summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:53:18 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:53:18 -0700
commit144ac7338f6135c49789946037d72f0b6bbbb995 (patch)
tree034ad0844bbcc012fe7306536c7d8efba2fb57d5
initial commit of ebook 18425HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--18425-8.txt9204
-rw-r--r--18425-8.zipbin0 -> 153308 bytes
-rw-r--r--18425-h.zipbin0 -> 336321 bytes
-rw-r--r--18425-h/18425-h.htm9365
-rw-r--r--18425-h/images/cover.jpgbin0 -> 173906 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
8 files changed, 18585 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/18425-8.txt b/18425-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f1dcb95
--- /dev/null
+++ b/18425-8.txt
@@ -0,0 +1,9204 @@
+The Project Gutenberg EBook of Een Kapitein van 15 Jaar, by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een Kapitein van 15 Jaar
+ De Walvischjagers
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: May 19, 2006 [EBook #18425]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Jules Verne
+
+
+ Een Kapitein van Vijftien jaar
+
+ De Walvischjagers.
+
+
+
+ Amsterdam
+
+ Uitgevers-Maatschappij "Elsevier"
+
+ 1920
+
+
+
+
+
+
+ Gedrukt bij de N.V. Drukkerij Schilt Utrecht
+
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+DE SCHOENERBRIK PELGRIM.
+
+
+Den 2n Februari 1873 bevond zich de Schoener-brik _Pelgrim_ op 43°
+57' Z.B. en op 165° 19' W.L. van den meridiaan van Greenwich.
+
+Dit vaartuig van vierhonderd ton, uitgerust te San-Francisco voor de
+groote visscherij in de zuidpoolzeeën, behoorde in eigendom aan James
+W. Weldon, een rijken Californischen reeder, die al sedert vele jaren
+het bevel over dezen bodem toevertrouwd had aan kapitein Hull.
+
+De _Pelgrim_ was een van de kleinste, maar de beste vaartuigen die
+James W. Weldon ieder jaar uitzond zoowel door de Behringstraat naar
+de noordpool-zeeën als naar de streken van Van Diemensland of van
+kaap Hoorn, tot den zuidpool-oceaan. Het schip liep uitstekend. Het
+licht te hanteeren tuig stelde het in staat, zich met een kleine
+bemanning in het gezicht der ongenaakbare ijsbanken van het zuidelijk
+halfrond te wagen. Kapitein Hull was geheel te huis te midden van
+die ijsbergen die tot in de nabijheid van Nieuw-Zeeland of van de
+kaap de Goede Hoop afdrijven, onder een veel lagere breedte dan die,
+welke zij in de noordpool-zeeën van den aardbol bereiken. Weliswaar
+worden daar slechts ijsbergen van geringe afmetingen aangetroffen,
+die reeds afgebrokkeld waren door de schokken en ingevreten door het
+warmer water, en waarvan het grootste gedeelte in de Stille Zuidzee
+en den Atlantischen Oceaan door warmer lucht of water wordt opgelost.
+
+Onder de bevelen van kapitein Hull, die een goed zeeman en daarenboven
+een der bekwaamste harpoeniers der vloot was, stond een bemanning van
+vijf matrozen en een leerling. Dit was voorzeker een kleine bemanning
+voor de walvischvangst, die een vrij talrijk personeel vordert. Er
+is volk noodig zoowel om de booten die den walvisch moeten aanvallen
+te besturen als om de gevangen dieren in stukken te hakken. Maar,
+naar het voorbeeld van zekere reeders, vond ook James W. Weldon het
+veel zuiniger om te San-Francisco slechts het tot het bestuur van
+het vaartuig benoodigde aantal matrozen aan te werven. Nieuw-Zeeland
+leverde genoeg harpoeniers, zeelieden van allerlei natiën, deserteurs
+en allerlei slag van volk op, die hij voor den tocht kon huren en
+als zeer bekwame visschers te boek stonden. Was de kampanje eenmaal
+afgeloopen, dan werden zij afgemonsterd en wachtten dan tot dat
+de walvischvaarders het volgend jaar opnieuw hunne diensten kwamen
+inroepen. Op deze wijze werd er een beter gebruik van de beschikbare
+zeelieden gemaakt en grooter voordeelen van hun medehulp getrokken.
+
+Zoo had men aan boord van den _Pelgrim_ gehandeld.
+
+De schoenerbrik had haar kampanje op de grens van den zuidpoolcirkel
+afgelegd. Maar haar volle lading van vaten traan en walvischbaarden had
+zij niet kunnen verkrijgen. Toen reeds werd de vangst moeielijk. De
+tot het uiterste vervolgde walvisschen werden schaarsch. De echte
+walvisch, die den naam draagt van "Nordcaper" in den noordelijken
+Oceaan en dien van "Sulpher-boltone" in de zuidelijke zeeën, verdween
+al meer en meer. De visschers hadden zich moeten vergenoegen met
+den "vinvisch" of "snavelwalvisch", een reusachtig zoogdier, welks
+aanvallen niet zonder gevaar zijn.
+
+Hiertoe nu had kapitein Hull zich gedurende dezen tocht verplicht
+gezien; maar op zijn volgende reis was hij van plan een hoogere
+breedte te halen en als het moest, zich in het gezicht te begeven
+van Clarie-land en Adelie-land waarvan de ontdekking, die door den
+Amerikaan Wilkes betwist werd, wel degelijk te danken is aan den
+beroemden kommandant der _Astrolabe_ en der _Zelée_, den Franschman
+Dumont d'Urville.
+
+Over het geheel was de kampanje niet gelukkig voor den _Pelgrim_
+geweest. In het begin van Januari, namelijk tegen het midden van
+den noordelijken zomer, en hoewel de tijd voor den terugkeer van
+de walvischvaarders nog niet gekomen was, had zich kapitein Hull
+gedwongen gezien het vischwater te verlaten. Zijn hulp-equipage,--een
+samenraapsel van vrij ongelukkige sujetten,--begon weerspannig te
+worden, zoodat hij er zich zoo spoedig mogelijk van moest afmaken.
+
+De _Pelgrim_ wendde dus den steven naar het noord-westen, naar de
+kust van Nieuw-Zeeland, die hij den 15en Januari in het gezicht
+kreeg. Hij liet het anker vallen te Waitemata, in de haven van
+Auckland, gelegen in de golf van Chouraki, op de oostkust van het
+noordelijk gelegen eiland en ontscheepte daar de visschers die voor
+den tocht gehuurd waren.
+
+De bemanning was niet tevreden. Er ontbraken ten minste twee honderd
+vaten traan aan de lading van den _Pelgrim_. Nooit had men slechter
+vangst gehad. Kapitein Hull kwam dus thuis met de teleurstelling van
+een voortreffelijk jager, die voor 't eerst van zijn leven platzak
+terugkomt, of althans bijna. Zijn eigenliefde, zeer geprikkeld, was er
+mede gemoeid en hij vergaf dien schoeljes niet, wier weerspannigheid
+de resultaten zijner kampanje op het spel had gezet.
+
+Tevergeefs beproefde men te Auckland een nieuwe visschersbemanning
+aan te werven. Al de beschikbare zeelieden hadden zich op de andere
+walvischvaarders ingescheept. Men moest dus de hoop opgeven de
+lading van den _Pelgrim_ vol te maken en kapitein Hull was op het
+punt Auckland te verlaten, toen hem door iemand verzocht werd den
+overtocht mede te mogen maken, 't geen hij niet kon weigeren.
+
+Mevrouw Weldon, de vrouw van den reeder van den _Pelgrim_, bevond zich
+toen juist te Auckland met haar zoontje Jack, een jongen van 5 jaar,
+en een harer bloedverwanten, haar neef Benedictus. James W. Weldon, die
+wegens handelszaken somtijds verplicht was Nieuw-Zeeland te bezoeken,
+had hen er alle drie gebracht en meende hen natuurlijk met zich mede
+naar San-Francisco terug te nemen.
+
+Maar op het oogenblik dat de familie zou vertrekken, werd de kleine
+Jack vrij ernstig ziek en moest zijn vader, die door zijn zaken
+gedwongen was te vertrekken, Auckland verlaten en zijn vrouw, zijn
+zoon en zijn neef Benedictus achter laten.
+
+Drie maanden waren verloopen,--drie lange maanden van scheiding, die
+voor Mevrouw Weldon zeer pijnlijk waren. Evenwel herstelde haar kind
+en zij kon nu vertrekken, toen men haar de aankomst van den _Pelgrim_
+berichtte.
+
+Om nu naar San-Francisco te vertrekken, bevond Mevr. Weldon
+zich dezer dagen in de noodzakelijkheid in Australië een van de
+vaartuigen op te zoeken van de transatlantische compagnie, de
+"Golden Age", die van Melbourne over Papeiti naar de landengte van
+Panama varen. Daarna, eenmaal te Panama, moest zij op het vertrek
+wachten van de Amerikaansche stoomboot, die een geregelden dienst
+daarstelt tusschen de landengte en Californië. Van daar dan vertraging,
+overscheping, allerlei bezwaren in één woord die voor een vrouw en een
+kind zeer onaangenaam zijn. Op dit oogenblik liep de _Pelgrim_ Auckland
+binnen. Zij aarzelde niet en vroeg aan kapitein Hull haar aan boord te
+nemen om haar, haren zoon, neef Benedictus en Nan, een oude negerin
+die sedert hare kindsheid bij haar in dienst was, naar San-Francisco
+over te brengen. Drie duizend zeemijlen op een zeilschip! Maar het
+schip van kapitein Hull was zoo behoorlijk in orde en de moesson was
+nog zoo goed aan weerszijden van den aequator! Kapitein Hull nam het
+volgaarne aan en stelde dadelijk zijn eigen kajuit ter beschikking
+van Mevr. Weldon. Hij wilde dat zij gedurende den overtocht, die een
+veertig à vijftig dagen kon duren, zoo goed mogelijk aan boord van
+zijn walvischvaarder gelogeerd zou zijn.
+
+Er waren dus voor Mevr. Weldon eenige voordeelen in gelegen, om den
+overtocht in deze omstandigheden te ondernemen. Het eenige nadeel
+was dat deze noodzakelijk eenige vertraging zou ondervinden door
+de omstandigheid dat de _Pelgrim_ te Valparaiso in Chili moest gaan
+lossen. Daarna had hij slechts langs de Amerikaansche kust te houden,
+met den wind van de landzijde, die de vaart in deze streken zeer
+aangenaam maakt.
+
+Mevr. Weldon was overigens een moedige vrouw, die niet bang was op
+zee. Zij had den leeftijd van dertig jaren bereikt, was flink en
+gezond en gewoon lange zeereizen te maken, daar zij met haren man de
+vermoeienissen van talrijke tochten gedeeld had; zij had daarom geen
+vrees voor de meer of minder gewaagde kansen van een verblijf aan
+boord van een vaartuig van middelmatige afmeting. Zij kende kapitein
+Hull als een uitmuntend zeeman, in wien James W. Weldon het meeste
+vertrouwen stelde. De _Pelgrim_ was een stevig vaartuig, een snelle
+zeiler en stond goed aangeteekend in de vloot der Amerikaansche
+walvischvaarders. De gelegenheid bood zich aan, men moest er gebruik
+van maken en Mevr. Weldon maakte er gebruik van.
+
+Neef Benedictus,--dat spreekt van zelf,--zou haar begeleiden.
+
+Deze neef was een goede man van omstreeks vijftig jaren. Doch in
+weerwil van zijn vijftigjarigen leeftijd, zou het niet voorzichtig
+geweest zijn hem alleen te laten uitgaan. Hij was eer lang dan groot,
+eer smal dan mager, met een beenachtig gelaat, een ontzaglijk hoofd
+en lange haren; men herkende in zijn eindeloos figuur een van die
+waardige geleerden met gouden bril, onschadelijke en goede wezens,
+die bestemd zijn hun gansche leven groote kinderen te blijven en zeer
+oud te worden, als honderdjarigen die als zuigelingen sterven.
+
+"Neef Benedictus,"--zooals men hem steeds en niet alleen in zijn
+familie noemde, en werkelijk was hij een van die goede wezens
+die door iedereen met den naam van "neef" begroet worden,--neef
+Benedictus, die altijd in de war scheen te zijn met zijn lange armen
+en beenen, zou zich, zelfs in de meest gewone omstandigheden van het
+dagelijksch leven, niet hebben kunnen redden. Hij was niet hinderlijk,
+volstrekt niet, maar eer lastig voor anderen en verlegen met zich
+zelven. Gemakkelijk in den omgang overigens, met alles tevreden,
+vergetende te eten of te drinken, als men hem niet te drinken of te
+eten bracht, ongevoelig voor koude of warmte, scheen hij minder tot
+het dierenrijk dan tot dat der planten te behooren. Men stelle zich een
+boom voor, zonder eenig nut, zonder vruchten en bijna zonder bladeren,
+niet in staat om te voeden of te beschutten, maar met een goed hart.
+
+Zoodanig was neef Benedictus. Hij zou gaarne iedereen diensten bewezen
+hebben, indien, zooals Prudhomme zou zeggen, hij in staat ware geweest
+ze te bewijzen.
+
+Eindelijk, men had hem lief juist terwille van zijn
+zwakheid. Mevr. Weldon beschouwde hem als haar kind,--als een grooten
+oudere-broeder van haar kleinen Jack.
+
+Wij moeten hier nog bijvoegen dat neef Benedictus evenwel noch
+werkeloos, noch onledig was. Hij was integendeel een werkzaam
+mensch. De natuurlijke historie waarin hij zich geheel kon verdiepen,
+was zijn eenige hartstocht.
+
+Nu is "de natuurlijke historie" een woord van grooten omvang.
+
+Men weet dat de verschillende onderdeelen, waaruit deze wetenschap
+bestaat, zijn de dierkunde, de botanie, de delfstofkunde en de
+aardkunde.
+
+Nu kon neef Benedictus volstrekt geen botanicus, noch mineraloog,
+noch geoloog genoemd worden.
+
+Was hij dan een zoöloog in de geheele beteekenis van het woord, een
+soort van Cuvier der nieuwe wereld, die het dier door analyse ontleedde
+of het door synthese weder opbouwde, een van die diepzinnige geleerden,
+die geheel doorgedrongen zijn in de studie der vier typen waartoe
+de nieuwere wetenschap het geheele dierenrijk, gewervelde dieren,
+weekdieren, gelede dieren en straaldieren brengt? Had de naïve maar
+werkzame geleerde, van de vier afdeelingen de verschillende klassen
+bestudeerd en de orde, de families, de rassen, de geslachten, de
+soorten, de variëteiten, die ze onderscheiden, nagegaan?
+
+Neen.
+
+Had neef Benedictus de gewervelde dieren, de zoogdieren, vogels,
+kruipende dieren en visschen, tot het onderwerp zijner nasporingen
+gemaakt?
+
+Geenszins.
+
+Had hij bij voorkeur de weekdieren, van de cephalopoden (de
+koppootigen) af tot de bryozoën (mosdiertjes) toe, bestudeerd en had
+de malacologie (de studie der weekdieren) geen geheimen meer voor hem?
+
+Evenmin.
+
+Het waren dus de straaldieren, de stekelhuidigen, de schijfwallen,
+koraaldieren, ingewandswormen, sponsen en infusiediertjes, die hem
+zooveel olie in zijn studielampje gekost hadden?
+
+Nu waren het niet de straaldiertjes, en daar er in de zoölogie niets
+meer op te noemen overblijft dan de afdeeling der gelede dieren,
+zoo spreekt het van zelf, dat het deze afdeeling is waarop neef
+Benedictus zich met hart en ziel had toegelegd.
+
+Maar ook dan nog is het noodig te specificeeren.
+
+De afdeeling der gelede dieren telt zes klassen: de insecten, de
+duizendpootigen, de spinachtigen, de kreeftdieren, de rankpootigen,
+en de ringwormen.
+
+Nu had neef Benedictus wetenschappelijk geen aardworm van een
+bloedzuiger, geen steenbreker van een zee-eikel, geen huisspin van
+een schorpioen, geen garnaal van een kikvorsch kunnen onderscheiden.
+
+Maar wat was neef Benedictus dan?
+
+Een eenvoudig entomoloog, niets meer of minder.
+
+Ongetwijfeld zal men hierop antwoorden, dat in haar etymologische
+beteekenis, de entomologie (leer der insecten) dat gedeelte der
+natuurkundige wetenschap is dat al de gelede dieren bevat. Dit is waar
+in algemeenen zin, maar de gewoonte heeft bepaald dit woord slechts in
+meer beperkten zin op te vatten. Men past het dus toe op de eigenlijk
+gezegde studie der insecten, dat wil zeggen "van al de gelede dieren
+welker lichaam, uit aan elkaar geplaatste ringen samengesteld, drie
+verschillende segmenten vormt en die drie paren pooten bezitten,
+hetgeen hun den naam van hexapoden (zespootigen) verleend heeft."
+
+Daar nu neef Benedictus zich bepaald had tot de studie der gelede
+insecten dezer klasse, was hij slechts een eenvoudig entomoloog.
+
+Maar men achte dit niet gering! In deze klasse van insecten telt men
+niet minder dan tien orden: de orthoptera [1] (rechtvleugeligen), de
+neuroptera [2] (netvleugeligen), de hymenoptera [3] (vliesvleugeligen),
+de lepidoptera [4] (schubvleugeligen of vlinders), de hemiptera [5]
+(halfvleugeligen), de coleoptera [6] (schildvleugeligen of torren),
+de diptera [7] (tweevleugeligen), de rhipiptera [8] (vakvleugeligen),
+de parasieten [9] (woekerinsecten), en de tysanura [10]. Nu heeft men
+in sommige dezer orden, de coleoptera bijvoorbeeld, dertig duizend
+soorten en zestig duizend in de diptera; de onderwerpen tot studie
+ontbreken dus niet en men zal toestemmen, dat er genoeg voorraad is
+om een mensch alleen bezig te houden.
+
+Het leven van neef Benedictus was dan ook eenig en alleen aan de
+entomologie gewijd.
+
+Al zijn tijd zonder uitzondering, zelfs zijn tijd om te slapen,
+besteedde hij aan deze wetenschap; steeds droomde hij van
+"hexapoden". De spelden in de mouwen en den kraag van zijn jas, in den
+bodem van zijn hoed en de omslagen van zijn vest, waren ontelbaar. Als
+neef Benedictus van een wetenschappelijke wandeling terugkwam, was
+vooral zijn kostbaar hoofddeksel niet meer of minder dan een doos
+met voorwerpen van natuurlijke historie, daar het van binnen en van
+buiten bezaaid was met doorstoken insecten.
+
+Wanneer wij nu nog hierbij voegen, dat hij juist uithoofde van
+zijn entomologischen hartstocht den heer en mevr. Weldon naar
+Nieuw-Zeeland vergezeld had, zal dit voldoende zijn om dezen zonderling
+te schetsen. Zijn verzameling was daar verrijkt geworden met eenige
+zeldzame voorwerpen en men begrijpt licht dat hij haast had ze in de
+loketkas van zijn kabinet te rangschikken.
+
+Daar nu Mevr. Weldon en haar kind met den _Pelgrim_ naar Amerika
+terugkeerden, was niets natuurlijker dan dat neef Benedictus hen op
+hunne terugreis vergezelde.
+
+Maar hij was de man niet voor mevr. Weldon op wien ze in hachelijke
+oogenblikken kon rekenen. Zeer gelukkig zou het een gemakkelijke reis
+zijn in het schoone jaargetijde, aan boord van een vaartuig welks
+gezagvoerder al haar vertrouwen verdiende.
+
+Gedurende de drie dagen dat de _Pelgrim_ Waitemata aandeed, maakte
+Mevr. Weldon in groote haast toebereidselen, want zij wilde het vertrek
+van de schoenerbrik geen oogenblik vertragen. De inlanders die haar
+gedurende haar verblijf te Auckland bediend hadden, kregen hun afscheid
+en den 22en Januari scheepte zij zich aan boord van den _Pelgrim_
+in, met haar zoon Jack, neef Benedictus en Nan, haar oude negerin.
+
+Neef Benedictus nam in een bijzonder daartoe ingerichte bus zijn
+gansche vreemde verzameling insecten mede. In deze verzameling
+bevonden zich onder anderen eenige van die pas ontdekte staphylini,
+een soort van vleeschetende coleoptera (schildvleugelige insecten),
+welker oogen boven op den kop geplaatst zijn en die tot nog toe
+alleen op Nieuw-Caledonië gevonden werden. Men had hem ook een zekere
+vergiftige spin aanbevolen, de "kapipo" der Maori's, welker beet voor
+de inlanders dikwijls doodelijk is. Maar een spin behoort niet tot de
+orde der eigenlijk gezegde insecten, zij heeft haar plaats in die der
+arachniden (spinachtigen) en was in de oogen van neef Benedictus zonder
+eenige beteekenis. Daarom had hij haar ook versmaad en was het juweel
+van zijn verzameling een merkwaardige Nieuw-Zeelandsche staphylinus.
+
+Het spreekt van zelf, dat neef Benedictus zijn lading hoog had laten
+verzekeren; zij was voor hem kostbaarder dan de geheele lading traan
+en baarden in het ruim van den _Pelgrim_.
+
+Toen het schip zeilree lag en mevr. Weldon en haar reisgenooten zich
+op het dek van de schoenerbrik bevonden, sprak kapitein Hull zijn
+passagiers aan met de woorden:
+
+"'k Behoef u niet te zeggen, mevrouw, dat u onder uw eigen
+verantwoordelijkheid plaats neemt aan boord van den _Pelgrim_."
+
+"Waarom maakt u me deze opmerking mijnheer Hull?" vroeg mevr. Weldon.
+
+"Omdat ik in dit opzicht geen order van uw man gekregen heb, en geen
+schoenerbrik u ooit de waarborgen van den gemakkelijken overtocht
+kan aanbieden van een pakketboot, die uitsluitend bestemd is tot het
+varen van passagiers."
+
+"Als mijn man hier was," antwoordde Mevr. Weldon, "zoudt u dan
+denken, mijnheer Hull, dat hij zou aarzelen zich op den _Pelgrim_
+in te schepen, in gezelschap van zijn vrouw en zijn kind?"
+
+"Neen, mevrouw, hij zou niet aarzelen," zei kapitein Hull, "neen,
+stellig niet! evenmin als ik zelf zou aarzelen! De _Pelgrim_ is
+een goed schip, al heeft het een slechte reis gemaakt, en ik ben er
+zeker van, zoo zeker als een zeeman het zijn kan van een vaartuig,
+dat hij sedert verscheidene jaren commandeert. Ik zeg het alleen,
+Mevr. Weldon, om mijn verantwoordelijkheid te dekken en u nogmaals
+te zeggen dat u aan boord niet het gemakkelijke leven zult vinden,
+waaraan u gewoon zijt."
+
+"Als het niets anders is, mijnheer Hull," antwoordde Mevr. Weldon,
+"dan kan mij dit niet terughouden. Ik ben niet een van die lastige
+passagiers, die onophoudelijk klagen over de bekrompen kooien of de
+karige tafel."
+
+Toen, na op haren kleinen Jack, dien zij aan de hand hield, een
+liefdevollen blik geworpen te hebben, zeide zij:
+
+"Laat ons vertrekken, mijnheer Hull!"
+
+Het bevel werd gegeven dadelijk onder zeil te gaan en de _Pelgrim_
+manoeuvreerde weldra met het doel om langs den kortsten weg uit de golf
+te geraken, terwijl hij den steven naar de Amerikaansche kust wendde.
+
+Doch drie dagen later na haar vertrek was de schoenerbrik tengevolge
+van een sterke bries uit het oosten, verplicht in den wind op te
+werken.
+
+Ook bevond kapitein Hull zich den 2en Februari op een hoogere breedte
+dan hij wel gewild had en wel in den toestand van een zeeman die
+eerder trachtte kaap Hoorn om te zeilen dan langs den kortsten weg
+de nieuwe wereld te bereiken.
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+DICK SAND.
+
+
+Inmiddels was de zee kalm en ging alles, zonder de vertraging te
+rekenen, naar wensch.
+
+Mevr. Weldon was zoo aangenaam en gemakkelijk mogelijk aan boord van
+den _Pelgrim_ gehuisvest. Geen bovenhut nam het achterdek in. Er was
+geen eigenlijke kajuit, maar slechts een eenvoudige hut van kapitein
+Hull in het achterschip, waarmede zij zich moest vergenoegen. En
+zelfs had de kapitein er nog op moeten aandringen om haar dit
+nederig verblijf te doen aannemen. Hier in deze bekrompen ruimte was
+Mevr. Weldon met haar kind en de oude Nan gehuisvest. Daar nam zij
+haar maaltijden, in gezelschap van den kapitein en neef Benedictus,
+voor wien men een soort van kamer ergens tusschendeks had ingericht.
+
+Wat den kapitein van den _Pelgrim_ aangaat, hij logeerde in een hut
+der bemanning die door den stuurman zou bewoond geweest zijn, indien
+er een stuurman aan boord geweest ware. Maar de schoenerbrik voer,
+zooals men weet, onder omstandigheden, die de diensten van nog een
+officier hadden kunnen besparen.
+
+De matrozen van den _Pelgrim_, goede en vertrouwde zeelieden,
+waren door de gemeenschap hunner denkbeelden en gewoonten innig
+met elkaar verbonden. Het was de vierde tocht dien zij samen op de
+groote visscherij deden. Het waren allen mannen uit het westen van
+Noord-Amerika die elkander sinds jaren kenden en dezelfde kuststreek
+van Californië bewoonden.
+
+Deze brave menschen waren zeer voorkomend voor Mevr. Weldon, de
+vrouw van hunnen reeder, wien zij een onbepaalde toegenegenheid
+toedroegen. Het is waar dat zij zeer veel belang hadden in de winsten
+van het schip en tot nog toe met groot voordeel hadden gevaren. Dan
+ook moesten zij tengevolge van hun klein getal hard werken, maar
+hun arbeid deed bij het opmaken der rekening na elke kampanje, hun
+winsten toenemen. Ditmaal evenwel zou het voordeel bijna nul zijn
+en daarom waren zij niet ten onrechte verbitterd tegen die schoeljes
+van Nieuw-Zeeland.
+
+Een enkel man aan boord was niet van Amerikaansche afkomst. Portugees
+van geboorte, maar het Engelsch vloeiend sprekend, noemde hij zich
+Negoro en nam aan boord van de schoenerbrik het nederig ambt van
+kok waar.
+
+Toen de kok van den _Pelgrim_ te Auckland gedeserteerd was, kwam
+deze Negoro, die destijds geen betrekking had, zich aanbieden om
+hem te vervangen. Hij was een stil man, weinig mededeelzaam, die
+zich steeds op den achtergrond hield, maar behoorlijk zijn taak
+waarnam. Kapitein Hull scheen het goed met hem getroffen te hebben,
+toen hij hem huurde, want de kok had sedert zijn inscheping nog geen
+enkele reden tot klagen gegeven.
+
+Toch had kapitein Hull spijt dat hem de tijd ontbroken had zich
+behoorlijk inlichtingen over zijn verleden te verschaffen. Zijn
+gelaat of liever zijn blik beviel hem maar half en wanneer het gold
+een onbekende in het beperkte, intieme leven aan boord in te leiden,
+mocht men niets verzuimen om zich met zijn verleden bekend te maken.
+
+Negoro kon op het oog veertig jaar oud zijn. Mager, gespierd,
+van gemiddelde lengte, donker bruin van haar, met door de zon
+verbrande huid, moest hij sterk zijn. Had hij eenig onderwijs
+genoten? Ongetwijfeld. Dat bleek uit zekere opmerkingen, die hem
+nu en dan ontsnapten. Overigens sprak hij nooit over zijn verleden
+of liet hij zich uit over zijn familie. Waar hij van daan kwam,
+waar hij gewoond had, men kon het niet raden. Wat wachtte hem in
+de toekomst? men wist het evenmin. Hij gaf alleen zijn voornemen
+te kennen om te Valparaiso te ontschepen. Het was voorzeker een
+zonderling mensch. In ieder geval scheen hij geen zeeman te zijn. Hij
+scheen zelfs minder van zaken, de zeevaart betreffende, te weten dan
+een kok, wiens leven grootendeels op zee is doorgebracht.
+
+Evenwel wist hij niets van het slingeren of het stampen van het schip,
+zooals menschen die nooit gevaren hebben en dit is voor een scheepskok
+een zaak van het hoogste belang.
+
+In het algemeen zag men hem weinig. Op den dag bleef hij gewoonlijk
+in zijn bekrompen kombuis, voor het kookfornuis dat er de meeste
+plaats van innam. Als tegen den nacht het fornuis was uitgedoofd,
+begaf Negoro zich naar zijn kooi achter in het verblijf der bemanning
+en sliep dadelijk in.
+
+Wij hebben reeds gezegd dat de equipage van den _Pelgrim_ uit vijf
+matrozen en een leerling bestond.
+
+Deze vijftienjarige leerling was het kind van onbekende ouders. Dit
+arme, van zijn geboorte af aan verlaten wezen was door de openbare
+liefdadigheid opgenomen en door haar groot gebracht.
+
+Dick Sand--zooals hij heette--was waarschijnlijk afkomstig uit den
+staat New-York en ongetwijfeld uit de hoofdstad van dien Staat.
+
+De naam van Dick,--verkorting van Richard,--was ontleend aan dien van
+den liefdadigen voorbijganger die hem had opgenomen, twee of drie
+uur na zijn geboorte. Wat den naam van Sand aangaat, men had hem
+dien gegeven ter herinnering aan de plaats waar hij gevonden was,
+namelijk op de landengte van Sandy-Hook [11], die den ingang vormt
+van de haven van New-York, aan de monding der Hudson.
+
+Dick Sand zou, geheel volwassen, de gemiddelde lengte niet
+overschrijden, maar hij was krachtig gebouwd. Ongetwijfeld was hij van
+Anglo-Saxische afkomst. Hij was bruin, maar had blauwe oogen die als
+vuur schitterden. Als zeeman had hij reeds vroeg den strijd des levens
+leeren kennen. Zijn schrander gelaat ademde geestkracht. Het was niet
+dat van een stoutmoedige, maar van iemand die "durft". Dikwijls haalt
+men deze drie woorden van een vers van Virgilius aan:
+
+
+
+ Audaces fortuna juvat,
+
+
+
+maar men haalt ze onjuist aan. De dichter zegt:
+
+
+
+ Audentes fortuna juvat.
+
+
+
+Hun, die durven, niet den stoutmoedigen, lacht bijna altijd het
+geluk toe. De stoutmoedige kan onbedacht handelen. Hij die durft
+denkt eerst en handelt daarna. Daarin is het verschil gelegen.
+
+Nu was Dick Sand _audens_. Op vijftienjarigen leeftijd kon hij
+reeds een besluit nemen en tot het einde toe uitvoeren wat zijn
+onverschrokken geest beslist had. Zijn levendig en tegelijk ernstig
+voorkomen trok de aandacht. Hij was zeer spaarzaam in woorden en
+gebaren, het tegengestelde van jongens op zijn leeftijd. Al vroeg,
+in een tijdperk des levens dat men de groote vraagstukken van ons
+bestaan nog niet bespreekt, had hij zijn ellendigen toestand goed
+ingezien en zich vast voorgenomen zichzelven te vormen.
+
+En hij had zich gevormd, daar hij reeds bijna een man was op den
+leeftijd dat anderen nog kinderen zijn.
+
+Daarbij zeer vlug, zeer bekwaam in alle lichaamsoefeningen, was Dick
+Sand een van die bevoorrechte wezens, van wie in de wandeling gezegd
+wordt dat zij met vier handen geboren zijn.
+
+Men weet dat de openbare liefdadigheid den kleinen wees had
+opgevoed. Hij was eerst in een van die kinderhuizen geweest,
+waar in Amerika altijd een plaats voor de kleine verlatenen wordt
+opengehouden. Daarna, toen hij vier jaar oud was, leerde Dick lezen,
+schrijven en rekenen op een van die scholen in den staat New-York,
+die door liefdadige inschrijvingen onderhouden worden.
+
+Toen hij acht jaar oud was, deed zijn begeerte om op zee te gaan
+hem dienst nemen als kajuitsjongen op een mailboot der zeeën van het
+Zuiden. Daar leerde hij het vak van zeeman, en zooals men het moet
+leeren, van den vroegsten leeftijd af aan. Langzamerhand onderwees
+hij zich onder de leiding van officieren, die belang in het kleine
+ventje stelden. Ook moest de kajuitsjongen weldra leerling worden,
+in het vooruitzicht van beter ongetwijfeld. Het kind dat al vroeg
+begrijpt dat de arbeid de wet des levens is, hij die al bij tijds leert
+dat het brood slechts verdiend wordt in het zweet zijns aanschijns,
+zoo iemand is waarschijnlijk voorbeschikt tot groote dingen, want
+hij zal eenmaal met den wil, de kracht hebben ze te volbrengen.
+
+Toen Dick Sand kajuitsjongen aan boord van een koopvaardijschip was,
+werd hij opgemerkt door kapitein Hull. Deze brave zeeman gevoelde
+zich dadelijk tot den knaap aangetrokken en bracht hem in kennis
+met zijn reeder James W. Weldon. Deze stelde het levendigste belang
+in den wees, wiens opvoeding hij te San-Francisco voltooide en dien
+hij in den Katholieken godsdienst, waartoe zijn familie behoorde,
+liet groot brengen.
+
+Onder al de vakken zijner studie was het vooral de aardrijkskunde,
+waarvoor Dick Sand een sterke voorliefde gevoelde, totdat hij
+den ouderdom bereikte om dat gedeelte der mathesis te leeren dat
+betrekking heeft op de zeevaart. Bij dit theoretische gedeelte van
+zijn onderricht, verzuimde hij niet de praktijk te voegen. Voor
+het eerst kon hij als leerling de reis aan boord van den _Pelgrim_
+mede maken. Een goed zeeman moet even goed de groote visscherij
+leeren als de groote vaart. Het is een goede voorbereiding voor alle
+mogelijke gebeurtenissen die het zeemansvak medebrengt. Bovendien
+ging Dick Sand mede op een schip van James W. Weldon, zijn weldoener,
+en gecommandeerd door zijn beschermer, kapitein Hull. Hij bevond zich
+dus in de gunstigste omstandigheden.
+
+Het is overbodig te zeggen hoever zijn toegenegenheid voor de familie
+Weldon, waaraan hij alles verschuldigd was, gaan zou. Beter is het de
+feiten te laten spreken. Maar men begrijpt hoe gelukkig de jeugdige
+leerling was, toen hij vernam dat Mevr. Weldon aan boord van den
+_Pelgrim_ den overtocht mede zou maken. Mevr. Weldon was gedurende
+eenige jaren een moeder voor hem geweest en in Jack zag hij een
+broertje, terwijl hij zijn positie tegenover den zoon van den rijken
+reeder daarbij niet uit het oog verloor. Doch--zijn beschermers hadden
+het wel voorzien,--het goede zaad dat zij gezaaid hadden, was in goede
+aarde gevallen. Het hart van den wees was met dankbaarheid vervuld,
+en zoo hij eenmaal zijn leven moest geven voor hen die hem geleerd
+hadden zich te onderrichten en God lief te hebben, zou de jeugdige
+leerling niet geaarzeld hebben. In één woord, op vijftienjarigen
+leeftijd te denken en te handelen als iemand van dertig jaren, was
+een van de kenmerken van Dick Sand's karakter.
+
+Mevr. Weldon wist dat karakter naar waarde te schatten. Zij kon hem
+zonder de minste ongerustheid den kleinen Jack toevertrouwen. Dick
+Sand van zijn kant had het kind hartelijk lief dat zich door dien
+"grooten broeder" bemind wist en hem opzocht. Gedurende de lange uren
+van rust die zoo menigvuldig op een zeereis voorkomen, als de zee kalm
+is en de eenmaal gestelde zeilen niet verwisseld behooren te worden,
+in zeemanstermen: als het tuig kant staat, waren Dick en Jack bijna
+altijd te zamen. De jeugdige leerling liet den kleinen jongen alles
+zien wat hem genoegen kon geven. Zonder eenige de minste vrees zag
+Mevr. Weldon Jack in gezelschap van Dick Sand het want openteren,
+naar de voormars, of de kruiszalings klauteren en als een pijl uit
+den boog langs het touwwerk naar beneden glijden. Dick Sand ging hem
+vooruit of volgde hem altijd, gereed hem te ondersteunen of hem vast te
+houden zoodra zijn armen van vijf jaar hem in deze lichaamsoefeningen
+in den steek lieten. Dat alles nu deed den kleinen Jack goed, die door
+de ziekte bleek en zwak geworden was; maar weldra kreeg hij zijn kleur
+aan boord van den _Pelgrim_ terug, dank zij de versterkende zeebries
+en die dagelijksche gymnastiek.
+
+Zoo stonden dus de zaken. Onder deze omstandigheden had de overtocht
+plaats, en ware de wind gunstiger geweest, dan zouden noch de
+passagiers, noch de bemanning van den _Pelgrim_ zich ergens over te
+beklagen hebben.
+
+Maar juist de hardnekkige oostenwinden boezemden kapitein Hull
+eenige ongerustheid in en beletten hem het schip op den goeden weg te
+brengen. Later, bij den Steenbokskeerkring, vreesde hij windstilte
+te ontmoeten, die hen nog meer zou tegenwerken, om niet te spreken
+van den aequatoriaalstroom die hen onweerstaanbaar naar het westen zou
+medevoeren. Hij maakte zich dus, vooral voor Mevr. Weldon ongerust over
+deze vertraging waarvoor hij evenwel niet verantwoordelijk was. Hij
+dacht er dan ook over, om zoo hij op zijn weg eenig transatlantisch
+vaartuig mocht ontmoeten op reis naar Amerika, zijn passagier aan te
+raden, zich aan boord er van te begeven. Ongelukkig werd hij door de
+hooge breedte opgehouden om te kruisen met een stoomboot die koers
+zette naar Panama en daarenboven was in dien tijd de vaart over de
+Stille Zuidzee tusschen Australië en de Nieuwe-Wereld niet zóó druk
+als ze later geworden is.
+
+Men moest zich dus aan Gods genade overgeven en niets scheen dezen
+eentonigen overtocht te zullen verstoren, toen juist op dien datum
+van den 2n Februari op de bij het begin dezer geschiedenis aangegeven
+breedte en lengte iets bijzonders voorviel.
+
+Ten negen ure 's morgens, bij zeer helder weer, hadden Dick Sand en
+Jack zich op de bramzaling neergezet. Van daar uit konden zij het
+geheele schip en een gedeelte van den oceaan overzien. Naar achteren
+vertoonde zich de horizon aan hun blikken, slechts afgebroken door
+den grooten mast met het brikzeil en gaftopzeil. Hierdoor was een
+gedeelte van de zee en de hemel voor hen onzichtbaar. Vooruit zagen
+zij den boegspriet zich boven de golven uitstrekken met zijn drie
+stagzeilen, die zoo strak mogelijk aangehaald, zich als drie groote
+ongelijke vleugelen spanden. Onder breidde zich de fok uit en boven
+het kleine voormarszeil en het kleine bramzeil, waarvan de staande
+lijken door het in- en uitloopen van de lichte bries kilden. [12]
+De schoenerbrik zeilde dus zoo dicht mogelijk bij den wind.
+
+Dick Sand verklaarde dus Jack hoe de _Pelgrim_, goed geballast, goed
+in evenwicht gehouden in al zijn deelen, niet kon omslaan, ofschoon
+hij vrij sterk overhelde, toen de kleine jongen hem in de rede viel.
+
+"Wat zag ik daar toch?" zeide hij.
+
+"Zag je iets, Jack?" vroeg Dick Sand, die zich geheel overeind op de
+zaling oprichtte.
+
+"Ja, daar!" antwoordde de kleine Jack, terwijl hij naar een punt
+van de zee wees, dat telkens vrij kwam tusschen de schooten van den
+kluiver en den jager.
+
+Dick Sand keek oplettend naar het aangewezen punt en riep onmiddellijk
+met luide stem:
+
+"Een wrak, te loevert op, aan stuurboordszij vooruit!"
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+HET WRAK.
+
+
+Bij den kreet van Dick Sand, was onmiddellijk de geheele bemanning op
+de been. De mannen die de wacht niet hadden, kwamen aan dek. Kapitein
+Hull verliet zijn kajuit en begaf zich naar voren.
+
+Mevr. Weldon, Nan, zelfs de onverschillige neef Benedictus, kwamen aan
+stuurboordszij over de verschansing leunen om het door den jeugdigen
+leerling gesignaleerde wrak goed te kunnen zien.
+
+Negoro alleen verliet de hut niet, die hem tot kombuis diende, en
+zooals altijd was hij van de geheele bemanning de eenige, die geen
+belang in de ontmoeting van een wrak scheen te stellen.
+
+Aller oogen waren toen op het drijvende voorwerp gericht dat op drie
+mijlen van de _Pelgrim_ door de golven gewiegd werd.
+
+"Wat zou het wel zijn?" zei een matroos.
+
+"Een verlaten vlot misschien!" antwoordde een.
+
+"Misschien zijn er op dat vlot wel ongelukkige schipbreukelingen?" zei
+Mevr. Weldon.
+
+"We zullen 't gauw weten," antwoordde kapitein Hull. "Maar dat wrak
+is geen vlot. 't Is de romp van een schip dat overzij ligt."
+
+"Maar zou 't niet eer een zeedier zijn, een groot zoogdier?" deed
+neef Benedictus opmerken.
+
+"'k Geloof het niet," antwoordde de leerling.
+
+"Wat zou jij er van denken, Dick?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Een omgekeerde romp, zooals de kapitein zei, Mevrouw." "'k Geloof
+zelfs dat 'k zijn gekoperde huid in de zon zie schitteren."
+
+"Ja.... waarlijk...." antwoordde kapitein Hull.
+
+Daarna tot den man aan het roer:
+
+"Een tikje loeven, Bolton, om dichter bij het wrak te komen."
+
+"En ik," hernam neef Benedictus, "ik houd vol wat ik gezegd heb. 't
+Is bepaald een dier!"
+
+"Dan zou 't een koperen walvisch moeten zijn," antwoordde kapitein
+Hull, "want ook ik zie hem in de zon schitteren!"
+
+"Hoe het zij, neef Benedict," voegde Mevr. Weldon er bij, "u zult
+moeten toestemmen dat die walvisch dan toch dood is, want het is
+zeker dat hij niet de minste beweging maakt."
+
+"He! nicht Weldon," antwoordde neef Benedict, die gewoonlijk stijf
+op zijn stuk stond, "'t zou de eerste keer niet zijn dat men een
+walvisch ontmoette die op de oppervlakte der zee sliep!"
+
+"Wel mogelijk," antwoordde kapitein Hull, "maar we hebben nu met geen
+walvisch, maar met een vaartuig te doen."
+
+"We zullen zien," antwoordde neef Benedictus, die eerder al de
+zoogdieren der noord- en zuidpoolzeeën zou gegeven hebben voor een
+zeldzaam insect.
+
+"Goed sturen, Bolton, goed sturen!" riep wederom kapitein Hull,
+"en loop niet tegen het wrak aan. Blijf er op een kabellengte van
+af. 'k Heb geen lust de zijden van den _Pelgrim_ er aan te wagen met
+tegen dien romp aan te varen.--Loef een beetje, Bolton, loef wat!"
+
+De steven van den _Pelgrim_, die naar het wrak gewend was geweest,
+week door een lichte beweging van het roer een weinig af.
+
+De schoenerbrik bevond zich nog een mijl van den omgeslagen romp af. De
+matrozen hadden er gretig het oog op gevestigd. Misschien bevatte hij
+een kostbare lading die mogelijk op den _Pelgrim_ kon overgeladen
+worden? Men weet, dat bij de berging van gestrande goederen, het
+derde van de waarde aan de bergers toekomt, en indien in dit geval
+de lading niet beschadigd was, zou de bemanning, zooals men zegt,
+"een goeden slag slaan!" Het zou een prachtige vergoeding zijn voor
+hun ongelukkige vangst!
+
+Een kwartier later bevond zich het wrak nog een halve mijl van den
+_Pelgrim_ af.
+
+Het was wel degelijk een vaartuig dat geheel over bakboord lag. Tot
+aan de verschansing toe omgeslagen, lag het zoover op zijde, dat het
+bijna onmogelijk was zich op het dek staande te houden. Men zag niets
+meer van de masten. Aan de rusten hingen nog slechts eenige eindjes
+gebroken trossen en gesprongen kettingen.
+
+In den boeg aan stuurboordszij bevond zich een groot gat tusschen de
+spanten en de ingedrukte buitenhuid.
+
+"Dit schip is aangezeild!" riep Dick Sand uit.
+
+"Dat is niet twijfelachtig," antwoordde kapitein Hull, "en 't is een
+wonder dat het niet onmiddellijk gezonken is."
+
+"Zoo er aanzeiling geweest is," merkte Mevr. Weldon op, "mag men
+hopen dat de bemanning van dit vaartuig opgenomen is door hen die
+het aangezeild hebben."
+
+"'t Is te hopen, mevrouw Weldon," antwoordde kapitein Hull, "of de
+equipage moet zich, na de botsing met zijn eigen sloepen gered hebben,
+als het aanzeilende schip althans zijn koers vervolgd heeft--'tgeen
+helaas! somtijds gebeurt!"
+
+"Hoe is 't mogelijk! Dat zou toch een staaltje van verregaande
+onnmenschelijkheid zijn, mijnheer Hull!"
+
+"Ja, mevrouw Weldon.... ja! En toch zijn er vele voorbeelden van! Wat
+me zou doen gelooven dat de bemanning van dit schip het al vroeg
+verlaten zal hebben, is dat 'k geen enkele boot zie en zoo de menschen
+aan boord niet opgenomen zijn, zou ik eerder gelooven dat ze getracht
+hebben aan land te komen! Maar bij den afstand waarop we ons hier van
+het Amerikaansche vaste land of van de eilanden van Australië bevinden,
+vrees ik dat ze hierin niet zullen geslaagd zijn!"
+
+"Misschien," zei Mevr. Weldon, "zal men nooit achter het geheim van
+dit ongeluk komen! Toch zou 't mogelijk zijn dat er nog iemand van
+de equipage is achtergebleven!"
+
+"Dat is niet waarschijnlijk, mevrouw Weldon," antwoordde kapitein
+Hull. "Men zou ons reeds herkend hebben en ons eenig signaal
+maken. Maar we zullen er ons van verzekeren.--Loef een beetje,
+Bolton, loef!" riep kapitein Hull, terwijl hij met de hand den te
+volgen koers aanwees.
+
+De _Pelgrim_ was nog slechts drie kabellengten van het wrak verwijderd
+en er was geen twijfel aan of de romp was door de geheele bemanning
+verlaten.
+
+Doch op dit oogenblik maakte Dick Sand een gebaar dat onmiddellijk
+stilte gebood.
+
+"Hoor! hoor!" zeide hij.
+
+Iedereen luisterde.
+
+"'t Is alsof ik geblaf hoor!" riep Dick Sand uit.
+
+En werkelijk deed zich binnen in den romp een verwijderd geblaf
+hooren. Er was inderdaad daar een levende hond, opgesloten misschien,
+want het was mogelijk dat de luiken hermetisch gesloten waren. Maar
+men kon hem niet zien, daar het dek van het omgeslagen vaartuig nog
+niet zichbaar was.
+
+"Al was er niets anders dan een hond, mijnheer Hull," zeide
+Mevr. Weldon, "zouden we hem immers redden!"
+
+"Ja.... ja!...." riep de kleine Jack, "we zullen hem redden!.... 'k
+zal hem te eten geven!.... Hij zal veel van ons houden.... Mama,
+'k zal een stukje suiker voor hem gaan halen!....."
+
+"Blijf hier, mijn kind," antwoordde Mevr. Weldon glimlachende. "Me
+dunkt, 't arme dier moet haast van honger sterven en 't zal liever
+een goed stuk vleesch hebben dan je stukje suiker!"
+
+"Welnu, laten ze hem mijn soep geven!" riep de kleine Jack uit. "Ik
+kan er best buiten!"
+
+Op dit oogenblik deed zich het geblaf duidelijk hooren. Drie honderd
+voeten slechts waren de twee schepen van elkander verwijderd. Bijna
+onmiddellijk vertoonde zich een groote hond op de verschansing aan
+stuurboordszij en klampte er zich aan vast, terwijl hij wanhopend
+bleef blaffen.
+
+"Howik," zei kapitein Hull en wendde zich tot den bootsman van den
+_Pelgrim_, "laat bijdraaien en de kleine boot strijken."
+
+"Houd je goed, hond, houd je goed!" riep de kleine Jack het dier toe
+dat hem nu door een half gesmoord geblaf scheen te antwoorden.
+
+De zeilen van den _Pelgrim_ werden dadelijk zoo gesteld dat het schip
+genoegzaam onbeweeglijk bleef, op minder dan een halve kabellengte
+van het wrak.
+
+De boot werd gestreken en dadelijk lieten kapitein Hull, Dick Sand
+en twee matrozen er zich in zakken.
+
+De hond bleef blaffen. Hij trachtte zich aan de verschansing vast
+te houden, maar viel telkens op het dek terug. Men zou gezegd hebben
+dat zijn geblaf zich niet meer tot hen richtte die hem naderden. Gold
+het de matrozen of passagiers die in het schip opgesloten waren?
+
+"Zou er zich dan aan boord een schipbreukeling bevinden, die het
+overleefd heeft?" zei Mevr. Weldon bij zich zelve.
+
+De boot van den _Pelgrim_ bereikte met eenige riemslagen de omgeslagen
+kiel.
+
+Maar eensklaps kwam er een verandering in de houding van den hond. Op
+het eerste geblaf dat de redders uitnoodigde tot hem te komen, volgde
+nu een woedend gebrul. Het zonderlinge dier werd nu door den hevigsten
+toorn bewogen.
+
+"Wat scheelt dien hond toch?" zei kapitein Hull, terwijl de boot
+achterom ging, teneinde dat gedeelte van het dek aan te doen dat
+onder water lag.
+
+Noch kapitein Hull, noch zij die zich aan boord van den _Pelgrim_
+bevonden, konden opmerken dat de woede van den hond zich op dat
+oogenblik het hevigst uitte, toen Negoro zijn kombuis verliet en zich
+naar den bak begaf.
+
+Kende en herkende dan de hond den kok? Het was zeer onwaarschijnlijk.
+
+Hoe het zij, na den hond aangekeken te hebben, zonder eenige
+verwondering te doen blijken, ging Negoro, die de wenkbrauwen toch
+een oogenblik fronste, naar het verblijf der equipage.
+
+Intusschen was de boot het achterschip omgevaren alwaar de naam
+_Waldeck_ op den spiegel te lezen stond.
+
+_Waldeck_, maar geen naam van de haven waar het schip te huis
+behoorde. Doch aan de vormen van den romp, aan zekere bijzonderheden
+die een zeeman dadelijk in 't oog vallen, had kapitein Hull herkend
+dat het vaartuig van Amerikaanschen bouw was. De naam bevestigde dat
+trouwens. En nu was er van die groote brik van vijfhonderd ton niets
+meer overgeschoten dan de romp.
+
+Een groot gat in den boeg van de _Waldeck_ wees de plaats aan waar de
+schok had plaats gehad. Tengevolge van het op zij vallen van den romp,
+bevond die opening zich toen op vijf of zes voet boven het water,--'t
+geen verklaarde waarom de brik nog niet gezonken was.
+
+Op het dek dat kapitein Hull in al zijn uitgestrektheid overzag,
+was niemand.
+
+De hond, die nu de verschansing verlaten had, liet zich nu naar
+het grootluik glijden dat open was en blafte nu eens naar binnen,
+dan weder naar buiten.
+
+"Dat dier is stellig niet alleen aan boord!" merkte Dick Sand aan.
+
+"Dat geloof ik ook niet!" antwoordde kapitein Hull.
+
+De boot voer nu langs de verschansing aan bakboordszij, die half
+onder water lag. Ware de deining maar iets sterker geweest, dan zou
+de _Waldeck_ binnen eenige oogenblikken gezonken zijn.
+
+Het dek der brik was van het eene eind naar 't andere schoongeveegd. Er
+bleef niets anders over dan de stompen van den grooten mast en den
+fokkemast, die beiden op twee voet boven de vissing waren afgebroken en
+zeker bij den schok gevallen waren, hoofdtouwen, stagen en loopend want
+medeslepende. Evenwel waren, zoover het oog reikte, geen overblijfselen
+in den omtrek van de _Waldeck_ te bespeuren,--'t geen wel scheen aan
+te duiden dat het ongeluk reeds voor eenige dagen had plaats gehad.
+
+"Als soms eenige schipbreukelingen de botsing overleefd hebben,"
+zei kapitein Hull, "zullen ze wel van dorst en honger bezweken zijn,
+want het water heeft de kombuis moeten bereiken. Er kunnen niets
+anders dan lijken meer aan boord zijn!"
+
+"Neen!" riep Dick Sand uit, "neen, dan zou de hond zoo niet blaffen! Er
+zijn levende wezens!"
+
+Op dit oogenblik liet het dier op den roep van den leerling zich in
+zee glijden en zwom met moeite naar de boot, want hij scheen uitgeput.
+
+Men nam hem op en hij wierp zich gretig, niet op een stuk brood dat
+Dick Sand hem dadelijk voorhield, maar op een tobbe die een weinig
+zoet water bevatte.
+
+"'t Arme dier sterft van dorst!" riep Dick Sand uit.
+
+De boot zocht toen een gunstige plaats op om de _Waldeck_ gemakkelijker
+langzij te kunnen komen en verwijderde zich met dit doel eenige
+vademen. De hond moest blijkbaar denken dat zijn redders niet aan
+boord wilden gaan; want hij pakte Dick Sand bij zijn baaitje terwijl
+zijn klagend geblaf met nieuwe kracht weer begon.
+
+Men begreep hem. Zijn gebaren, zijn taal waren even duidelijk als
+de taal van een mensch. De boot naderde dadelijk den kraanbalk aan
+bakboord. Daar legden de twee matrozen haar stevig vast, terwijl
+kapitein Hull en Dick Sand den voet op dek enterden tegelijk met
+den hond en zich niet zonder moeite naar het luik tusschen de twee
+maststompen in de hoogte werkten.
+
+Beiden lieten zich door dit luik in het ruim zakken.
+
+Het ruim van de _Waldeck_, half vol water, bevatte geen lading. De
+brik had slechts ballast in,--een ballast van zand dat over bakboord
+geslagen was en het schip op zijde hield. Aan dezen kant viel er dus
+niets te redden.
+
+"Niemand hier!" zei kapitein Hull.
+
+"Niemand," antwoordde de leerling, na zich naar het voorste gedeelte
+van het ruim begeven te hebben.
+
+Maar de hond, die op het dek was, bleef altijd blaffen en scheen nog
+dringender de aandacht van den kapitein op zich te willen vestigen.
+
+"Laat ons weer naar boven gaan," zei kapitein Hull tot den leerling.
+
+Beiden verschenen weder aan dek.
+
+De hond liep op hen toe en trachtte hen naar de dekhut mee te voeren.
+
+Zij volgden hem.
+
+Daar lagen vijf lichamen,--vijf lijken zeker,--op den vloer
+uitgestrekt.
+
+Bij het daglicht dat door den koekoek naar binnen stroomde, herkende
+kapitein de lijken van vijf negers.
+
+Dick Sand, die van het eene lijk naar het andere liep, meende op te
+merken dat de ongelukkigen nog ademhaalden.
+
+"Naar boord, naar boord!" riep kapitein Hull.
+
+De twee matrozen, die de boot bewaakten, werden nu geroepen en hielpen
+hen de schipbreukelingen uit de dekhut te brengen.
+
+Dit geschiedde niet zonder moeite; maar na een paar minuten waren
+toch de vijf zwarten in de boot overgebracht, zonder dat een hunner
+slechts het geringste teeken van bewustzijn gaf. Eenige druppels van
+een hartsterkend middel, daarna een weinig koud water, voorzichtig
+toegediend, kon hen misschien in het leven terugroepen.
+
+De _Pelgrim_ bleef tot op een halve kabellengte van het wrak af,
+zoodat de boot het schip weldra bereikt had.
+
+Dadelijk werd er een gording van de groote ra afgehaakt waaraan
+de negers een voor een opgeheschen en op het dek van den _Pelgrim_
+neergevlijd werden.
+
+De hond had hen vergezeld.
+
+"Die ongelukkigen!" riep Mevr. Weldon uit, bij het zien van die
+arme menschen.
+
+"Ze leven, mevrouw Weldon! We zullen hen redden! Ja, we zullen ze
+redden!" riep Dick Sand uit.
+
+"Wat is er toch met hen gebeurd?" vroeg neef Benedictus.
+
+"Wacht totdat ze kunnen spreken," antwoordde kapitein Hull, "en ze
+zullen ons hun geschiedenis vertellen. Maar laten we hun dadelijk
+wat water geven, waarbij we een druppel of wat rum zullen voegen."
+
+"Negoro!" riep hij toen.
+
+Bij het hooren van dien naam richtte de hond zich op, met opgeheven
+kop en geopenden muil.
+
+Intusschen kwam de kok niet te voorschijn.
+
+"Negoro!" riep kapitein Hull nogmaals.
+
+Wederom gaf de hond teekenen eener buitengewone woede.
+
+Negoro verliet de kombuis.
+
+Nauwelijks had hij zich op het dek vertoond of de hond vloog op hem
+aan en wilde hem naar de keel springen.
+
+De kok echter had zich met een pook gewapend en sloeg daarmede het
+dier terug dat door eenige matrozen in bedwang werd gehouden.
+
+"Ken je dien hond?" vroeg kapitein Hull den kok.
+
+"Ik!" antwoordde Negoro, "'k heb hem nooit gezien!"
+
+"Dat is iets vreemds!" mompelde Dick Sand.
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+DE OVERLEVENDEN VAN DE "WALDECK".
+
+
+Nog altijd wordt de slavenhandel in tropisch Afrika op groote schaal
+gedreven. Inweerwil van Engelsche en Fransche kruisers, steken elk
+jaar een menigte schepen van de kusten van Angola of Mozambique af
+om negers naar verschillende streken der wereld over te brengen en
+dat nog wel van de beschaafde wereld.
+
+Ook aan kapitein Hull was dit natuurlijk niet onbekend.
+
+Alhoewel deze streken gewoonlijk niet door slavenschepen bezocht
+werden, vroeg hij zich af of de negers die hij gered had niet de
+overlevenden waren van een lading slaven, die de _Waldeck_ in een
+kolonie van de Stille Zuidzee ging verkoopen. Hoe dit zij, was dit
+zoo, dan werden deze zwarten weder vrij, zoodra zij den voet aan
+boord gezet hadden en dat wenschte hij hun dadelijk te zeggen.
+
+Intusschen had men de grootste zorg aan de schipbreukelingen van de
+_Waldeck_ besteed. Mevr. Weldon, bijgestaan door Nan en Dick Sand,
+had hen wat van dit heerlijk koele water toegediend, dat zij zeker
+sedert eenige dagen niet genoten hadden, en dit, met eenig voedsel,
+was voldoende om hen in 't leven terug te roepen.
+
+De oudste dezer negers,--hij kon misschien een zestig jaar oud
+zijn,--was weldra in staat iets te zeggen en in het Engelsch de tot
+hem gerichte vragen beantwoorden.
+
+"Het schip waarop ge u bevondt, is zeker aangezeild?" vroeg kapitein
+Hull dadelijk.
+
+"Ja," antwoordde de oude neger. "Tien dagen geleden is ons schip in
+een donkeren nacht aangevaren. We sliepen...."
+
+"Maar wat is er van de bemanning van de _Waldeck_ geworden?"
+
+"Zij was er reeds niet meer, toen ik met mijn kameraden aan het
+dek kwam."
+
+"Maar kon de equipage dan niet aan boord van het schip overspringen,
+dat tegen de _Waldeck_ aanliep?"
+
+"'t Kan wezen en we willen het hopen!"
+
+"En is dat schip na den schok niet teruggekomen om je op te nemen?"
+
+"Neen."
+
+"Is het dan zelf gezonken?"
+
+"Het is niet gezonken," antwoordde de oude neger, het hoofd schuddende,
+"want we hebben het in den donkeren nacht zich nog even kunnen zien
+verwijderen."
+
+Men zal dit feit, dat door al de overlevenden van de _Waldeck_
+bevestigd werd, misschien ongeloofelijk vinden en het is toch maar
+al te waar dat kapiteins, na de een of andere vreeselijke aanvaring,
+door hun onvoorzichtigheid veroorzaakt, dikwijls de vlucht genomen
+hebben zonder zich om de ongelukkigen te bekommeren die zij in 't
+verderf gestort hebben, zonder te trachten hun hulp te verleenen.
+
+Dat koetsiers dit doen en aan anderen op den openbaren weg de zorg
+overlaten, het ongeluk dat zij veroorzaakt hebben, te herstellen,
+dit moet voorzeker reeds ten strengste afgekeurd worden, ofschoon
+hun slachtoffers in een dergelijk geval toch altijd verzekerd zijn
+onmiddellijke hulp te verkrijgen. Maar dat men op zee elkander aan
+zijn lot overlaat, dat is ongeloofelijk, dat is schande!
+
+En toch kende kapitein Hull verscheiden voorbeelden eener dergelijke
+onmenschelijkheid en hij moest het meermalen aan Mevr. Weldon
+verzekeren dat zulke feiten, hoe monsterachtig ook, ongelukkig niet
+tot de zeldzaamheden behooren.
+
+"Vanwaar kwam de _Waldeck?"_ hernam hij.
+
+"Van Melbourne."
+
+"Ben jelui dan geen slaven?"
+
+"Neen, mijnheer!" antwoordde snel de oude zwarte, die zich in zijn
+gansche lengte oprichtte. "We zijn onderdanen van den Staat van
+Pensylvanië en burgers van het vrije Amerika!"
+
+"Mijn vrienden," antwoordde kapitein Hull, "vreest niet dat je
+vrijheid in gevaar verkeert door aan boord van den _Pelgrim_ te
+zijn overgegaan."
+
+Werkelijk behoorden de vijf negers van de _Waldeck_ thuis in den staat
+van Pensylvanië. De oudste, op den leeftijd van zes jaar in Afrika
+verkocht, daarna naar de Vereenigde Staten overgebracht, was reeds
+sedert verscheidene jaren vrij verklaard. Wat zijn metgezellen aangaat,
+die veel jonger dan hij, zonen en slaven waren, vóór hun geboorte
+vrij gemaakt, zij waren vrij geboren en geen blanke had ooit een
+eigendomsrecht op hen gehad. Zij spraken zelfs niet in de negertaal,
+waarin men het lidwoord niet gebruikt en slechts den infinitief der
+werkwoorden kent,--een taal die trouwens sedert den slavenoorlog
+allengs in onbruik geraakt is. Deze zwarten hadden dus eigenmachtig
+de Vereenigde Staten verlaten en keerden er eigenmachtig terug.
+
+Zij deelden kapitein Hull verder mede dat zij zich als werklieden
+verhuurd hadden bij een Engelschman, die een uitgestrekt goed ter
+bebouwing bij Melbourne in zuidelijk Australië bezat. Daar hadden
+zij drie jaren doorgebracht en goede zaken gemaakt, waarna zij na
+geëindigd huurcontract, naar Amerika hadden willen terugkeeren.
+
+Zij hadden zich dus op de _Waldeck_ ingescheept en hun overtocht als
+gewone passagiers betaald. Den 5den December verlieten zij Melbourne,
+toen zeventien dagen later de _Waldeck_ in een zeer duisteren nacht
+door een groote stoomboot was aangevaren geworden.
+
+De zwarten lagen in hun kooi. Eenige seconden na de botsing die
+vreeselijk was, vlogen zij naar het dek.
+
+Reeds lagen de masten overboord en lag de _Waldeck_ op zij; maar zij
+zou niet zinken, daar er niet genoeg water in het ruim was gedrongen.
+
+Wat den kapitein en de bemanning van de _Waldeck_ aangaat, allen waren
+verdwenen, hetzij dat eenigen overboord geslagen waren, hetzij dat
+de anderen zich aan het touwwerk van het aanstoomende schip hadden
+vastgeklampt.
+
+De vijf zwarten waren alleen aan boord overgebleven, op een half
+omgeslagen romp, op twaalfhonderd mijlen van eenig land verwijderd.
+
+De oudste dezer negers heette Tom. Zijn leeftijd, zoowel als zijn
+energiek karakter en zijn ondervinding, die gedurende een lang,
+arbeidzaam leven dikwijls op de proef gesteld waren, maakten hem tot
+het natuurlijke hoofd der metgezellen die zich met hem verhuurd hadden.
+
+De andere zwarten waren jonge menschen van vijf-en-twintig à dertig
+jaren, die den naam droegen van Bat [13] zoon van den ouden Tom,
+Austin, Actéon en Hercules, allen flinke, krachtig gebouwde menschen,
+die op de markten van Midden-Afrika duur verkocht zouden zijn. Alhoewel
+zij verschrikkelijk geleden hadden, kon men gemakkelijk prachtige
+typen in hen herkennen van dat sterke ras, waarop een vrijzinnige
+opvoeding, in de talrijke scholen van Noord-Amerika, reeds haar
+stempel gedrukt had.
+
+Tom en zijn makkers waren dus na de aanvaring alleen op de _Waldeck_
+overgebleven, zonder eenig middel om den levenloozen klomp te
+lichten, daar de beide booten aan boord bij het aanvaren verbrijzeld
+waren. Er schoot hun niets anders over dan geduldig een schip af te
+wachten, terwijl het wrak door de werking der stroomen langzamerhand
+afdreef. Deze werking verklaarde waarom men het zoover buiten den
+gewonen koers had aangetroffen, want de _Waldeck_, die van Melbourne
+vertrokken was, zou zich op veel lager breedte hebben moeten bevinden.
+
+Gedurende de tien dagen die verliepen tusschen de aanvaring en het
+oogenblik waarop de _Pelgrim_ in het gezicht van het verongelukte
+vaartuig kwam, hadden de vijf zwarten zich gevoed met de weinige
+spijzen die zij in de bakskist hadden kunnen vinden. Maar daar zij
+niet in de bottelarij konden doordringen, die geheel overstroomd
+was, hadden zij niet het minste geestrijke vocht kunnen machtig
+worden om hun dorst te lesschen; zij hadden dus bitter geleden,
+daar de op het dek vastgesjorde watervaten door den schok de bodem
+was ingeslagen. Sedert den vorigen dag hadden Tom en zijn makkers,
+door den dorst gekweld, hun bewustzijn verloren en het was tijd dat
+de _Pelgrim_ hun te hulp kwam.
+
+Dit was het eenvoudig verhaal van Tom aan kapitein Hull. Men had geen
+reden om aan de waarheidsliefde van den ouden neger te twijfelen. Zijn
+kameraden bevestigden alles wat hij verteld had en bovendien pleitten
+de feiten voor de arme menschen.
+
+Een ander levend wezen dat op het wrak gered was, zou ongetwijfeld
+met dezelfde openhartigheid gesproken hebben,--indien hij de gaaf
+van spreken bezeten had.
+
+Het was de hond, dien het zien van Negoro op zulk een onaangename
+Wijze scheen aan te doen. Er was hier werkelijk een onverklaarbare
+antipathie in het spel.
+
+Dingo,--dit was de naam van den hond,--behoorde tot het ras van
+bulhonden, wier oorsprong op Nieuw-Holland wordt gevonden. Niet in
+Australië evenwel, had de kapitein van de _Waldeck_ hem opgedaan. Twee
+jaren vroeger had men Dingo, half dood van den honger, zwervende
+ontmoet op het westelijk strand van de kust van Afrika, in den omtrek
+van de monding der Congo-rivier. De kapitein van de _Waldeck_ had het
+schoone dier opgenomen, dat, niet zeer gezellig, altijd een ouden
+meester scheen te betreuren, van wien hij met geweld gescheiden
+was en dien men in die woeste landstreek onmogelijk had kunnen
+opsporen.--S. V.,--deze twee letters, op zijn halsband gegraveerd, was
+alles wat dit dier aan een verleden bond, welks geheim men tevergeefs
+gezocht had.
+
+Dingo, een prachtig, sterk dier, grooter dan de honden der
+Pyreneën, was dus een fraai specimen van het ras der bulhonden van
+Nieuw-Holland. Als hij overeind ging staan en zijn kop naar achteren
+wierp, kwam hij in grootte met die van een mensch overeen.
+
+Zijn vlugheid, zijn spierkracht maakten er een van die dieren van
+die zonder aarzelen jaguars of panters aanvallen en een beer durven
+staan. Dicht van haar, met een langen, dikken en rechten staart als
+de staart van een leeuw, donker vaal van kleur, had Dingo alleen aan
+zijn snuit eenige plekken van een witachtige tint. Dit dier kon in
+een vlaag van kwaadheid geducht worden en men kan licht begrijpen dat
+Negoro volstrekt niet ingenomen was met het onthaal van dit krachtig
+staaltje dezer hondennatuur.
+
+Mocht Dingo nu echter niet gezellig zijn, ondeugend was hij niet. Hij
+scheen eer treurig te zijn. De oude Tom had aan boord van de _Waldeck_
+opgemerkt dat hij niet bijzonder op de zwarten gesteld was. Hij zou hen
+juist geen kwaad gedaan hebben, maar stellig ontweek hij hen. Misschien
+had hij op de Afrikaansche kust waar hij rondzwierf, eenige slechte
+behandeling van den kant der inboorlingen ondervonden. En hoewel
+Tom en zijn metgezellen werkelijk brave menschen waren, had Dingo
+zich nooit tot hen getrokken gevoeld. Gedurende de tien dagen dat de
+schipbreukelingen op de _Waldeck_ hadden doorgebracht, had hij zich
+afgezonderd en zich gevoed zonder dat iemand wist hoe, maar ook hij
+had bitteren dorst geleden.
+
+Dat waren dus de overlevenden van het wrak, hetwelk de eerste hevige
+golfslag zou onderdompelen. Het zou ongetwijfeld slechts lijken
+naar de diepte medegevoerd hebben, indien de onverwachte aankomst
+van den _Pelgrim_, zelf door tegenwind en windstilte opgehouden,
+kapitein Hull niet in de gelegenheid had gesteld een menschlievende
+daad te verrichten.
+
+Door de schipbreukelingen van de _Waldeck_ die hun spaarpenningen
+van drie jaren arbeid in deze schipbreuk verloren hadden, naar hun
+vaderland terug te brengen, zou dit goede werk voltooid worden. Dit zou
+nu geschieden. De _Pelgrim_ zou, na te Valparaiso gelost te hebben,
+den Amerikaanschen wal houden tot op de hoogte van Californië. Daar
+zouden Tom en zijn kameraden door James W. Weldon goed ontvangen
+worden,--en zij zouden voorzien worden van alles wat zij noodig hadden
+om den Staat van Pensylvanië te bereiken.
+
+De brave menschen, verzekerd van hun aankomst, waren met innige
+dankbaarheid jegens Mevr. Weldon en kapitein Hull bezield. Voorzeker
+waren zij hun veel verschuldigd, en, hoewel zij slechts arme negers
+waren, wanhoopten zij niet deze schuld van dankbaarheid eenmaal af
+te doen.
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+S.V.
+
+
+Intusschen had de _Pelgrim_ zijn reis hervat en getracht zooveel
+mogelijk oost te houden. Die betreurenswaardige aanhoudende windstilten
+gaven kapitein Hull vrij veel zorg, niet omdat hij zich ongerust
+maakte over een paar weken vertraging op een reis van Nieuw-Zeeland
+naar Valparaiso, maar wegens de groote vermoeienis die deze vertraging
+voor zijn passagiers zou hebben.
+
+Evenwel beklaagde Mevr. Weldon zich niet en verdroeg het onaangename
+van haren toestand zeer geduldig.
+
+Dien zelfden dag, den 2n Februari, 's avonds, geraakte het wrak uit
+het gezicht.
+
+Kapitein Hull zorgde in de eerste plaats om Tom en zijn makkers
+zoo goed mogelijk te logeeren. Het verblijf van de bemanning dat
+uit een hut op het dek bestond, zou te klein geweest zijn om ze te
+bevatten. Men nam dus de noodige schikkingen om hun een verblijf
+onder den bak te bezorgen. Trouwens waren deze brave menschen,
+aan harden arbeid gewoon, met weinig tevreden en met het schoone,
+warme en heilzame weder zou dit verblijf hun gedurende den geheelen
+overtocht ook voldoende zijn.
+
+Het leven aan boord dat door dit voorval een oogenblik uit zijn
+eentonigheid gewekt was, hernam zijn gewonen loop.
+
+Tom, Austin, Bat, Actéon, Hercules zouden gaarne de handen uit de
+mouw gestoken en zich verdienstelijk gemaakt hebben, maar met de
+vaste winden, was er, nadat de zeilen eenmaal gesteld waren, niets te
+doen. Wanneer men evenwel moest wenden, dan beijverden zich de oude
+neger en zijn kameraden om de equipage bij te staan en dat is zeker
+dat, als de kolossale Hercules een handje meehielp, men 't goed kon
+merken. Die krachtige neger, zes voet lang, verrichtte alleen het
+werk van den takel!
+
+Wat was het een pret voor den kleinen Jack, als hij den reus in 't
+gezicht kreeg! Hij was volstrekt niet bang voor hem en als Hercules
+hem in zijn armen deed opspringen alsof hij slechts een kleine jongen
+van kurk geweest was, dan waren het vreugdekreten die geen einde namen.
+
+"Licht me eens zoo hoog als je kunt," zei kleine Jack.
+
+"Daar, mijnheer Jack," antwoordde Hercules.
+
+"Ben ik niet zwaar?"
+
+"'k Voel je niet eens."
+
+"Toe dan nog hooger! Zoo hoog als je arm reikt!"
+
+Hercules hield dan de kleine voeten van het kind in zijn groote hand
+en liep met hem in de rondte als een kunstenmaker in een circus. Jack
+was dan in eens groot, heel groot geworden, wat hem ontzaglijk veel
+pleizier deed. Zelfs deed hij zijn best om zich zoo zwaar mogelijk
+te houden, hetgeen de reus niet eens opmerkte.
+
+Dick Sand en Hercules waren dus twee vrienden van den kleinen
+Jack. Weldra maakte hij zich een derden vriend.
+
+Dit was Dingo.
+
+Wij zeiden reeds dat Dingo geen zeer gezellige hond was. Dat kwam
+misschien ook veel omdat het gezelschap aan boord van de _Waldeck_
+hem niet bijzonder beviel. Met dat van den _Pelgrim_ was het een heel
+andere zaak. Jack wist waarschijnlijk het hart van het schoone dier
+te treffen. Dit kreeg al spoedig pleizier om met den kleinen jongen
+te spelen, wien dit spelen zeer beviel. Men zag gauw dat Dingo een
+van die honden was die veel van kinderen houden. Nu deed Jack het
+dier nooit kwaad. Zijn grootste plezier was om Dingo de rol van
+een vluggen harddraver te laten spelen, en wij mogen vrij aannemen
+dat een harddraver dezer soort te verkiezen is boven een viervoetig
+dier van bordpapier, al heeft dit rolletjes onder de pooten. Jack
+galoppeerde dus, op den rug van den hond gezeten, die het gaarne
+toeliet en inderdaad woog Jack voor hem niet meer dan de helft van
+een jockey voor een renpaard.
+
+Maar wat een bres elken dag in den voorraad suiker der kombuis!
+
+Dingo werd weldra de lieveling van de geheele bemanning. Negoro alleen
+bleef elke ontmoeting met het dier vermijden, welks antipathie tegen
+hem even onverklaarbaar bleef.
+
+Daarom had kleine Jack om Dingo zijn vriend van vroeger, Dick Sand,
+niet verzuimd. Al den tijd buiten zijn diensten aan boord, bracht de
+kweekeling met den kleinen jongen door.
+
+Dat Mevr. Weldon die vertrouwelijkheid zeer gaarne zag, kan men zich
+licht voorstellen.
+
+Eens, den 6n Februari, sprak zij over Dick Sand met kapitein Hull,
+die den jongen zeer prees.
+
+"Die jongen," zei hij tot mevr. Weldon, "zal eens een flink zeeman
+zijn, dat verzeker ik u! Hij heeft wezenlijk het instinct van de zee,
+en door dat instinct vult hij aan wat hem natuurlijk nog ontbreekt aan
+de theoretische zaken van het vak. Wat hij reeds weet is verwonderlijk,
+als men bedenkt hoe weinig tijd hij gehad heeft om het te leeren."
+
+"U moogt er nog wel bijvoegen," antwoordde Mevr. Weldon, "dat het ook
+een beste jongen is, die, zoolang we hem nu kennen, geen berisping
+verdiend heeft."
+
+"Ja, ja, 't is een goede jongen," hernam kapitein Hull, "met recht
+bemind en geacht door iedereen."
+
+"Als deze kampanje geëindigd is," zei Mevr. Weldon, "weet ik dat
+mijn man van plan is hem les in de hydrographie te laten nemen,
+om hem later een brevet van kapitein te doen verkrijgen."
+
+"Mijnheer Weldon heeft gelijk," antwoordde kapitein Hull. "Dick Sand
+zal eens de Amerikaansche marine eer aandoen."
+
+"Die arme wees is het leven treurig begonnen!" merkte Mevr. Weldon
+op. "Hij is in een harde leerschool geweest!"
+
+"Ongetwijfeld, mevrouw Weldon, maar die lessen zijn voor hem niet
+verloren gegaan. Hij heeft begrepen dat hij zich zelven moet helpen
+in deze wereld en hij is op het rechte pad."
+
+"Waarvan hij niet zal afwijken."
+
+"Zie eens, mevrouw," hernam kapitein Hull, "hoe de jongen daar aan het
+roer staat, het oog op den fokkehals gevestigd. Geen verstrooidheid
+van den jongen, dus ook geen gieren van het schip! Dick Sand heeft nu
+reeds de vastheid van een ouden roerganger! Een goed begin voor een
+zeeman! Ons vak, mevrouw, moet reeds als kind geleerd worden. Wie geen
+scheepsjongen is geweest, zal nooit een volleerd zeeman worden, althans
+bij de koopvaardij. Alles moet geleerd worden, en, bijgevolg moet
+alles instinctmatig en te gelijk beredeneerd bij den zeeman gaan,--het
+nemen van een besluit zoowel als het uitvoeren van een manoeuvre.
+
+"En toch, kapitein Hull," antwoordde Mevr. Weldon, "zijn er ook in
+de oorlogsmarine goede officieren in menigte."
+
+"Ja," antwoordde kapitein Hull, "maar de besten zijn bijna allen
+als kind bij het vak gekomen, en, om van Nelson en eenige anderen
+niet te spreken, zijn de slechtsten niet zij die als scheepsjongens
+begonnen zijn."
+
+Op dit oogenblik zag men neef Benedictus voor den dag komen, altijd in
+zich zelven gekeerd en evenmin met zijn gedachten op deze wereld als
+de profeet Elias het zal zijn als hij eenmaal op de aarde terugkomt.
+
+Neef Benedictus liep op en neer op het dek als een ziel in nood,
+terwijl hij de reten in de verschansing doorsnuffelde, onder de
+kippenhokken keek en zijn hand tusschen de naden van het dek stak op
+plaatsen waar het pek verdwenen was.
+
+"Wel, neef Benedict," vroeg Mevr. Weldon, "blijf je altijd wel?"
+
+"Ja.... nicht Weldon.... 'k ben wel gezond.... maar 'k verlang zeer
+aan land te komen."
+
+"Wat zoekt u toch onder die bank, mijnheer Benedict?" vroeg kapitein
+Hull.
+
+"Insecten, mijnheer!" hernam neef Benedictus. "Wat wil je dat 'k
+anders zoek dan insecten?"
+
+"Insecten! U zult het u moeten getroosten dat u op zee uw verzameling
+niet verrijken zult!"
+
+"En waarom niet, mijnheer? 't Is immers niet onmogelijk aan boord
+een of ander soort van...."
+
+"Neef Benedict," zei Mevr. Weldon, "geef kapitein Hull gerust de
+schuld! Zijn schip wordt zoo zindelijk gehouden, dat je platzak van
+je jacht zult terugkomen!"
+
+Kapitein Hull begon te lachen.
+
+"Mevrouw Weldon overdrijft," antwoordde hij. "Maar toch geloof
+ik, mijnheer Benedict, dat u je tijd met snuffelen in onze kooien
+verliezen zoudt."
+
+"'k Weet het!" riep neef Benedictus uit, de schouders ophalend,
+"'k Mag doen wat ik wil!...."
+
+"Maar in 't ruim van den _Pelgrim_," hernam kapitein Hull, "zult u
+misschien eenige kakkerlakken vinden, die evenwel niet veel bijzonders
+als insecten opleveren."
+
+"Niet veel bijzonders, die nachtelijke, zesvleugelige insecten die
+zich de verwenschingen van Virgilius en Horatius op den hals gehaaid
+hebben!" hernam neef Benedictus, zich daarbij in zijn geheele lengte
+oprichtend. "Niet veel bijzonders, die naaste bloedverwanten van de
+'periplaneta orientalis' en van den Amerikaanschen kakkerlak, die de
+schepen bewonen...."
+
+"Verpesten...." zei kapitein Hull.
+
+"Aan boord regeeren...." hernam neef Benedictus fier.
+
+"Een liefelijke regeering!...."
+
+"Is u geen entomoloog, mijnheer?"
+
+"Neen, gelukkig!"
+
+"Kom, neef Benedict," zei Mevr. Weldon glimlachend, "verlang nu niet
+dat we uit liefde voor de wetenschap verslonden worden!"
+
+"'k Wensch niets anders, nicht Weldon," antwoordde de driftige
+entomoloog, "dan mijn verzameling met het een of ander zeldzaam
+exemplaar te verrijken!"
+
+"Ben je dan niet tevreden met je aanwinst op Nieuw-Zeeland?"
+
+"Wel zeker, nicht Weldon, 'k Ben zoo gelukkig geweest een van die
+nieuwe staphylini machtig te worden, die tot nog toe slechts eenige
+honderden mijlen verder, in Nieuw-Caledonië, gevonden werden."
+
+Op dit oogenblik kwam Dingo, die met Jack speelde, al springende,
+wat dicht bij neef Benedictus.
+
+"Voort! voort!" zei deze, het dier wegduwende.
+
+"Veel ophebben met kakkerlakken en een hekel hebben aan honden!" riep
+kapitein Hull uit. "Hoe is 't mogelijk, mijnheer Benedict!"
+
+"Een goede hond toch!" zei kleine Jack, die den grooten kop van Dingo
+in zijn handjes nam.
+
+"Nu ja, 'k heb niets tegen den hond!..." antwoordde neef
+Benedictus. Maar dit zal 'k je zeggen. Dat drommelsche dier heeft de
+hoop teleurgesteld, die 'k bij zijn eerste ontmoeting had."
+
+"Maar, lieve Hemel!" riep Mevr. Weldon uit, "had je dan gehoopt hem
+te kunnen rangschikken in de orde der tweevleugeligen of in die der
+vliesvleugeligen?"
+
+"Neen," antwoordde neef Benedictus ernstig. "Maar is die Dingo, die
+van Nieuw-Zeelandsch ras is, niet gevonden op de westkust van Afrika?"
+
+"Dat is ongetwijfeld zoo," antwoordde Mevr. Weldon, "en Tom heeft
+het den kapitein van de _Waldeck_ dikwijls hooren zeggen."
+
+"Welnu, 'k had gedacht.... 'k had gehoopt.... dat die hond misschien
+eenige vlooien van een bijzonder ras, eigenaardig aan de Afrikaansche
+fauna, zou hebben meegebracht...."
+
+"Groote goedheid!" riep Mevr. Weldon uit.'
+
+"En dat misschien...." ging neef Benedictus verder, "de een of andere
+culex penetrans of irritans.... van een nieuwe soort...."
+
+"Hoor je, Dingo?" zei kapitein Hull. "Hoor je, mijn hond? je hebt
+volstrekt je plicht niet gedaan!"
+
+"Maar 'k ben een uur bezig geweest met hem te vlooien...." voegde
+de entomoloog op spijtigen toon er bij, "'k heb geen enkel insect
+kunnen vinden."
+
+"En dat zoudt u toch zeker wel onmiddellijk en meedoogenloos ter dood
+gebracht hebben, hoop ik!" riep kapitein Hull uit.
+
+"Mijnheer." antwoordde neef Benedictus droogjes, "weet dat Sir John
+Franklin zich angstvallig wachtte het geringste insect te dooden,
+al was het een Amerikaansche muskiet, wier beten heel wat geduchter
+zijn dan die van de vloo, en toch zult u me toestemmen dat Sir John
+Franklin een zeeman was zooals er weinige gevonden worden!"
+
+"Dat zal waar zijn!" zei kapitein Hull, even buigend.
+
+"En eens, toen hij vreeselijk gehavend werd door een tweevleugelig
+insect, tot de orde der diptera behoorende, (muggen, muskieten,
+vliegen), blies hij het weg, zeggende: Ga heen! De wereld is groot
+genoeg voor u en voor mij!"
+
+"Wel, wel!" zei kapitein Hull.
+
+"Ja mijnheer!"
+
+"Welnu, mijnheer Benedict," hernam kapitein Hull, "een ander, lang
+voor Sir John Franklin, heeft dit al gezegd!"
+
+"Een ander!"
+
+"Ja en die andere is oom Tobias."
+
+"Een entomoloog?" vroeg neef Benedictus levendig.
+
+"Neen! Oom Tobias van Sterne, en die waardige man heeft juist dezelfde
+woorden gesproken toen hij een muskiet liet vliegen die hem kwelde:
+'Ga, arme duivel,' zei hij, 'de wereld is groot genoeg om jou en mij
+te bevatten!'"
+
+"Een braaf mensch die oom Tobias!" antwoordde neef Benedictus. "Is
+hij dood?"
+
+"Dat geloof ik wel," hernam kapitein Hull ernstig, "want hij heeft
+nooit bestaan."
+
+Allen lachten, terwijl zij neef Benedictus aankeken.
+
+Onder dergelijke en vele andere gesprekken, die zoodra neef
+Benedictus er deel aan nam, altijd over een of ander punt der
+entomologische wetenschap liepen, vervlogen de lange uren dezer
+langdurige zeereis. Met een altijd schoone zee, maar met winden
+die de schoenerbrik verplichtten zoo dicht mogelijk bij den wind te
+houden. De _Pelgrim_ kon bij de zwakke bries niet spoedig het oosten
+halen en meer dan ooit verlangde hij die streken te bereiken, waar
+de wind hem gunstiger zoude zijn.
+
+Wij mogen vooral niet verzwijgen dat neef Benedictus getracht had
+den jeugdigen leerling in de verborgenheden der entomologie in te
+wijden. Maar Dick Sand had niet de minste neiging voor de beoefening
+dezer wetenschappen beloond. Uit gebrek aan beter, had de geleerde
+zich nu tot de negers gewend, die er niets van begrepen. Tom, Actéon,
+Bat en Austin waren zelfs de lessen ontloopen en de professor had
+zijn toevlucht genomen tot Hercules, die hem voorkwam wel eenigen
+aanleg te hebben voor natuurlijke historie.
+
+De reusachtige neger leefde dus in de wereld der torren, vleeschetende
+dieren, jagers, kanonniers, doodgravers, aardkevers, sylfen,
+aardtorren, schallebijters, koorwormen, onze-Lieve-Vrouwen-beestjes,
+terwijl hij de gansche verzameling van neef Benedictus bestudeerde,
+niet zonder dat deze duizend angsten uitstond, als hij die teere
+voorwerpen zag tusschen de dikke vingers van Hercules, die zoo hard
+en sterk waren als een schroef. Maar de kolossale leerling hoorde
+zoo gedwee de lessen van den professor aan, dat het wel waard was
+iets te wagen.
+
+Terwijl neef Benedictus zich op deze wijze bezighield, liet
+mevr. Weldon den kleinen Jack ook niet onledig. Ze leerde hem lezen
+en schrijven. Wat het rekenen betreft, was het zijn vriend Dick Sand
+die er hem de eerste beginselen van inprentte.
+
+Op den leeftijd van vijf jaar, dus nog als klein kind, leert men
+misschien beter door praktische spelen dan door theoretische lessen,
+die natuurlijk altijd wat zwaar zijn.
+
+Jack leerde lezen, niet in een A.B.C.-boek. maar door middel van
+beweegbare letters, die in 't rood op vierkante stukjes hout gedrukt
+waren; hij vermaakte zich met deze op die wijze te rangschikken dat
+er woorden van gevormd werden. Somtijds nam Mevr. Weldon deze blokjes
+hout en stelde een woord samen; daarna rommelde zij ze door elkander
+en moest Jack ze dan weer in orde brengen.
+
+De kleine jongen vond het zeer prettig op deze wijze lezen te
+leeren. Iederen dag besteedde hij eenige uren, nu eens in de kajuit
+dan op het dek, aan het rangschikken en weer in de war brengen van
+zijn alphabet.
+
+Dit nu bracht op zekeren dag zulk een buitengewoon en onverwacht
+voorval teweeg, dat het hier eenigszins uitvoerig moet vermeld worden.
+
+In den morgen van den 9n Februari hield Jack, in half liggende houding
+op het dek, zich wederom bezig met het vormen van een woord dat de
+oude Tom weder moest samenstellen, nadat de letters dooreen waren
+geschud. Tom hield de hand voor de oogen om niet valsch te spelen,
+zooals het hoort, want hij mocht niets zien en zag dan ook niets van
+'t geen de kleine jongen deed.
+
+Van deze verschillende letters, ten getale van een vijftig, waren
+eenige dezer vierkante blokjes met een cijfer voorzien, 't geen diende
+om getallen even goed als woorden te vormen.
+
+Deze blokjes waren op het dek gerangschikt, en de kleine Jack nam nu
+eens het eene, dan weer het andere om een woord te vormen--werkelijk
+een heele taak voor het kind.
+
+Nu draaide Dingo sedert eenige oogenblikken om den jongen heen, toen
+hij plotseling bleef staan. Zijn oogen vestigden zich op een punt,
+zijn linkerpoot werd in de hoogte gelicht, zijn staart bewoog zich
+krampachtig. Daarna wierp hij zich eensklaps op een der blokjes,
+pakte het in zijn bek en legde het op eenige schreden van Jack op
+het dek neder.
+
+Dit blokje had een hoofdletter,--de letter S.
+
+"Dingo! Wat is dat! Dingo!" riep de kleine jongen, die eerst bang
+was dat zijn S. door den hond zou ingeslikt worden.
