summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/18425-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '18425-8.txt')
-rw-r--r--18425-8.txt9204
1 files changed, 9204 insertions, 0 deletions
diff --git a/18425-8.txt b/18425-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f1dcb95
--- /dev/null
+++ b/18425-8.txt
@@ -0,0 +1,9204 @@
+The Project Gutenberg EBook of Een Kapitein van 15 Jaar, by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een Kapitein van 15 Jaar
+ De Walvischjagers
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: May 19, 2006 [EBook #18425]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Jules Verne
+
+
+ Een Kapitein van Vijftien jaar
+
+ De Walvischjagers.
+
+
+
+ Amsterdam
+
+ Uitgevers-Maatschappij "Elsevier"
+
+ 1920
+
+
+
+
+
+
+ Gedrukt bij de N.V. Drukkerij Schilt Utrecht
+
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+DE SCHOENERBRIK PELGRIM.
+
+
+Den 2n Februari 1873 bevond zich de Schoener-brik _Pelgrim_ op 43°
+57' Z.B. en op 165° 19' W.L. van den meridiaan van Greenwich.
+
+Dit vaartuig van vierhonderd ton, uitgerust te San-Francisco voor de
+groote visscherij in de zuidpoolzeeën, behoorde in eigendom aan James
+W. Weldon, een rijken Californischen reeder, die al sedert vele jaren
+het bevel over dezen bodem toevertrouwd had aan kapitein Hull.
+
+De _Pelgrim_ was een van de kleinste, maar de beste vaartuigen die
+James W. Weldon ieder jaar uitzond zoowel door de Behringstraat naar
+de noordpool-zeeën als naar de streken van Van Diemensland of van
+kaap Hoorn, tot den zuidpool-oceaan. Het schip liep uitstekend. Het
+licht te hanteeren tuig stelde het in staat, zich met een kleine
+bemanning in het gezicht der ongenaakbare ijsbanken van het zuidelijk
+halfrond te wagen. Kapitein Hull was geheel te huis te midden van
+die ijsbergen die tot in de nabijheid van Nieuw-Zeeland of van de
+kaap de Goede Hoop afdrijven, onder een veel lagere breedte dan die,
+welke zij in de noordpool-zeeën van den aardbol bereiken. Weliswaar
+worden daar slechts ijsbergen van geringe afmetingen aangetroffen,
+die reeds afgebrokkeld waren door de schokken en ingevreten door het
+warmer water, en waarvan het grootste gedeelte in de Stille Zuidzee
+en den Atlantischen Oceaan door warmer lucht of water wordt opgelost.
+
+Onder de bevelen van kapitein Hull, die een goed zeeman en daarenboven
+een der bekwaamste harpoeniers der vloot was, stond een bemanning van
+vijf matrozen en een leerling. Dit was voorzeker een kleine bemanning
+voor de walvischvangst, die een vrij talrijk personeel vordert. Er
+is volk noodig zoowel om de booten die den walvisch moeten aanvallen
+te besturen als om de gevangen dieren in stukken te hakken. Maar,
+naar het voorbeeld van zekere reeders, vond ook James W. Weldon het
+veel zuiniger om te San-Francisco slechts het tot het bestuur van
+het vaartuig benoodigde aantal matrozen aan te werven. Nieuw-Zeeland
+leverde genoeg harpoeniers, zeelieden van allerlei natiën, deserteurs
+en allerlei slag van volk op, die hij voor den tocht kon huren en
+als zeer bekwame visschers te boek stonden. Was de kampanje eenmaal
+afgeloopen, dan werden zij afgemonsterd en wachtten dan tot dat
+de walvischvaarders het volgend jaar opnieuw hunne diensten kwamen
+inroepen. Op deze wijze werd er een beter gebruik van de beschikbare
+zeelieden gemaakt en grooter voordeelen van hun medehulp getrokken.
+
+Zoo had men aan boord van den _Pelgrim_ gehandeld.
+
+De schoenerbrik had haar kampanje op de grens van den zuidpoolcirkel
+afgelegd. Maar haar volle lading van vaten traan en walvischbaarden had
+zij niet kunnen verkrijgen. Toen reeds werd de vangst moeielijk. De
+tot het uiterste vervolgde walvisschen werden schaarsch. De echte
+walvisch, die den naam draagt van "Nordcaper" in den noordelijken
+Oceaan en dien van "Sulpher-boltone" in de zuidelijke zeeën, verdween
+al meer en meer. De visschers hadden zich moeten vergenoegen met
+den "vinvisch" of "snavelwalvisch", een reusachtig zoogdier, welks
+aanvallen niet zonder gevaar zijn.
+
+Hiertoe nu had kapitein Hull zich gedurende dezen tocht verplicht
+gezien; maar op zijn volgende reis was hij van plan een hoogere
+breedte te halen en als het moest, zich in het gezicht te begeven
+van Clarie-land en Adelie-land waarvan de ontdekking, die door den
+Amerikaan Wilkes betwist werd, wel degelijk te danken is aan den
+beroemden kommandant der _Astrolabe_ en der _Zelée_, den Franschman
+Dumont d'Urville.
+
+Over het geheel was de kampanje niet gelukkig voor den _Pelgrim_
+geweest. In het begin van Januari, namelijk tegen het midden van
+den noordelijken zomer, en hoewel de tijd voor den terugkeer van
+de walvischvaarders nog niet gekomen was, had zich kapitein Hull
+gedwongen gezien het vischwater te verlaten. Zijn hulp-equipage,--een
+samenraapsel van vrij ongelukkige sujetten,--begon weerspannig te
+worden, zoodat hij er zich zoo spoedig mogelijk van moest afmaken.
+
+De _Pelgrim_ wendde dus den steven naar het noord-westen, naar de
+kust van Nieuw-Zeeland, die hij den 15en Januari in het gezicht
+kreeg. Hij liet het anker vallen te Waitemata, in de haven van
+Auckland, gelegen in de golf van Chouraki, op de oostkust van het
+noordelijk gelegen eiland en ontscheepte daar de visschers die voor
+den tocht gehuurd waren.
+
+De bemanning was niet tevreden. Er ontbraken ten minste twee honderd
+vaten traan aan de lading van den _Pelgrim_. Nooit had men slechter
+vangst gehad. Kapitein Hull kwam dus thuis met de teleurstelling van
+een voortreffelijk jager, die voor 't eerst van zijn leven platzak
+terugkomt, of althans bijna. Zijn eigenliefde, zeer geprikkeld, was er
+mede gemoeid en hij vergaf dien schoeljes niet, wier weerspannigheid
+de resultaten zijner kampanje op het spel had gezet.
+
+Tevergeefs beproefde men te Auckland een nieuwe visschersbemanning
+aan te werven. Al de beschikbare zeelieden hadden zich op de andere
+walvischvaarders ingescheept. Men moest dus de hoop opgeven de
+lading van den _Pelgrim_ vol te maken en kapitein Hull was op het
+punt Auckland te verlaten, toen hem door iemand verzocht werd den
+overtocht mede te mogen maken, 't geen hij niet kon weigeren.
+
+Mevrouw Weldon, de vrouw van den reeder van den _Pelgrim_, bevond zich
+toen juist te Auckland met haar zoontje Jack, een jongen van 5 jaar,
+en een harer bloedverwanten, haar neef Benedictus. James W. Weldon, die
+wegens handelszaken somtijds verplicht was Nieuw-Zeeland te bezoeken,
+had hen er alle drie gebracht en meende hen natuurlijk met zich mede
+naar San-Francisco terug te nemen.
+
+Maar op het oogenblik dat de familie zou vertrekken, werd de kleine
+Jack vrij ernstig ziek en moest zijn vader, die door zijn zaken
+gedwongen was te vertrekken, Auckland verlaten en zijn vrouw, zijn
+zoon en zijn neef Benedictus achter laten.
+
+Drie maanden waren verloopen,--drie lange maanden van scheiding, die
+voor Mevrouw Weldon zeer pijnlijk waren. Evenwel herstelde haar kind
+en zij kon nu vertrekken, toen men haar de aankomst van den _Pelgrim_
+berichtte.
+
+Om nu naar San-Francisco te vertrekken, bevond Mevr. Weldon
+zich dezer dagen in de noodzakelijkheid in Australië een van de
+vaartuigen op te zoeken van de transatlantische compagnie, de
+"Golden Age", die van Melbourne over Papeiti naar de landengte van
+Panama varen. Daarna, eenmaal te Panama, moest zij op het vertrek
+wachten van de Amerikaansche stoomboot, die een geregelden dienst
+daarstelt tusschen de landengte en Californië. Van daar dan vertraging,
+overscheping, allerlei bezwaren in één woord die voor een vrouw en een
+kind zeer onaangenaam zijn. Op dit oogenblik liep de _Pelgrim_ Auckland
+binnen. Zij aarzelde niet en vroeg aan kapitein Hull haar aan boord te
+nemen om haar, haren zoon, neef Benedictus en Nan, een oude negerin
+die sedert hare kindsheid bij haar in dienst was, naar San-Francisco
+over te brengen. Drie duizend zeemijlen op een zeilschip! Maar het
+schip van kapitein Hull was zoo behoorlijk in orde en de moesson was
+nog zoo goed aan weerszijden van den aequator! Kapitein Hull nam het
+volgaarne aan en stelde dadelijk zijn eigen kajuit ter beschikking
+van Mevr. Weldon. Hij wilde dat zij gedurende den overtocht, die een
+veertig à vijftig dagen kon duren, zoo goed mogelijk aan boord van
+zijn walvischvaarder gelogeerd zou zijn.
+
+Er waren dus voor Mevr. Weldon eenige voordeelen in gelegen, om den
+overtocht in deze omstandigheden te ondernemen. Het eenige nadeel
+was dat deze noodzakelijk eenige vertraging zou ondervinden door
+de omstandigheid dat de _Pelgrim_ te Valparaiso in Chili moest gaan
+lossen. Daarna had hij slechts langs de Amerikaansche kust te houden,
+met den wind van de landzijde, die de vaart in deze streken zeer
+aangenaam maakt.
+
+Mevr. Weldon was overigens een moedige vrouw, die niet bang was op
+zee. Zij had den leeftijd van dertig jaren bereikt, was flink en
+gezond en gewoon lange zeereizen te maken, daar zij met haren man de
+vermoeienissen van talrijke tochten gedeeld had; zij had daarom geen
+vrees voor de meer of minder gewaagde kansen van een verblijf aan
+boord van een vaartuig van middelmatige afmeting. Zij kende kapitein
+Hull als een uitmuntend zeeman, in wien James W. Weldon het meeste
+vertrouwen stelde. De _Pelgrim_ was een stevig vaartuig, een snelle
+zeiler en stond goed aangeteekend in de vloot der Amerikaansche
+walvischvaarders. De gelegenheid bood zich aan, men moest er gebruik
+van maken en Mevr. Weldon maakte er gebruik van.
+
+Neef Benedictus,--dat spreekt van zelf,--zou haar begeleiden.
+
+Deze neef was een goede man van omstreeks vijftig jaren. Doch in
+weerwil van zijn vijftigjarigen leeftijd, zou het niet voorzichtig
+geweest zijn hem alleen te laten uitgaan. Hij was eer lang dan groot,
+eer smal dan mager, met een beenachtig gelaat, een ontzaglijk hoofd
+en lange haren; men herkende in zijn eindeloos figuur een van die
+waardige geleerden met gouden bril, onschadelijke en goede wezens,
+die bestemd zijn hun gansche leven groote kinderen te blijven en zeer
+oud te worden, als honderdjarigen die als zuigelingen sterven.
+
+"Neef Benedictus,"--zooals men hem steeds en niet alleen in zijn
+familie noemde, en werkelijk was hij een van die goede wezens
+die door iedereen met den naam van "neef" begroet worden,--neef
+Benedictus, die altijd in de war scheen te zijn met zijn lange armen
+en beenen, zou zich, zelfs in de meest gewone omstandigheden van het
+dagelijksch leven, niet hebben kunnen redden. Hij was niet hinderlijk,
+volstrekt niet, maar eer lastig voor anderen en verlegen met zich
+zelven. Gemakkelijk in den omgang overigens, met alles tevreden,
+vergetende te eten of te drinken, als men hem niet te drinken of te
+eten bracht, ongevoelig voor koude of warmte, scheen hij minder tot
+het dierenrijk dan tot dat der planten te behooren. Men stelle zich een
+boom voor, zonder eenig nut, zonder vruchten en bijna zonder bladeren,
+niet in staat om te voeden of te beschutten, maar met een goed hart.
+
+Zoodanig was neef Benedictus. Hij zou gaarne iedereen diensten bewezen
+hebben, indien, zooals Prudhomme zou zeggen, hij in staat ware geweest
+ze te bewijzen.
+
+Eindelijk, men had hem lief juist terwille van zijn
+zwakheid. Mevr. Weldon beschouwde hem als haar kind,--als een grooten
+oudere-broeder van haar kleinen Jack.
+
+Wij moeten hier nog bijvoegen dat neef Benedictus evenwel noch
+werkeloos, noch onledig was. Hij was integendeel een werkzaam
+mensch. De natuurlijke historie waarin hij zich geheel kon verdiepen,
+was zijn eenige hartstocht.
+
+Nu is "de natuurlijke historie" een woord van grooten omvang.
+
+Men weet dat de verschillende onderdeelen, waaruit deze wetenschap
+bestaat, zijn de dierkunde, de botanie, de delfstofkunde en de
+aardkunde.
+
+Nu kon neef Benedictus volstrekt geen botanicus, noch mineraloog,
+noch geoloog genoemd worden.
+
+Was hij dan een zoöloog in de geheele beteekenis van het woord, een
+soort van Cuvier der nieuwe wereld, die het dier door analyse ontleedde
+of het door synthese weder opbouwde, een van die diepzinnige geleerden,
+die geheel doorgedrongen zijn in de studie der vier typen waartoe
+de nieuwere wetenschap het geheele dierenrijk, gewervelde dieren,
+weekdieren, gelede dieren en straaldieren brengt? Had de naïve maar
+werkzame geleerde, van de vier afdeelingen de verschillende klassen
+bestudeerd en de orde, de families, de rassen, de geslachten, de
+soorten, de variëteiten, die ze onderscheiden, nagegaan?
+
+Neen.
+
+Had neef Benedictus de gewervelde dieren, de zoogdieren, vogels,
+kruipende dieren en visschen, tot het onderwerp zijner nasporingen
+gemaakt?
+
+Geenszins.
+
+Had hij bij voorkeur de weekdieren, van de cephalopoden (de
+koppootigen) af tot de bryozoën (mosdiertjes) toe, bestudeerd en had
+de malacologie (de studie der weekdieren) geen geheimen meer voor hem?
+
+Evenmin.
+
+Het waren dus de straaldieren, de stekelhuidigen, de schijfwallen,
+koraaldieren, ingewandswormen, sponsen en infusiediertjes, die hem
+zooveel olie in zijn studielampje gekost hadden?
+
+Nu waren het niet de straaldiertjes, en daar er in de zoölogie niets
+meer op te noemen overblijft dan de afdeeling der gelede dieren,
+zoo spreekt het van zelf, dat het deze afdeeling is waarop neef
+Benedictus zich met hart en ziel had toegelegd.
+
+Maar ook dan nog is het noodig te specificeeren.
+
+De afdeeling der gelede dieren telt zes klassen: de insecten, de
+duizendpootigen, de spinachtigen, de kreeftdieren, de rankpootigen,
+en de ringwormen.
+
+Nu had neef Benedictus wetenschappelijk geen aardworm van een
+bloedzuiger, geen steenbreker van een zee-eikel, geen huisspin van
+een schorpioen, geen garnaal van een kikvorsch kunnen onderscheiden.
+
+Maar wat was neef Benedictus dan?
+
+Een eenvoudig entomoloog, niets meer of minder.
+
+Ongetwijfeld zal men hierop antwoorden, dat in haar etymologische
+beteekenis, de entomologie (leer der insecten) dat gedeelte der
+natuurkundige wetenschap is dat al de gelede dieren bevat. Dit is waar
+in algemeenen zin, maar de gewoonte heeft bepaald dit woord slechts in
+meer beperkten zin op te vatten. Men past het dus toe op de eigenlijk
+gezegde studie der insecten, dat wil zeggen "van al de gelede dieren
+welker lichaam, uit aan elkaar geplaatste ringen samengesteld, drie
+verschillende segmenten vormt en die drie paren pooten bezitten,
+hetgeen hun den naam van hexapoden (zespootigen) verleend heeft."
+
+Daar nu neef Benedictus zich bepaald had tot de studie der gelede
+insecten dezer klasse, was hij slechts een eenvoudig entomoloog.
+
+Maar men achte dit niet gering! In deze klasse van insecten telt men
+niet minder dan tien orden: de orthoptera [1] (rechtvleugeligen), de
+neuroptera [2] (netvleugeligen), de hymenoptera [3] (vliesvleugeligen),
+de lepidoptera [4] (schubvleugeligen of vlinders), de hemiptera [5]
+(halfvleugeligen), de coleoptera [6] (schildvleugeligen of torren),
+de diptera [7] (tweevleugeligen), de rhipiptera [8] (vakvleugeligen),
+de parasieten [9] (woekerinsecten), en de tysanura [10]. Nu heeft men
+in sommige dezer orden, de coleoptera bijvoorbeeld, dertig duizend
+soorten en zestig duizend in de diptera; de onderwerpen tot studie
+ontbreken dus niet en men zal toestemmen, dat er genoeg voorraad is
+om een mensch alleen bezig te houden.
+
+Het leven van neef Benedictus was dan ook eenig en alleen aan de
+entomologie gewijd.
+
+Al zijn tijd zonder uitzondering, zelfs zijn tijd om te slapen,
+besteedde hij aan deze wetenschap; steeds droomde hij van
+"hexapoden". De spelden in de mouwen en den kraag van zijn jas, in den
+bodem van zijn hoed en de omslagen van zijn vest, waren ontelbaar. Als
+neef Benedictus van een wetenschappelijke wandeling terugkwam, was
+vooral zijn kostbaar hoofddeksel niet meer of minder dan een doos
+met voorwerpen van natuurlijke historie, daar het van binnen en van
+buiten bezaaid was met doorstoken insecten.
+
+Wanneer wij nu nog hierbij voegen, dat hij juist uithoofde van
+zijn entomologischen hartstocht den heer en mevr. Weldon naar
+Nieuw-Zeeland vergezeld had, zal dit voldoende zijn om dezen zonderling
+te schetsen. Zijn verzameling was daar verrijkt geworden met eenige
+zeldzame voorwerpen en men begrijpt licht dat hij haast had ze in de
+loketkas van zijn kabinet te rangschikken.
+
+Daar nu Mevr. Weldon en haar kind met den _Pelgrim_ naar Amerika
+terugkeerden, was niets natuurlijker dan dat neef Benedictus hen op
+hunne terugreis vergezelde.
+
+Maar hij was de man niet voor mevr. Weldon op wien ze in hachelijke
+oogenblikken kon rekenen. Zeer gelukkig zou het een gemakkelijke reis
+zijn in het schoone jaargetijde, aan boord van een vaartuig welks
+gezagvoerder al haar vertrouwen verdiende.
+
+Gedurende de drie dagen dat de _Pelgrim_ Waitemata aandeed, maakte
+Mevr. Weldon in groote haast toebereidselen, want zij wilde het vertrek
+van de schoenerbrik geen oogenblik vertragen. De inlanders die haar
+gedurende haar verblijf te Auckland bediend hadden, kregen hun afscheid
+en den 22en Januari scheepte zij zich aan boord van den _Pelgrim_
+in, met haar zoon Jack, neef Benedictus en Nan, haar oude negerin.
+
+Neef Benedictus nam in een bijzonder daartoe ingerichte bus zijn
+gansche vreemde verzameling insecten mede. In deze verzameling
+bevonden zich onder anderen eenige van die pas ontdekte staphylini,
+een soort van vleeschetende coleoptera (schildvleugelige insecten),
+welker oogen boven op den kop geplaatst zijn en die tot nog toe
+alleen op Nieuw-Caledonië gevonden werden. Men had hem ook een zekere
+vergiftige spin aanbevolen, de "kapipo" der Maori's, welker beet voor
+de inlanders dikwijls doodelijk is. Maar een spin behoort niet tot de
+orde der eigenlijk gezegde insecten, zij heeft haar plaats in die der
+arachniden (spinachtigen) en was in de oogen van neef Benedictus zonder
+eenige beteekenis. Daarom had hij haar ook versmaad en was het juweel
+van zijn verzameling een merkwaardige Nieuw-Zeelandsche staphylinus.
+
+Het spreekt van zelf, dat neef Benedictus zijn lading hoog had laten
+verzekeren; zij was voor hem kostbaarder dan de geheele lading traan
+en baarden in het ruim van den _Pelgrim_.
+
+Toen het schip zeilree lag en mevr. Weldon en haar reisgenooten zich
+op het dek van de schoenerbrik bevonden, sprak kapitein Hull zijn
+passagiers aan met de woorden:
+
+"'k Behoef u niet te zeggen, mevrouw, dat u onder uw eigen
+verantwoordelijkheid plaats neemt aan boord van den _Pelgrim_."
+
+"Waarom maakt u me deze opmerking mijnheer Hull?" vroeg mevr. Weldon.
+
+"Omdat ik in dit opzicht geen order van uw man gekregen heb, en geen
+schoenerbrik u ooit de waarborgen van den gemakkelijken overtocht
+kan aanbieden van een pakketboot, die uitsluitend bestemd is tot het
+varen van passagiers."
+
+"Als mijn man hier was," antwoordde Mevr. Weldon, "zoudt u dan
+denken, mijnheer Hull, dat hij zou aarzelen zich op den _Pelgrim_
+in te schepen, in gezelschap van zijn vrouw en zijn kind?"
+
+"Neen, mevrouw, hij zou niet aarzelen," zei kapitein Hull, "neen,
+stellig niet! evenmin als ik zelf zou aarzelen! De _Pelgrim_ is
+een goed schip, al heeft het een slechte reis gemaakt, en ik ben er
+zeker van, zoo zeker als een zeeman het zijn kan van een vaartuig,
+dat hij sedert verscheidene jaren commandeert. Ik zeg het alleen,
+Mevr. Weldon, om mijn verantwoordelijkheid te dekken en u nogmaals
+te zeggen dat u aan boord niet het gemakkelijke leven zult vinden,
+waaraan u gewoon zijt."
+
+"Als het niets anders is, mijnheer Hull," antwoordde Mevr. Weldon,
+"dan kan mij dit niet terughouden. Ik ben niet een van die lastige
+passagiers, die onophoudelijk klagen over de bekrompen kooien of de
+karige tafel."
+
+Toen, na op haren kleinen Jack, dien zij aan de hand hield, een
+liefdevollen blik geworpen te hebben, zeide zij:
+
+"Laat ons vertrekken, mijnheer Hull!"
+
+Het bevel werd gegeven dadelijk onder zeil te gaan en de _Pelgrim_
+manoeuvreerde weldra met het doel om langs den kortsten weg uit de golf
+te geraken, terwijl hij den steven naar de Amerikaansche kust wendde.
+
+Doch drie dagen later na haar vertrek was de schoenerbrik tengevolge
+van een sterke bries uit het oosten, verplicht in den wind op te
+werken.
+
+Ook bevond kapitein Hull zich den 2en Februari op een hoogere breedte
+dan hij wel gewild had en wel in den toestand van een zeeman die
+eerder trachtte kaap Hoorn om te zeilen dan langs den kortsten weg
+de nieuwe wereld te bereiken.
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+DICK SAND.
+
+
+Inmiddels was de zee kalm en ging alles, zonder de vertraging te
+rekenen, naar wensch.
+
+Mevr. Weldon was zoo aangenaam en gemakkelijk mogelijk aan boord van
+den _Pelgrim_ gehuisvest. Geen bovenhut nam het achterdek in. Er was
+geen eigenlijke kajuit, maar slechts een eenvoudige hut van kapitein
+Hull in het achterschip, waarmede zij zich moest vergenoegen. En
+zelfs had de kapitein er nog op moeten aandringen om haar dit
+nederig verblijf te doen aannemen. Hier in deze bekrompen ruimte was
+Mevr. Weldon met haar kind en de oude Nan gehuisvest. Daar nam zij
+haar maaltijden, in gezelschap van den kapitein en neef Benedictus,
+voor wien men een soort van kamer ergens tusschendeks had ingericht.
+
+Wat den kapitein van den _Pelgrim_ aangaat, hij logeerde in een hut
+der bemanning die door den stuurman zou bewoond geweest zijn, indien
+er een stuurman aan boord geweest ware. Maar de schoenerbrik voer,
+zooals men weet, onder omstandigheden, die de diensten van nog een
+officier hadden kunnen besparen.
+
+De matrozen van den _Pelgrim_, goede en vertrouwde zeelieden,
+waren door de gemeenschap hunner denkbeelden en gewoonten innig
+met elkaar verbonden. Het was de vierde tocht dien zij samen op de
+groote visscherij deden. Het waren allen mannen uit het westen van
+Noord-Amerika die elkander sinds jaren kenden en dezelfde kuststreek
+van Californië bewoonden.
+
+Deze brave menschen waren zeer voorkomend voor Mevr. Weldon, de
+vrouw van hunnen reeder, wien zij een onbepaalde toegenegenheid
+toedroegen. Het is waar dat zij zeer veel belang hadden in de winsten
+van het schip en tot nog toe met groot voordeel hadden gevaren. Dan
+ook moesten zij tengevolge van hun klein getal hard werken, maar
+hun arbeid deed bij het opmaken der rekening na elke kampanje, hun
+winsten toenemen. Ditmaal evenwel zou het voordeel bijna nul zijn
+en daarom waren zij niet ten onrechte verbitterd tegen die schoeljes
+van Nieuw-Zeeland.
+
+Een enkel man aan boord was niet van Amerikaansche afkomst. Portugees
+van geboorte, maar het Engelsch vloeiend sprekend, noemde hij zich
+Negoro en nam aan boord van de schoenerbrik het nederig ambt van
+kok waar.
+
+Toen de kok van den _Pelgrim_ te Auckland gedeserteerd was, kwam
+deze Negoro, die destijds geen betrekking had, zich aanbieden om
+hem te vervangen. Hij was een stil man, weinig mededeelzaam, die
+zich steeds op den achtergrond hield, maar behoorlijk zijn taak
+waarnam. Kapitein Hull scheen het goed met hem getroffen te hebben,
+toen hij hem huurde, want de kok had sedert zijn inscheping nog geen
+enkele reden tot klagen gegeven.
+
+Toch had kapitein Hull spijt dat hem de tijd ontbroken had zich
+behoorlijk inlichtingen over zijn verleden te verschaffen. Zijn
+gelaat of liever zijn blik beviel hem maar half en wanneer het gold
+een onbekende in het beperkte, intieme leven aan boord in te leiden,
+mocht men niets verzuimen om zich met zijn verleden bekend te maken.
+
+Negoro kon op het oog veertig jaar oud zijn. Mager, gespierd,
+van gemiddelde lengte, donker bruin van haar, met door de zon
+verbrande huid, moest hij sterk zijn. Had hij eenig onderwijs
+genoten? Ongetwijfeld. Dat bleek uit zekere opmerkingen, die hem
+nu en dan ontsnapten. Overigens sprak hij nooit over zijn verleden
+of liet hij zich uit over zijn familie. Waar hij van daan kwam,
+waar hij gewoond had, men kon het niet raden. Wat wachtte hem in
+de toekomst? men wist het evenmin. Hij gaf alleen zijn voornemen
+te kennen om te Valparaiso te ontschepen. Het was voorzeker een
+zonderling mensch. In ieder geval scheen hij geen zeeman te zijn. Hij
+scheen zelfs minder van zaken, de zeevaart betreffende, te weten dan
+een kok, wiens leven grootendeels op zee is doorgebracht.
+
+Evenwel wist hij niets van het slingeren of het stampen van het schip,
+zooals menschen die nooit gevaren hebben en dit is voor een scheepskok
+een zaak van het hoogste belang.
+
+In het algemeen zag men hem weinig. Op den dag bleef hij gewoonlijk
+in zijn bekrompen kombuis, voor het kookfornuis dat er de meeste
+plaats van innam. Als tegen den nacht het fornuis was uitgedoofd,
+begaf Negoro zich naar zijn kooi achter in het verblijf der bemanning
+en sliep dadelijk in.
+
+Wij hebben reeds gezegd dat de equipage van den _Pelgrim_ uit vijf
+matrozen en een leerling bestond.
+
+Deze vijftienjarige leerling was het kind van onbekende ouders. Dit
+arme, van zijn geboorte af aan verlaten wezen was door de openbare
+liefdadigheid opgenomen en door haar groot gebracht.
+
+Dick Sand--zooals hij heette--was waarschijnlijk afkomstig uit den
+staat New-York en ongetwijfeld uit de hoofdstad van dien Staat.
+
+De naam van Dick,--verkorting van Richard,--was ontleend aan dien van
+den liefdadigen voorbijganger die hem had opgenomen, twee of drie
+uur na zijn geboorte. Wat den naam van Sand aangaat, men had hem
+dien gegeven ter herinnering aan de plaats waar hij gevonden was,
+namelijk op de landengte van Sandy-Hook [11], die den ingang vormt
+van de haven van New-York, aan de monding der Hudson.
+
+Dick Sand zou, geheel volwassen, de gemiddelde lengte niet
+overschrijden, maar hij was krachtig gebouwd. Ongetwijfeld was hij van
+Anglo-Saxische afkomst. Hij was bruin, maar had blauwe oogen die als
+vuur schitterden. Als zeeman had hij reeds vroeg den strijd des levens
+leeren kennen. Zijn schrander gelaat ademde geestkracht. Het was niet
+dat van een stoutmoedige, maar van iemand die "durft". Dikwijls haalt
+men deze drie woorden van een vers van Virgilius aan:
+
+
+
+ Audaces fortuna juvat,
+
+
+
+maar men haalt ze onjuist aan. De dichter zegt:
+
+
+
+ Audentes fortuna juvat.
+
+
+
+Hun, die durven, niet den stoutmoedigen, lacht bijna altijd het
+geluk toe. De stoutmoedige kan onbedacht handelen. Hij die durft
+denkt eerst en handelt daarna. Daarin is het verschil gelegen.
+
+Nu was Dick Sand _audens_. Op vijftienjarigen leeftijd kon hij
+reeds een besluit nemen en tot het einde toe uitvoeren wat zijn
+onverschrokken geest beslist had. Zijn levendig en tegelijk ernstig
+voorkomen trok de aandacht. Hij was zeer spaarzaam in woorden en
+gebaren, het tegengestelde van jongens op zijn leeftijd. Al vroeg,
+in een tijdperk des levens dat men de groote vraagstukken van ons
+bestaan nog niet bespreekt, had hij zijn ellendigen toestand goed
+ingezien en zich vast voorgenomen zichzelven te vormen.
+
+En hij had zich gevormd, daar hij reeds bijna een man was op den
+leeftijd dat anderen nog kinderen zijn.
+
+Daarbij zeer vlug, zeer bekwaam in alle lichaamsoefeningen, was Dick
+Sand een van die bevoorrechte wezens, van wie in de wandeling gezegd
+wordt dat zij met vier handen geboren zijn.
+
+Men weet dat de openbare liefdadigheid den kleinen wees had
+opgevoed. Hij was eerst in een van die kinderhuizen geweest,
+waar in Amerika altijd een plaats voor de kleine verlatenen wordt
+opengehouden. Daarna, toen hij vier jaar oud was, leerde Dick lezen,
+schrijven en rekenen op een van die scholen in den staat New-York,
+die door liefdadige inschrijvingen onderhouden worden.
+
+Toen hij acht jaar oud was, deed zijn begeerte om op zee te gaan
+hem dienst nemen als kajuitsjongen op een mailboot der zeeën van het
+Zuiden. Daar leerde hij het vak van zeeman, en zooals men het moet
+leeren, van den vroegsten leeftijd af aan. Langzamerhand onderwees
+hij zich onder de leiding van officieren, die belang in het kleine
+ventje stelden. Ook moest de kajuitsjongen weldra leerling worden,
+in het vooruitzicht van beter ongetwijfeld. Het kind dat al vroeg
+begrijpt dat de arbeid de wet des levens is, hij die al bij tijds leert
+dat het brood slechts verdiend wordt in het zweet zijns aanschijns,
+zoo iemand is waarschijnlijk voorbeschikt tot groote dingen, want
+hij zal eenmaal met den wil, de kracht hebben ze te volbrengen.
+
+Toen Dick Sand kajuitsjongen aan boord van een koopvaardijschip was,
+werd hij opgemerkt door kapitein Hull. Deze brave zeeman gevoelde
+zich dadelijk tot den knaap aangetrokken en bracht hem in kennis
+met zijn reeder James W. Weldon. Deze stelde het levendigste belang
+in den wees, wiens opvoeding hij te San-Francisco voltooide en dien
+hij in den Katholieken godsdienst, waartoe zijn familie behoorde,
+liet groot brengen.
+
+Onder al de vakken zijner studie was het vooral de aardrijkskunde,
+waarvoor Dick Sand een sterke voorliefde gevoelde, totdat hij
+den ouderdom bereikte om dat gedeelte der mathesis te leeren dat
+betrekking heeft op de zeevaart. Bij dit theoretische gedeelte van
+zijn onderricht, verzuimde hij niet de praktijk te voegen. Voor
+het eerst kon hij als leerling de reis aan boord van den _Pelgrim_
+mede maken. Een goed zeeman moet even goed de groote visscherij
+leeren als de groote vaart. Het is een goede voorbereiding voor alle
+mogelijke gebeurtenissen die het zeemansvak medebrengt. Bovendien
+ging Dick Sand mede op een schip van James W. Weldon, zijn weldoener,
+en gecommandeerd door zijn beschermer, kapitein Hull. Hij bevond zich
+dus in de gunstigste omstandigheden.
+
+Het is overbodig te zeggen hoever zijn toegenegenheid voor de familie
+Weldon, waaraan hij alles verschuldigd was, gaan zou. Beter is het de
+feiten te laten spreken. Maar men begrijpt hoe gelukkig de jeugdige
+leerling was, toen hij vernam dat Mevr. Weldon aan boord van den
+_Pelgrim_ den overtocht mede zou maken. Mevr. Weldon was gedurende
+eenige jaren een moeder voor hem geweest en in Jack zag hij een
+broertje, terwijl hij zijn positie tegenover den zoon van den rijken
+reeder daarbij niet uit het oog verloor. Doch--zijn beschermers hadden
+het wel voorzien,--het goede zaad dat zij gezaaid hadden, was in goede
+aarde gevallen. Het hart van den wees was met dankbaarheid vervuld,
+en zoo hij eenmaal zijn leven moest geven voor hen die hem geleerd
+hadden zich te onderrichten en God lief te hebben, zou de jeugdige
+leerling niet geaarzeld hebben. In één woord, op vijftienjarigen
+leeftijd te denken en te handelen als iemand van dertig jaren, was
+een van de kenmerken van Dick Sand's karakter.
+
+Mevr. Weldon wist dat karakter naar waarde te schatten. Zij kon hem
+zonder de minste ongerustheid den kleinen Jack toevertrouwen. Dick
+Sand van zijn kant had het kind hartelijk lief dat zich door dien
+"grooten broeder" bemind wist en hem opzocht. Gedurende de lange uren
+van rust die zoo menigvuldig op een zeereis voorkomen, als de zee kalm
+is en de eenmaal gestelde zeilen niet verwisseld behooren te worden,
+in zeemanstermen: als het tuig kant staat, waren Dick en Jack bijna
+altijd te zamen. De jeugdige leerling liet den kleinen jongen alles
+zien wat hem genoegen kon geven. Zonder eenige de minste vrees zag
+Mevr. Weldon Jack in gezelschap van Dick Sand het want openteren,
+naar de voormars, of de kruiszalings klauteren en als een pijl uit
+den boog langs het touwwerk naar beneden glijden. Dick Sand ging hem
+vooruit of volgde hem altijd, gereed hem te ondersteunen of hem vast te
+houden zoodra zijn armen van vijf jaar hem in deze lichaamsoefeningen
+in den steek lieten. Dat alles nu deed den kleinen Jack goed, die door
+de ziekte bleek en zwak geworden was; maar weldra kreeg hij zijn kleur
+aan boord van den _Pelgrim_ terug, dank zij de versterkende zeebries
+en die dagelijksche gymnastiek.
+
+Zoo stonden dus de zaken. Onder deze omstandigheden had de overtocht
+plaats, en ware de wind gunstiger geweest, dan zouden noch de
+passagiers, noch de bemanning van den _Pelgrim_ zich ergens over te
+beklagen hebben.
+
+Maar juist de hardnekkige oostenwinden boezemden kapitein Hull
+eenige ongerustheid in en beletten hem het schip op den goeden weg te
+brengen. Later, bij den Steenbokskeerkring, vreesde hij windstilte
+te ontmoeten, die hen nog meer zou tegenwerken, om niet te spreken
+van den aequatoriaalstroom die hen onweerstaanbaar naar het westen zou
+medevoeren. Hij maakte zich dus, vooral voor Mevr. Weldon ongerust over
+deze vertraging waarvoor hij evenwel niet verantwoordelijk was. Hij
+dacht er dan ook over, om zoo hij op zijn weg eenig transatlantisch
+vaartuig mocht ontmoeten op reis naar Amerika, zijn passagier aan te
+raden, zich aan boord er van te begeven. Ongelukkig werd hij door de
+hooge breedte opgehouden om te kruisen met een stoomboot die koers
+zette naar Panama en daarenboven was in dien tijd de vaart over de
+Stille Zuidzee tusschen Australië en de Nieuwe-Wereld niet zóó druk
+als ze later geworden is.
+
+Men moest zich dus aan Gods genade overgeven en niets scheen dezen
+eentonigen overtocht te zullen verstoren, toen juist op dien datum
+van den 2n Februari op de bij het begin dezer geschiedenis aangegeven
+breedte en lengte iets bijzonders voorviel.
+
+Ten negen ure 's morgens, bij zeer helder weer, hadden Dick Sand en
+Jack zich op de bramzaling neergezet. Van daar uit konden zij het
+geheele schip en een gedeelte van den oceaan overzien. Naar achteren
+vertoonde zich de horizon aan hun blikken, slechts afgebroken door
+den grooten mast met het brikzeil en gaftopzeil. Hierdoor was een
+gedeelte van de zee en de hemel voor hen onzichtbaar. Vooruit zagen
+zij den boegspriet zich boven de golven uitstrekken met zijn drie
+stagzeilen, die zoo strak mogelijk aangehaald, zich als drie groote
+ongelijke vleugelen spanden. Onder breidde zich de fok uit en boven
+het kleine voormarszeil en het kleine bramzeil, waarvan de staande
+lijken door het in- en uitloopen van de lichte bries kilden. [12]
+De schoenerbrik zeilde dus zoo dicht mogelijk bij den wind.
+
+Dick Sand verklaarde dus Jack hoe de _Pelgrim_, goed geballast, goed
+in evenwicht gehouden in al zijn deelen, niet kon omslaan, ofschoon
+hij vrij sterk overhelde, toen de kleine jongen hem in de rede viel.
+
+"Wat zag ik daar toch?" zeide hij.
+
+"Zag je iets, Jack?" vroeg Dick Sand, die zich geheel overeind op de
+zaling oprichtte.
+
+"Ja, daar!" antwoordde de kleine Jack, terwijl hij naar een punt
+van de zee wees, dat telkens vrij kwam tusschen de schooten van den
+kluiver en den jager.
+
+Dick Sand keek oplettend naar het aangewezen punt en riep onmiddellijk
+met luide stem:
+
+"Een wrak, te loevert op, aan stuurboordszij vooruit!"
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+HET WRAK.
+
+
+Bij den kreet van Dick Sand, was onmiddellijk de geheele bemanning op
+de been. De mannen die de wacht niet hadden, kwamen aan dek. Kapitein
+Hull verliet zijn kajuit en begaf zich naar voren.
+
+Mevr. Weldon, Nan, zelfs de onverschillige neef Benedictus, kwamen aan
+stuurboordszij over de verschansing leunen om het door den jeugdigen
+leerling gesignaleerde wrak goed te kunnen zien.
+
+Negoro alleen verliet de hut niet, die hem tot kombuis diende, en
+zooals altijd was hij van de geheele bemanning de eenige, die geen
+belang in de ontmoeting van een wrak scheen te stellen.
+
+Aller oogen waren toen op het drijvende voorwerp gericht dat op drie
+mijlen van de _Pelgrim_ door de golven gewiegd werd.
+
+"Wat zou het wel zijn?" zei een matroos.
+
+"Een verlaten vlot misschien!" antwoordde een.
+
+"Misschien zijn er op dat vlot wel ongelukkige schipbreukelingen?" zei
+Mevr. Weldon.
+
+"We zullen 't gauw weten," antwoordde kapitein Hull. "Maar dat wrak
+is geen vlot. 't Is de romp van een schip dat overzij ligt."
+
+"Maar zou 't niet eer een zeedier zijn, een groot zoogdier?" deed
+neef Benedictus opmerken.
+
+"'k Geloof het niet," antwoordde de leerling.
+
+"Wat zou jij er van denken, Dick?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Een omgekeerde romp, zooals de kapitein zei, Mevrouw." "'k Geloof
+zelfs dat 'k zijn gekoperde huid in de zon zie schitteren."
+
+"Ja.... waarlijk...." antwoordde kapitein Hull.
+
+Daarna tot den man aan het roer:
+
+"Een tikje loeven, Bolton, om dichter bij het wrak te komen."
+
+"En ik," hernam neef Benedictus, "ik houd vol wat ik gezegd heb. 't
+Is bepaald een dier!"
+
+"Dan zou 't een koperen walvisch moeten zijn," antwoordde kapitein
+Hull, "want ook ik zie hem in de zon schitteren!"
+
+"Hoe het zij, neef Benedict," voegde Mevr. Weldon er bij, "u zult
+moeten toestemmen dat die walvisch dan toch dood is, want het is
+zeker dat hij niet de minste beweging maakt."
+
+"He! nicht Weldon," antwoordde neef Benedict, die gewoonlijk stijf
+op zijn stuk stond, "'t zou de eerste keer niet zijn dat men een
+walvisch ontmoette die op de oppervlakte der zee sliep!"
+
+"Wel mogelijk," antwoordde kapitein Hull, "maar we hebben nu met geen
+walvisch, maar met een vaartuig te doen."
+
+"We zullen zien," antwoordde neef Benedictus, die eerder al de
+zoogdieren der noord- en zuidpoolzeeën zou gegeven hebben voor een
+zeldzaam insect.
+
+"Goed sturen, Bolton, goed sturen!" riep wederom kapitein Hull,
+"en loop niet tegen het wrak aan. Blijf er op een kabellengte van
+af. 'k Heb geen lust de zijden van den _Pelgrim_ er aan te wagen met
+tegen dien romp aan te varen.--Loef een beetje, Bolton, loef wat!"
+
+De steven van den _Pelgrim_, die naar het wrak gewend was geweest,
+week door een lichte beweging van het roer een weinig af.
+
+De schoenerbrik bevond zich nog een mijl van den omgeslagen romp af. De
+matrozen hadden er gretig het oog op gevestigd. Misschien bevatte hij
+een kostbare lading die mogelijk op den _Pelgrim_ kon overgeladen
+worden? Men weet, dat bij de berging van gestrande goederen, het
+derde van de waarde aan de bergers toekomt, en indien in dit geval
+de lading niet beschadigd was, zou de bemanning, zooals men zegt,
+"een goeden slag slaan!" Het zou een prachtige vergoeding zijn voor
+hun ongelukkige vangst!
+
+Een kwartier later bevond zich het wrak nog een halve mijl van den
+_Pelgrim_ af.
+
+Het was wel degelijk een vaartuig dat geheel over bakboord lag. Tot
+aan de verschansing toe omgeslagen, lag het zoover op zijde, dat het
+bijna onmogelijk was zich op het dek staande te houden. Men zag niets
+meer van de masten. Aan de rusten hingen nog slechts eenige eindjes
+gebroken trossen en gesprongen kettingen.
+
+In den boeg aan stuurboordszij bevond zich een groot gat tusschen de
+spanten en de ingedrukte buitenhuid.
+
+"Dit schip is aangezeild!" riep Dick Sand uit.
+
+"Dat is niet twijfelachtig," antwoordde kapitein Hull, "en 't is een
+wonder dat het niet onmiddellijk gezonken is."
+
+"Zoo er aanzeiling geweest is," merkte Mevr. Weldon op, "mag men
+hopen dat de bemanning van dit vaartuig opgenomen is door hen die
+het aangezeild hebben."
+
+"'t Is te hopen, mevrouw Weldon," antwoordde kapitein Hull, "of de
+equipage moet zich, na de botsing met zijn eigen sloepen gered hebben,
+als het aanzeilende schip althans zijn koers vervolgd heeft--'tgeen
+helaas! somtijds gebeurt!"
+
+"Hoe is 't mogelijk! Dat zou toch een staaltje van verregaande
+onnmenschelijkheid zijn, mijnheer Hull!"
+
+"Ja, mevrouw Weldon.... ja! En toch zijn er vele voorbeelden van! Wat
+me zou doen gelooven dat de bemanning van dit schip het al vroeg
+verlaten zal hebben, is dat 'k geen enkele boot zie en zoo de menschen
+aan boord niet opgenomen zijn, zou ik eerder gelooven dat ze getracht
+hebben aan land te komen! Maar bij den afstand waarop we ons hier van
+het Amerikaansche vaste land of van de eilanden van Australië bevinden,
+vrees ik dat ze hierin niet zullen geslaagd zijn!"
+
+"Misschien," zei Mevr. Weldon, "zal men nooit achter het geheim van
+dit ongeluk komen! Toch zou 't mogelijk zijn dat er nog iemand van
+de equipage is achtergebleven!"
+
+"Dat is niet waarschijnlijk, mevrouw Weldon," antwoordde kapitein
+Hull. "Men zou ons reeds herkend hebben en ons eenig signaal
+maken. Maar we zullen er ons van verzekeren.--Loef een beetje,
+Bolton, loef!" riep kapitein Hull, terwijl hij met de hand den te
+volgen koers aanwees.
+
+De _Pelgrim_ was nog slechts drie kabellengten van het wrak verwijderd
+en er was geen twijfel aan of de romp was door de geheele bemanning
+verlaten.
+
+Doch op dit oogenblik maakte Dick Sand een gebaar dat onmiddellijk
+stilte gebood.
+
+"Hoor! hoor!" zeide hij.
+
+Iedereen luisterde.
+
+"'t Is alsof ik geblaf hoor!" riep Dick Sand uit.
+
+En werkelijk deed zich binnen in den romp een verwijderd geblaf
+hooren. Er was inderdaad daar een levende hond, opgesloten misschien,
+want het was mogelijk dat de luiken hermetisch gesloten waren. Maar
+men kon hem niet zien, daar het dek van het omgeslagen vaartuig nog
+niet zichbaar was.
+
+"Al was er niets anders dan een hond, mijnheer Hull," zeide
+Mevr. Weldon, "zouden we hem immers redden!"
+
+"Ja.... ja!...." riep de kleine Jack, "we zullen hem redden!.... 'k
+zal hem te eten geven!.... Hij zal veel van ons houden.... Mama,
+'k zal een stukje suiker voor hem gaan halen!....."
+
+"Blijf hier, mijn kind," antwoordde Mevr. Weldon glimlachende. "Me
+dunkt, 't arme dier moet haast van honger sterven en 't zal liever
+een goed stuk vleesch hebben dan je stukje suiker!"
+
+"Welnu, laten ze hem mijn soep geven!" riep de kleine Jack uit. "Ik
+kan er best buiten!"
+
+Op dit oogenblik deed zich het geblaf duidelijk hooren. Drie honderd
+voeten slechts waren de twee schepen van elkander verwijderd. Bijna
+onmiddellijk vertoonde zich een groote hond op de verschansing aan
+stuurboordszij en klampte er zich aan vast, terwijl hij wanhopend
+bleef blaffen.
+
+"Howik," zei kapitein Hull en wendde zich tot den bootsman van den
+_Pelgrim_, "laat bijdraaien en de kleine boot strijken."
+
+"Houd je goed, hond, houd je goed!" riep de kleine Jack het dier toe
+dat hem nu door een half gesmoord geblaf scheen te antwoorden.
+
+De zeilen van den _Pelgrim_ werden dadelijk zoo gesteld dat het schip
+genoegzaam onbeweeglijk bleef, op minder dan een halve kabellengte
+van het wrak.
+
+De boot werd gestreken en dadelijk lieten kapitein Hull, Dick Sand
+en twee matrozen er zich in zakken.
+
+De hond bleef blaffen. Hij trachtte zich aan de verschansing vast
+te houden, maar viel telkens op het dek terug. Men zou gezegd hebben
+dat zijn geblaf zich niet meer tot hen richtte die hem naderden. Gold
+het de matrozen of passagiers die in het schip opgesloten waren?
+
+"Zou er zich dan aan boord een schipbreukeling bevinden, die het
+overleefd heeft?" zei Mevr. Weldon bij zich zelve.
+
+De boot van den _Pelgrim_ bereikte met eenige riemslagen de omgeslagen
+kiel.
+
+Maar eensklaps kwam er een verandering in de houding van den hond. Op
+het eerste geblaf dat de redders uitnoodigde tot hem te komen, volgde
+nu een woedend gebrul. Het zonderlinge dier werd nu door den hevigsten
+toorn bewogen.
+
+"Wat scheelt dien hond toch?" zei kapitein Hull, terwijl de boot
+achterom ging, teneinde dat gedeelte van het dek aan te doen dat
+onder water lag.
+
+Noch kapitein Hull, noch zij die zich aan boord van den _Pelgrim_
+bevonden, konden opmerken dat de woede van den hond zich op dat
+oogenblik het hevigst uitte, toen Negoro zijn kombuis verliet en zich
+naar den bak begaf.
+
+Kende en herkende dan de hond den kok? Het was zeer onwaarschijnlijk.
+
+Hoe het zij, na den hond aangekeken te hebben, zonder eenige
+verwondering te doen blijken, ging Negoro, die de wenkbrauwen toch
+een oogenblik fronste, naar het verblijf der equipage.
+
+Intusschen was de boot het achterschip omgevaren alwaar de naam
+_Waldeck_ op den spiegel te lezen stond.
+
+_Waldeck_, maar geen naam van de haven waar het schip te huis
+behoorde. Doch aan de vormen van den romp, aan zekere bijzonderheden
+die een zeeman dadelijk in 't oog vallen, had kapitein Hull herkend
+dat het vaartuig van Amerikaanschen bouw was. De naam bevestigde dat
+trouwens. En nu was er van die groote brik van vijfhonderd ton niets
+meer overgeschoten dan de romp.
+
+Een groot gat in den boeg van de _Waldeck_ wees de plaats aan waar de
+schok had plaats gehad. Tengevolge van het op zij vallen van den romp,
+bevond die opening zich toen op vijf of zes voet boven het water,--'t
+geen verklaarde waarom de brik nog niet gezonken was.
+
+Op het dek dat kapitein Hull in al zijn uitgestrektheid overzag,
+was niemand.
+
+De hond, die nu de verschansing verlaten had, liet zich nu naar
+het grootluik glijden dat open was en blafte nu eens naar binnen,
+dan weder naar buiten.
+
+"Dat dier is stellig niet alleen aan boord!" merkte Dick Sand aan.
+
+"Dat geloof ik ook niet!" antwoordde kapitein Hull.
+
+De boot voer nu langs de verschansing aan bakboordszij, die half
+onder water lag. Ware de deining maar iets sterker geweest, dan zou
+de _Waldeck_ binnen eenige oogenblikken gezonken zijn.
+
+Het dek der brik was van het eene eind naar 't andere schoongeveegd. Er
+bleef niets anders over dan de stompen van den grooten mast en den
+fokkemast, die beiden op twee voet boven de vissing waren afgebroken en
+zeker bij den schok gevallen waren, hoofdtouwen, stagen en loopend want
+medeslepende. Evenwel waren, zoover het oog reikte, geen overblijfselen
+in den omtrek van de _Waldeck_ te bespeuren,--'t geen wel scheen aan
+te duiden dat het ongeluk reeds voor eenige dagen had plaats gehad.
+
+"Als soms eenige schipbreukelingen de botsing overleefd hebben,"
+zei kapitein Hull, "zullen ze wel van dorst en honger bezweken zijn,
+want het water heeft de kombuis moeten bereiken. Er kunnen niets
+anders dan lijken meer aan boord zijn!"
+
+"Neen!" riep Dick Sand uit, "neen, dan zou de hond zoo niet blaffen! Er
+zijn levende wezens!"
+
+Op dit oogenblik liet het dier op den roep van den leerling zich in
+zee glijden en zwom met moeite naar de boot, want hij scheen uitgeput.
+
+Men nam hem op en hij wierp zich gretig, niet op een stuk brood dat
+Dick Sand hem dadelijk voorhield, maar op een tobbe die een weinig
+zoet water bevatte.
+
+"'t Arme dier sterft van dorst!" riep Dick Sand uit.
+
+De boot zocht toen een gunstige plaats op om de _Waldeck_ gemakkelijker
+langzij te kunnen komen en verwijderde zich met dit doel eenige
+vademen. De hond moest blijkbaar denken dat zijn redders niet aan
+boord wilden gaan; want hij pakte Dick Sand bij zijn baaitje terwijl
+zijn klagend geblaf met nieuwe kracht weer begon.
+
+Men begreep hem. Zijn gebaren, zijn taal waren even duidelijk als
+de taal van een mensch. De boot naderde dadelijk den kraanbalk aan
+bakboord. Daar legden de twee matrozen haar stevig vast, terwijl
+kapitein Hull en Dick Sand den voet op dek enterden tegelijk met
+den hond en zich niet zonder moeite naar het luik tusschen de twee
+maststompen in de hoogte werkten.
+
+Beiden lieten zich door dit luik in het ruim zakken.
+
+Het ruim van de _Waldeck_, half vol water, bevatte geen lading. De
+brik had slechts ballast in,--een ballast van zand dat over bakboord
+geslagen was en het schip op zijde hield. Aan dezen kant viel er dus
+niets te redden.
+
+"Niemand hier!" zei kapitein Hull.
+
+"Niemand," antwoordde de leerling, na zich naar het voorste gedeelte
+van het ruim begeven te hebben.
+
+Maar de hond, die op het dek was, bleef altijd blaffen en scheen nog
+dringender de aandacht van den kapitein op zich te willen vestigen.
+
+"Laat ons weer naar boven gaan," zei kapitein Hull tot den leerling.
+
+Beiden verschenen weder aan dek.
+
+De hond liep op hen toe en trachtte hen naar de dekhut mee te voeren.
+
+Zij volgden hem.
+
+Daar lagen vijf lichamen,--vijf lijken zeker,--op den vloer
+uitgestrekt.
+
+Bij het daglicht dat door den koekoek naar binnen stroomde, herkende
+kapitein de lijken van vijf negers.
+
+Dick Sand, die van het eene lijk naar het andere liep, meende op te
+merken dat de ongelukkigen nog ademhaalden.
+
+"Naar boord, naar boord!" riep kapitein Hull.
+
+De twee matrozen, die de boot bewaakten, werden nu geroepen en hielpen
+hen de schipbreukelingen uit de dekhut te brengen.
+
+Dit geschiedde niet zonder moeite; maar na een paar minuten waren
+toch de vijf zwarten in de boot overgebracht, zonder dat een hunner
+slechts het geringste teeken van bewustzijn gaf. Eenige druppels van
+een hartsterkend middel, daarna een weinig koud water, voorzichtig
+toegediend, kon hen misschien in het leven terugroepen.
+
+De _Pelgrim_ bleef tot op een halve kabellengte van het wrak af,
+zoodat de boot het schip weldra bereikt had.
+
+Dadelijk werd er een gording van de groote ra afgehaakt waaraan
+de negers een voor een opgeheschen en op het dek van den _Pelgrim_
+neergevlijd werden.
+
+De hond had hen vergezeld.
+
+"Die ongelukkigen!" riep Mevr. Weldon uit, bij het zien van die
+arme menschen.
+
+"Ze leven, mevrouw Weldon! We zullen hen redden! Ja, we zullen ze
+redden!" riep Dick Sand uit.
+
+"Wat is er toch met hen gebeurd?" vroeg neef Benedictus.
+
+"Wacht totdat ze kunnen spreken," antwoordde kapitein Hull, "en ze
+zullen ons hun geschiedenis vertellen. Maar laten we hun dadelijk
+wat water geven, waarbij we een druppel of wat rum zullen voegen."
+
+"Negoro!" riep hij toen.
+
+Bij het hooren van dien naam richtte de hond zich op, met opgeheven
+kop en geopenden muil.
+
+Intusschen kwam de kok niet te voorschijn.
+
+"Negoro!" riep kapitein Hull nogmaals.
+
+Wederom gaf de hond teekenen eener buitengewone woede.
+
+Negoro verliet de kombuis.
+
+Nauwelijks had hij zich op het dek vertoond of de hond vloog op hem
+aan en wilde hem naar de keel springen.
+
+De kok echter had zich met een pook gewapend en sloeg daarmede het
+dier terug dat door eenige matrozen in bedwang werd gehouden.
+
+"Ken je dien hond?" vroeg kapitein Hull den kok.
+
+"Ik!" antwoordde Negoro, "'k heb hem nooit gezien!"
+
+"Dat is iets vreemds!" mompelde Dick Sand.
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+DE OVERLEVENDEN VAN DE "WALDECK".
+
+
+Nog altijd wordt de slavenhandel in tropisch Afrika op groote schaal
+gedreven. Inweerwil van Engelsche en Fransche kruisers, steken elk
+jaar een menigte schepen van de kusten van Angola of Mozambique af
+om negers naar verschillende streken der wereld over te brengen en
+dat nog wel van de beschaafde wereld.
+
+Ook aan kapitein Hull was dit natuurlijk niet onbekend.
+
+Alhoewel deze streken gewoonlijk niet door slavenschepen bezocht
+werden, vroeg hij zich af of de negers die hij gered had niet de
+overlevenden waren van een lading slaven, die de _Waldeck_ in een
+kolonie van de Stille Zuidzee ging verkoopen. Hoe dit zij, was dit
+zoo, dan werden deze zwarten weder vrij, zoodra zij den voet aan
+boord gezet hadden en dat wenschte hij hun dadelijk te zeggen.
+
+Intusschen had men de grootste zorg aan de schipbreukelingen van de
+_Waldeck_ besteed. Mevr. Weldon, bijgestaan door Nan en Dick Sand,
+had hen wat van dit heerlijk koele water toegediend, dat zij zeker
+sedert eenige dagen niet genoten hadden, en dit, met eenig voedsel,
+was voldoende om hen in 't leven terug te roepen.
+
+De oudste dezer negers,--hij kon misschien een zestig jaar oud
+zijn,--was weldra in staat iets te zeggen en in het Engelsch de tot
+hem gerichte vragen beantwoorden.
+
+"Het schip waarop ge u bevondt, is zeker aangezeild?" vroeg kapitein
+Hull dadelijk.
+
+"Ja," antwoordde de oude neger. "Tien dagen geleden is ons schip in
+een donkeren nacht aangevaren. We sliepen...."
