summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:54:18 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:54:18 -0700
commitd5f9abd10499b0f711ca19c7ff6260fa8f4e8f0a (patch)
treee9518b8ca56fb9424dec4a704b43e4cbd3435194
initial commit of ebook 18850HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--18850-8.txt2425
-rw-r--r--18850-8.zipbin0 -> 50769 bytes
-rw-r--r--18850-h.zipbin0 -> 136312 bytes
-rw-r--r--18850-h/18850-h.htm2578
-rw-r--r--18850-h/images/cover-small.jpgbin0 -> 12979 bytes
-rw-r--r--18850-h/images/cover.jpgbin0 -> 69606 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
9 files changed, 5019 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/18850-8.txt b/18850-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..c707f81
--- /dev/null
+++ b/18850-8.txt
@@ -0,0 +1,2425 @@
+Project Gutenberg's Erasmus, by Jacobus Adrianus Cornelis Van Leeuwen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Erasmus
+ Onze Groote Mannen
+
+Author: Jacobus Adrianus Cornelis Van Leeuwen
+
+Editor: S.D. Van Veen
+
+Release Date: July 17, 2006 [EBook #18850]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ERASMUS ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+Prijs f 0.40
+
+Serie 1 No. 2
+
+ONZE GROOTE MANNEN
+
+ * * * * *
+
+ERASMUS
+
+DOOR
+
+Dr. J.A.C. VAN LEEUWEN
+
+Hoogleeraar te Utrecht
+
+ * * * * *
+
+BAARN
+
+HOLLANDIA-DRUKKERIJ
+
+1914
+
+
+
+
+"Onze Groote Mannen"
+
+Onder Redactie van Prof. Dr. S.D. VAN VEEN
+
+Per serie van 10 nrs. (bij inteekening) f 3.--; afz. nrs. f 0.40
+
+ * * * * *
+
+Over de hoofden der massa heen knikken--naar het treffend woord van een
+wijsgeer--de groote mannen elkander vol beteekenis toe. Zou 't niet
+hierom zijn, wijl hunne persoonlijkheid als in een andere sfeer leeft
+dan die massa--een sfeer boven het "feitelijke" en "betrekkelijke" van
+het alledaagsche verheven, bestraald door den glans van het absolute en
+eeuwige?
+
+In 't karakter, de persoonlijkheid van groote geesten concentreert zich
+het beste en edelste van wat leeft in een volk; dat wat van een natie de
+geheime groei- en stuwkracht is. En het zich in aanraking brengen met,
+'t zich onder den invloed stellen van de "groote mannen" die uit 't
+eigen volk zijn opgekomen--zij mogen dan kunstenaar of wijsgeer,
+staatkundige, of godsdienstig hervormer zijn--is het niet: zich zelven
+meer of minder deel verschaffen aan de levenwekkende kracht, die van
+groote geesten ontegenzeggelijk uitgaat?
+
+Alleen een volk van kleine zielen versmaadt het, zijn groote mannen te
+eeren, d.w.z. ze allereerst te _leeren kennen_.
+
+Velen zulk een kennismaking te helpen vergemakkelijken--ziedaar wat deze
+nieuwe uitgave zich bescheiden ten doel stelt. De in deze reeks
+verschijnende studies willen iets méér zijn dan een samenvoeging van min
+of meer bekende biographische bizonderheden, hetgeen reeds valt op te
+maken uit de lijst van schrijvers, die hun medewerking wilden toezeggen.
+Naar _karakter-teekening_ zal bovenal worden gestreefd.
+
+De omvang der brochures zal wisselen tusschen 2 en 3 vel druks. De
+uitvoering zal flink en degelijk zijn.
+
+HOLLANDIA-DRUKKERIJ TE BAARN.
+
+ * * * * *
+
+Reeds verscheen:
+
+ * 1. Vondel, door _G.F. Haspels_.
+
+Voorts zullen o.m. het licht zien:
+
+ * Jan Pietersz. Koen, door Prof. Mr. _J.E. Heeres_.
+ * Rembrandt, door _J.D.C. van Dokkum_.
+ * Voetius, door Prof. Dr. _H. Visscher_.
+ * Groen van Prinsterer, door Jhr. Mr. _de Savornin Lohman_.
+ * Thorbecke, door _Henri van der Mandere_.
+ * Is. da Costa, door _J.C. Rullman_.
+ * Wessel Gansfort, door Prof. Dr. _S.D. van Veen_.
+ * Huygens, door Dr. _J.A. Worp_.
+ * Spinoza, door Prof. Dr. _B.J.H. Ovink_.
+
+
+
+
+ERASMUS
+
+DOOR
+
+Prof. Dr. J.A.C. VAN LEEUWEN
+
+
+De moderne tijd is geboren uit een geweldige woeling en gisting. In zijn
+opkomen wordt hij gekenmerkt vooral door de dubbele strooming van
+Renaissance en Reformatie. Beide de Renaissance en de Reformatie hadden
+een eigen beginsel, een eigen stuwkracht en een eigen ideaal. En in
+beide ging het, in den diepsten grond, om eenzelfde zaak: de worsteling
+om vrijmaking van den individu. Deze vrijheidsdrang, die zich in beide
+bewegingen openbaarde, had zich ten deele te keeren tegen dezelfde
+beletselen, welke de vrijheid breidelden; beide vonden zij tegenover
+zich de macht der middeleeuwsche kerk, die èn het sociale èn het
+religieuse leven tot dusver beheerscht had. Formeel hadden zij eenzelfde
+ideaal: het vrijheidsideaal, al was de gestalte, waarin het
+verwezenlijkt ideaal zou verschijnen, bij beide zeer verschillend.
+
+De Renaissance greep terug naar het ideaal der classieke oudheid, dat
+evenwel met de elementen, die het Christendom gebracht had,
+onvermijdelijk gemengd was; de Reformatie, in haar worsteling om het
+recht der religieuse persoonlijkheid, werd gelokt door de bekoring die
+uitging van het beeld der oudste christelijke kerk, en boog zich voor
+het gezag der H. Schrift.
+
+Wat de ééne zocht, viel volstrekt niet samen met wat der andere als
+opperste goed voor oogen stond. Wel konden beiden een eindweegs samengaan.
+
+Hoe verschillend dus in uitgangspunt en streven, de mannen der
+Renaissance en der Reformatie sloegen elkander met belangstelling gade,
+konden in sommige opzichten elkaar als bondgenooten beschouwen; soms
+zelfs kon het onzeker schijnen, aan welke zijde een strijder geschaard
+stond: in de reeks van de mannen der Renaissance, of in de gelederen der
+Hervormers. En eerst wanneer na de woeling de rust is gedaald, wanneer
+de wild zich baanbrekende stroomingen in rustiger beddingen zijn gaan
+vloeien, is het mogelijk, dit met zekerheid te bepalen. Wie op een
+afstand de wieling en bewegingen gadeslaat, kan beter de tegenstrijdige
+factoren onderkennen, en gemakkelijker onderscheiden, waar zij
+noodzakelijk moesten uiteengaan.
+
+Eén dergenen, die in de opkomst van den modernen tijd van groote
+beteekenis geweest is, die ver uitsteekt boven de middelmaat, op wien
+velen zijner tijdgenooten het oog gevestigd hadden, van wiens steun zij
+veel verwachtten, op wiens woord zij wachtten, en die ook op latere
+eeuwen aanmerkelijken invloed heeft geoefend, is _Erasmus_.
+
+Wat één zijner vrienden en bewonderaars, Colet, van hem zeide: "nomen
+Erasmi nunquam peribit", is althans tot op den huidigen dag geen
+overdrijving gebleken.
+
+Inderdaad is Erasmus een man van groote beteekenis geweest. Iemand,
+wiens pen van ongelooflijke vruchtbaarheid was, zoodat zijne werken 10
+folio-deelen beslaan[1], iemand van buitengewoon levendigen
+geest, met 'n ongewonen zin voor humor, van tintelend vernuft,
+afwisselend met bijtenden spot en snijdend sarcasme. Een man van
+zeldzame geleerdheid en belezenheid in de letterkunde der classieke en
+der christelijke oudheid, van rustelooze arbeidzaamheid, welke ook door
+lichaams-lijden niet gebreken werd, met onverwoestbare liefde voor de
+literatuur en de eruditie der oudheid bezield; die in briefwisseling
+stond met pausen en wereldlijke vorsten, persoonlijk bevriend was met de
+voormannen der humanistische beweging in Engeland, die als raadsheer van
+den Duitschen keizer op zijn doorreis door onderscheiden Duitsche steden
+met eerbewijzen werd begroet, die in aanraking was, persoonlijk of
+schriftelijk, met Zwingli en Luther, met Oecolampadius en Melanchton, en
+evenzeer voeling hield met de inquisiteurs der Roomsche kerk, die door
+de aanhangers der Reformatie bijwijlen werd gehouden voor een
+invloedrijk medestander, en, had hij gewild, den cardinaalshoed had
+kunnen dragen, een man, door tijdgenooten betiteld als "vorst der
+letteren, priester der wetenschap, verdediger der ware godgeleerdheid,
+roem en sieraad van Duitschland", die door de uitnemendste geleerden van
+zijne eeuw als de vertegenwoordiger der hoogst denkbare ontwikkeling
+werd geëerd, die door de universiteiten te Ingolstadt, Leipzig, Keulen,
+Heidelberg en Weenen begeerd werd, door gansch Europa bewonderd als de
+man, die de groote vernieuwing en hervorming van alle dingen, die
+algemeen verwacht werd, zou tot stand brengen..., voorwaar, het mag der
+moeite waard geacht worden, in breede omtrekken zijn beeld geschetst te
+zien, en de vraag te stellen naar zijn beteekenis voor den tijd van
+woeling en worsteling, waarin hij leefde, zoowel als voor het
+nageslacht, dat hem telt onder de groote mannen.
+
+Over de geboorte van _Geert Geertsz_, den man, die als "_Desiderius
+Erasmus van Rotterdam_", gelijk hijzelf zich later noemde, zich zulk een
+schitterenden naam zou maken, ligt eene schaduw. Hij zag het levenslicht
+te Rotterdam, als de natuurlijke zoon uit een verbintenis van een
+Zuid-hollandsch pastoor en de dochter van een Zevenbergensch chirurgijn,
+Margaretha geheeten. Zijn geboortejaar is waarschijnlijk 1466[2], de
+datum zijner geboorte is 28 October. Ten huize van haar ouders wachtte
+Margriet hare bevalling af, en werd haar kind opgenomen.
+
+En als de jonge Geert of Gerard, die reeds in Utrecht als koorknaap in
+een der kerken mede-gezongen en z'n eersten schooltijd doorgebracht had,
+op negenjarigen leeftijd naar Deventer gaat, om daar de school van de
+"broeders des gemeenen levens" te bezoeken, wordt hij door zijne moeder
+vergezeld, wier trouwe zorg over den begaafden knaap waakte, totdat zij
+in 1480 als slachtoffer viel van de pest, die te Deventer woedde.
+
+Uit Erasmus' verzuchtingen, later over dien leertijd geslaakt, valt op te
+maken, dat hij met weinig vreugde op zijn leerjaren terugzag, "toen de
+tijd grootendeels werd besteed aan het dicteeren, repeteeren en
+reciteeren van onnoozele versregels".
+
+Toch zal de leiding van den beroemden Alexander Hegius, den vriend van
+Rudolf Agricola, niet zonder nut zijn geweest voor den knaap, die reeds
+in zijn jonge jaren een bijzonderen aanleg moet hebben getoond. Op
+Agricola tenminste, die in 1480 Deventer bezocht, maakte hij zulk een
+gunstigen indruk, dat deze hem groote beroemdheid voorspelde en tot hem
+zeide: "gij zult eens een groot man zijn".
+
+Weinig meer vreugde dan te Deventer smaakte hij te Gouda, waar hij na
+den dood zijner moeder heenging, en grootendeels onder de leiding stond
+van Pieter Winckel, den rector der Goudsche school, één der drie mannen,
+die tot voogd waren benoemd van Erasmus en zijn ouderen broeder, toen
+ook hun beider vader kort na de moeder overleden was.
+
+Onder de pressie zijner voogden liet hij, na met zijn broeder op de
+kloosterschool in den Bosch onder de leiding van mannen, op wier kunde
+hij met groote minachting neerzag "bijna drie jaren vermorst te hebben",
+zooals hijzelf het uitdrukt, zich op zeventien jarigen leeftijd
+overhalen tot het afleggen van de kloostergelofte. Het
+Augustijner-klooster Steijn bij Gouda nam hem op, en na afloop van het
+proefjaar "kwam hij in de kap", d.w.z. nam hij het orde-kleed aan, van
+het dragen waarvan hij later op zijn verzoek door Leo X werd vrijgesteld.
+
+Het is zeer waarschijnlijk, dat Erasmus, om van zijne monniksgelofte
+ontslagen te worden, het kloosterleven en zijn afkeer daarvan met wat al
+te donkere kleuren heeft geschilderd. Wel kan het waar zijn, wat hij
+schrijft (in 1514), dat zijn voogden op zijn gaan in het klooster
+eenigen drang hebben uitgeoefend, en dat hij ongeschikt was voor het
+kloosterleven, "naar den geest, omdat ik een afkeer had van ceremoniën,
+en de vrijheid liefhad, naar het lichaam, omdat, al zou de leefregel mij
+uitnemend hebben aangestaan, toch mijn lichaamsgesteldheid dergelijke
+vermoeienissen niet verdragen kon". Doch zóóveel lichtzinnigheid en een
+zóó totale afwezigheid van allen lust tot studie als hij vóórgeeft was
+er zeer zeker niet, althans niet in het klooster, waarmede hij kennis
+had gemaakt.--Hijzelf heeft gedurende het verblijf in het klooster
+gelegenheid gehad zich veel bezig te houden met de studie van het latijn
+en het lezen van vele latijnsche schrijvers. En al had hij dan niet den
+rechten smaak in het kloosterleven, uit dezen tijd dateert toch zijn
+geschrift "Over de verachting van de wereld", dat voor het grootste
+gedeelte den lof van zulk leven bezingt[3].
+
+Hoe het zij, in 1493 verliet hij het klooster, waarin hij nimmer zou
+terugkeeren. De bisschop van Kamerijk stelde hem aan als zijn secretaris
+om bij een voorgenomen reis naar Rome iemand in zijn omgeving te hebben,
+die een grondige kennis van het latijn bezat. Van die reis naar Rome,
+waarheen reeds toen Erasmus' gedachten uitgingen, kwam weliswaar niets,
+en zijn aanzienlijke beschermer voorzag hem wel niet zoo rijkelijk van
+geldmiddelen als Erasmus wel gewenscht had, "hij is guller in
+liefde-betuiging dan in geven, en belooft veel, maar houdt de gulle
+beloften niet", schrijft hij. Doch de bisschop liet hem dan toch naar
+Parijs gaan, om zijn studiën te voltooien. Het strenge régime, de
+slechte kost en het armzalig logis in het collegium Montaigu waarin hij
+zich liet opnemen bezorgden den toch al niet sterken jongen man een
+ziekte, waarvoor hij in de Nederlanden herstel zocht. In Parijs
+teruggekeerd (in 1496), gaf hij er de voorkeur aan, op zichzelf te
+leven, en zich aan de studie te wijden, terwijl hij in zijn
+levens-onderhoud voorzag door onderwijs te geven aan eenige jonge
+Engelschen, o.a. Lord Mountjoy en Thomas Grey. De vriendschap met deze
+mannen bracht hem in het laatst van 1498 of het voorjaar van 1499 tot
+een reis naar Engeland, die voor zijne geestelijke ontwikkeling van
+groote beteekenis werd.
+
+Tot zijn tweede bezoek aan Parijs n.l. waren zijn studiën uitsluitend op
+de classieke latijnsche schrijvers gericht. Hij somt in een schrijven
+aan Cornelius van Gouda hun namen op; geen enkel christelijk schrijver
+bevindt zich er onder. Deze echter gaf hem den raad, ook de christelijke
+schrijvers te lezen, een raad, dien Erasmus opvolgde, waardoor zijn
+studiën van uitsluitend-humanistisch meer theologisch werden.
+
+Geheel in overeenstemming met zijn geestes-aanleg was ook deze meer
+theologisch geïnteresseerde studie volstrekt anti-scholastisch getint.
+In Engeland nu werd hij in deze richting verder gestuwd, onder den
+invloed der mannen, met wie hij daar in aanraking kwam en bevriend werd.
+Zoo breidde de kring zijner vrienden zich steeds uit. Te Parijs was hij
+in aanraking gekomen met velerlei geleerden van naam, door allerlei
+publicaties in (latijnsch) dicht en proza had hij zich reeds den naam
+van een groot geleerde verworven; een breede schare van invloedrijke en
+machtige vrienden stelde belang in zijn lot. En zoo zou ook Engeland den
+grooten humanist gastvrijheid bewijzen, terwijl hij op zijne beurt den
+invloed van Engelands geestelijke leiders zou ondergaan.
+
+Onder hen moeten allermeest met name vermeld worden _John Colet_, de
+beroemde deken van St. Paul, en de zeker niet minder bekende _Thomas
+More_, die bij Erasmus' eerste bezoek aan Engeland nauwelijks twintig
+jaren telde.
+
+Colet ontroofde aan Thomas Aquinas de eereplaats, die deze groote
+scholasticus in Erasmus' denken en schatting tot dusver had ingenomen.
+Hierdoor kon zijn afkeer tegen alle scholastiek slechts grooter, en
+hemzelven klaarder bewust worden. En dit werkte ongetwijfeld in sterke
+mate mede, om aan Erasmus' theologie (indien men hiervan spreken kan)
+het eigenaardig stempel op te drukken, dat zijne denkbeelden steeds
+duidelijker gingen dragen.
+
+Dit eerste verblijf in Engeland duurde slechts kort, doch leverde hem
+veel eer, en groote vreugde. Colet verzocht hem, te Oxford college te
+willen geven over den pentateuch of den profeet Jesaja, een verzoek,
+door Erasmus afgeslagen, daar hij "gekomen was om te leeren, niet om te
+onderwijzen".
+
+Intusschen begint Erasmus, terwijl hij afwisselend te Parijs en te
+Leuven vertoeft, zich meer en meer toe te leggen op het Grieksch, met de
+bedoeling, zeker onder Colets invloed, de theologie en de kennis der
+chr. religie terug te leiden tot de H. Schrift, als de bron waaruit
+beide hadden te putten.
+
+Terwijl hij onvermoeid aan zijn' letterkundigen arbeid bleef, ging het
+hem in deze eerste jaren der 16e eeuw nog geenszins voor den wind. Zijne
+geldelijke omstandigheden geven hem dikwijls aanleiding tot klachten.
+Hoe gaarne zou hij eene reis maken naar Italië! Doch de middelen daartoe
+ontbreken hem nog steeds. De uitgave van wat hij schreef, bracht hem
+niet veel op: een honorarium aan te nemen gold in die dagen niet voor
+eervol. En de verkoop zijner werken bracht hem toen slechts langzaam
+eenig voordeel. Zoo zijn er, schrijft hij aan Colet, toch 100 exemplaren
+van zijn "Adagia"[4] naar Engeland gegaan, die nu toch wel
+alle verkocht zullen zijn, en waarvan hij de opbrengst tegemoet ziet.
+
+En ook in de rijke vrienden, die hij, als zoo menig geleerde dier
+tijden, zich tot patroon of patrones koos, zag hij zich niet zelden
+teleurgesteld. Door middel van Battus, den gouverneur van haar zoon, was
+Erasmus bekend geworden met Anna van Borsele. Zij stelde belang in de
+letteren, en een tijdlang was op hààr Erasmus' hoop gevestigd. Wie weet,
+of uit haar overvloed de middelen hem niet zouden toevloeien voor een
+reis naar dat Italië, waarnaar hij zoo hunkerde. Doch tevergeefs was
+zijn wachten. Battus' voorspraak kwam aan een' ander dan Erasmus ten
+goede; straks is Battus gestorven, en Anna van Borsele, wier rijkdom
+bovendien niet zoo groot was als het scheen, opnieuw gehuwd. Voor drie
+latijnsche, en één grieksch grafschrift, door hem op den bisschop van
+Kamerijk (+ 1502) gedicht, ontving hij een zéér geringe belooning.
+
+Van den rijken graaf van Mountjoy was de arme Erasmus door de zee
+gescheiden, Frankrijk en Duitschland durfde hij om de pest, die telkens
+opdook, niet bezoeken. Zoo was hij, in betrekkelijke armoede, gedwongen
+van het reizen voorloopig af te zien.
+
+Een zekere onvoldaanheid is in de brieven uit deze periode dan ook
+onmiskenbaar, en geenszins onverklaarbaar. Doch zijn energie is niet
+gebroken; door niets kan zijne liefde voor de studie worden gedoofd.
+Onder den invloed, met name van Colet, richtte hij zich meer op het
+bestudeeren van Grieksche en Latijnsche kerkvaders, en werd zijn hart
+hoe langer zoo meer getrokken tot de H. Schrift. Misschien eenigermate
+sterk uitgedrukt ten pleiziere van Colet, zeker onder diens invloed, is
+wat Erasmus in dezen tijd schrijft: "ik kan niet zeggen, hoe ik met alle
+macht mij toeleg op de studie der H. Schrift, hoe alles mij tegenstaat,
+dat mij hiervan afroept of hierin belemmert. Vrijwillig en van heeler
+harte zal ik aan de H. Schrift mij wijden, en hieraan mijn gansche
+verder leven geven".
+
+Het zou echter niet zoo heel lang meer duren, of Erasmus' hartewensch
+zou vervuld worden, en hij zou naar Italië kunnen gaan. Daarbij was het
+hem gedeeltelijk te doen om den graad van doctor in de godgeleerdheid te
+verwerven, maar voornamelijk om te vertoeven in dat brandpunt der
+classieke geleerdheid. In Augustus van het jaar 1506 reist hij naar het
+land zijner droomen. In September werd hem te Turijn de doctorstitel
+verleend; "ik verwierf hem", zoo schrijft hij, "geheel tegen mijn eigen
+lust, maar voor herhaald aandringen mijner vrienden gezwicht". Reeds
+vroeger had hij verklaard, er niet zooveel aan te hechten; doch die
+titel zou hem allicht eenig aanzien verleenen "de menschen oordeelen nu
+eenmaal naar den titel, dien iemand heeft, niet naar zijn geschriften,
+die zij niet kennen".
+
+Was dus deze promotie voor hem slechts bijzaak, in wat voor hem op den
+voorgrond stond, werd hij niet teleurgesteld. De tijd, in Italië
+doorgebracht, was een periode van rijk leven, van vruchtbaren arbeid,
+van overvloedig genieten voor intellect en hart.
+
+Een jaar ongeveer vertoefde hij te Bologna, waar hij werkte aan een
+nieuwe uitgave van zijn "Adagia", en de vriendschap van den beroemden
+_Paulus Bombasius_, hoogleeraar in het Grieksch, hem rijkelijk
+vergoeding schonk voor velerlei verdrietelijkheden. Aan Bombasius
+schijnt Erasmus zich meer dan aan iemand anders verbonden te gevoelen;
+ook in latere jaren bleef deze vriendschap bestaan.
+
+Door de voorbereiding van een nieuwen druk van de "Adagia" kwam Erasmus
+in aanraking met den beroemden drukker _Aldus Manutius_ te Venetië, dat
+toen op het toppunt was, wel niet meer van zijn politiek overwicht in
+Italië, maar van zijn artistieken en literairen roem.
+
+Niet weinig droeg Aldus' genie hiertoe bij, die in zijn drukkerij door
+geleerden van naam uitgaven verschijnen liet van Grieksche auteurs,
+welke als gebeurtenissen van belang werden begroet. Toen Erasmus
+verscheen in den winkel van Aldus, liet deze, druk met anderen bezig,
+hem stil staan. Doch zoodra de vreemde en niet gewenschte bezoeker zich
+bekend maakte als "Erasmus van Rotterdam", werd hij met eerbewijzen
+ontvangen; hij mag niet in een herberg verblijven, maar vindt
+gastvrijheid bij Aldus' schoonvader, en vertoeft voorts in den kring van
+geleerden, die Aldus om zich had vereenigd.
+
+Eén ding scheen onzen Erasmus, wiens maag zeer gevoelig was, zeer slecht
+te bevallen, en wel de kost, die hem daar werd voorgezet[5]. Maar verder
+gevoelde hij zich thuis en genoot in deze omgeving, terwijl hij ook zelf
+zijn aandeel leverde in den arbeid, in dit centrum van intellectueel
+leven verricht[6]. Doch niet tot Bologna en Venetië beperkte zich
+Erasmus' verblijf. Ook te Padua vertoefde hij, bij den jeugdigen
+Alexander, toen reeds Aartsbisschop van St. Andrews, te Ferrara, te
+Siena, te Rome en te Napels.
+
+Door de meest gevierde humanisten werd hij te Bologna, Venetië en Padua
+geëerd; te Rome maakte hij kennis met den kardinaal Johan de Medicis,
+den lateren paus Leo X, met Dominicus Grimani, van een bezoek aan wien
+hij een enthousiaste beschrijving geeft.
+
+Inderdaad, hij beleefde in Italië een zeer gelukkigen tijd, waarin de
+geest van dezen grooten geleerde genoot van den omgang met
+gelijkgestemde zielen, en zich verlustigen kon in de atmosfeer van de
+classieke oudheid, die daar als herleefd was. Een eigenaardigen indruk
+maakt het, dat Erasmus vrijwel ongevoelig schijnt geweest voor wat
+buiten de literatuur viel. Hij was uitsluitend de geleerde, en scheen
+voor het kunstleven zeer weinig belangstelling te hebben. Florence, waar
+hij kort vertoefde, scheen tot hem niets te zeggen te hebben. Voor de
+kunst, die daar opbloeide in de ateliers van een da Vinci, een Michel
+Angelo, een Raphaël, een fra Bartolommeo, had hij geen oog. "Eenige
+dialogen", zoo schrijft hij, "heb ik in de weinige dagen, dat ik te
+Florence was, in het latijn vertaald, om tenminste iets te doen te hebben".
+
+Zoo heeft ook de majesteit van Rome's groote ruïnen hem niet getroffen.
+"Rome heeft niets dan ruïnen en overblijfselen, litteekenen en sporen
+van vroegere rampen... Neem den paus en de kardinalen weg... en wat
+blijft er van Rome?" Dat hij "zoovele gedenkteekenen der oudheid" heeft
+opgemerkt, (hij kòn ze ook niet voorbijzien), blijkt wel; maar in zijne
+werken geen spoor van een machtigen indruk, dien deze overblijfselen van
+het oude Rome op hem zouden gemaakt hebben.
+
+Even weinig als voor de impressie der schoonheid van de kunst schijnt
+hij vatbaar geweest voor de grootsche, huiveringwekkende schoonheid van
+de Alpen. Op zijn heenreis naar Italië, terwijl zijn reisgezelschap in
+een twist geraakte, waar Erasmus zich liever buiten hield, dichtte hij
+in den zadel gezeten, tot tijdverdrijf zijn gedicht "Over de gebreken
+van den ouderdom" (een bewijs, dat hij-zelf zich reeds vroeg oud begon
+te gevoelen); en toen hij, Italië verlatend, wederom de Alpen overtrok,
+ontstond in zijn' geest het plan en de opzet voor de satyre, die tot
+zijne beroemdheid zooveel zou bijdragen, die hij in Engeland aangekomen,
+in een week tijds zou schrijven, en uitgeven onder den titel "De lof der
+zotheid".
+
+Intusschen, hiermede zijn wij reeds gekomen aan wat een keerpunt zou
+worden in Erasmus' leven: zijn vertrek uit Italië, dat hij had
+liefgekregen en dat voor zijn' geest van groote beteekenis was.
+
+Hoeveel zag hij daar van nabij dat hem ergerde, dat hem stof leverde
+voor zoo menig spottend woord over het in de kerk heerschende bederf, en
+het weelderige, vaak ook slechte leven van vele geestelijken.
+
+Hoe trof hem, toen hij te Bologna den glorieuzen intocht van paus Julius
+II bijwoonde, het verschil met de majesteit der apostelen, die het
+evangelie verkondigden. Te Bologna de triomftocht van den zegevierenden
+krijgsman, die zijne vijanden verslagen had, die zich eerepoorten zag
+opgericht, die werd toegejuicht als overwinnaar der tyrannen. In de
+dagen der apostelen de majesteit van mannen, "die met hun hemelsche leer
+de wereld bekeerden, wier schaduw zelfs tot genezing der zieken was
+(Handel. 5). Deze apostolische grootheid stel ik boven gene
+triomftochten, waarvan ik niets kwaads schrijf; maar, eerlijk gezegd,
+toen ik het aanschouwde, zuchtte ik toch in stilte".
+
+En was ook te Rome zijn indruk van het geestelijk en kerkelijk leven
+niet bitter ongunstig? Hij kon daar een gebrek aan ernst opmerken, een
+jagen naar eervolle posten, een losheid van zeden bij een deel der
+geestelijkheid van Rome, die hem ergeren, en hem voor menige scherpe
+satyre de stof leveren. Ook kon hij zich geenszins vinden in het streven
+van een zekere groep onder de geestelijken, om, in zotte navolging van
+alles wat classiek was, zelfs de christelijke vormen en tradities te
+paganiseeren. Zelfs de titel van kardinaal, de naam der mis enz. werd
+verruild voor de titulatuur van het oude Rome; de kardinalen heetten
+_patres conscripti_, de mis werd als _sacra deorum_ aangeduid. Bij eene
+preek op Goeden Vrijdag, die Erasmus van een beroemd prediker aanhoorde,
+vernam hij meer van de opofferingen van Decius, van Curtius, van
+Iphigenia, dan van het offer van Christus; de romeinsche historie
+passeerde de revue, maar van de geschiedenis van Christus kreeg men
+weinig te hooren.
+
+Ontegenzeggelijk hebben deze en dergelijke ervaringen op den geest en
+het optreden van Erasmus, op zijn oordeel over de Roomsche Kerk, grooten
+invloed geoefend, een invloed, die vooral in zijn satyrieke uitingen, in
+zijn heftig geeselen van allerlei misbruiken en misstanden in de kerk te
+bespeuren is.
+
+Naast veel, dat hem hinderde, was er anderzijds ook ontzaglijk veel, dat
+hem aantrok. Tal van beroemde mannen keurden hem hun omgang waardig; in
+de wereld der geestelijken van Rome, die, bij al haar gebreken, voor
+geleerden en kunstenaars gastvrijheid bood, werd ook hij toegelaten. De
+meest verfijnde cultuur en het hoogststaand intellect, dat men zich
+denken kan, hij trof het er aan en genoot ervan. Hij zal er later met
+hevig begeeren naar terug verlangen.
+
+"Ik kan niet anders dan betreuren", schrijft hij in 1512 aan den
+kardinaal van Nantes, "telkens als ik eraan denk, welke lucht, welk een
+land, welke bibliotheken, welken zoeten omgang met geleerden, welke
+lichten der wereld ik zoo gemakkelijk heb in den steek gelaten".
+
+En toch, dat heeft hij gedaan. In 1509 verliet hij Italië. Noch het
+verzoek van kardinaal Grimani, noch de schoone en rijke toekomst, die
+hem beloofd werd, konden hem vasthouden. Zijne vrienden in Engeland
+hielden aan op zijne overkomst. Gedachtig aan vroegere beloften, in de
+verwachting misschien een groote, althans een nuttige rol te spelen bij
+Hendrik VIII, die na den dood zijns vaders (April 1509) den troon van
+Engeland beklommen had, neemt hij afscheid van het land, dat hem zooveel
+vreugde had bereid.
+
+Hij hoopt weldra te kunnen terugkeeren, een hoop, die hij zijn gansche
+verder leven zal koesteren; bijna iederen winter zal hij plannen maken
+voor een hernieuwd bezoek aan Italië. Doch het zal hem niet worden
+vergund. "De toekomst ligt niet in zijne hand. Zijne zwakke gezondheid
+zal hem weldra lange reizen verbieden. Een nieuwe periode in zijn leven
+gaat zich voor hem openen. Straks vangt de Reformatie aan. Reeds oud en
+zwak, hunkerend naar rust, zal hij worden geroepen in den strijd, die de
+16e eeuw beroerde; hij zal boeken schrijven, die duizenden zullen lezen
+en bespreken; Europa zal acht geven op al wat hij zegt. Erasmus begint
+zijn glorie te zien klimmen; maar zijn geluk neemt een einde" (P. de
+Nolhac, Erasme en Italië, p. 91).
+
+De vijf jaren, die op zijn vertrek uit Italië (1509) volgden, bracht
+Erasmus, met uitzondering van enkele bezoeken aan het vasteland van
+Europa, in Engeland door. Zijn uiterlijke omstandigheden bleven nog
+vrijwel dezelfde; grootendeels bleef hij afhankelijk van de wisselende
+gunst zijner beschermers, wier mildheid hij vaak grooter wenschte, en
+die hem menige klacht deed slaken. Dat zijn armoede zoo groot was als
+hij dikwijls voorgeeft, is niet waarschijnlijk. Eerder mogen wij
+onderstellen dat zijn klachten strekken moesten om de hand zijner
+patroons te openen. Hoe dit zij, volmaakt tevreden was Erasmus toen nog
+niet. Eerst in de laatste periode van zijn leven zal hij over een
+inkomen beschikken, dat hem veroorlooft te leven in een staat, die voor
+zijne zwakke gezondheid dienstig, en voor de behoeften van zijn
+rusteloozen wetenschappelijken arbeid passend was.
+
+Doch, hoe dan ook zijn geldelijke omstandigheden mogen zijn, overigens
+was er voor hem geen reden tot klagen. Hij ontwikkelde een buitengewone
+werkzaamheid, die zijn' naam door heel de geleerde wereld klinken deed,
+en hem bracht op het toppunt van zijn' roem. Te Cambridge trad hij een
+tijdlang op om onderwijs te geven in het Grieksch, voor Colet's school
+schrijft hij een werk van pædagogische strekking, gevolgd door een
+ander, dat handelt over de eischen den onderwijzer te stellen. Ook de
+uitgave van de werken van den kerkvader Hieronymus werd in deze jaren
+door hem voorbereid.
+
+Het meest echter trok de aandacht een geschrift van betrekkelijk
+geringen omvang, dat ook nu nog als een der meest algemeen bekende
+werken van Erasmus mag worden beschouwd. Wij bedoelen zijn reeds even
+vermelde "Lof der zotheid". Hij gaf het uit op aandringen van zijn
+vriend Thomas More en droeg het aan dezen op. Beide, Erasmus en More,
+hadden een sterk ontwikkelden zin voor humor; al was het dan ook More,
+die zijn' vriend aanspoorde tot het uitgeven van den "Lof der zotheid",
+het is toch zeer de vraag, of Erasmus blijken geeft van de rechte
+zelfkennis, wanneer hij verzekert, dat zulk werk eigenlijk geheel niet
+naar zijn aard was: "hij (More) bracht mij ertoe, den "Lof der zotheid"
+te schrijven, d.i. hij bracht een kameel tot dansen".