+
+Maar Dingo kwam terug, pakte wederom een ander blokje en legde het
+naast het eerste neder.
+
+Dit tweede blokje was de hoofdletter V.
+
+Op het gezicht van deze V., uitte Jack een kreet.
+
+Dadelijk kwamen Mevr. Weldon, de kapitein en de leerling, die op het
+dek wandelden, toeloopen. De kleine Jack vertelde hun toen wat er
+gebeurd was.
+
+Dingo kende zijn letters! Dingo kon lezen! 't Was zeker, want Jack
+had het gezien!
+
+Dick Sand Wilde de twee blokjes opnemen, om ze aan zijn vriend Jack
+terug te geven, maar Dingo liet zijn tanden zien.
+
+Evenwel gelukte het den leerling weder in het bezit van de twee
+blokjes te komen en hij voegde ze weer bij de anderen.
+
+Doch opnieuw wierp Dingo zich op de twee zelfde letters en legde ze
+weer ter zijde. Dezen keer zette hij er zijn pooten op en scheen vast
+besloten ze te houden. Wat de andere letters van 't alphabet aangaat,
+zij schenen voor hem niet te bestaan.
+
+"Dat is vreemd!" zei Mevr. Weldon.
+
+"Werkelijk zeer zonderling," antwoordde kapitein Hull, die de twee
+letters met aandacht bekeek.
+
+"S. V."--zei Mevr. Weldon.
+
+"S. V."--herhaalde kapitein Hull.
+
+"Dat zijn dezelfde letters als op den halsband van Dingo staan!"
+
+Toen richtte hij zich eensklaps tot den ouden neger en vroeg:
+
+"Tom, heb je me niet verteld dat die hond nog maar kort aan den
+kapitein van de _Waldeck_ behoorde?"
+
+"Ja, mijnheer," antwoordde Tom. "Dingo was nog maar twee jaar aan
+boord."
+
+"En zei je er niet bij dat de kapitein van de _Waldeck_ dien hond op
+de westkust van Afrika had opgenomen."
+
+"Ja, mijnheer, in den omtrek van de monding van den Congo. 'k Heb
+het den kapitein dikwijls hooren vertellen."
+
+"Dus," vroeg kapitein Hull verder, "heeft men nooit geweten aan wien
+deze hond toebehoorde en ook niet van waar hij kwam."
+
+"Nooit mijnheer. Met een verloren hond is 't veel erger gesteld dan
+met een verloren kind. Hij heeft geen papieren en daarenboven kan
+hij niets zeggen."
+
+Kapitein Hull zweeg en was in diep gepeins verzonken.
+
+"Wekken deze twee letters een herinnering bij u op?" vroeg Mevr. Weldon
+den kapitein, na hem eenige oogenblikken met zijn gedachten alleen
+te hebben gelaten.
+
+"Ja, mevrouw, een herinnering, of liever een zonderlinge overeenkomst
+van gebeurtenissen."
+
+"Welke?"
+
+"Deze twee letters zouden wel eens een zin kunnen hebben en onze
+aandacht moeten vestigen op het lot van een stoutmoedig reiziger...."
+
+"Wat wilt u daarmede zeggen?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Dit, Mevrouw. In 1871,--twee jaar geleden dus,--vertrok een Fransch
+reiziger, op aansporing van het Aardrijkskundig Genootschap te Parijs,
+met het doel om dwars door Afrika van het westen naar het oosten
+door te dringen. Zijn punt van aankomst moest zoo dicht mogelijk
+bij kaap Deldago zijn, bij de monden van de Rovouma, die hij moest
+afzakken. Deze Fransche reiziger nu heette Samuel Vernon."
+
+"Samuel Vernon!" herhaalde Mevr. Weldon.
+
+"Ja, mevrouw, en zijn twee namen beginnen juist met de twee letters
+die Dingo onder allen heeft uitgezocht en die op zijn halsband
+gegraveerd zijn."
+
+"Inderdaad!" antwoordde Mevrouw Weldon, "En hoe is 't met den reiziger
+afgeloopen?"
+
+"Die reiziger vertrok," antwoordde kapitein Hull, "en sedert zijn
+vertrek heeft men niets meer van hem vernomen."
+
+"Nooit?" vroeg de leerling.
+
+"Nooit," herhaalde kapitein Hull.
+
+"Wat besluit u daaruit?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Dat Samuel Vernon de oostkust van Afrika niet heeft kunnen bereiken,
+hetzij hij door de inboorlingen gevangen genomen is, hetzij de dood
+hem onderweg heeft getroffen!"
+
+"En dan die hond?...."
+
+"Die hond zal hem toebehoord hebben en gelukkiger dan zijn meester zou
+hij, als mijn stelling juist is, naar het kustland van den Congo hebben
+kunnen terugkomen, omdat hij op het tijdstip dat deze gebeurtenissen
+hebben moeten plaats hebben, door den kapitein van de _Waldeck_
+is opgenomen."
+
+"Maar," merkte Mevr. Weldon op, "weet u of die Fransche reiziger
+bij zijn vertrek een hond bij zich had? Is 't geen eenvoudige
+veronderstelling?"
+
+"'t Is werkelijk maar een eenvoudige Veronderstelling, Mevrouw,"
+antwoordde kapitein Hull. "Maar zeker is 't, dat Dingo de twee
+letters S. en V., die juist de beginletters zijn van de twee namen
+van den Franschen reiziger, kent. Onder welke omstandigheden nu het
+dier geleerd heeft ze te onderscheiden, kan ik niet verklaren, maar,
+nog eens, hij kent ze ongetwijfeld en kijk, hij brengt er zijn poot
+bij en schijnt ons uit te noodigen ze met hem te lezen."
+
+En werkelijk kon men zich niet in het doel van Dingo vergissen.
+
+"Zou Samuel Vernon dan alleen geweest zijn, toen hij het kustland
+van den Congo verliet?" vroeg Dick Sand.
+
+"Dat weet ik niet," antwoordde kapitein Huil. "Maar 't dunkt me
+waarschijnlijk dat hij een geleide van inlanders heeft moeten
+meenemen."
+
+Op dit oogenblik verliet Negoro het verblijf der matrozen en kwam
+aan dek. Niemand merkte in 't eerst zijn tegenwoordigheid op en zag
+den zonderlingen blik dien hij wierp op den hond, toen hij de twee
+letters waarnam voor welke deze, als een jachthond voor het wild,
+scheen stil te staan. Maar Dingo, die den kok nu opmerkte, begon
+teekenen van de hoogste woede te geven.
+
+Negoro ging dadelijk naar het matrozen-verblijf terug, niet zonder
+dat hem een dreigend gebaar tegen den hond ontsnapt was.
+
+"Daar zit iets achter!" mompelde kapitein Hull, wien niets van dit
+kleine tooneel ontgaan was.
+
+"Maar, mijnheer," zei de leerling, "is het niet verwonderlijk dat
+een hond de letters kent van 't alphabet?"
+
+"Wel neen!" riep kleine Jack uit.
+
+"Mama heeft me dikwijls de geschiedenis verteld van een hond die lezen
+en schrijven en zelfs domino kon spelen als een ware schoolmeester."
+
+"Die hond, lief kind, die Munito heette, was geen geleerde, zooals
+je denkt. Als 'k gelooven mag wat men er me van gezegd heeft, zou hij
+de letters waarmee hij zijn woorden samenstelde niet eens van elkaar
+hebben kunnen onderscheiden. Maar zijn meester, een slimme Amerikaan,
+had opgemerkt dat Munito een bijzonder fijn gehoor had en nu had
+hij zich er op toegelegd dat zintuig te oefenen en er verwonderlijke
+uitwerkselen van verkregen."
+
+"Hoe legde hij het aan, mevrouw Weldon?" vroeg Dick Sand, die bijna
+even veel belang in de geschiedenis stelde als kleine jack.
+
+"Dat zal ik u zeggen, mijn vriend. Als Munito voor het publiek moest
+'werken', werden even zulke letters op een tafel uitgespreid. De hond
+liep op deze tafel heen en weer en wachtte totdat een woord werd
+voorgesteld, hetzij met luide, hetzij met zachte stem. Alleen was
+'t een noodzakelijke voorwaarde, dat zijn meester het woord wist."
+
+"Dus zou bij afwezigheid van zijn meester?...." zei de leerling.
+
+"De hond niets hebben kunnen doen," antwoordde Mevr. Weldon, "en
+ziehier waarom niet. Als de letters op de tafel uitgespreid lagen,
+liep Munito door dit alphabet. Kwam hij dan bij de letter welke hij
+moest uitkiezen om het verlangde woord te vormen, dan stond hij stil;
+maar hij bleef staan omdat hij het geluid hoorde van een tandenstoker
+dien de Amerikaan in zijn zak deed rammelen en dat voor ieder ander
+onmerkbaar was. Dit geluid was voor Munito het teeken om de letter
+te nemen en haar in de overeengekomen volgorde te plaatsen."
+
+"En is dat nu het geheele geheim?" vroeg Dick Sand.
+
+"Dat is 't geheele geheim," antwoordde Mevrouw Weldon, "'t Is zeer
+eenvoudig, als alles in de goochelkunst. Bij de afwezigheid van den
+Amerikaan, zou Munito niet meer Munito geweest zijn. 't Verwondert
+me dus wel, dat, nu zijn meester er niet bij is,--zoo al de reiziger
+Samuel Vernon ooit zijn meester geweest is--Dingo die twee letters
+heeft kunnen onderscheiden."
+
+"Dat is werkelijk zeer verwonderlijk," zei kapitein Hull. "Maar
+u moet bedenken, dat er hier slechts sprake is van twee letters,
+twee bijzondere letters, en niet van een woord dat in 't wild gekozen
+wordt. En dan dunkt mij dat die hond die aan de deur van een klooster
+aanbelde om zich meester te maken van den schotel die bestemd was
+voor de arme voorbijgangers, en die andere, die met een van zijn
+natuurgenooten belast was om den anderen dag het spit te draaien en die
+weigerde dezen post waar te nemen als 't zijn beurt niet was, dat deze
+honden, zeg ik, hooger verstandelijk ontwikkeld waren dan Dingo. Hoe
+het zij, we staan hier voor een onbetwistbaar feit. Van al de letters
+van dit alphabet heeft Dingo slechts deze twee uitgezocht: _S._ en
+_V._ De andere schijnt hij zelfs niet te kennen. Men moet er dus uit
+besluiten dat wegens de een of andere reden, die wij niet kennen,
+zijn aandacht bijzonder op deze twee letters is gevestigd geweest."
+
+"Och, kapitein Hull," hernam Dick, "als Dingo maar eens spreken
+kon!.... Misschien zou hij ons dan zeggen wat die twee letters
+beteekenen en waarom hij altijd zijn tanden aan onzen kok laat zien?"
+
+"En welke tanden!" antwoordde kapitein Hull, op het oogenblik dat
+Dingo, zijn bek opende, en dus zijn geducht gebit liet zien.
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+EEN WALVISCH IN 'T GEZICHT.
+
+
+Wat wonder dat dit zonderling voorval meermalen het onderwerp
+uitmaakte van de gesprekken, die op het halfdek van den _Pelgrim_
+tusschen Mevr. Weldon, kapitein Hull en den jeugdigen leerling gehouden
+werden. Deze laatste vooral voelde een instinctmatig wantrouwen jegens
+Negoro, wiens gedrag evenwel niet de minste berisping verdiende.
+
+Ook in het vooruit sprak men er over, maar men maakte daar niet
+dezelfde gevolgtrekkingen. Daar, in het matrozenverblijf, ging Dingo
+eenvoudig door voor een hond, die kon lezen en misschien zelfs beter
+schrijven dan één matroos aan boord. Zoo hij niet sprak, dan had hij
+daar waarschijnlijk goede redenen voor.
+
+"Maar eens," zei de roerganger Bolton, "eens zal die hond ons komen
+vragen, wat we voorleggen als de wind N.W. t. W. 1/2 W. is en dan
+zullen we hem moeten antwoorden!"
+
+"Er zijn dieren die spreken!" hernam een ander matroos, "zooals
+eksters en papegaaien! Waarom zou een hond het ook niet kunnen, al
+hij er lust toe heeft? 't Is moeielijker met een snavel te spreken
+dan met een mond!"
+
+"Zonder twijfel," antwoordde bootsman Howik. "Maar dat is nog nooit
+gebeurd."
+
+Wat zouden die goede menschen verbaasd gestaan hebben, als men
+hun verteld had, dat zoo iets wel degelijk gebeurd was, en dat een
+zeker Deensch geleerde een hond bezat, die duidelijk een twintigtal
+woorden uitsprak. Doch tusschen dat en 't geen dit dier begreep van
+wat hij zei, was een ontzaglijk verschil. Blijkbaar hechtte de hond,
+wiens stemspleet op die wijze georganiseerd was, dat geregelde tonen
+konden voortgebracht worden, niet meer beteekenis aan zijn woorden
+dan de papegaaien, de meerkollen of de eksters aan de hunne. De
+spreekwijze bij deze dieren is niets anders dan een soort van gezang
+of van gesproken kreten, die ontleend zijn aan een vreemde taal,
+waarvan men de beteekenis niet zou begrijpen.
+
+Hoe het zij, Dingo was de held aan boord geworden,--waarop hij zich
+evenwel geenszins liet voorstaan. Meermalen hernieuwde kapitein Hull
+de proef. De blokjes hout van het alphabet werden telkens opnieuw
+voor Dingo geplaatst, en steeds zonder te dwalen, zonder te aarzelen,
+werden de twee letters S. en V. onder alle door het zonderlinge dier
+uitgekozen, terwijl de andere nooit zijn aandacht trokken.
+
+Wat neef Benedictus aangaat, deze proef werd dikwijls voor hem
+herhaald, zonder dat zij hem belang scheen in te boezemen.
+
+"Evenwel," verwaardigde hij zich eens te zeggen, "moet men niet
+aannemen dat de honden alleen het voorrecht hebben op die wijze
+met oordeel begaafd te zijn! Andere dieren evenaren ze, alleen door
+hun instinkt te volgen. Zoo bijv. de ratten die het schip verlaten
+dat bestemd is om in zee te zinken; de bevers die het wassen van
+het water vooruit kunnen zien en hunne dijken dienovereenkomstig
+verhoogen; de paarden van Nicomedes, van Scanderberg en van Oppius,
+wier smart zoo bitter was, dat zij stierven bij den dood hunner
+meesters; de ezels, zoo merkwaardig door hun geheugen, en zoovele
+andere beesten eindelijk die den roem van het dierenrijk geweest
+zijn! Wie heeft niet gehoord van die verwonderlijk afgerichte vogels,
+die zonder fouten woorden schrijven door hunne meesters gedicteerd,
+van kaketoe's die zeer nauwkeurig het aantal personen in een salon
+weten te tellen! Is er geen papegaai geweest die met honderd gouden
+kronen betaald werd en zonder zich een enkel woord te vergissen den
+kardinaal, zijn meester, de Geloofsbelijdenis der apostelen opzei? En
+moet eindelijk de rechtmatige hoogmoed van een entomoloog niet ten
+top stijgen, als hij eenvoudige insecten de bewijzen ziet geven eener
+buitengewone bevatting en welsprekendheid het axioma bevestigen:
+
+
+ In minimis maximus Deus:
+
+
+de mieren, die een lesje zouden kunnen geven aan de magistraatspersonen
+van de grootste steden; de waterspinnen, die duikerklokken vervaardigen
+zonder ooit iets van werktuigkunde geleerd te hebben; de vlooien
+die rijtuigen voorttrekken als echte koetspaarden, die exerceeren
+als soldaten, die beter een kanon afvuren dan de geëxamineerde
+artilleristen van West-Point? [14] Neen! die Dingo verdient den lof
+niet die hem wordt toegezwaaid, en als hij zoo sterk in 't alphabet
+is, dan behoort hij ongetwijfeld tot een ras van bulhonden, dat in de
+classificatie van de zoölogische wetenschap nog geen plaats gevonden
+heeft, den 'canis alphabeticus' van Nieuw-Zeeland!"
+
+Inweerwil van deze en andere redeneeringen van den afgunstigen
+entomoloog, verloor Dingo niets van de algemeene achting en bleef
+hij in de gesprekken van de voorplecht behandeld worden als een
+bijzonder verschijnsel.
+
+Nochtans is het meer dan waarschijnlijk dat Negoro de ingenomenheid
+met het dier van allen aan boord niet deelde. Misschien vond hij hem te
+schrander. Wat hier van zij, de hond toonde altijd dezelfde vijandschap
+tegen den kok en ongetwijfeld zou hij er niet best afgekomen zijn,
+zoo hij van den eenen kant geen hond geweest was die van zich af kon
+bijten en van den anderen kant niet beschermd werd door de sympathie
+van de geheele equipage.
+
+Negoro vermeed dus meer dan ooit zich in tegenwoordigheid van Dingo
+te bevinden. Maar Dick Sand had meenen op te merken dat, sedert het
+voorval der twee letters, de wederkeerige tegenzin van den mensch en
+den hond was toegenomen. Dat was werkelijk onverklaarbaar.
+
+Den 10n Februari begon de wind uit het noord-oosten merkbaar af
+te nemen; reeds was deze gevolgd op die langdurige en verdrietige
+windstilten, gedurende welke de _Pelgrim_ bijna stillag. Kapitein Hull
+mocht dus hopen dat er zich weldra een verandering in de richting
+der luchtstroomen zou voordoen. Eindelijk zou de schoener-brik
+dan misschien voor den wind gaan loopen. Slechts negentien dagen
+geleden hadden zij de haven van Auckland verlaten. De vertraging
+was vooralsnog niet zeer belangrijk en met den wind dwars zou de
+_Pelgrim_, met behulp zijner zeilen, den verloren tijd gemakkelijk
+inhalen. Doch er zouden nog wel eenige dagen verloopen, voor er een
+bestendige bries uit het westen ging waaien.
+
+Dit gedeelte van de Stille-Zuidzee was altijd vrij eenzaam. Bijna
+geen enkel vaartuig vertoonde zich in deze streken. Het was een
+breedte die slechts hoogst zelden door de zeevaarders bezocht werd. De
+walvischvaarders der Zuidelijke zeeën overschreden den keerkring nog
+niet. Men kon dus op den _Pelgrim_, die door bijzondere omstandigheden
+gedwongen was geweest vóór den afloop der kampanjes de plaatsen waar
+gewoonlijk gevischt werd te verlaten, niet verwachten een schip dat
+dezelfde bestemming had te ontmoeten.
+
+Wat de transatlantische pakketbooten betreft, wij hebben reeds gezegd
+dat zij bij haar tochten tusschen Australië en het vasteland van
+Amerika niet zulk een noordelijken parallel volgden.
+
+Doch, omdat de zee verlaten is, moet men niet verzuimen haar tot
+de uiterste grenzen van den horizon gade te slaan. Zij moge voor
+onachtzame geesten eentonig schijnen, voor hem die haar kent en
+begrijpt, is er een oneindige afwisseling in haar op te merken. Haar
+ondoorgrondelijkste veranderingen bekoren de verbeelding van hen
+die de poëzie van den oceaan begrijpen. Een zeeplantje dat met den
+golfslag op en neer gaat, een boschje zeekroos dat slechts een lichte
+rimpeling op de oppervlakte der golven voortbrengt, een eindje plank
+welker geschiedenis men zou willen raden, meer is er niet noodig om aan
+die verbeelding den teugel te vieren. Voor deze oneindigheid wordt de
+geest door niets belemmerd. Onze voorstellingen hebben vrij spel. Elk
+van die moleculen water die de verdamping voortdurend tusschen de zee
+en den hemel doet afwisselen, bevat misschien het geheim van de een of
+andere vreeselijke ramp! Ook moet men ze benijden, hen wier diepste
+gedachten de verborgenheden van den Oceaan weten uit te vorschen,
+die geesten die zich van zijn beweeglijke oppervlakte verheffen tot
+de hoogten des hemels.
+
+En overal vertoont zich het leven, zoowel boven de oppervlakte der
+zee als onder haar. De passagiers van den _Pelgrim_ konden troepen
+vogels zien, die driftig jacht maakten op de kleinste vischjes;
+het waren landverhuizers die voor den winter het ruw klimaat der
+poolstreken verlaten. En meer dan eens gaf Dick Sand, ook hierin,
+als in zoovele andere zaken, den leerling van den heer Weldon, de
+bewijzen zijner verwonderlijke behendigheid met het geweer of pistool,
+door eenige van die vlugge luchtbewoners neer te vellen.
+
+Nu eens waren het witte, dan weder andere stormvogels wier vleugels
+omzoomd waren met een bruin randje. Somwijlen ook trokken troepen
+duiven voorbij of eenige van die vetganzen welker gang op het land
+zoo zwaar en zoo belachelijk is. Evenwel kunnen deze vetganzen,
+zooals kapitein Hull deed opmerken, door zich van hare stompen als
+vinnen te bedienen, de vlugste visschen tarten, in die mate zelfs,
+dat zij somtijds met springvisschen zijn verward geworden.
+
+Hooger doorkliefden reusachtige albatrossen de lucht met groote
+vleugelslagen en zetten zich vervolgens op de oppervlakte der zee
+neder, die zij met hun bek doorwoelden om er hun voedsel te zoeken.
+
+Al die tooneelen leverden een afwisselend schouwspel op, dat alleen
+door hen wier geest gesloten is voor de schoonheden der natuur,
+eentonig zou gevonden worden.
+
+Dienzelfden dag wandelde Mevr. Weldon op het achterdek van den
+_Pelgrim_, toen een vrij zonderling verschijnsel haar aandacht
+trok. Bijna plotseling was de zee roodachtig geworden. Men zou gezegd
+hebben dat zij met bloed was gekleurd, en deze onverklaarbare tint
+strekte zich zoo ver uit als de oogen konden zien.
+
+Op dat oogenblik bevond Dick Sand zich met kleinen Jack bij
+Mevr. Weldon.
+
+"Zie je, Dick," zei zij tot den leerling, "daar die vreemde kleur
+van het water? Zou dat zijn door de een of andere zeeplant?"
+
+"Neen, mevrouw," antwoordde Dick, "die kleur wordt voortgebracht door
+millioenen kleine schaaldiertjes, waarmede de groote zoogdieren zich
+gewoonlijk voeden. De visschers noemen dat met recht 'walvisch-eten'".
+
+"Schaaldiertjes!" zei Mevr. Weldon. "Maar ze zijn zoo klein dat men ze
+bijna zeeinsecten zou kunnen noemen. Neef Benedictus zou er misschien
+gaarne zijn verzameling mee willen verrijken!"
+
+"Neef Benedict!" riep zij toen.
+
+Neef Benedictus kwam toen uit zijn hut te voorschijn, bijna
+gelijktijdig met den kapitein.
+
+"Neef Benedictus," zei Mevr. Weldon, "zie toch eens die onmetelijke
+roodachtige bank, die zich uitstrekt zoover het oog reikt."
+
+"He!" zei kapitein Hull, "dat is walvisch-eten! Mijnheer Benedict,
+ziedaar een schoone gelegenheid om die vreemde soort van schaaldieren
+te bestudeeren!"
+
+"'t Zou wat!" zei de entomoloog.
+
+"Hoe! 't Zou wat!" riep de kapitein uit. "Maar u hebt het recht niet
+zulk een onverschilligheid voor te geven! De schaaldieren maken een
+van de zes klassen der gelede dieren uit [15] als ik me niet bedrieg,
+en als zoodanig...."
+
+"'t Zou wat!" zei nogmaals neef Benedictus, het hoofd schuddende.
+
+"Hoor eens! 'k Vind u vrij onverschillig voor een entomoloog!"
+
+"Entomoloog, goed," antwoordde neef Benedictus, "maar meer bijzonder
+hexapodist, kapitein, onthoud het goed!"
+
+"Hoe het zij," antwoordde de kapitein, "dat u geen belang in die
+schaaldieren stelt, mij wel, maar 't zou heel wat anders wezen, als
+u een walvisschenmaag hadt. Wat een smulpartij, in dat geval! want
+weet u, mevrouw Weldon, als wij, walvischvaarders, gedurende het
+vischseizoen in 't gezicht komen van een bank van die schaaldieren,
+dan worden onmiddellijk de harpoenen en de lijnen in orde gebracht! Wij
+zijn dan zeker dat het wild niet ver af is!"
+
+"Is 't mogelijk dat zulke kleine diertjes zulke groote kunnen
+voeden?" riep Jack uit.
+
+"Wel, mijn jongen," antwoordde kapitein Hull, "geven ons de
+microscopisch fijne meelkorreltjes geen goede soepen? Ja, en de natuur
+heeft het zoo gewild. Wanneer een walvisch zich te midden van dat
+roode water beweegt, is zijn soep gereed en heeft hij niets meer te
+doen dan zijn onmetelijken bek te openen, waarin dadelijk millioenen
+schaaldiertjes worden opgenomen, terwijl de talrijke baarden, waarmede
+het verhemelte van het dier voorzien is, zich uitspreiden als de
+netten van een visscher; niets kan er dan meer uit en een geweldige
+massa schaaldiertjes verzinkt in de enorme maag van den walvisch,
+als de soep van uw diner in de uwe."
+
+"Je begrijpt licht, Jack," merkte Dick Sand op, "dat mijnheer de
+walvisch zijn tijd niet verliest met een voor een die schaaldiertjes
+te pellen, zooals gij garnalen pelt!"
+
+"'k Moet er nog bijvoegen," zei kapitein Hull, "dat juist op het
+oogenblik als de ontzaglijke gulzigaard op die manier bezig is,
+'t gemakkelijkste is hem te naderen zonder zijn wantrouwen te
+wekken. Dat is dus juist het geschiktste oogenblik om hem met eenig
+succes te harpoeneeren."
+
+Op dit oogenblik, en als om kapitein Hull gelijk te geven, deed zich
+de stem van den matroos op den uitkijk hooren: "Een walvisch aan
+bakboordszij vooruit!"
+
+Kapitein Hull had zich opgericht.
+
+"Een walvisch!" riep hij uit.
+
+En door zijn visschersinstinct aangevuurd, snelde hij naar den bak.
+
+Mevr. Weldon, Jack, Dick Sand en zelfs neef Benedictus volgden hem
+terstond.
+
+En werkelijk gaf op vier mijlen onder lij, een zekere borreling
+te kennen dat een groot dier zich te midden der roode golven
+bewoog. Vooral walvischvaarders konden er zich niet in vergissen.
+
+Maar de afstand was nog te groot om de soort te kunnen onderscheiden,
+waartoe dit dier behoorde. Deze soorten zijn inderdaad zeer van
+elkander verschillend.
+
+Was het een van die echte walvisschen die bij voorkeur door de
+visschers van de noordpool-zeeën opgezocht worden? Die walvisschen,
+bij wie de rugvin ontbreekt, maar wier huid eene dikke laag spek
+bedekt, kunnen een lengte van vier-en-tachtig voet bereiken, hoewel
+de gemiddelde lengte geen zestig bedraagt, en in dit geval verschaft
+een enkele van die monsters tot honderd vaten traan.
+
+Was het integendeel een "humpback", die tot de soort der baleinoptera
+behoort,--een woord waarvan de eindlettergreep hem althans de gunst van
+den entomoloog had moeten doen verwerven? Zij zijn het die rugvinnen
+bezitten, wit van kleur en zoo lang als de halve lengte des lichaams,
+die als een paar vleugels uitzien en hem daardoor wel eenigszins op
+een vliegenden walvisch doen gelijken.
+
+Had men niet waarschijnlijker een "vinvisch" in 't gezicht, een
+zoogdier ook bekend onder den naam van "snavelwalvisch", die voorzien
+is van een rugvin en welks lengte die van den echten walvisch kan
+evenaren?
+
+Kapitein Hull en zijn bemanning konden nog geen uitspraak doen, maar
+zij beschouwden het dier nog met meer begeerte dan wel bewondering.
+
+Zoo het waar is dat een horlogemaker geen pendule kan zien zonder de
+onweerstaanbare behoefte te gevoelen haar op te winden, hoeveel meer
+moet dan niet de walvischvaarder op het gezicht van een walvisch door
+een dringende begeerte bezield zijn er zich meester van te maken! De
+jagers op grof wild zijn, zegt men, vuriger dan die op klein wild. Hoe
+grooter het dier is, des te meer wekt het de begeerlijkheid op! Wat
+moeten dan niet de jagers op olifanten en de visschers op walvisschen
+gevoelen! En dan bestond ook nog de teleurstelling der geheele equipage
+van den _Pelgrim_ om met eene halve lading thuis te varen!...
+
+Intusschen trachtte kapitein Hull het dier dat gesignaleerd was,
+te onderscheiden. Het was op dien afstand niet zichtbaar. Evenwel
+kon het geoefend oog van een walvischvaarder zich niet bedriegen in
+zekere bijzonderheden die gemakkelijk van verre te ontdekken waren.
+
+Werkelijk moest de straal, namelijk de kolom van damp en water die
+de walvisch door zijne neusgaten in de hoogte spuit, de aandacht
+wekken van kapitein Hull en hem de soort doen bepalen waartoe deze
+walvisch behoorde.
+
+"Dat is geen echte walvisch!" riep hij uit. "Zijn straal zou hooger
+zijn en een kleiner volumen hebben. Zoo van den anderen kant het
+geraas dat de straal maakt vergeleken kon worden met het verwijderd
+geluid van een stuk geschut, zou ik geneigd zijn te gelooven dat deze
+walvisch tot de soort der 'humpbacks' behoort; maar daar is niets
+van aan en wanneer men goed hoort, dan kan men zich overtuigen dat
+dit geluid van gansch anderen aard is."
+
+"Hoe denkt gij daarover, Dick?" vroeg kapitein Hull den leerling.
+
+"Mij dunkt, kapitein, dat we hier te doen hebben met een vinvisch. Zie
+eens, met welk een geweld hij dien waterstraal in de lucht spuit. Komt
+het u ook niet voor,--'t geen mijne meening zou bevestigen,--dat die
+straal meer water dan verdichte lucht bevat? En dat is immers een
+eigenaardige bijzonderheid van den vinvisch?"
+
+"Je hebt gelijk, Dick," antwoordde kapitein Hull. "Er is geen twijfel
+meer mogelijk! 't Is een vinvisch die aan de oppervlakte van die
+roode golven drijft."
+
+"Wat is dat een prachtig gezicht!" riep Jack uit.
+
+"Ja, mijn jongen! En wanneer men dan bedenkt dat het groote dier daar
+aan zijn ontbijt is en volstrekt niet vermoedt dat walvischvaarders
+naar hem kijken!"
+
+"'k Zou durven verzekeren, dat het een groote vinvisch is," merkte
+Dick Sand aan.
+
+"Ongetwijfeld," antwoordde kapitein Hull, die zich allengs begon op
+te winden, "ik schat hem ten minste op zeventig voet lengte!"
+
+"Ja, ja!" voegde de bootsman er bij. "Een half dozijntje walvisschen
+van die grootte en een schip als het onze zou genoeg hebben!"
+
+"Je hebt gelijk!" antwoordde kapitein Hull, die op de boegspriet klom
+om beter te kunnen zien.
+
+"En als we dezen hadden," voegde de bootsman er bij, "zouden we in
+weinige uren de helft der twee honderd vaten traan kunnen inschepen,
+die ons nog ontbreken."
+
+"Ja! inderdaad.... ja!...." mompelde kapitein Hull.
+
+"Dat is waar," hernam Dick Sand, "maar 't is geen gemakkelijke taak,
+somtijds, die geweldige vinvisschen aan te vallen!"
+
+"Niet gemakkelijk, niet gemakkelijk!" antwoordde kapitein Hull. "Ze
+hebben geduchte staarten, die men niet te dicht moet naderen! De
+sterkste sloep zou aan een goed gerichten slag geen weerstand
+bieden. Maar het voordeel beloont de moeite!"
+
+"Nu!" zei een der matrozen, "een prachtige vinvisch is toch ook een
+prachtige vangst!"
+
+"En winstgevend!" antwoordde een ander.
+
+"'t Zou jammer zijn dezen in 't voorbijgaan niet even te groeten!"
+
+Het was duidelijk dat de brave zeelieden op het gezicht van den
+walvisch hoe langer hoe meer bezield werden met den wensch hem te
+vangen. Een gansche lading traan maar voor het grijpen? Er bleef
+volgens hen niets anders meer te doen dan de vaten in het ruim van
+den Pelgrim te stuwen om de lading er van aan te vullen!
+
+Eenige matrozen die in het want van den fokkemast geklommen waren,
+deden kreten van begeerlijkheid hooren. Kapitein Hull sprak niet en
+stond op zijn nagels te bijten. Het was alsof een onweerstaanbare
+magneet den _Pelgrim_ en zijn geheele equipage aantrok.
+
+"Mama, mama!" hoorde men kleine Jack roepen, "'k zou zoo graag den
+walvisch hebben om te zien hoe hij er uit ziet!"
+
+"Zoo, zoo, zou je dien walvisch willen hebben, mijn jongen? Wel! waarom
+niet, vrienden!" antwoordde kapitein Hull, die eindelijk aan zijn
+geheime begeerte toegaf. "De hulpvisschers ontbreken ons wel, dat is
+waar, maar wij alleen...."
+
+"Ja, ja!" riepen de matrozen als uit één mond. "'t Zou de eerste keer
+niet zijn dat ik als harpoenier fungeer," voegde kapitein Hull er bij,
+"en dan zult ge kunnen oordeelen of ik den harpoen nog kan werpen!"
+
+"Hoera! hoera! hoera!" was het antwoord der bemanning.
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+TOEBEREIDSELEN.
+
+
+Men begrijpt licht dat het gezicht van dit reusachtig zoogdier zeer
+geschikt was om de bemanning van den _Pelgrim_ in zulk een opgewonden
+stemming te brengen.
+
+De walvisch, die zich te midden der roode golven bewoog, scheen
+ontzettend groot te zijn. Het was voorzeker zeer verleidelijk hem te
+vangen en de lading op deze wijze vol te maken! Konden visschers een
+dergelijke gelegenheid laten ontsnappen?
+
+Evenwel meende Mevr. Weldon aan kapitein Hull te moeten vragen of er
+geen gevaar voor de bemanning en voor hem in gelegen was een walvisch
+onder zulke ongunstige omstandigheden aan te vallen.
+
+"In het minst niet, mevrouw Weldon," antwoordde kapitein
+Hull. "Meermalen is het mij gebeurd dat ik den walvisch met een enkele
+boot vervolgde en 'k heb hem altijd meester kunnen worden. 'k Zeg
+u nogmaals, er is in 't geheel geen gevaar voor ons en dus ook niet
+voor u."
+
+Mevrouw Weldon was volkomen gerust gesteld en drong nu niet meer aan.
+
+Kapitein Hull nam nu dadelijk maatregelen om den walvisch te
+vangen. Hij wist bij ondervinding dat de jacht op deze soort van
+walvisschen met vrij ernstige moeilijkheden gepaard gaat en hij wilde
+deze allen trachten te voorkomen.
+
+Wat vooral deze vangst minder gemakkelijk maakte, was dat de equipage
+van de schoenerbrik slechts met een enkele boot kon werken, alhoewel
+de _Pelgrim_ een sloep bezat die in haar davits tusschen den grooten
+en den fokkemast hing, daarenboven drie walvischsloepen, waarvan twee
+langs bakboords- en stuurboordszijde waren opgehangen en de derde
+aan het hek.
+
+Gewoonlijk werden deze drie walvischsloepen gelijktijdig bij de
+vervolging der walvisschen gebruikt. Maar gedurende het vischseizoen
+werd, zooals men weet, een hulpequipage, ontleend aan sommige
+factorijen op Nieuw-Zeeland, aan boord genomen.
+
+Doch in de omstandigheden waarin de _Pelgrim_ voor het oogenblik
+verkeerde, waren er slechts vijf matrozen beschikbaar, juist genoeg
+om een enkele der walvischsloepen te wapenen. De hulp van Tom en
+zijn kameraden aan te nemen, die zich dadelijk hadden aangeboden,
+was onmogelijk, want het besturen van een whaleboot vordert bijzonder
+daartoe afgerichte zeelieden. Een verkeerde manoeuvre met het roer of
+een riem kan bij den aanval het behoud van de sloep in gevaar brengen.
+
+Van den anderen kant wilde kapitein Hull zijn schip niet verlaten
+zonder er althans een man der bemanning achter te laten in wien hij
+vertrouwen stelde. Men moest op alle mogelijkheden bedacht zijn.
+
+Nu was kapitein Hull verplicht om ter bemanning der sloep flinke
+zeelieden te kiezen en moest zich daarom voor de zorg om op den
+_Pelgrim_ de wacht te houden op Dick Sand verlaten.
+
+"Dick," zei hij tot dezen, "u belast ik om in mijn afwezigheid,
+die naar ik hoop, niet lang zal zijn, aan boord te blijven!"
+
+"Goed, mijnheer," antwoordde de leerling.
+
+Dick had nu eigenlijk wel gaarne deel willen nemen aan die visscherij,
+die een groote aantrekkelijkheid voor hem had, maar hij begreep dat
+eensdeels de armen van een volwassen man beter geschikt waren voor
+de bediening der walvischsloep dan de zijne en dat anderdeels hij
+alleen kapitein Hull kon vervangen. Hij onderwierp zich dus.
+
+De bemanning der sloep zou uit vijf man bestaan, bootsman Howik
+er onder begrepen, die de geheele bemanning van den _Pelgrim_
+uitmaakten. De vier matrozen zouden de riemen hanteeren en Howik den
+langen riem houden, die dient om een boot dezer soort te besturen. Van
+een eenvoudig roer zou de werking niet snel genoeg zijn en bijaldien
+de riemen buiten dienst gesteld worden, kan de lange of stuurriem,
+zoo hij goed gehanteerd wordt, de sloep buiten het bereik der slagen
+van het monster brengen.
+
+Wat kapitein Hull aangaat, deze had voor zich den post van harpoenier
+bewaard en zooals hij reeds zei, het zou niet de eerste maal zijn. Hij
+moest het eerst den harpoen werpen, daarna het afloopen van de lange
+lijn bewaken die aan zijn uiteinde was bevestigd en vervolgens het
+dier, zoodra het zich aan de oppervlakte van den oceaan vertoonde
+met lanssteken afmaken.
+
+De walvischvangers maken somtijds gebruik van vuurwapenen voor deze
+soort van visscherij. Door middel van een daartoe ingericht werktuig,
+een soort van klein kanon, of aan boord van het vaartuig, of voor in
+de boot, werpen zij, hetzij een harpoen die de lijn aan zijn uiteinde
+bevestigd medevoert, of ontplofbare kogels die groote verwoestingen
+in het lichaam van het dier aanrichten.
+
+Maar de _Pelgrim_ was niet van toestellen dezer soort voorzien. Het
+zijn trouwens vuurwapenen van hoogen prijs, die vrij moeielijk te
+behandelen zijn, en de visschers die niet veel met nieuwigheden op
+hebben, schijnen het gebruik der van ouds gebruikelijke wapenen te
+verkiezen, waarvan zij zich behendig bedienen, namelijk den harpoen
+en de lans.
+
+Het is dus met de gewone middelen, den walvisch namelijk met de
+blanke wapenen aan te vallen, dat kapitein Hull zou beproeven den
+vinvisch, die op vijf mijlen van zijn vaartuig gesignaleerd was,
+machtig te worden.
+
+Overigens zou het weder dezen tocht begunstigen. De zee was zeer kalm
+en gunstig voor de manoeuvres van een walvischvanger. De wind was
+aan het afnemen en de _Pelgrim_ zou slechts zeer weinig afdrijven,
+terwijl zijn equipage zich in volle zee bezighield.
+
+De walvischsloep aan stuurboordszijde werd dus dadelijk gestreken en
+de vier matrozen bemanden het ranke vaartuigje.
+
+Howik reikte hun twee van die lange werpspiesen over, die als harpoenen
+moeten dienen en daarna twee lange lansen met scherpe punten. Bij deze
+aanvalswapenen voegde hij vijf strengen, buigzame en sterke touwen,
+die de walvischvangers "lijnen" noemen en die een lengte hebben van
+zeshonderd voet. Korter mogen zij niet zijn, want het gebeurt meermalen
+dat al deze "lijnen" aan elkander gebonden, niet toereikend zijn om
+den walvisch bij zijn vaart naar de diepte genoeg te kunnen vieren.
+
+Dat waren de verschillende toestellen die met zorg vóór in de sloep
+gereed gelegd werden.
+
+Howik en de vier matrozen wachtten nog slechts op de order om den
+sleper los te gooien.
+
+Een enkele plaats vóór in de sloep,--die van kapitein Hull,--was
+nog onbezet.
+
+Het spreekt van zelf dat de equipage van de _Pelgrim_, alvorens van
+boord te gaan, het schip bijgedraaid had. Met andere woorden, de raas
+werden zoodanig gebrast, dat de zeilen, tegen elkander in werkende,
+de schoenerbrik nagenoeg op dezelfde plaats hielden.
+
+Op het oogenblik dat kapitein Hull zich zou inschepen, wierp hij nog
+een laatsten blik op zijn vaartuig. Hij overtuigde zich dat alles
+in orde was, met behoorlijk gestelde zeilen. Daar hij den leerling
+gedurende een afwezigheid van misschien eenige uren aan boord liet,
+wilde hij met recht dat Dick Sand, tenzij uit noodzakelijkheid geen
+enkele manoeuvre had uit te voeren.
+
+Op het punt van te vertrekken, gaf hij hem zijn laatste instructies.
+
+"Dick," zei hij, "ik laat je alleen. Zorg voor alles. Zoo 't, wat zeer
+onwaarschijnlijk is, noodig werd het schip te manoeuvreeren ingeval
+we te ver bij de vervolging van den walvisch werden meegevoerd, zouden
+Tom en zijn kameraden je zeer goed kunnen helpen. Door ze goed aan hun
+verstand te brengen wat ze te doen hebben, ben ik er zeker van dat ze
+'t doen zouden."
+
+"Ja, kapitein Hull," antwoordde de oude Tom, "en mijnheer Dick kan
+op ons rekenen."
+
+"Beveel, beveel!" riep Bat. "We zouden zoo graag willen helpen!"
+
+"Waaraan moeten we trekken?..." vroeg Hercules, terwijl hij de wijde
+mouwen van zijn wambuis opstroopte.
+
+"Aan niets op 't oogenblik," antwoordde Dick Sand glimlachende.
+
+"Tot uw dienst," hernam de kolossale kerel.
+
+"Dick," hernam, kapitein Hull, "'t is mooi weer. De wind is gaan
+liggen. Geen enkel teeken zie ik dat hij weer aan zal wakkeren. Wat
+er gebeure, strijk geen boot en verlaat het schip niet!"
+
+"Dat beloof ik u, kapitein."
+
+"Als het noodig mocht worden dat de _Pelgrim_ naar ons toekwam,
+zou ik je waarschuwen door een vlag aan een bootshaak te hijschen."
+
+"Wees gerust, kapitein, 'k zal de sloep niet uit het oog verliezen,"
+antwoordde Dick Sand.
+
+"Goed, mijn jongen. Moed en koelbloedigheid. Je bent nu tweede
+kapitein. Houd je graad in eer. Nooit heeft iemand van dien leeftijd
+hem bekleed!"
+
+Dick Sand antwoordde niet, maar een blos van vergenoegen verspreidde
+zich over zijn gelaat. Kapitein Hull begreep dezen blos en dezen
+glimlach.
+
+"Die brave jongen," dacht hij, "bescheiden en vergenoegd, zoo is
+de jongen!"
+
+Evenwel bleek het uit deze dringende aanbevelingen duidelijk dat, al
+stak er werkelijk niets gewaagds in, kapitein Hull niet gaarne zijn
+schip verliet, zelfs niet voor eenige uren. Maar zijn onweerstaanbaar
+visschersinstinct en vooral de vurige begeerte zijn lading traan aan
+te vullen en aan de verplichtingen te voldoen die James W. Weldon te
+Valparaiso had aangegaan, dat alles vuurde hem aan het avontuur te
+wagen. Daarenboven was de zee op 't oogenblik zoo bijzonder geschikt om
+een walvisch te vervolgen. Noch zijn equipage, noch hij zelf konden
+zulk een verzoeking weerstaan. De tocht zou op die wijze nog goed
+kunnen worden en deze laatste beweegreden was het vooral die hem alle
+bedenkingen over het hoofd deed zien.
+
+Kapitein Hull richtte zich naar de valreep.
+
+"Veel geluk!" wenschte Mevr. Weldon hem.
+
+"Heb dank, mevrouw Weldon!"
+
+"Doe dien armen walvisch toch vooral niet te veel pijn!" riep kleine
+Jack.
+
+"Neen, mijn jongen!" antwoordde kapitein Hull.
+
+"Vang hem heel zachtjes, mijnheer."
+
+"Ja.... met handschoenen, Jack!"
+
+"Somtijds," merkte neef Benedictus aan, "vindt men vrij zeldzame
+insecten op den rug van die groote zoogdieren!"
+
+"Goed, mijnheer Benedict," antwoordde kapitein Hull lachend, "u hebt
+het recht om je hart als entomoloog zooveel als je maar wilt op te
+halen als onze visch langs den _Pelgrim_ drijft!"
+
+Daarna zich tot Tom wendende, zeide hij:
+
+"Tom, 'k reken op u en je kameraden, om ons den walvisch te helpen aan
+stukken houwen, als hij aan den romp van het schip is vastgesjord,--wat
+niet lang zal duren."
+
+"U zult ons volkomen bereid vinden, mijnheer," antwoordde de oude
+neger.
+
+"Goed!" antwoordde kapitein Hull.--"Dick, die goede menschen zullen
+je helpen de ledige vaten gereed te maken. Terwijl we weg zijn zullen
+ze die op het dek brengen en dan zal het werk bij onze terugkomst
+met spoed gaan."
+
+"'t Zal geschieden, kapitein."
+
+Voor hen die het niet weten, zij hier gezegd dat de walvisch, eens
+dood, naar den _Pelgrim_ gesleept en stevig aan stuurboordszijde moest
+vastgesjord worden. Dan gaan er matrozen, wier laarzen met scherpe
+haken voorzien zijn op den rug van het ontzaglijk gevaarte zitten en
+hakken het in regelmatige, evenwijdig loopende strooken in de richting
+van den kop naar den staart. Deze strooken worden dan in stukken van
+anderhalven voet gesneden en verder in kleinere stukken verdeeld,
+die, na in de vaten weggestuwd te zijn in het ruim worden geborgen.
+
+Meestentijds tracht de walvischvaarder, zoodra de visscherij is
+afgeloopen, zoo spoedig mogelijk den wal te halen, teneinde de
+laatste hand aan de bewerking van den visch te leggen. De equipage
+zoekt ergens aan het strand een geschikte plaats om tot het smelten
+van het spek over te gaan, dat onder de werking van het vuur het
+bruikbare gedeelte, namelijk de traan, levert. [16]
+
+Maar in de omstandigheden waarin kapitein Hull op het oogenblik
+verkeerde, kon hij moeielijk teruggaan, om deze bewerking te voltooien
+en dacht hij het eerst te Valparaiso te doen. Bovendien hoopte hij met
+dezen wind, die, voordat er twintig dagen zouden verloopen zijn, weldra
+naar het westen zou loopen, de Amerikaansche kust te bereiken, en dit
+tijdsverloop kon de resultaten zijner vangst niet in gevaar brengen.
+
+Het oogenblik van vertrek was nu gekomen. Voordat de _Pelgrim_ door het
+tegenbrassen der zeilen nagenoeg onbeweeglijk was geworden, had men hem
+iets dichter bij de plaats gebracht waar de walvisch door het uitwerpen
+van damp en water zijn tegenwoordigheid bleef te kennen geven.
+
+De walvisch zwom altijd te midden van het uitgestrekte roode veld
+van schaaldiertjes en opende automatisch zijn ontzaglijken bek om
+bij elken slok millioenen diertjes op te slorpen.
+
+Volgens de deskundigen aan boord, bestond er volstrekt geen vrees
+dat hij zou ontsnappen. Hij was ongetwijfeld wat de visschers een
+"vechtwalvisch," noemen.
+
+Kapitein Hull stapte de verschansing over, liet zich langs de valreep
+zakken, en stapte voor in de boot.
+
+Mevr. Weldon, Jack, neef Benedictus, Tom en zijn kameraden riepen
+den kapitein geluk en een laatst vaarwel toe.
+
+Dingo zelfs, die op zijn achterpooten ging staan en zijn kop boven
+de reeling uitstak, scheen de equipage vaarwel te zeggen.
+
+Daarna begaven allen zich naar het voorschip, om toch vooral niets
+van al de belangwekkende tooneelen eener dergelijke visscherij te
+verliezen.
+
+De walvischsloep stak van boord en begon onder de krachtige riemslagen
+van haar vier riemen zich van den _Pelgrim_ te verwijderen.
+
+"Pas goed op, Dick, pas goed op!" riep kapitein Hull een laatste maal
+den leerling toe. "Een oog voor het schip, een oog voor de sloep,
+mijn jongen! Vergeet het niet!"
+
+"Wees gerust, kapitein," antwoordde Dick Sand, die bij het roer
+ging staan.
+
+De lichte boot bevond zich reeds verscheiden honderden voeten van
+het schip af. Kapitein Hull, overeind op de voorplecht, kon zich
+nu niet meer doen hooren, maar hernieuwde zijn aanbevelingen met de
+nadrukkelijkste gebaren.
+
+Op dat oogenblik liet Dingo, nog altijd met zijn pooten op de reeling,
+een jammerlijk geblaf hooren, dat op bijgeloovige menschen een
+ongunstigen indruk zou gemaakt hebben.
+
+Dit geblaf deed zelfs Mevr. Weldon ontstellen.
+
+"Dingo," zei ze, "Dingo! moedig je op die wijze je vrienden aan? Kom,
+een helder, vroolijk geblaf!"
+
+Maar de hond blafte niet meer, liet zich op zijn pooten neervallen en
+kwam langzaam naar Mevr. Weldon toe, wier hand hij vriendelijk likte.
+
+"Hij kwispelstaart niet!" mompelde Tom. "Een slecht teeken! Een
+slecht teeken!"
+
+Maar bijna op hetzelfde oogenblik richtte Dingo zich op en barstte
+in een woedend gehuil uit.
+
+Mevr. Weldon keerde zich om.
+
+Negoro had zoo even het matrozenverblijf verlaten en richtte zich
+naar de voorplecht, met het blijkbare doel om evenals de anderen,
+de manoeuvres van de walvischsloep gade te slaan.
+
+Dingo vloog op den kok toe, ten prooi aan de grootste, doch tevens
+aan de meest onverklaarbare woede.
+
+Negoro pakte een handspaak en nam een verdedigende houding aan.
+
+De hond was op het punt hem naar de keel te vliegen.
+
+"Hier, Dingo, hier!" riep Dick Sand, die zijn post van observatie
+een oogenblik verliet en naar voren liep.
+
+Ook Mevr. Weldon van haar kant trachtte den hond te doen bedaren.
+
+Dingo gehoorzaamde, niet zonder tegenzin en kwam, een dof gebrom
+doende hooren, naar den leerling terug.
+
+Negoro had geen enkel woord geuit, maar was een oogenblik bleek
+geworden. Vervolgens zijn handspaak latende vallen, ging hij naar
+zijn hut terug.
+
+"Hercules," zei Dick Sand daarop, "ik draag je dringend op het oog
+op dien man te houden."
+
+"'k Zal hem in 't oog houden," antwoordde Hercules eenvoudig, terwijl
+zijn twee kolossale vuisten zich ten teeken van toestemming sloten.
+
+Mevr. Weldon en Dick Sand sloegen den blik na dit voorval wederom op
+de sloep, die door haar vier riemen snel werd voortbewogen.
+
+Weldra was zij nog slechts een stip op de onmetelijke zee.
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+DE WALVISCH.
+
+
+Kapitein Hull, een man van ondervinding in de jacht op walvischen,
+liet niets aan het toeval over. De vangst van een vinvisch vooral,
+is een moeielijke taak en geen enkele voorzorg mag verzuimd worden. En
+geen enkele werd verzuimd in deze omstandigheid.
+
+Al dadelijk bestuurde kapitein Hull de sloep op die wijze dat zij den
+walvisch aan lij zou naderen, opdat hij door niet het minste geluid
+kon verontrust worden.
+
+Howik bestuurde dus de sloep volgens de vrij uitgestrekte kromme lijn
+die de roodachtige bank afteekende, te midden waarvan de walvisch
+zijn ontbijt gebruikte. Men moest dus om hem heen varen.
+
+De bootsman die deze manoeuvre ten uitvoer bracht, was een zeeman van
+groote koelbloedigheid, in wien kapitein Hull het meeste vertrouwen
+stelde. Men had van hem geen aarzeling, noch verstrooiing te vreezen.
+
+"Pas op je roer, Howik," zei kapitein Huil. "We zullen probeeren den
+walvisch te verrassen en hem met rust laten totdat we dichtbij genoeg
+zijn om hem te harpoeneeren."
+
+"Begrepen, mijnheer," antwoordde de bootsman. "Ik zal den omtrek,
+van dat roodachtig water volgen, maar op die wijze dat we altijd aan
+lij blijven."
+
+"Goed!" zei kapitein Hull.--"Jongens, zoo stil mogelijk geroeid."
+
+De met stroo omwonden riemen ploften dan ook bij elken slag zonder
+eenig geruisch in het water.
+
+De met behendigheid door den bootsman bestuurde sloep, had de
+uitgestrekte bank der schaaldieren bereikt. Aan stuurboordszijde
+dompelden zich de riemen nog in het groene heldere water, terwijl
+van die aan bakboordszij, de roodachtige vloeistof als met duizenden
+bloeddruppels scheen af te stroomen.
+
+"Wijn en water!" zei een der matrozen.
+
+"Ja," antwoordde kapitein Hull, "maar water dat men niet drinken en
+wijn dien men niet slikken kan!--Kom jongens, geen gepraat meer en
+flink doorgezet!"
+
+De door den bootsman bestuurde sloep, gleed zonder geruisch over
+de oppervlakte van het vetachtige water, alsof zij over een laag
+olie heenvoer.
+
+De walvisch bewoog zich niet en scheen de boot, die een kring om haar
+heen beschreef, niet opgemerkt te hebben.
+
+Natuurlijk moest kapitein Hull bij het maken van dezen omweg zich al
+verder en verder van den _Pelgrim_ verwijderen, die door den afstand
+allengs kleiner werd.
+
+De snelheid waarmede de voorwerpen in zee door den afstand afnemen,
+heeft altijd iets zonderlings. Het is alsof men ze bekijkt door een
+verrekijker dien men omgekeerd in de hand houdt. Dit gezichtsbedrog
+moet blijkbaar daaraan toegeschreven worden dat de punten van
+vergelijking ons in die onmetelijke ruimten ontbreken. Zoo ging het
+ook met den _Pelgrim_, die zichtbaar afnam en reeds veel verder af
+scheen dan dat hij het werkelijk was.
+
+Een half uur nadat kapitein Hull en de zijnen het schip verlaten
+hadden, bevonden zij zich juist aan lij van den walvisch, zoodanig
+dat deze zich in het midden tusschen het schip en de sloep bevond.
+
+Het oogenblik was dus nu gekomen om hem zoo stil mogelijk te
+naderen. Het was niet onmogelijk dat men ter zijde van het dier komen
+en het op den geschikten afstand kon harpoeneeren, voordat hij hen
+opgemerkt had.
+
+"Roeit wat zachter, jongens," zei kapitein Hull met gesmoorde stem.
+
+"Me dunkt," antwoordde Howik, "dat het grondeltje iets gemerkt
+heeft! want het spuit minder hard dan straks!"
+
+"Stilte! stilte!" hernam kapitein Hull.
+
+Vijf minuten later, bevond zich de sloep een kabellengte van den
+walvisch af. [17]
+
+De bootsman, achter in de sloep overeind staande, stuurde zoodanig dat
+zij het reusachtige zoogdier aan de linkerzijde naderden, maar vermeed
+daarbij met de grootste zorg in het bereik van zijn ontzaglijken
+staart te komen, waarvan één slag voldoende ware geweest om de boot
+te verbrijzelen.
+
+Vóór in de boot stond kapitein Hull, met de beenen een weinig uiteen
+om des te beter zijn evenwicht te kunnen bewaren, bij het doen van
+den eersten worp. Men mocht gerust op zijn behendigheid rekenen,
+waarvan hij weldra de bewijzen zou geven als de harpoen in de dikke
+massa bleef steken, die boven het water uitkwam.
+
+Bij den kapitein, in een balie, lag een der vijf lijnen opgeschoten,
+die stevig aan den harpoen bevestigd was en waaraan achtereenvolgens
+de vier andere zouden geknoopt worden, indien de walvisch zeer diep
+onderdook.
+
+"Zijn we er, jongens?" vroeg kapitein Hull zacht.
+
+"Ja," antwoordde Howik, terwijl hij zijn riem stevig in zijn krachtige
+vuisten vastklemde.
+
+"Leg aan! leg aan!"
+
+De bootsman voldeed aan het bevel en de sloep legde zich op ongeveer
+tien voet aan de zijde van het dier.
+
+Dit verplaatste zich niet en scheen te slapen. De walvisschen die
+men op deze wijze in hun slaap verrast, kunnen gemakkelijker gevangen
+worden en het gebeurt dikwijls dat de eerste worp hen reeds doodelijk
+treft.
+
+"Die onbeweeglijkheid is nog al vreemd!" dacht de kapitein. "De schelm
+moet niet slapen, en toch!.... Daar zit iets achter!"
+
+Zoo dacht de bootsman er ook over, die het dier ook aan de andere
+zijde trachtte te zien.
+
+Doch het was nu geen tijd om na te denken, men moest handelen.
+
+Kapitein Hull, die zijn harpoen bij het midden van den steel gevat
+had, hield hem meermalen in evenwicht teneinde zich des te beter van
+de juistheid van zijn worp te verzekeren, terwijl hij op de zijde
+van den walvisch mikte. Daarna wierp hij hem met alle kracht.
+
+"Strijken, strijken!" riep hij dadelijk.
+
+En de matrozen, gelijktijdig achteruit roeiende, deden de sloep snel
+achteruitgaan, met het doel haar voorzichtig buiten het bereik van
+het zeemonster te brengen.
+
+Maar op dit oogenblik deed een kreet van den bootsman begrijpen
+waarom de walvisch zich zoo lang en zoo zonderling onbeweeglijk aan
+de oppervlakte der zee hield.
+
+"Een walvischjong!" zeide hij.
+
+En werkelijk had de walvisch, na door den harpoen getroffen te zijn,
+zich bijna geheel op de zijde gewend, terwijl het dier op die wijze
+een jong liet zien dat het bezig was te zoogen.
+
+Deze omstandigheid, en Kapitein Hull was hiervan zeer goed bewust,
+moest de vangst van den walvisch veel moeielijker maken. De moeder
+zou zich natuurlijk met meer woede verdedigen, zoowel voor zich zelve
+als om haar "kleintje" te beschermen--indien men althans dien naam
+kan geven aan een dier dat niet minder dan twintig voet was.
+
+Evenwel werd de vrees dat de walvisch zich onmiddellijk op de sloep
+zou werpen niet bewaarheid en er was geen reden, om de lijn, waaraan
+de harpoen bevestigd was, door te snijden, met het doel om dadelijk
+op de vlucht te gaan. Integendeel, en zooals dit meestal gebeurt,
+dook de walvisch, gevolgd door zijn jong, eerst in zeer schuinsche
+richting; daarna, zich met een ontzaglijken sprong in de hoogte
+werpende, begon hij met buitengewone snelheid aan de oppervlakte van
+het water te zwemmen.
+
+Maar voordat hij onderdook, hadden kapitein Hull en de bootsman,
+die beiden overeind in de boot stonden, den tijd gehad hem te zien
+en hem dus op zijn juiste waarde te schatten.
+
+En werkelijk was deze "vinvisch" een walvisch van de grootste
+soort. Zijn lengte bedroeg van den kop tot den staart minstens tachtig
+voet. Zijn huid, van een geelachtig bruin, was als bezaaid met talrijke
+vlekken van donkerder kleur.
+
+Het ware inderdaad jammer geweest, na een gelukkigen aanval bij
+het begin, in de noodzakelijkheid te zijn zulk een rijke prooi te
+laten varen.
+
+De vervolging, of liever het op sleeptouw nemen was begonnen.
+
+De walvischsloep, met de riemen "op", snelde als een pijl op den rug
+der golven voort.
+
+Howik stuurde uitmuntend, niettegenstaande haar snelle en groote
+gieren.
+
+Kapitein Hull met het oog op zijn prooi, liet onophoudelijk zijn
+eeuwig refrein hooren:
+
+"Pas goed op, Howik, pas goed op!"
+
+En men kon zich verzekerd houden, dat de waakzaamheid van den bootsman
+geen enkel oogenblik faalde.
+
+Daar evenwel de sloep op verre na niet met dezelfde snelheid gierde als
+de walvisch, liep de harpoenlijn met zulk een verbazende snelheid af,
+dat zij telkens op het punt stond bij de wrijving langs boord vuur
+te vatten. Ook zorgde kapitein Hull haar nat te houden, door de balie
+waarin zij opgeschoten lag, met water te vullen.
+
+Nochtans scheen de walvisch zich niet in zijn loop op te houden,
+noch hem te willen matigen. De tweede lijn werd dus aan de eerste
+vastgehecht en weldra met dezelfde snelheid als de eerste ontrold.
+
+Na vijf minuten moest de derde lijn aangeknoopt worden, die even als
+de twee eerste onder het water was verdwenen.
+
+En nog altijd verminderde de walvisch zijn vaart niet. De harpoen
+was blijkbaar in geen voor het leven gevaarlijk lichaamsdeel
+doorgedrongen. Men kon zelfs aan de meer schuinsche richting der lijn
+opmerken, dat het dier, inplaats van aan de oppervlakte terug te komen,
+tot in diepere lagen doordrong.
+
+"Wel duivels!" riep kapitein Huil, "die schelm zal ons waarlijk onze
+vijf lijnen opeten!"
+
+"En ons een tot op goeden afstand van den _Pelgrim_
+medeslepen!" antwoordde de bootsman.
+
+"Hij zal toch aan de oppervlakte moeten terugkomen om adem te
+scheppen!" hernam kapitein Hull. "Hij behoort niet tot de visschen
+en heeft even goed zijn voorraad lucht noodig als ieder ander
+particulier!"
+
+"Hij zal zijn adem ingehouden hebben om beter te kunnen loopen!" zei
+al lachende een der matrozen.
+
+Werkelijk bleef de lijn met dezelfde snelheid af loopen.
+
+Weldra werd het noodig de vierde lijn bij de derde te voegen en
+werkelijk begonnen de matrozen zich wel wat ongerust te maken omtrent
+hun toekomstig aandeel in de winst.
+
+"Wel drommels!" mompelde kapitein Hull, "zoo iets heb ik nog nooit
+gezien! Satansche visch!"
+
+Eindelijk moest ook de vijfde lijn er aan, en reeds was zij tot op
+de helft afgerold, toen er eindelijk wat bocht in scheen te komen.
+
+"Komaan!" riep kapitein Hull, "de lijn is minder gespannen! De walvisch
+wordt moe!"
+
+Op dit oogenblik bevond de _Pelgrim_ zich op meer dan vijf mijlen
+aan lij van de walvischsloep.
+
+Kapitein Hull heesch nu een vlag aan het einde van een bootshaak en
+gaf daarmede het afgesproken signaal om dichter bij te komen.
+
+En bijna dadelijk kon hij zien dat Dick Sand, geholpen door Tom en
+zijn kameraden, volbraste, en zoo dicht mogelijk aan den wind hield.
+
+Maar de bries was zwak en ongestadig. Zij kwam slechts bij vlagen van
+korten duur. Zeer zeker zou de _Pelgrim_ eenige moeite hebben om de
+sloep te bereiken, indien het al mogelijk was.
+
+Intusschen was de walvisch zooals men voorspeld had, aan de oppervlakte
+teruggekomen om adem te halen, altijd nog met den harpoen in zijn
+zijde. Hij bleef toen nagenoeg onbeweeglijk en scheen op zijn jong te
+wachten, dat bij deze woeste jacht natuurlijk had moeten achterblijven.
+
+Kapitein Hull liet hard aan roeien, om hem te naderen en weldra was
+hij er weder dichtbij.
+
+Twee riemen werden opgelicht en twee matrozen wapenden zich, zooals de
+kapitein het reeds gedaan had, met lange lansen om het dier te treffen.
+
+Howik bestuurde nu de boot zeer behendig en hield zich gereed snel af
+te houden, in het geval dat de walvisch haar plotseling zou aanvallen.
+
+"Opgepast!" riep kapitein Hull. "Laat geen worp verloren gaan! Mikt
+goed, jongens! Ben je klaar, Howik?"
+
+"Klaar, mijnheer," antwoordde de bootsman, "maar een ding maakt me
+ongerust en dat is dat het dier, na zoo snel gevlucht te zijn, op
+dit oogenblik zoo stil is!"
+
+"Je hebt gelijk, Howik, dat komt me ook verdacht voor."
+
+"Laten we op onze hoede zijn!"
+
+"Ja, maar laten we vooruit gaan."
+
+Kapitein Hull wond zich steeds meer op.
+
+De boot kwam nog dichter bij. De walvisch wendde zich op de plaats
+zelve rond. Zijn jong bevond zich niet meer bij hem en misschien
+zocht hij het.
+
+Plotseling maakte hij een beweging met zijn staart, die hem een dertig
+voet verder bracht.
+
+Zou hij opnieuw op de vlucht gaan en moest die eindelooze vervolging
+hervat worden?
+
+"Opgepast!" riep kapitein Hull. "Het dier neemt zijn aanloop en zal
+zich op ons werpen! Houd koers, Howik, houd koers!"
+
+De walvisch had zich werkelijk zoodanig gewend dat hij met den kop
+naar de sloep gekeerd lag. Daarna de zee met zijn ontzaglijke vinnen
+doende opbruisen, stortte hij zich vooruit.
+
+De bootsman die op den rechtstreekschen aanval voorbereid was,
+manoeuvreerde op die wijze dat de walvisch langs de boot heengleed,
+zonder haar evenwel te raken.
+
+Kapitein Hull en de twee matrozen brachten hem in het voorbijgaan drie
+krachtige lanssteken toe en trachtten eenig levensorgaan te treffen.
+
+De walvisch hield plotseling op en terwijl hij twee stralen water,
+met bloed gemengd, tot een groote hoogte in de lucht spoot, stortte
+hij zich wederom als met een vervaarlijken sprong op de boot en was
+werkelijk vreeselijk om aan te zien.
+
+Voorzeker moesten deze zeelieden koene visschers zijn om bij een
+gelegenheid als deze bedaard te blijven.
+
+Nogmaals wist Howik behendig den aanval van het dier te ontwijken
+door het roer aan boord te gooien.
+
+Door drie nieuwe, op het geschikte oogenblik toegebrachte stooten,
+kreeg het dier drie nieuwe verwondingen. Maar in het voorbijgaan
+sloeg hij het water zoo geweldig met zijn geduchten staart, dat een
+ontzaglijke golf de sloep bijna deed omslaan en haar voor de helft
+met water vulde.
+
+"De puts, de puts!" riep kapitein Hull.
+
+De twee matrozen lieten hunne riemen loopen en gingen snel aan het
+uithoozen van de sloep, terwijl de kapitein de lijn doorsneed die nu
+nutteloos geworden was.
+
+Neen! de walvisch woedend geworden door de pijn, dacht aan geen
+vluchten meer. Op zijn beurt was hij nu de aanvaller en zijn
+doodsstrijd dreigde vreeselijk te zijn.
+
+Voor den derden keer wierp hij zich om en storte zich opnieuw op
+de boot.
+
+Maar deze, half vol water, kon niet meer met dezelfde gemakkelijkheid
+bestuurd worden, en hoe zou zij onder deze omstandigheden den schok
+vermijden die haar dreigde? Luisterde zij niet meer naar het roer,
+nog veel minder kon zij op de vlucht gaan.
+
+En bovendien, hoeveel vaart de boot ook had geloopen, zou de vlugge
+walvisch haar in weinige sprongen achterhaald hebben. Het kwam er nu
+niet meer op aan aan te vallen, men moest zich nu verdedigen.
+
+Kapitein Hull begreep het terecht.
+
+De derde aanval van het dier kon niet geheel afgewend worden. In het
+voorbijgaan raakte hij de sloep even met zijn ontzaglijke rugvin aan,
+maar met zulk eene ontzettende kracht, dat Howik van zijn bank werd
+geworpen.
+
+De drie lansen die door de schommeling ongelukkig afweken, misten
+dezen keer haar doel.
+
+"Howik! Howik!" riep kapitein Hull, die zelf moeite had te blijven
+staan.
+
+"Present!" antwoordde de bootsman, zich oprichtende.
+
+Maar op hetzelfde oogenblik merkte hij dat zijn lange of stuurriem
+in zijn val doormidden was gebroken.
+
+"Een anderen riem!" zei kapitein Hull.
+
+"Al klaar," antwoordde Howik.
+
+Op dit oogenblik deed zich op slechts weinige vademen van de sloep
+af een borreling onder het water hooren.
+
+Het walvischjong kwam weder te voorschijn. De walvisch zag het en
+snelde naar hem toe.
+
+Deze omstandigheid zou aan de worsteling slechts een vreeselijker
+karakter mededeelen. De walvisch zou nu den strijd hervatten voor twee.
+
+Kapitein Hull keek naar den kant van den _Pelgrim_. Zijn hand bewoog
+driftig den staak met de vlag.
+
+Wat kon Dick Sand anders doen dan hetgeen hij bij het eerste signaal
+van den kapitein reeds gedaan had? De zeilen van den _Pelgrim_ stonden
+bij en de wind begon ze te zwellen. Ongelukkig bezat de schoener-brik
+geen schroef welker werking men kon aanzetten om sneller te loopen. Een
+der booten te strijken en den kapitein met behulp der negers bij te
+staan, zou een groot tijdverlies geweest zijn en bovendien had ook
+de leerling bevel ontvangen niet van boord te gaan, wat er ook mocht
+gebeuren. Evenwel streek hij de boot die aan het hek hing en nam die
+op sleper, opdat de kapitein, zoo het noodig was, er de vlucht in
+kon nemen.
+
+Op dit oogenblik had de walvisch, het jong met zijn lichaam bedekkende,
+den aanval hervat. Dezen keer scheen zijn plan te zijn rechtstreeks
+op de sloep aan te vallen.
+
+"Opgepast, Howik!" riep een laatste maal kapitein Hull.
+
+Maar de bootsman was zoo goed als ongewapend. In plaats van een
+hefboom, waarvan de lengte de kracht uitmaakte, hield hij slechts
+een betrekkelijk korten riem in de hand.
+
+Hij trachtte af te houden.
+
+Het was onmogelijk.
+
+De matrozen begrepen dat zij verloren waren. Allen richten zich op en
+dezen een vreeselijken kreet hooren, die misschien op den _Pelgrim_
+wel gehoord kon worden.
+
+Een vreeselijke slag met den staart van het monster had de
+walvischsloep van onderen getroffen.
+
+De boot, met onweerstaanbaar geweld in de lucht geslingerd, viel in
+drie stukken neder, te midden der golven, die door de sprongen van
+den walvisch met woest geweld tegen elkander aanbotsten.
+
+De ongelukkige matrozen, hoewel ernstig gekwetst, zouden misschien
+de kracht gehad hebben zich, hetzij al zwemmende, hetzij zich aan
+een of ander drijvend voorwerp vastgrijpende, boven water te houden.
+
+Dit deed ook kapitein Hull, dien men een oogenblik den bootsman op
+een drijvend stuk hout zag trekken....
+
+Maar de walvisch, ten toppunt van woede, keerde zich om, maakte een
+vervaarlijken sprong, misschien in de laatste oogenblikken van een
+vreeselijken doodsstrijd, en sloeg met zijn geduchten staart het
+woelige water waarin de ongelukkigen nog rondzwommen!
+
+Gedurende eenige minuten zag men slechts een vloeibare waterkolom
+die zich in duizende kleine waterstralen naar alle kanten verspreidde.
+
+Toen een kwartier later Dick Sand zich met de negers in de boot
+geworpen en het tooneel van het ongeluk bereikt had, waren alle levende
+wezens verdwenen. Eenige overblijfselen van de walvischsloep was
+alles wat er op de oppervlakte der bloedroode golven was overgebleven.
+
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+KAPITEIN SAND.
+
+
+De eerste indruk door deze verschrikkelijke ramp op de passagiers
+van den _Pelgrim_ teweeggebracht, was een mengsel van medelijden en
+schrik. Zij dachten slechts aan den ontzettenden dood van kapitein
+Hull en zijn vijf matrozen. Dit ijselijk tooneel had zich nagenoeg
+onder hunne oogen afgespeeld zonder dat zij iets hadden kunnen doen
+om hen te redden! Zij waren zelfs te laat gekomen om de bemanning der
+walvischsloep, hunne ongelukkige verwonde, maar nog levende makkers
+op te nemen, en den romp van den _Pelgrim_ te stellen tegenover de
+geduchte slagen van den walvisch! Kapitein Hull en zijne matrozen
+waren voor altijd verdwenen!
+
+Toen de schoenerbrik op de plaats van het onheil was aangekomen,
+viel Mevr. Weldon op de knieën, met de handen ten hemel opgeheven.
+
+"Laat ons bidden!" zei de vrome vrouw.
+
+De kleine Jack knielde weenende bij zijne moeder. Het arme kind
+had alles begrepen. Dick Sand, Nan, Tom en de andere negers stonden
+overeind met gebogen hoofd. Allen herhaalden bij zich zelven het gebed
+dat Mevr. Weldon tot God richtte, terwijl zij aan zijne oneindige
+goedheid hen beval, die zooeven voor hem verschenen waren.
+
+Daarna, zich tot haar metgezellen richtende, zei Mevr. Weldon:
+
+"En nu, mijne vrienden, laat ons van God de kracht en den moed
+afsmeeken om ons te helpen!"
+
+Ja! zij konden niet genoeg de hulp afbidden van Hem die alles vermag,
+want hun toestand was hoogst ernstig!
+
+Het schip dat hen droeg, had geen kapitein meer om hen te commandeeren,
+geen bemanning meer om het te besturen. Het bevond zich te midden van
+de onmetelijke Stille-Zuidzee, op honderden mijlen van eenig land,
+overgegeven aan wind en golven.
+
+Welk noodlot had toch dien walvisch op den weg van den _Pelgrim_
+geleid? Welk grooter noodlot nog had den ongelukkigen kapitein Hull,
+gewoonlijk zoo verstandig, aangespoord om alles op het spel te zetten,
+teneinde zijn lading aan te vullen? En welke ramp, vreeselijker
+dan deze, kon er opgeteekend worden in de jaarboeken van de groote
+visscherij, waarbij geen enkel matroos van de walvischsloep had kunnen
+gered worden!
+
+Ja! het was een vreeselijk noodlot!
+
+Inderdaad was er geen enkele zeeman meer aan boord van den _Pelgrim_.
+
+Toch! een enkele! Dick Sand, maar het was slechts een leerling,
+een jongeling van vijftien jaar!
+
+Kapitein, bootsman, matrozen, men kon zeggen dat de geheele bemanning
+nu in hem alleen vereenigd was.
+
+En aan boord bevond zich een passagier, een moeder en haar zoon,
+wier tegenwoordigheid den toestand nog moeielijker maakte.
+
+Verder waren er ook eenige negers, goede menschen, moedig en ijverig,
+ongetwijfeld bereid om iedereen te gehoorzamen die in staat zou zijn
+hen te commandeeren, doch ontbloot van de eenvoudigste begrippen van
+het zeemansvak!
+
+Dick Sand stond daar onbeweeglijk, de armen over elkander geslagen en
+den blik gewend naar de plaats waar kapitein Hull, zijn weldoener en
+beschermer, voor wien hij een kinderlijke liefde gevoelde, verzwolgen
+was. Daarna doorzochten zijn oogen den horizont om naar eenig vaartuig
+uit te zien, dat hij hulp en bijstand verzocht zou hebben en waaraan
+hij althans Mevr. Weldon had kunnen toevertrouwen.
+
+Hij zou daarom toch den _Pelgrim_ niet verlaten hebben, neen, voorzeker
+niet, zonder alles gedaan te hebben om hen naar een veilige haven
+te brengen. Maar Mevr. Weldon en haar kleine jongen waren dan in
+veiligheid geweest en hij zou niet meer te vreezen gehad hebben voor
+die twee wezens, aan wie hij zich met lichaam en ziel gewijd had.
+
+De oceaan was verlaten. Sedert de verdwijning van den walvisch had
+geen enkel voorwerp de onmetelijke vlakte verstoord. Niets dan water en
+lucht rondom den _Pelgrim_. De jeugdige leerling wist maar al te goed,
+dat hij zich buiten den gewonen weg der koopvaardijschepen bevond en
+dat de andere walvischvaarders nog ver weg ter visscherij verwijlden.
+
+Evenwel was het zaak den toestand onder de oogen te zien en de dingen
+in het ware licht te beschouwen. Dit deed Dick Sand, maar vroeg
+daarbij aan God, uit het binnenste zijns harten, hulp en bijstand.
+
+Welk besluit zou hij nemen?
+
+Op dit oogenblik verscheen Negoro op het dek, dat hij na de ramp
+verlaten had. Niemand had kunnen zeggen wat zulk een raadselachtig
+wezen bij dit onherstelbaar ongeluk gevoeld had. Had hij het onheil
+mede aangezien zonder eenig teeken te geven en zonder een oogenblik van
+zijn stomme rol af te wijken. Met de oogen had hij al de bijzonderheden
+van het ongelukkig voorval verslonden. Maar indien men op zulk een
+oogenblik op de gedachte gekomen was hem waar te nemen, zou men er
+zich althans over verwonderd hebben dat geen enkele spier van zijn
+hardvochtig gelaat zich vertrok. Zeker is het dat hij deed alsof hij
+niets gehoord had toen Mevr. Weldon allen opriep om voor de gezonken
+bemanning te bidden.
+
+Negoro begaf zich naar het achterdek, naar de plaats waar Dick Sand
+onbeweeglijk in gedachten verzonken stond. Hij bleef op drie schreden
+van den leerling af staan.
+
+"Moet je me spreken?" vroeg Dick Sand.
+
+"'k Moet kapitein Hull spreken," antwoordde Negoro koel, "of als dat
+niet kan, den bootsman Howik."
+
+"Je weet wel dat beide zijn omgekomen!" riep de leerling uit.
+
+"Wie commandeert dan nu aan boord?" vroeg Negoro onbeschaamd.
+
+"Ik," antwoordde Dick Sand zonder de minste aarzeling.
+
+"Gij!" zeide Negoro, de schouders optrekkende. "Een kapitein van
+vijftien jaar!"
+
+"Een kapitein van vijftien jaar!" antwoordde de leerling, op den
+kok toeloopende.
+
+Deze ging achteruit.
+
+"Vergeet niet," zei toen Mevr. Weldon, "dat er hier slechts één
+kapitein is.... kapitein Sand, en 't is goed dat iedereen wete dat
+hij zich zal doen gehoorzamen!"
+
+Negoro boog, terwijl hij op spottenden toon eenige woorden mompelde
+die men niet hooren kon en hij daarna naar zijn verblijf terugkeerde.
+
+Men ziet, Dick had een besluit genomen.
+
+Intusschen was de schoenerbrik, door de werking van de bries die begon
+op te steken, de uitgestrekte bank schaaldieren reeds voorbijgestevend.
+
+Dick Sand nam den toestand van het tuig op. Daarna daalden zijn oogen
+op het dek neder. Hij had daarbij het gevoel dat, zoo er voortaan
+een geduchte verantwoordelijkheid op hem rustte, hij de kracht moest
+hebben haar op zich te nemen. Hij dorst hen aanzien de overlevenden
+van den _Pelgrim_, wier oogen nu op hem gericht waren. En terwijl
+hij in hunne blikken las, dat hij op hen kon rekenen, zeide hij hun
+in twee woorden dat zij zich op hunne beurt op hem konden verlaten.
+
+Dick Sand had in alle oprechtheid zijn geweten onderzocht.
+
+Mocht hij al in staat zijn om met behulp van de armen van Tom en zijn
+kameraden naar omstandigheden voldoende te kunnen manoeuvreeren, toch
+bezat hij natuurlijk nog al de kundigheden niet die noodig waren om
+zijn bestek door berekening te bepalen.
+
+Ware Dick Sand vier of vijf jaar ouder geweest, zoo zou hij het
+schoone, maar moeielijke zeemansvak in den grond gekend hebben! Hij zou
+zich hebben weten te bedienen van den sextant, het instrument waarmede
+kapitein Hull de sterrenhoogte nam! Hij zou op den chronometer den
+middelbaren tijd van Greenwich afgelezen en met behulp daarvan en
+den bekenden uurhoek, de lengte gevonden hebben. De zon zou elken
+dag zijn raadgeefster geweest zijn! De maan en de planeten zouden
+hem gezegd hebben: Daar op dat punt van den Oceaan bevindt zich
+uw schip! Het uitspansel waar langs de sterren zich bewegen als de
+wijzers van een volkomen juist uurwerk, dat uitspansel zou hem de uren
+en de afstanden geleerd hebben! Door de sterrenkundige waarnemingen,
+zou hij op een mijl na de plaats hebben leeren bepalen, zooals zijn
+kapitein zulk elken dag deed, waar de _Pelgrim_ zich bevond, zoowel
+als den afgelegden weg en den weg die nog afgelegd moest worden!
+
+En nu moest hij geheel op gegist bestek varen, dat wil zeggen: zich
+alleen op de log en het kompas verlaten, waarvan hij de miswijzing
+in rekening kon brengen.
+
+Evenwel verloor hij den moed niet.
+
+Mevr. Weldon had zeer goed begrepen, wat er in het moedige hart van
+den leerling omging.
+
+"Heb dank, Dick," zeide zij tot hem met vaste stem. "Kapitein Hull
+is niet meer! Zijn geheele equipage is met hem omgekomen. Het lot van
+het schip is in uw handen! Dick, je zult het schip met allen die het
+draagt, redden."
+
+"Ja, mevrouw," antwoordde Dick Sand, "ja, met Gods hulp zal ik het
+beproeven."
+
+"Tom en zijn kameraden zijn brave menschen die je volkomen kunt
+vertrouwen."
+
+"'k Weet het en 'k zal er zeelieden van maken. We zullen samen
+manoeuvreeren en met goed weer zal het best gaan, maar met slecht
+weer,--welnu, met slecht weer, zullen we alles doen wat we kunnen en
+we zullen u redden, mevrouw Weldon, u en uw kleinen Jack, allen. Ja,
+'k voel dat 'k het doen zal...."
+
+En hij voegde er bij:
+
+"Met Gods hulp!"
+
+"En nu, Dick, zou je juist kunnen zeggen, waar we ons op 't oogenblik
+bevinden?"
+
+"Zeer gemakkelijk," antwoordde de leerling, "'k Heb niets anders te
+doen dan de kaart te raadplegen, waarop kapitein Hull gisteren nog
+het bestek heeft afgezet."
+
+"En zou je den goeden koers kunnen aangeven?"
+
+"Ja, 'k zou den steven naar het oosten kunnen wenden, nagenoeg naar
+dat punt van de Amerikaansche kust waar we moeten aanlanden."
+
+"Maar, Dick," hernam Mevr. Weldon, "je begrijpt, niet waar, dat deze
+ramp onze eerste plannen kan en zelfs moet wijzigen? Er is nu geen
+sprake meer van den _Pelgrim_ naar Valparaiso te brengen. De dichtstbij
+gelegen haven van de Amerikaansche kust is nu zijn bestemming."
+
+"Ongetwijfeld, mevrouw," antwoordde de leerling. "Maak u vooral maar
+niet ongerust! We kunnen niet missen de Amerikaansche kust die zich
+zoo ver zuidelijk uitstrekt te bereiken."
+
+"Waar is zij gelegen?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Daar, in die richting," antwoordde Dick Sand, het oosten met den
+vinger aanwijzende.
+
+"Welnu, Dick, 't komt er niet op aan of we Valparaiso of een ander
+punt van de kust bereiken. Het voornaamste is dat we aan land komen."
+
+"En 't zal geschieden, mevrouw Weldon, 'k zal u op een veilige plaats
+ontschepen," antwoordde de leerling met vaste stem. "Bovendien geef ik
+de hoop niet op om, als we dichter bij land komen, eenige vaartuigen
+te ontmoeten die den kusthandel drijven. Kom! mevrouw Weldon, de wind
+loopt naar het noord-oosten! God geve dat hij daar blijve, dan zullen
+we flink vooruitkomen, want we zullen alle zeilen bijzetten."
+
+Dick Sand had dit alles gezegd met het vertrouwen van den zeeman, die
+weet dat hij een goed schip onder zich heeft, een schip waarvan hij
+volkomen meester is. Hij ging aan het roer en riep zijn metgezellen
+om de zeilen behoorlijk te stellen, toen Mevr. Weldon hem er aan
+herinnerde dat hij vooral goed de plaats moest kennen waar de _Pelgrim_
+zich bevond.
+
+Dit was inderdaad iets dat geen uitstel gedoogde. Dick Sand begaf zich
+naar de kajuit van den kapitein en haalde daar de kaart waarop het
+bestek den vorigen dag juist was aangegeven. Hij kon dus Mevr. Weldon
+toonen dat de schoener-brik zich op 43° 35' breedte en op 164° 13'
+lengte bevond, want sedert vier-en-twintig uren was zij nagenoeg
+stationnair gebleven.
+
+Mevr. Weldon had zich over deze kaart heengebogen. Zij zag de
+bruine tint die de aarde, rechts van den uitgestrekten Oceaan moest
+voorstellen. Het was het kustland van Zuid-Amerika, dat als een
+onmetelijke slagboom, van Kaap Hoorn af tot aan de stranden van
+Columbia toe, tusschen de Stille Zuidzee en den Atlantischen Oceaan
+geworpen is. Bij de beschouwing van deze kaart, waarop een gansche
+oceaan was afgebeeld, kwam onwillekeurig de gedachte bij haar op dat
+het zeer gemakkelijk zoude zijn de passagiers van den _Pelgrim_ naar
+hun vaderland terug te brengen. Dit is een zinsbedrog dat zich steeds
+bij iedereen voordoet die niet bekend is met de schalen waarnaar de
+zeekaarten vervaardigd worden Werkelijk scheen het Mevr. Weldon toe dat
+het land in het gezicht moest zijn, zooals het op dit stuk papier was.
+
+En evenwel zou de _Pelgrim_ te midden van dit witte stuk papier,
+op zijn juiste schaal afgebeeld, kleiner geweest zijn dan het
+allerkleinste der infusiediertjes! Dit mathematische punt, zonder
+waarneembare afmetingen, zou als verloren beschouwd zijn, zooals het
+werkelijk het geval was, in de onmetelijkheid van de Stille Zuidzee!
+
+Dick Sand zelf had niet denzelfden indruk als Mevr. Weldon
+ondervonden. Hij wist dat het land ver verwijderd was en dat honderden
+mijlen niet voldoende waren om den afstand, die het van hen scheidde,
+te meten. Maar zijn besluit was genomen: Hij was een man geworden
+door de verantwoordelijkheid, die op zijn schouders rustte.
+
+Het oogenblik om te handelen was gekomen. Men moest van deze bries
+uit het noord-oosten, die aanwakkerde, gebruik maken. De tegenwind had
+eindelijk voor een gunstigen wind plaats gemaakt en eenige "cyrrhus"
+wolken, hier en daar aan de kim opkomende, wezen aan dat hij althans
+gedurende eenigen tijd zou aanhouden.
+
+Dick Sand riep Tom en zijn kameraden.
+
+"Mijne vrienden," zoo sprak hij hun toe, "ons schip heeft geen andere
+equipage meer dan u. Zonder uwe hulp kan ik het niet besturen. Ge
+zijt wel geen zeelieden, maar ge hebt goede armen: Stelt ze dan ten
+dienste van den _Pelgrim_, dan zullen we hem kunnen besturen. Ons
+aller heil is er mede gemoeid dat alles goed gaat aan boord."
+
+"Mijnheer Dick," antwoordde Tom, "ik en mijn kameraden, wij zijn uwe
+matrozen. Aan goeden wil zal het ons niet ontbreken. Alles wat mannen
+vermogen, door u aangevoerd, zal gedaan worden."
+
+"Goed gesproken, oude Tom," zei Mevr. Weldon.
+
+"Ja, goed gesproken," hernam Dick Sand, "maar we moeten voorzichtig
+zijn en 'k zal niet alle zeilen laten bijzetten, om niets in de
+waagschaal te stellen. Een beetje minder snelheid, maar meer veiligheid
+in acht te nemen, wordt ons dringend door de omstandigheden geboden. 'k
+Zal u aanwijzen, mijne vrienden, wat iedereen te doen staat. Wat
+mij betreft, ik blijf aan 't roer, zoolang ik door vermoeidheid niet
+genoodzaakt wordt het over te geven. Eenige uren slaap van tijd tot
+tijd zijn voldoende om me weer in orde te brengen. Maar gedurende dien
+tijd, moet een van u me vervangen. Tom, 'k zal je wijzen hoe men op het
+kompas stuurt. 't Is niet moeielijk en met een weinig oplettendheid,
+zult ge spoedig goed kunnen sturen."
+
+"Zoodra u maar wilt, mijnheer Dick," antwoordde de oude neger.
+
+"Komaan," antwoordde de leerling, "blijf bij mij, aan het roer tot
+van avond en als ik door den slaap overmand mocht worden, zul je me
+al spoedig eenige uren kunnen vervangen."
+
+"En ik," zei de kleine Jack, "kan ik onzen vriend Dick ook niet een
+handje helpen?"
+
+"Ja, lief kind," antwoordde Mevr. Weldon, terwijl zij Jack in hare
+armen drukte, "jij zult ook leeren sturen, en 'k geloof zeker dat,
+zoolang jij aan 't roer zult staan, we goeden wind zullen hebben!"
+
+"Zeker! Zeker! moeder, 'k beloof het u!" antwoordde de kleine jongen
+in de handen klappende.
+
+"Ja," zei de jeugdige leerling glimlachende, "het spreekwoord:
+'de goede scheepsjongens weten een goeden wind te houden,' is bij
+onze zeelieden zeer bekend!"
