfelbare oorzaken af te leiden, is zijn geest rijp geworden, om
+ de verschillende eigenschappen der vloeistoffen, te weten haar
+ vloeibaarheid, elasticiteit, ijlheid en gewicht, die de hydrostatiek
+ uitvoerig behandelt, nader te bestudeeren.
+
+Jam animi vigore robustior fluidorum vires in machinas, harumque in illa
+rigore addiscat Mathematico, Experimentis confirmet Hydraulicis, et
+Mechanicis, Chemicis illustret, Ignis, Aquae, Aëris, Salium, et aliorum
+maxime similium corporum ingenium speculatus et actiones.
+
+ Daarna ga hij, zijn denkvermogen aldus gescherpt hebbende, er toe
+ over, de werkingen, die vloeistoffen op werktuigen en die deze op gene
+ uitoefenen, volgens streng mathematische methode te onderzoeken,
+ versterke de op die wijze opgedane kennis door hydraulische,
+ mechanistische en chemische proeven, terwijl hij de geaardheid en de
+ werkingen van het vuur, het water, de lucht, de verschillende zouten
+ en andere dergelijke stoffen nauwkeurig gadeslaat.
+
+Altera mox tabulae facies sacris jam Medicis admotum exhibet.
+
+ Een tweede tafereel vertoont hem ons, zich reeds bevindend binnen de
+ gewijde ruimte, waar de Geneeskunde zelve beoefend wordt.
+
+Oculum ibi Geometriae luce acutum ad incisa cadavera, ad spirantium
+corpora brutorum aperta tacitus circumfert.
+
+ Daar zien wij hem zijne oogen, gescherpt en verhelderd door wiskundige
+ onderzoekingen, zwijgend richten op geopende lijken en op lichamen van
+ levend geopende dieren.
+
+Jam vasorum structuram, figuras, firmitatem, ortum, fines, nexus,
+curvaturas, flexilitatem contemplatur et elaterem.
+
+ Aanstonds beschouwt hij met aandacht den bouw, de vormen, de vastheid,
+ de begin- en eindpunten, de verbindingen en krommingen, de
+ buigzaamheid en veerkrachtigheid der vaten.
+
+Excitatus spectaculi mirabilitate, mox conspecta ad eum, quo jam pollet
+cognito, Mechanismum applicans, abditas detegit harum partium virtutes.
+
+ Door dit wonderlijk schouwspel geprikkeld, past hij weldra op de door
+ hem waargenomen verschijnselen de wetten der Mechanica, welke hem
+ reeds van vroeger bekend zijn, toe en ontdekt zoodoende de verborgen
+ eigenschappen der aanschouwde lichaamsdeelen.
+
+Quam variis, pulchris, utilibusque utentem cernimus auxiliis, quibus
+recentiorum industria pomoeria extendit anatomes.
+
+ Van hoe verschillende, schoone en nuttige hulpmiddelen, waarmede de
+ vlijt der jongere geleerden de grenzen der ontleedkunde heeft
+ uitgebreid, zien wij hem gebruik maken.
+
+Aliorum certe durissimo parta labore inventa in suos usus dum
+accommodat, claram sibi sistit humanae fabricae imaginem.
+
+ Terwijl hij zich de door anderen eerst na zeer veel inspanning gedane
+ ontdekkingen ten nutte maakt, vormt hij zich een duidelijk beeld van
+ den bouw van het menschelijk lichaam.
+
+Cui fluidorum vitalium nectit notitiam; hanc Anatomicis, Chemicis,
+Hydrostaticis, ipsiusque microscopii adjumentis in vivo corpore, et
+extra illud examinat; tum mox accuratissimam omnium sensibilium, quae in
+sanitate contingunt, historiam omni arte, undique comparatam evolvit.
+
+ Vervolgens zet hij zich aan de bestudeering der levensvochten, welke
+ hij zoowel in als buiten het levend lichaam met alle middelen, die hem
+ Anatomie, Chemie en Hydrostatiek ten dienste stellen, alsook met
+ behulp van het microscoop aan een grondig onderzoek onderwerpt.
+ Eindelijk zal hij zich dan door zijne van alle kanten bijeenverzamelde
+ gegevens een volledig overzicht kunnen verschaffen van alle
+ verschijnselen, die het lichaam in gezonden toestand te aanschouwen
+ geeft.
+
+En suis instructum datis, ut sanitatis Theoriam scribat!
+
+ Ziedaar iemand, die uitsluitend door de gegevens, welke hij zich zelf
+ verschaft heeft, in staat gesteld is tot het schrijven eener Leer van
+ den normalen lichaamstoestand!
+
+Ex his singulatim perspectis, expensis, comparatisque inter se, auxilio
+Mechanices, severitate ordine et prudentia Geometrica, lento gradu
+festinans elicit, quae in his comprehensa sensibus abduntur, rationi
+patent.
+
+ Met behulp van deze gegevens nu brengt hij, na eerst elk afzonderlijk
+ nauwkeurig onderzocht en overwogen en ze vervolgens in hun onderlingen
+ samenhang bestudeerd te hebben, met toepassing van de wetten der
+ Mechanica en met streng wiskundige regelmaat en behoedzaamheid te werk
+ gaande, langzaam maar zeker waarheden aan het licht, die, hoewel in
+ die gegevens opgesloten liggend, niet door zinnelijke waarneming
+ daarin ontdekt, doch slechts door logische redeneering daaruit
+ afgeleid kunnen worden.
+
+Sic proximae cujusque effectus causae indagantur, harum natura ex indole
+collectorum, cognitorum et comparatorum phaenomenon indagata perficitur,
+firmatur, et sensim ex horum aggregato consummatur tandem.
+
+ Aldus worden de naaste oorzaken van iedere werking opgespoord; deze
+ maakt hij namelijk op uit den hem reeds bekenden aard der
+ verschijnselen, welke hij bijeenverzameld, onderzocht en onderling
+ vergeleken heeft, zoodat hij zich langzamerhand, als vrucht van al
+ deze onderzoekingen, een duidelijk en volledig beeld van het wezen
+ dier oorzaken zal kunnen vormen.
+
+Quid speratis futurum, qui ad hanc normam sua exigit studia?
+
+ Welke schoone resultaten zal hij niet kunnen bereiken, die bij zijne
+ studiën dezen weg volgt!
+
+Nonne immutabilis et coaeva erit haec scientia ipsi naturae humanae, ex
+cujus sc. elicitur indole, in qua fundatur tantum?
+
+ En zal de wetenschap, op deze wijze verkregen, niet onveranderlijk
+ vaststaan en even duurzaam zijn als de menschelijke natuur zelve, uit
+ welker innerlijk wezen zij immers is opgedolven en welke haar eenigen
+ grondslag uitmaakt?
+
+Nonne certa erit, quae innixa iis, quae omnes pari agnoscunt evidentia,
+castigatissima caute procedit fide?
+
+ Zullen de resultaten van zulk een wetenschap niet onbetwistbaar zijn,
+ die, slechts steunend op wat allen met gelijke beslistheid als waar
+ erkennen, met de strengste nauwgezetheid behoedzaam voortschrijdt?
+
+Nonne definita satis et ipsis erit rebus utilis, quae certis, claris,
+et sensibilibus corporis humani proprietatibus solum debet causae
+proximae, quaeque nostro subjicitur imperio, inquisitionem
+accuratissimam, idque via, qua erratum nunquam?
+
+ Zal die wetenschap niet genoegzaam betrouwbaar en ook voor de praktijk
+ nuttig zijn, welke bij haar grondig en met toepassing eener onfeilbare
+ methode ingesteld onderzoek naar de naaste en onder ons bereik
+ vallende oorzaken slechts van die eigenschappen van het menschelijk
+ lichaam uitgaat, die stellig vaststaan en duidelijk voor onze
+ zintuigen waarneembaar zijn?
+
+Lento crescet, fateor, et occulto adolescet augmento, quilibet tamen vel
+minimus progressus gradus ad altiora firmus erit, et novi incrementi
+immutabilis causa.
+
+ Ik erken, dat zij op die wijze slechts uiterst langzaam en nauw
+ merkbaar zal groeien en opwassen; daartegenover staat echter dit
+ belangrijke voordeel, dat elke, ook zelfs de geringste, vordering, die
+ zij maakt, een vaste schrede voorwaarts beteekent en een hechten
+ grondslag vormt, waarop verder voortgebouwd kan worden.
+
+Hoc autem labore defunctum, adspirantemque ad metam jam videte in ultima
+picturae parte adumbratum.
+
+ Het laatste tafereel mijner schets eindelijk vertoont U onzen
+ geneesheer, al dit werk reeds volbracht hebbend en naar den eindpaal
+ strevend.
+
+In ipsa nunc adyta se penetrat, in ipsa Æsculapii penetralia!
+
+ Nu dringt hij door tot het allerheilige, tot het binnenste van den
+ tempel van AESCULAPIUS!
+
+En Tabulas Hippocraticas, fidaque Grajorum, quae scrutatur, scripta!
+
+ Thans doorvorscht hij de Tafelen van HIPPOCRATES en de zoo betrouwbare
+ geschriften der Grieken!
+
+Jam ex abundanti Medicorum Thesauro colligit quidquid sparsum haeret
+mellis medicati.
+
+ Ziet hem uit den overvloedigen schat der geneeskundige schrijvers
+ vlijtig bijeenverzamelen, wat er overal in hunne werken aan kostelijke
+ gegevens te vinden is!
+
+Hic incisa, quorum notaverat morbos, ruspatur cadavera; illic in brutis
+arte factas aegritudines observat; nunc omnia morborum effecta et
+remediorum ipse experimento colligens; nunc eadem ex optimis Auctoribus
+addiscens; tandem cuncta digerens, expendensque inter se componit, et
+his, quae Theoria demonstravit, comparat, unde historiam denique
+curationemque morborum firmet.
+
+ Nu eens opent hij, ten einde ze te onderzoeken, lijken, waaraan hij
+ pathologische afwijkingen ontdekt heeft, dan weer neemt hij bij dieren
+ ziekten waar, die hij kunstmatig bij deze heeft verwekt; nu eens
+ verzamelt hij uit eigen ervaring allerlei gegevens omtrent de
+ uitwerkingen van ziekten en geneesmiddelen, dan weer vult hij de aldus
+ opgedane kennis aan door het raadplegen van de beste schrijvers op dat
+ gebied; eindelijk schikt hij al deze gegevens samen, terwijl hij ze
+ regelt en nauwkeurig overweegt, en vergelijkt de aldus gevonden
+ resultaten met wat de Theorie hem geleerd heeft, zoodat hij ten slotte
+ een degelijk inzicht krijgt in den loop en de geneeswijze der
+ verschillende ziekten.
+
+En Vobis ultima manu absolutam consummati Medici imaginem!
+
+ En hiermede heb ik de laatste hand gelegd aan het voor u geschetste
+ beeld van den volmaakten geneesheer!
+
+Hanc Mechanicis egere auxiliis ut perficiatur, satis, ni fallit me
+animus, evictum.
+
+ Dat deze hoogte onmogelijk bereikt kan worden zonder de studie der
+ Mechanica, meen ik thans genoegzaam te hebben aangetoond.
+
+Huic consimilem me reddere, ad hanc me componere studui, ut medicinam
+feci.
+
+ Sinds ik mij op de studie der geneeskunde toelegde, heb ik getracht,
+ dat beeld te evenaren, mij daarnaar te richten.
+
+Ad hanc polire eorum, qui meae se committunt disciplinae, ingenium
+summa ope enixus sum, dum in Vestro hoc salutis fano ex Auctoritate
+vestra Musagetae Illust. medicinam docui.
+
+ Naar dat model den geest te vormen van hen, die zich aan mijne leiding
+ toevertrouwen, daartoe, Heeren Curatoren, heb ik steeds al mijne
+ krachten ingespannen, zoolang ik op uw gezag aan deze hoogeschool de
+ geneeskunde onderwees.
+
+Eam, dum Dei munere spiro, ambitiose colere non desinam.
+
+ Dat ideaal zal ik, zoolang God mij het leven schenkt, niet ophouden
+ ijverig na te streven.
+
+Non credulitate stulta, non stupore ignari vulgi, non verbosis strophis,
+sed clara demonstrationis fide Artem, cui nostra credimus capita,
+commendare affectabo.
+
+ Niet door partij te trekken van de dwaze lichtgeloovigheid en de domme
+ verbazing der onkundige menigte, niet door een verblindenden
+ woordenvloed, maar door duidelijke en onbetwistbare resultaten zal ik
+ voor de wetenschap, waaraan wij allen ons leven toevertrouwen, eerbied
+ trachten af te dwingen.
+
+Vos Optimi Juvenes, qui illi Scientiae consecrastis pectora, a qua
+incolumitatem sperat salutis Humanum Genus, Vos Picturam. Medici
+contemplati primis miremini ab annis.
+
+ Moogt gij, voortreffelijke jongelingen, die u met de borst op deze
+ wetenschap toelegt, door welke het menschelijk geslacht zijn
+ ongestoord welzijn hoopt verzekerd te zien, het door mij ontworpen
+ beeld van den idealen geneesheer reeds van uwe eerste studiejaren af
+ aandachtig beschouwen en er bewondering voor opvatten.
+
+Ita Vos agite rem vestram, ut lineamentis, coloribusque hujus imaginis
+formosi, salutares hominibus audiatis genii!
+
+ Kwijt u zóó van uwe taak, dat gij u, getooid met de trekken en tinten
+ van dit beeld, den naam van reddende engelen der menschheid verwerft!
+
+Nulla est, quae pulchriora laborum praemia Cultoribus persolvit, quam
+Medica Sapientia.
+
+ Er is geen wetenschap, die haren beoefenaren schoonere belooningen
+ voor hunnen arbeid ten deel doet vallen dan de Geneeskunde.
+
+Non alia est, quae Mortalibus gratiores, magisve utiles vel necessarios
+reddere vos possit.
+
+ Geen andere is er, die u aangenamer, nuttiger en onmisbaarder voor uwe
+ medemenschen kan maken.
+
+Excitemini o generosae mentes! Excitemini pulchritudine Artis, cujus
+effectu beatus his in terris nemo carere poterit!
+
+ Geraakt in geestdrift, edelaardige geesten, geraakt in geestdrift voor
+ de schoonheid dezer kunst, zonder welker hulp voor niemand hier op
+ aarde het geluk bestaanbaar is!
+
+Nunquam rei difficultas calidum vestri animi retundat impetum!
+
+ Dat toch nooit de moeielijkheid dezer studie de onstuimigheid van uwen
+ vurigen geest beteugele!
+
+Ardua est, fateor, quae ad Panaceae ducit delubra, via.
+
+ Hoogst bezwaarlijk, ik erken het, is de weg, die tot het heiligdom van
+ PANACEA[5] voert.
+
+ [Voetnoot 5: PANACEA („Alheelster“) is de naam van een der
+ dochters van AESCULAPIUS. (Vertaler).]
+
+Sed complanavit hanc improbus aliorum labor, superarunt praerupta,
+perrupere fortes, Vos alacres sequamini!
+
+ Doch anderen hebben dezen door hunnen onvermoeiden arbeid geëffend;
+ met groote dapperheid wisten zij, alle moeilijkheden overwinnend, het
+ einddoel van hunnen tocht te bereiken; volgt gij nu moedig hun
+ voorbeeld!
+
+Hos habetis in hac Academia ad Medicinam Duces, qui ditiores longe
+Vobis explicent thesauros, quam Epidauriae olim columnae, Pergamenae
+tabulae, Cnidii parietes, vel folia largiebantur Coaca.
+
+ Gij vindt in deze hoogeschool zoodanige leidslieden op het gebied der
+ geneeskunde, die u veel rijker schatten kunnen toonen dan weleer de
+ Epidaurische zuilen[6], de Pergameensche boekrollen[7], de Cnidische
+ wanden[6] en de Coische bladen[7] opleverden.
+
+ [Voetnoot 6: Op de zuilen van den Aesculapius-tempel te Epidaurus
+ en op de wanden van dien te Cnidus stonden opschriften, die
+ melding maakten van verschillende ziektegevallen en de wijze
+ hunner genezing. (Vertaler).]
+
+ [Voetnoot 7: Bedoeld zijn de werken van GALENUS van Pergamum en
+ HIPPOCRATES van Cos. (Vertaler).]
+
+Habetis, qui secreta quaeque Matheseos arcana incredibili perspicui
+sermonis facilitate revelet, rebusque applicare Medicis praemonstret,
+Volderum.
+
+ Gij vindt hier iemand, die de kunst verstaat, met een ongelooflijk
+ gemak in duidelijke taal de meest verborgen geheimenissen der Wiskunde
+ bloot te leggen en die u zal leeren, deze op geneeskundige
+ vraagstukken toe te passen.
+
+Optimorum sane sententia natum ad haec sacra, Nostroque encomio longe
+majorem Virum!
+
+ Het is VOLDER, een man, die naar het oordeel der besten onder ons
+ geboren schijnt voor deze gewijde taak, een man, die verre boven onzen
+ lof verheven is!
+
+Cujus disciplinae liberali infinitum me debere grata memoria et publice
+hic agnosco, et dum huic constabit menti sanitas ingenue semper Ego et
+candide meminero.
+
+ Met een van dankbaarheid vervuld gemoed spreek ik het hier gaarne
+ openlijk uit, dat ik aan zijne milde voorlichting oneindig veel
+ verschuldigd ben en steeds, ten minste zoolang ik nog helder van hoofd
+ ben, zal ik mij mijne groote verplichtingen jegens hem eerlijk en
+ oprecht voor oogen houden.
+
+Horum ergo dum lego vestigia, si quid vobis adjumenti praestare posse
+censeor, praesto sum qui ita me geram, ut ex vestro meum me comparare
+commodum opere ipso testari possim.
+
+ Indien gij nu van oordeel zijt, dat ik U tot eenigen steun bij uwe
+ studiën kan dienen, dan zal ik gaarne, het voetspoor dezer groote
+ mannen volgend, er met alle macht naar streven, metterdaad het bewijs
+ te leveren, dat ik mijn belang slechts in het uwe zoek.
+
+Vobiscum Veterum placita, Recentiorum et propria, si quae sunt,
+observata undique indefesso labore colligere, ex his laudatae Mechanices
+arte doctrinam Medicam condere non desinam, quamdiu in hac versanti
+slatione, vires dederit Deus!
+
+ Zoolang God mij de kracht verleent, dit ambt naar behooren te
+ vervullen, zal ik niet ophouden, met U de uitspraken der Ouden en
+ de waarnemingen der jongeren met onverdroten ijver van alle kanten
+ bijeen te verzamelen, waarbij ik dan nog de resultaten mijner eigen
+ onderzoekingen, die ik geef voor wat ze zijn, zal voegen, ten einde,
+ toegerust met al deze gegevens, met behulp van de door mij zoo
+ uitbundig geprezen Mechanica, het onze bij te dragen tot den opbouw
+ der medische wetenschap!
+
+Agite ergo Commilitones Studiosi totus quod commendavit sermo, felici
+hujus anni Academici auspicio inchoare et perficere certatim tentemus
+opus!
+
+ Welaan dan, wakkere studiegenooten, laat ons het werk, waartoe mijne
+ gansche redevoering U aanspoorde, onder de zegenrijke begunstiging van
+ het thans aangebroken academisch jaar als om strijd aanvatten en het
+ zoo mogelijk voleinden!
+
+Vestra frequentia incitatus docentis vigor id aget, ut, qui naturae
+facultate et eruditionis plurimis postponendum me sentio, sedulitate
+certe cedam nulli.
+
+ Laat uwe trouwe opkomst bij mijne lessen zulk een geestkracht in mij
+ ontvonken, dat ik, die mij volkomen bewust ben, wat natuurlijken
+ aanleg en geleerdheid betreft, bij zeer velen achtergesteld te moeten
+ worden, in ijver tenminste voor niemand zal behoeven onder te doen.
+
+Laboris autem summum habebo pretium, si vestro applausu, Vobis meam
+profuisse diligentiam, orbi constet, si vestri in hoc Athenaeo studii
+felicitas claritate famae plures alliciat.
+
+ De hoogste belooning voor mijnen arbeid echter zal ik _dan_ meenen
+ deelachtig te worden, wanneer het door uwe toejuiching der wereld zal
+ blijken, dat de door mij betoonde vlijt U ten goede gekomen is,
+ wanneer de roep van den voorspoed uwer studiën aan deze hoogeschool
+ meerderen zal verlokken, onder hare leerlingen plaats te nemen.
+
+Hoc enim votum illud est, _Illustrissimi Curatores, Amplissimi Coss._,
+cujus successu alacer, rerum Vestro auspicio, Vestra in Academia
+gestarum rationem Vobis reddere audebo.
+
+ Slechts als deze mijn wensch in vervulling getreden zal zijn,
+ zal ik, Edel Groot Achtbare Heeren Curatoren, Edel Achtbare Heeren
+ Burgemeesters[8], de resultaten van mijn onderwijs, onder uwe
+ bescherming aan uwe hoogeschool gegeven, met vertrouwen aan uw oordeel
+ mogen onderwerpen.
+
+ [Voetnoot 8: Hiermede worden de vier burgemeesters van Leiden
+ toegesproken. (Vertaler).]
+
+Unum hoc dignum habebo, quo Genium Vestrum adorem, donarium.
+
+ Dit beschouw ik als het eenige waardige geschenk, waarin uw verheven
+ geest behagen zal kunnen scheppen.
+
+Omni sic adulationis fuco deterso, sincero certe animi candore referre
+me putabo, quas Vestrae benignitati animus debet, gratias!
+
+ Op deze wijze hoop ik, zonder eenige valsche vleierij maar met niet
+ minder oprechtheid van zin U den dank, waartoe ik mij jegens U
+ verplicht gevoel, metterdaad te toonen!
+
+Docendi enim admotum muneri, duoque jam meritum stipendia, exploratum
+adeo, honorificis promissis et nova liberalitate nec opinantem
+excitastis denuo.
+
+ Gij toch hebt mij, na mij tot het leeraarsambt te hebben geroepen
+ en gedurende de twee jaren, waarin ik dit ambt bekleedde, mijne
+ werkzaamheden aandachtig gadegeslagen te hebben, onverwacht door
+ hoogst vereerende beloften en nieuwe bewijzen uwer mildheid tot nog
+ meer ijver geprikkeld.
+
+Ego, ex multis, quas in Vobis veneror, virtutibus, unam prae caeteris
+eximiam habendam esse a Sapientibus accepi, sinceram nempe Vestri
+favoris integritatem.
+
+ Onder de vele deugden, die ik in U vereer, is er ééne, die volgens het
+ mij ter oore gekomen oordeel van wijze mannen hooger dan alle andere
+ gesteld moet worden: het is de strikte onpartijdigheid, waarmede gij
+ bij het betoonen van uwe gunst te werk gaat.
+
+Summam dico, et Reip. literariae solam salutarem Virtutem, qua praemia
+meritis, non gratiae servire jubetis, neque ambitioni.
+
+ Eene voortreffelijke en der wetenschappelijke wereld het allermeest
+ ten goede komende eigenschap noem ik haar; U door haar latende leiden,
+ hebt gij slechts belooningen voor werkelijke verdiensten over; alle
+ gunstbejag stuit op haar af.
+
+Quare benefacti pretium Vestra ex gravitate ponderans, vix mihi tempero,
+quin tanti testimonii gloria animosus, quo coepi pede, pergam alacrior!
+
+ Wanneer ik dan ook naar uwe hoogheid van karakter de waarde afmeet
+ van de onderscheiding, welke gij mij verleend hebt, dan voel ik eenen
+ onweerstaanbaren drang in mij, om, aangevuurd door zulk een eervol
+ getuigenis, onverwijld op den ingeslagen weg met frisschen moed voort
+ te gaan!
+
+Verbosae ergo pompae loco, qua gratiarum actio suspecta redditur et
+Sapientibus odiosa, pauca ego haec religiosus spondeo!
+
+ Met terzijdelating derhalve van allen ijdelen woordenpraal, die bij
+ eene dankbetuiging het teeken van onoprechtheid pleegt te zijn en
+ volstrekt geen genade kan vinden in de oogen van wijze mannen, wil
+ ik U slechts het volgende plechtig beloven!
+
+Vestram Dignitatem summo venerationis cultu et obsequii semper colam
+sedulus!
+
+ Ik zal mij steeds bevlijtigen, uwe waardigheid door het betoonen van
+ den diepsten eerbied en de uiterste dienstwilligheid hoog te houden!
+
+Diligens sic mea se acuet industria, ut Vestrum favorem plurimi me
+facere et legitimis ultra ambire artibus, demonstrem.
+
+ Ik zal zorg dragen, mijnen ijver tot zulk een hoogte op te voeren,
+ dat het blijke, dat ik uwe gunst op den hoogsten prijs stel en mij
+ haar door gepaste middelen steeds in meerdere mate wil trachten te
+ verwerven.
+
+Id studebo, ut bene agendo benefici, quod de me tulistis, judicii
+aequitatem Orbi ipse comprobem!
+
+ Ik zal er naar streven, de juistheid van het welwillend oordeel, dat
+ gij over mij geveld hebt, der geheele wereld door mijne daden te doen
+ blijken!
+
+
+DIXI.
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+
+ Hieronymi Davidis Gaubii
+
+ ORATIO
+ INAUGURALIS
+
+ Qua Ostenditur
+
+ CHEMIAM ARTIBUS ACADEMICIS JURE ESSE
+ INSERENDAM
+
+ Habita XXI. Maji MDCCXXXI.
+
+ Quum publicum Chemiam praelegendi munus in Academia
+ Lugduno-Batava auspicaretur.
+
+
+ [Illustration / Illustratie]
+
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS
+
+ Medicinae Doctor.
+
+ Ejusdem et Chemiae et Collegii Practico-Medici
+
+ in ACADEMIA BATAVA, quae LEIDAE est,
+ PROFESSOR ORDINARIUS
+
+ [Script unclear: printer’s name?]
+ [Tekst onduidelijk: naam van de drukker?]
+
+
+ INAUGUREELE REDE
+
+ van
+
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,
+
+ Waarin Wordt Aangetoond,
+ dat de Scheikunde met recht een plaats
+ verdient onder de Akademische
+ Wetenschappen,
+
+ Gehouden op den 21sten Mei 1731,
+
+ Toen Hij het Openbare Ambt van het Houden van
+Voordrachten over de Scheikunde aan de Leidsche Akademie
+ Plechtig Aanvaardde
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Illustrissimis et Nobilissimis Viris_
+ ACADEMIAE LUGDUNA-BATAVAE
+ CURATORIBUS,
+
+JOHANNI HENRICO, COMITI DE WASSENAER, Domino de Opdam,
+Hensbroek, Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem, et lage etc. etc.
+
+Equiti ordinis Johannitici, in equestrem nobilium Hollandiae
+ordinem adlecto, ad supremum foederati belgii senatum delegato
+etc. etc.
+
+JOHANNI TRIP, J.U.D. Toparchae in Berkenrode, civitatis
+Amstelaedamensis senatori, cum maxime consulum praesidi,
+Societatis Indiae Orientalis moderatori, etc. etc.
+
+ARENTIO BRUNONIS, VAN DER DUSSEN, J.U.D. Reipublicae Delphensis
+senatori et consulari, delegatis praepotentium ordinum
+Hollandiae adscripto, etc. etc.
+
+
+ EORUMQUE COLLEGIS
+ _Amplissimis, Gravissimisque Viris_
+ _Civitatis Lugdunensis Consulibus_.
+
+ABRAHAMO HOOGENHOUCK, J.U.D. Consulum praesidi.
+
+DANIELI VAN ALPHEN, J.U.D.
+
+HENRICO VAN WILLIGEN, J.U.D.
+
+GERHARDO EMILIO VAN HOOGEVEEN J.U.D.
+
+ Nec Non Viro Spectatissimo
+
+DAVIDI VAN ROYEN, J.U.D. Urbis Leidensis Graphiario, Illustriss:
+Curatoribus et Ampliss. Consulibus a Secretis.
+
+
+ L.M.Q.D.
+ Hanc Orationem
+ Virtuti et Gloriae Eorum
+ Devotissimus
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+
+
+
+ Hieronymi Davidis Gaubii
+
+ ORATIO
+ INAUGURALIS
+
+ Qua Ostenditur
+
+CHEMIAM ARTIBUS ACADEMICIS JURE ESSE INSERENDAM
+
+
+Si quae unquam, in scena vitae meae, magna mihi et peregrina obvenit
+mearum rerum vicissitudo, ea sane est, quam hic nunc subeo. Locus
+insolitus; inusitata hominum frequentia, horumque omnium conversa in
+me ora atque oculi; munus inconsuetum; nova prorsus sunt omnia: omnia
+alienam subito adepta faciem, pari et stupore et solicitudine percellunt
+animum.
+
+Scilicet in Academica panegyri perorare jubeor Chemicus, et quidem, dum
+officii ita poscit ratio, de Chemia. An vero majus uspiam, quam quod
+Mercurium inter et Vulcanum est, datur discrimen? An Artium ulla ab
+Oratoriae elegantiis abest longius, quam Chemia? Chemia, inquam! quae
+aspera, laboriosa, styli incuria politioris, Eloquentiae lenociniis nec
+studens, nec accommoda, tota in opere versatur, et cultores suos non per
+verba, sed per ignem sapere, per experimenta Philosophari docet.
+
+Invisite animo saltem, si libet, officinam Chemicam! Ecquid putatis ibi
+inventuros? An numerosam librorum congeriem, et suis pulchre ordinata
+forulis sexcenta Autorum volumina? An priscae monumenta Eloquentiae,
+Rhetoribus tam exoptata; aut suggestum Tulliana voce resonantem? Nihil
+profecto horum: alia omnino est, quae hic occurrit, supellex; alius
+plane apparatus: variae nimirum furnorum alia atque alia ratione
+constructorum, series, sustentando cuilibet ignis gradui appropriatae;
+erecta tecto tenus loculamenta, quam plurimis artis operibus, ad
+praeparanda nova mox rursum inservituris, adimpleta; innumerae vasorum,
+materie et figura discrepantium, species; carbonum cespitumque acervus
+nunquam defecturus; praesto ad usum cola, cribra, spathulae, folles,
+forcipes, et si quae alia vel alendo igni, vel regendo requiruntur. Haec
+inter artificem videbitis, non otiose ad pulpita desidentem; sed atras
+carbone manus, taciturna attentione, admoventem operi: fumo, cineribus,
+fuligine obsitum, jam igne intensissimo durissima liquare metalla; jam
+vivis urere flammis vegetabile; hinc cautissime opposita committere
+corpora, flammivomos mox in conflictus ruitira; illinc, calore moderato,
+rerum virtutes, exacto ad numerum stillicidio, elicere; electas alibi,
+tepore naturali, unire arctius et digerere; verbo: totum inter furnos
+defixum, excitando, applicando, moderando igne occupatissimum, hujus in
+corpora efficaciam modis omnibus explorare. Hoc opus est, hic labor ejus
+unicus.
+
+Vane heic quaesiverit quispiam limatas Augustaei Seculi locutiones:
+vanus amoena Rhetorices illectamenta. Non aures hic demulcentur, sed
+oculi: nec verbis conciliatur adsensus; sed rerum testimoniis
+extorquetur.
+
+Quid ergo animi putatis esse Chemico? Ubi a sordida Vulcani officina in
+spectatissimum protractus locum, a furnis evocatus in suggestum, solis
+sacratum politissimis sermonibus, Oratoris sustinere cogitur provinciam?
+Quid materiei creditis suppetere? Dum coram Principibus in republica
+Viris, in consessu sapientissimorum Professorum, in conspectu denique
+hominum in omni scientiarum genere perfectissimorum, de Arte, plerisque
+horum ignota, disserendi incumbit necessitas? Sane si aqua haeserit
+trepido, facilem merebitur veniam.
+
+Haec vero me sors, hoc meos hodie humeros premit onus: nec, quibus
+fulciar, ulla domi praesidia mihi nascuntur. Quin probe nota virium
+mearum tenuitas, et naturalis mihi, utut agendis rebus publicis inepta
+prorsus, verecundia id etiam animi dejicit, quod audax omnia aggredi
+juventus forte addidisset.
+
+Undequaque igitur circumspicienti, unica demum superest, quae locum
+refugii praebet, singularis Vestra, A.O.O. benevolentia, toties experta
+iis, quos hoc e suggestu dicendi arduum pressit munus. Facit haec, Vos
+ea esse judicii lenitate, suo ut quemque modulo metiti, majora viribus
+nequaquam exigatis: quod quidem aliis dum generose adeo exhibuistis,
+quidni a Vobis et mihi pollicear ego, pro quo tot intercedunt majoris
+etiam momenti rationes? Justa certe petitio repulsam ab aequo tulit
+nemine.
+
+Quo fretus ipsi me accingo operi, cui Thema erit ex eo, quod auspicor,
+officio desumptum, et Vestra non indignum celebritate. Conabor nimirum
+ostendere, _Chemiam Artibus Academicis jure esse inserendam_. Quod dum
+ago, faciles in audiendo pariter et judicando Vos praebeatis mihi, enixe
+obsecro: uterque enim seu felix fuerit, seu sinister Orationis meae
+eventus, Vestrum me semper ad favorem allegabit, huic ut vel referam
+gratias, vel veniam impetraturus, supplicem.
+
+Academiae ea, qua hodie constitutas lege videmus, loci sunt publici,
+docendis discendisque scientiis et artibus nobilioribus dicati, iisque
+hinc conditionibus et mediis instructi, quibus propositus iste finis
+potest obtineri. Non ergo arti aut scientiae cuilibet sua in his schola
+conceditur; sed ultra vulgi captum elevata, _Nobilitatis_ quodam emineat
+splendore necesse est, in Academiis quae pedem figere voluerit
+disciplina.
+
+Quodsi igitur vera hujusce _Nobilitatis_ insignia, palam exposita, Arti
+Spagyricae competere certis adstruxero documentis, nonne propositi hodie
+mei constabit ratio et veritas?
+
+Virtus sola atque unica, si Poëtae habenda fides, _Nobilitate_ impertit
+hominem: nec unius haec diei dos est; nec vera, quoties praeterquam ex
+natalibus, aliunde probari nequit. Idem vero et eadem ratione obtinet
+in disciplinis, modo, quod ibi datum virtuti est, heic detur usui.
+Laureolam certe quaerunt in mustaceo, qui artis ostensuri dignitatem,
+pulchre hoc sibi agere videntur, primis ubi a seculis deductam ejus
+originem, objective et operum miram jucunditatem, aut quot numeraverit,
+quantosque sui cultores exponunt, parum interim de utilitate soliciti,
+qua sine tamen sordent omnia, antiqua fuerint, dulcia, aut quibusvis
+clara sectatorum nominibus: externa enim isthaec sunt, et veram potius
+ornant _Nobilitatem_, quam constituunt. Utile mensura est, illam qua
+metitur, verum qui rebus pretium statuere solus novit, sapiens.
+
+Quaecunque hinc usum adfert eximium vel homini in se seorsum spectato,
+vel humanae societati, ea demum disciplina jure _Nobilis_ habetur.
+Quum vero pars hominis melior, mens sit, hanc quae recti bonique
+facit studiosam, aut veri auget perspicientia, utique aliis omnibus
+antecellit. Neque tamen hac multo inferior, quae corporis curat
+sanitatem: ea namque magis optabile quidquam vix datur mortalibus;
+deficiens una praegravat animum et deprimit. Hoc quae opus sibi sumsit
+excolendum, ars dicitur Medica: priori studet cum caeteris Philosophia;
+una sui parte moderandis occupata affectibus, alteram extendendis
+humanae intelligentiae limitibus in cognitione rerum existentium
+dedicans: utramque ergo _Nobilissimam_ suo recepere gremio Academiae,
+et jure civitatis donarunt, ne ipso quidem livore contradicente.
+
+Habent autem ambae hae objectum patens quam latissime, et varias hinc
+sub se complectuntur disciplinas, quae partesne dicendae an ministrae?
+opera singulae inter se diversissima, ad eundem tamen ultimum finem, cum
+principe, sub qua militant, scientia communem, omnes collineant. Quum
+itaque et has sunt quamlibet commendet usus, et summa ad priorum
+perfectionem necessitas, hinc _Nobiles_ etiam ab Eruditis jure habitae,
+debitum in Academiis locum obtinuere.
+
+Nonne vero talis est Ars Chemica? Cur ergo duram adeo haec experta
+sortem, nonnisi post plurimas agitatas lites, liberam sui culturam in
+scholis Sapientum impetrare potuit? Sane, rigoris hujus justo acrioris
+causam vix determinaverim: si tamen, quod vero est simillimum, dicam,
+videntur ipsius Artis in se spectatae ignari, Artificum duntaxat
+habuisse rationem judices, quorum ex arbitrio tum pendebant Academiae.
+
+Nata nimirum inter Metallarios et Pyracmonas Chemia; ab illiterato hoc
+rudique hominum genere primum exercita; deturpata dein et obscurata ab
+impostoribus; in se horrida, laboribus plena, plena periculis; ab
+otiosis speculationibus aliena; ignem, fumos, cineres, sordes spirans,
+vix ulla amoenitatis specie cuiquam se commendare potuit, nisi, qui
+penitius eam introspicere dignaretur: atqui externam ejus faciem
+monstrosam adeo deformemque reddiderat cultorum et ruditas et malitia,
+ab interioribus ut perlustrandis deterrerentur Eruditi, eodem haec, si
+non pejori de luto esse conficta, rati. Frustra ergo suam oravit causam
+Chemia talibus coram Arbitris qui praejudicata obcaecati opinione, et
+usus ejus eximios, et summam necessitatem praetervidentes, sententiam
+prius tulerant, quam cognovissent. Factum hinc, a publico ut Sapientum
+commercio exclusa, privatorum exerceret manus atque ingenia, varias sub
+variis passa fatorum vicissitudines, nec forte unquam Academicos in
+suggestus emersura, nisi, quem nacta tandem est, causae patronum, an
+rabulam potius? Eremitam fortuna major quam prudentia secundasset: hic
+enim coeco gementis hujus disciplinae amore, captus, quod autoritate
+rationali et luculentis rerum testimoniis agendum fuisset, bullato id
+verborum nugacissimorum apparatu, mox vero, qua erat morum insolentia,
+igne etiam et armis tentare non dubitavit, successu certe adeo felici,
+ut ausu hocce temerario intrusa in Academias Chemia sede potiretur, vel
+ipsis contradicentium cineribus inaedificata. Hanc autem quamvis vi
+partam, infirmoque hinc nixam pede, repressa paulo post fundatoris ejus
+tyrannide, rursus pessum dederit impatiens cogi, litteratorum gens
+liberrima; id tamen inde Chemiae boni accesserat, quod durante isthac
+statione sua, propior Eruditis posita, nonnullos horum, vividissimis
+quibusdam radiis, per offusas sibi quisquiliarum tenebras evibratis,
+latentis intus foecundissimi luminis sui potuerit commonefacere: quo
+equidem animadverso illi mox excitati, ulterius ad scrutinium se
+accinxere, demtaque sensim imposturarum larva, perruptisque, quibus
+obvolvebatur, ignorantiae nebulis, nudam tandem salutantes, Erudito
+Orbi produxere intuendam. Tum ergo propriis jam refulgens radiis Chemia,
+tum demum, quae personata displicuerat tantopere, nativae suae reddita
+faciei, adeo pellexit Sapientes, dignam ut reputaverint, ipsorum quae in
+scholas adoptata, strenue coleretur.
+
+Nec sane, si fateri vera velimus, alia Chemiae opus est hedera, nisi,
+ut libero a praejudiciis oculo nuda, prout in se est, adspectetur: tam
+necessariis enim pollet usibus, tot jucundissimis arridet oblectamentis,
+Naturae ut curiosum sui facillime pertrahat in amorem pertractumque
+ullo sine taedio detineat. Utique, si sola contemplemur bona, quibus
+quascunque fere artes manuales, humanae vitae commodis inservientes,
+perfundit Chemia, quot, quaeso, et quanta sunt! Dies deficeret
+enumerantem: minima tamen haec, et pro parergis tantum aestimanda.
+Nobilior est, quam menti, utilior, quam corpori praestat, opera
+primaria: huic namque illibatam tuetur sanitatem, amissamque restituit;
+illi vero brevissimam monstrat in adyta Naturae viam, latentisque in
+profundo veri mira felix aperit, Philosophiae hinc et Medicina
+conjunctissima, nec sine detrimento inde separanda.
+
+Id vero ne precario Vobis obtrudere velle videar, evidentis nunc
+rationes proferam, quibus asserti constet veritas: est enim palmarium
+hocce argumentum, quod si evicero, proposito Orationis meae Themati
+satisfactum arbitrabor.
+
+Qui corporum naturalium proprietates, vires et effectus per suas quaeque
+causas sciunt aut rimantur, Physici dicuntur; et haec eorum scientia
+appellatur Physica, Philosophiae generatim sumtae pars non minima. Ejus
+hinc objectum est, quidquid conceptum corporis ingreditur, aut eo reduci
+potest, sive illud commune sit omnibus corporibus, sive peculiare
+singulis: quum enim Materia indefinita, solis gaudens proprietatibus
+corporeis generalibus, in rerum natura non detur, nec dari possit; sed
+tantum sit idea intelligentiae, clarioris doctrinae gratia efficta;
+corpora autem, quae re existunt, omnia individua sint, id est, adeo
+limitata et determinata, ut, praeter universalem illum Materiae
+conceptum, involvant peculiares etiam alias affectiones, quibus singula
+a singulis distinguuntur, et quae faciunt, ut corpus sit hoc praecise
+corpus, et non aliud: inde clarissime liquet, communes illas Materiae
+dotes non modo, sed et imprimis cuilibet corpori singulari proprias
+Physicae esse considerationis, utpote, quae corpora naturalia, prout
+vere existunt, vel existere possunt, contemplatur.
+
+Proprietates corporum, quatenus certis quibusdam actionibus producendis
+sunt idoneae, dicuntur vires: ex his autem, tanquam ex causis, fluunt,
+quoscunque observamus, effectus corporei, qui hinc determinatam suarum
+quilibet causarum naturam sequentes, si singularibus a viribus
+emanarunt, et ipsi necessario erunt singulares, et contra generales,
+si a generalibus.
+
+Quodsi igitur ea hic daretur simplicitas, ut peculiarium quorumvis
+corporis attributorum sufficiens ratio in communi ejus natura
+fundaretur; jam equidem, praeter solam Mathematicorum operam, nil
+opus esset Physico ad finem suum obtinendum: hi enim ideam corporis
+universalem dedere omnium verissimam, et methodum simul exactissimam,
+quaecunque in illa continentur, eliciendi. At vero quam procul abest,
+haec quin ita sese habeant! Detegit attentior observatio innumera certe
+in corporibus adeo penitus peculiaria, ut cum generali illorum indole
+vix quidquam commune videantur habere, nisi solum, cui inhaerent
+utraque, subjectum: talia autem incognita si quis ex universali
+illo Geometrarum conceptu, utut accuratissimo, a priori eruere, aut
+cognitorum etiam ex hoc rationem exsculpere postulet, nae is et operae
+simul et olei jacturam sero doleat!
+
+Atqui maximopere tamen expedit eorundem scientia Physico; quum in his
+potissimum haereat id, quo corpora a se mutuo intrinsecus distinguuntur.
+Ea itaque ut evolvantur, non illa certe, quae a data causae idea ad
+intellectum effectus progreditur, sed prorsus alia incedendum via est.
+Nimirum quidquid de corporibus vere concipit mens, id omne vel
+Phoenomena sunt ipsi per sensus communicata, vel formata inde judicia:
+proprietates autem et vires corporeae in se primitus imperceptibiles
+latent; effectus tamen producunt sensibus apparentes, qui determinatae
+ipsarum naturae proportionales, hujus hinc cognitionem simul exhibent,
+adeo, ut quo ditior fuerit observatorum cujusque rei effectorum
+supellex, eo de ejus indole plus certi resciatur. Haecque adeo sola
+superest indagandis corporum singularibus via retrograda; dum alteram
+illam, quae a priori haec investigat, humano ingenio imperviam prorsus
+Natura fecit et inaccessam. Sedulus hinc rerum scrutator experimentis
+prius quam ratiociniis insudat, sensuum adminiculo sua examinat objecta,
+horum peculiares animadvertit effectus, quos sponte sua vel praevio
+tentata consilio ediderint; corpora corporibus adplicat, rursumque ab
+invicem removet, ut, qui e solis, quique e conjunctis fluant motus,
+experiatur; tum vero ex hisce gnaviter collectis, sibique mutuo collatis
+quaesitam corporum naturam propriam et singulares dotes a posteriori
+demum determinare haud infelix praesumit. Nec sane ullo unquam tempore
+patuere clarius Naturae interiora, quam quo huic institum est tramiti:
+parum in Physicis profecere, hunc qui vel ignorarunt, vel neglexere
+scientes.
+
+Sed ecce! dum Physicis totus inhaereo, lenissimo ipsius materiae quasi
+flexu, in intima Artis Spagyricae viscera me devolutum sentio: reducit
+me in Chemiam, quae inde diverterat Physica; hoc ipso docens affatim,
+quam sit propinqua ambarum cognatio, quam indissolubilis nexus.
+
+Nonne enim totum hoc, quod modo diximus, unius prope est Chemiae
+opus? Nonne haec corpora singularia fere omnia, quae Physicae sunt
+considerationis, speciatim evolvenda sibi sumit? Imo vero vix aliud
+est Chemiae propositum, quam corporum particularium examen. Quidquid
+Fossilium in imis terrae visceribus excoquitur; quidquid protrudit
+Vegetabilium, divite de sinu, foecunda tellus; quidquid denique
+Animantium ubivis fovet alitque alma parens Natura; id fere omne,
+modo vel sensibus manifestari vel capi vasis queat, suo Chemia sistit
+examini, rimatur, penetrat: penetrat, inquam, usque eo, ut quaecunque
+in illis vulgaria, facillime obvia, aut extus adhaerentia despiciens,
+tanquam se indigna, aliis relinquat Artibus; sibi vero magis ardua
+quaerens, sublimiora, abstrusiora, intimas rerum virtutes, ultima
+principia, prima elementa perscrutetur, hoc tantum, nec alio venditura
+pretio suos labores.
+
+Toto sane die hoc agunt strenui Artis hujus cultores: corpora alia
+aliis adponunt, rursum ab invicem separant, soluta coagulant, coagulata
+solvunt, motus inde obortos observant, mutant, novos excitant
+instrumentis efficacissimis, variata in omnes modos encheiresi. Igne
+utuntur, Elemento mobilissimo, validissimo: Menstrua praesto sunt
+efficacissima, juxta solvendi naturam appropriata. Quid autem his
+arduum? Quid inaccessum? Haereant particulae corporis Adamantino inter
+se vinculo; sint ejus viscera aere vel triplici praemunita; lateant
+in profundissimo vires; talium profecto arietum impetu dissilient,
+effringentur, patebunt.
+
+Quidquid vel agunt corpora vel patiuntur, solo id omne motui venit
+tribuendum; per hunc et omnis eorum sese exserit efficacia, et
+vicissitudines quaecunque producuntur: hisce igitur disquirendis si
+navat operam Philosophus, quanam breviore poterit via, aut potentiore
+quonam adminiculo sui se voti reddere compotem, quam captis per Ignem
+experimentis? Cujus equidem adeo mobilis est natura, ut praeter motum
+aliud esse nihil, Viri Sapientes crediderint. Est vero et Ignis, quo
+pollet ipse, motum aliis communicare corporibus paratissimus; et vis
+ejus, per plures gradus intermedios, intendi arte vel minui pro lubitu
+potest: unde certe quam optatissima nascitur Physiologo opportunitas,
+ejus ope abditissimas quasque corporum affectiones enucleandi. Istis
+enim applicatus, simul ea in motum ciet, in agilitatem propriam
+solicitat, medullitus concutit, vires eorum evocat, auget, mutat,
+partes constituentes a se mutuo separat, separatas sigillatim combinat,
+proprias rursus harum virtutes in actum lucemque deducit, adeoque nudis
+usurpanda sensibus praebet, quae alia quacunque arte adjuti attingere
+potuissent nunquam. Quid autem hoc jucundius Naturae scrutatori? Quid
+utilius? Quid magis necessarium?
+
+Supersedeo horum in fidem rerum adducere testimonia, ne in immensam mea
+excrescat Oratio. Latent illa neminem, nisi qui misere adeo deperierit
+vetustatem, recentiorum ut in scriptis hospes sit. Omnium instar sint
+bina illa fulgentissima Magnae Britanniae Lumina, _Boyleus_ et
+_Newtonus_: quibus certe haud perspicaciores Naturae Mystas nostra
+agnoscunt secula; an vero videre retroacta? Hi tamen in detegenda
+singularium corporum indole, in eruendis propriis viribus, vix alio quam
+ad Chemiam recurrunt. Quidquid fere inventum est solidi et pulchri circa
+naturam ignis, caloris, lucis, frigoris; quidquid innotuit de vera
+colorum, saporum, odorum indole; quidquid de motuum terrae, igniumque
+subterraneorum causis; quidquid de Magnetismo corporum, et vi
+attractili, id omne Chemicis debetur experimentis.
+
+Est ergo Chemia extendendis Physicis praestantissima: est Philosophiae
+experimentali tam arcte copulata, ut, qui praeceptis ejus mentem non
+formaverit, ineptus sit videndis Naturae arcanis. Utrique litem movet
+de jure Academico, qui uni movet.
+
+At videor mihi audire nonnullos Vestrum objicientes: Eho! Hanccine
+tu Artem tot laudabilia praestare ais opera, et tam felicem esse in
+detegendis corporum virtutibus? Hanccine absconditarum veritatum
+cognitione ornare animum adseris? Quae gerris anilibus, historiolis
+fabulosis, confictis turbati cerebri somniis ad nauseam usque offerta,
+suos his cultores impraegnat; nec aliud quid, praeter arcana crepat
+nunquam visa, saepe impossibilia, et sicubi vera, non tamen nisi denso
+involuta peplo exhibet; adeo, ut auram quamvis fide Chemica tutiorem
+esse, verissime cecinerit Poeta.
+
+Hisce equidem haud repugno; nec inficior: pleni sunt talibus libri,
+plenae Chemistarum voces, quorum pars magna servulo illi Terentiano
+simillima, quae vera audivere, tacent et continent optime; sin falsum,
+aut vanum, est, continuo palam faciunt. At enim vero ecquis imprudens
+adeo, aut tam corruptus sederit ad hanc rem judex, Arti ut imputet
+errores, delira quos et fraudulenta horumce Pseudochemicorum turba
+dispersit? His quia turpe videtur errasse solos, fucata hinc verborum
+specie allectos quoque alios iisdem implicant erroribus, et, dum propria
+primi periere ignorantia, sequentes in commune secum trahunt exitium; id
+saltem adsecuti, quod, sub coacervata aliorum supra alios strage, primae
+tegatur ruinae causa et autor. Non sane hi, praeter nomen, quidquam de
+Chemia possident; ne hoc quidem digni: quum suorum duntaxat sensuum
+cupiditatibus, aut malesano natis in cerebro, hypothesium monstris
+obsequiosi, veras Artis regulas nec sciant, nec ad illas conformentur.
+
+Longissime profecto abest Chemia, inanibus quin credat speculationibus:
+aurium ipsarum sublesta illi fides est; solo acquiescit oculorum
+testimonio. Hinc quicunque caste eam colunt, in singularibus primo
+corporibus, juxta praescriptum Artis, summa exactitudine, et
+accuratissima omnium phoenomenorum observatione, Naturam ducem secuti,
+varia instituunt experimenta; horum dein singulos quosque eventus
+sensibiles, bona fide, notant, et ex his demum liquidissime perspectis,
+et sibi invicem collatis, severitate Mathematica eliciunt, quae clara et
+individua sequela inde deduci possunt: haecque tandem sunt, non alia,
+quae pro veritatibus et Theorematis agnoscunt veri Chemiae cultores.
+Quid vero est, si non haec certitudo est?
+
+Quae cum ita sint, neminem jam Vestrum dari putem, qui perneget,
+rationali Chemiae exercitio mire adaugeri humanae mentis intelligentiam.
+Reliquum est, ut paucis, quos corpori adfert, usus exponamus, Arti dum
+Medicae, hujus quæ curam gerit, artissime sociata, utilissimam pariter
+ac maxime necessariam præstat operam, non aliunde, nisi e Chemiae penu
+derivandam.
+
+Physicae Medicinam firmissime conjungi, utriusque docet contemplatio:
+haec itaque, quo cum illa cohaeret vinculo, eodem et Chemiae nectitur;
+nec hujus demonstratio plura exigeret, nisi propior adhuc ambarum
+daretur affinitas.
+
+Ars Medica objectum sibi primarium habet corpus humanum, vivens, hinc
+individuum, singularissimum, cui definitas aliorum corporum singularium
+vires, determinatis sub conditionibus applicando, requisitas in fine
+suo mutationes imprimit: tota ergo versatur in singularibus, et si ulla
+alia, certe haec virtutes corporum peculiares, et in se invicem
+actiones, quam distinctissime perspectas postulat: quum autem hisce
+indagandis, prae reliquis quibuscunque Artibus, Chemia potissimum omnem
+suam et unice et felicissime impendat operam; hac sine mancam fore
+mutilamque quis non videt Medicinam? Hinc est, quod mox, ac plebi
+erepta, Litteratos inter coepit vigere, nativo suo tum splendore
+fulgens, Chemia, adeo in sui amorem et culturam omnes pertraxerit
+Medicinae filios, horum ut praeprimis facta fuerit opus, horum deliciae.
+Quid? Quod in ipsam quoque dein Artem Salutarem introducta, communem
+sibi cum hac finem adoptaverit, novo tum nomine Jatro-Chemices, pro
+parte sui longe maxima, insignita: quo quidem sibi placuit tantopere,
+omni ut ilico conatu totam se promovendis sociae suae pomoeriis
+indefessam dederit. Nec profecto, nisi ignarus rerum, pauca ea dixerit,
+aut flocci aestimanda, quae inde in Medicinam redundarunt, bona:
+quamcunque enim hujus partem, seu speculatione quae absolvitur, seu ipsa
+quae in operis versatur exercitatione, percurras; utraque innumeros
+clamat Chemiae usus; utraque consortium ejus ad sui perfectionem summe
+necessarium exemplis docet infiniris.
+
+Physiologiam primo Medicam, si libet, contemplemur. Undenam, quaeso,
+constitit, firmarum corporis humani partium Elementum ultimum et basin
+esse Terram Virginem, simplicissimam, constantissimam, medio glutine
+oleoso, pariter fixissimo, adunatam? Eo certe non progreditur subtilitas
+Anatomica: sola id liquido docet Chemia. Undenam vero fluidorum ejus
+singularis indoles et propriae innotescunt vires? Excepta enim
+generaliori liquidorum idea, aliud illis simile frustra quaesiveris
+extra regni Animalis terminos: imo sunt ipsa etiam inter se quam
+diversissima. Deficit heic Hygrostatica: Chemia sola opitulatur; haec
+est, cui, quantum fere in his sapimus, debemus: Sanguinis naturam mediam
+nec Acidam nec Alcalinam; Seri ejus, ad calorem naturali majorem, facile
+coagulum; Bilis indolem saponaceam; Salivae, succi Pancreatici, Lymphae
+temperiem, facultates, et innumera alia nesciremus, abfuisset Chemia.
+Quid nunc functiones memorem, hujus adminiculo pulcherrime evolutas?
+Intimam alimentorum in primis viis solutionem; succi inde Chylosi et
+Lactei proventum; cibi potusque necessitatem, appetentiam; originem
+salium et partium sulphurearum ex ingestis fere insipidis; insignem
+humorum per vires circuitus mutationem (ut alia praeteream) parum
+apposite explicuere, quibus clarior Chemiae lux nondum adfulserat.
+
+Quodsi nunc pedem promoveamus ad partem Medicinae Pathologiam; innumeri,
+iique impeditissimi occurrunt, circa morborum causas, naturam et
+symptomata, nodi, quibus solvendis unica par est Chemia. Quis miros
+salium morbosorum in Scorbuto, Arthritide, Lue Venerea ortus, variam
+indolem, alia ex aliis effecta unquam pervidisset? Quis fontem Acidi
+aut putridi oleosi, in primis viis, Hypochondriacis tam molesti? Quis
+Calculorum in Cysti Fellea, Renibus, et Vesica Urinaria proventum? Quis
+cariei ossium, adjunctique foetoris causam? Quis tetras stagnantium
+humorum degenerationes in tenacitatem corneam, aut summam putredinem,
+acrimoniamve corrosivam? Quis denique caloris et frigoris, circulationis
+auctae vel diminutae varias in permutandis humoribus vires tam pulchre
+in lucem ponere potuisset, nisi Chemia praetulisset facem?
+
+Ex binis prioribus Medicinae partibus doctrina de Signis maximam partem
+derivatur: redundant ergo in hanc etiam, quos in illas confert Chemia,
+usus. Exempla in promptu sunt uberrima: Sanguis de vena missus nonne
+luculentum internae dispositionis praebet indicium? At veram ejus
+indolem, nisi examine Chemico, perspicere nemo distincte potest. Latet
+vera Lactis nutricum natura, quem Chemia latet. At quanti est, exactum
+de hoc judicium fere posse! Dum toties miseris illud infantibus, veneni
+instar, infinitorum cruciatuum, mortisque fit causa, dulcem quod vitae
+fomiteae, sanitatem et incrementum debebat addere. Si solis Medicis
+Medicus nunc loquerer, plurima hic de Sputis, de Sudore, de Urinis et
+Alvi excrementis dicenda superessent, quae satius tamen est involvere
+silentio; ne his audiendis minus adsuetos prehendat nausea.
+
+Offerunt se denique posteriores duae Medicinae partes, Hygieine et
+Therapeutice; quae uti inter alias nobilissimae, propius jam fini
+accedunt Medico; ita in has prae reliquis benefica Chemia, quidquid fere
+utilis, quidquid habet boni, sincero adeo affectu, congessit, ut ne sic
+quidem satisfecisse sibi visa, majora viribus tentaverit, ipsos Naturae,
+ne dicam Artis limites vanis transgressa pollicitationibus. Ortum hic
+error ab artificum duxit ignorantia, qui miram videntes complurium
+suorum inventorum energiam, incitabantur eousque, finitae ut arti inesse
+crederent infinita. Hi igitur, quae commisere, sua ipsi delicta luant;
+nec debita ideo Chemiae laus denegetur, collata quam ad sanitatis
+tutelam, morborumque propulsionem opera meruit. Quid enim? Nonne ejus
+artificio esculentorum et potulentorum, aquarum, Vinorum, Cerevisiarum
+natura, virtutes et vitia cognoscuntur optime? Nonne Thermarum illa,
+Acidularum, aliorumque fontium, vi Medicata insignium, elementa,
+compositionem et facultates tam liquido manifestat, ut vel imitetur, et
+naturalium defectum arte factis suppleat, haud minoris fere efficaciae?
+Medicamentorum principia, vires, agendi modus, et quidnam in unoquoque
+id sit, cui maxima insidet potentia, perspicacissimum quemque, sine
+analysi Chemica, fugiunt. Quid nunc commemorem plurimas illas Mortalium
+aegritudines, quarum legitimam medendi methodum sola suggerit Chemia?
+Quid sexcenta enumerem selectissimae virtutis medicamina, quorum
+inventionis gloriam illa sibi vendicat? Taceo benignissimam ejus operam,
+qua lethalem nonnullorum corporum ferociam, laudabili adeo eventu,
+cicuravit, e venenis ut remedia evaserint tutissima aeque ac
+efficacissima. Praetereo singularem ejus, in Medicamentorum viribus
+acuendis, extrahendis, in compendium reducendis, et sub alia et alia
+gratiori forma exhibendis, dexteritatem: si enim singula, pro dignitate,
+nunc prosequi susciperem, dies dicentem deficeret. Videte, quae
+illustris Boylaeus, quae Bellinus, Bohnius, Stahlius, Hoffmannus,
+aliique laboribus suis Chemicis in Medicina praestitere: verum quid ad
+exteros provocare opus? Immortalia Vestrum omnium in manibus versantur
+scripta, nunquam periturae credidistis memoriae acta praestantissima
+Viri vere Magni, quem fortunato coram hic contuemur vivum O diu!
+sospitemque: volvite haec atque revolvite, dictorum testimonia inventuri
+omni exceptione majora.
+
+Ex hisce igitur constat affatim, quanti sint usus, quot probatissima
+inventa, quam innumera beneficia, quibus Chemia quascunque Medicinae
+partes cumulat largissime: patuit, quam amplam, quam necessariam ab hac
+mutuetur Philosophia experimentorum supellectilem. Nec quis jam porro
+inficiatur minime segregandam illam esse a numero Artium Academicarum,
+quae binis harum tam arcto vinculo cohaeret.
+
+Ne tamen ullus relinquatur dubitationi locus, addendum aliud adhuc est
+argumentum, illos convicturum, qui forte oggesserint, alias complures
+dari artes ministras, quarum licet egeant adminiculo disciplinae
+nobiliores, ea tamen non est dignitas, harum ut albo inserantur.
+
+Id equidem si in Chemiam quis contorserit, sciat is, non servile esse
+ejus ministerium, sed tale, ut quam Academicis scientiis praestat
+operam, eandem ab his exigat vicissim, et mutuetur reciprocam.
+Quemadmodum enim, ut perfectum quis in Physicum evadat, bonus sit
+Chemicus oportet; ita non minus bonum decet esse Physicum, ad plenam
+qui Chemiae notitiam adspirat: ultra vulgus sapiat, emunctis accedat
+naribus, et imbutam artibus ingenuis habeat mentem necesse est, qui in
+Chemia laudabile praestare quidquam, et verus ejus cultor audire gestit.
+
+Quid enim? Nonne saltum facit maxime absonum scientiae cujusdam
+addiscendae cupidus Tyro, si generalibus illius regulis nondum cognitis,
+ad singularia mox pedem promovet? Nonne a simplicioribus ad magis
+composita, a facillime obviis ad abstrusa, Naturae ipsius ordo
+commonstrat viam? Cuinam igitur tam parum nota sunt bonae praecepta
+methodi? ad corporum ut singularium descendere examen, horum investigare
+occultas vires, affectiones proprias, effecta peculiaria attentet,
+antequam universalem objecti sui ideam sibi comparaverit. Addiscat
+prius, quid sit corpus? Quaenam ejus natura generalis? Quantum a mente
+differat? Virium praemittat et proprietatum communium indaginem; et
+superficiem ante contempletur, quam in viscera penetrat: Artem calleat
+ea, qua decet, accuratione instituendi experimenta: denique nec legum
+sit ignarus, quae ex datis, justo ratiocinio, legitimas docent elicere
+conclusiones et Theoremata: hocque demum apparatu instructus, operi sese
+accingat Chemico, fructus inde non poenitendos adsecuturus.
+
+Qui vero aliter se hac in re gerunt, nae illi oleum perdant et operam!
+Andabatarum enim more procedentes, impingunt undique; et emendato
+intelligentiae destituti lumine, quo in Chemiae adyta irrumpunt
+profundius, eo hallucinantur magis; nubemque tandem pro Junone amplexi,
+finem laborum omnium, erroribus, ignorantia, paupertate coronatum vident
+sero et dolent. Hi sunt, quorum illotis olim manibus dum tractabatur
+Chemia, foedissimis deturpata errorum et fabularum maculis, adeo
+sorduit, invisa ut Sapientibus et suspecta esset. Hi sunt, a quibus dein
+Eruditus Orbis, una cum Arte nobilissima, detestandas illas accepit
+falsissimarum opinionum pestes, inde in omne fere Scientiarum genus
+propagatas, contagio vix non indelebili. Verificatum hic tritum illud:
+Optimarum rerum abusus pessimi.
+
+Non tamen isthaec Artis sunt sed artificum: hos enim quamprimum contigit
+tales esse, quales sibi postulat Artis sublimitas, viros Mathematice
+doctos, qui spreta magistrorum auctoritate, Naturam ducem secuti, res
+ipsas, uti in se sunt, contemplari, et de iis judicare, quam praepostere
+credere maluerunt, mox sordibus detersis, aliam adepta faciem Chemia,
+et quibus scatebat ipsa, et qui inde in alias irrepserant scientias,
+errores non expunxit solum; sed horum etiam locum amplissimis supplevit
+inventis, solidissimis veritatibus.
+
+Verum desino exhibendis veri Chemici requisitis immorari diutius; ne,
+horum plurima mihimet ipsi deesse nimis perspiciens, tantillum etiam,
+quod mihi restat, animi, quo aliqualem adhuc in munere hocce meo
+speraveram successum, prorsus abjiciam, et, nedum facto virium
+tentamine, palaestra fugiam imbellis.
+
+Ex dictis autem abunde innotescit, Chemiam captu vulgi superiorem,
+cultores exigere, praeliminari scientiarum Academicarum supellectile
+instructos: nec jam ulterius urgent, quae modo posse objici videbantur.
+
+Quare, nisi vana me eventus spes fefellit, est, cur proposito paratam
+fidem suspicer: constitit enim, Artem Chemicam praeclarissimis,
+quos animi pariter et corporis culturae praestat, usibus insignem,
+Philosophiae et Medicinae maxime proficuam, summe necessariam,
+indissolubili haerere vinculo, utrinque firmissimo, hae ut illius
+opera utantur, et vice versa. Quid demum impedit, quo minus concludam,
+_Chemiam, Artem Nobilem, Artibus Academicis jure esse inserendam_?
+
+Vestra igitur, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE BATAVAE CURATORES, una cum
+NOBILISSIMIS VESTRIS COLLEGIS, AMPLISSIMIS HUJUS URBIS CONSULIBUS,
+Vestra, inquam, sapientissima est cura, quod in celeberrima hac, cui
+tanta cum gravitate, et inusitata adeo vigilantia praeestis, Academia,
+huic quoque disciplinae, largo firmatam pretio, sedem statueritis, et
+officinam, ejus exercitio aptissimam; nec hanc volueritis diu frigere,
+postquam impetrata, quam petiverat, missione honorificentissima, inde
+exivit Vir, ob sociatum stupendae eruditioni plusquam Herculeam laborum
+tolerantiam, eo certe provectus in Arte, verus ut Chemiae Restaurator
+merito laudetur omnibus.
+
+Quod autem Viro huic incomparabili, nec ambientem me, nec promeritum
+subadjungere Vobis visum fuerit, Atlanti Pigmaeum; id equidem quoties
+attenta mente perpendo toties immensum, quo Vestra meritis meis
+praeponderat clementia, momentum attonitus miror, veneror humillimus.
+Juvenem namque, alienigenam, nullo dum ingenii dato specimine notum,
+tanto quod condecorare honore, gratiosissime sitis dignati, cuinam magis
+rei adscribam, quam immensae Vestrae benevolentiae et favori inaudito?
+
+Temerarius equidem videri possem, quod nulla tenuitatis meae ratione
+habita, hanc amplexus sim provinciam, in qua exequenda, post tantum
+Praedecessorem, ne mediocris quidem applausus spes mihi affulget. At
+enim inglorius plane sit oportet, animoque nimis abjecto, qui hinc
+dignitate, illinc liberalissimo excitatus honorario, torpeat, nascentis
+fortunae suae incurius. Me sane, ut ut exiguas probe agnoverim vires,
+hi tamen stimuli haud pupugere insensilem: novum insuper admovit calcar
+favoris plenissima Vestra, de me meisque studiis concepta, opinio:
+animum denique addidit consueta Vobis et propria generosae mentis
+indoles, qua ultra, quam juveniles pertingunt vires, a juvene nil
+exigitis. His adductus conditionibus accepi munus: his fretus illud
+nunc auspicor.
+
+Faciet insculpta animo meo sempiterna hujus Vestrae in me munificentiae
+memoria, omnem ut moveam lapidem, ea ne plane indignus videar. Industria
+pensabo vires, ingenium assiduitate, labore indefesso aetatem, animo
+denique fulciam corpus, et quidquid in utroque est vigoris, totum id
+promovendis Academiae commodis unice sacrabo.
+
+Sic, spero, fiet, ut beneficii, a Vobis apud me collocati, Vos non
+poeniteat, nec me pudeat accepti. Quod agentem juvet bonorum omnium
+scaturigo inexhausta, Deus! A quo et Vobis, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE
+PROCERES, perpetuam salutis omnigenae et felicitatis intaminatae
+abundantiam, toto ex animo, apprecor.
+
+Ad vos me converto, CELEBERRIMI PROFESSORES! Vos alloquor, Clarissima
+hujus Academiae Lumina! Miramini enim, dubio procul, juvenem, plurimis
+Vestrum incognitum, nonnulis autem, sexennio vix elapso, inter
+discipulos numeratum, eo procedere temeritatis, haec ut conscendat
+subsellia, Vestris sacra doctissimis vocibus, Vestris oraculis. At
+temeritatem ne putate, quae justa tantum aemulatio est, studiorum
+commodis inservitura. Quid quisque possit, nisi tentando, non didicit.
+Probabitis itaque ausum huncce meum, meimet ipsius notitiam mihi
+exhibiturum, nec sane a fastu, a quo merito sum alienissimus, sed a
+latente in praecordiis honestae gloriae igniculo profectum. Juvat
+magnorum Virorum ad exempla componi. Vos igitur praeeuntes, a tergo
+conspicabor, et, dum nunquam dabitur assequi, saltem ex intervallo
+sequar. Quo ipso Vestram non praepediens viam, certa tamen reperero
+vestigia, quae gressus dirigent meos, nec aberrare sinent. Hujus interim
+beneficii ea erit apud me vis, ut omni vos honoris et observantiae
+cultu, pro ea, qua estis, dignitate, venerabundus suspiciam.
+
+Vobis praesertim, qui Philosophiae et Medicinae sacra, tanto cum omnium
+applausu, panditis, VIRI FAMIGERATISSIMI! Vobis, dum et publica me et
+privata voce formavistis, omnibus et singulis, jubente ita pietate
+Praeceptoribus debita, sigulari ut reverentia totum me in aeternum
+devoveam, pertinax faciet acceptorum memoria.
+
+Est hinc, cur Tibi, VIR ACUTISSIME, PERSPICACISSIME ’S GRAVESANDE!
+publicas hic nunc persolvam grates, quod et privato me labore
+inconcussis Mathematicae Tuae Philosophiae praeceptis imbuere non
+sis dedignatus.
+
+Tu quoque, ANATOMICORUM DEXTERRIME, SUBTILISSIME ALBINE! Qui, pari
+opera, necessariam adeo fabricae humani corporis cognitionem per
+aures mihi et oculos infudisti solertissime, animum Tibi meum longe
+obstrictissimum nunquam non comperies.
+
+Te vero, CELEBERRIME BOERHAVI! Te cumprimis ni sigillatim hic compellem,
+mortalium ingratissimus jure habebor: si quid enim est in me ingenii, si
+qua artis Medicae peritia, si qua in Chemicis exercitatio, Tibi ego id
+omne soli debeo. Tres alias frequentaveram Tyro Academias, antequam
+prospera huc advectus fortuna, Tuo ab ore pependerim. Solam Te penes
+addiscere praxim animus erat, studiisque meis Academicis imponere
+coronidem: sed vixdum primis gustaveram labiis defoecatissimae Tuae
+doctrinae nectar, cum summa ejus dulcedo me mox tantopere rapuit,
+ut quidquid vel publicis vel privatis in lectionibus, ad quamcunque
+pertinens Medicinae partem, mellifluo ab ore Tuo prodiit, haurire
+sategerim avidissimus. Dolens nimirum vidi, fore per temporis mihi
+relicti angustiam, ut ablactarer citius, quam satiatus a Te recederem.
+Sive itaque vernam dici speciem, amabilissimis horti divitiis mira
+suavitate exponendis, dicares, jucundo Botanices studio discipulorum
+animos tanto redditurus alacriores ad laborum magis arduorum
+tolerantiam; seu inter furnos desudans, ad secretissimos Chemiae
+recessus viam monstrares, certo castigatissimae methodi filo tutissimam
+pariter ac facillimam; seu exacta ad normam Mathematicam stabilires
+Theoriae Medicae fundamenta, quibus mox inaedificares immota Praxeos
+dogmata, medendi methodum felicissimum; Te ego secutus undique, illam
+potissimum diei partem optime a me collocatam credidi, quam Tibi
+consecraveram. Totum ergo Tuum est, si quid isthac mea industria
+profeci: Tu ejus omnem fructum, jure Tuo, a me repetis: quod dum gratus
+agnosco, poterat id solum Tibi me mille modis in aeternum devincire.
+
+Tu vero, VIR MAXIME! cujus immensa eruditione non minor est singularis
+humanitas, hocce beneficium majore alio cumulasti: dum eo quoque
+tempore, quo post exactum vitae Academicae curriculum vel exteras
+visurus regiones, peregre profectus eram; vel praxeos exercendae
+gratia, in aliis hujus Belgii urbibus morabar; quoties aut literis,
+aut praesenti Te colloquio solicitavi audax, miro semper favore mihi
+vacare, et saluberrima suppeditare consilia non es dedignatus.
+
+Imo ne hic quidem substitit summa Tua in me benevolentia: nam Tibi etiam
+debeo, quo nunc impertior, laboris mei praemium. Tu, quod benignum adeo
+apud Proceres de me judicium tuleris, effecisti, ut huic admotus muneri,
+hoc sim honore ornatus. Dum igitur pluribus Tibi obstringor nominibus,
+quam quibus unquam dissolvendis ulla me aetas parem faciet, accipe
+gratissimam horumce agnitionem, et sempiternum, quam publice hic nunc
+tanquam in tabella suspendo, memoriam in qualiscunque locum Charisterii;
+et certus crede, omnibus me nervis eo adnisurum, Tibi ut monstrem,
+quam procul absim ab ingrati animi crimine! Plura adjicere Tua vetat
+modestia, meusque pudor.
+
+Antequam tamen Te dimittam, jubet nota mihi mearum tenuitas virium, et
+operis, quod suscipio, difficultas, Te ut enixe obtester, velis eodem,
+quo me huic admovisti, favore, id aggressurum sublevare, et Tuis,
+quoties imploravero, sapientissimis mihi consiliis adesse. Tibi, at
+quanto Viro! succedo: Tu viae, quam toties trivisti, peritissimus, nisi
+praeiveris, omnem despondeo animum: manu igitur me prehende juvenem,
+haud aequis passibus Te secuturum; dumque, quo Tua Te divino ingenio
+sociata decumana industria provexit in arte, eo eniti insanientis est,
+id saltem fac ut laudis consequar, Tuis quod vestigiis reptabundus
+quidem, at non indecorus tamen, inhaeream.
+
+Vos denique, PRAESTANTISSIMI JUVENES! Vos, sacrata Philosophiae et
+Medicinae Pectora, alloquor! Vestris enim usibus totam se dedicat
+Chemia; vestris arctissime copulata studiis haeret. Si quo igitur ejus
+amore capti, doluistis, aliquo illam tempore siluisse, erigite nunc
+animos! Patet rursum officina: ardebunt furni: accedite, et mecum ad hos
+desudate! Suprahumano labore, sedulitate indefessa, sexcentis periculis,
+viam ante difficillimam expedivit Chemicorum Summus BOERHAVIUS, et, quo
+ipse usus est filo probatissimo, idem bona nobis fide porrigit: hujus
+ergo tenaces, Illum sequamur ducem, tuti et felices in artis adyta
+penetraturi. Vobis ego me offero comitem, et, si placet, adhortatorem.
+Si quid in me est virium, officii, aut consilii, utamini eo pro lubitu;
+Vobis id omne dico: Vestris enim prodesse studiis, ea demum est votorum
+mihi summa, is laborum finis erit unicus.
+
+
+ DIXI.
+
+
+[Errata:
+
+JOHANNI TRIP ... civitatis Amstelaedamensis senatori
+ _text reads „senatorl“_
+
+utilissimam pariter ac maxime necessariam præstat operam
+ _text reads „utillissimam“_
+
+qua lethalem nonnullorum corporum ferociam
+ _text reads „nonnulorum“_
+
+tuti et felices in artis adyta penetraturi
+ _text reads „penetraruri“_]
+
+
+ * * * * *
+ * * * * *
+
+
+ Aan de zeer doorluchte en edele mannen,
+ curatoren der Leidsche Akademie,
+
+JOHANNES HENDRIK, GRAAF VAN WASSENAER, heer van Opdam, Hensbroek,
+Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem en Lage, enz. enz. ridder van de
+Johanniterorde, lid van de ridderschap der edelen van Holland,
+afgevaardigde ter Staten-generaal enz. enz.,
+
+JOHANNES TRIP, doctor in de beide rechten, drost in Berkenrode, lid
+van den raad van de stad Amsterdam, op dit oogenblik voorzitter der
+burgemeesters, bewindhebber der O.-I. Compagnie, enz. enz.,
+
+AREND BRUNO’SZOON VAN DER DUSSEN, doctor in de beide rechten, lid
+van den raad der stad Delft en oud-burgemeester, afgevaardigde ter
+hoogmogende Staten van Holland, enz. enz.,
+
+en aan hun ambtgenooten, de zeer aanzienlijke en waardige mannen,
+burgemeesters der stad Leiden,
+
+ABRAHAM HOOGENHOUCK, doctor in de beide rechten, voorzitter der
+burgemeesters,
+
+DANIËL VAN ALPHEN, doctor in de beide rechten,
+
+HENDRIK VAN WILLIGEN, doctor in de beide rechten,
+
+GERHARD EMILE VAN HOOGEVEEN, doctor in de beide rechten,
+
+Ook aan den zeer voortreffelijken heer DAVID VAN ROYEN, doctor in de
+beide rechten, secretaris der stad Leiden, geheimschrijver der zeer
+doorluchte curatoren en zeer aanzienlijke burgemeesters,
+
+ draagt gaarne en naar verdienste
+ deze redevoering op
+ de aan hun voortreffelijke en roemrijke personen
+ zeer verknochte dienaar
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+
+
+
+ INAUGUREELE REDE
+ van
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,
+
+ Waarin Wordt Aangetoond,
+ dat de Scheikunde met recht een plaats
+ verdient onder de Akademische
+ Wetenschappen,
+
+
+Indien mij ooit op het schouwtooneel mijns levens een groote en
+vreemde lotswisseling overkwam, dan is het wel deze, die ik hier thans
+beleef. De plaats is ongewoon; de toevloed der menschen grooter dan
+gebruikelijk is en van die allen zijn gelaat en oogen op mij gericht;
+de taak is mij vreemd; alles is geheel en al nieuw: alles heeft
+plotseling een vreemd voorkomen aangenomen en verontrust mijn gemoed
+door een even groote verbijstering als bezorgdheid.
+
+Immers in een Akademische feestvergadering noodigt men mij, een
+scheikundige, uit een redevoering te houden, en wel aangezien de aard
+van mijn ambt dat zoo vereischt, over de Scheikunde. Of wordt wel
+ergens grooter onderscheid gevonden dan, dat tusschen MERCURIUS[1] en
+VULCANUS bestaat? Of is er wel een der wetenschappen, die verder staat
+van de bevalligheden der welsprekendheid dan de Scheikunde? de
+Scheikunde, zeg ik, die, ruw en altijd bezig, zich niet bekommerend om
+een meer gepolijsten stijl, zich evenmin toeleggend op de lokmiddelen
+der welsprekendheid als er voor geschikt, geheel opgaat in haar werk
+en haar beoefenaars niet door woorden maar door het vuur de wijsheid,
+door proeven wijsgeerig redeneeren leert.
+
+ [Voetnoot 1: God der welsprekendheid. (Vertaler.)]
+
+Bezoekt met den geest althans, als het u belieft, een scheikundige
+werkplaats! Wat meent gij wel daar te zullen vinden? Soms een
+opeenhooping van talrijke boeken en ontelbaar veel deelen van
+schrijvers netjes geordend alle in hun kasten? Soms de gedenkteekenen
+der oude welsprekendheid zoo gewenscht voor de redenaars, of een
+spreekgestoelte weergalmend van de stem eens TULLIUS[2]? Niets
+voorwaar van die dingen: De inrichting, die hier zich voordoet, is
+geheel anders: volkomen anders zijn de hulpmiddelen: verschillende
+rijen namelijk van fornuizen, die telkens weer op andere wijze zijn
+saamgesteld, welke rijen geschikt zijn om iedere sterkte van het vuur
+uit te houden; kastjes tot aan de zoldering opgebouwd, geheel gevuld
+met zooveel mogelijk voorwerpen door de wetenschap vervaardigd, die
+weldra weer moeten dienen om nieuwe in gereedheid te brengen; tallooze
+soorten van vaatwerk, dat in stof en gedaante verschilt; een hoop
+kolen en zoden, die nooit mag op raken; bij de hand zijn voor het
+gebruik verschillende soorten van zeven, spatels, blaasbalgen, tangen
+en al het andere, dat vereischt wordt om het vuur òf te onderhouden òf
+te regelen. Te midden daarvan zult gij den meester niet werkeloos bij
+zijn katheder zien neerzitten, maar hoe hij zijn handen zwart van kool
+in zwijgende aandacht aan het werk slaat, hoe hij gehuld in rook,
+bedekt met asch en roet nu eens met het felste vuur de hardste metalen
+vloeibaar maakt, dan weer een stof uit het plantenrijk met levende
+vlammen doet branden; hoe hij aan den eenen kant met de grootste
+voorzichtigheid tegengestelde lichamen bij elkaar brengt, die zich dra
+in een vlammenbrakenden strijd zullen storten; aan den anderen kant
+door een matige warmte de vermogens der stoffen te voorschijn roept
+door het druppelen van water naar een bepaald getal te regelen; en bij
+een andere gelegenheid die vermogens na ze te voorschijn te hebben
+geroepen door een natuurlijke lauwe temperatuur nauwer bindt en
+afdeelt; in één woord: hoe hij geheel tusschen zijn fornuizen levend,
+zich slechts bezighoudend met het aanwakkeren, toepassen en regelen
+van het vuur, de werking daarvan op lichamen op alle mogelijke wijzen
+nagaat. Dit is zijn werk, hiervoor spant hij zich alleen in.
+
+ [Voetnoot 2: M. Tullius Cicero. (Vertaler.)]
+
+Hier zou iemand tevergeefs zoeken naar de gladgevijlde spreekwijzen
+van de eeuw van AUGUSTUS; tevergeefs naar de bekoorlijke aanlokselen
+der redekunst. Niet de ooren worden hier gestreeld maar de oogen: en
+niet door woorden wordt instemming gewonnen, maar door de
+getuigenissen van feiten ontwrongen.
+
+Hoe denkt gij dan, dat een scheikundige te moede is, wanneer hij uit
+de vuile werkplaats van VULCANUS in het daglicht getrokken naar een
+plaats, op welke aller blikken zijn gevestigd, van zijn fornuizen
+weggeroepen naar het spreekgestoelte, dat slechts gewijd is aan de
+meest gepolijste redevoeringen, zich gedwongen ziet het werk van een
+redenaar op zich te nemen! Welke stof gelooft gij, dat hem ten dienste
+staat, terwijl de noodzakelijkheid op hem rust te spreken in
+tegenwoordigheid van de eerste mannen in den staat, in de vergadering
+van zeer wijze hoogleeraren, ten slotte onder de oogen van menschen,
+die ten zeerste uitmunten in elke soort van wetenschap, over een
+wetenschap, die den meesten van hen onbekend is. Inderdaad als hij in
+zijn schroomvalligheid blijft steken, zal hij licht verdienen, dat men
+hem vergeeft.
+
+Waarlijk dit lot drukt mij, deze last drukt heden op mijn schouders:
+en uit mij zelf doen zich voor mij geen hulpmiddelen op, om op te
+steunen. Ja zelfs doen de geringheid mijner krachten, die ik mij zeer
+goed bewust ben, en de mij ingeschapen bedeesdheid, geheel ongeschikt
+om iets in het openbaar, hoe dan ook, te verrichten, zelfs dien moed
+mij ontzinken, dien mij de jeugd, stoutmoedig om zich aan alles te
+wagen, misschien zou geven.
+
+Wanneer ik dus overal rondzie, blijft er slechts één ding over,
+waartoe ik mijn toevlucht kan nemen. Uw buitengemeene welwillendheid,
+hooggeschatte hoorders, die reeds zoo dikwijls zij ondervonden hebben,
+die de moeilijke taak drukte van uit dit spreekgestoelte het woord te
+voeren. Deze maakt, dat gij zoo zacht van oordeel zijt, dat gij ieder
+naar zijn eigen maatstaf metend geenszins dingen eischt, die iemands
+krachten te boven gaan: daar gij nu anderen dit zoo edelmoedig hebt
+getoond, waarom zou ik dit dan van uw kant ook mij zelf niet in het
+vooruitzicht stellen, voor wien zooveel redenen van nog grooter
+gewicht pleiten? Zeker is een rechtvaardig verzoek door geen billijk
+persoon ooit van de hand gewezen.
+
+Hierop vertrouwend gord ik mij aan tot het werk zelf, waarvan het
+onderwerp zal ontleend zijn aan dat ambt, dat ik plechtig aanvaard, en
+uw geachte verzameling niet onwaardig. Ik zal namelijk trachten aan te
+toonen, _dat de Scheikunde met recht een plaats verdient onder de
+Akademische wetenschappen_. En terwijl ik dat doe, bezweer ik u met
+aandrang, dat gij u in het luisteren even als in het beoordeelen
+welwillend tegen mij toont. Want de afloop mijner redevoering zij
+gunstig of ongunstig, in beide gevallen zal ik steeds tot uw
+goedgunstigheid verwezen worden, om die óf dank te zeggen óf om
+toegeeflijkheid te smeeken.
+
+De Akademies zijn volgens de wet, waardoor wij ze heden geregeld zien,
+openbare plaatsen bestemd om de meer edele wetenschappen en kunsten te
+onderwijzen en te leeren, en dien ten gevolge voorzien van die
+voorwaarden en middelen, waardoor dit voorgenomen doel kan worden
+bereikt. Derhalve wordt bij deze maar niet aan iedere kunst of
+wetenschap een leerstoel toegestaan, maar het is noodig, dat de
+wetenschap, die aan de Akademie vasten voet wil vatten, boven de
+bevatting van het gemeene volk zich verheffend, uitblinke door een
+zekeren glans van adeldom.
+
+Bijaldien ik dus met zekere bewijzen zal aantoonen, dat de ware
+kenteekenen van dien adeldom, nadat ik ze openlijk heb uiteengezet, de
+Spagyrische wetenschap[3] toekomen, zal dan niet de goede grond en de
+waarheid van hetgeen ik mij heden heb voorgesteld te bewijzen, vast
+staan?
+
+ [Voetnoot 3: Als afleiding wordt opgegeven: σπᾶν = (uit elkaar)
+ trekken en ἀγείρειν = vereenigen, verzamelen. De wetenschap, die
+ scheidt en vereenigt, zou dus bedoeld worden. (Vertaler.)]
+
+De deugd eenig en alleen, als wij den Dichter[4] moeten geloof
+schenken, verleent den mensch adeldom. Maar deze is niet de gave van
+één dag, noch is die de ware, zoo dikwijls als hij uit niets anders
+kan bewezen worden dan uit de afkomst. Hetzelfde echter is op dezelfde
+wijze het geval bij de wetenschappen, slechts moet dat, wat daar aan
+de deugd is toegekend, hier worden toegekend aan het nut. Voorzeker
+zoeken zij zich op goedkoope wijze een lauwerkransje te verdienen,
+die, als zij de waardigheid van een wetenschap willen toonen, zich
+verbeelden dit fraai te doen, wanneer zij zakelijk uiteenzetten, hoe
+haar oorsprong uit de eerste eeuwen afgeleid kan worden, en het
+buitengewone genot in de werken ervan gelegen, of hoeveel en hoe
+groote beoefenaars zij heeft gesteld, terwijl zij zich ondertusschen
+weinig bekommeren over het nut, zonder hetwelk toch alles niets wil
+zeggen, al is het oud, aangenaam of beroemd door welke namen ook van
+volgelingen; want dit zijn uiterlijke dingen en sieren veeleer den
+waren adeldom op dan dat ze hem uitmaken. Het nut is de maatstaf,
+waarnaar degeen, die alleen de werkelijke waarde der dingen weet vast
+te stellen, de wijze, haar afmeet.
+
+ [Voetnoot 4: Mogelijk heeft hier de redenaar Horatius, Carmina III,
+ 2, 17 volgg. op het oog. (Vertaler.)]
+
+Elke wetenschap dus, die een bijzonder nut verschaft hetzij aan een
+mensch afzonderlijk op zich zelf beschouwd, hetzij aan de menschelijke
+maatschappij, die wordt eerst met recht voor edel gehouden. Daar
+echter het beste deel van den mensch zijn geest is, zoo blinkt die
+wetenschap, die dezen zich doet toeleggen op hetgeen recht en goed is,
+of haar verrijkt met het inzicht der waarheid, in elk geval boven de
+andere uit. Maar toch is niet veel minder dan deze die wetenschap, die
+zorgt voor de gezondheid van het lichaam, want dit is wel het meest
+gewenschte, dat aan de stervelingen wordt gegeven; wanneer zij kwijnt,
+dan maakt zij meer dan iets anders den geest log en drukt hem terneer.
+Die kunst, die het voltooien van dat werk op zich heeft genomen, wordt
+de Geneeskunde genoemd: op het eerste legt zich de Wijsbegeerte met de
+overige wetenschappen toe; met haar eene helft toch houdt zij zich
+bezig met het beheerschen der aandoeningen, haar andere helft wijdt
+zij aan het uitbreiden der grenzen van het menschelijke begrip ten
+opzichte van de kennis der bestaande dingen: beide wetenschappen
+hebben dus, als de edelste, de Akademies in haar schoot opgenomen en
+met het burgerrecht begiftigd, zonder dat de nijd zelf zich er tegen
+verzette.
+
+Deze beide nu hebben een arbeidsveld, dat zich zoover mogelijk
+uitstrekt, en dientengevolge sluiten zij in zich verschillende
+wetenschappen, die men zoowel onderdeelen als helpsters kan noemen.
+Hoewel ze op zich zelf, wat haar werk betreft, onder elkaar ten
+zeerste verschillen, zoo mikken zij toch alle op een zelfde wit ten
+slotte, dat ze gemeen hebben met de hoofdwetenschap, waaronder ze
+dienen. Daar derhalve èn het nut dezen, hoe ze ook zijn mogen, tot
+aanbeveling strekt, én het feit, dat ze ter volmaking der eersten in
+den hoogsten graad noodzakelijk zijn, op dien grond werden zij ook
+door de beschaafde lieden met recht voor edele wetenschappen gehouden
+en hebben zij de haar toekomende plaats aan de Akademies verkregen.
+
+Is dan voorwaar de Scheikunde niet een dergelijke wetenschap? Waarom
+heeft zij dan zulk een hard lot ondervonden en niet dan na het voeren
+van veel strijd kunnen verkrijgen, dat men haar vrij mocht beoefenen
+aan de scholen der geleerden? Waarlijk, ik zou moeilijk de reden van
+die al te groote strengheid kunnen bepalen: indien ik echter zal
+zeggen, wat het waarschijnlijkst is, dan schijnt het mij toe, dat de
+rechters, van wier goeddunken toen de Akademies afhingen, onbekend met
+de wetenschap op zichzelf beschouwd, slechts rekening hebben gehouden
+met de beoefenaars.
+
+Immers de Scheikunde geboren onder metaalbewerkers en
+aanbeeldvuurwerkers[5], eerst beoefend door dat ongeletterd en ruw
+slag van menschen, vervolgens door bedriegers misvormd en in
+discrediet gebracht, op zich zelf afstootend, vol moeilijkheden, vol
+gevaren, van rustige bespiegelingen ver verwijderd, ademend in vuur,
+rook, asch en vuil, kon zich bezwaarlijk door eenigen schijn van
+lieflijkheid bij iemand aangenaam maken, tenzij bij diengene, die zich
+verwaardigde dieper met zijn blik in haar binnenste door te dringen.
+Maar zoowel de ruwheid als de schelmerij van degenen, die haar
+beoefenden, hadden haar uiterlijke verschijning zóó monsterlijk en
+afzichtelijk gemaakt, dat de beschaafde lieden er van werden
+afgeschrikt haar kern na te sporen, in de meening, dat die uit
+dezelfde, zoo niet erger, vuiligheid bestond. Tevergeefs heeft dus de
+Scheikunde haar zaak tegenover dergelijke scheidsrechters bepleit, die
+verblind door een vooraf opgevatte meening, zoowel de buitengewone
+voordeelen, die zij bood, als haar hooge noodzakelijkheid over het
+hoofd ziende, een oordeel hadden geveld, voordat zij kennis van de
+zaak hadden genomen. Daardoor is het gekomen, dat zij van het openbare
+verkeer met geleerden uitgesloten, handen en hoofden van particulieren
+bezig hield, waarbij zij onder verschillende personen verschillende
+lotswisselingen te verduren had, en misschien nooit zich opgewerkt zou
+hebben tot de Akademische spreekgestoelten, als niet een grooter geluk
+dan verstand dien advocaat--of moest ik liever verdediger door dik
+en dun zeggen?--dien zij eindelijk heeft gekregen, EREMITA[6] had
+ten dienste gestaan. Deze namelijk aangegrepen door een blinde liefde
+voor die verdrukte wetenschap, aarzelde niet dat, wat had moeten
+gedaan worden door het gezag der rede en duidelijke bewijzen van
+feiten, te beproeven door een systeem van bullen vol met de meest
+beuzelachtige woorden, weldra echter, wat bij zijn niets ontziend
+karakter begrijpelijk was, zelfs te vuur en te zwaard, waarbij hij in
+elk geval een dergelijk succes had, dat de Scheikunde, door dat
+vermetel pogen in de Akademies gedrongen, daar zich een zetel
+veroverde, die zelfs juist op de asch der tegenstanders werd
+opgericht. Hoewel verder dezen met geweld verworven en daarom op
+zwakken grondslag rustenden zetel, nadat kort daarop de dwingelandij
+van zijn oprichter was onderdrukt, het van vrijheidsliefde blakende
+volk der geletterden, dat geen dwang kan dulden, wederom heeft
+omvergeworpen, was toch de Scheikunde daardoor dit ten goede gekomen,
+dat zij, zoolang haar verblijf daar duurde, meer in de nabijheid van
+beschaafde lieden geplaatst, de aandacht van enkelen van dezen door
+eenige zeer heldere stralen, die zich door de haar omhullende
+duisternis van nietigheden heenboorden, kon vestigen op het uiterst
+vruchtbare licht, dat in haar binnenste verscholen was. En weldra,
+door die waarneming er toe aangespoord, hebben zij zich inderdaad tot
+een verder onderzoek aangegord en na langzamerhand het masker van
+bedriegerijen te hebben weggenomen en de nevels van onkunde, waarmee
+zij werd omsluierd, te hebben doorbroken, hebben zij, eindelijk haar
+in haar naaktheid begroetend, haar aan het daglicht gebracht ten
+schouwspel voor de beschaafde wereld. Toen dan heeft de Scheikunde,
+thans schitterend met haar eigen stralen, toen eerst heeft zij, die
+vermomd zoo zeer had mishaagd, hersteld in haar natuurlijke gedaante,
+de geleerden zoo voor zich weten in te nemen, dat zij haar waardig
+keurden om onder hun scholen opgenomen met allen ijver te worden
+beoefend.
+
+ [Voetnoot 5: „Inter Pyracmonas.“ „Pyracmon“ is in de mythologie
+ naam van een Cycloop werkzaam in de smidse van Vulcanus,
+ samengesteld uit πῦρ = vuur en ἄκμων = aanbeeld. (Vertaler.)]
+
+ [Voetnoot 6: Keizer Rudolf II van Duitschland, die ±1600
+ regeerde, stelde zulk een belang in de alchemie, dat hij er zijn
+ regeeringsplichten voor verwaarloosde. Hem werd de naam van den
+ tweeden Hermes Trismegistus gegeven. Heeft nu Gaubius, die niet
+ sterk is in orthographie, hem soms met Eremita bedoeld? (Vertaler.)]
+
+En waarlijk ook als wij voor de waarheid willen uitkomen, heeft de
+Scheikunde geen andere krans noodig, dan dat zij met een oog vrij van
+vooroordeelen naakt, zooals zij op zich zelf is, wordt beschouwd. Want
+zoo noodig zijn de toepassingen, waarin haar kracht is gelegen, zoo
+alleraangenaamst de genoegens, waarmee zij ons toelacht, dat zij zeer
+gemakkelijk den natuurvorscher er toe brengt haar lief te hebben, en
+als hij eenmaal daartoe gebracht is, hem geboeid houdt zonder de
+minste verveling. Zeker als wij alleen op de voordeelen acht slaan,
+waarmee de Scheikunde nagenoeg alle soorten van handwerk, die dienen
+voor de gemakken van het menschelijk leven, kwistig bedeelt, eilieve
+hoe groot is dan niet hun aantal en hoe gewichtig zijn zij! De dag zou
+te kort zijn wilde ik ze opsommen. Toch zijn die dingen van zeer
+weinig beteekenis en slechts als bijzaken te beschouwen. De
+voortreffelijke dienst, dien zij den geest bewijst, is edeler, die,
+welken zij het lichaam bewijst, nuttiger. Want voor dit houdt zij de
+gezondheid ongedeerd in stand, en, wanneer die verloren is, geeft zij
+ze weer; aan gene echter wijst zij den kortsten weg in de binnenste
+heiligdommen der natuur, en ontvouwt in vruchtbare werkzaamheid de
+wonderen der waarheid, die in haar diepte schuilt; dien ten gevolge is
+zij zoowel met de wijsbegeerte als met de geneeskunde ten nauwste
+verbonden en niet zonder nadeelen daarvan te scheiden.
+
+Opdat het echter niet den schijn hebbe, dat ik u dit zonder voldoenden
+grond wil opdringen, zal ik thans duidelijke redenen aanvoeren ter
+staving van de waarheid mijner bewering. Want dit is een prachtig
+bewijsmiddel; als ik dit onwederlegbaar aantoon, zal ik het er voor
+houden, dat voldaan is aan hetgeen ik mij in mijn redevoering voornam
+te bewijzen.
+
+Zij, die de eigenschappen van de lichamen door de natuur geschapen,
+hun krachten en uitwerkingen, alles door zijn bepaalde oorzaak
+teweeggebracht, weten of nasporen, worden Physici genoemd en deze
+wetenschap van hen heet Physica, zeker niet het geringste onderdeel
+der Wijsbegeerte in het algemeen genomen. Derhalve richt zij zich op
+alles, wat onder het begrip „lichaam“ valt, of daartoe herleid kan
+worden, hetzij het allen lichamen gemeen is, hetzij enkelen in het
+bijzonder eigen. Daar namelijk de niet nader te omschrijven Materie,
+die in het bezit is alleen van de algemeene eigenschappen der
+lichamen, in de natuur niet voorkomt en ook niet kan voorkomen, maar
+slechts een beeld van onzen geest is, gevormd ter verduidelijking van
+een theorie, de lichamen daarentegen, die inderdaad bestaan, alle op
+zichzelf staande dingen zijn, d.w.z. zóó begrensd en bepaald, dat zij,
+behalve dat dat algemeene begrip „Materie“ op hen van toepassing is,
+ook nog bijzondere andere eigenschappen bezitten, waardoor het eene
+van het andere onderscheiden wordt en die maken, dat een lichaam juist
+dat lichaam is en geen ander: daardoor is het helder en klaar, dat
+niet slechts die algemeene gaven der Materie, maar wel in de eerste
+plaats die, welke elk lichaam afzonderlijk eigen zijn, het voorwerp
+zijn van de Physische studie, daar deze immers de lichamen door de
+natuur geschapen beschouwt, naar dat zij werkelijk bestaan of kunnen
+bestaan.
+
+De eigenschappen der lichamen worden krachten genoemd, voor zoover zij
+geschikt zijn om zekere bepaalde handelingen teweeg te brengen; uit
+deze vloeien verder, als uit de oorzaken, alle lichamelijke werkingen
+voort, die wij waarnemen en die daardoor, ieder den bepaalden aard van
+haar oorzaak volgend, zoo zij uit bijzondere krachten zijn
+voortgekomen, ook zelf noodzakelijkerwijs bijzonder zijn, maar
+daarentegen algemeen, als zij uit algemeene krachten zijn
+voortgekomen.
+
+Indien zich dus hierbij deze eenvoudige stand van zaken voordeed, dat
+een voldoende reden voor alle mogelijke eigenaardige eigenschappen van
+een lichaam gelegen was in zijn algemeene natuur, dan zou voorwaar de
+physicus, behalve alleen de hulp der wiskunstenaars, niets noodig
+hebben om zijn doel te bereiken. Want dezen hebben de meest ware
+algemeene voorstelling van een lichaam gegeven en tevens de meest
+nauwkeurige methode om daar uit te halen, al wat er in vervat is. Maar
+hoeveel scheelt het inderdaad, dat dit zoo is! Een meer oplettende
+beschouwing ontdekt in de lichamen zeker tallooze dingen, die zoo door
+en door eigenaardig zijn, dat het schijnt, dat zij met het algemeene
+karakter dier lichamen bijna niets gemeen hebben, behalve alleen het
+voorwerp, waaraan beide eigen zijn. Indien nu iemand deze zaken,
+wanneer zij onbekend zijn, uit die algemeene opvatting der
+wiskunstenaars, hoe uiterst nauwkeurig ze ook zij, a priori zou
+verlangen af te leiden of ook de reden van die zaken, wanneer zij
+bekend zijn, daaruit op te maken, voorwaar die zou zich te laat over
+zijn verlies aan moeite beklagen!
+
+Maar toch is de kennis juist van die dingen voor den physicus van het
+allerhoogste belang, daar in de eerste plaats daarin datgene is
+gelegen, waardoor de lichamen zich wederkeerig van elkaar inwendig
+onderscheiden. Opdat die dus ontwikkeld worden, moet men zeker niet
+dien weg betreden, die van een gegeven denkbeeld omtrent de oorzaak
+uitgaand, leidt tot begrip van de uitwerking, maar een geheel anderen.
+Immers elke juiste opvatting, die de geest zich omtrent de lichamen
+vormt, behoort óf tot de verschijnselen, dien geest door middel der
+zintuigen meegedeeld, óf tot de daaruit, gevormde oordeelen. De
+eigenschappen nu en de krachten van een lichaam blijven verborgen,
+daar zij eerst op zich zelf niet waarneembaar zijn; zij brengen echter
+uitwerkingen te weeg, die zich den zintuigen vertoonen en die, in
+vaste verhouding staand tot haar eigen bepaalde natuur, op die wijze
+tevens de kennis hiervan opleveren, zoozeer, dat, hoe rijker bij
+iedere zaak het materiaal is der waargenomen uitwerkingen, men des te
+meer zekerheid verkrijgt omtrent haar aard. En deze van het een op het
+andere terugvoerende weg blijft geheel alleen over om de
+eigenaardigheden der lichamen op te sporen, daar de natuur dien
+anderen weg, die ze a priori tracht te ontdekken, geheel onbegaanbaar
+en ontoegankelijk heeft gemaakt voor het menschelijk verstand.
+Derhalve spant de volijverige navorscher van die zaken zich eerder in
+voor proeven dan voor redeneeringen, met hulp van zijn zintuigen
+onderzoekt hij de voorwerpen zijner studie, hij merkt op hun
+eigenaardige uitwerkingen, die zij uit zich zelf of nadat zij volgens
+een voorafgaande methode zijn behandeld, vertoonen; hij voegt lichamen
+bijeen, en verwijdert ze weer van elkaar, opdat hij ervare, welke
+bewegingen uit hen alleen en welke uit hen, wanneer zij vereenigd
+zijn, voortvloeien. Dan eerst waagt hij het niet zonder succes uit
+deze gegevens, die hij vol ijver verzameld en met elkaar wederkeerig
+vergeleken heeft, de door hem gezochte eigenaardige natuur der
+lichamen en hun bijzondere gaven a posteriori te bepalen. En waarlijk
+nooit en nimmer hebben de verborgenheden der Natuur zich duidelijker
+geopenbaard, dan toen men dit pad heeft betreden. In de Physica hebben
+zij het niet ver gebracht, die hetzij dit pad niet kenden hetzij er
+tegen beter weten in geen acht op sloegen.
+
+Maar zie! Terwijl ik geheel en al bezig ben met de Physica, merk ik,
+dat ik als het ware door een zeer geringe wending, die de stof van
+zelf heeft genomen, ben terecht gekomen in het hartje der Spagyrische
+wetenschap; de Physica, die mij van de Scheikunde had afgebracht,
+brengt mij er ook weer toe terug, daardoor juist voldoende bewijzend,
+hoe nauw beider verwantschap is, hoe onverbrekelijk haar band.
+
+Is immers dat alles wat wij zooeven besproken hebben, niet bijna het
+werk van de Scheikunde alleen? Stelt deze zich niet tot taak bijna
+alle afzonderlijke lichamen, die het voorwerp zijn van de physische
+studie, in het bijzonder te onderzoeken? Ja nog sterker, de Scheikunde
+kent haast geen ander doel dan het onderzoek der lichamen
+afzonderlijk. Al wat aan delfstoffen in de binnenste ingewanden der
+aarde wordt uitgesmolten, al wat tot het plantenrijk behoorend de
+vruchtbare aarde uit haar rijke schoot doet ontspruiten, al wat ten
+slotte, tot het dierenrijk behoorend, overal de weldadige moeder
+Natuur koestert en voedt, dit alles nagenoeg, mits het zich óf kan
+openbaren aan de zintuigen óf kan worden opgevangen in eenig vaatwerk,
+onderwerpt de Scheikunde aan haar onderzoek, doorwoelt en doordringt
+zij. Zij dringt er in door, herhaal ik, zóó ver, dat zij minachtend
+neerziend op al wat bij die dingen gewoon is, zich zeer gemakkelijk
+voordoet of er slechts uiterlijk mee in verband staat, als harer
+onwaardig, dit aan andere wetenschappen overlaat maar, voor zich zelf
+het meer moeilijke, het meer verhevene en verborgene opzoekend,
+navorscht de in het binnenste der dingen gelegen vermogens, de laatste
+grondbeginselen, de eerste elementen, vast voornemens voor dezen prijs
+alleen en geen anderen haar moeiten veil te hebben.
+
+Den geheelen dag voorwaar leggen de wakkere beoefenaars van deze
+wetenschap zich daarop toe: zij brengen het eene lichaam bij het
+andere en scheiden ze weer van elkaar; opgeloste lichamen doen zij
+stollen en gestolde lossen zij op; de bewegingen, die daaruit
+ontstaan, nemen zij waar en wijzigen zij, nieuwe roepen zij te
+voorschijn door zeer krachtige instrumenten, waarbij de manier van
+behandelen op allerlei wijzen afwisselt. Zij bedienen zich van het
+vuur, het meest beweeglijke en krachtige element; zeer sterke
+splitsingsmiddelen staan ten dienste, afgemeten naar den aard der
+oplossing (die men wil bewerkstelligen). Wat is dan voor die dingen
+moeilijk? Wat onbereikbaar? Laten de deeltjes van een lichaam maar met
+een stalen band onder elkaar verbonden zijn, laten zijn ingewanden
+zelfs achter een driedubbelen metalen muur verschanst zijn, laten zijn
+krachten in de onderste diepte verborgen zitten; waarlijk onder het
+beuken van dergelijke stormrammen zullen zij uit elkaar springen,
+opengebroken worden, aan het daglicht treden.
+
+Al wat de lichamen hetzij doen, hetzij ondergaan, dit alles is alleen
+aan de beweging toe te schrijven; door deze treedt én al hun kracht
+naar buiten én worden alle mogelijke afwisselingen te weeg gebracht.
+Indien derhalve de wijsgeer zich moeite geeft om deze te onderzoeken,
+welken korteren weg zal hij dan wel kunnen inslaan of van welk
+machtiger hulpmiddel zich bedienen om zijn doel te bereiken, dan
+wanneer hij proeven neemt door middel van het vuur? Want voorwaar de
+aard daarvan is zoo beweeglijk, dat de wijzen[7] geloofd hebben, dat
+het niets anders was dan beweging. Maar het vuur is ook zeer geschikt
+om de beweging, waarin zijn eigen kracht is gelegen, aan andere
+lichamen mee te deelen en zijn geweld kan op verscheidene
+tusschenliggende graden kunstmatig versterkt of verminderd worden, al
+naar men het verkiest. Daardoor ontstaat voorzeker voor den physioloog
+de hoogst gewenschte gelegenheid om met de hulp daarvan de meest
+verborgen eigenschappen der lichamen tot in de kleinste bijzonderheden
+na te gaan. Want wanneer het bij deze wordt aangewend, brengt het hen
+tegelijkertijd in beroering, wekt ze op tot de beweging, die hun in
+het bijzonder eigen is, schudt ze tot in ’t merg door elkaar, roept
+hun krachten te voorschijn, verhoogt en verandert ze, scheidt de
+samenstellende deelen van elkaar en vereenigt de van elkaar gescheiden
+een voor een, brengt wederom de vermogens van die verschillende deelen
+in het bijzonder in werking en aan het licht en maakt zelfs, dat
+dingen kunnen worden waargenomen louter door de zintuigen, die zij
+geholpen door een andere kunst, welke dan ook, nooit hadden kunnen
+bereiken. Wat is echter voor den natuurvorscher aangenamer dan dit?
+Wat nuttiger? Wat noodiger?
+
+ [Voetnoot 7: Hier schijnt de redenaar in de eerste plaats Heraclitus
+ van Ephesus ±500 v. Chr op het oog te hebben. (Vertaler.)]
+
+Ik zie er van af om ter bevestiging hiervan de getuigenissen der
+feiten aan te voeren, opdat niet mijn redevoering in het onmetelijke
+groeie. Niemand zijn die onbekend, tenzij dat hij zoo akelig verzot is
+op de oudheid, dat hij vreemd is aan alles, wat in geschriften uit
+later tijd dateert. In plaats van dit alles mogen hier genoemd worden
+die beide zeer stralende lichten aan Groot-Britannia, BOYLE en NEWTON.
+Hen erkennen zeker onze eeuwen als de meest scherpzinnige ingewijden
+in de geheimen der Natuur. En zagen soms de voorbijgegane nog
+scherpzinniger dan zij? deze echter nemen bij het ontdekken van den
+aard der lichamen, bij het opsporen van de hun eigen krachten haast
+tot niets anders hun toevlucht dan tot de Scheikunde. Nagenoeg elke
+duurzame en schoone vondst betrekking hebbende op den aard van het
+vuur, van hitte, licht en koude, al wat bekend is geworden over het
+ware karakter van kleuren, smaken, geuren; omtrent de oorzaken der
+aardbevingen, en van het vuur, dat zich op verschillende plaatsen
+onder de aarde bevindt; omtrent het magnetisme van lichamen en hun
+aantrekkingskracht, dit alles is men aan scheikundige proeven
+verschuldigd.
+
+De Scheikunde is dus bij uitstek geschikt om de Physica uit te
+breiden: zij is met de proefondervindelijke Wijsbegeerte zóó nauw
+saamgekoppeld, dat hij, die zijn geest niet gevormd heeft met haar
+voorschriften, ongeschikt is de geheimen der Natuur te zien. Aan beide
+betwist _hij_ het recht aan de Akademie te worden onderwezen, die het
+aan één betwist.
+
+Maar ik verbeeld mij sommigen van u mij te hooren tegenwerpen. „Zacht
+wat! Zegt ge dat die wetenschap zooveel lofwaardige werken verricht en
+zooveel succes heeft in het ontdekken van de vermogens der lichamen?
+Verzekert gij, dat die den geest toerust met de kennis van verborgen
+waarheden? Een wetenschap, die tot walgens toe opgepropt met
+oudewijvenpraatjes, fabeltjes en droomerijen, gevormd in verwarde
+hersenen, haar beoefenaars daarmee geheel en al vervult; en die over
+niets anders den mond vol heeft dan over geheime, nooit geziene
+dingen, die dikwijls onmogelijk zijn, en, indien zij soms al ware
+dingen laat zien, dan toch slechts in een dichten sluier gehuld; zoo
+zelfs, dat zeer terecht een dichter gezongen heeft, dat elk vluchtig
+koeltje eerder te vertrouwen is dan, wat de Scheikunde verzekert“.
+
+Dit wil ik, wat mij betreft, niet bestrijden noch ontkennen: vol van
+dergelijke zaken zijn de boeken, vol de uitlatingen der Alchemisten,
+van wie een groot deel gelijk aan dien slaaf[8] bij TERENTIUS, wat zij
+waars hooren, uitstekend weten te verzwijgen en verborgen te houden;
+maar als iets onwaar of leugenachtig is, maken zij het onmiddelijk
+openbaar. Maar waarlijk is er wel iemand, die over deze zaak de
+vierschaar spant, zóó onverstandig of zóó verdorven, dat hij de
+wetenschap de dwalingen aanrekent, die de krankzinnige bedriegersbende
+dier pseudoscheikundigen heeft verbreid? Omdat het dezen schandelijk
+toeschijnt alleen gedwaald te hebben, lokken zij daarom ook anderen
+tot zich door schoonschijnende sier van woorden en wikkelen hen in
+dezelfde dwalingen en, daar zij het eerst door hun eigen onwetendheid
+te gronde zijn gegaan, trekken zij hun volgelingen met zich in een
+gemeenschappelijk verderf, waarbij zij tenminste dit bereiken, dat
+onder den opgestapelden hoop, de een boven op den ander, de oorzaak en
+bewerker van den eersten val bedekt wordt. Zij bezitten voorwaar niets
+van de Scheikunde behalve den naam, dien zij zelfs ook niet waardig
+zijn, daar zij slechts luisterend naar de begeerten van hun zinnen of
+naar monsters van hypothesen in een waanzinnig brein geboren, de ware
+regels der wetenschap noch weten noch zich er naar richten.
+
+ [Voetnoot 8: TERENTIUS’ Eunuchus I. 2. v. 23 en 24. (Vertaler.)]
+
+De Scheikunde is er inderdaad zoo ver mogelijk van af geloof te
+schenken aan ijdele bespiegelingen. De betrouwbaarheid der ooren zelfs
+is voor haar gering; zij legt zich alleen neer bij het getuigenis der
+oogen. Vandaar dat al degenen, die haar op de onvervalschte manier
+beoefenen, eerst op de afzonderlijke lichamen volgens het voorschrift
+der wetenschap verschillende proeven nemen met de hoogste
+nauwkeurigheid en de meest zorgvuldige waarneming van alle
+verschijnselen, hierbij de natuur als leidsvrouw volgend; vervolgens
+teekenen zij telkens de waarneembare uitkomsten eerlijk op en eerst
+nadat zij daarin een volkomen helder inzicht hebben gekregen en ze met
+elkaar vergeleken hebben, maken zij daaruit met wiskundige strengheid
+die gevolgtrekkingen, die er in duidelijke en onafgebroken volgorde
+uit kunnen worden afgeleid. En dit eerst is het, niets anders, wat de
+ware beoefenaars der Scheikunde als waarheden en leerstellingen
+erkennen. In waarheid wat is zekerheid, indien dat het niet is?
+
+Daar dit zoo is, meen ik, dat er niemand meer van ulieden zal gevonden
+worden, die hardnekkig blijft ontkennen, dat door een verstandige
+beoefening der Scheikunde het begrip van den menschelijken geest
+verbazend wordt vermeerderd. Er blijft nog over, dat wij in ’t kort de
+voordeelen uiteenzetten, die zij het lichaam aanbiedt, daar zij, ten
+nauwste verbonden aan de Geneeskunde, die daarvoor zorgdraagt, deze
+een buitengewoon nuttige en tevens zeer noodige hulp betoont, die aan
+niets anders kan ontleend worden dan aan datgene, waarover de
+Scheikunde beschikt.
+
+Dat de Geneeskunde zeer hecht met de Physica verbonden is, leert de
+beschouwing van beide. Derhalve wordt zij met denzelfden band,
+waardoor zij met gene vereenigd is, ook aan de Scheikunde gekoppeld en
+de uiteenzetting daarvan zou geen woorden meer vereischen, als niet
+nog een nauwer verwantschap van beide zich voordeed.
+
+De Geneeskunde heeft als haar eerste voorwerp van studie het
+menschelijk lichaam, dat leeft en derhalve ondeelbaar, verder geheel
+op zich zelf staande is, waaraan zij door er bepaalde krachten van
+andere op zich zelf staande lichamen onder vaste voorwaarden op aan te
+wenden die veranderingen oplegt, die voor haar doel vereischt worden.
+Zij houdt zich dus geheel bezig met op zich zelf staande dingen en zoo
+eenige andere wetenschap, dan heeft zij er belang bij, dat de
+bijzondere vermogens der lichamen, en hun werkingen wederkeerig op
+elkaar zoo duidelijk mogelijk gekend worden. Daar nu aan het nasporen
+hiervan de Scheikunde vooral boven alle overige wetenschappen bij
+uitstek en met veel succes al haar moeite besteedt, wie ziet dan niet
+in, dat zonder haar de Geneeskunde kreupel en gebrekkig zou zijn?
+Hieraan is het te danken, dat de Scheikunde weldra en na zich aan het
+gemeen onttrokken te hebben onder de geletterden in aanzien begon te
+komen, thans stralend in haar eigen oorspronkelijken glans, en zoozeer
+alle zonen der Geneeskunde er toe heeft gebracht haar lief te hebben
+en te beoefenen, dat zij in de allereerste plaats van hen het werk,
+van hen de lust is geworden. Ja nog meer; vervolgens ook in de
+Heilkunst zelf gebracht heeft zij voor zich een gemeenschappelijk doel
+met deze aangenomen en is toen met den nieuwen naam Iatrochemie naar
+verreweg haar grootste deel gesierd geworden. Daarin dan schepte zij
+zulk een behagen, dat zij terstond onvermoeid met alle
+krachtsinspanning zich geheel er aan gegeven heeft om de landpalen van
+hare bondgenoote uit te zetten. En voorwaar slechts iemand, die geen
+kennis van zaken heeft, zal die dingen weinig noemen of van geringe
+waarde, die daaruit de Geneeskunde ten goede zijn gekomen. Immers welk
+gedeelte van haar men ook moge nagaan, hetzij dat, wat door
+bespiegeling wordt volbracht, hetzij dat, wat zich bezig houdt juist
+met de uitoefening van het werk zelf, beide getuigen luide van de
+ontelbare diensten der Scheikunde; beide leeren door oneindig veel
+voorbeelden, dat de samenwerking met deze in de hoogste mate noodig is
+tot haar eigen volmaking.
+
+Laten wij eerst de medische physiologie, als gij het goed vindt,
+beschouwen. Eilieve, waardoor wel is men tot de overtuiging gekomen,
+dat het laatste element en de basis der vaste deelen van het
+menschelijk lichaam de maagdelijke Aarde is, die slechts uit een enkel
+bestanddeel bestaand en zich zelf steeds gelijk blijvend, saamgehouden
+wordt door een olieachtige lijm in haar midden, die eveneens zeer vast
+is? Zoo ver komt zeker niet de scherpzinnigheid der anatomen. Alleen
+de Scheikunde leert dit met volkomen zekerheid. Waardoor wel worden de
+bijzondere aard van de vochten in het lichaam en eigenaardige krachten
+daarvan bekend? Want met uitzondering van den meer algemeenen vorm van
+vloeistoffen zal men tevergeefs zoeken naar iets anders aan hen gelijk
+buiten de grenzen van het dierenrijk: ja zelfs zijn zij ook zelf onder
+elkaar zoo verschillend als maar mogelijk is. Hier schiet de
+Hygrostatica te kort; alleen de Scheikunde biedt hulp; zij is het, aan
+wie wij nagenoeg alles, wat wij van die zaken weten, verschuldigd
+zijn. Den aard van het bloed, die het midden houdt en noch zuurachtig
+noch alcalisch is, het gemakkelijk stollen van het serum daarvan bij
+een hitte grooter dan de natuurlijke, het zeepachtig karakter van de
+gal, de juiste samenstelling en eigenschappen van het speeksel, van
+het pancreassap en der lymphe en tallooze andere dingen zouden wij
+niet weten, indien de Scheikunde er niet geweest ware. Waartoe zal ik
+nu gewag maken der functies, die met haar bijstand schitterend zijn
+blootgelegd? Het inwendig oplossen der spijzen in de eerste wegen, het
+daaruit voortkomen van het chylus- en melksap, de noodzakelijkheid van
+spijs en drank en de begeerte daarnaar, het ontstaan der zouten en
+zwavelachtige deelen uit het opnemen van vrijwel smakelooze stoffen,
+de merkwaardige verandering der vochten door de krachten van den
+kringloop (om nog andere dingen voorbij te gaan) hebben _zij_ weinig
+passend verklaard, voor wie het meer heldere licht der scheikunde nog
+niet had geschenen.
+
+Indien wij dan nu een stap verder gaan tot het onderdeel der
+Geneeskunde, de Pathologie, dan doen zich tallooze en bovendien nog
+zeer ingewikkelde kwesties voor met betrekking tot de redenen der
+ziekten, den aard en de verschijnselen daarvan, die de Scheikunde
+alleen vermag op te lossen. Wie zou ooit doorzien hebben het
+wonderbaarlijke ontstaan en het verschillend karakter der ziekelijke
+zouten bij scheurbuik, jicht en lues Venerea, en hoe het een uit het
+andere voorkomt? Wie de bron van het zuur of van de olieachtige
+bedorven stof, die zich in de eerste wegen bevindt en zoo lastig is
+voor de miltlijders? Wie de herkomst van steenen in de galblaas, de
+nieren en de urineblaas? Wie de oorzaak van het bederf van beenderen
+en van den stank, die er mee gepaard gaat? Wie het vieze overgaan van
+stilstaande vochten in een hoornachtige stijfheid of in zeer sterke
+ontbinding of inbijtende scherpte? Wie ten slotte zou den
+verschillenden invloed van hitte en koude, van het vermeerderen of
+verminderen der circulatie op het veranderen van vochten zoo schoon in
+het licht hebben kunnen stellen, als niet de Scheikunde met haar
+fakkel was vooraangegaan?
+
+Uit de beide vorige onderdeelen der Geneeskunde wordt voor het
+grootste deel de leer der kenteekenen afgeleid. Derhalve komen ook
+haar de voordeden ten goede, die de Scheikunde aan gene bezorgt.
+Overvloed van voorbeelden zijn bij de hand: verschaft het bloed uit de
+ader gelaten niet een duidelijke aanwijzing omtrent den inwendigen
+toestand? Maar in den waren aard daarvan kan niemand een juist inzicht
+krijgen tenzij door een scheikundig onderzoek. Hem blijft de ware
+natuur der voedstermelk verborgen, voor wien de Scheikunde iets
+verborgens is. Maar hoeveel is het waard, daarover een zuiver oordeel
+te kunnen vellen! daar dát zoo dikwijls voor de ongelukkige kinderen
+een vergif gelijk, de oorzaak is van oneindig veel folteringen en den
+dood, wat aan hun zorgvuldig gekoesterd leven juist de zoete
+gezondheid en wasdom had moeten geven. Als ik als geneeskundige nu
+alleen voor geneeskundigen sprak, zou hier zeer veel te zeggen
+overblijven betreffende sputum, zweet, verschillende soorten van urine
+en ontlasting, die het echter beter is in stilzwijgen te hullen, opdat
+niet hen, die minder gewoon zijn die dingen te hooren, een walging
+bevange.
+
+Ten slotte vertoonen zich de laatste twee onderdeelen der Geneeskunde,
+de Hygiëne en de Therapie. Evenals deze, boven de andere in adel
+uitblinkend, al dichter naderen tot het door de Geneeskunde zich
+gestelde doel, zoo betoonde zich de Scheikunde jegens haar milddadiger
+dan jegens de overige en overlaadde haar met nagenoeg al het nuttige,
+al het goede, dat zij heeft, met zulk een oprechte toeneiging, dat zij
+zelfs op die manier zich zelf niet scheen te voldoen en dingen
+beproefde, die haar krachten te boven gingen, waarbij zij met ijdele
+beloften de grenzen zelf der Natuur, om niet te zeggen der wetenschap
+overschreed. Deze dwaling is ontstaan uit de onwetendheid der
+kunstenaars, die ziende de wonderbare kracht van verscheidene van hun
+uitvindingen daardoor zóó in vuur geraakten, dat zij meenden, dat in
+hun begrensde kunst onbegrensde dingen besloten waren. Laten die dus
+zelf de misgrepen boeten, die zij begingen, en laat daarom niet aan de
+Scheikunde de haar verschuldigde lof ontzegd worden, dien zij door
+zich moeite te geven voor de bescherming der gezondheid en het
+verdrijven van ziekten verdiend heeft. Want wat is het geval? Leert
+men niet door haar kunst den aard, de goede en slechte eigenschappen
+van eet- en drinkwaren, van verschillende soorten water, wijn en bier
+uitstekend kennen? Openbaart zij niet de elementen, samenstelling en
+eigenschappen van warme, zuurhoudende en andere bronnen, beroemd om
+haar geneeskracht, zóó duidelijk, dat zij ze zelfs namaakt en het
+ontbreken van natuurlijke wateren vergoedt door kunstmatig
+vervaardigde, die bijna geen geringere uitwerking hebben? De
+grondstoffen, krachten, de wijze van werken der geneesmiddelen en, wat
+toch wel in elk dat is, waarin de grootste macht schuilt, ontgaan den
+scherpzinnigste zonder scheikundige analyse. Waartoe zou ik nu melding
+maken van die veelvuldige kwalen der stervelingen, wier behoorlijke
+geneesmethode alleen de Scheikunde aan de hand doet? Waartoe zou ik de
+ontelbare geneesmiddelen van een uitgezochte voortreffelijkheid
+opsommen, welke uitgevonden te hebben zij zich beroemt? Ik zwijg nog
+van haar uiterst weldadige werkzaamheid, waarmee zij de vreeselijke,
+doodelijke kracht van sommige lichamen heeft weten onschadelijk te
+maken met zulk een lofwaardige uitkomst, dat zij van vergiften
+geneesmiddelen zijn geworden, waarvan de volkomen veiligheid de
+uitwerking evenaart. Ik ga voorbij haar bijzondere geschiktheid om de
+krachten der geneesmiddelen te verscherpen om ze te voorschijn te
+brengen, om ze te herleiden tot een beperkten omvang en om ze telkens
+weer onder een aangenamen vorm te doen verschijnen. Want als ik op mij
+nam alles thans een voor een naar verdienste na te gaan, zou de dag
+voor mijn woorden te kort zijn. Ziet, wat de doorluchte BOYLE, wat
+BELLINI, BOHN, STAHL, HOFFMAN en anderen door hun scheikundige werken
+in de Geneeskunde hebben tot stand gebracht. Maar waartoe is het
+noodig een beroep te doen op buitenlanders? Onsterfelijke geschriften
+bevinden zich in uw aller handen, onvergankelijk hebt gij in uw
+geheugen geprent de voortreffelijke daden van den waarlijk grooten
+man, dien wij gelukkig hier tegenwoordig in leven--o moge hij dat
+lang blijven!--en in welstand zien. Slaat deze geschriften telkens
+en telkens weer op en gij zult daarin getuigenissen van het gezegde
+vinden, die boven elke bedenking verheven zijn.
+
+Hierdoor is dus met voldoende zekerheid bewezen, hoe groot de
+diensten, hoe talrijk de algemeen gewaardeerde uitvindingen, hoe
+ontelbaar de weldaden zijn, waarmee de Scheikunde alle mogelijke
+onderdeelen der Geneeskunde op de meest kwistige wijze overlaadt. Het
+is duidelijk geworden, welk een omvangrijke, welk een noodzakelijke
+voorraad proefondervindelijke bewijzen de Wijsbegeerte aan haar
+ontleent. En wel niemand zal verder meer ontkennen, dat _zij_
+allerminst uit het getal der Akademische wetenschappen moet worden
+afgezonderd, die met twee er van door zulk een nauwen band te zamen
+hangt.
+
+Opdat er echter in het geheel geen plaats voor twijfel overblijve,
+moet nog een ander bewijs er aan worden toegevoegd, dat hen zal
+overtuigen, die misschien zullen aanvoeren, dat er verscheidene andere
+hulpwetenschappen bestaan, wier aanzien, ofschoon de meer edele
+wetenschappen haar bijstand behoeven, toch niet zoo groot is, dat zij
+in de lijst van deze worden opgenomen.
+
+Indien iemand voorwaar dit op de scheikunde toepast, laat hij dan
+weten, dat haar dienstbaarheid niet die van een slavin is, maar een
+zoodanige, dat zij denzelfden dienst, welken zij den akademischen
+wetenschappen bewijst, op haar beurt van deze eischt en wederkeerig
+van haar borgt. Want evenals iemand, om het tot een volmaakt physicus
+te brengen, een goed scheikundige moet zijn, zoo behoort hij, die de
+volledige kennis der Scheikunde najaagt, niet minder een goed physicus
+zijn. Hij moet in verstand boven den grooten hoop uitsteken, met fijne
+smaak tot het werk nader treden, een geest hebben doorkneed in de
+schoone kunsten en wetenschappen, die in de Scheikunde iets
+lofwaardigs verlangt tot stand te brengen en een waar beoefenaar van
+haar te heeten.
+
+Want hoe kan het anders? Maakt een beginner, die begeerig is een
+zekere wetenschap te leeren, niet een allerongerijmdsten sprong,
+indien hij zonder nog de algemeene regels ervan te kennen, terstond
+voortschrijdt tot de bijzonderheden? Wijst niet de orde in de natuur
+zelf den weg van het meer eenvoudige naar het meer samengestelde, van
+hetgeen onmiddellijk voor de hand ligt naar hetgeen diep is
+verscholen? Aan wien dan toch zijn de voorschriften van een goede
+methode zóó weinig bekend, dat hij beproeft zich te verdiepen in een
+onderzoek van afzonderlijke lichamen en hun verborgen krachten,
+bijzondere eigenschappen en eigenaardige uitwerkingen na te sporen,
+voordat hij zich een algemeen denkbeeld heeft verschaft van zijn
+onderwerp? Eerst leere hij, wat een lichaam is, wat wel zijn algemeene
+natuur is, hoeveel het verschilt van den geest. Hij moet laten
+voorafgaan een onderzoek naar de algemeene krachten en eigenschappen
+en eerst de oppervlakte beschouwen, voordat hij in de ingewanden
+doordringt. Hij moet de kunst verstaan, met die nauwkeurigheid,
+waarmee dat behoort, proeven te nemen. Ten slotte zij hij ook niet
+onbekend met de wetten, die leeren uit gegevens volgens een juiste
+redeneering de goede gevolgtrekkingen te maken en leerstellingen af te
+leiden, en eerst van deze toerusting voorzien gorde hij zich aan tot
+den scheikundigen arbeid, waarvan hij vruchten zal plukken, die hem
+nimmer zullen berouwen.
+
+Zij echter, die zich in deze zaak anders gedragen, waarlijk zij doen
+vergeefsche moeite. Want als blindemannen[9] voortgaande, stooten zij
+overal tegen aan en, daar zij van het zuivere licht van het begrijpen
+verstoken zijn, bazelen zij des te erger hoe dieper zij in de
+binnenste heiligdommen der Scheikunde doordringen en eindelijk, een
+wolk in plaats van Juno[10] omhelsd hebbend, zien zij tot hun smart te
+laat, dat het eind van al hun moeiten bekroond wordt met dwalingen,
+onwetendheid, en armoede. Zij zijn het, die gemaakt hebben, dat de
+Scheikunde eens, zoolang zij door hun ongewasschen handen werd
+behandeld, ontsierd door de vuilste vlekken van dwalingen en
+fabeltjes, zóó in het slijk geraakte, dat zij den geleerden gehaat en
+verdacht was. Zij zijn het, van wie vervolgens de beschaafde wereld
+tegelijk met de edelste wetenschap dien afschuwelijken vloek van
+geheel valsche meeningen ontving, die zich vandaar over ongeveer elk
+soort van wetenschap uitbreidde met een bijna niet te keeren
+besmetting. Hier werd dat bekende gezegde bewaarheid: Van de beste
+dingen is het misbruik het ergst.
+
+ [Voetnoot 9: „more andabatarum“. Andabatae, gladiatoren die streden
+ in een helm zonder kijkgaten. (Vertaler.)]
+
+ [Voetnoot 10: Dit wordt van Ixion verteld, die Juno met zijn liefde
+ vervolgde en tot zijn straf in de onderwereld op een altijd draaiend
+ rad werd gebonden. (Vertaler.)]
+
+Dat is echter niet de schuld van de wetenschap maar van haar
+beoefenaars. Immers zoodra het geviel, dat deze zoo waren, als de
+verhevenheid der wetenschap voor zich eischt, mannen, wiskundig
+onderlegd, die zonder zich te storen aan het gezag van meesters, de
+natuur als leidsvrouw volgend, liever de zaken zelf, zooals zij in
+haar wezen zijn, wilden beschouwen en daarover oordeelen dan
+verkeerdelijk gelooven, heeft niet alleen de Scheikunde, na ras al dat
+vuil te hebben afgewischt en een ander voorkomen te hebben gekregen,
+zoowel de dwalingen, waarvan zij zelf krioelde, als die, welke uit
+haar in andere wetenschappen waren geslopen, uit den weg geruimd, maar
+ook de plaats daarvan weer aangevuld met de prachtigste uitvindingen
+en de meest onbetwistbare waarheden.
+
+Edoch, ik houd op langer te vertoeven bij de uiteenzetting van de
+vereischten voor den waren scheikundige, opdat ik niet, maar al te
+goed inziend, dat de meeste daarvan mij zelf juist ontbreken, ook nog
+dat weinigje moed geheel en al verlies, dat mij nog blijft en waardoor
+ik nog op eenig succes in dit mijn ambt had gehoopt, en lafhartig
+vlucht uit het strijdperk zonder zelfs mijn krachten te beproeven.
+
+Uit hetgeen gezegd is, wordt het echter meer dan voldoende duidelijk,
+dat de Scheikunde, de bevatting van het gemeen te boven gaand,
+beoefenaars vereischt vooraf voorzien van een uitrusting bestaande uit
+Akademische wetenschappen, en niet langer meer verontrusten haar die
+dingen, die men haar nog zooeven scheen te kunnen verwijten.
+
+En daarom, als ik mij niet door een ijdele hoop op de uitkomst heb
+laten misleiden, heb ik grond te vermoeden, dat ik geloof heb gevonden
+voor hetgeen ik mij voornam te bewijzen. Want met zekerheid is
+voorgesteld geworden, dat de scheikundige wetenschap uitblinkend door
+de schitterende diensten, die zij zoowel aan de verzorging van de ziel
+als aan die van het lichaam bewijst, van het grootste nut en de
+hoogste noodzakelijkheid voor Wijsbegeerte en Geneeskunde, daarmee
+door een onverbreekbaren band samenhangt, sterk in tweeërlei opzicht
+namelijk, dat deze zich van haar hulp bedienen, en omgekeerd. Wat
+belet mij ten slotte te besluiten, _dat de Scheikunde, een edele
+wetenschap, met recht een plaats verdient onder de Akademische
+wetenschappen?_
+
+Aan u derhalve, zeer doorluchte curatoren der Bataafsche Akademie te
+zamen met uw zeer edele collega’s, de zeer aanzienlijke burgemeesters
+van deze stad, aan u, zeg ik, is de zeer wijze maatregel te danken,
+dat gij aan deze zeer beroemde Akademie, die gij met zooveel
+waardigheid en met een gansch ongewone waakzaamheid bestuurt, ook voor
+deze wetenschap een leerstoel, door een ruime toelage gesteund, hebt
+ingesteld en eene werkplaats zeer geschikt om haar te beoefenen, en,
+dat gij niet gewild hebt, dat deze leeg stond, nadat na het meest
+eervolle ontslag te hebben verkregen, waarom hij had gevraagd, daar
+uit was getreden de man, die wegens de verbinding van een
+verbijsterende geleerdheid met een meer dan Herkulische werkkracht
+zeker zulk een hoogte in de wetenschap heeft bereikt, dat hij terecht
+door allen wordt geprezen als de ware hernieuwer der Scheikunde.
+
+Wat echter het feit betreft, dat het u behaagd heeft mij, zonder dat
+ik er naar dong of het verdiende, toe te voegen aan dien
+onvergelijkelijken man, een pigmee aan een Atlas, voorwaar zoo
+dikwijls ik dat aandachtig overweeg, sta ik in stomme verbazing over
+het kolossale gewicht, dat uw goedertierenheid meer in de schaal heeft
+moeten leggen dan mijn verdiensten, en ik erken het nederig en
+eerbiedig. Want dat gij u allergenadigst hebt verwaardigd een vreemden
+jongeling, die nog door geen enkel bewijs van talent was bekend
+geworden, met zulk een eer te begiftigen, waaraan zal ik dit wel meer
+moeten toeschrijven dan aan uw oneindige welwillendheid en ongehoorde
+gunst?
+
+Voorwaar ik zou vermetel kunnen schijnen, omdat ik zonder rekening te
+houden met mijn eigen kleinheid deze taak heb aanvaard, bij het
+volbrengen waarvan mij zelfs niet de hoop op een middelmatig applaus
+toeschittert na zulk een voorganger. Maar toch _hij_ moet wel geheel
+van eerzucht zijn ontbloot en al te versaagd zijn van geest, die aan
+den eenen kant door de eer, aan den anderen door een zeer mild
+honorarium aangespoord, onbeweeglijk blijft zonder zich te bekommeren
+om den groei van zijn fortuin. Ik zeer zeker, hoe volkomen ik ook mijn
+geringe krachten erkende, was toch niet ongevoelig voor het steken van
+die prikkels. Bovendien strekte mij tot een nieuwen spoorslag uw
+bijzonder gunstige meening, die gij omtrent mij en mijn studiën hebt
+opgevat. Moed gaf mij tenslotte uw gewone inborst eigen aan een
+edelaardigen geest, waardoor gij niets verder van een jongeling
+verlangt, dan de jeugdige krachten reiken. Door deze omstandigheden er
+toe gebracht heb ik mijn ambt aangenomen: op deze vertrouwend aanvaard
+ik het nu plechtig.
+
+De eeuwigdurende herinnering aan uw mildheid jegens mij zal, in mijn
+geest gegrift, maken, dat ik alles in het werk zal stellen, opdat ik
+die niet algeheel onwaardig schijne. Door vlijt zal ik mijn krachten
+goedmaken, mijn talent door gestadige toewijding, door onvermoeiden
+arbeid mijn jeugd, met mijn geest ten slotte zal ik mijn lichaam
+schragen en alle kracht, die in beide is, zal ik geheel eenig en
+alleen aan het bevorderen der belangen van de Akademie wijden.
+
+Zoo zal het, hoop ik, geschieden, dat het noch u berouwt mij dien
+weldaad te hebben bewezen, noch ik mij schaam haar te hebben
+aangenomen. Moge daarbij God helpen, de onuitputtelijke bron van al
+het goede. Van Hem bid ik ook u, zeer doorluchte leidslieden der
+Akademie, een bestendigen overvloed aan alle mogelijke heil en
+onbevlekt geluk van ganscher harte toe.
+
+Tot u wend ik mij, zeer beroemde hoogleeraren, u spreek ik toe,
+schitterende lichten dezer Akademie! Gij verbaast u toch zonder
+twijfel, dat een jongeling, den meesten van u onbekend, die voorts van
+sommigen ternauwernood zes jaar geleden de leerling was, zulk een trap
+van driestheid heeft bereikt, dat hij dezen zetel bestijgt, die aan uw
+zeer geleerde stemmen is gewijd, aan uw orakelspreuken. Maar wilt niet
+voor driestheid houden, wat slechts een geoorloofde wedijver is, welke
+den studiebelangen ten goede zal komen. Niemand leert kennen, wat hij
+vermag, indien hij niet de proef neemt. Gij zult derhalve deze
+onderneming van mij goedkeuren, die mij de kennis van mijzelf zal
+verschaffen, en die waarlijk niet haar oorsprong heeft in
+hooghartigheid, waar ik terecht zeer ver van verwijderd ben, maar in
+de in mijn hart verborgen vlam van betamelijke roemzucht. Het is mij
+een genot tegenover de voorbeelden van groote mannen geplaatst te
+worden. U derhalve zal ik, zooals gij voor mij uitgaat, van achteren
+aanschouwen, en, terwijl het mij nooit zal gegeven worden u in te
+halen, zal ik u tenminste met een tusschenruimte volgen. Daardoor
+juist zal ik zonder uw weg te versperren toch zekere voetsporen
+vinden, die mijn schreden zullen leiden en zullen beletten af te
+dwalen. Intusschen zal die weldaad zulk een invloed op mij behouden,
+dat ik u alle mogelijke eer bewijzend en hoogachting betoonend, waarop
+de verdiensten, die gij hebt, u recht geven, met eerbied tegen u zal
+blijven opzien.
+
+Aan u vooral, die de heiligdommen der Wijsbegeerte en der Geneeskunde
+onder zulk een algemeene toejuiching ontsluit, zeer beroemde mannen,
+dat ik aan u, zoowel aan allen als aan ieder afzonderlijk, daar gij
+mij zoowel door uw openbaar als door uw particulier onderricht hebt
+gevormd, met bijzonderen eerbied mij geheel voor altijd wijd, zooals
+de dankbaarheid den leermeesters verschuldigd dat vereischt, daarvoor
+zal de voortdurende herinnering aan het ontvangene zorgen.
+
+Zoo komt het ook, dat ik u, zeer vernuftige en scherpzinnige ’s
+GRAVESANDE, hier nu openlijk den u toekomenden dank breng, omdat gij
+het niet beneden u hebt geacht mij ook particulier in de vaste regels
+uwer wiskundige Wijsbegeerte in te wijden.
+
+Ook gij, handigste der anatomen, zeer scherpzinnige ALBINUS, die mij
+met gelijke moeite de absoluut noodzakelijke kennis van den bouw van
+het menschelijk lichaam met de grootste bekwaamheid door ooren en
+oogen hebt bijgebracht, steeds zult gij bevinden, dat mijn hart u in
+de hoogste mate erkentelijk is.
+
+U echter, zeer beroemde BOERHAAVE, als ik u hier niet in de eerste
+plaats afzonderlijk toespreek, zal men mij terecht voor den
+ondankbaarsten der stervelingen houden. Indien ik namelijk eenig
+talent bezit, eenige bedrevenheid in de Geneeskunde, eenige oefening
+in de Scheikunde, dan ben ik dat alles u alleen verschuldigd. Drie
+andere Akademies had ik als nieuweling bezocht, voordat ik door een
+gelukkige lotsbestiering hier aangekomen, aan uw lippen heb gehangen.
+Ik was voornemens alleen de praktijk bij u te leeren en mijn
+Akademische studiën te besluiten. Maar nauwelijks had ik nog met den
+rand mijner lippen de nectar van uw kristalhelder onderricht geproefd,
+of de buitengewoon lieflijke smaak daarvan heeft mij dra zoozeer
+verleid, dat ik voldoende werk had om alwat hetzij in openbare hetzij
+in besloten voorlezingen als honig uit uw mond te voorschijn vloeide,
+op welk deel der Geneeskunde het ook betrekking had, met de grootste
+graagte in te drinken. Tot mijn smart zag ik namelijk dat ik wegens de
+kortheid van den mij nog overgebleven tijd eerder zou gespeend worden,
+dan ik verzadigd van u heen zou gaan! Hetzij gij derhalve een schoonen
+lentedag besteeddet aan het verklaren der lieflijke rijkdommen van den
+Hortus op een bewonderenswaardig aantrekkelijke wijze, om zoo door de
+aangename studie der Botanie uw leerlingen des te meer lust in te
+boezemen om zich moeilijker arbeid te getroosten, hetzij gij in het
+zweet uws aanschijns tusschen de fornuizen tot de meest afgelegen
+schuilhoeken der Scheikunde den weg weest, die door den zekeren
+leiddraad van uw zoo eenvoudige methode even veilig als gemakkelijk
+was; hetzij gij de grondslagen der theorie der Geneeskunde volgens den
+wiskundigen regel vaststeldet om weldra de onomstootelijke dogma’s der
+praktijk, de meest vruchtbare geneesmethode daarop te bouwen, u volgde
+ik overal en meende, dat vooral dat deel van den dag het best door mij
+was besteed, dat ik aan u had gewijd. Het is derhalve geheel uw
+verdienste, indien ik met dien ijver van mij iets heb tot stand
+gebracht. Gij moogt op alle vruchten daarvan met volle recht aanspraak
+maken en, daar ik dit dankbaar erken, zou dit alleen mij reeds op
+duizenderlei wijze voor eeuwig aan u hebben kunnen verplichten.
+
+Maar gij, o groote man, van wien de bijzondere minzaamheid de
+onmetelijke geleerdheid evenaart, hebt op dien weldaad nog een anderen
+grooteren laten volgen, daar gij ook in dien tijd, dat ik, na mijn
+Akademischen loopbaan volbracht te hebben, hetzij naar het buitenland
+was vertrokken om vreemde landen te bezoeken, hetzij tot het
+uitoefenen der praktijk in andere steden hier in de Nederlanden
+vertoefde, het niet beneden uw waardigheid hebt geacht, zoo dikwijls
+als ik zoo vermetel was hetzij per brief hetzij persoonlijk in een
+onderhoud uw hulp in te roepen, steeds met een verbazende
+goedgunstigheid u ter mijner beschikking te stellen en mij de
+heilzaamste raadgevingen te schenken.
+
+Ja zelfs daar bleef uw overgroote welwillendheid jegens mij niet
+staan. Want aan u ben ik ook de belooning van mijn moeite
+verschuldigd, die thans mijn deel wordt. Gij hebt bewerkt, doordat gij
+zulk een welwillend oordeel tegenover de leidslieden over mij hebt
+geveld, dat ik tot dit ambt ben geroepen, die eervolle onderscheiding
+heb genoten. Daar ik dus te veel verplichting jegens u heb, dan dat
+ooit eenige tijd het mij mogelijk zal maken mij er van te kwijten,
+aanvaard daarom de erkenning daarvan, getuigend van de diepste
+dankbaarheid, en de onvergankelijke herinnering daaraan, die ik hier
+nu openlijk als in een gedenktafel gegrift ophang, in plaats van elk
+dankoffer, en wees ervan overtuigd, dat ik met al mijn krachten mij
+hiertoe zal inspannen, dat ik u toone hoever ik de beschuldiging van
+ondankbaarheid van mij kan werpen. Meer hieraan toe te voegen verbiedt
+mij uw bescheidenheid en mijn schaamtegevoel.
+
+Voordat ik echter u verlaat, noopt mij de mij bekende zwakheid mijner
+krachten en de moeilijkheid van het werk, dat ik op mij neem, dat ik u
+dringend bezweer, dat gij met dezelfde gunst, waarmee gij mij tot dit
+werk hebt geroepen, mij wilt steunen, nu ik op het punt sta het te
+aanvaarden en, zoo dikwijls als ik er u om bid, met uw wijze
+raadgevingen mij ter zijde staan. U en welk een man, volg ik op. Als
+gij met uw groote ervaring omtrent den weg, dien gij zoo vele malen
+hebt afgelegd, mij niet voorgaat, laat ik allen moed zinken. Vat mij,
+jongen man, dus bij de hand, hoewel ik u niet met gelijke schreden zal
+kunnen volgen en wil maken, dat, terwijl het krankzinnig zou zijn te
+trachten die hoogte te bereiken, waartoe u uw geweldige ijver gepaard
+aan een goddelijk talent in de wetenschap heeft gebracht, ik tenminste
+die lof mij verwerf, dat ik uw voetstappen blijf drukken, wel is waar
+kruipend vorderend maar toch niet geheel roemloos.
+
+U, tenslotte, voortreffelijke jongelieden, u, die u met hart en ziel
+aan de Wijsbegeerte en Geneeskunde wijdt, spreek ik toe. Immers de
+Scheikunde stelt zich geheel en al in dienst van uw belangen, met uw
+studiën is zij ten nauwste saamgekoppeld en onafscheidelijk verbonden.
+Indien gij dus soms in liefde voor haar ontstoken, het betreurd hebt,
+dat zij eenigen tijd gezwegen heeft, weest dan nu weder goedsmoeds.
+Wederom is de werkplaats geopend, de fornuizen zullen branden: komt,
+en werkt daarbij met mij samen in het zweet uws aanschijns. Door
+bovenmenschelijken arbeid, door onvermoeide werkzaamheid, onder
+duizend gevaren heeft BOERHAAVE, de opperste der scheikundigen, den
+vroeger zoo moeilijken weg begaanbaar gemaakt en diezelfde beproefde
+methode, waarvan hij zichzelf bediend heeft, geeft hij naar zijn beste
+weten ons in handen. Laten wij dus daaraan vasthoudend hem als
+leidsman volgen om zoo in veiligheid en met succes in de heiligdommen
+der wetenschap binnen te dringen. Aan u bied ik mijzelf als begeleider
+aan en, indien gij dat wilt, als raadgever. Indien ik over eenige
+krachten, dienstvaardigheid of verstand kan beschikken, gebruikt die
+dan, zooals gij verkiest. Aan u wijd ik dit alles toe. Want uw studiën
+te bevorderen, dat is vooral het toppunt mijner wenschen, dat is het
+eenige doel mijner moeiten.
+
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+[Errata:
+
+... verscheidene van hun uitvindingen ...
+ _origineel: „uitvingen“_ ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Illustrissimis et Nobilissimis Viris_
+ACADEMIAE LUGDUNA-BATAVAE CURATORIBUS,
+
+ Aan de zeer doorluchte en edele mannen,
+ curatoren der Leidsche Akademie,
+
+JOHANNI HENRICO, COMITI DE WASSENAER, Domino de Opdam,
+Hensbroek, Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem, et lage etc. etc.
+
+Equiti ordinis Johannitici, in equestrem nobilium Hollandiae
+ordinem adlecto, ad supremum foederati belgii senatum delegato
+etc. etc.
+
+ JOHANNES HENDRIK, GRAAF VAN WASSENAER, heer van Opdam, Hensbroek,
+ Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem en Lage, enz. enz. ridder van de
+ Johanniterorde, lid van de ridderschap der edelen van Holland,
+ afgevaardigde ter Staten-generaal enz. enz.,
+
+JOHANNI TRIP, J.U.D. Toparchae in Berkenrode, civitatis
+Amstelaedamensis senatori, cum maxime consulum praesidi,
+Societatis Indiae Orientalis moderatori, etc. etc.
+
+ JOHANNES TRIP, doctor in de beide rechten, drost in Berkenrode, lid
+ van den raad van de stad Amsterdam, op dit oogenblik voorzitter der
+ burgemeesters, bewindhebber der O.-I. Compagnie, enz. enz.,
+
+ARENTIO BRUNONIS, VAN DER DUSSEN, J.U.D. Reipublicae Delphensis
+senatori et consulari, delegatis praepotentium ordinum
+Hollandiae adscripto, etc. etc.
+
+ AREND BRUNO’SZOON VAN DER DUSSEN, doctor in de beide rechten, lid
+ van den raad der stad Delft en oud-burgemeester, afgevaardigde ter
+ hoogmogende Staten van Holland, enz. enz.,
+
+EORUMQUE COLLEGIS
+_Amplissimis, Gravissimisque Viris_
+_Civitatis Lugdunensis Consulibus_.
+
+ en aan hun ambtgenooten, de zeer aanzienlijke en waardige mannen,
+ burgemeesters der stad Leiden,
+
+ABRAHAMO HOOGENHOUCK, J.U.D. Consulum praesidi.
+
+DANIELI VAN ALPHEN, J.U.D.
+
+HENRICO VAN WILLIGEN, J.U.D.
+
+GERHARDO EMILIO VAN HOOGEVEEN J.U.D.
+
+ ABRAHAM HOOGENHOUCK, doctor in de beide rechten, voorzitter der
+ burgemeesters,
+
+ DANIËL VAN ALPHEN, doctor in de beide rechten,
+
+ HENDRIK VAN WILLIGEN, doctor in de beide rechten,
+
+ GERHARD EMILE VAN HOOGEVEEN, doctor in de beide rechten,
+
+Nec Non Viro Spectatissimo
+
+DAVIDI VAN ROYEN, J.U.D. Urbis Leidensis Graphiario, Illustriss:
+Curatoribus et Ampliss. Consulibus a Secretis.
+
+ Ook aan den zeer voortreffelijken heer DAVID VAN ROYEN, doctor in de
+ beide rechten, secretaris der stad Leiden, geheimschrijver der zeer
+ doorluchte curatoren en zeer aanzienlijke burgemeesters,
+
+L.M.Q.D.
+Hanc Orationem
+Virtuti et Gloriae Eorum
+Devotissimus
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+ draagt gaarne en naar verdienste
+ deze redevoering op
+ de aan hun voortreffelijke en roemrijke personen
+ zeer verknochte dienaar
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+
+Hieronymi Davidis Gaubii
+ORATIO INAUGURALIS
+
+ INAUGUREELE REDE
+ van
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,
+
+Qua Ostenditur
+CHEMIAM ARTIBUS ACADEMICIS JURE ESSE INSERENDAM
+
+ Waarin Wordt Aangetoond,
+ dat de Scheikunde met recht een plaats verdient
+ onder de Akademische Wetenschappen,
+
+
+Si quae unquam, in scena vitae meae, magna mihi et peregrina obvenit
+mearum rerum vicissitudo, ea sane est, quam hic nunc subeo. Locus
+insolitus; inusitata hominum frequentia, horumque omnium conversa in
+me ora atque oculi; munus inconsuetum; nova prorsus sunt omnia: omnia
+alienam subito adepta faciem, pari et stupore et solicitudine percellunt
+animum.
+
+ Indien mij ooit op het schouwtooneel mijns levens een groote en
+ vreemde lotswisseling overkwam, dan is het wel deze, die ik hier thans
+ beleef. De plaats is ongewoon; de toevloed der menschen grooter dan
+ gebruikelijk is en van die allen zijn gelaat en oogen op mij gericht;
+ de taak is mij vreemd; alles is geheel en al nieuw: alles heeft
+ plotseling een vreemd voorkomen aangenomen en verontrust mijn gemoed
+ door een even groote verbijstering als bezorgdheid.
+
+Scilicet in Academica panegyri perorare jubeor Chemicus, et quidem, dum
+officii ita poscit ratio, de Chemia. An vero majus uspiam, quam quod
+Mercurium inter et Vulcanum est, datur discrimen? An Artium ulla ab
+Oratoriae elegantiis abest longius, quam Chemia? Chemia, inquam! quae
+aspera, laboriosa, styli incuria politioris, Eloquentiae lenociniis nec
+studens, nec accommoda, tota in opere versatur, et cultores suos non per
+verba, sed per ignem sapere, per experimenta Philosophari docet.
+
+ Immers in een Akademische feestvergadering noodigt men mij, een
+ scheikundige, uit een redevoering te houden, en wel aangezien de aard
+ van mijn ambt dat zoo vereischt, over de Scheikunde. Of wordt wel
+ ergens grooter onderscheid gevonden dan, dat tusschen MERCURIUS[1] en
+ VULCANUS bestaat? Of is er wel een der wetenschappen, die verder staat
+ van de bevalligheden der welsprekendheid dan de Scheikunde? de
+ Scheikunde, zeg ik, die, ruw en altijd bezig, zich niet bekommerend om
+ een meer gepolijsten stijl, zich evenmin toeleggend op de lokmiddelen
+ der welsprekendheid als er voor geschikt, geheel opgaat in haar werk
+ en haar beoefenaars niet door woorden maar door het vuur de wijsheid,
+ door proeven wijsgeerig redeneeren leert.
+
+ [Voetnoot 1: God der welsprekendheid. (Vertaler.)]
+
+Invisite animo saltem, si libet, officinam Chemicam! Ecquid putatis ibi
+inventuros? An numerosam librorum congeriem, et suis pulchre ordinata
+forulis sexcenta Autorum volumina? An priscae monumenta Eloquentiae,
+Rhetoribus tam exoptata; aut suggestum Tulliana voce resonantem?
+
+ Bezoekt met den geest althans, als het u belieft, een scheikundige
+ werkplaats! Wat meent gij wel daar te zullen vinden? Soms een
+ opeenhooping van talrijke boeken en ontelbaar veel deelen van
+ schrijvers netjes geordend alle in hun kasten? Soms de gedenkteekenen
+ der oude welsprekendheid zoo gewenscht voor de redenaars, of een
+ spreekgestoelte weergalmend van de stem eens TULLIUS[2]?
+
+ [Voetnoot 2: M. Tullius Cicero. (Vertaler.)]
+
+ Nihil profecto horum: alia omnino est, quae hic occurrit,
+supellex; alius plane apparatus: variae nimirum furnorum alia atque alia
+ratione constructorum, series, sustentando cuilibet ignis gradui
+appropriatae; erecta tecto tenus loculamenta, quam plurimis artis
+operibus, ad praeparanda nova mox rursum inservituris, adimpleta;
+innumerae vasorum, materie et figura discrepantium, species; carbonum
+cespitumque acervus nunquam defecturus; praesto ad usum cola, cribra,
+spathulae, folles, forcipes, et si quae alia vel alendo igni, vel
+regendo requiruntur.
+
+ Niets voorwaar van die dingen: De inrichting, die hier zich
+ voordoet, is geheel anders: volkomen anders zijn de hulpmiddelen:
+ verschillende rijen namelijk van fornuizen, die telkens weer op andere
+ wijze zijn saamgesteld, welke rijen geschikt zijn om iedere sterkte
+ van het vuur uit te houden; kastjes tot aan de zoldering opgebouwd,
+ geheel gevuld met zooveel mogelijk voorwerpen door de wetenschap
+ vervaardigd, die weldra weer moeten dienen om nieuwe in gereedheid
+ te brengen; tallooze soorten van vaatwerk, dat in stof en gedaante
+ verschilt; een hoop kolen en zoden, die nooit mag op raken; bij de
+ hand zijn voor het gebruik verschillende soorten van zeven, spatels,
+ blaasbalgen, tangen en al het andere, dat vereischt wordt om het vuur
+ òf te onderhouden òf te regelen.
+
+ Haec inter artificem videbitis, non otiose ad pulpita desidentem;
+sed atras carbone manus, taciturna attentione, admoventem operi: fumo,
+cineribus, fuligine obsitum, jam igne intensissimo durissima liquare
+metalla; jam vivis urere flammis vegetabile; hinc cautissime opposita
+committere corpora, flammivomos mox in conflictus ruitira;
+
+ Te midden daarvan zult gij den meester niet werkeloos bij zijn
+ katheder zien neerzitten, maar hoe hij zijn handen zwart van kool in
+ zwijgende aandacht aan het werk slaat, hoe hij gehuld in rook, bedekt
+ met asch en roet nu eens met het felste vuur de hardste metalen
+ vloeibaar maakt, dan weer een stof uit het plantenrijk met levende
+ vlammen doet branden; hoe hij aan den eenen kant met de grootste
+ voorzichtigheid tegengestelde lichamen bij elkaar brengt, die zich
+ dra in een vlammenbrakenden strijd zullen storten;
+
+ illinc, calore moderato, rerum virtutes, exacto ad numerum
+stillicidio, elicere; electas alibi, tepore naturali, unire arctius et
+digerere; verbo: totum inter furnos defixum, excitando, applicando,
+moderando igne occupatissimum, hujus in corpora efficaciam modis omnibus
+explorare. Hoc opus est, hic labor ejus unicus.
+
+ aan den anderen kant door een matige warmte de vermogens der
+ stoffen te voorschijn roept door het druppelen van water naar een
+ bepaald getal te regelen; en bij een andere gelegenheid die vermogens
+ na ze te voorschijn te hebben geroepen door een natuurlijke lauwe
+ temperatuur nauwer bindt en afdeelt; in één woord: hoe hij geheel
+ tusschen zijn fornuizen levend, zich slechts bezighoudend met het
+ aanwakkeren, toepassen en regelen van het vuur, de werking daarvan
+ op lichamen op alle mogelijke wijzen nagaat. Dit is zijn werk,
+ hiervoor spant hij zich alleen in.
+
+Vane heic quaesiverit quispiam limatas Augustaei Seculi locutiones:
+vanus amoena Rhetorices illectamenta. Non aures hic demulcentur, sed
+oculi: nec verbis conciliatur adsensus; sed rerum testimoniis
+extorquetur.
+
+ Hier zou iemand tevergeefs zoeken naar de gladgevijlde spreekwijzen
+ van de eeuw van AUGUSTUS; tevergeefs naar de bekoorlijke aanlokselen
+ der redekunst. Niet de ooren worden hier gestreeld maar de oogen: en
+ niet door woorden wordt instemming gewonnen, maar door de
+ getuigenissen van feiten ontwrongen.
+
+Quid ergo animi putatis esse Chemico? Ubi a sordida Vulcani officina in
+spectatissimum protractus locum, a furnis evocatus in suggestum, solis
+sacratum politissimis sermonibus, Oratoris sustinere cogitur provinciam?
+Quid materiei creditis suppetere? Dum coram Principibus in republica
+Viris, in consessu sapientissimorum Professorum, in conspectu denique
+hominum in omni scientiarum genere perfectissimorum, de Arte, plerisque
+horum ignota, disserendi incumbit necessitas? Sane si aqua haeserit
+trepido, facilem merebitur veniam.
+
+ Hoe denkt gij dan, dat een scheikundige te moede is, wanneer hij uit
+ de vuile werkplaats van VULCANUS in het daglicht getrokken naar een
+ plaats, op welke aller blikken zijn gevestigd, van zijn fornuizen
+ weggeroepen naar het spreekgestoelte, dat slechts gewijd is aan de
+ meest gepolijste redevoeringen, zich gedwongen ziet het werk van een
+ redenaar op zich te nemen! Welke stof gelooft gij, dat hem ten dienste
+ staat, terwijl de noodzakelijkheid op hem rust te spreken in
+ tegenwoordigheid van de eerste mannen in den staat, in de vergadering
+ van zeer wijze hoogleeraren, ten slotte onder de oogen van menschen,
+ die ten zeerste uitmunten in elke soort van wetenschap, over een
+ wetenschap, die den meesten van hen onbekend is. Inderdaad als hij in
+ zijn schroomvalligheid blijft steken, zal hij licht verdienen, dat men
+ hem vergeeft.
+
+Haec vero me sors, hoc meos hodie humeros premit onus: nec, quibus
+fulciar, ulla domi praesidia mihi nascuntur. Quin probe nota virium
+mearum tenuitas, et naturalis mihi, utut agendis rebus publicis inepta
+prorsus, verecundia id etiam animi dejicit, quod audax omnia aggredi
+juventus forte addidisset.
+
+ Waarlijk dit lot drukt mij, deze last drukt heden op mijn schouders:
+ en uit mij zelf doen zich voor mij geen hulpmiddelen op, om op te
+ steunen. Ja zelfs doen de geringheid mijner krachten, die ik mij zeer
+ goed bewust ben, en de mij ingeschapen bedeesdheid, geheel ongeschikt
+ om iets in het openbaar, hoe dan ook, te verrichten, zelfs dien moed
+ mij ontzinken, dien mij de jeugd, stoutmoedig om zich aan alles te
+ wagen, misschien zou geven.
+
+Undequaque igitur circumspicienti, unica demum superest, quae locum
+refugii praebet, singularis Vestra, A.O.O. benevolentia, toties experta
+iis, quos hoc e suggestu dicendi arduum pressit munus. Facit haec, Vos
+ea esse judicii lenitate, suo ut quemque modulo metiti, majora viribus
+nequaquam exigatis: quod quidem aliis dum generose adeo exhibuistis,
+quidni a Vobis et mihi pollicear ego, pro quo tot intercedunt majoris
+etiam momenti rationes? Justa certe petitio repulsam ab aequo tulit
+nemine.
+
+ Wanneer ik dus overal rondzie, blijft er slechts één ding over,
+ waartoe ik mijn toevlucht kan nemen. Uw buitengemeene welwillendheid,
+ hooggeschatte hoorders, die reeds zoo dikwijls zij ondervonden hebben,
+ die de moeilijke taak drukte van uit dit spreekgestoelte het woord te
+ voeren. Deze maakt, dat gij zoo zacht van oordeel zijt, dat gij ieder
+ naar zijn eigen maatstaf metend geenszins dingen eischt, die iemands
+ krachten te boven gaan: daar gij nu anderen dit zoo edelmoedig hebt
+ getoond, waarom zou ik dit dan van uw kant ook mij zelf niet in het
+ vooruitzicht stellen, voor wien zooveel redenen van nog grooter
+ gewicht pleiten? Zeker is een rechtvaardig verzoek door geen billijk
+ persoon ooit van de hand gewezen.
+
+Quo fretus ipsi me accingo operi, cui Thema erit ex eo, quod auspicor,
+officio desumptum, et Vestra non indignum celebritate. Conabor nimirum
+ostendere, _Chemiam Artibus Academicis jure esse inserendam_. Quod dum
+ago, faciles in audiendo pariter et judicando Vos praebeatis mihi, enixe
+obsecro: uterque enim seu felix fuerit, seu sinister Orationis meae
+eventus, Vestrum me semper ad favorem allegabit, huic ut vel referam
+gratias, vel veniam impetraturus, supplicem.
+
+ Hierop vertrouwend gord ik mij aan tot het werk zelf, waarvan het
+ onderwerp zal ontleend zijn aan dat ambt, dat ik plechtig aanvaard, en
+ uw geachte verzameling niet onwaardig. Ik zal namelijk trachten aan te
+ toonen, _dat de Scheikunde met recht een plaats verdient onder de
+ Akademische wetenschappen_. En terwijl ik dat doe, bezweer ik u met
+ aandrang, dat gij u in het luisteren even als in het beoordeelen
+ welwillend tegen mij toont. Want de afloop mijner redevoering zij
+ gunstig of ongunstig, in beide gevallen zal ik steeds tot uw
+ goedgunstigheid verwezen worden, om die óf dank te zeggen óf om
+ toegeeflijkheid te smeeken.
+
+Academiae ea, qua hodie constitutas lege videmus, loci sunt publici,
+docendis discendisque scientiis et artibus nobilioribus dicati, iisque
+hinc conditionibus et mediis instructi, quibus propositus iste finis
+potest obtineri. Non ergo arti aut scientiae cuilibet sua in his schola
+conceditur; sed ultra vulgi captum elevata, _Nobilitatis_ quodam emineat
+splendore necesse est, in Academiis quae pedem figere voluerit
+disciplina.
+
+ De Akademies zijn volgens de wet, waardoor wij ze heden geregeld zien,
+ openbare plaatsen bestemd om de meer edele wetenschappen en kunsten te
+ onderwijzen en te leeren, en dien ten gevolge voorzien van die
+ voorwaarden en middelen, waardoor dit voorgenomen doel kan worden
+ bereikt. Derhalve wordt bij deze maar niet aan iedere kunst of
+ wetenschap een leerstoel toegestaan, maar het is noodig, dat de
+ wetenschap, die aan de Akademie vasten voet wil vatten, boven de
+ bevatting van het gemeene volk zich verheffend, uitblinke door een
+ zekeren glans van adeldom.
+
+Quodsi igitur vera hujusce _Nobilitatis_ insignia, palam exposita, Arti
+Spagyricae competere certis adstruxero documentis, nonne propositi hodie
+mei constabit ratio et veritas?
+
+ Bijaldien ik dus met zekere bewijzen zal aantoonen, dat de ware
+ kenteekenen van dien adeldom, nadat ik ze openlijk heb uiteengezet, de
+ Spagyrische wetenschap[3] toekomen, zal dan niet de goede grond en de
+ waarheid van hetgeen ik mij heden heb voorgesteld te bewijzen, vast
+ staan?
+
+ [Voetnoot 3: Als afleiding wordt opgegeven: σπᾶν = (uit elkaar)
+ trekken en ἀγείρειν = vereenigen, verzamelen. De wetenschap, die
+ scheidt en vereenigt, zou dus bedoeld worden. (Vertaler.)]
+
+Virtus sola atque unica, si Poëtae habenda fides, _Nobilitate_ impertit
+hominem: nec unius haec diei dos est; nec vera, quoties praeterquam ex
+natalibus, aliunde probari nequit. Idem vero et eadem ratione obtinet
+in disciplinis, modo, quod ibi datum virtuti est, heic detur usui.
+
+ De deugd eenig en alleen, als wij den Dichter[4] moeten geloof
+ schenken, verleent den mensch adeldom. Maar deze is niet de gave van
+ één dag, noch is die de ware, zoo dikwijls als hij uit niets anders
+ kan bewezen worden dan uit de afkomst. Hetzelfde echter is op dezelfde
+ wijze het geval bij de wetenschappen, slechts moet dat, wat daar aan
+ de deugd is toegekend, hier worden toegekend aan het nut.
+
+ Laureolam certe quaerunt in mustaceo, qui artis ostensuri
+dignitatem, pulchre hoc sibi agere videntur, primis ubi a seculis
+deductam ejus originem, objective et operum miram jucunditatem, aut quot
+numeraverit, quantosque sui cultores exponunt, parum interim de
+utilitate soliciti, qua sine tamen sordent omnia, antiqua fuerint,
+dulcia, aut quibusvis clara sectatorum nominibus:
+
+ Voorzeker zoeken zij zich op goedkoope wijze een lauwerkransje
+ te verdienen, die, als zij de waardigheid van een wetenschap willen
+ toonen, zich verbeelden dit fraai te doen, wanneer zij zakelijk
+ uiteenzetten, hoe haar oorsprong uit de eerste eeuwen afgeleid kan
+ worden, en het buitengewone genot in de werken ervan gelegen, of
+ hoeveel en hoe groote beoefenaars zij heeft gesteld, terwijl zij zich
+ ondertusschen weinig bekommeren over het nut, zonder hetwelk toch
+ alles niets wil zeggen, al is het oud, aangenaam of beroemd door
+ welke namen ook van volgelingen;
+
+ externa enim isthaec sunt, et veram potius ornant _Nobilitatem_,
+quam constituunt. Utile mensura est, illam qua metitur, verum qui rebus
+pretium statuere solus novit, sapiens.
+
+ want dit zijn uiterlijke dingen en sieren veeleer den waren
+ adeldom op dan dat ze hem uitmaken. Het nut is de maatstaf, waarnaar
+ degeen, die alleen de werkelijke waarde der dingen weet vast te
+ stellen, de wijze, haar afmeet.
+
+ [Voetnoot 4: Mogelijk heeft hier de redenaar Horatius, Carmina
+ III, 2, 17 volgg. op het oog. (Vertaler.)]
+
+Quaecunque hinc usum adfert eximium vel homini in se seorsum spectato,
+vel humanae societati, ea demum disciplina jure _Nobilis_ habetur.
+Quum vero pars hominis melior, mens sit, hanc quae recti bonique
+facit studiosam, aut veri auget perspicientia, utique aliis omnibus
+antecellit.
+
+ Elke wetenschap dus, die een bijzonder nut verschaft hetzij aan een
+ mensch afzonderlijk op zich zelf beschouwd, hetzij aan de menschelijke
+ maatschappij, die wordt eerst met recht voor edel gehouden. Daar
+ echter het beste deel van den mensch zijn geest is, zoo blinkt die
+ wetenschap, die dezen zich doet toeleggen op hetgeen recht en goed is,
+ of haar verrijkt met het inzicht der waarheid, in elk geval boven de
+ andere uit.
+
+ Neque tamen hac multo inferior, quae corporis curat sanitatem: ea
+namque magis optabile quidquam vix datur mortalibus; deficiens una
+praegravat animum et deprimit. Hoc quae opus sibi sumsit excolendum, ars
+dicitur Medica: priori studet cum caeteris Philosophia;
+
+ Maar toch is niet veel minder dan deze die wetenschap, die
+ zorgt voor de gezondheid van het lichaam, want dit is wel het meest
+ gewenschte, dat aan de stervelingen wordt gegeven; wanneer zij kwijnt,
+ dan maakt zij meer dan iets anders den geest log en drukt hem terneer.
+ Die kunst, die het voltooien van dat werk op zich heeft genomen, wordt
+ de Geneeskunde genoemd: op het eerste legt zich de Wijsbegeerte met de
+ overige wetenschappen toe;
+
+ una sui parte moderandis occupata affectibus, alteram extendendis
+humanae intelligentiae limitibus in cognitione rerum existentium
+dedicans: utramque ergo _Nobilissimam_ suo recepere gremio Academiae, et
+jure civitatis donarunt, ne ipso quidem livore contradicente.
+
+ met haar eene helft toch houdt zij zich bezig met het
+ beheerschen der aandoeningen, haar andere helft wijdt zij aan het
+ uitbreiden der grenzen van het menschelijke begrip ten opzichte van
+ de kennis der bestaande dingen: beide wetenschappen hebben dus,
+ als de edelste, de Akademies in haar schoot opgenomen en met het
+ burgerrecht begiftigd, zonder dat de nijd zelf zich er tegen
+ verzette.
+
+Habent autem ambae hae objectum patens quam latissime, et varias hinc
+sub se complectuntur disciplinas, quae partesne dicendae an ministrae?
+opera singulae inter se diversissima, ad eundem tamen ultimum finem, cum
+principe, sub qua militant, scientia communem, omnes collineant. Quum
+itaque et has sunt quamlibet commendet usus, et summa ad priorum
+perfectionem necessitas, hinc _Nobiles_ etiam ab Eruditis jure habitae,
+debitum in Academiis locum obtinuere.
+
+ Deze beide nu hebben een arbeidsveld, dat zich zoover mogelijk
+ uitstrekt, en dientengevolge sluiten zij in zich verschillende
+ wetenschappen, die men zoowel onderdeelen als helpsters kan noemen.
+ Hoewel ze op zich zelf, wat haar werk betreft, onder elkaar ten
+ zeerste verschillen, zoo mikken zij toch alle op een zelfde wit ten
+ slotte, dat ze gemeen hebben met de hoofdwetenschap, waaronder ze
+ dienen. Daar derhalve èn het nut dezen, hoe ze ook zijn mogen, tot
+ aanbeveling strekt, én het feit, dat ze ter volmaking der eersten in
+ den hoogsten graad noodzakelijk zijn, op dien grond werden zij ook
+ door de beschaafde lieden met recht voor edele wetenschappen gehouden
+ en hebben zij de haar toekomende plaats aan de Akademies verkregen.
+
+Nonne vero talis est Ars Chemica? Cur ergo duram adeo haec experta
+sortem, nonnisi post plurimas agitatas lites, liberam sui culturam in
+scholis Sapientum impetrare potuit? Sane, rigoris hujus justo acrioris
+causam vix determinaverim: si tamen, quod vero est simillimum, dicam,
+videntur ipsius Artis in se spectatae ignari, Artificum duntaxat
+habuisse rationem judices, quorum ex arbitrio tum pendebant Academiae.
+
+ Is dan voorwaar de Scheikunde niet een dergelijke wetenschap? Waarom
+ heeft zij dan zulk een hard lot ondervonden en niet dan na het voeren
+ van veel strijd kunnen verkrijgen, dat men haar vrij mocht beoefenen
+ aan de scholen der geleerden? Waarlijk, ik zou moeilijk de reden van
+ die al te groote strengheid kunnen bepalen: indien ik echter zal
+ zeggen, wat het waarschijnlijkst is, dan schijnt het mij toe, dat de
+ rechters, van wier goeddunken toen de Akademies afhingen, onbekend met
+ de wetenschap op zichzelf beschouwd, slechts rekening hebben gehouden
+ met de beoefenaars.
+
+Nata nimirum inter Metallarios et Pyracmonas Chemia; ab illiterato hoc
+rudique hominum genere primum exercita; deturpata dein et obscurata ab
+impostoribus; in se horrida, laboribus plena, plena periculis; ab
+otiosis speculationibus aliena; ignem, fumos, cineres, sordes spirans,
+vix ulla amoenitatis specie cuiquam se commendare potuit, nisi, qui
+penitius eam introspicere dignaretur:
+
+ Immers de Scheikunde geboren onder metaalbewerkers en
+ aanbeeldvuurwerkers[5], eerst beoefend door dat ongeletterd en ruw
+ slag van menschen, vervolgens door bedriegers misvormd en in
+ discrediet gebracht, op zich zelf afstootend, vol moeilijkheden, vol
+ gevaren, van rustige bespiegelingen ver verwijderd, ademend in vuur,
+ rook, asch en vuil, kon zich bezwaarlijk door eenigen schijn van
+ lieflijkheid bij iemand aangenaam maken, tenzij bij diengene, die zich
+ verwaardigde dieper met zijn blik in haar binnenste door te dringen.
+
+ [Voetnoot 5: „Inter Pyracmonas.“ „Pyracmon“ is in de mythologie
+ naam van een Cycloop werkzaam in de smidse van Vulcanus,
+ samengesteld uit πῦρ = vuur en ἄκμων = aanbeeld. (Vertaler.)]
+
+ atqui externam ejus faciem monstrosam adeo deformemque reddiderat
+cultorum et ruditas et malitia, ab interioribus ut perlustrandis
+deterrerentur Eruditi, eodem haec, si non pejori de luto esse conficta,
+rati. Frustra ergo suam oravit causam Chemia talibus coram Arbitris qui
+praejudicata obcaecati opinione, et usus ejus eximios, et summam
+necessitatem praetervidentes, sententiam prius tulerant, quam
+cognovissent.
+
+ Maar zoowel de ruwheid als de schelmerij van degenen, die haar
+ beoefenden, hadden haar uiterlijke verschijning zóó monsterlijk en
+ afzichtelijk gemaakt, dat de beschaafde lieden er van werden
+ afgeschrikt haar kern na te sporen, in de meening, dat die uit
+ dezelfde, zoo niet erger, vuiligheid bestond. Tevergeefs heeft dus
+ de Scheikunde haar zaak tegenover dergelijke scheidsrechters bepleit,
+ die verblind door een vooraf opgevatte meening, zoowel de buitengewone
+ voordeelen, die zij bood, als haar hooge noodzakelijkheid over het
+ hoofd ziende, een oordeel hadden geveld, voordat zij kennis van de
+ zaak hadden genomen.
+
+ Factum hinc, a publico ut Sapientum commercio exclusa, privatorum
+exerceret manus atque ingenia, varias sub variis passa fatorum
+vicissitudines, nec forte unquam Academicos in suggestus emersura, nisi,
+quem nacta tandem est, causae patronum, an rabulam potius? Eremitam
+fortuna major quam prudentia secundasset:
+
+ Daardoor is het gekomen, dat zij van het openbare verkeer met
+ geleerden uitgesloten, handen en hoofden van particulieren bezig
+ hield, waarbij zij onder verschillende personen verschillende
+ lotswisselingen te verduren had, en misschien nooit zich opgewerkt
+ zou hebben tot de Akademische spreekgestoelten, als niet een grooter
+ geluk dan verstand dien advocaat--of moest ik liever verdediger door
+ dik en dun zeggen?--dien zij eindelijk heeft gekregen, EREMITA[6]
+ had ten dienste gestaan.
+
+ [Voetnoot 6: Keizer Rudolf II van Duitschland, die ±1600
+ regeerde, stelde zulk een belang in de alchemie, dat hij er zijn
+ regeeringsplichten voor verwaarloosde. Hem werd de naam van den
+ tweeden Hermes Trismegistus gegeven. Heeft nu Gaubius, die niet
+ sterk is in orthographie, hem soms met Eremita bedoeld?
+ (Vertaler.)]
+
+ hic enim coeco gementis hujus disciplinae amore, captus, quod
+autoritate rationali et luculentis rerum testimoniis agendum fuisset,
+bullato id verborum nugacissimorum apparatu, mox vero, qua erat morum
+insolentia, igne etiam et armis tentare non dubitavit, successu certe
+adeo felici, ut ausu hocce temerario intrusa in Academias Chemia sede
+potiretur, vel ipsis contradicentium cineribus inaedificata.
+
+ Deze namelijk aangegrepen door een blinde liefde voor die
+ verdrukte wetenschap, aarzelde niet dat, wat had moeten gedaan worden
+ door het gezag der rede en duidelijke bewijzen van feiten, te
+ beproeven door een systeem van bullen vol met de meest beuzelachtige
+ woorden, weldra echter, wat bij zijn niets ontziend karakter
+ begrijpelijk was, zelfs te vuur en te zwaard, waarbij hij in elk geval
+ een dergelijk succes had, dat de Scheikunde, door dat vermetel pogen
+ in de Akademies gedrongen, daar zich een zetel veroverde, die zelfs
+ juist op de asch der tegenstanders werd opgericht.
+
+ Hanc autem quamvis vi partam, infirmoque hinc nixam pede, repressa
+paulo post fundatoris ejus tyrannide, rursus pessum dederit impatiens
+cogi, litteratorum gens liberrima; id tamen inde Chemiae boni
+accesserat, quod durante isthac statione sua, propior Eruditis posita,
+nonnullos horum, vividissimis quibusdam radiis, per offusas sibi
+quisquiliarum tenebras evibratis, latentis intus foecundissimi luminis
+sui potuerit commonefacere:
+
+ Hoewel verder dezen met geweld verworven en daarom op zwakken
+ grondslag rustenden zetel, nadat kort daarop de dwingelandij van zijn
+ oprichter was onderdrukt, het van vrijheidsliefde blakende volk der
+ geletterden, dat geen dwang kan dulden, wederom heeft omvergeworpen,
+ was toch de Scheikunde daardoor dit ten goede gekomen, dat zij,
+ zoolang haar verblijf daar duurde, meer in de nabijheid van beschaafde
+ lieden geplaatst, de aandacht van enkelen van dezen door eenige zeer
+ heldere stralen, die zich door de haar omhullende duisternis van
+ nietigheden heenboorden, kon vestigen op het uiterst vruchtbare
+ licht, dat in haar binnenste verscholen was.
+
+ quo equidem animadverso illi mox excitati, ulterius ad scrutinium
+se accinxere, demtaque sensim imposturarum larva, perruptisque, quibus
+obvolvebatur, ignorantiae nebulis, nudam tandem salutantes, Erudito Orbi
+produxere intuendam.
+
+ En weldra, door die waarneming er toe aangespoord, hebben zij
+ zich inderdaad tot een verder onderzoek aangegord en na langzamerhand
+ het masker van bedriegerijen te hebben weggenomen en de nevels van
+ onkunde, waarmee zij werd omsluierd, te hebben doorbroken, hebben zij,
+ eindelijk haar in haar naaktheid begroetend, haar aan het daglicht
+ gebracht ten schouwspel voor de beschaafde wereld.
+
+ Tum ergo propriis jam refulgens radiis Chemia, tum demum, quae
+personata displicuerat tantopere, nativae suae reddita faciei, adeo
+pellexit Sapientes, dignam ut reputaverint, ipsorum quae in scholas
+adoptata, strenue coleretur.
+
+ Toen dan heeft de Scheikunde, thans schitterend met haar eigen
+ stralen, toen eerst heeft zij, die vermomd zoo zeer had mishaagd,
+ hersteld in haar natuurlijke gedaante, de geleerden zoo voor zich
+ weten in te nemen, dat zij haar waardig keurden om onder hun scholen
+ opgenomen met allen ijver te worden beoefend.
+
+Nec sane, si fateri vera velimus, alia Chemiae opus est hedera, nisi,
+ut libero a praejudiciis oculo nuda, prout in se est, adspectetur: tam
+necessariis enim pollet usibus, tot jucundissimis arridet oblectamentis,
+Naturae ut curiosum sui facillime pertrahat in amorem pertractumque
+ullo sine taedio detineat.
+
+ En waarlijk ook als wij voor de waarheid willen uitkomen, heeft de
+ Scheikunde geen andere krans noodig, dan dat zij met een oog vrij van
+ vooroordeelen naakt, zooals zij op zich zelf is, wordt beschouwd. Want
+ zoo noodig zijn de toepassingen, waarin haar kracht is gelegen, zoo
+ alleraangenaamst de genoegens, waarmee zij ons toelacht, dat zij zeer
+ gemakkelijk den natuurvorscher er toe brengt haar lief te hebben, en
+ als hij eenmaal daartoe gebracht is, hem geboeid houdt zonder de
+ minste verveling.
+
+ Utique, si sola contemplemur bona, quibus quascunque fere artes
+manuales, humanae vitae commodis inservientes, perfundit Chemia, quot,
+quaeso, et quanta sunt! Dies deficeret enumerantem: minima tamen haec,
+et pro parergis tantum aestimanda.
+
+ Zeker als wij alleen op de voordeelen acht slaan, waarmee de
+ Scheikunde nagenoeg alle soorten van handwerk, die dienen voor de
+ gemakken van het menschelijk leven, kwistig bedeelt, eilieve hoe groot
+ is dan niet hun aantal en hoe gewichtig zijn zij! De dag zou te kort
+ zijn wilde ik ze opsommen. Toch zijn die dingen van zeer weinig
+ beteekenis en slechts als bijzaken te beschouwen.
+
+ Nobilior est, quam menti, utilior, quam corpori praestat, opera
+primaria: huic namque illibatam tuetur sanitatem, amissamque restituit;
+illi vero brevissimam monstrat in adyta Naturae viam, latentisque in
+profundo veri mira felix aperit, Philosophiae hinc et Medicina
+conjunctissima, nec sine detrimento inde separanda.
+
+ De voortreffelijke dienst, dien zij den geest bewijst, is
+ edeler, die, welken zij het lichaam bewijst, nuttiger. Want voor dit
+ houdt zij de gezondheid ongedeerd in stand, en, wanneer die verloren
+ is, geeft zij ze weer; aan gene echter wijst zij den kortsten weg in
+ de binnenste heiligdommen der natuur, en ontvouwt in vruchtbare
+ werkzaamheid de wonderen der waarheid, die in haar diepte schuilt;
+ dien ten gevolge is zij zoowel met de wijsbegeerte als met de
+ geneeskunde ten nauwste verbonden en niet zonder nadeelen daarvan
+ te scheiden.
+
+Id vero ne precario Vobis obtrudere velle videar, evidentis nunc
+rationes proferam, quibus asserti constet veritas: est enim palmarium
+hocce argumentum, quod si evicero, proposito Orationis meae Themati
+satisfactum arbitrabor.
+
+ Opdat het echter niet den schijn hebbe, dat ik u dit zonder voldoenden
+ grond wil opdringen, zal ik thans duidelijke redenen aanvoeren ter
+ staving van de waarheid mijner bewering. Want dit is een prachtig
+ bewijsmiddel; als ik dit onwederlegbaar aantoon, zal ik het er voor
+ houden, dat voldaan is aan hetgeen ik mij in mijn redevoering voornam
+ te bewijzen.
+
+Qui corporum naturalium proprietates, vires et effectus per suas quaeque
+causas sciunt aut rimantur, Physici dicuntur; et haec eorum scientia
+appellatur Physica, Philosophiae generatim sumtae pars non minima. Ejus
+hinc objectum est, quidquid conceptum corporis ingreditur, aut eo reduci
+potest, sive illud commune sit omnibus corporibus, sive peculiare
+singulis:
+
+ Zij, die de eigenschappen van de lichamen door de natuur geschapen,
+ hun krachten en uitwerkingen, alles door zijn bepaalde oorzaak
+ teweeggebracht, weten of nasporen, worden Physici genoemd en deze
+ wetenschap van hen heet Physica, zeker niet het geringste onderdeel
+ der Wijsbegeerte in het algemeen genomen. Derhalve richt zij zich op
+ alles, wat onder het begrip „lichaam“ valt, of daartoe herleid kan
+ worden, hetzij het allen lichamen gemeen is, hetzij enkelen in het
+ bijzonder eigen.
+
+ quum enim Materia indefinita, solis gaudens proprietatibus
+corporeis generalibus, in rerum natura non detur, nec dari possit; sed
+tantum sit idea intelligentiae, clarioris doctrinae gratia efficta;
+corpora autem, quae re existunt, omnia individua sint, id est, adeo
+limitata et determinata, ut, praeter universalem illum Materiae
+conceptum, involvant peculiares etiam alias affectiones, quibus singula
+a singulis distinguuntur, et quae faciunt, ut corpus sit hoc praecise
+corpus, et non aliud:
+
+ Daar namelijk de niet nader te omschrijven Materie, die in het
+ bezit is alleen van de algemeene eigenschappen der lichamen, in de
+ natuur niet voorkomt en ook niet kan voorkomen, maar slechts een beeld
+ van onzen geest is, gevormd ter verduidelijking van een theorie, de
+ lichamen daarentegen, die inderdaad bestaan, alle op zichzelf staande
+ dingen zijn, d.w.z. zóó begrensd en bepaald, dat zij, behalve dat dat
+ algemeene begrip „Materie“ op hen van toepassing is, ook nog
+ bijzondere andere eigenschappen bezitten, waardoor het eene van het
+ andere onderscheiden wordt en die maken, dat een lichaam juist dat
+ lichaam is en geen ander:
+
+ inde clarissime liquet, communes illas Materiae dotes non modo,
+sed et imprimis cuilibet corpori singulari proprias Physicae esse
+considerationis, utpote, quae corpora naturalia, prout vere existunt,
+vel existere possunt, contemplatur.
+
+ daardoor is het helder en klaar, dat niet slechts die algemeene
+ gaven der Materie, maar wel in de eerste plaats die, welke elk lichaam
+ afzonderlijk eigen zijn, het voorwerp zijn van de Physische studie,
+ daar deze immers de lichamen door de natuur geschapen beschouwt, naar
+ dat zij werkelijk bestaan of kunnen bestaan.
+
+Proprietates corporum, quatenus certis quibusdam actionibus producendis
+sunt idoneae, dicuntur vires: ex his autem, tanquam ex causis, fluunt,
+quoscunque observamus, effectus corporei, qui hinc determinatam suarum
+quilibet causarum naturam sequentes, si singularibus a viribus
+emanarunt, et ipsi necessario erunt singulares, et contra generales,
+si a generalibus.
+
+ De eigenschappen der lichamen worden krachten genoemd, voor zoover zij
+ geschikt zijn om zekere bepaalde handelingen teweeg te brengen; uit
+ deze vloeien verder, als uit de oorzaken, alle lichamelijke werkingen
+ voort, die wij waarnemen en die daardoor, ieder den bepaalden aard van
+ haar oorzaak volgend, zoo zij uit bijzondere krachten zijn
+ voortgekomen, ook zelf noodzakelijkerwijs bijzonder zijn, maar
+ daarentegen algemeen, als zij uit algemeene krachten zijn
+ voortgekomen.
+
+Quodsi igitur ea hic daretur simplicitas, ut peculiarium quorumvis
+corporis attributorum sufficiens ratio in communi ejus natura
+fundaretur; jam equidem, praeter solam Mathematicorum operam, nil
+opus esset Physico ad finem suum obtinendum: hi enim ideam corporis
+universalem dedere omnium verissimam, et methodum simul exactissimam,
+quaecunque in illa continentur, eliciendi. At vero quam procul abest,
+haec quin ita sese habeant!
+
+ Indien zich dus hierbij deze eenvoudige stand van zaken voordeed, dat
+ een voldoende reden voor alle mogelijke eigenaardige eigenschappen van
+ een lichaam gelegen was in zijn algemeene natuur, dan zou voorwaar de
+ physicus, behalve alleen de hulp der wiskunstenaars, niets noodig
+ hebben om zijn doel te bereiken. Want dezen hebben de meest ware
+ algemeene voorstelling van een lichaam gegeven en tevens de meest
+ nauwkeurige methode om daar uit te halen, al wat er in vervat is. Maar
+ hoeveel scheelt het inderdaad, dat dit zoo is!
+
+ Detegit attentior observatio innumera certe in corporibus adeo
+penitus peculiaria, ut cum generali illorum indole vix quidquam commune
+videantur habere, nisi solum, cui inhaerent utraque, subjectum: talia
+autem incognita si quis ex universali illo Geometrarum conceptu, utut
+accuratissimo, a priori eruere, aut cognitorum etiam ex hoc rationem
+exsculpere postulet, nae is et operae simul et olei jacturam sero
+doleat!
+
+ Een meer oplettende beschouwing ontdekt in de lichamen zeker
+tallooze dingen, die zoo door en door eigenaardig zijn, dat het schijnt,
+dat zij met het algemeene karakter dier lichamen bijna niets gemeen
+hebben, behalve alleen het voorwerp, waaraan beide eigen zijn. Indien nu
+iemand deze zaken, wanneer zij onbekend zijn, uit die algemeene
+opvatting der wiskunstenaars, hoe uiterst nauwkeurig ze ook zij, a
+priori zou verlangen af te leiden of ook de reden van die zaken, wanneer
+zij bekend zijn, daaruit op te maken, voorwaar die zou zich te laat over
+zijn verlies aan moeite beklagen!
+
+Atqui maximopere tamen expedit eorundem scientia Physico; quum in his
+potissimum haereat id, quo corpora a se mutuo intrinsecus distinguuntur.
+Ea itaque ut evolvantur, non illa certe, quae a data causae idea ad
+intellectum effectus progreditur, sed prorsus alia incedendum via est.
+Nimirum quidquid de corporibus vere concipit mens, id omne vel
+Phoenomena sunt ipsi per sensus communicata, vel formata inde judicia:
+
+ Maar toch is de kennis juist van die dingen voor den physicus van het
+ allerhoogste belang, daar in de eerste plaats daarin datgene is
+ gelegen, waardoor de lichamen zich wederkeerig van elkaar inwendig
+ onderscheiden. Opdat die dus ontwikkeld worden, moet men zeker niet
+ dien weg betreden, die van een gegeven denkbeeld omtrent de oorzaak
+ uitgaand, leidt tot begrip van de uitwerking, maar een geheel anderen.
+ Immers elke juiste opvatting, die de geest zich omtrent de lichamen
+ vormt, behoort óf tot de verschijnselen, dien geest door middel der
+ zintuigen meegedeeld, óf tot de daaruit, gevormde oordeelen.
+
+ proprietates autem et vires corporeae in se primitus
+imperceptibiles latent; effectus tamen producunt sensibus apparentes,
+qui determinatae ipsarum naturae proportionales, hujus hinc cognitionem
+simul exhibent, adeo, ut quo ditior fuerit observatorum cujusque rei
+effectorum supellex, eo de ejus indole plus certi resciatur.
+
+ De eigenschappen nu en de krachten van een lichaam blijven
+ verborgen, daar zij eerst op zich zelf niet waarneembaar zijn; zij
+ brengen echter uitwerkingen te weeg, die zich den zintuigen vertoonen
+ en die, in vaste verhouding staand tot haar eigen bepaalde natuur, op
+ die wijze tevens de kennis hiervan opleveren, zoozeer, dat, hoe rijker
+ bij iedere zaak het materiaal is der waargenomen uitwerkingen, men des
+ te meer zekerheid verkrijgt omtrent haar aard.
+
+ Haecque adeo sola superest indagandis corporum singularibus via
+retrograda; dum alteram illam, quae a priori haec investigat, humano
+ingenio imperviam prorsus Natura fecit et inaccessam. Sedulus hinc
+rerum scrutator experimentis prius quam ratiociniis insudat, sensuum
+adminiculo sua examinat objecta, horum peculiares animadvertit effectus,
+quos sponte sua vel praevio tentata consilio ediderint; corpora
+corporibus adplicat, rursumque ab invicem removet, ut, qui e solis,
+quique e conjunctis fluant motus, experiatur;
+
+ En deze van het een op het andere terugvoerende weg blijft
+ geheel alleen over om de eigenaardigheden der lichamen op te sporen,
+ daar de natuur dien anderen weg, die ze a priori tracht te ontdekken,
+ geheel onbegaanbaar en ontoegankelijk heeft gemaakt voor het
+ menschelijk verstand. Derhalve spant de volijverige navorscher van die
+ zaken zich eerder in voor proeven dan voor redeneeringen, met hulp van
+ zijn zintuigen onderzoekt hij de voorwerpen zijner studie, hij merkt
+ op hun eigenaardige uitwerkingen, die zij uit zich zelf of nadat zij
+ volgens een voorafgaande methode zijn behandeld, vertoonen; hij voegt
+ lichamen bijeen, en verwijdert ze weer van elkaar, opdat hij ervare,
+ welke bewegingen uit hen alleen en welke uit hen, wanneer zij
+ vereenigd zijn, voortvloeien.
+
+ tum vero ex hisce gnaviter collectis, sibique mutuo collatis
+quaesitam corporum naturam propriam et singulares dotes a posteriori
+demum determinare haud infelix praesumit. Nec sane ullo unquam tempore
+patuere clarius Naturae interiora, quam quo huic institum est tramiti:
+parum in Physicis profecere, hunc qui vel ignorarunt, vel neglexere
+scientes.
+
+ Dan eerst waagt hij het niet zonder succes uit deze gegevens,
+ die hij vol ijver verzameld en met elkaar wederkeerig vergeleken
+heeft,
+ de door hem gezochte eigenaardige natuur der lichamen en hun
+bijzondere
+ gaven a posteriori te bepalen. En waarlijk nooit en nimmer hebben de
+ verborgenheden der Natuur zich duidelijker geopenbaard, dan toen men
+ dit pad heeft betreden. In de Physica hebben zij het niet ver
+ gebracht, die hetzij dit pad niet kenden hetzij er tegen beter weten
+ in geen acht op sloegen.
+
+Sed ecce! dum Physicis totus inhaereo, lenissimo ipsius materiae quasi
+flexu, in intima Artis Spagyricae viscera me devolutum sentio: reducit
+me in Chemiam, quae inde diverterat Physica; hoc ipso docens affatim,
+quam sit propinqua ambarum cognatio, quam indissolubilis nexus.
+
+ Maar zie! Terwijl ik geheel en al bezig ben met de Physica, merk ik,
+ dat ik als het ware door een zeer geringe wending, die de stof van
+ zelf heeft genomen, ben terecht gekomen in het hartje der Spagyrische
+ wetenschap; de Physica, die mij van de Scheikunde had afgebracht,
+ brengt mij er ook weer toe terug, daardoor juist voldoende bewijzend,
+ hoe nauw beider verwantschap is, hoe onverbrekelijk haar band.
+
+Nonne enim totum hoc, quod modo diximus, unius prope est Chemiae
+opus? Nonne haec corpora singularia fere omnia, quae Physicae sunt
+considerationis, speciatim evolvenda sibi sumit? Imo vero vix aliud
+est Chemiae propositum, quam corporum particularium examen.
+
+ Is immers dat alles wat wij zooeven besproken hebben, niet bijna het
+ werk van de Scheikunde alleen? Stelt deze zich niet tot taak bijna
+ alle afzonderlijke lichamen, die het voorwerp zijn van de physische
+ studie, in het bijzonder te onderzoeken? Ja nog sterker, de Scheikunde
+ kent haast geen ander doel dan het onderzoek der lichamen
+ afzonderlijk.
+
+ Quidquid Fossilium in imis terrae visceribus excoquitur; quidquid
+protrudit Vegetabilium, divite de sinu, foecunda tellus; quidquid
+denique Animantium ubivis fovet alitque alma parens Natura; id fere
+omne, modo vel sensibus manifestari vel capi vasis queat, suo Chemia
+sistit examini, rimatur, penetrat:
+
+ Al wat aan delfstoffen in de binnenste ingewanden der aarde
+ wordt uitgesmolten, al wat tot het plantenrijk behoorend de vruchtbare
+ aarde uit haar rijke schoot doet ontspruiten, al wat ten slotte, tot
+ het dierenrijk behoorend, overal de weldadige moeder Natuur koestert
+ en voedt, dit alles nagenoeg, mits het zich óf kan openbaren aan de
+ zintuigen óf kan worden opgevangen in eenig vaatwerk, onderwerpt de
+ Scheikunde aan haar onderzoek, doorwoelt en doordringt zij.
+
+ penetrat, inquam, usque eo, ut quaecunque in illis vulgaria,
+facillime obvia, aut extus adhaerentia despiciens, tanquam se indigna,
+aliis relinquat Artibus; sibi vero magis ardua quaerens, sublimiora,
+abstrusiora, intimas rerum virtutes, ultima principia, prima elementa
+perscrutetur, hoc tantum, nec alio venditura pretio suos labores.
+
+ Zij dringt er in door, herhaal ik, zóó ver, dat zij minachtend
+ neerziend op al wat bij die dingen gewoon is, zich zeer gemakkelijk
+ voordoet of er slechts uiterlijk mee in verband staat, als harer
+ onwaardig, dit aan andere wetenschappen overlaat maar, voor zich zelf
+ het meer moeilijke, het meer verhevene en verborgene opzoekend,
+ navorscht de in het binnenste der dingen gelegen vermogens, de laatste
+ grondbeginselen, de eerste elementen, vast voornemens voor dezen prijs
+ alleen en geen anderen haar moeiten veil te hebben.
+
+Toto sane die hoc agunt strenui Artis hujus cultores: corpora alia
+aliis adponunt, rursum ab invicem separant, soluta coagulant, coagulata
+solvunt, motus inde obortos observant, mutant, novos excitant
+instrumentis efficacissimis, variata in omnes modos encheiresi.
+
+ Den geheelen dag voorwaar leggen de wakkere beoefenaars van deze
+ wetenschap zich daarop toe: zij brengen het eene lichaam bij het
+ andere en scheiden ze weer van elkaar; opgeloste lichamen doen zij
+ stollen en gestolde lossen zij op; de bewegingen, die daaruit
+ ontstaan, nemen zij waar en wijzigen zij, nieuwe roepen zij te
+ voorschijn door zeer krachtige instrumenten, waarbij de manier van
+ behandelen op allerlei wijzen afwisselt.
+
+ Igne utuntur, Elemento mobilissimo, validissimo: Menstrua praesto
+sunt efficacissima, juxta solvendi naturam appropriata. Quid autem his
+arduum? Quid inaccessum? Haereant particulae corporis Adamantino inter
+se vinculo; sint ejus viscera aere vel triplici praemunita; lateant in
+profundissimo vires; talium profecto arietum impetu dissilient,
+effringentur, patebunt.
+
+ Zij bedienen zich van het vuur, het meest beweeglijke en
+ krachtige element; zeer sterke splitsingsmiddelen staan ten dienste,
+ afgemeten naar den aard der oplossing (die men wil bewerkstelligen).
+ Wat is dan voor die dingen moeilijk? Wat onbereikbaar? Laten de
+ deeltjes van een lichaam maar met een stalen band onder elkaar
+ verbonden zijn, laten zijn ingewanden zelfs achter een driedubbelen
+ metalen muur verschanst zijn, laten zijn krachten in de onderste
+ diepte verborgen zitten; waarlijk onder het beuken van dergelijke
+ stormrammen zullen zij uit elkaar springen, opengebroken worden, aan
+ het daglicht treden.
+
+Quidquid vel agunt corpora vel patiuntur, solo id omne motui venit
+tribuendum; per hunc et omnis eorum sese exserit efficacia, et
+vicissitudines quaecunque producuntur: hisce igitur disquirendis si
+navat operam Philosophus, quanam breviore poterit via, aut potentiore
+quonam adminiculo sui se voti reddere compotem, quam captis per Ignem
+experimentis?
+
+ Al wat de lichamen hetzij doen, hetzij ondergaan, dit alles is alleen
+ aan de beweging toe te schrijven; door deze treedt én al hun kracht
+ naar buiten én worden alle mogelijke afwisselingen te weeg gebracht.
+ Indien derhalve de wijsgeer zich moeite geeft om deze te onderzoeken,
+ welken korteren weg zal hij dan wel kunnen inslaan of van welk
+ machtiger hulpmiddel zich bedienen om zijn doel te bereiken, dan
+ wanneer hij proeven neemt door middel van het vuur? Want voorwaar de
+ aard daarvan is zoo beweeglijk, dat de wijzen[7] geloofd hebben, dat
+ het niets anders was dan beweging.
+
+ [Voetnoot 7: Hier schijnt de redenaar in de eerste plaats
+ Heraclitus van Ephesus ±500 v. Chr op het oog te hebben.
+ (Vertaler.)]
+
+ Cujus equidem adeo mobilis est natura, ut praeter motum aliud esse
+nihil, Viri Sapientes crediderint. Est vero et Ignis, quo pollet ipse,
+motum aliis communicare corporibus paratissimus; et vis ejus, per plures
+gradus intermedios, intendi arte vel minui pro lubitu potest: unde certe
+quam optatissima nascitur Physiologo opportunitas, ejus ope abditissimas
+quasque corporum affectiones enucleandi.
+
+ Maar het vuur is ook zeer geschikt om de beweging, waarin zijn
+ eigen kracht is gelegen, aan andere lichamen mee te deelen en zijn
+ geweld kan op verscheidene tusschenliggende graden kunstmatig
+ versterkt of verminderd worden, al naar men het verkiest. Daardoor
+ ontstaat voorzeker voor den physioloog de hoogst gewenschte
+ gelegenheid om met de hulp daarvan de meest verborgen eigenschappen
+ der lichamen tot in de kleinste bijzonderheden na te gaan.
+
+ Istis enim applicatus, simul ea in motum ciet, in agilitatem
+propriam solicitat, medullitus concutit, vires eorum evocat, auget,
+mutat, partes constituentes a se mutuo separat, separatas sigillatim
+combinat, proprias rursus harum virtutes in actum lucemque deducit,
+adeoque nudis usurpanda sensibus praebet, quae alia quacunque arte
+adjuti attingere potuissent nunquam. Quid autem hoc jucundius Naturae
+scrutatori? Quid utilius? Quid magis necessarium?
+
+ Want wanneer het bij deze wordt aangewend, brengt het hen
+ tegelijkertijd in beroering, wekt ze op tot de beweging, die hun in
+ het bijzonder eigen is, schudt ze tot in ’t merg door elkaar, roept
+ hun krachten te voorschijn, verhoogt en verandert ze, scheidt de
+ samenstellende deelen van elkaar en vereenigt de van elkaar gescheiden
+ een voor een, brengt wederom de vermogens van die verschillende deelen
+ in het bijzonder in werking en aan het licht en maakt zelfs, dat
+ dingen kunnen worden waargenomen louter door de zintuigen, die zij
+ geholpen door een andere kunst, welke dan ook, nooit hadden kunnen
+ bereiken. Wat is echter voor den natuurvorscher aangenamer dan dit?
+ Wat nuttiger? Wat noodiger?
+
+Supersedeo horum in fidem rerum adducere testimonia, ne in immensam mea
+excrescat Oratio. Latent illa neminem, nisi qui misere adeo deperierit
+vetustatem, recentiorum ut in scriptis hospes sit. Omnium instar sint
+bina illa fulgentissima Magnae Britanniae Lumina, _Boyleus_ et
+_Newtonus_: quibus certe haud perspicaciores Naturae Mystas nostra
+agnoscunt secula;
+
+ Ik zie er van af om ter bevestiging hiervan de getuigenissen der
+ feiten aan te voeren, opdat niet mijn redevoering in het onmetelijke
+ groeie. Niemand zijn die onbekend, tenzij dat hij zoo akelig verzot is
+ op de oudheid, dat hij vreemd is aan alles, wat in geschriften uit
+ later tijd dateert. In plaats van dit alles mogen hier genoemd worden
+ die beide zeer stralende lichten aan Groot-Britannia, BOYLE en NEWTON.
+ Hen erkennen zeker onze eeuwen als de meest scherpzinnige ingewijden
+ in de geheimen der Natuur.
+
+ an vero videre retroacta? Hi tamen in detegenda singularium
+corporum indole, in eruendis propriis viribus, vix alio quam ad Chemiam
+recurrunt. Quidquid fere inventum est solidi et pulchri circa naturam
+ignis, caloris, lucis, frigoris; quidquid innotuit de vera colorum,
+saporum, odorum indole; quidquid de motuum terrae, igniumque
+subterraneorum causis; quidquid de Magnetismo corporum, et vi
+attractili, id omne Chemicis debetur experimentis.
+
+ En zagen soms de voorbijgegane nog scherpzinniger dan zij? deze
+ echter nemen bij het ontdekken van den aard der lichamen, bij het
+ opsporen van de hun eigen krachten haast tot niets anders hun
+ toevlucht dan tot de Scheikunde. Nagenoeg elke duurzame en schoone
+ vondst betrekking hebbende op den aard van het vuur, van hitte, licht
+ en koude, al wat bekend is geworden over het ware karakter van
+ kleuren, smaken, geuren; omtrent de oorzaken der aardbevingen, en van
+ het vuur, dat zich op verschillende plaatsen onder de aarde bevindt;
+ omtrent het magnetisme van lichamen en hun aantrekkingskracht, dit
+ alles is men aan scheikundige proeven verschuldigd.
+
+Est ergo Chemia extendendis Physicis praestantissima: est Philosophiae
+experimentali tam arcte copulata, ut, qui praeceptis ejus mentem non
+formaverit, ineptus sit videndis Naturae arcanis. Utrique litem movet
+de jure Academico, qui uni movet.
+
+ De Scheikunde is dus bij uitstek geschikt om de Physica uit te
+ breiden: zij is met de proefondervindelijke Wijsbegeerte zóó nauw
+ saamgekoppeld, dat hij, die zijn geest niet gevormd heeft met haar
+ voorschriften, ongeschikt is de geheimen der Natuur te zien. Aan beide
+ betwist _hij_ het recht aan de Akademie te worden onderwezen, die het
+ aan één betwist.
+
+At videor mihi audire nonnullos Vestrum objicientes: Eho! Hanccine
+tu Artem tot laudabilia praestare ais opera, et tam felicem esse in
+detegendis corporum virtutibus? Hanccine absconditarum veritatum
+cognitione ornare animum adseris? Quae gerris anilibus, historiolis
+fabulosis, confictis turbati cerebri somniis ad nauseam usque offerta,
+suos his cultores impraegnat; nec aliud quid, praeter arcana crepat
+nunquam visa, saepe impossibilia, et sicubi vera, non tamen nisi denso
+involuta peplo exhibet; adeo, ut auram quamvis fide Chemica tutiorem
+esse, verissime cecinerit Poeta.
+
+ Maar ik verbeeld mij sommigen van u mij te hooren tegenwerpen. „Zacht
+ wat! Zegt ge dat die wetenschap zooveel lofwaardige werken verricht en
+ zooveel succes heeft in het ontdekken van de vermogens der lichamen?
+ Verzekert gij, dat die den geest toerust met de kennis van verborgen
+ waarheden? Een wetenschap, die tot walgens toe opgepropt met
+ oudewijvenpraatjes, fabeltjes en droomerijen, gevormd in verwarde
+ hersenen, haar beoefenaars daarmee geheel en al vervult; en die over
+ niets anders den mond vol heeft dan over geheime, nooit geziene
+ dingen, die dikwijls onmogelijk zijn, en, indien zij soms al ware
+ dingen laat zien, dan toch slechts in een dichten sluier gehuld; zoo
+ zelfs, dat zeer terecht een dichter gezongen heeft, dat elk vluchtig
+ koeltje eerder te vertrouwen is dan, wat de Scheikunde verzekert“.
+
+Hisce equidem haud repugno; nec inficior: pleni sunt talibus libri,
+plenae Chemistarum voces, quorum pars magna servulo illi Terentiano
+simillima, quae vera audivere, tacent et continent optime; sin falsum,
+aut vanum, est, continuo palam faciunt. At enim vero ecquis imprudens
+adeo, aut tam corruptus sederit ad hanc rem judex, Arti ut imputet
+errores, delira quos et fraudulenta horumce Pseudochemicorum turba
+dispersit?
+
+ Dit wil ik, wat mij betreft, niet bestrijden noch ontkennen: vol van
+ dergelijke zaken zijn de boeken, vol de uitlatingen der Alchemisten,
+ van wie een groot deel gelijk aan dien slaaf[8] bij TERENTIUS, wat zij
+ waars hooren, uitstekend weten te verzwijgen en verborgen te houden;
+ maar als iets onwaar of leugenachtig is, maken zij het onmiddelijk
+ openbaar. Maar waarlijk is er wel iemand, die over deze zaak de
+ vierschaar spant, zóó onverstandig of zóó verdorven, dat hij de
+ wetenschap de dwalingen aanrekent, die de krankzinnige bedriegersbende
+ dier pseudoscheikundigen heeft verbreid?
+
+ [Voetnoot 8: TERENTIUS’ Eunuchus I. 2. v. 23 en 24. (Vertaler.)]
+
+ His quia turpe videtur errasse solos, fucata hinc verborum specie
+allectos quoque alios iisdem implicant erroribus, et, dum propria primi
+periere ignorantia, sequentes in commune secum trahunt exitium; id
+saltem adsecuti, quod, sub coacervata aliorum supra alios strage, primae
+tegatur ruinae causa et autor. Non sane hi, praeter nomen, quidquam de
+Chemia possident; ne hoc quidem digni: quum suorum duntaxat sensuum
+cupiditatibus, aut malesano natis in cerebro, hypothesium monstris
+obsequiosi, veras Artis regulas nec sciant, nec ad illas conformentur.
+
+ Omdat het dezen schandelijk toeschijnt alleen gedwaald te
+ hebben, lokken zij daarom ook anderen tot zich door schoonschijnende
+ sier van woorden en wikkelen hen in dezelfde dwalingen en, daar zij
+ het eerst door hun eigen onwetendheid te gronde zijn gegaan, trekken
+ zij hun volgelingen met zich in een gemeenschappelijk verderf, waarbij
+ zij tenminste dit bereiken, dat onder den opgestapelden hoop, de een
+ boven op den ander, de oorzaak en bewerker van den eersten val bedekt
+ wordt. Zij bezitten voorwaar niets van de Scheikunde behalve den naam,
+ dien zij zelfs ook niet waardig zijn, daar zij slechts luisterend naar
+ de begeerten van hun zinnen of naar monsters van hypothesen in een
+ waanzinnig brein geboren, de ware regels der wetenschap noch weten
+ noch zich er naar richten.
+
+Longissime profecto abest Chemia, inanibus quin credat speculationibus:
+aurium ipsarum sublesta illi fides est; solo acquiescit oculorum
+testimonio. Hinc quicunque caste eam colunt, in singularibus primo
+corporibus, juxta praescriptum Artis, summa exactitudine, et
+accuratissima omnium phoenomenorum observatione, Naturam ducem secuti,
+varia instituunt experimenta;
+
+ De Scheikunde is er inderdaad zoo ver mogelijk van af geloof te
+ schenken aan ijdele bespiegelingen. De betrouwbaarheid der ooren zelfs
+ is voor haar gering; zij legt zich alleen neer bij het getuigenis der
+ oogen. Vandaar dat al degenen, die haar op de onvervalschte manier
+ beoefenen, eerst op de afzonderlijke lichamen volgens het voorschrift
+ der wetenschap verschillende proeven nemen met de hoogste
+ nauwkeurigheid en de meest zorgvuldige waarneming van alle
+ verschijnselen, hierbij de natuur als leidsvrouw volgend;
+
+ horum dein singulos quosque eventus sensibiles, bona fide, notant,
+et ex his demum liquidissime perspectis, et sibi invicem collatis,
+severitate Mathematica eliciunt, quae clara et individua sequela inde
+deduci possunt: haecque tandem sunt, non alia, quae pro veritatibus et
+Theorematis agnoscunt veri Chemiae cultores. Quid vero est, si non haec
+certitudo est?
+
+ vervolgens teekenen zij telkens de waarneembare uitkomsten
+ eerlijk op en eerst nadat zij daarin een volkomen helder inzicht
+ hebben gekregen en ze met elkaar vergeleken hebben, maken zij daaruit
+ met wiskundige strengheid die gevolgtrekkingen, die er in duidelijke
+ en onafgebroken volgorde uit kunnen worden afgeleid. En dit eerst is
+ het, niets anders, wat de ware beoefenaars der Scheikunde als
+ waarheden en leerstellingen erkennen. In waarheid wat is zekerheid,
+ indien dat het niet is?
+
+Quae cum ita sint, neminem jam Vestrum dari putem, qui perneget,
+rationali Chemiae exercitio mire adaugeri humanae mentis intelligentiam.
+Reliquum est, ut paucis, quos corpori adfert, usus exponamus, Arti dum
+Medicae, hujus quæ curam gerit, artissime sociata, utilissimam pariter
+ac maxime necessariam præstat operam, non aliunde, nisi e Chemiae penu
+derivandam.
+
+ Daar dit zoo is, meen ik, dat er niemand meer van ulieden zal gevonden
+ worden, die hardnekkig blijft ontkennen, dat door een verstandige
+ beoefening der Scheikunde het begrip van den menschelijken geest
+ verbazend wordt vermeerderd. Er blijft nog over, dat wij in ’t kort de
+ voordeelen uiteenzetten, die zij het lichaam aanbiedt, daar zij, ten
+ nauwste verbonden aan de Geneeskunde, die daarvoor zorgdraagt, deze
+ een buitengewoon nuttige en tevens zeer noodige hulp betoont, die aan
+ niets anders kan ontleend worden dan aan datgene, waarover de
+ Scheikunde beschikt.
+
+Physicae Medicinam firmissime conjungi, utriusque docet contemplatio:
+haec itaque, quo cum illa cohaeret vinculo, eodem et Chemiae nectitur;
+nec hujus demonstratio plura exigeret, nisi propior adhuc ambarum
+daretur affinitas.
+
+ Dat de Geneeskunde zeer hecht met de Physica verbonden is, leert de
+ beschouwing van beide. Derhalve wordt zij met denzelfden band,
+ waardoor zij met gene vereenigd is, ook aan de Scheikunde gekoppeld en
+ de uiteenzetting daarvan zou geen woorden meer vereischen, als niet
+ nog een nauwer verwantschap van beide zich voordeed.
+
+Ars Medica objectum sibi primarium habet corpus humanum, vivens, hinc
+individuum, singularissimum, cui definitas aliorum corporum singularium
+vires, determinatis sub conditionibus applicando, requisitas in fine
+suo mutationes imprimit: tota ergo versatur in singularibus, et si ulla
+alia, certe haec virtutes corporum peculiares, et in se invicem
+actiones, quam distinctissime perspectas postulat:
+
+ De Geneeskunde heeft als haar eerste voorwerp van studie het
+ menschelijk lichaam, dat leeft en derhalve ondeelbaar, verder geheel
+ op zich zelf staande is, waaraan zij door er bepaalde krachten van
+ andere op zich zelf staande lichamen onder vaste voorwaarden op aan te
+ wenden die veranderingen oplegt, die voor haar doel vereischt worden.
+ Zij houdt zich dus geheel bezig met op zich zelf staande dingen en zoo
+ eenige andere wetenschap, dan heeft zij er belang bij, dat de
+ bijzondere vermogens der lichamen, en hun werkingen wederkeerig op
+ elkaar zoo duidelijk mogelijk gekend worden.
+
+ quum autem hisce indagandis, prae reliquis quibuscunque Artibus,
+Chemia potissimum omnem suam et unice et felicissime impendat operam;
+hac sine mancam fore mutilamque quis non videt Medicinam? Hinc est, quod
+mox, ac plebi erepta, Litteratos inter coepit vigere, nativo suo tum
+splendore fulgens, Chemia, adeo in sui amorem et culturam omnes
+pertraxerit Medicinae filios, horum ut praeprimis facta fuerit opus,
+horum deliciae.
+
+ Daar nu aan het nasporen hiervan de Scheikunde vooral boven alle
+ overige wetenschappen bij uitstek en met veel succes al haar moeite
+ besteedt, wie ziet dan niet in, dat zonder haar de Geneeskunde kreupel
+ en gebrekkig zou zijn? Hieraan is het te danken, dat de Scheikunde
+ weldra en na zich aan het gemeen onttrokken te hebben onder de
+ geletterden in aanzien begon te komen, thans stralend in haar eigen
+ oorspronkelijken glans, en zoozeer alle zonen der Geneeskunde er toe
+ heeft gebracht haar lief te hebben en te beoefenen, dat zij in de
+ allereerste plaats van hen het werk, van hen de lust is geworden.
+
+ Quid? Quod in ipsam quoque dein Artem Salutarem introducta,
+communem sibi cum hac finem adoptaverit, novo tum nomine Jatro-Chemices,
+pro parte sui longe maxima, insignita: quo quidem sibi placuit
+tantopere, omni ut ilico conatu totam se promovendis sociae suae
+pomoeriis indefessam dederit.
+
+ Ja nog meer; vervolgens ook in de Heilkunst zelf gebracht heeft
+ zij voor zich een gemeenschappelijk doel met deze aangenomen en is
+ toen met den nieuwen naam Iatrochemie naar verreweg haar grootste deel
+ gesierd geworden. Daarin dan schepte zij zulk een behagen, dat zij
+ terstond onvermoeid met alle krachtsinspanning zich geheel er aan
+ gegeven heeft om de landpalen van hare bondgenoote uit te zetten.
+
+ Nec profecto, nisi ignarus rerum, pauca ea dixerit, aut flocci
+aestimanda, quae inde in Medicinam redundarunt, bona: quamcunque enim
+hujus partem, seu speculatione quae absolvitur, seu ipsa quae in operis
+versatur exercitatione, percurras; utraque innumeros clamat Chemiae
+usus; utraque consortium ejus ad sui perfectionem summe necessarium
+exemplis docet infiniris.
+
+ En voorwaar slechts iemand, die geen kennis van zaken heeft,
+ zal die dingen weinig noemen of van geringe waarde, die daaruit de
+ Geneeskunde ten goede zijn gekomen. Immers welk gedeelte van haar men
+ ook moge nagaan, hetzij dat, wat door bespiegeling wordt volbracht,
+ hetzij dat, wat zich bezig houdt juist met de uitoefening van het werk
+ zelf, beide getuigen luide van de ontelbare diensten der Scheikunde;
+ beide leeren door oneindig veel voorbeelden, dat de samenwerking met
+ deze in de hoogste mate noodig is tot haar eigen volmaking.
+
+Physiologiam primo Medicam, si libet, contemplemur. Undenam, quaeso,
+constitit, firmarum corporis humani partium Elementum ultimum et basin
+esse Terram Virginem, simplicissimam, constantissimam, medio glutine
+oleoso, pariter fixissimo, adunatam? Eo certe non progreditur subtilitas
+Anatomica: sola id liquido docet Chemia.
+
+ Laten wij eerst de medische physiologie, als gij het goed vindt,
+ beschouwen. Eilieve, waardoor wel is men tot de overtuiging gekomen,
+ dat het laatste element en de basis der vaste deelen van het
+ menschelijk lichaam de maagdelijke Aarde is, die slechts uit een enkel
+ bestanddeel bestaand en zich zelf steeds gelijk blijvend, saamgehouden
+ wordt door een olieachtige lijm in haar midden, die eveneens zeer vast
+ is? Zoo ver komt zeker niet de scherpzinnigheid der anatomen. Alleen
+ de Scheikunde leert dit met volkomen zekerheid.
+
+ Undenam vero fluidorum ejus singularis indoles et propriae
+innotescunt vires? Excepta enim generaliori liquidorum idea, aliud illis
+simile frustra quaesiveris extra regni Animalis terminos: imo sunt ipsa
+etiam inter se quam diversissima. Deficit heic Hygrostatica: Chemia sola
+opitulatur; haec est, cui, quantum fere in his sapimus, debemus:
+
+ Waardoor wel worden de bijzondere aard van de vochten in het
+ lichaam en eigenaardige krachten daarvan bekend? Want met uitzondering
+ van den meer algemeenen vorm van vloeistoffen zal men tevergeefs
+ zoeken naar iets anders aan hen gelijk buiten de grenzen van het
+ dierenrijk: ja zelfs zijn zij ook zelf onder elkaar zoo verschillend
+ als maar mogelijk is.
+
+ Sanguinis naturam mediam nec Acidam nec Alcalinam; Seri ejus, ad
+calorem naturali majorem, facile coagulum; Bilis indolem saponaceam;
+Salivae, succi Pancreatici, Lymphae temperiem, facultates, et innumera
+alia nesciremus, abfuisset Chemia.
+
+ Hier schiet de Hygrostatica te kort; alleen de Scheikunde biedt
+ hulp; zij is het, aan wie wij nagenoeg alles, wat wij van die zaken
+ weten, verschuldigd zijn. Den aard van het bloed, die het midden houdt
+ en noch zuurachtig noch alcalisch is, het gemakkelijk stollen van het
+ serum daarvan bij een hitte grooter dan de natuurlijke, het zeepachtig
+ karakter van de gal, de juiste samenstelling en eigenschappen van het
+ speeksel, van het pancreassap en der lymphe en tallooze andere dingen
+ zouden wij niet weten, indien de Scheikunde er niet geweest ware.
+
+ Quid nunc functiones memorem, hujus adminiculo pulcherrime evolutas?
+Intimam alimentorum in primis viis solutionem; succi inde Chylosi et
+Lactei proventum; cibi potusque necessitatem, appetentiam; originem
+salium et partium sulphurearum ex ingestis fere insipidis; insignem
+humorum per vires circuitus mutationem (ut alia praeteream) parum
+apposite explicuere, quibus clarior Chemiae lux nondum adfulserat.
+
+ Waartoe zal ik nu gewag maken der functies, die met haar
+ bijstand schitterend zijn blootgelegd? Het inwendig oplossen der
+ spijzen in de eerste wegen, het daaruit voortkomen van het chylus-
+ en melksap, de noodzakelijkheid van spijs en drank en de begeerte
+ daarnaar, het ontstaan der zouten en zwavelachtige deelen uit het
+ opnemen van vrijwel smakelooze stoffen, de merkwaardige verandering
+ der vochten door de krachten van den kringloop (om nog andere dingen
+ voorbij te gaan) hebben _zij_ weinig passend verklaard, voor wie het
+ meer heldere licht der scheikunde nog niet had geschenen.
+
+Quodsi nunc pedem promoveamus ad partem Medicinae Pathologiam; innumeri,
+iique impeditissimi occurrunt, circa morborum causas, naturam et
+symptomata, nodi, quibus solvendis unica par est Chemia. Quis miros
+salium morbosorum in Scorbuto, Arthritide, Lue Venerea ortus, variam
+indolem, alia ex aliis effecta unquam pervidisset?
+
+ Indien wij dan nu een stap verder gaan tot het onderdeel der
+ Geneeskunde, de Pathologie, dan doen zich tallooze en bovendien nog
+ zeer ingewikkelde kwesties voor met betrekking tot de redenen der
+ ziekten, den aard en de verschijnselen daarvan, die de Scheikunde
+ alleen vermag op te lossen. Wie zou ooit doorzien hebben het
+ wonderbaarlijke ontstaan en het verschillend karakter der ziekelijke
+ zouten bij scheurbuik, jicht en lues Venerea, en hoe het een uit het
+ andere voorkomt?
+
+ Quis fontem Acidi aut putridi oleosi, in primis viis,
+Hypochondriacis tam molesti? Quis Calculorum in Cysti Fellea, Renibus,
+et Vesica Urinaria proventum? Quis cariei ossium, adjunctique foetoris
+causam?
+
+ Wie de bron van het zuur of van de olieachtige bedorven stof,
+ die zich in de eerste wegen bevindt en zoo lastig is voor de
+ miltlijders? Wie de herkomst van steenen in de galblaas, de nieren en
+ de urineblaas? Wie de oorzaak van het bederf van beenderen en van den
+ stank, die er mee gepaard gaat?
+
+ Quis tetras stagnantium humorum degenerationes in tenacitatem
+corneam, aut summam putredinem, acrimoniamve corrosivam? Quis denique
+caloris et frigoris, circulationis auctae vel diminutae varias in
+permutandis humoribus vires tam pulchre in lucem ponere potuisset, nisi
+Chemia praetulisset facem?
+
+ Wie het vieze overgaan van stilstaande vochten in een
+ hoornachtige stijfheid of in zeer sterke ontbinding of inbijtende
+ scherpte? Wie ten slotte zou den verschillenden invloed van hitte
+ en koude, van het vermeerderen of verminderen der circulatie op het
+ veranderen van vochten zoo schoon in het licht hebben kunnen stellen,
+ als niet de Scheikunde met haar fakkel was vooraangegaan?
+
+Ex binis prioribus Medicinae partibus doctrina de Signis maximam partem
+derivatur: redundant ergo in hanc etiam, quos in illas confert Chemia,
+usus. Exempla in promptu sunt uberrima: Sanguis de vena missus nonne
+luculentum internae dispositionis praebet indicium? At veram ejus
+indolem, nisi examine Chemico, perspicere nemo distincte potest.
+
+ Uit de beide vorige onderdeelen der Geneeskunde wordt voor het
+ grootste deel de leer der kenteekenen afgeleid. Derhalve komen ook
+ haar de voordeden ten goede, die de Scheikunde aan gene bezorgt.
+ Overvloed van voorbeelden zijn bij de hand: verschaft het bloed uit de
+ ader gelaten niet een duidelijke aanwijzing omtrent den inwendigen
+ toestand? Maar in den waren aard daarvan kan niemand een juist inzicht
+ krijgen tenzij door een scheikundig onderzoek.
+
+ Latet vera Lactis nutricum natura, quem Chemia latet. At quanti
+est, exactum de hoc judicium fere posse! Dum toties miseris illud
+infantibus, veneni instar, infinitorum cruciatuum, mortisque fit causa,
+dulcem quod vitae fomiteae, sanitatem et incrementum debebat addere.
+
+ Hem blijft de ware natuur der voedstermelk verborgen, voor wien
+ de Scheikunde iets verborgens is. Maar hoeveel is het waard, daarover
+ een zuiver oordeel te kunnen vellen! daar dát zoo dikwijls voor de
+ ongelukkige kinderen een vergif gelijk, de oorzaak is van oneindig
+ veel folteringen en den dood, wat aan hun zorgvuldig gekoesterd leven
+ juist de zoete gezondheid en wasdom had moeten geven.
+
+ Si solis Medicis Medicus nunc loquerer, plurima hic de Sputis, de
+Sudore, de Urinis et Alvi excrementis dicenda superessent, quae satius
+tamen est involvere silentio; ne his audiendis minus adsuetos prehendat
+nausea.
+
+ Als ik als geneeskundige nu alleen voor geneeskundigen sprak,
+ zou hier zeer veel te zeggen overblijven betreffende sputum, zweet,
+ verschillende soorten van urine en ontlasting, die het echter beter is
+ in stilzwijgen te hullen, opdat niet hen, die minder gewoon zijn die
+ dingen te hooren, een walging bevange.
+
+Offerunt se denique posteriores duae Medicinae partes, Hygieine et
+Therapeutice; quae uti inter alias nobilissimae, propius jam fini
+accedunt Medico; ita in has prae reliquis benefica Chemia, quidquid fere
+utilis, quidquid habet boni, sincero adeo affectu, congessit, ut ne sic
+quidem satisfecisse sibi visa, majora viribus tentaverit, ipsos Naturae,
+ne dicam Artis limites vanis transgressa pollicitationibus.
+
+ Ten slotte vertoonen zich de laatste twee onderdeelen der Geneeskunde,
+ de Hygiëne en de Therapie. Evenals deze, boven de andere in adel
+ uitblinkend, al dichter naderen tot het door de Geneeskunde zich
+ gestelde doel, zoo betoonde zich de Scheikunde jegens haar milddadiger
+ dan jegens de overige en overlaadde haar met nagenoeg al het nuttige,
+ al het goede, dat zij heeft, met zulk een oprechte toeneiging, dat zij
+ zelfs op die manier zich zelf niet scheen te voldoen en dingen
+ beproefde, die haar krachten te boven gingen, waarbij zij met ijdele
+ beloften de grenzen zelf der Natuur, om niet te zeggen der wetenschap
+ overschreed.
+
+ Ortum hic error ab artificum duxit ignorantia, qui miram videntes
+complurium suorum inventorum energiam, incitabantur eousque, finitae ut
+arti inesse crederent infinita. Hi igitur, quae commisere, sua ipsi
+delicta luant; nec debita ideo Chemiae laus denegetur, collata quam ad
+sanitatis tutelam, morborumque propulsionem opera meruit.
+
+ Deze dwaling is ontstaan uit de onwetendheid der kunstenaars,
+ die ziende de wonderbare kracht van verscheidene van hun uitvindingen
+ daardoor zóó in vuur geraakten, dat zij meenden, dat in hun begrensde
+ kunst onbegrensde dingen besloten waren. Laten die dus zelf de
+ misgrepen boeten, die zij begingen, en laat daarom niet aan de
+ Scheikunde de haar verschuldigde lof ontzegd worden, dien zij door
+ zich moeite te geven voor de bescherming der gezondheid en het
+ verdrijven van ziekten verdiend heeft.
+
+ Quid enim? Nonne ejus artificio esculentorum et potulentorum,
+aquarum, Vinorum, Cerevisiarum natura, virtutes et vitia cognoscuntur
+optime? Nonne Thermarum illa, Acidularum, aliorumque fontium, vi
+Medicata insignium, elementa, compositionem et facultates tam liquido
+manifestat, ut vel imitetur, et naturalium defectum arte factis
+suppleat, haud minoris fere efficaciae?
+
+ Want wat is het geval? Leert men niet door haar kunst den
+ aard, de goede en slechte eigenschappen van eet- en drinkwaren, van
+ verschillende soorten water, wijn en bier uitstekend kennen? Openbaart
+ zij niet de elementen, samenstelling en eigenschappen van warme,
+ zuurhoudende en andere bronnen, beroemd om haar geneeskracht, zóó
+ duidelijk, dat zij ze zelfs namaakt en het ontbreken van natuurlijke
+ wateren vergoedt door kunstmatig vervaardigde, die bijna geen
+ geringere uitwerking hebben?
+
+ Medicamentorum principia, vires, agendi modus, et quidnam in
+unoquoque id sit, cui maxima insidet potentia, perspicacissimum quemque,
+sine analysi Chemica, fugiunt. Quid nunc commemorem plurimas illas
+Mortalium aegritudines, quarum legitimam medendi methodum sola suggerit
+Chemia? Quid sexcenta enumerem selectissimae virtutis medicamina, quorum
+inventionis gloriam illa sibi vendicat?
+
+ De grondstoffen, krachten, de wijze van werken der
+ geneesmiddelen en, wat toch wel in elk dat is, waarin de grootste
+ macht schuilt, ontgaan den scherpzinnigste zonder scheikundige
+ analyse. Waartoe zou ik nu melding maken van die veelvuldige kwalen
+ der stervelingen, wier behoorlijke geneesmethode alleen de Scheikunde
+ aan de hand doet? Waartoe zou ik de ontelbare geneesmiddelen van een
+ uitgezochte voortreffelijkheid opsommen, welke uitgevonden te hebben
+ zij zich beroemt?
+
+ Taceo benignissimam ejus operam, qua lethalem nonnullorum corporum
+ferociam, laudabili adeo eventu, cicuravit, e venenis ut remedia
+evaserint tutissima aeque ac efficacissima. Praetereo singularem ejus,
+in Medicamentorum viribus acuendis, extrahendis, in compendium
+reducendis, et sub alia et alia gratiori forma exhibendis, dexteritatem:
+
+ Ik zwijg nog van haar uiterst weldadige werkzaamheid, waarmee
+ zij de vreeselijke, doodelijke kracht van sommige lichamen heeft weten
+ onschadelijk te maken met zulk een lofwaardige uitkomst, dat zij van
+ vergiften geneesmiddelen zijn geworden, waarvan de volkomen veiligheid
+ de uitwerking evenaart. Ik ga voorbij haar bijzondere geschiktheid om
+ de krachten der geneesmiddelen te verscherpen om ze te voorschijn te
+ brengen, om ze te herleiden tot een beperkten omvang en om ze telkens
+ weer onder een aangenamen vorm te doen verschijnen.
+
+ si enim singula, pro dignitate, nunc prosequi susciperem, dies
+dicentem deficeret. Videte, quae illustris Boylaeus, quae Bellinus,
+Bohnius, Stahlius, Hoffmannus, aliique laboribus suis Chemicis in
+Medicina praestitere: verum quid ad exteros provocare opus?
+
+ Want als ik op mij nam alles thans een voor een naar verdienste
+ na te gaan, zou de dag voor mijn woorden te kort zijn. Ziet, wat de
+ doorluchte BOYLE, wat BELLINI, BOHN, STAHL, HOFFMAN en anderen door
+ hun scheikundige werken in de Geneeskunde hebben tot stand gebracht.
+ Maar waartoe is het noodig een beroep te doen op buitenlanders?
+
+ Immortalia Vestrum omnium in manibus versantur scripta, nunquam
+periturae credidistis memoriae acta praestantissima Viri vere Magni,
+quem fortunato coram hic contuemur vivum O diu! sospitemque: volvite
+haec atque revolvite, dictorum testimonia inventuri omni exceptione
+majora.
+
+ Onsterfelijke geschriften bevinden zich in uw aller handen,
+ onvergankelijk hebt gij in uw geheugen geprent de voortreffelijke
+ daden van den waarlijk grooten man, dien wij gelukkig hier
+ tegenwoordig in leven--o moge hij dat lang blijven!--en in welstand
+ zien. Slaat deze geschriften telkens en telkens weer op en gij zult
+ daarin getuigenissen van het gezegde vinden, die boven elke bedenking
+ verheven zijn.
+
+Ex hisce igitur constat affatim, quanti sint usus, quot probatissima
+inventa, quam innumera beneficia, quibus Chemia quascunque Medicinae
+partes cumulat largissime: patuit, quam amplam, quam necessariam ab hac
+mutuetur Philosophia experimentorum supellectilem. Nec quis jam porro
+inficiatur minime segregandam illam esse a numero Artium Academicarum,
+quae binis harum tam arcto vinculo cohaeret.
+
+ Hierdoor is dus met voldoende zekerheid bewezen, hoe groot de
+ diensten, hoe talrijk de algemeen gewaardeerde uitvindingen, hoe
+ ontelbaar de weldaden zijn, waarmee de Scheikunde alle mogelijke
+ onderdeelen der Geneeskunde op de meest kwistige wijze overlaadt. Het
+ is duidelijk geworden, welk een omvangrijke, welk een noodzakelijke
+ voorraad proefondervindelijke bewijzen de Wijsbegeerte aan haar
+ ontleent. En wel niemand zal verder meer ontkennen, dat _zij_
+ allerminst uit het getal der Akademische wetenschappen moet worden
+ afgezonderd, die met twee er van door zulk een nauwen band te zamen
+ hangt.
+
+Ne tamen ullus relinquatur dubitationi locus, addendum aliud adhuc est
+argumentum, illos convicturum, qui forte oggesserint, alias complures
+dari artes ministras, quarum licet egeant adminiculo disciplinae
+nobiliores, ea tamen non est dignitas, harum ut albo inserantur.
+
+ Opdat er echter in het geheel geen plaats voor twijfel overblijve,
+ moet nog een ander bewijs er aan worden toegevoegd, dat hen zal
+ overtuigen, die misschien zullen aanvoeren, dat er verscheidene andere
+ hulpwetenschappen bestaan, wier aanzien, ofschoon de meer edele
+ wetenschappen haar bijstand behoeven, toch niet zoo groot is, dat zij
+ in de lijst van deze worden opgenomen.
+
+Id equidem si in Chemiam quis contorserit, sciat is, non servile esse
+ejus ministerium, sed tale, ut quam Academicis scientiis praestat
+operam, eandem ab his exigat vicissim, et mutuetur reciprocam.
+Quemadmodum enim, ut perfectum quis in Physicum evadat, bonus sit
+Chemicus oportet; ita non minus bonum decet esse Physicum, ad plenam
+qui Chemiae notitiam adspirat: ultra vulgus sapiat, emunctis accedat
+naribus, et imbutam artibus ingenuis habeat mentem necesse est, qui in
+Chemia laudabile praestare quidquam, et verus ejus cultor audire gestit.
+
+ Indien iemand voorwaar dit op de scheikunde toepast, laat hij dan
+ weten, dat haar dienstbaarheid niet die van een slavin is, maar een
+ zoodanige, dat zij denzelfden dienst, welken zij den akademischen
+ wetenschappen bewijst, op haar beurt van deze eischt en wederkeerig
+ van haar borgt. Want evenals iemand, om het tot een volmaakt physicus
+ te brengen, een goed scheikundige moet zijn, zoo behoort hij, die de
+ volledige kennis der Scheikunde najaagt, niet minder een goed physicus
+ zijn. Hij moet in verstand boven den grooten hoop uitsteken, met fijne
+ smaak tot het werk nader treden, een geest hebben doorkneed in de
+ schoone kunsten en wetenschappen, die in de Scheikunde iets
+ lofwaardigs verlangt tot stand te brengen en een waar beoefenaar van
+ haar te heeten.
+
+Quid enim? Nonne saltum facit maxime absonum scientiae cujusdam
+addiscendae cupidus Tyro, si generalibus illius regulis nondum cognitis,
+ad singularia mox pedem promovet? Nonne a simplicioribus ad magis
+composita, a facillime obviis ad abstrusa, Naturae ipsius ordo
+commonstrat viam? Cuinam igitur tam parum nota sunt bonae praecepta
+methodi?
+
+ Want hoe kan het anders? Maakt een beginner, die begeerig is een
+ zekere wetenschap te leeren, niet een allerongerijmdsten sprong,
+ indien hij zonder nog de algemeene regels ervan te kennen, terstond
+ voortschrijdt tot de bijzonderheden? Wijst niet de orde in de natuur
+ zelf den weg van het meer eenvoudige naar het meer samengestelde, van
+ hetgeen onmiddellijk voor de hand ligt naar hetgeen diep is
+ verscholen?
+
+ ad corporum ut singularium descendere examen, horum investigare
+occultas vires, affectiones proprias, effecta peculiaria attentet,
+antequam universalem objecti sui ideam sibi comparaverit. Addiscat
+prius, quid sit corpus? Quaenam ejus natura generalis? Quantum a mente
+differat?
+
+ Aan wien dan toch zijn de voorschriften van een goede methode
+ zóó weinig bekend, dat hij beproeft zich te verdiepen in een onderzoek
+ van afzonderlijke lichamen en hun verborgen krachten, bijzondere
+ eigenschappen en eigenaardige uitwerkingen na te sporen, voordat hij
+ zich een algemeen denkbeeld heeft verschaft van zijn onderwerp? Eerst
+ leere hij, wat een lichaam is, wat wel zijn algemeene natuur is,
+ hoeveel het verschilt van den geest.
+
+ Virium praemittat et proprietatum communium indaginem; et
+superficiem ante contempletur, quam in viscera penetrat: Artem calleat
+ea, qua decet, accuratione instituendi experimenta: denique nec legum
+sit ignarus, quae ex datis, justo ratiocinio, legitimas docent elicere
+conclusiones et Theoremata: hocque demum apparatu instructus, operi sese
+accingat Chemico, fructus inde non poenitendos adsecuturus.
+
+ Hij moet laten voorafgaan een onderzoek naar de algemeene
+ krachten en eigenschappen en eerst de oppervlakte beschouwen, voordat
+ hij in de ingewanden doordringt. Hij moet de kunst verstaan, met die
+ nauwkeurigheid, waarmee dat behoort, proeven te nemen. Ten slotte zij
+ hij ook niet onbekend met de wetten, die leeren uit gegevens volgens
+ een juiste redeneering de goede gevolgtrekkingen te maken en
+ leerstellingen af te leiden, en eerst van deze toerusting voorzien
+ gorde hij zich aan tot den scheikundigen arbeid, waarvan hij vruchten
+ zal plukken, die hem nimmer zullen berouwen.
+
+Qui vero aliter se hac in re gerunt, nae illi oleum perdant et operam!
+Andabatarum enim more procedentes, impingunt undique; et emendato
+intelligentiae destituti lumine, quo in Chemiae adyta irrumpunt
+profundius, eo hallucinantur magis; nubemque tandem pro Junone amplexi,
+finem laborum omnium, erroribus, ignorantia, paupertate coronatum vident
+sero et dolent.
+
+ Zij echter, die zich in deze zaak anders gedragen, waarlijk zij doen
+ vergeefsche moeite. Want als blindemannen[9] voortgaande, stooten zij
+ overal tegen aan en, daar zij van het zuivere licht van het begrijpen
+ verstoken zijn, bazelen zij des te erger hoe dieper zij in de
+ binnenste heiligdommen der Scheikunde doordringen en eindelijk, een
+ wolk in plaats van Juno[10] omhelsd hebbend, zien zij tot hun smart te
+ laat, dat het eind van al hun moeiten bekroond wordt met dwalingen,
+ onwetendheid, en armoede.
+
+ [Voetnoot 9: „more andabatarum“. Andabatae, gladiatoren die
+ streden in een helm zonder kijkgaten. (Vertaler.)]
+
+ [Voetnoot 10: Dit wordt van Ixion verteld, die Juno met zijn
+ liefde vervolgde en tot zijn straf in de onderwereld op een altijd
+ draaiend rad werd gebonden. (Vertaler.)]
+
+ Hi sunt, quorum illotis olim manibus dum tractabatur Chemia,
+foedissimis deturpata errorum et fabularum maculis, adeo sorduit, invisa
+ut Sapientibus et suspecta esset. Hi sunt, a quibus dein Eruditus Orbis,
+una cum Arte nobilissima, detestandas illas accepit falsissimarum
+opinionum pestes, inde in omne fere Scientiarum genus propagatas,
+contagio vix non indelebili. Verificatum hic tritum illud: Optimarum
+rerum abusus pessimi.
+
+ Zij zijn het, die gemaakt hebben, dat de Scheikunde eens,
+ zoolang zij door hun ongewasschen handen werd behandeld, ontsierd
+ door de vuilste vlekken van dwalingen en fabeltjes, zóó in het slijk
+ geraakte, dat zij den geleerden gehaat en verdacht was. Zij zijn het,
+ van wie vervolgens de beschaafde wereld tegelijk met de edelste
+ wetenschap dien afschuwelijken vloek van geheel valsche meeningen
+ ontving, die zich vandaar over ongeveer elk soort van wetenschap
+ uitbreidde met een bijna niet te keeren besmetting. Hier werd dat
+ bekende gezegde bewaarheid: Van de beste dingen is het misbruik het
+ ergst.