+
+Veel over dit werkje te zeggen is niet noodig. Het is over-bekend, en
+ook voor lezers, die het Latijn niet machtig zijn, gemakkelijk
+toegankelijk[7]. Ieder kan dus zonder moeite kennis maken met dit
+geschrift, waarin de Zotheid een lofrede houdt op zichzelf, zich de eer
+toekent, het gansche bestaan der menschen te beheerschen, en de bron te
+zijn van alle levensvreugde.
+
+In dezen paradoxalen vorm worden allerlei maatschappelijke en kerkelijke
+misbruiken gehekeld; zoomin het zotte genot der jacht als de dwaasheid
+der menschen, die in ceremoniën, in vasten, in het aantrekken van een
+ordekleed, in het opzeggen van vele gebeden hun heil zoeken, ontkomt aan
+zijn spot; nu is het de oorlog, dan de paus, de ééne maal zijn het de
+vorsten, de andere maal de aflaathandel, die door zijn satire gegeeseld
+worden.
+
+Nergens geeft Erasmus duidelijk aan, wat hij eigenlijk onder "zotheid"
+verstaat, hetgeen het lezen van dit geschriftje niet gemakkelijker
+maakt. Hij laat zelfs aan zijn vernuftspel zóóver den teugel vrij, dat
+wij er niet anders in kunnen zien dan een zondigen tegen den goeden
+smaak. Op het einde nl. laat hij de Dwaasheid haar eigen lof zingen met
+een beroep op de H. Schrift; eenvoudig op den klank van het woord
+afgaand, haalt hij allerlei Schriftwoorden aan, gewaagt zelfs van de
+dwaasheid, waartoe Christus zelf in zekeren zin gekomen is door Zijne
+menschwording, en van de door Paulus genoemde "dwaasheid des kruises".
+
+Niet aanstonds wondde de scherpe pijl degenen, tegen wie zij gericht
+was. "De lof der zotheid" werd door velen gelezen, doch door weinigen
+begrepen. Eerst toen (in 1514) een uitgave verscheen met aanteekeningen
+en commentaar voorzien door Erasmus' landgenoot en vriend Gerard
+Lystrius, een dokter, die wel door den schrijver-zelven hierbij
+geïnspireerd was, gingen de oogen open. De universiteit van Leuven droeg
+aan Dorpius op, Erasmus aan te vallen. Deze deed het, doch op niet al te
+heftige wijze, en werd met groote vriendelijkheid beantwoord door den
+schrijver, die in later jaren zijn tegenstander geheel aan zijne zijde
+kreeg, en in hem zelfs een verdediger vond. Doch zoo ging het niet
+allen. De geestelijkheid, vooral de monniken, die zich door Erasmus'
+spot gewond voelden, vergaven hem zijn satire niet, wat echter den
+spotzieken geleerde niet weerhield, nog menigmaal den afkeer, door velen
+hunner tegen de studie en de classieke letteren gekoesterd, de domheid
+en vormendienst, waarin velen uitblonken, onmeedoogend te hekelen.
+
+Intusschen, dit bekende werkje, dat zoozeer de aandacht trok, nam maar
+een klein gedeelte van Erasmus' tijd in beslag. In den tijd van een week
+op het papier geworpen, is het ook maar een verdwijnend klein deel van
+den arbeid, door hem ook in deze jaren verricht. Toen, begin 1514, de
+tekst van Hieronymus' werken was gereed gemaakt, kwam hem ter oore, dat
+de beroemde drukker Frobenius te Bazel een uitgave van de werken van
+dezen kerkvader zou bezorgen. Dit deed bij hem het besluit rijpen
+Engeland te verlaten, waar hij van den koning, Hendrik VIII, op dit
+oogenblik toch niet veel te verwachten had, daar de oorlog met Frankrijk
+hem in beslag nam; en niet alleen den koning zelf, maar ook diens
+geldmiddelen.
+
+In de jaren die volgden, van 1515-1521, bevindt Erasmus zich een groot
+deel van den tijd in de Zuidelijke Nederlanden, nu eens te Brussel, dan
+te Antwerpen, hoofdzakelijk te Leuven. Hij had het geluk en de eer tot
+raadsheer van aartshertog Karel, later Keizer Karel V, te worden
+benoemd, wat hem aanspraak gaf op een aanzienlijk jaargeld. Niet altijd
+werd hem dit uitbetaald, voornamelijk, toen hij zijn hoofdverblijf te
+Bazel had, na 1524.
+
+Om, nu hij in de Nederlanden vertoefde, gevrijwaard te zijn tegen een
+gedwongen terugkeer in zijn klooster, waartoe hij niet den minsten lust
+gevoelde, wist hij door middel van den apostolischen secretaris
+Lambertus Grunnius van den paus, Leo X, gedaan te krijgen, dat hij van
+zijn kloostergelofte ontslagen werd. Nu kon hij vrijelijk gaan waar hij
+wilde. Niets belet hem naar Bazel te reizen. Op zijne reis door
+Duitschland wedijveren geleerden, gemeentelijke regeeringen,
+bisschoppen, den geleerde van naam, den raadsheer, met eerbewijzen te
+ontmoeten.
+
+Te Bazel volgden eenige maanden van noesten arbeid. Met medewerking van
+Reuchlin, de gebroeders Amerbach en andere geleerden, werden de werken
+van Hieronymus uitgegeven. Erasmus droeg deze uitgave op aan den
+aartsbisschop van Kantelberg. Aan een nieuwe uitgave der
+"Spreekwoorden", aan een vertaling van Plutarchus, aan een uitgave van
+Seneca's werken, werd door hem gearbeid. Zwingli komt naar Bazel, om den
+beroemden geleerde te zien, van wiens geschriften hij voortaan dagelijks
+eenige bladzijden leest. Oecolampadius, die te Bazel woonde, is in
+groote bewondering voor Erasmus; steeds breeder wordt de kring, waarin
+zijn werken gelezen worden, al meer breidt zich het getal zijner
+vrienden uit, onophoudelijk is hij in briefwisseling met tallooze mannen
+van naam en invloed, die hij dan hier, dan daar ontmoet. Want rustig op
+ééne plaats blijven deed hij niet. Wel bracht hij veel van zijn tijd te
+Leuven door, waar hij zich beijverde om de bekwaamste mannen te
+verbinden aan het "collegium trilingue", door de mildheid van Busleiden
+in 1517 gesticht. De uitnemendste krachten zocht Erasmus voor het
+onderwijs in het Hebreeuwsch, het Grieksch en het Latijn naar Leuven te
+trekken. En zoo vertoefde hij ook daar in een kring van geleerden.
+
+Doch achtte hij het noodig, voor den druk van een zijner werken, om naar
+Bazel te reizen, hij liet zich niet weerhouden. Ook niet door de scherpe
+verwijten der monnikenpartij, die hem het gebrekkige van zijn arbeid
+voorhielden, en van wispelturigheid beschuldigden op grond van zijne
+talrijke reizen. Onbeschroomd weet Erasmus zich te verweren: zijne
+reizen, met uitzondering van die naar Italië, die deels voor eigen
+genoegen, deels ook om te kunnen partij trekken van wat daar in de
+bibliotheken aanwezig is, werden ondernomen, zijn in het algemeen
+belang. "Als onbewegelijkheid, blijven op ééne plaats, een verdienste
+is, hebben steenen en boomstammen den voorrang, dan volgen de sponsen,
+die ook aan ééne plaats gehecht zijn, en niets te doen hebben dan te
+drinken!" Deze laatste bedekte hatelijkheid aan hun adres zal voor de
+monniken niet verborgen zijn gebleven; en het zal hun welwillendheid
+jegens den man, die hen reeds zoo dikwijls tot mikpunt van zijn spot had
+gemaakt, niet hebben doen terugkeeren!
+
+Terwijl in deze jaren het humanisme zijn invloed zag toenemen, en
+Erasmus meer en meer het middelpunt werd van deze geestelijke opwaking,
+verscheen den 1^en Maart van het jaar 1516 van Frobenius' pers een door
+Erasmus bezorgde uitgave, die van groot belang zou worden voor de
+Hervorming, waartoe weldra Luthers optreden den beslissenden stoot zou
+geven.
+
+Wij bedoelen het Nieuwe Testament in den _Griekschen_ tekst, het eerste
+dat in druk werd uitgegeven. In April van 1515 ontving Erasmus een
+schrijven van zijn vriend Beatus _Rhenanus_, die hem meldde, dat
+Frobenius een Nieuw Testament in het Grieksch wilde uitgeven, en daartoe
+van Erasmus' arbeid wenschte gebruik te maken. Frobenius zou hem
+daarvoor zooveel geven als wie dan ook. Erasmus, die zich reeds veel met
+het N.T. had beziggehouden, voornamelijk met een latijnsche verklaring,
+begaf zich naar Bazel. En in ongeloofelijk korten tijd verscheen het
+eerste Grieksche Nieuwe Testament in druk. Den 11^en Sept. werd met
+drukken een aanvang gemaakt, den 1^en Februari 1516 is de opdracht van
+dezen arbeid aan Leo X gedateerd, en den 1^en Maart van dat jaar was de
+uitgaaf gereed. Nevens den Griekschen tekst was een latijnsche vertaling
+van Erasmus' hand afgedrukt, terwijl het geheel voorzien was van korte
+aanteekeningen, waarin hij rekenschap geeft van de afwijkingen van den
+gangbaren, door de kerk als authentiek erkenden bijbeltekst der
+"Vulgata", moeilijk verstaanbare uitdrukkingen kort uitlegt, en ook de
+gelegenheid niet ongebruikt laat, om de apostolische vermaningen, de
+toestanden uit den apostolischen tijd te vergelijken met den huidigen
+staat van kerk en geestelijkheid, waarbij hij zijn critiek en spot aan
+de theologen en monniken niet spaart.
+
+De groote haast, waarmede deze uitgaaf werd bezorgd, kwam
+begrijpelijkerwijze aan de waarde ervan niet ten goede. De Grieksche
+handschriften, erbij gebruikt, waren niet van de oudste en beste, zooals
+Erasmus verzekert, doch die exemplaren, welke te Bazel waren, en niet
+ouder dan de 11^e eeuw. Van het laatste Bijbelboek, de Openbaring van
+Johannes, was slechts een moeilijk leesbaar, zeer defekt handschrift
+aanwezig, waarvan de onleesbare of ontbrekende plaatsen eenvoudig
+moesten aangevuld worden door vertaling van den Vulgata-tekst. Zoodat
+Erasmus' bewering wel wat optimistisch gekleurd is, dat hij een
+exemplaar had gehad van zoo hoogen ouderdom, dat het bijna in den
+apostolischen tijd kon geschreven schijnen. Voorts ontbrak de tijd voor
+een zorgvuldige vergelijking der handschriften met den overgeleverden
+tekst. Ook zijn in later eeuwen zóóveel meer gegevens tot vaststelling
+van een juisten Griekschen tekst bekend geworden, dat in vele détails de
+tekst van Erasmus' uitgave verbeterd is.
+
+Doch dit alles doet niets te kort aan het feit, dat deze editie van
+groote beteekenis is geweest in de geschiedenis van de 16e eeuw.
+Erasmus' werk vond grooten bijval en was weldra uitverkocht; reeds in
+1519 moest opnieuw het Nieuwe Testament in het Grieksch worden gedrukt.
+Deze 2e druk, veel verbeteringen bevattende van fouten der 1e editie,
+werd door _Luther_ gebruikt als grondslag voor zijne vertaling van het
+Nieuwe Testament in het Duitsch, welke in de geschiedenis der
+Reformatie, en eveneens voor de ontwikkeling der Duitsche taal, zulk een
+belangrijk moment werd.
+
+Het is licht te begrijpen dat een dergelijk werk niet met enkel bijval
+werd ontvangen. Erasmus wist dan ook wel wat hij deed, toen hij juist
+dezen arbeid (en niet de uitgave van Hieronymus' werken, zooals eerst
+zijn voornemen was) aan paus Leo X opdroeg, en hem ook in een
+afzonderlijken brief onder diens auspiciën stelde!
+
+De aanvallen bleven niet uit, met name na de 2e editie. Vooral van de
+zijde der monniken was de critiek heftig. Omdat Erasmus' tekst in menig
+opzicht afweek van den kerkelijk goedgekeurden, zagen zij er een aanslag
+in op de H. Schrift. En niet minder waren zij geprikkeld door de scherpe
+opmerkingen, die de schrijver in zijn "Annotaties" had ingelascht tegen
+vele misbruiken in de Roomsche kerk. Erasmus bleef het antwoord niet
+schuldig. En zoo was ook deze arbeid aanleiding tot een nieuwe reeks van
+geschriften, ten deele van apologetischen aard.
+
+In het erkennen van fouten, die, vooral door den grooten haast waarmede
+gewerkt was, zeer begrijpelijk waren, en door zijne vijanden met
+speurenden blik werden opgezocht, was onze Erasmus niet ridderlijk. Hij
+waagde wel eens goed te praten, waar een ruiterlijke bekentenis, dat hij
+zich eenvoudig vergist had, hem volstrekt niet tot oneer zou hebben
+gestrekt.
+
+Ook bij ééne verandering, welke hij in de 3e uitgave van zijn N.T., die
+in 1522 verscheen, aanbracht, gaf hij blijk van zwakheid. Eén zijner
+bestrijders had hem o.a. verweten, dat hij in I Joh. 5 vs. 7 de woorden
+"drie zijn er, die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de H.
+Geest; en deze drie zijn één" had weggelaten; deze woorden worden in den
+Vulgatatekst wel gevonden. Erasmus verdedigde zich met een beroep op de
+door hem geraadpleegde Grieksche handschriften, waarin deze woorden niet
+voorkwamen, doch verklaarde zich bereid ze op te nemen in den tekst,
+indien zij hem in eenig Grieksch handschrift werden aangewezen. Toen hij
+nu vernam dat een dergelijk handschrift bestond, nam hij ze inderdaad in
+den tekst wederom op, hoewel hij vermoedde (en niet ten onrechte), dat
+deze getuige expresselijk voor dit geding was vervaardigd.
+
+Behalve deze 3e uitgave waren nog in 1527 en in 1535 een 4e en een 5e
+noodig. Bewijs genoeg van den opgang, dien dit werk maakte, van de
+aandacht, die het trok. En inderdaad, van beteekenis was het. Het
+verschafte aan de Hervormers een beteren tekst dan zij in den
+officieelen kerkelijken tekst alleen zouden hebben gehad, en werd de
+grondslag van de latere Grieksche tekstuitgave, die ook bij het tot
+standkomen der "Statenvertaling" werd gebruikt.
+
+In dit verband mag ook op een anderen arbeid van Erasmus de aandacht
+worden gevestigd, die wel veel later voltooid, maar toch ongeveer in
+denzelfden tijd als de uitgave van het Grieksche Nieuwe Testament
+aangevangen werd, en die mede een krachtig getuigenis is voor de groote
+beteekenis, door hem aan de H. Schrift toegekend. In 1517 n.l. begon hij
+met de "Paraphrasen" op het Nieuwe Testament, die, met uitzondering van
+de Openbaring van Johannes, over alle boeken van het N.T. werden
+uitgestrekt, en in 1524 hare voltooiing vonden. Aan het paraphraseeren
+van de evangeliën had Erasmus zich eerst niet willen wagen. Hij achtte
+het niet recht, aan de woorden van Christus iets toe te voegen, en
+meende ook, dat een toelichten van de evangelische verhalen, zoo
+verheven en klaar in hun eenvoud, gelijk zou staan met "het aansteken
+van een lamp midden op den dag". Toch zwichtte hij ten slotte voor den
+aandrang. Door deze "Paraphrasen" evenals door zijn Nieuwe Testament met
+de annotaties heeft Erasmus veel bijgedragen tot een betere
+Schriftuitlegging. Hij opende veler oogen voor de noodzakelijkheid van
+de kennis der grammatica en hare regels; en al droeg zijn arbeid er niet
+onmiddellijk toe bij, de H. Schrift in aller handen te brengen, daar hij
+wel zegt, van meening te zijn dat ieder in zijn eigen taal haar moest
+kunnen lezen, maar toch nimmer afwijkt van zijne gewoonte, in het Latijn
+te schrijven, niettemin wekte hij veler belangstelling voor de H.
+Schrift, en werkte hij in sterke mate mede tot haar verbreiding en
+onderzoek.
+
+Zoo was Erasmus onverpoosd bezig; zijn naam klonk gansch Europa door, de
+roem zijner geleerdheid werd luide verkondigd; en naarmate zijn
+gesternte helderder schitteren ging, nam ook de vijandschap toe der
+geestelijkheid; zij zagen in den bespotter van hun ondeugden, in den
+man, die de misstanden in de kerk onbarmhartig geeselde, een vijand,
+over wiens dood zij zich zouden hebben verheugd. Dat bleek, toen het
+gerucht van zijn dood zich had verbreid. Hij was, in den herfst van
+1518, pas hersteld, uit Bazel naar Leuven gereisd, en kwam daar weer
+ernstig ziek aan. Tegen veler verwachting bezweek hij niet. Toch werd
+verteld, dat hij was gestorven. En zoo verkondigde te Keulen een
+geestelijke, niet zonder voldoening, aan zijn gehoor, in zijn barbaarsch
+latijn, dat Erasmus was gestorven "sine lux, sine crux, sine Deus"[8],
+terwijl te Praag zelfs de legende ging, dat hij te Keulen tegelijk met
+zijne boeken verbrand was!
+
+Kan het wel anders, toen in dezen tijd Luthers geloofsdaad een vonk deed
+spatten, die welhaast in heel West-Europa een vuur zou doen opvlammen,
+dat ook op Erasmus gezien werd, dat veler verwachting was: nu zal hij
+zich aanstonds aan de zijde der Reformatie scharen, en met Luther
+schouder aan schouder den strijd voortzetten?
+
+En hoe _is_ het gegaan? De man, die niets méér beminde dan de rust van
+zijn studeervertrek en zijne boeken, kon niet blijven buiten den strijd.
+Niet straffeloos had hij uit zijn stille studeercel zijne pijlen
+afgeschoten: als straks de Reformatie zich keert tegen zooveel misbruik
+en ontaarding, waardoor de kerk van Christus was misvormd, geven de
+mannen, die door zijne pijlen gewond waren, hèm de schuld van al het
+onheil; en de vrienden der Hervorming hopen op zijn steun. En de arme
+Erasmus komt almeer tusschen twee vuren. Bij den paus en de hoogere
+geestelijkheid bleef hij hoog aanzien genieten, doch de lagere
+geestelijkheid keerde zich tegen hem. De monniken en "theologen" zagen
+in alles, wat hun afbreuk dreigde te doen, zijn hand. Hetzij omdat zij
+het meenden, hetzij slechts om zoo mogelijk dezen gevaarlijken,
+gevreesden en invloedrijken tegenstander te vernietigen, schreven zij
+alles wat in druk verscheen en hun tegen was, aan hem toe. Hij was, zoo
+zeiden zij, de auteur van More's Utopia, van von Huttens's Nemo, was
+medeplichtig aan de "Obscuranten-brieven", ja, ook in Luthers
+geschriften had hij de hand gehad.
+
+Aan de andere zijde waren er onder de mannen der Hervorming, die meenden,
+op Erasmus te kunnen rekenen. Luther zelf echter heeft als bij intuïtie
+beseft, dat hij en Erasmus niet op één weg zouden gaan. Hij heeft wel
+aanraking met hem gezocht, doch deed dit zeer voorzichtig. Zijn schrijven
+aan Erasmus (28 Maart 1519) is niet een pogen, hem aan zijne zijde te
+brengen, veeleer slechts als een uitsteken van de voelhorens; Luther
+vermijdt, in dien brief te gewagen van Erasmus' optreden tegen de
+R.-Kath. kerk, hij spreekt slechts van Erasmus' verdiensten, zegt,
+vernomen te hebben dat ook Erasmus wel van hèm heeft gehoord, en
+verklaart, het niet goed te achten, dat zij elkander niet kennen. Verder
+echter gaat hij niet.
+
+En Luther heeft zich niet vergist. Erasmus neemt een afwerende houding
+aan, wanneer hij, omstreeks dienzelfden tijd, een schrijven aan Luther
+richt (30 Mei 1519). Hij herhaalt zijn verzekering, dat hij in Luthers
+geschriften de hand niet heeft gehad, een verdenking, die maar niet uit
+te roeien is, zelfs al verklaart hij, noch Luther noch diens geschriften
+te kennen. Tusschen de regels door is duidelijk te lezen, dat hij met de
+wijze van Luthers optreden niet ingenomen is. Het is hem te heftig, te
+persoonlijk: "het doet meer nut, de stem te verheffen tegen hen, die de
+pauselijke macht misbruiken, dan tegen den paus zelven. Men moet niet
+zoozeer de scholen (der scholastiek) verachten, als aanmanen tot
+verstandige studie". Hij vreest, dat velen uit een ander optreden
+aanleiding nemen zullen om de fraaie letteren tegen te werken, die zij
+van harte verfoeien.
+
+De waarschuwing is duidelijk genoeg, al schrijft hij aan het eind van
+den brief: "ik maan u niet aan, om zoo te doen, maar om voort te gaan
+gelijk gij totnogtoe deedt". Dit is echter eene hoffelijkheid, die niet
+geheel oprecht is.
+
+Erasmus kon zich niet vinden in Luthers wijze van doen. Omdat zij van
+een gansch anderen geestes-aanleg waren, viel beider streven maar voor
+een klein deel samen. Dat was: de bestrijding van het bederf en de
+ontaarding in de kerk. Hierin ging Erasmus onvermoeid voort, zij het dan
+niet met eenzelfde kracht, met gelijken gloed van heilige overtuiging
+als Luther. Tot handelen kwam hij niet. Hij puntte zijn pijlen, om ze
+tegen de vele misbruiken te richten, die hem ergerden. Zoo verscheen in
+deze periode, waarin de Reformatie doorwerkte, één zijner geschriften,
+dat een ontzaglijke bekendheid verwierf, n.l. de "Samenspraken"[9].
+In den vorm van een latijnsch leerboek, (dat in vele scholen gebruikt en
+van buiten geleerd is), behandelen deze samenspraken de meest
+verschillende onderwerpen; hierdoor is dit geschrift voor de kennis der
+cultuurgeschiedenis, van zeden en gewoonten uit het begin der 16e eeuw
+van groot belang. In vloeiend latijn geschreven, vol humor, spot en
+sarcasme, maakt het nu eens een woord uit een der classieken, dan een
+Schriftwoord, de éene maal een dwaas gebruik, de andere maal een
+bijgeloovige dwaasheid, tot onderwerp van bespreking. Niet zelden treft
+men toespelingen aan op voorvallen, uit Erasmus' eigen leven, of
+toespelingen op bekende tijdgenooten. En ook in dit werk keert zijn spot
+en sarcasme zich, zonder haar te sparen, tegen de R. kerk: het vasten,
+de zinnelijkheid en baatzucht van vele geestelijken, het bijgeloof, de
+heiligen-vereering, en wat niet al, moeten het ontgelden!
+
+Het werk trok sterk de aandacht en werd gretig gelezen door vriend en
+vijand. De bekendheid van den schrijver, de meesterlijke wijze waarop
+hij het wapen van den spot hanteert, de kettersche meeningen, door de
+personen die in de samenspraken optreden, vrijuit verkondigd, werkten
+tot de geweldige verbreiding mede. Ongetwijfeld heeft het bijgedragen
+tot en zijn beteekenis gehad in de geestelijke worsteling, waardoor
+Europa werd geschokt.
+
+Door Erasmus' vijanden werd het beschouwd als een gevaarlijk, kettersch
+geschrift. In 1526 werd het door de Parijsche Sorbonne veroordeeld; en
+ook de Inquisitie plaatste het op de lijst van verboden boeken.
+
+Aan wien kon Erasmus het wijten, anders dan aan zichzelven, dat hij door
+de tegenstanders der Hervorming onder de vrienden van Luther werd
+geschaard, ja gerekend onder de aanstichters van deze door de kerk
+zoozeer verfoeide beweging?
+
+Erasmus, zoo zeiden zij, had het ei gelegd, door Luther uitgebroed. En
+toch, Erasmus wilde tot geen prijs zijne zaak met die van Luther vermengd
+zien. Hij was voor de gevolgen daarvan bevreesd, en zag ook voor zijn
+eigen persoon gevaar. Hij is niet gesneden van het hout, waarvan
+martelaars gemaakt worden. "Anderen mogen", zoo schrijft hij, "het
+martelaarschap begeeren, ik acht mij zulk eene eer niet waardig" (Dec.
+1520). Elders beklaagt hij zich, dat de Duitschers hem in Luthers zaak
+willen betrekken, "een dwaas plan; want des te eerder zouden zij mij van
+hem vervreemd hebben. Wat toch zou ik Luther hebben kunnen helpen, indien
+ik, als hij gevaar liep, aan zijne zijde was gaan staan, alleen dat er in
+plaats van één, twee zouden zijn ondergegaan? Al had hij alles in beter
+geest en toon geschreven, ik had toch geen lust mijn hoofd voor de
+waarheid te wagen. Niet allen zijn sterk genoeg voor het martelaarschap"
+(Juli 1524).
+
+Doch dit is niet het eenige. Hij beseft zelf, en spreekt het soms ook
+uit, dat Luther en hij maar weinig gemeen hebben, iets anders bedoelen.
+Men moet beider zaak niet in één adem noemen; men wil beiden tegelijk
+gaarne treffen, maar hij heeft met Luther niets uitstaande: "wat heeft
+de studie en wetenschap met het geloof van doen?" (Nov. 1519).
+
+Hoe meer de toorn tegen Erasmus ontbrandde, en hij, met het toenemen van
+de Luthersche Reformatie, voor medeschuldig aan deze beweging werd
+aangezien, des te talrijker en krachtiger worden zijne verzekeringen,
+dat hij met Luther noch met diens boeken bekend is. In zijne drukke
+briefwisseling uit deze jaren, met den paus en allerlei hooge kerkelijke
+personages door hem gevoerd, kan men dergelijke betuigingen
+herhaaldelijk aantreffen. Aan den paus, Leo X, schrijft hij (Sept.
+1520): "Luther ken ik niet, nooit heb ik zijn boeken gelezen, behalve
+misschien enkele bladzijden, en dan nog maar terloops, ze doorbladerend".
+
+Wel komt hij, met eenigen schroom, en zonder kracht, eenigszins voor
+Luther op. Hij vestigt de aandacht op de ongerijmdheid, dat uitspraken
+van Luther als kettersch worden veroordeeld, die in de werken van
+Augustinus en Bernhard als rechtgeloovig, ja als vroom gelezen worden.
+Hij zegt, in dezen man, die liever terecht gewezen dan vernietigd moest
+worden, toch enkele schitterende vonkskens eener evangelische leer te
+hebben gevonden. Hij wijst er op, wat, naar zijne meening, eigenlijk
+bedoeld wordt met dat woeden tegen Luther; zij die dit doen "kunnen niet
+verdragen, dat de letteren en de taalstudie weer tot bloei komen, dat de
+classieken weer opleven, die totnutoe van de motten gegeten werden, en
+bedolven waren onder het stof".
+
+Doch tegelijk beijvert hij zich, zijne gehoorzaamheid aan de kerk en aan
+den paus te betuigen, vooral aan Leo X, aan wiens vroomheid hij
+verklaart veel verschuldigd te zijn, en wiens liefde voor de letteren
+hij roemt.
+
+Het ligt voor de hand, dat de geestelijkheid gaarne een klaar bewijs zou
+zien van deze gezindheid van Erasmus. Hoe kon hij ze beter bewijzen, dan
+door tegen Luther te schrijven? Doch daarin toont hij weinig lust. Hij
+maakt zich hiervan af: dan zou hij eerst Luthers geschriften met
+aandacht en meer dan eens moeten doorlezen; daartoe ontbreekt hem de
+tijd, wijl hij met zijn studiën meer dan bezet is. Bovendien zou het
+voor zijn geringe geleerdheid en geest een te zware taak zijn, en wilde
+hij aan de Academies, tot wier terrein zoo iets zou behooren, die eer
+niet ontrooven. En eindelijk hij was bevreesd, den haat van zoovele
+machtige mannen zich op den hals te halen, voornamelijk daar niemand hem
+met zulk een werk belast had.
+
+Toch zou het oogenblik kunnen komen, dat hij zich hieraan niet kon
+onttrekken. Indien de keizer het hem opdroeg, zou hij niet kunnen of
+durven weigeren. De mogelijkheid hiervan, en ook de bestrijding, die hij
+te Leuven had te verdragen van de zijde der geestelijkheid, baarde hem
+zorg. Om zich hieraan te onttrekken, en om de kans te ontloopen,
+gedwongen te worden tot het opnemen van de pen tegen Luther, verliet hij
+Leuven, en vertrok in het najaar van 1521 naar Bazel.
+
+Maar ook daar zou eene gewenschte rust zijn deel niet zijn. Hevige
+aanvallen van zijn kwaal, een ziekte van de spijsverteringsorganen,
+kwelden hem, en deden hem sterk vermageren. Een reis naar Rome, waarheen
+hij op weg was, moest hij om een dergelijken aanval opgeven; van
+Constanz keert hij weer naar Bazel, in plaats van door te reizen naar Rome.
+
+Intusschen blijft hij onvermoeid aan den arbeid. Maar voor een schrijven
+tegen Luther was hij nog niet te vinden. Paus Adriaan VI, na Leo's dood
+tot paus verkozen, en uit Leuven met Erasmus bekend, deed hem het
+verzoek de pen tegen Luther op te nemen, en naar Rome te komen. Het
+laatste wijst Erasmus af met beroep onder anderen op zijne gezondheid,
+en ook van het eerste weet hij zich met zeer vernuftige redenen te ontslaan.
+
+Doch nu zou een andere moeilijkheid hem ontmoeten. En wel door toedoen
+van den bekenden humanist Ulrich von Hutten, die telkens poogde Erasmus
+tot een krasser optreden tegen den paus en de kerk te bewegen. Reeds had
+von Hutten een schrijven aan den aartsbisschop van Mainz, door Erasmus
+hem ter bezorging toebetrouwd, zonder diens medeweten openbaar gemaakt.
+Dit had den voorzichtigen en vreesachtigen Erasmus zeer ontstemd, die
+van het heftig en ruw optreden van von Hutten bovendien een afkeer had.
+Tijdens Erasmus' verblijf te Bazel kwam ook von Hutten daar; doch op een
+bezoek van den berooiden, door een nare ziekte bezochten edelman was hij
+in 't minst niet gesteld. Waarschijnlijk mede door de dubbeltongigheid
+van een zekeren von Eppendorf, die zich in Erasmus' gunst had weten in
+te dringen, en zijne zeer hoffelijke boodschappen bij von Hutten
+verkeerd overbracht, werd deze zeer verbitterd. Hij liet zich, ook door
+Erasmus' verzoek, dat trouwens eer geschikt was om hem te prikkelen dan
+hem te kalmeeren[10], niet weerhouden van het schrijven van een heftig
+geschrift tegen Erasmus, waarin diens verzaken van de Reformatorische
+beweging werd aan de kaak gesteld, en in krasse taal zijn vleierij jegens
+den paus, zijn vriendschap met mannen als Alexander, den vijand en
+tegenstander der Reformatie, over wien hij zich vroeger zoo schamper had
+uitgelaten, zijn heulen met de vijanden der nieuwe beweging werden
+gehekeld.
+
+Erasmus bleef het antwoord op dezen in Juli 1523 verschenen aanval niet
+schuldig. Reeds in September van datzelfde jaar kwam het van de pers,
+zeer kort nadat inmiddels von Hutten overleden was, waarvan Erasmus
+echter eerst bericht ontving nadat hij zijn antwoord had neergeschreven,
+en onmiddellijk vóór de uitgave ervan.
+
+De omstandigheden drongen Erasmus steeds meer terug naar de zijde, die
+sommigen hadden gehoopt, dat hij te eeniger tijd zou verlaten, naar den
+kant nl. der Roomsche Kerk. Toen Clemens VII in 1524 tot paus was
+verheven, schreef Erasmus hem een brief vol vleierij. Wat hij te Bazel
+aanschouwt van de werking van "het nieuwe evangelie", doet hem verlangen
+naar een plaats, die vrij mocht zijn van menschen, "onbeschaamd,
+huichelachtig, verraders, als dit nieuwe evangelie voortbrengt". Wist
+hij zulk een plaats, hij zou er heengaan.
+
+Steeds duidelijker wordt, dat voor de Reformatie van Erasmus niets is te
+verwachten: hij zal haar zijde nimmer kiezen. Ja, ten laatste wordt hij
+nog genoopt tegen Luther en zijn werk te schrijven. Hij doet het in het
+geschrift "Van den vrijen wil", waarin hij, tegenover Luthers
+voorstellingen, de Pelagiaansche opvatting der wilsvrijheid verdedigt,
+(1524), en waarop deze met zijn "Van den knechtelijken wil" antwoordde
+(1525). Erasmus' repliek volgde in nog twee geschriften.
+
+Almeer komt hij tusschen twee vuren. In de Nederlanden hield men hem
+voor een Lutheraan, in Duitschland voor 'n hevig Anti-Lutheraan. "Ik
+zie", zoo schrijft hij, "dat het mijn lot is, terwijl ik beide partijen
+van nut tracht te zijn, dat ik door beide gesteenigd word".
+
+Want ook van Roomsche zijde wordt tegen hem gewoed, zóó, dat het hem
+verbittert. Van de "theologen en monniken", zegt hij: "dat vee woedt zoo
+hardnekkig en dom tegen mij, dat ik, had ik geen steenen gemoed gehad,
+door hun haat zelfs in het kamp van Luther had kunnen gedreven zijn".
+
+Tegen Albertus Pius, den vorst van Carpi, tegen de Dominikaners en
+Franciskaners van Spanje had hij zich in geschrifte te verweren tusschen
+al den arbeid door, dien hij met stalen vlijt bleef verrichten. Zoo
+vertaalde hij sommige geschriften van _Origenes_, van _Chrysostomus_,
+_Athanasius_ en andere kerkvaders; schreef een dialoog "_over de juiste
+uitspraak van het Latijn en het Grieksch_"; in dezen zelfden tijd (1528)
+kwam zijn geestige, scherpe dialoog "_Ciceronianus_" van de pers, waarin
+het overdreven classicisme der Italiaansche humanisten werd bespot;
+bezorgde hij een nieuwe uitgave van _Seneca_, en, meer op aandringen van
+den uitgever Frobenius, dan uit sympathie voor _Augustinus_, ook een
+druk van diens werken.