+
+"Maar wat is er van de bemanning van de _Waldeck_ geworden?"
+
+"Zij was er reeds niet meer, toen ik met mijn kameraden aan het
+dek kwam."
+
+"Maar kon de equipage dan niet aan boord van het schip overspringen,
+dat tegen de _Waldeck_ aanliep?"
+
+"'t Kan wezen en we willen het hopen!"
+
+"En is dat schip na den schok niet teruggekomen om je op te nemen?"
+
+"Neen."
+
+"Is het dan zelf gezonken?"
+
+"Het is niet gezonken," antwoordde de oude neger, het hoofd schuddende,
+"want we hebben het in den donkeren nacht zich nog even kunnen zien
+verwijderen."
+
+Men zal dit feit, dat door al de overlevenden van de _Waldeck_
+bevestigd werd, misschien ongeloofelijk vinden en het is toch maar
+al te waar dat kapiteins, na de een of andere vreeselijke aanvaring,
+door hun onvoorzichtigheid veroorzaakt, dikwijls de vlucht genomen
+hebben zonder zich om de ongelukkigen te bekommeren die zij in 't
+verderf gestort hebben, zonder te trachten hun hulp te verleenen.
+
+Dat koetsiers dit doen en aan anderen op den openbaren weg de zorg
+overlaten, het ongeluk dat zij veroorzaakt hebben, te herstellen,
+dit moet voorzeker reeds ten strengste afgekeurd worden, ofschoon
+hun slachtoffers in een dergelijk geval toch altijd verzekerd zijn
+onmiddellijke hulp te verkrijgen. Maar dat men op zee elkander aan
+zijn lot overlaat, dat is ongeloofelijk, dat is schande!
+
+En toch kende kapitein Hull verscheiden voorbeelden eener dergelijke
+onmenschelijkheid en hij moest het meermalen aan Mevr. Weldon
+verzekeren dat zulke feiten, hoe monsterachtig ook, ongelukkig niet
+tot de zeldzaamheden behooren.
+
+"Vanwaar kwam de _Waldeck?"_ hernam hij.
+
+"Van Melbourne."
+
+"Ben jelui dan geen slaven?"
+
+"Neen, mijnheer!" antwoordde snel de oude zwarte, die zich in zijn
+gansche lengte oprichtte. "We zijn onderdanen van den Staat van
+Pensylvanië en burgers van het vrije Amerika!"
+
+"Mijn vrienden," antwoordde kapitein Hull, "vreest niet dat je
+vrijheid in gevaar verkeert door aan boord van den _Pelgrim_ te
+zijn overgegaan."
+
+Werkelijk behoorden de vijf negers van de _Waldeck_ thuis in den staat
+van Pensylvanië. De oudste, op den leeftijd van zes jaar in Afrika
+verkocht, daarna naar de Vereenigde Staten overgebracht, was reeds
+sedert verscheidene jaren vrij verklaard. Wat zijn metgezellen aangaat,
+die veel jonger dan hij, zonen en slaven waren, vóór hun geboorte
+vrij gemaakt, zij waren vrij geboren en geen blanke had ooit een
+eigendomsrecht op hen gehad. Zij spraken zelfs niet in de negertaal,
+waarin men het lidwoord niet gebruikt en slechts den infinitief der
+werkwoorden kent,--een taal die trouwens sedert den slavenoorlog
+allengs in onbruik geraakt is. Deze zwarten hadden dus eigenmachtig
+de Vereenigde Staten verlaten en keerden er eigenmachtig terug.
+
+Zij deelden kapitein Hull verder mede dat zij zich als werklieden
+verhuurd hadden bij een Engelschman, die een uitgestrekt goed ter
+bebouwing bij Melbourne in zuidelijk Australië bezat. Daar hadden
+zij drie jaren doorgebracht en goede zaken gemaakt, waarna zij na
+geëindigd huurcontract, naar Amerika hadden willen terugkeeren.
+
+Zij hadden zich dus op de _Waldeck_ ingescheept en hun overtocht als
+gewone passagiers betaald. Den 5den December verlieten zij Melbourne,
+toen zeventien dagen later de _Waldeck_ in een zeer duisteren nacht
+door een groote stoomboot was aangevaren geworden.
+
+De zwarten lagen in hun kooi. Eenige seconden na de botsing die
+vreeselijk was, vlogen zij naar het dek.
+
+Reeds lagen de masten overboord en lag de _Waldeck_ op zij; maar zij
+zou niet zinken, daar er niet genoeg water in het ruim was gedrongen.
+
+Wat den kapitein en de bemanning van de _Waldeck_ aangaat, allen waren
+verdwenen, hetzij dat eenigen overboord geslagen waren, hetzij dat
+de anderen zich aan het touwwerk van het aanstoomende schip hadden
+vastgeklampt.
+
+De vijf zwarten waren alleen aan boord overgebleven, op een half
+omgeslagen romp, op twaalfhonderd mijlen van eenig land verwijderd.
+
+De oudste dezer negers heette Tom. Zijn leeftijd, zoowel als zijn
+energiek karakter en zijn ondervinding, die gedurende een lang,
+arbeidzaam leven dikwijls op de proef gesteld waren, maakten hem tot
+het natuurlijke hoofd der metgezellen die zich met hem verhuurd hadden.
+
+De andere zwarten waren jonge menschen van vijf-en-twintig à dertig
+jaren, die den naam droegen van Bat [13] zoon van den ouden Tom,
+Austin, Actéon en Hercules, allen flinke, krachtig gebouwde menschen,
+die op de markten van Midden-Afrika duur verkocht zouden zijn. Alhoewel
+zij verschrikkelijk geleden hadden, kon men gemakkelijk prachtige
+typen in hen herkennen van dat sterke ras, waarop een vrijzinnige
+opvoeding, in de talrijke scholen van Noord-Amerika, reeds haar
+stempel gedrukt had.
+
+Tom en zijn makkers waren dus na de aanvaring alleen op de _Waldeck_
+overgebleven, zonder eenig middel om den levenloozen klomp te
+lichten, daar de beide booten aan boord bij het aanvaren verbrijzeld
+waren. Er schoot hun niets anders over dan geduldig een schip af te
+wachten, terwijl het wrak door de werking der stroomen langzamerhand
+afdreef. Deze werking verklaarde waarom men het zoover buiten den
+gewonen koers had aangetroffen, want de _Waldeck_, die van Melbourne
+vertrokken was, zou zich op veel lager breedte hebben moeten bevinden.
+
+Gedurende de tien dagen die verliepen tusschen de aanvaring en het
+oogenblik waarop de _Pelgrim_ in het gezicht van het verongelukte
+vaartuig kwam, hadden de vijf zwarten zich gevoed met de weinige
+spijzen die zij in de bakskist hadden kunnen vinden. Maar daar zij
+niet in de bottelarij konden doordringen, die geheel overstroomd
+was, hadden zij niet het minste geestrijke vocht kunnen machtig
+worden om hun dorst te lesschen; zij hadden dus bitter geleden,
+daar de op het dek vastgesjorde watervaten door den schok de bodem
+was ingeslagen. Sedert den vorigen dag hadden Tom en zijn makkers,
+door den dorst gekweld, hun bewustzijn verloren en het was tijd dat
+de _Pelgrim_ hun te hulp kwam.
+
+Dit was het eenvoudig verhaal van Tom aan kapitein Hull. Men had geen
+reden om aan de waarheidsliefde van den ouden neger te twijfelen. Zijn
+kameraden bevestigden alles wat hij verteld had en bovendien pleitten
+de feiten voor de arme menschen.
+
+Een ander levend wezen dat op het wrak gered was, zou ongetwijfeld
+met dezelfde openhartigheid gesproken hebben,--indien hij de gaaf
+van spreken bezeten had.
+
+Het was de hond, dien het zien van Negoro op zulk een onaangename
+Wijze scheen aan te doen. Er was hier werkelijk een onverklaarbare
+antipathie in het spel.
+
+Dingo,--dit was de naam van den hond,--behoorde tot het ras van
+bulhonden, wier oorsprong op Nieuw-Holland wordt gevonden. Niet in
+Australië evenwel, had de kapitein van de _Waldeck_ hem opgedaan. Twee
+jaren vroeger had men Dingo, half dood van den honger, zwervende
+ontmoet op het westelijk strand van de kust van Afrika, in den omtrek
+van de monding der Congo-rivier. De kapitein van de _Waldeck_ had het
+schoone dier opgenomen, dat, niet zeer gezellig, altijd een ouden
+meester scheen te betreuren, van wien hij met geweld gescheiden
+was en dien men in die woeste landstreek onmogelijk had kunnen
+opsporen.--S. V.,--deze twee letters, op zijn halsband gegraveerd, was
+alles wat dit dier aan een verleden bond, welks geheim men tevergeefs
+gezocht had.
+
+Dingo, een prachtig, sterk dier, grooter dan de honden der
+Pyreneën, was dus een fraai specimen van het ras der bulhonden van
+Nieuw-Holland. Als hij overeind ging staan en zijn kop naar achteren
+wierp, kwam hij in grootte met die van een mensch overeen.
+
+Zijn vlugheid, zijn spierkracht maakten er een van die dieren van
+die zonder aarzelen jaguars of panters aanvallen en een beer durven
+staan. Dicht van haar, met een langen, dikken en rechten staart als
+de staart van een leeuw, donker vaal van kleur, had Dingo alleen aan
+zijn snuit eenige plekken van een witachtige tint. Dit dier kon in
+een vlaag van kwaadheid geducht worden en men kan licht begrijpen dat
+Negoro volstrekt niet ingenomen was met het onthaal van dit krachtig
+staaltje dezer hondennatuur.
+
+Mocht Dingo nu echter niet gezellig zijn, ondeugend was hij niet. Hij
+scheen eer treurig te zijn. De oude Tom had aan boord van de _Waldeck_
+opgemerkt dat hij niet bijzonder op de zwarten gesteld was. Hij zou hen
+juist geen kwaad gedaan hebben, maar stellig ontweek hij hen. Misschien
+had hij op de Afrikaansche kust waar hij rondzwierf, eenige slechte
+behandeling van den kant der inboorlingen ondervonden. En hoewel
+Tom en zijn metgezellen werkelijk brave menschen waren, had Dingo
+zich nooit tot hen getrokken gevoeld. Gedurende de tien dagen dat de
+schipbreukelingen op de _Waldeck_ hadden doorgebracht, had hij zich
+afgezonderd en zich gevoed zonder dat iemand wist hoe, maar ook hij
+had bitteren dorst geleden.
+
+Dat waren dus de overlevenden van het wrak, hetwelk de eerste hevige
+golfslag zou onderdompelen. Het zou ongetwijfeld slechts lijken
+naar de diepte medegevoerd hebben, indien de onverwachte aankomst
+van den _Pelgrim_, zelf door tegenwind en windstilte opgehouden,
+kapitein Hull niet in de gelegenheid had gesteld een menschlievende
+daad te verrichten.
+
+Door de schipbreukelingen van de _Waldeck_ die hun spaarpenningen
+van drie jaren arbeid in deze schipbreuk verloren hadden, naar hun
+vaderland terug te brengen, zou dit goede werk voltooid worden. Dit zou
+nu geschieden. De _Pelgrim_ zou, na te Valparaiso gelost te hebben,
+den Amerikaanschen wal houden tot op de hoogte van Californië. Daar
+zouden Tom en zijn kameraden door James W. Weldon goed ontvangen
+worden,--en zij zouden voorzien worden van alles wat zij noodig hadden
+om den Staat van Pensylvanië te bereiken.
+
+De brave menschen, verzekerd van hun aankomst, waren met innige
+dankbaarheid jegens Mevr. Weldon en kapitein Hull bezield. Voorzeker
+waren zij hun veel verschuldigd, en, hoewel zij slechts arme negers
+waren, wanhoopten zij niet deze schuld van dankbaarheid eenmaal af
+te doen.
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+S.V.
+
+
+Intusschen had de _Pelgrim_ zijn reis hervat en getracht zooveel
+mogelijk oost te houden. Die betreurenswaardige aanhoudende windstilten
+gaven kapitein Hull vrij veel zorg, niet omdat hij zich ongerust
+maakte over een paar weken vertraging op een reis van Nieuw-Zeeland
+naar Valparaiso, maar wegens de groote vermoeienis die deze vertraging
+voor zijn passagiers zou hebben.
+
+Evenwel beklaagde Mevr. Weldon zich niet en verdroeg het onaangename
+van haren toestand zeer geduldig.
+
+Dien zelfden dag, den 2n Februari, 's avonds, geraakte het wrak uit
+het gezicht.
+
+Kapitein Hull zorgde in de eerste plaats om Tom en zijn makkers
+zoo goed mogelijk te logeeren. Het verblijf van de bemanning dat
+uit een hut op het dek bestond, zou te klein geweest zijn om ze te
+bevatten. Men nam dus de noodige schikkingen om hun een verblijf
+onder den bak te bezorgen. Trouwens waren deze brave menschen,
+aan harden arbeid gewoon, met weinig tevreden en met het schoone,
+warme en heilzame weder zou dit verblijf hun gedurende den geheelen
+overtocht ook voldoende zijn.
+
+Het leven aan boord dat door dit voorval een oogenblik uit zijn
+eentonigheid gewekt was, hernam zijn gewonen loop.
+
+Tom, Austin, Bat, Actéon, Hercules zouden gaarne de handen uit de
+mouw gestoken en zich verdienstelijk gemaakt hebben, maar met de
+vaste winden, was er, nadat de zeilen eenmaal gesteld waren, niets te
+doen. Wanneer men evenwel moest wenden, dan beijverden zich de oude
+neger en zijn kameraden om de equipage bij te staan en dat is zeker
+dat, als de kolossale Hercules een handje meehielp, men 't goed kon
+merken. Die krachtige neger, zes voet lang, verrichtte alleen het
+werk van den takel!
+
+Wat was het een pret voor den kleinen Jack, als hij den reus in 't
+gezicht kreeg! Hij was volstrekt niet bang voor hem en als Hercules
+hem in zijn armen deed opspringen alsof hij slechts een kleine jongen
+van kurk geweest was, dan waren het vreugdekreten die geen einde namen.
+
+"Licht me eens zoo hoog als je kunt," zei kleine Jack.
+
+"Daar, mijnheer Jack," antwoordde Hercules.
+
+"Ben ik niet zwaar?"
+
+"'k Voel je niet eens."
+
+"Toe dan nog hooger! Zoo hoog als je arm reikt!"
+
+Hercules hield dan de kleine voeten van het kind in zijn groote hand
+en liep met hem in de rondte als een kunstenmaker in een circus. Jack
+was dan in eens groot, heel groot geworden, wat hem ontzaglijk veel
+pleizier deed. Zelfs deed hij zijn best om zich zoo zwaar mogelijk
+te houden, hetgeen de reus niet eens opmerkte.
+
+Dick Sand en Hercules waren dus twee vrienden van den kleinen
+Jack. Weldra maakte hij zich een derden vriend.
+
+Dit was Dingo.
+
+Wij zeiden reeds dat Dingo geen zeer gezellige hond was. Dat kwam
+misschien ook veel omdat het gezelschap aan boord van de _Waldeck_
+hem niet bijzonder beviel. Met dat van den _Pelgrim_ was het een heel
+andere zaak. Jack wist waarschijnlijk het hart van het schoone dier
+te treffen. Dit kreeg al spoedig pleizier om met den kleinen jongen
+te spelen, wien dit spelen zeer beviel. Men zag gauw dat Dingo een
+van die honden was die veel van kinderen houden. Nu deed Jack het
+dier nooit kwaad. Zijn grootste plezier was om Dingo de rol van
+een vluggen harddraver te laten spelen, en wij mogen vrij aannemen
+dat een harddraver dezer soort te verkiezen is boven een viervoetig
+dier van bordpapier, al heeft dit rolletjes onder de pooten. Jack
+galoppeerde dus, op den rug van den hond gezeten, die het gaarne
+toeliet en inderdaad woog Jack voor hem niet meer dan de helft van
+een jockey voor een renpaard.
+
+Maar wat een bres elken dag in den voorraad suiker der kombuis!
+
+Dingo werd weldra de lieveling van de geheele bemanning. Negoro alleen
+bleef elke ontmoeting met het dier vermijden, welks antipathie tegen
+hem even onverklaarbaar bleef.
+
+Daarom had kleine Jack om Dingo zijn vriend van vroeger, Dick Sand,
+niet verzuimd. Al den tijd buiten zijn diensten aan boord, bracht de
+kweekeling met den kleinen jongen door.
+
+Dat Mevr. Weldon die vertrouwelijkheid zeer gaarne zag, kan men zich
+licht voorstellen.
+
+Eens, den 6n Februari, sprak zij over Dick Sand met kapitein Hull,
+die den jongen zeer prees.
+
+"Die jongen," zei hij tot mevr. Weldon, "zal eens een flink zeeman
+zijn, dat verzeker ik u! Hij heeft wezenlijk het instinct van de zee,
+en door dat instinct vult hij aan wat hem natuurlijk nog ontbreekt aan
+de theoretische zaken van het vak. Wat hij reeds weet is verwonderlijk,
+als men bedenkt hoe weinig tijd hij gehad heeft om het te leeren."
+
+"U moogt er nog wel bijvoegen," antwoordde Mevr. Weldon, "dat het ook
+een beste jongen is, die, zoolang we hem nu kennen, geen berisping
+verdiend heeft."
+
+"Ja, ja, 't is een goede jongen," hernam kapitein Hull, "met recht
+bemind en geacht door iedereen."
+
+"Als deze kampanje geëindigd is," zei Mevr. Weldon, "weet ik dat
+mijn man van plan is hem les in de hydrographie te laten nemen,
+om hem later een brevet van kapitein te doen verkrijgen."
+
+"Mijnheer Weldon heeft gelijk," antwoordde kapitein Hull. "Dick Sand
+zal eens de Amerikaansche marine eer aandoen."
+
+"Die arme wees is het leven treurig begonnen!" merkte Mevr. Weldon
+op. "Hij is in een harde leerschool geweest!"
+
+"Ongetwijfeld, mevrouw Weldon, maar die lessen zijn voor hem niet
+verloren gegaan. Hij heeft begrepen dat hij zich zelven moet helpen
+in deze wereld en hij is op het rechte pad."
+
+"Waarvan hij niet zal afwijken."
+
+"Zie eens, mevrouw," hernam kapitein Hull, "hoe de jongen daar aan het
+roer staat, het oog op den fokkehals gevestigd. Geen verstrooidheid
+van den jongen, dus ook geen gieren van het schip! Dick Sand heeft nu
+reeds de vastheid van een ouden roerganger! Een goed begin voor een
+zeeman! Ons vak, mevrouw, moet reeds als kind geleerd worden. Wie geen
+scheepsjongen is geweest, zal nooit een volleerd zeeman worden, althans
+bij de koopvaardij. Alles moet geleerd worden, en, bijgevolg moet
+alles instinctmatig en te gelijk beredeneerd bij den zeeman gaan,--het
+nemen van een besluit zoowel als het uitvoeren van een manoeuvre.
+
+"En toch, kapitein Hull," antwoordde Mevr. Weldon, "zijn er ook in
+de oorlogsmarine goede officieren in menigte."
+
+"Ja," antwoordde kapitein Hull, "maar de besten zijn bijna allen
+als kind bij het vak gekomen, en, om van Nelson en eenige anderen
+niet te spreken, zijn de slechtsten niet zij die als scheepsjongens
+begonnen zijn."
+
+Op dit oogenblik zag men neef Benedictus voor den dag komen, altijd in
+zich zelven gekeerd en evenmin met zijn gedachten op deze wereld als
+de profeet Elias het zal zijn als hij eenmaal op de aarde terugkomt.
+
+Neef Benedictus liep op en neer op het dek als een ziel in nood,
+terwijl hij de reten in de verschansing doorsnuffelde, onder de
+kippenhokken keek en zijn hand tusschen de naden van het dek stak op
+plaatsen waar het pek verdwenen was.
+
+"Wel, neef Benedict," vroeg Mevr. Weldon, "blijf je altijd wel?"
+
+"Ja.... nicht Weldon.... 'k ben wel gezond.... maar 'k verlang zeer
+aan land te komen."
+
+"Wat zoekt u toch onder die bank, mijnheer Benedict?" vroeg kapitein
+Hull.
+
+"Insecten, mijnheer!" hernam neef Benedictus. "Wat wil je dat 'k
+anders zoek dan insecten?"
+
+"Insecten! U zult het u moeten getroosten dat u op zee uw verzameling
+niet verrijken zult!"
+
+"En waarom niet, mijnheer? 't Is immers niet onmogelijk aan boord
+een of ander soort van...."
+
+"Neef Benedict," zei Mevr. Weldon, "geef kapitein Hull gerust de
+schuld! Zijn schip wordt zoo zindelijk gehouden, dat je platzak van
+je jacht zult terugkomen!"
+
+Kapitein Hull begon te lachen.
+
+"Mevrouw Weldon overdrijft," antwoordde hij. "Maar toch geloof
+ik, mijnheer Benedict, dat u je tijd met snuffelen in onze kooien
+verliezen zoudt."
+
+"'k Weet het!" riep neef Benedictus uit, de schouders ophalend,
+"'k Mag doen wat ik wil!...."
+
+"Maar in 't ruim van den _Pelgrim_," hernam kapitein Hull, "zult u
+misschien eenige kakkerlakken vinden, die evenwel niet veel bijzonders
+als insecten opleveren."
+
+"Niet veel bijzonders, die nachtelijke, zesvleugelige insecten die
+zich de verwenschingen van Virgilius en Horatius op den hals gehaaid
+hebben!" hernam neef Benedictus, zich daarbij in zijn geheele lengte
+oprichtend. "Niet veel bijzonders, die naaste bloedverwanten van de
+'periplaneta orientalis' en van den Amerikaanschen kakkerlak, die de
+schepen bewonen...."
+
+"Verpesten...." zei kapitein Hull.
+
+"Aan boord regeeren...." hernam neef Benedictus fier.
+
+"Een liefelijke regeering!...."
+
+"Is u geen entomoloog, mijnheer?"
+
+"Neen, gelukkig!"
+
+"Kom, neef Benedict," zei Mevr. Weldon glimlachend, "verlang nu niet
+dat we uit liefde voor de wetenschap verslonden worden!"
+
+"'k Wensch niets anders, nicht Weldon," antwoordde de driftige
+entomoloog, "dan mijn verzameling met het een of ander zeldzaam
+exemplaar te verrijken!"
+
+"Ben je dan niet tevreden met je aanwinst op Nieuw-Zeeland?"
+
+"Wel zeker, nicht Weldon, 'k Ben zoo gelukkig geweest een van die
+nieuwe staphylini machtig te worden, die tot nog toe slechts eenige
+honderden mijlen verder, in Nieuw-Caledonië, gevonden werden."
+
+Op dit oogenblik kwam Dingo, die met Jack speelde, al springende,
+wat dicht bij neef Benedictus.
+
+"Voort! voort!" zei deze, het dier wegduwende.
+
+"Veel ophebben met kakkerlakken en een hekel hebben aan honden!" riep
+kapitein Hull uit. "Hoe is 't mogelijk, mijnheer Benedict!"
+
+"Een goede hond toch!" zei kleine Jack, die den grooten kop van Dingo
+in zijn handjes nam.
+
+"Nu ja, 'k heb niets tegen den hond!..." antwoordde neef
+Benedictus. Maar dit zal 'k je zeggen. Dat drommelsche dier heeft de
+hoop teleurgesteld, die 'k bij zijn eerste ontmoeting had."
+
+"Maar, lieve Hemel!" riep Mevr. Weldon uit, "had je dan gehoopt hem
+te kunnen rangschikken in de orde der tweevleugeligen of in die der
+vliesvleugeligen?"
+
+"Neen," antwoordde neef Benedictus ernstig. "Maar is die Dingo, die
+van Nieuw-Zeelandsch ras is, niet gevonden op de westkust van Afrika?"
+
+"Dat is ongetwijfeld zoo," antwoordde Mevr. Weldon, "en Tom heeft
+het den kapitein van de _Waldeck_ dikwijls hooren zeggen."
+
+"Welnu, 'k had gedacht.... 'k had gehoopt.... dat die hond misschien
+eenige vlooien van een bijzonder ras, eigenaardig aan de Afrikaansche
+fauna, zou hebben meegebracht...."
+
+"Groote goedheid!" riep Mevr. Weldon uit.'
+
+"En dat misschien...." ging neef Benedictus verder, "de een of andere
+culex penetrans of irritans.... van een nieuwe soort...."
+
+"Hoor je, Dingo?" zei kapitein Hull. "Hoor je, mijn hond? je hebt
+volstrekt je plicht niet gedaan!"
+
+"Maar 'k ben een uur bezig geweest met hem te vlooien...." voegde
+de entomoloog op spijtigen toon er bij, "'k heb geen enkel insect
+kunnen vinden."
+
+"En dat zoudt u toch zeker wel onmiddellijk en meedoogenloos ter dood
+gebracht hebben, hoop ik!" riep kapitein Hull uit.
+
+"Mijnheer." antwoordde neef Benedictus droogjes, "weet dat Sir John
+Franklin zich angstvallig wachtte het geringste insect te dooden,
+al was het een Amerikaansche muskiet, wier beten heel wat geduchter
+zijn dan die van de vloo, en toch zult u me toestemmen dat Sir John
+Franklin een zeeman was zooals er weinige gevonden worden!"
+
+"Dat zal waar zijn!" zei kapitein Hull, even buigend.
+
+"En eens, toen hij vreeselijk gehavend werd door een tweevleugelig
+insect, tot de orde der diptera behoorende, (muggen, muskieten,
+vliegen), blies hij het weg, zeggende: Ga heen! De wereld is groot
+genoeg voor u en voor mij!"
+
+"Wel, wel!" zei kapitein Hull.
+
+"Ja mijnheer!"
+
+"Welnu, mijnheer Benedict," hernam kapitein Hull, "een ander, lang
+voor Sir John Franklin, heeft dit al gezegd!"
+
+"Een ander!"
+
+"Ja en die andere is oom Tobias."
+
+"Een entomoloog?" vroeg neef Benedictus levendig.
+
+"Neen! Oom Tobias van Sterne, en die waardige man heeft juist dezelfde
+woorden gesproken toen hij een muskiet liet vliegen die hem kwelde:
+'Ga, arme duivel,' zei hij, 'de wereld is groot genoeg om jou en mij
+te bevatten!'"
+
+"Een braaf mensch die oom Tobias!" antwoordde neef Benedictus. "Is
+hij dood?"
+
+"Dat geloof ik wel," hernam kapitein Hull ernstig, "want hij heeft
+nooit bestaan."
+
+Allen lachten, terwijl zij neef Benedictus aankeken.
+
+Onder dergelijke en vele andere gesprekken, die zoodra neef
+Benedictus er deel aan nam, altijd over een of ander punt der
+entomologische wetenschap liepen, vervlogen de lange uren dezer
+langdurige zeereis. Met een altijd schoone zee, maar met winden
+die de schoenerbrik verplichtten zoo dicht mogelijk bij den wind te
+houden. De _Pelgrim_ kon bij de zwakke bries niet spoedig het oosten
+halen en meer dan ooit verlangde hij die streken te bereiken, waar
+de wind hem gunstiger zoude zijn.
+
+Wij mogen vooral niet verzwijgen dat neef Benedictus getracht had
+den jeugdigen leerling in de verborgenheden der entomologie in te
+wijden. Maar Dick Sand had niet de minste neiging voor de beoefening
+dezer wetenschappen beloond. Uit gebrek aan beter, had de geleerde
+zich nu tot de negers gewend, die er niets van begrepen. Tom, Actéon,
+Bat en Austin waren zelfs de lessen ontloopen en de professor had
+zijn toevlucht genomen tot Hercules, die hem voorkwam wel eenigen
+aanleg te hebben voor natuurlijke historie.
+
+De reusachtige neger leefde dus in de wereld der torren, vleeschetende
+dieren, jagers, kanonniers, doodgravers, aardkevers, sylfen,
+aardtorren, schallebijters, koorwormen, onze-Lieve-Vrouwen-beestjes,
+terwijl hij de gansche verzameling van neef Benedictus bestudeerde,
+niet zonder dat deze duizend angsten uitstond, als hij die teere
+voorwerpen zag tusschen de dikke vingers van Hercules, die zoo hard
+en sterk waren als een schroef. Maar de kolossale leerling hoorde
+zoo gedwee de lessen van den professor aan, dat het wel waard was
+iets te wagen.
+
+Terwijl neef Benedictus zich op deze wijze bezighield, liet
+mevr. Weldon den kleinen Jack ook niet onledig. Ze leerde hem lezen
+en schrijven. Wat het rekenen betreft, was het zijn vriend Dick Sand
+die er hem de eerste beginselen van inprentte.
+
+Op den leeftijd van vijf jaar, dus nog als klein kind, leert men
+misschien beter door praktische spelen dan door theoretische lessen,
+die natuurlijk altijd wat zwaar zijn.
+
+Jack leerde lezen, niet in een A.B.C.-boek. maar door middel van
+beweegbare letters, die in 't rood op vierkante stukjes hout gedrukt
+waren; hij vermaakte zich met deze op die wijze te rangschikken dat
+er woorden van gevormd werden. Somtijds nam Mevr. Weldon deze blokjes
+hout en stelde een woord samen; daarna rommelde zij ze door elkander
+en moest Jack ze dan weer in orde brengen.
+
+De kleine jongen vond het zeer prettig op deze wijze lezen te
+leeren. Iederen dag besteedde hij eenige uren, nu eens in de kajuit
+dan op het dek, aan het rangschikken en weer in de war brengen van
+zijn alphabet.
+
+Dit nu bracht op zekeren dag zulk een buitengewoon en onverwacht
+voorval teweeg, dat het hier eenigszins uitvoerig moet vermeld worden.
+
+In den morgen van den 9n Februari hield Jack, in half liggende houding
+op het dek, zich wederom bezig met het vormen van een woord dat de
+oude Tom weder moest samenstellen, nadat de letters dooreen waren
+geschud. Tom hield de hand voor de oogen om niet valsch te spelen,
+zooals het hoort, want hij mocht niets zien en zag dan ook niets van
+'t geen de kleine jongen deed.
+
+Van deze verschillende letters, ten getale van een vijftig, waren
+eenige dezer vierkante blokjes met een cijfer voorzien, 't geen diende
+om getallen even goed als woorden te vormen.
+
+Deze blokjes waren op het dek gerangschikt, en de kleine Jack nam nu
+eens het eene, dan weer het andere om een woord te vormen--werkelijk
+een heele taak voor het kind.
+
+Nu draaide Dingo sedert eenige oogenblikken om den jongen heen, toen
+hij plotseling bleef staan. Zijn oogen vestigden zich op een punt,
+zijn linkerpoot werd in de hoogte gelicht, zijn staart bewoog zich
+krampachtig. Daarna wierp hij zich eensklaps op een der blokjes,
+pakte het in zijn bek en legde het op eenige schreden van Jack op
+het dek neder.
+
+Dit blokje had een hoofdletter,--de letter S.
+
+"Dingo! Wat is dat! Dingo!" riep de kleine jongen, die eerst bang
+was dat zijn S. door den hond zou ingeslikt worden.
+
+Maar Dingo kwam terug, pakte wederom een ander blokje en legde het
+naast het eerste neder.
+
+Dit tweede blokje was de hoofdletter V.
+
+Op het gezicht van deze V., uitte Jack een kreet.
+
+Dadelijk kwamen Mevr. Weldon, de kapitein en de leerling, die op het
+dek wandelden, toeloopen. De kleine Jack vertelde hun toen wat er
+gebeurd was.
+
+Dingo kende zijn letters! Dingo kon lezen! 't Was zeker, want Jack
+had het gezien!
+
+Dick Sand Wilde de twee blokjes opnemen, om ze aan zijn vriend Jack
+terug te geven, maar Dingo liet zijn tanden zien.
+
+Evenwel gelukte het den leerling weder in het bezit van de twee
+blokjes te komen en hij voegde ze weer bij de anderen.
+
+Doch opnieuw wierp Dingo zich op de twee zelfde letters en legde ze
+weer ter zijde. Dezen keer zette hij er zijn pooten op en scheen vast
+besloten ze te houden. Wat de andere letters van 't alphabet aangaat,
+zij schenen voor hem niet te bestaan.
+
+"Dat is vreemd!" zei Mevr. Weldon.
+
+"Werkelijk zeer zonderling," antwoordde kapitein Hull, die de twee
+letters met aandacht bekeek.
+
+"S. V."--zei Mevr. Weldon.
+
+"S. V."--herhaalde kapitein Hull.
+
+"Dat zijn dezelfde letters als op den halsband van Dingo staan!"
+
+Toen richtte hij zich eensklaps tot den ouden neger en vroeg:
+
+"Tom, heb je me niet verteld dat die hond nog maar kort aan den
+kapitein van de _Waldeck_ behoorde?"
+
+"Ja, mijnheer," antwoordde Tom. "Dingo was nog maar twee jaar aan
+boord."
+
+"En zei je er niet bij dat de kapitein van de _Waldeck_ dien hond op
+de westkust van Afrika had opgenomen."
+
+"Ja, mijnheer, in den omtrek van de monding van den Congo. 'k Heb
+het den kapitein dikwijls hooren vertellen."
+
+"Dus," vroeg kapitein Hull verder, "heeft men nooit geweten aan wien
+deze hond toebehoorde en ook niet van waar hij kwam."
+
+"Nooit mijnheer. Met een verloren hond is 't veel erger gesteld dan
+met een verloren kind. Hij heeft geen papieren en daarenboven kan
+hij niets zeggen."
+
+Kapitein Hull zweeg en was in diep gepeins verzonken.
+
+"Wekken deze twee letters een herinnering bij u op?" vroeg Mevr. Weldon
+den kapitein, na hem eenige oogenblikken met zijn gedachten alleen
+te hebben gelaten.
+
+"Ja, mevrouw, een herinnering, of liever een zonderlinge overeenkomst
+van gebeurtenissen."
+
+"Welke?"
+
+"Deze twee letters zouden wel eens een zin kunnen hebben en onze
+aandacht moeten vestigen op het lot van een stoutmoedig reiziger...."
+
+"Wat wilt u daarmede zeggen?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Dit, Mevrouw. In 1871,--twee jaar geleden dus,--vertrok een Fransch
+reiziger, op aansporing van het Aardrijkskundig Genootschap te Parijs,
+met het doel om dwars door Afrika van het westen naar het oosten
+door te dringen. Zijn punt van aankomst moest zoo dicht mogelijk
+bij kaap Deldago zijn, bij de monden van de Rovouma, die hij moest
+afzakken. Deze Fransche reiziger nu heette Samuel Vernon."
+
+"Samuel Vernon!" herhaalde Mevr. Weldon.
+
+"Ja, mevrouw, en zijn twee namen beginnen juist met de twee letters
+die Dingo onder allen heeft uitgezocht en die op zijn halsband
+gegraveerd zijn."
+
+"Inderdaad!" antwoordde Mevrouw Weldon, "En hoe is 't met den reiziger
+afgeloopen?"
+
+"Die reiziger vertrok," antwoordde kapitein Hull, "en sedert zijn
+vertrek heeft men niets meer van hem vernomen."
+
+"Nooit?" vroeg de leerling.
+
+"Nooit," herhaalde kapitein Hull.
+
+"Wat besluit u daaruit?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Dat Samuel Vernon de oostkust van Afrika niet heeft kunnen bereiken,
+hetzij hij door de inboorlingen gevangen genomen is, hetzij de dood
+hem onderweg heeft getroffen!"
+
+"En dan die hond?...."
+
+"Die hond zal hem toebehoord hebben en gelukkiger dan zijn meester zou
+hij, als mijn stelling juist is, naar het kustland van den Congo hebben
+kunnen terugkomen, omdat hij op het tijdstip dat deze gebeurtenissen
+hebben moeten plaats hebben, door den kapitein van de _Waldeck_
+is opgenomen."
+
+"Maar," merkte Mevr. Weldon op, "weet u of die Fransche reiziger
+bij zijn vertrek een hond bij zich had? Is 't geen eenvoudige
+veronderstelling?"
+
+"'t Is werkelijk maar een eenvoudige Veronderstelling, Mevrouw,"
+antwoordde kapitein Hull. "Maar zeker is 't, dat Dingo de twee
+letters S. en V., die juist de beginletters zijn van de twee namen
+van den Franschen reiziger, kent. Onder welke omstandigheden nu het
+dier geleerd heeft ze te onderscheiden, kan ik niet verklaren, maar,
+nog eens, hij kent ze ongetwijfeld en kijk, hij brengt er zijn poot
+bij en schijnt ons uit te noodigen ze met hem te lezen."
+
+En werkelijk kon men zich niet in het doel van Dingo vergissen.
+
+"Zou Samuel Vernon dan alleen geweest zijn, toen hij het kustland
+van den Congo verliet?" vroeg Dick Sand.
+
+"Dat weet ik niet," antwoordde kapitein Huil. "Maar 't dunkt me
+waarschijnlijk dat hij een geleide van inlanders heeft moeten
+meenemen."
+
+Op dit oogenblik verliet Negoro het verblijf der matrozen en kwam
+aan dek. Niemand merkte in 't eerst zijn tegenwoordigheid op en zag
+den zonderlingen blik dien hij wierp op den hond, toen hij de twee
+letters waarnam voor welke deze, als een jachthond voor het wild,
+scheen stil te staan. Maar Dingo, die den kok nu opmerkte, begon
+teekenen van de hoogste woede te geven.
+
+Negoro ging dadelijk naar het matrozen-verblijf terug, niet zonder
+dat hem een dreigend gebaar tegen den hond ontsnapt was.
+
+"Daar zit iets achter!" mompelde kapitein Hull, wien niets van dit
+kleine tooneel ontgaan was.
+
+"Maar, mijnheer," zei de leerling, "is het niet verwonderlijk dat
+een hond de letters kent van 't alphabet?"
+
+"Wel neen!" riep kleine Jack uit.
+
+"Mama heeft me dikwijls de geschiedenis verteld van een hond die lezen
+en schrijven en zelfs domino kon spelen als een ware schoolmeester."
+
+"Die hond, lief kind, die Munito heette, was geen geleerde, zooals
+je denkt. Als 'k gelooven mag wat men er me van gezegd heeft, zou hij
+de letters waarmee hij zijn woorden samenstelde niet eens van elkaar
+hebben kunnen onderscheiden. Maar zijn meester, een slimme Amerikaan,
+had opgemerkt dat Munito een bijzonder fijn gehoor had en nu had
+hij zich er op toegelegd dat zintuig te oefenen en er verwonderlijke
+uitwerkselen van verkregen."
+
+"Hoe legde hij het aan, mevrouw Weldon?" vroeg Dick Sand, die bijna
+even veel belang in de geschiedenis stelde als kleine jack.
+
+"Dat zal ik u zeggen, mijn vriend. Als Munito voor het publiek moest
+'werken', werden even zulke letters op een tafel uitgespreid. De hond
+liep op deze tafel heen en weer en wachtte totdat een woord werd
+voorgesteld, hetzij met luide, hetzij met zachte stem. Alleen was
+'t een noodzakelijke voorwaarde, dat zijn meester het woord wist."
+
+"Dus zou bij afwezigheid van zijn meester?...." zei de leerling.
+
+"De hond niets hebben kunnen doen," antwoordde Mevr. Weldon, "en
+ziehier waarom niet. Als de letters op de tafel uitgespreid lagen,
+liep Munito door dit alphabet. Kwam hij dan bij de letter welke hij
+moest uitkiezen om het verlangde woord te vormen, dan stond hij stil;
+maar hij bleef staan omdat hij het geluid hoorde van een tandenstoker
+dien de Amerikaan in zijn zak deed rammelen en dat voor ieder ander
+onmerkbaar was. Dit geluid was voor Munito het teeken om de letter
+te nemen en haar in de overeengekomen volgorde te plaatsen."
+
+"En is dat nu het geheele geheim?" vroeg Dick Sand.
+
+"Dat is 't geheele geheim," antwoordde Mevrouw Weldon, "'t Is zeer
+eenvoudig, als alles in de goochelkunst. Bij de afwezigheid van den
+Amerikaan, zou Munito niet meer Munito geweest zijn. 't Verwondert
+me dus wel, dat, nu zijn meester er niet bij is,--zoo al de reiziger
+Samuel Vernon ooit zijn meester geweest is--Dingo die twee letters
+heeft kunnen onderscheiden."
+
+"Dat is werkelijk zeer verwonderlijk," zei kapitein Hull. "Maar
+u moet bedenken, dat er hier slechts sprake is van twee letters,
+twee bijzondere letters, en niet van een woord dat in 't wild gekozen
+wordt. En dan dunkt mij dat die hond die aan de deur van een klooster
+aanbelde om zich meester te maken van den schotel die bestemd was
+voor de arme voorbijgangers, en die andere, die met een van zijn
+natuurgenooten belast was om den anderen dag het spit te draaien en die
+weigerde dezen post waar te nemen als 't zijn beurt niet was, dat deze
+honden, zeg ik, hooger verstandelijk ontwikkeld waren dan Dingo. Hoe
+het zij, we staan hier voor een onbetwistbaar feit. Van al de letters
+van dit alphabet heeft Dingo slechts deze twee uitgezocht: _S._ en
+_V._ De andere schijnt hij zelfs niet te kennen. Men moet er dus uit
+besluiten dat wegens de een of andere reden, die wij niet kennen,
+zijn aandacht bijzonder op deze twee letters is gevestigd geweest."
+
+"Och, kapitein Hull," hernam Dick, "als Dingo maar eens spreken
+kon!.... Misschien zou hij ons dan zeggen wat die twee letters
+beteekenen en waarom hij altijd zijn tanden aan onzen kok laat zien?"
+
+"En welke tanden!" antwoordde kapitein Hull, op het oogenblik dat
+Dingo, zijn bek opende, en dus zijn geducht gebit liet zien.
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+EEN WALVISCH IN 'T GEZICHT.
+
+
+Wat wonder dat dit zonderling voorval meermalen het onderwerp
+uitmaakte van de gesprekken, die op het halfdek van den _Pelgrim_
+tusschen Mevr. Weldon, kapitein Hull en den jeugdigen leerling gehouden
+werden. Deze laatste vooral voelde een instinctmatig wantrouwen jegens
+Negoro, wiens gedrag evenwel niet de minste berisping verdiende.
+
+Ook in het vooruit sprak men er over, maar men maakte daar niet
+dezelfde gevolgtrekkingen. Daar, in het matrozenverblijf, ging Dingo
+eenvoudig door voor een hond, die kon lezen en misschien zelfs beter
+schrijven dan één matroos aan boord. Zoo hij niet sprak, dan had hij
+daar waarschijnlijk goede redenen voor.
+
+"Maar eens," zei de roerganger Bolton, "eens zal die hond ons komen
+vragen, wat we voorleggen als de wind N.W. t. W. 1/2 W. is en dan
+zullen we hem moeten antwoorden!"
+
+"Er zijn dieren die spreken!" hernam een ander matroos, "zooals
+eksters en papegaaien! Waarom zou een hond het ook niet kunnen, al
+hij er lust toe heeft? 't Is moeielijker met een snavel te spreken
+dan met een mond!"
+
+"Zonder twijfel," antwoordde bootsman Howik. "Maar dat is nog nooit
+gebeurd."
+
+Wat zouden die goede menschen verbaasd gestaan hebben, als men
+hun verteld had, dat zoo iets wel degelijk gebeurd was, en dat een
+zeker Deensch geleerde een hond bezat, die duidelijk een twintigtal
+woorden uitsprak. Doch tusschen dat en 't geen dit dier begreep van
+wat hij zei, was een ontzaglijk verschil. Blijkbaar hechtte de hond,
+wiens stemspleet op die wijze georganiseerd was, dat geregelde tonen
+konden voortgebracht worden, niet meer beteekenis aan zijn woorden
+dan de papegaaien, de meerkollen of de eksters aan de hunne. De
+spreekwijze bij deze dieren is niets anders dan een soort van gezang
+of van gesproken kreten, die ontleend zijn aan een vreemde taal,
+waarvan men de beteekenis niet zou begrijpen.
+
+Hoe het zij, Dingo was de held aan boord geworden,--waarop hij zich
+evenwel geenszins liet voorstaan. Meermalen hernieuwde kapitein Hull
+de proef. De blokjes hout van het alphabet werden telkens opnieuw
+voor Dingo geplaatst, en steeds zonder te dwalen, zonder te aarzelen,
+werden de twee letters S. en V. onder alle door het zonderlinge dier
+uitgekozen, terwijl de andere nooit zijn aandacht trokken.
+
+Wat neef Benedictus aangaat, deze proef werd dikwijls voor hem
+herhaald, zonder dat zij hem belang scheen in te boezemen.
+
+"Evenwel," verwaardigde hij zich eens te zeggen, "moet men niet
+aannemen dat de honden alleen het voorrecht hebben op die wijze
+met oordeel begaafd te zijn! Andere dieren evenaren ze, alleen door
+hun instinkt te volgen. Zoo bijv. de ratten die het schip verlaten
+dat bestemd is om in zee te zinken; de bevers die het wassen van
+het water vooruit kunnen zien en hunne dijken dienovereenkomstig
+verhoogen; de paarden van Nicomedes, van Scanderberg en van Oppius,
+wier smart zoo bitter was, dat zij stierven bij den dood hunner
+meesters; de ezels, zoo merkwaardig door hun geheugen, en zoovele
+andere beesten eindelijk die den roem van het dierenrijk geweest
+zijn! Wie heeft niet gehoord van die verwonderlijk afgerichte vogels,
+die zonder fouten woorden schrijven door hunne meesters gedicteerd,
+van kaketoe's die zeer nauwkeurig het aantal personen in een salon
+weten te tellen! Is er geen papegaai geweest die met honderd gouden
+kronen betaald werd en zonder zich een enkel woord te vergissen den
+kardinaal, zijn meester, de Geloofsbelijdenis der apostelen opzei? En
+moet eindelijk de rechtmatige hoogmoed van een entomoloog niet ten
+top stijgen, als hij eenvoudige insecten de bewijzen ziet geven eener
+buitengewone bevatting en welsprekendheid het axioma bevestigen:
+
+
+ In minimis maximus Deus:
+
+
+de mieren, die een lesje zouden kunnen geven aan de magistraatspersonen
+van de grootste steden; de waterspinnen, die duikerklokken vervaardigen
+zonder ooit iets van werktuigkunde geleerd te hebben; de vlooien
+die rijtuigen voorttrekken als echte koetspaarden, die exerceeren
+als soldaten, die beter een kanon afvuren dan de geëxamineerde
+artilleristen van West-Point? [14] Neen! die Dingo verdient den lof
+niet die hem wordt toegezwaaid, en als hij zoo sterk in 't alphabet
+is, dan behoort hij ongetwijfeld tot een ras van bulhonden, dat in de
+classificatie van de zoölogische wetenschap nog geen plaats gevonden
+heeft, den 'canis alphabeticus' van Nieuw-Zeeland!"
+
+Inweerwil van deze en andere redeneeringen van den afgunstigen
+entomoloog, verloor Dingo niets van de algemeene achting en bleef
+hij in de gesprekken van de voorplecht behandeld worden als een
+bijzonder verschijnsel.
+
+Nochtans is het meer dan waarschijnlijk dat Negoro de ingenomenheid
+met het dier van allen aan boord niet deelde. Misschien vond hij hem te
+schrander. Wat hier van zij, de hond toonde altijd dezelfde vijandschap
+tegen den kok en ongetwijfeld zou hij er niet best afgekomen zijn,
+zoo hij van den eenen kant geen hond geweest was die van zich af kon
+bijten en van den anderen kant niet beschermd werd door de sympathie
+van de geheele equipage.
+
+Negoro vermeed dus meer dan ooit zich in tegenwoordigheid van Dingo
+te bevinden. Maar Dick Sand had meenen op te merken dat, sedert het
+voorval der twee letters, de wederkeerige tegenzin van den mensch en
+den hond was toegenomen. Dat was werkelijk onverklaarbaar.
+
+Den 10n Februari begon de wind uit het noord-oosten merkbaar af
+te nemen; reeds was deze gevolgd op die langdurige en verdrietige
+windstilten, gedurende welke de _Pelgrim_ bijna stillag. Kapitein Hull
+mocht dus hopen dat er zich weldra een verandering in de richting
+der luchtstroomen zou voordoen. Eindelijk zou de schoener-brik
+dan misschien voor den wind gaan loopen. Slechts negentien dagen
+geleden hadden zij de haven van Auckland verlaten. De vertraging
+was vooralsnog niet zeer belangrijk en met den wind dwars zou de
+_Pelgrim_, met behulp zijner zeilen, den verloren tijd gemakkelijk
+inhalen. Doch er zouden nog wel eenige dagen verloopen, voor er een
+bestendige bries uit het westen ging waaien.
+
+Dit gedeelte van de Stille-Zuidzee was altijd vrij eenzaam. Bijna
+geen enkel vaartuig vertoonde zich in deze streken. Het was een
+breedte die slechts hoogst zelden door de zeevaarders bezocht werd. De
+walvischvaarders der Zuidelijke zeeën overschreden den keerkring nog
+niet. Men kon dus op den _Pelgrim_, die door bijzondere omstandigheden
+gedwongen was geweest vóór den afloop der kampanjes de plaatsen waar
+gewoonlijk gevischt werd te verlaten, niet verwachten een schip dat
+dezelfde bestemming had te ontmoeten.
+
+Wat de transatlantische pakketbooten betreft, wij hebben reeds gezegd
+dat zij bij haar tochten tusschen Australië en het vasteland van
+Amerika niet zulk een noordelijken parallel volgden.
+
+Doch, omdat de zee verlaten is, moet men niet verzuimen haar tot
+de uiterste grenzen van den horizon gade te slaan. Zij moge voor
+onachtzame geesten eentonig schijnen, voor hem die haar kent en
+begrijpt, is er een oneindige afwisseling in haar op te merken. Haar
+ondoorgrondelijkste veranderingen bekoren de verbeelding van hen
+die de poëzie van den oceaan begrijpen. Een zeeplantje dat met den
+golfslag op en neer gaat, een boschje zeekroos dat slechts een lichte
+rimpeling op de oppervlakte der golven voortbrengt, een eindje plank
+welker geschiedenis men zou willen raden, meer is er niet noodig om aan
+die verbeelding den teugel te vieren. Voor deze oneindigheid wordt de
+geest door niets belemmerd. Onze voorstellingen hebben vrij spel. Elk
+van die moleculen water die de verdamping voortdurend tusschen de zee
+en den hemel doet afwisselen, bevat misschien het geheim van de een of
+andere vreeselijke ramp! Ook moet men ze benijden, hen wier diepste
+gedachten de verborgenheden van den Oceaan weten uit te vorschen,
+die geesten die zich van zijn beweeglijke oppervlakte verheffen tot
+de hoogten des hemels.
+
+En overal vertoont zich het leven, zoowel boven de oppervlakte der
+zee als onder haar. De passagiers van den _Pelgrim_ konden troepen
+vogels zien, die driftig jacht maakten op de kleinste vischjes;
+het waren landverhuizers die voor den winter het ruw klimaat der
+poolstreken verlaten. En meer dan eens gaf Dick Sand, ook hierin,
+als in zoovele andere zaken, den leerling van den heer Weldon, de
+bewijzen zijner verwonderlijke behendigheid met het geweer of pistool,
+door eenige van die vlugge luchtbewoners neer te vellen.
+
+Nu eens waren het witte, dan weder andere stormvogels wier vleugels
+omzoomd waren met een bruin randje. Somwijlen ook trokken troepen
+duiven voorbij of eenige van die vetganzen welker gang op het land
+zoo zwaar en zoo belachelijk is. Evenwel kunnen deze vetganzen,
+zooals kapitein Hull deed opmerken, door zich van hare stompen als
+vinnen te bedienen, de vlugste visschen tarten, in die mate zelfs,
+dat zij somtijds met springvisschen zijn verward geworden.
+
+Hooger doorkliefden reusachtige albatrossen de lucht met groote
+vleugelslagen en zetten zich vervolgens op de oppervlakte der zee
+neder, die zij met hun bek doorwoelden om er hun voedsel te zoeken.
+
+Al die tooneelen leverden een afwisselend schouwspel op, dat alleen
+door hen wier geest gesloten is voor de schoonheden der natuur,
+eentonig zou gevonden worden.
+
+Dienzelfden dag wandelde Mevr. Weldon op het achterdek van den
+_Pelgrim_, toen een vrij zonderling verschijnsel haar aandacht
+trok. Bijna plotseling was de zee roodachtig geworden. Men zou gezegd
+hebben dat zij met bloed was gekleurd, en deze onverklaarbare tint
+strekte zich zoo ver uit als de oogen konden zien.
+
+Op dat oogenblik bevond Dick Sand zich met kleinen Jack bij
+Mevr. Weldon.
+
+"Zie je, Dick," zei zij tot den leerling, "daar die vreemde kleur
+van het water? Zou dat zijn door de een of andere zeeplant?"
+
+"Neen, mevrouw," antwoordde Dick, "die kleur wordt voortgebracht door
+millioenen kleine schaaldiertjes, waarmede de groote zoogdieren zich
+gewoonlijk voeden. De visschers noemen dat met recht 'walvisch-eten'".
+
+"Schaaldiertjes!" zei Mevr. Weldon. "Maar ze zijn zoo klein dat men ze
+bijna zeeinsecten zou kunnen noemen. Neef Benedictus zou er misschien
+gaarne zijn verzameling mee willen verrijken!"
+
+"Neef Benedict!" riep zij toen.
+
+Neef Benedictus kwam toen uit zijn hut te voorschijn, bijna
+gelijktijdig met den kapitein.
+
+"Neef Benedictus," zei Mevr. Weldon, "zie toch eens die onmetelijke
+roodachtige bank, die zich uitstrekt zoover het oog reikt."
+
+"He!" zei kapitein Hull, "dat is walvisch-eten! Mijnheer Benedict,
+ziedaar een schoone gelegenheid om die vreemde soort van schaaldieren
+te bestudeeren!"
+
+"'t Zou wat!" zei de entomoloog.
+
+"Hoe! 't Zou wat!" riep de kapitein uit. "Maar u hebt het recht niet
+zulk een onverschilligheid voor te geven! De schaaldieren maken een
+van de zes klassen der gelede dieren uit [15] als ik me niet bedrieg,
+en als zoodanig...."
+
+"'t Zou wat!" zei nogmaals neef Benedictus, het hoofd schuddende.
+
+"Hoor eens! 'k Vind u vrij onverschillig voor een entomoloog!"
+
+"Entomoloog, goed," antwoordde neef Benedictus, "maar meer bijzonder
+hexapodist, kapitein, onthoud het goed!"
+
+"Hoe het zij," antwoordde de kapitein, "dat u geen belang in die
+schaaldieren stelt, mij wel, maar 't zou heel wat anders wezen, als
+u een walvisschenmaag hadt. Wat een smulpartij, in dat geval! want
+weet u, mevrouw Weldon, als wij, walvischvaarders, gedurende het
+vischseizoen in 't gezicht komen van een bank van die schaaldieren,
+dan worden onmiddellijk de harpoenen en de lijnen in orde gebracht! Wij
+zijn dan zeker dat het wild niet ver af is!"
+
+"Is 't mogelijk dat zulke kleine diertjes zulke groote kunnen
+voeden?" riep Jack uit.
+
+"Wel, mijn jongen," antwoordde kapitein Hull, "geven ons de
+microscopisch fijne meelkorreltjes geen goede soepen? Ja, en de natuur
+heeft het zoo gewild. Wanneer een walvisch zich te midden van dat
+roode water beweegt, is zijn soep gereed en heeft hij niets meer te
+doen dan zijn onmetelijken bek te openen, waarin dadelijk millioenen
+schaaldiertjes worden opgenomen, terwijl de talrijke baarden, waarmede
+het verhemelte van het dier voorzien is, zich uitspreiden als de
+netten van een visscher; niets kan er dan meer uit en een geweldige
+massa schaaldiertjes verzinkt in de enorme maag van den walvisch,
+als de soep van uw diner in de uwe."
+
+"Je begrijpt licht, Jack," merkte Dick Sand op, "dat mijnheer de
+walvisch zijn tijd niet verliest met een voor een die schaaldiertjes
+te pellen, zooals gij garnalen pelt!"
+
+"'k Moet er nog bijvoegen," zei kapitein Hull, "dat juist op het
+oogenblik als de ontzaglijke gulzigaard op die manier bezig is,
+'t gemakkelijkste is hem te naderen zonder zijn wantrouwen te
+wekken. Dat is dus juist het geschiktste oogenblik om hem met eenig
+succes te harpoeneeren."
+
+Op dit oogenblik, en als om kapitein Hull gelijk te geven, deed zich
+de stem van den matroos op den uitkijk hooren: "Een walvisch aan
+bakboordszij vooruit!"
+
+Kapitein Hull had zich opgericht.
+
+"Een walvisch!" riep hij uit.
+
+En door zijn visschersinstinct aangevuurd, snelde hij naar den bak.
+
+Mevr. Weldon, Jack, Dick Sand en zelfs neef Benedictus volgden hem
+terstond.
+
+En werkelijk gaf op vier mijlen onder lij, een zekere borreling
+te kennen dat een groot dier zich te midden der roode golven
+bewoog. Vooral walvischvaarders konden er zich niet in vergissen.
+
+Maar de afstand was nog te groot om de soort te kunnen onderscheiden,
+waartoe dit dier behoorde. Deze soorten zijn inderdaad zeer van
+elkander verschillend.
+
+Was het een van die echte walvisschen die bij voorkeur door de
+visschers van de noordpool-zeeën opgezocht worden? Die walvisschen,
+bij wie de rugvin ontbreekt, maar wier huid eene dikke laag spek
+bedekt, kunnen een lengte van vier-en-tachtig voet bereiken, hoewel
+de gemiddelde lengte geen zestig bedraagt, en in dit geval verschaft
+een enkele van die monsters tot honderd vaten traan.
+
+Was het integendeel een "humpback", die tot de soort der baleinoptera
+behoort,--een woord waarvan de eindlettergreep hem althans de gunst van
+den entomoloog had moeten doen verwerven? Zij zijn het die rugvinnen
+bezitten, wit van kleur en zoo lang als de halve lengte des lichaams,
+die als een paar vleugels uitzien en hem daardoor wel eenigszins op
+een vliegenden walvisch doen gelijken.
+
+Had men niet waarschijnlijker een "vinvisch" in 't gezicht, een
+zoogdier ook bekend onder den naam van "snavelwalvisch", die voorzien
+is van een rugvin en welks lengte die van den echten walvisch kan
+evenaren?
+
+Kapitein Hull en zijn bemanning konden nog geen uitspraak doen, maar
+zij beschouwden het dier nog met meer begeerte dan wel bewondering.
+
+Zoo het waar is dat een horlogemaker geen pendule kan zien zonder de
+onweerstaanbare behoefte te gevoelen haar op te winden, hoeveel meer
+moet dan niet de walvischvaarder op het gezicht van een walvisch door
+een dringende begeerte bezield zijn er zich meester van te maken! De
+jagers op grof wild zijn, zegt men, vuriger dan die op klein wild. Hoe
+grooter het dier is, des te meer wekt het de begeerlijkheid op! Wat
+moeten dan niet de jagers op olifanten en de visschers op walvisschen
+gevoelen! En dan bestond ook nog de teleurstelling der geheele equipage
+van den _Pelgrim_ om met eene halve lading thuis te varen!...