+
+Daarna wendde hij zich tot Tom en de andere negers: "Mijne vrienden,"
+zei hij, "we zullen volbrassen. Doe maar wat ik je zeggen zal."
+
+"Tot uw dienst," antwoordde Tom, "tot uw dienst, kapitein Sand."
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE VIER VOLGENDE DAGEN.
+
+
+Dick Sand was dus nu de kapitein van den _Pelgrim_, en, zonder
+een oogenblik te verliezen, nam hij de noodige maatregelen om zeil
+te zetten.
+
+Het spreekt van zelf dat slechts één hoop de passagiers kon bezielen,
+die namelijk, om de een of andere haven op de Amerikaansche kust
+te bereiken, zooal niet Valparaiso. Wat Dick Sand dacht te doen,
+was den koers en de vaart van den Pelgrim op te teekenen en er een
+gemiddelde uit op te maken. Daartoe was het voldoende elken dag,
+zooals wij reeds zeiden, door middel van de log en het kompas den
+afgelegden weg op de kaart af te zetten. Er bevond zich juist een van
+die "patentlogs", met wijzers en een schroef aan boord, die voor een
+bepaalden tijd de juiste snelheid aangeven. Dit nuttig instrument,
+zeer gemakkelijk in 't gebruik, kon de grootste diensten bewijzen,
+en daarbij waren de negers volkomen in staat het te behandelen.
+
+Een enkele bron van dwaling zou er altijd blijven bestaan,--de
+stroomen. Om haar te bestrijden, waren de log en het kompas
+onvoldoende, alleen de astronomische waarnemingen zouden er een juiste
+rekening van hebben kunnen geven. Maar de leerling was nog niet in
+staat deze waarnemingen te doen.
+
+Dick Sand had er een oogenblik over gedacht om met den Pelgrim naar
+Nieuw-Zeeland te stevenen. De overtocht zou niet zoo lang geweest
+zijn en voorzeker zou hij het gedaan hebben, indien de wind, die tot
+nog toe tegen geweest was, niet gunstig was geworden.
+
+Het was dus beter den steven naar Amerika te wenden.
+
+En werkelijk was de wind gedraaid en woei nu uit het noord-westen,
+met neiging om aan te wakkeren. Men moest er dus gebruik van maken
+en zooveel mogelijk spoed maken.
+
+Dick Sand maakte zich dus gereed om den _Pelgrim_ zijn koers te
+doen vervolgen.
+
+Op een schoenerbrik draagt de fokkemast vier vierkante zeilen; de fok,
+aan den ondermast; boven, het marszeil, aan de marssteng; verder aan
+de bramsteng, een bramzeil en een bovenbramzeil.
+
+De groote mast is daarentegen minder van zeilen voorzien. Achter den
+ondermast heeft hij slechts een brikzeil en daarboven een gaftopzeil.
+
+Tusschen deze twee masten, aan de stagen, die ze van voren steunen, kan
+men nog een driedubbele verdieping van driehoekige zeilen aanbrengen.
+
+Eindelijk, op den voorsteven, aan den boegspriet en haar kluifhout
+worden de drie stagzeilen bevestigd.
+
+De stagzeilen, het brikzeil, het topzeil, de tusschenstagzeilen zijn
+gemakkelijk te behandelen. Zij kunnen van dek af geheschen worden,
+zonder dat het noodig is in den mast te klimmen, omdat zij niet aan de
+raas bevestigd worden met beslagseizings, die men eerst moet losmaken.
+
+Integendeel vordert het zetten der vierkante zeilen meerdere
+oefening. Het is toch noodig, als men ze wil bijzetten, hetzij
+in de mars van den fokkemast te klimmen, hetzij op de bramzaling,
+hetzij in het bramwant van genoemden mast,--en dat zoowel om ze los
+te maken of ze te bergen, als om hunne oppervlakte te verkleinen
+door ze te reven. Daarvoor is men dan verplicht op de paarden te
+loopen,--beweeglijke touwen onder de raas gespannen,--met ééne hand te
+werken en zich met de andere vast te houden, een gevaarlijke manoeuvre
+voor iedereen die het niet gewoon is. Het slingeren en stampen van het
+schip, het slaan der zeilen bij een flinke bries, doen gemakkelijk
+een man over boord slaan. Men kan zich voorstellen dat dergelijke
+gymnastische toeren voor Tom en zijn kameraden zeer gevaarlijk waren.
+
+Zeer gelukkig was de wind gematigd en het slingeren en het stampen
+niet hevig.
+
+Toen Dick Sand, op het signaal van kapitein Hull, zich naar het
+tooneel van de ramp begeven had, lag de _Pelgrim_ alleen onder zijn
+tusschenstagzeilen, brikzeil en marszeil. Om zoo spoedig mogelijk
+voltebrassen, had Dick niets anders te doen dan het voortuig om
+te halen, waarbij de negers hem gemakkelijk geholpen hadden. De
+zeilen moesten dus nu kant worden gezet en om alles bij te zetten,
+het bramzeil, het gaftopzeil en de stagzeilen worden geheschen.
+
+"Vrienden," zei de leerling tot de vijf negers, "als ge doet wat ik
+commandeer, zal alles goed gaan."
+
+Dick Sand was aan het stuurrad gebleven.
+
+"Hola Tom," riep hij, "vier gauw dat touw af!"
+
+"Afvieren....?" zei Tom, die niets van deze uitdrukking begreep.
+
+"Ja.... maak het maar los!--En jij ook, Bat!.... Goed zoo!.... Haal
+aan.... Kom, trekken!"
+
+"Zoo goed?" zei Bat.
+
+"Ja, goed zoo. Best!.... Kom, flink aangepakt!"
+
+Om tot Hercules te zeggen: "flink aangepakt!" was misschien
+onvoorzichtig. De reus deed een ruk om alles 't onderste boven
+te halen.
+
+"Niet zoo hard, mijn jongen!" riep Dick Sand glimlachend. "Je zult
+'t geheele want naar beneden trekken!"
+
+"'k Heb nauwelijks getrokken," antwoordde Hercules.
+
+"Nu, doe maar alsof je trekt! Je zult zien dat dat genoeg is!.... Goed,
+laat schieten.... vier.... Leg vast.... goed zoo!.... Goed! Haal de
+brassen aan...."
+
+En het geheele Vaartuig welks bakboordsbrassen los lagen, ging langzaam
+aan 't draaien. De wind, de zeilen nu doende zwellen, deelde aan het
+schip een zekere snelheid mede.
+
+Dick Sand liet toen de voorschooten afvieren. Daarna riep hij de
+negers op het achterdek.
+
+"Ziezoo, vrienden, dat heb jelui er eens goed afgebracht! Nu moeten
+we ons met het groottuig bezig houden. Maar breek niets, Hercules."
+
+"Ik hoop het niet," antwoordde de kolos, zonder zich tot iets meer
+te willen verbinden.
+
+Deze tweede manoeuvre was nog al gemakkelijk. Nadat de boomschoot
+zachtjes gevierd was geworden, nam het brikzeil den wind beter op en
+voegde het zijn machtige werking bij die van de voorzeilen.
+
+Nu werd het topzeil geheschen, en daar het eenvoudig gegeid was,
+had men slechts het val door te halen. Maar Herkules trok zoo goed,
+geholpen door zijn vriend Actéon, zonder nog den kleinen Jack mede
+te rekenen, die zich bij hen gevoegd had, dat het touw glad afbrak.
+
+Alle drie vielen omver,--gelukkig zonder zich te bezeeren. Jack
+was verrukt!
+
+"Dat's niets, dat's niets!" riep de leerling. "Knoop voorloopig de
+twee einden aan elkaar en hijsch dan zachtjes aan."
+
+Dit werd onder de oogen van Dick Sand verricht, zonder dat hij het roer
+nog had verlaten. De _Pelgrim_ liep reeds snel voor den wind, met den
+steven naar het oosten gewend en er was op 't oogenblik niets anders
+te doen dan hem in deze richting te houden. Niets gemakkelijker, daar
+de wind handelbaar was en men voor gieren of afvallen niet behoefde
+te vreezen.
+
+"Goed, vrienden!" zei de leerling. "Vóór het einde van den overtocht,
+zult ge goede zeelieden zijn!"
+
+"We zullen ons best doen, kapitein Sand," antwoordde Tom.
+
+Ook Mevr. Weldon maakte haar compliment aan de goede menschen.
+
+Zelfs de kleine Jack kreeg zijn deel in de lofspraak, want hij had
+aardig meegewerkt.
+
+"'k Geloof, jongeheer Jack," zei Hercules glimlachend, "dat u
+eigenlijk het touw stuk hebt getrokken! Welke flinke sterke vuistjes
+hebt u! Zonder u waren we er niet gekomen!"
+
+En de kleine Jack, zeer trotsch op zich zelven, schudde krachtig de
+hand van zijn vriend Hercules.
+
+Evenwel ontbraken er aan de uitgespannen zeilen nog eenige die
+vooral bij het zeilen vóór den wind niet te versmaden zijn. Vooral
+de bovenzeilen, als het bramzeil, het bovenbramzeil, de stagzeilen
+moesten allen het hunne toebrengen om den gang van de schoener-brik
+te versnellen, en Dick Sand besloot daarom ze mede bij te zetten.
+
+Deze manoeuvre moest moeielijker zijn dan de andere, niet wat de
+stagzeilen aangaat, die van het dek geheschen en aangehaald konden
+worden, maar wat betreft de vierkante zeilen. Men moest naar de
+bramzaling om ze los te maken, en Dick Sand, die niemand van zijn
+geïmproviseerde bemanning in gevaar wilde brengen, deed het liever
+zelf.
+
+Hij riep dus Tom en plaatste hem aan het stuurrad, terwijl hij hem
+aantoonde hoe hij moest sturen. Toen vervolgens Hercules, Bat, Actéon,
+Austin allen geplaatst waren, deze aan den bovenbramval, gene aan den
+bramval, ging hij het want in. Het openteren langs de weeflijnen van
+het onderwant, en langs het puttingwant en het stengwant de bramzaling
+te bereiken, dat alles was slechts spel voor Dick. In één minuut,
+was hij op het paard van de bramra en maakte de beslagseizings los
+die het zeil bestigd hielden.
+
+Daarna ging hij naar den hommer en vierde op de bovenbramra snel
+het bramzeil.
+
+Nadat Dick Sand zijn werk verricht had, greep hij een der pardoens
+aan stuurboordszij en liet zich op het dek glijden.
+
+Op zijn aanwijzingen werden nu de twee schooten flink aangehaald en
+bevestigd en daarna de twee raas opgeheschen. Nadat vervolgens de
+stagzeilen tusschen den grooten mast en den fokkemast bijgezet waren,
+was ook deze manoeuvre geëindigd.
+
+Dezen keer had Hercules niets gebroken.
+
+De _Pelgrim_ had nu al de zeilen bij, die zijn tuig uitmaakten. Wel
+had Dick Sand er nog de lijzeilen aan bakboordszijde kunnen bijvoegen,
+maar dit was een moeilijke manoeuvre in de omstandigheden waarin zij
+verkeerden, en indien men ze in geval van een windvlaag had moeten
+bergen, zou men het niet haastig genoeg hebben kunnen doen. De leerling
+bepaalde er zich dus bij.
+
+Tom werd toen van zijn post aan het roer afgelost, dat Dick Sand
+weder ter hand nam.
+
+De bries wakkerde aan. De _Pelgrim_, die aan stuurboordszij een
+weinig overhelde, gleed snel over de oppervlakte der zee en liet
+slechts een vlak kielwater achter, dat voor de zuiverheid van zijn
+waterlinie getuigde.
+
+"Nu zijn wij op den goeden weg, mevrouw Weldon," zei Dick Sand,
+"en nu geve God dat we dien gunstigen wind behouden!"
+
+Mevrouw Weldon drukte de hand van den leerling. Daarna ging zij,
+vermoeid van al de aandoeningen die zij in het laatste uur beleefd had,
+naar haar kajuit terug en verzonk in een soort van diepe sluimering
+die toch geen slaap was.
+
+De nieuwe bemanning bleef op den bak van de schoenerbrik, gereed
+om de bevelen van Dick Sand uit te voeren, namelijk om de zeilen te
+wijzigen naar de veranderingen van den wind; maar, zoolang de bries
+dezelfde kracht en richting bleef behouden, zou er niets te doen zijn.
+
+Maar, waar zat toch al dien tijd neef Benedictus?
+
+Neef Benedictus hield zich met de loupe in de hand bezig met de studie
+van een geleed insect dat hij eindelijk aan boord ontdekt had, een
+eenvoudig insect tot de orthoptera behoorende (rechtvleugeligen),
+welks kop onder den prothorax verborgen is, een insect met platte
+bovenvleugels, een ronden buik en vrij lange vleugels, dat tot de
+familie der kakkerlakken en tot de soort der Amerikaansche kakkerlakken
+behoorde.
+
+Hij had deze ontdekking gedaan, juist toen hij in de kombuis van
+Negoro aan 't snuffelen was, en op het oogenblik dat de kok op punt
+stond het insect onmeedoogend plat te trappen. Vandaar boos worden
+van neef Benedictus, waarbij Negoro trouwens zeer onverschillig bleef.
+
+Maar.... wist neef Benedictus welke verandering aan boord had plaats
+gehad van het oogenblik af dat kapitein Hull en zijn metgezellen op die
+noodlottige vangst van den walvisch waren uitgegaan? Ongetwijfeld. Hij
+was zelfs aan het dek, toen de _Pelgrim_ in het gezicht kwam van de
+overblijfselen der walvischsloep. De equipage van de schoenerbrik
+was dus onder zijn oogen omgekomen.
+
+Nu zouden wij hem van groote ongevoeligheid beschuldigen, als wij
+zeiden dat deze ramp hem niet had getroffen. Ongetwijfeld was ook zijn
+hart bewogen geworden door diep medelijden met zijn evenmensch. En
+evenzeer was hij ontroerd over den toestand waarin zijne nicht nu
+verkeerde. Hij had de hand van Mevr. Weldon gedrukt, als om haar te
+zeggen: "Vrees niets! Ik blijf bij u!"
+
+Daarna was neef Benedictus naar zijn hut teruggekeerd, zeker wel
+om na te denken over de gevolgen van dit zoo droevig ongeluk en de
+krachtige maatregelen die genomen moesten worden.
+
+Maar onderweg had hij den kakkerlak ontmoet, en daar hij tegen het
+oordeel van eenige entomologen in, beweerde dat de kakkerlakken van
+zekere soort, merkwaardig door hunne kleur, gewoonten hebben, zeer
+verschillende van de eigenlijke kakkerlakken, had hij zich dadelijk
+aan het werk gezet, vergetende dat er ooit een kapitein Hull geweest
+was, die het bevel over den _Pelgrim_ voerde en dat die ongelukkig
+met zijn bemanning was omgekomen!
+
+Hij was geheel in de studie van den kakkerlak verdiept en bewonderde
+hem niets minder, ja gaf er zich even veel moeite mede alsof dit
+afschuwelijk insect een gouden tor geweest ware.
+
+Het leven aan boord had dus zijn gewonen loop hernomen, alhoewel
+ieder natuurlijk nog geruimen tijd onder den indruk bleef eener zoo
+grievende en onverwachte ramp.
+
+Gedurende dien geheelen dag was Dick Sand overal, om te zien of
+alles op zijn plaats was en te zorgen dat hij gewapend was tegen
+alles wat er gebeuren kon. De negers gehoorzaamden hem goed willig
+en de volmaaktste orde heerschte aan boord van den _Pelgrim_. Men
+mocht dus hopen dat alles nu zonder hinder zou gaan.
+
+Van zijn kant deed Negoro geen nieuwe pogingen om zich aan het gezag
+van Dick Sand te ontrekken. Hij scheen het stilzwijgend erkend te
+hebben. Zooals altijd in zijn bekrompen kombuis bezig, zag men hem niet
+meer dan vroeger. Trouwens Dick Sand had zich stellig voorgenomen hem
+bij de minste overtreding, bij het eerste teeken van verzet voor de
+rest van den overtocht in de boeien te zetten. Op een teeken van hem
+zou Hercules den kok bij den nek gepakt hebben. Dat had zeker niet
+de minste moeite gekost. In dat geval ware Nan, die goed koken kon,
+in de plaats van den kok opgetreden. Negoro moest zich dus bekennen
+dat hij niet onmisbaar was, en, daar men van nabij op hem lette,
+scheen hij geen vat op zich te willen geven.
+
+De wind, die tot den avond toe aanwakkerde, maakte geen verandering
+in de zeilen van den _Pelgrim_ noodig. Zijn stevige masten, zijn
+ijzeren tuig, dat in goeden staat verkeerde, hadden hem veroorloofd
+onder dezen gang zelfs een sterkere bries te verdragen.
+
+Het is dikwijls 's nachts de gewoonte zeil te minderen en
+inzonderheid de bovenzeilen, bovenbramzeilen, boven stagzeilen,
+enz. Dat is voorzichtig, in het geval dat een rukwind onverwacht in de
+zeilen viel. Maar Dick Sand meende zich van deze voorzorg te kunnen
+onthouden. De toestand der atmosfeer deed niets noodlottigs voorzien
+en daarenboven had Dick Sand besloten dezen eersten nacht op het dek
+door te brengen en het oog over alles te houden. Bovendien had het
+schip een snelleren gang en zoo spoedig mogelijk wenschte hij zich
+in minder eenzame streken te bevinden.
+
+Wij hebben reeds gezegd dat de log en het kompas de eenige
+instrumenten waren, die Dick Sand te zijner beschikking had, om
+althans tennaastenbij den door den _Pelgrim_ afgelegden weg te ramen.
+
+Gedurende dezen dag liet de leerling om het half uur loggen en teekende
+de aanwijzingen op, die het instrument hem verschafte.
+
+Wat den magneet aangaat, die ook den naam van kompas draagt, er
+bevonden zich twee aan boord. De een was geplaatst in het kompashuisje,
+onder de oogen van den man aan het roer. Zijn wijzer, op den dag door
+het daglicht verlicht en des nachts door twee ter zijde geplaatste
+lampen, wees ieder oogenblik aan welke richting het schip volgde.
+
+Het andere kompas was een omgekeerde magneetnaald, bevestigd aan een
+dekbalk in de kajuit die vroeger door kapitein Hull bewoond werd. Op
+deze wijze kon hij, zonder het vertrek te verlaten, altijd weten of
+de goede koers gestuurd werd en of de man aan het roer, hetzij door
+onkunde of achteloosheid niet te veel gierde.
+
+Trouwens is er geen schip, dat lange zeereizen moet maken, of het
+heeft minstens twee kompassen aan boord, zooals het twee chronometers
+heeft. Men moet deze instrumenten met elkander kunnen vergelijken en
+bijgevolg hun opgaven controleeren.
+
+De _Pelgrim_ was dus in dit opzicht voldoende voorzien, en Dick Sand
+drukte zijn onderhoorigen op het hart de grootste zorg voor deze twee
+kompassen, die hij zoo noodig had, in acht te nemen.
+
+Maar ongelukkig had er in den nacht van den 12en op den 13en Februari,
+terwijl Dick de wacht had en aan het roer stond, een bedroevend ongeval
+plaats. Het kompas, dat in een koperen ring hing, die aan een dekbalk
+der kajuit bevestigd was, raakte los en viel op den vloer. Men ontdekte
+het pas den volgenden morgen.
+
+Hoe kwam deze koperen ring te breken? Het was vrij duister. Het was
+evenwel mogelijk dat hij geoxydeerd was en door het slingeren en
+stampen van het schip van den balk was losgeraakt. Juist toch was
+de zee in den gepasseerden nacht onstuimiger geweest. Hoe het zij,
+het kompas was gebroken en kon niet gerepareerd worden.
+
+Dick Sand was zeer teleurgesteld. Er schoot hem nu voortaan niets
+meer over dan het nachthuiskompas te raadplegen. Het breken van dit
+tweede kompas kon blijkbaar aan niemand geweten worden, maar het kon
+treurige gevolgen hebben. Dick nam dus alle mogelijke maatregelen om
+het tweede kompas voor ongelukken te bewaren.
+
+Tot nog toe ging, behalve dat, alles goed aan boord van den _Pelgrim_.
+
+Toen Mevr. Weldon zag hoe kalm en bedaard Dick Sand was, had ook
+zij haar vertrouwen teruggekregen. Wel had zij zich nooit aan wanhoop
+overgegeven en rekende zij boven alles op Gods goedheid. Ook versterkte
+zij zich, als oprechte en vrome katholieke, door het gebed.
+
+Dick Sand had het zoo weten te schikken, dat hij gedurende den
+nacht aan het roer bleef. Hij sliep vijf of zes uur per dag en dat
+scheen hem voldoende te zijn, daar hij zich niet al te vermoeid
+gevoelde. Gedurende dien tijd werd hij door Tom of diens zoon Bat
+aan het roer vervangen, die, dank zijn raadgevingen, langzamerhand
+tamelijke roergangers werden.
+
+Dikwijls hadden Mevr. Weldon en de leerling een gesprek met
+elkander. Dick Sand raadpleegde gaarne die schrandere en moedige
+vrouw. Iederen dag toonde hij haar het bestek op de kaart, dat hij bij
+schatting afzette, daarbij alleen rekening houdende met den gezeilden
+koers en den afstand.
+
+"Ziet u, mevrouw Weldon," herhaalde hij haar dikwijls, "met die vaste
+winden moeten wij de kust van Zuid-Amerika wel bereiken. 'k Zou het
+niet durven verzekeren, maar 'k geloof wel dat, wanneer ons vaartuig in
+'t gezicht van land zal komen, het niet ver van Valparaiso zal zijn!"
+
+Mevr. Weldon kon niet twijfelen of de koers was goed, vooral begunstigd
+door die noord-westenwinden. Maar wat kwam de _Pelgrim_ haar nog ver
+van het Amerikaansche strand voor! Welke gevaren lagen er nog tusschen
+hen en het vasteland, al waren het alleen die, welke konden voortkomen
+uit eene verandering in den toestand van de zee en den hemel!
+
+Jack had met de zorgeloosheid aan zijn leeftijd eigen, weldra zijn
+gewone spelen hervat. Hij liep weder op het dek, speelde met Dingo,
+en vond ongetwijfeld dat zijn vriend Dick zich minder dan vroeger met
+hem bemoeide, maar zijn moeder had hem aan het verstand gebracht, dat
+hij den leerling niet van zijn bezigheden moest aftrekken. Jack had
+genoegen met deze redenen genomen en stoorde "kapitein Sand" niet meer.
+
+Zoo ging het met de zaken aan boord. De zwarten verrichtten met
+schranderheid hun werk en werden elken dag meer bedreven in de praktijk
+van het zeemansvak. Tom werd natuurlijk bootsman en ook zijn kameraden
+zouden hem ongetwijfeld voor deze betrekking uitgekozen hebben. Hij
+commandeerde de wacht, terwijl Dick sliep en met hem waren dan steeds
+zijn zoon Bat en Austin. Actéon en Hercules maakten de andere wacht
+uit onder commando van Dick Sand. Terwijl dus de een stuurde, waakten
+de anderen op het voorschip.
+
+Hoewel deze streken eenzaam waren en een aanzeiling geenszins
+te vreezen was, nam de leerling gedurende den nacht de uiterste
+waakzaamheid in acht. Hij voer nooit zonder zijn lichten op
+te hebben,--een groen licht aan stuurboordszij, een rood aan
+bakboordszij,--en hierin handelde hij wijs.
+
+In die nachten evenwel, die Dick Sand geheel aan het roer doorbracht,
+maakte zich somtijds een onweerstaanbare neerslachtigheid van hem
+meester. Zijn hand stuurde dan zuiver instinctmatig. Het was het
+gevolg eener afgematheid, waarvan hij niets wilde weten.
+
+Nu gebeurde het in den nacht van den 13n op den 14n Februari dat
+Dick Sand, die zeer vermoeid was, eenige uren rust moest gaan nemen
+en door den ouden Tom aan het roer vervangen werd.
+
+De hemel was met dikke wolken bezet, die tegen den avond onder den
+invloed van de koude lucht gedaald waren. Het was dus zeer duister
+en het was onmogelijk de bovenzeilen te onderscheiden. Hercules en
+Actéon hadden de wacht op den bak.
+
+Op het achterschip werd het zwakke schijnsel van het licht van het
+kompashuisje zacht weerkaatst door het metalen bekleedsel van het
+stuurrad. De boordseinlantarens, die hun lichten zijdelings deden
+uitstralen, lieten het dek van het schip in diepe duisternis gehuld.
+
+Tegen drie uur 's morgens deed zich bij Tom een soort van
+helderziendheid voor, waarvan hij zich zelven niet bewust was. Zijn
+oogen, die al te lang op een lichtend punt van het kompashuisje
+gestaard hadden, verloren plotseling het gezichtsvermogen en hij
+verviel in een soort van werkelijke anaesthetische slaperigheid.
+
+Niet alleen zag hij niet meer, maar al had men hem aangeraakt of hard
+geknepen, zou hij waarschijnlijk niets gevoeld hebben.
+
+Hij zag dus de schaduw niet die over het dek gleed.
+
+Het was Negoro.
+
+Achteruit gekomen, plaatste de kok onder het kompashuisje een tamelijk
+zwaar voorwerp, dat hij in de hand hield.
+
+Na toen een oogenblik den verlichten wijzer van het kompas waargenomen
+te hebben, trok hij zich terug zonder dat hij gezien was.
+
+Indien Dick Sand den volgenden morgen het voorwerp had opgemerkt,
+dat Negoro onder het kompashuisje geplaatst had, zou hij zich gehaast
+hebben het weg te nemen.
+
+En niet zonder reden, want het was een stuk ijzer, waarvan de invloed
+de aanwijzingen van het kompas veranderd had. De magneetnaald was
+afgeweken en in plaats van het magnetische noorden aan te wijzen,
+dat een weinig van het geographische noorden verschilt, wees zij
+het noord-oosten aan. Het was een afwijking van vier streken, anders
+gezegd van een halven rechten hoek.
+
+Tom was bijna dadelijk uit zijn diepe sluimering ontwaakt. Zijn oogen
+wendden zich terstond naar het kompas... en hij geloofde, hij moest
+wel gelooven dat de _Pelgrim_ de goede richting niet had.
+
+Hij draaide dus het roer, teneinde den steven weder naar het oosten
+te richten.... Hij dacht het althans.
+
+Maar, bij de afwijking van de naald, die hij niet kon vermoeden,
+wendde hij den schoener naar het zuidoosten.
+
+Terwijl men dus niet anders dacht dan dat de _Pelgrim_ bij gunstigen
+wind de goede richting had, vervolgde hij met een verschil van
+vijf-en-veertig graden zijn weg!
+
+
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+STORM.
+
+
+In de week die op dit voorval volgde, van den 14n tot den 21n Februari,
+had er niets bijzonders aan boord plaats. De noordoostelijke wind
+wakkerde allengs aan en de _Pelgrim_ liep snel, een afstand afleggende
+van gemiddeld honderd zestig mijlen in de vier-en-twintig uren. Dit was
+nagenoeg alles wat men van een vaartuig van deze afmeting kon vergen.
+
+De schoenerbrik moest dus, naar de berekening van Dick, de streken
+naderen waar de mailbooten van het eene halfrond naar het andere
+oversteken. De leerling hoopte altijd een van die vaartuigen
+te ontmoeten, en hij had het stellige voornemen, hetzij er zijn
+passagiers op over te brengen, hetzij eenige matrozen en misschien
+wel een officier te leenen. Maar hoewel er zeer nauwkeurig werd
+uitgekeken, kon er geen enkel schip gesignaleerd worden en bleef de
+zee altijd eenzaam.
+
+Dit begon Dick Sand wel een weinig vreemd te vinden. Hij had meermalen
+dit gedeelte der Stille Zuidzee op zijn drie reizen naar de zuidelijke
+zeeën, om te visschen, doorkruist en bij de breedte en de lengte
+waarop hij zich meende te bevinden, was het zeldzaam dat er zich
+geen enkel Engelsch of Amerikaansch schip vertoonde, dat van Kaap
+Hoorn naar den evenaar kwam opwerken of naar de uiterste punt van
+Zuid-Amerika afzakte.
+
+Maar Dick Sand wist niet, en hij kon het ook niet weten, dat de
+_Pelgrim_ reeds op een hoogere breedte was, dat is te zeggen meer
+zuidelijk dan hij vermoedde.
+
+Dit lag aan twee redenen.
+
+De eerste was dat de stroomen dezer streken, welker snelheid de
+leerling slechts onvolkomen kon gissen, er aan hadden toegebracht,
+om het schip van zijn weg af te brengen zonder dat het hem mogelijk
+was er zich rekenschap van te geven.
+
+De tweede reden was dat het kompas, geschonden door de schuldige
+hand van Negoro, slechts onnauwkeurige uitkomsten gaf,--uitkomsten
+die Dick Sand, sedert het verlies van het tweede kompas, niet
+kon controleeren. Zoodat hij, meenende en moetende meenen dat de
+steven naar het oosten gekeerd was, werkelijk naar het zuid-oosten
+stevende! Het kompas werd steeds trouw door hem waargenomen. Er werd
+geregeld gelogd. Met zijn twee instrumenten kon hij in zekere mate
+den _Pelgrim_ besturen en het aantal afgelegde mijlen bij benadering
+bepalen. Maar was dit voldoende?
+
+Evenwel deed Dick Sand steeds zijn best om Mevr. Weldon, die zich over
+de voorvallen dezer reis dikwijls ongerust maakte, moed in te spreken.
+
+"We zullen er wel komen!" herhaalde hij telkens. "We zullen de
+Amerikaansche kust bereiken, hier of daar, onverschillig waar, maar
+ergens aanlanden zullen we!"
+
+"'k Twijfel er niet aan, Dick."
+
+"Natuurlijk, mevrouw, zouden we geruster zijn, als u niet aan boord
+waart en we slechts voor ons zelven hadden te zorgen, maar...."
+
+"Maar als ik niet aan boord was," antwoordde Mevr. Weldon, "als neef
+Benedictus, Jack, Nan en ik geen plaats op den _Pelgrim_ genomen
+hadden, en als van den anderen kant, Tom en zijn kameraden niet
+in zee waren opgenomen, Dick, zou er niemand overgebleven zijn dan
+gij en Negoro!.... Wat zou er van je geworden zijn, alleen met dien
+raadselachtigen man, dien je niet vertrouwen kunt?"
+
+"'k Zou begonnen zijn," antwoordde Dick flink weg, "met Negoro te
+beletten mij te benadeelen."
+
+"En je zoudt alleen het schip bestuurd hebben?"
+
+"Ja....alleen.... met God's hulp!"
+
+De moed en de geestkracht die uit deze woorden spraken, waren zeer
+geschikt om Mevr. Weldon op te beuren. En toch, als zij haar kleinen
+Jack aanzag, maakte zij zich dikwijls ongerust! Als de moeder niets
+wilde laten blijken van 't geen de moeder gevoelde, dan kon zij
+niet altijd beletten dat een heimelijke angst zich van haar hart
+meester maakte.
+
+Mocht intusschen de jeugdige leerling niet ver genoeg in zijn
+hydrographische studiën gevorderd zijn om zijn bestek op te maken,
+zoo bezat hij een werkelijk zeemans instinct, als er sprake van was
+om naar het weer te raden. Het voorkomen van de lucht van de eene
+zijde, van de andere de aanwijzingen van den barometer, deden hem
+voorzorgen nemen. Kapitein Hull, die een goed meteoroloog was, had
+hem geleerd dit instrument te raadplegen, dat merkwaardig zeker het
+weer kan voorspellen.
+
+Ziehier met weinige woorden wat de aanteekeningen betrekkelijk de
+waarneming van den barometer bevatten. [18]
+
+1º. Wanneer de barometer, nadat het tamelijk lang mooi weer geweest
+is, plotseling en aanhoudend begint te dalen, komt er ongetwijfeld
+regen; maar, als het lang mooi weer geweest is, kan de kwik twee
+of drie dagen lang in de barometer-buis zakken, voordat men eenige
+verandering in den toestand der atmosfeer opmerkt. Hoe meer tijd er
+dan verloopt tusschen de daling van de kwik en het komen van regen,
+des te langer zal de regentijd duren.
+
+2º. Indien integendeel de barometer bij regenachtig weder, dat reeds
+lang geduurd heeft, langzaam en geregeld begint te rijzen, zal het
+zeker mooi weer worden, hetgeen des te langer zal duren hoe langer
+tusschenpoos verloopen is tusschen het mooie weer en het begin van
+het rijzen des barometers.
+
+3º. Indien in de twee gevallen die voorafgaan, de verandering van
+weer onmiddellijk volgt op de beweging van de kwikkolom, zal deze
+verandering slechts kort duren.
+
+4º. Wanneer de barometer gedurende twee of drie of zelfs meer dagen
+langzaam en aanhoudend rijst, verkondigt hij mooi weer, al houdt
+de regen gedurende deze drie dagen niet op, en _vice versa_; maar,
+indien de barometer gedurende twee of meer dagen, terwijl het regent,
+rijst en hij vervolgens, terwijl het mooi weer geworden is, wederom
+begint te zakken, zal het mooie weer zeer kort duren, en _vice versa_.
+
+5º. In de lente en den herfst, voorspelt een plotselinge daling van
+den barometer wind. In den zomer, kondigt hij, als het zeer warm
+weer is, dan een onweer aan. In den winter, na eenigen tijd vorst
+gehad te hebben, voorspelt een snelle daling van de kwikkolom een
+verandering van wind, gepaard met dooiweder en regen; maar het rijzen
+van den barometer, terwijl het reeds eenigen tijd gevroren heeft,
+voorspelt sneeuw.
+
+6º. De snelle schommelingen van den barometer moeten nooit
+opgenomen worden als droog of regenachtig weer van eenigen duur te
+voorspellen. Deze aanwijzingen worden uitsluitend gegeven door het
+rijzen of het dalen, dat langzaam en aanhoudend plaats heeft.
+
+7º. Wanneer tegen het einde van den herfst, na aanhoudend regenachtig
+en winderig weer, de barometer rijst, dan kondigt dit rijzen den
+overgang aan van den wind naar het noorden en de nadering van den
+vorst.
+
+Dit zijn algemeene regelen, die men moet afleiden uit de aanwijzingen
+van dit kostbaar instrument.
+
+Dit was het wat ook aan Dick Sand zeer goed bekend was, 't geen hij
+in verschillende omstandigheden van zijn zeemansleven bevestigd had
+gezien en hem leerde op alle gebeurlijkheden voorbereid te zijn.
+
+Nu begonnen, juist tegen den 20sten Februari, de schommelingen van de
+kwikkolom den jeugdigen leerling, die ze verscheidene malen per dag
+met groote zorg opteekende, eenigszins te verontrusten. Werkelijk
+begon de barometer langzaam en aanhoudend te zakken, 'tgeen regen
+voorspelde; maar daar deze regen nog niet spoedig kwam, besloot Dick
+Sand daaruit dat het slechte weder zou aanhouden. Dit was dan ook
+werkelijk het geval.
+
+Maar de regen was hier de wind, en inderdaad wakkerde de bries zoo zeer
+aan, dat de lucht zich met een snelheid van zestig voet per seconde,
+of een en dertig mijlen per uur [19] verplaatste.
+
+Dick Sand moest toen eenige voorzorgen nemen, om de masten en de
+zeilen van den _Pelgrim_ niet in gevaar te brengen. Hij had reeds
+het bovenbramzeil, het gaftopzeil en den buitenkluiver laten bergen
+en besloot dit ook met het bramzeil te doen en daarna twee reven in
+het marszeil te laten steken.
+
+Dit laatste moest zekere moeielijkheid in zich hebben met een bemanning
+die nog zoo weinig geoefend was. Evenwel viel er niet te talmen en
+niemand talmde ook.
+
+Dick Sand, vergezeld van Bat en Austin, ging naar boven en nam,
+ofschoon niet zonder moeite, het bramzeil in. Met minder dreigend weer,
+zou hij de twee raas niet hebben afgenomen, maar, daar hij voorzag
+dat hij waarschijnlijk verplicht zou zijn de bramsteng te schieten
+en die zelfs geheel aan dek te nemen, nam hij de beide raas af. Men
+begrijpt toch dat, als de wind te sterk wordt, men niet alleen de
+zeilen, maar ook het boventuig moet neernemen. Dit is een groote
+verlichting voor het schip, dat, hoog getuigd, van het slingeren en
+stampen niet meer zoo veel te lijden heeft.
+
+Nadat deze eerste arbeid volbracht was,--en er gingen twee uren mede
+om,--hielden Dick Sand en de zwarten zich bezig met het marszeil te
+verkleinen door twee reven in te steken.
+
+De _Pelgrim_ voer niet, als de meeste nieuwere vaartuigen, een
+dubbel marszeil, hetgeen de manoeuvre gemakkelijk maakt. Men moest
+dus doen als vroeger, namelijk de ra op den rand laten loopen, een
+zeil door den wind geslagen naar zich toe halen en de rifseizings
+stevig vastknoopen. Dat alles was moeielijk, gevaarlijk en duurde
+lang, maar eindelijk gaf het gereefde marszeil minder vat aan den
+wind en daardoor werd de schoenerbrik aanmerkelijk verlicht.
+
+Dick Sand kwam met Bat en Austin weder beneden. De _Pelgrim_ bevond
+zich toen in den toestand van zeewaardigheid, gevorderd door dien
+staat van den dampkring, waaraan men de benaming van "stijve koelte"
+heeft toegekend.
+
+Gedurende de drie volgende dagen, 20, 21 en 22 Februari, was de wind
+noch in kracht, noch in richting belangrijk gewijzigd. Intusschen
+ging het kwik voort in de barometerbuis te zakken en den laatsten
+dag merkte Dick op, dat het voortdurend onder acht en twintig duim
+zeven tiende [20] stond.
+
+Er was overigens volstrekt geen schijn van dat de barometer voor
+eenigen tijd zou gaan rijzen. De lucht zag er slecht en buitengewoon
+winderig uit. Buitendien werd zij aanhoudend door dikke dampen
+bedekt. Deze laag van nevels was zelfs zoo dik, dat men de zon niet
+meer kon zien en dat het moeilijk zou geweest zijn de plaats waar
+zij op- en onderging aan te wijzen.
+
+Dick Sand begon zich ongerust te maken. Hij verliet het dek niet
+meer. Hij sliep nauwelijks. Evenwel had hij geestkracht genoeg om
+zijn angst in het diepst van zijn hart te verbergen.
+
+Den volgenden dag, 23 Februari, scheen de wind in den loop van den
+morgen een weinig af te nemen, maar Dick Sand vertrouwde het niet,
+en hij had gelijk, want in den namiddag stak de wind weer op en ging
+de zee hol staan.
+
+Tegen vier uur verliet Negoro, dien men weinig zag, het verblijf der
+matrozen en begaf zich naar den voorsteven. Dingo sliep zeker ergens
+in een hoek, want hij blafte niet, zooals gewoonlijk.
+
+Negoro bleef, altijd zwijgend, een half uur lang den horizon waarnemen.
+
+Lange golven volgden elkander op, zonder nog in botsing met elkander
+te komen. Evenwel waren zij hooger dan met de kracht van den wind
+overeenkwam. Men moest er uit besluiten dat er slecht weer in het
+westen was, niet ver af meer misschien, en dat het weldra deze streken
+zou bereiken.
+
+Negoro liet, in gedachten verzonken, zijn blikken weiden over
+de onmetelijke zee, die rondom den _Pelgrim_ in volslagen oproer
+verkeerde. Daarna richtten zich zijn koude en strakke oogen naar
+de lucht.
+
+De lucht zag er verontrustend genoeg uit. De dampen verplaatsten zich
+met zeer verschillende snelheden. De wolken in de bovenlucht bewogen
+zich sneller dan die der benedenlagen van den dampkring. Men mocht dus
+vooruitzien dat weldra deze zware massa's naar beneden zouden dalen en
+wat nu nog slechts een stijve koelte was, namelijk een verplaatsing
+van lucht tegen drie-en-veertig mijlen per uur, zou overgaan in een
+storm en misschien in een orkaan.
+
+Hetzij Negoro geen man was om angst te gevoelen, hetzij hij niets
+begreep van het dreigende weer, hij scheen volstrekt niet ontroerd. Wel
+speelde er een valsche glimlach op zijn lippen. Eigenlijk was het
+of deze toestand van het weer hem eer genoegen gaf dan dat hij er
+zich onaangenaam gestemd over gevoelde. Een oogenblik klom hij op den
+boegspriet en kroop tot aan de woeling, om zijn blikken nog verder te
+laten weiden, alsof hij eenig teeken aan den horizont zocht. Daarna
+klom hij weder naar beneden en begaf zich, zonder een enkel woord
+gezegd of zelfs maar een gebaar gemaakt te hebben, weder naar het
+matrozenverblijf.
+
+Evenwel was er onder al deze verschrikkelijke omstandigheden één
+gelukkige zaak, die ieder aan boord wel op prijs mocht stellen,
+namelijk dat de wind, hoe stevig hij werd of zou worden, gunstig was en
+dus de _Pelgrim_ snelle vorderingen naar de Amerikaansche kust scheen
+te maken. En zelfs kon, als het weer maar niet tot storm oversloeg,
+deze overtocht zonder gevaar volbracht worden en zouden de werkelijke
+gevaren eerst dan beginnen, als het oogenblik gekomen was dat zij op
+eenig onbekend punt der kust land zouden bezeilen.
+
+Dit was iets dat nu reeds dikwijls een onderwerp van Dick Sand's
+overdenkingen uitmaakte. Hoe zou hij, als het land eenmaal in 't
+gezicht was, manoeuvreeren, indien hij geen loods of geen zeeman
+ontmoette, die met het vaarwater bekend was? Wat zou hij doen,
+ingeval het slechte weder hem verplichtte een noodhaven te zoeken,
+daar deze kust hem ten eenemale onbekend was? Wel is waar had hij
+zich vooralsnog over deze zaak niet ongerust te maken, alhoewel er,
+als het uur eenmaal gekomen was, een besluit moest genomen worden.
+
+Gedurende de 13 dagen die verliepen, van den 24n Februari tot den 9n
+Maart, veranderde de toestand van den dampkring niet belangrijk. De
+hemel was altijd met zwaren nevel bezwangerd. Gedurende eenige uren
+nam de wind af, om dan weder met dezelfde woede los te barsten. Twee
+of driemaal ging de barometer aan het rijzen, maar zijn schommeling,
+een twaalftal strepen uitmakende, was te plotseling om een verandering
+van weer en een terugkeer tot zachtere winden aan te kondigen. Daarbij
+kwam dat de kwikkolom bijna dadelijk weder daalde, zoodat vooralsnog
+niets het einde van het slechte weder voorspelde.
+
+Ook barstten er van tijd tot tijd geduchte onweders los, die Dick
+ernstig ongerust maakten. Twee of drie malen sloeg de bliksem op
+slechts eenige kabellengten van het schip af in de zee. Daarna viel dan
+de regen in stroomen neder en kwamen er van die dwarrelwinden van half
+verdichte dampen voor, die den _Pelgrim_ met een dichten mist omgaven.
+
+Uren achtereen had de man op den uitkijk geen uitzicht meer en ging
+men op goed geluk verder.
+
+Alhoewel het vaartuig, niettegenstaande het sterk stampte, vreeselijk
+slingerde, verdroeg Mevr. Weldon dit stampen en slingeren, zonder er
+gelukkig eenigen hinder van te gevoelen. Maar haar kleine jongen was
+zeer ongesteld en vereischte al haar zorgen.
+
+Wat neef Benedictus betreft, hij was evenmin ziek als de Amerikaansche
+kakkerlakken, die hij gezelschap hield, en hij bracht zijn tijd
+door met studeeren, alsof hij rustig in zijn studeervertrek te
+San-Francisco zat.
+
+Zeer gelukkig hadden ook Tom en zijn kameraden weinig last van
+de zeeziekte en konden zij daarom hun jeugdigen bevelvoerder hulp
+blijven verleenen, die zelf volkomen gewend was aan al de ongeregelde
+bewegingen van een schip dat voor den wind loopt.
+
+De _Pelgrim_ liep snel onder zijn verminderde zeilen en reeds zag Dick
+Sand aankomen dat hij nog meer zeil zou moeten minderen. Maar hij
+wilde volhouden, zoolang het zonder gevaar mogelijk zou zijn. Naar
+zijn berekening kon de kust niet ver meer verwijderd zijn. Men zag
+dus ijverig uit. Evenwel kon Dick niet te veel op de oogen zijner
+metgezellen vertrouwen om de eerste teekenen van land te ontdekken,
+want hoe scherp van gezicht men moge zijn, hij, die niet gewoon
+is om den horizont op zee te onderzoeken, is niet in staat om de
+eerste omtrekken eener kust te onderscheiden, vooral te midden van
+dikke nevels. Ook moest Dick Sand zelf uitkijken en klom hij daarom
+dikwijls in het want om beter te zien. Maar niets deed zich nog voor
+van de Amerikaansche kust.
+
+Dat verwonderde hem en toen hem hieromtrent eenige woorden ontvielen,
+begreep Mevr. Weldon zijn verwondering. Het was de 9e Maart. De
+leerling bevond zich op het voorschip, nu eens den blik gericht op de
+zee en de lucht, dan weder met het oog op de masten van den _Pelgrim_,
+die onder het aanhoudend geweld van den wind begonnen te lijden.
+
+"Zie je nog niets, Dick?" vroeg zij hem, op een oogenblik dat hij
+den verrekijker liet zakken.
+
+"Niets, mevrouw, niets," antwoordde hij, "en toch schijnt de horizont
+een weinig op te klaren, onder den hevigen wind die nog meer gaat
+aanwakkeren."
+
+"En volgens u, Dick, kan de Amerikaansche kust niet ver meer af
+zijn, nu?"
+
+"Dat kan zij niet, mevrouw, en als er iets is dat me verwondert,
+dan is het dat zij nog niet in 't gezicht is!"
+
+"En toch," hernam Mevr. Weldon, "heeft het schip altijd goeden koers
+gehouden."
+
+"Altijd, vanaf de wind noord-west geweest is," antwoordde Dick Sand,
+"dat is dus sedert den dag dat we onzen ongelukkigen kapitein en zijn
+equipage hebben verloren. Dat was de 10e Februari, we hebben nu den 9en
+Maart. Er zijn dus sedert dien tijd zeven-en-twintig dagen verloopen!"
+
+"Maar hoever waren we toen nog van de kust verwijderd?" vroeg
+Mevr. Weldon.
+
+"Vier duizend vijfhonderd mijlen ongeveer, mevrouw. Zijn er soms
+zaken, die ik zeer betwijfel, voor dit cijfer kan ik instaan op
+twintig mijlen na."
+
+"En hoe groot is de snelheid van het schip geweest?"
+
+"Gemiddeld honderdtachtig mijlen per dag, sedert de wind zich verhief,"
+antwoordde de leerling. "Ook verwondert het mij, dat we nog niet in
+'t gezicht van land zijn. En wat me nog vreemder voorkomt, is, dat
+we zelfs geen enkel van die vaartuigen ontmoeten, die gewoonlijk deze
+streken bezoeken."
+
+"Hebt ge u niet kunnen vergissen, Dick?" hernam Mevr. Weldon, "bij
+het bepalen van de snelheid van den _Pelgrim_?"
+
+"Neen, mevrouw. Op dat punt heb ik niet kunnen dwalen. Er is om het
+half uur gelogd; en 'k heb de uitkomsten zeer juist opgeteekend.--Kom,
+'k zal 't op 't oogenblik weer doen en u zult zien dat we nu tien
+mijlen per uur loopen, wat meer dan twee honderd mijlen per dag
+bedraagt!"
+
+Dick Sand riep Tom en beval hem te loggen,--een werk dat de oude
+neger nu zeer gewoon was te doen.
+
+De log, stevig aan het einde van de lijn bevestigd, werd gebracht en
+buiten boord gegooid.
+
+Nauwelijks waren twintig vademen afgeloopen, of de lijn in de handen
+van Tom werd eensklaps slapper.
+
+"Och! mijnheer Dick!" riep hij uit.
+
+"Welnu, Tom?"
+
+"De lijn is gebroken!"
+
+"Gebroken!" riep Dick Sand uit! "En de log is verloren!"
+
+De oude Tom liet het eind van de lijn zien, dat hij in de hand hield.
+
+Het was maar al te waar. Zij was goed vastgebonden geweest. De lijn was
+in het midden afgebroken. En toch was het touw van eerste kwaliteit. De
+strengen moesten dus op het punt waar ze afbraken, zeer versleten zijn
+geweest! En dat waren zij inderdaad, waarvan Dick zich kon overtuigen
+toen hij het eind van de lijn in de hand hield! Maar.... waren zij
+door het gebruik versleten, vroeg de leerling zich af, die wantrouwend
+geworden was.
+
+Hoe het zij, de log was verloren, en Dick Sand had nu geen enkel
+middel meer om de snelheid van zijn schip juist te schatten. Het
+eenige instrument dat hij nu nog bezat, was een kompas, en hij wist
+niet eens dat zijn aanwijzingen valsch waren!
+
+Mevr. Weldon zag dat hij zoo terneergeslagen was over dit ongeluk,
+dat zij niet verder wilde aandringen en met een bezwaard hart zich
+in haar kajuit terugtrok.
+
+Maar, al kon de snelheid van den _Pelgrim_ en bijgevolg de afgelegde
+weg niet meer bepaald worden, het was gemakkelijk zich te overtuigen
+dat de vaart van het schip niet verminderde.
+
+Werkelijk daalde de barometer den volgenden dag, 10 Maart, tot
+acht-en-twintig duim twee tiende. [21] Dat voorspelde een van die
+stormvlagen die tot zestig mijl per uur maken.
+
+Het werd dringend noodzakelijk nog meer zeil te minderen, teneinde
+de veiligheid van het vaartuig niet in de waagschaal te stellen.
+
+Dick Sand besloot zijn bramsteng te strijken, zijn kluifhout in te
+voeren en zijn benedenzeilen te bergen, om slechts te varen onder
+stagfok en gereefd marszeil.
+
+Hij riep Tom en de anderen om hem behulpzaam te zijn in dit moeielijk
+werk, dat ongelukkig niet snel kon verricht worden.
+
+En toch, de tijd drong, want de storm barstte reeds met hevigheid los.
+
+Dick Sand, Austin, Actéon en Bat gingen naar boven terwijl Tom aan
+het roer bleef, en Hercules op het dek, om dadelijk, als hem de order
+gegeven werd, de vallen te vieren of los te gooien.
+
+Na talrijke pogingen werd het kluifhout ingevoerd en de bramsteng
+gestreken, niet zonder dat deze brave menschen door het vreeselijk
+schudden der masten, tengevolge van het slingeren, honderd maal op
+het punt waren in zee te storten. Nadat daarna nog een rif ingestoken
+en de fok geborgen was, lag de schoenerbrik alleen onder stagfok en
+het dicht gereefd marszeil.
+
+Alhoewel zijn zeilen nu aanmerkelijk verminderd waren, bleef de
+_Pelgrim_ nog altijd een buitengewoon snelle vaart houden.
+
+Den 12en zag het er met het weder nog slechter uit. Dien dag toch zag
+Dick Sand in den vroegen morgenstond den barometer tot zeven-en-twintig
+duim negen tiende [22] dalen.
+
+Het was nu een echte storm geworden, zoodanig, dat de _Pelgrim_
+zelfs het weinigje doek niet meer kon dragen, dat hem nog over bleef.
+
+Toen Dick Sand zag dat zijn marszeil zou scheuren, gaf bij bevel het
+te beslaan.
+
+Maar te vergeefs, want een nog heviger rukwind wierp zich op dit
+oogenblik op het schip en scheurde het zeil los. Austin, die zich op
+de marsra bevond, werd door den bakboordsschoot getroffen. Gewond,
+maar vrij licht, kon hij zelf naar beneden komen.
+
+Dick Sand was nu ten hoogste ongerust en had slechts één gedachte:
+dat namelijk het schip, met zulk een woedende vaart voortgestuwd,
+zich elk oogenblik kon te bersten stooten, want volgens zijn raming,
+konden de klippen van het strand niet meer ver af zijn. Hij keerde
+dus terug naar het voorschip, maar hij zag niets, dat zelfs den schijn
+van land had en nam het roer weder op.
+
+Een oogenblik later trad Negoro op het dek. Daar gekomen, strekte
+zich zijn arm onwillekeurig uit naar een punt van den horizont. Men
+zou gezegd hebben dat hij zeer in de verte door den dichten nevel
+heen hoog land ontdekte!....
+
+Nogmaals vertoonde diezelfde valsche glimlach zich op zijn gelaat,
+en zonder iets te zeggen van 't geen hij misschien gezien had, ging
+hij weder naar zijn verblijf terug.
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+AAN DEN HORIZONT.
+
+
+Het was op dezen dag dat de storm op zijn felst woedde en zijn
+vreeselijksten vorm aannam, namelijk dien van orkaan. De wind was naar
+het zuidoosten geloopen. De lucht verplaatste zich met een snelheid
+van negentig mijlen in 't uur. [23]
+
+Het was nu wel degelijk een orkaan, een van die vreeselijke windvlagen,
+die al de schepen eener reede op de kust werpen en waaraan, zelfs aan
+land, de stevigste gebouwen geen weerstand kunnen bieden. Zoodanig
+een was die, welke den 25n Juli 1825 Guadeloupe verwoestte. Wanneer
+vier-en-twintig ponders van hunne affuiten worden gelicht, bedenke men
+eens wat er van een schip moet worden dat geen ander steunpunt heeft
+dan een oproerige zee! En toch is het juist aan de beweeglijkheid van
+die zee, dat het vaartuig dikwijls zijn redding te danken heeft. Het
+loopt met den wind mede en mits het maar stevig gebouwd zij, is het
+in staat de hevigste windstooten te weerstaan. Dit was het geval met
+den _Pelgrim_. Eenige minuten nadat het marszeil aan flarden gescheurd
+was, werd ook de stagfok op haar beurt weggerukt. Dick Sand moest er
+toen van afzien om zelfs een stormfok, een klein zeil van sterk doek,
+te stellen, hetgeen het sturen van het schip anders gemakkelijker
+zou gemaakt hebben.
+
+Er bleef dus geen enkel stukje doek aan den _Pelgrim_ meer over waarop
+de wind vat kon hebben, die nu woedde tegen zijn romp, zijn masten
+en zijn want; dit reeds was genoeg om hem met ontzettende snelheid
+te doen voortvliegen. Somtijds scheen het schip zelfs boven de golven
+te zweven en moest men aannemen dat het die slechts even aanraakte.
+
+In dezen toestand was het slingeren van het vaartuig op de door den
+storm heen en weer geschudde golven, vreeselijk. Telkens liep men
+gevaar een monsterachtige stortzee achterin te krijgen. De bergen
+water liepen sneller dan de schoenerbrik en dreigden den achtersteven
+te treffen, zoo zij zich niet snel genoeg oprichtte. Dit is een
+der grootste gevaren die een schip, dat voor den storm vlucht,
+kan beloopen.
+
+Maar, wat te doen om deze mogelijke ramp te voorkomen? Men kon
+den _Pelgrim_ geen grootere snelheid mededeelen, omdat hij niet het
+kleinste stukje doek zou behouden hebben. Men moest dus beproeven door
+middel van het roer, waarvan de werking evenwel dikwijls onmachtig was,
+aan het vaartuig dezelfde richting te blijven geven.
+
+Dick Sand verliet het roer niet meer. Hij had zich met een touw
+om het middel vastgesjord, om niet door een stortzee weggeslagen
+te worden. Ook Tom en Bat hadden zich vastgebonden en hielden zich
+gereed om hem te hulp te komen. Hercules en Actéon hadden zich aan
+de betings vastgeklampt en waakten op het voorschip.
+
+Wat Mevr. Weldon, den kleinen Jack, neef Benedictus en Nan aangaat, zij
+bleven op verzoek van den leerling in de achterkajuit. Mevr. Weldon
+was liever op het dek gebleven, maar Dick Sand had het met alle
+macht tegengehouden, omdat dit zich zonder noodzakelijkheid in gevaar
+begeven zou geweest zijn.
+
+Al de luiken waren hermetisch gesloten. Het was te hopen dat zij
+genoegzaam tegenstand zouden bieden ingeval het mocht gebeuren, dat
+er een van die ontzaglijke zeeën over boord sloeg waartegen niets
+bestand is. Indien zij ongelukkig voor het gewicht dezer stortzeeën
+weken, kon het schip onderloopen en zinken. Zeer practisch was ook
+de lading met zorg gestuwd, zoodat in weerwil van het vreeselijk
+overhalen der schoenerbrik, haar lading zich niet verplaatste.
+
+Dick Sand had de uren, die hij aan den slaap gaf, nog verminderd. Ook
+bekroop Mevr. Weldon de vrees dat hij ziek zou worden. Zij verkreeg
+van hem dat hij eenigen tijd rust zou nemen.
+
+Nu had er juist, terwijl hij sliep, in den nacht van den 13en op den
+14en Maart weder iets bijzonders plaats.
+
+Tom en Bat waren achteruit, toen Negoro, die zich slechts zelden op
+dit gedeelte van het schip liet zien, op hen toekwam en zelfs een
+gesprek met hen scheen te willen aanknoopen; maar Tom en zijn zoon
+gaven hem geen antwoord.
+
+Plotseling, op het oogenblik eener vreeselijke slingering, viel Negoro,
+en zou hij stellig in zee geslingerd zijn, zoo hij zich niet aan het
+kompasbuisje had vastgegrepen.
+
+Tom gaf een schreeuw, daar hij vreesde dat het kompas gebroken was.
+
+Dick Sand was in een oogenblik wakker, hoorde den kreet en vloog op
+het dek.
+
+Negoro was reeds weder op de been, maar hij hield het stuk ijzer in
+de hand, dat hij van onder het kompashuisje had weggenomen en deed
+het verdwijnen voordat Dick Sand het bemerkt had.
+
+Zou Negoro er belang bij gehad hebben dat de magneetnaald de goede
+richting hernam! Ja, want deze winden uit het zuid-westen kwamen hem
+nu te stade!....
+
+"Wat is er gaande?" vroeg de leerling.
+
+"Dat is die ongelukkige kok, die viel op het kompas!" antwoordde Tom.
+
+Bij deze woorden, bukte zich Dick Sand, die zich zeer ongerust maakte,
+naar het kompashuisje.... Het was in order, het kompas door de lampen
+verlicht, lag altijd op zijn beide concentrische ringen.
+
+Dat was een steen van het hart van Dick! Het breken van het eenige
+kompas aan boord zou een onherstelbaar ongeluk geweest zijn.
+
+Maar, wat Dick Sand niet had kunnen opmerken, was, dat sedert het
+wegnemen van het stuk ijzer, de naald haar normalen stand weder had
+ingenomen en juist het magnetische noorden aanwees, zooals het onder
+dezen meridiaan moest zijn.
+
+Al kon men nu evenwel Negoro niet verantwoordelijk stellen voor een
+val, die onwillekeurig scheen, zoo had Dick Sand toch alle reden er
+zich over te verwonderen dat de kok zich op dat uur op het achterschip
+bevond.
+
+"Wat doe je daar?" vroeg hij hem.
+
+"Wat me bevalt," antwoordde Negoro.
+
+"Je zegt!...." riep Dick Sand uit, die zich een oogenblik boos maakte.
+
+"Ik zeg!...." antwoordde de kok, "dat er geen reglement is dat me
+verbiedt op het achterschip te wandelen!"
+
+"Welnu, ik maak dat reglement," antwoordde Dick Sand, "en nu verbied
+ik u achteruit te komen!"
+
+"Och kom!" antwoordde Negoro.
+
+De man, die zich zelf gewoonlijk zoo meester was, maakte een dreigende
+beweging.
+
+De leerling haalde een revolver te voorschijn en richtte deze op den
+kok, zeggende:
+
+"Negoro, onthoud dat ik dit wapen altijd bij me draag en ik je bij
+het eerste teeken van verzet door 't hoofd schiet!"
+
+Op dit oogenblik voelde Negoro zich door een onweerstaanbare kracht
+tot het dek neergebogen.
+
+Hercules had eenvoudig zijn zware hand op zijn schouder gelegd.
+
+"Kapitein Sand," zei de reus, "wilt u dat 'k dien kerel over boord
+gooi? Het is een lekkerbeetje voor de visschen die nog al zoo kiesch
+niet zijn."
+
+"Nog niet," antwoordde Dick Sand.
+
+Negoro richtte zich op, zoodra hij de hand van den neger niet meer
+op zich voelde drukken. Maar Hercules voorbijgaande, mompelde hij:
+
+"Dat zal 'k je betaald zetten, vervloekte neger!"
+
+Intusschen was de wind omgeloopen en toch gaf, tot Dick's verwondering,
+niets in den toestand der zee te kennen dat er een verandering op
+til was. Het schip hield nog steeds koers, maar door wind en zeeën,
+die nu dwars inkwamen, was Dick Sand genoodzaakt vier streken af te
+houden om voor den storm te blijven wegloopen.
+
+Maar van den anderen kant was zijn aandacht meer dan ooit opgewekt en
+vroeg hij zich af of er niet eenig verband bestond tusschen den val van
+Negoro en het breken van het eerste kompas. Wat was de kok daar komen
+doen? Had hij er misschien eenig belang bij dat het tweede kompas
+ook buiten dienst gesteld werd? Welk belang zou dat hebben kunnen
+zijn? Er was geen enkele reden voor te vinden. Moest ook Negoro,
+evenzeer als allen, niet vurig wenschen zoo spoedig mogelijk aan de
+Amerikaansche kust te landen?
+
+Toen Dick Sand met Mevr. Weldon over het voorval sprak, kon ook zij,
+hoewel zijn wantrouwen in zekere mate deelende, geen aannemelijke
+drijfveer vinden voor 't geen van den kant van Negoro een misdadig
+overleg zou geweest zijn.
+
+Intusschen werd op den kok, uit voorzichtigheid, nauwkeurig het oog
+gehouden. Overigens kwam hij in zooverre de bevelen van den leerling
+na, dat hij zich niet meer op het achterschip waagde, waar zijn dienst
+hem nimmer riep. Bovendien nam men de voorzorg er Dingo aanhoudend
+verblijf te laten houden, en men weet dat Negoro niet bijzonder op
+het gezelschap van den hond gesteld was.
+
+Gedurende de geheele week bleef de storm voortwoeden. De barometer
+daalde nog altijd. Van den 14en tot den 26en Maart, was het onmogelijk,
+van een oogenblikje kalmte gebruik te maken om eenige zeilen bij te
+zetten. De _Pelgrim_ stormde naar het noordoosten met een snelheid die
+niet onder de twee honderd mijlen in de vier-en-twintig uur kon zijn,
+en nog altijd geen land! En toch, dat land was Amerika, dat als een
+onmetelijke slagboom tusschen de Atlantische zee en de Stille Zuidzee
+ligt, op een lengte van meer dan honderd twintig graden.
+
+Dick Sand vroeg zich somtijds af of hij niet krankzinnig was, of hij
+nog het bewustzijn had het ware van het valsche te onderscheiden, of
+hij niet sedert zoo vele dagen, buiten zijn weten, in een verkeerde
+richting liep! Neen, zoo erg kon hij zich niet vergissen! De zon,
+die hij wel is waar in den dikken nevel niet kon onderscheiden,
+kwam altijd vóór hem op, om achter hem onder te gaan!
+
+Maar was het land dan verdwenen? Waar lag dan Amerika, waarop zijn
+schip misschien te gronde zou gaan, waar was het, zoo het zich niet
+daar bevond? Het mocht dan het zuidelijke of het noordelijke vasteland
+zijn,--want alles was mogelijk in die verwarring,--een van beiden moest
+de Pelgrim toch bereiken. Wat was er toch gebeurd sedert het begin van
+dien verschrikkelijken storm? Wat geschiedde er nog, nu die kust, die
+zijn heil of zijn ondergang zou zijn, nog altijd niet opdoemde? Moest
+Dick Sand dan veronderstellen dat hij bedrogen was door zijn kompas,
+welks aanwijzingen hij niet meer kon vergelijken, omdat het tweede
+kompas hem ontbrak om die vergelijking te doen? En werkelijk zijn
+vrees was gewettigd door die voortdurende totale afwezigheid van land!
+
+Wanneer Dick Sand zich dan ook niet aan het roer bevond, was hij
+onophoudelijk bezig de kaart met de oogen te verslinden. Maar
+al bestudeerde hij deze nog zoo vlijtig, zij kon hem het raadsel
+niet oplossen dat, in den toestand waarin Negoro hem gebracht had,
+onbegrijpelijk voor hem was, zooals het voor iedereen zou geweest zijn.
+
+Dien dag evenwel, den 27n Maart ongeveer 8 uur 's morgens deed zich
+iets van het grootste gewicht voor.
+
+Hercules voor op den uitkijk, deed den kreet hooren:
+
+"Land! land!"
+
+Dick Sand nam een sprong naar den bak. Zou Hercules, die geen
+zeemansoogen kon hebben, zich niet bedriegen?
+
+"Land!" riep Dick Sand.
+
+"Dáár!" antwoordde Hercules, terwijl hij een bijna onmerkbaar punt
+aan den horizont in het noord-oosten aanwees.
+
+Men kon elkander te midden van het geloei van den storm slechts
+moeielijk verstaan.
+
+"Heb je werkelijk land gezien?...." vroeg de leerling.
+
+"Ja," antwoordde Hercules, met het hoofd knikkend. En wederom wees
+hij met de hand aan bakboord vooruit.
+
+De leerling keek, maar zag niets.
+
+Op dit oogenblik betrad Mevr. Weldon, die den kreet door Hercules
+geuit, gehoord had, het dek, niettegenstaande haar belofte er niet
+te komen.
+
+"Mevrouw!...." riep Dick Sand.
+
+Ook Mevr. Weldon, zich niet kunnende doen hooren, beproefde het door
+den neger aangewezen land te ontdekken, en scheen haar geheele leven
+in haar oogen te concentreeren.
+
+Waarschijnlijk had de hand van Hercules naar een verkeerd punt aan
+den horizont gewezen, want noch Mevrouw Weldon, noch Dick Sand konden
+iets zien.
+
+Maar eensklaps strekte ook hij de hand uit.
+
+"Ja! ja! land!" zeide hij.
+
+En werkelijk was op een plek, waar de nevelen voor een oogenblik
+uiteen weken, een soort van top te zien. Zijn zeemansoogen konden
+hem niet bedriegen.
+
+"Eindelijk!" riep hij uit, "eindelijk!"
+
+Hij hield zich koortsachtig aan de verschansing vast. Mevr. Weldon,
+door Hercules ondersteund, keek onophoudelijk naar dat zoo vurig
+verlangde land.
+
+De kust, die door dit voorgebergte gevormd werd, verhief zich op
+tien mijlen aan lij van bakboordszij. Daar er nu een blinker kwam,
+kon men de kust duidelijker onderscheiden. Het was ongetwijfeld een
+kaap van het Amerikaansche vasteland. De _Pelgrim_ kon zonder zeilen
+niet goed koers houden, maar moest wel op het strand aanloopen.
+
+Het was slechts om eenige uren te doen. Het was nu acht uur 's morgens
+en dus zou de _Pelgrim_ voor twaalf uur dicht bij land zijn.
+
+Op een teeken van Dick Sand, geleidde Hercules Mevr. Weldon weder
+naar het achterschip, want zij zou het geweld van het stampen niet
+hebben kunnen weerstaan.
+
+De leerling bleef nog een oogenblik op den bak en keerde vervolgens
+naar het roer bij den ouden Tom terug.
+
+Eindelijk zag hij dan nu deze zoo lang weggebleven, zoo vurig begeerde
+kust! maar nu helaas! met een gevoel van schrik!
+
+En inderdaad, in den toestand waarin de _Pelgrim_ zich bevond, namelijk
+vluchtende voor den storm, het land aan lij, was er niets anders te
+wachten dan een schipbreuk met al haar mogelijke verschrikkingen.
+
+Twee uren verliepen. Het voorgebergte vertoonde zich nu dwarsscheeps.
+
+Op dit oogenblik kwam Negoro aan dek. Dezen keer keek hij met de
+grootste aandacht naar de kust, schudde het hoofd als iemand die
+wist waaraan zich te houden, en ging weder naar beneden, na een naam
+genoemd te hebben dien niemand kon verstaan.
+
+Wat Dick Sand betreft, hij trachtte de kust te ontdekken, die zich
+achter het voorgebergte moest uitstrekken.
+
+Opnieuw verliepen twee uren. Het voorgebergte verhief zich aan
+bakboordszij van achteren, maar de kust was nog altijd niet te
+onderscheiden.
+
+Intusschen klaarde de lucht aan den horizont op, en een hooge kust,
+zooals het Amerikaansche land zich juist moest voordoen in het verre
+verschiet, begrensd door de ontzaglijke keten der Andes, zou op een
+afstand van meer dan twintig mijlen zichtbaar geweest zijn.
+
+Dick Sand nam zijn verrekijker en liet dien langzaam langs den geheelen
+oostelijken horizont gaan.
+
+Niets! Hij zag niets meer!
+
+Om twee uren na den middag, was alle spoor van land achter den
+_Pelgrim_ uitgewischt. Vooruit kon de verrekijker niet de minste lijn
+van een hooge of lage kust ontdekken.
+
+Toen ontsnapte aan Sand een smartelijke kreet; hij verliet onmiddellijk
+het dek en begaf zich haastig naar de kajuit waar Mevr. Weldon met
+den kleinen Jack, Nan en Neef Benedictus zich ophielden.
+
+"Een eiland! 't was maar een eiland!" zeide hij.
+
+"Een eiland, Dick! maar welk?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"De kaart zal 't ons zeggen."
+
+En even heengaande, kwam hij met de kaart terug.
+
+"Daar, mevrouw Weldon, daar!" zei hij. "Het land dat in 't gezicht
+geweest is, kan niet anders zijn dan het verloren punt te midden der
+Stille Zuidzee! 't kan niet anders zijn dan het Paascheiland! Er zijn
+geen andere eilanden in deze streken!"
+
+"En hebben we 't al achter ons?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Ja, loefwaarts van ons!"
+
+Mevr. Weldon keek aandachtig naar het Paasch-eiland, dat slechts een
+onmerkbaar punt op de kaart uitmaakte.
+
+"En hoe ver is het van de Amerikaansche kust.
+
+"Vijf en dertig graden."
+
+"En dat is?...."
+
+"Ongeveer twee duizend mijlen."
+
+"Maar is dan de _Pelgrim_ niet vooruitgegaan, omdat we nog zoo ver
+van het vasteland afzijn?"
+
+"Mevrouw Weldon," antwoordde Dick Sand, die een oogenblik de
+hand aan het voorhoofd bracht, als om zijn gedachten bijeen te
+houden, "'k weet.... 'k kan geen verklaring van de ongelooflijke
+vertraging geven!.... Neen! ik kan niet.... of de aanwijzingen van
+het kompas moeten valsch geweest zijn!.... Maar dat eiland moet
+wel het Paasch-eiland geweest zijn, omdat we voor den wind naar het
+noord-oosten hebben moeten loopen en de Hemel zij gedankt dat we nu
+weten waar we zijn. Ja! 't is het Paasch-eiland! Ja het is nog twee
+duizend mijlen van de kust af! Eindelijk weet ik dan toch waarheen
+de storm ons gejaagd heeft, en zoo hij bedaart, kunnen we met eenige
+kans op geluk de Amerikaansche kust aandoen! Nu althans mag ons schip
+niet meer verloren heeten in de onmetelijke Stille Zuidzee!"
+
+Dit vertrouwen, door den jeugdigen leerling geuit, werd door allen
+gedeeld die hem zoo hoorden spreken. Mevr. Weldon zelve liet zich
+overtuigen. Het was wezenlijk alsof die arme menschen aan het einde
+van hun zorgen, van hun lijden gekomen waren en de _Pelgrim_ weldra
+met goeden wind in een haven zou binnenloopen!
+
+Het Paascheiland,--met zijn waren naam Vai-Hou geheeten,--ontdekt
+door David in 1686, bezocht door Cook en Lapérouse, is gelegen op
+27° Z.B. en 112° O.L. Indien de schoenerbrik op deze wijze meer dan
+vijftien graden naar het noorden was verzeild, dan was dit blijkbaar
+tengevolge van dien storm uit het zuid-westen waarvoor zij had
+moeten lenzen.
+
+De _Pelgrim_ was dus nog twee duizend mijlen van de kust
+verwijderd. Evenwel moest hij door de kracht van den wind, die nog
+altijd even hevig bleef, in minder dan tien dagen een of ander punt
+van de kust van Zuid-Amerika bereikt hebben.
+
+Maar mocht men niet hopen, zooals de leerling gezegd had, dat het
+weder eindelijk toch wat zou bedaren en dat het dan mogelijk zou zijn
+een of ander zeil bij te zetten, zoodra men land in 't gezicht had?
+
+Dit was nog altijd de hoop van Dick Sand. Hij was van meening dat
+die orkaan, die nu reeds zoovele dagen had aangehouden, eindelijk
+toch wel zou afnemen. En nu hij, tengevolge van de verkenning van
+het Paasch-eiland, juist wist waar zij zich bevonden, had hij alle
+reden te vertrouwen, dat hij, eenmaal weder meester van zijn vaartuig
+geworden, het naar een veilige ankerplaats zou kunnen brengen.
+
+Nu Dick Sand als door een bijzondere gunst der Voorzienigheid dat
+verlaten punt te midden der zee had kunnen verkennen, nu had Dick Sand
+zijn vertrouwen, dat bijna verloren was gegaan, teruggekregen. Werd hij
+altijd door een orkaan, dien hij niet beteugelen kon, voortgezweept,
+dan ging dit toch niet geheel blindelings meer.
+
+De _Pelgrim_, stevig gebouwd en getuigd, had onder deze woedende
+aanvallen van den storm, weinig geleden. Zijn averij bepaalde zich
+tot het verlies van het marszeil en de kleine stagstok--verliezen die
+licht te herstellen waren. Geen druppel water was door de met zorg
+gestopte naden van den romp en het dek gedrongen. De pompen waren
+volkomen onbelemmerd. In dit opzicht was er niets te vreezen.
+
+Doch onophoudelijk bleef de orkaan voortwoeden en niets scheen hem tot
+bedaren te brengen. Kon Dick Sand zijn schip in zekere mate bestand
+maken tegen den storm, hij vermocht den wind niet bevelen te gaan
+liggen, den golven te bedaren, den hemel op te klaren. Was hij aan
+boord na God "heer en meester," buiten boord was het God alleen die
+wind en golven gebood.
+
+
+
+
+DERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+LAND! LAND!
+
+
+Intusschen zou het vertrouwen, dat Dick Sand als bij instinct bezielde,
+gedeeltelijk gerechtvaardigd worden.
+
+Den volgenden dag, 27 Maart, ging de kwikkolom in de barometerbuis aan
+het rijzen. De schommeling had niet plotseling plaats en was ook niet
+belangrijk, eenige strepen slechts, maar de rijzing scheen te zullen
+aanhouden. De storm ging blijkbaar in het tijdperk van afneming over,
+en, mocht de zee nog buitengewoon onstuimig blijven, toch kon men
+zich overtuigen dat de wind afnam.
+
+Dick Sand kon er nog niet aan denken zeilen aan te slaan. Het
+kleinste zeil ware weggerukt geworden. Evenwel hoopte hij dat er geen
+vier-en-twintig uur zouden verloopen zonder dat hem mogelijk was een
+stormzeil bij te zetten.
+
+En werkelijk ging de wind 's nachts vrij belangrijk liggen, vooral
+als men hem vergeleek met 't geen hij tot nog toe geweest was, en
+nu ook had het schip minder van het vreeselijke slingeren te lijden,
+dat vroeger dreigde het te vernielen.
+
+De passagiers begonnen zich weder op het dek te vertoonen. Zij liepen
+geen gevaar meer door de stortzee medegevoerd te worden.
+
+Mevr. Weldon verliet het eerst de kerk waar Dick Sand haar uit
+voorzichtigheid gedwongen had zich den geheelen duur van den storm
+op te sluiten. Zij kwam eens praten met den leerling, dien een
+waarlijk bovenmenschelijke geestkracht het vermogen geschonken
+had zoovele vermoeienissen te weerstaan. Vermagerd, verweerd en
+bleek van gelaat, had hij verzwakt moeten zijn door het gemis aan
+den voor zijn leeftijd zoo noodigen slaap! Neen! zijn krachtige
+natuur weerstond alles. Eenmaal misschien zou hij dit tijdperk van
+beproevingen duur moeten betalen! Maar het was de tijd niet zich
+te laten ontmoedigen. Dick Sand had dit alles reeds bij zich zelven
+nagegaan en Mevr. Weldon vond hem sterker en moediger dan ooit.
+
+En daarenboven bezat de moedige Dick een hoedanigheid die, in
+moeielijke omstandigheden des levens bergen verzet, hij had vertrouwen.
+
+"Dick, mijn kind, mijn kapitein!" zei Mevr. Weldon hem de hand
+reikende.
+
+"'k Moet u zeggen, mevrouw Weldon," riep Dick Sand glimlachend uit,
+"u komt de bevelen van uw kapitein niet na! U komt weer op het dek,
+u verlaat uw kajuit in weerwil van zijn.... verzoek!"
+
+"Ja, 'k ben je ongehoorzaam," antwoordde Mevr. Weldon; "maar 'k heb
+als een voorgevoel dat de storm bedaart of zal bedaren!"
+
+"Hij bedaart werkelijk, mevrouw Weldon," antwoordde de leerling. "U
+bedriegt u niet! De barometer is sedert gisteren niet gedaald. De
+wind is niet zoo hevig meer, en 'k heb alle reden te gelooven dat
+onze ergste beproevingen voorbij zijn."
+
+"God geve het, Dick! Wat heb je geleden, arm kind! Je hebt...."
+
+"Niets dan mijn plicht gedaan, mevrouw Weldon."
+
+"Maar zou je nu niet wat rust gaan nemen?"
+
+"Rust!" antwoordde de leerling. "'k Heb geen rust noodig, mevrouw
+Weldon! 'k Gevoel me zeer wel. Goddank, en 'k moet tot het einde toe
+volhouden! U hebt me den kapitein genoemd, 'k zal kapitein blijven tot
+het oogenblik dat al de passagiers van den _Pelgrim_ behouden zijn."
+
+"Dick," hernam Mevr. Weldon, "mijn man en ik, we zullen nooit vergeten,
+wat je gedaan hebt."
+
+"God heeft alles gedaan," antwoordde Dick Sand "alles."
+
+"Mijn kind, 'k zeg nog eens dat je door je zedelijken en lichamelijken
+moed je als een man gedragen hebt, als een man waard om het commando
+te voeren, en spoedig, zoodra je studies geëindigd zijn,--'k weet
+zeker dat mijn man geheel met mij zal instemmen,--zal je gezagvoerder
+worden voor het huis James W. Weldon!"
+
+"Ik.... ik!" riep Dick Sand uit, wiens oogen zich met tranen vulden.
+
+"Dick!" antwoordde Mevr. Weldon, "je waart ons aangenomen kind reeds en
+nu ben je onze zoon, de redder van je moeder en je broertje Jack! Mijn
+waarde Dick, 'k omhels je voor mijn man en voor mij!"
+
+De moedige vrouw had zich goed willen houden, toen ze Dick aan haar
+hart drukte, maar 't was haar niet mogelijk. Doch welke pen zou
+kunnen beschrijven wat Dick Sand gevoelde! Hij vroeg zich af of hij
+niet meer kon doen dan zijn leven voor zijn weldoeners opofferen,
+en hij nam nu reeds al de beproevingen aan, die hem in de toekomst
+zouden worden opgelegd.
+
+Na dit onderhoud gevoelde Dick Sand zich sterker. Als de wind
+handelbaarder werd en het hem mogelijk zou zijn een zeil bij te zetten,
+twijfelde hij geen oogenblik of hij zou zijn schip naar een haven
+kunnen voeren waar allen die het droeg eindelijk gelukkig zouden zijn.
+
+Toen de wind, den 29n een weinig bedaard was, dacht Dick er over om
+de fok en het marszeil weder aan te slaan en bij gevolg de snelheid
+van den _Pelgrim_ te bevorderen.
+
+"Komaan, Tom! komaan, mijn vrienden!" riep hij uit, toen hij bij het
+krieken van den dag aan dek kwam. "Kom! 'k Heb je armen noodig!"
+
+"We zijn gereed, kapitein Sand," antwoordde Tom.
+
+"Gereed tot alles," voegde Hercules er bij. "Er was niets te doen,
+terwijl het zoo stormde en 'k begon me mooi te vervelen!"
+
+"Je hadt moeten blazen met je grooten mond," zei de kleine Jack. "'k
+Wed dat je net zoo sterk als de wind geweest waart!"
+
+"Daar zeg je zoo wat, Jack!" antwoordde Dick Sand lachende. "Als er
+windstilte is, zullen we Hercules in de zeilen laten blazen!"
+
+"Tot je dienst, mijnheer Dick!" antwoordde de brave neger, terwijl
+hij zijn wangen opblies als een reusachtige Boreas.
+
+"We zullen beginnen, vrienden," hernam de leerling, "met een waarloos
+zeil aan te slaan, want ons marszeil is in den storm weggewaaid. 't
+Zal misschien wel moeilijk zijn, maar 't moet gebeuren."
+
+"Dan zal 't ook gebeuren!" antwoordde Actéon.
+
+"Kan ik je helpen?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Ja, Jack," antwoordde de leerling. "Ga jij maar naar 't roer om
+onzen vriend Bat te helpen sturen."
+
+Men kon zich voorstellen hoe trotsch Jack was op het vertrouwen door
+Dick Sand in hem gesteld.
+
+"Nu aan 't werk," hernam deze "en laten we ons zoo min mogelijk
+blootstellen."
+
+De negers gingen door Dick geleid, dadelijk aan hun moeielijken
+arbeid. Een marszeil aanslaan was voor Tom en zijn kameraden een
+moeielijke taak. Men moest eerst het opgerolde zeil naar boven hijschen
+en het dan aan de ra bevestigen.
+
+Evenwel commandeerde Dick zoo goed en werd zoo goed gehoorzaamd, dat
+het zeil na verloop van een uur was aangeslagen, de ra geheschen en
+het marszeil met twee reven behoorlijk bijgezet.
+
+Wat de fok en stagfok betreft, die voor den storm hadden ingenomen
+kunnen worden, deze zeilen werden vrij gemakkelijk bijgezet,
+niettegenstaande de kracht van den wind.
+
+Dienzelfden dag, des morgens tien uur, zeilde de _Pelgrim_ onder fok,
+marszeil en stagzeil.
+
+Dick Sand had het niet voorzichtig geoordeeld meer zeilen bij te
+zetten. De zeilen toch die hij droeg, moesten hem, zoolang de wind
+niet afnam, een snelheid verzekeren van tweehonderd mijlen minstens
+per vier-en-twintig uur, en meer was niet noodig om over tien dagen
+de Amerikaansche kust te bereiken.
+
+De leerling was wezenlijk voldaan, toen hij het roer overnam,
+na meester Jack, den onderstuurman van den _Pelgrim_ bedankt te
+hebben. Hij behoefde zich nu niet meer op genade aan de golven over te
+geven. De _Pelgrim_ kwam nu werkelijk goed vooruit. Iedereen die maar
+een weinig met zeezaken bekend is, zal zijn vreugde kunnen begrijpen.
+
+Den volgenden dag jaagden de wolken nog met dezelfde snelheid door
+het luchtruim, maar zij lieten nu groote openingen tusschen haar over,
+waar doorheen de zonnestralen de oppervlakte der wateren beschenen. De
+_Pelgrim_ baadde zich somtijds in dat alles bezielende licht! Dan
+weder verschool het zich achter een dichte massa dampen in het oosten,
+maar in het volgende oogenblik verscheen het nogmaals om wederom te
+verdwijnen, doch het weder werd opnieuw schoon.
+
+De luiken werden geopend om de frische lucht in het inwendige van het
+schip te laten stroomen, die doordrong tot in het ruim, de achterkajuit
+en in het verblijf der bemanning. Men hing de natte zeilen te drogen
+en spreidde ze daartoe op het waarloos rondhout uit. Ook werd het dek
+geschrobd. Dick Sand wilde niet dat zijn schip een haven binnenkwam
+zonder een weinig toilet te hebben gemaakt. Wilde hij de equipage
+niet te veel vermoeien, dan konden slechts eenige uren per dag aan
+dit werk besteed worden.
+
+Alhoewel de leerling niet meer loggen kon, had hij door gewoonte genoeg
+geleerd de vaart van een schip te schatten om zich nagenoeg rekenschap
+van zijn snelheid te geven. Hij twijfelde dus niet of hij zou binnen
+zeven dagen land in 't gezicht hebben en deze meening deelde hij aan
+Mevr. Weldon mede, na haar op de kaart de waarschijnlijke positie te
+hebben aangetoond.
+
+"Welnu! op welk punt van de kust zullen we aankomen, Dick! vroeg
+zij hem.
+
+"Hier, mevrouw," antwoordde de leerling, terwijl hij haar de lange
+kustlijn aanwees, die zich uitstrekt van Peru naar Chili. Ik kan het
+niet juister aangeven. Dit is het Paasch-eiland, dat wij in het westen
+hebben laten liggen, en uit de richting van den wind die bestendig
+geweest is, besluit ik dat wij land in het oosten zullen zien. Er
+zijn genoeg havens aan de kust, maar 't is me op dit oogenblik niet
+mogelijk te zeggen, welke wij het eerst in 't gezicht zullen krijgen."
+
+"Welnu, Dick, welke die haven zij, ze zal ons welkom zijn."
+
+"Welzeker, mevrouw Weldon, en u zult er zeker gelegenheid vinden
+om spoedig naar San-Francisco terugtekeeren. Er bestaat een
+Stoomboot-Maatschappij van de Stille Zuidzee, die een zeer goed
+georganiseerden dienst op deze kust heeft. Haar stoombooten doen de
+voornaamste punten der kust aan en u zult zeer gemakkelijk met een
+dezer booten de reis naar Californië kunnen afleggen."
+
+"Maar is het dan je plan niet den _Pelgrim_ naar San-Francisco te
+brengen?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Jawel, mevrouw, na u ontscheept te hebben. Als we ons een officier en
+een equipage kunnen verschaffen, zullen we onze lading te Valparaiso
+lossen, zooals kapitein Hull zou gedaan hebben. Daarna zullen we
+dan naar San-Francisco terugkeeren. Maar dat zou u te lang ophouden,
+ofschoon 't me zeer spijten zou afscheid van u te moeten nemen....
+
+"Ja, ja, Dick," antwoordde Mevr. Weldon. "We zullen later zien, wat ons
+te doen staat.--Zeg eens, je scheen bang te zijn om aan land te komen?"
+
+"'k Kan dat niet ontkennen," antwoordde de leerling, "maar ik hoop
+altijd een vaartuig in deze streken te ontmoeten en 't verwondert
+me zeer er nog geen te zien. Zoodra er een passeerde, zouden we
+'t praaien, 't zou ons juist zeggen waar we ons bevinden en dat zou
+onze landing zeer gemakkelijk maken."
+
+"Zijn er dan geen loodsen die op deze kust dienst doen?" vroeg
+Mevr. Weldon.
+
+"Die moeten er wel zijn," antwoordde Dick Sand, "maar veel dichter
+bij de kust. We moeten dus steeds voortgaan."
+
+"En als we nu geen loods ontmoeten," vroeg Mevr. Weldon, die volstrekt
+wilde weten hoe de leerling al die moeilijkheden dacht te boven
+te komen.
+
+"In dat geval, mevrouw, als het weer goed en de wind kalm blijft, zal
+ik trachten dicht genoeg bij de kust te houden om er een schuilplaats
+te zoeken, maar als de wind opsteekt, dan...."
+
+"Dan?.... Wat zal je dan doen, Dick?"
+
+"Dan," antwoordde Dick Sand, "zal 't in den toestand waarin de
+_Pelgrim_ verkeert, eenmaal aan lager wal geraakt, zeer moeielijk
+zijn hem weer in volle zee te brengen!"
+
+"Wat zal je dan doen?" herhaalde Mevr. Weldon.
+
+"'k Zal dan genoodzaakt zijn mijn schip op het strand te zetten,"
+antwoordde de leerling, wiens gelaat een oogenblik een droevige
+uitdrukking aannam. "'t Is waar, 't is een harde noodzakelijkheid,
+en God geve dat het niet zover zal komen! Maar, 'k zeg u nog eens,
+mevrouw Weldon, het voorkomen van de lucht is geruststellend en
+'t is niet mogelijk dat we geen schip of een loodsvaartuig zouden
+ontmoeten! Goeden moed dus! We hebben den steven naar de kust gericht
+en we zullen haar gauw zien!"
+
+Ja, zijn schip op het strand zetten, dat is een uiterste waartoe de
+flinkste zeeman slechts noode besluit! Ook verbande Dick Sand met
+geweld de gedachte aan een dergelijke ramp, zoolang er maar eenige
+kans voor hem was haar te vermijden.
+
+Gedurende eenige dagen waren er in den toestand van den dampkring
+afwisselingen die de leerling opnieuw zeer ongerust maakten. Steeds
+bleef er een flinke bries waaien en uit zekere schommeling
+der kwikkolom was duidelijk op te maken dat de wind nog zou
+aanwakkeren. Dick Sand dacht er dus niet zonder vrees aan of hij zich
+niet weer zou genoodzaakt zien voor top en takel te gaan loopen. Hij
+had er evenwel zulk een groot belang bij althans zijn marszeil te
+behouden, dat hij besloot het niet te laten bergen, zoolang het
+geen gevaar liep weg te waaien. Maar om de stevigheid der masten te
+verzekeren, liet hij want en stagen aanzetten. Bovenal was het zaak de
+grootste voorzichtigheid in acht te nemen, want hun toestand zou nog
+erger geworden zijn, indien de _Pelgrim_ masteloos rond had gedreven.
+
+Een paar malen ook moest men, daar de barometer rees, vreezen dat
+de wind geheel om zou loopen, namelijk dat hij naar het oosten zou
+gaan. In dat geval zouden zij zoo dicht mogelijk aan den wind moeten
+houden!
+
+Een nieuwe zorg voor Dick Sand. Wat zou hij met tegenwind gedaan
+hebben? Laveeren? Maar, zoo hij zich daartoe verplicht zag, welke
+nieuwe vertraging en hoe licht kon hij dan weder in volle zee
+teruggeworpen worden?