+
+Ook te Bazel zelf werd het Erasmus welhaast te benauwd. Wel waren nu
+zijn geldelijke omstandigheden van dien aard, dat hij onbekommerd, in
+betrekkelijke weelde kon leven. Hij kon zich nu veroorloven in een eigen
+huis te wonen, en drie bedienden te houden, waarvan er steeds één op
+reis was om een brief te bezorgen, of eenige andere opdracht te
+vervullen. Al bleef de keizer vaak in gebreke hem zijn jaargeld te doen
+uitbetalen, geldgebrek had hij in dezen tijd geenszins. Behalve geregeld
+de jaargelden van zijn Engelsche vrienden Warham en Mountjoy ontving hij
+talrijke geschenken, niet zelden in geld, van vorsten, kardinalen,
+hertogen, bisschoppen. Twee malen zond paus Clemens VII hem 200
+goudguldens. Sigismund I van Polen zond hem een vorstelijk geschenk. De
+verkoop van zijn boeken bracht hem steeds meer aan. Bijna geregeld had
+hij een of twee jonge mannen van aanzienlijke positie in zijn omgeving,
+die van zijn omgang en geleerdheid genoten, het een eer achtten aan
+zijne tafel aan te zitten, en de kosten van zijne huishouding hielpen
+dragen. Onder hen noemen wij alleen den bekenden Johannes a Lasco, die
+aan Erasmus veel te danken had.
+
+Tegenover al dit licht ontbrak evenwel de schaduw niet. Vele vrienden
+ontvielen hem door den dood, onder welke het verlies van Frobenius (+
+1527) hem zeer diep trof.
+
+Daarbij maakte het veldwinnen van de Hervorming te Bazel het verblijf
+voor Erasmus daar niet aangenamer. In den avondmaalsstrijd, die
+ontbrandde, scheen hij af te wijken van het gevoelen der R. kerk, en te
+neigen tot de meening van Oecolampadius ten aanzien van de wijze, waarop
+Christus in het brood en den wijn van het H. Avondmaal tegenwoordig was.
+Zijne voorzichtige, soms dubbelzinnige[11] uitingen deden hem
+het verwijt niet ontgaan, dat hij het met Oecolampadius wel eens was,
+doch er niet voor durfde uitkomen. Aan de andere zijde vraagde de
+overheid van Bazel zijn advies, of de verkoop van Oecolampadius' boek
+daar al of niet zou worden toegestaan. Een en ander was oorzaak, dat hij
+zich niet recht meer op zijn gemak gevoelde. En toen eindelijk te Bazel
+de onrust onder het volk toenam, de mis openlijk werd afgeschaft, de
+beelden uit de kerken werden verwijderd, achtte hij het beter van
+woonplaats te veranderen. Hij koos daartoe _Freiburg_ im Breisgau,
+waarheen hij in 1529 vertrok.
+
+Hier bracht hij zijne laatste levensjaren door, af en toe geplaagd door
+ongesteldheid en hevige ziekte. Toch rustte zijn arbeid niet. Velerlei
+werken van zijne hand verschenen nog, o.a. eene uiteenzetting van de
+Apostolische geloofsbelijdenis, van de tien geboden en het Gebed des
+Heeren; een klein geschrift over de voorbereiding tot den dood, op
+verzoek van Rochford, den vader van de ongelukkige Anna Boleyn,
+vervaardigd; een breede verhandeling, aan de hand van Psalm 84, "over de
+liefelijke eenheid der kerk" waarin eene uiteenzetting wordt gegeven
+over de verschillende ketterijen die de kerk hadden belaagd, en Erasmus
+zich, veel scherper dan hij vroeger wel gedaan had[12], over de Arianen
+uitspreekt.
+
+Sinds 1534 begon hij hevig aan de jicht te lijden, zoodat hij niet zelf
+kon schrijven, maar moest dicteeren. Niettemin slaagde hij er nog in een
+werk "Over de kunst van prediken" te voltooien.
+
+In verband met den druk van dit werk vertrok hij naar Bazel, met het
+voornemen vandaar naar de Zuidelijke Nederlanden te gaan. Doch hiertoe
+zou het niet komen. Zijne krachten waren gesloopt. Een ziekte overviel
+hem, die hij niet meer kon doorstaan. Den 12en Juli 1536 overleed hij,
+omgeven door een kleinen kring van vrienden, onder aanroeping van den
+naam van Christus.
+
+Hij werd in de hoofdkerk van Bazel begraven, ten grave gedragen door de
+studenten der universiteit, zijn stoffelijk overschot gevolgd door al
+hare professoren.
+
+De door hem bij testament aangewezen erfgenamen zorgden voor een
+grafsteen, die de plaats, waar hij begraven ligt, aanwijst, en dezen
+Desiderius Erasmus van Rotterdam in een opschrift eert als een
+"alleszins zeer groot man, wiens onvergelijkelijke geleerdheid in
+allerlei wetenschap het nageslacht zal bewonderen en verkondigen".
+
+ * * * * *
+
+Vragen wij thans, na deze vluchtige schets zijner lotgevallen, naar de
+beteekenis van dezen groote, één der geleerdste en meest vermaarde
+mannen der 16e eeuw, en trachten wij ons een indruk te vormen van den
+invloed, op zijn eigen tijd en op het nageslacht uitgeoefend.
+
+Allereerst moet dan gewezen op Erasmus' karakter en geestes-aanleg. Dat
+hij een man was vol geest, een liefhebber van scherts, met een scherpe
+opmerkingsgave voor het dwaze en lachwekkende in toestanden en personen,
+ziet ieder terstond die zijn trekken gadeslaat, zooals Holbein de
+jongere ze weergaf. Uit zijn oog spreekt het vernuft, de spotachtige
+trek ligt duidelijk geteekend om den mond. Dat die spot wonden kon als
+een vlijmende dolk, ondervond o.a. von Hutten, tegen wiens aanval hij
+zich in een scherp geschrift teweer stelde, ondervonden ook de
+geestelijken, die zich hadden aan te trekken wat hij zoo herhaaldelijk
+schreef over de domheid, het formalisme, het bijgeloof, dat in de kerk
+zoo velerwegen heerschte. Aan de andere zijde was Erasmus een man van
+groote bedeesdheid, uiterst schuchter en verlegen, het liefst rustig
+tusschen zijne boeken, de pen in de hand, of in een vertrouwelijk en
+onderhoudend gesprek met enkele goede vrienden. Misschien kan zijn
+zwakke gezondheid, die hem veel deed lijden en waarover hij in menigen
+brief in den breede handelt[13], hierbij voor een deel in rekening
+gebracht worden.
+
+Hoe het zij, als een beeld van fieren, nobelen moed staat hij niet voor
+ons. Soms durft hij onbeschroomd zelfs den paus raad te geven en te
+vermanen, en toont hij tegenover één zijner beschermers, die met zijn
+armoede een weinig den spot gedreven had, een fijn eergevoel. Maar bij
+andere gelegenheden vloeien zijne brieven aan hooggeplaatsten over van
+onwaardige vleierij. En de wijze, waarop hij een enkele maal tegen zijne
+bestrijders optreedt, of over zijne tegenstanders zich uitlaat, strekt
+hem niet tot eer. Over het feit, dat zijn antwoord op von Hutten's
+aanval eerst verscheen na diens dood[14], kan hem geen blaam treffen.
+Minder eervol echter is voor hem, dat hij ook den uitgever van von
+Hutten's strijdschrift trachtte te achterhalen, en aan de overheid van
+Straatsburg, waar de drukker woonde, verzocht dezen te straffen.
+
+Dikwijls is gewezen op een trek in Erasmus' karakter, door sommigen
+plooibaarheid, door anderen lafhartigheid en onoprechtheid genoemd. Een
+onweersprekelijk feit is, dat hij, vreesachtig als hij was, gaarne
+buiten moeite bleef, en dikwijls kans zag uitlatingen, die hem onder
+verdenking van ketterij brachten, later weer te verzachten, of geheel te
+verloochenen. Weinig nobel was zijn houding jegens den jongen Franschen
+edelman Louis de Berquin, een vurig humanist en bewonderaar van Erasmus,
+met wien hij in levendige briefwisseling stond. Ten gevolge van zijn
+optreden tegen de R. kerk, werd de Berquin in 1529 te Parijs verbrand, na
+een beroep gedaan te hebben op Erasmus' tusschenkomst; doch tevergeefs.
+En ook dan nog laat Erasmus, in al te groote voorzichtigheid, zich zeer
+koel over den vurigen strijder uit. "Over zijne zaak, die mij totaal
+onbekend is, kan ik mij niet uitspreken. Heeft hij zijne straf niet
+verdiend, ik betreur het; heeft hij haar wel verdiend, zoo betreur ik
+het dubbel: want het is nog beter onschuldig dan schuldig te sterven!"
+
+Niet moeilijk zou het zijn voorbeelden aan te halen van de pogingen, die
+hij aanwendt, om verklaringen, welke hem gevaarlijk konden worden,
+aannemelijk te doen schijnen; van de onoprechte wijze waarop hij zich
+uitlaat; van de terughouding, dubbelzinnigheid en tegenstrijdigheid van
+menige uitspraak. Niet zelden zijn het onoprechte uitvluchten, waarmede
+hij zich tracht te vrijwaren. Wij zouden aan de waarheid te kort doen
+door dezen karaktertrek geheel te verzwijgen. Hij is deels een uiting
+van vreesachtigheid en deels een gevolg van gemis aan een
+diepgewortelde, met heilig vuur verdedigde overtuiging.
+
+Het is dan ook licht te begrijpen, dat men soms niet wist wat men aan
+hem had; dat hij bij de Roomsche geestelijken gold voor een aanstichter
+der Reformatie, en bij de Lutherschen als een hevig anti-Lutheraan; dat
+een man als von Hutten hem verweet, dat hij zich uit vrees en
+halfslachtigheid meer en meer aansloot bij de pauselijke partij, terwijl
+hij zich toch vroeger zoo kras over den paus, de geestelijken en de
+misbruiken der kerk had uitgelaten.
+
+Toch doet men onzes inziens Erasmus geen recht, wanneer men alleen aan
+dezen karaktertrek toeschrijft dat hij, naarmate de Reformatie veld won
+en de door Luthers optreden ontbrande strijd heftiger ging woeden,
+steeds meer zijne gehechtheid aan de Roomsche kerk, zijne gehoorzaamheid
+aan den paus uitspreekt. Het is waar, in den loop der jaren en bij den
+voortgang der gebeurtenissen worden dergelijke betuigingen menigvuldiger
+en duidelijker. En evenzeer is het waar, dat hij door zijn tallooze
+hatelijkheden tegen de geestelijkheid, door zijn meedoogenloos bespotten
+van de misbruiken in de kerk, niet alleen aan die kerk veel afbreuk
+heeft gedaan, maar ook den indruk kon maken aan de zijde der Hervorming
+te staan. Doch het is niet juist, te zeggen, dat hij uit vrees of
+lafhartigheid is teruggekeerd van een weg, dien hij, om de gevolgen,
+niet ten einde durfde loopen, en dat hij, waar hij zijn verknochtheid aan
+de R.-Kath. kerk uitspreekt, zijn beginsel zou hebben verloochend of zijn
+diepste overtuiging geweld aangedaan. Hij verklaart zelf (in 1525), ten
+opzichte van zijne houding jegens de R. kerk en de Reformatie: "tot nog
+toe heb ik mij evenmin door vleierij als door dreigingen of door
+scheldwoorden van beide partijen van mijn plaats laten dringen. Dat zal
+iemand misschien voorzichtigheid noemen, eer dan standvastigheid... Toch,
+mijn geweten heeft mij weerhouden, geen vrees". En wij mogen het ervoor
+houden, dat hij hierin de waarheid spreekt.
+
+Bovendien ligt in Erasmus' ganschen geestes-aanleg de verklaring voor de
+houding, die hij aannam, en die niet aan min-edele motieven
+toegeschreven, of louter uit vrees en dubbelzinnigheid mag verklaard
+worden. Hem kenmerkt een zekere skepsis, waardoor hij den gloed eener
+vaste overtuiging mist. Innerlijk was hij los van de leer der kerk, die
+in zijn gemoedsleven geen weerklank vond, en waarvan hij voor zijn
+denken evenmin de beteekenis inzag. Zoo kan het gebeuren, dat hij
+telkens tot uitingen komt, die hem onder de verdenking van ketterij
+brengen, een verdenking, die hij door zijne omzichtige wijze van
+uitdrukking weet af te wijzen, en door betuiging van onderworpenheid aan
+de kerk en hare leer neutraliseert. En niettemin bleven de monniken hem
+beschouwen als hun doodelijken vijand. Zij gevoelden, als bij instinct,
+alhoewel hij in zijne afwijkingen van de leer geen vat op zich gaf door
+de voorzichtigheid van zijne woordkeus, dat toch de gansche geest van
+hetgeen hij leerde aan Rome vijandig was.
+
+Zoo geeselt hij wel misbruiken, en wijst misstanden aan; maar in de
+ontaarding, waarop hij zijn aanvallen richt, treft hij de zaken zelf, en
+werkt hij ertoe mede dat deze voor veler besef haar beteekenis verliezen.
+
+Zeer sterk komt dit bijv. uit in zijn, in 1524 geschreven boekje over
+"de wijze van biechten". Hierin somt hij eerst negen voordeelen op der
+biecht, wijdt dan lang uit over de nadeelen en gevaren, die eraan
+verbonden kunnen zijn, waarvan hij er eveneens negen opnoemt, om ten
+slotte te spreken over de rechte wijze van biechten, en te besluiten met
+de woorden: "deze opsomming van de nadeelen strekt niet om van de biecht
+af te schrikken, maar opdat wij meer tot ons nut zouden biechten". Doch
+de uitwerking van een dergelijke wijze van schrijven moest wel zijn, dat
+hij metterdaad van het biechten afschrikte. Niet anders is het in
+hetgeen hij schrijft telkens waar hij zich uitlaat over het vasten. Zeer
+terecht is dan ook van hem gezegd: "niemand wist beter dan hij
+bijgeloovige uitwassen, kerkelijke misbruiken zóó met zijn spot te
+treffen, dat ook de zaak zelve, waaraan het misbruik zich had gehecht,
+erdoor werd getroffen".
+
+En toch is het geen onoprechtheid, wanneer Erasmus met dat al verklaart,
+zich aan de uitspraken en meeningen der kerk te onderwerpen. Zeer scherp
+en duidelijk karakteriseert hij zichzelf in de volgende woorden: "ik ben
+zóó afkeerig van dogmata, dat ik gemakkelijk zou kunnen overgaan tot het
+gevoelen der skeptici, overal waar het door de onaantastbare autoriteit
+der H. Schriften en de besluiten der kerk geoorloofd is, aan welke ik
+mijn verstand in alle opzichten gaarne onderwerp, hetzij ik begrijp, wat
+zij voorschrijft, hetzij ik het niet begrijp".
+
+Hij blijft n.l., al is hij innerlijk los van wat de R. kerk leert, en al
+valt zijne innerlijke overtuiging met de leer der kerk volstrekt niet
+samen, zich toch geheel bewegen binnen het kader der traditie. Vandaar
+dat hij zich gewillig neervleit onder de autoriteit der kerk; de
+traditie houdt hem gebonden; hij protesteert heftig en scherp, tast
+allerlei misbruik aan, doch mist een eigen uitgangspunt, een
+eigensoortig religieus beginsel, waarmede hij zich tegenover de R. kath.
+kerk zou kunnen stellen. Zoo keert hij telkens meer, en naarmate hij
+ouder wordt, bereidwilliger en gemakkelijker, zich af van de Reformatie,
+waartoe hij niet behoort, wendt hij zich heen tot de kerk waarvan hij
+zich niet losgemaakt had.
+
+Hij is de geleerde, meer de man van intellect dan van gemoed, die, zelf
+zijn genot vindend in den arbeid aan zijne schrijftafel, verdiept in
+zijne classieken en in bepaalde deelen der H. Schrift, geen oog heeft
+voor de roerselen van het volksleven, en weinig vatte van de religieuze
+worsteling, waar het ging om in de Reformatie.
+
+Hij meende door zijne geschriften, door zijn spot en satire, mede te
+helpen aan de innerlijke hervorming en verbetering der kerk. Door z'n
+litteraire werkzaamheid, langs een rustigen weg meende hij, dat zulk
+eene verbetering zou worden bereikt. Vandaar dat hij ook den paus soms
+aanmaant tot bezadigd optreden tegen de door Luthers toedoen in gang
+gezette beweging. Hoe weinig hij in staat was, de beteekenis en
+draagkracht van Luthers optreden te beseffen, en hoe slecht hij de
+diepste en krachtige motieven verstond, waardoor deze onweerstaanbaar
+gedreven werd, blijkt wel uit zijne illusie, dat de vrede in de kerk nog
+wel zou terugkeeren, wanneer de paus maar een algemeen concilie
+samenriep waarin niet anders dan gematigde, verzoeningsgezinde en
+vredelievende personen zitting zouden hebben. En dat in 1523, toen toch
+ongetwijfeld de zaak der Reformatie te ver gevorderd was, dan dat zij op
+zulk eene wijze had kunnen gekeerd worden.
+
+Hij was vreemd aan den ziele-nood en de ziele-worsteling, waarin een
+Luther door zijn zonde-besef voor zijn' God was neergevallen, en waaruit
+deze eerst uitkomst had gevonden mèt het antwoord op de vraag, hoe hij,
+zonder dat eenig schepsel zich tusschen God en zijne ziel plaatste, een
+genadigen God kon hebben.
+
+Daarom kon Erasmus telkens den raad geven, dat men zich toch over Luther
+niet zoo druk zou maken; daardoor kon hij de vergissing begaan, te
+denken, dat het beste was, tot Luthers beweringen het zwijgen maar te
+doen. Hij meende, "indien men tegen Luther maar niet zoo heftig te keer
+was gegaan, zou de zaak niet zoo'n vaart geloopen hebben. En nog, als
+men zich maar drie maanden stil hield, zou de heele Luther met zijn
+geschrijf wel vergeten zijn".
+
+Alsof zulk eene beweging, uit den drang der conscientie, uit de
+worsteling om vrijheid opgekomen, zou verdwijnen indien zij maar werd
+doodgezwegen! Doch Erasmus is niet de eenige, die een dergelijke
+vergissing heeft begaan.
+
+Het meest vreesde hij eigenlijk van het tumult door Luther gewekt, voor
+de zaak der taalstudie en der fraaie letteren. Daaraan had Erasmus het
+meest zijn hart verpand. Hij was voor en boven alles de _humanist_. De
+onkunde, het barbaarsch latijn der lagere geestelijkheid was hem een
+oprechte ergernis. Zelf is hij doorkneed in de litteratuur der Grieksche
+en Latijnsche oudheid, van haar geest gedrenkt, en van liefde voor de
+classieken bezield. En zijn groote vrees is, dat de Luthersche beweging
+aan de zaak der letteren schade zal doen. Herhaaldelijk geeft hij uiting
+aan die vrees. De vijanden van Luther zullen ook hèm willen treffen. Zij
+zullen niet rusten, voordat zij de taal en alle studie der letteren
+eronder hebben gebracht. De onuitroeibare haat tegen taal-studie en
+literatuur is naar zijne meening de bron van de gansche tragedie.
+
+Hoezeer Erasmus-zelf thuis was in die classieke letterkunde bewijzen
+niet alleen werken als de "Spreekwoorden" en de "Spreuken"[15], maar
+blijkt op iedere bladzijde van al zijn geschriften, waar spreekwijzen,
+beelden, voorbeelden, zinspelingen, aan classieke auteurs ontleend,
+schering en inslag zijn.
+
+Erasmus is de humanist, en behoort naar zijn geestesaanleg geheel tot de
+humanistische beweging. Voor de Reformatie heeft hij beteekenis gehad
+door zijne uitgave van het Grieksche Nieuwe Testament, door zijn
+aandringen op studie der H. Schrift, door zijne bestrijding ook van de
+Roomsche kerk. Doch zijne voornaamste beteekenis en invloed ligt toch op
+een andere lijn.
+
+Wel vertoonde zijn humanisme een eenigszins ander karakter dan dat der
+Italiaansche classicisten. Bij Erasmus was het getemperd door zijn
+moralisme, dat gebaseerd was op de H. Schrift. In dit opzicht is de
+invloed van de school te Deventer onmiskenbaar. Vandaar dat hij tegen
+het drijven dezer Italianen sterk gekant is. Hij is niet gediend van hun
+frivoliteit, van hun aanbidding van den "schoonen vorm", van hun
+streven, de heidensche oudheid te doen herleven. Herhaaldelijk
+waarschuwt hij tegen het paganisme, dat bij hen het hoofd opsteekt. In
+zijn "Ciceronianus" hekelt hij dit streven, zich van den invloed der
+chr. religie te willen losmaken, en alles in de vormen der classieke,
+voorchristelijke wereld te hullen. Hij voor zich wil met het opleven der
+classieken de zaak der christelijke religie dienen. En voor hem bestaat,
+in overeenstemming met zijn moralistischen aanleg, de kern van het
+christendom in de Tien geboden, de bergrede, en het Onze Vader. Het Oude
+Testament lag bijna geheel buiten zijn gezichtskring; voor de eenheid en
+den organischen voortgang der Godsopenbaring had hij geen oog; zoo meent
+hij bijv. dat er een zeer groot onderscheid is tusschen "den God der
+Joden en den God der Christenen".
+
+Geheel in overeenstemming met den realistischen, niet-speculatieven
+trek, die zijn tijd kenmerkt, en geheel naar zijn eigen,
+onsystematischen, moralistischen aanleg, met zijn afkeer van een
+speculatieve behandeling der religieuze waarheid, reduceerde hij de
+christelijke religie tot wat naar zijne meening de hoofdzaak was.
+
+Ook Luthers greep was een reductie, een vereenvoudiging, een zich
+beperken tot het centrale: in de leer van de rechtvaardiging uit geloof
+alleen werd een antwoord gegeven op de conscientie-vraag van den zondaar
+aangaande zijne verhouding tot God. Bij Erasmus werd het alles uit een
+moralistisch oogpunt gezien. Zelfs de beteekenis van Christus ging bij
+hem ongeveer uitsluitend op in die van den leeraar, in den hemelschen
+leidsman tot een goed en deugdzaam leven. Voor hetgeen buiten deze
+ethische beteekenis der christelijke religie lag, kon Erasmus zich
+neerleggen bij de autoriteit der R. Kath. kerk.
+
+Ten slotte zij gewezen op Erasmus' beteekenis inzake opvoeding en
+onderwijs. Ook hierin staat hij onder de humanisten vooraan. Door zijn
+buitengewoon rijke litteraire werkzaamheid, en door zijn veelvuldige
+reizen, die hem gelegenheid gaven, in persoon raad en aanwijzing te
+geven, heeft hij misschien meer dan iemand anders bijgedragen tot de
+verbreiding van het humanisme. Zijn eigenlijke aanleg en beteekenis
+komen hierin veel meer uit; op dit terrein beweegt hij zich vrijer,
+zijne meeningen komen niet rechtstreeks in botsing met de traditie der
+kerk, waarvan hij innerlijk los is, en waaronder hij toch zich gevangen
+geeft. In Erasmus als humanist, niet als reformator, komt zijn grootheid
+het meest uit.
+
+Buiten en behalve zijn overigen arbeid vond hij ook tijd zich direct met
+vragen van opvoeding en met onderwijs-zaken in te laten. Talrijk zijn
+zijne theoretische beschouwingen hierover; en van niet minder beteekenis
+waren de schoolboeken, door hem vervaardigd. Voor Colet's school te
+London bijv. schreef hij een werkje "Over de wijze van het
+brieven-schrijven"[16] (1522); reeds werd gewezen op zijne
+"Samenspraken"; ook verdient nog vermelding een geschrift, dat voor de
+verbetering van den stijl aanwijzingen geeft, en behulpzaam moet zijn in
+het aanleeren van fraaie uitdrukkingswijze: "Over den rijkdom zoowel van
+uitdrukking als van onderwerp" (1512). Geheel in overeenstemming met wat
+het humanisme in het algemeen kenmerkte, verwachtte ook Erasmus
+verbetering van beschaving en verreining van de zeden der
+geestelijkheid, wanneer het "barbarisme" maar zou plaats maken voor een
+verbeterde eloquentie. Aan den sierlijken, schoonen vorm werd ook door
+hem veel gewicht gehecht. En de classieke oudheid moest daarbij als
+voorbeeld dienen. Erasmus zelf wilde hieraan medewerken, door de
+schoolboeken, die hij vervaardigde, niet minder dan door de uitgaven van
+talrijke classieke latijnsche schrijvers, door hem bezorgd; ook door wat
+hij schreef "over de juiste uitspraak van het Latijn en het Grieksch"
+(1528).
+
+Zoowel voor de kennis van het Latijn als voor die van het Grieksch is de
+beteekenis van dezen genialen man groot geweest. Zelf hanteerde hij het
+Latijn met de grootste gemakkelijkheid; hij schreef deze taal zeer
+vloeiend en elegant. En evenzeer was hij in geestdrift ontstoken voor
+het Grieksch, dat hijzelf te Cambridge eenige jaren doceerde, en als vak
+van onderwijs met het Latijn wilde gelijkgesteld zien.
+
+Erasmus' gedachten over opvoeding en onderwijs zijn niet systematisch
+geordend, een afgerond systeem geeft hij nergens. Wel heeft hij in meer
+dan één geschrift zijne denkbeelden neergelegd. Hiervan noemen wij
+nevens het kleinere, in 1512 verschenen geschriftje "Over de wijze van
+onderwijs", het grootere "Dat de knapen tot deugd en wetenschap van der
+jeugd aan moeten worden opgevoed" (1529), een werk waarin de denkbeelden
+van het humanisme over het schoolonderwijs duidelijk en breedvoerig
+worden uiteengezet. Ook over de opvoeding van meisjes uitte hij zijne
+gedachten in zijn werk "Over het christelijk huwelijk" (1526).
+
+In al deze geschriften is het humanistisch streven naar hervorming en
+verbetering van opvoeding en onderwijs aan het woord.
+
+Erasmus zelf heeft in zijne jeugd de ondervinding opgedaan van het
+stelsel van plak en roede, dat in de kloosterscholen heerschte; van de
+methode, om maar eindeloos te laten van buiten leeren en opzeggen en
+herhalen, die toen de meest gebruikelijke was. Ongeloofelijk sterke
+voorbeelden van hardvochtigheid in de behandeling van scholieren weet
+hij aan te halen, klaarblijkelijk wel uit eigen ervaring,
+mishandelingen, die niet alleen als straf voor een soms zeer gering
+misdrijf werden toegepast, maar soms ook louter om den leerling te
+vernederen.
+
+Hiertegenover beveelt Erasmus zachtheid aan en liefde. Aan den
+onderwijzer stelt hij zeer hooge eischen; hij gevoelt meer voor den
+huisonderwijzer, die desnoods aan een klein getal kinderen tegelijk
+onderwijs kan geven, dan voor het samenbrengen van een groot aantal in
+ééne klasse. Voor de vrouw als onderwijskracht had hij zeer weinig
+crediet; hij achtte het ongewenscht, dat zij met het onderwijs belast
+werd. In zijne humanistisch-Pelagiaansche beschouwingswijze hechtte hij
+een zeer groote waarde zoowel aan den uiterlijken vorm als aan de macht
+van het voorbeeld. De kinderziel achtte hij gelijk aan een onbeschreven
+blad papier; door navolging was haar deugd of ondeugd aan te leeren, en
+in het aanleeren van den vorm lag een voorbereiding voor het bezit van
+het wezen der dingen. Zoo schreef hij een ook voor de
+cultuurgeschiedenis zeer merkwaardig werkje "over de hoofsche zeden der
+jeugd": de uiterlijke vormen der wellevendheid waren hem eene
+noodzakelijke aanvulling van de wetenschappelijke vorming en eene
+voorbereiding voor de zedelijke opvoeding.
+
+Het eerste en voornaamste doel der opvoeding is voor hem, "dat de
+teedere ziel de beginselen der vroomheid indrinke". Doch deze godsvrucht
+vertoonde, in overeenstemming met zijne moralistische opvatting van de
+religie, zeer veel overeenkomst met wat later als "christelijke en
+maatschappelijke deugden" zou worden aangediend.
+
+In vele opzichten vinden wij ook in deze geschriften van Erasmus
+opmerkingen op pædagogisch en zielkundig terrein, waardoor hij bewijst
+zijn tijd vooruit te zijn, gedachten die in later eeuwen zouden worden
+herhaald en opvoeding en onderwijs zouden gaan beheerschen. Aan de
+andere zijde is hij geheel en al de humanist, een der grootsten en meest
+geniale, zoo niet de grootste en meest begaafde onder de humanisten.
+
+Zijn tijd begroette hem als den man, die geroepen zou zijn de groote
+hervorming van alle dingen, welke men als voorgevoelde, door te voeren.
+Bij zijn komst te Keulen, in December 1516, werd hij begroet als een
+tweede Hercules, die de wereld bevrijden zou van monsters, welke sedert
+acht eeuwen allerwege waren opgekomen. Als een tweede Paulus, wiens
+roeping was het oude christendom te doen herleven, werd hij in een brief
+van 1517 door één zijner bewonderaars aangesproken.
+
+Wat is er geworden van dit alles? Heeft zijn tijd hem overschat, ja dan
+neen? Overschat, zooveel als het humanisme zichzelf overschat heeft.
+
+Erasmus zelf heeft den neergang der humanistische beweging nog
+aanschouwd. Het deed hem pijnlijk aan en stemde hem weemoedig.
+Herhaaldelijk beklaagt hij zich dat velen hem verlaten, die vroeger
+onder hun vriendelijkheden hem bijna verstikten. Zij kiezen de zijde van
+Luther. Aan de door Luther in gang gezette reformatorische beweging gaf
+Erasmus de schuld van wat in waarheid in den oorsprong en den aard van
+het humanisme zelf zijn oorzaak had. Ten deele beweegt ook Erasmus zich
+binnen het kader der traditie. Een reformator was hij niet. En tot zijn
+voordeel is het niet geweest dat hij zoo vaak met Luther is vergeleken.
+
+Niettemin staat hij vóór ons als één der groote mannen van zijn tijd.
+Als een man van scherpen geest en buitengewone geleerdheid. Als een man,
+groot niet alleen in zijn eigen tijd, maar ook door zijn invloed op de
+volgende eeuwen.
+
+
+
+
+Noten
+
+1. In de door Clericus bezorgde uitgave, Leiden 1703-1706, tesamen niet
+minder dan ruim 12000 colommen druks.
+
+2. Het inschrift in Erasmus' standbeeld te Rotterdam vermeldt 1467 als
+geboortejaar. Volgens zijn grafschrift te Basel stierf hij als 70-jarige,
+wat op 1466 wijst. Reeds Erasmus' vriend Beatus Rhenanus, die een kort
+levensbericht van hem schreef, zegt dat het jaar zijner geboorte niet
+geheel vaststaat.
+
+3. Erasmus schreef dit werk op ruim 20-jarigen leeftijd, doch gaf het
+ruim 30 jaren later uit. In het laatste hoofdstuk, waarin hij o.m.
+schrijft dat "het klooster niets baat, als iemand er goddeloos leeft,
+noch het monnikskleed, als men niet rekent met het witte gewaad, bij den
+doop gedragen", slaat hij een gansch anderen toon aan. Niet
+onwaarschijnlijk is dit hoofdstuk later aan de overige door Erasmus
+toegevoegd.
+
+4. Een rijke verzameling spreekwoorden en dergel., door Erasmus van
+toelichtingen voorzien; de eerste uitgave verscheen te Parijs, en omvatte
+ongeveer 800 spreekwoorden. Het werk, dat talrijke uitgaven beleefde,
+werd met nieuwe stof verrijkt door den schrijver, die naar zijn eigen
+getuigenis, er een "Herculeïschen arbeid" aan verricht had. Meer dan
+10.000 versregels uit Homerus, Euripides e.a. dichters, metrisch in het
+latijn overgebracht, waren erin opgenomen, benevens tal van aanhalingen
+uit Plato, Demosthenes e.a. "Een menschenleven", zegt Erasmus zelf, "is
+bijna te kort om zooveel dichters, grammatici, oratoren, wijsgeeren,
+historieschrijvers, wiskundigen, godgeleerden, waarvan het lezen van de
+titels alleen haast zou vermoeien, te doorzoeken, te lezen, te herlezen".
+
+Dit werk van Erasmus behoort onder diegene, waardoor hij grooten invloed
+heeft geoefend op de verbreiding der classieke beschaving. Het is niet
+slechts een getuigenis aan zijne ontzaglijke belezenheid en geleerdheid,
+maar is ook vol van dien spot en die satyre, waarmede hij zoo gaarne de
+misbruiken en misstanden der R.-Kath. kerk en van de monniken geeselde.
+
+5. Niet onwaarschijnlijk is in zijn "Colloquia" de samenspraak "Vrekkige
+rijkdom", een, zij het dan ook te scherp gekleurde schildering van
+Erasmus' eigen ondervindingen. Vermakelijk is hierin de beschrijving van
+den, meer dan schralen, maaltijd, waarop slecht brood, kei-harde kaas,
+bedorven vleesch of een fragment van een broodmager kippetje met uiterst
+schralen wijn te genieten viel! (Vgl. "Een 12-tal samenspraken van Des.
+Erasmus," vertaald door N.J. Singels, uitgave "Wereldbibliotheek").
+
+6. In 1508 kwam van Manutius' pers een nieuwe druk van Erasmus' Adagia.
+Hij bewerkte een nieuwe uitgave van "Hecuba" en "Iphigenia in Aulis", en
+bezorgde een uitgave van de werken van Terentius en Plautus.
+
+7. De Lof der Zotheid verscheen nog onlangs in eene nieuwe Nederl.
+vertaling van wijlen Dr. J.B. Kan, uitgegeven en van korte ophelderingen
+voorzien door Dr. A.H. Kan, in de "Wereldbibliotheek".
+
+8. D.w.z. "zonder licht, zonder kruisbeeld, zonder God". Indien de
+prediker inderdaad het zóó heeft gezegd als Erasmus het hem in den mond
+legt, is ieder woord een bewijs van ongelooflijke onkunde van de
+latijnsche grammatica.
+
+9. Colloquia familiaria. De eerste, zeer weinig bevattende uitgave,
+verscheen in 1518; in z'n meest uitgebreiden vorm werd het werkje in 1524
+uitgegeven. Sedert werd het talloos vele malen herdrukt, en ook in
+vertalingen gepubliceerd. Twee bloemlezingen van 12 samenspraken
+verschenen in de "Wereldbibliotheek".