+
+Non tamen isthaec Artis sunt sed artificum: hos enim quamprimum contigit
+tales esse, quales sibi postulat Artis sublimitas, viros Mathematice
+doctos, qui spreta magistrorum auctoritate, Naturam ducem secuti, res
+ipsas, uti in se sunt, contemplari, et de iis judicare, quam praepostere
+credere maluerunt, mox sordibus detersis, aliam adepta faciem Chemia,
+et quibus scatebat ipsa, et qui inde in alias irrepserant scientias,
+errores non expunxit solum; sed horum etiam locum amplissimis supplevit
+inventis, solidissimis veritatibus.
+
+ Dat is echter niet de schuld van de wetenschap maar van haar
+ beoefenaars. Immers zoodra het geviel, dat deze zoo waren, als de
+ verhevenheid der wetenschap voor zich eischt, mannen, wiskundig
+ onderlegd, die zonder zich te storen aan het gezag van meesters, de
+ natuur als leidsvrouw volgend, liever de zaken zelf, zooals zij in
+ haar wezen zijn, wilden beschouwen en daarover oordeelen dan
+ verkeerdelijk gelooven, heeft niet alleen de Scheikunde, na ras al dat
+ vuil te hebben afgewischt en een ander voorkomen te hebben gekregen,
+ zoowel de dwalingen, waarvan zij zelf krioelde, als die, welke uit
+ haar in andere wetenschappen waren geslopen, uit den weg geruimd, maar
+ ook de plaats daarvan weer aangevuld met de prachtigste uitvindingen
+ en de meest onbetwistbare waarheden.
+
+Verum desino exhibendis veri Chemici requisitis immorari diutius; ne,
+horum plurima mihimet ipsi deesse nimis perspiciens, tantillum etiam,
+quod mihi restat, animi, quo aliqualem adhuc in munere hocce meo
+speraveram successum, prorsus abjiciam, et, nedum facto virium
+tentamine, palaestra fugiam imbellis.
+
+ Edoch, ik houd op langer te vertoeven bij de uiteenzetting van de
+ vereischten voor den waren scheikundige, opdat ik niet, maar al te
+ goed inziend, dat de meeste daarvan mij zelf juist ontbreken, ook nog
+ dat weinigje moed geheel en al verlies, dat mij nog blijft en waardoor
+ ik nog op eenig succes in dit mijn ambt had gehoopt, en lafhartig
+ vlucht uit het strijdperk zonder zelfs mijn krachten te beproeven.
+
+Ex dictis autem abunde innotescit, Chemiam captu vulgi superiorem,
+cultores exigere, praeliminari scientiarum Academicarum supellectile
+instructos: nec jam ulterius urgent, quae modo posse objici videbantur.
+
+ Uit hetgeen gezegd is, wordt het echter meer dan voldoende duidelijk,
+ dat de Scheikunde, de bevatting van het gemeen te boven gaand,
+ beoefenaars vereischt vooraf voorzien van een uitrusting bestaande uit
+ Akademische wetenschappen, en niet langer meer verontrusten haar die
+ dingen, die men haar nog zooeven scheen te kunnen verwijten.
+
+Quare, nisi vana me eventus spes fefellit, est, cur proposito paratam
+fidem suspicer: constitit enim, Artem Chemicam praeclarissimis,
+quos animi pariter et corporis culturae praestat, usibus insignem,
+Philosophiae et Medicinae maxime proficuam, summe necessariam,
+indissolubili haerere vinculo, utrinque firmissimo, hae ut illius
+opera utantur, et vice versa. Quid demum impedit, quo minus concludam,
+_Chemiam, Artem Nobilem, Artibus Academicis jure esse inserendam_?
+
+ En daarom, als ik mij niet door een ijdele hoop op de uitkomst heb
+ laten misleiden, heb ik grond te vermoeden, dat ik geloof heb gevonden
+ voor hetgeen ik mij voornam te bewijzen. Want met zekerheid is
+ voorgesteld geworden, dat de scheikundige wetenschap uitblinkend door
+ de schitterende diensten, die zij zoowel aan de verzorging van de ziel
+ als aan die van het lichaam bewijst, van het grootste nut en de
+ hoogste noodzakelijkheid voor Wijsbegeerte en Geneeskunde, daarmee
+ door een onverbreekbaren band samenhangt, sterk in tweeërlei opzicht
+ namelijk, dat deze zich van haar hulp bedienen, en omgekeerd. Wat
+ belet mij ten slotte te besluiten, _dat de Scheikunde, een edele
+ wetenschap, met recht een plaats verdient onder de Akademische
+ wetenschappen?_
+
+Vestra igitur, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE BATAVAE CURATORES, una cum
+NOBILISSIMIS VESTRIS COLLEGIS, AMPLISSIMIS HUJUS URBIS CONSULIBUS,
+Vestra, inquam, sapientissima est cura, quod in celeberrima hac, cui
+tanta cum gravitate, et inusitata adeo vigilantia praeestis, Academia,
+huic quoque disciplinae, largo firmatam pretio, sedem statueritis, et
+officinam, ejus exercitio aptissimam; nec hanc volueritis diu frigere,
+postquam impetrata, quam petiverat, missione honorificentissima, inde
+exivit Vir, ob sociatum stupendae eruditioni plusquam Herculeam laborum
+tolerantiam, eo certe provectus in Arte, verus ut Chemiae Restaurator
+merito laudetur omnibus.
+
+ Aan u derhalve, zeer doorluchte curatoren der Bataafsche Akademie te
+ zamen met uw zeer edele collega’s, de zeer aanzienlijke burgemeesters
+ van deze stad, aan u, zeg ik, is de zeer wijze maatregel te danken,
+ dat gij aan deze zeer beroemde Akademie, die gij met zooveel
+ waardigheid en met een gansch ongewone waakzaamheid bestuurt, ook voor
+ deze wetenschap een leerstoel, door een ruime toelage gesteund, hebt
+ ingesteld en eene werkplaats zeer geschikt om haar te beoefenen, en,
+ dat gij niet gewild hebt, dat deze leeg stond, nadat na het meest
+ eervolle ontslag te hebben verkregen, waarom hij had gevraagd, daar
+ uit was getreden de man, die wegens de verbinding van een
+ verbijsterende geleerdheid met een meer dan Herkulische werkkracht
+ zeker zulk een hoogte in de wetenschap heeft bereikt, dat hij terecht
+ door allen wordt geprezen als de ware hernieuwer der Scheikunde.
+
+Quod autem Viro huic incomparabili, nec ambientem me, nec promeritum
+subadjungere Vobis visum fuerit, Atlanti Pigmaeum; id equidem quoties
+attenta mente perpendo toties immensum, quo Vestra meritis meis
+praeponderat clementia, momentum attonitus miror, veneror humillimus.
+Juvenem namque, alienigenam, nullo dum ingenii dato specimine notum,
+tanto quod condecorare honore, gratiosissime sitis dignati, cuinam magis
+rei adscribam, quam immensae Vestrae benevolentiae et favori inaudito?
+
+ Wat echter het feit betreft, dat het u behaagd heeft mij, zonder dat
+ ik er naar dong of het verdiende, toe te voegen aan dien
+ onvergelijkelijken man, een pigmee aan een Atlas, voorwaar zoo
+ dikwijls ik dat aandachtig overweeg, sta ik in stomme verbazing over
+ het kolossale gewicht, dat uw goedertierenheid meer in de schaal heeft
+ moeten leggen dan mijn verdiensten, en ik erken het nederig en
+ eerbiedig. Want dat gij u allergenadigst hebt verwaardigd een vreemden
+ jongeling, die nog door geen enkel bewijs van talent was bekend
+ geworden, met zulk een eer te begiftigen, waaraan zal ik dit wel meer
+ moeten toeschrijven dan aan uw oneindige welwillendheid en ongehoorde
+ gunst?
+
+Temerarius equidem videri possem, quod nulla tenuitatis meae ratione
+habita, hanc amplexus sim provinciam, in qua exequenda, post tantum
+Praedecessorem, ne mediocris quidem applausus spes mihi affulget. At
+enim inglorius plane sit oportet, animoque nimis abjecto, qui hinc
+dignitate, illinc liberalissimo excitatus honorario, torpeat, nascentis
+fortunae suae incurius.
+
+ Voorwaar ik zou vermetel kunnen schijnen, omdat ik zonder rekening te
+ houden met mijn eigen kleinheid deze taak heb aanvaard, bij het
+ volbrengen waarvan mij zelfs niet de hoop op een middelmatig applaus
+ toeschittert na zulk een voorganger. Maar toch _hij_ moet wel geheel
+ van eerzucht zijn ontbloot en al te versaagd zijn van geest, die aan
+ den eenen kant door de eer, aan den anderen door een zeer mild
+ honorarium aangespoord, onbeweeglijk blijft zonder zich te bekommeren
+ om den groei van zijn fortuin.
+
+ Me sane, ut ut exiguas probe agnoverim vires, hi tamen stimuli
+haud pupugere insensilem: novum insuper admovit calcar favoris
+plenissima Vestra, de me meisque studiis concepta, opinio: animum
+denique addidit consueta Vobis et propria generosae mentis indoles, qua
+ultra, quam juveniles pertingunt vires, a juvene nil exigitis. His
+adductus conditionibus accepi munus: his fretus illud nunc auspicor.
+
+ Ik zeer zeker, hoe volkomen ik ook mijn geringe krachten
+ erkende, was toch niet ongevoelig voor het steken van die prikkels.
+ Bovendien strekte mij tot een nieuwen spoorslag uw bijzonder gunstige
+ meening, die gij omtrent mij en mijn studiën hebt opgevat. Moed gaf
+ mij tenslotte uw gewone inborst eigen aan een edelaardigen geest,
+ waardoor gij niets verder van een jongeling verlangt, dan de jeugdige
+ krachten reiken. Door deze omstandigheden er toe gebracht heb ik mijn
+ ambt aangenomen: op deze vertrouwend aanvaard ik het nu plechtig.
+
+Faciet insculpta animo meo sempiterna hujus Vestrae in me munificentiae
+memoria, omnem ut moveam lapidem, ea ne plane indignus videar. Industria
+pensabo vires, ingenium assiduitate, labore indefesso aetatem, animo
+denique fulciam corpus, et quidquid in utroque est vigoris, totum id
+promovendis Academiae commodis unice sacrabo.
+
+ De eeuwigdurende herinnering aan uw mildheid jegens mij zal, in mijn
+ geest gegrift, maken, dat ik alles in het werk zal stellen, opdat ik
+ die niet algeheel onwaardig schijne. Door vlijt zal ik mijn krachten
+ goedmaken, mijn talent door gestadige toewijding, door onvermoeiden
+ arbeid mijn jeugd, met mijn geest ten slotte zal ik mijn lichaam
+ schragen en alle kracht, die in beide is, zal ik geheel eenig en
+ alleen aan het bevorderen der belangen van de Akademie wijden.
+
+Sic, spero, fiet, ut beneficii, a Vobis apud me collocati, Vos non
+poeniteat, nec me pudeat accepti. Quod agentem juvet bonorum omnium
+scaturigo inexhausta, Deus! A quo et Vobis, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE
+PROCERES, perpetuam salutis omnigenae et felicitatis intaminatae
+abundantiam, toto ex animo, apprecor.
+
+ Zoo zal het, hoop ik, geschieden, dat het noch u berouwt mij dien
+ weldaad te hebben bewezen, noch ik mij schaam haar te hebben
+ aangenomen. Moge daarbij God helpen, de onuitputtelijke bron van al
+ het goede. Van Hem bid ik ook u, zeer doorluchte leidslieden der
+ Akademie, een bestendigen overvloed aan alle mogelijke heil en
+ onbevlekt geluk van ganscher harte toe.
+
+Ad vos me converto, CELEBERRIMI PROFESSORES! Vos alloquor, Clarissima
+hujus Academiae Lumina! Miramini enim, dubio procul, juvenem, plurimis
+Vestrum incognitum, nonnulis autem, sexennio vix elapso, inter
+discipulos numeratum, eo procedere temeritatis, haec ut conscendat
+subsellia, Vestris sacra doctissimis vocibus, Vestris oraculis. At
+temeritatem ne putate, quae justa tantum aemulatio est, studiorum
+commodis inservitura.
+
+ Tot u wend ik mij, zeer beroemde hoogleeraren, u spreek ik toe,
+ schitterende lichten dezer Akademie! Gij verbaast u toch zonder
+ twijfel, dat een jongeling, den meesten van u onbekend, die voorts van
+ sommigen ternauwernood zes jaar geleden de leerling was, zulk een trap
+ van driestheid heeft bereikt, dat hij dezen zetel bestijgt, die aan uw
+ zeer geleerde stemmen is gewijd, aan uw orakelspreuken. Maar wilt niet
+ voor driestheid houden, wat slechts een geoorloofde wedijver is, welke
+ den studiebelangen ten goede zal komen.
+
+ Quid quisque possit, nisi tentando, non didicit. Probabitis itaque
+ausum huncce meum, meimet ipsius notitiam mihi exhibiturum, nec sane a
+fastu, a quo merito sum alienissimus, sed a latente in praecordiis
+honestae gloriae igniculo profectum. Juvat magnorum Virorum ad exempla
+componi. Vos igitur praeeuntes, a tergo conspicabor, et, dum nunquam
+dabitur assequi, saltem ex intervallo sequar.
+
+ Niemand leert kennen, wat hij vermag, indien hij niet de proef
+ neemt. Gij zult derhalve deze onderneming van mij goedkeuren, die mij
+ de kennis van mijzelf zal verschaffen, en die waarlijk niet haar
+ oorsprong heeft in hooghartigheid, waar ik terecht zeer ver van
+ verwijderd ben, maar in de in mijn hart verborgen vlam van betamelijke
+ roemzucht. Het is mij een genot tegenover de voorbeelden van groote
+ mannen geplaatst te worden. U derhalve zal ik, zooals gij voor mij
+ uitgaat, van achteren aanschouwen, en, terwijl het mij nooit zal
+ gegeven worden u in te halen, zal ik u tenminste met een
+ tusschenruimte volgen.
+
+ Quo ipso Vestram non praepediens viam, certa tamen reperero
+vestigia, quae gressus dirigent meos, nec aberrare sinent. Hujus interim
+beneficii ea erit apud me vis, ut omni vos honoris et observantiae
+cultu, pro ea, qua estis, dignitate, venerabundus suspiciam.
+
+ Daardoor juist zal ik zonder uw weg te versperren toch zekere
+ voetsporen vinden, die mijn schreden zullen leiden en zullen beletten
+ af te dwalen. Intusschen zal die weldaad zulk een invloed op mij
+ behouden, dat ik u alle mogelijke eer bewijzend en hoogachting
+ betoonend, waarop de verdiensten, die gij hebt, u recht geven, met
+ eerbied tegen u zal blijven opzien.
+
+Vobis praesertim, qui Philosophiae et Medicinae sacra, tanto cum omnium
+applausu, panditis, VIRI FAMIGERATISSIMI! Vobis, dum et publica me et
+privata voce formavistis, omnibus et singulis, jubente ita pietate
+Praeceptoribus debita, sigulari ut reverentia totum me in aeternum
+devoveam, pertinax faciet acceptorum memoria.
+
+ Aan u vooral, die de heiligdommen der Wijsbegeerte en der Geneeskunde
+ onder zulk een algemeene toejuiching ontsluit, zeer beroemde mannen,
+ dat ik aan u, zoowel aan allen als aan ieder afzonderlijk, daar gij
+ mij zoowel door uw openbaar als door uw particulier onderricht hebt
+ gevormd, met bijzonderen eerbied mij geheel voor altijd wijd, zooals
+ de dankbaarheid den leermeesters verschuldigd dat vereischt, daarvoor
+ zal de voortdurende herinnering aan het ontvangene zorgen.
+
+Est hinc, cur Tibi, VIR ACUTISSIME, PERSPICACISSIME ’S GRAVESANDE!
+publicas hic nunc persolvam grates, quod et privato me labore
+inconcussis Mathematicae Tuae Philosophiae praeceptis imbuere non
+sis dedignatus.
+
+ Zoo komt het ook, dat ik u, zeer vernuftige en scherpzinnige ’s
+ GRAVESANDE, hier nu openlijk den u toekomenden dank breng, omdat gij
+ het niet beneden u hebt geacht mij ook particulier in de vaste regels
+ uwer wiskundige Wijsbegeerte in te wijden.
+
+Tu quoque, ANATOMICORUM DEXTERRIME, SUBTILISSIME ALBINE! Qui, pari
+opera, necessariam adeo fabricae humani corporis cognitionem per
+aures mihi et oculos infudisti solertissime, animum Tibi meum longe
+obstrictissimum nunquam non comperies.
+
+ Ook gij, handigste der anatomen, zeer scherpzinnige ALBINUS, die mij
+ met gelijke moeite de absoluut noodzakelijke kennis van den bouw van
+ het menschelijk lichaam met de grootste bekwaamheid door ooren en
+ oogen hebt bijgebracht, steeds zult gij bevinden, dat mijn hart u in
+ de hoogste mate erkentelijk is.
+
+Te vero, CELEBERRIME BOERHAVI! Te cumprimis ni sigillatim hic compellem,
+mortalium ingratissimus jure habebor: si quid enim est in me ingenii, si
+qua artis Medicae peritia, si qua in Chemicis exercitatio, Tibi ego id
+omne soli debeo. Tres alias frequentaveram Tyro Academias, antequam
+prospera huc advectus fortuna, Tuo ab ore pependerim.
+
+ U echter, zeer beroemde BOERHAAVE, als ik u hier niet in de eerste
+ plaats afzonderlijk toespreek, zal men mij terecht voor den
+ ondankbaarsten der stervelingen houden. Indien ik namelijk eenig
+ talent bezit, eenige bedrevenheid in de Geneeskunde, eenige oefening
+ in de Scheikunde, dan ben ik dat alles u alleen verschuldigd. Drie
+ andere Akademies had ik als nieuweling bezocht, voordat ik door een
+ gelukkige lotsbestiering hier aangekomen, aan uw lippen heb gehangen.
+
+ Solam Te penes addiscere praxim animus erat, studiisque meis
+Academicis imponere coronidem: sed vixdum primis gustaveram labiis
+defoecatissimae Tuae doctrinae nectar, cum summa ejus dulcedo me mox
+tantopere rapuit, ut quidquid vel publicis vel privatis in lectionibus,
+ad quamcunque pertinens Medicinae partem, mellifluo ab ore Tuo prodiit,
+haurire sategerim avidissimus.
+
+ Ik was voornemens alleen de praktijk bij u te leeren en mijn
+ Akademische studiën te besluiten. Maar nauwelijks had ik nog met den
+ rand mijner lippen de nectar van uw kristalhelder onderricht geproefd,
+ of de buitengewoon lieflijke smaak daarvan heeft mij dra zoozeer
+ verleid, dat ik voldoende werk had om alwat hetzij in openbare hetzij
+ in besloten voorlezingen als honig uit uw mond te voorschijn vloeide,
+ op welk deel der Geneeskunde het ook betrekking had, met de grootste
+ graagte in te drinken.
+
+ Dolens nimirum vidi, fore per temporis mihi relicti angustiam, ut
+ablactarer citius, quam satiatus a Te recederem. Sive itaque vernam dici
+speciem, amabilissimis horti divitiis mira suavitate exponendis,
+dicares, jucundo Botanices studio discipulorum animos tanto redditurus
+alacriores ad laborum magis arduorum tolerantiam; seu inter furnos
+desudans, ad secretissimos Chemiae recessus viam monstrares, certo
+castigatissimae methodi filo tutissimam pariter ac facillimam;
+
+ Tot mijn smart zag ik namelijk dat ik wegens de kortheid van den
+ mij nog overgebleven tijd eerder zou gespeend worden, dan ik verzadigd
+ van u heen zou gaan! Hetzij gij derhalve een schoonen lentedag
+ besteeddet aan het verklaren der lieflijke rijkdommen van den Hortus
+ op een bewonderenswaardig aantrekkelijke wijze, om zoo door de
+ aangename studie der Botanie uw leerlingen des te meer lust in te
+ boezemen om zich moeilijker arbeid te getroosten, hetzij gij in het
+ zweet uws aanschijns tusschen de fornuizen tot de meest afgelegen
+ schuilhoeken der Scheikunde den weg weest, die door den zekeren
+ leiddraad van uw zoo eenvoudige methode even veilig als gemakkelijk
+ was;
+
+ seu exacta ad normam Mathematicam stabilires Theoriae Medicae
+fundamenta, quibus mox inaedificares immota Praxeos dogmata, medendi
+methodum felicissimum; Te ego secutus undique, illam potissimum diei
+partem optime a me collocatam credidi, quam Tibi consecraveram. Totum
+ergo Tuum est, si quid isthac mea industria profeci: Tu ejus omnem
+fructum, jure Tuo, a me repetis: quod dum gratus agnosco, poterat id
+solum Tibi me mille modis in aeternum devincire.
+
+ hetzij gij de grondslagen der theorie der Geneeskunde volgens
+ den wiskundigen regel vaststeldet om weldra de onomstootelijke dogma’s
+ der praktijk, de meest vruchtbare geneesmethode daarop te bouwen,
+ u volgde ik overal en meende, dat vooral dat deel van den dag het best
+ door mij was besteed, dat ik aan u had gewijd. Het is derhalve geheel
+ uw verdienste, indien ik met dien ijver van mij iets heb tot stand
+ gebracht. Gij moogt op alle vruchten daarvan met volle recht aanspraak
+ maken en, daar ik dit dankbaar erken, zou dit alleen mij reeds op
+ duizenderlei wijze voor eeuwig aan u hebben kunnen verplichten.
+
+Tu vero, VIR MAXIME! cujus immensa eruditione non minor est singularis
+humanitas, hocce beneficium majore alio cumulasti: dum eo quoque
+tempore, quo post exactum vitae Academicae curriculum vel exteras
+visurus regiones, peregre profectus eram; vel praxeos exercendae
+gratia, in aliis hujus Belgii urbibus morabar; quoties aut literis,
+aut praesenti Te colloquio solicitavi audax, miro semper favore mihi
+vacare, et saluberrima suppeditare consilia non es dedignatus.
+
+ Maar gij, o groote man, van wien de bijzondere minzaamheid de
+ onmetelijke geleerdheid evenaart, hebt op dien weldaad nog een anderen
+ grooteren laten volgen, daar gij ook in dien tijd, dat ik, na mijn
+ Akademischen loopbaan volbracht te hebben, hetzij naar het buitenland
+ was vertrokken om vreemde landen te bezoeken, hetzij tot het
+ uitoefenen der praktijk in andere steden hier in de Nederlanden
+ vertoefde, het niet beneden uw waardigheid hebt geacht, zoo dikwijls
+ als ik zoo vermetel was hetzij per brief hetzij persoonlijk in een
+ onderhoud uw hulp in te roepen, steeds met een verbazende
+ goedgunstigheid u ter mijner beschikking te stellen en mij de
+ heilzaamste raadgevingen te schenken.
+
+Imo ne hic quidem substitit summa Tua in me benevolentia: nam Tibi etiam
+debeo, quo nunc impertior, laboris mei praemium. Tu, quod benignum adeo
+apud Proceres de me judicium tuleris, effecisti, ut huic admotus muneri,
+hoc sim honore ornatus.
+
+ Ja zelfs daar bleef uw overgroote welwillendheid jegens mij
+ niet staan. Want aan u ben ik ook de belooning van mijn moeite
+ verschuldigd, die thans mijn deel wordt. Gij hebt bewerkt, doordat gij
+ zulk een welwillend oordeel tegenover de leidslieden over mij hebt
+ geveld, dat ik tot dit ambt ben geroepen, die eervolle onderscheiding
+ heb genoten.
+
+ Dum igitur pluribus Tibi obstringor nominibus, quam quibus unquam
+dissolvendis ulla me aetas parem faciet, accipe gratissimam horumce
+agnitionem, et sempiternum, quam publice hic nunc tanquam in tabella
+suspendo, memoriam in qualiscunque locum Charisterii; et certus crede,
+omnibus me nervis eo adnisurum, Tibi ut monstrem, quam procul absim ab
+ingrati animi crimine! Plura adjicere Tua vetat modestia, meusque pudor.
+
+ Daar ik dus te veel verplichting jegens u heb, dan dat ooit
+ eenige tijd het mij mogelijk zal maken mij er van te kwijten, aanvaard
+ daarom de erkenning daarvan, getuigend van de diepste dankbaarheid,
+ en de onvergankelijke herinnering daaraan, die ik hier nu openlijk
+ als in een gedenktafel gegrift ophang, in plaats van elk dankoffer,
+ en wees ervan overtuigd, dat ik met al mijn krachten mij hiertoe
+ zal inspannen, dat ik u toone hoever ik de beschuldiging van
+ ondankbaarheid van mij kan werpen. Meer hieraan toe te voegen
+ verbiedt mij uw bescheidenheid en mijn schaamtegevoel.
+
+Antequam tamen Te dimittam, jubet nota mihi mearum tenuitas virium, et
+operis, quod suscipio, difficultas, Te ut enixe obtester, velis eodem,
+quo me huic admovisti, favore, id aggressurum sublevare, et Tuis,
+quoties imploravero, sapientissimis mihi consiliis adesse. Tibi, at
+quanto Viro! succedo:
+
+ Voordat ik echter u verlaat, noopt mij de mij bekende zwakheid mijner
+ krachten en de moeilijkheid van het werk, dat ik op mij neem, dat ik u
+ dringend bezweer, dat gij met dezelfde gunst, waarmee gij mij tot dit
+ werk hebt geroepen, mij wilt steunen, nu ik op het punt sta het te
+ aanvaarden en, zoo dikwijls als ik er u om bid, met uw wijze
+ raadgevingen mij ter zijde staan. U en welk een man, volg ik op.
+
+ Tu viae, quam toties trivisti, peritissimus, nisi praeiveris,
+omnem despondeo animum: manu igitur me prehende juvenem, haud aequis
+passibus Te secuturum; dumque, quo Tua Te divino ingenio sociata
+decumana industria provexit in arte, eo eniti insanientis est, id saltem
+fac ut laudis consequar, Tuis quod vestigiis reptabundus quidem, at non
+indecorus tamen, inhaeream.
+
+ Als gij met uw groote ervaring omtrent den weg, dien gij zoo
+ vele malen hebt afgelegd, mij niet voorgaat, laat ik allen moed
+ zinken. Vat mij, jongen man, dus bij de hand, hoewel ik u niet met
+ gelijke schreden zal kunnen volgen en wil maken, dat, terwijl het
+ krankzinnig zou zijn te trachten die hoogte te bereiken, waartoe u
+ uw geweldige ijver gepaard aan een goddelijk talent in de wetenschap
+ heeft gebracht, ik tenminste die lof mij verwerf, dat ik uw
+ voetstappen blijf drukken, wel is waar kruipend vorderend maar
+ toch niet geheel roemloos.
+
+Vos denique, PRAESTANTISSIMI JUVENES! Vos, sacrata Philosophiae et
+Medicinae Pectora, alloquor! Vestris enim usibus totam se dedicat
+Chemia; vestris arctissime copulata studiis haeret. Si quo igitur ejus
+amore capti, doluistis, aliquo illam tempore siluisse, erigite nunc
+animos! Patet rursum officina: ardebunt furni: accedite, et mecum ad hos
+desudate!
+
+ U, tenslotte, voortreffelijke jongelieden, u, die u met hart en ziel
+ aan de Wijsbegeerte en Geneeskunde wijdt, spreek ik toe. Immers de
+ Scheikunde stelt zich geheel en al in dienst van uw belangen, met uw
+ studiën is zij ten nauwste saamgekoppeld en onafscheidelijk verbonden.
+ Indien gij dus soms in liefde voor haar ontstoken, het betreurd hebt,
+ dat zij eenigen tijd gezwegen heeft, weest dan nu weder goedsmoeds.
+ Wederom is de werkplaats geopend, de fornuizen zullen branden: komt,
+ en werkt daarbij met mij samen in het zweet uws aanschijns.
+
+ Suprahumano labore, sedulitate indefessa, sexcentis periculis,
+viam ante difficillimam expedivit Chemicorum Summus BOERHAVIUS, et, quo
+ipse usus est filo probatissimo, idem bona nobis fide porrigit: hujus
+ergo tenaces, Illum sequamur ducem, tuti et felices in artis adyta
+penetraturi.
+
+ Door bovenmenschelijken arbeid, door onvermoeide werkzaamheid,
+ onder duizend gevaren heeft BOERHAAVE, de opperste der scheikundigen,
+ den vroeger zoo moeilijken weg begaanbaar gemaakt en diezelfde
+ beproefde methode, waarvan hij zichzelf bediend heeft, geeft hij
+ naar zijn beste weten ons in handen. Laten wij dus daaraan vasthoudend
+ hem als leidsman volgen om zoo in veiligheid en met succes in de
+ heiligdommen der wetenschap binnen te dringen.
+
+ Vobis ego me offero comitem, et, si placet, adhortatorem. Si quid
+in me est virium, officii, aut consilii, utamini eo pro lubitu; Vobis id
+omne dico: Vestris enim prodesse studiis, ea demum est votorum mihi
+summa, is laborum finis erit unicus.
+
+ Aan u bied ik mijzelf als begeleider aan en, indien gij dat
+ wilt, als raadgever. Indien ik over eenige krachten, dienstvaardigheid
+ of verstand kan beschikken, gebruikt die dan, zooals gij verkiest. Aan
+ u wijd ik dit alles toe. Want uw studiën te bevorderen, dat is vooral
+ het toppunt mijner wenschen, dat is het eenige doel mijner moeiten.
+
+
+DIXI.
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+[Errata:
+
+JOHANNI TRIP ... civitatis Amstelaedamensis senatori
+ _text reads „senatorl“_
+
+utilissimam pariter ac maxime necessariam præstat operam
+ _text reads „utillissimam“_
+
+qua lethalem nonnullorum corporum ferociam
+ _text reads „nonnulorum“_
+
+tuti et felices in artis adyta penetraturi
+ _text reads „penetraruri“_]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ DE HARMONIE
+
+ van het
+
+ DIERLIJKE LEVEN
+
+ de openbaring van wetten.
+
+
+ Inwijdingsrede, bij het Aanvaarden van het
+ Hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche
+ Hoogeschool
+
+ door
+
+ Dr. F. C. DONDERS.
+
+ Uitgesproken 28 Januarij 1848.
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+
+Wij lezen bij den voortreffelijken Henle, dat, in de physiologie en
+vooral in de pathologie van het dierlijke leven, de teleologische
+beschouwingswijze (vragende naar het doel der verschijnselen) zich nog
+bijna overal krachtig doet gelden--en wie geen vreemdeling is in deze
+wetenschappen, staat gereed, die uitspraak te beamen.
+
+Immers niet enkel worden de verschijnselen hier met het praedicaat
+van _doelmatig_ bestempeld: teleologische betoogen ook vindt men als
+bewijsgronden in het midden gebragt en erkend, ja! in plaats van de
+_op te sporen oorzaak_, wordt het _onderstelde doel_ tot „_verklaring_“
+der verschijnselen ingeroepen. Of ziet men niet, zelfs door sommige
+Coryphaeën in de wetenschap, eene teleologische levenskracht, eene
+heelkracht der natuur, aan duizenden, _van de meest verschillende
+oorsaken afhankelijke_, verschijnselen _ten gronde gelegd_?
+
+Reeds vroeger (Gids 1846, bl. 893 e.v.) heb ik de teleologische
+beschouwingswijze--als ontbloot van absoluten grond, en hierom
+willekeurig en onwetenschappelijk--met een enkel woord bestreden. Het
+onderwerp evenwel scheen mij gewigtig genoeg voor eene meer uitvoerige
+behandeling, en, om deszelfs algemeene strekking, tevens bijzonder
+geschikt voor eene openlijke rede.
+
+Ik stelde mij hierom voor, hetzelve, bij gelegenheid der aanvaarding van
+het hoogleeraarsambt, nader te behandelen,--en vooreerst te betoogen,
+dat, wanneer wij het doel in de verschijnselen der natuur ook geenszins
+loochenen, eene _leer_ van het doel nimmer _wetenschap_ worden kan, en
+derhalve op het natuurkundig gebied niet mag worden geduld;--ten anderen
+te doen zien, dat--waar, bij de prachtvolle en ingewikkelde harmonie
+van het dierlijke leven, de, als ware het, aangeboren neiging van den
+mensch tot anthropomorphismus het _doel_ als de _oorzaak_ ons wil
+opdringen--het opsporen der wetten van wording, naar de oorzakelijke
+methode, niettemin mogelijk blijft;--en eindelijk had ik willen
+aantoonen, hoe, schier in elke wetenschap der natuur, dwalingen
+en bekrompene beschouwingen uit de teleologische zienswijze zijn
+ontsproten, die ook thans nog, inzonderheid op het gebied der
+physiologie--bij name die van het ziekelijke leven, de verdere
+ontwikkeling belemmeren, en met het stellig karakter van wetenschap
+geenszins strooken.
+
+Voor dit laatste gedeelte echter, waaruit het duidelijkst de
+noodzakelijkheid zou zijn voortgevloeid, om de teleologie van het
+natuurkundig terrein te weren, ontbrak mij ditmaal de tijd. Elders
+hoop ik dien later te vinden.
+
+Mogen ook zij, wier meeningen en begrippen van de hier voorgedragene
+afwijken, deze bladeren zonder vooroordeel ter hand nemen, en verder ook
+niemand al te ligtvaardig het vonnis er over uitspreken!
+
+ DE SCHRIJVER.
+
+
+ Edelgrootachtbare heeren curatoren der Utrechtsche Hoogeschool!
+
+ Weledelgestrenge heer secretaris van het collegie der curatoren!
+
+ Hooggeleerde heeren, waarde ambtgenooten! en weledele zeer geleerde
+ heeren lectoren!
+
+ Die met het bestuur van dit gewest of deze stad of met de handhaving
+ des regts zijt belast, mannen reeds door stand en werkkring
+ eerwaardig!
+
+ Weleerwaarde heeren, bedienaars van de Godsdienst!
+
+ Weledele zeer geleerde heeren doctoren der verschillende faculteiten!
+
+ Aanzienlijke schaar van jongelingen, die u aan de beoefening der
+ wetenschappen toewijdt!
+
+ En voorts gij allen, die ons met uwe tegenwoordigheid vereert, zeer
+ gewenschte toehoorders!
+
+
+Werwaarts wij in de natuur onze oogen rigten, alom erkennen wij
+verband, schier overal orde en harmonie. Elk punt op het uitgestrekte
+veld is een deel van het groote organismus, een schakel der onafzienbare
+keten, die noch begin noch einde kent, en in wezen ondeelbaar is.
+
+Zóó innig is de band, die al ’t bestaande zamenvlecht!
+
+Bewegen wij ons in de onmetelijke ruimte, waarin de verbeelding schier
+weigert onze woorden te volgen, daar treedt ons, tusschen duizenden van
+hemelbollen, het zonnestelsel als een geheel van orde en majesteit te
+gemoet, dat ons dwingt tot eerbiedige bewondering. Niet alleen zien wij
+de planeten door de zon, als door een hoogere magt, aan hare banen
+geketend; maar tevens weten wij, dat ook elke stoornis, van den
+wederkeerigen invloed der planeten afhankelijk, vereffend wordt,
+vóór zij de bestaande orde zou kunnen bedreigen.
+
+De aarde, met hare duizenden van voortbrengselen, is volmaakt
+geëvenredigd aan de schitterende vorstin van het stelsel. Haar afstand
+van de zon beantwoordt aan de vereischte warmte voor eene krachtige
+ontwikkeling van planten en dieren, aan het vereischte licht, om de
+Natuur in haren vollen luister ten toon te spreiden, zonder door te
+hellen gloed onze oogen te verblinden.
+
+De dampkring, die onze planeet omhult, vindt tot bodem _hier_ den vasten
+grond, welks bergtoppen zich als ondiepten verheffen in die zee van
+lucht, _daar_ den wijden oceaan, die de diepten der aardkorst vereffent;
+en elk dier elementen brengt al de voorwaarden mede voor de ontwikkeling
+en het leven van het heir van voorwerpen, die ze bewonen.
+
+Voortdurend stijgt het water van de oppervlakte der zee in den
+dampkring op, en valt ginds, als vruchtbare regen, op den dorstenden
+grond. Dit water behoeven de planten. Maar zij putten ook uit denzelfden
+bodem de onbewerktuigde stoffen, niet regtstreeks door den regen
+aangevoerd;--en van de hooge bergen stort zich het water, rijk beladen
+met de bestanddeelen der verweerde rotsen, naar beneden, en drenkt
+hiermede het land, waardoor het kronkelend naar den oceaan terugvloeit.
+
+Zoo is er zamenhang tusschen alle verschijnselen der natuur; zoo wordt
+ten slotte alles dienstbaar aan de ontwikkeling van leven.
+
+Nergens evenwel is het verband treffender dan tusschen de beide rijken
+der levende natuur. Vereenigd door de dampkringslucht, waaruit beide
+putten en die in beide haar voedsel vindt, voorzien zij wederkeerig in
+elkanders behoeften. De dieren ontwikkelen het koolstofzuur, dat de
+planten als voedsel aan den dampkring ontleenen; de planten staan in
+de zuurstof de levenslucht af voor het dier,--en zóó is voor beide de
+dampkring een eeuwige, onuitputtelijke bron.
+
+Nimmer is hij in rust. Van de oppervlakte der aarde, waar de lucht
+aan gestadige wisseling van bestanddeelen onderworpen is, stijgt zij
+naar boven, om op hetzelfde oogenblik te worden aangevuld; en door
+onophoudelijke stroomen wordt hare zamenstelling alom gelijkmatig
+bewaard, beantwoordt alom aan de voorwaarden tot leven en ontwikkeling
+van planten en dieren.
+
+Het is de taak van den natuuronderzoeker, de betrekking tusschen al
+de verschijnselen der natuur op te sporen. Die taak is even schoon
+als verheffend. In de harmonie, die hem des te levendiger in de oogen
+schittert, hoe ruimer en meer omvattend zijn blik wordt, verschijnt hem
+de natuur als een volmaakt geëvenredigd, organisch geheel. Het genot,
+uit hare aanschouwing geboren, is een krachtige prikkel voor zijnen
+navorschenden geest. Steeds door harmonische indrukken opgewekt, en in
+zijne werking geleid en bepaald, wordt die geest zelf meer en meer aan
+harmonie deelachtig. Zóó ontwikkelt natuurbeschouwing bij hem een waar
+gevoel voor het schoone en goede. Zóó kan zij de grondslag worden eener
+verheven wijsgeerige moraal.
+
+En toch--de kennis dier harmonie is niet het rustpunt van zijn streven.
+Hij wil indringen in hare oorzaken, opklimmen tot haren grond. Hij
+voelt zich gedrongen, te vragen naar de wetten, die aan de ontwikkeling
+der harmonie ten gronde liggen, en wil ze in die wetten erkennen als
+noodzakelijk. De eeuwig onveranderlijke eigenschappen der grondstoffen
+en der grondkrachten op te sporen, en aan te wijzen, hoe elk
+natuurverschijnsel uit deze eigenschappen noodwendig voortvloeit,
+zietdaar het ideaal van zijn streven, het toppunt zijner kennis!
+
+Wij weten, dat dit ideaal geenszins bereikt is; maar wij weten evenzeer,
+dat er belangrijke schreden op den weg tot verwezenlijking gedaan zijn.
+
+De sterrekundige toont aan, dat de wetten van traagheid en aantrekking,
+die slechts de uitdrukking zijn van de onveranderlijke eigenschappen der
+stof, de hemelbollen aan hunne banen kluisteren; en uit de betrekking
+tusschen de loopbanen en de omloopstijden der onderscheidene planeten
+leert de wiskunde hem onfeilbaar besluiten, dat elke stoornis zich
+noodwendig moet vereffenen, dat de orde van het zonnestelsel tot in de
+verste tijden onomstootelijk verzekerd is.
+
+De natuurkundige kent de oorzaken van het opstijgen der waterdampen, van
+het condenseren dier dampen in den atmosfeer: en in het neerstorten van
+den regen, zoo wel als in de kracht, waarmede het zeewaarts stroomende
+water zijne voren in de aarde groeft, ziet hij het noodwendig
+uitvloeisel van dezelfde eigenschap der stof, die de banen der
+hemelbollen bepaalt. Het verweren der rotsen, het doordringen van hare
+bestanddeelen tot aan de wortels der planten, dit alles is in vaste
+natuurwetten als noodwendig aangetoond.
+
+De meteoroloog geeft rekenschap van het opstijgen der lucht, en kent
+de oorzaken der stroomen, die de zamenstelling des dampkrings alom
+gelijkmatig bewaren,--ja! ’t geheele zoo wisselvallig spel der elementen
+is door hem teruggebragt tot ééne hoogste oorzaak: ongelijke verdeeling
+van warmte.
+
+Eindelijk de geoloog, die de gesteldheid der aardkorst onderzoekt, komt
+op onwankelbare gronden tot het besluit, dat de aarde, vóór onafzienbare
+tijden, als eene gloeijende zee door het wereldruim zweefde; en,
+steunende op wetten, die weder niets anders zijn, dan de eeuwige
+eigenschappen der stoffen en krachten, erkent hij, dat zij noodwendig al
+de gedaanteverwisselingen moest doorloopen, waarvan de huidige toestand
+harer korst, als een onfeilbaar geschiedboek, getuigt.--Kortom! de
+wetenschap leert, dat de geheele stoffelijke wereld door den ijzeren
+schepter der noodwendigheid beheerscht wordt!
+
+Niet overal echter is deze waarheid even diep en krachtig doorgedrongen.
+Niet overal is de behoefte even levendig ontwaakt, om tot den grond op
+te klimmen der erkende harmonie. In de bewerktuigde wereld treedt zij,
+bij eene onuitputtelijke verscheidenheid, zoo rijk, zoo ingewikkeld,
+zoo schoon en boeijend op, dat men wel niet zoo gemakkelijk van haar
+kon afscheid nemen. De geest, verrukt door schoonheid en genot, duizelde
+bij het denkbeeld, om tot de oorzaken op te klimmen, waardoor zooveel
+harmonie tot stand kwam. Zoo gaf hier de volheid harer pracht voedsel
+aan eene beschouwingswijze, die overal elders reeds lang voor eene
+juistere had moeten onderdoen.
+
+Buiten de levende natuur toch erkent men, zoo als ik u aantoonde, niets
+dan wetten, niets dan noodzakelijkheid. Zoo legt de geoloog, om, bij de
+geschiedenis der Aarde van de verschijnselen tot de werkende oorzaken
+op te klimmen, de overtuiging ten gronde, dat van al de opvolgende
+veranderingen der aarde de voorwaarden reeds aan de vroegste perioden
+van haar bestaan verbonden waren;--en hoe meer zijn onderzoek zich
+uitbreidt, des te minder wordt die overtuiging beschaamd. Wil hij de
+verschillende lagen der vaste aardkorst, de verdeeling van water en
+vast land over hare oppervlakte, de afwisseling van bergen en dalen, de
+rivieren en bronnen, en zoo vele andere verschijnselen, (voor zoo verre
+de levende natuur vreemd aan derzelver ontstaan is,) in hunne wording
+toelichten, hij beroept zich slechts op wetten, hem door de sterrekunde,
+de natuur- en scheikunde aan de hand gedaan, en ziet hieruit al die
+verschijnselen met noodzakelijkheid geboren worden.
+
+Planten en dieren daarentegen beschouwt men veelal niet als geworden,
+maar als gevormd; niet als eene ontwikkeling der natuur naar bepaalde
+wetten, maar als de voortbrengselen eener nieuwe schepping; niet als
+de verwerkelijking van hetgeen in de eigenschappen der grondstoffen en
+grondkrachten reeds besloten lag, maar als naar een wel beraamd plan, in
+harmonie met de overige natuur, eerst later door eene hoogste Wijsheid
+tot stand gebragt.
+
+Dit anthropomorphismus leidde tot eene vergelijking van planten en
+dieren met de kunstigste voortbrengselen van ’s menschen hand: de deelen
+heeft men hierom werktuigen, de verschijnselen verrigtingen en het
+geheel een organismus genoemd. Men vroeg niet: waardoor kwamen zij
+tot stand? maar bepaalde zich bij elk werktuig tot de vraag: waartoe
+dient het? waartoe is het bestemd? En even als in een werktuig, door
+menschelijk vernuft tot stand gebragt, waande men den grond, de oorzaak
+van het bestaan, te kennen, waar men dacht, de bestemming of het doel
+te hebben geraden. Zoo antwoordde men op de vraag: _waartoe_? en zag
+hierbij over het hoofd, dat het _waardoor_? onbeantwoord bleef. Gij ziet
+het: men plaatste zich op een teleologisch standpunt.
+
+Ik laat aan de wijsbegeerte de beslissing over, of men het regt heeft,
+in de natuur van een doel te spreken: maar ik wilde u hier reeds doen
+opmerken, dat men in de wetenschap van het leven afgeweken is van den
+weg, die in de overige natuur-wetenschappen zoo veel dieper in den
+oorzakelijken zamenhang der verschijnselen liet doordringen. En toch
+schijnt die weg mij ook hier de éénige, die tot hoogere waarheid leidt.
+Indien de harmonie van het dierlijk organismus, die aan het besluit tot
+een doel ten gronde ligt, volgens bepaalde wetten tot stand komt, dan is
+zij de openbaring dier wetten. Dan wil men die wetten vaststellen en op
+deze de noodzakelijkheid der harmonie gronden, in plaats van zich met
+een nooit bewijsbaar doel als grond te vergenoegen. Eene poging hiertoe
+is het doel mijner rede. Ik zal trachten de noodwendigheid der harmonie
+van het dierlijk leven uit de wetten aan te toonen, krachtens welke die
+harmonie tot stand komt.
+
+
+Wanneer ik de harmonie in de geheele bewerktuigde wereld even noodwendig
+acht, als de orde in den sterrenhemel, dan spreek ik hiermede geenszins
+het vonnis uit over den natuurvorscher, die, zonder naar den grond te
+vragen, zich bloot de kennis dier harmonische betrekking ten doel stelt.
+Integendeel,--ik heb het reeds gezegd,--ik acht die kennis hoog. Zij ook
+alleen kan ons opvoeren tot de oorzaken, die der harmonie ten gronde
+liggen. Maar wanneer men uit de harmonische betrekking besluit tot
+een doel, en, in den waan van hiermede den grond gevonden te hebben,
+het doel tot verklaring der verschijnselen inroept, of zelfs de
+mogelijkheid der verschijnselen aan het doel ten toets brengt, dan meen
+ik die rigting ernstig te moeten wraken. Zij sluit het onderzoek uit
+naar den grond, en wiegt het zoo noodige bewustzijn onzer onkunde met
+schijnkennis in slaap.
+
+Het teleologisch standpunt blijft daarenboven altijd een betrekkelijk.
+Men denke zich ’t heelal door eene alwijze Almagt met een bepaald doel
+tot stand gebragt: wie is vermetel genoeg, zich op het standpunt van
+God te plaatsen? En welk standpunt zullen wij dàn kiezen?--Het dier,
+dat zijn’ vijand ten prooi valt, moge in diens oog aan zijne bestemming
+beantwoorden, in zijn eigen oog valt het als slagtoffer van het noodlot.
+Maar gij wilt u plaatsen op het standpunt van mensch:--Welnu! wanneer
+gij, als mensch, duizenden verschijnselen in de natuur doelmatig roemt,
+wees dan consequent, en noem ondoelmatig, wat niet met uwe menschelijke
+inzigten strookt. Hebt gij u het regt aangematigd, naar uwe inzigten
+over doelmatigheid te oordeelen, dan hebt gij het regt verbeurd, u op
+de ondoorgrondelijke wegen der Voorzienigheid te beroepen, waar gij het
+doel in uwe oogen miskend ziet. En wie zal het wagen, waar jeugdige
+en veel belovende kracht onder het geweld eener moorddadige ziekte
+bezwijkt, waar door geweldige aardbevingen in eene enkele minuut
+duizenden van menschenlevens vernietigd worden, waar in den mislukten
+oogst millioenen onzer natuurgenooten eene toekomst lezen van honger en
+ellende,--wie, vraag ik, zal het wagen, bij dergelijke verschijnselen,
+een doel te willen raden?--Gij vraagt hier naar den grond. Gij wilt de
+oorzaken dier verschijnselen kennen, welke gij rampen noemt. Welnu!
+verlaat dan ook het teleologische standpunt, en tracht niet tot het
+doel, maar tot den grond door te dringen, waar gij in de verschijnselen
+orde erkent en harmonie: want gene als deze zijn verschijnselen
+derzelfde natuur; en die u welgevallig zijn, zij berusten op geene
+andere wetten, dan die gezondheid en leven u bedreigen.
+
+
+Wanneer ik eene poging waag, om de wetten vast te stellen, waarnaar
+de harmonie van het dierlijk organismus zich ontwikkelt en handhaaft,
+dan verwacht gij geenszins in deze wetten verwezenlijkt te vinden,
+wat ik u als het ideaal van ons streven voorstelde. Dit is nog slechts
+in eene enkele der natuur-wetenschappen bereikt: in de sterrekunde,
+die,--hoeveel haar descriptief gedeelte nog te wenschen overlate,--zoo
+wel van hare scherpte in waarneming als volmaaktheid in theorie de
+schitterendste bewijzen gaf. Maar toch ook deze wetenschap leerde de
+verschijnselen van haar gebied tot wetten terugbrengen, vóór zij den
+grond dier wetten in de eigenschappen der stof doorzag. Het wetboek
+was door Kepler geschreven, vóór het genie van Newton deszelfs geest
+verklaarde. Door Kepler waren de banen en omloopstijden der planeten
+aan wetten gebonden, vóór Newton de noodzakelijkheid dier wetten grondde
+in ééne hoogste wet, en hiermeê tevens den sleutel gaf van hetgeen de
+waarneming afwijkends van de wetten van Kepler had aangetoond of verder
+zou aantoonen.
+
+Dit nu is de weg voor elke andere wetenschap der natuur. Door het
+opklimmen tot hoogere en hoogere wetten naderen wij den eindpaal,
+waarnaar wij streven. Slechts trapsgewijze is hij te bereiken. Het is
+waar, wanneer wij de wetten kunnen vaststellen, naar welke de harmonie
+van het dierlijk leven zich ontwikkelt, dan mag die harmonie nog
+geenszins verklaard heeten: eene verklaring, die iets anders zijn zou
+dan eene hoogste wet, dat is eene standvastige eigenschap van stof of
+kracht, kan noch mag ons geheel bevredigen. Maar wanneer men, op grond
+hiervan, met eenig regt zou kunnen beweren, dat door het vaststellen van
+wetten eener lagere orde de zwarigheid slechts verplaatst en niet wordt
+opgeheven, dan vergete men niet, dat het eene verplaatsing is nader bij
+het doel, en dat elke sport van den langen ladder even onvermijdelijk
+is.
+
+
+Vóór wij de wetten toetsen, die aan de harmonie van het dierlijk leven
+ten gronde liggen, moeten wij een’ blik werpen op die harmonie zelve.
+Reeds terstond springt ons in het oog, dat zij eene tweeledige is. Zij
+openbaart zich eensdeels in de betrekking van het organismus tot de
+invloeden, waaraan het is blootgesteld, anderdeels in zijne betrekking
+tot de levensbehoeften, naauw verbonden met die zijner zamenstellende
+deelen tot elkander. In beide opzigten streeft zij onophoudelijk eene
+hoogere volmaking te gemoet.
+
+Beschouwen wij eerst de betrekking van het organismus tot sommige
+invloeden.
+
+De geheele aarde, hoe verschillend de temperatuur zij van hare
+oppervlakte, is met dierlijke wezens bevolkt. Van de tropische gewesten
+af, waar, onder de brandende zon in het zenith, de temperatuur der lucht
+zelfs de bloedwarmte kan overtreffen, tot in de oorden van eeuwig sneeuw
+en ijs, overal treedt dierlijk leven ons tegemoet. Maar onder elk
+klimaat, onder elke temperatuur zijn het andere geslachten, andere
+soorten; en zoowel de rijke en prachtige Fauna der keerkringsgewesten,
+als de ijsbeer en het rendier van het Noorden, eischen voor gezondheid
+en leven juist die temperatuur, waaraan zij zijn blootgesteld. Waar dan
+ook geene werktuigelijke hinderpalen aan eene onbeperkte verspreiding
+in den weg stonden, was verschil in warmtegraad voldoende, om een’
+onoverkomelijken grensmuur op te trekken. Duidelijk zien wij dit vooral
+in het lama, dat op de verhevene weivlakten van Chili en Peru tot meer
+dan 4000 ellen boven de oppervlakte der zee leeft en zich tot ver in
+Patagonie heeft verspreid, maar noch in Brazilië noch in Mexico wordt
+aangetroffen. De voor zijne organisatie te hooge temperatuur der lagere
+streken, die het had moeten doortrekken, om deze landen te bereiken,
+trad als beletsel op. Evenzoo staat de koude der toppen van de
+Cordilleras als scheidsmuur daar tusschen vele soorten van dieren,
+inzonderheid van insekten.--Waar daarentegen werktuigelijke hinderpalen
+de verspreiding langs de isothermen beperkten, heeft de mensch, door
+zijne tusschenkomst, slechts die hinderpalen te overwinnen, om een nieuw
+gebied van verspreiding te openen. Dit bewijzen ons de paarden en
+runderen, die, door de Spanjaarden naar Amerika overgebragt, zich aldaar
+in het ontelbare vermenigvuldigd hebben. Maar, wildet gij de noordelijke
+dieren naar het zuiden, de zuidelijke naar het noorden overplanten, gij
+zoudt uwe poging verijdeld zien. Het rendier, volkomen gehard tegen de
+lange en strenge winters van Lapland, brengt te Petersburg den zomer
+reeds kwijnende door, en bezwijkt spoedig onder den invloed der warmte
+van een meer gematigd klimaat. En in hetzelfde oord sterft de aap aan
+longtering, en kan de slang alleen door koestering en verwarming het
+ellendig plantenleven rekken, waartoe zij door de koude onzer gewesten
+gedoemd is.
+
+De mensch althans, meent gij, maakt eene uitzondering. Hij, als
+wereldburger, bewoont met enkele hem gevolgde huisdieren schier de
+geheele oppervlakte der aarde, en leeft bij de grootste verscheidenheid
+van temperatuur.--Ik zou u kunnen wijzen op het tal van middelen,
+waardoor zijn vindingrijk vernuft aan felle koude en brandende hitte
+leerde afbreuk doen; maar liever vraag ik u, of niet evenzeer de Neger
+als de Laplander het best beantwoordt aan den invloed der temperatuur
+van het oord zijner bewoning. Het is u niet onbekend, hoe vaak
+verhuizing naar een vreemd klimaat leven en gezondheid kost. _Waar_
+is het,--en die regel is algemeen,--dat, onder de verschillende
+hemelstreken, de organisatie van menschen en dieren harmonisch
+beantwoordt aan de heerschende temperatuur. Vanwaar die harmonie? Mogen
+wij ze, op het natuurkundig standpunt, voor verklaard houden, met in
+haar een wijs doel te erkennen van den Schepper, die hier deze, daar
+gene dieren in het aanzijn riep?--Gewis niet!
+
+Even harmonisch is het verband tusschen de gevoeligheid van het oog en
+de sterkte van het licht. Reeds merkte ik op, hoe het zonlicht de
+luisterrijke pracht der natuur voor ons oog toegankelijk maakt, zonder
+het door zijnen glans te verblinden. Maar ziet de nachtelijke dieren!
+Zij bezitten eene gevoeligheid van oog, die hen wel is waar het daglicht
+moet doen schuwen, maar die juist hen in staat stelt, hunne prooi te
+zien en met zekerheid te bemagtigen, waar voor ons enkel duisternis
+heerscht. Heerlijke doelmatigheid! moge de teleoloog hierbij in
+bewondering uitroepen: hij wane niet, met dien uitroep tot de oorzaak
+van het verband te zijn opgeklommen.
+
+De dampkring, eene noodwendige voorwaarde van het dierlijk leven, oefent
+eenen tweeledigen invloed op het organismus: eenen werktuigelijken door
+zijne drukking, eenen scheikundigen door zijne zamenstelling. In beide
+opzigten is de organisatie van het dier hieraan harmonisch geëvenredigd.
+In de ijlere lucht, die de hoogste bergtoppen omringt, wordt vaak de
+moedige reiziger door de lastigste verschijnselen gekweld. Zijne aderen
+zwellen op; het bloed dringt hem uit lippen, mond en neus, zelfs uit het
+bindvlies zijner oogen. Bij versnelden pols en ademhaling voegt zich
+duizeligheid, onmagt of slaapzucht; en hij wordt door eene loomheid
+overvallen, die, op haar hoogste punt gekomen, volgens getuigenis
+van de Saussure, hem eene enkele schrede weigeren zou, om het
+dringendst gevaar te ontvlieden. Zoo zinkt hij moedeloos, afgemat,
+neder;--en trots boven zijn hoofd verheffen zich de arend en de condor,
+en zweven in statige vlugt door den nog dunneren dampkring.
+
+Niet minder beantwoordt het organismus aan de zamenstelling der lucht,
+waaraan het is blootgesteld. Plaats een dier, dat den frisschen
+dampkring met ons deelt, in een mengsel, hiervan merkelijk in
+zamenstelling onderscheiden, gij zult het onfeilbaar zien bezwijken.
+Maar evenzeer zoudt gij het leven vernietigen van den worm, die in de
+vochten van het darmkanaal voedsel vindt en lucht om te leven, zoo gij
+hem overbragt in den vrijen dampkring; de scheikundige invloed van dezen
+is vijandig aan zijne organisatie.
+
+Merkwaardig ook vooral is de harmonische betrekking tusschen het
+organismus van elk dier, en het voedsel tot zijne instandhouding. Overal
+is het dier juist door datgene als omringd, wat voor zijne voeding het
+geschiktste is. Terwijl de natuur duizenderlei schadelijke stoffen
+oplevert, die, in het organismus gevoerd, gezondheid en leven bedreigen,
+is er onder de talrijke bestanddeelen onzer natuurlijke voedsels geen
+enkel, welks invloed zich verderfelijk toont. Wederkeerig zegt men, dat
+sommige dieren zich ongestraft voeden met stoffen, die voor anderen
+doodelijk zijn; en het is eene erkende waarheid, dat plantetende dieren,
+die zoo ligtelijk giftplanten in hun voedsel zullen gemengd vinden,
+hiervan zonder eenige nadeelige uitwerking hoeveelheden verdragen,
+waartegen het leven van vleeschetende dieren niet bestand is. Maar deze,
+zegt de teleoloog, zijn door hunne levenswijze tegen het opnemen van
+plantaardige vergiften genoegzaam gewaarborgd; en zij hadden dus geene
+behoefte aan diezelfde ongevoeligheid. Wacht U, hierin eene verklaring
+te zien!
+
+Nog een derde punt in de verhouding van het dierlijk organismus tot
+de voedsels verdient allezins onze aandacht. Het is niemand onbekend,
+dat van de dieren zich eenigen met plantaardige, anderen met dierlijke
+zelfstandigheden voeden, terwijl eindelijk een niet gering aantal zich
+van gemengd voedsel bedient. Met dit verschil nu van voedsel, waartoe
+het dier door zijne levenswijze en geheele organisatie als gedwongen
+is, verkeert het darmkanaal in de heerlijkste overeenstemming. Dierlijke
+stoffen behoeven, na opgelost te zijn, naauwelijks verandering te
+ondergaan, om als geschikte bestanddeelen in het bloed te worden
+opgenomen; de meeste plantaardige daarentegen eischen eene langere
+inwerking van het spijsverteringsvocht;--van dierlijke stoffen is eene
+betrekkelijk geringe hoeveelheid tot herstelling van het verlorene
+benoodigd; van plantaardige zelfstandigheden worden hiertoe integendeel
+grootere massas gevorderd: en juist hieraan geëvenredigd bezitten de
+vleeschetende dieren een korter en eenvoudiger, de plantetende een
+langer en meer zamengesteld spijsverteringskanaal, terwijl de mensen en
+de overige dieren, die zich van gemengd voedsel bedienen, in dit opzigt
+het midden houden. Treffende harmonie, inderdaad!.... Is het rekenschap
+geven van dit verband, wanneer wij zeggen: deze dieren verkregen een
+korter, gene een langer darmkanaal, opdat elk zou beantwoorden aan den
+aard van zijn voedsel?--Geenszins!
+
+Ik zou de voorbeelden van harmonie tusschen het dierlijk organismus
+en de invloeden, waaraan het voortdurend is blootgesteld, tot in het
+ontelbare kunnen vermenigvuldigen; maar reeds hoor ik u veeleer vragen
+naar den grond dier harmonie. Immers ik heb ze genoemd wettig en
+noodwendig. Gij hebt dus regt, meer te eischen, dan op het menschelijk
+standpunt hierin een wijs en verstandig doel te zien aangetoond. Gij
+wilt weten, hoe zij tot stand kwam, hoe zij zich handhaaft. Eene enkele
+wet geeft er u rekenschap van: _Elk dierlijk wezen wordt door de
+invloeden, waaraan het duurzaam is blootgesteld, in zijne organisatie
+zoodanig gewijzigd, dat het aan die invloeden harmonisch beantwoordt_.
+
+
+Die wet klinkt u bekend;--zij is zulks in waarheid. Duizenden malen hebt
+gij het woord _gewoonte_ uitgesproken, maar veelligt zijn’ diepen zin
+niet altijd wel doorgrond. Gij hebt haar genoemd eene tweede natuur.
+Ik noem haar de natuur zelve. Wanneer wij erkennen als wet,--dat is:
+als eeuwige waarheid, voor het verledene als voor het heden en de
+toekomst,--dat de aard en zamenstelling van elk bewerktuigd wezen
+gewijzigd wordt door de invloeden, waaraan het blootstaat, dan moeten
+wij met noodzakelijkheid besluiten, dat, bij de allengsche ontwikkeling
+van dierlijke wezens op de oppervlakte onzer planeet, de gesteldheid der
+onderscheiden kiemen door de invloeden, dat is door de omstandigheden,
+is bepaald geworden, en dat trapswijze verandering dier omstandigheden
+tot gedurige wijzigingen, welligt tot splitsing in thans onderscheiden
+soorten heeft aanleiding gegeven, zóó evenwel, dat, in elke periode, de
+organisatie der dierlijke wezens aan de invloeden van buiten harmonisch
+geëvenredigd bleef.
+
+Maar toetsen wij de vastgestelde wet aan de verschijnselen; en laat ons
+zien, of zij werkelijk rekenschap geeft van de harmonie, door deze zoo
+luide en krachtig verkondigd.
+
+In de eerste plaats wees ik u op de betrekking tusschen het dierlijk
+organismus en de uitwendige temperatuur. Niets gemakkelijker dan te
+bewijzen, dat deze betrekking noodwendig voortvloeit uit genoemde
+wet. Vooreerst is het in de hoogste mate waarschijnlijk, dat alle
+menschenrassen uit één en denzelfden stam zijn ontsproten en zich, uit
+eene bepaalde streek, over het grootste gedeelte der aarde verspreid
+hebben. En thans zien wij de organisatie van elke verscheidenheid
+harmonisch beantwoorden aan het klimaat, waaronder zij leeft. Hoe ware
+dit mogelijk, wanneer die organisatie niet allengs ware gewijzigd
+geworden, naar gelang ze aan eene andere temperatuur werd
+blootgesteld?--Of mogt gij twijfelen aan den oorsprong van alle
+menschenrassen uit denzelfden stam, dan heb ik u slechts het zoogenoemde
+acclimateren te herinneren. Wat is dit anders, dan eene wijziging van
+het organismus onder den invloed eener vreemde luchtstreek, eene
+wijziging in dien zin, dat het beantwoordt aan de heerschende
+temperatuur en de overige invloeden, aan dit klimaat verbonden?--Ik zou
+u voorts kunnen wijzen op de uitersten van temperatuur, waaraan zoo
+velen zich door den aard van hun beroep leerden gewennen; maar gij
+behoeft slechts uw eigene ondervinding te raadplegen. Als na dagen
+van strenge vorst de thermometer ook slechts weinige graden boven het
+vriespunt rijst, spreken wij reeds van eene zoele lucht; en in het
+najaar, bij eene veel hoogere temperatuur, rillen wij niet zelden van
+koude. Eenige dagen, in eene warme kamer doorgebragt, zijn voldoende,
+om ons voor de frissche buitenlucht gevoeliger te maken; en wie, van
+zijne jeugd aan, tegen koude gehard is, stelt zich veilig bloot aan het
+guurste jaargetijde. Zoo krachtig doet zich hier de invloed der gewoonte
+gevoelen. En wanneer wij nu overwegen, dat de kiem van elke diersoort
+onder eene bepaalde temperatuur gelegd werd, dat zich elke soort onder
+eene bepaalde temperatuur hooger en hooger ontwikkelde, dat daarenboven
+elke wijziging in die temperatuur en in hare afwisselingen als
+onmerkbaar plaats greep, dan zien wij in, dat de harmonie tusschen het
+dierlijk organismus en de temperatuur, waaraan het is blootgesteld,
+noodzakelijk tot stand kwam, dat zij aan de wet van gewoonte gebonden
+is.
+
+Even wettig is die harmonie ten opzigte van het licht. Snel en
+gemakkelijk gewent zich het oog aan zeer verschillende graden; telkens
+wordt deszelfs gevoeligheid hiernaar gewijzigd. Komen wij uit het
+heldere daglicht in een vertrek, waar slechts weinige stralen toegang
+vinden, dan onderscheiden wij aanvankelijk niets; het is alsof wij door
+eene volslagen duisternis omgeven zijn. Maar weldra ontdekt gij enkele
+voorwerpen; zij worden duidelijker en duidelijker, en eindelijk zijt gij
+in staat, daar, waar het u volstrekt duister scheen, al het omringende
+te herkennen en u vrij en ongedwongen te bewegen. Doch wildet gij u nu
+weder eensklaps in het volle daglicht verplaatsen, het zou u door zijn’
+hellen glans verblinden. Eene pijnlijke lichtschuwheid sluit nu
+krampachtig uwe oogen; en eerst na eenigen tijd keert het vermogen
+terug, om bij dit licht duidelijk te zien en te onderscheiden.--De
+snelheid van dit accommodatie-vermogen van het oog voor verschillende
+lichtsterkte staat in een naauw verband met de snelle en belangrijke
+afwisselingen dier sterkte, waaraan wij van nature blootstaan. Zijn wij
+langen tijd aan deze afwisselingen onttrokken, dan verliest het oog,
+alweder krachtens de wet van gewoonte, het gezegde vermogen. Dit is
+gebleken bij gevangenen, die, jarenlang van het daglicht beroofd, in
+eene bijna volslagen duisternis leerden zien en onderscheiden; doch wier
+optische gevoeligheid hierbij zoodanig was toegenomen, dat zij niet dan
+met de uiterste omzigtigheid allengs aan een sterkeren lichtprikkel
+mogten worden blootgesteld. Gij ziet: zij waren nachtdieren geworden. En
+is het dus niet wettig, dat zoodanige dieren, die, zoolang het zonlicht
+de aarde beschijnt, in diepen slaap gedompeld liggen,--is het niet
+wettig, vraag ik, dat deze dieren dagblind zijn, en dat de gevoeligheid
+van hun netvlies aan het duistere van den nacht beantwoordt? Mij dunkt,
+gij ziet de noodwendigheid in van het harmonisch verband, dat ik u hier
+deed opmerken.
+
+Volmaakt hetzelfde is van toepassing op den tweeledigen invloed des
+dampkrings. Reeds komen de lastige verschijnselen, die uit de ijlere
+lucht, hoog boven het oppervlak der zee, voortvloeijen, bij geoefende
+bergbeklimmers eerst op eene meer aanzienlijke hoogte voor, of wel deze
+blijven hiervan bijna geheel verschoond. Maar duidelijker blijkt, hoe
+zeer ook in dit opzigt de wet van gewoonte hare regten doet gelden,
+wanneer wij ons herinneren, dat op onderscheidene hooge punten der
+aarde bloeijende volkstammen gevestigd zijn, waar de reiziger uit lagere
+streken niet altijd tegen den schadelijken invloed der ijlere lucht
+beveiligd is. Bijaldien nu de waarneming leert, dat de organisatie van
+den mensch zich zoo wel aan eene hoogere,--getuige de mijnwerker,--als
+aan eene lagere drukking kan gewennen, dan maakt gij zelf het besluit,
+dat de organisatie der dieren, zoo wel in de diepte der zee als in de
+hoogere streken van den dampkring, noodwendig moet beantwoorden aan de
+drukking, waaronder zij leven. Staat niet de wijde, ruime borst van den
+bewoner der Andes in innig verband met de dunnere lucht, die hij ademt,
+en heeft zijne borst zich niet juist onder dien invloed zoo krachtig
+ontwikkeld?
+
+Ook aan een merkelijk verschil in zamenstelling der dampkringslucht
+kan het dierlijk organismus zich gewennen. Sanctorius verhaalt, dat
+een gevangene, die 20 achtereenvolgende jaren in den onzuiveren
+dampkring eens kerkers had doorgebragt, de frissche buitenlucht niet
+meer kon inademen, en dat zijne gezondheid eerst terugkeerde, toen hij
+weder in denzelfden kerker geplaatst werd. En hoe zeer wijkt ook niet de
+zamenstelling der lucht, die de mijnwerker ademt, van die des dampkrings
+af, waarin wij leven! Leblanc vond in de lucht der mijnen van
+Poullaouen en Huelgoat tot 3 pCt. ja zelfs 4 pCt. koolstofzuur, eene
+hoeveelheid, die het koolzuur-gehalte der door ons uitgeademde lucht
+nabijkomt; en, wanneer wij zien, dat in andere mijnen het licht zelfs in
+sommige gevallen wordt uitgedoofd, dan mogen wij besluiten, dat in de
+hier aanwezige lucht, die de mijnwerker voor eene korte poos ongestraft
+kan inademen, het koolzuur-gehalte nog aanmerkelijk hooger stijgt.
+
+Wij naderen tot de voedsels. Harmonisch, zagen wij, beantwoorden de
+voortbrengselen van elk land aan de behoeften zijner dieren. Zullen wij
+dit verband voor verklaard houden, met hierin de wijze voorzorg der
+Voorzienigheid te bewonderen? Of zullen wij erkennen, dat dierlijk leven
+onbestaanbaar ware, en, bestond het, onvermijdelijk ten eenemale moest
+worden uitgeroeid, waar die voortbrengselen ontbraken? Mij dunkt, het
+laatste eischt ons natuurkundig standpunt.--Dat voorts het gewone
+voedsel van elk dier aan zijne organisatie beantwoordt, en geene aan het
+organismus vijandige stoffen bevat, is onbetwistbaar een noodwendig
+uitvloeisel der wet van gewoonte. De wilde van Australië leeft van
+ongekookten visch, de Laplander van het vleesch zijner rendieren, de
+Tartaar van de melk zijner paarden, de arme Ier van aardappelen, zoo
+ze in overvloed groeijen; zij kunnen hierbij allen betrekkelijk gezond
+zijn, maar zouden zeker niet straffeloos onderling van voedsel kunnen
+verwisselen. Zoo vinden ook wij vooral in onze granen de bestanddeelen
+vertegenwoordigd van ons ligchaam; want--onder den voortdurenden invloed
+dier granen is ons ligchaam geworden, wat het is. Zonder die granen,
+waren wij niet, wie wij zijn. Wij beantwoorden aan die granen, omdat wij
+mede zijn uit die granen. En zeer opmerkelijk inderdaad is het, dat de
+voornaamste onzer graansoorten zich hoogst waarschijnlijk met en deels
+door den mensch over de aardoppervlakte hebben verspreid, uit de
+streken, het eerst door menschen bewoond.
+
+Doch vanwaar die mindere gevoeligheid der plantetende dieren voor
+verdoovende vergiften?--Het is bekend, dat het dierlijk organismus
+zich aan groote hoeveelheden van verdoovende stoffen gewennen kan.
+Zelfs in Engeland treft men, naar de getuigenis van Christison niet zoo
+geheel zeldzaam opiophagen aan, die, zonder blijkbaar nadeelig gevolg,
+jaren achtereen verscheidene oncen laudanum daags gebruiken; eene gift
+van ¼ once zou, gewis, bij elk onzer in den doodslaap eindigen. En
+kan ik u niet bijna allen als getuigen oproepen, dat ook de tabak door
+gewoonte zijne vergiftige eigenschappen verliest?--Neemt gij nu in
+aanmerking, dat de plantetende dieren zeer ligt eene zekere hoeveelheid
+narcotische deelen in hun gewone voedsel aantreffen, terwijl de
+vleeschetende hieraan nimmer zijn blootgesteld, dan hebt gij den sleutel
+der harmonie, die zich ook hier niet verloochenen kon.
+
+Gewis trok ook het merkwaardig verband tusschen de lengte van het
+darmkanaal en den aard van ’t gebruikte voedsel in hooge mate uwe
+aandacht. De oplossing is niet moeijelijk. De aard van het voedsel
+bepaalt, namelijk, de lengte van het darmkanaal. De kat is, zooals gij
+weet, een vleeschetend dier. De mensch gewende de huiskat aan gemengd
+voedsel. En vergelijk nu het darmkanaal van deze met dat der wilde
+kat, gij zult het aanmerkelijk langer vinden, niettegenstaande beider
+oorsprong dezelfde is. Dit eene voorbeeld zij voldoende tot bewijs, dat
+de aard van het voedsel de lengte van het darmkanaal bepaalt, en dat,
+gevolgelijk, bij elk dier eene juiste verhouding van beide noodwendig
+is.
+
+
+Zietdaar in enkele voorbeelden U den grond aangetoond der harmonie
+tusschen het dierlijk organismus en de invloeden van buiten. Geeft de
+wet van gewoonte rekenschap van dien band? Ik durf de beslissing veilig
+aan u overlaten.--Uit de ontelbare voorbeelden koos ik slechts enkelen.
+Ik hadde u kunnen wijzen op het verdikken der opperheid door wrijving en
+drukking, op het gewennen aan eene drooge en vochtige lucht, aan stoffen
+van verschillenden reuk of smaak, aan allerlei geluiden, op den invloed,
+dien verandering van klimaat op den broeitijd uitoefent enz., en
+hierdoor rekenschap kunnen geven van de harmonische betrekking tot de
+buitenwereld, die het dierenrijk ook in deze opzigten vertoont. Doch ik
+achtte het aangehaalde toereikend voor mijn doel. Gij stemt met mij in,
+dat de gezegde harmonie eene noodwendige, eene wettige is. Gij ziet
+haar onverbiddelijk tot stand gebragt, onder den invloed der werkende
+oorzaken. En waar het rijk van deze gevestigd is, daar althans is der
+teleologie de schepter ontwrongen.
+
+
+Maar, mogt ik vragen, heeft dit harmonisch verband zijn toppunt van
+volmaaktheid bereikt?
+
+Ik aarzel niet, hierop een ontkennend antwoord te geven. De harmonie
+_is_ niet. Zij ontwikkelt zich; zij wordt. Zij streeft voortdurend naar
+eene volmaaktheid, die zij nimmer bereikt. Dit gebiedt reeds de wet, die
+aan hare ontwikkeling ten gronde ligt, en de ervaring bekrachtigt het
+met haar zegel. Overweegt het zelven. Wanneer de invloeden, die onze
+organisatie wijzigen, niet volmaakt bestendig zijn,--en zij zijn het
+nimmer,--dan kan ook onze organisatie niet in volmaakte overeenstemming
+wezen met deze invloeden. Zij blijft, in zekeren zin, bij deze ten
+achter. Immers niet op het oogenblik der inwerking kan zich de
+organisatie wijzigen: zij behoeft hiertoe tijd; en inmiddels is reeds
+weêr een nieuwe prikkel daar, die zijnen wijzigenden invloed doet
+gelden. Vanhier eene ingewikkelde reeks van invloeden en werkingen, die
+men te vergeefs, in al hare bijzonderheden, zou trachten te ontleden.
+Elke nieuwe invloed heeft te strijden met de organisatie, dat is met het
+produkt der voorafgegane invloeden. Is derzelver afwisseling niet te
+groot, dan valt die kamp niet zwaar. Daarenboven heeft de vatbaarheid
+voor accommodatie zich des te meer ontwikkeld, naarmate het organismus
+aan meer verscheidenheid van invloed was blootgesteld. Maar is de
+prikkel meer vreemd en ongewoon, dan grijpt hij dieper in, en brengt
+verschijnselen voort, die wij stoornisssen noemen, omdat zij niet
+strooken met onze begrippen van harmonie. Deze stoornissen nu kunnen van
+dien aard zijn, dat de physische voorwaarden van het harmonisch verband
+tusschen de verschillende ligchaamsdeelen worden opgeheven. Thans is het
+leven niet langer bestaanbaar, en allengs treedt een andere toestand,
+die van ontbinding in. Grenzen dan ook tusschen leven en dood bestaan
+slechts voor den oppervlakkigen beschouwer. Het eindigen van het leven
+aan den laatsten ademtogt te verbinden, verraadt gebrek aan inzigt in
+hetgeen aan het leven ten gronde ligt. De bewegingen tot ademhaling
+nemen een einde; en eenige uren later is van ontbinding nog geen spoor
+te zien, maar de toestand van elk ligchaamsdeel is toch een geheel
+andere geworden. Nu eerst heeft de spier haar zamentrekkend vermogen
+geheel verloren; nu eerst is alle werkdadigheid van het zenuwstelsel
+vernietigd. Door duizenden van overgangen maakt de stofwisseling in de
+weefsels, die aan ’t gezonde leven ten gronde ligt, plaats voor die
+wisseling, welke wij ontbinding noemen; en al deze verschijnselen,
+leven, stoornis, ontbinding, zijn even noodwendig en volgen elkander
+wettig op.
+
+Zoo geeft dezelfde wet, waarop de harmonische betrekking tusschen het
+dierlijk organismus en de uitwendige invloeden berust, tevens rekenschap
+van de onvolmaaktheden, die haar aankleven. Wil daarentegen de teleoloog
+deze onvolmaaktheden in zijne beschouwingswijze opnemen, dan velt hij
+zijn eigen vonnis. Of zou hij, op het natuurkundig standpunt, de
+stoornissen onzer bewerktuiging als de tuchtroede willen beschouwen
+eens goeden Vaders, tot onze zedelijke verbetering?
+
+
+Maar nog van eene andere zijde van het dierlijk organismus schittert
+ons de prachtigste harmonie in het oog. Ik bedoel: in de betrekking
+tot zijne levensbehoeften en in die zijner zamenstellende deelen
+tot elkander. De tijd gedoogt niet, u ook deze even uitvoerig te
+schilderen: trouwens, zij staat levendig genoeg u voor den geest. De
+teleogie, die hier vooral de bouwstoffen vergaderde voor haren tempel,
+is nimmer in gebreke gebleven, ze u op zegevierenden toon voor oogen te
+stellen. Wie bewonderde niet vaak, met hooge ingenomenheid, de treffende
+evenredigheid tusschen de eigenschappen en vermogens van elk dier en
+deszelfs levenswijze en levensbehoeften? De kracht, de vlugheid en
+juistheid van elk zijner bewegingen, de scherpte en het doordringend
+vermogen zijner zintuigen, ja de oneindige verscheidenheid van neigingen
+en vermogens, die men met den naam van instinct pleegt te bestempelen,
+alles beantwoordt harmonisch aan de behoeften van elk dier, en verzekert
+de instandhouding van het individu en de voortplanting der soort!
+
+Altijd en overal ligt aan de verrigting de bouw ten gronde. Ook deze,
+bij gevolg, moet aan de behoeften beantwoorden, waar de verrigtingen
+hieraan harmonisch geëvenredigd zijn: en zoo worden wij als van zelve
+gewezen op de harmonische betrekking tusschen de zamenstellende deelen
+van hetzelfde organismus. In dit opzigt zou elk dier, welke plaats het
+in de rij der wezens moge innemen, ons breede stof ter beschouwing
+opleveren. Springt niet overal de volmaaktste evenredigheid ons in het
+oog tusschen de passieve en actieve organen van beweging? Bezit het
+hoofdorgaan des bloedsomloops niet altijd de vereischte kracht, om het
+levensvocht door het geheele ligchaam rond te voeren? Zijn niet juist
+menigvuldige verbindingen en vlechten tusschen de bloedvaatstammen daar
+voorhanden, waar het ligtst hinderpalen dreigend zich konden opdoen?
+Wat meer is,--terwijl de zintuigen en de geheele oppervlakte van het
+ligchaam als wakkere wachters voor de indrukken der buitenwereld
+openstaan, en deze aan het bewustzijn mededeelen, staat, in al de
+organen van het voedingsleven, het gevoel op zóó lagen trap, dat wij
+noch van de zamentrekkingen van het hart, noch van de bewegingen van
+maag en darmkanaal, noch van den prikkel en de wrijving der vochten,
+waaraan beide zijn blootgesteld, eenige de minste kennis krijgen. Ziet
+gij niet,--roept de teleoloog u toe,--waartoe dit dient? Zóó alleen was
+de werking van uwen geest vrij en onbelemmerd; zóó alleen werd hij
+nimmer afgetrokken in de waarneming der buitenwereld; zóó alleen kon
+hij zich ongestoord verheffen tot in hoogere sferen.--Gij erkent die
+harmonie; gij ziet er, op het menschelijk standpunt, zelfs het
+doelmatige van in. Maar gij verlangt meer. Gij wilt van deze en van zoo
+vele andere verschijnselen den grond kennen. Gij wilt zien aangetoond,
+dat zij aan wetten gebonden, dat zij noodwendig zijn. Gij wilt weten,
+waardoor zij tot stand kwamen, en hoe zij zich handhaven. Ik wijs U op
+de wet van oefening: _Elk orgaan, elk ligchaamsdeel wordt onder den
+duurzamen invloed van den wil of van andere omstandigheden zoodanig
+gewijzigd, dat het beantwoordt aan hetgeen de wil of de omstandigheden
+van hetzelve eischen_.
+
+Toetsen wij deze wet aan de verschijnselen, dan zal tevens blijken, dat
+zij rekenschap geeft van die harmonische betrekking, waarop wij een’
+vlugtigen blik wierpen.
+
+De schoonste overeenstemming bemerkten wij tusschen de levensbehoeften
+van elk dier en de kracht, de vlugheid en juistheid zijner bewegingen.
+Maar komt u hierbij niet onmiddellijk voor den geest, dat, door
+oefening, onze krachten, tegelijk met de spier zelve, ontwikkeld worden?
+Hebt gij den geoefende niet vaak bewegingen, voor ons volstrekt
+onuitvoerbaar, met eene vlugheid en juistheid zien volbrengen, die aan
+het ongeloofelijke grensden? Ik zag een meisje, bij ’t welk het gemis
+der bovenste ledematen aangeboren was, met hare voeten, oorspronkelijk
+als de onze gevormd, allerlei handwerk verrigten. ’t Was alsof de voeten
+in handen herschapen waren. Zóó vermogend is de invloed der oefening! En
+bedenkt men nu, dat bij elk dier de oefening steeds bepaald wordt door
+de levenswijze en levensbehoeften, dan heeft men slechts dieper in het
+verledene terug te zien,--en men is overtuigd, dat, op grond der wet van
+oefening, kracht, vlugheid en juistheid van beweging zich harmonisch
+geëvenredigd aan de levenswijze en levensbehoeften van elk dier moesten
+ontwikkelen.
+
+Nergens evenwel vinden wij het vermogen der oefening sterker uitgedrukt
+dan in de zintuigen. Bij den blindgeborene zijn gehoor, gevoel en reuk
+tot eene scherpte en fijnheid van onderscheiding ontwikkeld, dat zij
+voor een groot deel in het verlies van het edelste der zintuigen
+voorzien. In eene stip aan den horizon, die het ongeoefend oog ontgaat,
+erkent de zeeman een schip in volle zeilen; en wie zich daarentegen bij
+voortduring met het onderzoek der kleinste voorwerpen bezig houdt, en
+hierbij verzuimt met zijnen blik nu en dan dieper in de ruimte door te
+dringen, wapent allengs zijn oog met een natuurlijk vergrootglas. Door
+oefening wijzigen zich alzoo de grenzen van het accommodatie-vermogen,
+en zij moeten dus bij elk dier wel beantwoorden aan de behoeften: want
+door deze werd de oefening bepaald. Weder derhalve gaf de wet van
+oefening u den sleutel tot de harmonie!
+
+Maar ook in het zoogenaamd instinct zie ik slechts het noodwendig gevolg
+der omstandigheden. De vermogens en eigenschappen, die men hiertoe
+pleegt te brengen, ontwikkelen zich door oefening;--zij worden verdoofd,
+zoodra de omstandigheden aan die oefening paal en perk stellen. Men
+zegge derhalve niet: aan deze diersoort werd dit of dat instinct
+gegeven, omdat hare levenswijze dit vorderde,--bij gene ontbreekt het,
+omdat zij hieraan geene behoefte had; maar men erkenne, dat het zich bij
+deze diersoort noodwendig moest ontwikkelen, doordat de omstandigheden
+deszelfs oefening medebragten, en dat het bij gene wettig onbestaanbaar
+is, wijl tot deszelfs oefening de levenswijze nimmer aanleiding gaf.
+
+Wij hebben nog het harmonisch verband tusschen de verschillende deelen
+van hetzelfde organismus onderscheiden; maar ook dit berust op dezelfde
+wet, de wet van oefening. Oefening is dan evenwel in een’ ruimeren zin
+genomen, namelijk: als de verhoogde verrigting en voeding van een
+bepaald ligchaamsdeel, niet slechts voor zoo ver die onder den invloed
+van den wil plaats grijpen, maar door eenen gewijzigden toestand, van
+welk orgaan ook, te weeg gebragt.
+
+Door oefening nu in dien zin komt de harmonie tot stand tusschen de
+passieve en actieve organen van beweging;--immers de bewegelijkheid van
+elk gewricht wordt geoefend en dus bepaald door de spierwerking. Op
+denzelfden grond moet de omvang en kracht der zamentrekkingen van het
+hart aan den weêrstand in het bloedvaatstelsel beantwoorden; want die
+weêrstand juist is het, die de kracht van het hart bepaalt. Wilt gij
+hiervan het bewijs? Waar de weêrstand ziekelijk verhoogd wordt, ontstaat
+overvoeding van het hart; en kondet gij van het thans onstuimig
+kloppende hart de spierwanden in een oogenblik tijds tot de normale
+dikte terugbrengen, gij zoudt den lijder onfeilbaar op staanden voet
+zien bezwijken. Blijkt hieruit, dat verhoogde weêrstand de werking van
+het hart opwekt, dan immers moet, krachtens de wet van de oefening, de
+ontwikkeling en de kracht van het hart bij elk dier noodwendig aan den
+weêrstand beantwoorden.
+
+Moeijelijker schijnt het, het noodzakelijk bestaan te betoogen der
+menigvuldige verbindingen en vlechten bloedvaatstammen, juist op zulke
+plaatsen, waar zonder deze het ligtst belemmering zich zou opdoen. En
+toch is dit harmonisch verband in zijne wording hoogst eenvoudig. De
+belemmeringen, namelijk, tot welker overwinning de verbindingen en
+vlechten, naar de teleologische beschouwingswijze, doelmatig bestemd
+zijn, zijn zelven de oorzaak van het ontstaan dier vlechten en
+verbindingen. Wij zien ze hierdoor, onder zekere omstandigheden,
+als onder onze oogen gevormd worden. Wordt een hoofdstam gedrukt,
+onderbonden of door ziekelijke gesteldheid verstopt, dan worden de
+naauwelijks zigtbare takjes, waardoor zoo wel de slagaderlijke als
+aderlijke stammen van eenig deel steeds onderling gemeenschap oefenen,
+tot grootere stammen uitgezet, die nu, bij wijze van vlecht, eenen
+collateralen bloedsomloop voortbrengen. Vandaar dan ook in het aderlijk
+stelsel, waar belemmeringen menigvuldiger zijn, een grooter aantal dier
+verbindingen en vlechten dan in het slagaderlijke.
+
+Maar zullen wij immer den grond kunnen peilen van die mindere
+gevoeligheid der voedingsorganen, waardoor aan onze hoogere vermogens
+eene zooveel vrijere ontwikkeling verzekerd wordt?--Reeds deed ik u
+opmerken, hoe de gevoeligheid van elk zintuig door oefening verhoogd
+wordt, hoe gebrek aan oefening deszelfs werking vernietigt. Het
+afgeweken oog van den scheelziende ontwaart niet langer den prikkel van
+het invallend licht: en al onze zintuigen zijn voor de indrukken der
+buitenwereld als gesloten, wanneer wij aan de fantazij onzer verbeelding
+den vrijen teugel laten, of ons geheel verdiepen in een vraagstuk, dat
+al onze inspanning vordert. Worden hierdoor de zintuigen als verlamd,
+hoeveel meer moet, bij het ontwikkelen der psychische vermogens en der
+zintuigen zelve, uit gebrek aan oefening, het gevoel zijn verdoofd
+geworden in die deelen, welke ons geene indrukken van de buitenwereld
+overbragten, die onze belangstelling konden opwekken. Zeer opmerkelijk
+gewis is het, dat, naarmate de hoogere vermogens in een dier ontwikkeld
+zijn, het zenuwstelsel, dat het voedingsleven beheerscht, als een meer
+zelfstandig, afgescheiden gedeelte optreedt. Maar, wat meer is, het
+bewustzijn herneemt, ook in de organen der voedingsverrigtingen, voor
+een deel zijne regten, zoodra het geoefend wordt. Schier elk orgaan, dat
+wij ons, wanneer ook zonder eenigen grond, als ziekelijk voorstellen,
+wordt gevoelig, doordat wij onze gedachten nu op dit deel als
+concentreren, en zoo gevoel en bewustzijn oefenen, zoo verre zij tot
+dit deel betrekking hebben. Vooral is dit duidelijk ten opzigte van
+het hart. Het klopt onophoudelijk in onze borst; doch in den normalen
+toestand worden wij niets hiervan gewaar, tenzij wij, in den valschen
+waan van aan een hartsgebrek te lijden, den hartslag altijd en altijd
+naauwlettend gadeslaan. Dat eeuwige kloppen wordt dan op het laatst
+ondragelijk, al is de slag niet sterker dan bij een’ gezond mensch. Wie
+immer zich inbeeldde, door hartziekte te zijn aangetast,--en hun getal
+is niet zoo gering,--heeft hieronder bitter geleden.--Maar genoeg, om u
+te doen zien, dat de hoogere ontwikkeling der geestvermogens, zoowel als
+de zintuigelijke indrukken, aan de oefening van het gevoel in de organen
+van het voedingsleven in den weg staan, en dat, bij gevolg, de geringe
+gevoeligheid van deze eene noodwendige is.
+
+Zoo geeft de wet van oefening, straks uitgesproken, evenzeer
+rekenschap van de harmonische betrekking der dierlijke wezens tot hunne
+levensbehoeften, als van den band, die de verschillende ligchaamsdeelen
+tot één organismus zamenvlecht.
+
+
+Gewis ontging het uwe aandacht niet, mijne Geëerde Hoorders! dat er een
+naauw verband bestaat tusschen de beide wetten, die der harmonie ten
+gronde liggen: de wetten, die ik kortheidshalve die van _gewoonte_ en
+_oefening_ noemde. Waar de eerste haren invloed doet gelden, wordt zij
+onderschraagd door de laatste. Krachtens de wet van gewoonte, wordt elk
+orgaan door den invloed, waaraan het regtstreeks is blootgesteld,
+primitief gewijzigd. Dit orgaan staat nu evenwel niet geïsoleerd; het
+hangt innig zamen met de overige deelen van het organismus. Wat is dus
+het noodzakelijk gevolg van die primitieve wijziging? Wijziging van al
+de overige ligchaamsdeelen,--welker werking namelijk òf opgewekt òf
+onderdrukt wordt,--en alzoo, krachtens de wet van oefening, eene hieraan
+geëvenredigde ontwikkeling van elk dier deelen. Door deze harmonische
+zamenwerking der wetten van gewoonte en oefening beantwoorden nu alle
+ligchaamsdeelen, ook die, welke nimmer aan eene onmiddellijke inwerking
+blootstaan, aan de invloeden der buitenwereld, en wordt tevens de
+harmonie tusschen de verschillende organen bij voortduring gehandhaafd.
+
+Doch niet van alle oefening zijn uitwendige invloeden het onmiddellijk
+uitgangspunt. In den wil vinden wij eene tweede, magtige drijfveêr van
+oefening, die haren onmiddellijken invloed op het zenuwstelsel en den
+toestel voor willekeurige beweging doet gelden, en van hier op het
+geheele organismus terugwerkt. Deze oefening moet alzoo onderscheiden
+worden van die, welke zich onmiddellijk sluit aan de uitwendige
+invloeden. Is evenwel de geheele organisatie van het dier onder bepaalde
+invloeden noodwendig tot stand gekomen, en wordt deszelfs wil, bij elke
+omstandigheid, door de organisatie volstrekt bepaald, dan is de wil, die
+als drijfveêr van oefening optreedt, zelve het noodwendig uitvloeisel
+van verwijderde invloeden; en wij zouden, in hetgeen hij op de oefening
+vermag, slechts het middellijk gevolg dier verwijderde invloeden moeten
+zien.
+
+Doch het is mijn voornemen niet, thans dieper in den grond en in het
+verband dier wetten door te dringen. Genoeg, dat wij deze wetten
+onmiskenbaar in de verschijnselen afgedrukt, en ons zoo geregtigd zagen
+tot het besluit: dat de harmonie, die ons de dierenwereld predikt, aan
+wetten gebonden--noodwendig is.
+
+
+En toch--het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn--op zich zelven waren de
+genoemde wetten hier nog ontoereikend. Schier bij elk voorbeeld moesten
+wij stilzwijgend eene derde wet vooronderstellen,--eene wet, zonder
+welke de harmonie nimmer eene hoogere volmaking konde te gemoet streven,
+zonder welke wij den klimmenden strijd zouden aanschouwen tusschen het
+dierlijk organismus en de buitenwereld, ja! zonder welke misschien alle
+dierlijk leven vroeger of later voor het geweld van buiten zou moeten
+zwichten. Reeds spreekt gij ze met mij uit. Het is de wet van
+erfelijkheid: _De toestand van het voorgeslacht plant zich telkens op
+het nageslacht over; de toestand der ouders wordt telkens aangeboren in
+de kinderen_. Zietdaar de wet, die in het geslacht bestendigt, wat
+gewoonte en oefening gewrocht hebben. Zietdaar den grondslag der
+klimmende volmaking in de Schepping.
+
+Zal ik u ook deze wet in de verschijnselen aantoonen? Weder kan
+ik mij op uw eigene ervaring beroepen. Hoe dikwijls zaagt gij den
+ligchaamsbouw, de gelaatstrekken, de kleur, den gang, de stem, ja zelfs
+het gemoed, de hoogere vermogens en allerlei eigenaardigheden der ouders
+in de kinderen weêrspiegeld! De Romeinen hadden reeds hunne _naseones_
+en _labeones_; en ook thans is de dikke lip eene erfelijke eigenschap in
+het Oostenrijksche Huis.
+
+Doch ik kan u op een ruimer gebied wijzen. Immers de ontelbare
+verscheidenheden der verschillende diersoorten staan allen als getuigen
+daar van de wet van erfelijkheid. De variëteiten van elke soort, zijn,
+zelfs veelal in de historische tijden, door verscheidenheid van
+invloeden en levenswijze tot stand gebragt; en wij zien ze thans met
+gelijke juistheid voortgeplant, als den oorspronkelijken typus. Bij
+vermenging van verschillende rassen zien wij daarentegen vormen geboren
+worden, die aan de beide ouders herinneren, zoodat ook hierin de wet van
+erfelijkheid zich ten duidelijkste openbaart.
+
+Reeds sedert lang heeft ook de veeteelt van de toepassing dier wet
+de gelukkigste partij getrokken. Men verlangt runderen, door vorm en
+neiging tot vetontwikkeling bijzonder voordeelig als slagtvee, sterke
+ossen, geschikt voor den landbouw, en koeijen, die ruime hoeveelheden
+goede melk leveren. De eigenschappen, tot deze verschillende doeleinden
+vereischt, schijnen elkander evenwel grootendeels uit te sluiten, en
+zijn dus niet allen, in hoogen graad ontwikkeld, in hetzelfde ras te
+verkrijgen. Maar reeds sedert lang is het gelukt, kunstmatig rassen
+te vormen, die aan de eene of andere der gezegde doeleinden bij
+uitnemendheid beantwoorden. En welken weg sloeg men hiertoe in?
+Telkens bestemde men tot voortplanting die dieren, waarin de verlangde
+eigenschappen, onder omstandigheden van welken aard dan ook, bijzonder
+ontwikkeld waren, en deze zag men nu op de volgende geslachten sterker
+en sterker overgeplant. Eene eervolle plaats in de geschiedenis der
+veeteelt komt Bakewell toe; omdat hij van de reeds lang bekende
+wet van erfelijkheid (het _like begets like_, zoo als hij gewoon was te
+zeggen) het eerst eene consequente toepassing maakte. Zóó legde hij den
+grond tot een eigen ras van runderen, bijzonder voordeelig en geschikt
+voor slagtvee, ’t welk men een’ tijd lang op hoogen prijs stelde, en
+slechts daarom niet als een zuiver, onvermengd ras bewaard heeft,
+wijl Bakewell zijn doel te goed, en hierdoor te zeer ten nadeele der
+in andere opzigten wenschelijke eigenschappen, bereikt had. Zóó ook
+stelde hij zich in het bezit van een eigen ras van schapen (_Dishley
+Breed, New Leicester Breed_), welks wol in sommige opzigten voor die van
+andere moge onderdoen, doch hetwelk de bijzondere eigenschap bezit, van
+op veel jeugdigeren leeftijd en veel gemakkelijker dan andere rassen te
+kunnen worden vetgemest, en hierom ook thans nog tot de meest geachte en
+algemeen verspreide rassen in Groot-Brittanie geteld wordt.
+
+Uit een en ander is voldoende gebleken, dat de door verschil van
+invloeden en levenswijze ontstane wijzigingen zich op het nageslacht
+overplanten, en weldra eene zoo groote mate van bestendigheid
+verkrijgen, dat wij hierin eene typische verscheidenheid erkennen.
+Wanneer wij nu zien, dat de kenmerken van dergelijke verscheidenheden
+des te dieper wortel schieten en zich des te krachtiger handhaven,
+naarmate invloeden en levenswijze over een grooter aantal generatiën
+onveranderd bleven, dan is er niets gewaagds in het besluit, dat aan
+eene vroeger meer duurzame gelijkheid van omstandigheden, over ontelbare
+generatiën, de grootere vastheid van typus, die wij thans aan elke
+soort toekennen, is toe te schrijven. En zeker bestond die meerdere
+bestendigheid van omstandigheden, zoolang de verspreiding van elke thans
+erkende soort meer beperkt bleef, en door tusschenkomst van den mensch
+minder inbreuk was gemaakt op de oorspronkelijke levenswijze.
+
+Vragen wij nu, in welke diersoorten, op grond der ontwikkelde wetten,
+de meeste en belangrijkste verscheidenheden mogen verwacht worden, dan
+kan het antwoord niet twijfelachtig zijn: vooreerst in den mensch, die,
+bij zijne verspreiding over de geheele oppervlakte der aarde en bij
+het groote verschil in levenswijze en beschaving, wel het meest aan
+wijziging in organisatie moest blootstaan: maar daarenboven in alle
+diersoorten, die, door den mensch aan den natuurstaat onttrokken, aan
+vreemde invloeden, aan eene vreemde levenswijze werden blootgesteld. En
+zoo is het ook. Behoef ik meer te doen, dan u op de ontelbare zoo zeer
+onderscheidene rassen van honden en paarden te wijzen, om u hiervan te
+overtuigen?
+
+Hebben wij uit het bovenstaande reeds gezien, dat elke door het individu
+verkregene eigenschap zich op het nageslacht overgeplant, dan behoeft
+dit welligt niet meer in het bijzonder aangewezen te worden ten opzichte
+der voorbeelden, die wij tot staving der wetten van gewoonte en oefening
+hebben aangevoerd. Het zij mij evenwel vergund, nog op enkele van deze
+uwe aandacht te vestigen.
+
+Wanneer Parry ons verhaalt, dat hij, op zijne reis naar den
+Noord-pool, in eene temperatuur, waarbij het kwikzilver bevriest, een’
+zuigeling in de open lucht aan de borst zijner moeder zag, kan het dan
+nog aan twijfel onderhevig zijn, dat het vermogen, om aan koude te
+weêrstaan, eene aangeboren eigenschap is van den bewoner van het
+Noorden? Wanneer wij zien, dat het darmkanaal der jonggeboren huiskat
+eene betrekkelijk grootere lengte heeft, dan dat van jonge vleeschetende
+dieren, zijn wij dan niet overtuigd, dat de geschiktheid der organisatie
+voor het gebruik van gemengd voedsel hier wordt aangeboren?--En wat
+leert ons de geschiedenis van het tabaksgebruik? Thans moge het dengene,
+die zich aan dit vergift gewennen wil, hoogstens nog eenige benaauwde
+uren of dagen kosten:--toen in weêrwil der bedreigde straffen en den
+heftigen tegenstand, zelfs door Pausen en Keizers geboden, het gebruik
+van den tabak zich eerst door Europa begon te verspreiden, waren de
+verschijnselen bij de eerste proeven oneindig heviger, en schijnt zelfs
+menig onvoorzigtige rooker zijn’ zonderlingen lust met den dood bekocht
+te hebben. Onze ouders rookten, onze voorouders rookten,--en thans is,
+gij ziet het, de gewoonte tot rooken ons reeds ten halve aangeboren.
+
+Om u vervolgens te doen opmerken, hoe de door invloeden en oefening
+verkregene ontwikkeling van het been- en spierstelsel, hoe de kracht en
+snelheid van zamentrekking in het nageslacht worden voortgeplant, breng
+ik u slechts de zoo verschillende rassen van paarden voor den geest.
+En van de door erfelijkheid medegedeelde scherpte der verschillende
+zintuigen leveren onderscheidene volkeren,--van een aangeboren verschil
+in accommodatie-vermogen van het oog talrijke familiën, bijzonder in de
+steden, het overtuigendst bewijs.
+
+Zoo zou ik van elke harmonische eigenschap, die wij, krachtens de
+wetten van gewoonte en oefening, zagen tot stand komen, de voortplanting
+op het nageslacht door voorbeelden kunnen staven, en hierdoor de
+noodzakelijkheid der harmonie van het dierlijk leven op nog breeder’
+grondslagen vestigen. Ik wil mij echter, kortheidshalve, bepalen tot
+de instinctmatige vermogens. Bij de wet van oefening heb ik mij omtrent
+dezen opzettelijk van voorbeelden onthouden, naardien het mij
+gemakkelijker scheen, u de kracht der oefening, door verscheidene
+geslachten voortgeplant--en als ware het vermenigvuldigd--aanschouwelijk
+te maken, dan in het leven van een enkel individu. En hierom mogt ik
+deze hier niet met stilzwijgen voorbijgaan. Weder de hond levert ons het
+sprekendst bewijs van den invloed der oefening ook op de instinctmatige
+vermogens. Het lijdt geen’ twijfel, of bij de oorspronkelijke soort,
+waarvan al onze honden afstammen, bestond één en hetzelfde instinct.
+En thans, welk een verscheidenheid! Schier elk ras heeft ook ten
+dezen opzigte zijne eigendommelijkheden. Behoef ik u te wijzen op
+de instinctmatige vermogens van den herders- of jagershond, van den
+bloeddog of van den New-foundlander?--Van waar nu die verscheidenheid?
+Het antwoord is niet moeijelijk. De mensch heeft door kunstmatige
+oefening het een of ander instinct bij den hond meer en meer ontwikkeld,
+en door de wet van erfelijkheid werd dit instinct bestendigd. Overwin
+bij een’ hond den tegenzin, om te water te gaan, gij zult hiermede
+bij de jongen reeds veel minder te kampen hebben. Wilt gij andere
+voorbeelden? Frederic Cuvier verhaalt, dat in zoodanige streken, waar
+den vossen dikwijls hinderlagen worden gelegd, de jongen, reeds de
+eerste maal, dat zij het nest verlaten, eene omzigtigheid aan den
+dag leggen, die men in andere streken bij hen te vergeefs zoeken
+zou.--Voorts weten wij, dat elk dier instinctmatig vlugt voor zijn’
+vijand. Men spreekt van doelmatigheid in die poging tot zelfbehoud. Maar
+het dier, welks voorgeslachten niet vervolgd werden, de vogels op een
+onbewoond eiland, vlugten niet; zij zijn zoo argeloos, dat zij zich met
+de hand laten vangen. Na weinige generatien echter is hun het instinct
+om te vlugten reeds aangeboren. Alzoo: de vervolging door den vijand
+heeft het instinct om te vlugten, volgens de wet van oefening,
+ontwikkeld; en naar de wet van erfelijkheid plantte het zich voort.
+Gij ziet: het aanwezen van dit instinct, als dat van elk ander, is het
+noodwendig gevolg der omstandigheden, die deszelfs oefening uitlokten,
+en waaraan het dus nu harmonisch moet beantwoorden.
+
+Hoe een instinct ook eindelijk kan worden tot zwijgen gebragt, wanneer
+op deszelfs oefening inbreuk wordt gedaan, leert ons reeds het temmen
+der dieren. Nimmer zullen de jongen van een getemd dier de wreedheid en
+wildheid aan den dag leggen, die zijnen voorouders eigen waren. Maar nog
+opmerkelijker is de gedeeltelijke verdooving van een der natuurlijkste
+instincten bij onze inlandsche runderen. Overal, waar het de gewoonte
+is, het kalf bij de koe te laten zuigen, bestaat hiertoe bij beide de
+grootste behoefte. Zij schreeuwen zich half dood, zoo als Sturm
+zich uitdrukt, wanneer men ze van elkander scheidt. De koe, die
+dagenlang zoo onrustig zich gedraagt, dat een vreemde niet zonder gevaar
+ze zou naderen, spant al hare krachten in, om los te breken; en het kalf
+zoekt, verscheidene weken, bijna onophoudelijk naar de uijer, alles
+aanvattende, om er aan te zuigen. Bij onze inlandsche koeijen
+daarentegen, welker kalveren doorgaans onmiddellijk na het werpen
+verwijderd worden, is de moederliefde, als ware het, uitgedoofd. Wordt
+het kalf maar terstond op eenigen afstand gebragt, dan gedraagt zich de
+moeder volmaakt rustig, en laat de melk veel gemakkelijker kunstmatig
+verwijderen, terwijl ook bij het kalf de pogingen tot zuigen zich in
+veel geringere mate opdoen.
+
+
+Zietdaar, mijne Geëerde Hoorders! de drie wetten ontwikkeld, die aan de
+harmonie van het dierlijke organismus ten gronde liggen. Naar de wetten
+van gewoonte en oefening zaagt gij de harmonie in het individu tot
+stand gebragt; naar de wet van erfelijkheid zaagt ge in het nageslacht
+bestendigd, wat door gewoonte en oefening in het individu gewrocht was.
+
+Die harmonie erkent gij dus als noodwendig: want zij is aan wetten
+gebonden, en elke natuurwet eischt volstrekte en onbegrensde
+gehoorzaamheid. Wie het doel durft uitgeven voor den grond der harmonie,
+hij wordt afgewezen voor de regtbank der wetenschap; want in de
+onvergankelijke bladeren van het wetboek der natuur, waarop hare
+uitspraken gegrond zijn, staat met onuitwischbare letteren geschreven:
+_gewoonte_, _oefening_, _erfelijkheid_.
+
+Het is evenwel niet genoeg, de noodwendigheid der harmonie uit deze
+wetten te herleiden; ons streven moet het zijn, die wetten zelve dieper
+te doorgronden. Reeds gaat er naar die zijde eenig licht op in de
+wetenschap over de oorzaken der verschijnselen, welke wij tot de wetten
+van gewoonte en oefening terugbragten: en zoo, opklimmende van oorzaak
+tot oorzaak, zonder ooit in droomerijen omtrent het doel ons te
+verliezen, naderen wij, langzaam wel is waar, maar met vasten tred,
+het ideale standpunt, van waar men alle verschijnselen der natuur met
+noodzakelijkheid uit de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten
+konde zien voortvloeijen.
+
+Wie dus een doel huldigt in de harmonie der stoffelijke wereld, hij
+plaatse het in de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten.
+Hier verstomt de wetenschap der Natuur; hier staan hare grenzen. Zij
+verloochent haar karakter, wanneer zij ook den grond dier eigenschappen
+kennen wil. Zij overschrijdt hare regten, wanneer zij den staf durft
+breken, over wie hier grond en doel vereenzelvigen.
+
+En, wanneer eens door eene alwijze Almagt die stoffen en krachten
+met een bepaald doel werden in het aanzijn geroepen, en in hare
+eigenschappen de voorwaarden voor de geheele toekomst werden weggelegd,
+dan stroomt ook geen druppel bloeds zonder doel door onze aderen,--maar
+het is een doel, dat buiten de wetenschap ligt der Natuur.
+
+
+Van mijne taak heb ik het deel volbragt, door de wet mij opgelegd.
+Een ander deel, waartoe hoogachting en dankbaarheid mij nopen, blijft
+te vervullen over.--Het eerst rigt ik mij tot U, Edel Groot Achtbare
+Heeren Curatoren! die met onvermoeiden ijver de belangen behartigt der
+Hoogeschool, aan uwe hooge zorgen toevertrouwd. Steeds uw blikken gerigt
+op den vooruitgang der Wetenschappen en op den toestand der Hoogeschool,
+is het uw heilig streven, dezen aan de eischen van gene te doen
+beantwoorden. Het kon uw naauwlettend oog niet ontgaan,--en gij hoordet
+het telkens door zaakkundige mannen rondom u uitspreken,--dat de
+geneeskundige wetenschappen, terwijl zij meer het karakter en den geest
+der natuurkundige aannamen, zich op ruimer en ruimer gebied vestigden.
+Dit eischte in uw oog dan ook ruimere voorziening in het onderwijs;
+en de betrekking, waarin ik thans sta tot de Hoogeschool, strekt ten
+bewijze, dat gij niet geaarzeld hebt, tot stand te brengen, wat
+uwe overtuiging u als wenschelijk had voorgespiegeld. Mij hebt
+Gij geroepen,--en onze geëerbiedigde Koning heeft uwe keuze
+bekrachtigd,--niet zoo zeer om eene taak op mij te nemen, die vroeger
+op andere schouders rustte, dan om naast den werkkring van ijverige
+Ambtgenooten mij, als leeraar, een’ weg te banen op het uitgebreid
+gebied der geneeskundige wetenschappen.--Gij zult geene klagte van mij
+vernemen, Edel Groot Achtbare Heeren! dat mijn werkkring hier te beperkt
+is: integendeel, ik spreek het opentlijk uit, dat men nog aan meer dan
+één’ nieuw Ambtgenoot eene even uitgebreide taak zou kunnen aanwijzen,
+die ook thans nog onvervuld moet blijven. Maar, vergeeft het mij, zoo
+ik u toch op eene schaduwzijde wijzen moet: ik bedoel het verbroken
+evenwicht tusschen de eischen der vorderende wetenschap, die gij door
+uwe voorziening in het onderwijs bewezen hebt volkomen te begrijpen,
+en de nog onveranderde wettelijke vereischten, voor wie den graad
+van Doctor in die wetenschap verlangt. In Nederland worden thans
+nog geneeskundige studien volbragt, zonder dat de grondslagen der
+physiologie van den gezonden en van den zieken mensch, de weefselleer
+en de ziektekundige ontleedkunde, tot de verpligte lessen behooren.
+In Nederland worden thans nog wettig Doctoren gecreëerd in de genees-,
+heel- en verloskunde, zonder dat bewijzen van bekwaamheid in de genoemde
+wetenschappen worden gevorderd.--Ik koester met vertrouwende gerustheid
+den wensch, dat uw veelvermogende invloed niet zal in gebreke blijven,
+tot herstelling van het hier verbroken evenwigt bij te dragen.
+
+Maar reeds week ik te ver af van de gevoelens, die mij bezielden, toen
+ik mij tot u wendde. Indien ik plegtig verklaar, dat aan de loopbaan,
+die gij voor mij geopend hebt, het geluk mijns levens innig verbonden
+is, dat de later van u ontvangene blijken van welwillende belangstelling
+eenen diepen indruk hebben gemaakt op mijn gemoed, en dat mijn hart warm
+en erkentelijk is, dan hebt gij den maatstaf der dankbaarheid, die mij
+jegens u bezielen moet.
+
+Maar uw in mij gesteld vertrouwen droeg niet slechts bij tot mijn geluk:
+het was mij daarenboven in de hoogste mate vereerend. Het zou overbodig
+zijn, en gewis mij weinig passen, over uwe groote verdiensten voor deze
+Hoogeschool uit te weiden: alleen op de getuigenis van hen, die het
+langen tijd van nabij gezien en ondervonden hebben, kondt gij eenigen
+prijs stellen,--en dát ontbrak u nimmer. Maar ik voel mij toch gedrongen
+u te zeggen, dat uw vertrouwen mij in te hoogere mate vereert,
+naargelang uwe waarachtig belangstellende zorgen voor de Hoogeschool
+in zoovele anderen uwer bemoeijingen duidelijker zijn afgedrukt; ja! dat
+ik er trotsch op ben, door u tot eene betrekking te zijn voorgedragen,
+waarvan het volle gewigt mij levendig voor den geest staat. Ik heb mij
+als levensdoel gesteld, aan uw vereerend vertrouwen naar mijne krachten
+waardiglijk te beantwoorden. Geene poging hiertoe zal onbeproefd
+blijven; maar dikwijls, ik gevoel het, zal ik uwe welwillende
+ondersteuning hiertoe moeten inroepen. Reeds hebt gij mij geleerd, dit
+met vertrouwen te doen,--en door uwe handelingen mij den wensch in den
+mond gelegd, dat gij nog eene lange reeks van jaren, altijd even ijverig
+bijgestaan door uwen hooggeschatten, wakkeren Secretaris, aan het
+welzijn der Hooggeschool uwe goede zorgen moogt toewijden.
+
+
+Ook tot u, Weledele Hooggeleerde Heeren, waarde Ambtgenooten, en Zeer
+Geleerde Heeren Lectoren! rigt ik mij met volle vertrouwen. Doorloop ik
+uwe rijen, dan ontdek ik mannen, die, grijs geworden in wetenschap en
+letterroem, mij hooge achting, diep ontzag inboezemen; maar ik zie ook
+onder u geëerde Leermeesters, die mij altijd met heusche welwillendheid
+den weg tot wetenschap hebben aangewezen,--vrienden, die mij met hunnen
+omgang vereerden, vóór ik hen als Ambtgenooten mogt begroeten; en in
+u allen herken ik ambtgenooten, die mij welwillend zijt te gemoet
+getreden, toen een koninklijk besluit mij aan uwe zijde plaatste.
+
+Ik wierp met u een’ blik op de prachtvolle harmonie van het dierlijk
+leven,--en al die pracht zagen wij aan ijzeren boeijen geketend. Maar
+een hooger beginsel ademt de harmonie, waarmede gij eenparig streeft
+naar hetzelfde verheven doel: want, in dit streven kent gij geene
+wetten, ziet gij geene noodzakelijkheid. Gij gevoelt: het geschiedt met
+bewustzijn, het berust op vrije wilsbepaling.--Thans ben ik geroepen,
+om mij met u tot ontwikkeling der hoogere vermogens van den mensch te
+vereenigen. Die taak rust zwaar mij op de schouders. Mijne beste
+pogingen, om hierin harmonisch met u zamen te stemmen, zou ik gewis
+dikwijls zien verijdeld, wanneer gij niet steeds gereed stondet, mij
+welwillend de hand tot ondersteuning toe te reiken. Dit zij hierom de
+bede, tot u allen gerigt--de bede, waarmede ik mij dringend, maar ook
+vol vertrouwen, wende tot de leermeesters mijner academiejaren, die ook
+later nimmer ophielden, mij voor te lichten op het pad der wetenschap.
+
+
+Maar ik zie onder u nog een’ vriend, een’ leermeester van latere jaren,
+wiens naam luide weergalmt in de tempelen der wetenschap, wiens geest
+kracht heeft en moed, wiens hart gloeit voor wat goed en edel is.
+Ik weet het, Mulder! gij zijt afkeerig van openlijk huldebetoon.
+Wierook-walmen stijgen niet tot u op. Maar mag het hulde heeten, wanneer
+ik zeg, dat gij nimmer hebt opgehouden, mijn’ blik in de natuur en in de
+menschenwereld te verruimen, dat gij altijd en overal mijne belangen met
+vurigen ijver hebt behartigd, dat, wanneer ik, door leed of angst
+geprangd, naar een’ vriend omzag, gij aan mijne zijde stondt!...
+Neen! hulde mag het niet heeten, waar, voor sprekende feiten, zwakke
+woorden in de plaats treden.--Ik gevoel het, Mulder! ik heb noch den
+geest krachtig, noch het hart warm genoeg, om beide bij u te bevredigen;
+maar rein zijn toch de vriendschap en dankbaarheid, die mij bezielen--en
+gij zult ook de kleine bron niet versmaden, wanneer ze u frisch en
+helder water biedt.
+
+
+Hartelijk verheugt het mij, ook u hier te zien, Wel Edelgestrenge,
+Zeer Geleerde Heeren! die ik, nog kort geleden, de eer had, mijne
+Ambtgenooten te noemen. Ik wist het, dat gij een levendig deel naamt in
+de mij te beurt gevallen onderscheiding; en uwe tegenwoordigheid op deze
+plaats is mij hiervan een nieuw bewijs. De vijf volle jaren waarin wij
+onze krachten tot één doel zamenspanden, waren de gewigtigsten mijns
+levens. Aan deze, en voor een groot deel aan U, ben ik mijne
+wetenschappelijke vorming inzonderheid verschuldigd. Ik herdenk het met
+zoo veel voldoening, hoe ik dagelijks door uwen ijver werd aangewakkerd,
+hoe ik dagelijks mij kon spiegelen aan naauwgezette pligtsbetrachting,
+hoe gij mij dagelijks deedt ondervinden, dat ik met vrienden leefde.
+Hebt dank voor uwe hartelijke gezindheid mijwaarts, die zich nimmer
+verloochende; en, mogen wij niet langer door ambtsbetrekking vereenigd
+zijn,--de heilige band, die tot de minste sporen van misverstand en
+tweedragt steeds uit ons midden weerde, blijve ook thans hechter dan
+immer gesloten!
+
+
+Ten slotte wend ik mij tot u, Aanzienlijke Schaar van Jongelingen!
+want aan u is mijn volgend leven toegewijd. Ik ben geroepen, om u voor
+te gaan op den weg tot wetenschap; en zucht tot kennis brandt in u
+allen. Ziet! zoo is reeds eene harmonische betrekking tusschen ons
+geboren.--Zoekt gij bij mij de veelomvattende kennis en grondige
+geleerdheid, die wij vereeren en hoogschatten alleen in mannen,
+wier leven onafgebroken aan ijverige studie gewijd was, ik moet u
+teleurstellen maar verlangt gij bereidvaardigheid in het ondersteunen
+uwer pogingen, ijver en lust om u nuttig te zijn, ik bied ze u van
+ganscher harte aan. En wij kunnen immers gezamenlijk het veld onzer
+kennis uitbreiden. Gij toch, die u toewijdt aan de beoefening der
+natuurkundige wetenschappen, waaronder ik ook de geneeskundige begrepen
+acht, gij weet het, hoe men tot waarachtige kennis kan opklimmen. De
+kennis, die gij verlangt, ligt in de voorwerpen en verschijnselen der
+natuur opgesloten: zintuigelijke waarneming van deze is de éénige wijze,
+waarop zij te verkrijgen is. Van de stelling uitgaande, dat niets wat
+waarneembaar is, wordt gekend, vóór het is waargenomen, moet het steeds
+mijn streven zijn, u de voorwerpen en verschijnselen der Natuur
+waarneembaar voor te stellen. En zóó immers is ons de gelegenheid
+gegeven, gezamenlijk kennis op te doen. Ik wil niet tot u spreken als
+een boek, en daarom behoef ik ook niet de geleerdheid van een boek; maar
+ik zal trachten, uwe zintuigen te scherpen, en ze met uwen geest in
+nader verband te brengen. Gij moet leeren zien, hooren, ruiken, proeven
+en tasten; en gij moet het bewustzijn hebben, dat gij met deze vermogens
+tot ware kennis kunt geraken. Daarin bestaat het groote geheim, om
+zelfstandig te worden. Hebt gij de indrukken zelf uit de natuur
+opgezameld, gij zult ze gemakkelijk leeren ordenen. Die kennis is dan
+uw eigendom, dien niemand u kan betwisten; en op dien grond zijt gij nu
+zelfstandig.
+
+Geene andere lauweren verlang ik in mijnen werkkring, dan iets te mogen
+bijdragen, om u tot die zelfstandigheid te vormen.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Opuscula Selecta Neerlandicorum, by
+Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OPUSCULA SELECTA NEERLANDICORUM ***
+
+***** This file should be named 19072-0.txt or 19072-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/0/7/19072/
+
+Produced by Louise Hope, Frank van Drogen, the Netherlands
+Team and the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net (This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/19072-0.zip b/19072-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..75fb96b
--- /dev/null
+++ b/19072-0.zip
Binary files differ
diff --git a/19072-8.txt b/19072-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..392df22
--- /dev/null
+++ b/19072-8.txt
@@ -0,0 +1,16177 @@
+The Project Gutenberg EBook of Opuscula Selecta Neerlandicorum, by
+Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Opuscula Selecta Neerlandicorum
+ Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde
+
+Author: Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam,
+Herman Boerhaave, Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+Editor: Hector Treub
+
+Translator: L. Hillesum, W. Julius, L. Hillesum and A. H. Kan
+
+Release Date: August 18, 2006 [EBook #19072]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OPUSCULA SELECTA NEERLANDICORUM ***
+
+
+
+
+Produced by Louise Hope, Frank van Drogen, the Netherlands
+Team and the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net (This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.)
+
+
+
+
+
+ [Transcriber's Note:
+
+ Spelling and capitalization are as in the original.
+ De spelling en de hoofdletters zijn gehandhaafd als in het origineel.
+
+ Greek words have been transliterated and placed between +marks+.
+ Griekse woorden zijn getranslitereerd en tussen +tekens+ geplaatst.
+
+ The six individual articles are separated by three rows of asterisks.
+
+ The Latin texts-- Erasmus, Boerhave and Gaubius-- are given in three
+ independent versions, separated by two rows of asterisks:
+
+ Latin alone
+ Dutch translation alone
+ Latin and Dutch interlocked]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ OPUSCULA SELECTA
+
+ NEERLANDICORUM
+
+ DE ARTE MEDICA
+
+
+
+
+ Fasciculus Primus
+
+ quem
+
+ Curatores Miscellaneorum
+ quae vocantur
+ Nederlandsch Tijdschrift
+ voor Geneeskunde
+
+ collegerunt et ediderunt
+ ad celebrandam
+ Seriem quinquagesimam
+ in lucem nuper editam
+
+ Quaenam insint scripta
+ proxima pagina docebit
+
+ Amstelodami
+ Apud F. van Rossen
+ MCMVII
+
+
+ Erasmus
+ Swammerdam
+ Van Leeuwenhoek
+ Boerhaave
+ Gaubius
+ Donders
+
+
+
+
+INHOUD.
+ Blz.
+
+TER INLEIDING IX
+
+DESIDERIUS ERASMUS, Encomium artis medic 1
+
+DESIDERIUS ERASMUS, De lof der geneeskunde 1
+
+ANTONI VAN LEEUWENHOEK, Den waaragtigen omloop des
+ Bloeds, als mede dat de Arterien en Ven gecontinueerde
+ Bloedvaten zijn, klaar voor de oogen gestelt 45
+
+JAN SWAMMERDAM, Proefnemingen van de particuliere
+ bewegingen der spieren van den Kikvorsch, die in het
+ gemeen op alle de bewegingen der spieren in de
+ menschen en beesten toegepast worden 69
+
+HERMANNUS BOERHAAVE, De usu ratiocinii mechanici in
+ medicina 98
+
+HERMAN BOERHAAVE, Het nut der mechanistische methode in
+ de geneeskunde 99
+
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS, Oratio inauguralis qua
+ ostenditur chemiam artibus academicis jure esse
+ inserendam 170
+
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS, Inaugureele rede, waarin wordt
+ aangetoond, dat de scheikunde met recht een plaats
+ verdient onder de akademische wetenschappen 171
+
+F. C. DONDERS, De harmonie van het dierlijke leven de
+ openbaring van wetten 229
+
+
+
+
+TER INLEIDING.
+
+
+Den 1sten Januari 1907 heeft het Nederlandsch Tijdschrift voor
+Geneeskunde 50 jaren bestaan. In Mei 1901 besloot de algemeene
+vergadering der Vereeniging: _Nederlandsch Tijdschrift voor
+Geneeskunde_, op voorstel der Redactie, den lezers van het Tijdschrift
+bij gelegenheid van dit jubileum eene feestuitgave aan te bieden. Deze
+feestuitgave zou betrekking hebben op de geschiedenis der geneeskunde.
+De zorg voor de voorbereiding dier uitgave werd opgedragen aan eene
+commissie, bestaande uit de heeren B. J. STOKVIS, W. KOSTER (Utrecht),
+C. E. DANILS, H. TREUB en de beide toenmalige redacteuren-grant
+M. STRAUB en P. MUNTENDAM.
+
+De geheimen van onze commissie-vergaderingen te verklappen is allerminst
+mijn bedoeling. Maar iets wil ik en moet ik toch zeggen. Dit n.l., dat,
+wanneer niet de drie eerstgenoemde, klassiek geschoolde commissieleden
+er geweest waren, en met name wanneer niet STOKVIS zijne groote
+belezenheid en zijn eeuwig jeugdig enthousiasme aan onze taak had doen
+ten goede komen, er van dit boek bitter weinig terechtgekomen zou zijn.
+Want n ding stond, na de eerste voorloopige besprekingen, al spoedig
+bij ons allen vast: wij moesten de feestuitgave doen bestaan in
+herdrukken van Nederlandsche klassieke schrijvers over geneeskunde. Maar
+wie moest onder de klassieken, en wat van hun werk gekozen worden? En
+hoe moest het uitgegeven worden? Vragen die, tendeele althans, slechts
+beantwoord konden worden door hen, die de klassieken kenden. Toen dan
+ook omtrent het "hoe" beslist was, dat de feestuitgave geen bloemlezing,
+maar een bundel van zooveel mogelijk op zich zelf staande stukken zou
+zijn, kwamen de drie genoemde kenners der klassieken met verschillende
+werken aan, waaruit de commissie na kennismaking zou kunnen kiezen.
+
+Moeilijke bezigheid, voorwaar! Gelukkig, wij zijn Hollanders, wij waren
+in commissie vereenigd en wij hadden dus het recht, om niet te zeggen
+de nationale plicht met bedachtzaamheid voorttegaan. Zoo waren wij dan
+ook nog slechts nauwelijks tot eene definitieve keuze gekomen, toen in
+September 1902 STOKVIS ons ontviel. Wanneer ons werk, gelijk wij hopen,
+ten slotte bruikbaar is geworden, dan zij hier gezegd, dat dit in de
+allereerste plaats te danken is aan het initiatief en de krachtige
+medewerking van STOKVIS.
+
+De commissie was zoo gelukkig in zijn plaats door de algemeene
+vergadering benoemd te zien de heer C. A. PEKELHARING, die aan hare
+verdere werkzaamheden een zeer actief deel heeft genomen.
+
+Besloten werd tot een herdruk van vier redevoeringen. De eerste is van
+ERASMUS (1467-1536). De groote humanist, schoon zelf geen medicus, heeft
+toch in eene oratie den lof der geneeskunst verkondigd. En, waarlijk,
+beter lofredenaar kon de geneeskunst moeilijk verlangen. Zoo uitbundig
+is zelfs hier en daar zijn loftuiting, dat men, gedachtig aan den
+schrijftrant van den auteur van den lof der zotheid, geneigd is zich nu
+en dan af te vragen, of niet meer zachte ironie dan welgemeende lof uit
+ERASMUS' woorden spreekt. Toch zal men bij doorlezing van dit weinig
+bekende geschrift van den geleerden Rotterdammer bespeuren, dat het
+hem met den lof, deze moge dan overdreven zijn, ernst is, daar hij niet
+nalaat de slechte geneeskunst-oefenaars te vermanen. Hoe weinig het oude
+stuk nog verouderd is, blijkt wel uit wat hij o.a. zegt:
+
+"De taak van den geneesheer vervulden de wetgevers, die slechts goed
+gebouwde personen met elkander lieten huwen, die maakten, dat men
+alleen volkomen gezonde minnen in dienst nam, die openbare baden en
+turnplaatsen instelden, wetten tegen de weelde maakten, door het doen
+verbouwen van huizen en het droogleggen van moerassen, epidemien
+voorkwamen en er voor waakten, dat geen spijzen of dranken, die voor
+de gezondheid gevaar opleverden, verkocht werden."
+
+Immers dit kon nu nog, helaas! goeddeels dienst doen als politieke
+wenschlijst voor een medicus.
+
+De tweede redevoering is van BOERHAAVE (1668-1738), en door hem gehouden
+ter gelegenheid, dat de curatoren der Leidsche hoogeschool hem, door
+eene traktementsverhooging, hadden weerhouden naar Groningen te gaan. Al
+had het particularisme dier dagen niets anders goeds uitgewerkt dan ons
+dit heldere en logische betoog omtrent de waarde der iatromechanica te
+bezorgen, dan mochten wij het nog dankbaar zijn. Als men BOERHAAVE's
+klare taal leest, die zijn gedachtengang zoo scherp weergeeft, waarin
+geen argument te weinig en nauwelijks een woord te veel is, dan begrijpt
+men den grooten invloed door BOERHAAVE als leermeester uitgeoefend.
+
+Versterkt wordt deze indruk door de volgende redevoering, die van
+GAUBIUS (1705-1780), wiens gezwollen welsprekendheid BOERHAAVE's
+eenvoudige duidelijkheid beter doet uitkomen. Evenwel, niet om, doch
+ondanks deze tegenstelling werd Gaubius' werk door ons gekozen. Immers
+ziet men af van de voor ons minder smakelijke rhetorische versierselen,
+dan geeft het betoog van GAUBIUS, op zichzelf voor dien tijd van
+groot gewicht, tevens een eigenaardig beeld van de snel wisselende
+geneeskundige opvattingen. Nog geen dertig jaar toch na BOERHAAVE's
+enthousiaste verdediging der iatromechanica komt, op zijne plaats en in
+zijn tegenwoordigheid, de door hem aangewezen leerling de waarde der
+scheikunde als wetenschap en in het bijzonder hare waarde voor de
+geneeskunst bepleiten.
+
+Als vierde in de rij der oraties komt die van DONDERS (1818-1889),
+over de harmonie in het dierlijke leven; de oratie, waarmede hij zijn
+loopbaan als hoogleeraar aanving. Een waardige evenknie van het stuk
+van BOERHAAVE, waarin met goed gekozen argumenten en in keurige taal de
+teleologie als wetenschap wordt aangevallen en betoogd wordt, dat het
+"waartoe" geen antwoord geven kan op de vraag naar het "waardoor",
+terwijl toch slechts deze laatste vraag voor den wetenschappelijken
+vooruitgang belang heeft.
+
+Tusschen ERASMUS en BOERHAAVE komen de herdrukken van onderzoekingen
+van VAN LEEUWENHOEK en van SWAMMERDAM. Onafhankelijk van de hem
+klaarblijkelijk onbekende ontdekking der capillairen door MALPIGHI
+(1661), gaf LEEUWENHOEK (1632-1723) HARVEY's leer van den bloeds omloop
+een krachtdadigen steun door het, met behulp van zijn mikroskoop,
+geleverde bewijs dat: "De Arterin en Venae gecontinueerde Bloedvaten
+zijn"; een bewijs, dat hij in gemoedelijke taal, doch met groote
+helderheid geeft. Met z groote helderheid, dat men verbaasd staat,
+dat de eenvoudige Delftenaar, als buitenstaander van de officiele
+wetenschap, om geloofd te worden zich moest beroepen op het getuigenis
+o.a. van "d'Heer Mr. ANTONI HEINSIUS, Raad en Pensionaris dezer Stad,
+voor desen Extraordinaris Envoy aan zijn Koninklijke Majesteit van
+Vrankrijk, en onlangs Commissaris van desen Staat aan het Hoff van zijn
+Koningl. Majesteit van Engeland."
+
+Het stuk van JAN SWAMMERDAM (1637-1680) geeft ten slotte een goed
+voorbeeld van diens experimenteertalent. Immers, zoowel zijn proef over
+de uitgesneden, doch in verbinding met de zenuw gelaten kikvorschspier,
+als die met het door lucht gevulde hart, kunnen ter demonstratie van
+dat talent dienen; ook al is de eerste, die doet zien dat bij den
+spiercontractie verwekkenden zenuwinvloed niets ponderabels van de zenuw
+naar de spier overgaat, bewijzender dan de tweede, die dienen moet om te
+betoogen, dat het spiervolume bij de contractie niet toe- doch afneemt.
+
+De commissie meende met deze keuze een geschikten aanvang te maken van
+eene publicatie van Nederlandsche klassieken en zij hoopt en vertrouwt,
+dat daarmede de stoot tot verdere analoge herdrukken gegeven zal zijn.
+
+Maar, zal zulk een herdruk nut hebben, dan dient, voor de meerderheid
+der Nederlandsche geneeskundigen, het Latijn door Nederlandsch vervangen
+te worden. En, zal de publicatie nut hebben om ook in het buitenland den
+naam der oudere Nederlandsche schrijvers op geneeskundig gebied in eere
+te houden, dan moeten er ook vertalingen in vreemde talen bij zijn. Deze
+overweging stelde de commissie voor een nieuwe moeielijkheid, die des te
+grooter werd, toen de algemeene vergadering besloot, dat niet n, doch
+drie vreemde talen zouden gekozen worden. Onder de commissieleden was
+geen LITTR, noch een ERMERINS en de zorg voor vertalingen in Fransch,
+Engelsch of Duitsch durfden zij evenmin op zich te nemen. Zoo heeft dan
+de commissie de hulp van anderen, meerendeels niet-medici, ingeroepen en
+bepaalde zich haar werk in hoofdzaak tot de specifiek medische correctie
+van het vertaalwerk.
+
+Zij was zoo gelukkig de hulp te verkrijgen van den heer L. HILLESUM voor
+de vertaling van de redevoering van ERASMUS in het Nederlandsch, van den
+heer C. GRONDHOUT voor de vertaling dierzelfde redevoering en van de
+verhandeling van ANTONI VAN LEEUWENHOEK in het Engelsch, van den heer
+MAURICE PERNOT voor de Fransche vertalingen der oraties van BOERHAAVE
+en GAUBIUS, van de heeren W. JULIUS en L. HILLESUM voor de Nederlandsche
+vertaling van BOERHAAVE, van den heer A. H. KAN voor die van GAUBIUS en
+van den heer E. HUMMELSHEIM voor de vertaling der redevoering van
+DONDERS in het Duitsch. Haar medelid, de heer DANILS, wiens
+bibliographische speurzin zich nooit verloochent, vond een weinig
+bekende Duitsche uitgave van SWAMMERDAM's "Bijbel der Natuur" (Leipzig
+1752), waaraan de commissie de benoodigde vertaling van diens
+verhandeling kon ontleenen.
+
+Het is der commissie een plicht, maar een genoegen tevens, aan al dezen
+haren medewerkers hier oprechten dank te betuigen en hulde te brengen
+voor den zoo nauwgezet uitgevoerden arbeid.
+
+Wanneer ik ten slotte nog gememoreerd heb, dat het typografisch werk
+voor den feestbundel afkomstig is van de firma DE ROEVER KRBER &
+BAKELS, dat de portretten, voor zoover bestaande, in lichtdruk zijn
+gereproduceerd door de firma SENEFELDER, die ook de platen bij
+VAN LEEUWENHOEK's en SWAMMERDAM's stukken in photolithographie
+reproduceerde, en dat de band en het titelblad ontworpen zijn door den
+heer J. B. HEUKELOM, dan behoef ik daarvoor geen dank uit te spreken,
+want de dank voor hun werk zal hun onmiddellijk gebracht worden door
+elken beschouwer van het boek.
+
+ _In opdracht en in naam der commissie ter
+ voorbereiding dezer feestuitgave,_
+
+ HECTOR TREUB.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+[Transcriber's Note:
+
+Sidenotes to the Latin text have been collected at the beginning to
+act as a table of contents. Those that appear at the beginning of a
+paragraph, along with a few others that function as explanatory notes,
+have also been kept in their original places.
+
+Footnotes to the Latin text were added by the transcriber, using
+information in the parallel Dutch text.]
+
+
+ [Illustration/Illustratie:
+
+ IMAGOERASMIROTERODA
+ MIABALBERTODVREROAD
+ VIVAMEFFIGIEMDELINIATA
+
+ +TNKREITTԷTASUNGRAMMATADEIXEI+
+
+ MDXXVI
+
+ A/D]
+
+
+
+
+ ENCOMIUM ARTIS MEDIC
+
+ Desiderio Erasmo Roterodamo Autore.
+
+
+ DE LOF DER GENEESKUNDE
+
+ van
+
+ Desiderius Erasmus.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Erasmus Roterodamus_
+_D. Henrico Afinio Lyrano_
+ _insigni Medico_
+ _S.D._
+
+Nuper dum bibliothecam recenseo, doctissime Afini, venit in manus
+oratio quaedam olim mihi nihil non experienti, in laudem artis medicae
+declamata; continuo visum est orationem non optimam optimo dicare
+medico, ut vel tui nominis lenocinio studiosorum centuriis commendetur.
+
+Erit hoc interim mei in te animi qualecunque documentum, dum dabitur
+aliud nostra necessitudine dignius.
+
+Bene vale.
+
+Lovanii tertio Idus Martias Anno MDXVIII.
+
+
+
+
+[Sidenotes:
+
+_Attentio._
+_Propositio._
+_Laudandi ratio per comparationem._
+_Dignitas et autoritas medicinae._
+ _Inventio artis._
+ _Torquet exemplum in suum commodum._
+_A difficultate._
+ _Longum hyperbaton._
+ _Divina res medicina._
+ _Laus ab effectu._
+ _Ars medicorum et mortuos excitare credita est._
+ _Initium vitae medicis debetur._
+ _Ab utilitate perpetua._
+_Senectam remoratur ars medicorum._
+_Totum hominem curat medicus._
+ _Temperaturam corporis emendat medicus._
+ _A simili._
+ _Plato._
+_Principibus maxime necessarius medicus._
+ _Ab exemplo._
+ _Honos habitus medicinae._
+ _Honora medicum._
+_A similibus._
+_Sanitatis custos medicus._
+ _Exempla._
+ _Christus non aegrotavit._
+ _Confutatio._
+ _Donum curationis._
+_Exemplum._
+ _Detorquet._
+_Quibus culta medicina._
+ _Moses._
+ _Orpheus._
+ _Homerus._
+ _Moly._
+ _Nepenthes._
+ _Machaon._
+ _Paeon._
+ _Chiron._
+_Christus ipse medicus._
+ _Paulus medicus._
+ _Raphael._
+_A simili._
+ _Seleucides._
+_A quaestu._
+_Confutatio._
+ _Ex Aristophane._
+ _Proverbium._
+_Epilogus._ ]
+
+
+
+
+ DECLAMATIO ERASMI ROTERODAMI
+ IN LAUDEM ARTIS MEDIC.
+
+
+ [Sidenote: _Attentio._]
+
+Quo saepius est ars medicinae, meditatis et elaboratis orationibus,
+hoc ex loco, apud plerosque vestrum praedicata, idque a viris singulari
+facundia praeditis, auditores celeberrimi, hoc mihi sane minus est
+fiduciae, me vel tantae rei, vel aurium vestrarum expectationi
+satisfacturum. Neque enim rem prope divinam nostra facile assequetur
+infantia, neque vulgaris oratio de re toties audita taedium possit
+effugere.
+
+ [Sidenote: _Propositio._]
+
+Verumtamen ne salutari maiorum instituto videar deesse, qui solenni
+encomio juventutis animos ad huius praeclarae scientiae studium,
+admirationem, amorem, excitandos, accendendos, inflammandosque
+censuerunt, experiar et ipse pro mea virili (siquidem me dicentem
+adjutabit vestra tum attentio, tum humanitas, favore candido prosequens,
+quem ad hoc muneris vestra adegit autoritas) medicae facultatis
+dignitatem, autoritatem, usum, necessitatem, non dicam explicare, quod
+prorsus infiniti fuerit negotii, sed summatim modo perstringere, ac
+veluti confertissimas locupletissimae cujuspiam reginae opes, per
+transennam (ut aiunt) studiosorum exhibere conspectibus.
+
+ [Sidenote: _Laudandi ratio per comparationem._]
+
+Cuius quidem ea vel praecipua laus est, primum quod nullis omnino
+praeconiis indiget, ipsa abunde per se vel utilitate, vel necessitate
+commendata mortalibus. Deinde quod toties iam a tam praeclaris ingeniis
+praedicata, semper tamen novam laudum suarum materiam, ingeniis etiam
+parum foecundis ex sese suppeditat, ut nihil necesse sit, eam vulgato
+more invidiosis illis contentionibus, non sine caeterarum disciplinarum
+contumelia depraedicare. Quin illud magis metuendum, ne domesticas
+illius dotes, ne germanam ac nativam amplitudinem, ne majestatem humana
+conditione maiorem, mortalis oratio non assequatur. Tantum abest, ut vel
+aliena contumelia, vel asciticiis Rhetorum fucis, aut amplificationum
+praestigiis sit attollenda. [Sidenote: +gnm+.] Mediocrium est
+formarum, deformiorum comparatione, aut cultus lenociniis commendari;
+res per se vereque praeclaras, satis est vel nudas oculis ostendisse.
+
+ [Sidenote: _Dignitas et autoritas medicinae._]
+
+Iam primum enim (ut ad rem festinemus) reliquae artes quoniam nulla non
+magnam aliquam vitae commoditatem attulit, summo quidem in pretio fuere.
+Verum medicinae quondam tam admirabilis fuit humano generi inventio, tam
+dulcis experientia, ut eius autores, aut plane pro diis habiti sint,
+velut Apollo, et huius filius Aesculapius, imo (quod ait Plinius)
+singula quosdam inventa deorum numero addiderunt, aut certe divinis
+honoribus digni sint existimati, velut Asclepiades, quem Illyrici
+numinis instar receptum Herculi in honoribus aequarunt. Non equidem
+probo quod fecit antiquitas, affectum sane ac iudicium laudo, quippe
+quae recte et senserit et declararit, docto fidoque medico nullum satis
+dignum praemium persolvi posse.
+
+ [Sidenote: _A difficultate._]
+
+Etenim si quis secum reputet, quam multiplex in corporibus humanis
+diversitas, quanta ex aetatibus, sexu, regionibus, coelo, educatione,
+studiis, usu varietas, quam infinita in tot milibus herbarum (ne
+quid interim dicam de caeteris remediis) quae alibi aliae nascuntur,
+discrimina. Tum quot sint morborum genera, quae trecenta nominatim
+fuisse prodita scribit Plinius, exceptis generum partibus, quarum omnium
+quam nullus sit numerus, facile perpendet, qui tantum norit, quot formas
+in se febris vocabulum complectatur, ut ex uno caetera aestimentur;
+exceptis his, qui quotidie novi accrescunt, neque secus accrescunt,
+quam si de composito cum arte nostra bellum suscepisse videantur.
+Exceptis venenorum plus mille periculis, quorum quot species sunt,
+tot sunt mortis genera, totidem remediorum differentias flagitantia.
+Exceptis casibus quotidianis lapsuum, ruinarum, ruptionum, adustionum,
+luxationum, vulnerum, atque his consimilium, quae prope cum ipso
+morborum agmine ex aequo certant. Denique qui cogitet, quanta sit
+in corporum coelestium observatione difficultas, quae nisi cognoris,
+saepenumero venenum erit, quod in remedium datur. Ne quid interim
+commemorem saepe fallaces morborum notas, sive coloris habitum spectes,
+sive lotii signa rimeris, sive pulsus harmoniam observes, velut hoc
+agentibus malis, ut hostem medicum fallant et imponant. Tantum undique
+sese offundit difficultatum, ut mihi difficile sit omnes vel oratione
+prosequi.
+
+Sed ut dicere coeperam, has omnes rerum varietates studio persequi,
+obscuritates ingenio assequi, difficultates industria pervincere, ac
+penetratis terrae fibris, excussis undique totius naturae arcanis, ex
+omnibus herbis, fruticibus, arboribus, animantibus, gemmis, ex ipsis
+denique venenis, cunctis humanae vitae malis efficacia quaerere remedia,
+atque horum opportunum usum ex tot autoribus, tot disciplinis, imo et ab
+ipsis sideribus petere. Haec inquam, tam abdita rimari cura, tam ardua
+viribus animi adipisci, tam multa memoria complecti, tam necessaria ad
+salutem universi mortalium generis in commune proferre, nonne prorsus
+homine maius ac plane divinum quiddam fuisse videtur? Absit invidia
+verbis. Liceat id quod vero verius est ingenue praedicare. Non me jacto,
+sed artem ipsam effero. Etenim si dare vitam proprium dei munus est,
+certe datam tueri, jamque fugientem retinere, deo proximum fateamur
+oportet. Quamquam ne prius quidem illud, quod nos soli deo proprium esse
+volumus, medicorum arti detraxit antiquitas, ut credula, ita gratissima.
+Nam Aesculapii quidem ope Tyndaridam, et post eum complures ab Orco
+in lucem redisse credidit. Asclepiades hominem exanimatum, elatum,
+comploratumque ab rogo domum vivum reduxisse legitur. Xanthus historicus
+catulum leonis occisum, praeterea et hominem, quem Draco occiderat,
+vitae redditum fuisse, posteris prodidit, herba quam halin[*] nominant.
+Ad haec Juba, in Africa quendam herba revocatum ad vitam, testis est.
+Neque vero laboraverim, si sint apud quos haec fide careant. Certe
+(quod agimus) admirationem artis tanto magis implent, quanto magis supra
+fidem veri sunt, et immensum esse fateri cogunt id quod vero supersit.
+Quamquam quantum ad eum attinet, qui vitae redditur, quid refert utrum
+anima denuo in artus relictos divinitus reponatur, an penitus in corpore
+sepulta, morbique victoris oppressa viribus, arte curaque medici
+suscitetur atque eliciatur, iamque certo migratura retineatur? An non
+pene paria sunt mortuum restituere, et mox moriturum servare? Atqui
+permultos nominatim recenset Plinius libro historiae mundanae septimo,
+qui iam elati partim in ipso rogo, partim post dies complusculos
+revixerint.
+
+ [Footnote: The Dutch translation notes that the word in Pliny is
+ "balis".]
+
+Miraculum est, quod paucis dedit casus. Et non magis mirandum, quod
+quotidie multis largitur ars nostra? Etiamsi hanc deo Opt. Max. debemus,
+cui nihil non debemus, ne quis haec a me putet arrogantius dicta quam
+verius. Complurium morborum ea vis est, ut certa mors sint, nisi
+praesens adsit medicus, veluti stupor is, qui mulieribus potissimum
+solet accidere, veluti syncopis profunda, paralysis, apoplexia. Neque
+desunt ulli vel seculo, vel genti sua in hanc rem exempla. Hic qui
+mortem ingruentem arte sua depellit, qui vitam subito oppressam revocat,
+nonne ceu numen quoddam dextrum ac propitium semper habendus est? Quot
+censes homines ante diem sepultos fuisse priusquam medicorum solertia
+morborum vires, et remediorum naturas deprehenderat? Quot hodie
+mortalium milia vivunt, valentque, qui ne nati quidem essent, nisi eadem
+haec ars, et tot nascendi discriminibus remedia, et obstetricandi
+rationem reperisset? Adeo statim in ipso vitae limine, et pariens simul
+et nascens salutarem medicorum opem miserabili voce implorat. Horum
+arti vitam debet, et qui nondum vitam accepit, dum per eam prohibentur
+abortus, dum mulieri seminis recipiendi retinendique vis confertur, dum
+pariendi facultas datur. [Sidenote: +paroimia+] Quod si vere dictum est
+illud Deus est juvare mortalem, profecto mea sententia aut nusquam locum
+habebit illud nobile Graecorum adagium +anthrpos anthrpou daimonion+,
+aut in medico fido proboque locum habebit, qui non juvat modo verum
+etiam servat. An non igitur ingratitudine ipsa videatur ingratior, ac
+ipse prope vita indignus, qui medicinam alteram secundum deum, vitae
+parentem, tutricem, servatricem, vindicem non amet, non honoret, non
+suspiciat, non veneretur? Cuius praesidiis nunquam ulli non est opus.
+Nam reliquis quidem artibus nec semper nec omnes egemus. Huius utilitate
+mortalium omnis vita constat. Nam fac abesse morbos, fac omnibus
+prosperam adesse valetudinem, tamen hanc qui poterimus tueri, nisi
+medicus ciborum salutarium ac noxiorum discrimen, nisi totius victus,
+quam Graeci diaetam vocant, rationem doceat?
+
+ [Sidenote: _Senectam remoratur ars medicorum._]
+
+Grave mortalibus est onus senecta, quam non magis licet effugere quam
+mortem ipsam. Atque ea medicorum opera multis contingit, tum serius, tum
+multo etiam levior. Neque enim fabula est, quinta, quam vocant, essentia
+senio depulso hominem velut abjecto exuvio rejuvenescere, cum extent
+aliquot huius rei testes.
+
+ [Sidenote: _Totum hominem curat medicus._]
+
+Neque vero corporis tantum, quae vilior hominis pars est, curam gerit,
+imo totius hominis curam agit, etiamsi Theologus ab animo, medicus a
+corpore sumat initium. Siquidem propter arctissimam amborum intet se
+cognationem et copulam, ut animi vitia redundant in corpus, ita vicissim
+corporis morbi animae vigorem aut impediunt, aut etiam extinguunt.
+Quis aeque pertinax suasor abstinentiae, sobrietatis, moderandae irae,
+fugiendae tristitiae, vitandae crapulae, amoris abjiciendi, temperandae
+Veneris, atque medicus? Quis efficacius suadet aegroto, ut si vivere
+velit, et salutarem experiri medici opem, prius animum a vitiorum
+colluvie repurget? Idem quoties vel diaetetica ratione, vel ope
+pharmaceutica bilem atram minuit, labantes cordis vires reficit, cerebri
+spiritus fulcit, mentis organa purgat, ingenium emendat, memoriae
+domicilium sarcit, totumque animi habitum commutat in melius, nonne per
+exteriorem, ut vocant, hominem, et interiorem servat? Qui phreneticum,
+lethargicum, maniacum, sideratum, lymphatum restituit, nonne totum
+restituit hominem? Theologus efficit ut homines a vitiis resipiscant, at
+medicus efficit, ut sit qui possit resipiscere. Frustra ille medicus sit
+animae, si jam fugerit anima, cui paratur antidotus. Cum impium hominem
+subito corripuit paralysis, apoplexia, aut alia quaedam praesentanea
+pestis, quae vitam prius adimat, quam vacet de castiganda cogitare vita,
+hunc qui restituit, alioquin infeliciter in suis sceleribus sepeliendum,
+nonne quodammodo tum corpus, tum animum ab inferis revocat? In eum certe
+locum reponit hominem, ut ei in manu jam sit, si velit, aeternam mortem
+fugere. Quid suadebit lethargico Theologus, qui suadentem non audiat?
+Quid movebit phreneticum, nisi medicus prius atram bilem repurgarit?
+
+Pietas caeteraeque virtutes, quibus Christiana constat felicitas, ab
+animo potissimum pendent, haud infitior. Caeterum quoniam is corpori
+illigatus, corporeis organis velit nolit utitur, fit ut bona pars bonae
+mentis a corporis habitu pendeat. Permultos homines infelix corporis
+temperatura, quam Graeci modo +krasin+ modo +sustma+ vocant, velut
+invitos ac reclamantes, ad peccandum pertrahit, dum animus insessor
+frustra moderatur habenas, frustra subdit calcaria, sed equum
+ferocientem in praecipitium sequi cogitur. Animus videt, animus audit
+sed si oculos occuparit glaucoma, si aurium meatus crassus humor
+obsederit, frustra vim suam habet animus. Odit animus, irascitur animus,
+at vitiosus humor mentis organa obsidens in causa est, ut oderis, quem
+amore dignum judices, irasceris cui nolis irasci. Philosophiae summam in
+hoc sitam esse fatetur Plato, si rationi pareant affectus, atque ad eam
+rem praecipuus est adjutor medicus, hoc agens ut ea pars hominis vigeat
+sapiatque, cuius arbitrio geruntur, quaecunque cum laude geruntur.
+Si hominis vocabulo censentur indigni, qui pecudum ritu rapiuntur
+cupiditatibus, huius nominis dignitatem bona ex parte debemus medicis.
+
+ [Sidenote: _Principibus maxime necessarius medicus._]
+
+Id cum maximum sit in singulis ac privatis, quanto praeclarius est
+beneficium, cum id praestatur in principe? Nulla fortuna magis est
+obnoxia malis huiusmodi, quam felicissimorum regum. Quos autem rerum
+tumultus ciet unius homunculi vitiatum cerebrum? Frustra reclament qui
+sunt a consiliis, furis o princeps, ad te redi, ni medicus arte sua
+neque volenti, neque sentienti suam mentem reddiderit. Si Caligulae
+fidus adfuisset medicus, non usque ad pugionum ac venenorum scrinia in
+perniciem humani generis insanisset. Atque ob eam sane causam publica
+consuetudine receptum est apud omnes orbis nationes, ne princeps usquam
+gentium agat absque medicis. Proinde cordati principes nulli unquam arti
+plus honoris habuerunt, quam medicinae. Quandoquidem Erasistratus (ut
+reliquos taceam) Aristotelis ex filia nepos, ob Antiochum regem sanatum,
+centum talentis donatus est a Ptolemaeo huius filio. Quin et divinae
+literae jubent medico suum haberi honorem, non tantum ob utilitatem,
+verum etiam ob necessitatem, ut in caeteros benemeritos ingratitudo sit,
+in medicum impietas, quippe qui tamquam beneficii divini adjutor, id
+arte sua tuetur, quod optimum nobis et carissimum largitus est deus,
+videlicet vitam.
+
+ [Sidenote: _A similibus._]
+
+Parentibus nihil non debemus, quod per hos vitae munus accepisse
+quodammodo videmur. Plus mea sententia debetur medico, cui toties
+debemus, quod parentibus semel dumtaxat debemus, si tamen illis debemus.
+Pietatem debemus ei, qui hostem a cervicibus depulit, et medico non
+magis debemus, qui pro nobis servandis cum tot capitalibus vitae
+hostibus quotidie depugnat? Reges ceu deos suspicimus, quia vitae
+necisque jus habere creduntur, qui tamen ut possint occidere, certe
+vitam non aliter dare possunt, nisi quatenus non eripiunt, quemadmodum
+servare dicuntur latrones, si quem non jugulent, nec aliam tamen vitam
+dare possunt, quam corporis. At quanto propius ad divinam benignitatem
+accedit medici beneficium, hominem iam inferis destinatum arte, ingenio,
+cura, fideque sua, velut ex ipsis mortis faucibus retrahentis? Aliis
+in rebus profuisse sit officium, caeterum in certo corporis animique
+periculo servasse, plus quam pietas est. Adde his quod quicquid in
+homine magnum est, eruditio, virtus, naturae dotes, aut si quid aliud,
+id omne medicorum arti acceptum feramus oportet, quatenus id servat,
+sine quo ne reliqua quidem queant subsistere. Si omnia propter hominem,
+et hominem ipsum servat medicus, nimirum omnium nomine gratia debetur
+medico.
+
+ [Sidenote: _Sanitatis custos medicus._]
+
+Si non vivit, qui vivit morbis obnoxius, et vitam salubrem aut reddit
+aut tuetur medicus, an non convenit hunc ceu vitae parentem agnoscere?
+Si res exoptanda est immortalitas, hanc medicorum industria, quoad
+licet, meditatur, quae vitam in longum prorogat. Quid enim hic notissima
+referam exempla, Pythagoram, Chrysippum, Platonem, Catonem censorium,
+Antonium, Castorem, cumque his innumerabiles, quorum plerique medicinae
+observatione, vitam ab omni morbo liberam neque fatiscente ingenii
+vigore, neque concussa memoriae soliditate, neque fractis aut
+labefactatis sensibus, ultra centesimum annum prorogarunt? An non
+istuc est immortalitatis, quam speramus, hic iam nunc imaginem quandam
+exhibere? Christus ipse immortalitatis autor ac vindex unicus corpus
+assumpsit, mortale quidem illud, sed tamen nullis morbis obnoxium.
+Crucem non horruit, morbos horruit. An non pulcherrimum fuerit, nos
+principem nostrum in hoc quoque pro viribus imitari? Apostolos, quorum
+nemo fere non multam vixit aetatem, caesos legimus, interfectos legimus,
+aegrotasse non legimus. Quocunque pacto hoc illis contigit, certe
+praestat idem ars medicorum, quod illis praestitit sua felicitas. Nec
+enim audiendos arbitror, qui nobis non minus indocte, quam impudenter
+solent illud objicere: Virtus in infirmitate perficitur, somniantes
+Paulum gravi capitis dolori fuisse obnoxium, cum ille infirmitatem
+vel animi tentationem, vel quod vero propius est, improborum hominum
+molestam insectationem appellet. Atque idem ille Paulus, inter
+apostolicas dotes, donum curationis recensuit.
+
+Iam auget et illud non levi argumento medicinae gloriam, quod et
+Caesarearum legum majestas, et pontificiarum autoritas sese ultro
+medicorum judicio submittit, velut in quaestionibus pubertatum,
+partuum ac veneficiorum. Item in quaestionibus aliquot ad matrimonium
+facientibus. O nova dignitas medicinae. Agitur de capite hominis, et
+judicis sententia pendet ex medici praejudicio. Summi pontificis pietas,
+si quid indulget, in nonnullis non aliter indulget, nisi medicorum
+accedat calculus. Atque in decretis Romanus pontifex episcopum eum, qui
+delatus fuerat tamquam foedo immanique morbo obnoxius, ex medicae rei
+judicio censet aut amovendum episcopatu, aut suo loco restituendum.
+Divus item Augustinus ex medicorum consilio fieri jubet, quod faciendum
+est, etiamsi nolit aegrotus. Idem honorem medico debitum, hoc est artis
+et industriae praemium, recte eripi scribit ab eo qui detinet, velut
+ab injusto possessore et quod alienum est mala fide occupante. Quin ii
+quoque, qui conceptis precaminibus, daemones impios e corporibus humanis
+exigunt, non raro in consilium adhibent, velut in his morbis, qui
+secretis rationibus quaedam sensuum organa spiritusque vitiant, et adeo
+daemoniacam speciem imitantur, ut nisi a peritissimis medicis discerni
+non queant, sive sunt crassiores aliqui daemones, ut fertur illorum
+varia natura, qui medicam etiam opem sentiant, sive morbus adeo penitus
+intimis animi recessibus insidet, ut a corpore videatur alienus. In
+cuius rei fidem, dum ex innumeris mihi compertum exemplum refero,
+quaeso ut me patienter audiatis.
+
+ [Sidenote: _Exemplum._]
+
+Panaceum celeberrimi nominis medicum adolescens colui, is me teste
+quendam restituit, nomine Phlyarium, patria Spoletanum, qui ex vermibus
+in novum maniae genus inciderat, ita ut in morbo probe teutonice
+loqueretur, quod (uti constabat) sanus nunquam potuerat. Quis imperitus
+rei medicae non hunc daemoniacum vel dejerasset etiam? At is hominem
+facili paratoque remedio menti reddidit. Redditus sibi, teutonice nec
+loquebatur, nec intelligebat. Quod si quis hunc vere daemoniacum fuisse
+contendat, ea sane res vel maxime medicorum illustrat artem, cui
+compertum est et daemones impios parere, quemadmodum in restituenda
+vita, ita et in exigendis spiritibus divinae virtutis tum ministrae, tum
+aemulae. Neque vero deerant, qui factum hoc magicis artibus tribuebant,
+quorum ego calumniam arti nostrae gloriae laudique verto, per quam ea
+praestantur, quae vulgus hominum humanis viribus praestari posse non
+credit.
+
+ [Sidenote: _Quibus culta medicina._]
+
+Optimo igitur jure priscis seculis, cum nondum sordidi quaestus et
+spurcae voluptates vitiassent omnia, medendi ars inter omnes una divinis
+ac summatibus viris, opulentissimis regibus, clarissimis senatoribus
+praecipue cordi fuit, nec alia mortalium generi gratior. Siquidem Moses
+ille magnus, non alia ratione quam artis medicae, cibos suos distinxisse
+creditur. Orpheus, Graecorum vetustissimus, de viribus herbarum nonnulla
+prodidisse legitur. Homerus ipse, citra controversiam, unicus ingeniorum
+fons, plurimus est et in herbarum commemoratione, et in laude medicorum.
+Is et Moly nobis depinxit, herbarum omnium (teste Plinio) laudatissimam,
+efficacem adversus veneficia, cuius inventionem Mercurio tribuit, hac
+Ulyssem suum adversus Circes pocula praemuniens. Idem nepenthes indicat
+in conviviis adhibendum, quod moerorem tristitiamque discutiat. Porro
+Machaonem, Paeonem, Chironem, Podalirium, ut hac arte praestantes,
+saepicule non sine honore commemorat, quorum arte non solum heroibus,
+verum ipsis etiam diis subventum esse fingit, illud videlicet
+subindicans, summis etiam principibus medicorum praesidiis opus esse,
+atque horum vitam medicis in manu esse, qui in caeteros omnes jus vitae
+ac necis habere videntur. Quid quod idem Poeta libro Iliados undecimo,
+huius artis professionem longe pulcherrimo nobilitavit elogio, cum ait:
+[Sidenote: +iatros gar anr polln antaxios alln+] Unum medicum pluris
+habendum, quam caeterorum hominum permultos. Rursum alibi medicum ita
+notat, ut dicat eum eruditum in omnibus, palam testans id quod res est,
+hanc artem non una aut altera disciplina, sed omnium artium cognitione
+circuloque, tum praeter exactum ingenium, multo etiam rerum usu
+constare. Pythagoras ille Samius, cui divinitatem quandam tribuebat
+antiquitas, de naturis herbarum nobile volumen reliquisse legitur. Atque
+ut Platonem, Aristotelem, Theophrastum, Chrysippum, Catonem censorium,
+Varronem praeteream, quibus studio fuit hanc artem suis vel studiis, vel
+negotiis admiscere, Mithridatem Ponti regem, non perinde regnum, alioqui
+locupletissimum, non tam unius et viginti linguarum miraculum, quam rei
+medicae peritia nobilitavit, vereque magnum virum declaravit, qui artis
+huius commentationes, et exemplaria, effectusque in arcanis reliquit,
+ut autor est Plinius. Cuius et hodie nobile theriacae genus nomine
+celebratur. Nunc fere regium habetur, aleam ludere, venari, nugas agere.
+At olim populi Romani principibus nihil magis erat curae, quam ut ex
+longinquo novis importandis herbis, rem medicam adjuvarent, neque populo
+illi tum orbis domino aliud erat munus gratius.
+
+ [Sidenote: _Christus ipse medicus._]
+
+Quid quod Christus ipse, disciplinarum omnium et autor et princeps, sese
+non Iureconsultum, non Rhetorem, non Philosophum, sed Medicum professus
+est, dum de se loquens negat opus esse medico iis, qui bene habeant, dum
+Samaritanus vulneribus oleum ac vinum infundit, dum sputum terrae mixtum
+illinit oculis caeci. Quid quod idem hac potissimum commendatione, cum
+adhuc orbi esset ignotus, sese paulatim in animos atque affectus hominum
+insinuavit, non auro, non imperiis, sed morborum remediis? Quod ille
+nutu fecit, nempe deus, hoc medicus pro virili sua cura imitatur. Neque
+deest his quoque divina vis, nimirum medendi viribus in hunc usum rebus
+a deo inditis. Nec alio viatico magis instruxit Apostolos, mandans ut
+hoc protinus officio sibi devincirent hospitem, medentes inquit, morbis
+illorum, et ungentes oleo. Paulus ille magnus dum Timetheo suo modicum
+vini praescribit usum, ad fulciendam stomachi imbecillitatem, nonne
+palam medici partibus utitur? Sed quid hoc mirum in Apostolo, cum
+Raphael angelus Tobiae caecitati medicans hinc nomen etiam invenerit
+apud arcanarum rerum studiosos? O coelestem vereque sacram disciplinam,
+cuius cognomento divinae illae mentes insigniuntur.
+
+Inter mortales alii alias artes vel discunt, vel profitentur, hanc unam
+oportebat ab omnibus disci, quae nulli non est necessaria. Sed o heu
+perversissima hominum judicia.
+
+Nemo nescire sustinet, quis nummus legitimus sit, quis adulterinus, ne
+quid fallatur in re vilissima, nec scire studio est, quibus modis id
+quod habet optimum tueatur. In numismate non credit alienis oculis,
+in negotio vitae ac sanitatis, clausis quod dicitur oculis, sequitur
+alienum judicium. Quod si totius artis absoluta cognitio non potest nisi
+paucis contingere, qui totam vitam huic uni studio dedicarunt, certe
+partem eam, quae ad tuendam valetudinem pertinet, non conveniebat
+quemquam nescire. Etiam si bona pars difficultatis, non ab ipsa arte,
+sed ab improborum medicorum vel inscitia, vel ambitione proficiscatur.
+
+ [Sidenote: _A simili._]
+
+Semper apud efferas etiam ac barbaras nationes sanctum ac venerabile
+fuit amicitiae nomen. Atque is egregius habetur amicus, qui se fortunae
+utriusque comitem sociumque praebeat, quod vulgus amicorum velut
+hirundines aestate, rebus secundis adsunt, rebus adversis, quemadmodum
+illae ingruente bruma devolant. At quanto sincerior amicus medicus, qui
+Seleucidum avium exemplo, quas narrant nusquam a Casii montis incolis
+conspici, nisi cum illarum praesidio est opus, adversus vim locustarum
+fruges vastantium, rebus integris ac laetis nusquam sese ingerit, in
+periculis, in his casibus, in quibus uxor ac liberi saepe deserunt
+hominem, velut in phrenesi, phthiriasi, in peste solus medicus
+constanter adest, et adest non inutili officio, quemadmodum plerique
+caeterorum, sed adest opitulaturus, adest pro capite periclitantis cum
+morbo dimicans, nonnunquam suo quoque periculo. Et o plus quam ingratos,
+qui talis amici officio servati, jam depulso periculo medicum odisse
+possunt, ac non potius parentis vice colunt ac venerantur. Vulgarem
+amicum, qui subinde salutat obvium, ad coenam rogant, qui latus claudit,
+officio pensant, et talem amicum ubi desierint egere, aversantur? Et ob
+hoc ipsum aversantur, quod intelligant illius officio nullam meritis
+parem gratiam rependi posse.
+
+Quod si is optimus vir est, qui maxime prodest Reipublicae, ars haec
+optimo cuique viro discenda est.
+
+[*][Siquidem inter munia profani magistratus non minima portio est, et
+haud scio an praecipua, dare operam, ut corpora civium bene habeant.
+Quid prodest depulisse hostem a moenibus, si pestilentia intus grassans,
+plures tollit quam sublaturus erat gladius? Quid refert curasse ne cui
+pereat census, si perit prospera corporis valetudo? Prisci qui bonorum
+ordines digesserunt, primas tribuunt bonae valetudini. Quid enim prodest
+incolumis possessio, nisi valet possessor? Proinde leges priscorum, cum
+nondum quaestus et ambitio corrupisset omnia, potissimum huc spectabant,
+ut corpora civium essent valida, robusta, beneque temperata. Ea
+res partim pendet a nativitate, partim ab educatione, partim ab
+exercitamentis, et victus ratione, nonnihil etiam ab aedificiorum modo.
+Nimirum medici fungebantur officio, qui bene temperata corpora jungebant
+matrimonio, qui nutrices adhibebant integrae valetudinis, qui balnea
+publica, qui publica gymnasmata instituebant, qui ferebant leges
+sumptuarias, qui mutatis aedificiis, qui siccatis paludibus pestilentiam
+excludebant, qui in hoc vigilabant, ne quid esculentum aut poculentum
+venderetur, quod laederet corporum incolumitatem. Et hodie principes
+fere nihil ad se pertinere credunt, si pro vinis vendantur venena, si
+tritico vitiato, si putribus piscibus tot morbi invehantur in publicum.
+
+Adeo nulla vitae pars est, quae citra medicinae praesidia recte possit
+administrari.]
+
+ [Footnote to this passage in Dutch translation (paraphrased):
+
+ The text printed in brackets does not appear in the editions of
+ Frobenius (Basel 1518), Hillenius (Antwerp 1523), or Petrejus
+ (Nuremberg 1525). It does appear in the first collected edition of
+ Erasmus' works by Rhenanus (Basel 1540) and in the best collected
+ edition by Clericus (Leiden 1703).]
+
+ [Sidenote: _A quaestu._]
+
+Iam vero si qui sint, qui rerum pretia malint utilitate quaestuque
+metiri (licet haec ars divinior est, quam ut huiusmodi rationibus sit
+aestimanda) ne hac quidem parte cuiquam aliarum cedit artium. Neque enim
+ulla magis fuit frugifera, et ad rem subito parandam aeque praesentanea.
+Erasistratus cuius ante memini, a rege Ptolemaeo, Critobolus ab
+Alexandro magno, praemiis ingentibus ac vix credendis donati leguntur.
+Quamquam quod tandem praemium non exiguum videatur, repensum servatori
+capitis, pro cuius unius salute tot hominum millia depugnabant? Quid ego
+nunc commemorem Cassios, Carpitanos, Aruncios, Albutios, quibus Romae
+tum apud principem, tum apud populum immodicum quaestum fuisse refert
+Plinius? Quanquam quid nos haec ex priscis aetatibus repetimus, quasi
+non hodie cuique complures succurrant, quos haec ars ad Croesi opes
+evexerit?
+
+Rhetorica aut Poetica non alit nisi insignem. Musicus ni praecellat,
+esurit. Iureconsulto tenuis proventus est, ni sit eximius. Sola medicina
+quomodocunque doctum alit ac tuetur. Innumeris disciplinis, infinita
+rerum cognitione constat res medica, et tamen frequenter unum aut
+alterum remedium alit idiotam. Tantum abest, ut haec ars sterilitatis
+damnari possit.
+
+Adde quod caeterarum artium non ubique paratus est quaestus. Rhetor
+frigebit apud Sarmatas, juris Caesarei peritus apud Britannos. Medicum
+quoquo terrarum sese contulerit suus comitatur honos, suum sequitur
+viaticum, ut in nullam disciplinam verius competat vulgatissimum illud
+Graecorum proverbium, +to technion h pasa g trephei+.
+
+ [Sidenote: _Confutatio._]
+
+Sed hoc ipsum indignatur Plinius, aut certe apud hunc alii, quaestum
+esse medicinae professionem. Maior est, fateor, haec facultas quam ut
+quaestui lucroque serviat, sordidarum id est artium. Sed nimis ingratum
+est, eam solam sua fraudare gratia, cui nulla par gratia rependitur.
+Egregius medicus ceu numen quoddam, servat gratis, servat et invitos.
+Sed impietas est, non agnoscere numinis beneficium. Nihil ille
+moratur mercedem, tu tamen dignus qui legibus mulcteris ob insignem
+ingratitudinem.
+
+Iam haudquaquam me fugit, hanc egregiam artem et olim apud veteres
+audisse male, et hodie apud indoctos quosdam male audire. Catoni
+non placuit, non quod rem damnaret, sed quod ambitiosam Graecorum
+professionem non ferret homo mere Romanus. Isque tantum tribuit
+experientiae, ut artem esse noluerit, sed idem universam Graecorum
+philosophiam ex urbe pellendam censuit. Existimabat homo durus, ad
+purgandum hominis corpus sufficere brassicam et crebros vomitus, et
+tamen ille ipse medicorum hostis observatione medicinae, in extremam
+usque senectutem robur infractum tutatus scribitur.
+
+Solis, inquiunt, medicis summa occidendi impunitas est. At hoc nomine
+magis suspiciendi boni medici, quibus cum in manu sit, non solum
+impune, verum etiam mercede occidere, tamen servare malunt. Quod possunt
+facultatis est, quod nolunt probitatis. Decantatur iam passim inter
+pocula temulentorum adagium, Qui medice vivit, misere vivit. Quasi vero
+felicitas sit, distendi crapula, rumpi Venere, turgescere cervisia,
+sepeliri somno. Sed istos Sycophantas quid opus est oratione refellere,
+cum ipsi petulantiae suae satis magnas poenas dant arti, mox podagra
+contorti, paralysi stupidi, desipiscentes ante tempus, caecutientes ante
+senectutem, iamque prius vituperatae medicinae, exemplo Stesichori,
+seram canunt palinodiam miseri. Et tamen his licet indignissimis, artis
+bonitas non gravatur esse praesidio, quantum licet. Sunt qui, mutuato ex
+vetere comoedia scommate, vocent medicos +skatophagous+. Quasi vero non
+isto nomine vel praecipue laudari mereantur, qui quo subveniant hominum
+calamitatibus, ex illa sua sublimitate sese ad haec sordida dejiciant.
+Quod si medicis tantum esset supercilii, quantum istis est procacitatis,
+liceret passim impune mori. Verum habet hoc ars nostra cum bonis regibus
+commune, ut bene faciat ac male audiat.
+
+Quod si maxime sunt, ut sunt in hoc ordine, qui se pro medicis gerunt,
+cum nihil minus sint quam medici. Si sunt qui pro remediis venena
+ministrant, si sunt qui ob quaestum et ambitionem aegrotis male
+consulunt, quid iniquius est, quam hominum vitia in artis calumniam
+detorquere? Sunt et inter sacerdotes adulteri, inter monachos homicidae
+ac piratae, sed quid hoc ad religionem per se optimam? Nulla tam sancta
+professio est, quae non alat sceleratos aliquot. Votis quidem omnibus
+optandum, omnes principes eiusmodi esse, cuiusmodi decet esse, qui
+censeantur hoc digni nomine. Nec tamen ideo damnandus est principatus,
+quod nonnulli sub eo titulo praedones reique publicae hostes agant.
+Optarim et ipse medicos omnes vere medicos esse, nec in his locum dari
+Graecorum proverbio, +polloi boukentai pauroi de te gs arotres+.
+Optarim ab omnibus eam praestari sanctimoniam, quam Hippocrates
+sacramento verbis solennibus concepto a professoribus exigit. Neque
+tamen huc non enitendum est nobis, si id a plerisque negligi
+conspicimus.
+
+Sed quoniam huius argumenti tanta est ubertas, viri praestantissimi, ut
+difficillimum sit in eo dicendi finem invenire, ne non praestem quod
+initio sum pollicitus, tempestivum arbitror, universas eius laudes
+summatim complecti.
+
+ [Sidenote: _Epilogus._]
+
+Etenim si permultas res sola commendat antiquitas, hanc artem primam
+omnium reperit necessitas. Si scientiam autores illustrant, huius
+inventio semper diis attributa est. Si quid autoritatis addit honos, non
+alia tam passim ac tam diu divinos honores meruit. Si magni fiunt, quae
+summis viris probantur, haec summos reges, haec primates non solum
+delectavit, verum etiam illustravit. Si difficilia quae sunt, ea sunt
+et pulchra, nihil hac operosius, quae tot disciplinis, tantarum rerum
+pervestigatione usuque constat. Si dignitate rem aestimamus, quid
+excellentius, quam ad dei benignitatem proxime accedere? Si facultate,
+quid potentius aut efficacius quam totum hominem certo exitio periturum
+sibi posse restituere? Si necessitate, quid aeque necessarium atque id
+sine quo nec vivere, nec nasci licet? Si virtute, quid honestius, quam
+servare genus humanum? Si utilitate, nullius usus neque maior est, neque
+latius patet. Si compendio, aut haec in primis frugifera sit oportet,
+aut ingratissimi mortales.
+
+Vobis igitur magnopere gratulor, eximii viri, quibus contingit in hoc
+pulcherrimo genere professionis excellere.
+
+Vos adhortor, optimi juvenes, hanc toto pectore complectimini, in hanc
+nervis omnibus incumbite, quae vobis decus, gloriam, autoritatem, opes
+est conciliatura, per quam vos vicissim amicis, patriae, atque adeo
+mortalium generi non mediocrem utilitatem estis allaturi.
+
+
+ Dixi.
+
+
+[Errata noted by Transcriber:
+
+[Sidenote]
+Laudandi ratio
+ _text reads_ Laudandiratio
+propter arctissimam amborum inter se cognationem
+ _text reads_ intet se
+[Sidenote]
+Honora medicum.
+ _text reads_ honara
+[Sidenote]
++iatros gar anr polln antaxios alln+
+ _spelling "iatros" as in original_
+Timetheo suo
+ _spelling as in original_
+qui mutatis aedificiis
+ _text reads_ aedifiiciis ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Erasmus van Rotterdam
+ aan Dr. Henricus Afinius van Lier,[1]
+ den voortreffelijken medicus._
+
+
+Toen ik onlangs mijne bibliotheek nazag, zeer geleerde AFINIUS, kwam
+mij eene redevoering in handen, die lang geleden door mij, toen ik
+mijne krachten nog aan allerlei beproefde, vervaardigd was over
+"den lof der geneeskunde". Terstond besloot ik de niet zeer goede
+redevoering aan den zeer goeden medicus op te dragen, opdat zij, door
+Uwen naam versierd, in de gelederen der studenten haren weg moge
+vinden.
+
+Aanvaard intusschen dit blijk, hoe gering ook, van mijne genegenheid
+jegens U, totdat U een ander, onze vriendschap meer waardig, zal
+gegeven worden.
+
+Het ga U wel.
+
+LEUVEN, den 13den Maart, 1518.
+
+ [Voetnoot 1: Een stad in Brabant (Vertaler).]
+
+
+
+
+REDEVOERING VAN ERASMUS VAN ROTTERDAM OVER DEN LOF DER GENEESKUNDE.
+
+
+Hoe vaker de lof der geneeskunde van deze plaats in doorwrochte en
+zorgvuldig bewerkte redevoeringen ten aanhoore van de meesten Uwer
+verkondigd is, en wel door mannen met buitengewone welsprekendheid
+begaafd, des te meer, hoogaanzienlijke toehoorders, vrees ik, dat ik
+noch door mijne voordracht aan een zoo gewichtig onderwerp recht zal
+weten te doen, noch aan Uwe verwachting van hetgeen Gij te hooren
+zult krijgen zal kunnen beantwoorden. Want aan den eenen kant zal
+ons gebrekkig redenaarstalent niet licht de hoogte van dit bijna
+goddelijke onderwerp bereiken, aan den anderen kant zal een
+alledaagsche redevoering over iets, dat reeds zoo dikwijls gehoord
+is, niet kunnen nalaten bij het auditorium verveling op te wekken.
+
+Desniettegenstaande zal ook ik, om een heilzame gewoonte onzer
+voorouders niet te verzaken, die van oordeel waren, dat door een
+jaarlijks uit te spreken lofrede de gemoederen der jeugd tot de studie
+van en bewondering en liefde voor deze wetenschap opgewekt, aangevuurd
+en ontvlamd moesten worden, indien Gij mijne voordracht met Uwe
+aandacht en welwillendheid wilt steunen, indien Gij hem, wien Uw
+gezag deze eervolle taak heeft opgedragen, met oprechte toewijding
+wilt volgen, zal ook ik naar mijne zwakke krachten beproeven, de
+waardigheid, den invloed, het nut en de noodwendigheid der medische
+wetenschap, wel niet in alle onderdeelen voor U te ontwikkelen, wat
+een oneindig werk zou zijn, maar, slechts de hoofdzaken aanrakende, in
+het kort te behandelen, en, evenals de dicht opeengehoopte schatten
+van een zeer rijke koningin, slechts vluchtigjes, als het ware achter
+tralin, aan de blikken der studenten te vertoonen.
+
+Haar grootste lof bestaat nu in de eerste plaats daarin, dat zij in
+het geheel geen lofspraken noodig heeft, daar zij zich zelve meer dan
+voldoende den menschen door haar nut en onmisbaarheid aanbeveelt.
+Vervolgens, dat zij, hoewel reeds zoovele malen door zoo
+voortreffelijke geesten geprezen, toch ook aan minder vruchtbare
+vernuften steeds weer nieuwe stof tot prijzen biedt, zoodat men bij
+het zingen van haar lof volstrekt niet zijn toevlucht behoeft te nemen
+tot het gewone hatelijke middel, door dit namelijk op die wijze te
+doen, dat men de overige wetenschappen in een minder gunstig daglicht
+plaatst. Veeleer is dit te vreezen, dat de mensch geen woorden genoeg
+zal kunnen vinden, om de haar eigene gaven, hare natuurlijke en
+aangeboren grootheid, hare verhevenheid, die het menschelijke ver
+achter zich laat, voldoende weer te geven. Zooverre is het ervan
+verwijderd, dat zij f door vernedering van andere wetenschappen, f
+door gekunstelde rhetorische opsmukking of valsche overdrijving moet
+opgevijzeld worden. Slechts gestalten van middelmatige schoonheid
+kunnen alleen door vergelijking met leelijke of door den opschik harer
+kleeding indruk op ons maken; dingen, die door zich zelve en in
+waarheid uitblinken, mag men ook bloot aan aller blikken prijsgeven.
+
+In de eerste plaats dan (om ter zake te komen) waren wel ook de andere
+wetenschappen, daar alle de eene of andere geriefelijkheid aan ons
+leven bezorgden, oudtijds in hooge eere. Maar de uitvinding der
+geneeskunde werd in den ouden tijd door het menschdom z bewonderd,
+hare toepassing als een z groote weldaad ondervonden, dat hare
+uitvinders f geheel en al voor goden werden gehouden, zooals Apollo
+en diens zoon Aesculapius en zelfs, naar Plinius zegt, sommigen ten
+gevolge van n enkele uitvinding onder de goden werden geplaatst,
+f ten minste goddelijke vereering zijn waardig gekeurd, zooals bij
+voorbeeld Asclepiades, dien de Illyriers als een god opnamen en op
+dezelfde wijze als Hercules vereerden. Nu keur ik natuurlijk niet
+goed, wat de ouden ten dezen gedaan hebben, toch prijs ik hun gevoel
+en hun oordeel. Zij hebben immers terecht begrepen en op die wijze tot
+uiting gebracht, dat aan een kundigen en betrouwbaren geneesheer nooit
+te groote belooning geschonken kan worden.
+
+Immers, wanneer men nagaat, een hoe veelvuldige verscheidenheid
+van menschelijke lichamen er is, veroorzaakt door het verschil
+in leeftijd, geslacht, landstreek, klimaat, opvoeding, bedrijf en
+levenswijze; welke oneindige verschillen er zijn in zooveel duizenden
+kruiden, die elk op een andere plaats groeien, om nog maar te zwijgen
+van de overige geneesmiddelen; vervolgens, hoevele soorten van ziekten
+er bestaan, waarvan er volgens Plinius driehonderd met name zijn
+overgeleverd, nog daargelaten de onderverdeelingen dier soorten,
+waarvan hij het oneindige aantal licht zal bevroeden, die, om maar
+eens een voorbeeld te noemen, weet, hoeveel variteiten de naam koorts
+alleen inhoudt; en zonder te letten op de nieuwe ziekten, die er
+dagelijks bijkomen, en wel in zulke mate, alsof zij volgens onderlinge
+afspraak den strijd met onze wetenschap hadden aangebonden, om
+nog niet eens te spreken van de meer dan duizend gevallen van
+vergiftiging, waarvan iedere soort een bijzonderen dood ten gevolge
+heeft en dus een afzonderlijk geneesmiddel vereischt; nog niet eens
+medegerekend de dagelijks voorkomende gevallen van struikeling, val,
+fractuur, brandwonde, verstuiking, verwonding en dergelijke, welke
+gevallen bijna even sterk in aantal zijn als de menigte der ziekten;
+indien men eindelijk overweegt, hoe groote moeielijkheid er verbonden
+is met het waarnemen der hemellichamen, die men noodzakelijk
+moet kennen, daar anders dikwijls vergift zal zijn, wat men als
+geneesmiddel toedient; terwijl ik maar met stilzwijgen voorbijga de
+dikwijls bedriegelijke symptomen van ziekten, hetzij men de kleur
+beschouwt of de teekens der urine onderzoekt of den polsslag
+waarneemt, daar het den schijn heeft, alsof de ziekten er zich op
+toeleggen, om haar vijand, den arts, te bedriegen en te misleiden;
+als men dit alles nagaat, dan doen zich van alle kanten zooveel
+moeielijkheden op, dat ik die zelfs bezwaarlijk alle zou kunnen
+opsommen.
+
+Maar, om voort te gaan, al deze verschillende zaken ijverig
+te bestudeeren, de duistere punten daarin met het verstand te
+onderzoeken, de moeielijkheden door vlijt te overwinnen en, na
+doorgedrongen te zijn in de ingewanden der aarde en van alle kanten
+de geheimen der geheele natuur doorzocht te hebben, uit alle kruiden,
+struiken, boomen, dieren, edelgesteenten, ten slotte zelfs uit de
+vergiften voor alle kwalen van het menschelijk leven werkzame
+geneesmiddelen te verkrijgen en de kennis van hun passend gebruik aan
+zooveel schrijvers, zooveel wetenschappen, ja zelfs ook aan de sterren
+te ontleenen; deze zoo verborgen dingen met zorg uit te vorschen, zoo
+moeielijke onderwerpen door de kracht van het verstand te begrijpen
+en zoo talrijke zaken met het geheugen te omvatten; die voor het heil
+van het menschelijk geslacht zoo onmisbare zaken tot bezit van het
+algemeen te maken; schijnt dat niet het werk van een god geweest te
+zijn, te grootsch dan dat het door menschen had kunnen tot stand
+gebracht worden? Men duide mijne woorden niet euvel; het zij mij
+geoorloofd dat, wat zoo onweersprekelijk waar is, ronduit te
+verkondigen. Ik verhef mijzelf niet, maar alleen de wetenschap.
+Immers, hoewel het schenken van het leven slechts een voorrecht
+van de godheid is, zoo moet men toch toegeven, dat dit leven te
+kunnen beschermen en vast te houden, als het ons wil ontvlieden,
+de goddelijke macht zeer nabij komt. Ofschoon zelfs niet het
+eerstgenoemde, hetwelk wij uitsluitend aan God toeschrijven, door de
+ouden aan het gebied der geneeskunde onttrokken werd, die daardoor wel
+hun lichtgeloovigheid, maar toch ook hun groote dankbaarheid toonden.
+Zoo meenden zij, dat door de hulp van Aesculapius Castor, de zoon van
+Tyndareus, en verscheidenen na hem uit de onderwereld in het leven
+teruggekeerd zijn. Wij lezen, dat Asclepiades een persoon, die
+gestorven, ter begrafenis uit zijn huis gedragen was en over
+wien reeds de gebruikelijke lijkklachten waren uitgesproken,
+van den brandstapel weg levend naar huis teruggevoerd heeft. De
+geschiedschrijver Xanthus verhaalt, dat een gedood jong van een
+leeuw en een man, dien Draco had laten ombrengen, weder tot het leven
+teruggebracht zijn door een kruid, dat "halis"[2] heet. Ook getuigt
+Juba, dat in Afrika door middel van een kruid iemand weer in het
+leven teruggeroepen is. Nu zou ik mij er weinig om bekommeren, als
+er menschen waren, die aan deze verhalen geen geloof sloegen; toch
+vervullen zij ons met des te meer bewondering voor de geneeskunde,
+hoemeer zij ons, niettegenstaande hun ongeloofwaardigheid, tot
+de erkentenis dwingen, dat wat er waars aan overblijft toch nog
+buitengewoon is. Hoewel, wat voor onderscheid is er voor hem, die aan
+het leven teruggegeven wordt, of de levensgeesten door werking van de
+godheid opnieuw in de ledematen, die zij reeds verlaten hadden, worden
+teruggebracht, dan wel of zij, diep in het lichaam begraven en door de
+kracht der overweldigende ziekte onderdrukt, door de kunst en de zorg
+van den geneesheer ondersteund en voor den dag gebracht worden en,
+reeds op het punt te wijken, op hun plaats worden gehouden? Of komt
+het niet ongeveer op hetzelfde neer, een doode te doen herleven of
+iemand, die weldra zal sterven, in het leven te houden? En toch noemt
+Plinius in het zevende boek van zijn "Historia Naturalis" zeer velen
+met name op, die, na reeds ter begrafenis uit hun huis gedragen te
+zijn, deels op den brandstapel zelf, deels eerst na verscheidene
+dagen, weder herleefden.
+
+ [Voetnoot 2: In Plinius staat "balis" (Vertaler).]
+
+Een wonder noemt men datgene, wat het toeval aan weinigen gegeven
+heeft. Maar is dan niet veeleer een wonder te noemen, wat onze
+wetenschap dagelijks aan velen verleent? En ofschoon wij deze aan den
+Algoede te danken hebben, Wien wij alles verschuldigd zijn, meene toch
+niemand, dat mijne woorden meer aanmatiging dan waarheid bevatten.
+Verscheidene ziekten zijn van dien aard, dat er een wisse dood volgt,
+als niet de geneesheer onmiddellijk hulp verleent, zooals bij
+voorbeeld de verdooving, die vooral vrouwen pleegt te overvallen,
+diepe onmacht, verlamming en beroerte. In iederen tijd en bij ieder
+volk zijn hier voorbeelden van te vinden. Moet nu niet hij, die
+den overrompelenden dood door zijn kunst verdrijft, die het
+leven, plotseling overmeesterd, terugroept, te allen tijde als een
+welwillende en genadige godheid beschouwd worden? Hoeveel menschen
+zijn niet vr hun tijd ten grave gedaald, toen nog niet door de
+schranderheid der geneeskundigen de werkingen der ziekten en de aard
+der geneesmiddelen doorgrond waren? Hoeveel duizenden leven niet heden
+ten dage en bevinden zich lichamelijk wel, die zelfs niet geboren
+zouden zijn, als niet diezelfde wetenschap zoovele middelen tegen de
+gevaren der geboorte en de verloskunde had uitgevonden. Ja, reeds
+aanstonds op den drempel des levens roept de barende tegelijk met
+het wicht, dat geboren wordt, met klagende stem de heilzame hulp
+der geneeskundigen in. Aan hunne kunst heeft ook het leven te danken
+hij, die het leven nog niet eens ontvangen heeft, daar door haar een
+ontijdige bevalling verhinderd wordt, en zoodoende der vrouw de kracht
+om het zaad te ontvangen en bij zich te houden verleend en gelegenheid
+tot baren gegeven wordt. En hoewel er terecht gezegd is: "slechts God
+kan den mensch helpen", vindt toch voorzeker mijns inziens de bekende
+Grieksche spreuk "de eene mensch is de god van den anderen", zoo
+ergens, hare toepassing bij den betrouwbaren en deugdelijken
+geneesheer, die niet alleen helpt, maar ook behoudt. Of schijnt hij
+dan niet ondankbaarder dan de ondankbaarheid zelve en bijna het leven
+niet waard, die de geneeskunde, welke naast God de voortbrengster,
+beschermster, behoudster en verdedigster van ons leven is, niet lief
+heeft, hoogacht en met bewondering en eerbied tot haar opziet? Wier
+hulp allen immers te allen tijde noodig hebben? Want van alle overige
+wetenschappen behoeven wij niet allen, noch ook te allen tijde,
+gebruik te maken. Op de toepassing van deze wetenschap echter berust
+het geheele leven der stervelingen. Want gesteld eens, dat er geen
+ziekten waren, dat allen zich in een goede gezondheid mochten
+verheugen, hoe zouden wij desniettegenstaande deze in goeden staat
+kunnen houden, indien niet de geneesheer ons het onderscheid tusschen
+heilzame en schadelijke voedingsmiddelen en de juiste inrichting van
+onze geheele levenswijze, die de Grieken dieet noemen, leerde?
+
+Een zware last voor de menschen is de ouderdom, dien men evenmin kan
+ontloopen als den dood zelf. Maar door de hulp der geneeskundigen komt
+hij voor velen later en veel dragelijker dan zonder deze het geval
+geweest ware. Want het is geen legende, dat de mensch door de
+zoogenaamde "quinta essentia" de gebreken des ouderdoms, als een
+kleed, dat afgelegd wordt, kan verdrijven en zijn jeugd herkrijgen;
+er zijn eenigen, die dat door hun getuigenis staven.
+
+Maar niet alleen voor het lichaam, hetwelk het geringste deel des
+menschen is, draagt de geneesheer zorg, neen, voor den geheelen
+mensch, al neemt de geneesheer niet zooals de godgeleerde de ziel maar
+het lichaam als uitgangspunt. Evenals immers wegens beider zeer nauwe
+verwantschap en verbinding de gebreken der ziel hun invloed doen
+gelden op het lichaam, zoo belemmeren de ziekten des lichaams op haar
+beurt de kracht der ziel of vernietigen die zelfs geheel. Wie spoort
+den mensch zoo hardnekkig als de geneesheer aan tot onthouding,
+soberheid, het matigen van den toorn, het ontvluchten van droefheid,
+het vermijden van dronkenschap, het laten varen van de liefde en het
+maat houden in geslachtelijken omgang? Wie raadt met beter gevolg den
+zieke aan, als hij wil blijven leven en bij de medische hulp baat
+vinden, eerst zijne ziel te zuiveren van den poel harer ondeugden? Hoe
+dikwijls niet vermindert hij ook de zwartgalligheid, hetzij door het
+voorschrijven van een bepaald dieet of geneesmiddelen, versterkt de
+verslappende krachten van het hart, ondersteunt de functies der
+hersenen, zuivert de organen van den geest, verbetert den
+verstandelijken aanleg, herstelt den zetel van het geheugen en brengt
+in de geheele zielsgesteldheid eene verandering ten goede teweeg?
+Behoudt hij niet door wat men noemt den uiterlijken mensen tegelijk
+ook den innerlijken? Hij, die een lijder aan waanzin, slaapziekte,
+razernij, apoplexie of tijdelijke verstandsverbijstering geneest,
+geeft hij niet den geheelen mensch weder aan de maatschappij terug?
+De theoloog bewerkt, dat de menschen van hunne misdrijven weder tot
+bezinning komen, maar de geneesheer zorgt er voor, dat zij physiek
+daartoe in staat zijn. Gene kan als geneesheer der ziel geen nut meer
+stichten, als de ziel, voor welke een tegengift bereid wordt, reeds
+ontvloden is. Wanneer een goddeloos mensch plotseling door een
+verlamming, beroerte of ander ongeval getroffen wordt, dat
+onmiddellijk den dood ten gevolge kan hebben, die hem het leven kan
+benemen nog vrdat hij den tijd heeft, om aan verbetering van zijn
+levensgedrag te denken, kan men dan niet van hem, die dezen geneest,
+welke anders ellendig onder den last zijner misdaden moest begraven
+worden, eenigermate zeggen, dat hij zoowel zijn lichaam als zijn ziel
+uit het schimmenrijk teruggebracht heeft? In ieder geval plaatst hij
+hem toch in zulk een toestand, dat hij het nu zelf in zijn macht
+heeft, indien hij wil, den eeuwigen dood te ontkomen. Wat zal de
+theoloog den slaapzieke kunnen aanraden, als deze hem niet hooren kan?
+Hoe zal hij den waanzinnige tot iets kunnen bewegen, indien niet eerst
+de geneesheer hem van zwartgalligheid gezuiverd heeft?
+
+Ik loochen volstrekt niet, dat de barmhartigheid en de overige
+deugden, waarop de Christelijke zaligheid berust, hoofdzakelijk van
+de ziel afhangen, maar aangezien deze aan het lichaam gebonden is en
+zich goed- of kwaadschiks van de lichaamsorganen bedient, is een goede
+geestestoestand voor een zeer groot deel van de lichaamsgesteldheid
+afhankelijk. Zeer vele menschen drijft een ongelukkige menging der
+lichaamsvochten, die de Grieken nu eens crasis (menging), dan weer
+systema (samenstelling) noemen, als het ware tegen hunnen wil en
+terwijl zij zich verzetten, tot zonde voort, terwijl de daarbinnen
+wonende ziel, tevergeefs de teugels aantrekkend en de sporen in de
+zijden drukkend, gedwongen wordt, het hollende paard in den afgrond te
+volgen. De ziel ziet en hoort wel, maar wanneer de oogen door de staar
+verduisterd of de toegangen van het gehoor door een dik vocht verstopt
+zijn, dan baat de ziel het bezit dier vermogens niet. De ziel haat, de
+ziel is toornig, maar het bedorven vocht, dat zich op de organen van
+den geest gezeteld heeft, is oorzaak, dat gij hem haat, dien ge uw
+liefde waardig moest keuren, en vertoornd zijt op hem, op wien gij
+niet zoudt willen vertoornd zijn. Plato erkent, dat de gansche
+philosophie eigenlijk daarop neerkomt, dat de gemoedsaandoeningen aan
+de rede moeten gehoorzamen. En nu is het voornamelijk de geneesheer,
+die daartoe medewerkt, zich hierop toeleggend, dat dit deel van den
+mensch krachtig en vol inzicht zij, naar welks goedvinden alles
+geschiedt, wat op lofwaardige wijze verricht wordt. Terwijl zij den
+naam van mensch onwaardig geacht worden, die zich evenals de dieren
+door hun begeerten laten meesleepen, hebben wij het voor een goed deel
+aan de geneeskundigen te danken, zoo wij dien naam wel waardig zijn.
+
+Als dit nu reeds van het grootste belang is voor ieder in het
+bijzonder, ook indien men slechts een particulier persoon is, een hoe
+grooter weldaad is het dan niet, wanneer dit resultaat verkregen wordt
+bij een vorst. Geen maatschappelijke positie is zoozeer aan rampen van
+dien aard blootgesteld als die van machtige koningen. Een hoe groote
+verwarring wordt niet gesticht door de abnormale hersenen van n
+zoo'n mensch. Tevergeefs zullen zijne raadslieden hem toeroepen: "Gij
+raast, o vorst, kom tot bezinning!", als hem niet de arts door zijn
+kunst, zonder dat hij het wil of merkt, zijn verstand teruggegeven
+heeft. Als Caligula een betrouwbaren arts bezeten had, dan ware hij in
+zijn waanzin niet gekomen tot het gebruik van kastjes met dolken en
+vergiften tot verderf van het menschelijke geslacht. Ongetwijfeld is
+het om die reden bij alle volken der aarde tot een algemeen gebruik
+geworden, dat ieder vorst zijn lijfarts heeft. Daarom hebben
+verstandige vorsten aan geen wetenschap ooit meer eer bewezen dan aan
+de geneeskunde. Zoo werd Erasistratus (om van de overigen te zwijgen),
+een kleinzoon van Aristoteles, wegens het genezen van koning Antiochus
+door diens zoon Ptolemeus met honderd talenten beloond. Ja, ook de
+Heilige Schrift schrijft ons voor, den geneesheer de hem toekomende
+eer te bewijzen, niet alleen wegens zijn nut, maar ook wegens zijne
+onmisbaarheid, zoodat wat tegenover anderen, die zich jegens ons
+verdienstelijk gemaakt hebben, ondankbaarheid heet, namelijk het
+niet erkentelijk zijn voor hunne weldaden, tegenover den geneesheer
+goddeloosheid genoemd mag worden. Hij immers beschermt, als het ware
+God bijstand verleenende bij het schenken Zijner genade, het beste en
+dierbaarste, dat God ons gegeven heeft, d.i. het leven.
+
+Aan onze ouders hebben wij alles te danken, daar wij in zekeren zin
+van hen het geschenk des levens ontvangen hebben. Veel meer zijn wij,
+mijns inziens, den geneesheer verplicht, wien wij zoovele malen
+verschuldigd zijn, wat wij onzen ouders hoogstens nmaal verschuldigd
+zijn. Wij behooren met kinderlijke liefde hem aan te hangen, die den
+vijand van onzen hals weert, maar zijn wij dat dan niet in veel hooger
+mate verplicht tegenover den geneesheer, die met zoovele doodvijanden
+van ons leven dagelijks een hardnekkigen strijd voert? Wij zien tot
+koningen op als tot goden, omdat wij meenen, dat zij willekeurig
+kunnen beschikken over leven en dood; maar ofschoon zij wel kunnen
+dooden, kan men toch van hen op geen andere wijze beweren, dat zij het
+leven schenken, dan in dien zin, dat zij het niet ontnemen, zooals wij
+ook van roovers zeggen, dat zij iemand het leven geschonken hebben,
+wanneer zij hem niet hebben vermoord. En zelfs in dien zin kunnen zij
+toch niet anders schenken dan het leven des lichaams. Hoeveel dichter
+bij de goddelijke mildheid komt dan niet de weldaad van den
+geneesheer, die een mensch, reeds voor de onderwereld bestemd, door
+zijn kunst, vernuft, zorg en trouw als het ware uit den muil des doods
+terugtrekt? Iemand in andere zaken bijstaan is hulpvaardigheid, maar
+hem, wanneer hij in dreigend gevaar voor ziel en lichaam verkeert,
+in het leven houden, is meer dan genade. Voeg daarbij, dat al wat er
+groots in den mensch is, zijn kennis, deugd, natuurlijke gaven en
+dergelijke, op rekening der geneeskunde dient geschreven te worden,
+aangezien zij datgene beschermt, zonder hetwelk de overige dingen
+zelfs niet kunnen bestaan. Als alles er voor den mensch is en de
+mensch zelf door den geneesheer behouden blijft, dan moet den
+geneesheer voor alles dank geweten worden.
+
+Als men van hem, die door ziekten geteisterd wordt, eigenlijk niet kan
+zeggen, dat hij leeft, en de geneesheer het is, die de gezondheid f
+herstelt f beschut, past het ons dan niet, hem als den oorsprong van
+ons leven te erkennen? Indien de onsterfelijkheid iets begeerlijks is,
+zoo wordt zij toch zooveel mogelijk nagestreefd door den ijver der
+geneeskundigen, die het leven een langen duur verschaft. Want waartoe
+behoef ik de algemeen bekende voorbeelden te noemen van Pythagoras,
+Chrysippus, Plato, Cato den Ouden, Antonius, Castor[3] en talloozen
+met hen, van wie de meesten door hun eerbied voor de geneeskunde
+zonder eenige ziekte, zonder verzwakking hunner geestvermogens en
+zonder dat de sterkte van hun geheugen geschokt werd of zij het
+gebruik hunner zintuigen geheel of gedeeltelijk verloren, meer dan
+honderd jaar geleefd hebben? Of is dat niet ons nog op deze wereld een
+beeld vertoonen van de onsterfelijkheid, die wij hiernamaals hopen?
+Christus zelf, de hoogverheven bewerker en redder van onze
+onsterfelijkheid, nam een lichamelijk hulsel aan, dat, ofschoon
+sterfelijk, toch aan geen ziekten was blootgesteld. Het kruis schuwde
+Hij niet, wel ziekten. Is het nu niet iets heerlijks, onzen Heer ook
+in dezen, naar vermogen, na te volgen? Van de apostelen, die bijna
+allen een lang leven gehad hebben, lezen wij wel, dat zij vermoord,
+gedood zijn, niet dat zij ziek zijn geweest. Hoe hun dat nu ook te
+beurt gevallen is, de geneeskunde bewerkt voor ons hetzelfde als wat
+zij door hunne gelukzaligheid bereikt hebben. Want men moet, naar
+ik meen, naar hen niet luisteren, die ons even dom als onbeschaamd
+tegenwerpen, dat deugd gewoonlijk in ziekte wordt uitgeoefend, waar
+zij zonder eenigen grond gelooven, dat Paulus aan zware hoofdpijnen
+leed, terwijl hij toch juist de ziekte eene beproeving van de ziel of,
+wat juister is, eene kwelling der boozen noemt. En diezelfde Paulus
+heeft onder de gaven, die aan de Apostelen geschonken waren, ook de
+gave der genezing geteld.
+
+ [Voetnoot 3: IJverig botanicus uit de eerste eeuw vr Christus,
+ onder wiens leiding Plinius botanische studin maakte. (Vert.).]
+
+Ook wordt de roem der geneeskunde in geen geringe mate hierdoor
+verhoogd, dat het verheven keizerlijk en pontificaal recht zich
+vrijwillig aan het oordeel der geneeskundigen onderwerpt, zooals in
+quaesties van manbaarheid, geboorte en vergiftiging, eveneens in
+eenige huwelijksquaesties. O nieuwe waardigheid der geneeskunde! Een
+menschenleven staat op het spel en het oordeel des rechters hangt af
+van de voorafgaande uitspraak van den geneesheer! De pauselijke genade
+verleent in enkele gevallen slechts kwijtschelding na een geneesheer
+gehoord te hebben. Zoo besluit de paus, in geval een bisschop
+beschuldigd wordt, aan eene afschuwelijke en vreeselijke ziekte te
+lijden, eerst na een geneeskundig advies ingewonnen te hebben, tot
+verwijdering of handhaving van den bisschop. Eveneens schrijft de
+goddelijke Augustinus voor, dat de zieke, ook tegen zijn wil, naar den
+raad van den geneesheer behandeld moet worden. Ook zegt hij terecht,
+dat het den geneesheer verschuldigde eerbewijs, dat is het loon voor
+zijn kunst en inspanning, met geweld moet ontnomen worden aan hem, die
+het weigert te voldoen, daar hij beschouwd moet worden als iemand, die
+wederrechtelijk eens anders eigendom in bezit houdt. Ja zelfs ook zij,
+die door tooverformulieren booze duivels uit menschelijke lichamen
+drijven, raadplegen den geneesheer niet zelden, bij voorbeeld bij
+die ziekten, die op geheime wijze de werking van het eene of
+andere zintuig verstoren en zoozeer den schijn wekken van door de
+aanwezigheid van duivels veroorzaakt te zijn, dat zij slechts door
+zeer bekwame geneeskundigen kunnen onderscheiden worden, hetzij het
+duivelen van grover soort zijn (men weet immers, dat er verschillende
+soorten van duivelen bestaan), die ook door medische behandeling
+kunnen aangetast worden, of dat de ziekte zich zoo diep in de
+schuilhoeken der ziel heeft ingedrongen, dat zij op het lichaam geen
+betrekking schijnt te hebben. Terwijl ik U tot staving dezer bewering
+uit de tallooze voorbeelden n, dat ik zelf beleefd heb, verhaal,
+verzoek ik U, mij geduldig te willen aanhooren.
+
+In mijn jeugd heb ik omgang gehad met Panaceus, een wijd en zijd
+beroemd geneesheer; deze heeft in mijn tegenwoordigheid een man,
+Phlyarius genaamd, afkomstig uit Spoleto, genezen, die ten gevolge van
+wormen in een geheel nieuwe soort van waanzin vervallen was, daarin
+bestaande, dat hij gedurende zijn ziekte goed Duitsch sprak, welke
+taal hij, naar met zekerheid vaststond, in normalen toestand nooit
+gekend had. Wie, die onervaren was in de geneeskunde, zou er zelfs
+niet een eed op hebben durven doen, dat deze man door duivelen bezeten
+was? En toch gaf deze arts hem door een eenvoudig en gemakkelijk te
+verkrijgen geneesmiddel weer het verstand terug; tot bezinning gekomen
+sprak noch verstond de man meer Duitsch. Indien men nu beweert, dat
+hij inderdaad bezeten was, dan strekt dit geval der geneeskunde tot
+nog grooter roem, daar het dan bewezen zou zijn, dat ook de booze
+duivels haar gehoorzaamden en zij derhalve niet alleen in het doen
+terugkeeren van het leven, maar ook in het uitdrijven van booze
+geesten zoowel de dienares als de mededingster der goddelijke macht
+ware. En inderdaad waren er toen ook, die deze daad aan tooverkunsten
+toeschreven; maar juist dien laster beschouw ik als een roem en eer
+voor onze wetenschap, welke op resultaten te wijzen heeft, die door
+het meerendeel der menschheid buiten het bereik der menschelijke
+krachten geacht worden.
+
+Met het volste recht derhalve lieten zich in den ouden tijd, toen
+nog niet alles door lage gewinzucht en vuile lusten bezoedeld was,
+goddelijke en hoogverheven mannen, machtige koningen en doorluchte
+raadsheeren het meest van alle wetenschappen aan de geneeskunde
+gelegen liggen en geene andere was den menschen welkomer. Men neemt
+immers aan, dat de groote Mozes naar geen anderen maatstaf dan
+naar dien der medische wetenschap de spijzen in geoorloofde en
+ongeoorloofde heeft ingedeeld. Wij lezen, dat Orpheus, uit de grijze
+Grieksche oudheid, het een en ander heeft overgeleverd omtrent de
+geneeskracht der kruiden. Homerus zelf, zonder tegenspraak de
+voortreffelijkste bron voor alle geesten, maakt herhaaldelijk
+melding van kruiden en prijst zeer vaak de geneeskunde. Hij heeft
+ons immers ook het kruid "moly" beschreven, dat volgens Plinius
+het voortreffelijkste van alle kruiden en een afdoend middel tegen
+vergiftiging is, welks ontdekking de dichter aan Mercurius toeschrijft
+en waarmee hij zijn Ulysses beschermt tegen den hem door Circe
+gereikten tooverdrank. Hij duidt ook aan, dat "nepenthes" (letterl.
+"smarteloos") bij den maaltijd moet gebruikt worden, dat het vermogen
+heeft, leed en droefenis te verdrijven. Voorts noemt hij dikwijls met
+eere Machaon, Paeon, Chiron en Podalirius als uitmuntende in deze
+kunst, waardoor zij niet alleen de helden maar ook de goden, naar
+zijn dichterlijke voorstelling, hulp verleenden. Hij wil er dit mee
+aanduiden, dat ook de grootste vorsten den bijstand der geneesheeren
+behoeven en dat zelfs het leven van hen, die over leven en dood van
+alle overigen beschikken, in hunne macht is. Ja, diezelfde dichter
+heeft in het elfde boek van de Ilias de uitoefening van dit beroep
+door verreweg de schoonste lofspraak verheerlijkt, waar hij zegt, dat
+n arts meer waard is dan vele andere menschen tezamen. Elders
+wederom noemt hij den geneesheer iemand, die in alles onderricht is,
+hiermede openlijk getuigende, wat ook werkelijk het geval is, dat de
+geneeskunde niet berust op de eene of andere wetenschap, maar op den
+geheelen kring van alle wetenschappen en niet alleen op theoretische
+kennis maar ook op practische ervaring in vele zaken. De beroemde
+Pythagoras van Samos, wien de oudheid een zekere mate van
+goddelijkheid toekende, heeft, naar wij vermeld vinden, een bekend
+boek over den aard der kruiden achtergelaten. Nu wil ik Plato,
+Aristoteles, Theophrastus, Chrysippus, Cato den Ouden en Varro maar
+met stilzwijgen voorbijgaan, die allen deze wetenschap ijverig
+bestudeerd of ook practisch beoefend hebben, doch ik zal slechts
+spreken over Mithridates, koning van Pontus, die niet zoozeer
+door zijn, overigens zeer machtige, heerschappij of door zijn
+wonderbaarlijke kennis van n en twintig talen als wel door zijn
+geneeskundige bekwaamheid beroemd is geworden, welke hem tot een
+waarlijk groot man stempelde, daar medische verhandelingen,
+voorbeelden en beschrijvingen van de werking van verschillende
+kruiden, naar Plinius ons meedeelt, in zijn geheime nalatenschap
+gevonden zijn. Nog heden ten dage draagt een bekend tegengift
+zijn naam. Tegenwoordig beschouwt men algemeen als koninklijke
+eigenschappen: spelen, jagen en zich met beuzelingen ophouden. Maar
+oudtijds legden zich de bestuurders van het Romeinsche rijk op niets
+zoozeer toe als op de bevordering der geneeskunde door het invoeren
+van kruiden uit ver verwijderde streken, en dit volk, dat toen de
+wereld beheerschte, was geen geschenk aangenamer.
+
+Ja, Christus zelf, de grondlegger en vorst van alle wetenschappen,
+geeft zich niet uit voor rechtsgeleerde, noch voor rhetor, noch voor
+wijsgeer, maar voor geneesheer, daar Hij, van Zichzelf sprekende,
+zegt, dat "zij geenen medicijnmeester van noode hebben, die zich wel
+bevinden", terwijl Hij den Samaritaan olie en wijn op wonden laat
+gieten en met speeksel, met aarde vermengd, de oogen van een blinde
+bestrijkt. Juist door dit middel won Hij langzamerhand, toen Hij nog
+aan de wereld onbekend was, de genegenheid en de liefde der menschen;
+niet door goud, noch door heerschappij, maar door het genezen van
+ziekten. Wat Hij door Zijnen wil deed, immers een God, volgt de
+geneesheer naar vermogen na. Bovendien bezitten ook zij eene
+goddelijke macht, namelijk die van genezing aan te brengen door middel
+van krachten, die tot dit doel door God den dingen ingeschapen zijn.
+In hoofdzaak bestond ook daarin het reisgeld, waarmede Hij de
+apostelen voorzag, hun opdragend, terstond door dezen liefdedienst
+hunne gastheeren aan zich te verplichten "door", zoo luiden Zijne
+woorden, "hunne ziekten te genezen en hen met olie te zalven".
+Als de groote Paulus zijnen Timotheus een matig gebruik van wijn
+voorschrijft, om zijn zwakke maag te versterken, is dat geen openlijke
+uitoefening van de geneeskunde? Maar waarom zouden wij ons daarover
+verwonderen bij een apostel, als volgens de beoefenaars der mystiek
+de engel Raphael zijn naam ontleend heeft aan het genezen van de
+blindheid van Tobias?[4] O hemelsche en in waarheid gewijde
+wetenschap, naar welke goddelijke geesten genoemd worden!
+
+ [Voetnoot 4: De Hebreeuwsche naam Raphael bestaat uit twee woorden,
+ waarvan het eerste rapha, "genezen" en het tweede el, "goddelijk
+ wezen" beteekent. (Vert.)]
+
+De eene mensen leert dit, de ander dat vak of oefent het uit; deze
+wetenschap diende door allen gekend te worden, daar zij voor ieder
+onmisbaar is. Maar ach! allerverkeerdst oordeel der stervelingen!
+
+Er is niemand, die het niet vreeselijk zou vinden, als hij geen
+valsche van echte munt kon onderscheiden, terwijl hij in dit geval
+toch slechts in iets zeer minderwaardigs zou kunnen bedrogen worden;
+hij streeft er echter niet naar, te weten te komen, hoe hij het beste,
+wat hij heeft, kan beschermen. Bij het beoordeelen van geldstukken
+vertrouwt hij anderer oogen niet, doch waar het om leven en gezondheid
+gaat, volgt hij, zooals men dat noemt, blindelings het oordeel van
+anderen. En ofschoon nu de volmaakte kennis van die geheele wetenschap
+slechts aan de weinigen kan ten deel vallen, die daaraan alleen hun
+geheele leven gewijd hebben, zoo behoorde toch ten minste dat
+gedeelte, hetwelk over het behoud der gezondheid handelt, door
+iedereen gekend te worden. Hoewel het niet te ontkennen valt, dat de
+moeielijkheid hierbij voor een groot deel voortspruit, niet uit de
+kunst zelve maar uit de onwetendheid of eerzucht van slechte
+geneesheeren.
+
+Te allen tijde, zelfs bij wilde en barbaarsche volken, werd de
+vriendschap voor iets verhevens en eerbiedwaardigs gehouden. En
+diegene wordt als een uitstekend vriend beschouwd, die evenmin in
+tegen- als in voorspoed zijn vrienden in den steek laat, terwijl
+het gros der vrienden in gelukkige omstandigheden trouw blijft, in
+ongelukkige verdwijnt, evenals de zwaluwen gedurende den zomer in het
+land zijn, maar bij het invallen van den winter wegvliegen. Een hoe
+oprechter vriend is echter niet de geneesheer. Evenals de "Seleucides"
+genaamde vogels, naar verhaald wordt, door de bewoners van het
+Casische gebergte nooit anders gezien worden, dan wanneer zij hunne
+hulp noodig hebben tegen de zwermen van sprinkhanen, die hun gewassen
+vernielen, zoo vertoont ook hij zich nooit in normale en gelukkige
+omstandigheden, maar in tijden van gevaar, in die gevallen, waarin
+vrouw en kinderen dikwijls den man verlaten, bij voorbeeld bij
+waanzin, luizenziekte of pest, staat hij alleen hem voortdurend bij,
+en niet alleen, zooals de meeste anderen, met onnuttige diensten, maar
+als redder, om het leven van den in gevaar verkeerende met de ziekte
+kampend, soms ook met gevaar voor zijn eigen leven. Zijn zij dan niet
+meer dan ondankbaar, die, door de dienstvaardigheid van zulk een
+vriend gered, al aanstonds nadat het gevaar geweken is, den geneesheer
+kunnen haten en hem niet veeleer als een vader vereeren en hoogachten?
+Een alledaagsch vriend, die hen van tijd tot tijd bij een toevallige
+ontmoeting groet, noodigen zij ter maaltijd, hem, die hen wel eens
+vergezelt, overladen zij met hoffelijkheid, maar een zoodanig vriend
+wordt, zoodra zij hem niet meer noodig hebben, versmaad? Terwijl deze
+afkeer eigenlijk juist daaruit voortspruit, dat zij inzien, dat geen
+belooning ooit groot genoeg kan zijn, om tegen hun diensten op te
+wegen.
+
+Daar hij de voortreffelijkste genoemd kan worden, die den staat het
+meest ten nutte is, zoo moest deze wetenschap eigenlijk door alle
+uitstekende mannen geleerd worden.
+
+[5][Het is immers niet de geringste, en misschien wel de voornaamste,
+plicht der wereldlijke overheid te zorgen, dat de burgers gezond zijn.
+Wat baat het, den vijand van de muren verdreven te hebben, wanneer de
+daarbinnen heerschende epidemie meer personen wegmaait dan het zwaard
+der vijanden zou gedood hebben? Wat geeft het, er voor te zorgen,
+dat niemand zijn vermogen verliest, als de gezondheid des lichaams
+gesloopt wordt? De ouden, die een rangorde der goederen hebben
+vastgesteld, plaatsten bovenaan op de lijst een goede gezondheid. Want
+wat nut is het, dat het bezit in ongeschonden staat verkeert, als de
+bezitter niet wel is? Daarom lette de wetgeving bij de ouden, toen
+heb- en eerzucht nog niet alles bedorven hadden, vooral daarop, dat de
+lichamen der burgers gezond, krachtig en evenredig ontwikkeld waren.
+Dit hangt deels af van de aangeboren lichaamsgesteldheid, deels van
+de opvoeding, lichaamsoefeningen, voedingswijze en ook eenigszins van
+de inrichting der woningen. De taak van den geneesheer vervulden de
+wetgevers, die slechts goed gebouwde personen met elkander lieten
+huwen, die eischten, dat men alleen volkomen gezonde minnen in dienst
+nam, die openbare baden en turnplaatsen instelden, wetten tegen de
+weelde maakten, door het doen verbouwen van huizen en het droogleggen
+van moerassen, epidemien voorkwamen en er voor waakten, dat geen
+spijzen of dranken, die voor de gezondheid gevaar opleverden, verkocht
+werden. Maar heden ten dage meenen de vorsten, dat zij er niet mee te
+maken hebben, of voor wijnen vergiften verkocht worden, of er door
+aangestoken graan of bedorven visch zoovele ziekten onder het volk
+verspreid worden.
+
+Er is letterlijk geen deel van het leven, dat zonder de hulp der
+geneeskunde behoorlijk kan geregeld worden.]
+
+ [Voetnoot 5: De woorden, die nu volgen en tusschen haakjes []
+ geplaatst zijn, komen niet voor in de uitgave van Frobenius Bazel
+ 1518, noch in die van Mich. Hillenius (Antwerpen 1523), noch ook
+ in die van Joannes Petrejus (Neurenberg 1525), maar wel in de
+ eerste gezamenlijke uitgave van Erasmus' werken van Beatus
+ Rhenanus (Bazel 1540) en in de beste gezamenlijke uitgave van
+ Joannes Clericus (Leiden 1703). (Vert.)]
+
+Indien er eindelijk menschen zijn, die de waarde der dingen liever
+afmeten naar het voordeel en de winst, die zij opleveren, dan zullen
+zij bevinden, dat ook in dit opzicht de geneeskunde, ofschoon te
+verheven om naar dergelijke overwegingen beoordeeld te worden, bij
+geen der andere wetenschappen ten achter staat. Want geen andere was
+ooit meer winstgevend en stelde hare beoefenaars zoo snel in staat,
+zich een vermogen te verwerven. Wij lezen, dat Erasistratus, dien ik
+reeds vroeger vermeld heb, door koning Ptolemeus, en Critobolus door
+Alexander den Grooten met buitengewone, nauwelijks te gelooven
+belooningen begiftigd zijn. Doch welke belooning is dan ten slotte
+niet gering te noemen, betaald aan den redder van een leven, voor
+welks behoud zooveel duizenden soldaten voortdurend streden? Waartoe
+nog te noemen de Cassii, Carpitani, Aruncii en Albutii, van wie
+Plinius vertelt, dat zij te Rome zoowel aan het keizerlijk hof als
+onder de burgers ontzaglijk veel geld verdienden? Doch waarom behoeven
+wij nog die voorbeelden uit het grijze verleden weder op te halen,
+alsof niet ieder uit zijn eigen tijd verscheidenen voor den geest
+staan, die door dit beroep ware Croesussen zijn geworden.
+
+Van de rhetoriek en de dichtkunst kan slechts hij leven, die er in
+uitmunt. Een musicus, die het niet tot een groote hoogte in zijn kunst
+gebracht heeft, lijdt honger. Een rechtsgeleerde heeft maar een mager
+inkomen, als hij niet voortreffelijk is. Slechts de geneeskunde
+onderhoudt en beschermt haren beoefenaar, hoe weinig bedreven hij
+er ook in moge zijn. De medische wetenschap berust wel is waar op
+ontelbare kundigheden en de kennis van een oneindig aantal zaken; toch
+helpt dikwijls n enkel geneesmiddel een stumper in het vak aan den
+kost. Het is er dus verre vandaan, dat dit beroep als onwinstgevend
+kan veroordeeld worden.
+
+Daar komt nog bij, dat met de overige beroepen niet overal geld
+te verdienen is. Een rhetor zal een koele ontvangst vinden bij de
+Sarmaten, een kenner van het keizerlijk recht bij de Britten. De
+medicus is overal, waar ter wereld hij zich ook heen begeve, vergezeld
+door zijn waardigheid en van reisgeld voorzien, zoodat op geen beroep
+meer van toepassing is het alom bekende Grieksche spreekwoord: "de
+geheele aarde voedt het ambacht."
+
+Maar juist daarover spreekt Plinius (ik weet niet zeker of hij hier
+zelf aan het woord is of de meening van anderen weergeeft) zijn
+verontwaardiging uit, dat het uitoefenen der geneeskunde een
+broodwinning is. Ik stem toe, dat deze wetenschap te hoog staat, om
+tot kostwinning te dienen of tot middel om zich te verrijken. Dit
+hoort thuis bij de alledaagsche beroepen. Maar het ware al te
+ondankbaar, haar alleen van den haar toekomenden dank te berooven,
+aan welke nooit genoeg dank vergolden kan worden. Een uitstekend
+geneesheer helpt als een god kosteloos, desnoods tegen den wil van den
+patint. Maar het is goddeloosheid, voor de weldaad van een god niet
+erkentelijk te zijn. Hij geeft wel niet om loon, maar gij behoort
+volgens de wet gestraft te worden wegens uw buitengewone
+ondankbaarheid, als gij het hem niet voldoet.
+
+Het is mij volstrekt niet onbekend, dat deze uitmuntende wetenschap
+zoowel voorheen bij de ouden in een kwaden roep stond, als ook
+tegenwoordig door sommige onwetende lieden gehoond wordt. Cato beviel
+de geneeskunde niet, niet omdat hij haar op zich zelve veroordeelde,
+maar omdat een onvervalscht Romein als hij de aanmatigende wijze,
+waarop de Grieken haar in zijn dagen uitoefenden, niet kon verdragen.
+Hij kende aan de ervaring op dat gebied zulk een hooge waarde toe,
+dat hij der geneeskunde den naam van wetenschap ontzegde. Dat kan
+ons van hem te minder verwonderen, daar hij het ook was, die in den
+Romeinschen senaat het voorstel deed, de geheele Grieksche philosophie
+uit Rome te verbannen. De stoere man meende, dat tot zuivering van het
+menschelijk lichaam kool en menigvuldige brakingen voldoende waren. En
+toch lezen wij van dien vijand der artsen, dat hij door inachtneming
+der medische voorschriften tot het einde van zijn lang leven zijn
+krachten onverzwakt behouden heeft.
+
+Alleen de geneesheeren, zegt men, hebben het onbeperkte recht van
+straffeloos te dooden. Maar juist uit dien hoofde moeten goede
+geneesheeren geerd worden, daar zij, terwijl het hun vrijstaat, niet
+alleen ongestraft maar zelfs tegen belooning te dooden, toch liever
+de menschen willen redden. Dat zij kunnen dooden, bewijst hun groote
+macht, dat zij het niet willen, getuigt voor hun rechtschapenheid.
+Tot vervelens toe hoort men overal in dronken gezelschappen het
+spreekwoord: "wie medisch leeft, leeft ellendig". Alsof het een groot
+geluk is, door een wijnroes geradbraakt te worden, zich uit te putten
+door ontucht, op te zwellen van onmatig biergebruik of ten gevolge van
+uitspattingen door den slaap overmand te worden. Wat behoeven wij nog
+deze lasteraars met woorden te bestrijden, die zelf door het verzaken
+van de voorschriften der geneeskunde voldoende gestraft worden, daar
+zij weldra door podagra worden gekweld, door verlamming getroffen,
+vroegtijdig het verstand verliezen, vr den ouderdom zwak van gezicht
+worden en dan eindelijk, maar te laat, in hunne ellende op de wijze
+van Stesichorus hunnen laster herroepen[6]. En toch maakt die goede
+wetenschap geen bezwaar ook dezen, ofschoon zij het volstrekt niet
+waard zijn, zooveel mogelijk te helpen. Sommigen noemen, met een
+scheldwoord aan de oude comedie ontleend, de geneesheeren "dreketers".
+Verdienen zij dan niet juist daarom geprezen te worden, dat zij, om de
+wonden der menschheid te heelen, zich verwaardigen, uit hun verheven
+sfeer tot het vuil af te dalen? Als de hoogmoed van de geneeskundigen
+eens zoo groot was als de onbeschoftheid, waarmee die lieden hen
+vervolgen, dan zouden zij, zoo maar straffeloos, de menschen kunnen
+laten omkomen. Doch ons beroep heeft dit met goede vorsten gemeen, dat
+het goed handelt, maar een slechten naam heeft.
+
+ [Voetnoot 6: De lyrische dichter Stesichorus zou namelijk, doordien
+ hij Helena gesmaad had, van het gezicht beroofd zijn en later door
+ het dichten van een palinodie het weer teruggekregen hebben. (Vert.)]
+
+Al zijn er nu ook lieden, zooals zij er inderdaad zijn, die zich voor
+geneeskundigen uitgeven, terwijl zij niets minder dan dat zijn; als er
+zijn, die vergiften voor geneesmiddelen toedienen; als er zijn, die
+uit gewin- of eerzucht zieken slechten raad geven, wat is onbillijker
+dan op grond van fouten van enkele individuen het geheele beroep te
+lasteren? Ook onder de priesters zijn echtbrekers, onder de monniken
+moordenaars en roovers; maar wat heeft dit te maken met den
+godsdienst, die op zich zelf zoo voortreffelijk is? Geen beroep is zoo
+heilig, of er zijn eenige misdadigers die het uitoefenen. Het is zeker
+dringend te wenschen, dat alle vorsten van dien aard zijn, dat zij
+dien naam ook ten volle verdienen. Maar toch moet daarom de monarchie
+niet veroordeeld worden, omdat er onder den vorstelijken titel eenige
+plunderaars en vijanden van den staat rondloopen. Ook ik wenschte,
+dat alle geneesheeren met recht dien naam konden dragen en dat onder
+hen geen toepassing kon vinden de Grieksche spreuk: "velen zijn
+ossendrijvers, maar weinigen landbeploegers". Ik wenschte, dat allen
+die angstvallige nauwgezetheid in de uitoefening van hun beroep
+vertoonden, tot welke Hippocrates de artsen door een in plechtige
+woorden vervatten eed verplichtte. Toch is er voor ons geen reden, om
+niet met alle macht naar de bereiking van deze hoogte te streven, al
+zien wij ook, dat dit door zeer velen wordt nagelaten.
+
+Maar daar dit onderwerp, hoogaanzienlijke vergadering, van zulk een
+grooten omvang is, dat het moeilijk zou zijn, hierover ooit uitgeput
+te raken, acht ik, om de belofte, in den aanhef mijner rede gedaan,
+gestand te doen, nu den tijd gekomen, om den geheelen lof der
+geneeskunde in het kort samen te vatten.
+
+Immers, terwijl zeer vele zaken zich alleen door hare oudheid
+aanbevelen, is deze wetenschap het allereerst ontdekt door de
+noodwendigheid. Als eene wetenschap door haar grondleggers roem
+erlangt, de uitvinding van deze is altijd aan de goden toegeschreven.
+Als de eer, die een zaak te beurt valt, haar aanzien verhoogt, aan
+geene andere is zoo algemeen en zoo lang goddelijke eer bewezen.
+Indien die dingen op hoogen prijs gesteld worden, die de goedkeuring
+van aanzienlijke mannen wegdragen, het bestudeeren dezer wetenschap
+strekte den machtigsten vorsten, den voornaamsten personen niet alleen
+tot genoegen maar ook tot roem. Als de moeilijkheid, welke iets
+oplevert, maatstaf is voor de schoonheid ervan, niets gaat met meer
+moeite gepaard dan de beoefening der geneeskunde, die op zooveel
+kennis, op het onderzoek van en ervaring in zoovele zaken berust. Als
+wij een zaak naar hare waarde beoordeelen, wat staat hooger dan de
+goddelijke genade het dichtst nabij te komen? Naar haar vermogen, wat
+is machtiger of rijker aan resultaten dan een geheelen mensch, wien
+een zekere dood te wachten staat, aan zich zelf terug te geven? Naar
+hare noodwendigheid, wat is zoo onmisbaar als de wetenschap, zonder
+welke noch leven, noch geboorte mogelijk is? Indien wij een zaak naar
+hare zedelijke deugd beoordeelen, wat staat moreel hooger dan het
+menschelijk geslacht in het leven te houden? Naar haar nut, geen
+zaak sticht grooter nut en in wijder kring. Indien wij eindelijk het
+financiel voordeel tot maatstaf nemen, dan is zij wel het allermeest
+winstgevend, indien de menschheid niet alle dankbaarheid verloren
+heeft.
+
+U wensch ik dus ten zeerste geluk, voortreffelijke mannen, die het
+voorrecht hebt, in dat allerschoonste vak uit te munten.
+
+U, beste jongelingen, geef ik den raad: legt u hierop met volle borst
+toe, wijdt U met al uwe krachten aan deze wetenschap, die U eer, roem,
+aanzien en vermogen zal doen verwerven en door welke gij op Uw beurt
+uwen vrienden, uw vaderland, ja, het geheele menschelijke geslacht op
+meer dan gewone wijze ten heil zult strekken.
+
+ Ik heb gezegd.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Erasmus Roterodamus
+D. Henrico Afinio Lyrano
+ insigni Medico
+ S. D._
+
+ _Erasmus van Rotterdam
+ aan Dr. Henricus Afinius van Lier,[1]
+ den voortreffelijken medicus._
+
+ [Voetnoot 1: Een stad in Brabant (Vertaler).]
+
+Nuper dum bibliothecam recenseo, doctissime Afini, venit in manus
+oratio quaedam olim mihi nihil non experienti, in laudem artis medicae
+declamata; continuo visum est orationem non optimam optimo dicare
+medico, ut vel tui nominis lenocinio studiosorum centuriis commendetur.
+
+ Toen ik onlangs mijne bibliotheek nazag, zeer geleerde AFINIUS, kwam
+ mij eene redevoering in handen, die lang geleden door mij, toen ik
+ mijne krachten nog aan allerlei beproefde, vervaardigd was over
+ "den lof der geneeskunde". Terstond besloot ik de niet zeer goede
+ redevoering aan den zeer goeden medicus op te dragen, opdat zij, door
+ Uwen naam versierd, in de gelederen der studenten haren weg moge
+ vinden.
+
+Erit hoc interim mei in te animi qualecunque documentum, dum dabitur
+aliud nostra necessitudine dignius.
+
+ Aanvaard intusschen dit blijk, hoe gering ook, van mijne genegenheid
+ jegens U, totdat U een ander, onze vriendschap meer waardig, zal
+ gegeven worden.
+
+Bene vale.
+
+ Het ga U wel.
+
+Lovanii tertio Idus Martias Anno MDXVIII.
+
+ LEUVEN, den 13den Maart, 1518.
+
+
+
+
+DECLAMATIO ERASMI ROTERODAMI IN LAUDEM ARTIS MEDIC.
+
+ REDEVOERING VAN ERASMUS VAN ROTTERDAM OVER DEN LOF DER GENEESKUNDE.
+
+
+[_Attentio._]
+
+Quo saepius est ars medicinae, meditatis et elaboratis orationibus,
+hoc ex loco, apud plerosque vestrum praedicata, idque a viris singulari
+facundia praeditis, auditores celeberrimi, hoc mihi sane minus est
+fiduciae, me vel tantae rei, vel aurium vestrarum expectationi
+satisfacturum. Neque enim rem prope divinam nostra facile assequetur
+infantia, neque vulgaris oratio de re toties audita taedium possit
+effugere.
+
+ Hoe vaker de lof der geneeskunde van deze plaats in doorwrochte en
+ zorgvuldig bewerkte redevoeringen ten aanhoore van de meesten Uwer
+ verkondigd is, en wel door mannen met buitengewone welsprekendheid
+ begaafd, des te meer, hoogaanzienlijke toehoorders, vrees ik, dat ik
+ noch door mijne voordracht aan een zoo gewichtig onderwerp recht zal
+ weten te doen, noch aan Uwe verwachting van hetgeen Gij te hooren
+ zult krijgen zal kunnen beantwoorden. Want aan den eenen kant zal
+ ons gebrekkig redenaarstalent niet licht de hoogte van dit bijna
+ goddelijke onderwerp bereiken, aan den anderen kant zal een
+ alledaagsche redevoering over iets, dat reeds zoo dikwijls gehoord
+ is, niet kunnen nalaten bij het auditorium verveling op te wekken.
+
+[_Propositio._]
+
+Verumtamen ne salutari maiorum instituto videar deesse, qui solenni
+encomio juventutis animos ad huius praeclarae scientiae studium,
+admirationem, amorem, excitandos, accendendos, inflammandosque
+censuerunt, experiar et ipse pro mea virili (siquidem me dicentem
+adjutabit vestra tum attentio, tum humanitas, favore candido prosequens,
+quem ad hoc muneris vestra adegit autoritas)
+
+ Desniettegenstaande zal ook ik, om een heilzame gewoonte onzer
+ voorouders niet te verzaken, die van oordeel waren, dat door een
+ jaarlijks uit te spreken lofrede de gemoederen der jeugd tot de studie
+ van en bewondering en liefde voor deze wetenschap opgewekt, aangevuurd
+ en ontvlamd moesten worden, indien Gij mijne voordracht met Uwe
+ aandacht en welwillendheid wilt steunen, indien Gij hem, wien Uw
+ gezag deze eervolle taak heeft opgedragen, met oprechte toewijding
+ wilt volgen, zal ook ik naar mijne zwakke krachten beproeven,
+
+ medicae facultatis dignitatem, autoritatem, usum, necessitatem,
+non dicam explicare, quod prorsus infiniti fuerit negotii, sed summatim
+modo perstringere, ac veluti confertissimas locupletissimae cujuspiam
+reginae opes, per transennam (ut aiunt) studiosorum exhibere
+conspectibus.
+
+ de waardigheid, den invloed, het nut en de noodwendigheid
+ der medische wetenschap, wel niet in alle onderdeelen voor U te
+ ontwikkelen, wat een oneindig werk zou zijn, maar, slechts de
+ hoofdzaken aanrakende, in het kort te behandelen, en, evenals de
+ dicht opeengehoopte schatten van een zeer rijke koningin, slechts
+ vluchtigjes, als het ware achter tralin, aan de blikken der studenten
+ te vertoonen.
+
+[_Laudandi ratio per comparationem._]
+
+Cuius quidem ea vel praecipua laus est, primum quod nullis omnino
+praeconiis indiget, ipsa abunde per se vel utilitate, vel necessitate
+commendata mortalibus. Deinde quod toties iam a tam praeclaris ingeniis
+praedicata, semper tamen novam laudum suarum materiam, ingeniis etiam
+parum foecundis ex sese suppeditat, ut nihil necesse sit, eam vulgato
+more invidiosis illis contentionibus, non sine caeterarum disciplinarum
+contumelia depraedicare.
+
+ Haar grootste lof bestaat nu in de eerste plaats daarin, dat zij in
+ het geheel geen lofspraken noodig heeft, daar zij zich zelve meer dan
+ voldoende den menschen door haar nut en onmisbaarheid aanbeveelt.
+ Vervolgens, dat zij, hoewel reeds zoovele malen door zoo
+ voortreffelijke geesten geprezen, toch ook aan minder vruchtbare
+ vernuften steeds weer nieuwe stof tot prijzen biedt, zoodat men bij
+ het zingen van haar lof volstrekt niet zijn toevlucht behoeft te nemen
+ tot het gewone hatelijke middel, door dit namelijk op die wijze te
+ doen, dat men de overige wetenschappen in een minder gunstig daglicht
+ plaatst.
+
+ Quin illud magis metuendum, ne domesticas illius dotes, ne
+germanam ac nativam amplitudinem, ne majestatem humana conditione
+maiorem, mortalis oratio non assequatur. Tantum abest, ut vel aliena
+contumelia, vel asciticiis Rhetorum fucis, aut amplificationum
+praestigiis sit attollenda. [Sidenote: +gnm+.] Mediocrium est
+formarum, deformiorum comparatione, aut cultus lenociniis commendari;
+res per se vereque praeclaras, satis est vel nudas oculis ostendisse.
+
+ Veeleer is dit te vreezen, dat de mensch geen woorden genoeg
+ zal kunnen vinden, om de haar eigene gaven, hare natuurlijke en
+ aangeboren grootheid, hare verhevenheid, die het menschelijke ver
+ achter zich laat, voldoende weer te geven. Zooverre is het ervan
+ verwijderd, dat zij f door vernedering van andere wetenschappen, f
+ door gekunstelde rhetorische opsmukking of valsche overdrijving moet
+ opgevijzeld worden. Slechts gestalten van middelmatige schoonheid
+ kunnen alleen door vergelijking met leelijke of door den opschik harer
+ kleeding indruk op ons maken; dingen, die door zich zelve en in
+ waarheid uitblinken, mag men ook bloot aan aller blikken prijsgeven.
+
+[_Dignitas et autoritas medicinae._]
+
+Iam primum enim (ut ad rem festinemus) reliquae artes quoniam nulla non
+magnam aliquam vitae commoditatem attulit, summo quidem in pretio fuere.
+Verum medicinae quondam tam admirabilis fuit humano generi inventio, tam
+dulcis experientia, ut eius autores, aut plane pro diis habiti sint,
+velut Apollo, et huius filius Aesculapius, imo (quod ait Plinius)
+singula quosdam inventa deorum numero addiderunt,
+
+ In de eerste plaats dan (om ter zake te komen) waren wel ook de andere
+ wetenschappen, daar alle de eene of andere geriefelijkheid aan ons
+ leven bezorgden, oudtijds in hooge eere. Maar de uitvinding der
+ geneeskunde werd in den ouden tijd door het menschdom z bewonderd,
+ hare toepassing als een z groote weldaad ondervonden, dat hare
+ uitvinders f geheel en al voor goden werden gehouden, zooals Apollo
+ en diens zoon Aesculapius en zelfs, naar Plinius zegt, sommigen ten
+ gevolge van n enkele uitvinding onder de goden werden geplaatst,
+
+ aut certe divinis honoribus digni sint existimati, velut
+Asclepiades, quem Illyrici numinis instar receptum Herculi in honoribus
+aequarunt. Non equidem probo quod fecit antiquitas, affectum sane ac
+iudicium laudo, quippe quae recte et senserit et declararit, docto
+fidoque medico nullum satis dignum praemium persolvi posse.
+
+ f ten minste goddelijke vereering zijn waardig gekeurd,
+ zooals bij voorbeeld Asclepiades, dien de Illyriers als een god
+ opnamen en op dezelfde wijze als Hercules vereerden. Nu keur ik
+ natuurlijk niet goed, wat de ouden ten dezen gedaan hebben, toch prijs
+ ik hun gevoel en hun oordeel. Zij hebben immers terecht begrepen en op
+ die wijze tot uiting gebracht, dat aan een kundigen en betrouwbaren
+ geneesheer nooit te groote belooning geschonken kan worden.
+
+[_A difficultate._]
+
+Etenim si quis secum reputet, quam multiplex in corporibus humanis
+diversitas, quanta ex aetatibus, sexu, regionibus, coelo, educatione,
+studiis, usu varietas, quam infinita in tot milibus herbarum (ne
+quid interim dicam de caeteris remediis) quae alibi aliae nascuntur,
+discrimina.
+
+ Immers, wanneer men nagaat, een hoe veelvuldige verscheidenheid
+ van menschelijke lichamen er is, veroorzaakt door het verschil
+ in leeftijd, geslacht, landstreek, klimaat, opvoeding, bedrijf en
+ levenswijze; welke oneindige verschillen er zijn in zooveel duizenden
+ kruiden, die elk op een andere plaats groeien, om nog maar te zwijgen
+ van de overige geneesmiddelen;
+
+ Tum quot sint morborum genera, quae trecenta nominatim fuisse
+prodita scribit Plinius, exceptis generum partibus, quarum omnium quam
+nullus sit numerus, facile perpendet, qui tantum norit, quot formas in
+se febris vocabulum complectatur, ut ex uno caetera aestimentur;
+exceptis his, qui quotidie novi accrescunt, neque secus accrescunt, quam
+si de composito cum arte nostra bellum suscepisse videantur.
+
+ vervolgens, hoevele soorten van ziekten er bestaan, waarvan er
+ volgens Plinius driehonderd met name zijn overgeleverd, nog
+ daargelaten de onderverdeelingen dier soorten, waarvan hij het
+ oneindige aantal licht zal bevroeden, die, om maar eens een voorbeeld
+ te noemen, weet, hoeveel variteiten de naam koorts alleen inhoudt; en
+ zonder te letten op de nieuwe ziekten, die er dagelijks bijkomen, en
+ wel in zulke mate, alsof zij volgens onderlinge afspraak den strijd
+ met onze wetenschap hadden aangebonden,
+
+ Exceptis venenorum plus mille periculis, quorum quot species sunt,
+tot sunt mortis genera, totidem remediorum differentias flagitantia.
+Exceptis casibus quotidianis lapsuum, ruinarum, ruptionum, adustionum,
+luxationum, vulnerum, atque his consimilium, quae prope cum ipso
+morborum agmine ex aequo certant. Denique qui cogitet, quanta sit in
+corporum coelestium observatione difficultas, quae nisi cognoris,
+saepenumero venenum erit, quod in remedium datur.
+
+ om nog niet eens te spreken van de meer dan duizend gevallen
+ van vergiftiging, waarvan iedere soort een bijzonderen dood ten
+ gevolge heeft en dus een afzonderlijk geneesmiddel vereischt; nog niet
+ eens medegerekend de dagelijks voorkomende gevallen van struikeling,
+ val, fractuur, brandwonde, verstuiking, verwonding en dergelijke,
+ welke gevallen bijna even sterk in aantal zijn als de menigte der
+ ziekten; indien men eindelijk overweegt, hoe groote moeielijkheid er
+ verbonden is met het waarnemen der hemellichamen, die men noodzakelijk
+ moet kennen, daar anders dikwijls vergift zal zijn, wat men als
+ geneesmiddel toedient;
+
+ Ne quid interim commemorem saepe fallaces morborum notas, sive
+coloris habitum spectes, sive lotii signa rimeris, sive pulsus harmoniam
+observes, velut hoc agentibus malis, ut hostem medicum fallant et
+imponant. Tantum undique sese offundit difficultatum, ut mihi difficile
+sit omnes vel oratione prosequi.
+
+ terwijl ik maar met stilzwijgen voorbijga de dikwijls
+ bedriegelijke symptomen van ziekten, hetzij men de kleur beschouwt of
+ de teekens der urine onderzoekt of den polsslag waarneemt, daar het
+ den schijn heeft, alsof de ziekten er zich op toeleggen, om haar
+ vijand, den arts, te bedriegen en te misleiden; als men dit alles
+ nagaat, dan doen zich van alle kanten zooveel moeielijkheden op, dat
+ ik die zelfs bezwaarlijk alle zou kunnen opsommen.