+
+Deze vrees werd gelukkig niet bewaarheid. De wind bleef, na gedurende
+eenige dagen gezocht te hebben, nu eens naar het noorden, dan weder
+naar het zuiden loopende, eindelijk in het westen staan. Maar het
+was altijd een stijve koelte die in het tuig van den _Pelgrim_ blies.
+
+Het was de 5e April en dus reeds meer dan twee maanden geleden, dat de
+_Pelgrim_ Nieuw-Zeeland had verlaten. Twintig dagen achtereen was zijn
+loop door tegenwind en langdurige windstilte vertraagd. Vervolgens
+had hij zich in gunstige omstandigheden bevonden om spoedig land te
+bereiken. Zelfs had zijn snelheid gedurende den storm zeer belangrijk
+moeten zijn. Dick Sand schatte de gemiddelde vaart op niet minder dan
+op twee honderd mijlen per dag! Hoe kwam het dan dat men nog altijd
+geen kust in het gezicht kreeg! Ontvluchtte zij den _Pelgrim_? Het
+was volkomen onverklaarbaar!
+
+En evenwel werd geen land gezien, hoewel een der negers voortdurend
+op den uitkijk stond.
+
+Dikwijls begaf Dick Sand zich zelf in het want. Daar trachtte hij
+dan met den verrekijker iets van bergen te ontdekken. De bergketen
+der Andes is zeer hoog en het was dus in de wolken dat aan den verren
+horizont zich te midden der nevelen een top zou voorgedaan hebben.
+
+Meermalen werden Tom en zijn kameraden door valsche teekenen van
+land misleid. Dampen van vreemde vormen vertoonden zich op den
+achtergrond. Het gebeurde soms dat de goede menschen halsstarrig
+bleven volhouden dat zij land zagen, maar na eenigen tijd waren zij
+dan genoodzaakt te erkennen dat zij de dupes van een gezichtsbedrog
+geweest waren. Het gewaande land verplaatste zich, veranderde van
+gedaante en verdween eindelijk geheel.
+
+Maar den 6en April was er eindelijk geen twijfel mogelijk. Het was
+acht uur 's morgens. Dick Sand was zoo even in het want geklommen. In
+dit oogenblik verdichtten de nevelen zich onder de eerste stralen
+der zon en klaarde de horizont geheel op.
+
+Eindelijk deed Dick Sand den reeds zoo dikwijls geuiten kreet hooren:
+
+"Land! land! vlak voor den boeg!"
+
+Bij dezen kreet liep iedereen op het dek, zoowel de kleine Jack,
+nieuwsgierig als men op dien leeftijd is, Mevr. Weldon, wier
+beproevingen met de landing zouden ophouden, Tom en zijn kameraden,
+die eindelijk het Amerikaansche vasteland weder zouden betreden,
+en zelfs neef Benedictus, die hoopte een rijke verzameling nieuwe
+insecten bijeen te garen.
+
+Alleen Negoro verscheen niet.
+
+Iedereen zag toen wat Dick Sand gezien had, deze zeer duidelijk, gene
+stellig meenende dat zij het zagen. Maar voor den leerling die zoo
+gewoon was den horizont waar te nemen, was er geen dwaling mogelijk
+en een uur later bleek het dat hij zich niet bedrogen had.
+
+Op een afstand van ongeveer vier mijlen strekte zich een vrij lage kust
+uit of althans iets dat zich als zoodanig voordeed. Op den achtergrond
+moest zich de hooge keten der Andes vertoonen, maar een wolkensluier
+belette er de toppen van te zien.
+
+De _Pelgrim_ liep rechtstreeks en snel op deze kust toe, die zich
+zienderoog verder uitstrekte.
+
+Twee uur later was hij er nog slechts drie mijlen van verwijderd.
+
+Dit gedeelte van de kust liep in het noord-oosten uit in een vrij
+hooge kaap, die een soort van open ree verborg. In het Zuid-oosten
+daarentegen, verlengde zij zich tot een smalle landtong.
+
+Eenige boomen bekroonden een reeks van niet zeer verheven rotsachtige
+steilten, die zich scherp tegen den hemel afteekenden. Maar op het
+geografisch karakter van het land was het duidelijk, dat de achtergrond
+gevormd werd door de hooge bergketen der Andes.
+
+Overigens was er geen woning, geen haven, geen riviermonding in
+'t gezicht die aan een vaartuig tot schuilplaats had kunnen dienen.
+
+Op dit oogenblik liep de _Pelgrim_ rechtstreeks op het land toe.
+
+Met het kleine aantal zeilen waarover hij nu beschikken kon en den
+wind op de kust, was het Dick Sand onmogelijk hem er af te houden.
+
+Vooraan liep een lange lijn klippen waartegen de hoog opbruisende
+golven braken en een eind weegs het strand op, wit schuimend
+uiteenspatten. Er moest daar een geduchte branding zijn.
+
+Dick Sand, die eenigen tijd op den bak gebleven was om de kust te
+observeeren, kwam op het achterschip terug en nam het roer weder
+in handen.
+
+De wind wakkerde steeds aan. De schoenerbrik bevond zich weldra nog
+slechts een mijl van het strand af.
+
+Dick Sand merkte toen een soort van kleine baai op waarin hij besloot
+binnen te loopen; maar vóór haar te bereiken moest hij de lijn van
+klippen door, waartusschen het moeielijk zou geweest zijn een doortocht
+te vinden. De branding toonde aan dat het water overal ontbrak.
+
+Op dit oogenblik sprong Dingo, die op het dek heen en weder liep,
+naar voren en deed, met den kop naar de kust gewend, een klaaglijk
+geblaf hooren. Men zou gezegd hebben dat de hond dit strand herkende
+en dat zijn instinct hem een smartelijke herinnering in het geheugen
+terugbracht.
+
+Negoro hoorde het zeker, want een onweerstaanbaar gevoel drong hem
+buiten de kombuis, en hoewel hij den hond moest vreezen, ging hij
+bijna dadelijk over de verschansing hangen.
+
+Zeer gelukkig voor hem, merkte Dingo, wiens droevig geblaf steeds
+tot dat land gericht was, hem niet op.
+
+Negoro scheen zich over de woeste branding volstrekt niet ongerust
+te maken. Mevr. Weldon, die hem waarnam, meende op te merken dat er
+zich een lichte blos over zijn gelaat verspreidde en zijn trekken
+zich een oogenblik samentrokken.
+
+Zou Negoro het punt van het vaste land herkend hebben waar de wind
+den _Pelgrim_ heen dreef?
+
+Op dit oogenblik verliet Dick Sand het roer dat hij aan den ouden
+Tom overgaf. Een laatste maal nam hij den inham op, die zich allengs
+opende. Toen, zich tot Mevr. Weldon wendende, sprak hij met vaste stem:
+
+"'k Heb geen hoop meer, Mevrouw een schuilplaats te vinden! Over een
+half uur zal, niettegenstaande al mijn pogingen, de _Pelgrim_ op de
+klippen stooten. We moeten hem op het strand zetten! Ik zal het schip
+niet meer naar een haven kunnen brengen! 'k Ben genoodzaakt het op
+te offeren om u te redden! Maar tusschen uw geluk en het mijne mag
+ik niet aarzelen!"
+
+"Heb je alles gedaan wat mogelijk was, Dick?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Alles," antwoordde de leerling.
+
+Een oogenblik later ging hij over tot de toebereidselen voor de
+schipbreuk.
+
+Vooreerst werden Mevr. Weldon, Jack, neef Benedictus en Nan met
+zwemgordels voorzien. Dick Sand, Tom en de andere zwarten, bekwame
+zwemmers namen eveneens maatregelen om de kust te bereiken, indien
+zij misschien in zee geworpen werden.
+
+Hercules werd speciaal belast met de zorg voor Mevr. Weldon.
+
+De leerling zou voor den kleinen Jack zorgen. Neef Benedictus, die
+overigens zeer bedaard was, verscheen op het dek, omhangen met zijn
+insectendoos. De leerling beval hem aan Bat en Austin aan. Wat Negoro
+aangaat, zijn zonderlinge bedaardheid deed genoeg zien dat hij van
+niemand hulp behoefde.
+
+Dick Sand liet, als uiterste voorzorg, een tiental vaten met
+walvischtraan op den bak brengen.
+
+Deze olie op het juiste oogenblik dat de _Pelgrim_ zich in de branding
+zou bevinden, uitgegoten, moest de zee een oogenblik doen bedaren
+door de watermolecule glad te maken, hetgeen het passeeren van het
+schip tusschen de klippen misschien gemakkelijk zoude maken.
+
+Dick Sand wilde niets verzuimen dat misschien het geluk van allen
+kon verzekeren.
+
+Nadat al deze voorzorgen genomen waren, kwam de leerling zijn plaats
+aan het roerrad weder innemen.
+
+De _Pelgrim_ was nog slechts twee kabellengten van de kust verwijderd,
+in de onmiddellijke nabijheid van de klippen. Zijn bakboordszijde
+baadde reeds in het witte schuim der branding. Elk oogenblik kon de
+kiel van het vaartuig tegen een verborgen klip stooten.
+
+Eensklaps zag Dick Sand aan een verandering van de kleur van het water,
+dat er een doorvaart tusschen de klippen liep. Hij moest het vaartuig
+zonder aarzeling in de opening sturen, om zoo dicht mogelijk bij de
+kust te stranden.
+
+De leerling aarzelde dan ook niet. Een wending van het roer wierp
+het schip in de nauwe en bochtige geul.
+
+Op deze plaats was de zee nog onstuimiger en de golven stoven tot op
+het dek.
+
+De negers waren voor, bij de vaten geposteerd, en wachtten op de
+orders van den leerling.
+
+"Stort de traan uit!" riep Dick Sand.
+
+Als door tooverij bedaarde de zee onder deze olie, al werd zij in
+het volgende oogenblik woedender dan ooit.
+
+De _Pelgrim_ gleed snel over het gladde water en richtte zich
+rechtstreeks naar het strand.
+
+Plotseling had er een schok plaats. Het schip werd door een geduchte
+golf in de hoogte getild en op het strand gezet, terwijl de masten
+daarbij vielen zonder iemand te verwonden.
+
+De romp van den _Pelgrim_, midden doorgebroken door den schok, werd
+met geweld door het water overstroomd. Maar het strand was slechts
+een halve kabellengte verwijderd, en langs een keten van kleine
+zwartachtige rotsen was het gemakkelijk te bereiken.
+
+Ook waren drie minuten later allen die zich op den _Pelgrim_ bevonden,
+aan den voet van het rotsachtige strand ontscheept.
+
+
+
+
+VEERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+WAT MEN DOEN MOET.
+
+
+Na een overtocht dus, langen tijd door windstilte belemmerd, daarna
+door noord- en zuidwestenwinden begunstigd--een overtocht die niet
+minder dan vier-en-zeventig dagen geduurd had,--werd de _Pelgrim_
+op het strand geworpen.
+
+Evenwel dankten Mevr. Weldon en haar metgezellen de Voorzienigheid,
+zoodra zij behouden aan land waren.
+
+Het was werkelijk een vasteland en niet een der noodlottige eilanden
+van Polynesië waarop de storm hen geworpen had. Den terugkeer in
+hun vaderland, op welk punt van Zuid-Amerika zij ook geland waren,
+stond naar het scheen, geen ernstige beletselen in den weg.
+
+Wat de _Pelgrim_ aangaat, deze was verloren. Het was slechts een
+geraamte zonder waarde, welks overblijfselen binnen weinige uren door
+de branding zouden verspreid zijn. Het zou onmogelijk geweest zijn er
+iets van te redden. Maar al mocht Dick Sand het genoegen niet smaken
+zijn reeder een onbeschadigd vaartuig thuis te brengen, toch waren,
+dank zij hem, zij die er zich op bevonden, frisch en gezond op een
+gastvrije kust aangeland en onder deze de vrouw en het kind van James
+W. Weldon.
+
+Wat nu de vraag betreft op welk gedeelte van de Amerikaansche
+kust de schoener-brik gestrand was, daarover had men lang kunnen
+beraadslagen. Was het, zooals Dick Sand moest veronderstellen, op
+de kust van Peru? Misschien, want hij wist door de verkenning van
+het Paasch-eiland, dat de _Pelgrim_ door de werking der winden en
+ongetwijfeld ook onder den invloed der aequatoriale stroomen, naar het
+noord-oosten was gedreven. Van den drie-en-veertigsten breedtegraad,
+had hij zeer goed tot den vijftienden kunnen afdrijven.
+
+Het was dus van belang zoo spoedig mogelijk het juiste punt der kust
+te weten waar de schoenerbrik gestrand was. Gesteld dat deze kust
+die van Peru was, dan ontbraken de havens, de steden en dorpen er
+niet en zou het bijgevolg gemakkelijk zijn de eene of andere bewoonde
+plaats te bereiken. Wat dit gedeelte van het strand betrof, het scheen
+geheel verlaten.
+
+Het was een smalle, hier en daar door zwarte rotsen afgewisselde
+oever, die door een kustrand van tamelijke hoogte werd afgesloten; deze
+kustrand werd zeer onregelmatig doorsneden door groote, trechtervormige
+openingen, gevormd door het doorbreken der rots. Hier en daar gaven
+eenige zachte hellingen toegang tot den top.
+
+Ten noorden, op een kwart mijl van de plaats van de stranding,
+bevond zich de monding eener kleine rivier, die uit volle zee niet
+kon gezien worden. Langs haar oevers hingen talrijke "rhizophoren"
+over het water, een soort van wortelboomen, geheel verschillende van
+die van hetzelfde geslacht in Indië.
+
+De steile kust was aan den top bedekt door een dicht bosch, dat steeds
+een door den wind in golvende beweging verkeerende groene massa aanbood
+en zich uitstrekte tot de bergen op den achtergrond. Wel zou neef
+Benedictus, zoo hij in plaats van entomoloog botanist ware geweest,
+opgetogen zijn door het ontzaglijk aantal voor hem vreemde boomen!
+
+Het waren hooge baobabs of apenbroodboomen,--waaraan men verkeerdelijk
+een buitengewoon hoogen ouderdom heeft toegeschreven,--plataanboomen,
+witte pijnboomen, tamarindeboomen, peperboomen van een bijzondere
+soort en honderd andere gewassen, die een Amerikaan uit de noordelijke
+streken der nieuwe wereld niet gewoon is te zien.
+
+Maar als een zonderlinge omstandigheid moet vermeld worden dat men
+onder al deze boomsoorten geen enkel exemplaar ontmoet van de talrijke
+familie der palmboomen, die meer dan duizend soorten telt en verspreid
+zijn over bijna de geheele oppervlakte der aarde.
+
+Boven het strand zweefde een groot aantal schel schreeuwende vogels,
+die grootendeels tot verschillende soorten van zwaluwen behoorden,
+zwart van veeren met een staal blauwen weerschijn, maar kastanje-bruin
+van kleur boven op den kop. Hier en daar vlogen ook eenige patrijzen
+op met een geheel kalen hals en grijs van kleur.
+
+Mevr. Weldon en Dick Sand merkten op, dat al deze vogels niet zeer wild
+schenen te zijn. Men kon ze naderen zonder ze te verjagen. Hadden
+zij dan nog niet geleerd den mensch te vreezen en was die kust
+zoo verlaten, dat de losbarsting van een vuurwapen er nog nooit
+was gehoord?
+
+Aan den rand der klippen wandelden eenige pelikanen, die zich druk
+bezig hielden met den zak dien zij tusschen de takken van hun onderkaak
+dragen met kleine vischjes te vullen.
+
+Eenige meeuwen uit volle zee gekomen, begonnen om den _Pelgrim_
+heen te vliegen.
+
+Maar deze vogels waren dan ook de eenige wezens die dit gedeelte
+van de kust schenen te bezoeken,--ongerekend, voorzeker, een aantal
+belangwekkende insecten, die neef Benedictus wel zou opsporen. Maar,
+hoe het den kleinen Jack ook ter harte ging, hun kon men den naam
+van het land niet vragen, en om dien naam te weten diende men zich
+wel tot een inboorling te richten.
+
+Doch er waren geen inboorlingen, of men zag er althans geen. Evenmin
+een hut of tent, noch ten noorden aan den anderen oever van het kleine
+riviertje, noch ten zuiden, noch eindelijk op den top van de steile
+kust, te midden van de boomen van het dichte woud. Geen rookkolom
+zag men boven het bosch ten hemel kronkelen. Geen enkel bewijs,
+teeken of indruk gaf te kennen dat dit gedeelte van het vasteland
+door menschelijke wezens bezocht werd.
+
+Dick Sand was tamelijk verwonderd.
+
+"Waar zijn we? Waar kunnen we zijn?" dacht hij bij zich zelven. "Er
+is niemand wien het te vragen!"
+
+Niemand, inderdaad, en indien zich een inboorling in de nabijheid
+bevond, zou Dingo hem stellig geroken en door blaffen aangemeld
+hebben. De hond liep heen en weder op de zandige kust met den neus
+langs den grond, den staart omlaag, dof knorrende, ongetwijfeld met
+zeer vreemde bewegingen, maar noch de nadering van een mensch, noch
+die van eenig dier verradende.
+
+"Zie Dingo toch eens!" zei Mevr. Weldon.
+
+"Ja, 't is vreemd!" antwoordde de leerling. "Het schijnt dat hij
+tracht een spoor te vinden!"
+
+"Zeer vreemd, dat is zeker!" mompelde Mevr. Weldon.
+
+"Wat doet Negoro?" vroeg zij.
+
+"Hij doet, wat Dingo doet," antwoordde Dick Sand. "Hij komt, hij
+gaat!.... Maar in alle geval, is hij hier vrij. 'k Heb het recht niet
+meer hem bevelen te geven. Zijn dienst is geëindigd met het stranden
+van den _Pelgrim_!"
+
+Werkelijk liep Negoro met groote schreden heen en weder, keerde zich
+om, bekeek het strand en de steile kust, als iemand die tracht zich
+een of ander feit te herinneren. Kende hij dan dat land? Hij zou
+waarschijnlijk geweigerd hebben die vraag te beantwoorden als men hem
+haar gedaan had. Het beste was nog, zich niet met den ongezelligen
+mensch te bemoeien. Dick Sand zag weldra dat hij zich naar de zijde
+van het kleine riviertje begaf, en toen Negoro bij de bocht van den
+hoogen oever verdween, dacht hij niet meer aan hem.
+
+Dingo had wel geblaft toen de kok op den oever verscheen, maar hij
+was bijna dadelijk uitgescheiden.
+
+Men moest nu bedacht zijn op 't geen het noodzakelijkst was. Nu was
+het hoog noodig een beschutting, een wijkplaats te vinden, waar men
+zich voorloopig kon vestigen en eenig voedsel nemen. Daarna zou men
+dan raad schaffen en beslissen wat te doen.
+
+Over voedsel behoefde men zich niet ongerust te maken. Om niet te
+spreken van de hulpbronnen die het land moest opleveren, was de
+kombuis of voorraadkamer van het schip geledigd ten voordeele van
+de overlevenden van de schipbreuk. De branding had hier en daar, te
+midden der klippen die de eb nu bloot had gelegd, een groote menigte
+voorwerpen geworpen. Tom en zijn kameraden hadden reeds eenige vaatjes
+beschuit, blikken bussen met allerlei voedingstoffen en kisten met
+gedroogd vleesch opgevischt. Daar het water ze niet beschadigd had,
+was de voeding van den kleinen troep voor langer verzekerd dan ze
+noodig zouden hebben om een dorp of vlek te bereiken. In dit opzicht
+was er niets te vreezen. Deze verschillende goederen waren reeds door
+hen in zekerheid gebracht, zoodat zij bij den vloed niet door de zee
+hernomen konden worden.
+
+Ook aan zoet water was geen gebrek. Dadelijk had Dick Sand zorg
+gedragen door Hercules eenige pinten uit de kleine rivier te
+laten halen. De sterke neger had zich echter niet met eenige pinten
+vergenoegd, maar een ton op den schouder genomen en dezen met versch
+en zuiver water gevuld.
+
+Indien het noodig was vuur aan te steken, was er geen gebrek aan
+dood hout in den omtrek en daarenboven konden de wortels der oude
+wortelboomen al de brandstof leveren die men noodig had. De oude Tom
+was een sterke rooker en als zoodanig steeds voorzien van een zekere
+hoeveelheid zwam, goed bewaard in een hermetisch gesloten doos, en
+als men het wilde zou men vuurslaan, al was het met de keisteenen
+uit het zand aan den oever.
+
+Er bleef dus nu nog over een plek op te sporen waar de kleine troep
+zich zou kunnen verschuilen, indien zij mochten goedvinden één nacht
+rust te nemen voordat zij zich weder op marsch begaven.
+
+En daar was het nu waarlijk de kleine Jack die de bedoelde slaapkamer
+vond. Terwijl hij aan den voet van den steilen oever heen en weer
+trippelde, ontdekte hij achter een rotswand een van die fraaie,
+ruime grotten met gladde wanden, die de zee zelf uitholt, als haar
+onstuimige golven de kust beuken.
+
+Het kind was verrukt. Hij riep zijn moeder, en juichend kwam hij haar
+halen om haar zegevierend zijn ontdekking te toonen.
+
+"Goed, mijn Jack!" antwoordde Mevr. Weldon. "Als we Robinsons waren,
+die deze kust lang moesten bewonen, zouden we haar stellig naar jou
+een naam geven!"
+
+De grot was slechts tien of twaalf voet diep en even zoo breed, maar
+in de oogen van den kleinen Jack, was het een ontzaglijk hol. Genoeg
+dat zij ruim genoeg was om de schipbreukelingen te bergen, en--'t
+geen met genoegen door Mevr. Weldon en Nan werd opgemerkt,--zij was
+zeer droog. De maan was in haar eerste kwartier, en het was niet te
+vreezen dat het getij den voet der steile kust en dus de grot zou
+bereiken. Men kon zich dus zonder zorg eenige uren te rusten leggen.
+
+Tien minuten later waren allen op een tapijt van zeegras
+uitgestrekt. Zelfs Negoro had gemeend zich bij het troepje te moeten
+voegen en zijn aandeel in den maaltijd te nemen, die gezamenlijk zou
+gehouden worden. Ongetwijfeld was het hem minder aangenaam voorgekomen
+zich alleen te wagen in het dichte woud, waar doorheen de bochtige
+rivier kronkelde.
+
+Het was één uur na den middag. Het in bussen bewaarde vleesch, de
+beschuit, het versche water met eenige druppels rum, waarvan Bat
+eenige flesschen gered had, maakten de menu van dezen maaltijd uit.
+
+Maar al nam Negoro er deel aan, toch mengde hij zich volstrekt niet in
+het gesprek, waarin over de maatregelen beraadslaagd werd, die in den
+toestand der schipbreukelingen zouden moeten genomen worden. Evenwel
+hoorde hij toe, zonder het te laten blijken, en trok ongetwijfeld
+zijn voordeel uit hetgeen hij hoorde.
+
+Gedurende dien tijd waakte Dingo, dien men niet vergeten had, buiten
+de grot. Geen levend wezen zou zich op het strand vertoond hebben
+zonder dat het getrouwe dier bij tijds gewaarschuwd had.
+
+Mevr. Weldon, die haar kleinen Jack half liggende en bijna ingeslapen
+op haar schoot hield, nam het woord.
+
+"Dick, mijn vriend," zeide zij, "uit naam van allen zeg ik je dank
+voor de zorg en opofferingen die ge u voor ons getroost hebt, maar we
+laten je nog niet los. Je zult onze leidsman zijn te land, zooals je
+onze kapitein aan boord waart. Al onze hoop is op je gevestigd. Spreek
+dus! Wat moeten we doen?"
+
+Mevr. Weldon, de oude Nan, Tom en zijn kameraden, allen hadden de oogen
+op den leerling gevestigd. Zelfs Negoro zag hem met een zonderlinge
+belangstelling aan. Blijkbaar was hij zeer nieuwsgierig naar 't geen
+Dick zou zeggen.
+
+Nadat Dick Sand eenige oogenblikken had nagedacht, zeide hij:
+
+"Mevrouw Weldon, in de eerste plaats is het van het grootste belang te
+weten, waar we zijn. Ik geloof dat ons schip geland is op dat gedeelte
+van het Amerikaansche strand dat de Peruviaansche kust vormt. De winden
+en de stroomen hebben het tot deze breedte gebracht. Maar.... bevinden
+we ons hier in een van de zuidelijke provinciën van Peru, namelijk in
+het minst bewoonde gedeelte, dat aan de pampa's grenst? Misschien. Bij
+het zien van deze woeste kust, die slechts weinig schijnt bezocht te
+worden, zou ik het haast zelf gaan gelooven. In dat geval, zou het
+kunnen zijn dat we vrij ver van het dichtstbij zijnde dorp verwijderd
+waren, 't geen zeer noodlottig zou zijn."
+
+"Welnu, wat te doen?" herhaalde Mevr. Weldon.
+
+"Ik zou raden," hernam Dick Sand, deze schuilplaats niet te verlaten
+voor dat we goed omtrent onzen toestand zijn ingelicht. Morgen, na een
+nacht rust, zouden twee van ons op ontdekking kunnen uitgaan. Zij
+moeten dan trachten, zonder zich te ver te verwijderen, eenige
+inlanders te ontmoeten, inlichtingen bij hen in te winnen en daarna
+naar de grot terugkeeren. Het is niet mogelijk dat men binnen tien
+of twaalf mijlen niemand zou vinden."
+
+"Zouden we ons van elkander scheiden!" zei Mevr. Weldon.
+
+"Dat komt me noodzakelijk voor," antwoordde de leerling. "Zoo we op
+deze wijze volstrekt geen inlichtingen kunnen verkrijgen en wat bijna
+onmogelijk is, de streek geheel verlaten blijkt, welnu! dan zullen
+we ons best doen om ons op een andere manier uit onze verlegenheid
+te redden."
+
+"En wie van ons zou op ontdekking uitgaan?" vroeg Mevr. Weldon,
+na een oogenblik nagedacht te hebben.
+
+"Dat zouden we moeten bepalen," antwoordde Dick Sand. "Evenwel dunkt
+me, dat u, mevrouw, Jack, mijnheer Benedictus en Nan, deze grot
+niet moet verlaten. Bat, Hercules, Actéon en Austin zouden dan bij
+u blijven, terwijl Tom en ik op verkenning zouden gaan.--Negoro zal
+wel liever hier blijven?" voegde Dick Sand er bij, terwijl hij den
+kok aankeek.
+
+"Dat zou wel kunnen zijn," antwoordde Negoro, die de man niet was om
+zich verder uit te laten.
+
+"We nemen dan Dingo mede," hernam de leerling. "Hij zou ons op onzen
+tocht nuttig kunnen zijn."
+
+Toen Dingo zijn naam hoorde noemen, vertoonde hij zich aan den ingang
+der grot en scheen door een zacht geblaf de plannen van Dick Sand
+goed te keuren.
+
+Sedert de leerling dit voorstel gedaan had, bleef Mevr. Weldon
+in gedachten verdiept. Met tegenzin dacht zij aan een scheiding,
+hoe kort dan ook. Was het niet mogelijk dat de schipbreuk van den
+_Pelgrim_ bij de Indiaansche stammen die de kust, hetzij ten noorden
+hetzij ten zuiden bezochten, bekend werd, en was het, ingeval er
+strandroovers opdaagden, niet beter dat allen vereenigd waren om hen
+terug te dringen.
+
+Deze tegenwerping tegen het voorstel van Dick Sand, verdiende werkelijk
+wel overwogen te worden.
+
+Zij viel evenwel voor zijn bewijsgronden, daar hij deed opmerken dat
+de Indianen niet verward moesten worden met de wilden van Afrika
+of Polynesië en dat een aanval van hun zijde waarschijnlijk niet
+te vreezen was. Maar dit land binnen te dringen zonder zelfs te
+weten tot welke provincie van Zuid Amerika het behoorde, noch op
+welken afstand zich het naaste dorp dezer provincie bevond, zou een
+hoogstvermoeiende taak geweest zijn. De scheiding kon weliswaar met
+ongelegenheden gepaard gaan, maar minder dan een tocht te ondernemen
+door een bosch dat zich scheen uit te strekken tot den voet der bergen.
+
+"Ook," herhaalde Dick Sand, aandringende, "kan ik niet gelooven dat
+deze scheiding van langen duur zal zijn, en ik durf wel zeggen dat
+zij het niet zal zijn. Als Tom en ik na twee dagen op zijn hoogst
+geen woning of geen bewoner ontmoet hebben, keeren we naar de grot
+terug. Maar dat zou al te onwaarschijnlijk zijn en we zullen geen
+twintig mijlen in het binnenland afgelegd hebben, of we zullen
+met de geographische ligging bekend zijn. 't Is mogelijk dat ik me
+vergist heb, omdat de middelen om de ligging astronomisch te bepalen
+me ontbroken hebben, zoodat het niet onmogelijk is, dat we op een
+hoogere of een lagere breedte zijn."
+
+"'k Moet je gelijk geven, mijn kind!" antwoordde Mevr. Weldon, die
+zich zeer ongerust maakte.
+
+"En u, mijnheer Benedict," vroeg Dick Sand, "wat dunkt u van dit plan?"
+
+"Ik?...." antwoordde neef Benedictus.
+
+"Ja, hoe zoudt u er over denken?"
+
+"Ik kan geen raad geven," antwoordde neef Benedictus. "Ik vind alles
+goed wat men voorstelt en ik zal alles doen wat men wil. 't Zou me
+heel goed bevallen hier een paar dagen te blijven, dan kon ik dien
+tijd besteden om dit strand uit een zuiver entomologisch oogpunt
+te bestudeeren."
+
+"Doe dan zoo als ge wilt," zei Mevr. Weldon tot Dick Sand. "Wij zullen
+hier blijven en gij zult met den ouden Tom vertrekken."
+
+"Dat is dus afgesproken," zei neef Benedictus met de grootste
+bedaardheid. "Ik ga een bezoek aan de insecten van het land brengen."
+
+"Verwijder u niet te ver, mijnheer Benedict," zei de leerling. "We
+kunnen u dat niet genoeg op het hart drukken!"
+
+"Maak je maar niet ongerust, mijn jongen."
+
+"En breng ons vooral maar niet te veel muskieten mee!" voegde de oude
+Tom er bij.
+
+Eenige minuten later verliet de entomoloog de grot, met zijn kostbare
+blikken bus aan een band over den schouder.
+
+Bijna op hetzelfde oogenblik verliet ook Negoro de grot. Het scheen zoo
+in het karakter van den man te liggen zich met niemand af te geven dan
+met zich zelven. Maar terwijl neef Benedictus de steile kust beklom,
+om den rand van het bosch te gaan doorsnuffelen, verwijderde Negoro
+zich, naar de rivier terugkeerende, met langzame schreden en verdween
+hij terwijl hij den steilen waterkant voor de tweede maal beklom.
+
+Jack bleef altijd door slapen. Mevr. Weldon liet hem op den schoot
+van Nan en daalde naar het strand af. Dick Sand volgde haar met zijn
+kameraden. Zij wilden zich vergewissen of de toekomst der zee zou
+toelaten zich naar den romp van den _Pelgrim_ te begeven, alwaar zich
+nog een menigte voorwerpen bevonden die de kleine troep kon gebruiken.
+
+De klippen waarop de schoenerbrik gestrand was, lagen nu
+droog. Temidden van overblijfselen van allerlei aard vertoonde zich de
+romp van het vaartuig, gedeeltelijk overdekt door de hooge zee. Dit
+wekte wel eenigszins de bevreemding op van Dick Sand, want hij wist
+dat de vloed op de Amerikaansche kust van de Stille Zuidzee niet hoog
+is. Maar dit verschijnsel liet zich toch ook zeer goed verklaren door
+den wind die op de kust stond.
+
+Het terugzien van hun vaartuig maakte op Mevr. Weldon en haar
+metgezellen een pijnlijken indruk. Daar hadden zij te zamen zoovele
+dagen in lief en leed doorgebracht! Het gezicht van dat arme schip,
+half gebroken, zonder mast en zeilen, op zijde liggende als een wezen
+van het leven beroofd, deed hun smartelijk aan.
+
+Maar voordat de zee dien romp geheel zou verzwelgen, moest men hem
+bezoeken.
+
+Dick Sand en de negers konden zich gemakkelijk in het ruim laten
+afzakken, na zich door middel van de touwen, die langs de zijde van de
+_Pelgrim_ hingen op het dek geheschen te hebben. Terwijl Tom, Hercules,
+Bat en Austin zich bezighielden met alles uit de kombuis te halen wat
+hun nuttig kon zijn, zoowel spijzen als dranken, drong de leerling
+in de kerk door. Den hemel zij dank was het water nog niet in dit
+gedeelte van het vaartuig binnengedrongen, daar het achterschip na
+de branding boven was gebleven.
+
+Daar vond Dick Sand vier geweren in goeden staat--uitmuntende
+remmingtons,--alsmede een honderdtal patronen. Dit was voldoende om
+zijn kleinen troep te wapenen en hen in staat de stellen weerstand
+te bieden, indien zij onverhoopt onder weg door Indianen werden
+aangevallen.
+
+De leerling verzuimde ook niet een zakkompas mede te nemen; maar de
+scheepskaarten, in een hut van de voorplecht geborgen en door het
+water beschadigd, waren nutteloos.
+
+Ook bevonden er zich in het arsenaal van de _Pelgrim_, eenige van
+die stevige houwers of hartsvangers die dienen om den walvisch in
+stukken te hakken. Dick Sand koos er zes uit, die bestemd waren om
+de bewapening zijner metgezellen volledig te maken, en hij vergat
+ook niet een onschadelijk kindergeweer mede te nemen dat den kleinen
+Jack toebehoorde.
+
+Wat de overige voorwerpen betreft, die het schip nog bevatte, zij lagen
+hier en daar verspreid, of zij konden niet meer dienen. Bovendien was
+het niet noodig zich zoo zwaar te belasten voor de weinige dagen dat de
+reis zou duren. Van levensmiddelen, wapenen, ammunutie, was men meer
+dan voorzien. Evenwel verzuimde Dick Sand, op raad van Mevr. Weldon,
+niet om al het geld mede te nemen dat zich aan boord bevond,--ongeveer
+vijfhonderd dollars.
+
+Het was waarlijk niet veel! Mevr. Weldon had een veel grootere som
+in haar bezit gehad, maar men vond ze niet terug.
+
+Wie anders dan Negoro had gezorgd de eerste bezoeker van het schip
+te zijn en wie anders dan hij had den geldvoorraad van kapitein
+Hull en van Mevr. Weldon geplunderd? Niemand anders dan hij kon
+verdacht worden. Toch twijfelde Dick Sand een oogenblik. Wat hij
+van hem wist en opmerkte was wel geschikt om dit sombere karakter,
+wien het leed van anderen een glimlach kon afpersen, te vreezen! Ja,
+Negoro was een slecht mensch, maar mocht men daaruit besluiten dat
+hij een misdadiger was? Zoover kon Dick Sand met zijn rechtschapen
+karakter niet gaan. En toch, kon men vermoeden op iemand anders
+hebben? Neen, de brave negers hadden geen oogenblik de grot verlaten,
+terwijl Negoro over het strand had loopen dwalen. Hij alleen moest
+de schuldige zijn. Dick Sand besloot dus Negoro te ondervragen en
+des noods zijn zakken te laten doorzoeken, zoodra hij terugkwam. Hij
+wilde met zekerheid weten waaraan zich te houden.
+
+De zon neigde toen ter kim. Op dezen datum, had zij den aequator nog
+niet overschreden om warmte en licht in het noordelijk halfrond te
+verspreiden, maar zij naderde den evenaar. Zij viel dus bijna loodrecht
+op die cirkelvormige lijn waar zee en lucht ineenliepen,--'t geen
+den leerling in het denkbeeld versterkte dat hij aangeland was op
+een punt van de kust, tusschen den Steenbokskeerkring en den evenaar.
+
+Mevr. Weldon, Dick Sand en de negers keerden naar de grot terug om
+eenige uren rust te genieten.
+
+"De nacht zal onstuimig zijn," deed Tom opmerken terwijl hij naar
+den horizon wees, door dikke wolken verduisterd.
+
+"Ja," antwoordde Dick Sand, "er zal een stevige koelte waaien. Maar
+wat doet het er nu toe! Ons arm schip is verloren en de storm kan
+ons niet meer deren!"
+
+"Gods wil geschiede!" zei Mevr. Weldon.
+
+Men kwam overeen dat de negers in dezen nacht, die zeer donker
+zou zijn beurt om beurt aan den ingang der grot de wacht zouden
+houden. Daarenboven kon men zich veilig op de waakzaamheid van Dingo
+verlaten.
+
+Men bemerkte toen dat neef Benedictus, nog niet terug was.
+
+Hercules riep hem met alle kracht zijner machtige longen, en bijna
+onmiddellijk daarop zag men den entomoloog haastig den steilen oever
+afklimmen, op gevaar af zich den nek te breken.
+
+Neef Benedictus was woedend. Hij had geen enkel nieuw insect in het
+bosch gevonden, neen, geen enkel dat waard was in zijn verzameling te
+prijken! Schorpioenen, duizendpooten en andere myriapoden, zooveel
+men maar wilde en zelfs nog meer! En men weet dat neef Benedictus
+niet bijzonder ingenomen was met de myriapoden.
+
+"'t Was wel de moeite waard," voegde hij er bij, "vijf of zes duizend
+mijlen te hebben afgelegd, vreeselijke stormen getrotseerd te hebben,
+op de kust geworpen te zijn, en dan geen enkele van die Amerikaansche
+hexapoden te vinden, die den roem uitmaken van een entymoloogsch
+museum! 't Was waarlijk wel de moeite waard!"
+
+Tot besluit vroeg neef Benedictus, om maar verder te gaan. Hij wilde
+geen uur langer op die ellendige kust blijven.
+
+Mevr. Weldon trachtte haar groot kind tot bedaren te brengen. Zij gaf
+hem de hoop dat hij den volgenden dag gelukkiger zou zijn, waarna
+allen zich in de grot begaven om er tot zonsopgang te slapen, toen
+Tom de opmerking maakte dat Negoro niet teruggekeerd was, hoewel de
+nacht reeds was aangebroken.
+
+"Waar zou hij zijn?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Wat scheelt het ons!" zei Bat.
+
+"Het scheelt ons integendeel veel," antwoordde Mevr. Weldon. "'k Had
+liever dat die man bij ons was."
+
+"U hebt gelijk, mevrouw Weldon," zei Dick Sand; "maar, zoo hij uit
+eigen beweging stil uit ons gezelschap verdwenen is, zie ik niet in
+hoe we hem zouden kunnen dwingen om weer bij ons te komen! Wie weet
+of hij geen reden heeft ons gezelschap voor altoos te mijden!"
+
+En zoo, dat de anderen hem niet hooren konden, deelde Dick Sand haar
+zijn vermoeden mede. Het verwonderde hem niet van haar te hooren dat
+ook zij hem verdacht had. Alleen verschilden zij in één punt.
+
+"Als Negoro terugkomt," zei Mevr. Weldon, "zal hij zijn diefstal op
+een veilige plaats geborgen hebben. Mij dunkt, daar we hem toch niet
+kunnen overtuigen, zal het beste zijn, hem ons vermoeden verborgen te
+houden en hem daardoor in den waan te brengen dat we zijn dupes zijn."
+
+Mevr. Weldon had gelijk. Dick Sand stemde dan ook geheel met haar in.
+
+Evenwel riep men Negoro herhaaldelijk naar alle kanten.... Hij
+antwoordde niet. Of hij was reeds te ver om te hooren of hij wilde
+niet terugkeeren.
+
+De zwarten waren er niet rouwig om dat zij van zijn tegenwoordigheid
+verlost waren, maar zooals Mevr. Weldon terecht gezegd had, hij was
+misschien nog meer in de verte dan dichtbij te vreezen! Maar hoe te
+verklaren dat Negoro zich geheel alleen in dat onbekende land ging
+wagen? Was hij misschien verdwaald, en trachtte hij in dien donkeren
+nacht te vergeefs den weg naar de grot te vinden?
+
+Mevr. Weldon en Dick Sand wisten niet wat zij denken moesten. Hoe
+het zij, men mocht, om op Negoro te wachten, zich niet van de rust
+berooven die allen zoo noodig hadden.
+
+Op dit oogenblik begon de hond die op het strand liep, met kracht
+te blaffen.
+
+"Wat scheelt Dingo toch?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"We moeten het volstrekt weten," antwoordde de leerling. "Misschien
+is het Negoro wel!"
+
+Onmiddellijk begaven Hercules, Bat Austin en Dick Sand zich naar de
+monding der rivier.
+
+Maar toen zij aan den oever kwamen, zagen en hoorden zij niets. Dingo
+zweeg nu.
+
+Dick Sand en de negers keerden naar de grot terug.
+
+De slaapgelegenheden werden zoo goed mogelijk ingericht.
+
+De zwarten maakten zich gereed om beurtelings buiten te waken.
+
+Maar Mevr. Weldon was ongerust en kon niet slapen. Het land waarnaar
+zij zoo vurig verlangde, gaf haar tot nog toe niet wat zij gehoopt had,
+veiligheid voor de haren en rust voor haar zelf.
+
+
+
+
+VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
+
+HARRIS.
+
+
+Den volgenden morgen, 7 April, zag Austin, die met het krieken van
+den dag de wacht hield, Dingo blaffende naar het kleine riviertje
+snellen. Bijna op hetzelfde oogenblik traden Mevr. Weldon, Dick Sand
+en de negers uit de grot te voorschijn.
+
+Het leed geen twijfel of er was iets gaande.
+
+"Dingo heeft een levend wezen geroken, een mensch of een beest,"
+zei de leerling.
+
+"In alle geval is het Negoro niet," deed Tom opmerken, "want dan zou
+Dingo woedend blaffen."
+
+"Als het Negoro niet is, waar zou hij dan toch kunnen zijn?" vroeg
+Mevr. Weldon, terwijl zij een blik naar Dick Sand wierp die alleen
+door haar begrepen werd, "en als hij het niet is, wie is het dan?"
+
+"Wij zullen het spoedig weten, Mevr. Weldon," antwoordde de leerling.
+
+Daarna, zich tot Bat, Austin en Hercules wendende:
+
+"Wapent u, vrienden, en komt mee!"
+
+De negers namen ieder een geweer en een hartsvanger, evenals Dick Sand
+gedaan had. Na de geweren geladen te hebben, richtten allen zich naar
+den oever der rivier.
+
+Mevr. Weldon, Tom en Actéon bleven bij den ingang der grot, waar de
+kleine Jack en Nan zich nog bevonden.
+
+De zon kwam op. Haar stralen, die door de hooge bergen van het oosten
+werden opgevangen, kwamen niet rechtstreeks tot het strand; maar tot
+den westelijken horizon, zoover het oog reikte, schitterde de zee
+onder het eerste licht van den dag.
+
+Dick Sand en zijn metgezellen hielden het midden van het strand welks
+kromming zich met de monding der rivier vereenigde.
+
+Daar zagen zij Dingo onbeweeglijk als een staande hond, steeds
+blaffende. Blijkbaar zag of rook hij een inboorling.
+
+En werkelijk had de hond het dezen keer niet tegen Negoro, zijn vijand
+aan boord.
+
+Van achter den laatsten hoek van den rotsachtigen oever kwam een man
+te voorschijn. Hij naderde voorzichtig en trachtte door vriendelijke
+gebaren Dingo te doen bedaren. Men kon zien dat hij volstrekt niet
+onverschillig was voor den toorn van het krachtige dier.
+
+"'t Is Negoro niet!" zeide Hercules.
+
+"We verliezen niets met den ruil!" antwoordde Bat.
+
+"Neen," zei de leerling, "'t Is waarschijnlijk een inboorling die ons
+het onaangename van onze scheiding zal besparen. Eindelijk zullen we
+dan toch eens te weten komen waar we juist zijn!"
+
+En alle vier wierpen hun geweer op den schouder en liepen snel op
+den vreemdeling toe.
+
+Toen deze hen zag naderen gaf hij in 't eerst teekenen van de
+grootste verbazing. Ongetwijfeld verwachtte hij geen vreemdelingen
+op dit gedeelte van de kust te ontmoeten. Blijkbaar ook had hij
+het wrak van de _Pelgrim_ nog niet opgemerkt, want anders had
+hij de tegenwoordigheid van schipbreukelingen zeer natuurlijk
+gevonden. Trouwens had ook de branding gedurende den nacht den romp
+van het schip geheel vernietigd en bleef er niets anders van over
+dan wrakhout dat naar volle zee wegdreef.
+
+Toen de onbekende de vier gewapende mannen naar zich zag toe komen,
+maakte hij in het eerste oogenblik een beweging om terug te keeren. Hij
+droeg een geweer aan een riem tegen den schouder en liet het snel van
+zijn schouder in zijn hand en uit zijn hand weder tegen zijn schouder
+overgaan. Men begrijpt licht dat hij zich niet op zijn gemak gevoelde.
+
+Dick Sand maakte een gebaar van begroeting, dat de vreemdeling zeker
+begreep, want na eenige aarzeling, deed hij eenige stappen voorwaarts.
+
+Dick Sand kon hem toen goed opnemen.
+
+Het was een krachtig gebouwd man van hoogstens veertig jaar, met een
+levendig oog, grijzende haren en baard, een verweerde gelaatskleur
+als van iemand die altijd in de open lucht, in de bosschen of op de
+vlakte gezworven heeft. Een soort van kiel van gelooid leder diende
+hem voor buis of jas, een breedgerande hoed bedekte zijn hoofd,
+leeren laarzen reikten hem tot boven de knie en sporen met groote
+wieltjes weerklonken aan de hooge hielen.
+
+Dick Sand zag dadelijk, 't geen ook werkelijk het geval was, dat hij
+niet een van die Indianen, gewone zwervers der pampa's, voor zich had,
+maar een van die avonturiers van vreemd bloed, gewoonlijk niet veel
+bijzonders, die men menigmaal in verafgelegen streken ontmoet. Het
+scheen zelfs, aan zijn stijve houding, aan de roodachtige kleur van
+eenige baardharen dat deze onbekende van anglo-saxische oorsprong
+moest zijn. In dat geval was hij noch Indiaan, noch Spanjaard.
+
+En dat bleek werkelijk zoo te zijn, toen hij Dick Sand, die hem in
+'t Engelsch zei "wees welkom!" in dezelfde taal zonder eenig vreemd
+accent antwoordde.
+
+"Wees ook gij welkom, jonge vriend," zei de onbekende, naar den
+leerling toekomende, wiens hand hij drukte.
+
+Wat de zwarten aangaat, vergenoegde hij zich met hun een gebaar te
+maken, zonder het woord tot hen te richten.
+
+"Zijt gij Engelschen?" vroeg hij den leerling.
+
+"Amerikanen," antwoordde Dick Sand.
+
+"Van het Zuiden?"
+
+"Van het Noorden."
+
+Dit antwoord scheen den onbekende te bevallen, die de hand van den
+jongeling nog krachtiger en ditmaal goed op zijn Amerikaansch schudde.
+
+"En mag ik weten jonge vriend," vroeg hij, "hoe ge u op deze kust
+bevindt?"
+
+Maar op dit oogenblik, nam de onbekende den hoed af en groette,
+zonder te wachten dat de leerling zijn vraag beantwoord had.
+
+Mevr. Weldon was tot aan den oever genaderd en stond toen tegenover
+hem.
+
+Zij was het die zijn vraag beantwoordde.
+
+"Mijnheer," zeide zij, "we zijn schipbreukelingen wier schip gisteren
+op die klippen verbrijzeld is!"
+
+Een gevoel van medelijden was duidelijk op het gelaat van den
+onbekende te lezen, wiens blikken het vaartuig zochten dat op het
+strand was gezet.
+
+"Er is niets meer van ons schip overgebleven!" voegde de leerling er
+bij. "De branding heeft het van nacht geheel vernield."
+
+"En onze eerste vraag," hernam Mevr. Weldon, "zal zijn waar we ons
+bevinden."
+
+"Maar weet u dan niet dat dit de kust van Zuid-Amerika is?" antwoordde
+de onbekende, die verwonderd scheen over de vraag. "Hadt u eenigen
+twijfel hieromtrent?"
+
+"Ja, mijnheer, want de stroom heeft ons van onzen weg doen afwijken,
+dien ik niet met de noodige juistheid heb kunnen opnemen," antwoordde
+Dick Sand. "Maar 'k wilde nog wel wat nauwkeuriger weten waar we
+zijn. Zijn we niet op de kust van Peru?"
+
+"Neen, mijn jonge vriend, neen! Een beetje zuidelijker. Ge hebt op
+de Boliviaansche kust schipbreuk geleden."
+
+"O!" was de verbaasde uitroep van Dick Sand.
+
+"En nog wel op dat zuidelijk gedeelte van Bolivia dat aan Chili
+grenst."
+
+"En welke kaap is dat dan?" vroeg Dick Sand, op het noordelijk
+voorgebergte wijzende.
+
+"Ik kan er u den naam niet van zeggen," antwoordde de onbekende,
+"want al ken ik het binnenland vrij goed, omdat ik het zoo dikwijls
+doorkruist heb, zoo bezoek ik voor de eerste maal dit strand."
+
+Dick Sand dacht na over 't geen hij van den vreemdeling vernam. Het
+verwonderde hem maar half, want zijn berekening had hem kunnen en
+moeten bedriegen, wat de stroomen betrof; maar toch was de vergissing
+niet onbelangrijk. Hij meende zich toch te bevinden ongeveer tusschen
+de zeven en dertigste en dertigste parallel, volgens zijn verkenning
+van het Paasch-eiland, en op de hoogte van de vijf-en-twintigste
+parallel was hij gestrand. Het was volstrekt niet onmogelijk dat de
+_Pelgrim_ op zulk een lange reis betrekkelijk zoo weinig ter zijde
+was afgedreven.
+
+Bovendien hadden zij volstrekt geen reden om de mededeelingen van
+den onbekende in twijfel te trekken, en daar deze kust die van
+Beneden-Bolivia was, was er niets vreemds in gelegen dat zij zoo
+verlaten was.
+
+"Mijnheer," zei toen Dick Sand, "ik moet uit uw antwoord besluiten
+dat we hier vrij ver van Lima af zijn."
+
+"Ohé! Lima ligt ver.... daarheen! in het noorden!"
+
+Mevr. Weldon die eerst vrij wantrouwig was, wegens de verdwijning
+van Negoro, nam den vreemdeling met de grootste attentie op, maar zij
+kon noch in zijn houding, noch in zijn wijze om zich uit te drukken,
+iets ontdekken, dat zijn goede trouw kon doen betwijfelen.
+
+"Mijnheer," zeide zij, "ik hoop niet dat u mijn vraag indiscreet zal
+voorkomen.... u schijnt niet van Peruviaanschen oorsprong te zijn?"
+
+"Ik ben een Amerikaan zooals u, mevrouw....!" zeide de onbekende,
+die een oogenblik wachtte totdat de Amerikaansche hem haar naam
+deed kennen.
+
+"Mevrouw Weldon," antwoordde deze.
+
+"Mijn naam is Harris, en ik ben geboren in Zuid-Carolina. Maar 't
+zal nu twintig jaar geleden zijn dat ik mijn land verliet, om naar
+de pampa's van Bolivia te gaan, en het doet me genoegen landgenooten
+te ontmoeten."
+
+"Bewoont u dit gedeelte der provincie, mijnheer Harris?" vroeg
+Mevr. Weldon.
+
+"Neen, mevrouw Weldon," antwoordde Harris, "ik woon in het Zuiden
+op de Chiliaansche grens, maar, op dit oogenblik ga ik naar Atacama,
+in het noord-oosten."
+
+"Zijn we dan hier op den rand van de woestijn van dien naam?" vroeg
+Dick Sand.
+
+"Juist, mijn jonge vriend, en deze woestijn strekt zich ver aan de
+andere zijde der bergen uit die zich aan den horizon vertoonen."
+
+"De woestijn van Atacama?" herhaalde Dick Sand.
+
+"Ja," antwoordde Harris. "Deze woestijn is zooveel als een land op
+zich zelf in dit uitgestrekte Zuid-Amerika, waarvan het toch in vele
+opzichten verschilt. Het is tegelijk het belangrijkste en het minst
+bekende gedeelte van dit vasteland."
+
+"En reist u er alleen naar toe?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"O! 't Is niet de eerste keer dat ik die reis maak!" antwoordde de
+Amerikaan. "Er is op tweehonderd mijlen van hier een aanzienlijke
+hoeve, de hacienda van San-Felice, die het eigendom is van een mijner
+broeders, naar wien ik mij voor mijn handel begeef. Als u met mij wilt
+gaan, zult u er goed ontvangen worden, en de middelen van vervoer om
+naar Atacama te reizen, zullen u daar niet ontbreken. Mijn broeder
+zal ze u met genoegen verschaffen."
+
+Dit aanbod uit eigen beweging gedaan, nam Mevr. Weldon zeer voor den
+Amerikaan in, die zich nu tot haar richtte met de vraag:
+
+"Zijn deze negers uw slaven?"
+
+En hij wees op Tom en zijn kameraden.
+
+"We hebben geen slaven meer in de Vereenigde Staten," antwoordde
+Mevr. Weldon. "Het Noorden heeft sedert lang de slavernij afgeschaft,
+en het Zuiden heeft het voorbeeld van het Noorden wel moeten volgen!"
+
+"Dat's waar ook," antwoordde Harris. "Ik had vergeten dat de oorlog
+van 1862 die ernstige vraag beslist heeft.--Ik hoop dat die brave
+menschen 't me zullen vergeven," voegde Harris er bij met een zweem van
+spotternij die een Amerikaan uit het Zuiden, tegen negers sprekende,
+altijd laat doorschemeren. "Maar toen ik die heeren in uw dienst zag,
+dacht ik...."
+
+"Ze zijn niet en waren niet in mijn dienst, mijnheer," antwoordde
+Mevr. Weldon ernstig.
+
+"We zouden ons vereerd gevoelen u te dienen, mevrouw Weldon," zei toen
+de oude Tom. "Maar, mijnheer Harris moet weten dat we aan niemand
+toebehooren. Ik ben slaaf geweest, 't is waar en werd als slaaf in
+Afrika verkocht toen ik nog maar zes jaar oud was, maar mijn zoon
+Bat, die daar staat, is de zoon van een vrijgemaakten vader en onze
+kameraden zijn allen uit vrije ouders geboren."
+
+"Ik moet er u wel zeer geluk mee wenschen!" antwoordde Harris op een
+toon dien Mevr. Weldon niet ernstig genoeg vond. "Ook op dezen grond
+van Bolivia hebben we geen slaven. Ge hebt dus niets te vreezen en ge
+kunt even vrij hier rondwandelen als in de Staten van Nieuw-Engeland."
+
+Op dit oogenblik kwam de kleine Jack, gevolgd door Nan, de grot uit,
+zich de oogen wrijvende.
+
+Toen hij zijn moeder in 't oog kreeg, liep hij naar haar
+toe. Mevr. Weldon omhelsde hem teeder.
+
+"Wat een aardige, kleine jongen!" zei de Amerikaan.
+
+"Dat's mijn zoon," antwoordde Mevr. Weldon.
+
+"O! mevrouw Weldon, u moet u dubbel ongerust gemaakt hebben, nu uw
+kind in al uw gevaren deelde!"
+
+"God heeft hem gespaard, zoowel als ons, mijnheer Harris," antwoordde
+Mevr. Weldon.
+
+"Mag ik hem een kus op zijn gezonde wangen geven?" vroeg Harris.
+
+"Gaarne," antwoordde Mevr. Weldon.
+
+Maar "mijnheer Harris" scheen den kleinen Jack niet bijzonder te
+bevallen, want hij drukte zich nog vaster tegen zijn moeder aan.
+
+"Wat!" zei Harris, "wil je niet dat ik je kus! Ben je bang voor me,
+mannetje?"
+
+"Neem 't hem niet kwalijk, mijnheer," haastte zich Mevr. Weldon te
+zeggen, "'t Is niets anders dan verlegenheid van hem."
+
+"Nu, we zullen wel nader kennismaken!" antwoordde Harris. "Als we
+maar eens op de hacienda zijn en hij een mooien pony van me krijgt
+om op te rijden, zal hij wel veel van me houden!
+
+"Maar het aanbod van den 'mooien pony' was evenmin geschikt om Jack
+te streelen als het voorstel om zich door mijnheer Harris te laten
+kussen."
+
+Mevr. Weldon, die het hinderde dat Jack zoo onaardig was, haastte
+zich het gesprek op iets anders te brengen Men moest oppassen den
+man niet te kwetsen, die zoo beleefd zijn diensten had aangeboden.
+
+Dick Sand dacht intusschen over het voorstel na, dat hun zoo
+ter rechter tijd gedaan werd, om de hacienda van San-Felice te
+bereiken. Het was, zooals Harris gezegd had, een tocht van meer dan
+twee honderd mijlen, nu eens door bosschen, dan weder door vlakten,
+een zeer vermoeiende reis ongetwijfeld, omdat de middelen van vervoer
+volstrekt ontbraken.
+
+De jeugdige leerling maakte dus eenige opmerkingen in dit opzicht en
+wachtte het antwoord af dat de Amerikaan hierop zou geven.
+
+"'t Is waar, de reis is wat lang," antwoordde Harris, "maar 'k heb
+daar op een honderd of wat schreden van den oever een paard dat ik
+ter beschikking van mevrouw Weldon en haar zoon wilde stellen. Wat
+ons betreft, voor ons is er niets bezwarends en zelfs niet veel
+vermoeiends in gelegen den weg te voet af te leggen en als ik van
+twee honderd mijlen spreek, wil ik daarmede zeggen door den loop dezer
+rivier te volgen, zooals ik 't al eens gedaan heb. Maar, als we onzen
+weg dwars door het bosch namen, zou dit den afstand minstens tachtig
+mijlen verkorten. Als we dan tien mijlen per dag maakten, dunkt me
+dat we de hacienda zonder veel moeite zouden bereiken."
+
+Mevr. Weldon dankte den Amerikaan.
+
+"U kunt me niet beter bedanken dan door mijn voorstel aan te nemen,"
+antwoordde Harris. "'k Heb wel nooit dit bosch doorkruist maar ik
+geloof toch wel er mijn weg in te zullen vinden, omdat ik zoo gewoon
+ben in de pampa te reizen. Maar er is een ernstiger zaak te bespreken,
+die der levensmiddelen namelijk. Ik heb slechts het hoog noodige om
+de hacienda van San-Felice te bereiken...."
+
+"Wat dat aangaat, mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon, "we hebben
+gelukkig meer dan genoeg levensmiddelen en 't zal ons genoegen doen
+ze met u te deelen."
+
+"Als dat zoo is, mevrouw Weldon, dunkt me dat alles zich best zal
+schikken en we maar vertrekken moesten."
+
+Harris wilde nu zijn paard gaan halen op de plaats waar hij het gelaten
+had, toen Dick Sand hem nog even ophield om hem een vraag te doen.
+
+Het beviel den jeugdigen leerling niet bijzonder, de kuststreek te
+verlaten, om zoover in het binnenland door te dringen. De zeeman kwam
+bij hem boven en hij had liever de reis langs de kust genomen.
+
+"Mijnheer Harris," zeide hij, "waarom, in plaats van honderd twintig
+mijlen in de woestijn van Atacama af te leggen, niet liever de kust
+gevolgd? Was het niet beter de dichtstbij zijnde stad te bereiken,
+het zij ten noorden, hetzij ten zuiden?"
+
+"Maar, mijn jonge vriend," antwoordde Harris, het voorhoofd licht
+fronsende. "'k geloof niet dat er op een afstand van drie of vier
+honderd mijlen een stad op deze kust is, die ik--het is waar--zeer
+weinig ken."
+
+"Ten noorden, ja," antwoordde Dick Sand, "maar ten zuiden?...."
+
+"Ten zuiden," hernam de Amerikaan, "zouden we tot Chili de kust
+moeten afzakken. Nu is die afstand bijna even ver, en in uw plaats
+zou ik liever niet langs de pampa's van de Argentijnsche Republiek
+willen reizen. Wat mij betreft, tot mijn groote spijt, zou ik u niet
+kunnen vergezellen."
+
+"Gaan dan de schepen, die van Chili naar Peru varen, niet in 't
+gezicht van deze kust voorbij?" vroeg daarop Mevr. Weldon.
+
+"Neen," antwoordde Harris. "Zij kiezen liever het ruime sop en u hebt
+er ook zeker geen ontmoet."
+
+"Dat is ook zoo," antwoordde Mevr. Weldon."--"Nu, Dick, heb je nog
+iets aan mijnheer Harris te vragen?"
+
+"Nog een enkele vraag, mevrouw Weldon," antwoordde de leerling, die
+noode toestemde, "'k Wilde mijnheer Harris nog vragen in welke haven
+hij denkt dat we een schip kunnen vinden om naar San-Francisco terug
+te keeren?"
+
+"Dat zou ik u waarlijk niet kunnen zeggen, mijn jonge vriend,"
+antwoordde de Amerikaan. "Alles wat ik weet, is dat we u op de hacienda
+van San-Felice de middelen zullen verschaffen de stad Atacama te
+bereiken, en van daar...."
+
+"Mijnheer Harris," zei nu Mevr. Weldon, "meen niet dat Dick Sand
+aarzelt uw aanbod aan te nemen!"
+
+"Neen, mevrouw Weldon, neen, ik aarzel niet," antwoordde de leerling,
+"maar 't spijt me zoo dat we niet eenige graden meer ten noorden of
+ten zuiden gestrand zijn! We zouden dan dichter bij een haven geweest
+zijn en door deze omstandigheden niet hebben behoeven gebruik te maken
+van den goeden wil van mijnheer Harris, omdat we dan gemakkelijker
+naar ons vaderland hadden kunnen terugkeeren."
+
+"Beschik vrij over mij, mevrouw Weldon," hernam Harris. "Ik zeg nog
+eens, dat ik maar al te zelden in de gelegenheid ben eens landgenooten
+te ontmoeten. 't Is voor mij een wezenlijk genoegen u te verplichten."
+
+"We nemen uw aanbod aan, mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon,
+"maar 'k zou u toch niet gaarne van uw paard willen berooven. 'k Ben
+een goede voetgangster...."
+
+"En ik een zeer goede voetganger," antwoordde Harris buigende, "'k Ben
+aan lange marschen door de pampa's gewoon en ik zal geen vertraging
+in onze karavaan brengen. Neen, mevrouw Weldon, u en uw kleine Jack
+zult u van dat paard bedienen. 't Is trouwens ook mogelijk dat we
+onderweg eenige bedienden van de hacienda ontmoeten, en daar deze
+gewoonlijk te paard zitten, kunnen ze ons hunne paarden afstaan."
+
+Dick Sand zag nu zeer goed in, dat hij door nieuwe tegenwerpingen te
+maken Mevr. Weldon geen pleizier zou doen.
+
+"Wanneer vertrekken we, mijnheer Harris?" vroeg hij.
+
+"Van daag nog, mijn jonge vriend," antwoordde Harris. "De regentijd
+begint met April en we moeten het mogelijke doen om vóór dien tijd
+de hacienda van San-Felice te bereiken. De weg door het woud is
+nog de kortste en misschien ook de veiligste. Hij is minder dan
+de kust blootgesteld aan de invallen der zwervende Indianen, die
+onverbeterlijke plunderaars zijn."
+
+"Tom, mijn vrienden," zei nu Dick Sand zich tot de negers wendende,
+"er blijft ons nu slechts over de toebereidselen tot het vertrek
+te maken. Kiest dus uit den scheepsvoorraad, wat het gemakkelijkst
+te vervoeren is, en laten we pakken maken, waarvan ieder zijn deel
+moet dragen."
+
+"Mijnheer Dick," zei Hercules, "als u 't wilt, zal ik alles wel
+dragen!"
+
+"Neen, mijn brave Hercules!" antwoordde de leerling, "'t Is beter
+dat we den last onder ons verdeelen."
+
+"Je bent een stevige kameraad, Hercules," zei toen Harris, die den
+neger mat alsof deze te koop ware geweest. "Je zoudt veel opgebracht
+hebben op de markten van Afrika!"
+
+"'t Is mogelijk dat ik veel zou kosten," antwoordde Hercules lachende,
+"maar de koopers zouden hard moeten loopen, als ze me vangen wilden!"
+
+Alles was nu afgesproken en om het vertrek te verhaasten, zette ieder
+zich aan 't werk. Men had slechts zooveel voorraad voor den kleinen
+troep mede te nemen als noodig was voor de reis van de kust naar de
+hacienda, namelijk slechts voor een tiental dagen.
+
+"Maar, voordat we vertrekken, mijnheer Harris," zeide Mevr. Weldon,
+"voordat we van uw gastvrijheid gebruik maken, wilde ik u verzoeken
+de onze aan te nemen. We bieden haar u van harte aan!"
+
+"Dat neem ik aan, mevrouw Weldon, volgaarne!" antwoordde Harris
+opgeruimd.
+
+"Binnen eenige minuten zal ons ontbijt klaar zijn."
+
+"Goed, mevrouw Weldon. Ik maak me die tien minuten ten nutte om mijn
+paard te gaan halen. Hij zal wel ontbeten hebben...."
+
+"Wilt u dat ik met u mee ga, mijnheer?" vroeg Dick Sand den Amerikaan.
+
+"Zooals ge wilt, mijn jonge vriend," antwoordde Harris. "Kom! Ik zal
+u den loop dezer rivier leeren kennen."
+
+Beiden vertrokken.
+
+Gedurende dien tijd werd Hercules uitgezonden om den entomoloog op te
+zoeken. Neef Benedictus verontrustte zich waarlijk wel over 't geen
+rondom hem voorviel! Hij zwierf op dat oogenblik op den top van het
+rotsachtige strand en zocht naar een insect dat niet te vinden was
+en dat hij dan ook trouwens niet vond.
+
+Hercules nam hem tegen wil en dank mee. Mevr. Weldon vertelde hem
+dat het vertrek bepaald was en dat ze nu een tiental dagen in het
+binnenland zouden reizen.
+
+Neef Benedictus antwoordde dat hij gereed was om te vertrekken en
+dat hij met pleizier geheel Amerika wilde doorkruisen als men hem
+onderweg maar liet verzamelen.
+
+Mevr. Weldon hield zich daarop bezig, om met behulp van Nan een
+krachtig maal gereed te maken. Een goede voorzorg alvorens zich op
+weg te begeven.
+
+In dien tijd was Harris, vergezeld van Dick Sand, den hoek der rotsen
+omgegaan. Zij volgden den oever een drie honderd schreden ver. Op
+een zeker punt aangekomen, liet een paard, aan een boom gebonden,
+bij de nadering van zijn meester, een vroolijk gehinnik hooren.
+
+Het was een krachtig dier, van een ras dat Dick Sand niet kende. Met
+zijn langen hals, zijn korte lenden en uitgestrekt kruis, zijn
+platte schouders, zijn bijna gebocheld voorhoofd, bood dit paard de
+onderscheidingskenmerken aan van Arabischen oorsprong.
+
+"Ge ziet, mijn jonge vriend," zei Harris, "dat het een krachtig dier
+is, en ge kunt er op rekenen dat hij ons onderweg niet in den steek
+zal laten."
+
+Harris maakte zijn paard los, nam het bij den toom en klom van
+den steilen oever weder naar omlaag, terwijl hij Dick Sand hierbij
+voorging. Deze had een vluchtigen blik geworpen, zoowel op de rivier
+als op het bosch dat haar beide oevers omzoomde. Doch hij zag niets
+dat hem kon verontrusten.
+
+Toen hij zich wederom bij den Amerikaan gevoegd had, deed hij hem
+evenwel plotseling de volgende vraag, die deze moeilijk had kunnen
+verwachten.
+
+"Hebt u van nacht geen Portugees ontmoet, mijnheer Harris, die zich
+Negoro noemde?"
+
+"Negoro?" antwoordde Harris op een toon van iemand die niet begrijpt
+wat men wil zeggen. "Wat is er dat voor een, die Negoro?"
+
+"Dat was de scheepskok," antwoordde Dick Sand, "en hij is eensklaps
+verdwenen."
+
+"Verdronken misschien?" zei Harris.
+
+"Neen, neen!" antwoordde Dick Sand. "Gisteren avond was hij nog bij
+ons, maar van nacht heeft hij ons verlaten en zich waarschijnlijk
+langs den oever der rivier uit de voeten gemaakt. Daarom vroeg ik of u,
+die van dezen kant gekomen is, hem niet ontmoet hebt?"
+
+"'k Heb niemand ontmoet," antwoordde de Amerikaan, "en als uw kok zich
+alleen in het bosch gewaagd heeft, is er veel kans dat hij verdwaald
+is. Misschien nemen we hem onderweg wel op?"
+
+"Ja.... misschien!" antwoordde Dick Sand.
+
+Bij hun terugkomst vonden zij het ontbijt gereed. Het bestond als
+het maal van den vorigen avond, uit ingemaakte voedingsmiddelen,
+pekel-vleesch en beschuit. Harris deed er eer aan als iemand dien de
+natuur met een flinken eetlust begiftigd heeft.
+
+"Kom, kom," zeide hij, "ik zie dat we onderweg niet van honger zullen
+omkomen! Dat zal ik niet zeggen van dien armen Portugees, van wien
+onze jonge vriend me verteld heeft."
+
+"O!" riep Mevr. Weldon uit, "heeft Dick Sand u gezegd dat we Negoro
+niet terug gezien hebben?"
+
+"Ja, mevrouw Weldon," antwoordde de leerling, "'k Wilde eens hooren
+of mijnheer Harris hem niet ontmoet had."
+
+"Neen," antwoordde Harris. "Laten we dus dien deserteur, waar hij
+is, en houden we ons alleen met het vertrek bezig!--Als 't u blieft,
+mevrouw Weldon!"
+
+Ieder nam het pak op dat voor hem bestemd was. Herkules hielp
+Mevr. Weldon te paard en de ondankbare kleine Jack, met zijn geweer
+aan den schouderriem, zette zich schrijlings, zonder er zelfs aan te
+denken den man te bedanken, die zulk een uitmuntend rijdier te zijner
+beschikking stelde.
+
+Jack, vóór zijn moeder geplaatst, zeide haar toen dat hij het "paard
+van den mijnheer" zeer goed mennen kon.
+
+Men gaf hem dus den teugel in handen, en natuurlijk twijfelde hij
+geen oogenblik of hij was het hoofd der karavaan.
+
+
+
+
+ZESTIENDE HOOFDSTUK.
+
+ONDERWEG.
+
+
+Niet zonder eenige bezorgdheid,--die trouwens door niets
+gerechtvaardigd scheen,--drong Dick Sand, op driehonderd schreden
+van den steilen oever der rivier, in het dichte woud door, welks
+moeielijke voetpaden door hem en zijn metgezellen tien dagen lang
+gevolgd zouden worden.
+
+Integendeel was Mevr. Weldon, zij, die als vrouw en moeder, dubbele
+reden had zich ongerust te maken, vol vertrouwen.
+
+Zij had twee zeer ernstige redenen om gerust te zijn: vooreerst werd
+deze streek der pampa's niet onveilig gemaakt door inboorlingen, noch
+door wilde dieren; vervolgens, omdat men onder de leiding van Harris,
+een gids zoo zeker van zich zelven als de Amerikaan scheen te zijn,
+niet bevreesd hoefde zijn te verdwalen.
+
+De marschorder, die zooveel mogelijk gedurende de reis moest
+gehandhaafd worden, was de volgende:
+
+Aan het hoofd van den kleinen troep hadden zich Dick Sand en Harris
+gesteld, beiden gewapend, de een met zijn lang geweer, de ander met
+zijn remmington.
+
+Daarna kwamen Bat en Austin, insgelijks gewapend ieder met een geweer
+en een hartsvanger.
+
+Achter hen volgden Mevr. Weldon en de kleine Jack te paard; daarna
+Nan en Tom.
+
+Achteraan werd de marsch gesloten door Actéon, gewapend met een vierde
+remmington-geweer en door Herkules met een bijl in den gordel.
+
+Dingo liep heen en weer en zooals Dick Sand deed opmerken, altijd als
+een hond die een spoor zocht. Sedert de schipbreuk van de _Pelgrim_
+den hond op deze kust had geworpen, was hij in zijn wijze van doen
+geheel veranderd. Hij scheen onrustig en bijna onophoudelijk liet hij
+een dof gebrom hooren, eer klaaglijk dan woedend. Hoewel niemand het
+zich kon verklaren, werd het door allen opgemerkt.
+
+Wat neef Benedictus betreft, ook deze had men evenmin als aan Dingo
+een plaats in de marschorde kunnen aanwijzen. Tenzij men hem aan een
+leiband gehouden had, zou hij haar niet bewaard hebben. Zijn blikken
+doos met een band over den schouder geslagen, zijn netje in de hand,
+zijn groot oogglas om den hals gehangen, nu eens achter, dan weder
+vooraan, kroop hij door het hooge gras, bespiedde hij de orthoptera
+(rechtvleugelige insecten), of andere insecten op "ptera", op het
+gevaar af van zich door de een of andere vergiftige slang te laten
+bijten.
+
+In het eerst maakte Mevr. Weldon zich ongerust en riep hem elk
+oogenblik, maar niets mocht baten.
+
+"Neef Benedict," zeide zij eindelijk, "'k verzoek u dringend u niet
+te verwijderen en voor de laatste maal druk ik u op het hart mijn
+waarschuwing niet in den wind te slaan."
+
+"Maar nicht," antwoordde de onhandelbare entomoloog, "als ik een
+insect zie...."
+
+"Als u een insect ziet," hernam Mevr. Weldon, "zult u het arme diertje
+wel met vrede willen laten of u zult me in de noodzakelijkheid brengen
+u uw bus te ontnemen!"
+
+"Me mijn bus ontnemen!" riep Neef Benedictus uit, alsof het gold hem
+zijn ingewanden uit het lijf te scheuren.
+
+"Uw bus en uw net," voegde Mevr. Weldon er onmeedoogend bij.
+
+"Mijn net, nicht! En waarom niet mijn bril! U zoudt het niet
+durven! Neen! u zoudt het niet durven!"
+
+"En zelfs uw bril, dien vergat ik nog! Ik dank u, neef Benedict,
+er mij aan te herinneren dat ik het middel had u blind te maken en
+u daardoor te noodzaken gehoorzaam te zijn!"
+
+Na deze driedubbele bedreiging hield neef zich een uur lang bedaard,
+die ongehoorzame neef. Daarna begon hij opnieuw af te dwalen, en daar
+hij het toch gedaan zou hebben, ook zonder net, zonder bus en zonder
+bril, zoo was het maar het best hem zijn gang te laten gaan. Maar
+Hercules nam op zich speciaal op hem te letten,--'t geen ook meer
+bijzonder tot zijn taak behoorde,--en men kwam overeen dat hij met hem
+zou handelen als neef Benedictus met een insect, dat hij hem namelijk,
+als hij 't noodig oordeelde, zou vangen en hem even voorzichtig zou
+terugbrengen als de andere met een zeldzaam exemplaar der lepidoptera
+(schubvleugeligen) zou gedaan hebben.
+
+Nadat dit geregeld was, hield men zich niet meer met neef Benedictus
+bezig.
+
+Men heeft gezien dat de kleine troep goed gewapend en op haar hoede
+was. Doch, zooals Harris telkens verzekerde, was er geen andere
+ontmoeting te vreezen dan met zwervende Indianen en waarschijnlijk
+zou men ook die niet zien.
+
+In ieder geval waren de genomen beschikkingen voldoende om dezen des
+noods in toom te houden.
+
+De paden, die door het dichte woud liepen, verdienden dien naam
+eigenlijk niet. Het waren meer sporen voor dieren dan doorgangen voor
+menschen. Men kon er dan ook slechts moeielijk op vooruitkomen en
+daarom had Harris den gemiddelden afstand van vijf tot zes mijlen,
+dien de kleine troep zou afleggen, dan ook wijselijk op twaalf uren
+berekend.
+
+Het weer was overigens zeer schoon. De zon stond hoog en verspreidde
+bijna loodrecht haar schitterende stralen. Op de vlakte zou deze
+warmte onverdraaglijk geweest zijn, 't geen Harris niet verzuimde
+te doen opmerken; maar onder dat ondoordringbare dak van bladeren,
+verdroeg men haar gemakkelijk en ongestraft.
+
+De meeste boomen in dit bosch waren, zoowel Mevr. Weldon als haren
+zwarten en blanken medereizigers, onbekend. Toch zou een deskundige
+opgemerkt hebben dat zij merkwaardiger waren door hunne hoedanigheid
+dan door hunne grootte. Hier was het de "bauhinia" of ijzerhout-boom;
+daar de "molompi", identisch met den pterocarpus of sandelhoutboom,
+vast en licht hout, goed om pagaaien of roeiriemen van te maken, en
+welks stam een groote hoeveelheid hars oplevert: verderop waren het
+"geelboomen", vol beladen met hun gele kleurstof, en "pokhoutboomen,"
+tot twaalf voet dik, maar van mindere hoedanigheid dan de gewone
+pokhoutboomen.
+
+Dick Sand vroeg onder het gaan den naam dezer verschillende
+houtsoorten.
+
+"Zijt ge dan nooit op de kust van Zuid-Amerika geweest?" vroeg Harris
+hem, alvorens op zijn vragen te antwoorden.
+
+"Nooit," antwoordde de leerling, "nooit was ik op mijn reizen in de
+gelegenheid deze kusten te bezoeken en om de waarheid te zeggen geloof
+ik niet dat iemand mij ooit als deskundige er iets van verteld heeft."
+
+"Maar de kusten van Columbië, die van Chili of Patagonië hebt ge toch
+wel bezocht?"
+
+"Neen, nooit."
+
+"Maar Mevr. Weldon heeft misschien dit gedeelte van het nieuwe
+vasteland bezocht?" vroeg Harris. "De Amerikaansche dames zijn niet
+bang om een reisje te maken en ongetwijfeld...."
+
+"Neen, mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon. "De handelsbelangen
+van mijn man voerden hem nergens dan naar Nieuw-Zeeland en ik ben
+nergens anders met hem mee geweest. Geen van ons kent dus dit gedeelte
+van beneden-Bolivia."
+
+"Welnu, mevrouw Weldon, u en uwe reisgenooten, u zult een zonderling
+land zien, dat zeer verschilt van de streken van Peru, Brazilië of
+de Argentijnsche Republiek. Zijn bloemen- en dierenschat wekken de
+verbazing op van den natuurkundige. Men kan met recht zeggen dat u op
+een goede plaats schipbreuk hebt geleden, en als men ooit het toeval
+mag dankzeggen...."
+
+"'k Geloof liever dat het niet het toeval is, dat ons geleid heeft,
+mijnheer Harris, maar God."
+
+"Ja, ja, God!" antwoordde Harris, op den toon van iemand die niet veel
+hecht aan de tusschenkomst der Voorzienigheid in de wereldsche zaken.
+
+Daar dus niemand van den kleinen troep noch het land, noch zijn
+voortbrengselen kende, maakte Harris er zich een waar genoegen van
+om de vreemdste boomen van het woud op te noemen.
+
+Het was waarlijk jammer dat neef Benedictus behalve entomoloog
+ook niet botanist was! Had hij tot nog toe geen zeldzame of nieuwe
+insecten gevonden, in plantenkunde zou hij prachtige ontdekkingen
+gedaan hebben. Er was een rijkdom van planten en gewassen van allerlei
+grootte, welks bestaan in de tropische wouden der Nieuwe-Wereld nog
+niet vastgesteld had kunnen worden. Neef Benedictus zou anders zeker
+zijn naam aan eenig voortbrengsel van het plantenrijk geschonken en
+hem daardoor vereeuwigd hebben. Maar hij hield niet van de kruidkunde
+en wist er ook niets van. Hij had zelfs, zeer natuurlijk, een afkeer
+van bloemen, onder voorwendsel dat er waren die zich veroorloven de
+insecten in haar bloemkronen op te sluiten en ze met haar giftige
+sappen te dooden.
+
+Het bosch was somtijds moerassig en overal met dunne waterstraaltjes
+doorsneden, die door de kleine rivier gevormd werden. Eenige dezer
+beken waren wat breeder, en konden slechts op sommige plaatsen
+doorwaad worden.
+
+Langs haar oevers groeiden bundels biezen, waaraan Harris den naam
+van papyrus gaf. Hij vergiste zich niet en deze grasachtige planten
+schoten in overvloed van onder den vochtigen waterkant uit.
+
+Na het moeras, overdekte het dichte geboomte opnieuw de smalle paden
+van het bosch.
+
+Harris deed aan Mevr. Weldon en aan Dick Sand zeer schoone
+ebbenhoutboomen opmerken, dikker dan de gewone ebbenboom en die zwarter
+en harder hout opleveren dan het hout dat gewoonlijk in den handel
+voorkomt. Verder waren het mangoboomen, die nog talrijk voorkwamen,
+alhoewel zij vrij ver van de zee af waren. Zij waren als bekleed met
+verfmos dat langs de stammen tot de takken opklom. Door hun dichte
+schaduw, hun heerlijke vruchten, mochten zij met recht kostbare boomen
+heeten en toch, zoo vertelde Harris, zou geen inlander er de soort
+van durven voortplanten. "Die een mangoboom plant, sterft!" Dat was
+de bijgeloovige machtspreuk van het land.
+
+Op den middag van deze eerste dagreis, begon de kleine troep,
+na een poos halt gehouden te hebben, een licht hellend terrein
+te beklimmen. Het waren nog de hellingen niet van de keten op den
+voorgrond, maar een soort van golvend bergvlak dat de vlakte met de
+bergen verbond.
+
+Daar zouden de iets minder dicht staande boomen, hier en daar in
+groepen vereenigd, het gaan gemakkelijker gemaakt hebben, indien de
+bodem niet met grasachtige planten bedekt was. Men zou zich daar in
+de bamboes- en kreupelbosschen van Oost-Indië gewaand hebben. De
+plantengroei scheen minder weelderig dan in de lage vallei van de
+kleine rivier, maar toch nog weelderiger dan die der gematigde
+luchtstreken van de Oude of de Nieuwe Wereld. De indigo groeide
+er rijkelijk en volgens Harris ging deze plant met recht voor de
+weelderigst groeiende plant van het land door. Niet zoodra werd er
+een veld verlaten of deze woekerplant, die daar even veracht wordt
+als de distel of netel bij ons, maakte er zich dadelijk meester van.
+
+Eén boom scheen er in dit bosch te ontbreken, die in dit gedeelte
+van het nieuwe vasteland zeer algemeen had moeten voorkomen. Het
+was de caoutchouc-boom. Werkelijk zijn de "ficus prinoïdes," de
+"castilloa elastica," de "cecropia peltato," de "collophora utilis,"
+de "emeraria latifolia," en vooral de "syphonia elastica," die tot
+verschillende familiën behooren, in de provinciën van Zuid-Amerika
+rijkelijk voorhanden. En toch zag men er--vreemd genoeg--geen enkele.
+
+Nu had Dick Sand juist aan zijn kleinen vriend Jack beloofd hem
+caoutchouc-boomen te laten zien. Hoe groot was dus nu de teleurstelling
+voor den kleinen jongen, die zich verbeeldde dat de kalbasflesschen,
+de sprekende poppen, de gelede hansworsten en de elastieke ballen, heel
+natuurlijk aan die boomen groeiden. Hij beklaagde er zich bitter over.
+
+"Geduld maar, mannetje!" zei Harris tot hem. "We zullen van die
+caoutchoucfiguren bij honderden, in den omtrek der hacienda vinden!"
+
+"Van die mooie, echt elastieke?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Zoo elastiek mogelijk.--Maar kom, wil ik je al vast eens een lekkere
+vrucht geven om je dorst te lesschen?"
+
+En dit zeggende plukte Harris van een boom eenige vruchten die zoo
+saprijk als perziken waren.
+
+"Is u wel zeker, mijnheer Harris," vroeg Mevr. Weldon, "dat deze
+vrucht niet ongezond is?"
+
+"'k Zal u geruststellen, mevrouw," antwoordde de Amerikaan die met
+smaak in een van deze vruchten beet. "'t Is een mango."
+
+En zonder zich langer te bedenken, volgde de kleine Jack het voorbeeld
+van Harris. Hij verklaarde dat "die peren" zeer lekker waren, zoodat
+de boom dadelijk schatting moest betalen.
+
+Deze mangoboomen behooren tot de soort welker vruchten in Maart
+en April rijp zijn, terwijl andere het eerst in September zijn,
+en bijgevolg waren hun mango's juist goed.
+
+"Ja! dat 's lekker!" zei de kleine Jack, met den mond vol. "Maar mijn
+vriend Dick heeft me caoutchouc-speelgoed beloofd, als ik zoet was,
+en nu wil ik het hebben!"
+
+"Je zult het hebben, Jack," antwoordde Mevr. Weldon, "mijnheer Harris
+belooft het u immers.
+
+"Maar dat is 't niet alleen," hernam Jack, "mijn vriend Dick heeft
+me nog meer beloofd!"
+
+"Wat heeft je vriend Dick je dan nog meer beloofd?" vroeg Harris
+glimlachende.
+
+"Vliegenvogeltjes, mijnheer."
+
+"En je zult vliegenvogeltjes ook hebben, mijn ventje, maar verder
+op.... verder!" antwoordde Harris.
+
+Nu had de kleine Jack werkelijk het recht eenige van die bekoorlijke
+kolibrietjes te vorderen, want hij bevond zich in een land waar zij in
+overvloed moesten voorkomen. De Indianen, die de kunst verstaan hun
+veeren te vlechten, hebben de dichterlijkste namen aan deze juweelen
+van vogeltjes gegeven. Zij noemen ze of de "stralen" of "de haren der
+zon." Hier is het "de kleine koning der bloemen," daar, "de hemelsche
+bloem, die in haar vlucht de aardsche bloem komt liefkoozen." Dan weder
+noemen zij den kolibri "de bundel edelgesteenten, die in de stralen
+der zon schittert!" Men kan zelfs aannemen dat hun verbeelding voor
+ieder der honderd vijftig soorten waaruit dit bewonderenswaardige
+geslacht der kolibries bestaat een nieuwe dichterlijke benaming heeft
+weten te vinden.
+
+Hoe talrijk nu evenwel deze vliegenvogeltjes in de bosschen van Bolivia
+hadden moeten zijn, moest de kleine Jack zich vooralsnog met de belofte
+van Harris vergenoegen. Volgens den Amerikaan was men nog te dicht
+bij de kust en hielden de kolibries niet van deze woeste streken, zoo
+dicht bij den Oceaan. De tegenwoordigheid van den mensch verschrikte
+ze niet en in de hacienda hoorde men den ganschen dag niets anders,
+dan hun geschreeuw van "téretére", en het gegons hunner vleugels,
+gelijk aan dat van een spinnewiel.
+
+"O! hoe graag was ik er al!" riep de kleine Jack uit.
+
+Het zekerste middel spoedig aan de hacienda van San-Felice te zijn,
+was zich onderweg niet op te houden. Mevr. Weldon en haar reisgenooten
+besteedden dus slechts den kortst mogelijken tijd aan den slaap.
+
+Het bosch veranderde reeds van gedaante. Hier en daar vertoonden
+zich reeds open plekken tusschen het minder dichte geboomte. De
+bodem, die nu en dan door het grastapijt heendrong, vertoonde nu
+zijn samenstelling uit rooskleurig graniet, gelijk aan vakken
+lapis-lazuli. Op eenige hoogten woekerden de salsaparrilla
+(steekwinde), een plant met vleeschachtige knollen, die een
+onbegrijpelijke verwarde massa vormden. Dan was het bosch met zijn
+smalle voetpaden ver te verkiezen.
+
+Vóór het ondergaan der zon bevond zich de kleine troep op ongeveer
+acht mijlen van het punt waarvan zij vertrokken was. Deze tocht was
+zonder eenige bijzondere gebeurtenis en zelfs zonder groote vermoeienis
+afgelegd geworden. Weliswaar was het de eerste dagreis en de volgende
+marschen zouden ongetwijfeld vermoeiender zijn.
+
+Met algemeen goedvinden besloot men op deze plaats halt te houden. Zij
+wilden nu geen eigenlijk kamp inrichten, maar eenvoudig een plek
+in orde brengen om te rusten. Eén man, die om de twee uur afgelost
+werd, zou voldoende zijn om 's nachts wacht te houden, daar noch de
+inlanders, noch de wilde dieren werkelijk te vreezen waren.
+
+Men vond niets beters voor schuilplaats dan een kolossale mangoboom,
+welks uitgebreide, zeer dichte takken een soort van natuurlijke
+veranda vormden. Desnoods had men zich in zijn loof kunnen nestelen.
+
+Alleenlijk deed zich bij de aankomst van den kleinen troep een
+oorverdoovend concert in den top van den boom hooren.
+
+De mangoboom diende tot verblijf van een gansche kolonie veelkleurige
+papegaaien, babbelachtige, twistzieke, wreede vogels, die andere
+levende vogels aanvallen, en waarin men zich als men ze wilde
+beoordeelen naar haar familieleden die in Europa in kooien gehouden
+worden, schromelijk zou bedriegen.
+
+Deze papegaaien maakten zulk een geraas, dat Dick Sand er over dacht
+een geweerschot op hen te lossen, om ze tot zwijgen te brengen of op
+de vlucht te jagen. Maar Harris ried het hem af, onder voorwendsel
+dat het beter was in deze eenzame streken zijn tegenwoordigheid door
+de losbarsting van een vuurwapen niet te verraden.
+
+"Laten we ons stil houden," zei hij "dan hebben we geen gevaar te
+vreezen."
+
+Terstond hield men zich nu bezig met het bereiden van den avondmaaltijd
+zonder dat men zelfs noodig had tot het koken der spijzen over
+te gaan. Het souper bestond namelijk uit ingemaakt voedsel en uit
+beschuit. Een beekje dat zich door het gras kronkelde, verschafte
+drinkbaar water, 't welk men echter niet dronk, zonder er eenige
+druppels rum bijgevoegd te hebben. En wat het dessert betreft,
+de mangoboom bood in overvloed zijn saprijke vruchten aan, die de
+papegaaien evenwel niet lieten plukken zonder er door een vervaarlijk
+geschreeuw tegen op te komen.