+
+10. Toen Erasmus hoorde van von Huttens voornemen, de pen tegen hem op te
+vatten, ried hij hem in een particulieren brief aan, dit liever niet in
+het publiek te doen. Het slot van dit schrijven was een hatelijke
+toespeling op von Huttens berooiden toestand: "Wellicht zouden er
+kunnen zijn, die, vernemende in wat voor omstandigheden gij verkeert,
+gaan vermoeden, dat gij op deze wijze geld zoekt af te persen; het staat
+te vreezen, dat velen deze gissing zullen maken ten aanzien van iemand,
+die verbannen is, in schulden steekt, en tot de uiterste armoede is
+vervallen".
+
+11. Zoo schrijft hij bijv. aan Wilibald Pirkheimer (in 1526): "Mij zou
+het gevoelen van Oecolampadius niet mishagen, als het oordeel der kerk er
+niet tegen was". Het min of meer gevaarlijke van dergelijke uitlatingen,
+waarin hij toch weer geen vat op zich gaf, besefte hij zelf wel, blijkens
+zijn verzoek aan Pirkheimer, dien brief maar niet aan een ieder zonder
+onderscheid te laten lezen.
+
+Kenmerkend is ook een uitspraak als deze: "Hoe zwaar bij anderen de
+autoriteit der kerk weegt, weet ik niet; bij mij is zij van zooveel
+gewicht, dat ik het met de Arianen en de Pelagianen eens zou zijn,
+indien de kerk hunne leer had goedgekeurd".
+
+12. In zijne voorrede op de door hem bezorgde, in 1523 verschenen,
+uitgave der werken van _Hilarius_, kwamen onderscheiden opmerkingen voor
+over de leer der triniteit en het Arianisme, die Erasmus onder verdenking
+van kettersche gevoelens brachten. Ook zijne "Paraphrasen" op het
+N. Test. maken de beschuldiging van ketterij verklaarbaar, evenals
+allerlei beweringen, in de "Samenspraken" den daar optredenden personen
+in den mond gelegd. Hiervan kon Erasmus gemakkelijk verklaren, dat niet
+hij, maar de daar sprekend ingevoerde personen de verdedigers waren van
+afwijkende gevoelens.
+
+13. Meer dan eens treft men in zijne brieven klachten aan over zijne
+gezondheid, en ook uitvoerige, plastische beschrijvingen van zijn kwalen,
+of van eene ongesteldheid, die hem overviel.
+
+14. Zie blz. 30.
+
+15. _Apophtegmata_, een in 1531 uitgegeven rijke verzameling van puntige,
+geestige, korte uitspraken, bijeengebracht uit Grieksche en Latijnsche
+schrijvers. Aan de 6 boeken, waaruit deze verzameling oorspronkelijk
+bestond, voegde Erasmus later er nog twee toe.
+
+16. De sterke ontwikkeling van het schrijven van brieven is een
+karaktertrek aan de humanistische periode eigen, en hangt samen met den
+realistischen trek van het humanisme: men had een afkeer van het
+abstracte, en zocht het concrete. Zoo wordt zelfs het niet-persoonlijke,
+het algemeene, in den concreten vorm van een persoonlijke mededeeling
+gegoten, en ontstaat de verhandeling in den vorm van een brief.
+
+
+
+
+Voor kort is verschenen:
+
+KÄTHE STURMFELS
+
+HET VROUWENGEVAAR
+
+Geautoriseerde vertaling door B. Nolthenius-Mertens
+
+f 1.-- ingenaaid; f 1.40 gebonden
+
+
+INHOUD: Inleiding; Over het wezen der vrouw; Over de vrouwelijke
+zelfstandigheid; Over de grondslagen der Vrouwenbeweging; Het Feminisme
+in vroeger tijden; Het Feminisme als "Amerikanisme"; De dames der
+sexueele ethiek; Het "sociale" Feminisme; Vrouwen in mannelijke
+beroepen; Feminisme, Jodendom en Sociaal-Democratie; De ongunstige
+finantiëele toestand; De oplossing van het Vrouwenvraagstuk; Slotwoord.
+
+
+Besprekingen in de pers:
+
+ Contra:
+
+_Evolutie_: "'n Volmaakt samenraapsel van onzin en tegenstrijdigheden.
+Op ons maakt dit moois den indruk of het zijn ontstaan te danken heeft
+aan 'n studentenmop. "Wedden, dat je den grootst mogelijken onzin, hier
+en daar met-'n-air-van-waar-en-eerlijk-willen-zijn aan het lezend
+publiek kunt voorzetten en dat ze het goedig slikken, het "au sérieux"
+nemen, het bespreken en bestrijden gaan? Wedden, dat tal van recensenten
+er het ontleedmes inzetten en met den grootsten ernst op de leemten en
+de tegenstrijdigheden wijzen, meenende dat ze 'n product van diep en
+ernstig nadenken onderhanden hebben?".
+
+Indien we het niet mis hebben en dit geschrift alzoo zijn ontstaan dankt
+aan 'n weddenschap, dan is voorzeker het doel van de(n) schrijver bereikt".
+
+_Daisy E.A. Junius_ in "Nieuw Vrouwenleven": "Over een kleine 150 jaar
+gelden alle gekken voor wijzen en alle wijzen voor gekken, zegt men. Is
+voor Käthe Sturmfels de vrouw reeds tot dat stadium genaderd?... Men kan
+evengoed nalaten dit boekje te lezen als men kan nalaten "De Roofridder"
+te gaan zien".
+
+_Telegraaf_: "Is het niet of grootmoeder het zegt, in een vertrek met
+den eigenaardigen geur van lodderijn- en snuifdoos? Staat geheel buiten
+de werkelijkheid. Een praatje uit grootmoeders tijd".
+
+_Tijdspiegel_: "De horizon van de schrijfster is nog al beperkt".
+
+_Herman Middendorp_ in "De Vrouw in de XXe eeuw": "Een mal boekje.
+Dom, oppervlakkig, eenzijdig, grof, oudbakken en ridicuul. Zeult aan
+achter alle cultuur".
+
+
+ Pro:
+
+_Neerlands Damesblad_ (Red. Marie van Amstel): "Dit merkwaardige
+boekje behoort in handen te komen van alle denkende vrouwen. Wij hebben
+de overtuiging dat het in de hoofden en harten van allen die het lezen
+zooveel licht zal ontsteken als noodig is om den weg te beschrijven dien
+de denkende man en de echte vrouw in deze tijden hebben op te gaan..."
+
+_De Hofstad_: "Een der weinige wezenlijk zuivere beschouwingen over de
+vrouwenbeweging. Dit boekje van 150 blz. weegt tegen centenaarslasten
+van werken over de vrouwenbeweging, met al hun wetenschappelijke en
+statistische fratsen, op".
+
+_Haarl. Dagblad_: "Zegt herhaaldelijk rake dingen. Een boekje van
+beteekenis".
+
+_Maçonniek Weekblad_: "Onderhoudend en niet zonder talent geschreven"
+
+_Schied. Crt._: "Een bizonder, 'n belangrijk boekje".
+
+_Ned Kerkbode_: "'t Is wat hartstochtelijk hier en daar, maar, afgezien
+van enkele bijzonderheden, heeft de vrouw die het schreef, _gelijk_".
+
+_Goudsche Crt._: "Ik heb dezer dagen een merkwaardig boekje gelezen. Ik
+heb daarin veel leerrijks, veel interessants gevonden en veel dat ons
+zoo kalm voor ons weg doet denken: dat heb je 'm nou eens flink gezegd".
+
+_Onze Eeuw_: "Een merkwaardig, een moedig boekje".
+
+_De Avondpost_: "Men weet van ouds dat het "enfant terrible" wonderlijk
+juiste dingen kan zeggen, omdat het dingen zegt die een ander geleerd
+heeft voorzichtiger te formuleeren, zoo niet voor zich te houden. Er is
+in de boutades van K.S. een jeugdige frischheid welke prettig aandoet".
+
+_Soerabaiasch Handelsblad_: "Een "brutaal" boekje, dat juist door deze
+eigenschap bekoorlijk wordt en den lezer sympathiek. Die arme Käthe
+Sturmfels wordt natuurlijk door veel dames "met den nek aangezien". Maar
+de zuiver denkende mannen met een gezond idealisme drukken die Käthe
+bemoedigend de hand".
+
+_Vragen van den Dag_: "een met overtuiging, warmte en talent geschreven
+pleidooi".
+
+_Dordr. Crt._: "Een flinke daad".
+
+_Leidsch Dagblad_: "Ons moet de opmerking van 't hart, dat wij wenschten
+hoe er meer van dit soort boeken geschreven werd".
+
+_Bredasche Crt._: "Een interessant, origineel boek".
+
+_Controleur_: "Stond het ons vrij naar believen een plaats te zoeken, we
+zouden in het gezelschap van deze Käthe wel behagen scheppen".
+
+_Nieuwsblad v.h. Noorden_: "Een eigenaardig boek, waarvan we de
+overplanting op Nederlandschen bodem niet betreuren.... Het doet hier en
+daar denken aan freule de Savornin Lohman. Het zegt heel dikwijls
+gezonde dingen in eenvoudige taal en heeft de verdienste dat het tot
+nadenken dwingt".
+
+_Nieuwe Haagsche Crt._: "Een voortreffelijk boek. Neem en lees, is de
+beste recensie die men schrijven kan".
+
+ * * * * *
+
+
+
+
+NIEUW
+
+HAVELOCK ELLIS
+
+De Wereld der Droomen
+
+Met toestemming van den Schrijver in het Nederlandsch vertaald onder
+toezicht van en met een inleiding voorzien DOOR Dr. A.W. VAN RENTERGHEM
+
+f 1.90 ingenaaid
+
+f 2.40 gebonden
+
+
+Het droomvraagstuk heeft door alle eeuwen heen den mensen belangstelling
+ingeboezemd.
+
+Waar de een in den droom iets verhevens ziet: een zich tijdelijk
+losmaken van de ziel van het lichamelijk omhulsel, lijkt het den ander
+in het gedroomde slechts de zinlooze klanken te hooren, aan het klavier
+ontlokt door de vingers van een in het pianospel niet bedreven mensch....
+
+Een nieuw licht werd voor enkele jaren op het droomleven geworpen door
+_Freud_, hoogleeraar in de ziekteleer van het Zenuwstelsel, te Weenen,
+waardoor menig raadsel tot de oplossing wordt gebracht. Langs den weg
+der door hem gevonden psycho-analyse is het hem gelukt de droomen te
+"duiden" en aldus tot beter begrip te komen van stoornissen in het
+zenuw- en zieleleven, zoowel bij den zoogenaamd normalen mensch als bij
+meer ernstige afwijkingen in de psyche van lijders aan zenuw- en
+zielsziekten....
+
+Intusschen is _Freud_'s boek, hoe voortreffelijk ook geschreven, geen
+lectuur zonder meer geschikt voor den ontwikkelden leek. Zij vereischt
+een voorbereiding, en deze taak nu is mijns inziens weggelegd voor
+_Havelock Ellis_. Genoemde geleerde heeft zich een grooten naam gemaakt
+door zijne vorschingen op het gebied der Ethnologie en Anthropologie, en
+door het schrijven eener Encyclopaedie der Psychologie van het
+geslachtsleven. In 1911 gaf hij uit "The World of Dreams", waarin hij
+een samenhangend volledig overzicht, geeft van het gansche gebied van
+het droomleven. Het scepticisme van den oprechten geleerde doet hem zich
+wachten voor het blijk geven van vooringenomenheid tegen deze of gene
+opvatting.
+
+Geneeskundigen, godsdienstleeraars, onderwijzers, allen wien psychologie
+en paedagogie ter harte gaat, zij de lezing van dit boek aanbevolen.
+
+INHOUD: Inleiding.--De elementen van het Droomleven.--De logica van den
+Droom.--De Zintuigen in den Droom.--De Gemoedsbewegingen in den Droom.--De
+Vliegdroom.--De Symboliek van den Droom.--Droomen over de dooden.--Het
+Geheugen in den Droom.--Overzicht en Slot (Het eigenlijke wezen van den
+droom; Krankzinnigheid en droomen; De psychische toestand van het kind
+en in den droom; De primitieve wereldbeschouwing en de droomen; De droom
+als wegwijzer naar het oneindige).--Appendix.--Naamregister.--Zaakregister.
+
+
+
+
+NIEUW Najaar 1913
+
+ONZE KOLONIEN
+
+Een Serie Monographieën onder redactie van R.A. v. Sandick c.i.
+
+Per serie van 10 nrs. (bij inteekening) f 3.--; afz. nrs. f 0.40
+
+
+Een uitgave voor al degenen die straks misschien zonen of dochteren naar
+Indië zien vertrekken; die er verwanten hebben, of finantieele belangen;
+een uitgave in 't algemeen _voor ieder Nederlander_, die gevoelt dat er
+een band bestaat tusschen 't moederland en de overzeesche bezittingen.
+
+In elk nr. (dat een afgerond geheel vormt) zal een bevoegd deskundige
+een brandend vraagstuk op koloniaal gebied behandelen of een
+aantrekkelijk exposé geven van een onderdeel der koloniale huishouding.
+
+Reeds verscheen:
+
+ 1. Mr. H. s' Jacob, Nederlandsch-Indië en de Handel.
+ 2. R. Soetan Casajangan, Indische toestanden gezien door een
+ Inlander.
+ 3. A.H.J.G. Walbeehm, Het leven van den Bestuursambtenaar in de
+ Binnenlanden.
+ 4. Gerungan S.S.J. Ratu-Langie, Serikat Islam.
+ 5. Dr. H.C. Prinsen Geerligs, De Suikernijverheid in Ned.-Indië.
+
+In voorbereiding zijn:
+
+Dr. H.H. Zeylstra (Conservator Kol. Museum), De Inlandsche Nijverheid.
+
+Dr. A.W. Nanninga, De Theecultuur op Java.
+
+A. de Braconier (oud-offic. O.-I.-leger), De pacificatie en exploratie
+der Buiten-bezittingen.
+
+Dez., Het Concubinaat-vraagstuk in ons Indisch leger.
+
+G.J.P. de la Valette, Hoe een Residentie bestuurd wordt.
+
+Mr. D. Fock (Oud-Gouv.-Gen. van Suriname), Over de Kolonie Suriname.
+
+Mr. C. Th. van Deventer, Het Volksonderwijs.
+
+Dr. J.P. Kleiweg de Zwaan, Denkbeelden omtrent het ontstaan van ziekten
+bij de Inlanders.
+
+Dr. H.H. Juynboll, Het Javaansch Tooneel.
+
+Mej. Ch. Jacobs, De Vrouw in Nederl.-Indië.
+
+J.G. van Ravesteyn (Oud-onderw. 1e kl. in Ned.-Indië), Het Lager
+Onderwijs aan Europeanen.--Etc. etc.
+
+Inteekening bij iederen solieden boekhandelaar.
+
+_UITGAVE HOLLANDIA-DRUKKERIJ--BAARN_
+
+
+
+
+Nu is het tijd zich te abonneeren op:
+
+DEN GULDEN WINCKEL
+
+Geïllustr. Maandschrift voor de Boekenvrienden in Groot-Nederland
+
+Onder leiding van GERARD VAN ECKEREN
+
+Per jaarg. van 12 nrs. f 1.20; fr. p.p. f 1.50; Buitenland f 1.80
+
+
+Het _Nieuws v.d. Dag voor Ned. Indië_ schreef ruim twaalf jaar geleden:
+"Bij 't ontvangen van het proefnummer was mijn eerste gedachte: "Alweêr
+een nieuw tijdschrift!" Bij het inzien evenwel bleek mij, dat het toch
+geheel ànders was dan de bestaande periodieken, en dat het werkelijk zou
+zijn een blad voor _Boekenvrienden_, als het voortging op den ingeslagen
+weg. Heel veel hoop op succes had ik niet, daar de prijs zoo
+ongelooflijk laag was. De lange lijst van medewerkers schonk evenwel
+vertrouwen, en zoo wachtte ik met eenige nieuwsgierigheid af, of het
+nieuwe blad _gaan_ zou. Nu ligt reeds No. 10 voor mij en durf ik gerust
+te zeggen dat het er is, dat het er zich heeft doorgeslagen, en dat wij
+een mooi tijdschrift rijker zijn geworden".
+
+_Het publiek heeft dezen recensent gelijk gegeven, want _Den Gulden
+Winckel_ gaat nu reeds zijn dertienden jaargang in._
+
+Proefnummer wordt gaarne gratis en franco toegezonden door de
+
+_Hollandia-Drukkerij te Baarn_
+
+
+
+
+MANNEN EN VROUWEN VAN BETEEKENIS
+
+Levensschetsen (met portret) à f 0.40
+
+
+_Jan van Beers_, door Pol de Mont. f 0.40
+_Klaus Groth_, door J.A. Leopold. f 0.40
+_L.N. Tolstoi_, door W.J. Manssen. f 0.40
+_Leconte de Lisle_, door Fiore della Neve. f 0.40
+_Theodore de Banville_, door Fiore della Neve. f 0.40
+_Pierre Loti_, door Fiore della Neve. f 0.40
+_Walt Whitman_, door J. Peaux. f 0.40
+_Gottfried Keller_, door W.J. Manssen. f 0.40
+_Octave Feuillet_, door Fiore della Neve. f 0.40
+_Marie von Ebner Eschenbach_, door W.J. Manssen. f 0.40
+_Guy de Maupassant_, door Mr. J.N. van Hall. f 0.40
+_Louis Pasteur_, door Dr. J.E. Enklaar. f 0.40
+_Virginie Loveling_, door A.W. Stellwagen.
+_Humphrey Ward_, door W.J. Manssen. f 0.40
+_Louise M. Alcott_, door Mej. W. Kuenen. f 0.40
+_Gaston Paris_, door G. Busken Huet. f 0.40
+
+(Voortzetting op 't omslag van het volgend nr)
+
+
+
+
+Maandelijksch Boek-Bericht (2)
+
+Sedert de vorige opgave zijn bij de Hollandia-Drukkerij te Baarn
+_nieuw_ verschenen:
+
+
+Prof. Sigmund Freud, De Sexueele Beschavingsmoraal als oorzaak der
+Moderne Zenuwzwakte. Geaut. vertaling. Met een inleiding van Dr. A.
+Stärcke. f 0.40
+
+De naam van Prof. _Freud_ uit Weenen is in verband met de theorie der
+"psycho-analyse" thans bekend over de heele beschaafde wereld. Dr.
+_Stärcke_ noemt hem "de belangrijkste en geniaalste onder de psychologen
+der laatste eeuw,--een man van het soort die hun naam geven aan een
+tijdvak der medische geschiedenis, een evenknie van _Pasteur_ en
+_Darwin_".--Het hier aangekondigd geschrift zal de belangstelling wekken
+van den man der wetenschap _zoogoed als die van den ontwikkelden leek_.
+
+Een Voorstel van Evenredige Vertegenwoordiging, door Iemand. f 0.40
+
+Een uitvoerig ontwerp tot een rechtvaardiger Kiesstelsel. Dit boekje
+levert overvloedig stof tot bespreking op Kiesvereenigingen. Door de
+thans ingestelde Staatscommissie voor "E.V." van actueele beteekenis.
+
+D. Reiman, De Kleurlooze Middenstof. Georganiseerd in de Staatspartij
+tot Behartiging der Belangen van het Nederl. Volk. f 0.40
+
+Nieuwe Richtingen in de Schilderkunst (Cubisme, Expressionisme,
+Futurisme etc.). Pro: E. Wichman; Contra: Prof. C.L. Dake. f 0.40
+
+Het pleidooi vóór wordt geleverd door een Amsterdamschen kunstschilder,
+die zelfs in zijn spelling "futuristisch" is; het tégen-betoog mochten
+wij in handen geven van den bekenden Hoogleeraar aan de Academie van
+Beeldende Kunsten te Amsterdam.
+
+Dr. H.W.Ph.E. v.d. Bergh van Eysinga, De zin van het Christelijk
+Leerstuk in verband met den oorsprong van het Christendom. f 0.40
+
+Prov. Geld. en Nijm. Crt.: "De schrijver heeft in het bovenstaande een
+boekje geleverd, dat wel zeer de aandacht verdient, al bestaat er alle
+kans dat er kringen zijn, waar het ergernis wekt. Dr. v.d. Bergh van
+Eysinga meent dat de orthodoxe theoloog eigenlijk geen raad weet met het
+Christelijk leerstuk en den twijfelenden leek niets kan geven; terwijl
+de moderne al evenzeer met de handen in 't haar zit, als hij voor de
+dogmata der kerk gezet wordt en deze ten laatste maar schrapt. De
+schrijver acht dit noodlottig: aan de eene zijde een angstvallig
+vasthouden aan de letter en de phrase, aan de andere een rationalisme,
+dat alles ontkent en dus niets overhoudt. Schrijver doet een poging om
+te ontwikkelen wat het christelijk leerstuk eigenlijk bedoelt".
+
+Dr. W.J. Aalders, Giordano Bruno. f 0.40
+
+Een karakterbeeld van Bruno--den man der Italiaansche Renaissance;
+denker, vooral dichter; bij velen slechts als martelaar der Inquisitie
+bekend, maar veel meer een man die den ommekeer van de scholastieke
+periode tot den nieuweren tijd vertegenwoordigt en tegelijk de oudheid
+doet herleven in zijne, neo-Platonisch geleide, pantheïstisch getinte
+mystiek.
+
+Nieuws v.d. Dag: "De door Dr. Aalders gevolgde methode ter inleiding,
+waarin hij niet al te veel over den ingeleide zegt en dezen zooveel
+mogelijk zelf aan 't woord laat, is uitstekend".
+
+G.F. Haspels, Vondel. f 0.40
+
+Utr. Prov. en Sted. Dagbl.: "De teekening is vol relief, en boeit. Er
+is aan gewerkt met groote toewijding, met de liefde van den eenen
+artiest voor den anderen, in wien hij den meester ziet. En het
+verrassende van deze studie is wel, dat de schrijver ons voelen laat,
+dat Vondel is een onzer beste _tijdgenooten_, een onzer meest gewenschte
+_toekomst_menschen".
+
+
+
+
+Brochuren-Reeksen van de Hollandia-Drukkerij te Baarn
+
+(Inteekening op de loopende series alom opengesteld).
+
+
+"ONZE GROOTE MANNEN". Redacteur: Prof. S.D. van Veen. Ie Serie.
+
+"ONZE KOLONIËN". Redacteur: R.A. v. Sandick. Ie Serie.
+
+"GROOTE MYSTIEKEN". Beschrijvingen door Dr. W.J. Aalders. IIe Serie.
+(Voor inhoud serie I zie catalogus).
+
+"LEVENSVRAGEN". Een brochurenreeks voor allen die in den Geestesstrijd
+onzer dagen belang stellen. VIIe Serie. (Voor inhoud Serie I-VI zie
+catalogus).
+
+"PRO EN CONTRA" betreffende Vraagstukken van Algemeen Belang. IXe
+Serie. (Voor inhoud serie I-VIII zie catalogus).
+
+"UIT ZENUW- EN ZIELELEVEN". Uitkomsten van Psychologisch Onderzoek.
+IIIe Serie. (Voor inhoud serie I-II zie catalogus).
+
+"KERK EN SECTE". Zooveel mogelijk beschreven door haar eigen
+Vertegenwoordigers. Redactie: Prof. S.D. van Veen. VIe Serie. (Voor
+inhoud serie I-V zie catalogus).
+
+"VAN RECHTS EN LINKS". Politieke Wenschen en Beschouwingen. IIe Serie.
+(Voor inhoud serie I zie catalogus).
+
+"REDELIJKE GODSDIENST". Geschriften voor onzen tijd. Redactie: een
+Commissie van wege den Ned. Protestantenbond IIIe Serie. (Voor inhoud
+serie I-II zie catalogus).
+
+"UIT ONZEN BLOEITIJD". Schetsen van het leven onzer Vaderen in de
+XVIIe Eeuw. Redactie: Prof. S.D. van Veen. IIIe Serie. (Voor inhoud
+Serie I-II zie catalogus).
+
+
+Bovendien zijn geheel compleet de volgende reeksen:
+
+Groote Denkers (3 series).--Groote Godsdiensten (2
+series).--Paedagogische Vlugschriften (2 series).--Onze Politieke
+Partijen (1 serie).--Schoolhervorming (1 serie).--De Protestantsche
+Zending (1 serie).--Lotus-Serie (Theosophische Handboekjes) (2 series).
+
+"Groote Denkers" en "Groote Mystieken" kosten bij inteekening per
+serie van 6 nrs. f 2.--. Al de overige brochuren-reeksen per serie van
+10 nrs. (bij inteekening) f 3.--. Losse nrs. (2-3 vel druks) in alle
+reeksen f 0.40.
+
+
+
+
+Transcriber's notes
+
+ * For reasons of readability, the inside of the two-sheet "dust
+ jacket" has been moved to the back. (The first four, unnumbered
+ pages have been numbered -3 through 1 in the (anchors of the)
+ HTML version.)
+ * Added a missing quote mark between "en de Reformatie:" and "tot
+ nog toe", after "Over de wijze van het brieven-schrijven", and
+ after "ik verwierf hem"; removed an extraneous quote mark from
+ "Iphigenia in Aulis".
+ * Removed phrases that only made sense in the original paged medium,
+ such as "Verdere pro's aan omzijde".
+ * Normalised a single instance of "van Hutten" to the more common
+ "von Hutten".
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Erasmus, by Jacobus Adrianus Cornelis Van Leeuwen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ERASMUS ***
+
+***** This file should be named 18850-8.txt or 18850-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/8/5/18850/
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/18850-8.zip b/18850-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..06cbb46
--- /dev/null
+++ b/18850-8.zip
Binary files differ
diff --git a/18850-h.zip b/18850-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..ef774ad
--- /dev/null
+++ b/18850-h.zip
Binary files differ
diff --git a/18850-h/18850-h.htm b/18850-h/18850-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..41bb9d5
--- /dev/null
+++ b/18850-h/18850-h.htm
@@ -0,0 +1,2578 @@
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/strict.dtd">
+<html lang="nl">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<title>Erasmus, by Dr. J.A.C. van Leeuwen</title>
+<style type="text/css">
+<!--
+body {margin-left: 4em; margin-right: 4em; padding-left: 10%; padding-right: 10%; text-align: center;}
+p { margin-top: .75em; text-align: justify; margin-bottom: .75em; }
+sup {font-size: 75%;}
+em {font-style: normal;}
+em.bold { font-weight: bold;}
+em.spaced { letter-spacing: 0.20em; }
+em.smallcaps { font-variant: small-caps; }
+em.underline { text-decoration: underline; }
+div.scroll {text-align: left; margin-left: auto; margin-right: auto; max-width: 30em;}
+div.block { margin-top: 4em; }
+div.box { border: 1px solid #666; padding: .5em; margin: 1.5em 0em;}
+.center { text-align: center; }
+.right { text-align: right; }
+.left { text-align: left; }
+hr.wide {width: 75%;}
+hr.thin {width: 45%}
+a.page { float: left; font-size: 75%; line-height: 170%; background: #fff; color: #888; margin-left: -5em; padding-right: 1em;}
+a.page:after { content: " [" attr(name) "] "; }
+-->
+</style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Erasmus, by Jacobus Adrianus Cornelis Van Leeuwen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Erasmus
+ Onze Groote Mannen
+
+Author: Jacobus Adrianus Cornelis Van Leeuwen
+
+Editor: S.D. Van Veen
+
+Release Date: July 17, 2006 [EBook #18850]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ERASMUS ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="scroll">
+<div class="center"><a href="images/cover.jpg"><img src="images/cover-small.jpg" alt="[book cover]"></a></div>
+
+<div class="block"> <!-- title page / cover -->
+<div class="center">
+
+<a class="page" name="pg-3"></a>
+
+<p class="right">Prijs f&nbsp;0.40</p>
+
+<p class="center">Serie 1 No. 2</p>
+
+<h2 class="center">ONZE GROOTE MANNEN</h2>
+
+<hr class="wide" />
+
+<h1 class="center">ERASMUS</h1>
+
+<p class="center">DOOR
+<br />
+<br />Dr. J.A.C. VAN LEEUWEN</p>
+
+<p class="center">Hoogleeraar te Utrecht</p>
+
+<hr class="wide" />
+
+<p class="center">BAARN</p>
+
+<p class="center">HOLLANDIA-DRUKKERIJ</p>
+
+<p class="center">1914</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="block"> <!-- foreword -->
+<a class="page" name="pg-2"></a>
+
+<h2>&quot;Onze Groote Mannen&quot;</h2>
+
+<p>Onder Redactie van Prof. Dr. S.D. VAN VEEN</p>
+
+<p><em class="bold">Per serie van 10 nrs. (bij inteekening) f&nbsp;3.&mdash;; afz. nrs. f&nbsp;0.40</em></p>
+
+<hr class="thin" />
+
+<p>Over de hoofden der massa heen knikken&mdash;naar het treffend woord van een
+wijsgeer&mdash;de groote mannen elkander vol beteekenis toe. Zou 't niet
+hierom zijn, wijl hunne persoonlijkheid als in een andere sfeer leeft
+dan die massa&mdash;een sfeer boven het &quot;feitelijke&quot; en &quot;betrekkelijke&quot; van
+het alledaagsche verheven, bestraald door den glans van het absolute en
+eeuwige?</p>
+
+<p>In 't karakter, de persoonlijkheid van groote geesten concentreert zich
+het beste en edelste van wat leeft in een volk; dat wat van een natie de
+geheime groei- en stuwkracht is. En het zich in aanraking brengen met,
+'t zich onder den invloed stellen van de &quot;groote mannen&quot; die uit 't
+eigen volk zijn opgekomen&mdash;zij mogen dan kunstenaar of wijsgeer,
+staatkundige, of godsdienstig hervormer zijn&mdash;is het niet: zich zelven
+meer of minder deel verschaffen aan de levenwekkende kracht, die van
+groote geesten ontegenzeggelijk uitgaat?</p>
+
+<p>Alleen een volk van kleine zielen versmaadt het, zijn groote mannen te
+eeren, d.w.z. ze allereerst te <em class="spaced">leeren kennen</em>.</p>
+
+<p>Velen zulk een kennismaking te helpen vergemakkelijken&mdash;ziedaar wat deze
+nieuwe uitgave zich bescheiden ten doel stelt. De in deze reeks
+verschijnende studies willen iets m&eacute;&eacute;r zijn dan een samenvoeging van min
+of meer bekende biographische bizonderheden, hetgeen reeds valt op te
+maken uit de lijst van schrijvers, die hun medewerking wilden toezeggen.