+
+Sed ut dicere coeperam, has omnes rerum varietates studio persequi,
+obscuritates ingenio assequi, difficultates industria pervincere, ac
+penetratis terrae fibris, excussis undique totius naturae arcanis, ex
+omnibus herbis, fruticibus, arboribus, animantibus, gemmis, ex ipsis
+denique venenis, cunctis humanae vitae malis efficacia quaerere remedia,
+atque horum opportunum usum ex tot autoribus, tot disciplinis, imo et ab
+ipsis sideribus petere.
+
+ Maar, om voort te gaan, al deze verschillende zaken ijverig
+ te bestudeeren, de duistere punten daarin met het verstand te
+ onderzoeken, de moeielijkheden door vlijt te overwinnen en, na
+ doorgedrongen te zijn in de ingewanden der aarde en van alle kanten
+ de geheimen der geheele natuur doorzocht te hebben, uit alle kruiden,
+ struiken, boomen, dieren, edelgesteenten, ten slotte zelfs uit de
+ vergiften voor alle kwalen van het menschelijk leven werkzame
+ geneesmiddelen te verkrijgen en de kennis van hun passend gebruik aan
+ zooveel schrijvers, zooveel wetenschappen, ja zelfs ook aan de sterren
+ te ontleenen;
+
+ Haec inquam, tam abdita rimari cura, tam ardua viribus animi
+adipisci, tam multa memoria complecti, tam necessaria ad salutem
+universi mortalium generis in commune proferre, nonne prorsus homine
+maius ac plane divinum quiddam fuisse videtur?
+
+ deze zoo verborgen dingen met zorg uit te vorschen, zoo
+ moeielijke onderwerpen door de kracht van het verstand te begrijpen en
+ zoo talrijke zaken met het geheugen te omvatten; die voor het heil van
+ het menschelijk geslacht zoo onmisbare zaken tot bezit van het
+ algemeen te maken; schijnt dat niet het werk van een god geweest te
+ zijn, te grootsch dan dat het door menschen had kunnen tot stand
+ gebracht worden?
+
+ Absit invidia verbis. Liceat id quod vero verius est ingenue
+praedicare. Non me jacto, sed artem ipsam effero. Etenim si dare vitam
+proprium dei munus est, certe datam tueri, jamque fugientem retinere,
+deo proximum fateamur oportet. Quamquam ne prius quidem illud, quod nos
+soli deo proprium esse volumus, medicorum arti detraxit antiquitas, ut
+credula, ita gratissima.
+
+ Men duide mijne woorden niet euvel; het zij mij geoorloofd
+ dat, wat zoo onweersprekelijk waar is, ronduit te verkondigen. Ik
+ verhef mijzelf niet, maar alleen de wetenschap. Immers, hoewel het
+ schenken van het leven slechts een voorrecht van de godheid is, zoo
+ moet men toch toegeven, dat dit leven te kunnen beschermen en vast te
+ houden, als het ons wil ontvlieden, de goddelijke macht zeer nabij
+ komt. Ofschoon zelfs niet het eerstgenoemde, hetwelk wij uitsluitend
+ aan God toeschrijven, door de ouden aan het gebied der geneeskunde
+ onttrokken werd, die daardoor wel hun lichtgeloovigheid, maar toch ook
+ hun groote dankbaarheid toonden.
+
+ Nam Aesculapii quidem ope Tyndaridam, et post eum complures ab
+Orco in lucem redisse credidit. Asclepiades hominem exanimatum, elatum,
+comploratumque ab rogo domum vivum reduxisse legitur. Xanthus historicus
+catulum leonis occisum, praeterea et hominem, quem Draco occiderat,
+vitae redditum fuisse, posteris prodidit, herba quam halin[*] nominant.
+
+ [Footnote: The Dutch translation notes that the word in Pliny is
+ "balis".]
+
+ Zoo meenden zij, dat door de hulp van Aesculapius Castor, de
+ zoon van Tyndareus, en verscheidenen na hem uit de onderwereld in het
+ leven teruggekeerd zijn. Wij lezen, dat Asclepiades een persoon, die
+ gestorven, ter begrafenis uit zijn huis gedragen was en over wien
+ reeds de gebruikelijke lijkklachten waren uitgesproken, van den
+ brandstapel weg levend naar huis teruggevoerd heeft. De
+ geschiedschrijver Xanthus verhaalt, dat een gedood jong van een leeuw
+ en een man, dien Draco had laten ombrengen, weder tot het leven
+ teruggebracht zijn door een kruid, dat "halis"[2] heet.
+
+ [Voetnoot 2: In Plinius staat "balis" (Vertaler).]
+
+ Ad haec Juba, in Africa quendam herba revocatum ad vitam, testis
+est. Neque vero laboraverim, si sint apud quos haec fide careant. Certe
+(quod agimus) admirationem artis tanto magis implent, quanto magis supra
+fidem veri sunt, et immensum esse fateri cogunt id quod vero supersit.
+
+ Ook getuigt Juba, dat in Afrika door middel van een kruid
+ iemand weer in het leven teruggeroepen is. Nu zou ik mij er weinig om
+ bekommeren, als er menschen waren, die aan deze verhalen geen geloof
+ sloegen; toch vervullen zij ons met des te meer bewondering voor de
+ geneeskunde, hoemeer zij ons, niettegenstaande hun ongeloofwaardigheid,
+ tot de erkentenis dwingen, dat wat er waars aan overblijft toch nog
+ buitengewoon is.
+
+ Quamquam quantum ad eum attinet, qui vitae redditur, quid refert
+utrum anima denuo in artus relictos divinitus reponatur, an penitus in
+corpore sepulta, morbique victoris oppressa viribus, arte curaque medici
+suscitetur atque eliciatur, iamque certo migratura retineatur?
+
+ Hoewel, wat voor onderscheid is er voor hem, die aan het leven
+ teruggegeven wordt, of de levensgeesten door werking van de godheid
+ opnieuw in de ledematen, die zij reeds verlaten hadden, worden
+ teruggebracht, dan wel of zij, diep in het lichaam begraven en door de
+ kracht der overweldigende ziekte onderdrukt, door de kunst en de zorg
+ van den geneesheer ondersteund en voor den dag gebracht worden en,
+ reeds op het punt te wijken, op hun plaats worden gehouden?
+
+ An non pene paria sunt mortuum restituere, et mox moriturum
+servare? Atqui permultos nominatim recenset Plinius libro historiae
+mundanae septimo, qui iam elati partim in ipso rogo, partim post dies
+complusculos revixerint.
+
+ Of komt het niet ongeveer op hetzelfde neer, een doode te doen
+ herleven of iemand, die weldra zal sterven, in het leven te houden? En
+ toch noemt Plinius in het zevende boek van zijn "Historia Naturalis"
+ zeer velen met name op, die, na reeds ter begrafenis uit hun huis
+ gedragen te zijn, deels op den brandstapel zelf, deels eerst na
+ verscheidene dagen, weder herleefden.
+
+Miraculum est, quod paucis dedit casus. Et non magis mirandum, quod
+quotidie multis largitur ars nostra? Etiamsi hanc deo Opt. Max. debemus,
+cui nihil non debemus, ne quis haec a me putet arrogantius dicta quam
+verius. Complurium morborum ea vis est, ut certa mors sint, nisi
+praesens adsit medicus, veluti stupor is, qui mulieribus potissimum
+solet accidere, veluti syncopis profunda, paralysis, apoplexia.
+
+ Een wonder noemt men datgene, wat het toeval aan weinigen gegeven
+ heeft. Maar is dan niet veeleer een wonder te noemen, wat onze
+ wetenschap dagelijks aan velen verleent? En ofschoon wij deze aan den
+ Algoede te danken hebben, Wien wij alles verschuldigd zijn, meene toch
+ niemand, dat mijne woorden meer aanmatiging dan waarheid bevatten.
+ Verscheidene ziekten zijn van dien aard, dat er een wisse dood volgt,
+ als niet de geneesheer onmiddellijk hulp verleent, zooals bij
+ voorbeeld de verdooving, die vooral vrouwen pleegt te overvallen,
+ diepe onmacht, verlamming en beroerte.
+
+ Neque desunt ulli vel seculo, vel genti sua in hanc rem exempla.
+Hic qui mortem ingruentem arte sua depellit, qui vitam subito oppressam
+revocat, nonne ceu numen quoddam dextrum ac propitium semper habendus
+est? Quot censes homines ante diem sepultos fuisse priusquam medicorum
+solertia morborum vires, et remediorum naturas deprehenderat? Quot hodie
+mortalium milia vivunt, valentque, qui ne nati quidem essent, nisi eadem
+haec ars, et tot nascendi discriminibus remedia, et obstetricandi
+rationem reperisset?
+
+ In iederen tijd en bij ieder volk zijn hier voorbeelden van te
+ vinden. Moet nu niet hij, die den overrompelenden dood door zijn kunst
+ verdrijft, die het leven, plotseling overmeesterd, terugroept, te
+ allen tijde als een welwillende en genadige godheid beschouwd worden?
+ Hoeveel menschen zijn niet vr hun tijd ten grave gedaald, toen nog
+ niet door de schranderheid der geneeskundigen de werkingen der ziekten
+ en de aard der geneesmiddelen doorgrond waren? Hoeveel duizenden leven
+ niet heden ten dage en bevinden zich lichamelijk wel, die zelfs niet
+ geboren zouden zijn, als niet diezelfde wetenschap zoovele middelen
+ tegen de gevaren der geboorte en de verloskunde had uitgevonden.
+
+ Adeo statim in ipso vitae limine, et pariens simul et nascens
+salutarem medicorum opem miserabili voce implorat. Horum arti vitam
+debet, et qui nondum vitam accepit, dum per eam prohibentur abortus, dum
+mulieri seminis recipiendi retinendique vis confertur, dum pariendi
+facultas datur.
+
+ Ja, reeds aanstonds op den drempel des levens roept de barende
+ tegelijk met het wicht, dat geboren wordt, met klagende stem de
+ heilzame hulp der geneeskundigen in. Aan hunne kunst heeft ook het
+ leven te danken hij, die het leven nog niet eens ontvangen heeft, daar
+ door haar een ontijdige bevalling verhinderd wordt, en zoodoende der
+ vrouw de kracht om het zaad te ontvangen en bij zich te houden
+ verleend en gelegenheid tot baren gegeven wordt.
+
+[Sidenote: +paroimia+]
+
+ Quod si vere dictum est illud Deus est juvare mortalem, profecto
+mea sententia aut nusquam locum habebit illud nobile Graecorum adagium
++anthrpos anthrpou daimonion+, aut in medico fido proboque locum
+habebit, qui non juvat modo verum etiam servat. An non igitur
+ingratitudine ipsa videatur ingratior, ac ipse prope vita indignus,
+qui medicinam alteram secundum deum, vitae parentem, tutricem,
+servatricem, vindicem non amet, non honoret, non suspiciat, non
+veneretur?
+
+ En hoewel er terecht gezegd is: "slechts God kan den mensch
+ helpen", vindt toch voorzeker mijns inziens de bekende Grieksche
+ spreuk "de eene mensch is de god van den anderen", zoo ergens, hare
+ toepassing bij den betrouwbaren en deugdelijken geneesheer, die niet
+ alleen helpt, maar ook behoudt. Of schijnt hij dan niet ondankbaarder
+ dan de ondankbaarheid zelve en bijna het leven niet waard, die de
+ geneeskunde, welke naast God de voortbrengster, beschermster,
+ behoudster en verdedigster van ons leven is, niet lief heeft, hoogacht
+ en met bewondering en eerbied tot haar opziet?
+
+ Cuius praesidiis nunquam ulli non est opus. Nam reliquis quidem
+artibus nec semper nec omnes egemus. Huius utilitate mortalium omnis
+vita constat. Nam fac abesse morbos, fac omnibus prosperam adesse
+valetudinem, tamen hanc qui poterimus tueri, nisi medicus ciborum
+salutarium ac noxiorum discrimen, nisi totius victus, quam Graeci
+diaetam vocant, rationem doceat?
+
+ Wier hulp allen immers te allen tijde noodig hebben? Want van
+ alle overige wetenschappen behoeven wij niet allen, noch ook te allen
+ tijde, gebruik te maken. Op de toepassing van deze wetenschap echter
+ berust het geheele leven der stervelingen. Want gesteld eens, dat er
+ geen ziekten waren, dat allen zich in een goede gezondheid mochten
+ verheugen, hoe zouden wij desniettegenstaande deze in goeden staat
+ kunnen houden, indien niet de geneesheer ons het onderscheid tusschen
+ heilzame en schadelijke voedingsmiddelen en de juiste inrichting van
+ onze geheele levenswijze, die de Grieken dieet noemen, leerde?
+
+[_Senectam remoratur ars medicorum._]
+
+Grave mortalibus est onus senecta, quam non magis licet effugere quam
+mortem ipsam. Atque ea medicorum opera multis contingit, tum serius, tum
+multo etiam levior. Neque enim fabula est, quinta, quam vocant, essentia
+senio depulso hominem velut abjecto exuvio rejuvenescere, cum extent
+aliquot huius rei testes.
+
+ Een zware last voor de menschen is de ouderdom, dien men evenmin kan
+ ontloopen als den dood zelf. Maar door de hulp der geneeskundigen komt
+ hij voor velen later en veel dragelijker dan zonder deze het geval
+ geweest ware. Want het is geen legende, dat de mensch door de
+ zoogenaamde "quinta essentia" de gebreken des ouderdoms, als een
+ kleed, dat afgelegd wordt, kan verdrijven en zijn jeugd herkrijgen;
+ er zijn eenigen, die dat door hun getuigenis staven.
+
+[_Totum hominem curat medicus._]
+
+Neque vero corporis tantum, quae vilior hominis pars est, curam gerit,
+imo totius hominis curam agit, etiamsi Theologus ab animo, medicus a
+corpore sumat initium. Siquidem propter arctissimam amborum intet se
+cognationem et copulam, ut animi vitia redundant in corpus, ita vicissim
+corporis morbi animae vigorem aut impediunt, aut etiam extinguunt.
+
+ Maar niet alleen voor het lichaam, hetwelk het geringste deel des
+ menschen is, draagt de geneesheer zorg, neen, voor den geheelen
+ mensch, al neemt de geneesheer niet zooals de godgeleerde de ziel maar
+ het lichaam als uitgangspunt. Evenals immers wegens beider zeer nauwe
+ verwantschap en verbinding de gebreken der ziel hun invloed doen
+ gelden op het lichaam, zoo belemmeren de ziekten des lichaams op haar
+ beurt de kracht der ziel of vernietigen die zelfs geheel.
+
+ Quis aeque pertinax suasor abstinentiae, sobrietatis, moderandae
+irae, fugiendae tristitiae, vitandae crapulae, amoris abjiciendi,
+temperandae Veneris, atque medicus? Quis efficacius suadet aegroto, ut
+si vivere velit, et salutarem experiri medici opem, prius animum a
+vitiorum colluvie repurget?
+
+ Wie spoort den mensch zoo hardnekkig als de geneesheer aan tot
+ onthouding, soberheid, het matigen van den toorn, het ontvluchten van
+ droefheid, het vermijden van dronkenschap, het laten varen van de
+ liefde en het maat houden in geslachtelijken omgang? Wie raadt met
+ beter gevolg den zieke aan, als hij wil blijven leven en bij de
+ medische hulp baat vinden, eerst zijne ziel te zuiveren van den poel
+ harer ondeugden?
+
+ Idem quoties vel diaetetica ratione, vel ope pharmaceutica bilem
+atram minuit, labantes cordis vires reficit, cerebri spiritus fulcit,
+mentis organa purgat, ingenium emendat, memoriae domicilium sarcit,
+totumque animi habitum commutat in melius, nonne per exteriorem, ut
+vocant, hominem, et interiorem servat?
+
+ Hoe dikwijls niet vermindert hij ook de zwartgalligheid,
+ hetzij door het voorschrijven van een bepaald dieet of geneesmiddelen,
+ versterkt de verslappende krachten van het hart, ondersteunt de
+ functies der hersenen, zuivert de organen van den geest, verbetert den
+ verstandelijken aanleg, herstelt den zetel van het geheugen en brengt
+ in de geheele zielsgesteldheid eene verandering ten goede teweeg?
+ Behoudt hij niet door wat men noemt den uiterlijken mensen tegelijk
+ ook den innerlijken?
+
+ Qui phreneticum, lethargicum, maniacum, sideratum, lymphatum
+restituit, nonne totum restituit hominem? Theologus efficit ut homines a
+vitiis resipiscant, at medicus efficit, ut sit qui possit resipiscere.
+Frustra ille medicus sit animae, si jam fugerit anima, cui paratur
+antidotus.
+
+ Hij, die een lijder aan waanzin, slaapziekte, razernij,
+ apoplexie of tijdelijke verstandsverbijstering geneest, geeft hij
+ niet den geheelen mensch weder aan de maatschappij terug? De theoloog
+ bewerkt, dat de menschen van hunne misdrijven weder tot bezinning
+ komen, maar de geneesheer zorgt er voor, dat zij physiek daartoe in
+ staat zijn. Gene kan als geneesheer der ziel geen nut meer stichten,
+ als de ziel, voor welke een tegengift bereid wordt, reeds ontvloden
+ is.
+
+ Cum impium hominem subito corripuit paralysis, apoplexia, aut alia
+quaedam praesentanea pestis, quae vitam prius adimat, quam vacet de
+castiganda cogitare vita, hunc qui restituit, alioquin infeliciter in
+suis sceleribus sepeliendum, nonne quodammodo tum corpus, tum animum ab
+inferis revocat?
+
+ Wanneer een goddeloos mensch plotseling door een verlamming,
+ beroerte of ander ongeval getroffen wordt, dat onmiddellijk den dood
+ ten gevolge kan hebben, die hem het leven kan benemen nog vrdat hij
+ den tijd heeft, om aan verbetering van zijn levensgedrag te denken,
+ kan men dan niet van hem, die dezen geneest, welke anders ellendig
+ onder den last zijner misdaden moest begraven worden, eenigermate
+ zeggen, dat hij zoowel zijn lichaam als zijn ziel uit het schimmenrijk
+ teruggebracht heeft?
+
+ In eum certe locum reponit hominem, ut ei in manu jam sit, si
+velit, aeternam mortem fugere. Quid suadebit lethargico Theologus, qui
+suadentem non audiat? Quid movebit phreneticum, nisi medicus prius atram
+bilem repurgarit?
+
+ In ieder geval plaatst hij hem toch in zulk een toestand, dat
+ hij het nu zelf in zijn macht heeft, indien hij wil, den eeuwigen dood
+ te ontkomen. Wat zal de theoloog den slaapzieke kunnen aanraden, als
+ deze hem niet hooren kan? Hoe zal hij den waanzinnige tot iets kunnen
+ bewegen, indien niet eerst de geneesheer hem van zwartgalligheid
+ gezuiverd heeft?
+
+Pietas caeteraeque virtutes, quibus Christiana constat felicitas, ab
+animo potissimum pendent, haud infitior. Caeterum quoniam is corpori
+illigatus, corporeis organis velit nolit utitur, fit ut bona pars bonae
+mentis a corporis habitu pendeat.
+
+ Ik loochen volstrekt niet, dat de barmhartigheid en de overige
+ deugden, waarop de Christelijke zaligheid berust, hoofdzakelijk van
+ de ziel afhangen, maar aangezien deze aan het lichaam gebonden is en
+ zich goed- of kwaadschiks van de lichaamsorganen bedient, is een goede
+ geestestoestand voor een zeer groot deel van de lichaamsgesteldheid
+ afhankelijk.
+
+ Permultos homines infelix corporis temperatura, quam Graeci
+modo +krasin+ modo +sustma+ vocant, velut invitos ac reclamantes, ad
+peccandum pertrahit, dum animus insessor frustra moderatur habenas,
+frustra subdit calcaria, sed equum ferocientem in praecipitium sequi
+cogitur.
+
+ Zeer vele menschen drijft een ongelukkige menging der
+ lichaamsvochten, die de Grieken nu eens crasis (menging), dan weer
+ systema (samenstelling) noemen, als het ware tegen hunnen wil en
+ terwijl zij zich verzetten, tot zonde voort, terwijl de daarbinnen
+ wonende ziel, tevergeefs de teugels aantrekkend en de sporen in de
+ zijden drukkend, gedwongen wordt, het hollende paard in den afgrond te
+ volgen.
+
+ Animus videt, animus audit sed si oculos occuparit glaucoma, si
+aurium meatus crassus humor obsederit, frustra vim suam habet animus.
+Odit animus, irascitur animus, at vitiosus humor mentis organa obsidens
+in causa est, ut oderis, quem amore dignum judices, irasceris cui nolis
+irasci.
+
+ De ziel ziet en hoort wel, maar wanneer de oogen door de staar
+ verduisterd of de toegangen van het gehoor door een dik vocht verstopt
+ zijn, dan baat de ziel het bezit dier vermogens niet. De ziel haat, de
+ ziel is toornig, maar het bedorven vocht, dat zich op de organen van
+ den geest gezeteld heeft, is oorzaak, dat gij hem haat, dien ge uw
+ liefde waardig moest keuren, en vertoornd zijt op hem, op wien gij
+ niet zoudt willen vertoornd zijn.
+
+ Philosophiae summam in hoc sitam esse fatetur Plato, si rationi
+pareant affectus, atque ad eam rem praecipuus est adjutor medicus, hoc
+agens ut ea pars hominis vigeat sapiatque, cuius arbitrio geruntur,
+quaecunque cum laude geruntur. Si hominis vocabulo censentur indigni,
+qui pecudum ritu rapiuntur cupiditatibus, huius nominis dignitatem bona
+ex parte debemus medicis.
+
+ Plato erkent, dat de gansche philosophie eigenlijk daarop
+ neerkomt, dat de gemoedsaandoeningen aan de rede moeten gehoorzamen.
+ En nu is het voornamelijk de geneesheer, die daartoe medewerkt, zich
+ hierop toeleggend, dat dit deel van den mensch krachtig en vol inzicht
+ zij, naar welks goedvinden alles geschiedt, wat op lofwaardige wijze
+ verricht wordt. Terwijl zij den naam van mensch onwaardig geacht
+ worden, die zich evenals de dieren door hun begeerten laten
+ meesleepen, hebben wij het voor een goed deel aan de geneeskundigen te
+ danken, zoo wij dien naam wel waardig zijn.
+
+[_Principibus maxime necessarius medicus._]
+
+Id cum maximum sit in singulis ac privatis, quanto praeclarius est
+beneficium, cum id praestatur in principe? Nulla fortuna magis est
+obnoxia malis huiusmodi, quam felicissimorum regum. Quos autem rerum
+tumultus ciet unius homunculi vitiatum cerebrum? Frustra reclament qui
+sunt a consiliis, furis o princeps, ad te redi, ni medicus arte sua
+neque volenti, neque sentienti suam mentem reddiderit.
+
+ Als dit nu reeds van het grootste belang is voor ieder in het
+ bijzonder, ook indien men slechts een particulier persoon is, een hoe
+ grooter weldaad is het dan niet, wanneer dit resultaat verkregen wordt
+ bij een vorst. Geen maatschappelijke positie is zoozeer aan rampen van
+ dien aard blootgesteld als die van machtige koningen. Een hoe groote
+ verwarring wordt niet gesticht door de abnormale hersenen van n
+ zoo'n mensch. Tevergeefs zullen zijne raadslieden hem toeroepen: "Gij
+ raast, o vorst, kom tot bezinning!", als hem niet de arts door zijn
+ kunst, zonder dat hij het wil of merkt, zijn verstand teruggegeven
+ heeft.
+
+ Si Caligulae fidus adfuisset medicus, non usque ad pugionum ac
+venenorum scrinia in perniciem humani generis insanisset. Atque ob eam
+sane causam publica consuetudine receptum est apud omnes orbis nationes,
+ne princeps usquam gentium agat absque medicis. Proinde cordati
+principes nulli unquam arti plus honoris habuerunt, quam medicinae.
+Quandoquidem Erasistratus (ut reliquos taceam) Aristotelis ex filia
+nepos, ob Antiochum regem sanatum, centum talentis donatus est a
+Ptolemaeo huius filio.
+
+ Als Caligula een betrouwbaren arts bezeten had, dan ware hij
+ in zijn waanzin niet gekomen tot het gebruik van kastjes met dolken en
+ vergiften tot verderf van het menschelijke geslacht. Ongetwijfeld is
+ het om die reden bij alle volken der aarde tot een algemeen gebruik
+ geworden, dat ieder vorst zijn lijfarts heeft. Daarom hebben
+ verstandige vorsten aan geen wetenschap ooit meer eer bewezen dan aan
+ de geneeskunde. Zoo werd Erasistratus (om van de overigen te zwijgen),
+ een kleinzoon van Aristoteles, wegens het genezen van koning Antiochus
+ door diens zoon Ptolemeus met honderd talenten beloond.
+
+ Quin et divinae literae jubent medico suum haberi honorem, non
+tantum ob utilitatem, verum etiam ob necessitatem, ut in caeteros
+benemeritos ingratitudo sit, in medicum impietas, quippe qui tamquam
+beneficii divini adjutor, id arte sua tuetur, quod optimum nobis et
+carissimum largitus est deus, videlicet vitam.
+
+ Ja, ook de Heilige Schrift schrijft ons voor, den geneesheer
+ de hem toekomende eer te bewijzen, niet alleen wegens zijn nut, maar
+ ook wegens zijne onmisbaarheid, zoodat wat tegenover anderen, die zich
+ jegens ons verdienstelijk gemaakt hebben, ondankbaarheid heet,
+ namelijk het niet erkentelijk zijn voor hunne weldaden, tegenover den
+ geneesheer goddeloosheid genoemd mag worden. Hij immers beschermt, als
+ het ware God bijstand verleenende bij het schenken Zijner genade, het
+ beste en dierbaarste, dat God ons gegeven heeft, d.i. het leven.
+
+[_A similibus._]
+
+Parentibus nihil non debemus, quod per hos vitae munus accepisse
+quodammodo videmur. Plus mea sententia debetur medico, cui toties
+debemus, quod parentibus semel dumtaxat debemus, si tamen illis debemus.
+Pietatem debemus ei, qui hostem a cervicibus depulit, et medico non
+magis debemus, qui pro nobis servandis cum tot capitalibus vitae
+hostibus quotidie depugnat?
+
+ Aan onze ouders hebben wij alles te danken, daar wij in zekeren zin
+ van hen het geschenk des levens ontvangen hebben. Veel meer zijn wij,
+ mijns inziens, den geneesheer verplicht, wien wij zoovele malen
+ verschuldigd zijn, wat wij onzen ouders hoogstens nmaal verschuldigd
+ zijn. Wij behooren met kinderlijke liefde hem aan te hangen, die den
+ vijand van onzen hals weert, maar zijn wij dat dan niet in veel hooger
+ mate verplicht tegenover den geneesheer, die met zoovele doodvijanden
+ van ons leven dagelijks een hardnekkigen strijd voert?
+
+ Reges ceu deos suspicimus, quia vitae necisque jus habere
+creduntur, qui tamen ut possint occidere, certe vitam non aliter dare
+possunt, nisi quatenus non eripiunt, quemadmodum servare dicuntur
+latrones, si quem non jugulent, nec aliam tamen vitam dare possunt, quam
+corporis. At quanto propius ad divinam benignitatem accedit medici
+beneficium, hominem iam inferis destinatum arte, ingenio, cura, fideque
+sua, velut ex ipsis mortis faucibus retrahentis?
+
+ Wij zien tot koningen op als tot goden, omdat wij meenen, dat
+ zij willekeurig kunnen beschikken over leven en dood; maar ofschoon
+ zij wel kunnen dooden, kan men toch van hen op geen andere wijze
+ beweren, dat zij het leven schenken, dan in dien zin, dat zij het niet
+ ontnemen, zooals wij ook van roovers zeggen, dat zij iemand het leven
+ geschonken hebben, wanneer zij hem niet hebben vermoord. En zelfs in
+ dien zin kunnen zij toch niet anders schenken dan het leven des
+ lichaams. Hoeveel dichter bij de goddelijke mildheid komt dan niet de
+ weldaad van den geneesheer, die een mensch, reeds voor de onderwereld
+ bestemd, door zijn kunst, vernuft, zorg en trouw als het ware uit den
+ muil des doods terugtrekt?
+
+ Aliis in rebus profuisse sit officium, caeterum in certo corporis
+animique periculo servasse, plus quam pietas est. Adde his quod quicquid
+in homine magnum est, eruditio, virtus, naturae dotes, aut si quid
+aliud, id omne medicorum arti acceptum feramus oportet, quatenus id
+servat, sine quo ne reliqua quidem queant subsistere. Si omnia propter
+hominem, et hominem ipsum servat medicus, nimirum omnium nomine gratia
+debetur medico.
+
+ Iemand in andere zaken bijstaan is hulpvaardigheid, maar hem,
+ wanneer hij in dreigend gevaar voor ziel en lichaam verkeert, in het
+ leven houden, is meer dan genade. Voeg daarbij, dat al wat er groots
+ in den mensch is, zijn kennis, deugd, natuurlijke gaven en dergelijke,
+ op rekening der geneeskunde dient geschreven te worden, aangezien zij
+ datgene beschermt, zonder hetwelk de overige dingen zelfs niet kunnen
+ bestaan. Als alles er voor den mensch is en de mensch zelf door den
+ geneesheer behouden blijft, dan moet den geneesheer voor alles dank
+ geweten worden.
+
+[_Sanitatis custos medicus._]
+
+Si non vivit, qui vivit morbis obnoxius, et vitam salubrem aut reddit
+aut tuetur medicus, an non convenit hunc ceu vitae parentem agnoscere?
+Si res exoptanda est immortalitas, hanc medicorum industria, quoad
+licet, meditatur, quae vitam in longum prorogat.
+
+ Als men van hem, die door ziekten geteisterd wordt, eigenlijk niet kan
+ zeggen, dat hij leeft, en de geneesheer het is, die de gezondheid f
+ herstelt f beschut, past het ons dan niet, hem als den oorsprong van
+ ons leven te erkennen? Indien de onsterfelijkheid iets begeerlijks is,
+ zoo wordt zij toch zooveel mogelijk nagestreefd door den ijver der
+ geneeskundigen, die het leven een langen duur verschaft.
+
+ Quid enim hic notissima referam exempla, Pythagoram, Chrysippum,
+Platonem, Catonem censorium, Antonium, Castorem, cumque his
+innumerabiles, quorum plerique medicinae observatione, vitam ab omni
+morbo liberam neque fatiscente ingenii vigore, neque concussa memoriae
+soliditate, neque fractis aut labefactatis sensibus, ultra centesimum
+annum prorogarunt? An non istuc est immortalitatis, quam speramus, hic
+iam nunc imaginem quandam exhibere?
+
+ Want waartoe behoef ik de algemeen bekende voorbeelden te
+ noemen van Pythagoras, Chrysippus, Plato, Cato den Ouden, Antonius,
+ Castor[3] en talloozen met hen, van wie de meesten door hun eerbied
+ voor de geneeskunde zonder eenige ziekte, zonder verzwakking hunner
+ geestvermogens en zonder dat de sterkte van hun geheugen geschokt werd
+ of zij het gebruik hunner zintuigen geheel of gedeeltelijk verloren,
+ meer dan honderd jaar geleefd hebben? Of is dat niet ons nog op deze
+ wereld een beeld vertoonen van de onsterfelijkheid, die wij
+ hiernamaals hopen?
+
+ [Voetnoot 3: IJverig botanicus uit de eerste eeuw vr Christus,
+ onder wiens leiding Plinius botanische studin maakte. (Vert.).]
+
+ Christus ipse immortalitatis autor ac vindex unicus corpus
+assumpsit, mortale quidem illud, sed tamen nullis morbis obnoxium.
+Crucem non horruit, morbos horruit. An non pulcherrimum fuerit, nos
+principem nostrum in hoc quoque pro viribus imitari? Apostolos, quorum
+nemo fere non multam vixit aetatem, caesos legimus, interfectos legimus,
+aegrotasse non legimus. Quocunque pacto hoc illis contigit, certe
+praestat idem ars medicorum, quod illis praestitit sua felicitas.
+
+ Christus zelf, de hoogverheven bewerker en redder van onze
+ onsterfelijkheid, nam een lichamelijk hulsel aan, dat, ofschoon
+ sterfelijk, toch aan geen ziekten was blootgesteld. Het kruis schuwde
+ Hij niet, wel ziekten. Is het nu niet iets heerlijks, onzen Heer ook
+ in dezen, naar vermogen, na te volgen? Van de apostelen, die bijna
+ allen een lang leven gehad hebben, lezen wij wel, dat zij vermoord,
+ gedood zijn, niet dat zij ziek zijn geweest. Hoe hun dat nu ook te
+ beurt gevallen is, de geneeskunde bewerkt voor ons hetzelfde als wat
+ zij door hunne gelukzaligheid bereikt hebben.
+
+ Nec enim audiendos arbitror, qui nobis non minus indocte, quam
+impudenter solent illud objicere: Virtus in infirmitate perficitur,
+somniantes Paulum gravi capitis dolori fuisse obnoxium, cum ille
+infirmitatem vel animi tentationem, vel quod vero propius est,
+improborum hominum molestam insectationem appellet. Atque idem ille
+Paulus, inter apostolicas dotes, donum curationis recensuit.
+
+ Want men moet, naar ik meen, naar hen niet luisteren, die ons
+ even dom als onbeschaamd tegenwerpen, dat deugd gewoonlijk in ziekte
+ wordt uitgeoefend, waar zij zonder eenigen grond gelooven, dat Paulus
+ aan zware hoofdpijnen leed, terwijl hij toch juist de ziekte eene
+ beproeving van de ziel of, wat juister is, eene kwelling der boozen
+ noemt. En diezelfde Paulus heeft onder de gaven, die aan de Apostelen
+ geschonken waren, ook de gave der genezing geteld.
+
+Iam auget et illud non levi argumento medicinae gloriam, quod et
+Caesarearum legum majestas, et pontificiarum autoritas sese ultro
+medicorum judicio submittit, velut in quaestionibus pubertatum,
+partuum ac veneficiorum. Item in quaestionibus aliquot ad matrimonium
+facientibus. O nova dignitas medicinae.
+
+ Ook wordt de roem der geneeskunde in geen geringe mate hierdoor
+ verhoogd, dat het verheven keizerlijk en pontificaal recht zich
+ vrijwillig aan het oordeel der geneeskundigen onderwerpt, zooals in
+ quaesties van manbaarheid, geboorte en vergiftiging, eveneens in
+ eenige huwelijksquaesties. O nieuwe waardigheid der geneeskunde!
+
+ Agitur de capite hominis, et judicis sententia pendet ex medici
+praejudicio. Summi pontificis pietas, si quid indulget, in nonnullis non
+aliter indulget, nisi medicorum accedat calculus. Atque in decretis
+Romanus pontifex episcopum eum, qui delatus fuerat tamquam foedo
+immanique morbo obnoxius, ex medicae rei judicio censet aut amovendum
+episcopatu, aut suo loco restituendum.
+
+ Een menschenleven staat op het spel en het oordeel des
+ rechters hangt af van de voorafgaande uitspraak van den geneesheer! De
+ pauselijke genade verleent in enkele gevallen slechts kwijtschelding
+ na een geneesheer gehoord te hebben. Zoo besluit de paus, in geval een
+ bisschop beschuldigd wordt, aan eene afschuwelijke en vreeselijke
+ ziekte te lijden, eerst na een geneeskundig advies ingewonnen te
+ hebben, tot verwijdering of handhaving van den bisschop.
+
+ Divus item Augustinus ex medicorum consilio fieri jubet, quod
+faciendum est, etiamsi nolit aegrotus. Idem honorem medico debitum, hoc
+est artis et industriae praemium, recte eripi scribit ab eo qui detinet,
+velut ab injusto possessore et quod alienum est mala fide occupante.
+
+ Eveneens schrijft de goddelijke Augustinus voor, dat de zieke,
+ ook tegen zijn wil, naar den raad van den geneesheer behandeld moet
+ worden. Ook zegt hij terecht, dat het den geneesheer verschuldigde
+ eerbewijs, dat is het loon voor zijn kunst en inspanning, met geweld
+ moet ontnomen worden aan hem, die het weigert te voldoen, daar hij
+ beschouwd moet worden als iemand, die wederrechtelijk eens anders
+ eigendom in bezit houdt.
+
+ Quin ii quoque, qui conceptis precaminibus, daemones impios e
+corporibus humanis exigunt, non raro in consilium adhibent, velut in his
+morbis, qui secretis rationibus quaedam sensuum organa spiritusque
+vitiant, et adeo daemoniacam speciem imitantur, ut nisi a peritissimis
+medicis discerni non queant, sive sunt crassiores aliqui daemones, ut
+fertur illorum varia natura,
+
+ Ja zelfs ook zij, die door tooverformulieren booze duivels uit
+ menschelijke lichamen drijven, raadplegen den geneesheer niet zelden,
+ bij voorbeeld bij die ziekten, die op geheime wijze de werking van het
+ eene of andere zintuig verstoren en zoozeer den schijn wekken van door
+ de aanwezigheid van duivels veroorzaakt te zijn, dat zij slechts door
+ zeer bekwame geneeskundigen kunnen onderscheiden worden, hetzij het
+ duivelen van grover soort zijn (men weet immers, dat er verschillende
+ soorten van duivelen bestaan),
+
+ qui medicam etiam opem sentiant, sive morbus adeo penitus intimis
+animi recessibus insidet, ut a corpore videatur alienus. In cuius rei
+fidem, dum ex innumeris mihi compertum exemplum refero, quaeso ut me
+patienter audiatis.
+
+ die ook door medische behandeling kunnen aangetast worden, of
+ dat de ziekte zich zoo diep in de schuilhoeken der ziel heeft
+ ingedrongen, dat zij op het lichaam geen betrekking schijnt te hebben.
+ Terwijl ik U tot staving dezer bewering uit de tallooze voorbeelden
+ n, dat ik zelf beleefd heb, verhaal, verzoek ik U, mij geduldig te
+ willen aanhooren.
+
+[_Exemplum._]
+
+Panaceum celeberrimi nominis medicum adolescens colui, is me teste
+quendam restituit, nomine Phlyarium, patria Spoletanum, qui ex vermibus
+in novum maniae genus inciderat, ita ut in morbo probe teutonice
+loqueretur, quod (uti constabat) sanus nunquam potuerat. Quis imperitus
+rei medicae non hunc daemoniacum vel dejerasset etiam?
+
+ In mijn jeugd heb ik omgang gehad met Panaceus, een wijd en zijd
+ beroemd geneesheer; deze heeft in mijn tegenwoordigheid een man,
+ Phlyarius genaamd, afkomstig uit Spoleto, genezen, die ten gevolge van
+ wormen in een geheel nieuwe soort van waanzin vervallen was, daarin
+ bestaande, dat hij gedurende zijn ziekte goed Duitsch sprak, welke
+ taal hij, naar met zekerheid vaststond, in normalen toestand nooit
+ gekend had. Wie, die onervaren was in de geneeskunde, zou er zelfs
+ niet een eed op hebben durven doen, dat deze man door duivelen bezeten
+ was?
+
+ At is hominem facili paratoque remedio menti reddidit. Redditus
+sibi, teutonice nec loquebatur, nec intelligebat. Quod si quis hunc vere
+daemoniacum fuisse contendat, ea sane res vel maxime medicorum illustrat
+artem, cui compertum est et daemones impios parere, quemadmodum in
+restituenda vita, ita et in exigendis spiritibus divinae virtutis tum
+ministrae, tum aemulae.
+
+ En toch gaf deze arts hem door een eenvoudig en gemakkelijk te
+ verkrijgen geneesmiddel weer het verstand terug; tot bezinning gekomen
+ sprak noch verstond de man meer Duitsch. Indien men nu beweert, dat
+ hij inderdaad bezeten was, dan strekt dit geval der geneeskunde tot
+ nog grooter roem, daar het dan bewezen zou zijn, dat ook de booze
+ duivels haar gehoorzaamden en zij derhalve niet alleen in het doen
+ terugkeeren van het leven, maar ook in het uitdrijven van booze
+ geesten zoowel de dienares als de mededingster der goddelijke macht
+ ware.
+
+ Neque vero deerant, qui factum hoc magicis artibus tribuebant,
+quorum ego calumniam arti nostrae gloriae laudique verto, per quam ea
+praestantur, quae vulgus hominum humanis viribus praestari posse non
+credit.
+
+ En inderdaad waren er toen ook, die deze daad aan
+ tooverkunsten toeschreven; maar juist dien laster beschouw ik als een
+ roem en eer voor onze wetenschap, welke op resultaten te wijzen heeft,
+ die door het meerendeel der menschheid buiten het bereik der
+ menschelijke krachten geacht worden.
+
+[_Quibus culta medicina._]
+
+Optimo igitur jure priscis seculis, cum nondum sordidi quaestus et
+spurcae voluptates vitiassent omnia, medendi ars inter omnes una divinis
+ac summatibus viris, opulentissimis regibus, clarissimis senatoribus
+praecipue cordi fuit, nec alia mortalium generi gratior. Siquidem Moses
+ille magnus, non alia ratione quam artis medicae, cibos suos distinxisse
+creditur. Orpheus, Graecorum vetustissimus, de viribus herbarum nonnulla
+prodidisse legitur.
+
+ Met het volste recht derhalve lieten zich in den ouden tijd, toen
+ nog niet alles door lage gewinzucht en vuile lusten bezoedeld was,
+ goddelijke en hoogverheven mannen, machtige koningen en doorluchte
+ raadsheeren het meest van alle wetenschappen aan de geneeskunde
+ gelegen liggen en geene andere was den menschen welkomer. Men neemt
+ immers aan, dat de groote Mozes naar geen anderen maatstaf dan
+ naar dien der medische wetenschap de spijzen in geoorloofde en
+ ongeoorloofde heeft ingedeeld. Wij lezen, dat Orpheus, uit de grijze
+ Grieksche oudheid, het een en ander heeft overgeleverd omtrent de
+ geneeskracht der kruiden.
+
+ Homerus ipse, citra controversiam, unicus ingeniorum fons,
+plurimus est et in herbarum commemoratione, et in laude medicorum. Is et
+Moly nobis depinxit, herbarum omnium (teste Plinio) laudatissimam,
+efficacem adversus veneficia, cuius inventionem Mercurio tribuit, hac
+Ulyssem suum adversus Circes pocula praemuniens. Idem nepenthes indicat
+in conviviis adhibendum, quod moerorem tristitiamque discutiat.
+
+ Homerus zelf, zonder tegenspraak de voortreffelijkste bron
+ voor alle geesten, maakt herhaaldelijk melding van kruiden en prijst
+ zeer vaak de geneeskunde. Hij heeft ons immers ook het kruid "moly"
+ beschreven, dat volgens Plinius het voortreffelijkste van alle kruiden
+ en een afdoend middel tegen vergiftiging is, welks ontdekking de
+ dichter aan Mercurius toeschrijft en waarmee hij zijn Ulysses
+ beschermt tegen den hem door Circe gereikten tooverdrank. Hij duidt
+ ook aan, dat "nepenthes" (letterl. "smarteloos") bij den maaltijd moet
+ gebruikt worden, dat het vermogen heeft, leed en droefenis te
+ verdrijven.
+
+ Porro Machaonem, Paeonem, Chironem, Podalirium, ut hac arte
+praestantes, saepicule non sine honore commemorat, quorum arte non solum
+heroibus, verum ipsis etiam diis subventum esse fingit, illud videlicet
+subindicans, summis etiam principibus medicorum praesidiis opus esse,
+atque horum vitam medicis in manu esse, qui in caeteros omnes jus vitae
+ac necis habere videntur. Quid quod idem Poeta libro Iliados undecimo,
+huius artis professionem longe pulcherrimo nobilitavit elogio, cum ait:
+[Sidenote: +iatros gar anr polln antaxios alln+] Unum medicum pluris
+habendum, quam caeterorum hominum permultos.
+
+ Voorts noemt hij dikwijls met eere Machaon, Paeon, Chiron en
+ Podalirius als uitmuntende in deze kunst, waardoor zij niet alleen de
+ helden maar ook de goden, naar zijn dichterlijke voorstelling, hulp
+ verleenden. Hij wil er dit mee aanduiden, dat ook de grootste vorsten
+ den bijstand der geneesheeren behoeven en dat zelfs het leven van hen,
+ die over leven en dood van alle overigen beschikken, in hunne macht
+ is. Ja, diezelfde dichter heeft in het elfde boek van de Ilias de
+ uitoefening van dit beroep door verreweg de schoonste lofspraak
+ verheerlijkt, waar hij zegt, dat n arts meer waard is dan vele
+ andere menschen tezamen.
+
+ Rursum alibi medicum ita notat, ut dicat eum eruditum in omnibus,
+palam testans id quod res est, hanc artem non una aut altera disciplina,
+sed omnium artium cognitione circuloque, tum praeter exactum ingenium,
+multo etiam rerum usu constare. Pythagoras ille Samius, cui divinitatem
+quandam tribuebat antiquitas, de naturis herbarum nobile volumen
+reliquisse legitur.
+
+ Elders wederom noemt hij den geneesheer iemand, die in alles
+ onderricht is, hiermede openlijk getuigende, wat ook werkelijk het
+ geval is, dat de geneeskunde niet berust op de eene of andere
+ wetenschap, maar op den geheelen kring van alle wetenschappen en niet
+ alleen op theoretische kennis maar ook op practische ervaring in vele
+ zaken. De beroemde Pythagoras van Samos, wien de oudheid een zekere
+ mate van goddelijkheid toekende, heeft, naar wij vermeld vinden, een
+ bekend boek over den aard der kruiden achtergelaten.
+
+ Atque ut Platonem, Aristotelem, Theophrastum, Chrysippum, Catonem
+censorium, Varronem praeteream, quibus studio fuit hanc artem suis vel
+studiis, vel negotiis admiscere, Mithridatem Ponti regem, non perinde
+regnum, alioqui locupletissimum, non tam unius et viginti linguarum
+miraculum, quam rei medicae peritia nobilitavit, vereque magnum virum
+declaravit, qui artis huius commentationes, et exemplaria, effectusque
+in arcanis reliquit, ut autor est Plinius.
+
+ Nu wil ik Plato, Aristoteles, Theophrastus, Chrysippus, Cato
+ den Ouden en Varro maar met stilzwijgen voorbijgaan, die allen deze
+ wetenschap ijverig bestudeerd of ook practisch beoefend hebben, doch
+ ik zal slechts spreken over Mithridates, koning van Pontus, die niet
+ zoozeer door zijn, overigens zeer machtige, heerschappij of door zijn
+ wonderbaarlijke kennis van n en twintig talen als wel door zijn
+ geneeskundige bekwaamheid beroemd is geworden, welke hem tot een
+ waarlijk groot man stempelde, daar medische verhandelingen,
+ voorbeelden en beschrijvingen van de werking van verschillende
+ kruiden, naar Plinius ons meedeelt, in zijn geheime nalatenschap
+ gevonden zijn.
+
+ Cuius et hodie nobile theriacae genus nomine celebratur. Nunc fere
+regium habetur, aleam ludere, venari, nugas agere. At olim populi Romani
+principibus nihil magis erat curae, quam ut ex longinquo novis
+importandis herbis, rem medicam adjuvarent, neque populo illi tum orbis
+domino aliud erat munus gratius.
+
+ Nog heden ten dage draagt een bekend tegengift zijn naam.
+ Tegenwoordig beschouwt men algemeen als koninklijke eigenschappen:
+ spelen, jagen en zich met beuzelingen ophouden. Maar oudtijds legden
+ zich de bestuurders van het Romeinsche rijk op niets zoozeer toe als
+ op de bevordering der geneeskunde door het invoeren van kruiden uit
+ ver verwijderde streken, en dit volk, dat toen de wereld beheerschte,
+ was geen geschenk aangenamer.
+
+[_Christus ipse medicus._]
+
+Quid quod Christus ipse, disciplinarum omnium et autor et princeps, sese
+non Iureconsultum, non Rhetorem, non Philosophum, sed Medicum professus
+est, dum de se loquens negat opus esse medico iis, qui bene habeant, dum
+Samaritanus vulneribus oleum ac vinum infundit, dum sputum terrae mixtum
+illinit oculis caeci. Quid quod idem hac potissimum commendatione, cum
+adhuc orbi esset ignotus, sese paulatim in animos atque affectus hominum
+insinuavit, non auro, non imperiis, sed morborum remediis? Quod ille
+nutu fecit, nempe deus, hoc medicus pro virili sua cura imitatur.
+
+ Ja, Christus zelf, de grondlegger en vorst van alle wetenschappen,
+ geeft zich niet uit voor rechtsgeleerde, noch voor rhetor, noch voor
+ wijsgeer, maar voor geneesheer, daar Hij, van Zichzelf sprekende,
+ zegt, dat "zij geenen medicijnmeester van noode hebben, die zich wel
+ bevinden", terwijl Hij den Samaritaan olie en wijn op wonden laat
+ gieten en met speeksel, met aarde vermengd, de oogen van een blinde
+ bestrijkt. Juist door dit middel won Hij langzamerhand, toen Hij nog
+ aan de wereld onbekend was, de genegenheid en de liefde der menschen;
+ niet door goud, noch door heerschappij, maar door het genezen van
+ ziekten. Wat Hij door Zijnen wil deed, immers een God, volgt de
+ geneesheer naar vermogen na.
+
+ Neque deest his quoque divina vis, nimirum medendi viribus in hunc
+usum rebus a deo inditis. Nec alio viatico magis instruxit Apostolos,
+mandans ut hoc protinus officio sibi devincirent hospitem, medentes
+inquit, morbis illorum, et ungentes oleo.
+
+ Bovendien bezitten ook zij eene goddelijke macht, namelijk die
+ van genezing aan te brengen door middel van krachten, die tot dit doel
+ door God den dingen ingeschapen zijn. In hoofdzaak bestond ook daarin
+ het reisgeld, waarmede Hij de apostelen voorzag, hun opdragend,
+ terstond door dezen liefdedienst hunne gastheeren aan zich te
+ verplichten "door", zoo luiden Zijne woorden, "hunne ziekten te
+ genezen en hen met olie te zalven".
+
+ Paulus ille magnus dum Timetheo suo modicum vini praescribit usum,
+ad fulciendam stomachi imbecillitatem, nonne palam medici partibus
+utitur? Sed quid hoc mirum in Apostolo, cum Raphael angelus Tobiae
+caecitati medicans hinc nomen etiam invenerit apud arcanarum rerum
+studiosos? O coelestem vereque sacram disciplinam, cuius cognomento
+divinae illae mentes insigniuntur.
+
+ Als de groote Paulus zijnen Timotheus een matig gebruik van
+ wijn voorschrijft, om zijn zwakke maag te versterken, is dat geen
+ openlijke uitoefening van de geneeskunde? Maar waarom zouden wij ons
+ daarover verwonderen bij een apostel, als volgens de beoefenaars der
+ mystiek de engel Raphael zijn naam ontleend heeft aan het genezen van
+ de blindheid van Tobias?[4] O hemelsche en in waarheid gewijde
+ wetenschap, naar welke goddelijke geesten genoemd worden!
+
+ [Voetnoot 4: De Hebreeuwsche naam Raphael bestaat uit twee
+ woorden, waarvan het eerste rapha, "genezen" en het tweede el,
+ "goddelijkwezen" beteekent. (Vert.)]
+
+Inter mortales alii alias artes vel discunt, vel profitentur, hanc unam
+oportebat ab omnibus disci, quae nulli non est necessaria. Sed o heu
+perversissima hominum judicia.
+
+ De eene mensen leert dit, de ander dat vak of oefent het uit; deze
+ wetenschap diende door allen gekend te worden, daar zij voor ieder
+ onmisbaar is. Maar ach! allerverkeerdst oordeel der stervelingen!
+
+Nemo nescire sustinet, quis nummus legitimus sit, quis adulterinus, ne
+quid fallatur in re vilissima, nec scire studio est, quibus modis id
+quod habet optimum tueatur. In numismate non credit alienis oculis,
+in negotio vitae ac sanitatis, clausis quod dicitur oculis, sequitur
+alienum judicium.
+
+ Er is niemand, die het niet vreeselijk zou vinden, als hij geen
+ valsche van echte munt kon onderscheiden, terwijl hij in dit geval
+ toch slechts in iets zeer minderwaardigs zou kunnen bedrogen worden;
+ hij streeft er echter niet naar, te weten te komen, hoe hij het beste,
+ wat hij heeft, kan beschermen. Bij het beoordeelen van geldstukken
+ vertrouwt hij anderer oogen niet, doch waar het om leven en gezondheid
+ gaat, volgt hij, zooals men dat noemt, blindelings het oordeel van
+ anderen.
+
+ Quod si totius artis absoluta cognitio non potest nisi paucis
+contingere, qui totam vitam huic uni studio dedicarunt, certe partem
+eam, quae ad tuendam valetudinem pertinet, non conveniebat quemquam
+nescire. Etiam si bona pars difficultatis, non ab ipsa arte, sed ab
+improborum medicorum vel inscitia, vel ambitione proficiscatur.
+
+ En ofschoon nu de volmaakte kennis van die geheele wetenschap
+ slechts aan de weinigen kan ten deel vallen, die daaraan alleen hun
+ geheele leven gewijd hebben, zoo behoorde toch ten minste dat
+ gedeelte, hetwelk over het behoud der gezondheid handelt, door
+ iedereen gekend te worden. Hoewel het niet te ontkennen valt, dat de
+ moeielijkheid hierbij voor een groot deel voortspruit, niet uit de
+ kunst zelve maar uit de onwetendheid of eerzucht van slechte
+ geneesheeren.
+
+[_A simili._]
+
+Semper apud efferas etiam ac barbaras nationes sanctum ac venerabile
+fuit amicitiae nomen. Atque is egregius habetur amicus, qui se fortunae
+utriusque comitem sociumque praebeat, quod vulgus amicorum velut
+hirundines aestate, rebus secundis adsunt, rebus adversis, quemadmodum
+illae ingruente bruma devolant.
+
+ Te allen tijde, zelfs bij wilde en barbaarsche volken, werd de
+ vriendschap voor iets verhevens en eerbiedwaardigs gehouden. En
+ diegene wordt als een uitstekend vriend beschouwd, die evenmin in
+ tegen- als in voorspoed zijn vrienden in den steek laat, terwijl
+ het gros der vrienden in gelukkige omstandigheden trouw blijft, in
+ ongelukkige verdwijnt, evenals de zwaluwen gedurende den zomer in het
+ land zijn, maar bij het invallen van den winter wegvliegen. Een hoe
+ oprechter vriend is echter niet de geneesheer.
+
+ At quanto sincerior amicus medicus, qui Seleucidum avium exemplo,
+quas narrant nusquam a Casii montis incolis conspici, nisi cum illarum
+praesidio est opus, adversus vim locustarum fruges vastantium, rebus
+integris ac laetis nusquam sese ingerit, in periculis, in his casibus,
+in quibus uxor ac liberi saepe deserunt hominem, velut in phrenesi,
+phthiriasi, in peste solus medicus constanter adest, et adest non
+inutili officio, quemadmodum plerique caeterorum, sed adest
+opitulaturus, adest pro capite periclitantis cum morbo dimicans,
+nonnunquam suo quoque periculo.
+
+ Evenals de "Seleucides" genaamde vogels, naar verhaald wordt,
+ door de bewoners van het Casische gebergte nooit anders gezien worden,
+ dan wanneer zij hunne hulp noodig hebben tegen de zwermen van
+ sprinkhanen, die hun gewassen vernielen, zoo vertoont ook hij zich
+ nooit in normale en gelukkige omstandigheden, maar in tijden van
+ gevaar, in die gevallen, waarin vrouw en kinderen dikwijls den man
+ verlaten, bij voorbeeld bij waanzin, luizenziekte of pest, staat hij
+ alleen hem voortdurend bij, en niet alleen, zooals de meeste anderen,
+ met onnuttige diensten, maar als redder, om het leven van den in
+ gevaar verkeerende met de ziekte kampend, soms ook met gevaar voor
+ zijn eigen leven.
+
+ Et o plus quam ingratos, qui talis amici officio servati, jam
+depulso periculo medicum odisse possunt, ac non potius parentis vice
+colunt ac venerantur. Vulgarem amicum, qui subinde salutat obvium,
+ad coenam rogant, qui latus claudit, officio pensant, et talem amicum
+ubi desierint egere, aversantur? Et ob hoc ipsum aversantur, quod
+intelligant illius officio nullam meritis parem gratiam rependi posse.
+
+ Zijn zij dan niet meer dan ondankbaar, die, door de
+ dienstvaardigheid van zulk een vriend gered, al aanstonds nadat het
+ gevaar geweken is, den geneesheer kunnen haten en hem niet veeleer als
+ een vader vereeren en hoogachten? Een alledaagsch vriend, die hen van
+ tijd tot tijd bij een toevallige ontmoeting groet, noodigen zij ter
+ maaltijd, hem, die hen wel eens vergezelt, overladen zij met
+ hoffelijkheid, maar een zoodanig vriend wordt, zoodra zij hem niet
+ meer noodig hebben, versmaad? Terwijl deze afkeer eigenlijk juist
+ daaruit voortspruit, dat zij inzien, dat geen belooning ooit groot
+ genoeg kan zijn, om tegen hun diensten op te wegen.
+
+Quod si is optimus vir est, qui maxime prodest Reipublicae, ars haec
+optimo cuique viro discenda est.
+
+ Daar hij de voortreffelijkste genoemd kan worden, die den staat het
+ meest ten nutte is, zoo moest deze wetenschap eigenlijk door alle
+ uitstekende mannen geleerd worden.
+
+[*][Siquidem inter munia profani magistratus non minima portio est, et
+haud scio an praecipua, dare operam, ut corpora civium bene habeant.
+Quid prodest depulisse hostem a moenibus, si pestilentia intus grassans,
+plures tollit quam sublaturus erat gladius? Quid refert curasse ne cui
+pereat census, si perit prospera corporis valetudo? Prisci qui bonorum
+ordines digesserunt, primas tribuunt bonae valetudini. Quid enim prodest
+incolumis possessio, nisi valet possessor?
+
+ [5][Het is immers niet de geringste, en misschien wel de voornaamste,
+ plicht der wereldlijke overheid te zorgen, dat de burgers gezond zijn.
+ Wat baat het, den vijand van de muren verdreven te hebben, wanneer de
+ daarbinnen heerschende epidemie meer personen wegmaait dan het zwaard
+ der vijanden zou gedood hebben? Wat geeft het, er voor te zorgen,
+ dat niemand zijn vermogen verliest, als de gezondheid des lichaams
+ gesloopt wordt? De ouden, die een rangorde der goederen hebben
+ vastgesteld, plaatsten bovenaan op de lijst een goede gezondheid. Want
+ wat nut is het, dat het bezit in ongeschonden staat verkeert, als de
+ bezitter niet wel is?
+
+ Proinde leges priscorum, cum nondum quaestus et ambitio
+corrupisset omnia, potissimum huc spectabant, ut corpora civium essent
+valida, robusta, beneque temperata. Ea res partim pendet a nativitate,
+partim ab educatione, partim ab exercitamentis, et victus ratione,
+nonnihil etiam ab aedificiorum modo.
+
+ Daarom lette de wetgeving bij de ouden, toen heb- en eerzucht
+ nog niet alles bedorven hadden, vooral daarop, dat de lichamen der
+ burgers gezond, krachtig en evenredig ontwikkeld waren. Dit hangt
+ deels af van de aangeboren lichaamsgesteldheid, deels van de
+ opvoeding, lichaamsoefeningen, voedingswijze en ook eenigszins van de
+ inrichting der woningen.
+
+ Nimirum medici fungebantur officio, qui bene temperata corpora
+jungebant matrimonio, qui nutrices adhibebant integrae valetudinis, qui
+balnea publica, qui publica gymnasmata instituebant, qui ferebant leges
+sumptuarias, qui mutatis aedificiis, qui siccatis paludibus pestilentiam
+excludebant, qui in hoc vigilabant, ne quid esculentum aut poculentum
+venderetur, quod laederet corporum incolumitatem. Et hodie principes
+fere nihil ad se pertinere credunt, si pro vinis vendantur venena, si
+tritico vitiato, si putribus piscibus tot morbi invehantur in publicum.
+
+ De taak van den geneesheer vervulden de wetgevers, die slechts
+ goed gebouwde personen met elkander lieten huwen, die eischten, dat
+ men alleen volkomen gezonde minnen in dienst nam, die openbare baden
+ en turnplaatsen instelden, wetten tegen de weelde maakten, door het
+ doen verbouwen van huizen en het droogleggen van moerassen, epidemien
+ voorkwamen en er voor waakten, dat geen spijzen of dranken, die voor
+ de gezondheid gevaar opleverden, verkocht werden. Maar heden ten dage
+ meenen de vorsten, dat zij er niet mee te maken hebben, of voor wijnen
+ vergiften verkocht worden, of er door aangestoken graan of bedorven
+ visch zoovele ziekten onder het volk verspreid worden.
+
+Adeo nulla vitae pars est, quae citra medicinae praesidia recte possit
+administrari.]
+
+ Er is letterlijk geen deel van het leven, dat zonder de hulp der
+ geneeskunde behoorlijk kan geregeld worden.]
+
+ [Footnote to this passage in Dutch translation (paraphrased):
+ The text printed in brackets does not appear in the editions of
+ Frobenius (Basel 1518), Hillenius (Antwerp 1523), or Petrejus
+ (Nuremberg 1525). It does appear in the first collected edition of
+ Erasmus' works by Rhenanus (Basel 1540) and in the best collected
+ edition by Clericus (Leiden 1703).]
+
+ [Voetnoot 5: De woorden, die nu volgen en tusschen haakjes []
+ geplaatst zijn, komen niet voor in de uitgave van Frobenius Bazel
+ 1518, noch in die van Mich. Hillenius (Antwerpen 1523), noch ook
+ in die van Joannes Petrejus (Neurenberg 1525), maar wel in de
+ eerste gezamenlijke uitgave van Erasmus' werken van Beatus
+ Rhenanus (Bazel 1540) en in de beste gezamenlijke uitgave van
+ Joannes Clericus (Leiden 1703). (Vert.)]
+
+[_A quaestu._]
+
+Iam vero si qui sint, qui rerum pretia malint utilitate quaestuque
+metiri (licet haec ars divinior est, quam ut huiusmodi rationibus sit
+aestimanda) ne hac quidem parte cuiquam aliarum cedit artium. Neque enim
+ulla magis fuit frugifera, et ad rem subito parandam aeque praesentanea.
+Erasistratus cuius ante memini, a rege Ptolemaeo, Critobolus ab
+Alexandro magno, praemiis ingentibus ac vix credendis donati leguntur.
+
+ Indien er eindelijk menschen zijn, die de waarde der dingen liever
+ afmeten naar het voordeel en de winst, die zij opleveren, dan zullen
+ zij bevinden, dat ook in dit opzicht de geneeskunde, ofschoon te
+ verheven om naar dergelijke overwegingen beoordeeld te worden, bij
+ geen der andere wetenschappen ten achter staat. Want geen andere was
+ ooit meer winstgevend en stelde hare beoefenaars zoo snel in staat,
+ zich een vermogen te verwerven. Wij lezen, dat Erasistratus, dien ik
+ reeds vroeger vermeld heb, door koning Ptolemeus, en Critobolus door
+ Alexander den Grooten met buitengewone, nauwelijks te gelooven
+ belooningen begiftigd zijn.
+
+ Quamquam quod tandem praemium non exiguum videatur, repensum
+servatori capitis, pro cuius unius salute tot hominum millia
+depugnabant? Quid ego nunc commemorem Cassios, Carpitanos, Aruncios,
+Albutios, quibus Romae tum apud principem, tum apud populum immodicum
+quaestum fuisse refert Plinius? Quanquam quid nos haec ex priscis
+aetatibus repetimus, quasi non hodie cuique complures succurrant, quos
+haec ars ad Croesi opes evexerit?
+
+ Doch welke belooning is dan ten slotte niet gering te noemen,
+ betaald aan den redder van een leven, voor welks behoud zooveel
+ duizenden soldaten voortdurend streden? Waartoe nog te noemen de
+ Cassii, Carpitani, Aruncii en Albutii, van wie Plinius vertelt, dat
+ zij te Rome zoowel aan het keizerlijk hof als onder de burgers
+ ontzaglijk veel geld verdienden? Doch waarom behoeven wij nog die
+ voorbeelden uit het grijze verleden weder op te halen, alsof niet
+ ieder uit zijn eigen tijd verscheidenen voor den geest staan, die door
+ dit beroep ware Croesussen zijn geworden.
+
+Rhetorica aut Poetica non alit nisi insignem. Musicus ni praecellat,
+esurit. Iureconsulto tenuis proventus est, ni sit eximius. Sola medicina
+quomodocunque doctum alit ac tuetur. Innumeris disciplinis, infinita
+rerum cognitione constat res medica, et tamen frequenter unum aut
+alterum remedium alit idiotam. Tantum abest, ut haec ars sterilitatis
+damnari possit.
+
+ Van de rhetoriek en de dichtkunst kan slechts hij leven, die er in
+ uitmunt. Een musicus, die het niet tot een groote hoogte in zijn kunst
+ gebracht heeft, lijdt honger. Een rechtsgeleerde heeft maar een mager
+ inkomen, als hij niet voortreffelijk is. Slechts de geneeskunde
+ onderhoudt en beschermt haren beoefenaar, hoe weinig bedreven hij
+ er ook in moge zijn. De medische wetenschap berust wel is waar op
+ ontelbare kundigheden en de kennis van een oneindig aantal zaken; toch
+ helpt dikwijls n enkel geneesmiddel een stumper in het vak aan den
+ kost. Het is er dus verre vandaan, dat dit beroep als onwinstgevend
+ kan veroordeeld worden.
+
+Adde quod caeterarum artium non ubique paratus est quaestus. Rhetor
+frigebit apud Sarmatas, juris Caesarei peritus apud Britannos. Medicum
+quoquo terrarum sese contulerit suus comitatur honos, suum sequitur
+viaticum, ut in nullam disciplinam verius competat vulgatissimum illud
+Graecorum proverbium, +to technion h pasa g trephei+.
+
+ Daar komt nog bij, dat met de overige beroepen niet overal geld
+ te verdienen is. Een rhetor zal een koele ontvangst vinden bij de
+ Sarmaten, een kenner van het keizerlijk recht bij de Britten. De
+ medicus is overal, waar ter wereld hij zich ook heen begeve, vergezeld
+ door zijn waardigheid en van reisgeld voorzien, zoodat op geen beroep
+ meer van toepassing is het alom bekende Grieksche spreekwoord: "de
+ geheele aarde voedt het ambacht."
+
+[_Confutatio._]
+
+Sed hoc ipsum indignatur Plinius, aut certe apud hunc alii, quaestum
+esse medicinae professionem. Maior est, fateor, haec facultas quam ut
+quaestui lucroque serviat, sordidarum id est artium. Sed nimis ingratum
+est, eam solam sua fraudare gratia, cui nulla par gratia rependitur.
+
+ Maar juist daarover spreekt Plinius (ik weet niet zeker of hij hier
+ zelf aan het woord is of de meening van anderen weergeeft) zijn
+ verontwaardiging uit, dat het uitoefenen der geneeskunde een
+ broodwinning is. Ik stem toe, dat deze wetenschap te hoog staat,
+ om tot kostwinning te dienen of tot middel om zich te verrijken.
+ Dit hoort thuis bij de alledaagsche beroepen. Maar het ware al te
+ ondankbaar, haar alleen van den haar toekomenden dank te berooven,
+ aan welke nooit genoeg dank vergolden kan worden.
+
+ Egregius medicus ceu numen quoddam, servat gratis, servat et
+invitos. Sed impietas est, non agnoscere numinis beneficium. Nihil ille
+moratur mercedem, tu tamen dignus qui legibus mulcteris ob insignem
+ingratitudinem.
+
+ Een uitstekend geneesheer helpt als een god kosteloos,
+ desnoods tegen den wil van den patint. Maar het is goddeloosheid,
+ voor de weldaad van een god niet erkentelijk te zijn. Hij geeft wel
+ niet om loon, maar gij behoort volgens de wet gestraft te worden
+ wegens uw buitengewone ondankbaarheid, als gij het hem niet voldoet.
+
+Iam haudquaquam me fugit, hanc egregiam artem et olim apud veteres
+audisse male, et hodie apud indoctos quosdam male audire. Catoni
+non placuit, non quod rem damnaret, sed quod ambitiosam Graecorum
+professionem non ferret homo mere Romanus.
+
+ Het is mij volstrekt niet onbekend, dat deze uitmuntende wetenschap
+ zoowel voorheen bij de ouden in een kwaden roep stond, als ook
+ tegenwoordig door sommige onwetende lieden gehoond wordt. Cato beviel
+ de geneeskunde niet, niet omdat hij haar op zich zelve veroordeelde,
+ maar omdat een onvervalscht Romein als hij de aanmatigende wijze,
+ waarop de Grieken haar in zijn dagen uitoefenden, niet kon verdragen.
+
+ Isque tantum tribuit experientiae, ut artem esse noluerit, sed
+idem universam Graecorum philosophiam ex urbe pellendam censuit.
+Existimabat homo durus, ad purgandum hominis corpus sufficere brassicam
+et crebros vomitus, et tamen ille ipse medicorum hostis observatione
+medicinae, in extremam usque senectutem robur infractum tutatus
+scribitur.
+
+ Hij kende aan de ervaring op dat gebied zulk een hooge waarde
+ toe, dat hij der geneeskunde den naam van wetenschap ontzegde. Dat kan
+ ons van hem te minder verwonderen, daar hij het ook was, die in den
+ Romeinschen senaat het voorstel deed, de geheele Grieksche philosophie
+ uit Rome te verbannen. De stoere man meende, dat tot zuivering van het
+ menschelijk lichaam kool en menigvuldige brakingen voldoende waren. En
+ toch lezen wij van dien vijand der artsen, dat hij door inachtneming
+ der medische voorschriften tot het einde van zijn lang leven zijn
+ krachten onverzwakt behouden heeft.
+
+Solis, inquiunt, medicis summa occidendi impunitas est. At hoc nomine
+magis suspiciendi boni medici, quibus cum in manu sit, non solum
+impune, verum etiam mercede occidere, tamen servare malunt. Quod possunt
+facultatis est, quod nolunt probitatis. Decantatur iam passim inter
+pocula temulentorum adagium, Qui medice vivit, misere vivit.
+
+ Alleen de geneesheeren, zegt men, hebben het onbeperkte recht van
+ straffeloos te dooden. Maar juist uit dien hoofde moeten goede
+ geneesheeren geerd worden, daar zij, terwijl het hun vrijstaat, niet
+ alleen ongestraft maar zelfs tegen belooning te dooden, toch liever
+ de menschen willen redden. Dat zij kunnen dooden, bewijst hun groote
+ macht, dat zij het niet willen, getuigt voor hun rechtschapenheid.
+ Tot vervelens toe hoort men overal in dronken gezelschappen het
+ spreekwoord: "wie medisch leeft, leeft ellendig".
+
+ Quasi vero felicitas sit, distendi crapula, rumpi Venere,
+turgescere cervisia, sepeliri somno. Sed istos Sycophantas quid opus est
+oratione refellere, cum ipsi petulantiae suae satis magnas poenas dant
+arti, mox podagra contorti, paralysi stupidi, desipiscentes ante tempus,
+caecutientes ante senectutem, iamque prius vituperatae medicinae,
+exemplo Stesichori, seram canunt palinodiam miseri.
+
+ Alsof het een groot geluk is, door een wijnroes geradbraakt te
+ worden, zich uit te putten door ontucht, op te zwellen van onmatig
+ biergebruik of ten gevolge van uitspattingen door den slaap overmand
+ te worden. Wat behoeven wij nog deze lasteraars met woorden te
+ bestrijden, die zelf door het verzaken van de voorschriften der
+ geneeskunde voldoende gestraft worden, daar zij weldra door podagra
+ worden gekweld, door verlamming getroffen, vroegtijdig het verstand
+ verliezen, vr den ouderdom zwak van gezicht worden en dan eindelijk,
+ maar te laat, in hunne ellende op de wijze van Stesichorus hunnen
+ laster herroepen[6].
+
+ [Voetnoot 6: De lyrische dichter Stesichorus zou namelijk,
+ doordien hij Helena gesmaad had, van het gezicht beroofd zijn en
+ later doorhet dichten van een palinodie het weer teruggekregen
+ hebben. (Vert).]
+
+ Et tamen his licet indignissimis, artis bonitas non gravatur esse
+praesidio, quantum licet. Sunt qui, mutuato ex vetere comoedia scommate,
+vocent medicos +skatophagous+. Quasi vero non isto nomine vel praecipue
+laudari mereantur, qui quo subveniant hominum calamitatibus, ex illa sua
+sublimitate sese ad haec sordida dejiciant. Quod si medicis tantum esset
+supercilii, quantum istis est procacitatis, liceret passim impune mori.
+Verum habet hoc ars nostra cum bonis regibus commune, ut bene faciat ac
+male audiat.
+
+ En toch maakt die goede wetenschap geen bezwaar ook dezen,
+ ofschoon zij het volstrekt niet waard zijn, zooveel mogelijk te
+ helpen. Sommigen noemen, met een scheldwoord aan de oude comedie
+ ontleend, de geneesheeren "dreketers". Verdienen zij dan niet juist
+ daarom geprezen te worden, dat zij, om de wonden der menschheid te
+ heelen, zich verwaardigen, uit hun verheven sfeer tot het vuil af te
+ dalen? Als de hoogmoed van de geneeskundigen eens zoo groot was als de
+ onbeschoftheid, waarmee die lieden hen vervolgen, dan zouden zij, zoo
+ maar straffeloos, de menschen kunnen laten omkomen. Doch ons beroep
+ heeft dit met goede vorsten gemeen, dat het goed handelt, maar een
+ slechten naam heeft.
+
+Quod si maxime sunt, ut sunt in hoc ordine, qui se pro medicis gerunt,
+cum nihil minus sint quam medici. Si sunt qui pro remediis venena
+ministrant, si sunt qui ob quaestum et ambitionem aegrotis male
+consulunt, quid iniquius est, quam hominum vitia in artis calumniam
+detorquere?
+
+ Al zijn er nu ook lieden, zooals zij er inderdaad zijn, die zich voor
+ geneeskundigen uitgeven, terwijl zij niets minder dan dat zijn; als er
+ zijn, die vergiften voor geneesmiddelen toedienen; als er zijn, die
+ uit gewin- of eerzucht zieken slechten raad geven, wat is onbillijker
+ dan op grond van fouten van enkele individuen het geheele beroep te
+ lasteren?
+
+ Sunt et inter sacerdotes adulteri, inter monachos homicidae ac
+piratae, sed quid hoc ad religionem per se optimam? Nulla tam sancta
+professio est, quae non alat sceleratos aliquot. Votis quidem omnibus
+optandum, omnes principes eiusmodi esse, cuiusmodi decet esse, qui
+censeantur hoc digni nomine. Nec tamen ideo damnandus est principatus,
+quod nonnulli sub eo titulo praedones reique publicae hostes agant.
+
+ Ook onder de priesters zijn echtbrekers, onder de monniken
+ moordenaars en roovers; maar wat heeft dit te maken met den
+ godsdienst, die op zich zelf zoo voortreffelijk is? Geen beroep is zoo
+ heilig, of er zijn eenige misdadigers die het uitoefenen. Het is zeker
+ dringend te wenschen, dat alle vorsten van dien aard zijn, dat zij
+ dien naam ook ten volle verdienen. Maar toch moet daarom de monarchie
+ niet veroordeeld worden, omdat er onder den vorstelijken titel eenige
+ plunderaars en vijanden van den staat rondloopen.
+
+ Optarim et ipse medicos omnes vere medicos esse, nec in his locum
+dari Graecorum proverbio, +polloi boukentai pauroi de te gs arotres+.
+Optarim ab omnibus eam praestari sanctimoniam, quam Hippocrates
+sacramento verbis solennibus concepto a professoribus exigit. Neque
+tamen huc non enitendum est nobis, si id a plerisque negligi
+conspicimus.
+
+ Ook ik wenschte, dat alle geneesheeren met recht dien naam
+ konden dragen en dat onder hen geen toepassing kon vinden de Grieksche
+ spreuk: "velen zijn ossendrijvers, maar weinigen landbeploegers". Ik
+ wenschte, dat allen die angstvallige nauwgezetheid in de uitoefening
+ van hun beroep vertoonden, tot welke Hippocrates de artsen door een in
+ plechtige woorden vervatten eed verplichtte. Toch is er voor ons geen
+ reden, om niet met alle macht naar de bereiking van deze hoogte te
+ streven, al zien wij ook, dat dit door zeer velen wordt nagelaten.
+
+Sed quoniam huius argumenti tanta est ubertas, viri praestantissimi, ut
+difficillimum sit in eo dicendi finem invenire, ne non praestem quod
+initio sum pollicitus, tempestivum arbitror, universas eius laudes
+summatim complecti.
+
+ Maar daar dit onderwerp, hoogaanzienlijke vergadering, van zulk een
+ grooten omvang is, dat het moeilijk zou zijn, hierover ooit uitgeput
+ te raken, acht ik, om de belofte, in den aanhef mijner rede gedaan,
+ gestand te doen, nu den tijd gekomen, om den geheelen lof der
+ geneeskunde in het kort samen te vatten.
+
+[_Epilogus._]
+
+Etenim si permultas res sola commendat antiquitas, hanc artem primam
+omnium reperit necessitas. Si scientiam autores illustrant, huius
+inventio semper diis attributa est. Si quid autoritatis addit honos, non
+alia tam passim ac tam diu divinos honores meruit.
+
+ Immers, terwijl zeer vele zaken zich alleen door hare oudheid
+ aanbevelen, is deze wetenschap het allereerst ontdekt door de
+ noodwendigheid. Als eene wetenschap door haar grondleggers roem
+ erlangt, de uitvinding van deze is altijd aan de goden toegeschreven.
+ Als de eer, die een zaak te beurt valt, haar aanzien verhoogt, aan
+ geene andere is zoo algemeen en zoo lang goddelijke eer bewezen.
+
+ Si magni fiunt, quae summis viris probantur, haec summos reges,
+haec primates non solum delectavit, verum etiam illustravit. Si
+difficilia quae sunt, ea sunt et pulchra, nihil hac operosius, quae tot
+disciplinis, tantarum rerum pervestigatione usuque constat. Si dignitate
+rem aestimamus, quid excellentius, quam ad dei benignitatem proxime
+accedere?
+
+ Indien die dingen op hoogen prijs gesteld worden, die de
+ goedkeuring van aanzienlijke mannen wegdragen, het bestudeeren dezer
+ wetenschap strekte den machtigsten vorsten, den voornaamsten personen
+ niet alleen tot genoegen maar ook tot roem. Als de moeilijkheid, welke
+ iets oplevert, maatstaf is voor de schoonheid ervan, niets gaat met
+ meer moeite gepaard dan de beoefening der geneeskunde, die op zooveel
+ kennis, op het onderzoek van en ervaring in zoovele zaken berust. Als
+ wij een zaak naar hare waarde beoordeelen, wat staat hooger dan de
+ goddelijke genade het dichtst nabij te komen?
+
+ Si facultate, quid potentius aut efficacius quam totum hominem
+certo exitio periturum sibi posse restituere? Si necessitate, quid aeque
+necessarium atque id sine quo nec vivere, nec nasci licet? Si virtute,
+quid honestius, quam servare genus humanum? Si utilitate, nullius usus
+neque maior est, neque latius patet. Si compendio, aut haec in primis
+frugifera sit oportet, aut ingratissimi mortales.
+
+ Naar haar vermogen, wat is machtiger of rijker aan resultaten
+ dan een geheelen mensch, wien een zekere dood te wachten staat, aan
+ zich zelf terug te geven? Naar hare noodwendigheid, wat is zoo
+ onmisbaar als de wetenschap, zonder welke noch leven, noch geboorte
+ mogelijk is? Indien wij een zaak naar hare zedelijke deugd
+ beoordeelen, wat staat moreel hooger dan het menschelijk geslacht in
+ het leven te houden? Naar haar nut, geen zaak sticht grooter nut en in
+ wijder kring. Indien wij eindelijk het financiel voordeel tot
+ maatstaf nemen, dan is zij wel het allermeest winstgevend, indien de
+ menschheid niet alle dankbaarheid verloren heeft.
+
+Vobis igitur magnopere gratulor, eximii viri, quibus contingit in hoc
+pulcherrimo genere professionis excellere.
+
+ U wensch ik dus ten zeerste geluk, voortreffelijke mannen, die het
+ voorrecht hebt, in dat allerschoonste vak uit te munten.
+
+Vos adhortor, optimi juvenes, hanc toto pectore complectimini, in hanc
+nervis omnibus incumbite, quae vobis decus, gloriam, autoritatem, opes
+est conciliatura, per quam vos vicissim amicis, patriae, atque adeo
+mortalium generi non mediocrem utilitatem estis allaturi.
+
+ U, beste jongelingen, geef ik den raad: legt u hierop met volle borst
+ toe, wijdt U met al uwe krachten aan deze wetenschap, die U eer, roem,
+ aanzien en vermogen zal doen verwerven en door welke gij op Uw beurt
+ uwen vrienden, uw vaderland, ja, het geheele menschelijke geslacht op
+ meer dan gewone wijze ten heil zult strekken.
+
+
+ Dixi.
+
+ Ik heb gezegd.
+
+
+[Errata in Latin text noted by Transcriber:
+
+[Sidenote]
+Laudandi ratio
+ _text reads "Laudandiratio"_
+propter arctissimam amborum inter se cognationem
+ _text reads "intet se"_
+[Sidenote]
+Honora medicum.
+ _text reads "Honara"_
+[Sidenote]
++iatros gar anr polln antaxios alln+
+ _spelling "iatros" as in original_
+Timetheo suo
+ _spelling as in original_
+qui mutatis aedificiis
+ _text reads "aedifiiciis"_]
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+[Illustratie:
+
+ANTONI VAN LEEUWENHOEK
+
+LID VAN DE KONINGHLYKE SOCIETEIT IN LONDON
+
+_GEBOREN TOT DELFT. A. 1632_
+
+ _Daer leeft een aerdigh Man een wardigh Man en gauw
+ Die wisse wondren teelt en heeft Natur in 't nauw
+ Doorkruypt all haer geheim en opent all haer Sloten
+
+ Syn Glase Sleuteltiens en isser geen ontschoten
+ Noch kan ontschieten dit's die dappre man niet maer
+ Siet scherp toe die hem soeckt 't gelyckt hem of hy 't waer_
+
+ _J. Verkolje pinx. fec. et exc. A. 1686_]
+
+
+
+
+ Den Waaragtigen
+
+ Omloop des Bloeds,
+
+ _Als mede dat_
+
+ DE ARTERIEN EN VEN
+
+ Gecontinueerde BLOED-VATEN zijn,
+
+ _Klaar voor de oogen gestelt._
+
+
+ Verhandelt in een BRIEF, geschreven aan de
+ Koninglijke Societeit tot Londen.
+
+ door
+
+ ANTONI VAN LEEUWENHOEK,
+ Lid van deselve SOCIETEYT.
+
+
+
+
+ Antony van Leeuwenhoeks
+
+ 65. MISSIVE,
+
+ Vanden 7. September 1688.
+
+
+HANDELENDE
+
+_Van tweederley soort van Kikvorsschen. Uyt wat deelen der selver
+ eyeren bestaan. Dat uyt die eyeren Wormen komen. Van wat maakzel
+ die Wormen zyn. De circulatie van het bloed op ses distincte
+ plaatsen aan het hooft van dese Wormen. Continuele schielyke
+ voortstotinge, die het bloed van het hert ontfangt. Ommeloop
+ van het bloed op veel plaatsen in de staart van de Kikvors-worm.
+ Hetgene men Arterien en Venae noemt, zijn gecontinueerde
+ bloed-vaten. Arterien en Venae die dwers over malkanderen loopen.
+ De ommeloop geschied in de dunste bloed-vaten. De Circulatie van
+ het bloed, in kleyne en groote Kikvorsschen. Hoe in een Arterie
+ het bloed te rug quam loopen, en wat de oorsaak daar van was. De
+ ommeloop van het bloed in een kleyn Visje, en in desselfs staart
+ vier-en-dertig byzondere ommeloopen: Ende in het zelvige mede seer
+ naakt voor de oogen gestelt dat Arterien en Venae gecontinueerde
+ bloedvaten syn. In een nagel grootte van onse huyd geschieden wel
+ duysent ommeloopen van bloed. De deeltjens die het bloed in de
+ Vissen root maken, zyn platte ovale deeltjens. Wat Heeren, onder
+ andere, de waaragtige Circulatie van het bloed hebben gezien._
+
+
+Hoog-Edele HEEREN, enz.
+
+Myn laatste alder-onderdanigsten aan hare Hoog-Edele is geweest den 24.
+der voorledene Maand, waar in ik kome te handelen, van de angel van de
+Mugge, namelijk dat de selve angel uyt de koker genomen zynde, in vier
+distincte angels bestaat. Dat ik Linde Boomen hebbe geplant, welkers
+wortels in de lucht tot takken wassen, ende de takken in de aarde tot
+wortels zyn geworden. Dat in yder welgemaakte Garst of Tarw al een
+Koorn-air geformeert is.
+
+_Hier nevens gaan weder eenige van mijne geringe Observatien._
+
+Wy hebben hier te lande twederley soort van Kikvorsschen; de eerste
+soort, die wy seer overvloedig ontrent onse Stad plegen te hebben,
+werden ordinair Kikvorsschen genoemt. Welke sedert eenige jaren hier
+seer weynig zyn geweest, uyt oorsaak, beeld ik my in, dat onse
+stilstaande kleyne water-grachten, na verloop van eenige jaren, met een
+ongediert van sekere kleyne vis (daar wy voor desen niet van geweten
+hebben, soo veel my bekent is) die wy Stekel-baarsjens noemen, sijn als
+vervult geworden, die de Kikvorsschen als die nog wormen waren, hebben
+verslonden.
+
+De kuyt of eyeren van dese Kikvorsschen heb ik in de kleyne
+water-gragten, die onse weyden of velden van een separeren, somtyds in
+soo een groote menigte byeen zien leggen, dat de superfitie van het
+water voor een groot gedeelte beset was.
+
+De tweede soort van Vorsschen die men hier gemenelijk Worken noemt, die
+zyn in veel minder getal, ende die zyn grooter, en ook starker in 't
+voortspringen; welkers achter-lijven of dikste van de achter-pooten by
+de France Natie voor goede spijs gebruykt werd. Op dese laatste soort
+heb ik veel-maal mijn gedagten laten gaan, eensdeels om dat ik die noyt
+en hadde gezien dat die verzameld waren; ende ten anderen, om dat ik
+noyt haar Eyeren ofte kuyt en hadde gezien.
+
+Maar nu op den 29. Mey kome ik wederom in een Weyde, daar in ik sedert
+eenige jaren tot mijn vermaak dikmaal hebbe gaan wandelen, en geen
+gedachten hebbende tot de kuyt of eyeren van de Kikvorschen, om dat de
+tijd van het eyer-leggen van de eerste Kikvorschen al lang verloopen
+was, soo gaa ik op het geschreeuw, dat dese Kikvorschen, anders Worken
+geseit, soo by dag als nacht in groote hitte doen, aan, en ik beelde my
+in dat ik eenige eyeren aan eenig groen gewas, in 't water sag leggen,
+gelijk het inderdaat ook was.
+
+Dese eyeren en zijn op verre na soo wel, in 't water leggende, niet te
+kennen, als die van onse gemene Kikvorschen, om dat de lijmachtige
+stoffe minder in het water uitsteekt, en ook soo veel niet en is.
+
+Ik liet dan eenig groen gewas daar dese eyeren aan vast saten, aan mijn
+huys brengen, en ik leide die, in twee besondere aardepotten, in ons
+gemene gracht-water, en ik examineerde alsdoen de eyeren door het
+vergrootglas, en sag dat die meest alle aan de eene zijde bruyn waren,
+ende dat de ander zijde ofte de wederhelft geelachtig was. Doch als ik
+de geseide eyeren des anderen daags 's morgens wederom besag, bevond ik
+dat de geelachtigheid meest weg was, ende dat maar een weinig plaats die
+couleur was behoudende: waar uyt ik een besluit maakte, dat dese eyeren
+niet lang uit de Kikvorschen geweest waren.
+
+Vorders nam ik verscheide eyeren uit de heldere lijmachtige stoffe, en
+ik bevond doorgaans dat dese lijmachtige stoffe, die haar noch in twee
+distincte rontten scheen te separeren, seer stark en taay was, soo dat
+die niet als met ontstukken-scheuringe van het rechte Ey en konde
+gescheiden worden; en als ik op het aldersachtst daar mede handelde, soo
+en behield het ey niet meer zijn rondigheid, maar het berstte en
+scheurde als noch van malkanderen. Ik hebbe van dese eyeren verscheide
+achter den anderen (als ik die van haar lijmachtige stoffe daar in
+deselve lagen, hadde ontbloot) geexamineert, ende gezien dat het dunne
+omwindsel meest bestond uit zwarte stipjens, over-een-komende met de
+knobbelagtige deelen die het zegreyn-leer heeft.
+
+Vorders bestont het ey, soo veel my bleek, uit een weinig (in 't oog)
+waterige vogt, en een onbegrijpelyk groot getal van globulen; welke
+globulen yder weder bestond uit een groot getal van kleinder globulen,
+die yder in 't midden een grooter globule hadde, soo dat yder eerste
+globule wel een ey, met een seer kleine doir verbeelde.
+
+De figuur van veele van dese eyeren veranderden van dag tot dag: want
+die wierden in plaats van rond, langachtig: daar wierden kleine staarten
+geformeert. Ook scheent my toe dat ik hoofden zag.
+
+Ik opende van dag tot dag veel van dese eyeren, ja selfs op den sevenden
+dag dat ik de eyeren in mijn huis hadde gehad, als wanneer eenige wormen
+of jonge Kikvorschen al soo verre gekomen waren, dat die zig beweegden.
+Maar al wat ik zag dat waren niet dan globulen, en schoon ik de jonge
+Kikvorsch-worm opende, op die tijd als hy uit zijn lijmachtige stoffe
+was gearbeid, en door het water swom, aan de welke ik, geheel zijnde,
+de rugge-graat ook konde bekennen, soo en konde ik deselve, ontstukken
+snijdende, geen ingewanden, veel min aderen of zenuwen bekennen.
+
+Het scheen my als doen noch toe dat het het gantsche ligchaam van dat
+Dier, uit geen andere deelen en was gemaakt dan uit globulen, en wel
+voornamentlijk de buik die geelachtig was, zijnde gemaakt uit dat
+gedeelte van het ey dat geel was gebleven, en nu tot de buik was
+geworden. Dit quam my vreemd voor, dat ik in soo een groot schepsel, dat
+ik voor mijn gezigt doode, geen vaten of zenuwen en konde bekennen.
+
+Na alle dese mijne Observatien die ik ontrent dese eyeren hebbe gedaan,
+konde ik geen ander besluit maken, als dat de lijmachtige stofte die om
+het ey leit, alleen geschapen is, om het inleggende ey te bewaren, ende
+te beschermen, even gelijk de schillen of schalen van de eyeren van het
+gevogelte, het wit en doir bewaren en beschermen.
+
+En gelijk wy zien dat het ey van een hoen of ander gevogelte gantsch
+over gaat tot het Kieken, uitgesonderd alleen de schors van het ey, en
+het vlies dat tegen de schors aan sit, en welke beide de binne-stoffe
+van het ey bewaard hebben, even soo, segge ik, gaat het gantsche ey tot
+de Kikvorsch over, ende de taye lijmachtige stoffe, die om het ey heeft
+geseten, die blijven in wesen. Soo dat ik van het Kikvorsch-ey kan
+seggen, het gene ik van de Vogel-eyeren gezeit hebbe; te weten, dat het
+gantsche Kikvorsch-ey alleen geschapen is, om het dierken uit het
+mannelijk zaad te voeden en groot te maken, tot dat het voor zig selven
+kan voedsel soeken.
+
+Als ik sag de menigvuldige lucht-bellekens die in dese lijmachtige
+stoffe waren, nam ik in gedagten, dat die alleen geschapen waren, om de
+eyeren als dese Kikvorschen in 't water groente mogt ontbreeken, om de
+zelve daar aan te hegten, dat die dan door behulp van de lugtbellen, op
+de superfitie van het water soude konnen drijven, om de warmte van de
+lugt te hebben, ende daar door als uitgebroeid te werden.
+
+Ik heb dese jonge Worken, of Kikvorschen, jong zijnde, verscheyden malen
+geobserveert, en om dat ik wist dat de Heer _Doctor Swammerdam_ daar van
+geschreven hadde, zyn Observatien nagezien, die in zyn uitlegginge pag.
+35, onder andere dus spreekt.
+
+_Het tweede getal verbeeld de manier op welke het Vorschen-jong, het
+genoemde teer en dunne vlies, waar in het op de wijse der bloedeloose
+dierkens, in de vierde ordre voorgesteld, verborgen is; komt af te
+stroopen. Soo dat het selve midden in zyn verwydert, ende in het
+ingedronge water, uytgedyde voedsel, als een swart en dik-hoofdig
+Wurmken sig vertoont. Dan 't geen gemenelyk voor het hooft genomen werd,
+is het geheele lighaam te samen, als den onvergelykelyken Harveus seer
+wel aanteekent._
+
+Dat nu _Harveus_ of _Swammerdam_ aan de jonge Kikvorsen soo als hy van
+het ey tot een worm is geworden, geen hooft en heeft gezien, sal
+apparent zyn, om dat zy deselvige niet door het vergrootglas
+geobserveert hebben.
+
+Fig. 1 werd het ey van een Kikvors of work vertoont, soo als het in zyn
+omleggende tay en slijmerige vogt leyt, en wanneer het soo verre
+toegenomen is, dat het zig beweegt, soo is de staart van het Dierken
+noch in de vocht wat krom gebogen.
+
+Fig. 2 vertoont de grootte van het Dierken, soo als het zyn volkome
+grootte uit het ey heeft ontfangen, ende soo verre gekomen was, dat het
+selvige door het water konde swemmen, het welke by my daar uytgenomen
+zijnde; op een glas was geleyd, ende also was gestorven, ende gedroogt.
+
+Fig. 3 A B C D E F. vertoont het zelvige Dierke, soo het den Teykenaar
+door het Vergroot-glas heeft gesien, aan het welke men hier distinct het
+hoofd van het verdere lichamen kan onderscheiden, als hier met A B F.
+werd aangewesen.
+
+F E. is de buik van het Dierken, die geelachtig is, gelijk ik hier
+vooren geseid hebbe, dat yder ey een geelagtig stipje behoud, welk
+stipje de buik van het Dierken werd. Doch dese buik en is soo niet
+geteikent, als die sig quam te vertoonen, want die was soo geborsten en
+van een gescheurd, dat die niet dan uit groote globulen en scheen te
+bestaan.
+
+Met C D E. werd aangewesen de staart van het Dierken, Waar in men seer
+naakt de graat konde bekennen, die hier ook soo verre is afgeteikent als
+den Teikenaar die konde zien, en schoon ik veel maal de staart van dese
+Dierkens, daar de graat haar in vertoonde van malkanderen separeerde,
+soo konde ik egter aldaar dan geen andere deelen bekennen dan globulen.
+
+Dese Dierkens of Vorschen-wormen, maken een seer starke beweginge met
+haar staart, als sy voortswemmen, en soo ras als de beweginge van haar
+staart komt op te houden, soo sinken sy schielijk na de grond, waar uyt
+dan blijkt, dat sy veel stof-swaarder zijn, dan het water selfs is. Doch
+dese Dierkens is wederom ingeschapen, dat sy haar met haar hoofd (noch
+klein zynde) aan een glas konnen vast hechten, soo dat sy aan alle
+dingen die in 't water zyn, konnen vast blijven, en alsoo rusten, sonder
+dat hare lichamen op de grond komen te leggen.
+
+Vorders heb ik een Kikvorsch-worm, soo als die in 't water leefde, en
+sich aan het glas hadde vast gehegt, voor het vergrootglas gestelt, ende
+deselvige alsoo den Teykenaar in de hand gegeven, om af te teikenen het
+gene hy quam te zien.
+
+Fig. 4. G H I K L M N O P Q R S. vertoont de Kikvors-worm, soo als hy
+levent in 't water aan het glas sig hadde vast gehegt, en met de buik na
+het gesigt toe geplaatst was, en welke Worm maar eenige uren daar te
+vooren uyt sijn slym, daar in hy hadde gelegen, was uyt geswommen.
+
+Met L M N O P. werd aangewesen het hooft. Ende met H I R S. werd
+aangewesen, de buik; ende met G H S. de staart. Bovenop het hooft van
+dit Dierken vertoont sig een gedeelte van de huyt, die haar dikte boven
+de andere huyt is uytstekende, soo dat ik hier gedagten hadde of dit
+niet een gedeelte van de huyt was, waar mede het gantsche Lighaam van
+het Dierke op nieuw soude bekleet werden, als hier met M N O. werd
+aangewesen.
+
+Met T. werd aangewesen de mont, die ik niet en hebbe konnen sien, dat
+het Dierke, dus jonge sijnde, beweegde. V V. sijn twee bruyne plekken op
+het hoofd van het Dierke die in dit seer rond waren (daar deselve in
+andere Dierkens op verre na die ronte niet en hadde) en by eenige wel
+voor de oogen souden aangesien worden. Dog de oogen en konnen in
+soodanigen gedaante niet gesien werden, om dat die dus van ons gesigt
+afstaan. I K L. ende P Q R. sijn ses doorschijnende uythangende deelen,
+die aan yder sijde van het hoofd drie sijn.
+
+Dese deelen sijn alleen de oorsaak dat ik de Kikvors-worm hebbe laten
+afteykenen: want in yder van dese deelen sag ik met een groot vermaak
+seer distinct de ommeloop van het bloet, het welke uyt die deelen die
+naast het lighaam lagen wierd voortgestooten na de buytenste sijde van
+de selve, en volbrengende alsoo een continule seer schielijke
+omloopinge. Deze omloopinge en hadde geen egale beweginge, maar die
+wierd in seer korten tijd, ende dat continueel, op nieuw met een seer
+schielijke voortstootinge te weeg gebragt; en eer dat dese seer
+schielijke voortstootinge geschiede, souden wy (by aldien wy geen
+continule verheffinge in de loop hadden gesien) geoordeelt hebben,
+datter een stilstant van loop op soude gevolgt hebben; dog de loop van
+'t bloet en begonde niet te vertragen, of daar quam op nieuw weder een
+seer schielijke verheffinge van een voortstootinge: soo datter in 't
+bloet van dit Dier, een continuele voortlopinge geschiede: en als ik met
+een naeuwkeurige opmerkinge de korten tijd waar in yder voortstootinge
+op nieuw geschiede, tragte af te meten; moet ik seggen; dat een vaardige
+mond, soo ras geen hondert soude tellen, of daar geschiede in dese
+bloet-vaaten wel hondert schielijke voortstootinge van bloet. Hier uyt
+stelde ik vast, dat soo menigmaal als dese seer schielijke
+voortstootinge wierd te wege gebragt, dat soo menigmaal het bloet uyt
+het Hert wierd gestooten. Ja ik sag deze beweginge soo net (dat alle de
+voortstootinge van het bloed uyt het Hert, ende de overgang van de
+Arterien, daar die in malkanderen vereenigen, tot inde Vena) geschieden,
+als ik, of ymand anders, sig eenigsins soude konnen imagineren.
+
+Dit gesigt, tot mijn over groot vermaak veelmaal hebbende beschoud,
+wilde ik niet verbergen; maar hebbe het selve aan vijf voorname Heeren
+vertoont; die my verklaarden noyt iets van my gesien te hebben, dat soo
+waardig was geweest te aanschouwen. Ik moet hier nog byvoegen, dat soo
+dit bloet een egale dunne vogt hadde geweest, wy het selvige onmogelijk
+souden hebben konnen bekennen: maar nu het bloet bestond uyt een seer
+heldere vogt, vermengt soo het in 't oog scheen met kleinder en grooter
+globulen, die, al-hoe-wel geen couleur en hadden, egter seer klaar
+konden gesien werden, soo was de bekentenisse van den ommeloop soo veel
+te naakter.
+
+Als dese Worm-kikvorschen eenige dagen out waaren geworden, soo en konde
+ik geen van alle dese ses uythangende deelen (daar in yder van deselve
+de ommeloop van 't bloet geschiede) meer sien, maar als dan scheen het
+my toe dat die met een huyt waren overtrokken.
+
+Ik konde ook als doen aan yder sijde van het hoofd, wel soo een seer
+schielijke beweginge (als hier vooren is geseit) sien, maar ik konde
+geen ommeloop van het bloet gewaar werden. So dat ik als doen ook geen
+hoofd van het lighaam meer en konde onderscheiden, want dat scheen aan
+malkanderen te sijn vereenigt. Wanneer dese Worm-kikvorschen, omtrent
+agt a thien dagen out waren, en omtrent tweemaal in groote waren
+toegenomen, soo sag ik dat haar mond met op en toedoen, so een
+schielijke continueele beweginge hadde, als ik hier vooren geseit hebbe
+van de beweginge van het bloet: en als doen waren de tanden boven en
+onder in de mond sodanig uytgewassen, dat ik die perfect konde sien:
+Dese tanden waren in soo groote menigte, en stonden in sodanigen ordre,
+als een rije tanden staan, in de mond van een vis die wy een zeehaye
+noemen.
+
+Met dese mijne observatien heb ik my niet vergenoegt gehouden, maar ik
+hebbe alle mijne kragten ingespannen, omme de geseide ommeloop des
+bloets te vervolgen, en hebbe dese Wormkikvorssen, agt a thien dagen out
+sijnde, op alle bedenkelyke manieren geobserveert, en hebbe van binnen
+in 't lighaam sien bewegen een klein deeltje, dat ik my imagineerde het
+hert te sijn, als wanneer ook de stoffe die in het selvige was, en daar
+uyt wierd voortgestoten, al een roode couleur begonde aan te nemen. Dit
+deel, dat ik voor het hert aan sag, hadde zoodanige schielijke beweginge
+als ik geseit hebbe dat inde bloet-aderen geschiede. Voorts soo dikmaal
+als ik sag dat dit gepresumeerde hert, sig beweegde, soo menigmaal
+wierden ook de oogen van het Dier een weinig bewogen: soo dat ik my
+inbeelde dat de beweginge van de oogen alleen van de beweginge van het
+hert en mond afhingen. Welke oogen, soo in uytpuylende ronte, als in
+swartigheid in 't midden, my ook soo naakt voor quamen, als eenige oogen
+van een klein Dier, ons aan het bloote oog konnen vertoonen.
+
+Wanneer ik de buyk van soodanigen Dier als dan quam te openen, sag ik
+dat de darmen gevolt waren met een bruynagtige stoffe, ende dat die in
+een ronte lagen geschikt.
+
+Als ik quam tot het examineren van de staart van dese kleine Worm, soo
+overtrof dat vermakelyk gesigt alle de beschouwingen, die myn oogen van
+haar leven hadden gesien; want hier ontdekten ik meer dan vijftig
+ommelopen van bloet, op bysondere plaatsen, als ik het dierken maar tot
+myn genoegen in 't water levende, en stil leggende, voor het
+vergroot-glas konde brengen. Want ik sag niet alleen dat het bloet op
+veel plaatsen door seer dunne vaatjens uyt het midden van de staart
+wierd gevoert na de buytekant van de selve; maar dat yder soodanig
+bloet-vat, sig met een kromte boog, en het bloet weder voerde na het
+binnenste of dikste van de staart, om het selvige weder soo na het hert
+te voeren. Soo dat my hier bleek dat de bloet-vaten die wy in dit Dier
+sien, en de Arterien en Venae noemen; maar een ende de selve bloet-vaten
+sijn; alleen, datse soo lang Arterien konnen genaamt werden, als sy het
+bloet tot in de uyterste deelen van de kleyne vaten voeren; ende Venae,
+als de selve het bloet weder voeren na het Hert. Als by exempel, ik sie
+veel bloed-vaatjens in de staart van de Kikvorsworm, die haar loop
+hebben als Fig. 5. A B C. waar van A. en C. na de graat van de staart
+sig strekken, of geplaatst leit; ende B. leit gestrekt na de uyterste
+deelen van de staart. A B. voert het bloed van het hert af; ende B C.
+voert het bloet weder na het hert toe: en dus konnen wy seggen, dat het
+bloet-vat A B C. een Arterie ende een Vena is, want wy konnen dit
+geseide bloet-vat niet verder een Arterie noemen, als soo verre als hy
+het bloet weg stoot, of op het verste in de selve voert, dat is hier van
+A. tot B; ende wy konnen of moeten B C. een Vena noemen, om dat het
+bloet van B. tot C. weder na het Hert gevoert werd. Ende dus blijkt het
+ons hier dat Arterie ende Vena een ende deselvige continule vaten zijn.
+
+Daar ik de ommeloop van het bloet in de Aderen dus quam te sien, waren
+de Aderen, niet wyder, als dat een enkel deeltjen bloed (dat in dit
+gesigt globulen schenen, daar het nogtans platte ovale deeltjens sijn,
+als voor desen geseit) daar sonder hinder door konde passeren. Dog op
+een ander tijd sag ik dat de deeltjens bloet om de dunte van de
+Bloet-ader, in een lang rond veranderde: en wanneer ik het Dierke buyten
+het water bragt, en soo verre quam dat het begonde te sterven, sag ik
+dat het bloet inde dunste Arterien, somtijds stil bleef staan; en als in
+de selve Ader het bloet op nieuw wierd voortgestoten, sag ik dan dat
+verscheide deeltjens bloet, wel tweemaal soo lang wierden uytgerekt, als
+de breette van soodanig deeltjen, ende dat die dan aan beide de eynden
+spits schenen. Op een ander plaats sag ik dat het bloedt sig uit een
+dikker Arterie in twe takken verdeelde: als by voorbeeld: Ik sag de
+Arterie Fig. 6A. D E. die sig in twee takken verspreide, als in E. en
+yder van dese takken, boog in de ronte met een bogt; als met E F. en
+E G. werd aangewesen. Soo wy nu stellen dat D E F. ende D E G. Arterien
+sijn, om dat die het bloet van het Hert afvoeren, so moet volgen, dat
+F H. en G I K. Venae sijn, om dat die beyde het bloet na het Hert
+voeren.
+
+Nu heb ik ook te gelyk gesien, dat een weinig van K. een andere kleynder
+of dunder Arterie lag, die met M L. werd aangewesen. Dese laatste
+Arterie vereenigde in de Vena I K. soo dat de Arterien D E G. ende M L.
+beyde te samen vereenigde in de Vena I K. In somma in de Fig. 6A. is
+H F. een Vena. D E F. ende D E G. sijn Arterien. G I K. ende K I L. sijn
+Venae, ende M L. is een Arterie, en nogtans konnen wy seggen, dat het
+een continuel vat is.
+
+Op een andere plaats heb ik gesien dat drie van de dunste Arterien,
+die yder met een bogt omlopende, alle drie op een punct weder te samen
+quamen, ende aldaar een bloet-vat of Vena uit maakten: en by gevolg
+was dit bloet-vat soo wyt als van de drie geseide Arterien. Dese drie
+distincte vaten nu met haar rondagtigen ommetrek, waar in de circulatie
+geschiede, en besloegen geen meer plaats, of een sant grootte soude de
+selve konnen bedekt hebben.
+
+Ook is my verscheide malen voorgekomen, dat een Arterie dwars of
+kruyselings over een Vena quam te loopen, ten ware men yder sijn
+bysondere loop niet distinct hadde konnen onderscheiden, soo souden
+veele wel geoordeelt hebben, dat de circulatie aldaar wierd te wege
+gebragt, ende dit sag ik niet alleen in de alderkleinste vaten, maar in
+vaten die wel tienmaal dikker waren als daar de ommeloop geschiede.
+
+Dese overdwars lopende bloet-vaten, sijn my voor desen veel te vooren
+gekomen, als ik in andere Dieren de vereeningen van de Arterien en Venae
+tragte te ontdekken; dog alsoo het by my vast stond dat de ommeloop van
+het bloet, niet in de vaten die groot waren, moste geschieden; maar in
+de kleinste of dunste bloetvaten: want soo sulx anders was, so stel ik
+vast dat alle de delen van het lighaam niet gevoet soude konnen werden.
+En also voor my die ontdekkingen onnaspeurelyk scheenen, soo heb ik
+sedert eenige jaren myne ondersoekingen daar ontrent gestaakt. Soo wy
+dan nu seer naakt voor onse oogen sien dat het overgaan van het bloet
+uyt de Arterien in de Venae, in de Kikvors-worm, in geen andere
+bloet-vaten geschiet, als in soodanige die soo dun sijn, dat maar een
+enkel deeltje bloet te gelijk kan doorgestoten werden; soo konnen wy nu
+wel vaststellen, dat het selve in onse lighamen, en in alle Dieren op
+soodanigen manier werd te weeg gebragt. En dit soo sijnde, soo is ons
+onmogelyk den overgang van het bloet uyt de Arterien inde Venae, in ons
+lighaam of andere dieren te ontdekken; eensdeels, om dat wanneer een
+enkel globule bloet in een aderke leggende, geen couleur en heeft: ende
+ten anderen, om dat het bloet in de bloet-vaten, als wy dat ondersoek
+doen, stil staat.
+
+Ik hebbe voor desen geseit, dat de delen of globulen van het bloet, die
+het selvige root maken, soo klein syn, dat thien hondert duysent deelen
+of globulen, soo groot niet en sijn, als een grof sand is: en over sulks
+konnen wy ons wel inbeelden, de hoekleinheid van de bloetvaten waar in
+den ommeloop geschiet.
+
+Dese verhaalde observatien en heb ik niet eenmaal gesien, maar die tot
+myn overgroot vermaak verscheide malen hervat, ende dat t'elkens in
+bysondere Wormen, ende by na doorgaans een ende deselve uytkomst gehad.
+Dog het gene ook aanmerkenswaardig was, dat was, dat in dese geseide
+seer kleyne vaaten, die op het verst van het Hert geplaatst lagen, als
+hier in 't eynde van de staart, dat daar op verre na soo een schielyke
+en harde voortstotinge niet geschiede, als wel in de vaten naast het
+Hert gelegen. Dog alhoewel de continueele loop hier mede distinct te
+bekennen was, soo konde men egter seer klaar sien dat 'er by yder
+voortstotinge van het Hert, een weinig rasser loop geschiede.
+
+Wanneer ik myn oog liet gaan in de lengte en op het dikste van de
+staart, soo konde ik seer klaar bekennen dat aan yder syde van het
+staart-been, of graat, een groote Arterie was, daar door 't bloet na 't
+eynde of lengte van de staart wierde gevoert, en sig in die lengte in
+verscheide kleyne takken verspreide.
+
+Als ik een weinig ter sijden van dese Arterien na de buytekant van de
+staart af sag, ontdekten ik aldaar twee groote Vena, die het bloet weder
+opwaarts na het Hert voerden; ende daar benevens sag ik dat in dese
+groote Vena uyt verscheide kleyne Venae het bloet wierd ingestort. In 't
+kort, ik sag hier myn volkome vergenoeginge ontrent den ommeloop van het
+bloet, alsoo my in 't minste niets voorquam waar aan ik behoefde te
+twijfelen. Ja ik sag dat in het kleyn gedeelte van de staart, het bloet
+der Aderen meer dan in vyf-en-twintig distincte Aders circuleerde. Boven
+de geseide Aderen ontdekte ik nog in de staart een onbegrypelyk getal
+van andere Aderen met haar takken, die sig eyndelyk in soodanige kleyne
+takken verdeelde, dat die het gesigt ontweeken. Dese Aderen quamen mede
+voort uyt het dikste van de staart, en hoe nauwkeurig ik ook toesag, soo
+en konde ik egter geen de minste loop inde selvige ontdekken, schoon
+dese vaten veel dikker waren, als daar ik den ommeloop van het bloet in
+sag. Waar uyt ik in gedagten nam, of alle dese vaten niet wel senuwen
+mogten zyn.
+
+Ik en hebbe dit gesigt mede voor my alleen niet willen behouden, maar
+dat selvige aan twee voorname geleerde Heeren laten sien; niet alleen
+dat ik haar toonde dat het bloet uyt de groote Arterie, na het eynde van
+de staart wierd gevoert, ende dat daar benevens weder een grote Vena
+lag, die het bloet continueel na het Hert voerde; maar ik liet haar op
+verscheide plaatsen sien, hoe het bloet in de kleinste vaten na de
+buytenkant van de staart wierd gevoert, ende van daar door de geseide
+Aderen weder te rugge quam, en gevoert wierde na het binnenste van de
+staart.
+
+Vorders heb ik de jonge Kikvorssen op die tyd als sy van een worm, tot
+een Kikvors waren geworden, en soo verre waren gekomen, dat sy door de
+velden sprongen, geobserveert, ende in deselve mede ontdekt, een
+overgroot getal van kleyne bloet-vaten, die continueel door kromme
+bogten ommelopende, die vaten maakten, die wy Arterien en Venae noemen:
+sulks dat my hier mede seer klaar bleek dat de Arterien en Venae, een
+ende deselve doorgaande bloetvaten waren. Dog alderklaarst, ende
+aldermeest, quamen my die te vooren, op het eynde van de uytstekende
+delen van de poten, die wy wel vingers mogen noemen. Welke delen de
+kikvors aan yder voorste poot vier heeft, ende aan yder agter-poot vyf.
+
+Dese bloet-vaten die wy den naam van Arterien en Venae geven (daar het
+nogtans een ende deselve bloet-vaten sijn) waren op het eynde van dese
+vingers in een seer groote menigte, en yder hadde een ronde bogt, waar
+door men den bysonderen loop van yder vat onmogelyk konde navolgen. Alle
+dese vaten waren so kleyn of dun dat'er niet meer dan een deeltje bloet
+te gelyk door konde passeren. Dog wanneer ik dese vingers ontrent het
+eerste of tweede lid examineerde, daar vonde ik de bloet-vaten, die wy
+Arterien en Venae noemen, grooter, ja soodanig dat het bloet in die
+vaten al een rode couleur hadde.
+
+Dese jonge Kikvorssen, en heb ik niet by stukken geexamineert; maar die
+in haar geheel voor het vergroot-glas gestelt, ende sijn my de geseide
+bloet-vaten te voren gekomen, soo als ik die nu hebbe beschreven. Dese
+doorloop ofte ommeloop van het bloet heb ik soo aan twee voorname Heeren
+laten sien, die de selvige niet dan met groote verwondering beschoude.
+En voornamentlyk, als sy de delen van het bloet, die het selvige root
+maken, in soodanige dunne vaatjens (met groote snelheit sagen loopen)
+dat'er maar enkelde deeltjens bloet agter den anderen door konden
+passeren.
+
+Vorders heb ik laten vangen van de grootste slag van Kikvorssen, die wy
+Worken noemen. Dese heb ik mede in haar geheel gelaten, ende in deselve
+(met de vingers voor het vergroot-glas gebragt hebbende) heb ik mede de
+ommeloop van het bloet gesien; dog seer beswaarlyk: en ten ware ik die
+eerst in de jonge Kikvors hadde ontdekt, het soude my onmogelyk geweest
+hebben, dat ik de loop van het bloet, in de kleynste vaten soude hebben
+konnen zien.
+
+Dog wanneer ik dese groote Kikvorssen op andere deelen van het lighaam
+beschoude, heb ik in de selve seer distinct de ommeloop van 't bloed
+konnen zien.
+
+Ik hebbe onder andere eens gesien, dat het bloet in een Arterie (die soo
+groot of wyt was dat'er drie deeltjens bloet te gelyk door konden
+passeren) te rugge, of contrarie syn eerste loop quam te lopen; dog dese
+te rugge loop en duurde niet langer, dan dat wy het getal van vier
+souden konnen tellen ende na die tyd liep het bloet weder zyn ordinairen
+en voorgaanden loop.
+
+Als by exempel het bloet sag ik loopen in een groote Arterie als by
+Fig. 6B. N R O P. en gevoert van N. na O. uyt dese Arterie quam een tak
+of kleine Arterie als hier boven verhaalt is. Nu geschiede het voor myn
+gesigt, dat het bloet in de Arterie P Q. niet alleen schielyk in sijn
+loop quam op te houden, maar het quam ook van Q. na P. te rug loopen, en
+storte het bloed in de Arterie N R O P. De oorsaak hier van beelde ik my
+in, kan geweest zijn, of dat het bloet in de kleinste Arterien P Q. of
+in de kleindere takken, waar in deselve P Q. is verdeelt, door een
+kleyne verstoppinge, is tegen gehouden geworden: of dat de muscul of
+zenuwe, naast dese kleyne vaatjens gelegen, deselvige so geparst of
+gedrukt hebben, dat de loop daar door is verhindert geworden: waar door
+niet alleen een stilstant van loop, maar ook een te rugge loop van het
+bloet in de groote Arterie die daar digte by was, veroorsaakt is
+geworden. Want na het passeren van de geseide korte tyd, nam het bloet
+weder sijn voorgaande vaardige loop.
+
+Op een andere plaats heb ik gesien dat den loop van het bloet in
+diergelijke Arterie, in korten tijd seer vertraagde, ende dat daar op
+wederom in de selvige Arterie, een schielijke voortstootinge volgde;
+doch kort op die voortstootinge volgde wel weder een trager loop; ook
+wel een seer korte stilstand. Dese voortstotinge en vertraginge van
+loop, geschiede wel vijf sesmaal agter den anderen, ende daar op
+volgde weder een continule vaardige voortgang, ende dit alles geschiede
+in soodanigen korten tyd, dat men geen tien woorden souden konnen
+gesproken hebben.
+
+Ik hebbe verscheide maal de Kikvors-wormen uit de water-gragt laten
+opvangen, en onder dit vangen waren drie vier seer kleyne Visjens, die
+een weinig langer waren als de Kikvors-worm is, als deselve van een Ey
+tot een Worm is geworden. De huit van dese visjens was met swarte
+stipjens beset, welke eenige ook verbeelden sterrekens.
+
+Ik oordeelde dat dese visjens niet groot wierden, om dat ik noit
+zoodanige maaksels gelyk my die door het microscope voor quamen, met het
+bloote oog gesien hadden. Ik heb in 't eerst een van dese Visjens
+geobserveert, maar daar inne als doen niet konnen sien het geene
+noterens waardig was.
+
+Dese Visjens hebbe ik na dat die ontrent veertien dagen op myn Comptoir
+onder de kikvors-wormen in 't leven gebleven, (ende in die tyd al in
+grootte waren toegenomen) weder op nieuw geobserveert, omme was het
+mogelijk de circulatie ende het overgaan van het bloet uit de Arterien
+in de Venae in de selvige mede te sien, en hebbe eindelijk in de staart
+digte by de uyterste staartvinne, een groot bloet-vat, dat een Arterie
+was, het bloet sien voeren na het einde van de staart, ende digte by dat
+bloet-vat, lag weder een groote Vena, waar in het Bloed weder na het
+hert wierde gevoert, welke beyde bloet-vaten in de lengte van de staart
+lagen gestrekt.
+
+Als ik myn oog liet gaan op de staart-vin, die het uiterste van de
+staart uitmaakt, soo konde ik aldaar mede seer klaar sien, dat aan ieder
+sijde van die beentjens (die de stijfte aan de staart-vinne geven) een
+seer dunne Arterie en Vena liepen, want ik konde seer klaar ieders loop
+bekennen, dog beswaarder als in de Kikvors-Worm: eensdeels om dat dit
+visje met desselfs staart weinig stil lag; ende ten anderen, om dat de
+deeltjens bloet (die ik in dese observatien niet anders als voor globule
+konde aansien) veel kleynder waren als in de Kikvors-worm. Dese laatste
+bloet-vaatjens waren ook soo klein, dat maar een enkel deeltje bloet
+daar door konde passeren, en ten ware dese geseide delen bloet, niet uit
+de dunne vogt, daar in die als drijven, (die by eenige de weyagtige
+stoffe van het bloet genaamt werd) uitstaken, wy souden geensins de loop
+van het bloet konnen ontdekken.
+
+Alhoewel ik de loop van het bloet soo in de Arterien als Venae, seer
+distinct konde sien, soo was het egter my onmogelijk, hoe naauw ik
+toesag, de plaatsen of eynden van de Arterien ende het begin van de
+Venae te sien. Dog als ik naderhand met het eenigste of laatste Visje
+dat ik nog behouden hadde, op een ander manier als met de voorgaande
+quam te handelen; sag ik tot myn overgroot genoegen, seer naakt, niet
+alleen op een, maar doorgaans op verscheide plaatsen, de circulatie van
+het bloet: want aan yder sijde van de hier vooren verhaalde beentjens
+(die de starkte aan de vinnen geven) liep yder Arterie met een klein
+bogtje om, en maakten aldaar het begin van de Vena.
+
+Wanneer ik quam te sien op de staart van het visje, alwaar de
+staart-vinne haar begin neemt, daar sag ik met groote verwondering, hoe
+dat de groote Arterie sig aldaar, in de geseide seer dunne vaatjens of
+Arterien, verspreide, en hoe dat vele van de dunne Venae van de
+staart-vinne hier digte by, weder in de groote Venae te samen quamen
+loopen. In 't kort, hier was sulken beweginge van het bloet, dat uyt de
+dikke Arterie na het uyterste eynde van de staart, en staart-vinne
+vloeide, of gestoten wierde, ende het geene uyt veel kleine Venae, na de
+groote Vena weder te rug quam, dat het onbegrijpelyk was.
+
+Wanneer ik myn oog liet gaan op beyde de buytenste kanten van de staart,
+daar de korte beentjens van de staart-vinne haar begin nemen, daar sag
+ik dat veel van de kleinste Venae te samen liepen of vereenigden, en
+maakten aldaar een grooter Vena uyt. Dog dit seer aangenaam gesigt en
+duurde niet lang, want ik hadde het Visje uit het water genomen, en
+alsoo schielyk voor myn gesigt gebragt, en in sulken geval vertraagde de
+loop van het bloet in de uiterste deelen van het lighaam, minder als in
+een menuit tijds.
+
+Na die tijd heb ik selfs van die soort van Visjens gaan vangen, om dat
+ik met dit schoon gesigt van een Visje niet vergenoegt en was, en hebbe
+doorgaans een ende deselve uitkomst gehad.
+
+Vorders heb ik waargenomen dat de groote Arterie (waar uit veele kleine
+Arterien haar oorspronk hadden) ende de groote Vena, (waar in het bloet
+uyt veele kleine Venae wierd ingestort) digte of nevens den anderen in
+de lengte van de Vis geplaatst lagen; digt aan het graat-beentje van de
+Vis; te weten, niet na de bovenste ofte rugge sijde van het
+graat-beentje, maar na het onderste gedeelte van het graat-beentje,
+sonder dat ik na de rugge sijde van het graat-been, geen het minste
+groot bloet-vat konde ontdekken. In de geseide groote Arterie konde ik
+doorgaans op nieuw de voortstootinge of verheffinge van een rasser loop,
+die het bloet van het Hert ontfangt, bekennen: dog in de alder-dunste
+Arterien, en konde ik in de loop van het bloet geen veranderinge gewaar
+werden, want daar was de loop seer egaal. En gelyk ik geseit hebbe dat
+in de dunste vaten geen couleur en was, soo konde ik egter klaar
+bekennen, dat in de groote Arterie en Vena [die seer na aan het eynde
+van de staart lagen] het bloet root was.
+
+Omme nu de hoegrootheid van het geseide Visje daar in ik de circulatie
+van het bloet mede hebbe ontdekt, heb ik het selvige laten afteikenen,
+soo groot als het ons in het bloote oog te vooren komt, als hier met
+Fig. 7 is afgeteikent.
+
+Fig. 8. Vertoont mede de hoegrootheid van zoo een Visje dat ik op nieuw
+hadde wesen vangen, dog de meeste waren kleinder, en onder agt thien
+had ik'er maar een dat wat grooter was.
+
+Ik hebbe een Visje voor het vergroot glas gestelt, ende geordonneert dat
+den Teikenaar alles soude teikenen dat hy quam te sien; het welke hier
+met Fig. 9. A B C D E F G H I K L M N. is aangewesen.
+
+B C. verbeelt het oog van de Vis, dat my soo groot en volmaakt doorgaans
+voorquam, als of wy met ons bloote oog een schelvisoog beschouden. Dog
+alsoo het Visje meer dan een gansche dag hadde doot geweest, ende in die
+tyd het hooft, ende oog, meer als de andere deelen van het lighaam was
+ingedroogt, heeft het den Teikenaar niet beter konnen sien.
+
+Tusschen C D. waren op de rugge verscheide korte uytstekende deelen.
+
+D E. is een vinne digte by de staart gelegen.
+
+F G H I K. is de staart-vinne waar in men telt seventien beentjens, daar
+van der drie met G H I. werden aangewesen. Dese beentjens die de styfte
+of starkte aan de staart-vinne geven, waren met ledekens verzien, en ik
+sag ook dat die uyt lange deeltjens [dat na alle aparentie holle pypjens
+sijn] waren te samen gestelt.
+
+Ik konde ook te gelyk sien, dat het vlies of vel, dat dese beentjes
+overdekten, en het meerendeel van de staart-vinne uytmaakten, mede uyt
+lange deelen was te samen gestelt, dog alle dese deelen en heeft den
+Teikenaar niet konnen sien, om dat deselvige met het sterven van het
+Visje, het gesigt ontweken waren.
+
+L M. is mede een vinne digte by de staart aan het onderste deel van het
+lighaam.
+
+N A. is de mond die in 't droogen seer wyd is open gebleven, daar het
+Visje anders, wanneer het leeft, continueel de mond, ende dat seer ras
+agter den anderen, maar een weinig op en toe doet.
+
+Ik hebbe hier vooren geseit, hoe dat ik aan yder sijde van het beentje,
+dat voor een gedeelte de staartvinne uytmaakt, seer klaar de Circulatie
+van het bloet konde bekennen; soo dat tusschen yder beentje twee
+distincte ommegangen geschieden. Sulx dat dan in de vinne van de staart
+geschiede vierendertig bysondere ommegangen, dat is, daar waren in de
+vinne van de staart van soo een kleyn Visje, agtensestig bloet-vaten, te
+weten vierendertig Arterien, en gelyk getal van venae, ende dat behalven
+de bloet-vaten die nog in 't kortste van de selve vinne mogten leggen,
+als ontrent F. of K. daar op ik geen agtinge en hebbe gegeven.
+
+Omme nu de circulatie die in de staart-vinne geschiede beter aan te
+wysen, heb ik een gedeelte van een vin-beentje grooter laten afteikenen,
+als hier met Fig. 10. O P Q R. werd aangewesen.
+
+Aan welk been seer digt aan yder sijde heen loopt een Arterie die hier
+beyde werden aangewesen met S T. ende W X. in welke bloed-vaten ik hebbe
+laten teykenen die deeltjens bloet die haar als rond vertoonen.
+
+Dit bloet met een vaardige loop van S. na T. volbragt hebbende, keerde
+met gelijke snelte van T. weder te rug na V. soo dat S T. een Arterie
+is, ende T V. een Vena, en nogtans is het een gecontinueert, ende
+doorgaande bloet-vat. Soo was het insgelijks gelegen met de bloet-vaten
+aan de ander sijde van het beentje als W X Y. Dog dese Arterie en Vena
+en lagen soo wyd niet van den anderen, als hier naar advenant is
+afgebeeld, maar die lagen op veel plaatsen soo digt nevens den anderen,
+dat Arterie en Vena malkanderen raakten.
+
+Op andere plaatsen en selfs in de vinne D E. ende L M. heb ik het bloet
+soo in de Arterien als Venae, mede niet alleen sien loopen, maar daar
+inne hebbe ik ook de ommeloop konnen bekennen, als in de staarte-vinne
+is geseit.
+
+De geseide ommeloop van het bloet in het verhaalde kleine Visje, hebbe
+ik aan twee voorname Geleerde Heeren bekent gemaakt, die haar seer
+genegen toonde om deel te mogen hebben van dat gesigt, dat ik haar
+toestont, en hebbe verscheide Visjens, sodanig voor het vergroot-glas
+gebragt, dat sy seer distinct, in verscheide bysondere vaten te gelyk,
+de ommeloop van het bloet, met groote verwondering en opmerkinge
+aansagen.
+
+Sien wy nu in de staart-vinne van soo een klein Visje, als hier met
+Fig. 7 of Fig. 8 werd aangewesen, vier-en-dertig bysondere circulatien
+van bloet, wat een onbedenkelyke groote menigte van circulatien moeten
+daar dan niet wel geschieden in ons lighaam. 't Welk zoo sijnde, zoo
+hebben wy ons nu niet meer te verwonderen, dat als wy met een naalde of
+ander klein werktuyg ons komen te quetsen, dat daar bloet uyt komt.
+
+Ja ik verseker my uyt de geseide observatien, dat in de plaats of spatie
+van een nagel van onse hand groote op onse voorste vinger, of ik mag wel
+seggen in onze geheele huyt, doorgaans meer dan duysent besondere
+ommeloopen van het bloet geschieden.
+
+Na myne voorgaande observatien heb ik myn gedagten laten gaan op onse
+gemene Rivier-vis, namentlyk op de Voorn en Braassem, omme, was het
+mogelyk, in de selvige mede de circulatie van het bloet te sien. Ik
+hebbe dan jonge Voorn en Braassem genomen, die ik oordeelde dat twee
+jaar out was, dese heb ik met haar hoofden om laag in 't water gestelt,
+ende der selver staarten buyten het water laten komen, opdat de Visschen
+haar hoofden of kaken soude konnen bewegen, ende dat dus de circulatie
+van het bloet geen hinder aangedaan mogte werden, maar sijn volkome loop
+voor eenigen tijd continueren.
+
+Alsoo het nu onmogelijk is dat wy de circulatie van het bloet in eenige
+andere deelen van dese Visschen souden konnen sien, als in de vinnen van
+deselvige, om dat haar lighamen met schobbens bezet sijn, soo heb ik
+alleen de staart-vinne doorsogt, om dat die de bequaamste was, en hebbe
+in de selvige seer klaar gesien, een groote menigte van bloet-vaten, die
+mede soo dun waren, dat maar een enkel deeltje bloet daar te gelyk konde
+door passeren, ende daar benevens sag ik de vaaten, waar in het bloet na
+de uyterste deelen van de staart-vinne wierd gestooten, ende andere,
+waar door het bloet weder te rug quam, sonder dat ik nogtans konde
+vernemen of bekennen, de uyterste deelen van de Arterien en Venae, want
+als ik na het uyterste eynde van de staart-vinne, die met het gesigt
+wilde vervolgen, soo verloor ik, en Arterien en Venae uit het gesigt.
+
+My is meer als eenmaal te vooren gekomen, dat het my toe scheen dat een
+Arterie, die niet wyder was als dat een enkel deeltje bloet te gelyk
+daar door konde passeren, quam te verstoppen; 't welk aldus toeging, te
+weten, dat bloet, na dat het eenige malen door de Arterie als met gewelt
+voortgedreven was, schielyk een weinig te rug quam, en in sijn eerste en
+ordinare cours als gestuit wierd. Waar op het dan gebeurde, dat dat
+bloet een andere cours (niet verre van het eerst gewesene vat) nam, en
+volvoerde aldaar onverhinderlyk sijn loop, alleen met dit onderscheid
+dat het soo vaardig niet en liep. Dit siende, stelde ik vast, dat den
+veranderden cours, die het bloet hier quam te nemen, niet geschiede door
+een bloet-vat dat een rok of menbrane hadde, maar dat het bloet alleen
+met gewelt, een Canaaltje hadde gemaakt.
+
+Ik hebbe voor desen geseit dat alle de deeltjens bloet die het selvige
+root maken, soo van Vissen als van Vogelen uyt platte ovale deeltjens
+bestaan, die my in de voorgaande geseide observatien, rond voor quamen,
+waar van alleen de oorsaak is, dat ik in die ontdekkingen, soodanige
+vergrootende glasen niet en hebbe konnen gebruyken, als tot het distinct
+sien van de bloet-deelen wel vereist wierde.
+
+Dog in de laatst geseide nieuwe bloet-loop, konde ik sien, dat de
+deeltjens bloet, die het selvige root maken, plat waren. Ja ik sag niet
+alleen dat die plat waren, maar ik sag daar benevens ook, dat die langer
+als breet waren.
+
+Dat my nu die deeltjens in soo verscheide veranderingen van Figuren voor
+quamen, dat was om dat die deelen in haar loop dikmaals als omwentelden:
+want het geene de eene oogenblik op sijde voor het gesigt lag, lag weder
+na een weinig voortgang daar voor voor met een platte sijde: wederom een
+ander deeltje bloet wierd in een hair-breet voortgaan, in sijn lengte
+omgeworpen. In somma, ik sag hier soo veel omkeringen van de platte
+deeltjens bloet, als ik my soude konnen magineren. Dit net gesigt quam
+my eensdeels te vooren, om dat die spatie waar in de loop van het bloet
+geschiede, soo doorschynende voor myn gesigt quam, als of de deeltjens
+bloet in een glase pypje hadde voortgeloopen. Ende ten anderen konde ik
+van de deeltjens bloet soo veel te beter oordelen, om dat my bekent was,
+dat de deeltjens van het bloet, die het in de Vissen root maken, platte
+ovale deeltjens waren.
+
+Hebben wy nu geluk gehad (daar wy na verlangt hebben, en waar na wy veel
+jaren soo nu als dan seer naarstig, dog te vergeefs, gesogt hebben) dat
+wy nu soo naakt de ommeloop van het bloet, ende den doorgang van het
+selvige uyt de Arterie in de Vena in de voorverhaalde Kikvors en
+Visschen, hebben voor de oogen gestelt, soo sullen wy egter daar op niet
+rusten, maar ons devoir doen om het selvige ook in andere Dieren na te
+speuren, ende, is 't doenlyk, insgelyks ie ontdekken.
+
+Eer ik afscheide vinde ik my genootsaakt hier by te voegen, dat ik,
+weinig tyd geleden, verhalende aan seker Hoog Leeraar in de Medicine,
+myne ontdekkinge ontrent de circulatie van het bloet, dese Heer tot my
+seide, als men van myne observatien quam te spreken, en se tot
+bevestinge van eenige saaken te allegeren, dat 'er veelmaal wierd
+geantwoord; moeten wy het geloven om dat het Leeuwenhoek seit; wat
+sekerheid hebben wy daar van? Waarom dan dien Heer my aanmaande,
+en seide, dat ik wel soude doen, dat ik een attestatie van eenige
+voorname Personen, die ooggetuigen mogten sijn geweest, van dese myne
+ontdekkingen behoorde te produceren, op dat ik desen aangaande minder
+tegenspreekens mogte lyden.
+
+Het is wel waar, dat ik uyt besondere speculatie tot nog toe in myne
+brieven niemant met name en hebbe genoemt, van die geene die met my
+eenige van de remarcabelste dingen met haar oogen hebben gesien, door 't
+behulp van myne microscopien, maar alleen in 't generaal gesegt, dat ik
+sommige Heeren van kennis en oordeel, Liefhebbers van de natuurkunde,
+deselve hadde voorgehouden.
+
+Maar dewyle dat ik nu verneme dat meer geloof aan myn seggen sal gegeven
+werden, wanneer ik de name kome te specificeren van die geene die de
+voorverhaalde circulatie ofte ommeloop van het bloed ten deele hebben
+gesien, van het geene ik nu aan hare Hoog Edelen hebbe overgeschreven
+ende ontdekt, so sal ik geen swarigheid maken, in plaats van veele,
+soodanige hier te noemen, die ik vertrouwe dat wel het meeste geloof
+sullen meriteren. Als daar sijn _d'Heer Cornelius 's-Gravesande, Med:
+Doct: en ordinaris Voorleser in de Anatomie en Chirurgie_, als mede
+_Raad ende oud Schepen deser Stad; d'Heer Mr. Cornelius Valensis, mede
+Raad ende oud Schepen, als boven; d'Heer Mr. Antoni Heinsius, Raad en
+Pensionaris deser Stad, voor desen Extraordinaris Envoy aan zijn
+Koninklijke Majesteit van Vrankrijk, en onlangs Commissaris van desen
+Staat aan het Hoff van zijn Koningl: Majesteit van Engeland_. Dese
+Heeren die ik gewoon ben veele van myne ontdekkingen te communiceren,
+heb ik nevens andere de waaragtige circulatie van het bloet laten sien,
+soo klaar als of wy de beweginge van het water in een lopende Rivier met
+onse blote oogen aanschoude.
+
+Hier hebt gy Hoog-Edele Heeren myne observatien ontrent de circulatie
+van het bloet, soo als ik die van tyd tot tyd op het papier hebbe
+gestelt; en na het voltrekken deses, heb ik nog verscheide observatien
+ontrent de circulatie van het bloet gedaan, en tot myn groot genoegen,
+de ommeloop van het selvige in vier besondere levende schepsels my voor
+de oogen gestelt, en alsoo dit groote lichamen sijn, in vergelykinge van
+de voorgaande, soo heb ik egter middelen bedagt, waar door ik hier na de
+circulatie van het bloet in een van dese groote schepsels, aan andere
+seer klaar sal konnen toonen, waar van in toekomende breder, en ik sal
+onder des blyven,
+
+ _Hoog-Edele Heeren, enz._
+
+ ANTONI VAN LEEUWENHOEK.
+
+
+[Erratum:
+
+F G H I K. is de staart-vinne
+ _text: T G H ... _ ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ PROEFNEMINGEN
+
+ van
+
+ de particuliere beweeging der Spieren
+ in de Kikvorsch,
+
+die in het gemeen op alle de bewegingen der spieren
+ in de menschen en beesten toegepast worden.
+
+ Uit:
+
+ "DE BIJBEL DER NATUURE",
+
+ door
+
+ JAN SWAMMERDAM.
+
+
+
+
+_Proefnemingen van de particuliere beweeging der spieren in de
+ kikvorsch, die in het gemeen op alle de bewegingen der spieren
+ in de menschen en beesten toegepast worden._
+
+
+Hoe gewigtig en ook moejelyk het is, om de waare beweegingen der Spieren
+te verklaaren, dat blykt ons uyt de menigvuldigheid der experimenten,
+dewelke de gaauste verstanden daar van tyt tot tyt omtrent gedaan
+hebben; sonder dat men tot nog toe de waare oorsaak daar van heeft
+kunnen ontdekken; waar daar ook de seer groote nuttigheid ende
+gewigtigheid der kennis, die uyt deese wetenschap sou volgen, tot nog
+toe in de donkere windelen der onwetendheid geinvolveert is. En dit is
+de reeden, dewelke my beweegt, om eenige experimenten, die ik al over
+lang omtrent deese saak gedaan heb, in het ligt te geeven, en alsoo ik
+die van een seer groote consequentie en gewigt oordeel, soo sou ookmyn
+versoek zijn, om die ernstig te willen naadenken, en op den toetsteen
+der waarheid te stellen.
+
+Omtrent de structuur en de beweeging der Spieren is het seer opmerkelyk
+om te weeten, hoe dog eygentlyk de Senuw daar meede vereenigt is, wat
+structuur hij daar binnen in heeft, en hoe syn loop, ingank, midden,
+distributie en eynde is, met dan wat voor communicatie dat hy ook met de
+beweegende Vesels heeft, en wat werking hy in deselve veroorsaakt: gelyk
+dan ook, wat eygentlyk die subtiele materie is, die buyten alle dispuut
+door de Senuw tot de Spier gevoert wort. Maar dit alles is nog op ver na
+niet genoeg tot deese kennis, alsoo men ook de structuur der Vliesen,
+soo om als binnen in de Spier, met dan haare subtile Veselkens, die van
+de eene beweegende Vesel tot de andere, en ook tussen beyde, als een fyn
+geweefsel loopen, diende te kennen: gelyk ook het maaksel van de Ader en
+Slagader, en haare waaragtige gesteltenissen, binnen in de Spier: en wat
+daar vorder nog tot de kennis van de structuur der beweegende Vesels
+behoort. Dat alles nog donker en onbekent is; en mogelyk niet sal bekent
+worden, ten sy men al syn tyt alleen op deese saak kwam aan te leggen,
+en syn alderuyterste neerstigheid daar toe gebruykte: want sekerlyk den
+yver en neerstigheid ontdekken alles. Maar wat my belangt, van alles wat
+ik in de Anatomie tot nog toe heb voorgestelt, daar kan ik niet van
+seggen, dat ik nog oit een saak tot die perfectie uytgevoert heb, daar
+ik sekerlyk van weet, dat men se sou toe kunnen brengen: maar dan most
+ik al myn leeven in een eenige ontdekking verslyten. Dat ik onnodig
+oordeel, om dat ik ook sekerlyk weet, dat als ik al ten eynde gekomen
+was, ik niet als myn onwetentheid sou vinden. En daarom heb ik liever
+verscheyde saken willen verhandelen, dan een eenige, op dat de Werken
+GODS niet verhoolen souden blyven, om een weynig meer of minder kennis,
+die men van deselve sou mogen hebben: alsoo onse waaragtige weetenschap
+alleen bestaat, in dat we GOD wel weeten te beminnen.
+
+Ik bevinde dan omtrent alle de voorige opgestelde saken nog seer veele
+en onoplosselyke verborgentheeden: en niet tegenstaande dat de
+uytmuntende Anatomicus de H. STENONIS, daar seer veele naukeurigheeden
+omtrent ontdekt heeft, soo is hy in het midden van syn loop blyven
+steeken. En veel minder kan men sig voldoen omtrent de beweeging en
+werking, dewelke die subtiele geest in de Spier veroorsaakt, die
+geduurig door de Senuw daar invloeyt: als synde dit een saak, die onder
+oneyndige duysterheeden verborgen is. Egter alsoo ik omtrent deese
+beweging der Spieren al vry eenige experimenten nu en dan gedaan hebbe,
+soo sal ik de principaalste tegenswoordig voorstellen, en die het
+oordeel der verstandige onderwerpen.
+
+Het is een saak van een eeuwige waarheid, en seer groote consideratie,
+dat ten welken tyde men de Senuwen der levende lichaamen aanroert, dat
+men terstont in de Spieren, waar naa toe sy loopen, een merkelijke
+beweeging siet veroorsaakt, dewelke van de natuurelyke contractie der
+selve niet verscheelt. Waarom soo men de Senuwen, by exempel, van het
+Middelrif in een levendig geopende Hont, sagtelyk met de punt van een
+seer fyne naalt komt te prikkelen, te steeken, of met een weynig vuur,
+en ingedronge of scherpe wateren, komt te irriteeren, soo sal men
+datelyk het Middelrif syn natuurelyke functie sien volvoeren, sig
+contraheeren, van verwulfd vlak worden, en sig uyt de Borst te beweegen,
+en de Ingewanden van de Buyk uytwaarts te stooten: en men sal het de
+Borst naa die proportie sien dilateeren, naa dewelke dat het in syn
+contractie regter wort, en sig verder uyt de Borst extendeert.
+
+Dit is een seer aardig en ook vermakelyk experiment, soo om de
+wonderlyke beweeging, die men in die gecomponeerde Spier dan siet, als
+meede om dat het selve experiment in het selve subject veelmaals kan
+herhaalt worden, soo men maar de Middelrifts-Zenuwen, daar se in haar
+begintsel langs het Hartesakje heen loopen, komt te irriteeren, en soo
+allenkskens tot de tweede, derde, ende vierde irritatie, naa onderen
+komt voort te gaan, tot daar sy ingeplant worden.
+
+Nu, niet alleen omtrent dat deel, maar ook omtrent alle de vordere
+spieragtige deelen van het lichaam des Diers, kan men dit experiment
+seer ligt omtrent de Zenuw in het werk stellen. Waarom ons ook dikmaals
+gebeurt, in de levende Sectien der Dieren, als wy de Zenuwen met een mes
+doorsnyden of raaken, dat we seer notable beweegingen in de onderhorige
+Spieren gewaar worden. Gelyk de H. STENONIS ook diergelyks yets Myolog.
+spec. pag. 78 en 79. edit. Janss. aangetekent heeft. Wanneer ik hem te
+vooren een seer out en bekent experiment van my in de Kikvorschen
+getoont hadt. En dit siet men niet alleen in de viervoetige Dieren te
+geschieden, maar ook in de Vogelen en Visschen; en bysonderlyk in de
+Rog, die seer sterke beweegingen in syne Spieren herneemt, als men syne
+Senuwen irriteert.
+
+Op de fondamenten van deese beweegingen, die in de Spieren veroorsaakt
+worden, als men haare Senuwen alleen raakt of irriteert: soo heb ik
+dikmaals voorgenoomen, om ook op die wyse de Senuwen der Ingewanden aan
+te raaken, alwaar ik hier en daar seer merkelyke vleesagtige Vesels
+vernoomen heb: gelyk als ik ook wilde doen omtrent de Senuen, die naa de
+Nieren gaan, naa de Leever, de Milt, de Longen, de Teelleeden, en andere
+partyen, waar omtrent, maar voornamelyk de Nieren, ik haast niet en
+twyfel, of men sal daar merkelyke contractien veroorsaakt sien te
+worden; en alsoo door dit experiment veel nader tot het ware gebruyk
+deeser deelen indringen: dan de tyt daar toe heeft my tot nog toe
+ontbrooken. Waarom het my voor tegenswoordig genoeg is, dit met een
+enkel woort te hebben aangeweesen, om ook andere occasie te geeven, dit
+verder naa te soeken, alsoo de Natuur door een gemeenen arbeyt moet
+ondersogt worden; en ook, om dat een persoon alleen niet als seer weynig
+kan uytvoeren, omtrent saken die oneyndig syn.
+
+Maar hier dient men nu aan te merken, dat in de Dieren, die het heetste
+bloet hebben, dese bewegingen der Spieren soo opmerkelyk niet en syn,
+of liever soo lang niet en continueeren, als wel in die Dieren, die met
+kouder bloet begaaft syn, als daar syn de Visschen, en veele andere
+water Dieren, het sy met veel, met weynig, of sonder Voeten, of ook in
+die te gelyk op het lant en in het water leeven. En waar omtrent ik in
+de Kikvorsch deese myne experimenten voornamentlyk genoomen heb. Want in
+deese Dierkens sijn de Senuwen seer sigtbaar, en sy kunnen ligt ontdekt
+ende ontbloot worden. En het Ruggemerg, als ook de Hersenen die hebben
+dit in de Vorsschen particulier, dat er als een vloeybaar sout, in
+rokken beslooten synde, en met Bloedvaten doorweeven wordende, overal en
+omtrent aanlegt; soo dat het ook in de bolligheyd der Wervelbeenderen
+bevonden wort, als ook in het Bekkeneel selve. De couleur daar van is
+als een blinkende perel; en het leyt in gedaante van knoopkens langs de
+rey der Wervelbeenderen en de Rug, daar het seer ligt geobserveert wort.
+Dit naturel sout bruyst seer sterk, wanneer het met een zuure vogt
+vermengt wort. De substantie daar van komt seer over een met dat
+greynagtig en stenig poeyer, dat in de hoofden van de Zee-Honden
+Carcharias genoemt gevonden wort, en voor de Herssenen van die Visschen
+door een onverstant in de Winkels verkogt wort. Want het is niet als een
+steen of kalkagtige materie, die, even als de steen der Baarsen in de
+Baars, ook soo in het Hooft van de Hond Carcharias geplaatst wort.
+Diergelyk een poeyer heb ik in het Hooft van de Rog ondekt, dat meede
+seer sterk met zuur opbruyst, en waarom ik oordeel, dat daar meede een
+Alkalisch gelyk sout in is: gelyk ook in de steenkens, die men
+Kreeftogen noemt. En hoewel deese substantie in de Vorschen vloeybaar
+als een water is, soo droogt sy dadelyk op, door de warmte van de hant
+of vingers, dan nooit soo hart, of men kan se seer ligt tusschen de
+tippen der Vingeren, tot een fyn poeyer vryven; gelyk dat ook omtrent
+die kalkagtige en vloeybaare materie in de Rog plaats heeft. Of nu dit
+sout eenig gebruyk in de Medicynen heeft, of hebben kan, dat sou de
+ervarentheyd moeten leeren, tot nog toe is het my onbekent. Maar ik keer
+weer tot de Spieren.
+
+Het is dan een seer aardig en nut experiment, als men een der grootste
+Spieren van een Vorsch uit de Dye separeert, en die met syn aanhangende
+Zenuw prepareert, dat deselve ongekwetst is. Dit gedaan hebbende, soo
+vat men de Spier aan weersyden by syne Peesen _a a_, en als men dan de
+neerhangende Senuw met een schaarken of iets anders irriteert _b_, soo
+doet men de Spieren syn voorige en verloore beweeging weer herhaalen.
+Waarom ook dadelyk de Spier sig contraheerende, de twee handen, die syne
+Peesen vatten, als te samen by een komt te trekken, gelyk ik al in het
+jaar 1658 dat aan syn Doorlugtigheid, den tegenwoordig regerenden Hertog
+van Toscanen, kwam te vertoonen, wanneer hy my seer onverdient geliefde
+te besoeken. En dit experiment kan men soo menigmaal met deselve Spier
+herhaalen, als de Senuw nog maar ergens ongekwetst is. Waar door men hem
+syn contractie soo meenigmaal kan doen herhaalen, als het ons geleegen
+komt.
+
+Maar soo men nu wil sien, en dat heel distinct, tot welken graad de
+Spier in syn contractie sig komt te verdikken, en hoe ver dat syne
+Peesen te samen getrokken worden; soo moet men hem door een glase pypken
+losselyk heen steeken _a_, en in de plaats dat men de twee Peesen met de
+Vingeren vast hielt, soo dient men daar twee fyne naalden door te
+steeken _b b_, die men, niet te vast en niet te los, in een stuksken
+kurk met haare punten moet vast maaken. Als men dan de Senuw irriteert
+_c_, soo siet men, dat de Spier, door syn verwekte contractie, de
+hoofden der naalden sal uyt haar plaats naa malkanderen toe beweegen
+_d d_, en binnen in de glase pyp sal men het lichaam van de Spier selfs
+sig merkelyk sien verdikken _e_, en het gansche pypken te vervullen,
+stotende de lugt uyt syn plaats. Tot dat hy in syn contractie
+ophoudende, de naalden weer in haar plaats springen, en dat het lichaam
+van de Spier weer van het pypken afwykt, soo dat hy tussen hem en het
+pypken een ope passagie voor de lugt laat. Maar soo men nu de Spier aan
+syn selfs laat, of dat men hem in kout water met al de verhaalde toestel
+set, soo sal men hem, haast op deselve wys, ook allengskens sien
+contraheeren, en ten laatsten hem soo merkelyk in een sien krimpen, dat
+hy de gansche middelste holte van het pypken sal vervullen.
+
+Als men nu deese voorige experimenten wel considereert, en alsoo ernstig
+let op de force der contractie, of de beweeging van de Spier, dewelke hy
+yder ogenblik herneemt, als syne Senuw op nieuw geirriteert word; soo
+sou men kunnen vraagen: of daar tusschen de Senuw en de Spier wel een
+andere communicatie nodig was, als alleen deese simpele roering,
+irritatie, of beweeging? En alsoo ook in de Dieren, die heter Bloet
+hebben, deese selve beweeging in de onderhoorige Spieren veroorsaakt
+wort, als men haare Senuwen raakt: soo sou men deselve vraag kunnen
+doen: namelyk, of daar door ook wel tusschen de Hersenen, en het Merg,
+en tusschen die der Senuwen en de Spieren een andere communicatie, als
+deese irritatie nodig was? want in wat voor Dieren dat het syn, daar ik
+dat in getenteert heb, daar contraheeren haar de Spieren altyt, als men
+het beginsel des Mergs, of ook de uytgaande Senuwen maar roert.
+
+Soo dat ik wil seggen, of men niet wel geheel sou kunnen verwerpen, dat
+daar uyt de Hersenen een spiritueele substantie, tot de beweeging der
+Spieren nootsakelyk, sou plaatselyk moeten afschieten, en dat soo
+veerdig, geswint, en radt, dat deese nieuwe geesten de voorige
+voortdryvende, in een ogenblik, in de alderuytersten van het lichaam,
+op het minste gebieden der wil, of andersins ook wel natuurlyk moesten,
+en soude konnen present syn.
+
+Ik en twyfel hier niet, of die geenen, dewelke de contractien der
+Spieren stellen, door opblaasing, opbruyssing, en een uytgedagte
+uytsettende beweeging te geschieden, sullen my hier in geheel tegens
+vallen, en my voorwerpen, dat men ook in de contractie van de Spieren
+deese opblaasing, of verdikking der bewegende Vesels, ogenschynelyk sien
+kan. En ook, dat alle de spieragtige deelen al reede vol geesten syn,
+soo dat daar maar een weynig dierlyke geesten nodig syn, om deese of die
+Spieren op te blaasen, en door contractie te doen opspannen; gelyk het
+oog ons leert.
+
+Maar alsoo deese gevoelens geheel te gront vallen, als men aanmerkt, hoe
+veel maal door een simple aanporring, opwekking, of irritatie der Senuw
+alleen, de Spier haar beweeging in myn voorgestelt experiment verkrygt,
+en dat selfs, daar de Senuw al lang is afgesneeden geweest, en de
+geposeerde dierlyke geesten vervlogen of verswakt syn, en haar werking
+alreede gedaan hebben; houdende ook de communicatie met de Hersenen en
+het Merg op: soo sou ik wel eens wenschen, dat men ernstig
+considereerde, dat het door geene experimenten kan beweesen worden, dat
+daar ooit eenige materie, in een bevattelyke substantie, door de Zenuwen
+tot de Spieren afvloeyt. Want daar gaat niet als een seer geswinde
+beweeging door, die soo seer snel is, dat sy kwalyk de naam verdient van
+een momentelyke beweeging genaemt te worden. En daarom soo is die geest,
+die beweegde of die subtile materie, die in een ogenblik door de Senuen
+tot de Spieren voortgaat, met alle reden te vergelyken, met die snelle
+voortgedreeve beweeging, dewelke door een lange mast of balk gaat, daar
+men aan de eene syde met de vinger opknipt, en die men, bykans op het
+selve ogenblik, aan de andere syde gewaar wort, als men daar syn oor
+tegen aan leyt: soo dat se ook in onse Spieren selfs verscheyde
+beweegingen door de Senuwen veroorsaakt: gelijk diegeene betoonen
+kunnen, die dit rare, hoewel gemeene experiment, wel considereeren.
+
+Doet hier nu by, dat van meer gewigt is, dat de Spieren selfs, als se
+gecontraheert worden, in het alderminste niet opgeblaasen, of dikker
+worden, maar dat zij veel eer ontswellen; hoewel nogtans dat haare
+bewegende Vesels een andere situatie aanneemen, of om eygentlyker te
+spreeken, digter in malkanderen in een gaan. Gelyk diergelyk iets in een
+lange en platte te samengedrukte spons te sien is, dewelke door die
+samenparssing dikker en vaster wort, hoewel hy selfs een veel minder
+plaats beslaat. Soo dat ik uit veele reedenen, die ik vervolgens sal
+voorstellen, niet onbillyk kan besluyten, dat het korter worden en in
+malkanderen krimpen, der bewegende vesels van een spier, waar door de
+selve een kleender plaats beslaat; eygentlyk syn waare actie of
+contractie is, die seer verkeert opblaasing, opswelling, enz. genoemt
+wort.
+
+En hoe sou het ook mogelyk kunnen syn, dat een Spier sou opblaasen? daar
+hy bestaat uyt sulke subtiele draatkens die haast het oog ontvlieden, en
+die nog uit klootkens samengesteld worden? En wat materie sou het dog
+kunnen weesen, om dese opblaasing te maaken, die meede door sulke
+subtiele draden, daar de Senuen uyt gemaakt worden, sou moeten passeren;
+soo dat dese draden haast van gelijken onsigtbaar zyn, wanneer men haar
+naukeurig, sonder te kwetsen, examineert? Het geen ook klaar blykt, als
+men den oorspronk der Senuen uyt het Merg considereert, dewelke daar ter
+plaatse soo subtiel syn, en soo naauw van het dikke Hersenvlies
+omvangen, dat daar door die opening haast geen fyn glase hayrpypken kan
+passeren. Wat voor een subtiele geest sou daar dan door dezelve opening
+moeten heen dringen, die nog in zijn geheel van het uytgaande
+Senuwdraatken, dat daar in omvangen is, geslooten wort? En nogtans
+stellen dese Autheuren niet alleen, maar sy willen selver, dat daar een
+voedende materie door dese Senuen sou passeren; die sommige soo dik
+maaken als het wit van een Ey; dat by my soo grof is, dat het niet
+meriteert beantwoort te woorden. En alsoo weynig ook de uytgedagte
+opbruissing, tusschen de geesten en het Bloet, dat de Spier sou
+opblaasen: hoewel de maniere van de opblaasing t' eenemaal stryt met de
+bekende structuur der spier.
+
+Het stryt ook ganschelyk tegens de opblaasing, en de invloejing der
+geposeerde geesten, dat men klaar siet, wanneer een Spier door gesneeden
+wort, en syne bewegende vesels van een verdeelt, dat egter alle die
+delen haar datelyk weer als natuurlyk beweegen, soo wanneer maar de
+Senuw aangeroert wort: het welk experiment men onder anderen ook in de
+Kikvorsch neemen kan, en in verscheyde andere Dieren, die in het water
+leeven, en bysonderlyk in de Eendvogel.
+
+Uyt alle welke experimenten my dan schynt niet onbillyk te volgen, dat
+daar niet als een simpele en natuurlyke roering of irritatie der Senuen,
+tot de beweeging der Spieren nootsakelyk is: het sy dan dat die in de
+Hersenen, in het Merg, of ergens anders syn oorspronk neemt.
+
+Waarom men ook in veele Dieren siet, dat, soo draa het beginsel van het
+Ruggemerg in het Bekkeneel geroert wort, dat haar dadelyk alle de
+onderleggende Spieren beweegen. Dat meede geschiet omtrent alle de
+takken der Senuen, die men, uit het Merg gaande, maar aanroert: hoewel
+dat 'er op die tyt dan maar eenige en particuliere Spieren beweegt
+worden, of die, daar de gerriteerde Senuw in gedistribueert wort. En
+daar wel op te letten is, men bemerkt noit op die tyt, dat 'er door het
+bovenste deel der Senuw een opklimmende beweeging door deselve
+veroorsaakt wort in de Spieren, die uyt deselve Senuw wat hoger haare
+takken ontfangen. Maar men ondervint klaar, dat de kragt, die de
+irritatie, door de Senuw, in de Spier maakt, altyt uyt de grootste
+takken in de kleenen, en soo geduurig neerwaarts gaat. Dat contrarie in
+de gevoelige beweegingen is, daar het gevoelen, door de Senuen, sonder
+twyffel opwaarts klimt. Soo dat dan, om een Spier te beweegen, de Senuw
+altyt moet geroert worden op die plaats, de welke boven de Spier of syn
+inplanting is; want de beweeging klimt niet opwaarts, maar altyt
+neerwaarts.
+
+Men sou hier nu kunnen vragen, waar ik het begin van dese natuurlyke
+irritatie, porring, of aanprikkeling tot beweeging, door de Senuw in de
+Spieren, sou komen te plaatsen: want gelochent synde, dat daar geen
+sienelyke, vloeybare, nog opblasende Geesten, plaatselyk door de Senuen
+beweegt worden; maar dat daar ter contrarie, alleen een sekere
+ogenblikkelyke opwekking, om de Spieren te beweegen, nodig is, en die by
+my veel subtielder als de geposeerde Geesten is: soo volgt, dat deselve
+niet alleen een beginsel moet hebben, maar dat 'er die beweging
+overvoerende kragt door de Senuen tot de Spieren seer nootwendig is. Het
+geen ik ook niet lochen, om dat de ervarentheid dat sigtbaar ende
+kragtig leert.
+
+Soo dat my dunkt hier op gevoegelyk geantwoort te kunnen worden, dat de
+oorspronk deser beweeging voornamelyk in het begintsel van het Ruggemerg
+is, en dan vorder in alle de Senuen van het Lichaam te gelyk; en dat
+soodanigh, dat het Merg en alle de Senuen te samen geduurig en
+perpetueel geirriteert worden, om een bewegende kragt aan alle de
+Spieren van het gantsche lichaam toe te senden. Want daar wel op te
+letten is, ik maake gantsch geen onderscheyt tusschen de natuurlyke,
+of van selfs geschiedende samentrekking der Spieren, en tusschen die,
+dewelke vrywillig geschiet; alwaar ik niet als dit toevallig onderscheyt
+aanmerk, dat alle de Spieren, die wy vrywillig beweegen, dat wy die niet
+als door een contrarie determinatie beweegen. Waarom dan, het geen
+wesentlyk in alle de Spieren, haar contractie is, altyt de natuurlyke
+contractie is. En daarom cesseert in ons, en in alle Dieren de
+vrywillige beweeging, of sy wort over en weer, als de tegen overstaande
+Spieren ontbreeken, of dat die malkanderen in kragt overwinnen; als ik
+in myn Boek van de Ademhaling alreede heb aangeweesen. En wy souden in
+der eeuwigheid ons niet vrywillig kunnen beweegen, als wy de kragt niet
+hadden, om de natuurlyke beweeging der tegen overstaande Spieren tot de
+tegenoverstaande syde te determineeren. Maar de tegenoverstaande Spieren
+ontbreekende, soo syn alle de bewegingen onser Spieren geduurig en
+natuurlyk. Als omtrent veele Spieragtige deelen van ons lichaam te sien
+is, daar wy gansch geen magt over hebben, om die te beweegen: ten sy het
+geen daar in bevat word ons aldaar dient, in de plaats van
+tegenoverstaande Spieren, en dat de selve onse Spieren eerstelyk
+gedilateert hebbende, wy dan door een contrarie determinatie de kragt
+verkrygen, om deselve naa onse wil te beweegen. Maar andersins soo rust
+alles in een geduurige contractie, die nimmermeer ophoud.
+
+Maar om nu, soo veel my mogelyk is, de oorspronk van dese natuurelyke en
+geduurige contractie der Spieren aan te wysen: soo is myn gevoelen, dat
+het selve geschiet, door het geduurig indringen van het slagaderlyke
+Bloet in het Merg en de Senuen, het welk haar dan geduurig beweegt,
+opwekt, en als aanport, om die kragt gestadig, en terstont tot de
+Spieren over te voeren, en haar tot 'er onophoudelyke contractie bequaam
+te maaken. Waar toe dan alle Senuen, geene uytgesondert, soo veele
+Slagaders naa haar proportie hebben, als de Hersenen of het Ruggemerg
+selve. En ik oordeel nog, dat men dit selve seer ligt door een
+experiment sou kunnen ondervinden; dat ik te _weeg_ wilde brengen, om
+door de een of andere Slagader, het Merg een vogtigheid in te spuyten,
+en dan neerstig waar te nemen, of daar geen beweeging in de Spieren
+veroorsaakt wiert. Waarom ik ernstig versoek dog te willen letten op die
+wonderbarelyke beweeging en kragt, die een Spier verkrygt, als syn Senuw
+maar het minste geport wort, het sy dan door wat middel dat hy geraakt,
+beweegt, of geirriteert wort.
+
+Maar het is nu tyt om verder te gaan, en om door een naukeurig
+experiment te bewysen, selfs aan het gesigt, dat een Spier in syn
+contractie niet opswelt, of sig opblaasende, daar door dikker wort, en
+bygevolg geen grooter plaats beslaat: maar ter contrarie, dat hy veel
+eer, en dat sigtbaarlyk ontswelt, en alsoo in syn actie of contractie
+synde, minder plaats beslaat, als wanneer hij geextendeert synde komt
+als te rusten. Ik seg als te rusten; want dat een Spier oit in het
+geheel van syn beweeging sou ophouden, dat kan ik niet bevinden, dat hy
+immermeer in het leven doet; maar hy beweegt sig dan alleen soo sterk
+niet. Of wel hy hersamelt syn tegenstrevende kragt, om sig een ogenblik
+daar naa soo veel te sterker daar door te contraheeren. Als in de
+beweeging van het Hert en syn Oorken, in de Kikvorsch klaar te sien is.
+Daar men het Bloet, dat van de omtrek des lichaams in den omloop des
+Bloeds weerkomt, (en in het Oorken siet bewoogen te worden) even als de
+tegenoverstaande Spier van het Oorken moet aanmerken, die haar
+dilateert; en het Oorken selve is de tegenoverstaande Spier van het
+Hart, dewelke door het Bloet, dat zy in het Hart uytstoot, wederom het
+Hert dilateert: en waar uyt dese wonderlyk, herhaalde, en geduurig
+gecontinueerde klopping des Harts syn oorspronk neemt; dat ook
+t'eenemaal natuurlyk en noodsakelyk is; alsoo dese twee Spieren,
+namentlyk het Oorken en het Hart van een ongelyke grootte ende kraght
+syn, waar door haar beweeging ook nootsaakelyk over en weer is. En sy
+sou in het geheel ophouden, indien het Oorken soo vast en van sulke
+kragt was, als het Hert: want daar de tegenoverstaande Spieren in het
+lichaam gelyk syn, daar is de beweeging der Spieren onopmerklyk, en
+alles staat in balans, tot soo lang daar een nieuwe determinatie komt,
+die de eene Spier wat sterker als de andere doet beweegen, en onse
+leeden alsoo roeren: dat uyt verscheyde oorsaken komen kan; die dese
+determinatien te weeg brengen.
+
+Als by exempel, wanneer men een hayr uyt syn Hooft neemt, en dat ses of
+agt dubbelt te samen vouwt, en dat men ymant, die ons niet en siet, syn
+vel in de hals daar meede heel saft irriteert, soo heb ik dikmaals
+gesien, dat de beweeging van de tegenoverstaande Spieren van de Arm en
+Hant gedetermineert wierden, soo dat de Persoon, datelyk en sonder veel
+attentie, syn hant op die plaats, daar hy de kitteling gevoelde, kwam te
+beweegen, en die ook heel vermakelyk te krauwen, selfs tot root wordens
+toe, beeldende sig mogelyk in, dat daar een Luys of Vloy sat. En als ik
+cesseerde in die irritatie, soo bleef de Arm ende de Hant in rust, om
+dat nu de natuurlyke irritatie in alle de Spieren egaal was. Als men dit
+experiment in de slapende Honden of Katten doet, soo siet men van
+gelyken, dat 'er ook terstont een determinate beweeging komt in de
+Spieren, die haar huyt beweegen, dewelke sy dan seer aardig rimpelen, en
+het Hayr als te berge setten, of doen oprysen, en somtyts sal men haar
+ook al slapende de ooren sien schudden. Waar uyt men voor een kleen
+staalken siet, op wat wyse ook onse Spieren, sonder groote attentie
+van de wil, nogtans vrywillig beweegt worden, door yets dat bequaam
+is, om haare natuurlyke beweeging der tegenoverstaande Spieren, na de
+tegenoverstaande syde, te determineeren.
+
+Maar om nu een seker experiment te geeven, van dat de Spier in syne
+samentrekking niet opgeblasen wort, maar minder plaats beslaat, soo moet
+men een seer radde ende frissche Kikvorsch nemen, en deselve vaardig
+geopent hebbende, het Hert ontdekken, en het Hartesakje met de nagelen
+der Vingeren daar van afbreeken: dit gedaan hebbende, soo moet men den
+eenen of anderen Ader of Slagader verkiesen, die groot genoeg is, die
+men openen moet; en daar een Pypken van Glas, dat fyn genoeg is,
+ingebragt hebbende, soo kan men daar door alle de Aderen en Slagaderen
+des lichaams, en by gevolg ook het Hert seer ligtelyk opblasen. Want als
+ik in het voorgaande gesegt heb, soo obsteeren hier de Longen niet.
+
+Het Hert aldus met lugt opgevult synde, soo moet men dat met syn Oorken
+door een fyn draatken behendig afbinden, en uyt het lichaam snyden. Het
+welk gedaan synde, soo is het nodig een glaase spuytken by der hant te
+hebben, dat in een fyn Pypken moet uytgerekt syn, op syn eene eynde.
+Voorts moet men het opgeblase Hart met syn Oorken boven op de vlakte van
+de Suyger leggen, en dat met malkanderen in het glase spuytken steeken,
+vullende ondertusschen syn uytgerekt Pypken, met een seer kleen
+droppelken water, of water en Bloet, om het te beeter te sien.
+
+Dit nu alles soo omsigtig, als mogelyk is, volbragt hebbende, soo sal
+men sien, wanneer het Hert _a_ sig binnen in het glaase Spuytken _bb_
+contraheert; dat dan het droppelken water, 't geen boven aan in het
+Pypken geplaatst is _c_, sal merkelyk ende verwonderlyk nederdaalen, tot
+aan syn begintsel, daar het uyt de Spuyt syn oorspronk neemt _d_ en als
+het Hert sig weer dilateert, soo sal men distinct sien, dat het
+neergedaalde droppelken _d_, weer sal om hoog bewoogen worden, tot de
+plaats _c_, daar het van daan is bewoogen geweest.
+
+Het welk experiment ons infallibel leert, dat in de contractie van de
+Spier van het Hert, niet alleen alle de bewegende vesels van het selve
+haar in malkanderen sluyten, en vaster ende dikker worden, maar dat het
+nog daar en booven een veel minder plaats komt te beslaan, als te vooren
+in syn dilatatie.
+
+Dat dan ook de reeden is, waarom de droppel water _c_ naa beneden
+beweegt wort _d_, en datse het in een sig samentrekkend Hert nootsakelyk
+moet volgen. Daar dit droppelken _c_ ter contrarie, indien daar op
+deselve tyt als het Hert sig contraheerde, een opblasing, opswelling of
+verwyding van geesten binnen geschiede, niet neerwaarts tot de spuyt
+_d_, maar om hoog en opwaarts in het Pypken _e_, nootsaakelyk moest
+bewoogen worden.
+
+Maar dit niet geschiedende, en het contrarie sigtbaarlyk gebeurende, soo
+kan ik als een onweersprekelyk vaste waarheid voorstellen; dat de Spier
+van het Hert in syne contractie een merkelyk mindere plaats beslaat, als
+in syn dilatatie: en ook dat daar geen van de gesupposeerde geesten
+inkomen, die men tot nog toe gemeent heeft, dat het Hert of de Spier
+daar van opblaasden in syn samentrekkende beweeging.
+
+Soo men nu hier by een Kikvorsch levendig opent, en men let op de
+beweeging van syn Hert ende het Oorken, soo sal men bevinden, datse
+inkrimpt en kleender wort: en als wederom, het Hert sig op syn beurt
+contraheert, soo sal men het van gelyken sien inkrimpen, kleender worden
+en in sig selven intrekken. Waar uyt blyken sal, dat tusschen dese twee
+contractien van het Hert, het sy binnen, het sy buyten de spuit, gansch
+geen onderscheyt is, als alleen dat het Hert buyten de Spuit met Bloet
+gevult is, en dat het binnen in de Spuit met lugt opgevult is.
+
+En omtrent dit tweede valt nu bysonderlyk aan te merken, wat daar in het
+Hert gebeurt, wanneer het sig dilateert, en dan ook wat daar geschiet,
+als het sig weer contraheert. Omtrent de dilatatie van het Hert soo siet
+men heel distinct, dat het Oorken sig eerst begint te contraheeren: waar
+op men voorts de lugt daar siet uyt bewoogen te worden, en in het Hert
+overgevoert. Het geen te weeg brengt, dat het Hert merkelyk uytgespannen
+wort, en sig in de Spuit vertoont, als of het vol bellekens en blaaskens
+was, en ook soo wort het bleeker, doorlugtig, en ongelyk van facie, dat
+syn oorspronk neemt, om dat de beweegende Vesels en vleesige
+pylaargewyse draaden overal niet even dik syn, waar door de eene plaats
+van het Hert, tusschen de pylaargewyse draaden, meerder door de
+ingeperste lugt uytgeset wort, als de andere: waar op dan volgt, dat het
+droppelken water in het glaase pypken synde, opwaarts bewoogen wort.
+
+Maar de beweegende Vesels van het Hert, sig weer samentrekkende, soo
+siet men eerst, dat het Hert sig sluyt ende kleender wort: voorts siet
+men, dat het de lugt weer in syn Oorken perst, waar op het terstont
+roder en min doorschynende wort, en in sig selfs intrekkende sig weer
+van een gelyke facie vertoont. En alsoo het op die tyt al de lugt, die
+daar binnen in geblasen is geworden, niet in het Oorken kan perssen, soo
+sluyten syne bewegende Vesels haar soo ongemeen sterk in malkanderen,
+dat selfs de lugt, die daar binnen in is, op die tyt verdikt wordt. Waar
+op dan volgt, alsoo het Hert nu minder plaats beslaat, dat het
+droppelken water, dat in het Pypken van het glase spuytken is,
+nederwaarts gedrukt wort.
+
+En dit selve heeft ook plaats in het Hert, dat natuurlyk met bloet
+gevult is geworden, 't geen de omringende lugt wegstoot, als het in syn
+dilatatie door het bloet wort uytgespannen: en als het sig weer
+samentrekt, en het bloet uyt sig stoot, soo wort het verkleent, en het
+wort van de lugt naa proportie soo veel ingevolgt, als het in sig selven
+intrekt: daar wel op te letten is, alsoo het seer sigtbaar in het leeven
+is. Ook verdikt sig het bloet eenigsins, wanneer als het Hert, sig
+selven daar sterk om toetrekt, en het met gewelt uitdryft. En als
+weederom het Hert, door het nieuw ingestorte bloet, gedilateert wort,
+soo wordt ook het bloet eenigsins verdunt: waar meede dat dese
+natuurelyke actie van het Hert en het bloet, met de actie van het Hert
+en de lugt in dit experiment, over een komen. En hoewel men sou mogen
+tegenwerpen, dat 'er natuurelyk in het leeven geen lugt tot het Hert
+nadert, nog dat deselve daar van weg gestooten wort; soo blykt dat heel
+contrarie in de Gyrinus, daar men het kloppent Hert de uyterlyke huyt
+siet beweegen, die dan het Hert in de klopping wykt en involgt; dat
+deselve saak is, als of de lugt immediaat tot het Hert naderde: en soo
+moet dit ook van alle andere Dieren verstaan worden, die Longen of Kuwen
+hebben, en alwaar de Borst beweegelyk is: ja het heeft ook sonder alle
+twyfel plaats in alle de beweegingen der Spieren.
+
+Soo men nu een Hart uyt de Kikvorsch neemt, dat niet opgeblasen is, maar
+enkelyk uyt het lichaam gesneeden, en dat men het selve op de beschreeve
+manier in de glase spuyt plaatst, soo sal men van gelyken sien, dat het
+nederdalen van het droppelken water daar ook soo geschiet; maar op ver
+naa soo opmerkelyk niet, als in het opgeblaase Hart; hoewel egter dat
+het water op deselve wys syn beweging naa beneeden sal neemen, als het
+Hert sig contraheert. En de ervarentheid heeft my ook geleert, dat
+veeltyts dese nederdaling van het droppelken water soo weynig is, dat
+het niet als door een Vergrootglas is te bemerken. Het geen syn
+oorspronk neemt, door dien het Hert in syn contractie ten deele blyft,
+en dat het door het Oorken niet geextendeert wort, dewelke ook daar toe
+onbequaam is, alsoo het geen Bloet nog lugt dan voortdryft, om het Hert
+te dilateeren. Waarom het dan ook nootsakelyk is, dat de contractie soo
+veel kleender is, en de beweeging in de droppel soo veel minder om te
+observeeren. Maar soo men op die tyt maar het Oorken alleen opblaast,
+en dat sy door haar contractie de lugt in het Hert perst, soo is dit
+experiment kennelyker.
+
+Maar of men nu een Spier selfs wilde neemen, in de plaats van Hert, soo
+kan men procederen, als in de agtste figuur van my afgebeelt is: alwaar
+het glase Spuytken _a_ de Spier van binnen _b_ in sig besluyt, synde syn
+byhangende Senuw, sonder te quetsen of te perssen, in een samen geboogen
+en subtiel silver draatken _cc_ gevat, het welk ik dan doe passeren door
+het oog van een koperdraat, dat op de suyger van de Spuyt vast
+gesoldeert is _d_. Dit alles soo bestelt hebbende, soo moet men een
+droppelken water _e_ in het fyne Pypken van de Spuyt, door een subtiele
+tregterken laaten loopen: en als men het silverdraat langsaam met de
+hand _f_ door het koper ringeken, tusschen de suyger en het glas van de
+Spuyt doortrekt, tot dat de Senuw daar tusschen in komt geirriteert te
+worden; soo siet men, dat dese Spier op deselve wys contraheert, als van
+het opgeblasen Hert gesegt is; en dat ook de droppel water sig meede
+eenigsins naa beneden beweegt, sonder datse opwaarts beweegt wordt. Dan
+dit experiment is seer teer, en daar moeten soo veele omstandigheeden
+omtrent waargenoomen worden, dat het selfs verdrietig is. Waarom ik een,
+dat ligter is, heb uytgedagt.
+
+Het selve bestaat, in dat men een glaase Spuytken neemt _a_, dat met een
+Diamant omtrent syn spitze eynde door gedrilt is _b_. Waar door men de
+gesepareerde Senuw van de Spier moet plaatsen _c_: maar alsoo de lugt
+door die opening heel ligt, als men hem tot contractie irriteert, kan
+passeeren, dat het neerdalen van het droppelken water belet; soo is het
+voor al nodig, de opening van het Glas, daar de Senuw door gepasseert
+is, te sluyten: dat men met wat vislym en styfsel seer gevoegelyk doen
+kan. Dan om de waarheid te seggen, het droppelken water word soo weynig
+neerwaarts ook in dit experiment bewogen, dat het haast onopmerkelyk is.
+Waarom dan om dit experiment te doen, niet beter als het Hert is, dat
+een redelyk langen tyt, en genoegsaam in syn beweeging continueert, die
+het eens ontfangen heeft, tot dat deselve verdwynt.
+
+En soo men de oorsaaken aanmerkt, waarom dit experiment soo sensibel,
+omtrent de Spier, als wel omtrent het Hert, niet en is: soo vind ik die
+te bestaan, in dat daar geen tegenoverstaande Spier omtrent is, die hem
+van buyten dilateert, of ook geen ingedreeve Bloet, dat de Bloetvaten
+uytset, en hem op die wys van inwendig ook een weynig extendeert. Dat
+alles seer nodige vereystens syn, om een volmaakte contractie van een
+Spier te hebben.
+
+Maar de experimenten, die over eenigen tyt bygebragt syn, dat het Bloet
+tot de contractie der Spieren nootwendig is, die syn van gansch geen
+gewight, alsoo het principaalste argument daar van is de toebinding van
+de groote Slagader, volgens de manier van de Heer STENONIS, dat daar
+niet te pas komt, als maar een Argument synde, dat niet als in syn
+eerste aansien ons sou kunnen overreden. Want soo men wel aanmerkt, dat
+de Wervelbeenen, verscheyde Senuen, en selfs het Ruggemerg, die alle in
+de Bant van de Heer STENONIS begreepen worden, op die tyt te samen
+werden gedrukt en geforceert; soo volgt daar van selve uyt, dat daar
+niets determinatifs uyt kan beslooten worden. En veel minder nog uyt het
+experiment, waar door het Bloet uyt de Spieren, door het indryven van
+water, gespuyt wort, dat t'eenemaal de bewegende Vesels der Spieren
+kwetst: en daarom soo is dit rouwe experiment niet als voor een
+onbedagte redencaveling te agten, die geen fondament heeft, als maar om
+het eerste experiment van de Heer STENONIS te bevestigen. Daarom moet
+men gewigtiger argumenten hebben, om een saak van gewigt te bewysen:
+gelyk men dat omtrent de Slagaders in de Dye, en in die van de
+Kikvorsch, toe te binden, sou kunnen experimenteeren.
+
+De Heer STENO is seer voorsigtigh geweest, in dat hy sig heeft
+onthouden, van de manier te determineren, op welke dat de beweeging der
+Spieren geschiede; en daarom heeft hy het ook voor onseker geoordeelt,
+dat deselve sou geschieden door een invloejing van een nieuwe materie.
+Maar naa dat ik hem myne voorgestelde experimenten, nu eenige jaaren
+geleeden synde, getoont had, soo heeft hy my determinatief gesegt, dat
+hy nu dorst staande houden, dat 'er in de contractie der Spieren geen
+nieuwe materie ingevoert wiert; soo dat wy in dit gewigtig point
+t'eenemaal accordeeren.
+
+En ik kan nu ook makkelyk uyt de gewigtigheid van myne voorgestelde
+experimenten staande houden, dat een spier in syn contractie niet
+opblaast of opswelt, door de gesupposeerde invloejende en opbruisschende
+dierlyke geesten; maar dat een Spier in syn contractie veel eer
+ontswelt, of om myne gedagten beter uyt te drukken, dat hij minder
+plaats beslaat.
+
+En dit blykt meer als kennelyk, wanneer het Hart met lugt, in plaats van
+met bloet, gevult is, of ook dat het ongevult en leeg is. Alwaar dan
+omtrent het eerste verscheyde Zaaken in aanmerking komen, die alle in de
+contractie der Spieren kunnen plaats hebben. Als 1. dat de lugt inwendig
+in het Hert gecondenseert of in een geperst wort. Ten 2. dat dan de lugt
+rontsom het Hert gedilateert wort. Ten 3. dat de Vesels van het Hert,
+in die actie, dan seer vast komen in een te sluyten, haare holligheeden
+tusschen beyden toegedrukt te worden; en soo daar eenige lugt tusschen
+beyden is, dat deselve daar uyt komt bewoogen te worden. Het welk alles
+als dan voornamelyk blykt, wanneer het Hert als voor een ogenblik in syn
+contractie ophoud. Wanneer ten 4. de inwendige lugt in het Hert weer
+verdunt wort. Ten 5. de uytwendige verdikt, of van syn plaats gestooten.
+En ten 6. dat de Vesels van het Hert weer uytgerekt of gedilateert
+worden.
+
+Maar alsoo men my kan voorwerpen, dat dit tegennatuurlyk is, soo kan ik
+daar op antwoorden, dat ik ook somtyts wel lugt in de Herten der
+Menschen, die even gesturven waren, heb aangemerkt. Maar alsoo dit meede
+niet ordinaar is, soo moet men in de plaats van de lugt, die in het Hert
+van my gestelt wort, het Bloet neemen, dat in de contractie van het Hert
+aldaar geschud, verdikt, en uytgestooten wort, als ook het Bloet, dat in
+de Kroonaders van het Hert selfs is, en dat aldaar uytgedrukt wort;
+waarom het Hert ook op die tyt merkelyk bleeker wort. Ten anderen, als
+het Hert soo in syn selven inkrimpt, soo heeft de verdunning van de
+uytwendige lugt meede syn plaats, en eyndelyk soo sluyten de beweegende
+Vesels van het Hert dan meede vast in malkanderen, als dadelyk van het
+opgeblase Hert gesegt is: en welkers contrarie men ook hier in de
+volgende dilatatie van het Hert moet considereeren.
+
+Uyt alle het welke dan blykt, dat daar vry meerder saaken in de
+contractien der Spieren moeten geconsidereert worden, als tot nog toe
+gedaan is. Synde voor al wel in aanmerking te neemen, hoe sterk dat de
+bewegende Vesels der Spieren in haare contractie in een krimpen, soo dat
+ik se wel bykans driemaal dikker in sommige Dieren op die tyt heb sien
+worden, als wanneer sy in haare geduurige en naturelyke contractie
+waren. Waar door dan alle haare inhoud, die in de vaten, dewelke daar
+door liepen, ingevloeit was, met kragt uytgeperst wierd. Waarom ook een
+gecontraheerde Spier in een bloetryk Dier veel bleeker is, als een
+Spier, die niet gecontraheert is, als ook van de Heer STENONIS is
+aangemerkt.
+
+En soo is dit ook de reeden, dat de gedetermineerde, of de gereitereerde
+naturelyke beweegingen der Spieren, een kennelyke warmte aan het lichaam
+veroorsaaken, door dien sy het Bloet door over snelle contractien uyt
+haar stootende, de gansche massa bloeds soo veel te veerdiger beweeging
+en circulatie toebrengen. Het welk de Chirurgyns, alleen door haar
+ervarentheid, wel weten te pas te brengen in het Aderlaaten; wanneer sy
+ymant een stok of iets diergelyks in de hant geeven, om die met de hant
+omdrayende, en de Spieren beweegende, daar door het Bloet snelder uyt de
+Aderen te doen loopen. Dat ook de imaginatie selfs doen kan, die van
+gelyken onse Spieren op verscheyde wysen determineert, naa dat men sig
+droevige of vermakelyke objecten voorstelt, die het Hert sluyten of
+samen trekken en dilateeren.
+
+En ik heb selfs een jongen te Leyden in het Gasthuys gekent, van wiens
+voeten het gegangreneerde vel en vleesch effen gesepareert waaren,
+dewelke, als het hem beliefde, een groote quantiteyt Bloets door de ope
+wonde, alleen door de beweeging syner Spieren, kon uytdrukken; sonder
+dat hy syn aassem inhield. Gelyk dat ook in de beweegingen van veele
+Dieren te sien is, welkers Bloet snelder uyt de wonde loopt, als sy haar
+roeren, dan als sy stil leggen; hoewel sy selfs geen Longen hebben.
+
+En dit gaat soo verre, dat selfs de vermoeytheid hier in bestaat, soo
+dat de Spieren door het overvloedig Bloet geforceert, en onbekwaam tot
+haar contractie worden: dat ik de eerstemaal heb geobserveert, wanneer
+ik glas aan de lamp kwam te blasen, waar door myne Wangspieren soo dik
+van het Bloet opswollen, dat ik ten laatsten geen kragt meer hadt, om
+die te contraheeren, en de lugt daar door uyt de Mont te blaasen.
+
+Het is wonderbaarlyk in de Insecten, dewelke des Winters, alsoo haar
+bloet en vogtigheid als in de Vaten stolt en als bevriest, dan ook alle
+de beweegingen haarer Spieren verliesen, soo dat haare leeden en voeten
+in dat postuur blyven staan, als men se, sonder haar te forceeren, dan
+uytwaarts buygt: en men siet, dat dese beweeging haar niet eerder weder
+gegeven wort, voor dat de Lugt gematigder is; of dat men se by het vuur
+brengt, daar een kleene warmte haar doet als herleeven, beweegen,
+roeren, jaa lopen en vliegen: tot dat haar bloet en vogten weer een
+weynig daar naa verdikt worden, dat haar onbeweegelyk maakt op een
+nieuw. In dat vermaarde Kruydje roer my niet heb ik ook aangemerkt, dat
+het in de Herfstmaanden sig vry minder beweegt, als in de Somertyt.
+
+Maar mogt ymand vraagen, wat veroorsaakt nu eygentlyk de naturelyke
+gedetermineerde, of ook de kunstige en uytwendige irritatie der Senuen
+binnen in de Spier? Alsoo men daar niet van kan seggen, dat daar een
+sensible materie, als de Senuw geraakt wort, tot de Spier over passeert,
+of daar plaatselyk in beweegt wort; maar dat de Spier ter contrarie een
+materie uyt sig stoot, en een minder plaats beslaat.
+
+Sekerlyk dat is een harde en swaare questie, en mogelyk niet te
+solveren, als uyt de gansche kennis van de waaragtige structuur der
+Spier selve, die my nog onbekent is, en seer verre te soeken. Daarom sal
+ik hier handelen, gelyk men met het gebruyk van het Oog gedaan heeft,
+welkers manier, hoe het gesigt geschiet, men sonder het Oog waarlyk te
+kennen, heeft aangeweesen. Daarom soo het my geoorloft was door een
+rouwe gelykenis de saak te verklaren, ik sou seggen, dat het in dese
+gelegentheid ging, gelyk met ymant, die seer sagt de Saadkokers van
+Kruidje Roer my niet van Dodoneus, of de andere Balsamita van Fabius
+Columna kwam aan te raaken, het welk door twee a drie senuw en
+kruidagtige Veselkens gedilateert of gextendeert synde, dan door die
+momentelyke irritatie de kragt verkrygt, om sig seer schielyk en geswint
+te contraheeren. En in der daat, indien dese Veselkens die haar soo
+schielyk contraheeren, self eer haar saat ryp is, niet in een kronkelden
+en weg sprongen, maar datse, gelyk het in een gekrompe leder, haar weer
+lieten dilateeren, en op een nieuw door irritatie te samen trokken; men
+sou daar omtrent een seer raar voorbeelt van een Spier vinden, wiens
+voorname actie in een contractie bestaat, die op de dilatatie volgt:
+waar door dat de contractie, en niet de dilatatie, het eygentlyke
+officie der Spieren is: dewelke haar geduurig, selfs naa de doot der
+Dieren, tragten te contraheeren, jaa ik heb ondervonden, dat een Spier,
+die ik eenige jaaren in een Balsem bewaart had, sig nog contraheerde,
+wanneer ik hem naderhant in de selve Balsem opkookte.
+
+Maar dese gelykenissen daar latende; soo staat dit experiment
+onweersprekelyk vast, dat als de Senuw van een Spier geroert wort, dat
+dan ook dadelyk de Spier geroert wort. En alsoo ik heb aangewesen, dat
+de Spier in syn contractie minder plaats beslaat, als in syn dilatatie,
+soo volgt daar ook onweerspreekelyk uyt, dat daar dan geen nieuwe
+opblaasende materie invloeyt; en dat het een onbevattelyk subtielder
+materie moet syn, die op dat ogenblik, sulk een wonderbarelyke beweeging
+daar in veroorsaakt. Sonder dat men seggen kan, datse yets anders in de
+Spier doet, als de wint, een vinger, een stoksken, of een borstel, tot
+de samentrekkende Saadkoker van het Kruidje roer my niet doet, om haare
+Veselkens te doen contraheeren.
+
+Waar uyt ik dan oordeel te volgen, als boven alreede gesegt is, dat als
+een Senuw geduurig geirriteert wort, dat dan ook de Spier in een
+geduurige contractie, of ten minsten in een gestadige tragting en
+renttentie tot deselve sou weesen. Als ik voor deesen in myn Tractaat
+van de Ademhaaling heb aangeweesen. En ik nu terstont wat klaarder sal
+openen, door een manier voor te stellen, waar door men de geduurige
+beweegingen der Spieren eenigsins kan considereeren.
+
+Maar eer ik daar toe kom, en te gelyk dit discours eyndige, soo is het
+seer nodig aan te merken en te sien, op wat manier de Spieren gestelt
+syn, eer sy haar ooit beweegt hebben. Het welk voornamelyk omtrent de
+Insecten te bespeuren is, en omtrent de begintselen der Spieren in
+grooter Dieren, alwaar men dan siet, datse meesten tyt in een gedrongen
+syn, en van couleur wit en vliesagtig; synde heel in haar begintsel als
+uyt geleyagtige vogtigheeden bestaande. In de Insecten is dit seer
+aanmerkelyk, datse in die tyt, wanneer het Dier een andere gestalte sal
+aanneemen, als onsigtbaar syn, en in een geringe tyt seer toenemen en
+aangroeyen, dat ook gansche leedematen doen, als voornamelyk omtrent de
+Beenen en haare Spieren geschiet, die men verwonderlyk siet aangroeyen,
+en door ingedronge vogtigheeden of bloet uytgeset te worden, even als
+met een opspanning van overtollige vogtigheeden. Waar door dan die
+deelen met 'er tyt, als tegens haar natuur, uytgerekt en als een Boog
+gespannen worden: dat voornamelyk in de Insecten plaats heeft, welkers
+Spieren ook veel langer beweegen, als die van eenige andere Dieren,
+selfs naa dat het Hooft al eenige dagen van het lichaam gesneeden is
+geweest. En men siet ook, dat als se uyt haare afgelegde huit breeken,
+dat dan ook haare lichamen seer schielyk groot en uytgespannen worden.
+Dat ook naa proportie stant grypt in de Dieren, die een heter bloet
+hebben. En het geen te weeg brengt, dat haare Spieren sig soo veel te
+sterker dan weer tragten te contraheeren, en in sig selven te krimpen.
+Ook siet men klaarlyk, dat als de Spieren haar nu beginnen te beweegen,
+datse door het bloet, dat zig inwendig indringt, en haar voor een
+gedeelte dilateert, veel roder worden, en datse door de Bloetvaten, die
+haar door loopen, en haar bewegende Vesels uytrekken, meerder werden
+uytgeset.
+
+Waar uyt blykt, dat in alle de contractien der Spieren een dilatatie
+moet voorgaan, die ik driesins stelle, als eerstelyk, in natuurelyke en
+vrywillige samentrekkingen der Spieren door het ingedronge Bloet, dat
+haar voor een gedeelte dilateert. Ten tweeden in naturelyke
+samentrekkingen door de inhoud, die de beweegende Vesels uytrekt en
+dilateert, waar door haar nog meerder Bloet ingevoert wort, en sy tot
+haar contractie gedisponeert worden. Ten derden in vrywillige
+samentrekkingen, door de determinatie van de tegenoverstaande Spieren,
+die omtrent de tegengestelde Spieren het selve effect doen, dat de
+inhoud doet omtrent de Spieren, die haar naturelyk beweegen.
+
+Maar wat nu die subtiele materie, die door de Zenuen in de Spieren
+geduurig invloeit, tot haare contractien doet; en of sy de bewegende
+Vesels aanstoot, en eenige Bloetvaten, die van de Senuen in de Spier
+omwonden worden, opent; of wel, datse haar met het Bloet vermengende,
+dat schielyk doet opwellen, opbruisschen, en de eerste beweeging geeft,
+om weer uyt de Spieren gedreeven te worden, soo dat daar in een ogenblik
+de contractie van de bewegende Vesels op volgt; van dat alles kan ik
+niets determineren. Soo dat ik het selve, om verder naa te denken, daar
+late.
+
+Maar wat de vordere saaken van my voorgestelt aangaat, daar omtrent meen
+ik met een goet fondament te kunnen vast stellen. 1. Dat alle Spieren
+natuurelyk, dat is eer sy haar actie oit gedaan hebben, gecontraheert
+syn. Ten 2. dat haare contractie voor een gedeelte cesseert en als
+ophout, door de vogten van bloet of diergelyke, die tot haar door de
+Vaten inwendig ingevoert worden. Waar door sy dan, als door een eerste
+oorsaak, eenigermaten uytgespannen of gedilateert worden, blyvende nog
+in haar contractie: maar waar door evenwel de omringende lugt naa die
+proportie uyt syn plaats gestooten en op een gedrongen word, naa de
+welke sy gexpandeert syn. Ten 3. dat tot het volkomen uytspannen of
+dilateren der Spieren, als een tweede oorsaak seer veel doet, de inhoud
+der Ingewanden, bollvgheden, en pypkens des lichaams, daar de bewegende
+vesels om heen loopen, dat in de naturelyke bewegingen plaats heeft:
+en dan ook bysonderlyk de contrarie determinatie der tegenoverstaande
+Spieren, dat in de vrywillige beweegingen stant grypt; alsoo de
+beweegende vesels door beyde dese oorsaaken, en in beyde dese
+verschillig geplaatste Spieren, merkelyk uytgespannen worden, en de
+Bloetvaten derselve gedisponeert, om nog een veel groter quantiteyt
+bloets in haar te ontfangen, als ook om haar weer te sterker te
+contraheeren: synde nu volkomen gedilateert. En dat ten 4. soo veel te
+meer, alsoo de weg gestooten en verdikte lugt, die geduurig tot syn
+dilatatie door het evenwigt der lugt bewoogen word, de Spieren 900 veel
+meerder komt aan te persen, om haar eerste en natuurelyke contractien,
+daar sy van selver ook nu toe bewoogen worden, weer te herneemen. Waar
+by dan komende ten 5. de geduurige en natuurelyke irritatien, die door
+de Senuwen in de bewegende Vesels der Spieren selfs verwekt worden, en
+waar door se tot haare contractien gestaadig door het circulerende bloet
+aangeport worden, dat het begin des Ruggemergs en alle de Senuen
+onophoudelyk door de Slagaderen word ingeperst; of ook door de
+uytwendige objecten, die het bloet verscheydelyk komen te beweegen, aan
+het begin des Mergs en de Senuen word gecommuniceert: Soo worden ten 6.
+de Spieren nootsakelyk gedisponeert en als gedwongen, om haar eerste en
+natuurelyke contractie weer te herneemen, het sy dat die natuurlyk of
+vrywillig syn. Waar uyt ik dan ten 7. als een nootsakelyk gevolg kom
+vast te stellen, dat in alle weerkeerige contractien der Spieren, als
+dan haare inhoud weer uyt de selve komt uytgeperst te worden: alsoo de
+uytgerekte bewegende vesels dan weer tot malkanderen koomen in te
+dringen, en digt in een te sluyten; even al eens gelyk sy voor haare
+dilatatien waaren. Waarom sy dan nootsakelyk een kleender plaats
+beslaan, niettegenstaande men siet, dat daar eenige zwellingen in de
+Spieren komen te ontstaan, dewelke alleen uyt die in een krimping haarer
+bewegende vesels haar oorspronk neemen: hoewel dat men de oorsaak daar
+van tot nog toe aan een opblaasing toegeschreeven heeft, die men
+eygentlyk een ontswelling moest noemen. Waar uyt ik dan ten 8. vaststel,
+dat alle de actin der Spieren in haare contractien bestaan, dat is in
+de wederkeering tot die figuur en dispositie, die sy voor haar dilatatie
+hadden. Waar door dan als de Spieren op deselve wys, of ook door haar
+inhoud, of de tegenoverstaande Spieren, weer gedilateert, of tot de
+tegenoverstaande syde gedetermineert worden, sy haare contractien
+geduurig maaken: het sy in natuurelyke of in vrywillige bewegingen.
+
+En hoewel nogtans dat dit in het generaal, en bysonderlyk syn stant
+grypt omtrent de natuurelyke beweegingen der Spieren, soo siet men
+egter, dat het ook in de vrywillige beweegingen derselve syn plaats
+heeft, en dat niet tegenstaande, hoewel de toestemming der wil in de
+vrywillige bewegingen der Spieren vereyst word. Door reden, dat men
+in alle vrywillige beweegingen der Spieren siet, dat daar altyt een
+inwendige of uytwendige oorsaak en object nodig is, dat de contractie
+der tegenoverstaande Spieren tot de tegenoverstaande syde moet
+determineeren.
+
+En alsoo valt het dan ligt te begrijpen, door dien alle Spieren in de
+staat van een geduurige contractie syn, dat daar niet als de minste
+determinatie maar nodig is, het sy uyt wat oorsaak dat die spruyt, om
+haar het lichaam te doen beweegen, te verplaatsen, voort te gaan, en op
+andere oneyndige manieren meer te doen roeren.
+
+Dat niet alleen omtrent de natuurelyke beweegingen seer kennelyk is, als
+in de contractie van de Oogappel blykt, die haar door haare Spieren op
+het selve ogenblik sluyt en dilateert, naa dat het Oog meer of minder
+van het ligt geirriteert word; gelyk men dat ook siet omtrent de
+beweegende vesels der Darmen, die naa proportie haar geduurig
+contraheeren en weer dilateeren, na dat de inhoud daar minder of meerder
+in is, en op welke tyt de eene beweeging de ander aldaar vervangt, als
+de baaren der zee doen, die malkanderen volgen:
+
+Maar selfs blykt het ook, dat 'er oneyndigmaal een naturelyke contractie
+plaats heeft in de Spieren, die wy vrywillig seggen te beweegen: als in
+het gaan, staan, het beweegen onser Armen, enz. blykt: die wy duysent en
+duysentmaal roeren, sonder dat de wil daar eenige attentie toe heeft.
+En op die wys sullen wy door een uytwendig object, als we met een ander
+wandelen, veelmaal ymand groeten, om dat ons geselschap syn hoet
+afneemt, of dat ons dat uytwendig object beweegt; sonder dat wy weeten,
+wie wy gegroet hebben, of selfs dat wy die actie hebben gedaan. Soo dat
+het schynt, dat onse contractien der Spieren al soo natuurelyk syn, en
+geduurig door de eene oorsaak, die daar heeft doen beweegen, tot een
+tweede en derde beweeging gebragt worden: als dat onse memorie
+plaatselyk is, en door het eene subject op het andere komt te denken;
+dat tot het oneyndige voortgaat.
+
+Op de selve wys, als we by het vuur sitten, soo retireren wy ons, door
+de force van het irriterende object, daar van daan, en wy herstellen
+onse leedematen, door veele beweegingen, sonder de minste attentie van
+onse wil; soo dat het schynt, dat wy ons selfs ook niet vrywillig
+beweegen, ten sy de wil selfs syn object heeft, en dat alsoo haare
+beweeging een tweede veroorsaakt. Want de vlam te groot synde soo
+sluyten wy onse oogleeden, of wy verdrayen ons hooft, en wy maken
+alderhande andere soorten van beweegingen, na dat de objecten ons daar
+toe irriteeren.
+
+Dat alles voor een genoegsaam bewys kan dienen, dat selfs onse Spieren,
+waar door wy ons vrywillig beweegen, ook altyt natuurelyk bewoogen
+worden, en dat daar niet als een inwendig of uytwendig beginsel,
+oorsaak, object enz. noodig is, om die te determineeren; en selfs dat
+dit beginsel tot de determinatie eerstelyk in ons moet voorgaan, eer wy
+ons vrywillig beweegen. Al was het maar een invallende of verwekte
+gedagte, dat selfs soo ver gaat, dat wy des nagts, door een simpele
+droom of magische phantasy, ons roeren, beweegen, uyt het bed loopen,
+schreeuwen en te roepen koomen; dat dan alles nergens door geschiet, als
+dat wy daar door onse Spieren, die alreede in actie syn, maar contrarie
+determineeren. En selfs observeert men dese dingen omtrent de
+zelvswillige of natuurelyke beweegingen; hoewel die seer weynig als in
+seekere opsigten van ons kunnen gedetermineert worden: want gelyk in het
+begin gesegt is, onse wil heeft seer weynig magt om die Spieren te
+determineeren, daar geen tegenoverstaande Spieren syn: en indien ons die
+niet gegeven waren; wy souden in der waarheid de onroerlyke Planten, en
+de Bomen, die haar niet beweegen, gelyk syn.
+
+Het geen ons dan alles klaarlyk leert, dat daar oneyndige saken in de
+contractien der Spieren te samen lopen, en dat de gansche machine van
+ons lichaam, en de elementen die ons omringen, dienen gekent te worden,
+sal men een eenige Spier en syn actie regt expliceeren. En seker de
+lugt, het ingenomen Voetsel, het Bloet, de Herssenen, het Merg, de
+Senuwen, en die subtiele Materie, die in een ogenblik tot de beweegende
+vesels overgevoert word, moeten hier alle in geconsidereert worden, en
+nog meerder; sal men eyndelyk eens tot de klaare waarheid komen. Wat my
+belangt, ik beken, dat ik yets getragt heb om te seggen, maar ik weet
+ook, dat ik gehandelt heb, als of ik de heldere stralen van de Son met
+een houte kool heb willen afmaalen; soo dat in myn Verhandeling geen
+andere glans is, als die sy verkrygen sal, door het heldere ligt der
+waarheid, dat deselve daar in te syner tyt, sal openbaaren. Het geen als
+dan weesen sal, soo wanneer alle dese dingen door gelukkiger verstanden
+ontdekt syn. En dat sal gewisselyk gebeuren, indien wy de natuur tot
+GODS eer, en niet tot onse eyge en verwaande glorie ondersoeken. En als
+dan sal men ook soo veel vergenoegen en eygen behaagen in die brandende
+lust van schryven niet vinden: alsoo het werken tot GODS eer een bedryf
+is, dat tegens alle de bewegingen van onsen verdurven aart stuyt,
+dewelke altyt soekt gepreesen en geflatteert te weesen; en de naam te
+hebben, van wel te hebben geschreeven, dat ik ook oordeel een ydelheid
+der ydelheeden te syn, om dat de waarheid alleen ons fondament en onsen
+roem moet weesen. Maar wie sal die uytvinden, daar wy selfs soo onwetent
+in dese sigtbaare saaken syn? Waarom ik dan besluit, dat alle goede en
+waaragtige wetenschappen en ontdekkingen milde gaven GODS syn, die hy
+geeft aan wie het hem belieft, en die hy op syn tyt ontdekt. Wat ik nu
+voorts van de Senuwen aangemerkt hebbe, dat is in de uytleggingen van
+het Tractaat van de Neushoornige Schalbyter te vinden.
+
+ E Y N D E.
+
+
+
+
+Tab. XLIX. Verklaart.
+
+ [Transcriber's Note:
+
+ The heading "Tab. XLIX." does not appear on the Figures page.
+ Het opschrift "Tab. XLIX." is niet te zien op de pagina met
+ Illustraties.]
+
+
+Fig. V.
+
+De beweging van een Spier in de Kikvorsen.
+
+_aa._ De twee Peesen van een Spier, met de vingeren gevat.
+
+_b._ De neerhangende Senuw geroert synde, waar door de Spier sig samen
+ trekkende, de twee handen als te samen trekt.
+
+
+Fig. VI.
+
+De manier, hoe de Spier sig als verdikt in syn samentrekking.
+
+_a._ Een glase Pypken, daar de Spier doorgetrokken is.
+
+_bb._ Twee naalden door syne Peesen gestooken.
+
+_c._ De Senuw aangeroert:
+
+_dd._ Waar door de naalden _bb._, uyt haar plaats bewogen worden tot
+ _dd._
+
+_e._ Soo dat de Spier de glase Pyp in haar midden door syn contractie
+ komt te vullen.
+
+
+Fig. VII.
+
+De manier, hoe het Hart in syn contractie minder plaats beslaat.
+
+_a._ Het Hart sig contraherende, daar het in een glase spuyt op de
+ suyger geplaatst is.
+
+_bb._ De glase Spuyt.
+
+_c._ Een droppelken water in het Pypken van die Spuyt, dat op de
+ contractie van het Hart nederdaalt.
+
+_d._ De plaats in het Pypken, waar by aangeweesen wort, hoe laag het
+ droppelken _c._, als dan neerwaarts bewogen wort.
+
+
+Fig. VIII.
+
+De manier, hoe een Spier in syn samentrekking minder plaats beslaat.
+
+_a._ De Spuyt.
+
+_b._ De Spier.
+
+_c._ De Silverdraat, daar de Senuw in gevat is.
+
+_d._ Een Koperdraat van boven met een oogken, daar de Silverdraat door
+ passeert.
+
+_e._ Een droppelken Water in het pypken van de Spuyt.
+
+_f._ De Hant die de Senuw roert, en waar door de Spier, als hy sig
+ samentrekt, het droppelken _e._ een weynig naar beneden beweegt.
+
+
+Fig. IX.
+
+Dit vorige op een ander manier vertoont.
+
+_a._ De Spuyt van glas.
+
+_b._ Een gaatken in de Spuyt gedrilt.
+
+_c._ De Senuw die door dit gaatken getrokken is.
+
+
+[Illustratie: Fig. IX]
+
+[Illustratie: Fig. V, Fig. VI]
+
+[Illustratie: Fig. VII]
+
+[Illustratie: Fig. VIII]
+
+
+[Erratum:
+
+tot soo lang daar een nieuwe determinatie komt
+ _text: een nienwe_ ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ Hermanni Boerhaave
+
+ DE USU RATIOCINII MECHANICI IN MEDICINA
+
+ ORATIO
+
+ Habita In Auditorio Magno
+ XXIV. Septembris.
+ MDCCIII.
+
+ Cum Tertii Suae Stationis Anni
+ Labores Auspicaretur.
+
+
+ [Illustration / Illustratie]
+
+
+ REDEVOERING
+
+ van
+ HERMAN BOERHAAVE
+
+ over
+ Het nut der Mechanistische
+ Methode in de Geneeskunde,
+
+ Door Hem Gehouden In Het Groot-Auditorium
+ Der Rijks-Universiteit Te Leiden,
+
+ op den 24sten September 1703,
+
+ Bij Den Aanvang Van Zijn Derde Ambtsjaar.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Nobilissimis et Splendidissimis Viris_
+ ACADEMIAE BATAVAE CURATORIBUS,
+
+D. JACOBO, BARONI WASNARIAE, Toparchae Opdami, Hensbroek, Wochmeer,
+Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, etc. Ordinis Equestris
+Nobilium Hollandiae Primo Assessori, Illustris Ordinis Equestris
+Danici, Cujus insigne Elephas, membro, Equitum Foed. Belgicae Magistro.
+Munitissimae Urbis Sylvae Ducis Gubernatori. Ad Potentissimos Poloniae
+et Borussiae Reges, ad Serenissimum Electorem Hanoveriensem, et ad
+Plures Germaniae Principes, Legato Extraordinario, etc. etc.
+
+D. HUBERTO ROSENBOOM, JCto, Toparchae in 's Grevelsregt, Supremae
+Batavorum Curiae Praesidi, etc. etc.
+
+D. HERMANNO VAN DEN HONAART, JCto, Viro Consulari in Senatu primae
+in Hollandia Dordrechtanorum Urbis, ejusque Voto in Delegatos
+Praepotentium Ordinum Hollandiae adscripto, Comiti Aggerum
+Alblasserwaarde, etc. etc.
+
+ Eorumque collegis,
+ _Amplissimis, Gravissimisque Viris_,
+
+D. JOHANNI VAN DEN BERG, JCto, Consulum hoc anno Praesidi, et
+Amplissimi simul Consessus Curatorum Academiae Actuario,
+
+D. CONRADO RUYSCH, JCto.
+
+D. ABRAHAMO VAN ALPHEN, JCto.
+
+D. PETRO VAN DORP.
+
+ Hanc Orationem
+ Ea, qua par est, veneratione
+ Sacrat
+ Virtuti, et Nomini Eorum
+ Devotissimus
+
+ HERMANNUS BOERHAAVE.
+
+
+
+
+HERMANNI BOERHAAVE
+
+De Usu ratiocinii Mechanici in Medicina
+
+ORATIO.
+
+
+Qui corporum vires ex mole, figura, et velocitate, vel assumtis, vel
+deprehensis observatione, calculo aestimant Geometrico, Mechanici
+appellantur. Quos ipse Artis usus, claraque demonstratae veritatis lux,
+Sapientibus adeo commendavit, ut aliam omni aeque laudatam seculo, omni
+aeque comprobatam suffragio, temere non inveneris. Miram profecto, et
+insperato rei eventu humana fere altiorem Sapientiam!
+
+Illa enim certis quidem, sed paucis admodum, iisque vulgatis ubique
+principiis fundamenta debet subtilissimi cujusque et difficillimi
+inventi.
+
+Postulata ideo Scientiae hujus sordent his, qui fronte prima decepti
+rebus pretium statuere, vel obscura tantum suspicere solent. Artium
+vero severissimae successum quisquis spectat, summo eam ingenii cultu
+dignissimam habet, quia fundamento subnixa tam plano Hominum robur longe
+supra vires Generis Humani evexit. Ejus quippe effectu nulla datur
+immobilis moles, licet moturus minimo valuerit agendi momento.
+
+Quare utilitatem ejus ommis civilis, omnis agnoscit militaris
+disciplina. Hanc aliis artibus necessariam non tantum idonei judices,
+sed et vanae gloriae ex ignara laude aucupes imperiti celebrant. In
+sola medicina spernitur, vel praetervisa nihil boni praestare vulgo
+censetur.
+
+Quod ipsum tamen adeo ego alienum a rei veritate, adeo calamitosum fundo
+medico habeo, ut dicendi argumentum hac mihi hora aliunde non petiverim.
+Neque Vestram exspectationem, neque mea me vota fefellisse crediderim,
+si plani sermonis perspicuitate evicero, _Mechanices in Medicina usum
+esse summum, necessitatem maximam_.
+
+Quae agitanti ubertas rei verborum apparatum praecidere videtur. Sed
+reficit me Vestra in judicando spectata satis sinceritas, quae damnata
+dudum exordii demulcentis lenocinia ab loco hoc, qui soli veritati
+sacer, relegavit. Rem itaque ipsam libere exordior; maxime quum severa
+veritas patientiam quidem et attentionem imploret, gratiam vero repudiet
+et odia.
+
+Generalem corporis naturam nullos definivisse verius quam Mathematicos
+tam clarum habeo, ut litem de fide hujus asserti exspectem plane nullam.
+Quae vero singulari cuique, prout in rerum natura existit, corpori
+propria sit indoles, ex universali hac Geometrarum idea a priori nullus
+rite deduxerit. Illa enim ex sola collectione communium nata, secluso
+accurate omni eo, quod unum ab alio distinguit, justo ratiocinio non
+dabit conclusionem unquam, quae peculiarem corporis naturam explicet.
+Ab hac ipsa tamen pendet primario vis agendi, qua unum prae alio corpus
+pollet; adeoque illa ignorata et haec incognita lateat necesse est.
+
+Ignota igitur haec detegere quisquis amat, ex ipsa re singulari
+conditiones eruere debet, quae procacem aliter ratiocinii libertatem
+in indaganda rei indole exacte determinet. Has vero certo nullus novit,
+nisi ille, qui sensuum experimento observandos corporis cujusque
+effectus perspexit. Habent sc. hi rationem eorum, quae ex natura propria
+rei indagandae fluunt; singula ergo horum unam hujus proprietatem,
+collecta vero simul integram ejus naturam absolvunt, qua sensibus patet.
+
+Quicunque autem ex his ipsis liquidissime prius perspectis, more dein
+Geometrico ea demonstrat, quae clara et individua sequela inde elici
+possunt, plura longe deteget, quam sensuum auxilium revelasset unquam.
+Neque tamen ipsa haec posteriora vera minus prioribus, neque minus
+certa, neque minus apta usui erunt.
+
+Praeter binas hasce, tertia non datur, quae peculiarem corporeae
+cujusdam machinae constructionem reseret, clavis.
+
+Quarum utraque id evincit unum, humanum corpus idem esse natura toti,
+quam contemplamur, Universitati rerum.
+
+Sensu teste et ratione judice nil habet praeter caetera eximii, si
+seria speculatione principia ejus lustraveris, nisi quod ex pluribus,
+diversisque machinis influxu humorum agitatis illud possidemus
+conflatum.
+
+Conflatum vero hac conditione, ut adunatarum partium effectus sit
+plures producere, eosque varios valde, motus, qui mechanica plane
+evidentia ex mole, figura, firmitate et nexu partium inter se, fluunt.
+Quod confirmatur satis, quoniam solo mechanico motu destructa harum
+partium una, vel soluta tantum vinculi tenacitate, frustra eundem
+deinceps effectum speramus. Humanum ergo verum est, quale Mechanici
+speculantur, corpus; habet adeoque id omne, quod clara hujus specie
+exhibetur.
+
+Eadem igitur lege, qua mathematicum illud et humana haec machina
+explicabilis arti geometricae erit; si modo pro datis assumuntur, non
+quas arbitrium mentis ex infinita possibilium varietate pro lubidine
+finxit, sed sensuum usu probe compertae dotes ejus peculiares.
+
+Quarum plurimas anatome vario equidem detexit artificio, observando
+majorum, quibus componimur, partium definitam structuram. Plura in
+minoribus pulcherrimum detexit microscopii inventum, similem his,
+majoribusque naturam demonstrans. Sed et liquidorum scientia revelavit
+multa, quae humorum per vasa nostra circumactorum ingenium, impetum,
+directionemque determinant. Quare, aut ex omnibus his nihil lege
+scientiae deduci poterit unquam, aut soli mechanicae in cognoscendo,
+adeoque et in gubernando corpore humano palma tribuenda erit.
+
+Nihil veri, nihil certi, nihil quod ex usu sit, ex tot manifestis
+observatis deduci posse, sive ea quis rite expenderit singula, sive
+emendatissimo ratiocinio inter se comparaverit universa, quis credet,
+quis asseret?
+
+Languentis certe animi tardum nimis torporem, et ingratum plane
+pulcherrimorum, quae possidemus, inventorum neglectum, qui sic loquitur,
+palam facit.
+
+Desidiosi est nihil agendo desperare semper, vel elevare verbis, facere
+quae forte solus non possit.
+
+Quod si ratiocinandi lege ignota quidem inde illustrari posse concedens
+quis, mechanicis tamen solis id muneris denegat, aliam det quaeso, quae
+corporea rectius excutiat, artem. Id qui aggreditur, necessarium est ut
+statuat rerum naturam optime explicari per ea principia, quae a quaesita
+rei natura maxime aliena sunt, et per eos, qui ab una omni Bono probata
+veri indagandi methodo longissime aberrant. Eo autem ipso tot, tantisque
+se intricat absurdis, ut, nulla ejus ratione habita, propositum
+demonstratum putem.
+
+Sed jejuna nimis audit haec convincendi ratio, cujusque remotior ab
+usu communi vis paucos in assensum cogat! Id verum quin sit, si ex
+plurimorum captu aestimatur demonstrationis pondus, nullus dubito.
+
+Quidni ergo, vel horum gratia, in liquidissima luce locatam rem ponamus
+ob oculos; et in ea quidem, qua se omnes pulchre uti jactant, quibus
+mederi cura est.
+
+Quae aggressurus vel invitus sane cogor ex historia structurae corporis
+allegare ea, quae Rhetorum locis insueta plane et inaudita, puritati
+defaecatae Latinitatis peregrina et barbara, intellectui tamen ipsius
+rei praeprimis necessaria habentur.
+
+Maximam corporis nostri partem arteriis contextam, harumque sustentatam
+beneficio vigere, clarius est, quam demonstratione ut egeat. Has canales
+esse cruorem qui castigant, inque suo dirigunt itinere, quorum maxima
+circa cor sensim gracilescit cavitas, donec prae tenuitate aciem visus
+fugiat, vel laniones norunt. Neque minus vulgatum, a corde exortum unum
+horum truncum explicari in ramos laterales, figura trunci similes, eadem
+ratione et divisos rursus et decrescentes, hoc tamen artificio, ut
+truncus recta pergens, in loco divisionis majori plerunque capacitate
+aperiatur quam rami, qui ad latera trivii hujus porriguntur. Sinuoso
+autem flexu ita haec omnia vasa curvari, ut cavitatum latera ad
+infinitos numero, et magnos valde angulos ubique inflectantur, hujusque
+Spirae gravissimos effectus esse in sanguinem transfluentem, observarunt
+a paucis retro annis, qui Geometricas subtilitates rebus applicuere
+Medicis.
+
+Quam mirabili vero, quam efficaci fabrica flexiles finxit hos canales
+Adorandus nostrae machinae Faber!
+
+Dum a premente intus liquido distendi posse sine lacerationis discrimine
+voluit, eoque rursum fecit ingenio, ut humorem a dilatatione reciproca
+cessantem valido cum impetu cogere, se vero in arctiorem capacitatem
+propria sponte restituere queant.
+
+Ultimos autem arteriae, hosque minutatim divisos fines in membrana, ut
+firma basi, ordinari, ibique per fistulas in mutuos occursus emissas
+hiare inter se, ante Malpigium viderat nemo. Ille primus ambages
+resolvit et mille viarum dolos, quos pulsa in hos Maeandros liquida
+pererrant.
+
+Sed, o admirabilitatem maximam! o mechanismum pollicis divini!
+
+Tanta enim accuratione digesti ramuli aequali hic viae latitudine
+porrecti et laterali progenie orbi, primordia venarum, Lymphaeductuum,
+horumque sinus mutata constituunt figura.
+
+Haec ea sunt, quae oculi acies, microscopium, vasorum in vivis
+ligaturae, hydrargyrium mortuis injectum, contemplatio figurae morbosae,
+comparatio denique brutorum, piscium, insectorum et plantarum detexit.
+
+Praeter illa in arteriis ipsis deprehenditur nihil, falso finguntur
+plurima.
+
+Maxima ergo corporis, eaque efficax valde ad vitam pars, Mechanica
+descriptione, canalis est conicus, elasticus, inflexus, divisus in
+similes minores eodem trunco ortos, qui ultimo circa vertices
+cylindricos retis structura in se mutuo patent.
+
+Id si verum, quod omnium profecto verissimum, nonne sequitur omnes
+effectus quos sanguini arteri prstant, tantum pendere ab hac earum
+fabrica?
+
+Nonne et hoc rursum liquet, omnes ergo illos hinc solummodo petendos,
+et demonstrandos esse?
+
+Vos nunc, qui justi sedetis hac in causa Judices, obtestor! Quis ea, qu
+vel hinc duntaxat oriuntur, verae demonstrationis ordine expediet?
+
+Solus ille, qui figurarum contemplationi, et oscillatori virtutis
+calculo assuetus, callide videt, quam multa, quam gravia ex hisce solis
+demonstrare queat; solus ergo Mechanicus.
+
+Sed patiamur abripi nos admirabilitate hujus arteri, brevis certe
+levisque attentionis prmium Scientia erit totius fere humani corporis.
+
+Illa, ubi depictum antea rete constituit, tubos emittit cylindricos adeo
+arctos, qui rubras cruoris sphaeras ore suo capere nequeant; unde his
+recipitur tenuior tantum et excolor pars sanguinis.
+
+En veram vasis lymphatici ideam!
+
+Eadem rursum ibidem loci arteria recto porrigit decursu truncum, qui
+emissis Lymphaticis amplior crassiorem, rubrumque sanguinem, sero
+liquidiori orbatum vehat.
+
+Ecce venarum genuinam originem!
+
+Quarum angustam primo cavitatem mox ampliorem reddit infusa ubique nova
+per laterales fistulas liquidi venosi, Lymphaticique moles, prorsus ut
+novum conum, similem arterioso, eique ad vertices oppositum
+repraesentare discat.
+
+Perfunctorie tangere quae debui, vasa, vah quae, quamque pulchra in
+recessu recondunt!
+
+Arterias, Venas, Lymphaeductus, descriptumque horum apparatum plano
+affigas membranaceo, huic nervos intexas, villosque applices elasticos,
+tum convolvas in glomerem, habebis glandulae fabricam.
+
+Quam quoties cogito, uberrimam mirandorum effectuum matrem contemplor,
+simulque ineptissimi cujusque figmenti falso celebratam sedem.
+
+Tu vero inanes Chimaerae latebras aperiens, Tu maxime Malpigi!
+Suprahumana industria, incredibili labore, atque cautissima
+perspicientia, simplici hoc artificio absolvi ejus compagem, plus
+quam demonstras!
+
+Quanti vero momenti demonstratio! glandularum enim aggregato totum fere
+corpus constat!
+
+Cerebrum Hippocratico oraculo glandula penicillo Malpigiano depingitur
+ut ordinata ex arteriis, venis, receptaculis, emissariisque nervosis
+moles. Jecur, Lien, Renes glandulis fiunt adunatis.
+
+Ipsa humoris genitalis officina artificiosus canalium cylindricorum
+glomus. Ipsum Embryi dolium, ipsa foetus aula, ipse candidi nectaris,
+quod recens nati bibunt, promus condus hac glandulosa operantur arte.
+Ossa ipsa et membranas eadem fere compaginari structura quis dubitat,
+nisi cui cedro digna et aere scripta Malpigii, Kerkringii, Havertiique
+nondum illuxere?
+
+Lacertis tandem examinandis mentem applicuisse rogo ne poeniteat! Huic
+se labori quicunque non subduxerit, nae ille subtilissimae Mechanicae
+artis efficacissima instrumenta clarissime reperiet! Musculus enim omnis
+nonne ex minoribus similibus componitur? Ultimus vero quid, quaeso,
+villus est? Non aliud certe, quam nervosi et angustissimi canalis
+dilatata, simulque attenuata pellis canali, unde oritur, cavum formans
+amplius soloque inflatum spiritu.
+
+Hujus vero quam immensa sit machinae potentia, scite novit, qui
+hydraulica Mariotti experimenta contulit Cartesii Mechanicis.
+
+Pulmones contemplemini, diversae a caeteris structurae, saccos habebitis
+elasticos, sphaerodeos, qui abscisso coni vocalis appenduntur vertici;
+horum superficies maculis retis sanguiferi ornatur, et, quod mira hic
+arcana velat, incilibus fere caret lymphaticis.
+
+Ergone, cogitatis forte, admirabilis illa, illa tam artificiosa Hominis
+machina simplici adeo perficitur apparatu!
+
+Certe non fit alio.
+
+Habeat hanc, qui volet, ob simplicitatem, vilem!
+
+Mechanice Organum id laudat, ejusque Auctorem celebrat sapientissimum,
+quod quaesito effectui producendo aptissimum, simulque inter omnia, quae
+eundem praestare possent, simplicissimum sit.
+
+Quid tandem ex hisce concludemus?
+
+Corpus nempe humanum machinam esse, cujus solidae partes aliae sint
+vasa liquidis corcendis, dirigendis, mutandis, separandis, colligendis,
+et excernendis apta; aliae vero instrumenta mechanica, quae figura,
+duritie nexuque suo vel fulcire alia, vel definitos motus exercere
+queant.
+
+Peccabo in patientiam vestram vestrumque decus, si cuncta examussim
+explico. Id unum bona audietis cum gratia: Hippocratem cum integro, quem
+sequutus est Babyloniorum, gyptiorum, Graecorumque choro, cum integra,
+quae eum sectata est Grajorum schola duo haec, non alia detexisse.
+
+Arabas omni industria, omni anatomes cultu tertium addere potuisse
+nunquam.
+
+Instauratorem anatomes consulite Vesalium, hujus aemulos Eustachium et
+Fallopium; tum immortales inventis Harvaeum et Malpigium; et hos, qui
+singuli novis antiqua emendarunt Asellium, Pecquetum, Bartholinum,
+Dathirium, Bellinum, Glissonium, Wharthonum et Willisium; his jungite
+juxta leges mechanicas anatomicos Lealem et Louwerum, quique in
+abditissima penetrarunt, Hokium, Pouwerum, Leeuwenhoekium, deprehensuri
+estis omni arte, omni artis adjumento bina, quae dixi, nec inventa alia.
+
+Cur alia ergo fingere precario quempiam patiemur, nobisque imponentem in
+aeternum verba dare?
+
+Ubi Elementis, qualitatibus, formis, causis chemicis, animatis,
+metaphysicis, amoris et odii affectibus, ubi, inquam, tot fabulis
+locus, causa, necessitas?
+
+Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.
+
+Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua
+solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum
+effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus
+sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.
+
+Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur, demonstratio.
+
+Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel
+simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid
+vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?
+
+Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et
+inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad
+exceptionen, directionemque radii sonori?
+
+Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora
+ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras
+formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et
+dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in
+vilissimo quoque animalium fabricae?
+
+Nunc daedalei labyrinthi, conch, vestibuli, duplicis in cochlea
+turbinata spirae, loci ovalis et rotund fenestr, tot inquam
+miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae
+Divina manus, date rationem.
+
+Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni
+prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.
+
+De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de
+fluidis subnectam.
+
+Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu
+sanitas absolvitur.
+
+Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et
+agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur,
+rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit,
+efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico
+patent per experimenta indagandi.
+
+Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano;
+unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum
+scientiam, quae usum rei praestet idoneum.
+
+At si totam fluidi molem simul spectamus, gravitas ejus fluorque
+communes deprehunduntur sublunaris liquidi proprietates. Virtus vero
+elastica, ponderis, spissitudinis, fluiditatis, nixusque in contactum
+gradus varii, momentum impetus quo fertur, et itineris directio palmaria
+sunt quae unum ab alio fluidum distinguunt. Horum vero omnium tanta
+efficacia est, ut infinita, quae sanis contingunt, non aliunde oriantur.
+
+Quamobrem quicunque ex praecepto scientiae rite haec enucleat, opus is
+absolvit summae ad perfectionem medicam necessitatis.
+
+Sed fidem vestram! quis proponere, explicare et demonstrare vim eorum
+poterit, qui Hygrostatices, quae subtilis Mechanices pars, rudis est?
+
+Haec illa est Aquilegum scientia, quae ex assumtis, modo quas descripsi,
+affectionibus ratiocinia nectens geometrica utilissima et usui apta
+reperit Theoremata.
+
+Haec, neglecta causa physica, et cujusque particulae, quae fluit,
+singulari natura, ex his, quae sensibus per eventum in tota mole
+patent, quam gravia, quam utilia vitae, methodo invenit Mathematica?
+
+Evolvat Archimedis, Cartesii, Stevini, Borelli, Mariotti, Hugenii,
+Neutoni, et Bellini scripta, qui re, non verbis, convinci cupit.
+
+O quam necessaria feliciori Genio, ut revelentur, reliqua sunt in
+Pulcherrima hac Speculatione!
+
+Hanc utinam excolant! utinam exhauriant! utinam nobis aperiant Viri
+Mathematice docti!
+
+Ab hoc Eorum labore, quo generales liquidi effectus luce illustrarent
+mathematica, brevi tempore plus maturi in horto medico fructus
+exspectare licet, quam ab omni eo, quod aliunde in hunc congestum
+hactenus.
+
+Taedet quippe pudetque ineptiarum, quibus seriam prae caeteris Artem
+ridiculam fecere, qui Mechanices imperiti vim liquidorum humanorum
+explicare conati sunt.
+
+Et palam affirmo, vitalium actiones humorum scire posse neminem, qui
+Aquilegum regulas ignorat.
+
+Quae dum libertate Medica firmus assero, jurgii hic illaturos causam
+praesagit animus eos, Qui, nescio qua gratia, ab Hermete nomen sibi,
+sectamque condunt.
+
+Egone ex universali hac liquidorum doctrina deduxerim ea, quae
+singulares eorum virtutes absolvunt?
+
+An fermenti stabiles motus, diversorum liquidorum ferventes conflictus,
+putredinis spontaneae mirabiles effectus ex Mechanicis explicuerim
+unquam?
+
+Talia objectans, eorum, quae dicta, memor, paucis, quae dicam, animum
+adhibeat.
+
+Mea enimvero sic est ratio, justa, vel secus, vestrum sit judicium.
+
+Ex experimentis Chemicorum historiam haberi posse valde limitatam
+singularium eventorum, quatenus in circumstantia definita sensibile
+quidpiam producunt.
+
+Necessaria ergo quam maxime est Medicinae haec Ars, dum observatorum
+Sylvam largitur et observandi praebet optimum compendium.
+
+Data enim exhibere, horumque definire conditiones valet, regulas autem
+ratiocinandi ex his Chemia dabit nunquam.
+
+Ne tamen vel sic nimis, ut solent, se efferant, qui unius Chemiae cultu
+omnem Medicae Sapientiae thesaurum se possidere vani jactant!
+
+Enimvero plura in nobis, sani vigeamus, vel langueamus aegri, fieri
+ex communibus illis liquorum proprietatibus, quas sibi sumserunt
+expendendas Geometrae, quam ex insitivis, dubiis, et arte Chemicorum
+factis plerumque, pervulgato palam documento est.
+
+Aqua naturae ariditatem alter corrigit, Falerno alter quotidie venas
+inflat; fructubus hic, Cerealibusque parvo assuetus famem explet, et
+sustentat Spiritum, ille carnibus, piscibus, terra natis, et omni
+condimentorum varietate Apitiana onerat ventrem; alii blando et insulso
+fere victu aluntur, alii salitis, acidis, et acribus quibusque intestina
+stimulant.
+
+Multiplex adeo assumtorum varietas vitam tamen sanitatemque plures per
+annos protrahit in iis, qui tamen diversis humores suos saturant
+corpusculis.
+
+Liquido argumento magis communi fluidorum naturae Mechanicis explicatae,
+et in ipso corpore vi viscerum productae, quam singulari cujusque
+particulae virtuti, actiones vitae deberi.
+
+Si aurea Verulamii de vita et morte monumenta, si liberae Hippocratis
+et Celsi de victu sanorum leges, si usus non satis id confirmat
+quotidianus, omni dignissimum fide Louwerum, sincerum mehercle et
+defaecato judicio sagacem Virum vobis citabo.
+
+Hic enim, immani cruoris jactura exsanguem, jure carnium solo ingesto,
+venis recepto, per has fluente, imo colore nec mutato effluente per
+vulnera, revixisse Juvenem testatur.
+
+Sed quid verbis opus in re clara?
+
+Ad Vos ego provoco, Vestram appello fidem Clarissimi Viri Medici, Quorum
+sapientia huic Coronae venustatem conciliat, Quorum salutari dextra
+incolumis huic Urbi praestatur sanitas!
+
+Nonne incumbit nobis, dum aegris Medicina fit, vel millies fluida
+inspissare, resolvere coacta, stagnantia movere, compescere dissoluta,
+diluere crassa, leviora solidare?
+
+Dum rarissime ad pugnas Salium, flammas Sulphurum, vel tectum Mercurii
+genium attendere cogimur.
+
+Ipsi certe illi, qui mera ubique Chemica crepant, cum morbus manum
+poscit, repudiatis suis, sedulo, quae laudavi, inquirunt.
+
+Si ergo his fluidorum proprietatibus tot debentur, si has omnium
+suffragio optime excusserint Mechanici, patet ipsa fluida vitalia ut
+cognoscantur Medico, auxiliis egere Mechanices.
+
+Spectate jam effectus, qui ex fluentibus per vasa liquoribus oriuntur,
+evidentior longe fulgebit Veritatis Mechanicae potestas.
+
+Si enim liquida descripta in vasis depictis quiescunt habebimus cadaver.
+
+Ubi vero liber his humoribus per canales conciliatur motus corpus vivum
+cernimus.
+
+Sermoni fidem quisquis meo negat, suis ut oculis credat oportet.
+
+Mollem consideremus hominem, qui salientis de vulnere cruoris spectaculo
+perturbatus in animi cecidit deliquium.
+
+Mortuum videmus; sed qualem? in quo cuncta solida, quae sanitati
+sufficiunt, adsunt et liquida, solus abest liquores in gyrum agens
+motus.
+
+Huic quacunque demum ope concutiantur nervi, ut motrix cordis materies
+fluat, redit statim, depulsa tristi mortis imagine, laetior vita.
+
+Vita non modo; calor, rubor, agilitas, cogitatio, vitalis omnis,
+naturalis et humana simul redit actio.
+
+Quid hic fermenti, quid effervescentis, quid salis pugnacis, quid olei
+spiritusve nascitur aut perit?
+
+Excepto motu, neque additur, neque demitur quidquam, vita tamen amissa
+ipsa redditur.
+
+Sic aves et insecta constricta frigore hyberno, lenis statim in vitam
+excitat tepor.
+
+Sed veritatis qui convictus viribus, ob ipsam argumenti vulgatam
+claritatem, certis saepe diffidit.
+
+Rariori ergo ut spectaculo firmetur, quae nimis noto patuit satis
+exemplo fides, in Hokii vos officinam invitat oratio.
+
+Destructo thorace mortuum animal inflatis per follem Laryngi applicatum
+pulmonibus cito reviviscit.
+
+Attoniti miraculo vitae tam mechanicae ad magnum cito adeamus
+Glissonium; en ille impulso ope vesicae in venas liquido mirifice
+vitales actiones aemulafur in defuncti dudum hominis cadavere.
+
+Omnia haec in specimen allata, infinita enim dici possent, an non
+evincunt satis, cuncta fere, quae vitam, sanitatemque nostram faciunt,
+vel sequuntur, pendere a motu illo, quo humores per vasa mutua plane
+moventur et agunt vicissim agitatione?
+
+Cujus effectus, et leges, quum soli rite intelligant, explicent, et
+demonstrent, in Pneumaticis atque Hydraulicis, Mechanici, concludo
+cuncta ergo rursum disciplinae subjecta haec Mechanicae.
+
+Hic vero ille est locus, ubi mire se jactant, ubi serio triumphant
+fermentorum Patroni.
+
+Si fluor liquorum liber per vasa vitae causa, ergo ajunt prima motus
+ratio in fluido et ab eo; itaque ab interna huic agitatione, eaque forti
+valde et constanti satis, qualis non nisi in excitatis fermento liquidis
+reperiunda datur.
+
+Sciant autem Hi, primam moti in Embryo liquidi a parentibus semper
+derivandam causam, eam fotu matris continuari dum ab ea pendet foetus,
+dein vero ab ipsa fabrica perennare solidorum.
+
+Admirabilem auricularum Cordis ad ejus Thalamos structuram, nexumque qui
+speculatus est, et qui hinc necessario sequuntur, alternos influentis et
+expulsi liquoris motus a corde in arterias, ab his in cerebri medullam,
+processus, nervos, musculosque et venas rursum, non quaeret vitae
+continuatae rationem extra ipsam virtutem viscerum Mechanicam.
+
+Facile enim illi erit, perspicuitate certe Mathematica demonstrare,
+unicum pulsum cordis datum in corpore sano sibi continuando esse causam.
+
+Longe minora numero, longe simpliciora sunt, quae vitae incolumitatem
+praestant, quam noster fingit animus.
+
+Leviores longe sunt rerum ingestarum in nobis mutationes, quam vulgo
+creditur.
+
+Minus compositae, quam ipsi putamus, vitae humanae causae.
+
+Si exacta structurae esset cognitio, si sensibilis probe nota esset
+humorum natura, doceret cito Mechanice ex simplicissimis fluere
+principiis, quae ignota maximam nunc pariunt admirationem.
+
+Dicti veritatem tam paradoxi uno ab exemplo discere licebit, ut constet
+quam simplici negotio et Mechanico plane maximae quae habetur omnium
+operae mutatio in nobis fiat.
+
+Pars pellucida animalis vivi microscopio aucta claro docet spectaculo,
+cruorem solo cordis pulsu in extremas trudi arterias, ibi elastica
+arteriae contractione retropelli aliquantulum quo momento ictus cordis
+cessans, ejusque valvulae concidentes, regressui spatium laxant.
+
+Reciproco hoc impulsu et repercussu varias mole partes cruoris applicari
+ubique ad diversa capacitatis hiatu oscula, intra haec recipi, vel inde
+repelli, tam clare, quam coelum hoc contueri est.
+
+Tum solo hoc artificio secedere sanguinem in diversa colore et tenuitate
+fluida, mox in venis iterum permiscenda eadem claritate cernitur.
+
+Id vero Chemicorum conflictuum perito evidens ipsi oculi aciei apparet,
+simplici impulsu aliunde dato, et vasis elatere, sine ullo fermenti
+signo omnia haec fieri.
+
+Defixus saepenumero in speculatione hac anceps mihi haesit animus, an
+Spirantis cerneret animalis partem, an vero incilia meditatione summi
+Mathematici excogitata, manu peritissimi Mechanici affabrefacta, per
+quae liquores duceret, secerneret, misceretque absolutae artis
+consummatione perfectus Aquilex.
+
+Tandem vero si periculum capere juvat, an ex simplicibus et indubitatis
+sensuum experimentis demonstrari queant per Mechanicos illa, de quorum
+intellectu ante paucos annos nulla spes, Geometrico parta labore in usum
+exempli citare decet.
+
+Perpendamus, quae docet, dum Mechanicen Medicis applicat Rebus,
+Borellus.
+
+Evolvantur, quae ex hujus Schola sapiens, eisdem usus principiis, et
+Malpigianis inventis fretus Oedipi instar extricat Bellinus.
+
+Tum quae illorum laudato excitatus labore, Orbi erudito Problemata
+proposuit, demonstravitque, nobile quondam hujus Lycaei ornamentum
+Pitcarnius.
+
+Scheineri, Cartesii, Hugenii de oculo, Kircheri, Schelhammeri, et
+Morlandi de aure et auditu, scrutemur demonstrata.
+
+Constabit an prosit Medico Mechanice!
+
+Apparebit quid sperandum sit, si ejus a peritis Medicis invehitur
+in Medicinam usus, si in exercitatione hac pergitur tamdiu, quamdiu
+patientia humana tam inepta sectarum molimina in disciplina Medica
+tulit.
+
+Haec autem vera esse, et usum habere in Medicis Mechanicen, quamdiu de
+Theoria agitur, consensus erit forte facilis, tamen ne hilum bonae
+frugis ipsi Artis exercitio afferre, pervolgata objicitur querela.
+
+Quae quidem speciosa hac distinctione prolata, qui consistere queant
+simul, satis non video.
+
+Neque enim aliam hos intelligere Theoriam credo, nisi eam, quae ex
+proximis causis clare docet, quae sani hominis vita sit.
+
+Quod si, ut oportet, admittitur, sequetur Scientiam hanc noscendis,
+curandisque morbis auxilia suppeditare optima.
+
+Causas enim qui recte novit perfectae sanitatis, ille, quoties hae
+deficiunt, egregie ipsius defectus, id est morbi, originem rationemque
+comprehendet.
+
+Qui autem causam aegritudinis proximam clarissime vidit, maxime is
+idoneus, qui ei occurrat, est habendus.
+
+Eodem sc. modo se res habet ac in horologio, cujus si deviat index,
+errores imperitus notare, at corrigere ex arte nemo potest, nisi ille,
+qui requisitae structurae gnarus, vitia partium hinc et remedia invenit.
+
+Ita nulla lucis scintilla in Theoria Medica micat, ad quam in faciunda
+Medicina facem accendere non possit re peritus Artifex.
+
+Adeoque qui Mechanices in Speculatione, ille ejus in usu praestantiam
+fatetur.
+
+Docet hoc antiquitate nobilissima et usu ea artis pars, quae ab eo quod
+manu medetur nomen gerit, quae sc. an inventis Mechanicis carere queat
+vestra sit aestimatio.
+
+Instrumenta, quibus vitia emendat, quis felicior, quam Mechanicis
+imbutus Medicus inveniet?
+
+Tenues, quae volitare putantur ante oculum, imagines, dum Matheseos
+imperiti ut oriturae in aqueo humore suffusionis primordia tractant,
+acerbis saepe erodunt tenellum et prava arte oculum.
+
+Harum vero sedem reticulo, causam arteriis Geometrae consilio dum
+reddit Willisius, dum demonstrat Pitcarnius, quam mutata est medelae
+facies?
+
+Abacto externorum mordaci apparatu, misso sanguine, et solventi
+medicamine tuto tollitur, vel et negligitur malum.
+
+Oculi error a radiis male collectis quam inepte tentatur collyriis vel
+potus medicati haustu!
+
+Quam feliciter levatur perspicillis, quae cuique vitio singulari propria
+regulae definiunt Hugenianae!
+
+Opto ut, qui omnem Mechanices usum ex praxi proscribunt Medica,
+intelligant prius vel unius Hugenii de emendandis visus vitiis
+Commentarios.
+
+Illustre enim illud Batavorum lumen, assumpta ex anatomicis oculi
+fabrica, et una morbi, cui succurrere vult, proprietate, mox ex meris
+Mathematicis reperit auxilium, quod usum praestat huic tantum malo,
+cujus proprietas assumta problema limitaverat.
+
+Intacto oculo, morbi effectum tollit; et inemendabilem in eo defectum
+vitri figurati supplemento farcit.
+
+En pulchra, in quibus, ut in speculo, spectatur Geometrarum in medicis
+Mechanice ratiocinandi methodus, usus et successus.
+
+Hac via si pertractabunt omnia, ut revera sensim poterunt, habebitur
+tandem certior, neque obnoxia figmentis, neque omni mutabilis hora, sed
+aeterna scientia medica.
+
+Non est porro quod dicat quis, nondum confirmari vitia fluidorum
+adeoque internae aegritudinis causam, hujusque mitigationem auxiliis
+subjici Mechanicis.
+
+Vel enim an impossibilis fructus hic, vel an necdum acquisitus
+quaeritur.
+
+Si posterius, iniquos habemus et molestos Censores.
+
+Quis aequo ferat animo peti, ut pauci Mechanici, qui Medicis a pauco
+tempore vacarunt rebus, ea jam perfecerint, quae tribus annorum millibus
+junctis viribus alii omnes vix potuerunt inchoare?
+
+Imo id omnino impossibile: quum enim Mechanices Medicis applicandae lex
+exigat, ut structura solidorum, natura liquidorum, effectus horum
+sensibiles in sanitate et morbis inserviant pro datis, quis tam
+absurdus, qui operosissimae Artis fastigium in ejus rudimentis quaerat.
+
+Si autem judicat quis nunquam vel quidquam hac via perfectum iri, is,
+rogo, perpendat, morbi a fluido orti causam pendere _ut plurimum_ a
+vitiato ejus per vasa transfluxu.
+
+Hoc Hippocratica, si componuntur Sanctorianis et quotidiani usus
+experimentis, docent.
+
+Fluxus vero impedimentum internum vel languori virtutis impellentis, vel
+contractioni vasculorum convulsivae, vel liquidis copia, motu,
+spissitate, aut tenuitate peccantibus adscribet _plerunque_, qui vitae,
+sanitatis, morbi, mortis et cadaverum phaenomena comparavit sedulus.
+
+Quin adjumenta, quibus morborum miseriam lenimus aegris, ea prodesse
+gratia _inprimis_, qua dicta malorum capita auferunt, attenta nos docet
+contemplatio.
+
+Aurea comparentur Sydenhami observata demonstratis de missione
+sanguinis, stimulis et Villo contractili Bellinianis, et, postquam
+Mechanica plane ope juvare vulgata remedia constat, spes concipietur
+sensim demonstrandi regulas subire posse et vires eorum et applicandi
+rationem.
+
+Vix enim me contineo, quin, praematurius forte, pronunciem simpliciores
+esse, et magis Mechanicas morborum maxime compositorum causas, quam
+ullus Medicorum cogitat.
+
+Unius enim partis minima et simplicissima labes unionis necessitate et
+contagio totam saluberrimae Machinae vim subito pervertit.
+
+Tenuissima acu, eaque ex purissimo Chalybe pungatur tendinis vel nervuli
+fibrilla in corpore sanissimo.
+
+Heu quam dira ex vili vulnusculo tantillae particulae malorum, heu quam
+multiplex cohors!
+
+Dolor, rubor, tumor, ardor, pulsatio, febris, sitis, delirium, convulsio
+et horrenda tristis tragoediae catastrophe mors.