+
+Toen het souper was afgeloopen, begon de avond te vallen. De duisternis
+verhief zich langzaam van den grond naar den top der boomen, waarvan
+het gebladerte zich weldra sterk tegen den nog helderen hemel
+afteekende. De eerste sterren geleken op schitterende bloemen, die
+aan het eind der hoogste takken glinsterden. De wind ging met den
+naderenden nacht liggen en suisde niet meer in de twijgen. Zelfs de
+papegaaien waren stom geworden. De natuur sliep in en noodigde alle
+levende wezens uit, haar in haren diepen slaap te volgen.
+
+De toebereidselen voor het nachtverblijf konden niet dan hoogst
+eenvoudig zijn.
+
+"Zouden we van nacht geen groot vuur aansteken?" vroeg Dick Sand
+den Amerikaan.
+
+"Waarom?" antwoordde Harris. "De nachten zijn gelukkig niet koud en
+onze kolossale mangoboom zal den grond voor uitdamping bewaren. We
+behoeven noch voor kou, noch voor vochtigheid bang te zijn. Nogmaals
+zeg ik u, wat ik u straks zeide! Laten we ons incognito houden. Geen
+vuur, noch geweervuur, of er moet nood zijn."
+
+"Ik geloof nu ook wel," zei Mevrouw Weldon, "dat we niets van de
+Indianen en zelfs van de woudloopers te vreezen hebben, waarvan u
+ons vertelde, mijnheer Harris. Maar zijn er nog geen andere loopers,
+op vier pooten, die het gezicht van een vuur op een afstand houdt?"
+
+"Mevrouw Weldon," antwoordde de Amerikaan, "u doet de wilde dieren
+van dit land te veel eer aan! Werkelijk zijn zij banger voor den
+mensch dan deze voor hen!"
+
+"We zijn in een bosch," zei Jack, "en er zijn altijd dieren in de
+bosschen."
+
+"Er zijn bosschen en bosschen, mijn jongen, zooals er dieren en dieren
+zijn!" antwoordde Harris lachende. "Verbeeld je dat je in een groot
+park bent. Inderdaad zeggen de Indianen niet zonder reden van dit land:
+'Es como el paradiso!' Het is als een aardsch paradijs!"
+
+"Zouden er dan ook geen slangen zijn?"
+
+"Neen, Jack, er zijn geen slangen, je kunt gerust slapen," antwoordde
+Mevr. Weldon.
+
+"En leeuwen dan?" vroeg Jack.
+
+"Geen schaduw van leeuwen mannetje!" antwoordde Harris.
+
+"Tijgers dan?"
+
+"Vraag eens aan je Mama, of ze ooit gehoord heeft dat er tijgers in
+dit land zijn."
+
+"Nooit," antwoordde Mevr. Weldon.
+
+"Nu goed!" zei neef Benedictus, die bij toeval op de hoogte van
+het gesprek was, "al zijn er dan geen tijgers of geen leeuwen in de
+Nieuwe-Wereld, wat volkomen waar is, dan vindt men er toch conguars
+en jaguars."
+
+"Zijn die ondeugend?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Ondeugend?" antwoordde Harris, "één inlander durft die dieren wel
+aanvallen en wij zijn niet zoo velen,--Hercules alleen is sterk genoeg
+om twee jaguars tegelijk te verbrijzelen, een met elke hand!"
+
+"Zal je goed oppassen, Hercules," zei toen de kleine Jack, "en als
+je een beest ziet dat komt om ons te bijten...."
+
+"Dan zal ik het bijten, mijnheer Jack!" antwoordde Hercules, zijn
+mond met prachtige tanden gewapend, openend.
+
+"Ja, je zult oppassen, Hercules," zei de leerling, "maar je kameraden
+en ik, we zullen je om beurten aflossen."
+
+"Neen, mijnheer Dick," antwoordde Actéon. "Hercules, Bat, Austin en
+ik, we kunnen dat werk met ons vieren best af, u gaat den geheelen
+nacht maar gerust slapen."
+
+"'k Dank u, Actéon," antwoordde Dick Sand, "maar ik moet...."
+
+"Neen! Laat die goede menschen doen zooals ze willen, waarde Dick!" zei
+toen Mevr. Weldon.
+
+"Ik zal ook de wacht houden!" voegde de kleine Jack er nog bij,
+wiens oogleden zich reeds sloten.
+
+"Ja, ja, Jack jij zult ook de wacht houden!" antwoordde zijn moeder
+die hem niet wilde tegenspreken.
+
+"Maar," zei de kleine jongen toen weder, "al zijn er geen leeuwen en
+al zijn er geen tijgers in het bosch, dan zijn er toch wel wolven!"
+
+"'t Zijn er ook wolven naar!" antwoordde de Amerikaan, "'t Zijn zelfs
+geen wolven, maar een soort van vossen, of liever van die boschhonden
+die men 'guara's' noemt.
+
+"En die guara's, die bijten dan toch?" vroeg de kleine Jack.
+
+"Kom, kom! Dingo zou die beesten in eens ophappen!"
+
+"'t Doet er niet toe," antwoordde Jack, al geeuwende, "guara's zijn
+toch wolven, omdat men ze wolven noemt!"
+
+En daarop sliep Jack gerust in, in de armen van Nan, die tegen den stam
+van den mangoboom zat geleund. Mevr. Weldon, bij haar uitgestrekt,
+gaf haren kleinen jongen nog een kus en ook hààr vermoeide oogen
+sloten zich weldra.
+
+Eenige oogenblikken later bracht Hercules neef Benedictus naar
+de rustplaats terug; hij was juist weggeslopen om een jacht op de
+"cocuyo's" of vuurvliegen te beginnen, die de elegante dames in het
+haar dragen, als zooveel levende edelgesteenten. Deze insecten, die een
+helder, blauwachtig licht verspreiden uit twee onder hun borstschild
+gelegen vlekjes, zijn zeer talrijk in Zuid-Amerika. Neef Benedictus
+meende er dus een goeden voorraad van op te doen; maar Hercules liet
+er hem den tijd niet toe, en bracht hem, ondanks zijn tegenstribbelen,
+naar de halte terug. Want als Hercules een consigne had, dan bracht hij
+het op militaire wijze ten uitvoer,--'t geen voorzeker een aanzienlijk
+aantal lichtvliegen van gevangenschap redde in de blikken bus van
+den entomoloog.
+
+Eenige oogenblikken later waren allen, uitgenomen de reus die de
+wacht hield, gerust ingeslapen.
+
+
+
+
+
+ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+HONDERD MIJLEN IN TIEN DAGEN.
+
+
+Gewoonlijk worden de boschreizigers of woudloopers, die in de bosschen
+onder den blooten hemel geslapen hebben, gewekt door een fantastisch
+en onaangenaam gehuil. Er is van alles in dit morgenconcert, gekakel,
+geknor, gekras, gegrinnik, geblaf en bijna "gepraat", als men dat zoo
+noemen mag, dat de reeks van al deze verschillende geluiden besluit.
+
+Het zijn de apen, die op deze wijze het begin van den dag in het
+woud begroeten. Daar ontmoet men de kleine "marikina", de gestreepte
+meerkat, de "grijze mono", wiens huid de Indianen gebruiken om het
+slot hunner geweren te bedekken, de sagoe's, herkenbaar aan hunne twee
+lange haarbossen en nog vele andere soorten van die talrijke familie.
+
+Van al die vierhandige dieren zijn de "guéribas", met den grijpstaart
+en het Beëlzebub-gezicht ontegenzeglijk de merkwaardigste. Zoodra de
+zon opkomt, heft de oudste van den troep met indrukwekkende en sombere
+stem een eentonig psalmgezang aan. Hij is de bariton van de bende. De
+jonge tenors herhalen na hem de morgen-symphonie. De Indianen zeggen
+dan dat de guériba's "hun paternosters opzeggen".
+
+Maar dien morgen scheen het dat de apen hun gewoon gebed niet deden,
+want men hoorde ze niet en toch hebben zij een vèr klinkende stem,
+want het geluid ontstaat door de snelle trilling van een soort van
+beenachtige trommel, gevormd door een uitzetting van het tongbeen.
+
+In één woord, wegens de een of andere reden hielden noch de guériba's,
+noch de sagoe's, noch de andere vierhandige dieren van dat onmetelijke
+woud dien morgen hun gewoon concert.
+
+Dat zou den zwervenden Indianen niet bijzonder bevallen zijn. Niet
+omdat deze inboorlingen zoo bijzonder gesteld zijn op deze soort
+van koraalmuziek, maar omdat zij gaarne jacht maken op de apen,
+wier vleesch, vooral gekookt, uitmuntend is.
+
+Dick Sand en zijn reisgenooten waren zeker niet bekend met deze
+gewoonten der guériba's, want dan zou het voor hen een reden tot
+verwondering geweest zijn ze niet te hooren. Zij ontwaakten dus de
+een na den ander, verkwikt door die weinige uren slaap, die door geen
+enkel alarm was gestoord geworden.
+
+De kleine Jack was niet de laatste om zich uit te rekken. Zijn eerste
+vraag was of Hercules 's nachts ook een wolf had opgegeten. Geen wolf
+had zich vertoond en bijgevolg had Hercules nog niet ontbeten.
+
+Dit was trouwens met allen het geval en na het morgengebed hield Nan
+zich bezig met het toebereiden van den maaltijd.
+
+De spijskaart was dezelfde als die van het souper van den vorigen dag,
+maar met den eetlust, die door de morgenlucht van het bosch gescherpt
+was, dacht niemand er aan om in dit opzicht lastig te zijn. Het was
+vóór alles noodig kracht op te doen voor een flinken dagmarsch en dit
+werd dan ook terecht door allen begrepen. Voor het eerst misschien
+snapte neef Benedictus dat eten geen onverschillige of nuttelooze
+verrichting van het leven was. Alleen verklaarde hij dat hij dit land
+niet was komen "bezoeken", om er met de handen in de zakken in rond
+te wandelen en dat, zoodra Hercules hem weer belette jacht te maken op
+de cocuyo's en andere vuurvliegen, Hercules met hem, neef Benedictus,
+zou te doen hebben.
+
+Deze bedreiging scheen den reus nog al geen bijzondere vrees in te
+boezemen. Evenwel nam Mevr. Weldon hem ter zijde en zeide hem dat
+hij haar groot kind maar wat rechts en links moest laten rondloopen,
+maar hem toch niet uit het oog verliezen. Men diende neef Benedictus
+niet geheel en al de genoegens te onthouden, op zijn leeftijd zoo
+natuurlijk.
+
+Ten zeven ure 's morgens hernam de kleine troep den weg naar het oosten
+en behield daarbij dezelfde orde in het marcheeren als den vorigen dag.
+
+Nog altijd niets dan bosch. Op dien maagdelijken grond waar warmte
+en vochtigheid zich vereenigden om den plantengroei sneller te doen
+ontwikkelen, was het wel te denken dat het plantenrijk zich in al zijn
+rijkdom zou voordoen. De parallel van dat uitgestrekte bergvlak liep
+bijna ineen met de tropische breedten en de zon schoot er gedurende
+eenige maanden van den zomer haar loodrechte stralen. Er was dus
+een ontzaglijke warmtevoorraad in de terreinen opgestapeld, welker
+ondergrond vochtig bleef. Ook was er niets prachtiger om te aanschouwen
+dan die opeenvolging van bosschen of liever dat eindelooze woud.
+
+Toch had Dick Sand het volgende opgemerkt, namelijk dat men zich in de
+streek der pampa's bevond. Nu is pampa een woord uit de taal "quichna",
+dat "vlakte" beteekent. En, indien zijn geheugen hem niet bedroog,
+meende hij zich te herinneren dat die vlakten de volgende kenmerken
+aanboden: gebrek aan water, afwezigheid van boomen, gemis aan steenen;
+verder een weelderigen overvloed van distels in het regenseizoen,
+distels, die in het warme jaargetijde struiken worden en alsdan
+ondoordringbare kreupelbosschen vormen, dan ook dwergboompjes,
+doornachtige struiken, wat vereenigd, aan deze vlakten een dor en
+woest voorkomen verleent.
+
+Nu was dit, sedert de kleine troep onder het geleide van den Amerikaan
+het kustland verlaten had, geenszins het geval. Altoos bleef het woud
+zich tot de grenzen van den horizon uitstrekken. Dat kon onmogelijk
+de pampa zijn zooals de leerling zich die had voorgesteld. Had het
+dan werkelijk de natuur behaagd om, zooals Harris gezegd had, een
+afzonderlijke streek te maken van die hoogvlakte van Atacama, waarvan
+hij overigens niets anders wist dan dat zij een der uitgestrektste
+woestijnen van Zuid-Amerika, tusschen de Andes en de Stille Zuidzee
+vormde?
+
+Dick Sand wierp dienzelfden dag eenige vragen over dit onderwerp op
+en gaf den Amerikaan zijn verwondering over dit zonderling voorkomen
+der pampa te kennen.
+
+Maar hij werd dadelijk door Harris uit den waan geholpen, die hen over
+dit gedeelte van Bolivia de nauwkeurigste bijzonderheden mededeelde
+en daardoor bewijzen gaf van zijn groote kennis van het land.
+
+"Ge hebt gelijk, mijn jonge vriend," zei hij tot den leerling. "De
+werkelijke pampa is wel degelijk zoo als de reisbeschrijvingen haar
+u hebben afgeschilderd, dat is te zeggen een vrij dorre vlakte, die
+dikwijls moeilijk te bereizen is. Zij doet ons denken aan onze prairiën
+van Noord-Amerika,--met het onderscheid dat deze wat moerassiger
+zijn. Ja, zoodanig is wel de pampa van den Rio-Colorado; zoodanig zijn
+de 'Llanos' van den Orinoco en van Venezuela. Maar hier zijn we in een
+landstreek welker voorkomen me zelf doet verbaasd staan. 't Is waar,
+'t is de eerste keer dat ik dezen weg over het bergvlak neem, omdat
+hij het voordeel heeft onze reis te verkorten. Maar al heb ik de
+eigenlijke pampa nog nooit gezien, weet ik toch wel dat deze streek
+zeer van haar verschilt. Wat de pampa aangaat, ge zoudt haar vinden,
+niet tusschen de Cordilleras van het westen en de hooge keten der
+Andes, maar aan gene zijde der bergen, op het geheel oostelijk gedeelte
+van het vasteland dat zich uitstrekt tot den Atlantischen Oceaan."
+
+"Moeten we de keten der Andes overtrekken?" vroeg Dick Sand levendig.
+
+"Wel neen, mijn jonge vriend, wel neen," antwoordde de Amerikaan
+glimlachend. "'k Zei: ge zoudt haar vinden, en niet: ge zult haar
+vinden. Stel je gerust, we verlaten dit bergvlak niet, waarvan
+de grootste hoogten zich niet boven de vijftien honderd voet
+verheffen. Als we de Cordilleras hadden moeten overtrekken met de
+eenvoudige middelen van vervoer waarover we beschikken, zou ik je
+nooit tot een dergelijke onderneming hebben overgehaald."
+
+"Dan zou het ook waarlijk beter zijn geweest," antwoordde Dick Sand,
+"noordelijk of zuidelijk de kust te volgen."
+
+"O! honderdmaal beter!" hernam Harris. "Maar de hacienda van San-Felice
+is aan deze zijde van de Cordilleras gelegen. Onze reis zal dus
+evenmin nu, als later, eenige wezenlijke moeilijkheid opleveren."
+
+"En vreest u niet te verdwalen in de bosschen die u voor 't eerst
+doortrekt?" vroeg Dick Sand.
+
+"Neen, mijn jonge vriend, neen," antwoordde Harris. "'k Weet wel
+dat zulk een woud als een onmetelijke zee is, of liever als de bodem
+eener zee, waar zelfs een zeeman geen hoogte zou kunnen nemen om zijn
+positie te verkennen. Maar, ik ben gewoon in de bosschen te reizen,
+en heb niets noodig om mijn weg te vinden als de schikking van zekere
+boomen, de richting hunner bladeren, de gedaante of de samenstelling
+van den bodem, een menigte bijzonderheden die u ontgaan! Wees er
+zeker van dat ik u en de uwen zal brengen waar ge wezen wilt!"
+
+Dit alles werd zeer stellig door Harris gezegd. Dick Sand en hij
+liepen vooraan en praatten dikwijls, zonder dat iemand zich in hun
+gesprek mengde. Mocht de leerling soms al eens eenige zorg hebben,
+die de Amerikaan niet altijd kon verdrijven, dan hield hij die liever
+voor zich.
+
+De 8e, 9e, 10e, 11e en 12e April verliepen op deze wijze zonder dat
+er iets bijzonders op de reis voorviel. Men legde niet meer dan acht
+of negen mijlen per twaalf uur af. De oogenblikken aan den maaltijd
+of aan de rust gewijd, volgden elkander geregeld op, en hoewel zich
+reeds eenige vermoeienis begon te openbaren, was de gezondheidstoestand
+nog zeer voldoende.
+
+De kleine Jack had wel wat te lijden tengevolge van dit leven in de
+bosschen, waaraan hij niet gewoon was en dat zeer eentonig voor hem
+werd. En daarbij was men al de beloften die men hem gedaan had niet
+nagekomen. De mannetjes van caoutchouc, de vliegenvogeltjes, dat alles
+scheen hoe langer zoo meer op den achtergrond te geraken. Er was ook
+sprake geweest hem de prachtigste papegaaien van de wereld te laten
+zien en zij moesten in deze rijke bosschen niet ontbreken. Waar waren
+ze dan nu, die papegaaien met hun groen gevederte, bijna alle uit
+deze streken afkomstig, de ara's met kale wangen, zeer lange puntige
+staarten en schitterende kleuren, wier pooten nooit den grond aanraken,
+en de camindé's, die meer bijzonder tot de tropische gewesten behooren,
+verder de veelkleurige langstaartpapegaaien, met het gevederde gelaat,
+en eindelijk al die snapachtige vogels die, naar het zeggen der
+Indianen, nog de taal der uitgestorven stammen spreken?
+
+Van papegaaien zag de kleine Jack slechts de jako's of ongekuifde
+aschkleurige boomlorries, met rooden staart, die onder de boomen
+krioelden. Maar deze jako's waren niet nieuw voor hem. Zij zijn door
+de geheele wereld verspreid. In alle deelen der aarde doen zij de
+huizen van hun onverdraaglijk gekakel weergalmen en van de gansche
+familie der "psittacini", zijn zij het gemakkelijkst praten te leeren.
+
+Doch, Jack was niet de eenige die ontevreden was, neef Benedictus
+was het ook. Men had hem onderweg wat heen en weer laten loopen en
+evenwel vond hij geen enkel insect dat waardig was zijn verzameling te
+verrijken. 's Avonds weigerden zelfs de vuurvliegen hardnekkig zich
+aan hem te vertoonen en hem door hun lichtgevende borstschilden aan
+te trekken. De natuur scheen waarlijk den spot te drijven met den
+ongelukkigen entomoloog, wiens humeur onuitstaanbaar werd.
+
+Nog vier dagen lang bleven zij den marsch onder dezelfde omstandigheden
+voortzetten. Den 16en April moest men den van de kust af aan afgelegden
+weg op niet minder dan honderd mijlen schatten. Indien Harris niet
+verdwaald was,--en hij verzekerde dit zonder aarzelen,--dan was de
+hacienda van San-Felice niet meer dan twintig mijlen verwijderd
+van het punt waar de halte dien dag gehouden werd. Nog omstreeks
+acht-en-veertig uren en de kleine troep zou een veilig dak vinden,
+waaronder hij eindelijk van zijn vermoeienissen zou kunnen uitrusten.
+
+Alhoewel zij nu de hoogvlakte in haar gansche uitgestrektheid waren
+doorgetrokken, hadden zij geen enkelen inboorling, geen enkelen
+zwervenden Indiaan in het onmetelijk woud ontmoet.
+
+Meermalen had Dick Sand, zonder er iets van te zeggen, spijt gevoeld
+dat zij niet op een ander gedeelte der kust gestrand waren! Meer ten
+zuiden of meer ten noorden zouden zij in overvloed gehuchten, dorpen
+en plantages op hun weg ontmoet en Mevr. Weldon en haar reisgenooten
+een schuilplaats gevonden hebben.
+
+Maar, scheen deze streek al door den mensch verlaten te zijn, met
+de dieren was dit in de laatste dagen geenszins het geval. Somwijlen
+hoorde men een langgerekten klagenden kreet, dien Harris toeschreef aan
+eenige van die groote luiaards, de gewone gasten van die uitgestrekte
+boschachtige streken die men "ai's" noemt.
+
+Dien zelfden dag liet zich ook, onder de middaghalte een gefluit in de
+lucht hooren, zoo vreemd klinkend, dat Mevr. Weldon er zich ongerust
+over maakte.
+
+"Wat is dat?" vroeg zij, opspringende.
+
+"Een slang!" riep Dick Sand, terwijl hij met zijn geladen geweer zich
+voor Mevr. Weldon wierp.
+
+En werkelijk kon het zeer goed zijn dat er eenig kruipend gedierte
+in het gras tot nabij de plaats der halte was geslopen. Er was niets
+vreemds in gelegen dat het een dier enorme "sukuru's", een soort van
+boa's was, die somtijds veertig voet lengte hebben.
+
+Maar Harris herinnerde dadelijk Dick Sand, dat de negers reeds volgden
+en hij stelde Mevr. Weldon gerust.
+
+Volgens hem had geen sukuru dit gefluit kunnen voortbrengen, omdat deze
+slang niet fluit, maar het verkondigde de tegenwoordigheid van zekere
+onschadelijke viervoetige dieren, die vrij talrijk in dit land zijn.
+
+"Verontrust u dus niet," zeide hij, "en maak vooral geen beweging,
+die de dieren kan doen verschrikken."
+
+"Maar welke dieren zijn het toch?" vroeg Dick Sand, die het zich tot
+wet maakte den Amerikaan te ondervragen en te doen spreken, terwijl
+deze zich trouwens nooit liet bidden om hem te antwoorden.
+
+"Het zijn antilopen, mijn jonge vriend," antwoordde Harris.
+
+"O! wat zou ik ze graag eens zien!" riep Jack.
+
+"Dat zal moeielijk gaan, mijn ventje," antwoordde de Amerikaan,
+"zeer moeielijk!"
+
+"Zouden we niet kunnen probeeren die fluitende antilopen te
+naderen?" hernam Dick Sand.
+
+"O! ge zoudt geen drie stappen gedaan hebben," antwoordde de Amerikaan
+het hoofd schuddend, "of de gansche troep zou op de vlucht gaan! 'k
+Raad je dus je niet te bewegen!"
+
+Maar Dick Sand had zijn redenen om nieuwsgierig te zijn. Hij wilde
+zien, en met het geweer in de hand, sloop hij in het gras. Onmiddellijk
+vlogen een dozijn bevallige gazellen, met kleine puntige horens
+bliksemsnel voorbij. De helroode kleur van hun haar teekende zich
+als een vurige wolk tegen het geboomte af.
+
+"Ik heb het je wel gezegd," zei Harris, toen de leerling zijn plaats
+weder innam.
+
+Was het wezenlijk onmogelijk deze antilopen door hun verbazende
+vlugheid duidelijk te onderscheiden, zoo was dit niet het geval met
+een anderen troep dieren, die denzelfden dag werden opgemerkt. Die
+dieren kon men, hoewel onvolkomen, zien, maar hun verschijning gaf
+aanleiding tot een vrij zonderlinge woordenwisseling tusschen Harris
+en eenigen zijner metgezellen.
+
+De kleine troep had zich tegen vier uur 's avonds een oogenblik op
+een open plek in het bosch opgehouden, toen drie of vier ontzaglijk
+groote beesten uit een kreupelbosch op een honderd schreden van hen
+af te voorschijn kwamen en oogenblikkelijk met verwonderlijke snelheid
+op de vlucht gingen.
+
+Ondanks de aanbevelingen van den Amerikaan had de leerling vlug
+zijn geweer aangelegd en op een dezer dieren vuur gegeven. Maar, op
+het oogenblik dat het schot afging, was het wapen snel door Harris
+afgewend en Dick Sand had, hoe handig hij ook was, zijn doel gemist.
+
+"Geen geweerschoten! geen geweerschoten!" zei de Amerikaan.
+
+"Maar, dat zijn giraffen!" riep Dick Sand uit, zonder iets anders op
+de opmerking van Harris te antwoorden.
+
+"Giraffen!" herhaalde Jack, terwijl hij zich op zijn zaal
+oprichtte. "Waar zijn ze gebleven, die groote dieren?"
+
+"Giraffen!" antwoordde Mevr. Weldon. "Je vergist je, mijn waarde
+Dick. Er zijn geen giraffen in Amerika."
+
+"U hebt gelijk," zei Harris, die mede verbaasd scheen, "er kunnen
+geen giraffen in dit land zijn!"
+
+"Maar hoe dan?...." zei Dick Sand.
+
+"'k Weet waarlijk niet wat ik er van denken moet!" antwoordde
+Harris. "Heeft je gezicht je niet bedrogen en zouden die dieren geen
+struisvogels geweest zijn?"
+
+"Struisvogels!" herhaalden Dick Sand en Mevr. Weldon, terwijl zij
+elkander zeer verwonderd aankeken.
+
+"Ja, eenvoudig struisvogels," herhaalde Harris.
+
+"Maar struisvogels zijn vogels," hernam Dick Sand, "en ze hebben maar
+twee pooten!"
+
+"Welnu," antwoordde Harris, "'k meende juist te zien dat de dieren
+die daar zoo snel op de vlucht gingen, tweebeenige waren!"
+
+"Tweebeenige dieren!" herhaalde de leerling.
+
+"Me dunkt toch dat ik beesten met vier pooten gezien heb," zei
+Mevr. Weldon.
+
+"Ik ook," voegde de oude Tom er bij, wiens woorden door Bat, Actéon
+en Austin bevestigd werden.
+
+"Viervoetige struisvogels!" riep Harris lachend uit. "Dat zou nog al
+aardig zijn!"
+
+"Ook meenden we," hernam Dick Sand, "dat het giraffen en geen
+struisvogels waren."
+
+"Neen, mijn jonge vriend, neen!" zei Harris. "Je hebt stellig verkeerd
+gezien, maar dat laat zich best verklaren door de snelheid waarmee
+die beesten op de vlucht zijn gegaan. 't Is trouwens jagers meermalen
+overkomen zich even als gij te vergissen!"
+
+Wat de Amerikaan zeide, was zeer aannemelijk. Tusschen een grooten
+struisvogel en een giraffe van gemiddelde grootte, op zekeren afstand
+gezien, is het gemakkelijk zich te vergissen. Of ze een bek of een
+snuit aan het eind van hun langen naar achteren gebogen hals hebben,
+is op een afstand niet zoo gemakkelijk te onderscheiden en desnoods
+zoude men kunnen zeggen dat een struisvogel slechts een halve giraffe
+is. De achterpooten ontbreken hem slechts. Dit tweebeenig en dit
+vierbeenig dier, onvoorzien snel voorbijgaande, kunnen desnoods met
+elkander verward worden.
+
+Het beste bewijs overigens dat Mevr. Weldon en de anderen zich
+vergisten is, dat er geen giraffen in Amerika zijn.
+
+Dick Sand maakte toen de volgende opmerking:
+
+"Maar ik dacht dat er evenmin struisvogels als giraffen in de Nieuwe
+wereld zijn?"
+
+"Ja wel, mijn jonge vriend," antwoordde Harris, "en juist bezit
+Zuid-Amerika er een bijzondere soort van. Tot deze soort behoort de
+'nandoe', die je daar zoo even gezien hebt!"
+
+Harris had gelijk. De nandoe is een steltlooper, die in de vlakten
+van Zuid-Amerika vrij veel voorkomt, en zijn vleesch, vooral van een
+jong dier, is een zeer goed voedsel. Dit sterke dier, dat somtijds
+twee vademen hoog is, heeft een rechten bek, lange vleugels, bestaande
+uit dichte vederen van blauwachtige kleur, de pooten gevormd uit drie
+vingers met nagels voorzien,--hetgeen hem duidelijk onderscheidt van
+de struisvogels van Afrika.
+
+Deze zeer nauwkeurige bijzonderheden werden door Harris medegedeeld,
+die bijzonder goed op de hoogte van de gewoonten der nandoes
+bleek. Mevr. Weldon en haar reisgenooten moesten toestemmen dat zij
+zich vergist hadden.
+
+"'t Is bovendien zeer goed mogelijk dat we nog een anderen troep
+van die struisvogels ontmoeten. Mocht dat zoo zijn, kijk dan beter
+en zie nooit meer vogels voor viervoetige dieren aan! Maar vooral,
+mijn jonge vriend, vergeet mijn raad niet en schiet op geen dieren
+meer! 't Is gelukkig niet noodig dat we jagen om ons levensmiddelen
+te verschaffen.... en nog eens, de losbarsting van een vuurwapen moet
+onze tegenwoordigheid in dit bosch niet verraden."
+
+Dick Sand bleef evenwel in gedachten verzonken. Andermaal kwam twijfel
+bij hem op.
+
+Den volgenden dag, den 17en April, werd de reis hervat en verzekerde
+de Amerikaan, dat nu geen vier-en-twintig uren meer zouden verloopen
+of de kleine troep zou in de hacienda van San-Felice gehuisvest zijn.
+
+"Dáár, Mevr. Weldon," voegde hij er bij, "zult u al de zorg ontvangen
+die uw toestand vereischt. Eenige dagen van rust moeten u weer geheel
+opknappen. Misschien zult u in die hoeve wel niet de weelde vinden,
+waaraan u in uw woning te San-Francisco gewoon zijt, maar u zult zien
+dat het in de woningen op onze ontginningen in het binnenland niet
+aan de geriefelijkheden des levens ontbreekt. We zijn nu juist niet
+heelemaal wilden."
+
+"Mijnheer Harris," antwoordde Mevr. Weldon, "al kunnen we niet anders
+dan u dankzeggen voor uw edelmoedige hulp, zoo doen we dat althans
+van ganscher harte. Ja! 't is tijd dat we aankomen!"
+
+"Gevoelt u zich bijzonder vermoeid, mevrouw Weldon?"
+
+"Aan mij is niets gelegen!" antwoordde Mevr. Weldon, "maar ik merk
+dat mijn kleine Jack langzamerhand uitgeput raakt! De koorts begint
+hem tusschenbeide beet te nemen!"
+
+"Ja," antwoordde Harris, "en ofschoon het klimaat van dit bergvlak
+zeer gezond is, kan het niet ontkend worden dat er in Maart en April
+tusschenpoozende koortsen heerschen."
+
+"Dat is zeker," zei nu Dick Sand, "maar de steeds zorgende natuur
+heeft dan ook weder hier het geneesmiddel voor de kwaal bij de hand!"
+
+"En hoe dat, mijn jonge vriend?" vroeg Harris, die zich onwetend hield.
+
+"Zijn we dan hier niet in de streek der kinasoorten?" vroeg Dick Sand.
+
+"'t Is waar ook," zei Harris, "je hebt volkomen gelijk. De boomen
+die den kostbaren kinabast verschaffen, zijn hier thuis."
+
+"'k Heb me al verwonderd dat ik er nog geen gezien heb," hernam
+Dick Sand.
+
+"Ja, mijn jonge vriend," antwoordde Harris, "die boomen zijn zoo
+gemakkelijk niet te onderscheiden. Hoewel zij dikwijls vrij hoog en
+hun bladeren groot zijn, hun bloemen rooskleurig en heerlijk van
+geur, ontdekt men ze toch niet gemakkelijk. Zeldzaam ontmoet men
+ze in groepen. Ze zijn eerder hier en daar in het bosch verspreid,
+zoo dat de Indianen die de kina inoogsten, ze niet anders dan aan
+hun altijd groene bladeren herkennen."
+
+"Zoudt u zoo goed willen zijn, mijnheer Harris," zei Mevr. Weldon,
+"om, als u een van die boomen ziet, hem mij dan te wijzen?"
+
+"Welzeker, mevrouw Weldon, maar u zult in de hacienda sulphas chinini
+vinden en dat zout is nog beter om de koorts te verdrijven dan de
+eenvoudige bast van een boom." [24]
+
+Deze laatste dagreis liep zonder eenig bijzonder voorval ten
+einde. De avond kwam en de gewone toebereidselen voor den nacht werden
+gemaakt. Tot nog toe had het niet geregend, doch het weder scheen
+te zullen veranderen, want er steeg een warme walm uit den bodem op,
+die weldra in een dikken mist overging.
+
+Men naderde nu werkelijk het regenseizoen. Gelukkig zou den volgenden
+dag een geriefelijk thuis aan den kleinen troep worden aangeboden. Nog
+eenige uren slechts moesten er verloopen.
+
+Alhoewel men volgens Harris, die zijn berekening niet anders kon
+maken dan naar den tijd dat de reis geduurd had, niet verder dan zes
+mijlen van de hacienda kon verwijderd zijn, werden de gewone voorzorgen
+voor den nacht genomen. Tom en zijn kameraden zouden om beurten wacht
+houden. Dick Sand was er op gesteld dat niets in dit opzicht verzuimd
+werd. Minder dan ooit wilde hij zijn gewone voorzichtigheid uit het
+oog verliezen, want een vreeselijk vermoeden had in zijn gemoed wortel
+geschoten, maar hij wilde nog niets zeggen.
+
+De rustplaats voor den nacht bevond zich aan den voet van een groep
+groote boomen. Tengevolge van sterke vermoeidheid waren Mevr. Weldon en
+de haren reeds in slaap, toen zij door een luiden kreet gewekt werden.
+
+"Wat is er?" vroeg Dick Sand, die de eerste van allen, onmiddellijk
+overeind was.
+
+"Ik ben het! ik heb geschreeuwd!" antwoordde neef Benedictus.
+
+"En wat scheelt er aan?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"'k Ben daar juist gebeten!"
+
+"Door een slang....? vroeg Mevr. Weldon verschrikt.
+
+"Neen, neen! 't Is geen slang, maar een insect," antwoordde
+Benedictus. "Daar heb ik hem, ik heb 'm."
+
+"Welnu, dood het dan, je insect," zei Harris, "en laat ons gerust
+slapen, mijnheer Benedict!"
+
+"Een insect dood maken!" riep neef Benedictus. "Verstrekt niet! 'k
+moet eens zien wat het is!"
+
+"Een muskiet!" zei Harris, de schouders ophalende.
+
+"Welnu! 't is een vlieg," antwoordde neef Benedictus, "en zeker een
+heel vreemde!"
+
+Dick Sand had een klein zaklantaarntje aangestoken en ging er mee
+naar den lastigen neef.
+
+"Groote goedheid!" riep deze uit. "Dat maakt al mijn teleurstellingen
+goed! Eindelijk heb ik dan toch een ontdekking gedaan!"
+
+De geestvervoering van den goeden man grensde aan waanzin. Hij
+beschouwde zijn vlieg met zegevierende blikken! Hij had ze wel
+willen kussen!
+
+"Maar wat is het dan toch?" vroeg Mevrouw Weldon.
+
+"Een diptera (tweevleugelig insect) nicht, een prachtige diptera!"
+
+En neef Benedictus liet haar een vlieg zien, kleiner dan een bij,
+van een doffe kleur en aan het onderste gedeelte van haar lichaam
+geel gestreept.
+
+"Die vlieg is toch niet vergiftig?" vroeg Mevr. Weldon.
+
+"Neen, nicht, neen, althans niet voor menschen. Maar voor dieren,
+zooals voor antilopen, voor buffels, zelfs voor olifanten, is 't
+wat anders!"
+
+"Maar zeg ons nu eindelijk toch eens welke vlieg het is," zei Dick
+Sand.
+
+"Die vlieg," antwoordde de entomoloog, "die vlieg, die ik hier tusschen
+mijn vingers heb, die vlieg! is een tsetsé!.... Dat is de vermaarde
+diptera, de roem van haar land, maar toch wel vreemd, tot nog toe
+heeft men nog nooit een tsetsé in Amerika gevonden!"
+
+Dick Sand had den moed niet neef Benedictus te vragen in welk
+werelddeel die geduchte tsetsé alleen wordt aangetroffen!
+
+En toen zijn reisgenooten, na dit voorval, hun afgebroken slaap hervat
+hadden, deed Dick Sand, ondanks zijn zware vermoeidheid, den ganschen
+nacht geen oog meer dicht!
+
+
+
+
+ACHTTIENDE HOOFDSTUK.
+
+HET VREESELIJK WOORD!
+
+
+Het werd tijd dat de reizigers de hacienda bereikten. Ten gevolge
+van buitengewone vermoeidheid was Mevr. Weldon in de onmogelijkheid
+een reis te vervolgen onder zulke bezwarende omstandigheden. Het was
+waarlijk een treurig gezicht, die kleine jongen met dat hoog roode
+gezicht in de aanvallen van koorts, en dan weder zoo bleek in de
+tusschenpoozen. Zijn moeder maakte zich zoo ongerust, dat zij Jack
+zelfs niet aan de zorgen van de goede Nan had willen toevertrouwen
+en hem aanhoudend half liggend in haar armen hield.
+
+Ja! het was tijd dat zij aankwamen! Volgens den Amerikaan zouden
+zij dan ook denzelfden avond van den dag, die aan den hemel kwam,
+den avond van den 18n April, eindelijk in de hacienda van San-Felice
+een veilige schuilplaats vinden.
+
+Welk een moedige en sterke natuur Mevr. Weldon ook had, zoo was toch
+een reis van twaalf dagen en daarbij twaalf nachten onder den blooten
+hemel doorgebracht, meer dan genoeg om haar geheel aftematten. Maar
+voor een kind was het nog erger en het gezicht van den kleinen zieken
+Jack die zelfs de eenvoudigste oppassing moest missen, was alleen
+voldoende haar geheel neer te slaan.
+
+Dick Sand, Nan, Tom en zijn reismakkers hadden de vermoeienissen der
+reis beter verdragen.
+
+Wel begonnen de levensmiddelen te verminderen, maar gebrek hadden
+zij nog geenszins gehad, zoodat hun gezondheid dan ook voldoende was.
+
+Wat Harris aangaat, hij scheen tegen de ongemakken van die
+langdurige tochten door de bosschen bestand te zijn en 't bleek dat
+de vermoeienissen geen vat op hem hadden. Alleen merkte Dick Sand op,
+dat hij, naarmate zij de hacienda naderden, meer in gedachten en minder
+rond in zijn omgang was dan vroeger. Het tegendeel zou natuurlijker
+geweest zijn. Dat was althans de meening van den leerling, die den
+Amerikaan hoe langer hoe meer begon te wantrouwen. En toch, welk
+belang dreef Harris aan hen te bedriegen? Dick Sand zou het niet hebben
+kunnen zeggen, maar nog meer dan vroeger hield hij hun gids in 't oog.
+
+De Amerikaan, van zijn kant, gevoelde dat Dick hem niet vertrouwde,
+en dit wantrouwen deed hem in tegenwoordigheid van zijn "jongen vriend"
+nog stilzwijgender zijn.
+
+Men was weder op marsch gegaan.
+
+In het bosch, dat nu minder dicht was, waren de boomen hier en daar
+in groepen verspreid en vormden geen ondoordringbare massa's meer. Zou
+dat nu de werkelijke pampa zijn, waarvan Harris gesproken had?
+
+Gedurende de eerste uren van den dag, werd de ongerustheid van Dick
+Sand door geen enkel voorval vergroot. Alleen werden er twee feiten
+door hem opgemerkt. Misschien waren zij niet van groot gewicht,
+maar in de omstandigheden waarin zij verkeerden, mocht geen enkele
+bijzonderheid onopgemerkt voorbijgaan.
+
+Het was vooreerst de houding van Dingo, die meer bijzonder de aandacht
+van den leerling trok.
+
+De hond namelijk, die gedurende den ganschen tocht een spoor scheen
+te volgen, werd geheel anders, en dat bijna plotseling. Tot nog toe
+slechts met den neus op den grond, het gras of de struiken beruikende,
+zweeg hij, of deed hij een soort van klagend geblaf hooren, naar het
+scheen de uitdrukking van smart of van verdriet.
+
+Dien dag nu werd het geblaf van het zonderlinge dier weder luid
+klinkend, somtijds woedend, zooals het vroeger was, toen Negoro op
+het dek van den _Pelgrim_ verscheen.
+
+Eensklaps kwam er een vermoeden bij Dick Sand op, in welk vermoeden
+hij door Tom versterkt werd, die zeide:
+
+"'t Is toch vreemd, mijnheer Dick! Dingo snuffelt niet meer langs den
+grond, zooals hij gisteren nog deed! Hij loopt met den neus in den
+wind, hij is ontsteld en zijn haar staat overeind! Men zou zeggen,
+dat hij in de verte...."
+
+"Negoro ruikt, niet waar?" antwoordde Dick Sand, die den arm van den
+ouden neger aangreep en hem een teeken gaf om zacht te spreken.
+
+"Negoro, mijnheer Dick. Zou 't niet kunnen zijn, dat hij ons spoor
+gevolgd heeft?..."
+
+"Ja, Tom, en dat hij op dit zelfde oogenblik niet ver af is?"
+
+"Maar.... waarom?" zei Tom.
+
+"Of Negoro kende dit land niet," hernam Dick Sand, "en in dat
+geval had hij het grootste belang erbij ons niet uit het gezicht
+te verliezen...."
+
+"Of?...." zei Tom, die den leerling ontsteld aankeek.
+
+"Of," hernam Dick Sand, "hij kende het, en dan...."
+
+"Maar hoe zou Negoro dit land kennen? Hij is er nog nooit geweest!"
+
+"Nog nooit geweest!" mompelde Dick Sand. "Maar zeker is het dat Dingo
+doet alsof de man dien hij verfoeit, weder dicht bij is ons!"
+
+Daarna viel hij zich in de rede, om den hond te roepen die aarzelend
+naar hem toe kwam.
+
+"Wel," zei hij, "Negoro, Negoro!"
+
+Dingo beantwoordde dit met een woedend geblaf. Deze naam had de gewone
+uitwerking op hem, en hij sprong vooruit, alsof Negoro zich achter
+het kreupelhout had verscholen.
+
+Harris had dit geheele tooneel gezien. Met de lippen een weinig op
+elkaar gedrukt, trad hij op den leerling toe.
+
+"Wat vraag je toch aan Dingo?"
+
+"O! dat beteekent niet veel, mijnheer Harris," antwoordde de oude
+Tom gekscheerend. "We vragen hem naar den scheepsmakker dien we
+verloren hebben!"
+
+"Ah!" zei de Amerikaan, "naar dien Portugees, den scheepskok, van
+wien je me al verteld hebt?"
+
+"Ja," antwoordde Tom. "Als men Dingo hoort, zou men zeggen dat Negoro
+in de buurt is!"
+
+"Hoe zou hij hier hebben kunnen komen!" antwoordde Harris. "Hij is
+nooit in dit land geweest, voor zoover ik weet!"
+
+"Of hij moet het voor ons geheim gehouden hebben," antwoordde Tom.
+
+"Dat zou vreemd zijn," zei Harris. "Maar als je wilt, zullen we 't
+kreupelhout doorzoeken. 't Kan wezen dat de arme drommel hulp behoeft,
+dat hij in nood is...."
+
+"'t Is onnoodig, mijnheer Harris," antwoordde Dick Sand. "Als Negoro
+den weg hierheen heeft kunnen vinden, zal hij wel verder terecht
+komen. Hij is mans genoeg!"
+
+"Zooals je wilt," antwoordde Harris.
+
+"Koest, stil, Dingo," zei Dick gebiedend tot den hond, om een eind
+aan het gesprek te maken.
+
+De tweede opmerking van den leerling had betrekking op het paard van
+den Amerikaan.
+
+Het bleek niet "dat hij den stal rook," zooals paarden gewoonlijk
+doen. Het snoof geen lucht op, verhaastte zijn stap niet, het blies
+niet door zijn neusgaten, liet geen gehinnik hooren, zooals zij
+gewoonlijk doen als zij den stal naderen. Hij scheen even onverschillig
+alsof de hacienda, die hij toch goed moest kennen, eenige honderden
+mijlen daar vandaan geweest was.
+
+"Het is geen paard dat thuis komt!" dacht de leerling.
+
+En evenwel had Harris den vorigen dag reeds gezegd, dat zij nog slechts
+zes mijlen van hun doel af waren en van die zes mijlen hadden zij er
+zeker vier afgelegd.
+
+Behalve dat nu het paard niets van den stal rook, dien het toch
+zeker hoog noodig had, was er ook niets waaruit zij de nabijheid
+eener groote nederzetting konden opmaken, zooals toch de hacienda
+van San-Felice moest zijn.
+
+Hoe onverschillig Mevr. Weldon ook moest zijn voor alles wat haar
+kind niet betrof, was zij toch getroffen door de verlatenheid
+der streek. Hoe! geen enkele inlander, geen enkele bediende van
+de hacienda, en nog wel op zulk een kleinen afstand! Was Harris
+verdwaald? Neen, dat denkbeeld verwierp zij. Een nieuwe vertraging
+zou de dood van haren kleinen Jack zijn?
+
+Intusschen ging Harris altijd vooruit; maar hij scheen de diepten
+van het bosch te peilen en naar rechts en links te kijken, als iemand
+die niet zeker van zich zelven.... of van den weg is!....
+
+Mevr. Weldon sloot de oogen om hem niet meer te zien!
+
+Na een vlakte van omstreeks een mijl te zijn doorgetrokken, kwamen
+zij weder in het bosch, dat hier evenwel niet zoo dicht meer was als
+in het westen en zette de kleine troep haren marsch onder de groote
+boomen voort.
+
+Ten vier ure 's avonds kwam men bij een kreupelbosch, waar niet lang
+geleden een troep machtige dieren zich een doortocht had gebaand.
+
+Dick Sand nam alles om zich heen met de grootste attentie op.
+
+Op een hoogte, die de menschelijke lengte ver overtrof, waren de
+takken afgescheurd of gebroken. Daarbij was het groen met geweld van
+een gerukt en waren er op den eenigszins moerassigen grond, die nu
+bloot gekomen was, voetstappen van jaguars of conguars te zien.
+
+Zouden het "ai's" of andere luiaards geweest zijn, welke die indrukken
+op den grond hadden achtergelaten? Doch hoe dan de gebroken takken
+op zulk een hoogte te verklaren?
+
+Alleen olifanten hadden dergelijke indrukken, zulke breede
+sporen kunnen achterlaten en een verwoesting in het kreupelbosch
+aanrichten. Maar olifanten zijn er niet in Amerika. Die ontzaglijke
+dikhuidige dieren worden in de Nieuwe-Wereld niet gevonden en zijn
+er ook nooit geweest, terwijl men ze er ook nooit heeft kunnen
+acclimatiseeren.
+
+De onderstelling dat daar olifanten zouden doorgetrokken zijn, was
+dus volstrekt onaannemelijk.
+
+Hoe het zij, Dick Sand liet niet blijken wat dit onverklaarbare
+feit hem zoo al te denken gaf en te overwegen. Hij ondervroeg zelfs
+den Amerikaan niet meer in dit opzicht. Wat toch kon hij verwachten
+van iemand die getracht had hem giraffen voor struisvogels te doen
+aanzien? Harris zou ook daarvan de een of andere meer of minder goed
+verzonnen verklaring hebben gegeven, die toch niets aan den toestand
+veranderd had.
+
+Hoe het zij, de meening van Dick omtrent Harris was gevestigd. Hij
+was nu overtuigd dat hij te doen had met een verrader en wachtte
+slechts op een gelegenheid om zijn valschheid aan de kaak te stellen,
+alles zeide hem dat deze gelegenheid zich weldra zou voordoen.
+
+Maar wat kon het geheime doel van Harris zijn? Welke toekomst gingen de
+overlevenden van de _Pelgrim_ te gemoet? Dick Sand gevoelde dat zijn
+verantwoordelijkheid met de stranding van de _Pelgrim_ niet geëindigd
+was. Hij moest altijd, en meer dan ooit, zorgen voor het heil van hen,
+die de schipbreuk op deze kust geworpen had. Hij alleen was het,
+die deze vrouw, dit jonge kind, deze negers, al zijn lotgenooten
+moest redden! Mocht hij aan boord al iets hebben kunnen beproeven,
+mocht hij als zeeman hebben kunnen handelen, welk besluit zou hij
+hier nemen, te midden van de vreeselijke beproevingen die hij voorzag?
+
+Dick Sand wilde de oogen niet sluiten voor de ontzettende werkelijkheid
+die elk oogenblik onbetwistbaarder werd. In deze omstandigheid werd
+hij weder de kapitein van vijftien jaren, die hij aan boord van de
+_Pelgrim_ geweest was. Maar hij wilde niets zeggen, dat de arme moeder
+kon verontrusten, voordat het oogenblik van handelen gekomen was!
+
+En hij zeide niets, zelf niet, toen hij aan den oever van een vrij
+breeden stroom gekomen zijnde en de kleine troep een honderd schreden
+vooruit gaande, eenige reusachtige dieren zag, die zich in het hooge
+riet en gewassen aan den oever verborgen.
+
+"Nijlpaarden! nijlpaarden!" was hij op het punt om uit te roepen.
+
+En werkelijk waren het van die dikhuiden met groote koppen en lange
+gebochelde snuiten, wier bek bezet is met groote tanden, die meer dan
+een voet ver uitsteken, ineengedrongen op hun korte pooten, en waarvan
+de huid, onbehaard, taankleurig rood is? Nijlpaarden in Amerika!
+
+Den geheelen dag werd de marsch voortgezet, maar bezwaarlijk. Zelfs de
+sterksten konden van vermoeidheid bijna niet verder. Het werd inderdaad
+tijd, dat men aankwam of wel zou men genoodzaakt zijn halt te houden.
+
+Mevr. Weldon, die zich uitsluitend met haar kleinen Jack bezighield,
+voelde misschien geen vermoeidheid, maar haar krachten waren
+uitgeput. Allen waren meer of minder afgemat. Een verheven geestkracht,
+in het gevoel van plicht, hield Dick Sand staande.
+
+Tegen zes uur 's avonds vond de oude Tom in het gras een voorwerp
+dat zijn aandacht trok. Het was een wapen, een soort van mes, van
+bijzondere gedaante, gevormd uit een breed, gebogen lemmet en gevat
+in een ivoren heft van vrij ruwe bewerking.
+
+Tom gaf dit mes aan Dick Sand, die het nauwkeurig bekeek en het
+eindelijk aan den Amerikaan toonde, met de woorden:
+
+"De inboorlingen zijn ongetwijfeld niet ver meer!"
+
+"Inderdaad," antwoordde Harris, "en toch...."
+
+"Toch?...." herhaalde Dick Sand, die Harris strak aankeek.
+
+"We moesten nu zeer dicht bij de hacienda zijn," hernam Harris
+aarzelend, "en 'k weet niet...."
+
+"Waar we zijn?" zei Dick Sand driftig.
+
+"We kunnen nu niet verder dan drie mijlen van de hacienda meer af
+zijn. Maar ik wilde den kortsten weg door het bosch nemen en ik heb
+misschien ongelijk gehad!"
+
+"Misschien!" herhaalde Dick Sand.
+
+"'t Zou dunkt me niet kwaad zijn als ik vooruit ging," zei Harris.
+
+"Neen, mijnheer Harris, we gaan niet van elkaar," antwoordde Dick
+Sand op stelligen toon.
+
+"Zooals ge wilt!" hernam de Amerikaan. "Maar in den nacht zal 't me
+moeilijk vallen u te geleiden."
+
+"Dat doet er niet toe!" antwoordde Dick Sand. "We zullen halt
+houden. Mevr. Weldon zal 't zeker goedvinden nog één nacht in het
+bosch door te brengen, en morgen, als 't helder dag is, gaan we weer
+op weg! Nog twee of drie mijlen, die we in een uurtje zullen afleggen!"
+
+"Goed," antwoordde Harris.
+
+Op dit oogenblik liet Dingo een woedend geblaf hooren.
+
+"Hier, Dingo, hier!" riep Dick Sand. "Je weet wel dat er niemand is,
+en dat we hier in de wildernis zijn!"
+
+Men besloot dus nog eens halt te houden. Mevr. Weldon liet haar
+metgezellen hun gang gaan, zonder een woord te zeggen. Haar kleine
+Jack was met de koorts in haar armen ingesluimerd.
+
+Men zocht naar een goed plaatsje om er den nacht door te brengen.
+
+Dick Sand was druk bezig met onder het dichte gebladerte van eenige
+bijeenstaande boomen alles voor den nacht in gereedheid te brengen,
+toen de oude Tom, die hem hierin te hulp kwam, plotseling stil hield,
+uitroepende:
+
+"Mijnheer Dick, kom eens gauw hier en kijk eens!"
+
+"Wat scheelt er aan, ouwe Tom?" vroeg Dick Sand op den bedaarden toon
+van iemand, die op alles voorbereid is.
+
+"Daar.... daar...." zei Tom, "op die boomen.... bloedvlekken!.... En
+op den grond.... verminkte leden!...."
+
+Dick Sand vloog naar de plaats die de oude Tom hem aanwees. Toen,
+tot zich zelven komende, zeide hij:
+
+"Zwijg toch, Tom, zwijg."
+
+En werkelijk lagen daar op den grond afgesneden handen, en bij die
+menschelijke overblijfselen, eenige gebroken jukken, en een gesprongen
+ketting!
+
+Mevr. Weldon had gelukkig niets van die afschuwelijke voorwerpen
+gezien.
+
+Wat Harris aangaat, hij hield zich ter zijde en wie hem op dit
+oogenblik bespied had, zou getroffen zijn geweest door de verandering
+die bij hem plaats greep. Zijn gelaat had iets woests.
+
+Dingo had zich bij Dick Sand gevoegd en blafte als razend tegen die
+bloedige overblijfselen.
+
+Het kostte den leerling moeite den hond weg te jagen.
+
+Intusschen was de oude Tom, op het gezicht van die jukken, van dien
+gebroken ketting onbeweeglijk, als in den bodem vastgeworteld, blijven
+staan. De oogen bovenmate wijd gesperd, de handen saamgewrongen,
+keek hij strak vóór zich en mompelde deze onsamenhangende woorden:
+
+"Heel klein.... als heel klein kind, heb ik die jukken gezien!...."
+
+En ongetwijfeld kwamen de herinneringen uit zijn eerste kindsheid,
+als in nevelen gehuld, bij hem op. Hij trachtte zich zekere zaken te
+binnen te brengen!... Hij was op het punt te spreken!....
+
+"Spreek niet, Tom!" herhaalde Dick Sand. "Voor mevrouw Weldon, voor
+ons allen, zwijg!"
+
+En de leerling nam den ouden neger mede.
+
+Een andere plaats op eenigen afstand, werd nu gekozen en voor den
+nacht in gereedheid gebracht.
+
+Ofschoon de maaltijd toebereid was, had niemand lust er deel aan
+te nemen. Zij waren te zeer afgemat om te eten, maar daarenboven
+verkeerden allen onder den indruk eener ongerustheid die aan schrik
+grensde.
+
+Allengs begon het nacht te worden, die dezen keer buitengewoon
+donker was. De hemel was met dikke onstuimige wolken bedekt. Men zag
+tusschen de boomen door aan de westerkim, tengevolge van de warmte,
+eenige bliksemflitsen flikkeren. De wind was gaan liggen, geen blad
+bewoog zich. Een diepe stilte volgde op het geruisch van den dag,
+en het was alsof de zware dampkring, met electriciteit verzadigd,
+ongeschikt werd tot het overbrengen van geluiden.
+
+Dick Sand, Austin en Bat waakten te zamen. Zij trachtten in dien
+stikdonkeren nacht te zien, te hooren of eenig lichtschijnsel, eenig
+verdacht geluid hun oogen of ooren trof. Maar niets verstoorde de
+stilte noch de duisternis van het woud.
+
+Tom was niet ingesluimerd, maar in zijn herinneringen verdiept, zat
+hij met gebogen hoofd onbeweeglijk, alsof hij door een plotselingen
+slag was getroffen.
+
+Mevr. Weldon wiegde haar kind in haar armen en had slechts gedachten
+voor hem.
+
+Alleen neef Benedictus sliep misschien, want hij was de eenige die den
+algemeenen indruk niet deelde. Zijn voorgevoelens gingen zoo ver niet.
+
+Plotseling tegen elf uur, deed zich een langgerekt, grootsch gebrul
+hooren.
+
+Tom richtte zich in zijn volle lengte op en strekte zijn hand uit naar
+een dicht kreupelbosch, op zijn hoogst een mijl van daar verwijderd.
+
+Dick Sand pakte hem bij den arm, maar kon niet beletten dat Tom
+luidkeels uitriep:
+
+"De leeuw! de leeuw!"
+
+De oude neger had het gebrul herkend, dat hij zoo dikwijls in zijn
+kindsheid had gehoord!"
+
+"De leeuw!" herhaalde hij.
+
+Dick Sand kon zich niet langer inhouden en vloog met den hartsvanger
+in de hand op de plaats toe, door Harris ingenomen....
+
+Maar Harris was weg, en zijn paard verdwenen met hem.
+
+Als door den donder getroffen, had er nu een soort van omkeering
+plaats in het gemoed van Dick Sand.... Hij was niet waar hij gemeend
+had te zijn!
+
+De _Pelgrim_ was dus niet op de Amerikaansche kust gestrand? 't Was
+dus niet op het Paasch-eiland welks ligging de leerling had opgenomen,
+maar een ander eiland, juist ten westen van dit vasteland gelegen,
+evenals het Paascheiland ten westen van Amerika ligt.
+
+Het kompas had hem gedurende een gedeelte van de reis bedrogen, men
+weet hoe! Door den storm op een verkeerden weg gebracht, was hij kaap
+Hoorn omgevaren en van de Stille zuidzee in den Atlantischen Oceaan
+geraakt. De snelheid van zijn schip, die hij slechts onvolkomen kon
+berekenen, was, buiten zijn weten, door de kracht van den orkaan
+verdubbeld geworden!
+
+Dat was de reden waarom er geen caoutchouc- noch kinaboomen waren en
+de voortbrengselen van Zuid-Amerika aan dat land ontbraken, dat noch
+de hoogvlakte van Atacama, noch de Boliviaansche pampa was!
+
+Er was nu geen twijfel aan, het waren giraffen en geen struisvogels,
+die bij de open plek in het woud op de vlucht waren gegaan! Het
+waren olifanten die door het dichte kreupelhout trokken! Het waren
+nijlpaarden, wier rust in het hooge gras door Dick Sand gestoord
+was! Het was wel degelijk de tsetsé-vlieg, dat tweevleugelig insect,
+door Benedictus gevangen, de geduchte tsetsé die de dieren der
+karavanen door haar steken doet bezwijken!
+
+En om de kroon op dit alles te zetten, het was wel het gebrul van
+den leeuw, dat door het bosch weerklonk! En de jukken, die ketens,
+dat wonderlijk gevormde mes, dat alles was het gereedschap van
+den slavenhandelaar! Die afgesneden handen, het waren handen van
+opgevangen menschen!
+
+De Portugees Negoro en de Amerikaan Harris moesten het samen eens zijn!
+
+En het vreeselijk woord, door Dick geraden, ontsnapte eindelijk aan
+zijn lippen:
+
+"Afrika! Midden-Afrika! Het Afrika der slavenhandelaars en der slaven!"
+
+
+
+
+NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE SLAVENHANDEL.
+
+
+De slavenhandel! Iedereen kent de beteekenis van dit woord, dat nooit
+in de menschelijke taal had moeten opgenomen worden. De afschuwelijke
+handel die langen tijd gedreven werd ten voordeele der Europeesche
+volken, in 't bezit van overzeesche koloniën, is reeds sedert een
+aantal jaren verboden. Toch wakkert het menschonteerend misbruik nog
+steeds voort op uitgebreide schaal en voornamelijk in Midden-Afrika. En
+nog altijd, in onze XXe eeuw, de eeuw van verlichting en beschaving,
+ontbreekt de handteekening van eenige zoogenaamde christelijke staten
+aan het verbond, gesloten tot afschaffing der slavernij.
+
+Men zou misschien meenen dat er geen slavenhandel meer is, dat
+nu koop en verkoop van menschelijke wezens hebben opgehouden te
+bestaan! Helaas in geenen deele! en dit is het wat de lezer moet
+weten, indien hij het belang in het vervolg dezer geschiedenis wil
+stellen, dat het onderwerp verdient. Hij moet weten dat nog in den
+tijd waarin wij leven, de menschenjachten werkelijkheid zijn, die een
+geheel vasteland dreigen te ontvolken, om te voorzien in het onderhoud
+van eenige slaven-koloniën, waar en hoe die barbaarsche strooptochten
+plaats hebben, het bloed dat zij kosten, wat al branden en plunderingen
+zij uitlokken en eindelijk ten voordeele van wie zij plaats hebben.
+
+De geschiedenis leert, dat de handel in negers het eerst in de XVe
+eeuw in zwang kwam en wel onder de volgende omstandigheden:
+
+Na uit Spanje verdreven te zijn, hadden de Mohamedanen de wijk genomen
+naar de kust van Afrika, aan gene zijde der straat. Hier werden zij
+evenwel hardnekkig vervolgd door de Portugeezen, die toen dit gedeelte
+van het kustland bewoonden. Een zeker aantal dezer vluchtelingen werd
+gevangen genomen en naar Portugal gevoerd. Tot slavernij gebracht,
+maakten zij de eerste kern uit van Afrikaansche slaven, die sedert
+de Christelijke jaartelling in westelijk Europa is gevormd geworden.
+
+Nu behoorden deze Muzelmannen meerendeels tot rijke families,
+die hen tegen hooge prijzen wilden los koopen, 't geen evenwel de
+Portugeezen weigerden, hoe hoog het losgeld ook ware, dat hun werd
+aangeboden. Zij wilden het vreemde goud niet, maar wel de armen die
+hun ontbraken voor den arbeid der opkomende koloniën, of beter gezegd,
+zij hadden slavenarmen noodig.
+
+Daar nu de Muzelmaansche familie hun gevangen bloedverwanten niet
+konden loskoopen, boden zij aan hen in te ruilen tegen een grooter
+aantal Afrikaansche negers, waarvan zij zich maar al te gemakkelijk
+konden meester maken. Dit aanbod werd aangenomen door de Portugeezen,
+die hun voordeel in dezen ruilhandel vonden, en ziedaar de wijze
+waarop de slavenhandel in Europa ontstond.
+
+Tegen het einde der XVIe eeuw was deze schandelijke handel algemeen in
+zwang gekomen en geenszins in strijd met de nog barbaarsche zeden. Alle
+staten beschermden hem, teneinde des te sneller en zekerder de eilanden
+der Nieuwe-Wereld te koloniseeren. Want het waren juist de negerslaven
+die het dáár konden uithouden, waar de blanken, niet aan het klimaat
+gewoon en nog ongeschikt om de hitte van de tropische luchtstreek te
+verdragen, bij duizenden waren omgekomen. Het vervoer der negers naar
+de Amerikaansche koloniën had dus geregeld plaats met bijzondere,
+daartoe bestemde vaartuigen en deze overzeesche handelstak gaf
+het aanzijn aan belangrijke kantoren op verschillende punten der
+Afrikaansche kust. De "koopwaar" kostte weinig aan het land van
+uitvoer en de winsten waren aanzienlijk.
+
+Maar hoe noodig in alle opzichten de stichting der overzeesche
+koloniën ook ware, kon zij toch die markten van menschenvleesch
+niet rechtvaardigen. Weldra verhieven zich edelmoedige stemmen,
+die openlijk tegen den slavenhandel der negers opkwamen en bij de
+Europeesche gouvernementen aandrongen uit naam der menschelijkheid
+er de afschaffing van uit te vaardigen.
+
+In 1751 stelden de kwakers zich aan het hoofd der afschaffingsbeweging,
+in den boezem zelf van dat Noord-Amerika, waar honderd jaren later de
+oorlog tusschen de noordelijke en zuidelijke Staten zou losbarsten,
+waarvan deze kwestie der slavernij de aanleiding was. Verschillende
+Staten van het Noorden: Virginië, Connecticut, Massachusets,
+Pennsylvanië vaardigden de afschaffing der slavernij uit en stelden
+de slaven in vrijheid, die met groote kosten naar hun bezittingen
+gevoerd waren.
+
+Maar de strijd door de kwakers begonnen, bepaalde zich niet tot de
+noordelijke Staten der Nieuwe-Wereld. De voorstanders der slavernij
+werden hevig bestreden tot aan gene zijde van den Oceaan. Frankrijk,
+en meer in het bijzonder Engeland, wierven aanhangers voor deze
+rechtvaardige zaak.
+
+"Mogen de koloniën te gronde gaan, eerder dan een beginsel!" was
+de leus die door de gansche oude wereld weerklonk, en, ondanks de
+groote staatkundige en commercieele belangen in de zaak betrokken,
+verspreidde zij zich door Europa.
+
+De stoot was gegeven. In 1807 schafte Engeland den slavenhandel in
+zijn koloniën af en Frankrijk volgde dat voorbeeld in 1814. De twee
+machtige natiën sloten een verbond betreffende deze zaak, dat door
+Napoleon gedurende de Honderd Dagen werd bevestigd.
+
+Intusschen was dit nog niets meer dan een zuiver theoretische
+verklaring. De slavenhalers doorkruisten onophoudelijk de zeeën en
+losten hun "ebbenhouten lading" in de koloniale havens.
+
+Om een einde te maken aan dezen handel, moesten meer praktische
+maatregelen worden genomen. De Vereenigde Staten in 1820, Engeland in
+1824, verklaarden den slavenhandel als een daad van zeerooverij en als
+zeeroovers hen die hem dreven. Als zoodanig beliepen zij de doodstraf
+en werden hardnekkig vervolgd. Frankrijk trad weldra toe tot dit
+nieuwe verbond. Maar de Zuidelijke Staten van Amerika, de Spaansche en
+Portugeesche koloniën namen geen deel aan het afschaffingsverbond en de
+uitvoer der negers duurde ten hunnen voordeele voort, niettegenstaande
+het algemeen erkende recht van visitatie, dat zich bepaalde tot het
+onderzoek naar de vlag der verdachte schepen.
+
+Evenwel had de nieuwe wet der afschaffing geen terugwerkende kracht
+meer. Men maakte wel geen nieuwe slaven meer, maar de ouden hadden
+hun vrijheid nog niet teruggekregen.
+
+In deze omstandigheden was het, dat Engeland het voorbeeld gaf. Den
+14n Mei 1833 stelde een algemeene verordening alle negers der
+koloniën van Groot-Brittannië in vrijheid en in Augustus 1838, werden
+zeshonderd-zeventigduizend slaven vrij verklaard.
+
+Tien jaren later, in 1848, stelde de Republiek de slaven der Fransche
+koloniën vrij, ten bedrage van tweehonderd zestig duizend negers.
+
+In 1864 brak de oorlog uit tusschen de Noordelijke en Zuidelijke Staten
+van Noord Amerika, het Noorden volbracht het werk der vrijmaking en
+verspreidde haar over geheel Noord-Amerika.
+
+Het waren dus de drie groote machten, die dit werk van
+menschlievendheid hadden tot stand gebracht. Thans wordt de
+slavenhandel alleen nog maar gedreven ten behoeve der Spaansche of
+Portugeesche koloniën en om aan de behoeften te voldoen der Oostersche,
+Turksche of Arabische volkeren. Moge Brazilië zijn oude slaven nog
+niet in vrijheid gesteld hebben, het verkrijgt althans geen nieuwe
+en de kinderen der zwarten worden er vrij geboren.
+
+Het is in de binnenlanden van Afrika, na de bloedige oorlogen die
+tusschen de Afrikaansche opperhoofden wegens de menschenjacht gevoerd
+worden, dat gansche stammen tot slavernij gedoemd worden. De karavanen
+gaan dan in twee tegengestelde richtingen op weg: de eene naar het
+westen, naar de Portugeesche koloniën van Angola; de andere naar het
+oosten, naar Mozambique. Van deze ongelukkigen, waarvan slechts een
+klein gedeelte hun bestemming bereikt, worden eenigen naar Cuba of
+naar Madagascar, anderen naar de Arabische of Turksche provinciën
+van Azië, naar Mekka of Mascate gezonden. De Engelsche en Fransche
+kruisers kunnen dezen handel slechts onvoldoende beletten, tengevolge
+van de moeilijkheid om zulk een uitgestrekte kustlijn te bewaken.
+
+Maar is het cijfer van dien schandelijken uitvoer nog aanzienlijk?
+
+Ja! Men schat op niet minder dan tachtig duizend het aantal slaven dat
+op de kust aankomt en dit getal schijnt slechts het tiende gedeelte der
+vermoorde inboorlingen te bedragen. Na die afgrijselijke slachtingen
+zijn de verwoeste velden verlaten en de verbrande dorpen ontvolkt,
+de stroomen voeren lijken mede en wilde dieren waren overal rond in
+het land. Na den afloop dezer menschenjachten herkende Livingstone
+de provinciën niet meer, die hij eenige maanden vroeger bezocht
+had. Al de overige reizigers, Grant, Speke, Burton, Cameron,
+Stanley spreken in denzelfden geest over de boschrijke hoogvlakte
+van Midden-Afrika, het voornaamste tooneel van de oorlogen tusschen
+de verschillende opperhoofden. In de streek der groote meren, over de
+gansche uitgestrekte landstreek, die de markt van Zanzibar voorziet,
+in Bernoe en Fezzan, verder ten zuiden, op de oevers van de Nyassa
+en de Zambesi, meer ten westen, in de distrikten van de boven-Zaïre
+die de stoutmoedige Stanley nog voor niet lang is door getrokken,
+overal hetzelfde schouwspel, verwoesting, moord, ontvolking. Zal
+dan de slavernij in Afrika eerst ophouden met de verdwijning van
+het zwarte ras en zal het gaan met dit ras als met het Australische
+in Nieuw-Holland?
+
+Maar eens zal de markt der Spaansche en Portugeesche koloniën gesloten
+zijn en deze uitvoerhandel een einde nemen; beschaafde volken kunnen
+den slavenhandel niet langer dulden!
+
+En inderdaad moet ditzelfde jaar, waarin dit geschreven wordt, 1878,
+de vrijmaking zien van al de slaven die zich nog in het bezit der
+Christen-Staten bevinden. Evenwel zullen de Mohamedaansche volken
+den handel, die het Afrikaansche vasteland ontvolkt, nog gedurende
+vele jaren instandhouden. Naar Turkije toch heeft de belangrijkste
+uitvoer van zwarten plaats, daar het cijfer der inboorlingen, die
+aan hun land ontrukt en naar de oostkust opgezonden worden, jaarlijks
+meer dan veertigduizend bedraagt. Vele jaren vóór den veldtocht van
+Egypte, werden de negers van Sennaar bij duizenden aan de negers
+van Darfoer verkocht en wederkeerig. Generaal Bonaparte kocht zelfs
+een vrij groot aantal dezer zwarten, waarvan hij soldaten maakte,
+die op de wijze der Mamelukken georganiseerd waren. Sedert dien tijd,
+is in deze eeuw, waarvan het vier vijfde gedeelte reeds verloopen is,
+helaas! de slavenhandel in Afrika niet verminderd. Integendeel.
+
+En werkelijk is het Mohamedanisme den slavenhandel gunstig. De
+zwarte slaaf moet in het Turksche land den blanken slaaf van vroeger
+vervangen. Ook wordt de verfoeilijke handel door kooplieden van
+allerlei landaard in het groot gedreven. Zij vullen op die wijze het te
+kort aan, dat bij de rassen voorkomt, die uitsterven en eenmaal geheel
+zullen verdwijnen, omdat zij zich niet door den arbeid herstellen. Deze
+slaven worden, evenals ten tijde van Bonaparte dikwijls soldaat. Bij
+zekere volken van den Boven-Niger, maken zij voor de helft de legers
+der Afrikaansche opperhoofden uit. In dezen toestand is hun lot niet
+veel slechter dan dat der vrije menschen. Wanneer overigens de slaaf
+geen soldaat is, is hij een munt die koers heeft en zelfs in Egypte, en
+Bornoe, worden officieren en ambtenaars met deze munt betaald. Willem
+Lejean heeft het gezien en het ons medegedeeld.
+
+Zoodanig is dus de tegenwoordige toestand van den slavenhandel.
+
+Moeten wij er nog bijvoegen dat een aantal lasthebbers der groote
+Europeesche mogendheden zich niet schamen een betreurenswaardige
+toegevendheid voor dien handel aan den dag te leggen? Niets is
+zekerder, en terwijl de kruisers de hutten van de Atlantische zee en
+den Indischen oceaan bewaken, wordt in het binnenland geregeld handel
+gedreven, gaan de karavanen onder de oogen van zekere ambtenaren huns
+weegs en hebben de moorden, waarbij tien zwarten omkomen om één slaaf
+te leveren, op geregelde tijden plaats!
+
+Ook begrijpt men nu, welke vreeselijke beteekenis in de woorden lag
+opgesloten, door Dick Sand uitgesproken:
+
+"Afrika! Midden-Afrika! Het Afrika der slavenhandelaars en der slaven!"
+
+En hij bedroog zich niet: Het was het Afrika met al zijne gevaren
+voor zijn reisgenooten en voor hem.
+
+Maar op welk gedeelte van het Afrikaansche vasteland had een
+onverklaarbaar noodlot hem doen aanlanden? Op de westkust blijkbaar,
+en wat deze treurige omstandigheid nog treuriger maakte, was dat
+de jeugdige leerling tot de overtuiging kwam dat de Pelgrim juist
+gestrand was op de kust van Angola, waar de karavanen aankomen,
+die dit geheele gedeelte van Afrika voorzien.
+
+En werkelijk was dit zoo. Het was het land, dat eenige jaren later
+Cameron ten zuiden en Stanley ten noorden zouden doortrekken, ten koste
+van bovenmenschelijke inspanning! Van dat uitgebreide grondgebied,
+dat uit drie provinciën bestaat, Benguela, Congo, en Angola, kende
+men toen slechts het kustland. Het strekte zich uit van den Nourse
+ten zuiden, tot den Zaïre ten noorden, terwijl twee voorname steden
+er twee havens bezitten, Benguela en St. Paul de Loanda, hoofdstad
+der kolonie, die aan het koninkrijk Portugal toebehoort.
+
+Het binnenland van deze uitgestrekte streek was toen bijna
+onbekend. Weinige reizigers hadden er zich durven wagen. Een noodlottig
+klimaat, een warme en vochtige bodem, die koortsen doet ontstaan,
+barbaarsche inboorlingen waar van eenige nog menscheneters zijn,
+een aanhoudende oorlog van de stammen onderling, het wantrouwen der
+slavenhandelaars tegen iedereen vreemdeling, die de geheimen van
+hun schandelijken handel tracht te doorgronden, zoodanig zijn de
+moeilijkheden en de gevaren die overwonnen moeten worden in deze
+provincie van Angola, een der gevaarlijkste van Midden-Afrika.
+
+Tuckey was in 1816 den Congo tot boven de watervallen van Yellala
+opgevaren, 't geen slechts een tocht was van hoogstens twee honderd
+mijlen. Dit eenvoudig uitstapje was niet voldoende om het land grondig
+te doen kennen en toch had het den dood gekost van de meeste geleerden
+en officieren die den tocht medemaakten.
+
+Zeven en dertig jaren later was Livingstone van de Kaap de Goede
+Hoop tot den boven-Zambesi doorgedrongen. In de maand November 1853,
+reisde hij met een ongehoorde stoutmoedigheid, Afrika van het zuiden
+naar het noordoosten door, stak den Coango, een der zijtakken van den
+Congo over, en kwam den 31n Mei 1854 te St.-Paul de Loanda aan. Het
+was de eerste doortocht door de onbekende groote Portugeesche kolonie.
+
+Achttien jaren later zouden twee stoutmoedige ontdekkers Afrika van
+het oosten naar het westen doorreizen en ten koste van ontzettende
+moeilijkheden, de een ten zuiden, de andere ten noorden van Angola
+weder uitkomen.
+
+De eerste dezer reizigers was de luitenant der Engelsche marine
+Verny-Howet Cameron. In 1872 had men alle reden om te meenen dat
+het met den tocht van den Amerikaan Stanley, die ter opsporing van
+Livingstone naar de landstreek om de groote meren was uitgezonden, zeer
+hachelijk gesteld was. Luitenant Cameron bood aan hem op te zoeken. Het
+aanbod werd aangenomen. Cameron, vergezeld van dokter Dillon, den
+luitent Cecil Murphy en Robert Moffat, neef van Livingstone, vertrok
+van Zanzibar. Na den Ougogo te zijn overgetrokken, ontmoette hij het
+lijk van Livingstone, dat door zijn getrouwe bedienden naar de oostkust
+gevoerd werd. Daarna zette hij zijn tocht naar het westen voort, met
+den onwrikbaren wil, van de eene kust naar de andere te trekken. Hij
+doorreisde Ounyanyembé, Ougoenda, Kahouélé waar hij de papieren van
+den grooten reiziger verzamelde, stak het Tanganyika-meer, de bergen
+van Bambarré, den Loualaba over, dien hij niet kon afzakken en na al
+deze provincies, die door den oorlog verwoest, door den slavenhandel
+ontvolkt waren, verder Kilemmba, Ouroua, de bronnen van den Lomané,
+Oulouda, Lovalé bezocht te hebben, na Coanza en de onmetelijke bosschen
+doorkruist te hebben, waarin Harris Dick Sand en diens reisgenooten had
+doen verdwalen, zag de onvermoeide Cameron eindelijk den Atlantischen
+oceaan vóór zich en kwam te St.-Phillippe de Benguela aan. Deze reis
+van drie jaar en vier maanden had het leven gekost aan twee zijner
+reisgenooten, dokter Dillon en Robert Moffat.
+
+Bijna onmiddellijk daarop zou de Engelschman Cameron in deze
+reeks van ontdekkingen opgevolgd worden door den Amerikaan Henry
+Moroland Stanley. Men weet dat deze stoutmoedige korrespondent van
+den _New-York Herald_, uitgezonden om Livingstone op te sporen, hem
+den 30n October 1971 te Oujiji aan de oevers van het Tanganyika-meer
+gevonden had. Maar hetgeen Stanley uit een oogpunt van menschelijkheid
+zoo gelukkig volbracht had, wilde hij in het belang der geografische
+wetenschap opnieuw beginnen.
+
+Zijn doel was toen de algeheele verkenning van den Loualaba-stroom
+dien hij slechts even gezien had. Cameron bevond zich nog in de
+provinciën van midden-Afrika, toen Stanley, in November 1874,
+Bagamoyo op de oostkust verliet, en een-en-twintig maanden later,
+den 24n Augustus 1876, uit Oujiji door de pokken ontvolkt, vertrok, in
+vier-en-zeventig dagen den overtocht van het meer te Nyangwé volbracht,
+een groote slavenmarkt, die reeds door Livingstone en Cameron bezocht
+was, en de vreeselijkste tooneelen bijwoonde op de strooptochten,
+ondernomen door de officieren van den Sultan van Zanzibar, in de
+landen der Maroungous en Marryouemas.
+
+Stanley nam toen de noodige maatregelen om den loop van den
+Loualaba te verkennen en dezen stroom tot aan zijn monding af te
+zakken. Honderd veertig lastdragers, te Nyangwé gehuurd, en negentien
+booten vormden het materieel en personeel van zijn tocht. In het
+begin reeds moest hij de menscheneters van Oegousoe bestrijden
+en zich al dadelijk bezighouden met het overdragen der booten,
+teneinde onbevaarbare watervallen om te gaan. Onder den evenaar, op
+het punt waar de Loualaba zich naar het noord-oosten kromt, werd de
+kleine vloot van Stanley aangevallen door vier-en-vijftig booten,
+bemand met verscheidene honderden inboorlingen, die op de vlucht
+werden gedreven. Daarna bevestigde de moedige Amerikaan, die tot
+den tweeden graad N.B. de rivier weder opvoer, dat de Loualâba niet
+anders was dan de Boven-Zaïre of Congo en dat hij, door den loop
+dezer rivier te volgen, rechtstreeks naar de zee zou afzakken. Dit
+ondernam hij onder een bijna dagelijksch gevecht tegen de stammen
+aan de oevers. Den 3n Juni 1877, bij den overtocht der watervallen
+van Massassa, verloor hij een zijner reisgenooten, Francis Prook,
+en hij zelf werd den 18n Juli met zijn boot in de watervallen van
+M'bélo medegesleept en ontsnapte als door een wonder aan den dood.
+
+Eindelijk kwam Henry Stanley, den 6n Augustus, bij het dorp van Ni
+Sanda aan, nog vier dagen van de kust verwijderd. Twee dagen later,
+vond hij te Banza M'bouko de levensmiddelen, die twee kooplieden
+van Emboma daarheen hadden gezonden, en eindelijk rustte hij uit in
+deze kleine stad van de kuststreek, verouderd op vijfendertig-jarigen
+leeftijd door vermoeienissen en ontberingen, na het Afrikaansche vaste
+land van de eene kust naar de andere dwars te zijn doorgetrokken,
+een reis die hem twee jaren en negen maanden van zijn leven gekost
+had. Maar de loop van den Loualâba was nu tot den Atlantischen Oceaan
+bekend geworden, en indien de Nijl de groote slagader van het noorden
+is en de Zambesi die van het oosten, dan weet men nu dat Afrika in het
+westen nog een derde rivier bezit, een van de grootste der wereld,
+de rivier namelijk die in haar loop van twee duizend negen honderd
+mijlen [25], onder de namen van Loualâba, Zaïre en Congo de streek
+der meren vereenigt met den Atlantischen oceaan.
+
+Intusschen was, niettegenstaande deze twee reizen, die van Stanley
+en van Cameron, de provincie van Angola nagenoeg onbekend gebleven
+in het jaar 1873, het tijdperk waarop de _Pelgrim_ op de kust van
+Afrika gestrand was. Het eenige wat men er van wist, was, dat zij
+het tooneel van den slavenhandel in het westen was, dank zij haar
+belangrijke markten van Bihé, Cassange en Kazondé.
+
+En in dit land was het, dat Dick Sand tot op meer dan honderd mijlen
+van de kuststreek was medegevoerd, met eene vrouw, uitgeput door
+vermoeienis en smart, een bijna stervend kind en reisgenooten,
+die als geboren negers een gereede prooi waren voor de roofzucht
+der slavenhandelaars.
+
+Ja, het was Afrika en niet dat Amerika waar noch de inboorlingen,
+noch de wilde dieren, noch het klimaat wezenlijk geducht zijn. Het
+was niet de gelukkige en welvarende streek tusschen de Cordilleras en
+de kust waar talrijke dorpen worden aangetroffen en de vestingen der
+zendelingen gastvrij voor iederen reiziger openstaan. Helaas! zij waren
+veraf, de provincies van Peru en Bolivia waar de storm de _Pelgrim_
+ongetwijfeld zou gebracht hebben, indien een misdadige hand hem
+niet van zijn weg had doen afwijken en waar voor schipbreukelingen
+zoovele gemakkelijke gelegenheden bestonden om naar hun vaderland
+terug te keeren!
+
+Het was het vreeselijke Angola en niet het gedeelte van de kust dat
+rechtstreeks door de Portugeesche overheid bewaakt werd, maar het
+middelpunt der kolonie die doorkruist werd door de slavenkaravanen
+onder de zweep der havildars.
+
+Wat wist Dick Sand van het land waar het verraad hem geworpen had? Niet
+veel. Alleen maar wat de zendelingen der XVIe en XVIIe eeuw en de
+Portugeesche kooplieden, die den weg volgen van St.-Paul de Loanda
+naar den Zaïre over San-Salvador, er van gezegd hadden en wat dokter
+Livingstone er van verhaald had ten tijde van zijn reis van 1853,
+en dat was voldoende om een minder sterke ziel dan de zijne geheel
+uit het veld te slaan.
+
+En werkelijk was de toestand verschrikkelijk.
+
+
+
+
+TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+HARRIS EN NEGORO.
+
+
+Den dag volgenden op dien toen Dick Sand en zijn reisgenooten hun
+laatste halte in het bosch hielden, hadden twee mannen drie mijlen
+van daar een vooraf door hen beraamde samenkomst.
+
+Deze twee mannen waren Harris en Negoro, en men zal zien wat op
+rekening van het toeval moest geschreven worden, dat den Portugees
+van Nieuw-Zeeland samenbracht met den Amerikaan dien zijn vak van
+slavenhandelaar verplichtte dikwijls deze provincie van West-Afrika
+te doorkruisen.
+
+Harris en Negoro waren aan den voet van een reusachtige vijgeboom
+gaan zitten, aan den oever eener snel vlietende beek, die tusschen
+een dubbele haag stroomde.
+
+Het gesprek nam een aanvang, want de Portugees en de Amerikaan
+hadden elkander pas ontmoet en al dadelijk had het geloopen over de
+omstandigheden die in de laatste uren waren voorgevallen.
+
+"En dus, Harris," zeide Negoro, "heb je den kleinen troep van kapitein
+Sand, zooals zij dien leerling van vijftien jaar noemden, niet verder
+in Angola mee kunnen nemen!"
+
+"Neen, kameraad," antwoordde Harris "en 't verwondert me zelfs
+dat ik ze nog, honderd mijlen ver minstens, van de kust heb kunnen
+meetronen! Sedert verscheiden dagen keek mijn jonge vriend Dick Sand me
+met een wantrouwend oog aan, zijn vermoeden ging allengs in zekerheid
+over, en waarachtig...."
+
+"Nog honderd mijlen verder, Harris, waren die menschen nog zekerder
+in onze handen geweest! Ze moeten ons toch daarom niet ontsnappen!"
+
+"En hoe zouden ze dat kunnen?" antwoordde Harris, die de schouders
+optrok. "Ik zeg je nog eens, Negoro, 't was meer dan tijd me stilletjes
+uit de voeten te maken! 'k Heb tien maal in de oogen van mijn jongen
+vriend gelezen dat hij lust had me een kogel door den kop te jagen en
+mijn maag kan die pruimen van twaalf in een pond niet best verteren!"
+
+"Nu, goed!" zei Negoro. "Ik heb ook een rekening met dien leerling
+te vereffenen...."
+
+"Ga je gang en vereffen je rekening met den interest er bij,
+kameraad. Wat mij betreft, 't was me best gelukt hem deze provincie te
+laten slikken voor de woestijn van Atacama, die ik vroeger bezocht heb,
+maar daar had je die kleine aap, die om zijn caoutchouc-speelgoed en
+zijn kolibries riep, de moeder die om haar kina zanikte, de neef die
+volstrekt lichtkevers wilde vinden!.... 'k Was waarachtig ten einde
+raad, en nadat ik hun met groote moeite struisvogels voor giraffen
+had verkocht.... dat 's een mooie, die, Negoro!--wist ik niets meer
+te verzinnen! Nu, ik merkte heel goed dat mijn jonge vriend niets
+meer van al mijn verklaringen geloofde! Daarna zijn we op sporen van
+olifanten gevallen en zijn er zich nijlpaarden mee gaan bemoeien! En
+je weet, Negoro, nijlpaarden en olifanten in Amerika, dat's even goed
+als eerlijke lui in de gevangenissen van Benguela! En ziedaar, om 't
+spel te volmaken, krijgt die oude neger 't in zijn kop, aan den voet
+van een boom jukken en stukken ketting op te schommelen, waarvan eenige
+slaven zich ontdaan hadden om te vluchten! Op 't zelfde oogenblik brult
+de leeuw, om alles te bederven, want 't is moeielijk zijn gebrul voor
+'t miauwen van een poesje te laten doorgaan! 'k Heb daarom net nog
+tijd gehad om op mijn paard te springen en me uit de voeten te maken!"
+
+"'k Vat het!" antwoordde Negoro. "Toch zou 'k ze liever honderd mijlen
+dieper 't land in willen hebben!"
+
+"Men doet wat men kan, kameraad," antwoordde Harris. "Wat jou aangaat,
+die onze karavaan van de kust af, op den voet volgde, 't is maar goed
+dat je op een afstand gebleven bent. Ze roken je! Er is een zekere
+Dingo, die niet veel van je schijnt te houden. Wat heb je dat dier
+toch gedaan?"
+
+"Niets," antwoordde Negoro, "maar 't zal niet lang duren of ik zal
+'m een kogel door zijn kop jagen."
+
+"Zooals jij er een van Dick Sand zoudt gekregen hebben, als je maar
+een klein stukje van je persoon op twee honderd passen van zijn geweer
+hadt laten zien. Hij schiet goed mijn jonge vriend, en onder ons moet
+ik zeggen dat hij in zijn soort een degelijke jongen is!"
+
+"Al is hij nog zoo degelijk, Harris, hij zal me zijn onbeschaamdheid
+duur betalen," antwoordde Negoro, op wiens gelaat een onverzoenbare
+wreedheid te lezen stond.
+
+"Komaan," mompelde Harris, "mijn kameraad is dezelfde gebleven! Het
+reizen heeft hem niet veranderd!"
+
+Daarna hernam hij na een oogenblik stilte:
+
+"Zeg eens, Negoro, toen ik je daar zoo onverwachts op het tooneel van
+de schipbreuk, aan de monding van de Longa ontmoette, had je juist dien
+tijd om me die brave menschen aan te bevelen en me te verzoeken ze
+zoo ver mogelijk door dat gewaande Bolivia te geleiden, maar je hebt
+me niet gezegd, wat je sedert twee jaar alzoo hebt uitgevoerd! Twee
+jaar van ons afwisselend bestaan, dat's een heele tijd, kameraad! Op
+zekeren dag, nadat je het geleide van een trein slaven op je genomen
+hebt, voor rekening van den ouden Alvez, van wien we weinig meer dan
+de nederige agenten zijn, heb je Cassange verlaten en niets meer van je
+laten hooren! 'k Heb dikwijls gedacht dat je misschien onaangenaamheden
+gehad hadt met de Engelsche kruisers en dat ze je opgehangen hadden!"
+
+"'t Heeft niet veel gescheeld, Harris."
+
+"'t Zal je nog wel eens gebeuren, Negoro."
+
+"'k Dankje zeer!"
+
+"Wat zal 'k je zeggen?" antwoordde Harris met wijsgeerige
+onverschilligheid, "'t is een van de kansen van 't vak! Men drijft
+geen slavenhandel op de kust van Afrika zonder er zijn nek aan te
+wagen! Hebben ze je gepakt?...."
+
+"Ja."
+
+"De Engelschen?"
+
+"Neen! de Portugeezen."
+
+"Vóór of na de lading gelost te hebben?" vroeg Harris.
+
+"Na...." antwoordde Negoro, die een weinig met zijn antwoord
+aarzelde. "Die Portugeezen hangen tegenwoordig de braven uit! Ze
+willen van geen slavernij meer weten, hoewel zij er langen tijd tot
+hun voordeel van hebben gebruikt gemaakt! Ik was verraden en werd
+nagegaan. Ze hebben me ingerekend...."