+Naar <em class="spaced">karakter-teekening</em> zal bovenal worden gestreefd.</p>
+
+<p>De omvang der brochures zal wisselen tusschen 2 en 3 vel druks. De
+uitvoering zal flink en degelijk zijn.</p>
+
+<p>HOLLANDIA-DRUKKERIJ TE BAARN.</p>
+
+<hr class="thin" />
+</div>
+
+<div class="block">
+<p>Reeds verscheen:</p>
+
+<ul style="list-style-type: none;">
+<li>1. <em class="bold">Vondel</em>, door <em class="smallcaps">G.F. Haspels</em>.</li>
+</ul>
+
+<p>Voorts zullen o.m. het licht zien:</p>
+
+<ul>
+<li><em class="bold">Jan Pietersz. Koen</em>, door Prof. Mr. <em class="smallcaps">J.E. Heeres</em>.</li>
+<li><em class="bold">Rembrandt</em>, door <em class="smallcaps">J.D.C. van Dokkum</em>.</li>
+<li><em class="bold">Voetius</em>, door Prof. Dr. <em class="smallcaps">H. Visscher</em>.</li>
+<li><em class="bold">Groen van Prinsterer</em>, door Jhr. Mr. <em class="smallcaps">de Savornin Lohman</em>.</li>
+<li><em class="bold">Thorbecke</em>, door <em class="smallcaps">Henri van der Mandere</em>.</li>
+<li><em class="bold">Is. da Costa</em>, door <em class="smallcaps">J.C. Rullman</em>.</li>
+<li><em class="bold">Wessel Gansfort</em>, door Prof. Dr. <em class="smallcaps">S.D. van Veen</em>.</li>
+<li><em class="bold">Huygens</em>, door Dr. <em class="smallcaps">J.A. Worp</em>.</li>
+<li><em class="bold">Spinoza</em>, door Prof. Dr. <em class="smallcaps">B.J.H. Ovink</em>.</li>
+</ul>
+</div>
+
+<!-- pages -1 and 0 have been moved to the back -->
+
+<div class="block">
+<div class="center">
+
+<a class="page" name="pg1"></a>
+
+<h2>ERASMUS</h2>
+
+<p class="center">DOOR</p>
+
+<p class="center">Prof. Dr. J.A.C. VAN LEEUWEN</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="block">
+
+<a class="page" name="pg2"></a>
+
+<a class="page" name="pg3"></a>
+
+<p>De moderne tijd is geboren uit een geweldige woeling en gisting. In zijn
+opkomen wordt hij gekenmerkt vooral door de dubbele strooming van
+Renaissance en Reformatie. Beide de Renaissance en de Reformatie hadden
+een eigen beginsel, een eigen stuwkracht en een eigen ideaal. En in
+beide ging het, in den diepsten grond, om eenzelfde zaak: de worsteling
+om vrijmaking van den individu. Deze vrijheidsdrang, die zich in beide
+bewegingen openbaarde, had zich ten deele te keeren tegen dezelfde
+beletselen, welke de vrijheid breidelden; beide vonden zij tegenover
+zich de macht der middeleeuwsche kerk, die &egrave;n het sociale &egrave;n het
+religieuse leven tot dusver beheerscht had. Formeel hadden zij eenzelfde
+ideaal: het vrijheidsideaal, al was de gestalte, waarin het
+verwezenlijkt ideaal zou verschijnen, bij beide zeer verschillend.</p>
+
+<p>De Renaissance greep terug naar het ideaal der classieke oudheid, dat
+evenwel met de elementen, die het Christendom gebracht had,
+onvermijdelijk gemengd was; de Reformatie, in haar worsteling om het
+recht der religieuse persoonlijkheid, werd gelokt door de bekoring die
+uitging van het beeld der oudste christelijke kerk, en boog zich voor
+het gezag der H. Schrift.</p>
+
+<p>Wat de &eacute;&eacute;ne zocht, viel volstrekt niet samen met wat der andere als
+opperste goed voor oogen stond. Wel konden beiden een eindweegs samengaan.</p>
+
+<p>Hoe verschillend dus in uitgangspunt en streven, de mannen der
+Renaissance en der Reformatie sloegen elkander met belangstelling gade,
+konden in sommige opzichten elkaar als bondgenooten beschouwen; soms
+zelfs kon het onzeker schijnen, aan welke zijde een strijder geschaard
+stond: in de <a class="page" name="pg4"></a>reeks van de mannen der Renaissance, of in de gelederen der
+Hervormers. En eerst wanneer na de woeling de rust is gedaald,
+wanneer de wild zich baanbrekende stroomingen in rustiger beddingen zijn
+gaan vloeien, is het mogelijk, dit met zekerheid te bepalen. Wie op een
+afstand de wieling en bewegingen gadeslaat, kan beter de tegenstrijdige
+factoren onderkennen, en gemakkelijker onderscheiden, waar zij
+noodzakelijk moesten uiteengaan.</p>
+
+<p>E&eacute;n dergenen, die in de opkomst van den modernen tijd van groote
+beteekenis geweest is, die ver uitsteekt boven de middelmaat, op wien
+velen zijner tijdgenooten het oog gevestigd hadden, van wiens steun zij
+veel verwachtten, op wiens woord zij wachtten, en die ook op latere
+eeuwen aanmerkelijken invloed heeft geoefend, is <em class="spaced">Erasmus</em>.</p>
+
+<p>Wat &eacute;&eacute;n zijner vrienden en bewonderaars, Colet, van hem zeide: &quot;nomen
+Erasmi nunquam peribit&quot;, is althans tot op den huidigen dag geen
+overdrijving gebleken.</p>
+
+<p>Inderdaad is Erasmus een man van groote beteekenis geweest. Iemand,
+wiens pen van ongelooflijke vruchtbaarheid was, zoodat zijne werken 10
+folio-deelen beslaan<sup><a href="#note01" name="noteback01">[1]</a></sup>, iemand van buitengewoon levendigen geest, met
+'n ongewonen zin voor humor, van tintelend vernuft, afwisselend met
+bijtenden spot en snijdend sarcasme. Een man van zeldzame geleerdheid en
+belezenheid in de letterkunde der classieke en der christelijke oudheid,
+van rustelooze arbeidzaamheid, welke ook door lichaams-lijden niet
+gebreken werd, met onverwoestbare liefde voor de literatuur en de
+eruditie der oudheid bezield; die in briefwisseling stond met pausen en
+wereldlijke vorsten, persoonlijk bevriend was met de voormannen der
+humanistische beweging in Engeland, die als raadsheer van den Duitschen
+keizer op zijn doorreis door onderscheiden Duitsche steden met
+eerbewijzen werd begroet, die in aanraking was, persoonlijk of
+schriftelijk, met Zwingli en Luther, met Oecolampadius en Melanchton, en
+evenzeer voeling hield met de inquisiteurs der Roomsche kerk, die door
+de aanhangers der <a class="page" name="pg5"></a>Reformatie bijwijlen werd gehouden voor een
+invloedrijk medestander, en, had hij gewild, den cardinaalshoed had
+kunnen dragen, een man, door tijdgenooten betiteld als &quot;vorst der
+letteren, priester der wetenschap, verdediger der ware godgeleerdheid,
+roem en sieraad van Duitschland&quot;, die door de uitnemendste geleerden van
+zijne eeuw als de vertegenwoordiger der hoogst denkbare ontwikkeling
+werd ge&euml;erd, die door de universiteiten te Ingolstadt, Leipzig, Keulen,
+Heidelberg en Weenen begeerd werd, door gansch Europa bewonderd als de
+man, die de groote vernieuwing en hervorming van alle dingen, die
+algemeen verwacht werd, zou tot stand brengen..., voorwaar, het mag der
+moeite waard geacht worden, in breede omtrekken zijn beeld geschetst te
+zien, en de vraag te stellen naar zijn beteekenis voor den tijd van
+woeling en worsteling, waarin hij leefde, zoowel als voor het
+nageslacht, dat hem telt onder de groote mannen.</p>
+
+<p>Over de geboorte van <em class="spaced">Geert Geertsz</em>, den man, die als
+&quot;<em class="spaced">Desiderius
+Erasmus van Rotterdam</em>&quot;, gelijk hijzelf zich later noemde, zich zulk een
+schitterenden naam zou maken, ligt eene schaduw. Hij zag het levenslicht
+te Rotterdam, als de natuurlijke zoon uit een verbintenis van een
+Zuid-hollandsch pastoor en de dochter van een Zevenbergensch chirurgijn,
+Margaretha geheeten. Zijn geboortejaar is waarschijnlijk 1466<sup><a href="#note02" name="noteback02">[2]</a></sup>, de
+datum zijner geboorte is 28 October. Ten huize van haar ouders wachtte
+Margriet hare bevalling af, en werd haar kind opgenomen.</p>
+
+<p>En als de jonge Geert of Gerard, die reeds in Utrecht als koorknaap in
+een der kerken mede-gezongen en z'n eersten schooltijd doorgebracht had,
+op negenjarigen leeftijd naar Deventer gaat, om daar de school van de
+&quot;broeders des gemeenen levens&quot; te bezoeken, wordt hij door zijne moeder
+vergezeld, wier trouwe zorg over den begaafden knaap waakte, totdat zij
+in 1480 als slachtoffer viel van de pest, die te Deventer woedde.</p>
+
+<p>Uit Erasmus' verzuchtingen, later over dien leertijd geslaakt,<a class="page" name="pg6"></a> valt op te
+maken, dat hij met weinig vreugde op zijn leerjaren terugzag, &quot;toen de
+tijd grootendeels werd besteed aan het dicteeren, repeteeren en
+reciteeren van onnoozele versregels&quot;.</p>
+
+<p>Toch zal de leiding van den beroemden Alexander Hegius, den vriend van
+Rudolf Agricola, niet zonder nut zijn geweest voor den knaap, die reeds
+in zijn jonge jaren een bijzonderen aanleg moet hebben getoond. Op
+Agricola tenminste, die in 1480 Deventer bezocht, maakte hij zulk een
+gunstigen indruk, dat deze hem groote beroemdheid voorspelde en tot hem
+zeide: &quot;gij zult eens een groot man zijn&quot;.</p>
+
+<p>Weinig meer vreugde dan te Deventer smaakte hij te Gouda, waar hij na
+den dood zijner moeder heenging, en grootendeels onder de leiding stond
+van Pieter Winckel, den rector der Goudsche school, &eacute;&eacute;n der drie mannen,
+die tot voogd waren benoemd van Erasmus en zijn ouderen broeder, toen
+ook hun beider vader kort na de moeder overleden was.</p>
+
+<p>Onder de pressie zijner voogden liet hij, na met zijn broeder op de
+kloosterschool in den Bosch onder de leiding van mannen, op wier kunde
+hij met groote minachting neerzag &quot;bijna drie jaren vermorst te hebben&quot;,
+zooals hijzelf het uitdrukt, zich op zeventien jarigen leeftijd
+overhalen tot het afleggen van de kloostergelofte. Het
+Augustijner-klooster Steijn bij Gouda nam hem op, en na afloop van het
+proefjaar &quot;kwam hij in de kap&quot;, d.w.z. nam hij het orde-kleed aan, van
+het dragen waarvan hij later op zijn verzoek door Leo X werd
+vrijgesteld.</p>
+
+<p>Het is zeer waarschijnlijk, dat Erasmus, om van zijne monniksgelofte
+ontslagen te worden, het kloosterleven en zijn afkeer daarvan met wat al
+te donkere kleuren heeft geschilderd. Wel kan het waar zijn, wat hij
+schrijft (in 1514), dat zijn voogden op zijn gaan in het klooster
+eenigen drang hebben uitgeoefend, en dat hij ongeschikt was voor het
+kloosterleven, &quot;naar den geest, omdat ik een afkeer had van ceremoni&euml;n,
+en de vrijheid liefhad, naar het lichaam, omdat, al zou de leefregel mij
+uitnemend hebben aangestaan, toch mijn lichaamsgesteldheid dergelijke
+vermoeienissen niet verdragen kon&quot;. Doch z&oacute;&oacute;veel lichtzinnigheid en een
+z&oacute;&oacute; totale afwezigheid <a class="page" name="pg7"></a>van allen lust tot studie als hij v&oacute;&oacute;rgeeft was
+er zeer zeker niet, althans niet in het klooster, waarmede hij kennis
+had gemaakt.&mdash;Hijzelf heeft gedurende het verblijf in het klooster
+gelegenheid gehad zich veel bezig te houden met de studie van het latijn
+en het lezen van vele latijnsche schrijvers. En al had hij dan niet den
+rechten smaak in het kloosterleven, uit dezen tijd dateert toch zijn
+geschrift &quot;Over de verachting van de wereld&quot;, dat voor het grootste
+gedeelte den lof van zulk leven bezingt<sup><a href="#note03" name="noteback03">[3]</a></sup>.</p>
+
+<p>Hoe het zij, in 1493 verliet hij het klooster, waarin hij nimmer zou
+terugkeeren. De bisschop van Kamerijk stelde hem aan als zijn secretaris
+om bij een voorgenomen reis naar Rome iemand in zijn omgeving te hebben,
+die een grondige kennis van het latijn bezat. Van die reis naar Rome,
+waarheen reeds toen Erasmus' gedachten uitgingen, kwam weliswaar niets,
+en zijn aanzienlijke beschermer voorzag hem wel niet zoo rijkelijk van
+geldmiddelen als Erasmus wel gewenscht had, &quot;hij is guller in
+liefde-betuiging dan in geven, en belooft veel, maar houdt de gulle
+beloften niet&quot;, schrijft hij. Doch de bisschop liet hem dan toch naar
+Parijs gaan, om zijn studi&euml;n te voltooien. Het strenge r&eacute;gime, de
+slechte kost en het armzalig logis in het collegium Montaigu waarin hij
+zich liet opnemen bezorgden den toch al niet sterken jongen man een
+ziekte, waarvoor hij in de Nederlanden herstel zocht. In Parijs
+teruggekeerd (in 1496), gaf hij er de voorkeur aan, op zichzelf te
+leven, en zich aan de studie te wijden, terwijl hij in zijn
+levens-onderhoud voorzag door onderwijs te geven aan eenige jonge
+Engelschen, o.a. Lord Mountjoy en Thomas Grey. De vriendschap met deze
+mannen bracht hem in het laatst van 1498 of het voorjaar van 1499 tot
+een reis naar Engeland, die voor zijne geestelijke ontwikkeling van
+groote beteekenis werd.</p><a class="page" name="pg8"></a>
+
+<p>Tot zijn tweede bezoek aan Parijs n.l. waren zijn studi&euml;n uitsluitend op
+de classieke latijnsche schrijvers gericht. Hij somt in een schrijven
+aan Cornelius van Gouda hun namen op; geen enkel christelijk schrijver
+bevindt zich er onder. Deze echter gaf hem den raad, ook de christelijke
+schrijvers te lezen, een raad, dien Erasmus opvolgde, waardoor zijn
+studi&euml;n van uitsluitend-humanistisch meer theologisch werden.</p>
+
+<p>Geheel in overeenstemming met zijn geestes-aanleg was ook deze meer
+theologisch ge&iuml;nteresseerde studie volstrekt anti-scholastisch getint.
+In Engeland nu werd hij in deze richting verder gestuwd, onder den
+invloed der mannen, met wie hij daar in aanraking kwam en bevriend werd.
+Zoo breidde de kring zijner vrienden zich steeds uit. Te Parijs was hij
+in aanraking gekomen met velerlei geleerden van naam, door allerlei
+publicaties in (latijnsch) dicht en proza had hij zich reeds den naam
+van een groot geleerde verworven; een breede schare van invloedrijke en
+machtige vrienden stelde belang in zijn lot. En zoo zou ook Engeland den
+grooten humanist gastvrijheid bewijzen, terwijl hij op zijne beurt den
+invloed van Engelands geestelijke leiders zou ondergaan.</p>
+
+<p>Onder hen moeten allermeest met name vermeld worden <em class="spaced">John Colet</em>, de
+beroemde deken van St. Paul, en de zeker niet minder bekende <em class="spaced">Thomas
+More</em>, die bij Erasmus' eerste bezoek aan Engeland nauwelijks twintig
+jaren telde.</p>
+
+<p>Colet ontroofde aan Thomas Aquinas de eereplaats, die deze groote
+scholasticus in Erasmus' denken en schatting tot dusver had ingenomen.
+Hierdoor kon zijn afkeer tegen alle scholastiek slechts grooter, en
+hemzelven klaarder bewust worden. En dit werkte ongetwijfeld in sterke
+mate mede, om aan Erasmus' theologie (indien men hiervan spreken kan)
+het eigenaardig stempel op te drukken, dat zijne denkbeelden steeds
+duidelijker gingen dragen.</p>
+
+<p>Dit eerste verblijf in Engeland duurde slechts kort, doch leverde hem
+veel eer, en groote vreugde. Colet verzocht hem, te Oxford college te
+willen geven over den pentateuch of <a class="page" name="pg9"></a>den profeet Jesaja, een verzoek,
+door Erasmus afgeslagen, daar hij &quot;gekomen was om te leeren, niet om te
+onderwijzen&quot;.</p>
+
+<p>Intusschen begint Erasmus, terwijl hij afwisselend te Parijs en te
+Leuven vertoeft, zich meer en meer toe te leggen op het Grieksch, met de
+bedoeling, zeker onder Colets invloed, de theologie en de kennis der
+chr. religie terug te leiden tot de H. Schrift, als de bron waaruit
+beide hadden te putten.</p>
+
+<p>Terwijl hij onvermoeid aan zijn' letterkundigen arbeid bleef, ging het
+hem in deze eerste jaren der 16e eeuw nog geenszins voor den wind. Zijne
+geldelijke omstandigheden geven hem dikwijls aanleiding tot klachten.
+Hoe gaarne zou hij eene reis maken naar Itali&euml;! Doch de middelen daartoe
+ontbreken hem nog steeds. De uitgave van wat hij schreef, bracht hem
+niet veel op: een honorarium aan te nemen gold in die dagen niet voor
+eervol. En de verkoop zijner werken bracht hem toen slechts langzaam
+eenig voordeel. Zoo zijn er, schrijft hij aan Colet, toch 100 exemplaren
+van zijn &quot;Adagia&quot;<sup><a href="#note04" name="noteback04">[4]</a></sup> naar Engeland gegaan, die nu toch wel
+alle verkocht zullen zijn, en waarvan hij de opbrengst tegemoet ziet.</p>
+
+<p>En ook in de rijke vrienden, die hij, als zoo menig geleerde dier
+tijden, zich tot patroon of patrones koos, zag hij zich niet zelden
+teleurgesteld. Door middel van Battus, den gouverneur van haar zoon, was
+Erasmus bekend geworden<a class="page" name="pg10"></a> met Anna van Borsele. Zij stelde belang in de
+letteren, en een tijdlang was op h&agrave;&agrave;r Erasmus' hoop gevestigd. Wie weet,
+of uit haar overvloed de middelen hem niet zouden toevloeien voor een
+reis naar dat Itali&euml;, waarnaar hij zoo hunkerde. Doch tevergeefs was
+zijn wachten. Battus' voorspraak kwam aan een' ander dan Erasmus ten
+goede; straks is Battus gestorven, en Anna van Borsele, wier rijkdom
+bovendien niet zoo groot was als het scheen, opnieuw gehuwd. Voor drie
+latijnsche, en &eacute;&eacute;n grieksch grafschrift, door hem op den bisschop van
+Kamerijk (&dagger; 1502) gedicht, ontving hij een z&eacute;&eacute;r geringe
+belooning.</p>
+
+<p>Van den rijken graaf van Mountjoy was de arme Erasmus door de zee
+gescheiden, Frankrijk en Duitschland durfde hij om de pest, die telkens
+opdook, niet bezoeken. Zoo was hij, in betrekkelijke armoede, gedwongen
+van het reizen voorloopig af te zien.</p>
+
+<p>Een zekere onvoldaanheid is in de brieven uit deze periode dan ook
+onmiskenbaar, en geenszins onverklaarbaar. Doch zijn energie is niet
+gebroken; door niets kan zijne liefde voor de studie worden gedoofd.
+Onder den invloed, met name van Colet, richtte hij zich meer op het
+bestudeeren van Grieksche en Latijnsche kerkvaders, en werd zijn hart
+hoe langer zoo meer getrokken tot de H. Schrift. Misschien eenigermate
+sterk uitgedrukt ten pleiziere van Colet, zeker onder diens invloed, is
+wat Erasmus in dezen tijd schrijft: &quot;ik kan niet zeggen, hoe ik met alle
+macht mij toeleg op de studie der H. Schrift, hoe alles mij tegenstaat,
+dat mij hiervan afroept of hierin belemmert. Vrijwillig en van heeler
+harte zal ik aan de H. Schrift mij wijden, en hieraan mijn gansche
+verder leven geven&quot;.</p>
+
+<p>Het zou echter niet zoo heel lang meer duren, of Erasmus' hartewensch
+zou vervuld worden, en hij zou naar Itali&euml; kunnen gaan. Daarbij was het
+hem gedeeltelijk te doen om den graad van doctor in de godgeleerdheid te
+verwerven, maar voornamelijk om te vertoeven in dat brandpunt der
+classieke geleerdheid. In Augustus van het jaar 1506 reist hij naar het
+land zijner droomen. In September werd hem <a class="page" name="pg11"></a>te Turijn de doctorstitel
+verleend; &quot;ik verwierf hem&quot;, zoo schrijft hij, &quot;geheel tegen mijn eigen
+lust, maar voor herhaald aandringen mijner vrienden gezwicht&quot;. Reeds
+vroeger had hij verklaard, er niet zooveel aan te hechten; doch die
+titel zou hem allicht eenig aanzien verleenen &quot;de menschen oordeelen nu
+eenmaal naar den titel, dien iemand heeft, niet naar zijn geschriften,
+die zij niet kennen&quot;.</p>
+
+<p>Was dus deze promotie voor hem slechts bijzaak, in wat voor hem op den
+voorgrond stond, werd hij niet teleurgesteld. De tijd, in Itali&euml;
+doorgebracht, was een periode van rijk leven, van vruchtbaren arbeid,
+van overvloedig genieten voor intellect en hart.</p>
+
+<p>Een jaar ongeveer vertoefde hij te Bologna, waar hij werkte aan een
+nieuwe uitgave van zijn &quot;Adagia&quot;, en de vriendschap van den beroemden
+<em class="spaced">Paulus Bombasius</em>, hoogleeraar in het Grieksch, hem rijkelijk
+vergoeding schonk voor velerlei verdrietelijkheden. Aan Bombasius
+schijnt Erasmus zich meer dan aan iemand anders verbonden te gevoelen;
+ook in latere jaren bleef deze vriendschap bestaan.</p>
+
+<p>Door de voorbereiding van een nieuwen druk van de &quot;Adagia&quot; kwam Erasmus
+in aanraking met den beroemden drukker <em class="spaced">Aldus Manutius</em> te Veneti&euml;, dat
+toen op het toppunt was, wel niet meer van zijn politiek overwicht in
+Itali&euml;, maar van zijn artistieken en literairen roem.</p>
+
+<p>Niet weinig droeg Aldus' genie hiertoe bij, die in zijn drukkerij door
+geleerden van naam uitgaven verschijnen liet van Grieksche auteurs,
+welke als gebeurtenissen van belang werden begroet. Toen Erasmus
+verscheen in den winkel van Aldus, liet deze, druk met anderen bezig,
+hem stil staan. Doch zoodra de vreemde en niet gewenschte bezoeker zich
+bekend maakte als &quot;Erasmus van Rotterdam&quot;, werd hij met eerbewijzen
+ontvangen; hij mag niet in een herberg verblijven, maar vindt
+gastvrijheid bij Aldus' schoonvader, en vertoeft voorts in den kring van
+geleerden, die Aldus om zich had vereenigd.</p>
+
+<p>E&eacute;n ding scheen onzen Erasmus, wiens maag zeer gevoelig was, zeer slecht
+te bevallen, en wel de kost, die hem <a class="page" name="pg12"></a>daar werd voorgezet<sup><a href="#note05" name="noteback05">[5]</a></sup>. Maar verder
+gevoelde hij zich thuis en genoot in deze omgeving, terwijl hij ook zelf
+zijn aandeel leverde in den arbeid, in dit centrum van intellectueel
+leven verricht<sup><a href="#note06" name="noteback06">[6]</a></sup>. Doch niet tot Bologna en Veneti&euml; beperkte zich
+Erasmus' verblijf. Ook te Padua vertoefde hij, bij den jeugdigen
+Alexander, toen reeds Aartsbisschop van St. Andrews, te Ferrara, te Siena,
+te Rome en te Napels.</p>
+
+<p>Door de meest gevierde humanisten werd hij te Bologna, Veneti&euml; en Padua
+ge&euml;erd; te Rome maakte hij kennis met den kardinaal Johan de Medicis,
+den lateren paus Leo X, met Dominicus Grimani, van een bezoek aan wien
+hij een enthousiaste beschrijving geeft.</p>
+
+<p>Inderdaad, hij beleefde in Itali&euml; een zeer gelukkigen tijd, waarin de
+geest van dezen grooten geleerde genoot van den omgang met
+gelijkgestemde zielen, en zich verlustigen kon in de atmosfeer van de
+classieke oudheid, die daar als herleefd was. Een eigenaardigen indruk
+maakt het, dat Erasmus vrijwel ongevoelig schijnt geweest voor wat
+buiten de literatuur viel. Hij was uitsluitend de geleerde, en scheen
+voor het kunstleven zeer weinig belangstelling te hebben. Florence, waar
+hij kort vertoefde, scheen tot hem niets te zeggen te hebben. Voor de
+kunst, die daar opbloeide in de ateliers van een da Vinci, een Michel
+Angelo, een Rapha&euml;l, een fra Bartolommeo, had hij geen oog. &quot;Eenige
+dialogen&quot;, zoo schrijft hij, &quot;heb ik in de weinige dagen, dat ik te
+Florence was, in het latijn vertaald, om tenminste iets te doen te
+hebben&quot;.</p>
+
+<p>Zoo heeft ook de majesteit van Rome's groote ru&iuml;nen hem niet getroffen.
+&quot;Rome heeft niets dan ru&iuml;nen en over<a class="page" name="pg13"></a>blijfselen, litteekenen en sporen
+van vroegere rampen... Neem den paus en de kardinalen weg... en wat
+blijft er van Rome?&quot; Dat hij &quot;zoovele gedenkteekenen der oudheid&quot; heeft
+opgemerkt, (hij k&ograve;n ze ook niet voorbijzien), blijkt wel; maar in zijne
+werken geen spoor van een machtigen indruk, dien deze overblijfselen van
+het oude Rome op hem zouden gemaakt hebben.</p>
+
+<p>Even weinig als voor de impressie der schoonheid van de kunst schijnt
+hij vatbaar geweest voor de grootsche, huiveringwekkende schoonheid van
+de Alpen. Op zijn heenreis naar Itali&euml;, terwijl zijn reisgezelschap in
+een twist geraakte, waar Erasmus zich liever buiten hield, dichtte hij
+in den zadel gezeten, tot tijdverdrijf zijn gedicht &quot;Over de gebreken
+van den ouderdom&quot; (een bewijs, dat hij-zelf zich reeds vroeg oud begon
+te gevoelen); en toen hij, Itali&euml; verlatend, wederom de Alpen overtrok,
+ontstond in zijn' geest het plan en de opzet voor de satyre, die tot
+zijne beroemdheid zooveel zou bijdragen, die hij in Engeland aangekomen,
+in een week tijds zou schrijven, en uitgeven onder den titel &quot;De lof der
+zotheid&quot;.</p>
+
+<p>Intusschen, hiermede zijn wij reeds gekomen aan wat een keerpunt zou
+worden in Erasmus' leven: zijn vertrek uit Itali&euml;, dat hij had
+liefgekregen en dat voor zijn' geest van groote beteekenis was.</p>
+
+<p>Hoeveel zag hij daar van nabij dat hem ergerde, dat hem stof leverde
+voor zoo menig spottend woord over het in de kerk heerschende bederf, en
+het weelderige, vaak ook slechte leven van vele geestelijken.</p>
+
+<p>Hoe trof hem, toen hij te Bologna den glorieuzen intocht van paus Julius
+II bijwoonde, het verschil met de majesteit der apostelen, die het
+evangelie verkondigden. Te Bologna de triomftocht van den zegevierenden
+krijgsman, die zijne vijanden verslagen had, die zich eerepoorten zag
+opgericht, die werd toegejuicht als overwinnaar der tyrannen. In de
+dagen der apostelen de majesteit van mannen, &quot;die met hun hemelsche leer
+de wereld bekeerden, wier schaduw zelfs tot genezing der zieken was
+(Handel. 5). Deze apostolische grootheid stel ik boven gene
+triomftochten, waarvan ik niets <a class="page" name="pg14"></a>kwaads schrijf; maar, eerlijk gezegd,
+toen ik het aanschouwde, zuchtte ik toch in stilte&quot;.</p>
+
+<p>En was ook te Rome zijn indruk van het geestelijk en kerkelijk leven
+niet bitter ongunstig? Hij kon daar een gebrek aan ernst opmerken, een
+jagen naar eervolle posten, een losheid van zeden bij een deel der
+geestelijkheid van Rome, die hem ergeren, en hem voor menige scherpe
+satyre de stof leveren. Ook kon hij zich geenszins vinden in het streven
+van een zekere groep onder de geestelijken, om, in zotte navolging van
+alles wat classiek was, zelfs de christelijke vormen en tradities te
+paganiseeren. Zelfs de titel van kardinaal, de naam der mis enz. werd
+verruild voor de titulatuur van het oude Rome; de kardinalen heetten
+<em class="spaced">patres conscripti</em>, de mis werd als <em class="spaced">sacra deorum</em> aangeduid. Bij eene
+preek op Goeden Vrijdag, die Erasmus van een beroemd prediker aanhoorde,
+vernam hij meer van de opofferingen van Decius, van Curtius, van
+Iphigenia, dan van het offer van Christus; de romeinsche historie
+passeerde de revue, maar van de geschiedenis van Christus kreeg men
+weinig te hooren.</p>
+
+<p>Ontegenzeggelijk hebben deze en dergelijke ervaringen op den geest en
+het optreden van Erasmus, op zijn oordeel over de Roomsche Kerk, grooten
+invloed geoefend, een invloed, die vooral in zijn satyrieke uitingen, in
+zijn heftig geeselen van allerlei misbruiken en misstanden in de kerk te
+bespeuren is.</p>
+
+<p>Naast veel, dat hem hinderde, was er anderzijds ook ontzaglijk veel, dat
+hem aantrok. Tal van beroemde mannen keurden hem hun omgang waardig; in
+de wereld der geestelijken van Rome, die, bij al haar gebreken, voor
+geleerden en kunstenaars gastvrijheid bood, werd ook hij toegelaten. De
+meest verfijnde cultuur en het hoogststaand intellect, dat men zich
+denken kan, hij trof het er aan en genoot ervan. Hij zal er later met
+hevig begeeren naar terug verlangen.</p>
+
+<p>&quot;Ik kan niet anders dan betreuren&quot;, schrijft hij in 1512 aan den
+kardinaal van Nantes, &quot;telkens als ik eraan denk, welke lucht, welk een
+land, welke bibliotheken, welken zoeten <a class="page" name="pg15"></a>omgang met geleerden, welke
+lichten der wereld ik zoo gemakkelijk heb in den steek gelaten&quot;.</p>
+
+<p>En toch, dat heeft hij gedaan. In 1509 verliet hij Itali&euml;. Noch het
+verzoek van kardinaal Grimani, noch de schoone en rijke toekomst, die
+hem beloofd werd, konden hem vasthouden. Zijne vrienden in Engeland
+hielden aan op zijne overkomst. Gedachtig aan vroegere beloften, in de
+verwachting misschien een groote, althans een nuttige rol te spelen bij
+Hendrik VIII, die na den dood zijns vaders (April 1509) den troon van
+Engeland beklommen had, neemt hij afscheid van het land, dat hem zooveel
+vreugde had bereid.</p>
+
+<p>Hij hoopt weldra te kunnen terugkeeren, een hoop, die hij zijn gansche
+verder leven zal koesteren; bijna iederen winter zal hij plannen maken
+voor een hernieuwd bezoek aan Itali&euml;. Doch het zal hem niet worden
+vergund. &quot;De toekomst ligt niet in zijne hand. Zijne zwakke gezondheid
+zal hem weldra lange reizen verbieden. Een nieuwe periode in zijn leven
+gaat zich voor hem openen. Straks vangt de Reformatie aan. Reeds oud en
+zwak, hunkerend naar rust, zal hij worden geroepen in den strijd, die de
+16e eeuw beroerde; hij zal boeken schrijven, die duizenden zullen lezen
+en bespreken; Europa zal acht geven op al wat hij zegt. Erasmus begint
+zijn glorie te zien klimmen; maar zijn geluk neemt een einde&quot; (P. de
+Nolhac, Erasme en Itali&euml;, p. 91).</p>
+
+<p>De vijf jaren, die op zijn vertrek uit Itali&euml; (1509) volgden, bracht
+Erasmus, met uitzondering van enkele bezoeken aan het vasteland van
+Europa, in Engeland door. Zijn uiterlijke omstandigheden bleven nog
+vrijwel dezelfde; grootendeels bleef hij afhankelijk van de wisselende
+gunst zijner beschermers, wier mildheid hij vaak grooter wenschte, en
+die hem menige klacht deed slaken. Dat zijn armoede zoo groot was als
+hij dikwijls voorgeeft, is niet waarschijnlijk. Eerder mogen wij
+onderstellen dat zijn klachten strekken moesten om de hand zijner
+patroons te openen. Hoe dit zij, volmaakt tevreden was Erasmus toen nog
+niet. Eerst in de laatste periode van zijn leven zal hij over een
+inkomen beschikken, dat hem veroorlooft te leven in een staat, die voor
+zijne <a class="page" name="pg16"></a>zwakke gezondheid dienstig, en voor de behoeften van zijn
+rusteloozen wetenschappelijken arbeid passend was.</p>
+
+<p>Doch, hoe dan ook zijn geldelijke omstandigheden mogen zijn, overigens
+was er voor hem geen reden tot klagen. Hij ontwikkelde een buitengewone
+werkzaamheid, die zijn' naam door heel de geleerde wereld klinken deed,
+en hem bracht op het toppunt van zijn' roem. Te Cambridge trad hij een
+tijdlang op om onderwijs te geven in het Grieksch, voor Colet's school
+schrijft hij een werk van p&aelig;dagogische strekking, gevolgd door een
+ander, dat handelt over de eischen den onderwijzer te stellen. Ook de
+uitgave van de werken van den kerkvader Hieronymus werd in deze jaren
+door hem voorbereid.</p>
+
+<p>Het meest echter trok de aandacht een geschrift van betrekkelijk
+geringen omvang, dat ook nu nog als een der meest algemeen bekende
+werken van Erasmus mag worden beschouwd. Wij bedoelen zijn reeds even
+vermelde &quot;Lof der zotheid&quot;. Hij gaf het uit op aandringen van zijn
+vriend Thomas More en droeg het aan dezen op. Beide, Erasmus en More,
+hadden een sterk ontwikkelden zin voor humor; al was het dan ook More,
+die zijn' vriend aanspoorde tot het uitgeven van den &quot;Lof der zotheid&quot;,
+het is toch zeer de vraag, of Erasmus blijken geeft van de rechte
+zelfkennis, wanneer hij verzekert, dat zulk werk eigenlijk geheel niet
+naar zijn aard was: &quot;hij (More) bracht mij ertoe, den &quot;Lof der zotheid&quot;
+te schrijven, d.i. hij bracht een kameel tot dansen&quot;.</p>
+
+<p>Veel over dit werkje te zeggen is niet noodig. Het is over-bekend, en
+ook voor lezers, die het Latijn niet machtig zijn, gemakkelijk
+toegankelijk<sup><a href="#note07" name="noteback07">[7]</a></sup>. Ieder kan dus zonder moeite kennis maken met dit
+geschrift, waarin de Zotheid een lofrede houdt op zichzelf, zich de eer
+toekent, het gansche bestaan der menschen te beheerschen, en de bron te
+zijn van alle levensvreugde.</p><a class="page" name="pg17"></a>
+
+<p>In dezen paradoxalen vorm worden allerlei maatschappelijke en kerkelijke
+misbruiken gehekeld; zoomin het zotte genot der jacht als de dwaasheid
+der menschen, die in ceremoni&euml;n, in vasten, in het aantrekken van een
+ordekleed, in het opzeggen van vele gebeden hun heil zoeken, ontkomt aan
+zijn spot; nu is het de oorlog, dan de paus, de &eacute;&eacute;ne maal zijn het de
+vorsten, de andere maal de aflaathandel, die door zijn satire gegeeseld
+worden.</p>
+
+<p>Nergens geeft Erasmus duidelijk aan, wat hij eigenlijk onder &quot;zotheid&quot;
+verstaat, hetgeen het lezen van dit geschriftje niet gemakkelijker
+maakt. Hij laat zelfs aan zijn vernuftspel z&oacute;&oacute;ver den teugel vrij, dat
+wij er niet anders in kunnen zien dan een zondigen tegen den goeden
+smaak. Op het einde nl. laat hij de Dwaasheid haar eigen lof zingen met
+een beroep op de H. Schrift; eenvoudig op den klank van het woord
+afgaand, haalt hij allerlei Schriftwoorden aan, gewaagt zelfs van de
+dwaasheid, waartoe Christus zelf in zekeren zin gekomen is door Zijne
+menschwording, en van de door Paulus genoemde &quot;dwaasheid des kruises&quot;.</p>
+
+<p>Niet aanstonds wondde de scherpe pijl degenen, tegen wie zij gericht
+was. &quot;De lof der zotheid&quot; werd door velen gelezen, doch door weinigen
+begrepen. Eerst toen (in 1514) een uitgave verscheen met aanteekeningen
+en commentaar voorzien door Erasmus' landgenoot en vriend Gerard
+Lystrius, een dokter, die wel door den schrijver-zelven hierbij
+ge&iuml;nspireerd was, gingen de oogen open. De universiteit van Leuven droeg
+aan Dorpius op, Erasmus aan te vallen. Deze deed het, doch op niet al te
+heftige wijze, en werd met groote vriendelijkheid beantwoord door den
+schrijver, die in later jaren zijn tegenstander geheel aan zijne zijde
+kreeg, en in hem zelfs een verdediger vond. Doch zoo ging het niet
+allen. De geestelijkheid, vooral de monniken, die zich door Erasmus'
+spot gewond voelden, vergaven hem zijn satire niet, wat echter den
+spotzieken geleerde niet weerhield, nog menigmaal den afkeer, door velen
+hunner tegen de studie en de classieke letteren gekoesterd, de domheid
+en vormendienst, waarin velen uitblonken, onmeedoogend te hekelen.</p><a class="page" name="pg18"></a>
+
+<p>Intusschen, dit bekende werkje, dat zoozeer de aandacht trok, nam maar
+een klein gedeelte van Erasmus' tijd in beslag. In den tijd van een week
+op het papier geworpen, is het ook maar een verdwijnend klein deel van
+den arbeid, door hem ook in deze jaren verricht. Toen, begin 1514, de
+tekst van Hieronymus' werken was gereed gemaakt, kwam hem ter oore, dat
+de beroemde drukker Frobenius te Bazel een uitgave van de werken van
+dezen kerkvader zou bezorgen. Dit deed bij hem het besluit rijpen
+Engeland te verlaten, waar hij van den koning, Hendrik VIII, op dit
+oogenblik toch niet veel te verwachten had, daar de oorlog met Frankrijk
+hem in beslag nam; en niet alleen den koning zelf, maar ook diens
+geldmiddelen.</p>
+
+<p>In de jaren die volgden, van 1515-1521, bevindt Erasmus zich een groot
+deel van den tijd in de Zuidelijke Nederlanden, nu eens te Brussel, dan
+te Antwerpen, hoofdzakelijk te Leuven. Hij had het geluk en de eer tot
+raadsheer van aartshertog Karel, later Keizer Karel V, te worden
+benoemd, wat hem aanspraak gaf op een aanzienlijk jaargeld. Niet altijd
+werd hem dit uitbetaald, voornamelijk, toen hij zijn hoofdverblijf te
+Bazel had, na 1524.</p>
+
+<p>Om, nu hij in de Nederlanden vertoefde, gevrijwaard te zijn tegen een
+gedwongen terugkeer in zijn klooster, waartoe hij niet den minsten lust
+gevoelde, wist hij door middel van den apostolischen secretaris
+Lambertus Grunnius van den paus, Leo X, gedaan te krijgen, dat hij van
+zijn kloostergelofte ontslagen werd. Nu kon hij vrijelijk gaan waar hij
+wilde. Niets belet hem naar Bazel te reizen. Op zijne reis door
+Duitschland wedijveren geleerden, gemeentelijke regeeringen,
+bisschoppen, den geleerde van naam, den raadsheer, met eerbewijzen te
+ontmoeten.</p>
+
+<p>Te Bazel volgden eenige maanden van noesten arbeid. Met medewerking van
+Reuchlin, de gebroeders Amerbach en andere geleerden, werden de werken
+van Hieronymus uitgegeven. Erasmus droeg deze uitgave op aan den
+aartsbisschop van Kantelberg. Aan een nieuwe uitgave der
+&quot;Spreekwoorden&quot;, aan een vertaling van Plutarchus, aan een uitgave van
+Seneca's <a class="page" name="pg19"></a>werken, werd door hem gearbeid. Zwingli komt naar Bazel, om den
+beroemden geleerde te zien, van wiens geschriften hij voortaan dagelijks
+eenige bladzijden leest. Oecolampadius, die te Bazel woonde, is in
+groote bewondering voor Erasmus; steeds breeder wordt de kring, waarin
+zijn werken gelezen worden, al meer breidt zich het getal zijner
+vrienden uit, onophoudelijk is hij in briefwisseling met tallooze mannen
+van naam en invloed, die hij dan hier, dan daar ontmoet. Want rustig op
+&eacute;&eacute;ne plaats blijven deed hij niet. Wel bracht hij veel van zijn tijd te
+Leuven door, waar hij zich beijverde om de bekwaamste mannen te
+verbinden aan het &quot;collegium trilingue&quot;, door de mildheid van Busleiden
+in 1517 gesticht. De uitnemendste krachten zocht Erasmus voor het
+onderwijs in het Hebreeuwsch, het Grieksch en het Latijn naar Leuven te
+trekken. En zoo vertoefde hij ook daar in een kring van geleerden.</p>
+
+<p>Doch achtte hij het noodig, voor den druk van een zijner werken, om naar
+Bazel te reizen, hij liet zich niet weerhouden. Ook niet door de scherpe
+verwijten der monnikenpartij, die hem het gebrekkige van zijn arbeid
+voorhielden, en van wispelturigheid beschuldigden op grond van zijne
+talrijke reizen. Onbeschroomd weet Erasmus zich te verweren: zijne
+reizen, met uitzondering van die naar Itali&euml;, die deels voor eigen
+genoegen, deels ook om te kunnen partij trekken van wat daar in de
+bibliotheken aanwezig is, werden ondernomen, zijn in het algemeen
+belang. &quot;Als onbewegelijkheid, blijven op &eacute;&eacute;ne plaats, een verdienste
+is, hebben steenen en boomstammen den voorrang, dan volgen de sponsen,
+die ook aan &eacute;&eacute;ne plaats gehecht zijn, en niets te doen hebben dan te
+drinken!&quot; Deze laatste bedekte hatelijkheid aan hun adres zal voor de
+monniken niet verborgen zijn gebleven; en het zal hun welwillendheid
+jegens den man, die hen reeds zoo dikwijls tot mikpunt van zijn spot had
+gemaakt, niet hebben doen terugkeeren!</p>
+
+<p>Terwijl in deze jaren het humanisme zijn invloed zag toenemen, en
+Erasmus meer en meer het middelpunt werd van deze geestelijke opwaking,
+verscheen den 1<sup>en</sup> Maart van het jaar 1516 van Frobenius' pers een<a class="page" name="pg20"></a> door
+Erasmus bezorgde uitgave, die van groot belang zou worden voor de
+Hervorming, waartoe weldra Luthers optreden den beslissenden stoot zou
+geven.</p>
+
+<p>Wij bedoelen het Nieuwe Testament in den <em class="spaced">Griekschen</em> tekst, het eerste
+dat in druk werd uitgegeven. In April van 1515 ontving Erasmus een
+schrijven van zijn vriend Beatus <em class="spaced">Rhenanus</em>, die hem meldde, dat
+Frobenius een Nieuw Testament in het Grieksch wilde uitgeven, en daartoe
+van Erasmus' arbeid wenschte gebruik te maken. Frobenius zou hem
+daarvoor zooveel geven als wie dan ook. Erasmus, die zich reeds veel met
+het N.T. had beziggehouden, voornamelijk met een latijnsche verklaring,
+begaf zich naar Bazel. En in ongeloofelijk korten tijd verscheen het
+eerste Grieksche Nieuwe Testament in druk. Den 11<sup>en</sup> Sept. werd met
+drukken een aanvang gemaakt, den 1<sup>en</sup> Februari 1516 is de opdracht van
+dezen arbeid aan Leo X gedateerd, en den 1<sup>en</sup> Maart van dat jaar was
+de uitgaaf gereed. Nevens den Griekschen tekst was een latijnsche
+vertaling van Erasmus' hand afgedrukt, terwijl het geheel voorzien was
+van korte aanteekeningen, waarin hij rekenschap geeft van de afwijkingen
+van den gangbaren, door de kerk als authentiek erkenden bijbeltekst der
+&quot;Vulgata&quot;, moeilijk verstaanbare uitdrukkingen kort uitlegt, en ook de
+gelegenheid niet ongebruikt laat, om de apostolische vermaningen, de
+toestanden uit den apostolischen tijd te vergelijken met den huidigen
+staat van kerk en geestelijkheid, waarbij hij zijn critiek en spot aan
+de theologen en monniken niet spaart.</p>
+
+<p>De groote haast, waarmede deze uitgaaf werd bezorgd, kwam
+begrijpelijkerwijze aan de waarde ervan niet ten goede. De Grieksche
+handschriften, erbij gebruikt, waren niet van de oudste en beste, zooals
+Erasmus verzekert, doch die exemplaren, welke te Bazel waren, en niet
+ouder dan de 11^e eeuw. Van het laatste Bijbelboek, de Openbaring van
+Johannes, was slechts een moeilijk leesbaar, zeer defekt handschrift
+aanwezig, waarvan de onleesbare of ontbrekende plaatsen eenvoudig
+moesten aangevuld worden door vertaling van den<a class="page" name="pg21"></a> Vulgata-tekst. Zoodat
+Erasmus' bewering wel wat optimistisch gekleurd is, dat hij een
+exemplaar had gehad van zoo hoogen ouderdom, dat het bijna in den
+apostolischen tijd kon geschreven schijnen. Voorts ontbrak de tijd voor
+een zorgvuldige vergelijking der handschriften met den overgeleverden
+tekst. Ook zijn in later eeuwen z&oacute;&oacute;veel meer gegevens tot vaststelling
+van een juisten Griekschen tekst bekend geworden, dat in vele d&eacute;tails de
+tekst van Erasmus' uitgave verbeterd is.</p>
+
+<p>Doch dit alles doet niets te kort aan het feit, dat deze editie van
+groote beteekenis is geweest in de geschiedenis van de 16e eeuw.