+
+Spina, levisve festuca membranoso infixa loco eadem brevi parit.
+
+Et miramur venenorum spicula, pestis lanceolas, vel salium acumina
+similia peragere?
+
+Quin solo motu externo quam mirae rerum mutationes in corpore sano!
+
+In gyrum agatur, vel jactetur maris fluctibus scaphae insidens
+insuetus: Quid fit? vertigo, pallor, nausea, vomitus, anxietas, mille
+morborum aerumnae, mille fluidi vitalis et incredibiles mutationes a
+solo motu oriundae.
+
+Qui ergo humores integros manere novit, quamdiu vi canalium conquassati
+propelluntur, qui stagnantes hos in calido, humidoque loco morbosos
+reddi statim et trahere sincera scit, qui ex uno simplicique malo
+infinita alia statim sequi animadvertit, facillime perspiciet
+exspectanda ad haec a mechanico medico promtissima tandem auxilia: ex
+causis enim impediti fluoris, regulis superandae resistentiae,
+restituendi motus elastici, augendae virtutis cordis collatis cum morbi
+phaenomenis quid non invenietur tandem?
+
+At enim vitam, morbos, sanitatem in nobis ex principiis fluere non
+Mechanicis mentis docet in corpora potestas. Frustraneus ergo tot
+irritorum conaminum labor! Vana supervacaneae Mechanicae speculationis
+spes.
+
+Talia aggerens utinam rideret securus, neque communem ignorantiae
+calamitatem eadem deploraret querela!
+
+Quis enim miri hujus commercii vim invenire potuit in aliquo, quod
+corpus constituit vel mentem?
+
+Sciat tamen, virtutem cogitationis, simulac in corpus influit, totum
+quod in eo producit, facere corporeum, adeoque legi Mechanicae obediens.
+
+Quid refert causam mutationis primam non esse Mechanicam, quum hac
+insuper habita, effectum, qui corporeus, cognoscere, excutere, atque
+dirigere Mechanico detur Medico; quum hoc scopo sufficiat?
+
+Crescit nimium, pauca dum tangit leviter, Oratio.
+
+Unum, quod palmarium jactant, quibus alia quam nobis mens est, ne
+declinando subdole evitasse me suspicentur, diluendum judico.
+
+Philosophos clamant et Mechanicos, ubi Medicae arti exercendae admoti
+fuere unquam, sinistro semper eventu repulsos fuisse. Disputatione non
+esse opus, quum artem horum Medicis nocere, re constet et experimento.
+
+Quae verissima esse, si hos arguunt, quos in scholis superbus philosophi
+titulus effert, docet historia, docent, quae de rebus conscripsere
+medicis, volumina.
+
+Dum enim omnium prima rerum principia ex propriis creare cogitatis
+satagunt, dein vero ex iis, quae ipsi figmenti subtilitate prius in
+illis posuerant, peculiarem corporis cujusque naturam declarare, errasse
+ubique docet ipsa, quam commendo, Mechanices ratio.
+
+Applicari rebus nequit, quam ratiocinio fecerant, conclusio, nisi prius
+illa, quae pro fonte argumenti liquido assumserant, rerum singularium,
+quae natae sunt, principiis esse eadem foret evictum.
+
+Haec vero, quum infinita, eaque semper diversa esse queant, patet casu
+veritatem nunquam sic detectum iri.
+
+Quod si considerassent sedulo, tam Scholastici dicti, quam plurimi
+Mechanicorum Cartesii sequaces non fuissent arbitrati id sibi datum
+negotii, ut ex fictorum principiorum praeceptis corpus humanum regerent,
+sed ut ex his, quae observatio prius docuerat hominem constituere, ipsa
+dein artis elementa applicata Mechanica conderent.
+
+At si Mechanico, quem jam descripsi, Medico hanc dicunt contumeliam,
+exempla ignominiae citent exspecto.
+
+Non equidem, qui nostri capit animi sensum, negabit ullus,
+accuratissimum Mathematicum pessimum forte futurum Medicum.
+
+Quo enim talis pertinet Oratio?
+
+Non in Mechanico Medicinae, in Medico vero Mechanices peritiam desidero.
+
+Usu peritum Medicum experimentis medicis defecto Mechanico in morbis
+curandis qui post habet, insaniet.
+
+Sed aequa instructorum experientia hunc promovendae arti meliorem, qui
+Mechanicis callet prae alio praeceptis, id affirmo, id demonstrandum
+sumserat Oratio.
+
+Ne vero, quod ubique contigisse doleo, sinistram, quae dixi,
+interpretationem subeant, age describam compendio speciem illius, cujus
+imago animo obversatur meo, Medici.
+
+Depingitur ille, ducendis studii Medici primis lineamentis incumbens,
+tanquam affixus Geometricae contemplationi figurarum, Corporum,
+Ponderum, Velocitatis, Fabricae Machinarum, et, quae inde oriuntur in
+alia corpora, Virium.
+
+His dum mentem exercet, claro discit praecepto et exemplo, liquida ab
+obscuris, a falsis vera secernere, et ipsa judicandi tarditate animo
+conciliare prudentiam.
+
+Ita postquam nudas simplicium corporum actiones expendere, has ex veris,
+clarisque causis deducere novit, maturum habet ingenium, qui
+fluididatis, Elateris, tenuitatis, ponderis, tenacitatisque in
+fluentibus proprietates ab Hydrostaticis cognoscat.
+
+Jam animi vigore robustior fluidorum vires in machinas, harumque in illa
+rigore addiscat Mathematico, Experimentis confirmet Hydraulicis, et
+Mechanicis, Chemicis illustret, Ignis, Aquae, Aris, Salium, et aliorum
+maxime similium corporum ingenium speculatus et actiones.
+
+Altera mox tabulae facies sacris jam Medicis admotum exhibet.
+
+Oculum ibi Geometriae luce acutum ad incisa cadavera, ad spirantium
+corpora brutorum aperta tacitus circumfert.
+
+Jam vasorum structuram, figuras, firmitatem, ortum, fines, nexus,
+curvaturas, flexilitatem contemplatur et elaterem.
+
+Excitatus spectaculi mirabilitate, mox conspecta ad eum, quo jam pollet
+cognito, Mechanismum applicans, abditas detegit harum partium virtutes.
+
+Quam variis, pulchris, utilibusque utentem cernimus auxiliis, quibus
+recentiorum industria pomoeria extendit anatomes.
+
+Aliorum certe durissimo parta labore inventa in suos usus dum
+accommodat, claram sibi sistit humanae fabricae imaginem.
+
+Cui fluidorum vitalium nectit notitiam; hanc Anatomicis, Chemicis,
+Hydrostaticis, ipsiusque microscopii adjumentis in vivo corpore, et
+extra illud examinat; tum mox accuratissimam omnium sensibilium, quae in
+sanitate contingunt, historiam omni arte, undique comparatam evolvit.
+
+En suis instructum datis, ut sanitatis Theoriam scribat!
+
+Ex his singulatim perspectis, expensis, comparatisque inter se, auxilio
+Mechanices, severitate ordine et prudentia Geometrica, lento gradu
+festinans elicit, quae in his comprehensa sensibus abduntur, rationi
+patent.
+
+Sic proximae cujusque effectus causae indagantur, harum natura ex indole
+collectorum, cognitorum et comparatorum phaenomenon indagata perficitur,
+firmatur, et sensim ex horum aggregato consummatur tandem.
+
+Quid speratis futurum, qui ad hanc normam sua exigit studia?
+
+Nonne immutabilis et coaeva erit haec scientia ipsi naturae humanae, ex
+cujus sc. elicitur indole, in qua fundatur tantum?
+
+Nonne certa erit, quae innixa iis, quae omnes pari agnoscunt evidentia,
+castigatissima caute procedit fide?
+
+Nonne definita satis et ipsis erit rebus utilis, quae certis, claris,
+et sensibilibus corporis humani proprietatibus solum debet causae
+proximae, quaeque nostro subjicitur imperio, inquisitionem
+accuratissimam, idque via, qua erratum nunquam?
+
+Lento crescet, fateor, et occulto adolescet augmento, quilibet tamen vel
+minimus progressus gradus ad altiora firmus erit, et novi incrementi
+immutabilis causa.
+
+Hoc autem labore defunctum, adspirantemque ad metam jam videte in ultima
+picturae parte adumbratum.
+
+In ipsa nunc adyta se penetrat, in ipsa sculapii penetralia!
+
+En Tabulas Hippocraticas, fidaque Grajorum, quae scrutatur, scripta!
+
+Jam ex abundanti Medicorum Thesauro colligit quidquid sparsum haeret
+mellis medicati.
+
+Hic incisa, quorum notaverat morbos, ruspatur cadavera; illic in brutis
+arte factas aegritudines observat; nunc omnia morborum effecta et
+remediorum ipse experimento colligens; nunc eadem ex optimis Auctoribus
+addiscens; tandem cuncta digerens, expendensque inter se componit, et
+his, quae Theoria demonstravit, comparat, unde historiam denique
+curationemque morborum firmet.
+
+En Vobis ultima manu absolutam consummati Medici imaginem!
+
+Hanc Mechanicis egere auxiliis ut perficiatur, satis, ni fallit me
+animus, evictum.
+
+Huic consimilem me reddere, ad hanc me componere studui, ut medicinam
+feci.
+
+Ad hanc polire eorum, qui meae se committunt disciplinae, ingenium
+summa ope enixus sum, dum in Vestro hoc salutis fano ex Auctoritate
+vestra Musagetae Illust. medicinam docui.
+
+Eam, dum Dei munere spiro, ambitiose colere non desinam.
+
+Non credulitate stulta, non stupore ignari vulgi, non verbosis strophis,
+sed clara demonstrationis fide Artem, cui nostra credimus capita,
+commendare affectabo.
+
+Vos Optimi Juvenes, qui illi Scientiae consecrastis pectora, a qua
+incolumitatem sperat salutis Humanum Genus, Vos Picturam. Medici
+contemplati primis miremini ab annis.
+
+Ita Vos agite rem vestram, ut lineamentis, coloribusque hujus imaginis
+formosi, salutares hominibus audiatis genii!
+
+Nulla est, quae pulchriora laborum praemia Cultoribus persolvit, quam
+Medica Sapientia.
+
+Non alia est, quae Mortalibus gratiores, magisve utiles vel necessarios
+reddere vos possit.
+
+Excitemini o generosae mentes! Excitemini pulchritudine Artis, cujus
+effectu beatus his in terris nemo carere poterit!
+
+Nunquam rei difficultas calidum vestri animi retundat impetum!
+
+Ardua est, fateor, quae ad Panaceae ducit delubra, via.
+
+Sed complanavit hanc improbus aliorum labor, superarunt praerupta,
+perrupere fortes, Vos alacres sequamini!
+
+Hos habetis in hac Academia ad Medicinam Duces, qui ditiores longe
+Vobis explicent thesauros, quam Epidauriae olim columnae, Pergamenae
+tabulae, Cnidii parietes, vel folia largiebantur Coaca.
+
+Habetis, qui secreta quaeque Matheseos arcana incredibili perspicui
+sermonis facilitate revelet, rebusque applicare Medicis praemonstret,
+Volderum.
+
+Optimorum sane sententia natum ad haec sacra, Nostroque encomio longe
+majorem Virum!
+
+Cujus disciplinae liberali infinitum me debere grata memoria et publice
+hic agnosco, et dum huic constabit menti sanitas ingenue semper Ego et
+candide meminero.
+
+Horum ergo dum lego vestigia, si quid vobis adjumenti praestare posse
+censeor, praesto sum qui ita me geram, ut ex vestro meum me comparare
+commodum opere ipso testari possim.
+
+Vobiscum Veterum placita, Recentiorum et propria, si quae sunt,
+observata undique indefesso labore colligere, ex his laudatae Mechanices
+arte doctrinam Medicam condere non desinam, quamdiu in hac versanti
+slatione, vires dederit Deus!
+
+Agite ergo Commilitones Studiosi totus quod commendavit sermo, felici
+hujus anni Academici auspicio inchoare et perficere certatim tentemus
+opus!
+
+Vestra frequentia incitatus docentis vigor id aget, ut, qui naturae
+facultate et eruditionis plurimis postponendum me sentio, sedulitate
+certe cedam nulli.
+
+Laboris autem summum habebo pretium, si vestro applausu, Vobis meam
+profuisse diligentiam, orbi constet, si vestri in hoc Athenaeo studii
+felicitas claritate famae plures alliciat.
+
+Hoc enim votum illud est, _Illustrissimi Curatores, Amplissimi Coss._,
+cujus successu alacer, rerum Vestro auspicio, Vestra in Academia
+gestarum rationem Vobis reddere audebo.
+
+Unum hoc dignum habebo, quo Genium Vestrum adorem, donarium.
+
+Omni sic adulationis fuco deterso, sincero certe animi candore referre
+me putabo, quas Vestrae benignitati animus debet, gratias!
+
+Docendi enim admotum muneri, duoque jam meritum stipendia, exploratum
+adeo, honorificis promissis et nova liberalitate nec opinantem
+excitastis denuo.
+
+Ego, ex multis, quas in Vobis veneror, virtutibus, unam prae caeteris
+eximiam habendam esse a Sapientibus accepi, sinceram nempe Vestri
+favoris integritatem.
+
+Summam dico, et Reip. literariae solam salutarem Virtutem, qua praemia
+meritis, non gratiae servire jubetis, neque ambitioni.
+
+Quare benefacti pretium Vestra ex gravitate ponderans, vix mihi tempero,
+quin tanti testimonii gloria animosus, quo coepi pede, pergam alacrior!
+
+Verbosae ergo pompae loco, qua gratiarum actio suspecta redditur et
+Sapientibus odiosa, pauca ego haec religiosus spondeo!
+
+Vestram Dignitatem summo venerationis cultu et obsequii semper colam
+sedulus!
+
+Diligens sic mea se acuet industria, ut Vestrum favorem plurimi me
+facere et legitimis ultra ambire artibus, demonstrem.
+
+Id studebo, ut bene agendo benefici, quod de me tulistis, judicii
+aequitatem Orbi ipse comprobem!
+
+ DIXI.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Den Edel Groot Achtbaren Heeren_
+ CURATOREN DER LEIDSCHE UNIVERSITEIT,
+
+Den Heere JAKOB, BARON VAN WASSENAER, heer van Obdam, Hensbroek,
+Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, enz., oudste
+lid van de ridderschap van Holland, ridder in de Deensche koninklijke
+orde van den Olifant, kolonel van de ruiterij der Vereenigde
+Nederlanden, gouverneur van 's Hertogenbosch, buitengewoon gezant bij
+H.H.M.M. de Koningen van Polen en Pruisen, bij Z.H. den Keurvorst van
+Hannover en bij onderscheidene Duitsche vorsten, enz. enz.
+
+Den Heere Mr. HUBERTUS ROSENBOOM, heer van 's Grevelsregt, voorzitter
+van den Hoogen Raad der Nederlanden, enz. enz.
+
+Den Heere Mr. HERMAN VAN DEN HONAART, burgemeester van Dordrecht en
+afgevaardigde dezer stad in de Staten van Holland, dijkgraaf van
+Alblasserwaarde, enz. enz.
+
+ _Den Edel Achtbaren Heeren_
+
+Den Heere Mr. JAN VAN DEN BERG, eersten burgemeester van Leiden en
+secretaris van het college van Curatoren.
+
+Den Heere Mr. COENRAAD RUYSCH,
+
+Den Heere Mr. ABRAHAM VAN ALPHEN,
+
+Den Heere PIETER VAN DORP,
+
+ draagt deze redevoering
+ met verschuldigden eerbied op
+ de hun toegewijde
+
+ HERMAN BOERHAAVE.
+
+
+
+
+REDEVOERING
+
+van
+
+HERMAN BOERHAAVE
+
+over
+
+Het nut der Mechanistische Methode in de Geneeskunde.
+
+Zij, die de krachten der lichamen naar hun massa, vorm en snelheid,
+hetzij na een korter of langer onderzoek vastgesteld of door directe
+waarneming gevonden, mathematisch berekenen, worden Mechanisten
+genoemd. Dezen hebben zich door de practische resultaten hunner
+wetenschap, welke op schitterende wijze de waarheid hunner stellingen
+aantoonden, zoozeer de achting der weldenkenden verworven, dat men
+niet licht eene andere wetenschap zal vinden, die zich ten allen tijde
+in gelijke mate in ieders toejuiching mocht verheugen. Is zij niet een
+wonderbaarlijk gewrocht van den menschelijken geest, dat door zijne
+alle verwachting te boven gaande uitkomsten aan het bovenmenschelijke
+grenst?
+
+Het zijn immers slechts zeer weinige, algemeen verbreide, zij het dan
+ook onbetwistbare, grondbeginselen, op welke haar meest subtiele en
+ingewikkelde uitvindingen gebaseerd zijn.
+
+Haar nut wordt dan ook door alle, zoowel burgerlijke als militaire,
+wetenschappen erkend. Z algemeen wordt zij gevierd als eene voor
+andere wetenschappen onmisbare hulpwetenschap, dat zelfs onkundigen,
+als naar gewoonte zichzelf willende verheerlijken door het prijzen van
+dingen, welke zij niet verstaan, den bevoegden beoordeelaars dien lof
+nazeggen. De geneeskundigen alleen versmaden haar of zijn gemeenlijk,
+opzettelijk verzuimend haar nader te bestudeeren, van oordeel, dat zij
+niets goeds vermag tot stand te brengen.
+
+Deze meening is nu echter mijns inziens z geheel en al bezijden de
+waarheid en tevens z verderfelijk voor de geneeskunde, dat ik
+gemeend heb, geen beter onderwerp te kunnen uitkiezen, om in dit uur
+voor U te behandelen. En ik geloof, dat ik zoowel aan uwe verwachting
+als aan mijnen wensch voldaan zal hebben, als ik in eenvoudige taal
+duidelijk zal hebben aangetoond, _dat de Mechanica voor de Geneeskunde
+van buitengewoon belang en ten eenenmale onontbeerlijk is_.
+
+Door de uitgebreidheid van het onderwerp word ik wel genoodzaakt, elke
+rhetorische verfraaiing der rede ter zijde te laten. Dat mij dit
+echter niet behoeft te verontrusten, daarvoor staat mij de zoo
+welbekende strikte eerlijkheid van uw oordeel borg, waarmede gij reeds
+lang de vleitaal eener streelende inleiding door uwe afkeuring uit
+deze slechts der waarheid gewijde plaats verbannen hebt. Ik ga dus
+terstond onbeschroomd tot de behandeling van mijn onderwerp over, daar
+hij, die strenge waarheid verkondigt, zich om geenerlei vooroordeel,
+het moge hem gunstig of ongunstig zijn, bekommert; slechts geduld en
+aandacht vergt hij van zijne hoorders.
+
+Dat de beste algemeene bepaling van het begrip lichaam door de
+Wiskundigen gegeven is, acht ik z evident, dat ik van niemand eenige
+tegenwerping tegen deze bewering verwacht. Den individueelen aard
+echter van elk lichaam in het bijzonder, zooals het zich in de natuur
+voordoet, zal niemand alleen door logische redeneering uit deze
+algemeene definitie der Wiskundigen kunnen afleiden. Daar deze immers
+voortgesproten is uit de samenvatting van die eigenschappen, welke
+alle lichamen gemeen hebben, met zorgvuldige uitsluiting van alles,
+wat het eene lichaam van het andere onderscheidt, zal daaruit met nog
+zoo logische redeneering geen enkele gevolgtrekking kunnen afgeleid
+worden, die over den bijzonderen aard van eenig lichaam opheldering
+geeft. En toch hangt juist van dezen in de eerste plaats de grootere
+of geringere werkingskracht der verschillende lichamen af, zoodat de
+kennis van deze laatste zonder de kennis van het eerstgenoemde
+onbestaanbaar is.
+
+Wie derhalve tot de kennis hiervan wenscht te geraken, moet uit het te
+bestudeeren voorwerp zelf de bijzondere voorwaarden putten, die zijn
+anders onbeteugelde vrijheid van redeneering bij het opsporen van den
+eigenaardigen aanleg van het gegeven object nauwkeurig omgrenzen. Deze
+voorwaarden echter kunnen slechts door hem gekend worden, die de met
+de zintuigen waarneembare werkingen van elk lichaam in het bijzonder
+heeft nagegaan. Deze werkingen zijn namelijk het zichtbaar gevolg van
+de bijzondere hoedanigheden, welke uit den eigen aard der te
+onderzoeken zaak voortkomen; elke nu van deze afzonderlijk maakt ne
+eigenaardigheid dezer zaak uit, en alle te zamen genomen maken zij
+haar geheele wezen uit, voor zooverre dat voor de zintuigen
+waarneembaar is.
+
+Gaat men nu een stap verder door uit deze duidelijk waargenomen feiten
+langs wiskundigen weg alles, wat daaruit klaarblijkelijk onafwijsbaar
+voortvloeit, af te leiden, dan zal men veel meer ontdekken, dan met
+behulp der zintuigen alleen ooit het geval geweest ware. En toch
+zullen de op laatstgenoemde wijze verkregen uitkomsten niet minder
+waar, noch minder bruikbaar zijn dan de vroeger verkregene.
+
+Buiten deze twee is er geen derde methode, welke de bijzondere
+inrichting van het een of andere mechanisme kan helpen opsporen.
+
+Beide methoden nu leiden onveranderlijk tot dit resultaat, dat het
+menschelijk lichaam in aanleg volkomen overeenstemt met de geheele ons
+omringende natuur.
+
+Zoowel zinnelijke waarneming als verstandelijk overleg leeren ons, dat
+het menschelijk lichaam voor hem, die zijne samenstellende deelen met
+wetenschappelijken ernst bestudeert, geen enkele afwijking vertoont in
+vergelijking met andere lichamen, tenzij dan dat het samengesteld is
+uit verscheidene mechanismen van verschillenden vorm, die door er
+doorheen stroomende vochten in beweging gebracht worden.
+
+Ons lichaam is nu zoo ingericht, dat zijne vereenigde deelen het
+vermogen bezitten, verscheidene en wel zeer verschillende bewegingen
+voort te brengen, welke, geheel overeenkomstig de regelen der
+mechanica, bepaald worden door de massa, den vorm, de vastheid en de
+onderlinge verbinding der deelen. Dit blijkt reeds terstond hieruit,
+dat, wanneer een dezer deelen louter ten gevolge der mechanische
+beweging vernield of ook slechts de stevigheid der verbinding
+verminderd is, de vroeger waargenomen werking stellig uitblijft. Het
+menschelijk lichaam is dus een zuiver mechanisch lichaam en vertoont
+er derhalve alle eigenschappen van.
+
+Op dezelfde wijze dus als de door de mathematici bestudeerde lichamen
+zal ook het menschelijk mechanisme een object van wiskundige
+behandeling kunnen zijn, indien men slechts zijne bijzondere door
+zinnelijke waarneming behoorlijk vastgestelde eigenschappen als vaste
+gegevens aan het onderzoek ten grondslag legt, niet echter zulke
+eigenschappen, die geheel willekeurig er aan toegekend en uit eene
+oneindige verscheidenheid van mogelijkheden zonder eenigen positieven
+grond uitgekozen zijn.
+
+Zeer vele eigenaardigheden nu van het menschelijk lichaam heeft de
+ontleedkunde langs verschillende wegen aan het licht gebracht, door
+den bepaalden bouw van de grootere deelen, welke het samenstellen, na
+te gaan. De kennis van verscheidene eigenschappen der kleinere deelen
+hebben wij te danken aan de schoone uitvinding van het microscoop,
+hetwelk aantoonde, dat de grootere en de kleinere deelen in aanleg
+overeenkomen. Doch ook de leer der vloeistoffen heeft ons vele
+factoren doen kennen, door welke de geaardheid, de stuwkracht en de
+richting der door onze vaten rondgevoerde vochten bepaald worden.
+Derhalve zal aan geen andere wetenschap dan aan de werktuigkunde de
+voorrang moeten worden toegekend bij het onder zoeken, ja zelfs ook
+bij het naar onzen wil besturen van het menschelijk lichaam, tenzij
+men misschien mocht willen aannemen, dat uit de genoemde dingen langs
+wetenschappelijken weg niets valt af te leiden.
+
+Doch wie zal gelooven, wie beweren, dat uit zoovele duidelijk
+waargenomen feiten, hetzij men elk afzonderlijk behoorlijk overweegt
+of ze alle te zamen op de meest oordeelkundige wijze onderling met
+elkaar in verband brengt, niets waars, niets zekers, niets bruikbaars
+kan worden afgeleid?
+
+Hij, die zoo spreekt, openbaart hierdoor slechts een al te groote
+traagheid en sufheid van geest en een allerondankbaarste
+geringschatting voor de schoonste uitvindingen, welke wij bezitten.
+
+Het is immers een eigenschap van den arbeidschuwe, uit wanhoop aan den
+goeden uitslag niets te durven ondernemen of datgene als onbereikbaar
+voor te stellen, waartoe misschien _zijne_ krachten alleen te kort
+schieten.
+
+Mocht er echter iemand gevonden worden, die wel toegeeft, dat uit
+genoemde feiten langs den weg der redeneering onbekende zaken kunnen
+opgehelderd worden, doch slechts den werktuigkundigen het recht
+hiertoe ontzegt, laat hij ons dan buiten de mechanica eene andere
+wetenschap aanwijzen, die ons beter in staat stelt, de eigenschappen
+der lichamen uit te vorschen. Wie dat poogt te doen, moet zich in het
+hoofd gezet hebben, dat de aard der dingen het best kan worden
+opgespoord door van zulke grondbeginselen uit te gaan, die daar het
+meest tegen indruischen, en door zoodanige personen, die het sterkst
+afwijken van de onderzoekingsmethode, die door alle weldenkenden als
+de eenige, welke ware resultaten oplevert, erkend wordt. Alleen reeds
+daardoor echter zou hij zich in zulk een warnet van ongerijmdheden
+verstrikken, dat ik, zonder verder, rekening met hem te houden, mijne
+stelling bewezen mag achten.
+
+Maar deze bewijsvoering klinkt wat al te nuchter en moet wel, al te
+zeer afwijkend van den gebruikelijken betoogtrant, weinigen tot
+instemming nopen! En dat is zeer zeker het geval, indien men de kracht
+van een betoog afmeet naar het bevattingsvermogen van de meerderheid
+der menschen.
+
+Waarom zou ik dan niet, al was het slechts om dezen te voldoen, U de
+zaak in het helderste licht voor oogen stellen, van welk licht alle
+beoefenaren der geneeskunst, als men hen gelooven mag, een ruim
+gebruik maken.
+
+Terwijl ik nu daartoe overga, zie ik mij wel, hoezeer ook tegen mijnen
+zin, genoodzaakt, het een en ander uit de anatomie ter sprake te
+brengen, dat, daar een dergelijk onderwerp nooit door rhetorische
+schrijvers behandeld is, in minder zuiver en gekuischt Latijn moet
+worden weergegeven, dat ik echter voor het goed begrip van de zaak
+zelve meen niet achterwege te mogen laten.
+
+Dat het grootste gedeelte van ons lichaam met slagaderen doorweven is
+en door deze in stand gehouden wordt, is te duidelijk, om betoog te
+behoeven. Dat dit de kanalen zijn, die het bloed inhouden en in zijnen
+loop richten, en dat hun omvang, in den omtrek van het hart het
+grootst, langzamerhand afneemt en ten slotte z klein wordt, dat hij
+niet meer voor het bloote oog waarneembaar is, dat weten zelfs de
+slagers. Niet minder algemeen bekend is het, dat n hoofdstam van
+deze kanalen, van het hart uitgaande, zich in zijtakken splitst, die
+met den hoofdstam gelijkvormig zijn en op dezelfde wijze als deze zich
+op hun beurt splitsen en langzamerhand in omvang afnemen, waarbij
+echter deze eigenaardigheid valt op te merken, dat de recht
+doorloopende hoofdstam ter plaatse, waar hij zich vertakt, gewoonlijk
+een wijder opening vertoont dan de aan dezen driesprong ontspringende
+zijtakken. Dat echter al deze vaten zoodanige krommingen beschrijven,
+dat de zich zijdelings vertakkende buizen op een oneindig aantal
+plaatsen wijde hoeken vormen en dat deze windingen een buitengewonen
+invloed uitoefenen op de doorstrooming van het bloed, is eerst voor
+weinige jaren ontdekt door hen, die de scherpzinnig gevonden
+stellingen der wiskunde op geneeskundige vraagstukken hebben
+toegepast.
+
+Met welk een bewonderenswaardige, met welk een doeltreffende
+kunstvaardigheid heeft de aanbiddelijke Bouwmeester van ons mechanisme
+deze buigzame kanalen gevormd!
+
+Hij wilde, dat zij door het tegen hunne wanden drukkende vocht zonder
+gevaar voor scheuring zouden kunnen uitgezet worden en verleende hun
+tevens het vermogen, tot hun vroegeren omvang vanzelf weder terug te
+keeren en het vocht met een krachtigen stoot voort te stuwen, zoodra
+dit opgehouden heeft ze uit te zetten.
+
+MALPIGHI was echter de eerste, die zag, dat de laatste uiteinden der
+slagader, in zeer dunne buisjes vertakt, in een vlies, als in een
+stevig omhulsel, zijn samengevoegd en daar door middel van nauwe
+kanalen wederkeerig met elkander in gemeenschap staan. Hij heeft ons
+het eerst den weg leeren vinden in het labyrint der tallooze
+dwaalwegen, welke de vloeistoffen, langs deze kronkelpaden
+voortgedreven, te doorloopen hebben.
+
+Doch het wonderbaarlijkste, waarbij zich de vinger Gods waarlijk in
+Zijn werk openbaart, is wel het volgende.
+
+De takjes, welker loop met zoo groote zorgvuldigheid geregeld is en
+die zich hier alle langs banen van gelijke breedte in rechte richting,
+zonder zijdelingsche vertakkingen, voortbewegen, vormen, van gedaante
+veranderend, de eerste beginselen der aderen en lymphvaten met hunne
+boezems.
+
+Dat is het, wat de waarneming met het bloote oog en met het
+microscoop, het afbinden der vaten bij levenden, de inspuiting der
+lijken met kwikzilver, de beschouwing van het lichaam in ziekelijken
+toestand en eindelijk de vergelijking met dieren, visschen, insecten
+en planten aan het licht gebracht heeft.
+
+Buiten de genoemde verschijnselen vertoonen de slagaderen er geen
+enkel; al wat er verder van verteld wordt, berust op louter
+verdichting.
+
+Een zeer groot deel van het lichaam derhalve en wel dat deel, hetwelk
+voor de instandhouding van het leven van het grootste belang is,
+bestaat, werktuigkundig uitgedrukt, uit een kegelvormig, veerkrachtig
+en gebogen kanaal, waaruit op verschillende punten kleinere kanalen
+van denzelfden vorm ontspringen, die ten laatste door middel van
+cylindervormige buisjes wederkeerig in elkaar uitmonden, zoodat het
+geheel er als een net uitziet.
+
+Indien het nu waar is--en niets is meer waar dan dat--volgt daar dan
+niet uit, dat alle werkingen van de slagaderen op het bloed slechts
+bepaald worden door hare zooeven beschreven inrichting?
+
+En ligt het voorts niet ook voor de hand, dat uit dien hoofde al deze
+werkingen slechts daaruit af te leiden en te verklaren zijn?
+
+Nu vraag ik U, die als onpartijdige rechters geroepen zijt, in deze
+zaak uitspraak te doen! Wie is in staat, de gevolgtrekkingen, die
+alleen reeds uit de genoemde verschijnselen afgeleid kunnen worden,
+systematisch uiteen te zetten?
+
+Ongetwijfeld slechts hij, die, vertrouwd met de nauwkeurige
+beschouwing van figuren en de berekening der veranderlijke kracht, de
+kunst verstaat, alleen reeds uit de boven beschreven feiten een
+menigte belangrijke besluiten te trekken. En dat is toch geen ander
+dan de Werktuigkundige.
+
+Maar laten wij ons nog een weinig verdiepen in de beschouwing van de
+zoo uiterst merkwaardige slagader; niet minder dan de kennis van bijna
+het geheele menschelijk lichaam zal het loon zijn voor een korte en
+geringe inspanning van onzen geest.
+
+Zoodra de groote slagader het hierboven beschreven net gevormd heeft,
+zendt zij cylindervormige buizen uit, die z nauw zijn, dat zij de
+roode bloedlichaampjes niet doorlaten, doch slechts het dunnere,
+kleurlooze bloed in zich kunnen opnemen.
+
+Daar hebt ge nu de juiste voorstelling van een lymphvat!
+
+Ter zelfder plaatse zendt de slagader ook een recht doorloopenden
+stam uit, die, van grooter omvang dan de lymphvaten, bestemd is, het
+dikkere, roode, van het helderder serum ontdane bloed te vervoeren.
+
+Ziedaar den waren oorsprong der aderen!
+
+Deze, die in het begin zeer eng zijn, nemen allengs in omvang toe door
+het van alle kanten nieuw toestroomend aderlijk en lymphvocht, zoodat
+er ten laatste een nieuwe kegel, gelijk aan dien der slagader, maar
+z dat de beide kegels elkaar met hunne toppen raken, gevormd wordt.
+
+De vaten, die ik slechts oppervlakkig behandelen kon, ach, hoeveel
+schoons bergen zij niet in zich.
+
+Hecht slagaderen, aderen en lymphvaten, op de boven beschreven wijze
+tot n geheel vereenigd, aan een vliesachtig oppervlak vast, vlecht
+daar zenuwen in en breng hier en daar veerkrachtige vezels aan, rol
+dit alles vervolgens tot een kluwen op en ge hebt de inrichting van
+een klier voor U.
+
+Zoo dikwijls ik hieraan denk, verdiep ik mij in de beschouwing van het
+orgaan, dat zoovele wonderbaarlijke werkingen teweegbrengt, waaraan
+echter ook zoovele dwaselijk verzonnen eigenschappen zijn
+toegeschreven.
+
+U echter, groote MALPIGHI, die alle hersenschimmen voorgoed verjaagd
+hebt, is het door bovenmenschelijken ijver, door ongelooflijke
+inspanning en schrander doorzicht gelukt, onwederlegbaar aan te
+toonen, dat de schijnbaar zoo ingewikkelde bouw eener klier slechts
+door de boven beschreven eenvoudige inrichting tot stand komt!
+
+En hoe belangrijk is deze ontdekking niet! Het geheele lichaam bestaat
+immers uit schier niets anders dan uit een samenstel van klieren!
+
+De hersenen, die reeds HIPPOCRATES een klier had genoemd, worden ons
+nu door het penseel van MALPIGHI geschilderd als een massa, bestaande
+uit slagaderen, aderen en nerveuze reservoirs en afvoerkanalen. Lever,
+milt en nieren zijn slechts uit klieren opgebouwd.
+
+Ook de kweekplaats van het voortplantingsvocht is een kunstig kluwen
+van cylindervormige kanalen. Ja, zelfs de verblijfplaats van het
+embryo, de woning der ongeboren vrucht, de voorraadkamer des witten
+nectars, dien de jonggeborenen drinken, vertoonen zich door hare
+afscheidingsprocessen als echte klieren. Dat ook de beenderen en de
+vliezen ongeveer op dezelfde wijze gebouwd zijn, wie twijfelt er aan
+behalve hij, die nog geen kennis genomen heeft van de onsterfelijke
+geschriften van MALPIGHI, KERKRING en HAVERS?
+
+Laat mij ten slotte nog uwe aandacht mogen vragen voor eene oplettende
+beschouwing der spieren! Wie zich die moeite getroost, zal in haar de
+meest doelmatige instrumenten van allerfijnste mechanistische kunst
+zeer duidelijk terugvinden! Is immers niet de spier in haar geheel uit
+kleinere spieren van gelijken vorm samengesteld? En wat is nu
+eigenlijk haar laatste bestanddeel, de vezel? Stellig niets anders dan
+een ruim maar tevens zeer dun vlies, dat tot omhulsel dient voor een
+uiterst nauw nerveus kanaal, een grooteren omvang heeft dan dat
+kanaal, waaruit het voorkomt en slechts met geest[1] gevuld is.
+
+ [Voetnoot 1: Met "geest", de vertaling van het Latijnsche
+ "spiritus", is bedoeld een zeer vluchtige vloeistof, die volgens
+ Boerhaave en andere oude geneeskundigen in spieren en zenuwen
+ gevonden wordt (Vertaler).]
+
+Hoe reusachtig echter de kracht van dit werktuig is, leert men eerst
+recht inzien, indien men de hydraulische proeven van MARIOTTE
+bestudeerd heeft in verband met de werktuigkundige verhandelingen van
+CARTESIUS.
+
+Beschouwt aandachtig de longen, die in bouw van de overige organen
+verschillen, en ge hebt voor u veerkrachtige, bolvormige zakken, die
+afhangen van het afgeknotte uiteinde der luchtpijp; hunne oppervlakte
+wordt in den vorm van een net door bloedvaten doorsneden, zij zijn
+echter--en dit is een onoplosbaar raadsel--bijna geheel verstoken van
+lymphvaten.
+
+Wordt derhalve, zoo hoor ik u vragen, de zoo wonderbaarlijke, de zoo
+kunstige bouw van het menschelijk lichaam slechts door een zoo
+eenvoudige inrichting tot stand gebracht?
+
+Het is stellig niet anders.
+
+Moge, wie wil, er met minachting wegens zijnen eenvoud op neerzien!
+
+De Werktuigkundige heeft hieromtrent een geheel tegenovergestelde
+opvatting: _hij_ heeft juist den hoogsten lof over voor het vernuft
+van _hem_, die een werktuig weet te vervaardigen, dat tot het
+voortbrengen der verlangde werking het meest geschikt en
+tegelijkertijd onder alle, die deze kunnen voortbrengen, het
+eenvoudigst is.
+
+Welk besluit kunnen wij nu uit dit alles trekken?
+
+Het is dit, dat het menschelijk lichaam een werktuig is, van welks
+vaste deelen er sommige bestaan uit vaten, geschikt om de vloeistoffen
+te bevatten, te richten, van gedaante te doen veranderen, te
+verdeelen, bijeen te zamelen en af te scheiden; andere uit mechanische
+instrumenten, die door hunnen vorm, hunne hardheid en de vastheid
+hunner verbinding in staat zijn, zoowel anderen deelen tot steun te
+dienen als bepaalde bewegingen uit te voeren.
+
+Ik zou uw geduld te zeer op de proef stellen en daardoor aan uwe
+waardigheid te kort doen, indien ik alles tot in de kleinste
+bijzonderheden wilde uiteenzetten. Slechts dit zult gij wel zoo
+vriendelijk zijn te willen aanhooren, dat HIPPOCRATES met de gansche
+schare van Babylonirs, Egyptenaren en Grieken, wier voetstappen hij
+volgde, en de geheele Grieksche school, die van hem uitging, niets
+anders dan de beide genoemde groepen van lichaamsdeelen hebben kunnen
+ontdekken.
+
+De Arabieren hebben, hoe ijverig zij zich ook op de studie der
+ontleedkunde toelegden, nooit een derde hieraan kunnen toevoegen.
+
+Raadpleegt VESALIUS, die de ontleedkunde in nieuwe banen leidde,
+diens mededingers EUSTACHIUS en FALLOPIUS, vervolgens ook HARVEY en
+MALPIGHI, die zich door hunne ontdekkingen een onsterfelijken naam
+verworven hebben, voorts ASELLIUS, PECQUET, BARTHOLINUS, DATHIR,
+BELLINI, GLISSON, WHARTON en WILLIS, die elk op hunne beurt oude
+meeningen voor nieuwe, betere inzichten hebben doen plaats maken;
+voegt bij dezen LEAL en LOUWER, die de wetten der mechanica op de
+ontleedkunde toepasten, en eindelijk HOOKE, POUWER en LEEUWENHOEK, die
+tot de diepste verborgenheden zijn doorgedrongen, en ge zult vinden,
+dat zij met al hunne wetenschap, met alle middelen, welke hun bij hun
+onderzoek ten dienste stonden, geene andere dan de twee genoemde
+bestanddeelen van het menschelijk lichaam hebben kunnen ontdekken.
+
+Waarom zouden wij dus dulden, dat men andere willekeurig verzint en
+ons maar steeds wat op de mouw speldt?
+
+Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen,
+chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is
+hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele verdichtselen?
+
+Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar
+verzonnen verschijnselen.
+
+Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam als hun
+gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste
+wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.
+
+Derhalve verdienen _zij_ alleen gehoor, moeten slechts _hunne_
+uitspraken geraadpleegd, slechts _hunne_ beginselen aanvaard, slechts
+_hunne_ methode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt naar
+de werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien
+heeft.
+
+Slechts _dat_ betoog zal hier van kracht zijn, dat door een in _deze_
+wetenschap ervaren Meester geleverd wordt.
+
+U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik,
+wat de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het
+hoornvlies, wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het
+waterachtig vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.
+
+Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het
+midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden
+breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor
+het opvangen en richten der geluidsgolven?
+
+Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de
+richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de
+velerlei krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat
+daaraan vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging
+gebracht wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van
+deze inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op
+dezelfde wijze en even ingewikkeld vertoont?
+
+Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de
+schelp, van het voorportaal, van de dubbele winding van het
+kegelvormig slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van
+zoovele wonderen van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de
+zeer harde rots heeft uitgehouwen.
+
+Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een
+diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult
+kunnen begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen,
+welke hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.
+
+Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het
+ligt in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen
+toevoeg.
+
+Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van welker
+onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.
+
+Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke
+voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent,
+door welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo
+n enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof
+en al zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en
+vorm. Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof
+afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs
+experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.
+
+Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik
+hier niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze
+kennis der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zver
+gevorderd is, dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.
+
+Letten wij daarentegen op de gezamenlijke massa der vloeistof, dan
+nemen wij zwaarte en strooming als de eigenschappen waar, welke alle
+vochten op aarde met elkander gemeen hebben. De elasticiteit echter,
+de verschillende graden van zwaarte, dichtheid, vloeibaarheid en
+adhaesievermogen, de snelheid en de bewegingsrichting zijn de
+voornaamste eigenschappen, waardoor de vloeistoffen zich onderling
+onderscheiden. De invloed nu van al deze eigenschappen is z groot,
+dat de oorsprong der tallooze verschijnselen, welke het menschelijk
+lichaam in normalen toestand te aanschouwen geeft, slechts daarin
+behoeft gezocht te worden.
+
+Wie derhalve van dit alles op streng wetenschappelijke wijze een
+systematische uiteenzetting weet te geven, verricht daarmede een werk
+van het grootste belang voor de bevordering der geneeskunde.
+
+En nu vraag ik U, wie zal de beteekenis der genoemde verschijnselen
+kunnen in het licht stellen, verklaren en aantoonen, die niet
+vertrouwd is met de Evenwichtsleer der vloeistoffen, dat zoo
+ingewikkelde onderdeel der Werktuigkunde?
+
+Dit is de zoo vermaarde wetenschap der Waterbouwkundigen, welke, door
+gebruik te maken van wiskundige berekeningen bij de bestudeering der
+zooeven door mij genoemde eigenschappen, zeer nuttige en voor de
+praktijk bruikbare leerstellingen gevonden heeft.
+
+Heeft zij niet, zich niet bekommerend om de natuurkundige verklaring
+der verschijnselen, noch om de werking, die elk deeltje der vloeistof
+op zichzelf uitoefent, doch slechts rekening houdend met de voor de
+zintuigen waarneembare werking der geheele massa, met toepassing der
+wiskundige methode hoogst belangrijke resultaten verkregen, waarvan
+wij ook in het dagelijksch leven nut ondervinden?
+
+Hij, die feiten verlangt en zich niet door woorden wil laten
+overtuigen, neme de werken van ARCHIMEDES, CARTESIUS, STEVIN, BORELLI,
+MARIOTTE, HUYGENS, NEWTON en BELLINI ter hand.
+
+Hoezeer ware het te wenschen, dat meer bevoorrechte geesten over de
+nog onopgeloste problemen op het gebied dezer wetenschap hun helder
+licht lieten schijnen.
+
+Mochten toch de Wiskundigen zich op haar toeleggen, haar in alle
+richtingen doorvorschen, om ze ons ten slotte met volkomen
+duidelijkheid te doen kennen!
+
+Indien zij zich er toe willen zetten, de vraagstukken, rakende de
+algemeene werkingen der vloeistoffen, door het licht hunner wetenschap
+op te helderen, mogen wij verwachten, dat hun arbeid binnen korten
+tijd rijker vrucht voor de geneeskunde zal afwerpen, dan al hare
+andere hulpwetenschappen haar tot nog toe hebben opgeleverd.
+
+Wij moeten ons inderdaad ergeren en tegelijkertijd schamen over de
+zotternijen, waardoor zij, die, zonder kennis der Werktuigkunde, de
+werking der menschelijke lichaamsvochten trachtten uiteen te zetten,
+een zoo bij uitstek ernstige wetenschap als de geneeskunde in een
+belachelijk daglicht geplaatst hebben.
+
+En ik verklaar ronduit, dat niemand de werkingen der levensvochten kan
+begrijpen, die niet vertrouwd is met de wetten der Waterbouwkunde.
+
+Terwijl ik dit met de vrijmoedigheid, den geneesheer eigen, verkondig,
+zie ik in mijne verbeelding reeds hen zich tot den strijd gereed
+maken, die, ik weet niet waarom, zich en hunne school naar HERMES[2]
+noemen.
+
+ [Voetnoot 2: HERMES TRISMEGISTUS is de patroon der alchimisten.
+ In dezen tijd wordt er geen streng onderscheid gemaakt tusschen
+ chemie en alchimie. (Vertaler).]
+
+Zou ik uit deze algemeene leer der vloeistoffen al datgene kunnen
+afleiden, wat betrekking heeft op hare bijzondere eigenschappen?
+
+Of zou ik voor de altijd gelijke bewegingen der gisting, voor de
+ziedende botsingen der verschillende vloeistoffen of voor de
+wonderbaarlijke werkingen der spontane rotting ooit een verklaring
+kunnen vinden in de wetten der Mechanica?
+
+Hij, die zulke tegenwerpingen maakt, moge, gedachtig aan hetgeen ik
+reeds gezegd heb, ook het volgende in het oog houden.
+
+Want dit is mijne meening hieromtrent; het staat aan U, mijne
+hoorders, de juistheid ervan te beoordeelen.
+
+Ik geef toe, dat de proeven der Scheikundigen een, trouwens zeer
+beperkt, inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van enkele op
+zichzelf staande verschijnselen, voor zoover die proeven iets voor
+onze zintuigen waarneembaars opleveren, waarbij men dan nog dient
+rekening te houden met de bijzondere omstandigheden, waaronder zij
+plaats hadden.
+
+De scheikunde is derhalve volstrekt onmisbaar voor de medische
+wetenschap, daar zij haar de beschikking geeft over een uitgebreide
+reeks van waarnemingen en de beste waarnemingsmethoden aan de hand
+doet.
+
+De Chemie kan dus wel gegevens verschaffen en de voorwaarden,
+waaronder deze verkregen zijn, duidelijk omschrijven, doch in geen
+geval is zij in staat, vaste regels te geven, volgens welke uit die
+gegevens verdere conclusies getrokken kunnen worden.
+
+Doch zelfs indien dit wl het geval ware, ook dan nog was de
+hoovaardij van hen misplaatst, die er zich maar steeds dwaselijk op
+beroemen, enkel door de beoefening der scheikunde den geheelen schat
+der medische wetenschap in bezit te hebben!
+
+Dat immers in ons lichaam, hetzij in normalen of ziekelijken toestand,
+meer verschijnselen teweeggebracht worden door de algemeene
+eigenschappen der vochten, welke de wiskundigen zich tot taak gesteld
+hebben te onderzoeken, dan door die, welke valschelijk verdicht,
+twijfelachtig of grootendeels door de Scheikundigen zelf kunstmatig
+verwekt zijn, blijkt duidelijk uit het volgende door een ieder
+waargenomen feit.
+
+De een lescht zijnen dorst met water, de ander doet zijn lichaam
+dagelijks opzwellen door het gebruik van Falerner[3]; deze, aan
+soberen kost gewend, stilt zijnen honger met en leeft alleen van
+vruchten en meelspijzen, gene overlaadt zijne maag met vleesch, visch,
+groenten en met den fijnsten smaak uitgelezen kruiderijen; sommigen
+voeden zich met laffe en bijna zoutelooze spijzen, anderen prikkelen
+hunne ingewanden met allerlei gezouten, zure en scherpe gerechten.
+
+ [Voetnoot 3: Een bij de Ouden gerenommeerde wijnsoort. (Vertaler).]
+
+Toch zien wij, dat, niettegenstaande een zoo groote verscheidenheid
+van voedingsstoffen, zoowel personen die tot de eene als die tot de
+andere categorie behooren, gedurende vele jaren leven en gezondheid
+kunnen behouden, hoe verschillend de lichamen ook zijn, waarmede zij
+hunne vochten verzadigen.
+
+Wordt daardoor nu niet ten stelligste bewezen, dat de
+levensverrichtingen in meerdere mate afhankelijk zijn van den
+algemeenen aard der vloeistoffen, zooals die door de werktuigkundigen
+ontvouwd is en zich in het lichaam zelf door de werking der ingewanden
+openbaart, dan van de bijzondere eigenschappen van elk deeltje op zich
+zelf?
+
+Indien gij dit niet genoegzaam bewezen acht door hetgeen hierover te
+vinden is in de meesterwerken van BACO van Verulam over leven en
+dood[4], door de vrijzinnige voorschriften, die HIPPOCRATES en CELSUS
+omtrent de voeding van gezonde personen gegeven hebben, en ten slotte
+door hetgeen de dagelijksche ondervinding ons leert, dan zal ik u een
+voorbeeld aanhalen, ontleend aan LOUWER, een man, aan wiens woorden
+men, wegens zijn buitengewone eerlijkheid en scherpzinnigheid, gepaard
+aan een helder oordeel, onvoorwaardelijk geloof moet hechten.
+
+ [Voetnoot 4: Een van BACO's werken draagt den titel: "Historia
+ vitae et mortis". (Vertaler).]
+
+Deze toch verzekert, dat eens een door geweldig bloedverlies
+uitgeputte jongeling enkel door het toedienen van vleeschsap, dat in
+zijne aderen werd opgenomen, er doorheen stroomde en zelfs zonder
+verandering van kleur weder uit de wonden te voorschijn kwam, tot het
+leven teruggebracht werd.
+
+Doch waartoe woorden te verspillen over eene zaak, die z voor zich
+zelf spreekt.
+
+Op u beroep ik mij, uw getuigenis roep ik in, doorluchte Geneesheeren,
+wier wijsheid dezen kring luister bijzet, wier zegenrijke hand dezer
+stad de gave eener onverstoorde gezondheid toebedeelt!
+
+Zien wij ons niet bij het behandelen onzer patinten tallooze malen
+genoodzaakt, al te vloeibare stoffen te verdikken, samengepakte op te
+lossen, stilstaande in beweging te brengen en al te lichte stoffen
+meer stevigheid te geven?
+
+Hoe uiterst zelden daarentegen worden wij gedwongen, onze aandacht te
+wijden aan den strijd der zouten, de vlammen der zwavels en de
+geheimzinnige werking van het kwikzilver!
+
+Ja, zelfs zij, die het maar altijd over chemische middelen hebben,
+passen, als een ziekte hen dwingt handelend op te treden, met
+verzaking van hun eigen leer, ijverig de zooeven door mij genoemde
+methoden toe.
+
+Indien het dus waar is, dat zooveel te danken is aan de genoemde
+eigenschappen der vloeistoffen en de werktuigkundigen het zijn, die
+deze naar aller oordeel het best onderzocht hebben, zoo volgt hieruit,
+dat de kennis der levensvochten zelve voor den geneesheer verborgen
+moet blijven, indien hij niet met de Mechanica vertrouwd is.
+
+Vestigt thans eens uwe aandacht op de werkingen, die een gevolg zijn
+van het stroomen der vloeistoffen door de vaten, en nog veel
+duidelijker zal de groote beteekenis van de waarheden der Mechanica in
+het oog springen.
+
+Indien toch de bovengenoemde vloeistoffen in de vaten, zooals wij die
+beschreven hebben, stilstaan, dan hebben wij een lijk voor ons.
+
+Indien echter deze vochten zich ongehinderd door die kanalen kunnen
+bewegen, aanschouwen wij een levend lichaam.
+
+Wie zich door mijne woorden niet wil laten overtuigen, zal toch wel
+zijn eigen oogen willen gelooven.
+
+Denkt u een gevoelig persoon, die door den aanblik van uit eene wonde
+stroomend bloed in zwijm gevallen is.
+
+Wij zien hier een doode, maar toch geen gewoon lijk. Immers alle vaste
+en vloeibare stoffen, zooals die bij een normaal mensch gevonden
+worden, zijn aanwezig; slechts de beweging, die de vochten in omloop
+brengt, ontbreekt er aan.
+
+Denkt U vervolgens, dat men, door welk middel dan ook, de zenuwen van
+dien persoon heeft weten te prikkelen, zoodat de stof, die het hart in
+beweging brengt, weer zijn gewonen loop krijgt, terstond houden alle
+droeve verschijnselen van den dood op en keert het leven, opgewekter
+dan voorheen, terug.
+
+En niet alleen het leven, maar ook de warmte, de blozende huidskleur,
+de lenigheid, het denkvermogen, kortom alle natuurlijke en specifiek
+menschelijke levensuitingen keeren tegelijkertijd weder.
+
+Wat merken wij hier van het ontstaan of vergaan van een gisting, een
+opbruising, een weerbarstig zout, van een olie- of geestachtig
+beginsel?
+
+Behalve de beweging wordt er niets toegevoegd of verwijderd; toch zien
+wij het leven zelf, dat reeds verloren was, wederkeeren.
+
+Hetzelfde verschijnsel kunnen wij waarnemen bij vogels en insecten,
+die, door de winterkoude verstijfd, slechts aan een matige warmte
+behoeven blootgesteld te worden, om terstond weer tot het leven terug
+te keeren.
+
+Er zijn echter menschen, die, hoewel buigend voor de kracht der
+waarheid, toch vaak ook stellig vaststaande waarheden weigeren aan te
+nemen wegens de te algemeene bekendheid van de feiten, waarop zij
+berusten.
+
+Om nu mijne beweringen, die eigenlijk door de genoemde overbekende
+feiten reeds voldoende bewezen zijn, ook door een zeldzamer voorbeeld
+te staven, noodig ik U uit, met mij een kijkje te nemen in het
+laboratorium van Hooke.
+
+Een door vernieling der borstkas bezweken dier zien wij daar, nadat
+zijn longen door middel van een aan het strottenhoofd bevestigden
+blaasbalg opgeblazen zijn, spoedig tot het leven terugkeeren.
+
+Laten wij vervolgens, nog onder den indruk van dit schouwspel, dat ons
+het leven als iets zoo werktuigelijks deed kennen, ons snel tot den
+grooten Glisson wenden. Ziet, hoe hij in het lijk van een reeds lang
+overledene op wonderbaarlijke wijze de levensverrichtingen kunstmatig
+te voorschijn roept door het door middel van een blaas inspuiten van
+vocht in de aderen.
+
+Bewijzen al deze als voorbeelden aangevoerde feiten--en men zou er
+tallooze kunnen opsommen--niet voldoende, dat ongeveer alles, wat ons
+leven en onze gezondheid veroorzaakt en er uit voortkomt, afhangt van
+het regelmatig heen en weer stroomen der vochten door de vaten?
+
+Daar nu de Werktuigkundigen alleen het zijn, die de werkingen dezer
+beweging en de wetten, waaraan zij gehoorzaamt, volkomen doorzien en
+in dat deel hunner wetenschap, dat Evenwichtsleer der gassen en
+vloeistoffen genoemd wordt, op overtuigende wijze helder en
+systematisch uiteenzetten, moet dit alles mijns inziens ook tot het
+gebied der Mechanica gerekend worden.
+
+Maar hier zijn wij nu juist bij een punt aangeland, dat de
+voorstanders van de leer der fermenten tot niet weinig zelfverheffing
+en zegevierenden jubel aanleiding geeft.
+
+Indien, zoo zeggen zij, de onbelemmerde strooming der vloeistoffen
+door de vaten de oorzaak van het leven is, dan is de eerste grond der
+beweging in de vloeistof zelve te zoeken en in niets anders. Zij kan
+dus slechts gevonden worden in de aan de vloeistof eigen, zeer sterke
+en vrij gestadige beweging, een hoedanige slechts in door gisting
+aangezette vloeistoffen wordt aangetroffen.
+
+Hen, die zoo spreken, wil ik er aan herinneren, dat de oorsprong van
+de beweging der vloeistof in het embryo bij de ouders gezocht moet
+worden; dat die beweging, zoolang de vrucht zich in het moederlijf
+bevindt, door de koestering der moeder wordt gaande gehouden en
+vervolgens, na de geboorte, enkel en alleen aan de inrichting der
+vaste lichaamsdeelen haren voortgang te danken heeft. Hij, die den
+wonderlijken bouw van het hart, van zijn boezems tot zijn kamers, en
+den samenhang dier deelen aandachtig heeft gadegeslagen, alsook de
+hieruit noodwendig voortspruitende bewegingen van het bloed, dat uit
+het hart in de slagaderen stroomt, uit deze naar het merg der
+hersenen, de aanhangsels, de zenuwen, spieren en aderen en zoo weder
+terug naar het hart, zal de voortzetting van het levensproces niet
+anders trachten te verklaren dan uit de mechanische werking der
+ingewanden.
+
+Het zal hem immers gemakkelijk vallen, met wiskundige zekerheid te
+bewijzen, dat uit slechts n enkelen hartslag in een gezond lichaam
+elke verdere werking van het hart vanzelf voortkomt.
+
+Veel minder in aantal en veel eenvoudiger van aard, dan wij ons dat
+voorstellen, zijn de voorwaarden voor een goede gezondheid.
+
+De veranderingen, welke het voedsel in ons lichaam ondergaat, zijn
+veel eenvoudiger dan men algemeen aanneemt.
+
+De oorzaken van het menschelijk leven zijn minder samengesteld dan wij
+zelven meenen.
+
+Indien de bouw van het menschelijk lichaam ons nauwkeurig bekend was,
+indien wij volkomen waren ingelicht omtrent den aard der vloeistoffen,
+voor zoover die voor onze zintuigen waarneembaar is, dan zou de
+mechanica ons spoedig leeren inzien, dat datgene, wat ons nu, wegens
+onze onkunde, in de hoogste mate verbaasd doet staan, uit zeer
+eenvoudige beginselen voortvloeit.
+
+De waarheid dezer schijnbaar zoo paradoxe bewering kunt gij uit n
+enkel voorbeeld opmaken, waaruit U zal blijken, op welk een eenvoudige
+en geheel werktuigelijke wijze de allerbelangrijkste verandering in
+ons lichaam tot stand komt.
+
+Wanneer men een doorzichtig deel van een levend dier onder een
+microscoop legt, dan neemt men duidelijk waar, dat het bloed enkel
+door den hartslag naar het uiterste gedeelte der slagaderen gedreven
+wordt en, daar aangekomen, ten gevolge van de veerkrachtige
+samentrekking der slagader een weinig teruggedreven wordt. Op
+hetzelfde oogenblik houdt de hartslag op en vallen de hartkleppen
+dicht, om het bloed daardoor gelegenheid te geven, om terug te
+stroomen.
+
+Dat door dezen afwisselenden aandrang en terugstoot de in massa
+verschillende deelen van het bloed in het geheele lichaam hunnen weg
+nemen naar de monden van verschillende openingswijdte en door deze nu
+eens worden opgenomen, dan weer teruggestooten, dit alles vertoont
+zich even helder aan ons oog als het zich boven ons welvende
+uitspansel.
+
+Niet minder duidelijk zien wij het bloed zich verdeelen in
+vloeistoffen, onderling verschillend in kleur en graad van dichtheid,
+die zich vervolgens in de aderen weder vermengen; deze verschijnselen
+hebben dezelfde oorzaak als de voorgaande.
+
+En nu zal iemand, die geoefend is in het waarnemen van chemische
+processen, zelfs met het bloote oog kunnen constateeren, dat dit alles
+uitsluitend ten gevolge van een van elders komenden aandrang en de
+veerkrachtigheid der bloedvaten, zonder eenig teeken van gisting, tot
+stand komt.
+
+Vaak beving mij, terwijl ik in de beschouwing hiervan verdiept was,
+een twijfel, of ik wel een deel van een levend dier voor mij zag en
+niet veeleer een samenstel van kanalen, door een hoogst bekwaam
+werktuigkundige naar het ontwerp van een uitstekend mathematicus
+gebouwd, door welke een waterbouwkundige van den eersten rang
+vloeistoffen leidde, vaneenscheidde en vermengde.
+
+Wilt gij eindelijk door feiten in het licht gesteld zien, dat de
+Werktuigkundigen in staat zijn, door middel van eenvoudige en
+betrouwbare proeven zoodanige vraagstukken tot oplossing te brengen,
+die nog maar enkele jaren geleden voor onoplosbaar gehouden werden,
+dan behoef ik u slechts in herinnering te brengen, welke resultaten op
+dit gebied door wiskundigen arbeid verkregen zijn.
+
+Men bestudeere aandachtig de geschriften van BORELLI, waarin deze zich
+bij de behandeling van medische vraagstukken van de Mechanica bedient.
+
+Men leze na, welke ingewikkelde problemen BELLINI, een geleerde uit
+de school van BORELLI, met toepassing van dezelfde beginselen en
+voortbouwend op de ontdekkingen van MALPIGHI, als een tweede OEDIPUS
+heeft opgelost.
+
+Vervolgens ook de problemen, die PITCAIRN, weleer een sieraad dezer
+hoogeschool, aangespoord door het succes van den arbeid der genoemde
+geleerden, aan de geleerde wereld heeft voorgelegd en opgehelderd.
+
+Laat ons ijverig navorschen de verhandelingen van SCHEINER, CARTESIUS
+en HUYGENS over het oog en die van KIRCHER, SCHELHAMMER en MORLAND
+over het oor en het gehoor.
+
+Dan zal het toch zeker geen vraag meer zijn, of de Mechanica der
+Geneeskunde ten goede komt!
+
+Dan zal blijken, welke resultaten te verwachten zijn, indien
+Geneeskundigen, doordrongen van het nut dezer wetenschap, haar op hun
+eigen gebied gaan toepassen, en indien met deze methode even lang
+wordt voortgegaan als het verkondigen van de dwaze theorien der
+philosophische scholen in de medische wetenschap geduld is geworden.
+
+Dat het boven gezegde juist is en dat derhalve de Mechanica kan
+toegepast worden op de Geneeskunde, zal wellicht door ieder beaamd
+worden, zoolang er slechts sprake is van de Theorie; voor de
+practische uitoefening der Geneeskunde daarentegen wordt elk nut der
+Mechanica door de meeste menschen ten stelligste ontkend.
+
+Hoe de bevestiging van het eene en de ontkenning van het andere, hoe
+spitsvondig deze onderscheiding ook geformuleerd is, kunnen samengaan,
+vermag ik niet te begrijpen.
+
+Want zij, die dit onderscheid maken, zullen onder de Theorie der
+geneeskunde toch niets anders verstaan dan de leer, die ons uit de
+naaste oorzaken een helder inzicht weet te verschaffen in het leven
+van den gezonden mensch.
+
+Is deze definitie juist--en ik geloof niet, dat iemand er eenig
+bezwaar tegen zal hebben,--dan volgt hieruit, dat deze wetenschap de
+beste hulpmiddelen oplevert voor het opsporen en genezen der ziekten.
+
+Immers hij, die de voorwaarden eener volmaakte gezondheid grondig
+kent, zal ook, wanneer een of meer van deze ontbreken, den oorsprong
+en het wezen der afwijking, dat is der ziekte, volkomen begrijpen.
+
+Zal nu niet hij, die het helderst inzicht heeft in de naaste oorzaak
+eener ziekte, ook voor den meest geschikten persoon moeten gehouden
+worden, om die ziekte te bestrijden?
+
+Het gaat er namelijk mede als met een uurwerk; als de wijzer afwijkt,
+zal ook een leek de fouten kunnen opmerken, maar ze volgens de regelen
+der kunst herstellen zal niemand anders kunnen dan hij, die kennis
+heeft van de inrichting van uurwerken en daardoor ziet, wat er aan de
+verschillende deelen hapert, hetgeen hem wederom de middelen tot
+herstel aan de hand doet.
+
+Zoo kan dus aan het kleinste lichtvonkje der theoretische Geneeskunde
+door een bekwaam Meester een fakkel ontstoken worden, die hem bij het
+practisch uitoefenen van zijn vak voorlicht.
+
+Wie derhalve het nut der Mechanica voor de theorie der Geneeskunde
+erkent, doet het daarmede tevens ook voor de praktijk.
+
+Dit is vooral duidelijk bij dat zoowel om zijn hoogen leeftijd als om
+zijn uitgebreide toepassing hooggeerde deel onzer wetenschap, dat
+zijn naam ontleent aan het "met de hand genezen"; oordeelt zelf, of de
+chirurgie de uitvindingen der Mechanica ontberen kan.
+
+Welke medicus zal met meer geluk instrumenten tot het herstellen van
+gebreken uitvinden dan een zoodanige, die door en door vertrouwd is
+met de Werktuigkunde?
+
+De ijle figuurtjes, die men wel eens voor zijn oogen meent te zien
+zweven, worden door Geneesheeren, die onbedreven zijn in de Wiskunde,
+voor eerste verschijnselen eener aanstaande uitstorting in het
+waterachtig vocht gehouden; vandaar dan ook, dat zij het toch zoo
+teere oog, ganschelijk verkeerd, met scherpe vochten behandelen, die
+er vaak een groote verwoesting in aanrichten.
+
+Hoe geheel anders is echter de geneeswijze geworden, sedert WILLIS met
+wiskundig inzicht den zetel van dit verschijnsel in het netvlies en de
+oorzaak er van in de slagaderen gezocht en PITCAIRN dit vermoeden tot
+zekerheid gebracht heeft.
+
+Zonder gebruikmaking van eenig uitwendig bijtmiddel wordt het kwaad
+door aderlating en toediening van een oplossend middel op voor den
+patint onschadelijke wijze weggenomen, terwijl somtijds ook elke
+behandeling onnoodig geoordeeld wordt.
+
+Welk een dwaasheid, een afwijking van het oog, bestaande in een
+verkeerde breking der lichtstralen, met oogwaters of drankjes te
+willen genezen!
+
+Op hoe afdoende wijze worden daarentegen dergelijke gebreken verholpen
+door brillen, welke naar de voorschriften van HUYGENS voor elke
+afwijking in het bijzonder geschikt gemaakt kunnen worden.
+
+Ik wenschte, dat zij, die alle toepassing der Mechanica van de
+praktijk der Geneeskunde willen verre houden, maar eerst eens begonnen
+met HUYGENS' werken over het opheffen der gezichtsstoringen te leeren
+verstaan.
+
+Deze beroemde Nederlander heeft immers, met gebruikmaking van hetgeen
+de anatomie leert over de inrichting van het oog, overigens alleen
+lettend op het bijzondere karakter der ziekte, die hij genezen wil,
+weldra door louter wiskundige berekeningen een hulpmiddel ontdekt, dat
+slechts voor die kwaal afdoende is, welker door het onderzoek aan het
+licht gebrachte eigenaardigheid de kern van het probleem had
+uitgemaakt.
+
+Zonder aan het oog te raken, heft hij de uitwerking der ziekte op en
+het onherstelbaar gebrek van het oog zelve wordt door het aanbrengen
+van een bijzonder gevormd glas onvoelbaar gemaakt.
+
+Ziedaar schoone voorbeelden, die een zeer duidelijk beeld vertoonen
+van de mechanistische methode, door de wiskundigen bij het behandelen
+van geneeskundige vraagstukken toegepast, van het nut, dat zij
+oplevert en het succes, dat er mede te bereiken valt.
+
+Wanneer men volgens deze methode ook alle overige vraagstukken zal
+gaan behandelen--en ik twijfel er niet aan, dat men het langzamerhand
+wel zoover zal brengen--dan zullen wij eindelijk eens in het bezit
+komen van eene geneeskundige wetenschap, die, op zekerder basis
+gegrondvest en vrij van verzinselen, niet ten allen tijde
+veranderlijk, maar eeuwig dezelfde zal zijn.
+
+Men brenge nu niet hiertegen in, dat het nog niet bewezen is, dat op
+de afwijkingen der vloeistoffen en dus op de oorzaken der inwendige
+ziekten en hare leniging met aan de mechanica ontleende hulpmiddelen
+een gunstige invloed geoefend kan worden.
+
+Want met die opmerking wordt hetzij deze vraag bedoeld, of dit
+resultaat wel ooit te bereiken valt, hetzij deze, hoe het komt, dat
+het nog niet bereikt is.
+
+Wordt dit laatste bedoeld, dan hebben wij onbillijke en lastige
+beoordeelaars.
+
+Is het niet ergerlijk, te hooren eischen, dat de weinige
+Werktuigkundigen, die zich eerst sedert korten tijd op geneeskundig
+gebied bewegen, een zoodanig werk reeds geheel volbracht zouden
+hebben, waaraan alle anderen te zamen in een tijdsverloop van
+drieduizend jaren met vereende krachten nog zelfs geen begin van
+uitvoering hebben kunnen geven?
+
+Wordt daarmede niet iets geheel onmogelijks verlangd? Daar immers de
+eerste voorwaarde voor het toepassen der mechanica op de geneeskunde
+deze is, dat daarbij van de kennis van den bouw der vaste deelen, van
+den aard der vloeistoffen en van de verschijnselen, welke zij zoowel
+in normalen als in ziekelijken toestand teweegbrengen, als van vaste
+gegevens kan worden uitgegaan, is het dan niet ongerijmd, te eischen,
+dat zulk een omvangrijke wetenschap, terwijl zij nog in het eerste
+stadium harer ontwikkeling verkeert, reeds haar toppunt bereikt zal
+hebben?
+
+Is er echter iemand, die meent, dat langs dezen weg nooit ook maar
+iets tot stand gebracht zal worden, dan moge hij wel bedenken, dat
+ziekten, die door een der vloeistoffen veroorzaakt worden, in verreweg
+de meerderheid der gevallen het gevolg zijn van een abnormale
+strooming dier vloeistof door de vaten.
+
+Dit leeren ons de waarnemingen van HIPPOCRATES, vergeleken met die van
+SANCTORIUS en met de dagelijks door ons waargenomen verschijnselen.
+
+En nu zal hij, die een vergelijkende studie gemaakt heeft van de
+verschijnselen, welke het menschelijk lichaam zoowel bij het leven,
+hetzij in gezonden of ziekelijken toestand, als bij en na den dood te
+aanschouwen geeft, den innerlijken grond van zulk een stoornis in de
+strooming in den regel zoeken in een verslapping der stuwkracht, een
+krampachtige samentrekking der vaten of in afwijkingen der
+vloeistoffen, wat betreft hare hoeveelheid, beweging en meer of
+minderen graad van dichtheid.
+
+Een aandachtige beschouwing doet ons inderdaad zien, dat de gunstige
+werking der middelen, door welke wij de pijn onzer patinten plegen te
+stillen, voornamelijk daaraan te danken is, dat zij de zooeven
+genoemde oorzaken der ziekten wegnemen.
+
+Men vergelijke de gulden waarnemingen van Sydenham met de
+verhandelingen van BELLINI over de aderlating, de prikkels en de
+samentrekbaarheid der vezels, en wanneer men daaruit zal geleerd
+hebben, dat de heilzame werking der meest gewone geneesmiddelen op
+volkomen mechanische wijze wordt voortgebracht, zal men wel de
+verwachting durven koesteren, voor de werkingen dezer middelen en de
+wijze hunner toepassing langzamerhand vaste regels te zullen zien
+opstellen.
+
+Nauwelijks kan ik mij bedwingen, wellicht al te voorbarig, het uit te
+spreken, dat de oorzaken der oogenschijnlijk meest ingewikkelde
+ziekten eenvoudiger en van meer mechanischen aard zijn dan eenig
+geneesheer vermoedt.
+
+Immers de minste en onbeduidenste beschadiging van n deel eener
+machine is in staat, tengevolge van zijne beroering met de overige
+deelen en den nauwen samenhang van het geheel, op eens de geheele
+machine, hoe gaaf ze overigens ook moge zijn, in de war te sturen.
+
+Laat eens in het meest gezonde lichaam een vezeltje eener pees of
+kleine zenuw door een zeer fijne naald van het zuiverste staal geprikt
+worden.
+
+Welk een gruwelijke opeenstapeling van kwalen ziet gij dan
+voortspruiten uit een onbeduidend wondje van zoo'n klein deeltje.
+
+Pijn, een roode, opgezwollen plek, gloeiing, klopping, koorts, dorst,
+ijlhoofdigheid, stuiptrekkingen en de vreeselijke ontknooping der
+tragedie, den dood!
+
+Een doorn of fijne stroohalm verwekt, op een vliesachtige plaats
+binnengedrongen, in korten tijd dezelfde verschijnselen.
+
+Waarom zouden wij er ons dan over verwonderen, dat de stekels der
+vergiften, de pijlen der besmetting of de prikkels der zouten een
+gelijke uitwerking hebben?
+
+Welke wonderlijke veranderingen zien wij in een gezond lichaam niet
+plaats grijpen zelfs alleen ten gevolge eener uitwendige beweging!
+
+Stelt U voor, dat iemand, zonder er gewoon aan te zijn, in een bootje
+op zee door de golven in een kring rondgedreven of heen en weer
+geslingerd wordt; welke verschijnselen doen zich daar niet voor!
+Duizeligheid, bleekheid, misselijkheid, braking, angst, allerlei
+ziekteleed, tallooze ongelooflijke afwijkingen van het levensvocht,
+en dat alles uitsluitend gevolg der beweging!
+
+Wie derhalve weet, dat de vochten ongedeerd blijven, zoolang zij door
+den druk, dien de vaten er op uitoefenen, worden voortgedreven, dat
+zij echter door stil te staan op een warme en vochtige plaats terstond
+in een ziekelijken toestand geraken en ook gezonde deelen aantasten,
+wie waargenomen heeft, dat van n enkele onbeduidende afwijking
+tallooze andere afwijkingen het onmiddellijk gevolg zijn, zal
+gemakkelijk inzien, dat eerst van den mechanistischen geneesheer
+afdoende middelen hiertegen te verwachten zijn; wat al ontdekkingen
+zullen haar ontstaan te danken hebben aan het in verband brengen der
+ziekteverschijnselen met de oorzaken der stoornissen in den
+bloedsomloop en de regels voor het overwinnen van den weerstand, het
+herstellen der veerkrachtige beweging en het versterken der
+hartwerking!
+
+Maar, zoo werpt men mij tegen, de macht van onzen geest over ons
+lichaam doet ons toch duidelijk zien, dat leven, ziekte en gezondheid
+uit niet-mechanische beginselen voortvloeien. Tevergeefsch derhalve is
+uwe inspanning, vergeefsch uwe pogingen! IJdel zijn de verwachtingen,
+die gij van uwe nuttelooze mechanistische studie koestert!
+
+Het ware te wenschen, dat hij, die dergelijke tegenwerpingen maakte,
+zich slechts een onschuldig genoegen daarmede verschafte en dat in
+zijne schertsend geuite klacht niet tevens de beklagenswaardige ramp
+van ons aller onwetendheid tot uiting gebracht werd!
+
+Want wie heeft ooit in een der samenstellende deelen van onzen geest
+of van ons lichaam ook maar iets kunnen ontdekken, dat voor het
+wonderbaarlijk samengaan van beide een verklaring oplevert?
+
+Men houde echter wel in het oog, dat alle werkingen, die onze geest in
+ons lichaam teweegbrengt, van uitsluitend lichamelijken aard zijn en
+dat _deze_ dan toch aan de wetten der Mechanica gehoorzamen.
+
+Wat doet het er toe, dat de eerste oorzaak der verandering _niet_
+mechanisch is, als het toch den mechanistischen geneesheer gegeven is,
+zonder daarmede rekening te houden, van hare werkingen, die van
+_lichamelijken_ aard zijn, kennis te nemen, ze grondig te onderzoeken
+en zelfs te besturen, wat toch het eenige doel is, dat hij bereiken
+wil.
+
+Maar ik bemerk, dat mijne rede, hoewel slechts enkele punten
+oppervlakkig behandelend, al te zeer in omvang toeneemt.
+
+Toch komt het mij voor, dat ik op n punt, waaraan mijn tegenstanders
+hun krachtigst argument ontleenen, de beweringen van dezen niet
+onwederlegd mag laten; ik wil namelijk niet de verdenking op mij
+laden, dit punt, door het opzettelijk niet ter sprake te brengen,
+listiglijk ontweken te hebben.
+
+Is het niet waar, zoo roepen zij triomfantelijk uit, dat alle
+philosophen en Mechanisten, die zich tot nog toe aan de uitoefening
+der geneeskunde hebben gewaagd, steeds jammerlijk fiasco gemaakt
+hebben? Alle verdere redetwist is dus overbodig, daar het feitelijk en
+proefondervindelijk bewezen is, dat hunne wetenschap der geneeskunde
+slechts schaadt!
+
+Ik geef toe, dat deze redeneering volkomen juist is, zoolang zij
+slechts gericht blijft tegen hen, die tot de scholen behooren, welker
+aanhangers zich den weidschen naam van philosoof hebben aangematigd;
+dit leert ons de geschiedenis, dit toonen de werken, die deze lieden
+over geneeskundige onderwerpen geschreven hebben.
+
+Daar zij zich immers onledig houden met het louter uit eigen
+verbeelding opstellen van de beginselen aller dingen, om vervolgens
+uit de hoedanigheden, die zij met groote scherpzinnigheid aan die
+beginselen hebben toegedicht, den bijzonderen aard van elk lichaam te
+verklaren, blijken zij natuurlijk op alle punten gedwaald te hebben;
+en nu is het juist de door mij zoo warm aangeprezen mechanistische
+methode, die dat duidelijk aangetoond heeft.
+
+De gevolgtrekkingen, waartoe zij langs logischen weg gekomen zijn,
+kunnen niet op de werkelijkheid toegepast worden, tenzij eerst is
+uitgemaakt, dat die dingen, welke zij als een zeker uitgangspunt voor
+hunne redeneeringen hebben aangemerkt, identiek zijn met de beginselen
+van de afzonderlijke voorwerpen, die de natuur ons te aanschouwen
+geeft.
+
+Daar deze beginselen nu echter misschien wel oneindig in aantal en
+alle onderling verschillend zijn, zoo blijkt het, dat de waarheid
+hieromtrent onmogelijk bij toeval, zooals zij zich inbeelden te kunnen
+doen, ontdekt kan worden.
+
+Indien dit zoowel door de zoogenaamde scholastieken als door een groep
+van Mechanisten, die tot de school van CARTESIUS behooren, ernstig in
+het oog gehouden ware, dan zouden zij niet in den waan verkeerd
+hebben, dat het hun tot taak gesteld was, het menschelijk lichaam te
+richten naar voorschriften, die op verdichte beginselen berusten, maar
+zij zouden begrepen hebben, dat de elementen der door hen beoefende
+wetenschap met behulp der Mechanica door hen opgebouwd moesten worden
+uit datgene, wat de waarneming ons omtrent de samenstelling van den
+mensch leert.
+
+Indien men echter dit verwijt den mechanistischen Geneeskundige,
+zooals ik U dien beschreven heb, naar het hoofd slingert, dan vraag ik
+bewijzen voor dien laster.
+
+Natuurlijk zal niemand, men versta mij wel, zoo dwaas zijn te beweren,
+dat de meest nauwgezette Wiskundige niet een allerjammerlijkst figuur
+als geneesheer kan maken.
+
+Wat zou zulk een bewering wel te beteekenen hebben!
+
+Ik verlang ook niet, dat de Mechanist verstand hebbe van de
+Geneeskunde, maar omgekeerd eisen ik van den Geneeskundige kennis
+der Mechanica.
+
+Het zou allerdwaast zijn, een practisch ervaren Geneesheer ten
+opzichte van het genezen van ziekten te willen achterstellen bij een
+Werktuigkundige, die ganschelijk onbedreven is in de geneeskunde.
+
+Slechts dit verklaar ik, slechts dit wilde ik door mijne redevoering
+duidelijk in het licht stellen, dat van twee geneeskundigen, die
+gelijke ervaring in hun vak hebben opgedaan, hij het meest geschikt is
+om zijne wetenschap vooruit te brengen, die meer dan de ander met de
+regelen der Mechanica vertrouwd is.
+
+Opdat nu echter aan mijne woorden geen scheeve uitlegging gegeven
+worde, wat tot mijn grooten spijt reeds zoo dikwijls is voorgekomen,
+zal ik U een korte schets geven van den Geneesheer, zooals die mij
+steeds als een ideaal voor oogen zweeft.
+
+Stelt hem U voor, bezig met het leggen van den eersten grond voor
+zijne geneeskundige studin, geheel en al verdiept in de wiskundige
+beschouwing van figuren en lichamen, gewicht en snelheid, de
+inrichting van werktuigen en de werkingen, die daarmede op andere
+voorwerpen kunnen uitgeoefend worden.
+
+Terwijl hij door deze studin zijnen geest oefent, kunnen hem deze
+tevens tot nauwkeurig richtsnoer dienen, om duidelijke van
+onduidelijke, ware van onware voorstellingen te onderscheiden;
+tegelijkertijd zal hij, gedwongen tot langzaamheid in het oordeelen,
+zich de zoo hoog noodige voorzichtigheid eigen maken.
+
+Nadat hij aldus geleerd heeft, de enkelvoudige werkingen der niet
+samengestelde lichamen na te gaan en deze uit haar ware en
+ontwijfelbare oorzaken af te leiden, is zijn geest rijp geworden, om
+de verschillende eigenschappen der vloeistoffen, te weten haar
+vloeibaarheid, elasticiteit, ijlheid en gewicht, die de hydrostatiek
+uitvoerig behandelt, nader te bestudeeren.
+
+Daarna ga hij, zijn denkvermogen aldus gescherpt hebbende, er toe
+over, de werkingen, die vloeistoffen op werktuigen en die deze op gene
+uitoefenen, volgens streng mathematische methode te onderzoeken,
+versterke de op die wijze opgedane kennis door hydraulische,
+mechanistische en chemische proeven, terwijl hij de geaardheid en de
+werkingen van het vuur, het water, de lucht, de verschillende zouten
+en andere dergelijke stoffen nauwkeurig gadeslaat.
+
+Een tweede tafereel vertoont hem ons, zich reeds bevindend binnen de
+gewijde ruimte, waar de Geneeskunde zelve beoefend wordt.
+
+Daar zien wij hem zijne oogen, gescherpt en verhelderd door wiskundige
+onderzoekingen, zwijgend richten op geopende lijken en op lichamen van
+levend geopende dieren.
+
+Aanstonds beschouwt hij met aandacht den bouw, de vormen, de vastheid,
+de begin- en eindpunten, de verbindingen en krommingen, de
+buigzaamheid en veerkrachtigheid der vaten.
+
+Door dit wonderlijk schouwspel geprikkeld, past hij weldra op de door
+hem waargenomen verschijnselen de wetten der Mechanica, welke hem
+reeds van vroeger bekend zijn, toe en ontdekt zoodoende de verborgen
+eigenschappen der aanschouwde lichaamsdeelen.
+
+Van hoe verschillende, schoone en nuttige hulpmiddelen, waarmede de
+vlijt der jongere geleerden de grenzen der ontleedkunde heeft
+uitgebreid, zien wij hem gebruik maken.
+
+Terwijl hij zich de door anderen eerst na zeer veel inspanning gedane
+ontdekkingen ten nutte maakt, vormt hij zich een duidelijk beeld van
+den bouw van het menschelijk lichaam.
+
+Vervolgens zet hij zich aan de bestudeering der levensvochten, welke
+hij zoowel in als buiten het levend lichaam met alle middelen, die hem
+Anatomie, Chemie en Hydrostatiek ten dienste stellen, alsook met
+behulp van het microscoop aan een grondig onderzoek onderwerpt.
+Eindelijk zal hij zich dan door zijne van alle kanten bijeenverzamelde
+gegevens een volledig overzicht kunnen verschaffen van alle
+verschijnselen, die het lichaam in gezonden toestand te aanschouwen
+geeft.
+
+Ziedaar iemand, die uitsluitend door de gegevens, welke hij zich zelf
+verschaft heeft, in staat gesteld is tot het schrijven eener Leer van
+den normalen lichaamstoestand!
+
+Met behulp van deze gegevens nu brengt hij, na eerst elk afzonderlijk
+nauwkeurig onderzocht en overwogen en ze vervolgens in hun onderlingen
+samenhang bestudeerd te hebben, met toepassing van de wetten der
+Mechanica en met streng wiskundige regelmaat en behoedzaamheid te werk
+gaande, langzaam maar zeker waarheden aan het licht, die, hoewel in
+die gegevens opgesloten liggend, niet door zinnelijke waarneming
+daarin ontdekt, doch slechts door logische redeneering daaruit
+afgeleid kunnen worden.
+
+Aldus worden de naaste oorzaken van iedere werking opgespoord; deze
+maakt hij namelijk op uit den hem reeds bekenden aard der
+verschijnselen, welke hij bijeenverzameld, onderzocht en onderling
+vergeleken heeft, zoodat hij zich langzamerhand, als vrucht van al
+deze onderzoekingen, een duidelijk en volledig beeld van het wezen
+dier oorzaken zal kunnen vormen.
+
+Welke schoone resultaten zal hij niet kunnen bereiken, die bij zijne
+studin dezen weg volgt!
+
+En zal de wetenschap, op deze wijze verkregen, niet onveranderlijk
+vaststaan en even duurzaam zijn als de menschelijke natuur zelve, uit
+welker innerlijk wezen zij immers is opgedolven en welke haar eenigen
+grondslag uitmaakt?
+
+Zullen de resultaten van zulk een wetenschap niet onbetwistbaar zijn,
+die, slechts steunend op wat allen met gelijke beslistheid als waar
+erkennen, met de strengste nauwgezetheid behoedzaam voortschrijdt?
+
+Zal die wetenschap niet genoegzaam betrouwbaar en ook voor de praktijk
+nuttig zijn, welke bij haar grondig en met toepassing eener onfeilbare
+methode ingesteld onderzoek naar de naaste en onder ons bereik
+vallende oorzaken slechts van die eigenschappen van het menschelijk
+lichaam uitgaat, die stellig vaststaan en duidelijk voor onze
+zintuigen waarneembaar zijn?
+
+Ik erken, dat zij op die wijze slechts uiterst langzaam en nauw
+merkbaar zal groeien en opwassen; daartegenover staat echter dit
+belangrijke voordeel, dat elke, ook zelfs de geringste, vordering, die
+zij maakt, een vaste schrede voorwaarts beteekent en een hechten
+grondslag vormt, waarop verder voortgebouwd kan worden.
+
+Het laatste tafereel mijner schets eindelijk vertoont U onzen
+geneesheer, al dit werk reeds volbracht hebbend en naar den eindpaal
+strevend.
+
+Nu dringt hij door tot het allerheilige, tot het binnenste van den
+tempel van AESCULAPIUS!
+
+Thans doorvorscht hij de Tafelen van HIPPOCRATES en de zoo betrouwbare
+geschriften der Grieken!
+
+Ziet hem uit den overvloedigen schat der geneeskundige schrijvers
+vlijtig bijeenverzamelen, wat er overal in hunne werken aan kostelijke
+gegevens te vinden is!
+
+Nu eens opent hij, ten einde ze te onderzoeken, lijken, waaraan hij
+pathologische afwijkingen ontdekt heeft, dan weer neemt hij bij dieren
+ziekten waar, die hij kunstmatig bij deze heeft verwekt; nu eens
+verzamelt hij uit eigen ervaring allerlei gegevens omtrent de
+uitwerkingen van ziekten en geneesmiddelen, dan weer vult hij de aldus
+opgedane kennis aan door het raadplegen van de beste schrijvers op dat
+gebied; eindelijk schikt hij al deze gegevens samen, terwijl hij ze
+regelt en nauwkeurig overweegt, en vergelijkt de aldus gevonden
+resultaten met wat de Theorie hem geleerd heeft, zoodat hij ten slotte
+een degelijk inzicht krijgt in den loop en de geneeswijze der
+verschillende ziekten.
+
+En hiermede heb ik de laatste hand gelegd aan het voor u geschetste
+beeld van den volmaakten geneesheer!
+
+Dat deze hoogte onmogelijk bereikt kan worden zonder de studie der
+Mechanica, meen ik thans genoegzaam te hebben aangetoond.
+
+Sinds ik mij op de studie der geneeskunde toelegde, heb ik getracht,
+dat beeld te evenaren, mij daarnaar te richten.
+
+Naar dat model den geest te vormen van hen, die zich aan mijne leiding
+toevertrouwen, daartoe, Heeren Curatoren, heb ik steeds al mijne
+krachten ingespannen, zoolang ik op uw gezag aan deze hoogeschool de
+geneeskunde onderwees.
+
+Dat ideaal zal ik, zoolang God mij het leven schenkt, niet ophouden
+ijverig na te streven.
+
+Niet door partij te trekken van de dwaze lichtgeloovigheid en de domme
+verbazing der onkundige menigte, niet door een verblindenden
+woordenvloed, maar door duidelijke en onbetwistbare resultaten zal ik
+voor de wetenschap, waaraan wij allen ons leven toevertrouwen, eerbied
+trachten af te dwingen.
+
+Moogt gij, voortreffelijke jongelingen, die u met de borst op deze
+wetenschap toelegt, door welke het menschelijk geslacht zijn
+ongestoord welzijn hoopt verzekerd te zien, het door mij ontworpen
+beeld van den idealen geneesheer reeds van uwe eerste studiejaren af
+aandachtig beschouwen en er bewondering voor opvatten.
+
+Kwijt u z van uwe taak, dat gij u, getooid met de trekken en tinten
+van dit beeld, den naam van reddende engelen der menschheid verwerft!
+
+Er is geen wetenschap, die haren beoefenaren schoonere belooningen
+voor hunnen arbeid ten deel doet vallen dan de Geneeskunde.
+
+Geen andere is er, die u aangenamer, nuttiger en onmisbaarder voor uwe
+medemenschen kan maken.
+
+Geraakt in geestdrift, edelaardige geesten, geraakt in geestdrift voor
+de schoonheid dezer kunst, zonder welker hulp voor niemand hier op
+aarde het geluk bestaanbaar is!
+
+Dat toch nooit de moeielijkheid dezer studie de onstuimigheid van uwen
+vurigen geest beteugele!
+
+Hoogst bezwaarlijk, ik erken het, is de weg, die tot het heiligdom van
+PANACEA[5] voert.
+
+ [Voetnoot 5: PANACEA ("Alheelster") is de naam van een der dochters
+ van AESCULAPIUS. (Vertaler).]
+
+Doch anderen hebben dezen door hunnen onvermoeiden arbeid geffend;
+met groote dapperheid wisten zij, alle moeilijkheden overwinnend, het
+einddoel van hunnen tocht te bereiken; volgt gij nu moedig hun
+voorbeeld!
+
+Gij vindt in deze hoogeschool zoodanige leidslieden op het gebied der
+geneeskunde, die u veel rijker schatten kunnen toonen dan weleer de
+Epidaurische zuilen[6], de Pergameensche boekrollen[7], de Cnidische
+wanden[6] en de Coische bladen[7] opleverden.
+
+ [Voetnoot 6: Op de zuilen van den Aesculapius-tempel te Epidaurus
+ en op de wanden van dien te Cnidus stonden opschriften, die melding
+ maakten van verschillende ziektegevallen en de wijze hunner
+ genezing. (Vertaler).]
+
+ [Voetnoot 7: Bedoeld zijn de werken van GALENUS van Pergamum en
+ HIPPOCRATES van Cos. (Vertaler).]
+
+Gij vindt hier iemand, die de kunst verstaat, met een ongelooflijk
+gemak in duidelijke taal de meest verborgen geheimenissen der Wiskunde
+bloot te leggen en die u zal leeren, deze op geneeskundige
+vraagstukken toe te passen.
+
+Het is VOLDER, een man, die naar het oordeel der besten onder ons
+geboren schijnt voor deze gewijde taak, een man, die verre boven onzen
+lof verheven is!
+
+Met een van dankbaarheid vervuld gemoed spreek ik het hier gaarne
+openlijk uit, dat ik aan zijne milde voorlichting oneindig veel
+verschuldigd ben en steeds, ten minste zoolang ik nog helder van hoofd
+ben, zal ik mij mijne groote verplichtingen jegens hem eerlijk en
+oprecht voor oogen houden.
+
+Indien gij nu van oordeel zijt, dat ik U tot eenigen steun bij uwe
+studin kan dienen, dan zal ik gaarne, het voetspoor dezer groote
+mannen volgend, er met alle macht naar streven, metterdaad het bewijs
+te leveren, dat ik mijn belang slechts in het uwe zoek.
+
+Zoolang God mij de kracht verleent, dit ambt naar behooren te
+vervullen, zal ik niet ophouden, met U de uitspraken der Ouden en
+de waarnemingen der jongeren met onverdroten ijver van alle kanten
+bijeen te verzamelen, waarbij ik dan nog de resultaten mijner eigen
+onderzoekingen, die ik geef voor wat ze zijn, zal voegen, ten einde,
+toegerust met al deze gegevens, met behulp van de door mij zoo
+uitbundig geprezen Mechanica, het onze bij te dragen tot den opbouw
+der medische wetenschap!
+
+Welaan dan, wakkere studiegenooten, laat ons het werk, waartoe mijne
+gansche redevoering U aanspoorde, onder de zegenrijke begunstiging van
+het thans aangebroken academisch jaar als om strijd aanvatten en het
+zoo mogelijk voleinden!
+
+Laat uwe trouwe opkomst bij mijne lessen zulk een geestkracht in mij
+ontvonken, dat ik, die mij volkomen bewust ben, wat natuurlijken
+aanleg en geleerdheid betreft, bij zeer velen achtergesteld te moeten
+worden, in ijver tenminste voor niemand zal behoeven onder te doen.
+
+De hoogste belooning voor mijnen arbeid echter zal ik _dan_ meenen
+deelachtig te worden, wanneer het door uwe toejuiching der wereld zal
+blijken, dat de door mij betoonde vlijt U ten goede gekomen is,
+wanneer de roep van den voorspoed uwer studin aan deze hoogeschool
+meerderen zal verlokken, onder hare leerlingen plaats te nemen.
+
+Slechts als deze mijn wensch in vervulling getreden zal zijn,
+zal ik, Edel Groot Achtbare Heeren Curatoren, Edel Achtbare Heeren
+Burgemeesters[8], de resultaten van mijn onderwijs, onder uwe
+bescherming aan uwe hoogeschool gegeven, met vertrouwen aan uw oordeel
+mogen onderwerpen.
+
+ [Voetnoot 8: Hiermede worden de vier burgemeesters van Leiden
+ toegesproken. (Vertaler).]
+
+Dit beschouw ik als het eenige waardige geschenk, waarin uw verheven
+geest behagen zal kunnen scheppen.
+
+Op deze wijze hoop ik, zonder eenige valsche vleierij maar met niet
+minder oprechtheid van zin U den dank, waartoe ik mij jegens U
+verplicht gevoel, metterdaad te toonen!
+
+Gij toch hebt mij, na mij tot het leeraarsambt te hebben geroepen
+en gedurende de twee jaren, waarin ik dit ambt bekleedde, mijne
+werkzaamheden aandachtig gadegeslagen te hebben, onverwacht door
+hoogst vereerende beloften en nieuwe bewijzen uwer mildheid tot nog
+meer ijver geprikkeld.
+
+Onder de vele deugden, die ik in U vereer, is er ne, die volgens het
+mij ter oore gekomen oordeel van wijze mannen hooger dan alle andere
+gesteld moet worden: het is de strikte onpartijdigheid, waarmede gij
+bij het betoonen van uwe gunst te werk gaat.
+
+Eene voortreffelijke en der wetenschappelijke wereld het allermeest
+ten goede komende eigenschap noem ik haar; U door haar latende leiden,
+hebt gij slechts belooningen voor werkelijke verdiensten over; alle
+gunstbejag stuit op haar af.
+
+Wanneer ik dan ook naar uwe hoogheid van karakter de waarde afmeet
+van de onderscheiding, welke gij mij verleend hebt, dan voel ik eenen
+onweerstaanbaren drang in mij, om, aangevuurd door zulk een eervol
+getuigenis, onverwijld op den ingeslagen weg met frisschen moed voort
+te gaan!
+
+Met terzijdelating derhalve van allen ijdelen woordenpraal, die bij
+eene dankbetuiging het teeken van onoprechtheid pleegt te zijn en
+volstrekt geen genade kan vinden in de oogen van wijze mannen, wil
+ik U slechts het volgende plechtig beloven!
+
+Ik zal mij steeds bevlijtigen, uwe waardigheid door het betoonen van
+den diepsten eerbied en de uiterste dienstwilligheid hoog te houden!
+
+Ik zal zorg dragen, mijnen ijver tot zulk een hoogte op te voeren,
+dat het blijke, dat ik uwe gunst op den hoogsten prijs stel en mij
+haar door gepaste middelen steeds in meerdere mate wil trachten te
+verwerven.
+
+Ik zal er naar streven, de juistheid van het welwillend oordeel, dat
+gij over mij geveld hebt, der geheele wereld door mijne daden te doen
+blijken!
+
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Nobilissimis et Splendidissimis Viris_
+ACADEMIAE BATAVAE CURATORIBUS,
+
+ _Den Edel Groot Achtbaren Heeren_
+ CURATOREN DER LEIDSCHE UNIVERSITEIT,
+
+D. JACOBO, BARONI WASNARIAE, Toparchae Opdami, Hensbroek, Wochmeer,
+Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, etc. Ordinis Equestris
+Nobilium Hollandiae Primo Assessori, Illustris Ordinis Equestris
+Danici, Cujus insigne Elephas, membro, Equitum Foed. Belgicae Magistro.
+Munitissimae Urbis Sylvae Ducis Gubernatori. Ad Potentissimos Poloniae
+et Borussiae Reges, ad Serenissimum Electorem Hanoveriensem, et ad
+Plures Germaniae Principes, Legato Extraordinario, etc. etc.
+
+ Den Heere JAKOB, BARON VAN WASSENAER, heer van Obdam, Hensbroek,
+ Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, enz., oudste
+ lid van de ridderschap van Holland, ridder in de Deensche koninklijke
+ orde van den Olifant, kolonel van de ruiterij der Vereenigde
+ Nederlanden, gouverneur van 's Hertogenbosch, buitengewoon gezant
+ bij H.H.M.M. de Koningen van Polen en Pruisen, bij Z.H. den Keurvorst
+ van Hannover en bij onderscheidene Duitsche vorsten, enz. enz.
+
+D. HUBERTO ROSENBOOM, JCto, Toparchae in 's Grevelsregt, Supremae
+Batavorum Curiae Praesidi, etc. etc.
+
+ Den Heere Mr. HUBERTUS ROSENBOOM, heer van 's Grevelsregt, voorzitter
+ van den Hoogen Raad der Nederlanden, enz. enz.
+
+D. HERMANNO VAN DEN HONAART, JCto, Viro Consulari in Senatu primae
+in Hollandia Dordrechtanorum Urbis, ejusque Voto in Delegatos
+Praepotentium Ordinum Hollandiae adscripto, Comiti Aggerum
+Alblasserwaarde, etc. etc.
+
+ Den Heere Mr. HERMAN VAN DEN HONAART, burgemeester van Dordrecht en
+ afgevaardigde dezer stad in de Staten van Holland, dijkgraaf van
+ Alblasserwaarde, enz. enz.
+
+Eorumque collegis,
+_Amplissimis, Gravissimisque Viris_,
+
+ _Den Edel Achtbaren Heeren_
+
+D. JOHANNI VAN DEN BERG, JCto, Consulum hoc anno Praesidi, et
+Amplissimi simul Consessus Curatorum Academiae Actuario,
+
+D. CONRADO RUYSCH, JCto.
+
+D. ABRAHAMO VAN ALPHEN, JCto.
+
+D. PETRO VAN DORP.
+
+ Den Heere Mr. JAN VAN DEN BERG, eersten burgemeester van Leiden en
+ secretaris van het college van Curatoren.
+
+ Den Heere Mr. COENRAAD RUYSCH,
+
+ Den Heere Mr. ABRAHAM VAN ALPHEN,
+
+ Den Heere PIETER VAN DORP,
+
+Hanc Orationem
+Ea, qua par est, veneratione
+Sacrat
+Virtuti, et Nomini Eorum
+Devotissimus
+
+ draagt deze redevoering
+ met verschuldigden eerbied op
+ de hun toegewijde
+
+HERMANNUS BOERHAAVE.
+
+ HERMAN BOERHAAVE.
+
+
+
+
+HERMANNI BOERHAAVE
+De Usu ratiocinii Mechanici in Medicina
+ORATIO.
+
+ REDEVOERING
+ van
+ HERMAN BOERHAAVE
+ over
+ Het nut der Mechanistische Methode in de Geneeskunde.
+
+Qui corporum vires ex mole, figura, et velocitate, vel assumtis, vel
+deprehensis observatione, calculo aestimant Geometrico, Mechanici
+appellantur. Quos ipse Artis usus, claraque demonstratae veritatis lux,
+Sapientibus adeo commendavit, ut aliam omni aeque laudatam seculo, omni
+aeque comprobatam suffragio, temere non inveneris. Miram profecto, et
+insperato rei eventu humana fere altiorem Sapientiam!
+
+ Zij, die de krachten der lichamen naar hun massa, vorm en snelheid,
+ hetzij na een korter of langer onderzoek vastgesteld of door directe
+ waarneming gevonden, mathematisch berekenen, worden Mechanisten
+ genoemd. Dezen hebben zich door de practische resultaten hunner
+ wetenschap, welke op schitterende wijze de waarheid hunner stellingen
+ aantoonden, zoozeer de achting der weldenkenden verworven, dat men
+ niet licht eene andere wetenschap zal vinden, die zich ten allen tijde
+ in gelijke mate in ieders toejuiching mocht verheugen. Is zij niet een
+ wonderbaarlijk gewrocht van den menschelijken geest, dat door zijne
+ alle verwachting te boven gaande uitkomsten aan het bovenmenschelijke
+ grenst?
+
+Illa enim certis quidem, sed paucis admodum, iisque vulgatis ubique
+principiis fundamenta debet subtilissimi cujusque et difficillimi
+inventi.
+
+ Het zijn immers slechts zeer weinige, algemeen verbreide, zij het dan
+ ook onbetwistbare, grondbeginselen, op welke haar meest subtiele en
+ ingewikkelde uitvindingen gebaseerd zijn.
+
+Postulata ideo Scientiae hujus sordent his, qui fronte prima decepti
+rebus pretium statuere, vel obscura tantum suspicere solent. Artium
+vero severissimae successum quisquis spectat, summo eam ingenii cultu
+dignissimam habet, quia fundamento subnixa tam plano Hominum robur longe
+supra vires Generis Humani evexit. Ejus quippe effectu nulla datur
+immobilis moles, licet moturus minimo valuerit agendi momento.
+
+ Dit is dan ook de reden, waarom menschen, die gewoon zijn, de dingen
+ op het eerste gezicht, dus veelal verkeerd, te beoordeelen, of slechts
+ eerbied te hebben voor beweringen, die in een duister waas gehuld
+ zijn, voor de grondstellingen dezer wetenschap minachtend de schouders
+ ophalen. Wie echter op de resultaten van die strengste aller
+ wetenschappen let, acht haar de hoogste vereering waardig, omdat zij,
+ op zoo eenvoudigen grondslag opgebouwd, den mensen krachten verleend
+ heeft, die zijne eigene verre overtreffen. Aan haar immers hebben wij
+ het te danken, dat geen massa meer onbewegelijk is, hoe gering ook de
+ beweegkracht zij, waarover wij beschikken.
+
+Quare utilitatem ejus ommis civilis, omnis agnoscit militaris
+disciplina. Hanc aliis artibus necessariam non tantum idonei judices,
+sed et vanae gloriae ex ignara laude aucupes imperiti celebrant. In
+sola medicina spernitur, vel praetervisa nihil boni praestare vulgo
+censetur.
+
+ Haar nut wordt dan ook door alle, zoowel burgerlijke als militaire,
+ wetenschappen erkend. Z algemeen wordt zij gevierd als eene voor
+ andere wetenschappen onmisbare hulpwetenschap, dat zelfs onkundigen,
+ als naar gewoonte zichzelf willende verheerlijken door het prijzen van
+ dingen, welke zij niet verstaan, den bevoegden beoordeelaars dien lof
+ nazeggen. De geneeskundigen alleen versmaden haar of zijn gemeenlijk,
+ opzettelijk verzuimend haar nader te bestudeeren, van oordeel, dat zij
+ niets goeds vermag tot stand te brengen.
+
+Quod ipsum tamen adeo ego alienum a rei veritate, adeo calamitosum fundo
+medico habeo, ut dicendi argumentum hac mihi hora aliunde non petiverim.
+Neque Vestram exspectationem, neque mea me vota fefellisse crediderim,
+si plani sermonis perspicuitate evicero, _Mechanices in Medicina usum
+esse summum, necessitatem maximam_.
+
+ Deze meening is nu echter mijns inziens z geheel en al bezijden de
+ waarheid en tevens z verderfelijk voor de geneeskunde, dat ik
+ gemeend heb, geen beter onderwerp te kunnen uitkiezen, om in dit uur
+ voor U te behandelen. En ik geloof, dat ik zoowel aan uwe verwachting
+ als aan mijnen wensch voldaan zal hebben, als ik in eenvoudige taal
+ duidelijk zal hebben aangetoond, _dat de Mechanica voor de Geneeskunde
+ van buitengewoon belang en ten eenenmale onontbeerlijk is_.
+
+Quae agitanti ubertas rei verborum apparatum praecidere videtur. Sed
+reficit me Vestra in judicando spectata satis sinceritas, quae damnata
+dudum exordii demulcentis lenocinia ab loco hoc, qui soli veritati
+sacer, relegavit. Rem itaque ipsam libere exordior; maxime quum severa
+veritas patientiam quidem et attentionem imploret, gratiam vero repudiet
+et odia.
+
+ Door de uitgebreidheid van het onderwerp word ik wel genoodzaakt, elke
+ rhetorische verfraaiing der rede ter zijde te laten. Dat mij dit
+ echter niet behoeft te verontrusten, daarvoor staat mij de zoo
+ welbekende strikte eerlijkheid van uw oordeel borg, waarmede gij reeds
+ lang de vleitaal eener streelende inleiding door uwe afkeuring uit
+ deze slechts der waarheid gewijde plaats verbannen hebt. Ik ga dus
+ terstond onbeschroomd tot de behandeling van mijn onderwerp over, daar
+ hij, die strenge waarheid verkondigt, zich om geenerlei vooroordeel,
+ het moge hem gunstig of ongunstig zijn, bekommert; slechts geduld en
+ aandacht vergt hij van zijne hoorders.
+
+Generalem corporis naturam nullos definivisse verius quam Mathematicos
+tam clarum habeo, ut litem de fide hujus asserti exspectem plane nullam.
+Quae vero singulari cuique, prout in rerum natura existit, corpori
+propria sit indoles, ex universali hac Geometrarum idea a priori nullus
+rite deduxerit.
+
+ Dat de beste algemeene bepaling van het begrip lichaam door de
+ Wiskundigen gegeven is, acht ik z evident, dat ik van niemand eenige
+ tegenwerping tegen deze bewering verwacht. Den individueelen aard
+ echter van elk lichaam in het bijzonder, zooals het zich in de natuur
+ voordoet, zal niemand alleen door logische redeneering uit deze
+ algemeene definitie der Wiskundigen kunnen afleiden.
+
+ Illa enim ex sola collectione communium nata, secluso accurate
+omni eo, quod unum ab alio distinguit, justo ratiocinio non dabit
+conclusionem unquam, quae peculiarem corporis naturam explicet. Ab hac
+ipsa tamen pendet primario vis agendi, qua unum prae alio corpus pollet;
+adeoque illa ignorata et haec incognita lateat necesse est.
+
+ Daar deze immers voortgesproten is uit de samenvatting van die
+ eigenschappen, welke alle lichamen gemeen hebben, met zorgvuldige
+ uitsluiting van alles, wat het eene lichaam van het andere
+ onderscheidt, zal daaruit met nog zoo logische redeneering geen
+ enkele gevolgtrekking kunnen afgeleid worden, die over den
+ bijzonderen aard van eenig lichaam opheldering geeft. En toch hangt
+ juist van dezen in de eerste plaats de grootere of geringere
+ werkingskracht der verschillende lichamen af, zoodat de kennis van
+ deze laatste zonder de kennis van het eerstgenoemde onbestaanbaar is.
+
+Ignota igitur haec detegere quisquis amat, ex ipsa re singulari
+conditiones eruere debet, quae procacem aliter ratiocinii libertatem
+in indaganda rei indole exacte determinet. Has vero certo nullus novit,
+nisi ille, qui sensuum experimento observandos corporis cujusque
+effectus perspexit. Habent sc. hi rationem eorum, quae ex natura propria
+rei indagandae fluunt; singula ergo horum unam hujus proprietatem,
+collecta vero simul integram ejus naturam absolvunt, qua sensibus patet.
+
+ Wie derhalve tot de kennis hiervan wenscht te geraken, moet uit het te
+ bestudeeren voorwerp zelf de bijzondere voorwaarden putten, die zijn
+ anders onbeteugelde vrijheid van redeneering bij het opsporen van den
+ eigenaardigen aanleg van het gegeven object nauwkeurig omgrenzen. Deze
+ voorwaarden echter kunnen slechts door hem gekend worden, die de met
+ de zintuigen waarneembare werkingen van elk lichaam in het bijzonder
+ heeft nagegaan. Deze werkingen zijn namelijk het zichtbaar gevolg van
+ de bijzondere hoedanigheden, welke uit den eigen aard der te
+ onderzoeken zaak voortkomen; elke nu van deze afzonderlijk maakt ne
+ eigenaardigheid dezer zaak uit, en alle te zamen genomen maken zij
+ haar geheele wezen uit, voor zooverre dat voor de zintuigen
+ waarneembaar is.
+
+Quicunque autem ex his ipsis liquidissime prius perspectis, more dein
+Geometrico ea demonstrat, quae clara et individua sequela inde elici
+possunt, plura longe deteget, quam sensuum auxilium revelasset unquam.
+Neque tamen ipsa haec posteriora vera minus prioribus, neque minus
+certa, neque minus apta usui erunt.
+
+ Gaat men nu een stap verder door uit deze duidelijk waargenomen feiten
+ langs wiskundigen weg alles, wat daaruit klaarblijkelijk onafwijsbaar
+ voortvloeit, af te leiden, dan zal men veel meer ontdekken, dan met
+ behulp der zintuigen alleen ooit het geval geweest ware. En toch
+ zullen de op laatstgenoemde wijze verkregen uitkomsten niet minder
+ waar, noch minder bruikbaar zijn dan de vroeger verkregene.
+
+Praeter binas hasce, tertia non datur, quae peculiarem corporeae
+cujusdam machinae constructionem reseret, clavis.
+
+ Buiten deze twee is er geen derde methode, welke de bijzondere
+ inrichting van het een of andere mechanisme kan helpen opsporen.
+
+Quarum utraque id evincit unum, humanum corpus idem esse natura toti,
+quam contemplamur, Universitati rerum.
+
+ Beide methoden nu leiden onveranderlijk tot dit resultaat, dat het
+ menschelijk lichaam in aanleg volkomen overeenstemt met de geheele ons
+ omringende natuur.
+
+Sensu teste et ratione judice nil habet praeter caetera eximii, si
+seria speculatione principia ejus lustraveris, nisi quod ex pluribus,
+diversisque machinis influxu humorum agitatis illud possidemus
+conflatum.
+
+ Zoowel zinnelijke waarneming als verstandelijk overleg leeren ons, dat
+ het menschelijk lichaam voor hem, die zijne samenstellende deelen met
+ wetenschappelijken ernst bestudeert, geen enkele afwijking vertoont in
+ vergelijking met andere lichamen, tenzij dan dat het samengesteld is
+ uit verscheidene mechanismen van verschillenden vorm, die door er
+ doorheen stroomende vochten in beweging gebracht worden.
+
+Conflatum vero hac conditione, ut adunatarum partium effectus sit
+plures producere, eosque varios valde, motus, qui mechanica plane
+evidentia ex mole, figura, firmitate et nexu partium inter se, fluunt.
+Quod confirmatur satis, quoniam solo mechanico motu destructa harum
+partium una, vel soluta tantum vinculi tenacitate, frustra eundem
+deinceps effectum speramus. Humanum ergo verum est, quale Mechanici
+speculantur, corpus; habet adeoque id omne, quod clara hujus specie
+exhibetur.
+
+ Ons lichaam is nu zoo ingericht, dat zijne vereenigde deelen het
+ vermogen bezitten, verscheidene en wel zeer verschillende bewegingen
+ voort te brengen, welke, geheel overeenkomstig de regelen der
+ mechanica, bepaald worden door de massa, den vorm, de vastheid en de
+ onderlinge verbinding der deelen. Dit blijkt reeds terstond hieruit,
+ dat, wanneer een dezer deelen louter ten gevolge der mechanische
+ beweging vernield of ook slechts de stevigheid der verbinding
+ verminderd is, de vroeger waargenomen werking stellig uitblijft. Het
+ menschelijk lichaam is dus een zuiver mechanisch lichaam en vertoont
+ er derhalve alle eigenschappen van.
+
+Eadem igitur lege, qua mathematicum illud et humana haec machina
+explicabilis arti geometricae erit; si modo pro datis assumuntur, non
+quas arbitrium mentis ex infinita possibilium varietate pro lubidine
+finxit, sed sensuum usu probe compertae dotes ejus peculiares.
+
+ Op dezelfde wijze dus als de door de mathematici bestudeerde lichamen
+ zal ook het menschelijk mechanisme een object van wiskundige
+ behandeling kunnen zijn, indien men slechts zijne bijzondere door
+ zinnelijke waarneming behoorlijk vastgestelde eigenschappen als vaste
+ gegevens aan het onderzoek ten grondslag legt, niet echter zulke
+ eigenschappen, die geheel willekeurig er aan toegekend en uit eene
+ oneindige verscheidenheid van mogelijkheden zonder eenigen positieven
+ grond uitgekozen zijn.
+
+Quarum plurimas anatome vario equidem detexit artificio, observando
+majorum, quibus componimur, partium definitam structuram. Plura in
+minoribus pulcherrimum detexit microscopii inventum, similem his,
+majoribusque naturam demonstrans.
+
+ Zeer vele eigenaardigheden nu van het menschelijk lichaam heeft de
+ ontleedkunde langs verschillende wegen aan het licht gebracht, door
+ den bepaalden bouw van de grootere deelen, welke het samenstellen, na
+ te gaan. De kennis van verscheidene eigenschappen der kleinere deelen
+ hebben wij te danken aan de schoone uitvinding van het microscoop,
+ hetwelk aantoonde, dat de grootere en de kleinere deelen in aanleg
+ overeenkomen.
+
+ Sed et liquidorum scientia revelavit multa, quae humorum per vasa
+nostra circumactorum ingenium, impetum, directionemque determinant.
+Quare, aut ex omnibus his nihil lege scientiae deduci poterit unquam,
+aut soli mechanicae in cognoscendo, adeoque et in gubernando corpore
+humano palma tribuenda erit.
+
+ Doch ook de leer der vloeistoffen heeft ons vele factoren doen
+ kennen, door welke de geaardheid, de stuwkracht en de richting der
+ door onze vaten rondgevoerde vochten bepaald worden. Derhalve zal
+ aan geen andere wetenschap dan aan de werktuigkunde de voorrang
+ moeten worden toegekend bij het onder zoeken, ja zelfs ook bij het
+ naar onzen wil besturen van het menschelijk lichaam, tenzij men
+ misschien mocht willen aannemen, dat uit de genoemde dingen langs
+ wetenschappelijken weg niets valt af te leiden.
+
+Nihil veri, nihil certi, nihil quod ex usu sit, ex tot manifestis
+observatis deduci posse, sive ea quis rite expenderit singula, sive
+emendatissimo ratiocinio inter se comparaverit universa, quis credet,
+quis asseret?
+
+ Doch wie zal gelooven, wie beweren, dat uit zoovele duidelijk
+ waargenomen feiten, hetzij men elk afzonderlijk behoorlijk overweegt
+ of ze alle te zamen op de meest oordeelkundige wijze onderling met
+ elkaar in verband brengt, niets waars, niets zekers, niets bruikbaars
+ kan worden afgeleid?
+
+Languentis certe animi tardum nimis torporem, et ingratum plane
+pulcherrimorum, quae possidemus, inventorum neglectum, qui sic loquitur,
+palam facit.
+
+ Hij, die zoo spreekt, openbaart hierdoor slechts een al te groote
+ traagheid en sufheid van geest en een allerondankbaarste
+ geringschatting voor de schoonste uitvindingen, welke wij bezitten.
+
+Desidiosi est nihil agendo desperare semper, vel elevare verbis, facere
+quae forte solus non possit.
+
+ Het is immers een eigenschap van den arbeidschuwe, uit wanhoop aan den
+ goeden uitslag niets te durven ondernemen of datgene als onbereikbaar
+ voor te stellen, waartoe misschien _zijne_ krachten alleen te kort
+ schieten.
+
+Quod si ratiocinandi lege ignota quidem inde illustrari posse concedens
+quis, mechanicis tamen solis id muneris denegat, aliam det quaeso, quae
+corporea rectius excutiat, artem.
+
+ Mocht er echter iemand gevonden worden, die wel toegeeft, dat uit
+ genoemde feiten langs den weg der redeneering onbekende zaken kunnen
+ opgehelderd worden, doch slechts den werktuigkundigen het recht
+ hiertoe ontzegt, laat hij ons dan buiten de mechanica eene andere
+ wetenschap aanwijzen, die ons beter in staat stelt, de eigenschappen
+ der lichamen uit te vorschen.
+
+ Id qui aggreditur, necessarium est ut statuat rerum naturam optime
+explicari per ea principia, quae a quaesita rei natura maxime aliena
+sunt, et per eos, qui ab una omni Bono probata veri indagandi methodo
+longissime aberrant. Eo autem ipso tot, tantisque se intricat absurdis,
+ut, nulla ejus ratione habita, propositum demonstratum putem.
+
+ Wie dat poogt te doen, moet zich in het hoofd gezet hebben,
+ dat de aard der dingen het best kan worden opgespoord door van zulke
+ grondbeginselen uit te gaan, die daar het meest tegen indruischen,
+ en door zoodanige personen, die het sterkst afwijken van de
+ onderzoekingsmethode, die door alle weldenkenden als de eenige, welke
+ ware resultaten oplevert, erkend wordt. Alleen reeds daardoor echter
+ zou hij zich in zulk een warnet van ongerijmdheden verstrikken, dat
+ ik, zonder verder, rekening met hem te houden, mijne stelling bewezen
+ mag achten.
+
+Sed jejuna nimis audit haec convincendi ratio, cujusque remotior ab
+usu communi vis paucos in assensum cogat! Id verum quin sit, si ex
+plurimorum captu aestimatur demonstrationis pondus, nullus dubito.
+
+ Maar deze bewijsvoering klinkt wat al te nuchter en moet wel, al te
+ zeer afwijkend van den gebruikelijken betoogtrant, weinigen tot
+ instemming nopen! En dat is zeer zeker het geval, indien men de kracht
+ van een betoog afmeet naar het bevattingsvermogen van de meerderheid
+ der menschen.
+
+Quidni ergo, vel horum gratia, in liquidissima luce locatam rem ponamus
+ob oculos; et in ea quidem, qua se omnes pulchre uti jactant, quibus
+mederi cura est.
+
+ Waarom zou ik dan niet, al was het slechts om dezen te voldoen, U de
+ zaak in het helderste licht voor oogen stellen, van welk licht alle
+ beoefenaren der geneeskunst, als men hen gelooven mag, een ruim
+ gebruik maken.
+
+Quae aggressurus vel invitus sane cogor ex historia structurae corporis
+allegare ea, quae Rhetorum locis insueta plane et inaudita, puritati
+defaecatae Latinitatis peregrina et barbara, intellectui tamen ipsius
+rei praeprimis necessaria habentur.
+
+ Terwijl ik nu daartoe overga, zie ik mij wel, hoezeer ook tegen mijnen
+ zin, genoodzaakt, het een en ander uit de anatomie ter sprake te
+ brengen, dat, daar een dergelijk onderwerp nooit door rhetorische
+ schrijvers behandeld is, in minder zuiver en gekuischt Latijn moet
+ worden weergegeven, dat ik echter voor het goed begrip van de zaak
+ zelve meen niet achterwege te mogen laten.
+
+Maximam corporis nostri partem arteriis contextam, harumque sustentatam
+beneficio vigere, clarius est, quam demonstratione ut egeat. Has canales
+esse cruorem qui castigant, inque suo dirigunt itinere, quorum maxima
+circa cor sensim gracilescit cavitas, donec prae tenuitate aciem visus
+fugiat, vel laniones norunt.
+
+ Dat het grootste gedeelte van ons lichaam met slagaderen doorweven is
+ en door deze in stand gehouden wordt, is te duidelijk, om betoog te
+ behoeven. Dat dit de kanalen zijn, die het bloed inhouden en in zijnen
+ loop richten, en dat hun omvang, in den omtrek van het hart het
+ grootst, langzamerhand afneemt en ten slotte z klein wordt, dat hij
+ niet meer voor het bloote oog waarneembaar is, dat weten zelfs de
+ slagers.
+
+ Neque minus vulgatum, a corde exortum unum horum truncum explicari
+in ramos laterales, figura trunci similes, eadem ratione et divisos
+rursus et decrescentes, hoc tamen artificio, ut truncus recta pergens,
+in loco divisionis majori plerunque capacitate aperiatur quam rami, qui
+ad latera trivii hujus porriguntur.
+
+ Niet minder algemeen bekend is het, dat n hoofdstam van deze
+ kanalen, van het hart uitgaande, zich in zijtakken splitst, die met
+ den hoofdstam gelijkvormig zijn en op dezelfde wijze als deze zich op
+ hun beurt splitsen en langzamerhand in omvang afnemen, waarbij echter
+ deze eigenaardigheid valt op te merken, dat de recht doorloopende
+ hoofdstam ter plaatse, waar hij zich vertakt, gewoonlijk een wijder
+ opening vertoont dan de aan dezen driesprong ontspringendezijtakken.
+
+ Sinuoso autem flexu ita haec omnia vasa curvari, ut cavitatum
+latera ad infinitos numero, et magnos valde angulos ubique inflectantur,
+hujusque Spirae gravissimos effectus esse in sanguinem transfluentem,
+observarunt a paucis retro annis, qui Geometricas subtilitates rebus
+applicuere Medicis.
+
+ Dat echter al deze vaten zoodanige krommingen beschrijven, dat
+ de zich zijdelings vertakkende buizen op een oneindig aantal plaatsen
+ wijde hoeken vormen en dat deze windingen een buitengewonen invloed
+ uitoefenen op de doorstrooming van het bloed, is eerst voor weinige
+ jaren ontdekt door hen, die de scherpzinnig gevonden stellingen der
+ wiskunde op geneeskundige vraagstukken hebben toegepast.
+
+Quam mirabili vero, quam efficaci fabrica flexiles finxit hos canales
+Adorandus nostrae machinae Faber!
+
+ Met welk een bewonderenswaardige, met welk een doeltreffende
+ kunstvaardigheid heeft de aanbiddelijke Bouwmeester van ons mechanisme
+ deze buigzame kanalen gevormd!
+
+Dum a premente intus liquido distendi posse sine lacerationis discrimine
+voluit, eoque rursum fecit ingenio, ut humorem a dilatatione reciproca
+cessantem valido cum impetu cogere, se vero in arctiorem capacitatem
+propria sponte restituere queant.
+
+ Hij wilde, dat zij door het tegen hunne wanden drukkende vocht zonder
+ gevaar voor scheuring zouden kunnen uitgezet worden en verleende hun
+ tevens het vermogen, tot hun vroegeren omvang vanzelf weder terug te
+ keeren en het vocht met een krachtigen stoot voort te stuwen, zoodra
+ dit opgehouden heeft ze uit te zetten.
+
+Ultimos autem arteriae, hosque minutatim divisos fines in membrana, ut
+firma basi, ordinari, ibique per fistulas in mutuos occursus emissas
+hiare inter se, ante Malpigium viderat nemo. Ille primus ambages
+resolvit et mille viarum dolos, quos pulsa in hos Maeandros liquida
+pererrant.
+
+ MALPIGHI was echter de eerste, die zag, dat de laatste uiteinden der
+ slagader, in zeer dunne buisjes vertakt, in een vlies, als in een
+ stevig omhulsel, zijn samengevoegd en daar door middel van nauwe
+ kanalen wederkeerig met elkander in gemeenschap staan. Hij heeft ons
+ het eerst den weg leeren vinden in het labyrint der tallooze
+ dwaalwegen, welke de vloeistoffen, langs deze kronkelpaden
+ voortgedreven, te doorloopen hebben.
+
+Sed, o admirabilitatem maximam! o mechanismum pollicis divini!
+
+ Doch het wonderbaarlijkste, waarbij zich de vinger Gods waarlijk in
+ Zijn werk openbaart, is wel het volgende.
+
+Tanta enim accuratione digesti ramuli aequali hic viae latitudine
+porrecti et laterali progenie orbi, primordia venarum, Lymphaeductuum,
+horumque sinus mutata constituunt figura.
+
+ De takjes, welker loop met zoo groote zorgvuldigheid geregeld is en
+ die zich hier alle langs banen van gelijke breedte in rechte richting,
+ zonder zijdelingsche vertakkingen, voortbewegen, vormen, van gedaante
+ veranderend, de eerste beginselen der aderen en lymphvaten met hunne
+ boezems.
+
+Haec ea sunt, quae oculi acies, microscopium, vasorum in vivis
+ligaturae, hydrargyrium mortuis injectum, contemplatio figurae morbosae,
+comparatio denique brutorum, piscium, insectorum et plantarum detexit.
+
+ Dat is het, wat de waarneming met het bloote oog en met het
+ microscoop, het afbinden der vaten bij levenden, de inspuiting der
+ lijken met kwikzilver, de beschouwing van het lichaam in ziekelijken
+ toestand en eindelijk de vergelijking met dieren, visschen, insecten
+ en planten aan het licht gebracht heeft.
+
+Praeter illa in arteriis ipsis deprehenditur nihil, falso finguntur
+plurima.
+
+ Buiten de genoemde verschijnselen vertoonen de slagaderen er geen
+ enkel; al wat er verder van verteld wordt, berust op louter
+ verdichting.
+
+Maxima ergo corporis, eaque efficax valde ad vitam pars, Mechanica
+descriptione, canalis est conicus, elasticus, inflexus, divisus in
+similes minores eodem trunco ortos, qui ultimo circa vertices
+cylindricos retis structura in se mutuo patent.
+
+ Een zeer groot deel van het lichaam derhalve en wel dat deel, hetwelk
+ voor de instandhouding van het leven van het grootste belang is,
+ bestaat, werktuigkundig uitgedrukt, uit een kegelvormig, veerkrachtig
+ en gebogen kanaal, waaruit op verschillende punten kleinere kanalen
+ van denzelfden vorm ontspringen, die ten laatste door middel van
+ cylindervormige buisjes wederkeerig in elkaar uitmonden, zoodat het
+ geheel er als een net uitziet.
+
+Id si verum, quod omnium profecto verissimum, nonne sequitur omnes
+effectus quos sanguini arteri prstant, tantum pendere ab hac earum
+fabrica?
+
+ Indien het nu waar is--en niets is meer waar dan dat--volgt daar dan
+ niet uit, dat alle werkingen van de slagaderen op het bloed slechts
+ bepaald worden door hare zooeven beschreven inrichting?
+
+Nonne et hoc rursum liquet, omnes ergo illos hinc solummodo petendos,
+et demonstrandos esse?
+
+ En ligt het voorts niet ook voor de hand, dat uit dien hoofde al deze
+ werkingen slechts daaruit af te leiden en te verklaren zijn?
+
+Vos nunc, qui justi sedetis hac in causa Judices, obtestor! Quis ea, qu
+vel hinc duntaxat oriuntur, verae demonstrationis ordine expediet?
+
+ Nu vraag ik U, die als onpartijdige rechters geroepen zijt, in deze
+ zaak uitspraak te doen! Wie is in staat, de gevolgtrekkingen, die
+ alleen reeds uit de genoemde verschijnselen afgeleid kunnen worden,
+ systematisch uiteen te zetten?
+
+Solus ille, qui figurarum contemplationi, et oscillatori virtutis
+calculo assuetus, callide videt, quam multa, quam gravia ex hisce solis
+demonstrare queat; solus ergo Mechanicus.
+
+ Ongetwijfeld slechts hij, die, vertrouwd met de nauwkeurige
+ beschouwing van figuren en de berekening der veranderlijke kracht, de
+ kunst verstaat, alleen reeds uit de boven beschreven feiten een
+ menigte belangrijke besluiten te trekken. En dat is toch geen ander
+ dan de Werktuigkundige.
+
+Sed patiamur abripi nos admirabilitate hujus arteri, brevis certe
+levisque attentionis prmium Scientia erit totius fere humani corporis.
+
+ Maar laten wij ons nog een weinig verdiepen in de beschouwing van de
+ zoo uiterst merkwaardige slagader; niet minder dan de kennis van bijna
+ het geheele menschelijk lichaam zal het loon zijn voor een korte en
+ geringe inspanning van onzen geest.
+
+Illa, ubi depictum antea rete constituit, tubos emittit cylindricos adeo
+arctos, qui rubras cruoris sphaeras ore suo capere nequeant; unde his
+recipitur tenuior tantum et excolor pars sanguinis.
+
+ Zoodra de groote slagader het hierboven beschreven net gevormd heeft,
+ zendt zij cylindervormige buizen uit, die z nauw zijn, dat zij de
+ roode bloedlichaampjes niet doorlaten, doch slechts het dunnere,
+ kleurlooze bloed in zich kunnen opnemen.
+
+En veram vasis lymphatici ideam!
+
+ Daar hebt ge nu de juiste voorstelling van een lymphvat!
+
+Eadem rursum ibidem loci arteria recto porrigit decursu truncum, qui
+emissis Lymphaticis amplior crassiorem, rubrumque sanguinem, sero
+liquidiori orbatum vehat.
+
+ Ter zelfder plaatse zendt de slagader ook een recht doorloopenden
+ stam uit, die, van grooter omvang dan de lymphvaten, bestemd is, het
+ dikkere, roode, van het helderder serum ontdane bloed te vervoeren.
+
+Ecce venarum genuinam originem!
+
+ Ziedaar den waren oorsprong der aderen!
+
+Quarum angustam primo cavitatem mox ampliorem reddit infusa ubique nova
+per laterales fistulas liquidi venosi, Lymphaticique moles, prorsus ut
+novum conum, similem arterioso, eique ad vertices oppositum
+repraesentare discat.
+
+ Deze, die in het begin zeer eng zijn, nemen allengs in omvang toe door
+ het van alle kanten nieuw toestroomend aderlijk en lymphvocht, zoodat
+ er ten laatste een nieuwe kegel, gelijk aan dien der slagader, maar
+ z dat de beide kegels elkaar met hunne toppen raken, gevormd wordt.
+
+Perfunctorie tangere quae debui, vasa, vah quae, quamque pulchra in
+recessu recondunt!
+
+ De vaten, die ik slechts oppervlakkig behandelen kon, ach, hoeveel
+ schoons bergen zij niet in zich.
+
+Arterias, Venas, Lymphaeductus, descriptumque horum apparatum plano
+affigas membranaceo, huic nervos intexas, villosque applices elasticos,
+tum convolvas in glomerem, habebis glandulae fabricam.
+
+ Hecht slagaderen, aderen en lymphvaten, op de boven beschreven wijze
+ tot n geheel vereenigd, aan een vliesachtig oppervlak vast, vlecht
+ daar zenuwen in en breng hier en daar veerkrachtige vezels aan, rol
+ dit alles vervolgens tot een kluwen op en ge hebt de inrichting van
+ een klier voor U.
+
+Quam quoties cogito, uberrimam mirandorum effectuum matrem contemplor,
+simulque ineptissimi cujusque figmenti falso celebratam sedem.
+
+ Zoo dikwijls ik hieraan denk, verdiep ik mij in de beschouwing van het
+ orgaan, dat zoovele wonderbaarlijke werkingen teweegbrengt, waaraan
+ echter ook zoovele dwaselijk verzonnen eigenschappen zijn
+ toegeschreven.
+
+Tu vero inanes Chimaerae latebras aperiens, Tu maxime Malpigi!
+Suprahumana industria, incredibili labore, atque cautissima
+perspicientia, simplici hoc artificio absolvi ejus compagem, plus
+quam demonstras!
+
+ U echter, groote MALPIGHI, die alle hersenschimmen voorgoed verjaagd
+ hebt, is het door bovenmenschelijken ijver, door ongelooflijke
+ inspanning en schrander doorzicht gelukt, onwederlegbaar aan te
+ toonen, dat de schijnbaar zoo ingewikkelde bouw eener klier slechts
+ door de boven beschreven eenvoudige inrichting tot stand komt!
+
+Quanti vero momenti demonstratio! glandularum enim aggregato totum fere
+corpus constat!
+
+ En hoe belangrijk is deze ontdekking niet! Het geheele lichaam bestaat
+ immers uit schier niets anders dan uit een samenstel van klieren!
+
+Cerebrum Hippocratico oraculo glandula penicillo Malpigiano depingitur
+ut ordinata ex arteriis, venis, receptaculis, emissariisque nervosis
+moles. Jecur, Lien, Renes glandulis fiunt adunatis.
+
+ De hersenen, die reeds HIPPOCRATES een klier had genoemd, worden ons
+ nu door het penseel van MALPIGHI geschilderd als een massa, bestaande
+ uit slagaderen, aderen en nerveuze reservoirs en afvoerkanalen. Lever,
+ milt en nieren zijn slechts uit klieren opgebouwd.
+
+Ipsa humoris genitalis officina artificiosus canalium cylindricorum
+glomus. Ipsum Embryi dolium, ipsa foetus aula, ipse candidi nectaris,
+quod recens nati bibunt, promus condus hac glandulosa operantur arte.
+Ossa ipsa et membranas eadem fere compaginari structura quis dubitat,
+nisi cui cedro digna et aere scripta Malpigii, Kerkringii, Havertiique
+nondum illuxere?
+
+ Ook de kweekplaats van het voortplantingsvocht is een kunstig kluwen
+ van cylindervormige kanalen. Ja, zelfs de verblijfplaats van het
+ embryo, de woning der ongeboren vrucht, de voorraadkamer des witten
+ nectars, dien de jonggeborenen drinken, vertoonen zich door hare
+ afscheidingsprocessen als echte klieren. Dat ook de beenderen en de
+ vliezen ongeveer op dezelfde wijze gebouwd zijn, wie twijfelt er aan
+ behalve hij, die nog geen kennis genomen heeft van de onsterfelijke
+ geschriften van MALPIGHI, KERKRING en HAVERS?
+
+Lacertis tandem examinandis mentem applicuisse rogo ne poeniteat! Huic
+se labori quicunque non subduxerit, nae ille subtilissimae Mechanicae
+artis efficacissima instrumenta clarissime reperiet! Musculus enim omnis
+nonne ex minoribus similibus componitur? Ultimus vero quid, quaeso,
+villus est? Non aliud certe, quam nervosi et angustissimi canalis
+dilatata, simulque attenuata pellis canali, unde oritur, cavum formans
+amplius soloque inflatum spiritu.
+
+ Laat mij ten slotte nog uwe aandacht mogen vragen voor eene oplettende
+ beschouwing der spieren! Wie zich die moeite getroost, zal in haar de
+ meest doelmatige instrumenten van allerfijnste mechanistische kunst
+ zeer duidelijk terugvinden! Is immers niet de spier in haar geheel uit
+ kleinere spieren van gelijken vorm samengesteld? En wat is nu
+ eigenlijk haar laatste bestanddeel, de vezel? Stellig niets anders dan
+ een ruim maar tevens zeer dun vlies, dat tot omhulsel dient voor een
+ uiterst nauw nerveus kanaal, een grooteren omvang heeft dan dat
+ kanaal, waaruit het voorkomt en slechts met geest[1] gevuld is.
+
+ [Voetnoot 1: Met "geest", de vertaling van het Latijnsche
+ "spiritus", is bedoeld een zeer vluchtige vloeistof, die volgens
+ Boerhaave en andere oude geneeskundigen in spieren en zenuwen
+ gevonden wordt (Vertaler).]
+
+Hujus vero quam immensa sit machinae potentia, scite novit, qui
+hydraulica Mariotti experimenta contulit Cartesii Mechanicis.
+
+ Hoe reusachtig echter de kracht van dit werktuig is, leert men eerst
+ recht inzien, indien men de hydraulische proeven van MARIOTTE
+ bestudeerd heeft in verband met de werktuigkundige verhandelingen van
+ CARTESIUS.
+
+Pulmones contemplemini, diversae a caeteris structurae, saccos habebitis
+elasticos, sphaerodeos, qui abscisso coni vocalis appenduntur vertici;
+horum superficies maculis retis sanguiferi ornatur, et, quod mira hic
+arcana velat, incilibus fere caret lymphaticis.
+
+ Beschouwt aandachtig de longen, die in bouw van de overige organen
+ verschillen, en ge hebt voor u veerkrachtige, bolvormige zakken, die
+ afhangen van het afgeknotte uiteinde der luchtpijp; hunne oppervlakte
+ wordt in den vorm van een net door bloedvaten doorsneden, zij zijn
+ echter--en dit is een onoplosbaar raadsel--bijna geheel verstoken van
+ lymphvaten.
+
+Ergone, cogitatis forte, admirabilis illa, illa tam artificiosa Hominis
+machina simplici adeo perficitur apparatu!
+
+ Wordt derhalve, zoo hoor ik u vragen, de zoo wonderbaarlijke, de zoo
+ kunstige bouw van het menschelijk lichaam slechts door een zoo
+ eenvoudige inrichting tot stand gebracht?
+
+Certe non fit alio.
+
+ Het is stellig niet anders.
+
+Habeat hanc, qui volet, ob simplicitatem, vilem!
+
+ Moge, wie wil, er met minachting wegens zijnen eenvoud op neerzien!
+
+Mechanice Organum id laudat, ejusque Auctorem celebrat sapientissimum,
+quod quaesito effectui producendo aptissimum, simulque inter omnia, quae
+eundem praestare possent, simplicissimum sit.
+
+ De Werktuigkundige heeft hieromtrent een geheel tegenovergestelde
+ opvatting: _hij_ heeft juist den hoogsten lof over voor het vernuft
+ van _hem_, die een werktuig weet te vervaardigen, dat tot het
+ voortbrengen der verlangde werking het meest geschikt en
+ tegelijkertijd onder alle, die deze kunnen voortbrengen, het
+ eenvoudigst is.
+
+Quid tandem ex hisce concludemus?
+
+ Welk besluit kunnen wij nu uit dit alles trekken?
+
+Corpus nempe humanum machinam esse, cujus solidae partes aliae sint
+vasa liquidis corcendis, dirigendis, mutandis, separandis, colligendis,
+et excernendis apta; aliae vero instrumenta mechanica, quae figura,
+duritie nexuque suo vel fulcire alia, vel definitos motus exercere
+queant.
+
+ Het is dit, dat het menschelijk lichaam een werktuig is, van welks
+ vaste deelen er sommige bestaan uit vaten, geschikt om de vloeistoffen
+ te bevatten, te richten, van gedaante te doen veranderen, te
+ verdeelen, bijeen te zamelen en af te scheiden; andere uit mechanische
+ instrumenten, die door hunnen vorm, hunne hardheid en de vastheid
+ hunner verbinding in staat zijn, zoowel anderen deelen tot steun te
+ dienen als bepaalde bewegingen uit te voeren.
+
+Peccabo in patientiam vestram vestrumque decus, si cuncta examussim
+explico. Id unum bona audietis cum gratia: Hippocratem cum integro, quem
+sequutus est Babyloniorum, gyptiorum, Graecorumque choro, cum integra,
+quae eum sectata est Grajorum schola duo haec, non alia detexisse.
+
+ Ik zou uw geduld te zeer op de proef stellen en daardoor aan uwe
+ waardigheid te kort doen, indien ik alles tot in de kleinste
+ bijzonderheden wilde uiteenzetten. Slechts dit zult gij wel zoo
+ vriendelijk zijn te willen aanhooren, dat HIPPOCRATES met de gansche
+ schare van Babylonirs, Egyptenaren en Grieken, wier voetstappen hij
+ volgde, en de geheele Grieksche school, die van hem uitging, niets
+ anders dan de beide genoemde groepen van lichaamsdeelen hebben kunnen
+ ontdekken.
+
+Arabas omni industria, omni anatomes cultu tertium addere potuisse
+nunquam.
+
+ De Arabieren hebben, hoe ijverig zij zich ook op de studie der
+ ontleedkunde toelegden, nooit een derde hieraan kunnen toevoegen.
+
+Instauratorem anatomes consulite Vesalium, hujus aemulos Eustachium et
+Fallopium; tum immortales inventis Harvaeum et Malpigium; et hos, qui
+singuli novis antiqua emendarunt Asellium, Pecquetum, Bartholinum,
+Dathirium, Bellinum, Glissonium, Wharthonum et Willisium; his jungite
+juxta leges mechanicas anatomicos Lealem et Louwerum, quique in
+abditissima penetrarunt, Hokium, Pouwerum, Leeuwenhoekium, deprehensuri
+estis omni arte, omni artis adjumento bina, quae dixi, nec inventa alia.
+
+ Raadpleegt VESALIUS, die de ontleedkunde in nieuwe banen leidde,
+ diens mededingers EUSTACHIUS en FALLOPIUS, vervolgens ook HARVEY en
+ MALPIGHI, die zich door hunne ontdekkingen een onsterfelijken naam
+ verworven hebben, voorts ASELLIUS, PECQUET, BARTHOLINUS, DATHIR,
+ BELLINI, GLISSON, WHARTON en WILLIS, die elk op hunne beurt oude
+ meeningen voor nieuwe, betere inzichten hebben doen plaats maken;
+ voegt bij dezen LEAL en LOUWER, die de wetten der mechanica op de
+ ontleedkunde toepasten, en eindelijk HOOKE, POUWER en LEEUWENHOEK, die
+ tot de diepste verborgenheden zijn doorgedrongen, en ge zult vinden,
+ dat zij met al hunne wetenschap, met alle middelen, welke hun bij hun
+ onderzoek ten dienste stonden, geene andere dan de twee genoemde
+ bestanddeelen van het menschelijk lichaam hebben kunnen ontdekken.
+
+Cur alia ergo fingere precario quempiam patiemur, nobisque imponentem in
+aeternum verba dare?
+
+ Waarom zouden wij dus dulden, dat men andere willekeurig verzint en
+ ons maar steeds wat op de mouw speldt?
+
+Ubi Elementis, qualitatibus, formis, causis chemicis, animatis,
+metaphysicis, amoris et odii affectibus, ubi, inquam, tot fabulis
+locus, causa, necessitas?
+
+ Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen,
+ chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is
+ hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele verdichtselen?
+
+Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.
+
+ Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar
+ verzonnen verschijnselen.
+
+Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua
+solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum
+effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus
+sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.
+
+ Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam als hun
+ gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste
+ wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.
+
+ Derhalve verdienen _zij_ alleen gehoor, moeten slechts _hunne_
+ uitspraken geraadpleegd, slechts _hunne_ beginselen aanvaard, slechts
+ _hunne_ methode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt naar
+ de werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien
+ heeft.
+
+Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur, demonstratio.
+
+ Slechts _dat_ betoog zal hier van kracht zijn, dat door een in _deze_
+ wetenschap ervaren Meester geleverd wordt.
+
+Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel
+simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid
+vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?
+
+ U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik,
+ wat de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het
+ hoornvlies, wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het
+ waterachtig vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.
+
+Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et
+inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad
+exceptionen, directionemque radii sonori?
+
+ Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het
+ midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden
+ breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor
+ het opvangen en richten der geluidsgolven?
+
+Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora
+ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras
+formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et
+dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in
+vilissimo quoque animalium fabricae?
+
+ Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de
+ richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de
+ velerlei krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat
+ daaraan vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging
+ gebracht wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van
+ deze inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op
+ dezelfde wijze en even ingewikkeld vertoont?
+
+Nunc daedalei labyrinthi, conch, vestibuli, duplicis in cochlea
+turbinata spirae, loci ovalis et rotund fenestr, tot inquam
+miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae
+Divina manus, date rationem.
+
+ Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de
+ schelp, van het voorportaal, van de dubbele winding van het
+ kegelvormig slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van
+ zoovele wonderen van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de
+ zeer harde rots heeft uitgehouwen.
+
+Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni
+prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.
+
+ Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een
+ diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult
+ kunnen begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen,
+ welke hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.
+
+De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de
+fluidis subnectam.
+
+ Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het
+ ligt in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen
+ toevoeg.
+
+Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu
+sanitas absolvitur.
+
+ Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van welker
+ onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.
+
+Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et
+agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur,
+rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit,
+efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico
+patent per experimenta indagandi.
+
+ Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke
+ voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent,
+ door welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo
+ n enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof
+ en al zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en
+ vorm. Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof
+ afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs
+ experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.
+
+Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano;
+unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum
+scientiam, quae usum rei praestet idoneum.
+
+ Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik
+ hier niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze
+ kennis der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zver
+ gevorderd is, dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.
+
+At si totam fluidi molem simul spectamus, gravitas ejus fluorque
+communes deprehunduntur sublunaris liquidi proprietates. Virtus vero
+elastica, ponderis, spissitudinis, fluiditatis, nixusque in contactum
+gradus varii, momentum impetus quo fertur, et itineris directio palmaria
+sunt quae unum ab alio fluidum distinguunt. Horum vero omnium tanta
+efficacia est, ut infinita, quae sanis contingunt, non aliunde oriantur.
+
+ Letten wij daarentegen op de gezamenlijke massa der vloeistof, dan
+ nemen wij zwaarte en strooming als de eigenschappen waar, welke alle
+ vochten op aarde met elkander gemeen hebben. De elasticiteit echter,
+ de verschillende graden van zwaarte, dichtheid, vloeibaarheid en
+ adhaesievermogen, de snelheid en de bewegingsrichting zijn de
+ voornaamste eigenschappen, waardoor de vloeistoffen zich onderling
+ onderscheiden. De invloed nu van al deze eigenschappen is z groot,
+ dat de oorsprong der tallooze verschijnselen, welke het menschelijk
+ lichaam in normalen toestand te aanschouwen geeft, slechts daarin
+ behoeft gezocht te worden.
+
+Quamobrem quicunque ex praecepto scientiae rite haec enucleat, opus is
+absolvit summae ad perfectionem medicam necessitatis.
+
+ Wie derhalve van dit alles op streng wetenschappelijke wijze een
+ systematische uiteenzetting weet te geven, verricht daarmede een werk
+ van het grootste belang voor de bevordering der geneeskunde.
+
+Sed fidem vestram! quis proponere, explicare et demonstrare vim eorum
+poterit, qui Hygrostatices, quae subtilis Mechanices pars, rudis est?
+
+ En nu vraag ik U, wie zal de beteekenis der genoemde verschijnselen
+ kunnen in het licht stellen, verklaren en aantoonen, die niet
+ vertrouwd is met de Evenwichtsleer der vloeistoffen, dat zoo
+ ingewikkelde onderdeel der Werktuigkunde?
+
+Haec illa est Aquilegum scientia, quae ex assumtis, modo quas descripsi,
+affectionibus ratiocinia nectens geometrica utilissima et usui apta
+reperit Theoremata.
+
+ Dit is de zoo vermaarde wetenschap der Waterbouwkundigen, welke, door
+ gebruik te maken van wiskundige berekeningen bij de bestudeering der
+ zooeven door mij genoemde eigenschappen, zeer nuttige en voor de
+ praktijk bruikbare leerstellingen gevonden heeft.
+
+Haec, neglecta causa physica, et cujusque particulae, quae fluit,
+singulari natura, ex his, quae sensibus per eventum in tota mole
+patent, quam gravia, quam utilia vitae, methodo invenit Mathematica?
+
+ Heeft zij niet, zich niet bekommerend om de natuurkundige verklaring
+ der verschijnselen, noch om de werking, die elk deeltje der vloeistof
+ op zichzelf uitoefent, doch slechts rekening houdend met de voor de
+ zintuigen waarneembare werking der geheele massa, met toepassing der
+ wiskundige methode hoogst belangrijke resultaten verkregen, waarvan
+ wij ook in het dagelijksch leven nut ondervinden?
+
+Evolvat Archimedis, Cartesii, Stevini, Borelli, Mariotti, Hugenii,
+Neutoni, et Bellini scripta, qui re, non verbis, convinci cupit.
+
+ Hij, die feiten verlangt en zich niet door woorden wil laten
+ overtuigen, neme de werken van ARCHIMEDES, CARTESIUS, STEVIN, BORELLI,
+ MARIOTTE, HUYGENS, NEWTON en BELLINI ter hand.
+
+O quam necessaria feliciori Genio, ut revelentur, reliqua sunt in
+Pulcherrima hac Speculatione!
+
+ Hoezeer ware het te wenschen, dat meer bevoorrechte geesten over de
+ nog onopgeloste problemen op het gebied dezer wetenschap hun helder
+ licht lieten schijnen.
+
+Hanc utinam excolant! utinam exhauriant! utinam nobis aperiant Viri
+Mathematice docti!
+
+ Mochten toch de Wiskundigen zich op haar toeleggen, haar in alle
+ richtingen doorvorschen, om ze ons ten slotte met volkomen
+ duidelijkheid te doen kennen!
+
+Ab hoc Eorum labore, quo generales liquidi effectus luce illustrarent
+mathematica, brevi tempore plus maturi in horto medico fructus
+exspectare licet, quam ab omni eo, quod aliunde in hunc congestum
+hactenus.
+
+ Indien zij zich er toe willen zetten, de vraagstukken, rakende de
+ algemeene werkingen der vloeistoffen, door het licht hunner wetenschap
+ op te helderen, mogen wij verwachten, dat hun arbeid binnen korten
+ tijd rijker vrucht voor de geneeskunde zal afwerpen, dan al hare
+ andere hulpwetenschappen haar tot nog toe hebben opgeleverd.
+
+Taedet quippe pudetque ineptiarum, quibus seriam prae caeteris Artem
+ridiculam fecere, qui Mechanices imperiti vim liquidorum humanorum
+explicare conati sunt.
+
+ Wij moeten ons inderdaad ergeren en tegelijkertijd schamen over de
+ zotternijen, waardoor zij, die, zonder kennis der Werktuigkunde, de
+ werking der menschelijke lichaamsvochten trachtten uiteen te zetten,
+ een zoo bij uitstek ernstige wetenschap als de geneeskunde in een
+ belachelijk daglicht geplaatst hebben.
+
+Et palam affirmo, vitalium actiones humorum scire posse neminem, qui
+Aquilegum regulas ignorat.
+
+ En ik verklaar ronduit, dat niemand de werkingen der levensvochten kan
+ begrijpen, die niet vertrouwd is met de wetten der Waterbouwkunde.
+
+Quae dum libertate Medica firmus assero, jurgii hic illaturos causam
+praesagit animus eos, Qui, nescio qua gratia, ab Hermete nomen sibi,
+sectamque condunt.
+
+ Terwijl ik dit met de vrijmoedigheid, den geneesheer eigen, verkondig,
+ zie ik in mijne verbeelding reeds hen zich tot den strijd gereed
+ maken, die, ik weet niet waarom, zich en hunne school naar HERMES[2]
+ noemen.
+
+ [Voetnoot 2: HERMES TRISMEGISTUS is de patroon der alchimisten.
+ In dezen tijd wordt er geen streng onderscheid gemaakt tusschen
+ chemie en alchimie. (Vertaler).]
+
+Egone ex universali hac liquidorum doctrina deduxerim ea, quae
+singulares eorum virtutes absolvunt?
+
+ Zou ik uit deze algemeene leer der vloeistoffen al datgene kunnen
+ afleiden, wat betrekking heeft op hare bijzondere eigenschappen?
+
+An fermenti stabiles motus, diversorum liquidorum ferventes conflictus,
+putredinis spontaneae mirabiles effectus ex Mechanicis explicuerim
+unquam?
+
+ Of zou ik voor de altijd gelijke bewegingen der gisting, voor de
+ ziedende botsingen der verschillende vloeistoffen of voor de
+ wonderbaarlijke werkingen der spontane rotting ooit een verklaring
+ kunnen vinden in de wetten der Mechanica?
+
+Talia objectans, eorum, quae dicta, memor, paucis, quae dicam, animum
+adhibeat.
+
+ Hij, die zulke tegenwerpingen maakt, moge, gedachtig aan hetgeen ik
+ reeds gezegd heb, ook het volgende in het oog houden.
+
+Mea enimvero sic est ratio, justa, vel secus, vestrum sit judicium.
+
+ Want dit is mijne meening hieromtrent; het staat aan U, mijne
+ hoorders, de juistheid ervan te beoordeelen.
+
+Ex experimentis Chemicorum historiam haberi posse valde limitatam
+singularium eventorum, quatenus in circumstantia definita sensibile
+quidpiam producunt.
+
+ Ik geef toe, dat de proeven der Scheikundigen een, trouwens zeer
+ beperkt, inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van enkele op
+ zichzelf staande verschijnselen, voor zoover die proeven iets voor
+ onze zintuigen waarneembaars opleveren, waarbij men dan nog dient
+ rekening te houden met de bijzondere omstandigheden, waaronder zij
+ plaats hadden.
+
+Necessaria ergo quam maxime est Medicinae haec Ars, dum observatorum
+Sylvam largitur et observandi praebet optimum compendium.
+
+ De scheikunde is derhalve volstrekt onmisbaar voor de medische
+ wetenschap, daar zij haar de beschikking geeft over een uitgebreide
+ reeks van waarnemingen en de beste waarnemingsmethoden aan de hand
+ doet.
+
+Data enim exhibere, horumque definire conditiones valet, regulas autem
+ratiocinandi ex his Chemia dabit nunquam.
+
+ De Chemie kan dus wel gegevens verschaffen en de voorwaarden,
+ waaronder deze verkregen zijn, duidelijk omschrijven, doch in geen
+ geval is zij in staat, vaste regels te geven, volgens welke uit die
+ gegevens verdere conclusies getrokken kunnen worden.
+
+Ne tamen vel sic nimis, ut solent, se efferant, qui unius Chemiae cultu
+omnem Medicae Sapientiae thesaurum se possidere vani jactant!
+
+ Doch zelfs indien dit wl het geval ware, ook dan nog was de
+ hoovaardij van hen misplaatst, die er zich maar steeds dwaselijk op
+ beroemen, enkel door de beoefening der scheikunde den geheelen schat
+ der medische wetenschap in bezit te hebben!
+
+Enimvero plura in nobis, sani vigeamus, vel langueamus aegri, fieri
+ex communibus illis liquorum proprietatibus, quas sibi sumserunt
+expendendas Geometrae, quam ex insitivis, dubiis, et arte Chemicorum
+factis plerumque, pervulgato palam documento est.
+
+ Dat immers in ons lichaam, hetzij in normalen of ziekelijken toestand,
+ meer verschijnselen teweeggebracht worden door de algemeene
+ eigenschappen der vochten, welke de wiskundigen zich tot taak gesteld
+ hebben te onderzoeken, dan door die, welke valschelijk verdicht,
+ twijfelachtig of grootendeels door de Scheikundigen zelf kunstmatig
+ verwekt zijn, blijkt duidelijk uit het volgende door een ieder
+ waargenomen feit.
+
+Aqua naturae ariditatem alter corrigit, Falerno alter quotidie venas
+inflat; fructubus hic, Cerealibusque parvo assuetus famem explet, et
+sustentat Spiritum, ille carnibus, piscibus, terra natis, et omni
+condimentorum varietate Apitiana onerat ventrem; alii blando et insulso
+fere victu aluntur, alii salitis, acidis, et acribus quibusque intestina
+stimulant.
+
+ De een lescht zijnen dorst met water, de ander doet zijn lichaam
+ dagelijks opzwellen door het gebruik van Falerner[3]; deze, aan
+ soberen kost gewend, stilt zijnen honger met en leeft alleen van
+ vruchten en meelspijzen, gene overlaadt zijne maag met vleesch, visch,
+ groenten en met den fijnsten smaak uitgelezen kruiderijen; sommigen
+ voeden zich met laffe en bijna zoutelooze spijzen, anderen prikkelen
+ hunne ingewanden met allerlei gezouten, zure en scherpe gerechten.
+
+ [Voetnoot 3: Een bij de Ouden gerenommeerde wijnsoort.
+ (Vertaler).]
+
+Multiplex adeo assumtorum varietas vitam tamen sanitatemque plures per
+annos protrahit in iis, qui tamen diversis humores suos saturant
+corpusculis.
+
+ Toch zien wij, dat, niettegenstaande een zoo groote verscheidenheid
+ van voedingsstoffen, zoowel personen die tot de eene als die tot de
+ andere categorie behooren, gedurende vele jaren leven en gezondheid
+ kunnen behouden, hoe verschillend de lichamen ook zijn, waarmede zij
+ hunne vochten verzadigen.
+
+Liquido argumento magis communi fluidorum naturae Mechanicis explicatae,
+et in ipso corpore vi viscerum productae, quam singulari cujusque
+particulae virtuti, actiones vitae deberi.
+
+ Wordt daardoor nu niet ten stelligste bewezen, dat de
+ levensverrichtingen in meerdere mate afhankelijk zijn van den
+ algemeenen aard der vloeistoffen, zooals die door de werktuigkundigen
+ ontvouwd is en zich in het lichaam zelf door de werking der ingewanden
+ openbaart, dan van de bijzondere eigenschappen van elk deeltje op zich
+ zelf?
+
+Si aurea Verulamii de vita et morte monumenta, si liberae Hippocratis
+et Celsi de victu sanorum leges, si usus non satis id confirmat
+quotidianus, omni dignissimum fide Louwerum, sincerum mehercle et
+defaecato judicio sagacem Virum vobis citabo.
+
+ Indien gij dit niet genoegzaam bewezen acht door hetgeen hierover te
+ vinden is in de meesterwerken van BACO van Verulam over leven en
+ dood[4], door de vrijzinnige voorschriften, die HIPPOCRATES en CELSUS
+ omtrent de voeding van gezonde personen gegeven hebben, en ten slotte
+ door hetgeen de dagelijksche ondervinding ons leert, dan zal ik u een
+ voorbeeld aanhalen, ontleend aan LOUWER, een man, aan wiens woorden
+ men, wegens zijn buitengewone eerlijkheid en scherpzinnigheid, gepaard
+ aan een helder oordeel, onvoorwaardelijk geloof moet hechten.
+
+ [Voetnoot 4: Een van BACO's werken draagt den titel: "Historia
+ vitae et mortis". (Vertaler).]
+
+Hic enim, immani cruoris jactura exsanguem, jure carnium solo ingesto,
+venis recepto, per has fluente, imo colore nec mutato effluente per
+vulnera, revixisse Juvenem testatur.
+
+ Deze toch verzekert, dat eens een door geweldig bloedverlies
+ uitgeputte jongeling enkel door het toedienen van vleeschsap, dat in
+ zijne aderen werd opgenomen, er doorheen stroomde en zelfs zonder
+ verandering van kleur weder uit de wonden te voorschijn kwam, tot het
+ leven teruggebracht werd.
+
+Sed quid verbis opus in re clara?
+
+ Doch waartoe woorden te verspillen over eene zaak, die z voor zich
+ zelf spreekt.
+
+Ad Vos ego provoco, Vestram appello fidem Clarissimi Viri Medici, Quorum
+sapientia huic Coronae venustatem conciliat, Quorum salutari dextra
+incolumis huic Urbi praestatur sanitas!
+
+ Op u beroep ik mij, uw getuigenis roep ik in, doorluchte Geneesheeren,
+ wier wijsheid dezen kring luister bijzet, wier zegenrijke hand dezer
+ stad de gave eener onverstoorde gezondheid toebedeelt!
+
+Nonne incumbit nobis, dum aegris Medicina fit, vel millies fluida
+inspissare, resolvere coacta, stagnantia movere, compescere dissoluta,
+diluere crassa, leviora solidare?
+
+ Zien wij ons niet bij het behandelen onzer patinten tallooze malen
+ genoodzaakt, al te vloeibare stoffen te verdikken, samengepakte op te
+ lossen, stilstaande in beweging te brengen en al te lichte stoffen
+ meer stevigheid te geven?
+
+Dum rarissime ad pugnas Salium, flammas Sulphurum, vel tectum Mercurii
+genium attendere cogimur.
+
+ Hoe uiterst zelden daarentegen worden wij gedwongen, onze aandacht te
+ wijden aan den strijd der zouten, de vlammen der zwavels en de
+ geheimzinnige werking van het kwikzilver!
+
+Ipsi certe illi, qui mera ubique Chemica crepant, cum morbus manum
+poscit, repudiatis suis, sedulo, quae laudavi, inquirunt.
+
+ Ja, zelfs zij, die het maar altijd over chemische middelen hebben,
+ passen, als een ziekte hen dwingt handelend op te treden, met
+ verzaking van hun eigen leer, ijverig de zooeven door mij genoemde
+ methoden toe.
+
+Si ergo his fluidorum proprietatibus tot debentur, si has omnium
+suffragio optime excusserint Mechanici, patet ipsa fluida vitalia ut
+cognoscantur Medico, auxiliis egere Mechanices.
+
+ Indien het dus waar is, dat zooveel te danken is aan de genoemde
+ eigenschappen der vloeistoffen en de werktuigkundigen het zijn, die
+ deze naar aller oordeel het best onderzocht hebben, zoo volgt hieruit,
+ dat de kennis der levensvochten zelve voor den geneesheer verborgen
+ moet blijven, indien hij niet met de Mechanica vertrouwd is.
+
+Spectate jam effectus, qui ex fluentibus per vasa liquoribus oriuntur,
+evidentior longe fulgebit Veritatis Mechanicae potestas.
+
+ Vestigt thans eens uwe aandacht op de werkingen, die een gevolg zijn
+ van het stroomen der vloeistoffen door de vaten, en nog veel
+ duidelijker zal de groote beteekenis van de waarheden der Mechanica in
+ het oog springen.
+
+Si enim liquida descripta in vasis depictis quiescunt habebimus cadaver.
+
+ Indien toch de bovengenoemde vloeistoffen in de vaten, zooals wij die
+ beschreven hebben, stilstaan, dan hebben wij een lijk voor ons.
+
+Ubi vero liber his humoribus per canales conciliatur motus corpus vivum
+cernimus.
+
+ Indien echter deze vochten zich ongehinderd door die kanalen kunnen
+ bewegen, aanschouwen wij een levend lichaam.
+
+Sermoni fidem quisquis meo negat, suis ut oculis credat oportet.
+
+ Wie zich door mijne woorden niet wil laten overtuigen, zal toch wel
+ zijn eigen oogen willen gelooven.
+
+Mollem consideremus hominem, qui salientis de vulnere cruoris spectaculo
+perturbatus in animi cecidit deliquium.
+
+ Denkt u een gevoelig persoon, die door den aanblik van uit eene wonde
+ stroomend bloed in zwijm gevallen is.
+
+Mortuum videmus; sed qualem? in quo cuncta solida, quae sanitati
+sufficiunt, adsunt et liquida, solus abest liquores in gyrum agens
+motus.
+
+ Wij zien hier een doode, maar toch geen gewoon lijk. Immers alle vaste
+ en vloeibare stoffen, zooals die bij een normaal mensch gevonden
+ worden, zijn aanwezig; slechts de beweging, die de vochten in omloop
+ brengt, ontbreekt er aan.
+
+Huic quacunque demum ope concutiantur nervi, ut motrix cordis materies
+fluat, redit statim, depulsa tristi mortis imagine, laetior vita.
+
+ Denkt U vervolgens, dat men, door welk middel dan ook, de zenuwen van
+ dien persoon heeft weten te prikkelen, zoodat de stof, die het hart in
+ beweging brengt, weer zijn gewonen loop krijgt, terstond houden alle
+ droeve verschijnselen van den dood op en keert het leven, opgewekter
+ dan voorheen, terug.
+
+Vita non modo; calor, rubor, agilitas, cogitatio, vitalis omnis,
+naturalis et humana simul redit actio.
+
+ En niet alleen het leven, maar ook de warmte, de blozende huidskleur,
+ de lenigheid, het denkvermogen, kortom alle natuurlijke en specifiek
+ menschelijke levensuitingen keeren tegelijkertijd weder.
+
+Quid hic fermenti, quid effervescentis, quid salis pugnacis, quid olei
+spiritusve nascitur aut perit?
+
+ Wat merken wij hier van het ontstaan of vergaan van een gisting, een
+ opbruising, een weerbarstig zout, van een olie- of geestachtig
+ beginsel?
+
+Excepto motu, neque additur, neque demitur quidquam, vita tamen amissa
+ipsa redditur.
+
+ Behalve de beweging wordt er niets toegevoegd of verwijderd; toch zien
+ wij het leven zelf, dat reeds verloren was, wederkeeren.
+
+Sic aves et insecta constricta frigore hyberno, lenis statim in vitam
+excitat tepor.
+
+ Hetzelfde verschijnsel kunnen wij waarnemen bij vogels en insecten,
+ die, door de winterkoude verstijfd, slechts aan een matige warmte
+ behoeven blootgesteld te worden, om terstond weer tot het leven terug
+ te keeren.
+
+Sed veritatis qui convictus viribus, ob ipsam argumenti vulgatam
+claritatem, certis saepe diffidit.
+
+ Er zijn echter menschen, die, hoewel buigend voor de kracht der
+ waarheid, toch vaak ook stellig vaststaande waarheden weigeren aan te
+ nemen wegens de te algemeene bekendheid van de feiten, waarop zij
+ berusten.
+
+Rariori ergo ut spectaculo firmetur, quae nimis noto patuit satis
+exemplo fides, in Hokii vos officinam invitat oratio.
+
+ Om nu mijne beweringen, die eigenlijk door de genoemde overbekende
+ feiten reeds voldoende bewezen zijn, ook door een zeldzamer voorbeeld
+ te staven, noodig ik U uit, met mij een kijkje te nemen in het
+ laboratorium van Hooke.
+
+Destructo thorace mortuum animal inflatis per follem Laryngi applicatum
+pulmonibus cito reviviscit.
+
+ Een door vernieling der borstkas bezweken dier zien wij daar, nadat
+ zijn longen door middel van een aan het strottenhoofd bevestigden
+ blaasbalg opgeblazen zijn, spoedig tot het leven terugkeeren.
+
+Attoniti miraculo vitae tam mechanicae ad magnum cito adeamus
+Glissonium; en ille impulso ope vesicae in venas liquido mirifice
+vitales actiones aemulafur in defuncti dudum hominis cadavere.
+
+ Laten wij vervolgens, nog onder den indruk van dit schouwspel, dat ons
+ het leven als iets zoo werktuigelijks deed kennen, ons snel tot den
+ grooten Glisson wenden. Ziet, hoe hij in het lijk van een reeds lang
+ overledene op wonderbaarlijke wijze de levensverrichtingen kunstmatig
+ te voorschijn roept door het door middel van een blaas inspuiten van
+ vocht in de aderen.
+
+Omnia haec in specimen allata, infinita enim dici possent, an non
+evincunt satis, cuncta fere, quae vitam, sanitatemque nostram faciunt,
+vel sequuntur, pendere a motu illo, quo humores per vasa mutua plane
+moventur et agunt vicissim agitatione?
+
+ Bewijzen al deze als voorbeelden aangevoerde feiten--en men zou er
+ tallooze kunnen opsommen--niet voldoende, dat ongeveer alles, wat ons
+ leven en onze gezondheid veroorzaakt en er uit voortkomt, afhangt van
+ het regelmatig heen en weer stroomen der vochten door de vaten?
+
+Cujus effectus, et leges, quum soli rite intelligant, explicent, et
+demonstrent, in Pneumaticis atque Hydraulicis, Mechanici, concludo
+cuncta ergo rursum disciplinae subjecta haec Mechanicae.
+
+ Daar nu de Werktuigkundigen alleen het zijn, die de werkingen dezer
+ beweging en de wetten, waaraan zij gehoorzaamt, volkomen doorzien en
+ in dat deel hunner wetenschap, dat Evenwichtsleer der gassen en
+ vloeistoffen genoemd wordt, op overtuigende wijze helder en
+ systematisch uiteenzetten, moet dit alles mijns inziens ook tot het
+ gebied der Mechanica gerekend worden.
+
+Hic vero ille est locus, ubi mire se jactant, ubi serio triumphant
+fermentorum Patroni.
+
+ Maar hier zijn wij nu juist bij een punt aangeland, dat de
+ voorstanders van de leer der fermenten tot niet weinig zelfverheffing
+ en zegevierenden jubel aanleiding geeft.
+
+Si fluor liquorum liber per vasa vitae causa, ergo ajunt prima motus
+ratio in fluido et ab eo; itaque ab interna huic agitatione, eaque forti
+valde et constanti satis, qualis non nisi in excitatis fermento liquidis
+reperiunda datur.
+
+ Indien, zoo zeggen zij, de onbelemmerde strooming der vloeistoffen
+ door de vaten de oorzaak van het leven is, dan is de eerste grond der
+ beweging in de vloeistof zelve te zoeken en in niets anders. Zij kan
+ dus slechts gevonden worden in de aan de vloeistof eigen, zeer sterke
+ en vrij gestadige beweging, een hoedanige slechts in door gisting
+ aangezette vloeistoffen wordt aangetroffen.
+
+Sciant autem Hi, primam moti in Embryo liquidi a parentibus semper
+derivandam causam, eam fotu matris continuari dum ab ea pendet foetus,
+dein vero ab ipsa fabrica perennare solidorum.
+
+ Hen, die zoo spreken, wil ik er aan herinneren, dat de oorsprong van
+ de beweging der vloeistof in het embryo bij de ouders gezocht moet
+ worden; dat die beweging, zoolang de vrucht zich in het moederlijf
+ bevindt, door de koestering der moeder wordt gaande gehouden en
+ vervolgens, na de geboorte, enkel en alleen aan de inrichting der
+ vaste lichaamsdeelen haren voortgang te danken heeft.
+
+Admirabilem auricularum Cordis ad ejus Thalamos structuram, nexumque qui
+speculatus est, et qui hinc necessario sequuntur, alternos influentis et
+expulsi liquoris motus a corde in arterias, ab his in cerebri medullam,
+processus, nervos, musculosque et venas rursum, non quaeret vitae
+continuatae rationem extra ipsam virtutem viscerum Mechanicam.
+
+ Hij, die den wonderlijken bouw van het hart, van zijn boezems
+ tot zijn kamers, en den samenhang dier deelen aandachtig heeft
+ gadegeslagen, alsook de hieruit noodwendig voortspruitende bewegingen
+ van het bloed, dat uit het hart in de slagaderen stroomt, uit deze
+ naar het merg der hersenen, de aanhangsels, de zenuwen, spieren en
+ aderen en zoo weder terug naar het hart, zal de voortzetting van het
+ levensproces niet anders trachten te verklaren dan uit de mechanische
+ werking der ingewanden.
+
+Facile enim illi erit, perspicuitate certe Mathematica demonstrare,
+unicum pulsum cordis datum in corpore sano sibi continuando esse causam.
+
+ Het zal hem immers gemakkelijk vallen, met wiskundige zekerheid te
+ bewijzen, dat uit slechts n enkelen hartslag in een gezond lichaam
+ elke verdere werking van het hart vanzelf voortkomt.
+
+Longe minora numero, longe simpliciora sunt, quae vitae incolumitatem
+praestant, quam noster fingit animus.
+
+ Veel minder in aantal en veel eenvoudiger van aard, dan wij ons dat
+ voorstellen, zijn de voorwaarden voor een goede gezondheid.
+
+Leviores longe sunt rerum ingestarum in nobis mutationes, quam vulgo
+creditur.
+
+ De veranderingen, welke het voedsel in ons lichaam ondergaat, zijn
+ veel eenvoudiger dan men algemeen aanneemt.
+
+Minus compositae, quam ipsi putamus, vitae humanae causae.
+
+ De oorzaken van het menschelijk leven zijn minder samengesteld dan wij
+ zelven meenen.
+
+Si exacta structurae esset cognitio, si sensibilis probe nota esset
+humorum natura, doceret cito Mechanice ex simplicissimis fluere
+principiis, quae ignota maximam nunc pariunt admirationem.
+
+ Indien de bouw van het menschelijk lichaam ons nauwkeurig bekend was,
+ indien wij volkomen waren ingelicht omtrent den aard der vloeistoffen,
+ voor zoover die voor onze zintuigen waarneembaar is, dan zou de
+ mechanica ons spoedig leeren inzien, dat datgene, wat ons nu, wegens
+ onze onkunde, in de hoogste mate verbaasd doet staan, uit zeer
+ eenvoudige beginselen voortvloeit.
+
+Dicti veritatem tam paradoxi uno ab exemplo discere licebit, ut constet
+quam simplici negotio et Mechanico plane maximae quae habetur omnium
+operae mutatio in nobis fiat.
+
+ De waarheid dezer schijnbaar zoo paradoxe bewering kunt gij uit n
+ enkel voorbeeld opmaken, waaruit U zal blijken, op welk een eenvoudige
+ en geheel werktuigelijke wijze de allerbelangrijkste verandering in
+ ons lichaam tot stand komt.
+
+Pars pellucida animalis vivi microscopio aucta claro docet spectaculo,
+cruorem solo cordis pulsu in extremas trudi arterias, ibi elastica
+arteriae contractione retropelli aliquantulum quo momento ictus cordis
+cessans, ejusque valvulae concidentes, regressui spatium laxant.
+
+ Wanneer men een doorzichtig deel van een levend dier onder een
+ microscoop legt, dan neemt men duidelijk waar, dat het bloed enkel
+ door den hartslag naar het uiterste gedeelte der slagaderen gedreven
+ wordt en, daar aangekomen, ten gevolge van de veerkrachtige
+ samentrekking der slagader een weinig teruggedreven wordt. Op
+ hetzelfde oogenblik houdt de hartslag op en vallen de hartkleppen
+ dicht, om het bloed daardoor gelegenheid te geven, om terug te
+ stroomen.
+
+Reciproco hoc impulsu et repercussu varias mole partes cruoris applicari
+ubique ad diversa capacitatis hiatu oscula, intra haec recipi, vel inde
+repelli, tam clare, quam coelum hoc contueri est.
+
+ Dat door dezen afwisselenden aandrang en terugstoot de in massa
+ verschillende deelen van het bloed in het geheele lichaam hunnen weg
+ nemen naar de monden van verschillende openingswijdte en door deze nu
+ eens worden opgenomen, dan weer teruggestooten, dit alles vertoont
+ zich even helder aan ons oog als het zich boven ons welvende
+ uitspansel.
+
+Tum solo hoc artificio secedere sanguinem in diversa colore et tenuitate
+fluida, mox in venis iterum permiscenda eadem claritate cernitur.
+
+ Niet minder duidelijk zien wij het bloed zich verdeelen in
+ vloeistoffen, onderling verschillend in kleur en graad van dichtheid,
+ die zich vervolgens in de aderen weder vermengen; deze verschijnselen
+ hebben dezelfde oorzaak als de voorgaande.
+
+Id vero Chemicorum conflictuum perito evidens ipsi oculi aciei apparet,
+simplici impulsu aliunde dato, et vasis elatere, sine ullo fermenti
+signo omnia haec fieri.
+
+ En nu zal iemand, die geoefend is in het waarnemen van chemische
+ processen, zelfs met het bloote oog kunnen constateeren, dat dit alles
+ uitsluitend ten gevolge van een van elders komenden aandrang en de
+ veerkrachtigheid der bloedvaten, zonder eenig teeken van gisting, tot
+ stand komt.
+
+Defixus saepenumero in speculatione hac anceps mihi haesit animus, an
+Spirantis cerneret animalis partem, an vero incilia meditatione summi
+Mathematici excogitata, manu peritissimi Mechanici affabrefacta, per
+quae liquores duceret, secerneret, misceretque absolutae artis
+consummatione perfectus Aquilex.
+
+ Vaak beving mij, terwijl ik in de beschouwing hiervan verdiept was,
+ een twijfel, of ik wel een deel van een levend dier voor mij zag en
+ niet veeleer een samenstel van kanalen, door een hoogst bekwaam
+ werktuigkundige naar het ontwerp van een uitstekend mathematicus
+ gebouwd, door welke een waterbouwkundige van den eersten rang
+ vloeistoffen leidde, vaneenscheidde en vermengde.
+
+Tandem vero si periculum capere juvat, an ex simplicibus et indubitatis
+sensuum experimentis demonstrari queant per Mechanicos illa, de quorum
+intellectu ante paucos annos nulla spes, Geometrico parta labore in usum
+exempli citare decet.
+
+ Wilt gij eindelijk door feiten in het licht gesteld zien, dat de
+ Werktuigkundigen in staat zijn, door middel van eenvoudige en
+ betrouwbare proeven zoodanige vraagstukken tot oplossing te brengen,
+ die nog maar enkele jaren geleden voor onoplosbaar gehouden werden,
+ dan behoef ik u slechts in herinnering te brengen, welke resultaten op
+ dit gebied door wiskundigen arbeid verkregen zijn.
+
+Perpendamus, quae docet, dum Mechanicen Medicis applicat Rebus,
+Borellus.
+
+ Men bestudeere aandachtig de geschriften van BORELLI, waarin deze zich
+ bij de behandeling van medische vraagstukken van de Mechanica bedient.
+
+Evolvantur, quae ex hujus Schola sapiens, eisdem usus principiis, et
+Malpigianis inventis fretus Oedipi instar extricat Bellinus.
+
+ Men leze na, welke ingewikkelde problemen BELLINI, een geleerde uit
+ de school van BORELLI, met toepassing van dezelfde beginselen en
+ voortbouwend op de ontdekkingen van MALPIGHI, als een tweede OEDIPUS
+ heeft opgelost.
+
+Tum quae illorum laudato excitatus labore, Orbi erudito Problemata
+proposuit, demonstravitque, nobile quondam hujus Lycaei ornamentum
+Pitcarnius.
+
+ Vervolgens ook de problemen, die PITCAIRN, weleer een sieraad dezer
+ hoogeschool, aangespoord door het succes van den arbeid der genoemde
+ geleerden, aan de geleerde wereld heeft voorgelegd en opgehelderd.
+
+Scheineri, Cartesii, Hugenii de oculo, Kircheri, Schelhammeri, et
+Morlandi de aure et auditu, scrutemur demonstrata.
+
+ Laat ons ijverig navorschen de verhandelingen van SCHEINER, CARTESIUS
+ en HUYGENS over het oog en die van KIRCHER, SCHELHAMMER en MORLAND
+ over het oor en het gehoor.
+
+Constabit an prosit Medico Mechanice!
+
+ Dan zal het toch zeker geen vraag meer zijn, of de Mechanica der
+ Geneeskunde ten goede komt!
+
+Apparebit quid sperandum sit, si ejus a peritis Medicis invehitur
+in Medicinam usus, si in exercitatione hac pergitur tamdiu, quamdiu
+patientia humana tam inepta sectarum molimina in disciplina Medica
+tulit.
+
+ Dan zal blijken, welke resultaten te verwachten zijn, indien
+ Geneeskundigen, doordrongen van het nut dezer wetenschap, haar op hun
+ eigen gebied gaan toepassen, en indien met deze methode even lang
+ wordt voortgegaan als het verkondigen van de dwaze theorien der
+ philosophische scholen in de medische wetenschap geduld is geworden.
+
+Haec autem vera esse, et usum habere in Medicis Mechanicen, quamdiu de
+Theoria agitur, consensus erit forte facilis, tamen ne hilum bonae
+frugis ipsi Artis exercitio afferre, pervolgata objicitur querela.
+
+ Dat het boven gezegde juist is en dat derhalve de Mechanica kan
+ toegepast worden op de Geneeskunde, zal wellicht door ieder beaamd
+ worden, zoolang er slechts sprake is van de Theorie; voor de
+ practische uitoefening der Geneeskunde daarentegen wordt elk nut der
+ Mechanica door de meeste menschen ten stelligste ontkend.
+
+Quae quidem speciosa hac distinctione prolata, qui consistere queant
+simul, satis non video.
+
+ Hoe de bevestiging van het eene en de ontkenning van het andere, hoe
+ spitsvondig deze onderscheiding ook geformuleerd is, kunnen samengaan,
+ vermag ik niet te begrijpen.
+
+Neque enim aliam hos intelligere Theoriam credo, nisi eam, quae ex
+proximis causis clare docet, quae sani hominis vita sit.
+
+ Want zij, die dit onderscheid maken, zullen onder de Theorie der
+ geneeskunde toch niets anders verstaan dan de leer, die ons uit de
+ naaste oorzaken een helder inzicht weet te verschaffen in het leven
+ van den gezonden mensch.
+
+Quod si, ut oportet, admittitur, sequetur Scientiam hanc noscendis,
+curandisque morbis auxilia suppeditare optima.
+
+ Is deze definitie juist--en ik geloof niet, dat iemand er eenig
+ bezwaar tegen zal hebben,--dan volgt hieruit, dat deze wetenschap de
+ beste hulpmiddelen oplevert voor het opsporen en genezen der ziekten.
+
+Causas enim qui recte novit perfectae sanitatis, ille, quoties hae
+deficiunt, egregie ipsius defectus, id est morbi, originem rationemque
+comprehendet.
+
+ Immers hij, die de voorwaarden eener volmaakte gezondheid grondig
+ kent, zal ook, wanneer een of meer van deze ontbreken, den oorsprong
+ en het wezen der afwijking, dat is der ziekte, volkomen begrijpen.
+
+Qui autem causam aegritudinis proximam clarissime vidit, maxime is
+idoneus, qui ei occurrat, est habendus.
+
+ Zal nu niet hij, die het helderst inzicht heeft in de naaste oorzaak
+ eener ziekte, ook voor den meest geschikten persoon moeten gehouden
+ worden, om die ziekte te bestrijden?
+
+Eodem sc. modo se res habet ac in horologio, cujus si deviat index,
+errores imperitus notare, at corrigere ex arte nemo potest, nisi ille,
+qui requisitae structurae gnarus, vitia partium hinc et remedia invenit.
+
+ Het gaat er namelijk mede als met een uurwerk; als de wijzer afwijkt,
+ zal ook een leek de fouten kunnen opmerken, maar ze volgens de regelen
+ der kunst herstellen zal niemand anders kunnen dan hij, die kennis
+ heeft van de inrichting van uurwerken en daardoor ziet, wat er aan de
+ verschillende deelen hapert, hetgeen hem wederom de middelen tot
+ herstel aan de hand doet.
+
+Ita nulla lucis scintilla in Theoria Medica micat, ad quam in faciunda
+Medicina facem accendere non possit re peritus Artifex.
+
+ Zoo kan dus aan het kleinste lichtvonkje der theoretische Geneeskunde
+ door een bekwaam Meester een fakkel ontstoken worden, die hem bij het
+ practisch uitoefenen van zijn vak voorlicht.
+
+Adeoque qui Mechanices in Speculatione, ille ejus in usu praestantiam
+fatetur.
+
+ Wie derhalve het nut der Mechanica voor de theorie der Geneeskunde
+ erkent, doet het daarmede tevens ook voor de praktijk.
+
+Docet hoc antiquitate nobilissima et usu ea artis pars, quae ab eo quod
+manu medetur nomen gerit, quae sc. an inventis Mechanicis carere queat
+vestra sit aestimatio.
+
+ Dit is vooral duidelijk bij dat zoowel om zijn hoogen leeftijd als om
+ zijn uitgebreide toepassing hooggeerde deel onzer wetenschap, dat
+ zijn naam ontleent aan het "met de hand genezen"; oordeelt zelf, of de
+ chirurgie de uitvindingen der Mechanica ontberen kan.
+
+Instrumenta, quibus vitia emendat, quis felicior, quam Mechanicis
+imbutus Medicus inveniet?
+
+ Welke medicus zal met meer geluk instrumenten tot het herstellen van
+ gebreken uitvinden dan een zoodanige, die door en door vertrouwd is
+ met de Werktuigkunde?
+
+Tenues, quae volitare putantur ante oculum, imagines, dum Matheseos
+imperiti ut oriturae in aqueo humore suffusionis primordia tractant,
+acerbis saepe erodunt tenellum et prava arte oculum.
+
+ De ijle figuurtjes, die men wel eens voor zijn oogen meent te zien
+ zweven, worden door Geneesheeren, die onbedreven zijn in de Wiskunde,
+ voor eerste verschijnselen eener aanstaande uitstorting in het
+ waterachtig vocht gehouden; vandaar dan ook, dat zij het toch zoo
+ teere oog, ganschelijk verkeerd, met scherpe vochten behandelen, die
+ er vaak een groote verwoesting in aanrichten.
+
+Harum vero sedem reticulo, causam arteriis Geometrae consilio dum
+reddit Willisius, dum demonstrat Pitcarnius, quam mutata est medelae
+facies?
+
+ Hoe geheel anders is echter de geneeswijze geworden, sedert WILLIS met
+ wiskundig inzicht den zetel van dit verschijnsel in het netvlies en de
+ oorzaak er van in de slagaderen gezocht en PITCAIRN dit vermoeden tot
+ zekerheid gebracht heeft.
+
+Abacto externorum mordaci apparatu, misso sanguine, et solventi
+medicamine tuto tollitur, vel et negligitur malum.
+
+ Zonder gebruikmaking van eenig uitwendig bijtmiddel wordt het kwaad
+ door aderlating en toediening van een oplossend middel op voor den
+ patint onschadelijke wijze weggenomen, terwijl somtijds ook elke
+ behandeling onnoodig geoordeeld wordt.
+
+Oculi error a radiis male collectis quam inepte tentatur collyriis vel
+potus medicati haustu!
+
+ Welk een dwaasheid, een afwijking van het oog, bestaande in een
+ verkeerde breking der lichtstralen, met oogwaters of drankjes te
+ willen genezen!
+
+Quam feliciter levatur perspicillis, quae cuique vitio singulari propria
+regulae definiunt Hugenianae!
+
+ Op hoe afdoende wijze worden daarentegen dergelijke gebreken verholpen
+ door brillen, welke naar de voorschriften van HUYGENS voor elke
+ afwijking in het bijzonder geschikt gemaakt kunnen worden.
+
+Opto ut, qui omnem Mechanices usum ex praxi proscribunt Medica,
+intelligant prius vel unius Hugenii de emendandis visus vitiis
+Commentarios.
+
+ Ik wenschte, dat zij, die alle toepassing der Mechanica van de
+ praktijk der Geneeskunde willen verre houden, maar eerst eens begonnen
+ met HUYGENS' werken over het opheffen der gezichtsstoringen te leeren
+ verstaan.
+
+Illustre enim illud Batavorum lumen, assumpta ex anatomicis oculi
+fabrica, et una morbi, cui succurrere vult, proprietate, mox ex meris
+Mathematicis reperit auxilium, quod usum praestat huic tantum malo,
+cujus proprietas assumta problema limitaverat.
+
+ Deze beroemde Nederlander heeft immers, met gebruikmaking van hetgeen
+ de anatomie leert over de inrichting van het oog, overigens alleen
+ lettend op het bijzondere karakter der ziekte, die hij genezen wil,
+ weldra door louter wiskundige berekeningen een hulpmiddel ontdekt, dat
+ slechts voor die kwaal afdoende is, welker door het onderzoek aan het
+ licht gebrachte eigenaardigheid de kern van het probleem had
+ uitgemaakt.
+
+Intacto oculo, morbi effectum tollit; et inemendabilem in eo defectum
+vitri figurati supplemento farcit.
+
+ Zonder aan het oog te raken, heft hij de uitwerking der ziekte op en
+ het onherstelbaar gebrek van het oog zelve wordt door het aanbrengen
+ van een bijzonder gevormd glas onvoelbaar gemaakt.
+
+En pulchra, in quibus, ut in speculo, spectatur Geometrarum in medicis
+Mechanice ratiocinandi methodus, usus et successus.
+
+ Ziedaar schoone voorbeelden, die een zeer duidelijk beeld vertoonen
+ van de mechanistische methode, door de wiskundigen bij het behandelen
+ van geneeskundige vraagstukken toegepast, van het nut, dat zij
+ oplevert en het succes, dat er mede te bereiken valt.
+
+Hac via si pertractabunt omnia, ut revera sensim poterunt, habebitur
+tandem certior, neque obnoxia figmentis, neque omni mutabilis hora, sed
+aeterna scientia medica.
+
+ Wanneer men volgens deze methode ook alle overige vraagstukken zal
+ gaan behandelen--en ik twijfel er niet aan, dat men het langzamerhand
+ wel zoover zal brengen--dan zullen wij eindelijk eens in het bezit
+ komen van eene geneeskundige wetenschap, die, op zekerder basis
+ gegrondvest en vrij van verzinselen, niet ten allen tijde
+ veranderlijk, maar eeuwig dezelfde zal zijn.
+
+Non est porro quod dicat quis, nondum confirmari vitia fluidorum
+adeoque internae aegritudinis causam, hujusque mitigationem auxiliis
+subjici Mechanicis.
+
+ Men brenge nu niet hiertegen in, dat het nog niet bewezen is, dat op
+ de afwijkingen der vloeistoffen en dus op de oorzaken der inwendige
+ ziekten en hare leniging met aan de mechanica ontleende hulpmiddelen
+ een gunstige invloed geoefend kan worden.
+
+Vel enim an impossibilis fructus hic, vel an necdum acquisitus
+quaeritur.
+
+ Want met die opmerking wordt hetzij deze vraag bedoeld, of dit
+ resultaat wel ooit te bereiken valt, hetzij deze, hoe het komt, dat
+ het nog niet bereikt is.
+
+Si posterius, iniquos habemus et molestos Censores.
+
+ Wordt dit laatste bedoeld, dan hebben wij onbillijke en lastige
+ beoordeelaars.
+
+Quis aequo ferat animo peti, ut pauci Mechanici, qui Medicis a pauco
+tempore vacarunt rebus, ea jam perfecerint, quae tribus annorum millibus
+junctis viribus alii omnes vix potuerunt inchoare?
+
+ Is het niet ergerlijk, te hooren eischen, dat de weinige
+ Werktuigkundigen, die zich eerst sedert korten tijd op geneeskundig
+ gebied bewegen, een zoodanig werk reeds geheel volbracht zouden
+ hebben, waaraan alle anderen te zamen in een tijdsverloop van
+ drieduizend jaren met vereende krachten nog zelfs geen begin van
+ uitvoering hebben kunnen geven?
+
+Imo id omnino impossibile: quum enim Mechanices Medicis applicandae lex
+exigat, ut structura solidorum, natura liquidorum, effectus horum
+sensibiles in sanitate et morbis inserviant pro datis, quis tam
+absurdus, qui operosissimae Artis fastigium in ejus rudimentis quaerat.
+
+ Wordt daarmede niet iets geheel onmogelijks verlangd? Daar immers de
+ eerste voorwaarde voor het toepassen der mechanica op de geneeskunde
+ deze is, dat daarbij van de kennis van den bouw der vaste deelen, van
+ den aard der vloeistoffen en van de verschijnselen, welke zij zoowel
+ in normalen als in ziekelijken toestand teweegbrengen, als van vaste
+ gegevens kan worden uitgegaan, is het dan niet ongerijmd, te eischen,
+ dat zulk een omvangrijke wetenschap, terwijl zij nog in het eerste
+ stadium harer ontwikkeling verkeert, reeds haar toppunt bereikt zal
+ hebben?
+
+Si autem judicat quis nunquam vel quidquam hac via perfectum iri, is,
+rogo, perpendat, morbi a fluido orti causam pendere _ut plurimum_ a
+vitiato ejus per vasa transfluxu.
+
+ Is er echter iemand, die meent, dat langs dezen weg nooit ook maar
+ iets tot stand gebracht zal worden, dan moge hij wel bedenken, dat
+ ziekten, die door een der vloeistoffen veroorzaakt worden, in verreweg
+ de meerderheid der gevallen het gevolg zijn van een abnormale
+ strooming dier vloeistof door de vaten.
+
+Hoc Hippocratica, si componuntur Sanctorianis et quotidiani usus
+experimentis, docent.
+
+ Dit leeren ons de waarnemingen van HIPPOCRATES, vergeleken met die van
+ SANCTORIUS en met de dagelijks door ons waargenomen verschijnselen.
+
+Fluxus vero impedimentum internum vel languori virtutis impellentis, vel
+contractioni vasculorum convulsivae, vel liquidis copia, motu,
+spissitate, aut tenuitate peccantibus adscribet _plerunque_, qui vitae,
+sanitatis, morbi, mortis et cadaverum phaenomena comparavit sedulus.
+
+ En nu zal hij, die een vergelijkende studie gemaakt heeft van de
+ verschijnselen, welke het menschelijk lichaam zoowel bij het leven,
+ hetzij in gezonden of ziekelijken toestand, als bij en na den dood te
+ aanschouwen geeft, den innerlijken grond van zulk een stoornis in de
+ strooming in den regel zoeken in een verslapping der stuwkracht, een
+ krampachtige samentrekking der vaten of in afwijkingen der
+ vloeistoffen, wat betreft hare hoeveelheid, beweging en meer of
+ minderen graad van dichtheid.
+
+Quin adjumenta, quibus morborum miseriam lenimus aegris, ea prodesse
+gratia _inprimis_, qua dicta malorum capita auferunt, attenta nos docet
+contemplatio.
+
+ Een aandachtige beschouwing doet ons inderdaad zien, dat de gunstige
+ werking der middelen, door welke wij de pijn onzer patinten plegen te
+ stillen, voornamelijk daaraan te danken is, dat zij de zooeven
+ genoemde oorzaken der ziekten wegnemen.
+
+Aurea comparentur Sydenhami observata demonstratis de missione
+sanguinis, stimulis et Villo contractili Bellinianis, et, postquam
+Mechanica plane ope juvare vulgata remedia constat, spes concipietur
+sensim demonstrandi regulas subire posse et vires eorum et applicandi
+rationem.
+
+ Men vergelijke de gulden waarnemingen van Sydenham met de
+ verhandelingen van BELLINI over de aderlating, de prikkels en de
+ samentrekbaarheid der vezels, en wanneer men daaruit zal geleerd
+ hebben, dat de heilzame werking der meest gewone geneesmiddelen op
+ volkomen mechanische wijze wordt voortgebracht, zal men wel de
+ verwachting durven koesteren, voor de werkingen dezer middelen en de
+ wijze hunner toepassing langzamerhand vaste regels te zullen zien
+ opstellen.
+
+Vix enim me contineo, quin, praematurius forte, pronunciem simpliciores
+esse, et magis Mechanicas morborum maxime compositorum causas, quam
+ullus Medicorum cogitat.
+
+ Nauwelijks kan ik mij bedwingen, wellicht al te voorbarig, het uit te
+ spreken, dat de oorzaken der oogenschijnlijk meest ingewikkelde
+ ziekten eenvoudiger en van meer mechanischen aard zijn dan eenig
+ geneesheer vermoedt.
+
+Unius enim partis minima et simplicissima labes unionis necessitate et
+contagio totam saluberrimae Machinae vim subito pervertit.
+
+ Immers de minste en onbeduidenste beschadiging van n deel eener
+ machine is in staat, tengevolge van zijne beroering met de overige
+ deelen en den nauwen samenhang van het geheel, op eens de geheele
+ machine, hoe gaaf ze overigens ook moge zijn, in de war te sturen.
+
+Tenuissima acu, eaque ex purissimo Chalybe pungatur tendinis vel nervuli
+fibrilla in corpore sanissimo.
+
+ Laat eens in het meest gezonde lichaam een vezeltje eener pees of
+ kleine zenuw door een zeer fijne naald van het zuiverste staal geprikt
+ worden.
+
+Heu quam dira ex vili vulnusculo tantillae particulae malorum, heu quam
+multiplex cohors!
+
+ Welk een gruwelijke opeenstapeling van kwalen ziet gij dan
+ voortspruiten uit een onbeduidend wondje van zoo'n klein deeltje.
+
+Dolor, rubor, tumor, ardor, pulsatio, febris, sitis, delirium, convulsio
+et horrenda tristis tragoediae catastrophe mors.
+
+ Pijn, een roode, opgezwollen plek, gloeiing, klopping, koorts, dorst,
+ ijlhoofdigheid, stuiptrekkingen en de vreeselijke ontknooping der
+ tragedie, den dood!
+
+Spina, levisve festuca membranoso infixa loco eadem brevi parit.
+
+ Een doorn of fijne stroohalm verwekt, op een vliesachtige plaats
+ binnengedrongen, in korten tijd dezelfde verschijnselen.
+
+Et miramur venenorum spicula, pestis lanceolas, vel salium acumina
+similia peragere?
+
+ Waarom zouden wij er ons dan over verwonderen, dat de stekels der
+ vergiften, de pijlen der besmetting of de prikkels der zouten een
+ gelijke uitwerking hebben?
+
+Quin solo motu externo quam mirae rerum mutationes in corpore sano!
+
+ Welke wonderlijke veranderingen zien wij in een gezond lichaam niet
+ plaats grijpen zelfs alleen ten gevolge eener uitwendige beweging!
+
+In gyrum agatur, vel jactetur maris fluctibus scaphae insidens
+insuetus: Quid fit? vertigo, pallor, nausea, vomitus, anxietas, mille
+morborum aerumnae, mille fluidi vitalis et incredibiles mutationes a
+solo motu oriundae.
+
+ Stelt U voor, dat iemand, zonder er gewoon aan te zijn, in een bootje
+ op zee door de golven in een kring rondgedreven of heen en weer
+ geslingerd wordt; welke verschijnselen doen zich daar niet voor!
+ Duizeligheid, bleekheid, misselijkheid, braking, angst, allerlei
+ ziekteleed, tallooze ongelooflijke afwijkingen van het levensvocht,
+ en dat alles uitsluitend gevolg der beweging!
+
+Qui ergo humores integros manere novit, quamdiu vi canalium conquassati
+propelluntur, qui stagnantes hos in calido, humidoque loco morbosos
+reddi statim et trahere sincera scit, qui ex uno simplicique malo
+infinita alia statim sequi animadvertit, facillime perspiciet
+exspectanda ad haec a mechanico medico promtissima tandem auxilia:
+
+ Wie derhalve weet, dat de vochten ongedeerd blijven, zoolang zij door
+ den druk, dien de vaten er op uitoefenen, worden voortgedreven, dat
+ zij echter door stil te staan op een warme en vochtige plaats terstond
+ in een ziekelijken toestand geraken en ook gezonde deelen aantasten,
+ wie waargenomen heeft, dat van n enkele onbeduidende afwijking
+ tallooze andere afwijkingen het onmiddellijk gevolg zijn, zal
+ gemakkelijk inzien, dat eerst van den mechanistischen geneesheer
+ afdoende middelen hiertegen te verwachten zijn;
+
+ ex causis enim impediti fluoris, regulis superandae resistentiae,
+restituendi motus elastici, augendae virtutis cordis collatis cum morbi
+phaenomenis quid non invenietur tandem?
+
+ wat al ontdekkingen zullen haar ontstaan te danken hebben aan
+ het in verband brengen der ziekteverschijnselen met de oorzaken der
+ stoornissen in den bloedsomloop en de regels voor het overwinnen van
+ den weerstand, het herstellen der veerkrachtige beweging en het
+ versterken der hartwerking!
+
+At enim vitam, morbos, sanitatem in nobis ex principiis fluere non
+Mechanicis mentis docet in corpora potestas. Frustraneus ergo tot
+irritorum conaminum labor! Vana supervacaneae Mechanicae speculationis
+spes.
+
+ Maar, zoo werpt men mij tegen, de macht van onzen geest over ons
+ lichaam doet ons toch duidelijk zien, dat leven, ziekte en gezondheid
+ uit niet-mechanische beginselen voortvloeien. Tevergeefsch derhalve is
+ uwe inspanning, vergeefsch uwe pogingen! IJdel zijn de verwachtingen,
+ die gij van uwe nuttelooze mechanistische studie koestert!
+
+Talia aggerens utinam rideret securus, neque communem ignorantiae
+calamitatem eadem deploraret querela!
+
+ Het ware te wenschen, dat hij, die dergelijke tegenwerpingen maakte,
+ zich slechts een onschuldig genoegen daarmede verschafte en dat in
+ zijne schertsend geuite klacht niet tevens de beklagenswaardige ramp
+ van ons aller onwetendheid tot uiting gebracht werd!
+
+Quis enim miri hujus commercii vim invenire potuit in aliquo, quod
+corpus constituit vel mentem?
+
+ Want wie heeft ooit in een der samenstellende deelen van onzen geest
+ of van ons lichaam ook maar iets kunnen ontdekken, dat voor het
+ wonderbaarlijk samengaan van beide een verklaring oplevert?
+
+Sciat tamen, virtutem cogitationis, simulac in corpus influit, totum
+quod in eo producit, facere corporeum, adeoque legi Mechanicae obediens.
+
+ Men houde echter wel in het oog, dat alle werkingen, die onze geest in
+ ons lichaam teweegbrengt, van uitsluitend lichamelijken aard zijn en
+ dat _deze_ dan toch aan de wetten der Mechanica gehoorzamen.
+
+Quid refert causam mutationis primam non esse Mechanicam, quum hac
+insuper habita, effectum, qui corporeus, cognoscere, excutere, atque
+dirigere Mechanico detur Medico; quum hoc scopo sufficiat?
+
+ Wat doet het er toe, dat de eerste oorzaak der verandering _niet_
+ mechanisch is, als het toch den mechanistischen geneesheer gegeven is,
+ zonder daarmede rekening te houden, van hare werkingen, die van
+ _lichamelijken_ aard zijn, kennis te nemen, ze grondig te onderzoeken
+ en zelfs te besturen, wat toch het eenige doel is, dat hij bereiken
+ wil.
+
+Crescit nimium, pauca dum tangit leviter, Oratio.
+
+ Maar ik bemerk, dat mijne rede, hoewel slechts enkele punten
+ oppervlakkig behandelend, al te zeer in omvang toeneemt.
+
+Unum, quod palmarium jactant, quibus alia quam nobis mens est, ne
+declinando subdole evitasse me suspicentur, diluendum judico.
+
+ Toch komt het mij voor, dat ik op n punt, waaraan mijn tegenstanders
+ hun krachtigst argument ontleenen, de beweringen van dezen niet
+ onwederlegd mag laten; ik wil namelijk niet de verdenking op mij
+ laden, dit punt, door het opzettelijk niet ter sprake te brengen,
+ listiglijk ontweken te hebben.
+
+Philosophos clamant et Mechanicos, ubi Medicae arti exercendae admoti
+fuere unquam, sinistro semper eventu repulsos fuisse. Disputatione non
+esse opus, quum artem horum Medicis nocere, re constet et experimento.
+
+ Is het niet waar, zoo roepen zij triomfantelijk uit, dat alle
+ philosophen en Mechanisten, die zich tot nog toe aan de uitoefening
+ der geneeskunde hebben gewaagd, steeds jammerlijk fiasco gemaakt
+ hebben? Alle verdere redetwist is dus overbodig, daar het feitelijk en
+ proefondervindelijk bewezen is, dat hunne wetenschap der geneeskunde
+ slechts schaadt!
+
+Quae verissima esse, si hos arguunt, quos in scholis superbus philosophi
+titulus effert, docet historia, docent, quae de rebus conscripsere
+medicis, volumina.
+
+ Ik geef toe, dat deze redeneering volkomen juist is, zoolang zij
+ slechts gericht blijft tegen hen, die tot de scholen behooren, welker
+ aanhangers zich den weidschen naam van philosoof hebben aangematigd;
+ dit leert ons de geschiedenis, dit toonen de werken, die deze lieden
+ over geneeskundige onderwerpen geschreven hebben.
+
+Dum enim omnium prima rerum principia ex propriis creare cogitatis
+satagunt, dein vero ex iis, quae ipsi figmenti subtilitate prius in
+illis posuerant, peculiarem corporis cujusque naturam declarare, errasse
+ubique docet ipsa, quam commendo, Mechanices ratio.
+
+ Daar zij zich immers onledig houden met het louter uit eigen
+ verbeelding opstellen van de beginselen aller dingen, om vervolgens
+ uit de hoedanigheden, die zij met groote scherpzinnigheid aan die
+ beginselen hebben toegedicht, den bijzonderen aard van elk lichaam te
+ verklaren, blijken zij natuurlijk op alle punten gedwaald te hebben;
+ en nu is het juist de door mij zoo warm aangeprezen mechanistische
+ methode, die dat duidelijk aangetoond heeft.
+
+Applicari rebus nequit, quam ratiocinio fecerant, conclusio, nisi prius
+illa, quae pro fonte argumenti liquido assumserant, rerum singularium,
+quae natae sunt, principiis esse eadem foret evictum.
+
+ De gevolgtrekkingen, waartoe zij langs logischen weg gekomen zijn,
+ kunnen niet op de werkelijkheid toegepast worden, tenzij eerst is
+ uitgemaakt, dat die dingen, welke zij als een zeker uitgangspunt voor
+ hunne redeneeringen hebben aangemerkt, identiek zijn met de beginselen
+ van de afzonderlijke voorwerpen, die de natuur ons te aanschouwen
+ geeft.
+
+Haec vero, quum infinita, eaque semper diversa esse queant, patet casu
+veritatem nunquam sic detectum iri.
+
+ Daar deze beginselen nu echter misschien wel oneindig in aantal en
+ alle onderling verschillend zijn, zoo blijkt het, dat de waarheid
+ hieromtrent onmogelijk bij toeval, zooals zij zich inbeelden te kunnen
+ doen, ontdekt kan worden.
+
+Quod si considerassent sedulo, tam Scholastici dicti, quam plurimi
+Mechanicorum Cartesii sequaces non fuissent arbitrati id sibi datum
+negotii, ut ex fictorum principiorum praeceptis corpus humanum regerent,
+sed ut ex his, quae observatio prius docuerat hominem constituere, ipsa
+dein artis elementa applicata Mechanica conderent.
+
+ Indien dit zoowel door de zoogenaamde scholastieken als door een groep
+ van Mechanisten, die tot de school van CARTESIUS behooren, ernstig in
+ het oog gehouden ware, dan zouden zij niet in den waan verkeerd
+ hebben, dat het hun tot taak gesteld was, het menschelijk lichaam te
+ richten naar voorschriften, die op verdichte beginselen berusten, maar
+ zij zouden begrepen hebben, dat de elementen der door hen beoefende
+ wetenschap met behulp der Mechanica door hen opgebouwd moesten worden
+ uit datgene, wat de waarneming ons omtrent de samenstelling van den
+ mensch leert.
+
+At si Mechanico, quem jam descripsi, Medico hanc dicunt contumeliam,
+exempla ignominiae citent exspecto.
+
+ Indien men echter dit verwijt den mechanistischen Geneeskundige,
+ zooals ik U dien beschreven heb, naar het hoofd slingert, dan vraag ik
+ bewijzen voor dien laster.
+
+Non equidem, qui nostri capit animi sensum, negabit ullus,
+accuratissimum Mathematicum pessimum forte futurum Medicum.
+
+ Natuurlijk zal niemand, men versta mij wel, zoo dwaas zijn te beweren,
+ dat de meest nauwgezette Wiskundige niet een allerjammerlijkst figuur
+ als geneesheer kan maken.
+
+Quo enim talis pertinet Oratio?
+
+ Wat zou zulk een bewering wel te beteekenen hebben!
+
+Non in Mechanico Medicinae, in Medico vero Mechanices peritiam desidero.
+
+ Ik verlang ook niet, dat de Mechanist verstand hebbe van de
+ Geneeskunde, maar omgekeerd eisen ik van den Geneeskundige kennis
+ der Mechanica.
+
+Usu peritum Medicum experimentis medicis defecto Mechanico in morbis
+curandis qui post habet, insaniet.
+
+ Het zou allerdwaast zijn, een practisch ervaren Geneesheer ten
+ opzichte van het genezen van ziekten te willen achterstellen bij een
+ Werktuigkundige, die ganschelijk onbedreven is in de geneeskunde.
+
+Sed aequa instructorum experientia hunc promovendae arti meliorem, qui
+Mechanicis callet prae alio praeceptis, id affirmo, id demonstrandum
+sumserat Oratio.
+
+ Slechts dit verklaar ik, slechts dit wilde ik door mijne redevoering
+ duidelijk in het licht stellen, dat van twee geneeskundigen, die
+ gelijke ervaring in hun vak hebben opgedaan, hij het meest geschikt is
+ om zijne wetenschap vooruit te brengen, die meer dan de ander met de
+ regelen der Mechanica vertrouwd is.
+
+Ne vero, quod ubique contigisse doleo, sinistram, quae dixi,
+interpretationem subeant, age describam compendio speciem illius, cujus
+imago animo obversatur meo, Medici.
+
+ Opdat nu echter aan mijne woorden geen scheeve uitlegging gegeven
+ worde, wat tot mijn grooten spijt reeds zoo dikwijls is voorgekomen,
+ zal ik U een korte schets geven van den Geneesheer, zooals die mij
+ steeds als een ideaal voor oogen zweeft.
+
+Depingitur ille, ducendis studii Medici primis lineamentis incumbens,
+tanquam affixus Geometricae contemplationi figurarum, Corporum,
+Ponderum, Velocitatis, Fabricae Machinarum, et, quae inde oriuntur in
+alia corpora, Virium.
+
+ Stelt hem U voor, bezig met het leggen van den eersten grond voor
+ zijne geneeskundige studin, geheel en al verdiept in de wiskundige
+ beschouwing van figuren en lichamen, gewicht en snelheid, de
+ inrichting van werktuigen en de werkingen, die daarmede op andere
+ voorwerpen kunnen uitgeoefend worden.
+
+His dum mentem exercet, claro discit praecepto et exemplo, liquida ab
+obscuris, a falsis vera secernere, et ipsa judicandi tarditate animo
+conciliare prudentiam.
+
+ Terwijl hij door deze studin zijnen geest oefent, kunnen hem deze
+ tevens tot nauwkeurig richtsnoer dienen, om duidelijke van
+ onduidelijke, ware van onware voorstellingen te onderscheiden;
+ tegelijkertijd zal hij, gedwongen tot langzaamheid in het oordeelen,
+ zich de zoo hoog noodige voorzichtigheid eigen maken.
+
+Ita postquam nudas simplicium corporum actiones expendere, has ex veris,
+clarisque causis deducere novit, maturum habet ingenium, qui
+fluididatis, Elateris, tenuitatis, ponderis, tenacitatisque in
+fluentibus proprietates ab Hydrostaticis cognoscat.
+
+ Nadat hij aldus geleerd heeft, de enkelvoudige werkingen der niet
+ samengestelde lichamen na te gaan en deze uit haar ware en
+ ontwijfelbare oorzaken af te leiden, is zijn geest rijp geworden, om
+ de verschillende eigenschappen der vloeistoffen, te weten haar
+ vloeibaarheid, elasticiteit, ijlheid en gewicht, die de hydrostatiek
+ uitvoerig behandelt, nader te bestudeeren.
+
+Jam animi vigore robustior fluidorum vires in machinas, harumque in illa
+rigore addiscat Mathematico, Experimentis confirmet Hydraulicis, et
+Mechanicis, Chemicis illustret, Ignis, Aquae, Aris, Salium, et aliorum
+maxime similium corporum ingenium speculatus et actiones.
+
+ Daarna ga hij, zijn denkvermogen aldus gescherpt hebbende, er toe
+ over, de werkingen, die vloeistoffen op werktuigen en die deze op gene
+ uitoefenen, volgens streng mathematische methode te onderzoeken,
+ versterke de op die wijze opgedane kennis door hydraulische,
+ mechanistische en chemische proeven, terwijl hij de geaardheid en de
+ werkingen van het vuur, het water, de lucht, de verschillende zouten
+ en andere dergelijke stoffen nauwkeurig gadeslaat.
+
+Altera mox tabulae facies sacris jam Medicis admotum exhibet.
+
+ Een tweede tafereel vertoont hem ons, zich reeds bevindend binnen de
+ gewijde ruimte, waar de Geneeskunde zelve beoefend wordt.
+
+Oculum ibi Geometriae luce acutum ad incisa cadavera, ad spirantium
+corpora brutorum aperta tacitus circumfert.
+
+ Daar zien wij hem zijne oogen, gescherpt en verhelderd door wiskundige
+ onderzoekingen, zwijgend richten op geopende lijken en op lichamen van
+ levend geopende dieren.
+
+Jam vasorum structuram, figuras, firmitatem, ortum, fines, nexus,
+curvaturas, flexilitatem contemplatur et elaterem.
+
+ Aanstonds beschouwt hij met aandacht den bouw, de vormen, de vastheid,
+ de begin- en eindpunten, de verbindingen en krommingen, de
+ buigzaamheid en veerkrachtigheid der vaten.
+
+Excitatus spectaculi mirabilitate, mox conspecta ad eum, quo jam pollet
+cognito, Mechanismum applicans, abditas detegit harum partium virtutes.
+
+ Door dit wonderlijk schouwspel geprikkeld, past hij weldra op de door
+ hem waargenomen verschijnselen de wetten der Mechanica, welke hem
+ reeds van vroeger bekend zijn, toe en ontdekt zoodoende de verborgen
+ eigenschappen der aanschouwde lichaamsdeelen.
+
+Quam variis, pulchris, utilibusque utentem cernimus auxiliis, quibus
+recentiorum industria pomoeria extendit anatomes.
+
+ Van hoe verschillende, schoone en nuttige hulpmiddelen, waarmede de
+ vlijt der jongere geleerden de grenzen der ontleedkunde heeft
+ uitgebreid, zien wij hem gebruik maken.
+
+Aliorum certe durissimo parta labore inventa in suos usus dum
+accommodat, claram sibi sistit humanae fabricae imaginem.
+
+ Terwijl hij zich de door anderen eerst na zeer veel inspanning gedane
+ ontdekkingen ten nutte maakt, vormt hij zich een duidelijk beeld van
+ den bouw van het menschelijk lichaam.
+
+Cui fluidorum vitalium nectit notitiam; hanc Anatomicis, Chemicis,
+Hydrostaticis, ipsiusque microscopii adjumentis in vivo corpore, et
+extra illud examinat; tum mox accuratissimam omnium sensibilium, quae in
+sanitate contingunt, historiam omni arte, undique comparatam evolvit.
+
+ Vervolgens zet hij zich aan de bestudeering der levensvochten, welke
+ hij zoowel in als buiten het levend lichaam met alle middelen, die hem
+ Anatomie, Chemie en Hydrostatiek ten dienste stellen, alsook met
+ behulp van het microscoop aan een grondig onderzoek onderwerpt.
+ Eindelijk zal hij zich dan door zijne van alle kanten bijeenverzamelde
+ gegevens een volledig overzicht kunnen verschaffen van alle
+ verschijnselen, die het lichaam in gezonden toestand te aanschouwen
+ geeft.
+
+En suis instructum datis, ut sanitatis Theoriam scribat!
+
+ Ziedaar iemand, die uitsluitend door de gegevens, welke hij zich zelf
+ verschaft heeft, in staat gesteld is tot het schrijven eener Leer van
+ den normalen lichaamstoestand!
+
+Ex his singulatim perspectis, expensis, comparatisque inter se, auxilio
+Mechanices, severitate ordine et prudentia Geometrica, lento gradu
+festinans elicit, quae in his comprehensa sensibus abduntur, rationi
+patent.
+
+ Met behulp van deze gegevens nu brengt hij, na eerst elk afzonderlijk
+ nauwkeurig onderzocht en overwogen en ze vervolgens in hun onderlingen
+ samenhang bestudeerd te hebben, met toepassing van de wetten der
+ Mechanica en met streng wiskundige regelmaat en behoedzaamheid te werk
+ gaande, langzaam maar zeker waarheden aan het licht, die, hoewel in
+ die gegevens opgesloten liggend, niet door zinnelijke waarneming
+ daarin ontdekt, doch slechts door logische redeneering daaruit
+ afgeleid kunnen worden.
+
+Sic proximae cujusque effectus causae indagantur, harum natura ex indole
+collectorum, cognitorum et comparatorum phaenomenon indagata perficitur,
+firmatur, et sensim ex horum aggregato consummatur tandem.
+
+ Aldus worden de naaste oorzaken van iedere werking opgespoord; deze
+ maakt hij namelijk op uit den hem reeds bekenden aard der
+ verschijnselen, welke hij bijeenverzameld, onderzocht en onderling
+ vergeleken heeft, zoodat hij zich langzamerhand, als vrucht van al
+ deze onderzoekingen, een duidelijk en volledig beeld van het wezen
+ dier oorzaken zal kunnen vormen.
+
+Quid speratis futurum, qui ad hanc normam sua exigit studia?
+
+ Welke schoone resultaten zal hij niet kunnen bereiken, die bij zijne
+ studin dezen weg volgt!
+
+Nonne immutabilis et coaeva erit haec scientia ipsi naturae humanae, ex
+cujus sc. elicitur indole, in qua fundatur tantum?
+
+ En zal de wetenschap, op deze wijze verkregen, niet onveranderlijk
+ vaststaan en even duurzaam zijn als de menschelijke natuur zelve, uit
+ welker innerlijk wezen zij immers is opgedolven en welke haar eenigen
+ grondslag uitmaakt?
+
+Nonne certa erit, quae innixa iis, quae omnes pari agnoscunt evidentia,
+castigatissima caute procedit fide?
+
+ Zullen de resultaten van zulk een wetenschap niet onbetwistbaar zijn,
+ die, slechts steunend op wat allen met gelijke beslistheid als waar
+ erkennen, met de strengste nauwgezetheid behoedzaam voortschrijdt?
+
+Nonne definita satis et ipsis erit rebus utilis, quae certis, claris,
+et sensibilibus corporis humani proprietatibus solum debet causae
+proximae, quaeque nostro subjicitur imperio, inquisitionem
+accuratissimam, idque via, qua erratum nunquam?
+
+ Zal die wetenschap niet genoegzaam betrouwbaar en ook voor de praktijk
+ nuttig zijn, welke bij haar grondig en met toepassing eener onfeilbare
+ methode ingesteld onderzoek naar de naaste en onder ons bereik
+ vallende oorzaken slechts van die eigenschappen van het menschelijk
+ lichaam uitgaat, die stellig vaststaan en duidelijk voor onze
+ zintuigen waarneembaar zijn?
+
+Lento crescet, fateor, et occulto adolescet augmento, quilibet tamen vel
+minimus progressus gradus ad altiora firmus erit, et novi incrementi
+immutabilis causa.
+
+ Ik erken, dat zij op die wijze slechts uiterst langzaam en nauw
+ merkbaar zal groeien en opwassen; daartegenover staat echter dit
+ belangrijke voordeel, dat elke, ook zelfs de geringste, vordering, die
+ zij maakt, een vaste schrede voorwaarts beteekent en een hechten
+ grondslag vormt, waarop verder voortgebouwd kan worden.
+
+Hoc autem labore defunctum, adspirantemque ad metam jam videte in ultima
+picturae parte adumbratum.
+
+ Het laatste tafereel mijner schets eindelijk vertoont U onzen
+ geneesheer, al dit werk reeds volbracht hebbend en naar den eindpaal
+ strevend.
+
+In ipsa nunc adyta se penetrat, in ipsa sculapii penetralia!
+
+ Nu dringt hij door tot het allerheilige, tot het binnenste van den
+ tempel van AESCULAPIUS!
+
+En Tabulas Hippocraticas, fidaque Grajorum, quae scrutatur, scripta!
+
+ Thans doorvorscht hij de Tafelen van HIPPOCRATES en de zoo betrouwbare
+ geschriften der Grieken!
+
+Jam ex abundanti Medicorum Thesauro colligit quidquid sparsum haeret
+mellis medicati.
+
+ Ziet hem uit den overvloedigen schat der geneeskundige schrijvers
+ vlijtig bijeenverzamelen, wat er overal in hunne werken aan kostelijke
+ gegevens te vinden is!
+
+Hic incisa, quorum notaverat morbos, ruspatur cadavera; illic in brutis
+arte factas aegritudines observat; nunc omnia morborum effecta et
+remediorum ipse experimento colligens; nunc eadem ex optimis Auctoribus
+addiscens; tandem cuncta digerens, expendensque inter se componit, et
+his, quae Theoria demonstravit, comparat, unde historiam denique
+curationemque morborum firmet.
+
+ Nu eens opent hij, ten einde ze te onderzoeken, lijken, waaraan hij
+ pathologische afwijkingen ontdekt heeft, dan weer neemt hij bij dieren
+ ziekten waar, die hij kunstmatig bij deze heeft verwekt; nu eens
+ verzamelt hij uit eigen ervaring allerlei gegevens omtrent de
+ uitwerkingen van ziekten en geneesmiddelen, dan weer vult hij de aldus
+ opgedane kennis aan door het raadplegen van de beste schrijvers op dat
+ gebied; eindelijk schikt hij al deze gegevens samen, terwijl hij ze
+ regelt en nauwkeurig overweegt, en vergelijkt de aldus gevonden
+ resultaten met wat de Theorie hem geleerd heeft, zoodat hij ten slotte
+ een degelijk inzicht krijgt in den loop en de geneeswijze der
+ verschillende ziekten.
+
+En Vobis ultima manu absolutam consummati Medici imaginem!
+
+ En hiermede heb ik de laatste hand gelegd aan het voor u geschetste
+ beeld van den volmaakten geneesheer!
+
+Hanc Mechanicis egere auxiliis ut perficiatur, satis, ni fallit me
+animus, evictum.
+
+ Dat deze hoogte onmogelijk bereikt kan worden zonder de studie der
+ Mechanica, meen ik thans genoegzaam te hebben aangetoond.
+
+Huic consimilem me reddere, ad hanc me componere studui, ut medicinam
+feci.
+
+ Sinds ik mij op de studie der geneeskunde toelegde, heb ik getracht,
+ dat beeld te evenaren, mij daarnaar te richten.
+
+Ad hanc polire eorum, qui meae se committunt disciplinae, ingenium
+summa ope enixus sum, dum in Vestro hoc salutis fano ex Auctoritate
+vestra Musagetae Illust. medicinam docui.
+
+ Naar dat model den geest te vormen van hen, die zich aan mijne leiding
+ toevertrouwen, daartoe, Heeren Curatoren, heb ik steeds al mijne
+ krachten ingespannen, zoolang ik op uw gezag aan deze hoogeschool de
+ geneeskunde onderwees.
+
+Eam, dum Dei munere spiro, ambitiose colere non desinam.
+
+ Dat ideaal zal ik, zoolang God mij het leven schenkt, niet ophouden
+ ijverig na te streven.
+
+Non credulitate stulta, non stupore ignari vulgi, non verbosis strophis,
+sed clara demonstrationis fide Artem, cui nostra credimus capita,
+commendare affectabo.
+
+ Niet door partij te trekken van de dwaze lichtgeloovigheid en de domme
+ verbazing der onkundige menigte, niet door een verblindenden
+ woordenvloed, maar door duidelijke en onbetwistbare resultaten zal ik
+ voor de wetenschap, waaraan wij allen ons leven toevertrouwen, eerbied
+ trachten af te dwingen.
+
+Vos Optimi Juvenes, qui illi Scientiae consecrastis pectora, a qua
+incolumitatem sperat salutis Humanum Genus, Vos Picturam. Medici
+contemplati primis miremini ab annis.
+
+ Moogt gij, voortreffelijke jongelingen, die u met de borst op deze
+ wetenschap toelegt, door welke het menschelijk geslacht zijn
+ ongestoord welzijn hoopt verzekerd te zien, het door mij ontworpen
+ beeld van den idealen geneesheer reeds van uwe eerste studiejaren af
+ aandachtig beschouwen en er bewondering voor opvatten.
+
+Ita Vos agite rem vestram, ut lineamentis, coloribusque hujus imaginis
+formosi, salutares hominibus audiatis genii!
+
+ Kwijt u z van uwe taak, dat gij u, getooid met de trekken en tinten
+ van dit beeld, den naam van reddende engelen der menschheid verwerft!
+
+Nulla est, quae pulchriora laborum praemia Cultoribus persolvit, quam
+Medica Sapientia.
+
+ Er is geen wetenschap, die haren beoefenaren schoonere belooningen
+ voor hunnen arbeid ten deel doet vallen dan de Geneeskunde.
+
+Non alia est, quae Mortalibus gratiores, magisve utiles vel necessarios
+reddere vos possit.
+
+ Geen andere is er, die u aangenamer, nuttiger en onmisbaarder voor uwe
+ medemenschen kan maken.
+
+Excitemini o generosae mentes! Excitemini pulchritudine Artis, cujus
+effectu beatus his in terris nemo carere poterit!
+
+ Geraakt in geestdrift, edelaardige geesten, geraakt in geestdrift voor
+ de schoonheid dezer kunst, zonder welker hulp voor niemand hier op
+ aarde het geluk bestaanbaar is!
+
+Nunquam rei difficultas calidum vestri animi retundat impetum!
+
+ Dat toch nooit de moeielijkheid dezer studie de onstuimigheid van uwen
+ vurigen geest beteugele!
+
+Ardua est, fateor, quae ad Panaceae ducit delubra, via.
+
+ Hoogst bezwaarlijk, ik erken het, is de weg, die tot het heiligdom van
+ PANACEA[5] voert.
+
+ [Voetnoot 5: PANACEA ("Alheelster") is de naam van een der
+ dochters van AESCULAPIUS. (Vertaler).]
+
+Sed complanavit hanc improbus aliorum labor, superarunt praerupta,
+perrupere fortes, Vos alacres sequamini!
+
+ Doch anderen hebben dezen door hunnen onvermoeiden arbeid geffend;
+ met groote dapperheid wisten zij, alle moeilijkheden overwinnend, het
+ einddoel van hunnen tocht te bereiken; volgt gij nu moedig hun
+ voorbeeld!
+
+Hos habetis in hac Academia ad Medicinam Duces, qui ditiores longe
+Vobis explicent thesauros, quam Epidauriae olim columnae, Pergamenae
+tabulae, Cnidii parietes, vel folia largiebantur Coaca.
+
+ Gij vindt in deze hoogeschool zoodanige leidslieden op het gebied der
+ geneeskunde, die u veel rijker schatten kunnen toonen dan weleer de
+ Epidaurische zuilen[6], de Pergameensche boekrollen[7], de Cnidische
+ wanden[6] en de Coische bladen[7] opleverden.
+
+ [Voetnoot 6: Op de zuilen van den Aesculapius-tempel te Epidaurus
+ en op de wanden van dien te Cnidus stonden opschriften, die
+ melding maakten van verschillende ziektegevallen en de wijze
+ hunner genezing. (Vertaler).]
+
+ [Voetnoot 7: Bedoeld zijn de werken van GALENUS van Pergamum en
+ HIPPOCRATES van Cos. (Vertaler).]
+
+Habetis, qui secreta quaeque Matheseos arcana incredibili perspicui
+sermonis facilitate revelet, rebusque applicare Medicis praemonstret,
+Volderum.
+
+ Gij vindt hier iemand, die de kunst verstaat, met een ongelooflijk
+ gemak in duidelijke taal de meest verborgen geheimenissen der Wiskunde
+ bloot te leggen en die u zal leeren, deze op geneeskundige
+ vraagstukken toe te passen.
+
+Optimorum sane sententia natum ad haec sacra, Nostroque encomio longe
+majorem Virum!
+
+ Het is VOLDER, een man, die naar het oordeel der besten onder ons
+ geboren schijnt voor deze gewijde taak, een man, die verre boven onzen
+ lof verheven is!
+
+Cujus disciplinae liberali infinitum me debere grata memoria et publice
+hic agnosco, et dum huic constabit menti sanitas ingenue semper Ego et
+candide meminero.
+
+ Met een van dankbaarheid vervuld gemoed spreek ik het hier gaarne
+ openlijk uit, dat ik aan zijne milde voorlichting oneindig veel
+ verschuldigd ben en steeds, ten minste zoolang ik nog helder van hoofd
+ ben, zal ik mij mijne groote verplichtingen jegens hem eerlijk en
+ oprecht voor oogen houden.
+
+Horum ergo dum lego vestigia, si quid vobis adjumenti praestare posse
+censeor, praesto sum qui ita me geram, ut ex vestro meum me comparare
+commodum opere ipso testari possim.
+
+ Indien gij nu van oordeel zijt, dat ik U tot eenigen steun bij uwe
+ studin kan dienen, dan zal ik gaarne, het voetspoor dezer groote
+ mannen volgend, er met alle macht naar streven, metterdaad het bewijs
+ te leveren, dat ik mijn belang slechts in het uwe zoek.
+
+Vobiscum Veterum placita, Recentiorum et propria, si quae sunt,
+observata undique indefesso labore colligere, ex his laudatae Mechanices
+arte doctrinam Medicam condere non desinam, quamdiu in hac versanti
+slatione, vires dederit Deus!
+
+ Zoolang God mij de kracht verleent, dit ambt naar behooren te
+ vervullen, zal ik niet ophouden, met U de uitspraken der Ouden en
+ de waarnemingen der jongeren met onverdroten ijver van alle kanten
+ bijeen te verzamelen, waarbij ik dan nog de resultaten mijner eigen
+ onderzoekingen, die ik geef voor wat ze zijn, zal voegen, ten einde,
+ toegerust met al deze gegevens, met behulp van de door mij zoo
+ uitbundig geprezen Mechanica, het onze bij te dragen tot den opbouw
+ der medische wetenschap!
+
+Agite ergo Commilitones Studiosi totus quod commendavit sermo, felici
+hujus anni Academici auspicio inchoare et perficere certatim tentemus
+opus!
+
+ Welaan dan, wakkere studiegenooten, laat ons het werk, waartoe mijne
+ gansche redevoering U aanspoorde, onder de zegenrijke begunstiging van
+ het thans aangebroken academisch jaar als om strijd aanvatten en het
+ zoo mogelijk voleinden!
+
+Vestra frequentia incitatus docentis vigor id aget, ut, qui naturae
+facultate et eruditionis plurimis postponendum me sentio, sedulitate
+certe cedam nulli.
+
+ Laat uwe trouwe opkomst bij mijne lessen zulk een geestkracht in mij
+ ontvonken, dat ik, die mij volkomen bewust ben, wat natuurlijken
+ aanleg en geleerdheid betreft, bij zeer velen achtergesteld te moeten
+ worden, in ijver tenminste voor niemand zal behoeven onder te doen.
+
+Laboris autem summum habebo pretium, si vestro applausu, Vobis meam
+profuisse diligentiam, orbi constet, si vestri in hoc Athenaeo studii
+felicitas claritate famae plures alliciat.
+
+ De hoogste belooning voor mijnen arbeid echter zal ik _dan_ meenen
+ deelachtig te worden, wanneer het door uwe toejuiching der wereld zal
+ blijken, dat de door mij betoonde vlijt U ten goede gekomen is,
+ wanneer de roep van den voorspoed uwer studin aan deze hoogeschool
+ meerderen zal verlokken, onder hare leerlingen plaats te nemen.
+
+Hoc enim votum illud est, _Illustrissimi Curatores, Amplissimi Coss._,
+cujus successu alacer, rerum Vestro auspicio, Vestra in Academia
+gestarum rationem Vobis reddere audebo.
+
+ Slechts als deze mijn wensch in vervulling getreden zal zijn,
+ zal ik, Edel Groot Achtbare Heeren Curatoren, Edel Achtbare Heeren
+ Burgemeesters[8], de resultaten van mijn onderwijs, onder uwe
+ bescherming aan uwe hoogeschool gegeven, met vertrouwen aan uw oordeel
+ mogen onderwerpen.
+
+ [Voetnoot 8: Hiermede worden de vier burgemeesters van Leiden
+ toegesproken. (Vertaler).]
+
+Unum hoc dignum habebo, quo Genium Vestrum adorem, donarium.
+
+ Dit beschouw ik als het eenige waardige geschenk, waarin uw verheven
+ geest behagen zal kunnen scheppen.
+
+Omni sic adulationis fuco deterso, sincero certe animi candore referre
+me putabo, quas Vestrae benignitati animus debet, gratias!
+
+ Op deze wijze hoop ik, zonder eenige valsche vleierij maar met niet
+ minder oprechtheid van zin U den dank, waartoe ik mij jegens U
+ verplicht gevoel, metterdaad te toonen!
+
+Docendi enim admotum muneri, duoque jam meritum stipendia, exploratum
+adeo, honorificis promissis et nova liberalitate nec opinantem
+excitastis denuo.
+
+ Gij toch hebt mij, na mij tot het leeraarsambt te hebben geroepen
+ en gedurende de twee jaren, waarin ik dit ambt bekleedde, mijne
+ werkzaamheden aandachtig gadegeslagen te hebben, onverwacht door
+ hoogst vereerende beloften en nieuwe bewijzen uwer mildheid tot nog
+ meer ijver geprikkeld.
+
+Ego, ex multis, quas in Vobis veneror, virtutibus, unam prae caeteris
+eximiam habendam esse a Sapientibus accepi, sinceram nempe Vestri
+favoris integritatem.
+
+ Onder de vele deugden, die ik in U vereer, is er ne, die volgens het
+ mij ter oore gekomen oordeel van wijze mannen hooger dan alle andere
+ gesteld moet worden: het is de strikte onpartijdigheid, waarmede gij
+ bij het betoonen van uwe gunst te werk gaat.
+
+Summam dico, et Reip. literariae solam salutarem Virtutem, qua praemia
+meritis, non gratiae servire jubetis, neque ambitioni.
+
+ Eene voortreffelijke en der wetenschappelijke wereld het allermeest
+ ten goede komende eigenschap noem ik haar; U door haar latende leiden,
+ hebt gij slechts belooningen voor werkelijke verdiensten over; alle
+ gunstbejag stuit op haar af.
+
+Quare benefacti pretium Vestra ex gravitate ponderans, vix mihi tempero,
+quin tanti testimonii gloria animosus, quo coepi pede, pergam alacrior!
+
+ Wanneer ik dan ook naar uwe hoogheid van karakter de waarde afmeet
+ van de onderscheiding, welke gij mij verleend hebt, dan voel ik eenen
+ onweerstaanbaren drang in mij, om, aangevuurd door zulk een eervol
+ getuigenis, onverwijld op den ingeslagen weg met frisschen moed voort
+ te gaan!
+
+Verbosae ergo pompae loco, qua gratiarum actio suspecta redditur et
+Sapientibus odiosa, pauca ego haec religiosus spondeo!
+
+ Met terzijdelating derhalve van allen ijdelen woordenpraal, die bij
+ eene dankbetuiging het teeken van onoprechtheid pleegt te zijn en
+ volstrekt geen genade kan vinden in de oogen van wijze mannen, wil
+ ik U slechts het volgende plechtig beloven!
+
+Vestram Dignitatem summo venerationis cultu et obsequii semper colam
+sedulus!
+
+ Ik zal mij steeds bevlijtigen, uwe waardigheid door het betoonen van
+ den diepsten eerbied en de uiterste dienstwilligheid hoog te houden!
+
+Diligens sic mea se acuet industria, ut Vestrum favorem plurimi me
+facere et legitimis ultra ambire artibus, demonstrem.
+
+ Ik zal zorg dragen, mijnen ijver tot zulk een hoogte op te voeren,
+ dat het blijke, dat ik uwe gunst op den hoogsten prijs stel en mij
+ haar door gepaste middelen steeds in meerdere mate wil trachten te
+ verwerven.
+
+Id studebo, ut bene agendo benefici, quod de me tulistis, judicii
+aequitatem Orbi ipse comprobem!
+
+ Ik zal er naar streven, de juistheid van het welwillend oordeel, dat
+ gij over mij geveld hebt, der geheele wereld door mijne daden te doen
+ blijken!
+
+
+DIXI.
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+
+ Hieronymi Davidis Gaubii
+
+ ORATIO
+ INAUGURALIS
+
+ Qua Ostenditur
+
+ CHEMIAM ARTIBUS ACADEMICIS JURE ESSE
+ INSERENDAM
+
+ Habita XXI. Maji MDCCXXXI.
+
+ Quum publicum Chemiam praelegendi munus in Academia
+ Lugduno-Batava auspicaretur.
+
+
+ [Illustration / Illustratie]
+
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS
+
+ Medicinae Doctor.
+
+ Ejusdem et Chemiae et Collegii Practico-Medici
+
+ in ACADEMIA BATAVA, quae LEIDAE est,
+ PROFESSOR ORDINARIUS
+
+ [Script unclear: printer's name?]
+ [Tekst onduidelijk: naam van de drukker?]
+
+
+ INAUGUREELE REDE
+
+ van
+
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,
+
+ Waarin Wordt Aangetoond,
+ dat de Scheikunde met recht een plaats
+ verdient onder de Akademische
+ Wetenschappen,
+
+ Gehouden op den 21sten Mei 1731,
+
+ Toen Hij het Openbare Ambt van het Houden van
+Voordrachten over de Scheikunde aan de Leidsche Akademie
+ Plechtig Aanvaardde
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+ _Illustrissimis et Nobilissimis Viris_
+ ACADEMIAE LUGDUNA-BATAVAE
+ CURATORIBUS,
+
+JOHANNI HENRICO, COMITI DE WASSENAER, Domino de Opdam,
+Hensbroek, Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem, et lage etc. etc.
+
+Equiti ordinis Johannitici, in equestrem nobilium Hollandiae
+ordinem adlecto, ad supremum foederati belgii senatum delegato
+etc. etc.
+
+JOHANNI TRIP, J.U.D. Toparchae in Berkenrode, civitatis
+Amstelaedamensis senatori, cum maxime consulum praesidi,
+Societatis Indiae Orientalis moderatori, etc. etc.
+
+ARENTIO BRUNONIS, VAN DER DUSSEN, J.U.D. Reipublicae Delphensis
+senatori et consulari, delegatis praepotentium ordinum Hollandiae
+adscripto, etc. etc.
+
+
+ EORUMQUE COLLEGIS
+ _Amplissimis, Gravissimisque Viris_
+ _Civitatis Lugdunensis Consulibus_.
+
+ABRAHAMO HOOGENHOUCK, J.U.D. Consulum praesidi.
+
+DANIELI VAN ALPHEN, J.U.D.
+
+HENRICO VAN WILLIGEN, J.U.D.
+
+GERHARDO EMILIO VAN HOOGEVEEN J.U.D.
+
+ Nec Non Viro Spectatissimo
+
+DAVIDI VAN ROYEN, J.U.D. Urbis Leidensis Graphiario, Illustriss:
+Curatoribus et Ampliss. Consulibus a Secretis.
+
+
+ L.M.Q.D.
+ Hanc Orationem
+ Virtuti et Gloriae Eorum
+ Devotissimus
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+
+
+
+ Hieronymi Davidis Gaubii
+
+ ORATIO
+ INAUGURALIS
+
+ Qua Ostenditur
+
+CHEMIAM ARTIBUS ACADEMICIS JURE ESSE INSERENDAM
+
+
+Si quae unquam, in scena vitae meae, magna mihi et peregrina obvenit
+mearum rerum vicissitudo, ea sane est, quam hic nunc subeo. Locus
+insolitus; inusitata hominum frequentia, horumque omnium conversa in
+me ora atque oculi; munus inconsuetum; nova prorsus sunt omnia: omnia
+alienam subito adepta faciem, pari et stupore et solicitudine percellunt
+animum.
+
+Scilicet in Academica panegyri perorare jubeor Chemicus, et quidem, dum
+officii ita poscit ratio, de Chemia. An vero majus uspiam, quam quod
+Mercurium inter et Vulcanum est, datur discrimen? An Artium ulla ab
+Oratoriae elegantiis abest longius, quam Chemia? Chemia, inquam! quae
+aspera, laboriosa, styli incuria politioris, Eloquentiae lenociniis nec
+studens, nec accommoda, tota in opere versatur, et cultores suos non per
+verba, sed per ignem sapere, per experimenta Philosophari docet.
+
+Invisite animo saltem, si libet, officinam Chemicam! Ecquid putatis ibi
+inventuros? An numerosam librorum congeriem, et suis pulchre ordinata
+forulis sexcenta Autorum volumina? An priscae monumenta Eloquentiae,
+Rhetoribus tam exoptata; aut suggestum Tulliana voce resonantem? Nihil
+profecto horum: alia omnino est, quae hic occurrit, supellex; alius
+plane apparatus: variae nimirum furnorum alia atque alia ratione
+constructorum, series, sustentando cuilibet ignis gradui appropriatae;
+erecta tecto tenus loculamenta, quam plurimis artis operibus, ad
+praeparanda nova mox rursum inservituris, adimpleta; innumerae vasorum,
+materie et figura discrepantium, species; carbonum cespitumque acervus
+nunquam defecturus; praesto ad usum cola, cribra, spathulae, folles,
+forcipes, et si quae alia vel alendo igni, vel regendo requiruntur. Haec
+inter artificem videbitis, non otiose ad pulpita desidentem; sed atras
+carbone manus, taciturna attentione, admoventem operi: fumo, cineribus,
+fuligine obsitum, jam igne intensissimo durissima liquare metalla; jam
+vivis urere flammis vegetabile; hinc cautissime opposita committere
+corpora, flammivomos mox in conflictus ruitira; illinc, calore moderato,
+rerum virtutes, exacto ad numerum stillicidio, elicere; electas alibi,
+tepore naturali, unire arctius et digerere; verbo: totum inter furnos
+defixum, excitando, applicando, moderando igne occupatissimum, hujus in
+corpora efficaciam modis omnibus explorare. Hoc opus est, hic labor ejus
+unicus.
+
+Vane heic quaesiverit quispiam limatas Augustaei Seculi locutiones:
+vanus amoena Rhetorices illectamenta. Non aures hic demulcentur, sed
+oculi: nec verbis conciliatur adsensus; sed rerum testimoniis
+extorquetur.
+
+Quid ergo animi putatis esse Chemico? Ubi a sordida Vulcani officina in
+spectatissimum protractus locum, a furnis evocatus in suggestum, solis
+sacratum politissimis sermonibus, Oratoris sustinere cogitur provinciam?
+Quid materiei creditis suppetere? Dum coram Principibus in republica
+Viris, in consessu sapientissimorum Professorum, in conspectu denique
+hominum in omni scientiarum genere perfectissimorum, de Arte, plerisque
+horum ignota, disserendi incumbit necessitas? Sane si aqua haeserit
+trepido, facilem merebitur veniam.
+
+Haec vero me sors, hoc meos hodie humeros premit onus: nec, quibus
+fulciar, ulla domi praesidia mihi nascuntur. Quin probe nota virium
+mearum tenuitas, et naturalis mihi, utut agendis rebus publicis inepta
+prorsus, verecundia id etiam animi dejicit, quod audax omnia aggredi
+juventus forte addidisset.
+
+Undequaque igitur circumspicienti, unica demum superest, quae locum
+refugii praebet, singularis Vestra, A.O.O. benevolentia, toties experta
+iis, quos hoc e suggestu dicendi arduum pressit munus. Facit haec, Vos
+ea esse judicii lenitate, suo ut quemque modulo metiti, majora viribus
+nequaquam exigatis: quod quidem aliis dum generose adeo exhibuistis,
+quidni a Vobis et mihi pollicear ego, pro quo tot intercedunt majoris
+etiam momenti rationes? Justa certe petitio repulsam ab aequo tulit
+nemine.
+
+Quo fretus ipsi me accingo operi, cui Thema erit ex eo, quod auspicor,
+officio desumptum, et Vestra non indignum celebritate. Conabor nimirum
+ostendere, _Chemiam Artibus Academicis jure esse inserendam_. Quod dum
+ago, faciles in audiendo pariter et judicando Vos praebeatis mihi, enixe
+obsecro: uterque enim seu felix fuerit, seu sinister Orationis meae
+eventus, Vestrum me semper ad favorem allegabit, huic ut vel referam
+gratias, vel veniam impetraturus, supplicem.
+
+Academiae ea, qua hodie constitutas lege videmus, loci sunt publici,
+docendis discendisque scientiis et artibus nobilioribus dicati, iisque
+hinc conditionibus et mediis instructi, quibus propositus iste finis
+potest obtineri. Non ergo arti aut scientiae cuilibet sua in his schola
+conceditur; sed ultra vulgi captum elevata, _Nobilitatis_ quodam emineat
+splendore necesse est, in Academiis quae pedem figere voluerit
+disciplina.
+
+Quodsi igitur vera hujusce _Nobilitatis_ insignia, palam exposita, Arti
+Spagyricae competere certis adstruxero documentis, nonne propositi hodie
+mei constabit ratio et veritas?
+
+Virtus sola atque unica, si Potae habenda fides, _Nobilitate_ impertit
+hominem: nec unius haec diei dos est; nec vera, quoties praeterquam ex
+natalibus, aliunde probari nequit. Idem vero et eadem ratione obtinet
+in disciplinis, modo, quod ibi datum virtuti est, heic detur usui.
+Laureolam certe quaerunt in mustaceo, qui artis ostensuri dignitatem,
+pulchre hoc sibi agere videntur, primis ubi a seculis deductam ejus
+originem, objective et operum miram jucunditatem, aut quot numeraverit,
+quantosque sui cultores exponunt, parum interim de utilitate soliciti,
+qua sine tamen sordent omnia, antiqua fuerint, dulcia, aut quibusvis
+clara sectatorum nominibus: externa enim isthaec sunt, et veram potius
+ornant _Nobilitatem_, quam constituunt. Utile mensura est, illam qua
+metitur, verum qui rebus pretium statuere solus novit, sapiens.