+
+"En veroordeeld?...."
+
+"Om mijn dagen te eindigen in de gevangenis van St.-Paul de Loanda."
+
+"Bij alle duivels!" riep Harris uit. "Een gevangenis! Een ongezonde
+plaats voor menschen als wij, gewoon om in de open lucht te leven! Ik
+voor mij was liever maar gehangen!"
+
+"Men ontsnapt niet aan de galg," antwoordde Negoro, "maar wel uit
+de gevangenis...."
+
+"Heb je kunnen ontvluchten?...."
+
+"Ja, Harris! Pas veertien dagen nadat ze me gevangen gezet hadden,
+kon ik me verstoppen in 't hol van een Engelsche stoomboot, met
+bestemming naar Auckland op Nieuw-Zeeland. Een vaatje water, een kist
+met geconserveerd voedsel, waar tusschen ik gekropen was, hebben me
+gedurende den ganschen overtocht eten en drinken verschaft. Je kunt
+begrijpen dat ik, toen we eens in zee waren schrikkelijk geleden
+heb in mijn gedwongen schuilhoek. Maar als 'k onbezonnen genoeg
+geweest was me te vertoonen, zou 'k naar 't scheepshol teruggebracht
+zijn en, vrijwillig of niet, zou de pijniging 't zelfde geweest
+zijn! Daarenboven zou men me bij mijn aankomst te Auckland, opnieuw
+in handen van de Engelsche overheden gesteld hebben en me naar de
+gevangenis van Loanda teruggebracht, of misschien wel opgehangen
+hebben, zooals je straks zei! Daarom reisde 'k liever incognito."
+
+"En zonder je overtocht te betalen!" riep Harris lachend uit. "Jongen,
+dat 's wat al te erg, voeding en overtocht gratis!...."
+
+"Ja," hernam Negoro, "maar dertig dagen in het scheepsruim!...."
+
+"Nu ja, dat's voorbij, Negoro. Dus ben je naar Nieuw-Zeeland gegaan,
+naar 't land der Maoris! Maar je bent er van teruggekomen. Heeft de
+terugkeer op dezelfde wijze plaats gehad?"
+
+"Neen, Harris, je kunt begrijpen dat ik, toen 'k daar was, geheel
+vervuld rondliep met de gedachte om naar Angola terug te keeren en
+mijn vak van slavenhandelaar weer op te nemen."
+
+"Ja!" antwoordde Harris, "men heeft zijn vak lief.... door gewoonte!"
+
+"Achttien maanden lang...."
+
+Nauwelijks had Negoro deze woorden uitgesproken, of hij zweeg
+eensklaps. Hij had den arm van zijn makker beetgepakt en luisterde.
+
+"Harris," zei hij met gesmoorde stem, "heb je daar in die biezen geen
+geruisch gehoord?"
+
+"'k Meende 't ook te hooren," antwoordde Harris, die zijn geweer opnam,
+waarvan de haan altijd gespannen was.
+
+Negoro en hij sprongen op, keken om zich heen en luisterden met de
+grootste aandacht.
+
+"'t Is niets," zei weldra Harris. "'t Is de beek die door den stroom
+gezwollen is en nu meer geruisch maakt. Je bent in die twee jaren de
+geluiden van het woud ontwend, maar dat zal wel weer terugkomen. Ga
+dus voort met verhaal van je avonturen. Als ik met het verleden bekend
+ben, zullen we over de toekomst praten."
+
+Negoro en Harris hadden zich wederom aan den voet van den vijgeboom
+geplaatst. De Portugees hernam het gesprek met deze woorden:
+
+"Gedurende achttien maanden heb ik te Auckland een plantenleven
+geleid. Toen de stoomboot eenmaal was aangekomen, had ik zonder
+gezien te worden van boord kunnen gaan, maar zonder een piaster,
+zonder een dollar op zak! 'k Heb om te leven allerlei ambachten bij
+de hand moeten nemen...."
+
+"Zelfs het ambacht van eerlijk man, Negoro?"
+
+"Zooals je zegt, Harris."
+
+"Arme jongen!"
+
+"Nu wachtte ik wel altijd op een gelegenheid, die zich maar niet
+voordeed, toen de _Pelgrim_, een walvischvaarder, in de haven van
+Auckland binnenviel."
+
+"Is dat het vaartuig dat op de kust van Angola gestrand is?"
+
+"Hetzelfde, Harris, en dat waarop Mevr. Weldon, haar kind en haar neef
+den overtocht zouden meemaken. Nu zag ik er in mijn hoedanigheid van
+zeeman, ik was zelfs tweede stuurman aan boord van een slavenhaler
+geweest, volstrekt niet tegen op om weer dienst op een vaartuig te
+nemen.... 'k Bood dus den kapitein van de _Pelgrim_ mijn diensten
+aan, maar de equipage was voltallig. Zeer gelukkig voor mij, was de
+kok van de schoenerbrik gedeserteerd. Nu is er geen zeeman of hij kan
+koken. Ik bood me dus aan als kok. Bij gebrek aan beter nam men me aan,
+en eenige dagen later had de _Pelgrim_ de kust van Nieuw-Zeeland uit
+het gezicht verloren."
+
+"Maar," vroeg Harris, "naar mijn jonge vriend me verteld heeft, was
+volstrekt niet de kust van Afrika de bestemming van de _Pelgrim_. Hoe
+ben je daar dan toch aangeland?"
+
+"Dick Sand zal het zich zeker nog niet kunnen begrijpen en misschien
+zal hij 't wel nooit begrijpen," antwoordde Negoro; "maar 'k zal je
+vertellen wat er gebeurd is, Harris, en als je wilt kan je 't hem
+wel overbrengen."
+
+"Hoe dan?" antwoordde Harris. "Zeg op, kameraad, zeg op."
+
+"De _Pelgrim_," hernam Negoro, "zette koers naar Valparaiso. Toen
+'k me inscheepte, dacht ik niet verder dan tot Chili te gaan. Dat was
+altijd een goede helft van den weg tusschen Nieuw-Zeeland en Angola
+en 'k was dan verscheiden duizenden mijlen dichter bij de kust van
+Afrika. Maar 't toeval wilde dat drie weken, na Auckland verlaten te
+hebben, kapitein Hull, die den _Pelgrim_ commandeerde, bij de jacht
+op een walvisch met zijn equipage omkwam. Van dien dag af bleven er
+maar twee zeelieden aan boord over, de leerling en de kok Negoro."
+
+"En jij hebt het commando van 't schip op je genomen?" vroeg Harris.
+
+"Dat was ik eerst van plan, maar 'k merkte dat men mij wantrouwde. Er
+waren vijf sterke negers aan boord, vrije mannen! 'k Zou geen meester
+geweest zijn en bij nadere overweging bleef ik wat ik bij 't vertrek
+was, de kok van den _Pelgrim_."
+
+"Dus was 't toeval dat dit schip koers deed zetten naar de kust
+van Afrika?"
+
+"Neen, Harris," antwoordde Negoro, "er was in dit geheele avontuur
+geen ander toeval dan onze ontmoeting bij een van je uitstapjes als
+slavenhandelaar en dat nog wel juist op dit gedeelte van de kust waar
+de _Pelgrim_ gestrand is. Maar wat nu het in 't gezicht komen van
+Angola betreft, dat is geheel en al met mijn wil, mijn geheimen wil
+geschied. Je jonge vriend, die nog zeer onbedreven in de zeevaartkunde
+is, kon zijn positie niet verkennen dan door middel van de log en het
+kompas. Welnu, op zekeren dag is de log verloren gegaan terwijl er 's
+nachts iets met het kompas is gebeurd, zoodat de _Pelgrim_, door een
+hevigen storm beloopen, een verkeerden koers genomen heeft. De lange
+duur van den overtocht was dus onverklaarbaar voor Dick Sand en zou
+dit voor den bekwaamsten zeeman geweest zijn. Zonder dat de leerling
+het kon weten, noch zelfs vermoeden, werd Kaap Hoorn omgevaren, maar
+ik Harris, ik herkende hem in dichte nevels gehuld. Toen heeft de
+kompasnaald door mijn toedoen haar ware richting hernomen en is het
+schip door dien geduchten orkaan naar het noord-oosten voortgejaagd
+en op de kust van Afrika geworpen, juist op het strand van Angola
+waar ik wilde aankomen!"
+
+"En op dat zelfde oogenblik, Negoro," antwoordde Harris, "heeft het
+toeval mij naar die plaats gevoerd om je te ontvangen en die brave
+menschen naar 't binnenland te geleiden. Zij meenden en konden niets
+anders meenen dan in Amerika te zijn, en 't is me niet moeielijk
+geweest hen deze provincie voor Beneden-Bolivia te doen houden,
+waarmede ze juist eenige overeenkomst heeft."
+
+"Ja, ze hebben 't geloofd, zooals je jonge vriend het Paasch-eiland
+meende te verkennen, toen ze in 't gezicht van Tristan d'Acunha
+voorbijstormden in vliegend weer."
+
+"Iedereen zou er zich in vergist hebben, Negoro."
+
+"Dat weet ik, Harris, en 'k rekende wel degelijk partij van die
+vergissing te trekken. Welnu, mijn doel is bereikt, mevrouw Weldon
+en haar reisgenooten bevinden zich op 't oogenblik in 't binnenland
+van Afrika, waarheen ik ze wilde voeren!"
+
+"Maar nu," antwoordde Harris, "weten ze toch waar zij zijn!"
+
+"Wat is daar nu aan gelegen!" riep Negoro.
+
+"En welk plan heb je nu met die menschen?" vroeg Harris.
+
+"Welk plan!" antwoordde Negoro.....
+
+"Maar, voordat ik je dat zeg, Harris, vertel me eens wat van onzen
+meester Alvez, den slavenhandelaar, dien ik in geen twee jaar gezien
+heb!"
+
+"O! die oude schurk is heel wel!" antwoordde Harris, "en 't zal hem
+zeker genoegen doen, je weer te zien."
+
+"Is hij op de markt van Bihé?" vroeg Negoro."
+
+"Neen, kameraad, sedert een jaar woont hij in zijn nederzetting
+van Kazondé."
+
+"En hoe gaat het met de zaken?".
+
+"Goed, voor den duivel!" riep Harris uit, "ofschoon 't hoe langer
+hoe moeilijker wordt voor den handel, althans op deze kust. Zoowel
+de Portugeesche overheden, als de Engelsche kruisers, maken den
+uitvoer lastig. Alleen in de omstreken van Mossamedés, ten zuiden
+van Angola, kan de inscheping der negers nog met eenige kans op
+succes geschieden. Ook zijn op dit oogenblik de loodsen opgepropt met
+slaven, die op schepen wachten om ze naar de Spaansche koloniën over
+te brengen. Ze over Benguela of St.-Paul de Loanda te vervoeren, is
+niet mogelijk. De gouverneurs verstaan geen reden meer, en de chefes
+[26] evenmin. Men zal zich dus moeten wenden tot de factorijen in de
+binnenlanden en dat denkt de oude Alvez te doen. Hij zal zich naar den
+kant van Nyangwé en het Tanganyika-meer begeven, om daar zijn stoffen
+tegen ivoor en slaven in te ruilen. Met Boven-Egypte en de kust van
+Mozambique, die geheel Madagascar voorzien, gaan de zaken altijd
+goed. Maar weldra, vrees ik, zal de tijd komen, dat de slavenhandel
+een einde zal nemen. De Engelschen maken groote vorderingen in de
+binnenlanden van Afrika. De zendelingen gaan steeds vooruit en werken
+onze plannen tegen! Die vervloekte Livingstone zal, zegt men, na de
+streek der meren doorzocht te hebben, naar Angola gaan. Dan spreekt
+men van een luitenant Cameron, die plan heeft het vasteland van het
+oosten naar het westen over te steken. Men vreest dat de Amerikaan
+Stanley dit ook zal doen! Al die bezoeken zullen onze werkzaamheden
+zeer benadeelen, Negoro, en als we onze belangen goed begrijpen, dan
+moet geen van die pioniers naar Europa terugkeeren om te vertellen
+wat hij in Afrika al zoo gezien heeft!"
+
+Zou men niet gezegd hebben, als men deze schoeljes aldus hoorde
+redeneeren, dat zij spraken als eerlijke kooplieden wier zaken voor
+het oogenblik door een handelscrisis bedreigd werden? Wie zou denken
+dat er in plaats van balen koffie of vaten suiker sprake was van
+menschelijke wezens, die als koopwaren moesten verzonden worden? Die
+slavenhandelaars hebben geen begrip meer van recht of onrecht. Het
+zedelijk gevoel ontbreekt hun geheel, en al hadden zij het, dan zouden
+zij het te midden der ijselijkheden van den Afrikaanschen slavenhandel
+spoedig verliezen.
+
+Doch, daarin had Harris gelijk, toen hij zeide dat met die stoutmoedige
+reizigers, wier naam onafscheidelijk verbonden is aan de ontdekkingen
+in Midden-Afrika, de beschaving allengs in die woeste streken
+doordrong. Aan het hoofd staat David Livingstone, na hem komen Grant,
+Speke, Burton, Cameron, Stanley, allen helden, die als weldoeners
+der menschheid een onvergankelijken roem zullen achterlaten.
+
+Toen het gesprek zoover gevorderd was, wist Harris hoe de twee laatste
+levensjaren van Negoro waren doorgebracht. De oude zaakgelastigde
+van den slavenhandelaar Alvez, de losgebroken gevangene van Loanda,
+stond weder voor hem zooals hij hem altijd gekend had, als iemand
+namelijk, tot alles in staat. Maar welke plannen Negoro had met de
+schipbreukelingen van de _Pelgrim_, wist Harris nog niet; hij vroeg
+het daarom zijn medeplichtige.
+
+"En wat zal je nu met die menschen uitvoeren?" vroeg hij.
+
+"De eene partij," antwoordde Negoro, als iemand wiens besluit reeds
+sedert lang genomen is, "verkoop ik als slaven en de andere...."
+
+De Portugees eindigde niet, maar op zijn woest gelaat stond genoeg
+te lezen.
+
+"Welke zal je verkoopen?" vroeg Harris.
+
+"De negers, die mevrouw Weldon vergezellen," antwoordde Negoro. "Die
+oude Tom is misschien niet veel waard, maar de andere zijn vier kloeke
+snaken, die veel geld zullen opbrengen op de markt van Kazondé!"
+
+"Dat zal waar zijn, Negoro!" antwoordde Harris. "Vier flinke negers,
+gewoon aan den arbeid en zoo geheel anders dan het domme vee dat we
+uit het binnenland krijgen! Je zult ze duur verkoopen, daar kan je
+zeker van zijn! Slaven, die in Amerika zijn geboren en op de markten
+van Angola te koop worden aangeboden, zijn zeldzaam!--Maar, jongen ja,
+je hebt me nog niet verteld of er ook nog wat geld was aan boord van
+den _Pelgrim_?"
+
+"O! maar een honderd dollars of wat, die ik nog gered heb! Gelukkig
+reken ik op eenige gelden die me nog toekomen......"
+
+"Welke gelden, kameraad?" vroeg Harris nieuwsgierig.
+
+"Niets!" .... antwoordde Negoro die tot zijn spijt meer gezegd had
+dan hij had willen loslaten.
+
+"Er blijft nu nog alleen maar over je van die kostbare koopwaar
+meester te maken," zeide Haris.
+
+"Zou dat dan zoo moeilijk zijn?" vroeg Negoro.
+
+"Neen kameraad. Tien mijlen van hier, aan de Coanza, is op 't oogenblik
+een karavaan gekampeerd, aangevoerd door den Arabier Ibn Hamis, die
+alleen op mijn terugkomst wacht om naar Kazondé op weg te gaan. Er
+zijn bij die karavaan meer inlandsche soldaten dan noodig is om Dick
+Sand en zijn reisgenooten gevangen te nemen. Als nu mijn jonge vriend
+maar op de gedachte komt naar de Coanza te gaan....."
+
+"Maar zàl hij op die gedachte komen?"
+
+"Zeker wel," antwoordde Harris, "omdat hij het gevaar niet kan
+vermoeden dat hij daar loopt en te verstandig is om er aan te denken
+naar de kust terug te keeren langs denzelfden weg, dien we samen hebben
+afgelegd. Hij zou te midden van die onmetelijke wouden verdwalen. Hij
+zal dus stellig trachten een van de rivieren te bereiken, die naar
+de kust stroomen, om die dan op een vlot af te zakken. Hij kan geen
+ander besluit nemen en, ik ken hem, hij zal het nemen."
+
+"Ja.... misschien!...." antwoordde Negoro, die de zaak overdacht.
+
+"Je moet niet 'misschien' zeggen," hernam Harris, "maar 'zeker'. Ik
+voor mij ben er zoo zeker van, alsof 'k mijn jongen vriend rendez-vous
+gegeven had aan de oevers van de Coanza!"
+
+"Welnu," antwoordde Negoro, "op marsch! Ik ken Dick Sand. Hij zal
+zich geen uur ophouden en we moeten hem vooruit zien te komen."
+
+"Op marsch, kameraad!"
+
+Harris en Negoro stonden beiden op, toen het geluid, dat reeds
+eens de aandacht van den Portugees getrokken had, zich weder deed
+hooren. Het was een geruisch tusschen de stengels van de hooge biezen
+aan den oever.
+
+Negoro bleef staan en greep de hand van Harris.
+
+Plotseling deed zich een dof gebrom hooren en vertoonde zich een hond
+aan den voet van den snellen oever, met geopenden bek, gereed om een
+sprong te nemen.
+
+"Dingo!" riep Harris.
+
+"Dezen keer zal hij me niet ontsnappen!" antwoordde Negoro.
+
+Dingo was op het punt zich op hem te werpen toen Negoro, Harris het
+geweer uit de handen rukkend, driftig aanlei en vuur gaf.
+
+Een langgerekt, klaaglijk gehuil volgde onmiddellijk op de losbranding
+en Dingo verdween tusschen de dubbele rij struiken die de beek
+omzoomden.
+
+Negoro daalde dadelijk langs den steilen oever naar beneden.
+
+De biezen waren met bloeddruppels overdekt, en een lange roode streep
+was op de keisteenen van de beek zichtbaar.
+
+"Eindelijk heb ik met dat vervloekte beest eens afgerekend!" riep
+Negoro.
+
+Harris had, zonder een woord te spreken, dit gansche tooneel
+gadegeslagen.
+
+"'t Schijnt, Negoro, dat die hond een bijzonderen hekel aan je had."
+
+"Dat schijnt zoo, maar dat zal nu wel uit zijn!"
+
+"En waarom had hij zoo'n pik op je, kameraad?"
+
+"Och! een oude zaak die we samen te vereffenen hadden!"
+
+"Een oude zaak?" drong Harris aan.
+
+Negoro liet zich niet verder uit, en Harris besloot er uit dat de
+Portugees een of ander avontuur uit zijn verleden voor hem verzweeg,
+maar hij drong niet verder aan.
+
+Eenige oogenblikken later richtten zij zich, den loop der beek volgend,
+door het bosch, naar de Coanza.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Typen: sprinkhanen, krekels, enz.
+
+[2] Typen: mierenleeuwen.
+
+[3] Typen: bijen, wespen, mieren.
+
+[4] Typen: vlinders, enz.
+
+[5] Typen: bladluizen, vlooien.
+
+[6] Typen: meikevers, glimwormen, enz.
+
+[7] Typen: muggen, muskieten, enz.
+
+[8] Typen: stylops.
+
+[9] Typen: myten, enz.
+
+[10] Typen: suikergasten, enz.
+
+[11] "Sand" beteekent "Zand" in 't Engelsch.
+
+[12] Zeeterm voor "heen en weerslingeren".
+
+[13] Verkorting van Bartholomeus.
+
+[14] Militaire school van den Staat New-York.
+
+[15] Men weet dat er nog eene andere verdeeling der gelede dieren
+is, namelijk die in _vier_ klassen: de kreeftachtige, spinachtige,
+duizendpooten en insecten.--Vert.
+
+[16] Bij deze bewerking verliest het spek van den walvisch ongeveer
+een tiende van het gewicht.
+
+[17] Een kabellengte, een eigenaardige maat bij de marine, bedraagt
+een lengte van honderd twintig vademen, dat is twee honderd meters.
+
+[18] Uittreksel uit den "_Dictionnaire illustré_" van Vorepièrre.
+
+[19] 57 kilometers.
+
+[20] De Engelsche en Fransche barometers zijn in duimen en strepen
+gegradueerd. Acht- en twintig duim zeven tiende staan gelijk met
+728 millimeters.
+
+[21] 716 millimeters.
+
+[22] 709 millimeters.
+
+[23] Ongeveer 166 kilometers.
+
+[24] Eertijds vergenoegde men zich met dezen bast tot poeder te
+stampen, dat den naam droeg van "Jezuïeten-poeder", omdat de Jezuïeten
+van Rome er in 1640 van hun Amerikaansche zending een aanzienlijke
+hoeveelheid van kregen.
+
+[25] 4,650 kilometers.
+
+[26] Titel, dien men geeft aan de Portugeesche hoofden der
+nederzettingen van minderen rang.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een Kapitein van 15 Jaar, by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR ***
+
+***** This file should be named 18425-8.txt or 18425-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/4/2/18425/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/18425-8.zip b/18425-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..c1cdf21
--- /dev/null
+++ b/18425-8.zip
Binary files differ
diff --git a/18425-h.zip b/18425-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..ac0a6b6
--- /dev/null
+++ b/18425-h.zip
Binary files differ
diff --git a/18425-h/18425-h.htm b/18425-h/18425-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..7d05771
--- /dev/null
+++ b/18425-h/18425-h.htm
@@ -0,0 +1,9365 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Een Kapitein van Vijftien Jaar: De Walvischjagers</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Jules Verne">
+<meta name="DC.Creator" content="Jules Verne">
+<meta name="DC.Title" content="Een Kapitein van Vijftien Jaar: De Walvischjagers">
+<meta name="DC.Date" content="### 2006">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+/****** Title Page ******/
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/******* Headers ******/
+
+.div0
+{
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-bottom: 1.44em;
+}
+
+.div2
+{
+padding-bottom: 1.2em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-bottom: 1.0em;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+clear: both;
+}
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left: 10%;
+margin-right: 10%;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+h6
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+/****** Paragraphs ******/
+
+p
+{
+text-indent: 0;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+
+/****** Figures ******/
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 80%;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/****** Sidenotes ******/
+
+.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+/****** Page Numbers ******/
+
+.pagenum
+{
+display: inline;
+font-size: 70%;
+text-align: right;
+position: absolute; right: 1%;
+padding: 0 0 0 0;
+margin: 0 0 0 0;
+}
+
+.pagenum a
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+
+/****** Footnotes ******/
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+vertical-align: 0.25em;
+text-decoration: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+padding: 0 0 0 0;
+margin-top: 1em;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+width: 25%;
+text-align: left;
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0.5em;
+margin-bottom: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align: left;
+width: 2em;
+}
+
+/****** Poetry ******/
+
+div.poem
+{
+text-align: left;
+margin-left: 5%;
+width: 90%;
+position: relative;
+}
+
+.poem h4
+{
+margin-left: 5em;
+font-weight: normal;
+text-decoration: underline;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+position: absolute;
+top: auto;
+left: -2.5em;
+margin: 0;
+text-indent: 0;
+font-size: 90%;
+text-align: center;
+width: 1.75em;
+color: #777;
+}
+
+.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; }
+.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; }
+.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; }
+.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; }
+.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; }
+.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; }
+.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; }
+.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; }
+.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; }
+.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; }
+
+
+
+/****** Annotations ******/
+
+span.corr
+{
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+
+/****** Anchors ******/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 45%;
+margin-top: 1em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+clear: both;
+text-align: center;
+height: 1px;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Een Kapitein van 15 Jaar, by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een Kapitein van 15 Jaar
+ De Walvischjagers
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: May 19, 2006 [EBook #18425]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="frontmatter">
+<p class="div1"></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant."></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<h2 class="byline"><span class="docAuthor">Jules Verne</span>
+
+</h2>
+<h1 class="docTitle">Een Kapitein van Vijftien Jaar</h1><br><h1 class="docTitle">De Walvischjagers.</h1>
+<h2 class="docImprint">Amsterdam
+<br>
+Uitgevers-Maatschappij &#8220;Elsevier&#8221;
+<br>
+1920
+</h2><p class="div1"></p>
+<p class="aligncenter">Gedrukt bij de N.V. Drukkerij Schilt Utrecht
+
+
+</p>
+<p class="div1"></p>
+<h2>Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#d0e98">De schoenerbrik Pelgrim.</a></li>
+<li><a href="#d0e342">Dick Sand.</a></li>
+<li><a href="#d0e477">Het wrak.</a></li>
+<li><a href="#d0e763">De overlevenden van de &#8220;Waldeck&#8221;.</a></li>
+<li><a href="#d0e935">S.V.</a></li>
+<li><a href="#d0e1308">Een walvisch in &#8217;t gezicht.</a></li>
+<li><a href="#d0e1528">Toebereidselen.</a></li>
+<li><a href="#d0e1760">De walvisch.</a></li>
+<li><a href="#d0e2040">Kapitein Sand.</a></li>
+<li><a href="#d0e2243">De vier volgende dagen.</a></li>
+<li><a href="#d0e2515">Storm.</a></li>
+<li><a href="#d0e2806">Aan den horizont.</a></li>
+<li><a href="#d0e3073">Land! Land!</a></li>
+<li><a href="#d0e3399">Wat men doen moet.</a></li>
+<li><a href="#d0e3684">Harris.</a></li>
+<li><a href="#d0e4030">Onderweg.</a></li>
+<li><a href="#d0e4274">Honderd mijlen in tien dagen.</a></li>
+<li><a href="#d0e4544">Het vreeselijk woord!</a></li>
+<li><a href="#d0e4821">De slavenhandel.</a></li>
+<li><a href="#d0e4965">Harris en Negoro.</a></li>
+</ul>
+</div>
+<div class="bodytext"><a id="d0e97"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e97">1</a>]</span><p class="div1"><a id="d0e98"></a></p>
+<h2 class="label">Eerste hoofdstuk.</h2>
+<h2>De schoenerbrik Pelgrim.</h2>
+<p>Den 2n Februari 1873 bevond zich de Schoener-brik <i>Pelgrim</i> op 43&deg; 57&#8242; <span class="abbr" title="zuiderbreedte"><abbr title="zuiderbreedte">Z.B.</abbr></span> en op 165&deg; 19&#8242; <span class="abbr" title="westerlengte"><abbr title="westerlengte">W.L.</abbr></span> van den meridiaan van Greenwich.
+
+</p>
+<p>Dit vaartuig van vierhonderd ton, uitgerust te San-Francisco voor de groote visscherij in de zuidpoolzee&euml;n, behoorde in eigendom
+aan James W. Weldon, een rijken Californischen reeder, die al sedert vele jaren het bevel over dezen bodem toevertrouwd had
+aan kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> was een van de kleinste, maar de beste vaartuigen die James W. Weldon ieder jaar uitzond zoowel door de Behringstraat naar
+de noordpool-zee&euml;n als naar de streken van Van Diemensland of van kaap Hoorn, tot den zuidpool-oceaan. Het schip liep uitstekend.
+Het licht te hanteeren tuig stelde het in staat, zich met een kleine bemanning in het gezicht der ongenaakbare ijsbanken van
+het zuidelijk halfrond te wagen. Kapitein Hull was geheel te huis te midden van die ijsbergen die tot in de nabijheid van
+Nieuw-Zeeland of van de kaap de Goede Hoop afdrijven, onder een veel lagere breedte dan die, welke zij in de noordpool-zee&euml;n
+van den aardbol bereiken. Weliswaar worden daar slechts ijsbergen van geringe afmetingen aangetroffen, die reeds afgebrokkeld
+waren door de schokken en ingevreten door het warmer water, en waarvan het grootste gedeelte in de Stille Zuidzee en den Atlantischen
+Oceaan door warmer lucht of water wordt opgelost.
+
+</p>
+<p>Onder de bevelen van kapitein Hull, die een goed zeeman en daarenboven een der bekwaamste harpoeniers der vloot was, stond
+een bemanning van vijf matrozen en een leerling. Dit was voorzeker een kleine bemanning voor de walvischvangst, die een vrij
+talrijk personeel vordert. Er is volk noodig zoowel om de booten die den walvisch moeten aanvallen te besturen als om de gevangen
+dieren in stukken te hakken. Maar, naar het voorbeeld van zekere reeders, vond ook James W. Weldon het veel zuiniger om te
+San-Francisco slechts het tot het bestuur van het vaartuig benoodigde aantal matrozen aan te werven. Nieuw-Zeeland leverde
+genoeg harpoeniers, zeelieden van allerlei nati&euml;n, deserteurs en allerlei slag van volk op, die hij voor den tocht kon huren
+en als zeer bekwame visschers te boek stonden. Was de kampanje eenmaal afgeloopen, dan werden zij afgemonsterd en wachtten
+dan tot dat de walvischvaarders het volgend jaar opnieuw hunne diensten kwamen inroepen. Op deze wijze werd er een beter gebruik
+van de beschikbare zeelieden gemaakt en grooter voordeelen van hun medehulp getrokken.
+
+</p>
+<p>Zoo had men aan boord van den <i>Pelgrim</i> gehandeld.
+
+</p>
+<p>De schoenerbrik had haar kampanje op de grens van den zuidpoolcirkel afgelegd. Maar haar volle lading van vaten traan en walvischbaarden
+had zij niet kunnen verkrijgen. Toen reeds werd de vangst moeielijk. De tot het uiterste vervolgde walvisschen werden schaarsch.
+De echte walvisch, die den naam draagt van &#8220;Nordcaper&#8221; in den noordelijken Oceaan en dien van &#8220;Sulpher-boltone&#8221; in de zuidelijke
+zee&euml;n, verdween al meer en meer. De visschers hadden zich moeten vergenoegen met den &#8220;vinvisch&#8221; of &#8220;snavelwalvisch&#8221;, een reusachtig
+zoogdier, welks aanvallen niet zonder gevaar zijn.
+
+</p>
+<p>Hiertoe nu had kapitein Hull zich gedurende dezen tocht verplicht gezien; maar op zijn volgende reis was hij van plan een
+hoogere breedte te halen en als het moest, zich in het gezicht te begeven van Clarie-land en Adelie-land waarvan de ontdekking,
+die door den Amerikaan Wilkes betwist werd, wel degelijk te danken is aan den beroemden kommandant der <i>Astrolabe</i> en der <i>Zel&eacute;e</i>, den Franschman Dumont d&#8217;Urville.
+
+</p>
+<p>Over het geheel was de kampanje niet gelukkig voor den <i>Pelgrim</i> geweest. <a id="d0e143"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e143">2</a>]</span>In het begin van Januari, namelijk tegen het midden van den noordelijken zomer, en hoewel de tijd voor den terugkeer van de
+walvischvaarders nog niet gekomen was, had zich kapitein Hull gedwongen gezien het vischwater te verlaten. Zijn hulp-equipage,&#8212;een
+samenraapsel van vrij ongelukkige sujetten,&#8212;begon weerspannig te worden, zoodat hij er zich zoo spoedig mogelijk van moest
+afmaken.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> wendde dus den steven naar het noord-westen, naar de kust van Nieuw-Zeeland, die hij den 15en Januari in het gezicht kreeg.
+Hij liet het anker vallen te Waitemata, in de haven van Auckland, gelegen in de golf van Chouraki, op de oostkust van het
+noordelijk gelegen eiland en ontscheepte daar de visschers die voor den tocht gehuurd waren.
+
+</p>
+<p>De bemanning was niet tevreden. Er ontbraken ten minste twee honderd vaten traan aan de lading van den <i>Pelgrim</i>. Nooit had men slechter vangst gehad. Kapitein Hull kwam dus thuis met de teleurstelling van een voortreffelijk jager, die
+voor &#8217;t eerst van zijn leven platzak terugkomt, of althans bijna. Zijn eigenliefde, zeer geprikkeld, was er mede gemoeid en
+hij vergaf dien schoeljes niet, wier weerspannigheid de resultaten zijner kampanje op het spel had gezet.
+
+</p>
+<p>Tevergeefs beproefde men te Auckland een nieuwe visschersbemanning aan te werven. Al de beschikbare zeelieden hadden zich
+op de andere walvischvaarders ingescheept. Men moest dus de hoop opgeven de lading van den <i>Pelgrim</i> vol te maken en kapitein Hull was op het punt Auckland te verlaten, toen hem door iemand verzocht werd den overtocht mede
+te mogen maken, &#8217;t geen hij niet kon weigeren.
+
+</p>
+<p>Mevrouw Weldon, de vrouw van den reeder van den <i>Pelgrim</i>, bevond zich toen juist te Auckland met haar zoontje Jack, een jongen van 5 jaar, en een harer bloedverwanten, haar neef
+Benedictus. James W. Weldon, die wegens handelszaken somtijds verplicht was Nieuw-Zeeland te bezoeken, had hen er alle drie
+gebracht en meende hen natuurlijk met zich mede naar San-Francisco terug te nemen.
+
+</p>
+<p>Maar op het oogenblik dat de familie zou vertrekken, werd de kleine Jack vrij ernstig ziek en moest zijn vader, die door zijn
+zaken gedwongen was te vertrekken, Auckland verlaten en zijn vrouw, zijn zoon en zijn neef Benedictus achter laten.
+
+</p>
+<p>Drie maanden waren verloopen,&#8212;drie lange maanden van scheiding, die voor Mevrouw Weldon zeer pijnlijk waren. Evenwel herstelde
+haar kind en zij kon nu vertrekken, toen men haar de aankomst van den <i>Pelgrim</i> berichtte.
+
+</p>
+<p>Om nu naar San-Francisco te vertrekken, bevond Mevr. Weldon zich dezer dagen in de noodzakelijkheid in Australi&euml; een van de
+vaartuigen op te zoeken van de transatlantische compagnie, de &#8220;Golden Age&#8221;, die van Melbourne over Papeiti naar de landengte van Panama varen. Daarna, eenmaal te Panama, moest zij op het vertrek
+wachten van de Amerikaansche stoomboot, die een geregelden dienst daarstelt tusschen de landengte en Californi&euml;. Van daar
+dan vertraging, overscheping, allerlei bezwaren in &eacute;&eacute;n woord die voor een vrouw en een kind zeer onaangenaam zijn. Op dit
+oogenblik liep de <i>Pelgrim</i> Auckland binnen. Zij aarzelde niet en vroeg aan kapitein Hull haar aan boord te nemen om haar, haren zoon, neef Benedictus
+en Nan, een oude negerin die sedert hare kindsheid bij haar in dienst was, naar San-Francisco over te brengen. Drie duizend
+zeemijlen op een zeilschip! Maar het schip van kapitein Hull was zoo behoorlijk in orde en de moesson was nog zoo goed aan
+weerszijden van den aequator! Kapitein Hull nam het volgaarne aan en stelde dadelijk zijn eigen kajuit ter beschikking van
+Mevr. Weldon. Hij wilde dat zij gedurende den overtocht, die een veertig &agrave; vijftig dagen kon duren, zoo goed mogelijk aan
+boord van zijn walvischvaarder gelogeerd zou zijn.
+
+</p>
+<p>Er waren dus voor Mevr. Weldon eenige voordeelen in gelegen, om den overtocht in deze omstandigheden te ondernemen. Het eenige
+nadeel was dat deze noodzakelijk eenige vertraging zou ondervinden door de omstandigheid dat de <i>Pelgrim</i> te Valparaiso in Chili moest gaan lossen. Daarna had hij slechts langs de Amerikaansche kust te houden, met den wind van
+de landzijde, die de vaart in deze streken zeer aangenaam maakt.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon was overigens een <a id="d0e187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e187">3</a>]</span>moedige vrouw, die niet bang was op zee. Zij had den leeftijd van dertig jaren bereikt, was flink en gezond en gewoon lange
+zeereizen te maken, daar zij met haren man de vermoeienissen van talrijke tochten gedeeld had; zij had daarom geen vrees voor
+de meer of minder gewaagde kansen van een verblijf aan boord van een vaartuig van middelmatige afmeting. Zij kende kapitein
+Hull als een uitmuntend zeeman, in wien James W. Weldon het meeste vertrouwen stelde. De <i>Pelgrim</i> was een stevig vaartuig, een snelle zeiler en stond goed aangeteekend in de vloot der Amerikaansche walvischvaarders. De
+gelegenheid bood zich aan, men moest er gebruik van maken en Mevr. Weldon maakte er gebruik van.
+
+</p>
+<p>Neef Benedictus,&#8212;dat spreekt van zelf,&#8212;zou haar begeleiden.
+
+</p>
+<p>Deze neef was een goede man van omstreeks vijftig jaren. Doch in weerwil van zijn vijftigjarigen leeftijd, zou het niet voorzichtig
+geweest zijn hem alleen te laten uitgaan. Hij was eer lang dan groot, eer smal dan mager, met een beenachtig gelaat, een ontzaglijk
+hoofd en lange haren; men herkende in zijn eindeloos figuur een van die waardige geleerden met gouden bril, onschadelijke
+en goede wezens, die bestemd zijn hun gansche leven groote kinderen te blijven en zeer oud te worden, als honderdjarigen die
+als zuigelingen sterven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neef Benedictus,&#8221;&#8212;zooals men hem steeds en niet alleen in zijn familie noemde, en werkelijk was hij een van die goede wezens
+die door iedereen met den naam van &#8220;neef&#8221; begroet worden,&#8212;neef Benedictus, die altijd in de war scheen te zijn met zijn lange
+armen en beenen, zou zich, zelfs in de meest gewone omstandigheden van het dagelijksch leven, niet hebben kunnen redden. Hij
+was niet hinderlijk, volstrekt niet, maar eer lastig voor anderen en verlegen met zich zelven. Gemakkelijk in den omgang overigens,
+met alles tevreden, vergetende te eten of te drinken, als men hem niet te drinken of te eten bracht, ongevoelig voor koude
+of warmte, scheen hij minder tot het dierenrijk dan tot dat der planten te behooren. Men stelle zich een boom voor, zonder
+eenig nut, zonder vruchten en bijna zonder bladeren, niet in staat om te voeden of te beschutten, maar met een goed hart.
+
+</p>
+<p>Zoodanig was neef Benedictus. Hij zou gaarne iedereen diensten bewezen hebben, indien, zooals Prudhomme zou zeggen, hij in
+staat ware geweest ze te bewijzen.
+
+</p>
+<p>Eindelijk, men had hem lief juist terwille van zijn zwakheid. Mevr. Weldon beschouwde hem als haar kind,&#8212;als een grooten oudere-broeder
+van haar kleinen Jack.
+
+</p>
+<p>Wij moeten hier nog bijvoegen dat neef Benedictus evenwel noch werkeloos, noch onledig was. Hij was integendeel een werkzaam
+mensch. De natuurlijke historie waarin hij zich geheel kon verdiepen, was zijn eenige hartstocht.
+
+</p>
+<p>Nu is &#8220;de natuurlijke historie&#8221; een woord van grooten omvang.
+
+</p>
+<p>Men weet dat de verschillende onderdeelen, waaruit deze wetenschap bestaat, zijn de dierkunde, de botanie, de delfstofkunde
+en de aardkunde.
+
+</p>
+<p>Nu kon neef Benedictus volstrekt geen botanicus, noch mineraloog, noch geoloog genoemd worden.
+
+</p>
+<p>Was hij dan een zo&ouml;loog in de geheele beteekenis van het woord, een soort van Cuvier der nieuwe wereld, die het dier door
+analyse ontleedde of het door synthese weder opbouwde, een van die diepzinnige geleerden, die geheel doorgedrongen zijn in
+de studie der vier typen waartoe de nieuwere wetenschap het geheele dierenrijk, gewervelde dieren, weekdieren, gelede dieren
+en straaldieren brengt? Had de na&iuml;ve maar werkzame geleerde, van de vier afdeelingen de verschillende klassen bestudeerd en
+de orde, de families, de rassen, de geslachten, de soorten, de vari&euml;teiten, die ze onderscheiden, nagegaan?
+
+</p>
+<p>Neen.
+
+</p>
+<p>Had neef Benedictus de gewervelde dieren, de zoogdieren, vogels, kruipende dieren en visschen, tot het onderwerp zijner nasporingen
+gemaakt?
+
+</p>
+<p>Geenszins.
+
+</p>
+<p>Had hij bij voorkeur de weekdieren, van de cephalopoden (de koppootigen) af tot de bryozo&euml;n (mosdiertjes) toe, bestudeerd
+en had de malacologie (de studie der weekdieren) geen geheimen meer voor hem?
+
+</p>
+<p>Evenmin.
+
+</p>
+<p>Het waren dus de straaldieren, de stekelhuidigen, de schijfwallen, koraaldieren, <a id="d0e224"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e224">4</a>]</span>ingewandswormen, sponsen en infusiediertjes, die hem zooveel olie in zijn studielampje gekost hadden?
+
+</p>
+<p>Nu waren het niet de straaldiertjes, en daar er in de zo&ouml;logie niets meer op te noemen overblijft dan de afdeeling der gelede
+dieren, zoo spreekt het van zelf, dat het deze afdeeling is waarop neef Benedictus zich met hart en ziel had toegelegd.
+
+</p>
+<p>Maar ook dan nog is het noodig te specificeeren.
+
+</p>
+<p>De afdeeling der gelede dieren telt zes klassen: de insecten, de duizendpootigen, de spinachtigen, de kreeftdieren, de rankpootigen,
+en de ringwormen.
+
+</p>
+<p>Nu had neef Benedictus wetenschappelijk geen aardworm van een bloedzuiger, geen steenbreker van een zee-eikel, geen huisspin
+van een schorpioen, geen garnaal van een kikvorsch kunnen onderscheiden.
+
+</p>
+<p>Maar wat was neef Benedictus dan?
+
+</p>
+<p>Een eenvoudig entomoloog, niets meer of minder.
+
+</p>
+<p>Ongetwijfeld zal men hierop antwoorden, dat in haar etymologische beteekenis, de entomologie (leer der insecten) dat gedeelte
+der natuurkundige wetenschap is dat al de gelede dieren bevat. Dit is waar in algemeenen zin, maar de gewoonte heeft bepaald
+dit woord slechts in meer beperkten zin op te vatten. Men past het dus toe op de eigenlijk gezegde studie der insecten, dat
+wil zeggen &#8220;van al de gelede dieren welker lichaam, uit aan elkaar geplaatste ringen samengesteld, drie verschillende segmenten
+vormt en die drie paren pooten bezitten, hetgeen hun den naam van hexapoden (zespootigen) verleend heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar nu neef Benedictus zich bepaald had tot de studie der gelede insecten dezer klasse, was hij slechts een eenvoudig entomoloog.
+
+</p>
+<p>Maar men achte dit niet gering! In deze klasse van insecten telt men niet minder dan tien orden: de orthoptera<a id="d0e244src" href="#d0e244" class="noteref">1</a> (rechtvleugeligen), de neuroptera<a id="d0e247src" href="#d0e247" class="noteref">2</a> (netvleugeligen), de hymenoptera<a id="d0e250src" href="#d0e250" class="noteref">3</a> (vliesvleugeligen), de lepidoptera<a id="d0e253src" href="#d0e253" class="noteref">4</a> (schubvleugeligen of vlinders), de hemiptera <a id="d0e256src" href="#d0e256" class="noteref">5</a> (halfvleugeligen), de coleoptera <a id="d0e259src" href="#d0e259" class="noteref">6</a> (schildvleugeligen of torren), de diptera<a id="d0e262src" href="#d0e262" class="noteref">7</a> (tweevleugeligen), de rhipiptera<a id="d0e265src" href="#d0e265" class="noteref">8</a> (vakvleugeligen), de parasieten<a id="d0e268src" href="#d0e268" class="noteref">9</a> (woekerinsecten), en de tysanura<a id="d0e271src" href="#d0e271" class="noteref">10</a>. Nu heeft men in sommige dezer orden, de coleoptera bijvoorbeeld, dertig duizend soorten en zestig duizend in de diptera;
+de onderwerpen tot studie ontbreken dus niet en men zal toestemmen, dat er genoeg voorraad is om een mensch alleen bezig te
+houden.
+
+</p>
+<p>Het leven van neef Benedictus was dan ook eenig en alleen aan de entomologie gewijd.
+
+</p>
+<p>Al zijn tijd zonder uitzondering, zelfs zijn tijd om te slapen, besteedde hij aan deze wetenschap; steeds droomde hij van
+&#8220;hexapoden&#8221;. De spelden in de mouwen en den kraag van zijn jas, in den bodem van zijn hoed en de omslagen van zijn vest, waren
+ontelbaar. Als neef Benedictus van een wetenschappelijke wandeling terugkwam, was vooral zijn kostbaar hoofddeksel niet meer
+of minder dan een doos met voorwerpen van natuurlijke historie, daar het van binnen en van buiten bezaaid was met doorstoken
+insecten.
+
+</p>
+<p>Wanneer wij nu nog hierbij voegen, dat hij juist uithoofde van zijn entomologischen hartstocht den heer en mevr. Weldon naar
+Nieuw-Zeeland vergezeld had, zal dit voldoende zijn om dezen zonderling te schetsen. Zijn verzameling was daar verrijkt geworden
+met eenige zeldzame voorwerpen en men begrijpt licht dat hij haast had ze in de loketkas van zijn kabinet te rangschikken.
+
+</p>
+<p>Daar nu Mevr. Weldon en haar kind met den <i>Pelgrim</i> naar Amerika terugkeerden, was niets natuurlijker dan dat neef Benedictus hen op hunne terugreis vergezelde.
+
+</p>
+<p>Maar hij was de man niet voor mevr. Weldon op wien ze in hachelijke oogenblikken kon rekenen. Zeer gelukkig zou het een gemakkelijke
+reis zijn in het schoone jaargetijde, aan boord van een vaartuig welks gezagvoerder al haar vertrouwen verdiende.
+
+</p>
+<p>Gedurende de drie dagen dat de <a id="d0e289"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e289">5</a>]</span><i>Pelgrim</i> Waitemata aandeed, maakte Mevr. Weldon in groote haast toebereidselen, want zij wilde het vertrek van de schoenerbrik geen
+oogenblik vertragen. De inlanders die haar gedurende haar verblijf te Auckland bediend hadden, kregen hun afscheid en den
+22en Januari scheepte zij zich aan boord van den <i>Pelgrim</i> in, met haar zoon Jack, neef Benedictus en Nan, haar oude negerin.
+
+</p>
+<p>Neef Benedictus nam in een bijzonder daartoe ingerichte bus zijn gansche vreemde verzameling insecten mede. In deze verzameling
+bevonden zich onder anderen eenige van die pas ontdekte staphylini, een soort van vleeschetende coleoptera (schildvleugelige
+insecten), welker oogen boven op den kop geplaatst zijn en die tot nog toe alleen op Nieuw-Caledoni&euml; gevonden werden. Men
+had hem ook een zekere vergiftige spin aanbevolen, de &#8220;kapipo&#8221; der Maori&#8217;s, welker beet voor de inlanders dikwijls doodelijk
+is. Maar een spin behoort niet tot de orde der eigenlijk gezegde insecten, zij heeft haar plaats in die der arachniden (spinachtigen)
+en was in de oogen van neef Benedictus zonder eenige beteekenis. Daarom had hij haar ook versmaad en was het juweel van zijn
+verzameling een merkwaardige Nieuw-Zeelandsche staphylinus.
+
+</p>
+<p>Het spreekt van zelf, dat neef Benedictus zijn lading hoog had laten verzekeren; zij was voor hem kostbaarder dan de geheele
+lading traan en baarden in het ruim van den <i>Pelgrim</i>.
+
+</p>
+<p>Toen het schip zeilree lag en mevr. Weldon en haar reisgenooten zich op het dek van de schoenerbrik bevonden, sprak kapitein
+Hull zijn passagiers aan met de woorden:
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Behoef u niet te zeggen, mevrouw, dat u onder uw eigen verantwoordelijkheid plaats neemt aan boord van den <i>Pelgrim</i>.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom maakt u me deze opmerking mijnheer Hull?&#8221; vroeg mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat ik in dit opzicht geen order van uw man gekregen <a id="d0e314"></a><span class="corr" title="Bron: hebt">heb</span>, en geen schoenerbrik u ooit de waarborgen van den gemakkelijken overtocht kan aanbieden van een pakketboot, die uitsluitend
+bestemd is tot het varen van passagiers.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als mijn man hier was,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;zoudt u dan denken, mijnheer Hull, dat hij zou aarzelen zich op den <i>Pelgrim</i> in te schepen, in gezelschap van zijn vrouw en zijn kind?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mevrouw, hij zou niet aarzelen,&#8221; zei kapitein Hull, &#8220;neen, stellig niet! evenmin als ik zelf zou aarzelen! De <i>Pelgrim</i> is een goed schip, al heeft het een slechte reis gemaakt, en ik ben er zeker van, zoo zeker als een zeeman het zijn kan van
+een vaartuig, dat hij sedert verscheidene jaren commandeert. Ik zeg het alleen, Mevr. Weldon, om mijn verantwoordelijkheid
+te dekken en u nogmaals te zeggen dat u aan boord niet het gemakkelijke leven zult vinden, waaraan u gewoon zijt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als het niets anders is, mijnheer Hull,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;dan kan mij dit niet terughouden. Ik ben niet een van
+die lastige passagiers, die onophoudelijk klagen over de bekrompen kooien of de karige tafel.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen, na op haren kleinen Jack, dien zij aan de hand hield, een liefdevollen blik geworpen te hebben, zeide zij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat ons vertrekken, mijnheer Hull!&#8221;
+
+</p>
+<p>Het bevel werd gegeven dadelijk onder zeil te gaan en de <i>Pelgrim</i> manoeuvreerde weldra met het doel om langs den kortsten weg uit de golf te geraken, terwijl hij den steven naar de Amerikaansche
+kust wendde.
+
+</p>
+<p>Doch drie dagen later na haar vertrek was de schoenerbrik tengevolge van een sterke bries uit het oosten, verplicht in den
+wind op te werken.
+
+</p>
+<p>Ook bevond kapitein Hull zich den 2en Februari op een hoogere breedte dan hij wel gewild had en wel in den toestand van een
+zeeman die eerder trachtte kaap Hoorn om te zeilen dan langs den kortsten weg de nieuwe wereld te bereiken.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e244" href="#d0e244src" class="noteref">1</a></span> Typen: sprinkhanen, krekels, enz.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e247" href="#d0e247src" class="noteref">2</a></span> Typen: mierenleeuwen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e250" href="#d0e250src" class="noteref">3</a></span> Typen: bijen, wespen, mieren.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e253" href="#d0e253src" class="noteref">4</a></span> Typen: vlinders, enz.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e256" href="#d0e256src" class="noteref">5</a></span> Typen: bladluizen, vlooien.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e259" href="#d0e259src" class="noteref">6</a></span> Typen: meikevers, glimwormen, enz.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e262" href="#d0e262src" class="noteref">7</a></span> Typen: muggen, muskieten, enz.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e265" href="#d0e265src" class="noteref">8</a></span> Typen: stylops.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e268" href="#d0e268src" class="noteref">9</a></span> Typen: myten, enz.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e271" href="#d0e271src" class="noteref">10</a></span> Typen: suikergasten, enz.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e342"></a></p>
+<h2 class="label">Tweede hoofdstuk.</h2>
+<h2>Dick Sand.</h2>
+<p>Inmiddels was de zee kalm en ging alles, zonder de vertraging te rekenen, naar wensch.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon was zoo aangenaam en gemakkelijk mogelijk aan boord van den <i>Pelgrim</i> gehuisvest. Geen bovenhut nam het achterdek in. Er was geen eigenlijke kajuit, maar slechts een eenvoudige <a id="d0e354"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e354">6</a>]</span>hut van kapitein Hull in het achterschip, waarmede zij zich moest vergenoegen. En zelfs had de kapitein er nog op moeten aandringen
+om haar dit nederig verblijf te doen aannemen. Hier in deze bekrompen ruimte was Mevr. Weldon met haar kind en de oude Nan
+gehuisvest. Daar nam zij haar maaltijden, in gezelschap van den kapitein en neef Benedictus, voor wien men een soort van kamer
+ergens tusschendeks had ingericht.
+
+</p>
+<p>Wat den kapitein van den <i>Pelgrim</i> aangaat, hij logeerde in een hut der bemanning die door den stuurman zou bewoond geweest zijn, indien er een stuurman aan
+boord geweest ware. Maar de schoenerbrik voer, zooals men weet, onder omstandigheden, die de diensten van nog een officier
+hadden kunnen besparen.
+
+</p>
+<p>De matrozen van den <i>Pelgrim</i>, goede en vertrouwde zeelieden, waren door de gemeenschap hunner denkbeelden en gewoonten innig met elkaar verbonden. Het
+was de vierde tocht dien zij samen op de groote visscherij deden. Het waren allen mannen uit het westen van Noord-Amerika
+die elkander sinds jaren kenden en dezelfde kuststreek van Californi&euml; bewoonden.
+
+</p>
+<p>Deze brave menschen waren zeer voorkomend voor Mevr. Weldon, de vrouw van hunnen reeder, wien zij een onbepaalde toegenegenheid
+toedroegen. Het is waar dat zij zeer veel belang hadden in de winsten van het schip en tot nog toe met groot voordeel hadden
+gevaren. Dan ook moesten zij tengevolge van hun klein getal hard werken, maar hun arbeid deed bij het opmaken der rekening
+na elke kampanje, hun winsten toenemen. Ditmaal evenwel zou het voordeel bijna nul zijn en daarom waren zij niet ten onrechte
+verbitterd tegen die schoeljes van Nieuw-Zeeland.
+
+</p>
+<p>Een enkel man aan boord was niet van Amerikaansche afkomst. Portugees van geboorte, maar het Engelsch vloeiend sprekend, noemde
+hij zich Negoro en nam aan boord van de schoenerbrik het nederig ambt van kok waar.
+
+</p>
+<p>Toen de kok van den <i>Pelgrim</i> te Auckland gedeserteerd was, kwam deze Negoro, die destijds geen betrekking had, zich aanbieden om hem te vervangen. Hij
+was een stil man, weinig mededeelzaam, die zich steeds op den achtergrond hield, maar behoorlijk zijn taak waarnam. Kapitein
+Hull scheen het goed met hem getroffen te hebben, toen hij hem huurde, want de kok had sedert zijn inscheping nog geen enkele
+reden tot klagen gegeven.
+
+</p>
+<p>Toch had kapitein Hull spijt dat hem de tijd ontbroken had zich behoorlijk inlichtingen over zijn verleden te verschaffen.
+Zijn gelaat of liever zijn blik beviel hem maar half en wanneer het gold een onbekende in het beperkte, intieme leven aan
+boord in te leiden, mocht men niets verzuimen om zich met zijn verleden bekend te maken.
+
+</p>
+<p>Negoro kon op het oog veertig jaar oud zijn. Mager, gespierd, van gemiddelde lengte, donker bruin van haar, met door de zon
+verbrande huid, moest hij sterk zijn. Had hij eenig onderwijs genoten? Ongetwijfeld. Dat bleek uit zekere opmerkingen, die
+hem nu en dan ontsnapten. Overigens sprak hij nooit over zijn verleden of liet hij zich uit over zijn familie. Waar hij van
+daan kwam, waar hij gewoond had, men kon het niet raden. Wat wachtte hem in de toekomst? men wist het evenmin. Hij gaf alleen
+zijn voornemen te kennen om te Valparaiso te ontschepen. Het was voorzeker een zonderling mensch. In ieder geval scheen hij
+geen zeeman te zijn. Hij scheen zelfs minder van zaken, de zeevaart betreffende, te weten dan een kok, wiens leven grootendeels
+op zee is doorgebracht.
+
+</p>
+<p>Evenwel wist hij niets van het slingeren of het stampen van het schip, zooals menschen die nooit gevaren hebben en dit is
+voor een scheepskok een zaak van het hoogste belang.
+
+</p>
+<p>In het algemeen zag men hem weinig. Op den dag bleef hij gewoonlijk in zijn bekrompen kombuis, voor het kookfornuis dat er
+de meeste plaats van innam. Als tegen den nacht het fornuis was uitgedoofd, begaf Negoro zich naar zijn kooi achter in het
+verblijf der bemanning en sliep dadelijk in.
+
+</p>
+<p>Wij hebben reeds gezegd dat de equipage van den <i>Pelgrim</i> uit vijf matrozen en een leerling bestond.
+
+</p>
+<p>Deze vijftienjarige leerling was het kind van onbekende ouders. Dit arme, van zijn geboorte af aan verlaten wezen <a id="d0e390"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e390">7</a>]</span>was door de openbare liefdadigheid opgenomen en door haar groot gebracht.
+
+</p>
+<p>Dick Sand&#8212;zooals hij heette&#8212;was waarschijnlijk afkomstig uit den staat New-York en ongetwijfeld uit de hoofdstad van dien
+Staat.
+
+</p>
+<p>De naam van Dick,&#8212;verkorting van Richard,&#8212;was ontleend aan dien van den liefdadigen voorbijganger die hem had opgenomen, twee
+of drie uur na zijn geboorte. Wat den naam van Sand aangaat, men had hem dien gegeven ter herinnering aan de plaats waar hij
+gevonden was, namelijk op de landengte van Sandy-Hook<a id="d0e396src" href="#d0e396" class="noteref">1</a>, die den ingang vormt van de haven van New-York, aan de monding der Hudson.
+
+</p>
+<p>Dick Sand zou, geheel volwassen, de gemiddelde lengte niet overschrijden, maar hij was krachtig gebouwd. Ongetwijfeld was
+hij van Anglo-Saxische afkomst. Hij was bruin, maar had blauwe oogen die als vuur schitterden. Als zeeman had hij reeds vroeg
+den strijd des levens leeren kennen. Zijn schrander gelaat ademde geestkracht. Het was niet dat van een stoutmoedige, maar
+van iemand die &#8220;durft&#8221;. Dikwijls haalt men deze drie woorden van een vers van Virgilius aan:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Audaces fortuna juvat,</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>maar men haalt ze onjuist aan. De dichter zegt:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Audentes fortuna juvat.</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Hun, die durven, niet den stoutmoedigen, lacht bijna altijd het geluk toe. De stoutmoedige kan onbedacht handelen. Hij die
+durft denkt eerst en handelt daarna. Daarin is het verschil gelegen.
+
+</p>
+<p>Nu was Dick Sand <i>audens</i>. Op vijftienjarigen leeftijd kon hij reeds een besluit nemen en tot het einde toe uitvoeren wat zijn onverschrokken geest
+beslist had. Zijn levendig en tegelijk ernstig voorkomen trok de aandacht. Hij was zeer spaarzaam in woorden en gebaren, het
+tegengestelde van jongens op zijn leeftijd. Al vroeg, in een tijdperk des levens dat men de groote vraagstukken van ons bestaan
+nog niet bespreekt, had hij zijn ellendigen toestand goed ingezien en zich vast voorgenomen zichzelven te vormen.
+
+</p>
+<p>En hij had zich gevormd, daar hij reeds bijna een man was op den leeftijd dat anderen nog kinderen zijn.
+
+</p>
+<p>Daarbij zeer vlug, zeer bekwaam in alle lichaamsoefeningen, was Dick Sand een van die bevoorrechte wezens, van wie in de wandeling
+gezegd wordt dat zij met vier handen geboren zijn.
+
+</p>
+<p>Men weet dat de openbare liefdadigheid den kleinen wees had opgevoed. Hij was eerst in een van die kinderhuizen geweest, waar
+in Amerika altijd een plaats voor de kleine verlatenen wordt opengehouden. Daarna, toen hij vier jaar oud was, leerde Dick
+lezen, schrijven en rekenen op een van die scholen in den staat New-York, die door liefdadige inschrijvingen onderhouden worden.
+
+</p>
+<p>Toen hij acht jaar oud was, deed zijn begeerte om op zee te gaan hem dienst nemen als kajuitsjongen op een mailboot der zee&euml;n
+van het Zuiden. Daar leerde hij het vak van zeeman, en zooals men het moet leeren, van den vroegsten leeftijd af aan. Langzamerhand
+onderwees hij zich onder de leiding van officieren, die belang in het kleine ventje stelden. Ook moest de kajuitsjongen weldra
+leerling worden, in het vooruitzicht van beter ongetwijfeld. Het kind dat al vroeg begrijpt dat de arbeid de wet des levens
+is, hij die al bij tijds leert dat het brood slechts verdiend wordt in het zweet zijns aanschijns, zoo iemand is waarschijnlijk
+voorbeschikt tot groote dingen, want hij zal eenmaal met den wil, de kracht hebben ze te volbrengen.
+
+</p>
+<p>Toen Dick Sand kajuitsjongen aan boord van een koopvaardijschip was, werd hij opgemerkt door kapitein Hull. Deze brave zeeman
+gevoelde zich dadelijk tot den knaap aangetrokken en bracht hem in kennis met zijn reeder James W. Weldon. Deze stelde het
+levendigste belang in den wees, wiens opvoeding hij te San-Francisco voltooide en dien hij in den Katholieken godsdienst,
+waartoe zijn familie behoorde, liet groot brengen.
+
+</p>
+<p>Onder al de vakken zijner studie was het vooral de aardrijkskunde, waarvoor Dick Sand een sterke voorliefde gevoelde, totdat
+hij den ouderdom bereikte om dat gedeelte der mathesis te leeren dat betrekking heeft op de zeevaart. Bij dit theoretische
+gedeelte van zijn onderricht, verzuimde hij niet de praktijk te voegen. Voor het eerst kon hij als leerling de reis aan boord
+van den <i>Pelgrim</i> mede maken. Een goed zeeman moet even goed de groote visscherij <a id="d0e431"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e431">8</a>]</span>leeren als de groote vaart. Het is een goede voorbereiding voor alle mogelijke gebeurtenissen die het zeemansvak medebrengt.
+Bovendien ging Dick Sand mede op een schip van James W. Weldon, zijn weldoener, en gecommandeerd door zijn beschermer, kapitein
+Hull. Hij bevond zich dus in de gunstigste omstandigheden.
+
+</p>
+<p>Het is overbodig te zeggen hoever zijn toegenegenheid voor de familie Weldon, waaraan hij alles verschuldigd was, gaan zou.
+Beter is het de feiten te laten spreken. Maar men begrijpt hoe gelukkig de jeugdige leerling was, toen hij vernam dat Mevr.
+Weldon aan boord van den <i>Pelgrim</i> den overtocht mede zou maken. Mevr. Weldon was gedurende eenige jaren een moeder voor hem geweest en in Jack zag hij een
+broertje, terwijl hij zijn positie tegenover den zoon van den rijken reeder daarbij niet uit het oog verloor. Doch&#8212;zijn beschermers
+hadden het wel voorzien,&#8212;het goede zaad dat zij gezaaid hadden, was in goede aarde gevallen. Het hart van den wees was met
+dankbaarheid vervuld, en zoo hij eenmaal zijn leven moest geven voor hen die hem geleerd hadden zich te onderrichten en God
+lief te hebben, zou de jeugdige leerling niet geaarzeld hebben<a id="d0e438"></a><span class="corr" title="Bron: ">.</span> In &eacute;&eacute;n woord, op vijftienjarigen leeftijd te denken en te handelen als iemand van dertig jaren, was een van de kenmerken
+van Dick Sand&#8217;s karakter.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon wist dat karakter naar waarde te schatten. Zij kon hem zonder de minste ongerustheid den kleinen Jack toevertrouwen.
+Dick Sand van zijn kant had het kind hartelijk lief dat zich door dien &#8220;grooten broeder&#8221; bemind wist en hem opzocht. Gedurende
+de lange uren van rust die zoo menigvuldig op een zeereis voorkomen, als de zee kalm is en de eenmaal gestelde zeilen niet
+verwisseld behooren te worden, in zeemanstermen: als het tuig kant staat, waren Dick en Jack bijna altijd te zamen. De jeugdige
+leerling liet den kleinen jongen alles zien wat hem genoegen kon geven. Zonder eenige de minste vrees zag Mevr. Weldon Jack
+in gezelschap van Dick Sand het want openteren, naar de voormars, of de kruiszalings klauteren en als een pijl uit den boog
+langs het touwwerk naar beneden glijden. Dick Sand ging hem vooruit of volgde hem altijd, gereed hem te ondersteunen of hem
+vast te houden zoodra zijn armen van vijf jaar hem in deze lichaamsoefeningen in den steek lieten. Dat alles nu deed den kleinen
+Jack goed, die door de ziekte bleek en zwak geworden was; maar weldra kreeg hij zijn kleur aan boord van den <i>Pelgrim</i> terug, dank zij de versterkende zeebries en die dagelijksche gymnastiek.
+
+</p>
+<p>Zoo stonden dus de zaken. Onder deze omstandigheden had de overtocht plaats, en ware de wind gunstiger geweest, dan zouden
+noch de passagiers, noch de bemanning van den <i>Pelgrim</i> zich ergens over te beklagen hebben.
+
+</p>
+<p>Maar juist de hardnekkige oostenwinden boezemden kapitein Hull eenige ongerustheid in en beletten hem het schip op den goeden
+weg te brengen. Later, bij den Steenbokskeerkring, vreesde hij windstilte te ontmoeten, die hen nog meer zou tegenwerken,
+om niet te spreken van den aequatoriaalstroom die hen onweerstaanbaar naar het westen zou medevoeren. Hij maakte zich dus,
+vooral voor Mevr. Weldon ongerust over deze vertraging waarvoor hij evenwel niet verantwoordelijk was. Hij dacht er dan ook
+over, om zoo hij op zijn weg eenig transatlantisch vaartuig mocht ontmoeten op reis naar Amerika, zijn passagier aan te raden,
+zich aan boord er van te begeven. Ongelukkig werd hij door de hooge breedte opgehouden om te kruisen met een stoomboot die
+koers zette naar Panama en daarenboven was in dien tijd de vaart over de Stille Zuidzee tusschen Australi&euml; en de Nieuwe-Wereld
+niet z&oacute;&oacute; druk als ze later geworden is.
+
+</p>
+<p>Men moest zich dus aan Gods genade overgeven en niets scheen dezen eentonigen overtocht te zullen verstoren, toen juist op
+dien datum van den 2n Februari op de bij het begin dezer geschiedenis aangegeven breedte en lengte iets bijzonders voorviel.
+
+</p>
+<p>Ten negen ure &#8217;s morgens, bij zeer helder weer, hadden Dick Sand en Jack zich op de bramzaling neergezet. Van daar uit konden
+zij het geheele schip en een gedeelte van den oceaan overzien. Naar achteren vertoonde zich de horizon aan hun blikken, slechts
+afgebroken door den grooten mast met het brikzeil en gaftopzeil. Hierdoor was <a id="d0e457"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e457">9</a>]</span>een gedeelte van de zee en de hemel voor hen onzichtbaar. Vooruit zagen zij den boegspriet zich boven de golven uitstrekken
+met zijn drie stagzeilen, die zoo strak mogelijk aangehaald, zich als drie groote ongelijke vleugelen spanden. Onder breidde
+zich de fok uit en boven het kleine voormarszeil en het kleine bramzeil, waarvan de staande lijken door het in- en uitloopen
+van de lichte bries kilden.<a id="d0e459src" href="#d0e459" class="noteref">2</a> De schoenerbrik zeilde dus zoo dicht mogelijk bij den wind.
+
+</p>
+<p>Dick Sand verklaarde dus Jack hoe de <i>Pelgrim</i>, goed geballast, goed in evenwicht gehouden in al zijn deelen, niet kon omslaan, ofschoon hij vrij sterk overhelde, toen
+de kleine jongen hem in de rede viel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zag ik daar toch?&#8221; zeide hij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zag je iets, Jack?&#8221; vroeg Dick Sand, die zich geheel overeind op de zaling oprichtte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, daar!&#8221; antwoordde de kleine Jack, terwijl hij naar een punt van de zee wees, dat telkens vrij kwam tusschen de schooten
+van den kluiver en den jager.
+
+</p>
+<p>Dick Sand keek oplettend naar het aangewezen punt en riep onmiddellijk met luide stem:
+
+</p>
+<p>&#8220;Een wrak, te loevert op, aan stuurboordszij vooruit!&#8221;
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e396" href="#d0e396src" class="noteref">1</a></span> &#8220;Sand&#8221; beteekent &#8220;Zand&#8221; in &#8217;t Engelsch.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e459" href="#d0e459src" class="noteref">2</a></span> Zeeterm voor &#8220;heen en weerslingeren&#8221;.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e477"></a></p>
+<h2 class="label">Derde hoofdstuk.</h2>
+<h2>Het wrak.</h2>
+<p>Bij den kreet van Dick Sand, was onmiddellijk de geheele bemanning op de been. De mannen die de wacht niet hadden, kwamen
+aan dek. Kapitein Hull verliet zijn kajuit en begaf zich naar voren.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, Nan, zelfs de onverschillige neef Benedictus, kwamen aan stuurboordszij over de verschansing leunen om het door
+den jeugdigen leerling gesignaleerde wrak goed te kunnen zien.
+
+</p>
+<p>Negoro alleen verliet de hut niet, die hem tot kombuis diende, en zooals altijd was hij van de geheele bemanning de eenige,
+die geen belang in de ontmoeting van een wrak scheen te stellen.
+
+</p>
+<p>Aller oogen waren toen op het drijvende voorwerp gericht dat op drie mijlen van de <i>Pelgrim</i> door de golven gewiegd werd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou het wel zijn?&#8221; zei een matroos.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een verlaten vlot misschien!&#8221; antwoordde een.
+
+</p>
+<p>&#8220;Misschien zijn er op dat vlot wel ongelukkige schipbreukelingen?&#8221; zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen &#8217;t gauw weten,&#8221; antwoordde kapitein Hull. &#8220;Maar dat wrak is geen vlot. &#8217;t Is de romp van een schip dat overzij
+ligt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zou &#8217;t niet eer een zeedier zijn, een groot zoogdier?&#8221; deed neef Benedictus opmerken.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Geloof het niet,&#8221; antwoordde de leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zou jij er van denken, Dick?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een omgekeerde romp, zooals de kapitein zei, Mevrouw.&#8221; &#8220;&#8217;k Geloof zelfs dat &#8217;k zijn gekoperde huid in de zon zie schitteren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja.... waarlijk....&#8221; antwoordde kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>Daarna tot den man aan het roer:
+
+</p>
+<p>&#8220;Een tikje loeven, Bolton, om dichter bij het wrak te komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik,&#8221; hernam neef Benedictus, &#8220;ik houd vol wat ik gezegd heb. &#8217;t Is bepaald een dier!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zou &#8217;t een koperen walvisch moeten zijn,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;want ook ik zie hem in de zon schitteren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe het zij, neef Benedict,&#8221; voegde Mevr. Weldon er bij, &#8220;u zult moeten toestemmen dat die walvisch dan toch dood is, want
+het is zeker dat hij niet de minste beweging maakt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;He! nicht Weldon,&#8221; antwoordde neef Benedict, die gewoonlijk stijf op zijn stuk stond, &#8220;&#8217;t zou de eerste keer niet zijn dat
+men een walvisch ontmoette die op de oppervlakte der zee sliep!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel mogelijk,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;maar we hebben nu met geen walvisch, maar met een vaartuig te doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen zien,&#8221; antwoordde neef Benedictus, die eerder al de zoogdieren der noord- en zuidpoolzee&euml;n zou gegeven hebben voor
+een zeldzaam insect.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed sturen, Bolton, goed sturen!&#8221; riep wederom kapitein Hull, &#8220;en loop niet tegen het wrak aan. Blijf er op een <a id="d0e529"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e529">10</a>]</span>kabellengte van af. <a id="d0e531"></a><span class="corr" title="Bron: &#8220;">&#8217;</span>k Heb geen lust de zijden van den <i>Pelgrim</i> er aan te wagen met tegen dien romp aan te varen.&#8212;Loef een beetje, Bolton, loef wat!&#8221;
+
+</p>
+<p>De steven van den <i>Pelgrim</i>, die naar het wrak gewend was geweest, week door een lichte beweging van het roer een weinig af.
+
+</p>
+<p>De schoenerbrik bevond zich nog een mijl van den omgeslagen romp af. De matrozen hadden er gretig het oog op gevestigd. Misschien
+bevatte hij een kostbare lading die mogelijk op den <i>Pelgrim</i> kon overgeladen worden? Men weet, dat bij de berging van gestrande goederen, het derde van de waarde aan de bergers toekomt,
+en indien in dit geval de lading niet beschadigd was, zou de bemanning, zooals men zegt, &#8220;een goeden slag slaan!&#8221; Het zou
+een prachtige vergoeding zijn voor hun ongelukkige vangst!
+
+</p>
+<p>Een kwartier later bevond zich het wrak nog een halve mijl van den <i>Pelgrim</i> af.
+
+</p>
+<p>Het was wel degelijk een vaartuig dat geheel over bakboord lag. Tot aan de verschansing toe omgeslagen, lag het zoover op
+zijde, dat het bijna onmogelijk was zich op het dek staande te houden. Men zag niets meer van de masten. Aan de rusten hingen
+nog slechts eenige eindjes gebroken trossen en gesprongen kettingen.
+
+</p>
+<p>In den boeg aan stuurboordszij bevond zich een groot gat tusschen de spanten en de ingedrukte buitenhuid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dit schip is aangezeild!&#8221; riep Dick Sand uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is niet twijfelachtig,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;en &#8217;t is een wonder dat het niet onmiddellijk gezonken is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo er aanzeiling geweest is,&#8221; merkte Mevr. Weldon op, &#8220;mag men hopen dat de bemanning van dit vaartuig opgenomen is door
+hen die het aangezeild hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is te hopen, mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;of de equipage moet zich, na de botsing met zijn eigen sloepen
+gered hebben, als het aanzeilende schip althans zijn koers vervolgd heeft&#8212;&#8217;tgeen helaas! somtijds gebeurt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe is &#8217;t mogelijk! Dat zou toch een staaltje van verregaande onnmenschelijkheid zijn, mijnheer Hull!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mevrouw Weldon.... ja! En toch zijn er vele voorbeelden van! Wat me zou doen gelooven dat de bemanning van dit schip
+het al vroeg verlaten zal hebben, is dat &#8217;k geen enkele boot zie en zoo de menschen aan boord niet opgenomen zijn, zou ik
+eerder gelooven dat ze getracht hebben aan land te komen! Maar bij den afstand waarop we ons hier van het Amerikaansche vaste
+land of van de eilanden van Australi&euml; bevinden, vrees ik dat ze hierin niet zullen geslaagd zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Misschien,&#8221; zei Mevr. Weldon, &#8220;zal men nooit achter het geheim van dit ongeluk komen! Toch zou &#8217;t mogelijk zijn dat er nog
+iemand van de equipage is achtergebleven!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is niet waarschijnlijk, mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde kapitein Hull. &#8220;Men zou ons reeds herkend hebben en ons eenig signaal
+maken. Maar we zullen er ons van verzekeren.&#8212;Loef een beetje, Bolton, loef!&#8221; riep kapitein Hull, terwijl hij met de hand den
+te volgen koers aanwees.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> was nog slechts drie kabellengten van het wrak verwijderd en er was geen twijfel aan of de romp was door de geheele bemanning
+verlaten.
+
+</p>
+<p>Doch op dit oogenblik maakte Dick Sand een gebaar dat onmiddellijk stilte gebood.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoor! hoor!&#8221; zeide hij.
+
+</p>
+<p>Iedereen luisterde.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is alsof ik geblaf hoor!&#8221; riep Dick Sand uit.
+
+</p>
+<p>En werkelijk deed zich binnen in den romp een verwijderd geblaf hooren. Er was inderdaad daar een levende hond, opgesloten
+misschien, want het was mogelijk dat de luiken hermetisch gesloten waren. Maar men kon hem niet zien, daar het dek van het
+omgeslagen vaartuig nog niet zichbaar was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Al was er niets anders dan een hond, mijnheer Hull,&#8221; zeide Mevr. Weldon, &#8220;zouden we hem immers redden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja.... ja!....&#8221; riep de kleine Jack, &#8220;we zullen hem redden!.... &#8217;k zal hem te eten geven!.... Hij zal veel van ons houden....
+Mama, &#8217;k zal een stukje suiker voor hem gaan halen!.....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Blijf hier, mijn kind,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon glimlachende. &#8220;Me dunkt, &#8217;t arme dier moet haast van honger sterven en &#8217;t
+zal liever een goed stuk vleesch hebben dan je stukje suiker!&#8221;
+<a id="d0e593"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e593">11</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Welnu, laten ze hem mijn soep geven!&#8221; riep de kleine Jack uit. &#8220;Ik kan er best buiten!&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik deed zich het geblaf duidelijk hooren. Drie honderd voeten slechts waren de twee schepen van elkander verwijderd.
+Bijna onmiddellijk vertoonde zich een groote hond op de verschansing aan stuurboordszij en klampte er zich aan vast, terwijl
+hij wanhopend bleef blaffen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Howik,&#8221; zei kapitein Hull en wendde zich tot den bootsman van den <i>Pelgrim</i>, &#8220;laat bijdraaien en de kleine boot strijken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Houd je goed, hond, houd je goed!&#8221; riep de kleine Jack het dier toe dat hem nu door een half gesmoord geblaf scheen te antwoorden.
+
+</p>
+<p>De zeilen van den <i>Pelgrim</i> werden dadelijk zoo gesteld dat het schip genoegzaam onbeweeglijk bleef, op minder dan een halve kabellengte van het wrak.
+
+</p>
+<p>De boot werd gestreken en dadelijk lieten kapitein Hull, Dick Sand en twee matrozen er zich in zakken.
+
+</p>
+<p>De hond bleef blaffen. Hij trachtte zich aan de verschansing vast te houden, maar viel telkens op het dek terug. Men zou gezegd
+hebben dat zijn geblaf zich niet meer tot hen richtte die hem naderden. Gold het de matrozen of passagiers die in het schip
+opgesloten waren?
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou er zich dan aan boord een schipbreukeling bevinden, die het overleefd heeft?&#8221; zei Mevr. Weldon bij zich zelve.
+
+</p>
+<p>De boot van den <i>Pelgrim</i> bereikte met eenige riemslagen de omgeslagen kiel.
+
+</p>
+<p>Maar eensklaps kwam er een verandering in de houding van den hond. Op het eerste geblaf dat de redders uitnoodigde tot hem
+te komen, volgde nu een woedend gebrul. Het zonderlinge dier werd nu door den hevigsten toorn bewogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat scheelt dien hond toch?&#8221; zei kapitein Hull, terwijl de boot achterom ging, teneinde dat gedeelte van het dek aan te doen
+dat onder water lag.
+
+</p>
+<p>Noch kapitein Hull, noch zij die zich aan boord van den <i>Pelgrim</i> bevonden, konden opmerken dat de woede van den hond zich op dat oogenblik het hevigst uitte, toen Negoro zijn kombuis verliet
+en zich naar den bak begaf.
+
+</p>
+<p>Kende en herkende dan de hond den kok? Het was zeer onwaarschijnlijk.
+
+</p>
+<p>Hoe het zij, na den hond aangekeken te hebben, zonder eenige verwondering te doen blijken, ging Negoro, die de wenkbrauwen
+toch een oogenblik fronste, naar het verblijf der equipage.
+
+</p>
+<p>Intusschen was de boot het achterschip omgevaren alwaar de naam <i>Waldeck</i> op den spiegel te lezen stond.
+
+</p>
+<p><i>Waldeck</i><a id="d0e642"></a><span class="corr" title="Bron: ">,</span> maar geen naam van de haven waar het schip te huis behoorde. Doch aan de vormen van den romp, aan zekere bijzonderheden die
+een zeeman dadelijk in &#8217;t oog vallen, had kapitein Hull herkend dat het vaartuig van Amerikaanschen bouw was. De naam bevestigde
+dat trouwens. En nu was er van die groote brik van vijfhonderd ton niets meer overgeschoten dan de romp.
+
+</p>
+<p>Een groot gat in den boeg van de <i>Waldeck</i> wees de plaats aan waar de schok had plaats gehad. Tengevolge van het op zij vallen van den romp, bevond die opening zich
+toen op vijf of zes voet boven het water,&#8212;&#8217;t geen verklaarde waarom de brik nog niet gezonken was.
+
+</p>
+<p>Op het dek dat kapitein Hull in al zijn uitgestrektheid overzag, was niemand.
+
+</p>
+<p>De hond, die nu de verschansing verlaten had, liet zich nu naar het grootluik glijden dat open was en blafte nu eens naar
+binnen, dan weder naar buiten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat dier is stellig niet alleen aan boord!&#8221; merkte Dick Sand aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat geloof ik ook niet!&#8221; antwoordde kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>De boot voer nu langs de verschansing aan bakboordszij, die half onder water lag. Ware de deining maar iets sterker geweest,
+dan zou de <i>Waldeck</i> binnen eenige oogenblikken gezonken zijn.
+
+</p>
+<p>Het dek der brik was van het eene eind naar &#8217;t andere schoongeveegd. Er bleef niets anders over dan de stompen van den grooten
+mast en den fokkemast, die beiden op twee voet boven de vissing waren afgebroken en zeker bij den schok gevallen waren, hoofdtouwen,
+stagen en loopend want medeslepende. Evenwel waren, zoover het oog reikte, geen overblijfselen in den omtrek van de <i>Waldeck</i> te bespeuren,&#8212;&#8217;t geen wel scheen aan te duiden dat het ongeluk reeds voor eenige dagen had plaats gehad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als soms eenige schipbreukelingen <a id="d0e670"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e670">12</a>]</span>de botsing overleefd hebben,&#8221; zei kapitein Hull, &#8220;zullen ze wel van dorst en honger bezweken zijn, want het water heeft de
+kombuis moeten bereiken. Er kunnen niets anders dan lijken meer aan boord zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen!&#8221; riep Dick Sand uit, &#8220;neen, dan zou de hond zoo niet blaffen! Er zijn levende wezens!&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik liet het dier op den roep van den leerling zich in zee glijden en zwom met moeite naar de boot, want hij
+scheen uitgeput.
+
+</p>
+<p>Men nam hem op en hij wierp zich gretig, niet op een stuk brood dat Dick Sand hem dadelijk voorhield, maar op een tobbe die
+een weinig zoet water bevatte.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Arme dier sterft van dorst!&#8221; riep Dick Sand uit.
+
+</p>
+<p>De boot zocht toen een gunstige plaats op om de <i>Waldeck</i> gemakkelijker langzij te kunnen komen en verwijderde zich met dit doel eenige vademen. De hond moest blijkbaar denken dat
+zijn redders niet aan boord wilden gaan; want hij pakte Dick Sand bij zijn baaitje terwijl zijn klagend geblaf met nieuwe
+kracht weer begon.
+
+</p>
+<p>Men begreep hem. Zijn gebaren, zijn taal waren even duidelijk als de taal van een mensch. De boot naderde dadelijk den kraanbalk
+aan bakboord. Daar legden de twee matrozen haar stevig vast, terwijl kapitein Hull en Dick Sand den voet op dek enterden tegelijk
+met den hond en zich niet zonder moeite naar het luik tusschen de twee maststompen in de hoogte werkten.
+
+</p>
+<p>Beiden lieten zich door dit luik in het ruim zakken.
+
+</p>
+<p>Het ruim van de <i>Waldeck</i>, half vol water, bevatte geen lading. De brik had slechts ballast in,&#8212;een ballast van zand dat over bakboord geslagen was
+en het schip op zijde hield. Aan dezen kant viel er dus niets te redden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niemand hier!&#8221; zei kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niemand,&#8221; antwoordde de leerling, na zich naar het voorste gedeelte van het ruim begeven te hebben.
+
+</p>
+<p>Maar de hond, die op het dek was, bleef altijd blaffen en scheen nog dringender de aandacht van den kapitein op zich te willen
+vestigen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat ons weer naar boven gaan,&#8221; zei kapitein Hull tot den leerling.
+
+</p>
+<p>Beiden verschenen weder aan dek.
+
+</p>
+<p>De hond liep op hen toe en trachtte hen naar de dekhut mee te voeren.
+
+</p>
+<p>Zij volgden hem.
+
+</p>
+<p>Daar lagen vijf lichamen,&#8212;vijf lijken zeker,&#8212;op den vloer uitgestrekt.
+
+</p>
+<p>Bij het daglicht dat door den koekoek naar binnen stroomde, herkende kapitein de lijken van vijf negers.
+
+</p>
+<p>Dick Sand, die van het eene lijk naar het andere liep, meende op te merken dat de ongelukkigen nog ademhaalden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar boord, naar boord!&#8221; riep kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>De twee matrozen, die de boot bewaakten, werden nu geroepen en hielpen hen de schipbreukelingen uit de dekhut te brengen.
+
+</p>
+<p>Dit geschiedde niet zonder moeite; maar na een paar minuten waren toch de vijf zwarten in de boot overgebracht, zonder dat
+een hunner slechts het geringste teeken van bewustzijn gaf. Eenige druppels van een hartsterkend middel, daarna een weinig
+koud water, voorzichtig toegediend, kon hen misschien in het leven terugroepen.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> bleef tot op een halve kabellengte van het wrak af, zoodat de boot het schip weldra bereikt had.
+
+</p>
+<p>Dadelijk werd er een gording van de groote ra afgehaakt waaraan de negers een voor een opgeheschen en op het dek van den <i>Pelgrim</i> neergevlijd werden.
+
+</p>
+<p>De hond had hen vergezeld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die ongelukkigen!&#8221; riep Mevr. Weldon uit, bij het zien van die arme menschen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze leven, mevrouw Weldon! We zullen hen redden! Ja, we zullen ze redden!&#8221; riep Dick Sand uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is er toch met hen gebeurd?&#8221; vroeg neef Benedictus.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wacht totdat ze kunnen spreken,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;en ze zullen ons hun geschiedenis vertellen. Maar laten we hun
+dadelijk wat water geven, waarbij we een druppel of wat rum zullen voegen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Negoro!&#8221; riep hij toen.
+
+</p>
+<p>Bij het hooren van dien naam richtte de hond zich op, met opgeheven kop en geopenden muil.
+
+</p>
+<p>Intusschen kwam de kok niet te voorschijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Negoro!&#8221; riep kapitein Hull nogmaals.
+<a id="d0e748"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e748">13</a>]</span></p>
+<p>Wederom gaf de hond teekenen eener buitengewone woede.
+
+</p>
+<p>Negoro verliet de kombuis.
+
+</p>
+<p>Nauwelijks had hij zich op het dek vertoond of de hond vloog op hem aan en wilde hem naar de keel springen.
+
+</p>
+<p>De kok echter had zich met een pook gewapend en sloeg daarmede het dier terug dat door eenige matrozen in bedwang werd gehouden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ken je dien hond?&#8221; vroeg kapitein Hull den kok.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik!&#8221; antwoordde Negoro, &#8220;&#8217;k heb hem nooit gezien!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is iets vreemds!&#8221; mompelde Dick Sand.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e763"></a></p>
+<h2 class="label">Vierde hoofdstuk.</h2>
+<h2>De overlevenden van de &#8220;Waldeck&#8221;.</h2>
+<p>Nog altijd wordt de slavenhandel in tropisch Afrika op groote schaal gedreven. Inweerwil van Engelsche en Fransche kruisers,
+steken elk jaar een menigte schepen van de kusten van Angola of Mozambique af om negers naar verschillende streken der wereld
+over te brengen en dat nog wel van de beschaafde wereld.
+
+</p>
+<p>Ook aan kapitein Hull was dit natuurlijk niet onbekend.
+
+</p>
+<p>Alhoewel deze streken gewoonlijk niet door slavenschepen bezocht werden, vroeg hij zich af of de negers die hij gered had
+niet de overlevenden waren van een lading slaven, die de <i>Waldeck</i> in een kolonie van de Stille Zuidzee ging verkoopen. Hoe dit zij, was dit zoo, dan werden deze zwarten weder vrij, zoodra
+zij den voet aan boord gezet hadden en dat wenschte hij hun dadelijk te zeggen.
+
+</p>
+<p>Intusschen had men de grootste zorg aan de schipbreukelingen van de <i>Waldeck</i> besteed. Mevr. Weldon, bijgestaan door Nan en Dick Sand, had hen wat van dit heerlijk koele water toegediend, dat zij zeker
+sedert eenige dagen niet genoten hadden, en dit, met eenig voedsel, was voldoende om hen in &#8217;t leven terug te roepen.
+
+</p>
+<p>De oudste dezer negers,&#8212;hij kon misschien een zestig jaar oud zijn,&#8212;was weldra in staat iets te zeggen en in het Engelsch
+de tot hem gerichte vragen beantwoorden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het schip waarop ge u bevondt, is zeker aangezeild?&#8221; vroeg kapitein Hull dadelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde de oude neger. &#8220;Tien dagen geleden is ons schip in een donkeren nacht aangevaren. We sliepen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar wat is er van de bemanning van de <i>Waldeck</i> geworden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij was er reeds niet meer, toen ik met mijn kameraden aan het dek kwam.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar kon de equipage dan niet aan boord van het schip overspringen, dat tegen de <i>Waldeck</i> aanliep?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Kan wezen en we willen het hopen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En is dat schip na den schok niet teruggekomen om je op te nemen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is het dan zelf gezonken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is niet gezonken,&#8221; antwoordde de oude neger, het hoofd schuddende, <a id="d0e810"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>want we hebben het in den donkeren nacht zich nog even kunnen zien verwijderen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Men zal dit feit, dat door al de overlevenden van de <i>Waldeck</i> bevestigd werd, misschien ongeloofelijk vinden en het is toch maar al te waar dat kapiteins, na de een of andere vreeselijke
+aanvaring, door hun onvoorzichtigheid veroorzaakt, dikwijls de vlucht genomen hebben zonder zich om de ongelukkigen te bekommeren
+die zij in &#8217;t verderf gestort hebben, zonder te trachten hun hulp te verleenen.
+
+</p>
+<p>Dat koetsiers dit doen en aan anderen op den openbaren weg de zorg overlaten, het ongeluk dat zij veroorzaakt hebben, te herstellen,
+dit moet voorzeker reeds ten strengste afgekeurd worden, ofschoon hun slachtoffers in een dergelijk geval toch altijd verzekerd
+zijn onmiddellijke hulp te verkrijgen. Maar dat men op zee elkander aan zijn lot overlaat, dat is ongeloofelijk, dat is schande!
+
+</p>
+<p>En toch kende kapitein Hull verscheiden voorbeelden eener dergelijke onmenschelijkheid en hij moest het meermalen aan Mevr.