+Erasmus' werk vond grooten bijval en was weldra uitverkocht; reeds in
+1519 moest opnieuw het Nieuwe Testament in het Grieksch worden gedrukt.
+Deze 2e druk, veel verbeteringen bevattende van fouten der 1e editie,
+werd door <em class="spaced">Luther</em> gebruikt als grondslag voor zijne vertaling van het
+Nieuwe Testament in het Duitsch, welke in de geschiedenis der
+Reformatie, en eveneens voor de ontwikkeling der Duitsche taal, zulk een
+belangrijk moment werd.</p>
+
+<p>Het is licht te begrijpen dat een dergelijk werk niet met enkel bijval
+werd ontvangen. Erasmus wist dan ook wel wat hij deed, toen hij juist
+dezen arbeid (en niet de uitgave van Hieronymus' werken, zooals eerst
+zijn voornemen was) aan paus Leo X opdroeg, en hem ook in een
+afzonderlijken brief onder diens auspici&euml;n stelde!</p>
+
+<p>De aanvallen bleven niet uit, met name na de 2e editie. Vooral van de
+zijde der monniken was de critiek heftig. Omdat Erasmus' tekst in menig
+opzicht afweek van den kerkelijk goedgekeurden, zagen zij er een aanslag
+in op de H. Schrift. En niet minder waren zij geprikkeld door de scherpe
+opmerkingen, die de schrijver in zijn &quot;Annotaties&quot; had ingelascht tegen
+vele misbruiken in de Roomsche kerk. Erasmus bleef het antwoord niet
+schuldig. En zoo was ook deze arbeid aanleiding tot een nieuwe reeks van
+geschriften, ten deele van apologetischen aard.</p>
+
+<p>In het erkennen van fouten, die, vooral door den grooten haast waarmede
+gewerkt was, zeer begrijpelijk waren, en door zijne vijanden met
+speurenden blik werden opgezocht, <a class="page" name="pg22"></a>was onze Erasmus niet ridderlijk. Hij
+waagde wel eens goed te praten, waar een ruiterlijke bekentenis, dat hij
+zich eenvoudig vergist had, hem volstrekt niet tot oneer zou hebben
+gestrekt.</p>
+
+<p>Ook bij &eacute;&eacute;ne verandering, welke hij in de 3e uitgave van zijn N.T., die
+in 1522 verscheen, aanbracht, gaf hij blijk van zwakheid. E&eacute;n zijner
+bestrijders had hem o.a. verweten, dat hij in I Joh. 5 vs. 7 de woorden
+&quot;drie zijn er, die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de H.
+Geest; en deze drie zijn &eacute;&eacute;n&quot; had weggelaten; deze woorden worden in den
+Vulgatatekst wel gevonden. Erasmus verdedigde zich met een beroep op de
+door hem geraadpleegde Grieksche handschriften, waarin deze woorden niet
+voorkwamen, doch verklaarde zich bereid ze op te nemen in den tekst,
+indien zij hem in eenig Grieksch handschrift werden aangewezen. Toen hij
+nu vernam dat een dergelijk handschrift bestond, nam hij ze inderdaad in
+den tekst wederom op, hoewel hij vermoedde (en niet ten onrechte), dat
+deze getuige expresselijk voor dit geding was vervaardigd.</p>
+
+<p>Behalve deze 3e uitgave waren nog in 1527 en in 1535 een 4e en een 5e
+noodig. Bewijs genoeg van den opgang, dien dit werk maakte, van de
+aandacht, die het trok. En inderdaad, van beteekenis was het. Het
+verschafte aan de Hervormers een beteren tekst dan zij in den
+officieelen kerkelijken tekst alleen zouden hebben gehad, en werd de
+grondslag van de latere Grieksche tekstuitgave, die ook bij het tot
+standkomen der &quot;Statenvertaling&quot; werd gebruikt.</p>
+
+<p>In dit verband mag ook op een anderen arbeid van Erasmus de aandacht
+worden gevestigd, die wel veel later voltooid, maar toch ongeveer in
+denzelfden tijd als de uitgave van het Grieksche Nieuwe Testament
+aangevangen werd, en die mede een krachtig getuigenis is voor de groote
+beteekenis, door hem aan de H. Schrift toegekend. In 1517 n.l. begon hij
+met de &quot;Paraphrasen&quot; op het Nieuwe Testament, die, met uitzondering van
+de Openbaring van Johannes, over alle boeken van het N.T. werden
+uitgestrekt, en in 1524 hare voltooiing vonden. Aan het paraphraseeren
+van de evangeli&euml;n <a class="page" name="pg23"></a>had Erasmus zich eerst niet willen wagen. Hij achtte
+het niet recht, aan de woorden van Christus iets toe te voegen, en
+meende ook, dat een toelichten van de evangelische verhalen, zoo
+verheven en klaar in hun eenvoud, gelijk zou staan met &quot;het aansteken
+van een lamp midden op den dag&quot;. Toch zwichtte hij ten slotte voor den
+aandrang. Door deze &quot;Paraphrasen&quot; evenals door zijn Nieuwe Testament met
+de annotaties heeft Erasmus veel bijgedragen tot een betere
+Schriftuitlegging. Hij opende veler oogen voor de noodzakelijkheid van
+de kennis der grammatica en hare regels; en al droeg zijn arbeid er niet
+onmiddellijk toe bij, de H. Schrift in aller handen te brengen, daar hij
+wel zegt, van meening te zijn dat ieder in zijn eigen taal haar moest
+kunnen lezen, maar toch nimmer afwijkt van zijne gewoonte, in het Latijn
+te schrijven, niettemin wekte hij veler belangstelling voor de H.
+Schrift, en werkte hij in sterke mate mede tot haar verbreiding en
+onderzoek.</p>
+
+<p>Zoo was Erasmus onverpoosd bezig; zijn naam klonk gansch Europa door, de
+roem zijner geleerdheid werd luide verkondigd; en naarmate zijn
+gesternte helderder schitteren ging, nam ook de vijandschap toe der
+geestelijkheid; zij zagen in den bespotter van hun ondeugden, in den
+man, die de misstanden in de kerk onbarmhartig geeselde, een vijand,
+over wiens dood zij zich zouden hebben verheugd. Dat bleek, toen het
+gerucht van zijn dood zich had verbreid. Hij was, in den herfst van
+1518, pas hersteld, uit Bazel naar Leuven gereisd, en kwam daar weer
+ernstig ziek aan. Tegen veler verwachting bezweek hij niet. Toch werd
+verteld, dat hij was gestorven. En zoo verkondigde te Keulen een
+geestelijke, niet zonder voldoening, aan zijn gehoor, in zijn barbaarsch
+latijn, dat Erasmus was gestorven &quot;sine lux, sine crux, sine Deus&quot;<sup><a href="#note08" name="noteback08">[8]</a></sup>,
+terwijl te Praag zelfs de legende ging, dat hij te Keulen tegelijk met
+zijne boeken verbrand was!</p><a class="page" name="pg24"></a>
+
+<p>Kan het wel anders, toen in dezen tijd Luthers geloofsdaad een vonk deed
+spatten, die welhaast in heel West-Europa een vuur zou doen opvlammen,
+dat ook op Erasmus gezien werd, dat veler verwachting was: nu zal hij
+zich aanstonds aan de zijde der Reformatie scharen, en met Luther
+schouder aan schouder den strijd voortzetten?</p>
+
+<p>En hoe <em class="spaced">is</em> het gegaan? De man, die niets m&eacute;&eacute;r beminde dan de rust van
+zijn studeervertrek en zijne boeken, kon niet blijven buiten den strijd.
+Niet straffeloos had hij uit zijn stille studeercel zijne pijlen
+afgeschoten: als straks de Reformatie zich keert tegen zooveel misbruik
+en ontaarding, waardoor de kerk van Christus was misvormd, geven de
+mannen, die door zijne pijlen gewond waren, h&egrave;m de schuld van al het
+onheil; en de vrienden der Hervorming hopen op zijn steun. En de arme
+Erasmus komt almeer tusschen twee vuren. Bij den paus en de hoogere
+geestelijkheid bleef hij hoog aanzien genieten, doch de lagere
+geestelijkheid keerde zich tegen hem. De monniken en &quot;theologen&quot; zagen
+in alles, wat hun afbreuk dreigde te doen, zijn hand. Hetzij omdat zij
+het meenden, hetzij slechts om zoo mogelijk dezen gevaarlijken,
+gevreesden en invloedrijken tegenstander te vernietigen, schreven zij
+alles wat in druk verscheen en hun tegen was, aan hem toe. Hij was, zoo
+zeiden zij, de auteur van More's Utopia, van von Huttens's Nemo, was
+medeplichtig aan de &quot;Obscuranten-brieven&quot;, ja, ook in Luthers
+geschriften had hij de hand gehad.</p>
+
+<p>Aan de andere zijde waren er onder de mannen der Hervorming, die meenden,
+op Erasmus te kunnen rekenen. Luther zelf echter heeft als bij intu&iuml;tie
+beseft, dat hij en Erasmus niet op &eacute;&eacute;n weg zouden gaan. Hij heeft wel
+aanraking met hem gezocht, doch deed dit zeer voorzichtig. Zijn schrijven
+aan Erasmus (28 Maart 1519) is niet een pogen, hem aan zijne zijde te
+brengen, veeleer slechts als een uitsteken van de voelhorens; Luther
+vermijdt, in dien brief te gewagen van Erasmus' optreden tegen de
+R.-Kath. kerk, hij spreekt slechts van Erasmus' verdiensten, zegt,
+vernomen te hebben dat ook Erasmus wel van h&egrave;m heeft gehoord, en
+verklaart, het niet <a class="page" name="pg25"></a>goed te achten, dat zij elkander niet
+kennen. Verder
+echter gaat hij niet.</p>
+
+<p>En Luther heeft zich niet vergist. Erasmus neemt een afwerende houding
+aan, wanneer hij, omstreeks dienzelfden tijd, een schrijven aan Luther
+richt (30 Mei 1519). Hij herhaalt zijn verzekering, dat hij in Luthers
+geschriften de hand niet heeft gehad, een verdenking, die maar niet uit
+te roeien is, zelfs al verklaart hij, noch Luther noch diens geschriften
+te kennen. Tusschen de regels door is duidelijk te lezen, dat hij met de
+wijze van Luthers optreden niet ingenomen is. Het is hem te heftig, te
+persoonlijk: &quot;het doet meer nut, de stem te verheffen tegen hen, die de
+pauselijke macht misbruiken, dan tegen den paus zelven. Men moet niet
+zoozeer de scholen (der scholastiek) verachten, als aanmanen tot
+verstandige studie&quot;. Hij vreest, dat velen uit een ander optreden
+aanleiding nemen zullen om de fraaie letteren tegen te werken, die zij
+van harte verfoeien.</p>
+
+<p>De waarschuwing is duidelijk genoeg, al schrijft hij aan het eind van
+den brief: &quot;ik maan u niet aan, om zoo te doen, maar om voort te gaan
+gelijk gij totnogtoe deedt&quot;. Dit is echter eene hoffelijkheid, die niet
+geheel oprecht is.</p>
+
+<p>Erasmus kon zich niet vinden in Luthers wijze van doen. Omdat zij van
+een gansch anderen geestes-aanleg waren, viel beider streven maar voor
+een klein deel samen. Dat was: de bestrijding van het bederf en de
+ontaarding in de kerk. Hierin ging Erasmus onvermoeid voort, zij het dan
+niet met eenzelfde kracht, met gelijken gloed van heilige overtuiging
+als Luther. Tot handelen kwam hij niet. Hij puntte zijn pijlen, om ze
+tegen de vele misbruiken te richten, die hem ergerden. Zoo verscheen in
+deze periode, waarin de Reformatie doorwerkte, &eacute;&eacute;n zijner geschriften,
+dat een ontzaglijke bekendheid verwierf, n.l. de &quot;Samenspraken&quot;<sup><a href="#note09" name="noteback09">[9]</a></sup>.
+In den vorm van een latijnsch leerboek, (dat in vele scholen <a class="page" name="pg26"></a>gebruikt en
+van buiten geleerd is), behandelen deze samenspraken de meest
+verschillende onderwerpen; hierdoor is dit geschrift voor de kennis der
+cultuurgeschiedenis, van zeden en gewoonten uit het begin der 16e eeuw
+van groot belang. In vloeiend latijn geschreven, vol humor, spot en
+sarcasme, maakt het nu eens een woord uit een der classieken, dan een
+Schriftwoord, de &eacute;ene maal een dwaas gebruik, de andere maal een
+bijgeloovige dwaasheid, tot onderwerp van bespreking. Niet zelden treft
+men toespelingen aan op voorvallen, uit Erasmus' eigen leven, of
+toespelingen op bekende tijdgenooten. En ook in dit werk keert zijn spot
+en sarcasme zich, zonder haar te sparen, tegen de R. kerk: het vasten,
+de zinnelijkheid en baatzucht van vele geestelijken, het bijgeloof, de
+heiligen-vereering, en wat niet al, moeten het ontgelden!</p>
+
+<p>Het werk trok sterk de aandacht en werd gretig gelezen door vriend en
+vijand. De bekendheid van den schrijver, de meesterlijke wijze waarop
+hij het wapen van den spot hanteert, de kettersche meeningen, door de
+personen die in de samenspraken optreden, vrijuit verkondigd, werkten
+tot de geweldige verbreiding mede. Ongetwijfeld heeft het bijgedragen
+tot en zijn beteekenis gehad in de geestelijke worsteling, waardoor
+Europa werd geschokt.</p>
+
+<p>Door Erasmus' vijanden werd het beschouwd als een gevaarlijk, kettersch
+geschrift. In 1526 werd het door de Parijsche Sorbonne veroordeeld; en
+ook de Inquisitie plaatste het op de lijst van verboden boeken.</p>
+
+<p>Aan wien kon Erasmus het wijten, anders dan aan zichzelven, dat hij door
+de tegenstanders der Hervorming onder de vrienden van Luther werd
+geschaard, ja gerekend onder de aanstichters van deze door de kerk
+zoozeer verfoeide beweging?</p>
+
+<p>Erasmus, zoo zeiden zij, had het ei gelegd, door Luther uitgebroed. En
+toch, Erasmus wilde tot geen prijs zijne zaak met die van Luther vermengd
+zien. Hij was voor de gevolgen daarvan bevreesd, en zag ook voor zijn
+eigen persoon gevaar. Hij is niet gesneden van het hout, waarvan
+martelaars gemaakt worden. &quot;Anderen mogen&quot;, zoo schrijft hij,<a class="page" name="pg27"></a> &quot;het
+martelaarschap begeeren, ik acht mij zulk eene eer niet waardig&quot; (Dec.
+1520). Elders beklaagt hij zich, dat de Duitschers hem in Luthers zaak
+willen betrekken, &quot;een dwaas plan; want des te eerder zouden zij mij van
+hem vervreemd hebben. Wat toch zou ik Luther hebben kunnen helpen, indien
+ik, als hij gevaar liep, aan zijne zijde was gaan staan, alleen dat er in
+plaats van &eacute;&eacute;n, twee zouden zijn ondergegaan? Al had hij alles in beter
+geest en toon geschreven, ik had toch geen lust mijn hoofd voor de
+waarheid te wagen. Niet allen zijn sterk genoeg voor het martelaarschap&quot;
+(Juli 1524).</p>
+
+<p>Doch dit is niet het eenige. Hij beseft zelf, en spreekt het soms ook
+uit, dat Luther en hij maar weinig gemeen hebben, iets anders bedoelen.
+Men moet beider zaak niet in &eacute;&eacute;n adem noemen; men wil beiden tegelijk
+gaarne treffen, maar hij heeft met Luther niets uitstaande: &quot;wat heeft
+de studie en wetenschap met het geloof van doen?&quot; (Nov. 1519).</p>
+
+<p>Hoe meer de toorn tegen Erasmus ontbrandde, en hij, met het toenemen van
+de Luthersche Reformatie, voor medeschuldig aan deze beweging werd
+aangezien, des te talrijker en krachtiger worden zijne verzekeringen,
+dat hij met Luther noch met diens boeken bekend is. In zijne drukke
+briefwisseling uit deze jaren, met den paus en allerlei hooge kerkelijke
+personages door hem gevoerd, kan men dergelijke betuigingen
+herhaaldelijk aantreffen. Aan den paus, Leo X, schrijft hij (Sept.
+1520): &quot;Luther ken ik niet, nooit heb ik zijn boeken gelezen, behalve
+misschien enkele bladzijden, en dan nog maar terloops, ze
+doorbladerend&quot;.</p>
+
+<p>Wel komt hij, met eenigen schroom, en zonder kracht, eenigszins voor
+Luther op. Hij vestigt de aandacht op de ongerijmdheid, dat uitspraken
+van Luther als kettersch worden veroordeeld, die in de werken van
+Augustinus en Bernhard als rechtgeloovig, ja als vroom gelezen worden.
+Hij zegt, in dezen man, die liever terecht gewezen dan vernietigd moest
+worden, toch enkele schitterende vonkskens eener evangelische leer te
+hebben gevonden. Hij wijst er op, wat, naar zijne meening, eigenlijk
+bedoeld wordt met dat woeden tegen Luther; zij die dit doen &quot;kunnen niet
+verdragen, dat <a class="page" name="pg28"></a>de letteren en de taalstudie weer tot bloei komen, dat de
+classieken weer opleven, die totnutoe van de motten gegeten werden, en
+bedolven waren onder het stof&quot;.</p>
+
+<p>Doch tegelijk beijvert hij zich, zijne gehoorzaamheid aan de kerk en aan
+den paus te betuigen, vooral aan Leo X, aan wiens vroomheid hij
+verklaart veel verschuldigd te zijn, en wiens liefde voor de letteren
+hij roemt.</p>
+
+<p>Het ligt voor de hand, dat de geestelijkheid gaarne een klaar bewijs zou
+zien van deze gezindheid van Erasmus. Hoe kon hij ze beter bewijzen, dan
+door tegen Luther te schrijven? Doch daarin toont hij weinig lust. Hij
+maakt zich hiervan af: dan zou hij eerst Luthers geschriften met
+aandacht en meer dan eens moeten doorlezen; daartoe ontbreekt hem de
+tijd, wijl hij met zijn studi&euml;n meer dan bezet is. Bovendien zou het
+voor zijn geringe geleerdheid en geest een te zware taak zijn, en wilde
+hij aan de Academies, tot wier terrein zoo iets zou behooren, die eer
+niet ontrooven. En eindelijk hij was bevreesd, den haat van zoovele
+machtige mannen zich op den hals te halen, voornamelijk daar niemand hem
+met zulk een werk belast had.</p>
+
+<p>Toch zou het oogenblik kunnen komen, dat hij zich hieraan niet kon
+onttrekken. Indien de keizer het hem opdroeg, zou hij niet kunnen of
+durven weigeren. De mogelijkheid hiervan, en ook de bestrijding, die hij
+te Leuven had te verdragen van de zijde der geestelijkheid, baarde hem
+zorg. Om zich hieraan te onttrekken, en om de kans te ontloopen,
+gedwongen te worden tot het opnemen van de pen tegen Luther, verliet hij
+Leuven, en vertrok in het najaar van 1521 naar Bazel.</p>
+
+<p>Maar ook daar zou eene gewenschte rust zijn deel niet zijn. Hevige
+aanvallen van zijn kwaal, een ziekte van de spijsverteringsorganen,
+kwelden hem, en deden hem sterk vermageren. Een reis naar Rome, waarheen
+hij op weg was, moest hij om een dergelijken aanval opgeven; van
+Constanz keert hij weer naar Bazel, in plaats van door te reizen naar
+Rome.</p>
+
+<p>Intusschen blijft hij onvermoeid aan den arbeid. Maar voor een schrijven
+tegen Luther was hij nog niet te vinden. Paus Adriaan VI, na Leo's dood
+tot paus verkozen, en uit<a class="page" name="pg29"></a> Leuven met Erasmus bekend, deed hem het
+verzoek de pen tegen Luther op te nemen, en naar Rome te komen. Het
+laatste wijst Erasmus af met beroep onder anderen op zijne gezondheid,
+en ook van het eerste weet hij zich met zeer vernuftige redenen te
+ontslaan.</p>
+
+<p>Doch nu zou een andere moeilijkheid hem ontmoeten. En wel door toedoen
+van den bekenden humanist Ulrich von Hutten, die telkens poogde Erasmus
+tot een krasser optreden tegen den paus en de kerk te bewegen. Reeds had
+von Hutten een schrijven aan den aartsbisschop van Mainz, door Erasmus
+hem ter bezorging toebetrouwd, zonder diens medeweten openbaar gemaakt.
+Dit had den voorzichtigen en vreesachtigen Erasmus zeer ontstemd, die
+van het heftig en ruw optreden van von Hutten bovendien een afkeer had.
+Tijdens Erasmus' verblijf te Bazel kwam ook von Hutten daar; doch op een
+bezoek van den berooiden, door een nare ziekte bezochten edelman was hij
+in 't minst niet gesteld. Waarschijnlijk mede door de dubbeltongigheid
+van een zekeren von Eppendorf, die zich in Erasmus' gunst had weten in
+te dringen, en zijne zeer hoffelijke boodschappen bij von Hutten
+verkeerd overbracht, werd deze zeer verbitterd. Hij liet zich, ook door
+Erasmus' verzoek, dat trouwens eer geschikt was om hem te prikkelen dan
+hem te kalmeeren<sup><a href="#note10" name="noteback10">[10]</a></sup>, niet weerhouden van het schrijven van een heftig
+geschrift tegen Erasmus, waarin diens verzaken van de Reformatorische
+beweging werd aan de kaak gesteld, en in krasse taal zijn vleierij jegens
+den paus, zijn vriendschap met mannen als Alexander, den vijand en
+tegenstander der Reformatie, over wien hij zich vroeger zoo schamper had
+uitgelaten, zijn heulen met de vijanden der nieuwe beweging werden
+gehekeld.</p>
+
+<p>Erasmus bleef het antwoord op dezen in Juli 1523 ver<a class="page" name="pg30"></a>schenen aanval niet
+schuldig. Reeds in September van datzelfde jaar kwam het van de pers,
+zeer kort nadat inmiddels von Hutten overleden was, waarvan Erasmus
+echter eerst bericht ontving nadat hij zijn antwoord had neergeschreven,
+en onmiddellijk v&oacute;&oacute;r de uitgave ervan.</p>
+
+<p>De omstandigheden drongen Erasmus steeds meer terug naar de zijde, die
+sommigen hadden gehoopt, dat hij te eeniger tijd zou verlaten, naar den
+kant nl. der Roomsche Kerk. Toen Clemens VII in 1524 tot paus was
+verheven, schreef Erasmus hem een brief vol vleierij. Wat hij te Bazel
+aanschouwt van de werking van &quot;het nieuwe evangelie&quot;, doet hem verlangen
+naar een plaats, die vrij mocht zijn van menschen, &quot;onbeschaamd,
+huichelachtig, verraders, als dit nieuwe evangelie voortbrengt&quot;. Wist
+hij zulk een plaats, hij zou er heengaan.</p>
+
+<p>Steeds duidelijker wordt, dat voor de Reformatie van Erasmus niets is te
+verwachten: hij zal haar zijde nimmer kiezen. Ja, ten laatste wordt hij
+nog genoopt tegen Luther en zijn werk te schrijven. Hij doet het in het
+geschrift &quot;Van den vrijen wil&quot;, waarin hij, tegenover Luthers
+voorstellingen, de Pelagiaansche opvatting der wilsvrijheid verdedigt,
+(1524), en waarop deze met zijn &quot;Van den knechtelijken wil&quot; antwoordde
+(1525). Erasmus' repliek volgde in nog twee geschriften.</p>
+
+<p>Almeer komt hij tusschen twee vuren. In de Nederlanden hield men hem
+voor een Lutheraan, in Duitschland voor 'n hevig Anti-Lutheraan. &quot;Ik
+zie&quot;, zoo schrijft hij, &quot;dat het mijn lot is, terwijl ik beide partijen
+van nut tracht te zijn, dat ik door beide gesteenigd word&quot;.</p>
+
+<p>Want ook van Roomsche zijde wordt tegen hem gewoed, z&oacute;&oacute;, dat het hem
+verbittert. Van de &quot;theologen en monniken&quot;, zegt hij: &quot;dat vee woedt zoo
+hardnekkig en dom tegen mij, dat ik, had ik geen steenen gemoed gehad,
+door hun haat zelfs in het kamp van Luther had kunnen gedreven zijn&quot;.</p>
+
+<p>Tegen Albertus Pius, den vorst van Carpi, tegen de Dominikaners en
+Franciskaners van Spanje had hij zich in geschrifte te verweren tusschen
+al den arbeid door, dien hij <a class="page" name="pg31"></a>met stalen vlijt bleef verrichten. Zoo
+vertaalde hij sommige geschriften van <em class="spaced">Origenes</em>, van
+<em class="spaced">Chrysostomus</em>, <em class="spaced">Athanasius</em> en andere kerkvaders; schreef een
+dialoog &quot;<em class="spaced">over de juiste uitspraak van het Latijn en het
+Grieksch</em>&quot;; in dezen zelfden tijd (1528) kwam zijn geestige, scherpe
+dialoog &quot;<em class="spaced">Ciceronianus</em>&quot; van de pers, waarin het overdreven
+classicisme der Italiaansche humanisten werd bespot; bezorgde hij een
+nieuwe uitgave van <em class="spaced">Seneca</em>, en, meer op aandringen van den
+uitgever Frobenius, dan uit sympathie voor <em class="spaced">Augustinus</em>, ook een
+druk van diens werken.</p>
+
+<p>Ook te Bazel zelf werd het Erasmus welhaast te benauwd. Wel waren nu
+zijn geldelijke omstandigheden van dien aard, dat hij onbekommerd, in
+betrekkelijke weelde kon leven. Hij kon zich nu veroorloven in een eigen
+huis te wonen, en drie bedienden te houden, waarvan er steeds &eacute;&eacute;n op
+reis was om een brief te bezorgen, of eenige andere opdracht te
+vervullen. Al bleef de keizer vaak in gebreke hem zijn jaargeld te doen
+uitbetalen, geldgebrek had hij in dezen tijd geenszins. Behalve geregeld
+de jaargelden van zijn Engelsche vrienden Warham en Mountjoy ontving hij
+talrijke geschenken, niet zelden in geld, van vorsten, kardinalen,
+hertogen, bisschoppen. Twee malen zond paus Clemens VII hem 200
+goudguldens. Sigismund I van Polen zond hem een vorstelijk geschenk. De
+verkoop van zijn boeken bracht hem steeds meer aan. Bijna geregeld had
+hij een of twee jonge mannen van aanzienlijke positie in zijn omgeving,
+die van zijn omgang en geleerdheid genoten, het een eer achtten aan
+zijne tafel aan te zitten, en de kosten van zijne huishouding hielpen
+dragen. Onder hen noemen wij alleen den bekenden Johannes a Lasco, die
+aan Erasmus veel te danken had.</p>
+
+<p>Tegenover al dit licht ontbrak evenwel de schaduw niet. Vele vrienden
+ontvielen hem door den dood, onder welke het verlies van Frobenius (&dagger;
+1527) hem zeer diep trof.</p>
+
+<p>Daarbij maakte het veldwinnen van de Hervorming te Bazel het verblijf
+voor Erasmus daar niet aangenamer. In den avondmaalsstrijd, die
+ontbrandde, scheen hij af te wijken van het gevoelen der R. kerk, en te
+neigen tot de meening van Oeco<a class="page" name="pg32"></a>lampadius ten aanzien van de wijze, waarop
+Christus in het brood en den wijn van het H. Avondmaal tegenwoordig was.