+
+Quaecunque hinc usum adfert eximium vel homini in se seorsum spectato,
+vel humanae societati, ea demum disciplina jure _Nobilis_ habetur.
+Quum vero pars hominis melior, mens sit, hanc quae recti bonique
+facit studiosam, aut veri auget perspicientia, utique aliis omnibus
+antecellit. Neque tamen hac multo inferior, quae corporis curat
+sanitatem: ea namque magis optabile quidquam vix datur mortalibus;
+deficiens una praegravat animum et deprimit. Hoc quae opus sibi sumsit
+excolendum, ars dicitur Medica: priori studet cum caeteris Philosophia;
+una sui parte moderandis occupata affectibus, alteram extendendis
+humanae intelligentiae limitibus in cognitione rerum existentium
+dedicans: utramque ergo _Nobilissimam_ suo recepere gremio Academiae,
+et jure civitatis donarunt, ne ipso quidem livore contradicente.
+
+Habent autem ambae hae objectum patens quam latissime, et varias hinc
+sub se complectuntur disciplinas, quae partesne dicendae an ministrae?
+opera singulae inter se diversissima, ad eundem tamen ultimum finem, cum
+principe, sub qua militant, scientia communem, omnes collineant. Quum
+itaque et has sunt quamlibet commendet usus, et summa ad priorum
+perfectionem necessitas, hinc _Nobiles_ etiam ab Eruditis jure habitae,
+debitum in Academiis locum obtinuere.
+
+Nonne vero talis est Ars Chemica? Cur ergo duram adeo haec experta
+sortem, nonnisi post plurimas agitatas lites, liberam sui culturam in
+scholis Sapientum impetrare potuit? Sane, rigoris hujus justo acrioris
+causam vix determinaverim: si tamen, quod vero est simillimum, dicam,
+videntur ipsius Artis in se spectatae ignari, Artificum duntaxat
+habuisse rationem judices, quorum ex arbitrio tum pendebant Academiae.
+
+Nata nimirum inter Metallarios et Pyracmonas Chemia; ab illiterato hoc
+rudique hominum genere primum exercita; deturpata dein et obscurata ab
+impostoribus; in se horrida, laboribus plena, plena periculis; ab
+otiosis speculationibus aliena; ignem, fumos, cineres, sordes spirans,
+vix ulla amoenitatis specie cuiquam se commendare potuit, nisi, qui
+penitius eam introspicere dignaretur: atqui externam ejus faciem
+monstrosam adeo deformemque reddiderat cultorum et ruditas et malitia,
+ab interioribus ut perlustrandis deterrerentur Eruditi, eodem haec, si
+non pejori de luto esse conficta, rati. Frustra ergo suam oravit causam
+Chemia talibus coram Arbitris qui praejudicata obcaecati opinione, et
+usus ejus eximios, et summam necessitatem praetervidentes, sententiam
+prius tulerant, quam cognovissent. Factum hinc, a publico ut Sapientum
+commercio exclusa, privatorum exerceret manus atque ingenia, varias sub
+variis passa fatorum vicissitudines, nec forte unquam Academicos in
+suggestus emersura, nisi, quem nacta tandem est, causae patronum, an
+rabulam potius? Eremitam fortuna major quam prudentia secundasset: hic
+enim coeco gementis hujus disciplinae amore, captus, quod autoritate
+rationali et luculentis rerum testimoniis agendum fuisset, bullato id
+verborum nugacissimorum apparatu, mox vero, qua erat morum insolentia,
+igne etiam et armis tentare non dubitavit, successu certe adeo felici,
+ut ausu hocce temerario intrusa in Academias Chemia sede potiretur, vel
+ipsis contradicentium cineribus inaedificata. Hanc autem quamvis vi
+partam, infirmoque hinc nixam pede, repressa paulo post fundatoris ejus
+tyrannide, rursus pessum dederit impatiens cogi, litteratorum gens
+liberrima; id tamen inde Chemiae boni accesserat, quod durante isthac
+statione sua, propior Eruditis posita, nonnullos horum, vividissimis
+quibusdam radiis, per offusas sibi quisquiliarum tenebras evibratis,
+latentis intus foecundissimi luminis sui potuerit commonefacere: quo
+equidem animadverso illi mox excitati, ulterius ad scrutinium se
+accinxere, demtaque sensim imposturarum larva, perruptisque, quibus
+obvolvebatur, ignorantiae nebulis, nudam tandem salutantes, Erudito
+Orbi produxere intuendam. Tum ergo propriis jam refulgens radiis Chemia,
+tum demum, quae personata displicuerat tantopere, nativae suae reddita
+faciei, adeo pellexit Sapientes, dignam ut reputaverint, ipsorum quae in
+scholas adoptata, strenue coleretur.
+
+Nec sane, si fateri vera velimus, alia Chemiae opus est hedera, nisi,
+ut libero a praejudiciis oculo nuda, prout in se est, adspectetur: tam
+necessariis enim pollet usibus, tot jucundissimis arridet oblectamentis,
+Naturae ut curiosum sui facillime pertrahat in amorem pertractumque
+ullo sine taedio detineat. Utique, si sola contemplemur bona, quibus
+quascunque fere artes manuales, humanae vitae commodis inservientes,
+perfundit Chemia, quot, quaeso, et quanta sunt! Dies deficeret
+enumerantem: minima tamen haec, et pro parergis tantum aestimanda.
+Nobilior est, quam menti, utilior, quam corpori praestat, opera
+primaria: huic namque illibatam tuetur sanitatem, amissamque restituit;
+illi vero brevissimam monstrat in adyta Naturae viam, latentisque in
+profundo veri mira felix aperit, Philosophiae hinc et Medicina
+conjunctissima, nec sine detrimento inde separanda.
+
+Id vero ne precario Vobis obtrudere velle videar, evidentis nunc
+rationes proferam, quibus asserti constet veritas: est enim palmarium
+hocce argumentum, quod si evicero, proposito Orationis meae Themati
+satisfactum arbitrabor.
+
+Qui corporum naturalium proprietates, vires et effectus per suas quaeque
+causas sciunt aut rimantur, Physici dicuntur; et haec eorum scientia
+appellatur Physica, Philosophiae generatim sumtae pars non minima. Ejus
+hinc objectum est, quidquid conceptum corporis ingreditur, aut eo reduci
+potest, sive illud commune sit omnibus corporibus, sive peculiare
+singulis: quum enim Materia indefinita, solis gaudens proprietatibus
+corporeis generalibus, in rerum natura non detur, nec dari possit; sed
+tantum sit idea intelligentiae, clarioris doctrinae gratia efficta;
+corpora autem, quae re existunt, omnia individua sint, id est, adeo
+limitata et determinata, ut, praeter universalem illum Materiae
+conceptum, involvant peculiares etiam alias affectiones, quibus singula
+a singulis distinguuntur, et quae faciunt, ut corpus sit hoc praecise
+corpus, et non aliud: inde clarissime liquet, communes illas Materiae
+dotes non modo, sed et imprimis cuilibet corpori singulari proprias
+Physicae esse considerationis, utpote, quae corpora naturalia, prout
+vere existunt, vel existere possunt, contemplatur.
+
+Proprietates corporum, quatenus certis quibusdam actionibus producendis
+sunt idoneae, dicuntur vires: ex his autem, tanquam ex causis, fluunt,
+quoscunque observamus, effectus corporei, qui hinc determinatam suarum
+quilibet causarum naturam sequentes, si singularibus a viribus
+emanarunt, et ipsi necessario erunt singulares, et contra generales,
+si a generalibus.
+
+Quodsi igitur ea hic daretur simplicitas, ut peculiarium quorumvis
+corporis attributorum sufficiens ratio in communi ejus natura
+fundaretur; jam equidem, praeter solam Mathematicorum operam, nil
+opus esset Physico ad finem suum obtinendum: hi enim ideam corporis
+universalem dedere omnium verissimam, et methodum simul exactissimam,
+quaecunque in illa continentur, eliciendi. At vero quam procul abest,
+haec quin ita sese habeant! Detegit attentior observatio innumera certe
+in corporibus adeo penitus peculiaria, ut cum generali illorum indole
+vix quidquam commune videantur habere, nisi solum, cui inhaerent
+utraque, subjectum: talia autem incognita si quis ex universali
+illo Geometrarum conceptu, utut accuratissimo, a priori eruere, aut
+cognitorum etiam ex hoc rationem exsculpere postulet, nae is et operae
+simul et olei jacturam sero doleat!
+
+Atqui maximopere tamen expedit eorundem scientia Physico; quum in his
+potissimum haereat id, quo corpora a se mutuo intrinsecus distinguuntur.
+Ea itaque ut evolvantur, non illa certe, quae a data causae idea ad
+intellectum effectus progreditur, sed prorsus alia incedendum via est.
+Nimirum quidquid de corporibus vere concipit mens, id omne vel
+Phoenomena sunt ipsi per sensus communicata, vel formata inde judicia:
+proprietates autem et vires corporeae in se primitus imperceptibiles
+latent; effectus tamen producunt sensibus apparentes, qui determinatae
+ipsarum naturae proportionales, hujus hinc cognitionem simul exhibent,
+adeo, ut quo ditior fuerit observatorum cujusque rei effectorum
+supellex, eo de ejus indole plus certi resciatur. Haecque adeo sola
+superest indagandis corporum singularibus via retrograda; dum alteram
+illam, quae a priori haec investigat, humano ingenio imperviam prorsus
+Natura fecit et inaccessam. Sedulus hinc rerum scrutator experimentis
+prius quam ratiociniis insudat, sensuum adminiculo sua examinat objecta,
+horum peculiares animadvertit effectus, quos sponte sua vel praevio
+tentata consilio ediderint; corpora corporibus adplicat, rursumque ab
+invicem removet, ut, qui e solis, quique e conjunctis fluant motus,
+experiatur; tum vero ex hisce gnaviter collectis, sibique mutuo collatis
+quaesitam corporum naturam propriam et singulares dotes a posteriori
+demum determinare haud infelix praesumit. Nec sane ullo unquam tempore
+patuere clarius Naturae interiora, quam quo huic institum est tramiti:
+parum in Physicis profecere, hunc qui vel ignorarunt, vel neglexere
+scientes.
+
+Sed ecce! dum Physicis totus inhaereo, lenissimo ipsius materiae quasi
+flexu, in intima Artis Spagyricae viscera me devolutum sentio: reducit
+me in Chemiam, quae inde diverterat Physica; hoc ipso docens affatim,
+quam sit propinqua ambarum cognatio, quam indissolubilis nexus.
+
+Nonne enim totum hoc, quod modo diximus, unius prope est Chemiae
+opus? Nonne haec corpora singularia fere omnia, quae Physicae sunt
+considerationis, speciatim evolvenda sibi sumit? Imo vero vix aliud
+est Chemiae propositum, quam corporum particularium examen. Quidquid
+Fossilium in imis terrae visceribus excoquitur; quidquid protrudit
+Vegetabilium, divite de sinu, foecunda tellus; quidquid denique
+Animantium ubivis fovet alitque alma parens Natura; id fere omne,
+modo vel sensibus manifestari vel capi vasis queat, suo Chemia sistit
+examini, rimatur, penetrat: penetrat, inquam, usque eo, ut quaecunque
+in illis vulgaria, facillime obvia, aut extus adhaerentia despiciens,
+tanquam se indigna, aliis relinquat Artibus; sibi vero magis ardua
+quaerens, sublimiora, abstrusiora, intimas rerum virtutes, ultima
+principia, prima elementa perscrutetur, hoc tantum, nec alio venditura
+pretio suos labores.
+
+Toto sane die hoc agunt strenui Artis hujus cultores: corpora alia
+aliis adponunt, rursum ab invicem separant, soluta coagulant, coagulata
+solvunt, motus inde obortos observant, mutant, novos excitant
+instrumentis efficacissimis, variata in omnes modos encheiresi. Igne
+utuntur, Elemento mobilissimo, validissimo: Menstrua praesto sunt
+efficacissima, juxta solvendi naturam appropriata. Quid autem his
+arduum? Quid inaccessum? Haereant particulae corporis Adamantino inter
+se vinculo; sint ejus viscera aere vel triplici praemunita; lateant
+in profundissimo vires; talium profecto arietum impetu dissilient,
+effringentur, patebunt.
+
+Quidquid vel agunt corpora vel patiuntur, solo id omne motui venit
+tribuendum; per hunc et omnis eorum sese exserit efficacia, et
+vicissitudines quaecunque producuntur: hisce igitur disquirendis si
+navat operam Philosophus, quanam breviore poterit via, aut potentiore
+quonam adminiculo sui se voti reddere compotem, quam captis per Ignem
+experimentis? Cujus equidem adeo mobilis est natura, ut praeter motum
+aliud esse nihil, Viri Sapientes crediderint. Est vero et Ignis, quo
+pollet ipse, motum aliis communicare corporibus paratissimus; et vis
+ejus, per plures gradus intermedios, intendi arte vel minui pro lubitu
+potest: unde certe quam optatissima nascitur Physiologo opportunitas,
+ejus ope abditissimas quasque corporum affectiones enucleandi. Istis
+enim applicatus, simul ea in motum ciet, in agilitatem propriam
+solicitat, medullitus concutit, vires eorum evocat, auget, mutat,
+partes constituentes a se mutuo separat, separatas sigillatim combinat,
+proprias rursus harum virtutes in actum lucemque deducit, adeoque nudis
+usurpanda sensibus praebet, quae alia quacunque arte adjuti attingere
+potuissent nunquam. Quid autem hoc jucundius Naturae scrutatori? Quid
+utilius? Quid magis necessarium?
+
+Supersedeo horum in fidem rerum adducere testimonia, ne in immensam mea
+excrescat Oratio. Latent illa neminem, nisi qui misere adeo deperierit
+vetustatem, recentiorum ut in scriptis hospes sit. Omnium instar sint
+bina illa fulgentissima Magnae Britanniae Lumina, _Boyleus_ et
+_Newtonus_: quibus certe haud perspicaciores Naturae Mystas nostra
+agnoscunt secula; an vero videre retroacta? Hi tamen in detegenda
+singularium corporum indole, in eruendis propriis viribus, vix alio quam
+ad Chemiam recurrunt. Quidquid fere inventum est solidi et pulchri circa
+naturam ignis, caloris, lucis, frigoris; quidquid innotuit de vera
+colorum, saporum, odorum indole; quidquid de motuum terrae, igniumque
+subterraneorum causis; quidquid de Magnetismo corporum, et vi
+attractili, id omne Chemicis debetur experimentis.
+
+Est ergo Chemia extendendis Physicis praestantissima: est Philosophiae
+experimentali tam arcte copulata, ut, qui praeceptis ejus mentem non
+formaverit, ineptus sit videndis Naturae arcanis. Utrique litem movet
+de jure Academico, qui uni movet.
+
+At videor mihi audire nonnullos Vestrum objicientes: Eho! Hanccine
+tu Artem tot laudabilia praestare ais opera, et tam felicem esse in
+detegendis corporum virtutibus? Hanccine absconditarum veritatum
+cognitione ornare animum adseris? Quae gerris anilibus, historiolis
+fabulosis, confictis turbati cerebri somniis ad nauseam usque offerta,
+suos his cultores impraegnat; nec aliud quid, praeter arcana crepat
+nunquam visa, saepe impossibilia, et sicubi vera, non tamen nisi denso
+involuta peplo exhibet; adeo, ut auram quamvis fide Chemica tutiorem
+esse, verissime cecinerit Poeta.
+
+Hisce equidem haud repugno; nec inficior: pleni sunt talibus libri,
+plenae Chemistarum voces, quorum pars magna servulo illi Terentiano
+simillima, quae vera audivere, tacent et continent optime; sin falsum,
+aut vanum, est, continuo palam faciunt. At enim vero ecquis imprudens
+adeo, aut tam corruptus sederit ad hanc rem judex, Arti ut imputet
+errores, delira quos et fraudulenta horumce Pseudochemicorum turba
+dispersit? His quia turpe videtur errasse solos, fucata hinc verborum
+specie allectos quoque alios iisdem implicant erroribus, et, dum propria
+primi periere ignorantia, sequentes in commune secum trahunt exitium; id
+saltem adsecuti, quod, sub coacervata aliorum supra alios strage, primae
+tegatur ruinae causa et autor. Non sane hi, praeter nomen, quidquam de
+Chemia possident; ne hoc quidem digni: quum suorum duntaxat sensuum
+cupiditatibus, aut malesano natis in cerebro, hypothesium monstris
+obsequiosi, veras Artis regulas nec sciant, nec ad illas conformentur.
+
+Longissime profecto abest Chemia, inanibus quin credat speculationibus:
+aurium ipsarum sublesta illi fides est; solo acquiescit oculorum
+testimonio. Hinc quicunque caste eam colunt, in singularibus primo
+corporibus, juxta praescriptum Artis, summa exactitudine, et
+accuratissima omnium phoenomenorum observatione, Naturam ducem secuti,
+varia instituunt experimenta; horum dein singulos quosque eventus
+sensibiles, bona fide, notant, et ex his demum liquidissime perspectis,
+et sibi invicem collatis, severitate Mathematica eliciunt, quae clara et
+individua sequela inde deduci possunt: haecque tandem sunt, non alia,
+quae pro veritatibus et Theorematis agnoscunt veri Chemiae cultores.
+Quid vero est, si non haec certitudo est?
+
+Quae cum ita sint, neminem jam Vestrum dari putem, qui perneget,
+rationali Chemiae exercitio mire adaugeri humanae mentis intelligentiam.
+Reliquum est, ut paucis, quos corpori adfert, usus exponamus, Arti dum
+Medicae, hujus qu curam gerit, artissime sociata, utilissimam pariter
+ac maxime necessariam prstat operam, non aliunde, nisi e Chemiae penu
+derivandam.
+
+Physicae Medicinam firmissime conjungi, utriusque docet contemplatio:
+haec itaque, quo cum illa cohaeret vinculo, eodem et Chemiae nectitur;
+nec hujus demonstratio plura exigeret, nisi propior adhuc ambarum
+daretur affinitas.
+
+Ars Medica objectum sibi primarium habet corpus humanum, vivens, hinc
+individuum, singularissimum, cui definitas aliorum corporum singularium
+vires, determinatis sub conditionibus applicando, requisitas in fine
+suo mutationes imprimit: tota ergo versatur in singularibus, et si ulla
+alia, certe haec virtutes corporum peculiares, et in se invicem
+actiones, quam distinctissime perspectas postulat: quum autem hisce
+indagandis, prae reliquis quibuscunque Artibus, Chemia potissimum omnem
+suam et unice et felicissime impendat operam; hac sine mancam fore
+mutilamque quis non videt Medicinam? Hinc est, quod mox, ac plebi
+erepta, Litteratos inter coepit vigere, nativo suo tum splendore
+fulgens, Chemia, adeo in sui amorem et culturam omnes pertraxerit
+Medicinae filios, horum ut praeprimis facta fuerit opus, horum deliciae.
+Quid? Quod in ipsam quoque dein Artem Salutarem introducta, communem
+sibi cum hac finem adoptaverit, novo tum nomine Jatro-Chemices, pro
+parte sui longe maxima, insignita: quo quidem sibi placuit tantopere,
+omni ut ilico conatu totam se promovendis sociae suae pomoeriis
+indefessam dederit. Nec profecto, nisi ignarus rerum, pauca ea dixerit,
+aut flocci aestimanda, quae inde in Medicinam redundarunt, bona:
+quamcunque enim hujus partem, seu speculatione quae absolvitur, seu ipsa
+quae in operis versatur exercitatione, percurras; utraque innumeros
+clamat Chemiae usus; utraque consortium ejus ad sui perfectionem summe
+necessarium exemplis docet infiniris.
+
+Physiologiam primo Medicam, si libet, contemplemur. Undenam, quaeso,
+constitit, firmarum corporis humani partium Elementum ultimum et basin
+esse Terram Virginem, simplicissimam, constantissimam, medio glutine
+oleoso, pariter fixissimo, adunatam? Eo certe non progreditur subtilitas
+Anatomica: sola id liquido docet Chemia. Undenam vero fluidorum ejus
+singularis indoles et propriae innotescunt vires? Excepta enim
+generaliori liquidorum idea, aliud illis simile frustra quaesiveris
+extra regni Animalis terminos: imo sunt ipsa etiam inter se quam
+diversissima. Deficit heic Hygrostatica: Chemia sola opitulatur; haec
+est, cui, quantum fere in his sapimus, debemus: Sanguinis naturam mediam
+nec Acidam nec Alcalinam; Seri ejus, ad calorem naturali majorem, facile
+coagulum; Bilis indolem saponaceam; Salivae, succi Pancreatici, Lymphae
+temperiem, facultates, et innumera alia nesciremus, abfuisset Chemia.
+Quid nunc functiones memorem, hujus adminiculo pulcherrime evolutas?
+Intimam alimentorum in primis viis solutionem; succi inde Chylosi et
+Lactei proventum; cibi potusque necessitatem, appetentiam; originem
+salium et partium sulphurearum ex ingestis fere insipidis; insignem
+humorum per vires circuitus mutationem (ut alia praeteream) parum
+apposite explicuere, quibus clarior Chemiae lux nondum adfulserat.
+
+Quodsi nunc pedem promoveamus ad partem Medicinae Pathologiam; innumeri,
+iique impeditissimi occurrunt, circa morborum causas, naturam et
+symptomata, nodi, quibus solvendis unica par est Chemia. Quis miros
+salium morbosorum in Scorbuto, Arthritide, Lue Venerea ortus, variam
+indolem, alia ex aliis effecta unquam pervidisset? Quis fontem Acidi
+aut putridi oleosi, in primis viis, Hypochondriacis tam molesti? Quis
+Calculorum in Cysti Fellea, Renibus, et Vesica Urinaria proventum? Quis
+cariei ossium, adjunctique foetoris causam? Quis tetras stagnantium
+humorum degenerationes in tenacitatem corneam, aut summam putredinem,
+acrimoniamve corrosivam? Quis denique caloris et frigoris, circulationis
+auctae vel diminutae varias in permutandis humoribus vires tam pulchre
+in lucem ponere potuisset, nisi Chemia praetulisset facem?
+
+Ex binis prioribus Medicinae partibus doctrina de Signis maximam partem
+derivatur: redundant ergo in hanc etiam, quos in illas confert Chemia,
+usus. Exempla in promptu sunt uberrima: Sanguis de vena missus nonne
+luculentum internae dispositionis praebet indicium? At veram ejus
+indolem, nisi examine Chemico, perspicere nemo distincte potest. Latet
+vera Lactis nutricum natura, quem Chemia latet. At quanti est, exactum
+de hoc judicium fere posse! Dum toties miseris illud infantibus, veneni
+instar, infinitorum cruciatuum, mortisque fit causa, dulcem quod vitae
+fomiteae, sanitatem et incrementum debebat addere. Si solis Medicis
+Medicus nunc loquerer, plurima hic de Sputis, de Sudore, de Urinis et
+Alvi excrementis dicenda superessent, quae satius tamen est involvere
+silentio; ne his audiendis minus adsuetos prehendat nausea.
+
+Offerunt se denique posteriores duae Medicinae partes, Hygieine et
+Therapeutice; quae uti inter alias nobilissimae, propius jam fini
+accedunt Medico; ita in has prae reliquis benefica Chemia, quidquid fere
+utilis, quidquid habet boni, sincero adeo affectu, congessit, ut ne sic
+quidem satisfecisse sibi visa, majora viribus tentaverit, ipsos Naturae,
+ne dicam Artis limites vanis transgressa pollicitationibus. Ortum hic
+error ab artificum duxit ignorantia, qui miram videntes complurium
+suorum inventorum energiam, incitabantur eousque, finitae ut arti inesse
+crederent infinita. Hi igitur, quae commisere, sua ipsi delicta luant;
+nec debita ideo Chemiae laus denegetur, collata quam ad sanitatis
+tutelam, morborumque propulsionem opera meruit. Quid enim? Nonne ejus
+artificio esculentorum et potulentorum, aquarum, Vinorum, Cerevisiarum
+natura, virtutes et vitia cognoscuntur optime? Nonne Thermarum illa,
+Acidularum, aliorumque fontium, vi Medicata insignium, elementa,
+compositionem et facultates tam liquido manifestat, ut vel imitetur, et
+naturalium defectum arte factis suppleat, haud minoris fere efficaciae?
+Medicamentorum principia, vires, agendi modus, et quidnam in unoquoque
+id sit, cui maxima insidet potentia, perspicacissimum quemque, sine
+analysi Chemica, fugiunt. Quid nunc commemorem plurimas illas Mortalium
+aegritudines, quarum legitimam medendi methodum sola suggerit Chemia?
+Quid sexcenta enumerem selectissimae virtutis medicamina, quorum
+inventionis gloriam illa sibi vendicat? Taceo benignissimam ejus operam,
+qua lethalem nonnullorum corporum ferociam, laudabili adeo eventu,
+cicuravit, e venenis ut remedia evaserint tutissima aeque ac
+efficacissima. Praetereo singularem ejus, in Medicamentorum viribus
+acuendis, extrahendis, in compendium reducendis, et sub alia et alia
+gratiori forma exhibendis, dexteritatem: si enim singula, pro dignitate,
+nunc prosequi susciperem, dies dicentem deficeret. Videte, quae
+illustris Boylaeus, quae Bellinus, Bohnius, Stahlius, Hoffmannus,
+aliique laboribus suis Chemicis in Medicina praestitere: verum quid ad
+exteros provocare opus? Immortalia Vestrum omnium in manibus versantur
+scripta, nunquam periturae credidistis memoriae acta praestantissima
+Viri vere Magni, quem fortunato coram hic contuemur vivum O diu!
+sospitemque: volvite haec atque revolvite, dictorum testimonia inventuri
+omni exceptione majora.
+
+Ex hisce igitur constat affatim, quanti sint usus, quot probatissima
+inventa, quam innumera beneficia, quibus Chemia quascunque Medicinae
+partes cumulat largissime: patuit, quam amplam, quam necessariam ab hac
+mutuetur Philosophia experimentorum supellectilem. Nec quis jam porro
+inficiatur minime segregandam illam esse a numero Artium Academicarum,
+quae binis harum tam arcto vinculo cohaeret.
+
+Ne tamen ullus relinquatur dubitationi locus, addendum aliud adhuc est
+argumentum, illos convicturum, qui forte oggesserint, alias complures
+dari artes ministras, quarum licet egeant adminiculo disciplinae
+nobiliores, ea tamen non est dignitas, harum ut albo inserantur.
+
+Id equidem si in Chemiam quis contorserit, sciat is, non servile esse
+ejus ministerium, sed tale, ut quam Academicis scientiis praestat
+operam, eandem ab his exigat vicissim, et mutuetur reciprocam.
+Quemadmodum enim, ut perfectum quis in Physicum evadat, bonus sit
+Chemicus oportet; ita non minus bonum decet esse Physicum, ad plenam
+qui Chemiae notitiam adspirat: ultra vulgus sapiat, emunctis accedat
+naribus, et imbutam artibus ingenuis habeat mentem necesse est, qui in
+Chemia laudabile praestare quidquam, et verus ejus cultor audire gestit.
+
+Quid enim? Nonne saltum facit maxime absonum scientiae cujusdam
+addiscendae cupidus Tyro, si generalibus illius regulis nondum cognitis,
+ad singularia mox pedem promovet? Nonne a simplicioribus ad magis
+composita, a facillime obviis ad abstrusa, Naturae ipsius ordo
+commonstrat viam? Cuinam igitur tam parum nota sunt bonae praecepta
+methodi? ad corporum ut singularium descendere examen, horum investigare
+occultas vires, affectiones proprias, effecta peculiaria attentet,
+antequam universalem objecti sui ideam sibi comparaverit. Addiscat
+prius, quid sit corpus? Quaenam ejus natura generalis? Quantum a mente
+differat? Virium praemittat et proprietatum communium indaginem; et
+superficiem ante contempletur, quam in viscera penetrat: Artem calleat
+ea, qua decet, accuratione instituendi experimenta: denique nec legum
+sit ignarus, quae ex datis, justo ratiocinio, legitimas docent elicere
+conclusiones et Theoremata: hocque demum apparatu instructus, operi sese
+accingat Chemico, fructus inde non poenitendos adsecuturus.
+
+Qui vero aliter se hac in re gerunt, nae illi oleum perdant et operam!
+Andabatarum enim more procedentes, impingunt undique; et emendato
+intelligentiae destituti lumine, quo in Chemiae adyta irrumpunt
+profundius, eo hallucinantur magis; nubemque tandem pro Junone amplexi,
+finem laborum omnium, erroribus, ignorantia, paupertate coronatum vident
+sero et dolent. Hi sunt, quorum illotis olim manibus dum tractabatur
+Chemia, foedissimis deturpata errorum et fabularum maculis, adeo
+sorduit, invisa ut Sapientibus et suspecta esset. Hi sunt, a quibus dein
+Eruditus Orbis, una cum Arte nobilissima, detestandas illas accepit
+falsissimarum opinionum pestes, inde in omne fere Scientiarum genus
+propagatas, contagio vix non indelebili. Verificatum hic tritum illud:
+Optimarum rerum abusus pessimi.
+
+Non tamen isthaec Artis sunt sed artificum: hos enim quamprimum contigit
+tales esse, quales sibi postulat Artis sublimitas, viros Mathematice
+doctos, qui spreta magistrorum auctoritate, Naturam ducem secuti, res
+ipsas, uti in se sunt, contemplari, et de iis judicare, quam praepostere
+credere maluerunt, mox sordibus detersis, aliam adepta faciem Chemia,
+et quibus scatebat ipsa, et qui inde in alias irrepserant scientias,
+errores non expunxit solum; sed horum etiam locum amplissimis supplevit
+inventis, solidissimis veritatibus.
+
+Verum desino exhibendis veri Chemici requisitis immorari diutius; ne,
+horum plurima mihimet ipsi deesse nimis perspiciens, tantillum etiam,
+quod mihi restat, animi, quo aliqualem adhuc in munere hocce meo
+speraveram successum, prorsus abjiciam, et, nedum facto virium
+tentamine, palaestra fugiam imbellis.
+
+Ex dictis autem abunde innotescit, Chemiam captu vulgi superiorem,
+cultores exigere, praeliminari scientiarum Academicarum supellectile
+instructos: nec jam ulterius urgent, quae modo posse objici videbantur.
+
+Quare, nisi vana me eventus spes fefellit, est, cur proposito paratam
+fidem suspicer: constitit enim, Artem Chemicam praeclarissimis,
+quos animi pariter et corporis culturae praestat, usibus insignem,
+Philosophiae et Medicinae maxime proficuam, summe necessariam,
+indissolubili haerere vinculo, utrinque firmissimo, hae ut illius
+opera utantur, et vice versa. Quid demum impedit, quo minus concludam,
+_Chemiam, Artem Nobilem, Artibus Academicis jure esse inserendam_?
+
+Vestra igitur, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE BATAVAE CURATORES, una cum
+NOBILISSIMIS VESTRIS COLLEGIS, AMPLISSIMIS HUJUS URBIS CONSULIBUS,
+Vestra, inquam, sapientissima est cura, quod in celeberrima hac, cui
+tanta cum gravitate, et inusitata adeo vigilantia praeestis, Academia,
+huic quoque disciplinae, largo firmatam pretio, sedem statueritis, et
+officinam, ejus exercitio aptissimam; nec hanc volueritis diu frigere,
+postquam impetrata, quam petiverat, missione honorificentissima, inde
+exivit Vir, ob sociatum stupendae eruditioni plusquam Herculeam laborum
+tolerantiam, eo certe provectus in Arte, verus ut Chemiae Restaurator
+merito laudetur omnibus.
+
+Quod autem Viro huic incomparabili, nec ambientem me, nec promeritum
+subadjungere Vobis visum fuerit, Atlanti Pigmaeum; id equidem quoties
+attenta mente perpendo toties immensum, quo Vestra meritis meis
+praeponderat clementia, momentum attonitus miror, veneror humillimus.
+Juvenem namque, alienigenam, nullo dum ingenii dato specimine notum,
+tanto quod condecorare honore, gratiosissime sitis dignati, cuinam magis
+rei adscribam, quam immensae Vestrae benevolentiae et favori inaudito?
+
+Temerarius equidem videri possem, quod nulla tenuitatis meae ratione
+habita, hanc amplexus sim provinciam, in qua exequenda, post tantum
+Praedecessorem, ne mediocris quidem applausus spes mihi affulget. At
+enim inglorius plane sit oportet, animoque nimis abjecto, qui hinc
+dignitate, illinc liberalissimo excitatus honorario, torpeat, nascentis
+fortunae suae incurius. Me sane, ut ut exiguas probe agnoverim vires,
+hi tamen stimuli haud pupugere insensilem: novum insuper admovit calcar
+favoris plenissima Vestra, de me meisque studiis concepta, opinio:
+animum denique addidit consueta Vobis et propria generosae mentis
+indoles, qua ultra, quam juveniles pertingunt vires, a juvene nil
+exigitis. His adductus conditionibus accepi munus: his fretus illud
+nunc auspicor.
+
+Faciet insculpta animo meo sempiterna hujus Vestrae in me munificentiae
+memoria, omnem ut moveam lapidem, ea ne plane indignus videar. Industria
+pensabo vires, ingenium assiduitate, labore indefesso aetatem, animo
+denique fulciam corpus, et quidquid in utroque est vigoris, totum id
+promovendis Academiae commodis unice sacrabo.
+
+Sic, spero, fiet, ut beneficii, a Vobis apud me collocati, Vos non
+poeniteat, nec me pudeat accepti. Quod agentem juvet bonorum omnium
+scaturigo inexhausta, Deus! A quo et Vobis, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE
+PROCERES, perpetuam salutis omnigenae et felicitatis intaminatae
+abundantiam, toto ex animo, apprecor.
+
+Ad vos me converto, CELEBERRIMI PROFESSORES! Vos alloquor, Clarissima
+hujus Academiae Lumina! Miramini enim, dubio procul, juvenem, plurimis
+Vestrum incognitum, nonnulis autem, sexennio vix elapso, inter
+discipulos numeratum, eo procedere temeritatis, haec ut conscendat
+subsellia, Vestris sacra doctissimis vocibus, Vestris oraculis. At
+temeritatem ne putate, quae justa tantum aemulatio est, studiorum
+commodis inservitura. Quid quisque possit, nisi tentando, non didicit.
+Probabitis itaque ausum huncce meum, meimet ipsius notitiam mihi
+exhibiturum, nec sane a fastu, a quo merito sum alienissimus, sed a
+latente in praecordiis honestae gloriae igniculo profectum. Juvat
+magnorum Virorum ad exempla componi. Vos igitur praeeuntes, a tergo
+conspicabor, et, dum nunquam dabitur assequi, saltem ex intervallo
+sequar. Quo ipso Vestram non praepediens viam, certa tamen reperero
+vestigia, quae gressus dirigent meos, nec aberrare sinent. Hujus interim
+beneficii ea erit apud me vis, ut omni vos honoris et observantiae
+cultu, pro ea, qua estis, dignitate, venerabundus suspiciam.
+
+Vobis praesertim, qui Philosophiae et Medicinae sacra, tanto cum omnium
+applausu, panditis, VIRI FAMIGERATISSIMI! Vobis, dum et publica me et
+privata voce formavistis, omnibus et singulis, jubente ita pietate
+Praeceptoribus debita, sigulari ut reverentia totum me in aeternum
+devoveam, pertinax faciet acceptorum memoria.
+
+Est hinc, cur Tibi, VIR ACUTISSIME, PERSPICACISSIME 'S GRAVESANDE!
+publicas hic nunc persolvam grates, quod et privato me labore
+inconcussis Mathematicae Tuae Philosophiae praeceptis imbuere non
+sis dedignatus.
+
+Tu quoque, ANATOMICORUM DEXTERRIME, SUBTILISSIME ALBINE! Qui, pari
+opera, necessariam adeo fabricae humani corporis cognitionem per
+aures mihi et oculos infudisti solertissime, animum Tibi meum longe
+obstrictissimum nunquam non comperies.
+
+Te vero, CELEBERRIME BOERHAVI! Te cumprimis ni sigillatim hic compellem,
+mortalium ingratissimus jure habebor: si quid enim est in me ingenii, si
+qua artis Medicae peritia, si qua in Chemicis exercitatio, Tibi ego id
+omne soli debeo. Tres alias frequentaveram Tyro Academias, antequam
+prospera huc advectus fortuna, Tuo ab ore pependerim. Solam Te penes
+addiscere praxim animus erat, studiisque meis Academicis imponere
+coronidem: sed vixdum primis gustaveram labiis defoecatissimae Tuae
+doctrinae nectar, cum summa ejus dulcedo me mox tantopere rapuit,
+ut quidquid vel publicis vel privatis in lectionibus, ad quamcunque
+pertinens Medicinae partem, mellifluo ab ore Tuo prodiit, haurire
+sategerim avidissimus. Dolens nimirum vidi, fore per temporis mihi
+relicti angustiam, ut ablactarer citius, quam satiatus a Te recederem.
+Sive itaque vernam dici speciem, amabilissimis horti divitiis mira
+suavitate exponendis, dicares, jucundo Botanices studio discipulorum
+animos tanto redditurus alacriores ad laborum magis arduorum
+tolerantiam; seu inter furnos desudans, ad secretissimos Chemiae
+recessus viam monstrares, certo castigatissimae methodi filo tutissimam
+pariter ac facillimam; seu exacta ad normam Mathematicam stabilires
+Theoriae Medicae fundamenta, quibus mox inaedificares immota Praxeos
+dogmata, medendi methodum felicissimum; Te ego secutus undique, illam
+potissimum diei partem optime a me collocatam credidi, quam Tibi
+consecraveram. Totum ergo Tuum est, si quid isthac mea industria
+profeci: Tu ejus omnem fructum, jure Tuo, a me repetis: quod dum gratus
+agnosco, poterat id solum Tibi me mille modis in aeternum devincire.
+
+Tu vero, VIR MAXIME! cujus immensa eruditione non minor est singularis
+humanitas, hocce beneficium majore alio cumulasti: dum eo quoque
+tempore, quo post exactum vitae Academicae curriculum vel exteras
+visurus regiones, peregre profectus eram; vel praxeos exercendae
+gratia, in aliis hujus Belgii urbibus morabar; quoties aut literis,
+aut praesenti Te colloquio solicitavi audax, miro semper favore mihi
+vacare, et saluberrima suppeditare consilia non es dedignatus.
+
+Imo ne hic quidem substitit summa Tua in me benevolentia: nam Tibi etiam
+debeo, quo nunc impertior, laboris mei praemium. Tu, quod benignum adeo
+apud Proceres de me judicium tuleris, effecisti, ut huic admotus muneri,
+hoc sim honore ornatus. Dum igitur pluribus Tibi obstringor nominibus,
+quam quibus unquam dissolvendis ulla me aetas parem faciet, accipe
+gratissimam horumce agnitionem, et sempiternum, quam publice hic nunc
+tanquam in tabella suspendo, memoriam in qualiscunque locum Charisterii;
+et certus crede, omnibus me nervis eo adnisurum, Tibi ut monstrem,
+quam procul absim ab ingrati animi crimine! Plura adjicere Tua vetat
+modestia, meusque pudor.
+
+Antequam tamen Te dimittam, jubet nota mihi mearum tenuitas virium, et
+operis, quod suscipio, difficultas, Te ut enixe obtester, velis eodem,
+quo me huic admovisti, favore, id aggressurum sublevare, et Tuis,
+quoties imploravero, sapientissimis mihi consiliis adesse. Tibi, at
+quanto Viro! succedo: Tu viae, quam toties trivisti, peritissimus, nisi
+praeiveris, omnem despondeo animum: manu igitur me prehende juvenem,
+haud aequis passibus Te secuturum; dumque, quo Tua Te divino ingenio
+sociata decumana industria provexit in arte, eo eniti insanientis est,
+id saltem fac ut laudis consequar, Tuis quod vestigiis reptabundus
+quidem, at non indecorus tamen, inhaeream.
+
+Vos denique, PRAESTANTISSIMI JUVENES! Vos, sacrata Philosophiae et
+Medicinae Pectora, alloquor! Vestris enim usibus totam se dedicat
+Chemia; vestris arctissime copulata studiis haeret. Si quo igitur ejus
+amore capti, doluistis, aliquo illam tempore siluisse, erigite nunc
+animos! Patet rursum officina: ardebunt furni: accedite, et mecum ad hos
+desudate! Suprahumano labore, sedulitate indefessa, sexcentis periculis,
+viam ante difficillimam expedivit Chemicorum Summus BOERHAVIUS, et, quo
+ipse usus est filo probatissimo, idem bona nobis fide porrigit: hujus
+ergo tenaces, Illum sequamur ducem, tuti et felices in artis adyta
+penetraturi. Vobis ego me offero comitem, et, si placet, adhortatorem.
+Si quid in me est virium, officii, aut consilii, utamini eo pro lubitu;
+Vobis id omne dico: Vestris enim prodesse studiis, ea demum est votorum
+mihi summa, is laborum finis erit unicus.
+
+
+ DIXI.
+
+
+[Errata:
+
+JOHANNI TRIP ... civitatis Amstelaedamensis senatori
+ _text reads "senatorl"_
+
+utilissimam pariter ac maxime necessariam prstat operam
+ _text reads "utillissimam"_
+
+qua lethalem nonnullorum corporum ferociam
+ _text reads "nonnulorum"_
+
+tuti et felices in artis adyta penetraturi
+ _text reads "penetraruri"_]
+
+
+ * * * * *
+ * * * * *
+
+
+ Aan de zeer doorluchte en edele mannen,
+ curatoren der Leidsche Akademie,
+
+JOHANNES HENDRIK, GRAAF VAN WASSENAER, heer van Opdam, Hensbroek,
+Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem en Lage, enz. enz. ridder van de
+Johanniterorde, lid van de ridderschap der edelen van Holland,
+afgevaardigde ter Staten-generaal enz. enz.,
+
+JOHANNES TRIP, doctor in de beide rechten, drost in Berkenrode, lid
+van den raad van de stad Amsterdam, op dit oogenblik voorzitter der
+burgemeesters, bewindhebber der O.-I. Compagnie, enz. enz.,
+
+AREND BRUNO'SZOON VAN DER DUSSEN, doctor in de beide rechten, lid
+van den raad der stad Delft en oud-burgemeester, afgevaardigde ter
+hoogmogende Staten van Holland, enz. enz.,
+
+en aan hun ambtgenooten, de zeer aanzienlijke en waardige mannen,
+burgemeesters der stad Leiden,
+
+ABRAHAM HOOGENHOUCK, doctor in de beide rechten, voorzitter der
+burgemeesters,
+
+DANIL VAN ALPHEN, doctor in de beide rechten,
+
+HENDRIK VAN WILLIGEN, doctor in de beide rechten,
+
+GERHARD EMILE VAN HOOGEVEEN, doctor in de beide rechten,
+
+Ook aan den zeer voortreffelijken heer DAVID VAN ROYEN, doctor in de
+beide rechten, secretaris der stad Leiden, geheimschrijver der zeer
+doorluchte curatoren en zeer aanzienlijke burgemeesters,
+
+ draagt gaarne en naar verdienste
+ deze redevoering op
+ de aan hun voortreffelijke en roemrijke personen
+ zeer verknochte dienaar
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+
+
+
+ INAUGUREELE REDE
+ van
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,
+
+ Waarin Wordt Aangetoond,
+ dat de Scheikunde met recht een plaats
+ verdient onder de Akademische
+ Wetenschappen,
+
+
+Indien mij ooit op het schouwtooneel mijns levens een groote en
+vreemde lotswisseling overkwam, dan is het wel deze, die ik hier thans
+beleef. De plaats is ongewoon; de toevloed der menschen grooter dan
+gebruikelijk is en van die allen zijn gelaat en oogen op mij gericht;
+de taak is mij vreemd; alles is geheel en al nieuw: alles heeft
+plotseling een vreemd voorkomen aangenomen en verontrust mijn gemoed
+door een even groote verbijstering als bezorgdheid.
+
+Immers in een Akademische feestvergadering noodigt men mij, een
+scheikundige, uit een redevoering te houden, en wel aangezien de aard
+van mijn ambt dat zoo vereischt, over de Scheikunde. Of wordt wel
+ergens grooter onderscheid gevonden dan, dat tusschen MERCURIUS[1] en
+VULCANUS bestaat? Of is er wel een der wetenschappen, die verder staat
+van de bevalligheden der welsprekendheid dan de Scheikunde? de
+Scheikunde, zeg ik, die, ruw en altijd bezig, zich niet bekommerend om
+een meer gepolijsten stijl, zich evenmin toeleggend op de lokmiddelen
+der welsprekendheid als er voor geschikt, geheel opgaat in haar werk
+en haar beoefenaars niet door woorden maar door het vuur de wijsheid,
+door proeven wijsgeerig redeneeren leert.
+
+ [Voetnoot 1: God der welsprekendheid. (Vertaler.)]
+
+Bezoekt met den geest althans, als het u belieft, een scheikundige
+werkplaats! Wat meent gij wel daar te zullen vinden? Soms een
+opeenhooping van talrijke boeken en ontelbaar veel deelen van
+schrijvers netjes geordend alle in hun kasten? Soms de gedenkteekenen
+der oude welsprekendheid zoo gewenscht voor de redenaars, of een
+spreekgestoelte weergalmend van de stem eens TULLIUS[2]? Niets
+voorwaar van die dingen: De inrichting, die hier zich voordoet, is
+geheel anders: volkomen anders zijn de hulpmiddelen: verschillende
+rijen namelijk van fornuizen, die telkens weer op andere wijze zijn
+saamgesteld, welke rijen geschikt zijn om iedere sterkte van het vuur
+uit te houden; kastjes tot aan de zoldering opgebouwd, geheel gevuld
+met zooveel mogelijk voorwerpen door de wetenschap vervaardigd, die
+weldra weer moeten dienen om nieuwe in gereedheid te brengen; tallooze
+soorten van vaatwerk, dat in stof en gedaante verschilt; een hoop
+kolen en zoden, die nooit mag op raken; bij de hand zijn voor het
+gebruik verschillende soorten van zeven, spatels, blaasbalgen, tangen
+en al het andere, dat vereischt wordt om het vuur f te onderhouden f
+te regelen. Te midden daarvan zult gij den meester niet werkeloos bij
+zijn katheder zien neerzitten, maar hoe hij zijn handen zwart van kool
+in zwijgende aandacht aan het werk slaat, hoe hij gehuld in rook,
+bedekt met asch en roet nu eens met het felste vuur de hardste metalen
+vloeibaar maakt, dan weer een stof uit het plantenrijk met levende
+vlammen doet branden; hoe hij aan den eenen kant met de grootste
+voorzichtigheid tegengestelde lichamen bij elkaar brengt, die zich dra
+in een vlammenbrakenden strijd zullen storten; aan den anderen kant
+door een matige warmte de vermogens der stoffen te voorschijn roept
+door het druppelen van water naar een bepaald getal te regelen; en bij
+een andere gelegenheid die vermogens na ze te voorschijn te hebben
+geroepen door een natuurlijke lauwe temperatuur nauwer bindt en
+afdeelt; in n woord: hoe hij geheel tusschen zijn fornuizen levend,
+zich slechts bezighoudend met het aanwakkeren, toepassen en regelen
+van het vuur, de werking daarvan op lichamen op alle mogelijke wijzen
+nagaat. Dit is zijn werk, hiervoor spant hij zich alleen in.
+
+ [Voetnoot 2: M. Tullius Cicero. (Vertaler.)]
+
+Hier zou iemand tevergeefs zoeken naar de gladgevijlde spreekwijzen
+van de eeuw van AUGUSTUS; tevergeefs naar de bekoorlijke aanlokselen
+der redekunst. Niet de ooren worden hier gestreeld maar de oogen: en
+niet door woorden wordt instemming gewonnen, maar door de
+getuigenissen van feiten ontwrongen.
+
+Hoe denkt gij dan, dat een scheikundige te moede is, wanneer hij uit
+de vuile werkplaats van VULCANUS in het daglicht getrokken naar een
+plaats, op welke aller blikken zijn gevestigd, van zijn fornuizen
+weggeroepen naar het spreekgestoelte, dat slechts gewijd is aan de
+meest gepolijste redevoeringen, zich gedwongen ziet het werk van een
+redenaar op zich te nemen! Welke stof gelooft gij, dat hem ten dienste
+staat, terwijl de noodzakelijkheid op hem rust te spreken in
+tegenwoordigheid van de eerste mannen in den staat, in de vergadering
+van zeer wijze hoogleeraren, ten slotte onder de oogen van menschen,
+die ten zeerste uitmunten in elke soort van wetenschap, over een
+wetenschap, die den meesten van hen onbekend is. Inderdaad als hij in
+zijn schroomvalligheid blijft steken, zal hij licht verdienen, dat men
+hem vergeeft.
+
+Waarlijk dit lot drukt mij, deze last drukt heden op mijn schouders:
+en uit mij zelf doen zich voor mij geen hulpmiddelen op, om op te
+steunen. Ja zelfs doen de geringheid mijner krachten, die ik mij zeer
+goed bewust ben, en de mij ingeschapen bedeesdheid, geheel ongeschikt
+om iets in het openbaar, hoe dan ook, te verrichten, zelfs dien moed
+mij ontzinken, dien mij de jeugd, stoutmoedig om zich aan alles te
+wagen, misschien zou geven.
+
+Wanneer ik dus overal rondzie, blijft er slechts n ding over,
+waartoe ik mijn toevlucht kan nemen. Uw buitengemeene welwillendheid,
+hooggeschatte hoorders, die reeds zoo dikwijls zij ondervonden hebben,
+die de moeilijke taak drukte van uit dit spreekgestoelte het woord te
+voeren. Deze maakt, dat gij zoo zacht van oordeel zijt, dat gij ieder
+naar zijn eigen maatstaf metend geenszins dingen eischt, die iemands
+krachten te boven gaan: daar gij nu anderen dit zoo edelmoedig hebt
+getoond, waarom zou ik dit dan van uw kant ook mij zelf niet in het
+vooruitzicht stellen, voor wien zooveel redenen van nog grooter
+gewicht pleiten? Zeker is een rechtvaardig verzoek door geen billijk
+persoon ooit van de hand gewezen.
+
+Hierop vertrouwend gord ik mij aan tot het werk zelf, waarvan het
+onderwerp zal ontleend zijn aan dat ambt, dat ik plechtig aanvaard, en
+uw geachte verzameling niet onwaardig. Ik zal namelijk trachten aan te
+toonen, _dat de Scheikunde met recht een plaats verdient onder de
+Akademische wetenschappen_. En terwijl ik dat doe, bezweer ik u met
+aandrang, dat gij u in het luisteren even als in het beoordeelen
+welwillend tegen mij toont. Want de afloop mijner redevoering zij
+gunstig of ongunstig, in beide gevallen zal ik steeds tot uw
+goedgunstigheid verwezen worden, om die f dank te zeggen f om
+toegeeflijkheid te smeeken.
+
+De Akademies zijn volgens de wet, waardoor wij ze heden geregeld zien,
+openbare plaatsen bestemd om de meer edele wetenschappen en kunsten te
+onderwijzen en te leeren, en dien ten gevolge voorzien van die
+voorwaarden en middelen, waardoor dit voorgenomen doel kan worden
+bereikt. Derhalve wordt bij deze maar niet aan iedere kunst of
+wetenschap een leerstoel toegestaan, maar het is noodig, dat de
+wetenschap, die aan de Akademie vasten voet wil vatten, boven de
+bevatting van het gemeene volk zich verheffend, uitblinke door een
+zekeren glans van adeldom.
+
+Bijaldien ik dus met zekere bewijzen zal aantoonen, dat de ware
+kenteekenen van dien adeldom, nadat ik ze openlijk heb uiteengezet, de
+Spagyrische wetenschap[3] toekomen, zal dan niet de goede grond en de
+waarheid van hetgeen ik mij heden heb voorgesteld te bewijzen, vast
+staan?
+
+ [Voetnoot 3: Als afleiding wordt opgegeven: +span+ = (uit elkaar)
+ trekken en +ageirein+ = vereenigen, verzamelen. De wetenschap, die
+ scheidt en vereenigt, zou dus bedoeld worden. (Vertaler.)]
+
+De deugd eenig en alleen, als wij den Dichter[4] moeten geloof
+schenken, verleent den mensch adeldom. Maar deze is niet de gave van
+n dag, noch is die de ware, zoo dikwijls als hij uit niets anders
+kan bewezen worden dan uit de afkomst. Hetzelfde echter is op dezelfde
+wijze het geval bij de wetenschappen, slechts moet dat, wat daar aan
+de deugd is toegekend, hier worden toegekend aan het nut. Voorzeker
+zoeken zij zich op goedkoope wijze een lauwerkransje te verdienen,
+die, als zij de waardigheid van een wetenschap willen toonen, zich
+verbeelden dit fraai te doen, wanneer zij zakelijk uiteenzetten, hoe
+haar oorsprong uit de eerste eeuwen afgeleid kan worden, en het
+buitengewone genot in de werken ervan gelegen, of hoeveel en hoe
+groote beoefenaars zij heeft gesteld, terwijl zij zich ondertusschen
+weinig bekommeren over het nut, zonder hetwelk toch alles niets wil
+zeggen, al is het oud, aangenaam of beroemd door welke namen ook van
+volgelingen; want dit zijn uiterlijke dingen en sieren veeleer den
+waren adeldom op dan dat ze hem uitmaken. Het nut is de maatstaf,
+waarnaar degeen, die alleen de werkelijke waarde der dingen weet vast
+te stellen, de wijze, haar afmeet.
+
+ [Voetnoot 4: Mogelijk heeft hier de redenaar Horatius, Carmina III,
+ 2, 17 volgg. op het oog. (Vertaler.)]
+
+Elke wetenschap dus, die een bijzonder nut verschaft hetzij aan een
+mensch afzonderlijk op zich zelf beschouwd, hetzij aan de menschelijke
+maatschappij, die wordt eerst met recht voor edel gehouden. Daar
+echter het beste deel van den mensch zijn geest is, zoo blinkt die
+wetenschap, die dezen zich doet toeleggen op hetgeen recht en goed is,
+of haar verrijkt met het inzicht der waarheid, in elk geval boven de
+andere uit. Maar toch is niet veel minder dan deze die wetenschap, die
+zorgt voor de gezondheid van het lichaam, want dit is wel het meest
+gewenschte, dat aan de stervelingen wordt gegeven; wanneer zij kwijnt,
+dan maakt zij meer dan iets anders den geest log en drukt hem terneer.
+Die kunst, die het voltooien van dat werk op zich heeft genomen, wordt
+de Geneeskunde genoemd: op het eerste legt zich de Wijsbegeerte met de
+overige wetenschappen toe; met haar eene helft toch houdt zij zich
+bezig met het beheerschen der aandoeningen, haar andere helft wijdt
+zij aan het uitbreiden der grenzen van het menschelijke begrip ten
+opzichte van de kennis der bestaande dingen: beide wetenschappen
+hebben dus, als de edelste, de Akademies in haar schoot opgenomen en
+met het burgerrecht begiftigd, zonder dat de nijd zelf zich er tegen
+verzette.
+
+Deze beide nu hebben een arbeidsveld, dat zich zoover mogelijk
+uitstrekt, en dientengevolge sluiten zij in zich verschillende
+wetenschappen, die men zoowel onderdeelen als helpsters kan noemen.
+Hoewel ze op zich zelf, wat haar werk betreft, onder elkaar ten
+zeerste verschillen, zoo mikken zij toch alle op een zelfde wit ten
+slotte, dat ze gemeen hebben met de hoofdwetenschap, waaronder ze
+dienen. Daar derhalve n het nut dezen, hoe ze ook zijn mogen, tot
+aanbeveling strekt, n het feit, dat ze ter volmaking der eersten in
+den hoogsten graad noodzakelijk zijn, op dien grond werden zij ook
+door de beschaafde lieden met recht voor edele wetenschappen gehouden
+en hebben zij de haar toekomende plaats aan de Akademies verkregen.
+
+Is dan voorwaar de Scheikunde niet een dergelijke wetenschap? Waarom
+heeft zij dan zulk een hard lot ondervonden en niet dan na het voeren
+van veel strijd kunnen verkrijgen, dat men haar vrij mocht beoefenen
+aan de scholen der geleerden? Waarlijk, ik zou moeilijk de reden van
+die al te groote strengheid kunnen bepalen: indien ik echter zal
+zeggen, wat het waarschijnlijkst is, dan schijnt het mij toe, dat de
+rechters, van wier goeddunken toen de Akademies afhingen, onbekend met
+de wetenschap op zichzelf beschouwd, slechts rekening hebben gehouden
+met de beoefenaars.
+
+Immers de Scheikunde geboren onder metaalbewerkers en
+aanbeeldvuurwerkers[5], eerst beoefend door dat ongeletterd en ruw
+slag van menschen, vervolgens door bedriegers misvormd en in
+discrediet gebracht, op zich zelf afstootend, vol moeilijkheden, vol
+gevaren, van rustige bespiegelingen ver verwijderd, ademend in vuur,
+rook, asch en vuil, kon zich bezwaarlijk door eenigen schijn van
+lieflijkheid bij iemand aangenaam maken, tenzij bij diengene, die zich
+verwaardigde dieper met zijn blik in haar binnenste door te dringen.
+Maar zoowel de ruwheid als de schelmerij van degenen, die haar
+beoefenden, hadden haar uiterlijke verschijning z monsterlijk en
+afzichtelijk gemaakt, dat de beschaafde lieden er van werden
+afgeschrikt haar kern na te sporen, in de meening, dat die uit
+dezelfde, zoo niet erger, vuiligheid bestond. Tevergeefs heeft dus de
+Scheikunde haar zaak tegenover dergelijke scheidsrechters bepleit, die
+verblind door een vooraf opgevatte meening, zoowel de buitengewone
+voordeelen, die zij bood, als haar hooge noodzakelijkheid over het
+hoofd ziende, een oordeel hadden geveld, voordat zij kennis van de
+zaak hadden genomen. Daardoor is het gekomen, dat zij van het openbare
+verkeer met geleerden uitgesloten, handen en hoofden van particulieren
+bezig hield, waarbij zij onder verschillende personen verschillende
+lotswisselingen te verduren had, en misschien nooit zich opgewerkt zou
+hebben tot de Akademische spreekgestoelten, als niet een grooter geluk
+dan verstand dien advocaat--of moest ik liever verdediger door dik
+en dun zeggen?--dien zij eindelijk heeft gekregen, EREMITA[6] had
+ten dienste gestaan. Deze namelijk aangegrepen door een blinde liefde
+voor die verdrukte wetenschap, aarzelde niet dat, wat had moeten
+gedaan worden door het gezag der rede en duidelijke bewijzen van
+feiten, te beproeven door een systeem van bullen vol met de meest
+beuzelachtige woorden, weldra echter, wat bij zijn niets ontziend
+karakter begrijpelijk was, zelfs te vuur en te zwaard, waarbij hij in
+elk geval een dergelijk succes had, dat de Scheikunde, door dat
+vermetel pogen in de Akademies gedrongen, daar zich een zetel
+veroverde, die zelfs juist op de asch der tegenstanders werd
+opgericht. Hoewel verder dezen met geweld verworven en daarom op
+zwakken grondslag rustenden zetel, nadat kort daarop de dwingelandij
+van zijn oprichter was onderdrukt, het van vrijheidsliefde blakende
+volk der geletterden, dat geen dwang kan dulden, wederom heeft
+omvergeworpen, was toch de Scheikunde daardoor dit ten goede gekomen,
+dat zij, zoolang haar verblijf daar duurde, meer in de nabijheid van
+beschaafde lieden geplaatst, de aandacht van enkelen van dezen door
+eenige zeer heldere stralen, die zich door de haar omhullende
+duisternis van nietigheden heenboorden, kon vestigen op het uiterst
+vruchtbare licht, dat in haar binnenste verscholen was. En weldra,
+door die waarneming er toe aangespoord, hebben zij zich inderdaad tot
+een verder onderzoek aangegord en na langzamerhand het masker van
+bedriegerijen te hebben weggenomen en de nevels van onkunde, waarmee
+zij werd omsluierd, te hebben doorbroken, hebben zij, eindelijk haar
+in haar naaktheid begroetend, haar aan het daglicht gebracht ten
+schouwspel voor de beschaafde wereld. Toen dan heeft de Scheikunde,
+thans schitterend met haar eigen stralen, toen eerst heeft zij, die
+vermomd zoo zeer had mishaagd, hersteld in haar natuurlijke gedaante,
+de geleerden zoo voor zich weten in te nemen, dat zij haar waardig
+keurden om onder hun scholen opgenomen met allen ijver te worden
+beoefend.
+
+ [Voetnoot 5: "Inter Pyracmonas." "Pyracmon" is in de mythologie
+ naam van een Cycloop werkzaam in de smidse van Vulcanus,
+ samengesteld uit +pur+ = vuur en +akmn+ = aanbeeld. (Vertaler.)]
+
+ [Voetnoot 6: Keizer Rudolf II van Duitschland, die 1600
+ regeerde, stelde zulk een belang in de alchemie, dat hij er zijn
+ regeeringsplichten voor verwaarloosde. Hem werd de naam van den
+ tweeden Hermes Trismegistus gegeven. Heeft nu Gaubius, die niet
+ sterk is in orthographie, hem soms met Eremita bedoeld? (Vertaler.)]
+
+En waarlijk ook als wij voor de waarheid willen uitkomen, heeft de
+Scheikunde geen andere krans noodig, dan dat zij met een oog vrij van
+vooroordeelen naakt, zooals zij op zich zelf is, wordt beschouwd. Want
+zoo noodig zijn de toepassingen, waarin haar kracht is gelegen, zoo
+alleraangenaamst de genoegens, waarmee zij ons toelacht, dat zij zeer
+gemakkelijk den natuurvorscher er toe brengt haar lief te hebben, en
+als hij eenmaal daartoe gebracht is, hem geboeid houdt zonder de
+minste verveling. Zeker als wij alleen op de voordeelen acht slaan,
+waarmee de Scheikunde nagenoeg alle soorten van handwerk, die dienen
+voor de gemakken van het menschelijk leven, kwistig bedeelt, eilieve
+hoe groot is dan niet hun aantal en hoe gewichtig zijn zij! De dag zou
+te kort zijn wilde ik ze opsommen. Toch zijn die dingen van zeer
+weinig beteekenis en slechts als bijzaken te beschouwen. De
+voortreffelijke dienst, dien zij den geest bewijst, is edeler, die,
+welken zij het lichaam bewijst, nuttiger. Want voor dit houdt zij de
+gezondheid ongedeerd in stand, en, wanneer die verloren is, geeft zij
+ze weer; aan gene echter wijst zij den kortsten weg in de binnenste
+heiligdommen der natuur, en ontvouwt in vruchtbare werkzaamheid de
+wonderen der waarheid, die in haar diepte schuilt; dien ten gevolge is
+zij zoowel met de wijsbegeerte als met de geneeskunde ten nauwste
+verbonden en niet zonder nadeelen daarvan te scheiden.
+
+Opdat het echter niet den schijn hebbe, dat ik u dit zonder voldoenden
+grond wil opdringen, zal ik thans duidelijke redenen aanvoeren ter
+staving van de waarheid mijner bewering. Want dit is een prachtig
+bewijsmiddel; als ik dit onwederlegbaar aantoon, zal ik het er voor
+houden, dat voldaan is aan hetgeen ik mij in mijn redevoering voornam
+te bewijzen.
+
+Zij, die de eigenschappen van de lichamen door de natuur geschapen,
+hun krachten en uitwerkingen, alles door zijn bepaalde oorzaak
+teweeggebracht, weten of nasporen, worden Physici genoemd en deze
+wetenschap van hen heet Physica, zeker niet het geringste onderdeel
+der Wijsbegeerte in het algemeen genomen. Derhalve richt zij zich op
+alles, wat onder het begrip "lichaam" valt, of daartoe herleid kan
+worden, hetzij het allen lichamen gemeen is, hetzij enkelen in het
+bijzonder eigen. Daar namelijk de niet nader te omschrijven Materie,
+die in het bezit is alleen van de algemeene eigenschappen der
+lichamen, in de natuur niet voorkomt en ook niet kan voorkomen, maar
+slechts een beeld van onzen geest is, gevormd ter verduidelijking van
+een theorie, de lichamen daarentegen, die inderdaad bestaan, alle op
+zichzelf staande dingen zijn, d.w.z. z begrensd en bepaald, dat zij,
+behalve dat dat algemeene begrip "Materie" op hen van toepassing is,
+ook nog bijzondere andere eigenschappen bezitten, waardoor het eene
+van het andere onderscheiden wordt en die maken, dat een lichaam juist
+dat lichaam is en geen ander: daardoor is het helder en klaar, dat
+niet slechts die algemeene gaven der Materie, maar wel in de eerste
+plaats die, welke elk lichaam afzonderlijk eigen zijn, het voorwerp
+zijn van de Physische studie, daar deze immers de lichamen door de
+natuur geschapen beschouwt, naar dat zij werkelijk bestaan of kunnen
+bestaan.
+
+De eigenschappen der lichamen worden krachten genoemd, voor zoover zij
+geschikt zijn om zekere bepaalde handelingen teweeg te brengen; uit
+deze vloeien verder, als uit de oorzaken, alle lichamelijke werkingen
+voort, die wij waarnemen en die daardoor, ieder den bepaalden aard van
+haar oorzaak volgend, zoo zij uit bijzondere krachten zijn
+voortgekomen, ook zelf noodzakelijkerwijs bijzonder zijn, maar
+daarentegen algemeen, als zij uit algemeene krachten zijn
+voortgekomen.
+
+Indien zich dus hierbij deze eenvoudige stand van zaken voordeed, dat
+een voldoende reden voor alle mogelijke eigenaardige eigenschappen van
+een lichaam gelegen was in zijn algemeene natuur, dan zou voorwaar de
+physicus, behalve alleen de hulp der wiskunstenaars, niets noodig
+hebben om zijn doel te bereiken. Want dezen hebben de meest ware
+algemeene voorstelling van een lichaam gegeven en tevens de meest
+nauwkeurige methode om daar uit te halen, al wat er in vervat is. Maar
+hoeveel scheelt het inderdaad, dat dit zoo is! Een meer oplettende
+beschouwing ontdekt in de lichamen zeker tallooze dingen, die zoo door
+en door eigenaardig zijn, dat het schijnt, dat zij met het algemeene
+karakter dier lichamen bijna niets gemeen hebben, behalve alleen het
+voorwerp, waaraan beide eigen zijn. Indien nu iemand deze zaken,
+wanneer zij onbekend zijn, uit die algemeene opvatting der
+wiskunstenaars, hoe uiterst nauwkeurig ze ook zij, a priori zou
+verlangen af te leiden of ook de reden van die zaken, wanneer zij
+bekend zijn, daaruit op te maken, voorwaar die zou zich te laat over
+zijn verlies aan moeite beklagen!
+
+Maar toch is de kennis juist van die dingen voor den physicus van het
+allerhoogste belang, daar in de eerste plaats daarin datgene is
+gelegen, waardoor de lichamen zich wederkeerig van elkaar inwendig
+onderscheiden. Opdat die dus ontwikkeld worden, moet men zeker niet
+dien weg betreden, die van een gegeven denkbeeld omtrent de oorzaak
+uitgaand, leidt tot begrip van de uitwerking, maar een geheel anderen.
+Immers elke juiste opvatting, die de geest zich omtrent de lichamen
+vormt, behoort f tot de verschijnselen, dien geest door middel der
+zintuigen meegedeeld, f tot de daaruit, gevormde oordeelen. De
+eigenschappen nu en de krachten van een lichaam blijven verborgen,
+daar zij eerst op zich zelf niet waarneembaar zijn; zij brengen echter
+uitwerkingen te weeg, die zich den zintuigen vertoonen en die, in
+vaste verhouding staand tot haar eigen bepaalde natuur, op die wijze
+tevens de kennis hiervan opleveren, zoozeer, dat, hoe rijker bij
+iedere zaak het materiaal is der waargenomen uitwerkingen, men des te
+meer zekerheid verkrijgt omtrent haar aard. En deze van het een op het
+andere terugvoerende weg blijft geheel alleen over om de
+eigenaardigheden der lichamen op te sporen, daar de natuur dien
+anderen weg, die ze a priori tracht te ontdekken, geheel onbegaanbaar
+en ontoegankelijk heeft gemaakt voor het menschelijk verstand.
+Derhalve spant de volijverige navorscher van die zaken zich eerder in
+voor proeven dan voor redeneeringen, met hulp van zijn zintuigen
+onderzoekt hij de voorwerpen zijner studie, hij merkt op hun
+eigenaardige uitwerkingen, die zij uit zich zelf of nadat zij volgens
+een voorafgaande methode zijn behandeld, vertoonen; hij voegt lichamen
+bijeen, en verwijdert ze weer van elkaar, opdat hij ervare, welke
+bewegingen uit hen alleen en welke uit hen, wanneer zij vereenigd
+zijn, voortvloeien. Dan eerst waagt hij het niet zonder succes uit
+deze gegevens, die hij vol ijver verzameld en met elkaar wederkeerig
+vergeleken heeft, de door hem gezochte eigenaardige natuur der
+lichamen en hun bijzondere gaven a posteriori te bepalen. En waarlijk
+nooit en nimmer hebben de verborgenheden der Natuur zich duidelijker
+geopenbaard, dan toen men dit pad heeft betreden. In de Physica hebben
+zij het niet ver gebracht, die hetzij dit pad niet kenden hetzij er
+tegen beter weten in geen acht op sloegen.
+
+Maar zie! Terwijl ik geheel en al bezig ben met de Physica, merk ik,
+dat ik als het ware door een zeer geringe wending, die de stof van
+zelf heeft genomen, ben terecht gekomen in het hartje der Spagyrische
+wetenschap; de Physica, die mij van de Scheikunde had afgebracht,
+brengt mij er ook weer toe terug, daardoor juist voldoende bewijzend,
+hoe nauw beider verwantschap is, hoe onverbrekelijk haar band.
+
+Is immers dat alles wat wij zooeven besproken hebben, niet bijna het
+werk van de Scheikunde alleen? Stelt deze zich niet tot taak bijna
+alle afzonderlijke lichamen, die het voorwerp zijn van de physische
+studie, in het bijzonder te onderzoeken? Ja nog sterker, de Scheikunde
+kent haast geen ander doel dan het onderzoek der lichamen
+afzonderlijk. Al wat aan delfstoffen in de binnenste ingewanden der
+aarde wordt uitgesmolten, al wat tot het plantenrijk behoorend de
+vruchtbare aarde uit haar rijke schoot doet ontspruiten, al wat ten
+slotte, tot het dierenrijk behoorend, overal de weldadige moeder
+Natuur koestert en voedt, dit alles nagenoeg, mits het zich f kan
+openbaren aan de zintuigen f kan worden opgevangen in eenig vaatwerk,
+onderwerpt de Scheikunde aan haar onderzoek, doorwoelt en doordringt
+zij. Zij dringt er in door, herhaal ik, z ver, dat zij minachtend
+neerziend op al wat bij die dingen gewoon is, zich zeer gemakkelijk
+voordoet of er slechts uiterlijk mee in verband staat, als harer
+onwaardig, dit aan andere wetenschappen overlaat maar, voor zich zelf
+het meer moeilijke, het meer verhevene en verborgene opzoekend,
+navorscht de in het binnenste der dingen gelegen vermogens, de laatste
+grondbeginselen, de eerste elementen, vast voornemens voor dezen prijs
+alleen en geen anderen haar moeiten veil te hebben.
+
+Den geheelen dag voorwaar leggen de wakkere beoefenaars van deze
+wetenschap zich daarop toe: zij brengen het eene lichaam bij het
+andere en scheiden ze weer van elkaar; opgeloste lichamen doen zij
+stollen en gestolde lossen zij op; de bewegingen, die daaruit
+ontstaan, nemen zij waar en wijzigen zij, nieuwe roepen zij te
+voorschijn door zeer krachtige instrumenten, waarbij de manier van
+behandelen op allerlei wijzen afwisselt. Zij bedienen zich van het
+vuur, het meest beweeglijke en krachtige element; zeer sterke
+splitsingsmiddelen staan ten dienste, afgemeten naar den aard der
+oplossing (die men wil bewerkstelligen). Wat is dan voor die dingen
+moeilijk? Wat onbereikbaar? Laten de deeltjes van een lichaam maar met
+een stalen band onder elkaar verbonden zijn, laten zijn ingewanden
+zelfs achter een driedubbelen metalen muur verschanst zijn, laten zijn
+krachten in de onderste diepte verborgen zitten; waarlijk onder het
+beuken van dergelijke stormrammen zullen zij uit elkaar springen,
+opengebroken worden, aan het daglicht treden.
+
+Al wat de lichamen hetzij doen, hetzij ondergaan, dit alles is alleen
+aan de beweging toe te schrijven; door deze treedt n al hun kracht
+naar buiten n worden alle mogelijke afwisselingen te weeg gebracht.
+Indien derhalve de wijsgeer zich moeite geeft om deze te onderzoeken,
+welken korteren weg zal hij dan wel kunnen inslaan of van welk
+machtiger hulpmiddel zich bedienen om zijn doel te bereiken, dan
+wanneer hij proeven neemt door middel van het vuur? Want voorwaar de
+aard daarvan is zoo beweeglijk, dat de wijzen[7] geloofd hebben, dat
+het niets anders was dan beweging. Maar het vuur is ook zeer geschikt
+om de beweging, waarin zijn eigen kracht is gelegen, aan andere
+lichamen mee te deelen en zijn geweld kan op verscheidene
+tusschenliggende graden kunstmatig versterkt of verminderd worden, al
+naar men het verkiest. Daardoor ontstaat voorzeker voor den physioloog
+de hoogst gewenschte gelegenheid om met de hulp daarvan de meest
+verborgen eigenschappen der lichamen tot in de kleinste bijzonderheden
+na te gaan. Want wanneer het bij deze wordt aangewend, brengt het hen
+tegelijkertijd in beroering, wekt ze op tot de beweging, die hun in
+het bijzonder eigen is, schudt ze tot in 't merg door elkaar, roept
+hun krachten te voorschijn, verhoogt en verandert ze, scheidt de
+samenstellende deelen van elkaar en vereenigt de van elkaar gescheiden
+een voor een, brengt wederom de vermogens van die verschillende deelen
+in het bijzonder in werking en aan het licht en maakt zelfs, dat
+dingen kunnen worden waargenomen louter door de zintuigen, die zij
+geholpen door een andere kunst, welke dan ook, nooit hadden kunnen
+bereiken. Wat is echter voor den natuurvorscher aangenamer dan dit?
+Wat nuttiger? Wat noodiger?
+
+ [Voetnoot 7: Hier schijnt de redenaar in de eerste plaats Heraclitus
+ van Ephesus 500 v. Chr op het oog te hebben. (Vertaler.)]
+
+Ik zie er van af om ter bevestiging hiervan de getuigenissen der
+feiten aan te voeren, opdat niet mijn redevoering in het onmetelijke
+groeie. Niemand zijn die onbekend, tenzij dat hij zoo akelig verzot is
+op de oudheid, dat hij vreemd is aan alles, wat in geschriften uit
+later tijd dateert. In plaats van dit alles mogen hier genoemd worden
+die beide zeer stralende lichten aan Groot-Britannia, BOYLE en NEWTON.
+Hen erkennen zeker onze eeuwen als de meest scherpzinnige ingewijden
+in de geheimen der Natuur. En zagen soms de voorbijgegane nog
+scherpzinniger dan zij? deze echter nemen bij het ontdekken van den
+aard der lichamen, bij het opsporen van de hun eigen krachten haast
+tot niets anders hun toevlucht dan tot de Scheikunde. Nagenoeg elke
+duurzame en schoone vondst betrekking hebbende op den aard van het
+vuur, van hitte, licht en koude, al wat bekend is geworden over het
+ware karakter van kleuren, smaken, geuren; omtrent de oorzaken der
+aardbevingen, en van het vuur, dat zich op verschillende plaatsen
+onder de aarde bevindt; omtrent het magnetisme van lichamen en hun
+aantrekkingskracht, dit alles is men aan scheikundige proeven
+verschuldigd.
+
+De Scheikunde is dus bij uitstek geschikt om de Physica uit te
+breiden: zij is met de proefondervindelijke Wijsbegeerte z nauw
+saamgekoppeld, dat hij, die zijn geest niet gevormd heeft met haar
+voorschriften, ongeschikt is de geheimen der Natuur te zien. Aan beide
+betwist _hij_ het recht aan de Akademie te worden onderwezen, die het
+aan n betwist.
+
+Maar ik verbeeld mij sommigen van u mij te hooren tegenwerpen. "Zacht
+wat! Zegt ge dat die wetenschap zooveel lofwaardige werken verricht en
+zooveel succes heeft in het ontdekken van de vermogens der lichamen?
+Verzekert gij, dat die den geest toerust met de kennis van verborgen
+waarheden? Een wetenschap, die tot walgens toe opgepropt met
+oudewijvenpraatjes, fabeltjes en droomerijen, gevormd in verwarde
+hersenen, haar beoefenaars daarmee geheel en al vervult; en die over
+niets anders den mond vol heeft dan over geheime, nooit geziene
+dingen, die dikwijls onmogelijk zijn, en, indien zij soms al ware
+dingen laat zien, dan toch slechts in een dichten sluier gehuld; zoo
+zelfs, dat zeer terecht een dichter gezongen heeft, dat elk vluchtig
+koeltje eerder te vertrouwen is dan, wat de Scheikunde verzekert".
+
+Dit wil ik, wat mij betreft, niet bestrijden noch ontkennen: vol van
+dergelijke zaken zijn de boeken, vol de uitlatingen der Alchemisten,
+van wie een groot deel gelijk aan dien slaaf[8] bij TERENTIUS, wat zij
+waars hooren, uitstekend weten te verzwijgen en verborgen te houden;
+maar als iets onwaar of leugenachtig is, maken zij het onmiddelijk
+openbaar. Maar waarlijk is er wel iemand, die over deze zaak de
+vierschaar spant, z onverstandig of z verdorven, dat hij de
+wetenschap de dwalingen aanrekent, die de krankzinnige bedriegersbende
+dier pseudoscheikundigen heeft verbreid? Omdat het dezen schandelijk
+toeschijnt alleen gedwaald te hebben, lokken zij daarom ook anderen
+tot zich door schoonschijnende sier van woorden en wikkelen hen in
+dezelfde dwalingen en, daar zij het eerst door hun eigen onwetendheid
+te gronde zijn gegaan, trekken zij hun volgelingen met zich in een
+gemeenschappelijk verderf, waarbij zij tenminste dit bereiken, dat
+onder den opgestapelden hoop, de een boven op den ander, de oorzaak en
+bewerker van den eersten val bedekt wordt. Zij bezitten voorwaar niets
+van de Scheikunde behalve den naam, dien zij zelfs ook niet waardig
+zijn, daar zij slechts luisterend naar de begeerten van hun zinnen of
+naar monsters van hypothesen in een waanzinnig brein geboren, de ware
+regels der wetenschap noch weten noch zich er naar richten.
+
+ [Voetnoot 8: TERENTIUS' Eunuchus I. 2. v. 23 en 24. (Vertaler.)]
+
+De Scheikunde is er inderdaad zoo ver mogelijk van af geloof te
+schenken aan ijdele bespiegelingen. De betrouwbaarheid der ooren zelfs
+is voor haar gering; zij legt zich alleen neer bij het getuigenis der
+oogen. Vandaar dat al degenen, die haar op de onvervalschte manier
+beoefenen, eerst op de afzonderlijke lichamen volgens het voorschrift
+der wetenschap verschillende proeven nemen met de hoogste
+nauwkeurigheid en de meest zorgvuldige waarneming van alle
+verschijnselen, hierbij de natuur als leidsvrouw volgend; vervolgens
+teekenen zij telkens de waarneembare uitkomsten eerlijk op en eerst
+nadat zij daarin een volkomen helder inzicht hebben gekregen en ze met
+elkaar vergeleken hebben, maken zij daaruit met wiskundige strengheid
+die gevolgtrekkingen, die er in duidelijke en onafgebroken volgorde
+uit kunnen worden afgeleid. En dit eerst is het, niets anders, wat de
+ware beoefenaars der Scheikunde als waarheden en leerstellingen
+erkennen. In waarheid wat is zekerheid, indien dat het niet is?
+
+Daar dit zoo is, meen ik, dat er niemand meer van ulieden zal gevonden
+worden, die hardnekkig blijft ontkennen, dat door een verstandige
+beoefening der Scheikunde het begrip van den menschelijken geest
+verbazend wordt vermeerderd. Er blijft nog over, dat wij in 't kort de
+voordeelen uiteenzetten, die zij het lichaam aanbiedt, daar zij, ten
+nauwste verbonden aan de Geneeskunde, die daarvoor zorgdraagt, deze
+een buitengewoon nuttige en tevens zeer noodige hulp betoont, die aan
+niets anders kan ontleend worden dan aan datgene, waarover de
+Scheikunde beschikt.
+
+Dat de Geneeskunde zeer hecht met de Physica verbonden is, leert de
+beschouwing van beide. Derhalve wordt zij met denzelfden band,
+waardoor zij met gene vereenigd is, ook aan de Scheikunde gekoppeld en
+de uiteenzetting daarvan zou geen woorden meer vereischen, als niet
+nog een nauwer verwantschap van beide zich voordeed.
+
+De Geneeskunde heeft als haar eerste voorwerp van studie het
+menschelijk lichaam, dat leeft en derhalve ondeelbaar, verder geheel
+op zich zelf staande is, waaraan zij door er bepaalde krachten van
+andere op zich zelf staande lichamen onder vaste voorwaarden op aan te
+wenden die veranderingen oplegt, die voor haar doel vereischt worden.
+Zij houdt zich dus geheel bezig met op zich zelf staande dingen en zoo
+eenige andere wetenschap, dan heeft zij er belang bij, dat de
+bijzondere vermogens der lichamen, en hun werkingen wederkeerig op
+elkaar zoo duidelijk mogelijk gekend worden. Daar nu aan het nasporen
+hiervan de Scheikunde vooral boven alle overige wetenschappen bij
+uitstek en met veel succes al haar moeite besteedt, wie ziet dan niet
+in, dat zonder haar de Geneeskunde kreupel en gebrekkig zou zijn?
+Hieraan is het te danken, dat de Scheikunde weldra en na zich aan het
+gemeen onttrokken te hebben onder de geletterden in aanzien begon te
+komen, thans stralend in haar eigen oorspronkelijken glans, en zoozeer
+alle zonen der Geneeskunde er toe heeft gebracht haar lief te hebben
+en te beoefenen, dat zij in de allereerste plaats van hen het werk,
+van hen de lust is geworden. Ja nog meer; vervolgens ook in de
+Heilkunst zelf gebracht heeft zij voor zich een gemeenschappelijk doel
+met deze aangenomen en is toen met den nieuwen naam Iatrochemie naar
+verreweg haar grootste deel gesierd geworden. Daarin dan schepte zij
+zulk een behagen, dat zij terstond onvermoeid met alle
+krachtsinspanning zich geheel er aan gegeven heeft om de landpalen van
+hare bondgenoote uit te zetten. En voorwaar slechts iemand, die geen
+kennis van zaken heeft, zal die dingen weinig noemen of van geringe
+waarde, die daaruit de Geneeskunde ten goede zijn gekomen. Immers welk
+gedeelte van haar men ook moge nagaan, hetzij dat, wat door
+bespiegeling wordt volbracht, hetzij dat, wat zich bezig houdt juist
+met de uitoefening van het werk zelf, beide getuigen luide van de
+ontelbare diensten der Scheikunde; beide leeren door oneindig veel
+voorbeelden, dat de samenwerking met deze in de hoogste mate noodig is
+tot haar eigen volmaking.
+
+Laten wij eerst de medische physiologie, als gij het goed vindt,
+beschouwen. Eilieve, waardoor wel is men tot de overtuiging gekomen,
+dat het laatste element en de basis der vaste deelen van het
+menschelijk lichaam de maagdelijke Aarde is, die slechts uit een enkel
+bestanddeel bestaand en zich zelf steeds gelijk blijvend, saamgehouden
+wordt door een olieachtige lijm in haar midden, die eveneens zeer vast
+is? Zoo ver komt zeker niet de scherpzinnigheid der anatomen. Alleen
+de Scheikunde leert dit met volkomen zekerheid. Waardoor wel worden de
+bijzondere aard van de vochten in het lichaam en eigenaardige krachten
+daarvan bekend? Want met uitzondering van den meer algemeenen vorm van
+vloeistoffen zal men tevergeefs zoeken naar iets anders aan hen gelijk
+buiten de grenzen van het dierenrijk: ja zelfs zijn zij ook zelf onder
+elkaar zoo verschillend als maar mogelijk is. Hier schiet de
+Hygrostatica te kort; alleen de Scheikunde biedt hulp; zij is het, aan
+wie wij nagenoeg alles, wat wij van die zaken weten, verschuldigd
+zijn. Den aard van het bloed, die het midden houdt en noch zuurachtig
+noch alcalisch is, het gemakkelijk stollen van het serum daarvan bij
+een hitte grooter dan de natuurlijke, het zeepachtig karakter van de
+gal, de juiste samenstelling en eigenschappen van het speeksel, van
+het pancreassap en der lymphe en tallooze andere dingen zouden wij
+niet weten, indien de Scheikunde er niet geweest ware. Waartoe zal ik
+nu gewag maken der functies, die met haar bijstand schitterend zijn
+blootgelegd? Het inwendig oplossen der spijzen in de eerste wegen, het
+daaruit voortkomen van het chylus- en melksap, de noodzakelijkheid van
+spijs en drank en de begeerte daarnaar, het ontstaan der zouten en
+zwavelachtige deelen uit het opnemen van vrijwel smakelooze stoffen,
+de merkwaardige verandering der vochten door de krachten van den
+kringloop (om nog andere dingen voorbij te gaan) hebben _zij_ weinig
+passend verklaard, voor wie het meer heldere licht der scheikunde nog
+niet had geschenen.
+
+Indien wij dan nu een stap verder gaan tot het onderdeel der
+Geneeskunde, de Pathologie, dan doen zich tallooze en bovendien nog
+zeer ingewikkelde kwesties voor met betrekking tot de redenen der
+ziekten, den aard en de verschijnselen daarvan, die de Scheikunde
+alleen vermag op te lossen. Wie zou ooit doorzien hebben het
+wonderbaarlijke ontstaan en het verschillend karakter der ziekelijke
+zouten bij scheurbuik, jicht en lues Venerea, en hoe het een uit het
+andere voorkomt? Wie de bron van het zuur of van de olieachtige
+bedorven stof, die zich in de eerste wegen bevindt en zoo lastig is
+voor de miltlijders? Wie de herkomst van steenen in de galblaas, de
+nieren en de urineblaas? Wie de oorzaak van het bederf van beenderen
+en van den stank, die er mee gepaard gaat? Wie het vieze overgaan van
+stilstaande vochten in een hoornachtige stijfheid of in zeer sterke
+ontbinding of inbijtende scherpte? Wie ten slotte zou den
+verschillenden invloed van hitte en koude, van het vermeerderen of
+verminderen der circulatie op het veranderen van vochten zoo schoon in
+het licht hebben kunnen stellen, als niet de Scheikunde met haar
+fakkel was vooraangegaan?
+
+Uit de beide vorige onderdeelen der Geneeskunde wordt voor het
+grootste deel de leer der kenteekenen afgeleid. Derhalve komen ook
+haar de voordeden ten goede, die de Scheikunde aan gene bezorgt.
+Overvloed van voorbeelden zijn bij de hand: verschaft het bloed uit de
+ader gelaten niet een duidelijke aanwijzing omtrent den inwendigen
+toestand? Maar in den waren aard daarvan kan niemand een juist inzicht
+krijgen tenzij door een scheikundig onderzoek. Hem blijft de ware
+natuur der voedstermelk verborgen, voor wien de Scheikunde iets
+verborgens is. Maar hoeveel is het waard, daarover een zuiver oordeel
+te kunnen vellen! daar dt zoo dikwijls voor de ongelukkige kinderen
+een vergif gelijk, de oorzaak is van oneindig veel folteringen en den
+dood, wat aan hun zorgvuldig gekoesterd leven juist de zoete
+gezondheid en wasdom had moeten geven. Als ik als geneeskundige nu
+alleen voor geneeskundigen sprak, zou hier zeer veel te zeggen
+overblijven betreffende sputum, zweet, verschillende soorten van urine
+en ontlasting, die het echter beter is in stilzwijgen te hullen, opdat
+niet hen, die minder gewoon zijn die dingen te hooren, een walging
+bevange.
+
+Ten slotte vertoonen zich de laatste twee onderdeelen der Geneeskunde,
+de Hygine en de Therapie. Evenals deze, boven de andere in adel
+uitblinkend, al dichter naderen tot het door de Geneeskunde zich
+gestelde doel, zoo betoonde zich de Scheikunde jegens haar milddadiger
+dan jegens de overige en overlaadde haar met nagenoeg al het nuttige,
+al het goede, dat zij heeft, met zulk een oprechte toeneiging, dat zij
+zelfs op die manier zich zelf niet scheen te voldoen en dingen
+beproefde, die haar krachten te boven gingen, waarbij zij met ijdele
+beloften de grenzen zelf der Natuur, om niet te zeggen der wetenschap
+overschreed. Deze dwaling is ontstaan uit de onwetendheid der
+kunstenaars, die ziende de wonderbare kracht van verscheidene van hun
+uitvindingen daardoor z in vuur geraakten, dat zij meenden, dat in
+hun begrensde kunst onbegrensde dingen besloten waren. Laten die dus
+zelf de misgrepen boeten, die zij begingen, en laat daarom niet aan de
+Scheikunde de haar verschuldigde lof ontzegd worden, dien zij door
+zich moeite te geven voor de bescherming der gezondheid en het
+verdrijven van ziekten verdiend heeft. Want wat is het geval? Leert
+men niet door haar kunst den aard, de goede en slechte eigenschappen
+van eet- en drinkwaren, van verschillende soorten water, wijn en bier
+uitstekend kennen? Openbaart zij niet de elementen, samenstelling en
+eigenschappen van warme, zuurhoudende en andere bronnen, beroemd om
+haar geneeskracht, z duidelijk, dat zij ze zelfs namaakt en het
+ontbreken van natuurlijke wateren vergoedt door kunstmatig
+vervaardigde, die bijna geen geringere uitwerking hebben? De
+grondstoffen, krachten, de wijze van werken der geneesmiddelen en, wat
+toch wel in elk dat is, waarin de grootste macht schuilt, ontgaan den
+scherpzinnigste zonder scheikundige analyse. Waartoe zou ik nu melding
+maken van die veelvuldige kwalen der stervelingen, wier behoorlijke
+geneesmethode alleen de Scheikunde aan de hand doet? Waartoe zou ik de
+ontelbare geneesmiddelen van een uitgezochte voortreffelijkheid
+opsommen, welke uitgevonden te hebben zij zich beroemt? Ik zwijg nog
+van haar uiterst weldadige werkzaamheid, waarmee zij de vreeselijke,
+doodelijke kracht van sommige lichamen heeft weten onschadelijk te
+maken met zulk een lofwaardige uitkomst, dat zij van vergiften
+geneesmiddelen zijn geworden, waarvan de volkomen veiligheid de
+uitwerking evenaart. Ik ga voorbij haar bijzondere geschiktheid om de
+krachten der geneesmiddelen te verscherpen om ze te voorschijn te
+brengen, om ze te herleiden tot een beperkten omvang en om ze telkens
+weer onder een aangenamen vorm te doen verschijnen. Want als ik op mij
+nam alles thans een voor een naar verdienste na te gaan, zou de dag
+voor mijn woorden te kort zijn. Ziet, wat de doorluchte BOYLE, wat
+BELLINI, BOHN, STAHL, HOFFMAN en anderen door hun scheikundige werken
+in de Geneeskunde hebben tot stand gebracht. Maar waartoe is het
+noodig een beroep te doen op buitenlanders? Onsterfelijke geschriften
+bevinden zich in uw aller handen, onvergankelijk hebt gij in uw
+geheugen geprent de voortreffelijke daden van den waarlijk grooten
+man, dien wij gelukkig hier tegenwoordig in leven--o moge hij dat
+lang blijven!--en in welstand zien. Slaat deze geschriften telkens
+en telkens weer op en gij zult daarin getuigenissen van het gezegde
+vinden, die boven elke bedenking verheven zijn.
+
+Hierdoor is dus met voldoende zekerheid bewezen, hoe groot de
+diensten, hoe talrijk de algemeen gewaardeerde uitvindingen, hoe
+ontelbaar de weldaden zijn, waarmee de Scheikunde alle mogelijke
+onderdeelen der Geneeskunde op de meest kwistige wijze overlaadt. Het
+is duidelijk geworden, welk een omvangrijke, welk een noodzakelijke
+voorraad proefondervindelijke bewijzen de Wijsbegeerte aan haar
+ontleent. En wel niemand zal verder meer ontkennen, dat _zij_
+allerminst uit het getal der Akademische wetenschappen moet worden
+afgezonderd, die met twee er van door zulk een nauwen band te zamen
+hangt.
+
+Opdat er echter in het geheel geen plaats voor twijfel overblijve,
+moet nog een ander bewijs er aan worden toegevoegd, dat hen zal
+overtuigen, die misschien zullen aanvoeren, dat er verscheidene andere
+hulpwetenschappen bestaan, wier aanzien, ofschoon de meer edele
+wetenschappen haar bijstand behoeven, toch niet zoo groot is, dat zij
+in de lijst van deze worden opgenomen.
+
+Indien iemand voorwaar dit op de scheikunde toepast, laat hij dan
+weten, dat haar dienstbaarheid niet die van een slavin is, maar een
+zoodanige, dat zij denzelfden dienst, welken zij den akademischen
+wetenschappen bewijst, op haar beurt van deze eischt en wederkeerig
+van haar borgt. Want evenals iemand, om het tot een volmaakt physicus
+te brengen, een goed scheikundige moet zijn, zoo behoort hij, die de
+volledige kennis der Scheikunde najaagt, niet minder een goed physicus
+zijn. Hij moet in verstand boven den grooten hoop uitsteken, met fijne
+smaak tot het werk nader treden, een geest hebben doorkneed in de
+schoone kunsten en wetenschappen, die in de Scheikunde iets
+lofwaardigs verlangt tot stand te brengen en een waar beoefenaar van
+haar te heeten.
+
+Want hoe kan het anders? Maakt een beginner, die begeerig is een
+zekere wetenschap te leeren, niet een allerongerijmdsten sprong,
+indien hij zonder nog de algemeene regels ervan te kennen, terstond
+voortschrijdt tot de bijzonderheden? Wijst niet de orde in de natuur
+zelf den weg van het meer eenvoudige naar het meer samengestelde, van
+hetgeen onmiddellijk voor de hand ligt naar hetgeen diep is
+verscholen? Aan wien dan toch zijn de voorschriften van een goede
+methode z weinig bekend, dat hij beproeft zich te verdiepen in een
+onderzoek van afzonderlijke lichamen en hun verborgen krachten,
+bijzondere eigenschappen en eigenaardige uitwerkingen na te sporen,
+voordat hij zich een algemeen denkbeeld heeft verschaft van zijn
+onderwerp? Eerst leere hij, wat een lichaam is, wat wel zijn algemeene
+natuur is, hoeveel het verschilt van den geest. Hij moet laten
+voorafgaan een onderzoek naar de algemeene krachten en eigenschappen
+en eerst de oppervlakte beschouwen, voordat hij in de ingewanden
+doordringt. Hij moet de kunst verstaan, met die nauwkeurigheid,
+waarmee dat behoort, proeven te nemen. Ten slotte zij hij ook niet
+onbekend met de wetten, die leeren uit gegevens volgens een juiste
+redeneering de goede gevolgtrekkingen te maken en leerstellingen af te
+leiden, en eerst van deze toerusting voorzien gorde hij zich aan tot
+den scheikundigen arbeid, waarvan hij vruchten zal plukken, die hem
+nimmer zullen berouwen.
+
+Zij echter, die zich in deze zaak anders gedragen, waarlijk zij doen
+vergeefsche moeite. Want als blindemannen[9] voortgaande, stooten zij
+overal tegen aan en, daar zij van het zuivere licht van het begrijpen
+verstoken zijn, bazelen zij des te erger hoe dieper zij in de
+binnenste heiligdommen der Scheikunde doordringen en eindelijk, een
+wolk in plaats van Juno[10] omhelsd hebbend, zien zij tot hun smart te
+laat, dat het eind van al hun moeiten bekroond wordt met dwalingen,
+onwetendheid, en armoede. Zij zijn het, die gemaakt hebben, dat de
+Scheikunde eens, zoolang zij door hun ongewasschen handen werd
+behandeld, ontsierd door de vuilste vlekken van dwalingen en
+fabeltjes, z in het slijk geraakte, dat zij den geleerden gehaat en
+verdacht was. Zij zijn het, van wie vervolgens de beschaafde wereld
+tegelijk met de edelste wetenschap dien afschuwelijken vloek van
+geheel valsche meeningen ontving, die zich vandaar over ongeveer elk
+soort van wetenschap uitbreidde met een bijna niet te keeren
+besmetting. Hier werd dat bekende gezegde bewaarheid: Van de beste
+dingen is het misbruik het ergst.
+
+ [Voetnoot 9: "more andabatarum". Andabatae, gladiatoren die streden
+ in een helm zonder kijkgaten. (Vertaler.)]
+
+ [Voetnoot 10: Dit wordt van Ixion verteld, die Juno met zijn liefde
+ vervolgde en tot zijn straf in de onderwereld op een altijd draaiend
+ rad werd gebonden. (Vertaler.)]
+
+Dat is echter niet de schuld van de wetenschap maar van haar
+beoefenaars. Immers zoodra het geviel, dat deze zoo waren, als de
+verhevenheid der wetenschap voor zich eischt, mannen, wiskundig
+onderlegd, die zonder zich te storen aan het gezag van meesters, de
+natuur als leidsvrouw volgend, liever de zaken zelf, zooals zij in
+haar wezen zijn, wilden beschouwen en daarover oordeelen dan
+verkeerdelijk gelooven, heeft niet alleen de Scheikunde, na ras al dat
+vuil te hebben afgewischt en een ander voorkomen te hebben gekregen,
+zoowel de dwalingen, waarvan zij zelf krioelde, als die, welke uit
+haar in andere wetenschappen waren geslopen, uit den weg geruimd, maar
+ook de plaats daarvan weer aangevuld met de prachtigste uitvindingen
+en de meest onbetwistbare waarheden.
+
+Edoch, ik houd op langer te vertoeven bij de uiteenzetting van de
+vereischten voor den waren scheikundige, opdat ik niet, maar al te
+goed inziend, dat de meeste daarvan mij zelf juist ontbreken, ook nog
+dat weinigje moed geheel en al verlies, dat mij nog blijft en waardoor
+ik nog op eenig succes in dit mijn ambt had gehoopt, en lafhartig
+vlucht uit het strijdperk zonder zelfs mijn krachten te beproeven.
+
+Uit hetgeen gezegd is, wordt het echter meer dan voldoende duidelijk,
+dat de Scheikunde, de bevatting van het gemeen te boven gaand,
+beoefenaars vereischt vooraf voorzien van een uitrusting bestaande uit
+Akademische wetenschappen, en niet langer meer verontrusten haar die
+dingen, die men haar nog zooeven scheen te kunnen verwijten.
+
+En daarom, als ik mij niet door een ijdele hoop op de uitkomst heb
+laten misleiden, heb ik grond te vermoeden, dat ik geloof heb gevonden
+voor hetgeen ik mij voornam te bewijzen. Want met zekerheid is
+voorgesteld geworden, dat de scheikundige wetenschap uitblinkend door
+de schitterende diensten, die zij zoowel aan de verzorging van de ziel
+als aan die van het lichaam bewijst, van het grootste nut en de
+hoogste noodzakelijkheid voor Wijsbegeerte en Geneeskunde, daarmee
+door een onverbreekbaren band samenhangt, sterk in tweerlei opzicht
+namelijk, dat deze zich van haar hulp bedienen, en omgekeerd. Wat
+belet mij ten slotte te besluiten, _dat de Scheikunde, een edele
+wetenschap, met recht een plaats verdient onder de Akademische
+wetenschappen?_
+
+Aan u derhalve, zeer doorluchte curatoren der Bataafsche Akademie te
+zamen met uw zeer edele collega's, de zeer aanzienlijke burgemeesters
+van deze stad, aan u, zeg ik, is de zeer wijze maatregel te danken,
+dat gij aan deze zeer beroemde Akademie, die gij met zooveel
+waardigheid en met een gansch ongewone waakzaamheid bestuurt, ook voor
+deze wetenschap een leerstoel, door een ruime toelage gesteund, hebt
+ingesteld en eene werkplaats zeer geschikt om haar te beoefenen, en,
+dat gij niet gewild hebt, dat deze leeg stond, nadat na het meest
+eervolle ontslag te hebben verkregen, waarom hij had gevraagd, daar
+uit was getreden de man, die wegens de verbinding van een
+verbijsterende geleerdheid met een meer dan Herkulische werkkracht
+zeker zulk een hoogte in de wetenschap heeft bereikt, dat hij terecht
+door allen wordt geprezen als de ware hernieuwer der Scheikunde.
+
+Wat echter het feit betreft, dat het u behaagd heeft mij, zonder dat
+ik er naar dong of het verdiende, toe te voegen aan dien
+onvergelijkelijken man, een pigmee aan een Atlas, voorwaar zoo
+dikwijls ik dat aandachtig overweeg, sta ik in stomme verbazing over
+het kolossale gewicht, dat uw goedertierenheid meer in de schaal heeft
+moeten leggen dan mijn verdiensten, en ik erken het nederig en
+eerbiedig. Want dat gij u allergenadigst hebt verwaardigd een vreemden
+jongeling, die nog door geen enkel bewijs van talent was bekend
+geworden, met zulk een eer te begiftigen, waaraan zal ik dit wel meer
+moeten toeschrijven dan aan uw oneindige welwillendheid en ongehoorde
+gunst?
+
+Voorwaar ik zou vermetel kunnen schijnen, omdat ik zonder rekening te
+houden met mijn eigen kleinheid deze taak heb aanvaard, bij het
+volbrengen waarvan mij zelfs niet de hoop op een middelmatig applaus
+toeschittert na zulk een voorganger. Maar toch _hij_ moet wel geheel
+van eerzucht zijn ontbloot en al te versaagd zijn van geest, die aan
+den eenen kant door de eer, aan den anderen door een zeer mild
+honorarium aangespoord, onbeweeglijk blijft zonder zich te bekommeren
+om den groei van zijn fortuin. Ik zeer zeker, hoe volkomen ik ook mijn
+geringe krachten erkende, was toch niet ongevoelig voor het steken van
+die prikkels. Bovendien strekte mij tot een nieuwen spoorslag uw
+bijzonder gunstige meening, die gij omtrent mij en mijn studin hebt
+opgevat. Moed gaf mij tenslotte uw gewone inborst eigen aan een
+edelaardigen geest, waardoor gij niets verder van een jongeling
+verlangt, dan de jeugdige krachten reiken. Door deze omstandigheden er
+toe gebracht heb ik mijn ambt aangenomen: op deze vertrouwend aanvaard
+ik het nu plechtig.
+
+De eeuwigdurende herinnering aan uw mildheid jegens mij zal, in mijn
+geest gegrift, maken, dat ik alles in het werk zal stellen, opdat ik
+die niet algeheel onwaardig schijne. Door vlijt zal ik mijn krachten
+goedmaken, mijn talent door gestadige toewijding, door onvermoeiden
+arbeid mijn jeugd, met mijn geest ten slotte zal ik mijn lichaam
+schragen en alle kracht, die in beide is, zal ik geheel eenig en
+alleen aan het bevorderen der belangen van de Akademie wijden.
+
+Zoo zal het, hoop ik, geschieden, dat het noch u berouwt mij dien
+weldaad te hebben bewezen, noch ik mij schaam haar te hebben
+aangenomen. Moge daarbij God helpen, de onuitputtelijke bron van al
+het goede. Van Hem bid ik ook u, zeer doorluchte leidslieden der
+Akademie, een bestendigen overvloed aan alle mogelijke heil en
+onbevlekt geluk van ganscher harte toe.
+
+Tot u wend ik mij, zeer beroemde hoogleeraren, u spreek ik toe,
+schitterende lichten dezer Akademie! Gij verbaast u toch zonder
+twijfel, dat een jongeling, den meesten van u onbekend, die voorts van
+sommigen ternauwernood zes jaar geleden de leerling was, zulk een trap
+van driestheid heeft bereikt, dat hij dezen zetel bestijgt, die aan uw
+zeer geleerde stemmen is gewijd, aan uw orakelspreuken. Maar wilt niet
+voor driestheid houden, wat slechts een geoorloofde wedijver is, welke
+den studiebelangen ten goede zal komen. Niemand leert kennen, wat hij
+vermag, indien hij niet de proef neemt. Gij zult derhalve deze
+onderneming van mij goedkeuren, die mij de kennis van mijzelf zal
+verschaffen, en die waarlijk niet haar oorsprong heeft in
+hooghartigheid, waar ik terecht zeer ver van verwijderd ben, maar in
+de in mijn hart verborgen vlam van betamelijke roemzucht. Het is mij
+een genot tegenover de voorbeelden van groote mannen geplaatst te
+worden. U derhalve zal ik, zooals gij voor mij uitgaat, van achteren
+aanschouwen, en, terwijl het mij nooit zal gegeven worden u in te
+halen, zal ik u tenminste met een tusschenruimte volgen. Daardoor
+juist zal ik zonder uw weg te versperren toch zekere voetsporen
+vinden, die mijn schreden zullen leiden en zullen beletten af te
+dwalen. Intusschen zal die weldaad zulk een invloed op mij behouden,
+dat ik u alle mogelijke eer bewijzend en hoogachting betoonend, waarop
+de verdiensten, die gij hebt, u recht geven, met eerbied tegen u zal
+blijven opzien.
+
+Aan u vooral, die de heiligdommen der Wijsbegeerte en der Geneeskunde
+onder zulk een algemeene toejuiching ontsluit, zeer beroemde mannen,
+dat ik aan u, zoowel aan allen als aan ieder afzonderlijk, daar gij
+mij zoowel door uw openbaar als door uw particulier onderricht hebt
+gevormd, met bijzonderen eerbied mij geheel voor altijd wijd, zooals
+de dankbaarheid den leermeesters verschuldigd dat vereischt, daarvoor
+zal de voortdurende herinnering aan het ontvangene zorgen.
+
+Zoo komt het ook, dat ik u, zeer vernuftige en scherpzinnige 's
+GRAVESANDE, hier nu openlijk den u toekomenden dank breng, omdat gij
+het niet beneden u hebt geacht mij ook particulier in de vaste regels
+uwer wiskundige Wijsbegeerte in te wijden.
+
+Ook gij, handigste der anatomen, zeer scherpzinnige ALBINUS, die mij
+met gelijke moeite de absoluut noodzakelijke kennis van den bouw van
+het menschelijk lichaam met de grootste bekwaamheid door ooren en
+oogen hebt bijgebracht, steeds zult gij bevinden, dat mijn hart u in
+de hoogste mate erkentelijk is.
+
+U echter, zeer beroemde BOERHAAVE, als ik u hier niet in de eerste
+plaats afzonderlijk toespreek, zal men mij terecht voor den
+ondankbaarsten der stervelingen houden. Indien ik namelijk eenig
+talent bezit, eenige bedrevenheid in de Geneeskunde, eenige oefening
+in de Scheikunde, dan ben ik dat alles u alleen verschuldigd. Drie
+andere Akademies had ik als nieuweling bezocht, voordat ik door een
+gelukkige lotsbestiering hier aangekomen, aan uw lippen heb gehangen.
+Ik was voornemens alleen de praktijk bij u te leeren en mijn
+Akademische studin te besluiten. Maar nauwelijks had ik nog met den
+rand mijner lippen de nectar van uw kristalhelder onderricht geproefd,
+of de buitengewoon lieflijke smaak daarvan heeft mij dra zoozeer
+verleid, dat ik voldoende werk had om alwat hetzij in openbare hetzij
+in besloten voorlezingen als honig uit uw mond te voorschijn vloeide,
+op welk deel der Geneeskunde het ook betrekking had, met de grootste
+graagte in te drinken. Tot mijn smart zag ik namelijk dat ik wegens de
+kortheid van den mij nog overgebleven tijd eerder zou gespeend worden,
+dan ik verzadigd van u heen zou gaan! Hetzij gij derhalve een schoonen
+lentedag besteeddet aan het verklaren der lieflijke rijkdommen van den
+Hortus op een bewonderenswaardig aantrekkelijke wijze, om zoo door de
+aangename studie der Botanie uw leerlingen des te meer lust in te
+boezemen om zich moeilijker arbeid te getroosten, hetzij gij in het
+zweet uws aanschijns tusschen de fornuizen tot de meest afgelegen
+schuilhoeken der Scheikunde den weg weest, die door den zekeren
+leiddraad van uw zoo eenvoudige methode even veilig als gemakkelijk
+was; hetzij gij de grondslagen der theorie der Geneeskunde volgens den
+wiskundigen regel vaststeldet om weldra de onomstootelijke dogma's der
+praktijk, de meest vruchtbare geneesmethode daarop te bouwen, u volgde
+ik overal en meende, dat vooral dat deel van den dag het best door mij
+was besteed, dat ik aan u had gewijd. Het is derhalve geheel uw
+verdienste, indien ik met dien ijver van mij iets heb tot stand
+gebracht. Gij moogt op alle vruchten daarvan met volle recht aanspraak
+maken en, daar ik dit dankbaar erken, zou dit alleen mij reeds op
+duizenderlei wijze voor eeuwig aan u hebben kunnen verplichten.
+
+Maar gij, o groote man, van wien de bijzondere minzaamheid de
+onmetelijke geleerdheid evenaart, hebt op dien weldaad nog een anderen
+grooteren laten volgen, daar gij ook in dien tijd, dat ik, na mijn
+Akademischen loopbaan volbracht te hebben, hetzij naar het buitenland
+was vertrokken om vreemde landen te bezoeken, hetzij tot het
+uitoefenen der praktijk in andere steden hier in de Nederlanden
+vertoefde, het niet beneden uw waardigheid hebt geacht, zoo dikwijls
+als ik zoo vermetel was hetzij per brief hetzij persoonlijk in een
+onderhoud uw hulp in te roepen, steeds met een verbazende
+goedgunstigheid u ter mijner beschikking te stellen en mij de
+heilzaamste raadgevingen te schenken.
+
+Ja zelfs daar bleef uw overgroote welwillendheid jegens mij niet
+staan. Want aan u ben ik ook de belooning van mijn moeite
+verschuldigd, die thans mijn deel wordt. Gij hebt bewerkt, doordat gij
+zulk een welwillend oordeel tegenover de leidslieden over mij hebt
+geveld, dat ik tot dit ambt ben geroepen, die eervolle onderscheiding
+heb genoten. Daar ik dus te veel verplichting jegens u heb, dan dat
+ooit eenige tijd het mij mogelijk zal maken mij er van te kwijten,
+aanvaard daarom de erkenning daarvan, getuigend van de diepste
+dankbaarheid, en de onvergankelijke herinnering daaraan, die ik hier
+nu openlijk als in een gedenktafel gegrift ophang, in plaats van elk
+dankoffer, en wees ervan overtuigd, dat ik met al mijn krachten mij
+hiertoe zal inspannen, dat ik u toone hoever ik de beschuldiging van
+ondankbaarheid van mij kan werpen. Meer hieraan toe te voegen verbiedt
+mij uw bescheidenheid en mijn schaamtegevoel.
+
+Voordat ik echter u verlaat, noopt mij de mij bekende zwakheid mijner
+krachten en de moeilijkheid van het werk, dat ik op mij neem, dat ik u
+dringend bezweer, dat gij met dezelfde gunst, waarmee gij mij tot dit
+werk hebt geroepen, mij wilt steunen, nu ik op het punt sta het te
+aanvaarden en, zoo dikwijls als ik er u om bid, met uw wijze
+raadgevingen mij ter zijde staan. U en welk een man, volg ik op. Als
+gij met uw groote ervaring omtrent den weg, dien gij zoo vele malen
+hebt afgelegd, mij niet voorgaat, laat ik allen moed zinken. Vat mij,
+jongen man, dus bij de hand, hoewel ik u niet met gelijke schreden zal
+kunnen volgen en wil maken, dat, terwijl het krankzinnig zou zijn te
+trachten die hoogte te bereiken, waartoe u uw geweldige ijver gepaard
+aan een goddelijk talent in de wetenschap heeft gebracht, ik tenminste
+die lof mij verwerf, dat ik uw voetstappen blijf drukken, wel is waar
+kruipend vorderend maar toch niet geheel roemloos.
+
+U, tenslotte, voortreffelijke jongelieden, u, die u met hart en ziel
+aan de Wijsbegeerte en Geneeskunde wijdt, spreek ik toe. Immers de
+Scheikunde stelt zich geheel en al in dienst van uw belangen, met uw
+studin is zij ten nauwste saamgekoppeld en onafscheidelijk verbonden.
+Indien gij dus soms in liefde voor haar ontstoken, het betreurd hebt,
+dat zij eenigen tijd gezwegen heeft, weest dan nu weder goedsmoeds.
+Wederom is de werkplaats geopend, de fornuizen zullen branden: komt,
+en werkt daarbij met mij samen in het zweet uws aanschijns. Door
+bovenmenschelijken arbeid, door onvermoeide werkzaamheid, onder
+duizend gevaren heeft BOERHAAVE, de opperste der scheikundigen, den
+vroeger zoo moeilijken weg begaanbaar gemaakt en diezelfde beproefde
+methode, waarvan hij zichzelf bediend heeft, geeft hij naar zijn beste
+weten ons in handen. Laten wij dus daaraan vasthoudend hem als
+leidsman volgen om zoo in veiligheid en met succes in de heiligdommen
+der wetenschap binnen te dringen. Aan u bied ik mijzelf als begeleider
+aan en, indien gij dat wilt, als raadgever. Indien ik over eenige
+krachten, dienstvaardigheid of verstand kan beschikken, gebruikt die
+dan, zooals gij verkiest. Aan u wijd ik dit alles toe. Want uw studin
+te bevorderen, dat is vooral het toppunt mijner wenschen, dat is het
+eenige doel mijner moeiten.
+
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+[Errata:
+
+... verscheidene van hun uitvindingen ...
+ _origineel: "uitvingen"_ ]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+
+
+_Illustrissimis et Nobilissimis Viris_
+ACADEMIAE LUGDUNA-BATAVAE CURATORIBUS,
+
+ Aan de zeer doorluchte en edele mannen,
+ curatoren der Leidsche Akademie,
+
+JOHANNI HENRICO, COMITI DE WASSENAER, Domino de Opdam,
+Hensbroek, Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem, et lage etc. etc.
+
+Equiti ordinis Johannitici, in equestrem nobilium Hollandiae
+ordinem adlecto, ad supremum foederati belgii senatum delegato
+etc. etc.
+
+ JOHANNES HENDRIK, GRAAF VAN WASSENAER, heer van Opdam, Hensbroek,
+ Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem en Lage, enz. enz. ridder van de
+ Johanniterorde, lid van de ridderschap der edelen van Holland,
+ afgevaardigde ter Staten-generaal enz. enz.,
+
+JOHANNI TRIP, J.U.D. Toparchae in Berkenrode, civitatis
+Amstelaedamensis senatori, cum maxime consulum praesidi,
+Societatis Indiae Orientalis moderatori, etc. etc.
+
+ JOHANNES TRIP, doctor in de beide rechten, drost in Berkenrode, lid
+ van den raad van de stad Amsterdam, op dit oogenblik voorzitter der
+ burgemeesters, bewindhebber der O.-I. Compagnie, enz. enz.,
+
+ARENTIO BRUNONIS, VAN DER DUSSEN, J.U.D. Reipublicae Delphensis
+senatori et consulari, delegatis praepotentium ordinum Hollandiae
+adscripto, etc. etc.
+
+ AREND BRUNO'SZOON VAN DER DUSSEN, doctor in de beide rechten, lid
+ van den raad der stad Delft en oud-burgemeester, afgevaardigde ter
+ hoogmogende Staten van Holland, enz. enz.,
+
+EORUMQUE COLLEGIS
+_Amplissimis, Gravissimisque Viris_
+_Civitatis Lugdunensis Consulibus_.
+
+ en aan hun ambtgenooten, de zeer aanzienlijke en waardige mannen,
+ burgemeesters der stad Leiden,
+
+ABRAHAMO HOOGENHOUCK, J.U.D. Consulum praesidi.
+
+DANIELI VAN ALPHEN, J.U.D.
+
+HENRICO VAN WILLIGEN, J.U.D.
+
+GERHARDO EMILIO VAN HOOGEVEEN J.U.D.
+
+ ABRAHAM HOOGENHOUCK, doctor in de beide rechten, voorzitter der
+ burgemeesters,
+
+ DANIL VAN ALPHEN, doctor in de beide rechten,
+
+ HENDRIK VAN WILLIGEN, doctor in de beide rechten,
+
+ GERHARD EMILE VAN HOOGEVEEN, doctor in de beide rechten,
+
+Nec Non Viro Spectatissimo
+
+DAVIDI VAN ROYEN, J.U.D. Urbis Leidensis Graphiario, Illustriss:
+Curatoribus et Ampliss. Consulibus a Secretis.
+
+ Ook aan den zeer voortreffelijken heer DAVID VAN ROYEN, doctor in de
+ beide rechten, secretaris der stad Leiden, geheimschrijver der zeer
+ doorluchte curatoren en zeer aanzienlijke burgemeesters,
+
+L.M.Q.D.
+Hanc Orationem
+Virtuti et Gloriae Eorum
+Devotissimus
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+ draagt gaarne en naar verdienste
+ deze redevoering op
+ de aan hun voortreffelijke en roemrijke personen
+ zeer verknochte dienaar
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.
+
+
+Hieronymi Davidis Gaubii
+ORATIO INAUGURALIS
+
+ INAUGUREELE REDE
+ van
+ HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,
+
+Qua Ostenditur
+CHEMIAM ARTIBUS ACADEMICIS JURE ESSE INSERENDAM
+
+ Waarin Wordt Aangetoond,
+ dat de Scheikunde met recht een plaats verdient
+ onder de Akademische Wetenschappen,
+
+
+Si quae unquam, in scena vitae meae, magna mihi et peregrina obvenit
+mearum rerum vicissitudo, ea sane est, quam hic nunc subeo. Locus
+insolitus; inusitata hominum frequentia, horumque omnium conversa in
+me ora atque oculi; munus inconsuetum; nova prorsus sunt omnia: omnia
+alienam subito adepta faciem, pari et stupore et solicitudine percellunt
+animum.
+
+ Indien mij ooit op het schouwtooneel mijns levens een groote en
+ vreemde lotswisseling overkwam, dan is het wel deze, die ik hier thans
+ beleef. De plaats is ongewoon; de toevloed der menschen grooter dan
+ gebruikelijk is en van die allen zijn gelaat en oogen op mij gericht;
+ de taak is mij vreemd; alles is geheel en al nieuw: alles heeft
+ plotseling een vreemd voorkomen aangenomen en verontrust mijn gemoed
+ door een even groote verbijstering als bezorgdheid.
+
+Scilicet in Academica panegyri perorare jubeor Chemicus, et quidem, dum
+officii ita poscit ratio, de Chemia. An vero majus uspiam, quam quod
+Mercurium inter et Vulcanum est, datur discrimen? An Artium ulla ab
+Oratoriae elegantiis abest longius, quam Chemia? Chemia, inquam! quae
+aspera, laboriosa, styli incuria politioris, Eloquentiae lenociniis nec
+studens, nec accommoda, tota in opere versatur, et cultores suos non per
+verba, sed per ignem sapere, per experimenta Philosophari docet.
+
+ Immers in een Akademische feestvergadering noodigt men mij, een
+ scheikundige, uit een redevoering te houden, en wel aangezien de aard
+ van mijn ambt dat zoo vereischt, over de Scheikunde. Of wordt wel
+ ergens grooter onderscheid gevonden dan, dat tusschen MERCURIUS[1] en
+ VULCANUS bestaat? Of is er wel een der wetenschappen, die verder staat
+ van de bevalligheden der welsprekendheid dan de Scheikunde? de
+ Scheikunde, zeg ik, die, ruw en altijd bezig, zich niet bekommerend om
+ een meer gepolijsten stijl, zich evenmin toeleggend op de lokmiddelen
+ der welsprekendheid als er voor geschikt, geheel opgaat in haar werk
+ en haar beoefenaars niet door woorden maar door het vuur de wijsheid,
+ door proeven wijsgeerig redeneeren leert.
+
+ [Voetnoot 1: God der welsprekendheid. (Vertaler.)]
+
+Invisite animo saltem, si libet, officinam Chemicam! Ecquid putatis ibi
+inventuros? An numerosam librorum congeriem, et suis pulchre ordinata
+forulis sexcenta Autorum volumina? An priscae monumenta Eloquentiae,
+Rhetoribus tam exoptata; aut suggestum Tulliana voce resonantem?
+
+ Bezoekt met den geest althans, als het u belieft, een scheikundige
+ werkplaats! Wat meent gij wel daar te zullen vinden? Soms een
+ opeenhooping van talrijke boeken en ontelbaar veel deelen van
+ schrijvers netjes geordend alle in hun kasten? Soms de gedenkteekenen
+ der oude welsprekendheid zoo gewenscht voor de redenaars, of een
+ spreekgestoelte weergalmend van de stem eens TULLIUS[2]?
+
+ [Voetnoot 2: M. Tullius Cicero. (Vertaler.)]
+
+ Nihil profecto horum: alia omnino est, quae hic occurrit,
+supellex; alius plane apparatus: variae nimirum furnorum alia atque alia
+ratione constructorum, series, sustentando cuilibet ignis gradui
+appropriatae; erecta tecto tenus loculamenta, quam plurimis artis
+operibus, ad praeparanda nova mox rursum inservituris, adimpleta;
+innumerae vasorum, materie et figura discrepantium, species; carbonum
+cespitumque acervus nunquam defecturus; praesto ad usum cola, cribra,
+spathulae, folles, forcipes, et si quae alia vel alendo igni, vel
+regendo requiruntur.
+
+ Niets voorwaar van die dingen: De inrichting, die hier zich
+ voordoet, is geheel anders: volkomen anders zijn de hulpmiddelen:
+ verschillende rijen namelijk van fornuizen, die telkens weer op andere
+ wijze zijn saamgesteld, welke rijen geschikt zijn om iedere sterkte
+ van het vuur uit te houden; kastjes tot aan de zoldering opgebouwd,
+ geheel gevuld met zooveel mogelijk voorwerpen door de wetenschap
+ vervaardigd, die weldra weer moeten dienen om nieuwe in gereedheid
+ te brengen; tallooze soorten van vaatwerk, dat in stof en gedaante
+ verschilt; een hoop kolen en zoden, die nooit mag op raken; bij de
+ hand zijn voor het gebruik verschillende soorten van zeven, spatels,
+ blaasbalgen, tangen en al het andere, dat vereischt wordt om het vuur
+ f te onderhouden f te regelen.
+
+ Haec inter artificem videbitis, non otiose ad pulpita desidentem;
+sed atras carbone manus, taciturna attentione, admoventem operi: fumo,
+cineribus, fuligine obsitum, jam igne intensissimo durissima liquare
+metalla; jam vivis urere flammis vegetabile; hinc cautissime opposita
+committere corpora, flammivomos mox in conflictus ruitira;
+
+ Te midden daarvan zult gij den meester niet werkeloos bij zijn
+ katheder zien neerzitten, maar hoe hij zijn handen zwart van kool in
+ zwijgende aandacht aan het werk slaat, hoe hij gehuld in rook, bedekt
+ met asch en roet nu eens met het felste vuur de hardste metalen
+ vloeibaar maakt, dan weer een stof uit het plantenrijk met levende
+ vlammen doet branden; hoe hij aan den eenen kant met de grootste
+ voorzichtigheid tegengestelde lichamen bij elkaar brengt, die zich
+ dra in een vlammenbrakenden strijd zullen storten;
+
+ illinc, calore moderato, rerum virtutes, exacto ad numerum
+stillicidio, elicere; electas alibi, tepore naturali, unire arctius et
+digerere; verbo: totum inter furnos defixum, excitando, applicando,
+moderando igne occupatissimum, hujus in corpora efficaciam modis omnibus
+explorare. Hoc opus est, hic labor ejus unicus.
+
+ aan den anderen kant door een matige warmte de vermogens der
+ stoffen te voorschijn roept door het druppelen van water naar een
+ bepaald getal te regelen; en bij een andere gelegenheid die vermogens
+ na ze te voorschijn te hebben geroepen door een natuurlijke lauwe
+ temperatuur nauwer bindt en afdeelt; in n woord: hoe hij geheel
+ tusschen zijn fornuizen levend, zich slechts bezighoudend met het
+ aanwakkeren, toepassen en regelen van het vuur, de werking daarvan
+ op lichamen op alle mogelijke wijzen nagaat. Dit is zijn werk,
+ hiervoor spant hij zich alleen in.
+
+Vane heic quaesiverit quispiam limatas Augustaei Seculi locutiones:
+vanus amoena Rhetorices illectamenta. Non aures hic demulcentur, sed
+oculi: nec verbis conciliatur adsensus; sed rerum testimoniis
+extorquetur.
+
+ Hier zou iemand tevergeefs zoeken naar de gladgevijlde spreekwijzen
+ van de eeuw van AUGUSTUS; tevergeefs naar de bekoorlijke aanlokselen
+ der redekunst. Niet de ooren worden hier gestreeld maar de oogen: en
+ niet door woorden wordt instemming gewonnen, maar door de
+ getuigenissen van feiten ontwrongen.
+
+Quid ergo animi putatis esse Chemico? Ubi a sordida Vulcani officina in
+spectatissimum protractus locum, a furnis evocatus in suggestum, solis
+sacratum politissimis sermonibus, Oratoris sustinere cogitur provinciam?
+Quid materiei creditis suppetere? Dum coram Principibus in republica
+Viris, in consessu sapientissimorum Professorum, in conspectu denique
+hominum in omni scientiarum genere perfectissimorum, de Arte, plerisque
+horum ignota, disserendi incumbit necessitas? Sane si aqua haeserit
+trepido, facilem merebitur veniam.
+
+ Hoe denkt gij dan, dat een scheikundige te moede is, wanneer hij uit
+ de vuile werkplaats van VULCANUS in het daglicht getrokken naar een
+ plaats, op welke aller blikken zijn gevestigd, van zijn fornuizen
+ weggeroepen naar het spreekgestoelte, dat slechts gewijd is aan de
+ meest gepolijste redevoeringen, zich gedwongen ziet het werk van een
+ redenaar op zich te nemen! Welke stof gelooft gij, dat hem ten dienste
+ staat, terwijl de noodzakelijkheid op hem rust te spreken in
+ tegenwoordigheid van de eerste mannen in den staat, in de vergadering
+ van zeer wijze hoogleeraren, ten slotte onder de oogen van menschen,
+ die ten zeerste uitmunten in elke soort van wetenschap, over een
+ wetenschap, die den meesten van hen onbekend is. Inderdaad als hij in
+ zijn schroomvalligheid blijft steken, zal hij licht verdienen, dat men
+ hem vergeeft.
+
+Haec vero me sors, hoc meos hodie humeros premit onus: nec, quibus
+fulciar, ulla domi praesidia mihi nascuntur. Quin probe nota virium
+mearum tenuitas, et naturalis mihi, utut agendis rebus publicis inepta
+prorsus, verecundia id etiam animi dejicit, quod audax omnia aggredi
+juventus forte addidisset.
+
+ Waarlijk dit lot drukt mij, deze last drukt heden op mijn schouders:
+ en uit mij zelf doen zich voor mij geen hulpmiddelen op, om op te
+ steunen. Ja zelfs doen de geringheid mijner krachten, die ik mij zeer
+ goed bewust ben, en de mij ingeschapen bedeesdheid, geheel ongeschikt
+ om iets in het openbaar, hoe dan ook, te verrichten, zelfs dien moed
+ mij ontzinken, dien mij de jeugd, stoutmoedig om zich aan alles te
+ wagen, misschien zou geven.
+
+Undequaque igitur circumspicienti, unica demum superest, quae locum
+refugii praebet, singularis Vestra, A.O.O. benevolentia, toties experta
+iis, quos hoc e suggestu dicendi arduum pressit munus. Facit haec, Vos
+ea esse judicii lenitate, suo ut quemque modulo metiti, majora viribus
+nequaquam exigatis: quod quidem aliis dum generose adeo exhibuistis,
+quidni a Vobis et mihi pollicear ego, pro quo tot intercedunt majoris
+etiam momenti rationes? Justa certe petitio repulsam ab aequo tulit
+nemine.
+
+ Wanneer ik dus overal rondzie, blijft er slechts n ding over,
+ waartoe ik mijn toevlucht kan nemen. Uw buitengemeene welwillendheid,
+ hooggeschatte hoorders, die reeds zoo dikwijls zij ondervonden hebben,
+ die de moeilijke taak drukte van uit dit spreekgestoelte het woord te
+ voeren. Deze maakt, dat gij zoo zacht van oordeel zijt, dat gij ieder
+ naar zijn eigen maatstaf metend geenszins dingen eischt, die iemands
+ krachten te boven gaan: daar gij nu anderen dit zoo edelmoedig hebt
+ getoond, waarom zou ik dit dan van uw kant ook mij zelf niet in het
+ vooruitzicht stellen, voor wien zooveel redenen van nog grooter
+ gewicht pleiten? Zeker is een rechtvaardig verzoek door geen billijk
+ persoon ooit van de hand gewezen.
+
+Quo fretus ipsi me accingo operi, cui Thema erit ex eo, quod auspicor,
+officio desumptum, et Vestra non indignum celebritate. Conabor nimirum
+ostendere, _Chemiam Artibus Academicis jure esse inserendam_. Quod dum
+ago, faciles in audiendo pariter et judicando Vos praebeatis mihi, enixe
+obsecro: uterque enim seu felix fuerit, seu sinister Orationis meae
+eventus, Vestrum me semper ad favorem allegabit, huic ut vel referam
+gratias, vel veniam impetraturus, supplicem.
+
+ Hierop vertrouwend gord ik mij aan tot het werk zelf, waarvan het
+ onderwerp zal ontleend zijn aan dat ambt, dat ik plechtig aanvaard, en
+ uw geachte verzameling niet onwaardig. Ik zal namelijk trachten aan te
+ toonen, _dat de Scheikunde met recht een plaats verdient onder de
+ Akademische wetenschappen_. En terwijl ik dat doe, bezweer ik u met
+ aandrang, dat gij u in het luisteren even als in het beoordeelen
+ welwillend tegen mij toont. Want de afloop mijner redevoering zij
+ gunstig of ongunstig, in beide gevallen zal ik steeds tot uw
+ goedgunstigheid verwezen worden, om die f dank te zeggen f om
+ toegeeflijkheid te smeeken.
+
+Academiae ea, qua hodie constitutas lege videmus, loci sunt publici,
+docendis discendisque scientiis et artibus nobilioribus dicati, iisque
+hinc conditionibus et mediis instructi, quibus propositus iste finis
+potest obtineri. Non ergo arti aut scientiae cuilibet sua in his schola
+conceditur; sed ultra vulgi captum elevata, _Nobilitatis_ quodam emineat
+splendore necesse est, in Academiis quae pedem figere voluerit
+disciplina.
+
+ De Akademies zijn volgens de wet, waardoor wij ze heden geregeld zien,
+ openbare plaatsen bestemd om de meer edele wetenschappen en kunsten te
+ onderwijzen en te leeren, en dien ten gevolge voorzien van die
+ voorwaarden en middelen, waardoor dit voorgenomen doel kan worden
+ bereikt. Derhalve wordt bij deze maar niet aan iedere kunst of
+ wetenschap een leerstoel toegestaan, maar het is noodig, dat de
+ wetenschap, die aan de Akademie vasten voet wil vatten, boven de
+ bevatting van het gemeene volk zich verheffend, uitblinke door een
+ zekeren glans van adeldom.
+
+Quodsi igitur vera hujusce _Nobilitatis_ insignia, palam exposita, Arti
+Spagyricae competere certis adstruxero documentis, nonne propositi hodie
+mei constabit ratio et veritas?
+
+ Bijaldien ik dus met zekere bewijzen zal aantoonen, dat de ware
+ kenteekenen van dien adeldom, nadat ik ze openlijk heb uiteengezet, de
+ Spagyrische wetenschap[3] toekomen, zal dan niet de goede grond en de
+ waarheid van hetgeen ik mij heden heb voorgesteld te bewijzen, vast
+ staan?
+
+ [Voetnoot 3: Als afleiding wordt opgegeven: +span+ = (uit elkaar)
+ trekken en +ageirein+ = vereenigen, verzamelen. De wetenschap, die
+ scheidt en vereenigt, zou dus bedoeld worden. (Vertaler.)]
+
+Virtus sola atque unica, si Potae habenda fides, _Nobilitate_ impertit
+hominem: nec unius haec diei dos est; nec vera, quoties praeterquam ex
+natalibus, aliunde probari nequit. Idem vero et eadem ratione obtinet
+in disciplinis, modo, quod ibi datum virtuti est, heic detur usui.
+
+ De deugd eenig en alleen, als wij den Dichter[4] moeten geloof
+ schenken, verleent den mensch adeldom. Maar deze is niet de gave van
+ n dag, noch is die de ware, zoo dikwijls als hij uit niets anders
+ kan bewezen worden dan uit de afkomst. Hetzelfde echter is op dezelfde
+ wijze het geval bij de wetenschappen, slechts moet dat, wat daar aan
+ de deugd is toegekend, hier worden toegekend aan het nut.
+
+ Laureolam certe quaerunt in mustaceo, qui artis ostensuri
+dignitatem, pulchre hoc sibi agere videntur, primis ubi a seculis
+deductam ejus originem, objective et operum miram jucunditatem, aut quot
+numeraverit, quantosque sui cultores exponunt, parum interim de
+utilitate soliciti, qua sine tamen sordent omnia, antiqua fuerint,
+dulcia, aut quibusvis clara sectatorum nominibus:
+
+ Voorzeker zoeken zij zich op goedkoope wijze een lauwerkransje
+ te verdienen, die, als zij de waardigheid van een wetenschap willen
+ toonen, zich verbeelden dit fraai te doen, wanneer zij zakelijk
+ uiteenzetten, hoe haar oorsprong uit de eerste eeuwen afgeleid kan
+ worden, en het buitengewone genot in de werken ervan gelegen, of
+ hoeveel en hoe groote beoefenaars zij heeft gesteld, terwijl zij zich
+ ondertusschen weinig bekommeren over het nut, zonder hetwelk toch
+ alles niets wil zeggen, al is het oud, aangenaam of beroemd door
+ welke namen ook van volgelingen;
+
+ externa enim isthaec sunt, et veram potius ornant _Nobilitatem_,
+quam constituunt. Utile mensura est, illam qua metitur, verum qui rebus
+pretium statuere solus novit, sapiens.
+
+ want dit zijn uiterlijke dingen en sieren veeleer den waren
+ adeldom op dan dat ze hem uitmaken. Het nut is de maatstaf, waarnaar
+ degeen, die alleen de werkelijke waarde der dingen weet vast te
+ stellen, de wijze, haar afmeet.
+
+ [Voetnoot 4: Mogelijk heeft hier de redenaar Horatius, Carmina
+ III, 2, 17 volgg. op het oog. (Vertaler.)]
+
+Quaecunque hinc usum adfert eximium vel homini in se seorsum spectato,
+vel humanae societati, ea demum disciplina jure _Nobilis_ habetur.
+Quum vero pars hominis melior, mens sit, hanc quae recti bonique
+facit studiosam, aut veri auget perspicientia, utique aliis omnibus
+antecellit.
+
+ Elke wetenschap dus, die een bijzonder nut verschaft hetzij aan een
+ mensch afzonderlijk op zich zelf beschouwd, hetzij aan de menschelijke
+ maatschappij, die wordt eerst met recht voor edel gehouden. Daar
+ echter het beste deel van den mensch zijn geest is, zoo blinkt die
+ wetenschap, die dezen zich doet toeleggen op hetgeen recht en goed is,
+ of haar verrijkt met het inzicht der waarheid, in elk geval boven de
+ andere uit.
+
+ Neque tamen hac multo inferior, quae corporis curat sanitatem: ea
+namque magis optabile quidquam vix datur mortalibus; deficiens una
+praegravat animum et deprimit. Hoc quae opus sibi sumsit excolendum, ars
+dicitur Medica: priori studet cum caeteris Philosophia;
+
+ Maar toch is niet veel minder dan deze die wetenschap, die
+ zorgt voor de gezondheid van het lichaam, want dit is wel het meest
+ gewenschte, dat aan de stervelingen wordt gegeven; wanneer zij kwijnt,
+ dan maakt zij meer dan iets anders den geest log en drukt hem terneer.
+ Die kunst, die het voltooien van dat werk op zich heeft genomen, wordt
+ de Geneeskunde genoemd: op het eerste legt zich de Wijsbegeerte met de
+ overige wetenschappen toe;
+
+ una sui parte moderandis occupata affectibus, alteram extendendis
+humanae intelligentiae limitibus in cognitione rerum existentium
+dedicans: utramque ergo _Nobilissimam_ suo recepere gremio Academiae, et
+jure civitatis donarunt, ne ipso quidem livore contradicente.
+
+ met haar eene helft toch houdt zij zich bezig met het
+ beheerschen der aandoeningen, haar andere helft wijdt zij aan het
+ uitbreiden der grenzen van het menschelijke begrip ten opzichte van
+ de kennis der bestaande dingen: beide wetenschappen hebben dus,
+ als de edelste, de Akademies in haar schoot opgenomen en met het
+ burgerrecht begiftigd, zonder dat de nijd zelf zich er tegen
+ verzette.
+
+Habent autem ambae hae objectum patens quam latissime, et varias hinc
+sub se complectuntur disciplinas, quae partesne dicendae an ministrae?
+opera singulae inter se diversissima, ad eundem tamen ultimum finem, cum
+principe, sub qua militant, scientia communem, omnes collineant. Quum
+itaque et has sunt quamlibet commendet usus, et summa ad priorum
+perfectionem necessitas, hinc _Nobiles_ etiam ab Eruditis jure habitae,
+debitum in Academiis locum obtinuere.
+
+ Deze beide nu hebben een arbeidsveld, dat zich zoover mogelijk
+ uitstrekt, en dientengevolge sluiten zij in zich verschillende
+ wetenschappen, die men zoowel onderdeelen als helpsters kan noemen.
+ Hoewel ze op zich zelf, wat haar werk betreft, onder elkaar ten
+ zeerste verschillen, zoo mikken zij toch alle op een zelfde wit ten
+ slotte, dat ze gemeen hebben met de hoofdwetenschap, waaronder ze
+ dienen. Daar derhalve n het nut dezen, hoe ze ook zijn mogen, tot
+ aanbeveling strekt, n het feit, dat ze ter volmaking der eersten in
+ den hoogsten graad noodzakelijk zijn, op dien grond werden zij ook
+ door de beschaafde lieden met recht voor edele wetenschappen gehouden
+ en hebben zij de haar toekomende plaats aan de Akademies verkregen.
+
+Nonne vero talis est Ars Chemica? Cur ergo duram adeo haec experta
+sortem, nonnisi post plurimas agitatas lites, liberam sui culturam in
+scholis Sapientum impetrare potuit? Sane, rigoris hujus justo acrioris
+causam vix determinaverim: si tamen, quod vero est simillimum, dicam,
+videntur ipsius Artis in se spectatae ignari, Artificum duntaxat
+habuisse rationem judices, quorum ex arbitrio tum pendebant Academiae.
+
+ Is dan voorwaar de Scheikunde niet een dergelijke wetenschap? Waarom
+ heeft zij dan zulk een hard lot ondervonden en niet dan na het voeren
+ van veel strijd kunnen verkrijgen, dat men haar vrij mocht beoefenen
+ aan de scholen der geleerden? Waarlijk, ik zou moeilijk de reden van
+ die al te groote strengheid kunnen bepalen: indien ik echter zal
+ zeggen, wat het waarschijnlijkst is, dan schijnt het mij toe, dat de
+ rechters, van wier goeddunken toen de Akademies afhingen, onbekend met
+ de wetenschap op zichzelf beschouwd, slechts rekening hebben gehouden
+ met de beoefenaars.
+
+Nata nimirum inter Metallarios et Pyracmonas Chemia; ab illiterato hoc
+rudique hominum genere primum exercita; deturpata dein et obscurata ab
+impostoribus; in se horrida, laboribus plena, plena periculis; ab
+otiosis speculationibus aliena; ignem, fumos, cineres, sordes spirans,
+vix ulla amoenitatis specie cuiquam se commendare potuit, nisi, qui
+penitius eam introspicere dignaretur:
+
+ Immers de Scheikunde geboren onder metaalbewerkers en
+ aanbeeldvuurwerkers[5], eerst beoefend door dat ongeletterd en ruw
+ slag van menschen, vervolgens door bedriegers misvormd en in
+ discrediet gebracht, op zich zelf afstootend, vol moeilijkheden, vol
+ gevaren, van rustige bespiegelingen ver verwijderd, ademend in vuur,
+ rook, asch en vuil, kon zich bezwaarlijk door eenigen schijn van
+ lieflijkheid bij iemand aangenaam maken, tenzij bij diengene, die zich
+ verwaardigde dieper met zijn blik in haar binnenste door te dringen.
+
+ [Voetnoot 5: "Inter Pyracmonas." "Pyracmon" is in de mythologie
+ naam van een Cycloop werkzaam in de smidse van Vulcanus,
+ samengesteld uit +pur+ = vuur en +akmn+ = aanbeeld. (Vertaler.)]
+
+ atqui externam ejus faciem monstrosam adeo deformemque reddiderat
+cultorum et ruditas et malitia, ab interioribus ut perlustrandis
+deterrerentur Eruditi, eodem haec, si non pejori de luto esse conficta,
+rati. Frustra ergo suam oravit causam Chemia talibus coram Arbitris qui
+praejudicata obcaecati opinione, et usus ejus eximios, et summam
+necessitatem praetervidentes, sententiam prius tulerant, quam
+cognovissent.
+
+ Maar zoowel de ruwheid als de schelmerij van degenen, die haar
+ beoefenden, hadden haar uiterlijke verschijning z monsterlijk en
+ afzichtelijk gemaakt, dat de beschaafde lieden er van werden
+ afgeschrikt haar kern na te sporen, in de meening, dat die uit
+ dezelfde, zoo niet erger, vuiligheid bestond. Tevergeefs heeft dus
+ de Scheikunde haar zaak tegenover dergelijke scheidsrechters bepleit,
+ die verblind door een vooraf opgevatte meening, zoowel de buitengewone
+ voordeelen, die zij bood, als haar hooge noodzakelijkheid over het
+ hoofd ziende, een oordeel hadden geveld, voordat zij kennis van de
+ zaak hadden genomen.
+
+ Factum hinc, a publico ut Sapientum commercio exclusa, privatorum
+exerceret manus atque ingenia, varias sub variis passa fatorum
+vicissitudines, nec forte unquam Academicos in suggestus emersura, nisi,
+quem nacta tandem est, causae patronum, an rabulam potius? Eremitam
+fortuna major quam prudentia secundasset:
+
+ Daardoor is het gekomen, dat zij van het openbare verkeer met
+ geleerden uitgesloten, handen en hoofden van particulieren bezig
+ hield, waarbij zij onder verschillende personen verschillende
+ lotswisselingen te verduren had, en misschien nooit zich opgewerkt
+ zou hebben tot de Akademische spreekgestoelten, als niet een grooter
+ geluk dan verstand dien advocaat--of moest ik liever verdediger door
+ dik en dun zeggen?--dien zij eindelijk heeft gekregen, EREMITA[6]
+ had ten dienste gestaan.
+
+ [Voetnoot 6: Keizer Rudolf II van Duitschland, die 1600
+ regeerde, stelde zulk een belang in de alchemie, dat hij er zijn
+ regeeringsplichten voor verwaarloosde. Hem werd de naam van den
+ tweeden Hermes Trismegistus gegeven. Heeft nu Gaubius, die niet
+ sterk is in orthographie, hem soms met Eremita bedoeld?
+ (Vertaler.)]
+
+ hic enim coeco gementis hujus disciplinae amore, captus, quod
+autoritate rationali et luculentis rerum testimoniis agendum fuisset,
+bullato id verborum nugacissimorum apparatu, mox vero, qua erat morum
+insolentia, igne etiam et armis tentare non dubitavit, successu certe
+adeo felici, ut ausu hocce temerario intrusa in Academias Chemia sede
+potiretur, vel ipsis contradicentium cineribus inaedificata.
+
+ Deze namelijk aangegrepen door een blinde liefde voor die
+ verdrukte wetenschap, aarzelde niet dat, wat had moeten gedaan worden
+ door het gezag der rede en duidelijke bewijzen van feiten, te
+ beproeven door een systeem van bullen vol met de meest beuzelachtige
+ woorden, weldra echter, wat bij zijn niets ontziend karakter
+ begrijpelijk was, zelfs te vuur en te zwaard, waarbij hij in elk geval
+ een dergelijk succes had, dat de Scheikunde, door dat vermetel pogen
+ in de Akademies gedrongen, daar zich een zetel veroverde, die zelfs
+ juist op de asch der tegenstanders werd opgericht.
+
+ Hanc autem quamvis vi partam, infirmoque hinc nixam pede, repressa
+paulo post fundatoris ejus tyrannide, rursus pessum dederit impatiens
+cogi, litteratorum gens liberrima; id tamen inde Chemiae boni
+accesserat, quod durante isthac statione sua, propior Eruditis posita,
+nonnullos horum, vividissimis quibusdam radiis, per offusas sibi
+quisquiliarum tenebras evibratis, latentis intus foecundissimi luminis
+sui potuerit commonefacere:
+
+ Hoewel verder dezen met geweld verworven en daarom op zwakken
+ grondslag rustenden zetel, nadat kort daarop de dwingelandij van zijn
+ oprichter was onderdrukt, het van vrijheidsliefde blakende volk der
+ geletterden, dat geen dwang kan dulden, wederom heeft omvergeworpen,
+ was toch de Scheikunde daardoor dit ten goede gekomen, dat zij,
+ zoolang haar verblijf daar duurde, meer in de nabijheid van beschaafde
+ lieden geplaatst, de aandacht van enkelen van dezen door eenige zeer
+ heldere stralen, die zich door de haar omhullende duisternis van
+ nietigheden heenboorden, kon vestigen op het uiterst vruchtbare
+ licht, dat in haar binnenste verscholen was.
+
+ quo equidem animadverso illi mox excitati, ulterius ad scrutinium
+se accinxere, demtaque sensim imposturarum larva, perruptisque, quibus
+obvolvebatur, ignorantiae nebulis, nudam tandem salutantes, Erudito Orbi
+produxere intuendam.
+
+ En weldra, door die waarneming er toe aangespoord, hebben zij
+ zich inderdaad tot een verder onderzoek aangegord en na langzamerhand
+ het masker van bedriegerijen te hebben weggenomen en de nevels van
+ onkunde, waarmee zij werd omsluierd, te hebben doorbroken, hebben zij,
+ eindelijk haar in haar naaktheid begroetend, haar aan het daglicht
+ gebracht ten schouwspel voor de beschaafde wereld.
+
+ Tum ergo propriis jam refulgens radiis Chemia, tum demum, quae
+personata displicuerat tantopere, nativae suae reddita faciei, adeo
+pellexit Sapientes, dignam ut reputaverint, ipsorum quae in scholas
+adoptata, strenue coleretur.
+
+ Toen dan heeft de Scheikunde, thans schitterend met haar eigen
+ stralen, toen eerst heeft zij, die vermomd zoo zeer had mishaagd,
+ hersteld in haar natuurlijke gedaante, de geleerden zoo voor zich
+ weten in te nemen, dat zij haar waardig keurden om onder hun scholen
+ opgenomen met allen ijver te worden beoefend.
+
+Nec sane, si fateri vera velimus, alia Chemiae opus est hedera, nisi,
+ut libero a praejudiciis oculo nuda, prout in se est, adspectetur: tam
+necessariis enim pollet usibus, tot jucundissimis arridet oblectamentis,
+Naturae ut curiosum sui facillime pertrahat in amorem pertractumque
+ullo sine taedio detineat.
+
+ En waarlijk ook als wij voor de waarheid willen uitkomen, heeft de
+ Scheikunde geen andere krans noodig, dan dat zij met een oog vrij van
+ vooroordeelen naakt, zooals zij op zich zelf is, wordt beschouwd. Want
+ zoo noodig zijn de toepassingen, waarin haar kracht is gelegen, zoo
+ alleraangenaamst de genoegens, waarmee zij ons toelacht, dat zij zeer
+ gemakkelijk den natuurvorscher er toe brengt haar lief te hebben, en
+ als hij eenmaal daartoe gebracht is, hem geboeid houdt zonder de
+ minste verveling.
+
+ Utique, si sola contemplemur bona, quibus quascunque fere artes
+manuales, humanae vitae commodis inservientes, perfundit Chemia, quot,
+quaeso, et quanta sunt! Dies deficeret enumerantem: minima tamen haec,
+et pro parergis tantum aestimanda.
+
+ Zeker als wij alleen op de voordeelen acht slaan, waarmee de
+ Scheikunde nagenoeg alle soorten van handwerk, die dienen voor de
+ gemakken van het menschelijk leven, kwistig bedeelt, eilieve hoe groot
+ is dan niet hun aantal en hoe gewichtig zijn zij! De dag zou te kort
+ zijn wilde ik ze opsommen. Toch zijn die dingen van zeer weinig
+ beteekenis en slechts als bijzaken te beschouwen.
+
+ Nobilior est, quam menti, utilior, quam corpori praestat, opera
+primaria: huic namque illibatam tuetur sanitatem, amissamque restituit;
+illi vero brevissimam monstrat in adyta Naturae viam, latentisque in
+profundo veri mira felix aperit, Philosophiae hinc et Medicina
+conjunctissima, nec sine detrimento inde separanda.
+
+ De voortreffelijke dienst, dien zij den geest bewijst, is
+ edeler, die, welken zij het lichaam bewijst, nuttiger. Want voor dit
+ houdt zij de gezondheid ongedeerd in stand, en, wanneer die verloren
+ is, geeft zij ze weer; aan gene echter wijst zij den kortsten weg in
+ de binnenste heiligdommen der natuur, en ontvouwt in vruchtbare
+ werkzaamheid de wonderen der waarheid, die in haar diepte schuilt;
+ dien ten gevolge is zij zoowel met de wijsbegeerte als met de
+ geneeskunde ten nauwste verbonden en niet zonder nadeelen daarvan
+ te scheiden.
+
+Id vero ne precario Vobis obtrudere velle videar, evidentis nunc
+rationes proferam, quibus asserti constet veritas: est enim palmarium
+hocce argumentum, quod si evicero, proposito Orationis meae Themati
+satisfactum arbitrabor.
+
+ Opdat het echter niet den schijn hebbe, dat ik u dit zonder voldoenden
+ grond wil opdringen, zal ik thans duidelijke redenen aanvoeren ter
+ staving van de waarheid mijner bewering. Want dit is een prachtig
+ bewijsmiddel; als ik dit onwederlegbaar aantoon, zal ik het er voor
+ houden, dat voldaan is aan hetgeen ik mij in mijn redevoering voornam
+ te bewijzen.
+
+Qui corporum naturalium proprietates, vires et effectus per suas quaeque
+causas sciunt aut rimantur, Physici dicuntur; et haec eorum scientia
+appellatur Physica, Philosophiae generatim sumtae pars non minima. Ejus
+hinc objectum est, quidquid conceptum corporis ingreditur, aut eo reduci
+potest, sive illud commune sit omnibus corporibus, sive peculiare
+singulis:
+
+ Zij, die de eigenschappen van de lichamen door de natuur geschapen,
+ hun krachten en uitwerkingen, alles door zijn bepaalde oorzaak
+ teweeggebracht, weten of nasporen, worden Physici genoemd en deze
+ wetenschap van hen heet Physica, zeker niet het geringste onderdeel
+ der Wijsbegeerte in het algemeen genomen. Derhalve richt zij zich op
+ alles, wat onder het begrip "lichaam" valt, of daartoe herleid kan
+ worden, hetzij het allen lichamen gemeen is, hetzij enkelen in het
+ bijzonder eigen.
+
+ quum enim Materia indefinita, solis gaudens proprietatibus
+corporeis generalibus, in rerum natura non detur, nec dari possit; sed
+tantum sit idea intelligentiae, clarioris doctrinae gratia efficta;
+corpora autem, quae re existunt, omnia individua sint, id est, adeo
+limitata et determinata, ut, praeter universalem illum Materiae
+conceptum, involvant peculiares etiam alias affectiones, quibus singula
+a singulis distinguuntur, et quae faciunt, ut corpus sit hoc praecise
+corpus, et non aliud:
+
+ Daar namelijk de niet nader te omschrijven Materie, die in het
+ bezit is alleen van de algemeene eigenschappen der lichamen, in de
+ natuur niet voorkomt en ook niet kan voorkomen, maar slechts een beeld
+ van onzen geest is, gevormd ter verduidelijking van een theorie, de
+ lichamen daarentegen, die inderdaad bestaan, alle op zichzelf staande
+ dingen zijn, d.w.z. z begrensd en bepaald, dat zij, behalve dat dat
+ algemeene begrip "Materie" op hen van toepassing is, ook nog
+ bijzondere andere eigenschappen bezitten, waardoor het eene van het
+ andere onderscheiden wordt en die maken, dat een lichaam juist dat
+ lichaam is en geen ander:
+
+ inde clarissime liquet, communes illas Materiae dotes non modo,
+sed et imprimis cuilibet corpori singulari proprias Physicae esse
+considerationis, utpote, quae corpora naturalia, prout vere existunt,
+vel existere possunt, contemplatur.
+
+ daardoor is het helder en klaar, dat niet slechts die algemeene
+ gaven der Materie, maar wel in de eerste plaats die, welke elk lichaam
+ afzonderlijk eigen zijn, het voorwerp zijn van de Physische studie,
+ daar deze immers de lichamen door de natuur geschapen beschouwt, naar
+ dat zij werkelijk bestaan of kunnen bestaan.
+
+Proprietates corporum, quatenus certis quibusdam actionibus producendis
+sunt idoneae, dicuntur vires: ex his autem, tanquam ex causis, fluunt,
+quoscunque observamus, effectus corporei, qui hinc determinatam suarum
+quilibet causarum naturam sequentes, si singularibus a viribus
+emanarunt, et ipsi necessario erunt singulares, et contra generales,
+si a generalibus.
+
+ De eigenschappen der lichamen worden krachten genoemd, voor zoover zij
+ geschikt zijn om zekere bepaalde handelingen teweeg te brengen; uit
+ deze vloeien verder, als uit de oorzaken, alle lichamelijke werkingen
+ voort, die wij waarnemen en die daardoor, ieder den bepaalden aard van
+ haar oorzaak volgend, zoo zij uit bijzondere krachten zijn
+ voortgekomen, ook zelf noodzakelijkerwijs bijzonder zijn, maar
+ daarentegen algemeen, als zij uit algemeene krachten zijn
+ voortgekomen.
+
+Quodsi igitur ea hic daretur simplicitas, ut peculiarium quorumvis
+corporis attributorum sufficiens ratio in communi ejus natura
+fundaretur; jam equidem, praeter solam Mathematicorum operam, nil
+opus esset Physico ad finem suum obtinendum: hi enim ideam corporis
+universalem dedere omnium verissimam, et methodum simul exactissimam,
+quaecunque in illa continentur, eliciendi. At vero quam procul abest,
+haec quin ita sese habeant!
+
+ Indien zich dus hierbij deze eenvoudige stand van zaken voordeed, dat
+ een voldoende reden voor alle mogelijke eigenaardige eigenschappen van
+ een lichaam gelegen was in zijn algemeene natuur, dan zou voorwaar de
+ physicus, behalve alleen de hulp der wiskunstenaars, niets noodig
+ hebben om zijn doel te bereiken. Want dezen hebben de meest ware
+ algemeene voorstelling van een lichaam gegeven en tevens de meest
+ nauwkeurige methode om daar uit te halen, al wat er in vervat is. Maar
+ hoeveel scheelt het inderdaad, dat dit zoo is!
+
+ Detegit attentior observatio innumera certe in corporibus adeo
+penitus peculiaria, ut cum generali illorum indole vix quidquam commune
+videantur habere, nisi solum, cui inhaerent utraque, subjectum: talia
+autem incognita si quis ex universali illo Geometrarum conceptu, utut
+accuratissimo, a priori eruere, aut cognitorum etiam ex hoc rationem
+exsculpere postulet, nae is et operae simul et olei jacturam sero
+doleat!
+
+ Een meer oplettende beschouwing ontdekt in de lichamen zeker
+tallooze dingen, die zoo door en door eigenaardig zijn, dat het schijnt,
+dat zij met het algemeene karakter dier lichamen bijna niets gemeen
+hebben, behalve alleen het voorwerp, waaraan beide eigen zijn. Indien nu
+iemand deze zaken, wanneer zij onbekend zijn, uit die algemeene
+opvatting der wiskunstenaars, hoe uiterst nauwkeurig ze ook zij, a
+priori zou verlangen af te leiden of ook de reden van die zaken, wanneer
+zij bekend zijn, daaruit op te maken, voorwaar die zou zich te laat over
+zijn verlies aan moeite beklagen!
+
+Atqui maximopere tamen expedit eorundem scientia Physico; quum in his
+potissimum haereat id, quo corpora a se mutuo intrinsecus distinguuntur.
+Ea itaque ut evolvantur, non illa certe, quae a data causae idea ad
+intellectum effectus progreditur, sed prorsus alia incedendum via est.
+Nimirum quidquid de corporibus vere concipit mens, id omne vel
+Phoenomena sunt ipsi per sensus communicata, vel formata inde judicia:
+
+ Maar toch is de kennis juist van die dingen voor den physicus van het
+ allerhoogste belang, daar in de eerste plaats daarin datgene is
+ gelegen, waardoor de lichamen zich wederkeerig van elkaar inwendig
+ onderscheiden. Opdat die dus ontwikkeld worden, moet men zeker niet
+ dien weg betreden, die van een gegeven denkbeeld omtrent de oorzaak
+ uitgaand, leidt tot begrip van de uitwerking, maar een geheel anderen.
+ Immers elke juiste opvatting, die de geest zich omtrent de lichamen
+ vormt, behoort f tot de verschijnselen, dien geest door middel der
+ zintuigen meegedeeld, f tot de daaruit, gevormde oordeelen.
+
+ proprietates autem et vires corporeae in se primitus
+imperceptibiles latent; effectus tamen producunt sensibus apparentes,
+qui determinatae ipsarum naturae proportionales, hujus hinc cognitionem
+simul exhibent, adeo, ut quo ditior fuerit observatorum cujusque rei
+effectorum supellex, eo de ejus indole plus certi resciatur.
+
+ De eigenschappen nu en de krachten van een lichaam blijven
+ verborgen, daar zij eerst op zich zelf niet waarneembaar zijn; zij
+ brengen echter uitwerkingen te weeg, die zich den zintuigen vertoonen
+ en die, in vaste verhouding staand tot haar eigen bepaalde natuur, op
+ die wijze tevens de kennis hiervan opleveren, zoozeer, dat, hoe rijker
+ bij iedere zaak het materiaal is der waargenomen uitwerkingen, men des
+ te meer zekerheid verkrijgt omtrent haar aard.
+
+ Haecque adeo sola superest indagandis corporum singularibus via
+retrograda; dum alteram illam, quae a priori haec investigat, humano
+ingenio imperviam prorsus Natura fecit et inaccessam. Sedulus hinc
+rerum scrutator experimentis prius quam ratiociniis insudat, sensuum
+adminiculo sua examinat objecta, horum peculiares animadvertit effectus,
+quos sponte sua vel praevio tentata consilio ediderint; corpora
+corporibus adplicat, rursumque ab invicem removet, ut, qui e solis,
+quique e conjunctis fluant motus, experiatur;
+
+ En deze van het een op het andere terugvoerende weg blijft
+ geheel alleen over om de eigenaardigheden der lichamen op te sporen,
+ daar de natuur dien anderen weg, die ze a priori tracht te ontdekken,
+ geheel onbegaanbaar en ontoegankelijk heeft gemaakt voor het
+ menschelijk verstand. Derhalve spant de volijverige navorscher van die
+ zaken zich eerder in voor proeven dan voor redeneeringen, met hulp van
+ zijn zintuigen onderzoekt hij de voorwerpen zijner studie, hij merkt
+ op hun eigenaardige uitwerkingen, die zij uit zich zelf of nadat zij
+ volgens een voorafgaande methode zijn behandeld, vertoonen; hij voegt
+ lichamen bijeen, en verwijdert ze weer van elkaar, opdat hij ervare,
+ welke bewegingen uit hen alleen en welke uit hen, wanneer zij
+ vereenigd zijn, voortvloeien.
+
+ tum vero ex hisce gnaviter collectis, sibique mutuo collatis
+quaesitam corporum naturam propriam et singulares dotes a posteriori
+demum determinare haud infelix praesumit. Nec sane ullo unquam tempore
+patuere clarius Naturae interiora, quam quo huic institum est tramiti:
+parum in Physicis profecere, hunc qui vel ignorarunt, vel neglexere
+scientes.
+
+ Dan eerst waagt hij het niet zonder succes uit deze gegevens,
+ die hij vol ijver verzameld en met elkaar wederkeerig vergeleken
+heeft,
+ de door hem gezochte eigenaardige natuur der lichamen en hun
+bijzondere
+ gaven a posteriori te bepalen. En waarlijk nooit en nimmer hebben de
+ verborgenheden der Natuur zich duidelijker geopenbaard, dan toen men
+ dit pad heeft betreden. In de Physica hebben zij het niet ver
+ gebracht, die hetzij dit pad niet kenden hetzij er tegen beter weten
+ in geen acht op sloegen.
+
+Sed ecce! dum Physicis totus inhaereo, lenissimo ipsius materiae quasi
+flexu, in intima Artis Spagyricae viscera me devolutum sentio: reducit
+me in Chemiam, quae inde diverterat Physica; hoc ipso docens affatim,
+quam sit propinqua ambarum cognatio, quam indissolubilis nexus.
+
+ Maar zie! Terwijl ik geheel en al bezig ben met de Physica, merk ik,
+ dat ik als het ware door een zeer geringe wending, die de stof van
+ zelf heeft genomen, ben terecht gekomen in het hartje der Spagyrische
+ wetenschap; de Physica, die mij van de Scheikunde had afgebracht,
+ brengt mij er ook weer toe terug, daardoor juist voldoende bewijzend,
+ hoe nauw beider verwantschap is, hoe onverbrekelijk haar band.
+
+Nonne enim totum hoc, quod modo diximus, unius prope est Chemiae
+opus? Nonne haec corpora singularia fere omnia, quae Physicae sunt
+considerationis, speciatim evolvenda sibi sumit? Imo vero vix aliud
+est Chemiae propositum, quam corporum particularium examen.
+
+ Is immers dat alles wat wij zooeven besproken hebben, niet bijna het
+ werk van de Scheikunde alleen? Stelt deze zich niet tot taak bijna
+ alle afzonderlijke lichamen, die het voorwerp zijn van de physische
+ studie, in het bijzonder te onderzoeken? Ja nog sterker, de Scheikunde
+ kent haast geen ander doel dan het onderzoek der lichamen
+ afzonderlijk.
+
+ Quidquid Fossilium in imis terrae visceribus excoquitur; quidquid
+protrudit Vegetabilium, divite de sinu, foecunda tellus; quidquid
+denique Animantium ubivis fovet alitque alma parens Natura; id fere
+omne, modo vel sensibus manifestari vel capi vasis queat, suo Chemia
+sistit examini, rimatur, penetrat:
+
+ Al wat aan delfstoffen in de binnenste ingewanden der aarde
+ wordt uitgesmolten, al wat tot het plantenrijk behoorend de vruchtbare
+ aarde uit haar rijke schoot doet ontspruiten, al wat ten slotte, tot
+ het dierenrijk behoorend, overal de weldadige moeder Natuur koestert
+ en voedt, dit alles nagenoeg, mits het zich f kan openbaren aan de
+ zintuigen f kan worden opgevangen in eenig vaatwerk, onderwerpt de
+ Scheikunde aan haar onderzoek, doorwoelt en doordringt zij.
+
+ penetrat, inquam, usque eo, ut quaecunque in illis vulgaria,
+facillime obvia, aut extus adhaerentia despiciens, tanquam se indigna,
+aliis relinquat Artibus; sibi vero magis ardua quaerens, sublimiora,
+abstrusiora, intimas rerum virtutes, ultima principia, prima elementa
+perscrutetur, hoc tantum, nec alio venditura pretio suos labores.
+
+ Zij dringt er in door, herhaal ik, z ver, dat zij minachtend
+ neerziend op al wat bij die dingen gewoon is, zich zeer gemakkelijk
+ voordoet of er slechts uiterlijk mee in verband staat, als harer
+ onwaardig, dit aan andere wetenschappen overlaat maar, voor zich zelf
+ het meer moeilijke, het meer verhevene en verborgene opzoekend,
+ navorscht de in het binnenste der dingen gelegen vermogens, de laatste
+ grondbeginselen, de eerste elementen, vast voornemens voor dezen prijs
+ alleen en geen anderen haar moeiten veil te hebben.
+
+Toto sane die hoc agunt strenui Artis hujus cultores: corpora alia
+aliis adponunt, rursum ab invicem separant, soluta coagulant, coagulata
+solvunt, motus inde obortos observant, mutant, novos excitant
+instrumentis efficacissimis, variata in omnes modos encheiresi.
+
+ Den geheelen dag voorwaar leggen de wakkere beoefenaars van deze
+ wetenschap zich daarop toe: zij brengen het eene lichaam bij het
+ andere en scheiden ze weer van elkaar; opgeloste lichamen doen zij
+ stollen en gestolde lossen zij op; de bewegingen, die daaruit
+ ontstaan, nemen zij waar en wijzigen zij, nieuwe roepen zij te
+ voorschijn door zeer krachtige instrumenten, waarbij de manier van
+ behandelen op allerlei wijzen afwisselt.
+
+ Igne utuntur, Elemento mobilissimo, validissimo: Menstrua praesto
+sunt efficacissima, juxta solvendi naturam appropriata. Quid autem his
+arduum? Quid inaccessum? Haereant particulae corporis Adamantino inter
+se vinculo; sint ejus viscera aere vel triplici praemunita; lateant in
+profundissimo vires; talium profecto arietum impetu dissilient,
+effringentur, patebunt.
+
+ Zij bedienen zich van het vuur, het meest beweeglijke en
+ krachtige element; zeer sterke splitsingsmiddelen staan ten dienste,
+ afgemeten naar den aard der oplossing (die men wil bewerkstelligen).
+ Wat is dan voor die dingen moeilijk? Wat onbereikbaar? Laten de
+ deeltjes van een lichaam maar met een stalen band onder elkaar
+ verbonden zijn, laten zijn ingewanden zelfs achter een driedubbelen
+ metalen muur verschanst zijn, laten zijn krachten in de onderste
+ diepte verborgen zitten; waarlijk onder het beuken van dergelijke
+ stormrammen zullen zij uit elkaar springen, opengebroken worden, aan
+ het daglicht treden.
+
+Quidquid vel agunt corpora vel patiuntur, solo id omne motui venit
+tribuendum; per hunc et omnis eorum sese exserit efficacia, et
+vicissitudines quaecunque producuntur: hisce igitur disquirendis si
+navat operam Philosophus, quanam breviore poterit via, aut potentiore
+quonam adminiculo sui se voti reddere compotem, quam captis per Ignem
+experimentis?
+
+ Al wat de lichamen hetzij doen, hetzij ondergaan, dit alles is alleen
+ aan de beweging toe te schrijven; door deze treedt n al hun kracht
+ naar buiten n worden alle mogelijke afwisselingen te weeg gebracht.
+ Indien derhalve de wijsgeer zich moeite geeft om deze te onderzoeken,
+ welken korteren weg zal hij dan wel kunnen inslaan of van welk
+ machtiger hulpmiddel zich bedienen om zijn doel te bereiken, dan
+ wanneer hij proeven neemt door middel van het vuur? Want voorwaar de
+ aard daarvan is zoo beweeglijk, dat de wijzen[7] geloofd hebben, dat
+ het niets anders was dan beweging.
+
+ [Voetnoot 7: Hier schijnt de redenaar in de eerste plaats
+ Heraclitus van Ephesus 500 v. Chr op het oog te hebben.
+ (Vertaler.)]
+
+ Cujus equidem adeo mobilis est natura, ut praeter motum aliud esse
+nihil, Viri Sapientes crediderint. Est vero et Ignis, quo pollet ipse,
+motum aliis communicare corporibus paratissimus; et vis ejus, per plures
+gradus intermedios, intendi arte vel minui pro lubitu potest: unde certe
+quam optatissima nascitur Physiologo opportunitas, ejus ope abditissimas
+quasque corporum affectiones enucleandi.
+
+ Maar het vuur is ook zeer geschikt om de beweging, waarin zijn
+ eigen kracht is gelegen, aan andere lichamen mee te deelen en zijn
+ geweld kan op verscheidene tusschenliggende graden kunstmatig
+ versterkt of verminderd worden, al naar men het verkiest. Daardoor
+ ontstaat voorzeker voor den physioloog de hoogst gewenschte
+ gelegenheid om met de hulp daarvan de meest verborgen eigenschappen
+ der lichamen tot in de kleinste bijzonderheden na te gaan.
+
+ Istis enim applicatus, simul ea in motum ciet, in agilitatem
+propriam solicitat, medullitus concutit, vires eorum evocat, auget,
+mutat, partes constituentes a se mutuo separat, separatas sigillatim
+combinat, proprias rursus harum virtutes in actum lucemque deducit,
+adeoque nudis usurpanda sensibus praebet, quae alia quacunque arte
+adjuti attingere potuissent nunquam. Quid autem hoc jucundius Naturae
+scrutatori? Quid utilius? Quid magis necessarium?
+
+ Want wanneer het bij deze wordt aangewend, brengt het hen
+ tegelijkertijd in beroering, wekt ze op tot de beweging, die hun in
+ het bijzonder eigen is, schudt ze tot in 't merg door elkaar, roept
+ hun krachten te voorschijn, verhoogt en verandert ze, scheidt de
+ samenstellende deelen van elkaar en vereenigt de van elkaar gescheiden
+ een voor een, brengt wederom de vermogens van die verschillende deelen
+ in het bijzonder in werking en aan het licht en maakt zelfs, dat
+ dingen kunnen worden waargenomen louter door de zintuigen, die zij
+ geholpen door een andere kunst, welke dan ook, nooit hadden kunnen
+ bereiken. Wat is echter voor den natuurvorscher aangenamer dan dit?
+ Wat nuttiger? Wat noodiger?
+
+Supersedeo horum in fidem rerum adducere testimonia, ne in immensam mea
+excrescat Oratio. Latent illa neminem, nisi qui misere adeo deperierit
+vetustatem, recentiorum ut in scriptis hospes sit. Omnium instar sint
+bina illa fulgentissima Magnae Britanniae Lumina, _Boyleus_ et
+_Newtonus_: quibus certe haud perspicaciores Naturae Mystas nostra
+agnoscunt secula;
+
+ Ik zie er van af om ter bevestiging hiervan de getuigenissen der
+ feiten aan te voeren, opdat niet mijn redevoering in het onmetelijke
+ groeie. Niemand zijn die onbekend, tenzij dat hij zoo akelig verzot is
+ op de oudheid, dat hij vreemd is aan alles, wat in geschriften uit
+ later tijd dateert. In plaats van dit alles mogen hier genoemd worden
+ die beide zeer stralende lichten aan Groot-Britannia, BOYLE en NEWTON.
+ Hen erkennen zeker onze eeuwen als de meest scherpzinnige ingewijden
+ in de geheimen der Natuur.
+
+ an vero videre retroacta? Hi tamen in detegenda singularium
+corporum indole, in eruendis propriis viribus, vix alio quam ad Chemiam
+recurrunt. Quidquid fere inventum est solidi et pulchri circa naturam
+ignis, caloris, lucis, frigoris; quidquid innotuit de vera colorum,
+saporum, odorum indole; quidquid de motuum terrae, igniumque
+subterraneorum causis; quidquid de Magnetismo corporum, et vi
+attractili, id omne Chemicis debetur experimentis.
+
+ En zagen soms de voorbijgegane nog scherpzinniger dan zij? deze
+ echter nemen bij het ontdekken van den aard der lichamen, bij het
+ opsporen van de hun eigen krachten haast tot niets anders hun
+ toevlucht dan tot de Scheikunde. Nagenoeg elke duurzame en schoone
+ vondst betrekking hebbende op den aard van het vuur, van hitte, licht
+ en koude, al wat bekend is geworden over het ware karakter van
+ kleuren, smaken, geuren; omtrent de oorzaken der aardbevingen, en van
+ het vuur, dat zich op verschillende plaatsen onder de aarde bevindt;
+ omtrent het magnetisme van lichamen en hun aantrekkingskracht, dit
+ alles is men aan scheikundige proeven verschuldigd.
+
+Est ergo Chemia extendendis Physicis praestantissima: est Philosophiae
+experimentali tam arcte copulata, ut, qui praeceptis ejus mentem non
+formaverit, ineptus sit videndis Naturae arcanis. Utrique litem movet
+de jure Academico, qui uni movet.
+
+ De Scheikunde is dus bij uitstek geschikt om de Physica uit te
+ breiden: zij is met de proefondervindelijke Wijsbegeerte z nauw
+ saamgekoppeld, dat hij, die zijn geest niet gevormd heeft met haar
+ voorschriften, ongeschikt is de geheimen der Natuur te zien. Aan beide
+ betwist _hij_ het recht aan de Akademie te worden onderwezen, die het
+ aan n betwist.
+
+At videor mihi audire nonnullos Vestrum objicientes: Eho! Hanccine
+tu Artem tot laudabilia praestare ais opera, et tam felicem esse in
+detegendis corporum virtutibus? Hanccine absconditarum veritatum
+cognitione ornare animum adseris? Quae gerris anilibus, historiolis
+fabulosis, confictis turbati cerebri somniis ad nauseam usque offerta,
+suos his cultores impraegnat; nec aliud quid, praeter arcana crepat
+nunquam visa, saepe impossibilia, et sicubi vera, non tamen nisi denso
+involuta peplo exhibet; adeo, ut auram quamvis fide Chemica tutiorem
+esse, verissime cecinerit Poeta.
+
+ Maar ik verbeeld mij sommigen van u mij te hooren tegenwerpen. "Zacht
+ wat! Zegt ge dat die wetenschap zooveel lofwaardige werken verricht en
+ zooveel succes heeft in het ontdekken van de vermogens der lichamen?
+ Verzekert gij, dat die den geest toerust met de kennis van verborgen
+ waarheden? Een wetenschap, die tot walgens toe opgepropt met
+ oudewijvenpraatjes, fabeltjes en droomerijen, gevormd in verwarde
+ hersenen, haar beoefenaars daarmee geheel en al vervult; en die over
+ niets anders den mond vol heeft dan over geheime, nooit geziene
+ dingen, die dikwijls onmogelijk zijn, en, indien zij soms al ware
+ dingen laat zien, dan toch slechts in een dichten sluier gehuld; zoo
+ zelfs, dat zeer terecht een dichter gezongen heeft, dat elk vluchtig
+ koeltje eerder te vertrouwen is dan, wat de Scheikunde verzekert".
+
+Hisce equidem haud repugno; nec inficior: pleni sunt talibus libri,
+plenae Chemistarum voces, quorum pars magna servulo illi Terentiano
+simillima, quae vera audivere, tacent et continent optime; sin falsum,
+aut vanum, est, continuo palam faciunt. At enim vero ecquis imprudens
+adeo, aut tam corruptus sederit ad hanc rem judex, Arti ut imputet
+errores, delira quos et fraudulenta horumce Pseudochemicorum turba
+dispersit?
+
+ Dit wil ik, wat mij betreft, niet bestrijden noch ontkennen: vol van
+ dergelijke zaken zijn de boeken, vol de uitlatingen der Alchemisten,
+ van wie een groot deel gelijk aan dien slaaf[8] bij TERENTIUS, wat zij
+ waars hooren, uitstekend weten te verzwijgen en verborgen te houden;
+ maar als iets onwaar of leugenachtig is, maken zij het onmiddelijk
+ openbaar. Maar waarlijk is er wel iemand, die over deze zaak de
+ vierschaar spant, z onverstandig of z verdorven, dat hij de
+ wetenschap de dwalingen aanrekent, die de krankzinnige bedriegersbende
+ dier pseudoscheikundigen heeft verbreid?
+
+ [Voetnoot 8: TERENTIUS' Eunuchus I. 2. v. 23 en 24. (Vertaler.)]
+
+ His quia turpe videtur errasse solos, fucata hinc verborum specie
+allectos quoque alios iisdem implicant erroribus, et, dum propria primi
+periere ignorantia, sequentes in commune secum trahunt exitium; id
+saltem adsecuti, quod, sub coacervata aliorum supra alios strage, primae
+tegatur ruinae causa et autor. Non sane hi, praeter nomen, quidquam de
+Chemia possident; ne hoc quidem digni: quum suorum duntaxat sensuum
+cupiditatibus, aut malesano natis in cerebro, hypothesium monstris
+obsequiosi, veras Artis regulas nec sciant, nec ad illas conformentur.
+
+ Omdat het dezen schandelijk toeschijnt alleen gedwaald te
+ hebben, lokken zij daarom ook anderen tot zich door schoonschijnende
+ sier van woorden en wikkelen hen in dezelfde dwalingen en, daar zij
+ het eerst door hun eigen onwetendheid te gronde zijn gegaan, trekken
+ zij hun volgelingen met zich in een gemeenschappelijk verderf, waarbij
+ zij tenminste dit bereiken, dat onder den opgestapelden hoop, de een
+ boven op den ander, de oorzaak en bewerker van den eersten val bedekt
+ wordt. Zij bezitten voorwaar niets van de Scheikunde behalve den naam,
+ dien zij zelfs ook niet waardig zijn, daar zij slechts luisterend naar
+ de begeerten van hun zinnen of naar monsters van hypothesen in een
+ waanzinnig brein geboren, de ware regels der wetenschap noch weten
+ noch zich er naar richten.
+
+Longissime profecto abest Chemia, inanibus quin credat speculationibus:
+aurium ipsarum sublesta illi fides est; solo acquiescit oculorum
+testimonio. Hinc quicunque caste eam colunt, in singularibus primo
+corporibus, juxta praescriptum Artis, summa exactitudine, et
+accuratissima omnium phoenomenorum observatione, Naturam ducem secuti,
+varia instituunt experimenta;
+
+ De Scheikunde is er inderdaad zoo ver mogelijk van af geloof te
+ schenken aan ijdele bespiegelingen. De betrouwbaarheid der ooren zelfs
+ is voor haar gering; zij legt zich alleen neer bij het getuigenis der
+ oogen. Vandaar dat al degenen, die haar op de onvervalschte manier
+ beoefenen, eerst op de afzonderlijke lichamen volgens het voorschrift
+ der wetenschap verschillende proeven nemen met de hoogste
+ nauwkeurigheid en de meest zorgvuldige waarneming van alle
+ verschijnselen, hierbij de natuur als leidsvrouw volgend;
+
+ horum dein singulos quosque eventus sensibiles, bona fide, notant,
+et ex his demum liquidissime perspectis, et sibi invicem collatis,
+severitate Mathematica eliciunt, quae clara et individua sequela inde
+deduci possunt: haecque tandem sunt, non alia, quae pro veritatibus et
+Theorematis agnoscunt veri Chemiae cultores. Quid vero est, si non haec
+certitudo est?
+
+ vervolgens teekenen zij telkens de waarneembare uitkomsten
+ eerlijk op en eerst nadat zij daarin een volkomen helder inzicht
+ hebben gekregen en ze met elkaar vergeleken hebben, maken zij daaruit
+ met wiskundige strengheid die gevolgtrekkingen, die er in duidelijke
+ en onafgebroken volgorde uit kunnen worden afgeleid. En dit eerst is
+ het, niets anders, wat de ware beoefenaars der Scheikunde als
+ waarheden en leerstellingen erkennen. In waarheid wat is zekerheid,
+ indien dat het niet is?
+
+Quae cum ita sint, neminem jam Vestrum dari putem, qui perneget,
+rationali Chemiae exercitio mire adaugeri humanae mentis intelligentiam.
+Reliquum est, ut paucis, quos corpori adfert, usus exponamus, Arti dum
+Medicae, hujus qu curam gerit, artissime sociata, utilissimam pariter
+ac maxime necessariam prstat operam, non aliunde, nisi e Chemiae penu
+derivandam.
+
+ Daar dit zoo is, meen ik, dat er niemand meer van ulieden zal gevonden
+ worden, die hardnekkig blijft ontkennen, dat door een verstandige
+ beoefening der Scheikunde het begrip van den menschelijken geest
+ verbazend wordt vermeerderd. Er blijft nog over, dat wij in 't kort de
+ voordeelen uiteenzetten, die zij het lichaam aanbiedt, daar zij, ten
+ nauwste verbonden aan de Geneeskunde, die daarvoor zorgdraagt, deze
+ een buitengewoon nuttige en tevens zeer noodige hulp betoont, die aan
+ niets anders kan ontleend worden dan aan datgene, waarover de
+ Scheikunde beschikt.
+
+Physicae Medicinam firmissime conjungi, utriusque docet contemplatio:
+haec itaque, quo cum illa cohaeret vinculo, eodem et Chemiae nectitur;
+nec hujus demonstratio plura exigeret, nisi propior adhuc ambarum
+daretur affinitas.
+
+ Dat de Geneeskunde zeer hecht met de Physica verbonden is, leert de
+ beschouwing van beide. Derhalve wordt zij met denzelfden band,
+ waardoor zij met gene vereenigd is, ook aan de Scheikunde gekoppeld en
+ de uiteenzetting daarvan zou geen woorden meer vereischen, als niet
+ nog een nauwer verwantschap van beide zich voordeed.
+
+Ars Medica objectum sibi primarium habet corpus humanum, vivens, hinc
+individuum, singularissimum, cui definitas aliorum corporum singularium
+vires, determinatis sub conditionibus applicando, requisitas in fine
+suo mutationes imprimit: tota ergo versatur in singularibus, et si ulla
+alia, certe haec virtutes corporum peculiares, et in se invicem
+actiones, quam distinctissime perspectas postulat:
+
+ De Geneeskunde heeft als haar eerste voorwerp van studie het
+ menschelijk lichaam, dat leeft en derhalve ondeelbaar, verder geheel
+ op zich zelf staande is, waaraan zij door er bepaalde krachten van
+ andere op zich zelf staande lichamen onder vaste voorwaarden op aan te
+ wenden die veranderingen oplegt, die voor haar doel vereischt worden.
+ Zij houdt zich dus geheel bezig met op zich zelf staande dingen en zoo
+ eenige andere wetenschap, dan heeft zij er belang bij, dat de
+ bijzondere vermogens der lichamen, en hun werkingen wederkeerig op
+ elkaar zoo duidelijk mogelijk gekend worden.
+
+ quum autem hisce indagandis, prae reliquis quibuscunque Artibus,
+Chemia potissimum omnem suam et unice et felicissime impendat operam;
+hac sine mancam fore mutilamque quis non videt Medicinam? Hinc est, quod
+mox, ac plebi erepta, Litteratos inter coepit vigere, nativo suo tum
+splendore fulgens, Chemia, adeo in sui amorem et culturam omnes
+pertraxerit Medicinae filios, horum ut praeprimis facta fuerit opus,
+horum deliciae.
+
+ Daar nu aan het nasporen hiervan de Scheikunde vooral boven alle
+ overige wetenschappen bij uitstek en met veel succes al haar moeite
+ besteedt, wie ziet dan niet in, dat zonder haar de Geneeskunde kreupel
+ en gebrekkig zou zijn? Hieraan is het te danken, dat de Scheikunde
+ weldra en na zich aan het gemeen onttrokken te hebben onder de
+ geletterden in aanzien begon te komen, thans stralend in haar eigen
+ oorspronkelijken glans, en zoozeer alle zonen der Geneeskunde er toe
+ heeft gebracht haar lief te hebben en te beoefenen, dat zij in de
+ allereerste plaats van hen het werk, van hen de lust is geworden.
+
+ Quid? Quod in ipsam quoque dein Artem Salutarem introducta,
+communem sibi cum hac finem adoptaverit, novo tum nomine Jatro-Chemices,
+pro parte sui longe maxima, insignita: quo quidem sibi placuit
+tantopere, omni ut ilico conatu totam se promovendis sociae suae
+pomoeriis indefessam dederit.
+
+ Ja nog meer; vervolgens ook in de Heilkunst zelf gebracht heeft
+ zij voor zich een gemeenschappelijk doel met deze aangenomen en is
+ toen met den nieuwen naam Iatrochemie naar verreweg haar grootste deel
+ gesierd geworden. Daarin dan schepte zij zulk een behagen, dat zij
+ terstond onvermoeid met alle krachtsinspanning zich geheel er aan
+ gegeven heeft om de landpalen van hare bondgenoote uit te zetten.
+
+ Nec profecto, nisi ignarus rerum, pauca ea dixerit, aut flocci
+aestimanda, quae inde in Medicinam redundarunt, bona: quamcunque enim
+hujus partem, seu speculatione quae absolvitur, seu ipsa quae in operis
+versatur exercitatione, percurras; utraque innumeros clamat Chemiae
+usus; utraque consortium ejus ad sui perfectionem summe necessarium
+exemplis docet infiniris.
+
+ En voorwaar slechts iemand, die geen kennis van zaken heeft,
+ zal die dingen weinig noemen of van geringe waarde, die daaruit de
+ Geneeskunde ten goede zijn gekomen. Immers welk gedeelte van haar men
+ ook moge nagaan, hetzij dat, wat door bespiegeling wordt volbracht,
+ hetzij dat, wat zich bezig houdt juist met de uitoefening van het werk
+ zelf, beide getuigen luide van de ontelbare diensten der Scheikunde;
+ beide leeren door oneindig veel voorbeelden, dat de samenwerking met
+ deze in de hoogste mate noodig is tot haar eigen volmaking.
+
+Physiologiam primo Medicam, si libet, contemplemur. Undenam, quaeso,
+constitit, firmarum corporis humani partium Elementum ultimum et basin
+esse Terram Virginem, simplicissimam, constantissimam, medio glutine
+oleoso, pariter fixissimo, adunatam? Eo certe non progreditur subtilitas
+Anatomica: sola id liquido docet Chemia.
+
+ Laten wij eerst de medische physiologie, als gij het goed vindt,
+ beschouwen. Eilieve, waardoor wel is men tot de overtuiging gekomen,
+ dat het laatste element en de basis der vaste deelen van het
+ menschelijk lichaam de maagdelijke Aarde is, die slechts uit een enkel
+ bestanddeel bestaand en zich zelf steeds gelijk blijvend, saamgehouden
+ wordt door een olieachtige lijm in haar midden, die eveneens zeer vast
+ is? Zoo ver komt zeker niet de scherpzinnigheid der anatomen. Alleen
+ de Scheikunde leert dit met volkomen zekerheid.
+
+ Undenam vero fluidorum ejus singularis indoles et propriae
+innotescunt vires? Excepta enim generaliori liquidorum idea, aliud illis
+simile frustra quaesiveris extra regni Animalis terminos: imo sunt ipsa
+etiam inter se quam diversissima. Deficit heic Hygrostatica: Chemia sola
+opitulatur; haec est, cui, quantum fere in his sapimus, debemus:
+
+ Waardoor wel worden de bijzondere aard van de vochten in het
+ lichaam en eigenaardige krachten daarvan bekend? Want met uitzondering
+ van den meer algemeenen vorm van vloeistoffen zal men tevergeefs
+ zoeken naar iets anders aan hen gelijk buiten de grenzen van het
+ dierenrijk: ja zelfs zijn zij ook zelf onder elkaar zoo verschillend
+ als maar mogelijk is.
+
+ Sanguinis naturam mediam nec Acidam nec Alcalinam; Seri ejus, ad
+calorem naturali majorem, facile coagulum; Bilis indolem saponaceam;
+Salivae, succi Pancreatici, Lymphae temperiem, facultates, et innumera
+alia nesciremus, abfuisset Chemia.
+
+ Hier schiet de Hygrostatica te kort; alleen de Scheikunde biedt
+ hulp; zij is het, aan wie wij nagenoeg alles, wat wij van die zaken
+ weten, verschuldigd zijn. Den aard van het bloed, die het midden houdt
+ en noch zuurachtig noch alcalisch is, het gemakkelijk stollen van het
+ serum daarvan bij een hitte grooter dan de natuurlijke, het zeepachtig
+ karakter van de gal, de juiste samenstelling en eigenschappen van het
+ speeksel, van het pancreassap en der lymphe en tallooze andere dingen
+ zouden wij niet weten, indien de Scheikunde er niet geweest ware.
+
+ Quid nunc functiones memorem, hujus adminiculo pulcherrime evolutas?
+Intimam alimentorum in primis viis solutionem; succi inde Chylosi et
+Lactei proventum; cibi potusque necessitatem, appetentiam; originem
+salium et partium sulphurearum ex ingestis fere insipidis; insignem
+humorum per vires circuitus mutationem (ut alia praeteream) parum
+apposite explicuere, quibus clarior Chemiae lux nondum adfulserat.
+
+ Waartoe zal ik nu gewag maken der functies, die met haar
+ bijstand schitterend zijn blootgelegd? Het inwendig oplossen der
+ spijzen in de eerste wegen, het daaruit voortkomen van het chylus-
+ en melksap, de noodzakelijkheid van spijs en drank en de begeerte
+ daarnaar, het ontstaan der zouten en zwavelachtige deelen uit het
+ opnemen van vrijwel smakelooze stoffen, de merkwaardige verandering
+ der vochten door de krachten van den kringloop (om nog andere dingen
+ voorbij te gaan) hebben _zij_ weinig passend verklaard, voor wie het
+ meer heldere licht der scheikunde nog niet had geschenen.
+
+Quodsi nunc pedem promoveamus ad partem Medicinae Pathologiam; innumeri,
+iique impeditissimi occurrunt, circa morborum causas, naturam et
+symptomata, nodi, quibus solvendis unica par est Chemia. Quis miros
+salium morbosorum in Scorbuto, Arthritide, Lue Venerea ortus, variam
+indolem, alia ex aliis effecta unquam pervidisset?
+
+ Indien wij dan nu een stap verder gaan tot het onderdeel der
+ Geneeskunde, de Pathologie, dan doen zich tallooze en bovendien nog
+ zeer ingewikkelde kwesties voor met betrekking tot de redenen der
+ ziekten, den aard en de verschijnselen daarvan, die de Scheikunde
+ alleen vermag op te lossen. Wie zou ooit doorzien hebben het
+ wonderbaarlijke ontstaan en het verschillend karakter der ziekelijke
+ zouten bij scheurbuik, jicht en lues Venerea, en hoe het een uit het
+ andere voorkomt?
+
+ Quis fontem Acidi aut putridi oleosi, in primis viis,
+Hypochondriacis tam molesti? Quis Calculorum in Cysti Fellea, Renibus,
+et Vesica Urinaria proventum? Quis cariei ossium, adjunctique foetoris
+causam?
+
+ Wie de bron van het zuur of van de olieachtige bedorven stof,
+ die zich in de eerste wegen bevindt en zoo lastig is voor de
+ miltlijders? Wie de herkomst van steenen in de galblaas, de nieren en
+ de urineblaas? Wie de oorzaak van het bederf van beenderen en van den
+ stank, die er mee gepaard gaat?
+
+ Quis tetras stagnantium humorum degenerationes in tenacitatem
+corneam, aut summam putredinem, acrimoniamve corrosivam? Quis denique
+caloris et frigoris, circulationis auctae vel diminutae varias in
+permutandis humoribus vires tam pulchre in lucem ponere potuisset, nisi
+Chemia praetulisset facem?
+
+ Wie het vieze overgaan van stilstaande vochten in een
+ hoornachtige stijfheid of in zeer sterke ontbinding of inbijtende
+ scherpte? Wie ten slotte zou den verschillenden invloed van hitte
+ en koude, van het vermeerderen of verminderen der circulatie op het
+ veranderen van vochten zoo schoon in het licht hebben kunnen stellen,
+ als niet de Scheikunde met haar fakkel was vooraangegaan?
+
+Ex binis prioribus Medicinae partibus doctrina de Signis maximam partem
+derivatur: redundant ergo in hanc etiam, quos in illas confert Chemia,
+usus. Exempla in promptu sunt uberrima: Sanguis de vena missus nonne
+luculentum internae dispositionis praebet indicium? At veram ejus
+indolem, nisi examine Chemico, perspicere nemo distincte potest.
+
+ Uit de beide vorige onderdeelen der Geneeskunde wordt voor het
+ grootste deel de leer der kenteekenen afgeleid. Derhalve komen ook
+ haar de voordeden ten goede, die de Scheikunde aan gene bezorgt.
+ Overvloed van voorbeelden zijn bij de hand: verschaft het bloed uit de
+ ader gelaten niet een duidelijke aanwijzing omtrent den inwendigen
+ toestand? Maar in den waren aard daarvan kan niemand een juist inzicht
+ krijgen tenzij door een scheikundig onderzoek.
+
+ Latet vera Lactis nutricum natura, quem Chemia latet. At quanti
+est, exactum de hoc judicium fere posse! Dum toties miseris illud
+infantibus, veneni instar, infinitorum cruciatuum, mortisque fit causa,
+dulcem quod vitae fomiteae, sanitatem et incrementum debebat addere.
+
+ Hem blijft de ware natuur der voedstermelk verborgen, voor wien
+ de Scheikunde iets verborgens is. Maar hoeveel is het waard, daarover
+ een zuiver oordeel te kunnen vellen! daar dt zoo dikwijls voor de
+ ongelukkige kinderen een vergif gelijk, de oorzaak is van oneindig
+ veel folteringen en den dood, wat aan hun zorgvuldig gekoesterd leven
+ juist de zoete gezondheid en wasdom had moeten geven.
+
+ Si solis Medicis Medicus nunc loquerer, plurima hic de Sputis, de
+Sudore, de Urinis et Alvi excrementis dicenda superessent, quae satius
+tamen est involvere silentio; ne his audiendis minus adsuetos prehendat
+nausea.
+
+ Als ik als geneeskundige nu alleen voor geneeskundigen sprak,
+ zou hier zeer veel te zeggen overblijven betreffende sputum, zweet,
+ verschillende soorten van urine en ontlasting, die het echter beter is
+ in stilzwijgen te hullen, opdat niet hen, die minder gewoon zijn die
+ dingen te hooren, een walging bevange.
+
+Offerunt se denique posteriores duae Medicinae partes, Hygieine et
+Therapeutice; quae uti inter alias nobilissimae, propius jam fini
+accedunt Medico; ita in has prae reliquis benefica Chemia, quidquid fere
+utilis, quidquid habet boni, sincero adeo affectu, congessit, ut ne sic
+quidem satisfecisse sibi visa, majora viribus tentaverit, ipsos Naturae,
+ne dicam Artis limites vanis transgressa pollicitationibus.
+
+ Ten slotte vertoonen zich de laatste twee onderdeelen der Geneeskunde,
+ de Hygine en de Therapie. Evenals deze, boven de andere in adel
+ uitblinkend, al dichter naderen tot het door de Geneeskunde zich
+ gestelde doel, zoo betoonde zich de Scheikunde jegens haar milddadiger
+ dan jegens de overige en overlaadde haar met nagenoeg al het nuttige,
+ al het goede, dat zij heeft, met zulk een oprechte toeneiging, dat zij
+ zelfs op die manier zich zelf niet scheen te voldoen en dingen
+ beproefde, die haar krachten te boven gingen, waarbij zij met ijdele
+ beloften de grenzen zelf der Natuur, om niet te zeggen der wetenschap
+ overschreed.
+
+ Ortum hic error ab artificum duxit ignorantia, qui miram videntes
+complurium suorum inventorum energiam, incitabantur eousque, finitae ut
+arti inesse crederent infinita. Hi igitur, quae commisere, sua ipsi
+delicta luant; nec debita ideo Chemiae laus denegetur, collata quam ad
+sanitatis tutelam, morborumque propulsionem opera meruit.
+
+ Deze dwaling is ontstaan uit de onwetendheid der kunstenaars,
+ die ziende de wonderbare kracht van verscheidene van hun uitvindingen
+ daardoor z in vuur geraakten, dat zij meenden, dat in hun begrensde
+ kunst onbegrensde dingen besloten waren. Laten die dus zelf de
+ misgrepen boeten, die zij begingen, en laat daarom niet aan de
+ Scheikunde de haar verschuldigde lof ontzegd worden, dien zij door
+ zich moeite te geven voor de bescherming der gezondheid en het
+ verdrijven van ziekten verdiend heeft.
+
+ Quid enim? Nonne ejus artificio esculentorum et potulentorum,
+aquarum, Vinorum, Cerevisiarum natura, virtutes et vitia cognoscuntur
+optime? Nonne Thermarum illa, Acidularum, aliorumque fontium, vi
+Medicata insignium, elementa, compositionem et facultates tam liquido
+manifestat, ut vel imitetur, et naturalium defectum arte factis
+suppleat, haud minoris fere efficaciae?
+
+ Want wat is het geval? Leert men niet door haar kunst den
+ aard, de goede en slechte eigenschappen van eet- en drinkwaren, van
+ verschillende soorten water, wijn en bier uitstekend kennen? Openbaart
+ zij niet de elementen, samenstelling en eigenschappen van warme,
+ zuurhoudende en andere bronnen, beroemd om haar geneeskracht, z
+ duidelijk, dat zij ze zelfs namaakt en het ontbreken van natuurlijke
+ wateren vergoedt door kunstmatig vervaardigde, die bijna geen
+ geringere uitwerking hebben?
+
+ Medicamentorum principia, vires, agendi modus, et quidnam in
+unoquoque id sit, cui maxima insidet potentia, perspicacissimum quemque,
+sine analysi Chemica, fugiunt. Quid nunc commemorem plurimas illas
+Mortalium aegritudines, quarum legitimam medendi methodum sola suggerit
+Chemia? Quid sexcenta enumerem selectissimae virtutis medicamina, quorum
+inventionis gloriam illa sibi vendicat?
+
+ De grondstoffen, krachten, de wijze van werken der
+ geneesmiddelen en, wat toch wel in elk dat is, waarin de grootste
+ macht schuilt, ontgaan den scherpzinnigste zonder scheikundige
+ analyse. Waartoe zou ik nu melding maken van die veelvuldige kwalen
+ der stervelingen, wier behoorlijke geneesmethode alleen de Scheikunde
+ aan de hand doet? Waartoe zou ik de ontelbare geneesmiddelen van een
+ uitgezochte voortreffelijkheid opsommen, welke uitgevonden te hebben
+ zij zich beroemt?
+
+ Taceo benignissimam ejus operam, qua lethalem nonnullorum corporum
+ferociam, laudabili adeo eventu, cicuravit, e venenis ut remedia
+evaserint tutissima aeque ac efficacissima. Praetereo singularem ejus,
+in Medicamentorum viribus acuendis, extrahendis, in compendium
+reducendis, et sub alia et alia gratiori forma exhibendis, dexteritatem:
+
+ Ik zwijg nog van haar uiterst weldadige werkzaamheid, waarmee
+ zij de vreeselijke, doodelijke kracht van sommige lichamen heeft weten
+ onschadelijk te maken met zulk een lofwaardige uitkomst, dat zij van
+ vergiften geneesmiddelen zijn geworden, waarvan de volkomen veiligheid
+ de uitwerking evenaart. Ik ga voorbij haar bijzondere geschiktheid om
+ de krachten der geneesmiddelen te verscherpen om ze te voorschijn te
+ brengen, om ze te herleiden tot een beperkten omvang en om ze telkens
+ weer onder een aangenamen vorm te doen verschijnen.
+
+ si enim singula, pro dignitate, nunc prosequi susciperem, dies
+dicentem deficeret. Videte, quae illustris Boylaeus, quae Bellinus,
+Bohnius, Stahlius, Hoffmannus, aliique laboribus suis Chemicis in
+Medicina praestitere: verum quid ad exteros provocare opus?
+
+ Want als ik op mij nam alles thans een voor een naar verdienste
+ na te gaan, zou de dag voor mijn woorden te kort zijn. Ziet, wat de
+ doorluchte BOYLE, wat BELLINI, BOHN, STAHL, HOFFMAN en anderen door
+ hun scheikundige werken in de Geneeskunde hebben tot stand gebracht.
+ Maar waartoe is het noodig een beroep te doen op buitenlanders?
+
+ Immortalia Vestrum omnium in manibus versantur scripta, nunquam
+periturae credidistis memoriae acta praestantissima Viri vere Magni,
+quem fortunato coram hic contuemur vivum O diu! sospitemque: volvite
+haec atque revolvite, dictorum testimonia inventuri omni exceptione
+majora.
+
+ Onsterfelijke geschriften bevinden zich in uw aller handen,
+ onvergankelijk hebt gij in uw geheugen geprent de voortreffelijke
+ daden van den waarlijk grooten man, dien wij gelukkig hier
+ tegenwoordig in leven--o moge hij dat lang blijven!--en in welstand
+ zien. Slaat deze geschriften telkens en telkens weer op en gij zult
+ daarin getuigenissen van het gezegde vinden, die boven elke bedenking
+ verheven zijn.
+
+Ex hisce igitur constat affatim, quanti sint usus, quot probatissima
+inventa, quam innumera beneficia, quibus Chemia quascunque Medicinae
+partes cumulat largissime: patuit, quam amplam, quam necessariam ab hac
+mutuetur Philosophia experimentorum supellectilem. Nec quis jam porro
+inficiatur minime segregandam illam esse a numero Artium Academicarum,
+quae binis harum tam arcto vinculo cohaeret.
+
+ Hierdoor is dus met voldoende zekerheid bewezen, hoe groot de
+ diensten, hoe talrijk de algemeen gewaardeerde uitvindingen, hoe
+ ontelbaar de weldaden zijn, waarmee de Scheikunde alle mogelijke
+ onderdeelen der Geneeskunde op de meest kwistige wijze overlaadt. Het
+ is duidelijk geworden, welk een omvangrijke, welk een noodzakelijke
+ voorraad proefondervindelijke bewijzen de Wijsbegeerte aan haar
+ ontleent. En wel niemand zal verder meer ontkennen, dat _zij_
+ allerminst uit het getal der Akademische wetenschappen moet worden
+ afgezonderd, die met twee er van door zulk een nauwen band te zamen
+ hangt.
+
+Ne tamen ullus relinquatur dubitationi locus, addendum aliud adhuc est
+argumentum, illos convicturum, qui forte oggesserint, alias complures
+dari artes ministras, quarum licet egeant adminiculo disciplinae
+nobiliores, ea tamen non est dignitas, harum ut albo inserantur.
+
+ Opdat er echter in het geheel geen plaats voor twijfel overblijve,
+ moet nog een ander bewijs er aan worden toegevoegd, dat hen zal
+ overtuigen, die misschien zullen aanvoeren, dat er verscheidene andere
+ hulpwetenschappen bestaan, wier aanzien, ofschoon de meer edele
+ wetenschappen haar bijstand behoeven, toch niet zoo groot is, dat zij
+ in de lijst van deze worden opgenomen.
+
+Id equidem si in Chemiam quis contorserit, sciat is, non servile esse
+ejus ministerium, sed tale, ut quam Academicis scientiis praestat
+operam, eandem ab his exigat vicissim, et mutuetur reciprocam.
+Quemadmodum enim, ut perfectum quis in Physicum evadat, bonus sit
+Chemicus oportet; ita non minus bonum decet esse Physicum, ad plenam
+qui Chemiae notitiam adspirat: ultra vulgus sapiat, emunctis accedat
+naribus, et imbutam artibus ingenuis habeat mentem necesse est, qui in
+Chemia laudabile praestare quidquam, et verus ejus cultor audire gestit.
+
+ Indien iemand voorwaar dit op de scheikunde toepast, laat hij dan
+ weten, dat haar dienstbaarheid niet die van een slavin is, maar een
+ zoodanige, dat zij denzelfden dienst, welken zij den akademischen
+ wetenschappen bewijst, op haar beurt van deze eischt en wederkeerig
+ van haar borgt. Want evenals iemand, om het tot een volmaakt physicus
+ te brengen, een goed scheikundige moet zijn, zoo behoort hij, die de
+ volledige kennis der Scheikunde najaagt, niet minder een goed physicus
+ zijn. Hij moet in verstand boven den grooten hoop uitsteken, met fijne
+ smaak tot het werk nader treden, een geest hebben doorkneed in de
+ schoone kunsten en wetenschappen, die in de Scheikunde iets
+ lofwaardigs verlangt tot stand te brengen en een waar beoefenaar van
+ haar te heeten.
+
+Quid enim? Nonne saltum facit maxime absonum scientiae cujusdam
+addiscendae cupidus Tyro, si generalibus illius regulis nondum cognitis,
+ad singularia mox pedem promovet? Nonne a simplicioribus ad magis
+composita, a facillime obviis ad abstrusa, Naturae ipsius ordo
+commonstrat viam? Cuinam igitur tam parum nota sunt bonae praecepta
+methodi?
+
+ Want hoe kan het anders? Maakt een beginner, die begeerig is een
+ zekere wetenschap te leeren, niet een allerongerijmdsten sprong,
+ indien hij zonder nog de algemeene regels ervan te kennen, terstond
+ voortschrijdt tot de bijzonderheden? Wijst niet de orde in de natuur
+ zelf den weg van het meer eenvoudige naar het meer samengestelde, van
+ hetgeen onmiddellijk voor de hand ligt naar hetgeen diep is
+ verscholen?
+
+ ad corporum ut singularium descendere examen, horum investigare
+occultas vires, affectiones proprias, effecta peculiaria attentet,
+antequam universalem objecti sui ideam sibi comparaverit. Addiscat
+prius, quid sit corpus? Quaenam ejus natura generalis? Quantum a mente
+differat?
+
+ Aan wien dan toch zijn de voorschriften van een goede methode
+ z weinig bekend, dat hij beproeft zich te verdiepen in een onderzoek
+ van afzonderlijke lichamen en hun verborgen krachten, bijzondere
+ eigenschappen en eigenaardige uitwerkingen na te sporen, voordat hij
+ zich een algemeen denkbeeld heeft verschaft van zijn onderwerp? Eerst
+ leere hij, wat een lichaam is, wat wel zijn algemeene natuur is,
+ hoeveel het verschilt van den geest.
+
+ Virium praemittat et proprietatum communium indaginem; et
+superficiem ante contempletur, quam in viscera penetrat: Artem calleat
+ea, qua decet, accuratione instituendi experimenta: denique nec legum
+sit ignarus, quae ex datis, justo ratiocinio, legitimas docent elicere
+conclusiones et Theoremata: hocque demum apparatu instructus, operi sese
+accingat Chemico, fructus inde non poenitendos adsecuturus.
+
+ Hij moet laten voorafgaan een onderzoek naar de algemeene
+ krachten en eigenschappen en eerst de oppervlakte beschouwen, voordat
+ hij in de ingewanden doordringt. Hij moet de kunst verstaan, met die
+ nauwkeurigheid, waarmee dat behoort, proeven te nemen. Ten slotte zij
+ hij ook niet onbekend met de wetten, die leeren uit gegevens volgens
+ een juiste redeneering de goede gevolgtrekkingen te maken en
+ leerstellingen af te leiden, en eerst van deze toerusting voorzien
+ gorde hij zich aan tot den scheikundigen arbeid, waarvan hij vruchten
+ zal plukken, die hem nimmer zullen berouwen.
+
+Qui vero aliter se hac in re gerunt, nae illi oleum perdant et operam!
+Andabatarum enim more procedentes, impingunt undique; et emendato
+intelligentiae destituti lumine, quo in Chemiae adyta irrumpunt
+profundius, eo hallucinantur magis; nubemque tandem pro Junone amplexi,
+finem laborum omnium, erroribus, ignorantia, paupertate coronatum vident
+sero et dolent.
+
+ Zij echter, die zich in deze zaak anders gedragen, waarlijk zij doen
+ vergeefsche moeite. Want als blindemannen[9] voortgaande, stooten zij
+ overal tegen aan en, daar zij van het zuivere licht van het begrijpen
+ verstoken zijn, bazelen zij des te erger hoe dieper zij in de
+ binnenste heiligdommen der Scheikunde doordringen en eindelijk, een
+ wolk in plaats van Juno[10] omhelsd hebbend, zien zij tot hun smart te
+ laat, dat het eind van al hun moeiten bekroond wordt met dwalingen,
+ onwetendheid, en armoede.
+
+ [Voetnoot 9: "more andabatarum". Andabatae, gladiatoren die
+ streden in een helm zonder kijkgaten. (Vertaler.)]
+
+ [Voetnoot 10: Dit wordt van Ixion verteld, die Juno met zijn
+ liefde vervolgde en tot zijn straf in de onderwereld op een altijd
+ draaiend rad werd gebonden. (Vertaler.)]
+
+ Hi sunt, quorum illotis olim manibus dum tractabatur Chemia,
+foedissimis deturpata errorum et fabularum maculis, adeo sorduit, invisa
+ut Sapientibus et suspecta esset. Hi sunt, a quibus dein Eruditus Orbis,
+una cum Arte nobilissima, detestandas illas accepit falsissimarum
+opinionum pestes, inde in omne fere Scientiarum genus propagatas,
+contagio vix non indelebili. Verificatum hic tritum illud: Optimarum
+rerum abusus pessimi.
+
+ Zij zijn het, die gemaakt hebben, dat de Scheikunde eens,
+ zoolang zij door hun ongewasschen handen werd behandeld, ontsierd
+ door de vuilste vlekken van dwalingen en fabeltjes, z in het slijk
+ geraakte, dat zij den geleerden gehaat en verdacht was. Zij zijn het,
+ van wie vervolgens de beschaafde wereld tegelijk met de edelste
+ wetenschap dien afschuwelijken vloek van geheel valsche meeningen
+ ontving, die zich vandaar over ongeveer elk soort van wetenschap
+ uitbreidde met een bijna niet te keeren besmetting. Hier werd dat
+ bekende gezegde bewaarheid: Van de beste dingen is het misbruik het
+ ergst.
+
+Non tamen isthaec Artis sunt sed artificum: hos enim quamprimum contigit
+tales esse, quales sibi postulat Artis sublimitas, viros Mathematice
+doctos, qui spreta magistrorum auctoritate, Naturam ducem secuti, res
+ipsas, uti in se sunt, contemplari, et de iis judicare, quam praepostere
+credere maluerunt, mox sordibus detersis, aliam adepta faciem Chemia,
+et quibus scatebat ipsa, et qui inde in alias irrepserant scientias,
+errores non expunxit solum; sed horum etiam locum amplissimis supplevit
+inventis, solidissimis veritatibus.
+
+ Dat is echter niet de schuld van de wetenschap maar van haar
+ beoefenaars. Immers zoodra het geviel, dat deze zoo waren, als de
+ verhevenheid der wetenschap voor zich eischt, mannen, wiskundig
+ onderlegd, die zonder zich te storen aan het gezag van meesters, de
+ natuur als leidsvrouw volgend, liever de zaken zelf, zooals zij in
+ haar wezen zijn, wilden beschouwen en daarover oordeelen dan
+ verkeerdelijk gelooven, heeft niet alleen de Scheikunde, na ras al dat
+ vuil te hebben afgewischt en een ander voorkomen te hebben gekregen,
+ zoowel de dwalingen, waarvan zij zelf krioelde, als die, welke uit
+ haar in andere wetenschappen waren geslopen, uit den weg geruimd, maar
+ ook de plaats daarvan weer aangevuld met de prachtigste uitvindingen
+ en de meest onbetwistbare waarheden.
+
+Verum desino exhibendis veri Chemici requisitis immorari diutius; ne,
+horum plurima mihimet ipsi deesse nimis perspiciens, tantillum etiam,
+quod mihi restat, animi, quo aliqualem adhuc in munere hocce meo
+speraveram successum, prorsus abjiciam, et, nedum facto virium
+tentamine, palaestra fugiam imbellis.
+
+ Edoch, ik houd op langer te vertoeven bij de uiteenzetting van de
+ vereischten voor den waren scheikundige, opdat ik niet, maar al te
+ goed inziend, dat de meeste daarvan mij zelf juist ontbreken, ook nog
+ dat weinigje moed geheel en al verlies, dat mij nog blijft en waardoor
+ ik nog op eenig succes in dit mijn ambt had gehoopt, en lafhartig
+ vlucht uit het strijdperk zonder zelfs mijn krachten te beproeven.
+
+Ex dictis autem abunde innotescit, Chemiam captu vulgi superiorem,
+cultores exigere, praeliminari scientiarum Academicarum supellectile
+instructos: nec jam ulterius urgent, quae modo posse objici videbantur.
+
+ Uit hetgeen gezegd is, wordt het echter meer dan voldoende duidelijk,
+ dat de Scheikunde, de bevatting van het gemeen te boven gaand,
+ beoefenaars vereischt vooraf voorzien van een uitrusting bestaande uit
+ Akademische wetenschappen, en niet langer meer verontrusten haar die
+ dingen, die men haar nog zooeven scheen te kunnen verwijten.
+
+Quare, nisi vana me eventus spes fefellit, est, cur proposito paratam
+fidem suspicer: constitit enim, Artem Chemicam praeclarissimis,
+quos animi pariter et corporis culturae praestat, usibus insignem,
+Philosophiae et Medicinae maxime proficuam, summe necessariam,
+indissolubili haerere vinculo, utrinque firmissimo, hae ut illius
+opera utantur, et vice versa. Quid demum impedit, quo minus concludam,
+_Chemiam, Artem Nobilem, Artibus Academicis jure esse inserendam_?
+
+ En daarom, als ik mij niet door een ijdele hoop op de uitkomst heb
+ laten misleiden, heb ik grond te vermoeden, dat ik geloof heb gevonden
+ voor hetgeen ik mij voornam te bewijzen. Want met zekerheid is
+ voorgesteld geworden, dat de scheikundige wetenschap uitblinkend door
+ de schitterende diensten, die zij zoowel aan de verzorging van de ziel
+ als aan die van het lichaam bewijst, van het grootste nut en de
+ hoogste noodzakelijkheid voor Wijsbegeerte en Geneeskunde, daarmee
+ door een onverbreekbaren band samenhangt, sterk in tweerlei opzicht
+ namelijk, dat deze zich van haar hulp bedienen, en omgekeerd. Wat
+ belet mij ten slotte te besluiten, _dat de Scheikunde, een edele
+ wetenschap, met recht een plaats verdient onder de Akademische
+ wetenschappen?_
+
+Vestra igitur, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE BATAVAE CURATORES, una cum
+NOBILISSIMIS VESTRIS COLLEGIS, AMPLISSIMIS HUJUS URBIS CONSULIBUS,
+Vestra, inquam, sapientissima est cura, quod in celeberrima hac, cui
+tanta cum gravitate, et inusitata adeo vigilantia praeestis, Academia,
+huic quoque disciplinae, largo firmatam pretio, sedem statueritis, et
+officinam, ejus exercitio aptissimam; nec hanc volueritis diu frigere,
+postquam impetrata, quam petiverat, missione honorificentissima, inde
+exivit Vir, ob sociatum stupendae eruditioni plusquam Herculeam laborum
+tolerantiam, eo certe provectus in Arte, verus ut Chemiae Restaurator
+merito laudetur omnibus.
+
+ Aan u derhalve, zeer doorluchte curatoren der Bataafsche Akademie te
+ zamen met uw zeer edele collega's, de zeer aanzienlijke burgemeesters
+ van deze stad, aan u, zeg ik, is de zeer wijze maatregel te danken,
+ dat gij aan deze zeer beroemde Akademie, die gij met zooveel
+ waardigheid en met een gansch ongewone waakzaamheid bestuurt, ook voor
+ deze wetenschap een leerstoel, door een ruime toelage gesteund, hebt
+ ingesteld en eene werkplaats zeer geschikt om haar te beoefenen, en,
+ dat gij niet gewild hebt, dat deze leeg stond, nadat na het meest
+ eervolle ontslag te hebben verkregen, waarom hij had gevraagd, daar
+ uit was getreden de man, die wegens de verbinding van een
+ verbijsterende geleerdheid met een meer dan Herkulische werkkracht
+ zeker zulk een hoogte in de wetenschap heeft bereikt, dat hij terecht
+ door allen wordt geprezen als de ware hernieuwer der Scheikunde.
+
+Quod autem Viro huic incomparabili, nec ambientem me, nec promeritum
+subadjungere Vobis visum fuerit, Atlanti Pigmaeum; id equidem quoties
+attenta mente perpendo toties immensum, quo Vestra meritis meis
+praeponderat clementia, momentum attonitus miror, veneror humillimus.
+Juvenem namque, alienigenam, nullo dum ingenii dato specimine notum,
+tanto quod condecorare honore, gratiosissime sitis dignati, cuinam magis
+rei adscribam, quam immensae Vestrae benevolentiae et favori inaudito?
+
+ Wat echter het feit betreft, dat het u behaagd heeft mij, zonder dat
+ ik er naar dong of het verdiende, toe te voegen aan dien
+ onvergelijkelijken man, een pigmee aan een Atlas, voorwaar zoo
+ dikwijls ik dat aandachtig overweeg, sta ik in stomme verbazing over
+ het kolossale gewicht, dat uw goedertierenheid meer in de schaal heeft
+ moeten leggen dan mijn verdiensten, en ik erken het nederig en
+ eerbiedig. Want dat gij u allergenadigst hebt verwaardigd een vreemden
+ jongeling, die nog door geen enkel bewijs van talent was bekend
+ geworden, met zulk een eer te begiftigen, waaraan zal ik dit wel meer
+ moeten toeschrijven dan aan uw oneindige welwillendheid en ongehoorde
+ gunst?
+
+Temerarius equidem videri possem, quod nulla tenuitatis meae ratione
+habita, hanc amplexus sim provinciam, in qua exequenda, post tantum
+Praedecessorem, ne mediocris quidem applausus spes mihi affulget. At
+enim inglorius plane sit oportet, animoque nimis abjecto, qui hinc
+dignitate, illinc liberalissimo excitatus honorario, torpeat, nascentis
+fortunae suae incurius.
+
+ Voorwaar ik zou vermetel kunnen schijnen, omdat ik zonder rekening te
+ houden met mijn eigen kleinheid deze taak heb aanvaard, bij het
+ volbrengen waarvan mij zelfs niet de hoop op een middelmatig applaus
+ toeschittert na zulk een voorganger. Maar toch _hij_ moet wel geheel
+ van eerzucht zijn ontbloot en al te versaagd zijn van geest, die aan
+ den eenen kant door de eer, aan den anderen door een zeer mild
+ honorarium aangespoord, onbeweeglijk blijft zonder zich te bekommeren
+ om den groei van zijn fortuin.
+
+ Me sane, ut ut exiguas probe agnoverim vires, hi tamen stimuli
+haud pupugere insensilem: novum insuper admovit calcar favoris
+plenissima Vestra, de me meisque studiis concepta, opinio: animum
+denique addidit consueta Vobis et propria generosae mentis indoles, qua
+ultra, quam juveniles pertingunt vires, a juvene nil exigitis. His
+adductus conditionibus accepi munus: his fretus illud nunc auspicor.
+
+ Ik zeer zeker, hoe volkomen ik ook mijn geringe krachten
+ erkende, was toch niet ongevoelig voor het steken van die prikkels.
+ Bovendien strekte mij tot een nieuwen spoorslag uw bijzonder gunstige
+ meening, die gij omtrent mij en mijn studin hebt opgevat. Moed gaf
+ mij tenslotte uw gewone inborst eigen aan een edelaardigen geest,
+ waardoor gij niets verder van een jongeling verlangt, dan de jeugdige
+ krachten reiken. Door deze omstandigheden er toe gebracht heb ik mijn
+ ambt aangenomen: op deze vertrouwend aanvaard ik het nu plechtig.
+
+Faciet insculpta animo meo sempiterna hujus Vestrae in me munificentiae
+memoria, omnem ut moveam lapidem, ea ne plane indignus videar. Industria
+pensabo vires, ingenium assiduitate, labore indefesso aetatem, animo
+denique fulciam corpus, et quidquid in utroque est vigoris, totum id
+promovendis Academiae commodis unice sacrabo.
+
+ De eeuwigdurende herinnering aan uw mildheid jegens mij zal, in mijn
+ geest gegrift, maken, dat ik alles in het werk zal stellen, opdat ik
+ die niet algeheel onwaardig schijne. Door vlijt zal ik mijn krachten
+ goedmaken, mijn talent door gestadige toewijding, door onvermoeiden
+ arbeid mijn jeugd, met mijn geest ten slotte zal ik mijn lichaam
+ schragen en alle kracht, die in beide is, zal ik geheel eenig en
+ alleen aan het bevorderen der belangen van de Akademie wijden.
+
+Sic, spero, fiet, ut beneficii, a Vobis apud me collocati, Vos non
+poeniteat, nec me pudeat accepti. Quod agentem juvet bonorum omnium
+scaturigo inexhausta, Deus! A quo et Vobis, ILLUSTRISSIMI ACADEMIAE
+PROCERES, perpetuam salutis omnigenae et felicitatis intaminatae
+abundantiam, toto ex animo, apprecor.
+
+ Zoo zal het, hoop ik, geschieden, dat het noch u berouwt mij dien
+ weldaad te hebben bewezen, noch ik mij schaam haar te hebben
+ aangenomen. Moge daarbij God helpen, de onuitputtelijke bron van al
+ het goede. Van Hem bid ik ook u, zeer doorluchte leidslieden der
+ Akademie, een bestendigen overvloed aan alle mogelijke heil en
+ onbevlekt geluk van ganscher harte toe.
+
+Ad vos me converto, CELEBERRIMI PROFESSORES! Vos alloquor, Clarissima
+hujus Academiae Lumina! Miramini enim, dubio procul, juvenem, plurimis
+Vestrum incognitum, nonnulis autem, sexennio vix elapso, inter
+discipulos numeratum, eo procedere temeritatis, haec ut conscendat
+subsellia, Vestris sacra doctissimis vocibus, Vestris oraculis. At
+temeritatem ne putate, quae justa tantum aemulatio est, studiorum
+commodis inservitura.
+
+ Tot u wend ik mij, zeer beroemde hoogleeraren, u spreek ik toe,
+ schitterende lichten dezer Akademie! Gij verbaast u toch zonder
+ twijfel, dat een jongeling, den meesten van u onbekend, die voorts van
+ sommigen ternauwernood zes jaar geleden de leerling was, zulk een trap
+ van driestheid heeft bereikt, dat hij dezen zetel bestijgt, die aan uw
+ zeer geleerde stemmen is gewijd, aan uw orakelspreuken. Maar wilt niet
+ voor driestheid houden, wat slechts een geoorloofde wedijver is, welke
+ den studiebelangen ten goede zal komen.
+
+ Quid quisque possit, nisi tentando, non didicit. Probabitis itaque
+ausum huncce meum, meimet ipsius notitiam mihi exhibiturum, nec sane a
+fastu, a quo merito sum alienissimus, sed a latente in praecordiis
+honestae gloriae igniculo profectum. Juvat magnorum Virorum ad exempla
+componi. Vos igitur praeeuntes, a tergo conspicabor, et, dum nunquam
+dabitur assequi, saltem ex intervallo sequar.
+
+ Niemand leert kennen, wat hij vermag, indien hij niet de proef
+ neemt. Gij zult derhalve deze onderneming van mij goedkeuren, die mij
+ de kennis van mijzelf zal verschaffen, en die waarlijk niet haar
+ oorsprong heeft in hooghartigheid, waar ik terecht zeer ver van
+ verwijderd ben, maar in de in mijn hart verborgen vlam van betamelijke
+ roemzucht. Het is mij een genot tegenover de voorbeelden van groote
+ mannen geplaatst te worden. U derhalve zal ik, zooals gij voor mij
+ uitgaat, van achteren aanschouwen, en, terwijl het mij nooit zal
+ gegeven worden u in te halen, zal ik u tenminste met een
+ tusschenruimte volgen.
+
+ Quo ipso Vestram non praepediens viam, certa tamen reperero
+vestigia, quae gressus dirigent meos, nec aberrare sinent. Hujus interim
+beneficii ea erit apud me vis, ut omni vos honoris et observantiae
+cultu, pro ea, qua estis, dignitate, venerabundus suspiciam.
+
+ Daardoor juist zal ik zonder uw weg te versperren toch zekere
+ voetsporen vinden, die mijn schreden zullen leiden en zullen beletten
+ af te dwalen. Intusschen zal die weldaad zulk een invloed op mij
+ behouden, dat ik u alle mogelijke eer bewijzend en hoogachting
+ betoonend, waarop de verdiensten, die gij hebt, u recht geven, met
+ eerbied tegen u zal blijven opzien.
+
+Vobis praesertim, qui Philosophiae et Medicinae sacra, tanto cum omnium
+applausu, panditis, VIRI FAMIGERATISSIMI! Vobis, dum et publica me et
+privata voce formavistis, omnibus et singulis, jubente ita pietate
+Praeceptoribus debita, sigulari ut reverentia totum me in aeternum
+devoveam, pertinax faciet acceptorum memoria.
+
+ Aan u vooral, die de heiligdommen der Wijsbegeerte en der Geneeskunde
+ onder zulk een algemeene toejuiching ontsluit, zeer beroemde mannen,
+ dat ik aan u, zoowel aan allen als aan ieder afzonderlijk, daar gij
+ mij zoowel door uw openbaar als door uw particulier onderricht hebt
+ gevormd, met bijzonderen eerbied mij geheel voor altijd wijd, zooals
+ de dankbaarheid den leermeesters verschuldigd dat vereischt, daarvoor
+ zal de voortdurende herinnering aan het ontvangene zorgen.
+
+Est hinc, cur Tibi, VIR ACUTISSIME, PERSPICACISSIME 'S GRAVESANDE!
+publicas hic nunc persolvam grates, quod et privato me labore
+inconcussis Mathematicae Tuae Philosophiae praeceptis imbuere non
+sis dedignatus.
+
+ Zoo komt het ook, dat ik u, zeer vernuftige en scherpzinnige 's
+ GRAVESANDE, hier nu openlijk den u toekomenden dank breng, omdat gij
+ het niet beneden u hebt geacht mij ook particulier in de vaste regels
+ uwer wiskundige Wijsbegeerte in te wijden.
+
+Tu quoque, ANATOMICORUM DEXTERRIME, SUBTILISSIME ALBINE! Qui, pari
+opera, necessariam adeo fabricae humani corporis cognitionem per
+aures mihi et oculos infudisti solertissime, animum Tibi meum longe
+obstrictissimum nunquam non comperies.
+
+ Ook gij, handigste der anatomen, zeer scherpzinnige ALBINUS, die mij
+ met gelijke moeite de absoluut noodzakelijke kennis van den bouw van
+ het menschelijk lichaam met de grootste bekwaamheid door ooren en
+ oogen hebt bijgebracht, steeds zult gij bevinden, dat mijn hart u in
+ de hoogste mate erkentelijk is.
+
+Te vero, CELEBERRIME BOERHAVI! Te cumprimis ni sigillatim hic compellem,
+mortalium ingratissimus jure habebor: si quid enim est in me ingenii, si
+qua artis Medicae peritia, si qua in Chemicis exercitatio, Tibi ego id
+omne soli debeo. Tres alias frequentaveram Tyro Academias, antequam
+prospera huc advectus fortuna, Tuo ab ore pependerim.
+
+ U echter, zeer beroemde BOERHAAVE, als ik u hier niet in de eerste
+ plaats afzonderlijk toespreek, zal men mij terecht voor den
+ ondankbaarsten der stervelingen houden. Indien ik namelijk eenig
+ talent bezit, eenige bedrevenheid in de Geneeskunde, eenige oefening
+ in de Scheikunde, dan ben ik dat alles u alleen verschuldigd. Drie
+ andere Akademies had ik als nieuweling bezocht, voordat ik door een
+ gelukkige lotsbestiering hier aangekomen, aan uw lippen heb gehangen.
+
+ Solam Te penes addiscere praxim animus erat, studiisque meis
+Academicis imponere coronidem: sed vixdum primis gustaveram labiis
+defoecatissimae Tuae doctrinae nectar, cum summa ejus dulcedo me mox
+tantopere rapuit, ut quidquid vel publicis vel privatis in lectionibus,
+ad quamcunque pertinens Medicinae partem, mellifluo ab ore Tuo prodiit,
+haurire sategerim avidissimus.
+
+ Ik was voornemens alleen de praktijk bij u te leeren en mijn
+ Akademische studin te besluiten. Maar nauwelijks had ik nog met den
+ rand mijner lippen de nectar van uw kristalhelder onderricht geproefd,
+ of de buitengewoon lieflijke smaak daarvan heeft mij dra zoozeer
+ verleid, dat ik voldoende werk had om alwat hetzij in openbare hetzij
+ in besloten voorlezingen als honig uit uw mond te voorschijn vloeide,
+ op welk deel der Geneeskunde het ook betrekking had, met de grootste
+ graagte in te drinken.
+
+ Dolens nimirum vidi, fore per temporis mihi relicti angustiam, ut
+ablactarer citius, quam satiatus a Te recederem. Sive itaque vernam dici
+speciem, amabilissimis horti divitiis mira suavitate exponendis,
+dicares, jucundo Botanices studio discipulorum animos tanto redditurus
+alacriores ad laborum magis arduorum tolerantiam; seu inter furnos
+desudans, ad secretissimos Chemiae recessus viam monstrares, certo
+castigatissimae methodi filo tutissimam pariter ac facillimam;
+
+ Tot mijn smart zag ik namelijk dat ik wegens de kortheid van den
+ mij nog overgebleven tijd eerder zou gespeend worden, dan ik verzadigd
+ van u heen zou gaan! Hetzij gij derhalve een schoonen lentedag
+ besteeddet aan het verklaren der lieflijke rijkdommen van den Hortus
+ op een bewonderenswaardig aantrekkelijke wijze, om zoo door de
+ aangename studie der Botanie uw leerlingen des te meer lust in te
+ boezemen om zich moeilijker arbeid te getroosten, hetzij gij in het
+ zweet uws aanschijns tusschen de fornuizen tot de meest afgelegen
+ schuilhoeken der Scheikunde den weg weest, die door den zekeren
+ leiddraad van uw zoo eenvoudige methode even veilig als gemakkelijk
+ was;
+
+ seu exacta ad normam Mathematicam stabilires Theoriae Medicae
+fundamenta, quibus mox inaedificares immota Praxeos dogmata, medendi
+methodum felicissimum; Te ego secutus undique, illam potissimum diei
+partem optime a me collocatam credidi, quam Tibi consecraveram. Totum
+ergo Tuum est, si quid isthac mea industria profeci: Tu ejus omnem
+fructum, jure Tuo, a me repetis: quod dum gratus agnosco, poterat id
+solum Tibi me mille modis in aeternum devincire.
+
+ hetzij gij de grondslagen der theorie der Geneeskunde volgens
+ den wiskundigen regel vaststeldet om weldra de onomstootelijke dogma's
+ der praktijk, de meest vruchtbare geneesmethode daarop te bouwen,
+ u volgde ik overal en meende, dat vooral dat deel van den dag het best
+ door mij was besteed, dat ik aan u had gewijd. Het is derhalve geheel
+ uw verdienste, indien ik met dien ijver van mij iets heb tot stand
+ gebracht. Gij moogt op alle vruchten daarvan met volle recht aanspraak
+ maken en, daar ik dit dankbaar erken, zou dit alleen mij reeds op
+ duizenderlei wijze voor eeuwig aan u hebben kunnen verplichten.
+
+Tu vero, VIR MAXIME! cujus immensa eruditione non minor est singularis
+humanitas, hocce beneficium majore alio cumulasti: dum eo quoque
+tempore, quo post exactum vitae Academicae curriculum vel exteras
+visurus regiones, peregre profectus eram; vel praxeos exercendae
+gratia, in aliis hujus Belgii urbibus morabar; quoties aut literis,
+aut praesenti Te colloquio solicitavi audax, miro semper favore mihi
+vacare, et saluberrima suppeditare consilia non es dedignatus.
+
+ Maar gij, o groote man, van wien de bijzondere minzaamheid de
+ onmetelijke geleerdheid evenaart, hebt op dien weldaad nog een anderen
+ grooteren laten volgen, daar gij ook in dien tijd, dat ik, na mijn
+ Akademischen loopbaan volbracht te hebben, hetzij naar het buitenland
+ was vertrokken om vreemde landen te bezoeken, hetzij tot het
+ uitoefenen der praktijk in andere steden hier in de Nederlanden
+ vertoefde, het niet beneden uw waardigheid hebt geacht, zoo dikwijls
+ als ik zoo vermetel was hetzij per brief hetzij persoonlijk in een
+ onderhoud uw hulp in te roepen, steeds met een verbazende
+ goedgunstigheid u ter mijner beschikking te stellen en mij de
+ heilzaamste raadgevingen te schenken.
+
+Imo ne hic quidem substitit summa Tua in me benevolentia: nam Tibi etiam
+debeo, quo nunc impertior, laboris mei praemium. Tu, quod benignum adeo
+apud Proceres de me judicium tuleris, effecisti, ut huic admotus muneri,
+hoc sim honore ornatus.
+
+ Ja zelfs daar bleef uw overgroote welwillendheid jegens mij
+ niet staan. Want aan u ben ik ook de belooning van mijn moeite
+ verschuldigd, die thans mijn deel wordt. Gij hebt bewerkt, doordat gij
+ zulk een welwillend oordeel tegenover de leidslieden over mij hebt
+ geveld, dat ik tot dit ambt ben geroepen, die eervolle onderscheiding
+ heb genoten.
+
+ Dum igitur pluribus Tibi obstringor nominibus, quam quibus unquam
+dissolvendis ulla me aetas parem faciet, accipe gratissimam horumce
+agnitionem, et sempiternum, quam publice hic nunc tanquam in tabella
+suspendo, memoriam in qualiscunque locum Charisterii; et certus crede,
+omnibus me nervis eo adnisurum, Tibi ut monstrem, quam procul absim ab
+ingrati animi crimine! Plura adjicere Tua vetat modestia, meusque pudor.
+
+ Daar ik dus te veel verplichting jegens u heb, dan dat ooit
+ eenige tijd het mij mogelijk zal maken mij er van te kwijten, aanvaard
+ daarom de erkenning daarvan, getuigend van de diepste dankbaarheid,
+ en de onvergankelijke herinnering daaraan, die ik hier nu openlijk
+ als in een gedenktafel gegrift ophang, in plaats van elk dankoffer,
+ en wees ervan overtuigd, dat ik met al mijn krachten mij hiertoe
+ zal inspannen, dat ik u toone hoever ik de beschuldiging van
+ ondankbaarheid van mij kan werpen. Meer hieraan toe te voegen
+ verbiedt mij uw bescheidenheid en mijn schaamtegevoel.
+
+Antequam tamen Te dimittam, jubet nota mihi mearum tenuitas virium, et
+operis, quod suscipio, difficultas, Te ut enixe obtester, velis eodem,
+quo me huic admovisti, favore, id aggressurum sublevare, et Tuis,
+quoties imploravero, sapientissimis mihi consiliis adesse. Tibi, at
+quanto Viro! succedo:
+
+ Voordat ik echter u verlaat, noopt mij de mij bekende zwakheid mijner
+ krachten en de moeilijkheid van het werk, dat ik op mij neem, dat ik u
+ dringend bezweer, dat gij met dezelfde gunst, waarmee gij mij tot dit
+ werk hebt geroepen, mij wilt steunen, nu ik op het punt sta het te
+ aanvaarden en, zoo dikwijls als ik er u om bid, met uw wijze
+ raadgevingen mij ter zijde staan. U en welk een man, volg ik op.
+
+ Tu viae, quam toties trivisti, peritissimus, nisi praeiveris,
+omnem despondeo animum: manu igitur me prehende juvenem, haud aequis
+passibus Te secuturum; dumque, quo Tua Te divino ingenio sociata
+decumana industria provexit in arte, eo eniti insanientis est, id saltem
+fac ut laudis consequar, Tuis quod vestigiis reptabundus quidem, at non
+indecorus tamen, inhaeream.
+
+ Als gij met uw groote ervaring omtrent den weg, dien gij zoo
+ vele malen hebt afgelegd, mij niet voorgaat, laat ik allen moed
+ zinken. Vat mij, jongen man, dus bij de hand, hoewel ik u niet met
+ gelijke schreden zal kunnen volgen en wil maken, dat, terwijl het
+ krankzinnig zou zijn te trachten die hoogte te bereiken, waartoe u
+ uw geweldige ijver gepaard aan een goddelijk talent in de wetenschap
+ heeft gebracht, ik tenminste die lof mij verwerf, dat ik uw
+ voetstappen blijf drukken, wel is waar kruipend vorderend maar
+ toch niet geheel roemloos.
+
+Vos denique, PRAESTANTISSIMI JUVENES! Vos, sacrata Philosophiae et
+Medicinae Pectora, alloquor! Vestris enim usibus totam se dedicat
+Chemia; vestris arctissime copulata studiis haeret. Si quo igitur ejus
+amore capti, doluistis, aliquo illam tempore siluisse, erigite nunc
+animos! Patet rursum officina: ardebunt furni: accedite, et mecum ad hos
+desudate!
+
+ U, tenslotte, voortreffelijke jongelieden, u, die u met hart en ziel
+ aan de Wijsbegeerte en Geneeskunde wijdt, spreek ik toe. Immers de
+ Scheikunde stelt zich geheel en al in dienst van uw belangen, met uw
+ studin is zij ten nauwste saamgekoppeld en onafscheidelijk verbonden.
+ Indien gij dus soms in liefde voor haar ontstoken, het betreurd hebt,
+ dat zij eenigen tijd gezwegen heeft, weest dan nu weder goedsmoeds.
+ Wederom is de werkplaats geopend, de fornuizen zullen branden: komt,
+ en werkt daarbij met mij samen in het zweet uws aanschijns.
+
+ Suprahumano labore, sedulitate indefessa, sexcentis periculis,
+viam ante difficillimam expedivit Chemicorum Summus BOERHAVIUS, et, quo
+ipse usus est filo probatissimo, idem bona nobis fide porrigit: hujus
+ergo tenaces, Illum sequamur ducem, tuti et felices in artis adyta
+penetraturi.
+
+ Door bovenmenschelijken arbeid, door onvermoeide werkzaamheid,
+ onder duizend gevaren heeft BOERHAAVE, de opperste der scheikundigen,
+ den vroeger zoo moeilijken weg begaanbaar gemaakt en diezelfde
+ beproefde methode, waarvan hij zichzelf bediend heeft, geeft hij
+ naar zijn beste weten ons in handen. Laten wij dus daaraan vasthoudend
+ hem als leidsman volgen om zoo in veiligheid en met succes in de
+ heiligdommen der wetenschap binnen te dringen.
+
+ Vobis ego me offero comitem, et, si placet, adhortatorem. Si quid
+in me est virium, officii, aut consilii, utamini eo pro lubitu; Vobis id
+omne dico: Vestris enim prodesse studiis, ea demum est votorum mihi
+summa, is laborum finis erit unicus.
+
+ Aan u bied ik mijzelf als begeleider aan en, indien gij dat
+ wilt, als raadgever. Indien ik over eenige krachten, dienstvaardigheid
+ of verstand kan beschikken, gebruikt die dan, zooals gij verkiest. Aan
+ u wijd ik dit alles toe. Want uw studin te bevorderen, dat is vooral
+ het toppunt mijner wenschen, dat is het eenige doel mijner moeiten.
+
+
+DIXI.
+
+ IK HEB GEZEGD.
+
+
+[Errata:
+
+JOHANNI TRIP ... civitatis Amstelaedamensis senatori
+ _text reads "senatorl"_
+
+utilissimam pariter ac maxime necessariam prstat operam
+ _text reads "utillissimam"_
+
+qua lethalem nonnullorum corporum ferociam
+ _text reads "nonnulorum"_
+
+tuti et felices in artis adyta penetraturi
+ _text reads "penetraruri"_]
+
+
+ * * * * *
+ * * * *
+ * * * * *
+
+
+ DE HARMONIE
+
+ van het
+
+ DIERLIJKE LEVEN
+
+ de openbaring van wetten.
+
+
+ Inwijdingsrede, bij het Aanvaarden van het
+ Hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche
+ Hoogeschool
+
+ door
+
+ Dr. F. C. DONDERS.
+
+ Uitgesproken 28 Januarij 1848.
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+
+Wij lezen bij den voortreffelijken Henle, dat, in de physiologie en
+vooral in de pathologie van het dierlijke leven, de teleologische
+beschouwingswijze (vragende naar het doel der verschijnselen) zich nog
+bijna overal krachtig doet gelden--en wie geen vreemdeling is in deze
+wetenschappen, staat gereed, die uitspraak te beamen.
+
+Immers niet enkel worden de verschijnselen hier met het praedicaat
+van _doelmatig_ bestempeld: teleologische betoogen ook vindt men als
+bewijsgronden in het midden gebragt en erkend, ja! in plaats van de
+_op te sporen oorzaak_, wordt het _onderstelde doel_ tot "_verklaring_"
+der verschijnselen ingeroepen. Of ziet men niet, zelfs door sommige
+Coryphaen in de wetenschap, eene teleologische levenskracht, eene
+heelkracht der natuur, aan duizenden, _van de meest verschillende
+oorsaken afhankelijke_, verschijnselen _ten gronde gelegd_?
+
+Reeds vroeger (Gids 1846, bl. 893 e.v.) heb ik de teleologische
+beschouwingswijze--als ontbloot van absoluten grond, en hierom
+willekeurig en onwetenschappelijk--met een enkel woord bestreden. Het
+onderwerp evenwel scheen mij gewigtig genoeg voor eene meer uitvoerige
+behandeling, en, om deszelfs algemeene strekking, tevens bijzonder
+geschikt voor eene openlijke rede.
+
+Ik stelde mij hierom voor, hetzelve, bij gelegenheid der aanvaarding van
+het hoogleeraarsambt, nader te behandelen,--en vooreerst te betoogen,
+dat, wanneer wij het doel in de verschijnselen der natuur ook geenszins
+loochenen, eene _leer_ van het doel nimmer _wetenschap_ worden kan, en
+derhalve op het natuurkundig gebied niet mag worden geduld;--ten anderen
+te doen zien, dat--waar, bij de prachtvolle en ingewikkelde harmonie
+van het dierlijke leven, de, als ware het, aangeboren neiging van den
+mensch tot anthropomorphismus het _doel_ als de _oorzaak_ ons wil
+opdringen--het opsporen der wetten van wording, naar de oorzakelijke
+methode, niettemin mogelijk blijft;--en eindelijk had ik willen
+aantoonen, hoe, schier in elke wetenschap der natuur, dwalingen
+en bekrompene beschouwingen uit de teleologische zienswijze zijn
+ontsproten, die ook thans nog, inzonderheid op het gebied der
+physiologie--bij name die van het ziekelijke leven, de verdere
+ontwikkeling belemmeren, en met het stellig karakter van wetenschap
+geenszins strooken.
+
+Voor dit laatste gedeelte echter, waaruit het duidelijkst de
+noodzakelijkheid zou zijn voortgevloeid, om de teleologie van het
+natuurkundig terrein te weren, ontbrak mij ditmaal de tijd. Elders
+hoop ik dien later te vinden.
+
+Mogen ook zij, wier meeningen en begrippen van de hier voorgedragene
+afwijken, deze bladeren zonder vooroordeel ter hand nemen, en verder ook
+niemand al te ligtvaardig het vonnis er over uitspreken!
+
+ DE SCHRIJVER.
+
+
+ Edelgrootachtbare heeren curatoren der Utrechtsche Hoogeschool!
+
+ Weledelgestrenge heer secretaris van het collegie der curatoren!
+
+ Hooggeleerde heeren, waarde ambtgenooten! en weledele zeer geleerde
+ heeren lectoren!
+
+ Die met het bestuur van dit gewest of deze stad of met de handhaving
+ des regts zijt belast, mannen reeds door stand en werkkring
+ eerwaardig!
+
+ Weleerwaarde heeren, bedienaars van de Godsdienst!
+
+ Weledele zeer geleerde heeren doctoren der verschillende faculteiten!
+
+ Aanzienlijke schaar van jongelingen, die u aan de beoefening der
+ wetenschappen toewijdt!
+
+ En voorts gij allen, die ons met uwe tegenwoordigheid vereert, zeer
+ gewenschte toehoorders!
+
+
+Werwaarts wij in de natuur onze oogen rigten, alom erkennen wij
+verband, schier overal orde en harmonie. Elk punt op het uitgestrekte
+veld is een deel van het groote organismus, een schakel der onafzienbare
+keten, die noch begin noch einde kent, en in wezen ondeelbaar is.
+
+Z innig is de band, die al 't bestaande zamenvlecht!