+
+Intusschen trachtte kapitein Hull het dier dat gesignaleerd was,
+te onderscheiden. Het was op dien afstand niet zichtbaar. Evenwel
+kon het geoefend oog van een walvischvaarder zich niet bedriegen in
+zekere bijzonderheden die gemakkelijk van verre te ontdekken waren.
+
+Werkelijk moest de straal, namelijk de kolom van damp en water die
+de walvisch door zijne neusgaten in de hoogte spuit, de aandacht
+wekken van kapitein Hull en hem de soort doen bepalen waartoe deze
+walvisch behoorde.
+
+"Dat is geen echte walvisch!" riep hij uit. "Zijn straal zou hooger
+zijn en een kleiner volumen hebben. Zoo van den anderen kant het
+geraas dat de straal maakt vergeleken kon worden met het verwijderd
+geluid van een stuk geschut, zou ik geneigd zijn te gelooven dat deze
+walvisch tot de soort der 'humpbacks' behoort; maar daar is niets
+van aan en wanneer men goed hoort, dan kan men zich overtuigen dat
+dit geluid van gansch anderen aard is."
+
+"Hoe denkt gij daarover, Dick?" vroeg kapitein Hull den leerling.
+
+"Mij dunkt, kapitein, dat we hier te doen hebben met een vinvisch. Zie
+eens, met welk een geweld hij dien waterstraal in de lucht spuit. Komt
+het u ook niet voor,--'t geen mijne meening zou bevestigen,--dat die
+straal meer water dan verdichte lucht bevat? En dat is immers een
+eigenaardige bijzonderheid van den vinvisch?"
+
+"Je hebt gelijk, Dick," antwoordde kapitein Hull. "Er is geen twijfel
+meer mogelijk! 't Is een vinvisch die aan de oppervlakte van die
+roode golven drijft."
+
+"Wat is dat een prachtig gezicht!" riep Jack uit.
+
+"Ja, mijn jongen! En wanneer men dan bedenkt dat het groote dier daar
+aan zijn ontbijt is en volstrekt niet vermoedt dat walvischvaarders
+naar hem kijken!"
+
+"'k Zou durven verzekeren, dat het een groote vinvisch is," merkte
+Dick Sand aan.
+
+"Ongetwijfeld," antwoordde kapitein Hull, die zich allengs begon op
+te winden, "ik schat hem ten minste op zeventig voet lengte!"
+
+"Ja, ja!" voegde de bootsman er bij. "Een half dozijntje walvisschen
+van die grootte en een schip als het onze zou genoeg hebben!"
+
+"Je hebt gelijk!" antwoordde kapitein Hull, die op de boegspriet klom
+om beter te kunnen zien.
+
+"En als we dezen hadden," voegde de bootsman er bij, "zouden we in
+weinige uren de helft der twee honderd vaten traan kunnen inschepen,
+die ons nog ontbreken."
+
+"Ja! inderdaad.... ja!...." mompelde kapitein Hull.
+
+"Dat is waar," hernam Dick Sand, "maar 't is geen gemakkelijke taak,
+somtijds, die geweldige vinvisschen aan te vallen!"
+
+"Niet gemakkelijk, niet gemakkelijk!" antwoordde kapitein Hull. "Ze
+hebben geduchte staarten, die men niet te dicht moet naderen! De
+sterkste sloep zou aan een goed gerichten slag geen weerstand
+bieden. Maar het voordeel beloont de moeite!"
+
+"Nu!" zei een der matrozen, "een prachtige vinvisch is toch ook een
+prachtige vangst!"
+
+"En winstgevend!" antwoordde een ander.
+
+"'t Zou jammer zijn dezen in 't voorbijgaan niet even te groeten!"
+
+Het was duidelijk dat de brave zeelieden op het gezicht van den
+walvisch hoe langer hoe meer bezield werden met den wensch hem te
+vangen. Een gansche lading traan maar voor het grijpen? Er bleef
+volgens hen niets anders meer te doen dan de vaten in het ruim van
+den Pelgrim te stuwen om de lading er van aan te vullen!
+
+Eenige matrozen die in het want van den fokkemast geklommen waren,
+deden kreten van begeerlijkheid hooren. Kapitein Hull sprak niet en
+stond op zijn nagels te bijten. Het was alsof een onweerstaanbare
+magneet den _Pelgrim_ en zijn geheele equipage aantrok.
+
+"Mama, mama!" hoorde men kleine Jack roepen, "'k zou zoo graag den
+walvisch hebben om te zien hoe hij er uit ziet!"
+
+"Zoo, zoo, zou je dien walvisch willen hebben, mijn jongen? Wel! waarom
+niet, vrienden!" antwoordde kapitein Hull, die eindelijk aan zijn
+geheime begeerte toegaf. "De hulpvisschers ontbreken ons wel, dat is
+waar, maar wij alleen...."
+
+"Ja, ja!" riepen de matrozen als uit één mond. "'t Zou de eerste keer
+niet zijn dat ik als harpoenier fungeer," voegde kapitein Hull er bij,
+"en dan zult ge kunnen oordeelen of ik den harpoen nog kan werpen!"
+
+"Hoera! hoera! hoera!" was het antwoord der bemanning.
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+TOEBEREIDSELEN.
+
+
+Men begrijpt licht dat het gezicht van dit reusachtig zoogdier zeer
+geschikt was om de bemanning van den _Pelgrim_ in zulk een opgewonden
+stemming te brengen.
+
+De walvisch, die zich te midden der roode golven bewoog, scheen
+ontzettend groot te zijn. Het was voorzeker zeer verleidelijk hem te
+vangen en de lading op deze wijze vol te maken! Konden visschers een
+dergelijke gelegenheid laten ontsnappen?
+
+Evenwel meende Mevr. Weldon aan kapitein Hull te moeten vragen of er
+geen gevaar voor de bemanning en voor hem in gelegen was een walvisch
+onder zulke ongunstige omstandigheden aan te vallen.
+
+"In het minst niet, mevrouw Weldon," antwoordde kapitein
+Hull. "Meermalen is het mij gebeurd dat ik den walvisch met een enkele
+boot vervolgde en 'k heb hem altijd meester kunnen worden. 'k Zeg
+u nogmaals, er is in 't geheel geen gevaar voor ons en dus ook niet
+voor u."
+
+Mevrouw Weldon was volkomen gerust gesteld en drong nu niet meer aan.
+
+Kapitein Hull nam nu dadelijk maatregelen om den walvisch te
+vangen. Hij wist bij ondervinding dat de jacht op deze soort van
+walvisschen met vrij ernstige moeilijkheden gepaard gaat en hij wilde
+deze allen trachten te voorkomen.
+
+Wat vooral deze vangst minder gemakkelijk maakte, was dat de equipage
+van de schoenerbrik slechts met een enkele boot kon werken, alhoewel
+de _Pelgrim_ een sloep bezat die in haar davits tusschen den grooten
+en den fokkemast hing, daarenboven drie walvischsloepen, waarvan twee
+langs bakboords- en stuurboordszijde waren opgehangen en de derde
+aan het hek.
+
+Gewoonlijk werden deze drie walvischsloepen gelijktijdig bij de
+vervolging der walvisschen gebruikt. Maar gedurende het vischseizoen
+werd, zooals men weet, een hulpequipage, ontleend aan sommige
+factorijen op Nieuw-Zeeland, aan boord genomen.
+
+Doch in de omstandigheden waarin de _Pelgrim_ voor het oogenblik
+verkeerde, waren er slechts vijf matrozen beschikbaar, juist genoeg
+om een enkele der walvischsloepen te wapenen. De hulp van Tom en
+zijn kameraden aan te nemen, die zich dadelijk hadden aangeboden,
+was onmogelijk, want het besturen van een whaleboot vordert bijzonder
+daartoe afgerichte zeelieden. Een verkeerde manoeuvre met het roer of
+een riem kan bij den aanval het behoud van de sloep in gevaar brengen.
+
+Van den anderen kant wilde kapitein Hull zijn schip niet verlaten
+zonder er althans een man der bemanning achter te laten in wien hij
+vertrouwen stelde. Men moest op alle mogelijkheden bedacht zijn.
+
+Nu was kapitein Hull verplicht om ter bemanning der sloep flinke
+zeelieden te kiezen en moest zich daarom voor de zorg om op den
+_Pelgrim_ de wacht te houden op Dick Sand verlaten.
+
+"Dick," zei hij tot dezen, "u belast ik om in mijn afwezigheid,
+die naar ik hoop, niet lang zal zijn, aan boord te blijven!"
+
+"Goed, mijnheer," antwoordde de leerling.
+
+Dick had nu eigenlijk wel gaarne deel willen nemen aan die visscherij,
+die een groote aantrekkelijkheid voor hem had, maar hij begreep dat
+eensdeels de armen van een volwassen man beter geschikt waren voor
+de bediening der walvischsloep dan de zijne en dat anderdeels hij
+alleen kapitein Hull kon vervangen. Hij onderwierp zich dus.
+
+De bemanning der sloep zou uit vijf man bestaan, bootsman Howik
+er onder begrepen, die de geheele bemanning van den _Pelgrim_
+uitmaakten. De vier matrozen zouden de riemen hanteeren en Howik den
+langen riem houden, die dient om een boot dezer soort te besturen. Van
+een eenvoudig roer zou de werking niet snel genoeg zijn en bijaldien
+de riemen buiten dienst gesteld worden, kan de lange of stuurriem,
+zoo hij goed gehanteerd wordt, de sloep buiten het bereik der slagen
+van het monster brengen.
+
+Wat kapitein Hull aangaat, deze had voor zich den post van harpoenier
+bewaard en zooals hij reeds zei, het zou niet de eerste maal zijn. Hij
+moest het eerst den harpoen werpen, daarna het afloopen van de lange
+lijn bewaken die aan zijn uiteinde was bevestigd en vervolgens het
+dier, zoodra het zich aan de oppervlakte van den oceaan vertoonde
+met lanssteken afmaken.
+
+De walvischvangers maken somtijds gebruik van vuurwapenen voor deze
+soort van visscherij. Door middel van een daartoe ingericht werktuig,
+een soort van klein kanon, of aan boord van het vaartuig, of voor in
+de boot, werpen zij, hetzij een harpoen die de lijn aan zijn uiteinde
+bevestigd medevoert, of ontplofbare kogels die groote verwoestingen
+in het lichaam van het dier aanrichten.
+
+Maar de _Pelgrim_ was niet van toestellen dezer soort voorzien. Het
+zijn trouwens vuurwapenen van hoogen prijs, die vrij moeielijk te
+behandelen zijn, en de visschers die niet veel met nieuwigheden op
+hebben, schijnen het gebruik der van ouds gebruikelijke wapenen te
+verkiezen, waarvan zij zich behendig bedienen, namelijk den harpoen
+en de lans.
+
+Het is dus met de gewone middelen, den walvisch namelijk met de
+blanke wapenen aan te vallen, dat kapitein Hull zou beproeven den
+vinvisch, die op vijf mijlen van zijn vaartuig gesignaleerd was,
+machtig te worden.
+
+Overigens zou het weder dezen tocht begunstigen. De zee was zeer kalm
+en gunstig voor de manoeuvres van een walvischvanger. De wind was
+aan het afnemen en de _Pelgrim_ zou slechts zeer weinig afdrijven,
+terwijl zijn equipage zich in volle zee bezighield.
+
+De walvischsloep aan stuurboordszijde werd dus dadelijk gestreken en
+de vier matrozen bemanden het ranke vaartuigje.
+
+Howik reikte hun twee van die lange werpspiesen over, die als harpoenen
+moeten dienen en daarna twee lange lansen met scherpe punten. Bij deze
+aanvalswapenen voegde hij vijf strengen, buigzame en sterke touwen,
+die de walvischvangers "lijnen" noemen en die een lengte hebben van
+zeshonderd voet. Korter mogen zij niet zijn, want het gebeurt meermalen
+dat al deze "lijnen" aan elkander gebonden, niet toereikend zijn om
+den walvisch bij zijn vaart naar de diepte genoeg te kunnen vieren.
+
+Dat waren de verschillende toestellen die met zorg vóór in de sloep
+gereed gelegd werden.
+
+Howik en de vier matrozen wachtten nog slechts op de order om den
+sleper los te gooien.
+
+Een enkele plaats vóór in de sloep,--die van kapitein Hull,--was
+nog onbezet.
+
+Het spreekt van zelf dat de equipage van de _Pelgrim_, alvorens van
+boord te gaan, het schip bijgedraaid had. Met andere woorden, de raas
+werden zoodanig gebrast, dat de zeilen, tegen elkander in werkende,
+de schoenerbrik nagenoeg op dezelfde plaats hielden.
+
+Op het oogenblik dat kapitein Hull zich zou inschepen, wierp hij nog
+een laatsten blik op zijn vaartuig. Hij overtuigde zich dat alles
+in orde was, met behoorlijk gestelde zeilen. Daar hij den leerling
+gedurende een afwezigheid van misschien eenige uren aan boord liet,
+wilde hij met recht dat Dick Sand, tenzij uit noodzakelijkheid geen
+enkele manoeuvre had uit te voeren.
+
+Op het punt van te vertrekken, gaf hij hem zijn laatste instructies.
+
+"Dick," zei hij, "ik laat je alleen. Zorg voor alles. Zoo 't, wat zeer
+onwaarschijnlijk is, noodig werd het schip te manoeuvreeren ingeval
+we te ver bij de vervolging van den walvisch werden meegevoerd, zouden
+Tom en zijn kameraden je zeer goed kunnen helpen. Door ze goed aan hun
+verstand te brengen wat ze te doen hebben, ben ik er zeker van dat ze
+'t doen zouden."
+
+"Ja, kapitein Hull," antwoordde de oude Tom, "en mijnheer Dick kan
+op ons rekenen."
+
+"Beveel, beveel!" riep Bat. "We zouden zoo graag willen helpen!"
+
+"Waaraan moeten we trekken?..." vroeg Hercules, terwijl hij de wijde
+mouwen van zijn wambuis opstroopte.
+
+"Aan niets op 't oogenblik," antwoordde Dick Sand glimlachende.
+
+"Tot uw dienst," hernam de kolossale kerel.
+
+"Dick," hernam, kapitein Hull, "'t is mooi weer. De wind is gaan
+liggen. Geen enkel teeken zie ik dat hij weer aan zal wakkeren. Wat
+er gebeure, strijk geen boot en verlaat het schip niet!"
+
+"Dat beloof ik u, kapitein."
+
+"Als het noodig mocht worden dat de _Pelgrim_ naar ons toekwam,
+zou ik je waarschuwen door een vlag aan een bootshaak te hijschen."
+
+"Wees gerust, kapitein, 'k zal de sloep niet uit het oog verliezen,"
+antwoordde Dick Sand.
+
+"Goed, mijn jongen. Moed en koelbloedigheid. Je bent nu tweede
+kapitein. Houd je graad in eer. Nooit heeft iemand van dien leeftijd
+hem bekleed!"
+
+Dick Sand antwoordde niet, maar een blos van vergenoegen verspreidde
+zich over zijn gelaat. Kapitein Hull begreep dezen blos en dezen
+glimlach.
+
+"Die brave jongen," dacht hij, "bescheiden en vergenoegd, zoo is
+de jongen!"
+
+Evenwel bleek het uit deze dringende aanbevelingen duidelijk dat, al
+stak er werkelijk niets gewaagds in, kapitein Hull niet gaarne zijn
+schip verliet, zelfs niet voor eenige uren. Maar zijn onweerstaanbaar
+visschersinstinct en vooral de vurige begeerte zijn lading traan aan
+te vullen en aan de verplichtingen te voldoen die James W. Weldon te
+Valparaiso had aangegaan, dat alles vuurde hem aan het avontuur te
+wagen. Daarenboven was de zee op 't oogenblik zoo bijzonder geschikt om
+een walvisch te vervolgen. Noch zijn equipage, noch hij zelf konden
+zulk een verzoeking weerstaan. De tocht zou op die wijze nog goed
+kunnen worden en deze laatste beweegreden was het vooral die hem alle
+bedenkingen over het hoofd deed zien.
+
+Kapitein Hull richtte zich naar de valreep.
+
+"Veel geluk!" wenschte Mevr. Weldon hem.
+
+"Heb dank, mevrouw Weldon!"
+
+"Doe dien armen walvisch toch vooral niet te veel pijn!" riep kleine
+Jack.
+
+"Neen, mijn jongen!" antwoordde kapitein Hull.
+
+"Vang hem heel zachtjes, mijnheer."
+
+"Ja.... met handschoenen, Jack!"
+
+"Somtijds," merkte neef Benedictus aan, "vindt men vrij zeldzame
+insecten op den rug van die groote zoogdieren!"
+
+"Goed, mijnheer Benedict," antwoordde kapitein Hull lachend, "u hebt
+het recht om je hart als entomoloog zooveel als je maar wilt op te
+halen als onze visch langs den _Pelgrim_ drijft!"
+
+Daarna zich tot Tom wendende, zeide hij:
+
+"Tom, 'k reken op u en je kameraden, om ons den walvisch te helpen aan
+stukken houwen, als hij aan den romp van het schip is vastgesjord,--wat
+niet lang zal duren."
+
+"U zult ons volkomen bereid vinden, mijnheer," antwoordde de oude
+neger.
+
+"Goed!" antwoordde kapitein Hull.--"Dick, die goede menschen zullen
+je helpen de ledige vaten gereed te maken. Terwijl we weg zijn zullen
+ze die op het dek brengen en dan zal het werk bij onze terugkomst
+met spoed gaan."
+
+"'t Zal geschieden, kapitein."
+
+Voor hen die het niet weten, zij hier gezegd dat de walvisch, eens
+dood, naar den _Pelgrim_ gesleept en stevig aan stuurboordszijde moest
+vastgesjord worden. Dan gaan er matrozen, wier laarzen met scherpe
+haken voorzien zijn op den rug van het ontzaglijk gevaarte zitten en
+hakken het in regelmatige, evenwijdig loopende strooken in de richting
+van den kop naar den staart. Deze strooken worden dan in stukken van
+anderhalven voet gesneden en verder in kleinere stukken verdeeld,
+die, na in de vaten weggestuwd te zijn in het ruim worden geborgen.
+
+Meestentijds tracht de walvischvaarder, zoodra de visscherij is
+afgeloopen, zoo spoedig mogelijk den wal te halen, teneinde de
+laatste hand aan de bewerking van den visch te leggen. De equipage
+zoekt ergens aan het strand een geschikte plaats om tot het smelten
+van het spek over te gaan, dat onder de werking van het vuur het
+bruikbare gedeelte, namelijk de traan, levert. [16]
+
+Maar in de omstandigheden waarin kapitein Hull op het oogenblik
+verkeerde, kon hij moeielijk teruggaan, om deze bewerking te voltooien
+en dacht hij het eerst te Valparaiso te doen. Bovendien hoopte hij met
+dezen wind, die, voordat er twintig dagen zouden verloopen zijn, weldra
+naar het westen zou loopen, de Amerikaansche kust te bereiken, en dit
+tijdsverloop kon de resultaten zijner vangst niet in gevaar brengen.
+
+Het oogenblik van vertrek was nu gekomen. Voordat de _Pelgrim_ door het
+tegenbrassen der zeilen nagenoeg onbeweeglijk was geworden, had men hem
+iets dichter bij de plaats gebracht waar de walvisch door het uitwerpen
+van damp en water zijn tegenwoordigheid bleef te kennen geven.
+
+De walvisch zwom altijd te midden van het uitgestrekte roode veld
+van schaaldiertjes en opende automatisch zijn ontzaglijken bek om
+bij elken slok millioenen diertjes op te slorpen.
+
+Volgens de deskundigen aan boord, bestond er volstrekt geen vrees
+dat hij zou ontsnappen. Hij was ongetwijfeld wat de visschers een
+"vechtwalvisch," noemen.
+
+Kapitein Hull stapte de verschansing over, liet zich langs de valreep
+zakken, en stapte voor in de boot.
+
+Mevr. Weldon, Jack, neef Benedictus, Tom en zijn kameraden riepen
+den kapitein geluk en een laatst vaarwel toe.
+
+Dingo zelfs, die op zijn achterpooten ging staan en zijn kop boven
+de reeling uitstak, scheen de equipage vaarwel te zeggen.
+
+Daarna begaven allen zich naar het voorschip, om toch vooral niets
+van al de belangwekkende tooneelen eener dergelijke visscherij te
+verliezen.
+
+De walvischsloep stak van boord en begon onder de krachtige riemslagen
+van haar vier riemen zich van den _Pelgrim_ te verwijderen.
+
+"Pas goed op, Dick, pas goed op!" riep kapitein Hull een laatste maal
+den leerling toe. "Een oog voor het schip, een oog voor de sloep,
+mijn jongen! Vergeet het niet!"
+
+"Wees gerust, kapitein," antwoordde Dick Sand, die bij het roer
+ging staan.
+
+De lichte boot bevond zich reeds verscheiden honderden voeten van
+het schip af. Kapitein Hull, overeind op de voorplecht, kon zich
+nu niet meer doen hooren, maar hernieuwde zijn aanbevelingen met de
+nadrukkelijkste gebaren.
+
+Op dat oogenblik liet Dingo, nog altijd met zijn pooten op de reeling,
+een jammerlijk geblaf hooren, dat op bijgeloovige menschen een
+ongunstigen indruk zou gemaakt hebben.
+
+Dit geblaf deed zelfs Mevr. Weldon ontstellen.
+
+"Dingo," zei ze, "Dingo! moedig je op die wijze je vrienden aan? Kom,
+een helder, vroolijk geblaf!"
+
+Maar de hond blafte niet meer, liet zich op zijn pooten neervallen en
+kwam langzaam naar Mevr. Weldon toe, wier hand hij vriendelijk likte.
+
+"Hij kwispelstaart niet!" mompelde Tom. "Een slecht teeken! Een
+slecht teeken!"
+
+Maar bijna op hetzelfde oogenblik richtte Dingo zich op en barstte
+in een woedend gehuil uit.
+
+Mevr. Weldon keerde zich om.
+
+Negoro had zoo even het matrozenverblijf verlaten en richtte zich
+naar de voorplecht, met het blijkbare doel om evenals de anderen,
+de manoeuvres van de walvischsloep gade te slaan.
+
+Dingo vloog op den kok toe, ten prooi aan de grootste, doch tevens
+aan de meest onverklaarbare woede.
+
+Negoro pakte een handspaak en nam een verdedigende houding aan.
+
+De hond was op het punt hem naar de keel te vliegen.
+
+"Hier, Dingo, hier!" riep Dick Sand, die zijn post van observatie
+een oogenblik verliet en naar voren liep.
+
+Ook Mevr. Weldon van haar kant trachtte den hond te doen bedaren.
+
+Dingo gehoorzaamde, niet zonder tegenzin en kwam, een dof gebrom
+doende hooren, naar den leerling terug.
+
+Negoro had geen enkel woord geuit, maar was een oogenblik bleek
+geworden. Vervolgens zijn handspaak latende vallen, ging hij naar
+zijn hut terug.
+
+"Hercules," zei Dick Sand daarop, "ik draag je dringend op het oog
+op dien man te houden."
+
+"'k Zal hem in 't oog houden," antwoordde Hercules eenvoudig, terwijl
+zijn twee kolossale vuisten zich ten teeken van toestemming sloten.
+
+Mevr. Weldon en Dick Sand sloegen den blik na dit voorval wederom op
+de sloep, die door haar vier riemen snel werd voortbewogen.
+
+Weldra was zij nog slechts een stip op de onmetelijke zee.
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+DE WALVISCH.
+
+
+Kapitein Hull, een man van ondervinding in de jacht op walvischen,
+liet niets aan het toeval over. De vangst van een vinvisch vooral,
+is een moeielijke taak en geen enkele voorzorg mag verzuimd worden. En
+geen enkele werd verzuimd in deze omstandigheid.
+
+Al dadelijk bestuurde kapitein Hull de sloep op die wijze dat zij den
+walvisch aan lij zou naderen, opdat hij door niet het minste geluid
+kon verontrust worden.
+
+Howik bestuurde dus de sloep volgens de vrij uitgestrekte kromme lijn
+die de roodachtige bank afteekende, te midden waarvan de walvisch
+zijn ontbijt gebruikte. Men moest dus om hem heen varen.
+
+De bootsman die deze manoeuvre ten uitvoer bracht, was een zeeman van
+groote koelbloedigheid, in wien kapitein Hull het meeste vertrouwen
+stelde. Men had van hem geen aarzeling, noch verstrooiing te vreezen.
+
+"Pas op je roer, Howik," zei kapitein Huil. "We zullen probeeren den
+walvisch te verrassen en hem met rust laten totdat we dichtbij genoeg
+zijn om hem te harpoeneeren."
+
+"Begrepen, mijnheer," antwoordde de bootsman. "Ik zal den omtrek,
+van dat roodachtig water volgen, maar op die wijze dat we altijd aan
+lij blijven."
+
+"Goed!" zei kapitein Hull.--"Jongens, zoo stil mogelijk geroeid."
+
+De met stroo omwonden riemen ploften dan ook bij elken slag zonder
+eenig geruisch in het water.
+
+De met behendigheid door den bootsman bestuurde sloep, had de
+uitgestrekte bank der schaaldieren bereikt. Aan stuurboordszijde
+dompelden zich de riemen nog in het groene heldere water, terwijl
+van die aan bakboordszij, de roodachtige vloeistof als met duizenden
+bloeddruppels scheen af te stroomen.
+
+"Wijn en water!" zei een der matrozen.
+
+"Ja," antwoordde kapitein Hull, "maar water dat men niet drinken en
+wijn dien men niet slikken kan!--Kom jongens, geen gepraat meer en
+flink doorgezet!"
+
+De door den bootsman bestuurde sloep, gleed zonder geruisch over
+de oppervlakte van het vetachtige water, alsof zij over een laag
+olie heenvoer.
+
+De walvisch bewoog zich niet en scheen de boot, die een kring om haar
+heen beschreef, niet opgemerkt te hebben.
+
+Natuurlijk moest kapitein Hull bij het maken van dezen omweg zich al
+verder en verder van den _Pelgrim_ verwijderen, die door den afstand
+allengs kleiner werd.
+
+De snelheid waarmede de voorwerpen in zee door den afstand afnemen,
+heeft altijd iets zonderlings. Het is alsof men ze bekijkt door een
+verrekijker dien men omgekeerd in de hand houdt. Dit gezichtsbedrog
+moet blijkbaar daaraan toegeschreven worden dat de punten van
+vergelijking ons in die onmetelijke ruimten ontbreken. Zoo ging het
+ook met den _Pelgrim_, die zichtbaar afnam en reeds veel verder af
+scheen dan dat hij het werkelijk was.
+
+Een half uur nadat kapitein Hull en de zijnen het schip verlaten
+hadden, bevonden zij zich juist aan lij van den walvisch, zoodanig
+dat deze zich in het midden tusschen het schip en de sloep bevond.
+
+Het oogenblik was dus nu gekomen om hem zoo stil mogelijk te
+naderen. Het was niet onmogelijk dat men ter zijde van het dier komen
+en het op den geschikten afstand kon harpoeneeren, voordat hij hen
+opgemerkt had.
+
+"Roeit wat zachter, jongens," zei kapitein Hull met gesmoorde stem.
+
+"Me dunkt," antwoordde Howik, "dat het grondeltje iets gemerkt
+heeft! want het spuit minder hard dan straks!"
+
+"Stilte! stilte!" hernam kapitein Hull.
+
+Vijf minuten later, bevond zich de sloep een kabellengte van den
+walvisch af. [17]
+
+De bootsman, achter in de sloep overeind staande, stuurde zoodanig dat
+zij het reusachtige zoogdier aan de linkerzijde naderden, maar vermeed
+daarbij met de grootste zorg in het bereik van zijn ontzaglijken
+staart te komen, waarvan één slag voldoende ware geweest om de boot
+te verbrijzelen.
+
+Vóór in de boot stond kapitein Hull, met de beenen een weinig uiteen
+om des te beter zijn evenwicht te kunnen bewaren, bij het doen van
+den eersten worp. Men mocht gerust op zijn behendigheid rekenen,
+waarvan hij weldra de bewijzen zou geven als de harpoen in de dikke
+massa bleef steken, die boven het water uitkwam.
+
+Bij den kapitein, in een balie, lag een der vijf lijnen opgeschoten,
+die stevig aan den harpoen bevestigd was en waaraan achtereenvolgens
+de vier andere zouden geknoopt worden, indien de walvisch zeer diep
+onderdook.
+
+"Zijn we er, jongens?" vroeg kapitein Hull zacht.
+
+"Ja," antwoordde Howik, terwijl hij zijn riem stevig in zijn krachtige
+vuisten vastklemde.
+
+"Leg aan! leg aan!"
+
+De bootsman voldeed aan het bevel en de sloep legde zich op ongeveer
+tien voet aan de zijde van het dier.
+
+Dit verplaatste zich niet en scheen te slapen. De walvisschen die
+men op deze wijze in hun slaap verrast, kunnen gemakkelijker gevangen
+worden en het gebeurt dikwijls dat de eerste worp hen reeds doodelijk
+treft.
+
+"Die onbeweeglijkheid is nog al vreemd!" dacht de kapitein. "De schelm
+moet niet slapen, en toch!.... Daar zit iets achter!"
+
+Zoo dacht de bootsman er ook over, die het dier ook aan de andere
+zijde trachtte te zien.
+
+Doch het was nu geen tijd om na te denken, men moest handelen.
+
+Kapitein Hull, die zijn harpoen bij het midden van den steel gevat
+had, hield hem meermalen in evenwicht teneinde zich des te beter van
+de juistheid van zijn worp te verzekeren, terwijl hij op de zijde
+van den walvisch mikte. Daarna wierp hij hem met alle kracht.
+
+"Strijken, strijken!" riep hij dadelijk.
+
+En de matrozen, gelijktijdig achteruit roeiende, deden de sloep snel
+achteruitgaan, met het doel haar voorzichtig buiten het bereik van
+het zeemonster te brengen.
+
+Maar op dit oogenblik deed een kreet van den bootsman begrijpen
+waarom de walvisch zich zoo lang en zoo zonderling onbeweeglijk aan
+de oppervlakte der zee hield.
+
+"Een walvischjong!" zeide hij.
+
+En werkelijk had de walvisch, na door den harpoen getroffen te zijn,
+zich bijna geheel op de zijde gewend, terwijl het dier op die wijze
+een jong liet zien dat het bezig was te zoogen.
+
+Deze omstandigheid, en Kapitein Hull was hiervan zeer goed bewust,
+moest de vangst van den walvisch veel moeielijker maken. De moeder
+zou zich natuurlijk met meer woede verdedigen, zoowel voor zich zelve
+als om haar "kleintje" te beschermen--indien men althans dien naam
+kan geven aan een dier dat niet minder dan twintig voet was.
+
+Evenwel werd de vrees dat de walvisch zich onmiddellijk op de sloep
+zou werpen niet bewaarheid en er was geen reden, om de lijn, waaraan
+de harpoen bevestigd was, door te snijden, met het doel om dadelijk
+op de vlucht te gaan. Integendeel, en zooals dit meestal gebeurt,
+dook de walvisch, gevolgd door zijn jong, eerst in zeer schuinsche
+richting; daarna, zich met een ontzaglijken sprong in de hoogte
+werpende, begon hij met buitengewone snelheid aan de oppervlakte van
+het water te zwemmen.
+
+Maar voordat hij onderdook, hadden kapitein Hull en de bootsman,
+die beiden overeind in de boot stonden, den tijd gehad hem te zien
+en hem dus op zijn juiste waarde te schatten.
+
+En werkelijk was deze "vinvisch" een walvisch van de grootste
+soort. Zijn lengte bedroeg van den kop tot den staart minstens tachtig
+voet. Zijn huid, van een geelachtig bruin, was als bezaaid met talrijke
+vlekken van donkerder kleur.
+
+Het ware inderdaad jammer geweest, na een gelukkigen aanval bij
+het begin, in de noodzakelijkheid te zijn zulk een rijke prooi te
+laten varen.
+
+De vervolging, of liever het op sleeptouw nemen was begonnen.
+
+De walvischsloep, met de riemen "op", snelde als een pijl op den rug
+der golven voort.
+
+Howik stuurde uitmuntend, niettegenstaande haar snelle en groote
+gieren.
+
+Kapitein Hull met het oog op zijn prooi, liet onophoudelijk zijn
+eeuwig refrein hooren:
+
+"Pas goed op, Howik, pas goed op!"
+
+En men kon zich verzekerd houden, dat de waakzaamheid van den bootsman
+geen enkel oogenblik faalde.
+
+Daar evenwel de sloep op verre na niet met dezelfde snelheid gierde als
+de walvisch, liep de harpoenlijn met zulk een verbazende snelheid af,
+dat zij telkens op het punt stond bij de wrijving langs boord vuur
+te vatten. Ook zorgde kapitein Hull haar nat te houden, door de balie
+waarin zij opgeschoten lag, met water te vullen.
+
+Nochtans scheen de walvisch zich niet in zijn loop op te houden,
+noch hem te willen matigen. De tweede lijn werd dus aan de eerste
+vastgehecht en weldra met dezelfde snelheid als de eerste ontrold.
+
+Na vijf minuten moest de derde lijn aangeknoopt worden, die even als
+de twee eerste onder het water was verdwenen.
+
+En nog altijd verminderde de walvisch zijn vaart niet. De harpoen
+was blijkbaar in geen voor het leven gevaarlijk lichaamsdeel
+doorgedrongen. Men kon zelfs aan de meer schuinsche richting der lijn
+opmerken, dat het dier, inplaats van aan de oppervlakte terug te komen,
+tot in diepere lagen doordrong.
+
+"Wel duivels!" riep kapitein Huil, "die schelm zal ons waarlijk onze
+vijf lijnen opeten!"
+
+"En ons een tot op goeden afstand van den _Pelgrim_
+medeslepen!" antwoordde de bootsman.
+
+"Hij zal toch aan de oppervlakte moeten terugkomen om adem te
+scheppen!" hernam kapitein Hull. "Hij behoort niet tot de visschen
+en heeft even goed zijn voorraad lucht noodig als ieder ander
+particulier!"
+
+"Hij zal zijn adem ingehouden hebben om beter te kunnen loopen!" zei
+al lachende een der matrozen.
+
+Werkelijk bleef de lijn met dezelfde snelheid af loopen.
+
+Weldra werd het noodig de vierde lijn bij de derde te voegen en
+werkelijk begonnen de matrozen zich wel wat ongerust te maken omtrent
+hun toekomstig aandeel in de winst.
+
+"Wel drommels!" mompelde kapitein Hull, "zoo iets heb ik nog nooit
+gezien! Satansche visch!"
+
+Eindelijk moest ook de vijfde lijn er aan, en reeds was zij tot op
+de helft afgerold, toen er eindelijk wat bocht in scheen te komen.
+
+"Komaan!" riep kapitein Hull, "de lijn is minder gespannen! De walvisch
+wordt moe!"
+
+Op dit oogenblik bevond de _Pelgrim_ zich op meer dan vijf mijlen
+aan lij van de walvischsloep.
+
+Kapitein Hull heesch nu een vlag aan het einde van een bootshaak en
+gaf daarmede het afgesproken signaal om dichter bij te komen.
+
+En bijna dadelijk kon hij zien dat Dick Sand, geholpen door Tom en
+zijn kameraden, volbraste, en zoo dicht mogelijk aan den wind hield.
+
+Maar de bries was zwak en ongestadig. Zij kwam slechts bij vlagen van
+korten duur. Zeer zeker zou de _Pelgrim_ eenige moeite hebben om de
+sloep te bereiken, indien het al mogelijk was.
+
+Intusschen was de walvisch zooals men voorspeld had, aan de oppervlakte
+teruggekomen om adem te halen, altijd nog met den harpoen in zijn
+zijde. Hij bleef toen nagenoeg onbeweeglijk en scheen op zijn jong te
+wachten, dat bij deze woeste jacht natuurlijk had moeten achterblijven.
+
+Kapitein Hull liet hard aan roeien, om hem te naderen en weldra was
+hij er weder dichtbij.
+
+Twee riemen werden opgelicht en twee matrozen wapenden zich, zooals de
+kapitein het reeds gedaan had, met lange lansen om het dier te treffen.
+
+Howik bestuurde nu de boot zeer behendig en hield zich gereed snel af
+te houden, in het geval dat de walvisch haar plotseling zou aanvallen.
+
+"Opgepast!" riep kapitein Hull. "Laat geen worp verloren gaan! Mikt
+goed, jongens! Ben je klaar, Howik?"
+
+"Klaar, mijnheer," antwoordde de bootsman, "maar een ding maakt me
+ongerust en dat is dat het dier, na zoo snel gevlucht te zijn, op
+dit oogenblik zoo stil is!"
+
+"Je hebt gelijk, Howik, dat komt me ook verdacht voor."
+
+"Laten we op onze hoede zijn!"
+
+"Ja, maar laten we vooruit gaan."
+
+Kapitein Hull wond zich steeds meer op.
+
+De boot kwam nog dichter bij. De walvisch wendde zich op de plaats
+zelve rond. Zijn jong bevond zich niet meer bij hem en misschien
+zocht hij het.
+
+Plotseling maakte hij een beweging met zijn staart, die hem een dertig
+voet verder bracht.
+
+Zou hij opnieuw op de vlucht gaan en moest die eindelooze vervolging
+hervat worden?
+
+"Opgepast!" riep kapitein Hull. "Het dier neemt zijn aanloop en zal
+zich op ons werpen! Houd koers, Howik, houd koers!"
+
+De walvisch had zich werkelijk zoodanig gewend dat hij met den kop
+naar de sloep gekeerd lag. Daarna de zee met zijn ontzaglijke vinnen
+doende opbruisen, stortte hij zich vooruit.
+
+De bootsman die op den rechtstreekschen aanval voorbereid was,
+manoeuvreerde op die wijze dat de walvisch langs de boot heengleed,
+zonder haar evenwel te raken.
+
+Kapitein Hull en de twee matrozen brachten hem in het voorbijgaan drie
+krachtige lanssteken toe en trachtten eenig levensorgaan te treffen.
+
+De walvisch hield plotseling op en terwijl hij twee stralen water,
+met bloed gemengd, tot een groote hoogte in de lucht spoot, stortte
+hij zich wederom als met een vervaarlijken sprong op de boot en was
+werkelijk vreeselijk om aan te zien.
+
+Voorzeker moesten deze zeelieden koene visschers zijn om bij een
+gelegenheid als deze bedaard te blijven.
+
+Nogmaals wist Howik behendig den aanval van het dier te ontwijken
+door het roer aan boord te gooien.
+
+Door drie nieuwe, op het geschikte oogenblik toegebrachte stooten,
+kreeg het dier drie nieuwe verwondingen. Maar in het voorbijgaan
+sloeg hij het water zoo geweldig met zijn geduchten staart, dat een
+ontzaglijke golf de sloep bijna deed omslaan en haar voor de helft
+met water vulde.
+
+"De puts, de puts!" riep kapitein Hull.
+
+De twee matrozen lieten hunne riemen loopen en gingen snel aan het
+uithoozen van de sloep, terwijl de kapitein de lijn doorsneed die nu
+nutteloos geworden was.
+
+Neen! de walvisch woedend geworden door de pijn, dacht aan geen
+vluchten meer. Op zijn beurt was hij nu de aanvaller en zijn
+doodsstrijd dreigde vreeselijk te zijn.
+
+Voor den derden keer wierp hij zich om en storte zich opnieuw op
+de boot.
+
+Maar deze, half vol water, kon niet meer met dezelfde gemakkelijkheid
+bestuurd worden, en hoe zou zij onder deze omstandigheden den schok
+vermijden die haar dreigde? Luisterde zij niet meer naar het roer,
+nog veel minder kon zij op de vlucht gaan.
+
+En bovendien, hoeveel vaart de boot ook had geloopen, zou de vlugge
+walvisch haar in weinige sprongen achterhaald hebben. Het kwam er nu
+niet meer op aan aan te vallen, men moest zich nu verdedigen.
+
+Kapitein Hull begreep het terecht.
+
+De derde aanval van het dier kon niet geheel afgewend worden. In het
+voorbijgaan raakte hij de sloep even met zijn ontzaglijke rugvin aan,
+maar met zulk eene ontzettende kracht, dat Howik van zijn bank werd
+geworpen.
+
+De drie lansen die door de schommeling ongelukkig afweken, misten
+dezen keer haar doel.
+
+"Howik! Howik!" riep kapitein Hull, die zelf moeite had te blijven
+staan.
+
+"Present!" antwoordde de bootsman, zich oprichtende.
+
+Maar op hetzelfde oogenblik merkte hij dat zijn lange of stuurriem
+in zijn val doormidden was gebroken.
+
+"Een anderen riem!" zei kapitein Hull.
+
+"Al klaar," antwoordde Howik.
+
+Op dit oogenblik deed zich op slechts weinige vademen van de sloep
+af een borreling onder het water hooren.
+
+Het walvischjong kwam weder te voorschijn. De walvisch zag het en
+snelde naar hem toe.
+
+Deze omstandigheid zou aan de worsteling slechts een vreeselijker
+karakter mededeelen. De walvisch zou nu den strijd hervatten voor twee.
+
+Kapitein Hull keek naar den kant van den _Pelgrim_. Zijn hand bewoog
+driftig den staak met de vlag.
+
+Wat kon Dick Sand anders doen dan hetgeen hij bij het eerste signaal
+van den kapitein reeds gedaan had? De zeilen van den _Pelgrim_ stonden
+bij en de wind begon ze te zwellen. Ongelukkig bezat de schoener-brik
+geen schroef welker werking men kon aanzetten om sneller te loopen. Een
+der booten te strijken en den kapitein met behulp der negers bij te
+staan, zou een groot tijdverlies geweest zijn en bovendien had ook
+de leerling bevel ontvangen niet van boord te gaan, wat er ook mocht
+gebeuren. Evenwel streek hij de boot die aan het hek hing en nam die
+op sleper, opdat de kapitein, zoo het noodig was, er de vlucht in
+kon nemen.
+
+Op dit oogenblik had de walvisch, het jong met zijn lichaam bedekkende,
+den aanval hervat. Dezen keer scheen zijn plan te zijn rechtstreeks
+op de sloep aan te vallen.
+
+"Opgepast, Howik!" riep een laatste maal kapitein Hull.
+
+Maar de bootsman was zoo goed als ongewapend. In plaats van een
+hefboom, waarvan de lengte de kracht uitmaakte, hield hij slechts
+een betrekkelijk korten riem in de hand.
+
+Hij trachtte af te houden.
+
+Het was onmogelijk.
+
+De matrozen begrepen dat zij verloren waren. Allen richten zich op en
+dezen een vreeselijken kreet hooren, die misschien op den _Pelgrim_
+wel gehoord kon worden.
+
+Een vreeselijke slag met den staart van het monster had de
+walvischsloep van onderen getroffen.
+
+De boot, met onweerstaanbaar geweld in de lucht geslingerd, viel in
+drie stukken neder, te midden der golven, die door de sprongen van
+den walvisch met woest geweld tegen elkander aanbotsten.
+
+De ongelukkige matrozen, hoewel ernstig gekwetst, zouden misschien
+de kracht gehad hebben zich, hetzij al zwemmende, hetzij zich aan
+een of ander drijvend voorwerp vastgrijpende, boven water te houden.
+
+Dit deed ook kapitein Hull, dien men een oogenblik den bootsman op
+een drijvend stuk hout zag trekken....
+
+Maar de walvisch, ten toppunt van woede, keerde zich om, maakte een
+vervaarlijken sprong, misschien in de laatste oogenblikken van een
+vreeselijken doodsstrijd, en sloeg met zijn geduchten staart het
+woelige water waarin de ongelukkigen nog rondzwommen!
+
+Gedurende eenige minuten zag men slechts een vloeibare waterkolom
+die zich in duizende kleine waterstralen naar alle kanten verspreidde.
+
+Toen een kwartier later Dick Sand zich met de negers in de boot
+geworpen en het tooneel van het ongeluk bereikt had, waren alle levende
+wezens verdwenen. Eenige overblijfselen van de walvischsloep was
+alles wat er op de oppervlakte der bloedroode golven was overgebleven.
+
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+KAPITEIN SAND.
+
+
+De eerste indruk door deze verschrikkelijke ramp op de passagiers
+van den _Pelgrim_ teweeggebracht, was een mengsel van medelijden en
+schrik. Zij dachten slechts aan den ontzettenden dood van kapitein
+Hull en zijn vijf matrozen. Dit ijselijk tooneel had zich nagenoeg
+onder hunne oogen afgespeeld zonder dat zij iets hadden kunnen doen
+om hen te redden! Zij waren zelfs te laat gekomen om de bemanning der
+walvischsloep, hunne ongelukkige verwonde, maar nog levende makkers
+op te nemen, en den romp van den _Pelgrim_ te stellen tegenover de
+geduchte slagen van den walvisch! Kapitein Hull en zijne matrozen
+waren voor altijd verdwenen!
+
+Toen de schoenerbrik op de plaats van het onheil was aangekomen,
+viel Mevr. Weldon op de knieën, met de handen ten hemel opgeheven.
+
+"Laat ons bidden!" zei de vrome vrouw.
+
+De kleine Jack knielde weenende bij zijne moeder. Het arme kind
+had alles begrepen. Dick Sand, Nan, Tom en de andere negers stonden
+overeind met gebogen hoofd. Allen herhaalden bij zich zelven het gebed
+dat Mevr. Weldon tot God richtte, terwijl zij aan zijne oneindige
+goedheid hen beval, die zooeven voor hem verschenen waren.
+
+Daarna, zich tot haar metgezellen richtende, zei Mevr. Weldon:
+
+"En nu, mijne vrienden, laat ons van God de kracht en den moed
+afsmeeken om ons te helpen!"
+
+Ja! zij konden niet genoeg de hulp afbidden van Hem die alles vermag,
+want hun toestand was hoogst ernstig!
+
+Het schip dat hen droeg, had geen kapitein meer om hen te commandeeren,
+geen bemanning meer om het te besturen. Het bevond zich te midden van
+de onmetelijke Stille-Zuidzee, op honderden mijlen van eenig land,
+overgegeven aan wind en golven.
+
+Welk noodlot had toch dien walvisch op den weg van den _Pelgrim_
+geleid? Welk grooter noodlot nog had den ongelukkigen kapitein Hull,
+gewoonlijk zoo verstandig, aangespoord om alles op het spel te zetten,
+teneinde zijn lading aan te vullen? En welke ramp, vreeselijker
+dan deze, kon er opgeteekend worden in de jaarboeken van de groote
+visscherij, waarbij geen enkel matroos van de walvischsloep had kunnen
+gered worden!
+
+Ja! het was een vreeselijk noodlot!
+
+Inderdaad was er geen enkele zeeman meer aan boord van den _Pelgrim_.
+
+Toch! een enkele! Dick Sand, maar het was slechts een leerling,
+een jongeling van vijftien jaar!
+
+Kapitein, bootsman, matrozen, men kon zeggen dat de geheele bemanning
+nu in hem alleen vereenigd was.
+
+En aan boord bevond zich een passagier, een moeder en haar zoon,
+wier tegenwoordigheid den toestand nog moeielijker maakte.
+
+Verder waren er ook eenige negers, goede menschen, moedig en ijverig,
+ongetwijfeld bereid om iedereen te gehoorzamen die in staat zou zijn
+hen te commandeeren, doch ontbloot van de eenvoudigste begrippen van
+het zeemansvak!
+
+Dick Sand stond daar onbeweeglijk, de armen over elkander geslagen en
+den blik gewend naar de plaats waar kapitein Hull, zijn weldoener en
+beschermer, voor wien hij een kinderlijke liefde gevoelde, verzwolgen
+was. Daarna doorzochten zijn oogen den horizont om naar eenig vaartuig
+uit te zien, dat hij hulp en bijstand verzocht zou hebben en waaraan
+hij althans Mevr. Weldon had kunnen toevertrouwen.
+
+Hij zou daarom toch den _Pelgrim_ niet verlaten hebben, neen, voorzeker
+niet, zonder alles gedaan te hebben om hen naar een veilige haven
+te brengen. Maar Mevr. Weldon en haar kleine jongen waren dan in
+veiligheid geweest en hij zou niet meer te vreezen gehad hebben voor
+die twee wezens, aan wie hij zich met lichaam en ziel gewijd had.
+
+De oceaan was verlaten. Sedert de verdwijning van den walvisch had
+geen enkel voorwerp de onmetelijke vlakte verstoord. Niets dan water en
+lucht rondom den _Pelgrim_. De jeugdige leerling wist maar al te goed,
+dat hij zich buiten den gewonen weg der koopvaardijschepen bevond en
+dat de andere walvischvaarders nog ver weg ter visscherij verwijlden.
+
+Evenwel was het zaak den toestand onder de oogen te zien en de dingen
+in het ware licht te beschouwen. Dit deed Dick Sand, maar vroeg
+daarbij aan God, uit het binnenste zijns harten, hulp en bijstand.
+
+Welk besluit zou hij nemen?
+
+Op dit oogenblik verscheen Negoro op het dek, dat hij na de ramp
+verlaten had. Niemand had kunnen zeggen wat zulk een raadselachtig
+wezen bij dit onherstelbaar ongeluk gevoeld had. Had hij het onheil
+mede aangezien zonder eenig teeken te geven en zonder een oogenblik van
+zijn stomme rol af te wijken. Met de oogen had hij al de bijzonderheden
+van het ongelukkig voorval verslonden. Maar indien men op zulk een
+oogenblik op de gedachte gekomen was hem waar te nemen, zou men er
+zich althans over verwonderd hebben dat geen enkele spier van zijn
+hardvochtig gelaat zich vertrok. Zeker is het dat hij deed alsof hij
+niets gehoord had toen Mevr. Weldon allen opriep om voor de gezonken
+bemanning te bidden.
+
+Negoro begaf zich naar het achterdek, naar de plaats waar Dick Sand
+onbeweeglijk in gedachten verzonken stond. Hij bleef op drie schreden
+van den leerling af staan.
+
+"Moet je me spreken?" vroeg Dick Sand.
+
+"'k Moet kapitein Hull spreken," antwoordde Negoro koel, "of als dat
+niet kan, den bootsman Howik."
+
+"Je weet wel dat beide zijn omgekomen!" riep de leerling uit.
+
+"Wie commandeert dan nu aan boord?" vroeg Negoro onbeschaamd.
+
+"Ik," antwoordde Dick Sand zonder de minste aarzeling.
+
+"Gij!" zeide Negoro, de schouders optrekkende. "Een kapitein van
+vijftien jaar!"
+
+"Een kapitein van vijftien jaar!" antwoordde de leerling, op den
+kok toeloopende.
+
+Deze ging achteruit.
+
+"Vergeet niet," zei toen Mevr. Weldon, "dat er hier slechts één
+kapitein is.... kapitein Sand, en 't is goed dat iedereen wete dat
+hij zich zal doen gehoorzamen!"
+
+Negoro boog, terwijl hij op spottenden toon eenige woorden mompelde
+die men niet hooren kon en hij daarna naar zijn verblijf terugkeerde.
+
+Men ziet, Dick had een besluit genomen.
+
+Intusschen was de schoenerbrik, door de werking van de bries die begon
+op te steken, de uitgestrekte bank schaaldieren reeds voorbijgestevend.
+
+Dick Sand nam den toestand van het tuig op. Daarna daalden zijn oogen
+op het dek neder. Hij had daarbij het gevoel dat, zoo er voortaan
+een geduchte verantwoordelijkheid op hem rustte, hij de kracht moest
+hebben haar op zich te nemen. Hij dorst hen aanzien de overlevenden
+van den _Pelgrim_, wier oogen nu op hem gericht waren. En terwijl
+hij in hunne blikken las, dat hij op hen kon rekenen, zeide hij hun
+in twee woorden dat zij zich op hunne beurt op hem konden verlaten.
+
+Dick Sand had in alle oprechtheid zijn geweten onderzocht.
+
+Mocht hij al in staat zijn om met behulp van de armen van Tom en zijn
+kameraden naar omstandigheden voldoende te kunnen manoeuvreeren, toch
+bezat hij natuurlijk nog al de kundigheden niet die noodig waren om
+zijn bestek door berekening te bepalen.
+
+Ware Dick Sand vier of vijf jaar ouder geweest, zoo zou hij het
+schoone, maar moeielijke zeemansvak in den grond gekend hebben! Hij zou
+zich hebben weten te bedienen van den sextant, het instrument waarmede
+kapitein Hull de sterrenhoogte nam! Hij zou op den chronometer den
+middelbaren tijd van Greenwich afgelezen en met behulp daarvan en
+den bekenden uurhoek, de lengte gevonden hebben. De zon zou elken
+dag zijn raadgeefster geweest zijn! De maan en de planeten zouden
+hem gezegd hebben: Daar op dat punt van den Oceaan bevindt zich
+uw schip! Het uitspansel waar langs de sterren zich bewegen als de
+wijzers van een volkomen juist uurwerk, dat uitspansel zou hem de uren
+en de afstanden geleerd hebben! Door de sterrenkundige waarnemingen,
+zou hij op een mijl na de plaats hebben leeren bepalen, zooals zijn
+kapitein zulk elken dag deed, waar de _Pelgrim_ zich bevond, zoowel
+als den afgelegden weg en den weg die nog afgelegd moest worden!
+
+En nu moest hij geheel op gegist bestek varen, dat wil zeggen: zich
+alleen op de log en het kompas verlaten, waarvan hij de miswijzing
+in rekening kon brengen.
+
+Evenwel verloor hij den moed niet.
+
+Mevr. Weldon had zeer goed begrepen, wat er in het moedige hart van
+den leerling omging.
+
+"Heb dank, Dick," zeide zij tot hem met vaste stem. "Kapitein Hull
+is niet meer! Zijn geheele equipage is met hem omgekomen. Het lot van
+het schip is in uw handen! Dick, je zult het schip met allen die het
+draagt, redden."
+
+"Ja, mevrouw," antwoordde Dick Sand, "ja, met Gods hulp zal ik het
+beproeven."
+
+"Tom en zijn kameraden zijn brave menschen die je volkomen kunt
+vertrouwen."
+
+"'k Weet het en 'k zal er zeelieden van maken. We zullen samen
+manoeuvreeren en met goed weer zal het best gaan, maar met slecht
+weer,--welnu, met slecht weer, zullen we alles doen wat we kunnen en
+we zullen u redden, mevrouw Weldon, u en uw kleinen Jack, allen. Ja,
+'k voel dat 'k het doen zal...."
+
+En hij voegde er bij:
+
+"Met Gods hulp!"
+
+"En nu, Dick, zou je juist kunnen zeggen, waar we ons op 't oogenblik
+bevinden?"
+
+"Zeer gemakkelijk," antwoordde de leerling, "'k Heb niets anders te
+doen dan de kaart te raadplegen, waarop kapitein Hull gisteren nog
+het bestek heeft afgezet."
+
+"En zou je den goeden koers kunnen aangeven?"
+
+"Ja, 'k zou den steven naar het oosten kunnen wenden, nagenoeg naar
+dat punt van de Amerikaansche kust waar we moeten aanlanden."
+
+"Maar, Dick," hernam Mevr. Weldon, "je begrijpt, niet waar, dat deze
+ramp onze eerste plannen kan en zelfs moet wijzigen? Er is nu geen
+sprake meer van den _Pelgrim_ naar Valparaiso te brengen. De dichtstbij
+gelegen haven van de Amerikaansche kust is nu zijn bestemming."
+
+"Ongetwijfeld, mevrouw," antwoordde de leerling. "Maak u vooral maar
+niet ongerust! We kunnen niet missen de Amerikaansche kust die zich
+zoo ver zuidelijk uitstrekt te bereiken."
+
+"Waar is zij gelegen?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Daar, in die richting," antwoordde Dick Sand, het oosten met den
+vinger aanwijzende.
+
+"Welnu, Dick, 't komt er niet op aan of we Valparaiso of een ander
+punt van de kust bereiken. Het voornaamste is dat we aan land komen."
+
+"En 't zal geschieden, mevrouw Weldon, 'k zal u op een veilige plaats
+ontschepen," antwoordde de leerling met vaste stem. "Bovendien geef ik
+de hoop niet op om, als we dichter bij land komen, eenige vaartuigen
+te ontmoeten die den kusthandel drijven. Kom! mevrouw Weldon, de wind
+loopt naar het noord-oosten! God geve dat hij daar blijve, dan zullen
+we flink vooruitkomen, want we zullen alle zeilen bijzetten."
+
+Dick Sand had dit alles gezegd met het vertrouwen van den zeeman, die
+weet dat hij een goed schip onder zich heeft, een schip waarvan hij
+volkomen meester is. Hij ging aan het roer en riep zijn metgezellen
+om de zeilen behoorlijk te stellen, toen Mevr. Weldon hem er aan
+herinnerde dat hij vooral goed de plaats moest kennen waar de _Pelgrim_
+zich bevond.
+
+Dit was inderdaad iets dat geen uitstel gedoogde. Dick Sand begaf zich
+naar de kajuit van den kapitein en haalde daar de kaart waarop het
+bestek den vorigen dag juist was aangegeven. Hij kon dus Mevr. Weldon
+toonen dat de schoener-brik zich op 43° 35' breedte en op 164° 13'
+lengte bevond, want sedert vier-en-twintig uren was zij nagenoeg
+stationnair gebleven.
+
+Mevr. Weldon had zich over deze kaart heengebogen. Zij zag de
+bruine tint die de aarde, rechts van den uitgestrekten Oceaan moest
+voorstellen. Het was het kustland van Zuid-Amerika, dat als een
+onmetelijke slagboom, van Kaap Hoorn af tot aan de stranden van
+Columbia toe, tusschen de Stille Zuidzee en den Atlantischen Oceaan
+geworpen is. Bij de beschouwing van deze kaart, waarop een gansche
+oceaan was afgebeeld, kwam onwillekeurig de gedachte bij haar op dat
+het zeer gemakkelijk zoude zijn de passagiers van den _Pelgrim_ naar
+hun vaderland terug te brengen. Dit is een zinsbedrog dat zich steeds
+bij iedereen voordoet die niet bekend is met de schalen waarnaar de
+zeekaarten vervaardigd worden Werkelijk scheen het Mevr. Weldon toe dat
+het land in het gezicht moest zijn, zooals het op dit stuk papier was.
+
+En evenwel zou de _Pelgrim_ te midden van dit witte stuk papier,
+op zijn juiste schaal afgebeeld, kleiner geweest zijn dan het
+allerkleinste der infusiediertjes! Dit mathematische punt, zonder
+waarneembare afmetingen, zou als verloren beschouwd zijn, zooals het
+werkelijk het geval was, in de onmetelijkheid van de Stille Zuidzee!
+
+Dick Sand zelf had niet denzelfden indruk als Mevr. Weldon
+ondervonden. Hij wist dat het land ver verwijderd was en dat honderden
+mijlen niet voldoende waren om den afstand, die het van hen scheidde,
+te meten. Maar zijn besluit was genomen: Hij was een man geworden
+door de verantwoordelijkheid, die op zijn schouders rustte.