+Zijne voorzichtige, soms dubbelzinnige<sup><a href="#note11" name="noteback11">[11]</a></sup> uitingen deden hem
+het verwijt niet ontgaan, dat hij het met Oecolampadius wel eens was,
+doch er niet voor durfde uitkomen. Aan de andere zijde vraagde de
+overheid van Bazel zijn advies, of de verkoop van Oecolampadius' boek
+daar al of niet zou worden toegestaan. Een en ander was oorzaak, dat hij
+zich niet recht meer op zijn gemak gevoelde. En toen eindelijk te Bazel
+de onrust onder het volk toenam, de mis openlijk werd afgeschaft, de
+beelden uit de kerken werden verwijderd, achtte hij het beter van
+woonplaats te veranderen. Hij koos daartoe <em class="spaced">Freiburg</em> im Breisgau,
+waarheen hij in 1529 vertrok.</p>
+
+<p>Hier bracht hij zijne laatste levensjaren door, af en toe geplaagd door
+ongesteldheid en hevige ziekte. Toch rustte zijn arbeid niet. Velerlei
+werken van zijne hand verschenen nog, o.a. eene uiteenzetting van de
+Apostolische geloofsbelijdenis, van de tien geboden en het Gebed des
+Heeren; een klein geschrift over de voorbereiding tot den dood, op
+verzoek van Rochford, den vader van de ongelukkige Anna Boleyn,
+vervaardigd; een breede verhandeling, aan de hand van Psalm 84, &quot;over de
+liefelijke eenheid der kerk&quot; waarin eene uiteenzetting wordt gegeven
+over de verschillende ketterijen die de kerk hadden belaagd, en Erasmus
+zich, veel scherper dan hij vroeger wel gedaan had<sup><a href="#note12" name="noteback12">[12]</a></sup>, over de Arianen
+uitspreekt.</p><a class="page" name="pg33"></a>
+
+<p>Sinds 1534 begon hij hevig aan de jicht te lijden, zoodat hij niet zelf
+kon schrijven, maar moest dicteeren. Niettemin slaagde hij er nog in een
+werk &quot;Over de kunst van prediken&quot; te voltooien.</p>
+
+<p>In verband met den druk van dit werk vertrok hij naar Bazel, met het
+voornemen vandaar naar de Zuidelijke Nederlanden te gaan. Doch hiertoe
+zou het niet komen. Zijne krachten waren gesloopt. Een ziekte overviel
+hem, die hij niet meer kon doorstaan. Den 12en Juli 1536 overleed hij,
+omgeven door een kleinen kring van vrienden, onder aanroeping van den
+naam van Christus.</p>
+
+<p>Hij werd in de hoofdkerk van Bazel begraven, ten grave gedragen door de
+studenten der universiteit, zijn stoffelijk overschot gevolgd door al
+hare professoren.</p>
+
+<p>De door hem bij testament aangewezen erfgenamen zorgden voor een
+grafsteen, die de plaats, waar hij begraven ligt, aanwijst, en dezen
+Desiderius Erasmus van Rotterdam in een opschrift eert als een
+&quot;alleszins zeer groot man, wiens onvergelijkelijke geleerdheid in
+allerlei wetenschap het nageslacht zal bewonderen en verkondigen&quot;.</p>
+
+<hr class="thin" />
+
+<p>Vragen wij thans, na deze vluchtige schets zijner lotgevallen, naar de
+beteekenis van dezen groote, &eacute;&eacute;n der geleerdste en meest vermaarde
+mannen der 16e eeuw, en trachten wij ons een indruk te vormen van den
+invloed, op zijn eigen tijd en op het nageslacht uitgeoefend.</p>
+
+<p>Allereerst moet dan gewezen op Erasmus' karakter en geestes-aanleg. Dat
+hij een man was vol geest, een liefhebber van scherts, met een scherpe
+opmerkingsgave voor het dwaze en lachwekkende in toestanden en personen,
+ziet ieder terstond die zijn trekken gadeslaat, zooals Holbein de
+jongere ze weergaf. Uit zijn oog spreekt het vernuft, de spotachtige
+trek ligt duidelijk geteekend om den mond. Dat die spot wonden kon als
+een vlijmende dolk, ondervond o.a. von Hutten, tegen wiens aanval hij
+zich in een scherp geschrift teweer stelde, ondervonden ook de
+geestelijken, die zich <a class="page" name="pg34"></a>hadden aan te trekken wat hij zoo herhaaldelijk
+schreef over de domheid, het formalisme, het bijgeloof, dat in de kerk
+zoo velerwegen heerschte. Aan de andere zijde was Erasmus een man van
+groote bedeesdheid, uiterst schuchter en verlegen, het liefst rustig
+tusschen zijne boeken, de pen in de hand, of in een vertrouwelijk en
+onderhoudend gesprek met enkele goede vrienden. Misschien kan zijn
+zwakke gezondheid, die hem veel deed lijden en waarover hij in menigen
+brief in den breede handelt<sup><a href="#note13" name="noteback13">[13]</a></sup>, hierbij voor een deel in rekening
+gebracht worden.</p>
+
+<p>Hoe het zij, als een beeld van fieren, nobelen moed staat hij niet voor
+ons. Soms durft hij onbeschroomd zelfs den paus raad te geven en te
+vermanen, en toont hij tegenover &eacute;&eacute;n zijner beschermers, die met zijn
+armoede een weinig den spot gedreven had, een fijn eergevoel. Maar bij
+andere gelegenheden vloeien zijne brieven aan hooggeplaatsten over van
+onwaardige vleierij. En de wijze, waarop hij een enkele maal tegen zijne
+bestrijders optreedt, of over zijne tegenstanders zich uitlaat, strekt
+hem niet tot eer. Over het feit, dat zijn antwoord op von Hutten's
+aanval eerst verscheen na diens dood<sup><a href="#note14" name="noteback14">[14]</a></sup>, kan hem geen blaam treffen.
+Minder eervol echter is voor hem, dat hij ook den uitgever van von
+Hutten's strijdschrift trachtte te achterhalen, en aan de overheid van
+Straatsburg, waar de drukker woonde, verzocht dezen te straffen.</p>
+
+<p>Dikwijls is gewezen op een trek in Erasmus' karakter, door sommigen
+plooibaarheid, door anderen lafhartigheid en onoprechtheid genoemd. Een
+onweersprekelijk feit is, dat hij, vreesachtig als hij was, gaarne
+buiten moeite bleef, en dikwijls kans zag uitlatingen, die hem onder
+verdenking van ketterij brachten, later weer te verzachten, of geheel te
+verloochenen. Weinig nobel was zijn houding jegens den jongen Franschen
+edelman Louis de Berquin, een vurig humanist en bewonderaar van Erasmus,
+met wien hij in levendige briefwisseling stond. Ten gevolge van zijn
+optreden tegen de R. kerk, werd de Berquin <a class="page" name="pg35"></a>in 1529 te Parijs verbrand, na
+een beroep gedaan te hebben op Erasmus' tusschenkomst; doch tevergeefs.
+En ook dan nog laat Erasmus, in al te groote voorzichtigheid, zich zeer
+koel over den vurigen strijder uit. &quot;Over zijne zaak, die mij totaal
+onbekend is, kan ik mij niet uitspreken. Heeft hij zijne straf niet
+verdiend, ik betreur het; heeft hij haar wel verdiend, zoo betreur ik
+het dubbel: want het is nog beter onschuldig dan schuldig te sterven!&quot;</p>
+
+<p>Niet moeilijk zou het zijn voorbeelden aan te halen van de pogingen, die
+hij aanwendt, om verklaringen, welke hem gevaarlijk konden worden,
+aannemelijk te doen schijnen; van de onoprechte wijze waarop hij zich
+uitlaat; van de terughouding, dubbelzinnigheid en tegenstrijdigheid van
+menige uitspraak. Niet zelden zijn het onoprechte uitvluchten, waarmede
+hij zich tracht te vrijwaren. Wij zouden aan de waarheid te kort doen
+door dezen karaktertrek geheel te verzwijgen. Hij is deels een uiting
+van vreesachtigheid en deels een gevolg van gemis aan een
+diepgewortelde, met heilig vuur verdedigde overtuiging.</p>
+
+<p>Het is dan ook licht te begrijpen, dat men soms niet wist wat men aan
+hem had; dat hij bij de Roomsche geestelijken gold voor een aanstichter
+der Reformatie, en bij de Lutherschen als een hevig anti-Lutheraan; dat
+een man als von Hutten hem verweet, dat hij zich uit vrees en
+halfslachtigheid meer en meer aansloot bij de pauselijke partij, terwijl
+hij zich toch vroeger zoo kras over den paus, de geestelijken en de
+misbruiken der kerk had uitgelaten.</p>
+
+<p>Toch doet men onzes inziens Erasmus geen recht, wanneer men alleen aan
+dezen karaktertrek toeschrijft dat hij, naarmate de Reformatie veld won
+en de door Luthers optreden ontbrande strijd heftiger ging woeden,
+steeds meer zijne gehechtheid aan de Roomsche kerk, zijne gehoorzaamheid
+aan den paus uitspreekt. Het is waar, in den loop der jaren en bij den
+voortgang der gebeurtenissen worden dergelijke betuigingen menigvuldiger
+en duidelijker. En evenzeer is het waar, dat hij door zijn tallooze
+hatelijkheden tegen de geestelijkheid, <a class="page" name="pg36"></a>door zijn meedoogenloos bespotten
+van de misbruiken in de kerk, niet alleen aan die kerk veel afbreuk
+heeft gedaan, maar ook den indruk kon maken aan de zijde der Hervorming
+te staan. Doch het is niet juist, te zeggen, dat hij uit vrees of
+lafhartigheid is teruggekeerd van een weg, dien hij, om de gevolgen,
+niet ten einde durfde loopen, en dat hij, waar hij zijn verknochtheid aan
+de R.-Kath. kerk uitspreekt, zijn beginsel zou hebben verloochend of zijn
+diepste overtuiging geweld aangedaan. Hij verklaart zelf (in 1525), ten
+opzichte van zijne houding jegens de R. kerk en de Reformatie: <ins>&quot;</ins>tot nog
+toe heb ik mij evenmin door vleierij als door dreigingen of door
+scheldwoorden van beide partijen van mijn plaats laten dringen. Dat zal
+iemand misschien voorzichtigheid noemen, eer dan standvastigheid... Toch,
+mijn geweten heeft mij weerhouden, geen vrees&quot;. En wij mogen het ervoor
+houden, dat hij hierin de waarheid spreekt.</p>
+
+<p>Bovendien ligt in Erasmus' ganschen geestes-aanleg de verklaring voor de
+houding, die hij aannam, en die niet aan min-edele motieven
+toegeschreven, of louter uit vrees en dubbelzinnigheid mag verklaard
+worden. Hem kenmerkt een zekere skepsis, waardoor hij den gloed eener
+vaste overtuiging mist. Innerlijk was hij los van de leer der kerk, die
+in zijn gemoedsleven geen weerklank vond, en waarvan hij voor zijn
+denken evenmin de beteekenis inzag. Zoo kan het gebeuren, dat hij
+telkens tot uitingen komt, die hem onder de verdenking van ketterij
+brengen, een verdenking, die hij door zijne omzichtige wijze van
+uitdrukking weet af te wijzen, en door betuiging van onderworpenheid aan
+de kerk en hare leer neutraliseert. En niettemin bleven de monniken hem
+beschouwen als hun doodelijken vijand. Zij gevoelden, als bij instinct,
+alhoewel hij in zijne afwijkingen van de leer geen vat op zich gaf door
+de voorzichtigheid van zijne woordkeus, dat toch de gansche geest van
+hetgeen hij leerde aan Rome vijandig was.</p>
+
+<p>Zoo geeselt hij wel misbruiken, en wijst misstanden aan; maar in de
+ontaarding, waarop hij zijn aanvallen richt, treft hij de zaken zelf, en
+werkt hij <a class="page" name="pg37"></a>ertoe mede dat deze voor veler besef haar beteekenis verliezen.</p>
+
+<p>Zeer sterk komt dit bijv. uit in zijn, in 1524 geschreven boekje over
+&quot;de wijze van biechten&quot;. Hierin somt hij eerst negen voordeelen op der
+biecht, wijdt dan lang uit over de nadeelen en gevaren, die eraan
+verbonden kunnen zijn, waarvan hij er eveneens negen opnoemt, om ten
+slotte te spreken over de rechte wijze van biechten, en te besluiten met
+de woorden: &quot;deze opsomming van de nadeelen strekt niet om van de biecht
+af te schrikken, maar opdat wij meer tot ons nut zouden biechten&quot;. Doch
+de uitwerking van een dergelijke wijze van schrijven moest wel zijn, dat
+hij metterdaad van het biechten afschrikte. Niet anders is het in
+hetgeen hij schrijft telkens waar hij zich uitlaat over het vasten. Zeer
+terecht is dan ook van hem gezegd: &quot;niemand wist beter dan hij
+bijgeloovige uitwassen, kerkelijke misbruiken z&oacute;&oacute; met zijn spot te
+treffen, dat ook de zaak zelve, waaraan het misbruik zich had gehecht,
+erdoor werd getroffen&quot;.</p>
+
+<p>En toch is het geen onoprechtheid, wanneer Erasmus met dat al verklaart,
+zich aan de uitspraken en meeningen der kerk te onderwerpen. Zeer scherp
+en duidelijk karakteriseert hij zichzelf in de volgende woorden: &quot;ik ben
+z&oacute;&oacute; afkeerig van dogmata, dat ik gemakkelijk zou kunnen overgaan tot het
+gevoelen der skeptici, overal waar het door de onaantastbare autoriteit
+der H. Schriften en de besluiten der kerk geoorloofd is, aan welke ik
+mijn verstand in alle opzichten gaarne onderwerp, hetzij ik begrijp, wat
+zij voorschrijft, hetzij ik het niet begrijp&quot;.</p>
+
+<p>Hij blijft n.l., al is hij innerlijk los van wat de R. kerk leert, en al
+valt zijne innerlijke overtuiging met de leer der kerk volstrekt niet
+samen, zich toch geheel bewegen binnen het kader der traditie. Vandaar
+dat hij zich gewillig neervleit onder de autoriteit der kerk; de
+traditie houdt hem gebonden; hij protesteert heftig en scherp, tast
+allerlei misbruik aan, doch mist een eigen uitgangspunt, een
+eigensoortig religieus beginsel, waarmede hij zich tegenover de R. kath.
+kerk zou kunnen stellen. Zoo keert hij telkens meer, en naarmate hij
+ouder wordt, bereidwilliger en gemakkelijker, zich <a class="page" name="pg38"></a>af van de Reformatie,
+waartoe hij niet behoort, wendt hij zich heen tot de kerk waarvan hij
+zich niet losgemaakt had.</p>
+
+<p>Hij is de geleerde, meer de man van intellect dan van gemoed, die, zelf
+zijn genot vindend in den arbeid aan zijne schrijftafel, verdiept in
+zijne classieken en in bepaalde deelen der H. Schrift, geen oog heeft
+voor de roerselen van het volksleven, en weinig vatte van de religieuze
+worsteling, waar het ging om in de Reformatie.</p>
+
+<p>Hij meende door zijne geschriften, door zijn spot en satire, mede te
+helpen aan de innerlijke hervorming en verbetering der kerk. Door z'n
+litteraire werkzaamheid, langs een rustigen weg meende hij, dat zulk
+eene verbetering zou worden bereikt. Vandaar dat hij ook den paus soms
+aanmaant tot bezadigd optreden tegen de door Luthers toedoen in gang
+gezette beweging. Hoe weinig hij in staat was, de beteekenis en
+draagkracht van Luthers optreden te beseffen, en hoe slecht hij de
+diepste en krachtige motieven verstond, waardoor deze onweerstaanbaar
+gedreven werd, blijkt wel uit zijne illusie, dat de vrede in de kerk nog
+wel zou terugkeeren, wanneer de paus maar een algemeen concilie
+samenriep waarin niet anders dan gematigde, verzoeningsgezinde en
+vredelievende personen zitting zouden hebben. En dat in 1523, toen toch
+ongetwijfeld de zaak der Reformatie te ver gevorderd was, dan dat zij op
+zulk eene wijze had kunnen gekeerd worden.</p>
+
+<p>Hij was vreemd aan den ziele-nood en de ziele-worsteling, waarin een
+Luther door zijn zonde-besef voor zijn' God was neergevallen, en waaruit
+deze eerst uitkomst had gevonden m&egrave;t het antwoord op de vraag, hoe hij,
+zonder dat eenig schepsel zich tusschen God en zijne ziel plaatste, een
+genadigen God kon hebben.</p>
+
+<p>Daarom kon Erasmus telkens den raad geven, dat men zich toch over Luther
+niet zoo druk zou maken; daardoor kon hij de vergissing begaan, te
+denken, dat het beste was, tot Luthers beweringen het zwijgen maar te
+doen. Hij meende, &quot;indien men tegen Luther maar niet zoo heftig te keer
+was gegaan, zou de zaak niet zoo'n vaart geloopen hebben. En nog, als
+men zich maar drie maanden stil hield, zou<a class="page" name="pg39"></a> de heele Luther met zijn
+geschrijf wel vergeten zijn&quot;.</p>
+
+<p>Alsof zulk eene beweging, uit den drang der conscientie, uit de
+worsteling om vrijheid opgekomen, zou verdwijnen indien zij maar werd
+doodgezwegen! Doch Erasmus is niet de eenige, die een dergelijke
+vergissing heeft begaan.</p>
+
+<p>Het meest vreesde hij eigenlijk van het tumult door Luther gewekt, voor
+de zaak der taalstudie en der fraaie letteren. Daaraan had Erasmus het
+meest zijn hart verpand. Hij was voor en boven alles de <em class="spaced">humanist</em>. De
+onkunde, het barbaarsch latijn der lagere geestelijkheid was hem een
+oprechte ergernis. Zelf is hij doorkneed in de litteratuur der Grieksche
+en Latijnsche oudheid, van haar geest gedrenkt, en van liefde voor de
+classieken bezield. En zijn groote vrees is, dat de Luthersche beweging
+aan de zaak der letteren schade zal doen. Herhaaldelijk geeft hij uiting
+aan die vrees. De vijanden van Luther zullen ook h&egrave;m willen treffen. Zij
+zullen niet rusten, voordat zij de taal en alle studie der letteren
+eronder hebben gebracht. De onuitroeibare haat tegen taal-studie en
+literatuur is naar zijne meening de bron van de gansche tragedie.</p>
+
+<p>Hoezeer Erasmus-zelf thuis was in die classieke letterkunde bewijzen
+niet alleen werken als de &quot;Spreekwoorden&quot; en de &quot;Spreuken&quot;<sup><a href="#note15" name="noteback15">[15]</a></sup>, maar
+blijkt op iedere bladzijde van al zijn geschriften, waar spreekwijzen,
+beelden, voorbeelden, zinspelingen, aan classieke auteurs ontleend,
+schering en inslag zijn.</p>
+
+<p>Erasmus is de humanist, en behoort naar zijn geestesaanleg geheel tot de
+humanistische beweging. Voor de Reformatie heeft hij beteekenis gehad
+door zijne uitgave van het Grieksche Nieuwe Testament, door zijn
+aandringen op studie der H. Schrift, door zijne bestrijding ook van de
+Roomsche kerk. Doch zijne voornaamste beteekenis en invloed ligt toch op
+een andere lijn.</p>
+
+<p>Wel vertoonde zijn humanisme een eenigszins ander karakter dan dat der
+Italiaansche classicisten. Bij Erasmus <a class="page" name="pg40"></a>was het getemperd door zijn
+moralisme, dat gebaseerd was op de H. Schrift. In dit opzicht is de
+invloed van de school te Deventer onmiskenbaar. Vandaar dat hij tegen
+het drijven dezer Italianen sterk gekant is. Hij is niet gediend van hun
+frivoliteit, van hun aanbidding van den &quot;schoonen vorm&quot;, van hun
+streven, de heidensche oudheid te doen herleven. Herhaaldelijk
+waarschuwt hij tegen het paganisme, dat bij hen het hoofd opsteekt. In
+zijn &quot;Ciceronianus&quot; hekelt hij dit streven, zich van den invloed der
+chr. religie te willen losmaken, en alles in de vormen der classieke,
+voorchristelijke wereld te hullen. Hij voor zich wil met het opleven der
+classieken de zaak der christelijke religie dienen. En voor hem bestaat,
+in overeenstemming met zijn moralistischen aanleg, de kern van het
+christendom in de Tien geboden, de bergrede, en het Onze Vader. Het Oude
+Testament lag bijna geheel buiten zijn gezichtskring; voor de eenheid en
+den organischen voortgang der Godsopenbaring had hij geen oog; zoo
+meent hij bijv. dat er een zeer groot onderscheid is tusschen &quot;den God
+der Joden en den God der Christenen&quot;.</p>
+
+<p>Geheel in overeenstemming met den realistischen, niet-speculatieven
+trek, die zijn tijd kenmerkt, en geheel naar zijn eigen,
+onsystematischen, moralistischen aanleg, met zijn afkeer van een
+speculatieve behandeling der religieuze waarheid, reduceerde hij de
+christelijke religie tot wat naar zijne meening de hoofdzaak was.</p>
+
+<p>Ook Luthers greep was een reductie, een vereenvoudiging, een zich
+beperken tot het centrale: in de leer van de rechtvaardiging uit geloof
+alleen werd een antwoord gegeven op de conscientie-vraag van den zondaar
+aangaande zijne verhouding tot God. Bij Erasmus werd het alles uit een
+moralistisch oogpunt gezien. Zelfs de beteekenis van Christus ging bij
+hem ongeveer uitsluitend op in die van den leeraar, in den hemelschen
+leidsman tot een goed en deugdzaam leven. Voor hetgeen buiten deze
+ethische beteekenis der christelijke religie lag, kon<a class="page" name="pg41"></a> Erasmus zich
+neerleggen bij de autoriteit der R. Kath. kerk.</p>
+
+<p>Ten slotte zij gewezen op Erasmus' beteekenis inzake opvoeding en
+onderwijs. Ook hierin staat hij onder de humanisten vooraan. Door zijn
+buitengewoon rijke litteraire werkzaamheid, en door zijn veelvuldige
+reizen, die hem gelegenheid gaven, in persoon raad en aanwijzing te
+geven, heeft hij misschien meer dan iemand anders bijgedragen tot de
+verbreiding van het humanisme. Zijn eigenlijke aanleg en beteekenis
+komen hierin veel meer uit; op dit terrein beweegt hij zich vrijer,
+zijne meeningen komen niet rechtstreeks in botsing met de traditie der
+kerk, waarvan hij innerlijk los is, en waaronder hij toch zich gevangen
+geeft. In Erasmus als humanist, niet als reformator, komt zijn grootheid
+het meest uit.</p>
+
+<p>Buiten en behalve zijn overigen arbeid vond hij ook tijd zich direct met
+vragen van opvoeding en met onderwijs-zaken in te laten. Talrijk zijn
+zijne theoretische beschouwingen hierover; en van niet minder beteekenis
+waren de schoolboeken, door hem vervaardigd. Voor Colet's school te
+London bijv. schreef hij een werkje &quot;Over de wijze van het
+brieven-schrijven<ins>&quot;</ins><sup><a href="#note16" name="noteback16">[16]</a></sup> (1522); reeds werd gewezen op zijne
+&quot;Samenspraken&quot;; ook verdient nog vermelding een geschrift, dat voor de
+verbetering van den stijl aanwijzingen geeft, en behulpzaam moet zijn in
+het aanleeren van fraaie uitdrukkingswijze: &quot;Over den rijkdom zoowel van
+uitdrukking als van onderwerp&quot; (1512). Geheel in overeenstemming met wat
+het humanisme in het algemeen kenmerkte, verwachtte ook Erasmus
+verbetering van beschaving en verreining van de zeden der
+geestelijkheid, wanneer het &quot;barbarisme&quot; maar zou plaats maken voor een
+verbeterde eloquentie. Aan den sierlijken, schoonen vorm werd ook door
+hem veel gewicht gehecht. En de classieke oudheid moest daarbij als
+voorbeeld dienen. Erasmus zelf wilde hieraan medewerken, door <a class="page" name="pg42"></a>de
+schoolboeken, die hij vervaardigde, niet minder dan door de uitgaven van
+talrijke classieke latijnsche schrijvers, door hem bezorgd; ook door wat
+hij schreef &quot;over de juiste uitspraak van het Latijn en het Grieksch&quot;
+(1528).</p>
+
+<p>Zoowel voor de kennis van het Latijn als voor die van het Grieksch is de
+beteekenis van dezen genialen man groot geweest. Zelf hanteerde hij het
+Latijn met de grootste gemakkelijkheid; hij schreef deze taal zeer
+vloeiend en elegant. En evenzeer was hij in geestdrift ontstoken voor
+het Grieksch, dat hijzelf te Cambridge eenige jaren doceerde, en als vak
+van onderwijs met het Latijn wilde gelijkgesteld zien.</p>
+
+<p>Erasmus' gedachten over opvoeding en onderwijs zijn niet systematisch
+geordend, een afgerond systeem geeft hij nergens. Wel heeft hij in meer
+dan &eacute;&eacute;n geschrift zijne denkbeelden neergelegd. Hiervan noemen wij
+nevens het kleinere, in 1512 verschenen geschriftje &quot;Over de wijze van
+onderwijs&quot;, het grootere &quot;Dat de knapen tot deugd en wetenschap van der
+jeugd aan moeten worden opgevoed&quot; (1529), een werk waarin de denkbeelden
+van het humanisme over het schoolonderwijs duidelijk en breedvoerig
+worden uiteengezet. Ook over de opvoeding van meisjes uitte hij zijne
+gedachten in zijn werk &quot;Over het christelijk huwelijk&quot; (1526).</p>
+
+<p>In al deze geschriften is het humanistisch streven naar hervorming en
+verbetering van opvoeding en onderwijs aan het woord.</p>
+
+<p>Erasmus zelf heeft in zijne jeugd de ondervinding opgedaan van het
+stelsel van plak en roede, dat in de kloosterscholen heerschte; van de
+methode, om maar eindeloos te laten van buiten leeren en opzeggen en
+herhalen, die toen de meest gebruikelijke was. Ongeloofelijk sterke
+voorbeelden van hardvochtigheid in de behandeling van scholieren weet
+hij aan te halen, klaarblijkelijk wel uit eigen ervaring,
+mishandelingen, die niet alleen als straf voor een soms zeer gering
+misdrijf werden toegepast, maar soms ook louter om den leerling te
+vernederen.</p>
+
+<p>Hiertegenover beveelt Erasmus zachtheid aan en liefde. <a class="page" name="pg43"></a>Aan den
+onderwijzer stelt hij zeer hooge eischen; hij gevoelt meer voor den
+huisonderwijzer, die desnoods aan een klein getal kinderen tegelijk
+onderwijs kan geven, dan voor het samenbrengen van een groot aantal in
+&eacute;&eacute;ne klasse. Voor de vrouw als onderwijskracht had hij zeer weinig
+crediet; hij achtte het ongewenscht, dat zij met het onderwijs belast
+werd. In zijne humanistisch-Pelagiaansche beschouwingswijze hechtte hij
+een zeer groote waarde zoowel aan den uiterlijken vorm als aan de macht
+van het voorbeeld. De kinderziel achtte hij gelijk aan een onbeschreven
+blad papier; door navolging was haar deugd of ondeugd aan te leeren, en
+in het aanleeren van den vorm lag een voorbereiding voor het bezit van
+het wezen der dingen. Zoo schreef hij een ook voor de
+cultuurgeschiedenis zeer merkwaardig werkje &quot;over de hoofsche zeden der
+jeugd&quot;: de uiterlijke vormen der wellevendheid waren hem eene
+noodzakelijke aanvulling van de wetenschappelijke vorming en eene
+voorbereiding voor de zedelijke opvoeding.</p>
+
+<p>Het eerste en voornaamste doel der opvoeding is voor hem, &quot;dat de
+teedere ziel de beginselen der vroomheid indrinke&quot;. Doch deze godsvrucht
+vertoonde, in overeenstemming met zijne moralistische opvatting van de
+religie, zeer veel overeenkomst met wat later als &quot;christelijke en
+maatschappelijke deugden&quot; zou worden aangediend.</p>
+
+<p>In vele opzichten vinden wij ook in deze geschriften van Erasmus
+opmerkingen op p&aelig;dagogisch en zielkundig terrein, waardoor hij bewijst
+zijn tijd vooruit te zijn, gedachten die in later eeuwen zouden worden
+herhaald en opvoeding en onderwijs zouden gaan beheerschen. Aan de
+andere zijde is hij geheel en al de humanist, een der grootsten en meest
+geniale, zoo niet de grootste en meest begaafde onder de humanisten.</p>
+
+<p>Zijn tijd begroette hem als den man, die geroepen zou zijn de groote
+hervorming van alle dingen, welke men als voorgevoelde, door te voeren.
+Bij zijn komst te Keulen, in December 1516, werd hij begroet als een
+tweede Hercules, die de wereld bevrijden zou van monsters, welke sedert
+acht eeuwen allerwege waren opgekomen. Als een tweede Paulus, <a class="page" name="pg44"></a>wiens
+roeping was het oude christendom te doen herleven, werd hij in een brief
+van 1517 door &eacute;&eacute;n zijner bewonderaars aangesproken.</p>
+
+<p>Wat is er geworden van dit alles? Heeft zijn tijd hem overschat, ja dan
+neen? Overschat, zooveel als het humanisme zichzelf overschat heeft.</p>
+
+<p>Erasmus zelf heeft den neergang der humanistische beweging nog
+aanschouwd. Het deed hem pijnlijk aan en stemde hem weemoedig.
+Herhaaldelijk beklaagt hij zich dat velen hem verlaten, die vroeger
+onder hun vriendelijkheden hem bijna verstikten. Zij kiezen de zijde van
+Luther. Aan de door Luther in gang gezette reformatorische beweging gaf
+Erasmus de schuld van wat in waarheid in den oorsprong en den aard van
+het humanisme zelf zijn oorzaak had. Ten deele beweegt ook Erasmus zich
+binnen het kader der traditie. Een reformator was hij niet. En tot zijn
+voordeel is het niet geweest dat hij zoo vaak met Luther is vergeleken.</p>
+
+<p>Niettemin staat hij v&oacute;&oacute;r ons als &eacute;&eacute;n der groote mannen van zijn tijd.
+Als een man van scherpen geest en buitengewone geleerdheid. Als een man,
+groot niet alleen in zijn eigen tijd, maar ook door zijn invloed op de
+volgende eeuwen.</p>
+
+<hr class="wide" />
+
+</div>
+
+<div class="block">
+<h2><ins>Noten</ins></h2>
+
+<p><a name="note01" href="#noteback01">1.</a> In de door Clericus bezorgde uitgave, Leiden 1703-1706, tesamen niet
+minder dan ruim 12000 colommen druks.</p>
+
+<p><a name="note02" href="#noteback02">2.</a> Het inschrift in Erasmus' standbeeld te Rotterdam vermeldt 1467 als
+geboortejaar. Volgens zijn grafschrift te Basel stierf hij als 70-jarige,
+wat op 1466 wijst. Reeds Erasmus' vriend Beatus Rhenanus, die een kort
+levensbericht van hem schreef, zegt dat het jaar zijner geboorte niet
+geheel vaststaat.</p>
+
+<p><a name="note03" href="#noteback03">3.</a> Erasmus schreef dit werk op ruim 20-jarigen leeftijd, doch gaf het
+ruim 30 jaren later uit. In het laatste hoofdstuk, waarin hij o.m.
+schrijft dat &quot;het klooster niets baat, als iemand er goddeloos leeft,
+noch het monnikskleed, als men niet rekent met het witte gewaad, bij den
+doop gedragen&quot;, slaat hij een gansch anderen toon aan. Niet
+onwaarschijnlijk is dit hoofdstuk later aan de overige door Erasmus
+toegevoegd.</p>
+
+<p><a name="note04" href="#noteback04">4.</a> Een rijke verzameling spreekwoorden en dergel., door Erasmus van
+toelichtingen voorzien; de eerste uitgave verscheen te Parijs, en omvatte
+ongeveer 800 spreekwoorden. Het werk, dat talrijke uitgaven beleefde,
+werd met nieuwe stof verrijkt door den schrijver, die naar zijn eigen
+getuigenis, er een &quot;Hercule&iuml;schen arbeid&quot; aan verricht had. Meer dan
+10.000 versregels uit Homerus, Euripides e.a. dichters, metrisch in het
+latijn overgebracht, waren erin opgenomen, benevens tal van aanhalingen
+uit Plato, Demosthenes e.a. &quot;Een menschenleven&quot;, zegt Erasmus zelf, &quot;is
+bijna te kort om zooveel dichters, grammatici, oratoren, wijsgeeren,
+historieschrijvers, wiskundigen, godgeleerden, waarvan het lezen van de
+titels alleen haast zou vermoeien, te doorzoeken, te lezen, te herlezen&quot;.</p>
+
+<p>Dit werk van Erasmus behoort onder diegene, waardoor hij grooten invloed
+heeft geoefend op de verbreiding der classieke beschaving. Het is niet
+slechts een getuigenis aan zijne ontzaglijke belezenheid en geleerdheid,
+maar is ook vol van dien spot en die satyre, waarmede hij zoo gaarne de
+misbruiken en misstanden der R.-Kath. kerk en van de monniken geeselde.</p>
+
+<p><a name="note05" href="#noteback05">5.</a> Niet onwaarschijnlijk is in zijn &quot;Colloquia&quot; de samenspraak &quot;Vrekkige
+rijkdom&quot;, een, zij het dan ook te scherp gekleurde schildering van
+Erasmus' eigen ondervindingen. Vermakelijk is hierin de beschrijving van
+den, meer dan schralen, maaltijd, waarop slecht brood, kei-harde
+kaas, bedorven vleesch of een fragment van een broodmager kippetje met uiterst
+schralen wijn te genieten viel! (Vgl. &quot;Een 12-tal samenspraken van Des.