+
+Bewegen wij ons in de onmetelijke ruimte, waarin de verbeelding schier
+weigert onze woorden te volgen, daar treedt ons, tusschen duizenden van
+hemelbollen, het zonnestelsel als een geheel van orde en majesteit te
+gemoet, dat ons dwingt tot eerbiedige bewondering. Niet alleen zien wij
+de planeten door de zon, als door een hoogere magt, aan hare banen
+geketend; maar tevens weten wij, dat ook elke stoornis, van den
+wederkeerigen invloed der planeten afhankelijk, vereffend wordt,
+vr zij de bestaande orde zou kunnen bedreigen.
+
+De aarde, met hare duizenden van voortbrengselen, is volmaakt
+gevenredigd aan de schitterende vorstin van het stelsel. Haar afstand
+van de zon beantwoordt aan de vereischte warmte voor eene krachtige
+ontwikkeling van planten en dieren, aan het vereischte licht, om de
+Natuur in haren vollen luister ten toon te spreiden, zonder door te
+hellen gloed onze oogen te verblinden.
+
+De dampkring, die onze planeet omhult, vindt tot bodem _hier_ den vasten
+grond, welks bergtoppen zich als ondiepten verheffen in die zee van
+lucht, _daar_ den wijden oceaan, die de diepten der aardkorst vereffent;
+en elk dier elementen brengt al de voorwaarden mede voor de ontwikkeling
+en het leven van het heir van voorwerpen, die ze bewonen.
+
+Voortdurend stijgt het water van de oppervlakte der zee in den
+dampkring op, en valt ginds, als vruchtbare regen, op den dorstenden
+grond. Dit water behoeven de planten. Maar zij putten ook uit denzelfden
+bodem de onbewerktuigde stoffen, niet regtstreeks door den regen
+aangevoerd;--en van de hooge bergen stort zich het water, rijk beladen
+met de bestanddeelen der verweerde rotsen, naar beneden, en drenkt
+hiermede het land, waardoor het kronkelend naar den oceaan terugvloeit.
+
+Zoo is er zamenhang tusschen alle verschijnselen der natuur; zoo wordt
+ten slotte alles dienstbaar aan de ontwikkeling van leven.
+
+Nergens evenwel is het verband treffender dan tusschen de beide rijken
+der levende natuur. Vereenigd door de dampkringslucht, waaruit beide
+putten en die in beide haar voedsel vindt, voorzien zij wederkeerig in
+elkanders behoeften. De dieren ontwikkelen het koolstofzuur, dat de
+planten als voedsel aan den dampkring ontleenen; de planten staan in
+de zuurstof de levenslucht af voor het dier,--en z is voor beide de
+dampkring een eeuwige, onuitputtelijke bron.
+
+Nimmer is hij in rust. Van de oppervlakte der aarde, waar de lucht
+aan gestadige wisseling van bestanddeelen onderworpen is, stijgt zij
+naar boven, om op hetzelfde oogenblik te worden aangevuld; en door
+onophoudelijke stroomen wordt hare zamenstelling alom gelijkmatig
+bewaard, beantwoordt alom aan de voorwaarden tot leven en ontwikkeling
+van planten en dieren.
+
+Het is de taak van den natuuronderzoeker, de betrekking tusschen al
+de verschijnselen der natuur op te sporen. Die taak is even schoon
+als verheffend. In de harmonie, die hem des te levendiger in de oogen
+schittert, hoe ruimer en meer omvattend zijn blik wordt, verschijnt hem
+de natuur als een volmaakt gevenredigd, organisch geheel. Het genot,
+uit hare aanschouwing geboren, is een krachtige prikkel voor zijnen
+navorschenden geest. Steeds door harmonische indrukken opgewekt, en in
+zijne werking geleid en bepaald, wordt die geest zelf meer en meer aan
+harmonie deelachtig. Z ontwikkelt natuurbeschouwing bij hem een waar
+gevoel voor het schoone en goede. Z kan zij de grondslag worden eener
+verheven wijsgeerige moraal.
+
+En toch--de kennis dier harmonie is niet het rustpunt van zijn streven.
+Hij wil indringen in hare oorzaken, opklimmen tot haren grond. Hij
+voelt zich gedrongen, te vragen naar de wetten, die aan de ontwikkeling
+der harmonie ten gronde liggen, en wil ze in die wetten erkennen als
+noodzakelijk. De eeuwig onveranderlijke eigenschappen der grondstoffen
+en der grondkrachten op te sporen, en aan te wijzen, hoe elk
+natuurverschijnsel uit deze eigenschappen noodwendig voortvloeit,
+zietdaar het ideaal van zijn streven, het toppunt zijner kennis!
+
+Wij weten, dat dit ideaal geenszins bereikt is; maar wij weten evenzeer,
+dat er belangrijke schreden op den weg tot verwezenlijking gedaan zijn.
+
+De sterrekundige toont aan, dat de wetten van traagheid en aantrekking,
+die slechts de uitdrukking zijn van de onveranderlijke eigenschappen der
+stof, de hemelbollen aan hunne banen kluisteren; en uit de betrekking
+tusschen de loopbanen en de omloopstijden der onderscheidene planeten
+leert de wiskunde hem onfeilbaar besluiten, dat elke stoornis zich
+noodwendig moet vereffenen, dat de orde van het zonnestelsel tot in de
+verste tijden onomstootelijk verzekerd is.
+
+De natuurkundige kent de oorzaken van het opstijgen der waterdampen, van
+het condenseren dier dampen in den atmosfeer: en in het neerstorten van
+den regen, zoo wel als in de kracht, waarmede het zeewaarts stroomende
+water zijne voren in de aarde groeft, ziet hij het noodwendig
+uitvloeisel van dezelfde eigenschap der stof, die de banen der
+hemelbollen bepaalt. Het verweren der rotsen, het doordringen van hare
+bestanddeelen tot aan de wortels der planten, dit alles is in vaste
+natuurwetten als noodwendig aangetoond.
+
+De meteoroloog geeft rekenschap van het opstijgen der lucht, en kent
+de oorzaken der stroomen, die de zamenstelling des dampkrings alom
+gelijkmatig bewaren,--ja! 't geheele zoo wisselvallig spel der elementen
+is door hem teruggebragt tot ne hoogste oorzaak: ongelijke verdeeling
+van warmte.
+
+Eindelijk de geoloog, die de gesteldheid der aardkorst onderzoekt, komt
+op onwankelbare gronden tot het besluit, dat de aarde, vr onafzienbare
+tijden, als eene gloeijende zee door het wereldruim zweefde; en,
+steunende op wetten, die weder niets anders zijn, dan de eeuwige
+eigenschappen der stoffen en krachten, erkent hij, dat zij noodwendig al
+de gedaanteverwisselingen moest doorloopen, waarvan de huidige toestand
+harer korst, als een onfeilbaar geschiedboek, getuigt.--Kortom! de
+wetenschap leert, dat de geheele stoffelijke wereld door den ijzeren
+schepter der noodwendigheid beheerscht wordt!
+
+Niet overal echter is deze waarheid even diep en krachtig doorgedrongen.
+Niet overal is de behoefte even levendig ontwaakt, om tot den grond op
+te klimmen der erkende harmonie. In de bewerktuigde wereld treedt zij,
+bij eene onuitputtelijke verscheidenheid, zoo rijk, zoo ingewikkeld,
+zoo schoon en boeijend op, dat men wel niet zoo gemakkelijk van haar
+kon afscheid nemen. De geest, verrukt door schoonheid en genot, duizelde
+bij het denkbeeld, om tot de oorzaken op te klimmen, waardoor zooveel
+harmonie tot stand kwam. Zoo gaf hier de volheid harer pracht voedsel
+aan eene beschouwingswijze, die overal elders reeds lang voor eene
+juistere had moeten onderdoen.
+
+Buiten de levende natuur toch erkent men, zoo als ik u aantoonde, niets
+dan wetten, niets dan noodzakelijkheid. Zoo legt de geoloog, om, bij de
+geschiedenis der Aarde van de verschijnselen tot de werkende oorzaken
+op te klimmen, de overtuiging ten gronde, dat van al de opvolgende
+veranderingen der aarde de voorwaarden reeds aan de vroegste perioden
+van haar bestaan verbonden waren;--en hoe meer zijn onderzoek zich
+uitbreidt, des te minder wordt die overtuiging beschaamd. Wil hij de
+verschillende lagen der vaste aardkorst, de verdeeling van water en
+vast land over hare oppervlakte, de afwisseling van bergen en dalen, de
+rivieren en bronnen, en zoo vele andere verschijnselen, (voor zoo verre
+de levende natuur vreemd aan derzelver ontstaan is,) in hunne wording
+toelichten, hij beroept zich slechts op wetten, hem door de sterrekunde,
+de natuur- en scheikunde aan de hand gedaan, en ziet hieruit al die
+verschijnselen met noodzakelijkheid geboren worden.
+
+Planten en dieren daarentegen beschouwt men veelal niet als geworden,
+maar als gevormd; niet als eene ontwikkeling der natuur naar bepaalde
+wetten, maar als de voortbrengselen eener nieuwe schepping; niet als
+de verwerkelijking van hetgeen in de eigenschappen der grondstoffen en
+grondkrachten reeds besloten lag, maar als naar een wel beraamd plan, in
+harmonie met de overige natuur, eerst later door eene hoogste Wijsheid
+tot stand gebragt.
+
+Dit anthropomorphismus leidde tot eene vergelijking van planten en
+dieren met de kunstigste voortbrengselen van 's menschen hand: de deelen
+heeft men hierom werktuigen, de verschijnselen verrigtingen en het
+geheel een organismus genoemd. Men vroeg niet: waardoor kwamen zij
+tot stand? maar bepaalde zich bij elk werktuig tot de vraag: waartoe
+dient het? waartoe is het bestemd? En even als in een werktuig, door
+menschelijk vernuft tot stand gebragt, waande men den grond, de oorzaak
+van het bestaan, te kennen, waar men dacht, de bestemming of het doel
+te hebben geraden. Zoo antwoordde men op de vraag: _waartoe_? en zag
+hierbij over het hoofd, dat het _waardoor_? onbeantwoord bleef. Gij ziet
+het: men plaatste zich op een teleologisch standpunt.
+
+Ik laat aan de wijsbegeerte de beslissing over, of men het regt heeft,
+in de natuur van een doel te spreken: maar ik wilde u hier reeds doen
+opmerken, dat men in de wetenschap van het leven afgeweken is van den
+weg, die in de overige natuur-wetenschappen zoo veel dieper in den
+oorzakelijken zamenhang der verschijnselen liet doordringen. En toch
+schijnt die weg mij ook hier de nige, die tot hoogere waarheid leidt.
+Indien de harmonie van het dierlijk organismus, die aan het besluit tot
+een doel ten gronde ligt, volgens bepaalde wetten tot stand komt, dan is
+zij de openbaring dier wetten. Dan wil men die wetten vaststellen en op
+deze de noodzakelijkheid der harmonie gronden, in plaats van zich met
+een nooit bewijsbaar doel als grond te vergenoegen. Eene poging hiertoe
+is het doel mijner rede. Ik zal trachten de noodwendigheid der harmonie
+van het dierlijk leven uit de wetten aan te toonen, krachtens welke die
+harmonie tot stand komt.
+
+
+Wanneer ik de harmonie in de geheele bewerktuigde wereld even noodwendig
+acht, als de orde in den sterrenhemel, dan spreek ik hiermede geenszins
+het vonnis uit over den natuurvorscher, die, zonder naar den grond te
+vragen, zich bloot de kennis dier harmonische betrekking ten doel stelt.
+Integendeel,--ik heb het reeds gezegd,--ik acht die kennis hoog. Zij ook
+alleen kan ons opvoeren tot de oorzaken, die der harmonie ten gronde
+liggen. Maar wanneer men uit de harmonische betrekking besluit tot
+een doel, en, in den waan van hiermede den grond gevonden te hebben,
+het doel tot verklaring der verschijnselen inroept, of zelfs de
+mogelijkheid der verschijnselen aan het doel ten toets brengt, dan meen
+ik die rigting ernstig te moeten wraken. Zij sluit het onderzoek uit
+naar den grond, en wiegt het zoo noodige bewustzijn onzer onkunde met
+schijnkennis in slaap.
+
+Het teleologisch standpunt blijft daarenboven altijd een betrekkelijk.
+Men denke zich 't heelal door eene alwijze Almagt met een bepaald doel
+tot stand gebragt: wie is vermetel genoeg, zich op het standpunt van
+God te plaatsen? En welk standpunt zullen wij dn kiezen?--Het dier,
+dat zijn' vijand ten prooi valt, moge in diens oog aan zijne bestemming
+beantwoorden, in zijn eigen oog valt het als slagtoffer van het noodlot.
+Maar gij wilt u plaatsen op het standpunt van mensch:--Welnu! wanneer
+gij, als mensch, duizenden verschijnselen in de natuur doelmatig roemt,
+wees dan consequent, en noem ondoelmatig, wat niet met uwe menschelijke
+inzigten strookt. Hebt gij u het regt aangematigd, naar uwe inzigten
+over doelmatigheid te oordeelen, dan hebt gij het regt verbeurd, u op
+de ondoorgrondelijke wegen der Voorzienigheid te beroepen, waar gij het
+doel in uwe oogen miskend ziet. En wie zal het wagen, waar jeugdige
+en veel belovende kracht onder het geweld eener moorddadige ziekte
+bezwijkt, waar door geweldige aardbevingen in eene enkele minuut
+duizenden van menschenlevens vernietigd worden, waar in den mislukten
+oogst millioenen onzer natuurgenooten eene toekomst lezen van honger en
+ellende,--wie, vraag ik, zal het wagen, bij dergelijke verschijnselen,
+een doel te willen raden?--Gij vraagt hier naar den grond. Gij wilt de
+oorzaken dier verschijnselen kennen, welke gij rampen noemt. Welnu!
+verlaat dan ook het teleologische standpunt, en tracht niet tot het
+doel, maar tot den grond door te dringen, waar gij in de verschijnselen
+orde erkent en harmonie: want gene als deze zijn verschijnselen
+derzelfde natuur; en die u welgevallig zijn, zij berusten op geene
+andere wetten, dan die gezondheid en leven u bedreigen.
+
+
+Wanneer ik eene poging waag, om de wetten vast te stellen, waarnaar
+de harmonie van het dierlijk organismus zich ontwikkelt en handhaaft,
+dan verwacht gij geenszins in deze wetten verwezenlijkt te vinden,
+wat ik u als het ideaal van ons streven voorstelde. Dit is nog slechts
+in eene enkele der natuur-wetenschappen bereikt: in de sterrekunde,
+die,--hoeveel haar descriptief gedeelte nog te wenschen overlate,--zoo
+wel van hare scherpte in waarneming als volmaaktheid in theorie de
+schitterendste bewijzen gaf. Maar toch ook deze wetenschap leerde de
+verschijnselen van haar gebied tot wetten terugbrengen, vr zij den
+grond dier wetten in de eigenschappen der stof doorzag. Het wetboek
+was door Kepler geschreven, vr het genie van Newton deszelfs geest
+verklaarde. Door Kepler waren de banen en omloopstijden der planeten
+aan wetten gebonden, vr Newton de noodzakelijkheid dier wetten grondde
+in ne hoogste wet, en hierme tevens den sleutel gaf van hetgeen de
+waarneming afwijkends van de wetten van Kepler had aangetoond of verder
+zou aantoonen.
+
+Dit nu is de weg voor elke andere wetenschap der natuur. Door het
+opklimmen tot hoogere en hoogere wetten naderen wij den eindpaal,
+waarnaar wij streven. Slechts trapsgewijze is hij te bereiken. Het is
+waar, wanneer wij de wetten kunnen vaststellen, naar welke de harmonie
+van het dierlijk leven zich ontwikkelt, dan mag die harmonie nog
+geenszins verklaard heeten: eene verklaring, die iets anders zijn zou
+dan eene hoogste wet, dat is eene standvastige eigenschap van stof of
+kracht, kan noch mag ons geheel bevredigen. Maar wanneer men, op grond
+hiervan, met eenig regt zou kunnen beweren, dat door het vaststellen van
+wetten eener lagere orde de zwarigheid slechts verplaatst en niet wordt
+opgeheven, dan vergete men niet, dat het eene verplaatsing is nader bij
+het doel, en dat elke sport van den langen ladder even onvermijdelijk
+is.
+
+
+Vr wij de wetten toetsen, die aan de harmonie van het dierlijk leven
+ten gronde liggen, moeten wij een' blik werpen op die harmonie zelve.
+Reeds terstond springt ons in het oog, dat zij eene tweeledige is. Zij
+openbaart zich eensdeels in de betrekking van het organismus tot de
+invloeden, waaraan het is blootgesteld, anderdeels in zijne betrekking
+tot de levensbehoeften, naauw verbonden met die zijner zamenstellende
+deelen tot elkander. In beide opzigten streeft zij onophoudelijk eene
+hoogere volmaking te gemoet.
+
+Beschouwen wij eerst de betrekking van het organismus tot sommige
+invloeden.
+
+De geheele aarde, hoe verschillend de temperatuur zij van hare
+oppervlakte, is met dierlijke wezens bevolkt. Van de tropische gewesten
+af, waar, onder de brandende zon in het zenith, de temperatuur der lucht
+zelfs de bloedwarmte kan overtreffen, tot in de oorden van eeuwig sneeuw
+en ijs, overal treedt dierlijk leven ons tegemoet. Maar onder elk
+klimaat, onder elke temperatuur zijn het andere geslachten, andere
+soorten; en zoowel de rijke en prachtige Fauna der keerkringsgewesten,
+als de ijsbeer en het rendier van het Noorden, eischen voor gezondheid
+en leven juist die temperatuur, waaraan zij zijn blootgesteld. Waar dan
+ook geene werktuigelijke hinderpalen aan eene onbeperkte verspreiding
+in den weg stonden, was verschil in warmtegraad voldoende, om een'
+onoverkomelijken grensmuur op te trekken. Duidelijk zien wij dit vooral
+in het lama, dat op de verhevene weivlakten van Chili en Peru tot meer
+dan 4000 ellen boven de oppervlakte der zee leeft en zich tot ver in
+Patagonie heeft verspreid, maar noch in Brazili noch in Mexico wordt
+aangetroffen. De voor zijne organisatie te hooge temperatuur der lagere
+streken, die het had moeten doortrekken, om deze landen te bereiken,
+trad als beletsel op. Evenzoo staat de koude der toppen van de
+Cordilleras als scheidsmuur daar tusschen vele soorten van dieren,
+inzonderheid van insekten.--Waar daarentegen werktuigelijke hinderpalen
+de verspreiding langs de isothermen beperkten, heeft de mensch, door
+zijne tusschenkomst, slechts die hinderpalen te overwinnen, om een nieuw
+gebied van verspreiding te openen. Dit bewijzen ons de paarden en
+runderen, die, door de Spanjaarden naar Amerika overgebragt, zich aldaar
+in het ontelbare vermenigvuldigd hebben. Maar, wildet gij de noordelijke
+dieren naar het zuiden, de zuidelijke naar het noorden overplanten, gij
+zoudt uwe poging verijdeld zien. Het rendier, volkomen gehard tegen de
+lange en strenge winters van Lapland, brengt te Petersburg den zomer
+reeds kwijnende door, en bezwijkt spoedig onder den invloed der warmte
+van een meer gematigd klimaat. En in hetzelfde oord sterft de aap aan
+longtering, en kan de slang alleen door koestering en verwarming het
+ellendig plantenleven rekken, waartoe zij door de koude onzer gewesten
+gedoemd is.
+
+De mensch althans, meent gij, maakt eene uitzondering. Hij, als
+wereldburger, bewoont met enkele hem gevolgde huisdieren schier de
+geheele oppervlakte der aarde, en leeft bij de grootste verscheidenheid
+van temperatuur.--Ik zou u kunnen wijzen op het tal van middelen,
+waardoor zijn vindingrijk vernuft aan felle koude en brandende hitte
+leerde afbreuk doen; maar liever vraag ik u, of niet evenzeer de Neger
+als de Laplander het best beantwoordt aan den invloed der temperatuur
+van het oord zijner bewoning. Het is u niet onbekend, hoe vaak
+verhuizing naar een vreemd klimaat leven en gezondheid kost. _Waar_
+is het,--en die regel is algemeen,--dat, onder de verschillende
+hemelstreken, de organisatie van menschen en dieren harmonisch
+beantwoordt aan de heerschende temperatuur. Vanwaar die harmonie? Mogen
+wij ze, op het natuurkundig standpunt, voor verklaard houden, met in
+haar een wijs doel te erkennen van den Schepper, die hier deze, daar
+gene dieren in het aanzijn riep?--Gewis niet!
+
+Even harmonisch is het verband tusschen de gevoeligheid van het oog en
+de sterkte van het licht. Reeds merkte ik op, hoe het zonlicht de
+luisterrijke pracht der natuur voor ons oog toegankelijk maakt, zonder
+het door zijnen glans te verblinden. Maar ziet de nachtelijke dieren!
+Zij bezitten eene gevoeligheid van oog, die hen wel is waar het daglicht
+moet doen schuwen, maar die juist hen in staat stelt, hunne prooi te
+zien en met zekerheid te bemagtigen, waar voor ons enkel duisternis
+heerscht. Heerlijke doelmatigheid! moge de teleoloog hierbij in
+bewondering uitroepen: hij wane niet, met dien uitroep tot de oorzaak
+van het verband te zijn opgeklommen.
+
+De dampkring, eene noodwendige voorwaarde van het dierlijk leven, oefent
+eenen tweeledigen invloed op het organismus: eenen werktuigelijken door
+zijne drukking, eenen scheikundigen door zijne zamenstelling. In beide
+opzigten is de organisatie van het dier hieraan harmonisch gevenredigd.
+In de ijlere lucht, die de hoogste bergtoppen omringt, wordt vaak de
+moedige reiziger door de lastigste verschijnselen gekweld. Zijne aderen
+zwellen op; het bloed dringt hem uit lippen, mond en neus, zelfs uit het
+bindvlies zijner oogen. Bij versnelden pols en ademhaling voegt zich
+duizeligheid, onmagt of slaapzucht; en hij wordt door eene loomheid
+overvallen, die, op haar hoogste punt gekomen, volgens getuigenis
+van de Saussure, hem eene enkele schrede weigeren zou, om het
+dringendst gevaar te ontvlieden. Zoo zinkt hij moedeloos, afgemat,
+neder;--en trots boven zijn hoofd verheffen zich de arend en de condor,
+en zweven in statige vlugt door den nog dunneren dampkring.
+
+Niet minder beantwoordt het organismus aan de zamenstelling der lucht,
+waaraan het is blootgesteld. Plaats een dier, dat den frisschen
+dampkring met ons deelt, in een mengsel, hiervan merkelijk in
+zamenstelling onderscheiden, gij zult het onfeilbaar zien bezwijken.
+Maar evenzeer zoudt gij het leven vernietigen van den worm, die in de
+vochten van het darmkanaal voedsel vindt en lucht om te leven, zoo gij
+hem overbragt in den vrijen dampkring; de scheikundige invloed van dezen
+is vijandig aan zijne organisatie.
+
+Merkwaardig ook vooral is de harmonische betrekking tusschen het
+organismus van elk dier, en het voedsel tot zijne instandhouding. Overal
+is het dier juist door datgene als omringd, wat voor zijne voeding het
+geschiktste is. Terwijl de natuur duizenderlei schadelijke stoffen
+oplevert, die, in het organismus gevoerd, gezondheid en leven bedreigen,
+is er onder de talrijke bestanddeelen onzer natuurlijke voedsels geen
+enkel, welks invloed zich verderfelijk toont. Wederkeerig zegt men, dat
+sommige dieren zich ongestraft voeden met stoffen, die voor anderen
+doodelijk zijn; en het is eene erkende waarheid, dat plantetende dieren,
+die zoo ligtelijk giftplanten in hun voedsel zullen gemengd vinden,
+hiervan zonder eenige nadeelige uitwerking hoeveelheden verdragen,
+waartegen het leven van vleeschetende dieren niet bestand is. Maar deze,
+zegt de teleoloog, zijn door hunne levenswijze tegen het opnemen van
+plantaardige vergiften genoegzaam gewaarborgd; en zij hadden dus geene
+behoefte aan diezelfde ongevoeligheid. Wacht U, hierin eene verklaring
+te zien!
+
+Nog een derde punt in de verhouding van het dierlijk organismus tot
+de voedsels verdient allezins onze aandacht. Het is niemand onbekend,
+dat van de dieren zich eenigen met plantaardige, anderen met dierlijke
+zelfstandigheden voeden, terwijl eindelijk een niet gering aantal zich
+van gemengd voedsel bedient. Met dit verschil nu van voedsel, waartoe
+het dier door zijne levenswijze en geheele organisatie als gedwongen
+is, verkeert het darmkanaal in de heerlijkste overeenstemming. Dierlijke
+stoffen behoeven, na opgelost te zijn, naauwelijks verandering te
+ondergaan, om als geschikte bestanddeelen in het bloed te worden
+opgenomen; de meeste plantaardige daarentegen eischen eene langere
+inwerking van het spijsverteringsvocht;--van dierlijke stoffen is eene
+betrekkelijk geringe hoeveelheid tot herstelling van het verlorene
+benoodigd; van plantaardige zelfstandigheden worden hiertoe integendeel
+grootere massas gevorderd: en juist hieraan gevenredigd bezitten de
+vleeschetende dieren een korter en eenvoudiger, de plantetende een
+langer en meer zamengesteld spijsverteringskanaal, terwijl de mensen en
+de overige dieren, die zich van gemengd voedsel bedienen, in dit opzigt
+het midden houden. Treffende harmonie, inderdaad!.... Is het rekenschap
+geven van dit verband, wanneer wij zeggen: deze dieren verkregen een
+korter, gene een langer darmkanaal, opdat elk zou beantwoorden aan den
+aard van zijn voedsel?--Geenszins!
+
+Ik zou de voorbeelden van harmonie tusschen het dierlijk organismus
+en de invloeden, waaraan het voortdurend is blootgesteld, tot in het
+ontelbare kunnen vermenigvuldigen; maar reeds hoor ik u veeleer vragen
+naar den grond dier harmonie. Immers ik heb ze genoemd wettig en
+noodwendig. Gij hebt dus regt, meer te eischen, dan op het menschelijk
+standpunt hierin een wijs en verstandig doel te zien aangetoond. Gij
+wilt weten, hoe zij tot stand kwam, hoe zij zich handhaaft. Eene enkele
+wet geeft er u rekenschap van: _Elk dierlijk wezen wordt door de
+invloeden, waaraan het duurzaam is blootgesteld, in zijne organisatie
+zoodanig gewijzigd, dat het aan die invloeden harmonisch beantwoordt_.
+
+
+Die wet klinkt u bekend;--zij is zulks in waarheid. Duizenden malen hebt
+gij het woord _gewoonte_ uitgesproken, maar veelligt zijn' diepen zin
+niet altijd wel doorgrond. Gij hebt haar genoemd eene tweede natuur.
+Ik noem haar de natuur zelve. Wanneer wij erkennen als wet,--dat is:
+als eeuwige waarheid, voor het verledene als voor het heden en de
+toekomst,--dat de aard en zamenstelling van elk bewerktuigd wezen
+gewijzigd wordt door de invloeden, waaraan het blootstaat, dan moeten
+wij met noodzakelijkheid besluiten, dat, bij de allengsche ontwikkeling
+van dierlijke wezens op de oppervlakte onzer planeet, de gesteldheid der
+onderscheiden kiemen door de invloeden, dat is door de omstandigheden,
+is bepaald geworden, en dat trapswijze verandering dier omstandigheden
+tot gedurige wijzigingen, welligt tot splitsing in thans onderscheiden
+soorten heeft aanleiding gegeven, z evenwel, dat, in elke periode, de
+organisatie der dierlijke wezens aan de invloeden van buiten harmonisch
+gevenredigd bleef.
+
+Maar toetsen wij de vastgestelde wet aan de verschijnselen; en laat ons
+zien, of zij werkelijk rekenschap geeft van de harmonie, door deze zoo
+luide en krachtig verkondigd.
+
+In de eerste plaats wees ik u op de betrekking tusschen het dierlijk
+organismus en de uitwendige temperatuur. Niets gemakkelijker dan te
+bewijzen, dat deze betrekking noodwendig voortvloeit uit genoemde
+wet. Vooreerst is het in de hoogste mate waarschijnlijk, dat alle
+menschenrassen uit n en denzelfden stam zijn ontsproten en zich, uit
+eene bepaalde streek, over het grootste gedeelte der aarde verspreid
+hebben. En thans zien wij de organisatie van elke verscheidenheid
+harmonisch beantwoorden aan het klimaat, waaronder zij leeft. Hoe ware
+dit mogelijk, wanneer die organisatie niet allengs ware gewijzigd
+geworden, naar gelang ze aan eene andere temperatuur werd
+blootgesteld?--Of mogt gij twijfelen aan den oorsprong van alle
+menschenrassen uit denzelfden stam, dan heb ik u slechts het zoogenoemde
+acclimateren te herinneren. Wat is dit anders, dan eene wijziging van
+het organismus onder den invloed eener vreemde luchtstreek, eene
+wijziging in dien zin, dat het beantwoordt aan de heerschende
+temperatuur en de overige invloeden, aan dit klimaat verbonden?--Ik zou
+u voorts kunnen wijzen op de uitersten van temperatuur, waaraan zoo
+velen zich door den aard van hun beroep leerden gewennen; maar gij
+behoeft slechts uw eigene ondervinding te raadplegen. Als na dagen
+van strenge vorst de thermometer ook slechts weinige graden boven het
+vriespunt rijst, spreken wij reeds van eene zoele lucht; en in het
+najaar, bij eene veel hoogere temperatuur, rillen wij niet zelden van
+koude. Eenige dagen, in eene warme kamer doorgebragt, zijn voldoende,
+om ons voor de frissche buitenlucht gevoeliger te maken; en wie, van
+zijne jeugd aan, tegen koude gehard is, stelt zich veilig bloot aan het
+guurste jaargetijde. Zoo krachtig doet zich hier de invloed der gewoonte
+gevoelen. En wanneer wij nu overwegen, dat de kiem van elke diersoort
+onder eene bepaalde temperatuur gelegd werd, dat zich elke soort onder
+eene bepaalde temperatuur hooger en hooger ontwikkelde, dat daarenboven
+elke wijziging in die temperatuur en in hare afwisselingen als
+onmerkbaar plaats greep, dan zien wij in, dat de harmonie tusschen het
+dierlijk organismus en de temperatuur, waaraan het is blootgesteld,
+noodzakelijk tot stand kwam, dat zij aan de wet van gewoonte gebonden
+is.
+
+Even wettig is die harmonie ten opzigte van het licht. Snel en
+gemakkelijk gewent zich het oog aan zeer verschillende graden; telkens
+wordt deszelfs gevoeligheid hiernaar gewijzigd. Komen wij uit het
+heldere daglicht in een vertrek, waar slechts weinige stralen toegang
+vinden, dan onderscheiden wij aanvankelijk niets; het is alsof wij door
+eene volslagen duisternis omgeven zijn. Maar weldra ontdekt gij enkele
+voorwerpen; zij worden duidelijker en duidelijker, en eindelijk zijt gij
+in staat, daar, waar het u volstrekt duister scheen, al het omringende
+te herkennen en u vrij en ongedwongen te bewegen. Doch wildet gij u nu
+weder eensklaps in het volle daglicht verplaatsen, het zou u door zijn'
+hellen glans verblinden. Eene pijnlijke lichtschuwheid sluit nu
+krampachtig uwe oogen; en eerst na eenigen tijd keert het vermogen
+terug, om bij dit licht duidelijk te zien en te onderscheiden.--De
+snelheid van dit accommodatie-vermogen van het oog voor verschillende
+lichtsterkte staat in een naauw verband met de snelle en belangrijke
+afwisselingen dier sterkte, waaraan wij van nature blootstaan. Zijn wij
+langen tijd aan deze afwisselingen onttrokken, dan verliest het oog,
+alweder krachtens de wet van gewoonte, het gezegde vermogen. Dit is
+gebleken bij gevangenen, die, jarenlang van het daglicht beroofd, in
+eene bijna volslagen duisternis leerden zien en onderscheiden; doch wier
+optische gevoeligheid hierbij zoodanig was toegenomen, dat zij niet dan
+met de uiterste omzigtigheid allengs aan een sterkeren lichtprikkel
+mogten worden blootgesteld. Gij ziet: zij waren nachtdieren geworden. En
+is het dus niet wettig, dat zoodanige dieren, die, zoolang het zonlicht
+de aarde beschijnt, in diepen slaap gedompeld liggen,--is het niet
+wettig, vraag ik, dat deze dieren dagblind zijn, en dat de gevoeligheid
+van hun netvlies aan het duistere van den nacht beantwoordt? Mij dunkt,
+gij ziet de noodwendigheid in van het harmonisch verband, dat ik u hier
+deed opmerken.
+
+Volmaakt hetzelfde is van toepassing op den tweeledigen invloed des
+dampkrings. Reeds komen de lastige verschijnselen, die uit de ijlere
+lucht, hoog boven het oppervlak der zee, voortvloeijen, bij geoefende
+bergbeklimmers eerst op eene meer aanzienlijke hoogte voor, of wel deze
+blijven hiervan bijna geheel verschoond. Maar duidelijker blijkt, hoe
+zeer ook in dit opzigt de wet van gewoonte hare regten doet gelden,
+wanneer wij ons herinneren, dat op onderscheidene hooge punten der
+aarde bloeijende volkstammen gevestigd zijn, waar de reiziger uit lagere
+streken niet altijd tegen den schadelijken invloed der ijlere lucht
+beveiligd is. Bijaldien nu de waarneming leert, dat de organisatie van
+den mensch zich zoo wel aan eene hoogere,--getuige de mijnwerker,--als
+aan eene lagere drukking kan gewennen, dan maakt gij zelf het besluit,
+dat de organisatie der dieren, zoo wel in de diepte der zee als in de
+hoogere streken van den dampkring, noodwendig moet beantwoorden aan de
+drukking, waaronder zij leven. Staat niet de wijde, ruime borst van den
+bewoner der Andes in innig verband met de dunnere lucht, die hij ademt,
+en heeft zijne borst zich niet juist onder dien invloed zoo krachtig
+ontwikkeld?
+
+Ook aan een merkelijk verschil in zamenstelling der dampkringslucht
+kan het dierlijk organismus zich gewennen. Sanctorius verhaalt, dat
+een gevangene, die 20 achtereenvolgende jaren in den onzuiveren
+dampkring eens kerkers had doorgebragt, de frissche buitenlucht niet
+meer kon inademen, en dat zijne gezondheid eerst terugkeerde, toen hij
+weder in denzelfden kerker geplaatst werd. En hoe zeer wijkt ook niet de
+zamenstelling der lucht, die de mijnwerker ademt, van die des dampkrings
+af, waarin wij leven! Leblanc vond in de lucht der mijnen van
+Poullaouen en Huelgoat tot 3 pCt. ja zelfs 4 pCt. koolstofzuur, eene
+hoeveelheid, die het koolzuur-gehalte der door ons uitgeademde lucht
+nabijkomt; en, wanneer wij zien, dat in andere mijnen het licht zelfs in
+sommige gevallen wordt uitgedoofd, dan mogen wij besluiten, dat in de
+hier aanwezige lucht, die de mijnwerker voor eene korte poos ongestraft
+kan inademen, het koolzuur-gehalte nog aanmerkelijk hooger stijgt.
+
+Wij naderen tot de voedsels. Harmonisch, zagen wij, beantwoorden de
+voortbrengselen van elk land aan de behoeften zijner dieren. Zullen wij
+dit verband voor verklaard houden, met hierin de wijze voorzorg der
+Voorzienigheid te bewonderen? Of zullen wij erkennen, dat dierlijk leven
+onbestaanbaar ware, en, bestond het, onvermijdelijk ten eenemale moest
+worden uitgeroeid, waar die voortbrengselen ontbraken? Mij dunkt, het
+laatste eischt ons natuurkundig standpunt.--Dat voorts het gewone
+voedsel van elk dier aan zijne organisatie beantwoordt, en geene aan het
+organismus vijandige stoffen bevat, is onbetwistbaar een noodwendig
+uitvloeisel der wet van gewoonte. De wilde van Australi leeft van
+ongekookten visch, de Laplander van het vleesch zijner rendieren, de
+Tartaar van de melk zijner paarden, de arme Ier van aardappelen, zoo
+ze in overvloed groeijen; zij kunnen hierbij allen betrekkelijk gezond
+zijn, maar zouden zeker niet straffeloos onderling van voedsel kunnen
+verwisselen. Zoo vinden ook wij vooral in onze granen de bestanddeelen
+vertegenwoordigd van ons ligchaam; want--onder den voortdurenden invloed
+dier granen is ons ligchaam geworden, wat het is. Zonder die granen,
+waren wij niet, wie wij zijn. Wij beantwoorden aan die granen, omdat wij
+mede zijn uit die granen. En zeer opmerkelijk inderdaad is het, dat de
+voornaamste onzer graansoorten zich hoogst waarschijnlijk met en deels
+door den mensch over de aardoppervlakte hebben verspreid, uit de
+streken, het eerst door menschen bewoond.
+
+Doch vanwaar die mindere gevoeligheid der plantetende dieren voor
+verdoovende vergiften?--Het is bekend, dat het dierlijk organismus
+zich aan groote hoeveelheden van verdoovende stoffen gewennen kan.
+Zelfs in Engeland treft men, naar de getuigenis van Christison niet zoo
+geheel zeldzaam opiophagen aan, die, zonder blijkbaar nadeelig gevolg,
+jaren achtereen verscheidene oncen laudanum daags gebruiken; eene gift
+van 1/4 once zou, gewis, bij elk onzer in den doodslaap eindigen. En
+kan ik u niet bijna allen als getuigen oproepen, dat ook de tabak door
+gewoonte zijne vergiftige eigenschappen verliest?--Neemt gij nu in
+aanmerking, dat de plantetende dieren zeer ligt eene zekere hoeveelheid
+narcotische deelen in hun gewone voedsel aantreffen, terwijl de
+vleeschetende hieraan nimmer zijn blootgesteld, dan hebt gij den sleutel
+der harmonie, die zich ook hier niet verloochenen kon.
+
+Gewis trok ook het merkwaardig verband tusschen de lengte van het
+darmkanaal en den aard van 't gebruikte voedsel in hooge mate uwe
+aandacht. De oplossing is niet moeijelijk. De aard van het voedsel
+bepaalt, namelijk, de lengte van het darmkanaal. De kat is, zooals gij
+weet, een vleeschetend dier. De mensch gewende de huiskat aan gemengd
+voedsel. En vergelijk nu het darmkanaal van deze met dat der wilde
+kat, gij zult het aanmerkelijk langer vinden, niettegenstaande beider
+oorsprong dezelfde is. Dit eene voorbeeld zij voldoende tot bewijs, dat
+de aard van het voedsel de lengte van het darmkanaal bepaalt, en dat,
+gevolgelijk, bij elk dier eene juiste verhouding van beide noodwendig
+is.
+
+
+Zietdaar in enkele voorbeelden U den grond aangetoond der harmonie
+tusschen het dierlijk organismus en de invloeden van buiten. Geeft de
+wet van gewoonte rekenschap van dien band? Ik durf de beslissing veilig
+aan u overlaten.--Uit de ontelbare voorbeelden koos ik slechts enkelen.
+Ik hadde u kunnen wijzen op het verdikken der opperheid door wrijving en
+drukking, op het gewennen aan eene drooge en vochtige lucht, aan stoffen
+van verschillenden reuk of smaak, aan allerlei geluiden, op den invloed,
+dien verandering van klimaat op den broeitijd uitoefent enz., en
+hierdoor rekenschap kunnen geven van de harmonische betrekking tot de
+buitenwereld, die het dierenrijk ook in deze opzigten vertoont. Doch ik
+achtte het aangehaalde toereikend voor mijn doel. Gij stemt met mij in,
+dat de gezegde harmonie eene noodwendige, eene wettige is. Gij ziet
+haar onverbiddelijk tot stand gebragt, onder den invloed der werkende
+oorzaken. En waar het rijk van deze gevestigd is, daar althans is der
+teleologie de schepter ontwrongen.
+
+
+Maar, mogt ik vragen, heeft dit harmonisch verband zijn toppunt van
+volmaaktheid bereikt?
+
+Ik aarzel niet, hierop een ontkennend antwoord te geven. De harmonie
+_is_ niet. Zij ontwikkelt zich; zij wordt. Zij streeft voortdurend naar
+eene volmaaktheid, die zij nimmer bereikt. Dit gebiedt reeds de wet, die
+aan hare ontwikkeling ten gronde ligt, en de ervaring bekrachtigt het
+met haar zegel. Overweegt het zelven. Wanneer de invloeden, die onze
+organisatie wijzigen, niet volmaakt bestendig zijn,--en zij zijn het
+nimmer,--dan kan ook onze organisatie niet in volmaakte overeenstemming
+wezen met deze invloeden. Zij blijft, in zekeren zin, bij deze ten
+achter. Immers niet op het oogenblik der inwerking kan zich de
+organisatie wijzigen: zij behoeft hiertoe tijd; en inmiddels is reeds
+wer een nieuwe prikkel daar, die zijnen wijzigenden invloed doet
+gelden. Vanhier eene ingewikkelde reeks van invloeden en werkingen, die
+men te vergeefs, in al hare bijzonderheden, zou trachten te ontleden.
+Elke nieuwe invloed heeft te strijden met de organisatie, dat is met het
+produkt der voorafgegane invloeden. Is derzelver afwisseling niet te
+groot, dan valt die kamp niet zwaar. Daarenboven heeft de vatbaarheid
+voor accommodatie zich des te meer ontwikkeld, naarmate het organismus
+aan meer verscheidenheid van invloed was blootgesteld. Maar is de
+prikkel meer vreemd en ongewoon, dan grijpt hij dieper in, en brengt
+verschijnselen voort, die wij stoornisssen noemen, omdat zij niet
+strooken met onze begrippen van harmonie. Deze stoornissen nu kunnen van
+dien aard zijn, dat de physische voorwaarden van het harmonisch verband
+tusschen de verschillende ligchaamsdeelen worden opgeheven. Thans is het
+leven niet langer bestaanbaar, en allengs treedt een andere toestand,
+die van ontbinding in. Grenzen dan ook tusschen leven en dood bestaan
+slechts voor den oppervlakkigen beschouwer. Het eindigen van het leven
+aan den laatsten ademtogt te verbinden, verraadt gebrek aan inzigt in
+hetgeen aan het leven ten gronde ligt. De bewegingen tot ademhaling
+nemen een einde; en eenige uren later is van ontbinding nog geen spoor
+te zien, maar de toestand van elk ligchaamsdeel is toch een geheel
+andere geworden. Nu eerst heeft de spier haar zamentrekkend vermogen
+geheel verloren; nu eerst is alle werkdadigheid van het zenuwstelsel
+vernietigd. Door duizenden van overgangen maakt de stofwisseling in de
+weefsels, die aan 't gezonde leven ten gronde ligt, plaats voor die
+wisseling, welke wij ontbinding noemen; en al deze verschijnselen,
+leven, stoornis, ontbinding, zijn even noodwendig en volgen elkander
+wettig op.
+
+Zoo geeft dezelfde wet, waarop de harmonische betrekking tusschen het
+dierlijk organismus en de uitwendige invloeden berust, tevens rekenschap
+van de onvolmaaktheden, die haar aankleven. Wil daarentegen de teleoloog
+deze onvolmaaktheden in zijne beschouwingswijze opnemen, dan velt hij
+zijn eigen vonnis. Of zou hij, op het natuurkundig standpunt, de
+stoornissen onzer bewerktuiging als de tuchtroede willen beschouwen
+eens goeden Vaders, tot onze zedelijke verbetering?
+
+
+Maar nog van eene andere zijde van het dierlijk organismus schittert
+ons de prachtigste harmonie in het oog. Ik bedoel: in de betrekking
+tot zijne levensbehoeften en in die zijner zamenstellende deelen
+tot elkander. De tijd gedoogt niet, u ook deze even uitvoerig te
+schilderen: trouwens, zij staat levendig genoeg u voor den geest. De
+teleogie, die hier vooral de bouwstoffen vergaderde voor haren tempel,
+is nimmer in gebreke gebleven, ze u op zegevierenden toon voor oogen te
+stellen. Wie bewonderde niet vaak, met hooge ingenomenheid, de treffende
+evenredigheid tusschen de eigenschappen en vermogens van elk dier en
+deszelfs levenswijze en levensbehoeften? De kracht, de vlugheid en
+juistheid van elk zijner bewegingen, de scherpte en het doordringend
+vermogen zijner zintuigen, ja de oneindige verscheidenheid van neigingen
+en vermogens, die men met den naam van instinct pleegt te bestempelen,
+alles beantwoordt harmonisch aan de behoeften van elk dier, en verzekert
+de instandhouding van het individu en de voortplanting der soort!
+
+Altijd en overal ligt aan de verrigting de bouw ten gronde. Ook deze,
+bij gevolg, moet aan de behoeften beantwoorden, waar de verrigtingen
+hieraan harmonisch gevenredigd zijn: en zoo worden wij als van zelve
+gewezen op de harmonische betrekking tusschen de zamenstellende deelen
+van hetzelfde organismus. In dit opzigt zou elk dier, welke plaats het
+in de rij der wezens moge innemen, ons breede stof ter beschouwing
+opleveren. Springt niet overal de volmaaktste evenredigheid ons in het
+oog tusschen de passieve en actieve organen van beweging? Bezit het
+hoofdorgaan des bloedsomloops niet altijd de vereischte kracht, om het
+levensvocht door het geheele ligchaam rond te voeren? Zijn niet juist
+menigvuldige verbindingen en vlechten tusschen de bloedvaatstammen daar
+voorhanden, waar het ligtst hinderpalen dreigend zich konden opdoen?
+Wat meer is,--terwijl de zintuigen en de geheele oppervlakte van het
+ligchaam als wakkere wachters voor de indrukken der buitenwereld
+openstaan, en deze aan het bewustzijn mededeelen, staat, in al de
+organen van het voedingsleven, het gevoel op z lagen trap, dat wij
+noch van de zamentrekkingen van het hart, noch van de bewegingen van
+maag en darmkanaal, noch van den prikkel en de wrijving der vochten,
+waaraan beide zijn blootgesteld, eenige de minste kennis krijgen. Ziet
+gij niet,--roept de teleoloog u toe,--waartoe dit dient? Z alleen was
+de werking van uwen geest vrij en onbelemmerd; z alleen werd hij
+nimmer afgetrokken in de waarneming der buitenwereld; z alleen kon
+hij zich ongestoord verheffen tot in hoogere sferen.--Gij erkent die
+harmonie; gij ziet er, op het menschelijk standpunt, zelfs het
+doelmatige van in. Maar gij verlangt meer. Gij wilt van deze en van zoo
+vele andere verschijnselen den grond kennen. Gij wilt zien aangetoond,
+dat zij aan wetten gebonden, dat zij noodwendig zijn. Gij wilt weten,
+waardoor zij tot stand kwamen, en hoe zij zich handhaven. Ik wijs U op
+de wet van oefening: _Elk orgaan, elk ligchaamsdeel wordt onder den
+duurzamen invloed van den wil of van andere omstandigheden zoodanig
+gewijzigd, dat het beantwoordt aan hetgeen de wil of de omstandigheden
+van hetzelve eischen_.
+
+Toetsen wij deze wet aan de verschijnselen, dan zal tevens blijken, dat
+zij rekenschap geeft van die harmonische betrekking, waarop wij een'
+vlugtigen blik wierpen.
+
+De schoonste overeenstemming bemerkten wij tusschen de levensbehoeften
+van elk dier en de kracht, de vlugheid en juistheid zijner bewegingen.
+Maar komt u hierbij niet onmiddellijk voor den geest, dat, door
+oefening, onze krachten, tegelijk met de spier zelve, ontwikkeld worden?
+Hebt gij den geoefende niet vaak bewegingen, voor ons volstrekt
+onuitvoerbaar, met eene vlugheid en juistheid zien volbrengen, die aan
+het ongeloofelijke grensden? Ik zag een meisje, bij 't welk het gemis
+der bovenste ledematen aangeboren was, met hare voeten, oorspronkelijk
+als de onze gevormd, allerlei handwerk verrigten. 't Was alsof de voeten
+in handen herschapen waren. Z vermogend is de invloed der oefening! En
+bedenkt men nu, dat bij elk dier de oefening steeds bepaald wordt door
+de levenswijze en levensbehoeften, dan heeft men slechts dieper in het
+verledene terug te zien,--en men is overtuigd, dat, op grond der wet van
+oefening, kracht, vlugheid en juistheid van beweging zich harmonisch
+gevenredigd aan de levenswijze en levensbehoeften van elk dier moesten
+ontwikkelen.
+
+Nergens evenwel vinden wij het vermogen der oefening sterker uitgedrukt
+dan in de zintuigen. Bij den blindgeborene zijn gehoor, gevoel en reuk
+tot eene scherpte en fijnheid van onderscheiding ontwikkeld, dat zij
+voor een groot deel in het verlies van het edelste der zintuigen
+voorzien. In eene stip aan den horizon, die het ongeoefend oog ontgaat,
+erkent de zeeman een schip in volle zeilen; en wie zich daarentegen bij
+voortduring met het onderzoek der kleinste voorwerpen bezig houdt, en
+hierbij verzuimt met zijnen blik nu en dan dieper in de ruimte door te
+dringen, wapent allengs zijn oog met een natuurlijk vergrootglas. Door
+oefening wijzigen zich alzoo de grenzen van het accommodatie-vermogen,
+en zij moeten dus bij elk dier wel beantwoorden aan de behoeften: want
+door deze werd de oefening bepaald. Weder derhalve gaf de wet van
+oefening u den sleutel tot de harmonie!
+
+Maar ook in het zoogenaamd instinct zie ik slechts het noodwendig gevolg
+der omstandigheden. De vermogens en eigenschappen, die men hiertoe
+pleegt te brengen, ontwikkelen zich door oefening;--zij worden verdoofd,
+zoodra de omstandigheden aan die oefening paal en perk stellen. Men
+zegge derhalve niet: aan deze diersoort werd dit of dat instinct
+gegeven, omdat hare levenswijze dit vorderde,--bij gene ontbreekt het,
+omdat zij hieraan geene behoefte had; maar men erkenne, dat het zich bij
+deze diersoort noodwendig moest ontwikkelen, doordat de omstandigheden
+deszelfs oefening medebragten, en dat het bij gene wettig onbestaanbaar
+is, wijl tot deszelfs oefening de levenswijze nimmer aanleiding gaf.
+
+Wij hebben nog het harmonisch verband tusschen de verschillende deelen
+van hetzelfde organismus onderscheiden; maar ook dit berust op dezelfde
+wet, de wet van oefening. Oefening is dan evenwel in een' ruimeren zin
+genomen, namelijk: als de verhoogde verrigting en voeding van een
+bepaald ligchaamsdeel, niet slechts voor zoo ver die onder den invloed
+van den wil plaats grijpen, maar door eenen gewijzigden toestand, van
+welk orgaan ook, te weeg gebragt.
+
+Door oefening nu in dien zin komt de harmonie tot stand tusschen de
+passieve en actieve organen van beweging;--immers de bewegelijkheid van
+elk gewricht wordt geoefend en dus bepaald door de spierwerking. Op
+denzelfden grond moet de omvang en kracht der zamentrekkingen van het
+hart aan den werstand in het bloedvaatstelsel beantwoorden; want die
+werstand juist is het, die de kracht van het hart bepaalt. Wilt gij
+hiervan het bewijs? Waar de werstand ziekelijk verhoogd wordt, ontstaat
+overvoeding van het hart; en kondet gij van het thans onstuimig
+kloppende hart de spierwanden in een oogenblik tijds tot de normale
+dikte terugbrengen, gij zoudt den lijder onfeilbaar op staanden voet
+zien bezwijken. Blijkt hieruit, dat verhoogde werstand de werking van
+het hart opwekt, dan immers moet, krachtens de wet van de oefening, de
+ontwikkeling en de kracht van het hart bij elk dier noodwendig aan den
+werstand beantwoorden.
+
+Moeijelijker schijnt het, het noodzakelijk bestaan te betoogen der
+menigvuldige verbindingen en vlechten bloedvaatstammen, juist op zulke
+plaatsen, waar zonder deze het ligtst belemmering zich zou opdoen. En
+toch is dit harmonisch verband in zijne wording hoogst eenvoudig. De
+belemmeringen, namelijk, tot welker overwinning de verbindingen en
+vlechten, naar de teleologische beschouwingswijze, doelmatig bestemd
+zijn, zijn zelven de oorzaak van het ontstaan dier vlechten en
+verbindingen. Wij zien ze hierdoor, onder zekere omstandigheden,
+als onder onze oogen gevormd worden. Wordt een hoofdstam gedrukt,
+onderbonden of door ziekelijke gesteldheid verstopt, dan worden de
+naauwelijks zigtbare takjes, waardoor zoo wel de slagaderlijke als
+aderlijke stammen van eenig deel steeds onderling gemeenschap oefenen,
+tot grootere stammen uitgezet, die nu, bij wijze van vlecht, eenen
+collateralen bloedsomloop voortbrengen. Vandaar dan ook in het aderlijk
+stelsel, waar belemmeringen menigvuldiger zijn, een grooter aantal dier
+verbindingen en vlechten dan in het slagaderlijke.
+
+Maar zullen wij immer den grond kunnen peilen van die mindere
+gevoeligheid der voedingsorganen, waardoor aan onze hoogere vermogens
+eene zooveel vrijere ontwikkeling verzekerd wordt?--Reeds deed ik u
+opmerken, hoe de gevoeligheid van elk zintuig door oefening verhoogd
+wordt, hoe gebrek aan oefening deszelfs werking vernietigt. Het
+afgeweken oog van den scheelziende ontwaart niet langer den prikkel van
+het invallend licht: en al onze zintuigen zijn voor de indrukken der
+buitenwereld als gesloten, wanneer wij aan de fantazij onzer verbeelding
+den vrijen teugel laten, of ons geheel verdiepen in een vraagstuk, dat
+al onze inspanning vordert. Worden hierdoor de zintuigen als verlamd,
+hoeveel meer moet, bij het ontwikkelen der psychische vermogens en der
+zintuigen zelve, uit gebrek aan oefening, het gevoel zijn verdoofd
+geworden in die deelen, welke ons geene indrukken van de buitenwereld
+overbragten, die onze belangstelling konden opwekken. Zeer opmerkelijk
+gewis is het, dat, naarmate de hoogere vermogens in een dier ontwikkeld
+zijn, het zenuwstelsel, dat het voedingsleven beheerscht, als een meer
+zelfstandig, afgescheiden gedeelte optreedt. Maar, wat meer is, het
+bewustzijn herneemt, ook in de organen der voedingsverrigtingen, voor
+een deel zijne regten, zoodra het geoefend wordt. Schier elk orgaan, dat
+wij ons, wanneer ook zonder eenigen grond, als ziekelijk voorstellen,
+wordt gevoelig, doordat wij onze gedachten nu op dit deel als
+concentreren, en zoo gevoel en bewustzijn oefenen, zoo verre zij tot
+dit deel betrekking hebben. Vooral is dit duidelijk ten opzigte van
+het hart. Het klopt onophoudelijk in onze borst; doch in den normalen
+toestand worden wij niets hiervan gewaar, tenzij wij, in den valschen
+waan van aan een hartsgebrek te lijden, den hartslag altijd en altijd
+naauwlettend gadeslaan. Dat eeuwige kloppen wordt dan op het laatst
+ondragelijk, al is de slag niet sterker dan bij een' gezond mensch. Wie
+immer zich inbeeldde, door hartziekte te zijn aangetast,--en hun getal
+is niet zoo gering,--heeft hieronder bitter geleden.--Maar genoeg, om u
+te doen zien, dat de hoogere ontwikkeling der geestvermogens, zoowel als
+de zintuigelijke indrukken, aan de oefening van het gevoel in de organen
+van het voedingsleven in den weg staan, en dat, bij gevolg, de geringe
+gevoeligheid van deze eene noodwendige is.
+
+Zoo geeft de wet van oefening, straks uitgesproken, evenzeer
+rekenschap van de harmonische betrekking der dierlijke wezens tot hunne
+levensbehoeften, als van den band, die de verschillende ligchaamsdeelen
+tot n organismus zamenvlecht.
+
+
+Gewis ontging het uwe aandacht niet, mijne Geerde Hoorders! dat er een
+naauw verband bestaat tusschen de beide wetten, die der harmonie ten
+gronde liggen: de wetten, die ik kortheidshalve die van _gewoonte_ en
+_oefening_ noemde. Waar de eerste haren invloed doet gelden, wordt zij
+onderschraagd door de laatste. Krachtens de wet van gewoonte, wordt elk
+orgaan door den invloed, waaraan het regtstreeks is blootgesteld,
+primitief gewijzigd. Dit orgaan staat nu evenwel niet gesoleerd; het
+hangt innig zamen met de overige deelen van het organismus. Wat is dus
+het noodzakelijk gevolg van die primitieve wijziging? Wijziging van al
+de overige ligchaamsdeelen,--welker werking namelijk f opgewekt f
+onderdrukt wordt,--en alzoo, krachtens de wet van oefening, eene hieraan
+gevenredigde ontwikkeling van elk dier deelen. Door deze harmonische
+zamenwerking der wetten van gewoonte en oefening beantwoorden nu alle
+ligchaamsdeelen, ook die, welke nimmer aan eene onmiddellijke inwerking
+blootstaan, aan de invloeden der buitenwereld, en wordt tevens de
+harmonie tusschen de verschillende organen bij voortduring gehandhaafd.
+
+Doch niet van alle oefening zijn uitwendige invloeden het onmiddellijk
+uitgangspunt. In den wil vinden wij eene tweede, magtige drijfver van
+oefening, die haren onmiddellijken invloed op het zenuwstelsel en den
+toestel voor willekeurige beweging doet gelden, en van hier op het
+geheele organismus terugwerkt. Deze oefening moet alzoo onderscheiden
+worden van die, welke zich onmiddellijk sluit aan de uitwendige
+invloeden. Is evenwel de geheele organisatie van het dier onder bepaalde
+invloeden noodwendig tot stand gekomen, en wordt deszelfs wil, bij elke
+omstandigheid, door de organisatie volstrekt bepaald, dan is de wil, die
+als drijfver van oefening optreedt, zelve het noodwendig uitvloeisel
+van verwijderde invloeden; en wij zouden, in hetgeen hij op de oefening
+vermag, slechts het middellijk gevolg dier verwijderde invloeden moeten
+zien.
+
+Doch het is mijn voornemen niet, thans dieper in den grond en in het
+verband dier wetten door te dringen. Genoeg, dat wij deze wetten
+onmiskenbaar in de verschijnselen afgedrukt, en ons zoo geregtigd zagen
+tot het besluit: dat de harmonie, die ons de dierenwereld predikt, aan
+wetten gebonden--noodwendig is.
+
+
+En toch--het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn--op zich zelven waren de
+genoemde wetten hier nog ontoereikend. Schier bij elk voorbeeld moesten
+wij stilzwijgend eene derde wet vooronderstellen,--eene wet, zonder
+welke de harmonie nimmer eene hoogere volmaking konde te gemoet streven,
+zonder welke wij den klimmenden strijd zouden aanschouwen tusschen het
+dierlijk organismus en de buitenwereld, ja! zonder welke misschien alle
+dierlijk leven vroeger of later voor het geweld van buiten zou moeten
+zwichten. Reeds spreekt gij ze met mij uit. Het is de wet van
+erfelijkheid: _De toestand van het voorgeslacht plant zich telkens op
+het nageslacht over; de toestand der ouders wordt telkens aangeboren in
+de kinderen_. Zietdaar de wet, die in het geslacht bestendigt, wat
+gewoonte en oefening gewrocht hebben. Zietdaar den grondslag der
+klimmende volmaking in de Schepping.
+
+Zal ik u ook deze wet in de verschijnselen aantoonen? Weder kan
+ik mij op uw eigene ervaring beroepen. Hoe dikwijls zaagt gij den
+ligchaamsbouw, de gelaatstrekken, de kleur, den gang, de stem, ja zelfs
+het gemoed, de hoogere vermogens en allerlei eigenaardigheden der ouders
+in de kinderen werspiegeld! De Romeinen hadden reeds hunne _naseones_
+en _labeones_; en ook thans is de dikke lip eene erfelijke eigenschap in
+het Oostenrijksche Huis.
+
+Doch ik kan u op een ruimer gebied wijzen. Immers de ontelbare
+verscheidenheden der verschillende diersoorten staan allen als getuigen
+daar van de wet van erfelijkheid. De variteiten van elke soort, zijn,
+zelfs veelal in de historische tijden, door verscheidenheid van
+invloeden en levenswijze tot stand gebragt; en wij zien ze thans met
+gelijke juistheid voortgeplant, als den oorspronkelijken typus. Bij
+vermenging van verschillende rassen zien wij daarentegen vormen geboren
+worden, die aan de beide ouders herinneren, zoodat ook hierin de wet van
+erfelijkheid zich ten duidelijkste openbaart.
+
+Reeds sedert lang heeft ook de veeteelt van de toepassing dier wet
+de gelukkigste partij getrokken. Men verlangt runderen, door vorm en
+neiging tot vetontwikkeling bijzonder voordeelig als slagtvee, sterke
+ossen, geschikt voor den landbouw, en koeijen, die ruime hoeveelheden
+goede melk leveren. De eigenschappen, tot deze verschillende doeleinden
+vereischt, schijnen elkander evenwel grootendeels uit te sluiten, en
+zijn dus niet allen, in hoogen graad ontwikkeld, in hetzelfde ras te
+verkrijgen. Maar reeds sedert lang is het gelukt, kunstmatig rassen
+te vormen, die aan de eene of andere der gezegde doeleinden bij
+uitnemendheid beantwoorden. En welken weg sloeg men hiertoe in?
+Telkens bestemde men tot voortplanting die dieren, waarin de verlangde
+eigenschappen, onder omstandigheden van welken aard dan ook, bijzonder
+ontwikkeld waren, en deze zag men nu op de volgende geslachten sterker
+en sterker overgeplant. Eene eervolle plaats in de geschiedenis der
+veeteelt komt Bakewell toe; omdat hij van de reeds lang bekende
+wet van erfelijkheid (het _like begets like_, zoo als hij gewoon was te
+zeggen) het eerst eene consequente toepassing maakte. Z legde hij den
+grond tot een eigen ras van runderen, bijzonder voordeelig en geschikt
+voor slagtvee, 't welk men een' tijd lang op hoogen prijs stelde, en
+slechts daarom niet als een zuiver, onvermengd ras bewaard heeft,
+wijl Bakewell zijn doel te goed, en hierdoor te zeer ten nadeele der
+in andere opzigten wenschelijke eigenschappen, bereikt had. Z ook
+stelde hij zich in het bezit van een eigen ras van schapen (_Dishley
+Breed, New Leicester Breed_), welks wol in sommige opzigten voor die van
+andere moge onderdoen, doch hetwelk de bijzondere eigenschap bezit, van
+op veel jeugdigeren leeftijd en veel gemakkelijker dan andere rassen te
+kunnen worden vetgemest, en hierom ook thans nog tot de meest geachte en
+algemeen verspreide rassen in Groot-Brittanie geteld wordt.
+
+Uit een en ander is voldoende gebleken, dat de door verschil van
+invloeden en levenswijze ontstane wijzigingen zich op het nageslacht
+overplanten, en weldra eene zoo groote mate van bestendigheid
+verkrijgen, dat wij hierin eene typische verscheidenheid erkennen.
+Wanneer wij nu zien, dat de kenmerken van dergelijke verscheidenheden
+des te dieper wortel schieten en zich des te krachtiger handhaven,
+naarmate invloeden en levenswijze over een grooter aantal generatin
+onveranderd bleven, dan is er niets gewaagds in het besluit, dat aan
+eene vroeger meer duurzame gelijkheid van omstandigheden, over ontelbare
+generatin, de grootere vastheid van typus, die wij thans aan elke
+soort toekennen, is toe te schrijven. En zeker bestond die meerdere
+bestendigheid van omstandigheden, zoolang de verspreiding van elke thans
+erkende soort meer beperkt bleef, en door tusschenkomst van den mensch
+minder inbreuk was gemaakt op de oorspronkelijke levenswijze.
+
+Vragen wij nu, in welke diersoorten, op grond der ontwikkelde wetten,
+de meeste en belangrijkste verscheidenheden mogen verwacht worden, dan
+kan het antwoord niet twijfelachtig zijn: vooreerst in den mensch, die,
+bij zijne verspreiding over de geheele oppervlakte der aarde en bij
+het groote verschil in levenswijze en beschaving, wel het meest aan
+wijziging in organisatie moest blootstaan: maar daarenboven in alle
+diersoorten, die, door den mensch aan den natuurstaat onttrokken, aan
+vreemde invloeden, aan eene vreemde levenswijze werden blootgesteld. En
+zoo is het ook. Behoef ik meer te doen, dan u op de ontelbare zoo zeer
+onderscheidene rassen van honden en paarden te wijzen, om u hiervan te
+overtuigen?
+
+Hebben wij uit het bovenstaande reeds gezien, dat elke door het individu
+verkregene eigenschap zich op het nageslacht overgeplant, dan behoeft
+dit welligt niet meer in het bijzonder aangewezen te worden ten opzichte
+der voorbeelden, die wij tot staving der wetten van gewoonte en oefening
+hebben aangevoerd. Het zij mij evenwel vergund, nog op enkele van deze
+uwe aandacht te vestigen.
+
+Wanneer Parry ons verhaalt, dat hij, op zijne reis naar den
+Noord-pool, in eene temperatuur, waarbij het kwikzilver bevriest, een'
+zuigeling in de open lucht aan de borst zijner moeder zag, kan het dan
+nog aan twijfel onderhevig zijn, dat het vermogen, om aan koude te
+werstaan, eene aangeboren eigenschap is van den bewoner van het
+Noorden? Wanneer wij zien, dat het darmkanaal der jonggeboren huiskat
+eene betrekkelijk grootere lengte heeft, dan dat van jonge vleeschetende
+dieren, zijn wij dan niet overtuigd, dat de geschiktheid der organisatie
+voor het gebruik van gemengd voedsel hier wordt aangeboren?--En wat
+leert ons de geschiedenis van het tabaksgebruik? Thans moge het dengene,
+die zich aan dit vergift gewennen wil, hoogstens nog eenige benaauwde
+uren of dagen kosten:--toen in werwil der bedreigde straffen en den
+heftigen tegenstand, zelfs door Pausen en Keizers geboden, het gebruik
+van den tabak zich eerst door Europa begon te verspreiden, waren de
+verschijnselen bij de eerste proeven oneindig heviger, en schijnt zelfs
+menig onvoorzigtige rooker zijn' zonderlingen lust met den dood bekocht
+te hebben. Onze ouders rookten, onze voorouders rookten,--en thans is,
+gij ziet het, de gewoonte tot rooken ons reeds ten halve aangeboren.
+
+Om u vervolgens te doen opmerken, hoe de door invloeden en oefening
+verkregene ontwikkeling van het been- en spierstelsel, hoe de kracht en
+snelheid van zamentrekking in het nageslacht worden voortgeplant, breng
+ik u slechts de zoo verschillende rassen van paarden voor den geest.
+En van de door erfelijkheid medegedeelde scherpte der verschillende
+zintuigen leveren onderscheidene volkeren,--van een aangeboren verschil
+in accommodatie-vermogen van het oog talrijke familin, bijzonder in de
+steden, het overtuigendst bewijs.
+
+Zoo zou ik van elke harmonische eigenschap, die wij, krachtens de
+wetten van gewoonte en oefening, zagen tot stand komen, de voortplanting
+op het nageslacht door voorbeelden kunnen staven, en hierdoor de
+noodzakelijkheid der harmonie van het dierlijk leven op nog breeder'
+grondslagen vestigen. Ik wil mij echter, kortheidshalve, bepalen tot
+de instinctmatige vermogens. Bij de wet van oefening heb ik mij omtrent
+dezen opzettelijk van voorbeelden onthouden, naardien het mij
+gemakkelijker scheen, u de kracht der oefening, door verscheidene
+geslachten voortgeplant--en als ware het vermenigvuldigd--aanschouwelijk
+te maken, dan in het leven van een enkel individu. En hierom mogt ik
+deze hier niet met stilzwijgen voorbijgaan. Weder de hond levert ons het
+sprekendst bewijs van den invloed der oefening ook op de instinctmatige
+vermogens. Het lijdt geen' twijfel, of bij de oorspronkelijke soort,
+waarvan al onze honden afstammen, bestond n en hetzelfde instinct.
+En thans, welk een verscheidenheid! Schier elk ras heeft ook ten
+dezen opzigte zijne eigendommelijkheden. Behoef ik u te wijzen op
+de instinctmatige vermogens van den herders- of jagershond, van den
+bloeddog of van den New-foundlander?--Van waar nu die verscheidenheid?
+Het antwoord is niet moeijelijk. De mensch heeft door kunstmatige
+oefening het een of ander instinct bij den hond meer en meer ontwikkeld,
+en door de wet van erfelijkheid werd dit instinct bestendigd. Overwin
+bij een' hond den tegenzin, om te water te gaan, gij zult hiermede
+bij de jongen reeds veel minder te kampen hebben. Wilt gij andere
+voorbeelden? Frederic Cuvier verhaalt, dat in zoodanige streken, waar
+den vossen dikwijls hinderlagen worden gelegd, de jongen, reeds de
+eerste maal, dat zij het nest verlaten, eene omzigtigheid aan den
+dag leggen, die men in andere streken bij hen te vergeefs zoeken
+zou.--Voorts weten wij, dat elk dier instinctmatig vlugt voor zijn'
+vijand. Men spreekt van doelmatigheid in die poging tot zelfbehoud. Maar
+het dier, welks voorgeslachten niet vervolgd werden, de vogels op een
+onbewoond eiland, vlugten niet; zij zijn zoo argeloos, dat zij zich met
+de hand laten vangen. Na weinige generatien echter is hun het instinct
+om te vlugten reeds aangeboren. Alzoo: de vervolging door den vijand
+heeft het instinct om te vlugten, volgens de wet van oefening,
+ontwikkeld; en naar de wet van erfelijkheid plantte het zich voort.
+Gij ziet: het aanwezen van dit instinct, als dat van elk ander, is het
+noodwendig gevolg der omstandigheden, die deszelfs oefening uitlokten,
+en waaraan het dus nu harmonisch moet beantwoorden.
+
+Hoe een instinct ook eindelijk kan worden tot zwijgen gebragt, wanneer
+op deszelfs oefening inbreuk wordt gedaan, leert ons reeds het temmen
+der dieren. Nimmer zullen de jongen van een getemd dier de wreedheid en
+wildheid aan den dag leggen, die zijnen voorouders eigen waren. Maar nog
+opmerkelijker is de gedeeltelijke verdooving van een der natuurlijkste
+instincten bij onze inlandsche runderen. Overal, waar het de gewoonte
+is, het kalf bij de koe te laten zuigen, bestaat hiertoe bij beide de
+grootste behoefte. Zij schreeuwen zich half dood, zoo als Sturm
+zich uitdrukt, wanneer men ze van elkander scheidt. De koe, die
+dagenlang zoo onrustig zich gedraagt, dat een vreemde niet zonder gevaar
+ze zou naderen, spant al hare krachten in, om los te breken; en het kalf
+zoekt, verscheidene weken, bijna onophoudelijk naar de uijer, alles
+aanvattende, om er aan te zuigen. Bij onze inlandsche koeijen
+daarentegen, welker kalveren doorgaans onmiddellijk na het werpen
+verwijderd worden, is de moederliefde, als ware het, uitgedoofd. Wordt
+het kalf maar terstond op eenigen afstand gebragt, dan gedraagt zich de
+moeder volmaakt rustig, en laat de melk veel gemakkelijker kunstmatig
+verwijderen, terwijl ook bij het kalf de pogingen tot zuigen zich in
+veel geringere mate opdoen.
+
+
+Zietdaar, mijne Geerde Hoorders! de drie wetten ontwikkeld, die aan de
+harmonie van het dierlijke organismus ten gronde liggen. Naar de wetten
+van gewoonte en oefening zaagt gij de harmonie in het individu tot
+stand gebragt; naar de wet van erfelijkheid zaagt ge in het nageslacht
+bestendigd, wat door gewoonte en oefening in het individu gewrocht was.
+
+Die harmonie erkent gij dus als noodwendig: want zij is aan wetten
+gebonden, en elke natuurwet eischt volstrekte en onbegrensde
+gehoorzaamheid. Wie het doel durft uitgeven voor den grond der harmonie,
+hij wordt afgewezen voor de regtbank der wetenschap; want in de
+onvergankelijke bladeren van het wetboek der natuur, waarop hare
+uitspraken gegrond zijn, staat met onuitwischbare letteren geschreven:
+_gewoonte_, _oefening_, _erfelijkheid_.
+
+Het is evenwel niet genoeg, de noodwendigheid der harmonie uit deze
+wetten te herleiden; ons streven moet het zijn, die wetten zelve dieper
+te doorgronden. Reeds gaat er naar die zijde eenig licht op in de
+wetenschap over de oorzaken der verschijnselen, welke wij tot de wetten
+van gewoonte en oefening terugbragten: en zoo, opklimmende van oorzaak
+tot oorzaak, zonder ooit in droomerijen omtrent het doel ons te
+verliezen, naderen wij, langzaam wel is waar, maar met vasten tred,
+het ideale standpunt, van waar men alle verschijnselen der natuur met
+noodzakelijkheid uit de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten
+konde zien voortvloeijen.
+
+Wie dus een doel huldigt in de harmonie der stoffelijke wereld, hij
+plaatse het in de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten.
+Hier verstomt de wetenschap der Natuur; hier staan hare grenzen. Zij
+verloochent haar karakter, wanneer zij ook den grond dier eigenschappen
+kennen wil. Zij overschrijdt hare regten, wanneer zij den staf durft
+breken, over wie hier grond en doel vereenzelvigen.
+
+En, wanneer eens door eene alwijze Almagt die stoffen en krachten
+met een bepaald doel werden in het aanzijn geroepen, en in hare
+eigenschappen de voorwaarden voor de geheele toekomst werden weggelegd,
+dan stroomt ook geen druppel bloeds zonder doel door onze aderen,--maar
+het is een doel, dat buiten de wetenschap ligt der Natuur.
+
+
+Van mijne taak heb ik het deel volbragt, door de wet mij opgelegd.
+Een ander deel, waartoe hoogachting en dankbaarheid mij nopen, blijft
+te vervullen over.--Het eerst rigt ik mij tot U, Edel Groot Achtbare
+Heeren Curatoren! die met onvermoeiden ijver de belangen behartigt der
+Hoogeschool, aan uwe hooge zorgen toevertrouwd. Steeds uw blikken gerigt
+op den vooruitgang der Wetenschappen en op den toestand der Hoogeschool,
+is het uw heilig streven, dezen aan de eischen van gene te doen
+beantwoorden. Het kon uw naauwlettend oog niet ontgaan,--en gij hoordet
+het telkens door zaakkundige mannen rondom u uitspreken,--dat de
+geneeskundige wetenschappen, terwijl zij meer het karakter en den geest
+der natuurkundige aannamen, zich op ruimer en ruimer gebied vestigden.
+Dit eischte in uw oog dan ook ruimere voorziening in het onderwijs;
+en de betrekking, waarin ik thans sta tot de Hoogeschool, strekt ten
+bewijze, dat gij niet geaarzeld hebt, tot stand te brengen, wat
+uwe overtuiging u als wenschelijk had voorgespiegeld. Mij hebt
+Gij geroepen,--en onze geerbiedigde Koning heeft uwe keuze
+bekrachtigd,--niet zoo zeer om eene taak op mij te nemen, die vroeger
+op andere schouders rustte, dan om naast den werkkring van ijverige
+Ambtgenooten mij, als leeraar, een' weg te banen op het uitgebreid
+gebied der geneeskundige wetenschappen.--Gij zult geene klagte van mij
+vernemen, Edel Groot Achtbare Heeren! dat mijn werkkring hier te beperkt
+is: integendeel, ik spreek het opentlijk uit, dat men nog aan meer dan
+n' nieuw Ambtgenoot eene even uitgebreide taak zou kunnen aanwijzen,
+die ook thans nog onvervuld moet blijven. Maar, vergeeft het mij, zoo
+ik u toch op eene schaduwzijde wijzen moet: ik bedoel het verbroken
+evenwicht tusschen de eischen der vorderende wetenschap, die gij door
+uwe voorziening in het onderwijs bewezen hebt volkomen te begrijpen,
+en de nog onveranderde wettelijke vereischten, voor wie den graad
+van Doctor in die wetenschap verlangt. In Nederland worden thans
+nog geneeskundige studien volbragt, zonder dat de grondslagen der
+physiologie van den gezonden en van den zieken mensch, de weefselleer
+en de ziektekundige ontleedkunde, tot de verpligte lessen behooren.
+In Nederland worden thans nog wettig Doctoren gecreerd in de genees-,
+heel- en verloskunde, zonder dat bewijzen van bekwaamheid in de genoemde
+wetenschappen worden gevorderd.--Ik koester met vertrouwende gerustheid
+den wensch, dat uw veelvermogende invloed niet zal in gebreke blijven,
+tot herstelling van het hier verbroken evenwigt bij te dragen.
+
+Maar reeds week ik te ver af van de gevoelens, die mij bezielden, toen
+ik mij tot u wendde. Indien ik plegtig verklaar, dat aan de loopbaan,
+die gij voor mij geopend hebt, het geluk mijns levens innig verbonden
+is, dat de later van u ontvangene blijken van welwillende belangstelling
+eenen diepen indruk hebben gemaakt op mijn gemoed, en dat mijn hart warm
+en erkentelijk is, dan hebt gij den maatstaf der dankbaarheid, die mij
+jegens u bezielen moet.
+
+Maar uw in mij gesteld vertrouwen droeg niet slechts bij tot mijn geluk:
+het was mij daarenboven in de hoogste mate vereerend. Het zou overbodig
+zijn, en gewis mij weinig passen, over uwe groote verdiensten voor deze
+Hoogeschool uit te weiden: alleen op de getuigenis van hen, die het
+langen tijd van nabij gezien en ondervonden hebben, kondt gij eenigen
+prijs stellen,--en dt ontbrak u nimmer. Maar ik voel mij toch gedrongen
+u te zeggen, dat uw vertrouwen mij in te hoogere mate vereert,
+naargelang uwe waarachtig belangstellende zorgen voor de Hoogeschool
+in zoovele anderen uwer bemoeijingen duidelijker zijn afgedrukt; ja! dat
+ik er trotsch op ben, door u tot eene betrekking te zijn voorgedragen,
+waarvan het volle gewigt mij levendig voor den geest staat. Ik heb mij
+als levensdoel gesteld, aan uw vereerend vertrouwen naar mijne krachten
+waardiglijk te beantwoorden. Geene poging hiertoe zal onbeproefd
+blijven; maar dikwijls, ik gevoel het, zal ik uwe welwillende
+ondersteuning hiertoe moeten inroepen. Reeds hebt gij mij geleerd, dit
+met vertrouwen te doen,--en door uwe handelingen mij den wensch in den
+mond gelegd, dat gij nog eene lange reeks van jaren, altijd even ijverig
+bijgestaan door uwen hooggeschatten, wakkeren Secretaris, aan het
+welzijn der Hooggeschool uwe goede zorgen moogt toewijden.
+
+
+Ook tot u, Weledele Hooggeleerde Heeren, waarde Ambtgenooten, en Zeer
+Geleerde Heeren Lectoren! rigt ik mij met volle vertrouwen. Doorloop ik
+uwe rijen, dan ontdek ik mannen, die, grijs geworden in wetenschap en
+letterroem, mij hooge achting, diep ontzag inboezemen; maar ik zie ook
+onder u geerde Leermeesters, die mij altijd met heusche welwillendheid
+den weg tot wetenschap hebben aangewezen,--vrienden, die mij met hunnen
+omgang vereerden, vr ik hen als Ambtgenooten mogt begroeten; en in
+u allen herken ik ambtgenooten, die mij welwillend zijt te gemoet
+getreden, toen een koninklijk besluit mij aan uwe zijde plaatste.
+
+Ik wierp met u een' blik op de prachtvolle harmonie van het dierlijk
+leven,--en al die pracht zagen wij aan ijzeren boeijen geketend. Maar
+een hooger beginsel ademt de harmonie, waarmede gij eenparig streeft
+naar hetzelfde verheven doel: want, in dit streven kent gij geene
+wetten, ziet gij geene noodzakelijkheid. Gij gevoelt: het geschiedt met
+bewustzijn, het berust op vrije wilsbepaling.--Thans ben ik geroepen,
+om mij met u tot ontwikkeling der hoogere vermogens van den mensch te
+vereenigen. Die taak rust zwaar mij op de schouders. Mijne beste
+pogingen, om hierin harmonisch met u zamen te stemmen, zou ik gewis
+dikwijls zien verijdeld, wanneer gij niet steeds gereed stondet, mij
+welwillend de hand tot ondersteuning toe te reiken. Dit zij hierom de
+bede, tot u allen gerigt--de bede, waarmede ik mij dringend, maar ook
+vol vertrouwen, wende tot de leermeesters mijner academiejaren, die ook
+later nimmer ophielden, mij voor te lichten op het pad der wetenschap.
+
+
+Maar ik zie onder u nog een' vriend, een' leermeester van latere jaren,
+wiens naam luide weergalmt in de tempelen der wetenschap, wiens geest
+kracht heeft en moed, wiens hart gloeit voor wat goed en edel is.
+Ik weet het, Mulder! gij zijt afkeerig van openlijk huldebetoon.
+Wierook-walmen stijgen niet tot u op. Maar mag het hulde heeten, wanneer
+ik zeg, dat gij nimmer hebt opgehouden, mijn' blik in de natuur en in de
+menschenwereld te verruimen, dat gij altijd en overal mijne belangen met
+vurigen ijver hebt behartigd, dat, wanneer ik, door leed of angst
+geprangd, naar een' vriend omzag, gij aan mijne zijde stondt!...
+Neen! hulde mag het niet heeten, waar, voor sprekende feiten, zwakke
+woorden in de plaats treden.--Ik gevoel het, Mulder! ik heb noch den
+geest krachtig, noch het hart warm genoeg, om beide bij u te bevredigen;
+maar rein zijn toch de vriendschap en dankbaarheid, die mij bezielen--en
+gij zult ook de kleine bron niet versmaden, wanneer ze u frisch en
+helder water biedt.
+
+
+Hartelijk verheugt het mij, ook u hier te zien, Wel Edelgestrenge,
+Zeer Geleerde Heeren! die ik, nog kort geleden, de eer had, mijne
+Ambtgenooten te noemen. Ik wist het, dat gij een levendig deel naamt in
+de mij te beurt gevallen onderscheiding; en uwe tegenwoordigheid op deze
+plaats is mij hiervan een nieuw bewijs. De vijf volle jaren waarin wij
+onze krachten tot n doel zamenspanden, waren de gewigtigsten mijns
+levens. Aan deze, en voor een groot deel aan U, ben ik mijne
+wetenschappelijke vorming inzonderheid verschuldigd. Ik herdenk het met
+zoo veel voldoening, hoe ik dagelijks door uwen ijver werd aangewakkerd,
+hoe ik dagelijks mij kon spiegelen aan naauwgezette pligtsbetrachting,
+hoe gij mij dagelijks deedt ondervinden, dat ik met vrienden leefde.
+Hebt dank voor uwe hartelijke gezindheid mijwaarts, die zich nimmer
+verloochende; en, mogen wij niet langer door ambtsbetrekking vereenigd
+zijn,--de heilige band, die tot de minste sporen van misverstand en
+tweedragt steeds uit ons midden weerde, blijve ook thans hechter dan
+immer gesloten!
+
+
+Ten slotte wend ik mij tot u, Aanzienlijke Schaar van Jongelingen!
+want aan u is mijn volgend leven toegewijd. Ik ben geroepen, om u voor
+te gaan op den weg tot wetenschap; en zucht tot kennis brandt in u
+allen. Ziet! zoo is reeds eene harmonische betrekking tusschen ons
+geboren.--Zoekt gij bij mij de veelomvattende kennis en grondige
+geleerdheid, die wij vereeren en hoogschatten alleen in mannen,
+wier leven onafgebroken aan ijverige studie gewijd was, ik moet u
+teleurstellen maar verlangt gij bereidvaardigheid in het ondersteunen
+uwer pogingen, ijver en lust om u nuttig te zijn, ik bied ze u van
+ganscher harte aan. En wij kunnen immers gezamenlijk het veld onzer
+kennis uitbreiden. Gij toch, die u toewijdt aan de beoefening der
+natuurkundige wetenschappen, waaronder ik ook de geneeskundige begrepen
+acht, gij weet het, hoe men tot waarachtige kennis kan opklimmen. De
+kennis, die gij verlangt, ligt in de voorwerpen en verschijnselen der
+natuur opgesloten: zintuigelijke waarneming van deze is de nige wijze,
+waarop zij te verkrijgen is. Van de stelling uitgaande, dat niets wat
+waarneembaar is, wordt gekend, vr het is waargenomen, moet het steeds
+mijn streven zijn, u de voorwerpen en verschijnselen der Natuur
+waarneembaar voor te stellen. En z immers is ons de gelegenheid
+gegeven, gezamenlijk kennis op te doen. Ik wil niet tot u spreken als
+een boek, en daarom behoef ik ook niet de geleerdheid van een boek; maar
+ik zal trachten, uwe zintuigen te scherpen, en ze met uwen geest in
+nader verband te brengen. Gij moet leeren zien, hooren, ruiken, proeven
+en tasten; en gij moet het bewustzijn hebben, dat gij met deze vermogens
+tot ware kennis kunt geraken. Daarin bestaat het groote geheim, om
+zelfstandig te worden. Hebt gij de indrukken zelf uit de natuur
+opgezameld, gij zult ze gemakkelijk leeren ordenen. Die kennis is dan
+uw eigendom, dien niemand u kan betwisten; en op dien grond zijt gij nu
+zelfstandig.
+
+Geene andere lauweren verlang ik in mijnen werkkring, dan iets te mogen
+bijdragen, om u tot die zelfstandigheid te vormen.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Opuscula Selecta Neerlandicorum, by
+Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OPUSCULA SELECTA NEERLANDICORUM ***
+
+***** This file should be named 19072-8.txt or 19072-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/0/7/19072/
+
+Produced by Louise Hope, Frank van Drogen, the Netherlands
+Team and the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net (This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/19072-8.zip b/19072-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..f69c4bb
--- /dev/null
+++ b/19072-8.zip
Binary files differ
diff --git a/19072-h.zip b/19072-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..e42bb02
--- /dev/null
+++ b/19072-h.zip
Binary files differ
diff --git a/19072-h/19072-h.htm b/19072-h/19072-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..72c60c9
--- /dev/null
+++ b/19072-h/19072-h.htm
@@ -0,0 +1,15979 @@
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
+<html>
+<head>
+<title>Opuscula Selecta</title>
+<meta http-equiv = "Content-Type" content = "text/html;
+charset=utf-8">
+
+<style type = "text/css">
+
+body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
+
+hr {width: 80%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+hr.mid {width: 50%;}
+hr.tiny {width: 20%;}
+
+img {margin: 0em;}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {text-align: center; font-style: normal;
+font-weight: normal; line-height: 1.5; margin-top: .5em;
+margin-bottom: 0em;}
+
+h1 {font-size: 200%;}
+h2 {font-size: 150%;}
+h3 {font-size: 125%;}
+h4 {font-size: 115%;}
+h5 {font-size: 100%;}
+h6 {font-size: 90%;}
+
+p, div, blockquote {margin-top: .5em; margin-bottom: 0em;
+line-height: 1.2;}
+
+div.righthalf {margin-left: 40%;}
+
+p.illustration {text-align: center; margin-top: 1em;
+margin-bottom: 1em;}
+p.inset1 {margin-left: 20%;}
+p.inset2 {margin-left: 40%;}
+p.hanging {margin-left: 1em; text-indent: -1em;}
+p.hanging.inset {margin-left: 3em;}
+
+p.space {margin-top: 1.5em;}
+p.nospace {margin-top: 0em;}
+
+.footnote {font-size: 95%; margin-right: 2em; margin-left: 2em;}
+a.tag {text-decoration: none; vertical-align: .3em; font-size: 80%;
+line-height: 0em;}
+a.toc {text-decoration: none;}
+
+/* tables */
+
+table {margin-left: auto; margin-right: auto; margin-top: 1em;
+margin-bottom: 1em;}
+table.parallel {margin-left: -3%; margin-right: -3%;}
+
+td {vertical-align: top; text-align: left; padding: .1em .5em;}
+td p.hanging {margin-top: 0em;}
+
+td.sidenote {font-size: 90%; font-style: italic; padding-left: 0em;
+padding-top: .2em;}
+td.sidenote.space {padding-top: 1em;}
+
+td.tablehead {text-align: center; font-size: 110%; padding-top: .5em;}
+
+td.number {text-align: right; vertical-align: bottom;}
+td.letter {text-align: right; vertical-align: top; font-style: italic;}
+td.number.left {padding-right: .5em;}
+td.number.right {padding-left: .5em;}
+
+.pictop, .picbottom {float: left; clear: left; padding: 0em;
+margin-top: 0em; margin-left: 0em; margin-right: .5em;}
+.picbottom {margin-bottom: .5em;}
+
+.caption {font-size: 85%; line-height: 1.5em;}
+.hidden {display: none;}
+
+.chapter {margin-top: 4em;}
+.section {margin-top: 2em;}
+
+.figfloat {float: right; clear: right; margin-top: .2em;}
+
+.smallroman {font-size: 0.8em;}
+.smallcaps {font-variant: small-caps;}
+.extended {letter-spacing: 0.2em;}
+.boldf {font-weight: bold;}
+.ital {font-style: italic;}
+.sans {font-family: sans-serif;}
+.greek {border-bottom: thin dotted #999;}
+
+ins.correction {text-decoration: none; border-bottom: thin dotted red;}
+
+.pagenum {position: absolute; font-size: 95%; font-weight: normal;
+font-style: normal; font-variant: small-caps; text-align: right;
+right: 4%; text-indent: 0em; color: #666; background-color: inherit;}
+.pagenum.latin {right: 94%;}
+.pagenum.dutch {right: 3%;}
+
+.mynote {background-color: #DDE; color: #000; padding: .5em;
+margin: 1em 5em; font-family: sans-serif; font-size: 95%;}
+
+</style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Opuscula Selecta Neerlandicorum, by
+Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Opuscula Selecta Neerlandicorum
+ Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde
+
+Author: Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+Editor: Hector Treub
+
+Translator: L. Hillesum, W. Julius, L. Hillesum and A. H. Kan
+
+Release Date: August 18, 2006 [EBook #19072]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OPUSCULA SELECTA NEERLANDICORUM ***
+
+
+
+
+Produced by Louise Hope, Frank van Drogen, the Netherlands
+Team and the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net (This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.)
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<!--png 005-->
+
+<p class = "mynote">
+De spelling en de hoofdletters zijn gehandhaafd als in het origineel.
+<br>
+Een aantal typografische fouten is gecorrigeerd. Ze zijn met
+<ins class = "correction" title = "op deze manier">popups</ins>
+aangegeven. Van de Griekse woorden is de
+transliteratie op dezelfde wijze aangegeven: <span class = "greek"
+title = "touto">τοῦτο</span>.<br>
+<br>
+Spelling and capitalization are as in the original.<br>
+A few typographical errors have been corrected. They have been marked
+with <ins class = "correction" title = "like this">popups</ins>.
+Greek words are similarly transliterated:
+<span class = "greek" title = "touto">τοῦτο</span>.
+</p>
+
+
+<h1>OPUSCULA SELECTA<br>
+
+NEERLANDICORUM<br>
+
+DE ARTE MEDICA</h1>
+
+
+<!--png 006-->
+<hr>
+
+<!--png 007-->
+<p class = "illustration">
+<a name = "titlepage"> </a><br>
+<img src = "images/titlepage.png" width = "332" height = "544"
+alt = "title page"><br>
+<br>
+<a href = "#titletext">[Text]</a>
+</p>
+
+
+
+<!--png 008-->
+
+<hr class = "mid">
+
+<span class = "pagenum">vii</span>
+<a name = "pagevii" id = "pagevii"> </a>
+<!--png 009-->
+<h4>INHOUD.</h4>
+
+<table>
+<tr>
+<td></td>
+<td class = "number">Blz.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td><span class = "smallcaps">Ter inleiding</span></td>
+<td class = "number smallcaps"><a class = "toc" href =
+"#pageix">ix</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Desiderius Erasmus</span>,
+Encomium artis medicæ</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page1">1</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Desiderius Erasmus</span>,
+De lof der geneeskunde</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page1">1</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Antoni van Leeuwenhoek</span>,
+Den waaragtigen omloop des Bloeds, als mede dat de Arterien en Venæ
+gecontinueerde Bloedvaten zijn, klaar voor de oogen gestelt</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page45">45</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Jan Swammerdam</span>,
+Proefnemingen van de particuliere bewegingen der spieren van den
+Kikvorsch, die in het gemeen op alle de bewegingen der spieren in de
+menschen en beesten toegepast worden</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page69">69</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Hermannus Boerhaave</span>,
+De usu ratiocinii mechanici in medicina</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page98">98</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Herman Boerhaave</span>,
+Het nut der mechanistische methode in de geneeskunde</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page99">99</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Hieronymus David Gaubius</span>, Oratio
+inauguralis qua ostenditur chemiam artibus academicis jure esse
+inserendam</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page170">170</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Hieronymus David Gaubius</span>,
+Inaugureele rede, waarin wordt aangetoond, dat de scheikunde met recht
+een plaats verdient onder de akademische wetenschappen</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page171">171</a></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">F. C. Donders</span>,
+De harmonie van het dierlijke leven de openbaring van wetten</p>
+</td>
+<td class = "number"><a class = "toc" href = "#page229">229</a></td>
+</tr>
+
+</table>
+
+
+<!--png 010-->
+
+<hr class = "mid">
+
+<span class = "pagenum">ix</span>
+<a name = "pageix" id = "pageix"> </a>
+<!--png 011-->
+
+<h4>TER INLEIDING.</h4>
+
+
+<p>Den 1<sup>sten</sup> Januari 1907 heeft het Nederlandsch Tijdschrift
+voor Geneeskunde 50 jaren bestaan. In Mei 1901 besloot de algemeene
+vergadering der Vereeniging: <i>Nederlandsch Tijdschrift voor
+Geneeskunde</i>, op voorstel der Redactie, den lezers van het
+Tijdschrift bij gelegenheid van dit jubileum eene feestuitgave aan te
+bieden. Deze feestuitgave zou betrekking hebben op de geschiedenis der
+geneeskunde. De zorg voor de voorbereiding dier uitgave werd opgedragen
+aan eene commissie, bestaande uit de heeren <span class =
+"smallcaps">B.&nbsp;J. Stokvis</span>, <span class = "smallcaps">W.
+Koster</span> (Utrecht), <span class = "smallcaps">C.&nbsp;E.
+Daniëls</span>, <span class = "smallcaps">H.&nbsp;Treub</span> en de
+beide toenmalige redacteuren-gérant <span class =
+"smallcaps">M.&nbsp;Straub</span> en <span class =
+"smallcaps">P.&nbsp;Muntendam</span>.</p>
+
+<p>De geheimen van onze commissie-vergaderingen te verklappen is
+allerminst mijn bedoeling. Maar iets wil ik en moet ik toch zeggen. Dit
+n.&nbsp;l., dat, wanneer niet de drie eerstgenoemde, klassiek geschoolde
+commissieleden er geweest waren, en met name wanneer niet <span class =
+"smallcaps">Stokvis</span> zijne groote belezenheid en zijn eeuwig
+jeugdig enthousiasme aan onze taak had doen ten goede komen, er van dit
+boek bitter weinig terechtgekomen zou zijn. Want één ding stond, na de
+eerste voorloopige besprekingen, al spoedig bij ons allen vast: wij
+moesten de feestuitgave doen bestaan in herdrukken van Nederlandsche
+klassieke schrijvers over geneeskunde. Maar wie moest onder de
+klassieken, en wat van hun werk gekozen worden? En hoe moest het
+uitgegeven worden? Vragen die, tendeele althans, slechts beantwoord
+konden worden door hen, die de klassieken kenden. Toen dan ook omtrent
+het „hoe“ beslist was, dat de feestuitgave geen bloemlezing, maar een
+bundel van zooveel mogelijk op zich zelf staande stukken zou zijn,
+kwamen de drie genoemde kenners der klassieken met verschillende werken
+aan, waaruit de commissie na kennismaking zou kunnen kiezen.</p>
+
+<p>Moeilijke bezigheid, voorwaar! Gelukkig, wij zijn Hollanders, wij
+waren in commissie vereenigd en wij hadden dus het recht, om niet te
+zeggen de nationale plicht met bedachtzaamheid voorttegaan. Zoo waren
+wij dan ook nog slechts nauwelijks tot eene definitieve keuze gekomen,
+toen in September 1902 <span class = "smallcaps">Stokvis</span> ons
+ontviel. Wanneer ons werk, gelijk wij hopen, ten slotte bruikbaar is
+geworden, dan zij hier gezegd, dat dit in de allereerste plaats te
+danken is aan het initiatief en de krachtige medewerking van <span class
+= "smallcaps">Stokvis</span>.</p>
+
+<p>De commissie was zoo gelukkig in zijn plaats door de algemeene
+vergadering benoemd te zien de heer <span class = "smallcaps">C.&nbsp;A.
+Pekelharing</span>, die aan hare verdere werkzaamheden een zeer actief
+deel heeft genomen.</p>
+
+<p><span class = "pagenum">x</span>
+<a name = "pagex" id = "pagex"> </a>
+<!--png 012-->
+Besloten werd tot een herdruk van vier redevoeringen. De eerste is van
+<span class = "smallcaps">Erasmus</span> (1467-1536). De groote
+humanist, schoon zelf geen medicus, heeft toch in eene oratie den lof
+der geneeskunst verkondigd. En, waarlijk, beter lofredenaar kon de
+geneeskunst moeilijk verlangen. Zoo uitbundig is zelfs hier en daar zijn
+loftuiting, dat men, gedachtig aan den schrijftrant van den auteur van
+den lof der zotheid, geneigd is zich nu en dan af te vragen, of niet
+meer zachte ironie dan welgemeende lof uit <span class =
+"smallcaps">Erasmus’</span> woorden spreekt. Toch zal men bij doorlezing
+van dit weinig bekende geschrift van den geleerden Rotterdammer
+bespeuren, dat het hem met den lof, deze moge dan overdreven zijn, ernst
+is, daar hij niet nalaat de slechte geneeskunst-oefenaars te vermanen.
+Hoe weinig het oude stuk nog verouderd is, blijkt wel uit wat hij
+o.&nbsp;a. zegt:</p>
+
+<p>„De taak van den geneesheer vervulden de wetgevers, die slechts goed
+gebouwde personen met elkander lieten huwen, die maakten, dat men alleen
+volkomen gezonde minnen in dienst nam, die openbare baden en
+turnplaatsen instelden, wetten tegen de weelde maakten, door het doen
+verbouwen van huizen en het droogleggen van moerassen, epidemieën
+voorkwamen en er voor waakten, dat geen spijzen of dranken, die voor de
+gezondheid gevaar opleverden, verkocht werden.“</p>
+
+<p>Immers dit kon nu nog, helaas! goeddeels dienst doen als politieke
+wenschlijst voor een medicus.</p>
+
+<p>De tweede redevoering is van <span class =
+"smallcaps">Boerhaave</span> (1668-1738), en door hem gehouden ter
+gelegenheid, dat de curatoren der Leidsche hoogeschool hem, door eene
+traktementsverhooging, hadden weerhouden naar Groningen te gaan. Al had
+het particularisme dier dagen niets anders goeds uitgewerkt dan ons dit
+heldere en logische betoog omtrent de waarde der iatromechanica te
+bezorgen, dan mochten wij het nog dankbaar zijn. Als men <span class =
+"smallcaps">Boerhaave</span>’s klare taal leest, die zijn gedachtengang
+zoo scherp weergeeft, waarin geen argument te weinig en nauwelijks een
+woord te veel is, dan begrijpt men den grooten invloed door <span class
+= "smallcaps">Boerhaave</span> als leermeester uitgeoefend.</p>
+
+<p>Versterkt wordt deze indruk door de volgende redevoering, die van
+<span class = "smallcaps">Gaubius</span> (1705-1780), wiens gezwollen
+welsprekendheid <span class = "smallcaps">Boerhaave</span>’s eenvoudige
+duidelijkheid beter doet uitkomen. Evenwel, niet om, doch ondanks deze
+tegenstelling werd <span class = "smallcaps">Gaubius’</span> werk door
+ons gekozen. Immers ziet men af van de voor ons minder smakelijke
+rhetorische versierselen, dan geeft het betoog van
+<span class = "smallcaps">Gaubius</span>, op zichzelf voor dien tijd
+van groot gewicht, tevens een eigenaardig beeld van de snel
+wisselende geneeskundige opvattingen. Nog geen dertig jaar toch na
+<span class = "smallcaps">Boerhaave</span>’s enthousiaste verdediging
+der iatromechanica komt, op zijne plaats en in zijn tegenwoordigheid, de
+door hem aangewezen leerling de waarde der scheikunde als wetenschap en
+in het bijzonder hare waarde voor de geneeskunst bepleiten.</p>
+
+<p>Als vierde in de rij der oraties komt die van
+<span class = "smallcaps">Donders</span> (1818-1889), over de
+harmonie in het dierlijke leven; de oratie, waarmede hij zijn loopbaan
+als hoogleeraar aanving. Een waardige evenknie van het stuk van
+<span class = "smallcaps">Boerhaave</span>, waarin met goed gekozen
+argumenten en in keurige taal de teleologie als wetenschap wordt
+aangevallen en betoogd wordt, dat het „waartoe“ geen
+<span class = "pagenum">xi</span>
+<a name = "pagexi" id = "pagexi"> </a>
+<!--png 013-->
+antwoord geven kan op de vraag naar het „waardoor“, terwijl toch slechts
+deze laatste vraag voor den wetenschappelijken vooruitgang belang
+heeft.</p>
+
+<p>Tusschen <span class = "smallcaps">Erasmus</span> en
+<span class = "smallcaps">Boerhaave</span> komen de herdrukken van
+onderzoekingen van <span class = "smallcaps">van Leeuwenhoek</span>
+en van <span class = "smallcaps">Swammerdam</span>. Onafhankelijk
+van de hem klaarblijkelijk onbekende ontdekking der capillairen door
+<span class = "smallcaps">Malpighi</span> (1661), gaf
+<span class = "smallcaps">Leeuwenhoek</span> (1632-1723)
+<span class = "smallcaps">Harvey</span>’s leer van den bloeds omloop een
+krachtdadigen steun door het, met behulp van zijn mikroskoop, geleverde
+bewijs dat: „De Arteriën en Venae gecontinueerde Bloedvaten zijn“; een
+bewijs, dat hij in gemoedelijke taal, doch met groote helderheid geeft.
+Met zóó groote helderheid, dat men verbaasd staat, dat de eenvoudige
+Delftenaar, als buitenstaander van de officiëele wetenschap, om geloofd
+te worden zich moest beroepen op het getuigenis o.&nbsp;a. van „d’Heer
+Mr. <span class = "smallcaps">Antoni Heinsius</span>, Raad en
+Pensionaris dezer Stad, voor desen Extraordinaris Envoyé aan zijn
+Koninklijke Majesteit van Vrankrijk, en onlangs Commissaris van desen
+Staat aan het Hoff van zijn Koningl. Majesteit van Engeland.“</p>
+
+<p>Het stuk van <span class = "smallcaps">Jan Swammerdam</span>
+(1637-1680) geeft ten slotte een goed voorbeeld van diens
+experimenteertalent. Immers, zoowel zijn proef over de uitgesneden, doch
+in verbinding met de zenuw gelaten kikvorschspier, als die met het door
+lucht gevulde hart, kunnen ter demonstratie van dat talent dienen; ook
+al is de eerste, die doet zien dat bij den spiercontractie verwekkenden
+zenuwinvloed niets ponderabels van de zenuw naar de spier overgaat,
+bewijzender dan de tweede, die dienen moet om te betoogen, dat het
+spiervolume bij de contractie niet toe- doch afneemt.</p>
+
+<p>De commissie meende met deze keuze een geschikten aanvang te maken
+van eene publicatie van Nederlandsche klassieken en zij hoopt en
+vertrouwt, dat daarmede de stoot tot verdere analoge herdrukken gegeven
+zal zijn.</p>
+
+<p>Maar, zal zulk een herdruk nut hebben, dan dient, voor de meerderheid
+der Nederlandsche geneeskundigen, het Latijn door Nederlandsch vervangen
+te worden. En, zal de publicatie nut hebben om ook in het buitenland den
+naam der oudere Nederlandsche schrijvers op geneeskundig gebied in eere
+te houden, dan moeten er ook vertalingen in vreemde talen bij zijn. Deze
+overweging stelde de commissie voor een nieuwe moeielijkheid, die des te
+grooter werd, toen de algemeene vergadering besloot, dat niet één, doch
+drie vreemde talen zouden gekozen worden. Onder de commissieleden was
+geen <span class = "smallcaps">Littré</span>, noch een <span class =
+"smallcaps">Ermerins</span> en de zorg voor vertalingen in Fransch,
+Engelsch of Duitsch durfden zij evenmin op zich te nemen. Zoo heeft dan
+de commissie de hulp van anderen, meerendeels niet-medici, ingeroepen en
+bepaalde zich haar werk in hoofdzaak tot de specifiek medische correctie
+van het vertaalwerk.</p>
+
+<p>Zij was zoo gelukkig de hulp te verkrijgen van den heer <span class =
+"smallcaps">L.&nbsp;Hillesum</span> voor de vertaling van de redevoering
+van <span class = "smallcaps">Erasmus</span> in het Nederlandsch, van
+den heer <span class = "smallcaps">C.&nbsp;Grondhout</span> voor de
+vertaling dierzelfde redevoering en van de verhandeling van <span class
+= "smallcaps">Antoni van Leeuwenhoek</span> in het Engelsch, van den
+heer <span class = "smallcaps">Maurice Pernot</span> voor de Fransche
+vertalingen der oraties van <span class = "smallcaps">Boerhaave</span>
+en <span class = "smallcaps">Gaubius</span>, van de heeren <span class =
+"smallcaps">W.&nbsp;Julius</span> en <span class =
+"smallcaps">L.&nbsp;Hillesum</span> voor de Nederlandsche vertaling van
+<span class = "smallcaps">Boerhaave</span>, van den heer <span class =
+"smallcaps">A.&nbsp;H. Kan</span> voor die van <span class =
+"smallcaps">Gaubius</span> en van den heer <span class = "smallcaps">E.
+Hummelsheim</span> voor de vertaling der redevoering van <span class =
+"smallcaps">Donders</span>
+<span class = "pagenum">xii</span>
+<a name = "pagexii" id = "pagexii"> </a>
+<!--png 014-->
+in het Duitsch. Haar medelid, de heer <span class =
+"smallcaps">Daniëls</span>, wiens bibliographische speurzin zich nooit
+verloochent, vond een weinig bekende Duitsche uitgave van <span class =
+"smallcaps">Swammerdam</span>’s „Bijbel der Natuur“ (Leipzig 1752),
+waaraan de commissie de benoodigde vertaling van diens verhandeling kon
+ontleenen.</p>
+
+<p>Het is der commissie een plicht, maar een genoegen tevens, aan al
+dezen haren medewerkers hier oprechten dank te betuigen en hulde te
+brengen voor den zoo nauwgezet uitgevoerden arbeid.</p>
+
+<p>Wanneer ik ten slotte nog gememoreerd heb, dat het typografisch werk
+voor den feestbundel afkomstig is van de firma <span class =
+"smallcaps">de Roever Kröber &amp; Bakels</span>, dat de portretten,
+voor zoover bestaande, in lichtdruk zijn gereproduceerd door de firma
+<span class = "smallcaps">Senefelder</span>, die ook de platen bij <span
+class = "smallcaps">van Leeuwenhoek</span>’s en <span class =
+"smallcaps">Swammerdam</span>’s stukken in photolithographie
+reproduceerde, en dat de band en het titelblad ontworpen zijn door den
+heer <span class = "smallcaps">J.&nbsp;B. Heukelom</span>, dan behoef ik
+daarvoor geen dank uit te spreken, want de dank voor hun werk zal hun
+onmiddellijk gebracht worden door elken beschouwer van het boek.</p>
+
+<p class = "inset1">
+<i>In opdracht en in naam der commissie ter<br>
+voorbereiding dezer feestuitgave,</i></p>
+
+<p class = "inset2">
+HECTOR TREUB.</p>
+
+<hr class = "mid">
+
+<p align = "center"><a name = "titletext" href = "#titlepage">[Title
+page]</a></p>
+
+<p align = "center">OPUSCULA SELECTA ·
+NEERLANDICORUM ·
+DE ARTE MEDICA</p>
+
+<p align = "center">Fasciculus Primus ·
+quem ·
+Curatores Miscellaneorum ·
+quae vocantur ·
+Nederlandsch Tijdschrift ·
+voor Geneeskunde ·
+collegerunt et ediderunt ·
+ad&nbsp;celebrandam ·
+Seriem quinquagesimam ·
+in&nbsp;lucem nuper editam ··
+Quaenam insint scripta ·
+proxima pagina docebit ··
+Amstelodami ·
+Apud F. van Rossen ·
+MCMVII</p>
+
+<p align = "center">Erasmus ·
+Swammerdam ·
+Van Leeuwenhoek ·
+Boerhaave ·
+Gaubius ·
+Donders</p>
+
+<hr class = "chapter">
+
+<!--png 015-->
+
+
+<!--png 016-->
+
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/erasmus.jpg" width = "378" height = "486"
+alt = "Erasmus"><br>
+<br>
+<span class = "caption">IMAGO·ERASMI·ROTERODAMI<br>
+AB·ALBERTO·DVRERO·AD<br>
+VIVAM·EFFIGIEM·DELINIATA<br>
+ΤΗΝ·ΚΡΕΙΤΤΩ·ΤΑ·ΣΥΓΓΡΑΜΜΑΤΑ·ΔΕΙΞΕΙ<br>
+MDXXVI</span><br>
+[AD]</p>
+
+<hr class = "section mid">
+
+<span class = "pagenum">1</span>
+<a name = "page1"> </a>
+<!--png 017-->
+<h1>ENCOMIUM ARTIS MEDICÆ</h1>
+
+<h4>DESIDERIO ERASMO ROTERODAMO AUTORE.</h4>
+
+
+
+
+<h1 class = "section">DE LOF DER GENEESKUNDE</h1>
+
+<h6>VAN</h6>
+
+<h4 class = "extended">DESIDERIUS ERASMUS.</h4>
+
+
+<hr class = "mid section">
+
+<table class = "parallel">
+<tr>
+<td width = "50%">
+<span class = "pagenum latin">2</span>
+<a name = "page2"> </a>
+<!--png 018-->
+<p><i>Erasmus Roterodamus</i></p>
+<p><i>D. Henrico Afinio Lyrano</i></p>
+<p class = "inset1"><i>insigni Medico</i></p>
+<p class = "inset2"><i>S. D.</i></p>
+</td>
+
+<td>
+<span class = "pagenum dutch">3</span>
+<a name = "page3"> </a>
+<!--png 019-->
+<p class = "inset1"><i>Erasmus van Rotterdam</i></p>
+<p class = "inset1"><i>aan Dr. Henricus Afinius van Lier,<a class =
+"tag" name = "tag1_1" href = "#note1_1">1</a></i></p>
+<p class = "inset2"><i>den voortreffelijken medicus.</i></p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>Nuper dum bibliothecam recenseo, doctissime Afini, venit in
+manus oratio quaedam olim mihi nihil non experienti, in laudem
+artis medicae declamata; continuo visum est orationem non optimam
+optimo dicare medico, ut vel tui nominis lenocinio studiosorum
+centuriis commendetur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>Toen ik onlangs mijne bibliotheek nazag, zeer geleerde <span class =
+"smallcaps">Afinius</span>, kwam mij eene redevoering in handen, die
+lang geleden door mij, toen ik mijne krachten nog aan allerlei
+beproefde, vervaardigd was over „den lof der geneeskunde“. Terstond
+besloot ik de niet zeer goede redevoering aan den zeer goeden medicus op
+te dragen, opdat zij, door Uwen naam versierd, in de gelederen der
+studenten haren weg moge vinden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>Erit hoc interim mei in te animi qualecunque documentum, dum
+dabitur aliud nostra necessitudine dignius.</p>
+
+<p>Bene vale.</p>
+
+<p>Lovanii tertio Idus Martias Anno MDXVIII.</p>
+</td>
+
+<td>
+<p>Aanvaard intusschen dit blijk, hoe gering ook, van mijne genegenheid
+jegens U, totdat U een ander, onze vriendschap meer waardig, zal gegeven
+worden.</p>
+
+<p>Het ga U wel.</p>
+
+<p><span class = "smallcaps">Leuven</span>, den 13<sup>den</sup> Maart,
+1518.</p>
+
+</td>
+</tr>
+</table>
+
+<hr class = "mid">
+
+<table class = "parallel">
+<tr>
+<td colspan = "2">
+<span class = "pagenum latin">4</span>
+<a name = "page4"> </a>
+<!--png 020-->
+<h4>DECLAMATIO ERASMI ROTERODAMI IN LAUDEM ARTIS MEDICÆ.</h4>
+</td>
+
+<td>
+<span class = "pagenum dutch">5</span>
+<a name = "page5"> </a>
+<!--png 021-->
+<h4>REDEVOERING VAN ERASMUS VAN ROTTERDAM OVER DEN LOF DER
+GENEESKUNDE.</h4>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">Attentio.</td>
+<td></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width = "5%"></td> <!--sidenote-->
+<td>
+<p>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/q_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "Q: Quo" title = "Q: Quo"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">Q</span>uo saepius est ars
+medicinae, meditatis et elaboratis orationibus, hoc
+ex loco, apud plerosque vestrum praedicata, idque a viris singulari
+facundia praeditis, auditores celeberrimi, hoc mihi sane minus est
+fiduciae, me vel tantae rei, vel aurium vestrarum expectationi
+satisfacturum. Neque enim rem prope divinam nostra facile assequetur
+infantia, neque vulgaris oratio de re toties audita taedium possit
+effugere.
+</p>
+</td>
+<td width = "50%"><!--translation-->
+<p>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/h_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "H: Hoe" title = "H: Hoe"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">H</span>oe vaker de lof der geneeskunde
+van deze plaats in doorwrochte en
+zorgvuldig bewerkte redevoeringen ten aanhoore van de meesten Uwer
+verkondigd is, en wel door mannen met buitengewone welsprekendheid
+begaafd, des te meer, hoogaanzienlijke toehoorders, vrees ik, dat ik
+noch door mijne voordracht aan een zoo gewichtig onderwerp recht zal
+weten te doen, noch aan Uwe verwachting van hetgeen Gij te hooren zult
+krijgen zal kunnen beantwoorden. Want aan den eenen kant zal ons
+gebrekkig redenaarstalent niet licht de hoogte van dit bijna goddelijke
+onderwerp bereiken, aan den anderen kant zal een alledaagsche
+redevoering over iets, dat reeds zoo dikwijls gehoord is, niet kunnen
+nalaten bij het auditorium verveling op te wekken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Propositio.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Desniettegenstaande zal ook ik, om een heilzame gewoonte onzer
+voorouders niet te verzaken, die van oordeel waren, dat door een
+jaarlijks uit te spreken lofrede de gemoederen der jeugd tot de studie
+van en bewondering en liefde voor deze wetenschap opgewekt, aangevuurd
+en ontvlamd moesten worden, indien Gij mijne voordracht met Uwe aandacht
+en welwillendheid wilt steunen, indien Gij hem, wien Uw gezag deze
+eervolle taak heeft opgedragen, met oprechte toewijding wilt volgen, zal
+ook ik naar mijne zwakke krachten beproeven,</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Verumtamen ne salutari maiorum instituto videar deesse, qui solenni
+encomio juventutis animos ad huius praeclarae scientiae studium,
+admirationem, amorem, excitandos, accendendos, inflammandosque
+censuerunt, experiar et ipse pro mea virili (siquidem me dicentem
+adjutabit vestra tum attentio, tum humanitas, favore candido prosequens,
+quem ad hoc muneris vestra adegit autoritas)</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+medicae facultatis dignitatem, autoritatem, usum, necessitatem, non
+dicam explicare, quod prorsus infiniti fuerit negotii, sed summatim modo
+perstringere, ac veluti confertissimas locupletissimae cujuspiam reginae
+opes, per transennam (ut aiunt) studiosorum exhibere conspectibus.
+</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+de waardigheid, den invloed, het nut en de noodwendigheid der medische
+wetenschap, wel niet in alle onderdeelen voor U te ontwikkelen, wat een
+oneindig werk zou zijn, maar, slechts de hoofdzaken aanrakende, in het
+kort te behandelen, en, evenals de dicht opeengehoopte schatten van een
+zeer rijke koningin, slechts vluchtigjes, als het ware achter traliën,
+aan de blikken der studenten te vertoonen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2"><ins class = "correction"
+title = "text: ‘Laudandiratio’">Laudandi ratio</ins>
+per comparationem.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Haar grootste lof bestaat nu in de eerste plaats daarin, dat zij in het
+geheel geen lofspraken noodig heeft, daar zij zich zelve meer dan
+voldoende den menschen door haar nut en onmisbaarheid aanbeveelt.
+Vervolgens, dat zij, hoewel reeds zoovele malen
+<span class = "pagenum dutch">7</span>
+<a name = "page7"> </a>
+<!--png 023-->
+door zoo voortreffelijke geesten geprezen, toch ook aan minder
+vruchtbare vernuften steeds weer nieuwe stof tot prijzen biedt, zoodat
+men bij het zingen van haar lof volstrekt niet zijn toevlucht behoeft te
+nemen tot het gewone hatelijke middel, door dit namelijk op die wijze te
+doen, dat men de overige wetenschappen in een minder gunstig daglicht
+plaatst.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Cuius quidem ea vel praecipua laus est, primum quod nullis omnino
+praeconiis indiget, ipsa abunde per se vel utilitate, vel necessitate
+commendata mortalibus. Deinde quod toties iam a tam
+<span class = "pagenum latin">6</span>
+<a name = "page6" id = "page6"> </a>
+<!--png 022-->
+praeclaris ingeniis praedicata, semper tamen novam laudum suarum
+materiam, ingeniis etiam parum foecundis ex sese suppeditat, ut nihil
+necesse sit, eam vulgato more invidiosis illis contentionibus, non sine
+caeterarum disciplinarum contumelia depraedicare.
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quin illud magis metuendum, ne domesticas illius dotes, ne germanam ac
+nativam amplitudinem, ne majestatem humana conditione maiorem, mortalis
+oratio non assequatur. Tantum abest, ut vel aliena contumelia, vel
+asciticiis Rhetorum fucis, aut amplificationum praestigiis sit
+attollenda.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Veeleer is dit te vreezen, dat de mensch geen woorden genoeg zal kunnen
+vinden, om de haar eigene gaven, hare natuurlijke en aangeboren
+grootheid, hare verhevenheid, die het menschelijke ver achter zich laat,
+voldoende weer te geven. Zooverre is het ervan verwijderd, dat zij òf
+door vernedering van andere wetenschappen, òf door gekunstelde
+rhetorische opsmukking of valsche overdrijving moet opgevijzeld
+worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+<span class = "greek" title = "gnômê.">γνώμη.</span></td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Slechts gestalten van middelmatige schoonheid kunnen alleen door
+vergelijking met leelijke of door den opschik harer kleeding indruk op
+ons maken; dingen, die door zich zelve en in waarheid uitblinken, mag
+men ook bloot aan aller blikken prijsgeven.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Mediocrium est formarum, deformiorum comparatione, aut cultus lenociniis
+commendari; res per se vereque praeclaras, satis est vel nudas oculis
+ostendisse.
+</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Dignitas et autoritas medicinae.<br>
+Inventio artis.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+In de eerste plaats dan (om ter zake te komen) waren wel ook de andere
+wetenschappen, daar alle de eene of andere geriefelijkheid aan ons leven
+bezorgden, oudtijds in hooge eere. Maar de uitvinding der geneeskunde
+werd in den ouden tijd door het menschdom zóó bewonderd, hare toepassing
+als een zóó groote weldaad ondervonden, dat hare uitvinders òf geheel en
+al voor goden werden gehouden, zooals Apollo en diens zoon Aesculapius
+en zelfs,</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Iam primum enim (ut ad rem festinemus) reliquae artes quoniam nulla non
+magnam aliquam vitae commoditatem attulit, summo quidem in pretio fuere.
+Verum medicinae quondam tam admirabilis fuit humano generi inventio, tam
+dulcis experientia, ut eius autores, aut plane pro diis habiti sint,
+velut Apollo, et huius filius Aesculapius,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+imo (quod ait Plinius) singula quosdam inventa deorum numero addiderunt,
+aut certe divinis honoribus digni sint existimati, velut Asclepiades,
+quem Illyrici numinis instar receptum Herculi in honoribus
+aequarunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+naar Plinius zegt, sommigen ten gevolge van één enkele uitvinding onder
+de goden werden geplaatst, òf ten minste goddelijke vereering zijn
+waardig gekeurd, zooals bij voorbeeld Asclepiades, dien de Illyriers als
+een god opnamen en op dezelfde wijze als Hercules vereerden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Torquet exemplum in suum commodum.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Nu keur ik natuurlijk niet goed, wat de ouden ten dezen gedaan hebben,
+toch prijs ik hun gevoel en hun oordeel. Zij hebben immers terecht
+begrepen en op die wijze tot uiting gebracht, dat aan een kundigen en
+betrouwbaren geneesheer nooit te groote belooning geschonken kan
+worden.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Non equidem probo quod fecit antiquitas, affectum sane ac iudicium
+laudo, quippe quae recte et senserit et declararit, docto fidoque medico
+nullum satis dignum praemium persolvi posse.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+A&nbsp;difficultate.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Immers, wanneer men nagaat, een hoe veelvuldige verscheidenheid van
+menschelijke lichamen er is, veroorzaakt door het verschil in leeftijd,
+geslacht, landstreek, klimaat, opvoeding, bedrijf en levenswijze; welke
+oneindige verschillen er zijn in zooveel duizenden kruiden, die elk op
+een andere plaats groeien, om nog maar te zwijgen van de overige
+geneesmiddelen;</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Etenim si quis secum reputet, quam multiplex in corporibus humanis
+diversitas, quanta ex aetatibus, sexu, regionibus, coelo, educatione,
+studiis, usu varietas, quam infinita in tot milibus herbarum
+(ne quid interim dicam de caeteris remediis) quae alibi aliae nascuntur,
+discrimina.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Tum quot sint morborum genera, quae
+<span class = "pagenum latin">8</span>
+<a name = "page8" id = "page8"> </a>
+<!--png 024-->
+trecenta nominatim fuisse prodita scribit Plinius, exceptis generum
+partibus, quarum omnium quam nullus sit numerus, facile perpendet, qui
+tantum norit, quot formas in se febris vocabulum complectatur, ut ex uno
+caetera aestimentur; exceptis his, qui quotidie novi accrescunt, neque
+secus accrescunt, quam si de composito cum arte nostra bellum suscepisse
+videantur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+vervolgens, hoevele soorten
+<span class = "pagenum dutch">9</span>
+<a name = "page9"> </a>
+<!--png 025-->
+van ziekten er bestaan, waarvan er volgens Plinius driehonderd met name
+zijn overgeleverd, nog daargelaten de onderverdeelingen dier soorten,
+waarvan hij het oneindige aantal licht zal bevroeden, die, om maar eens
+een voorbeeld te noemen, weet, hoeveel variëteiten de naam koorts alleen
+inhoudt; en zonder te letten op de nieuwe ziekten, die er dagelijks
+bijkomen, en wel in zulke mate, alsof zij volgens onderlinge afspraak
+den strijd met onze wetenschap hadden aangebonden,
+</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Longum hyperbaton.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+om nog niet eens te spreken van de meer dan duizend gevallen van
+vergiftiging, waarvan iedere soort een bijzonderen dood ten gevolge
+heeft en dus een afzonderlijk geneesmiddel vereischt; nog niet eens
+medegerekend de dagelijks voorkomende gevallen van struikeling, val,
+fractuur, brandwonde, verstuiking, verwonding en dergelijke, welke
+gevallen bijna even sterk in aantal zijn als de menigte der ziekten;
+indien men eindelijk overweegt, hoe groote moeielijkheid er verbonden is
+met het waarnemen der hemellichamen, die men noodzakelijk moet kennen,
+daar anders dikwijls vergift zal zijn, wat men als geneesmiddel
+toedient;</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Exceptis venenorum plus mille periculis, quorum quot species sunt, tot
+sunt mortis genera, totidem remediorum differentias flagitantia.
+Exceptis casibus quotidianis lapsuum, ruinarum, ruptionum, adustionum,
+luxationum, vulnerum, atque his consimilium, quae prope cum ipso
+morborum agmine ex aequo certant. Denique qui cogitet, quanta sit in
+corporum coelestium observatione difficultas, quae nisi cognoris,
+saepenumero venenum erit, quod in remedium datur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ne quid interim commemorem saepe fallaces morborum notas, sive coloris
+habitum spectes, sive lotii signa rimeris, sive pulsus harmoniam
+observes, velut hoc agentibus malis, ut hostem medicum fallant et
+imponant. Tantum undique sese offundit difficultatum, ut mihi difficile
+sit omnes vel oratione prosequi.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+terwijl ik maar met stilzwijgen voorbijga de dikwijls bedriegelijke
+symptomen van ziekten, hetzij men de kleur beschouwt of de teekens der
+urine onderzoekt of den polsslag waarneemt, daar het den schijn heeft,
+alsof de ziekten er zich op toeleggen, om haar vijand, den arts, te
+bedriegen en te misleiden; als men dit alles nagaat, dan doen zich van
+alle kanten zooveel moeielijkheden op, dat ik die zelfs bezwaarlijk alle
+zou kunnen opsommen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Sed ut dicere coeperam, has omnes rerum varietates studio persequi,
+obscuritates ingenio assequi, difficultates industria pervincere, ac
+penetratis terrae fibris, excussis undique totius naturae arcanis, ex
+omnibus herbis, fruticibus, arboribus, animantibus, gemmis, ex ipsis
+denique venenis, cunctis humanae vitae malis efficacia quaerere remedia,
+atque horum opportunum usum ex tot autoribus, tot disciplinis, imo et ab
+ipsis sideribus petere.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar, om voort te gaan, al deze verschillende zaken ijverig te
+bestudeeren, de duistere punten daarin met het verstand te onderzoeken,
+de moeielijkheden door vlijt te overwinnen en, na doorgedrongen te zijn
+in de ingewanden der aarde en van alle kanten de geheimen der geheele
+natuur doorzocht te hebben, uit alle kruiden, struiken, boomen, dieren,
+edelgesteenten, ten slotte zelfs uit de vergiften voor alle kwalen van
+het menschelijk leven werkzame geneesmiddelen te verkrijgen en de kennis
+van hun passend gebruik aan zooveel schrijvers, zooveel wetenschappen,
+ja zelfs ook aan de sterren te ontleenen;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Divina res medicina.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+deze zoo verborgen dingen met zorg uit te vorschen, zoo moeielijke
+onderwerpen door de kracht van het verstand te begrijpen en zoo talrijke
+zaken met het geheugen te omvatten; die voor het heil van het
+menschelijk geslacht zoo onmisbare zaken tot bezit van het algemeen te
+maken; schijnt dat
+<span class = "pagenum dutch">11</span>
+<a name = "page11"> </a>
+<!--png 027-->
+niet het werk van een god geweest te zijn, te grootsch dan dat het door
+menschen had kunnen tot stand gebracht worden?</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Haec inquam, tam abdita rimari cura, tam ardua viribus animi adipisci,
+tam multa memoria complecti, tam necessaria ad salutem universi
+mortalium generis in
+<span class = "pagenum latin">10</span>
+<a name = "page10" id = "page10"> </a>
+<!--png 026-->
+commune proferre, nonne prorsus homine maius ac plane divinum quiddam
+fuisse videtur?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Laus ab effectu.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Men duide mijne woorden niet euvel; het zij mij geoorloofd dat, wat zoo
+onweersprekelijk waar is, ronduit te verkondigen. Ik verhef mijzelf
+niet, maar alleen de wetenschap. Immers, hoewel het schenken van het
+leven slechts een voorrecht van de godheid is, zoo moet men toch
+toegeven, dat dit leven te kunnen beschermen en vast te houden, als het
+ons wil ontvlieden, de goddelijke macht zeer nabij komt. Ofschoon zelfs
+niet het eerstgenoemde, hetwelk wij uitsluitend aan God toeschrijven,
+door de ouden aan het gebied der geneeskunde onttrokken werd, die
+daardoor wel hun lichtgeloovigheid, maar toch ook hun groote
+dankbaarheid toonden.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Absit invidia verbis. Liceat id quod vero verius est ingenue praedicare.
+Non me jacto, sed artem ipsam effero. Etenim si dare vitam proprium dei
+munus est, certe datam tueri, jamque fugientem retinere, deo proximum
+fateamur oportet. Quamquam ne prius quidem illud, quod nos soli deo
+proprium esse volumus, medicorum arti detraxit antiquitas, ut credula,
+ita gratissima.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Ars medicorum et mortuos excitare credita est.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Zoo meenden zij, dat door de hulp van Aesculapius Castor, de zoon van
+Tyndareus, en verscheidenen na hem uit de onderwereld in het leven
+teruggekeerd zijn. Wij lezen, dat Asclepiades een persoon, die
+gestorven, ter begrafenis uit zijn huis gedragen was en over wien reeds
+de gebruikelijke lijkklachten waren uitgesproken, van den brandstapel
+weg levend naar huis teruggevoerd heeft. De geschiedschrijver Xanthus
+verhaalt, dat een gedood jong van een leeuw en een man, dien Draco had
+laten ombrengen, weder tot het leven teruggebracht zijn door een kruid,
+dat „halis“<a class = "tag" name = "tag1_2" href = "#note1_2">2</a>
+heet.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nam Aesculapii quidem ope Tyndaridam, et post eum complures ab Orco in
+lucem redisse credidit. Asclepiades hominem exanimatum, elatum,
+comploratumque ab rogo domum vivum reduxisse legitur. Xanthus historicus
+catulum leonis occisum, praeterea et hominem, quem Draco occiderat,
+vitae redditum fuisse, posteris prodidit, herba quam halin<a class =
+"tag" href = "#note1_2">2</a> nominant.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ad haec Juba, in Africa quendam herba revocatum ad vitam, testis est.
+Neque vero laboraverim, si sint apud quos haec fide careant. Certe (quod
+agimus) admirationem artis tanto magis implent, quanto magis supra fidem
+veri sunt, et immensum esse fateri cogunt id quod vero supersit.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ook getuigt Juba, dat in Afrika door middel van een kruid iemand weer in
+het leven teruggeroepen is. Nu zou ik mij er weinig om bekommeren, als
+er menschen waren, die aan deze verhalen geen geloof sloegen; toch
+vervullen zij ons met des te meer bewondering voor de geneeskunde,
+hoemeer zij ons, niettegenstaande hun ongeloofwaardigheid, tot de
+erkentenis dwingen, dat wat er waars aan overblijft toch nog
+buitengewoon is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quamquam quantum ad eum attinet, qui vitae redditur, quid refert utrum
+anima denuo in artus relictos divinitus reponatur, an penitus in corpore
+sepulta, morbique victoris oppressa viribus, arte curaque medici
+suscitetur atque eliciatur, iamque certo migratura retineatur?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hoewel, wat voor onderscheid is er voor hem, die aan het leven
+teruggegeven wordt, of de levensgeesten door werking van de godheid
+opnieuw in de ledematen, die zij reeds verlaten hadden, worden
+teruggebracht, dan wel of zij, diep in het lichaam begraven en door de
+kracht der overweldigende ziekte onderdrukt, door de kunst en de zorg
+van den geneesheer ondersteund en voor den dag gebracht worden en, reeds
+op het punt te wijken, op hun plaats worden gehouden?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+An non pene paria sunt mortuum restituere, et mox moriturum servare?
+<span class = "pagenum latin">12</span>
+<a name = "page12" id = "page12"> </a>
+<!--png 028-->
+Atqui permultos nominatim recenset Plinius libro historiae mundanae
+septimo, qui iam elati partim in ipso rogo, partim post dies
+complusculos revixerint.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Of komt het niet ongeveer op hetzelfde neer, een doode te doen herleven
+of iemand,
+<span class = "pagenum dutch">13</span>
+<a name = "page13"> </a>
+<!--png 029-->
+die weldra zal sterven, in het leven te houden? En toch noemt Plinius in
+het zevende boek van zijn „Historia Naturalis“ zeer velen met name op,
+die, na reeds ter begrafenis uit hun huis gedragen te zijn, deels op den
+brandstapel zelf, deels eerst na verscheidene dagen, weder
+herleefden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Miraculum est, quod paucis dedit casus. Et non magis mirandum, quod
+quotidie multis largitur ars nostra? Etiamsi hanc deo Opt. Max. debemus,
+cui nihil non debemus, ne quis haec a me putet arrogantius dicta quam
+verius. Complurium morborum ea vis est, ut certa mors sint, nisi
+praesens adsit medicus, veluti stupor is, qui mulieribus potissimum
+solet accidere, veluti syncopis profunda, paralysis, apoplexia.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Een wonder noemt men datgene, wat het toeval aan weinigen gegeven heeft.
+Maar is dan niet veeleer een wonder te noemen, wat onze wetenschap
+dagelijks aan velen verleent? En ofschoon wij deze aan den Algoede te
+danken hebben, Wien wij alles verschuldigd zijn, meene toch niemand, dat
+mijne woorden meer aanmatiging dan waarheid bevatten. Verscheidene
+ziekten zijn van dien aard, dat er een wisse dood volgt, als niet de
+geneesheer onmiddellijk hulp verleent, zooals bij voorbeeld de
+verdooving, die vooral vrouwen pleegt te overvallen, diepe onmacht,
+verlamming en beroerte.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Neque desunt ulli vel seculo, vel genti sua in hanc rem exempla. Hic qui
+mortem ingruentem arte sua depellit, qui vitam subito oppressam revocat,
+nonne ceu numen quoddam dextrum ac propitium semper habendus est? Quot
+censes homines ante diem sepultos fuisse priusquam medicorum solertia
+morborum vires, et remediorum naturas deprehenderat?
+</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+In iederen tijd en bij ieder volk zijn hier voorbeelden van te vinden.
+Moet nu niet hij, die den overrompelenden dood door zijn kunst
+verdrijft, die het leven, plotseling overmeesterd, terugroept, te allen
+tijde als een welwillende en genadige godheid beschouwd worden? Hoeveel
+menschen zijn niet vóór hun tijd ten grave gedaald, toen nog niet door
+de schranderheid der geneeskundigen de werkingen der ziekten en de aard
+der geneesmiddelen doorgrond waren?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Initium vitae medicis debetur.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Hoeveel duizenden leven niet heden ten dage en bevinden zich lichamelijk
+wel, die zelfs niet geboren zouden zijn, als niet diezelfde wetenschap
+zoovele middelen tegen de gevaren der geboorte en de verloskunde had
+uitgevonden.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quot hodie mortalium milia vivunt, valentque, qui ne nati quidem essent,
+nisi eadem haec ars, et tot nascendi discriminibus remedia, et
+obstetricandi rationem reperisset?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Adeo statim in ipso vitae limine, et pariens simul et nascens salutarem
+medicorum opem miserabili voce implorat. Horum arti vitam debet, et qui
+nondum vitam accepit, dum per eam prohibentur abortus, dum mulieri
+seminis recipiendi retinendique vis confertur, dum pariendi facultas
+datur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ja, reeds aanstonds op den drempel des levens roept de barende tegelijk
+met het wicht, dat geboren wordt, met klagende stem de heilzame hulp der
+geneeskundigen in. Aan hunne kunst heeft ook het leven te danken hij,
+die het leven nog niet eens ontvangen heeft, daar door haar een
+ontijdige bevalling verhinderd wordt, en zoodoende der vrouw de kracht
+om het zaad te ontvangen en bij zich te houden verleend en gelegenheid
+tot baren gegeven wordt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+<span class = "greek" title = "paroimia">παροιμία</span></td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+En hoewel er terecht gezegd is: „slechts God kan den mensch helpen“,
+vindt toch voorzeker mijns inziens de bekende Grieksche spreuk „de eene
+mensch is de god van den anderen“, zoo ergens, hare toepassing bij den
+betrouwbaren en deugdelijken geneesheer, die niet alleen helpt, maar ook
+behoudt. Of schijnt hij dan niet ondankbaarder dan de ondankbaarheid
+zelve en bijna het leven niet waard, die
+<span class = "pagenum dutch">15</span>
+<a name = "page15"> </a>
+<!--png 031-->
+de geneeskunde, welke naast God de voortbrengster, beschermster,
+behoudster en verdedigster van ons leven is, niet lief heeft, hoogacht
+en met bewondering en eerbied tot haar opziet?</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quod si vere dictum est illud Deus est juvare mortalem, profecto mea
+sententia aut nusquam locum habebit illud nobile Graecorum adagium <span
+class = "greek" title =
+"anthrôpos anthrôpou daimonion">ἄνθρωπος άνθρώπου δαιμόνιον</span>, aut
+in medico fido proboque locum habebit, qui non juvat modo verum etiam
+servat. An non igitur ingratitudine ipsa videatur ingratior, ac ipse
+prope vita indignus, qui medicinam alteram secundum deum, vitae
+<span class = "pagenum latin">14</span>
+<a name = "page14" id = "page14"> </a>
+<!--png 030-->
+parentem, tutricem, servatricem, vindicem non amet, non honoret, non
+suspiciat, non veneretur?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Ab utilitate perpetua.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Wier hulp allen immers te allen tijde noodig hebben? Want van alle
+overige wetenschappen behoeven wij niet allen, noch ook te allen tijde,
+gebruik te maken. Op de toepassing van deze wetenschap echter berust het
+geheele leven der stervelingen. Want gesteld eens, dat er geen ziekten
+waren, dat allen zich in een goede gezondheid mochten verheugen, hoe
+zouden wij desniettegenstaande deze in goeden staat kunnen houden,
+indien niet de geneesheer ons het onderscheid tusschen heilzame en
+schadelijke voedingsmiddelen en de juiste inrichting van onze geheele
+levenswijze, die de Grieken dieet noemen, leerde?</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Cuius praesidiis nunquam ulli non est opus. Nam reliquis quidem artibus
+nec semper nec omnes egemus. Huius utilitate mortalium omnis vita
+constat. Nam fac abesse morbos, fac omnibus prosperam adesse
+valetudinem, tamen hanc qui poterimus tueri, nisi medicus ciborum
+salutarium ac noxiorum discrimen, nisi totius victus, quam Graeci
+diaetam vocant, rationem doceat?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Senectam remoratur ars medicorum.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Een zware last voor de menschen is de ouderdom, dien men evenmin kan
+ontloopen als den dood zelf. Maar door de hulp der geneeskundigen komt
+hij voor velen later en veel dragelijker dan zonder deze het geval
+geweest ware. Want het is geen legende, dat de mensch door de
+zoogenaamde „quinta essentia“ de gebreken des ouderdoms, als een kleed,
+dat afgelegd wordt, kan verdrijven en zijn jeugd herkrijgen; er zijn
+eenigen, die dat door hun getuigenis staven.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Grave mortalibus est onus senecta, quam non magis licet effugere quam
+mortem ipsam. Atque ea medicorum opera multis contingit, tum serius, tum
+multo etiam levior. Neque enim fabula est, quinta, quam vocant, essentia
+senio depulso hominem velut abjecto exuvio rejuvenescere, cum extent
+aliquot huius rei testes.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Totum hominem curat medicus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Maar niet alleen voor het lichaam, hetwelk het geringste deel des
+menschen is, draagt de geneesheer zorg, neen, voor den geheelen mensch,
+al neemt de geneesheer niet zooals de godgeleerde de ziel maar het
+lichaam als uitgangspunt. Evenals immers wegens beider zeer nauwe
+verwantschap en verbinding de gebreken der ziel hun invloed doen gelden
+op het lichaam, zoo belemmeren de ziekten des lichaams op haar beurt de
+kracht der ziel of vernietigen die zelfs geheel.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Neque vero corporis tantum, quae vilior hominis pars est, curam gerit,
+imo totius hominis curam agit, etiamsi Theologus ab animo, medicus a
+corpore sumat initium. Siquidem propter arctissimam amborum
+<ins class = "correction" title = "text: ‘intet’">inter</ins>
+se cognationem et copulam, ut animi vitia redundant in corpus, ita
+vicissim corporis morbi animae vigorem aut impediunt, aut etiam
+extinguunt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quis aeque pertinax suasor abstinentiae, sobrietatis, moderandae irae,
+fugiendae tristitiae, vitandae crapulae, amoris abjiciendi, temperandae
+Veneris, atque medicus? Quis efficacius suadet aegroto, ut si vivere
+velit, et salutarem experiri medici opem, prius animum a vitiorum
+colluvie repurget?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Wie spoort den mensch zoo hardnekkig als de geneesheer aan tot
+onthouding, soberheid, het matigen van den toorn, het ontvluchten van
+droefheid, het vermijden van dronkenschap, het laten varen van de liefde
+en het maat houden in geslachtelijken omgang? Wie raadt met beter gevolg
+den zieke aan, als hij wil blijven leven en bij de medische hulp baat
+vinden, eerst zijne ziel te zuiveren van den poel harer ondeugden?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Idem quoties vel diaetetica ratione, vel ope pharmaceutica bilem atram
+minuit, labantes cordis vires reficit, cerebri spiritus fulcit, mentis
+organa purgat, ingenium emendat, memoriae domicilium
+<span class = "pagenum latin">16</span>
+<a name = "page16" id = "page16"> </a>
+<!--png 032-->
+sarcit, totumque animi habitum commutat in melius, nonne per exteriorem,
+ut vocant, hominem, et interiorem servat?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hoe dikwijls niet vermindert hij ook de zwartgalligheid, hetzij door het
+voorschrijven van een bepaald dieet of geneesmiddelen, versterkt de
+verslappende krachten van het hart, ondersteunt de functies der
+hersenen, zuivert de organen van den geest, verbetert den
+verstandelijken aanleg, herstelt den zetel van het geheugen en brengt in
+de geheele zielsgesteldheid
+<span class = "pagenum dutch">17</span>
+<a name = "page17"> </a>
+<!--png 033-->
+eene verandering ten goede teweeg? Behoudt hij niet door wat men noemt
+den uiterlijken mensen tegelijk ook den innerlijken?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Qui phreneticum, lethargicum, maniacum, sideratum, lymphatum restituit,
+nonne totum restituit hominem? Theologus efficit ut homines a vitiis
+resipiscant, at medicus efficit, ut sit qui possit resipiscere. Frustra
+ille medicus sit animae, si jam fugerit anima, cui paratur
+antidotus.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hij, die een lijder aan waanzin, slaapziekte, razernij, apoplexie of
+tijdelijke verstandsverbijstering geneest, geeft hij niet den geheelen
+mensch weder aan de maatschappij terug? De theoloog bewerkt, dat de
+menschen van hunne misdrijven weder tot bezinning komen, maar de
+geneesheer zorgt er voor, dat zij physiek daartoe in staat zijn. Gene
+kan als geneesheer der ziel geen nut meer stichten, als de ziel, voor
+welke een tegengift bereid wordt, reeds ontvloden is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Cum impium hominem subito corripuit paralysis, apoplexia, aut alia
+quaedam praesentanea pestis, quae vitam prius adimat, quam vacet de
+castiganda cogitare vita, hunc qui restituit, alioquin infeliciter in
+suis sceleribus sepeliendum, nonne quodammodo tum corpus, tum animum ab
+inferis revocat?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Wanneer een goddeloos mensch plotseling door een verlamming, beroerte of
+ander ongeval getroffen wordt, dat onmiddellijk den dood ten gevolge kan
+hebben, die hem het leven kan benemen nog vóórdat hij den tijd heeft, om
+aan verbetering van zijn levensgedrag te denken, kan men dan niet van
+hem, die dezen geneest, welke anders ellendig onder den last zijner
+misdaden moest begraven worden, eenigermate zeggen, dat hij zoowel zijn
+lichaam als zijn ziel uit het schimmenrijk teruggebracht heeft?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+In eum certe locum reponit hominem, ut ei in manu jam sit, si velit,
+aeternam mortem fugere. Quid suadebit lethargico Theologus, qui
+suadentem non audiat? Quid movebit phreneticum, nisi medicus prius atram
+bilem repurgarit?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+In ieder geval plaatst hij hem toch in zulk een toestand, dat hij het nu
+zelf in zijn macht heeft, indien hij wil, den eeuwigen dood te ontkomen.
+Wat zal de theoloog den slaapzieke kunnen aanraden, als deze hem niet
+hooren kan? Hoe zal hij den waanzinnige tot iets kunnen bewegen, indien
+niet eerst de geneesheer hem van zwartgalligheid gezuiverd heeft?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Pietas caeteraeque virtutes, quibus Christiana constat felicitas, ab
+animo potissimum pendent, haud infitior. Caeterum quoniam is corpori
+illigatus, corporeis organis velit nolit utitur, fit ut bona pars bonae
+mentis a corporis habitu pendeat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik loochen volstrekt niet, dat de barmhartigheid en de overige deugden,
+waarop de Christelijke zaligheid berust, hoofdzakelijk van de ziel
+afhangen, maar aangezien deze aan het lichaam gebonden is en zich goed-
+of kwaadschiks van de lichaamsorganen bedient, is een goede
+geestestoestand voor een zeer groot deel van de lichaamsgesteldheid
+afhankelijk.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Temperaturam corporis emendat medicus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Zeer vele menschen drijft een ongelukkige menging der lichaamsvochten,
+die de Grieken nu eens crasis (menging), dan weer systema
+(samenstelling) noemen, als het ware tegen hunnen wil en terwijl zij
+zich verzetten, tot zonde voort, terwijl de daarbinnen wonende ziel,
+tevergeefs de teugels aantrekkend en de sporen in de zijden drukkend,
+gedwongen wordt, het hollende paard in den afgrond te volgen.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Permultos homines infelix corporis temperatura, quam Graeci modo
+<span class = "greek" title = "krasin">κρᾶσιν</span>
+modo <span class = "greek" title = "sustêma">σύστημα</span>
+vocant, velut invitos ac reclamantes, ad peccandum pertrahit, dum animus
+insessor frustra moderatur habenas, frustra subdit calcaria, sed equum
+ferocientem in praecipitium sequi cogitur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+A simili.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+De ziel ziet en hoort wel, maar wanneer de oogen door de staar
+verduisterd of de toegangen van het gehoor door een dik vocht verstopt
+zijn, dan baat de ziel het bezit dier vermogens niet. De ziel haat, de
+ziel is
+<span class = "pagenum dutch">19</span>
+<a name = "page19"> </a>
+<!--png 035-->
+toornig, maar het bedorven vocht, dat zich op de organen van den geest
+gezeteld heeft, is oorzaak, dat gij hem haat, dien ge uw liefde waardig
+moest keuren, en vertoornd zijt op hem, op wien gij niet zoudt willen
+vertoornd zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Animus videt, animus audit sed si oculos occuparit glaucoma, si aurium
+meatus crassus humor obsederit, frustra vim suam habet animus. Odit
+animus, irascitur animus, at vitiosus humor mentis
+<span class = "pagenum latin">18</span>
+<a name = "page18" id = "page18"> </a>
+<!--png 034-->
+organa obsidens in causa est, ut oderis, quem amore dignum judices,
+irasceris cui nolis irasci.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Plato.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Plato erkent, dat de gansche philosophie eigenlijk daarop neerkomt, dat
+de gemoedsaandoeningen aan de rede moeten gehoorzamen. En nu is het
+voornamelijk de geneesheer, die daartoe medewerkt, zich hierop
+toeleggend, dat dit deel van den mensch krachtig en vol inzicht zij,
+naar welks goedvinden alles geschiedt, wat op lofwaardige wijze verricht
+wordt. Terwijl zij den naam van mensch onwaardig geacht worden, die zich
+evenals de dieren door hun begeerten laten meesleepen, hebben wij het
+voor een goed deel aan de geneeskundigen te danken, zoo wij dien naam
+wel waardig zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Philosophiae summam in hoc sitam esse fatetur Plato, si rationi pareant
+affectus, atque ad eam rem praecipuus est adjutor medicus, hoc agens ut
+ea pars hominis vigeat sapiatque, cuius arbitrio geruntur, quaecunque
+cum laude geruntur. Si hominis vocabulo censentur indigni, qui pecudum
+ritu rapiuntur cupiditatibus, huius nominis dignitatem bona ex parte
+debemus medicis.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Principibus maxime necessarius medicus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Als dit nu reeds van het grootste belang is voor ieder in het bijzonder,
+ook indien men slechts een particulier persoon is, een hoe grooter
+weldaad is het dan niet, wanneer dit resultaat verkregen wordt bij een
+vorst. Geen maatschappelijke positie is zoozeer aan rampen van dien aard
+blootgesteld als die van machtige koningen. Een hoe groote verwarring
+wordt niet gesticht door de abnormale hersenen van één zoo’n mensch.
+Tevergeefs zullen zijne raadslieden hem toeroepen: „Gij raast, o vorst,
+kom tot bezinning!“, als hem niet de arts door zijn kunst, zonder dat
+hij het wil of merkt, zijn verstand teruggegeven heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Id cum maximum sit in singulis ac privatis, quanto praeclarius est
+beneficium, cum id praestatur in principe? Nulla fortuna magis est
+obnoxia malis huiusmodi, quam felicissimorum regum. Quos autem rerum
+tumultus ciet unius homunculi vitiatum cerebrum? Frustra reclament qui
+sunt a consiliis, furis o princeps, ad te redi, ni medicus arte sua
+neque volenti, neque sentienti suam mentem reddiderit.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Ab exemplo.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Als Caligula een betrouwbaren arts bezeten had, dan ware hij in zijn
+waanzin niet gekomen tot het gebruik van kastjes met dolken en vergiften
+tot verderf van het menschelijke geslacht. Ongetwijfeld is het om die
+reden bij alle volken der aarde tot een algemeen gebruik geworden, dat
+ieder vorst zijn lijfarts heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Si Caligulae fidus adfuisset medicus, non usque ad pugionum ac venenorum
+scrinia in perniciem humani generis insanisset. Atque ob eam sane causam
+publica consuetudine receptum est apud omnes orbis nationes, ne princeps
+usquam gentium agat absque medicis.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Honos habitus medicinae.<br>
+<ins class = "correction" title = "text: ‘Honara’">Honora</ins>
+medicum.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Daarom hebben verstandige vorsten aan geen wetenschap ooit meer eer
+bewezen dan aan de geneeskunde. Zoo werd Erasistratus (om van de
+overigen te zwijgen), een kleinzoon van Aristoteles, wegens het genezen
+van koning Antiochus door diens zoon Ptolemeus met honderd talenten
+beloond.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Proinde cordati principes nulli unquam arti plus honoris habuerunt, quam
+medicinae. Quandoquidem Erasistratus (ut reliquos taceam) Aristotelis ex
+filia nepos, ob Antiochum regem sanatum, centum talentis donatus est a
+Ptolemaeo huius filio.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quin et divinae literae jubent medico suum haberi honorem, non tantum ob
+utilitatem, verum etiam ob necessitatem, ut in caeteros benemeritos
+ingratitudo sit, in medicum impietas, quippe
+<span class = "pagenum latin">20</span>
+<a name = "page20" id = "page20"> </a>
+<!--png 036-->
+qui tamquam beneficii divini adjutor, id arte sua tuetur, quod optimum
+nobis et carissimum largitus est deus, videlicet vitam.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ja, ook de Heilige Schrift schrijft ons voor, den geneesheer de hem
+toekomende eer te bewijzen, niet alleen wegens zijn nut, maar ook wegens
+zijne onmisbaarheid, zoodat wat tegenover anderen, die zich jegens ons
+verdienstelijk gemaakt hebben, ondankbaarheid heet, namelijk het niet
+erkentelijk zijn voor hunne weldaden, tegenover den geneesheer
+goddeloosheid genoemd mag worden. Hij
+<span class = "pagenum dutch">21</span>
+<a name = "page21"> </a>
+<!--png 037-->
+immers beschermt, als het ware God bijstand verleenende bij het schenken
+Zijner genade, het beste en dierbaarste, dat God ons gegeven heeft,
+d.&nbsp;i.
+het leven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+A&nbsp;similibus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Aan onze ouders hebben wij alles te danken, daar wij in zekeren zin van
+hen het geschenk des levens ontvangen hebben. Veel meer zijn wij, mijns
+inziens, den geneesheer verplicht, wien wij zoovele malen verschuldigd
+zijn, wat wij onzen ouders hoogstens éénmaal verschuldigd zijn. Wij
+behooren met kinderlijke liefde hem aan te hangen, die den vijand van
+onzen hals weert, maar zijn wij dat dan niet in veel hooger mate
+verplicht tegenover den geneesheer, die met zoovele doodvijanden van ons
+leven dagelijks een hardnekkigen strijd voert?</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Parentibus nihil non debemus, quod per hos vitae munus accepisse
+quodammodo videmur. Plus mea sententia debetur medico, cui toties
+debemus, quod parentibus semel dumtaxat debemus, si tamen illis debemus.
+Pietatem debemus ei, qui hostem a cervicibus depulit, et medico non
+magis debemus, qui pro nobis servandis cum tot capitalibus vitae
+hostibus quotidie depugnat?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Reges ceu deos suspicimus, quia vitae necisque jus habere creduntur, qui
+tamen ut possint occidere, certe vitam non aliter dare possunt, nisi
+quatenus non eripiunt, quemadmodum servare dicuntur latrones, si quem
+non jugulent, nec aliam tamen vitam dare possunt, quam corporis. At
+quanto propius ad divinam benignitatem accedit medici beneficium,
+hominem iam inferis destinatum arte, ingenio, cura, fideque sua, velut
+ex ipsis mortis faucibus retrahentis?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Wij zien tot koningen op als tot goden, omdat wij meenen, dat zij
+willekeurig kunnen beschikken over leven en dood; maar ofschoon zij wel
+kunnen dooden, kan men toch van hen op geen andere wijze beweren, dat
+zij het leven schenken, dan in dien zin, dat zij het niet ontnemen,
+zooals wij ook van roovers zeggen, dat zij iemand het leven geschonken
+hebben, wanneer zij hem niet hebben vermoord. En zelfs in dien zin
+kunnen zij toch niet anders schenken dan het leven des lichaams. Hoeveel
+dichter bij de goddelijke mildheid komt dan niet de weldaad van den
+geneesheer, die een mensch, reeds voor de onderwereld bestemd, door zijn
+kunst, vernuft, zorg en trouw als het ware uit den muil des doods
+terugtrekt?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Aliis in rebus profuisse sit officium, caeterum in certo corporis
+animique periculo servasse, plus quam pietas est. Adde his quod quicquid
+in homine magnum est, eruditio, virtus, naturae dotes, aut si quid
+aliud, id omne medicorum arti acceptum feramus oportet, quatenus id
+servat, sine quo ne reliqua quidem queant subsistere. Si omnia propter
+hominem, et hominem ipsum servat medicus, nimirum omnium nomine gratia
+debetur medico.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Iemand in andere zaken bijstaan is hulpvaardigheid, maar hem, wanneer
+hij in dreigend gevaar voor ziel en lichaam verkeert, in het leven
+houden, is meer dan genade. Voeg daarbij, dat al wat er groots in den
+mensch is, zijn kennis, deugd, natuurlijke gaven en dergelijke, op
+rekening der geneeskunde dient geschreven te worden, aangezien zij
+datgene beschermt, zonder hetwelk de overige dingen zelfs niet kunnen
+bestaan. Als alles er voor den mensch is en de mensch zelf door den
+geneesheer behouden blijft, dan moet den geneesheer voor alles dank
+geweten worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Sanitatis custos medicus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Als men van hem, die door ziekten geteisterd wordt, eigenlijk niet kan
+zeggen, dat hij leeft, en de geneesheer het is, die de gezondheid òf
+herstelt òf beschut, past het ons dan niet, hem als den oorsprong van
+ons leven te erkennen? Indien de onsterfelijkheid iets begeerlijks is,
+zoo wordt zij toch zooveel mogelijk nagestreefd door den ijver der
+geneeskundigen, die het leven een langen duur
+<span class = "pagenum dutch">23</span>
+<a name = "page23"> </a>
+<!--png 039-->
+verschaft.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Si non vivit, qui vivit morbis obnoxius, et vitam salubrem aut reddit
+aut tuetur medicus, an non convenit hunc ceu vitae parentem agnoscere?
+Si res exoptanda est immortalitas, hanc medicorum industria, quoad
+licet, meditatur, quae vitam in longum prorogat.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Exempla.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Want waartoe behoef ik de algemeen bekende voorbeelden te noemen van
+Pythagoras, Chrysippus, Plato, Cato den Ouden, Antonius, Castor<a class
+= "tag" name = "tag1_3" href = "#note1_3">3</a> en talloozen met hen,
+van wie de meesten door hun eerbied voor de geneeskunde zonder eenige
+ziekte, zonder verzwakking hunner geestvermogens en zonder dat de
+sterkte van hun geheugen geschokt werd of zij het gebruik hunner
+zintuigen geheel of gedeeltelijk verloren, meer dan honderd jaar geleefd
+hebben? Of is dat niet ons nog op deze wereld een beeld vertoonen van de
+onsterfelijkheid, die wij hiernamaals hopen?</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+<span class = "pagenum latin">22</span>
+<a name = "page22" id = "page22"> </a>
+<!--png 038-->
+Quid enim hic notissima referam exempla, Pythagoram, Chrysippum,
+Platonem, Catonem censorium, Antonium, Castorem, cumque his
+innumerabiles, quorum plerique medicinae observatione, vitam ab omni
+morbo liberam neque fatiscente ingenii vigore, neque concussa memoriae
+soliditate, neque fractis aut labefactatis sensibus, ultra centesimum
+annum prorogarunt? An non istuc est immortalitatis, quam speramus, hic
+iam nunc imaginem quandam exhibere?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Christus non aegrotavit.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Christus zelf, de hoogverheven bewerker en redder van onze
+onsterfelijkheid, nam een lichamelijk hulsel aan, dat, ofschoon
+sterfelijk, toch aan geen ziekten was blootgesteld. Het kruis schuwde
+Hij niet, wel ziekten. Is het nu niet iets heerlijks, onzen Heer ook in
+dezen, naar vermogen, na te volgen? Van de apostelen, die bijna allen
+een lang leven gehad hebben, lezen wij wel, dat zij vermoord, gedood
+zijn, niet dat zij ziek zijn geweest. Hoe hun dat nu ook te beurt
+gevallen is, de geneeskunde bewerkt voor ons hetzelfde als wat zij door
+hunne gelukzaligheid bereikt hebben.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Christus ipse immortalitatis autor ac vindex unicus corpus assumpsit,
+mortale quidem illud, sed tamen nullis morbis obnoxium. Crucem non
+horruit, morbos horruit. An non pulcherrimum fuerit, nos principem
+nostrum in hoc quoque pro viribus imitari? Apostolos, quorum nemo fere
+non multam vixit aetatem, caesos legimus, interfectos legimus,
+aegrotasse non legimus. Quocunque pacto hoc illis contigit, certe
+praestat idem ars medicorum, quod illis praestitit sua felicitas.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nec enim audiendos arbitror, qui nobis non minus indocte, quam
+impudenter solent illud objicere:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Want men moet, naar ik meen, naar hen niet luisteren, die ons even dom
+als onbeschaamd tegenwerpen, dat deugd gewoonlijk in ziekte wordt
+uitgeoefend, </p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Confutatio.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+waar zij zonder eenigen grond gelooven, dat Paulus aan zware hoofdpijnen
+leed, terwijl hij toch juist de ziekte eene beproeving van de ziel of,
+wat juister is, eene kwelling der boozen noemt. </p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Virtus in infirmitate perficitur, somniantes Paulum gravi capitis dolori
+fuisse obnoxium, cum ille infirmitatem vel animi tentationem, vel quod
+vero propius est, improborum hominum molestam insectationem
+appellet.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Donum curationis.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+En diezelfde Paulus heeft onder de gaven, die aan de Apostelen
+geschonken waren, ook de gave der genezing geteld.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Atque idem ille Paulus, inter apostolicas dotes, donum curationis
+recensuit.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Iam auget et illud non levi argumento medicinae gloriam, quod et
+Caesarearum legum majestas, et pontificiarum autoritas sese ultro
+medicorum judicio submittit, velut in quaestionibus pubertatum, partuum
+ac veneficiorum. Item in quaestionibus aliquot ad matrimonium
+facientibus. O&nbsp;nova dignitas medicinae.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ook wordt de roem der geneeskunde in geen geringe mate hierdoor
+verhoogd, dat het verheven keizerlijk en pontificaal recht zich
+vrijwillig aan het oordeel der geneeskundigen onderwerpt, zooals in
+quaesties van manbaarheid, geboorte en vergiftiging, eveneens in eenige
+huwelijksquaesties. O&nbsp;nieuwe waardigheid der geneeskunde! </p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Agitur de capite hominis, et judicis sententia pendet ex medici
+praejudicio. Summi pontificis pietas, si quid indulget, in nonnullis non
+aliter indulget, nisi medicorum accedat calculus. Atque in decretis
+Romanus
+<span class = "pagenum latin">24</span>
+<a name = "page24" id = "page24"> </a>
+<!--png 040-->
+pontifex episcopum eum, qui delatus fuerat tamquam foedo immanique morbo
+obnoxius, ex medicae rei judicio censet aut amovendum episcopatu, aut
+suo loco restituendum.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Een menschenleven staat op het spel en het oordeel des rechters hangt af
+van de voorafgaande uitspraak van den geneesheer! De pauselijke genade
+verleent in enkele gevallen slechts kwijtschelding na een geneesheer
+gehoord te hebben. Zoo besluit
+<span class = "pagenum dutch">25</span>
+<a name = "page25"> </a>
+<!--png 041-->
+de paus, in geval een bisschop beschuldigd wordt, aan eene afschuwelijke
+en vreeselijke ziekte te lijden, eerst na een geneeskundig advies
+ingewonnen te hebben, tot verwijdering of handhaving van den
+bisschop.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Divus item Augustinus ex medicorum consilio fieri jubet, quod faciendum
+est, etiamsi nolit aegrotus. Idem honorem medico debitum, hoc est artis
+et industriae praemium, recte eripi scribit ab eo qui detinet, velut ab
+injusto possessore et quod alienum est mala fide occupante.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Eveneens schrijft de goddelijke Augustinus voor, dat de zieke, ook tegen
+zijn wil, naar den raad van den geneesheer behandeld moet worden. Ook
+zegt hij terecht, dat het den geneesheer verschuldigde eerbewijs, dat is
+het loon voor zijn kunst en inspanning, met geweld moet ontnomen worden
+aan hem, die het weigert te voldoen, daar hij beschouwd moet worden als
+iemand, die wederrechtelijk eens anders eigendom in bezit houdt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quin ii quoque, qui conceptis precaminibus, daemones impios e corporibus
+humanis exigunt, non raro in consilium adhibent, velut in his morbis,
+qui secretis rationibus quaedam sensuum organa spiritusque vitiant, et
+adeo daemoniacam speciem imitantur, ut nisi a peritissimis medicis
+discerni non queant, sive sunt crassiores aliqui daemones, ut fertur
+illorum varia natura,</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ja zelfs ook zij, die door tooverformulieren booze duivels uit
+menschelijke lichamen drijven, raadplegen den geneesheer niet zelden,
+bij voorbeeld bij die ziekten, die op geheime wijze de werking van het
+eene of andere zintuig verstoren en zoozeer den schijn wekken van door
+de aanwezigheid van duivels veroorzaakt te zijn, dat zij slechts door
+zeer bekwame geneeskundigen kunnen onderscheiden worden, hetzij het
+duivelen van grover soort zijn (men weet immers, dat er verschillende
+soorten van duivelen bestaan),</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+qui medicam etiam opem sentiant, sive morbus adeo penitus intimis animi
+recessibus insidet, ut a corpore videatur alienus. In cuius rei fidem,
+dum ex innumeris mihi compertum exemplum refero, quaeso ut me patienter
+audiatis.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+die ook door medische behandeling kunnen aangetast worden, of dat de
+ziekte zich zoo diep in de schuilhoeken der ziel heeft ingedrongen, dat
+zij op het lichaam geen betrekking schijnt te hebben. Terwijl ik U tot
+staving dezer bewering uit de tallooze voorbeelden één, dat ik zelf
+beleefd heb, verhaal, verzoek ik U, mij geduldig te willen
+aanhooren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Exemplum.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+In mijn jeugd heb ik omgang gehad met Panaceus, een wijd en zijd beroemd
+geneesheer; deze heeft in mijn tegenwoordigheid een man, Phlyarius
+genaamd, afkomstig uit Spoleto, genezen, die ten gevolge van wormen in
+een geheel nieuwe soort van waanzin vervallen was, daarin bestaande, dat
+hij gedurende zijn ziekte goed Duitsch sprak, welke taal hij, naar met
+zekerheid vaststond, in normalen toestand nooit gekend had. Wie, die
+onervaren was in de geneeskunde, zou er zelfs niet een eed op hebben
+durven doen, dat deze man door duivelen bezeten was?</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Panaceum celeberrimi nominis medicum adolescens colui, is me teste
+quendam restituit, nomine Phlyarium, patria Spoletanum, qui ex vermibus
+in novum maniae genus inciderat, ita ut in morbo probe teutonice
+loqueretur, quod (uti constabat) sanus nunquam potuerat. Quis imperitus
+rei medicae non hunc daemoniacum vel dejerasset etiam?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+At is hominem facili paratoque remedio menti reddidit. Redditus sibi,
+teutonice nec loquebatur, nec intelligebat.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+En toch gaf deze arts hem door een eenvoudig en gemakkelijk te
+verkrijgen geneesmiddel weer het verstand terug; tot bezinning gekomen
+sprak noch verstond de man meer Duitsch.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Detorquet.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Indien men nu beweert, dat hij inderdaad bezeten was, dan strekt dit
+geval der geneeskunde tot nog grooter roem, daar het dan bewezen zou
+zijn, dat ook de
+<span class = "pagenum dutch">27</span>
+<a name = "page27"> </a>
+<!--png 043-->
+booze duivels haar gehoorzaamden en zij derhalve niet alleen in het doen
+terugkeeren van het leven, maar ook in het uitdrijven van booze geesten
+zoowel de dienares als de mededingster der goddelijke macht ware.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quod si quis hunc vere daemoniacum fuisse contendat, ea sane res vel
+maxime medicorum illustrat artem, cui compertum est et daemones impios
+parere,
+<span class = "pagenum latin">26</span>
+<a name = "page26" id = "page26"> </a>
+<!--png 042-->
+quemadmodum in restituenda vita, ita et in exigendis spiritibus divinae
+virtutis tum ministrae, tum aemulae.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Neque vero deerant, qui factum hoc magicis artibus tribuebant, quorum
+ego calumniam arti nostrae gloriae laudique verto, per quam ea
+praestantur, quae vulgus hominum humanis viribus praestari posse non
+credit.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+En inderdaad waren er toen ook, die deze daad aan tooverkunsten
+toeschreven; maar juist dien laster beschouw ik als een roem en eer voor
+onze wetenschap, welke op resultaten te wijzen heeft, die door het
+meerendeel der menschheid buiten het bereik der menschelijke krachten
+geacht worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Quibus culta medicina.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Met het volste recht derhalve lieten zich in den ouden tijd, toen nog
+niet alles door lage gewinzucht en vuile lusten bezoedeld was,
+goddelijke en hoogverheven mannen, machtige koningen en doorluchte
+raadsheeren het meest van alle wetenschappen aan de geneeskunde gelegen
+liggen en geene andere was den menschen welkomer.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Optimo igitur jure priscis seculis, cum nondum sordidi quaestus et
+spurcae voluptates vitiassent omnia, medendi ars inter omnes una divinis
+ac summatibus viris, opulentissimis regibus, clarissimis senatoribus
+praecipue cordi fuit, nec alia mortalium generi gratior.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Moses.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Men neemt immers aan, dat de groote Mozes naar geen anderen maatstaf dan
+naar dien der medische wetenschap de spijzen in geoorloofde en
+ongeoorloofde heeft ingedeeld.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Siquidem Moses ille magnus, non alia ratione quam artis medicae, cibos
+suos distinxisse creditur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Orpheus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Wij lezen, dat Orpheus, uit de grijze Grieksche oudheid, het een en
+ander heeft overgeleverd omtrent de geneeskracht der kruiden.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Orpheus, Graecorum vetustissimus, de viribus herbarum nonnulla
+prodidisse legitur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Homerus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Homerus zelf, zonder tegenspraak de voortreffelijkste bron voor alle
+geesten, maakt herhaaldelijk melding van kruiden en prijst zeer vaak de
+geneeskunde.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Homerus ipse, citra controversiam, unicus ingeniorum fons, plurimus est
+et in herbarum commemoratione, et in laude medicorum.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Moly.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Hij heeft ons immers ook het kruid „moly“ beschreven, dat volgens
+Plinius het voortreffelijkste van alle kruiden en een afdoend middel
+tegen vergiftiging is, welks ontdekking de dichter aan Mercurius
+toeschrijft en waarmee hij zijn Ulysses beschermt tegen den hem door
+Circe gereikten tooverdrank.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Is et Moly nobis depinxit, herbarum omnium (teste Plinio) laudatissimam,
+efficacem adversus veneficia, cuius inventionem Mercurio tribuit, hac
+Ulyssem suum adversus Circes pocula praemuniens.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Nepenthes.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Hij duidt ook aan, dat „nepenthes“ (letterl. „smarteloos“) bij den
+maaltijd moet gebruikt worden, dat het vermogen heeft, leed en droefenis
+te verdrijven.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Idem nepenthes indicat in conviviis adhibendum, quod moerorem
+tristitiamque discutiat.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Machaon. Paeon. Chiron.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Voorts noemt hij dikwijls met eere Machaon, Paeon, Chiron en Podalirius
+als uitmuntende in deze kunst, waardoor zij niet alleen de helden maar
+ook de goden, naar zijn dichterlijke voorstelling, hulp verleenden. Hij
+wil er dit mee aanduiden, dat ook de grootste vorsten den bijstand der
+geneesheeren behoeven en dat zelfs het leven van hen, die over leven en
+dood van alle overigen beschikken, in hunne macht is. </p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Porro Machaonem, Paeonem, Chironem, Podalirium, ut hac arte praestantes,
+saepicule non sine honore commemorat, quorum arte non solum heroibus,
+verum ipsis etiam diis subventum esse fingit, illud videlicet
+subindicans, summis etiam principibus medicorum praesidiis opus esse,
+atque horum vitam medicis in manu esse, qui in caeteros omnes jus vitae
+ac necis habere videntur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+<span class = "greek" title =
+"iatros [sic] gar anêr pollôn antaxios allôn">ἰατρὸς γὰρ ἀνὴρ πολλῶν
+ἀντάξιος ἄλλων</span></td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Ja, diezelfde dichter heeft in het elfde boek van de Ilias de
+uitoefening van dit beroep door verreweg de schoonste lofspraak
+verheerlijkt, waar hij zegt, dat één arts meer waard is dan vele andere
+menschen tezamen.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quid quod idem Poeta libro Iliados undecimo, huius artis professionem
+longe pulcherrimo nobilitavit elogio, cum ait: Unum medicum pluris
+habendum, quam caeterorum hominum permultos.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Rursum
+<span class = "pagenum latin">28</span>
+<a name = "page28" id = "page28"> </a>
+<!--png 044-->
+alibi medicum ita notat, ut dicat eum eruditum in omnibus, palam testans
+id quod res est, hanc artem non una aut altera disciplina, sed omnium
+artium cognitione circuloque, tum praeter exactum ingenium, multo etiam
+rerum usu constare. Pythagoras ille Samius, cui divinitatem quandam
+tribuebat antiquitas, de naturis herbarum nobile volumen reliquisse
+legitur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Elders wederom noemt hij den
+<span class = "pagenum dutch">29</span>
+<a name = "page29"> </a>
+<!--png 045-->
+geneesheer iemand, die in alles onderricht is, hiermede openlijk
+getuigende, wat ook werkelijk het geval is, dat de geneeskunde niet
+berust op de eene of andere wetenschap, maar op den geheelen kring van
+alle wetenschappen en niet alleen op theoretische kennis maar ook op
+practische ervaring in vele zaken. De beroemde Pythagoras van Samos,
+wien de oudheid een zekere mate van goddelijkheid toekende, heeft, naar
+wij vermeld vinden, een bekend boek over den aard der kruiden
+achtergelaten. </p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Atque ut Platonem, Aristotelem, Theophrastum, Chrysippum, Catonem
+censorium, Varronem praeteream, quibus studio fuit hanc artem suis vel
+studiis, vel negotiis admiscere, Mithridatem Ponti regem, non perinde
+regnum, alioqui locupletissimum, non tam unius et viginti linguarum
+miraculum, quam rei medicae peritia nobilitavit, vereque magnum virum
+declaravit, qui artis huius commentationes, et exemplaria, effectusque
+in arcanis reliquit, ut autor est Plinius.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nu wil ik Plato, Aristoteles, Theophrastus, Chrysippus, Cato den Ouden
+en Varro maar met stilzwijgen voorbijgaan, die allen deze wetenschap
+ijverig bestudeerd of ook practisch beoefend hebben, doch ik zal slechts
+spreken over Mithridates, koning van Pontus, die niet zoozeer door zijn,
+overigens zeer machtige, heerschappij of door zijn wonderbaarlijke
+kennis van één en twintig talen als wel door zijn geneeskundige
+bekwaamheid beroemd is geworden, welke hem tot een waarlijk groot man
+stempelde, daar medische verhandelingen, voorbeelden en beschrijvingen
+van de werking van verschillende kruiden, naar Plinius ons meedeelt, in
+zijn geheime nalatenschap gevonden zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Cuius et hodie nobile theriacae genus nomine celebratur. Nunc fere
+regium habetur, aleam ludere, venari, nugas agere. At olim populi Romani
+principibus nihil magis erat curae, quam ut ex longinquo novis
+importandis herbis, rem medicam adjuvarent, neque populo illi tum orbis
+domino aliud erat munus gratius.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nog heden ten dage draagt een bekend tegengift zijn naam. Tegenwoordig
+beschouwt men algemeen als koninklijke eigenschappen: spelen, jagen en
+zich met beuzelingen ophouden. Maar oudtijds legden zich de bestuurders
+van het Romeinsche rijk op niets zoozeer toe als op de bevordering der
+geneeskunde door het invoeren van kruiden uit ver verwijderde streken,
+en dit volk, dat toen de wereld beheerschte, was geen geschenk
+aangenamer.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Christus ipse medicus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Ja, Christus zelf, de grondlegger en vorst van alle wetenschappen, geeft
+zich niet uit voor rechtsgeleerde, noch voor rhetor, noch voor wijsgeer,
+maar voor geneesheer, daar Hij, van Zichzelf sprekende, zegt, dat „zij
+geenen medicijnmeester van noode hebben, die zich wel bevinden“, terwijl
+Hij den Samaritaan olie en wijn op wonden laat gieten en met speeksel,
+met aarde vermengd, de oogen van een blinde bestrijkt. Juist door dit
+middel won Hij langzamerhand, toen Hij nog aan de wereld onbekend was,
+de genegenheid en de liefde der menschen; niet door goud, noch door
+heerschappij, maar door het genezen van ziekten. Wat Hij door Zijnen wil
+deed, immers een God, volgt de geneesheer naar vermogen na.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quid quod Christus ipse, disciplinarum omnium et autor et princeps, sese
+non Iureconsultum, non Rhetorem, non Philosophum, sed Medicum professus
+est, dum de se loquens negat opus esse medico iis, qui bene habeant, dum
+Samaritanus vulneribus oleum ac vinum infundit, dum sputum terrae mixtum
+illinit oculis caeci. Quid quod idem hac potissimum commendatione, cum
+adhuc orbi esset ignotus, sese paulatim in animos atque affectus hominum
+insinuavit, non auro, non imperiis, sed morborum remediis? Quod ille
+nutu fecit, nempe deus, hoc medicus pro virili sua cura imitatur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Neque deest his quoque divina vis, nimirum medendi viribus in hunc usum
+rebus a deo inditis. Nec alio viatico magis instruxit
+<span class = "pagenum latin">30</span>
+<a name = "page30" id = "page30"> </a>
+<!--png 046-->
+Apostolos, mandans ut hoc protinus officio sibi devincirent hospitem,
+medentes inquit, morbis illorum, et ungentes oleo.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Bovendien bezitten ook zij eene goddelijke macht, namelijk die van
+genezing aan te brengen door middel van krachten, die tot dit doel
+<span class = "pagenum dutch">31</span>
+<a name = "page31"> </a>
+<!--png 047-->
+door God den dingen ingeschapen zijn. In hoofdzaak bestond ook daarin
+het reisgeld, waarmede Hij de apostelen voorzag, hun opdragend, terstond
+door dezen liefdedienst hunne gastheeren aan zich te verplichten „door“,
+zoo luiden Zijne woorden, „hunne ziekten te genezen en hen met olie te
+zalven“.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Paulus medicus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Als de groote Paulus zijnen Timotheus een matig gebruik van wijn
+voorschrijft, om zijn zwakke maag te versterken, is dat geen openlijke
+uitoefening van de geneeskunde?</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Paulus ille magnus dum <ins class = "correction"
+title = "spelling as in original">Timetheo</ins> suo modicum vini
+praescribit usum, ad fulciendam stomachi imbecillitatem, nonne palam
+medici partibus utitur?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Raphael.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Maar waarom zouden wij ons daarover verwonderen bij een apostel, als
+volgens de beoefenaars der mystiek de engel Raphael zijn naam ontleend
+heeft aan het genezen van de blindheid van Tobias?<a class = "tag" name
+= "tag1_4" href = "#note1_4">4</a> O&nbsp;hemelsche en in waarheid
+gewijde wetenschap, naar welke goddelijke geesten genoemd worden!</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Sed quid hoc mirum in Apostolo, cum Raphael angelus Tobiae caecitati
+medicans hinc nomen etiam invenerit apud arcanarum rerum studiosos?
+O&nbsp;coelestem vereque sacram disciplinam, cuius cognomento divinae
+illae mentes insigniuntur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Inter mortales alii alias artes vel discunt, vel profitentur, hanc unam
+oportebat ab omnibus disci, quae nulli non est necessaria. Sed o heu
+perversissima hominum judicia.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De eene mensen leert dit, de ander dat vak of oefent het uit; deze
+wetenschap diende door allen gekend te worden, daar zij voor ieder
+onmisbaar is. Maar ach! allerverkeerdst oordeel der stervelingen!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Nemo nescire sustinet, quis nummus legitimus sit, quis adulterinus, ne
+quid fallatur in re vilissima, nec scire studio est, quibus modis id
+quod habet optimum tueatur. In numismate non credit alienis oculis, in
+negotio vitae ac sanitatis, clausis quod dicitur oculis, sequitur
+alienum judicium.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Er is niemand, die het niet vreeselijk zou vinden, als hij geen valsche
+van echte munt kon onderscheiden, terwijl hij in dit geval toch slechts
+in iets zeer minderwaardigs zou kunnen bedrogen worden; hij streeft er
+echter niet naar, te weten te komen, hoe hij het beste, wat hij heeft,
+kan beschermen. Bij het beoordeelen van geldstukken vertrouwt hij
+anderer oogen niet, doch waar het om leven en gezondheid gaat, volgt
+hij, zooals men dat noemt, blindelings het oordeel van anderen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quod si totius artis absoluta cognitio non potest nisi paucis
+contingere, qui totam vitam huic uni studio dedicarunt, certe partem
+eam, quae ad tuendam valetudinem pertinet, non conveniebat quemquam
+nescire. Etiam si bona pars difficultatis, non ab ipsa arte, sed ab
+improborum medicorum vel inscitia, vel ambitione proficiscatur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+En ofschoon nu de volmaakte kennis van die geheele wetenschap slechts
+aan de weinigen kan ten deel vallen, die daaraan alleen hun geheele
+leven gewijd hebben, zoo behoorde toch ten minste dat gedeelte, hetwelk
+over het behoud der gezondheid handelt, door iedereen gekend te worden.
+Hoewel het niet te ontkennen valt, dat de moeielijkheid hierbij voor een
+groot deel voortspruit, niet uit de kunst zelve maar uit de onwetendheid
+of eerzucht van slechte geneesheeren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+A simili.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Te allen tijde, zelfs bij wilde en barbaarsche volken, werd de
+vriendschap voor iets verhevens en eerbiedwaardigs gehouden. En diegene
+wordt als een uitstekend vriend beschouwd, die evenmin in tegen- als in
+voorspoed zijn vrienden in den steek laat, terwijl het gros der vrienden
+in gelukkige omstandigheden trouw blijft,
+<span class = "pagenum dutch">33</span>
+<a name = "page33"> </a>
+<!--png 049-->
+in ongelukkige verdwijnt, evenals de zwaluwen gedurende den zomer in het
+land zijn, maar bij het invallen van den winter wegvliegen. Een hoe
+oprechter vriend is echter niet de geneesheer. </p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Semper apud efferas etiam ac barbaras nationes sanctum ac venerabile
+fuit amicitiae nomen. Atque is egregius habetur amicus, qui se fortunae
+utriusque comitem sociumque praebeat, quod vulgus amicorum velut
+hirundines aestate, rebus secundis adsunt, rebus
+<span class = "pagenum latin">32</span>
+<a name = "page32" id = "page32"> </a>
+<!--png 048-->
+adversis, quemadmodum illae ingruente bruma devolant.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Seleucides.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Evenals de „Seleucides“ genaamde vogels, naar verhaald wordt, door de
+bewoners van het Casische gebergte nooit anders gezien worden, dan
+wanneer zij hunne hulp noodig hebben tegen de zwermen van sprinkhanen,
+die hun gewassen vernielen, zoo vertoont ook hij zich nooit in normale
+en gelukkige omstandigheden, maar in tijden van gevaar, in die gevallen,
+waarin vrouw en kinderen dikwijls den man verlaten, bij voorbeeld bij
+waanzin, luizenziekte of pest, staat hij alleen hem voortdurend bij, en
+niet alleen, zooals de meeste anderen, met onnuttige diensten, maar als
+redder, om het leven van den in gevaar verkeerende met de ziekte
+kampend, soms ook met gevaar voor zijn eigen leven.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+At quanto sincerior amicus medicus, qui Seleucidum avium exemplo, quas
+narrant nusquam a Casii montis incolis conspici, nisi cum illarum
+praesidio est opus, adversus vim locustarum fruges vastantium, rebus
+integris ac laetis nusquam sese ingerit, in periculis, in his casibus,
+in quibus uxor ac liberi saepe deserunt hominem, velut in phrenesi,
+phthiriasi, in peste solus medicus constanter adest, et adest non
+inutili officio, quemadmodum plerique caeterorum, sed adest
+opitulaturus, adest pro capite periclitantis cum morbo dimicans,
+nonnunquam suo quoque periculo.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Et o plus quam ingratos, qui talis amici officio servati, jam depulso
+periculo medicum odisse possunt, ac non potius parentis vice colunt ac
+venerantur. Vulgarem amicum, qui subinde salutat obvium, ad coenam
+rogant, qui latus claudit, officio pensant, et talem amicum ubi
+desierint egere, aversantur? Et ob hoc ipsum aversantur, quod
+intelligant illius officio nullam meritis parem gratiam rependi
+posse.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Zijn zij dan niet meer dan ondankbaar, die, door de dienstvaardigheid
+van zulk een vriend gered, al aanstonds nadat het gevaar geweken is, den
+geneesheer kunnen haten en hem niet veeleer als een vader vereeren en
+hoogachten? Een alledaagsch vriend, die hen van tijd tot tijd bij een
+toevallige ontmoeting groet, noodigen zij ter maaltijd, hem, die hen wel
+eens vergezelt, overladen zij met hoffelijkheid, maar een zoodanig
+vriend wordt, zoodra zij hem niet meer noodig hebben, versmaad? Terwijl
+deze afkeer eigenlijk juist daaruit voortspruit, dat zij inzien, dat
+geen belooning ooit groot genoeg kan zijn, om tegen hun diensten op te
+wegen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Quod si is optimus vir est, qui maxime prodest Reipublicae, ars haec
+optimo cuique viro discenda est.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar hij de voortreffelijkste genoemd kan worden, die den staat het
+meest ten nutte is, zoo moest deze wetenschap eigenlijk door alle
+uitstekende mannen geleerd worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+<a class = "tag" href = "#note1_5">5</a>
+[Siquidem inter munia profani magistratus non minima portio est, et haud
+scio an praecipua, dare operam, ut corpora civium bene habeant. Quid
+prodest depulisse hostem a moenibus, si pestilentia intus grassans,
+plures tollit quam sublaturus erat gladius? Quid refert curasse ne cui
+pereat census, si perit prospera corporis
+<span class = "pagenum latin">34</span>
+<a name = "page34" id = "page34"> </a>
+<!--png 050-->
+valetudo? Prisci qui bonorum ordines digesserunt, primas tribuunt bonae
+valetudini. Quid enim prodest incolumis possessio, nisi valet
+possessor?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<a class = "tag" name = "tag1_5" href = "#note1_5">5</a>
+[Het is immers niet de geringste, en misschien wel de voornaamste,
+plicht der wereldlijke overheid te zorgen, dat de burgers gezond zijn.
+Wat baat het, den vijand van de muren verdreven te hebben, wanneer de
+daarbinnen heerschende epidemie meer personen wegmaait dan het zwaard
+der vijanden zou gedood hebben? Wat geeft het, er voor te zorgen, dat
+niemand zijn vermogen
+<span class = "pagenum dutch">35</span>
+<a name = "page35"> </a>
+<!--png 051-->
+verliest, als de gezondheid des lichaams gesloopt wordt? De ouden, die
+een rangorde der goederen hebben vastgesteld, plaatsten bovenaan op de
+lijst een goede gezondheid. Want wat nut is het, dat het bezit in
+ongeschonden staat verkeert, als de bezitter niet wel is? </p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Proinde leges priscorum, cum nondum quaestus et ambitio corrupisset
+omnia, potissimum huc spectabant, ut corpora civium essent valida,
+robusta, beneque temperata. Ea res partim pendet a nativitate, partim ab
+educatione, partim ab exercitamentis, et victus ratione, nonnihil etiam
+ab aedificiorum modo.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Daarom lette de wetgeving bij de ouden, toen heb- en eerzucht nog niet
+alles bedorven hadden, vooral daarop, dat de lichamen der burgers
+gezond, krachtig en evenredig ontwikkeld waren. Dit hangt deels af van
+de aangeboren lichaamsgesteldheid, deels van de opvoeding,
+lichaamsoefeningen, voedingswijze en ook eenigszins van de inrichting
+der woningen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nimirum medici fungebantur officio, qui bene temperata corpora jungebant
+matrimonio, qui nutrices adhibebant integrae valetudinis, qui balnea
+publica, qui publica gymnasmata instituebant, qui ferebant leges
+sumptuarias, qui mutatis <ins class = "correction"
+title = "text: ‘aedifiiciis’">aedificiis</ins>, qui siccatis paludibus
+pestilentiam excludebant, qui in hoc vigilabant, ne quid esculentum aut
+poculentum venderetur, quod laederet corporum incolumitatem. Et hodie
+principes fere nihil ad se pertinere credunt, si pro vinis vendantur
+venena, si tritico vitiato, si putribus piscibus tot morbi invehantur in
+publicum.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+De taak van den geneesheer vervulden de wetgevers, die slechts goed
+gebouwde personen met elkander lieten huwen, die eischten, dat men
+alleen volkomen gezonde minnen in dienst nam, die openbare baden en
+turnplaatsen instelden, wetten tegen de weelde maakten, door het doen
+verbouwen van huizen en het droogleggen van moerassen, epidemieën
+voorkwamen en er voor waakten, dat geen spijzen of dranken, die voor de
+gezondheid gevaar opleverden, verkocht werden. Maar heden ten dage
+meenen de vorsten, dat zij er niet mee te maken hebben, of voor wijnen
+vergiften verkocht worden, of er door aangestoken graan of bedorven
+visch zoovele ziekten onder het volk verspreid worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Adeo nulla vitae pars est, quae citra medicinae praesidia recte possit
+administrari.]</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Er is letterlijk geen deel van het leven, dat zonder de hulp der
+geneeskunde behoorlijk kan geregeld worden.]</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+A quaestu.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Indien er eindelijk menschen zijn, die de waarde der dingen liever
+afmeten naar het voordeel en de winst, die zij opleveren, dan zullen zij
+bevinden, dat ook in dit opzicht de geneeskunde, ofschoon te verheven om
+naar dergelijke overwegingen beoordeeld te worden, bij geen der andere
+wetenschappen ten achter staat. Want geen andere was ooit meer
+winstgevend en stelde hare beoefenaars zoo snel in staat, zich een
+vermogen te verwerven. Wij lezen, dat Erasistratus, dien ik reeds
+vroeger vermeld heb, door koning Ptolemeus, en Critobolus door Alexander
+den Grooten met buitengewone, nauwelijks te gelooven belooningen
+begiftigd zijn. </p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Iam vero si qui sint, qui rerum pretia malint utilitate quaestuque
+metiri (licet haec ars divinior est, quam ut huiusmodi rationibus sit
+aestimanda) ne hac quidem parte cuiquam aliarum cedit artium. Neque enim
+ulla magis fuit frugifera, et ad rem subito parandam aeque praesentanea.
+Erasistratus cuius ante memini, a rege Ptolemaeo, Critobolus ab
+Alexandro magno, praemiis ingentibus ac vix credendis donati
+leguntur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quamquam quod tandem praemium non exiguum videatur, repensum servatori
+capitis, pro cuius unius salute tot hominum millia depugnabant? Quid ego
+nunc commemorem Cassios, Carpitanos, Aruncios, Albutios, quibus Romae
+tum apud principem, tum apud populum immodicum quaestum fuisse
+<span class = "pagenum latin">36</span>
+<a name = "page36" id = "page36"> </a>
+<!--png 052-->
+refert Plinius? Quanquam quid nos haec ex priscis aetatibus repetimus,
+quasi non hodie cuique complures succurrant, quos haec ars ad Croesi
+opes evexerit?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Doch welke belooning is dan ten slotte niet gering te noemen, betaald
+aan den redder van een leven, voor welks behoud zooveel duizenden
+soldaten voortdurend streden? Waartoe nog te noemen de Cassii,
+Carpitani, Aruncii en Albutii, van wie Plinius vertelt, dat zij te Rome
+zoowel aan het keizerlijk hof als onder de burgers
+<span class = "pagenum dutch">37</span>
+<a name = "page37"> </a>
+<!--png 053-->
+ontzaglijk veel geld verdienden? Doch waarom behoeven wij nog die
+voorbeelden uit het grijze verleden weder op te halen, alsof niet ieder
+uit zijn eigen tijd verscheidenen voor den geest staan, die door dit
+beroep ware Croesussen zijn geworden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Rhetorica aut Poetica non alit nisi insignem. Musicus ni praecellat,
+esurit. Iureconsulto tenuis proventus est, ni sit eximius. Sola medicina
+quomodocunque doctum alit ac tuetur. Innumeris disciplinis, infinita
+rerum cognitione constat res medica, et tamen frequenter unum aut
+alterum remedium alit idiotam. Tantum abest, ut haec ars sterilitatis
+damnari possit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Van de rhetoriek en de dichtkunst kan slechts hij leven, die er in
+uitmunt. Een musicus, die het niet tot een groote hoogte in zijn kunst
+gebracht heeft, lijdt honger. Een rechtsgeleerde heeft maar een mager
+inkomen, als hij niet voortreffelijk is. Slechts de geneeskunde
+onderhoudt en beschermt haren beoefenaar, hoe weinig bedreven hij er ook
+in moge zijn. De medische wetenschap berust wel is waar op ontelbare
+kundigheden en de kennis van een oneindig aantal zaken; toch helpt
+dikwijls één enkel geneesmiddel een stumper in het vak aan den kost. Het
+is er dus verre vandaan, dat dit beroep als onwinstgevend kan
+veroordeeld worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Adde quod caeterarum artium non ubique paratus est quaestus. Rhetor
+frigebit apud Sarmatas, juris Caesarei peritus apud Britannos. Medicum
+quoquo terrarum sese contulerit suus comitatur honos, suum sequitur
+viaticum, ut in nullam disciplinam verius competat vulgatissimum illud
+Graecorum proverbium, <span class = "greek" title =
+"to technion hê pasa gê trephei">τὸ τέχνιον ἡ πᾶσα γῆ τρέφει</span>.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar komt nog bij, dat met de overige beroepen niet overal geld te
+verdienen is. Een rhetor zal een koele ontvangst vinden bij de Sarmaten,
+een kenner van het keizerlijk recht bij de Britten. De medicus is
+overal, waar ter wereld hij zich ook heen begeve, vergezeld door zijn
+waardigheid en van reisgeld voorzien, zoodat op geen beroep meer van
+toepassing is het alom bekende Grieksche spreekwoord: „de geheele aarde
+voedt het ambacht.“</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Confutatio.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Maar juist daarover spreekt Plinius (ik weet niet zeker of hij hier zelf
+aan het woord is of de meening van anderen weergeeft) zijn
+verontwaardiging uit, dat het uitoefenen der geneeskunde een
+broodwinning is. Ik stem toe, dat deze wetenschap te hoog staat, om tot
+kostwinning te dienen of tot middel om zich te verrijken. Dit hoort
+thuis bij de alledaagsche beroepen. Maar het ware al te ondankbaar, haar
+alleen van den haar toekomenden dank te berooven, aan welke nooit genoeg
+dank vergolden kan worden.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Sed hoc ipsum indignatur Plinius, aut certe apud hunc alii, quaestum
+esse medicinae professionem. Maior est, fateor, haec facultas quam ut
+quaestui lucroque serviat, sordidarum id est artium. Sed nimis ingratum
+est, eam solam sua fraudare gratia, cui nulla par gratia rependitur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Egregius medicus ceu numen quoddam, servat gratis, servat et invitos.
+Sed impietas est, non agnoscere numinis beneficium. Nihil ille moratur
+mercedem, tu tamen dignus qui legibus mulcteris ob insignem
+ingratitudinem.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Een uitstekend geneesheer helpt als een god kosteloos, desnoods tegen
+den wil van den patiënt. Maar het is goddeloosheid, voor de weldaad van
+een god niet erkentelijk te zijn. Hij geeft wel niet om loon, maar gij
+behoort volgens de wet gestraft te worden wegens uw buitengewone
+ondankbaarheid, als gij het hem niet voldoet.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Iam haudquaquam me fugit, hanc egregiam artem et olim apud veteres
+audisse male, et hodie apud indoctos quosdam male audire.
+<span class = "pagenum latin">38</span>
+<a name = "page38" id = "page38"> </a>
+<!--png 054-->
+Catoni non placuit, non quod rem damnaret, sed quod ambitiosam Graecorum
+professionem non ferret homo mere Romanus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het is mij volstrekt niet onbekend, dat deze uitmuntende wetenschap
+zoowel voorheen bij de ouden in een kwaden roep stond, als ook
+tegenwoordig door sommige onwetende lieden gehoond
+<span class = "pagenum dutch">39</span>
+<a name = "page39"> </a>
+<!--png 055-->
+wordt. Cato beviel de geneeskunde niet, niet omdat hij haar op zich
+zelve veroordeelde, maar omdat een onvervalscht Romein als hij de
+aanmatigende wijze, waarop de Grieken haar in zijn dagen uitoefenden,
+niet kon verdragen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Isque tantum tribuit experientiae, ut artem esse noluerit, sed idem
+universam Graecorum philosophiam ex urbe pellendam censuit. Existimabat
+homo durus, ad purgandum hominis corpus sufficere brassicam et crebros
+vomitus, et tamen ille ipse medicorum hostis observatione medicinae, in
+extremam usque senectutem robur infractum tutatus scribitur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hij kende aan de ervaring op dat gebied zulk een hooge waarde toe, dat
+hij der geneeskunde den naam van wetenschap ontzegde. Dat kan ons van
+hem te minder verwonderen, daar hij het ook was, die in den Romeinschen
+senaat het voorstel deed, de geheele Grieksche philosophie uit Rome te
+verbannen. De stoere man meende, dat tot zuivering van het menschelijk
+lichaam kool en menigvuldige brakingen voldoende waren. En toch lezen
+wij van dien vijand der artsen, dat hij door inachtneming der medische
+voorschriften tot het einde van zijn lang leven zijn krachten onverzwakt
+behouden heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Solis, inquiunt, medicis summa occidendi impunitas est. At hoc nomine
+magis suspiciendi boni medici, quibus cum in manu sit, non solum impune,
+verum etiam mercede occidere, tamen servare malunt. Quod possunt
+facultatis est, quod nolunt probitatis. Decantatur iam passim inter
+pocula temulentorum adagium, Qui medice vivit, misere vivit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Alleen de geneesheeren, zegt men, hebben het onbeperkte recht van
+straffeloos te dooden. Maar juist uit dien hoofde moeten goede
+geneesheeren geëerd worden, daar zij, terwijl het hun vrijstaat, niet
+alleen ongestraft maar zelfs tegen belooning te dooden, toch liever de
+menschen willen redden. Dat zij kunnen dooden, bewijst hun groote macht,
+dat zij het niet willen, getuigt voor hun rechtschapenheid. Tot
+vervelens toe hoort men overal in dronken gezelschappen het spreekwoord:
+„wie medisch leeft, leeft ellendig“.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quasi vero felicitas sit, distendi crapula, rumpi Venere, turgescere
+cervisia, sepeliri somno. Sed istos Sycophantas quid opus est oratione
+refellere, cum ipsi petulantiae suae satis magnas poenas dant arti, mox
+podagra contorti, paralysi stupidi, desipiscentes ante tempus,
+caecutientes ante senectutem, iamque prius vituperatae medicinae,
+exemplo Stesichori, seram canunt palinodiam miseri.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Alsof het een groot geluk is, door een wijnroes geradbraakt te worden,
+zich uit te putten door ontucht, op te zwellen van onmatig biergebruik
+of ten gevolge van uitspattingen door den slaap overmand te worden. Wat
+behoeven wij nog deze lasteraars met woorden te bestrijden, die zelf
+door het verzaken van de voorschriften der geneeskunde voldoende
+gestraft worden, daar zij weldra door podagra worden gekweld, door
+verlamming getroffen, vroegtijdig het verstand verliezen, vóór den
+ouderdom zwak van gezicht worden en dan eindelijk, maar te laat, in
+hunne ellende op de wijze van Stesichorus hunnen laster herroepen<a
+class = "tag" name = "tag1_6" href = "#note1_6">6</a>.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Ex Aristophane.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+En toch maakt die goede wetenschap geen bezwaar ook dezen, ofschoon zij
+het volstrekt niet waard zijn, zooveel mogelijk te helpen. Sommigen
+noemen, met een scheldwoord aan de oude comedie ontleend, de
+geneesheeren „dreketers“. Verdienen zij dan niet juist daarom geprezen
+te worden, dat zij, om de wonden der menschheid te heelen, zich
+verwaardigen, uit
+<span class = "pagenum dutch">41</span>
+<a name = "page41"> </a>
+<!--png 057-->
+hun verheven sfeer tot het vuil af te dalen? Als de hoogmoed van de
+geneeskundigen eens zoo groot was als de onbeschoftheid, waarmee die
+lieden hen vervolgen, dan zouden zij, zoo maar straffeloos, de menschen
+kunnen laten omkomen. Doch ons beroep heeft dit met goede vorsten
+gemeen, dat het goed handelt, maar een slechten naam heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Et tamen his licet indignissimis, artis bonitas non gravatur esse
+praesidio, quantum licet. Sunt qui, mutuato ex vetere comoedia scommate,
+vocent medicos
+<span class = "greek" title = "skatophagous">σκατοφάγους</span>. Quasi
+vero non isto nomine vel praecipue laudari mereantur, qui quo subveniant
+hominum calamitatibus, ex illa sua sublimitate sese ad
+<span class = "pagenum latin">40</span>
+<a name = "page40" id = "page40"> </a>
+<!--png 056-->
+haec sordida dejiciant. Quod si medicis tantum esset supercilii, quantum
+istis est procacitatis, liceret passim impune mori. Verum habet hoc ars
+nostra cum bonis regibus commune, ut bene faciat ac male audiat.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Quod si maxime sunt, ut sunt in hoc ordine, qui se pro medicis gerunt,
+cum nihil minus sint quam medici. Si sunt qui pro remediis venena
+ministrant, si sunt qui ob quaestum et ambitionem aegrotis male
+consulunt, quid iniquius est, quam hominum vitia in artis calumniam
+detorquere?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Al zijn er nu ook lieden, zooals zij er inderdaad zijn, die zich voor
+geneeskundigen uitgeven, terwijl zij niets minder dan dat zijn; als er
+zijn, die vergiften voor geneesmiddelen toedienen; als er zijn, die uit
+gewin- of eerzucht zieken slechten raad geven, wat is onbillijker dan op
+grond van fouten van enkele individuen het geheele beroep te
+lasteren?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Sunt et inter sacerdotes adulteri, inter monachos homicidae ac piratae,
+sed quid hoc ad religionem per se optimam? Nulla tam sancta professio
+est, quae non alat sceleratos aliquot. Votis quidem omnibus optandum,
+omnes principes eiusmodi esse, cuiusmodi decet esse, qui censeantur hoc
+digni nomine. Nec tamen ideo damnandus est principatus, quod nonnulli
+sub eo titulo praedones reique publicae hostes agant.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ook onder de priesters zijn echtbrekers, onder de monniken moordenaars
+en roovers; maar wat heeft dit te maken met den godsdienst, die op zich
+zelf zoo voortreffelijk is? Geen beroep is zoo heilig, of er zijn eenige
+misdadigers die het uitoefenen. Het is zeker dringend te wenschen, dat
+alle vorsten van dien aard zijn, dat zij dien naam ook ten volle
+verdienen. Maar toch moet daarom de monarchie niet veroordeeld worden,
+omdat er onder den vorstelijken titel eenige plunderaars en vijanden van
+den staat rondloopen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote" colspan = "2">
+Proverbium.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p class = "nospace">
+Ook ik wenschte, dat alle geneesheeren met recht dien naam konden dragen
+en dat onder hen geen toepassing kon vinden de Grieksche spreuk: „velen
+zijn ossendrijvers, maar weinigen landbeploegers“. Ik wenschte, dat
+allen die angstvallige nauwgezetheid in de uitoefening van hun beroep
+vertoonden, tot welke Hippocrates de artsen door een in plechtige
+woorden vervatten eed verplichtte. Toch is er voor ons geen reden, om
+niet met alle macht naar de bereiking van deze hoogte te streven, al
+zien wij ook, dat dit door zeer velen wordt nagelaten.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Optarim et ipse medicos omnes vere medicos esse, nec in his locum dari
+Graecorum proverbio, <span class = "greek"
+title = "polloi boukentai pauroi de te gês arotêres">πολλοὶ βουκένται
+παῦροι δέ τε γῆς ἀροτῆρες</span>. Optarim ab omnibus eam praestari
+sanctimoniam, quam Hippocrates sacramento verbis solennibus concepto a
+professoribus exigit. Neque tamen huc non enitendum est nobis, si id a
+plerisque negligi conspicimus.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Sed quoniam huius argumenti tanta est ubertas, viri praestantissimi, ut
+difficillimum sit in eo dicendi finem invenire, ne non praestem quod
+initio sum pollicitus, tempestivum arbitror, universas eius laudes
+summatim complecti.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar daar dit onderwerp, hoogaanzienlijke vergadering, van zulk een
+grooten omvang is, dat het moeilijk zou zijn, hierover ooit uitgeput te
+raken, acht ik, om de belofte, in den aanhef mijner rede gedaan, gestand
+te doen, nu den tijd gekomen, om den geheelen lof der geneeskunde in het
+kort samen te vatten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "sidenote space" colspan = "2">
+Epilogus.</td>
+<td rowspan = "2">
+<p>
+Immers, terwijl zeer vele zaken zich alleen door hare oudheid
+aanbevelen, is deze wetenschap het allereerst ontdekt door de
+noodwendigheid. Als eene wetenschap door haar grondleggers roem erlangt,
+de uitvinding van deze is altijd aan de goden toegeschreven. Als de eer,
+die een zaak te beurt valt, haar aanzien verhoogt,
+<span class = "pagenum dutch">43</span>
+<a name = "page43"> </a>
+<!--png 059-->
+aan geene andere is zoo algemeen en zoo lang goddelijke eer bewezen.</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Etenim si permultas res sola commendat antiquitas, hanc artem primam
+omnium reperit necessitas. Si scientiam autores illustrant, huius
+inventio semper diis attributa est. Si quid autoritatis addit
+<span class = "pagenum latin">42</span>
+<a name = "page42" id = "page42"> </a>
+<!--png 058-->
+honos, non alia tam passim ac tam diu divinos honores meruit.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Si magni fiunt, quae summis viris probantur, haec summos reges, haec
+primates non solum delectavit, verum etiam illustravit. Si difficilia
+quae sunt, ea sunt et pulchra, nihil hac operosius, quae tot
+disciplinis, tantarum rerum pervestigatione usuque constat. Si dignitate
+rem aestimamus, quid excellentius, quam ad dei benignitatem proxime
+accedere?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Indien die dingen op hoogen prijs gesteld worden, die de goedkeuring van
+aanzienlijke mannen wegdragen, het bestudeeren dezer wetenschap strekte
+den machtigsten vorsten, den voornaamsten personen niet alleen tot
+genoegen maar ook tot roem. Als de moeilijkheid, welke iets oplevert,
+maatstaf is voor de schoonheid ervan, niets gaat met meer moeite gepaard
+dan de beoefening der geneeskunde, die op zooveel kennis, op het
+onderzoek van en ervaring in zoovele zaken berust. Als wij een zaak naar
+hare waarde beoordeelen, wat staat hooger dan de goddelijke genade het
+dichtst nabij te komen?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Si facultate, quid potentius aut efficacius quam totum hominem certo
+exitio periturum sibi posse restituere? Si necessitate, quid aeque
+necessarium atque id sine quo nec vivere, nec nasci licet? Si virtute,
+quid honestius, quam servare genus humanum? Si utilitate, nullius usus
+neque maior est, neque latius patet. Si compendio, aut haec in primis
+frugifera sit oportet, aut ingratissimi mortales.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Naar haar vermogen, wat is machtiger of rijker aan resultaten dan een
+geheelen mensch, wien een zekere dood te wachten staat, aan zich zelf
+terug te geven? Naar hare noodwendigheid, wat is zoo onmisbaar als de
+wetenschap, zonder welke noch leven, noch geboorte mogelijk is? Indien
+wij een zaak naar hare zedelijke deugd beoordeelen, wat staat moreel
+hooger dan het menschelijk geslacht in het leven te houden? Naar haar
+nut, geen zaak sticht grooter nut en in wijder kring. Indien wij
+eindelijk het financiëel voordeel tot maatstaf nemen, dan is zij wel het
+allermeest winstgevend, indien de menschheid niet alle dankbaarheid
+verloren heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Vobis igitur magnopere gratulor, eximii viri, quibus contingit in hoc
+pulcherrimo genere professionis excellere.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+U wensch ik dus ten zeerste geluk, voortreffelijke mannen, die het
+voorrecht hebt, in dat allerschoonste vak uit te munten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p>
+Vos adhortor, optimi juvenes, hanc toto pectore complectimini, in hanc
+nervis omnibus incumbite, quae vobis decus, gloriam, autoritatem, opes
+est conciliatura, per quam vos vicissim amicis, patriae, atque adeo
+mortalium generi non mediocrem utilitatem estis allaturi.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+U, beste jongelingen, geef ik den raad: legt u hierop met volle borst
+toe, wijdt U met al uwe krachten aan deze wetenschap, die U eer, roem,
+aanzien en vermogen zal doen verwerven en door welke gij op Uw beurt
+uwen vrienden, uw vaderland, ja, het geheele menschelijke geslacht op
+meer dan gewone wijze ten heil zult strekken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td></td>
+<td>
+<p class = "inset1">Dixi.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "inset1">Ik heb gezegd.</p>
+</td>
+</tr>
+</table>
+
+<hr class = "mid">
+
+<h4>Annotationes / Voetnoten</h4>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note1_1" href = "#tag1_1">1.</a>
+Een stad in Brabant (Vertaler).</p>
+
+<p class = "footnote sans"><a name = "note1_2" href = "#tag1_2">2.</a>
+The word in Pliny is “balis”. [<i>From Dutch footnote.</i>]</p>
+
+<p class = "footnote"><a href = "#tag1_2">2.</a>
+In Plinius staat „balis“ (Vertaler).</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note1_3" href = "#tag1_3">3.</a>
+IJverig botanicus uit de eerste eeuw vóór Christus, onder wiens leiding
+Plinius botanische studiën maakte. (Vert.).</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note1_4" href = "#tag1_4">4.</a>
+De Hebreeuwsche naam Raphael bestaat uit twee woorden, waarvan het
+eerste rapha, „genezen“ en het tweede el, „goddelijk wezen“ beteekent.
+(Vert.)</p>
+
+<p class = "footnote sans"><a name = "note1_5" href = "#tag1_5">5.</a>
+The text printed in brackets [&nbsp;] does not appear in the editions of
+Frobenius (Basel 1518), Hillenius (Antwerp 1523), or Petrejus
+(Nuremberg 1525). It does appear in the first collected edition of
+Erasmus’ works by Rhenanus (Basel 1540) and in the best collected
+edition by Clericus (Leiden 1703). [<i>From Dutch footnote.</i>]</p>
+
+<p class = "footnote"><a href = "#tag1_5">5.</a>
+De woorden, die nu volgen en tusschen haakjes [&nbsp;] geplaatst zijn,
+komen niet voor in de uitgave van Frobenius Bazel 1518, noch in die van
+Mich. Hillenius (Antwerpen 1523), noch ook in die van Joannes Petrejus
+(Neurenberg 1525), maar wel in de eerste gezamenlijke uitgave van
+Erasmus’ werken van Beatus Rhenanus (Bazel 1540) en in de beste
+gezamenlijke uitgave van Joannes Clericus (Leiden 1703). (Vert.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note1_6" href = "#tag1_6">6.</a>
+De lyrische dichter Stesichorus zou namelijk, doordien hij Helena
+gesmaad had, van het gezicht beroofd zijn en later door het dichten van
+een palinodie het weer teruggekregen hebben. (Vert.)</p>
+
+<hr class = "chapter">
+
+<!--png 060-->
+
+<!--png 061-->
+
+<a name = "page44"> </a>
+<!--png 062-->
+
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/leeuwen/leeuwenhoek.jpg" width = "379" height = "525"
+alt = "Antoni van Leeuwenhoek"></p>
+
+<h4 class = "extended">ANTONI VAN LEEUWENHOEK</h4>
+
+<h6>LID VAN DE KONINGHLYKE SOCIETEIT IN LONDON<br>
+<i>GEBOREN TOT DELFT. A. 1632</i></h6>
+
+<p align = "center">
+<a href = "#leeuwen_note" name = "leeuwen_tag">[Volledige tekst]</a>
+</p>
+
+<hr class = "mid section">
+
+<span class = "pagenum">45</span>
+<a name = "page45"> </a>
+<!--png 063-->
+
+<h4 class = "section">Den Waaragtigen</h4>
+
+<h1 class = "boldf">Omloop des Bloeds,</h1>
+
+<h6 class = "ital">Als mede dat</h6>
+
+<h3>DE ARTERIEN EN VENÆ</h3>
+
+<h6>Gecontinueerde <span class = "extended">BLOED-VATEN</span>
+zijn,</h6>
+
+<h6 class = "section ital">Klaar voor de oogen gestelt.</h6>
+
+<h6 class = "section">Verhandelt in een <span class =
+"extended">BRIEF</span>, geschreven aan de</h6>
+
+<h4 class = "boldf">Koninglijke Societeit tot Londen.</h4>
+
+<h6 class = "section">DOOR</h6>
+
+<br>
+
+<h4 class = "smallcaps">Antoni van Leeuwenhoek,</h4>
+
+<h5>Lid van deselve <span class = "smallcaps">Societeyt</span>.</h5>
+
+
+<span class = "pagenum">46</span>
+<a name = "page46"> </a>
+<!--png 064-->
+
+<hr class = "mid section">
+
+<span class = "pagenum">47</span>
+<a name = "page47"> </a>
+<!--png 065-->
+
+<h4 class = "section">Antony van Leeuwenhoeks</h4>
+
+<h1>65. <span class = "extended">MISSIV</span>E,</h1>
+
+<h6>Vanden 7. September 1688.</h6>
+
+<h5 class = "smallcaps extended">Handelende</h5>
+
+<p class = "hanging">
+<i>Van tweederley soort van Kikvorsschen. Uyt wat deelen der selver
+eyeren bestaan. Dat uyt die eyeren Wormen komen. Van wat maakzel die
+Wormen zyn. De circulatie van het bloed op ses distincte plaatsen aan
+het hooft van dese Wormen. Continuele schielyke voortstotinge, die het
+bloed van het hert ontfangt. Ommeloop van het bloed op veel plaatsen in
+de staart van de Kikvors-worm. Hetgene men Arterien en Venae noemt, zijn
+gecontinueerde bloed-vaten. Arterien en Venae die dwers over malkanderen
+loopen. De ommeloop geschied in de dunste bloed-vaten. De Circulatie van
+het bloed, in kleyne en groote Kikvorsschen. Hoe in een Arterie het
+bloed te rug quam loopen, en wat de oorsaak daar van was. De ommeloop
+van het bloed in een kleyn Visje, en in desselfs staart vier-en-dertig
+byzondere ommeloopen: Ende in het zelvige mede seer naakt voor de oogen
+gestelt dat Arterien en Venae gecontinueerde bloedvaten syn. In een
+nagel grootte van onse huyd geschieden wel duysent ommeloopen van bloed.
+De deeltjens die het bloed in de Vissen root maken, zyn platte ovale
+deeltjens. Wat Heeren, onder andere, de waaragtige Circulatie van het
+bloed hebben gezien.</i></p>
+
+
+<h4 class = "section">Hoog-Edele HEEREN, enz.</h4>
+
+<p><span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/m_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "M: Myn" title = "M: Myn"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">M</span>yn laatste
+alder-onderdanigsten aan hare Hoog-Edele is geweest den 24.
+der voorledene Maand, waar in ik kome te handelen, van de angel van de
+Mugge, namelijk dat de selve angel uyt de koker genomen zynde, in vier
+distincte angels bestaat. Dat ik Linde Boomen hebbe geplant, welkers
+wortels in de lucht tot takken wassen, ende de takken in de aarde tot
+wortels zyn geworden. Dat in yder welgemaakte Garst of Tarw al een
+Koorn-air geformeert&nbsp;is.</p>
+
+<p><i>Hier nevens gaan weder eenige van mijne geringe
+Observatien.</i></p>
+
+<p>Wy hebben hier te lande twederley soort van Kikvorsschen;
+<span class = "pagenum">48</span>
+<a name = "page48"> </a>
+<!--png 066-->
+de eerste soort, die wy seer overvloedig ontrent onse Stad plegen te
+hebben, werden ordinair Kikvorsschen genoemt. Welke sedert eenige jaren
+hier seer weynig zyn geweest, uyt oorsaak, beeld ik my in, dat onse
+stilstaande kleyne water-grachten, na verloop van eenige jaren, met een
+ongediert van sekere kleyne vis (daar wy voor desen niet van geweten
+hebben, soo veel my bekent is) die wy Stekel-baarsjens noemen, sijn als
+vervult geworden, die de Kikvorsschen als die nog wormen waren, hebben
+verslonden.</p>
+
+<p>De kuyt of eyeren van dese Kikvorsschen heb ik in de kleyne
+water-gragten, die onse weyden of velden van een separeren, somtyds in
+soo een groote menigte byeen zien leggen, dat de superfitie van het
+water voor een groot gedeelte beset was.</p>
+
+<p>De tweede soort van Vorsschen die men hier gemenelijk Worken noemt,
+die zyn in veel minder getal, ende die zyn grooter, en ook starker in ’t
+voortspringen; welkers achter-lijven of dikste van de achter-pooten by
+de France Natie voor goede spijs gebruykt werd. Op dese laatste soort
+heb ik veel-maal mijn gedagten laten gaan, eensdeels om dat ik die noyt
+en hadde gezien dat die verzameld waren; ende ten anderen, om dat ik
+noyt haar Eyeren ofte kuyt en hadde gezien.</p>
+
+<p>Maar nu op den 29. Mey kome ik wederom in een Weyde, daar in ik
+sedert eenige jaren tot mijn vermaak dikmaal hebbe gaan wandelen, en
+geen gedachten hebbende tot de kuyt of eyeren van de Kikvorschen, om dat
+de tijd van het eyer-leggen van de eerste Kikvorschen al lang verloopen
+was, soo gaa ik op het geschreeuw, dat dese Kikvorschen, anders Worken
+geseit, soo by dag als nacht in groote hitte doen, aan, en ik beelde my
+in dat ik eenige eyeren aan eenig groen gewas, in ’t water sag leggen,
+gelijk het inderdaat ook was.</p>
+
+<p>Dese eyeren en zijn op verre na soo wel, in ’t water leggende, niet
+te kennen, als die van onse gemene Kikvorschen, om dat de lijmachtige
+stoffe minder in het water uitsteekt, en ook soo veel niet
+en&nbsp;is.</p>
+
+<p>Ik liet dan eenig groen gewas daar dese eyeren aan vast saten, aan
+mijn huys brengen, en ik leide die, in twee besondere aardepotten, in
+ons gemene gracht-water, en ik examineerde alsdoen de eyeren door het
+vergrootglas, en sag dat die meest alle aan de eene zijde bruyn waren,
+ende dat de ander zijde ofte de wederhelft
+<span class = "pagenum">49</span>
+<a name = "page49"> </a>
+<!--png 067-->
+geelachtig was. Doch als ik de geseide eyeren des anderen daags ’s
+morgens wederom besag, bevond ik dat de geelachtigheid meest weg was,
+ende dat maar een weinig plaats die couleur was behoudende: waar uyt ik
+een besluit maakte, dat dese eyeren niet lang uit de Kikvorschen geweest
+waren.</p>
+
+<p>Vorders nam ik verscheide eyeren uit de heldere lijmachtige stoffe,
+en ik bevond doorgaans dat dese lijmachtige stoffe, die haar noch in
+twee distincte rontten scheen te separeren, seer stark en taay was, soo
+dat die niet als met ontstukken-scheuringe van het rechte Ey en konde
+gescheiden worden; en als ik op het aldersachtst daar mede handelde, soo
+en behield het ey niet meer zijn rondigheid, maar het berstte en
+scheurde als noch van malkanderen. Ik hebbe van dese eyeren verscheide
+achter den anderen (als ik die van haar lijmachtige stoffe daar in
+deselve lagen, hadde ontbloot) geexamineert, ende gezien dat het dunne
+omwindsel meest bestond uit zwarte stipjens, over-een-komende met de
+knobbelagtige deelen die het zegreyn-leer heeft.</p>
+
+<p>Vorders bestont het ey, soo veel my bleek, uit een weinig (in ’t oog)
+waterige vogt, en een onbegrijpelyk groot getal van globulen; welke
+globulen yder weder bestond uit een groot getal van kleinder globulen,
+die yder in ’t midden een grooter globule hadde, soo dat yder eerste
+globule wel een ey, met een seer kleine doir verbeelde.</p>
+
+<p>De figuur van veele van dese eyeren veranderden van dag tot dag: want
+die wierden in plaats van rond, langachtig: daar wierden kleine staarten
+geformeert. Ook scheent my toe dat ik hoofden zag.</p>
+
+<p>Ik opende van dag tot dag veel van dese eyeren, ja selfs op den
+sevenden dag dat ik de eyeren in mijn huis hadde gehad, als wanneer
+eenige wormen of jonge Kikvorschen al soo verre gekomen waren, dat die
+zig beweegden. Maar al wat ik zag dat waren niet dan globulen, en schoon
+ik de jonge Kikvorsch-worm opende, op die tijd als hy uit zijn
+lijmachtige stoffe was gearbeid, en door het water swom, aan de welke
+ik, geheel zijnde, de rugge-graat ook konde bekennen, soo en konde ik
+deselve, ontstukken snijdende, geen ingewanden, veel min aderen of
+zenuwen bekennen.</p>
+
+<p>Het scheen my als doen noch toe dat het het gantsche ligchaam van dat
+Dier, uit geen andere deelen en was gemaakt dan uit globulen, en wel
+voornamentlijk de buik die geelachtig was, zijnde gemaakt uit dat
+gedeelte van het ey dat geel was gebleven, en nu
+<span class = "pagenum">50</span>
+<a name = "page50"> </a>
+<!--png 068-->
+tot de buik was geworden. Dit quam my vreemd voor, dat ik in soo een
+groot schepsel, dat ik voor mijn gezigt doode, geen vaten of zenuwen en
+konde bekennen.</p>
+
+<p>Na alle dese mijne Observatien die ik ontrent dese eyeren hebbe
+gedaan, konde ik geen ander besluit maken, als dat de lijmachtige stofte
+die om het ey leit, alleen geschapen is, om het inleggende ey te
+bewaren, ende te beschermen, even gelijk de schillen of schalen van de
+eyeren van het gevogelte, het wit en doir bewaren en beschermen.</p>
+
+<p>En gelijk wy zien dat het ey van een hoen of ander gevogelte gantsch
+over gaat tot het Kieken, uitgesonderd alleen de schors van het ey, en
+het vlies dat tegen de schors aan sit, en welke beide de binne-stoffe
+van het ey bewaard hebben, even soo, segge ik, gaat het gantsche ey tot
+de Kikvorsch over, ende de taye lijmachtige stoffe, die om het ey heeft
+geseten, die blijven in wesen. Soo dat ik van het Kikvorsch-ey kan
+seggen, het gene ik van de Vogel-eyeren gezeit hebbe; te weten, dat het
+gantsche Kikvorsch-ey alleen geschapen is, om het dierken uit het
+mannelijk zaad te voeden en groot te maken, tot dat het voor zig selven
+kan voedsel soeken.</p>
+
+<p>Als ik sag de menigvuldige lucht-bellekens die in dese lijmachtige
+stoffe waren, nam ik in gedagten, dat die alleen geschapen waren, om de
+eyeren als dese Kikvorschen in ’t water groente mogt ontbreeken, om de
+zelve daar aan te hegten, dat die dan door behulp van de lugtbellen, op
+de superfitie van het water soude konnen drijven, om de warmte van de
+lugt te hebben, ende daar door als uitgebroeid te werden.</p>
+
+<p>Ik heb dese jonge Worken, of Kikvorschen, jong zijnde, verscheyden
+malen geobserveert, en om dat ik wist dat de Heer <i>Doctor
+Swammerdam</i> daar van geschreven hadde, zyn Observatien nagezien, die
+in zyn uitlegginge pag. 35, onder andere dus spreekt.</p>
+
+<p><i>Het tweede getal verbeeld de manier op welke het Vorschen-jong,
+het genoemde teer en dunne vlies, waar in het op de wijse der
+bloedeloose dierkens, in de vierde ordre voorgesteld, verborgen is; komt
+af te stroopen. Soo dat het selve midden in zyn verwydert, ende in het
+ingedronge water, uytgedyde voedsel, als een swart en dik-hoofdig
+Wurmken sig vertoont. Dan ’t geen gemenelyk voor het hooft genomen werd,
+is het geheele lighaam te samen, als den onvergelykelyken Harveus seer
+wel aanteekent.</i></p>
+
+<p><span class = "pagenum">51</span>
+<a name = "page51"> </a>
+<!--png 069-->
+Dat nu <i>Harveus</i> of <i>Swammerdam</i> aan de jonge Kikvorsen soo
+als hy van het ey tot een worm is geworden, geen hooft en heeft gezien,
+sal apparent zyn, om dat zy deselvige niet door het vergrootglas
+geobserveert hebben.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/leeuwen/fig1.jpg" width = "64" height = "56"
+alt = "Figure 1">
+</span>
+Fig. 1 werd het ey van een Kikvors of work vertoont, soo als het in zyn
+omleggende tay en slijmerige vogt leyt, en wanneer het soo verre
+toegenomen is, dat het zig beweegt, soo is de staart van het Dierken
+noch in de vocht wat krom gebogen.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/leeuwen/fig2.jpg" width = "69" height = "45"
+alt = "Figure 2">
+</span>
+Fig. 2 vertoont de grootte van het Dierken, soo als het zyn volkome
+grootte uit het ey heeft ontfangen, ende soo verre gekomen was, dat het
+selvige door het water konde swemmen, het welke by my daar uytgenomen
+zijnde; op een glas was geleyd, ende also was gestorven, ende
+gedroogt.</p>
+
+<p>Fig. 3 A B C D E F. vertoont het zelvige Dierke, soo het den
+Teykenaar door het Vergroot-glas heeft gesien, aan het welke men hier
+distinct het hoofd van het verdere lichamen kan onderscheiden, als hier
+met A&nbsp;B&nbsp;F. werd aangewesen.</p>
+
+<p>F E. is de buik van het Dierken, die geelachtig is, gelijk ik hier
+vooren geseid hebbe, dat yder ey een geelagtig stipje behoud, welk
+stipje de buik van het Dierken werd. Doch dese buik en is soo niet
+geteikent, als die sig quam te vertoonen, want die was soo geborsten en
+van een gescheurd, dat die niet dan uit groote globulen en scheen te
+bestaan.</p>
+
+<p>Met C D E. werd aangewesen de staart van het Dierken, Waar in men
+seer naakt de graat konde bekennen, die hier ook soo verre is
+afgeteikent als den Teikenaar die konde zien, en schoon ik veel maal de
+staart van dese Dierkens, daar de graat haar in vertoonde van
+malkanderen separeerde, soo konde ik egter aldaar dan geen andere deelen
+bekennen dan globulen.</p>
+
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/leeuwen/fig3.jpg" width = "506" height = "142"
+alt = "Figure 3">
+</p>
+
+<p>Dese Dierkens of Vorschen-wormen, maken een seer starke beweginge met
+haar staart, als sy voortswemmen, en soo ras als de beweginge van haar
+staart komt op te houden, soo sinken sy schielijk na de grond, waar uyt
+dan blijkt, dat sy veel stof-swaarder zijn, dan het water selfs is. Doch
+dese Dierkens is wederom ingeschapen, dat sy haar met haar hoofd (noch
+klein zynde) aan een glas konnen vast hechten, soo dat sy aan alle
+dingen die in ’t water zyn, konnen vast blijven, en alsoo rusten, sonder
+dat hare lichamen op de grond komen te leggen.</p>
+
+<p><span class = "pagenum">52</span>
+<a name = "page52"> </a>
+<!--png 070-->
+Vorders heb ik een Kikvorsch-worm, soo als die in ’t water leefde, en
+sich aan het glas hadde vast gehegt, voor het vergrootglas gestelt, ende
+deselvige alsoo den Teykenaar in de hand gegeven, om af te teikenen het
+gene hy quam te zien.</p>
+
+<p>Fig. 4. G H I K L M N O P Q R&nbsp;S. vertoont de Kikvors-worm, soo
+als hy levent in ’t water aan het glas sig hadde vast gehegt, en met de
+buik na het gesigt toe geplaatst was, en welke Worm maar eenige uren
+daar te vooren uyt sijn slym, daar in hy hadde gelegen, was uyt
+geswommen.</p>
+
+<p>Met L M N O P. werd aangewesen het hooft. Ende met H&nbsp;I R&nbsp;S.
+werd aangewesen, de buik; ende met G&nbsp;H&nbsp;S. de staart. Bovenop
+het hooft van dit Dierken vertoont sig een gedeelte van de huyt, die
+haar dikte boven de andere huyt is uytstekende, soo dat ik hier gedagten
+hadde of dit niet een gedeelte van de huyt was, waar mede het gantsche
+Lighaam van het Dierke op nieuw soude bekleet werden, als hier met
+M&nbsp;N&nbsp;O. werd aangewesen.</p>
+
+<p>Met T. werd aangewesen de mont, die ik niet en hebbe konnen sien, dat
+het Dierke, dus jonge sijnde, beweegde. V&nbsp;V. sijn twee bruyne
+plekken op het hoofd van het Dierke die in dit seer rond waren (daar
+deselve in andere Dierkens op verre na die ronte niet en hadde) en by
+eenige wel voor de oogen souden aangesien worden. Dog de oogen en konnen
+in soodanigen gedaante niet gesien werden, om dat die dus van ons gesigt
+afstaan. I&nbsp;K&nbsp;L. ende P&nbsp;Q&nbsp;R. sijn ses doorschijnende
+uythangende deelen, die aan yder sijde van het hoofd drie sijn.</p>
+
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/leeuwen/fig4.jpg" width = "488" height = "124"
+alt = "Figure 4">
+</p>
+
+<p>Dese deelen sijn alleen de oorsaak dat ik de Kikvors-worm hebbe laten
+afteykenen: want in yder van dese deelen sag ik met een groot vermaak
+seer distinct de ommeloop van het bloet, het welke uyt die deelen die
+naast het lighaam lagen wierd voortgestooten na de buytenste sijde van
+de selve, en volbrengende alsoo een continuële seer schielijke
+omloopinge. Deze omloopinge en hadde geen egale beweginge, maar die
+wierd in seer korten tijd, ende dat continueel, op nieuw met een seer
+schielijke voortstootinge te weeg gebragt; en eer dat dese seer
+schielijke voortstootinge geschiede, souden wy (by aldien wy geen
+continuële verheffinge in de loop hadden gesien) geoordeelt hebben,
+datter een stilstant van loop op soude gevolgt hebben; dog de loop van
+’t bloet en begonde niet te vertragen, of daar quam op nieuw
+<span class = "pagenum">53</span>
+<a name = "page53"> </a>
+<!--png 071-->
+weder een seer schielijke verheffinge van een voortstootinge: soo datter
+in ’t bloet van dit Dier, een continuele voortlopinge geschiede: en als
+ik met een naeuwkeurige opmerkinge de korten tijd waar in yder
+voortstootinge op nieuw geschiede, tragte af te meten; moet ik seggen;
+dat een vaardige mond, soo ras geen hondert soude tellen, of daar
+geschiede in dese bloet-vaaten wel hondert schielijke voortstootinge van
+bloet. Hier uyt stelde ik vast, dat soo menigmaal als dese seer
+schielijke voortstootinge wierd te wege gebragt, dat soo menigmaal het
+bloet uyt het Hert wierd gestooten. Ja ik sag deze beweginge soo net
+(dat alle de voortstootinge van het bloed uyt het Hert, ende de overgang
+van de Arterien, daar die in malkanderen vereenigen, tot inde Vena)
+geschieden, als ik, of ymand anders, sig eenigsins soude konnen
+imagineren.</p>
+
+<p>Dit gesigt, tot mijn over groot vermaak veelmaal hebbende beschoud,
+wilde ik niet verbergen; maar hebbe het selve aan vijf voorname Heeren
+vertoont; die my verklaarden noyt iets van my gesien te hebben, dat soo
+waardig was geweest te aanschouwen. Ik moet hier nog byvoegen, dat soo
+dit bloet een egale dunne vogt hadde geweest, wy het selvige onmogelijk
+souden hebben konnen bekennen: maar nu het bloet bestond uyt een seer
+heldere vogt, vermengt soo het in ’t oog scheen met kleinder en grooter
+globulen, die, al-hoe-wel geen couleur en hadden, egter seer klaar
+konden gesien werden, soo was de bekentenisse van den ommeloop soo veel
+te naakter.</p>
+
+<p>Als dese Worm-kikvorschen eenige dagen out waaren geworden, soo en
+konde ik geen van alle dese ses uythangende deelen (daar in yder van
+deselve de ommeloop van ’t bloet geschiede) meer sien, maar als dan
+scheen het my toe dat die met een huyt waren overtrokken.</p>
+
+<p>Ik konde ook als doen aan yder sijde van het hoofd, wel soo een seer
+schielijke beweginge (als hier vooren is geseit) sien, maar ik konde
+geen ommeloop van het bloet gewaar werden. So dat ik als doen ook geen
+hoofd van het lighaam meer en konde onderscheiden, want dat scheen aan
+malkanderen te sijn vereenigt. Wanneer dese Worm-kikvorschen, omtrent
+agt a thien dagen out waren, en omtrent tweemaal in groote waren
+toegenomen, soo sag ik dat haar mond met op en toedoen, so een
+schielijke continueele beweginge hadde, als ik hier vooren geseit hebbe
+van de beweginge
+<span class = "pagenum">54</span>
+<a name = "page54"> </a>
+<!--png 072-->
+van het bloet: en als doen waren de tanden boven en onder in de mond
+sodanig uytgewassen, dat ik die perfect konde sien: Dese tanden waren in
+soo groote menigte, en stonden in sodanigen ordre, als een rije tanden
+staan, in de mond van een vis die wy een zeehaye noemen.</p>
+
+<p>Met dese mijne observatien heb ik my niet vergenoegt gehouden, maar
+ik hebbe alle mijne kragten ingespannen, omme de geseide ommeloop des
+bloets te vervolgen, en hebbe dese Wormkikvorssen, agt a thien dagen out
+sijnde, op alle bedenkelyke manieren geobserveert, en hebbe van binnen
+in ’t lighaam sien bewegen een klein deeltje, dat ik my imagineerde het
+hert te sijn, als wanneer ook de stoffe die in het selvige was, en daar
+uyt wierd voortgestoten, al een roode couleur begonde aan te nemen. Dit
+deel, dat ik voor het hert aan sag, hadde zoodanige schielijke beweginge
+als ik geseit hebbe dat inde bloet-aderen geschiede. Voorts soo dikmaal
+als ik sag dat dit gepresumeerde hert, sig beweegde, soo menigmaal
+wierden ook de oogen van het Dier een weinig bewogen: soo dat ik my
+inbeelde dat de beweginge van de oogen alleen van de beweginge van het
+hert en mond afhingen. Welke oogen, soo in uytpuylende ronte, als in
+swartigheid in ’t midden, my ook soo naakt voor quamen, als eenige oogen
+van een klein Dier, ons aan het bloote oog konnen vertoonen.</p>
+
+<p>Wanneer ik de buyk van soodanigen Dier als dan quam te openen, sag ik
+dat de darmen gevolt waren met een bruynagtige stoffe, ende dat die in
+een ronte lagen geschikt.</p>
+
+<p>
+Als ik quam tot het examineren van de staart van dese kleine Worm, soo
+overtrof dat vermakelyk gesigt alle de beschouwingen, die myn oogen van
+haar leven hadden gesien; want hier ontdekten ik meer dan vijftig
+ommelopen van bloet, op bysondere plaatsen, als ik het dierken maar tot
+myn genoegen in ’t water levende, en stil leggende, voor het
+vergroot-glas konde brengen. Want ik sag niet alleen dat het bloet op
+veel plaatsen door seer dunne vaatjens uyt het midden van de staart
+wierd gevoert na de buytekant van de selve; maar dat yder soodanig
+bloet-vat, sig met een kromte boog, en het bloet weder voerde na het
+binnenste of dikste van de staart, om het selvige weder soo na het hert
+te voeren. Soo dat my hier bleek dat de bloet-vaten die wy in dit Dier
+sien, en de Arterien en Venae noemen; maar een ende de selve bloet-vaten
+<span class = "pagenum">55</span>
+<a name = "page55"> </a>
+<!--png 073-->
+sijn; alleen, datse soo lang Arterien konnen genaamt werden, als sy het
+bloet tot in de uyterste deelen van de kleyne vaten voeren; ende Venae,
+als de selve het bloet weder voeren na het Hert.
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/leeuwen/fig5.jpg" width = "68" height = "123"
+alt = "Figure 5">
+</span>
+Als by exempel, ik sie veel bloed-vaatjens in de staart van de
+Kikvorsworm, die haar loop hebben als Fig.&nbsp;5. A&nbsp;B&nbsp;C. waar
+van A. en C. na de graat van de staart sig strekken, of geplaatst leit;
+ende B. leit gestrekt na de uyterste deelen van de staart. A&nbsp;B.
+voert het bloed van het hert af; ende B&nbsp;C. voert het bloet weder na
+het hert toe: en dus konnen wy seggen, dat het bloet-vat
+A&nbsp;B&nbsp;C. een Arterie ende een Vena is, want wy konnen dit
+geseide bloet-vat niet verder een Arterie noemen, als soo verre als hy
+het bloet weg stoot, of op het verste in de selve voert, dat is hier van
+A. tot B; ende wy konnen of moeten B&nbsp;C. een Vena noemen, om dat het
+bloet van B. tot C. weder na het Hert gevoert werd. Ende dus blijkt het
+ons hier dat Arterie ende Vena een ende deselvige continuële vaten
+zijn.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/leeuwen/fig6a.jpg" width = "186" height = "166"
+alt = "Figure 6A">
+</span>
+Daar ik de ommeloop van het bloet in de Aderen dus quam te sien, waren
+de Aderen, niet wyder, als dat een enkel deeltjen bloed (dat in dit
+gesigt globulen schenen, daar het nogtans platte ovale deeltjens sijn,
+als voor desen geseit) daar sonder hinder door konde passeren. Dog op
+een ander tijd sag ik dat de deeltjens bloet om de dunte van de
+Bloet-ader, in een lang rond veranderde: en wanneer ik het Dierke buyten
+het water bragt, en soo verre quam dat het begonde te sterven, sag ik
+dat het bloet inde dunste Arterien, somtijds stil bleef staan; en als in
+de selve Ader het bloet op nieuw wierd voortgestoten, sag ik dan dat
+verscheide deeltjens bloet, wel tweemaal soo lang wierden uytgerekt, als
+de breette van soodanig deeltjen, ende dat die dan aan beide de eynden
+spits schenen. Op een ander plaats sag ik dat het bloedt sig uit een
+dikker Arterie in twe takken verdeelde: als by voorbeeld: Ik sag de
+Arterie Fig.&nbsp;6A. D&nbsp;E. die sig in twee takken verspreide, als
+in E. en yder van dese takken, boog in de ronte met een bogt; als met
+E&nbsp;F. en E&nbsp;G. werd aangewesen. Soo wy nu stellen dat
+D&nbsp;E&nbsp;F. ende D&nbsp;E&nbsp;G. Arterien sijn, om dat die het
+bloet van het Hert afvoeren, so moet volgen, dat F&nbsp;H. en
+G&nbsp;I&nbsp;K. Venae sijn, om dat die beyde het bloet na het Hert
+voeren.</p>
+
+<p>Nu heb ik ook te gelyk gesien, dat een weinig van K. een andere
+kleynder of dunder Arterie lag, die met M&nbsp;L. werd aangewesen.
+<span class = "pagenum">56</span>
+<a name = "page56"> </a>
+<!--png 074-->
+Dese laatste Arterie vereenigde in de Vena I&nbsp;K. soo dat de Arterien
+D&nbsp;E&nbsp;G. ende M&nbsp;L. beyde te samen vereenigde in de Vena
+I&nbsp;K. In somma in de Fig.&nbsp;6A. is H&nbsp;F. een Vena.
+D&nbsp;E&nbsp;F. ende D&nbsp;E&nbsp;G. sijn Arterien. G&nbsp;I&nbsp;K.
+ende K&nbsp;I&nbsp;L. sijn Venae, ende M&nbsp;L. is een Arterie, en
+nogtans konnen wy seggen, dat het een continuëel vat&nbsp;is.</p>
+
+<p>Op een andere plaats heb ik gesien dat drie van de dunste Arterien,
+die yder met een bogt omlopende, alle drie op een punct weder te samen
+quamen, ende aldaar een bloet-vat of Vena uit maakten: en by gevolg was
+dit bloet-vat soo wyt als van de drie geseide Arterien. Dese drie
+distincte vaten nu met haar rondagtigen ommetrek, waar in de circulatie
+geschiede, en besloegen geen meer plaats, of een sant grootte soude de
+selve konnen bedekt hebben.</p>
+
+<p>Ook is my verscheide malen voorgekomen, dat een Arterie dwars of
+kruyselings over een Vena quam te loopen, ten ware men yder sijn
+bysondere loop niet distinct hadde konnen onderscheiden, soo souden
+veele wel geoordeelt hebben, dat de circulatie aldaar wierd te wege
+gebragt, ende dit sag ik niet alleen in de alderkleinste vaten, maar in
+vaten die wel tienmaal dikker waren als daar de ommeloop geschiede.</p>
+
+<p>Dese overdwars lopende bloet-vaten, sijn my voor desen veel te vooren
+gekomen, als ik in andere Dieren de vereeningen van de Arterien en Venae
+tragte te ontdekken; dog alsoo het by my vast stond dat de ommeloop van
+het bloet, niet in de vaten die groot waren, moste geschieden; maar in
+de kleinste of dunste bloetvaten: want soo sulx anders was, so stel ik
+vast dat alle de delen van het lighaam niet gevoet soude konnen werden.
+En also voor my die ontdekkingen onnaspeurelyk scheenen, soo heb ik
+sedert eenige jaren myne ondersoekingen daar ontrent gestaakt. Soo wy
+dan nu seer naakt voor onse oogen sien dat het overgaan van het bloet
+uyt de Arterien in de Venae, in de Kikvors-worm, in geen andere
+bloet-vaten geschiet, als in soodanige die soo dun sijn, dat maar een
+enkel deeltje bloet te gelijk kan doorgestoten werden; soo konnen wy nu
+wel vaststellen, dat het selve in onse lighamen, en in alle Dieren op
+soodanigen manier werd te weeg gebragt. En dit soo sijnde, soo is ons
+onmogelyk den overgang van het bloet uyt de Arterien inde Venae, in ons
+lighaam of andere dieren te ontdekken; eensdeels, om dat wanneer een
+enkel globule bloet
+<span class = "pagenum">57</span>
+<a name = "page57"> </a>
+<!--png 075-->
+in een aderke leggende, geen couleur en heeft: ende ten anderen, om dat
+het bloet in de bloet-vaten, als wy dat ondersoek doen, stil staat.</p>
+
+<p>Ik hebbe voor desen geseit, dat de delen of globulen van het bloet,
+die het selvige root maken, soo klein syn, dat thien hondert duysent
+deelen of globulen, soo groot niet en sijn, als een grof sand is: en
+over sulks konnen wy ons wel inbeelden, de hoekleinheid van de
+bloetvaten waar in den ommeloop geschiet.</p>
+
+<p>Dese verhaalde observatien en heb ik niet eenmaal gesien, maar die
+tot myn overgroot vermaak verscheide malen hervat, ende dat t’elkens in
+bysondere Wormen, ende by na doorgaans een ende deselve uytkomst gehad.
+Dog het gene ook aanmerkenswaardig was, dat was, dat in dese geseide
+seer kleyne vaaten, die op het verst van het Hert geplaatst lagen, als
+hier in ’t eynde van de staart, dat daar op verre na soo een schielyke
+en harde voortstotinge niet geschiede, als wel in de vaten naast het
+Hert gelegen. Dog alhoewel de continueele loop hier mede distinct te
+bekennen was, soo konde men egter seer klaar sien dat ’er by yder
+voortstotinge van het Hert, een weinig rasser loop geschiede.</p>
+
+<p>Wanneer ik myn oog liet gaan in de lengte en op het dikste van de
+staart, soo konde ik seer klaar bekennen dat aan yder syde van het
+staart-been, of graat, een groote Arterie was, daar door ’t bloet na ’t
+eynde of lengte van de staart wierde gevoert, en sig in die lengte in
+verscheide kleyne takken verspreide.</p>
+
+<p>Als ik een weinig ter sijden van dese Arterien na de buytekant van de
+staart af sag, ontdekten ik aldaar twee groote Vena, die het bloet weder
+opwaarts na het Hert voerden; ende daar benevens sag ik dat in dese
+groote Vena uyt verscheide kleyne Venae het bloet wierd ingestort. In ’t
+kort, ik sag hier myn volkome vergenoeginge ontrent den ommeloop van het
+bloet, alsoo my in ’t minste niets voorquam waar aan ik behoefde te
+twijfelen. Ja ik sag dat in het kleyn gedeelte van de staart, het bloet
+der Aderen meer dan in vyf-en-twintig distincte Aders circuleerde. Boven
+de geseide Aderen ontdekte ik nog in de staart een onbegrypelyk getal
+van andere Aderen met haar takken, die sig eyndelyk in soodanige kleyne
+takken verdeelde, dat die het gesigt ontweeken. Dese Aderen quamen mede
+voort uyt het dikste van de staart, en hoe nauwkeurig ik ook toesag, soo
+en konde ik egter geen de minste loop
+<span class = "pagenum">58</span>
+<a name = "page58"> </a>
+<!--png 076-->
+inde selvige ontdekken, schoon dese vaten veel dikker waren, als daar ik
+den ommeloop van het bloet in sag. Waar uyt ik in gedagten nam, of alle
+dese vaten niet wel senuwen mogten zyn.</p>
+
+<p>Ik en hebbe dit gesigt mede voor my alleen niet willen behouden, maar
+dat selvige aan twee voorname geleerde Heeren laten sien; niet alleen
+dat ik haar toonde dat het bloet uyt de groote Arterie, na het eynde van
+de staart wierd gevoert, ende dat daar benevens weder een grote Vena
+lag, die het bloet continueel na het Hert voerde; maar ik liet haar op
+verscheide plaatsen sien, hoe het bloet in de kleinste vaten na de
+buytenkant van de staart wierd gevoert, ende van daar door de geseide
+Aderen weder te rugge quam, en gevoert wierde na het binnenste van de
+staart.</p>
+
+<p>Vorders heb ik de jonge Kikvorssen op die tyd als sy van een worm,
+tot een Kikvors waren geworden, en soo verre waren gekomen, dat sy door
+de velden sprongen, geobserveert, ende in deselve mede ontdekt, een
+overgroot getal van kleyne bloet-vaten, die continueel door kromme
+bogten ommelopende, die vaten maakten, die wy Arterien en Venae noemen:
+sulks dat my hier mede seer klaar bleek dat de Arterien en Venae, een
+ende deselve doorgaande bloetvaten waren. Dog alderklaarst, ende
+aldermeest, quamen my die te vooren, op het eynde van de uytstekende
+delen van de poten, die wy wel vingers mogen noemen. Welke delen de
+kikvors aan yder voorste poot vier heeft, ende aan yder
+agter-poot&nbsp;vyf.</p>
+
+<p>Dese bloet-vaten die wy den naam van Arterien en Venae geven (daar
+het nogtans een ende deselve bloet-vaten sijn) waren op het eynde van
+dese vingers in een seer groote menigte, en yder hadde een ronde bogt,
+waar door men den bysonderen loop van yder vat onmogelyk konde navolgen.