+
+Het oogenblik om te handelen was gekomen. Men moest van deze bries
+uit het noord-oosten, die aanwakkerde, gebruik maken. De tegenwind had
+eindelijk voor een gunstigen wind plaats gemaakt en eenige "cyrrhus"
+wolken, hier en daar aan de kim opkomende, wezen aan dat hij althans
+gedurende eenigen tijd zou aanhouden.
+
+Dick Sand riep Tom en zijn kameraden.
+
+"Mijne vrienden," zoo sprak hij hun toe, "ons schip heeft geen andere
+equipage meer dan u. Zonder uwe hulp kan ik het niet besturen. Ge
+zijt wel geen zeelieden, maar ge hebt goede armen: Stelt ze dan ten
+dienste van den _Pelgrim_, dan zullen we hem kunnen besturen. Ons
+aller heil is er mede gemoeid dat alles goed gaat aan boord."
+
+"Mijnheer Dick," antwoordde Tom, "ik en mijn kameraden, wij zijn uwe
+matrozen. Aan goeden wil zal het ons niet ontbreken. Alles wat mannen
+vermogen, door u aangevoerd, zal gedaan worden."
+
+"Goed gesproken, oude Tom," zei Mevr. Weldon.
+
+"Ja, goed gesproken," hernam Dick Sand, "maar we moeten voorzichtig
+zijn en 'k zal niet alle zeilen laten bijzetten, om niets in de
+waagschaal te stellen. Een beetje minder snelheid, maar meer veiligheid
+in acht te nemen, wordt ons dringend door de omstandigheden geboden. 'k
+Zal u aanwijzen, mijne vrienden, wat iedereen te doen staat. Wat
+mij betreft, ik blijf aan 't roer, zoolang ik door vermoeidheid niet
+genoodzaakt wordt het over te geven. Eenige uren slaap van tijd tot
+tijd zijn voldoende om me weer in orde te brengen. Maar gedurende dien
+tijd, moet een van u me vervangen. Tom, 'k zal je wijzen hoe men op het
+kompas stuurt. 't Is niet moeielijk en met een weinig oplettendheid,
+zult ge spoedig goed kunnen sturen."
+
+"Zoodra u maar wilt, mijnheer Dick," antwoordde de oude neger.
+
+"Komaan," antwoordde de leerling, "blijf bij mij, aan het roer tot
+van avond en als ik door den slaap overmand mocht worden, zul je me
+al spoedig eenige uren kunnen vervangen."
+
+"En ik," zei de kleine Jack, "kan ik onzen vriend Dick ook niet een
+handje helpen?"
+
+"Ja, lief kind," antwoordde Mevr. Weldon, terwijl zij Jack in hare
+armen drukte, "jij zult ook leeren sturen, en 'k geloof zeker dat,
+zoolang jij aan 't roer zult staan, we goeden wind zullen hebben!"
+
+"Zeker! Zeker! moeder, 'k beloof het u!" antwoordde de kleine jongen
+in de handen klappende.
+
+"Ja," zei de jeugdige leerling glimlachende, "het spreekwoord:
+'de goede scheepsjongens weten een goeden wind te houden,' is bij
+onze zeelieden zeer bekend!"
+
+Daarna wendde hij zich tot Tom en de andere negers: "Mijne vrienden,"
+zei hij, "we zullen volbrassen. Doe maar wat ik je zeggen zal."
+
+"Tot uw dienst," antwoordde Tom, "tot uw dienst, kapitein Sand."
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE VIER VOLGENDE DAGEN.
+
+
+Dick Sand was dus nu de kapitein van den _Pelgrim_, en, zonder
+een oogenblik te verliezen, nam hij de noodige maatregelen om zeil
+te zetten.
+
+Het spreekt van zelf dat slechts één hoop de passagiers kon bezielen,
+die namelijk, om de een of andere haven op de Amerikaansche kust
+te bereiken, zooal niet Valparaiso. Wat Dick Sand dacht te doen,
+was den koers en de vaart van den Pelgrim op te teekenen en er een
+gemiddelde uit op te maken. Daartoe was het voldoende elken dag,
+zooals wij reeds zeiden, door middel van de log en het kompas den
+afgelegden weg op de kaart af te zetten. Er bevond zich juist een van
+die "patentlogs", met wijzers en een schroef aan boord, die voor een
+bepaalden tijd de juiste snelheid aangeven. Dit nuttig instrument,
+zeer gemakkelijk in 't gebruik, kon de grootste diensten bewijzen,
+en daarbij waren de negers volkomen in staat het te behandelen.
+
+Een enkele bron van dwaling zou er altijd blijven bestaan,--de
+stroomen. Om haar te bestrijden, waren de log en het kompas
+onvoldoende, alleen de astronomische waarnemingen zouden er een juiste
+rekening van hebben kunnen geven. Maar de leerling was nog niet in
+staat deze waarnemingen te doen.
+
+Dick Sand had er een oogenblik over gedacht om met den Pelgrim naar
+Nieuw-Zeeland te stevenen. De overtocht zou niet zoo lang geweest
+zijn en voorzeker zou hij het gedaan hebben, indien de wind, die tot
+nog toe tegen geweest was, niet gunstig was geworden.
+
+Het was dus beter den steven naar Amerika te wenden.
+
+En werkelijk was de wind gedraaid en woei nu uit het noord-westen,
+met neiging om aan te wakkeren. Men moest er dus gebruik van maken
+en zooveel mogelijk spoed maken.
+
+Dick Sand maakte zich dus gereed om den _Pelgrim_ zijn koers te
+doen vervolgen.
+
+Op een schoenerbrik draagt de fokkemast vier vierkante zeilen; de fok,
+aan den ondermast; boven, het marszeil, aan de marssteng; verder aan
+de bramsteng, een bramzeil en een bovenbramzeil.
+
+De groote mast is daarentegen minder van zeilen voorzien. Achter den
+ondermast heeft hij slechts een brikzeil en daarboven een gaftopzeil.
+
+Tusschen deze twee masten, aan de stagen, die ze van voren steunen, kan
+men nog een driedubbele verdieping van driehoekige zeilen aanbrengen.
+
+Eindelijk, op den voorsteven, aan den boegspriet en haar kluifhout
+worden de drie stagzeilen bevestigd.
+
+De stagzeilen, het brikzeil, het topzeil, de tusschenstagzeilen zijn
+gemakkelijk te behandelen. Zij kunnen van dek af geheschen worden,
+zonder dat het noodig is in den mast te klimmen, omdat zij niet aan de
+raas bevestigd worden met beslagseizings, die men eerst moet losmaken.
+
+Integendeel vordert het zetten der vierkante zeilen meerdere
+oefening. Het is toch noodig, als men ze wil bijzetten, hetzij
+in de mars van den fokkemast te klimmen, hetzij op de bramzaling,
+hetzij in het bramwant van genoemden mast,--en dat zoowel om ze los
+te maken of ze te bergen, als om hunne oppervlakte te verkleinen
+door ze te reven. Daarvoor is men dan verplicht op de paarden te
+loopen,--beweeglijke touwen onder de raas gespannen,--met ééne hand te
+werken en zich met de andere vast te houden, een gevaarlijke manoeuvre
+voor iedereen die het niet gewoon is. Het slingeren en stampen van het
+schip, het slaan der zeilen bij een flinke bries, doen gemakkelijk
+een man over boord slaan. Men kan zich voorstellen dat dergelijke
+gymnastische toeren voor Tom en zijn kameraden zeer gevaarlijk waren.
+
+Zeer gelukkig was de wind gematigd en het slingeren en het stampen
+niet hevig.
+
+Toen Dick Sand, op het signaal van kapitein Hull, zich naar het
+tooneel van de ramp begeven had, lag de _Pelgrim_ alleen onder zijn
+tusschenstagzeilen, brikzeil en marszeil. Om zoo spoedig mogelijk
+voltebrassen, had Dick niets anders te doen dan het voortuig om
+te halen, waarbij de negers hem gemakkelijk geholpen hadden. De
+zeilen moesten dus nu kant worden gezet en om alles bij te zetten,
+het bramzeil, het gaftopzeil en de stagzeilen worden geheschen.
+
+"Vrienden," zei de leerling tot de vijf negers, "als ge doet wat ik
+commandeer, zal alles goed gaan."
+
+Dick Sand was aan het stuurrad gebleven.
+
+"Hola Tom," riep hij, "vier gauw dat touw af!"
+
+"Afvieren....?" zei Tom, die niets van deze uitdrukking begreep.
+
+"Ja.... maak het maar los!--En jij ook, Bat!.... Goed zoo!.... Haal
+aan.... Kom, trekken!"
+
+"Zoo goed?" zei Bat.
+
+"Ja, goed zoo. Best!.... Kom, flink aangepakt!"
+
+Om tot Hercules te zeggen: "flink aangepakt!" was misschien
+onvoorzichtig. De reus deed een ruk om alles 't onderste boven
+te halen.
+
+"Niet zoo hard, mijn jongen!" riep Dick Sand glimlachend. "Je zult
+'t geheele want naar beneden trekken!"
+
+"'k Heb nauwelijks getrokken," antwoordde Hercules.
+
+"Nu, doe maar alsof je trekt! Je zult zien dat dat genoeg is!.... Goed,
+laat schieten.... vier.... Leg vast.... goed zoo!.... Goed! Haal de
+brassen aan...."
+
+En het geheele Vaartuig welks bakboordsbrassen los lagen, ging langzaam
+aan 't draaien. De wind, de zeilen nu doende zwellen, deelde aan het
+schip een zekere snelheid mede.
+
+Dick Sand liet toen de voorschooten afvieren. Daarna riep hij de
+negers op het achterdek.
+
+"Ziezoo, vrienden, dat heb jelui er eens goed afgebracht! Nu moeten
+we ons met het groottuig bezig houden. Maar breek niets, Hercules."
+
+"Ik hoop het niet," antwoordde de kolos, zonder zich tot iets meer
+te willen verbinden.
+
+Deze tweede manoeuvre was nog al gemakkelijk. Nadat de boomschoot
+zachtjes gevierd was geworden, nam het brikzeil den wind beter op en
+voegde het zijn machtige werking bij die van de voorzeilen.
+
+Nu werd het topzeil geheschen, en daar het eenvoudig gegeid was,
+had men slechts het val door te halen. Maar Herkules trok zoo goed,
+geholpen door zijn vriend Actéon, zonder nog den kleinen Jack mede
+te rekenen, die zich bij hen gevoegd had, dat het touw glad afbrak.
+
+Alle drie vielen omver,--gelukkig zonder zich te bezeeren. Jack
+was verrukt!
+
+"Dat's niets, dat's niets!" riep de leerling. "Knoop voorloopig de
+twee einden aan elkaar en hijsch dan zachtjes aan."
+
+Dit werd onder de oogen van Dick Sand verricht, zonder dat hij het roer
+nog had verlaten. De _Pelgrim_ liep reeds snel voor den wind, met den
+steven naar het oosten gewend en er was op 't oogenblik niets anders
+te doen dan hem in deze richting te houden. Niets gemakkelijker, daar
+de wind handelbaar was en men voor gieren of afvallen niet behoefde
+te vreezen.
+
+"Goed, vrienden!" zei de leerling. "Vóór het einde van den overtocht,
+zult ge goede zeelieden zijn!"
+
+"We zullen ons best doen, kapitein Sand," antwoordde Tom.
+
+Ook Mevr. Weldon maakte haar compliment aan de goede menschen.
+
+Zelfs de kleine Jack kreeg zijn deel in de lofspraak, want hij had
+aardig meegewerkt.
+
+"'k Geloof, jongeheer Jack," zei Hercules glimlachend, "dat u
+eigenlijk het touw stuk hebt getrokken! Welke flinke sterke vuistjes
+hebt u! Zonder u waren we er niet gekomen!"
+
+En de kleine Jack, zeer trotsch op zich zelven, schudde krachtig de
+hand van zijn vriend Hercules.
+
+Evenwel ontbraken er aan de uitgespannen zeilen nog eenige die
+vooral bij het zeilen vóór den wind niet te versmaden zijn. Vooral
+de bovenzeilen, als het bramzeil, het bovenbramzeil, de stagzeilen
+moesten allen het hunne toebrengen om den gang van de schoener-brik
+te versnellen, en Dick Sand besloot daarom ze mede bij te zetten.
+
+Deze manoeuvre moest moeielijker zijn dan de andere, niet wat de
+stagzeilen aangaat, die van het dek geheschen en aangehaald konden
+worden, maar wat betreft de vierkante zeilen. Men moest naar de
+bramzaling om ze los te maken, en Dick Sand, die niemand van zijn
+geïmproviseerde bemanning in gevaar wilde brengen, deed het liever
+zelf.
+
+Hij riep dus Tom en plaatste hem aan het stuurrad, terwijl hij hem
+aantoonde hoe hij moest sturen. Toen vervolgens Hercules, Bat, Actéon,
+Austin allen geplaatst waren, deze aan den bovenbramval, gene aan den
+bramval, ging hij het want in. Het openteren langs de weeflijnen van
+het onderwant, en langs het puttingwant en het stengwant de bramzaling
+te bereiken, dat alles was slechts spel voor Dick. In één minuut,
+was hij op het paard van de bramra en maakte de beslagseizings los
+die het zeil bestigd hielden.
+
+Daarna ging hij naar den hommer en vierde op de bovenbramra snel
+het bramzeil.
+
+Nadat Dick Sand zijn werk verricht had, greep hij een der pardoens
+aan stuurboordszij en liet zich op het dek glijden.
+
+Op zijn aanwijzingen werden nu de twee schooten flink aangehaald en
+bevestigd en daarna de twee raas opgeheschen. Nadat vervolgens de
+stagzeilen tusschen den grooten mast en den fokkemast bijgezet waren,
+was ook deze manoeuvre geëindigd.
+
+Dezen keer had Hercules niets gebroken.
+
+De _Pelgrim_ had nu al de zeilen bij, die zijn tuig uitmaakten. Wel
+had Dick Sand er nog de lijzeilen aan bakboordszijde kunnen bijvoegen,
+maar dit was een moeilijke manoeuvre in de omstandigheden waarin zij
+verkeerden, en indien men ze in geval van een windvlaag had moeten
+bergen, zou men het niet haastig genoeg hebben kunnen doen. De leerling
+bepaalde er zich dus bij.
+
+Tom werd toen van zijn post aan het roer afgelost, dat Dick Sand
+weder ter hand nam.
+
+De bries wakkerde aan. De _Pelgrim_, die aan stuurboordszij een
+weinig overhelde, gleed snel over de oppervlakte der zee en liet
+slechts een vlak kielwater achter, dat voor de zuiverheid van zijn
+waterlinie getuigde.
+
+"Nu zijn wij op den goeden weg, mevrouw Weldon," zei Dick Sand,
+"en nu geve God dat we dien gunstigen wind behouden!"
+
+Mevrouw Weldon drukte de hand van den leerling. Daarna ging zij,
+vermoeid van al de aandoeningen die zij in het laatste uur beleefd had,
+naar haar kajuit terug en verzonk in een soort van diepe sluimering
+die toch geen slaap was.
+
+De nieuwe bemanning bleef op den bak van de schoenerbrik, gereed
+om de bevelen van Dick Sand uit te voeren, namelijk om de zeilen te
+wijzigen naar de veranderingen van den wind; maar, zoolang de bries
+dezelfde kracht en richting bleef behouden, zou er niets te doen zijn.
+
+Maar, waar zat toch al dien tijd neef Benedictus?
+
+Neef Benedictus hield zich met de loupe in de hand bezig met de studie
+van een geleed insect dat hij eindelijk aan boord ontdekt had, een
+eenvoudig insect tot de orthoptera behoorende (rechtvleugeligen),
+welks kop onder den prothorax verborgen is, een insect met platte
+bovenvleugels, een ronden buik en vrij lange vleugels, dat tot de
+familie der kakkerlakken en tot de soort der Amerikaansche kakkerlakken
+behoorde.
+
+Hij had deze ontdekking gedaan, juist toen hij in de kombuis van
+Negoro aan 't snuffelen was, en op het oogenblik dat de kok op punt
+stond het insect onmeedoogend plat te trappen. Vandaar boos worden
+van neef Benedictus, waarbij Negoro trouwens zeer onverschillig bleef.
+
+Maar.... wist neef Benedictus welke verandering aan boord had plaats
+gehad van het oogenblik af dat kapitein Hull en zijn metgezellen op die
+noodlottige vangst van den walvisch waren uitgegaan? Ongetwijfeld. Hij
+was zelfs aan het dek, toen de _Pelgrim_ in het gezicht kwam van de
+overblijfselen der walvischsloep. De equipage van de schoenerbrik
+was dus onder zijn oogen omgekomen.
+
+Nu zouden wij hem van groote ongevoeligheid beschuldigen, als wij
+zeiden dat deze ramp hem niet had getroffen. Ongetwijfeld was ook zijn
+hart bewogen geworden door diep medelijden met zijn evenmensch. En
+evenzeer was hij ontroerd over den toestand waarin zijne nicht nu
+verkeerde. Hij had de hand van Mevr. Weldon gedrukt, als om haar te
+zeggen: "Vrees niets! Ik blijf bij u!"
+
+Daarna was neef Benedictus naar zijn hut teruggekeerd, zeker wel
+om na te denken over de gevolgen van dit zoo droevig ongeluk en de
+krachtige maatregelen die genomen moesten worden.
+
+Maar onderweg had hij den kakkerlak ontmoet, en daar hij tegen het
+oordeel van eenige entomologen in, beweerde dat de kakkerlakken van
+zekere soort, merkwaardig door hunne kleur, gewoonten hebben, zeer
+verschillende van de eigenlijke kakkerlakken, had hij zich dadelijk
+aan het werk gezet, vergetende dat er ooit een kapitein Hull geweest
+was, die het bevel over den _Pelgrim_ voerde en dat die ongelukkig
+met zijn bemanning was omgekomen!
+
+Hij was geheel in de studie van den kakkerlak verdiept en bewonderde
+hem niets minder, ja gaf er zich even veel moeite mede alsof dit
+afschuwelijk insect een gouden tor geweest ware.
+
+Het leven aan boord had dus zijn gewonen loop hernomen, alhoewel
+ieder natuurlijk nog geruimen tijd onder den indruk bleef eener zoo
+grievende en onverwachte ramp.
+
+Gedurende dien geheelen dag was Dick Sand overal, om te zien of
+alles op zijn plaats was en te zorgen dat hij gewapend was tegen
+alles wat er gebeuren kon. De negers gehoorzaamden hem goed willig
+en de volmaaktste orde heerschte aan boord van den _Pelgrim_. Men
+mocht dus hopen dat alles nu zonder hinder zou gaan.
+
+Van zijn kant deed Negoro geen nieuwe pogingen om zich aan het gezag
+van Dick Sand te ontrekken. Hij scheen het stilzwijgend erkend te
+hebben. Zooals altijd in zijn bekrompen kombuis bezig, zag men hem niet
+meer dan vroeger. Trouwens Dick Sand had zich stellig voorgenomen hem
+bij de minste overtreding, bij het eerste teeken van verzet voor de
+rest van den overtocht in de boeien te zetten. Op een teeken van hem
+zou Hercules den kok bij den nek gepakt hebben. Dat had zeker niet
+de minste moeite gekost. In dat geval ware Nan, die goed koken kon,
+in de plaats van den kok opgetreden. Negoro moest zich dus bekennen
+dat hij niet onmisbaar was, en, daar men van nabij op hem lette,
+scheen hij geen vat op zich te willen geven.
+
+De wind, die tot den avond toe aanwakkerde, maakte geen verandering
+in de zeilen van den _Pelgrim_ noodig. Zijn stevige masten, zijn
+ijzeren tuig, dat in goeden staat verkeerde, hadden hem veroorloofd
+onder dezen gang zelfs een sterkere bries te verdragen.
+
+Het is dikwijls 's nachts de gewoonte zeil te minderen en
+inzonderheid de bovenzeilen, bovenbramzeilen, boven stagzeilen,
+enz. Dat is voorzichtig, in het geval dat een rukwind onverwacht in de
+zeilen viel. Maar Dick Sand meende zich van deze voorzorg te kunnen
+onthouden. De toestand der atmosfeer deed niets noodlottigs voorzien
+en daarenboven had Dick Sand besloten dezen eersten nacht op het dek
+door te brengen en het oog over alles te houden. Bovendien had het
+schip een snelleren gang en zoo spoedig mogelijk wenschte hij zich
+in minder eenzame streken te bevinden.
+
+Wij hebben reeds gezegd dat de log en het kompas de eenige
+instrumenten waren, die Dick Sand te zijner beschikking had, om
+althans tennaastenbij den door den _Pelgrim_ afgelegden weg te ramen.
+
+Gedurende dezen dag liet de leerling om het half uur loggen en teekende
+de aanwijzingen op, die het instrument hem verschafte.
+
+Wat den magneet aangaat, die ook den naam van kompas draagt, er
+bevonden zich twee aan boord. De een was geplaatst in het kompashuisje,
+onder de oogen van den man aan het roer. Zijn wijzer, op den dag door
+het daglicht verlicht en des nachts door twee ter zijde geplaatste
+lampen, wees ieder oogenblik aan welke richting het schip volgde.
+
+Het andere kompas was een omgekeerde magneetnaald, bevestigd aan een
+dekbalk in de kajuit die vroeger door kapitein Hull bewoond werd. Op
+deze wijze kon hij, zonder het vertrek te verlaten, altijd weten of
+de goede koers gestuurd werd en of de man aan het roer, hetzij door
+onkunde of achteloosheid niet te veel gierde.
+
+Trouwens is er geen schip, dat lange zeereizen moet maken, of het
+heeft minstens twee kompassen aan boord, zooals het twee chronometers
+heeft. Men moet deze instrumenten met elkander kunnen vergelijken en
+bijgevolg hun opgaven controleeren.
+
+De _Pelgrim_ was dus in dit opzicht voldoende voorzien, en Dick Sand
+drukte zijn onderhoorigen op het hart de grootste zorg voor deze twee
+kompassen, die hij zoo noodig had, in acht te nemen.
+
+Maar ongelukkig had er in den nacht van den 12en op den 13en Februari,
+terwijl Dick de wacht had en aan het roer stond, een bedroevend ongeval
+plaats. Het kompas, dat in een koperen ring hing, die aan een dekbalk
+der kajuit bevestigd was, raakte los en viel op den vloer. Men ontdekte
+het pas den volgenden morgen.
+
+Hoe kwam deze koperen ring te breken? Het was vrij duister. Het was
+evenwel mogelijk dat hij geoxydeerd was en door het slingeren en
+stampen van het schip van den balk was losgeraakt. Juist toch was
+de zee in den gepasseerden nacht onstuimiger geweest. Hoe het zij,
+het kompas was gebroken en kon niet gerepareerd worden.
+
+Dick Sand was zeer teleurgesteld. Er schoot hem nu voortaan niets
+meer over dan het nachthuiskompas te raadplegen. Het breken van dit
+tweede kompas kon blijkbaar aan niemand geweten worden, maar het kon
+treurige gevolgen hebben. Dick nam dus alle mogelijke maatregelen om
+het tweede kompas voor ongelukken te bewaren.
+
+Tot nog toe ging, behalve dat, alles goed aan boord van den _Pelgrim_.
+
+Toen Mevr. Weldon zag hoe kalm en bedaard Dick Sand was, had ook
+zij haar vertrouwen teruggekregen. Wel had zij zich nooit aan wanhoop
+overgegeven en rekende zij boven alles op Gods goedheid. Ook versterkte
+zij zich, als oprechte en vrome katholieke, door het gebed.
+
+Dick Sand had het zoo weten te schikken, dat hij gedurende den
+nacht aan het roer bleef. Hij sliep vijf of zes uur per dag en dat
+scheen hem voldoende te zijn, daar hij zich niet al te vermoeid
+gevoelde. Gedurende dien tijd werd hij door Tom of diens zoon Bat
+aan het roer vervangen, die, dank zijn raadgevingen, langzamerhand
+tamelijke roergangers werden.
+
+Dikwijls hadden Mevr. Weldon en de leerling een gesprek met
+elkander. Dick Sand raadpleegde gaarne die schrandere en moedige
+vrouw. Iederen dag toonde hij haar het bestek op de kaart, dat hij bij
+schatting afzette, daarbij alleen rekening houdende met den gezeilden
+koers en den afstand.
+
+"Ziet u, mevrouw Weldon," herhaalde hij haar dikwijls, "met die vaste
+winden moeten wij de kust van Zuid-Amerika wel bereiken. 'k Zou het
+niet durven verzekeren, maar 'k geloof wel dat, wanneer ons vaartuig in
+'t gezicht van land zal komen, het niet ver van Valparaiso zal zijn!"
+
+Mevr. Weldon kon niet twijfelen of de koers was goed, vooral begunstigd
+door die noord-westenwinden. Maar wat kwam de _Pelgrim_ haar nog ver
+van het Amerikaansche strand voor! Welke gevaren lagen er nog tusschen
+hen en het vasteland, al waren het alleen die, welke konden voortkomen
+uit eene verandering in den toestand van de zee en den hemel!
+
+Jack had met de zorgeloosheid aan zijn leeftijd eigen, weldra zijn
+gewone spelen hervat. Hij liep weder op het dek, speelde met Dingo,
+en vond ongetwijfeld dat zijn vriend Dick zich minder dan vroeger met
+hem bemoeide, maar zijn moeder had hem aan het verstand gebracht, dat
+hij den leerling niet van zijn bezigheden moest aftrekken. Jack had
+genoegen met deze redenen genomen en stoorde "kapitein Sand" niet meer.
+
+Zoo ging het met de zaken aan boord. De zwarten verrichtten met
+schranderheid hun werk en werden elken dag meer bedreven in de praktijk
+van het zeemansvak. Tom werd natuurlijk bootsman en ook zijn kameraden
+zouden hem ongetwijfeld voor deze betrekking uitgekozen hebben. Hij
+commandeerde de wacht, terwijl Dick sliep en met hem waren dan steeds
+zijn zoon Bat en Austin. Actéon en Hercules maakten de andere wacht
+uit onder commando van Dick Sand. Terwijl dus de een stuurde, waakten
+de anderen op het voorschip.
+
+Hoewel deze streken eenzaam waren en een aanzeiling geenszins
+te vreezen was, nam de leerling gedurende den nacht de uiterste
+waakzaamheid in acht. Hij voer nooit zonder zijn lichten op
+te hebben,--een groen licht aan stuurboordszij, een rood aan
+bakboordszij,--en hierin handelde hij wijs.
+
+In die nachten evenwel, die Dick Sand geheel aan het roer doorbracht,
+maakte zich somtijds een onweerstaanbare neerslachtigheid van hem
+meester. Zijn hand stuurde dan zuiver instinctmatig. Het was het
+gevolg eener afgematheid, waarvan hij niets wilde weten.
+
+Nu gebeurde het in den nacht van den 13n op den 14n Februari dat
+Dick Sand, die zeer vermoeid was, eenige uren rust moest gaan nemen
+en door den ouden Tom aan het roer vervangen werd.
+
+De hemel was met dikke wolken bezet, die tegen den avond onder den
+invloed van de koude lucht gedaald waren. Het was dus zeer duister
+en het was onmogelijk de bovenzeilen te onderscheiden. Hercules en
+Actéon hadden de wacht op den bak.
+
+Op het achterschip werd het zwakke schijnsel van het licht van het
+kompashuisje zacht weerkaatst door het metalen bekleedsel van het
+stuurrad. De boordseinlantarens, die hun lichten zijdelings deden
+uitstralen, lieten het dek van het schip in diepe duisternis gehuld.
+
+Tegen drie uur 's morgens deed zich bij Tom een soort van
+helderziendheid voor, waarvan hij zich zelven niet bewust was. Zijn
+oogen, die al te lang op een lichtend punt van het kompashuisje
+gestaard hadden, verloren plotseling het gezichtsvermogen en hij
+verviel in een soort van werkelijke anaesthetische slaperigheid.
+
+Niet alleen zag hij niet meer, maar al had men hem aangeraakt of hard
+geknepen, zou hij waarschijnlijk niets gevoeld hebben.
+
+Hij zag dus de schaduw niet die over het dek gleed.
+
+Het was Negoro.
+
+Achteruit gekomen, plaatste de kok onder het kompashuisje een tamelijk
+zwaar voorwerp, dat hij in de hand hield.
+
+Na toen een oogenblik den verlichten wijzer van het kompas waargenomen
+te hebben, trok hij zich terug zonder dat hij gezien was.
+
+Indien Dick Sand den volgenden morgen het voorwerp had opgemerkt,
+dat Negoro onder het kompashuisje geplaatst had, zou hij zich gehaast
+hebben het weg te nemen.
+
+En niet zonder reden, want het was een stuk ijzer, waarvan de invloed
+de aanwijzingen van het kompas veranderd had. De magneetnaald was
+afgeweken en in plaats van het magnetische noorden aan te wijzen,
+dat een weinig van het geographische noorden verschilt, wees zij
+het noord-oosten aan. Het was een afwijking van vier streken, anders
+gezegd van een halven rechten hoek.
+
+Tom was bijna dadelijk uit zijn diepe sluimering ontwaakt. Zijn oogen
+wendden zich terstond naar het kompas... en hij geloofde, hij moest
+wel gelooven dat de _Pelgrim_ de goede richting niet had.
+
+Hij draaide dus het roer, teneinde den steven weder naar het oosten
+te richten.... Hij dacht het althans.
+
+Maar, bij de afwijking van de naald, die hij niet kon vermoeden,
+wendde hij den schoener naar het zuidoosten.
+
+Terwijl men dus niet anders dacht dan dat de _Pelgrim_ bij gunstigen
+wind de goede richting had, vervolgde hij met een verschil van
+vijf-en-veertig graden zijn weg!
+
+
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+STORM.
+
+
+In de week die op dit voorval volgde, van den 14n tot den 21n Februari,
+had er niets bijzonders aan boord plaats. De noordoostelijke wind
+wakkerde allengs aan en de _Pelgrim_ liep snel, een afstand afleggende
+van gemiddeld honderd zestig mijlen in de vier-en-twintig uren. Dit was
+nagenoeg alles wat men van een vaartuig van deze afmeting kon vergen.
+
+De schoenerbrik moest dus, naar de berekening van Dick, de streken
+naderen waar de mailbooten van het eene halfrond naar het andere
+oversteken. De leerling hoopte altijd een van die vaartuigen
+te ontmoeten, en hij had het stellige voornemen, hetzij er zijn
+passagiers op over te brengen, hetzij eenige matrozen en misschien
+wel een officier te leenen. Maar hoewel er zeer nauwkeurig werd
+uitgekeken, kon er geen enkel schip gesignaleerd worden en bleef de
+zee altijd eenzaam.
+
+Dit begon Dick Sand wel een weinig vreemd te vinden. Hij had meermalen
+dit gedeelte der Stille Zuidzee op zijn drie reizen naar de zuidelijke
+zeeën, om te visschen, doorkruist en bij de breedte en de lengte
+waarop hij zich meende te bevinden, was het zeldzaam dat er zich
+geen enkel Engelsch of Amerikaansch schip vertoonde, dat van Kaap
+Hoorn naar den evenaar kwam opwerken of naar de uiterste punt van
+Zuid-Amerika afzakte.
+
+Maar Dick Sand wist niet, en hij kon het ook niet weten, dat de
+_Pelgrim_ reeds op een hoogere breedte was, dat is te zeggen meer
+zuidelijk dan hij vermoedde.
+
+Dit lag aan twee redenen.
+
+De eerste was dat de stroomen dezer streken, welker snelheid de
+leerling slechts onvolkomen kon gissen, er aan hadden toegebracht,
+om het schip van zijn weg af te brengen zonder dat het hem mogelijk
+was er zich rekenschap van te geven.
+
+De tweede reden was dat het kompas, geschonden door de schuldige
+hand van Negoro, slechts onnauwkeurige uitkomsten gaf,--uitkomsten
+die Dick Sand, sedert het verlies van het tweede kompas, niet
+kon controleeren. Zoodat hij, meenende en moetende meenen dat de
+steven naar het oosten gekeerd was, werkelijk naar het zuid-oosten
+stevende! Het kompas werd steeds trouw door hem waargenomen. Er werd
+geregeld gelogd. Met zijn twee instrumenten kon hij in zekere mate
+den _Pelgrim_ besturen en het aantal afgelegde mijlen bij benadering
+bepalen. Maar was dit voldoende?
+
+Evenwel deed Dick Sand steeds zijn best om Mevr. Weldon, die zich over
+de voorvallen dezer reis dikwijls ongerust maakte, moed in te spreken.
+
+"We zullen er wel komen!" herhaalde hij telkens. "We zullen de
+Amerikaansche kust bereiken, hier of daar, onverschillig waar, maar
+ergens aanlanden zullen we!"
+
+"'k Twijfel er niet aan, Dick."
+
+"Natuurlijk, mevrouw, zouden we geruster zijn, als u niet aan boord
+waart en we slechts voor ons zelven hadden te zorgen, maar...."
+
+"Maar als ik niet aan boord was," antwoordde Mevr. Weldon, "als neef
+Benedictus, Jack, Nan en ik geen plaats op den _Pelgrim_ genomen
+hadden, en als van den anderen kant, Tom en zijn kameraden niet
+in zee waren opgenomen, Dick, zou er niemand overgebleven zijn dan
+gij en Negoro!.... Wat zou er van je geworden zijn, alleen met dien
+raadselachtigen man, dien je niet vertrouwen kunt?"
+
+"'k Zou begonnen zijn," antwoordde Dick flink weg, "met Negoro te
+beletten mij te benadeelen."
+
+"En je zoudt alleen het schip bestuurd hebben?"
+
+"Ja....alleen.... met God's hulp!"
+
+De moed en de geestkracht die uit deze woorden spraken, waren zeer
+geschikt om Mevr. Weldon op te beuren. En toch, als zij haar kleinen
+Jack aanzag, maakte zij zich dikwijls ongerust! Als de moeder niets
+wilde laten blijken van 't geen de moeder gevoelde, dan kon zij
+niet altijd beletten dat een heimelijke angst zich van haar hart
+meester maakte.
+
+Mocht intusschen de jeugdige leerling niet ver genoeg in zijn
+hydrographische studiën gevorderd zijn om zijn bestek op te maken,
+zoo bezat hij een werkelijk zeemans instinct, als er sprake van was
+om naar het weer te raden. Het voorkomen van de lucht van de eene
+zijde, van de andere de aanwijzingen van den barometer, deden hem
+voorzorgen nemen. Kapitein Hull, die een goed meteoroloog was, had
+hem geleerd dit instrument te raadplegen, dat merkwaardig zeker het
+weer kan voorspellen.
+
+Ziehier met weinige woorden wat de aanteekeningen betrekkelijk de
+waarneming van den barometer bevatten. [18]
+
+1º. Wanneer de barometer, nadat het tamelijk lang mooi weer geweest
+is, plotseling en aanhoudend begint te dalen, komt er ongetwijfeld
+regen; maar, als het lang mooi weer geweest is, kan de kwik twee
+of drie dagen lang in de barometer-buis zakken, voordat men eenige
+verandering in den toestand der atmosfeer opmerkt. Hoe meer tijd er
+dan verloopt tusschen de daling van de kwik en het komen van regen,
+des te langer zal de regentijd duren.
+
+2º. Indien integendeel de barometer bij regenachtig weder, dat reeds
+lang geduurd heeft, langzaam en geregeld begint te rijzen, zal het
+zeker mooi weer worden, hetgeen des te langer zal duren hoe langer
+tusschenpoos verloopen is tusschen het mooie weer en het begin van
+het rijzen des barometers.
+
+3º. Indien in de twee gevallen die voorafgaan, de verandering van
+weer onmiddellijk volgt op de beweging van de kwikkolom, zal deze
+verandering slechts kort duren.
+
+4º. Wanneer de barometer gedurende twee of drie of zelfs meer dagen
+langzaam en aanhoudend rijst, verkondigt hij mooi weer, al houdt
+de regen gedurende deze drie dagen niet op, en _vice versa_; maar,
+indien de barometer gedurende twee of meer dagen, terwijl het regent,
+rijst en hij vervolgens, terwijl het mooi weer geworden is, wederom
+begint te zakken, zal het mooie weer zeer kort duren, en _vice versa_.
+
+5º. In de lente en den herfst, voorspelt een plotselinge daling van
+den barometer wind. In den zomer, kondigt hij, als het zeer warm
+weer is, dan een onweer aan. In den winter, na eenigen tijd vorst
+gehad te hebben, voorspelt een snelle daling van de kwikkolom een
+verandering van wind, gepaard met dooiweder en regen; maar het rijzen
+van den barometer, terwijl het reeds eenigen tijd gevroren heeft,
+voorspelt sneeuw.
+
+6º. De snelle schommelingen van den barometer moeten nooit
+opgenomen worden als droog of regenachtig weer van eenigen duur te
+voorspellen. Deze aanwijzingen worden uitsluitend gegeven door het
+rijzen of het dalen, dat langzaam en aanhoudend plaats heeft.
+
+7º. Wanneer tegen het einde van den herfst, na aanhoudend regenachtig
+en winderig weer, de barometer rijst, dan kondigt dit rijzen den
+overgang aan van den wind naar het noorden en de nadering van den
+vorst.
+
+Dit zijn algemeene regelen, die men moet afleiden uit de aanwijzingen
+van dit kostbaar instrument.
+
+Dit was het wat ook aan Dick Sand zeer goed bekend was, 't geen hij
+in verschillende omstandigheden van zijn zeemansleven bevestigd had
+gezien en hem leerde op alle gebeurlijkheden voorbereid te zijn.
+
+Nu begonnen, juist tegen den 20sten Februari, de schommelingen van de
+kwikkolom den jeugdigen leerling, die ze verscheidene malen per dag
+met groote zorg opteekende, eenigszins te verontrusten. Werkelijk
+begon de barometer langzaam en aanhoudend te zakken, 'tgeen regen
+voorspelde; maar daar deze regen nog niet spoedig kwam, besloot Dick
+Sand daaruit dat het slechte weder zou aanhouden. Dit was dan ook
+werkelijk het geval.
+
+Maar de regen was hier de wind, en inderdaad wakkerde de bries zoo zeer
+aan, dat de lucht zich met een snelheid van zestig voet per seconde,
+of een en dertig mijlen per uur [19] verplaatste.
+
+Dick Sand moest toen eenige voorzorgen nemen, om de masten en de
+zeilen van den _Pelgrim_ niet in gevaar te brengen. Hij had reeds
+het bovenbramzeil, het gaftopzeil en den buitenkluiver laten bergen
+en besloot dit ook met het bramzeil te doen en daarna twee reven in
+het marszeil te laten steken.
+
+Dit laatste moest zekere moeielijkheid in zich hebben met een bemanning
+die nog zoo weinig geoefend was. Evenwel viel er niet te talmen en
+niemand talmde ook.
+
+Dick Sand, vergezeld van Bat en Austin, ging naar boven en nam,
+ofschoon niet zonder moeite, het bramzeil in. Met minder dreigend weer,
+zou hij de twee raas niet hebben afgenomen, maar, daar hij voorzag
+dat hij waarschijnlijk verplicht zou zijn de bramsteng te schieten
+en die zelfs geheel aan dek te nemen, nam hij de beide raas af. Men
+begrijpt toch dat, als de wind te sterk wordt, men niet alleen de
+zeilen, maar ook het boventuig moet neernemen. Dit is een groote
+verlichting voor het schip, dat, hoog getuigd, van het slingeren en
+stampen niet meer zoo veel te lijden heeft.
+
+Nadat deze eerste arbeid volbracht was,--en er gingen twee uren mede
+om,--hielden Dick Sand en de zwarten zich bezig met het marszeil te
+verkleinen door twee reven in te steken.
+
+De _Pelgrim_ voer niet, als de meeste nieuwere vaartuigen, een
+dubbel marszeil, hetgeen de manoeuvre gemakkelijk maakt. Men moest
+dus doen als vroeger, namelijk de ra op den rand laten loopen, een
+zeil door den wind geslagen naar zich toe halen en de rifseizings
+stevig vastknoopen. Dat alles was moeielijk, gevaarlijk en duurde
+lang, maar eindelijk gaf het gereefde marszeil minder vat aan den
+wind en daardoor werd de schoenerbrik aanmerkelijk verlicht.
+
+Dick Sand kwam met Bat en Austin weder beneden. De _Pelgrim_ bevond
+zich toen in den toestand van zeewaardigheid, gevorderd door dien
+staat van den dampkring, waaraan men de benaming van "stijve koelte"
+heeft toegekend.
+
+Gedurende de drie volgende dagen, 20, 21 en 22 Februari, was de wind
+noch in kracht, noch in richting belangrijk gewijzigd. Intusschen
+ging het kwik voort in de barometerbuis te zakken en den laatsten
+dag merkte Dick op, dat het voortdurend onder acht en twintig duim
+zeven tiende [20] stond.
+
+Er was overigens volstrekt geen schijn van dat de barometer voor
+eenigen tijd zou gaan rijzen. De lucht zag er slecht en buitengewoon
+winderig uit. Buitendien werd zij aanhoudend door dikke dampen
+bedekt. Deze laag van nevels was zelfs zoo dik, dat men de zon niet
+meer kon zien en dat het moeilijk zou geweest zijn de plaats waar
+zij op- en onderging aan te wijzen.
+
+Dick Sand begon zich ongerust te maken. Hij verliet het dek niet
+meer. Hij sliep nauwelijks. Evenwel had hij geestkracht genoeg om
+zijn angst in het diepst van zijn hart te verbergen.
+
+Den volgenden dag, 23 Februari, scheen de wind in den loop van den
+morgen een weinig af te nemen, maar Dick Sand vertrouwde het niet,
+en hij had gelijk, want in den namiddag stak de wind weer op en ging
+de zee hol staan.
+
+Tegen vier uur verliet Negoro, dien men weinig zag, het verblijf der
+matrozen en begaf zich naar den voorsteven. Dingo sliep zeker ergens
+in een hoek, want hij blafte niet, zooals gewoonlijk.
+
+Negoro bleef, altijd zwijgend, een half uur lang den horizon waarnemen.
+
+Lange golven volgden elkander op, zonder nog in botsing met elkander
+te komen. Evenwel waren zij hooger dan met de kracht van den wind
+overeenkwam. Men moest er uit besluiten dat er slecht weer in het
+westen was, niet ver af meer misschien, en dat het weldra deze streken
+zou bereiken.
+
+Negoro liet, in gedachten verzonken, zijn blikken weiden over
+de onmetelijke zee, die rondom den _Pelgrim_ in volslagen oproer
+verkeerde. Daarna richtten zich zijn koude en strakke oogen naar
+de lucht.
+
+De lucht zag er verontrustend genoeg uit. De dampen verplaatsten zich
+met zeer verschillende snelheden. De wolken in de bovenlucht bewogen
+zich sneller dan die der benedenlagen van den dampkring. Men mocht dus
+vooruitzien dat weldra deze zware massa's naar beneden zouden dalen en
+wat nu nog slechts een stijve koelte was, namelijk een verplaatsing
+van lucht tegen drie-en-veertig mijlen per uur, zou overgaan in een
+storm en misschien in een orkaan.
+
+Hetzij Negoro geen man was om angst te gevoelen, hetzij hij niets
+begreep van het dreigende weer, hij scheen volstrekt niet ontroerd. Wel
+speelde er een valsche glimlach op zijn lippen. Eigenlijk was het
+of deze toestand van het weer hem eer genoegen gaf dan dat hij er
+zich onaangenaam gestemd over gevoelde. Een oogenblik klom hij op den
+boegspriet en kroop tot aan de woeling, om zijn blikken nog verder te
+laten weiden, alsof hij eenig teeken aan den horizont zocht. Daarna
+klom hij weder naar beneden en begaf zich, zonder een enkel woord
+gezegd of zelfs maar een gebaar gemaakt te hebben, weder naar het
+matrozenverblijf.
+
+Evenwel was er onder al deze verschrikkelijke omstandigheden één
+gelukkige zaak, die ieder aan boord wel op prijs mocht stellen,
+namelijk dat de wind, hoe stevig hij werd of zou worden, gunstig was en
+dus de _Pelgrim_ snelle vorderingen naar de Amerikaansche kust scheen
+te maken. En zelfs kon, als het weer maar niet tot storm oversloeg,
+deze overtocht zonder gevaar volbracht worden en zouden de werkelijke
+gevaren eerst dan beginnen, als het oogenblik gekomen was dat zij op
+eenig onbekend punt der kust land zouden bezeilen.
+
+Dit was iets dat nu reeds dikwijls een onderwerp van Dick Sand's
+overdenkingen uitmaakte. Hoe zou hij, als het land eenmaal in 't
+gezicht was, manoeuvreeren, indien hij geen loods of geen zeeman
+ontmoette, die met het vaarwater bekend was? Wat zou hij doen,
+ingeval het slechte weder hem verplichtte een noodhaven te zoeken,
+daar deze kust hem ten eenemale onbekend was? Wel is waar had hij
+zich vooralsnog over deze zaak niet ongerust te maken, alhoewel er,
+als het uur eenmaal gekomen was, een besluit moest genomen worden.
+
+Gedurende de 13 dagen die verliepen, van den 24n Februari tot den 9n
+Maart, veranderde de toestand van den dampkring niet belangrijk. De
+hemel was altijd met zwaren nevel bezwangerd. Gedurende eenige uren
+nam de wind af, om dan weder met dezelfde woede los te barsten. Twee
+of driemaal ging de barometer aan het rijzen, maar zijn schommeling,
+een twaalftal strepen uitmakende, was te plotseling om een verandering
+van weer en een terugkeer tot zachtere winden aan te kondigen. Daarbij
+kwam dat de kwikkolom bijna dadelijk weder daalde, zoodat vooralsnog
+niets het einde van het slechte weder voorspelde.
+
+Ook barstten er van tijd tot tijd geduchte onweders los, die Dick
+ernstig ongerust maakten. Twee of drie malen sloeg de bliksem op
+slechts eenige kabellengten van het schip af in de zee. Daarna viel dan
+de regen in stroomen neder en kwamen er van die dwarrelwinden van half
+verdichte dampen voor, die den _Pelgrim_ met een dichten mist omgaven.
+
+Uren achtereen had de man op den uitkijk geen uitzicht meer en ging
+men op goed geluk verder.
+
+Alhoewel het vaartuig, niettegenstaande het sterk stampte, vreeselijk
+slingerde, verdroeg Mevr. Weldon dit stampen en slingeren, zonder er
+gelukkig eenigen hinder van te gevoelen. Maar haar kleine jongen was
+zeer ongesteld en vereischte al haar zorgen.
+
+Wat neef Benedictus betreft, hij was evenmin ziek als de Amerikaansche
+kakkerlakken, die hij gezelschap hield, en hij bracht zijn tijd
+door met studeeren, alsof hij rustig in zijn studeervertrek te
+San-Francisco zat.
+
+Zeer gelukkig hadden ook Tom en zijn kameraden weinig last van
+de zeeziekte en konden zij daarom hun jeugdigen bevelvoerder hulp
+blijven verleenen, die zelf volkomen gewend was aan al de ongeregelde
+bewegingen van een schip dat voor den wind loopt.
+
+De _Pelgrim_ liep snel onder zijn verminderde zeilen en reeds zag Dick
+Sand aankomen dat hij nog meer zeil zou moeten minderen. Maar hij
+wilde volhouden, zoolang het zonder gevaar mogelijk zou zijn. Naar
+zijn berekening kon de kust niet ver meer verwijderd zijn. Men zag
+dus ijverig uit. Evenwel kon Dick niet te veel op de oogen zijner
+metgezellen vertrouwen om de eerste teekenen van land te ontdekken,
+want hoe scherp van gezicht men moge zijn, hij, die niet gewoon
+is om den horizont op zee te onderzoeken, is niet in staat om de
+eerste omtrekken eener kust te onderscheiden, vooral te midden van
+dikke nevels. Ook moest Dick Sand zelf uitkijken en klom hij daarom
+dikwijls in het want om beter te zien. Maar niets deed zich nog voor
+van de Amerikaansche kust.
+
+Dat verwonderde hem en toen hem hieromtrent eenige woorden ontvielen,
+begreep Mevr. Weldon zijn verwondering. Het was de 9e Maart. De
+leerling bevond zich op het voorschip, nu eens den blik gericht op de
+zee en de lucht, dan weder met het oog op de masten van den _Pelgrim_,
+die onder het aanhoudend geweld van den wind begonnen te lijden.
+
+"Zie je nog niets, Dick?" vroeg zij hem, op een oogenblik dat hij
+den verrekijker liet zakken.
+
+"Niets, mevrouw, niets," antwoordde hij, "en toch schijnt de horizont
+een weinig op te klaren, onder den hevigen wind die nog meer gaat
+aanwakkeren."
+
+"En volgens u, Dick, kan de Amerikaansche kust niet ver meer af
+zijn, nu?"
+
+"Dat kan zij niet, mevrouw, en als er iets is dat me verwondert,
+dan is het dat zij nog niet in 't gezicht is!"
+
+"En toch," hernam Mevr. Weldon, "heeft het schip altijd goeden koers
+gehouden."
+
+"Altijd, vanaf de wind noord-west geweest is," antwoordde Dick Sand,
+"dat is dus sedert den dag dat we onzen ongelukkigen kapitein en zijn
+equipage hebben verloren. Dat was de 10e Februari, we hebben nu den 9en
+Maart. Er zijn dus sedert dien tijd zeven-en-twintig dagen verloopen!"
+
+"Maar hoever waren we toen nog van de kust verwijderd?" vroeg
+Mevr. Weldon.
+
+"Vier duizend vijfhonderd mijlen ongeveer, mevrouw. Zijn er soms
+zaken, die ik zeer betwijfel, voor dit cijfer kan ik instaan op
+twintig mijlen na."
+
+"En hoe groot is de snelheid van het schip geweest?"
+
+"Gemiddeld honderdtachtig mijlen per dag, sedert de wind zich verhief,"
+antwoordde de leerling. "Ook verwondert het mij, dat we nog niet in
+'t gezicht van land zijn. En wat me nog vreemder voorkomt, is, dat
+we zelfs geen enkel van die vaartuigen ontmoeten, die gewoonlijk deze
+streken bezoeken."
+
+"Hebt ge u niet kunnen vergissen, Dick?" hernam Mevr. Weldon, "bij
+het bepalen van de snelheid van den _Pelgrim_?"
+
+"Neen, mevrouw. Op dat punt heb ik niet kunnen dwalen. Er is om het
+half uur gelogd; en 'k heb de uitkomsten zeer juist opgeteekend.--Kom,
+'k zal 't op 't oogenblik weer doen en u zult zien dat we nu tien
+mijlen per uur loopen, wat meer dan twee honderd mijlen per dag
+bedraagt!"
+
+Dick Sand riep Tom en beval hem te loggen,--een werk dat de oude
+neger nu zeer gewoon was te doen.
+
+De log, stevig aan het einde van de lijn bevestigd, werd gebracht en
+buiten boord gegooid.
+
+Nauwelijks waren twintig vademen afgeloopen, of de lijn in de handen
+van Tom werd eensklaps slapper.
+
+"Och! mijnheer Dick!" riep hij uit.
+
+"Welnu, Tom?"
+
+"De lijn is gebroken!"
+
+"Gebroken!" riep Dick Sand uit! "En de log is verloren!"
+
+De oude Tom liet het eind van de lijn zien, dat hij in de hand hield.
+
+Het was maar al te waar. Zij was goed vastgebonden geweest. De lijn was
+in het midden afgebroken. En toch was het touw van eerste kwaliteit. De
+strengen moesten dus op het punt waar ze afbraken, zeer versleten zijn
+geweest! En dat waren zij inderdaad, waarvan Dick zich kon overtuigen
+toen hij het eind van de lijn in de hand hield! Maar.... waren zij
+door het gebruik versleten, vroeg de leerling zich af, die wantrouwend
+geworden was.
+
+Hoe het zij, de log was verloren, en Dick Sand had nu geen enkel
+middel meer om de snelheid van zijn schip juist te schatten. Het
+eenige instrument dat hij nu nog bezat, was een kompas, en hij wist
+niet eens dat zijn aanwijzingen valsch waren!
+
+Mevr. Weldon zag dat hij zoo terneergeslagen was over dit ongeluk,
+dat zij niet verder wilde aandringen en met een bezwaard hart zich
+in haar kajuit terugtrok.
+
+Maar, al kon de snelheid van den _Pelgrim_ en bijgevolg de afgelegde
+weg niet meer bepaald worden, het was gemakkelijk zich te overtuigen
+dat de vaart van het schip niet verminderde.
+
+Werkelijk daalde de barometer den volgenden dag, 10 Maart, tot
+acht-en-twintig duim twee tiende. [21] Dat voorspelde een van die
+stormvlagen die tot zestig mijl per uur maken.
+
+Het werd dringend noodzakelijk nog meer zeil te minderen, teneinde
+de veiligheid van het vaartuig niet in de waagschaal te stellen.
+
+Dick Sand besloot zijn bramsteng te strijken, zijn kluifhout in te
+voeren en zijn benedenzeilen te bergen, om slechts te varen onder
+stagfok en gereefd marszeil.
+
+Hij riep Tom en de anderen om hem behulpzaam te zijn in dit moeielijk
+werk, dat ongelukkig niet snel kon verricht worden.
+
+En toch, de tijd drong, want de storm barstte reeds met hevigheid los.
+
+Dick Sand, Austin, Actéon en Bat gingen naar boven terwijl Tom aan
+het roer bleef, en Hercules op het dek, om dadelijk, als hem de order
+gegeven werd, de vallen te vieren of los te gooien.
+
+Na talrijke pogingen werd het kluifhout ingevoerd en de bramsteng
+gestreken, niet zonder dat deze brave menschen door het vreeselijk
+schudden der masten, tengevolge van het slingeren, honderd maal op
+het punt waren in zee te storten. Nadat daarna nog een rif ingestoken
+en de fok geborgen was, lag de schoenerbrik alleen onder stagfok en
+het dicht gereefd marszeil.
+
+Alhoewel zijn zeilen nu aanmerkelijk verminderd waren, bleef de
+_Pelgrim_ nog altijd een buitengewoon snelle vaart houden.
+
+Den 12en zag het er met het weder nog slechter uit. Dien dag toch zag
+Dick Sand in den vroegen morgenstond den barometer tot zeven-en-twintig
+duim negen tiende [22] dalen.
+
+Het was nu een echte storm geworden, zoodanig, dat de _Pelgrim_
+zelfs het weinigje doek niet meer kon dragen, dat hem nog over bleef.
+
+Toen Dick Sand zag dat zijn marszeil zou scheuren, gaf bij bevel het
+te beslaan.
+
+Maar te vergeefs, want een nog heviger rukwind wierp zich op dit
+oogenblik op het schip en scheurde het zeil los. Austin, die zich op
+de marsra bevond, werd door den bakboordsschoot getroffen. Gewond,
+maar vrij licht, kon hij zelf naar beneden komen.
+
+Dick Sand was nu ten hoogste ongerust en had slechts één gedachte:
+dat namelijk het schip, met zulk een woedende vaart voortgestuwd,
+zich elk oogenblik kon te bersten stooten, want volgens zijn raming,
+konden de klippen van het strand niet meer ver af zijn. Hij keerde
+dus terug naar het voorschip, maar hij zag niets, dat zelfs den schijn
+van land had en nam het roer weder op.
+
+Een oogenblik later trad Negoro op het dek. Daar gekomen, strekte
+zich zijn arm onwillekeurig uit naar een punt van den horizont. Men
+zou gezegd hebben dat hij zeer in de verte door den dichten nevel
+heen hoog land ontdekte!....
+
+Nogmaals vertoonde diezelfde valsche glimlach zich op zijn gelaat,
+en zonder iets te zeggen van 't geen hij misschien gezien had, ging
+hij weder naar zijn verblijf terug.
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+AAN DEN HORIZONT.
+
+
+Het was op dezen dag dat de storm op zijn felst woedde en zijn
+vreeselijksten vorm aannam, namelijk dien van orkaan. De wind was naar
+het zuidoosten geloopen. De lucht verplaatste zich met een snelheid
+van negentig mijlen in 't uur. [23]
+
+Het was nu wel degelijk een orkaan, een van die vreeselijke windvlagen,
+die al de schepen eener reede op de kust werpen en waaraan, zelfs aan
+land, de stevigste gebouwen geen weerstand kunnen bieden. Zoodanig
+een was die, welke den 25n Juli 1825 Guadeloupe verwoestte. Wanneer
+vier-en-twintig ponders van hunne affuiten worden gelicht, bedenke men
+eens wat er van een schip moet worden dat geen ander steunpunt heeft
+dan een oproerige zee! En toch is het juist aan de beweeglijkheid van
+die zee, dat het vaartuig dikwijls zijn redding te danken heeft. Het
+loopt met den wind mede en mits het maar stevig gebouwd zij, is het
+in staat de hevigste windstooten te weerstaan. Dit was het geval met
+den _Pelgrim_. Eenige minuten nadat het marszeil aan flarden gescheurd
+was, werd ook de stagfok op haar beurt weggerukt. Dick Sand moest er
+toen van afzien om zelfs een stormfok, een klein zeil van sterk doek,
+te stellen, hetgeen het sturen van het schip anders gemakkelijker
+zou gemaakt hebben.
+
+Er bleef dus geen enkel stukje doek aan den _Pelgrim_ meer over waarop
+de wind vat kon hebben, die nu woedde tegen zijn romp, zijn masten
+en zijn want; dit reeds was genoeg om hem met ontzettende snelheid
+te doen voortvliegen. Somtijds scheen het schip zelfs boven de golven
+te zweven en moest men aannemen dat het die slechts even aanraakte.
+
+In dezen toestand was het slingeren van het vaartuig op de door den
+storm heen en weer geschudde golven, vreeselijk. Telkens liep men
+gevaar een monsterachtige stortzee achterin te krijgen. De bergen
+water liepen sneller dan de schoenerbrik en dreigden den achtersteven
+te treffen, zoo zij zich niet snel genoeg oprichtte. Dit is een
+der grootste gevaren die een schip, dat voor den storm vlucht,
+kan beloopen.
+
+Maar, wat te doen om deze mogelijke ramp te voorkomen? Men kon
+den _Pelgrim_ geen grootere snelheid mededeelen, omdat hij niet het
+kleinste stukje doek zou behouden hebben. Men moest dus beproeven door
+middel van het roer, waarvan de werking evenwel dikwijls onmachtig was,
+aan het vaartuig dezelfde richting te blijven geven.
+
+Dick Sand verliet het roer niet meer. Hij had zich met een touw
+om het middel vastgesjord, om niet door een stortzee weggeslagen
+te worden. Ook Tom en Bat hadden zich vastgebonden en hielden zich
+gereed om hem te hulp te komen. Hercules en Actéon hadden zich aan
+de betings vastgeklampt en waakten op het voorschip.
+
+Wat Mevr. Weldon, den kleinen Jack, neef Benedictus en Nan aangaat, zij
+bleven op verzoek van den leerling in de achterkajuit. Mevr. Weldon
+was liever op het dek gebleven, maar Dick Sand had het met alle
+macht tegengehouden, omdat dit zich zonder noodzakelijkheid in gevaar
+begeven zou geweest zijn.