+Erasmus,&quot; vertaald door N.J. Singels, uitgave &quot;Wereldbibliotheek&quot;).</p>
+
+<p><a name="note06" href="#noteback06">6.</a> In 1508 kwam van Manutius' pers een nieuwe druk van Erasmus' Adagia.
+Hij bewerkte een nieuwe uitgave van &quot;Hecuba&quot; en &quot;Iphigenia in Aulis&quot;, en
+bezorgde een uitgave van de werken van Terentius en Plautus.</p>
+
+<p><a name="note07" href="#noteback07">7.</a> De Lof der Zotheid verscheen nog onlangs in eene nieuwe Nederl.
+vertaling van wijlen Dr. J.B. Kan, uitgegeven en van korte ophelderingen
+voorzien door Dr. A.H. Kan, in de &quot;Wereldbibliotheek&quot;.</p>
+
+<p><a name="note08" href="#noteback08">8.</a> D.w.z. &quot;zonder licht, zonder kruisbeeld, zonder God&quot;. Indien de
+prediker inderdaad het z&oacute;&oacute; heeft gezegd als Erasmus het hem in den mond
+legt, is ieder woord een bewijs van ongelooflijke onkunde van de
+latijnsche grammatica.</p>
+
+<p><a name="note09" href="#noteback09">9.</a> Colloquia familiaria. De eerste, zeer weinig bevattende uitgave,
+verscheen in 1518; in z'n meest uitgebreiden vorm werd het werkje in 1524
+uitgegeven. Sedert werd het talloos vele malen herdrukt, en ook in
+vertalingen gepubliceerd. Twee bloemlezingen van 12 samenspraken
+verschenen in de &quot;Wereldbibliotheek&quot;.</p>
+
+<p><a name="note10" href="#noteback10">10.</a> Toen Erasmus hoorde van von Huttens voornemen, de pen tegen hem op te
+vatten, ried hij hem in een particulieren brief aan, dit liever niet in
+het publiek te doen. Het slot van dit schrijven was een hatelijke
+toespeling op von Huttens berooiden toestand: &quot;Wellicht zouden
+er kunnen zijn, die, vernemende in wat voor omstandigheden gij verkeert,
+gaan vermoeden, dat gij op deze wijze geld zoekt af te persen; het staat
+te vreezen, dat velen deze gissing zullen maken ten aanzien van iemand,
+die verbannen is, in schulden steekt, en tot de uiterste armoede is
+vervallen&quot;.</p>
+
+<p><a name="note11" href="#noteback11">11.</a> Zoo schrijft hij bijv. aan Wilibald Pirkheimer (in 1526): &quot;Mij zou
+het gevoelen van Oecolampadius niet mishagen, als het oordeel der kerk er
+niet tegen was&quot;. Het min of meer gevaarlijke van dergelijke uitlatingen,
+waarin hij toch weer geen vat op zich gaf, besefte hij zelf wel, blijkens
+zijn verzoek aan Pirkheimer, dien brief maar niet aan een ieder zonder
+onderscheid te laten lezen.</p>
+
+<p>Kenmerkend is ook een uitspraak als deze: &quot;Hoe zwaar bij anderen de
+autoriteit der kerk weegt, weet ik niet; bij mij is zij van zooveel
+gewicht, dat ik het met de Arianen en de Pelagianen eens zou zijn,
+indien de kerk hunne leer had goedgekeurd&quot;.</p>
+
+<p><a name="note12" href="#noteback12">12.</a> In zijne voorrede op de door hem bezorgde, in 1523 verschenen,
+uitgave der werken van <em class="spaced">Hilarius</em>, kwamen onderscheiden opmerkingen voor
+over de leer der triniteit en het Arianisme, die Erasmus onder verdenking
+van kettersche gevoelens brachten. Ook zijne &quot;Paraphrasen&quot; op het
+N.&nbsp;Test. maken de beschuldiging van ketterij verklaarbaar, evenals
+allerlei beweringen, in de &quot;Samenspraken&quot; den daar optredenden personen
+in den mond gelegd. Hiervan kon Erasmus gemakkelijk verklaren, dat niet
+hij, maar de daar sprekend ingevoerde personen de verdedigers waren van
+afwijkende gevoelens.</p>
+
+<p><a name="note13" href="#noteback13">13.</a> Meer dan eens treft men in zijne brieven klachten aan over zijne
+gezondheid, en ook uitvoerige, plastische beschrijvingen van zijn kwalen,
+of van eene ongesteldheid, die hem overviel.</p>
+
+<p><a name="note14" href="#noteback14">14.</a> Zie blz. 30.</p>
+
+<p><a name="note15" href="#noteback15">15.</a> <em class="spaced">Apophtegmata</em>, een in 1531 uitgegeven rijke verzameling van puntige,
+geestige, korte uitspraken, bijeengebracht uit Grieksche en Latijnsche
+schrijvers. Aan de 6 boeken, waaruit deze verzameling oorspronkelijk
+bestond, voegde Erasmus later er nog twee toe.</p>
+
+<p><a name="note16" href="#noteback16">16.</a> De sterke ontwikkeling van het schrijven van brieven is een
+karaktertrek aan de humanistische periode eigen, en hangt samen met den
+realistischen trek van het humanisme: men had een afkeer van het
+abstracte, en zocht het concrete. Zoo wordt zelfs het niet-persoonlijke,
+het algemeene, in den concreten vorm van een persoonlijke mededeeling
+gegoten, en ontstaat de verhandeling in den vorm van een brief.</p>
+
+</div>
+
+<div class="block">
+<a class="page" name="pg-1"></a>
+
+<p>Voor kort is verschenen:</p>
+
+<h3 class="center">K&Auml;THE STURMFELS</h3>
+
+<h2 class="center">HET VROUWENGEVAAR</h2>
+
+<p class="center"><em class="spaced">Geautoriseerde vertaling door</em> <em class="smallcaps">B. Nolthenius-Mertens</em></p>
+
+<p class="center"><em class="bold">f&nbsp;1.&mdash;</em> ingenaaid; <em class="bold">f&nbsp;1.40</em> gebonden</p>
+
+<p>INHOUD: Inleiding; Over het wezen der vrouw; Over de vrouwelijke
+zelfstandigheid; Over de grondslagen der Vrouwenbeweging; Het Feminisme
+in vroeger tijden; Het Feminisme als &quot;Amerikanisme&quot;; De dames der
+sexueele ethiek; Het &quot;sociale&quot; Feminisme; Vrouwen in mannelijke
+beroepen; Feminisme, Jodendom en Sociaal-Democratie; De ongunstige
+finanti&euml;ele toestand; De oplossing van het Vrouwenvraagstuk; Slotwoord.</p>
+
+<p class="center"><em class="underline">Besprekingen in de pers:</em></p>
+
+<h4><em class="bold">Contra:</em></h4>
+
+<p><em class="spaced">Evolutie</em>: &quot;'n Volmaakt samenraapsel van onzin en tegenstrijdigheden.
+Op ons maakt dit moois den indruk of het zijn ontstaan te danken heeft
+aan 'n studentenmop. &quot;Wedden, dat je den grootst mogelijken onzin, hier
+en daar met-'n-air-van-waar-en-eerlijk-willen-zijn aan het lezend
+publiek kunt voorzetten en dat ze het goedig slikken, het &quot;au s&eacute;rieux&quot;
+nemen, het bespreken en bestrijden gaan? Wedden, dat tal van recensenten
+er het ontleedmes inzetten en met den grootsten ernst op de leemten en
+de tegenstrijdigheden wijzen, meenende dat ze 'n product van diep en
+ernstig nadenken onderhanden hebben?&quot;.</p>
+
+<p>Indien we het niet mis hebben en dit geschrift alzoo zijn ontstaan dankt
+aan 'n weddenschap, dan is voorzeker het doel van de(n) schrijver bereikt&quot;.</p>
+
+<p><em class="smallcaps">Daisy E.A. Junius</em> in &quot;<em class="spaced">Nieuw Vrouwenleven</em>&quot;: &quot;Over een
+kleine 150 jaar gelden alle gekken voor wijzen en alle wijzen voor
+gekken, zegt men. Is voor K&auml;the Sturmfels de vrouw reeds tot dat stadium
+genaderd?... Men kan evengoed nalaten dit boekje te lezen als men kan
+nalaten &quot;De Roofridder&quot; te gaan zien&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Telegraaf</em>: &quot;Is het niet of grootmoeder het zegt, in een vertrek
+met den eigenaardigen geur van lodderijn- en snuifdoos? Staat geheel
+buiten de werkelijkheid. Een praatje uit grootmoeders tijd&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Tijdspiegel</em>: &quot;De horizon van de schrijfster is nog al beperkt&quot;.</p>
+
+<p><em class="smallcaps">Herman Middendorp</em> in &quot;<em class="spaced">De Vrouw in de XXe eeuw</em>&quot;: &quot;Een mal
+boekje. Dom, oppervlakkig, eenzijdig, grof, oudbakken en ridicuul. Zeult
+aan achter alle cultuur&quot;.</p>
+
+<h4><em class="bold">Pro:</em></h4>
+
+<p><em class="spaced">Neerlands Damesblad</em> (Red. <em class="smallcaps">Marie van Amstel</em>): &quot;Dit
+merkwaardige boekje behoort in handen te komen van alle denkende
+vrouwen. Wij hebben de overtuiging dat het in de hoofden en harten van
+allen die het lezen zooveel licht zal ontsteken als noodig is om den weg
+te beschrijven dien de denkende man en de echte vrouw in deze tijden
+hebben op te gaan...&quot;</p>
+
+<p><em class="spaced">De Hofstad</em>: &quot;Een der weinige wezenlijk zuivere beschouwingen over
+de vrouwenbeweging. Dit boekje van 150 blz. weegt tegen centenaarslasten
+van werken over de vrouwenbeweging, met al hun wetenschappelijke en
+statistische fratsen, op&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Haarl. Dagblad</em>: &quot;Zegt herhaaldelijk rake dingen. Een boekje van
+beteekenis&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Ma&ccedil;onniek Weekblad</em>: &quot;Onderhoudend en niet zonder talent
+geschreven&quot;</p>
+
+<p><em class="spaced">Schied. Crt.</em>: &quot;Een bizonder, 'n belangrijk boekje&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Ned Kerkbode</em>: &quot;'t Is wat hartstochtelijk hier en daar, maar,
+afgezien van enkele bijzonderheden, heeft de vrouw die het schreef,
+<em class="spaced">gelijk</em>&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Goudsche Crt.</em>: &quot;Ik heb dezer dagen een merkwaardig boekje
+gelezen. Ik heb daarin veel leerrijks, veel interessants gevonden en
+veel dat ons zoo kalm voor ons weg doet denken: dat heb je 'm nou eens
+flink gezegd&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Onze Eeuw</em>: &quot;Een merkwaardig, een moedig boekje&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">De Avondpost</em>: &quot;Men weet van ouds dat het &quot;enfant terrible&quot;
+wonderlijk juiste dingen kan zeggen, omdat het dingen zegt die een ander
+geleerd heeft voorzichtiger te formuleeren, zoo niet voor zich te
+houden. Er is in de boutades van K.S. een jeugdige frischheid welke
+prettig aandoet&quot;.</p>
+
+<!-- Verdere &quot;Pro's&quot; aan omzijde -->
+
+<a class="page" name="pg0"></a>
+
+<!-- Pro: -->
+
+<p><em class="spaced">Soerabaiasch Handelsblad</em>: &quot;Een &quot;brutaal&quot; boekje, dat juist door
+deze eigenschap bekoorlijk wordt en den lezer sympathiek. Die arme K&auml;the
+Sturmfels wordt natuurlijk door veel dames &quot;met den nek aangezien&quot;. Maar
+de zuiver denkende mannen met een gezond idealisme drukken die K&auml;the
+bemoedigend de hand&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Vragen van den Dag</em>: &quot;een met overtuiging, warmte en talent
+geschreven pleidooi&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Dordr. Crt.</em>: &quot;Een flinke daad&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Leidsch Dagblad</em>: &quot;Ons moet de opmerking van 't hart, dat wij
+wenschten hoe er meer van dit soort boeken geschreven werd&quot;.</p>
+
+<!-- Pro: -->
+
+<p><em class="spaced">Bredasche Crt.</em>: &quot;Een interessant, origineel boek&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Controleur</em>: &quot;Stond het ons vrij naar believen een plaats te
+zoeken, we zouden in het gezelschap van deze K&auml;the wel behagen
+scheppen&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Nieuwsblad v.h. Noorden</em>: &quot;Een eigenaardig boek, waarvan we de
+overplanting op Nederlandschen bodem niet betreuren.... Het doet hier en
+daar denken aan freule de Savornin Lohman. Het zegt heel dikwijls
+gezonde dingen in eenvoudige taal en heeft de verdienste dat het tot
+nadenken dwingt&quot;.</p>
+
+<p><em class="spaced">Nieuwe Haagsche Crt.</em>: &quot;Een voortreffelijk boek. Neem en lees, is
+de beste recensie die men schrijven kan&quot;.</p>
+
+<hr class="thin" />
+</div>
+
+<div class="block">
+<p><em class="bold"><em class="underline">NIEUW</em></em></p>
+
+<h3 class="center">HAVELOCK ELLIS</h3>
+
+<h2 class="center">De Wereld der Droomen</h2>
+
+<p class="center">Met toestemming van den Schrijver in het Nederlandsch vertaald onder
+toezicht van en met een inleiding voorzien
+<br />DOOR Dr. A.W. VAN RENTERGHEM</p>
+
+<p>f&nbsp;1.90 ingenaaid</p>
+
+<p>f&nbsp;2.40 gebonden</p>
+
+<p>Het droomvraagstuk heeft door alle eeuwen heen den mensen belangstelling
+ingeboezemd.</p>
+
+<p>Waar de een in den droom iets verhevens ziet: een zich tijdelijk
+losmaken van de ziel van het lichamelijk omhulsel, lijkt het den ander
+in het gedroomde slechts de zinlooze klanken te hooren, aan het klavier
+ontlokt door de vingers van een in het pianospel niet bedreven
+mensch....</p>
+
+<p>Een nieuw licht werd voor enkele jaren op het droomleven geworpen door
+<em class="smallcaps">Freud</em>, hoogleeraar in de ziekteleer van het Zenuwstelsel, te
+Weenen, waardoor menig raadsel tot de oplossing wordt gebracht. Langs
+den weg der door hem gevonden psycho-analyse is het hem gelukt de
+droomen te &quot;duiden&quot; en aldus tot beter begrip te komen van stoornissen
+in het zenuw- en zieleleven, zoowel bij den zoogenaamd normalen mensch
+als bij meer ernstige afwijkingen in de psyche van lijders aan zenuw- en
+zielsziekten....</p>
+
+<p>Intusschen is <em class="smallcaps">Freud</em>'s boek, hoe voortreffelijk ook geschreven,
+geen lectuur zonder meer geschikt voor den ontwikkelden leek. Zij
+vereischt een voorbereiding, en deze taak nu is mijns inziens weggelegd
+voor <em class="smallcaps">Havelock Ellis</em>. Genoemde geleerde heeft zich een grooten
+naam gemaakt door zijne vorschingen op het gebied der Ethnologie en
+Anthropologie, en door het schrijven eener Encyclopaedie der Psychologie
+van het geslachtsleven. In 1911 gaf hij uit &quot;The World of Dreams&quot;,
+waarin hij een samenhangend volledig overzicht, geeft van het gansche
+gebied van het droomleven. Het scepticisme van den oprechten geleerde
+doet hem zich wachten voor het blijk geven van vooringenomenheid tegen
+deze of gene opvatting.</p>
+
+<p>Geneeskundigen, godsdienstleeraars, onderwijzers, allen wien psychologie
+en paedagogie ter harte gaat, zij de lezing van dit boek aanbevolen.</p>
+
+<p>INHOUD: Inleiding.&mdash;De elementen van het Droomleven.&mdash;De logica van den
+Droom.&mdash;De Zintuigen in den Droom.&mdash;De Gemoedsbewegingen in den
+Droom.&mdash;De Vliegdroom.&mdash;De Symboliek van den Droom.&mdash;Droomen over de
+dooden.&mdash;Het Geheugen in den Droom.&mdash;Overzicht en Slot (Het eigenlijke
+wezen van den droom; Krankzinnigheid en droomen; De psychische toestand
+van het kind en in den droom; De primitieve wereldbeschouwing en de
+droomen; De droom als wegwijzer naar het
+oneindige).&mdash;Appendix.&mdash;Naamregister.&mdash;Zaakregister.</p>
+</div>
+
+<div class="block">
+<a class="page" name="pg45"></a>
+
+<p><em class="underline">NIEUW Najaar 1913</em></p>
+
+<h2 class="center">ONZE KOLONIEN</h2>
+
+<p class="center">Een Serie Monographie&euml;n onder redactie van <em class="smallcaps">R.A. v. Sandick</em> c.i.</p>
+
+<p class="center">Per serie van 10 nrs. (bij inteekening) <em class="bold">f&nbsp;3.&mdash;</em>; afz. nrs. <em class="bold">f&nbsp;0.40</em></p>
+
+<p>Een uitgave voor al degenen die straks misschien zonen of dochteren naar
+Indi&euml; zien vertrekken; die er verwanten hebben, of finantieele belangen;
+een uitgave in 't algemeen <em class="spaced">voor ieder Nederlander</em>, die gevoelt
+dat er een band bestaat tusschen 't moederland en de overzeesche
+bezittingen.</p>
+
+<p>In elk nr. (dat een afgerond geheel vormt) zal een bevoegd deskundige
+een brandend vraagstuk op koloniaal gebied behandelen of een
+aantrekkelijk expos&eacute; geven van een onderdeel der koloniale huishouding.</p>
+
+<div class="box">
+<p>Reeds verscheen:</p>
+
+<ul style="list-style-type: none;">
+<li>1. Mr. H. s' Jacob, <em class="bold">Nederlandsch-Indi&euml; en de Handel</em>.</li>
+<li>2. R. Soetan Casajangan, <em class="bold">Indische toestanden gezien door een
+Inlander</em>.</li>
+<li>3. A.H.J.G. Walbeehm, <em class="bold">Het leven van den Bestuursambtenaar in de
+Binnenlanden</em>.</li>
+<li>4. Gerungan S.S.J. Ratu-Langie, <em class="bold">Serikat Islam</em>.</li>
+<li>5. Dr. H.C. Prinsen Geerligs, <em class="bold">De Suikernijverheid in Ned.-Indi&euml;</em>.</li>
+</ul>
+</div>
+
+<p>In voorbereiding zijn:</p>
+
+<p>Dr. H.H. Zeylstra (Conservator Kol. Museum), <em class="spaced">De Inlandsche
+Nijverheid</em>.</p>
+
+<p>Dr. A.W. Nanninga, <em class="spaced">De Theecultuur op Java</em>.</p>
+
+<p>A. de Braconier (oud-offic. O.-I.-leger), <em class="spaced">De pacificatie en
+exploratie der Buiten-bezittingen</em>.</p>
+
+<p>Dez., <em class="spaced">Het Concubinaat-vraagstuk</em> in ons Indisch leger.</p>
+
+<p>G.J.P. de la Valette, <em class="spaced">Hoe een Residentie bestuurd wordt</em>.</p>
+
+<p>Mr. D. Fock (Oud-Gouv.-Gen. van Suriname), <em class="spaced">Over de Kolonie
+Suriname</em>.</p>
+
+<p>Mr. C. Th. van Deventer, <em class="spaced">Het Volksonderwijs</em>.</p>
+
+<p>Dr. J.P. Kleiweg de Zwaan, <em class="spaced">Denkbeelden omtrent het ontstaan van
+ziekten bij de Inlanders</em>.</p>
+
+<p>Dr. H.H. Juynboll, <em class="spaced">Het Javaansch Tooneel</em>.</p>
+
+<p>Mej. Ch. Jacobs, <em class="spaced">De Vrouw in Nederl.-Indi&euml;</em>.</p>
+
+<p>J.G. van Ravesteyn (Oud-onderw. 1e kl. in Ned.-Indi&euml;), <em class="spaced">Het Lager
+Onderwijs aan Europeanen</em>.&mdash;Etc. etc.</p>
+
+<p>Inteekening bij iederen solieden boekhandelaar.</p>
+
+<p class="center"><em class="bold">UITGAVE HOLLANDIA-DRUKKERIJ&mdash;BAARN</em> </p>
+</div>
+
+<div class="block">
+<a class="page" name="pg46"></a>
+<div class="box">
+
+<p>Nu is het tijd zich te abonneeren op:</p>
+
+<h2 class="center">DEN GULDEN WINCKEL</h2>
+
+<p class="center"><em class="bold">Ge&iuml;llustr. Maandschrift voor de Boekenvrienden in Groot-Nederland</em></p>
+
+<p class="center">Onder leiding van GERARD VAN ECKEREN</p>
+
+<p class="center">Per jaarg. van 12 nrs. <em class="bold">f&nbsp;1.20</em>; fr. p.p. <em class="bold">f&nbsp;1.50</em>; Buitenland <em class="bold">f&nbsp;1.80</em></p>
+
+<p>Het <em class="spaced">Nieuws v.d. Dag voor Ned. Indi&euml;</em> schreef ruim twaalf jaar
+geleden: &quot;Bij 't ontvangen van het proefnummer was mijn eerste gedachte:
+&quot;Alwe&ecirc;r een nieuw tijdschrift!&quot; Bij het inzien evenwel bleek mij, dat
+het toch geheel &agrave;nders was dan de bestaande periodieken, en dat het
+werkelijk zou zijn een blad voor <em class="spaced">Boekenvrienden</em>, als het
+voortging op den ingeslagen weg. Heel veel hoop op succes had ik niet,
+daar de prijs zoo ongelooflijk laag was. De lange lijst van medewerkers
+schonk evenwel vertrouwen, en zoo wachtte ik met eenige nieuwsgierigheid
+af, of het nieuwe blad <em class="spaced">gaan</em> zou. Nu ligt reeds No. 10 voor mij en
+durf ik gerust te zeggen dat het er is, dat het er zich heeft
+doorgeslagen, en dat wij een mooi tijdschrift rijker zijn geworden&quot;.</p>
+
+<p><em class="underline">Het publiek heeft dezen recensent gelijk gegeven, want <em class="bold">Den Gulden
+Winckel</em> gaat nu reeds zijn dertienden jaargang in.</em></p>
+
+<p class="underline">Proefnummer wordt gaarne gratis en franco toegezonden door de</p>
+
+<p class="center"><em class="bold">Hollandia-Drukkerij te Baarn</em></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="block">
+<h2 class="center"><em class="underline">MANNEN EN VROUWEN VAN BETEEKENIS</em></h2>
+
+<p class="center"><em class="bold">Levensschetsen (met portret) &agrave; f&nbsp;0.40</em></p>
+
+<table>
+<tr><td><em class="spaced">Jan van Beers</em>, door Pol de Mont.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Klaus Groth</em>, door J.A. Leopold.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">L.N. Tolstoi</em>, door W.J. Manssen.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Leconte de Lisle</em>, door Fiore della Neve.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Theodore de Banville</em>, door Fiore della Neve.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Pierre Loti</em>, door Fiore della Neve.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Walt Whitman</em>, door J. Peaux.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Gottfried Keller</em>, door W.J. Manssen.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Octave Feuillet</em>, door Fiore della Neve.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Marie von Ebner Eschenbach</em>, door W.J. Manssen.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Guy de Maupassant</em>, door Mr. J.N. van Hall.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Louis Pasteur</em>, door Dr. J.E. Enklaar.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Virginie Loveling</em>, door A.W. Stellwagen.</td>
+<td></td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Humphrey Ward</em>, door W.J. Manssen.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Louise M. Alcott</em>, door Mej. W. Kuenen.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+
+<tr><td><em class="spaced">Gaston Paris</em>, door G. Busken Huet.</td>
+<td>f&nbsp;0.40</td></tr>
+</table>
+
+<p class="right">(Voortzetting op 't omslag van het volgend nr)</p>
+</div>
+
+<div class="block">
+<a class="page" name="pg47"></a>
+
+<h2 class="center">Maandelijksch Boek-Bericht (2)</h2>
+
+<p>Sedert de vorige opgave zijn bij de <em class="bold">Hollandia-Drukkerij te Baarn</em>
+<em style="text-decoration: underline"><em class="spaced">nieuw</em></em> verschenen:</p>
+
+<p>Prof. Sigmund Freud, <em class="spaced">De Sexueele Beschavingsmoraal als oorzaak der
+Moderne Zenuwzwakte</em>. Geaut. vertaling. Met een inleiding van Dr. A.
+St&auml;rcke. f&nbsp;0.40</p>
+
+<p>De naam van Prof. <em class="smallcaps">Freud</em> uit Weenen is in verband met de theorie
+der &quot;psycho-analyse&quot; thans bekend over de heele beschaafde wereld. Dr.
+<em class="smallcaps">St&auml;rcke</em> noemt hem &quot;de belangrijkste en geniaalste onder de
+psychologen der laatste eeuw,&mdash;een man van het soort die hun naam geven
+aan een tijdvak der medische geschiedenis, een evenknie van
+<em class="smallcaps">Pasteur</em> en <em class="smallcaps">Darwin</em>&quot;.&mdash;Het hier aangekondigd geschrift
+zal de belangstelling wekken van den man der wetenschap <em class="spaced">zoogoed als
+die van den ontwikkelden leek</em>.</p>
+
+<p><em class="spaced">Een Voorstel van Evenredige Vertegenwoordiging</em>, door Iemand. f&nbsp;0.40</p>
+
+<p>Een uitvoerig ontwerp tot een rechtvaardiger Kiesstelsel. Dit boekje
+levert overvloedig stof tot bespreking op Kiesvereenigingen. Door de
+thans ingestelde Staatscommissie voor &quot;E.V.&quot; van actueele beteekenis.</p>
+
+<p>D. Reiman, <em class="spaced">De Kleurlooze Middenstof</em>. Georganiseerd in de
+Staatspartij tot Behartiging der Belangen van het Nederl. Volk. f&nbsp;0.40</p>
+
+<p><em class="spaced">Nieuwe Richtingen in de Schilderkunst</em> (Cubisme, Expressionisme,
+Futurisme etc.). Pro: E. Wichman; Contra: Prof. C.L. Dake. f&nbsp;0.40</p>
+
+<p>Het pleidooi v&oacute;&oacute;r wordt geleverd door een Amsterdamschen kunstschilder,
+die zelfs in zijn spelling &quot;futuristisch&quot; is; het t&eacute;gen-betoog mochten
+wij in handen geven van den bekenden Hoogleeraar aan de Academie van
+Beeldende Kunsten te Amsterdam.</p>
+
+<p>Dr. H.W.Ph.E. v.d. Bergh van Eysinga, <em class="spaced">De zin van het Christelijk
+Leerstuk in verband met den oorsprong van het Christendom</em>. f&nbsp;0.40</p>
+
+<p><em class="spaced">Prov. Geld. en Nijm. Crt.</em>: &quot;De schrijver heeft in het
+bovenstaande een boekje geleverd, dat wel zeer de aandacht verdient, al
+bestaat er alle kans dat er kringen zijn, waar het ergernis wekt. Dr.
+v.d. Bergh van Eysinga meent dat de orthodoxe theoloog eigenlijk geen
+raad weet met het Christelijk leerstuk en den twijfelenden leek niets
+kan geven; terwijl de moderne al evenzeer met de handen in 't haar zit,
+als hij voor de dogmata der kerk gezet wordt en deze ten laatste maar
+schrapt. De schrijver acht dit noodlottig: aan de eene zijde een
+angstvallig vasthouden aan de letter en de phrase, aan de andere een
+rationalisme, dat alles ontkent en dus niets overhoudt. Schrijver doet
+een poging om te ontwikkelen wat het christelijk leerstuk eigenlijk
+bedoelt&quot;.</p>
+
+<p>Dr. W.J. Aalders, <em class="spaced">Giordano Bruno</em>. f&nbsp;0.40</p>
+
+<p>Een karakterbeeld van Bruno&mdash;den man der Italiaansche Renaissance;
+denker, vooral dichter; bij velen slechts als martelaar der Inquisitie
+bekend, maar veel meer een man die den ommekeer van de scholastieke
+periode tot den nieuweren tijd vertegenwoordigt en tegelijk de oudheid
+doet herleven in zijne, neo-Platonisch geleide, panthe&iuml;stisch getinte
+mystiek.</p>
+
+<p><em class="spaced">Nieuws v.d. Dag</em>: &quot;De door Dr. Aalders gevolgde methode ter
+inleiding, waarin hij niet al te veel over den ingeleide zegt en dezen
+zooveel mogelijk zelf aan 't woord laat, is uitstekend&quot;.</p>
+
+<p>G.F. Haspels, <em class="spaced">Vondel</em>. f&nbsp;0.40</p>
+
+<p><em class="spaced">Utr. Prov. en Sted. Dagbl.</em>: &quot;De teekening is vol relief, en
+boeit. Er is aan gewerkt met groote toewijding, met de liefde van den
+eenen artiest voor den anderen, in wien hij den meester ziet. En het
+verrassende van deze studie is wel, dat de schrijver ons voelen laat,
+dat Vondel is een onzer beste <em class="spaced">tijdgenooten</em>, een onzer meest
+gewenschte <em class="spaced">toekomst</em>menschen&quot;. </p>
+</div>
+
+<div class="block">
+<a class="page" name="pg48"></a>
+
+<h2 class="center"><em style="text-decoration: underline">Brochuren-Reeksen van de Hollandia-Drukkerij te Baarn</em></h2>
+
+<p>(Inteekening op de loopende series alom opengesteld).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;ONZE GROOTE MANNEN&quot;</em>. Redacteur: Prof. <em class="smallcaps">S.D. van Veen</em>. Ie
+Serie.</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;ONZE KOLONI&Euml;N&quot;</em>. Redacteur: <em class="smallcaps">R.A. v. Sandick</em>. Ie Serie.</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;GROOTE MYSTIEKEN&quot;</em>. Beschrijvingen door Dr. <em class="smallcaps">W.J. Aalders</em>.
+IIe Serie. (Voor inhoud serie I zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;LEVENSVRAGEN&quot;</em>. Een brochurenreeks voor allen die in den
+Geestesstrijd onzer dagen belang stellen. VIIe Serie. (Voor inhoud Serie
+I-VI zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;PRO EN CONTRA&quot;</em> betreffende Vraagstukken van Algemeen Belang. IXe
+Serie. (Voor inhoud serie I-VIII zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;UIT ZENUW- EN ZIELELEVEN&quot;</em>. Uitkomsten van Psychologisch Onderzoek.
+IIIe Serie. (Voor inhoud serie I-II zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;KERK EN SECTE&quot;</em>. Zooveel mogelijk beschreven door haar eigen
+Vertegenwoordigers. Redactie: Prof. <em class="smallcaps">S.D. van Veen</em>. VIe Serie.
+(Voor inhoud serie I-V zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;VAN RECHTS EN LINKS&quot;</em>. Politieke Wenschen en Beschouwingen. IIe
+Serie. (Voor inhoud serie I zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;REDELIJKE GODSDIENST&quot;</em>. Geschriften voor onzen tijd. Redactie: een
+Commissie van wege den Ned. Protestantenbond IIIe Serie. (Voor inhoud
+serie I-II zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="bold">&quot;UIT ONZEN BLOEITIJD&quot;</em>. Schetsen van het leven onzer Vaderen in de
+XVIIe Eeuw. Redactie: Prof. <em class="smallcaps">S.D. van Veen</em>. IIIe Serie. (Voor
+inhoud Serie I-II zie catalogus).</p>
+
+<p><em class="underline">Bovendien zijn geheel compleet de volgende reeksen:</em></p>
+
+<p><em class="spaced">Groote Denkers</em> (3 series).&mdash;<em class="spaced">Groote Godsdiensten</em> (2
+series).&mdash;<em class="spaced">Paedagogische Vlugschriften</em> (2 series).&mdash;<em class="spaced">Onze
+Politieke Partijen</em> (1 serie).&mdash;<em class="spaced">Schoolhervorming</em> (1
+serie).&mdash;<em class="spaced">De Protestantsche Zending</em> (1 serie).&mdash;<em class="spaced">Lotus-Serie</em>
+(Theosophische Handboekjes) (2 series).</p>
+
+<div class="box">
+<p>&quot;<em class="spaced">Groote Denkers</em>&quot; en &quot;<em class="spaced">Groote Mystieken</em>&quot; kosten bij
+inteekening per serie van 6 nrs. <em class="bold">f&nbsp;2.&mdash;</em>. Al de overige
+brochuren-reeksen per serie van 10 nrs. (bij inteekening) <em class="bold">f&nbsp;3.&mdash;</em>.
+Losse nrs. (2-3 vel druks) in alle reeksen <em class="bold">f&nbsp;0.40</em>.</p>
+</div>
+
+</div>
+
+<div class="block">
+<h2>Transcriber's notes</h2>
+
+<ul>
+<li>For reasons of readability, the inside of the two-sheet &quot;dust
+jacket&quot; has been moved to the back. (The first four, unnumbered
+pages have been numbered -3 through 1 in the (anchors of the)
+HTML version.)</li>
+<li>Added a missing quote mark between &quot;en de Reformatie:&quot; and &quot;tot
+nog toe&quot;, after &quot;Over de wijze van het brieven-schrijven&quot;, and
+after &quot;ik verwierf hem&quot;; removed an extraneous quote mark from
+&quot;Iphigenia in Aulis&quot;.</li>
+<li>Removed phrases that only made sense in the original paged medium,
+such as &quot;Verdere pro's aan omzijde&quot;.</li>
+<li>Normalised a single instance of "van Hutten" to the more common
+"von Hutten".</li>
+</ul>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Erasmus, by Jacobus Adrianus Cornelis Van Leeuwen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ERASMUS ***
+
+***** This file should be named 18850-h.htm or 18850-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/8/5/18850/
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/18850-h/images/cover-small.jpg b/18850-h/images/cover-small.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1d22c50
--- /dev/null
+++ b/18850-h/images/cover-small.jpg
Binary files differ
diff --git a/18850-h/images/cover.jpg b/18850-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7bdd6ca
--- /dev/null
+++ b/18850-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..124998e
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #18850 (https://www.gutenberg.org/ebooks/18850)