+Alle dese vaten waren so kleyn of dun dat’er niet meer dan een deeltje
+bloet te gelyk door konde passeren. Dog wanneer ik dese vingers ontrent
+het eerste of tweede lid examineerde, daar vonde ik de bloet-vaten, die
+wy Arterien en Venae noemen, grooter, ja soodanig dat het bloet in die
+vaten al een rode couleur hadde.</p>
+
+<p>Dese jonge Kikvorssen, en heb ik niet by stukken geexamineert; maar
+die in haar geheel voor het vergroot-glas gestelt, ende sijn my de
+geseide bloet-vaten te voren gekomen, soo als ik die nu hebbe
+beschreven. Dese doorloop ofte ommeloop van het bloet heb ik soo aan
+twee voorname Heeren laten sien, die de selvige
+<span class = "pagenum">59</span>
+<a name = "page59"> </a>
+<!--png 077-->
+niet dan met groote verwondering beschoude. En voornamentlyk, als sy de
+delen van het bloet, die het selvige root maken, in soodanige dunne
+vaatjens (met groote snelheit sagen loopen) dat’er maar enkelde
+deeltjens bloet agter den anderen door konden passeren.</p>
+
+<p>Vorders heb ik laten vangen van de grootste slag van Kikvorssen, die
+wy Worken noemen. Dese heb ik mede in haar geheel gelaten, ende in
+deselve (met de vingers voor het vergroot-glas gebragt hebbende) heb ik
+mede de ommeloop van het bloet gesien; dog seer beswaarlyk: en ten ware
+ik die eerst in de jonge Kikvors hadde ontdekt, het soude my onmogelyk
+geweest hebben, dat ik de loop van het bloet, in de kleynste vaten soude
+hebben konnen zien.</p>
+
+<p>Dog wanneer ik dese groote Kikvorssen op andere deelen van het
+lighaam beschoude, heb ik in de selve seer distinct de ommeloop van ’t
+bloed konnen zien.</p>
+
+<p>Ik hebbe onder andere eens gesien, dat het bloet in een Arterie (die
+soo groot of wyt was dat’er drie deeltjens bloet te gelyk door konden
+passeren) te rugge, of contrarie syn eerste loop quam te lopen; dog dese
+te rugge loop en duurde niet langer, dan dat wy het getal van vier
+souden konnen tellen ende na die tyd liep het bloet weder zyn ordinairen
+en voorgaanden loop.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/leeuwen/fig6b.jpg" width = "178" height = "195"
+alt = "Figure 6B">
+</span>
+Als by exempel het bloet sag ik loopen in een groote Arterie als by
+Fig.&nbsp;6B. N&nbsp;R O&nbsp;P. en gevoert van N. na O. uyt dese
+Arterie quam een tak of kleine Arterie als hier boven verhaalt is. Nu
+geschiede het voor myn gesigt, dat het bloet in de Arterie P&nbsp;Q.
+niet alleen schielyk in sijn loop quam op te houden, maar het quam ook
+van Q. na P. te rug loopen, en storte het bloed in de Arterie N&nbsp;R
+O&nbsp;P. De oorsaak hier van beelde ik my in, kan geweest zijn, of dat
+het bloet in de kleinste Arterien P&nbsp;Q. of in de kleindere takken,
+waar in deselve P&nbsp;Q. is verdeelt, door een kleyne verstoppinge, is
+tegen gehouden geworden: of dat de muscul of zenuwe, naast dese kleyne
+vaatjens gelegen, deselvige so geparst of gedrukt hebben, dat de loop
+daar door is verhindert geworden: waar door niet alleen een stilstant
+van loop, maar ook een te rugge loop van het bloet in de groote Arterie
+die daar digte by was, veroorsaakt is geworden. Want na het passeren van
+de geseide korte tyd, nam het bloet weder sijn voorgaande vaardige
+loop.</p>
+
+<p>Op een andere plaats heb ik gesien dat den loop van het bloet in
+diergelijke Arterie, in korten tijd seer vertraagde, ende dat daar
+<span class = "pagenum">60</span>
+<a name = "page60"> </a>
+<!--png 078-->
+op wederom in de selvige Arterie, een schielijke voortstootinge volgde;
+doch kort op die voortstootinge volgde wel weder een trager loop; ook
+wel een seer korte stilstand. Dese voortstotinge en vertraginge van
+loop, geschiede wel vijf à sesmaal agter den anderen, ende daar op
+volgde weder een continuële vaardige voortgang, ende dit alles geschiede
+in soodanigen korten tyd, dat men geen tien woorden souden konnen
+gesproken hebben.</p>
+
+<p>Ik hebbe verscheide maal de Kikvors-wormen uit de water-gragt laten
+opvangen, en onder dit vangen waren drie à vier seer kleyne Visjens, die
+een weinig langer waren als de Kikvors-worm is, als deselve van een Ey
+tot een Worm is geworden. De huit van dese visjens was met swarte
+stipjens beset, welke eenige ook verbeelden sterrekens.</p>
+
+<p>Ik oordeelde dat dese visjens niet groot wierden, om dat ik noit
+zoodanige maaksels gelyk my die door het microscope voor quamen, met het
+bloote oog gesien hadden. Ik heb in ’t eerst een van dese Visjens
+geobserveert, maar daar inne als doen niet konnen sien het geene
+noterens waardig was.</p>
+
+<p>Dese Visjens hebbe ik na dat die ontrent veertien dagen op myn
+Comptoir onder de kikvors-wormen in ’t leven gebleven, (ende in die tyd
+al in grootte waren toegenomen) weder op nieuw geobserveert, omme was
+het mogelijk de circulatie ende het overgaan van het bloet uit de
+Arterien in de Venae in de selvige mede te sien, en hebbe eindelijk in
+de staart digte by de uyterste staartvinne, een groot bloet-vat, dat een
+Arterie was, het bloet sien voeren na het einde van de staart, ende
+digte by dat bloet-vat, lag weder een groote Vena, waar in het Bloed
+weder na het hert wierde gevoert, welke beyde bloet-vaten in de lengte
+van de staart lagen gestrekt.</p>
+
+<p>Als ik myn oog liet gaan op de staart-vin, die het uiterste van de
+staart uitmaakt, soo konde ik aldaar mede seer klaar sien, dat aan ieder
+sijde van die beentjens (die de stijfte aan de staart-vinne geven) een
+seer dunne Arterie en Vena liepen, want ik konde seer klaar ieders loop
+bekennen, dog beswaarder als in de Kikvors-Worm: eensdeels om dat dit
+visje met desselfs staart weinig stil lag; ende ten anderen, om dat de
+deeltjens bloet (die ik in dese observatien niet anders als voor globule
+konde aansien) veel kleynder waren als in de Kikvors-worm. Dese laatste
+bloet-vaatjens
+<span class = "pagenum">61</span>
+<a name = "page61"> </a>
+<!--png 079-->
+waren ook soo klein, dat maar een enkel deeltje bloet daar door konde
+passeren, en ten ware dese geseide delen bloet, niet uit de dunne vogt,
+daar in die als drijven, (die by eenige de weyagtige stoffe van het
+bloet genaamt werd) uitstaken, wy souden geensins de loop van het bloet
+konnen ontdekken.</p>
+
+<p>Alhoewel ik de loop van het bloet soo in de Arterien als Venae, seer
+distinct konde sien, soo was het egter my onmogelijk, hoe naauw ik
+toesag, de plaatsen of eynden van de Arterien ende het begin van de
+Venae te sien. Dog als ik naderhand met het eenigste of laatste Visje
+dat ik nog behouden hadde, op een ander manier als met de voorgaande
+quam te handelen; sag ik tot myn overgroot genoegen, seer naakt, niet
+alleen op een, maar doorgaans op verscheide plaatsen, de circulatie van
+het bloet: want aan yder sijde van de hier vooren verhaalde beentjens
+(die de starkte aan de vinnen geven) liep yder Arterie met een klein
+bogtje om, en maakten aldaar het begin van de Vena.</p>
+
+<p>Wanneer ik quam te sien op de staart van het visje, alwaar de
+staart-vinne haar begin neemt, daar sag ik met groote verwondering, hoe
+dat de groote Arterie sig aldaar, in de geseide seer dunne vaatjens of
+Arterien, verspreide, en hoe dat vele van de dunne Venae van de
+staart-vinne hier digte by, weder in de groote Venae te samen quamen
+loopen. In ’t kort, hier was sulken beweginge van het bloet, dat uyt de
+dikke Arterie na het uyterste eynde van de staart, en staart-vinne
+vloeide, of gestoten wierde, ende het geene uyt veel kleine Venae, na de
+groote Vena weder te rug quam, dat het onbegrijpelyk was.</p>
+
+<p>Wanneer ik myn oog liet gaan op beyde de buytenste kanten van de
+staart, daar de korte beentjens van de staart-vinne haar begin nemen,
+daar sag ik dat veel van de kleinste Venae te samen liepen of
+vereenigden, en maakten aldaar een grooter Vena uyt. Dog dit seer
+aangenaam gesigt en duurde niet lang, want ik hadde het Visje uit het
+water genomen, en alsoo schielyk voor myn gesigt gebragt, en in sulken
+geval vertraagde de loop van het bloet in de uiterste deelen van het
+lighaam, minder als in een menuit tijds.</p>
+
+<p>Na die tijd heb ik selfs van die soort van Visjens gaan vangen, om
+dat ik met dit schoon gesigt van een Visje niet vergenoegt en was, en
+hebbe doorgaans een ende deselve uitkomst gehad.</p>
+
+<p>Vorders heb ik waargenomen dat de groote Arterie (waar uit
+<span class = "pagenum">62</span>
+<a name = "page62"> </a>
+<!--png 080-->
+veele kleine Arterien haar oorspronk hadden) ende de groote Vena, (waar
+in het bloet uyt veele kleine Venae wierd ingestort) digte of nevens den
+anderen in de lengte van de Vis geplaatst lagen; digt aan het
+graat-beentje van de Vis; te weten, niet na de bovenste ofte rugge sijde
+van het graat-beentje, maar na het onderste gedeelte van het
+graat-beentje, sonder dat ik na de rugge sijde van het graat-been, geen
+het minste groot bloet-vat konde ontdekken. In de geseide groote Arterie
+konde ik doorgaans op nieuw de voortstootinge of verheffinge van een
+rasser loop, die het bloet van het Hert ontfangt, bekennen: dog in de
+alder-dunste Arterien, en konde ik in de loop van het bloet geen
+veranderinge gewaar werden, want daar was de loop seer egaal. En gelyk
+ik geseit hebbe dat in de dunste vaten geen couleur en was, soo konde ik
+egter klaar bekennen, dat in de groote Arterie en Vena [die seer na aan
+het eynde van de staart lagen] het bloet root was.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/leeuwen/fig7.jpg" width = "110" height = "38"
+alt = "Figure 7">
+</span>
+Omme nu de hoegrootheid van het geseide Visje daar in ik de circulatie
+van het bloet mede hebbe ontdekt, heb ik het selvige laten afteikenen,
+soo groot als het ons in het bloote oog te vooren komt, als hier met
+Fig.&nbsp;7 is afgeteikent.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/leeuwen/fig8.jpg" width = "112" height = "36"
+alt = "Figure 8">
+</span>
+Fig. 8. Vertoont mede de hoegrootheid van zoo een Visje dat ik op nieuw
+hadde wesen vangen, dog de meeste waren kleinder, en onder agt à thien
+had ik’er maar een dat wat grooter was.</p>
+
+<p>Ik hebbe een Visje voor het vergroot glas gestelt, ende geordonneert
+dat den Teikenaar alles soude teikenen dat hy quam te sien; het welke
+hier met Fig.&nbsp;9. A&nbsp;B C D E F G H I K L M&nbsp;N. is
+aangewesen.</p>
+
+<p class = "illustration">
+<a href = "images/leeuwen/foldout.jpg">
+<img src = "images/leeuwen/fig9thumb.jpg" width = "565" height = "112"
+alt = "Figure 9"></a>
+</p>
+
+<p>B C. verbeelt het oog van de Vis, dat my soo groot en volmaakt
+doorgaans voorquam, als of wy met ons bloote oog een schelvisoog
+beschouden. Dog alsoo het Visje meer dan een gansche dag hadde doot
+geweest, ende in die tyd het hooft, ende oog, meer als de andere deelen
+van het lighaam was ingedroogt, heeft het den Teikenaar niet beter
+konnen sien.</p>
+
+<p>Tusschen C D. waren op de rugge verscheide korte uytstekende
+deelen.</p>
+
+<p>D E. is een vinne digte by de staart gelegen.</p>
+
+<p><ins class = "correction" title = "text: ’T G H’">F G H</ins> I K. is
+de staart-vinne waar in men telt seventien beentjens, daar van der drie
+met G&nbsp;H&nbsp;I. werden aangewesen. Dese beentjens die de styfte of
+starkte aan de staart-vinne geven, waren
+<span class = "pagenum">63</span>
+<a name = "page63"> </a>
+<!--png 081-->
+met ledekens verzien, en ik sag ook dat die uyt lange deeltjens [dat na
+alle aparentie holle pypjens sijn] waren te samen gestelt.</p>
+
+<p>Ik konde ook te gelyk sien, dat het vlies of vel, dat dese beentjes
+overdekten, en het meerendeel van de staart-vinne uytmaakten, mede uyt
+lange deelen was te samen gestelt, dog alle dese deelen en heeft den
+Teikenaar niet konnen sien, om dat deselvige met het sterven van het
+Visje, het gesigt ontweken waren.</p>
+
+<p>L M. is mede een vinne digte by de staart aan het onderste deel van
+het lighaam.</p>
+
+<p>N A. is de mond die in ’t droogen seer wyd is open gebleven, daar het
+Visje anders, wanneer het leeft, continueel de mond, ende dat seer ras
+agter den anderen, maar een weinig op en toe doet.</p>
+
+<p>Ik hebbe hier vooren geseit, hoe dat ik aan yder sijde van het
+beentje, dat voor een gedeelte de staartvinne uytmaakt, seer klaar de
+Circulatie van het bloet konde bekennen; soo dat tusschen yder beentje
+twee distincte ommegangen geschieden. Sulx dat dan in de vinne van de
+staart geschiede vierendertig bysondere ommegangen, dat is, daar waren
+in de vinne van de staart van soo een kleyn Visje, agtensestig
+bloet-vaten, te weten vierendertig Arterien, en gelyk getal van venae,
+ende dat behalven de bloet-vaten die nog in ’t kortste van de selve
+vinne mogten leggen, als ontrent F. of K. daar op ik geen agtinge en
+hebbe gegeven.</p>
+
+<p>Omme nu de circulatie die in de staart-vinne geschiede beter aan te
+wysen, heb ik een gedeelte van een vin-beentje grooter laten afteikenen,
+als hier met Fig.&nbsp;10. O P Q&nbsp;R. werd aangewesen.</p>
+
+<p>Aan welk been seer digt aan yder sijde heen loopt een Arterie die
+hier beyde werden aangewesen met S&nbsp;T. ende W&nbsp;X. in welke
+bloed-vaten ik hebbe laten teykenen die deeltjens bloet die haar als
+rond vertoonen.</p>
+
+<p>Dit bloet met een vaardige loop van S. na T. volbragt hebbende,
+keerde met gelijke snelte van T. weder te rug na V. soo dat S&nbsp;T.
+een Arterie is, ende T&nbsp;V. een Vena, en nogtans is het een
+gecontinueert, ende doorgaande bloet-vat. Soo was het insgelijks gelegen
+met de bloet-vaten aan de ander sijde van het beentje als
+W&nbsp;X&nbsp;Y. Dog dese Arterie en Vena en lagen soo wyd niet van den
+anderen, als hier naar advenant is afgebeeld, maar die lagen op veel
+plaatsen soo digt nevens den anderen, dat Arterie en Vena malkanderen
+raakten.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">64</span>
+<a name = "page64"> </a>
+<!--png 082-->
+Op andere plaatsen en selfs in de vinne D&nbsp;E. ende L&nbsp;M. heb ik
+het bloet soo in de Arterien als Venae, mede niet alleen sien loopen,
+maar daar inne hebbe ik ook de ommeloop konnen bekennen, als in de
+staarte-vinne is geseit.</p>
+
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/leeuwen/fig10.jpg" width = "512" height = "176"
+alt = "Figure 10">
+</p>
+
+<p>De geseide ommeloop van het bloet in het verhaalde kleine Visje,
+hebbe ik aan twee voorname Geleerde Heeren bekent gemaakt, die haar seer
+genegen toonde om deel te mogen hebben van dat gesigt, dat ik haar
+toestont, en hebbe verscheide Visjens, sodanig voor het vergroot-glas
+gebragt, dat sy seer distinct, in verscheide bysondere vaten te gelyk,
+de ommeloop van het bloet, met groote verwondering en opmerkinge
+aansagen.</p>
+
+<p>Sien wy nu in de staart-vinne van soo een klein Visje, als hier met
+Fig.&nbsp;7 of Fig.&nbsp;8 werd aangewesen, vier-en-dertig bysondere
+circulatien van bloet, wat een onbedenkelyke groote menigte van
+circulatien moeten daar dan niet wel geschieden in ons lighaam. ’t Welk
+zoo sijnde, zoo hebben wy ons nu niet meer te verwonderen, dat als wy
+met een naalde of ander klein werktuyg ons komen te quetsen, dat daar
+bloet uyt komt.</p>
+
+<p>Ja ik verseker my uyt de geseide observatien, dat in de plaats of
+spatie van een nagel van onse hand groote op onse voorste vinger, of ik
+mag wel seggen in onze geheele huyt, doorgaans meer dan duysent
+besondere ommeloopen van het bloet geschieden.</p>
+
+<p>Na myne voorgaande observatien heb ik myn gedagten laten gaan op onse
+gemene Rivier-vis, namentlyk op de Voorn en Braassem, omme, was het
+mogelyk, in de selvige mede de circulatie van het bloet te sien. Ik
+hebbe dan jonge Voorn en Braassem genomen, die ik oordeelde dat twee
+jaar out was, dese heb ik met haar hoofden om laag in ’t water gestelt,
+ende der selver staarten buyten het water laten komen, opdat de Visschen
+haar hoofden of kaken soude konnen bewegen, ende dat dus de circulatie
+van het bloet geen hinder aangedaan mogte werden, maar sijn volkome loop
+voor eenigen tijd continueren.</p>
+
+<p>Alsoo het nu onmogelijk is dat wy de circulatie van het bloet in
+eenige andere deelen van dese Visschen souden konnen sien, als in de
+vinnen van deselvige, om dat haar lighamen met schobbens bezet sijn, soo
+heb ik alleen de staart-vinne doorsogt, om dat die de bequaamste was, en
+hebbe in de selvige seer klaar gesien, een groote menigte van
+bloet-vaten, die mede soo dun waren, dat
+<span class = "pagenum">65</span>
+<a name = "page65"> </a>
+<!--png 083-->
+maar een enkel deeltje bloet daar te gelyk konde door passeren, ende
+daar benevens sag ik de vaaten, waar in het bloet na de uyterste deelen
+van de staart-vinne wierd gestooten, ende andere, waar door het bloet
+weder te rug quam, sonder dat ik nogtans konde vernemen of bekennen, de
+uyterste deelen van de Arterien en Venae, want als ik na het uyterste
+eynde van de staart-vinne, die met het gesigt wilde vervolgen, soo
+verloor ik, en Arterien en Venae uit het gesigt.</p>
+
+<p>My is meer als eenmaal te vooren gekomen, dat het my toe scheen dat
+een Arterie, die niet wyder was als dat een enkel deeltje bloet te gelyk
+daar door konde passeren, quam te verstoppen; ’t welk aldus toeging, te
+weten, dat bloet, na dat het eenige malen door de Arterie als met gewelt
+voortgedreven was, schielyk een weinig te rug quam, en in sijn eerste en
+ordinare cours als gestuit wierd. Waar op het dan gebeurde, dat dat
+bloet een andere cours (niet verre van het eerst gewesene vat) nam, en
+volvoerde aldaar onverhinderlyk sijn loop, alleen met dit onderscheid
+dat het soo vaardig niet en liep. Dit siende, stelde ik vast, dat den
+veranderden cours, die het bloet hier quam te nemen, niet geschiede door
+een bloet-vat dat een rok of menbrane hadde, maar dat het bloet alleen
+met gewelt, een Canaaltje hadde gemaakt.</p>
+
+<p>Ik hebbe voor desen geseit dat alle de deeltjens bloet die het
+selvige root maken, soo van Vissen als van Vogelen uyt platte ovale
+deeltjens bestaan, die my in de voorgaande geseide observatien, rond
+voor quamen, waar van alleen de oorsaak is, dat ik in die ontdekkingen,
+soodanige vergrootende glasen niet en hebbe konnen gebruyken, als tot
+het distinct sien van de bloet-deelen wel vereist wierde.</p>
+
+<p>Dog in de laatst geseide nieuwe bloet-loop, konde ik sien, dat de
+deeltjens bloet, die het selvige root maken, plat waren. Ja ik sag niet
+alleen dat die plat waren, maar ik sag daar benevens ook, dat die langer
+als breet waren.</p>
+
+<p>Dat my nu die deeltjens in soo verscheide veranderingen van Figuren
+voor quamen, dat was om dat die deelen in haar loop dikmaals als
+omwentelden: want het geene de eene oogenblik op sijde voor het gesigt
+lag, lag weder na een weinig voortgang daar voor voor met een platte
+sijde: wederom een ander deeltje bloet wierd in een hair-breet
+voortgaan, in sijn lengte omgeworpen. In
+<span class = "pagenum">66</span>
+<a name = "page66"> </a>
+<!--png 084-->
+somma, ik sag hier soo veel omkeringen van de platte deeltjens bloet,
+als ik my soude konnen magineren. Dit net gesigt quam my eensdeels te
+vooren, om dat die spatie waar in de loop van het bloet geschiede, soo
+doorschynende voor myn gesigt quam, als of de deeltjens bloet in een
+glase pypje hadde voortgeloopen. Ende ten anderen konde ik van de
+deeltjens bloet soo veel te beter oordelen, om dat my bekent was, dat de
+deeltjens van het bloet, die het in de Vissen root maken, platte ovale
+deeltjens waren.</p>
+
+<p>Hebben wy nu geluk gehad (daar wy na verlangt hebben, en waar na wy
+veel jaren soo nu als dan seer naarstig, dog te vergeefs, gesogt hebben)
+dat wy nu soo naakt de ommeloop van het bloet, ende den doorgang van het
+selvige uyt de Arterie in de Vena in de voorverhaalde Kikvors en
+Visschen, hebben voor de oogen gestelt, soo sullen wy egter daar op niet
+rusten, maar ons devoir doen om het selvige ook in andere Dieren na te
+speuren, ende, is ’t doenlyk, insgelyks ie ontdekken.</p>
+
+<p>Eer ik afscheide vinde ik my genootsaakt hier by te voegen, dat ik,
+weinig tyd geleden, verhalende aan seker Hoog Leeraar in de Medicine,
+myne ontdekkinge ontrent de circulatie van het bloet, dese Heer tot my
+seide, als men van myne observatien quam te spreken, en se tot
+bevestinge van eenige saaken te allegeren, dat ’er veelmaal wierd
+geantwoord; moeten wy het geloven om dat het Leeuwenhoek seit; wat
+sekerheid hebben wy daar van? Waarom dan dien Heer my aanmaande, en
+seide, dat ik wel soude doen, dat ik een attestatie van eenige voorname
+Personen, die ooggetuigen mogten sijn geweest, van dese myne
+ontdekkingen behoorde te produceren, op dat ik desen aangaande minder
+tegenspreekens mogte lyden.</p>
+
+<p>Het is wel waar, dat ik uyt besondere speculatie tot nog toe in myne
+brieven niemant met name en hebbe genoemt, van die geene die met my
+eenige van de remarcabelste dingen met haar oogen hebben gesien, door ’t
+behulp van myne microscopien, maar alleen in ’t generaal gesegt, dat ik
+sommige Heeren van kennis en oordeel, Liefhebbers van de natuurkunde,
+deselve hadde voorgehouden.</p>
+
+<p>Maar dewyle dat ik nu verneme dat meer geloof aan myn seggen sal
+gegeven werden, wanneer ik de name kome te specificeren van die geene
+die de voorverhaalde circulatie ofte ommeloop van het bloed ten deele
+hebben gesien, van het geene ik nu
+<span class = "pagenum">67</span>
+<a name = "page67"> </a>
+<!--png 085-->
+aan hare Hoog Edelen hebbe overgeschreven ende ontdekt, so sal ik geen
+swarigheid maken, in plaats van veele, soodanige hier te noemen, die ik
+vertrouwe dat wel het meeste geloof sullen meriteren. Als daar sijn
+<i>d’Heer Cornelius ’s-Gravesande, Med: Doct: en ordinaris Voorleser in
+de Anatomie en Chirurgie</i>, als mede <i>Raad ende oud Schepen deser
+Stad; d’Heer Mr. Cornelius Valensis, mede Raad ende oud Schepen, als
+boven; d’Heer Mr. Antoni Heinsius, Raad en Pensionaris deser Stad, voor
+desen Extraordinaris Envoyé aan zijn Koninklijke Majesteit van
+Vrankrijk, en onlangs Commissaris van desen Staat aan het Hoff van zijn
+Koningl: Majesteit van Engeland</i>. Dese Heeren die ik gewoon ben veele
+van myne ontdekkingen te communiceren, heb ik nevens andere de
+waaragtige circulatie van het bloet laten sien, soo klaar als of wy de
+beweginge van het water in een lopende Rivier met onse blote oogen
+aanschoude.</p>
+
+<p>Hier hebt gy Hoog-Edele Heeren myne observatien ontrent de circulatie
+van het bloet, soo als ik die van tyd tot tyd op het papier hebbe
+gestelt; en na het voltrekken deses, heb ik nog verscheide observatien
+ontrent de circulatie van het bloet gedaan, en tot myn groot genoegen,
+de ommeloop van het selvige in vier besondere levende schepsels my voor
+de oogen gestelt, en alsoo dit groote lichamen sijn, in vergelykinge van
+de voorgaande, soo heb ik egter middelen bedagt, waar door ik hier na de
+circulatie van het bloet in een van dese groote schepsels, aan andere
+seer klaar sal konnen toonen, waar van in toekomende breder, en ik sal
+onder des blyven,</p>
+
+<p align = "center">
+<i>Hoog-Edele Heeren, enz.</i></p>
+
+<p align = "right">
+ANTONI VAN LEEUWENHOEK.</p>
+
+<hr class = "mid">
+
+<p class = "mynote" align = "center">
+<a name = "leeuwen_note" href = "#leeuwen_tag">&nbsp;*&nbsp;</a> &nbsp;
+[Tekst onder het portret]<br>
+door Konstantyn Huygens:</p>
+
+<p>
+<i>Daer leeft een aerdigh Man, een wardigh Man en gauw<br>
+Die wisse wondren teelt en heeft Natur in ’t nauw<br>
+Doorkruypt all haer geheim en opent all haer Sloten<br>
+<br>
+Syn Glase Sleuteltiens en isser geen ontschoten<br>
+Noch kan ontschieten dit’s die dappre man niet maer<br>
+Siet scherp toe die hem soeckt ’t gelyckt hem of hy ’t waer.</i><br>
+<br>
+<i>J. Verkolje pinx. fec. et exc. A. 1686</i>
+</p>
+
+<hr class = "tiny">
+
+<p class = "mynote">
+The Figures were originally shown as a four-page foldout:<br>
+De Illustraties waren oorspronkelijk te zien op een 4 pagina’s groot
+uitvouwblad:
+</p>
+
+<p class = "illustration">
+<a href = "images/leeuwen/foldout.jpg">
+<img src = "images/leeuwen/foldout_thumb.jpg" width = "449" height =
+"194"
+alt = "foldout thumbnail"></a>
+</p>
+
+
+<hr class = "chapter">
+
+<a name = "page68"> </a>
+<!--png 086-->
+
+<span class = "pagenum">69</span>
+<a name = "page69"> </a>
+<!--png 087-->
+<h2 class = "boldf">Proefnemingen</h2>
+
+<h6>VAN</h6>
+
+<h4 class = "boldf">de particuliere beweeging der Spieren<br>
+in de Kikvorsch,</h4>
+
+<h6 class = "boldf">die in het gemeen op alle de bewegingen der
+spieren<br>
+in de menschen en beesten toegepast worden.</h6>
+
+<br>
+
+<h6>&mdash; UIT: &mdash;</h6>
+
+<br>
+
+<h4>&bdquo;DE BIJBEL DER NATUURE&rdquo;,</h4>
+
+<h6>DOOR</h6>
+
+<h4 class = "boldf">JAN SWAMMERDAM.</h4>
+
+
+<span class = "pagenum">70</span>
+<a name = "page70"> </a>
+<!--png 088-->
+
+<hr class = "section mid">
+
+<span class = "pagenum">71</span>
+<a name = "page71"> </a>
+<!--png 089-->
+
+<p class = "section hanging">
+<i>Proefnemingen van de particuliere beweeging der spieren in de
+kikvorsch, die in het gemeen op alle de bewegingen der spieren in de
+menschen en beesten toegepast worden.</i></p>
+
+
+<p><span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/h_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "H: Hoe" title = "H: Hoe"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">H</span>oe
+gewigtig en ook moejelyk het is, om de waare beweegingen der Spieren
+te verklaaren, dat blykt ons uyt de menigvuldigheid der experimenten,
+dewelke de gaauste verstanden daar van tyt tot tyt omtrent gedaan
+hebben; sonder dat men tot nog toe de waare oorsaak daar van heeft
+kunnen ontdekken; waar daar ook de seer groote nuttigheid ende
+gewigtigheid der kennis, die uyt deese wetenschap sou volgen, tot nog
+toe in de donkere windelen der onwetendheid geinvolveert is. En dit is
+de reeden, dewelke my beweegt, om eenige experimenten, die ik al over
+lang omtrent deese saak gedaan heb, in het ligt te geeven, en alsoo ik
+die van een seer groote consequentie en gewigt oordeel, soo sou ookmyn
+versoek zijn, om die ernstig te willen naadenken, en op den toetsteen
+der waarheid te stellen.</p>
+
+<p>Omtrent de structuur en de beweeging der Spieren is het seer
+opmerkelyk om te weeten, hoe dog eygentlyk de Senuw daar meede vereenigt
+is, wat structuur hij daar binnen in heeft, en hoe syn loop, ingank,
+midden, distributie en eynde is, met dan wat voor communicatie dat hy
+ook met de beweegende Vesels heeft, en wat werking hy in deselve
+veroorsaakt: gelyk dan ook, wat eygentlyk die subtiele materie is, die
+buyten alle dispuut door de Senuw tot de Spier gevoert wort. Maar dit
+alles is nog op ver na niet genoeg tot deese kennis, alsoo men ook de
+structuur der Vliesen, soo om als binnen in de Spier, met dan haare
+subtile Veselkens, die van de eene beweegende Vesel tot de andere, en
+ook tussen beyde, als een fyn geweefsel loopen, diende te kennen: gelyk
+ook het maaksel van de Ader en Slagader, en haare waaragtige
+gesteltenissen, binnen in de Spier: en wat daar vorder nog tot de kennis
+van de structuur der beweegende Vesels behoort. Dat alles nog donker en
+onbekent is; en mogelyk niet sal bekent worden, ten sy men al syn tyt
+alleen op deese saak kwam aan te leggen, en syn alderuyterste
+neerstigheid daar toe gebruykte: want sekerlyk den yver en neerstigheid
+ontdekken alles. Maar wat my belangt, van alles wat ik in de Anatomie
+tot nog toe heb voorgestelt,
+<span class = "pagenum">72</span>
+<a name = "page72"> </a>
+<!--png 090-->
+daar kan ik niet van seggen, dat ik nog oit een saak tot die perfectie
+uytgevoert heb, daar ik sekerlyk van weet, dat men se sou toe kunnen
+brengen: maar dan most ik al myn leeven in een eenige ontdekking
+verslyten. Dat ik onnodig oordeel, om dat ik ook sekerlyk weet, dat als
+ik al ten eynde gekomen was, ik niet als myn onwetentheid sou vinden. En
+daarom heb ik liever verscheyde saken willen verhandelen, dan een
+eenige, op dat de Werken GODS niet verhoolen souden blyven, om een
+weynig meer of minder kennis, die men van deselve sou mogen hebben:
+alsoo onse waaragtige weetenschap alleen bestaat, in dat we GOD wel
+weeten te beminnen.</p>
+
+<p>Ik bevinde dan omtrent alle de voorige opgestelde saken nog seer
+veele en onoplosselyke verborgentheeden: en niet tegenstaande dat de
+uytmuntende Anatomicus de H. <span class = "smallcaps">Stenonis</span>,
+daar seer veele naukeurigheeden omtrent ontdekt heeft, soo is hy in het
+midden van syn loop blyven steeken. En veel minder kan men sig voldoen
+omtrent de beweeging en werking, dewelke die subtiele geest in de Spier
+veroorsaakt, die geduurig door de Senuw daar invloeyt: als synde dit een
+saak, die onder oneyndige duysterheeden verborgen is. Egter alsoo ik
+omtrent deese beweging der Spieren al vry eenige experimenten nu en dan
+gedaan hebbe, soo sal ik de principaalste tegenswoordig voorstellen, en
+die het oordeel der verstandige onderwerpen.</p>
+
+<p>Het is een saak van een eeuwige waarheid, en seer groote
+consideratie, dat ten welken tyde men de Senuwen der levende lichaamen
+aanroert, dat men terstont in de Spieren, waar naa toe sy loopen, een
+merkelijke beweeging siet veroorsaakt, dewelke van de natuurelyke
+contractie der selve niet verscheelt. Waarom soo men de Senuwen, by
+exempel, van het Middelrif in een levendig geopende Hont, sagtelyk met
+de punt van een seer fyne naalt komt te prikkelen, te steeken, of met
+een weynig vuur, en ingedronge of scherpe wateren, komt te irriteeren,
+soo sal men datelyk het Middelrif syn natuurelyke functie sien
+volvoeren, sig contraheeren, van verwulfd vlak worden, en sig uyt de
+Borst te beweegen, en de Ingewanden van de Buyk uytwaarts te stooten: en
+men sal het de Borst naa die proportie sien dilateeren, naa dewelke dat
+het in syn contractie regter wort, en sig verder uyt de Borst
+extendeert.</p>
+
+<p>Dit is een seer aardig en ook vermakelyk experiment, soo om
+<span class = "pagenum">73</span>
+<a name = "page73"> </a>
+<!--png 091-->
+de wonderlyke beweeging, die men in die gecomponeerde Spier dan siet,
+als meede om dat het selve experiment in het selve subject veelmaals kan
+herhaalt worden, soo men maar de Middelrifts-Zenuwen, daar se in haar
+begintsel langs het Hartesakje heen loopen, komt te irriteeren, en soo
+allenkskens tot de tweede, derde, ende vierde irritatie, naa onderen
+komt voort te gaan, tot daar sy ingeplant worden.</p>
+
+<p>Nu, niet alleen omtrent dat deel, maar ook omtrent alle de vordere
+spieragtige deelen van het lichaam des Diers, kan men dit experiment
+seer ligt omtrent de Zenuw in het werk stellen. Waarom ons ook dikmaals
+gebeurt, in de levende Sectien der Dieren, als wy de Zenuwen met een mes
+doorsnyden of raaken, dat we seer notable beweegingen in de onderhorige
+Spieren gewaar worden. Gelyk de H. <span class =
+"smallcaps">Stenonis</span> ook diergelyks yets Myolog. spec. pag. 78 en
+79. edit. Janss. aangetekent heeft. Wanneer ik hem te vooren een seer
+out en bekent experiment van my in de Kikvorschen getoont hadt. En dit
+siet men niet alleen in de viervoetige Dieren te geschieden, maar ook in
+de Vogelen en Visschen; en bysonderlyk in de Rog, die seer sterke
+beweegingen in syne Spieren herneemt, als men syne Senuwen
+irriteert.</p>
+
+<p>Op de fondamenten van deese beweegingen, die in de Spieren
+veroorsaakt worden, als men haare Senuwen alleen raakt of irriteert: soo
+heb ik dikmaals voorgenoomen, om ook op die wyse de Senuwen der
+Ingewanden aan te raaken, alwaar ik hier en daar seer merkelyke
+vleesagtige Vesels vernoomen heb: gelyk als ik ook wilde doen omtrent de
+Senuen, die naa de Nieren gaan, naa de Leever, de Milt, de Longen, de
+Teelleeden, en andere partyen, waar omtrent, maar voornamelyk de Nieren,
+ik haast niet en twyfel, of men sal daar merkelyke contractien
+veroorsaakt sien te worden; en alsoo door dit experiment veel nader tot
+het ware gebruyk deeser deelen indringen: dan de tyt daar toe heeft my
+tot nog toe ontbrooken. Waarom het my voor tegenswoordig genoeg is, dit
+met een enkel woort te hebben aangeweesen, om ook andere occasie te
+geeven, dit verder naa te soeken, alsoo de Natuur door een gemeenen
+arbeyt moet ondersogt worden; en ook, om dat een persoon alleen niet als
+seer weynig kan uytvoeren, omtrent saken die oneyndig syn.</p>
+
+<p>Maar hier dient men nu aan te merken, dat in de Dieren, die
+<span class = "pagenum">74</span>
+<a name = "page74"> </a>
+<!--png 092-->
+het heetste bloet hebben, dese bewegingen der Spieren soo opmerkelyk
+niet en syn, of liever soo lang niet en continueeren, als wel in die
+Dieren, die met kouder bloet begaaft syn, als daar syn de Visschen, en
+veele andere water Dieren, het sy met veel, met weynig, of sonder
+Voeten, of ook in die te gelyk op het lant en in het water leeven. En
+waar omtrent ik in de Kikvorsch deese myne experimenten voornamentlyk
+genoomen heb. Want in deese Dierkens sijn de Senuwen seer sigtbaar, en
+sy kunnen ligt ontdekt ende ontbloot worden. En het Ruggemerg, als ook
+de Hersenen die hebben dit in de Vorsschen particulier, dat er als een
+vloeybaar sout, in rokken beslooten synde, en met Bloedvaten doorweeven
+wordende, overal en omtrent aanlegt; soo dat het ook in de bolligheyd
+der Wervelbeenderen bevonden wort, als ook in het Bekkeneel selve. De
+couleur daar van is als een blinkende perel; en het leyt in gedaante van
+knoopkens langs de rey der Wervelbeenderen en de Rug, daar het seer ligt
+geobserveert wort. Dit naturel sout bruyst seer sterk, wanneer het met
+een zuure vogt vermengt wort. De substantie daar van komt seer over een
+met dat greynagtig en stenig poeyer, dat in de hoofden van de Zee-Honden
+Carcharias genoemt gevonden wort, en voor de Herssenen van die Visschen
+door een onverstant in de Winkels verkogt wort. Want het is niet als een
+steen of kalkagtige materie, die, even als de steen der Baarsen in de
+Baars, ook soo in het Hooft van de Hond Carcharias geplaatst wort.
+Diergelyk een poeyer heb ik in het Hooft van de Rog ondekt, dat meede
+seer sterk met zuur opbruyst, en waarom ik oordeel, dat daar meede een
+Alkalisch gelyk sout in is: gelyk ook in de steenkens, die men
+Kreeftogen noemt. En hoewel deese substantie in de Vorschen vloeybaar
+als een water is, soo droogt sy dadelyk op, door de warmte van de hant
+of vingers, dan nooit soo hart, of men kan se seer ligt tusschen de
+tippen der Vingeren, tot een fyn poeyer vryven; gelyk dat ook omtrent
+die kalkagtige en vloeybaare materie in de Rog plaats heeft. Of nu dit
+sout eenig gebruyk in de Medicynen heeft, of hebben kan, dat sou de
+ervarentheyd moeten leeren, tot nog toe is het my onbekent. Maar ik keer
+weer tot de Spieren.</p>
+
+<p>Het is dan een seer aardig en nut experiment, als men een der
+grootste Spieren van een Vorsch uit de Dye separeert, en die met syn
+aanhangende Zenuw prepareert, dat deselve ongekwetst
+<span class = "pagenum">75</span>
+<a name = "page75"> </a>
+<!--png 093-->
+is. Dit gedaan hebbende, soo vat men de Spier aan weersyden by syne
+Peesen <i>a&nbsp;a</i>, en als men dan de neerhangende Senuw met een
+schaarken of iets anders irriteert <i>b</i>, soo doet men de Spieren syn
+voorige en verloore beweeging weer herhaalen. Waarom ook dadelyk de
+Spier sig contraheerende, de twee handen, die syne Peesen vatten, als te
+samen by een komt te trekken, gelyk ik al in het jaar 1658 dat aan syn
+Doorlugtigheid, den tegenwoordig regerenden Hertog van Toscanen, kwam te
+vertoonen, wanneer hy my seer onverdient geliefde te besoeken. En dit
+experiment kan men soo menigmaal met deselve Spier herhaalen, als de
+Senuw nog maar ergens ongekwetst is. Waar door men hem syn contractie
+soo meenigmaal kan doen herhaalen, als het ons geleegen komt.</p>
+
+<p>Maar soo men nu wil sien, en dat heel distinct, tot welken graad de
+Spier in syn contractie sig komt te verdikken, en hoe ver dat syne
+Peesen te samen getrokken worden; soo moet men hem door een glase pypken
+losselyk heen steeken <i>a</i>, en in de plaats dat men de twee Peesen
+met de Vingeren vast hielt, soo dient men daar twee fyne naalden door te
+steeken <i>b&nbsp;b</i>, die men, niet te vast en niet te los, in een
+stuksken kurk met haare punten moet vast maaken. Als men dan de Senuw
+irriteert <i>c</i>, soo siet men, dat de Spier, door syn verwekte
+contractie, de hoofden der naalden sal uyt haar plaats naa malkanderen
+toe beweegen <i>d&nbsp;d</i>, en binnen in de glase pyp sal men het
+lichaam van de Spier selfs sig merkelyk sien verdikken <i>e</i>, en het
+gansche pypken te vervullen, stotende de lugt uyt syn plaats. Tot dat hy
+in syn contractie ophoudende, de naalden weer in haar plaats springen,
+en dat het lichaam van de Spier weer van het pypken afwykt, soo dat hy
+tussen hem en het pypken een ope passagie voor de lugt laat. Maar soo
+men nu de Spier aan syn selfs laat, of dat men hem in kout water met al
+de verhaalde toestel set, soo sal men hem, haast op deselve wys, ook
+allengskens sien contraheeren, en ten laatsten hem soo merkelyk in een
+sien krimpen, dat hy de gansche middelste holte van het pypken sal
+vervullen.</p>
+
+<p>Als men nu deese voorige experimenten wel considereert, en alsoo
+ernstig let op de force der contractie, of de beweeging van de Spier,
+dewelke hy yder ogenblik herneemt, als syne Senuw op nieuw geirriteert
+word; soo sou men kunnen vraagen: of daar tusschen de Senuw en de Spier
+wel een andere communicatie
+<span class = "pagenum">76</span>
+<a name = "page76"> </a>
+<!--png 094-->
+nodig was, als alleen deese simpele roering, irritatie, of beweeging? En
+alsoo ook in de Dieren, die heter Bloet hebben, deese selve beweeging in
+de onderhoorige Spieren veroorsaakt wort, als men haare Senuwen raakt:
+soo sou men deselve vraag kunnen doen: namelyk, of daar door ook wel
+tusschen de Hersenen, en het Merg, en tusschen die der Senuwen en de
+Spieren een andere communicatie, als deese irritatie nodig was? want in
+wat voor Dieren dat het syn, daar ik dat in getenteert heb, daar
+contraheeren haar de Spieren altyt, als men het beginsel des Mergs, of
+ook de uytgaande Senuwen maar roert.</p>
+
+<p>Soo dat ik wil seggen, of men niet wel geheel sou kunnen verwerpen,
+dat daar uyt de Hersenen een spiritueele substantie, tot de beweeging
+der Spieren nootsakelyk, sou plaatselyk moeten afschieten, en dat soo
+veerdig, geswint, en radt, dat deese nieuwe geesten de voorige
+voortdryvende, in een ogenblik, in de alderuytersten van het lichaam, op
+het minste gebieden der wil, of andersins ook wel natuurlyk moesten, en
+soude konnen present syn.</p>
+
+<p>Ik en twyfel hier niet, of die geenen, dewelke de contractien der
+Spieren stellen, door opblaasing, opbruyssing, en een uytgedagte
+uytsettende beweeging te geschieden, sullen my hier in geheel tegens
+vallen, en my voorwerpen, dat men ook in de contractie van de Spieren
+deese opblaasing, of verdikking der bewegende Vesels, ogenschynelyk sien
+kan. En ook, dat alle de spieragtige deelen al reede vol geesten syn,
+soo dat daar maar een weynig dierlyke geesten nodig syn, om deese of die
+Spieren op te blaasen, en door contractie te doen opspannen; gelyk het
+oog ons leert.</p>
+
+<p>Maar alsoo deese gevoelens geheel te gront vallen, als men aanmerkt,
+hoe veel maal door een simple aanporring, opwekking, of irritatie der
+Senuw alleen, de Spier haar beweeging in myn voorgestelt experiment
+verkrygt, en dat selfs, daar de Senuw al lang is afgesneeden geweest, en
+de geposeerde dierlyke geesten vervlogen of verswakt syn, en haar
+werking alreede gedaan hebben; houdende ook de communicatie met de
+Hersenen en het Merg op: soo sou ik wel eens wenschen, dat men ernstig
+considereerde, dat het door geene experimenten kan beweesen worden, dat
+daar ooit eenige materie, in een bevattelyke substantie, door de Zenuwen
+tot de Spieren afvloeyt. Want daar gaat niet als een seer geswinde
+beweeging door, die soo seer snel is, dat sy kwalyk de naam
+<span class = "pagenum">77</span>
+<a name = "page77"> </a>
+<!--png 095-->
+verdient van een momentelyke beweeging genaemt te worden. En daarom soo
+is die geest, die beweegde of die subtile materie, die in een ogenblik
+door de Senuen tot de Spieren voortgaat, met alle reden te vergelyken,
+met die snelle voortgedreeve beweeging, dewelke door een lange mast of
+balk gaat, daar men aan de eene syde met de vinger opknipt, en die men,
+bykans op het selve ogenblik, aan de andere syde gewaar wort, als men
+daar syn oor tegen aan leyt: soo dat se ook in onse Spieren selfs
+verscheyde beweegingen door de Senuwen veroorsaakt: gelijk diegeene
+betoonen kunnen, die dit rare, hoewel gemeene experiment, wel
+considereeren.</p>
+
+<p>Doet hier nu by, dat van meer gewigt is, dat de Spieren selfs, als se
+gecontraheert worden, in het alderminste niet opgeblaasen, of dikker
+worden, maar dat zij veel eer ontswellen; hoewel nogtans dat haare
+bewegende Vesels een andere situatie aanneemen, of om eygentlyker te
+spreeken, digter in malkanderen in een gaan. Gelyk diergelyk iets in een
+lange en platte te samengedrukte spons te sien is, dewelke door die
+samenparssing dikker en vaster wort, hoewel hy selfs een veel minder
+plaats beslaat. Soo dat ik uit veele reedenen, die ik vervolgens sal
+voorstellen, niet onbillyk kan besluyten, dat het korter worden en in
+malkanderen krimpen, der bewegende vesels van een spier, waar door de
+selve een kleender plaats beslaat; eygentlyk syn waare actie of
+contractie is, die seer verkeert opblaasing, opswelling, enz. genoemt
+wort.</p>
+
+<p>En hoe sou het ook mogelyk kunnen syn, dat een Spier sou opblaasen?
+daar hy bestaat uyt sulke subtiele draatkens die haast het oog
+ontvlieden, en die nog uit klootkens samengesteld worden? En wat materie
+sou het dog kunnen weesen, om dese opblaasing te maaken, die meede door
+sulke subtiele draden, daar de Senuen uyt gemaakt worden, sou moeten
+passeren; soo dat dese draden haast van gelijken onsigtbaar zyn, wanneer
+men haar naukeurig, sonder te kwetsen, examineert? Het geen ook klaar
+blykt, als men den oorspronk der Senuen uyt het Merg considereert,
+dewelke daar ter plaatse soo subtiel syn, en soo naauw van het dikke
+Hersenvlies omvangen, dat daar door die opening haast geen fyn glase
+hayrpypken kan passeren. Wat voor een subtiele geest sou daar dan door
+dezelve opening moeten heen dringen, die nog in zijn geheel van het
+uytgaande Senuwdraatken, dat daar in omvangen is, geslooten wort? En
+nogtans stellen dese Autheuren niet alleen,
+<span class = "pagenum">78</span>
+<a name = "page78"> </a>
+<!--png 096-->
+maar sy willen selver, dat daar een voedende materie door dese Senuen
+sou passeren; die sommige soo dik maaken als het wit van een Ey; dat by
+my soo grof is, dat het niet meriteert beantwoort te woorden. En alsoo
+weynig ook de uytgedagte opbruissing, tusschen de geesten en het Bloet,
+dat de Spier sou opblaasen: hoewel de maniere van de opblaasing t’
+eenemaal stryt met de bekende structuur der spier.</p>
+
+<p>Het stryt ook ganschelyk tegens de opblaasing, en de invloejing der
+geposeerde geesten, dat men klaar siet, wanneer een Spier door gesneeden
+wort, en syne bewegende vesels van een verdeelt, dat egter alle die
+delen haar datelyk weer als natuurlyk beweegen, soo wanneer maar de
+Senuw aangeroert wort: het welk experiment men onder anderen ook in de
+Kikvorsch neemen kan, en in verscheyde andere Dieren, die in het water
+leeven, en bysonderlyk in de Eendvogel.</p>
+
+<p>Uyt alle welke experimenten my dan schynt niet onbillyk te volgen,
+dat daar niet als een simpele en natuurlyke roering of irritatie der
+Senuen, tot de beweeging der Spieren nootsakelyk is: het sy dan dat die
+in de Hersenen, in het Merg, of ergens anders syn oorspronk neemt.</p>
+
+<p>Waarom men ook in veele Dieren siet, dat, soo draa het beginsel van
+het Ruggemerg in het Bekkeneel geroert wort, dat haar dadelyk alle de
+onderleggende Spieren beweegen. Dat meede geschiet omtrent alle de
+takken der Senuen, die men, uit het Merg gaande, maar aanroert: hoewel
+dat ’er op die tyt dan maar eenige en particuliere Spieren beweegt
+worden, of die, daar de geïrriteerde Senuw in gedistribueert wort. En
+daar wel op te letten is, men bemerkt noit op die tyt, dat ’er door het
+bovenste deel der Senuw een opklimmende beweeging door deselve
+veroorsaakt wort in de Spieren, die uyt deselve Senuw wat hoger haare
+takken ontfangen. Maar men ondervint klaar, dat de kragt, die de
+irritatie, door de Senuw, in de Spier maakt, altyt uyt de grootste
+takken in de kleenen, en soo geduurig neerwaarts gaat. Dat contrarie in
+de gevoelige beweegingen is, daar het gevoelen, door de Senuen, sonder
+twyffel opwaarts klimt. Soo dat dan, om een Spier te beweegen, de Senuw
+altyt moet geroert worden op die plaats, de welke boven de Spier of syn
+inplanting is; want de beweeging klimt niet opwaarts, maar altyt
+neerwaarts.</p>
+
+<p><span class = "pagenum">79</span>
+<a name = "page79"> </a>
+<!--png 097-->
+Men sou hier nu kunnen vragen, waar ik het begin van dese natuurlyke
+irritatie, porring, of aanprikkeling tot beweeging, door de Senuw in de
+Spieren, sou komen te plaatsen: want gelochent synde, dat daar geen
+sienelyke, vloeybare, nog opblasende Geesten, plaatselyk door de Senuen
+beweegt worden; maar dat daar ter contrarie, alleen een sekere
+ogenblikkelyke opwekking, om de Spieren te beweegen, nodig is, en die by
+my veel subtielder als de geposeerde Geesten is: soo volgt, dat deselve
+niet alleen een beginsel moet hebben, maar dat ’er die beweging
+overvoerende kragt door de Senuen tot de Spieren seer nootwendig is. Het
+geen ik ook niet lochen, om dat de ervarentheid dat sigtbaar ende
+kragtig leert.</p>
+
+<p>Soo dat my dunkt hier op gevoegelyk geantwoort te kunnen worden, dat
+de oorspronk deser beweeging voornamelyk in het begintsel van het
+Ruggemerg is, en dan vorder in alle de Senuen van het Lichaam te gelyk;
+en dat soodanigh, dat het Merg en alle de Senuen te samen geduurig en
+perpetueel geirriteert worden, om een bewegende kragt aan alle de
+Spieren van het gantsche lichaam toe te senden. Want daar wel op te
+letten is, ik maake gantsch geen onderscheyt tusschen de natuurlyke, of
+van selfs geschiedende samentrekking der Spieren, en tusschen die,
+dewelke vrywillig geschiet; alwaar ik niet als dit toevallig onderscheyt
+aanmerk, dat alle de Spieren, die wy vrywillig beweegen, dat wy die niet
+als door een contrarie determinatie beweegen. Waarom dan, het geen
+wesentlyk in alle de Spieren, haar contractie is, altyt de natuurlyke
+contractie is. En daarom cesseert in ons, en in alle Dieren de
+vrywillige beweeging, of sy wort over en weer, als de tegen overstaande
+Spieren ontbreeken, of dat die malkanderen in kragt overwinnen; als ik
+in myn Boek van de Ademhaling alreede heb aangeweesen. En wy souden in
+der eeuwigheid ons niet vrywillig kunnen beweegen, als wy de kragt niet
+hadden, om de natuurlyke beweeging der tegen overstaande Spieren tot de
+tegenoverstaande syde te determineeren. Maar de tegenoverstaande Spieren
+ontbreekende, soo syn alle de bewegingen onser Spieren geduurig en
+natuurlyk. Als omtrent veele Spieragtige deelen van ons lichaam te sien
+is, daar wy gansch geen magt over hebben, om die te beweegen: ten sy het
+geen daar in bevat word ons aldaar dient, in de plaats van
+tegenoverstaande Spieren, en dat
+<span class = "pagenum">80</span>
+<a name = "page80"> </a>
+<!--png 098-->
+de selve onse Spieren eerstelyk gedilateert hebbende, wy dan door een
+contrarie determinatie de kragt verkrygen, om deselve naa onse wil te
+beweegen. Maar andersins soo rust alles in een geduurige contractie, die
+nimmermeer ophoud.</p>
+
+<p>Maar om nu, soo veel my mogelyk is, de oorspronk van dese natuurelyke
+en geduurige contractie der Spieren aan te wysen: soo is myn gevoelen,
+dat het selve geschiet, door het geduurig indringen van het slagaderlyke
+Bloet in het Merg en de Senuen, het welk haar dan geduurig beweegt,
+opwekt, en als aanport, om die kragt gestadig, en terstont tot de
+Spieren over te voeren, en haar tot ’er onophoudelyke contractie bequaam
+te maaken. Waar toe dan alle Senuen, geene uytgesondert, soo veele
+Slagaders naa haar proportie hebben, als de Hersenen of het Ruggemerg
+selve. En ik oordeel nog, dat men dit selve seer ligt door een
+experiment sou kunnen ondervinden; dat ik te <i>weeg</i> wilde brengen,
+om door de een of andere Slagader, het Merg een vogtigheid in te
+spuyten, en dan neerstig waar te nemen, of daar geen beweeging in de
+Spieren veroorsaakt wiert. Waarom ik ernstig versoek dog te willen
+letten op die wonderbarelyke beweeging en kragt, die een Spier verkrygt,
+als syn Senuw maar het minste geport wort, het sy dan door wat middel
+dat hy geraakt, beweegt, of geirriteert wort.</p>
+
+<p>Maar het is nu tyt om verder te gaan, en om door een naukeurig
+experiment te bewysen, selfs aan het gesigt, dat een Spier in syn
+contractie niet opswelt, of sig opblaasende, daar door dikker wort, en
+bygevolg geen grooter plaats beslaat: maar ter contrarie, dat hy veel
+eer, en dat sigtbaarlyk ontswelt, en alsoo in syn actie of contractie
+synde, minder plaats beslaat, als wanneer hij geextendeert synde komt
+als te rusten. Ik seg als te rusten; want dat een Spier oit in het
+geheel van syn beweeging sou ophouden, dat kan ik niet bevinden, dat hy
+immermeer in het leven doet; maar hy beweegt sig dan alleen soo sterk
+niet. Of wel hy hersamelt syn tegenstrevende kragt, om sig een ogenblik
+daar naa soo veel te sterker daar door te contraheeren. Als in de
+beweeging van het Hert en syn Oorken, in de Kikvorsch klaar te sien is.
+Daar men het Bloet, dat van de omtrek des lichaams in den omloop des
+Bloeds weerkomt, (en in het Oorken siet bewoogen te worden) even als de
+tegenoverstaande Spier van het Oorken moet aanmerken, die haar
+dilateert; en het Oorken selve is de tegenoverstaande
+<span class = "pagenum">81</span>
+<a name = "page81"> </a>
+<!--png 099-->
+Spier van het Hart, dewelke door het Bloet, dat zy in het Hart uytstoot,
+wederom het Hert dilateert: en waar uyt dese wonderlyk, herhaalde, en
+geduurig gecontinueerde klopping des Harts syn oorspronk neemt; dat ook
+t’eenemaal natuurlyk en noodsakelyk is; alsoo dese twee Spieren,
+namentlyk het Oorken en het Hart van een ongelyke grootte ende kraght
+syn, waar door haar beweeging ook nootsaakelyk over en weer is. En sy
+sou in het geheel ophouden, indien het Oorken soo vast en van sulke
+kragt was, als het Hert: want daar de tegenoverstaande Spieren in het
+lichaam gelyk syn, daar is de beweeging der Spieren onopmerklyk, en
+alles staat in balans, tot soo lang daar een <ins class = "correction"
+title = "text: ’nienwe’">nieuwe</ins> determinatie komt, die de eene
+Spier wat sterker als de andere doet beweegen, en onse leeden alsoo
+roeren: dat uyt verscheyde oorsaken komen kan; die dese determinatien te
+weeg brengen.</p>
+
+<p>Als by exempel, wanneer men een hayr uyt syn Hooft neemt, en dat ses
+of agt dubbelt te samen vouwt, en dat men ymant, die ons niet en siet,
+syn vel in de hals daar meede heel saft irriteert, soo heb ik dikmaals
+gesien, dat de beweeging van de tegenoverstaande Spieren van de Arm en
+Hant gedetermineert wierden, soo dat de Persoon, datelyk en sonder veel
+attentie, syn hant op die plaats, daar hy de kitteling gevoelde, kwam te
+beweegen, en die ook heel vermakelyk te krauwen, selfs tot root wordens
+toe, beeldende sig mogelyk in, dat daar een Luys of Vloy sat. En als ik
+cesseerde in die irritatie, soo bleef de Arm ende de Hant in rust, om
+dat nu de natuurlyke irritatie in alle de Spieren egaal was. Als men dit
+experiment in de slapende Honden of Katten doet, soo siet men van
+gelyken, dat ’er ook terstont een determinate beweeging komt in de
+Spieren, die haar huyt beweegen, dewelke sy dan seer aardig rimpelen, en
+het Hayr als te berge setten, of doen oprysen, en somtyts sal men haar
+ook al slapende de ooren sien schudden. Waar uyt men voor een kleen
+staalken siet, op wat wyse ook onse Spieren, sonder groote attentie van
+de wil, nogtans vrywillig beweegt worden, door yets dat bequaam is, om
+haare natuurlyke beweeging der tegenoverstaande Spieren, na de
+tegenoverstaande syde, te determineeren.</p>
+
+<p>Maar om nu een seker experiment te geeven, van dat de Spier in syne
+samentrekking niet opgeblasen wort, maar minder plaats beslaat, soo moet
+men een seer radde ende frissche Kikvorsch
+<span class = "pagenum">82</span>
+<a name = "page82"> </a>
+<!--png 100-->
+nemen, en deselve vaardig geopent hebbende, het Hert ontdekken, en het
+Hartesakje met de nagelen der Vingeren daar van afbreeken: dit gedaan
+hebbende, soo moet men den eenen of anderen Ader of Slagader verkiesen,
+die groot genoeg is, die men openen moet; en daar een Pypken van Glas,
+dat fyn genoeg is, ingebragt hebbende, soo kan men daar door alle de
+Aderen en Slagaderen des lichaams, en by gevolg ook het Hert seer
+ligtelyk opblasen. Want als ik in het voorgaande gesegt heb, soo
+obsteeren hier de Longen niet.</p>
+
+<p>Het Hert aldus met lugt opgevult synde, soo moet men dat met syn
+Oorken door een fyn draatken behendig afbinden, en uyt het lichaam
+snyden. Het welk gedaan synde, soo is het nodig een glaase spuytken by
+der hant te hebben, dat in een fyn Pypken moet uytgerekt syn, op syn
+eene eynde. Voorts moet men het opgeblase Hart met syn Oorken boven op
+de vlakte van de Suyger leggen, en dat met malkanderen in het glase
+spuytken steeken, vullende ondertusschen syn uytgerekt Pypken, met een
+seer kleen droppelken water, of water en Bloet, om het te beeter te
+sien.</p>
+
+<p>Dit nu alles soo omsigtig, als mogelyk is, volbragt hebbende, soo sal
+men sien, wanneer het Hert <i>a</i> sig binnen in het glaase Spuytken
+<i>bb</i> contraheert; dat dan het droppelken water, ’t geen boven aan
+in het Pypken geplaatst is <i>c</i>, sal merkelyk ende verwonderlyk
+nederdaalen, tot aan syn begintsel, daar het uyt de Spuyt syn oorspronk
+neemt <i>d</i> en als het Hert sig weer dilateert, soo sal men distinct
+sien, dat het neergedaalde droppelken <i>d</i>, weer sal om hoog
+bewoogen worden, tot de plaats <i>c</i>, daar het van daan is bewoogen
+geweest.</p>
+
+<p>Het welk experiment ons infallibel leert, dat in de contractie van de
+Spier van het Hert, niet alleen alle de bewegende vesels van het selve
+haar in malkanderen sluyten, en vaster ende dikker worden, maar dat het
+nog daar en booven een veel minder plaats komt te beslaan, als te vooren
+in syn dilatatie.</p>
+
+<p>Dat dan ook de reeden is, waarom de droppel water <i>c</i> naa
+beneden beweegt wort <i>d</i>, en datse het in een sig samentrekkend
+Hert nootsakelyk moet volgen. Daar dit droppelken <i>c</i> ter
+contrarie, indien daar op deselve tyt als het Hert sig contraheerde, een
+opblasing, opswelling of verwyding van geesten binnen geschiede, niet
+neerwaarts tot de spuyt <i>d</i>, maar om hoog en opwaarts in het Pypken
+<i>e</i>, nootsaakelyk moest bewoogen worden.</p>
+
+<p><span class = "pagenum">83</span>
+<a name = "page83"> </a>
+<!--png 101-->
+Maar dit niet geschiedende, en het contrarie sigtbaarlyk gebeurende, soo
+kan ik als een onweersprekelyk vaste waarheid voorstellen; dat de Spier
+van het Hert in syne contractie een merkelyk mindere plaats beslaat, als
+in syn dilatatie: en ook dat daar geen van de gesupposeerde geesten
+inkomen, die men tot nog toe gemeent heeft, dat het Hert of de Spier
+daar van opblaasden in syn samentrekkende beweeging.</p>
+
+<p>Soo men nu hier by een Kikvorsch levendig opent, en men let op de
+beweeging van syn Hert ende het Oorken, soo sal men bevinden, datse
+inkrimpt en kleender wort: en als wederom, het Hert sig op syn beurt
+contraheert, soo sal men het van gelyken sien inkrimpen, kleender worden
+en in sig selven intrekken. Waar uyt blyken sal, dat tusschen dese twee
+contractien van het Hert, het sy binnen, het sy buyten de spuit, gansch
+geen onderscheyt is, als alleen dat het Hert buyten de Spuit met Bloet
+gevult is, en dat het binnen in de Spuit met lugt opgevult&nbsp;is.</p>
+
+<p>En omtrent dit tweede valt nu bysonderlyk aan te merken, wat daar in
+het Hert gebeurt, wanneer het sig dilateert, en dan ook wat daar
+geschiet, als het sig weer contraheert. Omtrent de dilatatie van het
+Hert soo siet men heel distinct, dat het Oorken sig eerst begint te
+contraheeren: waar op men voorts de lugt daar siet uyt bewoogen te
+worden, en in het Hert overgevoert. Het geen te weeg brengt, dat het
+Hert merkelyk uytgespannen wort, en sig in de Spuit vertoont, als of het
+vol bellekens en blaaskens was, en ook soo wort het bleeker, doorlugtig,
+en ongelyk van facie, dat syn oorspronk neemt, om dat de beweegende
+Vesels en vleesige pylaargewyse draaden overal niet even dik syn, waar
+door de eene plaats van het Hert, tusschen de pylaargewyse draaden,
+meerder door de ingeperste lugt uytgeset wort, als de andere: waar op
+dan volgt, dat het droppelken water in het glaase pypken synde, opwaarts
+bewoogen wort.</p>
+
+<p>Maar de beweegende Vesels van het Hert, sig weer samentrekkende, soo
+siet men eerst, dat het Hert sig sluyt ende kleender wort: voorts siet
+men, dat het de lugt weer in syn Oorken perst, waar op het terstont
+roder en min doorschynende wort, en in sig selfs intrekkende sig weer
+van een gelyke facie vertoont. En alsoo het op die tyt al de lugt, die
+daar binnen in geblasen is geworden, niet in het Oorken kan perssen, soo
+sluyten syne bewegende
+<span class = "pagenum">84</span>
+<a name = "page84"> </a>
+<!--png 102-->
+Vesels haar soo ongemeen sterk in malkanderen, dat selfs de lugt, die
+daar binnen in is, op die tyt verdikt wordt. Waar op dan volgt, alsoo
+het Hert nu minder plaats beslaat, dat het droppelken water, dat in het
+Pypken van het glase spuytken is, nederwaarts gedrukt wort.</p>
+
+<p>En dit selve heeft ook plaats in het Hert, dat natuurlyk met bloet
+gevult is geworden, ’t geen de omringende lugt wegstoot, als het in syn
+dilatatie door het bloet wort uytgespannen: en als het sig weer
+samentrekt, en het bloet uyt sig stoot, soo wort het verkleent, en het
+wort van de lugt naa proportie soo veel ingevolgt, als het in sig selven
+intrekt: daar wel op te letten is, alsoo het seer sigtbaar in het leeven
+is. Ook verdikt sig het bloet eenigsins, wanneer als het Hert, sig
+selven daar sterk om toetrekt, en het met gewelt uitdryft. En als
+weederom het Hert, door het nieuw ingestorte bloet, gedilateert wort,
+soo wordt ook het bloet eenigsins verdunt: waar meede dat dese
+natuurelyke actie van het Hert en het bloet, met de actie van het Hert
+en de lugt in dit experiment, over een komen. En hoewel men sou mogen
+tegenwerpen, dat ’er natuurelyk in het leeven geen lugt tot het Hert
+nadert, nog dat deselve daar van weg gestooten wort; soo blykt dat heel
+contrarie in de Gyrinus, daar men het kloppent Hert de uyterlyke huyt
+siet beweegen, die dan het Hert in de klopping wykt en involgt; dat
+deselve saak is, als of de lugt immediaat tot het Hert naderde: en soo
+moet dit ook van alle andere Dieren verstaan worden, die Longen of Kuwen
+hebben, en alwaar de Borst beweegelyk is: ja het heeft ook sonder alle
+twyfel plaats in alle de beweegingen der Spieren.</p>
+
+<p>Soo men nu een Hart uyt de Kikvorsch neemt, dat niet opgeblasen is,
+maar enkelyk uyt het lichaam gesneeden, en dat men het selve op de
+beschreeve manier in de glase spuyt plaatst, soo sal men van gelyken
+sien, dat het nederdalen van het droppelken water daar ook soo geschiet;
+maar op ver naa soo opmerkelyk niet, als in het opgeblaase Hart; hoewel
+egter dat het water op deselve wys syn beweging naa beneeden sal neemen,
+als het Hert sig contraheert. En de ervarentheid heeft my ook geleert,
+dat veeltyts dese nederdaling van het droppelken water soo weynig is,
+dat het niet als door een Vergrootglas is te bemerken. Het geen syn
+oorspronk neemt, door dien het Hert in syn contractie ten
+<span class = "pagenum">85</span>
+<a name = "page85"> </a>
+<!--png 103-->
+deele blyft, en dat het door het Oorken niet geextendeert wort, dewelke
+ook daar toe onbequaam is, alsoo het geen Bloet nog lugt dan voortdryft,
+om het Hert te dilateeren. Waarom het dan ook nootsakelyk is, dat de
+contractie soo veel kleender is, en de beweeging in de droppel soo veel
+minder om te observeeren. Maar soo men op die tyt maar het Oorken alleen
+opblaast, en dat sy door haar contractie de lugt in het Hert perst, soo
+is dit experiment kennelyker.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/swammer/fig8.jpg" width = "190" height = "430"
+alt = "Figure VIII">
+</span>
+Maar of men nu een Spier selfs wilde neemen, in de plaats van Hert, soo
+kan men procederen, als in de agtste figuur van my afgebeelt is: alwaar
+het glase Spuytken <i>a</i> de Spier van binnen <i>b</i> in sig besluyt,
+synde syn byhangende Senuw, sonder te quetsen of te perssen, in een
+samen geboogen en subtiel silver draatken <i>cc</i> gevat, het welk ik
+dan doe passeren door het oog van een koperdraat, dat op de suyger van
+de Spuyt vast gesoldeert is <i>d</i>. Dit alles soo bestelt hebbende,
+soo moet men een droppelken water <i>e</i> in het fyne Pypken van de
+Spuyt, door een subtiele tregterken laaten loopen: en als men het
+silverdraat langsaam met de hand <i>f</i> door het koper ringeken,
+tusschen de suyger en het glas van de Spuyt doortrekt, tot dat de Senuw
+daar tusschen in komt geirriteert te worden; soo siet men, dat dese
+Spier op deselve wys contraheert, als van het opgeblasen Hert gesegt is;
+en dat ook de droppel water sig meede eenigsins naa beneden beweegt,
+sonder datse opwaarts beweegt wordt. Dan dit experiment is seer teer, en
+daar moeten soo veele omstandigheeden omtrent waargenoomen worden, dat
+het selfs verdrietig is. Waarom ik een, dat ligter is, heb
+uytgedagt.</p>
+
+<p>
+<span class = "figfloat">
+<img src = "images/swammer/fig9.jpg" width = "139" height = "276"
+alt = "Figure IX">
+</span>
+Het selve bestaat, in dat men een glaase Spuytken neemt <i>a</i>, dat
+met een Diamant omtrent syn spitze eynde door gedrilt is <i>b</i>. Waar
+door men de gesepareerde Senuw van de Spier moet plaatsen <i>c</i>: maar
+alsoo de lugt door die opening heel ligt, als men hem tot contractie
+irriteert, kan passeeren, dat het neerdalen van het droppelken water
+belet; soo is het voor al nodig, de opening van het Glas, daar de Senuw
+door gepasseert is, te sluyten: dat men met wat vislym en styfsel seer
+gevoegelyk doen kan. Dan om de waarheid te seggen, het droppelken water
+word soo weynig neerwaarts ook in dit experiment bewogen, dat het haast
+onopmerkelyk is. Waarom dan om dit experiment te doen, niet beter als
+het Hert
+<span class = "pagenum">86</span>
+<a name = "page86"> </a>
+<!--png 104-->
+is, dat een redelyk langen tyt, en genoegsaam in syn beweeging
+continueert, die het eens ontfangen heeft, tot dat deselve verdwynt.</p>
+
+<p>En soo men de oorsaaken aanmerkt, waarom dit experiment soo sensibel,
+omtrent de Spier, als wel omtrent het Hert, niet en is: soo vind ik die
+te bestaan, in dat daar geen tegenoverstaande Spier omtrent is, die hem
+van buyten dilateert, of ook geen ingedreeve Bloet, dat de Bloetvaten
+uytset, en hem op die wys van inwendig ook een weynig extendeert. Dat
+alles seer nodige vereystens syn, om een volmaakte contractie van een
+Spier te hebben.</p>
+
+<p>Maar de experimenten, die over eenigen tyt bygebragt syn, dat het
+Bloet tot de contractie der Spieren nootwendig is, die syn van gansch
+geen gewight, alsoo het principaalste argument daar van is de toebinding
+van de groote Slagader, volgens de manier van de Heer <span class =
+"smallcaps">Stenonis</span>, dat daar niet te pas komt, als maar een
+Argument synde, dat niet als in syn eerste aansien ons sou kunnen
+overreden. Want soo men wel aanmerkt, dat de Wervelbeenen, verscheyde
+Senuen, en selfs het Ruggemerg, die alle in de Bant van de Heer <span
+class = "smallcaps">Stenonis</span> begreepen worden, op die tyt te
+samen werden gedrukt en geforceert; soo volgt daar van selve uyt, dat
+daar niets determinatifs uyt kan beslooten worden. En veel minder nog
+uyt het experiment, waar door het Bloet uyt de Spieren, door het
+indryven van water, gespuyt wort, dat t’eenemaal de bewegende Vesels der
+Spieren kwetst: en daarom soo is dit rouwe experiment niet als voor een
+onbedagte redencaveling te agten, die geen fondament heeft, als maar om
+het eerste experiment van de Heer <span class =
+"smallcaps">Stenonis</span> te bevestigen. Daarom moet men gewigtiger
+argumenten hebben, om een saak van gewigt te bewysen: gelyk men dat
+omtrent de Slagaders in de Dye, en in die van de Kikvorsch, toe te
+binden, sou kunnen experimenteeren.</p>
+
+<p>De Heer <span class = "smallcaps">Steno</span> is seer voorsigtigh
+geweest, in dat hy sig heeft onthouden, van de manier te determineren,
+op welke dat de beweeging der Spieren geschiede; en daarom heeft hy het
+ook voor onseker geoordeelt, dat deselve sou geschieden door een
+invloejing van een nieuwe materie. Maar naa dat ik hem myne voorgestelde
+experimenten, nu eenige jaaren geleeden synde, getoont had, soo heeft hy
+my determinatief gesegt, dat hy nu dorst staande houden, dat ’er in de
+contractie der Spieren geen nieuwe materie ingevoert wiert; soo dat wy
+in dit gewigtig point t’eenemaal accordeeren.</p>
+
+<p><span class = "pagenum">87</span>
+<a name = "page87"> </a>
+<!--png 105-->
+En ik kan nu ook makkelyk uyt de gewigtigheid van myne voorgestelde
+experimenten staande houden, dat een spier in syn contractie niet
+opblaast of opswelt, door de gesupposeerde invloejende en opbruisschende
+dierlyke geesten; maar dat een Spier in syn contractie veel eer
+ontswelt, of om myne gedagten beter uyt te drukken, dat hij minder
+plaats beslaat.</p>
+
+<p>En dit blykt meer als kennelyk, wanneer het Hart met lugt, in plaats
+van met bloet, gevult is, of ook dat het ongevult en leeg is. Alwaar dan
+omtrent het eerste verscheyde Zaaken in aanmerking komen, die alle in de
+contractie der Spieren kunnen plaats hebben. Als 1.&nbsp;dat de lugt
+inwendig in het Hert gecondenseert of in een geperst wort. Ten 2. dat
+dan de lugt rontsom het Hert gedilateert wort. Ten 3. dat de Vesels van
+het Hert, in die actie, dan seer vast komen in een te sluyten, haare
+holligheeden tusschen beyden toegedrukt te worden; en soo daar eenige
+lugt tusschen beyden is, dat deselve daar uyt komt bewoogen te worden.
+Het welk alles als dan voornamelyk blykt, wanneer het Hert als voor een
+ogenblik in syn contractie ophoud. Wanneer ten 4. de inwendige lugt in
+het Hert weer verdunt wort. Ten 5. de uytwendige verdikt, of van syn
+plaats gestooten. En ten 6. dat de Vesels van het Hert weer uytgerekt of
+gedilateert worden.</p>
+
+<p>Maar alsoo men my kan voorwerpen, dat dit tegennatuurlyk is, soo kan
+ik daar op antwoorden, dat ik ook somtyts wel lugt in de Herten der
+Menschen, die even gesturven waren, heb aangemerkt. Maar alsoo dit meede
+niet ordinaar is, soo moet men in de plaats van de lugt, die in het Hert
+van my gestelt wort, het Bloet neemen, dat in de contractie van het Hert
+aldaar geschud, verdikt, en uytgestooten wort, als ook het Bloet, dat in
+de Kroonaders van het Hert selfs is, en dat aldaar uytgedrukt wort;
+waarom het Hert ook op die tyt merkelyk bleeker wort. Ten anderen, als
+het Hert soo in syn selven inkrimpt, soo heeft de verdunning van de
+uytwendige lugt meede syn plaats, en eyndelyk soo sluyten de beweegende
+Vesels van het Hert dan meede vast in malkanderen, als dadelyk van het
+opgeblase Hert gesegt is: en welkers contrarie men ook hier in de
+volgende dilatatie van het Hert moet considereeren.</p>
+
+<p>Uyt alle het welke dan blykt, dat daar vry meerder saaken in de
+contractien der Spieren moeten geconsidereert worden, als tot
+<span class = "pagenum">88</span>
+<a name = "page88"> </a>
+<!--png 106-->
+nog toe gedaan is. Synde voor al wel in aanmerking te neemen, hoe sterk
+dat de bewegende Vesels der Spieren in haare contractie in een krimpen,
+soo dat ik se wel bykans driemaal dikker in sommige Dieren op die tyt
+heb sien worden, als wanneer sy in haare geduurige en naturelyke
+contractie waren. Waar door dan alle haare inhoud, die in de vaten,
+dewelke daar door liepen, ingevloeit was, met kragt uytgeperst wierd.
+Waarom ook een gecontraheerde Spier in een bloetryk Dier veel bleeker
+is, als een Spier, die niet gecontraheert is, als ook van de Heer <span
+class = "smallcaps">Stenonis</span> is aangemerkt.</p>
+
+<p>En soo is dit ook de reeden, dat de gedetermineerde, of de
+gereitereerde naturelyke beweegingen der Spieren, een kennelyke warmte
+aan het lichaam veroorsaaken, door dien sy het Bloet door over snelle
+contractien uyt haar stootende, de gansche massa bloeds soo veel te
+veerdiger beweeging en circulatie toebrengen. Het welk de Chirurgyns,
+alleen door haar ervarentheid, wel weten te pas te brengen in het
+Aderlaaten; wanneer sy ymant een stok of iets diergelyks in de hant
+geeven, om die met de hant omdrayende, en de Spieren beweegende, daar
+door het Bloet snelder uyt de Aderen te doen loopen. Dat ook de
+imaginatie selfs doen kan, die van gelyken onse Spieren op verscheyde
+wysen determineert, naa dat men sig droevige of vermakelyke objecten
+voorstelt, die het Hert sluyten of samen trekken en dilateeren.</p>
+
+<p>En ik heb selfs een jongen te Leyden in het Gasthuys gekent, van
+wiens voeten het gegangreneerde vel en vleesch effen gesepareert waaren,
+dewelke, als het hem beliefde, een groote quantiteyt Bloets door de ope
+wonde, alleen door de beweeging syner Spieren, kon uytdrukken; sonder
+dat hy syn aassem inhield. Gelyk dat ook in de beweegingen van veele
+Dieren te sien is, welkers Bloet snelder uyt de wonde loopt, als sy haar
+roeren, dan als sy stil leggen; hoewel sy selfs geen Longen hebben.</p>
+
+<p>En dit gaat soo verre, dat selfs de vermoeytheid hier in bestaat, soo
+dat de Spieren door het overvloedig Bloet geforceert, en onbekwaam tot
+haar contractie worden: dat ik de eerstemaal heb geobserveert, wanneer
+ik glas aan de lamp kwam te blasen, waar door myne Wangspieren soo dik
+van het Bloet opswollen, dat ik ten laatsten geen kragt meer hadt, om
+die te contraheeren, en de lugt daar door uyt de Mont te blaasen.</p>
+
+<p><span class = "pagenum">89</span>
+<a name = "page89"> </a>
+<!--png 107-->
+Het is wonderbaarlyk in de Insecten, dewelke des Winters, alsoo haar
+bloet en vogtigheid als in de Vaten stolt en als bevriest, dan ook alle
+de beweegingen haarer Spieren verliesen, soo dat haare leeden en voeten
+in dat postuur blyven staan, als men se, sonder haar te forceeren, dan
+uytwaarts buygt: en men siet, dat dese beweeging haar niet eerder weder
+gegeven wort, voor dat de Lugt gematigder is; of dat men se by het vuur
+brengt, daar een kleene warmte haar doet als herleeven, beweegen,
+roeren, jaa lopen en vliegen: tot dat haar bloet en vogten weer een
+weynig daar naa verdikt worden, dat haar onbeweegelyk maakt op een
+nieuw. In dat vermaarde Kruydje roer my niet heb ik ook aangemerkt, dat
+het in de Herfstmaanden sig vry minder beweegt, als in de Somertyt.</p>
+
+<p>Maar mogt ymand vraagen, wat veroorsaakt nu eygentlyk de naturelyke
+gedetermineerde, of ook de kunstige en uytwendige irritatie der Senuen
+binnen in de Spier? Alsoo men daar niet van kan seggen, dat daar een
+sensible materie, als de Senuw geraakt wort, tot de Spier over passeert,
+of daar plaatselyk in beweegt wort; maar dat de Spier ter contrarie een
+materie uyt sig stoot, en een minder plaats beslaat.</p>
+
+<p>Sekerlyk dat is een harde en swaare questie, en mogelyk niet te
+solveren, als uyt de gansche kennis van de waaragtige structuur der
+Spier selve, die my nog onbekent is, en seer verre te soeken. Daarom sal
+ik hier handelen, gelyk men met het gebruyk van het Oog gedaan heeft,
+welkers manier, hoe het gesigt geschiet, men sonder het Oog waarlyk te
+kennen, heeft aangeweesen. Daarom soo het my geoorloft was door een
+rouwe gelykenis de saak te verklaren, ik sou seggen, dat het in dese
+gelegentheid ging, gelyk met ymant, die seer sagt de Saadkokers van
+Kruidje Roer my niet van Dodoneus, of de andere Balsamita van Fabius
+Columna kwam aan te raaken, het welk door twee a drie senuw en
+kruidagtige Veselkens gedilateert of geëxtendeert synde, dan door die
+momentelyke irritatie de kragt verkrygt, om sig seer schielyk en geswint
+te contraheeren. En in der daat, indien dese Veselkens die haar soo
+schielyk contraheeren, self eer haar saat ryp is, niet in een kronkelden
+en weg sprongen, maar datse, gelyk het in een gekrompe leder, haar weer
+lieten dilateeren, en op een nieuw door irritatie te samen trokken; men
+sou daar omtrent een seer raar
+<span class = "pagenum">90</span>
+<a name = "page90"> </a>
+<!--png 108-->
+voorbeelt van een Spier vinden, wiens voorname actie in een contractie
+bestaat, die op de dilatatie volgt: waar door dat de contractie, en niet
+de dilatatie, het eygentlyke officie der Spieren is: dewelke haar
+geduurig, selfs naa de doot der Dieren, tragten te contraheeren, jaa ik
+heb ondervonden, dat een Spier, die ik eenige jaaren in een Balsem
+bewaart had, sig nog contraheerde, wanneer ik hem naderhant in de selve
+Balsem opkookte.</p>
+
+<p>Maar dese gelykenissen daar latende; soo staat dit experiment
+onweersprekelyk vast, dat als de Senuw van een Spier geroert wort, dat
+dan ook dadelyk de Spier geroert wort. En alsoo ik heb aangewesen, dat
+de Spier in syn contractie minder plaats beslaat, als in syn dilatatie,
+soo volgt daar ook onweerspreekelyk uyt, dat daar dan geen nieuwe
+opblaasende materie invloeyt; en dat het een onbevattelyk subtielder
+materie moet syn, die op dat ogenblik, sulk een wonderbarelyke beweeging
+daar in veroorsaakt. Sonder dat men seggen kan, datse yets anders in de
+Spier doet, als de wint, een vinger, een stoksken, of een borstel, tot
+de samentrekkende Saadkoker van het Kruidje roer my niet doet, om haare
+Veselkens te doen contraheeren.</p>
+
+<p>Waar uyt ik dan oordeel te volgen, als boven alreede gesegt is, dat
+als een Senuw geduurig geirriteert wort, dat dan ook de Spier in een
+geduurige contractie, of ten minsten in een gestadige tragting en
+renttentie tot deselve sou weesen. Als ik voor deesen in myn Tractaat
+van de Ademhaaling heb aangeweesen. En ik nu terstont wat klaarder sal
+openen, door een manier voor te stellen, waar door men de geduurige
+beweegingen der Spieren eenigsins kan considereeren.</p>
+
+<p>Maar eer ik daar toe kom, en te gelyk dit discours eyndige, soo is
+het seer nodig aan te merken en te sien, op wat manier de Spieren
+gestelt syn, eer sy haar ooit beweegt hebben. Het welk voornamelyk
+omtrent de Insecten te bespeuren is, en omtrent de begintselen der
+Spieren in grooter Dieren, alwaar men dan siet, datse meesten tyt in een
+gedrongen syn, en van couleur wit en vliesagtig; synde heel in haar
+begintsel als uyt geleyagtige vogtigheeden bestaande. In de Insecten is
+dit seer aanmerkelyk, datse in die tyt, wanneer het Dier een andere
+gestalte sal aanneemen, als onsigtbaar syn, en in een geringe tyt seer
+toenemen en aangroeyen, dat ook gansche leedematen doen, als voornamelyk
+omtrent
+<span class = "pagenum">91</span>
+<a name = "page91"> </a>
+<!--png 109-->
+de Beenen en haare Spieren geschiet, die men verwonderlyk siet
+aangroeyen, en door ingedronge vogtigheeden of bloet uytgeset te worden,
+even als met een opspanning van overtollige vogtigheeden. Waar door dan
+die deelen met ’er tyt, als tegens haar natuur, uytgerekt en als een
+Boog gespannen worden: dat voornamelyk in de Insecten plaats heeft,
+welkers Spieren ook veel langer beweegen, als die van eenige andere
+Dieren, selfs naa dat het Hooft al eenige dagen van het lichaam
+gesneeden is geweest. En men siet ook, dat als se uyt haare afgelegde
+huit breeken, dat dan ook haare lichamen seer schielyk groot en
+uytgespannen worden. Dat ook naa proportie stant grypt in de Dieren, die
+een heter bloet hebben. En het geen te weeg brengt, dat haare Spieren
+sig soo veel te sterker dan weer tragten te contraheeren, en in sig
+selven te krimpen. Ook siet men klaarlyk, dat als de Spieren haar nu
+beginnen te beweegen, datse door het bloet, dat zig inwendig indringt,
+en haar voor een gedeelte dilateert, veel roder worden, en datse door de
+Bloetvaten, die haar door loopen, en haar bewegende Vesels uytrekken,
+meerder werden uytgeset.</p>
+
+<p>Waar uyt blykt, dat in alle de contractien der Spieren een dilatatie
+moet voorgaan, die ik driesins stelle, als eerstelyk, in natuurelyke en
+vrywillige samentrekkingen der Spieren door het ingedronge Bloet, dat
+haar voor een gedeelte dilateert. Ten tweeden in naturelyke
+samentrekkingen door de inhoud, die de beweegende Vesels uytrekt en
+dilateert, waar door haar nog meerder Bloet ingevoert wort, en sy tot
+haar contractie gedisponeert worden. Ten derden in vrywillige
+samentrekkingen, door de determinatie van de tegenoverstaande Spieren,
+die omtrent de tegengestelde Spieren het selve effect doen, dat de
+inhoud doet omtrent de Spieren, die haar naturelyk beweegen.</p>
+
+<p>Maar wat nu die subtiele materie, die door de Zenuen in de Spieren
+geduurig invloeit, tot haare contractien doet; en of sy de bewegende
+Vesels aanstoot, en eenige Bloetvaten, die van de Senuen in de Spier
+omwonden worden, opent; of wel, datse haar met het Bloet vermengende,
+dat schielyk doet opwellen, opbruisschen, en de eerste beweeging geeft,
+om weer uyt de Spieren gedreeven te worden, soo dat daar in een ogenblik
+de contractie van de bewegende Vesels op volgt; van dat alles kan ik
+niets determineren. Soo dat ik het selve, om verder naa te denken, daar
+late.</p>
+
+<p><span class = "pagenum">92</span>
+<a name = "page92"> </a>
+<!--png 110-->
+Maar wat de vordere saaken van my voorgestelt aangaat, daar omtrent meen
+ik met een goet fondament te kunnen vast stellen. 1.&nbsp;Dat alle
+Spieren natuurelyk, dat is eer sy haar actie oit gedaan hebben,
+gecontraheert syn. Ten 2. dat haare contractie voor een gedeelte
+cesseert en als ophout, door de vogten van bloet of diergelyke, die tot
+haar door de Vaten inwendig ingevoert worden. Waar door sy dan, als door
+een eerste oorsaak, eenigermaten uytgespannen of gedilateert worden,
+blyvende nog in haar contractie: maar waar door evenwel de omringende
+lugt naa die proportie uyt syn plaats gestooten en op een gedrongen
+word, naa de welke sy geëxpandeert syn. Ten 3. dat tot het volkomen
+uytspannen of dilateren der Spieren, als een tweede oorsaak seer veel
+doet, de inhoud der Ingewanden, bollvgheden, en pypkens des lichaams,
+daar de bewegende vesels om heen loopen, dat in de naturelyke bewegingen
+plaats heeft: en dan ook bysonderlyk de contrarie determinatie der
+tegenoverstaande Spieren, dat in de vrywillige beweegingen stant grypt;
+alsoo de beweegende vesels door beyde dese oorsaaken, en in beyde dese
+verschillig geplaatste Spieren, merkelyk uytgespannen worden, en de
+Bloetvaten derselve gedisponeert, om nog een veel groter quantiteyt
+bloets in haar te ontfangen, als ook om haar weer te sterker te
+contraheeren: synde nu volkomen gedilateert. En dat ten 4. soo veel te
+meer, alsoo de weg gestooten en verdikte lugt, die geduurig tot syn
+dilatatie door het evenwigt der lugt bewoogen word, de Spieren 900 veel
+meerder komt aan te persen, om haar eerste en natuurelyke contractien,
+daar sy van selver ook nu toe bewoogen worden, weer te herneemen. Waar
+by dan komende ten 5. de geduurige en natuurelyke irritatien, die door
+de Senuwen in de bewegende Vesels der Spieren selfs verwekt worden, en
+waar door se tot haare contractien gestaadig door het circulerende bloet
+aangeport worden, dat het begin des Ruggemergs en alle de Senuen
+onophoudelyk door de Slagaderen word ingeperst; of ook door de
+uytwendige objecten, die het bloet verscheydelyk komen te beweegen, aan
+het begin des Mergs en de Senuen word gecommuniceert: Soo worden ten 6.
+de Spieren nootsakelyk gedisponeert en als gedwongen, om haar eerste en
+natuurelyke contractie weer te herneemen, het sy dat die natuurlyk of
+vrywillig syn. Waar uyt ik dan ten 7. als een nootsakelyk gevolg kom
+vast te stellen, dat in alle weerkeerige
+<span class = "pagenum">93</span>
+<a name = "page93"> </a>
+<!--png 111-->
+contractien der Spieren, als dan haare inhoud weer uyt de selve komt
+uytgeperst te worden: alsoo de uytgerekte bewegende vesels dan weer tot
+malkanderen koomen in te dringen, en digt in een te sluyten; even al
+eens gelyk sy voor haare dilatatien waaren. Waarom sy dan nootsakelyk
+een kleender plaats beslaan, niettegenstaande men siet, dat daar eenige
+zwellingen in de Spieren komen te ontstaan, dewelke alleen uyt die in
+een krimping haarer bewegende vesels haar oorspronk neemen: hoewel dat
+men de oorsaak daar van tot nog toe aan een opblaasing toegeschreeven
+heeft, die men eygentlyk een ontswelling moest noemen. Waar uyt ik dan
+ten 8. vaststel, dat alle de actiën der Spieren in haare contractien
+bestaan, dat is in de wederkeering tot die figuur en dispositie, die sy
+voor haar dilatatie hadden. Waar door dan als de Spieren op deselve wys,
+of ook door haar inhoud, of de tegenoverstaande Spieren, weer
+gedilateert, of tot de tegenoverstaande syde gedetermineert worden, sy
+haare contractien geduurig maaken: het sy in natuurelyke of in
+vrywillige bewegingen.</p>
+
+<p>En hoewel nogtans dat dit in het generaal, en bysonderlyk syn stant
+grypt omtrent de natuurelyke beweegingen der Spieren, soo siet men
+egter, dat het ook in de vrywillige beweegingen derselve syn plaats
+heeft, en dat niet tegenstaande, hoewel de toestemming der wil in de
+vrywillige bewegingen der Spieren vereyst word. Door reden, dat men in
+alle vrywillige beweegingen der Spieren siet, dat daar altyt een
+inwendige of uytwendige oorsaak en object nodig is, dat de contractie
+der tegenoverstaande Spieren tot de tegenoverstaande syde moet
+determineeren.</p>
+
+<p>En alsoo valt het dan ligt te begrijpen, door dien alle Spieren in de
+staat van een geduurige contractie syn, dat daar niet als de minste
+determinatie maar nodig is, het sy uyt wat oorsaak dat die spruyt, om
+haar het lichaam te doen beweegen, te verplaatsen, voort te gaan, en op
+andere oneyndige manieren meer te doen roeren.</p>
+
+<p>Dat niet alleen omtrent de natuurelyke beweegingen seer kennelyk is,
+als in de contractie van de Oogappel blykt, die haar door haare Spieren
+op het selve ogenblik sluyt en dilateert, naa dat het Oog meer of minder
+van het ligt geirriteert word; gelyk men dat ook siet omtrent de
+beweegende vesels der Darmen, die naa proportie haar geduurig
+contraheeren en weer dilateeren, na dat de inhoud daar minder of meerder
+in is, en op welke tyt de eene beweeging
+<span class = "pagenum">94</span>
+<a name = "page94"> </a>
+<!--png 112-->
+de ander aldaar vervangt, als de baaren der zee doen, die malkanderen
+volgen:</p>
+
+<p>Maar selfs blykt het ook, dat ’er oneyndigmaal een naturelyke
+contractie plaats heeft in de Spieren, die wy vrywillig seggen te
+beweegen: als in het gaan, staan, het beweegen onser Armen, enz. blykt:
+die wy duysent en duysentmaal roeren, sonder dat de wil daar eenige
+attentie toe heeft. En op die wys sullen wy door een uytwendig object,
+als we met een ander wandelen, veelmaal ymand groeten, om dat ons
+geselschap syn hoet afneemt, of dat ons dat uytwendig object beweegt;
+sonder dat wy weeten, wie wy gegroet hebben, of selfs dat wy die actie
+hebben gedaan. Soo dat het schynt, dat onse contractien der Spieren al
+soo natuurelyk syn, en geduurig door de eene oorsaak, die daar heeft
+doen beweegen, tot een tweede en derde beweeging gebragt worden: als dat
+onse memorie plaatselyk is, en door het eene subject op het andere komt
+te denken; dat tot het oneyndige voortgaat.</p>
+
+<p>Op de selve wys, als we by het vuur sitten, soo retireren wy ons,
+door de force van het irriterende object, daar van daan, en wy
+herstellen onse leedematen, door veele beweegingen, sonder de minste
+attentie van onse wil; soo dat het schynt, dat wy ons selfs ook niet
+vrywillig beweegen, ten sy de wil selfs syn object heeft, en dat alsoo
+haare beweeging een tweede veroorsaakt. Want de vlam te groot synde soo
+sluyten wy onse oogleeden, of wy verdrayen ons hooft, en wy maken
+alderhande andere soorten van beweegingen, na dat de objecten ons daar
+toe irriteeren.</p>
+
+<p>Dat alles voor een genoegsaam bewys kan dienen, dat selfs onse
+Spieren, waar door wy ons vrywillig beweegen, ook altyt natuurelyk
+bewoogen worden, en dat daar niet als een inwendig of uytwendig
+beginsel, oorsaak, object enz. noodig is, om die te determineeren; en
+selfs dat dit beginsel tot de determinatie eerstelyk in ons moet
+voorgaan, eer wy ons vrywillig beweegen. Al was het maar een invallende
+of verwekte gedagte, dat selfs soo ver gaat, dat wy des nagts, door een
+simpele droom of magische phantasy, ons roeren, beweegen, uyt het bed
+loopen, schreeuwen en te roepen koomen; dat dan alles nergens door
+geschiet, als dat wy daar door onse Spieren, die alreede in actie syn,
+maar contrarie determineeren. En selfs observeert men dese dingen
+omtrent de zelvswillige of natuurelyke beweegingen; hoewel die seer
+weynig
+<span class = "pagenum">95</span>
+<a name = "page95"> </a>
+<!--png 113-->
+als in seekere opsigten van ons kunnen gedetermineert worden: want gelyk
+in het begin gesegt is, onse wil heeft seer weynig magt om die Spieren
+te determineeren, daar geen tegenoverstaande Spieren syn: en indien ons
+die niet gegeven waren; wy souden in der waarheid de onroerlyke Planten,
+en de Bomen, die haar niet beweegen, gelyk syn.</p>
+
+<p>Het geen ons dan alles klaarlyk leert, dat daar oneyndige saken in de
+contractien der Spieren te samen lopen, en dat de gansche machine van
+ons lichaam, en de elementen die ons omringen, dienen gekent te worden,
+sal men een eenige Spier en syn actie regt expliceeren. En seker de
+lugt, het ingenomen Voetsel, het Bloet, de Herssenen, het Merg, de
+Senuwen, en die subtiele Materie, die in een ogenblik tot de beweegende
+vesels overgevoert word, moeten hier alle in geconsidereert worden, en
+nog meerder; sal men eyndelyk eens tot de klaare waarheid komen. Wat my
+belangt, ik beken, dat ik yets getragt heb om te seggen, maar ik weet
+ook, dat ik gehandelt heb, als of ik de heldere stralen van de Son met
+een houte kool heb willen afmaalen; soo dat in myn Verhandeling geen
+andere glans is, als die sy verkrygen sal, door het heldere ligt der
+waarheid, dat deselve daar in te syner tyt, sal openbaaren. Het geen als
+dan weesen sal, soo wanneer alle dese dingen door gelukkiger verstanden
+ontdekt syn. En dat sal gewisselyk gebeuren, indien wy de natuur tot
+GODS eer, en niet tot onse eyge en verwaande glorie ondersoeken. En als
+dan sal men ook soo veel vergenoegen en eygen behaagen in die brandende
+lust van schryven niet vinden: alsoo het werken tot GODS eer een bedryf
+is, dat tegens alle de bewegingen van onsen verdurven aart stuyt,
+dewelke altyt soekt gepreesen en geflatteert te weesen; en de naam te
+hebben, van wel te hebben geschreeven, dat ik ook oordeel een ydelheid
+der ydelheeden te syn, om dat de waarheid alleen ons fondament en onsen
+roem moet weesen. Maar wie sal die uytvinden, daar wy selfs soo onwetent
+in dese sigtbaare saaken syn? Waarom ik dan besluit, dat alle goede en
+waaragtige wetenschappen en ontdekkingen milde gaven GODS syn, die hy
+geeft aan wie het hem belieft, en die hy op syn tyt ontdekt. Wat ik nu
+voorts van de Senuwen aangemerkt hebbe, dat is in de uytleggingen van
+het Tractaat van de Neushoornige Schalbyter te vinden.</p>
+
+<h4 class = "extended">EYNDE.</h4>
+
+<hr class = "section mid">
+
+<p class = "illustration"> <!--omit?-->
+<img src = "images/swammer/figpage.jpg" width = "236" height = "507"
+alt = "Figuren">
+</p>
+
+<span class = "pagenum">96</span>
+<!-- no printed page number-->
+<a name = "page96"> </a>
+<!--png 114-->
+
+<h4 class = "section">Tab. XLIX. Verklaart.</h4>
+
+<p class = "mynote">
+The heading “Tab. XLIX.” does not appear on the Figures page.<br>
+Het opschrift „Tab. XLIX.“ is niet te zien op de pagina met
+Illustraties.
+</p>
+
+<table>
+<tr>
+<td class = "tablehead" colspan = "2">
+Fig. V.<br>
+De beweging van een Spier in de Kikvorsen.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "letter">aa.</td>
+<td>De twee Peesen van een Spier, met de vingeren gevat.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">b.</td>
+<td>De neerhangende Senuw geroert synde, waar door de Spier sig samen
+trekkende, de twee handen als te samen trekt.</td>
+</tr>
+
+<tr><td class = "tablehead" colspan = "2">
+<img src = "images/swammer/fig5_6.jpg" width = "457" height = "206"
+alt = "Figures 5, 6">
+</td></tr>
+
+<tr>
+<td class = "tablehead" colspan = "2">
+Fig. VI.<br>
+De manier, hoe de Spier sig als verdikt in syn samentrekking.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "letter">a.</td>
+<td>Een glase Pypken, daar de Spier doorgetrokken is.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">bb.</td>
+<td>Twee naalden door syne Peesen gestooken.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">c.</td>
+<td>De Senuw aangeroert:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">dd.</td>
+<td>Waar door de naalden <i>bb.</i>, uyt haar plaats bewogen worden tot
+<i>dd.</i></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">e.</td>
+<td>Soo dat de Spier de glase Pyp in haar midden door syn contractie
+komt te vullen.</td>
+</tr>
+</table>
+
+<table>
+<tr>
+<td class = "tablehead" colspan = "2">
+Fig. VII.<br>
+De manier, hoe het Hart in syn contractie minder plaats beslaat.</td>
+<td rowspan = "16">
+<img src = "images/swammer/fig7.jpg" width = "80" height = "476"
+alt = "Figure VII">
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "letter">a.</td>
+<td>Het Hart sig contraherende, daar het in een glase spuyt op de suyger
+geplaatst is.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">bb.</td>
+<td>De glase Spuyt.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">c.</td>
+<td>Een droppelken water in het Pypken van die Spuyt, dat op de
+contractie van het Hart nederdaalt.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">d.</td>
+<td>De plaats in het Pypken, waar by aangeweesen wort, hoe laag het
+droppelken <i>c.</i>, als dan neerwaarts bewogen wort.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "tablehead" colspan = "2">
+Fig. VIII.<br>
+De manier, hoe een Spier in syn samentrekking minder plaats
+beslaat.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "letter">a.</td>
+<td>De Spuyt.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">b.</td>
+<td>De Spier.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">c.</td>
+<td>De Silverdraat, daar de Senuw in gevat is.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">d.</td>
+<td>Een Koperdraat van boven met een oogken, daar de Silverdraat door
+passeert.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">e.</td>
+<td>Een droppelken Water in het pypken van de Spuyt.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">f.</td>
+<td>De Hant die de Senuw roert, en waar door de Spier, als hy sig
+samentrekt, het droppelken <i>e.</i> een weynig naar beneden
+beweegt.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "tablehead" colspan = "2">
+Fig. IX.<br>
+Dit vorige op een ander manier vertoont.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class = "letter">a.</td>
+<td>De Spuyt van glas.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">b.</td>
+<td>Een gaatken in de Spuyt gedrilt.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class = "letter">c.</td>
+<td>De Senuw die door dit gaatken getrokken is.</td>
+</tr>
+</table>
+
+<!-- png 115 -->
+<!-- Figs. V - IX on unpaginated leaf with blank back -->
+
+<!-- png 116 -->
+
+
+<hr class = "chapter">
+
+<a name = "page97" id = "page97"> </a>
+<!--png 117-->
+
+<span class = "pagenum">98</span>
+<a name = "page98" id = "page98"> </a>
+<!--png 118-->
+
+<h3>HERMANNI BOERHAAVE</h3>
+
+<h3 class = "boldf">DE USU RATIOCINII MECHANICI<br>
+IN MEDICINA</h3>
+
+<h1 class = "extended">ORATIO</h1>
+
+<h5 class = "extended">HABITA IN AUDITORIO MAGNO</h5>
+
+<h5>XXIV. SEPTEMBRIS.</h5>
+
+<h5>MDCCIII.</h5>
+
+<hr class = "tiny">
+
+<h6>CUM TERTII SUAE STATIONIS ANNI<br>
+LABORES AUSPICARETUR.</h6>
+
+<!--png 119-->
+
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/boerhaave.jpg" width = "391" height = "517"
+alt = "Boerhaave" title = "Boerhaave">
+</p>
+
+<!--png 120-->
+
+<span class = "pagenum">99</span>
+<a name = "page99" id = "page99"> </a>
+<!--png 121-->
+
+<h2>REDEVOERING</h2>
+
+<h6>VAN</h6>
+
+<h3>HERMAN BOERHAAVE</h3>
+
+<h6>OVER</h6>
+
+<h4 class = "boldf">HET NUT DER MECHANISTISCHE<br>
+METHODE IN DE GENEESKUNDE,</h4>
+
+<h3>DOOR HEM GEHOUDEN IN HET GROOT-AUDITORIUM DER RIJKS-UNIVERSITEIT TE
+LEIDEN,</h3>
+
+<h5 class = "smallcaps">op den 24<sup>sten</sup> SEPTEMBER 1703,</h5>
+
+<h6 class = "extended">BIJ DEN AANVANG VAN ZIJN DERDE AMBTSJAAR.</h6>
+
+<hr class = "section">
+
+<table class = "parallel">
+<tr>
+<td>
+<span class = "pagenum latin">100</span>
+<a name = "page100" id = "page100"> </a>
+<!--png 122-->
+<p class = "inset1">
+<i>Nobilissimis et Splendidissimis Viris</i><br>
+<span class = "smallcaps">Academiae Batavae<br>
+Curatoribus,</span>
+</p>
+</td>
+<td>
+<span class = "pagenum dutch">101</span>
+<a name = "page101" id = "page101"> </a>
+<!--png 123-->
+<p class = "inset1">
+<i>Den Edel Groot Achtbaren Heeren</i><br>
+<span class = "smallcaps">Curatoren Der<br>
+Leidsche Universiteit,</span>
+</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">D. Jacobo, Baroni Wasnariae,</span> Toparchae
+Opdami, Hensbroek,
+Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, etc. Ordinis
+Equestris Nobilium Hollandiae Primo Assessori, Illustris Ordinis
+Equestris Danici, Cujus insigne Elephas, membro, Equitum Foed. Belgicae
+Magistro. Munitissimae Urbis Sylvae Ducis Gubernatori. Ad Potentissimos
+Poloniae et Borussiae Reges, ad Serenissimum Electorem Hanoveriensem, et
+ad Plures Germaniae Principes, Legato Extraordinario, etc. etc.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+Den Heere <span class = "smallcaps">Jakob, baron van Wassenaer</span>,
+heer van Obdam,
+Hensbroek, Wochmeer, Spierdijk, Zuydwijk, Kernchem, Twikelo, Lage, enz.,
+oudste lid van de ridderschap van Holland, ridder in de Deensche
+koninklijke orde van den Olifant, kolonel van de ruiterij der Vereenigde
+Nederlanden, gouverneur van ís Hertogenbosch, buitengewoon gezant bij
+H.&nbsp;H.&nbsp;M.&nbsp;M. de Koningen van Polen en Pruisen, bij
+Z.&nbsp;H. den Keurvorst van Hannover en bij onderscheidene Duitsche
+vorsten, enz. enz.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">D. Huberto Rosenboom,</span> JCto, Toparchae
+in ís Grevelsregt,
+Supremae Batavorum Curiae Praesidi, etc. etc.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+Den Heere Mr. <span class = "smallcaps">Hubertus Rosenboom</span>, heer
+van ís Grevelsregt,
+voorzitter van den Hoogen Raad der Nederlanden, enz. enz.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">D. Hermanno van den Honaart,</span> JCto, Viro
+Consulari in Senatu
+primae in Hollandia Dordrechtanorum Urbis, ejusque Voto in Delegatos
+Praepotentium Ordinum Hollandiae adscripto, Comiti Aggerum
+Alblasserwaarde, etc. etc.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+Den Heere Mr. <span class = "smallcaps">Herman van den Honaart</span>,
+burgemeester van
+Dordrecht en afgevaardigde dezer stad in de Staten van Holland,
+dijkgraaf van Alblasserwaarde, enz. enz.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "inset1">
+<span class = "smallcaps">Eorumque collegis,</span><br>
+<i>Amplissimis, Gravissimisque Viris</i>,</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "inset1">
+<i>Den Edel Achtbaren Heeren</i>
+</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">D. Johanni van den Berg</span>, JCto, Consulum
+hoc anno Praesidi, et
+Amplissimi simul Consessus Curatorum Academiae Actuario,</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">D. Conrado Ruysch,</span> JCto.</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">D. Abrahamo van Alphen,</span> JCto.</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">D. Petro van Dorp.</span></p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+Den Heere Mr. <span class = "smallcaps">Jan van den Berg</span>, eersten
+burgemeester van Leiden
+en secretaris van het college van Curatoren.</p>
+<p class = "hanging">
+Den Heere Mr. <span class = "smallcaps">Coenraad Ruysch</span>,</p>
+<p class = "hanging">
+Den Heere Mr. <span class = "smallcaps">Abraham van Alphen</span>,</p>
+<p class = "hanging">
+Den Heere <span class = "smallcaps">Pieter van Dorp</span>,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<div class = "righthalf">
+<p align = "center">
+Hanc Orationem<br>
+Ea, qua par est, veneratione<br>
+Sacrat<br>
+Virtuti, et Nomini Eorum<br>
+Devotissimus<br>
+HERMANNUS BOERHAAVE.</p>
+</div>
+</td>
+
+<td>
+<div class = "righthalf">
+<p align = "center">
+draagt deze redevoering<br>
+met verschuldigden eerbied op<br>
+de hun toegewijde<br>
+HERMAN BOERHAAVE.</p>
+</div>
+</td>
+</tr>
+</table>
+
+<br>
+
+<hr class = "mid">
+
+<table class = "parallel">
+<tr>
+<td width = "45%">
+<span class = "pagenum latin">102</span>
+<a name = "page102" id = "page102"> </a>
+<!--png 124-->
+<h4>HERMANNI BOERHAAVE</h4>
+
+<h4 class = "smallcaps">De Usu ratiocinii Mechanici in Medicina</h4>
+
+<h4 class = "extended">ORATIO.</h4>
+</td>
+<td>
+<span class = "pagenum dutch">103</span>
+<a name = "page103" id = "page103"> </a>
+<!--png 125-->
+
+<h4 class = "extended">REDEVOERING</h4>
+
+<h6>VAN</h6>
+
+<h4>HERMAN BOERHAAVE</h4>
+
+<h6>OVER</h6>
+
+<h5 class = "smallcaps">Het nut der Mechanistische Methode in de
+Geneeskunde,</h5>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p><span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/q_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "Q: Qui" title = "Q: Qui"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">Q</span>ui corporum vires ex mole,
+figura, et velocitate, vel assumtis, vel
+deprehensis observatione, calculo aestimant Geometrico, Mechanici
+appellantur. Quos ipse Artis usus, claraque demonstratae veritatis lux,
+Sapientibus adeo commendavit, ut aliam omni aeque laudatam seculo, omni
+aeque comprobatam suffragio, temere non inveneris. Miram profecto, et
+insperato rei eventu humana fere altiorem Sapientiam!</p>
+</td>
+<td>
+<p><span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/z_top.png"
+width = "194" height = "159" alt = "Z: Zij" title = "Z: Zij"></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/z_bottom.png"
+width = "33" height = "198" alt = ""></span>ij, die de krachten der
+lichamen naar hun massa, vorm en snelheid,
+hetzij na een korter of langer onderzoek vastgesteld of door directe
+waarneming gevonden, mathematisch berekenen, worden Mechanisten genoemd.
+Dezen hebben zich door de practische resultaten hunner wetenschap, welke
+op schitterende wijze de waarheid hunner stellingen aantoonden, zoozeer
+de achting der weldenkenden verworven, dat men niet licht eene andere
+wetenschap zal vinden, die zich ten allen tijde in gelijke mate in
+ieders toejuiching mocht verheugen. Is zij niet een wonderbaarlijk
+gewrocht van den menschelijken geest, dat door zijne alle verwachting te
+boven gaande uitkomsten aan het bovenmenschelijke grenst?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Illa enim certis quidem, sed paucis admodum, iisque vulgatis ubique
+principiis fundamenta debet subtilissimi cujusque et difficillimi
+inventi.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het zijn immers slechts zeer weinige, algemeen verbreide, zij het dan
+ook onbetwistbare, grondbeginselen, op welke haar meest subtiele en
+ingewikkelde uitvindingen gebaseerd zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Postulata ideo Scientiae hujus sordent his, qui fronte prima decepti
+rebus pretium statuere, vel obscura tantum suspicere solent. Artium vero
+severissimae successum quisquis spectat, summo eam ingenii cultu
+dignissimam habet, quia fundamento subnixa tam plano Hominum robur longe
+supra vires Generis Humani evexit. Ejus quippe effectu nulla datur
+immobilis moles, licet moturus minimo valuerit agendi momento.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dit is dan ook de reden, waarom menschen, die gewoon zijn, de dingen op
+het eerste gezicht, dus veelal verkeerd, te beoordeelen, of slechts
+eerbied te hebben voor beweringen, die in een duister waas gehuld zijn,
+voor de grondstellingen dezer wetenschap minachtend de schouders
+ophalen. Wie echter op de resultaten van die strengste aller
+wetenschappen let, acht haar de hoogste vereering waardig, omdat zij, op
+zoo eenvoudigen grondslag opgebouwd, den mensen krachten verleend heeft,
+die zijne eigene verre overtreffen. Aan haar immers hebben wij het te
+danken, dat geen massa meer onbewegelijk is, hoe gering ook de
+beweegkracht zij, waarover wij beschikken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quare utilitatem ejus ommis civilis, omnis agnoscit militaris
+disciplina. Hanc aliis artibus necessariam non tantum idonei judices,
+sed et vanae gloriae ex ignara laude aucupes imperiti celebrant. In
+<span class = "pagenum latin">104</span>
+<a name = "page104" id = "page104"> </a>
+<!--png 126-->
+sola medicina spernitur, vel praetervisa nihil boni praestare vulgo
+censetur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Haar nut wordt dan ook door alle, zoowel burgerlijke als militaire,
+wetenschappen erkend. Zóó algemeen wordt zij gevierd als eene voor
+andere wetenschappen onmisbare hulpwetenschap, dat zelfs onkundigen,
+<span class = "pagenum dutch">105</span>
+<a name = "page105" id = "page105"> </a>
+<!--png 127-->
+als naar gewoonte zichzelf willende verheerlijken door het prijzen van
+dingen, welke zij niet verstaan, den bevoegden beoordeelaars dien lof
+nazeggen. De geneeskundigen alleen versmaden haar of zijn gemeenlijk,
+opzettelijk verzuimend haar nader te bestudeeren, van oordeel, dat zij
+niets goeds vermag tot stand te brengen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quod ipsum tamen adeo ego alienum a rei veritate, adeo calamitosum fundo
+medico habeo, ut dicendi argumentum hac mihi hora aliunde non petiverim.
+Neque Vestram exspectationem, neque mea me vota fefellisse crediderim,
+si plani sermonis perspicuitate evicero, <i>Mechanices in Medicina usum
+esse summum, necessitatem maximam</i>.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Deze meening is nu echter mijns inziens zóó geheel en al bezijden de
+waarheid en tevens zóó verderfelijk voor de geneeskunde, dat ik gemeend
+heb, geen beter onderwerp te kunnen uitkiezen, om in dit uur voor U te
+behandelen. En ik geloof, dat ik zoowel aan uwe verwachting als aan
+mijnen wensch voldaan zal hebben, als ik in eenvoudige taal duidelijk
+zal hebben aangetoond, <i>dat de Mechanica voor de Geneeskunde van
+buitengewoon belang en ten eenenmale onontbeerlijk is</i>.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quae agitanti ubertas rei verborum apparatum praecidere videtur. Sed
+reficit me Vestra in judicando spectata satis sinceritas, quae damnata
+dudum exordii demulcentis lenocinia ab loco hoc, qui soli veritati
+sacer, relegavit. Rem itaque ipsam libere exordior; maxime quum severa
+veritas patientiam quidem et attentionem imploret, gratiam vero repudiet
+et odia.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Door de uitgebreidheid van het onderwerp word ik wel genoodzaakt, elke
+rhetorische verfraaiing der rede ter zijde te laten. Dat mij dit echter
+niet behoeft te verontrusten, daarvoor staat mij de zoo welbekende
+strikte eerlijkheid van uw oordeel borg, waarmede gij reeds lang de
+vleitaal eener streelende inleiding door uwe afkeuring uit deze slechts
+der waarheid gewijde plaats verbannen hebt. Ik ga dus terstond
+onbeschroomd tot de behandeling van mijn onderwerp over, daar hij, die
+strenge waarheid verkondigt, zich om geenerlei vooroordeel, het moge hem
+gunstig of ongunstig zijn, bekommert; slechts geduld en aandacht vergt
+hij van zijne hoorders.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Generalem corporis naturam nullos definivisse verius quam Mathematicos
+tam clarum habeo, ut litem de fide hujus asserti exspectem plane nullam.
+Quae vero singulari cuique, prout in rerum natura existit, corpori
+propria sit indoles, ex universali hac Geometrarum idea a priori nullus
+rite deduxerit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat de beste algemeene bepaling van het begrip lichaam door de
+Wiskundigen gegeven is, acht ik zóó evident, dat ik van niemand eenige
+tegenwerping tegen deze bewering verwacht. Den individueelen aard echter
+van elk lichaam in het bijzonder, zooals het zich in de natuur voordoet,
+zal niemand alleen door logische redeneering uit deze algemeene
+definitie der Wiskundigen kunnen afleiden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Illa enim ex sola collectione communium nata, secluso
+accurate omni eo, quod unum ab alio distinguit, justo ratiocinio non
+dabit conclusionem unquam, quae peculiarem corporis naturam explicet. Ab
+hac ipsa tamen pendet primario vis agendi, qua unum prae alio corpus
+pollet; adeoque illa ignorata et haec incognita lateat necesse est.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Daar deze immers
+voortgesproten is uit de samenvatting van die eigenschappen, welke alle
+lichamen gemeen hebben, met zorgvuldige uitsluiting van alles, wat het
+eene lichaam van het andere onderscheidt, zal daaruit met nog zoo
+logische redeneering geen enkele gevolgtrekking kunnen afgeleid worden,
+die over den bijzonderen aard van eenig lichaam opheldering geeft. En
+toch hangt juist van dezen in de eerste plaats de grootere of geringere
+werkingskracht der verschillende lichamen af, zoodat de kennis van deze
+laatste zonder de kennis van het eerstgenoemde onbestaanbaar is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">106</span>
+<a name = "page106" id = "page106"> </a>
+<!--png 128-->
+Ignota igitur haec detegere quisquis amat, ex ipsa re singulari
+conditiones eruere debet, quae procacem aliter ratiocinii libertatem in
+indaganda rei indole exacte determinet. Has vero certo nullus novit,
+nisi ille, qui sensuum experimento observandos corporis cujusque
+effectus perspexit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">107</span>
+<a name = "page107" id = "page107"> </a>
+<!--png 129-->
+Wie derhalve tot de kennis hiervan wenscht te geraken, moet uit het te
+bestudeeren voorwerp zelf de bijzondere voorwaarden putten, die zijn
+anders onbeteugelde vrijheid van redeneering bij het opsporen van den
+eigenaardigen aanleg van het gegeven object nauwkeurig omgrenzen. Deze
+voorwaarden echter kunnen slechts door hem gekend worden, die de met de
+zintuigen waarneembare werkingen van elk lichaam in het bijzonder heeft
+nagegaan.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Habent sc. hi rationem eorum, quae ex natura propria
+rei indagandae fluunt; singula ergo horum unam hujus proprietatem,
+collecta vero simul integram ejus naturam absolvunt, qua sensibus
+patet.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Deze werkingen zijn namelijk het zichtbaar gevolg van de
+bijzondere hoedanigheden, welke uit den eigen aard der te onderzoeken
+zaak voortkomen; elke nu van deze afzonderlijk maakt ééne
+eigenaardigheid dezer zaak uit, en alle te zamen genomen maken zij haar
+geheele wezen uit, voor zooverre dat voor de zintuigen waarneembaar
+is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quicunque autem ex his ipsis liquidissime prius perspectis, more dein
+Geometrico ea demonstrat, quae clara et individua sequela inde elici
+possunt, plura longe deteget, quam sensuum auxilium revelasset unquam.
+Neque tamen ipsa haec posteriora vera minus prioribus, neque minus
+certa, neque minus apta usui erunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Gaat men nu een stap verder door uit deze duidelijk waargenomen feiten
+langs wiskundigen weg alles, wat daaruit klaarblijkelijk onafwijsbaar
+voortvloeit, af te leiden, dan zal men veel meer ontdekken, dan met
+behulp der zintuigen alleen ooit het geval geweest ware. En toch zullen
+de op laatstgenoemde wijze verkregen uitkomsten niet minder waar, noch
+minder bruikbaar zijn dan de vroeger verkregene.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Praeter binas hasce, tertia non datur, quae peculiarem corporeae
+cujusdam machinae constructionem reseret, clavis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Buiten deze twee is er geen derde methode, welke de bijzondere
+inrichting van het een of andere mechanisme kan helpen opsporen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quarum utraque id evincit unum, humanum corpus idem esse natura toti,
+quam contemplamur, Universitati rerum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Beide methoden nu leiden onveranderlijk tot dit resultaat, dat het
+menschelijk lichaam in aanleg volkomen overeenstemt met de geheele ons
+omringende natuur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sensu teste et ratione judice nil habet praeter caetera eximii, si seria
+speculatione principia ejus lustraveris, nisi quod ex pluribus,
+diversisque machinis influxu humorum agitatis illud possidemus
+conflatum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zoowel zinnelijke waarneming als verstandelijk overleg leeren ons, dat
+het menschelijk lichaam voor hem, die zijne samenstellende deelen met
+wetenschappelijken ernst bestudeert, geen enkele afwijking vertoont in
+vergelijking met andere lichamen, tenzij dan dat het samengesteld is uit
+verscheidene mechanismen van verschillenden vorm, die door er doorheen
+stroomende vochten in beweging gebracht worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Conflatum vero hac conditione, ut adunatarum partium effectus sit plures
+producere, eosque varios valde, motus, qui mechanica plane evidentia ex
+mole, figura, firmitate et nexu partium inter se, fluunt. Quod
+confirmatur satis, quoniam solo mechanico motu destructa harum partium
+una, vel soluta tantum vinculi tenacitate, frustra eundem deinceps
+effectum speramus. Humanum ergo verum est,
+<span class = "pagenum latin">108</span>
+<a name = "page108" id = "page108"> </a>
+<!--png 130-->
+quale Mechanici speculantur,
+corpus; habet adeoque id omne, quod clara hujus specie exhibetur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ons lichaam is nu zoo ingericht, dat zijne vereenigde deelen het
+vermogen bezitten, verscheidene en wel zeer verschillende bewegingen
+voort te brengen, welke, geheel overeenkomstig de regelen der mechanica,
+bepaald worden door de massa, den vorm, de vastheid en de onderlinge
+verbinding der deelen. Dit blijkt reeds terstond hieruit, dat, wanneer
+een dezer deelen louter
+<span class = "pagenum dutch">109</span>
+<a name = "page109" id = "page109"> </a>
+<!--png 131-->
+ten gevolge der mechanische beweging vernield
+of ook slechts de stevigheid der verbinding verminderd is, de vroeger
+waargenomen werking stellig uitblijft. Het menschelijk lichaam is dus
+een zuiver mechanisch lichaam en vertoont er derhalve alle eigenschappen
+van.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Eadem igitur lege, qua mathematicum illud et humana haec machina
+explicabilis arti geometricae erit; si modo pro datis assumuntur, non
+quas arbitrium mentis ex infinita possibilium varietate pro lubidine
+finxit, sed sensuum usu probe compertae dotes ejus peculiares.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Op dezelfde wijze dus als de door de mathematici bestudeerde lichamen
+zal ook het menschelijk mechanisme een object van wiskundige behandeling
+kunnen zijn, indien men slechts zijne bijzondere door zinnelijke
+waarneming behoorlijk vastgestelde eigenschappen als vaste gegevens aan
+het onderzoek ten grondslag legt, niet echter zulke eigenschappen, die
+geheel willekeurig er aan toegekend en uit eene oneindige
+verscheidenheid van mogelijkheden zonder eenigen positieven grond
+uitgekozen zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quarum plurimas anatome vario equidem detexit artificio, observando
+majorum, quibus componimur, partium definitam structuram. Plura in
+minoribus pulcherrimum detexit microscopii inventum, similem his,
+majoribusque naturam demonstrans.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zeer vele eigenaardigheden nu van het menschelijk lichaam heeft de
+ontleedkunde langs verschillende wegen aan het licht gebracht, door den
+bepaalden bouw van de grootere deelen, welke het samenstellen, na te
+gaan. De kennis van verscheidene eigenschappen der kleinere deelen
+hebben wij te danken aan de schoone uitvinding van het microscoop,
+hetwelk aantoonde, dat de grootere en de kleinere deelen in aanleg
+overeenkomen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Sed et liquidorum scientia revelavit
+multa, quae humorum per vasa nostra circumactorum ingenium, impetum,
+directionemque determinant. Quare, aut ex omnibus his nihil lege
+scientiae deduci poterit unquam, aut soli mechanicae in cognoscendo,
+adeoque et in gubernando corpore humano palma tribuenda erit.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Doch ook de leer der vloeistoffen heeft ons vele factoren
+doen kennen, door welke de geaardheid, de stuwkracht en de richting der
+door onze vaten rondgevoerde vochten bepaald worden. Derhalve zal aan
+geen andere wetenschap dan aan de werktuigkunde de voorrang moeten
+worden toegekend bij het onder zoeken, ja zelfs ook bij het naar onzen
+wil besturen van het menschelijk lichaam, tenzij men misschien mocht
+willen aannemen, dat uit de genoemde dingen langs wetenschappelijken weg
+niets valt af te leiden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nihil veri, nihil certi, nihil quod ex usu sit, ex tot manifestis
+observatis deduci posse, sive ea quis rite expenderit singula, sive
+emendatissimo ratiocinio inter se comparaverit universa, quis credet,
+quis asseret?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Doch wie zal gelooven, wie beweren, dat uit zoovele duidelijk
+waargenomen feiten, hetzij men elk afzonderlijk behoorlijk overweegt of
+ze alle te zamen op de meest oordeelkundige wijze onderling met elkaar
+in verband brengt, niets waars, niets zekers, niets bruikbaars kan
+worden afgeleid?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Languentis certe animi tardum nimis torporem, et ingratum plane
+pulcherrimorum, quae possidemus, inventorum neglectum, qui sic loquitur,
+palam facit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hij, die zoo spreekt, openbaart hierdoor slechts een al te groote
+traagheid en sufheid van geest en een allerondankbaarste geringschatting
+voor de schoonste uitvindingen, welke wij bezitten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Desidiosi est nihil agendo desperare semper, vel elevare verbis, facere
+quae forte solus non possit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het is immers een eigenschap van den arbeidschuwe, uit wanhoop aan den
+goeden uitslag niets te durven ondernemen of datgene als onbereikbaar
+voor te stellen, waartoe misschien <i>zijne</i> krachten alleen te kort
+schieten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<span class = "pagenum latin">110</span>
+<a name = "page110" id = "page110"> </a>
+<!--png 132-->
+<p>
+Quod si ratiocinandi lege ignota quidem inde illustrari posse concedens
+quis, mechanicis tamen solis id muneris denegat, aliam det quaeso, quae
+corporea rectius excutiat, artem.</p>
+</td>
+<td>
+<span class = "pagenum dutch">111</span>
+<a name = "page111" id = "page111"> </a>
+<!--png 133-->
+<p>
+Mocht er echter iemand gevonden worden, die wel toegeeft, dat uit
+genoemde feiten langs den weg der redeneering onbekende zaken kunnen
+opgehelderd worden, doch slechts den werktuigkundigen het recht hiertoe
+ontzegt, laat hij ons dan buiten de mechanica eene andere wetenschap
+aanwijzen, die ons beter in staat stelt, de eigenschappen der lichamen
+uit te vorschen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Id qui aggreditur, necessarium est ut
+statuat rerum naturam optime explicari per ea principia, quae a quaesita
+rei natura maxime aliena sunt, et per eos, qui ab una omni Bono probata
+veri indagandi methodo longissime aberrant. Eo autem ipso tot, tantisque
+se intricat absurdis, ut, nulla ejus ratione habita, propositum
+demonstratum putem.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Wie dat poogt te doen, moet zich in het hoofd gezet
+hebben, dat de aard der dingen het best kan worden opgespoord door van
+zulke grondbeginselen uit te gaan, die daar het meest tegen indruischen,
+en door zoodanige personen, die het sterkst afwijken van de
+onderzoekingsmethode, die door alle weldenkenden als de eenige, welke
+ware resultaten oplevert, erkend wordt. Alleen reeds daardoor echter zou
+hij zich in zulk een warnet van ongerijmdheden verstrikken, dat ik,
+zonder verder, rekening met hem te houden, mijne stelling bewezen mag
+achten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed jejuna nimis audit haec convincendi ratio, cujusque remotior ab usu
+communi vis paucos in assensum cogat! Id verum quin sit, si ex
+plurimorum captu aestimatur demonstrationis pondus, nullus dubito.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar deze bewijsvoering klinkt wat al te nuchter en moet wel, al te zeer
+afwijkend van den gebruikelijken betoogtrant, weinigen tot instemming
+nopen! En dat is zeer zeker het geval, indien men de kracht van een
+betoog afmeet naar het bevattingsvermogen van de meerderheid der
+menschen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quidni ergo, vel horum gratia, in liquidissima luce locatam rem ponamus
+ob oculos; et in ea quidem, qua se omnes pulchre uti jactant, quibus
+mederi cura est.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Waarom zou ik dan niet, al was het slechts om dezen te voldoen, U de
+zaak in het helderste licht voor oogen stellen, van welk licht alle
+beoefenaren der geneeskunst, als men hen gelooven mag, een ruim gebruik
+maken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quae aggressurus vel invitus sane cogor ex historia structurae corporis
+allegare ea, quae Rhetorum locis insueta plane et inaudita, puritati
+defaecatae Latinitatis peregrina et barbara, intellectui tamen ipsius
+rei praeprimis necessaria habentur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Terwijl ik nu daartoe overga, zie ik mij wel, hoezeer ook tegen mijnen
+zin, genoodzaakt, het een en ander uit de anatomie ter sprake te
+brengen, dat, daar een dergelijk onderwerp nooit door rhetorische
+schrijvers behandeld is, in minder zuiver en gekuischt Latijn moet
+worden weergegeven, dat ik echter voor het goed begrip van de zaak zelve
+meen niet achterwege te mogen laten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Maximam corporis nostri partem arteriis contextam, harumque sustentatam
+beneficio vigere, clarius est, quam demonstratione ut egeat. Has canales
+esse cruorem qui castigant, inque suo dirigunt itinere, quorum maxima
+circa cor sensim gracilescit cavitas, donec prae tenuitate aciem visus
+fugiat, vel laniones norunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat het grootste gedeelte van ons lichaam met slagaderen doorweven is en
+door deze in stand gehouden wordt, is te duidelijk, om betoog te
+behoeven. Dat dit de kanalen zijn, die het bloed inhouden en in zijnen
+loop richten, en dat hun omvang, in den omtrek van het hart het grootst,
+langzamerhand afneemt en ten slotte zóó klein wordt, dat hij niet meer
+voor het bloote oog waarneembaar is, dat weten zelfs de slagers.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Neque minus vulgatum, a corde exortum unum
+horum truncum explicari in ramos laterales, figura trunci similes, eadem
+ratione et divisos rursus et decrescentes, hoc tamen artificio, ut
+truncus recta pergens, in loco
+<span class = "pagenum latin">112</span>
+<a name = "page112" id = "page112"> </a>
+<!--png 134-->
+divisionis majori plerunque capacitate
+aperiatur quam rami, qui ad latera trivii hujus porriguntur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Niet
+minder algemeen bekend is het, dat één hoofdstam van deze kanalen, van
+het hart
+<span class = "pagenum dutch">113</span>
+<a name = "page113" id = "page113"> </a>
+<!--png 135-->
+uitgaande, zich in zijtakken splitst, die met den hoofdstam
+gelijkvormig zijn en op dezelfde wijze als deze zich op hun beurt
+splitsen en langzamerhand in omvang afnemen, waarbij echter deze
+eigenaardigheid valt op te merken, dat de recht doorloopende hoofdstam
+ter plaatse, waar hij zich vertakt, gewoonlijk een wijder opening
+vertoont dan de aan dezen driesprong ontspringende zijtakken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Sinuoso
+autem flexu ita haec omnia vasa curvari, ut cavitatum latera ad
+infinitos numero, et magnos valde angulos ubique inflectantur, hujusque
+Spirae gravissimos effectus esse in sanguinem transfluentem, observarunt
+a paucis retro annis, qui Geometricas subtilitates rebus applicuere
+Medicis.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Dat echter
+al deze vaten zoodanige krommingen beschrijven, dat de zich zijdelings
+vertakkende buizen op een oneindig aantal plaatsen wijde hoeken vormen
+en dat deze windingen een buitengewonen invloed uitoefenen op de
+doorstrooming van het bloed, is eerst voor weinige jaren ontdekt door
+hen, die de scherpzinnig gevonden stellingen der wiskunde op
+geneeskundige vraagstukken hebben toegepast.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quam mirabili vero, quam efficaci fabrica flexiles finxit hos canales
+Adorandus nostrae machinae Faber!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Met welk een bewonderenswaardige, met welk een doeltreffende
+kunstvaardigheid heeft de aanbiddelijke Bouwmeester van ons mechanisme
+deze buigzame kanalen gevormd!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Dum a premente intus liquido distendi posse sine lacerationis discrimine
+voluit, eoque rursum fecit ingenio, ut humorem a dilatatione reciproca
+cessantem valido cum impetu cogere, se vero in arctiorem capacitatem
+propria sponte restituere queant.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hij wilde, dat zij door het tegen hunne wanden drukkende vocht zonder
+gevaar voor scheuring zouden kunnen uitgezet worden en verleende hun
+tevens het vermogen, tot hun vroegeren omvang vanzelf weder terug te
+keeren en het vocht met een krachtigen stoot voort te stuwen, zoodra dit
+opgehouden heeft ze uit te zetten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ultimos autem arteriae, hosque minutatim divisos fines in membrana, ut
+firma basi, ordinari, ibique per fistulas in mutuos occursus emissas
+hiare inter se, ante Malpigium viderat nemo. Ille primus ambages
+resolvit et mille viarum dolos, quos pulsa in hos Maeandros liquida
+pererrant.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "smallcaps">Malpighi</span> was echter de eerste, die zag,
+dat de laatste
+uiteinden der slagader, in zeer dunne buisjes vertakt, in een vlies, als
+in een stevig omhulsel, zijn samengevoegd en daar door middel van nauwe
+kanalen wederkeerig met elkander in gemeenschap staan. Hij heeft ons het
+eerst den weg leeren vinden in het labyrint der tallooze dwaalwegen,
+welke de vloeistoffen, langs deze kronkelpaden voortgedreven, te
+doorloopen hebben.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed, o admirabilitatem maximam! o mechanismum pollicis divini!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Doch het wonderbaarlijkste, waarbij zich de vinger Gods waarlijk in Zijn
+werk openbaart, is wel het volgende.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tanta enim accuratione digesti ramuli aequali hic viae latitudine
+porrecti et laterali progenie orbi, primordia venarum, Lymphaeductuum,
+horumque sinus mutata constituunt figura.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De takjes, welker loop met zoo groote zorgvuldigheid geregeld is en die
+zich hier alle langs banen van gelijke breedte in rechte richting,
+zonder zijdelingsche vertakkingen, voortbewegen, vormen, van gedaante
+veranderend, de eerste beginselen der aderen en lymphvaten met hunne
+boezems.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Haec ea sunt, quae oculi acies, microscopium, vasorum in vivis
+ligaturae, hydrargyrium mortuis injectum, contemplatio figurae morbosae,
+<span class = "pagenum latin">114</span>
+<a name = "page114" id = "page114"> </a>
+<!--png 136-->
+comparatio denique brutorum, piscium, insectorum et plantarum
+detexit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat is het, wat de waarneming met het bloote oog en met het microscoop,
+het afbinden der vaten bij levenden, de inspuiting
+<span class = "pagenum dutch">115</span>
+<a name = "page115" id = "page115"> </a>
+<!--png 137-->
+der lijken met
+kwikzilver, de beschouwing van het lichaam in ziekelijken toestand en
+eindelijk de vergelijking met dieren, visschen, insecten en planten aan
+het licht gebracht heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Praeter illa in arteriis ipsis deprehenditur nihil, falso finguntur
+plurima.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Buiten de genoemde verschijnselen vertoonen de slagaderen er geen enkel;
+al wat er verder van verteld wordt, berust op louter verdichting.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Maxima ergo corporis, eaque efficax valde ad vitam pars, Mechanica
+descriptione, canalis est conicus, elasticus, inflexus, divisus in
+similes minores eodem trunco ortos, qui ultimo circa vertices
+cylindricos retis structura in se mutuo patent.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Een zeer groot deel van het lichaam derhalve en wel dat deel, hetwelk
+voor de instandhouding van het leven van het grootste belang is,
+bestaat, werktuigkundig uitgedrukt, uit een kegelvormig, veerkrachtig en
+gebogen kanaal, waaruit op verschillende punten kleinere kanalen van
+denzelfden vorm ontspringen, die ten laatste door middel van
+cylindervormige buisjes wederkeerig in elkaar uitmonden, zoodat het
+geheel er als een net uitziet.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Id si verum, quod omnium profecto verissimum, nonne sequitur omnes
+effectus quos sanguini arteriæ præstant, tantum pendere ab hac earum
+fabrica?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien het nu waar is&mdash;en niets is meer waar dan dat&mdash;volgt
+daar dan
+niet uit, dat alle werkingen van de slagaderen op het bloed slechts
+bepaald worden door hare zooeven beschreven inrichting?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nonne et hoc rursum liquet, omnes ergo illos hinc solummodo petendos, et
+demonstrandos esse?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En ligt het voorts niet ook voor de hand, dat uit dien hoofde al deze
+werkingen slechts daaruit af te leiden en te verklaren zijn?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vos nunc, qui justi sedetis hac in causa Judices, obtestor! Quis ea, quæ
+vel hinc duntaxat oriuntur, verae demonstrationis ordine expediet?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Nu vraag ik U, die als onpartijdige rechters geroepen zijt, in deze zaak
+uitspraak te doen! Wie is in staat, de gevolgtrekkingen, die alleen
+reeds uit de genoemde verschijnselen afgeleid kunnen worden,
+systematisch uiteen te zetten?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Solus ille, qui figurarum contemplationi, et oscillatoriæ virtutis
+calculo assuetus, callide videt, quam multa, quam gravia ex hisce solis
+demonstrare queat; solus ergo Mechanicus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ongetwijfeld slechts hij, die, vertrouwd met de nauwkeurige beschouwing
+van figuren en de berekening der veranderlijke kracht, de kunst
+verstaat, alleen reeds uit de boven beschreven feiten een menigte
+belangrijke besluiten te trekken. En dat is toch geen ander dan de
+Werktuigkundige.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed patiamur abripi nos admirabilitate hujus arteriæ, brevis certe
+levisque attentionis præmium Scientia erit totius fere humani
+corporis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar laten wij ons nog een weinig verdiepen in de beschouwing van de zoo
+uiterst merkwaardige slagader; niet minder dan de kennis van bijna het
+geheele menschelijk lichaam zal het loon zijn voor een korte en geringe
+inspanning van onzen geest.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Illa, ubi depictum antea rete constituit, tubos emittit cylindricos adeo
+arctos, qui rubras cruoris sphaeras ore suo capere nequeant; unde his
+recipitur tenuior tantum et excolor pars sanguinis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zoodra de groote slagader het hierboven beschreven net gevormd heeft,
+zendt zij cylindervormige buizen uit, die zóó nauw zijn, dat zij de
+roode bloedlichaampjes niet doorlaten, doch slechts het dunnere,
+kleurlooze bloed in zich kunnen opnemen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+En veram vasis lymphatici ideam!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar hebt ge nu de juiste voorstelling van een lymphvat!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Eadem rursum ibidem loci arteria recto porrigit decursu truncum,
+<span class = "pagenum latin">116</span>
+<a name = "page116" id = "page116"> </a>
+<!--png 138-->
+qui
+emissis Lymphaticis amplior crassiorem, rubrumque sanguinem, sero
+liquidiori orbatum vehat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ter zelfder
+plaatse zendt de slagader ook een recht doorloopenden
+<span class = "pagenum dutch">117</span>
+<a name = "page117" id = "page117"> </a>
+<!--png 139-->
+stam uit, die,
+van grooter omvang dan de lymphvaten, bestemd is, het dikkere, roode,
+van het helderder serum ontdane bloed te vervoeren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ecce venarum genuinam originem!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ziedaar den waren oorsprong der aderen!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quarum angustam primo cavitatem mox ampliorem reddit infusa ubique nova
+per laterales fistulas liquidi venosi, Lymphaticique moles, prorsus ut
+novum conum, similem arterioso, eique ad vertices oppositum
+repraesentare discat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Deze, die in het begin zeer eng zijn, nemen allengs in omvang toe door
+het van alle kanten nieuw toestroomend aderlijk en lymphvocht, zoodat er
+ten laatste een nieuwe kegel, gelijk aan dien der slagader, maar zóó dat
+de beide kegels elkaar met hunne toppen raken, gevormd wordt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Perfunctorie tangere quae debui, vasa, vah quae, quamque pulchra in
+recessu recondunt!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De vaten, die ik slechts oppervlakkig behandelen kon, ach, hoeveel
+schoons bergen zij niet in zich.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Arterias, Venas, Lymphaeductus, descriptumque horum apparatum plano
+affigas membranaceo, huic nervos intexas, villosque applices elasticos,
+tum convolvas in glomerem, habebis glandulae fabricam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hecht slagaderen, aderen en lymphvaten, op de boven beschreven wijze tot
+één geheel vereenigd, aan een vliesachtig oppervlak vast, vlecht daar
+zenuwen in en breng hier en daar veerkrachtige vezels aan, rol dit alles
+vervolgens tot een kluwen op en ge hebt de inrichting van een klier voor
+U.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quam quoties cogito, uberrimam mirandorum effectuum matrem contemplor,
+simulque ineptissimi cujusque figmenti falso celebratam sedem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zoo dikwijls ik hieraan denk, verdiep ik mij in de beschouwing van het
+orgaan, dat zoovele wonderbaarlijke werkingen teweegbrengt, waaraan
+echter ook zoovele dwaselijk verzonnen eigenschappen zijn
+toegeschreven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tu vero inanes Chimaerae latebras aperiens, Tu maxime Malpigi!
+Suprahumana industria, incredibili labore, atque cautissima
+perspicientia, simplici hoc artificio absolvi ejus compagem, plus quam
+demonstras!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+U echter, groote <span class = "smallcaps">Malpighi</span>, die alle
+hersenschimmen voorgoed
+verjaagd hebt, is het door bovenmenschelijken ijver, door ongelooflijke
+inspanning en schrander doorzicht gelukt, onwederlegbaar aan te toonen,
+dat de schijnbaar zoo ingewikkelde bouw eener klier slechts door de
+boven beschreven eenvoudige inrichting tot stand komt!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quanti vero momenti demonstratio! glandularum enim aggregato totum fere
+corpus constat!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En hoe belangrijk is deze ontdekking niet! Het geheele lichaam bestaat
+immers uit schier niets anders dan uit een samenstel van klieren!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Cerebrum Hippocratico oraculo glandula penicillo Malpigiano depingitur
+ut ordinata ex arteriis, venis, receptaculis, emissariisque nervosis
+moles. Jecur, Lien, Renes glandulis fiunt adunatis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De hersenen, die reeds <span class = "smallcaps">Hippocrates</span> een
+klier had genoemd,
+worden ons nu door het penseel van <span class =
+"smallcaps">Malpighi</span> geschilderd als een
+massa, bestaande uit slagaderen, aderen en nerveuze reservoirs en
+afvoerkanalen. Lever, milt en nieren zijn slechts uit klieren
+opgebouwd.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ipsa humoris genitalis officina artificiosus canalium cylindricorum
+glomus. Ipsum Embryi dolium, ipsa foetus aula, ipse candidi nectaris,
+quod recens nati bibunt, promus condus hac glandulosa operantur arte.
+Ossa ipsa et membranas eadem fere compaginari structura quis
+<span class = "pagenum latin">118</span>
+<a name = "page118" id = "page118"> </a>
+<!--png 140-->
+dubitat,
+nisi cui cedro digna et aere scripta Malpigii, Kerkringii, Havertiique
+nondum illuxere?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ook de kweekplaats van het voortplantingsvocht is een kunstig kluwen van
+cylindervormige kanalen. Ja, zelfs de verblijfplaats van het embryo, de
+woning der ongeboren vrucht, de voorraadkamer des witten nectars, dien
+de jonggeborenen drinken, vertoonen zich
+<span class = "pagenum dutch">119</span>
+<a name = "page119" id = "page119"> </a>
+<!--png 141-->
+door hare
+afscheidingsprocessen als echte klieren. Dat ook de beenderen en de
+vliezen ongeveer op dezelfde wijze gebouwd zijn, wie twijfelt er aan
+behalve hij, die nog geen kennis genomen heeft van de onsterfelijke
+geschriften van <span class = "smallcaps">Malpighi, Kerkring</span> en
+<span class = "smallcaps">Havers</span>?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Lacertis tandem examinandis mentem applicuisse rogo ne poeniteat! Huic
+se labori quicunque non subduxerit, nae ille subtilissimae Mechanicae
+artis efficacissima instrumenta clarissime reperiet! Musculus enim omnis
+nonne ex minoribus similibus componitur? Ultimus vero quid, quaeso,
+villus est? Non aliud certe, quam nervosi et angustissimi canalis
+dilatata, simulque attenuata pellis canali, unde oritur, cavum formans
+amplius soloque inflatum spiritu.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Laat mij ten slotte nog uwe aandacht mogen vragen voor eene oplettende
+beschouwing der spieren! Wie zich die moeite getroost, zal in haar de
+meest doelmatige instrumenten van allerfijnste mechanistische kunst zeer
+duidelijk terugvinden! Is immers niet de spier in haar geheel uit
+kleinere spieren van gelijken vorm samengesteld? En wat is nu eigenlijk
+haar laatste bestanddeel, de vezel? Stellig niets anders dan een ruim
+maar tevens zeer dun vlies, dat tot omhulsel dient voor een uiterst nauw
+nerveus kanaal, een grooteren omvang heeft dan dat kanaal, waaruit het
+voorkomt en slechts met geest<a class = "tag" name = "tag4_1" id =
+"tag4_1" href = "#note4_1">1</a> gevuld is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hujus vero quam immensa sit machinae potentia, scite novit, qui
+hydraulica Mariotti experimenta contulit Cartesii Mechanicis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hoe reusachtig echter de kracht van dit werktuig is, leert men eerst
+recht inzien, indien men de hydraulische proeven van <span class =
+"smallcaps">Mariotte</span>
+bestudeerd heeft in verband met de werktuigkundige verhandelingen van
+<span class = "smallcaps">Cartesius</span>.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Pulmones contemplemini, diversae a caeteris structurae, saccos habebitis
+elasticos, sphaeroïdeos, qui abscisso coni vocalis appenduntur vertici;
+horum superficies maculis retis sanguiferi ornatur, et, quod mira hic
+arcana velat, incilibus fere caret lymphaticis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Beschouwt aandachtig de longen, die in bouw van de overige organen
+verschillen, en ge hebt voor u veerkrachtige, bolvormige zakken, die
+afhangen van het afgeknotte uiteinde der luchtpijp; hunne oppervlakte
+wordt in den vorm van een net door bloedvaten doorsneden, zij zijn
+echter&mdash;en dit is een onoplosbaar raadsel&mdash;bijna geheel
+verstoken van
+lymphvaten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ergone, cogitatis forte, admirabilis illa, illa tam artificiosa Hominis
+machina simplici adeo perficitur apparatu!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wordt derhalve, zoo hoor ik u vragen, de zoo wonderbaarlijke, de zoo
+kunstige bouw van het menschelijk lichaam slechts door een zoo
+eenvoudige inrichting tot stand gebracht?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Certe non fit alio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het is stellig niet anders.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Habeat hanc, qui volet, ob simplicitatem, vilem!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Moge, wie wil, er met minachting wegens zijnen eenvoud op neerzien!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Mechanice Organum id laudat, ejusque Auctorem celebrat sapientissimum,
+quod quaesito effectui producendo aptissimum, simulque inter omnia, quae
+eundem praestare possent, simplicissimum sit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De Werktuigkundige heeft hieromtrent een geheel tegenovergestelde
+opvatting: <i>hij</i> heeft juist den hoogsten lof over voor het vernuft
+van
+<i>hem</i>, die een werktuig weet te vervaardigen, dat tot het
+voortbrengen
+der verlangde werking het meest geschikt en tegelijkertijd onder alle,
+die deze kunnen voortbrengen, het eenvoudigst is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quid tandem ex hisce concludemus?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Welk besluit kunnen wij nu uit dit alles trekken?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">120</span>
+<a name = "page120" id = "page120"> </a>
+<!--png 142-->
+Corpus nempe humanum machinam esse, cujus solidae partes aliae sint
+vasa liquidis coërcendis, dirigendis, mutandis, separandis, colligendis,
+et excernendis apta; aliae vero instrumenta mechanica, quae figura,
+duritie nexuque suo vel fulcire alia, vel definitos motus exercere
+queant.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">121</span>
+<a name = "page121" id = "page121"> </a>
+<!--png 143-->
+Het is dit, dat het menschelijk lichaam een werktuig is, van welks
+vaste deelen er sommige bestaan uit vaten, geschikt om de vloeistoffen
+te bevatten, te richten, van gedaante te doen veranderen, te verdeelen,
+bijeen te zamelen en af te scheiden; andere uit mechanische
+instrumenten, die door hunnen vorm, hunne hardheid en de vastheid hunner
+verbinding in staat zijn, zoowel anderen deelen tot steun te dienen als
+bepaalde bewegingen uit te voeren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Peccabo in patientiam vestram vestrumque decus, si cuncta examussim
+explico. Id unum bona audietis cum gratia: Hippocratem cum integro, quem
+sequutus est Babyloniorum, ægyptiorum, Graecorumque choro, cum integra,
+quae eum sectata est Grajorum schola duo haec, non alia detexisse.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik zou uw geduld te zeer op de proef stellen en daardoor aan uwe
+waardigheid te kort doen, indien ik alles tot in de kleinste
+bijzonderheden wilde uiteenzetten. Slechts dit zult gij wel zoo
+vriendelijk zijn te willen aanhooren, dat <span class =
+"smallcaps">Hippocrates</span> met de
+gansche schare van Babyloniërs, Egyptenaren en Grieken, wier voetstappen
+hij volgde, en de geheele Grieksche school, die van hem uitging, niets
+anders dan de beide genoemde groepen van lichaamsdeelen hebben kunnen
+ontdekken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Arabas omni industria, omni anatomes cultu tertium addere potuisse
+nunquam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De Arabieren hebben, hoe ijverig zij zich ook op de studie der
+ontleedkunde toelegden, nooit een derde hieraan kunnen toevoegen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Instauratorem anatomes consulite Vesalium, hujus aemulos Eustachium et
+Fallopium; tum immortales inventis Harvaeum et Malpigium; et hos, qui
+singuli novis antiqua emendarunt Asellium, Pecquetum, Bartholinum,
+Dathirium, Bellinum, Glissonium, Wharthonum et Willisium;</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Raadpleegt <span class = "smallcaps">Vesalius</span>, die de
+ontleedkunde in nieuwe banen leidde, diens mededingers
+<span class = "smallcaps">Eustachius</span> en <span class =
+"smallcaps">Fallopius</span>, vervolgens ook <span class =
+"smallcaps">Harvey</span> en <span class = "smallcaps">Malpighi</span>,
+die zich door hunne ontdekkingen een onsterfelijken naam verworven
+hebben, voorts <span class = "smallcaps">Asellius, Pecquet<a class =
+"tag" name = "tag4_a" id = "tag4_a" href = "#note4_a">A</a>,
+Bartholinus, Dathir, Bellini, Glisson, Wharton</span> en <span class =
+"smallcaps">Willis</span>, die elk op hunne beurt oude meeningen voor
+nieuwe, betere inzichten hebben doen plaats maken;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+his jungite
+juxta leges mechanicas anatomicos Lealem et Louwerum, quique in
+abditissima penetrarunt, Hokium, Pouwerum, Leeuwenhoekium, deprehensuri
+estis omni arte, omni artis adjumento bina, quae dixi, nec inventa
+alia.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+voegt bij dezen <span class = "smallcaps">Leal</span>
+en <span class = "smallcaps">Louwer</span>, die de wetten der
+mechanica op de ontleedkunde toepasten, en eindelijk <span class =
+"smallcaps">Hooke, Pouwer</span> en <span class =
+"smallcaps">Leeuwenhoek</span>, die tot de diepste verborgenheden zijn
+doorgedrongen, en ge zult vinden, dat zij met al hunne wetenschap, met
+alle middelen, welke hun bij hun onderzoek ten dienste stonden, geene
+andere dan de twee genoemde bestanddeelen van het menschelijk lichaam
+hebben kunnen ontdekken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Cur alia ergo fingere precario quempiam patiemur, nobisque imponentem in
+aeternum verba dare?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Waarom zouden wij dus dulden, dat men andere willekeurig verzint en ons
+maar steeds wat op de mouw speldt?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ubi Elementis, qualitatibus, formis, causis chemicis, animatis,
+metaphysicis, amoris et odii affectibus, ubi, inquam, tot fabulis locus,
+causa, necessitas?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen,
+chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is
+hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele
+verdichtselen?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar
+verzonnen verschijnselen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">122</span>
+<a name = "page122" id = "page122"> </a>
+<!--png 144-->
+Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua
+solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum
+effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus
+sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">123</span>
+<a name = "page123" id = "page123"> </a>
+<!--png 145-->Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam
+als hun
+gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste
+wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.</p>
+<p>
+Derhalve verdienen <i>zij</i> alleen gehoor, moeten slechts <i>hunne</i>
+uitspraken geraadpleegd, slechts <i>hunne</i> beginselen aanvaard,
+slechts
+<i>hunne</i> methode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt
+naar de
+werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien
+heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur,
+demonstratio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Slechts <i>dat</i> betoog zal hier van kracht zijn, dat door een in
+<i>deze</i>
+wetenschap ervaren Meester geleverd wordt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel
+simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid
+vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik, wat
+de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het hoornvlies,
+wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het waterachtig
+vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et
+inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad
+exceptionen, directionemque radii sonori?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het
+midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden
+breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor het
+opvangen en richten der geluidsgolven?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora
+ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras
+formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et
+dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in
+vilissimo quoque animalium fabricae?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de
+richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de velerlei
+krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat daaraan
+vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging gebracht
+wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van deze
+inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op dezelfde
+wijze en even ingewikkeld vertoont?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nunc daedalei labyrinthi, conchæ, vestibuli, duplicis in cochlea
+turbinata spirae, loci ovalis et rotundæ fenestræ, tot inquam
+miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae Divina
+manus, date rationem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de schelp,
+van het voorportaal, van de dubbele winding van het kegelvormig
+slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van zoovele wonderen
+van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de zeer harde rots
+heeft uitgehouwen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni
+prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een
+diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult kunnen
+begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen, welke
+hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de
+fluidis subnectam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het ligt
+in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen
+toevoeg.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">124</span>
+<a name = "page124" id = "page124"> </a>
+<!--png 146-->
+Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu
+sanitas absolvitur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">125</span>
+<a name = "page125" id = "page125"> </a>
+<!--png 147-->Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van
+welker
+onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et
+agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur,
+rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit,
+efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico
+patent per experimenta indagandi.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke
+voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent, door
+welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo één
+enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof en al
+zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en vorm.
+Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof
+afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs
+experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano;
+unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum
+scientiam, quae usum rei praestet idoneum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik hier
+niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze kennis
+der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zóóver gevorderd is,
+dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+At si totam fluidi molem simul spectamus, gravitas ejus fluorque
+communes deprehunduntur sublunaris liquidi proprietates. Virtus vero
+elastica, ponderis, spissitudinis, fluiditatis, nixusque in contactum
+gradus varii, momentum impetus quo fertur, et itineris directio palmaria
+sunt quae unum ab alio fluidum distinguunt. Horum vero omnium tanta
+efficacia est, ut infinita, quae sanis contingunt, non aliunde
+oriantur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Letten wij daarentegen op de gezamenlijke massa der vloeistof, dan nemen
+wij zwaarte en strooming als de eigenschappen waar, welke alle vochten
+op aarde met elkander gemeen hebben. De elasticiteit echter, de
+verschillende graden van zwaarte, dichtheid, vloeibaarheid en
+adhaesievermogen, de snelheid en de bewegingsrichting zijn de
+voornaamste eigenschappen, waardoor de vloeistoffen zich onderling
+onderscheiden. De invloed nu van al deze eigenschappen is zóó groot, dat
+de oorsprong der tallooze verschijnselen, welke het menschelijk lichaam
+in normalen toestand te aanschouwen geeft, slechts daarin behoeft
+gezocht te worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quamobrem quicunque ex praecepto scientiae rite haec enucleat, opus is
+absolvit summae ad perfectionem medicam necessitatis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wie derhalve van dit alles op streng wetenschappelijke wijze een
+systematische uiteenzetting weet te geven, verricht daarmede een werk
+van het grootste belang voor de bevordering der geneeskunde.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed fidem vestram! quis proponere, explicare et demonstrare vim eorum
+poterit, qui Hygrostatices, quae subtilis Mechanices pars, rudis
+est?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En nu vraag ik U, wie zal de beteekenis der genoemde verschijnselen
+kunnen in het licht stellen, verklaren en aantoonen, die niet vertrouwd
+is met de Evenwichtsleer der vloeistoffen, dat zoo ingewikkelde
+onderdeel der Werktuigkunde?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Haec illa est Aquilegum scientia, quae ex assumtis, modo quas descripsi,
+affectionibus ratiocinia nectens geometrica utilissima et usui apta
+reperit Theoremata.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dit is de zoo vermaarde wetenschap der Waterbouwkundigen, welke, door
+gebruik te maken van wiskundige berekeningen bij de bestudeering der
+zooeven door mij genoemde eigenschappen, zeer nuttige en voor de
+praktijk bruikbare leerstellingen gevonden heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Haec, neglecta causa physica, et cujusque particulae, quae fluit,
+<span class = "pagenum latin">126</span>
+<a name = "page126" id = "page126"> </a>
+<!--png 148-->
+singulari natura, ex his, quae sensibus per eventum in tota mole
+patent, quam gravia, quam utilia vitae, methodo invenit Mathematica?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Heeft zij niet, zich niet bekommerend om de natuurkundige verklaring
+<span class = "pagenum dutch">127</span>
+<a name = "page127" id = "page127"> </a>
+<!--png 149-->
+der verschijnselen, noch om de werking, die elk deeltje der vloeistof
+op zichzelf uitoefent, doch slechts rekening houdend met de voor de
+zintuigen waarneembare werking der geheele massa, met toepassing der
+wiskundige methode hoogst belangrijke resultaten verkregen, waarvan wij
+ook in het dagelijksch leven nut ondervinden?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Evolvat Archimedis, Cartesii, Stevini, Borelli, Mariotti, Hugenii,
+Neutoni, et Bellini scripta, qui re, non verbis, convinci cupit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hij, die feiten verlangt en zich niet door woorden wil laten overtuigen,
+neme de werken van <span class = "smallcaps">Archimedes,
+Cartesius</span>,
+<span class = "smallcaps">Stevin, Borelli, Mariotte, Huygens</span>,
+<span class = "smallcaps">Newton</span> en <span class =
+"smallcaps">Bellini</span> ter hand.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+O quam necessaria feliciori Genio, ut revelentur, reliqua sunt in
+Pulcherrima hac Speculatione!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hoezeer ware het te wenschen, dat meer bevoorrechte geesten over de nog
+onopgeloste problemen op het gebied dezer wetenschap hun helder licht
+lieten schijnen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hanc utinam excolant! utinam exhauriant! utinam nobis aperiant Viri
+Mathematice docti!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Mochten toch de Wiskundigen zich op haar toeleggen, haar in alle
+richtingen doorvorschen, om ze ons ten slotte met volkomen duidelijkheid
+te doen kennen!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ab hoc Eorum labore, quo generales liquidi effectus luce illustrarent
+mathematica, brevi tempore plus maturi in horto medico fructus
+exspectare licet, quam ab omni eo, quod aliunde in hunc congestum
+hactenus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien zij zich er toe willen zetten, de vraagstukken, rakende de
+algemeene werkingen der vloeistoffen, door het licht hunner wetenschap
+op te helderen, mogen wij verwachten, dat hun arbeid binnen korten tijd
+rijker vrucht voor de geneeskunde zal afwerpen, dan al hare andere
+hulpwetenschappen haar tot nog toe hebben opgeleverd.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Taedet quippe pudetque ineptiarum, quibus seriam prae caeteris Artem
+ridiculam fecere, qui Mechanices imperiti vim liquidorum humanorum
+explicare conati sunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wij moeten ons inderdaad ergeren en tegelijkertijd schamen over de
+zotternijen, waardoor zij, die, zonder kennis der Werktuigkunde, de
+werking der menschelijke lichaamsvochten trachtten uiteen te zetten, een
+zoo bij uitstek ernstige wetenschap als de geneeskunde in een
+belachelijk daglicht geplaatst hebben.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Et palam affirmo, vitalium actiones humorum scire posse neminem, qui
+Aquilegum regulas ignorat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En ik verklaar ronduit, dat niemand de werkingen der levensvochten kan
+begrijpen, die niet vertrouwd is met de wetten der Waterbouwkunde.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quae dum libertate Medica firmus assero, jurgii hic illaturos causam
+praesagit animus eos, Qui, nescio qua gratia, ab Hermete nomen sibi,
+sectamque condunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Terwijl ik dit met de vrijmoedigheid, den geneesheer eigen, verkondig,
+zie ik in mijne verbeelding reeds hen zich tot den strijd gereed maken,
+die, ik weet niet waarom, zich en hunne school naar <span class =
+"smallcaps">Hermes</span><a class = "tag" name = "tag4_2" id = "tag4_2"
+href = "#note4_2">2</a>
+noemen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Egone ex universali hac liquidorum doctrina deduxerim ea, quae
+singulares eorum virtutes absolvunt?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zou ik uit deze algemeene leer der vloeistoffen al datgene kunnen
+afleiden, wat betrekking heeft op hare bijzondere eigenschappen?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+An fermenti stabiles motus, diversorum liquidorum ferventes
+<span class = "pagenum latin">128</span>
+<a name = "page128" id = "page128"> </a>
+<!--png 150-->
+conflictus,
+putredinis spontaneae mirabiles effectus ex Mechanicis explicuerim
+unquam?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Of zou ik voor de altijd gelijke bewegingen der gisting, voor
+<span class = "pagenum dutch">129</span>
+<a name = "page129" id = "page129"> </a>
+<!--png 151-->
+de
+ziedende botsingen der verschillende vloeistoffen of voor de
+wonderbaarlijke werkingen der spontane rotting ooit een verklaring
+kunnen vinden in de wetten der Mechanica?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Talia objectans, eorum, quae dicta, memor, paucis, quae dicam, animum
+adhibeat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hij, die zulke tegenwerpingen maakt, moge, gedachtig aan hetgeen ik
+reeds gezegd heb, ook het volgende in het oog houden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Mea enimvero sic est ratio, justa, vel secus, vestrum sit judicium.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Want dit is mijne meening hieromtrent; het staat aan U, mijne hoorders,
+de juistheid ervan te beoordeelen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ex experimentis Chemicorum historiam haberi posse valde limitatam
+singularium eventorum, quatenus in circumstantia definita sensibile
+quidpiam producunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik geef toe, dat de proeven der Scheikundigen een, trouwens zeer
+beperkt, inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van enkele op zichzelf
+staande verschijnselen, voor zoover die proeven iets voor onze zintuigen
+waarneembaars opleveren, waarbij men dan nog dient rekening te houden
+met de bijzondere omstandigheden, waaronder zij plaats hadden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Necessaria ergo quam maxime est Medicinae haec Ars, dum observatorum
+Sylvam largitur et observandi praebet optimum compendium.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De scheikunde is derhalve volstrekt onmisbaar voor de medische
+wetenschap, daar zij haar de beschikking geeft over een uitgebreide
+reeks van waarnemingen en de beste waarnemingsmethoden aan de hand
+doet.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Data enim exhibere, horumque definire conditiones valet, regulas autem
+ratiocinandi ex his Chemia dabit nunquam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De Chemie kan dus wel gegevens verschaffen en de voorwaarden, waaronder
+deze verkregen zijn, duidelijk omschrijven, doch in geen geval is zij in
+staat, vaste regels te geven, volgens welke uit die gegevens verdere
+conclusies getrokken kunnen worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ne tamen vel sic nimis, ut solent, se efferant, qui unius Chemiae cultu
+omnem Medicae Sapientiae thesaurum se possidere vani jactant!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Doch zelfs indien dit wél het geval ware, ook dan nog was de hoovaardij
+van hen misplaatst, die er zich maar steeds dwaselijk op beroemen, enkel
+door de beoefening der scheikunde den geheelen schat der medische
+wetenschap in bezit te hebben!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Enimvero plura in nobis, sani vigeamus, vel langueamus aegri, fieri ex
+communibus illis liquorum proprietatibus, quas sibi sumserunt
+expendendas Geometrae, quam ex insitivis, dubiis, et arte Chemicorum
+factis plerumque, pervulgato palam documento est.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat immers in ons lichaam, hetzij in normalen of ziekelijken toestand,
+meer verschijnselen teweeggebracht worden door de algemeene
+eigenschappen der vochten, welke de wiskundigen zich tot taak gesteld
+hebben te onderzoeken, dan door die, welke valschelijk verdicht,
+twijfelachtig of grootendeels door de Scheikundigen zelf kunstmatig
+verwekt zijn, blijkt duidelijk uit het volgende door een ieder
+waargenomen feit.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Aqua naturae ariditatem alter corrigit, Falerno alter quotidie venas
+inflat; fructubus hic, Cerealibusque parvo assuetus famem explet, et
+sustentat Spiritum, ille carnibus, piscibus, terra natis, et omni
+condimentorum varietate Apitiana onerat ventrem; alii blando
+<span class = "pagenum latin">130</span>
+<a name = "page130" id = "page130"> </a>
+<!--png 152-->
+et insulso
+fere victu aluntur, alii salitis, acidis, et acribus quibusque intestina
+stimulant.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De een lescht zijnen dorst met water, de ander doet zijn lichaam
+dagelijks opzwellen door het gebruik van Falerner<a class = "tag" name =
+"tag4_3" id = "tag4_3" href = "#note4_3">3</a>; deze, aan soberen
+kost gewend, stilt zijnen honger met en leeft alleen van vruchten en
+meelspijzen, gene overlaadt zijne maag met vleesch,
+<span class = "pagenum dutch">131</span>
+<a name = "page131" id = "page131"> </a>
+<!--png 153-->
+visch, groenten en
+met den fijnsten smaak uitgelezen kruiderijen; sommigen voeden zich met
+laffe en bijna zoutelooze spijzen, anderen prikkelen hunne ingewanden
+met allerlei gezouten, zure en scherpe gerechten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Multiplex adeo assumtorum varietas vitam tamen sanitatemque plures per
+annos protrahit in iis, qui tamen diversis humores suos saturant
+corpusculis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Toch zien wij, dat, niettegenstaande een zoo groote verscheidenheid van
+voedingsstoffen, zoowel personen die tot de eene als die tot de andere
+categorie behooren, gedurende vele jaren leven en gezondheid kunnen
+behouden, hoe verschillend de lichamen ook zijn, waarmede zij hunne
+vochten verzadigen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Liquido argumento magis communi fluidorum naturae Mechanicis explicatae,
+et in ipso corpore vi viscerum productae, quam singulari cujusque
+particulae virtuti, actiones vitae deberi.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wordt daardoor nu niet ten stelligste bewezen, dat de
+levensverrichtingen in meerdere mate afhankelijk zijn van den algemeenen
+aard der vloeistoffen, zooals die door de werktuigkundigen ontvouwd is
+en zich in het lichaam zelf door de werking der ingewanden openbaart,
+dan van de bijzondere eigenschappen van elk deeltje op zich zelf?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Si aurea Verulamii de vita et morte monumenta, si liberae Hippocratis et
+Celsi de victu sanorum leges, si usus non satis id confirmat
+quotidianus, omni dignissimum fide Louwerum, sincerum mehercle et
+defaecato judicio sagacem Virum vobis citabo.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien gij dit niet genoegzaam bewezen acht door hetgeen hierover te
+vinden is in de meesterwerken van <span class = "smallcaps">Baco</span>
+van Verulam over leven
+en dood<a class = "tag" name = "tag4_4" id = "tag4_4" href =
+"#note4_4">4</a>, door de vrijzinnige voorschriften, die <span class =
+"smallcaps">Hippocrates</span>
+en <span class = "smallcaps">Celsus</span> omtrent de voeding van
+gezonde personen gegeven
+hebben, en ten slotte door hetgeen de dagelijksche ondervinding ons
+leert, dan zal ik u een voorbeeld aanhalen, ontleend aan
+<span class = "smallcaps">Louwer</span>, een man, aan wiens woorden men,
+wegens zijn
+buitengewone eerlijkheid en scherpzinnigheid, gepaard aan een helder
+oordeel, onvoorwaardelijk geloof moet hechten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hic enim, immani cruoris jactura exsanguem, jure carnium solo ingesto,
+venis recepto, per has fluente, imo colore nec mutato effluente per
+vulnera, revixisse Juvenem testatur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Deze toch verzekert, dat eens een door geweldig bloedverlies uitgeputte
+jongeling enkel door het toedienen van vleeschsap, dat in zijne aderen
+werd opgenomen, er doorheen stroomde en zelfs zonder verandering van
+kleur weder uit de wonden te voorschijn kwam, tot het leven
+teruggebracht werd.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed quid verbis opus in re clara?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Doch waartoe woorden te verspillen over eene zaak, die zóó voor zich
+zelf spreekt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ad Vos ego provoco, Vestram appello fidem Clarissimi Viri Medici, Quorum
+sapientia huic Coronae venustatem conciliat, Quorum salutari dextra
+incolumis huic Urbi praestatur sanitas!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Op u beroep ik mij, uw getuigenis roep ik in, doorluchte Geneesheeren,
+wier wijsheid dezen kring luister bijzet, wier zegenrijke hand dezer
+stad de gave eener onverstoorde gezondheid toebedeelt!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nonne incumbit nobis, dum aegris Medicina fit, vel millies fluida
+<span class = "pagenum latin">132</span>
+<a name = "page132" id = "page132"> </a>
+<!--png 154-->
+inspissare, resolvere coacta, stagnantia movere, compescere dissoluta,
+diluere crassa, leviora solidare?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zien wij ons niet bij het behandelen onzer patiënten tallooze
+<span class = "pagenum dutch">133</span>
+<a name = "page133" id = "page133"> </a>
+<!--png 155-->
+malen
+genoodzaakt, al te vloeibare stoffen te verdikken, samengepakte op te
+lossen, stilstaande in beweging te brengen en al te lichte stoffen meer
+stevigheid te geven?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Dum rarissime ad pugnas Salium, flammas Sulphurum, vel tectum Mercurii
+genium attendere cogimur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hoe uiterst zelden daarentegen worden wij gedwongen, onze aandacht te
+wijden aan den strijd der zouten, de vlammen der zwavels en de
+geheimzinnige werking van het kwikzilver!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ipsi certe illi, qui mera ubique Chemica crepant, cum morbus manum
+poscit, repudiatis suis, sedulo, quae laudavi, inquirunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ja, zelfs zij, die het maar altijd over chemische middelen hebben,
+passen, als een ziekte hen dwingt handelend op te treden, met verzaking
+van hun eigen leer, ijverig de zooeven door mij genoemde methoden
+toe.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Si ergo his fluidorum proprietatibus tot debentur, si has omnium
+suffragio optime excusserint Mechanici, patet ipsa fluida vitalia ut
+cognoscantur Medico, auxiliis egere Mechanices.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien het dus waar is, dat zooveel te danken is aan de genoemde
+eigenschappen der vloeistoffen en de werktuigkundigen het zijn, die deze
+naar aller oordeel het best onderzocht hebben, zoo volgt hieruit, dat de
+kennis der levensvochten zelve voor den geneesheer verborgen moet
+blijven, indien hij niet met de Mechanica vertrouwd is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Spectate jam effectus, qui ex fluentibus per vasa liquoribus oriuntur,
+evidentior longe fulgebit Veritatis Mechanicae potestas.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Vestigt thans eens uwe aandacht op de werkingen, die een gevolg zijn van
+het stroomen der vloeistoffen door de vaten, en nog veel duidelijker zal
+de groote beteekenis van de waarheden der Mechanica in het oog
+springen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Si enim liquida descripta in vasis depictis quiescunt habebimus
+cadaver.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien toch de bovengenoemde vloeistoffen in de vaten, zooals wij die
+beschreven hebben, stilstaan, dan hebben wij een lijk voor ons.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ubi vero liber his humoribus per canales conciliatur motus corpus vivum
+cernimus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien echter deze vochten zich ongehinderd door die kanalen kunnen
+bewegen, aanschouwen wij een levend lichaam.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sermoni fidem quisquis meo negat, suis ut oculis credat oportet.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wie zich door mijne woorden niet wil laten overtuigen, zal toch wel zijn
+eigen oogen willen gelooven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Mollem consideremus hominem, qui salientis de vulnere cruoris spectaculo
+perturbatus in animi cecidit deliquium.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Denkt u een gevoelig persoon, die door den aanblik van uit eene wonde
+stroomend bloed in zwijm gevallen is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Mortuum videmus; sed qualem? in quo cuncta solida, quae sanitati
+sufficiunt, adsunt et liquida, solus abest liquores in gyrum agens
+motus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wij zien hier een doode, maar toch geen gewoon lijk. Immers alle vaste
+en vloeibare stoffen, zooals die bij een normaal mensch gevonden worden,
+zijn aanwezig; slechts de beweging, die de vochten in omloop brengt,
+ontbreekt er aan.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Huic quacunque demum ope concutiantur nervi, ut motrix cordis materies
+fluat, redit statim, depulsa tristi mortis imagine, laetior vita.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Denkt U vervolgens, dat men, door welk middel dan ook, de zenuwen van
+dien persoon heeft weten te prikkelen, zoodat de stof, die het hart in
+beweging brengt, weer zijn gewonen loop krijgt, terstond houden alle
+droeve verschijnselen van den dood op en keert het leven, opgewekter dan
+voorheen, terug.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">134</span>
+<a name = "page134" id = "page134"> </a>
+<!--png 156-->
+Vita non modo; calor, rubor, agilitas, cogitatio, vitalis omnis,
+naturalis et humana simul redit actio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">135</span>
+<a name = "page135" id = "page135"> </a>
+<!--png 157-->
+En niet alleen het leven, maar ook de warmte, de blozende huidskleur,
+de lenigheid, het denkvermogen, kortom alle natuurlijke en specifiek
+menschelijke levensuitingen keeren tegelijkertijd weder.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quid hic fermenti, quid effervescentis, quid salis pugnacis, quid olei
+spiritusve nascitur aut perit?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wat merken wij hier van het ontstaan of vergaan van een gisting, een
+opbruising, een weerbarstig zout, van een olie- of geestachtig
+beginsel?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Excepto motu, neque additur, neque demitur quidquam, vita tamen amissa
+ipsa redditur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Behalve de beweging wordt er niets toegevoegd of verwijderd; toch zien
+wij het leven zelf, dat reeds verloren was, wederkeeren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sic aves et insecta constricta frigore hyberno, lenis statim in vitam
+excitat tepor.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hetzelfde verschijnsel kunnen wij waarnemen bij vogels en insecten, die,
+door de winterkoude verstijfd, slechts aan een matige warmte behoeven
+blootgesteld te worden, om terstond weer tot het leven terug te
+keeren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed veritatis qui convictus viribus, ob ipsam argumenti vulgatam
+claritatem, certis saepe diffidit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Er zijn echter menschen, die, hoewel buigend voor de kracht der
+waarheid, toch vaak ook stellig vaststaande waarheden weigeren aan te
+nemen wegens de te algemeene bekendheid van de feiten, waarop zij
+berusten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Rariori ergo ut spectaculo firmetur, quae nimis noto patuit satis
+exemplo fides, in Hokii vos officinam invitat oratio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Om nu mijne beweringen, die eigenlijk door de genoemde overbekende
+feiten reeds voldoende bewezen zijn, ook door een zeldzamer voorbeeld te
+staven, noodig ik U uit, met mij een kijkje te nemen in het laboratorium
+van <span class = "smallcaps">Hooke</span>.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Destructo thorace mortuum animal inflatis per follem Laryngi applicatum
+pulmonibus cito reviviscit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Een door vernieling der borstkas bezweken dier zien wij daar, nadat zijn
+longen door middel van een aan het strottenhoofd bevestigden blaasbalg
+opgeblazen zijn, spoedig tot het leven terugkeeren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Attoniti miraculo vitae tam mechanicae ad magnum cito adeamus
+Glissonium; en ille impulso ope vesicae in venas liquido mirifice
+vitales actiones aemulafur in defuncti dudum hominis cadavere.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Laten wij vervolgens, nog onder den indruk van dit schouwspel, dat ons
+het leven als iets zoo werktuigelijks deed kennen, ons snel tot den
+grooten <span class = "smallcaps">Glisson</span> wenden. Ziet, hoe hij
+in het lijk van een reeds
+lang overledene op wonderbaarlijke wijze de levensverrichtingen
+kunstmatig te voorschijn roept door het door middel van een blaas
+inspuiten van vocht in de aderen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Omnia haec in specimen allata, infinita enim dici possent, an non
+evincunt satis, cuncta fere, quae vitam, sanitatemque nostram faciunt,
+vel sequuntur, pendere a motu illo, quo humores per vasa mutua plane
+moventur et agunt vicissim agitatione?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Bewijzen al deze als voorbeelden aangevoerde feiten&mdash;en men zou er
+tallooze kunnen opsommen&mdash;niet voldoende, dat ongeveer alles, wat
+ons
+leven en onze gezondheid veroorzaakt en er uit voortkomt, afhangt van
+het regelmatig heen en weer stroomen der vochten door de vaten?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Cujus effectus, et leges, quum soli rite intelligant, explicent, et
+demonstrent, in Pneumaticis atque Hydraulicis, Mechanici, concludo
+<span class = "pagenum latin">136</span>
+<a name = "page136" id = "page136"> </a>
+<!--png 158-->
+cuncta ergo rursum disciplinae subjecta haec Mechanicae.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar nu de Werktuigkundigen alleen het zijn, die de werkingen dezer
+beweging en de wetten, waaraan zij gehoorzaamt, volkomen
+<span class = "pagenum dutch">137</span>
+<a name = "page137" id = "page137"> </a>
+<!--png 159-->
+doorzien en in
+dat deel hunner wetenschap, dat Evenwichtsleer der gassen en
+vloeistoffen genoemd wordt, op overtuigende wijze helder en systematisch
+uiteenzetten, moet dit alles mijns inziens ook tot het gebied der
+Mechanica gerekend worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hic vero ille est locus, ubi mire se jactant, ubi serio triumphant
+fermentorum Patroni.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar hier zijn wij nu juist bij een punt aangeland, dat de voorstanders
+van de leer der fermenten tot niet weinig zelfverheffing en
+zegevierenden jubel aanleiding geeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Si fluor liquorum liber per vasa vitae causa, ergo ajunt prima motus
+ratio in fluido et ab eo; itaque ab interna huic agitatione, eaque forti
+valde et constanti satis, qualis non nisi in excitatis fermento liquidis
+reperiunda datur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien, zoo zeggen zij, de onbelemmerde strooming der vloeistoffen door
+de vaten de oorzaak van het leven is, dan is de eerste grond der
+beweging in de vloeistof zelve te zoeken en in niets anders. Zij kan dus
+slechts gevonden worden in de aan de vloeistof eigen, zeer sterke en
+vrij gestadige beweging, een hoedanige slechts in door gisting
+aangezette vloeistoffen wordt aangetroffen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sciant autem Hi, primam moti in Embryo liquidi a parentibus semper
+derivandam causam, eam fotu matris continuari dum ab ea pendet foetus,
+dein vero ab ipsa fabrica perennare solidorum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hen, die zoo spreken, wil ik er aan herinneren, dat de oorsprong van de
+beweging der vloeistof in het embryo bij de ouders gezocht moet worden;
+dat die beweging, zoolang de vrucht zich in het moederlijf bevindt, door
+de koestering der moeder wordt gaande gehouden en vervolgens, na de
+geboorte, enkel en alleen aan de inrichting der vaste lichaamsdeelen
+haren voortgang te danken heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Admirabilem auricularum Cordis ad ejus Thalamos structuram, nexumque qui
+speculatus est, et qui hinc necessario sequuntur, alternos influentis et
+expulsi liquoris motus a corde in arterias, ab his in cerebri medullam,
+processus, nervos, musculosque et venas rursum, non quaeret vitae
+continuatae rationem extra ipsam virtutem viscerum Mechanicam.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hij, die den wonderlijken bouw van het
+hart, van zijn boezems tot zijn kamers, en den samenhang dier deelen
+aandachtig heeft gadegeslagen, alsook de hieruit noodwendig
+voortspruitende bewegingen van het bloed, dat uit het hart in de
+slagaderen stroomt, uit deze naar het merg der hersenen, de aanhangsels,
+de zenuwen, spieren en aderen en zoo weder terug naar het hart, zal de
+voortzetting van het levensproces niet anders trachten te verklaren dan
+uit de mechanische werking der ingewanden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Facile enim illi erit, perspicuitate certe Mathematica demonstrare,
+unicum pulsum cordis datum in corpore sano sibi continuando esse
+causam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het zal hem immers gemakkelijk vallen, met wiskundige zekerheid te
+bewijzen, dat uit slechts één enkelen hartslag in een gezond lichaam
+elke verdere werking van het hart vanzelf voortkomt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Longe minora numero, longe simpliciora sunt, quae vitae incolumitatem
+praestant, quam noster fingit animus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Veel minder in aantal en veel eenvoudiger van aard, dan wij ons dat
+voorstellen, zijn de voorwaarden voor een goede gezondheid.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Leviores longe sunt rerum ingestarum in nobis mutationes, quam vulgo
+creditur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De veranderingen, welke het voedsel in ons lichaam ondergaat, zijn veel
+eenvoudiger dan men algemeen aanneemt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Minus compositae, quam ipsi putamus, vitae humanae causae.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De oorzaken van het menschelijk leven zijn minder samengesteld dan wij
+zelven meenen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Si exacta structurae esset cognitio, si sensibilis probe nota esset
+humorum natura, doceret cito Mechanice ex simplicissimis fluere
+<span class = "pagenum latin">138</span>
+<a name = "page138" id = "page138"> </a>
+<!--png 160-->
+principiis, quae ignota maximam nunc pariunt admirationem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien de bouw van het menschelijk lichaam ons nauwkeurig bekend was,
+indien wij volkomen waren ingelicht omtrent den
+<span class = "pagenum dutch">139</span>
+<a name = "page139" id = "page139"> </a>
+<!--png 161-->
+aard der vloeistoffen,
+voor zoover die voor onze zintuigen waarneembaar is, dan zou de
+mechanica ons spoedig leeren inzien, dat datgene, wat ons nu, wegens
+onze onkunde, in de hoogste mate verbaasd doet staan, uit zeer
+eenvoudige beginselen voortvloeit.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Dicti veritatem tam paradoxi uno ab exemplo discere licebit, ut constet
+quam simplici negotio et Mechanico plane maximae quae habetur omnium
+operae mutatio in nobis fiat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De waarheid dezer schijnbaar zoo paradoxe bewering kunt gij uit één
+enkel voorbeeld opmaken, waaruit U zal blijken, op welk een eenvoudige
+en geheel werktuigelijke wijze de allerbelangrijkste verandering in ons
+lichaam tot stand komt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Pars pellucida animalis vivi microscopio aucta claro docet spectaculo,
+cruorem solo cordis pulsu in extremas trudi arterias, ibi elastica
+arteriae contractione retropelli aliquantulum quo momento ictus cordis
+cessans, ejusque valvulae concidentes, regressui spatium laxant.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wanneer men een doorzichtig deel van een levend dier onder een
+microscoop legt, dan neemt men duidelijk waar, dat het bloed enkel door
+den hartslag naar het uiterste gedeelte der slagaderen gedreven wordt
+en, daar aangekomen, ten gevolge van de veerkrachtige samentrekking der
+slagader een weinig teruggedreven wordt. Op hetzelfde oogenblik houdt de
+hartslag op en vallen de hartkleppen dicht, om het bloed daardoor
+gelegenheid te geven, om terug te stroomen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Reciproco hoc impulsu et repercussu varias mole partes cruoris applicari
+ubique ad diversa capacitatis hiatu oscula, intra haec recipi, vel inde
+repelli, tam clare, quam coelum hoc contueri est.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat door dezen afwisselenden aandrang en terugstoot de in massa
+verschillende deelen van het bloed in het geheele lichaam hunnen weg
+nemen naar de monden van verschillende openingswijdte en door deze nu
+eens worden opgenomen, dan weer teruggestooten, dit alles vertoont zich
+even helder aan ons oog als het zich boven ons welvende uitspansel.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tum solo hoc artificio secedere sanguinem in diversa colore et tenuitate
+fluida, mox in venis iterum permiscenda eadem claritate cernitur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Niet minder duidelijk zien wij het bloed zich verdeelen in vloeistoffen,
+onderling verschillend in kleur en graad van dichtheid, die zich
+vervolgens in de aderen weder vermengen; deze verschijnselen hebben
+dezelfde oorzaak als de voorgaande.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Id vero Chemicorum conflictuum perito evidens ipsi oculi aciei apparet,
+simplici impulsu aliunde dato, et vasis elatere, sine ullo fermenti
+signo omnia haec fieri.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En nu zal iemand, die geoefend is in het waarnemen van chemische
+processen, zelfs met het bloote oog kunnen constateeren, dat dit alles
+uitsluitend ten gevolge van een van elders komenden aandrang en de
+veerkrachtigheid der bloedvaten, zonder eenig teeken van gisting, tot
+stand komt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Defixus saepenumero in speculatione hac anceps mihi haesit animus, an
+Spirantis cerneret animalis partem, an vero incilia meditatione summi
+Mathematici excogitata, manu peritissimi Mechanici affabrefacta, per
+quae liquores duceret, secerneret, misceretque absolutae artis
+consummatione perfectus Aquilex.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Vaak beving mij, terwijl ik in de beschouwing hiervan verdiept was, een
+twijfel, of ik wel een deel van een levend dier voor mij zag en niet
+veeleer een samenstel van kanalen, door een hoogst bekwaam
+werktuigkundige naar het ontwerp van een uitstekend mathematicus
+gebouwd, door welke een waterbouwkundige van den eersten rang
+vloeistoffen leidde, vaneenscheidde en vermengde.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tandem vero si periculum capere juvat, an ex simplicibus et
+<span class = "pagenum latin">140</span>
+<a name = "page140" id = "page140"> </a>
+<!--png 162-->
+indubitatis
+sensuum experimentis demonstrari queant per Mechanicos illa, de quorum
+intellectu ante paucos annos nulla spes, Geometrico parta labore in usum
+exempli citare decet.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wilt gij eindelijk door feiten in het licht gesteld zien, dat de
+<span class = "pagenum dutch">141</span>
+<a name = "page141" id = "page141"> </a>
+<!--png 163-->
+Werktuigkundigen in staat zijn, door middel van eenvoudige en
+betrouwbare proeven zoodanige vraagstukken tot oplossing te brengen, die
+nog maar enkele jaren geleden voor onoplosbaar gehouden werden, dan
+behoef ik u slechts in herinnering te brengen, welke resultaten op dit
+gebied door wiskundigen arbeid verkregen zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Perpendamus, quae docet, dum Mechanicen Medicis applicat Rebus,
+Borellus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Men bestudeere aandachtig de geschriften van <span class =
+"smallcaps">Borelli</span>, waarin
+deze zich bij de behandeling van medische vraagstukken van de Mechanica
+bedient.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Evolvantur, quae ex hujus Schola sapiens, eisdem usus principiis, et
+Malpigianis inventis fretus Oedipi instar extricat Bellinus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Men leze na, welke ingewikkelde problemen <span class =
+"smallcaps">Bellini</span>, een geleerde
+uit de school van <span class = "smallcaps">Borelli</span>, met
+toepassing van dezelfde
+beginselen en voortbouwend op de ontdekkingen van <span class =
+"smallcaps">Malpighi</span>, als
+een tweede <span class = "smallcaps">Oedipus</span> heeft opgelost.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tum quae illorum laudato excitatus labore, Orbi erudito Problemata
+proposuit, demonstravitque, nobile quondam hujus Lycaei ornamentum
+Pitcarnius.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Vervolgens ook de problemen, die <span class =
+"smallcaps">Pitcairn</span>, weleer een sieraad
+dezer hoogeschool, aangespoord door het succes van den arbeid der
+genoemde geleerden, aan de geleerde wereld heeft voorgelegd en
+opgehelderd.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Scheineri, Cartesii, Hugenii de oculo, Kircheri, Schelhammeri, et
+Morlandi de aure et auditu, scrutemur demonstrata.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Laat ons ijverig navorschen de verhandelingen van <span class =
+"smallcaps">Scheiner, Cartesius</span> en <span class =
+"smallcaps">Huygens</span> over het oog en die van
+<span class = "smallcaps">Kircher, Schelhammer</span> en <span class =
+"smallcaps">Morland</span> over het oor
+en het gehoor.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Constabit an prosit Medico Mechanice!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dan zal het toch zeker geen vraag meer zijn, of de Mechanica der
+Geneeskunde ten goede komt!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Apparebit quid sperandum sit, si ejus a peritis Medicis invehitur in
+Medicinam usus, si in exercitatione hac pergitur tamdiu, quamdiu
+patientia humana tam inepta sectarum molimina in disciplina Medica
+tulit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dan zal blijken, welke resultaten te verwachten zijn, indien
+Geneeskundigen, doordrongen van het nut dezer wetenschap, haar op hun
+eigen gebied gaan toepassen, en indien met deze methode even lang wordt
+voortgegaan als het verkondigen van de dwaze theorieën der
+philosophische scholen in de medische wetenschap geduld is geworden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Haec autem vera esse, et usum habere in Medicis Mechanicen, quamdiu de
+Theoria agitur, consensus erit forte facilis, tamen ne hilum bonae
+frugis ipsi Artis exercitio afferre, pervolgata objicitur querela.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat het boven gezegde juist is en dat derhalve de Mechanica kan
+toegepast worden op de Geneeskunde, zal wellicht door ieder beaamd
+worden, zoolang er slechts sprake is van de Theorie; voor de practische
+uitoefening der Geneeskunde daarentegen wordt elk nut der Mechanica door
+de meeste menschen ten stelligste ontkend.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quae quidem speciosa hac distinctione prolata, qui consistere queant
+simul, satis non video.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hoe de bevestiging van het eene en de ontkenning van het andere, hoe
+spitsvondig deze onderscheiding ook geformuleerd is, kunnen samengaan,
+vermag ik niet te begrijpen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Neque enim aliam hos intelligere Theoriam credo, nisi eam,
+<span class = "pagenum latin">142</span>
+<a name = "page142" id = "page142"> </a>
+<!--png 164-->
+quae ex
+proximis causis clare docet, quae sani hominis vita sit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Want zij, die dit onderscheid maken, zullen onder de Theorie
+<span class = "pagenum dutch">143</span>
+<a name = "page143" id = "page143"> </a>
+<!--png 165-->
+der
+geneeskunde toch niets anders verstaan dan de leer, die ons uit de
+naaste oorzaken een helder inzicht weet te verschaffen in het leven van
+den gezonden mensch.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quod si, ut oportet, admittitur, sequetur Scientiam hanc noscendis,
+curandisque morbis auxilia suppeditare optima.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Is deze definitie juist&mdash;en ik geloof niet, dat iemand er eenig
+bezwaar
+tegen zal hebben,&mdash;dan volgt hieruit, dat deze wetenschap de beste
+hulpmiddelen oplevert voor het opsporen en genezen der ziekten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Causas enim qui recte novit perfectae sanitatis, ille, quoties hae
+deficiunt, egregie ipsius defectus, id est morbi, originem rationemque
+comprehendet.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Immers hij, die de voorwaarden eener volmaakte gezondheid grondig kent,
+zal ook, wanneer een of meer van deze ontbreken, den oorsprong en het
+wezen der afwijking, dat is der ziekte, volkomen begrijpen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Qui autem causam aegritudinis proximam clarissime vidit, maxime is
+idoneus, qui ei occurrat, est habendus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zal nu niet hij, die het helderst inzicht heeft in de naaste oorzaak
+eener ziekte, ook voor den meest geschikten persoon moeten gehouden
+worden, om die ziekte te bestrijden?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Eodem sc. modo se res habet ac in horologio, cujus si deviat index,
+errores imperitus notare, at corrigere ex arte nemo potest, nisi ille,
+qui requisitae structurae gnarus, vitia partium hinc et remedia
+invenit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het gaat er namelijk mede als met een uurwerk; als de wijzer afwijkt,
+zal ook een leek de fouten kunnen opmerken, maar ze volgens de regelen
+der kunst herstellen zal niemand anders kunnen dan hij, die kennis heeft
+van de inrichting van uurwerken en daardoor ziet, wat er aan de
+verschillende deelen hapert, hetgeen hem wederom de middelen tot herstel
+aan de hand doet.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ita nulla lucis scintilla in Theoria Medica micat, ad quam in faciunda
+Medicina facem accendere non possit re peritus Artifex.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zoo kan dus aan het kleinste lichtvonkje der theoretische Geneeskunde
+door een bekwaam Meester een fakkel ontstoken worden, die hem bij het
+practisch uitoefenen van zijn vak voorlicht.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Adeoque qui Mechanices in Speculatione, ille ejus in usu praestantiam
+fatetur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wie derhalve het nut der Mechanica voor de theorie der Geneeskunde
+erkent, doet het daarmede tevens ook voor de praktijk.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Docet hoc antiquitate nobilissima et usu ea artis pars, quae ab eo quod
+manu medetur nomen gerit, quae sc. an inventis Mechanicis carere queat
+vestra sit aestimatio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dit is vooral duidelijk bij dat zoowel om zijn hoogen leeftijd als om
+zijn uitgebreide toepassing hooggeëerde deel onzer wetenschap, dat zijn
+naam ontleent aan het „met de hand genezen“; oordeelt zelf, of de
+chirurgie de uitvindingen der Mechanica ontberen kan.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Instrumenta, quibus vitia emendat, quis felicior, quam Mechanicis
+imbutus Medicus inveniet?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Welke medicus zal met meer geluk instrumenten tot het herstellen van
+gebreken uitvinden dan een zoodanige, die door en door vertrouwd is met
+de Werktuigkunde?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tenues, quae volitare putantur ante oculum, imagines, dum Matheseos
+imperiti ut oriturae in aqueo humore suffusionis primordia tractant,
+acerbis saepe erodunt tenellum et prava arte oculum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De ijle figuurtjes, die men wel eens voor zijn oogen meent te zien
+zweven, worden door Geneesheeren, die onbedreven zijn in de Wiskunde,
+voor eerste verschijnselen eener aanstaande uitstorting in het
+waterachtig vocht gehouden; vandaar dan ook, dat zij het toch zoo teere
+oog, ganschelijk verkeerd, met scherpe vochten behandelen, die er vaak
+een groote verwoesting in aanrichten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">144</span>
+<a name = "page144" id = "page144"> </a>
+<!--png 166-->
+Harum vero sedem reticulo, causam arteriis Geometrae consilio dum
+reddit Willisius, dum demonstrat Pitcarnius, quam mutata est medelae
+facies?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">145</span>
+<a name = "page145" id = "page145"> </a>
+<!--png 167-->Hoe geheel anders is echter de geneeswijze geworden,
+sedert
+<span class = "smallcaps">Willis</span> met wiskundig inzicht den zetel
+van dit verschijnsel in
+het netvlies en de oorzaak er van in de slagaderen gezocht en
+<span class = "smallcaps">Pitcairn</span> dit vermoeden tot zekerheid
+gebracht heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Abacto externorum mordaci apparatu, misso sanguine, et solventi
+medicamine tuto tollitur, vel et negligitur malum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zonder gebruikmaking van eenig uitwendig bijtmiddel wordt het kwaad door
+aderlating en toediening van een oplossend middel op voor den patiënt
+onschadelijke wijze weggenomen, terwijl somtijds ook elke behandeling
+onnoodig geoordeeld wordt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Oculi error a radiis male collectis quam inepte tentatur collyriis vel
+potus medicati haustu!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Welk een dwaasheid, een afwijking van het oog, bestaande in een
+verkeerde breking der lichtstralen, met oogwaters of drankjes te willen
+genezen!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quam feliciter levatur perspicillis, quae cuique vitio singulari propria
+regulae definiunt Hugenianae!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Op hoe afdoende wijze worden daarentegen dergelijke gebreken verholpen
+door brillen, welke naar de voorschriften van <span class =
+"smallcaps">Huygens</span> voor elke
+afwijking in het bijzonder geschikt gemaakt kunnen worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Opto ut, qui omnem Mechanices usum ex praxi proscribunt Medica,
+intelligant prius vel unius Hugenii de emendandis visus vitiis
+Commentarios.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik wenschte, dat zij, die alle toepassing der Mechanica van de praktijk
+der Geneeskunde willen verre houden, maar eerst eens begonnen met
+<span class = "smallcaps">Huygens</span>’ werken over het opheffen der
+gezichtsstoringen te leeren verstaan.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Illustre enim illud Batavorum lumen, assumpta ex anatomicis oculi
+fabrica, et una morbi, cui succurrere vult, proprietate, mox ex meris
+Mathematicis reperit auxilium, quod usum praestat huic tantum malo,
+cujus proprietas assumta problema limitaverat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Deze beroemde Nederlander heeft immers, met gebruikmaking van hetgeen de
+anatomie leert over de inrichting van het oog, overigens alleen lettend
+op het bijzondere karakter der ziekte, die hij genezen wil, weldra door
+louter wiskundige berekeningen een hulpmiddel ontdekt, dat slechts voor
+die kwaal afdoende is, welker door het onderzoek aan het licht gebrachte
+eigenaardigheid de kern van het probleem had uitgemaakt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Intacto oculo, morbi effectum tollit; et inemendabilem in eo defectum
+vitri figurati supplemento farcit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zonder aan het oog te raken, heft hij de uitwerking der ziekte op en het
+onherstelbaar gebrek van het oog zelve wordt door het aanbrengen van een
+bijzonder gevormd glas onvoelbaar gemaakt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+En pulchra, in quibus, ut in speculo, spectatur Geometrarum in medicis
+Mechanice ratiocinandi methodus, usus et successus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ziedaar schoone voorbeelden, die een zeer duidelijk beeld vertoonen van
+de mechanistische methode, door de wiskundigen bij het behandelen van
+geneeskundige vraagstukken toegepast, van het nut, dat zij oplevert en
+het succes, dat er mede te bereiken valt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hac via si pertractabunt omnia, ut revera sensim poterunt, habebitur
+tandem certior, neque obnoxia figmentis, neque omni mutabilis hora, sed
+aeterna scientia medica.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wanneer men volgens deze methode ook alle overige vraagstukken zal gaan
+behandelen&mdash;en ik twijfel er niet aan, dat men het langzamerhand
+wel
+zoover zal brengen&mdash;dan zullen wij eindelijk eens in het bezit
+komen van
+eene geneeskundige wetenschap, die, op zekerder basis gegrondvest en
+vrij van verzinselen, niet ten allen tijde veranderlijk, maar eeuwig
+dezelfde zal zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">146</span>
+<a name = "page146" id = "page146"> </a>
+<!--png 168-->
+Non est porro quod dicat quis, nondum confirmari vitia fluidorum
+adeoque internae aegritudinis causam, hujusque mitigationem auxiliis
+subjici Mechanicis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">147</span>
+<a name = "page147" id = "page147"> </a>
+<!--png 169-->
+Men brenge nu niet hiertegen in, dat het nog niet bewezen is, dat op de
+afwijkingen der vloeistoffen en dus op de oorzaken der inwendige ziekten
+en hare leniging met aan de mechanica ontleende hulpmiddelen een
+gunstige invloed geoefend kan worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vel enim an impossibilis fructus hic, vel an necdum acquisitus
+quaeritur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Want met die opmerking wordt hetzij deze vraag bedoeld, of dit resultaat
+wel ooit te bereiken valt, hetzij deze, hoe het komt, dat het nog niet
+bereikt is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Si posterius, iniquos habemus et molestos Censores.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wordt dit laatste bedoeld, dan hebben wij onbillijke en lastige
+beoordeelaars.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quis aequo ferat animo peti, ut pauci Mechanici, qui Medicis a pauco
+tempore vacarunt rebus, ea jam perfecerint, quae tribus annorum millibus
+junctis viribus alii omnes vix potuerunt inchoare?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Is het niet ergerlijk, te hooren eischen, dat de weinige
+Werktuigkundigen, die zich eerst sedert korten tijd op geneeskundig
+gebied bewegen, een zoodanig werk reeds geheel volbracht zouden hebben,
+waaraan alle anderen te zamen in een tijdsverloop van drieduizend jaren
+met vereende krachten nog zelfs geen begin van uitvoering hebben kunnen
+geven?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Imo id omnino impossibile: quum enim Mechanices Medicis applicandae lex
+exigat, ut structura solidorum, natura liquidorum, effectus horum
+sensibiles in sanitate et morbis inserviant pro datis, quis tam
+absurdus, qui operosissimae Artis fastigium in ejus rudimentis
+quaerat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wordt daarmede niet iets geheel onmogelijks verlangd? Daar immers de
+eerste voorwaarde voor het toepassen der mechanica op de geneeskunde
+deze is, dat daarbij van de kennis van den bouw der vaste deelen, van
+den aard der vloeistoffen en van de verschijnselen, welke zij zoowel in
+normalen als in ziekelijken toestand teweegbrengen, als van vaste
+gegevens kan worden uitgegaan, is het dan niet ongerijmd, te eischen,
+dat zulk een omvangrijke wetenschap, terwijl zij nog in het eerste
+stadium harer ontwikkeling verkeert, reeds haar toppunt bereikt zal
+hebben?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Si autem judicat quis nunquam vel quidquam hac via perfectum iri, is,
+rogo, perpendat, morbi a fluido orti causam pendere <i>ut plurimum</i> a
+vitiato ejus per vasa transfluxu.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Is er echter iemand, die meent, dat langs dezen weg nooit ook maar iets
+tot stand gebracht zal worden, dan moge hij wel bedenken, dat ziekten,
+die door een der vloeistoffen veroorzaakt worden, in verreweg de
+meerderheid der gevallen het gevolg zijn van een abnormale strooming
+dier vloeistof door de vaten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hoc Hippocratica, si componuntur Sanctorianis et quotidiani usus
+experimentis, docent.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dit leeren ons de waarnemingen van <span class =
+"smallcaps">Hippocrates</span>, vergeleken met
+die van <span class = "smallcaps">Sanctorius</span> en met de dagelijks
+door ons waargenomen
+verschijnselen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Fluxus vero impedimentum internum vel languori virtutis impellentis, vel
+contractioni vasculorum convulsivae, vel liquidis copia, motu,
+spissitate, aut tenuitate peccantibus adscribet <i>plerunque</i>, qui
+vitae,
+sanitatis, morbi, mortis et cadaverum phaenomena comparavit sedulus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En nu zal hij, die een vergelijkende studie gemaakt heeft van de
+verschijnselen, welke het menschelijk lichaam zoowel bij het leven,
+hetzij in gezonden of ziekelijken toestand, als bij en na den dood te
+aanschouwen geeft, den innerlijken grond van zulk een stoornis in de
+strooming in den regel zoeken in een verslapping der stuwkracht, een
+krampachtige samentrekking der vaten of in
+<span class = "pagenum dutch">149</span>
+<a name = "page149" id = "page149"> </a>
+<!--png 171-->
+afwijkingen der
+vloeistoffen, wat betreft hare hoeveelheid, beweging en meer of minderen
+graad van dichtheid.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">148</span>
+<a name = "page148" id = "page148"> </a>
+<!--png 170-->
+Quin adjumenta, quibus morborum miseriam lenimus aegris, ea prodesse
+gratia <i>inprimis</i>, qua dicta malorum capita auferunt, attenta nos
+docet
+contemplatio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Een aandachtige beschouwing doet ons inderdaad zien, dat de gunstige
+werking der middelen, door welke wij de pijn onzer patiënten plegen te
+stillen, voornamelijk daaraan te danken is, dat zij de zooeven genoemde
+oorzaken der ziekten wegnemen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Aurea comparentur Sydenhami observata demonstratis de missione
+sanguinis, stimulis et Villo contractili Bellinianis, et, postquam
+Mechanica plane ope juvare vulgata remedia constat, spes concipietur
+sensim demonstrandi regulas subire posse et vires eorum et applicandi
+rationem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Men vergelijke de gulden waarnemingen van <span class =
+"smallcaps">Sydenham</span> met de
+verhandelingen van <span class = "smallcaps">Bellini</span> over de
+aderlating, de prikkels en
+de samentrekbaarheid der vezels, en wanneer men daaruit zal geleerd
+hebben, dat de heilzame werking der meest gewone geneesmiddelen op
+volkomen mechanische wijze wordt voortgebracht, zal men wel de
+verwachting durven koesteren, voor de werkingen dezer middelen en de
+wijze hunner toepassing langzamerhand vaste regels te zullen zien
+opstellen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vix enim me contineo, quin, praematurius forte, pronunciem simpliciores
+esse, et magis Mechanicas morborum maxime compositorum causas, quam
+ullus Medicorum cogitat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Nauwelijks kan ik mij bedwingen, wellicht al te voorbarig, het uit te
+spreken, dat de oorzaken der oogenschijnlijk meest ingewikkelde ziekten
+eenvoudiger en van meer mechanischen aard zijn dan eenig geneesheer
+vermoedt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Unius enim partis minima et simplicissima labes unionis necessitate et
+contagio totam saluberrimae Machinae vim subito pervertit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Immers de minste en onbeduidenste beschadiging van één deel eener
+machine is in staat, tengevolge van zijne beroering met de overige
+deelen en den nauwen samenhang van het geheel, op eens de geheele
+machine, hoe gaaf ze overigens ook moge zijn, in de war te sturen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tenuissima acu, eaque ex purissimo Chalybe pungatur tendinis vel nervuli
+fibrilla in corpore sanissimo.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Laat eens in het meest gezonde lichaam een vezeltje eener pees of kleine
+zenuw door een zeer fijne naald van het zuiverste staal geprikt
+worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Heu quam dira ex vili vulnusculo tantillae particulae malorum, heu quam
+multiplex cohors!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Welk een gruwelijke opeenstapeling van kwalen ziet gij dan voortspruiten
+uit een onbeduidend wondje van zoo’n klein deeltje.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Dolor, rubor, tumor, ardor, pulsatio, febris, sitis, delirium, convulsio
+et horrenda tristis tragoediae catastrophe mors.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Pijn, een roode, opgezwollen plek, gloeiing, klopping, koorts, dorst,
+ijlhoofdigheid, stuiptrekkingen en de vreeselijke ontknooping der
+tragedie, den dood!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Spina, levisve festuca membranoso infixa loco eadem brevi parit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Een doorn of fijne stroohalm verwekt, op een vliesachtige plaats
+binnengedrongen, in korten tijd dezelfde verschijnselen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Et miramur venenorum spicula, pestis lanceolas, vel salium acumina
+similia peragere?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Waarom zouden wij er ons dan over verwonderen, dat de stekels der
+vergiften, de pijlen der besmetting of de prikkels der zouten een
+gelijke uitwerking hebben?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quin solo motu externo quam mirae rerum mutationes in corpore sano!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Welke wonderlijke veranderingen zien wij in een gezond lichaam niet
+plaats grijpen zelfs alleen ten gevolge eener uitwendige beweging!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">150</span>
+<a name = "page150" id = "page150"> </a>
+<!--png 172-->
+In gyrum agatur, vel jactetur maris fluctibus scaphae insidens
+insuetus: Quid fit? vertigo, pallor, nausea, vomitus, anxietas, mille
+morborum aerumnae, mille fluidi vitalis et incredibiles mutationes a
+solo motu oriundae.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">151</span>
+<a name = "page151" id = "page151"> </a>
+<!--png 173-->Stelt U voor, dat iemand, zonder er gewoon aan te zijn, in
+een bootje
+op zee door de golven in een kring rondgedreven of heen en weer
+geslingerd wordt; welke verschijnselen doen zich daar niet voor!
+Duizeligheid, bleekheid, misselijkheid, braking, angst, allerlei
+ziekteleed, tallooze ongelooflijke afwijkingen van het levensvocht, en
+dat alles uitsluitend gevolg der beweging!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Qui ergo humores integros manere novit, quamdiu vi canalium conquassati
+propelluntur, qui stagnantes hos in calido, humidoque loco morbosos
+reddi statim et trahere sincera scit, qui ex uno simplicique malo
+infinita alia statim sequi animadvertit, facillime perspiciet
+exspectanda ad haec a mechanico medico promtissima tandem auxilia:</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wie derhalve weet, dat de vochten ongedeerd blijven, zoolang zij door
+den druk, dien de vaten er op uitoefenen, worden voortgedreven, dat zij
+echter door stil te staan op een warme en vochtige plaats terstond in
+een ziekelijken toestand geraken en ook gezonde deelen aantasten, wie
+waargenomen heeft, dat van één enkele onbeduidende afwijking tallooze
+andere afwijkingen het onmiddellijk gevolg zijn, zal gemakkelijk inzien,
+dat eerst van den mechanistischen geneesheer afdoende middelen hiertegen
+te verwachten zijn;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+ex causis enim impediti fluoris, regulis superandae resistentiae,
+restituendi motus elastici, augendae virtutis cordis collatis cum morbi
+phaenomenis quid non invenietur tandem?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+wat al ontdekkingen zullen haar ontstaan te danken
+hebben aan het in verband brengen der ziekteverschijnselen met de
+oorzaken der stoornissen in den bloedsomloop en de regels voor het
+overwinnen van den weerstand, het herstellen der veerkrachtige beweging
+en het versterken der hartwerking!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+At enim vitam, morbos, sanitatem in nobis ex principiis fluere non
+Mechanicis mentis docet in corpora potestas. Frustraneus ergo tot
+irritorum conaminum labor! Vana supervacaneae Mechanicae speculationis
+spes.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar, zoo werpt men mij tegen, de macht van onzen geest over ons lichaam
+doet ons toch duidelijk zien, dat leven, ziekte en gezondheid uit
+niet-mechanische beginselen voortvloeien. Tevergeefsch derhalve is uwe
+inspanning, vergeefsch uwe pogingen! IJdel zijn de verwachtingen, die
+gij van uwe nuttelooze mechanistische studie koestert!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Talia aggerens utinam rideret securus, neque communem ignorantiae
+calamitatem eadem deploraret querela!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het ware te wenschen, dat hij, die dergelijke tegenwerpingen maakte,
+zich slechts een onschuldig genoegen daarmede verschafte en dat in zijne
+schertsend geuite klacht niet tevens de beklagenswaardige ramp van ons
+aller onwetendheid tot uiting gebracht werd!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quis enim miri hujus commercii vim invenire potuit in aliquo, quod
+corpus constituit vel mentem?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Want wie heeft ooit in een der samenstellende deelen van onzen geest of
+van ons lichaam ook maar iets kunnen ontdekken, dat voor het
+wonderbaarlijk samengaan van beide een verklaring oplevert?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sciat tamen, virtutem cogitationis, simulac in corpus influit, totum
+quod in eo producit, facere corporeum, adeoque legi Mechanicae
+obediens.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Men houde echter wel in het oog, dat alle werkingen, die onze geest in
+ons lichaam teweegbrengt, van uitsluitend lichamelijken aard zijn en dat
+<i>deze</i> dan toch aan de wetten der Mechanica gehoorzamen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quid refert causam mutationis primam non esse Mechanicam,
+<span class = "pagenum latin">152</span>
+<a name = "page152" id = "page152"> </a>
+<!--png 174-->
+quum hac
+insuper habita, effectum, qui corporeus, cognoscere, excutere, atque
+dirigere Mechanico detur Medico; quum hoc scopo sufficiat?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wat doet het er toe, dat de eerste oorzaak der verandering <i>niet</i>
+<span class = "pagenum dutch">153</span>
+<a name = "page153" id = "page153"> </a>
+<!--png 175-->mechanisch is, als het toch den mechanistischen geneesheer
+gegeven is,
+zonder daarmede rekening te houden, van hare werkingen, die van
+<i>lichamelijken</i> aard zijn, kennis te nemen, ze grondig te
+onderzoeken en
+zelfs te besturen, wat toch het eenige doel is, dat hij bereiken
+wil.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Crescit nimium, pauca dum tangit leviter, Oratio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar ik bemerk, dat mijne rede, hoewel slechts enkele punten
+oppervlakkig behandelend, al te zeer in omvang toeneemt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Unum, quod palmarium jactant, quibus alia quam nobis mens est, ne
+declinando subdole evitasse me suspicentur, diluendum judico.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Toch komt het mij voor, dat ik op één punt, waaraan mijn tegenstanders
+hun krachtigst argument ontleenen, de beweringen van dezen niet
+onwederlegd mag laten; ik wil namelijk niet de verdenking op mij laden,
+dit punt, door het opzettelijk niet ter sprake te brengen, listiglijk
+ontweken te hebben.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Philosophos clamant et Mechanicos, ubi Medicae arti exercendae admoti
+fuere unquam, sinistro semper eventu repulsos fuisse. Disputatione non
+esse opus, quum artem horum Medicis nocere, re constet et
+experimento.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Is het niet waar, zoo roepen zij triomfantelijk uit, dat alle
+philosophen en Mechanisten, die zich tot nog toe aan de uitoefening der
+geneeskunde hebben gewaagd, steeds jammerlijk fiasco gemaakt hebben?
+Alle verdere redetwist is dus overbodig, daar het feitelijk en
+proefondervindelijk bewezen is, dat hunne wetenschap der geneeskunde
+slechts schaadt!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quae verissima esse, si hos arguunt, quos in scholis superbus philosophi
+titulus effert, docet historia, docent, quae de rebus conscripsere
+medicis, volumina.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik geef toe, dat deze redeneering volkomen juist is, zoolang zij slechts
+gericht blijft tegen hen, die tot de scholen behooren, welker aanhangers
+zich den weidschen naam van philosoof hebben aangematigd; dit leert ons
+de geschiedenis, dit toonen de werken, die deze lieden over
+geneeskundige onderwerpen geschreven hebben.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Dum enim omnium prima rerum principia ex propriis creare cogitatis
+satagunt, dein vero ex iis, quae ipsi figmenti subtilitate prius in
+illis posuerant, peculiarem corporis cujusque naturam declarare, errasse
+ubique docet ipsa, quam commendo, Mechanices ratio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar zij zich immers onledig houden met het louter uit eigen verbeelding
+opstellen van de beginselen aller dingen, om vervolgens uit de
+hoedanigheden, die zij met groote scherpzinnigheid aan die beginselen
+hebben toegedicht, den bijzonderen aard van elk lichaam te verklaren,
+blijken zij natuurlijk op alle punten gedwaald te hebben; en nu is het
+juist de door mij zoo warm aangeprezen mechanistische methode, die dat
+duidelijk aangetoond heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Applicari rebus nequit, quam ratiocinio fecerant, conclusio, nisi prius
+illa, quae pro fonte argumenti liquido assumserant, rerum singularium,
+quae natae sunt, principiis esse eadem foret evictum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De gevolgtrekkingen, waartoe zij langs logischen weg gekomen zijn,
+kunnen niet op de werkelijkheid toegepast worden, tenzij eerst is
+uitgemaakt, dat die dingen, welke zij als een zeker uitgangspunt voor
+hunne redeneeringen hebben aangemerkt, identiek zijn met de beginselen
+van de afzonderlijke voorwerpen, die de natuur ons te aanschouwen
+geeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">154</span>
+<a name = "page154" id = "page154"> </a>
+<!--png 176-->
+Haec vero, quum infinita, eaque semper diversa esse queant, patet casu
+veritatem nunquam sic detectum iri.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">155</span>
+<a name = "page155" id = "page155"> </a>
+<!--png 177-->Daar deze beginselen nu echter misschien wel oneindig in
+aantal en alle
+onderling verschillend zijn, zoo blijkt het, dat de waarheid hieromtrent
+onmogelijk bij toeval, zooals zij zich inbeelden te kunnen doen, ontdekt
+kan worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quod si considerassent sedulo, tam Scholastici dicti, quam plurimi
+Mechanicorum Cartesii sequaces non fuissent arbitrati id sibi datum
+negotii, ut ex fictorum principiorum praeceptis corpus humanum regerent,
+sed ut ex his, quae observatio prius docuerat hominem constituere, ipsa
+dein artis elementa applicata Mechanica conderent.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien dit zoowel door de zoogenaamde scholastieken als door een groep
+van Mechanisten, die tot de school van <span class =
+"smallcaps">Cartesius</span> behooren,
+ernstig in het oog gehouden ware, dan zouden zij niet in den waan
+verkeerd hebben, dat het hun tot taak gesteld was, het menschelijk
+lichaam te richten naar voorschriften, die op verdichte beginselen
+berusten, maar zij zouden begrepen hebben, dat de elementen der door hen
+beoefende wetenschap met behulp der Mechanica door hen opgebouwd moesten
+worden uit datgene, wat de waarneming ons omtrent de samenstelling van
+den mensch leert.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+At si Mechanico, quem jam descripsi, Medico hanc dicunt contumeliam,
+exempla ignominiae citent exspecto.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien men echter dit verwijt den mechanistischen Geneeskundige, zooals
+ik U dien beschreven heb, naar het hoofd slingert, dan vraag ik bewijzen
+voor dien laster.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Non equidem, qui nostri capit animi sensum, negabit ullus,
+accuratissimum Mathematicum pessimum forte futurum Medicum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Natuurlijk zal niemand, men versta mij wel, zoo dwaas zijn te beweren,
+dat de meest nauwgezette Wiskundige niet een allerjammerlijkst figuur
+als geneesheer kan maken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quo enim talis pertinet Oratio?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wat zou zulk een bewering wel te beteekenen hebben!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Non in Mechanico Medicinae, in Medico vero Mechanices peritiam
+desidero.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik verlang ook niet, dat de Mechanist verstand hebbe van de Geneeskunde,
+maar omgekeerd eisen ik van den Geneeskundige kennis der Mechanica.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Usu peritum Medicum experimentis medicis defecto Mechanico in morbis
+curandis qui post habet, insaniet.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het zou allerdwaast zijn, een practisch ervaren Geneesheer ten opzichte
+van het genezen van ziekten te willen achterstellen bij een
+Werktuigkundige, die ganschelijk onbedreven is in de geneeskunde.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed aequa instructorum experientia hunc promovendae arti meliorem, qui
+Mechanicis callet prae alio praeceptis, id affirmo, id demonstrandum
+sumserat Oratio.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Slechts dit verklaar ik, slechts dit wilde ik door mijne redevoering
+duidelijk in het licht stellen, dat van twee geneeskundigen, die gelijke
+ervaring in hun vak hebben opgedaan, hij het meest geschikt is om zijne
+wetenschap vooruit te brengen, die meer dan de ander met de regelen der
+Mechanica vertrouwd is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ne vero, quod ubique contigisse doleo, sinistram, quae dixi,
+interpretationem subeant, age describam compendio speciem illius, cujus
+imago animo obversatur meo, Medici.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Opdat nu echter aan mijne woorden geen scheeve uitlegging gegeven worde,
+wat tot mijn grooten spijt reeds zoo dikwijls is voorgekomen, zal ik U
+een korte schets geven van den Geneesheer, zooals die mij steeds als een
+ideaal voor oogen zweeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Depingitur ille, ducendis studii Medici primis lineamentis incumbens,
+tanquam affixus Geometricae contemplationi figurarum, Corporum,
+<span class = "pagenum latin">156</span>
+<a name = "page156" id = "page156"> </a>
+<!--png 178-->
+Ponderum, Velocitatis, Fabricae Machinarum, et, quae inde oriuntur in
+alia corpora, Virium.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Stelt hem U voor, bezig met het leggen van den eersten grond voor zijne
+geneeskundige studiën, geheel en al verdiept in de wiskundige
+<span class = "pagenum dutch">157</span>
+<a name = "page157" id = "page157"> </a>
+<!--png 179-->
+beschouwing van figuren en lichamen, gewicht en snelheid, de inrichting
+van werktuigen en de werkingen, die daarmede op andere voorwerpen kunnen
+uitgeoefend worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+His dum mentem exercet, claro discit praecepto et exemplo, liquida ab
+obscuris, a falsis vera secernere, et ipsa judicandi tarditate animo
+conciliare prudentiam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Terwijl hij door deze studiën zijnen geest oefent, kunnen hem deze
+tevens tot nauwkeurig richtsnoer dienen, om duidelijke van onduidelijke,
+ware van onware voorstellingen te onderscheiden; tegelijkertijd zal hij,
+gedwongen tot langzaamheid in het oordeelen, zich de zoo hoog noodige
+voorzichtigheid eigen maken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ita postquam nudas simplicium corporum actiones expendere, has ex veris,
+clarisque causis deducere novit, maturum habet ingenium, qui
+fluididatis, Elateris, tenuitatis, ponderis, tenacitatisque in
+fluentibus proprietates ab Hydrostaticis cognoscat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Nadat hij aldus geleerd heeft, de enkelvoudige werkingen der niet
+samengestelde lichamen na te gaan en deze uit haar ware en ontwijfelbare
+oorzaken af te leiden, is zijn geest rijp geworden, om de verschillende
+eigenschappen der vloeistoffen, te weten haar vloeibaarheid,
+elasticiteit, ijlheid en gewicht, die de hydrostatiek uitvoerig
+behandelt, nader te bestudeeren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Jam animi vigore robustior fluidorum vires in machinas, harumque in illa
+rigore addiscat Mathematico, Experimentis confirmet Hydraulicis, et
+Mechanicis, Chemicis illustret, Ignis, Aquae, Aëris, Salium, et aliorum
+maxime similium corporum ingenium speculatus et actiones.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daarna ga hij, zijn denkvermogen aldus gescherpt hebbende, er toe over,
+de werkingen, die vloeistoffen op werktuigen en die deze op gene
+uitoefenen, volgens streng mathematische methode te onderzoeken,
+versterke de op die wijze opgedane kennis door hydraulische,
+mechanistische en chemische proeven, terwijl hij de geaardheid en de
+werkingen van het vuur, het water, de lucht, de verschillende zouten en
+andere dergelijke stoffen nauwkeurig gadeslaat.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Altera mox tabulae facies sacris jam Medicis admotum exhibet.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Een tweede tafereel vertoont hem ons, zich reeds bevindend binnen de
+gewijde ruimte, waar de Geneeskunde zelve beoefend wordt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Oculum ibi Geometriae luce acutum ad incisa cadavera, ad spirantium
+corpora brutorum aperta tacitus circumfert.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar zien wij hem zijne oogen, gescherpt en verhelderd door wiskundige
+onderzoekingen, zwijgend richten op geopende lijken en op lichamen van
+levend geopende dieren.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Jam vasorum structuram, figuras, firmitatem, ortum, fines, nexus,
+curvaturas, flexilitatem contemplatur et elaterem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Aanstonds beschouwt hij met aandacht den bouw, de vormen, de vastheid,
+de begin- en eindpunten, de verbindingen en krommingen, de buigzaamheid
+en veerkrachtigheid der vaten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Excitatus spectaculi mirabilitate, mox conspecta ad eum, quo jam pollet
+cognito, Mechanismum applicans, abditas detegit harum partium
+virtutes.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Door dit wonderlijk schouwspel geprikkeld, past hij weldra op de door
+hem waargenomen verschijnselen de wetten der Mechanica, welke hem reeds
+van vroeger bekend zijn, toe en ontdekt zoodoende de verborgen
+eigenschappen der aanschouwde lichaamsdeelen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quam variis, pulchris, utilibusque utentem cernimus auxiliis, quibus
+recentiorum industria pomoeria extendit anatomes.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Van hoe verschillende, schoone en nuttige hulpmiddelen, waarmede de
+vlijt der jongere geleerden de grenzen der ontleedkunde heeft
+uitgebreid, zien wij hem gebruik maken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">158</span>
+<a name = "page158" id = "page158"> </a>
+<!--png 180-->
+Aliorum certe durissimo parta labore inventa in suos usus dum
+accommodat, claram sibi sistit humanae fabricae imaginem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">159</span>
+<a name = "page159" id = "page159"> </a>
+<!--png 181-->
+Terwijl hij zich de door anderen eerst na zeer veel inspanning gedane
+ontdekkingen ten nutte maakt, vormt hij zich een duidelijk beeld van den
+bouw van het menschelijk lichaam.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Cui fluidorum vitalium nectit notitiam; hanc Anatomicis, Chemicis,
+Hydrostaticis, ipsiusque microscopii adjumentis in vivo corpore, et
+extra illud examinat; tum mox accuratissimam omnium sensibilium, quae in
+sanitate contingunt, historiam omni arte, undique comparatam
+evolvit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Vervolgens zet hij zich aan de bestudeering der levensvochten, welke hij
+zoowel in als buiten het levend lichaam met alle middelen, die hem
+Anatomie, Chemie en Hydrostatiek ten dienste stellen, alsook met behulp
+van het microscoop aan een grondig onderzoek onderwerpt. Eindelijk zal
+hij zich dan door zijne van alle kanten bijeenverzamelde gegevens een
+volledig overzicht kunnen verschaffen van alle verschijnselen, die het
+lichaam in gezonden toestand te aanschouwen geeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+En suis instructum datis, ut sanitatis Theoriam scribat!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ziedaar iemand, die uitsluitend door de gegevens, welke hij zich zelf
+verschaft heeft, in staat gesteld is tot het schrijven eener Leer van
+den normalen lichaamstoestand!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ex his singulatim perspectis, expensis, comparatisque inter se, auxilio
+Mechanices, severitate ordine et prudentia Geometrica, lento gradu
+festinans elicit, quae in his comprehensa sensibus abduntur, rationi
+patent.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Met behulp van deze gegevens nu brengt hij, na eerst elk afzonderlijk
+nauwkeurig onderzocht en overwogen en ze vervolgens in hun onderlingen
+samenhang bestudeerd te hebben, met toepassing van de wetten der
+Mechanica en met streng wiskundige regelmaat en behoedzaamheid te werk
+gaande, langzaam maar zeker waarheden aan het licht, die, hoewel in die
+gegevens opgesloten liggend, niet door zinnelijke waarneming daarin
+ontdekt, doch slechts door logische redeneering daaruit afgeleid kunnen
+worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sic proximae cujusque effectus causae indagantur, harum natura ex indole
+collectorum, cognitorum et comparatorum phaenomenon indagata perficitur,
+firmatur, et sensim ex horum aggregato consummatur tandem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Aldus worden de naaste oorzaken van iedere werking opgespoord; deze
+maakt hij namelijk op uit den hem reeds bekenden aard der
+verschijnselen, welke hij bijeenverzameld, onderzocht en onderling
+vergeleken heeft, zoodat hij zich langzamerhand, als vrucht van al deze
+onderzoekingen, een duidelijk en volledig beeld van het wezen dier
+oorzaken zal kunnen vormen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quid speratis futurum, qui ad hanc normam sua exigit studia?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Welke schoone resultaten zal hij niet kunnen bereiken, die bij zijne
+studiën dezen weg volgt!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nonne immutabilis et coaeva erit haec scientia ipsi naturae humanae, ex
+cujus sc. elicitur indole, in qua fundatur tantum?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En zal de wetenschap, op deze wijze verkregen, niet onveranderlijk
+vaststaan en even duurzaam zijn als de menschelijke natuur zelve, uit
+welker innerlijk wezen zij immers is opgedolven en welke haar eenigen
+grondslag uitmaakt?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nonne certa erit, quae innixa iis, quae omnes pari agnoscunt evidentia,
+castigatissima caute procedit fide?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zullen de resultaten van zulk een wetenschap niet onbetwistbaar zijn,
+die, slechts steunend op wat allen met gelijke beslistheid als waar
+erkennen, met de strengste nauwgezetheid behoedzaam voortschrijdt?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">160</span>
+<a name = "page160" id = "page160"> </a>
+<!--png 182-->
+Nonne definita satis et ipsis erit rebus utilis, quae certis, claris,
+et sensibilibus corporis humani proprietatibus solum debet causae
+proximae, quaeque nostro subjicitur imperio, inquisitionem
+accuratissimam, idque via, qua erratum nunquam?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">161</span>
+<a name = "page161" id = "page161"> </a>
+<!--png 183-->Zal die wetenschap niet genoegzaam betrouwbaar en ook voor
+de praktijk
+nuttig zijn, welke bij haar grondig en met toepassing eener onfeilbare
+methode ingesteld onderzoek naar de naaste en onder ons bereik vallende
+oorzaken slechts van die eigenschappen van het menschelijk lichaam
+uitgaat, die stellig vaststaan en duidelijk voor onze zintuigen
+waarneembaar zijn?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Lento crescet, fateor, et occulto adolescet augmento, quilibet tamen vel
+minimus progressus gradus ad altiora firmus erit, et novi incrementi
+immutabilis causa.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik erken, dat zij op die wijze slechts uiterst langzaam en nauw merkbaar
+zal groeien en opwassen; daartegenover staat echter dit belangrijke
+voordeel, dat elke, ook zelfs de geringste, vordering, die zij maakt,
+een vaste schrede voorwaarts beteekent en een hechten grondslag vormt,
+waarop verder voortgebouwd kan worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hoc autem labore defunctum, adspirantemque ad metam jam videte in ultima
+picturae parte adumbratum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het laatste tafereel mijner schets eindelijk vertoont U onzen
+geneesheer, al dit werk reeds volbracht hebbend en naar den eindpaal
+strevend.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+In ipsa nunc adyta se penetrat, in ipsa æsculapii penetralia!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Nu dringt hij door tot het allerheilige, tot het binnenste van den
+tempel van <span class = "smallcaps">Aesculapius</span>!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+En Tabulas Hippocraticas, fidaque Grajorum, quae scrutatur, scripta!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Thans doorvorscht hij de Tafelen van <span class =
+"smallcaps">Hippocrates</span> en de zoo
+betrouwbare geschriften der Grieken!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Jam ex abundanti Medicorum Thesauro colligit quidquid sparsum haeret
+mellis medicati.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ziet hem uit den overvloedigen schat der geneeskundige schrijvers
+vlijtig bijeenverzamelen, wat er overal in hunne werken aan kostelijke
+gegevens te vinden is!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hic incisa, quorum notaverat morbos, ruspatur cadavera; illic in brutis
+arte factas aegritudines observat; nunc omnia morborum effecta et
+remediorum ipse experimento colligens; nunc eadem ex optimis Auctoribus
+addiscens;</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Nu eens opent hij, ten einde ze te onderzoeken, lijken, waaraan hij
+pathologische afwijkingen ontdekt heeft, dan weer neemt hij bij dieren
+ziekten waar, die hij kunstmatig bij deze heeft verwekt; nu eens
+verzamelt hij uit eigen ervaring allerlei gegevens omtrent de
+uitwerkingen van ziekten en geneesmiddelen, dan weer vult hij de aldus
+opgedane kennis aan door het raadplegen van de beste schrijvers op dat
+gebied;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+tandem cuncta digerens, expendensque inter se componit, et
+his, quae Theoria demonstravit, comparat, unde historiam denique
+curationemque morborum firmet.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+eindelijk schikt hij al deze gegevens samen, terwijl hij ze
+regelt en nauwkeurig overweegt, en vergelijkt de aldus gevonden
+resultaten met wat de Theorie hem geleerd heeft, zoodat hij ten slotte
+een degelijk inzicht krijgt in den loop en de geneeswijze der
+verschillende ziekten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+En Vobis ultima manu absolutam consummati Medici imaginem!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En hiermede heb ik de laatste hand gelegd aan het voor u geschetste
+beeld van den volmaakten geneesheer!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hanc Mechanicis egere auxiliis ut perficiatur, satis, ni fallit me
+animus, evictum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat deze hoogte onmogelijk bereikt kan worden zonder de studie der
+Mechanica, meen ik thans genoegzaam te hebben aangetoond.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Huic consimilem me reddere, ad hanc me componere studui, ut medicinam
+feci.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Sinds ik mij op de studie der geneeskunde toelegde, heb ik getracht, dat
+beeld te evenaren, mij daarnaar te richten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">162</span>
+<a name = "page162" id = "page162"> </a>
+<!--png 184-->
+Ad hanc polire eorum, qui meae se committunt disciplinae, ingenium
+summa ope enixus sum, dum in Vestro hoc salutis fano ex Auctoritate
+vestra Musagetae Illust. medicinam docui.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">163</span>
+<a name = "page163" id = "page163"> </a>
+<!--png 185-->Naar dat model den geest te vormen van hen, die zich aan
+mijne leiding
+toevertrouwen, daartoe, Heeren Curatoren, heb ik steeds al mijne
+krachten ingespannen, zoolang ik op uw gezag aan deze hoogeschool de
+geneeskunde onderwees.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Eam, dum Dei munere spiro, ambitiose colere non desinam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat ideaal zal ik, zoolang God mij het leven schenkt, niet ophouden
+ijverig na te streven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Non credulitate stulta, non stupore ignari vulgi, non verbosis strophis,
+sed clara demonstrationis fide Artem, cui nostra credimus capita,
+commendare affectabo.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Niet door partij te trekken van de dwaze lichtgeloovigheid en de domme
+verbazing der onkundige menigte, niet door een verblindenden
+woordenvloed, maar door duidelijke en onbetwistbare resultaten zal ik
+voor de wetenschap, waaraan wij allen ons leven toevertrouwen, eerbied
+trachten af te dwingen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vos Optimi Juvenes, qui illi Scientiae consecrastis pectora, a qua
+incolumitatem sperat salutis Humanum Genus, Vos Picturam. Medici
+contemplati primis miremini ab annis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Moogt gij, voortreffelijke jongelingen, die u met de borst op deze
+wetenschap toelegt, door welke het menschelijk geslacht zijn ongestoord
+welzijn hoopt verzekerd te zien, het door mij ontworpen beeld van den
+idealen geneesheer reeds van uwe eerste studiejaren af aandachtig
+beschouwen en er bewondering voor opvatten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ita Vos agite rem vestram, ut lineamentis, coloribusque hujus imaginis
+formosi, salutares hominibus audiatis genii!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Kwijt u zóó van uwe taak, dat gij u, getooid met de trekken en tinten
+van dit beeld, den naam van reddende engelen der menschheid
+verwerft!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nulla est, quae pulchriora laborum praemia Cultoribus persolvit, quam
+Medica Sapientia.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Er is geen wetenschap, die haren beoefenaren schoonere belooningen voor
+hunnen arbeid ten deel doet vallen dan de Geneeskunde.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Non alia est, quae Mortalibus gratiores, magisve utiles vel necessarios
+reddere vos possit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Geen andere is er, die u aangenamer, nuttiger en onmisbaarder voor uwe
+medemenschen kan maken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Excitemini o generosae mentes! Excitemini pulchritudine Artis, cujus
+effectu beatus his in terris nemo carere poterit!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Geraakt in geestdrift, edelaardige geesten, geraakt in geestdrift voor
+de schoonheid dezer kunst, zonder welker hulp voor niemand hier op aarde
+het geluk bestaanbaar is!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nunquam rei difficultas calidum vestri animi retundat impetum!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat toch nooit de moeielijkheid dezer studie de onstuimigheid van uwen
+vurigen geest beteugele!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ardua est, fateor, quae ad Panaceae ducit delubra, via.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hoogst bezwaarlijk, ik erken het, is de weg, die tot het heiligdom van
+<span class = "smallcaps">Panacea</span><a class = "tag" name = "tag4_5"
+id = "tag4_5" href = "#note4_5">5</a> voert.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed complanavit hanc improbus aliorum labor, superarunt praerupta,
+perrupere fortes, Vos alacres sequamini!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Doch anderen hebben dezen door hunnen onvermoeiden arbeid geëffend; met
+groote dapperheid wisten zij, alle moeilijkheden overwinnend, het
+einddoel van hunnen tocht te bereiken; volgt gij nu moedig hun
+voorbeeld!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hos habetis in hac Academia ad Medicinam Duces, qui ditiores
+<span class = "pagenum latin">164</span>
+<a name = "page164" id = "page164"> </a>
+<!--png 186-->
+longe Vobis explicent thesauros, quam Epidauriae olim columnae,
+Pergamenae
+tabulae, Cnidii parietes, vel folia largiebantur Coaca.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Gij vindt in deze hoogeschool zoodanige leidslieden op het
+<span class = "pagenum dutch">165</span>
+<a name = "page165" id = "page165"> </a>
+<!--png 187-->
+gebied der
+geneeskunde, die u veel rijker schatten kunnen toonen dan weleer de
+Epidaurische zuilen<a class = "tag" name = "tag4_6" id = "tag4_6" href =
+"#note4_6">6</a>, de Pergameensche boekrollen<a class = "tag" name =
+"tag4_7" id = "tag4_7" href = "#note4_7">7</a>, de Cnidische
+wanden<a class = "tag" href = "#note4_6">6</a> en de Coische bladen<a
+class = "tag" href = "#note4_7">7</a> opleverden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Habetis, qui secreta quaeque Matheseos arcana incredibili perspicui
+sermonis facilitate revelet, rebusque applicare Medicis praemonstret,
+Volderum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Gij vindt hier iemand, die de kunst verstaat, met een ongelooflijk gemak
+in duidelijke taal de meest verborgen geheimenissen der Wiskunde bloot
+te leggen en die u zal leeren, deze op geneeskundige vraagstukken toe te
+passen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Optimorum sane sententia natum ad haec sacra, Nostroque encomio longe
+majorem Virum!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Het is <span class = "smallcaps">Volder</span>, een man, die naar het
+oordeel der besten onder
+ons geboren schijnt voor deze gewijde taak, een man, die verre boven
+onzen lof verheven is!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Cujus disciplinae liberali infinitum me debere grata memoria et publice
+hic agnosco, et dum huic constabit menti sanitas ingenue semper Ego et
+candide meminero.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Met een van dankbaarheid vervuld gemoed spreek ik het hier gaarne
+openlijk uit, dat ik aan zijne milde voorlichting oneindig veel
+verschuldigd ben en steeds, ten minste zoolang ik nog helder van hoofd
+ben, zal ik mij mijne groote verplichtingen jegens hem eerlijk en
+oprecht voor oogen houden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Horum ergo dum lego vestigia, si quid vobis adjumenti praestare posse
+censeor, praesto sum qui ita me geram, ut ex vestro meum me comparare
+commodum opere ipso testari possim.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien gij nu van oordeel zijt, dat ik U tot eenigen steun bij uwe
+studiën kan dienen, dan zal ik gaarne, het voetspoor dezer groote mannen
+volgend, er met alle macht naar streven, metterdaad het bewijs te
+leveren, dat ik mijn belang slechts in het uwe zoek.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vobiscum Veterum placita, Recentiorum et propria, si quae sunt,
+observata undique indefesso labore colligere, ex his laudatae Mechanices
+arte doctrinam Medicam condere non desinam, quamdiu in hac versanti
+slatione, vires dederit Deus!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zoolang God mij de kracht verleent, dit ambt naar behooren te vervullen,
+zal ik niet ophouden, met U de uitspraken der Ouden en de waarnemingen
+der jongeren met onverdroten ijver van alle kanten bijeen te verzamelen,
+waarbij ik dan nog de resultaten mijner eigen onderzoekingen, die ik
+geef voor wat ze zijn, zal voegen, ten einde, toegerust met al deze
+gegevens, met behulp van de door mij zoo uitbundig geprezen Mechanica,
+het onze bij te dragen tot den opbouw der medische wetenschap!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Agite ergo Commilitones Studiosi totus quod commendavit sermo, felici
+hujus anni Academici auspicio inchoare et perficere certatim tentemus
+opus!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Welaan dan, wakkere studiegenooten, laat ons het werk, waartoe mijne
+gansche redevoering U aanspoorde, onder de zegenrijke begunstiging van
+het thans aangebroken academisch jaar als om strijd aanvatten en het zoo
+mogelijk voleinden!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vestra frequentia incitatus docentis vigor id aget, ut, qui naturae
+<span class = "pagenum latin">166</span>
+<a name = "page166" id = "page166"> </a>
+<!--png 188-->
+facultate et eruditionis plurimis postponendum me sentio, sedulitate
+certe cedam nulli.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Laat uwe trouwe opkomst bij mijne lessen zulk een geestkracht
+<span class = "pagenum dutch">167</span>
+<a name = "page167" id = "page167"> </a>
+<!--png 189-->
+in mij
+ontvonken, dat ik, die mij volkomen bewust ben, wat natuurlijken aanleg
+en geleerdheid betreft, bij zeer velen achtergesteld te moeten worden,
+in ijver tenminste voor niemand zal behoeven onder te doen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Laboris autem summum habebo pretium, si vestro applausu, Vobis meam
+profuisse diligentiam, orbi constet, si vestri in hoc Athenaeo studii
+felicitas claritate famae plures alliciat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De hoogste belooning voor mijnen arbeid echter zal ik <i>dan</i> meenen
+deelachtig te worden, wanneer het door uwe toejuiching der wereld zal
+blijken, dat de door mij betoonde vlijt U ten goede gekomen is, wanneer
+de roep van den voorspoed uwer studiën aan deze hoogeschool meerderen
+zal verlokken, onder hare leerlingen plaats te nemen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hoc enim votum illud est, <i>Illustrissimi Curatores, Amplissimi
+Coss.</i>, cujus successu alacer, rerum Vestro auspicio, Vestra in
+Academia gestarum rationem Vobis reddere audebo.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Slechts als deze mijn wensch in vervulling getreden zal zijn, zal ik,
+Edel Groot Achtbare Heeren Curatoren, Edel Achtbare Heeren
+Burgemeesters<a class = "tag" name = "tag4_8" id = "tag4_8" href =
+"#note4_8">8</a>, de resultaten van mijn onderwijs, onder uwe
+bescherming aan uwe hoogeschool gegeven, met vertrouwen aan uw oordeel
+mogen onderwerpen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Unum hoc dignum habebo, quo Genium Vestrum adorem, donarium.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dit beschouw ik als het eenige waardige geschenk, waarin uw verheven
+geest behagen zal kunnen scheppen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Omni sic adulationis fuco deterso, sincero certe animi candore referre
+me putabo, quas Vestrae benignitati animus debet, gratias!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Op deze wijze hoop ik, zonder eenige valsche vleierij maar met niet
+minder oprechtheid van zin U den dank, waartoe ik mij jegens U verplicht
+gevoel, metterdaad te toonen!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Docendi enim admotum muneri, duoque jam meritum stipendia, exploratum
+adeo, honorificis promissis et nova liberalitate nec opinantem
+excitastis denuo.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Gij toch hebt mij, na mij tot het leeraarsambt te hebben geroepen en
+gedurende de twee jaren, waarin ik dit ambt bekleedde, mijne
+werkzaamheden aandachtig gadegeslagen te hebben, onverwacht door hoogst
+vereerende beloften en nieuwe bewijzen uwer mildheid tot nog meer ijver
+geprikkeld.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ego, ex multis, quas in Vobis veneror, virtutibus, unam prae caeteris
+eximiam habendam esse a Sapientibus accepi, sinceram nempe Vestri
+favoris integritatem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Onder de vele deugden, die ik in U vereer, is er ééne, die volgens het
+mij ter oore gekomen oordeel van wijze mannen hooger dan alle andere
+gesteld moet worden: het is de strikte onpartijdigheid, waarmede gij bij
+het betoonen van uwe gunst te werk gaat.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Summam dico, et Reip. literariae solam salutarem Virtutem, qua praemia
+meritis, non gratiae servire jubetis, neque ambitioni.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Eene voortreffelijke en der wetenschappelijke wereld het allermeest ten
+goede komende eigenschap noem ik haar; U door haar latende leiden, hebt
+gij slechts belooningen voor werkelijke verdiensten over; alle
+gunstbejag stuit op haar af.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quare benefacti pretium Vestra ex gravitate ponderans, vix mihi tempero,
+quin tanti testimonii gloria animosus, quo coepi pede, pergam
+alacrior!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wanneer ik dan ook naar uwe hoogheid van karakter de waarde afmeet van
+de onderscheiding, welke gij mij verleend hebt, dan voel ik eenen
+onweerstaanbaren drang in mij, om, aangevuurd door zulk een eervol
+getuigenis, onverwijld op den ingeslagen weg met frisschen moed voort te
+gaan!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">168</span>
+<a name = "page168" id = "page168"> </a>
+<!--png 190-->
+Verbosae ergo pompae loco, qua gratiarum actio suspecta redditur et
+Sapientibus odiosa, pauca ego haec religiosus spondeo!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">169</span>
+<a name = "page169" id = "page169"> </a>
+<!--png 191-->
+Met terzijdelating derhalve van allen ijdelen woordenpraal, die bij
+eene dankbetuiging het teeken van onoprechtheid pleegt te zijn en
+volstrekt geen genade kan vinden in de oogen van wijze mannen, wil ik U
+slechts het volgende plechtig beloven!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vestram Dignitatem summo venerationis cultu et obsequii semper colam
+sedulus!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik zal mij steeds bevlijtigen, uwe waardigheid door het betoonen van den
+diepsten eerbied en de uiterste dienstwilligheid hoog te houden!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Diligens sic mea se acuet industria, ut Vestrum favorem plurimi me
+facere et legitimis ultra ambire artibus, demonstrem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik zal zorg dragen, mijnen ijver tot zulk een hoogte op te voeren, dat
+het blijke, dat ik uwe gunst op den hoogsten prijs stel en mij haar door
+gepaste middelen steeds in meerdere mate wil trachten te verwerven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Id studebo, ut bene agendo benefici, quod de me tulistis, judicii
+aequitatem Orbi ipse comprobem!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik zal er naar streven, de juistheid van het welwillend oordeel, dat gij
+over mij geveld hebt, der geheele wereld door mijne daden te doen
+blijken!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<h4>DIXI.</h4>
+</td>
+<td>
+<h4>IK HEB GEZEGD.</h4>
+</td>
+</tr>
+</table>
+
+<hr class = "mid">
+
+<h4>Voetnoten</h4>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_1" id = "note4_1"
+href = "#tag4_1">1.</a>
+Met „geest“, de vertaling van het Latijnsche „spiritus“,
+is bedoeld een zeer vluchtige vloeistof, die volgens <span class =
+"smallcaps">Boerhaave</span> en andere oude geneeskundigen in spieren
+en zenuwen gevonden wordt (Vertaler).</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_2" id = "note4_2"
+href = "#tag4_2">2.</a>
+<span class = "smallcaps">Hermes Trismegistus</span> is de patroon der
+alchimisten. In dezen tijd wordt er geen streng onderscheid gemaakt
+tusschen chemie en alchimie. (Vertaler).</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_3" id = "note4_3"
+href = "#tag4_3">3.</a>
+Een bij de Ouden gerenommeerde wijnsoort. (Vertaler).</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_4" id = "note4_4"
+href = "#tag4_4">4.</a>
+Een van <span class = "smallcaps">Baco</span>’s werken draagt den titel:
+„Historia vitae et mortis“. (Vertaler).</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_5" id = "note4_5"
+href = "#tag4_5">5.</a>
+<span class = "smallcaps">Panacea</span> („Alheelster“) is de naam van
+een der dochters van <span class = "smallcaps">Aesculapius</span>.