+
+Al de luiken waren hermetisch gesloten. Het was te hopen dat zij
+genoegzaam tegenstand zouden bieden ingeval het mocht gebeuren, dat
+er een van die ontzaglijke zeeën over boord sloeg waartegen niets
+bestand is. Indien zij ongelukkig voor het gewicht dezer stortzeeën
+weken, kon het schip onderloopen en zinken. Zeer practisch was ook
+de lading met zorg gestuwd, zoodat in weerwil van het vreeselijk
+overhalen der schoenerbrik, haar lading zich niet verplaatste.
+
+Dick Sand had de uren, die hij aan den slaap gaf, nog verminderd. Ook
+bekroop Mevr. Weldon de vrees dat hij ziek zou worden. Zij verkreeg
+van hem dat hij eenigen tijd rust zou nemen.
+
+Nu had er juist, terwijl hij sliep, in den nacht van den 13en op den
+14en Maart weder iets bijzonders plaats.
+
+Tom en Bat waren achteruit, toen Negoro, die zich slechts zelden op
+dit gedeelte van het schip liet zien, op hen toekwam en zelfs een
+gesprek met hen scheen te willen aanknoopen; maar Tom en zijn zoon
+gaven hem geen antwoord.
+
+Plotseling, op het oogenblik eener vreeselijke slingering, viel Negoro,
+en zou hij stellig in zee geslingerd zijn, zoo hij zich niet aan het
+kompasbuisje had vastgegrepen.
+
+Tom gaf een schreeuw, daar hij vreesde dat het kompas gebroken was.
+
+Dick Sand was in een oogenblik wakker, hoorde den kreet en vloog op
+het dek.
+
+Negoro was reeds weder op de been, maar hij hield het stuk ijzer in
+de hand, dat hij van onder het kompashuisje had weggenomen en deed
+het verdwijnen voordat Dick Sand het bemerkt had.
+
+Zou Negoro er belang bij gehad hebben dat de magneetnaald de goede
+richting hernam! Ja, want deze winden uit het zuid-westen kwamen hem
+nu te stade!....
+
+"Wat is er gaande?" vroeg de leerling.
+
+"Dat is die ongelukkige kok, die viel op het kompas!" antwoordde Tom.
+
+Bij deze woorden, bukte zich Dick Sand, die zich zeer ongerust maakte,
+naar het kompashuisje.... Het was in order, het kompas door de lampen
+verlicht, lag altijd op zijn beide concentrische ringen.
+
+Dat was een steen van het hart van Dick! Het breken van het eenige
+kompas aan boord zou een onherstelbaar ongeluk geweest zijn.
+
+Maar, wat Dick Sand niet had kunnen opmerken, was, dat sedert het
+wegnemen van het stuk ijzer, de naald haar normalen stand weder had
+ingenomen en juist het magnetische noorden aanwees, zooals het onder
+dezen meridiaan moest zijn.
+
+Al kon men nu evenwel Negoro niet verantwoordelijk stellen voor een
+val, die onwillekeurig scheen, zoo had Dick Sand toch alle reden er
+zich over te verwonderen dat de kok zich op dat uur op het achterschip
+bevond.
+
+"Wat doe je daar?" vroeg hij hem.
+
+"Wat me bevalt," antwoordde Negoro.
+
+"Je zegt!...." riep Dick Sand uit, die zich een oogenblik boos maakte.
+
+"Ik zeg!...." antwoordde de kok, "dat er geen reglement is dat me
+verbiedt op het achterschip te wandelen!"
+
+"Welnu, ik maak dat reglement," antwoordde Dick Sand, "en nu verbied
+ik u achteruit te komen!"
+
+"Och kom!" antwoordde Negoro.
+
+De man, die zich zelf gewoonlijk zoo meester was, maakte een dreigende
+beweging.
+
+De leerling haalde een revolver te voorschijn en richtte deze op den
+kok, zeggende:
+
+"Negoro, onthoud dat ik dit wapen altijd bij me draag en ik je bij
+het eerste teeken van verzet door 't hoofd schiet!"
+
+Op dit oogenblik voelde Negoro zich door een onweerstaanbare kracht
+tot het dek neergebogen.
+
+Hercules had eenvoudig zijn zware hand op zijn schouder gelegd.
+
+"Kapitein Sand," zei de reus, "wilt u dat 'k dien kerel over boord
+gooi? Het is een lekkerbeetje voor de visschen die nog al zoo kiesch
+niet zijn."
+
+"Nog niet," antwoordde Dick Sand.
+
+Negoro richtte zich op, zoodra hij de hand van den neger niet meer
+op zich voelde drukken. Maar Hercules voorbijgaande, mompelde hij:
+
+"Dat zal 'k je betaald zetten, vervloekte neger!"
+
+Intusschen was de wind omgeloopen en toch gaf, tot Dick's verwondering,
+niets in den toestand der zee te kennen dat er een verandering op
+til was. Het schip hield nog steeds koers, maar door wind en zeeën,
+die nu dwars inkwamen, was Dick Sand genoodzaakt vier streken af te
+houden om voor den storm te blijven wegloopen.
+
+Maar van den anderen kant was zijn aandacht meer dan ooit opgewekt en
+vroeg hij zich af of er niet eenig verband bestond tusschen den val van
+Negoro en het breken van het eerste kompas. Wat was de kok daar komen
+doen? Had hij er misschien eenig belang bij dat het tweede kompas
+ook buiten dienst gesteld werd? Welk belang zou dat hebben kunnen
+zijn? Er was geen enkele reden voor te vinden. Moest ook Negoro,
+evenzeer als allen, niet vurig wenschen zoo spoedig mogelijk aan de
+Amerikaansche kust te landen?
+
+Toen Dick Sand met Mevr. Weldon over het voorval sprak, kon ook zij,
+hoewel zijn wantrouwen in zekere mate deelende, geen aannemelijke
+drijfveer vinden voor 't geen van den kant van Negoro een misdadig
+overleg zou geweest zijn.
+
+Intusschen werd op den kok, uit voorzichtigheid, nauwkeurig het oog
+gehouden. Overigens kwam hij in zooverre de bevelen van den leerling
+na, dat hij zich niet meer op het achterschip waagde, waar zijn dienst
+hem nimmer riep. Bovendien nam men de voorzorg er Dingo aanhoudend
+verblijf te laten houden, en men weet dat Negoro niet bijzonder op
+het gezelschap van den hond gesteld was.
+
+Gedurende de geheele week bleef de storm voortwoeden. De barometer
+daalde nog altijd. Van den 14en tot den 26en Maart, was het onmogelijk,
+van een oogenblikje kalmte gebruik te maken om eenige zeilen bij te
+zetten. De _Pelgrim_ stormde naar het noordoosten met een snelheid die
+niet onder de twee honderd mijlen in de vier-en-twintig uur kon zijn,
+en nog altijd geen land! En toch, dat land was Amerika, dat als een
+onmetelijke slagboom tusschen de Atlantische zee en de Stille Zuidzee
+ligt, op een lengte van meer dan honderd twintig graden.
+
+Dick Sand vroeg zich somtijds af of hij niet krankzinnig was, of hij
+nog het bewustzijn had het ware van het valsche te onderscheiden, of
+hij niet sedert zoo vele dagen, buiten zijn weten, in een verkeerde
+richting liep! Neen, zoo erg kon hij zich niet vergissen! De zon,
+die hij wel is waar in den dikken nevel niet kon onderscheiden,
+kwam altijd vóór hem op, om achter hem onder te gaan!
+
+Maar was het land dan verdwenen? Waar lag dan Amerika, waarop zijn
+schip misschien te gronde zou gaan, waar was het, zoo het zich niet
+daar bevond? Het mocht dan het zuidelijke of het noordelijke vasteland
+zijn,--want alles was mogelijk in die verwarring,--een van beiden moest
+de Pelgrim toch bereiken. Wat was er toch gebeurd sedert het begin van
+dien verschrikkelijken storm? Wat geschiedde er nog, nu die kust, die
+zijn heil of zijn ondergang zou zijn, nog altijd niet opdoemde? Moest
+Dick Sand dan veronderstellen dat hij bedrogen was door zijn kompas,
+welks aanwijzingen hij niet meer kon vergelijken, omdat het tweede
+kompas hem ontbrak om die vergelijking te doen? En werkelijk zijn
+vrees was gewettigd door die voortdurende totale afwezigheid van land!
+
+Wanneer Dick Sand zich dan ook niet aan het roer bevond, was hij
+onophoudelijk bezig de kaart met de oogen te verslinden. Maar
+al bestudeerde hij deze nog zoo vlijtig, zij kon hem het raadsel
+niet oplossen dat, in den toestand waarin Negoro hem gebracht had,
+onbegrijpelijk voor hem was, zooals het voor iedereen zou geweest zijn.
+
+Dien dag evenwel, den 27n Maart ongeveer 8 uur 's morgens deed zich
+iets van het grootste gewicht voor.
+
+Hercules voor op den uitkijk, deed den kreet hooren:
+
+"Land! land!"
+
+Dick Sand nam een sprong naar den bak. Zou Hercules, die geen
+zeemansoogen kon hebben, zich niet bedriegen?
+
+"Land!" riep Dick Sand.
+
+"Dáár!" antwoordde Hercules, terwijl hij een bijna onmerkbaar punt
+aan den horizont in het noord-oosten aanwees.
+
+Men kon elkander te midden van het geloei van den storm slechts
+moeielijk verstaan.
+
+"Heb je werkelijk land gezien?...." vroeg de leerling.
+
+"Ja," antwoordde Hercules, met het hoofd knikkend. En wederom wees
+hij met de hand aan bakboord vooruit.
+
+De leerling keek, maar zag niets.
+
+Op dit oogenblik betrad Mevr. Weldon, die den kreet door Hercules
+geuit, gehoord had, het dek, niettegenstaande haar belofte er niet
+te komen.
+
+"Mevrouw!...." riep Dick Sand.
+
+Ook Mevr. Weldon, zich niet kunnende doen hooren, beproefde het door
+den neger aangewezen land te ontdekken, en scheen haar geheele leven
+in haar oogen te concentreeren.
+
+Waarschijnlijk had de hand van Hercules naar een verkeerd punt aan
+den horizont gewezen, want noch Mevrouw Weldon, noch Dick Sand konden
+iets zien.
+
+Maar eensklaps strekte ook hij de hand uit.
+
+"Ja! ja! land!" zeide hij.
+
+En werkelijk was op een plek, waar de nevelen voor een oogenblik
+uiteen weken, een soort van top te zien. Zijn zeemansoogen konden
+hem niet bedriegen.
+
+"Eindelijk!" riep hij uit, "eindelijk!"
+
+Hij hield zich koortsachtig aan de verschansing vast. Mevr. Weldon,
+door Hercules ondersteund, keek onophoudelijk naar dat zoo vurig
+verlangde land.
+
+De kust, die door dit voorgebergte gevormd werd, verhief zich op
+tien mijlen aan lij van bakboordszij. Daar er nu een blinker kwam,
+kon men de kust duidelijker onderscheiden. Het was ongetwijfeld een
+kaap van het Amerikaansche vasteland. De _Pelgrim_ kon zonder zeilen
+niet goed koers houden, maar moest wel op het strand aanloopen.
+
+Het was slechts om eenige uren te doen. Het was nu acht uur 's morgens
+en dus zou de _Pelgrim_ voor twaalf uur dicht bij land zijn.
+
+Op een teeken van Dick Sand, geleidde Hercules Mevr. Weldon weder
+naar het achterschip, want zij zou het geweld van het stampen niet
+hebben kunnen weerstaan.
+
+De leerling bleef nog een oogenblik op den bak en keerde vervolgens
+naar het roer bij den ouden Tom terug.
+
+Eindelijk zag hij dan nu deze zoo lang weggebleven, zoo vurig begeerde
+kust! maar nu helaas! met een gevoel van schrik!
+
+En inderdaad, in den toestand waarin de _Pelgrim_ zich bevond, namelijk
+vluchtende voor den storm, het land aan lij, was er niets anders te
+wachten dan een schipbreuk met al haar mogelijke verschrikkingen.
+
+Twee uren verliepen. Het voorgebergte vertoonde zich nu dwarsscheeps.
+
+Op dit oogenblik kwam Negoro aan dek. Dezen keer keek hij met de
+grootste aandacht naar de kust, schudde het hoofd als iemand die
+wist waaraan zich te houden, en ging weder naar beneden, na een naam
+genoemd te hebben dien niemand kon verstaan.
+
+Wat Dick Sand betreft, hij trachtte de kust te ontdekken, die zich
+achter het voorgebergte moest uitstrekken.
+
+Opnieuw verliepen twee uren. Het voorgebergte verhief zich aan
+bakboordszij van achteren, maar de kust was nog altijd niet te
+onderscheiden.
+
+Intusschen klaarde de lucht aan den horizont op, en een hooge kust,
+zooals het Amerikaansche land zich juist moest voordoen in het verre
+verschiet, begrensd door de ontzaglijke keten der Andes, zou op een
+afstand van meer dan twintig mijlen zichtbaar geweest zijn.
+
+Dick Sand nam zijn verrekijker en liet dien langzaam langs den geheelen
+oostelijken horizont gaan.
+
+Niets! Hij zag niets meer!
+
+Om twee uren na den middag, was alle spoor van land achter den
+_Pelgrim_ uitgewischt. Vooruit kon de verrekijker niet de minste lijn
+van een hooge of lage kust ontdekken.
+
+Toen ontsnapte aan Sand een smartelijke kreet; hij verliet onmiddellijk
+het dek en begaf zich haastig naar de kajuit waar Mevr. Weldon met
+den kleinen Jack, Nan en Neef Benedictus zich ophielden.
+
+"Een eiland! 't was maar een eiland!" zeide hij.
+
+"Een eiland, Dick! maar welk?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"De kaart zal 't ons zeggen."
+
+En even heengaande, kwam hij met de kaart terug.
+
+"Daar, mevrouw Weldon, daar!" zei hij. "Het land dat in 't gezicht
+geweest is, kan niet anders zijn dan het verloren punt te midden der
+Stille Zuidzee! 't kan niet anders zijn dan het Paascheiland! Er zijn
+geen andere eilanden in deze streken!"
+
+"En hebben we 't al achter ons?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Ja, loefwaarts van ons!"
+
+Mevr. Weldon keek aandachtig naar het Paasch-eiland, dat slechts een
+onmerkbaar punt op de kaart uitmaakte.
+
+"En hoe ver is het van de Amerikaansche kust.
+
+"Vijf en dertig graden."
+
+"En dat is?...."
+
+"Ongeveer twee duizend mijlen."
+
+"Maar is dan de _Pelgrim_ niet vooruitgegaan, omdat we nog zoo ver
+van het vasteland afzijn?"
+
+"Mevrouw Weldon," antwoordde Dick Sand, die een oogenblik de
+hand aan het voorhoofd bracht, als om zijn gedachten bijeen te
+houden, "'k weet.... 'k kan geen verklaring van de ongelooflijke
+vertraging geven!.... Neen! ik kan niet.... of de aanwijzingen van
+het kompas moeten valsch geweest zijn!.... Maar dat eiland moet
+wel het Paasch-eiland geweest zijn, omdat we voor den wind naar het
+noord-oosten hebben moeten loopen en de Hemel zij gedankt dat we nu
+weten waar we zijn. Ja! 't is het Paasch-eiland! Ja het is nog twee
+duizend mijlen van de kust af! Eindelijk weet ik dan toch waarheen
+de storm ons gejaagd heeft, en zoo hij bedaart, kunnen we met eenige
+kans op geluk de Amerikaansche kust aandoen! Nu althans mag ons schip
+niet meer verloren heeten in de onmetelijke Stille Zuidzee!"
+
+Dit vertrouwen, door den jeugdigen leerling geuit, werd door allen
+gedeeld die hem zoo hoorden spreken. Mevr. Weldon zelve liet zich
+overtuigen. Het was wezenlijk alsof die arme menschen aan het einde
+van hun zorgen, van hun lijden gekomen waren en de _Pelgrim_ weldra
+met goeden wind in een haven zou binnenloopen!
+
+Het Paascheiland,--met zijn waren naam Vai-Hou geheeten,--ontdekt
+door David in 1686, bezocht door Cook en Lapérouse, is gelegen op
+27° Z.B. en 112° O.L. Indien de schoenerbrik op deze wijze meer dan
+vijftien graden naar het noorden was verzeild, dan was dit blijkbaar
+tengevolge van dien storm uit het zuid-westen waarvoor zij had
+moeten lenzen.
+
+De _Pelgrim_ was dus nog twee duizend mijlen van de kust
+verwijderd. Evenwel moest hij door de kracht van den wind, die nog
+altijd even hevig bleef, in minder dan tien dagen een of ander punt
+van de kust van Zuid-Amerika bereikt hebben.
+
+Maar mocht men niet hopen, zooals de leerling gezegd had, dat het
+weder eindelijk toch wat zou bedaren en dat het dan mogelijk zou zijn
+een of ander zeil bij te zetten, zoodra men land in 't gezicht had?
+
+Dit was nog altijd de hoop van Dick Sand. Hij was van meening dat
+die orkaan, die nu reeds zoovele dagen had aangehouden, eindelijk
+toch wel zou afnemen. En nu hij, tengevolge van de verkenning van
+het Paasch-eiland, juist wist waar zij zich bevonden, had hij alle
+reden te vertrouwen, dat hij, eenmaal weder meester van zijn vaartuig
+geworden, het naar een veilige ankerplaats zou kunnen brengen.
+
+Nu Dick Sand als door een bijzondere gunst der Voorzienigheid dat
+verlaten punt te midden der zee had kunnen verkennen, nu had Dick Sand
+zijn vertrouwen, dat bijna verloren was gegaan, teruggekregen. Werd hij
+altijd door een orkaan, dien hij niet beteugelen kon, voortgezweept,
+dan ging dit toch niet geheel blindelings meer.
+
+De _Pelgrim_, stevig gebouwd en getuigd, had onder deze woedende
+aanvallen van den storm, weinig geleden. Zijn averij bepaalde zich
+tot het verlies van het marszeil en de kleine stagstok--verliezen die
+licht te herstellen waren. Geen druppel water was door de met zorg
+gestopte naden van den romp en het dek gedrongen. De pompen waren
+volkomen onbelemmerd. In dit opzicht was er niets te vreezen.
+
+Doch onophoudelijk bleef de orkaan voortwoeden en niets scheen hem tot
+bedaren te brengen. Kon Dick Sand zijn schip in zekere mate bestand
+maken tegen den storm, hij vermocht den wind niet bevelen te gaan
+liggen, den golven te bedaren, den hemel op te klaren. Was hij aan
+boord na God "heer en meester," buiten boord was het God alleen die
+wind en golven gebood.
+
+
+
+
+DERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+LAND! LAND!
+
+
+Intusschen zou het vertrouwen, dat Dick Sand als bij instinct bezielde,
+gedeeltelijk gerechtvaardigd worden.
+
+Den volgenden dag, 27 Maart, ging de kwikkolom in de barometerbuis aan
+het rijzen. De schommeling had niet plotseling plaats en was ook niet
+belangrijk, eenige strepen slechts, maar de rijzing scheen te zullen
+aanhouden. De storm ging blijkbaar in het tijdperk van afneming over,
+en, mocht de zee nog buitengewoon onstuimig blijven, toch kon men
+zich overtuigen dat de wind afnam.
+
+Dick Sand kon er nog niet aan denken zeilen aan te slaan. Het
+kleinste zeil ware weggerukt geworden. Evenwel hoopte hij dat er geen
+vier-en-twintig uur zouden verloopen zonder dat hem mogelijk was een
+stormzeil bij te zetten.
+
+En werkelijk ging de wind 's nachts vrij belangrijk liggen, vooral
+als men hem vergeleek met 't geen hij tot nog toe geweest was, en
+nu ook had het schip minder van het vreeselijke slingeren te lijden,
+dat vroeger dreigde het te vernielen.
+
+De passagiers begonnen zich weder op het dek te vertoonen. Zij liepen
+geen gevaar meer door de stortzee medegevoerd te worden.
+
+Mevr. Weldon verliet het eerst de kerk waar Dick Sand haar uit
+voorzichtigheid gedwongen had zich den geheelen duur van den storm
+op te sluiten. Zij kwam eens praten met den leerling, dien een
+waarlijk bovenmenschelijke geestkracht het vermogen geschonken
+had zoovele vermoeienissen te weerstaan. Vermagerd, verweerd en
+bleek van gelaat, had hij verzwakt moeten zijn door het gemis aan
+den voor zijn leeftijd zoo noodigen slaap! Neen! zijn krachtige
+natuur weerstond alles. Eenmaal misschien zou hij dit tijdperk van
+beproevingen duur moeten betalen! Maar het was de tijd niet zich
+te laten ontmoedigen. Dick Sand had dit alles reeds bij zich zelven
+nagegaan en Mevr. Weldon vond hem sterker en moediger dan ooit.
+
+En daarenboven bezat de moedige Dick een hoedanigheid die, in
+moeielijke omstandigheden des levens bergen verzet, hij had vertrouwen.
+
+"Dick, mijn kind, mijn kapitein!" zei Mevr. Weldon hem de hand
+reikende.
+
+"'k Moet u zeggen, mevrouw Weldon," riep Dick Sand glimlachend uit,
+"u komt de bevelen van uw kapitein niet na! U komt weer op het dek,
+u verlaat uw kajuit in weerwil van zijn.... verzoek!"
+
+"Ja, 'k ben je ongehoorzaam," antwoordde Mevr. Weldon; "maar 'k heb
+als een voorgevoel dat de storm bedaart of zal bedaren!"
+
+"Hij bedaart werkelijk, mevrouw Weldon," antwoordde de leerling. "U
+bedriegt u niet! De barometer is sedert gisteren niet gedaald. De
+wind is niet zoo hevig meer, en 'k heb alle reden te gelooven dat
+onze ergste beproevingen voorbij zijn."
+
+"God geve het, Dick! Wat heb je geleden, arm kind! Je hebt...."
+
+"Niets dan mijn plicht gedaan, mevrouw Weldon."
+
+"Maar zou je nu niet wat rust gaan nemen?"
+
+"Rust!" antwoordde de leerling. "'k Heb geen rust noodig, mevrouw
+Weldon! 'k Gevoel me zeer wel. Goddank, en 'k moet tot het einde toe
+volhouden! U hebt me den kapitein genoemd, 'k zal kapitein blijven tot
+het oogenblik dat al de passagiers van den _Pelgrim_ behouden zijn."
+
+"Dick," hernam Mevr. Weldon, "mijn man en ik, we zullen nooit vergeten,
+wat je gedaan hebt."
+
+"God heeft alles gedaan," antwoordde Dick Sand "alles."
+
+"Mijn kind, 'k zeg nog eens dat je door je zedelijken en lichamelijken
+moed je als een man gedragen hebt, als een man waard om het commando
+te voeren, en spoedig, zoodra je studies geëindigd zijn,--'k weet
+zeker dat mijn man geheel met mij zal instemmen,--zal je gezagvoerder
+worden voor het huis James W. Weldon!"
+
+"Ik.... ik!" riep Dick Sand uit, wiens oogen zich met tranen vulden.
+
+"Dick!" antwoordde Mevr. Weldon, "je waart ons aangenomen kind reeds en
+nu ben je onze zoon, de redder van je moeder en je broertje Jack! Mijn
+waarde Dick, 'k omhels je voor mijn man en voor mij!"
+
+De moedige vrouw had zich goed willen houden, toen ze Dick aan haar
+hart drukte, maar 't was haar niet mogelijk. Doch welke pen zou
+kunnen beschrijven wat Dick Sand gevoelde! Hij vroeg zich af of hij
+niet meer kon doen dan zijn leven voor zijn weldoeners opofferen,
+en hij nam nu reeds al de beproevingen aan, die hem in de toekomst
+zouden worden opgelegd.
+
+Na dit onderhoud gevoelde Dick Sand zich sterker. Als de wind
+handelbaarder werd en het hem mogelijk zou zijn een zeil bij te zetten,
+twijfelde hij geen oogenblik of hij zou zijn schip naar een haven
+kunnen voeren waar allen die het droeg eindelijk gelukkig zouden zijn.
+
+Toen de wind, den 29n een weinig bedaard was, dacht Dick er over om
+de fok en het marszeil weder aan te slaan en bij gevolg de snelheid
+van den _Pelgrim_ te bevorderen.
+
+"Komaan, Tom! komaan, mijn vrienden!" riep hij uit, toen hij bij het
+krieken van den dag aan dek kwam. "Kom! 'k Heb je armen noodig!"
+
+"We zijn gereed, kapitein Sand," antwoordde Tom.
+
+"Gereed tot alles," voegde Hercules er bij. "Er was niets te doen,
+terwijl het zoo stormde en 'k begon me mooi te vervelen!"
+
+"Je hadt moeten blazen met je grooten mond," zei de kleine Jack. "'k
+Wed dat je net zoo sterk als de wind geweest waart!"
+
+"Daar zeg je zoo wat, Jack!" antwoordde Dick Sand lachende. "Als er
+windstilte is, zullen we Hercules in de zeilen laten blazen!"
+
+"Tot je dienst, mijnheer Dick!" antwoordde de brave neger, terwijl
+hij zijn wangen opblies als een reusachtige Boreas.
+
+"We zullen beginnen, vrienden," hernam de leerling, "met een waarloos
+zeil aan te slaan, want ons marszeil is in den storm weggewaaid. 't
+Zal misschien wel moeilijk zijn, maar 't moet gebeuren."
+
+"Dan zal 't ook gebeuren!" antwoordde Actéon.
+
+"Kan ik je helpen?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Ja, Jack," antwoordde de leerling. "Ga jij maar naar 't roer om
+onzen vriend Bat te helpen sturen."
+
+Men kon zich voorstellen hoe trotsch Jack was op het vertrouwen door
+Dick Sand in hem gesteld.
+
+"Nu aan 't werk," hernam deze "en laten we ons zoo min mogelijk
+blootstellen."
+
+De negers gingen door Dick geleid, dadelijk aan hun moeielijken
+arbeid. Een marszeil aanslaan was voor Tom en zijn kameraden een
+moeielijke taak. Men moest eerst het opgerolde zeil naar boven hijschen
+en het dan aan de ra bevestigen.
+
+Evenwel commandeerde Dick zoo goed en werd zoo goed gehoorzaamd, dat
+het zeil na verloop van een uur was aangeslagen, de ra geheschen en
+het marszeil met twee reven behoorlijk bijgezet.
+
+Wat de fok en stagfok betreft, die voor den storm hadden ingenomen
+kunnen worden, deze zeilen werden vrij gemakkelijk bijgezet,
+niettegenstaande de kracht van den wind.
+
+Dienzelfden dag, des morgens tien uur, zeilde de _Pelgrim_ onder fok,
+marszeil en stagzeil.
+
+Dick Sand had het niet voorzichtig geoordeeld meer zeilen bij te
+zetten. De zeilen toch die hij droeg, moesten hem, zoolang de wind
+niet afnam, een snelheid verzekeren van tweehonderd mijlen minstens
+per vier-en-twintig uur, en meer was niet noodig om over tien dagen
+de Amerikaansche kust te bereiken.
+
+De leerling was wezenlijk voldaan, toen hij het roer overnam,
+na meester Jack, den onderstuurman van den _Pelgrim_ bedankt te
+hebben. Hij behoefde zich nu niet meer op genade aan de golven over te
+geven. De _Pelgrim_ kwam nu werkelijk goed vooruit. Iedereen die maar
+een weinig met zeezaken bekend is, zal zijn vreugde kunnen begrijpen.
+
+Den volgenden dag jaagden de wolken nog met dezelfde snelheid door
+het luchtruim, maar zij lieten nu groote openingen tusschen haar over,
+waar doorheen de zonnestralen de oppervlakte der wateren beschenen. De
+_Pelgrim_ baadde zich somtijds in dat alles bezielende licht! Dan
+weder verschool het zich achter een dichte massa dampen in het oosten,
+maar in het volgende oogenblik verscheen het nogmaals om wederom te
+verdwijnen, doch het weder werd opnieuw schoon.
+
+De luiken werden geopend om de frische lucht in het inwendige van het
+schip te laten stroomen, die doordrong tot in het ruim, de achterkajuit
+en in het verblijf der bemanning. Men hing de natte zeilen te drogen
+en spreidde ze daartoe op het waarloos rondhout uit. Ook werd het dek
+geschrobd. Dick Sand wilde niet dat zijn schip een haven binnenkwam
+zonder een weinig toilet te hebben gemaakt. Wilde hij de equipage
+niet te veel vermoeien, dan konden slechts eenige uren per dag aan
+dit werk besteed worden.
+
+Alhoewel de leerling niet meer loggen kon, had hij door gewoonte genoeg
+geleerd de vaart van een schip te schatten om zich nagenoeg rekenschap
+van zijn snelheid te geven. Hij twijfelde dus niet of hij zou binnen
+zeven dagen land in 't gezicht hebben en deze meening deelde hij aan
+Mevr. Weldon mede, na haar op de kaart de waarschijnlijke positie te
+hebben aangetoond.
+
+"Welnu! op welk punt van de kust zullen we aankomen, Dick! vroeg
+zij hem.
+
+"Hier, mevrouw," antwoordde de leerling, terwijl hij haar de lange
+kustlijn aanwees, die zich uitstrekt van Peru naar Chili. Ik kan het
+niet juister aangeven. Dit is het Paasch-eiland, dat wij in het westen
+hebben laten liggen, en uit de richting van den wind die bestendig
+geweest is, besluit ik dat wij land in het oosten zullen zien. Er
+zijn genoeg havens aan de kust, maar 't is me op dit oogenblik niet
+mogelijk te zeggen, welke wij het eerst in 't gezicht zullen krijgen."
+
+"Welnu, Dick, welke die haven zij, ze zal ons welkom zijn."
+
+"Welzeker, mevrouw Weldon, en u zult er zeker gelegenheid vinden
+om spoedig naar San-Francisco terugtekeeren. Er bestaat een
+Stoomboot-Maatschappij van de Stille Zuidzee, die een zeer goed
+georganiseerden dienst op deze kust heeft. Haar stoombooten doen de
+voornaamste punten der kust aan en u zult zeer gemakkelijk met een
+dezer booten de reis naar Californië kunnen afleggen."
+
+"Maar is het dan je plan niet den _Pelgrim_ naar San-Francisco te
+brengen?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Jawel, mevrouw, na u ontscheept te hebben. Als we ons een officier en
+een equipage kunnen verschaffen, zullen we onze lading te Valparaiso
+lossen, zooals kapitein Hull zou gedaan hebben. Daarna zullen we
+dan naar San-Francisco terugkeeren. Maar dat zou u te lang ophouden,
+ofschoon 't me zeer spijten zou afscheid van u te moeten nemen....
+
+"Ja, ja, Dick," antwoordde Mevr. Weldon. "We zullen later zien, wat ons
+te doen staat.--Zeg eens, je scheen bang te zijn om aan land te komen?"
+
+"'k Kan dat niet ontkennen," antwoordde de leerling, "maar ik hoop
+altijd een vaartuig in deze streken te ontmoeten en 't verwondert
+me zeer er nog geen te zien. Zoodra er een passeerde, zouden we
+'t praaien, 't zou ons juist zeggen waar we ons bevinden en dat zou
+onze landing zeer gemakkelijk maken."
+
+"Zijn er dan geen loodsen die op deze kust dienst doen?" vroeg
+Mevr. Weldon.
+
+"Die moeten er wel zijn," antwoordde Dick Sand, "maar veel dichter
+bij de kust. We moeten dus steeds voortgaan."
+
+"En als we nu geen loods ontmoeten," vroeg Mevr. Weldon, die volstrekt
+wilde weten hoe de leerling al die moeilijkheden dacht te boven
+te komen.
+
+"In dat geval, mevrouw, als het weer goed en de wind kalm blijft, zal
+ik trachten dicht genoeg bij de kust te houden om er een schuilplaats
+te zoeken, maar als de wind opsteekt, dan...."
+
+"Dan?.... Wat zal je dan doen, Dick?"
+
+"Dan," antwoordde Dick Sand, "zal 't in den toestand waarin de
+_Pelgrim_ verkeert, eenmaal aan lager wal geraakt, zeer moeielijk
+zijn hem weer in volle zee te brengen!"
+
+"Wat zal je dan doen?" herhaalde Mevr. Weldon.
+
+"'k Zal dan genoodzaakt zijn mijn schip op het strand te zetten,"
+antwoordde de leerling, wiens gelaat een oogenblik een droevige
+uitdrukking aannam. "'t Is waar, 't is een harde noodzakelijkheid,
+en God geve dat het niet zover zal komen! Maar, 'k zeg u nog eens,
+mevrouw Weldon, het voorkomen van de lucht is geruststellend en
+'t is niet mogelijk dat we geen schip of een loodsvaartuig zouden
+ontmoeten! Goeden moed dus! We hebben den steven naar de kust gericht
+en we zullen haar gauw zien!"
+
+Ja, zijn schip op het strand zetten, dat is een uiterste waartoe de
+flinkste zeeman slechts noode besluit! Ook verbande Dick Sand met
+geweld de gedachte aan een dergelijke ramp, zoolang er maar eenige
+kans voor hem was haar te vermijden.
+
+Gedurende eenige dagen waren er in den toestand van den dampkring
+afwisselingen die de leerling opnieuw zeer ongerust maakten. Steeds
+bleef er een flinke bries waaien en uit zekere schommeling
+der kwikkolom was duidelijk op te maken dat de wind nog zou
+aanwakkeren. Dick Sand dacht er dus niet zonder vrees aan of hij zich
+niet weer zou genoodzaakt zien voor top en takel te gaan loopen. Hij
+had er evenwel zulk een groot belang bij althans zijn marszeil te
+behouden, dat hij besloot het niet te laten bergen, zoolang het
+geen gevaar liep weg te waaien. Maar om de stevigheid der masten te
+verzekeren, liet hij want en stagen aanzetten. Bovenal was het zaak de
+grootste voorzichtigheid in acht te nemen, want hun toestand zou nog
+erger geworden zijn, indien de _Pelgrim_ masteloos rond had gedreven.
+
+Een paar malen ook moest men, daar de barometer rees, vreezen dat
+de wind geheel om zou loopen, namelijk dat hij naar het oosten zou
+gaan. In dat geval zouden zij zoo dicht mogelijk aan den wind moeten
+houden!
+
+Een nieuwe zorg voor Dick Sand. Wat zou hij met tegenwind gedaan
+hebben? Laveeren? Maar, zoo hij zich daartoe verplicht zag, welke
+nieuwe vertraging en hoe licht kon hij dan weder in volle zee
+teruggeworpen worden?
+
+Deze vrees werd gelukkig niet bewaarheid. De wind bleef, na gedurende
+eenige dagen gezocht te hebben, nu eens naar het noorden, dan weder
+naar het zuiden loopende, eindelijk in het westen staan. Maar het
+was altijd een stijve koelte die in het tuig van den _Pelgrim_ blies.
+
+Het was de 5e April en dus reeds meer dan twee maanden geleden, dat de
+_Pelgrim_ Nieuw-Zeeland had verlaten. Twintig dagen achtereen was zijn
+loop door tegenwind en langdurige windstilte vertraagd. Vervolgens
+had hij zich in gunstige omstandigheden bevonden om spoedig land te
+bereiken. Zelfs had zijn snelheid gedurende den storm zeer belangrijk
+moeten zijn. Dick Sand schatte de gemiddelde vaart op niet minder dan
+op twee honderd mijlen per dag! Hoe kwam het dan dat men nog altijd
+geen kust in het gezicht kreeg! Ontvluchtte zij den _Pelgrim_? Het
+was volkomen onverklaarbaar!
+
+En evenwel werd geen land gezien, hoewel een der negers voortdurend
+op den uitkijk stond.
+
+Dikwijls begaf Dick Sand zich zelf in het want. Daar trachtte hij
+dan met den verrekijker iets van bergen te ontdekken. De bergketen
+der Andes is zeer hoog en het was dus in de wolken dat aan den verren
+horizont zich te midden der nevelen een top zou voorgedaan hebben.
+
+Meermalen werden Tom en zijn kameraden door valsche teekenen van
+land misleid. Dampen van vreemde vormen vertoonden zich op den
+achtergrond. Het gebeurde soms dat de goede menschen halsstarrig
+bleven volhouden dat zij land zagen, maar na eenigen tijd waren zij
+dan genoodzaakt te erkennen dat zij de dupes van een gezichtsbedrog
+geweest waren. Het gewaande land verplaatste zich, veranderde van
+gedaante en verdween eindelijk geheel.
+
+Maar den 6en April was er eindelijk geen twijfel mogelijk. Het was
+acht uur 's morgens. Dick Sand was zoo even in het want geklommen. In
+dit oogenblik verdichtten de nevelen zich onder de eerste stralen
+der zon en klaarde de horizont geheel op.
+
+Eindelijk deed Dick Sand den reeds zoo dikwijls geuiten kreet hooren:
+
+"Land! land! vlak voor den boeg!"
+
+Bij dezen kreet liep iedereen op het dek, zoowel de kleine Jack,
+nieuwsgierig als men op dien leeftijd is, Mevr. Weldon, wier
+beproevingen met de landing zouden ophouden, Tom en zijn kameraden,
+die eindelijk het Amerikaansche vasteland weder zouden betreden,
+en zelfs neef Benedictus, die hoopte een rijke verzameling nieuwe
+insecten bijeen te garen.
+
+Alleen Negoro verscheen niet.
+
+Iedereen zag toen wat Dick Sand gezien had, deze zeer duidelijk, gene
+stellig meenende dat zij het zagen. Maar voor den leerling die zoo
+gewoon was den horizont waar te nemen, was er geen dwaling mogelijk
+en een uur later bleek het dat hij zich niet bedrogen had.
+
+Op een afstand van ongeveer vier mijlen strekte zich een vrij lage kust
+uit of althans iets dat zich als zoodanig voordeed. Op den achtergrond
+moest zich de hooge keten der Andes vertoonen, maar een wolkensluier
+belette er de toppen van te zien.
+
+De _Pelgrim_ liep rechtstreeks en snel op deze kust toe, die zich
+zienderoog verder uitstrekte.
+
+Twee uur later was hij er nog slechts drie mijlen van verwijderd.
+
+Dit gedeelte van de kust liep in het noord-oosten uit in een vrij
+hooge kaap, die een soort van open ree verborg. In het Zuid-oosten
+daarentegen, verlengde zij zich tot een smalle landtong.
+
+Eenige boomen bekroonden een reeks van niet zeer verheven rotsachtige
+steilten, die zich scherp tegen den hemel afteekenden. Maar op het
+geografisch karakter van het land was het duidelijk, dat de achtergrond
+gevormd werd door de hooge bergketen der Andes.
+
+Overigens was er geen woning, geen haven, geen riviermonding in
+'t gezicht die aan een vaartuig tot schuilplaats had kunnen dienen.
+
+Op dit oogenblik liep de _Pelgrim_ rechtstreeks op het land toe.
+
+Met het kleine aantal zeilen waarover hij nu beschikken kon en den
+wind op de kust, was het Dick Sand onmogelijk hem er af te houden.
+
+Vooraan liep een lange lijn klippen waartegen de hoog opbruisende
+golven braken en een eind weegs het strand op, wit schuimend
+uiteenspatten. Er moest daar een geduchte branding zijn.
+
+Dick Sand, die eenigen tijd op den bak gebleven was om de kust te
+observeeren, kwam op het achterschip terug en nam het roer weder
+in handen.
+
+De wind wakkerde steeds aan. De schoenerbrik bevond zich weldra nog
+slechts een mijl van het strand af.
+
+Dick Sand merkte toen een soort van kleine baai op waarin hij besloot
+binnen te loopen; maar vóór haar te bereiken moest hij de lijn van
+klippen door, waartusschen het moeielijk zou geweest zijn een doortocht
+te vinden. De branding toonde aan dat het water overal ontbrak.
+
+Op dit oogenblik sprong Dingo, die op het dek heen en weder liep,
+naar voren en deed, met den kop naar de kust gewend, een klaaglijk
+geblaf hooren. Men zou gezegd hebben dat de hond dit strand herkende
+en dat zijn instinct hem een smartelijke herinnering in het geheugen
+terugbracht.
+
+Negoro hoorde het zeker, want een onweerstaanbaar gevoel drong hem
+buiten de kombuis, en hoewel hij den hond moest vreezen, ging hij
+bijna dadelijk over de verschansing hangen.
+
+Zeer gelukkig voor hem, merkte Dingo, wiens droevig geblaf steeds
+tot dat land gericht was, hem niet op.
+
+Negoro scheen zich over de woeste branding volstrekt niet ongerust
+te maken. Mevr. Weldon, die hem waarnam, meende op te merken dat er
+zich een lichte blos over zijn gelaat verspreidde en zijn trekken
+zich een oogenblik samentrokken.
+
+Zou Negoro het punt van het vaste land herkend hebben waar de wind
+den _Pelgrim_ heen dreef?
+
+Op dit oogenblik verliet Dick Sand het roer dat hij aan den ouden
+Tom overgaf. Een laatste maal nam hij den inham op, die zich allengs
+opende. Toen, zich tot Mevr. Weldon wendende, sprak hij met vaste stem:
+
+"'k Heb geen hoop meer, Mevrouw een schuilplaats te vinden! Over een
+half uur zal, niettegenstaande al mijn pogingen, de _Pelgrim_ op de
+klippen stooten. We moeten hem op het strand zetten! Ik zal het schip
+niet meer naar een haven kunnen brengen! 'k Ben genoodzaakt het op
+te offeren om u te redden! Maar tusschen uw geluk en het mijne mag
+ik niet aarzelen!"
+
+"Heb je alles gedaan wat mogelijk was, Dick?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Alles," antwoordde de leerling.
+
+Een oogenblik later ging hij over tot de toebereidselen voor de
+schipbreuk.
+
+Vooreerst werden Mevr. Weldon, Jack, neef Benedictus en Nan met
+zwemgordels voorzien. Dick Sand, Tom en de andere zwarten, bekwame
+zwemmers namen eveneens maatregelen om de kust te bereiken, indien
+zij misschien in zee geworpen werden.
+
+Hercules werd speciaal belast met de zorg voor Mevr. Weldon.
+
+De leerling zou voor den kleinen Jack zorgen. Neef Benedictus, die
+overigens zeer bedaard was, verscheen op het dek, omhangen met zijn
+insectendoos. De leerling beval hem aan Bat en Austin aan. Wat Negoro
+aangaat, zijn zonderlinge bedaardheid deed genoeg zien dat hij van
+niemand hulp behoefde.
+
+Dick Sand liet, als uiterste voorzorg, een tiental vaten met
+walvischtraan op den bak brengen.
+
+Deze olie op het juiste oogenblik dat de _Pelgrim_ zich in de branding
+zou bevinden, uitgegoten, moest de zee een oogenblik doen bedaren
+door de watermolecule glad te maken, hetgeen het passeeren van het
+schip tusschen de klippen misschien gemakkelijk zoude maken.
+
+Dick Sand wilde niets verzuimen dat misschien het geluk van allen
+kon verzekeren.
+
+Nadat al deze voorzorgen genomen waren, kwam de leerling zijn plaats
+aan het roerrad weder innemen.
+
+De _Pelgrim_ was nog slechts twee kabellengten van de kust verwijderd,
+in de onmiddellijke nabijheid van de klippen. Zijn bakboordszijde
+baadde reeds in het witte schuim der branding. Elk oogenblik kon de
+kiel van het vaartuig tegen een verborgen klip stooten.
+
+Eensklaps zag Dick Sand aan een verandering van de kleur van het water,
+dat er een doorvaart tusschen de klippen liep. Hij moest het vaartuig
+zonder aarzeling in de opening sturen, om zoo dicht mogelijk bij de
+kust te stranden.
+
+De leerling aarzelde dan ook niet. Een wending van het roer wierp
+het schip in de nauwe en bochtige geul.
+
+Op deze plaats was de zee nog onstuimiger en de golven stoven tot op
+het dek.
+
+De negers waren voor, bij de vaten geposteerd, en wachtten op de
+orders van den leerling.
+
+"Stort de traan uit!" riep Dick Sand.
+
+Als door tooverij bedaarde de zee onder deze olie, al werd zij in
+het volgende oogenblik woedender dan ooit.
+
+De _Pelgrim_ gleed snel over het gladde water en richtte zich
+rechtstreeks naar het strand.
+
+Plotseling had er een schok plaats. Het schip werd door een geduchte
+golf in de hoogte getild en op het strand gezet, terwijl de masten
+daarbij vielen zonder iemand te verwonden.
+
+De romp van den _Pelgrim_, midden doorgebroken door den schok, werd
+met geweld door het water overstroomd. Maar het strand was slechts
+een halve kabellengte verwijderd, en langs een keten van kleine
+zwartachtige rotsen was het gemakkelijk te bereiken.
+
+Ook waren drie minuten later allen die zich op den _Pelgrim_ bevonden,
+aan den voet van het rotsachtige strand ontscheept.
+
+
+
+
+VEERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+WAT MEN DOEN MOET.
+
+
+Na een overtocht dus, langen tijd door windstilte belemmerd, daarna
+door noord- en zuidwestenwinden begunstigd--een overtocht die niet
+minder dan vier-en-zeventig dagen geduurd had,--werd de _Pelgrim_
+op het strand geworpen.
+
+Evenwel dankten Mevr. Weldon en haar metgezellen de Voorzienigheid,
+zoodra zij behouden aan land waren.
+
+Het was werkelijk een vasteland en niet een der noodlottige eilanden
+van Polynesië waarop de storm hen geworpen had. Den terugkeer in
+hun vaderland, op welk punt van Zuid-Amerika zij ook geland waren,
+stond naar het scheen, geen ernstige beletselen in den weg.
+
+Wat de _Pelgrim_ aangaat, deze was verloren. Het was slechts een
+geraamte zonder waarde, welks overblijfselen binnen weinige uren door
+de branding zouden verspreid zijn. Het zou onmogelijk geweest zijn er
+iets van te redden. Maar al mocht Dick Sand het genoegen niet smaken
+zijn reeder een onbeschadigd vaartuig thuis te brengen, toch waren,
+dank zij hem, zij die er zich op bevonden, frisch en gezond op een
+gastvrije kust aangeland en onder deze de vrouw en het kind van James
+W. Weldon.
+
+Wat nu de vraag betreft op welk gedeelte van de Amerikaansche
+kust de schoener-brik gestrand was, daarover had men lang kunnen
+beraadslagen. Was het, zooals Dick Sand moest veronderstellen, op
+de kust van Peru? Misschien, want hij wist door de verkenning van
+het Paasch-eiland, dat de _Pelgrim_ door de werking der winden en
+ongetwijfeld ook onder den invloed der aequatoriale stroomen, naar het
+noord-oosten was gedreven. Van den drie-en-veertigsten breedtegraad,
+had hij zeer goed tot den vijftienden kunnen afdrijven.
+
+Het was dus van belang zoo spoedig mogelijk het juiste punt der kust
+te weten waar de schoenerbrik gestrand was. Gesteld dat deze kust
+die van Peru was, dan ontbraken de havens, de steden en dorpen er
+niet en zou het bijgevolg gemakkelijk zijn de eene of andere bewoonde
+plaats te bereiken. Wat dit gedeelte van het strand betrof, het scheen
+geheel verlaten.
+
+Het was een smalle, hier en daar door zwarte rotsen afgewisselde
+oever, die door een kustrand van tamelijke hoogte werd afgesloten; deze
+kustrand werd zeer onregelmatig doorsneden door groote, trechtervormige
+openingen, gevormd door het doorbreken der rots. Hier en daar gaven
+eenige zachte hellingen toegang tot den top.
+
+Ten noorden, op een kwart mijl van de plaats van de stranding,
+bevond zich de monding eener kleine rivier, die uit volle zee niet
+kon gezien worden. Langs haar oevers hingen talrijke "rhizophoren"
+over het water, een soort van wortelboomen, geheel verschillende van
+die van hetzelfde geslacht in Indië.
+
+De steile kust was aan den top bedekt door een dicht bosch, dat steeds
+een door den wind in golvende beweging verkeerende groene massa aanbood
+en zich uitstrekte tot de bergen op den achtergrond. Wel zou neef
+Benedictus, zoo hij in plaats van entomoloog botanist ware geweest,
+opgetogen zijn door het ontzaglijk aantal voor hem vreemde boomen!
+
+Het waren hooge baobabs of apenbroodboomen,--waaraan men verkeerdelijk
+een buitengewoon hoogen ouderdom heeft toegeschreven,--plataanboomen,
+witte pijnboomen, tamarindeboomen, peperboomen van een bijzondere
+soort en honderd andere gewassen, die een Amerikaan uit de noordelijke
+streken der nieuwe wereld niet gewoon is te zien.
+
+Maar als een zonderlinge omstandigheid moet vermeld worden dat men
+onder al deze boomsoorten geen enkel exemplaar ontmoet van de talrijke
+familie der palmboomen, die meer dan duizend soorten telt en verspreid
+zijn over bijna de geheele oppervlakte der aarde.
+
+Boven het strand zweefde een groot aantal schel schreeuwende vogels,
+die grootendeels tot verschillende soorten van zwaluwen behoorden,
+zwart van veeren met een staal blauwen weerschijn, maar kastanje-bruin
+van kleur boven op den kop. Hier en daar vlogen ook eenige patrijzen
+op met een geheel kalen hals en grijs van kleur.
+
+Mevr. Weldon en Dick Sand merkten op, dat al deze vogels niet zeer wild
+schenen te zijn. Men kon ze naderen zonder ze te verjagen. Hadden
+zij dan nog niet geleerd den mensch te vreezen en was die kust
+zoo verlaten, dat de losbarsting van een vuurwapen er nog nooit
+was gehoord?
+
+Aan den rand der klippen wandelden eenige pelikanen, die zich druk
+bezig hielden met den zak dien zij tusschen de takken van hun onderkaak
+dragen met kleine vischjes te vullen.
+
+Eenige meeuwen uit volle zee gekomen, begonnen om den _Pelgrim_
+heen te vliegen.
+
+Maar deze vogels waren dan ook de eenige wezens die dit gedeelte
+van de kust schenen te bezoeken,--ongerekend, voorzeker, een aantal
+belangwekkende insecten, die neef Benedictus wel zou opsporen. Maar,
+hoe het den kleinen Jack ook ter harte ging, hun kon men den naam
+van het land niet vragen, en om dien naam te weten diende men zich
+wel tot een inboorling te richten.
+
+Doch er waren geen inboorlingen, of men zag er althans geen. Evenmin
+een hut of tent, noch ten noorden aan den anderen oever van het kleine
+riviertje, noch ten zuiden, noch eindelijk op den top van de steile
+kust, te midden van de boomen van het dichte woud. Geen rookkolom
+zag men boven het bosch ten hemel kronkelen. Geen enkel bewijs,
+teeken of indruk gaf te kennen dat dit gedeelte van het vasteland
+door menschelijke wezens bezocht werd.
+
+Dick Sand was tamelijk verwonderd.
+
+"Waar zijn we? Waar kunnen we zijn?" dacht hij bij zich zelven. "Er
+is niemand wien het te vragen!"
+
+Niemand, inderdaad, en indien zich een inboorling in de nabijheid
+bevond, zou Dingo hem stellig geroken en door blaffen aangemeld
+hebben. De hond liep heen en weder op de zandige kust met den neus
+langs den grond, den staart omlaag, dof knorrende, ongetwijfeld met
+zeer vreemde bewegingen, maar noch de nadering van een mensch, noch
+die van eenig dier verradende.
+
+"Zie Dingo toch eens!" zei Mevr. Weldon.
+
+"Ja, 't is vreemd!" antwoordde de leerling. "Het schijnt dat hij
+tracht een spoor te vinden!"
+
+"Zeer vreemd, dat is zeker!" mompelde Mevr. Weldon.
+
+"Wat doet Negoro?" vroeg zij.
+
+"Hij doet, wat Dingo doet," antwoordde Dick Sand. "Hij komt, hij
+gaat!.... Maar in alle geval, is hij hier vrij. 'k Heb het recht niet
+meer hem bevelen te geven. Zijn dienst is geëindigd met het stranden
+van den _Pelgrim_!"
+
+Werkelijk liep Negoro met groote schreden heen en weder, keerde zich
+om, bekeek het strand en de steile kust, als iemand die tracht zich
+een of ander feit te herinneren. Kende hij dan dat land? Hij zou
+waarschijnlijk geweigerd hebben die vraag te beantwoorden als men hem
+haar gedaan had. Het beste was nog, zich niet met den ongezelligen
+mensch te bemoeien. Dick Sand zag weldra dat hij zich naar de zijde
+van het kleine riviertje begaf, en toen Negoro bij de bocht van den
+hoogen oever verdween, dacht hij niet meer aan hem.
+
+Dingo had wel geblaft toen de kok op den oever verscheen, maar hij
+was bijna dadelijk uitgescheiden.
+
+Men moest nu bedacht zijn op 't geen het noodzakelijkst was. Nu was
+het hoog noodig een beschutting, een wijkplaats te vinden, waar men
+zich voorloopig kon vestigen en eenig voedsel nemen. Daarna zou men
+dan raad schaffen en beslissen wat te doen.
+
+Over voedsel behoefde men zich niet ongerust te maken. Om niet te
+spreken van de hulpbronnen die het land moest opleveren, was de
+kombuis of voorraadkamer van het schip geledigd ten voordeele van
+de overlevenden van de schipbreuk. De branding had hier en daar, te
+midden der klippen die de eb nu bloot had gelegd, een groote menigte
+voorwerpen geworpen. Tom en zijn kameraden hadden reeds eenige vaatjes
+beschuit, blikken bussen met allerlei voedingstoffen en kisten met
+gedroogd vleesch opgevischt. Daar het water ze niet beschadigd had,
+was de voeding van den kleinen troep voor langer verzekerd dan ze
+noodig zouden hebben om een dorp of vlek te bereiken. In dit opzicht
+was er niets te vreezen. Deze verschillende goederen waren reeds door
+hen in zekerheid gebracht, zoodat zij bij den vloed niet door de zee
+hernomen konden worden.
+
+Ook aan zoet water was geen gebrek. Dadelijk had Dick Sand zorg
+gedragen door Hercules eenige pinten uit de kleine rivier te
+laten halen. De sterke neger had zich echter niet met eenige pinten
+vergenoegd, maar een ton op den schouder genomen en dezen met versch
+en zuiver water gevuld.
+
+Indien het noodig was vuur aan te steken, was er geen gebrek aan
+dood hout in den omtrek en daarenboven konden de wortels der oude
+wortelboomen al de brandstof leveren die men noodig had. De oude Tom
+was een sterke rooker en als zoodanig steeds voorzien van een zekere
+hoeveelheid zwam, goed bewaard in een hermetisch gesloten doos, en
+als men het wilde zou men vuurslaan, al was het met de keisteenen
+uit het zand aan den oever.
+
+Er bleef dus nu nog over een plek op te sporen waar de kleine troep
+zich zou kunnen verschuilen, indien zij mochten goedvinden één nacht
+rust te nemen voordat zij zich weder op marsch begaven.
+
+En daar was het nu waarlijk de kleine Jack die de bedoelde slaapkamer
+vond. Terwijl hij aan den voet van den steilen oever heen en weer
+trippelde, ontdekte hij achter een rotswand een van die fraaie,
+ruime grotten met gladde wanden, die de zee zelf uitholt, als haar
+onstuimige golven de kust beuken.
+
+Het kind was verrukt. Hij riep zijn moeder, en juichend kwam hij haar
+halen om haar zegevierend zijn ontdekking te toonen.
+
+"Goed, mijn Jack!" antwoordde Mevr. Weldon. "Als we Robinsons waren,
+die deze kust lang moesten bewonen, zouden we haar stellig naar jou
+een naam geven!"
+
+De grot was slechts tien of twaalf voet diep en even zoo breed, maar
+in de oogen van den kleinen Jack, was het een ontzaglijk hol. Genoeg
+dat zij ruim genoeg was om de schipbreukelingen te bergen, en--'t
+geen met genoegen door Mevr. Weldon en Nan werd opgemerkt,--zij was
+zeer droog. De maan was in haar eerste kwartier, en het was niet te
+vreezen dat het getij den voet der steile kust en dus de grot zou
+bereiken. Men kon zich dus zonder zorg eenige uren te rusten leggen.
+
+Tien minuten later waren allen op een tapijt van zeegras
+uitgestrekt. Zelfs Negoro had gemeend zich bij het troepje te moeten
+voegen en zijn aandeel in den maaltijd te nemen, die gezamenlijk zou
+gehouden worden. Ongetwijfeld was het hem minder aangenaam voorgekomen
+zich alleen te wagen in het dichte woud, waar doorheen de bochtige
+rivier kronkelde.
+
+Het was één uur na den middag. Het in bussen bewaarde vleesch, de
+beschuit, het versche water met eenige druppels rum, waarvan Bat
+eenige flesschen gered had, maakten de menu van dezen maaltijd uit.
+
+Maar al nam Negoro er deel aan, toch mengde hij zich volstrekt niet in
+het gesprek, waarin over de maatregelen beraadslaagd werd, die in den
+toestand der schipbreukelingen zouden moeten genomen worden. Evenwel
+hoorde hij toe, zonder het te laten blijken, en trok ongetwijfeld
+zijn voordeel uit hetgeen hij hoorde.
+
+Gedurende dien tijd waakte Dingo, dien men niet vergeten had, buiten
+de grot. Geen levend wezen zou zich op het strand vertoond hebben
+zonder dat het getrouwe dier bij tijds gewaarschuwd had.
+
+Mevr. Weldon, die haar kleinen Jack half liggende en bijna ingeslapen
+op haar schoot hield, nam het woord.
+
+"Dick, mijn vriend," zeide zij, "uit naam van allen zeg ik je dank
+voor de zorg en opofferingen die ge u voor ons getroost hebt, maar we
+laten je nog niet los. Je zult onze leidsman zijn te land, zooals je
+onze kapitein aan boord waart. Al onze hoop is op je gevestigd. Spreek
+dus! Wat moeten we doen?"
+
+Mevr. Weldon, de oude Nan, Tom en zijn kameraden, allen hadden de oogen
+op den leerling gevestigd. Zelfs Negoro zag hem met een zonderlinge
+belangstelling aan. Blijkbaar was hij zeer nieuwsgierig naar 't geen
+Dick zou zeggen.
+
+Nadat Dick Sand eenige oogenblikken had nagedacht, zeide hij:
+
+"Mevrouw Weldon, in de eerste plaats is het van het grootste belang te
+weten, waar we zijn. Ik geloof dat ons schip geland is op dat gedeelte
+van het Amerikaansche strand dat de Peruviaansche kust vormt. De winden
+en de stroomen hebben het tot deze breedte gebracht. Maar.... bevinden
+we ons hier in een van de zuidelijke provinciën van Peru, namelijk in
+het minst bewoonde gedeelte, dat aan de pampa's grenst? Misschien. Bij
+het zien van deze woeste kust, die slechts weinig schijnt bezocht te
+worden, zou ik het haast zelf gaan gelooven. In dat geval, zou het
+kunnen zijn dat we vrij ver van het dichtstbij zijnde dorp verwijderd
+waren, 't geen zeer noodlottig zou zijn."