+Weldon verzekeren dat zulke feiten, hoe monsterachtig ook, ongelukkig niet tot de zeldzaamheden behooren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vanwaar kwam de <i>Waldeck?&#8221;</i> hernam hij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van Melbourne.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ben jelui dan geen slaven?&#8221;
+<a id="d0e831"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e831">14</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Neen, mijnheer!&#8221; antwoordde snel de oude zwarte, die zich in zijn gansche lengte oprichtte. &#8220;We zijn onderdanen van den Staat
+van Pensylvani&euml; en burgers van het vrije Amerika!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn vrienden,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;vreest niet dat je vrijheid in gevaar verkeert door aan boord van den <i>Pelgrim</i> te zijn overgegaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Werkelijk behoorden de vijf negers van de <i>Waldeck</i> thuis in den staat van Pensylvani&euml;. De oudste, op den leeftijd van zes jaar in Afrika verkocht, daarna naar de Vereenigde
+Staten overgebracht, was reeds sedert verscheidene jaren vrij verklaard. Wat zijn metgezellen aangaat, die veel jonger dan
+hij, zonen en slaven waren, v&oacute;&oacute;r hun geboorte vrij gemaakt, zij waren vrij geboren en geen blanke had ooit een eigendomsrecht
+op hen gehad. Zij spraken zelfs niet in de negertaal, waarin men het lidwoord niet gebruikt en slechts den infinitief der
+werkwoorden kent,&#8212;een taal die trouwens sedert den slavenoorlog allengs in onbruik geraakt is. Deze zwarten hadden dus eigenmachtig
+de Vereenigde Staten verlaten en keerden er eigenmachtig terug.
+
+</p>
+<p>Zij deelden kapitein Hull verder mede dat zij zich als werklieden verhuurd hadden bij een Engelschman, die een uitgestrekt
+goed ter bebouwing bij Melbourne in zuidelijk Australi&euml; bezat. Daar hadden zij drie jaren doorgebracht en goede zaken gemaakt,
+waarna zij na ge&euml;indigd huurcontract, naar Amerika hadden willen terugkeeren.
+
+</p>
+<p>Zij hadden zich dus op de <i>Waldeck</i> ingescheept en hun overtocht als gewone passagiers betaald. Den 5den December verlieten zij Melbourne, toen zeventien dagen
+later de <i>Waldeck</i> in een zeer duisteren nacht door een groote stoomboot was aangevaren geworden.
+
+</p>
+<p>De zwarten lagen in hun kooi. Eenige seconden na de botsing die vreeselijk was, vlogen zij naar het dek.
+
+</p>
+<p>Reeds lagen de masten overboord en lag de <i>Waldeck</i> op zij; maar zij zou niet zinken, daar er niet genoeg water in het ruim was gedrongen.
+
+</p>
+<p>Wat den kapitein en de bemanning van de <i>Waldeck</i> aangaat, allen waren verdwenen, hetzij dat eenigen overboord geslagen waren, hetzij dat de anderen zich aan het touwwerk
+van het aanstoomende schip hadden vastgeklampt.
+
+</p>
+<p>De vijf zwarten waren alleen aan boord overgebleven, op een half omgeslagen romp, op twaalfhonderd mijlen van eenig land verwijderd.
+
+</p>
+<p>De oudste dezer negers heette Tom. Zijn leeftijd, zoowel als zijn energiek karakter en zijn ondervinding, die gedurende een
+lang, arbeidzaam leven dikwijls op de proef gesteld waren, maakten hem tot het natuurlijke hoofd der metgezellen die zich
+met hem verhuurd hadden.
+
+</p>
+<p>De andere zwarten waren jonge menschen van vijf-en-twintig &agrave; dertig jaren, die den naam droegen van Bat<a id="d0e872src" href="#d0e872" class="noteref">1</a> zoon van den ouden Tom, Austin, Act&eacute;on en Hercules, allen flinke, krachtig gebouwde menschen, die op de markten van Midden-Afrika
+duur verkocht zouden zijn. Alhoewel zij verschrikkelijk geleden hadden, kon men gemakkelijk prachtige typen in hen herkennen
+van dat sterke ras, waarop een vrijzinnige opvoeding, in de talrijke scholen van Noord-Amerika, reeds haar stempel gedrukt
+had.
+
+</p>
+<p>Tom en zijn makkers waren dus na de aanvaring alleen op de <i>Waldeck</i> overgebleven, zonder eenig middel om den levenloozen klomp te lichten, daar de beide booten aan boord bij het aanvaren verbrijzeld
+waren. Er schoot hun niets anders over dan geduldig een schip af te wachten, terwijl het wrak door de werking der stroomen
+langzamerhand afdreef. Deze werking verklaarde waarom men het zoover buiten den gewonen koers had aangetroffen, want de <i>Waldeck</i>, die van Melbourne vertrokken was, zou zich op veel lager breedte hebben moeten bevinden.
+
+</p>
+<p>Gedurende de tien dagen die verliepen tusschen de aanvaring en het oogenblik waarop de <i>Pelgrim</i> in het gezicht van het verongelukte vaartuig kwam, hadden de vijf zwarten zich gevoed met de weinige spijzen die zij in de
+bakskist hadden kunnen vinden. Maar daar zij niet in de bottelarij konden doordringen, die geheel overstroomd was, hadden
+zij niet het minste geestrijke vocht kunnen machtig worden om hun dorst te lesschen; zij hadden dus bitter geleden, daar de
+op het dek vastgesjorde watervaten door den schok de bodem <a id="d0e888"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e888">15</a>]</span>was ingeslagen. Sedert den vorigen dag hadden Tom en zijn makkers, door den dorst gekweld, hun bewustzijn verloren en het
+was tijd dat de <i>Pelgrim</i> hun te hulp kwam.
+
+</p>
+<p>Dit was het eenvoudig verhaal van Tom aan kapitein Hull. Men had geen reden om aan de waarheidsliefde van den ouden neger
+te twijfelen. Zijn kameraden bevestigden alles wat hij verteld had en bovendien pleitten de feiten voor de arme menschen.
+
+</p>
+<p>Een ander levend wezen dat op het wrak gered was, zou ongetwijfeld met dezelfde openhartigheid gesproken hebben,&#8212;indien hij
+de gaaf van spreken bezeten had.
+
+</p>
+<p>Het was de hond, dien het zien van Negoro op zulk een onaangename Wijze scheen aan te doen. Er was hier werkelijk een onverklaarbare
+antipathie in het spel.
+
+</p>
+<p>Dingo,&#8212;dit was de naam van den hond,&#8212;behoorde tot het ras van bulhonden, wier oorsprong op Nieuw-Holland wordt gevonden. Niet
+in Australi&euml; evenwel, had de kapitein van de <i>Waldeck</i> hem opgedaan. Twee jaren vroeger had men Dingo, half dood van den honger, zwervende ontmoet op het westelijk strand van de
+kust van Afrika, in den omtrek van de monding der Congo-rivier. De kapitein van de <i>Waldeck</i> had het schoone dier opgenomen, dat, niet zeer gezellig, altijd een ouden meester scheen te betreuren, van wien hij met geweld
+gescheiden was en dien men in die woeste landstreek onmogelijk had kunnen opsporen.&#8212;S. V.,&#8212;deze twee letters, op zijn halsband
+gegraveerd, was alles wat dit dier aan een verleden bond, welks geheim men tevergeefs gezocht had.
+
+</p>
+<p>Dingo, een prachtig, sterk dier, grooter dan de honden der Pyrene&euml;n, was dus een fraai specimen van het ras der bulhonden
+van Nieuw-Holland. Als hij overeind ging staan en zijn kop naar achteren wierp, kwam hij in grootte met die van een mensch
+overeen.
+
+</p>
+<p>Zijn vlugheid, zijn spierkracht maakten er een van die dieren van die zonder aarzelen jaguars of panters aanvallen en een
+beer durven staan. Dicht van haar, met een langen, dikken en rechten staart als de staart van een leeuw, donker vaal van kleur,
+had Dingo alleen aan zijn snuit eenige plekken van een witachtige tint. Dit dier kon in een vlaag van kwaadheid geducht worden
+en men kan licht begrijpen dat Negoro volstrekt niet ingenomen was met het onthaal van dit krachtig staaltje dezer hondennatuur.
+
+</p>
+<p>Mocht Dingo nu echter niet gezellig zijn, ondeugend was hij niet. Hij scheen eer treurig te zijn. De oude Tom had aan boord
+van de <i>Waldeck</i> opgemerkt dat hij niet bijzonder op de zwarten gesteld was. Hij zou hen juist geen kwaad gedaan hebben, maar stellig ontweek
+hij hen. Misschien had hij op de Afrikaansche kust waar hij rondzwierf, eenige slechte behandeling van den kant der inboorlingen
+ondervonden. En hoewel Tom en zijn metgezellen werkelijk brave menschen waren, had Dingo zich nooit tot hen getrokken gevoeld.
+Gedurende de tien dagen dat de schipbreukelingen op de <i>Waldeck</i> hadden doorgebracht, had hij zich afgezonderd en zich gevoed zonder dat iemand wist hoe, maar ook hij had bitteren dorst
+geleden.
+
+</p>
+<p>Dat waren dus de overlevenden van het wrak, hetwelk de eerste hevige golfslag zou onderdompelen. Het zou ongetwijfeld slechts
+lijken naar de diepte medegevoerd hebben, indien de onverwachte aankomst van den <i>Pelgrim</i>, zelf door tegenwind en windstilte opgehouden, kapitein Hull niet in de gelegenheid had gesteld een menschlievende daad te
+verrichten.
+
+</p>
+<p>Door de schipbreukelingen van de <i>Waldeck</i> die hun spaarpenningen van drie jaren arbeid in deze schipbreuk verloren hadden, naar hun vaderland terug te brengen, zou
+dit goede werk voltooid worden. Dit zou nu geschieden. De <i>Pelgrim</i> zou, na te Valparaiso gelost te hebben, den Amerikaanschen wal houden tot op de hoogte van Californi&euml;. Daar zouden Tom en
+zijn kameraden door James W. Weldon goed ontvangen worden,&#8212;en zij zouden voorzien worden van alles wat zij noodig hadden om
+den Staat van Pensylvani&euml; te bereiken.
+
+</p>
+<p>De brave menschen, verzekerd van hun aankomst, waren met innige dankbaarheid jegens Mevr. Weldon en kapitein Hull bezield.
+Voorzeker waren zij hun veel verschuldigd, en, hoewel zij slechts arme negers waren, wanhoopten zij niet deze schuld van dankbaarheid
+eenmaal af te doen.
+
+
+
+<a id="d0e934"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e934">16</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e872" href="#d0e872src" class="noteref">1</a></span> Verkorting van Bartholomeus.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e935"></a></p>
+<h2 class="label">Vijfde hoofdstuk.</h2>
+<h2>S.V.</h2>
+<p>Intusschen had de <i>Pelgrim</i> zijn reis hervat en getracht zooveel mogelijk oost te houden. Die betreurenswaardige aanhoudende windstilten gaven kapitein
+Hull vrij veel zorg, niet omdat hij zich ongerust maakte over een paar weken vertraging op een reis van Nieuw-Zeeland naar
+Valparaiso, maar wegens de groote vermoeienis die deze vertraging voor zijn passagiers zou hebben.
+
+</p>
+<p>Evenwel beklaagde Mevr. Weldon zich niet en verdroeg het onaangename van haren toestand zeer geduldig.
+
+</p>
+<p>Dien zelfden dag, den 2n Februari, &#8217;s avonds, geraakte het wrak uit het gezicht.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull zorgde in de eerste plaats om Tom en zijn makkers zoo goed mogelijk te logeeren. Het verblijf van de bemanning
+dat uit een hut op het dek bestond, zou te klein geweest zijn om ze te bevatten. Men nam dus de noodige schikkingen om hun
+een verblijf onder den bak te bezorgen. Trouwens waren deze brave menschen, aan harden arbeid gewoon, met weinig tevreden
+en met het schoone, warme en heilzame weder zou dit verblijf hun gedurende den geheelen overtocht ook voldoende zijn.
+
+</p>
+<p>Het leven aan boord dat door dit voorval een oogenblik uit zijn eentonigheid gewekt was, hernam zijn gewonen loop.
+
+</p>
+<p>Tom, Austin, Bat, Act&eacute;on, Hercules zouden gaarne de handen uit de mouw gestoken en zich verdienstelijk gemaakt hebben, maar
+met de vaste winden, was er, nadat de zeilen eenmaal gesteld waren, niets te doen. Wanneer men evenwel moest wenden, dan beijverden
+zich de oude neger en zijn kameraden om de equipage bij te staan en dat is zeker dat, als de kolossale Hercules een handje
+meehielp, men &#8217;t goed kon merken. Die krachtige neger, zes voet lang, verrichtte alleen het werk van den takel!
+
+</p>
+<p>Wat was het een pret voor den kleinen Jack, als hij den reus in &#8217;t gezicht kreeg! Hij was volstrekt niet bang voor hem en
+als Hercules hem in zijn armen deed opspringen alsof hij slechts een kleine jongen van kurk geweest was, dan waren het vreugdekreten
+die geen einde namen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Licht me eens zoo hoog als je kunt,&#8221; zei kleine Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar, mijnheer Jack,&#8221; antwoordde Hercules.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ben ik niet zwaar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Voel je niet eens.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toe dan nog hooger! Zoo hoog als je arm reikt!&#8221;
+
+</p>
+<p>Hercules hield dan de kleine voeten van het kind in zijn groote hand en liep met hem in de rondte als een kunstenmaker in
+een circus. Jack was dan in eens groot, heel groot geworden, wat hem ontzaglijk veel pleizier deed. Zelfs deed hij zijn best
+om zich zoo zwaar mogelijk te houden, hetgeen de reus niet eens opmerkte.
+
+</p>
+<p>Dick Sand en Hercules waren dus twee vrienden van den kleinen Jack. Weldra maakte hij zich een derden vriend.
+
+</p>
+<p>Dit was Dingo.
+
+</p>
+<p>Wij zeiden reeds dat Dingo geen zeer gezellige hond was. Dat kwam misschien ook veel omdat het gezelschap aan boord van de
+<i>Waldeck</i> hem niet bijzonder beviel. Met dat van den <i>Pelgrim</i> was het een heel andere zaak. Jack wist waarschijnlijk het hart van het schoone dier te treffen. Dit kreeg al spoedig pleizier
+om met den kleinen jongen te spelen, wien dit spelen zeer beviel. Men zag gauw dat Dingo een van die honden was die veel van
+kinderen houden. Nu deed Jack het dier nooit kwaad. Zijn grootste plezier was om Dingo de rol van een vluggen harddraver te
+laten spelen, en wij mogen vrij aannemen dat een harddraver dezer soort te verkiezen is boven een viervoetig dier van bordpapier,
+al heeft dit rolletjes onder de pooten. Jack galoppeerde dus, op den rug van den hond gezeten, die het gaarne toeliet en inderdaad
+woog Jack voor hem niet meer dan de helft van een jockey voor een renpaard.
+
+</p>
+<p>Maar wat een bres elken dag in den voorraad suiker der kombuis!
+
+</p>
+<p>Dingo werd weldra de lieveling van de geheele bemanning. Negoro alleen bleef elke ontmoeting met het dier vermijden, welks
+antipathie tegen hem even onverklaarbaar bleef.
+
+</p>
+<p>Daarom had kleine Jack om Dingo zijn vriend van vroeger, Dick Sand, <a id="d0e987"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e987">17</a>]</span>niet verzuimd. Al den tijd buiten zijn diensten aan boord, bracht de kweekeling met den kleinen jongen door.
+
+</p>
+<p>Dat Mevr. Weldon die vertrouwelijkheid zeer gaarne zag, kan men zich licht voorstellen.
+
+</p>
+<p>Eens, den 6n Februari, sprak zij over Dick Sand met kapitein Hull, die den jongen zeer prees.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die jongen,&#8221; zei hij tot mevr. Weldon, &#8220;zal eens een flink zeeman zijn, dat verzeker ik u! Hij heeft wezenlijk het instinct
+van de zee, en door dat instinct vult hij aan wat hem natuurlijk nog ontbreekt aan de theoretische zaken van het vak. Wat
+hij reeds weet is verwonderlijk, als men bedenkt hoe weinig tijd hij gehad heeft om het te leeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;U moogt er nog wel bijvoegen,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;dat het ook een beste jongen is, die, zoolang we hem nu kennen,
+geen berisping verdiend heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, &#8217;t is een goede jongen,&#8221; hernam kapitein Hull, &#8220;met recht bemind en geacht door iedereen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als deze kampanje ge&euml;indigd is,&#8221; zei Mevr. Weldon, &#8220;weet ik dat mijn man van plan is hem les in de hydrographie te laten
+nemen, om hem later een brevet van kapitein te doen verkrijgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Weldon heeft gelijk,&#8221; antwoordde kapitein Hull. &#8220;Dick Sand zal eens de Amerikaansche marine eer aandoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die arme wees is het leven treurig begonnen!&#8221; merkte Mevr. Weldon op. &#8220;Hij is in een harde leerschool geweest!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ongetwijfeld, mevrouw Weldon, maar die lessen zijn voor hem niet verloren gegaan. Hij heeft begrepen dat hij zich zelven
+moet helpen in deze wereld en hij is op het rechte pad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarvan hij niet zal afwijken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zie eens, mevrouw,&#8221; hernam kapitein Hull, &#8220;hoe de jongen daar aan het roer staat, het oog op den fokkehals gevestigd. Geen
+verstrooidheid van den jongen, dus ook geen gieren van het schip! Dick Sand heeft nu reeds de vastheid van een ouden roerganger!
+Een goed begin voor een zeeman! Ons vak, mevrouw, moet reeds als kind geleerd worden. Wie geen scheepsjongen is geweest, zal
+nooit een volleerd zeeman worden, althans bij de koopvaardij. Alles moet geleerd worden, en, bijgevolg moet alles instinctmatig
+en te gelijk beredeneerd bij den zeeman gaan,&#8212;het nemen van een besluit zoowel als het uitvoeren van een manoeuvre.
+
+</p>
+<p>&#8220;En toch, kapitein Hull,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;zijn er ook in de oorlogsmarine goede officieren in menigte.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;maar de besten zijn bijna allen als kind bij het vak gekomen, en, om van Nelson en eenige
+anderen niet te spreken, zijn de slechtsten niet zij die als scheepsjongens begonnen zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik zag men neef Benedictus voor den dag komen, altijd in zich zelven gekeerd en evenmin met zijn gedachten op
+deze wereld als de profeet Elias het zal zijn als hij eenmaal op de aarde terugkomt.
+
+</p>
+<p>Neef Benedictus liep op en neer op het dek als een ziel in nood, terwijl hij de reten in de verschansing doorsnuffelde, onder
+de kippenhokken keek en zijn hand tusschen de naden van het dek stak op plaatsen waar het pek verdwenen was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, neef Benedict,&#8221; vroeg Mevr. Weldon, &#8220;blijf je altijd wel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja.... nicht Weldon.... &#8217;k ben wel gezond.... maar &#8217;k verlang zeer aan land te komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zoekt u toch onder die bank, mijnheer Benedict?&#8221; vroeg kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Insecten, mijnheer!&#8221; hernam neef Benedictus. &#8220;Wat wil je dat &#8217;k anders zoek dan insecten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Insecten! U zult het u moeten getroosten dat u op zee uw verzameling niet verrijken zult!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waarom niet, mijnheer? &#8217;t Is immers niet onmogelijk aan boord een of ander soort van....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neef Benedict,&#8221; zei Mevr. Weldon, &#8220;geef kapitein Hull gerust de schuld! Zijn schip wordt zoo zindelijk gehouden, dat je platzak
+van je jacht zult terugkomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull begon te lachen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mevrouw Weldon overdrijft,&#8221; antwoordde hij. &#8220;Maar toch geloof ik, mijnheer Benedict, dat u je tijd met snuffelen in onze
+kooien verliezen zoudt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Weet het!&#8221; riep neef Benedictus uit, de schouders ophalend, &#8220;&#8217;k Mag <a id="d0e1039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1039">18</a>]</span>doen wat ik wil!....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar in &#8217;t ruim van den <i>Pelgrim</i>,&#8221; hernam kapitein Hull, &#8220;zult u misschien eenige kakkerlakken vinden, die evenwel niet veel bijzonders als insecten opleveren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet veel bijzonders, die nachtelijke, zesvleugelige insecten die zich de verwenschingen van Virgilius en Horatius op den
+hals gehaaid hebben!&#8221; hernam neef Benedictus, zich daarbij in zijn geheele lengte oprichtend. &#8220;Niet veel bijzonders, die naaste
+bloedverwanten van de &#8216;periplaneta orientalis&#8217; en van den Amerikaanschen kakkerlak, die de schepen bewonen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verpesten....&#8221; zei kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan boord regeeren....&#8221; hernam neef Benedictus fier.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een liefelijke regeering!....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is u geen entomoloog, mijnheer?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, gelukkig!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, neef Benedict,&#8221; zei Mevr. Weldon glimlachend, &#8220;verlang nu niet dat we uit liefde voor de wetenschap verslonden worden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Wensch niets anders, nicht Weldon,&#8221; antwoordde de driftige entomoloog, &#8220;dan mijn verzameling met het een of ander zeldzaam
+exemplaar te verrijken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ben je dan niet tevreden met je aanwinst op Nieuw-Zeeland?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker, nicht Weldon, &#8217;k Ben zoo gelukkig geweest een van die nieuwe staphylini machtig te worden, die tot nog toe slechts
+eenige honderden mijlen verder, in Nieuw-Caledoni&euml;, gevonden werden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik kwam Dingo, die met Jack speelde, al springende, wat dicht bij neef Benedictus.
+
+</p>
+<p>&#8220;Voort! voort!&#8221; zei deze, het dier wegduwende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Veel ophebben met kakkerlakken en een hekel hebben aan honden!&#8221; riep kapitein Hull uit. &#8220;Hoe is &#8217;t mogelijk, mijnheer Benedict!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een goede hond toch!&#8221; zei kleine Jack, die den grooten kop van Dingo in zijn handjes nam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja, &#8217;k heb niets tegen den hond!...&#8221; antwoordde neef Benedictus. Maar dit zal &#8217;k je zeggen. Dat drommelsche dier heeft
+de hoop teleurgesteld, die &#8217;k bij zijn eerste ontmoeting had.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, lieve Hemel!&#8221; riep Mevr. Weldon uit, &#8220;had je dan gehoopt hem te kunnen rangschikken in de orde der tweevleugeligen
+of in die der vliesvleugeligen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen,&#8221; antwoordde neef Benedictus ernstig. &#8220;Maar is die Dingo, die van Nieuw-Zeelandsch ras is, niet gevonden op de westkust
+van Afrika?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is ongetwijfeld zoo,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;en Tom heeft het den kapitein van de <i>Waldeck</i> dikwijls hooren zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, &#8217;k had gedacht.... &#8217;k had gehoopt.... dat die hond misschien eenige vlooien van een bijzonder ras, eigenaardig aan
+de Afrikaansche fauna, zou hebben meegebracht....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Groote goedheid!&#8221; riep Mevr. Weldon uit.&#8217;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dat misschien....&#8221; ging neef Benedictus verder, &#8220;de een of andere culex penetrans of irritans.... van een nieuwe soort....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoor je, Dingo?&#8221; zei kapitein Hull. &#8220;Hoor je, mijn hond? je hebt volstrekt je plicht niet gedaan!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar &#8217;k ben een uur bezig geweest met hem te vlooien....&#8221; voegde de entomoloog op spijtigen toon er bij, &#8220;&#8217;k heb geen enkel
+insect kunnen vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dat zoudt u toch zeker wel onmiddellijk en meedoogenloos ter dood gebracht hebben, hoop ik!&#8221; riep kapitein Hull uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer.&#8221; antwoordde neef Benedictus droogjes, &#8220;weet dat Sir John Franklin zich angstvallig wachtte het geringste insect
+te dooden, al was het een Amerikaansche muskiet, wier beten heel wat geduchter zijn dan die van de vloo, en toch zult u me
+toestemmen dat Sir John Franklin een zeeman was zooals er weinige gevonden worden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal waar zijn!&#8221; zei kapitein Hull, even buigend.
+
+</p>
+<p>&#8220;En eens, toen hij vreeselijk gehavend werd door een tweevleugelig insect, tot de orde der diptera behoorende, (muggen, muskieten,
+vliegen), blies hij het weg, zeggende: Ga heen! De wereld is groot genoeg voor u en voor mij!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, wel!&#8221; zei kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja mijnheer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, mijnheer Benedict,&#8221; hernam kapitein Hull, &#8220;een ander, lang voor Sir John Franklin, heeft dit al gezegd!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een ander!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja en die andere is oom Tobias.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een entomoloog?&#8221; vroeg neef Benedictus <a id="d0e1115"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1115">19</a>]</span>levendig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! Oom Tobias van Sterne, en die waardige man heeft juist dezelfde woorden gesproken toen hij een muskiet liet vliegen
+die hem kwelde: &#8216;Ga, arme duivel,&#8217; zei hij, &#8216;de wereld is groot genoeg om jou en mij te bevatten!&#8217;<a id="d0e1119"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Een braaf mensch die oom Tobias!&#8221; antwoordde neef Benedictus. &#8220;Is hij dood?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat geloof ik wel,&#8221; hernam kapitein Hull ernstig, &#8220;want hij heeft nooit bestaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Allen lachten, terwijl zij neef Benedictus aankeken.
+
+</p>
+<p>Onder dergelijke en vele andere gesprekken, die zoodra neef Benedictus er deel aan nam, altijd over een of ander punt der
+entomologische wetenschap liepen, vervlogen de lange uren dezer langdurige zeereis. Met een altijd schoone zee, maar met winden
+die de schoenerbrik verplichtten zoo dicht mogelijk bij den wind te houden. De <i>Pelgrim</i> kon bij de zwakke bries niet spoedig het oosten halen en meer dan ooit verlangde hij die streken te bereiken, waar de wind
+hem gunstiger zoude zijn.
+
+</p>
+<p>Wij mogen vooral niet verzwijgen dat neef Benedictus getracht had den jeugdigen leerling in de verborgenheden der entomologie
+in te wijden. Maar Dick Sand had niet de minste neiging voor de beoefening dezer wetenschappen beloond. Uit gebrek aan beter,
+had de geleerde zich nu tot de negers gewend, die er niets van begrepen. Tom, Act&eacute;on, Bat en Austin waren zelfs de lessen
+ontloopen en de professor had zijn toevlucht genomen tot Hercules, die hem voorkwam wel eenigen aanleg te hebben voor natuurlijke
+historie.
+
+</p>
+<p>De reusachtige neger leefde dus in de wereld der torren, vleeschetende dieren, jagers, kanonniers, doodgravers, aardkevers,
+sylfen, aardtorren, schallebijters, koorwormen, onze-Lieve-Vrouwen-beestjes, terwijl hij de gansche verzameling van neef Benedictus
+bestudeerde, niet zonder dat deze duizend angsten uitstond, als hij die teere voorwerpen zag tusschen de dikke vingers van
+Hercules, die zoo hard en sterk waren als een schroef. Maar de kolossale leerling hoorde zoo gedwee de lessen van den professor
+aan, dat het wel waard was iets te wagen.
+
+</p>
+<p>Terwijl neef Benedictus zich op deze wijze bezighield, liet mevr. Weldon den kleinen Jack ook niet onledig. Ze leerde hem
+lezen en schrijven. Wat het rekenen betreft, was het zijn vriend Dick Sand die er hem de eerste beginselen van inprentte.
+
+</p>
+<p>Op den leeftijd van vijf jaar, dus nog als klein kind, leert men misschien beter door praktische spelen dan door theoretische
+lessen, die natuurlijk altijd wat zwaar zijn.
+
+</p>
+<p>Jack leerde lezen, niet in een A.B.C.-boek. maar door middel van beweegbare letters, die in &#8217;t rood op vierkante stukjes hout
+gedrukt waren; hij vermaakte zich met deze op die wijze te rangschikken dat er woorden van gevormd werden. Somtijds nam Mevr.
+Weldon deze blokjes hout en stelde een woord samen; daarna rommelde zij ze door elkander en moest Jack ze dan weer in orde
+brengen.
+
+</p>
+<p>De kleine jongen vond het zeer prettig op deze wijze lezen te leeren. Iederen dag besteedde hij eenige uren, nu eens in de
+kajuit dan op het dek, aan het rangschikken en weer in de war brengen van zijn alphabet.
+
+</p>
+<p>Dit nu bracht op zekeren dag zulk een buitengewoon en onverwacht <a id="d0e1147"></a><span class="corr" title="Bron: vooral">voorval</span> teweeg, dat het hier eenigszins uitvoerig moet vermeld worden.
+
+</p>
+<p>In den morgen van den 9n Februari hield Jack, in half liggende houding op het dek, zich wederom bezig met het vormen van een
+woord dat de oude Tom weder moest samenstellen, nadat de letters dooreen waren geschud. Tom hield de hand voor de oogen om
+niet valsch te spelen, zooals het hoort, want hij mocht niets zien en zag dan ook niets van &#8217;t geen de kleine jongen deed.
+
+</p>
+<p>Van deze verschillende letters, ten getale van een vijftig, waren eenige dezer vierkante blokjes met een cijfer voorzien,
+&#8217;t geen diende om getallen even goed als woorden te vormen.
+
+</p>
+<p>Deze blokjes waren op het dek gerangschikt, en de kleine Jack nam nu eens het eene, dan weer het andere om een woord te vormen&#8212;werkelijk
+een heele taak voor het kind.
+
+</p>
+<p>Nu draaide Dingo sedert eenige oogenblikken om den jongen heen, toen hij plotseling bleef staan. Zijn oogen vestigden zich
+op een punt, zijn linkerpoot werd in de hoogte gelicht, zijn staart bewoog zich krampachtig. Daarna <a id="d0e1158"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1158">20</a>]</span>wierp hij zich eensklaps op een der blokjes, pakte het in zijn bek en legde het op eenige schreden van Jack op het dek neder.<a id="d0e1160"></a><span class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>
+
+</p>
+<p>Dit blokje had een hoofdletter,&#8212;de letter S.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dingo! Wat is dat! Dingo!&#8221; riep de kleine jongen, die eerst bang was dat zijn S. door den hond zou ingeslikt worden.
+
+</p>
+<p>Maar Dingo kwam terug, pakte wederom een ander blokje en legde het naast het eerste neder.
+
+</p>
+<p>Dit tweede blokje was de hoofdletter V.
+
+</p>
+<p>Op het gezicht van deze V., uitte Jack een kreet.
+
+</p>
+<p>Dadelijk kwamen Mevr. Weldon, de kapitein en de leerling, die op het dek wandelden, toeloopen. De kleine Jack vertelde hun
+toen wat er gebeurd was.
+
+</p>
+<p>Dingo kende zijn letters! Dingo kon lezen! &#8217;t Was zeker, want Jack had het gezien!
+
+</p>
+<p>Dick Sand Wilde de twee blokjes opnemen, om ze aan zijn vriend Jack terug te geven, maar Dingo liet zijn tanden zien.
+
+</p>
+<p>Evenwel gelukte het den leerling weder in het bezit van de twee blokjes te komen en hij voegde ze weer bij de <a id="d0e1180"></a><span class="corr" title="Bron: anren">anderen</span>.
+
+</p>
+<p>Doch opnieuw wierp Dingo zich op de twee zelfde letters en legde ze weer ter zijde. Dezen keer zette hij er zijn pooten op
+en scheen vast besloten ze te houden. Wat de andere letters van &#8217;t alphabet aangaat, zij schenen voor hem niet te bestaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is vreemd!&#8221; zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Werkelijk zeer zonderling,&#8221; antwoordde kapitein Hull, <a id="d0e1189"></a><span class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>die de twee letters met aandacht bekeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;S. V.&#8221;&#8212;zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;S. V.&#8221;&#8212;herhaalde kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zijn dezelfde letters als op den halsband van Dingo staan!&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen richtte hij zich eensklaps tot den ouden neger en vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Tom, heb je me niet verteld dat die hond nog maar kort aan den kapitein van de <i>Waldeck</i> behoorde?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijnheer,&#8221; antwoordde Tom. &#8220;Dingo was nog maar twee jaar aan boord.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En zei je er niet bij dat de kapitein van de <i>Waldeck</i> dien hond op de westkust van Afrika had opgenomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijnheer, in den omtrek van de monding van den Congo. &#8217;k Heb het den kapitein dikwijls hooren vertellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dus,&#8221; vroeg kapitein Hull verder, &#8220;heeft men nooit geweten aan wien deze hond toebehoorde en ook niet van waar hij kwam.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit mijnheer. Met een verloren hond is &#8217;t veel erger gesteld dan met een verloren kind. Hij heeft geen papieren en daarenboven
+kan hij niets zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull zweeg en was in diep gepeins verzonken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wekken deze twee letters een herinnering bij u op?&#8221; vroeg Mevr. Weldon den kapitein, na hem eenige oogenblikken met zijn
+gedachten alleen te hebben gelaten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mevrouw, een herinnering, of liever een zonderlinge overeenkomst van gebeurtenissen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welke?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Deze twee letters zouden wel eens een zin kunnen hebben en onze aandacht moeten vestigen op het lot van een stoutmoedig reiziger....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat wilt u daarmede zeggen?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dit, Mevrouw. In 1871,&#8212;twee jaar geleden dus,&#8212;vertrok een Fransch reiziger, op aansporing van het Aardrijkskundig Genootschap
+te Parijs, met het doel om dwars door Afrika van het westen naar het oosten door te dringen. Zijn punt van aankomst moest
+zoo dicht mogelijk bij kaap Deldago zijn, bij de monden van de Rovouma, die hij moest afzakken. Deze Fransche reiziger nu
+heette Samuel Vernon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Samuel Vernon!&#8221; herhaalde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mevrouw, en zijn twee namen beginnen juist met de twee letters die Dingo onder allen heeft uitgezocht en die op zijn
+halsband gegraveerd zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Inderdaad!&#8221; antwoordde Mevrouw Weldon, &#8220;En hoe is &#8217;t met den reiziger afgeloopen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die reiziger vertrok,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;en sedert zijn vertrek heeft men niets meer van hem vernomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit?&#8221; vroeg de leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit,&#8221; herhaalde kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat besluit u daaruit?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat Samuel Vernon de oostkust van Afrika niet heeft kunnen <a id="d0e1247"></a><span class="corr" title="Bron: breeiken">bereiken</span>, hetzij <a id="d0e1250"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1250">21</a>]</span>hij door de inboorlingen gevangen genomen is, hetzij de dood hem onderweg heeft getroffen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dan die hond?....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die hond zal hem toebehoord hebben en gelukkiger dan zijn meester zou hij, als mijn stelling juist is, naar het kustland
+van den Congo hebben kunnen terugkomen, omdat hij op het tijdstip dat deze gebeurtenissen hebben moeten plaats hebben, door
+den kapitein van de <i>Waldeck</i> is opgenomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar,&#8221; merkte Mevr. Weldon op, &#8220;weet u of die Fransche reiziger bij zijn vertrek een hond bij zich had? Is &#8217;t geen eenvoudige
+veronderstelling?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is werkelijk maar een eenvoudige Veronderstelling, Mevrouw,&#8221; antwoordde kapitein Hull. &#8220;Maar zeker is &#8217;t, dat Dingo de
+twee letters S. en V., die juist de beginletters zijn van de twee namen van den Franschen reiziger, kent. Onder welke omstandigheden
+nu het dier geleerd heeft ze te onderscheiden, kan ik niet verklaren, maar, nog eens, hij kent ze ongetwijfeld en kijk, hij
+brengt er zijn poot bij en schijnt ons uit te noodigen ze met hem te lezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>En werkelijk kon men zich niet in het doel van Dingo vergissen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou Samuel Vernon dan alleen geweest zijn, toen hij het kustland van den Congo verliet?&#8221; vroeg Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat weet ik niet,&#8221; antwoordde kapitein Huil. &#8220;Maar &#8217;t dunkt me waarschijnlijk dat hij een geleide van inlanders heeft moeten
+meenemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik verliet Negoro het verblijf der matrozen en kwam aan dek. Niemand merkte in &#8217;t eerst zijn tegenwoordigheid
+op en zag den zonderlingen blik dien hij wierp op den hond, toen hij de twee letters waarnam voor welke deze, als een jachthond
+voor het wild, scheen stil te staan. Maar Dingo, die den kok nu opmerkte, begon teekenen van de hoogste woede te geven.
+
+</p>
+<p>Negoro ging dadelijk naar het matrozen-verblijf terug, niet zonder dat hem een dreigend gebaar tegen den hond ontsnapt was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar zit iets achter!&#8221; mompelde kapitein Hull, wien niets van dit kleine tooneel ontgaan was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, mijnheer,&#8221; zei de leerling, &#8220;is het niet verwonderlijk dat een hond de letters kent van &#8217;t alphabet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neen!&#8221; riep kleine Jack uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mama heeft me dikwijls de geschiedenis verteld van een hond die lezen en schrijven en zelfs domino kon spelen als een ware
+schoolmeester.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die hond, lief kind, die Munito heette, was geen geleerde, zooals je denkt. Als &#8217;k gelooven mag wat men er me van gezegd
+heeft, zou hij de letters waarmee hij zijn woorden samenstelde niet eens van elkaar hebben kunnen onderscheiden. Maar zijn
+meester, een slimme Amerikaan, had opgemerkt dat Munito een bijzonder fijn gehoor had en nu had hij zich er op toegelegd dat
+zintuig te oefenen en er verwonderlijke uitwerkselen van verkregen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe legde hij het aan, mevrouw Weldon?&#8221; vroeg Dick Sand, die bijna even veel belang in de geschiedenis stelde als kleine
+jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal ik u zeggen, mijn vriend. Als Munito voor het publiek moest &#8216;werken&#8217;, werden even zulke letters op een tafel uitgespreid.
+De hond liep op deze tafel heen en weer en wachtte totdat een woord werd voorgesteld, hetzij met luide, hetzij met zachte
+stem. Alleen was &#8217;t een noodzakelijke voorwaarde, dat zijn meester het woord wist.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dus zou bij afwezigheid van zijn meester?....&#8221; zei de leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;De hond niets hebben kunnen doen,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;en ziehier waarom niet. Als de letters op de tafel uitgespreid
+lagen, liep Munito door dit alphabet. Kwam hij dan bij de letter welke hij moest uitkiezen om het verlangde woord te vormen,
+dan stond hij stil; maar hij bleef staan omdat hij het geluid hoorde van een tandenstoker dien de Amerikaan in zijn zak deed
+rammelen en dat voor ieder ander onmerkbaar was. Dit geluid was voor Munito het teeken om de letter te nemen en haar in de
+overeengekomen volgorde te plaatsen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En is dat nu het geheele geheim?&#8221; vroeg Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is &#8217;t geheele geheim,&#8221; antwoordde Mevrouw Weldon, &#8220;&#8217;t Is zeer eenvoudig, als alles in de goochelkunst. Bij de afwezigheid
+van den Amerikaan, zou Munito niet meer Munito geweest zijn. &#8217;t Verwondert me dus wel, dat, nu zijn meester er niet bij is,&#8212;zoo
+al de reiziger Samuel Vernon ooit zijn meester geweest is&#8212;Dingo die twee letters heeft kunnen onderscheiden.&#8221;
+<a id="d0e1295"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1295">22</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat is werkelijk zeer verwonderlijk,&#8221; zei kapitein Hull. &#8220;Maar u moet bedenken, dat er hier slechts sprake is van twee letters,
+twee bijzondere letters, en niet van een woord dat in &#8217;t wild gekozen wordt. En dan dunkt mij dat die hond die aan de deur
+van een klooster aanbelde om zich meester te maken van den schotel die bestemd was voor de arme voorbijgangers, en die andere,
+die met een van zijn natuurgenooten belast was om den anderen dag het spit te draaien en die weigerde dezen post waar te nemen
+als &#8217;t zijn beurt niet was, dat deze honden, zeg ik, hooger verstandelijk ontwikkeld waren dan Dingo. Hoe het zij, we staan
+hier voor een onbetwistbaar feit. Van al de letters van dit alphabet heeft Dingo slechts deze twee uitgezocht: <i>S.</i> en <i>V.</i> De andere schijnt hij zelfs niet te kennen. Men moet er dus uit besluiten dat wegens de een of andere reden, die wij niet
+kennen, zijn aandacht bijzonder op deze twee letters is gevestigd geweest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, kapitein Hull,&#8221; hernam Dick, &#8220;als Dingo maar eens spreken kon!.... Misschien zou hij ons dan zeggen wat die twee letters
+beteekenen en waarom hij altijd zijn tanden aan onzen kok laat zien?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En welke tanden!&#8221; antwoordde kapitein Hull, op het oogenblik dat Dingo, zijn bek opende, en dus zijn geducht gebit liet zien.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e1308"></a></p>
+<h2 class="label">Zesde hoofdstuk.</h2>
+<h2>Een walvisch in &#8217;t gezicht.</h2>
+<p>Wat wonder dat dit zonderling voorval meermalen het onderwerp uitmaakte van de gesprekken, die op het halfdek van den <i>Pelgrim</i> tusschen Mevr. Weldon, kapitein Hull en den jeugdigen leerling gehouden werden. Deze laatste vooral voelde een instinctmatig
+wantrouwen jegens Negoro, wiens gedrag evenwel niet de minste berisping verdiende.
+
+</p>
+<p>Ook in het vooruit sprak men er over, maar men maakte daar niet dezelfde gevolgtrekkingen. Daar, in het matrozenverblijf,
+ging Dingo eenvoudig door voor een hond, die kon lezen en misschien zelfs beter schrijven dan &eacute;&eacute;n matroos aan boord. Zoo hij
+niet sprak, dan had hij daar waarschijnlijk goede redenen voor.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar eens,&#8221; zei de roerganger Bolton, &#8220;eens zal die hond ons komen vragen, wat we voorleggen als de wind N.W. t. W. &frac12; W.
+is en dan zullen we hem moeten antwoorden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er zijn dieren die spreken!&#8221; hernam een ander matroos, &#8220;zooals eksters en papegaaien! Waarom zou een hond het ook niet kunnen,
+al hij er lust toe heeft? &#8217;t Is moeielijker met een snavel te spreken dan met een mond!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zonder twijfel,&#8221; antwoordde bootsman Howik. &#8220;Maar dat is nog nooit gebeurd.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wat zouden die goede menschen verbaasd gestaan hebben, als men hun verteld had, dat zoo iets wel degelijk gebeurd was, en
+dat een zeker Deensch geleerde een hond bezat, die duidelijk een twintigtal woorden uitsprak. Doch tusschen dat en &#8217;t geen
+dit dier begreep van wat hij zei, was een ontzaglijk verschil. Blijkbaar hechtte de hond, wiens stemspleet op die wijze georganiseerd
+was, dat geregelde tonen konden voortgebracht worden, niet meer beteekenis aan zijn woorden dan de papegaaien, de meerkollen
+of de eksters aan de hunne. De spreekwijze bij deze dieren is niets anders dan een soort van gezang of van gesproken kreten,
+die ontleend zijn aan een vreemde taal, waarvan men de beteekenis niet zou begrijpen.
+
+</p>
+<p>Hoe het zij, Dingo was de held aan boord geworden,&#8212;waarop hij zich evenwel geenszins liet voorstaan. Meermalen hernieuwde
+kapitein Hull de proef. De blokjes hout van het alphabet werden telkens opnieuw voor Dingo geplaatst, en steeds zonder te
+dwalen, zonder te aarzelen, werden de twee letters S. en V. onder alle door het zonderlinge dier uitgekozen, terwijl de andere
+nooit zijn aandacht trokken.
+
+</p>
+<p>Wat neef Benedictus aangaat, deze proef werd dikwijls voor hem herhaald, zonder dat zij hem belang scheen in te boezemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Evenwel,&#8221; verwaardigde hij zich eens te zeggen, &#8220;moet men niet aannemen dat de honden alleen het voorrecht hebben op die
+wijze met oordeel begaafd te zijn! Andere dieren evenaren ze, alleen door hun instinkt te volgen. Zoo bijv. de ratten die
+het schip verlaten <a id="d0e1334"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1334">23</a>]</span>dat bestemd is om in zee te zinken; de bevers die het wassen van het water vooruit kunnen zien en hunne dijken dienovereenkomstig
+verhoogen; de paarden van Nicomedes, van Scanderberg en van Oppius, wier smart zoo bitter was, dat zij stierven bij den dood
+hunner meesters; de ezels, zoo merkwaardig door hun geheugen, en zoovele andere beesten eindelijk die den roem van het dierenrijk
+geweest zijn! Wie heeft niet gehoord van die verwonderlijk afgerichte vogels, die zonder fouten woorden schrijven door hunne
+meesters gedicteerd, van kaketoe&#8217;s die zeer nauwkeurig het aantal personen in een salon weten te tellen! Is er geen papegaai
+geweest die met honderd gouden kronen betaald werd en zonder zich een enkel woord te vergissen den kardinaal, zijn meester,
+de Geloofsbelijdenis der apostelen opzei? En moet eindelijk de rechtmatige hoogmoed van een entomoloog niet ten top stijgen,
+als hij eenvoudige insecten de bewijzen ziet geven eener buitengewone bevatting en welsprekendheid het axioma bevestigen:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">In minimis maximus Deus:</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>de mieren, die een lesje zouden kunnen geven aan de magistraatspersonen van de grootste steden; de waterspinnen, die duikerklokken
+vervaardigen zonder ooit iets van werktuigkunde geleerd te hebben; de vlooien die rijtuigen voorttrekken als echte koetspaarden,
+die exerceeren als soldaten, die beter een kanon afvuren dan de ge&euml;xamineerde artilleristen van West-Point?<a id="d0e1341src" href="#d0e1341" class="noteref">1</a> Neen! die Dingo verdient den lof niet die hem wordt toegezwaaid, en als hij zoo sterk in &#8217;t alphabet is, dan behoort hij
+ongetwijfeld tot een ras van bulhonden, dat in de classificatie van de zo&ouml;logische wetenschap nog geen plaats gevonden heeft,
+den &#8216;canis alphabeticus&#8217; van Nieuw-Zeeland!&#8221;
+
+</p>
+<p>Inweerwil van deze en andere redeneeringen van den afgunstigen entomoloog, verloor Dingo niets van de algemeene achting en
+bleef hij in de gesprekken van de voorplecht behandeld worden als een bijzonder verschijnsel.
+
+</p>
+<p>Nochtans is het meer dan waarschijnlijk dat Negoro de ingenomenheid met het dier van allen aan boord niet deelde. Misschien
+vond hij hem te schrander. Wat hier van zij, de hond toonde altijd dezelfde vijandschap tegen den kok en ongetwijfeld zou
+hij er niet best afgekomen zijn, zoo hij van den eenen kant geen hond geweest was die van zich af kon bijten en van den anderen
+kant niet beschermd werd door de sympathie van de geheele equipage.
+
+</p>
+<p>Negoro vermeed dus meer dan ooit zich in tegenwoordigheid van Dingo te bevinden. Maar Dick Sand had meenen op te merken dat,
+sedert het voorval der twee letters, de wederkeerige tegenzin van den mensch en den hond was toegenomen. Dat was werkelijk
+onverklaarbaar.
+
+</p>
+<p>Den 10n Februari begon de wind uit het noord-oosten merkbaar af te nemen; reeds was deze gevolgd op die langdurige en verdrietige
+windstilten, gedurende welke de <i>Pelgrim</i> bijna stillag. Kapitein Hull mocht dus hopen dat er zich weldra een verandering in de richting der luchtstroomen zou voordoen.
+Eindelijk zou de schoener-brik dan misschien voor den wind gaan loopen. Slechts negentien dagen geleden hadden zij de haven
+van Auckland verlaten. De vertraging was vooralsnog niet zeer belangrijk en met den wind dwars zou de <i>Pelgrim</i>, met behulp zijner zeilen, den verloren tijd gemakkelijk inhalen. Doch er zouden nog wel eenige dagen verloopen, voor er
+een bestendige bries uit het westen ging waaien.
+
+</p>
+<p>Dit gedeelte van de Stille-Zuidzee was altijd vrij eenzaam. Bijna geen enkel vaartuig vertoonde zich in deze streken. Het
+was een breedte die slechts hoogst zelden door de zeevaarders bezocht werd. De walvischvaarders der Zuidelijke zee&euml;n overschreden
+den keerkring nog niet. Men kon dus op den <i>Pelgrim</i>, die door bijzondere omstandigheden gedwongen was geweest v&oacute;&oacute;r den afloop der kampanjes de plaatsen waar gewoonlijk gevischt
+werd te verlaten, niet verwachten een schip dat dezelfde bestemming had te ontmoeten.
+
+</p>
+<p>Wat de transatlantische <a id="d0e1365"></a><span class="corr" title="Bron: paketbooten">pakketbooten</span> betreft, wij hebben reeds gezegd dat zij bij haar tochten tusschen Australi&euml; en het vasteland van Amerika niet zulk een noordelijken
+parallel volgden.
+
+</p>
+<p>Doch, omdat de zee verlaten is, moet men niet verzuimen haar tot de uiterste grenzen van den horizon gade te slaan. Zij moge
+voor onachtzame geesten eentonig <a id="d0e1370"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1370">24</a>]</span>schijnen, voor hem die haar kent en begrijpt, is er een oneindige afwisseling in haar op te merken. Haar ondoorgrondelijkste
+veranderingen bekoren de verbeelding van hen die de po&euml;zie van den oceaan begrijpen. Een zeeplantje dat met den golfslag op
+en neer gaat, een boschje zeekroos dat slechts een lichte rimpeling op de oppervlakte der golven voortbrengt, een eindje plank
+welker geschiedenis men zou willen raden, meer is er niet noodig om aan die verbeelding den teugel te vieren. Voor deze oneindigheid
+wordt de geest door niets belemmerd. Onze voorstellingen hebben vrij spel. Elk van die moleculen water die de verdamping voortdurend
+tusschen de zee en den hemel doet afwisselen, bevat <a id="d0e1372"></a><span class="corr" title="Bron: mischien">misschien</span> het geheim van de een of andere vreeselijke ramp! Ook moet men ze benijden, hen wier diepste gedachten de <a id="d0e1375"></a><span class="corr" title="Bron: verborgen heden">verborgenheden</span> van den Oceaan weten uit te vorschen, die geesten die zich van zijn beweeglijke oppervlakte verheffen tot de hoogten des
+hemels.
+
+</p>
+<p>En overal vertoont zich het leven, zoowel boven de oppervlakte der zee als onder haar. De passagiers van den <i>Pelgrim</i> konden troepen vogels zien, die driftig jacht maakten op de kleinste vischjes; het waren landverhuizers die voor den winter
+het ruw klimaat der poolstreken verlaten. En meer dan eens gaf Dick Sand, ook hierin, als in zoovele andere zaken, den leerling
+van den heer Weldon, de bewijzen zijner verwonderlijke behendigheid met het geweer of pistool, door eenige van die vlugge
+luchtbewoners neer te vellen.
+
+</p>
+<p>Nu eens waren het witte, dan weder andere stormvogels wier vleugels omzoomd waren met een bruin randje. Somwijlen ook trokken
+troepen duiven voorbij of eenige van die vetganzen welker gang op het land zoo zwaar en zoo belachelijk is. Evenwel kunnen
+deze vetganzen, zooals kapitein Hull deed opmerken, door zich van hare stompen als vinnen te bedienen, de vlugste visschen
+tarten, in die mate zelfs, dat zij somtijds met springvisschen zijn verward geworden.
+
+</p>
+<p>Hooger doorkliefden reusachtige albatrossen de lucht met groote vleugelslagen en zetten zich vervolgens op de oppervlakte
+der zee neder, die zij met hun bek doorwoelden om er hun voedsel te zoeken.
+
+</p>
+<p>Al die tooneelen leverden een afwisselend schouwspel op, dat alleen door hen wier geest gesloten is voor de schoonheden der
+natuur, eentonig zou gevonden worden.
+
+</p>
+<p>Dienzelfden dag wandelde Mevr. Weldon op het achterdek van den <i>Pelgrim</i>, toen een vrij zonderling verschijnsel haar aandacht trok. Bijna plotseling was de zee roodachtig geworden. Men zou gezegd
+hebben dat zij met bloed was gekleurd, en deze onverklaarbare tint strekte zich zoo ver uit als de oogen konden zien.
+
+</p>
+<p>Op dat oogenblik bevond Dick Sand zich met kleinen Jack bij Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zie je, Dick,&#8221; zei zij tot den leerling, &#8220;daar die vreemde kleur van het water? Zou dat zijn door de een of andere zeeplant?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mevrouw,&#8221; antwoordde Dick, &#8220;die kleur wordt voortgebracht door millioenen kleine schaaldiertjes, waarmede de groote
+zoogdieren zich gewoonlijk voeden. De visschers noemen dat met recht &#8216;walvisch-eten&#8217;<a id="d0e1400"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>.
+
+</p>
+<p>&#8220;Schaaldiertjes!&#8221; zei Mevr. Weldon. &#8220;Maar ze zijn zoo klein dat men ze bijna zeeinsecten zou kunnen noemen. Neef Benedictus
+zou er misschien gaarne zijn verzameling mee willen verrijken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neef Benedict!&#8221; riep zij toen.
+
+</p>
+<p>Neef Benedictus kwam toen uit zijn hut te voorschijn, bijna gelijktijdig met den kapitein.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neef Benedictus,&#8221; zei Mevr. Weldon, &#8220;zie toch eens die onmetelijke roodachtige bank, die zich uitstrekt zoover het oog reikt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;He!&#8221; zei kapitein Hull, &#8220;dat is walvisch-eten! Mijnheer Benedict, ziedaar een schoone gelegenheid om die vreemde soort van
+schaaldieren te bestudeeren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Zou wat!&#8221; zei de entomoloog.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe! &#8217;t Zou wat!&#8221; riep de kapitein uit. &#8220;Maar u hebt het recht niet zulk een onverschilligheid voor te geven! De schaaldieren
+maken een van de zes klassen der gelede dieren uit<a id="d0e1417src" href="#d0e1417" class="noteref">2</a> als ik me niet bedrieg, en als zoodanig....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Zou wat!&#8221; zei nogmaals neef <a id="d0e1425"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1425">25</a>]</span>Benedictus, het hoofd schuddende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoor eens! &#8217;k Vind u vrij onverschillig voor een entomoloog!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Entomoloog, goed,&#8221; antwoordde neef Benedictus, &#8220;maar meer bijzonder hexapodist, kapitein, onthoud het goed!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe het zij,&#8221; antwoordde de kapitein, &#8220;dat u geen belang in die schaaldieren stelt, mij wel, maar &#8217;t zou heel wat anders
+wezen, als u een walvisschenmaag hadt. Wat een smulpartij, in dat geval! want weet u, mevrouw Weldon, als wij, walvischvaarders,
+gedurende het vischseizoen in &#8217;t gezicht komen van een bank van die schaaldieren, dan worden onmiddellijk de harpoenen en
+de lijnen in orde gebracht! Wij zijn dan zeker dat het wild niet ver af is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is &#8217;t mogelijk dat zulke kleine diertjes zulke groote kunnen voeden?&#8221; riep Jack uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, mijn jongen,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;geven ons de microscopisch fijne meelkorreltjes geen goede soepen? Ja, en de
+natuur heeft het zoo gewild. Wanneer een walvisch zich te midden van dat roode water beweegt, is zijn soep gereed en heeft
+hij niets meer te doen dan zijn onmetelijken bek te openen, waarin dadelijk millioenen schaaldiertjes worden opgenomen, terwijl
+de talrijke baarden, waarmede het verhemelte van het dier voorzien is, zich uitspreiden als de netten van een visscher; niets
+kan er dan meer uit en een geweldige massa schaaldiertjes verzinkt in de enorme maag van den walvisch, als de soep van uw
+diner in de uwe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je begrijpt licht, Jack,&#8221; merkte Dick Sand op, &#8220;dat mijnheer de walvisch zijn tijd niet verliest met een voor een die schaaldiertjes
+te pellen, zooals gij garnalen pelt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Moet er nog bijvoegen,&#8221; zei kapitein Hull, &#8220;dat juist op het oogenblik als de ontzaglijke gulzigaard op die manier bezig
+is, &#8217;t gemakkelijkste is hem te naderen zonder zijn wantrouwen te wekken. Dat is dus juist het geschiktste oogenblik om hem
+met eenig succes te harpoeneeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik, en als om kapitein Hull gelijk te geven, deed zich de stem van den matroos op den uitkijk hooren: &#8220;Een walvisch
+aan bakboordszij vooruit!&#8221;
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull had zich opgericht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een walvisch!&#8221; riep hij uit.
+
+</p>
+<p>En door zijn visschersinstinct aangevuurd, snelde hij naar den bak.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, Jack, Dick Sand en zelfs neef Benedictus volgden hem terstond.
+
+</p>
+<p>En werkelijk gaf op vier mijlen onder lij, een zekere borreling te kennen dat een groot dier zich te midden der roode golven
+bewoog. Vooral walvischvaarders konden er zich niet in vergissen.
+
+</p>
+<p>Maar de afstand was nog te groot om de soort te kunnen onderscheiden, waartoe dit dier behoorde. Deze soorten zijn inderdaad
+zeer van elkander verschillend.
+
+</p>
+<p>Was het een van die echte walvisschen die bij voorkeur door de visschers van de noordpool-zee&euml;n opgezocht worden? Die walvisschen,
+bij wie de rugvin ontbreekt, maar wier huid eene dikke laag spek bedekt, kunnen een lengte van vier-en-tachtig voet bereiken,
+hoewel de gemiddelde lengte geen zestig bedraagt, en in dit geval verschaft een enkele van die monsters tot honderd vaten
+traan.
+
+</p>
+<p>Was het integendeel een &#8220;humpback&#8221;, die tot de soort der baleinoptera behoort,&#8212;een woord waarvan de eindlettergreep hem althans
+de gunst van den entomoloog had moeten doen verwerven? Zij zijn het die rugvinnen bezitten, wit van kleur en zoo lang als
+de halve lengte des lichaams, die als een paar vleugels uitzien en hem daardoor wel eenigszins op een vliegenden walvisch
+doen gelijken.
+
+</p>
+<p>Had men niet waarschijnlijker een &#8220;vinvisch&#8221; in &#8217;t gezicht, een zoogdier ook bekend onder den naam van &#8220;snavelwalvisch&#8221;, die
+voorzien is van een rugvin en welks lengte die van den echten walvisch kan evenaren?
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull en zijn bemanning konden nog geen uitspraak doen, maar zij beschouwden het dier nog met meer begeerte dan wel
+bewondering.
+
+</p>
+<p>Zoo het waar is dat een horlogemaker geen pendule kan zien zonder de onweerstaanbare behoefte te gevoelen haar op te winden,
+hoeveel meer moet dan niet de walvischvaarder op het gezicht van een walvisch door een dringende begeerte bezield zijn er
+zich meester van te maken! De jagers op grof wild zijn, zegt men, vuriger dan die op klein <a id="d0e1465"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1465">26</a>]</span>wild. Hoe grooter het dier is, des te meer wekt het de begeerlijkheid op! Wat moeten dan niet de jagers op olifanten en de
+visschers op walvisschen gevoelen! En dan bestond ook nog de teleurstelling der geheele equipage van den <i>Pelgrim</i> om met eene halve lading thuis te varen!...
+
+</p>
+<p>Intusschen trachtte kapitein Hull het dier dat gesignaleerd was, te onderscheiden. Het was op dien afstand niet zichtbaar.
+Evenwel kon het geoefend oog van een walvischvaarder zich niet bedriegen in zekere bijzonderheden die gemakkelijk van verre
+te ontdekken waren.
+
+</p>
+<p>Werkelijk moest de straal, namelijk de kolom van damp en water die de walvisch door zijne neusgaten in de hoogte spuit, de
+aandacht wekken van kapitein Hull en hem de soort doen bepalen waartoe deze walvisch behoorde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is geen echte walvisch!&#8221; riep hij uit. &#8220;Zijn straal zou hooger zijn en een kleiner volumen hebben. Zoo van den anderen
+kant het geraas dat de straal maakt vergeleken kon worden met het verwijderd geluid van een stuk geschut, zou ik geneigd zijn
+te gelooven dat deze walvisch tot de soort der &#8216;humpbacks&#8217; behoort; maar daar is niets van aan en wanneer men goed hoort,
+dan kan men zich overtuigen dat dit geluid van gansch anderen aard is.<a id="d0e1476"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe denkt gij daarover, Dick?&#8221; vroeg kapitein Hull den leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, kapitein, dat we hier te doen hebben met een vinvisch. Zie eens, met welk een geweld hij dien waterstraal in de
+lucht spuit. Komt het u ook niet voor,&#8212;&#8217;t geen mijne meening zou bevestigen,&#8212;dat die straal meer water dan verdichte lucht
+bevat? En dat is immers een eigenaardige bijzonderheid van den vinvisch?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt gelijk, Dick,&#8221; antwoordde kapitein Hull. &#8220;Er is geen twijfel meer mogelijk! &#8217;t Is een vinvisch die aan de oppervlakte
+van die roode golven drijft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is dat een prachtig gezicht!&#8221; riep Jack uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijn jongen! En wanneer men dan bedenkt dat het groote dier daar aan zijn ontbijt is en volstrekt niet vermoedt dat walvischvaarders
+naar hem kijken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Zou durven verzekeren, dat het een groote vinvisch is,&#8221; merkte Dick Sand aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ongetwijfeld,&#8221; antwoordde kapitein Hull, die zich allengs begon op te winden, &#8220;ik schat hem ten minste op zeventig voet lengte!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja!&#8221; voegde de bootsman er bij. &#8220;Een half dozijntje walvisschen van die grootte en een schip als het onze zou genoeg
+hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt gelijk!&#8221; antwoordde kapitein Hull, die op de boegspriet klom om beter te kunnen zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;En als we dezen hadden,&#8221; voegde de bootsman er bij, &#8220;zouden we in weinige uren de helft der twee honderd vaten traan kunnen
+inschepen, die ons nog ontbreken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! inderdaad.... ja!....&#8221; mompelde kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar,&#8221; hernam Dick Sand, &#8220;maar &#8217;t is geen gemakkelijke taak, somtijds, die geweldige vinvisschen aan te vallen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet gemakkelijk, niet gemakkelijk!&#8221; antwoordde kapitein Hull. &#8220;Ze hebben geduchte staarten, die men niet te dicht moet naderen!
+De sterkste sloep zou aan een goed gerichten slag geen weerstand bieden. Maar het voordeel beloont de moeite!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu!&#8221; zei een der matrozen, &#8220;een prachtige vinvisch is toch ook een prachtige vangst!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En winstgevend!&#8221; antwoordde een ander.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Zou jammer zijn dezen in &#8217;t voorbijgaan niet even te groeten!&#8221;
+
+</p>
+<p>Het was duidelijk dat de brave zeelieden op het gezicht van den walvisch hoe langer hoe meer bezield werden met den wensch
+hem te vangen. Een gansche lading traan maar voor het grijpen? Er bleef volgens hen niets anders meer te doen dan de vaten
+in het ruim van den Pelgrim te stuwen om de lading er van aan te vullen!
+
+</p>
+<p>Eenige matrozen die in het want van den fokkemast geklommen waren, deden kreten van begeerlijkheid hooren. Kapitein Hull sprak
+niet en stond op zijn nagels te bijten. Het was alsof een onweerstaanbare magneet den <i>Pelgrim</i> en zijn geheele equipage aantrok.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mama, mama!&#8221; hoorde men kleine Jack roepen, &#8220;&#8217;k zou zoo graag den walvisch hebben om te zien hoe hij er uit ziet!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo, zoo, zou je dien walvisch <a id="d0e1522"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1522">27</a>]</span>willen hebben, mijn jongen? Wel! waarom niet, vrienden!&#8221; antwoordde kapitein Hull, die eindelijk aan zijn geheime begeerte
+toegaf. &#8220;De hulpvisschers ontbreken ons wel, dat is waar, maar wij alleen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja!&#8221; riepen de matrozen als uit &eacute;&eacute;n mond. &#8220;&#8217;t Zou de eerste keer niet zijn dat ik als harpoenier fungeer,&#8221; voegde kapitein
+Hull er bij, &#8220;en dan zult ge kunnen oordeelen of ik den harpoen nog kan werpen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoera! hoera! hoera!&#8221; was het antwoord der bemanning.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1341" href="#d0e1341src" class="noteref">1</a></span> Militaire school van den Staat New-York.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1417" href="#d0e1417src" class="noteref">2</a></span> Men weet dat er nog eene andere verdeeling der gelede dieren is, namelijk die in <i>vier</i> klassen: de kreeftachtige, spinachtige, duizendpooten en insecten.&#8212;Vert.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1528"></a></p>
+<h2 class="label"><a id="d0e1530"></a><span class="corr" title="Bron: Zeventiende">Zevende</span> hoofdstuk.
+</h2>
+<h2>Toebereidselen.</h2>
+<p>Men begrijpt licht dat het gezicht van dit reusachtig zoogdier zeer geschikt was om de bemanning van den <i>Pelgrim</i> in zulk een opgewonden stemming te brengen.
+
+</p>
+<p>De walvisch, die zich te midden der roode golven bewoog, scheen ontzettend groot te zijn. Het was voorzeker zeer verleidelijk
+hem te vangen en de lading op deze wijze vol te maken! Konden visschers een dergelijke gelegenheid laten ontsnappen?
+
+</p>
+<p>Evenwel meende Mevr. Weldon aan kapitein Hull te moeten vragen of er geen gevaar voor de bemanning en voor hem in gelegen
+was een walvisch onder zulke ongunstige omstandigheden aan te vallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;In het minst niet, mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde kapitein Hull. &#8220;Meermalen is het mij gebeurd dat ik den walvisch met een enkele
+boot vervolgde en &#8217;k heb hem altijd meester kunnen worden. &#8217;k Zeg u nogmaals, er is in &#8217;t geheel geen gevaar voor ons en dus
+ook niet voor u.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevrouw Weldon was volkomen gerust gesteld en drong nu niet meer aan.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull nam nu dadelijk maatregelen om den walvisch te vangen. Hij wist bij ondervinding dat de jacht op deze soort
+van walvisschen met vrij ernstige moeilijkheden gepaard gaat en hij wilde deze allen trachten te voorkomen.
+
+</p>
+<p>Wat vooral deze vangst minder gemakkelijk maakte, was dat de equipage van de schoenerbrik slechts met een enkele boot kon
+werken, alhoewel de <i>Pelgrim</i> een sloep bezat die in haar davits tusschen den grooten en den fokkemast hing, daarenboven drie walvischsloepen, waarvan
+twee langs bakboords- en stuurboordszijde waren opgehangen en de derde aan het hek.
+
+</p>
+<p>Gewoonlijk werden deze drie walvischsloepen gelijktijdig bij de vervolging der walvisschen gebruikt. Maar gedurende het vischseizoen
+werd, zooals men weet, een hulpequipage, ontleend aan sommige factorijen op Nieuw-Zeeland, aan boord genomen.
+
+</p>
+<p>Doch in de omstandigheden waarin de <i>Pelgrim</i> voor het oogenblik verkeerde, waren er slechts vijf matrozen beschikbaar, juist genoeg om een enkele der walvischsloepen
+te wapenen. De hulp van Tom en zijn kameraden aan te nemen, die zich dadelijk hadden aangeboden, was onmogelijk, want het
+besturen van een whaleboot vordert bijzonder daartoe afgerichte zeelieden. Een verkeerde manoeuvre met het roer of een riem
+kan bij den aanval het behoud van de sloep in gevaar brengen.
+
+</p>
+<p>Van den anderen kant wilde kapitein Hull zijn schip niet verlaten zonder er althans een man der bemanning achter te laten
+in wien hij vertrouwen stelde. Men moest op alle mogelijkheden bedacht zijn.
+
+</p>
+<p>Nu was kapitein Hull verplicht om ter bemanning der sloep flinke zeelieden te kiezen en moest zich daarom voor de zorg om
+op den <i>Pelgrim</i> de wacht te houden op Dick Sand verlaten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick,&#8221; zei hij tot dezen, &#8220;u belast ik om in mijn afwezigheid, die naar ik hoop, niet lang zal zijn, aan boord te blijven!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, mijnheer,&#8221; antwoordde de leerling.
+
+</p>
+<p>Dick had nu eigenlijk wel gaarne deel willen nemen aan die visscherij, die een groote aantrekkelijkheid voor hem had, maar
+hij begreep dat eensdeels de armen van een volwassen man beter geschikt waren voor de bediening der walvischsloep dan de zijne
+en dat anderdeels hij alleen kapitein Hull kon vervangen. Hij onderwierp zich dus.
+
+</p>
+<p>De bemanning der sloep zou uit vijf man bestaan, bootsman Howik er onder begrepen, die de geheele bemanning van den <i>Pelgrim</i> uitmaakten. De vier <a id="d0e1580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1580">28</a>]</span>matrozen zouden de riemen hanteeren en Howik den langen riem houden, die dient om een boot dezer soort te besturen. Van een
+eenvoudig roer zou de werking niet snel genoeg zijn en bijaldien de riemen buiten dienst gesteld worden, kan de lange of stuurriem,
+zoo hij goed gehanteerd wordt, de sloep buiten het bereik der slagen van het monster brengen.
+
+</p>
+<p>Wat kapitein Hull aangaat, deze had voor zich den post van harpoenier bewaard en zooals hij reeds zei, het zou niet de eerste
+maal zijn. Hij moest het eerst den harpoen werpen, daarna het afloopen van de lange lijn bewaken die aan zijn uiteinde was
+bevestigd en vervolgens het dier, zoodra het zich aan de oppervlakte van den oceaan vertoonde met lanssteken afmaken.
+
+</p>
+<p>De walvischvangers maken somtijds gebruik van vuurwapenen voor deze soort van visscherij. Door middel van een daartoe ingericht
+werktuig, een soort van klein kanon, of aan boord van het vaartuig, of voor in de boot, werpen zij, hetzij een harpoen die
+de lijn aan zijn uiteinde bevestigd medevoert, of ontplofbare kogels die groote verwoestingen in het lichaam van het dier
+aanrichten.
+
+</p>
+<p>Maar de <i>Pelgrim</i> was niet van toestellen dezer soort voorzien. Het zijn trouwens vuurwapenen van hoogen prijs, die vrij moeielijk te behandelen
+zijn, en de visschers die niet veel met nieuwigheden op hebben, schijnen het gebruik der van ouds gebruikelijke wapenen te
+verkiezen, waarvan zij zich behendig bedienen, namelijk den harpoen en de lans.
+
+</p>
+<p>Het is dus met de gewone middelen, den walvisch namelijk met de blanke wapenen aan te vallen, dat kapitein Hull zou beproeven
+den vinvisch, die op vijf mijlen van zijn vaartuig gesignaleerd was, machtig te worden.
+
+</p>
+<p>Overigens zou het weder dezen tocht begunstigen. De zee was zeer kalm en gunstig voor de manoeuvres van een walvischvanger.
+De wind was aan het afnemen en de <i>Pelgrim</i> zou slechts zeer weinig afdrijven, terwijl zijn equipage zich in volle zee bezighield.
+
+</p>
+<p>De walvischsloep aan stuurboordszijde werd dus dadelijk gestreken en de vier matrozen bemanden het ranke vaartuigje.
+
+</p>
+<p>Howik reikte hun twee van die lange werpspiesen over, die als harpoenen moeten dienen en daarna twee lange lansen met scherpe
+punten. Bij deze aanvalswapenen voegde hij vijf strengen, buigzame en sterke touwen, die de walvischvangers &#8220;lijnen&#8221; noemen
+en die een lengte hebben van zeshonderd voet. Korter mogen zij niet zijn, want het gebeurt meermalen dat al deze &#8220;lijnen&#8221;
+aan elkander gebonden, niet toereikend zijn om den walvisch bij zijn vaart naar de diepte genoeg te kunnen vieren.
+
+</p>
+<p>Dat waren de verschillende toestellen die met zorg v&oacute;&oacute;r in de sloep gereed gelegd werden.
+
+</p>
+<p>Howik en de vier matrozen wachtten nog slechts op de order om den sleper los te gooien.
+
+</p>
+<p>Een enkele plaats v&oacute;&oacute;r in de sloep,&#8212;die van kapitein Hull,&#8212;was nog onbezet.
+
+</p>
+<p>Het spreekt van zelf dat de equipage van de <i>Pelgrim</i>, alvorens van boord te gaan, het schip bijgedraaid had. Met andere woorden, de raas werden zoodanig gebrast, dat de zeilen,
+tegen elkander in werkende, de schoenerbrik nagenoeg op dezelfde plaats hielden.
+
+</p>
+<p>Op het oogenblik dat kapitein Hull zich zou inschepen, wierp hij nog een laatsten blik op zijn vaartuig. Hij overtuigde zich
+dat alles in orde was, met behoorlijk gestelde zeilen. Daar hij den leerling gedurende een afwezigheid van misschien eenige
+uren aan boord liet, wilde hij met recht dat Dick Sand, tenzij uit noodzakelijkheid geen enkele manoeuvre had uit te voeren.
+
+</p>
+<p>Op het punt van te vertrekken, gaf hij hem zijn laatste instructies.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick,&#8221; zei hij, &#8220;ik laat je alleen. Zorg voor alles. Zoo &#8217;t, wat zeer onwaarschijnlijk is, noodig werd het schip te manoeuvreeren
+ingeval we te ver bij de vervolging van den walvisch werden meegevoerd, zouden Tom en zijn kameraden je zeer goed kunnen helpen.
+Door ze goed aan hun verstand te brengen wat ze te doen hebben, ben ik er zeker van dat ze &#8217;t doen zouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, kapitein Hull,&#8221; antwoordde de oude Tom, &#8220;en mijnheer Dick kan op ons rekenen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Beveel, beveel!&#8221; riep Bat. &#8220;We zouden zoo graag willen helpen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waaraan moeten we trekken?...&#8221; <a id="d0e1625"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1625">29</a>]</span>vroeg Hercules, terwijl hij de wijde mouwen van zijn wambuis opstroopte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan niets op &#8217;t oogenblik,&#8221; antwoordde Dick Sand glimlachende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tot uw dienst,&#8221; hernam de kolossale kerel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick,&#8221; hernam, kapitein Hull, &#8220;&#8217;t is mooi weer. De wind is gaan liggen. Geen enkel teeken zie ik dat hij weer aan zal wakkeren.
+Wat er gebeure, strijk geen boot en verlaat het schip niet!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat beloof ik u, kapitein.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als het noodig mocht worden dat de <i>Pelgrim</i> naar ons toekwam, zou ik je waarschuwen door een vlag aan een bootshaak te hijschen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees gerust, kapitein, &#8217;k zal de sloep niet uit het oog verliezen,&#8221; antwoordde Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, mijn jongen. Moed en koelbloedigheid. Je bent nu tweede kapitein. Houd je graad in eer. Nooit heeft iemand van dien
+leeftijd hem bekleed!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand antwoordde niet, maar een blos van vergenoegen verspreidde zich over zijn gelaat. Kapitein Hull begreep dezen blos
+en dezen glimlach.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die brave jongen,&#8221; dacht hij, &#8220;bescheiden en vergenoegd, zoo is de jongen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Evenwel bleek het uit deze dringende aanbevelingen duidelijk dat, al stak er werkelijk niets gewaagds in, kapitein Hull niet
+gaarne zijn schip verliet, zelfs niet voor eenige uren. Maar zijn onweerstaanbaar visschersinstinct en vooral de vurige begeerte
+zijn lading traan aan te vullen en aan de verplichtingen te voldoen die James W. Weldon te Valparaiso had aangegaan, dat alles
+vuurde hem aan het avontuur te wagen. Daarenboven was de zee op &#8217;t oogenblik zoo bijzonder geschikt om een walvisch te vervolgen.
+Noch zijn equipage, noch hij zelf konden zulk een verzoeking weerstaan. De tocht zou op die wijze nog goed kunnen worden en
+deze laatste beweegreden was het vooral die hem alle bedenkingen over het hoofd deed zien.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull richtte zich naar de valreep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Veel geluk!&#8221; wenschte Mevr. Weldon hem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb dank, mevrouw Weldon!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Doe dien armen walvisch toch vooral niet te veel pijn!&#8221; riep kleine Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijn jongen!&#8221; antwoordde kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vang hem heel zachtjes, mijnheer.&#8221;
+
+&#8220;Ja.... met handschoenen, Jack!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Somtijds,&#8221; merkte neef Benedictus aan, &#8220;vindt men vrij zeldzame insecten op den rug van die groote zoogdieren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, mijnheer Benedict,&#8221; antwoordde kapitein Hull lachend, &#8220;u hebt het recht om je hart als entomoloog zooveel als je maar
+wilt op te halen als onze visch langs den <i>Pelgrim</i> drijft!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daarna zich tot Tom wendende, zeide hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Tom, &#8217;k reken op u en je kameraden, om ons den walvisch te helpen aan stukken houwen, als hij aan den romp van het schip
+is vastgesjord,&#8212;wat niet lang zal duren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;U zult ons volkomen bereid vinden, mijnheer,&#8221; antwoordde de oude neger.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed!&#8221; antwoordde kapitein Hull.&#8212;&#8220;Dick, die goede menschen zullen je helpen de ledige vaten gereed te maken. Terwijl we weg
+zijn zullen ze die op het dek brengen en dan zal het werk bij onze terugkomst met spoed gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Zal geschieden, kapitein.&#8221;
+
+</p>
+<p>Voor hen die het niet weten, zij hier gezegd dat de walvisch, eens dood, naar den <i>Pelgrim</i> gesleept en stevig aan stuurboordszijde moest vastgesjord worden. Dan gaan er matrozen, wier laarzen met scherpe haken voorzien
+zijn op den rug van het ontzaglijk gevaarte zitten en hakken het in regelmatige, evenwijdig loopende strooken in de richting
+van den kop naar den staart. Deze strooken worden dan in stukken van anderhalven voet gesneden en verder in kleinere stukken
+verdeeld, die, na in de vaten weggestuwd te zijn in het ruim worden geborgen.
+
+</p>
+<p>Meestentijds tracht de walvischvaarder, zoodra de visscherij is afgeloopen, zoo spoedig mogelijk den wal te halen, teneinde
+de laatste hand aan de bewerking van den visch te leggen. De equipage zoekt ergens aan het strand een geschikte plaats om
+tot het smelten van het spek over te gaan, dat onder de werking van het vuur het bruikbare gedeelte, namelijk de traan, levert.<a id="d0e1686src" href="#d0e1686" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>Maar in de omstandigheden waarin <a id="d0e1691"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1691">30</a>]</span>kapitein Hull op het oogenblik verkeerde, kon hij moeielijk teruggaan, om deze bewerking te voltooien en dacht hij het eerst
+te Valparaiso te doen. Bovendien hoopte hij met dezen wind, die, voordat er twintig dagen zouden verloopen zijn, weldra naar
+het westen zou loopen, de Amerikaansche kust te bereiken, en dit tijdsverloop kon de resultaten zijner vangst niet in gevaar
+brengen.
+
+</p>
+<p>Het oogenblik van vertrek was nu gekomen. Voordat de <i>Pelgrim</i> door het tegenbrassen der zeilen nagenoeg onbeweeglijk was geworden, had men hem iets dichter bij de plaats gebracht waar
+de walvisch door het uitwerpen van damp en water zijn tegenwoordigheid bleef te kennen geven.
+
+</p>
+<p>De walvisch zwom altijd te midden van het uitgestrekte roode veld van schaaldiertjes en opende automatisch zijn ontzaglijken
+bek om bij elken slok millioenen diertjes op te slorpen.
+
+</p>
+<p>Volgens de deskundigen aan boord, bestond er volstrekt geen vrees dat hij zou ontsnappen. Hij was ongetwijfeld wat de visschers
+een &#8220;vechtwalvisch,&#8221; noemen.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull stapte de verschansing over, liet zich langs de valreep zakken, en stapte voor in de boot.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, Jack, neef Benedictus, Tom en zijn kameraden riepen den kapitein geluk en een laatst vaarwel toe.
+
+</p>
+<p>Dingo zelfs, die op zijn achterpooten ging staan en zijn kop boven de reeling uitstak, scheen de equipage vaarwel te zeggen.
+
+</p>
+<p>Daarna begaven allen zich naar het voorschip, om toch vooral niets van al de belangwekkende tooneelen eener dergelijke visscherij
+te verliezen.
+
+</p>
+<p>De walvischsloep stak van boord en begon onder de krachtige riemslagen van haar vier riemen zich van den <i>Pelgrim</i> te verwijderen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Pas goed op, Dick, pas goed op!&#8221; riep kapitein Hull een laatste maal den leerling toe. &#8220;Een oog voor het schip, een oog voor
+de sloep, mijn jongen! Vergeet het niet!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees gerust, kapitein,&#8221; antwoordde Dick Sand, die bij het roer ging staan.
+
+</p>
+<p>De lichte boot bevond zich reeds verscheiden honderden voeten van het schip af. Kapitein Hull, overeind op de voorplecht,
+kon zich nu niet meer doen hooren, maar hernieuwde zijn aanbevelingen met de nadrukkelijkste gebaren.
+
+</p>
+<p>Op dat oogenblik liet Dingo, nog altijd met zijn pooten op de reeling, een jammerlijk geblaf hooren, dat op bijgeloovige menschen
+een ongunstigen indruk zou gemaakt hebben.
+
+</p>
+<p>Dit geblaf deed zelfs Mevr. Weldon ontstellen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dingo,&#8221; zei ze, &#8220;Dingo! moedig je op die wijze je vrienden aan? Kom, een helder, vroolijk geblaf!&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar de hond blafte niet meer, liet zich op zijn pooten neervallen en kwam langzaam naar Mevr. Weldon toe, wier hand hij vriendelijk
+likte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij kwispelstaart niet!&#8221; mompelde Tom. &#8220;Een slecht teeken! Een slecht teeken!&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar bijna op hetzelfde oogenblik richtte Dingo zich op en barstte in een woedend gehuil uit.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon keerde zich om.
+
+</p>
+<p>Negoro had zoo even het matrozenverblijf verlaten en richtte zich naar de voorplecht, met het blijkbare doel om evenals de
+anderen, de manoeuvres van de walvischsloep gade te slaan.
+
+</p>
+<p>Dingo vloog op den kok toe, ten prooi aan de grootste, doch tevens aan de meest onverklaarbare woede.
+
+</p>
+<p>Negoro pakte een handspaak en nam een verdedigende houding aan.
+
+</p>
+<p>De hond was op het punt hem naar de keel te vliegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier, Dingo, hier!&#8221; riep Dick Sand, die zijn post van observatie een oogenblik verliet en naar voren liep.
+
+</p>
+<p>Ook Mevr. Weldon van haar kant trachtte den hond te doen bedaren.
+
+</p>
+<p>Dingo gehoorzaamde, niet zonder tegenzin en kwam, een dof gebrom doende hooren, naar den leerling terug.
+
+</p>
+<p>Negoro had geen enkel woord geuit, maar was een oogenblik bleek geworden. Vervolgens zijn handspaak latende vallen, ging hij
+naar zijn hut terug.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hercules,&#8221; zei Dick Sand daarop, &#8220;ik draag je dringend op het oog op dien man te houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Zal hem in &#8217;t oog houden,&#8221; antwoordde Hercules eenvoudig, terwijl zijn twee kolossale vuisten zich ten teeken van toestemming
+sloten.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon en Dick Sand sloegen den blik na dit voorval wederom op de sloep, die door haar vier riemen snel werd voortbewogen.
+<a id="d0e1757"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1757">31</a>]</span></p>
+<p>Weldra was zij nog slechts een stip op de onmetelijke zee.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1686" href="#d0e1686src" class="noteref">1</a></span> Bij deze bewerking verliest het spek van den walvisch ongeveer een tiende van het gewicht.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1760"></a></p>
+<h2 class="label">Achtste hoofdstuk.</h2>
+<h2>De walvisch.</h2>
+<p>Kapitein Hull, een man van ondervinding in de jacht op walvischen, liet niets aan het toeval over. De vangst van een vinvisch
+vooral, is een moeielijke taak en geen enkele voorzorg mag verzuimd worden. En geen enkele werd verzuimd in deze omstandigheid.
+
+</p>
+<p>Al dadelijk bestuurde kapitein Hull de sloep op die wijze dat zij den walvisch aan lij zou naderen, opdat hij door niet het
+minste geluid kon verontrust worden.
+
+</p>
+<p>Howik bestuurde dus de sloep volgens de vrij uitgestrekte kromme lijn die de roodachtige bank afteekende, te midden waarvan
+de walvisch zijn ontbijt gebruikte. Men moest dus om hem heen varen.
+
+</p>
+<p>De bootsman die deze manoeuvre ten uitvoer bracht, was een zeeman van groote koelbloedigheid, in wien kapitein Hull het meeste
+vertrouwen stelde. Men had van hem geen aarzeling, noch verstrooiing te vreezen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Pas op je roer, Howik,&#8221; zei kapitein Huil. &#8220;We zullen probeeren den walvisch te verrassen en hem met rust laten totdat we
+dichtbij genoeg zijn om hem te harpoeneeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Begrepen, mijnheer,&#8221; antwoordde de bootsman. &#8220;Ik zal den omtrek, van dat roodachtig water volgen, maar op die wijze dat we
+altijd aan lij blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed!&#8221; zei kapitein Hull.&#8212;&#8220;Jongens, zoo stil mogelijk geroeid.&#8221;
+
+</p>
+<p>De met stroo omwonden riemen ploften dan ook bij elken slag zonder eenig geruisch in het water.
+
+</p>
+<p>De met behendigheid door den bootsman bestuurde sloep, had de uitgestrekte bank der schaaldieren bereikt. Aan stuurboordszijde
+dompelden zich de riemen nog in het groene heldere water, terwijl van die aan bakboordszij, de roodachtige vloeistof als met
+duizenden bloeddruppels scheen af te stroomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wijn en water!&#8221; zei een der matrozen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde kapitein Hull, &#8220;maar water dat men niet drinken en wijn dien men niet slikken kan!&#8212;Kom jongens, geen gepraat
+meer en flink doorgezet!&#8221;
+
+</p>
+<p>De door den bootsman bestuurde sloep, gleed zonder geruisch over de oppervlakte van het vetachtige water, alsof zij over een
+laag olie heenvoer.
+
+</p>
+<p>De walvisch bewoog zich niet en scheen de boot, die een kring om haar heen beschreef, niet opgemerkt te hebben.
+
+</p>
+<p>Natuurlijk moest kapitein Hull bij het maken van dezen omweg zich al verder en verder van den <i>Pelgrim</i> verwijderen, die door den afstand allengs kleiner werd.
+
+</p>
+<p>De snelheid waarmede de voorwerpen in zee door den afstand afnemen, heeft altijd iets zonderlings. Het is alsof men ze bekijkt
+door een verrekijker dien men omgekeerd in de hand houdt. Dit gezichtsbedrog moet blijkbaar daaraan toegeschreven worden dat
+de punten van vergelijking ons in die onmetelijke ruimten ontbreken. Zoo ging het ook met den <i>Pelgrim</i>, die zichtbaar afnam en reeds veel verder af scheen dan dat hij het werkelijk was.
+
+</p>
+<p>Een half uur nadat kapitein Hull en de zijnen het schip verlaten hadden, bevonden zij zich juist aan lij van den walvisch,
+zoodanig dat deze zich in het midden tusschen het schip en de sloep bevond.
+
+</p>
+<p>Het oogenblik was dus nu gekomen om hem zoo stil mogelijk te naderen. Het was niet onmogelijk dat men ter zijde van het dier
+komen en het op den geschikten afstand kon harpoeneeren, voordat hij hen opgemerkt had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Roeit wat zachter, jongens,&#8221; zei kapitein Hull met gesmoorde stem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Me dunkt,&#8221; antwoordde Howik, &#8220;dat het grondeltje iets gemerkt heeft! want het spuit minder hard dan straks!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Stilte! stilte!&#8221; hernam kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>Vijf minuten later, bevond zich de sloep een kabellengte van den walvisch af.<a id="d0e1813src" href="#d0e1813" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>De bootsman, achter in de sloep overeind staande, stuurde zoodanig dat zij het reusachtige zoogdier aan de linkerzijde naderden,
+maar vermeed <a id="d0e1818"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1818">32</a>]</span>daarbij met de grootste zorg in het bereik van zijn ontzaglijken staart te komen, waarvan &eacute;&eacute;n slag voldoende ware geweest
+om de boot te verbrijzelen.
+
+</p>
+<p>V&oacute;&oacute;r in de boot stond kapitein Hull, met de beenen een weinig uiteen om des te beter zijn evenwicht te kunnen bewaren, bij
+het doen van den eersten worp. Men mocht gerust op zijn behendigheid rekenen, waarvan hij weldra de bewijzen zou geven als
+de harpoen in de dikke massa bleef steken, die boven het water uitkwam.
+
+</p>
+<p>Bij den kapitein, in een balie, lag een der vijf lijnen opgeschoten, die stevig aan den harpoen bevestigd was en waaraan achtereenvolgens
+de vier andere zouden geknoopt worden, indien de walvisch zeer diep onderdook.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn we er, jongens?&#8221; vroeg kapitein Hull zacht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde Howik, terwijl hij zijn riem stevig in zijn krachtige vuisten vastklemde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Leg aan! leg aan!&#8221;
+
+</p>
+<p>De bootsman voldeed aan het bevel en de sloep legde zich op ongeveer tien voet aan de zijde van het dier.
+
+</p>
+<p>Dit verplaatste zich niet en scheen te slapen. De walvisschen die men op deze wijze in hun slaap verrast, kunnen gemakkelijker
+gevangen worden en het gebeurt dikwijls dat de eerste worp hen reeds doodelijk treft.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die onbeweeglijkheid is nog al vreemd!&#8221; dacht de kapitein. <a id="d0e1836"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>De schelm moet niet slapen, en toch!.... Daar zit iets achter!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo dacht de bootsman er ook over, die het dier ook aan de andere zijde trachtte te zien.
+
+</p>
+<p>Doch het was nu geen tijd om na te denken, men moest handelen.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull, die zijn harpoen bij het midden van den steel gevat had, hield hem meermalen in evenwicht teneinde zich des
+te beter van de juistheid van zijn worp te verzekeren, terwijl hij op de zijde van den walvisch mikte. Daarna wierp hij hem
+met alle kracht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Strijken, strijken!&#8221; riep hij dadelijk.