+(Vertaler)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_6" id = "note4_6"
+href = "#tag4_6">6.</a>
+Op de zuilen van den Aesculapius-tempel te Epidaurus en op de wanden
+van dien te Cnidus stonden opschriften, die melding maakten van
+verschillende ziektegevallen en de wijze hunner genezing. (Vertaler)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_7" id = "note4_7"
+href = "#tag4_7">7.</a>
+Bedoeld zijn de werken van <span class = "smallcaps">Galenus</span>
+van Pergamum en <span class = "smallcaps">Hippocrates</span> van Cos.
+(Vertaler).</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note4_8" id = "note4_8"
+href = "#tag4_8">8.</a>
+Hiermede worden de vier burgemeesters van Leiden toegesproken.
+(Vertaler)</p>
+
+<p class = "footnote sans"><a name = "note4_a" id = "note4_a"
+href = "#tag4_a">A.</a>
+De letter Q werd ondersteboven gedrukt:<br>
+<img src = "images/pecquet.png" width = "166" height = "46"
+alt = "Pecquet"></p>
+
+<hr class = "chapter">
+
+<span class = "pagenum">170</span>
+<a name = "page170" id = "page170"> </a>
+<!--png 192-->
+
+<h3 class = "boldf">HIERONYMI DAVIDIS GAUBII</h3>
+
+<h1>ORATIO</h1>
+
+<h3 class ="extended">INAUGURALIS</h3>
+
+<h4>QUA OSTENDITUR</h4>
+
+<h6>CHEMIAM ARTIBUS ACADEMICIS JURE ESSE<br>
+INSERENDAM</h6>
+
+<br>
+
+<h5>HABITA XXI. MAJI MDCCXXXI.</h5>
+
+<br>
+
+<h5 class = "smallcaps">Quum publicum Chemiam praelegendi munus in
+Academia<br>
+Lugduno-Batava auspicaretur.</h5>
+
+<!--png 193-->
+
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/gaubius.jpg" width= "373" height = "572"
+alt = "painting of Gaub"
+title = "Jeroen David Gaub (Hieronymus David Gaubius)">
+</p>
+
+<h5>HIERONYMUS DAVID GAUBIUS<br>
+Medicinae Doctor.<br>
+Ejusdem et Chemiae et Collegii Practico-Medici<br>
+in <span class = "smallcaps">academia batava</span>,
+quae <span class = "smallcaps">leidae</span> est,<br>
+<span class = "smallcaps">professor ordinarius</span></h5>
+
+<p align = "center">
+<a href = "images/gaubcaption.png">[Tekst onder het portret]</a></p>
+
+<hr class = "mid section">
+
+<!--png 194-->
+
+<span class = "pagenum">171</span>
+<a name = "page171" id = "page171"> </a>
+<!--png 195-->
+
+<h2 class = "boldf">INAUGUREELE REDE</h2>
+
+<h6>VAN</h6>
+
+<h3>HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,</h3>
+
+<h6>WAARIN WORDT AANGETOOND,</h6>
+
+<h4>dat de Scheikunde met recht een plaats<br>
+verdient onder de Akademische<br>
+Wetenschappen,</h4>
+
+<h5>GEHOUDEN OP DEN 21<sup>STEN</sup> MEI 1731,</h5>
+
+<h6>TOEN HIJ HET OPENBARE AMBT VAN HET HOUDEN VAN<br>
+VOORDRACHTEN OVER DE SCHEIKUNDE AAN DE LEIDSCHE AKADEMIE<br>
+PLECHTIG AANVAARDDE.</h6>
+
+<hr class = "section">
+
+<table class = "parallel">
+<tr>
+<td width = "45%">
+<span class = "pagenum latin">172</span>
+<a name = "page172" id = "page172"> </a>
+<!--png 196-->
+<p class = "hanging">
+<i>Illustrissimis et Nobilissimis Viris</i></p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Academiae Lugduna-Batavae<br>
+Curatoribus</span>,
+</p>
+</td>
+<td>
+<span class = "pagenum dutch">173</span>
+<a name = "page173" id = "page173"> </a>
+<!--png 197-->
+<p class = "hanging">
+<i>Aan de zeer doorluchte en edele mannen,</i></p>
+<p class = "hanging">
+<i>curatoren der Leidsche Akademie,</i></p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Johanni Henrico, Comiti de Wassenaer</span>,
+Domino de Opdam,
+Hensbroek, Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem, et lage etc. etc.</p>
+
+<p class = "hanging">
+Equiti ordinis Johannitici, in equestrem nobilium Hollandiae
+ordinem adlecto, ad supremum foederati belgii senatum delegato
+etc. etc.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Johannes Hendrik, graaf van Wassenaer</span>,
+heer van Opdam, Hensbroek, Spierdyk, Zuydwyk, Kernchem en Lage, enz.
+enz. ridder van de Johanniterorde, lid van de ridderschap der edelen van
+Holland, afgevaardigde ter Staten-generaal enz. enz.,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Johanni Trip</span>, J.&nbsp;U.&nbsp;D.
+Toparchae in Berkenrode, civitatis Amstelaedamensis <ins class =
+"correction" title = "text: ‘senatorl’">senatori</ins>, cum maxime
+consulum praesidi, Societatis Indiae Orientalis moderatori, etc.
+etc.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Johannes Trip</span>, doctor in de beide
+rechten, drost in Berkenrode, lid van den raad van de stad Amsterdam, op
+dit oogenblik voorzitter der burgemeesters, bewindhebber der O.-I.
+Compagnie, enz. enz.,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Arentio Brunonis, van der Dussen</span>,
+J.&nbsp;U.&nbsp;D. Reipublicae Delphensis
+senatori et consulari, delegatis praepotentium ordinum
+Hollandiae adscripto, etc. etc.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Arend Bruno’szoon van der Dussen</span>,
+doctor in de beide rechten, lid van den raad der stad Delft en
+oud-burgemeester, afgevaardigde ter hoogmogende Staten van Holland, enz.
+enz.,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Eorumque Collegis</span><br>
+<i>Amplissimis, Gravissimisque Viris<br>
+Civitatis Lugdunensis Consulibus.</i></p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+en aan hun ambtgenooten, de zeer aanzienlijke en waardige mannen,
+burgemeesters der stad Leiden,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Abrahamo Hoogenhouck</span>,
+J.&nbsp;U.&nbsp;D. Consulum praesidi.</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Danieli van Alphen</span>,
+J.&nbsp;U.&nbsp;D.</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Henrico van Willigen</span>,
+J.&nbsp;U.&nbsp;D.</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Gerhardo Emilio van Hoogeveen</span>,
+J.&nbsp;U.&nbsp;D.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Abraham Hoogenhouck</span>, doctor in de beide
+rechten, voorzitter der burgemeesters,</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Daniël van Alphen</span>, doctor in de beide
+rechten,</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Hendrik van Willigen</span>, doctor in de
+beide rechten,</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Gerhard Emile van Hoogeveen</span>, doctor in
+de beide rechten,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "hanging">
+Nec Non Viro Spectatissimo</p>
+<p class = "hanging">
+<span class = "smallcaps">Davidi van Royen</span>,
+J.&nbsp;U.&nbsp;D. Urbis Leidensis Graphiario, Illustriss:
+Curatoribus et Ampliss. Consulibus a Secretis.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "hanging">
+Ook aan den zeer voortreffelijken heer <span class =
+"smallcaps">David van Royen</span>, doctor in de beide rechten,
+secretaris der stad Leiden, geheimschrijver der zeer doorluchte
+curatoren en zeer aanzienlijke burgemeesters,</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<div class = "righthalf">
+<p align = "center">
+L. M. Q. D.<br>
+Hanc Orationem<br>
+Virtuti et Gloriae Eorum<br>
+Devotissimus<br>
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.</p>
+</div>
+</td>
+<td>
+<div class = "righthalf">
+<p align = "center">
+draagt gaarne en naar verdienste<br>
+deze redevoering op<br>
+de aan hun voortreffelijke en roemrijke personen<br>
+zeer verknochte dienaar<br>
+HIERONYMUS DAVID GAUBIUS.</p>
+</div>
+</td>
+</tr>
+</table>
+
+<hr class = "mid section">
+
+<table class = "parallel">
+<tr>
+<td width = "45%">
+<span class = "pagenum latin">174</span>
+<a name = "page174" id = "page174"> </a>
+<!--png 198-->
+<h4>HIERONYMI DAVIDIS GAUBII</h4>
+
+<h2>ORATIO</h2>
+
+<h4>INAUGURALIS,</h4>
+
+<h4 class = "smallcaps extended">Qua Ostenditur,</h4>
+
+<h5 class = "smallcaps">Chemiam artibus academicis jure esse
+inserendam.</h5>
+<hr class = "tiny">
+</td>
+<td>
+<span class = "pagenum dutch">175</span>
+<a name = "page175" id = "page175"> </a>
+<!--png 199-->
+
+<h2>INAUGUREELE REDE</h2>
+
+<h6>VAN</h6>
+
+<h5>HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,</h5>
+
+<h6>WAARIN WORDT AANGETOOND, DAT DE SCHEIKUNDE MET<br>
+RECHT EEN PLAATS VERDIENT ONDER DE<br>
+AKADEMISCHE WETENSCHAPPEN.</h6>
+<hr class = "tiny">
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/s_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "S: Si" title = "S: Si"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">S</span>i quae unquam,
+in scena vitae meae, magna
+mihi et peregrina obvenit mearum rerum vicissitudo,
+ea sane est, quam hic nunc subeo. Locus
+insolitus; inusitata hominum frequentia, horumque
+omnium conversa in me ora atque oculi; munus inconsuetum;
+nova prorsus sunt omnia: omnia alienam subito
+adepta faciem, pari et stupore et solicitudine percellunt
+animum.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/i_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "I: Indien"
+title = "I: Indien"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">I</span>ndien mij ooit op het schouwtooneel
+mijns levens een groote en vreemde
+lotswisseling overkwam, dan is het wel deze, die ik hier thans beleef.
+De plaats is ongewoon; de toevloed der menschen grooter dan gebruikelijk
+is en van die allen zijn gelaat en oogen op mij gericht; de taak is mij
+vreemd; alles is geheel en al nieuw: alles heeft plotseling een vreemd
+voorkomen aangenomen en verontrust mijn gemoed door een even groote
+verbijstering als bezorgdheid.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Scilicet in Academica panegyri perorare jubeor Chemicus,
+et quidem, dum officii ita poscit ratio, de Chemia. An vero
+majus uspiam, quam quod Mercurium inter et Vulcanum est,
+datur discrimen? An Artium ulla ab Oratoriae elegantiis abest
+longius, quam Chemia? Chemia, inquam! quae aspera, laboriosa,
+styli incuria politioris, Eloquentiae lenociniis nec studens, nec
+accommoda, tota in opere versatur, et cultores suos non per verba,
+sed per ignem sapere, per experimenta Philosophari docet.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Immers in een Akademische feestvergadering noodigt men mij, een
+scheikundige, uit een redevoering te houden, en wel aangezien de aard
+van mijn ambt dat zoo vereischt, over de Scheikunde. Of wordt wel ergens
+grooter onderscheid gevonden dan, dat tusschen <span class =
+"smallcaps">Mercurius</span><a class = "tag" name = "tag5_1" id =
+"tag5_1" href = "#note5_1">1</a> en <span class =
+"smallcaps">Vulcanus</span> bestaat? Of
+is er wel een der wetenschappen, die verder staat van de bevalligheden
+der welsprekendheid dan de Scheikunde? de Scheikunde, zeg ik, die, ruw
+en altijd bezig, zich niet bekommerend om een meer gepolijsten stijl,
+zich evenmin toeleggend op de lokmiddelen der welsprekendheid als er
+voor geschikt, geheel opgaat in haar werk en haar beoefenaars niet door
+woorden maar door het vuur de wijsheid, door proeven wijsgeerig
+redeneeren leert.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Invisite animo saltem, si libet, officinam Chemicam! Ecquid
+putatis ibi inventuros? An numerosam librorum congeriem, et suis
+pulchre ordinata forulis sexcenta Autorum volumina? An priscae
+monumenta Eloquentiae, Rhetoribus tam exoptata; aut suggestum
+Tulliana voce resonantem?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Bezoekt met den geest althans, als het u belieft, een scheikundige
+werkplaats! Wat meent gij wel daar te zullen vinden? Soms een
+opeenhooping van talrijke boeken en ontelbaar veel deelen van schrijvers
+netjes geordend alle in hun kasten? Soms de gedenkteekenen der oude
+welsprekendheid zoo gewenscht voor de
+<span class = "pagenum dutch">177</span>
+<a name = "page177" id = "page177"> </a>
+<!--png 201-->
+redenaars, of een spreekgestoelte weergalmend van de stem eens <span
+class = "smallcaps">Tullius</span><a class = "tag" name = "tag5_2" id =
+"tag5_2" href = "#note5_2">2</a>?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nihil profecto horum: alia omnino est,
+<span class = "pagenum latin">176</span>
+<a name = "page176" id = "page176"> </a>
+<!--png 200-->
+quae hic occurrit, supellex; alius plane apparatus: variae nimirum
+furnorum alia atque alia ratione constructorum, series, sustentando
+cuilibet ignis gradui appropriatae; erecta tecto tenus loculamenta,
+quam plurimis artis operibus, ad praeparanda nova mox rursum
+inservituris, adimpleta; innumerae vasorum, materie et figura
+discrepantium,
+species; carbonum cespitumque acervus nunquam defecturus;
+praesto ad usum cola, cribra, spathulae, folles, forcipes, et si quae
+alia vel alendo igni, vel regendo requiruntur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Niets voorwaar van die dingen: De inrichting, die hier
+zich voordoet, is geheel anders: volkomen anders zijn de hulpmiddelen:
+verschillende rijen namelijk van fornuizen, die telkens weer op andere
+wijze zijn saamgesteld, welke rijen geschikt zijn om iedere sterkte van
+het vuur uit te houden; kastjes tot aan de zoldering opgebouwd, geheel
+gevuld met zooveel mogelijk voorwerpen door de wetenschap vervaardigd,
+die weldra weer moeten dienen om nieuwe in gereedheid te brengen;
+tallooze soorten van vaatwerk, dat in stof en gedaante verschilt; een
+hoop kolen en zoden, die nooit mag op raken; bij de hand zijn voor het
+gebruik verschillende soorten van zeven, spatels, blaasbalgen, tangen en
+al het andere, dat vereischt wordt om het vuur òf te onderhouden òf te
+regelen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Haec inter artificem
+videbitis, non otiose ad pulpita desidentem; sed atras carbone
+manus, taciturna attentione, admoventem operi: fumo, cineribus,
+fuligine obsitum, jam igne intensissimo durissima liquare metalla;
+jam vivis urere flammis vegetabile; hinc cautissime opposita committere
+corpora, flammivomos mox in conflictus ruitira;</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Te midden daarvan zult gij den meester niet werkeloos bij zijn
+katheder zien neerzitten, maar hoe hij zijn handen zwart van kool in
+zwijgende aandacht aan het werk slaat, hoe hij gehuld in rook, bedekt
+met asch en roet nu eens met het felste vuur de hardste metalen
+vloeibaar maakt, dan weer een stof uit het plantenrijk met levende
+vlammen doet branden; hoe hij aan den eenen kant met de grootste
+voorzichtigheid tegengestelde lichamen bij elkaar brengt, die zich dra
+in een vlammenbrakenden strijd zullen storten;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+illinc, calore
+moderato, rerum virtutes, exacto ad numerum stillicidio, elicere;
+electas alibi, tepore naturali, unire arctius et digerere; verbo: totum
+inter furnos defixum, excitando, applicando, moderando igne
+occupatissimum,
+hujus in corpora efficaciam modis omnibus explorare.
+Hoc opus est, hic labor ejus unicus.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+aan den anderen kant door
+een matige warmte de vermogens der stoffen te voorschijn roept door het
+druppelen van water naar een bepaald getal te regelen; en bij een andere
+gelegenheid die vermogens na ze te voorschijn te hebben geroepen door
+een natuurlijke lauwe temperatuur nauwer bindt en afdeelt; in één woord:
+hoe hij geheel tusschen zijn fornuizen levend, zich slechts bezighoudend
+met het aanwakkeren, toepassen en regelen van het vuur, de werking
+daarvan op lichamen op alle mogelijke wijzen nagaat. Dit is zijn werk,
+hiervoor spant hij zich alleen&nbsp;in.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vane heic quaesiverit quispiam limatas Augustaei Seculi
+locutiones: vanus amoena Rhetorices illectamenta. Non aures hic
+demulcentur, sed oculi: nec verbis conciliatur adsensus; sed rerum
+testimoniis extorquetur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hier zou iemand tevergeefs zoeken naar de gladgevijlde spreekwijzen
+van de eeuw van <span class = "smallcaps">Augustus</span>; tevergeefs
+naar de bekoorlijke aanlokselen der redekunst. Niet de ooren worden hier
+gestreeld maar de oogen: en niet door woorden wordt instemming gewonnen,
+maar door de getuigenissen van feiten ontwrongen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<span class = "pagenum latin">178</span>
+<a name = "page178" id = "page178"> </a>
+<!--png 202-->
+<p>
+Quid ergo animi putatis esse Chemico? Ubi a sordida Vulcani
+officina in spectatissimum protractus locum, a furnis evocatus in
+suggestum, solis sacratum politissimis sermonibus, Oratoris
+sustinere cogitur provinciam? Quid materiei creditis suppetere?
+Dum coram Principibus in republica Viris, in consessu sapientissimorum
+Professorum, in conspectu denique hominum in omni
+scientiarum genere perfectissimorum, de Arte, plerisque horum
+ignota, disserendi incumbit necessitas? Sane si aqua haeserit
+trepido, facilem merebitur veniam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">179</span>
+<a name = "page179" id = "page179"> </a>
+<!--png 203-->
+Hoe denkt gij dan, dat een scheikundige te moede is, wanneer hij uit de
+vuile werkplaats van <span class = "smallcaps">Vulcanus</span> in het
+daglicht getrokken naar een plaats, op welke aller blikken zijn
+gevestigd, van zijn fornuizen weggeroepen naar het spreekgestoelte, dat
+slechts gewijd is aan de meest gepolijste redevoeringen, zich gedwongen
+ziet het werk van een redenaar op zich te nemen! Welke stof gelooft gij,
+dat hem ten dienste staat, terwijl de noodzakelijkheid op hem rust te
+spreken in tegenwoordigheid van de eerste mannen in den staat, in de
+vergadering van zeer wijze hoogleeraren, ten slotte onder de oogen van
+menschen, die ten zeerste uitmunten in elke soort van wetenschap, over
+een wetenschap, die den meesten van hen onbekend is. Inderdaad als hij
+in zijn schroomvalligheid blijft steken, zal hij licht verdienen, dat
+men hem vergeeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Haec vero me sors, hoc meos hodie humeros premit onus: nec,
+quibus fulciar, ulla domi praesidia mihi nascuntur. Quin probe
+nota virium mearum tenuitas, et naturalis mihi, utut agendis rebus
+publicis inepta prorsus, verecundia id etiam animi dejicit, quod
+audax omnia aggredi juventus forte addidisset.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Waarlijk dit lot drukt mij, deze last drukt heden op mijn schouders:
+en uit mij zelf doen zich voor mij geen hulpmiddelen op, om op te
+steunen. Ja zelfs doen de geringheid mijner krachten, die ik mij zeer
+goed bewust ben, en de mij ingeschapen bedeesdheid, geheel ongeschikt om
+iets in het openbaar, hoe dan ook, te verrichten, zelfs dien moed mij
+ontzinken, dien mij de jeugd, stoutmoedig om zich aan alles te wagen,
+misschien zou geven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Undequaque igitur circumspicienti, unica demum superest, quae locum
+refugii praebet, singularis Vestra, A.&nbsp;O.&nbsp;O. benevolentia,
+toties experta iis, quos hoc e suggestu dicendi arduum pressit
+munus. Facit haec, Vos ea esse judicii lenitate, suo ut quemque
+modulo metiti, majora viribus nequaquam exigatis: quod quidem
+aliis dum generose adeo exhibuistis, quidni a Vobis et mihi
+pollicear ego, pro quo tot intercedunt majoris etiam momenti
+rationes? Justa certe petitio repulsam ab aequo tulit nemine.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wanneer ik dus overal rondzie, blijft er slechts één ding over,
+waartoe ik mijn toevlucht kan nemen. Uw buitengemeene welwillendheid,
+hooggeschatte hoorders, die reeds zoo dikwijls zij ondervonden hebben,
+die de moeilijke taak drukte van uit dit spreekgestoelte het woord te
+voeren. Deze maakt, dat gij zoo zacht van oordeel zijt, dat gij ieder
+naar zijn eigen maatstaf metend geenszins dingen eischt, die iemands
+krachten te boven gaan: daar gij nu anderen dit zoo edelmoedig hebt
+getoond, waarom zou ik dit dan van uw kant ook mij zelf niet in het
+vooruitzicht stellen, voor wien zooveel redenen van nog grooter gewicht
+pleiten? Zeker is een rechtvaardig verzoek door geen billijk persoon
+ooit van de hand gewezen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quo fretus ipsi me accingo operi, cui Thema erit ex eo, quod
+auspicor, officio desumptum, et Vestra non indignum celebritate.
+Conabor nimirum ostendere, <i>Chemiam Artibus Academicis jure esse
+inserendam</i>. Quod dum ago, faciles in audiendo pariter et judicando
+Vos praebeatis mihi, enixe obsecro: uterque enim seu felix fuerit,
+seu sinister Orationis meae eventus, Vestrum me semper ad favorem
+<span class = "pagenum latin">180</span>
+<a name = "page180" id = "page180"> </a>
+<!--png 204-->
+allegabit, huic ut vel referam gratias, vel veniam impetraturus,
+supplicem.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hierop vertrouwend gord ik mij aan tot het werk zelf, waarvan het
+onderwerp zal ontleend zijn aan dat ambt, dat ik plechtig aanvaard, en
+uw geachte verzameling niet onwaardig. Ik zal namelijk trachten aan te
+toonen, <i>dat de Scheikunde met recht een plaats verdient onder de
+Akademische wetenschappen</i>. En terwijl ik dat doe, bezweer ik u met
+aandrang, dat gij u in het luisteren even als in
+<span class = "pagenum dutch">181</span>
+<a name = "page181" id = "page181"> </a>
+<!--png 205-->
+het beoordeelen welwillend tegen mij toont. Want de afloop mijner
+redevoering zij gunstig of ongunstig, in beide gevallen zal ik steeds
+tot uw goedgunstigheid verwezen worden, om die óf dank te zeggen óf om
+toegeeflijkheid te smeeken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Academiae ea, qua hodie constitutas lege videmus, loci sunt
+publici, docendis discendisque scientiis et artibus nobilioribus
+dicati, iisque hinc conditionibus et mediis instructi, quibus propositus
+iste finis potest obtineri. Non ergo arti aut scientiae cuilibet sua
+in his schola conceditur; sed ultra vulgi captum elevata,
+<i>Nobilitatis</i>
+quodam emineat splendore necesse est, in Academiis quae pedem
+figere voluerit disciplina.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De Akademies zijn volgens de wet, waardoor wij ze heden geregeld
+zien, openbare plaatsen bestemd om de meer edele wetenschappen en
+kunsten te onderwijzen en te leeren, en dien ten gevolge voorzien van
+die voorwaarden en middelen, waardoor dit voorgenomen doel kan worden
+bereikt. Derhalve wordt bij deze maar niet aan iedere kunst of
+wetenschap een leerstoel toegestaan, maar het is noodig, dat de
+wetenschap, die aan de Akademie vasten voet wil vatten, boven de
+bevatting van het gemeene volk zich verheffend, uitblinke door een
+zekeren glans van adeldom.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quodsi igitur vera hujusce <i>Nobilitatis</i> insignia, palam exposita,
+Arti Spagyricae competere certis adstruxero documentis, nonne
+propositi hodie mei constabit ratio et veritas?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Bijaldien ik dus met zekere bewijzen zal aantoonen, dat de ware
+kenteekenen van dien adeldom, nadat ik ze openlijk heb uiteengezet, de
+Spagyrische wetenschap<a class = "tag" name = "tag5_3" id = "tag5_3"
+href = "#note5_3">3</a> toekomen, zal dan niet de goede grond en de
+waarheid van
+hetgeen ik mij heden heb voorgesteld te bewijzen, vast staan?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Virtus sola atque unica, si Poëtae habenda fides,
+<i>Nobilitate</i> impertit
+hominem: nec unius haec diei dos est; nec vera, quoties praeterquam
+ex natalibus, aliunde probari nequit. Idem vero et eadem
+ratione obtinet in disciplinis, modo, quod ibi datum virtuti est,
+heic detur usui.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De deugd eenig en alleen, als wij den Dichter<a class = "tag" name =
+"tag5_4" id = "tag5_4" href = "#note5_4">4</a> moeten geloof schenken,
+verleent den mensch
+adeldom. Maar deze is niet de gave van één dag, noch is die de ware, zoo
+dikwijls als hij uit niets anders kan bewezen worden dan uit de afkomst.
+Hetzelfde echter is op dezelfde wijze het geval bij de wetenschappen,
+slechts moet dat, wat daar aan de deugd is toegekend, hier worden
+toegekend aan het nut.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Laureolam certe quaerunt in mustaceo, qui artis
+ostensuri dignitatem, pulchre hoc sibi agere videntur, primis ubi
+a seculis deductam ejus originem, objective et operum miram
+jucunditatem, aut quot numeraverit, quantosque sui cultores
+exponunt, parum interim de utilitate soliciti, qua sine tamen
+sordent omnia, antiqua fuerint, dulcia, aut quibusvis clara sectatorum
+nominibus:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Voorzeker zoeken zij zich op goedkoope wijze een
+lauwerkransje te verdienen, die, als zij de waardigheid van een
+wetenschap willen toonen, zich verbeelden dit fraai te doen, wanneer zij
+zakelijk uiteenzetten, hoe haar oorsprong uit de eerste eeuwen afgeleid
+kan worden, en het buitengewone genot in de werken ervan gelegen, of
+hoeveel en hoe groote beoefenaars zij heeft gesteld, terwijl zij zich
+ondertusschen weinig bekommeren over het nut, zonder hetwelk toch alles
+niets wil zeggen, al is het oud, aangenaam of beroemd door welke namen
+ook van volgelingen;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+externa enim isthaec sunt, et veram potius ornant
+<i>Nobilitatem</i>, quam constituunt. Utile mensura est,
+illam qua metitur,
+verum qui rebus pretium statuere solus novit, sapiens.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+<span class = "pagenum dutch">183</span>
+<a name = "page183" id = "page183"> </a>
+<!--png 207-->
+want dit zijn uiterlijke dingen en sieren veeleer den waren adeldom op
+dan dat ze hem uitmaken. Het nut is de maatstaf, waarnaar degeen, die
+alleen de werkelijke waarde der dingen weet vast te stellen, de wijze,
+haar afmeet.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">182</span>
+<a name = "page182" id = "page182"> </a>
+<!--png 206-->
+Quaecunque hinc usum adfert eximium vel homini in se seorsum
+spectato, vel humanae societati, ea demum disciplina jure <i>Nobilis</i>
+habetur. Quum vero pars hominis melior, mens sit, hanc quae
+recti bonique facit studiosam, aut veri auget perspicientia, utique
+aliis omnibus antecellit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Elke wetenschap dus, die een bijzonder nut verschaft hetzij aan een
+mensch afzonderlijk op zich zelf beschouwd, hetzij aan de menschelijke
+maatschappij, die wordt eerst met recht voor edel gehouden. Daar echter
+het beste deel van den mensch zijn geest is, zoo blinkt die wetenschap,
+die dezen zich doet toeleggen op hetgeen recht en goed is, of haar
+verrijkt met het inzicht der waarheid, in elk geval boven de andere
+uit.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Neque tamen hac multo inferior, quae
+corporis curat sanitatem: ea namque magis optabile quidquam vix
+datur mortalibus; deficiens una praegravat animum et deprimit.
+Hoc quae opus sibi sumsit excolendum, ars dicitur Medica: priori
+studet cum caeteris Philosophia;</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Maar toch is niet veel minder dan deze die wetenschap, die zorgt voor de
+gezondheid van het lichaam, want dit is wel het meest gewenschte, dat
+aan de stervelingen wordt gegeven; wanneer zij kwijnt, dan maakt zij
+meer dan iets anders den geest log en drukt hem terneer. Die kunst, die
+het voltooien van dat werk op zich heeft genomen, wordt de Geneeskunde
+genoemd: op het eerste legt zich de Wijsbegeerte met de overige
+wetenschappen toe;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+una sui parte moderandis occupata
+affectibus, alteram extendendis humanae intelligentiae limitibus in
+cognitione rerum existentium dedicans: utramque ergo <i>Nobilissimam</i>
+suo recepere gremio Academiae, et jure civitatis donarunt, ne ipso
+quidem livore contradicente.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+met haar eene helft toch houdt zij zich bezig met het
+beheerschen der aandoeningen, haar andere helft wijdt zij aan het
+uitbreiden der grenzen van het menschelijke begrip ten opzichte van de
+kennis der bestaande dingen: beide wetenschappen hebben dus, als de
+edelste, de Akademies in haar schoot opgenomen en met het burgerrecht
+begiftigd, zonder dat de nijd zelf zich er tegen verzette.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Habent autem ambae hae objectum patens quam latissime, et
+varias hinc sub se complectuntur disciplinas, quae partesne dicendae
+an ministrae? opera singulae inter se diversissima, ad eundem
+tamen ultimum finem, cum principe, sub qua militant, scientia
+communem, omnes collineant. Quum itaque et has sunt quamlibet
+commendet usus, et summa ad priorum perfectionem necessitas,
+hinc <i>Nobiles</i> etiam ab Eruditis jure habitae, debitum in Academiis
+locum obtinuere.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Deze beide nu hebben een arbeidsveld, dat zich zoover mogelijk
+uitstrekt, en dientengevolge sluiten zij in zich verschillende
+wetenschappen, die men zoowel onderdeelen als helpsters kan noemen.
+Hoewel ze op zich zelf, wat haar werk betreft, onder elkaar ten zeerste
+verschillen, zoo mikken zij toch alle op een zelfde wit ten slotte, dat
+ze gemeen hebben met de hoofdwetenschap, waaronder ze dienen. Daar
+derhalve èn het nut dezen, hoe ze ook zijn mogen, tot aanbeveling
+strekt, én het feit, dat ze ter volmaking der eersten in den hoogsten
+graad noodzakelijk zijn, op dien grond werden zij ook door de beschaafde
+lieden met recht voor edele wetenschappen gehouden en hebben zij de haar
+toekomende plaats aan de Akademies verkregen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nonne vero talis est Ars Chemica? Cur ergo duram adeo haec
+experta sortem, nonnisi post plurimas agitatas lites, liberam sui
+<span class = "pagenum latin">184</span>
+<a name = "page184" id = "page184"> </a>
+<!--png 208-->
+culturam in scholis Sapientum impetrare potuit? Sane, rigoris
+hujus justo acrioris causam vix determinaverim: si tamen, quod
+vero est simillimum, dicam, videntur ipsius Artis in se spectatae
+ignari, Artificum duntaxat habuisse rationem judices, quorum ex
+arbitrio tum pendebant Academiae.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Is dan voorwaar de Scheikunde niet een dergelijke wetenschap? Waarom
+heeft zij dan zulk een hard lot ondervonden en niet
+<span class = "pagenum dutch">185</span>
+<a name = "page185" id = "page185"> </a>
+<!--png 209-->
+dan na het voeren van veel strijd kunnen verkrijgen, dat men haar vrij
+mocht beoefenen aan de scholen der geleerden? Waarlijk, ik zou moeilijk
+de reden van die al te groote strengheid kunnen bepalen: indien ik
+echter zal zeggen, wat het waarschijnlijkst is, dan schijnt het mij toe,
+dat de rechters, van wier goeddunken toen de Akademies afhingen,
+onbekend met de wetenschap op zichzelf beschouwd, slechts rekening
+hebben gehouden met de beoefenaars.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nata nimirum inter Metallarios et Pyracmonas Chemia; ab illiterato
+hoc rudique hominum genere primum exercita; deturpata dein et
+obscurata ab impostoribus; in se horrida, laboribus plena, plena
+periculis; ab otiosis speculationibus aliena; ignem, fumos, cineres,
+sordes spirans, vix ulla amoenitatis specie cuiquam se commendare
+potuit, nisi, qui penitius eam introspicere dignaretur:</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Immers de Scheikunde geboren onder metaalbewerkers en
+aanbeeldvuurwerkers<a class = "tag" name = "tag5_5" id = "tag5_5" href =
+"#note5_5">5</a>,
+eerst beoefend door dat ongeletterd en ruw slag van menschen, vervolgens
+door bedriegers misvormd en in discrediet gebracht, op zich zelf
+afstootend, vol moeilijkheden, vol gevaren, van rustige bespiegelingen
+ver verwijderd, ademend in vuur, rook, asch en vuil, kon zich
+bezwaarlijk door eenigen schijn van lieflijkheid bij iemand aangenaam
+maken, tenzij bij diengene, die zich verwaardigde dieper met zijn blik
+in haar binnenste door te dringen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+atqui
+externam ejus faciem monstrosam adeo deformemque reddiderat
+cultorum et ruditas et malitia,
+ab interioribus ut perlustrandis deterrerentur
+Eruditi, eodem haec, si non pejori de luto esse conficta,
+rati. Frustra ergo suam oravit causam Chemia talibus coram Arbitris
+qui praejudicata obcaecati opinione, et usus ejus eximios, et summam
+necessitatem praetervidentes, sententiam prius tulerant, quam
+cognovissent.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Maar zoowel de ruwheid als de
+schelmerij van degenen, die haar beoefenden, hadden haar uiterlijke
+verschijning zóó monsterlijk en afzichtelijk gemaakt, dat de beschaafde
+lieden er van werden afgeschrikt haar kern na te sporen, in de meening,
+dat die uit dezelfde, zoo niet erger, vuiligheid bestond. Tevergeefs
+heeft dus de Scheikunde haar zaak tegenover dergelijke scheidsrechters
+bepleit, die verblind door een vooraf opgevatte meening, zoowel de
+buitengewone voordeelen, die zij bood, als haar hooge noodzakelijkheid
+over het hoofd ziende, een oordeel hadden geveld, voordat zij kennis van
+de zaak hadden genomen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Factum hinc, a publico ut Sapientum commercio
+exclusa, privatorum exerceret manus atque ingenia, varias sub variis
+passa fatorum vicissitudines, nec forte unquam Academicos in
+suggestus emersura, nisi, quem nacta tandem est, causae patronum,
+an rabulam potius? Eremitam fortuna major quam prudentia
+secundasset:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Daardoor is het gekomen, dat zij van het
+openbare verkeer met geleerden uitgesloten, handen en hoofden van
+particulieren bezig hield, waarbij zij onder verschillende personen
+verschillende lotswisselingen te verduren had, en misschien nooit zich
+opgewerkt zou hebben tot de Akademische spreekgestoelten, als niet een
+grooter geluk dan verstand dien advocaat &mdash; of moest ik liever
+verdediger door dik en dun zeggen? &mdash; dien zij eindelijk heeft
+gekregen, <span class = "smallcaps">Eremita</span><a class = "tag" name
+= "tag5_6" id = "tag5_6" href = "#note5_6">6</a> had ten dienste
+gestaan.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+hic enim coeco gementis hujus disciplinae amore,
+captus, quod autoritate rationali et luculentis rerum testimoniis
+agendum fuisset, bullato id verborum nugacissimorum apparatu,
+mox vero, qua erat morum insolentia, igne etiam et armis tentare
+non dubitavit, successu certe adeo felici, ut ausu hocce temerario
+intrusa in Academias Chemia sede potiretur, vel ipsis contradicentium
+cineribus inaedificata.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+<span class = "pagenum dutch">187</span>
+<a name = "page187" id = "page187"> </a>
+<!--png 211-->
+Deze namelijk aangegrepen door een blinde liefde voor die verdrukte
+wetenschap, aarzelde niet dat, wat had moeten gedaan worden door het
+gezag der rede en duidelijke bewijzen van feiten, te beproeven door een
+systeem van bullen vol met de meest beuzelachtige woorden, weldra
+echter, wat bij zijn niets ontziend karakter begrijpelijk was, zelfs te
+vuur en te zwaard, waarbij hij in elk geval een dergelijk succes had,
+dat de Scheikunde, door dat vermetel pogen in de Akademies gedrongen,
+daar zich een zetel veroverde, die zelfs juist op de asch der
+tegenstanders werd opgericht.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hanc autem quamvis vi partam, infirmoque
+hinc nixam pede, repressa paulo post fundatoris ejus tyrannide,
+<span class = "pagenum latin">186</span>
+<a name = "page186" id = "page186"> </a>
+<!--png 210-->
+rursus pessum dederit impatiens cogi, litteratorum gens liberrima;
+id tamen inde Chemiae boni accesserat, quod durante isthac
+statione sua, propior Eruditis posita, nonnullos horum, vividissimis
+quibusdam radiis, per offusas sibi quisquiliarum tenebras evibratis,
+latentis intus foecundissimi luminis sui potuerit commonefacere:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hoewel verder dezen met geweld verworven
+en daarom op zwakken grondslag rustenden zetel, nadat kort daarop de
+dwingelandij van zijn oprichter was onderdrukt, het van vrijheidsliefde
+blakende volk der geletterden, dat geen dwang kan dulden, wederom heeft
+omvergeworpen, was toch de Scheikunde daardoor dit ten goede gekomen,
+dat zij, zoolang haar verblijf daar duurde, meer in de nabijheid van
+beschaafde lieden geplaatst, de aandacht van enkelen van dezen door
+eenige zeer heldere stralen, die zich door de haar omhullende duisternis
+van nietigheden heenboorden, kon vestigen op het uiterst vruchtbare
+licht, dat in haar binnenste verscholen was.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+quo equidem animadverso illi mox excitati, ulterius ad scrutinium
+se accinxere, demtaque sensim imposturarum larva, perruptisque,
+quibus obvolvebatur, ignorantiae nebulis, nudam tandem salutantes,
+Erudito Orbi produxere intuendam.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+En weldra, door die
+waarneming er toe aangespoord, hebben zij zich inderdaad tot een verder
+onderzoek aangegord en na langzamerhand het masker van bedriegerijen te
+hebben weggenomen en de nevels van onkunde, waarmee zij werd omsluierd,
+te hebben doorbroken, hebben zij, eindelijk haar in haar naaktheid
+begroetend, haar aan het daglicht gebracht ten schouwspel voor de
+beschaafde wereld.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Tum ergo propriis jam refulgens
+radiis Chemia, tum demum, quae personata displicuerat tantopere,
+nativae suae reddita faciei, adeo pellexit Sapientes, dignam ut
+reputaverint, ipsorum quae in scholas adoptata, strenue coleretur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Toen dan heeft de Scheikunde, thans schitterend met
+haar eigen stralen, toen eerst heeft zij, die vermomd zoo zeer had
+mishaagd, hersteld in haar natuurlijke gedaante, de geleerden zoo voor
+zich weten in te nemen, dat zij haar waardig keurden om onder hun
+scholen opgenomen met allen ijver te worden beoefend.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nec sane, si fateri vera velimus, alia Chemiae opus est hedera,
+nisi, ut libero a praejudiciis oculo nuda, prout in se est, adspectetur:
+tam necessariis enim pollet usibus, tot jucundissimis arridet
+oblectamentis,
+Naturae ut curiosum sui facillime pertrahat in amorem
+pertractumque ullo sine taedio detineat.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En waarlijk ook als wij voor de waarheid willen uitkomen, heeft de
+Scheikunde geen andere krans noodig, dan dat zij met een oog vrij van
+vooroordeelen naakt, zooals zij op zich zelf is, wordt beschouwd. Want
+zoo noodig zijn de toepassingen, waarin haar kracht is gelegen, zoo
+alleraangenaamst de genoegens, waarmee zij ons toelacht, dat zij zeer
+gemakkelijk den natuurvorscher er toe brengt haar lief te hebben, en als
+hij eenmaal daartoe gebracht is,
+<span class = "pagenum dutch">189</span>
+<a name = "page189" id = "page189"> </a>
+<!--png 213-->
+hem geboeid houdt zonder de minste verveling.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Utique, si sola contemplemur
+bona, quibus quascunque fere artes manuales, humanae vitae
+commodis inservientes, perfundit Chemia, quot, quaeso, et quanta
+<span class = "pagenum latin">188</span>
+<a name = "page188" id = "page188"> </a>
+<!--png 212-->
+sunt! Dies deficeret enumerantem: minima tamen haec, et pro
+parergis tantum aestimanda.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Zeker als wij alleen op de
+voordeelen acht slaan, waarmee de Scheikunde nagenoeg alle soorten van
+handwerk, die dienen voor de gemakken van het menschelijk leven, kwistig
+bedeelt, eilieve hoe groot is dan niet hun aantal en hoe gewichtig zijn
+zij! De dag zou te kort zijn wilde ik ze opsommen. Toch zijn die dingen
+van zeer weinig beteekenis en slechts als bijzaken te beschouwen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nobilior est, quam menti, utilior, quam
+corpori praestat, opera primaria: huic namque illibatam tuetur
+sanitatem, amissamque restituit; illi vero brevissimam monstrat in
+adyta Naturae viam, latentisque in profundo veri mira felix aperit,
+Philosophiae hinc et Medicina conjunctissima, nec sine detrimento
+inde separanda.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+De
+voortreffelijke dienst, dien zij den geest bewijst, is edeler, die,
+welken zij het lichaam bewijst, nuttiger. Want voor dit houdt zij de
+gezondheid ongedeerd in stand, en, wanneer die verloren is, geeft zij ze
+weer; aan gene echter wijst zij den kortsten weg in de binnenste
+heiligdommen der natuur, en ontvouwt in vruchtbare werkzaamheid de
+wonderen der waarheid, die in haar diepte schuilt; dien ten gevolge is
+zij zoowel met de wijsbegeerte als met de geneeskunde ten nauwste
+verbonden en niet zonder nadeelen daarvan te scheiden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Id vero ne precario Vobis obtrudere velle videar, evidentis nunc
+rationes proferam, quibus asserti constet veritas: est enim palmarium
+hocce argumentum, quod si evicero, proposito Orationis
+meae Themati satisfactum arbitrabor.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Opdat het echter niet den schijn hebbe, dat ik u dit zonder
+voldoenden grond wil opdringen, zal ik thans duidelijke redenen
+aanvoeren ter staving van de waarheid mijner bewering. Want dit is een
+prachtig bewijsmiddel; als ik dit onwederlegbaar aantoon, zal ik het er
+voor houden, dat voldaan is aan hetgeen ik mij in mijn redevoering
+voornam te bewijzen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Qui corporum naturalium proprietates, vires et effectus per suas
+quaeque causas sciunt aut rimantur, Physici dicuntur; et haec
+eorum scientia appellatur Physica, Philosophiae generatim sumtae
+pars non minima. Ejus hinc objectum est, quidquid conceptum
+corporis ingreditur, aut eo reduci potest, sive illud commune sit
+omnibus corporibus, sive peculiare singulis:</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zij, die de eigenschappen van de lichamen door de natuur geschapen,
+hun krachten en uitwerkingen, alles door zijn bepaalde oorzaak
+teweeggebracht, weten of nasporen, worden Physici genoemd en deze
+wetenschap van hen heet Physica, zeker niet het geringste onderdeel der
+Wijsbegeerte in het algemeen genomen. Derhalve richt zij zich op alles,
+wat onder het begrip „lichaam“ valt, of daartoe herleid kan worden,
+hetzij het allen lichamen gemeen is, hetzij enkelen in het bijzonder
+eigen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+quum enim Materia
+indefinita, solis gaudens proprietatibus corporeis generalibus, in
+rerum natura non detur, nec dari possit; sed tantum sit idea
+intelligentiae,
+clarioris doctrinae gratia efficta; corpora autem, quae re
+existunt, omnia individua sint, id est, adeo limitata et determinata,
+ut, praeter universalem illum Materiae conceptum, involvant peculiares
+etiam alias affectiones, quibus singula a singulis distinguuntur,
+et quae faciunt, ut corpus sit hoc praecise corpus, et
+non aliud:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Daar namelijk de niet nader te omschrijven Materie, die in het
+bezit is alleen van de algemeene eigenschappen der lichamen, in de
+natuur niet voorkomt en ook niet kan voorkomen, maar slechts een beeld
+van onzen geest is, gevormd ter verduidelijking van een theorie, de
+lichamen daarentegen, die inderdaad bestaan, alle op zichzelf staande
+dingen zijn, d.&nbsp;w.&nbsp;z. zóó begrensd en bepaald, dat zij,
+behalve dat dat
+algemeene begrip „Materie“ op hen van toepassing is, ook nog bijzondere
+andere eigenschappen bezitten, waardoor het eene van het andere
+onderscheiden wordt en die maken, dat een lichaam juist dat
+<span class = "pagenum dutch">191</span>
+<a name = "page191" id = "page191"> </a>
+<!--png 215-->
+lichaam is en geen ander:</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+inde clarissime liquet, communes illas Materiae dotes
+non modo, sed et imprimis cuilibet corpori singulari proprias
+Physicae esse considerationis, utpote, quae corpora naturalia,
+prout vere existunt, vel existere possunt, contemplatur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+daardoor is het helder en klaar, dat niet
+slechts die algemeene gaven der Materie, maar wel in de eerste plaats
+die, welke elk lichaam afzonderlijk eigen zijn, het voorwerp zijn van de
+Physische studie, daar deze immers de lichamen door de natuur geschapen
+beschouwt, naar dat zij werkelijk bestaan of kunnen bestaan.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">190</span>
+<a name = "page190" id = "page190"> </a>
+<!--png 214-->
+Proprietates corporum, quatenus certis quibusdam actionibus
+producendis sunt idoneae, dicuntur vires: ex his autem, tanquam
+ex causis, fluunt, quoscunque observamus, effectus corporei, qui hinc
+determinatam suarum quilibet causarum naturam sequentes, si
+singularibus a viribus emanarunt, et ipsi necessario erunt singulares,
+et contra generales, si a generalibus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De eigenschappen der lichamen worden krachten genoemd, voor zoover
+zij geschikt zijn om zekere bepaalde handelingen teweeg te brengen; uit
+deze vloeien verder, als uit de oorzaken, alle lichamelijke werkingen
+voort, die wij waarnemen en die daardoor, ieder den bepaalden aard van
+haar oorzaak volgend, zoo zij uit bijzondere krachten zijn voortgekomen,
+ook zelf noodzakelijkerwijs bijzonder zijn, maar daarentegen algemeen,
+als zij uit algemeene krachten zijn voortgekomen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quodsi igitur ea hic daretur simplicitas, ut peculiarium quorumvis
+corporis attributorum sufficiens ratio in communi ejus natura
+fundaretur;
+jam equidem, praeter solam Mathematicorum operam, nil
+opus esset Physico ad finem suum obtinendum: hi enim ideam
+corporis universalem dedere omnium verissimam, et methodum
+simul exactissimam, quaecunque in illa continentur, eliciendi. At
+vero quam procul abest, haec quin ita sese habeant!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien zich dus hierbij deze eenvoudige stand van zaken voordeed, dat
+een voldoende reden voor alle mogelijke eigenaardige eigenschappen van
+een lichaam gelegen was in zijn algemeene natuur, dan zou voorwaar de
+physicus, behalve alleen de hulp der wiskunstenaars, niets noodig hebben
+om zijn doel te bereiken. Want dezen hebben de meest ware algemeene
+voorstelling van een lichaam gegeven en tevens de meest nauwkeurige
+methode om daar uit te halen, al wat er in vervat is. Maar hoeveel
+scheelt het inderdaad, dat dit zoo is!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Detegit attentior
+observatio innumera certe in corporibus adeo penitus peculiaria,
+ut cum generali illorum indole vix quidquam commune videantur
+habere, nisi solum, cui inhaerent utraque, subjectum: talia autem
+incognita si quis ex universali illo Geometrarum conceptu, utut
+accuratissimo, a priori eruere, aut cognitorum etiam ex hoc rationem
+exsculpere postulet, nae is et operae simul et olei jacturam sero
+doleat!</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Een meer oplettende beschouwing
+ontdekt in de lichamen zeker tallooze dingen, die zoo door en door
+eigenaardig zijn, dat het schijnt, dat zij met het algemeene karakter
+dier lichamen bijna niets gemeen hebben, behalve alleen het voorwerp,
+waaraan beide eigen zijn. Indien nu iemand deze zaken, wanneer zij
+onbekend zijn, uit die algemeene opvatting der wiskunstenaars, hoe
+uiterst nauwkeurig ze ook zij, a priori zou verlangen af te leiden of
+ook de reden van die zaken, wanneer zij bekend zijn, daaruit op te
+maken, voorwaar die zou zich te laat over zijn verlies aan moeite
+beklagen!</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Atqui maximopere tamen expedit eorundem scientia Physico;
+quum in his potissimum haereat id, quo corpora a se mutuo intrinsecus
+distinguuntur. Ea itaque ut evolvantur, non illa certe,
+quae a data causae idea ad intellectum effectus progreditur, sed
+prorsus alia incedendum via est. Nimirum quidquid de corporibus
+vere concipit mens, id omne vel Phoenomena sunt ipsi per sensus
+<span class = "pagenum latin">192</span>
+<a name = "page192" id = "page192"> </a>
+<!--png 216-->
+communicata, vel formata inde judicia:</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar toch is de kennis juist van die dingen voor den physicus van het
+allerhoogste belang, daar in de eerste plaats daarin datgene is gelegen,
+waardoor de lichamen zich wederkeerig van elkaar inwendig onderscheiden.
+Opdat die dus ontwikkeld worden, moet men zeker niet dien weg betreden,
+die van een gegeven denkbeeld omtrent de oorzaak uitgaand, leidt tot
+begrip van de uitwerking, maar
+<span class = "pagenum dutch">193</span>
+<a name = "page193" id = "page193"> </a>
+<!--png 217-->
+een geheel anderen. Immers elke juiste opvatting, die de geest zich
+omtrent de lichamen vormt, behoort óf tot de verschijnselen, dien geest
+door middel der zintuigen meegedeeld, óf tot de daaruit, gevormde
+oordeelen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+proprietates autem et vires
+corporeae in se primitus imperceptibiles latent; effectus tamen
+producunt
+sensibus apparentes, qui determinatae ipsarum naturae
+proportionales, hujus hinc cognitionem simul exhibent, adeo, ut quo
+ditior fuerit observatorum cujusque rei effectorum supellex, eo
+de ejus indole plus certi resciatur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+De eigenschappen nu en de krachten van een lichaam blijven
+verborgen, daar zij eerst op zich zelf niet waarneembaar zijn; zij
+brengen echter uitwerkingen te weeg, die zich den zintuigen vertoonen en
+die, in vaste verhouding staand tot haar eigen bepaalde natuur, op die
+wijze tevens de kennis hiervan opleveren, zoozeer, dat, hoe rijker bij
+iedere zaak het materiaal is der waargenomen uitwerkingen, men des te
+meer zekerheid verkrijgt omtrent haar aard.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Haecque adeo sola superest
+indagandis corporum singularibus via retrograda; dum alteram
+illam, quae a priori haec investigat, humano ingenio imperviam
+prorsus Natura fecit et inaccessam. Sedulus hinc rerum scrutator
+experimentis prius quam ratiociniis insudat, sensuum adminiculo
+sua examinat objecta, horum peculiares animadvertit effectus, quos
+sponte sua vel praevio tentata consilio ediderint; corpora corporibus
+adplicat, rursumque ab invicem removet, ut, qui e solis, quique e
+conjunctis fluant motus, experiatur;</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+En deze van het een op het
+andere terugvoerende weg blijft geheel alleen over om de
+eigenaardigheden der lichamen op te sporen, daar de natuur dien anderen
+weg, die ze a priori tracht te ontdekken, geheel onbegaanbaar en
+ontoegankelijk heeft gemaakt voor het menschelijk verstand. Derhalve
+spant de volijverige navorscher van die zaken zich eerder in voor
+proeven dan voor redeneeringen, met hulp van zijn zintuigen onderzoekt
+hij de voorwerpen zijner studie, hij merkt op hun eigenaardige
+uitwerkingen, die zij uit zich zelf of nadat zij volgens een
+voorafgaande methode zijn behandeld, vertoonen; hij voegt lichamen
+bijeen, en verwijdert ze weer van elkaar, opdat hij ervare, welke
+bewegingen uit hen alleen en welke uit hen, wanneer zij vereenigd zijn,
+voortvloeien.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+tum vero ex hisce gnaviter
+collectis, sibique mutuo collatis quaesitam corporum naturam propriam
+et singulares dotes a posteriori demum determinare haud
+infelix praesumit. Nec sane ullo unquam tempore patuere clarius
+Naturae interiora, quam quo huic institum est tramiti: parum in
+Physicis profecere, hunc qui vel ignorarunt, vel neglexere scientes.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Dan eerst waagt hij het niet zonder succes uit deze
+gegevens, die hij vol ijver verzameld en met elkaar wederkeerig
+vergeleken heeft, de door hem gezochte eigenaardige natuur der lichamen
+en hun bijzondere gaven a posteriori te bepalen. En waarlijk nooit en
+nimmer hebben de verborgenheden der Natuur zich duidelijker geopenbaard,
+dan toen men dit pad heeft betreden. In de Physica hebben zij het niet
+ver gebracht, die hetzij dit pad niet kenden hetzij er tegen beter weten
+in geen acht op sloegen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sed ecce! dum Physicis totus inhaereo, lenissimo ipsius materiae
+quasi flexu, in intima Artis Spagyricae viscera me devolutum sentio:
+reducit me in Chemiam, quae inde diverterat Physica; hoc ipso
+docens affatim, quam sit propinqua ambarum cognatio, quam
+indissolubilis nexus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar zie! Terwijl ik geheel en al bezig ben met de Physica, merk ik,
+dat ik als het ware door een zeer geringe wending, die de stof van zelf
+heeft genomen, ben terecht gekomen in het hartje der Spagyrische
+wetenschap; de Physica, die mij van de Scheikunde had afgebracht, brengt
+mij er ook weer toe terug, daardoor juist voldoende bewijzend, hoe nauw
+beider verwantschap is, hoe onverbrekelijk haar band.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Nonne enim totum hoc, quod modo diximus, unius prope est
+<span class = "pagenum latin">194</span>
+<a name = "page194" id = "page194"> </a>
+<!--png 218-->
+Chemiae opus? Nonne haec corpora singularia fere omnia, quae
+Physicae sunt considerationis, speciatim evolvenda sibi sumit?
+Imo vero vix aliud est Chemiae propositum, quam corporum particularium
+examen.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Is immers dat alles wat wij zooeven besproken hebben, niet
+<span class = "pagenum dutch">195</span>
+<a name = "page195" id = "page195"> </a>
+<!--png 219-->
+bijna het werk van de Scheikunde alleen? Stelt deze zich niet tot taak
+bijna alle afzonderlijke lichamen, die het voorwerp zijn van de
+physische studie, in het bijzonder te onderzoeken? Ja nog sterker, de
+Scheikunde kent haast geen ander doel dan het onderzoek der lichamen
+afzonderlijk.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quidquid Fossilium in imis terrae visceribus
+excoquitur; quidquid protrudit Vegetabilium, divite de sinu, foecunda
+tellus; quidquid denique Animantium ubivis fovet alitque alma
+parens Natura; id fere omne, modo vel sensibus manifestari vel
+capi vasis queat, suo Chemia sistit examini, rimatur, penetrat:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Al wat aan delfstoffen in de binnenste ingewanden der
+aarde wordt uitgesmolten, al wat tot het plantenrijk behoorend de
+vruchtbare aarde uit haar rijke schoot doet ontspruiten, al wat ten
+slotte, tot het dierenrijk behoorend, overal de weldadige moeder Natuur
+koestert en voedt, dit alles nagenoeg, mits het zich óf kan openbaren
+aan de zintuigen óf kan worden opgevangen in eenig vaatwerk, onderwerpt
+de Scheikunde aan haar onderzoek, doorwoelt en doordringt zij.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+penetrat, inquam, usque eo, ut quaecunque in illis vulgaria, facillime
+obvia, aut extus adhaerentia despiciens, tanquam se indigna,
+aliis relinquat Artibus; sibi vero magis ardua quaerens, sublimiora,
+abstrusiora, intimas rerum virtutes, ultima principia, prima elementa
+perscrutetur, hoc tantum, nec alio venditura pretio suos labores.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Zij
+dringt er in door, herhaal ik, zóó ver, dat zij minachtend neerziend op
+al wat bij die dingen gewoon is, zich zeer gemakkelijk voordoet of er
+slechts uiterlijk mee in verband staat, als harer onwaardig, dit aan
+andere wetenschappen overlaat maar, voor zich zelf het meer moeilijke,
+het meer verhevene en verborgene opzoekend, navorscht de in het
+binnenste der dingen gelegen vermogens, de laatste grondbeginselen, de
+eerste elementen, vast voornemens voor dezen prijs alleen en geen
+anderen haar moeiten veil te hebben.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Toto sane die hoc agunt strenui Artis hujus cultores: corpora
+alia aliis adponunt, rursum ab invicem separant, soluta coagulant,
+coagulata solvunt, motus inde obortos observant, mutant, novos
+excitant instrumentis efficacissimis, variata in omnes modos
+encheiresi.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Den geheelen dag voorwaar leggen de wakkere beoefenaars van deze
+wetenschap zich daarop toe: zij brengen het eene lichaam bij het andere
+en scheiden ze weer van elkaar; opgeloste lichamen doen zij stollen en
+gestolde lossen zij op; de bewegingen, die daaruit ontstaan, nemen zij
+waar en wijzigen zij, nieuwe roepen zij te voorschijn door zeer
+krachtige instrumenten, waarbij de manier van behandelen op allerlei
+wijzen afwisselt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Igne utuntur, Elemento mobilissimo, validissimo: Menstrua
+praesto sunt efficacissima, juxta solvendi naturam appropriata.
+Quid autem his arduum? Quid inaccessum? Haereant particulae
+corporis Adamantino inter se vinculo; sint ejus viscera aere vel
+triplici praemunita; lateant in profundissimo vires; talium profecto
+arietum impetu dissilient, effringentur, patebunt.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Zij bedienen zich van het vuur, het meest beweeglijke
+en krachtige element; zeer sterke splitsingsmiddelen staan ten dienste,
+afgemeten naar den aard der oplossing (die men wil bewerkstelligen). Wat
+is dan voor die dingen moeilijk? Wat onbereikbaar? Laten de deeltjes van
+een lichaam maar met een stalen band onder elkaar verbonden zijn, laten
+zijn ingewanden zelfs achter een driedubbelen metalen muur verschanst
+zijn, laten zijn krachten in de onderste diepte verborgen zitten;
+waarlijk onder het beuken van dergelijke stormrammen zullen zij uit
+elkaar springen, opengebroken worden, aan het daglicht treden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quidquid vel agunt corpora vel patiuntur, solo id omne motui
+<span class = "pagenum latin">196</span>
+<a name = "page196" id = "page196"> </a>
+<!--png 220-->
+venit tribuendum; per hunc et omnis eorum sese exserit efficacia,
+et vicissitudines quaecunque producuntur: hisce igitur disquirendis
+si navat operam Philosophus, quanam breviore poterit via, aut
+potentiore quonam adminiculo sui se voti reddere compotem, quam
+captis per Ignem experimentis?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Al wat de lichamen hetzij doen, hetzij ondergaan, dit alles is
+<span class = "pagenum dutch">197</span>
+<a name = "page197" id = "page197"> </a>
+<!--png 221-->
+alleen aan de beweging toe te schrijven; door deze treedt én al hun
+kracht naar buiten én worden alle mogelijke afwisselingen te weeg
+gebracht. Indien derhalve de wijsgeer zich moeite geeft om deze te
+onderzoeken, welken korteren weg zal hij dan wel kunnen inslaan of van
+welk machtiger hulpmiddel zich bedienen om zijn doel te bereiken, dan
+wanneer hij proeven neemt door middel van het vuur? Want voorwaar de
+aard daarvan is zoo beweeglijk, dat de wijzen<a class = "tag" name =
+"tag5_7" id = "tag5_7" href = "#note5_7">7</a> geloofd hebben, dat het
+niets anders was
+dan beweging.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Cujus equidem adeo mobilis est
+natura, ut praeter motum aliud esse nihil, Viri Sapientes crediderint.
+Est vero et Ignis, quo pollet ipse, motum aliis communicare corporibus
+paratissimus; et vis ejus, per plures gradus intermedios,
+intendi arte vel minui pro lubitu potest: unde certe quam optatissima
+nascitur Physiologo opportunitas, ejus ope abditissimas quasque
+corporum affectiones enucleandi.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Maar het vuur is ook zeer geschikt om de beweging, waarin
+zijn eigen kracht is gelegen, aan andere lichamen mee te deelen en zijn
+geweld kan op verscheidene tusschenliggende graden kunstmatig versterkt
+of verminderd worden, al naar men het verkiest. Daardoor ontstaat
+voorzeker voor den physioloog de hoogst gewenschte gelegenheid om met de
+hulp daarvan de meest verborgen eigenschappen der lichamen tot in de
+kleinste bijzonderheden na te gaan.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Istis enim applicatus, simul
+ea in motum ciet, in agilitatem propriam solicitat, medullitus concutit,
+vires eorum evocat, auget, mutat, partes constituentes a se
+mutuo separat, separatas sigillatim combinat, proprias rursus harum
+virtutes in actum lucemque deducit, adeoque nudis usurpanda
+sensibus praebet, quae alia quacunque arte adjuti attingere potuissent
+nunquam. Quid autem hoc jucundius Naturae scrutatori?
+Quid utilius? Quid magis necessarium?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Want wanneer het bij deze wordt
+aangewend, brengt het hen tegelijkertijd in beroering, wekt ze op tot de
+beweging, die hun in het bijzonder eigen is, schudt ze tot in ’t merg
+door elkaar, roept hun krachten te voorschijn, verhoogt en verandert ze,
+scheidt de samenstellende deelen van elkaar en vereenigt de van elkaar
+gescheiden een voor een, brengt wederom de vermogens van die
+verschillende deelen in het bijzonder in werking en aan het licht en
+maakt zelfs, dat dingen kunnen worden waargenomen louter door de
+zintuigen, die zij geholpen door een andere kunst, welke dan ook, nooit
+hadden kunnen bereiken. Wat is echter voor den natuurvorscher aangenamer
+dan dit? Wat nuttiger? Wat noodiger?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Supersedeo horum in fidem rerum adducere testimonia, ne in
+immensam mea excrescat Oratio. Latent illa neminem, nisi qui
+misere adeo deperierit vetustatem, recentiorum ut in scriptis hospes
+sit. Omnium instar sint bina illa fulgentissima Magnae Britanniae
+Lumina, <i>Boyleus</i> et <i>Newtonus</i>: quibus certe haud
+perspicaciores
+Naturae Mystas nostra agnoscunt secula;</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ik zie er van af om ter bevestiging hiervan de getuigenissen der feiten
+aan te voeren, opdat niet mijn redevoering in het onmetelijke groeie.
+Niemand zijn die onbekend, tenzij dat hij zoo akelig verzot is op de
+oudheid, dat hij vreemd is aan alles, wat in geschriften uit later tijd
+dateert. In plaats van dit alles mogen hier genoemd worden die beide
+zeer stralende lichten aan Groot-Britannia, <span class =
+"smallcaps">Boyle</span> en <span class = "smallcaps">Newton</span>. Hen
+erkennen zeker onze eeuwen als de meest scherpzinnige ingewijden in de
+geheimen der Natuur.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+an vero videre retroacta?
+Hi tamen in detegenda singularium corporum indole, in eruendis
+propriis viribus, vix alio quam ad Chemiam recurrunt. Quidquid
+fere inventum est solidi et pulchri circa naturam ignis, caloris,
+<span class = "pagenum latin">198</span>
+<a name = "page198" id = "page198"> </a>
+<!--png 222-->
+lucis, frigoris; quidquid innotuit de vera colorum, saporum, odorum
+indole; quidquid de motuum terrae, igniumque subterraneorum
+causis; quidquid de Magnetismo corporum, et vi attractili, id omne
+Chemicis debetur experimentis.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+En zagen soms de voorbijgegane nog scherpzinniger
+dan zij? deze
+<span class = "pagenum dutch">199</span>
+<a name = "page199" id = "page199"> </a>
+<!--png 223-->
+echter nemen bij het ontdekken van den aard der lichamen, bij het
+opsporen van de hun eigen krachten haast tot niets anders hun toevlucht
+dan tot de Scheikunde. Nagenoeg elke duurzame en schoone vondst
+betrekking hebbende op den aard van het vuur, van hitte, licht en koude,
+al wat bekend is geworden over het ware karakter van kleuren, smaken,
+geuren; omtrent de oorzaken der aardbevingen, en van het vuur, dat zich
+op verschillende plaatsen onder de aarde bevindt; omtrent het magnetisme
+van lichamen en hun aantrekkingskracht, dit alles is men aan
+scheikundige proeven verschuldigd.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Est ergo Chemia extendendis Physicis praestantissima: est Philosophiae
+experimentali tam arcte copulata, ut, qui praeceptis ejus
+mentem non formaverit, ineptus sit videndis Naturae arcanis. Utrique
+litem movet de jure Academico, qui uni movet.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De Scheikunde is dus bij uitstek geschikt om de Physica uit te
+breiden: zij is met de proefondervindelijke Wijsbegeerte zóó nauw
+saamgekoppeld, dat hij, die zijn geest niet gevormd heeft met haar
+voorschriften, ongeschikt is de geheimen der Natuur te zien. Aan beide
+betwist <i>hij</i> het recht aan de Akademie te worden onderwezen, die
+het aan één betwist.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+At videor mihi audire nonnullos Vestrum objicientes: Eho!
+Hanccine tu Artem tot laudabilia praestare ais opera, et tam felicem
+esse in detegendis corporum virtutibus? Hanccine absconditarum
+veritatum cognitione ornare animum adseris? Quae gerris anilibus,
+historiolis fabulosis, confictis turbati cerebri somniis ad nauseam
+usque offerta, suos his cultores impraegnat; nec aliud quid, praeter
+arcana crepat nunquam visa, saepe impossibilia, et sicubi vera,
+non tamen nisi denso involuta peplo exhibet; adeo, ut auram
+quamvis fide Chemica tutiorem esse, verissime cecinerit Poeta.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar ik verbeeld mij sommigen van u mij te hooren tegenwerpen. „Zacht
+wat! Zegt ge dat die wetenschap zooveel lofwaardige werken verricht en
+zooveel succes heeft in het ontdekken van de vermogens der lichamen?
+Verzekert gij, dat die den geest toerust met de kennis van verborgen
+waarheden? Een wetenschap, die tot walgens toe opgepropt met
+oudewijvenpraatjes, fabeltjes en droomerijen, gevormd in verwarde
+hersenen, haar beoefenaars daarmee geheel en al vervult; en die over
+niets anders den mond vol heeft dan over geheime, nooit geziene dingen,
+die dikwijls onmogelijk zijn, en, indien zij soms al ware dingen laat
+zien, dan toch slechts in een dichten sluier gehuld; zoo zelfs, dat zeer
+terecht een dichter gezongen heeft, dat elk vluchtig koeltje eerder te
+vertrouwen is dan, wat de Scheikunde verzekert“.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Hisce equidem haud repugno; nec inficior: pleni sunt talibus
+libri, plenae Chemistarum voces, quorum pars magna servulo illi
+Terentiano simillima, quae vera audivere, tacent et continent optime;
+sin falsum, aut vanum, est, continuo palam faciunt. At enim vero
+ecquis imprudens adeo, aut tam corruptus sederit ad hanc rem
+judex, Arti ut imputet errores, delira quos et fraudulenta horumce
+Pseudochemicorum turba dispersit?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dit wil ik, wat mij betreft, niet bestrijden noch ontkennen: vol van
+dergelijke zaken zijn de boeken, vol de uitlatingen der Alchemisten, van
+wie een groot deel gelijk aan dien slaaf<a class = "tag" name = "tag5_8"
+id = "tag5_8" href = "#note5_8">8</a> bij <span class =
+"smallcaps">Terentius</span>,
+wat zij waars hooren, uitstekend weten te verzwijgen en verborgen te
+houden; maar als iets onwaar of leugenachtig is, maken zij het
+onmiddelijk openbaar. Maar waarlijk is er wel iemand, die over deze zaak
+de vierschaar spant, zóó onverstandig of zóó verdorven, dat hij de
+wetenschap de dwalingen aanrekent, die de krankzinnige
+<span class = "pagenum dutch">201</span>
+<a name = "page201" id = "page201"> </a>
+<!--png 225-->
+bedriegersbende dier pseudoscheikundigen heeft verbreid?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+His quia turpe videtur errasse
+solos, fucata hinc verborum specie allectos quoque alios iisdem
+<span class = "pagenum latin">200</span>
+<a name = "page200" id = "page200"> </a>
+<!--png 224-->
+implicant erroribus, et, dum propria primi periere ignorantia,
+sequentes in commune secum trahunt exitium; id saltem adsecuti,
+quod, sub coacervata aliorum supra alios strage, primae tegatur
+ruinae causa et autor. Non sane hi, praeter nomen, quidquam de
+Chemia possident; ne hoc quidem digni: quum suorum duntaxat
+sensuum cupiditatibus, aut malesano natis in cerebro, hypothesium
+monstris obsequiosi, veras Artis regulas nec sciant, nec ad illas
+conformentur.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Omdat het dezen
+schandelijk toeschijnt alleen gedwaald te hebben, lokken zij daarom ook
+anderen tot zich door schoonschijnende sier van woorden en wikkelen hen
+in dezelfde dwalingen en, daar zij het eerst door hun eigen onwetendheid
+te gronde zijn gegaan, trekken zij hun volgelingen met zich in een
+gemeenschappelijk verderf, waarbij zij tenminste dit bereiken, dat onder
+den opgestapelden hoop, de een boven op den ander, de oorzaak en
+bewerker van den eersten val bedekt wordt. Zij bezitten voorwaar niets
+van de Scheikunde behalve den naam, dien zij zelfs ook niet waardig
+zijn, daar zij slechts luisterend naar de begeerten van hun zinnen of
+naar monsters van hypothesen in een waanzinnig brein geboren, de ware
+regels der wetenschap noch weten noch zich er naar richten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Longissime profecto abest Chemia, inanibus quin credat speculationibus:
+aurium ipsarum sublesta illi fides est; solo acquiescit
+oculorum testimonio. Hinc quicunque caste eam colunt, in singularibus
+primo corporibus, juxta praescriptum Artis, summa exactitudine,
+et accuratissima omnium phoenomenorum observatione, Naturam
+ducem secuti, varia instituunt experimenta;</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De Scheikunde is er inderdaad zoo ver mogelijk van af geloof te
+schenken aan ijdele bespiegelingen. De betrouwbaarheid der ooren zelfs
+is voor haar gering; zij legt zich alleen neer bij het getuigenis der
+oogen. Vandaar dat al degenen, die haar op de onvervalschte manier
+beoefenen, eerst op de afzonderlijke lichamen volgens het voorschrift
+der wetenschap verschillende proeven nemen met de hoogste nauwkeurigheid
+en de meest zorgvuldige waarneming van alle verschijnselen, hierbij de
+natuur als leidsvrouw volgend;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+horum dein singulos
+quosque eventus sensibiles, bona fide, notant, et ex his demum
+liquidissime perspectis, et sibi invicem collatis, severitate
+Mathematica
+eliciunt, quae clara et individua sequela inde deduci possunt:
+haecque tandem sunt, non alia, quae pro veritatibus et Theorematis
+agnoscunt veri Chemiae cultores. Quid vero est, si non haec
+certitudo est?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+vervolgens teekenen zij telkens de
+waarneembare uitkomsten eerlijk op en eerst nadat zij daarin een
+volkomen helder inzicht hebben gekregen en ze met elkaar vergeleken
+hebben, maken zij daaruit met wiskundige strengheid die
+gevolgtrekkingen, die er in duidelijke en onafgebroken volgorde uit
+kunnen worden afgeleid. En dit eerst is het, niets anders, wat de ware
+beoefenaars der Scheikunde als waarheden en leerstellingen erkennen. In
+waarheid wat is zekerheid, indien dat het niet&nbsp;is?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quae cum ita sint, neminem jam Vestrum dari putem, qui perneget,
+rationali Chemiae exercitio mire adaugeri humanae mentis intelligentiam.
+Reliquum est, ut paucis, quos corpori adfert, usus exponamus,
+Arti dum Medicae, hujus quæ curam gerit, artissime sociata,
+<ins class = "correction" title =
+"text: ’utillissimam’">utilissimam</ins> pariter ac maxime necessariam
+præstat operam, non aliunde, nisi e Chemiae penu derivandam.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Daar dit zoo is, meen ik, dat er niemand meer van ulieden zal gevonden
+worden, die hardnekkig blijft ontkennen, dat door een verstandige
+beoefening der Scheikunde het begrip van den menschelijken geest
+verbazend wordt vermeerderd. Er blijft nog over, dat wij in ’t kort de
+voordeelen uiteenzetten, die zij het lichaam aanbiedt, daar zij, ten
+nauwste verbonden aan de Geneeskunde, die daarvoor zorgdraagt, deze een
+buitengewoon nuttige en tevens zeer noodige hulp betoont, die aan niets
+anders kan ontleend worden dan aan datgene, waarover de Scheikunde
+beschikt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">202</span>
+<a name = "page202" id = "page202"> </a>
+<!--png 226-->
+Physicae Medicinam firmissime conjungi, utriusque docet contemplatio:
+haec itaque, quo cum illa cohaeret vinculo, eodem et
+Chemiae nectitur; nec hujus demonstratio plura exigeret, nisi propior
+adhuc ambarum daretur affinitas.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum dutch">203</span>
+<a name = "page203" id = "page203"> </a>
+<!--png 227-->
+Dat de Geneeskunde zeer hecht met de Physica verbonden is, leert de
+beschouwing van beide. Derhalve wordt zij met denzelfden band, waardoor
+zij met gene vereenigd is, ook aan de Scheikunde gekoppeld en de
+uiteenzetting daarvan zou geen woorden meer vereischen, als niet nog een
+nauwer verwantschap van beide zich voordeed.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ars Medica objectum sibi primarium habet corpus humanum,
+vivens, hinc individuum, singularissimum, cui definitas aliorum
+corporum singularium vires, determinatis sub conditionibus applicando,
+requisitas in fine suo mutationes imprimit: tota ergo versatur
+in singularibus, et si ulla alia, certe haec virtutes corporum
+peculiares,
+et in se invicem actiones, quam distinctissime perspectas
+postulat:</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De Geneeskunde heeft als haar eerste voorwerp van studie het
+menschelijk lichaam, dat leeft en derhalve ondeelbaar, verder geheel op
+zich zelf staande is, waaraan zij door er bepaalde krachten van andere
+op zich zelf staande lichamen onder vaste voorwaarden op aan te wenden
+die veranderingen oplegt, die voor haar doel vereischt worden. Zij houdt
+zich dus geheel bezig met op zich zelf staande dingen en zoo eenige
+andere wetenschap, dan heeft zij er belang bij, dat de bijzondere
+vermogens der lichamen, en hun werkingen wederkeerig op elkaar zoo
+duidelijk mogelijk gekend worden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+quum autem hisce indagandis, prae reliquis quibuscunque
+Artibus, Chemia potissimum omnem suam et unice et felicissime
+impendat operam; hac sine mancam fore mutilamque quis non
+videt Medicinam? Hinc est, quod mox, ac plebi erepta, Litteratos
+inter coepit vigere, nativo suo tum splendore fulgens, Chemia,
+adeo in sui amorem et culturam omnes pertraxerit Medicinae filios,
+horum ut praeprimis facta fuerit opus, horum deliciae.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Daar nu aan het nasporen hiervan de
+Scheikunde vooral boven alle overige wetenschappen bij uitstek en met
+veel succes al haar moeite besteedt, wie ziet dan niet in, dat zonder
+haar de Geneeskunde kreupel en gebrekkig zou zijn? Hieraan is het te
+danken, dat de Scheikunde weldra en na zich aan het gemeen onttrokken te
+hebben onder de geletterden in aanzien begon te komen, thans stralend in
+haar eigen oorspronkelijken glans, en zoozeer alle zonen der Geneeskunde
+er toe heeft gebracht haar lief te hebben en te beoefenen, dat zij in de
+allereerste plaats van hen het werk, van hen de lust is geworden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quid?
+Quod in ipsam quoque dein Artem Salutarem introducta, communem
+sibi cum hac finem adoptaverit, novo tum nomine Jatro-Chemices,
+pro parte sui longe maxima, insignita: quo quidem sibi
+placuit tantopere, omni ut ilico conatu totam se promovendis sociae
+suae pomoeriis indefessam dederit.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ja nog
+meer; vervolgens ook in de Heilkunst zelf gebracht heeft zij voor zich
+een gemeenschappelijk doel met deze aangenomen en is toen met den
+nieuwen naam Iatrochemie naar verreweg haar grootste deel gesierd
+geworden. Daarin dan schepte zij zulk een behagen, dat zij terstond
+onvermoeid met alle krachtsinspanning zich geheel er aan gegeven heeft
+om de landpalen van hare bondgenoote uit te zetten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Nec profecto, nisi ignarus rerum,
+pauca ea dixerit, aut flocci aestimanda, quae inde in Medicinam
+redundarunt, bona: quamcunque enim hujus partem, seu speculatione
+quae absolvitur, seu ipsa quae in operis versatur exercitatione,
+percurras; utraque innumeros clamat Chemiae usus; utraque consortium
+ejus ad sui perfectionem summe necessarium exemplis
+docet infiniris.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+En voorwaar slechts
+iemand, die geen kennis van zaken heeft, zal die dingen weinig noemen of
+van geringe waarde, die daaruit de Geneeskunde ten goede zijn gekomen.
+Immers welk gedeelte van haar men ook moge nagaan, hetzij dat, wat door
+bespiegeling wordt volbracht, hetzij dat, wat zich bezig houdt juist met
+de uitoefening van het werk zelf, beide getuigen luide van de ontelbare
+diensten der Scheikunde; beide leeren door oneindig veel voorbeelden,
+<span class = "pagenum dutch">205</span>
+<a name = "page205" id = "page205"> </a>
+<!--png 229-->
+dat de samenwerking met deze in de hoogste mate noodig is tot haar eigen
+volmaking.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">204</span>
+<a name = "page204" id = "page204"> </a>
+<!--png 228-->
+Physiologiam primo Medicam, si libet, contemplemur. Undenam,
+quaeso, constitit, firmarum corporis humani partium Elementum
+ultimum et basin esse Terram Virginem, simplicissimam, constantissimam,
+medio glutine oleoso, pariter fixissimo, adunatam? Eo
+certe non progreditur subtilitas Anatomica: sola id liquido docet
+Chemia.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Laten wij eerst de medische physiologie, als gij het goed vindt,
+beschouwen. Eilieve, waardoor wel is men tot de overtuiging gekomen, dat
+het laatste element en de basis der vaste deelen van het menschelijk
+lichaam de maagdelijke Aarde is, die slechts uit een enkel bestanddeel
+bestaand en zich zelf steeds gelijk blijvend, saamgehouden wordt door
+een olieachtige lijm in haar midden, die eveneens zeer vast is? Zoo ver
+komt zeker niet de scherpzinnigheid der anatomen. Alleen de Scheikunde
+leert dit met volkomen zekerheid.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Undenam vero fluidorum ejus singularis indoles et propriae
+innotescunt vires? Excepta enim generaliori liquidorum idea, aliud
+illis simile frustra quaesiveris extra regni Animalis terminos: imo
+sunt ipsa etiam inter se quam diversissima. Deficit heic Hygrostatica:
+Chemia sola opitulatur; haec est, cui, quantum fere in his sapimus,
+debemus:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Waardoor wel worden de bijzondere aard
+van de vochten in het lichaam en eigenaardige krachten daarvan bekend?
+Want met uitzondering van den meer algemeenen vorm van vloeistoffen zal
+men tevergeefs zoeken naar iets anders aan hen gelijk buiten de grenzen
+van het dierenrijk: ja zelfs zijn zij ook zelf onder elkaar zoo
+verschillend als maar mogelijk is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Sanguinis naturam mediam nec Acidam nec Alcalinam;
+Seri ejus, ad calorem naturali majorem, facile coagulum; Bilis
+indolem saponaceam; Salivae, succi Pancreatici, Lymphae temperiem,
+facultates, et innumera alia nesciremus, abfuisset Chemia.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hier schiet de Hygrostatica te kort;
+alleen de Scheikunde biedt hulp; zij is het, aan wie wij nagenoeg alles,
+wat wij van die zaken weten, verschuldigd zijn. Den aard van het bloed,
+die het midden houdt en noch zuurachtig noch alcalisch is, het
+gemakkelijk stollen van het serum daarvan bij een hitte grooter dan de
+natuurlijke, het zeepachtig karakter van de gal, de juiste samenstelling
+en eigenschappen van het speeksel, van het pancreassap en der lymphe en
+tallooze andere dingen zouden wij niet weten, indien de Scheikunde er
+niet geweest ware.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quid
+nunc functiones memorem, hujus adminiculo pulcherrime evolutas?
+Intimam alimentorum in primis viis solutionem; succi inde Chylosi
+et Lactei proventum; cibi potusque necessitatem, appetentiam;
+originem salium et partium sulphurearum ex ingestis fere insipidis;
+insignem humorum per vires circuitus mutationem (ut alia praeteream)
+parum apposite explicuere, quibus clarior Chemiae lux nondum
+adfulserat.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Waartoe zal ik nu gewag maken der functies, die met
+haar bijstand schitterend zijn blootgelegd? Het inwendig oplossen der
+spijzen in de eerste wegen, het daaruit voortkomen van het chylus- en
+melksap, de noodzakelijkheid van spijs en drank en de begeerte daarnaar,
+het ontstaan der zouten en zwavelachtige deelen uit het opnemen van
+vrijwel smakelooze stoffen, de merkwaardige verandering der vochten door
+de krachten van den kringloop (om nog andere dingen voorbij te gaan)
+hebben <i>zij</i> weinig passend verklaard, voor wie het meer heldere
+licht der scheikunde nog niet had geschenen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quodsi nunc pedem promoveamus ad partem Medicinae Pathologiam;
+innumeri, iique impeditissimi occurrunt, circa morborum
+causas, naturam et symptomata, nodi, quibus solvendis unica par
+est Chemia. Quis miros salium morbosorum in Scorbuto, Arthritide,
+<span class = "pagenum latin">206</span>
+<a name = "page206" id = "page206"> </a>
+<!--png 230-->
+Lue Venerea ortus, variam indolem, alia ex aliis effecta unquam
+pervidisset?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien wij dan nu een stap verder gaan tot het onderdeel der
+Geneeskunde, de Pathologie, dan doen zich tallooze en bovendien nog zeer
+ingewikkelde kwesties voor met betrekking tot de redenen der ziekten,
+den aard en de verschijnselen daarvan, die de Scheikunde
+<span class = "pagenum dutch">207</span>
+<a name = "page207" id = "page207"> </a>
+<!--png 231-->
+alleen vermag op te lossen. Wie zou ooit doorzien hebben het
+wonderbaarlijke ontstaan en het verschillend karakter der ziekelijke
+zouten bij scheurbuik, jicht en lues Venerea, en hoe het een uit het
+andere voorkomt?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quis fontem Acidi aut putridi oleosi, in primis viis,
+Hypochondriacis tam molesti? Quis Calculorum in Cysti Fellea,
+Renibus, et Vesica Urinaria proventum? Quis cariei ossium, adjunctique
+foetoris causam?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Wie de bron van het zuur of van de olieachtige bedorven
+stof, die zich in de eerste wegen bevindt en zoo lastig is voor de
+miltlijders? Wie de herkomst van steenen in de galblaas, de nieren en de
+urineblaas? Wie de oorzaak van het bederf van beenderen en van den
+stank, die er mee gepaard gaat?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quis tetras stagnantium humorum degenerationes
+in tenacitatem corneam, aut summam putredinem, acrimoniamve
+corrosivam? Quis denique caloris et frigoris, circulationis
+auctae vel diminutae varias in permutandis humoribus vires tam
+pulchre in lucem ponere potuisset, nisi Chemia praetulisset facem?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Wie het vieze overgaan van stilstaande
+vochten in een hoornachtige stijfheid of in zeer sterke ontbinding of
+inbijtende scherpte? Wie ten slotte zou den verschillenden invloed van
+hitte en koude, van het vermeerderen of verminderen der circulatie op
+het veranderen van vochten zoo schoon in het licht hebben kunnen
+stellen, als niet de Scheikunde met haar fakkel was vooraangegaan?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ex binis prioribus Medicinae partibus doctrina de Signis maximam
+partem derivatur: redundant ergo in hanc etiam, quos in
+illas confert Chemia, usus. Exempla in promptu sunt uberrima:
+Sanguis de vena missus nonne luculentum internae dispositionis
+praebet indicium? At veram ejus indolem, nisi examine Chemico,
+perspicere nemo distincte potest.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Uit de beide vorige onderdeelen der Geneeskunde wordt voor het grootste
+deel de leer der kenteekenen afgeleid. Derhalve komen ook haar de
+voordeden ten goede, die de Scheikunde aan gene bezorgt. Overvloed van
+voorbeelden zijn bij de hand: verschaft het bloed uit de ader gelaten
+niet een duidelijke aanwijzing omtrent den inwendigen toestand? Maar in
+den waren aard daarvan kan niemand een juist inzicht krijgen tenzij door
+een scheikundig onderzoek.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Latet vera Lactis nutricum natura,
+quem Chemia latet. At quanti est, exactum de hoc judicium fere
+posse! Dum toties miseris illud infantibus, veneni instar, infinitorum
+cruciatuum, mortisque fit causa, dulcem quod vitae fomiteae, sanitatem
+et incrementum debebat addere.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hem blijft de ware natuur der voedstermelk
+verborgen, voor wien de Scheikunde iets verborgens is. Maar hoeveel is
+het waard, daarover een zuiver oordeel te kunnen vellen! daar dát zoo
+dikwijls voor de ongelukkige kinderen een vergif gelijk, de oorzaak is
+van oneindig veel folteringen en den dood, wat aan hun zorgvuldig
+gekoesterd leven juist de zoete gezondheid en wasdom had moeten
+geven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Si solis Medicis Medicus
+nunc loquerer, plurima hic de Sputis, de Sudore, de Urinis et
+Alvi excrementis dicenda superessent, quae satius tamen est involvere
+silentio; ne his audiendis minus adsuetos prehendat nausea.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Als ik als geneeskundige nu alleen voor geneeskundigen sprak, zou hier
+zeer veel te zeggen overblijven betreffende sputum, zweet, verschillende
+soorten van urine en ontlasting, die het echter beter is in stilzwijgen
+te hullen, opdat niet hen, die minder gewoon zijn die dingen te hooren,
+een walging bevange.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Offerunt se denique posteriores duae Medicinae partes, Hygieine
+et Therapeutice; quae uti inter alias nobilissimae, propius jam fini
+accedunt Medico; ita in has prae reliquis benefica Chemia, quidquid
+fere utilis, quidquid habet boni, sincero adeo affectu, congessit, ut
+ne sic quidem satisfecisse sibi visa, majora viribus tentaverit,
+ipsos Naturae, ne dicam Artis limites vanis transgressa
+pollicitationibus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ten slotte vertoonen zich de laatste twee onderdeelen der
+Geneeskunde, de Hygiëne en de Therapie. Evenals deze, boven de andere in
+adel uitblinkend, al dichter naderen tot het door de Geneeskunde zich
+gestelde doel, zoo betoonde zich de Scheikunde jegens haar milddadiger
+dan jegens de overige en overlaadde haar met nagenoeg al het nuttige, al
+het goede, dat zij heeft, met
+<span class = "pagenum dutch">209</span>
+<a name = "page209" id = "page209"> </a>
+<!--png 233-->
+zulk een oprechte toeneiging, dat zij zelfs op die manier zich zelf niet
+scheen te voldoen en dingen beproefde, die haar krachten te boven
+gingen, waarbij zij met ijdele beloften de grenzen zelf der Natuur, om
+niet te zeggen der wetenschap overschreed.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+<span class = "pagenum latin">208</span>
+<a name = "page208" id = "page208"> </a>
+<!--png 232-->
+Ortum hic error ab artificum duxit ignorantia, qui miram
+videntes complurium suorum inventorum energiam, incitabantur
+eousque, finitae ut arti inesse crederent infinita. Hi igitur, quae
+commisere, sua ipsi delicta luant; nec debita ideo Chemiae laus
+denegetur, collata quam ad sanitatis tutelam, morborumque propulsionem
+opera meruit.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Deze dwaling is ontstaan uit
+de onwetendheid der kunstenaars, die ziende de wonderbare kracht van
+verscheidene van hun <ins class = "correction" title =
+"text: ‘uitvingen’">uitvindingen</ins>
+daardoor zóó in vuur geraakten, dat zij
+meenden, dat in hun begrensde kunst onbegrensde dingen besloten waren.
+Laten die dus zelf de misgrepen boeten, die zij begingen, en laat daarom
+niet aan de Scheikunde de haar verschuldigde lof ontzegd worden, dien
+zij door zich moeite te geven voor de bescherming der gezondheid en het
+verdrijven van ziekten verdiend heeft.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quid enim? Nonne ejus artificio esculentorum
+et potulentorum, aquarum, Vinorum, Cerevisiarum natura, virtutes
+et vitia cognoscuntur optime? Nonne Thermarum illa, Acidularum,
+aliorumque fontium, vi Medicata insignium, elementa, compositionem
+et facultates tam liquido manifestat, ut vel imitetur, et naturalium
+defectum arte factis suppleat, haud minoris fere efficaciae?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Want wat is het geval? Leert men
+niet door haar kunst den aard, de goede en slechte eigenschappen van
+eet- en drinkwaren, van verschillende soorten water, wijn en bier
+uitstekend kennen? Openbaart zij niet de elementen, samenstelling en
+eigenschappen van warme, zuurhoudende en andere bronnen, beroemd om haar
+geneeskracht, zóó duidelijk, dat zij ze zelfs namaakt en het ontbreken
+van natuurlijke wateren vergoedt door kunstmatig vervaardigde, die bijna
+geen geringere uitwerking hebben?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Medicamentorum
+principia, vires, agendi modus, et quidnam in unoquoque
+id sit, cui maxima insidet potentia, perspicacissimum quemque,
+sine analysi Chemica, fugiunt. Quid nunc commemorem plurimas
+illas Mortalium aegritudines, quarum legitimam medendi methodum
+sola suggerit Chemia? Quid sexcenta enumerem selectissimae virtutis
+medicamina, quorum inventionis gloriam illa sibi vendicat?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+De grondstoffen, krachten, de wijze
+van werken der geneesmiddelen en, wat toch wel in elk dat is, waarin de
+grootste macht schuilt, ontgaan den scherpzinnigste zonder scheikundige
+analyse. Waartoe zou ik nu melding maken van die veelvuldige kwalen der
+stervelingen, wier behoorlijke geneesmethode alleen de Scheikunde aan de
+hand doet? Waartoe zou ik de ontelbare geneesmiddelen van een
+uitgezochte voortreffelijkheid opsommen, welke uitgevonden te hebben zij
+zich beroemt?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Taceo benignissimam ejus operam, qua lethalem <ins class = "correction"
+title = "text: ‘nonnulorum’">nonnullorum</ins> corporum
+ferociam, laudabili adeo eventu, cicuravit, e venenis ut remedia
+evaserint tutissima aeque ac efficacissima. Praetereo singularem
+ejus, in Medicamentorum viribus acuendis, extrahendis, in compendium
+reducendis, et sub alia et alia gratiori forma exhibendis,
+dexteritatem:</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ik zwijg nog van haar uiterst weldadige werkzaamheid,
+waarmee zij de vreeselijke, doodelijke kracht van sommige lichamen heeft
+weten onschadelijk te maken met zulk een lofwaardige uitkomst, dat zij
+van vergiften geneesmiddelen zijn geworden, waarvan de volkomen
+veiligheid de uitwerking evenaart. Ik ga voorbij haar bijzondere
+geschiktheid om de krachten der geneesmiddelen te verscherpen om ze te
+voorschijn te brengen, om ze te herleiden tot een beperkten omvang en om
+ze telkens weer onder een aangenamen vorm te doen verschijnen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+si enim singula, pro dignitate, nunc prosequi susciperem,
+dies dicentem deficeret. Videte, quae illustris Boylaeus, quae
+Bellinus, Bohnius, Stahlius, Hoffmannus, aliique laboribus suis
+Chemicis in Medicina praestitere: verum quid ad exteros provocare
+opus?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Want als
+ik op mij nam alles thans een voor een naar verdienste na te gaan, zou
+de dag voor mijn woorden te kort zijn. Ziet, wat de doorluchte <span
+class = "smallcaps">Boyle</span>, wat <span class = "smallcaps">Bellini,
+Bohn, Stahl, Hoffmann</span> en anderen door
+<span class = "pagenum dutch">211</span>
+<a name = "page211" id = "page211"> </a>
+<!--png 235-->
+hun scheikundige werken in de Geneeskunde hebben tot stand gebracht.
+Maar waartoe is het noodig een beroep te doen op buitenlanders?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Immortalia Vestrum omnium in manibus versantur scripta,
+nunquam periturae credidistis memoriae acta praestantissima Viri
+vere Magni, quem fortunato coram hic contuemur vivum O diu!
+sospitemque: volvite haec atque revolvite, dictorum testimonia
+inventuri omni exceptione majora.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Onsterfelijke geschriften bevinden zich in uw aller handen,
+onvergankelijk hebt gij in uw geheugen geprent de voortreffelijke daden
+van den waarlijk grooten man, dien wij gelukkig hier tegenwoordig in
+leven &mdash; o moge hij dat lang blijven! &mdash; en in welstand zien.
+Slaat deze geschriften telkens en telkens weer op en gij zult daarin
+getuigenissen van het gezegde vinden, die boven elke bedenking verheven
+zijn.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">210</span>
+<a name = "page210" id = "page210"> </a>
+<!--png 234-->
+Ex hisce igitur constat affatim, quanti sint usus, quot probatissima
+inventa, quam innumera beneficia, quibus Chemia quascunque
+Medicinae partes cumulat largissime: patuit, quam amplam, quam
+necessariam ab hac mutuetur Philosophia experimentorum supellectilem.
+Nec quis jam porro inficiatur minime segregandam
+illam esse a numero Artium Academicarum, quae binis harum
+tam arcto vinculo cohaeret.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Hierdoor is dus met voldoende zekerheid bewezen, hoe groot de
+diensten, hoe talrijk de algemeen gewaardeerde uitvindingen, hoe
+ontelbaar de weldaden zijn, waarmee de Scheikunde alle mogelijke
+onderdeelen der Geneeskunde op de meest kwistige wijze overlaadt. Het is
+duidelijk geworden, welk een omvangrijke, welk een noodzakelijke
+voorraad proefondervindelijke bewijzen de Wijsbegeerte aan haar
+ontleent. En wel niemand zal verder meer ontkennen, dat <i>zij</i>
+allerminst uit het getal der Akademische wetenschappen moet worden
+afgezonderd, die met twee er van door zulk een nauwen band te zamen
+hangt.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ne tamen ullus relinquatur dubitationi locus, addendum aliud
+adhuc est argumentum, illos convicturum, qui forte oggesserint,
+alias complures dari artes ministras, quarum licet egeant adminiculo
+disciplinae nobiliores, ea tamen non est dignitas, harum ut albo
+inserantur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Opdat er echter in het geheel geen plaats voor twijfel overblijve,
+moet nog een ander bewijs er aan worden toegevoegd, dat hen zal
+overtuigen, die misschien zullen aanvoeren, dat er verscheidene andere
+hulpwetenschappen bestaan, wier aanzien, ofschoon de meer edele
+wetenschappen haar bijstand behoeven, toch niet zoo groot is, dat zij in
+de lijst van deze worden opgenomen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Id equidem si in Chemiam quis contorserit, sciat is, non servile
+esse ejus ministerium, sed tale, ut quam Academicis scientiis
+praestat operam, eandem ab his exigat vicissim, et mutuetur
+reciprocam. Quemadmodum enim, ut perfectum quis in Physicum
+evadat, bonus sit Chemicus oportet; ita non minus bonum decet
+esse Physicum, ad plenam qui Chemiae notitiam adspirat: ultra
+vulgus sapiat, emunctis accedat naribus, et imbutam artibus ingenuis
+habeat mentem necesse est, qui in Chemia laudabile praestare
+quidquam, et verus ejus cultor audire gestit.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Indien iemand voorwaar dit op de scheikunde toepast, laat hij dan
+weten, dat haar dienstbaarheid niet die van een slavin is, maar een
+zoodanige, dat zij denzelfden dienst, welken zij den akademischen
+wetenschappen bewijst, op haar beurt van deze eischt en wederkeerig van
+haar borgt. Want evenals iemand, om het tot een volmaakt physicus te
+brengen, een goed scheikundige moet zijn, zoo behoort hij, die de
+volledige kennis der Scheikunde najaagt, niet minder een goed physicus
+zijn. Hij moet in verstand boven den grooten hoop uitsteken, met fijne
+smaak tot het werk nader treden, een geest hebben doorkneed in de
+schoone kunsten en wetenschappen, die in de Scheikunde iets lofwaardigs
+verlangt tot stand te brengen en een waar beoefenaar van haar te
+heeten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quid enim? Nonne saltum facit maxime absonum scientiae
+<span class = "pagenum latin">212</span>
+<a name = "page212" id = "page212"> </a>
+<!--png 236-->
+cujusdam addiscendae cupidus Tyro, si generalibus illius regulis
+nondum cognitis, ad singularia mox pedem promovet? Nonne a
+simplicioribus ad magis composita, a facillime obviis ad abstrusa,
+Naturae ipsius ordo commonstrat viam? Cuinam igitur tam parum
+nota sunt bonae praecepta methodi?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Want hoe kan het anders? Maakt een beginner, die begeerig
+<span class = "pagenum dutch">213</span>
+<a name = "page213" id = "page213"> </a>
+<!--png 237-->
+is een zekere wetenschap te leeren, niet een allerongerijmdsten sprong,
+indien hij zonder nog de algemeene regels ervan te kennen, terstond
+voortschrijdt tot de bijzonderheden? Wijst niet de orde in de natuur
+zelf den weg van het meer eenvoudige naar het meer samengestelde, van
+hetgeen onmiddellijk voor de hand ligt naar hetgeen diep is
+verscholen?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+ad corporum ut singularium
+descendere examen, horum investigare occultas vires, affectiones
+proprias, effecta peculiaria attentet, antequam universalem objecti
+sui ideam sibi comparaverit. Addiscat prius, quid sit corpus?
+Quaenam ejus natura generalis? Quantum a mente differat?</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Aan wien dan toch zijn de voorschriften van een goede methode zóó weinig
+bekend, dat hij beproeft zich te verdiepen in een onderzoek van
+afzonderlijke lichamen en hun verborgen krachten, bijzondere
+eigenschappen en eigenaardige uitwerkingen na te sporen, voordat hij
+zich een algemeen denkbeeld heeft verschaft van zijn onderwerp? Eerst
+leere hij, wat een lichaam is, wat wel zijn algemeene natuur is, hoeveel
+het verschilt van den geest.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Virium
+praemittat et proprietatum communium indaginem; et superficiem
+ante contempletur, quam in viscera penetrat: Artem calleat ea, qua
+decet, accuratione instituendi experimenta: denique nec legum sit
+ignarus, quae ex datis, justo ratiocinio, legitimas docent elicere
+conclusiones et Theoremata: hocque demum apparatu instructus,
+operi sese accingat Chemico, fructus inde non poenitendos
+adsecuturus.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hij moet laten voorafgaan een onderzoek
+naar de algemeene krachten en eigenschappen en eerst de oppervlakte
+beschouwen, voordat hij in de ingewanden doordringt. Hij moet de kunst
+verstaan, met die nauwkeurigheid, waarmee dat behoort, proeven te nemen.
+Ten slotte zij hij ook niet onbekend met de wetten, die leeren uit
+gegevens volgens een juiste redeneering de goede gevolgtrekkingen te
+maken en leerstellingen af te leiden, en eerst van deze toerusting
+voorzien gorde hij zich aan tot den scheikundigen arbeid, waarvan hij
+vruchten zal plukken, die hem nimmer zullen berouwen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Qui vero aliter se hac in re gerunt, nae illi oleum perdant et
+operam! Andabatarum enim more procedentes, impingunt undique;
+et emendato intelligentiae destituti lumine, quo in Chemiae adyta
+irrumpunt profundius, eo hallucinantur magis; nubemque tandem
+pro Junone amplexi, finem laborum omnium, erroribus, ignorantia,
+paupertate coronatum vident sero et dolent.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zij echter, die zich in deze zaak anders gedragen, waarlijk zij doen
+vergeefsche moeite. Want als blindemannen<a class = "tag" name =
+"tag5_9" id = "tag5_9" href = "#note5_9">9</a> voortgaande, stooten zij
+overal tegen aan en, daar
+zij van het zuivere licht van het begrijpen verstoken zijn, bazelen zij
+des te erger hoe dieper zij in de binnenste heiligdommen der Scheikunde
+doordringen en eindelijk, een wolk in plaats van Juno<a class = "tag"
+name = "tag5_10" id = "tag5_10" href = "#note5_10">10</a> omhelsd
+hebbend, zien zij tot hun
+smart te laat, dat het eind van al hun moeiten bekroond wordt met
+dwalingen, onwetendheid, en armoede.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Hi sunt, quorum illotis
+olim manibus dum tractabatur Chemia, foedissimis deturpata errorum
+et fabularum maculis, adeo sorduit, invisa ut Sapientibus et
+suspecta esset. Hi sunt, a quibus dein Eruditus Orbis, una cum
+Arte nobilissima, detestandas illas accepit falsissimarum opinionum
+pestes, inde in omne fere Scientiarum genus propagatas, contagio
+vix non indelebili. Verificatum hic tritum illud:
+Optimarum rerum abusus pessimi.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Zij zijn het, die gemaakt hebben,
+dat de Scheikunde eens, zoolang zij door hun ongewasschen handen werd
+behandeld, ontsierd door de vuilste vlekken van dwalingen en fabeltjes,
+zóó in het slijk geraakte, dat zij den geleerden gehaat en verdacht was.
+Zij zijn het, van wie vervolgens de beschaafde wereld tegelijk met de
+edelste wetenschap
+<span class = "pagenum dutch">215</span>
+<a name = "page215" id = "page215"> </a>
+<!--png 239-->
+dien afschuwelijken vloek van geheel valsche meeningen ontving, die zich
+vandaar over ongeveer elk soort van wetenschap uitbreidde met een bijna
+niet te keeren besmetting. Hier werd dat bekende gezegde bewaarheid: Van
+de beste dingen is het misbruik het ergst.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">214</span>
+<a name = "page214" id = "page214"> </a>
+<!--png 238-->
+Non tamen isthaec Artis sunt sed artificum: hos enim quamprimum
+contigit tales esse, quales sibi postulat Artis sublimitas,
+viros Mathematice doctos, qui spreta magistrorum auctoritate, Naturam
+ducem secuti, res ipsas, uti in se sunt, contemplari, et de
+iis judicare, quam praepostere credere maluerunt, mox sordibus
+detersis, aliam adepta faciem Chemia, et quibus scatebat ipsa, et
+qui inde in alias irrepserant scientias, errores non expunxit solum;
+sed horum etiam locum amplissimis supplevit inventis, solidissimis
+veritatibus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Dat is echter niet de schuld van de wetenschap maar van haar
+beoefenaars. Immers zoodra het geviel, dat deze zoo waren, als de
+verhevenheid der wetenschap voor zich eischt, mannen, wiskundig
+onderlegd, die zonder zich te storen aan het gezag van meesters, de
+natuur als leidsvrouw volgend, liever de zaken zelf, zooals zij in haar
+wezen zijn, wilden beschouwen en daarover oordeelen dan verkeerdelijk
+gelooven, heeft niet alleen de Scheikunde, na ras al dat vuil te hebben
+afgewischt en een ander voorkomen te hebben gekregen, zoowel de
+dwalingen, waarvan zij zelf krioelde, als die, welke uit haar in andere
+wetenschappen waren geslopen, uit den weg geruimd, maar ook de plaats
+daarvan weer aangevuld met de prachtigste uitvindingen en de meest
+onbetwistbare waarheden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Verum desino exhibendis veri Chemici requisitis immorari
+diutius; ne, horum plurima mihimet ipsi deesse nimis perspiciens,
+tantillum etiam, quod mihi restat, animi, quo aliqualem adhuc in
+munere hocce meo speraveram successum, prorsus abjiciam, et,
+nedum facto virium tentamine, palaestra fugiam imbellis.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Edoch, ik houd op langer te vertoeven bij de uiteenzetting van de
+vereischten voor den waren scheikundige, opdat ik niet, maar al te goed
+inziend, dat de meeste daarvan mij zelf juist ontbreken, ook nog dat
+weinigje moed geheel en al verlies, dat mij nog blijft en waardoor ik
+nog op eenig succes in dit mijn ambt had gehoopt, en lafhartig vlucht
+uit het strijdperk zonder zelfs mijn krachten te beproeven.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ex dictis autem abunde innotescit, Chemiam captu vulgi
+superiorem, cultores exigere, praeliminari scientiarum Academicarum
+supellectile instructos: nec jam ulterius urgent, quae modo posse
+objici videbantur.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Uit hetgeen gezegd is, wordt het echter meer dan voldoende duidelijk,
+dat de Scheikunde, de bevatting van het gemeen te boven gaand,
+beoefenaars vereischt vooraf voorzien van een uitrusting bestaande uit
+Akademische wetenschappen, en niet langer meer verontrusten haar die
+dingen, die men haar nog zooeven scheen te kunnen verwijten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quare, nisi vana me eventus spes fefellit, est, cur proposito
+paratam fidem suspicer: constitit enim, Artem Chemicam praeclarissimis,
+quos animi pariter et corporis culturae praestat, usibus
+insignem, Philosophiae et Medicinae maxime proficuam, summe
+necessariam, indissolubili haerere vinculo, utrinque firmissimo, hae
+ut illius opera utantur, et vice versa. Quid demum impedit, quo
+minus concludam, <i>Chemiam, Artem Nobilem, Artibus Academicis
+jure esse inserendam</i>?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+En daarom, als ik mij niet door een ijdele hoop op de uitkomst heb
+laten misleiden, heb ik grond te vermoeden, dat ik geloof heb gevonden
+voor hetgeen ik mij voornam te bewijzen. Want met zekerheid is
+voorgesteld geworden, dat de scheikundige wetenschap uitblinkend door de
+schitterende diensten, die zij zoowel aan de verzorging van de ziel als
+aan die van het lichaam bewijst, van het grootste nut en de hoogste
+noodzakelijkheid voor Wijsbegeerte en Geneeskunde, daarmee door een
+onverbreekbaren band samenhangt, sterk in tweeërlei opzicht namelijk,
+dat deze zich van haar
+<span class = "pagenum dutch">217</span>
+<a name = "page217" id = "page217"> </a>
+<!--png 241-->
+hulp bedienen, en omgekeerd. Wat belet mij ten slotte te besluiten,
+<i>dat de Scheikunde, een edele wetenschap, met recht een plaats
+verdient onder de Akademische wetenschappen?</i></p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">216</span>
+<a name = "page216" id = "page216"> </a>
+<!--png 240-->
+Vestra igitur, <span class = "smallcaps">Illustrissimi
+Academiae Batavae Curatores</span>,
+una cum <span class = "smallcaps">Nobilissimis Vestris Collegis,
+Amplissimis Hujus Urbis Consulibus</span>,
+Vestra, inquam, sapientissima est cura, quod in celeberrima
+hac, cui tanta cum gravitate, et inusitata adeo vigilantia
+praeestis, Academia, huic quoque disciplinae, largo firmatam pretio,
+sedem statueritis, et officinam, ejus exercitio aptissimam; nec hanc
+volueritis diu frigere, postquam impetrata, quam petiverat, missione
+honorificentissima, inde exivit Vir, ob sociatum stupendae eruditioni
+plusquam Herculeam laborum tolerantiam, eo certe provectus in
+Arte, verus ut Chemiae Restaurator merito laudetur omnibus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Aan u derhalve, zeer doorluchte curatoren der Bataafsche Akademie te
+zamen met uw zeer edele collega’s, de zeer aanzienlijke burgemeesters
+van deze stad, aan u, zeg ik, is de zeer wijze maatregel te danken, dat
+gij aan deze zeer beroemde Akademie, die gij met zooveel waardigheid en
+met een gansch ongewone waakzaamheid bestuurt, ook voor deze wetenschap
+een leerstoel, door een ruime toelage gesteund, hebt ingesteld en eene
+werkplaats zeer geschikt om haar te beoefenen, en, dat gij niet gewild
+hebt, dat deze leeg stond, nadat na het meest eervolle ontslag te hebben
+verkregen, waarom hij had gevraagd, daar uit was getreden de man, die
+wegens de verbinding van een verbijsterende geleerdheid met een meer dan
+Herkulische werkkracht zeker zulk een hoogte in de wetenschap heeft
+bereikt, dat hij terecht door allen wordt geprezen als de ware
+hernieuwer der Scheikunde.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Quod autem Viro huic incomparabili, nec ambientem me, nec
+promeritum subadjungere Vobis visum fuerit, Atlanti Pigmaeum;
+id equidem quoties attenta mente perpendo toties immensum, quo
+Vestra meritis meis praeponderat clementia, momentum attonitus
+miror, veneror humillimus. Juvenem namque, alienigenam, nullo
+dum ingenii dato specimine notum, tanto quod condecorare honore,
+gratiosissime sitis dignati, cuinam magis rei adscribam, quam
+immensae Vestrae benevolentiae et favori inaudito?</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Wat echter het feit betreft, dat het u behaagd heeft mij, zonder dat
+ik er naar dong of het verdiende, toe te voegen aan dien
+onvergelijkelijken man, een pigmee aan een Atlas, voorwaar zoo dikwijls
+ik dat aandachtig overweeg, sta ik in stomme verbazing over het
+kolossale gewicht, dat uw goedertierenheid meer in de schaal heeft
+moeten leggen dan mijn verdiensten, en ik erken het nederig en
+eerbiedig. Want dat gij u allergenadigst hebt verwaardigd een vreemden
+jongeling, die nog door geen enkel bewijs van talent was bekend
+geworden, met zulk een eer te begiftigen, waaraan zal ik dit wel meer
+moeten toeschrijven dan aan uw oneindige welwillendheid en ongehoorde
+gunst?</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Temerarius equidem videri possem, quod nulla tenuitatis meae
+ratione habita, hanc amplexus sim provinciam, in qua exequenda,
+post tantum Praedecessorem, ne mediocris quidem applausus spes
+mihi affulget. At enim inglorius plane sit oportet, animoque nimis
+abjecto, qui hinc dignitate, illinc liberalissimo excitatus honorario,
+torpeat, nascentis fortunae suae incurius.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Voorwaar ik zou vermetel kunnen schijnen, omdat ik zonder rekening te
+houden met mijn eigen kleinheid deze taak heb aanvaard, bij het
+volbrengen waarvan mij zelfs niet de hoop op een middelmatig applaus
+toeschittert na zulk een voorganger. Maar toch <i>hij</i> moet wel
+geheel van eerzucht zijn ontbloot en al te versaagd zijn van geest, die
+aan den eenen kant door de eer, aan den anderen door een zeer mild
+honorarium aangespoord, onbeweeglijk blijft zonder zich te bekommeren om
+den groei van zijn fortuin.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Me sane, ut ut exiguas
+probe agnoverim vires, hi tamen stimuli haud pupugere insensilem:
+novum insuper admovit calcar favoris plenissima Vestra, de me
+meisque studiis concepta, opinio: animum denique addidit consueta
+Vobis et propria generosae mentis indoles, qua ultra, quam
+<span class = "pagenum latin">218</span>
+<a name = "page218" id = "page218"> </a>
+<!--png 242-->
+juveniles pertingunt vires, a juvene nil exigitis. His adductus
+conditionibus accepi munus: his fretus illud nunc auspicor.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ik zeer zeker, hoe volkomen ik ook mijn
+geringe krachten erkende, was toch niet ongevoelig voor het steken van
+die prikkels.
+<span class = "pagenum dutch">219</span>
+<a name = "page219" id = "page219"> </a>
+<!--png 243-->
+Bovendien strekte mij tot een nieuwen spoorslag uw bijzonder gunstige
+meening, die gij omtrent mij en mijn studiën hebt opgevat. Moed gaf mij
+tenslotte uw gewone inborst eigen aan een edelaardigen geest, waardoor
+gij niets verder van een jongeling verlangt, dan de jeugdige krachten
+reiken. Door deze omstandigheden er toe gebracht heb ik mijn ambt
+aangenomen: op deze vertrouwend aanvaard ik het nu plechtig.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Faciet insculpta animo meo sempiterna hujus Vestrae in me
+munificentiae memoria, omnem ut moveam lapidem, ea ne plane
+indignus videar. Industria pensabo vires, ingenium assiduitate,
+labore indefesso aetatem, animo denique fulciam corpus, et quidquid
+in utroque est vigoris, totum id promovendis Academiae
+commodis unice sacrabo.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+De eeuwigdurende herinnering aan uw mildheid jegens mij zal, in mijn
+geest gegrift, maken, dat ik alles in het werk zal stellen, opdat ik die
+niet algeheel onwaardig schijne. Door vlijt zal ik mijn krachten
+goedmaken, mijn talent door gestadige toewijding, door onvermoeiden
+arbeid mijn jeugd, met mijn geest ten slotte zal ik mijn lichaam
+schragen en alle kracht, die in beide is, zal ik geheel eenig en alleen
+aan het bevorderen der belangen van de Akademie wijden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Sic, spero, fiet, ut beneficii, a Vobis apud me collocati, Vos
+non poeniteat, nec me pudeat accepti. Quod agentem juvet bonorum
+omnium scaturigo inexhausta, Deus! A quo et Vobis,
+<span class = "smallcaps">Illustrissimi Academiae Proceres</span>,
+perpetuam salutis omnigenae et
+felicitatis intaminatae abundantiam, toto ex animo, apprecor.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zoo zal het, hoop ik, geschieden, dat het noch u berouwt mij dien
+weldaad te hebben bewezen, noch ik mij schaam haar te hebben aangenomen.
+Moge daarbij God helpen, de onuitputtelijke bron van al het goede. Van
+Hem bid ik ook u, zeer doorluchte leidslieden der Akademie, een
+bestendigen overvloed aan alle mogelijke heil en onbevlekt geluk van
+ganscher harte toe.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Ad vos me converto, <span class = "smallcaps">Celeberrimi
+Professores</span>! Vos alloquor,
+Clarissima hujus Academiae Lumina! Miramini enim, dubio
+procul, juvenem, plurimis Vestrum incognitum, nonnulis autem,
+sexennio vix elapso, inter discipulos numeratum, eo procedere
+temeritatis, haec ut conscendat subsellia, Vestris sacra doctissimis
+vocibus, Vestris oraculis. At temeritatem ne putate, quae justa
+tantum aemulatio est, studiorum commodis inservitura.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Tot u wend ik mij, zeer beroemde hoogleeraren, u spreek ik toe,
+schitterende lichten dezer Akademie! Gij verbaast u toch zonder twijfel,
+dat een jongeling, den meesten van u onbekend, die voorts van sommigen
+ternauwernood zes jaar geleden de leerling was, zulk een trap van
+driestheid heeft bereikt, dat hij dezen zetel bestijgt, die aan uw zeer
+geleerde stemmen is gewijd, aan uw orakelspreuken. Maar wilt niet voor
+driestheid houden, wat slechts een geoorloofde wedijver is, welke den
+studiebelangen ten goede zal komen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quid quisque
+possit, nisi tentando, non didicit. Probabitis itaque ausum huncce
+meum, meimet ipsius notitiam mihi exhibiturum, nec sane a fastu,
+a quo merito sum alienissimus, sed a latente in praecordiis honestae
+gloriae igniculo profectum. Juvat magnorum Virorum ad exempla
+componi. Vos igitur praeeuntes, a tergo conspicabor, et, dum
+nunquam dabitur assequi, saltem ex intervallo sequar.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Niemand leert kennen, wat hij
+vermag, indien hij niet de proef neemt. Gij zult derhalve deze
+onderneming van mij goedkeuren, die mij de kennis van mijzelf zal
+verschaffen, en die waarlijk niet haar oorsprong heeft in
+hooghartigheid, waar ik terecht zeer ver van verwijderd ben, maar in de
+in mijn hart verborgen vlam van betamelijke roemzucht. Het is mij een
+genot tegenover de voorbeelden van groote mannen geplaatst te worden.
+U&nbsp;derhalve zal ik, zooals gij voor mij uitgaat, van achteren
+aanschouwen, en, terwijl het mij nooit zal gegeven worden u in te halen,
+zal ik u
+<span class = "pagenum dutch">221</span>
+<a name = "page221" id = "page221"> </a>
+<!--png 245-->
+tenminste met een tusschenruimte volgen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Quo ipso
+Vestram non praepediens viam, certa tamen reperero vestigia, quae
+gressus dirigent meos, nec aberrare sinent. Hujus interim beneficii
+ea erit apud me vis, ut omni vos honoris et observantiae cultu,
+pro ea, qua estis, dignitate, venerabundus suspiciam.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Daardoor juist zal ik zonder uw
+weg te versperren toch zekere voetsporen vinden, die mijn schreden
+zullen leiden en zullen beletten af te dwalen. Intusschen zal die
+weldaad zulk een invloed op mij behouden, dat ik u alle mogelijke eer
+bewijzend en hoogachting betoonend, waarop de verdiensten, die gij hebt,
+u recht geven, met eerbied tegen u zal blijven opzien.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+<span class = "pagenum latin">220</span>
+<a name = "page220" id = "page220"> </a>
+<!--png 244-->
+Vobis praesertim, qui Philosophiae et Medicinae sacra, tanto
+cum omnium applausu, panditis,
+<span class = "smallcaps">Viri Famigeratissimi</span>! Vobis,
+dum et publica me et privata voce formavistis, omnibus et singulis,
+jubente ita pietate Praeceptoribus debita, sigulari ut reverentia totum
+me in aeternum devoveam, pertinax faciet acceptorum memoria.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Aan u vooral, die de heiligdommen der Wijsbegeerte en der Geneeskunde
+onder zulk een algemeene toejuiching ontsluit, zeer beroemde mannen, dat
+ik aan u, zoowel aan allen als aan ieder afzonderlijk, daar gij mij
+zoowel door uw openbaar als door uw particulier onderricht hebt gevormd,
+met bijzonderen eerbied mij geheel voor altijd wijd, zooals de
+dankbaarheid den leermeesters verschuldigd dat vereischt, daarvoor zal
+de voortdurende herinnering aan het ontvangene zorgen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Est hinc, cur Tibi, <span class = "smallcaps">Vir Acutissime,
+Perspicacissime ’s Gravesande</span>!
+publicas hic nunc persolvam grates, quod et privato me
+labore inconcussis Mathematicae Tuae Philosophiae praeceptis
+imbuere non sis dedignatus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Zoo komt het ook, dat ik u, zeer vernuftige en scherpzinnige
+’s&nbsp;<span class = "smallcaps">Gravesande</span>, hier nu openlijk
+den u toekomenden dank breng, omdat gij het niet beneden u hebt geacht
+mij ook particulier in de vaste regels uwer wiskundige Wijsbegeerte in
+te wijden.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tu quoque, <span class = "smallcaps">Anatomicorum Dexterrime,
+Subtilissime Albine</span>!
+Qui, pari opera, necessariam adeo fabricae humani corporis cognitionem
+per aures mihi et oculos infudisti solertissime, animum Tibi
+meum longe obstrictissimum nunquam non comperies.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ook gij, handigste der anatomen, zeer scherpzinnige <span class =
+"smallcaps">Albinus</span>, die mij met gelijke moeite de absoluut
+noodzakelijke kennis van den bouw van het menschelijk lichaam met de
+grootste bekwaamheid door ooren en oogen hebt bijgebracht, steeds zult
+gij bevinden, dat mijn hart u in de hoogste mate
+erkentelijk&nbsp;is.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Te vero, <span class = "smallcaps">Celeberrime Boerhavi</span>!
+Te cumprimis ni sigillatim
+hic compellem, mortalium ingratissimus jure habebor: si quid enim
+est in me ingenii, si qua artis Medicae peritia, si qua in Chemicis
+exercitatio, Tibi ego id omne soli debeo. Tres alias frequentaveram
+Tyro Academias, antequam prospera huc advectus fortuna, Tuo ab
+ore pependerim.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+U echter, zeer beroemde <span class =
+"smallcaps">Boerhaave</span>, als ik u hier niet in de eerste plaats
+afzonderlijk toespreek, zal men mij terecht voor den ondankbaarsten der
+stervelingen houden. Indien ik namelijk eenig talent bezit, eenige
+bedrevenheid in de Geneeskunde, eenige oefening in de Scheikunde, dan
+ben ik dat alles u alleen verschuldigd. Drie andere Akademies had ik als
+nieuweling bezocht, voordat ik door een gelukkige lotsbestiering hier
+aangekomen, aan uw lippen heb gehangen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Solam Te penes addiscere praxim animus erat,
+studiisque meis Academicis imponere coronidem: sed vixdum
+primis gustaveram labiis defoecatissimae Tuae doctrinae nectar,
+cum summa ejus dulcedo me mox tantopere rapuit, ut quidquid
+vel publicis vel privatis in lectionibus, ad quamcunque pertinens
+Medicinae partem, mellifluo ab ore Tuo prodiit, haurire sategerim
+avidissimus.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Ik was voornemens alleen de
+praktijk bij u te leeren en mijn Akademische studiën te besluiten. Maar
+nauwelijks had ik nog met den rand mijner lippen de nectar van uw
+kristalhelder onderricht geproefd, of de buitengewoon lieflijke smaak
+daarvan heeft mij dra zoozeer verleid, dat ik voldoende werk had om
+alwat hetzij in openbare hetzij in besloten voorlezingen als honig uit
+uw mond te voorschijn vloeide, op welk deel der Geneeskunde het ook
+betrekking
+<span class = "pagenum dutch">223</span>
+<a name = "page223" id = "page223"> </a>
+<!--png 247-->
+had, met de grootste graagte in te drinken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Dolens nimirum vidi, fore per temporis mihi relicti
+angustiam, ut ablactarer citius, quam satiatus a Te recederem.
+Sive itaque vernam dici speciem, amabilissimis horti divitiis mira
+<span class = "pagenum latin">222</span>
+<a name = "page222" id = "page222"> </a>
+<!--png 246-->
+suavitate exponendis, dicares, jucundo Botanices studio discipulorum
+animos tanto redditurus alacriores ad laborum magis arduorum
+tolerantiam; seu inter furnos desudans, ad secretissimos Chemiae
+recessus viam monstrares, certo castigatissimae methodi filo tutissimam
+pariter ac facillimam;</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Tot mijn smart zag ik
+namelijk dat ik wegens de kortheid van den mij nog overgebleven tijd
+eerder zou gespeend worden, dan ik verzadigd van u heen zou gaan! Hetzij
+gij derhalve een schoonen lentedag besteeddet aan het verklaren der
+lieflijke rijkdommen van den Hortus op een bewonderenswaardig
+aantrekkelijke wijze, om zoo door de aangename studie der Botanie uw
+leerlingen des te meer lust in te boezemen om zich moeilijker arbeid te
+getroosten, hetzij gij in het zweet uws aanschijns tusschen de fornuizen
+tot de meest afgelegen schuilhoeken der Scheikunde den weg weest, die
+door den zekeren leiddraad van uw zoo eenvoudige methode even veilig als
+gemakkelijk was;</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+seu exacta ad normam Mathematicam
+stabilires Theoriae Medicae fundamenta, quibus mox inaedificares
+immota Praxeos dogmata, medendi methodum felicissimum; Te
+ego secutus undique, illam potissimum diei partem optime a me
+collocatam credidi, quam Tibi consecraveram. Totum ergo Tuum
+est, si quid isthac mea industria profeci: Tu ejus omnem fructum,
+jure Tuo, a me repetis: quod dum gratus agnosco, poterat id
+solum Tibi me mille modis in aeternum devincire.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+hetzij gij de grondslagen der theorie der Geneeskunde
+volgens den wiskundigen regel vaststeldet om weldra de onomstootelijke
+dogma’s der praktijk, de meest vruchtbare geneesmethode daarop te
+bouwen, u volgde ik overal en meende, dat vooral dat deel van den dag
+het best door mij was besteed, dat ik aan u had gewijd. Het is derhalve
+geheel uw verdienste, indien ik met dien ijver van mij iets heb tot
+stand gebracht. Gij moogt op alle vruchten daarvan met volle recht
+aanspraak maken en, daar ik dit dankbaar erken, zou dit alleen mij reeds
+op duizenderlei wijze voor eeuwig aan u hebben kunnen verplichten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Tu vero, <span class = "smallcaps">Vir Maxime</span>!
+cujus immensa eruditione non minor
+est singularis humanitas, hocce beneficium majore alio cumulasti:
+dum eo quoque tempore, quo post exactum vitae Academicae
+curriculum vel exteras visurus regiones, peregre profectus eram;
+vel praxeos exercendae gratia, in aliis hujus Belgii urbibus morabar;
+quoties aut literis, aut praesenti Te colloquio solicitavi audax,
+miro semper favore mihi vacare, et saluberrima suppeditare consilia
+non es dedignatus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Maar gij, o groote man, van wien de bijzondere minzaamheid de
+onmetelijke geleerdheid evenaart, hebt op dien weldaad nog een anderen
+grooteren laten volgen, daar gij ook in dien tijd, dat ik, na mijn
+Akademischen loopbaan volbracht te hebben, hetzij naar het buitenland
+was vertrokken om vreemde landen te bezoeken, hetzij tot het uitoefenen
+der praktijk in andere steden hier in de Nederlanden vertoefde, het niet
+beneden uw waardigheid hebt geacht, zoo dikwijls als ik zoo vermetel was
+hetzij per brief hetzij persoonlijk in een onderhoud uw hulp in te
+roepen, steeds met een verbazende goedgunstigheid u ter mijner
+beschikking te stellen en mij de heilzaamste raadgevingen te
+schenken.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Imo ne hic quidem substitit summa Tua in me benevolentia:
+nam Tibi etiam debeo, quo nunc impertior, laboris mei praemium.
+Tu, quod benignum adeo apud Proceres de me judicium tuleris,
+effecisti, ut huic admotus muneri, hoc sim honore ornatus.</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Ja zelfs daar bleef uw overgroote welwillendheid jegens mij niet
+staan. Want aan u ben ik ook de belooning van mijn moeite verschuldigd,
+die thans mijn deel wordt. Gij hebt bewerkt, doordat gij zulk een
+welwillend oordeel tegenover de leidslieden over mij hebt geveld, dat ik
+tot dit ambt ben geroepen, die eervolle onderscheiding heb genoten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Dum
+igitur pluribus Tibi obstringor nominibus, quam quibus unquam
+dissolvendis ulla me aetas parem faciet, accipe gratissimam horumce
+<span class = "pagenum latin">224</span>
+<a name = "page224" id = "page224"> </a>
+<!--png 248-->
+agnitionem, et sempiternum, quam publice hic nunc tanquam in
+tabella suspendo, memoriam in qualiscunque locum Charisterii; et
+certus crede, omnibus me nervis eo adnisurum, Tibi ut monstrem,
+quam procul absim ab ingrati animi crimine! Plura adjicere Tua
+vetat modestia, meusque pudor.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Daar
+ik dus te veel verplichting jegens u
+<span class = "pagenum dutch">225</span>
+<a name = "page225" id = "page225"> </a>
+<!--png 249-->
+heb, dan dat ooit eenige tijd het mij mogelijk zal maken mij er van te
+kwijten, aanvaard daarom de erkenning daarvan, getuigend van de diepste
+dankbaarheid, en de onvergankelijke herinnering daaraan, die ik hier nu
+openlijk als in een gedenktafel gegrift ophang, in plaats van elk
+dankoffer, en wees ervan overtuigd, dat ik met al mijn krachten mij
+hiertoe zal inspannen, dat ik u toone hoever ik de beschuldiging van
+ondankbaarheid van mij kan werpen. Meer hieraan toe te voegen verbiedt
+mij uw bescheidenheid en mijn schaamtegevoel.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Antequam tamen Te dimittam, jubet nota mihi mearum tenuitas
+virium, et operis, quod suscipio, difficultas, Te ut enixe obtester,
+velis eodem, quo me huic admovisti, favore, id aggressurum sublevare,
+et Tuis, quoties imploravero, sapientissimis mihi consiliis
+adesse. Tibi, at quanto Viro! succedo:</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+Voordat ik echter u verlaat, noopt mij de mij bekende zwakheid mijner
+krachten en de moeilijkheid van het werk, dat ik op mij neem, dat ik u
+dringend bezweer, dat gij met dezelfde gunst, waarmee gij mij tot dit
+werk hebt geroepen, mij wilt steunen, nu ik op het punt sta het te
+aanvaarden en, zoo dikwijls als ik er u om bid, met uw wijze
+raadgevingen mij ter zijde staan. U&nbsp;en welk een man, volg ik
+op.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Tu viae, quam toties trivisti,
+peritissimus, nisi praeiveris, omnem despondeo animum: manu
+igitur me prehende juvenem, haud aequis passibus Te secuturum;
+dumque, quo Tua Te divino ingenio sociata decumana industria
+provexit in arte, eo eniti insanientis est, id saltem fac ut laudis
+consequar, Tuis quod vestigiis reptabundus quidem, at non indecorus
+tamen, inhaeream.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Als gij met uw groote ervaring omtrent den weg, dien gij zoo vele malen
+hebt afgelegd, mij niet voorgaat, laat ik allen moed zinken. Vat mij,
+jongen man, dus bij de hand, hoewel ik u niet met gelijke schreden zal
+kunnen volgen en wil maken, dat, terwijl het krankzinnig zou zijn te
+trachten die hoogte te bereiken, waartoe u uw geweldige ijver gepaard
+aan een goddelijk talent in de wetenschap heeft gebracht, ik tenminste
+die lof mij verwerf, dat ik uw voetstappen blijf drukken, wel is waar
+kruipend vorderend maar toch niet geheel roemloos.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p>
+Vos denique, <span class = "smallcaps">Praestantissimi
+Juvenes</span>! Vos, sacrata Philosophiae
+et Medicinae Pectora, alloquor! Vestris enim usibus totam
+se dedicat Chemia; vestris arctissime copulata studiis haeret. Si
+quo igitur ejus amore capti, doluistis, aliquo illam tempore siluisse,
+erigite nunc animos! Patet rursum officina: ardebunt furni: accedite,
+et mecum ad hos desudate!</p>
+</td>
+<td>
+<p>
+U, tenslotte, voortreffelijke jongelieden, u, die u met hart en ziel
+aan de Wijsbegeerte en Geneeskunde wijdt, spreek ik toe. Immers de
+Scheikunde stelt zich geheel en al in dienst van uw belangen, met uw
+studiën is zij ten nauwste saamgekoppeld en onafscheidelijk verbonden.
+Indien gij dus soms in liefde voor haar ontstoken, het betreurd hebt,
+dat zij eenigen tijd gezwegen heeft, weest dan nu weder goedsmoeds.
+Wederom is de werkplaats geopend, de fornuizen zullen branden: komt, en
+werkt daarbij met mij samen in het zweet uws aanschijns.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Suprahumano labore, sedulitate indefessa,
+sexcentis periculis, viam ante difficillimam expedivit Chemicorum
+Summus <span class = "smallcaps">Boerhavius</span>,
+et, quo ipse usus est filo probatissimo,
+idem bona nobis fide porrigit: hujus ergo tenaces, Illum
+<span class = "pagenum latin">226</span>
+<a name = "page226" id = "page226"> </a>
+<!--png 250-->
+sequamur ducem, tuti et felices in artis adyta <ins class = "correction"
+title = "text: ‘penetraruri’">penetraturi</ins>.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Door
+bovenmenschelijken arbeid, door onvermoeide werkzaamheid, onder duizend
+gevaren heeft <span class = "smallcaps">Boerhaave</span>, de opperste
+der scheikundigen, den vroeger zoo moeilijken weg begaanbaar gemaakt en
+diezelfde beproefde methode, waarvan hij zichzelf bediend heeft, geeft
+hij naar zijn beste weten ons in handen. Laten wij dus daaraan
+vasthoudend hem als leidsman volgen om zoo in veiligheid en met succes
+in de heiligdommen der wetenschap binnen
+<span class = "pagenum dutch">227</span>
+<a name = "page227" id = "page227"> </a>
+<!--png 251-->
+te dringen.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Vobis
+ego me offero comitem, et, si placet, adhortatorem. Si quid in me
+est virium, officii, aut consilii, utamini eo pro lubitu; Vobis id
+omne dico: Vestris enim prodesse studiis, ea demum est votorum
+mihi summa, is laborum finis erit unicus.</p>
+</td>
+<td>
+<p class = "nospace">
+Aan u bied ik mijzelf als begeleider aan en, indien gij dat
+wilt, als raadgever. Indien ik over eenige krachten, dienstvaardigheid
+of verstand kan beschikken, gebruikt die dan, zooals gij verkiest. Aan u
+wijd ik dit alles toe. Want uw studiën te bevorderen, dat is vooral het
+toppunt mijner wenschen, dat is het eenige doel mijner moeiten.</p>
+</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>
+<h4>DIXI.</h4>
+</td>
+<td>
+<h4>IK HEB GEZEGD.</h4>
+</td>
+</tr>
+</table>
+
+<hr class = "mid">
+
+<h4>Voetnoten</h4>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_1" id = "note5_1" href =
+"#tag5_1">1.</a>
+God der welsprekendheid. (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_2" id = "note5_2" href =
+"#tag5_2">2.</a>
+M. Tullius Cicero. (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_3" id = "note5_3" href =
+"#tag5_3">3.</a>
+Als afleiding wordt opgegeven: <span title = "spân">σπᾶν</span> =
+(uit elkaar) trekken en <span title = "ageirein">ἀγείρειν</span>
+= vereenigen, verzamelen. De wetenschap, die scheidt en vereenigt, zou
+dus bedoeld worden. (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_4" id = "note5_4" href =
+"#tag5_4">4.</a>
+Mogelijk heeft hier de redenaar Horatius, Carmina III, 2, 17 volgg. op
+het oog. (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_5" id = "note5_5" href =
+"#tag5_5">5.</a>
+„Inter Pyracmonas.“ „Pyracmon“ is in de mythologie naam van een Cycloop
+werkzaam in de smidse van Vulcanus, samengesteld uit <span title =
+"pur">πῦρ</span> = vuur en <span title =
+"akmôn">ἄκμων</span> = aanbeeld. (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_6" id = "note5_6" href =
+"#tag5_6">6.</a>
+Keizer Rudolf II van Duitschland, die ±1600 regeerde, stelde zulk een
+belang in de alchemie, dat hij er zijn regeeringsplichten voor
+verwaarloosde. Hem werd de naam van den tweeden Hermes Trismegistus
+gegeven. Heeft nu Gaubius, die niet sterk is in orthographie, hem soms
+met Eremita bedoeld? (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_7" id = "note5_7" href =
+"#tag5_7">7.</a>
+Hier schijnt de redenaar in de eerste plaats Heraclitus van Ephesus ±500
+v. Chr op het oog te hebben. (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_8" id = "note5_8" href =
+"#tag5_8">8.</a>
+<span class = "smallcaps">Terentius</span>’ Eunuchus I. 2. v. 23 en 24.
+(Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_9" id = "note5_9" href =
+"#tag5_9">9.</a>
+„more andabatarum“. Andabatae, gladiatoren die streden in een helm
+zonder kijkgaten. (Vertaler.)</p>
+
+<p class = "footnote"><a name = "note5_10" id = "note5_10" href =
+"#tag5_10">10.</a>
+Dit wordt van Ixion verteld, die Juno met zijn liefde vervolgde en tot
+zijn straf in de onderwereld op een altijd draaiend rad werd gebonden.
+(Vertaler.)</p>
+
+
+<hr class = "chapter">
+
+
+<span class = "pagenum">228</span>
+<a name = "page228" id = "page228"> </a>
+<!--png 252-->
+
+
+<!--png 253-->
+
+<!--png 254-->
+<p class = "illustration">
+<img src = "images/donders.jpg" width = "304" height = "456"
+alt = "F. C. Donders" title = "F. C. Donders">
+</p>
+
+
+<span class = "pagenum">229</span>
+<a name = "page229" id = "page229"> </a>
+<!--png 255-->
+
+<h3 class = "section">DE HARMONIE</h3>
+
+<h6>VAN HET</h6>
+
+<h1 class = "smallcaps boldf">Dierlijke Leven</h1>
+
+<h5>DE OPENBARING VAN WETTEN.</h5>
+
+<hr class = "tiny">
+
+<h5>INWIJDINGSREDE, BIJ HET AANVAARDEN VAN HET<br>
+HOOGLEERAARSAMBT AAN DE UTRECHTSCHE<br>
+HOOGESCHOOL</h5>
+
+<h6>DOOR</h6>
+
+<h3 class = "smallcaps">D<sup>r</sup>. F. C. DONDERS.</h3>
+
+<h5>UITGESPROKEN 28 JANUARIJ 1848.</h5>
+
+<span class = "pagenum">230</span>
+<a name = "page230" id = "page230"> </a>
+<!--png 256-->
+
+<hr class = "mid section">
+
+<span class = "pagenum">231</span>
+<a name = "page231" id = "page231"> </a>
+<!--png 257-->
+
+<h4 class = "section">VOORBERICHT.</h4>
+
+<hr class = "tiny">
+
+<p>Wij lezen bij den voortreffelijken <span class =
+"smallcaps">Henle</span>, dat, in de physiologie en vooral in de
+pathologie van het dierlijke leven, de teleologische beschouwingswijze
+(vragende naar het doel der verschijnselen) zich nog bijna overal
+krachtig doet gelden&mdash;en wie geen vreemdeling is in deze
+wetenschappen, staat gereed, die uitspraak te beamen.</p>
+
+<p>Immers niet enkel worden de verschijnselen hier met het praedicaat
+van <i>doelmatig</i> bestempeld: teleologische betoogen ook vindt men
+als bewijsgronden in het midden gebragt en erkend, ja! in plaats van de
+<i>op te sporen oorzaak</i>, wordt het <i>onderstelde doel</i> tot
+„<i>verklaring</i>“ der verschijnselen ingeroepen. Of ziet men niet,
+zelfs door sommige Coryphaeën in de wetenschap, eene teleologische
+levenskracht, eene heelkracht der natuur, aan duizenden, <i>van de meest
+verschillende oorsaken afhankelijke</i>, verschijnselen <i>ten gronde
+gelegd?</i></p>
+
+<p>Reeds vroeger (Gids 1846, bl. 893 e.&nbsp;v.) heb ik de teleologische
+beschouwingswijze&mdash;als ontbloot van absoluten grond, en hierom
+willekeurig en onwetenschappelijk&mdash;met een enkel woord bestreden.
+Het onderwerp evenwel scheen mij gewigtig genoeg voor eene meer
+uitvoerige behandeling, en, om deszelfs algemeene strekking, tevens
+bijzonder geschikt voor eene openlijke rede.</p>
+
+<p>Ik stelde mij hierom voor, hetzelve, bij gelegenheid der aanvaarding
+van het hoogleeraarsambt, nader te behandelen,&mdash;en vooreerst te
+betoogen, dat, wanneer wij het doel in de verschijnselen der natuur ook
+geenszins loochenen, eene <i>leer</i> van het doel nimmer
+<i>wetenschap</i> worden kan, en derhalve op het natuurkundig gebied
+niet mag worden geduld;&mdash;ten anderen te doen zien, dat&mdash;waar,
+bij de prachtvolle en ingewikkelde harmonie van het dierlijke leven, de,
+als ware het, aangeboren neiging van den mensch tot anthropomorphismus
+het <i>doel</i> als de <i>oorzaak</i> ons wil opdringen&mdash;het
+opsporen der wetten van wording, naar de oorzakelijke methode, niettemin
+mogelijk blijft;&mdash;en eindelijk had ik willen aantoonen, hoe, schier
+in elke wetenschap der natuur, dwalingen en bekrompene beschouwingen uit
+de teleologische zienswijze zijn ontsproten, die ook thans nog,
+inzonderheid op het gebied der physiologie&mdash;bij name die van het
+ziekelijke leven, de verdere ontwikkeling belemmeren, en met het stellig
+karakter van wetenschap geenszins strooken.</p>
+
+<p>Voor dit laatste gedeelte echter, waaruit het duidelijkst de
+noodzakelijkheid zou zijn voortgevloeid, om de teleologie van het
+natuurkundig terrein te weren, ontbrak mij ditmaal de tijd. Elders hoop
+ik dien later te vinden.</p>
+
+<p>Mogen ook zij, wier meeningen en begrippen van de hier voorgedragene
+afwijken, deze bladeren zonder vooroordeel ter hand nemen, en verder ook
+niemand al te ligtvaardig het vonnis er over uitspreken!</p>
+
+<p class = "inset2">DE SCHRIJVER.</p>
+
+<br>
+
+<span class = "pagenum">232</span>
+<a name = "page232" id = "page232">&nbsp;</a>
+<!--png 258-->
+
+<p class = "section hanging inset">Edelgrootachtbare heeren
+curatoren der Utrechtsche Hoogeschool!</p>
+
+<p class = "hanging inset">Weledelgestrenge heer secretaris van
+het collegie der curatoren!</p>
+
+<p class = "hanging inset">Hooggeleerde heeren, waarde
+ambtgenooten! en weledele zeer geleerde heeren lectoren!</p>
+
+<p class = "hanging inset">Die met het bestuur van dit gewest of
+deze stad of met de handhaving des regts zijt belast, mannen reeds door
+stand en werkkring eerwaardig!</p>
+
+<p class = "hanging inset">Weleerwaarde heeren, bedienaars van de
+Godsdienst!</p>
+
+<p class = "hanging inset">Weledele zeer geleerde heeren doctoren
+der verschillende faculteiten!</p>
+
+<p class = "hanging inset">Aanzienlijke schaar van jongelingen,
+die u aan de beoefening der wetenschappen toewijdt!</p>
+
+<p class = "hanging inset">En voorts gij allen, die ons met uwe
+tegenwoordigheid vereert, zeer gewenschte toehoorders!</p>
+
+<hr class = "mid section">
+
+<span class = "pagenum">233</span>
+<a name = "page233" id = "page233"> </a>
+<!--png 259-->
+
+<p>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/w_top.png"
+width = "195" height = "125" alt = "W: Werwaarts"
+title = "W: Werwaarts"></span>
+<span class = "pictop"><img src = "images/dropcaps/cap_middle.png"
+width = "115" height = "46" alt = ""></span>
+<span class = "picbottom"><img src = "images/dropcaps/cap_bottom.png"
+width = "29" height = "186" alt = ""></span>
+<span class = "hidden">W</span>erwaarts wij in de natuur onze oogen
+rigten, alom erkennen wijverband, schier overal orde en harmonie. Elk
+punt op het uitgestrekte veld is een deel van het groote organismus, een
+schakel der onafzienbare keten, die noch begin noch einde kent, en in
+wezen ondeelbaar is.</p>
+
+<p>Zóó innig is de band, die al ’t bestaande zamenvlecht!</p>
+
+<p>Bewegen wij ons in de onmetelijke ruimte, waarin de verbeelding
+schier weigert onze woorden te volgen, daar treedt ons, tusschen
+duizenden van hemelbollen, het zonnestelsel als een geheel van orde en
+majesteit te gemoet, dat ons dwingt tot eerbiedige bewondering. Niet
+alleen zien wij de planeten door de zon, als door een hoogere magt, aan
+hare banen geketend; maar tevens weten wij, dat ook elke stoornis, van
+den wederkeerigen invloed der planeten afhankelijk, vereffend wordt,
+vóór zij de bestaande orde zou kunnen bedreigen.</p>
+
+<p>De aarde, met hare duizenden van voortbrengselen, is volmaakt
+geëvenredigd aan de schitterende vorstin van het stelsel. Haar afstand
+van de zon beantwoordt aan de vereischte warmte voor eene krachtige
+ontwikkeling van planten en dieren, aan het vereischte licht, om de
+Natuur in haren vollen luister ten toon te spreiden, zonder door te
+hellen gloed onze oogen te verblinden.</p>
+
+<p>De dampkring, die onze planeet omhult, vindt tot bodem <i>hier</i>
+den vasten grond, welks bergtoppen zich als ondiepten verheffen in die
+zee van lucht, <i>daar</i> den wijden oceaan, die de diepten der
+aardkorst vereffent; en elk dier elementen brengt al de voorwaarden mede
+voor de ontwikkeling en het leven van het heir van voorwerpen, die ze
+bewonen.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">234</span>
+<a name = "page234" id = "page234"> </a>
+<!--png 260-->
+Voortdurend stijgt het water van de oppervlakte der zee in den dampkring
+op, en valt ginds, als vruchtbare regen, op den dorstenden grond. Dit
+water behoeven de planten. Maar zij putten ook uit denzelfden bodem de
+onbewerktuigde stoffen, niet regtstreeks door den regen
+aangevoerd;&mdash;en van de hooge bergen stort zich het water, rijk
+beladen met de bestanddeelen der verweerde rotsen, naar beneden, en
+drenkt hiermede het land, waardoor het kronkelend naar den oceaan
+terugvloeit.</p>
+
+<p>Zoo is er zamenhang tusschen alle verschijnselen der natuur; zoo
+wordt ten slotte alles dienstbaar aan de ontwikkeling van leven.</p>
+
+<p>Nergens evenwel is het verband treffender dan tusschen de beide
+rijken der levende natuur. Vereenigd door de dampkringslucht, waaruit
+beide putten en die in beide haar voedsel vindt, voorzien zij
+wederkeerig in elkanders behoeften. De dieren ontwikkelen het
+koolstofzuur, dat de planten als voedsel aan den dampkring ontleenen; de
+planten staan in de zuurstof de levenslucht af voor het dier,&mdash;en
+zóó is voor beide de dampkring een eeuwige, onuitputtelijke bron.</p>
+
+<p>Nimmer is hij in rust. Van de oppervlakte der aarde, waar de lucht
+aan gestadige wisseling van bestanddeelen onderworpen is, stijgt zij
+naar boven, om op hetzelfde oogenblik te worden aangevuld; en door
+onophoudelijke stroomen wordt hare zamenstelling alom gelijkmatig
+bewaard, beantwoordt alom aan de voorwaarden tot leven en ontwikkeling
+van planten en dieren.</p>
+
+<p>Het is de taak van den natuuronderzoeker, de betrekking tusschen al
+de verschijnselen der natuur op te sporen. Die taak is even schoon als
+verheffend. In de harmonie, die hem des te levendiger in de oogen
+schittert, hoe ruimer en meer omvattend zijn blik wordt, verschijnt hem
+de natuur als een volmaakt geëvenredigd, organisch geheel. Het genot,
+uit hare aanschouwing geboren, is een krachtige prikkel voor zijnen
+navorschenden geest. Steeds door harmonische indrukken opgewekt, en in
+zijne werking geleid en bepaald, wordt die geest zelf meer en meer aan
+harmonie deelachtig. Zóó ontwikkelt natuurbeschouwing bij hem een waar
+gevoel voor het schoone en goede. Zóó kan zij de grondslag worden eener
+verheven wijsgeerige moraal.</p>
+
+<p>En toch&mdash;de kennis dier harmonie is niet het rustpunt van zijn
+streven. Hij wil indringen in hare oorzaken, opklimmen tot haren
+<span class = "pagenum">235</span>
+<a name = "page235" id = "page235"> </a>
+<!--png 261-->
+grond. Hij voelt zich gedrongen, te vragen naar de wetten, die aan de
+ontwikkeling der harmonie ten gronde liggen, en wil ze in die wetten
+erkennen als noodzakelijk. De eeuwig onveranderlijke eigenschappen der
+grondstoffen en der grondkrachten op te sporen, en aan te wijzen, hoe
+elk natuurverschijnsel uit deze eigenschappen noodwendig voortvloeit,
+zietdaar het ideaal van zijn streven, het toppunt zijner kennis!</p>
+
+<p>Wij weten, dat dit ideaal geenszins bereikt is; maar wij weten
+evenzeer, dat er belangrijke schreden op den weg tot verwezenlijking
+gedaan zijn.</p>
+
+<p>De sterrekundige toont aan, dat de wetten van traagheid en
+aantrekking, die slechts de uitdrukking zijn van de onveranderlijke
+eigenschappen der stof, de hemelbollen aan hunne banen kluisteren; en
+uit de betrekking tusschen de loopbanen en de omloopstijden der
+onderscheidene planeten leert de wiskunde hem onfeilbaar besluiten, dat
+elke stoornis zich noodwendig moet vereffenen, dat de orde van het
+zonnestelsel tot in de verste tijden onomstootelijk
+verzekerd&nbsp;is.</p>
+
+<p>De natuurkundige kent de oorzaken van het opstijgen der waterdampen,
+van het condenseren dier dampen in den atmosfeer: en in het neerstorten
+van den regen, zoo wel als in de kracht, waarmede het zeewaarts
+stroomende water zijne voren in de aarde groeft, ziet hij het noodwendig
+uitvloeisel van dezelfde eigenschap der stof, die de banen der
+hemelbollen bepaalt. Het verweren der rotsen, het doordringen van hare
+bestanddeelen tot aan de wortels der planten, dit alles is in vaste
+natuurwetten als noodwendig aangetoond.</p>
+
+<p>De meteoroloog geeft rekenschap van het opstijgen der lucht, en kent
+de oorzaken der stroomen, die de zamenstelling des dampkrings alom
+gelijkmatig bewaren,&mdash;ja! ’t geheele zoo wisselvallig spel der
+elementen is door hem teruggebragt tot ééne hoogste oorzaak: ongelijke
+verdeeling van warmte.</p>
+
+<p>Eindelijk de geoloog, die de gesteldheid der aardkorst onderzoekt,
+komt op onwankelbare gronden tot het besluit, dat de aarde, vóór
+onafzienbare tijden, als eene gloeijende zee door het wereldruim
+zweefde; en, steunende op wetten, die weder niets anders zijn, dan de
+eeuwige eigenschappen der stoffen en krachten, erkent hij, dat zij
+noodwendig al de gedaanteverwisselingen moest doorloopen,
+<span class = "pagenum">236</span>
+<a name = "page236" id = "page236"> </a>
+<!--png 262-->
+waarvan de huidige toestand harer korst, als een onfeilbaar
+geschiedboek, getuigt.&mdash;Kortom! de wetenschap leert, dat de geheele
+stoffelijke wereld door den ijzeren schepter der noodwendigheid
+beheerscht wordt!</p>
+
+<p>Niet overal echter is deze waarheid even diep en krachtig
+doorgedrongen. Niet overal is de behoefte even levendig ontwaakt, om tot
+den grond op te klimmen der erkende harmonie. In de bewerktuigde wereld
+treedt zij, bij eene onuitputtelijke verscheidenheid, zoo rijk, zoo
+ingewikkeld, zoo schoon en boeijend op, dat men wel niet zoo gemakkelijk
+van haar kon afscheid nemen. De geest, verrukt door schoonheid en genot,
+duizelde bij het denkbeeld, om tot de oorzaken op te klimmen, waardoor
+zooveel harmonie tot stand kwam. Zoo gaf hier de volheid harer pracht
+voedsel aan eene beschouwingswijze, die overal elders reeds lang voor
+eene juistere had moeten onderdoen.</p>
+
+<p>Buiten de levende natuur toch erkent men, zoo als ik u aantoonde,
+niets dan wetten, niets dan noodzakelijkheid. Zoo legt de geoloog, om,
+bij de geschiedenis der Aarde van de verschijnselen tot de werkende
+oorzaken op te klimmen, de overtuiging ten gronde, dat van al de
+opvolgende veranderingen der aarde de voorwaarden reeds aan de vroegste
+perioden van haar bestaan verbonden waren;&mdash;en hoe meer zijn
+onderzoek zich uitbreidt, des te minder wordt die overtuiging beschaamd.
+Wil hij de verschillende lagen der vaste aardkorst, de verdeeling van
+water en vast land over hare oppervlakte, de afwisseling van bergen en
+dalen, de rivieren en bronnen, en zoo vele andere verschijnselen, (voor
+zoo verre de levende natuur vreemd aan derzelver ontstaan is,) in hunne
+wording toelichten, hij beroept zich slechts op wetten, hem door de
+sterrekunde, de natuur- en scheikunde aan de hand gedaan, en ziet
+hieruit al die verschijnselen met noodzakelijkheid geboren worden.</p>
+
+<p>Planten en dieren daarentegen beschouwt men veelal niet als geworden,
+maar als gevormd; niet als eene ontwikkeling der natuur naar bepaalde
+wetten, maar als de voortbrengselen eener nieuwe schepping; niet als de
+verwerkelijking van hetgeen in de eigenschappen der grondstoffen en
+grondkrachten reeds besloten lag, maar als naar een wel beraamd plan, in
+harmonie met de overige natuur, eerst later door eene hoogste Wijsheid
+tot stand gebragt.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">237</span>
+<a name = "page237" id = "page237"> </a>
+<!--png 263-->
+Dit anthropomorphismus leidde tot eene vergelijking van planten en
+dieren met de kunstigste voortbrengselen van ’s menschen hand: de deelen
+heeft men hierom werktuigen, de verschijnselen verrigtingen en het
+geheel een organismus genoemd. Men vroeg niet: waardoor kwamen zij tot
+stand? maar bepaalde zich bij elk werktuig tot de vraag: waartoe dient
+het? waartoe is het bestemd? En even als in een werktuig, door
+menschelijk vernuft tot stand gebragt, waande men den grond, de oorzaak
+van het bestaan, te kennen, waar men dacht, de bestemming of het doel te
+hebben geraden. Zoo antwoordde men op de vraag: <i>waartoe</i>? en zag
+hierbij over het hoofd, dat het <i>waardoor</i>? onbeantwoord bleef. Gij
+ziet het: men plaatste zich op een teleologisch standpunt.</p>
+
+<p>Ik laat aan de wijsbegeerte de beslissing over, of men het regt
+heeft, in de natuur van een doel te spreken: maar ik wilde u hier reeds
+doen opmerken, dat men in de wetenschap van het leven afgeweken is van
+den weg, die in de overige natuur-wetenschappen zoo veel dieper in den
+oorzakelijken zamenhang der verschijnselen liet doordringen. En toch
+schijnt die weg mij ook hier de éénige, die tot hoogere waarheid leidt.
+Indien de harmonie van het dierlijk organismus, die aan het besluit tot
+een doel ten gronde ligt, volgens bepaalde wetten tot stand komt, dan is
+zij de openbaring dier wetten. Dan wil men die wetten vaststellen en op
+deze de noodzakelijkheid der harmonie gronden, in plaats van zich met
+een nooit bewijsbaar doel als grond te vergenoegen. Eene poging hiertoe
+is het doel mijner rede. Ik zal trachten de noodwendigheid der harmonie
+van het dierlijk leven uit de wetten aan te toonen, krachtens welke die
+harmonie tot stand komt.</p>
+
+<p class = "space">
+Wanneer ik de harmonie in de geheele bewerktuigde wereld even noodwendig
+acht, als de orde in den sterrenhemel, dan spreek ik hiermede geenszins
+het vonnis uit over den natuurvorscher, die, zonder naar den grond te
+vragen, zich bloot de kennis dier harmonische betrekking ten doel stelt.
+Integendeel,&mdash;ik heb het reeds gezegd,&mdash;ik acht die kennis
+hoog. Zij ook alleen kan ons opvoeren tot de oorzaken, die der harmonie
+ten gronde liggen. Maar wanneer men uit de harmonische betrekking
+besluit tot een doel, en, in den waan van hiermede den grond gevonden te
+hebben, het doel tot verklaring der verschijnselen inroept, of zelfs de
+<span class = "pagenum">238</span>
+<a name = "page238" id = "page238"> </a>
+<!--png 264-->
+mogelijkheid der verschijnselen aan het doel ten toets brengt, dan meen
+ik die rigting ernstig te moeten wraken. Zij sluit het onderzoek uit
+naar den grond, en wiegt het zoo noodige bewustzijn onzer onkunde met
+schijnkennis in slaap.</p>
+
+<p>Het teleologisch standpunt blijft daarenboven altijd een
+betrekkelijk. Men denke zich ’t heelal door eene alwijze Almagt met een
+bepaald doel tot stand gebragt: wie is vermetel genoeg, zich op het
+standpunt van God te plaatsen? En welk standpunt zullen wij dàn
+kiezen?&mdash;Het dier, dat zijn’ vijand ten prooi valt, moge in diens
+oog aan zijne bestemming beantwoorden, in zijn eigen oog valt het als
+slagtoffer van het noodlot. Maar gij wilt u plaatsen op het standpunt
+van mensch:&mdash;Welnu! wanneer gij, als mensch, duizenden
+verschijnselen in de natuur doelmatig roemt, wees dan consequent, en
+noem ondoelmatig, wat niet met uwe menschelijke inzigten strookt. Hebt
+gij u het regt aangematigd, naar uwe inzigten over doelmatigheid te
+oordeelen, dan hebt gij het regt verbeurd, u op de ondoorgrondelijke
+wegen der Voorzienigheid te beroepen, waar gij het doel in uwe oogen
+miskend ziet. En wie zal het wagen, waar jeugdige en veel belovende
+kracht onder het geweld eener moorddadige ziekte bezwijkt, waar door
+geweldige aardbevingen in eene enkele minuut duizenden van
+menschenlevens vernietigd worden, waar in den mislukten oogst millioenen
+onzer natuurgenooten eene toekomst lezen van honger en
+ellende,&mdash;wie, vraag ik, zal het wagen, bij dergelijke
+verschijnselen, een doel te willen raden?&mdash;Gij vraagt hier naar den
+grond. Gij wilt de oorzaken dier verschijnselen kennen, welke gij rampen
+noemt. Welnu! verlaat dan ook het teleologische standpunt, en tracht
+niet tot het doel, maar tot den grond door te dringen, waar gij in de
+verschijnselen orde erkent en harmonie: want gene als deze zijn
+verschijnselen derzelfde natuur; en die u welgevallig zijn, zij berusten
+op geene andere wetten, dan die gezondheid en leven u bedreigen.</p>
+
+<p class = "space">
+Wanneer ik eene poging waag, om de wetten vast te stellen, waarnaar de
+harmonie van het dierlijk organismus zich ontwikkelt en handhaaft, dan
+verwacht gij geenszins in deze wetten verwezenlijkt te vinden, wat ik u
+als het ideaal van ons streven voorstelde. Dit is nog slechts in eene
+enkele der natuur-wetenschappen bereikt:
+<span class = "pagenum">239</span>
+<a name = "page239" id = "page239"> </a>
+<!--png 265-->
+in de sterrekunde, die,&mdash;hoeveel haar descriptief gedeelte nog te
+wenschen overlate,&mdash;zoo wel van hare scherpte in waarneming als
+volmaaktheid in theorie de schitterendste bewijzen gaf. Maar toch ook
+deze wetenschap leerde de verschijnselen van haar gebied tot wetten
+terugbrengen, vóór zij den grond dier wetten in de eigenschappen der
+stof doorzag. Het wetboek was door <span class =
+"smallcaps">Kepler</span> geschreven, vóór het genie van <span class =
+"smallcaps">Newton</span> deszelfs geest verklaarde. Door <span class =
+"smallcaps">Kepler</span> waren de banen en omloopstijden der planeten
+aan wetten gebonden, vóór <span class = "smallcaps">Newton</span> de
+noodzakelijkheid dier wetten grondde in ééne hoogste wet, en hiermeê;
+tevens den sleutel gaf van hetgeen de waarneming afwijkends van de
+wetten van <span class = "smallcaps">Kepler</span> had aangetoond of
+verder zou aantoonen.</p>
+
+<p>Dit nu is de weg voor elke andere wetenschap der natuur. Door het
+opklimmen tot hoogere en hoogere wetten naderen wij den eindpaal,
+waarnaar wij streven. Slechts trapsgewijze is hij te bereiken. Het is
+waar, wanneer wij de wetten kunnen vaststellen, naar welke de harmonie
+van het dierlijk leven zich ontwikkelt, dan mag die harmonie nog
+geenszins verklaard heeten: eene verklaring, die iets anders zijn zou
+dan eene hoogste wet, dat is eene standvastige eigenschap van stof of
+kracht, kan noch mag ons geheel bevredigen. Maar wanneer men, op grond
+hiervan, met eenig regt zou kunnen beweren, dat door het vaststellen van
+wetten eener lagere orde de zwarigheid slechts verplaatst en niet wordt
+opgeheven, dan vergete men niet, dat het eene verplaatsing is nader bij
+het doel, en dat elke sport van den langen ladder even
+onvermijdelijk&nbsp;is.</p>
+
+<p class = "space">
+Vóór wij de wetten toetsen, die aan de harmonie van het dierlijk leven
+ten gronde liggen, moeten wij een’ blik werpen op die harmonie zelve.
+Reeds terstond springt ons in het oog, dat zij eene tweeledige is. Zij
+openbaart zich eensdeels in de betrekking van het organismus tot de
+invloeden, waaraan het is blootgesteld, anderdeels in zijne betrekking
+tot de levensbehoeften, naauw verbonden met die zijner zamenstellende
+deelen tot elkander. In beide opzigten streeft zij onophoudelijk eene
+hoogere volmaking te gemoet.</p>
+
+<p>Beschouwen wij eerst de betrekking van het organismus tot sommige
+invloeden.</p>
+
+<p>De geheele aarde, hoe verschillend de temperatuur zij van hare
+<span class = "pagenum">240</span>
+<a name = "page240" id = "page240"> </a>
+<!--png 266-->
+oppervlakte, is met dierlijke wezens bevolkt. Van de tropische gewesten
+af, waar, onder de brandende zon in het zenith, de temperatuur der lucht
+zelfs de bloedwarmte kan overtreffen, tot in de oorden van eeuwig sneeuw
+en ijs, overal treedt dierlijk leven ons tegemoet. Maar onder elk
+klimaat, onder elke temperatuur zijn het andere geslachten, andere
+soorten; en zoowel de rijke en prachtige Fauna der keerkringsgewesten,
+als de ijsbeer en het rendier van het Noorden, eischen voor gezondheid
+en leven juist die temperatuur, waaraan zij zijn blootgesteld. Waar dan
+ook geene werktuigelijke hinderpalen aan eene onbeperkte verspreiding in
+den weg stonden, was verschil in warmtegraad voldoende, om een’
+onoverkomelijken grensmuur op te trekken. Duidelijk zien wij dit vooral
+in het lama, dat op de verhevene weivlakten van Chili en Peru tot meer
+dan 4000 ellen boven de oppervlakte der zee leeft en zich tot ver in
+Patagonie heeft verspreid, maar noch in Brazilië noch in Mexico wordt
+aangetroffen. De voor zijne organisatie te hooge temperatuur der lagere
+streken, die het had moeten doortrekken, om deze landen te bereiken,
+trad als beletsel op. Evenzoo staat de koude der toppen van de
+Cordilleras als scheidsmuur daar tusschen vele soorten van dieren,
+inzonderheid van insekten.&mdash;Waar daarentegen werktuigelijke
+hinderpalen de verspreiding langs de isothermen beperkten, heeft de
+mensch, door zijne tusschenkomst, slechts die hinderpalen te overwinnen,
+om een nieuw gebied van verspreiding te openen. Dit bewijzen ons de
+paarden en runderen, die, door de Spanjaarden naar Amerika overgebragt,
+zich aldaar in het ontelbare vermenigvuldigd hebben. Maar, wildet gij de
+noordelijke dieren naar het zuiden, de zuidelijke naar het noorden
+overplanten, gij zoudt uwe poging verijdeld zien. Het rendier, volkomen
+gehard tegen de lange en strenge winters van Lapland, brengt te
+Petersburg den zomer reeds kwijnende door, en bezwijkt spoedig onder den
+invloed der warmte van een meer gematigd klimaat. En in hetzelfde oord
+sterft de aap aan longtering, en kan de slang alleen door koestering en
+verwarming het ellendig plantenleven rekken, waartoe zij door de koude
+onzer gewesten gedoemd is.</p>
+
+<p>De mensch althans, meent gij, maakt eene uitzondering. Hij, als
+wereldburger, bewoont met enkele hem gevolgde huisdieren schier de
+geheele oppervlakte der aarde, en leeft bij de grootste verscheidenheid
+van temperatuur.&mdash;Ik zou u kunnen wijzen op het tal
+<span class = "pagenum">241</span>
+<a name = "page241" id = "page241"> </a>
+<!--png 267-->
+van middelen, waardoor zijn vindingrijk vernuft aan felle koude en
+brandende hitte leerde afbreuk doen; maar liever vraag ik u, of niet
+evenzeer de Neger als de Laplander het best beantwoordt aan den invloed
+der temperatuur van het oord zijner bewoning. Het is u niet onbekend,
+hoe vaak verhuizing naar een vreemd klimaat leven en gezondheid kost.
+<i>Waar</i> is het,&mdash;en die regel is algemeen,&mdash;dat, onder de
+verschillende hemelstreken, de organisatie van menschen en dieren
+harmonisch beantwoordt aan de heerschende temperatuur. Vanwaar die
+harmonie? Mogen wij ze, op het natuurkundig standpunt, voor verklaard
+houden, met in haar een wijs doel te erkennen van den Schepper, die hier
+deze, daar gene dieren in het aanzijn riep?&mdash;Gewis niet!</p>
+
+<p>Even harmonisch is het verband tusschen de gevoeligheid van het oog
+en de sterkte van het licht. Reeds merkte ik op, hoe het zonlicht de
+luisterrijke pracht der natuur voor ons oog toegankelijk maakt, zonder
+het door zijnen glans te verblinden. Maar ziet de nachtelijke dieren!
+Zij bezitten eene gevoeligheid van oog, die hen wel is waar het daglicht
+moet doen schuwen, maar die juist hen in staat stelt, hunne prooi te
+zien en met zekerheid te bemagtigen, waar voor ons enkel duisternis
+heerscht. Heerlijke doelmatigheid! moge de teleoloog hierbij in
+bewondering uitroepen: hij wane niet, met dien uitroep tot de oorzaak
+van het verband te zijn opgeklommen.</p>
+
+<p>De dampkring, eene noodwendige voorwaarde van het dierlijk leven,
+oefent eenen tweeledigen invloed op het organismus: eenen
+werktuigelijken door zijne drukking, eenen scheikundigen door zijne
+zamenstelling. In beide opzigten is de organisatie van het dier hieraan
+harmonisch geëvenredigd. In de ijlere lucht, die de hoogste bergtoppen
+omringt, wordt vaak de moedige reiziger door de lastigste verschijnselen
+gekweld. Zijne aderen zwellen op; het bloed dringt hem uit lippen, mond
+en neus, zelfs uit het bindvlies zijner oogen. Bij versnelden pols en
+ademhaling voegt zich duizeligheid, onmagt of slaapzucht; en hij wordt
+door eene loomheid overvallen, die, op haar hoogste punt gekomen,
+volgens getuigenis van <span class = "smallcaps">de Saussure</span>, hem
+eene enkele schrede weigeren zou, om het dringendst gevaar te
+ontvlieden. Zoo zinkt hij moedeloos, afgemat, neder;&mdash;en trots
+boven zijn hoofd verheffen zich de arend en de condor, en zweven in
+statige vlugt door den nog dunneren dampkring.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">242</span>
+<a name = "page242" id = "page242"> </a>
+<!--png 268-->
+Niet minder beantwoordt het organismus aan de zamenstelling der lucht,
+waaraan het is blootgesteld. Plaats een dier, dat den frisschen
+dampkring met ons deelt, in een mengsel, hiervan merkelijk in
+zamenstelling onderscheiden, gij zult het onfeilbaar zien bezwijken.
+Maar evenzeer zoudt gij het leven vernietigen van den worm, die in de
+vochten van het darmkanaal voedsel vindt en lucht om te leven, zoo gij
+hem overbragt in den vrijen dampkring; de scheikundige invloed van dezen
+is vijandig aan zijne organisatie.</p>
+
+<p>Merkwaardig ook vooral is de harmonische betrekking tusschen het
+organismus van elk dier, en het voedsel tot zijne instandhouding. Overal
+is het dier juist door datgene als omringd, wat voor zijne voeding het
+geschiktste is. Terwijl de natuur duizenderlei schadelijke stoffen
+oplevert, die, in het organismus gevoerd, gezondheid en leven bedreigen,
+is er onder de talrijke bestanddeelen onzer natuurlijke voedsels geen
+enkel, welks invloed zich verderfelijk toont. Wederkeerig zegt men, dat
+sommige dieren zich ongestraft voeden met stoffen, die voor anderen
+doodelijk zijn; en het is eene erkende waarheid, dat plantetende dieren,
+die zoo ligtelijk giftplanten in hun voedsel zullen gemengd vinden,
+hiervan zonder eenige nadeelige uitwerking hoeveelheden verdragen,
+waartegen het leven van vleeschetende dieren niet bestand is. Maar deze,
+zegt de teleoloog, zijn door hunne levenswijze tegen het opnemen van
+plantaardige vergiften genoegzaam gewaarborgd; en zij hadden dus geene
+behoefte aan diezelfde ongevoeligheid. Wacht U, hierin eene verklaring
+te zien!</p>
+
+<p>Nog een derde punt in de verhouding van het dierlijk organismus tot
+de voedsels verdient allezins onze aandacht. Het is niemand onbekend,
+dat van de dieren zich eenigen met plantaardige, anderen met dierlijke
+zelfstandigheden voeden, terwijl eindelijk een niet gering aantal zich
+van gemengd voedsel bedient. Met dit verschil nu van voedsel, waartoe
+het dier door zijne levenswijze en geheele organisatie als gedwongen is,
+verkeert het darmkanaal in de heerlijkste overeenstemming. Dierlijke
+stoffen behoeven, na opgelost te zijn, naauwelijks verandering te
+ondergaan, om als geschikte bestanddeelen in het bloed te worden
+opgenomen; de meeste plantaardige daarentegen eischen eene langere
+inwerking van het spijsverteringsvocht;&mdash;van dierlijke stoffen is
+eene betrekkelijk geringe hoeveelheid tot herstelling van het verlorene
+benoodigd; van plantaardige
+<span class = "pagenum">243</span>
+<a name = "page243" id = "page243"> </a>
+<!--png 269-->
+zelfstandigheden worden hiertoe integendeel grootere massas gevorderd:
+en juist hieraan geëvenredigd bezitten de vleeschetende dieren een
+korter en eenvoudiger, de plantetende een langer en meer zamengesteld
+spijsverteringskanaal, terwijl de mensen en de overige dieren, die zich
+van gemengd voedsel bedienen, in dit opzigt het midden houden. Treffende
+harmonie, inderdaad!.... Is het rekenschap geven van dit verband,
+wanneer wij zeggen: deze dieren verkregen een korter, gene een langer
+darmkanaal, opdat elk zou beantwoorden aan den aard van zijn
+voedsel?&mdash;Geenszins!</p>
+
+<p>Ik zou de voorbeelden van harmonie tusschen het dierlijk organismus
+en de invloeden, waaraan het voortdurend is blootgesteld, tot in het
+ontelbare kunnen vermenigvuldigen; maar reeds hoor ik u veeleer vragen
+naar den grond dier harmonie. Immers ik heb ze genoemd wettig en
+noodwendig. Gij hebt dus regt, meer te eischen, dan op het menschelijk
+standpunt hierin een wijs en verstandig doel te zien aangetoond. Gij
+wilt weten, hoe zij tot stand kwam, hoe zij zich handhaaft. Eene enkele
+wet geeft er u rekenschap van: <i>Elk dierlijk wezen wordt door de
+invloeden, waaraan het duurzaam is blootgesteld, in zijne organisatie
+zoodanig gewijzigd, dat het aan die invloeden harmonisch
+beantwoordt</i>.</p>
+
+<p class = "space">
+Die wet klinkt u bekend;&mdash;zij is zulks in waarheid. Duizenden malen
+hebt gij het woord <i>gewoonte</i> uitgesproken, maar veelligt zijn’
+diepen zin niet altijd wel doorgrond. Gij hebt haar genoemd eene tweede
+natuur. Ik noem haar de natuur zelve. Wanneer wij erkennen als
+wet,&mdash;dat is: als eeuwige waarheid, voor het verledene als voor het
+heden en de toekomst,&mdash;dat de aard en zamenstelling van elk
+bewerktuigd wezen gewijzigd wordt door de invloeden, waaraan het
+blootstaat, dan moeten wij met noodzakelijkheid besluiten, dat, bij de
+allengsche ontwikkeling van dierlijke wezens op de oppervlakte onzer
+planeet, de gesteldheid der onderscheiden kiemen door de invloeden, dat
+is door de omstandigheden, is bepaald geworden, en dat trapswijze
+verandering dier omstandigheden tot gedurige wijzigingen, welligt tot
+splitsing in thans onderscheiden soorten heeft aanleiding gegeven, zóó
+evenwel, dat, in elke periode, de organisatie der dierlijke wezens aan
+de invloeden van buiten harmonisch geëvenredigd bleef.</p>
+
+<p>Maar toetsen wij de vastgestelde wet aan de verschijnselen; en
+<span class = "pagenum">244</span>
+<a name = "page244" id = "page244"> </a>
+<!--png 270-->
+laat ons zien, of zij werkelijk rekenschap geeft van de harmonie, door
+deze zoo luide en krachtig verkondigd.</p>
+
+<p>In de eerste plaats wees ik u op de betrekking tusschen het dierlijk
+organismus en de uitwendige temperatuur. Niets gemakkelijker dan te
+bewijzen, dat deze betrekking noodwendig voortvloeit uit genoemde wet.
+Vooreerst is het in de hoogste mate waarschijnlijk, dat alle
+menschenrassen uit één en denzelfden stam zijn ontsproten en zich, uit
+eene bepaalde streek, over het grootste gedeelte der aarde verspreid
+hebben. En thans zien wij de organisatie van elke verscheidenheid
+harmonisch beantwoorden aan het klimaat, waaronder zij leeft. Hoe ware
+dit mogelijk, wanneer die organisatie niet allengs ware gewijzigd
+geworden, naar gelang ze aan eene andere temperatuur werd
+blootgesteld?&mdash;Of mogt gij twijfelen aan den oorsprong van alle
+menschenrassen uit denzelfden stam, dan heb ik u slechts het zoogenoemde
+acclimateren te herinneren. Wat is dit anders, dan eene wijziging van
+het organismus onder den invloed eener vreemde luchtstreek, eene
+wijziging in dien zin, dat het beantwoordt aan de heerschende
+temperatuur en de overige invloeden, aan dit klimaat verbonden?&mdash;Ik
+zou u voorts kunnen wijzen op de uitersten van temperatuur, waaraan zoo
+velen zich door den aard van hun beroep leerden gewennen; maar gij
+behoeft slechts uw eigene ondervinding te raadplegen. Als na dagen van
+strenge vorst de thermometer ook slechts weinige graden boven het
+vriespunt rijst, spreken wij reeds van eene zoele lucht; en in het
+najaar, bij eene veel hoogere temperatuur, rillen wij niet zelden van
+koude. Eenige dagen, in eene warme kamer doorgebragt, zijn voldoende, om
+ons voor de frissche buitenlucht gevoeliger te maken; en wie, van zijne
+jeugd aan, tegen koude gehard is, stelt zich veilig bloot aan het
+guurste jaargetijde. Zoo krachtig doet zich hier de invloed der gewoonte
+gevoelen. En wanneer wij nu overwegen, dat de kiem van elke diersoort
+onder eene bepaalde temperatuur gelegd werd, dat zich elke soort onder
+eene bepaalde temperatuur hooger en hooger ontwikkelde, dat daarenboven
+elke wijziging in die temperatuur en in hare afwisselingen als
+onmerkbaar plaats greep, dan zien wij in, dat de harmonie tusschen het
+dierlijk organismus en de temperatuur, waaraan het is blootgesteld,
+noodzakelijk tot stand kwam, dat zij aan de wet van gewoonte
+gebonden&nbsp;is.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">245</span>
+<a name = "page245" id = "page245"> </a>
+<!--png 271-->
+Even wettig is die harmonie ten opzigte van het licht. Snel en
+gemakkelijk gewent zich het oog aan zeer verschillende graden; telkens
+wordt deszelfs gevoeligheid hiernaar gewijzigd. Komen wij uit het
+heldere daglicht in een vertrek, waar slechts weinige stralen toegang
+vinden, dan onderscheiden wij aanvankelijk niets; het is alsof wij door
+eene volslagen duisternis omgeven zijn. Maar weldra ontdekt gij enkele
+voorwerpen; zij worden duidelijker en duidelijker, en eindelijk zijt gij
+in staat, daar, waar het u volstrekt duister scheen, al het omringende
+te herkennen en u vrij en ongedwongen te bewegen. Doch wildet gij u nu
+weder eensklaps in het volle daglicht verplaatsen, het zou u door zijn’
+hellen glans verblinden. Eene pijnlijke lichtschuwheid sluit nu
+krampachtig uwe oogen; en eerst na eenigen tijd keert het vermogen
+terug, om bij dit licht duidelijk te zien en te onderscheiden.&mdash;De
+snelheid van dit accommodatie-vermogen van het oog voor verschillende
+lichtsterkte staat in een naauw verband met de snelle en belangrijke
+afwisselingen dier sterkte, waaraan wij van nature blootstaan. Zijn wij
+langen tijd aan deze afwisselingen onttrokken, dan verliest het oog,
+alweder krachtens de wet van gewoonte, het gezegde vermogen. Dit is
+gebleken bij gevangenen, die, jarenlang van het daglicht beroofd, in
+eene bijna volslagen duisternis leerden zien en onderscheiden; doch wier
+optische gevoeligheid hierbij zoodanig was toegenomen, dat zij niet dan
+met de uiterste omzigtigheid allengs aan een sterkeren lichtprikkel
+mogten worden blootgesteld. Gij ziet: zij waren nachtdieren geworden. En
+is het dus niet wettig, dat zoodanige dieren, die, zoolang het zonlicht
+de aarde beschijnt, in diepen slaap gedompeld liggen,&mdash;is het niet
+wettig, vraag ik, dat deze dieren dagblind zijn, en dat de gevoeligheid
+van hun netvlies aan het duistere van den nacht beantwoordt? Mij dunkt,
+gij ziet de noodwendigheid in van het harmonisch verband, dat ik u hier
+deed opmerken.</p>
+
+<p>Volmaakt hetzelfde is van toepassing op den tweeledigen invloed des
+dampkrings. Reeds komen de lastige verschijnselen, die uit de ijlere
+lucht, hoog boven het oppervlak der zee, voortvloeijen, bij geoefende
+bergbeklimmers eerst op eene meer aanzienlijke hoogte voor, of wel deze
+blijven hiervan bijna geheel verschoond. Maar duidelijker blijkt, hoe
+zeer ook in dit opzigt de wet van gewoonte hare regten doet gelden,
+wanneer wij ons herinneren, dat op onderscheidene
+<span class = "pagenum">246</span>
+<a name = "page246" id = "page246"> </a>
+<!--png 272-->
+hooge punten der aarde bloeijende volkstammen gevestigd zijn, waar de
+reiziger uit lagere streken niet altijd tegen den schadelijken invloed
+der ijlere lucht beveiligd is. Bijaldien nu de waarneming leert, dat de
+organisatie van den mensch zich zoo wel aan eene hoogere,&mdash;getuige
+de mijnwerker,&mdash;als aan eene lagere drukking kan gewennen, dan
+maakt gij zelf het besluit, dat de organisatie der dieren, zoo wel in de
+diepte der zee als in de hoogere streken van den dampkring, noodwendig
+moet beantwoorden aan de drukking, waaronder zij leven. Staat niet de
+wijde, ruime borst van den bewoner der Andes in innig verband met de
+dunnere lucht, die hij ademt, en heeft zijne borst zich niet juist onder
+dien invloed zoo krachtig ontwikkeld?</p>
+
+<p>Ook aan een merkelijk verschil in zamenstelling der dampkringslucht
+kan het dierlijk organismus zich gewennen. <span class =
+"smallcaps">Sanctorius</span> verhaalt, dat een gevangene, die 20
+achtereenvolgende jaren in den onzuiveren dampkring eens kerkers had
+doorgebragt, de frissche buitenlucht niet meer kon inademen, en dat
+zijne gezondheid eerst terugkeerde, toen hij weder in denzelfden kerker
+geplaatst werd. En hoe zeer wijkt ook niet de zamenstelling der lucht,
+die de mijnwerker ademt, van die des dampkrings af, waarin wij leven!
+<span class = "smallcaps">Leblanc</span> vond in de lucht der mijnen van
+Poullaouen en Huelgoat tot 3 pCt. ja zelfs 4 pCt. koolstofzuur, eene
+hoeveelheid, die het koolzuur-gehalte der door ons uitgeademde lucht
+nabijkomt; en, wanneer wij zien, dat in andere mijnen het licht zelfs in
+sommige gevallen wordt uitgedoofd, dan mogen wij besluiten, dat in de
+hier aanwezige lucht, die de mijnwerker voor eene korte poos ongestraft
+kan inademen, het koolzuur-gehalte nog aanmerkelijk hooger stijgt.</p>
+
+<p>Wij naderen tot de voedsels. Harmonisch, zagen wij, beantwoorden de
+voortbrengselen van elk land aan de behoeften zijner dieren. Zullen wij
+dit verband voor verklaard houden, met hierin de wijze voorzorg der
+Voorzienigheid te bewonderen? Of zullen wij erkennen, dat dierlijk leven
+onbestaanbaar ware, en, bestond het, onvermijdelijk ten eenemale moest
+worden uitgeroeid, waar die voortbrengselen ontbraken? Mij dunkt, het
+laatste eischt ons natuurkundig standpunt.&mdash;Dat voorts het gewone
+voedsel van elk dier aan zijne organisatie beantwoordt, en geene aan het
+organismus vijandige stoffen bevat, is onbetwistbaar een noodwendig
+<span class = "pagenum">247</span>
+<a name = "page247" id = "page247"> </a>
+<!--png 273-->
+uitvloeisel der wet van gewoonte. De wilde van Australië leeft van
+ongekookten visch, de Laplander van het vleesch zijner rendieren, de
+Tartaar van de melk zijner paarden, de arme Ier van aardappelen, zoo ze
+in overvloed groeijen; zij kunnen hierbij allen betrekkelijk gezond
+zijn, maar zouden zeker niet straffeloos onderling van voedsel kunnen
+verwisselen. Zoo vinden ook wij vooral in onze granen de bestanddeelen
+vertegenwoordigd van ons ligchaam; want&mdash;onder den voortdurenden
+invloed dier granen is ons ligchaam geworden, wat het is. Zonder die
+granen, waren wij niet, wie wij zijn. Wij beantwoorden aan die granen,
+omdat wij mede zijn uit die granen. En zeer opmerkelijk inderdaad is
+het, dat de voornaamste onzer graansoorten zich hoogst waarschijnlijk
+met en deels door den mensch over de aardoppervlakte hebben verspreid,
+uit de streken, het eerst door menschen bewoond.</p>
+
+<p>Doch vanwaar die mindere gevoeligheid der plantetende dieren voor
+verdoovende vergiften?&mdash;Het is bekend, dat het dierlijk organismus
+zich aan groote hoeveelheden van verdoovende stoffen gewennen kan. Zelfs
+in Engeland treft men, naar de getuigenis van <span class =
+"smallcaps">Christison</span> niet zoo geheel zeldzaam opiophagen aan,
+die, zonder blijkbaar nadeelig gevolg, jaren achtereen verscheidene
+oncen laudanum daags gebruiken; eene gift van ¼ once zou, gewis, bij
+elk onzer in den doodslaap eindigen. En kan ik u niet bijna allen als
+getuigen oproepen, dat ook de tabak door gewoonte zijne vergiftige
+eigenschappen verliest?&mdash;Neemt gij nu in aanmerking, dat de
+plantetende dieren zeer ligt eene zekere hoeveelheid narcotische deelen
+in hun gewone voedsel aantreffen, terwijl de vleeschetende hieraan
+nimmer zijn blootgesteld, dan hebt gij den sleutel der harmonie, die
+zich ook hier niet verloochenen kon.</p>
+
+<p>Gewis trok ook het merkwaardig verband tusschen de lengte van het
+darmkanaal en den aard van ’t gebruikte voedsel in hooge mate uwe
+aandacht. De oplossing is niet moeijelijk. De aard van het voedsel
+bepaalt, namelijk, de lengte van het darmkanaal. De kat is, zooals gij
+weet, een vleeschetend dier. De mensch gewende de huiskat aan gemengd
+voedsel. En vergelijk nu het darmkanaal van deze met dat der wilde kat,
+gij zult het aanmerkelijk langer vinden, niettegenstaande beider
+oorsprong dezelfde is. Dit eene voorbeeld zij voldoende tot bewijs, dat
+de aard van het voedsel de lengte
+<span class = "pagenum">248</span>
+<a name = "page248" id = "page248"> </a>
+<!--png 274-->
+van het darmkanaal bepaalt, en dat, gevolgelijk, bij elk dier eene
+juiste verhouding van beide noodwendig is.</p>
+
+<p class = "space">
+Zietdaar in enkele voorbeelden U den grond aangetoond der harmonie
+tusschen het dierlijk organismus en de invloeden van buiten. Geeft de
+wet van gewoonte rekenschap van dien band? Ik durf de beslissing veilig
+aan u overlaten.&mdash;Uit de ontelbare voorbeelden koos ik slechts
+enkelen. Ik hadde u kunnen wijzen op het verdikken der opperheid door
+wrijving en drukking, op het gewennen aan eene drooge en vochtige lucht,
+aan stoffen van verschillenden reuk of smaak, aan allerlei geluiden, op
+den invloed, dien verandering van klimaat op den broeitijd uitoefent
+enz., en hierdoor rekenschap kunnen geven van de harmonische betrekking
+tot de buitenwereld, die het dierenrijk ook in deze opzigten vertoont.
+Doch ik achtte het aangehaalde toereikend voor mijn doel. Gij stemt met
+mij in, dat de gezegde harmonie eene noodwendige, eene wettige is. Gij
+ziet haar onverbiddelijk tot stand gebragt, onder den invloed der
+werkende oorzaken. En waar het rijk van deze gevestigd is, daar althans
+is der teleologie de schepter ontwrongen.</p>
+
+<p class = "space">
+Maar, mogt ik vragen, heeft dit harmonisch verband zijn toppunt van
+volmaaktheid bereikt?</p>
+
+<p>Ik aarzel niet, hierop een ontkennend antwoord te geven. De harmonie
+<i>is</i> niet. Zij ontwikkelt zich; zij wordt. Zij streeft voortdurend
+naar eene volmaaktheid, die zij nimmer bereikt. Dit gebiedt reeds de
+wet, die aan hare ontwikkeling ten gronde ligt, en de ervaring
+bekrachtigt het met haar zegel. Overweegt het zelven. Wanneer de
+invloeden, die onze organisatie wijzigen, niet volmaakt bestendig
+zijn,&mdash;en zij zijn het nimmer,&mdash;dan kan ook onze organisatie
+niet in volmaakte overeenstemming wezen met deze invloeden. Zij blijft,
+in zekeren zin, bij deze ten achter. Immers niet op het oogenblik der
+inwerking kan zich de organisatie wijzigen: zij behoeft hiertoe tijd; en
+inmiddels is reeds weêr een nieuwe prikkel daar, die zijnen wijzigenden
+invloed doet gelden. Vanhier eene ingewikkelde reeks van invloeden en
+werkingen, die men te vergeefs, in al hare bijzonderheden, zou trachten
+te ontleden. Elke nieuwe invloed heeft te strijden met de organisatie,
+dat is met het produkt
+<span class = "pagenum">249</span>
+<a name = "page249" id = "page249"> </a>
+<!--png 275-->
+der voorafgegane invloeden. Is derzelver afwisseling niet te groot, dan
+valt die kamp niet zwaar. Daarenboven heeft de vatbaarheid voor
+accommodatie zich des te meer ontwikkeld, naarmate het organismus aan
+meer verscheidenheid van invloed was blootgesteld. Maar is de prikkel
+meer vreemd en ongewoon, dan grijpt hij dieper in, en brengt
+verschijnselen voort, die wij stoornisssen noemen, omdat zij niet
+strooken met onze begrippen van harmonie. Deze stoornissen nu kunnen van
+dien aard zijn, dat de physische voorwaarden van het harmonisch verband
+tusschen de verschillende ligchaamsdeelen worden opgeheven. Thans is het
+leven niet langer bestaanbaar, en allengs treedt een andere toestand,
+die van ontbinding in. Grenzen dan ook tusschen leven en dood bestaan
+slechts voor den oppervlakkigen beschouwer. Het eindigen van het leven
+aan den laatsten ademtogt te verbinden, verraadt gebrek aan inzigt in
+hetgeen aan het leven ten gronde ligt. De bewegingen tot ademhaling
+nemen een einde; en eenige uren later is van ontbinding nog geen spoor
+te zien, maar de toestand van elk ligchaamsdeel is toch een geheel
+andere geworden. Nu eerst heeft de spier haar zamentrekkend vermogen
+geheel verloren; nu eerst is alle werkdadigheid van het zenuwstelsel
+vernietigd. Door duizenden van overgangen maakt de stofwisseling in de
+weefsels, die aan ’t gezonde leven ten gronde ligt, plaats voor die
+wisseling, welke wij ontbinding noemen; en al deze verschijnselen,
+leven, stoornis, ontbinding, zijn even noodwendig en volgen elkander
+wettig op.</p>
+
+<p>Zoo geeft dezelfde wet, waarop de harmonische betrekking tusschen het
+dierlijk organismus en de uitwendige invloeden berust, tevens rekenschap
+van de onvolmaaktheden, die haar aankleven. Wil daarentegen de teleoloog
+deze onvolmaaktheden in zijne beschouwingswijze opnemen, dan velt hij
+zijn eigen vonnis. Of zou hij, op het natuurkundig standpunt, de
+stoornissen onzer bewerktuiging als de tuchtroede willen beschouwen eens
+goeden Vaders, tot onze zedelijke verbetering?</p>
+
+<p class = "space">
+Maar nog van eene andere zijde van het dierlijk organismus schittert ons
+de prachtigste harmonie in het oog. Ik bedoel: in de betrekking tot
+zijne levensbehoeften en in die zijner zamenstellende deelen tot
+elkander. De tijd gedoogt niet, u ook deze even uitvoerig
+<span class = "pagenum">250</span>
+<a name = "page250" id = "page250"> </a>
+<!--png 276-->
+te schilderen: trouwens, zij staat levendig genoeg u voor den geest. De
+teleogie, die hier vooral de bouwstoffen vergaderde voor haren tempel,
+is nimmer in gebreke gebleven, ze u op zegevierenden toon voor oogen te
+stellen. Wie bewonderde niet vaak, met hooge ingenomenheid, de treffende
+evenredigheid tusschen de eigenschappen en vermogens van elk dier en
+deszelfs levenswijze en levensbehoeften? De kracht, de vlugheid en
+juistheid van elk zijner bewegingen, de scherpte en het doordringend
+vermogen zijner zintuigen, ja de oneindige verscheidenheid van neigingen
+en vermogens, die men met den naam van instinct pleegt te bestempelen,
+alles beantwoordt harmonisch aan de behoeften van elk dier, en verzekert
+de instandhouding van het individu en de voortplanting der soort!</p>
+
+<p>Altijd en overal ligt aan de verrigting de bouw ten gronde. Ook deze,
+bij gevolg, moet aan de behoeften beantwoorden, waar de verrigtingen
+hieraan harmonisch geëvenredigd zijn: en zoo worden wij als van zelve
+gewezen op de harmonische betrekking tusschen de zamenstellende deelen
+van hetzelfde organismus. In dit opzigt zou elk dier, welke plaats het
+in de rij der wezens moge innemen, ons breede stof ter beschouwing
+opleveren. Springt niet overal de volmaaktste evenredigheid ons in het
+oog tusschen de passieve en actieve organen van beweging? Bezit het
+hoofdorgaan des bloedsomloops niet altijd de vereischte kracht, om het
+levensvocht door het geheele ligchaam rond te voeren? Zijn niet juist
+menigvuldige verbindingen en vlechten tusschen de bloedvaatstammen daar
+voorhanden, waar het ligtst hinderpalen dreigend zich konden opdoen? Wat
+meer is,&mdash;terwijl de zintuigen en de geheele oppervlakte van het
+ligchaam als wakkere wachters voor de indrukken der buitenwereld
+openstaan, en deze aan het bewustzijn mededeelen, staat, in al de
+organen van het voedingsleven, het gevoel op zóó lagen trap, dat wij
+noch van de zamentrekkingen van het hart, noch van de bewegingen van
+maag en darmkanaal, noch van den prikkel en de wrijving der vochten,
+waaraan beide zijn blootgesteld, eenige de minste kennis krijgen. Ziet
+gij niet,&mdash;roept de teleoloog u toe,&mdash;waartoe dit dient? Zóó
+alleen was de werking van uwen geest vrij en onbelemmerd; zóó alleen
+werd hij nimmer afgetrokken in de waarneming der buitenwereld; zóó
+alleen kon hij zich ongestoord verheffen tot in hoogere
+sferen.&mdash;Gij erkent die harmonie; gij ziet er, op het menschelijk
+standpunt, zelfs het doelmatige
+<span class = "pagenum">251</span>
+<a name = "page251" id = "page251"> </a>
+<!--png 277-->
+van in. Maar gij verlangt meer. Gij wilt van deze en van zoo vele andere
+verschijnselen den grond kennen. Gij wilt zien aangetoond, dat zij aan
+wetten gebonden, dat zij noodwendig zijn. Gij wilt weten, waardoor zij
+tot stand kwamen, en hoe zij zich handhaven. Ik wijs U op de wet van
+oefening: <i>Elk orgaan, elk ligchaamsdeel wordt onder den duurzamen
+invloed van den wil of van andere omstandigheden zoodanig gewijzigd, dat
+het beantwoordt aan hetgeen de wil of de omstandigheden van hetzelve
+eischen</i>.</p>
+
+<p>Toetsen wij deze wet aan de verschijnselen, dan zal tevens blijken,
+dat zij rekenschap geeft van die harmonische betrekking, waarop wij een’
+vlugtigen blik wierpen.</p>
+
+<p>De schoonste overeenstemming bemerkten wij tusschen de
+levensbehoeften van elk dier en de kracht, de vlugheid en juistheid
+zijner bewegingen. Maar komt u hierbij niet onmiddellijk voor den geest,
+dat, door oefening, onze krachten, tegelijk met de spier zelve,
+ontwikkeld worden? Hebt gij den geoefende niet vaak bewegingen, voor ons
+volstrekt onuitvoerbaar, met eene vlugheid en juistheid zien volbrengen,
+die aan het ongeloofelijke grensden? Ik zag een meisje, bij ’t welk het
+gemis der bovenste ledematen aangeboren was, met hare voeten,
+oorspronkelijk als de onze gevormd, allerlei handwerk verrigten. ’t Was
+alsof de voeten in handen herschapen waren. Zóó vermogend is de invloed
+der oefening! En bedenkt men nu, dat bij elk dier de oefening steeds
+bepaald wordt door de levenswijze en levensbehoeften, dan heeft men
+slechts dieper in het verledene terug te zien,&mdash;en men is
+overtuigd, dat, op grond der wet van oefening, kracht, vlugheid en
+juistheid van beweging zich harmonisch geëvenredigd aan de levenswijze
+en levensbehoeften van elk dier moesten ontwikkelen.</p>
+
+<p>Nergens evenwel vinden wij het vermogen der oefening sterker
+uitgedrukt dan in de zintuigen. Bij den blindgeborene zijn gehoor,
+gevoel en reuk tot eene scherpte en fijnheid van onderscheiding
+ontwikkeld, dat zij voor een groot deel in het verlies van het edelste
+der zintuigen voorzien. In eene stip aan den horizon, die het ongeoefend
+oog ontgaat, erkent de zeeman een schip in volle zeilen; en wie zich
+daarentegen bij voortduring met het onderzoek der kleinste voorwerpen
+bezig houdt, en hierbij verzuimt met zijnen blik nu en dan dieper in de
+ruimte door te dringen, wapent allengs zijn oog met een natuurlijk
+vergrootglas. Door oefening wijzigen
+<span class = "pagenum">252</span>
+<a name = "page252" id = "page252"> </a>
+<!--png 278-->
+zich alzoo de grenzen van het accommodatie-vermogen, en zij moeten dus
+bij elk dier wel beantwoorden aan de behoeften: want door deze werd de
+oefening bepaald. Weder derhalve gaf de wet van oefening u den sleutel
+tot de harmonie!</p>
+
+<p>Maar ook in het zoogenaamd instinct zie ik slechts het noodwendig
+gevolg der omstandigheden. De vermogens en eigenschappen, die men
+hiertoe pleegt te brengen, ontwikkelen zich door oefening;&mdash;zij
+worden verdoofd, zoodra de omstandigheden aan die oefening paal en perk
+stellen. Men zegge derhalve niet: aan deze diersoort werd dit of dat
+instinct gegeven, omdat hare levenswijze dit vorderde,&mdash;bij gene
+ontbreekt het, omdat zij hieraan geene behoefte had; maar men erkenne,
+dat het zich bij deze diersoort noodwendig moest ontwikkelen, doordat de
+omstandigheden deszelfs oefening medebragten, en dat het bij gene wettig
+onbestaanbaar is, wijl tot deszelfs oefening de levenswijze nimmer
+aanleiding gaf.</p>
+
+<p>Wij hebben nog het harmonisch verband tusschen de verschillende
+deelen van hetzelfde organismus onderscheiden; maar ook dit berust op
+dezelfde wet, de wet van oefening. Oefening is dan evenwel in een’
+ruimeren zin genomen, namelijk: als de verhoogde verrigting en voeding
+van een bepaald ligchaamsdeel, niet slechts voor zoo ver die onder den
+invloed van den wil plaats grijpen, maar door eenen gewijzigden
+toestand, van welk orgaan ook, te weeg gebragt.</p>
+
+<p>Door oefening nu in dien zin komt de harmonie tot stand tusschen de
+passieve en actieve organen van beweging;&mdash;immers de bewegelijkheid
+van elk gewricht wordt geoefend en dus bepaald door de spierwerking. Op
+denzelfden grond moet de omvang en kracht der zamentrekkingen van het
+hart aan den weêrstand in het bloedvaatstelsel beantwoorden; want die
+weêrstand juist is het, die de kracht van het hart bepaalt. Wilt gij
+hiervan het bewijs? Waar de weêrstand ziekelijk verhoogd wordt, ontstaat
+overvoeding van het hart; en kondet gij van het thans onstuimig
+kloppende hart de spierwanden in een oogenblik tijds tot de normale
+dikte terugbrengen, gij zoudt den lijder onfeilbaar op staanden voet
+zien bezwijken. Blijkt hieruit, dat verhoogde weêrstand de werking van
+het hart opwekt, dan immers moet, krachtens de wet van de oefening, de
+ontwikkeling en de kracht van het hart bij elk dier noodwendig aan den
+weêrstand beantwoorden.</p>
+
+<p>Moeijelijker schijnt het, het noodzakelijk bestaan te betoogen der
+<span class = "pagenum">253</span>
+<a name = "page253" id = "page253"> </a>
+<!--png 279-->
+menigvuldige verbindingen en vlechten bloedvaatstammen, juist op zulke
+plaatsen, waar zonder deze het ligtst belemmering zich zou opdoen. En
+toch is dit harmonisch verband in zijne wording hoogst eenvoudig. De
+belemmeringen, namelijk, tot welker overwinning de verbindingen en
+vlechten, naar de teleologische beschouwingswijze, doelmatig bestemd
+zijn, zijn zelven de oorzaak van het ontstaan dier vlechten en
+verbindingen. Wij zien ze hierdoor, onder zekere omstandigheden, als
+onder onze oogen gevormd worden. Wordt een hoofdstam gedrukt,
+onderbonden of door ziekelijke gesteldheid verstopt, dan worden de
+naauwelijks zigtbare takjes, waardoor zoo wel de slagaderlijke als
+aderlijke stammen van eenig deel steeds onderling gemeenschap oefenen,
+tot grootere stammen uitgezet, die nu, bij wijze van vlecht, eenen
+collateralen bloedsomloop voortbrengen. Vandaar dan ook in het aderlijk
+stelsel, waar belemmeringen menigvuldiger zijn, een grooter aantal dier
+verbindingen en vlechten dan in het slagaderlijke.</p>
+
+<p>Maar zullen wij immer den grond kunnen peilen van die mindere
+gevoeligheid der voedingsorganen, waardoor aan onze hoogere vermogens
+eene zooveel vrijere ontwikkeling verzekerd wordt?&mdash;Reeds deed ik u
+opmerken, hoe de gevoeligheid van elk zintuig door oefening verhoogd
+wordt, hoe gebrek aan oefening deszelfs werking vernietigt. Het
+afgeweken oog van den scheelziende ontwaart niet langer den prikkel van
+het invallend licht: en al onze zintuigen zijn voor de indrukken der
+buitenwereld als gesloten, wanneer wij aan de fantazij onzer verbeelding
+den vrijen teugel laten, of ons geheel verdiepen in een vraagstuk, dat
+al onze inspanning vordert. Worden hierdoor de zintuigen als verlamd,
+hoeveel meer moet, bij het ontwikkelen der psychische vermogens en der
+zintuigen zelve, uit gebrek aan oefening, het gevoel zijn verdoofd
+geworden in die deelen, welke ons geene indrukken van de buitenwereld
+overbragten, die onze belangstelling konden opwekken. Zeer opmerkelijk
+gewis is het, dat, naarmate de hoogere vermogens in een dier ontwikkeld
+zijn, het zenuwstelsel, dat het voedingsleven beheerscht, als een meer
+zelfstandig, afgescheiden gedeelte optreedt. Maar, wat meer is, het
+bewustzijn herneemt, ook in de organen der voedingsverrigtingen, voor
+een deel zijne regten, zoodra het geoefend wordt. Schier elk orgaan, dat
+wij ons, wanneer ook zonder eenigen grond, als ziekelijk voorstellen,
+wordt gevoelig, doordat wij onze
+<span class = "pagenum">254</span>
+<a name = "page254" id = "page254"> </a>
+<!--png 280-->
+gedachten nu op dit deel als concentreren, en zoo gevoel en bewustzijn
+oefenen, zoo verre zij tot dit deel betrekking hebben. Vooral is dit
+duidelijk ten opzigte van het hart. Het klopt onophoudelijk in onze
+borst; doch in den normalen toestand worden wij niets hiervan gewaar,
+tenzij wij, in den valschen waan van aan een hartsgebrek te lijden, den
+hartslag altijd en altijd naauwlettend gadeslaan. Dat eeuwige kloppen
+wordt dan op het laatst ondragelijk, al is de slag niet sterker dan bij
+een’ gezond mensch. Wie immer zich inbeeldde, door hartziekte te zijn
+aangetast,&mdash;en hun getal is niet zoo gering,&mdash;heeft hieronder
+bitter geleden.&mdash;Maar genoeg, om u te doen zien, dat de hoogere
+ontwikkeling der geestvermogens, zoowel als de zintuigelijke indrukken,
+aan de oefening van het gevoel in de organen van het voedingsleven in
+den weg staan, en dat, bij gevolg, de geringe gevoeligheid van deze eene
+noodwendige is.</p>
+
+<p>Zoo geeft de wet van oefening, straks uitgesproken, evenzeer
+rekenschap van de harmonische betrekking der dierlijke wezens tot hunne
+levensbehoeften, als van den band, die de verschillende ligchaamsdeelen
+tot één organismus zamenvlecht.</p>
+
+<p class = "space">
+Gewis ontging het uwe aandacht niet, mijne Geëerde Hoorders! dat er een
+naauw verband bestaat tusschen de beide wetten, die der harmonie ten
+gronde liggen: de wetten, die ik kortheidshalve die van <i>gewoonte</i>
+en <i>oefening</i> noemde. Waar de eerste haren invloed doet gelden,
+wordt zij onderschraagd door de laatste. Krachtens de wet van gewoonte,
+wordt elk orgaan door den invloed, waaraan het regtstreeks is
+blootgesteld, primitief gewijzigd. Dit orgaan staat nu evenwel niet
+geïsoleerd; het hangt innig zamen met de overige deelen van het
+organismus. Wat is dus het noodzakelijk gevolg van die primitieve
+wijziging? Wijziging van al de overige ligchaamsdeelen,&mdash;welker
+werking namelijk òf opgewekt òf onderdrukt wordt,&mdash;en alzoo,
+krachtens de wet van oefening, eene hieraan geëvenredigde ontwikkeling
+van elk dier deelen. Door deze harmonische zamenwerking der wetten van
+gewoonte en oefening beantwoorden nu alle ligchaamsdeelen, ook die,
+welke nimmer aan eene onmiddellijke inwerking blootstaan, aan de
+invloeden der buitenwereld, en wordt tevens de harmonie tusschen de
+verschillende organen bij voortduring gehandhaafd.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">255</span>
+<a name = "page255" id = "page255"> </a>
+<!--png 281-->
+Doch niet van alle oefening zijn uitwendige invloeden het onmiddellijk
+uitgangspunt. In den wil vinden wij eene tweede, magtige drijfveêr van
+oefening, die haren onmiddellijken invloed op het zenuwstelsel en den
+toestel voor willekeurige beweging doet gelden, en van hier op het
+geheele organismus terugwerkt. Deze oefening moet alzoo onderscheiden
+worden van die, welke zich onmiddellijk sluit aan de uitwendige
+invloeden. Is evenwel de geheele organisatie van het dier onder bepaalde
+invloeden noodwendig tot stand gekomen, en wordt deszelfs wil, bij elke
+omstandigheid, door de organisatie volstrekt bepaald, dan is de wil, die
+als drijfveêr van oefening optreedt, zelve het noodwendig uitvloeisel
+van verwijderde invloeden; en wij zouden, in hetgeen hij op de oefening
+vermag, slechts het middellijk gevolg dier verwijderde invloeden moeten
+zien.</p>
+
+<p>Doch het is mijn voornemen niet, thans dieper in den grond en in het
+verband dier wetten door te dringen. Genoeg, dat wij deze wetten
+onmiskenbaar in de verschijnselen afgedrukt, en ons zoo geregtigd zagen
+tot het besluit: dat de harmonie, die ons de dierenwereld predikt, aan
+wetten gebonden&mdash;noodwendig is.</p>
+
+<p class = "space">
+En toch&mdash;het zal uwe aandacht niet ontgaan zijn&mdash;op zich
+zelven waren de genoemde wetten hier nog ontoereikend. Schier bij elk
+voorbeeld moesten wij stilzwijgend eene derde wet
+vooronderstellen,&mdash;eene wet, zonder welke de harmonie nimmer eene
+hoogere volmaking konde te gemoet streven, zonder welke wij den
+klimmenden strijd zouden aanschouwen tusschen het dierlijk organismus en
+de buitenwereld, ja! zonder welke misschien alle dierlijk leven vroeger
+of later voor het geweld van buiten zou moeten zwichten. Reeds spreekt
+gij ze met mij uit. Het is de wet van erfelijkheid: <i>De toestand van
+het voorgeslacht plant zich telkens op het nageslacht over; de toestand
+der ouders wordt telkens aangeboren in de kinderen</i>. Zietdaar de wet,
+die in het geslacht bestendigt, wat gewoonte en oefening gewrocht
+hebben. Zietdaar den grondslag der klimmende volmaking in de
+Schepping.</p>
+
+<p>Zal ik u ook deze wet in de verschijnselen aantoonen? Weder kan ik
+mij op uw eigene ervaring beroepen. Hoe dikwijls zaagt gij den
+ligchaamsbouw, de gelaatstrekken, de kleur, den gang, de stem, ja zelfs
+het gemoed, de hoogere vermogens en allerlei eigenaardigheden der ouders
+in de kinderen weêrspiegeld! De Romeinen
+<span class = "pagenum">256</span>
+<a name = "page256" id = "page256"> </a>
+<!--png 282-->
+hadden reeds hunne <i>naseones</i> en <i>labeones</i>; en ook thans is
+de dikke lip eene erfelijke eigenschap in het Oostenrijksche Huis.</p>
+
+<p>Doch ik kan u op een ruimer gebied wijzen. Immers de ontelbare
+verscheidenheden der verschillende diersoorten staan allen als getuigen
+daar van de wet van erfelijkheid. De variëteiten van elke soort, zijn,
+zelfs veelal in de historische tijden, door verscheidenheid van
+invloeden en levenswijze tot stand gebragt; en wij zien ze thans met
+gelijke juistheid voortgeplant, als den oorspronkelijken typus. Bij
+vermenging van verschillende rassen zien wij daarentegen vormen geboren
+worden, die aan de beide ouders herinneren, zoodat ook hierin de wet van
+erfelijkheid zich ten duidelijkste openbaart.</p>
+
+<p>Reeds sedert lang heeft ook de veeteelt van de toepassing dier wet de
+gelukkigste partij getrokken. Men verlangt runderen, door vorm en
+neiging tot vetontwikkeling bijzonder voordeelig als slagtvee, sterke
+ossen, geschikt voor den landbouw, en koeijen, die ruime hoeveelheden
+goede melk leveren. De eigenschappen, tot deze verschillende doeleinden
+vereischt, schijnen elkander evenwel grootendeels uit te sluiten, en
+zijn dus niet allen, in hoogen graad ontwikkeld, in hetzelfde ras te
+verkrijgen. Maar reeds sedert lang is het gelukt, kunstmatig rassen te
+vormen, die aan de eene of andere der gezegde doeleinden bij
+uitnemendheid beantwoorden. En welken weg sloeg men hiertoe in? Telkens
+bestemde men tot voortplanting die dieren, waarin de verlangde
+eigenschappen, onder omstandigheden van welken aard dan ook, bijzonder
+ontwikkeld waren, en deze zag men nu op de volgende geslachten sterker
+en sterker overgeplant. Eene eervolle plaats in de geschiedenis der
+veeteelt komt <span class = "smallcaps">Bakewell</span> toe; omdat hij
+van de reeds lang bekende wet van erfelijkheid (het <i>like begets
+like</i>, zoo als hij gewoon was te zeggen) het eerst eene consequente
+toepassing maakte. Zóó legde hij den grond tot een eigen ras van
+runderen, bijzonder voordeelig en geschikt voor slagtvee, ’t welk men
+een’ tijd lang op hoogen prijs stelde, en slechts daarom niet als een
+zuiver, onvermengd ras bewaard heeft, wijl <span class =
+"smallcaps">Bakewell</span> zijn doel te goed, en hierdoor te zeer ten
+nadeele der in andere opzigten wenschelijke eigenschappen, bereikt had.
+Zóó ook stelde hij zich in het bezit van een eigen ras van schapen
+(<i>Dishley Breed, New Leicester Breed</i>), welks wol in sommige
+opzigten voor die van andere moge onderdoen,
+<span class = "pagenum">257</span>
+<a name = "page257" id = "page257"> </a>
+<!--png 283-->
+doch hetwelk de bijzondere eigenschap bezit, van op veel jeugdigeren
+leeftijd en veel gemakkelijker dan andere rassen te kunnen worden
+vetgemest, en hierom ook thans nog tot de meest geachte en algemeen
+verspreide rassen in Groot-Brittanie geteld wordt.</p>
+
+<p>Uit een en ander is voldoende gebleken, dat de door verschil van
+invloeden en levenswijze ontstane wijzigingen zich op het nageslacht
+overplanten, en weldra eene zoo groote mate van bestendigheid
+verkrijgen, dat wij hierin eene typische verscheidenheid erkennen.
+Wanneer wij nu zien, dat de kenmerken van dergelijke verscheidenheden
+des te dieper wortel schieten en zich des te krachtiger handhaven,
+naarmate invloeden en levenswijze over een grooter aantal generatiën
+onveranderd bleven, dan is er niets gewaagds in het besluit, dat aan
+eene vroeger meer duurzame gelijkheid van omstandigheden, over ontelbare
+generatiën, de grootere vastheid van typus, die wij thans aan elke soort
+toekennen, is toe te schrijven. En zeker bestond die meerdere
+bestendigheid van omstandigheden, zoolang de verspreiding van elke thans
+erkende soort meer beperkt bleef, en door tusschenkomst van den mensch
+minder inbreuk was gemaakt op de oorspronkelijke levenswijze.</p>
+
+<p>Vragen wij nu, in welke diersoorten, op grond der ontwikkelde wetten,
+de meeste en belangrijkste verscheidenheden mogen verwacht worden, dan
+kan het antwoord niet twijfelachtig zijn: vooreerst in den mensch, die,
+bij zijne verspreiding over de geheele oppervlakte der aarde en bij het
+groote verschil in levenswijze en beschaving, wel het meest aan
+wijziging in organisatie moest blootstaan: maar daarenboven in alle
+diersoorten, die, door den mensch aan den natuurstaat onttrokken, aan
+vreemde invloeden, aan eene vreemde levenswijze werden blootgesteld. En
+zoo is het ook. Behoef ik meer te doen, dan u op de ontelbare zoo zeer
+onderscheidene rassen van honden en paarden te wijzen, om u hiervan te
+overtuigen?</p>
+
+<p>Hebben wij uit het bovenstaande reeds gezien, dat elke door het
+individu verkregene eigenschap zich op het nageslacht overgeplant, dan
+behoeft dit welligt niet meer in het bijzonder aangewezen te worden ten
+opzichte der voorbeelden, die wij tot staving der wetten van gewoonte en
+oefening hebben aangevoerd. Het zij mij evenwel vergund, nog op enkele
+van deze uwe aandacht te vestigen.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">258</span>
+<a name = "page258" id = "page258"> </a>
+<!--png 284-->
+Wanneer <span class = "smallcaps">Parry</span> ons verhaalt, dat hij, op
+zijne reis naar den Noord-pool, in eene temperatuur, waarbij het
+kwikzilver bevriest, een’ zuigeling in de open lucht aan de borst zijner
+moeder zag, kan het dan nog aan twijfel onderhevig zijn, dat het
+vermogen, om aan koude te weêrstaan, eene aangeboren eigenschap is van
+den bewoner van het Noorden? Wanneer wij zien, dat het darmkanaal der
+jonggeboren huiskat eene betrekkelijk grootere lengte heeft, dan dat van
+jonge vleeschetende dieren, zijn wij dan niet overtuigd, dat de
+geschiktheid der organisatie voor het gebruik van gemengd voedsel hier
+wordt aangeboren?&mdash;En wat leert ons de geschiedenis van het
+tabaksgebruik? Thans moge het dengene, die zich aan dit vergift gewennen
+wil, hoogstens nog eenige benaauwde uren of dagen kosten:&mdash;toen in
+weêrwil der bedreigde straffen en den heftigen tegenstand, zelfs door
+Pausen en Keizers geboden, het gebruik van den tabak zich eerst door
+Europa begon te verspreiden, waren de verschijnselen bij de eerste
+proeven oneindig heviger, en schijnt zelfs menig onvoorzigtige rooker
+zijn’ zonderlingen lust met den dood bekocht te hebben. Onze ouders
+rookten, onze voorouders rookten,&mdash;en thans is, gij ziet het, de
+gewoonte tot rooken ons reeds ten halve aangeboren.</p>
+
+<p>Om u vervolgens te doen opmerken, hoe de door invloeden en oefening
+verkregene ontwikkeling van het been- en spierstelsel, hoe de kracht en
+snelheid van zamentrekking in het nageslacht worden voortgeplant, breng
+ik u slechts de zoo verschillende rassen van paarden voor den geest. En
+van de door erfelijkheid medegedeelde scherpte der verschillende
+zintuigen leveren onderscheidene volkeren,&mdash;van een aangeboren
+verschil in accommodatie-vermogen van het oog talrijke familiën,
+bijzonder in de steden, het overtuigendst bewijs.</p>
+
+<p>Zoo zou ik van elke harmonische eigenschap, die wij, krachtens de
+wetten van gewoonte en oefening, zagen tot stand komen, de voortplanting
+op het nageslacht door voorbeelden kunnen staven, en hierdoor de
+noodzakelijkheid der harmonie van het dierlijk leven op nog breeder’
+grondslagen vestigen. Ik wil mij echter, kortheidshalve, bepalen tot de
+instinctmatige vermogens. Bij de wet van oefening heb ik mij omtrent
+dezen opzettelijk van voorbeelden onthouden, naardien het mij
+gemakkelijker scheen, u de kracht der oefening, door verscheidene
+geslachten voortgeplant&mdash;en
+<span class = "pagenum">259</span>
+<a name = "page259" id = "page259"> </a>
+<!--png 285-->
+als ware het vermenigvuldigd&mdash;aanschouwelijk te maken, dan in het
+leven van een enkel individu. En hierom mogt ik deze hier niet met
+stilzwijgen voorbijgaan. Weder de hond levert ons het sprekendst bewijs
+van den invloed der oefening ook op de instinctmatige vermogens. Het
+lijdt geen’ twijfel, of bij de oorspronkelijke soort, waarvan al onze
+honden afstammen, bestond één en hetzelfde instinct. En thans, welk een
+verscheidenheid! Schier elk ras heeft ook ten dezen opzigte zijne
+eigendommelijkheden. Behoef ik u te wijzen op de instinctmatige
+vermogens van den herders- of jagershond, van den bloeddog of van den
+New-foundlander?&mdash;Van waar nu die verscheidenheid? Het antwoord is
+niet moeijelijk. De mensch heeft door kunstmatige oefening het een of
+ander instinct bij den hond meer en meer ontwikkeld, en door de wet van
+erfelijkheid werd dit instinct bestendigd. Overwin bij een’ hond den
+tegenzin, om te water te gaan, gij zult hiermede bij de jongen reeds
+veel minder te kampen hebben. Wilt gij andere voorbeelden? <span class =
+"smallcaps">Frederic Cuvier</span> verhaalt, dat in zoodanige streken,
+waar den vossen dikwijls hinderlagen worden gelegd, de jongen, reeds de
+eerste maal, dat zij het nest verlaten, eene omzigtigheid aan den dag
+leggen, die men in andere streken bij hen te vergeefs zoeken
+zou.&mdash;Voorts weten wij, dat elk dier instinctmatig vlugt voor zijn’
+vijand. Men spreekt van doelmatigheid in die poging tot zelfbehoud. Maar
+het dier, welks voorgeslachten niet vervolgd werden, de vogels op een
+onbewoond eiland, vlugten niet; zij zijn zoo argeloos, dat zij zich met
+de hand laten vangen. Na weinige generatien echter is hun het instinct
+om te vlugten reeds aangeboren. Alzoo: de vervolging door den vijand
+heeft het instinct om te vlugten, volgens de wet van oefening,
+ontwikkeld; en naar de wet van erfelijkheid plantte het zich voort. Gij
+ziet: het aanwezen van dit instinct, als dat van elk ander, is het
+noodwendig gevolg der omstandigheden, die deszelfs oefening uitlokten,
+en waaraan het dus nu harmonisch moet beantwoorden.</p>
+
+<p>Hoe een instinct ook eindelijk kan worden tot zwijgen gebragt,
+wanneer op deszelfs oefening inbreuk wordt gedaan, leert ons reeds het
+temmen der dieren. Nimmer zullen de jongen van een getemd dier de
+wreedheid en wildheid aan den dag leggen, die zijnen voorouders eigen
+waren. Maar nog opmerkelijker is de gedeeltelijke verdooving van een der
+natuurlijkste instincten bij onze inlandsche
+<span class = "pagenum">260</span>
+<a name = "page260" id = "page260"> </a>
+<!--png 286-->
+runderen. Overal, waar het de gewoonte is, het kalf bij de koe te laten
+zuigen, bestaat hiertoe bij beide de grootste behoefte. Zij schreeuwen
+zich half dood, zoo als <span class = "smallcaps">Sturm</span> zich
+uitdrukt, wanneer men ze van elkander scheidt. De koe, die dagenlang zoo
+onrustig zich gedraagt, dat een vreemde niet zonder gevaar ze zou
+naderen, spant al hare krachten in, om los te breken; en het kalf zoekt,
+verscheidene weken, bijna onophoudelijk naar de uijer, alles
+aanvattende, om er aan te zuigen. Bij onze inlandsche koeijen
+daarentegen, welker kalveren doorgaans onmiddellijk na het werpen
+verwijderd worden, is de moederliefde, als ware het, uitgedoofd. Wordt
+het kalf maar terstond op eenigen afstand gebragt, dan gedraagt zich de
+moeder volmaakt rustig, en laat de melk veel gemakkelijker kunstmatig
+verwijderen, terwijl ook bij het kalf de pogingen tot zuigen zich in
+veel geringere mate opdoen.</p>
+
+<p class = "space">
+Zietdaar, mijne Geëerde Hoorders! de drie wetten ontwikkeld, die aan de
+harmonie van het dierlijke organismus ten gronde liggen. Naar de wetten
+van gewoonte en oefening zaagt gij de harmonie in het individu tot stand
+gebragt; naar de wet van erfelijkheid zaagt ge in het nageslacht
+bestendigd, wat door gewoonte en oefening in het individu
+gewrocht&nbsp;was.</p>
+
+<p>Die harmonie erkent gij dus als noodwendig: want zij is aan wetten
+gebonden, en elke natuurwet eischt volstrekte en onbegrensde
+gehoorzaamheid. Wie het doel durft uitgeven voor den grond der harmonie,
+hij wordt afgewezen voor de regtbank der wetenschap; want in de
+onvergankelijke bladeren van het wetboek der natuur, waarop hare
+uitspraken gegrond zijn, staat met onuitwischbare letteren geschreven:
+<i>gewoonte</i>, <i>oefening</i>, <i>erfelijkheid</i>.</p>
+
+<p>Het is evenwel niet genoeg, de noodwendigheid der harmonie uit deze
+wetten te herleiden; ons streven moet het zijn, die wetten zelve dieper
+te doorgronden. Reeds gaat er naar die zijde eenig licht op in de
+wetenschap over de oorzaken der verschijnselen, welke wij tot de wetten
+van gewoonte en oefening terugbragten: en zoo, opklimmende van oorzaak
+tot oorzaak, zonder ooit in droomerijen omtrent het doel ons te
+verliezen, naderen wij, langzaam wel is waar, maar met vasten tred, het
+ideale standpunt, van waar men alle verschijnselen der natuur met
+noodzakelijkheid uit de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten
+konde zien voortvloeijen.</p>
+
+<p>
+<span class = "pagenum">261</span>
+<a name = "page261" id = "page261"> </a>
+<!--png 287-->
+Wie dus een doel huldigt in de harmonie der stoffelijke wereld, hij
+plaatse het in de eigenschappen der grondstoffen en grondkrachten. Hier
+verstomt de wetenschap der Natuur; hier staan hare grenzen. Zij
+verloochent haar karakter, wanneer zij ook den grond dier eigenschappen
+kennen wil. Zij overschrijdt hare regten, wanneer zij den staf durft
+breken, over wie hier grond en doel vereenzelvigen.</p>
+
+<p>En, wanneer eens door eene alwijze Almagt die stoffen en krachten met
+een bepaald doel werden in het aanzijn geroepen, en in hare
+eigenschappen de voorwaarden voor de geheele toekomst werden weggelegd,
+dan stroomt ook geen druppel bloeds zonder doel door onze
+aderen,&mdash;maar het is een doel, dat buiten de wetenschap ligt der
+Natuur.</p>
+
+<p class = "space">
+Van mijne taak heb ik het deel volbragt, door de wet mij opgelegd. Een
+ander deel, waartoe hoogachting en dankbaarheid mij nopen, blijft te
+vervullen over.&mdash;Het eerst rigt ik mij tot U, Edel Groot Achtbare
+Heeren Curatoren! die met onvermoeiden ijver de belangen behartigt der
+Hoogeschool, aan uwe hooge zorgen toevertrouwd. Steeds uw blikken gerigt
+op den vooruitgang der Wetenschappen en op den toestand der Hoogeschool,
+is het uw heilig streven, dezen aan de eischen van gene te doen
+beantwoorden. Het kon uw naauwlettend oog niet ontgaan,&mdash;en gij
+hoordet het telkens door zaakkundige mannen rondom u
+uitspreken,&mdash;dat de geneeskundige wetenschappen, terwijl zij meer
+het karakter en den geest der natuurkundige aannamen, zich op ruimer en
+ruimer gebied vestigden. Dit eischte in uw oog dan ook ruimere
+voorziening in het onderwijs; en de betrekking, waarin ik thans sta tot
+de Hoogeschool, strekt ten bewijze, dat gij niet geaarzeld hebt, tot
+stand te brengen, wat uwe overtuiging u als wenschelijk had
+voorgespiegeld. Mij hebt Gij geroepen,&mdash;en onze geëerbiedigde
+Koning heeft uwe keuze bekrachtigd,&mdash;niet zoo zeer om eene taak op
+mij te nemen, die vroeger op andere schouders rustte, dan om naast den
+werkkring van ijverige Ambtgenooten mij, als leeraar, een’ weg te banen
+op het uitgebreid gebied der geneeskundige wetenschappen.&mdash;Gij zult
+geene klagte van mij vernemen, Edel Groot Achtbare Heeren! dat mijn
+werkkring hier te beperkt
+<span class = "pagenum">262</span>
+<a name = "page262" id = "page262"> </a>
+<!--png 288-->
+is: integendeel, ik spreek het opentlijk uit, dat men nog aan meer dan
+één’ nieuw Ambtgenoot eene even uitgebreide taak zou kunnen aanwijzen,
+die ook thans nog onvervuld moet blijven. Maar, vergeeft het mij, zoo ik
+u toch op eene schaduwzijde wijzen moet: ik bedoel het verbroken
+evenwicht tusschen de eischen der vorderende wetenschap, die gij door
+uwe voorziening in het onderwijs bewezen hebt volkomen te begrijpen, en
+de nog onveranderde wettelijke vereischten, voor wie den graad van
+Doctor in die wetenschap verlangt. In Nederland worden thans nog
+geneeskundige studien volbragt, zonder dat de grondslagen der
+physiologie van den gezonden en van den zieken mensch, de weefselleer en
+de ziektekundige ontleedkunde, tot de verpligte lessen behooren. In
+Nederland worden thans nog wettig Doctoren gecreëerd in de genees-,
+heel- en verloskunde, zonder dat bewijzen van bekwaamheid in de genoemde
+wetenschappen worden gevorderd.&mdash;Ik koester met vertrouwende
+gerustheid den wensch, dat uw veelvermogende invloed niet zal in gebreke
+blijven, tot herstelling van het hier verbroken evenwigt bij te
+dragen.</p>
+
+<p>Maar reeds week ik te ver af van de gevoelens, die mij bezielden,
+toen ik mij tot u wendde. Indien ik plegtig verklaar, dat aan de
+loopbaan, die gij voor mij geopend hebt, het geluk mijns levens innig
+verbonden is, dat de later van u ontvangene blijken van welwillende
+belangstelling eenen diepen indruk hebben gemaakt op mijn gemoed, en dat
+mijn hart warm en erkentelijk is, dan hebt gij den maatstaf der
+dankbaarheid, die mij jegens u bezielen moet.</p>
+
+<p>Maar uw in mij gesteld vertrouwen droeg niet slechts bij tot mijn
+geluk: het was mij daarenboven in de hoogste mate vereerend. Het zou
+overbodig zijn, en gewis mij weinig passen, over uwe groote verdiensten
+voor deze Hoogeschool uit te weiden: alleen op de getuigenis van hen,
+die het langen tijd van nabij gezien en ondervonden hebben, kondt gij
+eenigen prijs stellen,&mdash;en dát ontbrak u nimmer. Maar ik voel mij
+toch gedrongen u te zeggen, dat uw vertrouwen mij in te hoogere mate
+vereert, naargelang uwe waarachtig belangstellende zorgen voor de
+Hoogeschool in zoovele anderen uwer bemoeijingen duidelijker zijn
+afgedrukt; ja! dat ik er trotsch op ben, door u tot eene betrekking te
+zijn voorgedragen, waarvan het volle gewigt mij levendig voor den geest
+staat. Ik heb mij als levensdoel gesteld, aan uw vereerend vertrouwen
+<span class = "pagenum">263</span>
+<a name = "page263" id = "page263"> </a>
+<!--png 289-->
+naar mijne krachten waardiglijk te beantwoorden. Geene poging hiertoe
+zal onbeproefd blijven; maar dikwijls, ik gevoel het, zal ik uwe
+welwillende ondersteuning hiertoe moeten inroepen. Reeds hebt gij mij
+geleerd, dit met vertrouwen te doen,&mdash;en door uwe handelingen mij
+den wensch in den mond gelegd, dat gij nog eene lange reeks van jaren,
+altijd even ijverig bijgestaan door uwen hooggeschatten, wakkeren
+Secretaris, aan het welzijn der Hooggeschool uwe goede zorgen moogt
+toewijden.</p>
+
+<p class = "space">
+Ook tot u, Weledele Hooggeleerde Heeren, waarde Ambtgenooten, en Zeer
+Geleerde Heeren Lectoren! rigt ik mij met volle vertrouwen. Doorloop ik
+uwe rijen, dan ontdek ik mannen, die, grijs geworden in wetenschap en
+letterroem, mij hooge achting, diep ontzag inboezemen; maar ik zie ook
+onder u geëerde Leermeesters, die mij altijd met heusche welwillendheid
+den weg tot wetenschap hebben aangewezen,&mdash;vrienden, die mij met
+hunnen omgang vereerden, vóór ik hen als Ambtgenooten mogt begroeten; en
+in u allen herken ik ambtgenooten, die mij welwillend zijt te gemoet
+getreden, toen een koninklijk besluit mij aan uwe zijde plaatste.</p>
+
+<p>Ik wierp met u een’ blik op de prachtvolle harmonie van het dierlijk
+leven,&mdash;en al die pracht zagen wij aan ijzeren boeijen geketend.
+Maar een hooger beginsel ademt de harmonie, waarmede gij eenparig
+streeft naar hetzelfde verheven doel: want, in dit streven kent gij
+geene wetten, ziet gij geene noodzakelijkheid. Gij gevoelt: het
+geschiedt met bewustzijn, het berust op vrije wilsbepaling.&mdash;Thans
+ben ik geroepen, om mij met u tot ontwikkeling der hoogere vermogens van
+den mensch te vereenigen. Die taak rust zwaar mij op de schouders. Mijne
+beste pogingen, om hierin harmonisch met u zamen te stemmen, zou ik
+gewis dikwijls zien verijdeld, wanneer gij niet steeds gereed stondet,
+mij welwillend de hand tot ondersteuning toe te reiken. Dit zij hierom
+de bede, tot u allen gerigt&mdash;de bede, waarmede ik mij dringend,
+maar ook vol vertrouwen, wende tot de leermeesters mijner academiejaren,
+die ook later nimmer ophielden, mij voor te lichten op het pad der
+wetenschap.</p>
+
+<p class = "space">
+Maar ik zie onder u nog een’ vriend, een’ leermeester van latere jaren,
+wiens naam luide weergalmt in de tempelen der wetenschap,
+<span class = "pagenum">264</span>
+<a name = "page264" id = "page264"> </a>
+<!--png 290-->
+wiens geest kracht heeft en moed, wiens hart gloeit voor wat goed en
+edel is. Ik weet het, <span class = "smallcaps">Mulder</span>! gij zijt
+afkeerig van openlijk huldebetoon. Wierook-walmen stijgen niet tot u op.
+Maar mag het hulde heeten, wanneer ik zeg, dat gij nimmer hebt
+opgehouden, mijn’ blik in de natuur en in de menschenwereld te
+verruimen, dat gij altijd en overal mijne belangen met vurigen ijver
+hebt behartigd, dat, wanneer ik, door leed of angst geprangd, naar een’
+vriend omzag, gij aan mijne zijde stondt!... Neen! hulde mag het niet
+heeten, waar, voor sprekende feiten, zwakke woorden in de plaats
+treden.&mdash;Ik gevoel het, <span class = "smallcaps">Mulder</span>! ik
+heb noch den geest krachtig, noch het hart warm genoeg, om beide bij u
+te bevredigen; maar rein zijn toch de vriendschap en dankbaarheid, die
+mij bezielen&mdash;en gij zult ook de kleine bron niet versmaden,
+wanneer ze u frisch en helder water biedt.</p>
+
+<p class = "space">
+Hartelijk verheugt het mij, ook u hier te zien, Wel Edelgestrenge, Zeer
+Geleerde Heeren! die ik, nog kort geleden, de eer had, mijne
+Ambtgenooten te noemen. Ik wist het, dat gij een levendig deel naamt in
+de mij te beurt gevallen onderscheiding; en uwe tegenwoordigheid op deze
+plaats is mij hiervan een nieuw bewijs. De vijf volle jaren waarin wij
+onze krachten tot één doel zamenspanden, waren de gewigtigsten mijns
+levens. Aan deze, en voor een groot deel aan U, ben ik mijne
+wetenschappelijke vorming inzonderheid verschuldigd. Ik herdenk het met
+zoo veel voldoening, hoe ik dagelijks door uwen ijver werd aangewakkerd,
+hoe ik dagelijks mij kon spiegelen aan naauwgezette pligtsbetrachting,
+hoe gij mij dagelijks deedt ondervinden, dat ik met vrienden leefde.
+Hebt dank voor uwe hartelijke gezindheid mijwaarts, die zich nimmer
+verloochende; en, mogen wij niet langer door ambtsbetrekking vereenigd
+zijn,&mdash;de heilige band, die tot de minste sporen van misverstand en
+tweedragt steeds uit ons midden weerde, blijve ook thans hechter dan
+immer gesloten!</p>
+
+<p class = "space">
+Ten slotte wend ik mij tot u, Aanzienlijke Schaar van Jongelingen! want
+aan u is mijn volgend leven toegewijd. Ik ben geroepen, om u voor te
+gaan op den weg tot wetenschap; en zucht tot kennis brandt in u allen.
+Ziet! zoo is reeds eene harmonische betrekking tusschen ons
+geboren.&mdash;Zoekt gij bij mij de veelomvattende
+<span class = "pagenum">265</span>
+<a name = "page265" id = "page265"> </a>
+<!--png 291-->
+kennis en grondige geleerdheid, die wij vereeren en hoogschatten alleen
+in mannen, wier leven onafgebroken aan ijverige studie gewijd was, ik
+moet u teleurstellen maar verlangt gij bereidvaardigheid in het
+ondersteunen uwer pogingen, ijver en lust om u nuttig te zijn, ik bied
+ze u van ganscher harte aan. En wij kunnen immers gezamenlijk het veld
+onzer kennis uitbreiden. Gij toch, die u toewijdt aan de beoefening der
+natuurkundige wetenschappen, waaronder ik ook de geneeskundige begrepen
+acht, gij weet het, hoe men tot waarachtige kennis kan opklimmen. De
+kennis, die gij verlangt, ligt in de voorwerpen en verschijnselen der
+natuur opgesloten: zintuigelijke waarneming van deze is de éénige wijze,
+waarop zij te verkrijgen is. Van de stelling uitgaande, dat niets wat
+waarneembaar is, wordt gekend, vóór het is waargenomen, moet het steeds
+mijn streven zijn, u de voorwerpen en verschijnselen der Natuur
+waarneembaar voor te stellen. En zóó immers is ons de gelegenheid
+gegeven, gezamenlijk kennis op te doen. Ik wil niet tot u spreken als
+een boek, en daarom behoef ik ook niet de geleerdheid van een boek; maar
+ik zal trachten, uwe zintuigen te scherpen, en ze met uwen geest in
+nader verband te brengen. Gij moet leeren zien, hooren, ruiken, proeven
+en tasten; en gij moet het bewustzijn hebben, dat gij met deze vermogens
+tot ware kennis kunt geraken. Daarin bestaat het groote geheim, om
+zelfstandig te worden. Hebt gij de indrukken zelf uit de natuur
+opgezameld, gij zult ze gemakkelijk leeren ordenen. Die kennis is dan uw
+eigendom, dien niemand u kan betwisten; en op dien grond zijt gij nu
+zelfstandig.</p>
+
+<p>Geene andere lauweren verlang ik in mijnen werkkring, dan iets te
+mogen bijdragen, om u tot die zelfstandigheid te vormen.</p>
+
+<hr class = "tiny chapter">
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Opuscula Selecta Neerlandicorum, by
+Desiderius Erasmus, Antoni van Leeuwenhoek, Jan Swammerdam, Herman Boerhaave,
+Hieronymus David Gaubius and Franciscus Cornelis Donders
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OPUSCULA SELECTA NEERLANDICORUM ***
+
+***** This file should be named 19072-h.htm or 19072-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/0/7/19072/
+
+Produced by Louise Hope, Frank van Drogen, the Netherlands
+Team and the Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net (This file was produced from images
+generously made available by The Internet Archive/Canadian
+Libraries.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+
+</html>
diff --git a/19072-h/images/boerhaave.jpg b/19072-h/images/boerhaave.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8c91962
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/boerhaave.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/donders.jpg b/19072-h/images/donders.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9b71f7b
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/donders.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/cap_bottom.png b/19072-h/images/dropcaps/cap_bottom.png
new file mode 100644
index 0000000..161fe06
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/cap_bottom.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/cap_middle.png b/19072-h/images/dropcaps/cap_middle.png
new file mode 100644
index 0000000..e6489ab
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/cap_middle.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/h_top.png b/19072-h/images/dropcaps/h_top.png
new file mode 100644
index 0000000..ac8da51
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/h_top.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/i_top.png b/19072-h/images/dropcaps/i_top.png
new file mode 100644
index 0000000..fc35ac9
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/i_top.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/m_top.png b/19072-h/images/dropcaps/m_top.png
new file mode 100644
index 0000000..6451c9a
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/m_top.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/q_top.png b/19072-h/images/dropcaps/q_top.png
new file mode 100644
index 0000000..e9fd952
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/q_top.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/s_top.png b/19072-h/images/dropcaps/s_top.png
new file mode 100644
index 0000000..90e7202
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/s_top.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/w_top.png b/19072-h/images/dropcaps/w_top.png
new file mode 100644
index 0000000..d150126
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/w_top.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/z_bottom.png b/19072-h/images/dropcaps/z_bottom.png
new file mode 100644
index 0000000..29c21a0
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/z_bottom.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/z_full.png b/19072-h/images/dropcaps/z_full.png
new file mode 100644
index 0000000..2d87227
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/z_full.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/dropcaps/z_top.png b/19072-h/images/dropcaps/z_top.png
new file mode 100644
index 0000000..53c9988
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/dropcaps/z_top.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/erasmus.jpg b/19072-h/images/erasmus.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bbefab5
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/erasmus.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/gaubcaption.png b/19072-h/images/gaubcaption.png
new file mode 100644
index 0000000..48e9c14
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/gaubcaption.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/gaubius.jpg b/19072-h/images/gaubius.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9acf0b9
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/gaubius.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/caption.jpg b/19072-h/images/leeuwen/caption.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b8847dd
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/caption.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig1.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e5b5be2
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig1.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig10.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig10.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7d82c05
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig10.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig2.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..eacfa44
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig2.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig3.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig3.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8f20819
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig3.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig4.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig4.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7dddf72
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig4.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig5.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig5.jpg
new file mode 100644
index 0000000..350a806
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig5.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig6a.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig6a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ea5833f
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig6a.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig6b.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig6b.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5be8259
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig6b.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig7.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig7.jpg
new file mode 100644
index 0000000..854f10d
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig7.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig8.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig8.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6a912d3
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig8.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/fig9thumb.jpg b/19072-h/images/leeuwen/fig9thumb.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a683132
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/fig9thumb.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/foldout.jpg b/19072-h/images/leeuwen/foldout.jpg
new file mode 100644
index 0000000..be2aad2
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/foldout.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/foldout_thumb.jpg b/19072-h/images/leeuwen/foldout_thumb.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c9a11b4
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/foldout_thumb.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/leeuwen/leeuwenhoek.jpg b/19072-h/images/leeuwen/leeuwenhoek.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bebadfb
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/leeuwen/leeuwenhoek.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/pecquet.png b/19072-h/images/pecquet.png
new file mode 100644
index 0000000..853676e
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/pecquet.png
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/swammer/fig5_6.jpg b/19072-h/images/swammer/fig5_6.jpg
new file mode 100644
index 0000000..925b248
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/swammer/fig5_6.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/swammer/fig7.jpg b/19072-h/images/swammer/fig7.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4b7c589
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/swammer/fig7.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/swammer/fig8.jpg b/19072-h/images/swammer/fig8.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a11a417
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/swammer/fig8.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/swammer/fig9.jpg b/19072-h/images/swammer/fig9.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c7e50a7
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/swammer/fig9.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/swammer/figpage.jpg b/19072-h/images/swammer/figpage.jpg
new file mode 100644
index 0000000..45a044d
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/swammer/figpage.jpg
Binary files differ
diff --git a/19072-h/images/titlepage.png b/19072-h/images/titlepage.png
new file mode 100644
index 0000000..74052a9
--- /dev/null
+++ b/19072-h/images/titlepage.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..2757b55
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #19072 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19072)