+
+"Welnu, wat te doen?" herhaalde Mevr. Weldon.
+
+"Ik zou raden," hernam Dick Sand, deze schuilplaats niet te verlaten
+voor dat we goed omtrent onzen toestand zijn ingelicht. Morgen, na een
+nacht rust, zouden twee van ons op ontdekking kunnen uitgaan. Zij
+moeten dan trachten, zonder zich te ver te verwijderen, eenige
+inlanders te ontmoeten, inlichtingen bij hen in te winnen en daarna
+naar de grot terugkeeren. Het is niet mogelijk dat men binnen tien
+of twaalf mijlen niemand zou vinden."
+
+"Zouden we ons van elkander scheiden!" zei Mevr. Weldon.
+
+"Dat komt me noodzakelijk voor," antwoordde de leerling. "Zoo we op
+deze wijze volstrekt geen inlichtingen kunnen verkrijgen en wat bijna
+onmogelijk is, de streek geheel verlaten blijkt, welnu! dan zullen
+we ons best doen om ons op een andere manier uit onze verlegenheid
+te redden."
+
+"En wie van ons zou op ontdekking uitgaan?" vroeg Mevr. Weldon,
+na een oogenblik nagedacht te hebben.
+
+"Dat zouden we moeten bepalen," antwoordde Dick Sand. "Evenwel dunkt
+me, dat u, mevrouw, Jack, mijnheer Benedictus en Nan, deze grot
+niet moet verlaten. Bat, Hercules, Actéon en Austin zouden dan bij
+u blijven, terwijl Tom en ik op verkenning zouden gaan.--Negoro zal
+wel liever hier blijven?" voegde Dick Sand er bij, terwijl hij den
+kok aankeek.
+
+"Dat zou wel kunnen zijn," antwoordde Negoro, die de man niet was om
+zich verder uit te laten.
+
+"We nemen dan Dingo mede," hernam de leerling. "Hij zou ons op onzen
+tocht nuttig kunnen zijn."
+
+Toen Dingo zijn naam hoorde noemen, vertoonde hij zich aan den ingang
+der grot en scheen door een zacht geblaf de plannen van Dick Sand
+goed te keuren.
+
+Sedert de leerling dit voorstel gedaan had, bleef Mevr. Weldon
+in gedachten verdiept. Met tegenzin dacht zij aan een scheiding,
+hoe kort dan ook. Was het niet mogelijk dat de schipbreuk van den
+_Pelgrim_ bij de Indiaansche stammen die de kust, hetzij ten noorden
+hetzij ten zuiden bezochten, bekend werd, en was het, ingeval er
+strandroovers opdaagden, niet beter dat allen vereenigd waren om hen
+terug te dringen.
+
+Deze tegenwerping tegen het voorstel van Dick Sand, verdiende werkelijk
+wel overwogen te worden.
+
+Zij viel evenwel voor zijn bewijsgronden, daar hij deed opmerken dat
+de Indianen niet verward moesten worden met de wilden van Afrika
+of Polynesië en dat een aanval van hun zijde waarschijnlijk niet
+te vreezen was. Maar dit land binnen te dringen zonder zelfs te
+weten tot welke provincie van Zuid Amerika het behoorde, noch op
+welken afstand zich het naaste dorp dezer provincie bevond, zou een
+hoogstvermoeiende taak geweest zijn. De scheiding kon weliswaar met
+ongelegenheden gepaard gaan, maar minder dan een tocht te ondernemen
+door een bosch dat zich scheen uit te strekken tot den voet der bergen.
+
+"Ook," herhaalde Dick Sand, aandringende, "kan ik niet gelooven dat
+deze scheiding van langen duur zal zijn, en ik durf wel zeggen dat
+zij het niet zal zijn. Als Tom en ik na twee dagen op zijn hoogst
+geen woning of geen bewoner ontmoet hebben, keeren we naar de grot
+terug. Maar dat zou al te onwaarschijnlijk zijn en we zullen geen
+twintig mijlen in het binnenland afgelegd hebben, of we zullen
+met de geographische ligging bekend zijn. 't Is mogelijk dat ik me
+vergist heb, omdat de middelen om de ligging astronomisch te bepalen
+me ontbroken hebben, zoodat het niet onmogelijk is, dat we op een
+hoogere of een lagere breedte zijn."
+
+"'k Moet je gelijk geven, mijn kind!" antwoordde Mevr. Weldon, die
+zich zeer ongerust maakte.
+
+"En u, mijnheer Benedict," vroeg Dick Sand, "wat dunkt u van dit plan?"
+
+"Ik?...." antwoordde neef Benedictus.
+
+"Ja, hoe zoudt u er over denken?"
+
+"Ik kan geen raad geven," antwoordde neef Benedictus. "Ik vind alles
+goed wat men voorstelt en ik zal alles doen wat men wil. 't Zou me
+heel goed bevallen hier een paar dagen te blijven, dan kon ik dien
+tijd besteden om dit strand uit een zuiver entomologisch oogpunt
+te bestudeeren."
+
+"Doe dan zoo als ge wilt," zei Mevr. Weldon tot Dick Sand. "Wij zullen
+hier blijven en gij zult met den ouden Tom vertrekken."
+
+"Dat is dus afgesproken," zei neef Benedictus met de grootste
+bedaardheid. "Ik ga een bezoek aan de insecten van het land brengen."
+
+"Verwijder u niet te ver, mijnheer Benedict," zei de leerling. "We
+kunnen u dat niet genoeg op het hart drukken!"
+
+"Maak je maar niet ongerust, mijn jongen."
+
+"En breng ons vooral maar niet te veel muskieten mee!" voegde de oude
+Tom er bij.
+
+Eenige minuten later verliet de entomoloog de grot, met zijn kostbare
+blikken bus aan een band over den schouder.
+
+Bijna op hetzelfde oogenblik verliet ook Negoro de grot. Het scheen zoo
+in het karakter van den man te liggen zich met niemand af te geven dan
+met zich zelven. Maar terwijl neef Benedictus de steile kust beklom,
+om den rand van het bosch te gaan doorsnuffelen, verwijderde Negoro
+zich, naar de rivier terugkeerende, met langzame schreden en verdween
+hij terwijl hij den steilen waterkant voor de tweede maal beklom.
+
+Jack bleef altijd door slapen. Mevr. Weldon liet hem op den schoot
+van Nan en daalde naar het strand af. Dick Sand volgde haar met zijn
+kameraden. Zij wilden zich vergewissen of de toekomst der zee zou
+toelaten zich naar den romp van den _Pelgrim_ te begeven, alwaar zich
+nog een menigte voorwerpen bevonden die de kleine troep kon gebruiken.
+
+De klippen waarop de schoenerbrik gestrand was, lagen nu
+droog. Temidden van overblijfselen van allerlei aard vertoonde zich de
+romp van het vaartuig, gedeeltelijk overdekt door de hooge zee. Dit
+wekte wel eenigszins de bevreemding op van Dick Sand, want hij wist
+dat de vloed op de Amerikaansche kust van de Stille Zuidzee niet hoog
+is. Maar dit verschijnsel liet zich toch ook zeer goed verklaren door
+den wind die op de kust stond.
+
+Het terugzien van hun vaartuig maakte op Mevr. Weldon en haar
+metgezellen een pijnlijken indruk. Daar hadden zij te zamen zoovele
+dagen in lief en leed doorgebracht! Het gezicht van dat arme schip,
+half gebroken, zonder mast en zeilen, op zijde liggende als een wezen
+van het leven beroofd, deed hun smartelijk aan.
+
+Maar voordat de zee dien romp geheel zou verzwelgen, moest men hem
+bezoeken.
+
+Dick Sand en de negers konden zich gemakkelijk in het ruim laten
+afzakken, na zich door middel van de touwen, die langs de zijde van de
+_Pelgrim_ hingen op het dek geheschen te hebben. Terwijl Tom, Hercules,
+Bat en Austin zich bezighielden met alles uit de kombuis te halen wat
+hun nuttig kon zijn, zoowel spijzen als dranken, drong de leerling
+in de kerk door. Den hemel zij dank was het water nog niet in dit
+gedeelte van het vaartuig binnengedrongen, daar het achterschip na
+de branding boven was gebleven.
+
+Daar vond Dick Sand vier geweren in goeden staat--uitmuntende
+remmingtons,--alsmede een honderdtal patronen. Dit was voldoende om
+zijn kleinen troep te wapenen en hen in staat de stellen weerstand
+te bieden, indien zij onverhoopt onder weg door Indianen werden
+aangevallen.
+
+De leerling verzuimde ook niet een zakkompas mede te nemen; maar de
+scheepskaarten, in een hut van de voorplecht geborgen en door het
+water beschadigd, waren nutteloos.
+
+Ook bevonden er zich in het arsenaal van de _Pelgrim_, eenige van
+die stevige houwers of hartsvangers die dienen om den walvisch in
+stukken te hakken. Dick Sand koos er zes uit, die bestemd waren om
+de bewapening zijner metgezellen volledig te maken, en hij vergat
+ook niet een onschadelijk kindergeweer mede te nemen dat den kleinen
+Jack toebehoorde.
+
+Wat de overige voorwerpen betreft, die het schip nog bevatte, zij lagen
+hier en daar verspreid, of zij konden niet meer dienen. Bovendien was
+het niet noodig zich zoo zwaar te belasten voor de weinige dagen dat de
+reis zou duren. Van levensmiddelen, wapenen, ammunutie, was men meer
+dan voorzien. Evenwel verzuimde Dick Sand, op raad van Mevr. Weldon,
+niet om al het geld mede te nemen dat zich aan boord bevond,--ongeveer
+vijfhonderd dollars.
+
+Het was waarlijk niet veel! Mevr. Weldon had een veel grootere som
+in haar bezit gehad, maar men vond ze niet terug.
+
+Wie anders dan Negoro had gezorgd de eerste bezoeker van het schip
+te zijn en wie anders dan hij had den geldvoorraad van kapitein
+Hull en van Mevr. Weldon geplunderd? Niemand anders dan hij kon
+verdacht worden. Toch twijfelde Dick Sand een oogenblik. Wat hij
+van hem wist en opmerkte was wel geschikt om dit sombere karakter,
+wien het leed van anderen een glimlach kon afpersen, te vreezen! Ja,
+Negoro was een slecht mensch, maar mocht men daaruit besluiten dat
+hij een misdadiger was? Zoover kon Dick Sand met zijn rechtschapen
+karakter niet gaan. En toch, kon men vermoeden op iemand anders
+hebben? Neen, de brave negers hadden geen oogenblik de grot verlaten,
+terwijl Negoro over het strand had loopen dwalen. Hij alleen moest
+de schuldige zijn. Dick Sand besloot dus Negoro te ondervragen en
+des noods zijn zakken te laten doorzoeken, zoodra hij terugkwam. Hij
+wilde met zekerheid weten waaraan zich te houden.
+
+De zon neigde toen ter kim. Op dezen datum, had zij den aequator nog
+niet overschreden om warmte en licht in het noordelijk halfrond te
+verspreiden, maar zij naderde den evenaar. Zij viel dus bijna loodrecht
+op die cirkelvormige lijn waar zee en lucht ineenliepen,--'t geen
+den leerling in het denkbeeld versterkte dat hij aangeland was op
+een punt van de kust, tusschen den Steenbokskeerkring en den evenaar.
+
+Mevr. Weldon, Dick Sand en de negers keerden naar de grot terug om
+eenige uren rust te genieten.
+
+"De nacht zal onstuimig zijn," deed Tom opmerken terwijl hij naar
+den horizon wees, door dikke wolken verduisterd.
+
+"Ja," antwoordde Dick Sand, "er zal een stevige koelte waaien. Maar
+wat doet het er nu toe! Ons arm schip is verloren en de storm kan
+ons niet meer deren!"
+
+"Gods wil geschiede!" zei Mevr. Weldon.
+
+Men kwam overeen dat de negers in dezen nacht, die zeer donker
+zou zijn beurt om beurt aan den ingang der grot de wacht zouden
+houden. Daarenboven kon men zich veilig op de waakzaamheid van Dingo
+verlaten.
+
+Men bemerkte toen dat neef Benedictus, nog niet terug was.
+
+Hercules riep hem met alle kracht zijner machtige longen, en bijna
+onmiddellijk daarop zag men den entomoloog haastig den steilen oever
+afklimmen, op gevaar af zich den nek te breken.
+
+Neef Benedictus was woedend. Hij had geen enkel nieuw insect in het
+bosch gevonden, neen, geen enkel dat waard was in zijn verzameling te
+prijken! Schorpioenen, duizendpooten en andere myriapoden, zooveel
+men maar wilde en zelfs nog meer! En men weet dat neef Benedictus
+niet bijzonder ingenomen was met de myriapoden.
+
+"'t Was wel de moeite waard," voegde hij er bij, "vijf of zes duizend
+mijlen te hebben afgelegd, vreeselijke stormen getrotseerd te hebben,
+op de kust geworpen te zijn, en dan geen enkele van die Amerikaansche
+hexapoden te vinden, die den roem uitmaken van een entymoloogsch
+museum! 't Was waarlijk wel de moeite waard!"
+
+Tot besluit vroeg neef Benedictus, om maar verder te gaan. Hij wilde
+geen uur langer op die ellendige kust blijven.
+
+Mevr. Weldon trachtte haar groot kind tot bedaren te brengen. Zij gaf
+hem de hoop dat hij den volgenden dag gelukkiger zou zijn, waarna
+allen zich in de grot begaven om er tot zonsopgang te slapen, toen
+Tom de opmerking maakte dat Negoro niet teruggekeerd was, hoewel de
+nacht reeds was aangebroken.
+
+"Waar zou hij zijn?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Wat scheelt het ons!" zei Bat.
+
+"Het scheelt ons integendeel veel," antwoordde Mevr. Weldon. "'k Had
+liever dat die man bij ons was."
+
+"U hebt gelijk, mevrouw Weldon," zei Dick Sand; "maar, zoo hij uit
+eigen beweging stil uit ons gezelschap verdwenen is, zie ik niet in
+hoe we hem zouden kunnen dwingen om weer bij ons te komen! Wie weet
+of hij geen reden heeft ons gezelschap voor altoos te mijden!"
+
+En zoo, dat de anderen hem niet hooren konden, deelde Dick Sand haar
+zijn vermoeden mede. Het verwonderde hem niet van haar te hooren dat
+ook zij hem verdacht had. Alleen verschilden zij in één punt.
+
+"Als Negoro terugkomt," zei Mevr. Weldon, "zal hij zijn diefstal op
+een veilige plaats geborgen hebben. Mij dunkt, daar we hem toch niet
+kunnen overtuigen, zal het beste zijn, hem ons vermoeden verborgen te
+houden en hem daardoor in den waan te brengen dat we zijn dupes zijn."
+
+Mevr. Weldon had gelijk. Dick Sand stemde dan ook geheel met haar in.
+
+Evenwel riep men Negoro herhaaldelijk naar alle kanten.... Hij
+antwoordde niet. Of hij was reeds te ver om te hooren of hij wilde
+niet terugkeeren.
+
+De zwarten waren er niet rouwig om dat zij van zijn tegenwoordigheid
+verlost waren, maar zooals Mevr. Weldon terecht gezegd had, hij was
+misschien nog meer in de verte dan dichtbij te vreezen! Maar hoe te
+verklaren dat Negoro zich geheel alleen in dat onbekende land ging
+wagen? Was hij misschien verdwaald, en trachtte hij in dien donkeren
+nacht te vergeefs den weg naar de grot te vinden?
+
+Mevr. Weldon en Dick Sand wisten niet wat zij denken moesten. Hoe
+het zij, men mocht, om op Negoro te wachten, zich niet van de rust
+berooven die allen zoo noodig hadden.
+
+Op dit oogenblik begon de hond die op het strand liep, met kracht
+te blaffen.
+
+"Wat scheelt Dingo toch?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"We moeten het volstrekt weten," antwoordde de leerling. "Misschien
+is het Negoro wel!"
+
+Onmiddellijk begaven Hercules, Bat Austin en Dick Sand zich naar de
+monding der rivier.
+
+Maar toen zij aan den oever kwamen, zagen en hoorden zij niets. Dingo
+zweeg nu.
+
+Dick Sand en de negers keerden naar de grot terug.
+
+De slaapgelegenheden werden zoo goed mogelijk ingericht.
+
+De zwarten maakten zich gereed om beurtelings buiten te waken.
+
+Maar Mevr. Weldon was ongerust en kon niet slapen. Het land waarnaar
+zij zoo vurig verlangde, gaf haar tot nog toe niet wat zij gehoopt had,
+veiligheid voor de haren en rust voor haar zelf.
+
+
+
+
+VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
+
+HARRIS.
+
+
+Den volgenden morgen, 7 April, zag Austin, die met het krieken van
+den dag de wacht hield, Dingo blaffende naar het kleine riviertje
+snellen. Bijna op hetzelfde oogenblik traden Mevr. Weldon, Dick Sand
+en de negers uit de grot te voorschijn.
+
+Het leed geen twijfel of er was iets gaande.
+
+"Dingo heeft een levend wezen geroken, een mensch of een beest,"
+zei de leerling.
+
+"In alle geval is het Negoro niet," deed Tom opmerken, "want dan zou
+Dingo woedend blaffen."
+
+"Als het Negoro niet is, waar zou hij dan toch kunnen zijn?" vroeg
+Mevr. Weldon, terwijl zij een blik naar Dick Sand wierp die alleen
+door haar begrepen werd, "en als hij het niet is, wie is het dan?"
+
+"Wij zullen het spoedig weten, Mevr. Weldon," antwoordde de leerling.
+
+Daarna, zich tot Bat, Austin en Hercules wendende:
+
+"Wapent u, vrienden, en komt mee!"
+
+De negers namen ieder een geweer en een hartsvanger, evenals Dick Sand
+gedaan had. Na de geweren geladen te hebben, richtten allen zich naar
+den oever der rivier.
+
+Mevr. Weldon, Tom en Actéon bleven bij den ingang der grot, waar de
+kleine Jack en Nan zich nog bevonden.
+
+De zon kwam op. Haar stralen, die door de hooge bergen van het oosten
+werden opgevangen, kwamen niet rechtstreeks tot het strand; maar tot
+den westelijken horizon, zoover het oog reikte, schitterde de zee
+onder het eerste licht van den dag.
+
+Dick Sand en zijn metgezellen hielden het midden van het strand welks
+kromming zich met de monding der rivier vereenigde.
+
+Daar zagen zij Dingo onbeweeglijk als een staande hond, steeds
+blaffende. Blijkbaar zag of rook hij een inboorling.
+
+En werkelijk had de hond het dezen keer niet tegen Negoro, zijn vijand
+aan boord.
+
+Van achter den laatsten hoek van den rotsachtigen oever kwam een man
+te voorschijn. Hij naderde voorzichtig en trachtte door vriendelijke
+gebaren Dingo te doen bedaren. Men kon zien dat hij volstrekt niet
+onverschillig was voor den toorn van het krachtige dier.
+
+"'t Is Negoro niet!" zeide Hercules.
+
+"We verliezen niets met den ruil!" antwoordde Bat.
+
+"Neen," zei de leerling, "'t Is waarschijnlijk een inboorling die ons
+het onaangename van onze scheiding zal besparen. Eindelijk zullen we
+dan toch eens te weten komen waar we juist zijn!"
+
+En alle vier wierpen hun geweer op den schouder en liepen snel op
+den vreemdeling toe.
+
+Toen deze hen zag naderen gaf hij in 't eerst teekenen van de
+grootste verbazing. Ongetwijfeld verwachtte hij geen vreemdelingen
+op dit gedeelte van de kust te ontmoeten. Blijkbaar ook had hij
+het wrak van de _Pelgrim_ nog niet opgemerkt, want anders had
+hij de tegenwoordigheid van schipbreukelingen zeer natuurlijk
+gevonden. Trouwens had ook de branding gedurende den nacht den romp
+van het schip geheel vernietigd en bleef er niets anders van over
+dan wrakhout dat naar volle zee wegdreef.
+
+Toen de onbekende de vier gewapende mannen naar zich zag toe komen,
+maakte hij in het eerste oogenblik een beweging om terug te keeren. Hij
+droeg een geweer aan een riem tegen den schouder en liet het snel van
+zijn schouder in zijn hand en uit zijn hand weder tegen zijn schouder
+overgaan. Men begrijpt licht dat hij zich niet op zijn gemak gevoelde.
+
+Dick Sand maakte een gebaar van begroeting, dat de vreemdeling zeker
+begreep, want na eenige aarzeling, deed hij eenige stappen voorwaarts.
+
+Dick Sand kon hem toen goed opnemen.
+
+Het was een krachtig gebouwd man van hoogstens veertig jaar, met een
+levendig oog, grijzende haren en baard, een verweerde gelaatskleur
+als van iemand die altijd in de open lucht, in de bosschen of op de
+vlakte gezworven heeft. Een soort van kiel van gelooid leder diende
+hem voor buis of jas, een breedgerande hoed bedekte zijn hoofd,
+leeren laarzen reikten hem tot boven de knie en sporen met groote
+wieltjes weerklonken aan de hooge hielen.
+
+Dick Sand zag dadelijk, 't geen ook werkelijk het geval was, dat hij
+niet een van die Indianen, gewone zwervers der pampa's, voor zich had,
+maar een van die avonturiers van vreemd bloed, gewoonlijk niet veel
+bijzonders, die men menigmaal in verafgelegen streken ontmoet. Het
+scheen zelfs, aan zijn stijve houding, aan de roodachtige kleur van
+eenige baardharen dat deze onbekende van anglo-saxische oorsprong
+moest zijn. In dat geval was hij noch Indiaan, noch Spanjaard.
+
+En dat bleek werkelijk zoo te zijn, toen hij Dick Sand, die hem in
+'t Engelsch zei "wees welkom!" in dezelfde taal zonder eenig vreemd
+accent antwoordde.
+
+"Wees ook gij welkom, jonge vriend," zei de onbekende, naar den
+leerling toekomende, wiens hand hij drukte.
+
+Wat de zwarten aangaat, vergenoegde hij zich met hun een gebaar te
+maken, zonder het woord tot hen te richten.
+
+"Zijt gij Engelschen?" vroeg hij den leerling.
+
+"Amerikanen," antwoordde Dick Sand.
+
+"Van het Zuiden?"
+
+"Van het Noorden."
+
+Dit antwoord scheen den onbekende te bevallen, die de hand van den
+jongeling nog krachtiger en ditmaal goed op zijn Amerikaansch schudde.
+
+"En mag ik weten jonge vriend," vroeg hij, "hoe ge u op deze kust
+bevindt?"
+
+Maar op dit oogenblik, nam de onbekende den hoed af en groette,
+zonder te wachten dat de leerling zijn vraag beantwoord had.
+
+Mevr. Weldon was tot aan den oever genaderd en stond toen tegenover
+hem.
+
+Zij was het die zijn vraag beantwoordde.
+
+"Mijnheer," zeide zij, "we zijn schipbreukelingen wier schip gisteren
+op die klippen verbrijzeld is!"
+
+Een gevoel van medelijden was duidelijk op het gelaat van den
+onbekende te lezen, wiens blikken het vaartuig zochten dat op het
+strand was gezet.
+
+"Er is niets meer van ons schip overgebleven!" voegde de leerling er
+bij. "De branding heeft het van nacht geheel vernield."
+
+"En onze eerste vraag," hernam Mevr. Weldon, "zal zijn waar we ons
+bevinden."
+
+"Maar weet u dan niet dat dit de kust van Zuid-Amerika is?" antwoordde
+de onbekende, die verwonderd scheen over de vraag. "Hadt u eenigen
+twijfel hieromtrent?"
+
+"Ja, mijnheer, want de stroom heeft ons van onzen weg doen afwijken,
+dien ik niet met de noodige juistheid heb kunnen opnemen," antwoordde
+Dick Sand. "Maar 'k wilde nog wel wat nauwkeuriger weten waar we
+zijn. Zijn we niet op de kust van Peru?"
+
+"Neen, mijn jonge vriend, neen! Een beetje zuidelijker. Ge hebt op
+de Boliviaansche kust schipbreuk geleden."
+
+"O!" was de verbaasde uitroep van Dick Sand.
+
+"En nog wel op dat zuidelijk gedeelte van Bolivia dat aan Chili
+grenst."
+
+"En welke kaap is dat dan?" vroeg Dick Sand, op het noordelijk
+voorgebergte wijzende.
+
+"Ik kan er u den naam niet van zeggen," antwoordde de onbekende,
+"want al ken ik het binnenland vrij goed, omdat ik het zoo dikwijls
+doorkruist heb, zoo bezoek ik voor de eerste maal dit strand."
+
+Dick Sand dacht na over 't geen hij van den vreemdeling vernam. Het
+verwonderde hem maar half, want zijn berekening had hem kunnen en
+moeten bedriegen, wat de stroomen betrof; maar toch was de vergissing
+niet onbelangrijk. Hij meende zich toch te bevinden ongeveer tusschen
+de zeven en dertigste en dertigste parallel, volgens zijn verkenning
+van het Paasch-eiland, en op de hoogte van de vijf-en-twintigste
+parallel was hij gestrand. Het was volstrekt niet onmogelijk dat de
+_Pelgrim_ op zulk een lange reis betrekkelijk zoo weinig ter zijde
+was afgedreven.
+
+Bovendien hadden zij volstrekt geen reden om de mededeelingen van
+den onbekende in twijfel te trekken, en daar deze kust die van
+Beneden-Bolivia was, was er niets vreemds in gelegen dat zij zoo
+verlaten was.
+
+"Mijnheer," zei toen Dick Sand, "ik moet uit uw antwoord besluiten
+dat we hier vrij ver van Lima af zijn."
+
+"Ohé! Lima ligt ver.... daarheen! in het noorden!"
+
+Mevr. Weldon die eerst vrij wantrouwig was, wegens de verdwijning
+van Negoro, nam den vreemdeling met de grootste attentie op, maar zij
+kon noch in zijn houding, noch in zijn wijze om zich uit te drukken,
+iets ontdekken, dat zijn goede trouw kon doen betwijfelen.
+
+"Mijnheer," zeide zij, "ik hoop niet dat u mijn vraag indiscreet zal
+voorkomen.... u schijnt niet van Peruviaanschen oorsprong te zijn?"
+
+"Ik ben een Amerikaan zooals u, mevrouw....!" zeide de onbekende,
+die een oogenblik wachtte totdat de Amerikaansche hem haar naam
+deed kennen.
+
+"Mevrouw Weldon," antwoordde deze.
+
+"Mijn naam is Harris, en ik ben geboren in Zuid-Carolina. Maar 't
+zal nu twintig jaar geleden zijn dat ik mijn land verliet, om naar
+de pampa's van Bolivia te gaan, en het doet me genoegen landgenooten
+te ontmoeten."
+
+"Bewoont u dit gedeelte der provincie, mijnheer Harris?" vroeg
+Mevr. Weldon.
+
+"Neen, mevrouw Weldon," antwoordde Harris, "ik woon in het Zuiden
+op de Chiliaansche grens, maar, op dit oogenblik ga ik naar Atacama,
+in het noord-oosten."
+
+"Zijn we dan hier op den rand van de woestijn van dien naam?" vroeg
+Dick Sand.
+
+"Juist, mijn jonge vriend, en deze woestijn strekt zich ver aan de
+andere zijde der bergen uit die zich aan den horizon vertoonen."
+
+"De woestijn van Atacama?" herhaalde Dick Sand.
+
+"Ja," antwoordde Harris. "Deze woestijn is zooveel als een land op
+zich zelf in dit uitgestrekte Zuid-Amerika, waarvan het toch in vele
+opzichten verschilt. Het is tegelijk het belangrijkste en het minst
+bekende gedeelte van dit vasteland."
+
+"En reist u er alleen naar toe?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"O! 't Is niet de eerste keer dat ik die reis maak!" antwoordde de
+Amerikaan. "Er is op tweehonderd mijlen van hier een aanzienlijke
+hoeve, de hacienda van San-Felice, die het eigendom is van een mijner
+broeders, naar wien ik mij voor mijn handel begeef. Als u met mij wilt
+gaan, zult u er goed ontvangen worden, en de middelen van vervoer om
+naar Atacama te reizen, zullen u daar niet ontbreken. Mijn broeder
+zal ze u met genoegen verschaffen."
+
+Dit aanbod uit eigen beweging gedaan, nam Mevr. Weldon zeer voor den
+Amerikaan in, die zich nu tot haar richtte met de vraag:
+
+"Zijn deze negers uw slaven?"
+
+En hij wees op Tom en zijn kameraden.
+
+"We hebben geen slaven meer in de Vereenigde Staten," antwoordde
+Mevr. Weldon. "Het Noorden heeft sedert lang de slavernij afgeschaft,
+en het Zuiden heeft het voorbeeld van het Noorden wel moeten volgen!"
+
+"Dat's waar ook," antwoordde Harris. "Ik had vergeten dat de oorlog
+van 1862 die ernstige vraag beslist heeft.--Ik hoop dat die brave
+menschen 't me zullen vergeven," voegde Harris er bij met een zweem van
+spotternij die een Amerikaan uit het Zuiden, tegen negers sprekende,
+altijd laat doorschemeren. "Maar toen ik die heeren in uw dienst zag,
+dacht ik...."
+
+"Ze zijn niet en waren niet in mijn dienst, mijnheer," antwoordde
+Mevr. Weldon ernstig.
+
+"We zouden ons vereerd gevoelen u te dienen, mevrouw Weldon," zei toen
+de oude Tom. "Maar, mijnheer Harris moet weten dat we aan niemand
+toebehooren. Ik ben slaaf geweest, 't is waar en werd als slaaf in
+Afrika verkocht toen ik nog maar zes jaar oud was, maar mijn zoon
+Bat, die daar staat, is de zoon van een vrijgemaakten vader en onze
+kameraden zijn allen uit vrije ouders geboren."
+
+"Ik moet er u wel zeer geluk mee wenschen!" antwoordde Harris op een
+toon dien Mevr. Weldon niet ernstig genoeg vond. "Ook op dezen grond
+van Bolivia hebben we geen slaven. Ge hebt dus niets te vreezen en ge
+kunt even vrij hier rondwandelen als in de Staten van Nieuw-Engeland."
+
+Op dit oogenblik kwam de kleine Jack, gevolgd door Nan, de grot uit,
+zich de oogen wrijvende.
+
+Toen hij zijn moeder in 't oog kreeg, liep hij naar haar
+toe. Mevr. Weldon omhelsde hem teeder.
+
+"Wat een aardige, kleine jongen!" zei de Amerikaan.
+
+"Dat's mijn zoon," antwoordde Mevr. Weldon.
+
+"O! mevrouw Weldon, u moet u dubbel ongerust gemaakt hebben, nu uw
+kind in al uw gevaren deelde!"
+
+"God heeft hem gespaard, zoowel als ons, mijnheer Harris," antwoordde
+Mevr. Weldon.
+
+"Mag ik hem een kus op zijn gezonde wangen geven?" vroeg Harris.
+
+"Gaarne," antwoordde Mevr. Weldon.
+
+Maar "mijnheer Harris" scheen den kleinen Jack niet bijzonder te
+bevallen, want hij drukte zich nog vaster tegen zijn moeder aan.
+
+"Wat!" zei Harris, "wil je niet dat ik je kus! Ben je bang voor me,
+mannetje?"
+
+"Neem 't hem niet kwalijk, mijnheer," haastte zich Mevr. Weldon te
+zeggen, "'t Is niets anders dan verlegenheid van hem."
+
+"Nu, we zullen wel nader kennismaken!" antwoordde Harris. "Als we
+maar eens op de hacienda zijn en hij een mooien pony van me krijgt
+om op te rijden, zal hij wel veel van me houden!
+
+"Maar het aanbod van den 'mooien pony' was evenmin geschikt om Jack
+te streelen als het voorstel om zich door mijnheer Harris te laten
+kussen."
+
+Mevr. Weldon, die het hinderde dat Jack zoo onaardig was, haastte
+zich het gesprek op iets anders te brengen Men moest oppassen den
+man niet te kwetsen, die zoo beleefd zijn diensten had aangeboden.
+
+Dick Sand dacht intusschen over het voorstel na, dat hun zoo
+ter rechter tijd gedaan werd, om de hacienda van San-Felice te
+bereiken. Het was, zooals Harris gezegd had, een tocht van meer dan
+twee honderd mijlen, nu eens door bosschen, dan weder door vlakten,
+een zeer vermoeiende reis ongetwijfeld, omdat de middelen van vervoer
+volstrekt ontbraken.
+
+De jeugdige leerling maakte dus eenige opmerkingen in dit opzicht en
+wachtte het antwoord af dat de Amerikaan hierop zou geven.
+
+"'t Is waar, de reis is wat lang," antwoordde Harris, "maar 'k heb
+daar op een honderd of wat schreden van den oever een paard dat ik
+ter beschikking van mevrouw Weldon en haar zoon wilde stellen. Wat
+ons betreft, voor ons is er niets bezwarends en zelfs niet veel
+vermoeiends in gelegen den weg te voet af te leggen en als ik van
+twee honderd mijlen spreek, wil ik daarmede zeggen door den loop dezer
+rivier te volgen, zooals ik 't al eens gedaan heb. Maar, als we onzen
+weg dwars door het bosch namen, zou dit den afstand minstens tachtig
+mijlen verkorten. Als we dan tien mijlen per dag maakten, dunkt me
+dat we de hacienda zonder veel moeite zouden bereiken."
+
+Mevr. Weldon dankte den Amerikaan.
+
+"U kunt me niet beter bedanken dan door mijn voorstel aan te nemen,"
+antwoordde Harris. "'k Heb wel nooit dit bosch doorkruist maar ik
+geloof toch wel er mijn weg in te zullen vinden, omdat ik zoo gewoon
+ben in de pampa te reizen. Maar er is een ernstiger zaak te bespreken,
+die der levensmiddelen namelijk. Ik heb slechts het hoog noodige om
+de hacienda van San-Felice te bereiken...."
+
+"Wat dat aangaat, mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon, "we hebben
+gelukkig meer dan genoeg levensmiddelen en 't zal ons genoegen doen
+ze met u te deelen."
+
+"Als dat zoo is, mevrouw Weldon, dunkt me dat alles zich best zal
+schikken en we maar vertrekken moesten."
+
+Harris wilde nu zijn paard gaan halen op de plaats waar hij het gelaten
+had, toen Dick Sand hem nog even ophield om hem een vraag te doen.
+
+Het beviel den jeugdigen leerling niet bijzonder, de kuststreek te
+verlaten, om zoover in het binnenland door te dringen. De zeeman kwam
+bij hem boven en hij had liever de reis langs de kust genomen.
+
+"Mijnheer Harris," zeide hij, "waarom, in plaats van honderd twintig
+mijlen in de woestijn van Atacama af te leggen, niet liever de kust
+gevolgd? Was het niet beter de dichtstbij zijnde stad te bereiken,
+het zij ten noorden, hetzij ten zuiden?"
+
+"Maar, mijn jonge vriend," antwoordde Harris, het voorhoofd licht
+fronsende. "'k geloof niet dat er op een afstand van drie of vier
+honderd mijlen een stad op deze kust is, die ik--het is waar--zeer
+weinig ken."
+
+"Ten noorden, ja," antwoordde Dick Sand, "maar ten zuiden?...."
+
+"Ten zuiden," hernam de Amerikaan, "zouden we tot Chili de kust
+moeten afzakken. Nu is die afstand bijna even ver, en in uw plaats
+zou ik liever niet langs de pampa's van de Argentijnsche Republiek
+willen reizen. Wat mij betreft, tot mijn groote spijt, zou ik u niet
+kunnen vergezellen."
+
+"Gaan dan de schepen, die van Chili naar Peru varen, niet in 't
+gezicht van deze kust voorbij?" vroeg daarop Mevr. Weldon.
+
+"Neen," antwoordde Harris. "Zij kiezen liever het ruime sop en u hebt
+er ook zeker geen ontmoet."
+
+"Dat is ook zoo," antwoordde Mevr. Weldon."--"Nu, Dick, heb je nog
+iets aan mijnheer Harris te vragen?"
+
+"Nog een enkele vraag, mevrouw Weldon," antwoordde de leerling, die
+noode toestemde, "'k Wilde mijnheer Harris nog vragen in welke haven
+hij denkt dat we een schip kunnen vinden om naar San-Francisco terug
+te keeren?"
+
+"Dat zou ik u waarlijk niet kunnen zeggen, mijn jonge vriend,"
+antwoordde de Amerikaan. "Alles wat ik weet, is dat we u op de hacienda
+van San-Felice de middelen zullen verschaffen de stad Atacama te
+bereiken, en van daar...."
+
+"Mijnheer Harris," zei nu Mevr. Weldon, "meen niet dat Dick Sand
+aarzelt uw aanbod aan te nemen!"
+
+"Neen, mevrouw Weldon, neen, ik aarzel niet," antwoordde de leerling,
+"maar 't spijt me zoo dat we niet eenige graden meer ten noorden of
+ten zuiden gestrand zijn! We zouden dan dichter bij een haven geweest
+zijn en door deze omstandigheden niet hebben behoeven gebruik te maken
+van den goeden wil van mijnheer Harris, omdat we dan gemakkelijker
+naar ons vaderland hadden kunnen terugkeeren."
+
+"Beschik vrij over mij, mevrouw Weldon," hernam Harris. "Ik zeg nog
+eens, dat ik maar al te zelden in de gelegenheid ben eens landgenooten
+te ontmoeten. 't Is voor mij een wezenlijk genoegen u te verplichten."
+
+"We nemen uw aanbod aan, mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon,
+"maar 'k zou u toch niet gaarne van uw paard willen berooven. 'k Ben
+een goede voetgangster...."
+
+"En ik een zeer goede voetganger," antwoordde Harris buigende, "'k Ben
+aan lange marschen door de pampa's gewoon en ik zal geen vertraging
+in onze karavaan brengen. Neen, mevrouw Weldon, u en uw kleine Jack
+zult u van dat paard bedienen. 't Is trouwens ook mogelijk dat we
+onderweg eenige bedienden van de hacienda ontmoeten, en daar deze
+gewoonlijk te paard zitten, kunnen ze ons hunne paarden afstaan."
+
+Dick Sand zag nu zeer goed in, dat hij door nieuwe tegenwerpingen te
+maken Mevr. Weldon geen pleizier zou doen.
+
+"Wanneer vertrekken we, mijnheer Harris?" vroeg hij.
+
+"Van daag nog, mijn jonge vriend," antwoordde Harris. "De regentijd
+begint met April en we moeten het mogelijke doen om vóór dien tijd
+de hacienda van San-Felice te bereiken. De weg door het woud is
+nog de kortste en misschien ook de veiligste. Hij is minder dan
+de kust blootgesteld aan de invallen der zwervende Indianen, die
+onverbeterlijke plunderaars zijn."
+
+"Tom, mijn vrienden," zei nu Dick Sand zich tot de negers wendende,
+"er blijft ons nu slechts over de toebereidselen tot het vertrek
+te maken. Kiest dus uit den scheepsvoorraad, wat het gemakkelijkst
+te vervoeren is, en laten we pakken maken, waarvan ieder zijn deel
+moet dragen."
+
+"Mijnheer Dick," zei Hercules, "als u 't wilt, zal ik alles wel
+dragen!"
+
+"Neen, mijn brave Hercules!" antwoordde de leerling, "'t Is beter
+dat we den last onder ons verdeelen."
+
+"Je bent een stevige kameraad, Hercules," zei toen Harris, die den
+neger mat alsof deze te koop ware geweest. "Je zoudt veel opgebracht
+hebben op de markten van Afrika!"
+
+"'t Is mogelijk dat ik veel zou kosten," antwoordde Hercules lachende,
+"maar de koopers zouden hard moeten loopen, als ze me vangen wilden!"
+
+Alles was nu afgesproken en om het vertrek te verhaasten, zette ieder
+zich aan 't werk. Men had slechts zooveel voorraad voor den kleinen
+troep mede te nemen als noodig was voor de reis van de kust naar de
+hacienda, namelijk slechts voor een tiental dagen.
+
+"Maar, voordat we vertrekken, mijnheer Harris," zeide Mevr. Weldon,
+"voordat we van uw gastvrijheid gebruik maken, wilde ik u verzoeken
+de onze aan te nemen. We bieden haar u van harte aan!"
+
+"Dat neem ik aan, mevrouw Weldon, volgaarne!" antwoordde Harris
+opgeruimd.
+
+"Binnen eenige minuten zal ons ontbijt klaar zijn."
+
+"Goed, mevrouw Weldon. Ik maak me die tien minuten ten nutte om mijn
+paard te gaan halen. Hij zal wel ontbeten hebben...."
+
+"Wilt u dat ik met u mee ga, mijnheer?" vroeg Dick Sand den Amerikaan.
+
+"Zooals ge wilt, mijn jonge vriend," antwoordde Harris. "Kom! Ik zal
+u den loop dezer rivier leeren kennen."
+
+Beiden vertrokken.
+
+Gedurende dien tijd werd Hercules uitgezonden om den entomoloog op te
+zoeken. Neef Benedictus verontrustte zich waarlijk wel over 't geen
+rondom hem voorviel! Hij zwierf op dat oogenblik op den top van het
+rotsachtige strand en zocht naar een insect dat niet te vinden was
+en dat hij dan ook trouwens niet vond.
+
+Hercules nam hem tegen wil en dank mee. Mevr. Weldon vertelde hem
+dat het vertrek bepaald was en dat ze nu een tiental dagen in het
+binnenland zouden reizen.
+
+Neef Benedictus antwoordde dat hij gereed was om te vertrekken en
+dat hij met pleizier geheel Amerika wilde doorkruisen als men hem
+onderweg maar liet verzamelen.
+
+Mevr. Weldon hield zich daarop bezig, om met behulp van Nan een
+krachtig maal gereed te maken. Een goede voorzorg alvorens zich op
+weg te begeven.
+
+In dien tijd was Harris, vergezeld van Dick Sand, den hoek der rotsen
+omgegaan. Zij volgden den oever een drie honderd schreden ver. Op
+een zeker punt aangekomen, liet een paard, aan een boom gebonden,
+bij de nadering van zijn meester, een vroolijk gehinnik hooren.
+
+Het was een krachtig dier, van een ras dat Dick Sand niet kende. Met
+zijn langen hals, zijn korte lenden en uitgestrekt kruis, zijn
+platte schouders, zijn bijna gebocheld voorhoofd, bood dit paard de
+onderscheidingskenmerken aan van Arabischen oorsprong.
+
+"Ge ziet, mijn jonge vriend," zei Harris, "dat het een krachtig dier
+is, en ge kunt er op rekenen dat hij ons onderweg niet in den steek
+zal laten."
+
+Harris maakte zijn paard los, nam het bij den toom en klom van
+den steilen oever weder naar omlaag, terwijl hij Dick Sand hierbij
+voorging. Deze had een vluchtigen blik geworpen, zoowel op de rivier
+als op het bosch dat haar beide oevers omzoomde. Doch hij zag niets
+dat hem kon verontrusten.
+
+Toen hij zich wederom bij den Amerikaan gevoegd had, deed hij hem
+evenwel plotseling de volgende vraag, die deze moeilijk had kunnen
+verwachten.
+
+"Hebt u van nacht geen Portugees ontmoet, mijnheer Harris, die zich
+Negoro noemde?"
+
+"Negoro?" antwoordde Harris op een toon van iemand die niet begrijpt
+wat men wil zeggen. "Wat is er dat voor een, die Negoro?"
+
+"Dat was de scheepskok," antwoordde Dick Sand, "en hij is eensklaps
+verdwenen."
+
+"Verdronken misschien?" zei Harris.
+
+"Neen, neen!" antwoordde Dick Sand. "Gisteren avond was hij nog bij
+ons, maar van nacht heeft hij ons verlaten en zich waarschijnlijk
+langs den oever der rivier uit de voeten gemaakt. Daarom vroeg ik of u,
+die van dezen kant gekomen is, hem niet ontmoet hebt?"
+
+"'k Heb niemand ontmoet," antwoordde de Amerikaan, "en als uw kok zich
+alleen in het bosch gewaagd heeft, is er veel kans dat hij verdwaald
+is. Misschien nemen we hem onderweg wel op?"
+
+"Ja.... misschien!" antwoordde Dick Sand.
+
+Bij hun terugkomst vonden zij het ontbijt gereed. Het bestond als
+het maal van den vorigen avond, uit ingemaakte voedingsmiddelen,
+pekel-vleesch en beschuit. Harris deed er eer aan als iemand dien de
+natuur met een flinken eetlust begiftigd heeft.
+
+"Kom, kom," zeide hij, "ik zie dat we onderweg niet van honger zullen
+omkomen! Dat zal ik niet zeggen van dien armen Portugees, van wien
+onze jonge vriend me verteld heeft."
+
+"O!" riep Mevr. Weldon uit, "heeft Dick Sand u gezegd dat we Negoro
+niet terug gezien hebben?"
+
+"Ja, mevrouw Weldon," antwoordde de leerling, "'k Wilde eens hooren
+of mijnheer Harris hem niet ontmoet had."
+
+"Neen," antwoordde Harris. "Laten we dus dien deserteur, waar hij
+is, en houden we ons alleen met het vertrek bezig!--Als 't u blieft,
+mevrouw Weldon!"
+
+Ieder nam het pak op dat voor hem bestemd was. Herkules hielp
+Mevr. Weldon te paard en de ondankbare kleine Jack, met zijn geweer
+aan den schouderriem, zette zich schrijlings, zonder er zelfs aan te
+denken den man te bedanken, die zulk een uitmuntend rijdier te zijner
+beschikking stelde.
+
+Jack, vóór zijn moeder geplaatst, zeide haar toen dat hij het "paard
+van den mijnheer" zeer goed mennen kon.
+
+Men gaf hem dus den teugel in handen, en natuurlijk twijfelde hij
+geen oogenblik of hij was het hoofd der karavaan.
+
+
+
+
+ZESTIENDE HOOFDSTUK.
+
+ONDERWEG.
+
+
+Niet zonder eenige bezorgdheid,--die trouwens door niets
+gerechtvaardigd scheen,--drong Dick Sand, op driehonderd schreden
+van den steilen oever der rivier, in het dichte woud door, welks
+moeielijke voetpaden door hem en zijn metgezellen tien dagen lang
+gevolgd zouden worden.
+
+Integendeel was Mevr. Weldon, zij, die als vrouw en moeder, dubbele
+reden had zich ongerust te maken, vol vertrouwen.
+
+Zij had twee zeer ernstige redenen om gerust te zijn: vooreerst werd
+deze streek der pampa's niet onveilig gemaakt door inboorlingen, noch
+door wilde dieren; vervolgens, omdat men onder de leiding van Harris,
+een gids zoo zeker van zich zelven als de Amerikaan scheen te zijn,
+niet bevreesd hoefde zijn te verdwalen.
+
+De marschorder, die zooveel mogelijk gedurende de reis moest
+gehandhaafd worden, was de volgende:
+
+Aan het hoofd van den kleinen troep hadden zich Dick Sand en Harris
+gesteld, beiden gewapend, de een met zijn lang geweer, de ander met
+zijn remmington.
+
+Daarna kwamen Bat en Austin, insgelijks gewapend ieder met een geweer
+en een hartsvanger.
+
+Achter hen volgden Mevr. Weldon en de kleine Jack te paard; daarna
+Nan en Tom.
+
+Achteraan werd de marsch gesloten door Actéon, gewapend met een vierde
+remmington-geweer en door Herkules met een bijl in den gordel.
+
+Dingo liep heen en weer en zooals Dick Sand deed opmerken, altijd als
+een hond die een spoor zocht. Sedert de schipbreuk van de _Pelgrim_
+den hond op deze kust had geworpen, was hij in zijn wijze van doen
+geheel veranderd. Hij scheen onrustig en bijna onophoudelijk liet hij
+een dof gebrom hooren, eer klaaglijk dan woedend. Hoewel niemand het
+zich kon verklaren, werd het door allen opgemerkt.
+
+Wat neef Benedictus betreft, ook deze had men evenmin als aan Dingo
+een plaats in de marschorde kunnen aanwijzen. Tenzij men hem aan een
+leiband gehouden had, zou hij haar niet bewaard hebben. Zijn blikken
+doos met een band over den schouder geslagen, zijn netje in de hand,
+zijn groot oogglas om den hals gehangen, nu eens achter, dan weder
+vooraan, kroop hij door het hooge gras, bespiedde hij de orthoptera
+(rechtvleugelige insecten), of andere insecten op "ptera", op het
+gevaar af van zich door de een of andere vergiftige slang te laten
+bijten.
+
+In het eerst maakte Mevr. Weldon zich ongerust en riep hem elk
+oogenblik, maar niets mocht baten.
+
+"Neef Benedict," zeide zij eindelijk, "'k verzoek u dringend u niet
+te verwijderen en voor de laatste maal druk ik u op het hart mijn
+waarschuwing niet in den wind te slaan."
+
+"Maar nicht," antwoordde de onhandelbare entomoloog, "als ik een
+insect zie...."
+
+"Als u een insect ziet," hernam Mevr. Weldon, "zult u het arme diertje
+wel met vrede willen laten of u zult me in de noodzakelijkheid brengen
+u uw bus te ontnemen!"
+
+"Me mijn bus ontnemen!" riep Neef Benedictus uit, alsof het gold hem
+zijn ingewanden uit het lijf te scheuren.
+
+"Uw bus en uw net," voegde Mevr. Weldon er onmeedoogend bij.
+
+"Mijn net, nicht! En waarom niet mijn bril! U zoudt het niet
+durven! Neen! u zoudt het niet durven!"
+
+"En zelfs uw bril, dien vergat ik nog! Ik dank u, neef Benedict,
+er mij aan te herinneren dat ik het middel had u blind te maken en
+u daardoor te noodzaken gehoorzaam te zijn!"
+
+Na deze driedubbele bedreiging hield neef zich een uur lang bedaard,
+die ongehoorzame neef. Daarna begon hij opnieuw af te dwalen, en daar
+hij het toch gedaan zou hebben, ook zonder net, zonder bus en zonder
+bril, zoo was het maar het best hem zijn gang te laten gaan. Maar
+Hercules nam op zich speciaal op hem te letten,--'t geen ook meer
+bijzonder tot zijn taak behoorde,--en men kwam overeen dat hij met hem
+zou handelen als neef Benedictus met een insect, dat hij hem namelijk,
+als hij 't noodig oordeelde, zou vangen en hem even voorzichtig zou
+terugbrengen als de andere met een zeldzaam exemplaar der lepidoptera
+(schubvleugeligen) zou gedaan hebben.
+
+Nadat dit geregeld was, hield men zich niet meer met neef Benedictus
+bezig.
+
+Men heeft gezien dat de kleine troep goed gewapend en op haar hoede
+was. Doch, zooals Harris telkens verzekerde, was er geen andere
+ontmoeting te vreezen dan met zwervende Indianen en waarschijnlijk
+zou men ook die niet zien.
+
+In ieder geval waren de genomen beschikkingen voldoende om dezen des
+noods in toom te houden.
+
+De paden, die door het dichte woud liepen, verdienden dien naam
+eigenlijk niet. Het waren meer sporen voor dieren dan doorgangen voor
+menschen. Men kon er dan ook slechts moeielijk op vooruitkomen en
+daarom had Harris den gemiddelden afstand van vijf tot zes mijlen,
+dien de kleine troep zou afleggen, dan ook wijselijk op twaalf uren
+berekend.
+
+Het weer was overigens zeer schoon. De zon stond hoog en verspreidde
+bijna loodrecht haar schitterende stralen. Op de vlakte zou deze
+warmte onverdraaglijk geweest zijn, 't geen Harris niet verzuimde
+te doen opmerken; maar onder dat ondoordringbare dak van bladeren,
+verdroeg men haar gemakkelijk en ongestraft.
+
+De meeste boomen in dit bosch waren, zoowel Mevr. Weldon als haren
+zwarten en blanken medereizigers, onbekend. Toch zou een deskundige
+opgemerkt hebben dat zij merkwaardiger waren door hunne hoedanigheid
+dan door hunne grootte. Hier was het de "bauhinia" of ijzerhout-boom;
+daar de "molompi", identisch met den pterocarpus of sandelhoutboom,
+vast en licht hout, goed om pagaaien of roeiriemen van te maken, en
+welks stam een groote hoeveelheid hars oplevert: verderop waren het
+"geelboomen", vol beladen met hun gele kleurstof, en "pokhoutboomen,"
+tot twaalf voet dik, maar van mindere hoedanigheid dan de gewone
+pokhoutboomen.
+
+Dick Sand vroeg onder het gaan den naam dezer verschillende
+houtsoorten.
+
+"Zijt ge dan nooit op de kust van Zuid-Amerika geweest?" vroeg Harris
+hem, alvorens op zijn vragen te antwoorden.
+
+"Nooit," antwoordde de leerling, "nooit was ik op mijn reizen in de
+gelegenheid deze kusten te bezoeken en om de waarheid te zeggen geloof
+ik niet dat iemand mij ooit als deskundige er iets van verteld heeft."
+
+"Maar de kusten van Columbië, die van Chili of Patagonië hebt ge toch
+wel bezocht?"
+
+"Neen, nooit."
+
+"Maar Mevr. Weldon heeft misschien dit gedeelte van het nieuwe
+vasteland bezocht?" vroeg Harris. "De Amerikaansche dames zijn niet
+bang om een reisje te maken en ongetwijfeld...."
+
+"Neen, mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon. "De handelsbelangen
+van mijn man voerden hem nergens dan naar Nieuw-Zeeland en ik ben
+nergens anders met hem mee geweest. Geen van ons kent dus dit gedeelte
+van beneden-Bolivia."
+
+"Welnu, mevrouw Weldon, u en uwe reisgenooten, u zult een zonderling
+land zien, dat zeer verschilt van de streken van Peru, Brazilië of
+de Argentijnsche Republiek. Zijn bloemen- en dierenschat wekken de
+verbazing op van den natuurkundige. Men kan met recht zeggen dat u op
+een goede plaats schipbreuk hebt geleden, en als men ooit het toeval
+mag dankzeggen...."
+
+"'k Geloof liever dat het niet het toeval is, dat ons geleid heeft,
+mijnheer Harris, maar God."
+
+"Ja, ja, God!" antwoordde Harris, op den toon van iemand die niet veel
+hecht aan de tusschenkomst der Voorzienigheid in de wereldsche zaken.
+
+Daar dus niemand van den kleinen troep noch het land, noch zijn
+voortbrengselen kende, maakte Harris er zich een waar genoegen van
+om de vreemdste boomen van het woud op te noemen.
+
+Het was waarlijk jammer dat neef Benedictus behalve entomoloog
+ook niet botanist was! Had hij tot nog toe geen zeldzame of nieuwe
+insecten gevonden, in plantenkunde zou hij prachtige ontdekkingen
+gedaan hebben. Er was een rijkdom van planten en gewassen van allerlei
+grootte, welks bestaan in de tropische wouden der Nieuwe-Wereld nog
+niet vastgesteld had kunnen worden. Neef Benedictus zou anders zeker
+zijn naam aan eenig voortbrengsel van het plantenrijk geschonken en
+hem daardoor vereeuwigd hebben. Maar hij hield niet van de kruidkunde
+en wist er ook niets van. Hij had zelfs, zeer natuurlijk, een afkeer
+van bloemen, onder voorwendsel dat er waren die zich veroorloven de
+insecten in haar bloemkronen op te sluiten en ze met haar giftige
+sappen te dooden.
+
+Het bosch was somtijds moerassig en overal met dunne waterstraaltjes
+doorsneden, die door de kleine rivier gevormd werden. Eenige dezer
+beken waren wat breeder, en konden slechts op sommige plaatsen
+doorwaad worden.
+
+Langs haar oevers groeiden bundels biezen, waaraan Harris den naam
+van papyrus gaf. Hij vergiste zich niet en deze grasachtige planten
+schoten in overvloed van onder den vochtigen waterkant uit.
+
+Na het moeras, overdekte het dichte geboomte opnieuw de smalle paden
+van het bosch.
+
+Harris deed aan Mevr. Weldon en aan Dick Sand zeer schoone
+ebbenhoutboomen opmerken, dikker dan de gewone ebbenboom en die zwarter
+en harder hout opleveren dan het hout dat gewoonlijk in den handel
+voorkomt. Verder waren het mangoboomen, die nog talrijk voorkwamen,
+alhoewel zij vrij ver van de zee af waren. Zij waren als bekleed met
+verfmos dat langs de stammen tot de takken opklom. Door hun dichte
+schaduw, hun heerlijke vruchten, mochten zij met recht kostbare boomen
+heeten en toch, zoo vertelde Harris, zou geen inlander er de soort
+van durven voortplanten. "Die een mangoboom plant, sterft!" Dat was
+de bijgeloovige machtspreuk van het land.
+
+Op den middag van deze eerste dagreis, begon de kleine troep,
+na een poos halt gehouden te hebben, een licht hellend terrein
+te beklimmen. Het waren nog de hellingen niet van de keten op den
+voorgrond, maar een soort van golvend bergvlak dat de vlakte met de
+bergen verbond.
+
+Daar zouden de iets minder dicht staande boomen, hier en daar in
+groepen vereenigd, het gaan gemakkelijker gemaakt hebben, indien de
+bodem niet met grasachtige planten bedekt was. Men zou zich daar in
+de bamboes- en kreupelbosschen van Oost-Indië gewaand hebben. De
+plantengroei scheen minder weelderig dan in de lage vallei van de
+kleine rivier, maar toch nog weelderiger dan die der gematigde
+luchtstreken van de Oude of de Nieuwe Wereld. De indigo groeide
+er rijkelijk en volgens Harris ging deze plant met recht voor de
+weelderigst groeiende plant van het land door. Niet zoodra werd er
+een veld verlaten of deze woekerplant, die daar even veracht wordt
+als de distel of netel bij ons, maakte er zich dadelijk meester van.
+
+Eén boom scheen er in dit bosch te ontbreken, die in dit gedeelte
+van het nieuwe vasteland zeer algemeen had moeten voorkomen. Het
+was de caoutchouc-boom. Werkelijk zijn de "ficus prinoïdes," de
+"castilloa elastica," de "cecropia peltato," de "collophora utilis,"
+de "emeraria latifolia," en vooral de "syphonia elastica," die tot
+verschillende familiën behooren, in de provinciën van Zuid-Amerika
+rijkelijk voorhanden. En toch zag men er--vreemd genoeg--geen enkele.
+
+Nu had Dick Sand juist aan zijn kleinen vriend Jack beloofd hem
+caoutchouc-boomen te laten zien. Hoe groot was dus nu de teleurstelling
+voor den kleinen jongen, die zich verbeeldde dat de kalbasflesschen,
+de sprekende poppen, de gelede hansworsten en de elastieke ballen, heel
+natuurlijk aan die boomen groeiden. Hij beklaagde er zich bitter over.
+
+"Geduld maar, mannetje!" zei Harris tot hem. "We zullen van die
+caoutchoucfiguren bij honderden, in den omtrek der hacienda vinden!"
+
+"Van die mooie, echt elastieke?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Zoo elastiek mogelijk.--Maar kom, wil ik je al vast eens een lekkere
+vrucht geven om je dorst te lesschen?"
+
+En dit zeggende plukte Harris van een boom eenige vruchten die zoo
+saprijk als perziken waren.
+
+"Is u wel zeker, mijnheer Harris," vroeg Mevr. Weldon, "dat deze
+vrucht niet ongezond is?"
+
+"'k Zal u geruststellen, mevrouw," antwoordde de Amerikaan die met
+smaak in een van deze vruchten beet. "'t Is een mango."
+
+En zonder zich langer te bedenken, volgde de kleine Jack het voorbeeld
+van Harris. Hij verklaarde dat "die peren" zeer lekker waren, zoodat
+de boom dadelijk schatting moest betalen.
+
+Deze mangoboomen behooren tot de soort welker vruchten in Maart
+en April rijp zijn, terwijl andere het eerst in September zijn,
+en bijgevolg waren hun mango's juist goed.
+
+"Ja! dat 's lekker!" zei de kleine Jack, met den mond vol. "Maar mijn
+vriend Dick heeft me caoutchouc-speelgoed beloofd, als ik zoet was,
+en nu wil ik het hebben!"
+
+"Je zult het hebben, Jack," antwoordde Mevr. Weldon, "mijnheer Harris
+belooft het u immers.
+
+"Maar dat is 't niet alleen," hernam Jack, "mijn vriend Dick heeft
+me nog meer beloofd!"
+
+"Wat heeft je vriend Dick je dan nog meer beloofd?" vroeg Harris
+glimlachende.
+
+"Vliegenvogeltjes, mijnheer."
+
+"En je zult vliegenvogeltjes ook hebben, mijn ventje, maar verder
+op.... verder!" antwoordde Harris.
+
+Nu had de kleine Jack werkelijk het recht eenige van die bekoorlijke
+kolibrietjes te vorderen, want hij bevond zich in een land waar zij in
+overvloed moesten voorkomen. De Indianen, die de kunst verstaan hun
+veeren te vlechten, hebben de dichterlijkste namen aan deze juweelen
+van vogeltjes gegeven. Zij noemen ze of de "stralen" of "de haren der
+zon." Hier is het "de kleine koning der bloemen," daar, "de hemelsche
+bloem, die in haar vlucht de aardsche bloem komt liefkoozen." Dan weder
+noemen zij den kolibri "de bundel edelgesteenten, die in de stralen
+der zon schittert!" Men kan zelfs aannemen dat hun verbeelding voor
+ieder der honderd vijftig soorten waaruit dit bewonderenswaardige
+geslacht der kolibries bestaat een nieuwe dichterlijke benaming heeft
+weten te vinden.
+
+Hoe talrijk nu evenwel deze vliegenvogeltjes in de bosschen van Bolivia
+hadden moeten zijn, moest de kleine Jack zich vooralsnog met de belofte
+van Harris vergenoegen. Volgens den Amerikaan was men nog te dicht
+bij de kust en hielden de kolibries niet van deze woeste streken, zoo
+dicht bij den Oceaan. De tegenwoordigheid van den mensch verschrikte
+ze niet en in de hacienda hoorde men den ganschen dag niets anders,
+dan hun geschreeuw van "téretére", en het gegons hunner vleugels,
+gelijk aan dat van een spinnewiel.
+
+"O! hoe graag was ik er al!" riep de kleine Jack uit.
+
+Het zekerste middel spoedig aan de hacienda van San-Felice te zijn,
+was zich onderweg niet op te houden. Mevr. Weldon en haar reisgenooten
+besteedden dus slechts den kortst mogelijken tijd aan den slaap.
+
+Het bosch veranderde reeds van gedaante. Hier en daar vertoonden
+zich reeds open plekken tusschen het minder dichte geboomte. De
+bodem, die nu en dan door het grastapijt heendrong, vertoonde nu
+zijn samenstelling uit rooskleurig graniet, gelijk aan vakken
+lapis-lazuli. Op eenige hoogten woekerden de salsaparrilla
+(steekwinde), een plant met vleeschachtige knollen, die een
+onbegrijpelijke verwarde massa vormden. Dan was het bosch met zijn
+smalle voetpaden ver te verkiezen.
+
+Vóór het ondergaan der zon bevond zich de kleine troep op ongeveer
+acht mijlen van het punt waarvan zij vertrokken was. Deze tocht was
+zonder eenige bijzondere gebeurtenis en zelfs zonder groote vermoeienis
+afgelegd geworden. Weliswaar was het de eerste dagreis en de volgende
+marschen zouden ongetwijfeld vermoeiender zijn.
+
+Met algemeen goedvinden besloot men op deze plaats halt te houden. Zij
+wilden nu geen eigenlijk kamp inrichten, maar eenvoudig een plek
+in orde brengen om te rusten. Eén man, die om de twee uur afgelost
+werd, zou voldoende zijn om 's nachts wacht te houden, daar noch de
+inlanders, noch de wilde dieren werkelijk te vreezen waren.
+
+Men vond niets beters voor schuilplaats dan een kolossale mangoboom,
+welks uitgebreide, zeer dichte takken een soort van natuurlijke
+veranda vormden. Desnoods had men zich in zijn loof kunnen nestelen.
+
+Alleenlijk deed zich bij de aankomst van den kleinen troep een
+oorverdoovend concert in den top van den boom hooren.
+
+De mangoboom diende tot verblijf van een gansche kolonie veelkleurige
+papegaaien, babbelachtige, twistzieke, wreede vogels, die andere
+levende vogels aanvallen, en waarin men zich als men ze wilde
+beoordeelen naar haar familieleden die in Europa in kooien gehouden
+worden, schromelijk zou bedriegen.
+
+Deze papegaaien maakten zulk een geraas, dat Dick Sand er over dacht
+een geweerschot op hen te lossen, om ze tot zwijgen te brengen of op
+de vlucht te jagen. Maar Harris ried het hem af, onder voorwendsel
+dat het beter was in deze eenzame streken zijn tegenwoordigheid door
+de losbarsting van een vuurwapen niet te verraden.
+
+"Laten we ons stil houden," zei hij "dan hebben we geen gevaar te
+vreezen."
+
+Terstond hield men zich nu bezig met het bereiden van den avondmaaltijd
+zonder dat men zelfs noodig had tot het koken der spijzen over
+te gaan. Het souper bestond namelijk uit ingemaakt voedsel en uit
+beschuit. Een beekje dat zich door het gras kronkelde, verschafte
+drinkbaar water, 't welk men echter niet dronk, zonder er eenige
+druppels rum bijgevoegd te hebben. En wat het dessert betreft,
+de mangoboom bood in overvloed zijn saprijke vruchten aan, die de
+papegaaien evenwel niet lieten plukken zonder er door een vervaarlijk
+geschreeuw tegen op te komen.
+
+Toen het souper was afgeloopen, begon de avond te vallen. De duisternis
+verhief zich langzaam van den grond naar den top der boomen, waarvan
+het gebladerte zich weldra sterk tegen den nog helderen hemel
+afteekende. De eerste sterren geleken op schitterende bloemen, die
+aan het eind der hoogste takken glinsterden. De wind ging met den
+naderenden nacht liggen en suisde niet meer in de twijgen. Zelfs de
+papegaaien waren stom geworden. De natuur sliep in en noodigde alle
+levende wezens uit, haar in haren diepen slaap te volgen.
+
+De toebereidselen voor het nachtverblijf konden niet dan hoogst
+eenvoudig zijn.
+
+"Zouden we van nacht geen groot vuur aansteken?" vroeg Dick Sand
+den Amerikaan.
+
+"Waarom?" antwoordde Harris. "De nachten zijn gelukkig niet koud en
+onze kolossale mangoboom zal den grond voor uitdamping bewaren. We
+behoeven noch voor kou, noch voor vochtigheid bang te zijn. Nogmaals
+zeg ik u, wat ik u straks zeide! Laten we ons incognito houden. Geen
+vuur, noch geweervuur, of er moet nood zijn."
+
+"Ik geloof nu ook wel," zei Mevrouw Weldon, "dat we niets van de
+Indianen en zelfs van de woudloopers te vreezen hebben, waarvan u
+ons vertelde, mijnheer Harris. Maar zijn er nog geen andere loopers,
+op vier pooten, die het gezicht van een vuur op een afstand houdt?"
+
+"Mevrouw Weldon," antwoordde de Amerikaan, "u doet de wilde dieren
+van dit land te veel eer aan! Werkelijk zijn zij banger voor den
+mensch dan deze voor hen!"
+
+"We zijn in een bosch," zei Jack, "en er zijn altijd dieren in de
+bosschen."
+
+"Er zijn bosschen en bosschen, mijn jongen, zooals er dieren en dieren
+zijn!" antwoordde Harris lachende. "Verbeeld je dat je in een groot
+park bent. Inderdaad zeggen de Indianen niet zonder reden van dit land:
+'Es como el paradiso!' Het is als een aardsch paradijs!"
+
+"Zouden er dan ook geen slangen zijn?"
+
+"Neen, Jack, er zijn geen slangen, je kunt gerust slapen," antwoordde
+Mevr. Weldon.
+
+"En leeuwen dan?" vroeg Jack.
+
+"Geen schaduw van leeuwen mannetje!" antwoordde Harris.
+
+"Tijgers dan?"
+
+"Vraag eens aan je Mama, of ze ooit gehoord heeft dat er tijgers in
+dit land zijn."
+
+"Nooit," antwoordde Mevr. Weldon.
+
+"Nu goed!" zei neef Benedictus, die bij toeval op de hoogte van
+het gesprek was, "al zijn er dan geen tijgers of geen leeuwen in de
+Nieuwe-Wereld, wat volkomen waar is, dan vindt men er toch conguars
+en jaguars."
+
+"Zijn die ondeugend?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Ondeugend?" antwoordde Harris, "één inlander durft die dieren wel
+aanvallen en wij zijn niet zoo velen,--Hercules alleen is sterk genoeg
+om twee jaguars tegelijk te verbrijzelen, een met elke hand!"
+
+"Zal je goed oppassen, Hercules," zei toen de kleine Jack, "en als
+je een beest ziet dat komt om ons te bijten...."
+
+"Dan zal ik het bijten, mijnheer Jack!" antwoordde Hercules, zijn
+mond met prachtige tanden gewapend, openend.
+
+"Ja, je zult oppassen, Hercules," zei de leerling, "maar je kameraden
+en ik, we zullen je om beurten aflossen."
+
+"Neen, mijnheer Dick," antwoordde Actéon. "Hercules, Bat, Austin en
+ik, we kunnen dat werk met ons vieren best af, u gaat den geheelen
+nacht maar gerust slapen."
+
+"'k Dank u, Actéon," antwoordde Dick Sand, "maar ik moet...."
+
+"Neen! Laat die goede menschen doen zooals ze willen, waarde Dick!" zei
+toen Mevr. Weldon.
+
+"Ik zal ook de wacht houden!" voegde de kleine Jack er nog bij,
+wiens oogleden zich reeds sloten.
+
+"Ja, ja, Jack jij zult ook de wacht houden!" antwoordde zijn moeder
+die hem niet wilde tegenspreken.
+
+"Maar," zei de kleine jongen toen weder, "al zijn er geen leeuwen en
+al zijn er geen tijgers in het bosch, dan zijn er toch wel wolven!"
+
+"'t Zijn er ook wolven naar!" antwoordde de Amerikaan, "'t Zijn zelfs
+geen wolven, maar een soort van vossen, of liever van die boschhonden
+die men 'guara's' noemt.
+
+"En die guara's, die bijten dan toch?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Kom, kom! Dingo zou die beesten in eens ophappen!"
+
+"'t Doet er niet toe," antwoordde Jack, al geeuwende, "guara's zijn
+toch wolven, omdat men ze wolven noemt!"
+
+En daarop sliep Jack gerust in, in de armen van Nan, die tegen den stam
+van den mangoboom zat geleund. Mevr. Weldon, bij haar uitgestrekt,
+gaf haren kleinen jongen nog een kus en ook hààr vermoeide oogen
+sloten zich weldra.
+
+Eenige oogenblikken later bracht Hercules neef Benedictus naar
+de rustplaats terug; hij was juist weggeslopen om een jacht op de
+"cocuyo's" of vuurvliegen te beginnen, die de elegante dames in het
+haar dragen, als zooveel levende edelgesteenten. Deze insecten, die een
+helder, blauwachtig licht verspreiden uit twee onder hun borstschild
+gelegen vlekjes, zijn zeer talrijk in Zuid-Amerika. Neef Benedictus
+meende er dus een goeden voorraad van op te doen; maar Hercules liet
+er hem den tijd niet toe, en bracht hem, ondanks zijn tegenstribbelen,
+naar de halte terug. Want als Hercules een consigne had, dan bracht hij
+het op militaire wijze ten uitvoer,--'t geen voorzeker een aanzienlijk
+aantal lichtvliegen van gevangenschap redde in de blikken bus van
+den entomoloog.
+
+Eenige oogenblikken later waren allen, uitgenomen de reus die de
+wacht hield, gerust ingeslapen.
+
+
+
+
+
+ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+HONDERD MIJLEN IN TIEN DAGEN.
+
+
+Gewoonlijk worden de boschreizigers of woudloopers, die in de bosschen
+onder den blooten hemel geslapen hebben, gewekt door een fantastisch
+en onaangenaam gehuil. Er is van alles in dit morgenconcert, gekakel,
+geknor, gekras, gegrinnik, geblaf en bijna "gepraat", als men dat zoo
+noemen mag, dat de reeks van al deze verschillende geluiden besluit.
+
+Het zijn de apen, die op deze wijze het begin van den dag in het
+woud begroeten. Daar ontmoet men de kleine "marikina", de gestreepte
+meerkat, de "grijze mono", wiens huid de Indianen gebruiken om het
+slot hunner geweren te bedekken, de sagoe's, herkenbaar aan hunne twee
+lange haarbossen en nog vele andere soorten van die talrijke familie.
+
+Van al die vierhandige dieren zijn de "guéribas", met den grijpstaart
+en het Beëlzebub-gezicht ontegenzeglijk de merkwaardigste. Zoodra de
+zon opkomt, heft de oudste van den troep met indrukwekkende en sombere
+stem een eentonig psalmgezang aan. Hij is de bariton van de bende. De
+jonge tenors herhalen na hem de morgen-symphonie. De Indianen zeggen
+dan dat de guériba's "hun paternosters opzeggen".
+
+Maar dien morgen scheen het dat de apen hun gewoon gebed niet deden,
+want men hoorde ze niet en toch hebben zij een vèr klinkende stem,
+want het geluid ontstaat door de snelle trilling van een soort van
+beenachtige trommel, gevormd door een uitzetting van het tongbeen.
+
+In één woord, wegens de een of andere reden hielden noch de guériba's,
+noch de sagoe's, noch de andere vierhandige dieren van dat onmetelijke
+woud dien morgen hun gewoon concert.
+
+Dat zou den zwervenden Indianen niet bijzonder bevallen zijn. Niet
+omdat deze inboorlingen zoo bijzonder gesteld zijn op deze soort
+van koraalmuziek, maar omdat zij gaarne jacht maken op de apen,
+wier vleesch, vooral gekookt, uitmuntend is.
+
+Dick Sand en zijn reisgenooten waren zeker niet bekend met deze
+gewoonten der guériba's, want dan zou het voor hen een reden tot
+verwondering geweest zijn ze niet te hooren. Zij ontwaakten dus de
+een na den ander, verkwikt door die weinige uren slaap, die door geen
+enkel alarm was gestoord geworden.
+
+De kleine Jack was niet de laatste om zich uit te rekken. Zijn eerste
+vraag was of Hercules 's nachts ook een wolf had opgegeten. Geen wolf
+had zich vertoond en bijgevolg had Hercules nog niet ontbeten.
+
+Dit was trouwens met allen het geval en na het morgengebed hield Nan
+zich bezig met het toebereiden van den maaltijd.
+
+De spijskaart was dezelfde als die van het souper van den vorigen dag,
+maar met den eetlust, die door de morgenlucht van het bosch gescherpt
+was, dacht niemand er aan om in dit opzicht lastig te zijn. Het was
+vóór alles noodig kracht op te doen voor een flinken dagmarsch en dit
+werd dan ook terecht door allen begrepen. Voor het eerst misschien
+snapte neef Benedictus dat eten geen onverschillige of nuttelooze
+verrichting van het leven was. Alleen verklaarde hij dat hij dit land
+niet was komen "bezoeken", om er met de handen in de zakken in rond
+te wandelen en dat, zoodra Hercules hem weer belette jacht te maken op
+de cocuyo's en andere vuurvliegen, Hercules met hem, neef Benedictus,
+zou te doen hebben.
+
+Deze bedreiging scheen den reus nog al geen bijzondere vrees in te
+boezemen. Evenwel nam Mevr. Weldon hem ter zijde en zeide hem dat
+hij haar groot kind maar wat rechts en links moest laten rondloopen,
+maar hem toch niet uit het oog verliezen. Men diende neef Benedictus
+niet geheel en al de genoegens te onthouden, op zijn leeftijd zoo
+natuurlijk.
+
+Ten zeven ure 's morgens hernam de kleine troep den weg naar het oosten
+en behield daarbij dezelfde orde in het marcheeren als den vorigen dag.
+
+Nog altijd niets dan bosch. Op dien maagdelijken grond waar warmte
+en vochtigheid zich vereenigden om den plantengroei sneller te doen
+ontwikkelen, was het wel te denken dat het plantenrijk zich in al zijn
+rijkdom zou voordoen. De parallel van dat uitgestrekte bergvlak liep
+bijna ineen met de tropische breedten en de zon schoot er gedurende
+eenige maanden van den zomer haar loodrechte stralen. Er was dus
+een ontzaglijke warmtevoorraad in de terreinen opgestapeld, welker
+ondergrond vochtig bleef. Ook was er niets prachtiger om te aanschouwen
+dan die opeenvolging van bosschen of liever dat eindelooze woud.
+
+Toch had Dick Sand het volgende opgemerkt, namelijk dat men zich in de
+streek der pampa's bevond. Nu is pampa een woord uit de taal "quichna",
+dat "vlakte" beteekent. En, indien zijn geheugen hem niet bedroog,
+meende hij zich te herinneren dat die vlakten de volgende kenmerken
+aanboden: gebrek aan water, afwezigheid van boomen, gemis aan steenen;
+verder een weelderigen overvloed van distels in het regenseizoen,
+distels, die in het warme jaargetijde struiken worden en alsdan
+ondoordringbare kreupelbosschen vormen, dan ook dwergboompjes,
+doornachtige struiken, wat vereenigd, aan deze vlakten een dor en
+woest voorkomen verleent.
+
+Nu was dit, sedert de kleine troep onder het geleide van den Amerikaan
+het kustland verlaten had, geenszins het geval. Altoos bleef het woud
+zich tot de grenzen van den horizon uitstrekken. Dat kon onmogelijk
+de pampa zijn zooals de leerling zich die had voorgesteld. Had het
+dan werkelijk de natuur behaagd om, zooals Harris gezegd had, een
+afzonderlijke streek te maken van die hoogvlakte van Atacama, waarvan
+hij overigens niets anders wist dan dat zij een der uitgestrektste
+woestijnen van Zuid-Amerika, tusschen de Andes en de Stille Zuidzee
+vormde?
+
+Dick Sand wierp dienzelfden dag eenige vragen over dit onderwerp op
+en gaf den Amerikaan zijn verwondering over dit zonderling voorkomen
+der pampa te kennen.
+
+Maar hij werd dadelijk door Harris uit den waan geholpen, die hen over
+dit gedeelte van Bolivia de nauwkeurigste bijzonderheden mededeelde
+en daardoor bewijzen gaf van zijn groote kennis van het land.
+
+"Ge hebt gelijk, mijn jonge vriend," zei hij tot den leerling. "De
+werkelijke pampa is wel degelijk zoo als de reisbeschrijvingen haar
+u hebben afgeschilderd, dat is te zeggen een vrij dorre vlakte, die
+dikwijls moeilijk te bereizen is. Zij doet ons denken aan onze prairiën
+van Noord-Amerika,--met het onderscheid dat deze wat moerassiger
+zijn. Ja, zoodanig is wel de pampa van den Rio-Colorado; zoodanig zijn
+de 'Llanos' van den Orinoco en van Venezuela. Maar hier zijn we in een
+landstreek welker voorkomen me zelf doet verbaasd staan. 't Is waar,
+'t is de eerste keer dat ik dezen weg over het bergvlak neem, omdat
+hij het voordeel heeft onze reis te verkorten. Maar al heb ik de
+eigenlijke pampa nog nooit gezien, weet ik toch wel dat deze streek
+zeer van haar verschilt. Wat de pampa aangaat, ge zoudt haar vinden,
+niet tusschen de Cordilleras van het westen en de hooge keten der
+Andes, maar aan gene zijde der bergen, op het geheel oostelijk gedeelte
+van het vasteland dat zich uitstrekt tot den Atlantischen Oceaan."
+
+"Moeten we de keten der Andes overtrekken?" vroeg Dick Sand levendig.
+
+"Wel neen, mijn jonge vriend, wel neen," antwoordde de Amerikaan
+glimlachend. "'k Zei: ge zoudt haar vinden, en niet: ge zult haar
+vinden. Stel je gerust, we verlaten dit bergvlak niet, waarvan
+de grootste hoogten zich niet boven de vijftien honderd voet
+verheffen. Als we de Cordilleras hadden moeten overtrekken met de
+eenvoudige middelen van vervoer waarover we beschikken, zou ik je
+nooit tot een dergelijke onderneming hebben overgehaald."
+
+"Dan zou het ook waarlijk beter zijn geweest," antwoordde Dick Sand,
+"noordelijk of zuidelijk de kust te volgen."
+
+"O! honderdmaal beter!" hernam Harris. "Maar de hacienda van San-Felice
+is aan deze zijde van de Cordilleras gelegen. Onze reis zal dus
+evenmin nu, als later, eenige wezenlijke moeilijkheid opleveren."
+
+"En vreest u niet te verdwalen in de bosschen die u voor 't eerst
+doortrekt?" vroeg Dick Sand.
+
+"Neen, mijn jonge vriend, neen," antwoordde Harris. "'k Weet wel
+dat zulk een woud als een onmetelijke zee is, of liever als de bodem
+eener zee, waar zelfs een zeeman geen hoogte zou kunnen nemen om zijn
+positie te verkennen. Maar, ik ben gewoon in de bosschen te reizen,
+en heb niets noodig om mijn weg te vinden als de schikking van zekere
+boomen, de richting hunner bladeren, de gedaante of de samenstelling
+van den bodem, een menigte bijzonderheden die u ontgaan! Wees er
+zeker van dat ik u en de uwen zal brengen waar ge wezen wilt!"
+
+Dit alles werd zeer stellig door Harris gezegd. Dick Sand en hij
+liepen vooraan en praatten dikwijls, zonder dat iemand zich in hun
+gesprek mengde. Mocht de leerling soms al eens eenige zorg hebben,
+die de Amerikaan niet altijd kon verdrijven, dan hield hij die liever
+voor zich.
+
+De 8e, 9e, 10e, 11e en 12e April verliepen op deze wijze zonder dat
+er iets bijzonders op de reis voorviel. Men legde niet meer dan acht
+of negen mijlen per twaalf uur af. De oogenblikken aan den maaltijd
+of aan de rust gewijd, volgden elkander geregeld op, en hoewel zich
+reeds eenige vermoeienis begon te openbaren, was de gezondheidstoestand
+nog zeer voldoende.
+
+De kleine Jack had wel wat te lijden tengevolge van dit leven in de
+bosschen, waaraan hij niet gewoon was en dat zeer eentonig voor hem
+werd. En daarbij was men al de beloften die men hem gedaan had niet
+nagekomen. De mannetjes van caoutchouc, de vliegenvogeltjes, dat alles
+scheen hoe langer zoo meer op den achtergrond te geraken. Er was ook
+sprake geweest hem de prachtigste papegaaien van de wereld te laten
+zien en zij moesten in deze rijke bosschen niet ontbreken. Waar waren
+ze dan nu, die papegaaien met hun groen gevederte, bijna alle uit
+deze streken afkomstig, de ara's met kale wangen, zeer lange puntige
+staarten en schitterende kleuren, wier pooten nooit den grond aanraken,
+en de camindé's, die meer bijzonder tot de tropische gewesten behooren,
+verder de veelkleurige langstaartpapegaaien, met het gevederde gelaat,
+en eindelijk al die snapachtige vogels die, naar het zeggen der
+Indianen, nog de taal der uitgestorven stammen spreken?
+
+Van papegaaien zag de kleine Jack slechts de jako's of ongekuifde
+aschkleurige boomlorries, met rooden staart, die onder de boomen
+krioelden. Maar deze jako's waren niet nieuw voor hem. Zij zijn door
+de geheele wereld verspreid. In alle deelen der aarde doen zij de
+huizen van hun onverdraaglijk gekakel weergalmen en van de gansche
+familie der "psittacini", zijn zij het gemakkelijkst praten te leeren.
+
+Doch, Jack was niet de eenige die ontevreden was, neef Benedictus
+was het ook. Men had hem onderweg wat heen en weer laten loopen en
+evenwel vond hij geen enkel insect dat waardig was zijn verzameling te
+verrijken. 's Avonds weigerden zelfs de vuurvliegen hardnekkig zich
+aan hem te vertoonen en hem door hun lichtgevende borstschilden aan
+te trekken. De natuur scheen waarlijk den spot te drijven met den
+ongelukkigen entomoloog, wiens humeur onuitstaanbaar werd.
+
+Nog vier dagen lang bleven zij den marsch onder dezelfde omstandigheden
+voortzetten. Den 16en April moest men den van de kust af aan afgelegden
+weg op niet minder dan honderd mijlen schatten. Indien Harris niet
+verdwaald was,--en hij verzekerde dit zonder aarzelen,--dan was de
+hacienda van San-Felice niet meer dan twintig mijlen verwijderd
+van het punt waar de halte dien dag gehouden werd. Nog omstreeks
+acht-en-veertig uren en de kleine troep zou een veilig dak vinden,
+waaronder hij eindelijk van zijn vermoeienissen zou kunnen uitrusten.
+
+Alhoewel zij nu de hoogvlakte in haar gansche uitgestrektheid waren
+doorgetrokken, hadden zij geen enkelen inboorling, geen enkelen
+zwervenden Indiaan in het onmetelijk woud ontmoet.
+
+Meermalen had Dick Sand, zonder er iets van te zeggen, spijt gevoeld
+dat zij niet op een ander gedeelte der kust gestrand waren! Meer ten
+zuiden of meer ten noorden zouden zij in overvloed gehuchten, dorpen
+en plantages op hun weg ontmoet en Mevr. Weldon en haar reisgenooten
+een schuilplaats gevonden hebben.
+
+Maar, scheen deze streek al door den mensch verlaten te zijn, met
+de dieren was dit in de laatste dagen geenszins het geval. Somwijlen
+hoorde men een langgerekten klagenden kreet, dien Harris toeschreef aan
+eenige van die groote luiaards, de gewone gasten van die uitgestrekte
+boschachtige streken die men "ai's" noemt.
+
+Dien zelfden dag liet zich ook, onder de middaghalte een gefluit in de
+lucht hooren, zoo vreemd klinkend, dat Mevr. Weldon er zich ongerust
+over maakte.
+
+"Wat is dat?" vroeg zij, opspringende.
+
+"Een slang!" riep Dick Sand, terwijl hij met zijn geladen geweer zich
+voor Mevr. Weldon wierp.
+
+En werkelijk kon het zeer goed zijn dat er eenig kruipend gedierte
+in het gras tot nabij de plaats der halte was geslopen. Er was niets
+vreemds in gelegen dat het een dier enorme "sukuru's", een soort van
+boa's was, die somtijds veertig voet lengte hebben.
+
+Maar Harris herinnerde dadelijk Dick Sand, dat de negers reeds volgden
+en hij stelde Mevr. Weldon gerust.
+
+Volgens hem had geen sukuru dit gefluit kunnen voortbrengen, omdat deze
+slang niet fluit, maar het verkondigde de tegenwoordigheid van zekere
+onschadelijke viervoetige dieren, die vrij talrijk in dit land zijn.
+
+"Verontrust u dus niet," zeide hij, "en maak vooral geen beweging,
+die de dieren kan doen verschrikken."
+
+"Maar welke dieren zijn het toch?" vroeg Dick Sand, die het zich tot
+wet maakte den Amerikaan te ondervragen en te doen spreken, terwijl
+deze zich trouwens nooit liet bidden om hem te antwoorden.
+
+"Het zijn antilopen, mijn jonge vriend," antwoordde Harris.
+
+"O! wat zou ik ze graag eens zien!" riep Jack.
+
+"Dat zal moeielijk gaan, mijn ventje," antwoordde de Amerikaan,
+"zeer moeielijk!"
+
+"Zouden we niet kunnen probeeren die fluitende antilopen te
+naderen?" hernam Dick Sand.
+
+"O! ge zoudt geen drie stappen gedaan hebben," antwoordde de Amerikaan
+het hoofd schuddend, "of de gansche troep zou op de vlucht gaan! 'k
+Raad je dus je niet te bewegen!"
+
+Maar Dick Sand had zijn redenen om nieuwsgierig te zijn. Hij wilde
+zien, en met het geweer in de hand, sloop hij in het gras. Onmiddellijk
+vlogen een dozijn bevallige gazellen, met kleine puntige horens
+bliksemsnel voorbij. De helroode kleur van hun haar teekende zich
+als een vurige wolk tegen het geboomte af.
+
+"Ik heb het je wel gezegd," zei Harris, toen de leerling zijn plaats
+weder innam.
+
+Was het wezenlijk onmogelijk deze antilopen door hun verbazende
+vlugheid duidelijk te onderscheiden, zoo was dit niet het geval met
+een anderen troep dieren, die denzelfden dag werden opgemerkt. Die
+dieren kon men, hoewel onvolkomen, zien, maar hun verschijning gaf
+aanleiding tot een vrij zonderlinge woordenwisseling tusschen Harris
+en eenigen zijner metgezellen.
+
+De kleine troep had zich tegen vier uur 's avonds een oogenblik op
+een open plek in het bosch opgehouden, toen drie of vier ontzaglijk
+groote beesten uit een kreupelbosch op een honderd schreden van hen
+af te voorschijn kwamen en oogenblikkelijk met verwonderlijke snelheid
+op de vlucht gingen.
+
+Ondanks de aanbevelingen van den Amerikaan had de leerling vlug
+zijn geweer aangelegd en op een dezer dieren vuur gegeven. Maar, op
+het oogenblik dat het schot afging, was het wapen snel door Harris
+afgewend en Dick Sand had, hoe handig hij ook was, zijn doel gemist.
+
+"Geen geweerschoten! geen geweerschoten!" zei de Amerikaan.
+
+"Maar, dat zijn giraffen!" riep Dick Sand uit, zonder iets anders op
+de opmerking van Harris te antwoorden.
+
+"Giraffen!" herhaalde Jack, terwijl hij zich op zijn zaal
+oprichtte. "Waar zijn ze gebleven, die groote dieren?"
+
+"Giraffen!" antwoordde Mevr. Weldon. "Je vergist je, mijn waarde
+Dick. Er zijn geen giraffen in Amerika."
+
+"U hebt gelijk," zei Harris, die mede verbaasd scheen, "er kunnen
+geen giraffen in dit land zijn!"
+
+"Maar hoe dan?...." zei Dick Sand.
+
+"'k Weet waarlijk niet wat ik er van denken moet!" antwoordde
+Harris. "Heeft je gezicht je niet bedrogen en zouden die dieren geen
+struisvogels geweest zijn?"
+
+"Struisvogels!" herhaalden Dick Sand en Mevr. Weldon, terwijl zij
+elkander zeer verwonderd aankeken.
+
+"Ja, eenvoudig struisvogels," herhaalde Harris.
+
+"Maar struisvogels zijn vogels," hernam Dick Sand, "en ze hebben maar
+twee pooten!"
+
+"Welnu," antwoordde Harris, "'k meende juist te zien dat de dieren
+die daar zoo snel op de vlucht gingen, tweebeenige waren!"
+
+"Tweebeenige dieren!" herhaalde de leerling.
+
+"Me dunkt toch dat ik beesten met vier pooten gezien heb," zei
+Mevr. Weldon.
+
+"Ik ook," voegde de oude Tom er bij, wiens woorden door Bat, Actéon
+en Austin bevestigd werden.
+
+"Viervoetige struisvogels!" riep Harris lachend uit. "Dat zou nog al
+aardig zijn!"
+
+"Ook meenden we," hernam Dick Sand, "dat het giraffen en geen
+struisvogels waren."
+
+"Neen, mijn jonge vriend, neen!" zei Harris. "Je hebt stellig verkeerd
+gezien, maar dat laat zich best verklaren door de snelheid waarmee
+die beesten op de vlucht zijn gegaan. 't Is trouwens jagers meermalen
+overkomen zich even als gij te vergissen!"
+
+Wat de Amerikaan zeide, was zeer aannemelijk. Tusschen een grooten
+struisvogel en een giraffe van gemiddelde grootte, op zekeren afstand
+gezien, is het gemakkelijk zich te vergissen. Of ze een bek of een
+snuit aan het eind van hun langen naar achteren gebogen hals hebben,
+is op een afstand niet zoo gemakkelijk te onderscheiden en desnoods
+zoude men kunnen zeggen dat een struisvogel slechts een halve giraffe
+is. De achterpooten ontbreken hem slechts. Dit tweebeenig en dit
+vierbeenig dier, onvoorzien snel voorbijgaande, kunnen desnoods met
+elkander verward worden.
+
+Het beste bewijs overigens dat Mevr. Weldon en de anderen zich
+vergisten is, dat er geen giraffen in Amerika zijn.
+
+Dick Sand maakte toen de volgende opmerking:
+
+"Maar ik dacht dat er evenmin struisvogels als giraffen in de Nieuwe
+wereld zijn?"
+
+"Ja wel, mijn jonge vriend," antwoordde Harris, "en juist bezit
+Zuid-Amerika er een bijzondere soort van. Tot deze soort behoort de
+'nandoe', die je daar zoo even gezien hebt!"
+
+Harris had gelijk. De nandoe is een steltlooper, die in de vlakten
+van Zuid-Amerika vrij veel voorkomt, en zijn vleesch, vooral van een
+jong dier, is een zeer goed voedsel. Dit sterke dier, dat somtijds
+twee vademen hoog is, heeft een rechten bek, lange vleugels, bestaande
+uit dichte vederen van blauwachtige kleur, de pooten gevormd uit drie
+vingers met nagels voorzien,--hetgeen hem duidelijk onderscheidt van
+de struisvogels van Afrika.
+
+Deze zeer nauwkeurige bijzonderheden werden door Harris medegedeeld,
+die bijzonder goed op de hoogte van de gewoonten der nandoes
+bleek. Mevr. Weldon en haar reisgenooten moesten toestemmen dat zij
+zich vergist hadden.
+
+"'t Is bovendien zeer goed mogelijk dat we nog een anderen troep
+van die struisvogels ontmoeten. Mocht dat zoo zijn, kijk dan beter
+en zie nooit meer vogels voor viervoetige dieren aan! Maar vooral,
+mijn jonge vriend, vergeet mijn raad niet en schiet op geen dieren
+meer! 't Is gelukkig niet noodig dat we jagen om ons levensmiddelen
+te verschaffen.... en nog eens, de losbarsting van een vuurwapen moet
+onze tegenwoordigheid in dit bosch niet verraden."
+
+Dick Sand bleef evenwel in gedachten verzonken. Andermaal kwam twijfel
+bij hem op.
+
+Den volgenden dag, den 17en April, werd de reis hervat en verzekerde
+de Amerikaan, dat nu geen vier-en-twintig uren meer zouden verloopen
+of de kleine troep zou in de hacienda van San-Felice gehuisvest zijn.
+
+"Dáár, Mevr. Weldon," voegde hij er bij, "zult u al de zorg ontvangen
+die uw toestand vereischt. Eenige dagen van rust moeten u weer geheel
+opknappen. Misschien zult u in die hoeve wel niet de weelde vinden,
+waaraan u in uw woning te San-Francisco gewoon zijt, maar u zult zien
+dat het in de woningen op onze ontginningen in het binnenland niet
+aan de geriefelijkheden des levens ontbreekt. We zijn nu juist niet
+heelemaal wilden."
+
+"Mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon, "al kunnen we niet anders
+dan u dankzeggen voor uw edelmoedige hulp, zoo doen we dat althans
+van ganscher harte. Ja! 't is tijd dat we aankomen!"
+
+"Gevoelt u zich bijzonder vermoeid, mevrouw Weldon?"
+
+"Aan mij is niets gelegen!" antwoordde Mevr. Weldon, "maar ik merk
+dat mijn kleine Jack langzamerhand uitgeput raakt! De koorts begint
+hem tusschenbeide beet te nemen!"
+
+"Ja," antwoordde Harris, "en ofschoon het klimaat van dit bergvlak
+zeer gezond is, kan het niet ontkend worden dat er in Maart en April
+tusschenpoozende koortsen heerschen."
+
+"Dat is zeker," zei nu Dick Sand, "maar de steeds zorgende natuur
+heeft dan ook weder hier het geneesmiddel voor de kwaal bij de hand!"
+
+"En hoe dat, mijn jonge vriend?" vroeg Harris, die zich onwetend hield.
+
+"Zijn we dan hier niet in de streek der kinasoorten?" vroeg Dick Sand.
+
+"'t Is waar ook," zei Harris, "je hebt volkomen gelijk. De boomen
+die den kostbaren kinabast verschaffen, zijn hier thuis."
+
+"'k Heb me al verwonderd dat ik er nog geen gezien heb," hernam
+Dick Sand.
+
+"Ja, mijn jonge vriend," antwoordde Harris, "die boomen zijn zoo
+gemakkelijk niet te onderscheiden. Hoewel zij dikwijls vrij hoog en
+hun bladeren groot zijn, hun bloemen rooskleurig en heerlijk van
+geur, ontdekt men ze toch niet gemakkelijk. Zeldzaam ontmoet men
+ze in groepen. Ze zijn eerder hier en daar in het bosch verspreid,
+zoo dat de Indianen die de kina inoogsten, ze niet anders dan aan
+hun altijd groene bladeren herkennen."
+
+"Zoudt u zoo goed willen zijn, mijnheer Harris," zei Mevr. Weldon,
+"om, als u een van die boomen ziet, hem mij dan te wijzen?"
+
+"Welzeker, mevrouw Weldon, maar u zult in de hacienda sulphas chinini
+vinden en dat zout is nog beter om de koorts te verdrijven dan de
+eenvoudige bast van een boom." [24]
+
+Deze laatste dagreis liep zonder eenig bijzonder voorval ten
+einde. De avond kwam en de gewone toebereidselen voor den nacht werden
+gemaakt. Tot nog toe had het niet geregend, doch het weder scheen
+te zullen veranderen, want er steeg een warme walm uit den bodem op,
+die weldra in een dikken mist overging.
+
+Men naderde nu werkelijk het regenseizoen. Gelukkig zou den volgenden
+dag een geriefelijk thuis aan den kleinen troep worden aangeboden. Nog
+eenige uren slechts moesten er verloopen.
+
+Alhoewel men volgens Harris, die zijn berekening niet anders kon
+maken dan naar den tijd dat de reis geduurd had, niet verder dan zes
+mijlen van de hacienda kon verwijderd zijn, werden de gewone voorzorgen
+voor den nacht genomen. Tom en zijn kameraden zouden om beurten wacht
+houden. Dick Sand was er op gesteld dat niets in dit opzicht verzuimd
+werd. Minder dan ooit wilde hij zijn gewone voorzichtigheid uit het
+oog verliezen, want een vreeselijk vermoeden had in zijn gemoed wortel
+geschoten, maar hij wilde nog niets zeggen.
+
+De rustplaats voor den nacht bevond zich aan den voet van een groep
+groote boomen. Tengevolge van sterke vermoeidheid waren Mevr. Weldon en
+de haren reeds in slaap, toen zij door een luiden kreet gewekt werden.
+
+"Wat is er?" vroeg Dick Sand, die de eerste van allen, onmiddellijk
+overeind was.
+
+"Ik ben het! ik heb geschreeuwd!" antwoordde neef Benedictus.
+
+"En wat scheelt er aan?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"'k Ben daar juist gebeten!"
+
+"Door een slang....? vroeg Mevr. Weldon verschrikt.
+
+"Neen, neen! 't Is geen slang, maar een insect," antwoordde
+Benedictus. "Daar heb ik hem, ik heb 'm."
+
+"Welnu, dood het dan, je insect," zei Harris, "en laat ons gerust
+slapen, mijnheer Benedict!"
+
+"Een insect dood maken!" riep neef Benedictus. "Verstrekt niet! 'k
+moet eens zien wat het is!"
+
+"Een muskiet!" zei Harris, de schouders ophalende.
+
+"Welnu! 't is een vlieg," antwoordde neef Benedictus, "en zeker een
+heel vreemde!"
+
+Dick Sand had een klein zaklantaarntje aangestoken en ging er mee
+naar den lastigen neef.
+
+"Groote goedheid!" riep deze uit. "Dat maakt al mijn teleurstellingen
+goed! Eindelijk heb ik dan toch een ontdekking gedaan!"
+
+De geestvervoering van den goeden man grensde aan waanzin. Hij
+beschouwde zijn vlieg met zegevierende blikken! Hij had ze wel
+willen kussen!
+
+"Maar wat is het dan toch?" vroeg Mevrouw Weldon.
+
+"Een diptera (tweevleugelig insect) nicht, een prachtige diptera!"
+
+En neef Benedictus liet haar een vlieg zien, kleiner dan een bij,
+van een doffe kleur en aan het onderste gedeelte van haar lichaam
+geel gestreept.
+
+"Die vlieg is toch niet vergiftig?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Neen, nicht, neen, althans niet voor menschen. Maar voor dieren,
+zooals voor antilopen, voor buffels, zelfs voor olifanten, is 't
+wat anders!"
+
+"Maar zeg ons nu eindelijk toch eens welke vlieg het is," zei Dick
+Sand.
+
+"Die vlieg," antwoordde de entomoloog, "die vlieg, die ik hier tusschen
+mijn vingers heb, die vlieg! is een tsetsé!.... Dat is de vermaarde
+diptera, de roem van haar land, maar toch wel vreemd, tot nog toe
+heeft men nog nooit een tsetsé in Amerika gevonden!"
+
+Dick Sand had den moed niet neef Benedictus te vragen in welk
+werelddeel die geduchte tsetsé alleen wordt aangetroffen!
+
+En toen zijn reisgenooten, na dit voorval, hun afgebroken slaap hervat
+hadden, deed Dick Sand, ondanks zijn zware vermoeidheid, den ganschen
+nacht geen oog meer dicht!
+
+
+
+
+ACHTTIENDE HOOFDSTUK.
+
+HET VREESELIJK WOORD!
+
+
+Het werd tijd dat de reizigers de hacienda bereikten. Ten gevolge
+van buitengewone vermoeidheid was Mevr. Weldon in de onmogelijkheid
+een reis te vervolgen onder zulke bezwarende omstandigheden. Het was
+waarlijk een treurig gezicht, die kleine jongen met dat hoog roode
+gezicht in de aanvallen van koorts, en dan weder zoo bleek in de
+tusschenpoozen. Zijn moeder maakte zich zoo ongerust, dat zij Jack
+zelfs niet aan de zorgen van de goede Nan had willen toevertrouwen
+en hem aanhoudend half liggend in haar armen hield.
+
+Ja! het was tijd dat zij aankwamen! Volgens den Amerikaan zouden
+zij dan ook denzelfden avond van den dag, die aan den hemel kwam,
+den avond van den 18n April, eindelijk in de hacienda van San-Felice
+een veilige schuilplaats vinden.
+
+Welk een moedige en sterke natuur Mevr. Weldon ook had, zoo was toch
+een reis van twaalf dagen en daarbij twaalf nachten onder den blooten
+hemel doorgebracht, meer dan genoeg om haar geheel aftematten. Maar
+voor een kind was het nog erger en het gezicht van den kleinen zieken
+Jack die zelfs de eenvoudigste oppassing moest missen, was alleen
+voldoende haar geheel neer te slaan.
+
+Dick Sand, Nan, Tom en zijn reismakkers hadden de vermoeienissen der
+reis beter verdragen.
+
+Wel begonnen de levensmiddelen te verminderen, maar gebrek hadden
+zij nog geenszins gehad, zoodat hun gezondheid dan ook voldoende was.
+
+Wat Harris aangaat, hij scheen tegen de ongemakken van die
+langdurige tochten door de bosschen bestand te zijn en 't bleek dat
+de vermoeienissen geen vat op hem hadden. Alleen merkte Dick Sand op,
+dat hij, naarmate zij de hacienda naderden, meer in gedachten en minder
+rond in zijn omgang was dan vroeger. Het tegendeel zou natuurlijker
+geweest zijn. Dat was althans de meening van den leerling, die den
+Amerikaan hoe langer hoe meer begon te wantrouwen. En toch, welk
+belang dreef Harris aan hen te bedriegen? Dick Sand zou het niet hebben
+kunnen zeggen, maar nog meer dan vroeger hield hij hun gids in 't oog.
+
+De Amerikaan, van zijn kant, gevoelde dat Dick hem niet vertrouwde,
+en dit wantrouwen deed hem in tegenwoordigheid van zijn "jongen vriend"
+nog stilzwijgender zijn.
+
+Men was weder op marsch gegaan.
+
+In het bosch, dat nu minder dicht was, waren de boomen hier en daar
+in groepen verspreid en vormden geen ondoordringbare massa's meer. Zou
+dat nu de werkelijke pampa zijn, waarvan Harris gesproken had?
+
+Gedurende de eerste uren van den dag, werd de ongerustheid van Dick
+Sand door geen enkel voorval vergroot. Alleen werden er twee feiten
+door hem opgemerkt. Misschien waren zij niet van groot gewicht,
+maar in de omstandigheden waarin zij verkeerden, mocht geen enkele
+bijzonderheid onopgemerkt voorbijgaan.
+
+Het was vooreerst de houding van Dingo, die meer bijzonder de aandacht
+van den leerling trok.
+
+De hond namelijk, die gedurende den ganschen tocht een spoor scheen
+te volgen, werd geheel anders, en dat bijna plotseling. Tot nog toe
+slechts met den neus op den grond, het gras of de struiken beruikende,
+zweeg hij, of deed hij een soort van klagend geblaf hooren, naar het
+scheen de uitdrukking van smart of van verdriet.
+
+Dien dag nu werd het geblaf van het zonderlinge dier weder luid
+klinkend, somtijds woedend, zooals het vroeger was, toen Negoro op
+het dek van den _Pelgrim_ verscheen.
+
+Eensklaps kwam er een vermoeden bij Dick Sand op, in welk vermoeden
+hij door Tom versterkt werd, die zeide:
+
+"'t Is toch vreemd, mijnheer Dick! Dingo snuffelt niet meer langs den
+grond, zooals hij gisteren nog deed! Hij loopt met den neus in den
+wind, hij is ontsteld en zijn haar staat overeind! Men zou zeggen,
+dat hij in de verte...."
+
+"Negoro ruikt, niet waar?" antwoordde Dick Sand, die den arm van den
+ouden neger aangreep en hem een teeken gaf om zacht te spreken.
+
+"Negoro, mijnheer Dick. Zou 't niet kunnen zijn, dat hij ons spoor
+gevolgd heeft?..."
+
+"Ja, Tom, en dat hij op dit zelfde oogenblik niet ver af is?"
+
+"Maar.... waarom?" zei Tom.
+
+"Of Negoro kende dit land niet," hernam Dick Sand, "en in dat
+geval had hij het grootste belang erbij ons niet uit het gezicht
+te verliezen...."
+
+"Of?...." zei Tom, die den leerling ontsteld aankeek.
+
+"Of," hernam Dick Sand, "hij kende het, en dan...."
+
+"Maar hoe zou Negoro dit land kennen? Hij is er nog nooit geweest!"
+
+"Nog nooit geweest!" mompelde Dick Sand. "Maar zeker is het dat Dingo
+doet alsof de man dien hij verfoeit, weder dicht bij is ons!"
+
+Daarna viel hij zich in de rede, om den hond te roepen die aarzelend
+naar hem toe kwam.
+
+"Wel," zei hij, "Negoro, Negoro!"
+
+Dingo beantwoordde dit met een woedend geblaf. Deze naam had de gewone
+uitwerking op hem, en hij sprong vooruit, alsof Negoro zich achter
+het kreupelhout had verscholen.
+
+Harris had dit geheele tooneel gezien. Met de lippen een weinig op
+elkaar gedrukt, trad hij op den leerling toe.
+
+"Wat vraag je toch aan Dingo?"
+
+"O! dat beteekent niet veel, mijnheer Harris," antwoordde de oude
+Tom gekscheerend. "We vragen hem naar den scheepsmakker dien we
+verloren hebben!"
+
+"Ah!" zei de Amerikaan, "naar dien Portugees, den scheepskok, van
+wien je me al verteld hebt?"
+
+"Ja," antwoordde Tom. "Als men Dingo hoort, zou men zeggen dat Negoro
+in de buurt is!"
+
+"Hoe zou hij hier hebben kunnen komen!" antwoordde Harris. "Hij is
+nooit in dit land geweest, voor zoover ik weet!"
+
+"Of hij moet het voor ons geheim gehouden hebben," antwoordde Tom.
+
+"Dat zou vreemd zijn," zei Harris. "Maar als je wilt, zullen we 't
+kreupelhout doorzoeken. 't Kan wezen dat de arme drommel hulp behoeft,
+dat hij in nood is...."
+
+"'t Is onnoodig, mijnheer Harris," antwoordde Dick Sand. "Als Negoro
+den weg hierheen heeft kunnen vinden, zal hij wel verder terecht
+komen. Hij is mans genoeg!"
+
+"Zooals je wilt," antwoordde Harris.
+
+"Koest, stil, Dingo," zei Dick gebiedend tot den hond, om een eind
+aan het gesprek te maken.
+
+De tweede opmerking van den leerling had betrekking op het paard van
+den Amerikaan.
+
+Het bleek niet "dat hij den stal rook," zooals paarden gewoonlijk
+doen. Het snoof geen lucht op, verhaastte zijn stap niet, het blies
+niet door zijn neusgaten, liet geen gehinnik hooren, zooals zij
+gewoonlijk doen als zij den stal naderen. Hij scheen even onverschillig
+alsof de hacienda, die hij toch goed moest kennen, eenige honderden
+mijlen daar vandaan geweest was.
+
+"Het is geen paard dat thuis komt!" dacht de leerling.
+
+En evenwel had Harris den vorigen dag reeds gezegd, dat zij nog slechts
+zes mijlen van hun doel af waren en van die zes mijlen hadden zij er
+zeker vier afgelegd.
+
+Behalve dat nu het paard niets van den stal rook, dien het toch
+zeker hoog noodig had, was er ook niets waaruit zij de nabijheid
+eener groote nederzetting konden opmaken, zooals toch de hacienda
+van San-Felice moest zijn.
+
+Hoe onverschillig Mevr. Weldon ook moest zijn voor alles wat haar
+kind niet betrof, was zij toch getroffen door de verlatenheid
+der streek. Hoe! geen enkele inlander, geen enkele bediende van
+de hacienda, en nog wel op zulk een kleinen afstand! Was Harris
+verdwaald? Neen, dat denkbeeld verwierp zij. Een nieuwe vertraging
+zou de dood van haren kleinen Jack zijn?
+
+Intusschen ging Harris altijd vooruit; maar hij scheen de diepten
+van het bosch te peilen en naar rechts en links te kijken, als iemand
+die niet zeker van zich zelven.... of van den weg is!....
+
+Mevr. Weldon sloot de oogen om hem niet meer te zien!
+
+Na een vlakte van omstreeks een mijl te zijn doorgetrokken, kwamen
+zij weder in het bosch, dat hier evenwel niet zoo dicht meer was als
+in het westen en zette de kleine troep haren marsch onder de groote
+boomen voort.
+
+Ten vier ure 's avonds kwam men bij een kreupelbosch, waar niet lang
+geleden een troep machtige dieren zich een doortocht had gebaand.
+
+Dick Sand nam alles om zich heen met de grootste attentie op.
+
+Op een hoogte, die de menschelijke lengte ver overtrof, waren de
+takken afgescheurd of gebroken. Daarbij was het groen met geweld van
+een gerukt en waren er op den eenigszins moerassigen grond, die nu
+bloot gekomen was, voetstappen van jaguars of conguars te zien.
+
+Zouden het "ai's" of andere luiaards geweest zijn, welke die indrukken
+op den grond hadden achtergelaten? Doch hoe dan de gebroken takken
+op zulk een hoogte te verklaren?
+
+Alleen olifanten hadden dergelijke indrukken, zulke breede
+sporen kunnen achterlaten en een verwoesting in het kreupelbosch
+aanrichten. Maar olifanten zijn er niet in Amerika. Die ontzaglijke
+dikhuidige dieren worden in de Nieuwe-Wereld niet gevonden en zijn
+er ook nooit geweest, terwijl men ze er ook nooit heeft kunnen
+acclimatiseeren.
+
+De onderstelling dat daar olifanten zouden doorgetrokken zijn, was
+dus volstrekt onaannemelijk.
+
+Hoe het zij, Dick Sand liet niet blijken wat dit onverklaarbare
+feit hem zoo al te denken gaf en te overwegen. Hij ondervroeg zelfs
+den Amerikaan niet meer in dit opzicht. Wat toch kon hij verwachten
+van iemand die getracht had hem giraffen voor struisvogels te doen
+aanzien? Harris zou ook daarvan de een of andere meer of minder goed
+verzonnen verklaring hebben gegeven, die toch niets aan den toestand
+veranderd had.
+
+Hoe het zij, de meening van Dick omtrent Harris was gevestigd. Hij
+was nu overtuigd dat hij te doen had met een verrader en wachtte
+slechts op een gelegenheid om zijn valschheid aan de kaak te stellen,
+alles zeide hem dat deze gelegenheid zich weldra zou voordoen.
+
+Maar wat kon het geheime doel van Harris zijn? Welke toekomst gingen de
+overlevenden van de _Pelgrim_ te gemoet? Dick Sand gevoelde dat zijn
+verantwoordelijkheid met de stranding van de _Pelgrim_ niet geëindigd
+was. Hij moest altijd, en meer dan ooit, zorgen voor het heil van hen,
+die de schipbreuk op deze kust geworpen had. Hij alleen was het,
+die deze vrouw, dit jonge kind, deze negers, al zijn lotgenooten
+moest redden! Mocht hij aan boord al iets hebben kunnen beproeven,
+mocht hij als zeeman hebben kunnen handelen, welk besluit zou hij
+hier nemen, te midden van de vreeselijke beproevingen die hij voorzag?
+
+Dick Sand wilde de oogen niet sluiten voor de ontzettende werkelijkheid
+die elk oogenblik onbetwistbaarder werd. In deze omstandigheid werd
+hij weder de kapitein van vijftien jaren, die hij aan boord van de
+_Pelgrim_ geweest was. Maar hij wilde niets zeggen, dat de arme moeder
+kon verontrusten, voordat het oogenblik van handelen gekomen was!
+
+En hij zeide niets, zelf niet, toen hij aan den oever van een vrij
+breeden stroom gekomen zijnde en de kleine troep een honderd schreden
+vooruit gaande, eenige reusachtige dieren zag, die zich in het hooge
+riet en gewassen aan den oever verborgen.
+
+"Nijlpaarden! nijlpaarden!" was hij op het punt om uit te roepen.
+
+En werkelijk waren het van die dikhuiden met groote koppen en lange
+gebochelde snuiten, wier bek bezet is met groote tanden, die meer dan
+een voet ver uitsteken, ineengedrongen op hun korte pooten, en waarvan
+de huid, onbehaard, taankleurig rood is? Nijlpaarden in Amerika!
+
+Den geheelen dag werd de marsch voortgezet, maar bezwaarlijk. Zelfs de
+sterksten konden van vermoeidheid bijna niet verder. Het werd inderdaad
+tijd, dat men aankwam of wel zou men genoodzaakt zijn halt te houden.
+
+Mevr. Weldon, die zich uitsluitend met haar kleinen Jack bezighield,
+voelde misschien geen vermoeidheid, maar haar krachten waren
+uitgeput. Allen waren meer of minder afgemat. Een verheven geestkracht,
+in het gevoel van plicht, hield Dick Sand staande.
+
+Tegen zes uur 's avonds vond de oude Tom in het gras een voorwerp
+dat zijn aandacht trok. Het was een wapen, een soort van mes, van
+bijzondere gedaante, gevormd uit een breed, gebogen lemmet en gevat
+in een ivoren heft van vrij ruwe bewerking.
+
+Tom gaf dit mes aan Dick Sand, die het nauwkeurig bekeek en het
+eindelijk aan den Amerikaan toonde, met de woorden:
+
+"De inboorlingen zijn ongetwijfeld niet ver meer!"
+
+"Inderdaad," antwoordde Harris, "en toch...."
+
+"Toch?...." herhaalde Dick Sand, die Harris strak aankeek.
+
+"We moesten nu zeer dicht bij de hacienda zijn," hernam Harris
+aarzelend, "en 'k weet niet...."
+
+"Waar we zijn?" zei Dick Sand driftig.
+
+"We kunnen nu niet verder dan drie mijlen van de hacienda meer af
+zijn. Maar ik wilde den kortsten weg door het bosch nemen en ik heb
+misschien ongelijk gehad!"
+
+"Misschien!" herhaalde Dick Sand.
+
+"'t Zou dunkt me niet kwaad zijn als ik vooruit ging," zei Harris.
+
+"Neen, mijnheer Harris, we gaan niet van elkaar," antwoordde Dick
+Sand op stelligen toon.
+
+"Zooals ge wilt!" hernam de Amerikaan. "Maar in den nacht zal 't me
+moeilijk vallen u te geleiden."
+
+"Dat doet er niet toe!" antwoordde Dick Sand. "We zullen halt
+houden. Mevr. Weldon zal 't zeker goedvinden nog één nacht in het
+bosch door te brengen, en morgen, als 't helder dag is, gaan we weer
+op weg! Nog twee of drie mijlen, die we in een uurtje zullen afleggen!"
+
+"Goed," antwoordde Harris.
+
+Op dit oogenblik liet Dingo een woedend geblaf hooren.
+
+"Hier, Dingo, hier!" riep Dick Sand. "Je weet wel dat er niemand is,
+en dat we hier in de wildernis zijn!"
+
+Men besloot dus nog eens halt te houden. Mevr. Weldon liet haar
+metgezellen hun gang gaan, zonder een woord te zeggen. Haar kleine
+Jack was met de koorts in haar armen ingesluimerd.
+
+Men zocht naar een goed plaatsje om er den nacht door te brengen.
+
+Dick Sand was druk bezig met onder het dichte gebladerte van eenige
+bijeenstaande boomen alles voor den nacht in gereedheid te brengen,
+toen de oude Tom, die hem hierin te hulp kwam, plotseling stil hield,
+uitroepende:
+
+"Mijnheer Dick, kom eens gauw hier en kijk eens!"
+
+"Wat scheelt er aan, ouwe Tom?" vroeg Dick Sand op den bedaarden toon
+van iemand, die op alles voorbereid is.
+
+"Daar.... daar...." zei Tom, "op die boomen.... bloedvlekken!.... En
+op den grond.... verminkte leden!...."
+
+Dick Sand vloog naar de plaats die de oude Tom hem aanwees. Toen,
+tot zich zelven komende, zeide hij:
+
+"Zwijg toch, Tom, zwijg."
+
+En werkelijk lagen daar op den grond afgesneden handen, en bij die
+menschelijke overblijfselen, eenige gebroken jukken, en een gesprongen
+ketting!
+
+Mevr. Weldon had gelukkig niets van die afschuwelijke voorwerpen
+gezien.
+
+Wat Harris aangaat, hij hield zich ter zijde en wie hem op dit
+oogenblik bespied had, zou getroffen zijn geweest door de verandering
+die bij hem plaats greep. Zijn gelaat had iets woests.
+
+Dingo had zich bij Dick Sand gevoegd en blafte als razend tegen die
+bloedige overblijfselen.
+
+Het kostte den leerling moeite den hond weg te jagen.
+
+Intusschen was de oude Tom, op het gezicht van die jukken, van dien
+gebroken ketting onbeweeglijk, als in den bodem vastgeworteld, blijven
+staan. De oogen bovenmate wijd gesperd, de handen saamgewrongen,
+keek hij strak vóór zich en mompelde deze onsamenhangende woorden:
+
+"Heel klein.... als heel klein kind, heb ik die jukken gezien!...."
+
+En ongetwijfeld kwamen de herinneringen uit zijn eerste kindsheid,
+als in nevelen gehuld, bij hem op. Hij trachtte zich zekere zaken te
+binnen te brengen!... Hij was op het punt te spreken!....
+
+"Spreek niet, Tom!" herhaalde Dick Sand. "Voor mevrouw Weldon, voor
+ons allen, zwijg!"
+
+En de leerling nam den ouden neger mede.
+
+Een andere plaats op eenigen afstand, werd nu gekozen en voor den
+nacht in gereedheid gebracht.
+
+Ofschoon de maaltijd toebereid was, had niemand lust er deel aan
+te nemen. Zij waren te zeer afgemat om te eten, maar daarenboven
+verkeerden allen onder den indruk eener ongerustheid die aan schrik
+grensde.
+
+Allengs begon het nacht te worden, die dezen keer buitengewoon
+donker was. De hemel was met dikke onstuimige wolken bedekt. Men zag
+tusschen de boomen door aan de westerkim, tengevolge van de warmte,
+eenige bliksemflitsen flikkeren. De wind was gaan liggen, geen blad
+bewoog zich. Een diepe stilte volgde op het geruisch van den dag,
+en het was alsof de zware dampkring, met electriciteit verzadigd,
+ongeschikt werd tot het overbrengen van geluiden.
+
+Dick Sand, Austin en Bat waakten te zamen. Zij trachtten in dien
+stikdonkeren nacht te zien, te hooren of eenig lichtschijnsel, eenig
+verdacht geluid hun oogen of ooren trof. Maar niets verstoorde de
+stilte noch de duisternis van het woud.
+
+Tom was niet ingesluimerd, maar in zijn herinneringen verdiept, zat
+hij met gebogen hoofd onbeweeglijk, alsof hij door een plotselingen
+slag was getroffen.
+
+Mevr. Weldon wiegde haar kind in haar armen en had slechts gedachten
+voor hem.
+
+Alleen neef Benedictus sliep misschien, want hij was de eenige die den
+algemeenen indruk niet deelde. Zijn voorgevoelens gingen zoo ver niet.
+
+Plotseling tegen elf uur, deed zich een langgerekt, grootsch gebrul
+hooren.
+
+Tom richtte zich in zijn volle lengte op en strekte zijn hand uit naar
+een dicht kreupelbosch, op zijn hoogst een mijl van daar verwijderd.
+
+Dick Sand pakte hem bij den arm, maar kon niet beletten dat Tom
+luidkeels uitriep:
+
+"De leeuw! de leeuw!"
+
+De oude neger had het gebrul herkend, dat hij zoo dikwijls in zijn
+kindsheid had gehoord!"
+
+"De leeuw!" herhaalde hij.
+
+Dick Sand kon zich niet langer inhouden en vloog met den hartsvanger
+in de hand op de plaats toe, door Harris ingenomen....
+
+Maar Harris was weg, en zijn paard verdwenen met hem.
+
+Als door den donder getroffen, had er nu een soort van omkeering
+plaats in het gemoed van Dick Sand.... Hij was niet waar hij gemeend
+had te zijn!
+
+De _Pelgrim_ was dus niet op de Amerikaansche kust gestrand? 't Was
+dus niet op het Paasch-eiland welks ligging de leerling had opgenomen,
+maar een ander eiland, juist ten westen van dit vasteland gelegen,
+evenals het Paascheiland ten westen van Amerika ligt.
+
+Het kompas had hem gedurende een gedeelte van de reis bedrogen, men
+weet hoe! Door den storm op een verkeerden weg gebracht, was hij kaap
+Hoorn omgevaren en van de Stille zuidzee in den Atlantischen Oceaan
+geraakt. De snelheid van zijn schip, die hij slechts onvolkomen kon
+berekenen, was, buiten zijn weten, door de kracht van den orkaan
+verdubbeld geworden!
+
+Dat was de reden waarom er geen caoutchouc- noch kinaboomen waren en
+de voortbrengselen van Zuid-Amerika aan dat land ontbraken, dat noch
+de hoogvlakte van Atacama, noch de Boliviaansche pampa was!
+
+Er was nu geen twijfel aan, het waren giraffen en geen struisvogels,
+die bij de open plek in het woud op de vlucht waren gegaan! Het
+waren olifanten die door het dichte kreupelhout trokken! Het waren
+nijlpaarden, wier rust in het hooge gras door Dick Sand gestoord
+was! Het was wel degelijk de tsetsé-vlieg, dat tweevleugelig insect,
+door Benedictus gevangen, de geduchte tsetsé die de dieren der
+karavanen door haar steken doet bezwijken!
+
+En om de kroon op dit alles te zetten, het was wel het gebrul van
+den leeuw, dat door het bosch weerklonk! En de jukken, die ketens,
+dat wonderlijk gevormde mes, dat alles was het gereedschap van
+den slavenhandelaar! Die afgesneden handen, het waren handen van
+opgevangen menschen!
+
+De Portugees Negoro en de Amerikaan Harris moesten het samen eens zijn!
+
+En het vreeselijk woord, door Dick geraden, ontsnapte eindelijk aan
+zijn lippen:
+
+"Afrika! Midden-Afrika! Het Afrika der slavenhandelaars en der slaven!"
+
+
+
+
+NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE SLAVENHANDEL.
+
+
+De slavenhandel! Iedereen kent de beteekenis van dit woord, dat nooit
+in de menschelijke taal had moeten opgenomen worden. De afschuwelijke
+handel die langen tijd gedreven werd ten voordeele der Europeesche
+volken, in 't bezit van overzeesche koloniën, is reeds sedert een
+aantal jaren verboden. Toch wakkert het menschonteerend misbruik nog
+steeds voort op uitgebreide schaal en voornamelijk in Midden-Afrika. En
+nog altijd, in onze XXe eeuw, de eeuw van verlichting en beschaving,
+ontbreekt de handteekening van eenige zoogenaamde christelijke staten
+aan het verbond, gesloten tot afschaffing der slavernij.
+
+Men zou misschien meenen dat er geen slavenhandel meer is, dat
+nu koop en verkoop van menschelijke wezens hebben opgehouden te
+bestaan! Helaas in geenen deele! en dit is het wat de lezer moet
+weten, indien hij het belang in het vervolg dezer geschiedenis wil
+stellen, dat het onderwerp verdient. Hij moet weten dat nog in den
+tijd waarin wij leven, de menschenjachten werkelijkheid zijn, die een
+geheel vasteland dreigen te ontvolken, om te voorzien in het onderhoud
+van eenige slaven-koloniën, waar en hoe die barbaarsche strooptochten
+plaats hebben, het bloed dat zij kosten, wat al branden en plunderingen
+zij uitlokken en eindelijk ten voordeele van wie zij plaats hebben.
+
+De geschiedenis leert, dat de handel in negers het eerst in de XVe
+eeuw in zwang kwam en wel onder de volgende omstandigheden:
+
+Na uit Spanje verdreven te zijn, hadden de Mohamedanen de wijk genomen
+naar de kust van Afrika, aan gene zijde der straat. Hier werden zij
+evenwel hardnekkig vervolgd door de Portugeezen, die toen dit gedeelte
+van het kustland bewoonden. Een zeker aantal dezer vluchtelingen werd
+gevangen genomen en naar Portugal gevoerd. Tot slavernij gebracht,
+maakten zij de eerste kern uit van Afrikaansche slaven, die sedert
+de Christelijke jaartelling in westelijk Europa is gevormd geworden.
+
+Nu behoorden deze Muzelmannen meerendeels tot rijke families,
+die hen tegen hooge prijzen wilden los koopen, 't geen evenwel de
+Portugeezen weigerden, hoe hoog het losgeld ook ware, dat hun werd
+aangeboden. Zij wilden het vreemde goud niet, maar wel de armen die
+hun ontbraken voor den arbeid der opkomende koloniën, of beter gezegd,
+zij hadden slavenarmen noodig.
+
+Daar nu de Muzelmaansche familie hun gevangen bloedverwanten niet
+konden loskoopen, boden zij aan hen in te ruilen tegen een grooter
+aantal Afrikaansche negers, waarvan zij zich maar al te gemakkelijk
+konden meester maken. Dit aanbod werd aangenomen door de Portugeezen,
+die hun voordeel in dezen ruilhandel vonden, en ziedaar de wijze
+waarop de slavenhandel in Europa ontstond.
+
+Tegen het einde der XVIe eeuw was deze schandelijke handel algemeen in
+zwang gekomen en geenszins in strijd met de nog barbaarsche zeden. Alle
+staten beschermden hem, teneinde des te sneller en zekerder de eilanden
+der Nieuwe-Wereld te koloniseeren. Want het waren juist de negerslaven
+die het dáár konden uithouden, waar de blanken, niet aan het klimaat
+gewoon en nog ongeschikt om de hitte van de tropische luchtstreek te
+verdragen, bij duizenden waren omgekomen. Het vervoer der negers naar
+de Amerikaansche koloniën had dus geregeld plaats met bijzondere,
+daartoe bestemde vaartuigen en deze overzeesche handelstak gaf
+het aanzijn aan belangrijke kantoren op verschillende punten der
+Afrikaansche kust. De "koopwaar" kostte weinig aan het land van
+uitvoer en de winsten waren aanzienlijk.
+
+Maar hoe noodig in alle opzichten de stichting der overzeesche
+koloniën ook ware, kon zij toch die markten van menschenvleesch
+niet rechtvaardigen. Weldra verhieven zich edelmoedige stemmen,
+die openlijk tegen den slavenhandel der negers opkwamen en bij de
+Europeesche gouvernementen aandrongen uit naam der menschelijkheid
+er de afschaffing van uit te vaardigen.
+
+In 1751 stelden de kwakers zich aan het hoofd der afschaffingsbeweging,
+in den boezem zelf van dat Noord-Amerika, waar honderd jaren later de
+oorlog tusschen de noordelijke en zuidelijke Staten zou losbarsten,
+waarvan deze kwestie der slavernij de aanleiding was. Verschillende
+Staten van het Noorden: Virginië, Connecticut, Massachusets,
+Pennsylvanië vaardigden de afschaffing der slavernij uit en stelden
+de slaven in vrijheid, die met groote kosten naar hun bezittingen
+gevoerd waren.
+
+Maar de strijd door de kwakers begonnen, bepaalde zich niet tot de
+noordelijke Staten der Nieuwe-Wereld. De voorstanders der slavernij
+werden hevig bestreden tot aan gene zijde van den Oceaan. Frankrijk,
+en meer in het bijzonder Engeland, wierven aanhangers voor deze
+rechtvaardige zaak.
+
+"Mogen de koloniën te gronde gaan, eerder dan een beginsel!" was
+de leus die door de gansche oude wereld weerklonk, en, ondanks de
+groote staatkundige en commercieele belangen in de zaak betrokken,
+verspreidde zij zich door Europa.
+
+De stoot was gegeven. In 1807 schafte Engeland den slavenhandel in
+zijn koloniën af en Frankrijk volgde dat voorbeeld in 1814. De twee
+machtige natiën sloten een verbond betreffende deze zaak, dat door
+Napoleon gedurende de Honderd Dagen werd bevestigd.
+
+Intusschen was dit nog niets meer dan een zuiver theoretische
+verklaring. De slavenhalers doorkruisten onophoudelijk de zeeën en
+losten hun "ebbenhouten lading" in de koloniale havens.
+
+Om een einde te maken aan dezen handel, moesten meer praktische
+maatregelen worden genomen. De Vereenigde Staten in 1820, Engeland in
+1824, verklaarden den slavenhandel als een daad van zeerooverij en als
+zeeroovers hen die hem dreven. Als zoodanig beliepen zij de doodstraf
+en werden hardnekkig vervolgd. Frankrijk trad weldra toe tot dit
+nieuwe verbond. Maar de Zuidelijke Staten van Amerika, de Spaansche en
+Portugeesche koloniën namen geen deel aan het afschaffingsverbond en de
+uitvoer der negers duurde ten hunnen voordeele voort, niettegenstaande
+het algemeen erkende recht van visitatie, dat zich bepaalde tot het
+onderzoek naar de vlag der verdachte schepen.
+
+Evenwel had de nieuwe wet der afschaffing geen terugwerkende kracht
+meer. Men maakte wel geen nieuwe slaven meer, maar de ouden hadden
+hun vrijheid nog niet teruggekregen.
+
+In deze omstandigheden was het, dat Engeland het voorbeeld gaf. Den
+14n Mei 1833 stelde een algemeene verordening alle negers der
+koloniën van Groot-Brittannië in vrijheid en in Augustus 1838, werden
+zeshonderd-zeventigduizend slaven vrij verklaard.
+
+Tien jaren later, in 1848, stelde de Republiek de slaven der Fransche
+koloniën vrij, ten bedrage van tweehonderd zestig duizend negers.
+
+In 1864 brak de oorlog uit tusschen de Noordelijke en Zuidelijke Staten
+van Noord Amerika, het Noorden volbracht het werk der vrijmaking en
+verspreidde haar over geheel Noord-Amerika.
+
+Het waren dus de drie groote machten, die dit werk van
+menschlievendheid hadden tot stand gebracht. Thans wordt de
+slavenhandel alleen nog maar gedreven ten behoeve der Spaansche of
+Portugeesche koloniën en om aan de behoeften te voldoen der Oostersche,
+Turksche of Arabische volkeren. Moge Brazilië zijn oude slaven nog
+niet in vrijheid gesteld hebben, het verkrijgt althans geen nieuwe
+en de kinderen der zwarten worden er vrij geboren.
+
+Het is in de binnenlanden van Afrika, na de bloedige oorlogen die
+tusschen de Afrikaansche opperhoofden wegens de menschenjacht gevoerd
+worden, dat gansche stammen tot slavernij gedoemd worden. De karavanen
+gaan dan in twee tegengestelde richtingen op weg: de eene naar het
+westen, naar de Portugeesche koloniën van Angola; de andere naar het
+oosten, naar Mozambique. Van deze ongelukkigen, waarvan slechts een
+klein gedeelte hun bestemming bereikt, worden eenigen naar Cuba of
+naar Madagascar, anderen naar de Arabische of Turksche provinciën
+van Azië, naar Mekka of Mascate gezonden. De Engelsche en Fransche
+kruisers kunnen dezen handel slechts onvoldoende beletten, tengevolge
+van de moeilijkheid om zulk een uitgestrekte kustlijn te bewaken.
+
+Maar is het cijfer van dien schandelijken uitvoer nog aanzienlijk?
+
+Ja! Men schat op niet minder dan tachtig duizend het aantal slaven dat
+op de kust aankomt en dit getal schijnt slechts het tiende gedeelte der
+vermoorde inboorlingen te bedragen. Na die afgrijselijke slachtingen
+zijn de verwoeste velden verlaten en de verbrande dorpen ontvolkt,
+de stroomen voeren lijken mede en wilde dieren waren overal rond in
+het land. Na den afloop dezer menschenjachten herkende Livingstone
+de provinciën niet meer, die hij eenige maanden vroeger bezocht
+had. Al de overige reizigers, Grant, Speke, Burton, Cameron,
+Stanley spreken in denzelfden geest over de boschrijke hoogvlakte
+van Midden-Afrika, het voornaamste tooneel van de oorlogen tusschen
+de verschillende opperhoofden. In de streek der groote meren, over de
+gansche uitgestrekte landstreek, die de markt van Zanzibar voorziet,
+in Bernoe en Fezzan, verder ten zuiden, op de oevers van de Nyassa
+en de Zambesi, meer ten westen, in de distrikten van de boven-Zaïre
+die de stoutmoedige Stanley nog voor niet lang is door getrokken,
+overal hetzelfde schouwspel, verwoesting, moord, ontvolking. Zal
+dan de slavernij in Afrika eerst ophouden met de verdwijning van
+het zwarte ras en zal het gaan met dit ras als met het Australische
+in Nieuw-Holland?
+
+Maar eens zal de markt der Spaansche en Portugeesche koloniën gesloten
+zijn en deze uitvoerhandel een einde nemen; beschaafde volken kunnen
+den slavenhandel niet langer dulden!
+
+En inderdaad moet ditzelfde jaar, waarin dit geschreven wordt, 1878,
+de vrijmaking zien van al de slaven die zich nog in het bezit der
+Christen-Staten bevinden. Evenwel zullen de Mohamedaansche volken
+den handel, die het Afrikaansche vasteland ontvolkt, nog gedurende
+vele jaren instandhouden. Naar Turkije toch heeft de belangrijkste
+uitvoer van zwarten plaats, daar het cijfer der inboorlingen, die
+aan hun land ontrukt en naar de oostkust opgezonden worden, jaarlijks
+meer dan veertigduizend bedraagt. Vele jaren vóór den veldtocht van
+Egypte, werden de negers van Sennaar bij duizenden aan de negers
+van Darfoer verkocht en wederkeerig. Generaal Bonaparte kocht zelfs
+een vrij groot aantal dezer zwarten, waarvan hij soldaten maakte,
+die op de wijze der Mamelukken georganiseerd waren. Sedert dien tijd,
+is in deze eeuw, waarvan het vier vijfde gedeelte reeds verloopen is,
+helaas! de slavenhandel in Afrika niet verminderd. Integendeel.
+
+En werkelijk is het Mohamedanisme den slavenhandel gunstig. De
+zwarte slaaf moet in het Turksche land den blanken slaaf van vroeger
+vervangen. Ook wordt de verfoeilijke handel door kooplieden van
+allerlei landaard in het groot gedreven. Zij vullen op die wijze het te
+kort aan, dat bij de rassen voorkomt, die uitsterven en eenmaal geheel
+zullen verdwijnen, omdat zij zich niet door den arbeid herstellen. Deze
+slaven worden, evenals ten tijde van Bonaparte dikwijls soldaat. Bij
+zekere volken van den Boven-Niger, maken zij voor de helft de legers
+der Afrikaansche opperhoofden uit. In dezen toestand is hun lot niet
+veel slechter dan dat der vrije menschen. Wanneer overigens de slaaf
+geen soldaat is, is hij een munt die koers heeft en zelfs in Egypte, en
+Bornoe, worden officieren en ambtenaars met deze munt betaald. Willem
+Lejean heeft het gezien en het ons medegedeeld.
+
+Zoodanig is dus de tegenwoordige toestand van den slavenhandel.
+
+Moeten wij er nog bijvoegen dat een aantal lasthebbers der groote
+Europeesche mogendheden zich niet schamen een betreurenswaardige
+toegevendheid voor dien handel aan den dag te leggen? Niets is
+zekerder, en terwijl de kruisers de hutten van de Atlantische zee en
+den Indischen oceaan bewaken, wordt in het binnenland geregeld handel
+gedreven, gaan de karavanen onder de oogen van zekere ambtenaren huns
+weegs en hebben de moorden, waarbij tien zwarten omkomen om één slaaf
+te leveren, op geregelde tijden plaats!
+
+Ook begrijpt men nu, welke vreeselijke beteekenis in de woorden lag
+opgesloten, door Dick Sand uitgesproken:
+
+"Afrika! Midden-Afrika! Het Afrika der slavenhandelaars en der slaven!"
+
+En hij bedroog zich niet: Het was het Afrika met al zijne gevaren
+voor zijn reisgenooten en voor hem.
+
+Maar op welk gedeelte van het Afrikaansche vasteland had een
+onverklaarbaar noodlot hem doen aanlanden? Op de westkust blijkbaar,
+en wat deze treurige omstandigheid nog treuriger maakte, was dat
+de jeugdige leerling tot de overtuiging kwam dat de Pelgrim juist
+gestrand was op de kust van Angola, waar de karavanen aankomen,
+die dit geheele gedeelte van Afrika voorzien.
+
+En werkelijk was dit zoo. Het was het land, dat eenige jaren later
+Cameron ten zuiden en Stanley ten noorden zouden doortrekken, ten koste
+van bovenmenschelijke inspanning! Van dat uitgebreide grondgebied,
+dat uit drie provinciën bestaat, Benguela, Congo, en Angola, kende
+men toen slechts het kustland. Het strekte zich uit van den Nourse
+ten zuiden, tot den Zaïre ten noorden, terwijl twee voorname steden
+er twee havens bezitten, Benguela en St. Paul de Loanda, hoofdstad
+der kolonie, die aan het koninkrijk Portugal toebehoort.
+
+Het binnenland van deze uitgestrekte streek was toen bijna
+onbekend. Weinige reizigers hadden er zich durven wagen. Een noodlottig
+klimaat, een warme en vochtige bodem, die koortsen doet ontstaan,
+barbaarsche inboorlingen waar van eenige nog menscheneters zijn,
+een aanhoudende oorlog van de stammen onderling, het wantrouwen der
+slavenhandelaars tegen iedereen vreemdeling, die de geheimen van
+hun schandelijken handel tracht te doorgronden, zoodanig zijn de
+moeilijkheden en de gevaren die overwonnen moeten worden in deze
+provincie van Angola, een der gevaarlijkste van Midden-Afrika.
+
+Tuckey was in 1816 den Congo tot boven de watervallen van Yellala
+opgevaren, 't geen slechts een tocht was van hoogstens twee honderd
+mijlen. Dit eenvoudig uitstapje was niet voldoende om het land grondig
+te doen kennen en toch had het den dood gekost van de meeste geleerden
+en officieren die den tocht medemaakten.
+
+Zeven en dertig jaren later was Livingstone van de Kaap de Goede
+Hoop tot den boven-Zambesi doorgedrongen. In de maand November 1853,
+reisde hij met een ongehoorde stoutmoedigheid, Afrika van het zuiden
+naar het noordoosten door, stak den Coango, een der zijtakken van den
+Congo over, en kwam den 31n Mei 1854 te St.-Paul de Loanda aan. Het
+was de eerste doortocht door de onbekende groote Portugeesche kolonie.
+
+Achttien jaren later zouden twee stoutmoedige ontdekkers Afrika van
+het oosten naar het westen doorreizen en ten koste van ontzettende
+moeilijkheden, de een ten zuiden, de andere ten noorden van Angola
+weder uitkomen.
+
+De eerste dezer reizigers was de luitenant der Engelsche marine
+Verny-Howet Cameron. In 1872 had men alle reden om te meenen dat
+het met den tocht van den Amerikaan Stanley, die ter opsporing van
+Livingstone naar de landstreek om de groote meren was uitgezonden, zeer
+hachelijk gesteld was. Luitenant Cameron bood aan hem op te zoeken. Het
+aanbod werd aangenomen. Cameron, vergezeld van dokter Dillon, den
+luitent Cecil Murphy en Robert Moffat, neef van Livingstone, vertrok
+van Zanzibar. Na den Ougogo te zijn overgetrokken, ontmoette hij het
+lijk van Livingstone, dat door zijn getrouwe bedienden naar de oostkust
+gevoerd werd. Daarna zette hij zijn tocht naar het westen voort, met
+den onwrikbaren wil, van de eene kust naar de andere te trekken. Hij
+doorreisde Ounyanyembé, Ougoenda, Kahouélé waar hij de papieren van
+den grooten reiziger verzamelde, stak het Tanganyika-meer, de bergen
+van Bambarré, den Loualaba over, dien hij niet kon afzakken en na al
+deze provincies, die door den oorlog verwoest, door den slavenhandel
+ontvolkt waren, verder Kilemmba, Ouroua, de bronnen van den Lomané,
+Oulouda, Lovalé bezocht te hebben, na Coanza en de onmetelijke bosschen
+doorkruist te hebben, waarin Harris Dick Sand en diens reisgenooten had
+doen verdwalen, zag de onvermoeide Cameron eindelijk den Atlantischen
+oceaan vóór zich en kwam te St.-Phillippe de Benguela aan. Deze reis
+van drie jaar en vier maanden had het leven gekost aan twee zijner
+reisgenooten, dokter Dillon en Robert Moffat.
+
+Bijna onmiddellijk daarop zou de Engelschman Cameron in deze
+reeks van ontdekkingen opgevolgd worden door den Amerikaan Henry
+Moroland Stanley. Men weet dat deze stoutmoedige korrespondent van
+den _New-York Herald_, uitgezonden om Livingstone op te sporen, hem
+den 30n October 1971 te Oujiji aan de oevers van het Tanganyika-meer
+gevonden had. Maar hetgeen Stanley uit een oogpunt van menschelijkheid
+zoo gelukkig volbracht had, wilde hij in het belang der geografische
+wetenschap opnieuw beginnen.
+
+Zijn doel was toen de algeheele verkenning van den Loualaba-stroom
+dien hij slechts even gezien had. Cameron bevond zich nog in de
+provinciën van midden-Afrika, toen Stanley, in November 1874,
+Bagamoyo op de oostkust verliet, en een-en-twintig maanden later,
+den 24n Augustus 1876, uit Oujiji door de pokken ontvolkt, vertrok, in
+vier-en-zeventig dagen den overtocht van het meer te Nyangwé volbracht,
+een groote slavenmarkt, die reeds door Livingstone en Cameron bezocht
+was, en de vreeselijkste tooneelen bijwoonde op de strooptochten,
+ondernomen door de officieren van den Sultan van Zanzibar, in de
+landen der Maroungous en Marryouemas.
+
+Stanley nam toen de noodige maatregelen om den loop van den
+Loualaba te verkennen en dezen stroom tot aan zijn monding af te
+zakken. Honderd veertig lastdragers, te Nyangwé gehuurd, en negentien
+booten vormden het materieel en personeel van zijn tocht. In het
+begin reeds moest hij de menscheneters van Oegousoe bestrijden
+en zich al dadelijk bezighouden met het overdragen der booten,
+teneinde onbevaarbare watervallen om te gaan. Onder den evenaar, op
+het punt waar de Loualaba zich naar het noord-oosten kromt, werd de
+kleine vloot van Stanley aangevallen door vier-en-vijftig booten,
+bemand met verscheidene honderden inboorlingen, die op de vlucht
+werden gedreven. Daarna bevestigde de moedige Amerikaan, die tot
+den tweeden graad N.B. de rivier weder opvoer, dat de Loualâba niet
+anders was dan de Boven-Zaïre of Congo en dat hij, door den loop
+dezer rivier te volgen, rechtstreeks naar de zee zou afzakken. Dit
+ondernam hij onder een bijna dagelijksch gevecht tegen de stammen
+aan de oevers. Den 3n Juni 1877, bij den overtocht der watervallen
+van Massassa, verloor hij een zijner reisgenooten, Francis Prook,
+en hij zelf werd den 18n Juli met zijn boot in de watervallen van
+M'bélo medegesleept en ontsnapte als door een wonder aan den dood.
+
+Eindelijk kwam Henry Stanley, den 6n Augustus, bij het dorp van Ni
+Sanda aan, nog vier dagen van de kust verwijderd. Twee dagen later,
+vond hij te Banza M'bouko de levensmiddelen, die twee kooplieden
+van Emboma daarheen hadden gezonden, en eindelijk rustte hij uit in
+deze kleine stad van de kuststreek, verouderd op vijfendertig-jarigen
+leeftijd door vermoeienissen en ontberingen, na het Afrikaansche vaste
+land van de eene kust naar de andere dwars te zijn doorgetrokken,
+een reis die hem twee jaren en negen maanden van zijn leven gekost
+had. Maar de loop van den Loualâba was nu tot den Atlantischen Oceaan
+bekend geworden, en indien de Nijl de groote slagader van het noorden
+is en de Zambesi die van het oosten, dan weet men nu dat Afrika in het
+westen nog een derde rivier bezit, een van de grootste der wereld,
+de rivier namelijk die in haar loop van twee duizend negen honderd
+mijlen [25], onder de namen van Loualâba, Zaïre en Congo de streek
+der meren vereenigt met den Atlantischen oceaan.
+
+Intusschen was, niettegenstaande deze twee reizen, die van Stanley
+en van Cameron, de provincie van Angola nagenoeg onbekend gebleven
+in het jaar 1873, het tijdperk waarop de _Pelgrim_ op de kust van
+Afrika gestrand was. Het eenige wat men er van wist, was, dat zij
+het tooneel van den slavenhandel in het westen was, dank zij haar
+belangrijke markten van Bihé, Cassange en Kazondé.
+
+En in dit land was het, dat Dick Sand tot op meer dan honderd mijlen
+van de kuststreek was medegevoerd, met eene vrouw, uitgeput door
+vermoeienis en smart, een bijna stervend kind en reisgenooten,
+die als geboren negers een gereede prooi waren voor de roofzucht
+der slavenhandelaars.
+
+Ja, het was Afrika en niet dat Amerika waar noch de inboorlingen,
+noch de wilde dieren, noch het klimaat wezenlijk geducht zijn. Het
+was niet de gelukkige en welvarende streek tusschen de Cordilleras en
+de kust waar talrijke dorpen worden aangetroffen en de vestingen der
+zendelingen gastvrij voor iederen reiziger openstaan. Helaas! zij waren
+veraf, de provincies van Peru en Bolivia waar de storm de _Pelgrim_
+ongetwijfeld zou gebracht hebben, indien een misdadige hand hem
+niet van zijn weg had doen afwijken en waar voor schipbreukelingen
+zoovele gemakkelijke gelegenheden bestonden om naar hun vaderland
+terug te keeren!
+
+Het was het vreeselijke Angola en niet het gedeelte van de kust dat
+rechtstreeks door de Portugeesche overheid bewaakt werd, maar het
+middelpunt der kolonie die doorkruist werd door de slavenkaravanen
+onder de zweep der havildars.
+
+Wat wist Dick Sand van het land waar het verraad hem geworpen had? Niet
+veel. Alleen maar wat de zendelingen der XVIe en XVIIe eeuw en de
+Portugeesche kooplieden, die den weg volgen van St.-Paul de Loanda
+naar den Zaïre over San-Salvador, er van gezegd hadden en wat dokter
+Livingstone er van verhaald had ten tijde van zijn reis van 1853,
+en dat was voldoende om een minder sterke ziel dan de zijne geheel
+uit het veld te slaan.
+
+En werkelijk was de toestand verschrikkelijk.
+
+
+
+
+TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+HARRIS EN NEGORO.
+
+
+Den dag volgenden op dien toen Dick Sand en zijn reisgenooten hun
+laatste halte in het bosch hielden, hadden twee mannen drie mijlen
+van daar een vooraf door hen beraamde samenkomst.
+
+Deze twee mannen waren Harris en Negoro, en men zal zien wat op
+rekening van het toeval moest geschreven worden, dat den Portugees
+van Nieuw-Zeeland samenbracht met den Amerikaan dien zijn vak van
+slavenhandelaar verplichtte dikwijls deze provincie van West-Afrika
+te doorkruisen.
+
+Harris en Negoro waren aan den voet van een reusachtige vijgeboom
+gaan zitten, aan den oever eener snel vlietende beek, die tusschen
+een dubbele haag stroomde.
+
+Het gesprek nam een aanvang, want de Portugees en de Amerikaan
+hadden elkander pas ontmoet en al dadelijk had het geloopen over de
+omstandigheden die in de laatste uren waren voorgevallen.
+
+"En dus, Harris," zeide Negoro, "heb je den kleinen troep van kapitein
+Sand, zooals zij dien leerling van vijftien jaar noemden, niet verder
+in Angola mee kunnen nemen!"
+
+"Neen, kameraad," antwoordde Harris "en 't verwondert me zelfs
+dat ik ze nog, honderd mijlen ver minstens, van de kust heb kunnen
+meetronen! Sedert verscheiden dagen keek mijn jonge vriend Dick Sand me
+met een wantrouwend oog aan, zijn vermoeden ging allengs in zekerheid
+over, en waarachtig...."
+
+"Nog honderd mijlen verder, Harris, waren die menschen nog zekerder
+in onze handen geweest! Ze moeten ons toch daarom niet ontsnappen!"
+
+"En hoe zouden ze dat kunnen?" antwoordde Harris, die de schouders
+optrok. "Ik zeg je nog eens, Negoro, 't was meer dan tijd me stilletjes
+uit de voeten te maken! 'k Heb tien maal in de oogen van mijn jongen
+vriend gelezen dat hij lust had me een kogel door den kop te jagen en
+mijn maag kan die pruimen van twaalf in een pond niet best verteren!"
+
+"Nu, goed!" zei Negoro. "Ik heb ook een rekening met dien leerling
+te vereffenen...."
+
+"Ga je gang en vereffen je rekening met den interest er bij,
+kameraad. Wat mij betreft, 't was me best gelukt hem deze provincie te
+laten slikken voor de woestijn van Atacama, die ik vroeger bezocht heb,
+maar daar had je die kleine aap, die om zijn caoutchouc-speelgoed en
+zijn kolibries riep, de moeder die om haar kina zanikte, de neef die
+volstrekt lichtkevers wilde vinden!.... 'k Was waarachtig ten einde
+raad, en nadat ik hun met groote moeite struisvogels voor giraffen
+had verkocht.... dat 's een mooie, die, Negoro!--wist ik niets meer
+te verzinnen! Nu, ik merkte heel goed dat mijn jonge vriend niets
+meer van al mijn verklaringen geloofde! Daarna zijn we op sporen van
+olifanten gevallen en zijn er zich nijlpaarden mee gaan bemoeien! En
+je weet, Negoro, nijlpaarden en olifanten in Amerika, dat's even goed
+als eerlijke lui in de gevangenissen van Benguela! En ziedaar, om 't
+spel te volmaken, krijgt die oude neger 't in zijn kop, aan den voet
+van een boom jukken en stukken ketting op te schommelen, waarvan eenige
+slaven zich ontdaan hadden om te vluchten! Op 't zelfde oogenblik brult
+de leeuw, om alles te bederven, want 't is moeielijk zijn gebrul voor
+'t miauwen van een poesje te laten doorgaan! 'k Heb daarom net nog
+tijd gehad om op mijn paard te springen en me uit de voeten te maken!"
+
+"'k Vat het!" antwoordde Negoro. "Toch zou 'k ze liever honderd mijlen
+dieper 't land in willen hebben!"
+
+"Men doet wat men kan, kameraad," antwoordde Harris. "Wat jou aangaat,
+die onze karavaan van de kust af, op den voet volgde, 't is maar goed
+dat je op een afstand gebleven bent. Ze roken je! Er is een zekere
+Dingo, die niet veel van je schijnt te houden. Wat heb je dat dier
+toch gedaan?"
+
+"Niets," antwoordde Negoro, "maar 't zal niet lang duren of ik zal
+'m een kogel door zijn kop jagen."
+
+"Zooals jij er een van Dick Sand zoudt gekregen hebben, als je maar
+een klein stukje van je persoon op twee honderd passen van zijn geweer
+hadt laten zien. Hij schiet goed mijn jonge vriend, en onder ons moet
+ik zeggen dat hij in zijn soort een degelijke jongen is!"
+
+"Al is hij nog zoo degelijk, Harris, hij zal me zijn onbeschaamdheid
+duur betalen," antwoordde Negoro, op wiens gelaat een onverzoenbare
+wreedheid te lezen stond.
+
+"Komaan," mompelde Harris, "mijn kameraad is dezelfde gebleven! Het
+reizen heeft hem niet veranderd!"
+
+Daarna hernam hij na een oogenblik stilte:
+
+"Zeg eens, Negoro, toen ik je daar zoo onverwachts op het tooneel van
+de schipbreuk, aan de monding van de Longa ontmoette, had je juist dien
+tijd om me die brave menschen aan te bevelen en me te verzoeken ze
+zoo ver mogelijk door dat gewaande Bolivia te geleiden, maar je hebt
+me niet gezegd, wat je sedert twee jaar alzoo hebt uitgevoerd! Twee
+jaar van ons afwisselend bestaan, dat's een heele tijd, kameraad! Op
+zekeren dag, nadat je het geleide van een trein slaven op je genomen
+hebt, voor rekening van den ouden Alvez, van wien we weinig meer dan
+de nederige agenten zijn, heb je Cassange verlaten en niets meer van je
+laten hooren! 'k Heb dikwijls gedacht dat je misschien onaangenaamheden
+gehad hadt met de Engelsche kruisers en dat ze je opgehangen hadden!"
+
+"'t Heeft niet veel gescheeld, Harris."
+
+"'t Zal je nog wel eens gebeuren, Negoro."
+
+"'k Dankje zeer!"
+
+"Wat zal 'k je zeggen?" antwoordde Harris met wijsgeerige
+onverschilligheid, "'t is een van de kansen van 't vak! Men drijft
+geen slavenhandel op de kust van Afrika zonder er zijn nek aan te
+wagen! Hebben ze je gepakt?...."
+
+"Ja."
+
+"De Engelschen?"
+
+"Neen! de Portugeezen."
+
+"Vóór of na de lading gelost te hebben?" vroeg Harris.
+
+"Na...." antwoordde Negoro, die een weinig met zijn antwoord
+aarzelde. "Die Portugeezen hangen tegenwoordig de braven uit! Ze
+willen van geen slavernij meer weten, hoewel zij er langen tijd tot
+hun voordeel van hebben gebruikt gemaakt! Ik was verraden en werd
+nagegaan. Ze hebben me ingerekend...."
+
+"En veroordeeld?...."
+
+"Om mijn dagen te eindigen in de gevangenis van St.-Paul de Loanda."
+
+"Bij alle duivels!" riep Harris uit. "Een gevangenis! Een ongezonde
+plaats voor menschen als wij, gewoon om in de open lucht te leven! Ik
+voor mij was liever maar gehangen!"
+
+"Men ontsnapt niet aan de galg," antwoordde Negoro, "maar wel uit
+de gevangenis...."
+
+"Heb je kunnen ontvluchten?...."
+
+"Ja, Harris! Pas veertien dagen nadat ze me gevangen gezet hadden,
+kon ik me verstoppen in 't hol van een Engelsche stoomboot, met
+bestemming naar Auckland op Nieuw-Zeeland. Een vaatje water, een kist
+met geconserveerd voedsel, waar tusschen ik gekropen was, hebben me
+gedurende den ganschen overtocht eten en drinken verschaft. Je kunt
+begrijpen dat ik, toen we eens in zee waren schrikkelijk geleden
+heb in mijn gedwongen schuilhoek. Maar als 'k onbezonnen genoeg
+geweest was me te vertoonen, zou 'k naar 't scheepshol teruggebracht
+zijn en, vrijwillig of niet, zou de pijniging 't zelfde geweest
+zijn! Daarenboven zou men me bij mijn aankomst te Auckland, opnieuw
+in handen van de Engelsche overheden gesteld hebben en me naar de
+gevangenis van Loanda teruggebracht, of misschien wel opgehangen
+hebben, zooals je straks zei! Daarom reisde 'k liever incognito."
+
+"En zonder je overtocht te betalen!" riep Harris lachend uit. "Jongen,
+dat 's wat al te erg, voeding en overtocht gratis!...."
+
+"Ja," hernam Negoro, "maar dertig dagen in het scheepsruim!...."
+
+"Nu ja, dat's voorbij, Negoro. Dus ben je naar Nieuw-Zeeland gegaan,
+naar 't land der Maoris! Maar je bent er van teruggekomen. Heeft de
+terugkeer op dezelfde wijze plaats gehad?"
+
+"Neen, Harris, je kunt begrijpen dat ik, toen 'k daar was, geheel
+vervuld rondliep met de gedachte om naar Angola terug te keeren en
+mijn vak van slavenhandelaar weer op te nemen."
+
+"Ja!" antwoordde Harris, "men heeft zijn vak lief.... door gewoonte!"
+
+"Achttien maanden lang...."
+
+Nauwelijks had Negoro deze woorden uitgesproken, of hij zweeg
+eensklaps. Hij had den arm van zijn makker beetgepakt en luisterde.
+
+"Harris," zei hij met gesmoorde stem, "heb je daar in die biezen geen
+geruisch gehoord?"
+
+"'k Meende 't ook te hooren," antwoordde Harris, die zijn geweer opnam,
+waarvan de haan altijd gespannen was.
+
+Negoro en hij sprongen op, keken om zich heen en luisterden met de
+grootste aandacht.
+
+"'t Is niets," zei weldra Harris. "'t Is de beek die door den stroom
+gezwollen is en nu meer geruisch maakt. Je bent in die twee jaren de
+geluiden van het woud ontwend, maar dat zal wel weer terugkomen. Ga
+dus voort met verhaal van je avonturen. Als ik met het verleden bekend
+ben, zullen we over de toekomst praten."
+
+Negoro en Harris hadden zich wederom aan den voet van den vijgeboom
+geplaatst. De Portugees hernam het gesprek met deze woorden:
+
+"Gedurende achttien maanden heb ik te Auckland een plantenleven
+geleid. Toen de stoomboot eenmaal was aangekomen, had ik zonder
+gezien te worden van boord kunnen gaan, maar zonder een piaster,
+zonder een dollar op zak! 'k Heb om te leven allerlei ambachten bij
+de hand moeten nemen...."
+
+"Zelfs het ambacht van eerlijk man, Negoro?"
+
+"Zooals je zegt, Harris."
+
+"Arme jongen!"
+
+"Nu wachtte ik wel altijd op een gelegenheid, die zich maar niet
+voordeed, toen de _Pelgrim_, een walvischvaarder, in de haven van
+Auckland binnenviel."
+
+"Is dat het vaartuig dat op de kust van Angola gestrand is?"
+
+"Hetzelfde, Harris, en dat waarop Mevr. Weldon, haar kind en haar neef
+den overtocht zouden meemaken. Nu zag ik er in mijn hoedanigheid van
+zeeman, ik was zelfs tweede stuurman aan boord van een slavenhaler
+geweest, volstrekt niet tegen op om weer dienst op een vaartuig te
+nemen.... 'k Bood dus den kapitein van de _Pelgrim_ mijn diensten
+aan, maar de equipage was voltallig. Zeer gelukkig voor mij, was de
+kok van de schoenerbrik gedeserteerd. Nu is er geen zeeman of hij kan
+koken. Ik bood me dus aan als kok. Bij gebrek aan beter nam men me aan,
+en eenige dagen later had de _Pelgrim_ de kust van Nieuw-Zeeland uit
+het gezicht verloren."
+
+"Maar," vroeg Harris, "naar mijn jonge vriend me verteld heeft, was
+volstrekt niet de kust van Afrika de bestemming van de _Pelgrim_. Hoe
+ben je daar dan toch aangeland?"
+
+"Dick Sand zal het zich zeker nog niet kunnen begrijpen en misschien
+zal hij 't wel nooit begrijpen," antwoordde Negoro; "maar 'k zal je
+vertellen wat er gebeurd is, Harris, en als je wilt kan je 't hem
+wel overbrengen."
+
+"Hoe dan?" antwoordde Harris. "Zeg op, kameraad, zeg op."
+
+"De _Pelgrim_," hernam Negoro, "zette koers naar Valparaiso. Toen
+'k me inscheepte, dacht ik niet verder dan tot Chili te gaan. Dat was
+altijd een goede helft van den weg tusschen Nieuw-Zeeland en Angola
+en 'k was dan verscheiden duizenden mijlen dichter bij de kust van
+Afrika. Maar 't toeval wilde dat drie weken, na Auckland verlaten te
+hebben, kapitein Hull, die den _Pelgrim_ commandeerde, bij de jacht
+op een walvisch met zijn equipage omkwam. Van dien dag af bleven er
+maar twee zeelieden aan boord over, de leerling en de kok Negoro."
+
+"En jij hebt het commando van 't schip op je genomen?" vroeg Harris.
+
+"Dat was ik eerst van plan, maar 'k merkte dat men mij wantrouwde. Er
+waren vijf sterke negers aan boord, vrije mannen! 'k Zou geen meester
+geweest zijn en bij nadere overweging bleef ik wat ik bij 't vertrek
+was, de kok van den _Pelgrim_."
+
+"Dus was 't toeval dat dit schip koers deed zetten naar de kust
+van Afrika?"
+
+"Neen, Harris," antwoordde Negoro, "er was in dit geheele avontuur
+geen ander toeval dan onze ontmoeting bij een van je uitstapjes als
+slavenhandelaar en dat nog wel juist op dit gedeelte van de kust waar
+de _Pelgrim_ gestrand is. Maar wat nu het in 't gezicht komen van
+Angola betreft, dat is geheel en al met mijn wil, mijn geheimen wil
+geschied. Je jonge vriend, die nog zeer onbedreven in de zeevaartkunde
+is, kon zijn positie niet verkennen dan door middel van de log en het
+kompas. Welnu, op zekeren dag is de log verloren gegaan terwijl er 's
+nachts iets met het kompas is gebeurd, zoodat de _Pelgrim_, door een
+hevigen storm beloopen, een verkeerden koers genomen heeft. De lange
+duur van den overtocht was dus onverklaarbaar voor Dick Sand en zou
+dit voor den bekwaamsten zeeman geweest zijn. Zonder dat de leerling
+het kon weten, noch zelfs vermoeden, werd Kaap Hoorn omgevaren, maar
+ik Harris, ik herkende hem in dichte nevels gehuld. Toen heeft de
+kompasnaald door mijn toedoen haar ware richting hernomen en is het
+schip door dien geduchten orkaan naar het noord-oosten voortgejaagd
+en op de kust van Afrika geworpen, juist op het strand van Angola
+waar ik wilde aankomen!"
+
+"En op dat zelfde oogenblik, Negoro," antwoordde Harris, "heeft het
+toeval mij naar die plaats gevoerd om je te ontvangen en die brave
+menschen naar 't binnenland te geleiden. Zij meenden en konden niets
+anders meenen dan in Amerika te zijn, en 't is me niet moeielijk
+geweest hen deze provincie voor Beneden-Bolivia te doen houden,
+waarmede ze juist eenige overeenkomst heeft."
+
+"Ja, ze hebben 't geloofd, zooals je jonge vriend het Paasch-eiland
+meende te verkennen, toen ze in 't gezicht van Tristan d'Acunha
+voorbijstormden in vliegend weer."
+
+"Iedereen zou er zich in vergist hebben, Negoro."
+
+"Dat weet ik, Harris, en 'k rekende wel degelijk partij van die
+vergissing te trekken. Welnu, mijn doel is bereikt, mevrouw Weldon
+en haar reisgenooten bevinden zich op 't oogenblik in 't binnenland
+van Afrika, waarheen ik ze wilde voeren!"
+
+"Maar nu," antwoordde Harris, "weten ze toch waar zij zijn!"
+
+"Wat is daar nu aan gelegen!" riep Negoro.
+
+"En welk plan heb je nu met die menschen?" vroeg Harris.
+
+"Welk plan!" antwoordde Negoro.....
+
+"Maar, voordat ik je dat zeg, Harris, vertel me eens wat van onzen
+meester Alvez, den slavenhandelaar, dien ik in geen twee jaar gezien
+heb!"
+
+"O! die oude schurk is heel wel!" antwoordde Harris, "en 't zal hem
+zeker genoegen doen, je weer te zien."
+
+"Is hij op de markt van Bihé?" vroeg Negoro."
+
+"Neen, kameraad, sedert een jaar woont hij in zijn nederzetting
+van Kazondé."
+
+"En hoe gaat het met de zaken?".
+
+"Goed, voor den duivel!" riep Harris uit, "ofschoon 't hoe langer
+hoe moeilijker wordt voor den handel, althans op deze kust. Zoowel
+de Portugeesche overheden, als de Engelsche kruisers, maken den
+uitvoer lastig. Alleen in de omstreken van Mossamedés, ten zuiden
+van Angola, kan de inscheping der negers nog met eenige kans op
+succes geschieden. Ook zijn op dit oogenblik de loodsen opgepropt met
+slaven, die op schepen wachten om ze naar de Spaansche koloniën over
+te brengen. Ze over Benguela of St.-Paul de Loanda te vervoeren, is
+niet mogelijk. De gouverneurs verstaan geen reden meer, en de chefes
+[26] evenmin. Men zal zich dus moeten wenden tot de factorijen in de
+binnenlanden en dat denkt de oude Alvez te doen. Hij zal zich naar den
+kant van Nyangwé en het Tanganyika-meer begeven, om daar zijn stoffen
+tegen ivoor en slaven in te ruilen. Met Boven-Egypte en de kust van
+Mozambique, die geheel Madagascar voorzien, gaan de zaken altijd
+goed. Maar weldra, vrees ik, zal de tijd komen, dat de slavenhandel
+een einde zal nemen. De Engelschen maken groote vorderingen in de
+binnenlanden van Afrika. De zendelingen gaan steeds vooruit en werken
+onze plannen tegen! Die vervloekte Livingstone zal, zegt men, na de
+streek der meren doorzocht te hebben, naar Angola gaan. Dan spreekt
+men van een luitenant Cameron, die plan heeft het vasteland van het
+oosten naar het westen over te steken. Men vreest dat de Amerikaan
+Stanley dit ook zal doen! Al die bezoeken zullen onze werkzaamheden
+zeer benadeelen, Negoro, en als we onze belangen goed begrijpen, dan
+moet geen van die pioniers naar Europa terugkeeren om te vertellen
+wat hij in Afrika al zoo gezien heeft!"
+
+Zou men niet gezegd hebben, als men deze schoeljes aldus hoorde
+redeneeren, dat zij spraken als eerlijke kooplieden wier zaken voor
+het oogenblik door een handelscrisis bedreigd werden? Wie zou denken
+dat er in plaats van balen koffie of vaten suiker sprake was van
+menschelijke wezens, die als koopwaren moesten verzonden worden? Die
+slavenhandelaars hebben geen begrip meer van recht of onrecht. Het
+zedelijk gevoel ontbreekt hun geheel, en al hadden zij het, dan zouden
+zij het te midden der ijselijkheden van den Afrikaanschen slavenhandel
+spoedig verliezen.
+
+Doch, daarin had Harris gelijk, toen hij zeide dat met die stoutmoedige
+reizigers, wier naam onafscheidelijk verbonden is aan de ontdekkingen
+in Midden-Afrika, de beschaving allengs in die woeste streken
+doordrong. Aan het hoofd staat David Livingstone, na hem komen Grant,
+Speke, Burton, Cameron, Stanley, allen helden, die als weldoeners
+der menschheid een onvergankelijken roem zullen achterlaten.
+
+Toen het gesprek zoover gevorderd was, wist Harris hoe de twee laatste
+levensjaren van Negoro waren doorgebracht. De oude zaakgelastigde
+van den slavenhandelaar Alvez, de losgebroken gevangene van Loanda,
+stond weder voor hem zooals hij hem altijd gekend had, als iemand
+namelijk, tot alles in staat. Maar welke plannen Negoro had met de
+schipbreukelingen van de _Pelgrim_, wist Harris nog niet; hij vroeg
+het daarom zijn medeplichtige.
+
+"En wat zal je nu met die menschen uitvoeren?" vroeg hij.
+
+"De eene partij," antwoordde Negoro, als iemand wiens besluit reeds
+sedert lang genomen is, "verkoop ik als slaven en de andere...."
+
+De Portugees eindigde niet, maar op zijn woest gelaat stond genoeg
+te lezen.
+
+"Welke zal je verkoopen?" vroeg Harris.
+
+"De negers, die mevrouw Weldon vergezellen," antwoordde Negoro. "Die
+oude Tom is misschien niet veel waard, maar de andere zijn vier kloeke
+snaken, die veel geld zullen opbrengen op de markt van Kazondé!"
+
+"Dat zal waar zijn, Negoro!" antwoordde Harris. "Vier flinke negers,
+gewoon aan den arbeid en zoo geheel anders dan het domme vee dat we
+uit het binnenland krijgen! Je zult ze duur verkoopen, daar kan je
+zeker van zijn! Slaven, die in Amerika zijn geboren en op de markten
+van Angola te koop worden aangeboden, zijn zeldzaam!--Maar, jongen ja,
+je hebt me nog niet verteld of er ook nog wat geld was aan boord van
+den _Pelgrim_?"
+
+"O! maar een honderd dollars of wat, die ik nog gered heb! Gelukkig
+reken ik op eenige gelden die me nog toekomen......"
+
+"Welke gelden, kameraad?" vroeg Harris nieuwsgierig.
+
+"Niets!" .... antwoordde Negoro die tot zijn spijt meer gezegd had
+dan hij had willen loslaten.
+
+"Er blijft nu nog alleen maar over je van die kostbare koopwaar
+meester te maken," zeide Haris.
+
+"Zou dat dan zoo moeilijk zijn?" vroeg Negoro.
+
+"Neen kameraad. Tien mijlen van hier, aan de Coanza, is op 't oogenblik
+een karavaan gekampeerd, aangevoerd door den Arabier Ibn Hamis, die
+alleen op mijn terugkomst wacht om naar Kazondé op weg te gaan. Er
+zijn bij die karavaan meer inlandsche soldaten dan noodig is om Dick
+Sand en zijn reisgenooten gevangen te nemen. Als nu mijn jonge vriend
+maar op de gedachte komt naar de Coanza te gaan....."
+
+"Maar zàl hij op die gedachte komen?"
+
+"Zeker wel," antwoordde Harris, "omdat hij het gevaar niet kan
+vermoeden dat hij daar loopt en te verstandig is om er aan te denken
+naar de kust terug te keeren langs denzelfden weg, dien we samen hebben
+afgelegd. Hij zou te midden van die onmetelijke wouden verdwalen. Hij
+zal dus stellig trachten een van de rivieren te bereiken, die naar
+de kust stroomen, om die dan op een vlot af te zakken. Hij kan geen
+ander besluit nemen en, ik ken hem, hij zal het nemen."
+
+"Ja.... misschien!...." antwoordde Negoro, die de zaak overdacht.
+
+"Je moet niet 'misschien' zeggen," hernam Harris, "maar 'zeker'. Ik
+voor mij ben er zoo zeker van, alsof 'k mijn jongen vriend rendez-vous
+gegeven had aan de oevers van de Coanza!"
+
+"Welnu," antwoordde Negoro, "op marsch! Ik ken Dick Sand. Hij zal
+zich geen uur ophouden en we moeten hem vooruit zien te komen."
+
+"Op marsch, kameraad!"
+
+Harris en Negoro stonden beiden op, toen het geluid, dat reeds
+eens de aandacht van den Portugees getrokken had, zich weder deed
+hooren. Het was een geruisch tusschen de stengels van de hooge biezen
+aan den oever.
+
+Negoro bleef staan en greep de hand van Harris.
+
+Plotseling deed zich een dof gebrom hooren en vertoonde zich een hond
+aan den voet van den snellen oever, met geopenden bek, gereed om een
+sprong te nemen.
+
+"Dingo!" riep Harris.
+
+"Dezen keer zal hij me niet ontsnappen!" antwoordde Negoro.
+
+Dingo was op het punt zich op hem te werpen toen Negoro, Harris het
+geweer uit de handen rukkend, driftig aanlei en vuur gaf.
+
+Een langgerekt, klaaglijk gehuil volgde onmiddellijk op de losbranding
+en Dingo verdween tusschen de dubbele rij struiken die de beek
+omzoomden.
+
+Negoro daalde dadelijk langs den steilen oever naar beneden.
+
+De biezen waren met bloeddruppels overdekt, en een lange roode streep
+was op de keisteenen van de beek zichtbaar.
+
+"Eindelijk heb ik met dat vervloekte beest eens afgerekend!" riep
+Negoro.
+
+Harris had, zonder een woord te spreken, dit gansche tooneel
+gadegeslagen.
+
+"'t Schijnt, Negoro, dat die hond een bijzonderen hekel aan je had."
+
+"Dat schijnt zoo, maar dat zal nu wel uit zijn!"
+
+"En waarom had hij zoo'n pik op je, kameraad?"
+
+"Och! een oude zaak die we samen te vereffenen hadden!"
+
+"Een oude zaak?" drong Harris aan.
+
+Negoro liet zich niet verder uit, en Harris besloot er uit dat de
+Portugees een of ander avontuur uit zijn verleden voor hem verzweeg,
+maar hij drong niet verder aan.
+
+Eenige oogenblikken later richtten zij zich, den loop der beek volgend,
+door het bosch, naar de Coanza.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Typen: sprinkhanen, krekels, enz.
+
+[2] Typen: mierenleeuwen.
+
+[3] Typen: bijen, wespen, mieren.
+
+[4] Typen: vlinders, enz.
+
+[5] Typen: bladluizen, vlooien.
+
+[6] Typen: meikevers, glimwormen, enz.
+
+[7] Typen: muggen, muskieten, enz.
+
+[8] Typen: stylops.
+
+[9] Typen: myten, enz.
+
+[10] Typen: suikergasten, enz.
+
+[11] "Sand" beteekent "Zand" in 't Engelsch.
+
+[12] Zeeterm voor "heen en weerslingeren".
+
+[13] Verkorting van Bartholomeus.
+
+[14] Militaire school van den Staat New-York.
+
+[15] Men weet dat er nog eene andere verdeeling der gelede dieren
+is, namelijk die in _vier_ klassen: de kreeftachtige, spinachtige,
+duizendpooten en insecten.--Vert.
+
+[16] Bij deze bewerking verliest het spek van den walvisch ongeveer
+een tiende van het gewicht.
+
+[17] Een kabellengte, een eigenaardige maat bij de marine, bedraagt
+een lengte van honderd twintig vademen, dat is twee honderd meters.
+
+[18] Uittreksel uit den "_Dictionnaire illustré_" van Vorepièrre.
+
+[19] 57 kilometers.
+
+[20] De Engelsche en Fransche barometers zijn in duimen en strepen
+gegradueerd. Acht- en twintig duim zeven tiende staan gelijk met
+728 millimeters.
+
+[21] 716 millimeters.
+
+[22] 709 millimeters.
+
+[23] Ongeveer 166 kilometers.
+
+[24] Eertijds vergenoegde men zich met dezen bast tot poeder te
+stampen, dat den naam droeg van "Jezuïeten-poeder", omdat de Jezuïeten
+van Rome er in 1640 van hun Amerikaansche zending een aanzienlijke
+hoeveelheid van kregen.
+
+[25] 4,650 kilometers.
+
+[26] Titel, dien men geeft aan de Portugeesche hoofden der
+nederzettingen van minderen rang.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een Kapitein van 15 Jaar, by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR ***
+
+***** This file should be named 18425-8.txt or 18425-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/4/2/18425/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.