+
+</p>
+<p>En de matrozen, gelijktijdig achteruit roeiende, deden de sloep snel achteruitgaan, met het doel haar voorzichtig buiten het
+bereik van het zeemonster te brengen.
+
+</p>
+<p>Maar op dit oogenblik deed een kreet van den bootsman begrijpen waarom de walvisch zich zoo lang en zoo zonderling onbeweeglijk
+aan de oppervlakte der zee hield.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een walvischjong!&#8221; zeide hij.
+
+</p>
+<p>En werkelijk had de walvisch, na door den harpoen getroffen te zijn, zich bijna geheel op de zijde gewend, terwijl het dier
+op die wijze een jong liet zien dat het bezig was te zoogen.
+
+</p>
+<p>Deze omstandigheid, en Kapitein Hull was hiervan zeer goed bewust, moest de vangst van den walvisch veel moeielijker maken.
+De moeder zou zich natuurlijk met meer woede verdedigen, zoowel voor zich zelve als om haar &#8220;kleintje&#8221; te beschermen&#8212;indien
+men althans dien naam kan geven aan een dier dat niet minder dan twintig voet was.
+
+</p>
+<p>Evenwel werd de vrees dat de walvisch zich onmiddellijk op de sloep zou werpen niet bewaarheid en er was geen reden, om de
+lijn, waaraan de harpoen bevestigd was, door te snijden, met het doel om dadelijk op de vlucht te gaan. Integendeel, en zooals
+dit meestal gebeurt, dook de walvisch, gevolgd door zijn jong, eerst in zeer schuinsche richting; daarna, zich met een ontzaglijken
+sprong in de hoogte werpende, begon hij met buitengewone snelheid aan de oppervlakte van het water te zwemmen.
+
+</p>
+<p>Maar voordat hij onderdook, hadden kapitein Hull en de bootsman, die beiden overeind in de boot stonden, den tijd gehad hem
+te zien en hem dus op zijn juiste waarde te schatten.
+
+</p>
+<p>En werkelijk was deze &#8220;vinvisch&#8221; een walvisch van de grootste soort. Zijn lengte bedroeg van den kop tot den staart minstens
+tachtig voet. Zijn huid, van een geelachtig bruin, was als bezaaid met talrijke vlekken van donkerder kleur.
+
+</p>
+<p>Het ware inderdaad jammer geweest, na een gelukkigen aanval bij het begin, in de noodzakelijkheid te zijn zulk een rijke prooi
+te laten varen.
+
+</p>
+<p>De vervolging, of liever het op sleeptouw nemen was begonnen.
+
+</p>
+<p>De walvischsloep, met de riemen &#8220;op&#8221;, snelde als een pijl op den rug der golven voort.
+
+</p>
+<p>Howik stuurde uitmuntend, niettegenstaande haar snelle en groote gieren.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull met het oog op zijn prooi, liet onophoudelijk zijn eeuwig refrein hooren:
+
+</p>
+<p>&#8220;Pas goed op, Howik, pas goed op!&#8221;
+<a id="d0e1875"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1875">33</a>]</span></p>
+<p>En men kon zich verzekerd houden, dat de waakzaamheid van den bootsman geen enkel oogenblik faalde.
+
+</p>
+<p>Daar evenwel de sloep op verre na niet met dezelfde snelheid gierde als de walvisch, liep de harpoenlijn met zulk een verbazende
+snelheid af, dat zij telkens op het punt stond bij de wrijving langs boord vuur te vatten. Ook zorgde kapitein Hull haar nat
+te houden, door de balie waarin zij opgeschoten lag, met water te vullen.
+
+</p>
+<p>Nochtans scheen de walvisch zich niet in zijn loop op te houden, noch hem te willen matigen. De tweede lijn werd dus aan de
+eerste vastgehecht en weldra met dezelfde snelheid als de eerste ontrold.
+
+</p>
+<p>Na vijf minuten moest de derde lijn aangeknoopt worden, die even als de twee eerste onder het water was verdwenen.
+
+</p>
+<p>En nog altijd verminderde de walvisch zijn vaart niet. De harpoen was blijkbaar in geen voor het leven gevaarlijk lichaamsdeel
+doorgedrongen. Men kon zelfs aan de meer schuinsche richting der lijn opmerken, dat het dier, inplaats van aan de oppervlakte
+terug te komen, tot in diepere lagen doordrong.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel duivels!&#8221; riep kapitein Huil, &#8220;die schelm zal ons waarlijk onze vijf lijnen opeten!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ons een tot op goeden afstand van den <i>Pelgrim</i> medeslepen!&#8221; antwoordde de bootsman.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zal toch aan de oppervlakte moeten terugkomen om adem te scheppen!&#8221; hernam kapitein Hull. &#8220;Hij behoort niet tot de visschen
+en heeft even goed zijn voorraad lucht noodig als ieder ander particulier!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zal zijn adem ingehouden hebben om beter te kunnen loopen!&#8221; zei al lachende een der matrozen.
+
+</p>
+<p>Werkelijk bleef de lijn met dezelfde snelheid af loopen.
+
+</p>
+<p>Weldra werd het noodig de vierde lijn bij de derde te voegen en werkelijk begonnen de matrozen zich wel wat ongerust te maken
+omtrent hun toekomstig aandeel in de winst.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel drommels!&#8221; mompelde kapitein Hull, &#8220;zoo iets heb ik nog nooit gezien! Satansche visch!&#8221;
+
+</p>
+<p>Eindelijk moest ook de vijfde lijn er aan, en reeds was zij tot op de helft afgerold, toen er eindelijk wat bocht in scheen
+te komen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Komaan!&#8221; riep kapitein Hull, &#8220;de lijn is minder gespannen! De walvisch wordt moe!&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik bevond de <i>Pelgrim</i> zich op meer dan vijf mijlen aan lij van de walvischsloep.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull heesch nu een vlag aan het einde van een bootshaak en gaf daarmede het afgesproken signaal om dichter bij te
+komen.
+
+</p>
+<p>En bijna dadelijk kon hij zien dat Dick Sand, geholpen door Tom en zijn kameraden, volbraste, en zoo dicht mogelijk aan den
+wind hield.
+
+</p>
+<p>Maar de bries was zwak en ongestadig. Zij kwam slechts bij vlagen van korten duur. Zeer zeker zou de <i>Pelgrim</i> eenige moeite hebben om de sloep te bereiken, indien het al mogelijk was.
+
+</p>
+<p>Intusschen was de walvisch zooals men voorspeld had, aan de oppervlakte teruggekomen om adem te halen, altijd nog met den
+harpoen in zijn zijde. Hij bleef toen nagenoeg onbeweeglijk en scheen op zijn jong te wachten, dat bij deze woeste jacht natuurlijk
+had moeten achterblijven.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull liet hard aan roeien, om hem te naderen en weldra was hij er weder dichtbij.
+
+</p>
+<p>Twee riemen werden opgelicht en twee matrozen wapenden zich, zooals de kapitein het reeds gedaan had, met lange lansen om
+het dier te treffen.
+
+</p>
+<p>Howik bestuurde nu de boot zeer behendig en hield zich gereed snel af te houden, in het geval dat de walvisch haar plotseling
+zou aanvallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Opgepast!&#8221; riep kapitein Hull. &#8220;Laat geen worp verloren gaan! Mikt goed, jongens! Ben je klaar, Howik?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Klaar, mijnheer,&#8221; antwoordde de bootsman, &#8220;maar een ding maakt me ongerust en dat is dat het dier, na zoo snel gevlucht te
+zijn, op dit oogenblik zoo stil is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt gelijk, Howik, dat komt me ook verdacht voor.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laten we op onze hoede zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar laten we vooruit gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull wond zich steeds meer op.
+
+</p>
+<p>De boot kwam nog dichter bij. De walvisch wendde zich op de plaats zelve rond. Zijn jong bevond zich niet meer bij hem en
+misschien zocht hij het.
+
+</p>
+<p>Plotseling maakte hij een beweging <a id="d0e1945"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1945">34</a>]</span>met zijn staart, die hem een dertig voet verder bracht.
+
+</p>
+<p>Zou hij opnieuw op de vlucht gaan en moest die eindelooze vervolging hervat worden?
+
+</p>
+<p>&#8220;Opgepast!&#8221; riep kapitein Hull. &#8220;Het dier neemt zijn aanloop en zal zich op ons werpen! Houd koers, Howik, houd koers!&#8221;
+
+</p>
+<p>De walvisch had zich werkelijk zoodanig gewend dat hij met den kop naar de sloep gekeerd lag. Daarna de zee met zijn ontzaglijke
+vinnen doende opbruisen, stortte hij zich vooruit.
+
+</p>
+<p>De bootsman die op den rechtstreekschen aanval voorbereid was, manoeuvreerde op die wijze dat de walvisch langs de boot heengleed,
+zonder haar evenwel te raken.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull en de twee matrozen brachten hem in het voorbijgaan drie krachtige lanssteken toe en trachtten eenig levensorgaan
+te treffen.
+
+</p>
+<p>De walvisch hield plotseling op en terwijl hij twee stralen water, met bloed gemengd, tot een groote hoogte in de lucht spoot,
+stortte hij zich wederom als met een vervaarlijken sprong op de boot en was werkelijk vreeselijk om aan te zien.
+
+</p>
+<p>Voorzeker moesten deze zeelieden koene visschers zijn om bij een gelegenheid als deze bedaard te blijven.
+
+</p>
+<p>Nogmaals wist Howik behendig den aanval van het dier te ontwijken door het roer aan boord te gooien.
+
+</p>
+<p>Door drie nieuwe, op het geschikte oogenblik toegebrachte stooten, kreeg het dier drie nieuwe verwondingen. Maar in het voorbijgaan
+sloeg hij het water zoo geweldig met zijn geduchten staart, dat een ontzaglijke golf de sloep bijna deed omslaan en haar voor
+de helft met water vulde.
+
+</p>
+<p>&#8220;De puts, de puts!&#8221; riep kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>De twee matrozen lieten hunne riemen loopen en gingen snel aan het uithoozen van de sloep, terwijl de kapitein de lijn doorsneed
+die nu nutteloos geworden was.
+
+</p>
+<p>Neen! de walvisch woedend geworden door de pijn, dacht aan geen vluchten meer. Op zijn beurt was hij nu de aanvaller en zijn
+doodsstrijd dreigde vreeselijk te zijn.
+
+</p>
+<p>Voor den derden keer wierp hij zich om en storte zich opnieuw op de boot.
+
+</p>
+<p>Maar deze, half vol water, kon niet meer met dezelfde gemakkelijkheid bestuurd worden, en hoe zou zij onder deze omstandigheden
+den schok vermijden die haar dreigde? Luisterde zij niet meer naar het roer, nog veel minder kon zij op de vlucht gaan.
+
+</p>
+<p>En bovendien, hoeveel vaart de boot ook had geloopen, zou de vlugge walvisch haar in weinige sprongen achterhaald hebben.
+Het kwam er nu niet meer op aan aan te vallen, men moest zich nu verdedigen.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull begreep het terecht.
+
+</p>
+<p>De derde aanval van het dier kon niet geheel afgewend worden. In het voorbijgaan raakte hij de sloep even met zijn ontzaglijke
+rugvin aan, maar met zulk eene ontzettende kracht, dat Howik van zijn bank werd geworpen.
+
+</p>
+<p>De drie lansen die door de schommeling ongelukkig afweken, misten dezen keer haar doel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Howik! Howik!&#8221; riep kapitein Hull, die zelf moeite had te blijven staan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Present!&#8221; antwoordde de bootsman, zich oprichtende.
+
+</p>
+<p>Maar op hetzelfde oogenblik merkte hij dat zijn lange of stuurriem in zijn val doormidden was gebroken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een anderen riem!&#8221; zei kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>&#8220;Al klaar,&#8221; antwoordde Howik.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik deed zich op slechts weinige vademen van de sloep af een borreling onder het water hooren.
+
+</p>
+<p>Het walvischjong kwam weder te voorschijn. De walvisch zag het en snelde naar hem toe.
+
+</p>
+<p>Deze omstandigheid zou aan de worsteling slechts een vreeselijker karakter mededeelen. De walvisch zou nu den strijd hervatten
+voor twee.
+
+</p>
+<p>Kapitein Hull keek naar den kant van den <i>Pelgrim</i>. Zijn hand bewoog driftig den staak met de vlag.
+
+</p>
+<p>Wat kon Dick Sand anders doen dan hetgeen hij bij het eerste signaal van den kapitein reeds gedaan had? De zeilen van den
+<i>Pelgrim</i> stonden bij en de wind begon ze te zwellen. Ongelukkig bezat de schoener-brik geen schroef welker werking men kon aanzetten
+om sneller te loopen. Een der booten te strijken en den kapitein met behulp der negers bij te staan, zou een groot tijdverlies
+geweest zijn en bovendien <a id="d0e2009"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2009">35</a>]</span>had ook de leerling bevel ontvangen niet van boord te gaan, wat er ook mocht gebeuren. Evenwel streek hij de boot die aan
+het hek hing en nam die op sleper, opdat de kapitein, zoo het noodig was, er de vlucht in kon nemen.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik had de walvisch, het jong met zijn lichaam bedekkende, den aanval hervat. Dezen keer scheen zijn plan te
+zijn rechtstreeks op de sloep aan te vallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Opgepast, Howik!&#8221; riep een laatste maal kapitein Hull.
+
+</p>
+<p>Maar de bootsman was zoo goed als ongewapend. In plaats van een hefboom, waarvan de lengte de kracht uitmaakte, hield hij
+slechts een betrekkelijk korten riem in de hand.
+
+</p>
+<p>Hij trachtte af te houden.
+
+</p>
+<p>Het was onmogelijk.
+
+</p>
+<p>De matrozen begrepen dat zij verloren waren. Allen richten zich op en dezen een vreeselijken kreet hooren, die misschien op
+den <i>Pelgrim</i> wel gehoord kon worden.
+
+</p>
+<p>Een vreeselijke slag met den staart van het monster had de walvischsloep van onderen getroffen.
+
+</p>
+<p>De boot, met onweerstaanbaar geweld in de lucht geslingerd, viel in drie stukken neder, te midden der golven, die door de
+sprongen van den walvisch met woest geweld tegen elkander aanbotsten.
+
+</p>
+<p>De ongelukkige matrozen, hoewel ernstig gekwetst, zouden misschien de kracht gehad hebben zich, hetzij al zwemmende, hetzij
+zich aan een of ander drijvend voorwerp vastgrijpende, boven water te houden.
+
+</p>
+<p>Dit deed ook kapitein Hull, dien men een oogenblik den bootsman op een drijvend stuk hout zag trekken....
+
+</p>
+<p>Maar de walvisch, ten toppunt van woede, keerde zich om, maakte een vervaarlijken sprong, misschien in de laatste oogenblikken
+van een vreeselijken doodsstrijd, en sloeg met zijn geduchten staart het woelige water waarin de ongelukkigen nog rondzwommen!
+
+</p>
+<p>Gedurende eenige minuten zag men slechts een vloeibare waterkolom die zich in duizende kleine waterstralen naar alle kanten
+verspreidde.
+
+</p>
+<p>Toen een kwartier later Dick Sand zich met de negers in de boot geworpen en het tooneel van het ongeluk bereikt had, waren
+alle levende wezens verdwenen. Eenige overblijfselen van de walvischsloep was alles wat er op de oppervlakte der bloedroode
+golven was overgebleven.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1813" href="#d0e1813src" class="noteref">1</a></span> Een kabellengte, een eigenaardige maat bij de marine, bedraagt een lengte van honderd twintig vademen, dat is twee honderd
+meters.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e2040"></a></p>
+<h2 class="label">Negende hoofdstuk.</h2>
+<h2>Kapitein Sand.</h2>
+<p>De eerste indruk door deze verschrikkelijke ramp op de passagiers van den <i>Pelgrim</i> teweeggebracht, was een mengsel van medelijden en schrik. Zij dachten slechts aan den ontzettenden dood van kapitein Hull
+en zijn vijf matrozen. Dit ijselijk tooneel had zich nagenoeg onder hunne oogen afgespeeld zonder dat zij iets hadden kunnen
+doen om hen te redden! Zij waren zelfs te laat gekomen om de bemanning der walvischsloep, hunne ongelukkige verwonde, maar
+nog levende makkers op te nemen, en den romp van den <i>Pelgrim</i> te stellen tegenover de geduchte slagen van den walvisch! Kapitein Hull en zijne matrozen waren voor altijd verdwenen!
+
+</p>
+<p>Toen de schoenerbrik op de plaats van het onheil was aangekomen, viel Mevr. Weldon op de knie&euml;n, met de handen ten hemel opgeheven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat ons bidden!&#8221; zei de vrome vrouw.
+
+</p>
+<p>De kleine Jack knielde weenende bij zijne moeder. Het arme kind had alles begrepen. Dick Sand, Nan, Tom en de andere negers
+stonden overeind met gebogen hoofd. Allen herhaalden bij zich zelven het gebed dat Mevr. Weldon tot God richtte, terwijl zij
+aan zijne oneindige goedheid hen beval, die zooeven voor hem verschenen waren.
+
+</p>
+<p>Daarna, zich tot haar metgezellen richtende, zei Mevr. Weldon:
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu, mijne vrienden, laat ons van God de kracht en den moed afsmeeken om ons te helpen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ja! zij konden niet genoeg de hulp afbidden van Hem die alles vermag, want hun toestand was hoogst ernstig!
+
+</p>
+<p>Het schip dat hen droeg, had geen kapitein meer om hen te commandeeren, geen bemanning meer om het te besturen. Het bevond
+zich te midden van de onmetelijke Stille-Zuidzee, op honderden <a id="d0e2067"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2067">36</a>]</span>mijlen van eenig land, overgegeven aan wind en golven.
+
+</p>
+<p>Welk noodlot had toch dien walvisch op den weg van den <i>Pelgrim</i> geleid? Welk grooter noodlot nog had den ongelukkigen kapitein Hull, gewoonlijk zoo verstandig, aangespoord om alles op het
+spel te zetten, teneinde zijn lading aan te vullen? En welke ramp, vreeselijker dan deze, kon er opgeteekend worden in de
+jaarboeken van de groote visscherij, waarbij geen enkel matroos van de walvischsloep had kunnen gered worden!
+
+</p>
+<p>Ja! het was een vreeselijk noodlot!
+
+</p>
+<p>Inderdaad was er geen enkele zeeman meer aan boord van den <i>Pelgrim</i>.
+
+</p>
+<p>Toch! een enkele! Dick Sand, maar het was slechts een leerling, een jongeling van vijftien jaar!
+
+</p>
+<p>Kapitein, bootsman, matrozen, men kon zeggen dat de geheele bemanning nu in hem alleen vereenigd was.
+
+</p>
+<p>En aan boord bevond zich een passagier, een moeder en haar zoon, wier tegenwoordigheid den toestand nog moeielijker maakte.
+
+</p>
+<p>Verder waren er ook eenige negers, goede menschen, moedig en ijverig, ongetwijfeld bereid om iedereen te gehoorzamen die in
+staat zou zijn hen te commandeeren, doch ontbloot van de eenvoudigste begrippen van het zeemansvak!
+
+</p>
+<p>Dick Sand stond daar onbeweeglijk, de armen over elkander geslagen en den blik gewend naar de plaats waar kapitein Hull, zijn
+weldoener en beschermer, voor wien hij een kinderlijke liefde gevoelde, verzwolgen was. Daarna doorzochten zijn oogen den
+horizont om naar eenig vaartuig uit te zien, dat hij hulp en bijstand verzocht zou hebben en waaraan hij althans Mevr. Weldon
+had kunnen toevertrouwen.
+
+</p>
+<p>Hij zou daarom toch den <i>Pelgrim</i> niet verlaten hebben, neen, voorzeker niet, zonder alles gedaan te hebben om hen naar een veilige haven te brengen. Maar
+Mevr. Weldon en haar kleine jongen waren dan in veiligheid geweest en hij zou niet meer te vreezen gehad hebben voor die twee
+wezens, aan wie hij zich met lichaam en ziel gewijd had.
+
+</p>
+<p>De oceaan was verlaten. Sedert de verdwijning van den walvisch had geen enkel voorwerp de onmetelijke vlakte verstoord. Niets
+dan water en lucht rondom den <i>Pelgrim</i>. De jeugdige leerling wist maar al te goed, dat hij zich buiten den gewonen weg der koopvaardijschepen bevond en dat de andere
+walvischvaarders nog ver weg ter visscherij verwijlden.
+
+</p>
+<p>Evenwel was het zaak den toestand onder de oogen te zien en de dingen in het ware licht te beschouwen. Dit deed Dick Sand,
+maar vroeg daarbij aan God, uit het binnenste zijns harten, hulp en bijstand.
+
+</p>
+<p>Welk besluit zou hij nemen?
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik verscheen Negoro op het dek, dat hij na de ramp verlaten had. Niemand had kunnen zeggen wat zulk een raadselachtig
+wezen bij dit onherstelbaar ongeluk gevoeld had. Had hij het onheil mede aangezien zonder eenig teeken te geven en zonder
+een oogenblik van zijn stomme rol af te wijken. Met de oogen had hij al de bijzonderheden van het ongelukkig voorval verslonden.
+Maar indien men op zulk een oogenblik op de gedachte gekomen was hem waar te nemen, zou men er zich althans over verwonderd
+hebben dat geen enkele spier van zijn hardvochtig gelaat zich vertrok. Zeker is het dat hij deed alsof hij niets gehoord had
+toen Mevr. Weldon allen opriep om voor de gezonken bemanning te bidden.
+
+</p>
+<p>Negoro begaf zich naar het achterdek, naar de plaats waar Dick Sand onbeweeglijk in gedachten verzonken stond. Hij bleef op
+drie schreden van den leerling af staan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moet je me spreken?&#8221; vroeg Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Moet kapitein Hull spreken,&#8221; antwoordde Negoro koel, &#8220;of als dat niet kan, den bootsman Howik.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je weet wel dat beide zijn omgekomen!&#8221; riep de leerling uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie commandeert dan nu aan boord?&#8221; vroeg Negoro onbeschaamd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik,&#8221; antwoordde Dick Sand zonder de minste aarzeling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij!&#8221; zeide Negoro, de schouders optrekkende. &#8220;Een kapitein van vijftien jaar!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een kapitein van vijftien jaar!&#8221; antwoordde de leerling, op den kok toeloopende.
+
+</p>
+<p>Deze ging achteruit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vergeet niet,&#8221; zei toen Mevr. Weldon, <a id="d0e2127"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2127">37</a>]</span>&#8220;dat er hier slechts &eacute;&eacute;n kapitein is.... kapitein Sand, en &#8217;t is goed dat iedereen wete dat hij zich zal doen gehoorzamen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Negoro boog, terwijl hij op spottenden toon eenige woorden mompelde die men niet hooren kon en hij daarna naar zijn verblijf
+terugkeerde.
+
+</p>
+<p>Men ziet, Dick had een besluit genomen.
+
+</p>
+<p>Intusschen was de schoenerbrik, door de werking van de bries die begon op te steken, de uitgestrekte bank schaaldieren reeds
+voorbijgestevend.
+
+</p>
+<p>Dick Sand nam den toestand van het tuig op. Daarna daalden zijn oogen op het dek neder. Hij had daarbij het gevoel dat, zoo
+er voortaan een geduchte verantwoordelijkheid op hem rustte, hij de kracht moest hebben haar op zich te nemen. Hij dorst hen
+aanzien de overlevenden van den <i>Pelgrim</i>, wier oogen nu op hem gericht waren. En terwijl hij in hunne blikken las, dat hij op hen kon rekenen, zeide hij hun in twee
+woorden dat zij zich op hunne beurt op hem konden verlaten.
+
+</p>
+<p>Dick Sand had in alle oprechtheid zijn geweten onderzocht.
+
+</p>
+<p>Mocht hij al in staat zijn om met behulp van de armen van Tom en zijn kameraden naar omstandigheden voldoende te kunnen manoeuvreeren,
+toch bezat hij natuurlijk nog al de kundigheden niet die noodig waren om zijn bestek door berekening te bepalen.
+
+</p>
+<p>Ware Dick Sand vier of vijf jaar ouder geweest, zoo zou hij het schoone, maar moeielijke zeemansvak in den grond gekend hebben!
+Hij zou zich hebben weten te bedienen van den sextant, het instrument waarmede kapitein Hull de sterrenhoogte nam! Hij zou
+op den chronometer den middelbaren tijd van Greenwich afgelezen en met behulp daarvan en den bekenden uurhoek, de lengte gevonden
+hebben. De zon zou elken dag zijn raadgeefster geweest zijn! De maan en de planeten zouden hem gezegd hebben: Daar op dat
+punt van den Oceaan bevindt zich uw schip! Het uitspansel waar langs de sterren zich bewegen als de wijzers van een volkomen
+juist uurwerk, dat uitspansel zou hem de uren en de afstanden geleerd hebben! Door de sterrenkundige waarnemingen, zou hij
+op een mijl na de plaats hebben leeren bepalen, zooals zijn kapitein zulk elken dag deed, waar de <i>Pelgrim</i> zich bevond, zoowel als den afgelegden weg en den weg die nog afgelegd moest worden!
+
+</p>
+<p>En nu moest hij geheel op gegist bestek varen, dat wil zeggen: zich alleen op de log en het kompas verlaten, waarvan hij de
+miswijzing in rekening kon brengen.
+
+</p>
+<p>Evenwel verloor hij den moed niet.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon had zeer goed begrepen, wat er in het moedige hart van den leerling omging.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb dank, Dick,&#8221; zeide zij tot hem met vaste stem. &#8220;Kapitein Hull is niet meer! Zijn geheele equipage is met hem omgekomen.
+Het lot van het schip is in uw handen! Dick, je zult het schip met allen die het draagt, redden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mevrouw,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;ja, met Gods hulp zal ik het beproeven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tom en zijn kameraden zijn brave menschen die je volkomen kunt vertrouwen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Weet het en &#8217;k zal er zeelieden van maken. We zullen samen manoeuvreeren en met goed weer zal het best gaan, maar met
+slecht weer,&#8212;welnu, met slecht weer, zullen we alles doen wat we kunnen en we zullen u redden, mevrouw Weldon, u en uw kleinen
+Jack, allen. Ja, &#8217;k voel dat &#8217;k het doen zal....&#8221;
+
+</p>
+<p>En hij voegde er bij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Met Gods hulp!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu, Dick, zou je juist kunnen zeggen, waar we ons op &#8217;t oogenblik bevinden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer gemakkelijk,&#8221; antwoordde de leerling, &#8220;&#8217;k Heb niets anders te doen dan de kaart te raadplegen, waarop kapitein Hull
+gisteren nog het bestek heeft afgezet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En zou je den goeden koers kunnen aangeven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, &#8217;k zou den steven naar het oosten kunnen wenden, nagenoeg naar dat punt van de Amerikaansche kust waar we moeten aanlanden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, Dick,&#8221; hernam Mevr. Weldon, &#8220;je begrijpt, niet waar, dat deze ramp onze eerste plannen kan en zelfs moet wijzigen?
+Er is nu geen sprake meer van den <i>Pelgrim</i> naar Valparaiso te brengen. De dichtstbij gelegen haven van de Amerikaansche kust is nu zijn bestemming.&#8221;
+<a id="d0e2180"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2180">38</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ongetwijfeld, mevrouw,&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;Maak u vooral maar niet ongerust! We kunnen niet missen de Amerikaansche
+kust die zich zoo ver zuidelijk uitstrekt te bereiken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar is zij gelegen?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar, in die richting,&#8221; antwoordde Dick Sand, het oosten met den vinger aanwijzende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, Dick, &#8217;t komt er niet op aan of we Valparaiso of een ander punt van de kust bereiken. Het voornaamste is dat we aan
+land komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En &#8217;t zal geschieden, mevrouw Weldon, &#8217;k zal u op een veilige plaats ontschepen,&#8221; antwoordde de leerling met vaste stem.
+&#8220;Bovendien geef ik de hoop niet op om, als we dichter bij land komen, eenige vaartuigen te ontmoeten die den kusthandel drijven.
+Kom! mevrouw Weldon, de wind loopt naar het noord-oosten! God geve dat hij daar blijve, dan zullen we flink vooruitkomen,
+want we zullen alle zeilen bijzetten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand had dit alles gezegd met het vertrouwen van den zeeman, die weet dat hij een goed schip onder zich heeft, een schip
+waarvan hij volkomen meester is. Hij ging aan het roer en riep zijn metgezellen om de zeilen behoorlijk te stellen, toen Mevr.
+Weldon hem er aan herinnerde dat hij vooral goed de plaats moest kennen waar de <i>Pelgrim</i> zich bevond.
+
+</p>
+<p>Dit was inderdaad iets dat geen uitstel gedoogde. Dick Sand begaf zich naar de kajuit van den kapitein en haalde daar de kaart
+waarop het bestek den vorigen dag juist was aangegeven. Hij kon dus Mevr. Weldon toonen dat de schoener-brik zich op 43&deg; 35&#8242;
+breedte en op 164&deg; 13&#8242; lengte bevond, want sedert vier-en-twintig uren was zij nagenoeg stationnair gebleven.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon had zich over deze kaart heengebogen. Zij zag de bruine tint die de aarde, rechts van den uitgestrekten Oceaan
+moest voorstellen. Het was het kustland van Zuid-Amerika, dat als een onmetelijke slagboom, van Kaap Hoorn af tot aan de stranden
+van Columbia toe, tusschen de Stille Zuidzee en den Atlantischen Oceaan geworpen is. Bij de beschouwing van deze kaart, waarop
+een gansche oceaan was afgebeeld, kwam onwillekeurig de gedachte bij haar op dat het zeer gemakkelijk zoude zijn de passagiers
+van den <i>Pelgrim</i> naar hun vaderland terug te brengen. Dit is een zinsbedrog dat zich steeds bij iedereen voordoet die niet bekend is met de
+schalen waarnaar de zeekaarten vervaardigd worden Werkelijk scheen het Mevr. Weldon toe dat het land in het gezicht moest
+zijn, zooals het op dit stuk papier was.
+
+</p>
+<p>En evenwel zou de <i>Pelgrim</i> te midden van dit witte stuk papier, op zijn juiste schaal afgebeeld, kleiner geweest zijn dan het allerkleinste der infusiediertjes!
+Dit mathematische punt, zonder waarneembare afmetingen, zou als verloren beschouwd zijn, zooals het werkelijk het geval was,
+in de onmetelijkheid van de Stille Zuidzee!
+
+</p>
+<p>Dick Sand zelf had niet denzelfden indruk als Mevr. Weldon ondervonden. Hij wist dat het land ver verwijderd was en dat honderden
+mijlen niet voldoende waren om den afstand, die het van hen scheidde, te meten. Maar zijn besluit was genomen: Hij was een
+man geworden door de verantwoordelijkheid, die op zijn schouders rustte.
+
+</p>
+<p>Het oogenblik om te handelen was gekomen. Men moest van deze bries uit het noord-oosten, die aanwakkerde, gebruik maken. De
+tegenwind had eindelijk voor een gunstigen wind plaats gemaakt en eenige &#8220;cyrrhus&#8221; wolken, hier en daar aan de kim opkomende,
+wezen aan dat hij althans gedurende eenigen tijd zou aanhouden.
+
+</p>
+<p>Dick Sand riep Tom en zijn kameraden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijne vrienden,&#8221; zoo sprak hij hun toe, &#8220;ons schip heeft geen andere equipage meer dan u. Zonder uwe hulp kan ik het niet
+besturen. Ge zijt wel geen zeelieden, maar ge hebt goede armen: Stelt ze dan ten dienste van den <i>Pelgrim</i>, dan zullen we hem kunnen besturen. Ons aller heil is er mede gemoeid dat alles goed gaat aan boord.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Dick,&#8221; antwoordde Tom, &#8220;ik en mijn kameraden, wij zijn uwe matrozen. Aan goeden wil zal het ons niet ontbreken.
+Alles wat mannen vermogen, door u aangevoerd, zal gedaan worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed gesproken, oude Tom,&#8221; zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, goed gesproken,&#8221; hernam Dick Sand, &#8220;maar we moeten voorzichtig zijn en &#8217;k zal niet alle zeilen laten bijzetten, <a id="d0e2225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2225">39</a>]</span>om niets in de waagschaal te stellen. Een beetje minder snelheid, maar meer veiligheid in acht te nemen, wordt ons dringend
+door de omstandigheden geboden. &#8217;k Zal u aanwijzen, mijne vrienden, wat iedereen te doen staat. Wat mij betreft, ik blijf
+aan &#8217;t roer, zoolang ik door vermoeidheid niet genoodzaakt wordt het over te geven. Eenige uren slaap van tijd tot tijd zijn
+voldoende om me weer in orde te brengen. Maar gedurende dien tijd, moet een van u me vervangen. Tom, &#8217;k zal je wijzen hoe
+men op het kompas stuurt. &#8217;t Is niet moeielijk en met een weinig oplettendheid, zult ge spoedig goed kunnen sturen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoodra u maar wilt, mijnheer Dick,&#8221; antwoordde de oude neger.
+
+</p>
+<p>&#8220;Komaan,&#8221; antwoordde de leerling, &#8220;blijf bij mij, aan het roer tot van avond en als ik door den slaap overmand mocht worden,
+zul je me al spoedig eenige uren kunnen vervangen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik,&#8221; zei de kleine Jack, &#8220;kan ik onzen vriend Dick ook niet een handje helpen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, lief kind,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, terwijl zij Jack in hare armen drukte, &#8220;jij zult ook leeren sturen, en &#8217;k geloof
+zeker dat, zoolang jij aan &#8217;t roer zult staan, we goeden wind zullen hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker! Zeker! moeder, &#8217;k beloof het u!&#8221; antwoordde de kleine jongen in de handen klappende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; zei de jeugdige leerling glimlachende, &#8220;het spreekwoord: &#8216;de goede scheepsjongens weten een goeden wind te houden,&#8217;
+is bij onze zeelieden zeer bekend!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daarna wendde hij zich tot Tom en de andere negers: &#8220;Mijne vrienden,&#8221; zei hij, &#8220;we zullen volbrassen. Doe maar wat ik je zeggen
+zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tot uw dienst,&#8221; antwoordde Tom, &#8220;tot uw dienst, kapitein Sand.&#8221;
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e2243"></a></p>
+<h2 class="label">Tiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>De vier volgende dagen.</h2>
+<p>Dick Sand was dus nu de kapitein van den <i>Pelgrim</i>, en, zonder een oogenblik te verliezen, nam hij de noodige maatregelen om zeil te zetten.
+
+</p>
+<p>Het spreekt van zelf dat slechts &eacute;&eacute;n hoop de passagiers kon bezielen, die namelijk, om de een of andere haven op de Amerikaansche
+kust te bereiken, zooal niet Valparaiso. Wat Dick Sand dacht te doen, was den koers en de vaart van den Pelgrim op te teekenen
+en er een gemiddelde uit op te maken. Daartoe was het voldoende elken dag, zooals wij reeds zeiden, door middel van de log
+en het kompas den afgelegden weg op de kaart af te zetten. Er bevond zich juist een van die &#8220;patentlogs&#8221;, met wijzers en een
+schroef aan boord, die voor een bepaalden tijd de juiste snelheid aangeven. Dit nuttig instrument, zeer gemakkelijk in &#8217;t
+gebruik, kon de grootste diensten bewijzen, en daarbij waren de negers volkomen in staat het te behandelen.
+
+</p>
+<p>Een enkele bron van dwaling zou er altijd blijven bestaan,&#8212;de stroomen. Om haar te bestrijden, waren de log en het kompas
+onvoldoende, alleen de astronomische waarnemingen zouden er een juiste rekening van hebben kunnen geven. Maar de leerling
+was nog niet in staat deze waarnemingen te doen.
+
+</p>
+<p>Dick Sand had er een oogenblik over gedacht om met den Pelgrim naar Nieuw-Zeeland te stevenen. De overtocht zou niet zoo lang
+geweest zijn en voorzeker zou hij het gedaan hebben, indien de wind, die tot nog toe tegen geweest was, niet gunstig was geworden.
+
+</p>
+<p>Het was dus beter den steven naar Amerika te wenden.
+
+</p>
+<p>En werkelijk was de wind gedraaid en woei nu uit het noord-westen, met neiging om aan te wakkeren. Men moest er dus gebruik
+van maken en zooveel mogelijk spoed maken.
+
+</p>
+<p>Dick Sand maakte zich dus gereed om den <i>Pelgrim</i> zijn koers te doen vervolgen.
+
+</p>
+<p>Op een schoenerbrik draagt de fokkemast vier vierkante zeilen; de fok, aan den ondermast; boven, het marszeil, aan de marssteng;
+verder aan de bramsteng, een bramzeil en een bovenbramzeil.
+
+</p>
+<p>De groote mast is daarentegen minder van zeilen voorzien. Achter den ondermast heeft hij slechts een brikzeil en daarboven
+een gaftopzeil.
+
+</p>
+<p>Tusschen deze twee masten, aan de stagen, die ze van voren steunen, kan <a id="d0e2274"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2274">40</a>]</span>men nog een driedubbele verdieping van driehoekige zeilen aanbrengen.
+
+</p>
+<p>Eindelijk, op den voorsteven, aan den boegspriet en haar kluifhout worden de drie stagzeilen bevestigd.
+
+</p>
+<p>De stagzeilen, het brikzeil, het topzeil, de tusschenstagzeilen zijn gemakkelijk te behandelen. Zij kunnen van dek af geheschen
+worden, zonder dat het noodig is in den mast te klimmen, omdat zij niet aan de raas bevestigd worden met beslagseizings, die
+men eerst moet losmaken.
+
+</p>
+<p>Integendeel vordert het zetten der vierkante zeilen meerdere oefening. Het is toch noodig, als men ze wil bijzetten, hetzij
+in de mars van den fokkemast te klimmen, hetzij op de bramzaling, hetzij in het bramwant van genoemden mast,&#8212;en dat zoowel
+om ze los te maken of ze te bergen, als om hunne oppervlakte te verkleinen door ze te reven. Daarvoor is men dan verplicht
+op de paarden te loopen,&#8212;beweeglijke touwen onder de raas gespannen,&#8212;met &eacute;&eacute;ne hand te werken en zich met de andere vast te
+houden, een gevaarlijke manoeuvre voor iedereen die het niet gewoon is. Het slingeren en stampen van het schip, het slaan
+der zeilen bij een flinke bries, doen gemakkelijk een man over boord slaan. Men kan zich voorstellen dat dergelijke gymnastische
+toeren voor Tom en zijn kameraden zeer gevaarlijk waren.
+
+</p>
+<p>Zeer gelukkig was de wind gematigd en het slingeren en het stampen niet hevig.
+
+</p>
+<p>Toen Dick Sand, op het signaal van kapitein Hull, zich naar het tooneel van de ramp begeven had, lag de <i>Pelgrim</i> alleen onder zijn tusschenstagzeilen, brikzeil en marszeil. Om zoo spoedig mogelijk voltebrassen, had Dick niets anders te
+doen dan het voortuig om te halen, waarbij de negers hem gemakkelijk geholpen hadden. De zeilen moesten dus nu kant worden
+gezet en om alles bij te zetten, het bramzeil, het gaftopzeil en de stagzeilen worden geheschen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vrienden,&#8221; zei de leerling tot de vijf negers, &#8220;als ge doet wat ik commandeer, zal alles goed gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand was aan het stuurrad gebleven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hola Tom,&#8221; riep hij, &#8220;vier gauw dat touw af!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Afvieren....?&#8221; zei Tom, die niets van deze uitdrukking begreep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja.... maak het maar los!&#8212;En jij ook, Bat!.... Goed zoo!.... Haal aan.... Kom, trekken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo goed?&#8221; zei Bat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, goed zoo. Best!.... Kom, flink aangepakt!&#8221;
+
+</p>
+<p>Om tot Hercules te zeggen: &#8220;flink aangepakt!&#8221; was misschien onvoorzichtig. De reus deed een ruk om alles &#8217;t onderste boven
+te halen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet zoo hard, mijn jongen!<a id="d0e2307"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> riep Dick Sand glimlachend. &#8220;Je zult &#8217;t geheele want naar beneden trekken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Heb nauwelijks getrokken,&#8221; antwoordde Hercules.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, doe maar alsof je trekt! Je zult zien dat dat genoeg is!.... Goed, laat schieten.... vier.... Leg vast.... goed zoo!....
+Goed! Haal de brassen aan....&#8221;
+
+</p>
+<p>En het geheele Vaartuig welks bakboordsbrassen los lagen, ging langzaam aan &#8217;t draaien. De wind, de zeilen nu doende zwellen,
+deelde aan het schip een zekere snelheid mede.
+
+</p>
+<p>Dick Sand liet toen de voorschooten afvieren. Daarna riep hij de negers op het achterdek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziezoo, vrienden, dat heb jelui er eens goed afgebracht! Nu moeten we ons met het groottuig bezig houden. Maar breek niets,
+Hercules.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop het niet,&#8221; antwoordde de kolos, zonder zich tot iets meer te willen verbinden.
+
+</p>
+<p>Deze tweede manoeuvre was nog al gemakkelijk. Nadat de boomschoot zachtjes gevierd was geworden, nam het brikzeil den wind
+beter op en voegde het zijn machtige werking bij die van de voorzeilen.
+
+</p>
+<p>Nu werd het topzeil geheschen, en daar het eenvoudig gegeid was, had men slechts het val door te halen. Maar Herkules trok
+zoo goed, geholpen door zijn vriend Act&eacute;on, zonder nog den kleinen Jack mede te rekenen, die zich bij hen gevoegd had, dat
+het touw glad afbrak.
+
+</p>
+<p>Alle drie vielen omver,&#8212;gelukkig zonder zich te bezeeren. Jack was verrukt!
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s niets, dat&#8217;s niets!&#8221; riep de leerling. &#8220;Knoop voorloopig de twee einden aan elkaar en hijsch dan zachtjes aan.&#8221;
+<a id="d0e2330"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2330">41</a>]</span></p>
+<p>Dit werd onder de oogen van Dick Sand verricht, zonder dat hij het roer nog had verlaten. De <i>Pelgrim</i> liep reeds snel voor den wind, met den steven naar het oosten gewend en er was op &#8217;t oogenblik niets anders te doen dan hem
+in deze richting te houden. Niets gemakkelijker, daar de wind handelbaar was en men voor gieren of afvallen niet behoefde
+te vreezen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, vrienden!&#8221; zei de leerling. &#8220;V&oacute;&oacute;r het einde van den overtocht, zult ge goede zeelieden zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen ons best doen, kapitein Sand,&#8221; antwoordde Tom.
+
+</p>
+<p>Ook Mevr. Weldon maakte haar compliment aan de goede menschen.
+
+</p>
+<p>Zelfs de kleine Jack kreeg zijn deel in de lofspraak, want hij had aardig meegewerkt.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Geloof, jongeheer Jack,&#8221; zei Hercules glimlachend, &#8220;dat u eigenlijk het touw stuk hebt getrokken! Welke flinke sterke
+vuistjes hebt u! Zonder u waren we er niet gekomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>En de kleine Jack, zeer trotsch op zich zelven, schudde krachtig de hand van zijn vriend Hercules.
+
+</p>
+<p>Evenwel ontbraken er aan de uitgespannen zeilen nog eenige die vooral bij het zeilen v&oacute;&oacute;r den wind niet te versmaden zijn.
+Vooral de bovenzeilen, als het bramzeil, het bovenbramzeil, de stagzeilen moesten allen het hunne toebrengen om den gang van
+de schoener-brik te versnellen, en Dick Sand besloot daarom ze mede bij te zetten.
+
+</p>
+<p>Deze manoeuvre moest moeielijker zijn dan de andere, niet wat de stagzeilen aangaat, die van het dek geheschen en aangehaald
+konden worden, maar wat betreft de vierkante zeilen. Men moest naar de bramzaling om ze los te maken, en Dick Sand, die niemand
+van zijn ge&iuml;mproviseerde bemanning in gevaar wilde brengen, deed het liever zelf.
+
+</p>
+<p>Hij riep dus Tom en plaatste hem aan het stuurrad, terwijl hij hem aantoonde hoe hij moest sturen. Toen vervolgens Hercules,
+Bat, Act&eacute;on, Austin allen geplaatst waren, deze aan den bovenbramval, gene aan den bramval, ging hij het want in. Het openteren
+langs de weeflijnen van het onderwant, en langs het puttingwant en het stengwant de bramzaling te bereiken, dat alles was
+slechts spel voor Dick. In &eacute;&eacute;n minuut, was hij op het paard van de bramra en maakte de beslagseizings los die het zeil bestigd
+hielden.
+
+</p>
+<p>Daarna ging hij naar den hommer en vierde op de bovenbramra snel het bramzeil.
+
+</p>
+<p>Nadat Dick Sand zijn werk verricht had, greep hij een der pardoens aan stuurboordszij en liet zich op het dek glijden.
+
+</p>
+<p>Op zijn aanwijzingen werden nu de twee schooten flink aangehaald en bevestigd en daarna de twee raas opgeheschen. Nadat vervolgens
+de stagzeilen tusschen den grooten mast en den fokkemast bijgezet waren, was ook deze manoeuvre ge&euml;indigd.
+
+</p>
+<p>Dezen keer had Hercules niets gebroken.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> had nu al de zeilen bij, die zijn tuig uitmaakten. Wel had Dick Sand er nog de lijzeilen aan bakboordszijde kunnen bijvoegen,
+maar dit was een moeilijke manoeuvre in de omstandigheden waarin zij verkeerden, en indien men ze in geval van een windvlaag
+had moeten bergen, zou men het niet haastig genoeg hebben kunnen doen. De leerling bepaalde er zich dus bij.
+
+</p>
+<p>Tom werd toen van zijn post aan het roer afgelost, dat Dick Sand weder ter hand nam.
+
+</p>
+<p>De bries wakkerde aan. De <i>Pelgrim</i>, die aan stuurboordszij een weinig overhelde, gleed snel over de oppervlakte der zee en liet slechts een vlak kielwater achter,
+dat voor de zuiverheid van zijn waterlinie getuigde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu zijn wij op den goeden weg, mevrouw Weldon,&#8221; zei Dick Sand, &#8220;en nu geve God dat we dien gunstigen wind behouden!&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevrouw Weldon drukte de hand van den leerling. Daarna ging zij, vermoeid van al de aandoeningen die zij in het laatste uur
+beleefd had, naar haar kajuit terug en verzonk in een soort van diepe sluimering die toch geen slaap was.
+
+</p>
+<p>De nieuwe bemanning bleef op den bak van de schoenerbrik, gereed om de bevelen van Dick Sand uit te voeren, namelijk om de
+zeilen te wijzigen naar de veranderingen van den wind; maar, zoolang de bries dezelfde kracht en richting bleef behouden,
+zou er niets te doen zijn.
+
+</p>
+<p>Maar, waar zat toch al dien tijd neef Benedictus?
+<a id="d0e2382"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2382">42</a>]</span></p>
+<p>Neef Benedictus hield zich met de loupe in de hand bezig met de studie van een geleed insect dat hij eindelijk aan boord ontdekt
+had, een eenvoudig insect tot de orthoptera behoorende (rechtvleugeligen), welks kop onder den prothorax verborgen is, een
+insect met platte bovenvleugels, een ronden buik en vrij lange vleugels, dat tot de familie der kakkerlakken en tot de soort
+der Amerikaansche kakkerlakken behoorde.
+
+</p>
+<p>Hij had deze ontdekking gedaan, juist toen hij in de kombuis van Negoro aan &#8217;t snuffelen was, en op het oogenblik dat de kok
+op punt stond het insect onmeedoogend plat te trappen. Vandaar boos worden van neef Benedictus, waarbij Negoro trouwens zeer
+onverschillig bleef.
+
+</p>
+<p>Maar.... wist neef Benedictus welke verandering aan boord had plaats gehad van het oogenblik af dat kapitein Hull en zijn
+metgezellen op die noodlottige vangst van den walvisch waren uitgegaan? Ongetwijfeld. Hij was zelfs aan het dek, toen de <i>Pelgrim</i> in het gezicht kwam van de overblijfselen der walvischsloep. De equipage van de schoenerbrik was dus onder zijn oogen omgekomen.
+
+</p>
+<p>Nu zouden wij hem van groote ongevoeligheid beschuldigen, als wij zeiden dat deze ramp hem niet had getroffen. Ongetwijfeld
+was ook zijn hart bewogen geworden door diep medelijden met zijn evenmensch. En evenzeer was hij ontroerd over den toestand
+waarin zijne nicht nu verkeerde. Hij had de hand van Mevr. Weldon gedrukt, als om haar te zeggen: &#8220;Vrees niets! Ik blijf bij
+u!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daarna was neef Benedictus naar zijn hut teruggekeerd, zeker wel om na te denken over de gevolgen van dit zoo droevig ongeluk
+en de krachtige maatregelen die genomen moesten worden.
+
+</p>
+<p>Maar onderweg had hij den kakkerlak ontmoet, en daar hij tegen het oordeel van eenige entomologen in, beweerde dat de kakkerlakken
+van zekere soort, merkwaardig door hunne kleur, gewoonten hebben, zeer verschillende van de eigenlijke kakkerlakken, had hij
+zich dadelijk aan het werk gezet, vergetende dat er ooit een kapitein Hull geweest was, die het bevel over den <i>Pelgrim</i> voerde en dat die ongelukkig met zijn bemanning was omgekomen!
+
+</p>
+<p>Hij was geheel in de studie van den kakkerlak verdiept en bewonderde hem niets minder, ja gaf er zich even veel moeite mede
+alsof dit afschuwelijk insect een gouden tor geweest ware.
+
+</p>
+<p>Het leven aan boord had dus zijn gewonen loop hernomen, alhoewel ieder natuurlijk nog geruimen tijd onder den indruk bleef
+eener zoo grievende en onverwachte ramp.
+
+</p>
+<p>Gedurende dien geheelen dag was Dick Sand overal, om te zien of alles op zijn plaats was en te zorgen dat hij gewapend was
+tegen alles wat er gebeuren kon. De negers gehoorzaamden hem goed willig en de volmaaktste orde heerschte aan boord van den
+<i>Pelgrim</i>. Men mocht dus hopen dat alles nu zonder hinder zou gaan.
+
+</p>
+<p>Van zijn kant deed Negoro geen nieuwe pogingen om zich aan het gezag van Dick Sand te ontrekken. Hij scheen het stilzwijgend
+erkend te hebben. Zooals altijd in zijn bekrompen kombuis bezig, zag men hem niet meer dan vroeger. Trouwens Dick Sand had
+zich stellig voorgenomen hem bij de minste overtreding, bij het eerste teeken van verzet voor de rest van den overtocht in
+de boeien te zetten. Op een teeken van hem zou Hercules den kok bij den nek gepakt hebben. Dat had zeker niet de minste moeite
+gekost. In dat geval ware Nan, die goed koken kon, in de plaats van den kok opgetreden. Negoro moest zich dus bekennen dat
+hij niet onmisbaar was, en, daar men van nabij op hem lette, scheen hij geen vat op zich te willen geven.
+
+</p>
+<p>De wind, die tot den avond toe aanwakkerde, maakte geen verandering in de zeilen van den <i>Pelgrim</i> noodig. Zijn stevige masten, zijn ijzeren tuig, dat in goeden staat verkeerde, hadden hem veroorloofd onder dezen gang zelfs
+een sterkere bries te verdragen.
+
+</p>
+<p>Het is dikwijls &#8217;s nachts de gewoonte zeil te minderen en inzonderheid de bovenzeilen, bovenbramzeilen, boven stagzeilen,
+enz. Dat is voorzichtig, in het geval dat een rukwind onverwacht in de zeilen viel. Maar Dick Sand meende zich van deze voorzorg
+te kunnen onthouden. De toestand der atmosfeer deed niets noodlottigs voorzien en daarenboven had Dick Sand besloten dezen
+eersten nacht op het dek door te brengen en het oog over alles te houden. Bovendien had het schip een snelleren gang <a id="d0e2419"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2419">43</a>]</span>en zoo spoedig mogelijk wenschte hij zich in minder eenzame streken te bevinden.
+
+</p>
+<p>Wij hebben reeds gezegd dat de log en het kompas de eenige instrumenten waren, die Dick Sand te zijner beschikking had, om
+althans tennaastenbij den door den <i>Pelgrim</i> afgelegden weg te ramen.
+
+</p>
+<p>Gedurende dezen dag liet de leerling om het half uur loggen en teekende de aanwijzingen op, die het instrument hem verschafte.
+
+</p>
+<p>Wat den magneet aangaat, die ook den naam van kompas draagt, er bevonden zich twee aan boord. De een was geplaatst in het
+kompashuisje, onder de oogen van den man aan het roer. Zijn wijzer, op den dag door het daglicht verlicht en des nachts door
+twee ter zijde geplaatste lampen, wees ieder oogenblik aan welke richting het schip volgde.
+
+</p>
+<p>Het andere kompas was een omgekeerde magneetnaald, bevestigd aan een dekbalk in de kajuit die vroeger door kapitein Hull bewoond
+werd. Op deze wijze kon hij, zonder het vertrek te verlaten, altijd weten of de goede koers gestuurd werd en of de man aan
+het roer, hetzij door onkunde of achteloosheid niet te veel gierde.
+
+</p>
+<p>Trouwens is er geen schip, dat lange zeereizen moet maken, of het heeft minstens twee kompassen aan boord, zooals het twee
+chronometers heeft. Men moet deze instrumenten met elkander kunnen vergelijken en bijgevolg hun opgaven controleeren.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> was dus in dit opzicht voldoende voorzien, en Dick Sand drukte zijn onderhoorigen op het hart de grootste zorg voor deze
+twee kompassen, die hij zoo noodig had, in acht te nemen.
+
+</p>
+<p>Maar ongelukkig had er in den nacht van den 12en op den 13en Februari, terwijl Dick de wacht had en aan het roer stond, een
+bedroevend ongeval plaats. Het kompas, dat in een koperen ring hing, die aan een dekbalk der kajuit bevestigd was, raakte
+los en viel op den vloer. Men ontdekte het pas den <a id="d0e2441"></a><span class="corr" title="Bron: vogenden">volgenden</span> morgen.
+
+</p>
+<p>Hoe kwam deze koperen ring te breken? Het was vrij duister. Het was evenwel mogelijk dat hij geoxydeerd was en door het slingeren
+en stampen van het schip van den balk was losgeraakt. Juist toch was de zee in den gepasseerden nacht onstuimiger geweest.
+Hoe het zij, het kompas was gebroken en kon niet gerepareerd worden.
+
+</p>
+<p>Dick Sand was zeer teleurgesteld. Er schoot hem nu voortaan niets meer over dan het nachthuiskompas te raadplegen. Het breken
+van dit tweede kompas kon blijkbaar aan niemand geweten worden, maar het kon treurige gevolgen hebben. Dick nam dus alle mogelijke
+maatregelen om het tweede kompas voor ongelukken te bewaren.
+
+</p>
+<p>Tot nog toe ging, behalve dat, alles goed aan boord van den <i>Pelgrim</i>.
+
+</p>
+<p>Toen Mevr. Weldon zag hoe kalm en bedaard Dick Sand was, had ook zij haar vertrouwen teruggekregen. Wel had zij zich nooit
+aan wanhoop overgegeven en rekende zij boven alles op Gods goedheid. Ook versterkte zij zich, als oprechte en vrome katholieke,
+door het gebed.
+
+</p>
+<p>Dick Sand had het zoo weten te schikken, dat hij gedurende den nacht aan het roer bleef. Hij sliep vijf of zes uur per dag
+en dat scheen hem voldoende te zijn, daar hij zich niet al te vermoeid gevoelde. Gedurende dien tijd werd hij door Tom of
+diens zoon Bat aan het roer vervangen, die, dank zijn raadgevingen, langzamerhand tamelijke roergangers werden.
+
+</p>
+<p>Dikwijls hadden Mevr. Weldon en de leerling een gesprek met elkander. Dick Sand raadpleegde gaarne die schrandere en moedige
+vrouw. Iederen dag toonde hij haar het bestek op de kaart, dat hij bij schatting afzette, daarbij alleen rekening houdende
+met den gezeilden koers en den afstand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziet u, mevrouw Weldon,&#8221; herhaalde hij haar dikwijls, &#8220;met die vaste winden moeten wij de kust van Zuid-Amerika wel bereiken.
+&#8217;k Zou het niet durven verzekeren, maar &#8217;k geloof wel dat, wanneer ons vaartuig in &#8217;t gezicht van land zal komen, het niet
+ver van Valparaiso zal zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon kon niet twijfelen of de koers was goed, vooral begunstigd door die noord-westenwinden. Maar wat kwam de <i>Pelgrim</i> haar nog ver van het Amerikaansche strand voor! Welke gevaren lagen er nog tusschen hen en het vasteland, al waren het alleen
+die, welke konden voortkomen uit eene verandering in den toestand van de zee en den hemel!
+<a id="d0e2466"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2466">44</a>]</span></p>
+<p>Jack had met de zorgeloosheid aan zijn leeftijd eigen, weldra zijn gewone spelen hervat. Hij liep weder op het dek, speelde
+met Dingo, en vond ongetwijfeld dat zijn vriend Dick zich minder dan vroeger met hem bemoeide, maar zijn moeder had hem aan
+het verstand gebracht, dat hij den leerling niet van zijn bezigheden moest aftrekken. Jack had genoegen met deze redenen genomen
+en stoorde &#8220;kapitein Sand&#8221; niet meer.
+
+</p>
+<p>Zoo ging het met de zaken aan boord. De zwarten verrichtten met schranderheid hun werk en werden elken dag meer bedreven in
+de praktijk van het zeemansvak. Tom werd natuurlijk bootsman en ook zijn kameraden zouden hem ongetwijfeld voor deze betrekking
+uitgekozen hebben. Hij commandeerde de wacht, terwijl Dick sliep en met hem waren dan steeds zijn zoon Bat en Austin. Act&eacute;on
+en Hercules maakten de andere wacht uit onder commando van Dick Sand. Terwijl dus de een stuurde, waakten de anderen op het
+voorschip.
+
+</p>
+<p>Hoewel deze streken eenzaam waren en een aanzeiling geenszins te vreezen was, nam de leerling gedurende den nacht de uiterste
+waakzaamheid in acht. Hij voer nooit zonder zijn lichten op te hebben,&#8212;een groen licht aan stuurboordszij, een rood aan bakboordszij,&#8212;en
+hierin handelde hij wijs.
+
+</p>
+<p>In die nachten evenwel, die Dick Sand geheel aan het roer doorbracht, maakte zich somtijds een onweerstaanbare neerslachtigheid
+van hem meester. Zijn hand stuurde dan zuiver instinctmatig. Het was het gevolg eener afgematheid, waarvan hij niets wilde
+weten.
+
+</p>
+<p>Nu gebeurde het in den nacht van den 13n op den 14n Februari dat Dick Sand, die zeer vermoeid was, eenige uren rust moest
+gaan nemen en door den ouden Tom aan het roer vervangen werd.
+
+</p>
+<p>De hemel was met dikke wolken bezet, die tegen den avond onder den invloed van de koude lucht gedaald waren. Het was dus zeer
+duister en het was onmogelijk de bovenzeilen te onderscheiden. Hercules en Act&eacute;on hadden de wacht op den bak.
+
+</p>
+<p>Op het achterschip werd het zwakke schijnsel van het licht van het kompashuisje zacht weerkaatst door het metalen bekleedsel
+van het stuurrad. De boordseinlantarens, die hun lichten zijdelings deden uitstralen, lieten het dek van het schip in diepe
+duisternis gehuld.
+
+</p>
+<p>Tegen drie uur &#8217;s morgens deed zich bij Tom een soort van helderziendheid voor, waarvan hij zich zelven niet bewust was. Zijn
+oogen, die al te lang op een lichtend punt van het kompashuisje gestaard hadden, verloren plotseling het gezichtsvermogen
+en hij verviel in een soort van werkelijke anaesthetische slaperigheid.
+
+</p>
+<p>Niet alleen zag hij niet meer, maar al had men hem aangeraakt of hard geknepen, zou hij waarschijnlijk niets gevoeld hebben.
+
+</p>
+<p>Hij zag dus de schaduw niet die over het dek gleed.
+
+</p>
+<p>Het was Negoro.
+
+</p>
+<p>Achteruit gekomen, plaatste de kok onder het kompashuisje een tamelijk zwaar voorwerp, dat hij in de hand hield.
+
+</p>
+<p>Na toen een oogenblik den verlichten wijzer van het kompas waargenomen te hebben, trok hij zich terug zonder dat hij gezien
+was.
+
+</p>
+<p>Indien Dick Sand den volgenden morgen het voorwerp had opgemerkt, dat Negoro onder het kompashuisje geplaatst had, zou hij
+zich gehaast hebben het weg te nemen.
+
+</p>
+<p>En niet zonder reden, want het was een stuk ijzer, waarvan de invloed de aanwijzingen van het kompas veranderd had. De magneetnaald
+was afgeweken en in plaats van het magnetische noorden aan te wijzen, dat een weinig van het geographische noorden verschilt,
+wees zij het noord-oosten aan. Het was een afwijking van vier streken, anders gezegd van een halven rechten hoek.
+
+</p>
+<p>Tom was bijna dadelijk uit zijn diepe sluimering ontwaakt. Zijn oogen wendden zich terstond naar het kompas... en hij geloofde,
+hij moest wel gelooven dat de <i>Pelgrim</i> de goede richting niet had.
+
+</p>
+<p>Hij draaide dus het roer, teneinde den steven weder naar het oosten te richten.... Hij dacht het althans.
+
+</p>
+<p>Maar, bij de afwijking van de naald, die hij niet kon vermoeden, wendde hij den schoener naar het zuidoosten.
+
+</p>
+<p>Terwijl men dus niet anders dacht dan dat de <i>Pelgrim</i> bij gunstigen wind de goede richting had, vervolgde hij met een verschil van <a id="d0e2511"></a><span class="corr" title="Bron: vijf-en veertig">vijf-en-veertig</span> graden zijn weg!
+
+
+
+<a id="d0e2514"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2514">45</a>]</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e2515"></a></p>
+<h2 class="label">Elfde hoofdstuk.</h2>
+<h2>Storm.</h2>
+<p>In de week die op dit voorval volgde, van den 14n tot den 21n Februari, had er niets bijzonders aan boord plaats<a id="d0e2522"></a><span class="corr" title="Bron: ">.</span> De noordoostelijke wind wakkerde allengs aan en de <i>Pelgrim</i> liep snel, een afstand afleggende van gemiddeld honderd zestig mijlen in de <a id="d0e2528"></a><span class="corr" title="Bron: vier en-twintig">vier-en-twintig</span> uren. Dit was nagenoeg alles wat men van een vaartuig van deze afmeting kon vergen.
+
+</p>
+<p>De schoenerbrik moest dus, naar de berekening van Dick, de streken naderen waar de mailbooten van het eene halfrond naar het
+andere oversteken. De leerling hoopte altijd een van die vaartuigen te ontmoeten, en hij had het stellige voornemen, hetzij
+er zijn passagiers op over te brengen, hetzij eenige matrozen en misschien wel een officier te leenen. Maar hoewel er zeer
+nauwkeurig werd uitgekeken, kon er geen enkel schip gesignaleerd worden en bleef de zee altijd eenzaam.
+
+</p>
+<p>Dit begon Dick Sand wel een weinig vreemd te vinden. Hij had meermalen dit gedeelte der Stille Zuidzee op zijn drie reizen
+naar de zuidelijke zee&euml;n, om te visschen, doorkruist en bij de breedte en de lengte waarop hij zich meende te bevinden, was
+het zeldzaam dat er zich geen enkel Engelsch of Amerikaansch schip vertoonde, dat van Kaap Hoorn naar den evenaar kwam opwerken
+of naar de uiterste punt van Zuid-Amerika afzakte.
+
+</p>
+<p>Maar Dick Sand wist niet, en hij kon het ook niet weten, dat de <i>Pelgrim</i> reeds op een hoogere breedte was, dat is te zeggen meer zuidelijk dan hij vermoedde.
+
+</p>
+<p>Dit lag aan twee redenen.
+
+</p>
+<p>De eerste was dat de stroomen dezer streken, welker snelheid de leerling slechts onvolkomen kon gissen, er aan hadden toegebracht,
+om het schip van zijn weg af te brengen zonder dat het hem mogelijk was er zich rekenschap van te geven.
+
+</p>
+<p>De tweede reden was dat het kompas, geschonden door de schuldige hand van Negoro, slechts onnauwkeurige uitkomsten gaf,&#8212;uitkomsten
+die Dick Sand, sedert het verlies van het tweede kompas, niet kon controleeren. Zoodat hij, meenende en moetende meenen dat
+de steven naar het oosten gekeerd was, werkelijk naar het zuid-oosten stevende! Het kompas werd steeds trouw door hem waargenomen.
+Er werd geregeld gelogd. Met zijn twee instrumenten kon hij in zekere mate den <i>Pelgrim</i> besturen en het aantal afgelegde mijlen bij benadering bepalen. Maar was dit voldoende?
+
+</p>
+<p>Evenwel deed Dick Sand steeds zijn best om Mevr. Weldon, die zich over de voorvallen dezer reis dikwijls ongerust maakte,
+moed in te spreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen er wel komen!&#8221; herhaalde hij telkens. &#8220;We zullen de Amerikaansche kust bereiken, hier of daar, onverschillig waar,
+maar ergens aanlanden zullen we!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Twijfel er niet aan, Dick.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Natuurlijk, mevrouw, zouden we geruster zijn, als u niet aan boord waart en we slechts voor ons zelven hadden te zorgen,
+maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar als ik niet aan boord was,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;als neef Benedictus, Jack, Nan en ik geen plaats op den <i>Pelgrim</i> genomen hadden, en als van den anderen kant, Tom en zijn kameraden niet in zee waren opgenomen, Dick, zou er niemand overgebleven
+zijn dan gij en Negoro!.... Wat zou er van je geworden zijn, alleen met dien raadselachtigen man, dien je niet vertrouwen
+kunt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Zou begonnen zijn,&#8221; antwoordde Dick flink weg, &#8220;met Negoro te beletten mij te benadeelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En je zoudt alleen het schip bestuurd hebben?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja....alleen.... met God&#8217;s hulp!&#8221;
+
+</p>
+<p>De moed en de geestkracht die uit deze woorden spraken, waren zeer geschikt om Mevr. Weldon op te beuren. En toch, als zij
+haar kleinen Jack aanzag, maakte zij zich dikwijls ongerust! Als de moeder niets wilde laten blijken van &#8217;t geen de moeder
+gevoelde, dan kon zij niet altijd beletten dat een heimelijke angst zich van haar hart meester maakte.
+
+</p>
+<p>Mocht intusschen de jeugdige leerling niet ver genoeg in zijn hydrographische studi&euml;n gevorderd zijn om zijn bestek op te
+maken, zoo bezat hij een werkelijk zeemans instinct, als er sprake van was om naar het weer te raden. Het voorkomen van de
+lucht van de eene <a id="d0e2572"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2572">46</a>]</span>zijde, van de andere de aanwijzingen van den barometer, deden hem voorzorgen nemen. Kapitein Hull, die een goed meteoroloog
+was, had hem geleerd dit instrument te raadplegen, dat merkwaardig zeker het weer kan voorspellen.
+
+</p>
+<p>Ziehier met weinige woorden wat de aanteekeningen betrekkelijk de waarneming van den barometer bevatten.<a id="d0e2576src" href="#d0e2576" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>1&ordm;. Wanneer de barometer, nadat het tamelijk lang mooi weer geweest is, plotseling en aanhoudend begint te dalen, komt er
+ongetwijfeld regen; maar, als het lang mooi weer geweest is, kan de kwik twee of drie dagen lang in de barometer-buis zakken,
+voordat men eenige verandering in den toestand der atmosfeer opmerkt. Hoe meer tijd er dan verloopt tusschen de daling van
+de kwik en het komen van regen, des te langer zal de regentijd duren.
+
+</p>
+<p>2&ordm;. Indien integendeel de barometer bij regenachtig weder, dat reeds lang geduurd heeft, langzaam en geregeld begint te rijzen,
+zal het zeker mooi weer worden, hetgeen des te langer zal duren hoe langer tusschenpoos verloopen is tusschen het mooie weer
+en het begin van het rijzen des barometers.
+
+</p>
+<p>3&ordm;. Indien in de twee gevallen die voorafgaan, de verandering van weer onmiddellijk volgt op de beweging van de kwikkolom,
+zal deze verandering slechts kort duren.
+
+</p>
+<p>4&ordm;. Wanneer de barometer gedurende twee of drie of zelfs meer dagen langzaam en aanhoudend rijst, verkondigt hij mooi weer,
+al houdt de regen gedurende deze drie dagen niet op, en <i>vice versa</i>; maar, indien de barometer gedurende twee of meer dagen, terwijl het regent, rijst en hij vervolgens, terwijl het mooi weer
+geworden is, wederom begint te zakken, zal het mooie weer zeer kort duren, en <i>vice versa</i>.
+
+</p>
+<p>5&ordm;. In de lente en den herfst, voorspelt een plotselinge daling van den barometer wind. In den zomer, kondigt hij, als het
+zeer warm weer is, dan een onweer aan. In den winter, na eenigen tijd vorst gehad te hebben, voorspelt een snelle daling van
+de kwikkolom een verandering van wind, gepaard met dooiweder en regen; maar het rijzen van den barometer, terwijl het reeds
+eenigen tijd gevroren heeft, voorspelt sneeuw.
+
+</p>
+<p>6&ordm;. De snelle schommelingen van den barometer moeten nooit opgenomen worden als droog of regenachtig weer van eenigen duur
+te voorspellen. Deze aanwijzingen worden uitsluitend gegeven door het rijzen of het dalen, dat langzaam en aanhoudend plaats
+heeft.
+
+</p>
+<p>7&ordm;. Wanneer tegen het einde van den herfst, na aanhoudend regenachtig en winderig weer, de barometer rijst, dan kondigt dit
+rijzen den overgang aan van den wind naar het noorden en de nadering van den vorst.
+
+</p>
+<p>Dit zijn algemeene regelen, die men moet afleiden uit de aanwijzingen van dit kostbaar instrument.
+
+</p>
+<p>Dit was het wat ook aan Dick Sand zeer goed bekend was, &#8217;t geen hij in verschillende omstandigheden van zijn zeemansleven
+bevestigd had gezien en hem leerde op alle gebeurlijkheden voorbereid te zijn.
+
+</p>
+<p>Nu begonnen, juist tegen den 20sten Februari, de schommelingen van de kwikkolom den jeugdigen leerling, die ze verscheidene
+malen per dag met groote zorg opteekende, eenigszins te verontrusten. Werkelijk begon de barometer langzaam en aanhoudend
+te zakken, &#8217;tgeen regen voorspelde; maar daar deze regen nog niet spoedig kwam, besloot Dick Sand daaruit dat het slechte
+weder zou aanhouden. Dit was dan ook werkelijk het geval.
+
+</p>
+<p>Maar de regen was hier de wind, en inderdaad wakkerde de bries zoo zeer aan, dat de lucht zich met een snelheid van zestig
+voet per seconde, of een en dertig mijlen per uur<a id="d0e2610src" href="#d0e2610" class="noteref">2</a> verplaatste.
+
+</p>
+<p>Dick Sand moest toen eenige voorzorgen nemen, om de masten en de zeilen van den <i>Pelgrim</i> niet in gevaar te brengen. Hij had reeds het bovenbramzeil, het gaftopzeil en den buitenkluiver laten bergen en besloot dit
+ook met het bramzeil te doen en daarna twee reven in het marszeil te laten steken.
+
+</p>
+<p>Dit laatste moest zekere moeielijkheid in zich hebben met een bemanning die nog zoo weinig geoefend was. Evenwel viel er niet
+te talmen en niemand talmde ook.
+
+</p>
+<p>Dick Sand, vergezeld van Bat en <a id="d0e2622"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2622">47</a>]</span>Austin, ging naar boven en nam, ofschoon niet zonder moeite, het bramzeil in. Met minder dreigend weer, zou hij de twee raas
+niet hebben afgenomen, maar, daar hij voorzag dat hij waarschijnlijk verplicht zou zijn de bramsteng te schieten en die zelfs
+geheel aan dek te nemen, nam hij de beide raas af. Men begrijpt toch dat, als de wind te sterk wordt, men niet alleen de zeilen,
+maar ook het boventuig moet neernemen. Dit is een groote verlichting voor het schip, dat, hoog getuigd, van het slingeren
+en stampen niet meer zoo veel te lijden heeft.
+
+</p>
+<p>Nadat deze eerste arbeid volbracht was,&#8212;en er gingen twee uren mede om,&#8212;hielden Dick Sand en de zwarten zich bezig met het
+marszeil te verkleinen door twee reven in te steken.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> voer niet, als de meeste nieuwere vaartuigen, een dubbel marszeil, hetgeen de manoeuvre gemakkelijk maakt. Men moest dus
+doen als vroeger, namelijk de ra op den rand laten loopen, een zeil door den wind geslagen naar zich toe halen en de rifseizings
+stevig vastknoopen. Dat alles was moeielijk, gevaarlijk en duurde lang, maar eindelijk gaf het gereefde marszeil minder vat
+aan den wind en daardoor werd de schoenerbrik aanmerkelijk verlicht.
+
+</p>
+<p>Dick Sand kwam met Bat en Austin weder beneden. De <i>Pelgrim</i> bevond zich toen in den toestand van zeewaardigheid, gevorderd door dien staat van den dampkring, waaraan men de benaming
+van &#8220;stijve koelte&#8221; heeft toegekend.
+
+</p>
+<p>Gedurende de drie volgende dagen, 20, 21 en 22 Februari, was de wind noch in kracht, noch in richting belangrijk gewijzigd.
+Intusschen ging het kwik voort in de barometerbuis te zakken en den laatsten dag merkte Dick op, dat het voortdurend onder
+acht en twintig duim zeven tiende<a id="d0e2638src" href="#d0e2638" class="noteref">3</a> stond.
+
+</p>
+<p>Er was overigens volstrekt geen schijn van dat de barometer voor eenigen tijd zou gaan rijzen. De lucht zag er slecht en buitengewoon
+winderig uit. Buitendien werd zij aanhoudend door dikke dampen bedekt. Deze laag van nevels was zelfs zoo dik, dat men de
+zon niet meer kon zien en dat het moeilijk zou geweest zijn de plaats waar zij op- en onderging <a id="d0e2643"></a><span class="corr" title="Bron: aantewijzen">aan te wijzen</span>.
+
+</p>
+<p>Dick Sand begon zich ongerust te maken. Hij verliet het dek niet meer. Hij sliep nauwelijks. Evenwel had hij geestkracht genoeg
+om zijn angst in het diepst van zijn hart te verbergen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag, 23 Februari, scheen de wind in den loop van den morgen een weinig af te nemen, maar Dick Sand vertrouwde
+het niet, en hij had gelijk, want in den namiddag stak de wind weer op en ging de zee hol staan.
+
+</p>
+<p>Tegen vier uur verliet Negoro, dien men weinig zag, het verblijf der matrozen en begaf zich naar den voorsteven. Dingo sliep
+zeker ergens in een hoek, want hij blafte niet, zooals gewoonlijk.
+
+</p>
+<p>Negoro bleef, altijd zwijgend, een half uur lang den horizon waarnemen.
+
+</p>
+<p>Lange golven volgden elkander op, zonder nog in botsing met elkander te komen. Evenwel waren zij hooger dan met de kracht
+van den wind overeenkwam. Men moest er uit besluiten dat er slecht weer in het westen was, niet ver af meer misschien, en
+dat het weldra deze streken zou bereiken.
+
+</p>
+<p>Negoro liet, in gedachten verzonken, zijn blikken weiden over de onmetelijke zee, die rondom den <i>Pelgrim</i> in volslagen oproer verkeerde. Daarna richtten zich zijn koude en strakke oogen naar de lucht.
+
+</p>
+<p>De lucht zag er verontrustend genoeg uit. De dampen verplaatsten zich met zeer verschillende snelheden. De wolken in de bovenlucht
+bewogen zich sneller dan die der benedenlagen van den dampkring. Men mocht dus vooruitzien dat weldra deze zware massa&#8217;s naar
+beneden zouden dalen en wat nu nog slechts een stijve koelte was, namelijk een verplaatsing van lucht tegen drie-en-veertig
+mijlen per uur, zou overgaan in een storm en misschien in een orkaan.
+
+</p>
+<p>Hetzij Negoro geen man was om angst te gevoelen, hetzij hij niets begreep van het dreigende weer, hij scheen volstrekt niet
+ontroerd. Wel speelde er een valsche glimlach op zijn lippen. Eigenlijk was het of deze toestand van het weer hem eer genoegen
+gaf dan dat hij er zich onaangenaam gestemd over gevoelde. Een oogenblik klom hij op den boegspriet en kroop tot aan de woeling,
+om zijn blikken nog verder te laten weiden, alsof hij eenig teeken <a id="d0e2665"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2665">48</a>]</span>aan den horizont zocht. Daarna klom hij weder naar beneden en begaf zich, zonder een enkel woord gezegd of zelfs maar een
+gebaar gemaakt te hebben, weder naar het matrozenverblijf.
+
+</p>
+<p>Evenwel was er onder al deze verschrikkelijke omstandigheden &eacute;&eacute;n gelukkige zaak, die ieder aan boord wel op prijs mocht stellen,
+namelijk dat de wind, hoe stevig hij werd of zou worden, gunstig was en dus de <i>Pelgrim</i> snelle vorderingen naar de Amerikaansche kust scheen te maken. En zelfs kon, als het weer maar niet tot storm oversloeg,
+deze overtocht zonder gevaar volbracht worden en zouden de werkelijke gevaren eerst dan beginnen, als het oogenblik gekomen
+was dat zij op eenig onbekend punt der kust land zouden bezeilen.
+
+</p>
+<p>Dit was iets dat nu reeds dikwijls een onderwerp van Dick Sand&#8217;s overdenkingen uitmaakte. Hoe zou hij, als het land eenmaal
+in &#8217;t gezicht was, manoeuvreeren, indien hij geen loods of geen zeeman ontmoette, die met het vaarwater bekend was? Wat zou
+hij doen, ingeval het slechte weder hem verplichtte een noodhaven te zoeken, daar deze kust hem ten eenemale onbekend was?
+Wel is waar had hij zich vooralsnog over deze zaak niet ongerust te maken, alhoewel er, als het uur eenmaal gekomen was, een
+besluit moest genomen worden.
+
+</p>
+<p>Gedurende de 13 dagen die verliepen, van den 24n Februari tot den 9n Maart, veranderde de toestand van den dampkring niet
+belangrijk. De hemel was altijd met zwaren nevel bezwangerd. Gedurende eenige uren nam de wind af, om dan weder met dezelfde
+woede los te barsten. Twee of driemaal ging de barometer aan het rijzen, maar zijn schommeling, een twaalftal strepen uitmakende,
+was te plotseling om een verandering van weer en een terugkeer tot zachtere winden aan te kondigen. Daarbij kwam dat de kwikkolom
+bijna dadelijk weder daalde, zoodat vooralsnog niets het einde van het slechte weder voorspelde.
+
+</p>
+<p>Ook barstten er van tijd tot tijd geduchte onweders los, die Dick ernstig ongerust maakten. Twee of drie malen sloeg de bliksem
+op slechts eenige kabellengten van het schip af in de zee. Daarna viel dan de regen in stroomen neder en kwamen er van die
+dwarrelwinden van half verdichte dampen voor, die den <i>Pelgrim</i> met een dichten mist omgaven.
+
+</p>
+<p>Uren achtereen had de man op den uitkijk geen uitzicht meer en ging men op goed geluk verder.
+
+</p>
+<p>Alhoewel het vaartuig, niettegenstaande het sterk stampte, vreeselijk slingerde, verdroeg Mevr. Weldon dit stampen en slingeren,
+zonder er gelukkig eenigen hinder van te gevoelen. Maar haar kleine jongen was zeer ongesteld en vereischte al haar zorgen.
+
+</p>
+<p>Wat neef Benedictus betreft, hij was evenmin ziek als de Amerikaansche kakkerlakken, die hij gezelschap hield, en hij bracht
+zijn tijd door met studeeren, alsof hij rustig in zijn studeervertrek te San-Francisco zat.
+
+</p>
+<p>Zeer gelukkig hadden ook Tom en zijn kameraden weinig last van de zeeziekte en konden zij daarom hun jeugdigen bevelvoerder
+hulp blijven verleenen, die zelf volkomen gewend was aan al de ongeregelde bewegingen van een schip dat voor den wind loopt.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> liep snel onder zijn verminderde zeilen en reeds zag Dick Sand aankomen dat hij nog meer zeil zou moeten minderen. Maar hij
+wilde volhouden, zoolang het zonder gevaar mogelijk zou zijn. Naar zijn berekening kon de kust niet ver meer verwijderd zijn.
+Men zag dus ijverig uit. Evenwel kon Dick niet te veel op de oogen zijner metgezellen vertrouwen om de eerste teekenen van
+land te ontdekken, want hoe scherp van gezicht men moge zijn, hij, die niet gewoon is om den horizont op zee te onderzoeken,
+is niet in staat om de eerste omtrekken eener kust te onderscheiden, vooral te midden van dikke nevels. Ook moest Dick Sand
+zelf uitkijken en klom hij daarom dikwijls in het want om beter te zien. Maar niets deed zich nog voor van de Amerikaansche
+kust.
+
+</p>
+<p>Dat verwonderde hem en toen hem hieromtrent eenige woorden ontvielen, begreep Mevr. Weldon zijn verwondering. Het was de 9e
+Maart. De leerling bevond zich op het voorschip, nu eens den blik gericht op de zee en de lucht, dan weder met het oog op
+de masten van den <i>Pelgrim</i>, die onder het aanhoudend geweld van den wind begonnen te lijden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zie je nog niets, Dick?&#8221; vroeg zij <a id="d0e2701"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2701">49</a>]</span>hem, op een oogenblik dat hij den verrekijker liet zakken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets, mevrouw, niets,&#8221; antwoordde hij, &#8220;en toch schijnt de horizont een weinig op te klaren, onder den hevigen wind die
+nog meer gaat aanwakkeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En volgens u, Dick, kan de Amerikaansche kust niet ver meer af zijn, nu?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kan zij niet,<a id="d0e2709"></a><span class="corr" title="Bron: &#8221;"></span> mevrouw, <a id="d0e2711"></a><span class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>en als er iets is dat me verwondert, dan is het dat zij nog niet in &#8217;t gezicht is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En toch,&#8221; hernam Mevr. Weldon, &#8220;heeft het schip altijd goeden koers gehouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Altijd, vanaf de wind noord-west geweest is,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;dat is dus sedert den dag dat we onzen ongelukkigen
+kapitein en zijn equipage hebben verloren. Dat was de 10e Februari, we hebben nu den 9en Maart. Er zijn dus sedert dien tijd
+zeven-en-twintig dagen verloopen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar hoever waren we toen nog van de kust verwijderd?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vier duizend vijfhonderd mijlen ongeveer, mevrouw. Zijn er soms zaken, die ik zeer betwijfel, voor dit cijfer kan ik instaan
+op twintig mijlen na.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En hoe groot is de snelheid van het schip geweest?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gemiddeld honderdtachtig mijlen per dag, sedert de wind zich verhief,&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;Ook verwondert het mij, dat
+we nog niet in &#8217;t gezicht van land zijn. En wat me nog vreemder voorkomt, is, dat we zelfs geen enkel van die vaartuigen ontmoeten,
+die gewoonlijk deze streken bezoeken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt ge u niet kunnen vergissen, Dick?&#8221; hernam Mevr. Weldon, &#8220;bij het bepalen van de snelheid van den <i>Pelgrim</i>?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mevrouw. Op dat punt heb ik niet kunnen dwalen. Er is om het half uur gelogd; en &#8217;k heb de uitkomsten zeer juist opgeteekend.&#8212;Kom,
+&#8217;k zal &#8217;t op &#8217;t oogenblik weer doen en u zult zien dat we nu tien mijlen per uur loopen, wat meer dan twee honderd mijlen
+per dag bedraagt!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand riep Tom en beval hem te loggen,&#8212;een werk dat de oude neger nu zeer gewoon was te doen.
+
+</p>
+<p>De log, stevig aan het einde van de lijn bevestigd, werd gebracht en buiten boord gegooid.
+
+</p>
+<p>Nauwelijks waren twintig vademen afgeloopen, of de lijn in de handen van Tom werd eensklaps slapper.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och! mijnheer Dick!&#8221; riep hij uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, Tom?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De lijn is gebroken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gebroken!&#8221; riep Dick Sand uit! &#8220;En de log is verloren!&#8221;
+
+</p>
+<p>De oude Tom liet het eind van de lijn zien, dat hij in de hand hield.
+
+</p>
+<p>Het was maar al te waar. Zij was goed vastgebonden geweest. De lijn was in het midden afgebroken. En toch was het touw van
+eerste kwaliteit. De strengen moesten dus op het punt waar ze afbraken, zeer versleten zijn geweest! En dat waren zij inderdaad,
+waarvan Dick zich kon overtuigen toen hij het eind van de lijn in de hand hield! Maar.... waren zij door het gebruik versleten,
+vroeg de leerling zich af, die wantrouwend geworden was.
+
+</p>
+<p>Hoe het zij, de log was verloren, en Dick Sand had nu geen enkel middel meer om de snelheid van zijn schip juist te schatten.
+Het eenige instrument dat hij nu nog bezat, was een kompas, en hij wist niet eens dat zijn aanwijzingen valsch waren!
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon zag dat hij zoo terneergeslagen was over dit ongeluk, dat zij niet verder wilde aandringen en met een bezwaard
+hart zich in haar kajuit terugtrok.
+
+</p>
+<p>Maar, al kon de snelheid van den <i>Pelgrim</i> en bijgevolg de afgelegde weg niet meer bepaald worden, het was gemakkelijk zich te overtuigen dat de vaart van het schip
+niet verminderde.
+
+</p>
+<p>Werkelijk daalde de barometer den volgenden dag, 10 Maart, tot acht-en-twintig duim twee tiende.<a id="d0e2761src" href="#d0e2761" class="noteref">4</a> Dat voorspelde een van die stormvlagen die tot zestig mijl per uur maken.
+
+</p>
+<p>Het werd dringend noodzakelijk nog meer zeil te minderen, teneinde de veiligheid van het vaartuig niet in de waagschaal te
+stellen.
+
+</p>
+<p>Dick Sand besloot zijn bramsteng te strijken, zijn kluifhout in te voeren en zijn benedenzeilen te bergen, om slechts te varen
+onder stagfok en gereefd marszeil.
+
+</p>
+<p>Hij riep Tom en de anderen om hem behulpzaam te zijn in dit moeielijk <a id="d0e2770"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2770">50</a>]</span>werk, dat ongelukkig niet snel kon verricht worden.
+
+</p>
+<p>En toch, de tijd drong, want de storm barstte reeds met hevigheid los.
+
+</p>
+<p>Dick Sand, Austin, Act&eacute;on en Bat gingen naar boven terwijl Tom aan het roer bleef, en Hercules op het dek, om dadelijk, als
+hem de order gegeven werd, de vallen te vieren of los te gooien.
+
+</p>
+<p>Na talrijke pogingen werd het kluifhout ingevoerd en de bramsteng gestreken, niet zonder dat deze brave menschen door het
+vreeselijk schudden der masten, tengevolge van het slingeren, honderd maal op het punt waren in zee te storten. Nadat daarna
+nog een rif ingestoken en de fok geborgen was, lag de schoenerbrik alleen onder stagfok en het dicht gereefd marszeil.
+
+</p>
+<p>Alhoewel zijn zeilen nu aanmerkelijk verminderd waren, bleef de <i>Pelgrim</i> nog altijd een buitengewoon snelle vaart houden.
+
+</p>
+<p>Den 12en zag het er met het weder nog slechter uit. Dien dag toch zag Dick Sand in den vroegen morgenstond den barometer tot
+zeven-en-twintig duim negen tiende<a id="d0e2785src" href="#d0e2785" class="noteref">5</a> dalen.
+
+</p>
+<p>Het was nu een echte storm geworden, zoodanig, dat de <i>Pelgrim</i> zelfs het weinigje doek niet meer kon dragen, dat hem nog over bleef.
+
+</p>
+<p>Toen Dick Sand zag dat zijn marszeil zou scheuren, gaf bij bevel het te beslaan.
+
+</p>
+<p>Maar te vergeefs, want een nog heviger rukwind wierp zich op dit oogenblik op het schip en scheurde het zeil los. Austin,
+die zich op de marsra bevond, werd door den bakboordsschoot getroffen. Gewond, maar vrij licht, kon hij zelf naar beneden
+komen.
+
+</p>
+<p>Dick Sand was nu ten hoogste ongerust en had slechts &eacute;&eacute;n gedachte: dat namelijk het schip, met zulk een woedende vaart voortgestuwd,
+zich elk oogenblik kon te bersten stooten, want volgens zijn raming, konden de klippen van het strand niet meer ver af zijn.
+Hij keerde dus terug naar het voorschip, maar hij zag niets, dat zelfs den schijn van land had en nam het roer weder op.
+
+</p>
+<p>Een oogenblik later trad Negoro op het dek. Daar gekomen, strekte zich zijn arm onwillekeurig uit naar een punt van den horizont.
+Men zou gezegd hebben dat hij zeer in de verte <a id="d0e2801"></a><span class="corr" title="Bron: doo">door</span> den dichten nevel heen hoog land ontdekte!....
+
+</p>
+<p>Nogmaals vertoonde diezelfde valsche glimlach zich op zijn gelaat, en zonder iets te zeggen van &#8217;t geen hij misschien gezien
+had, ging hij weder naar zijn verblijf terug.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2576" href="#d0e2576src" class="noteref">1</a></span> Uittreksel uit den &#8220;<i>Dictionnaire illustr&eacute;</i>&#8221; van Vorepi&egrave;rre.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2610" href="#d0e2610src" class="noteref">2</a></span> 57 kilometers.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2638" href="#d0e2638src" class="noteref">3</a></span> De Engelsche en Fransche barometers zijn in duimen en strepen gegradueerd. Acht- en twintig duim zeven tiende staan gelijk
+met 728 millimeters.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2761" href="#d0e2761src" class="noteref">4</a></span> 716 millimeters.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2785" href="#d0e2785src" class="noteref">5</a></span> 709 millimeters.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e2806"></a></p>
+<h2 class="label">Twaalfde hoofdstuk.</h2>
+<h2>Aan den horizont.</h2>
+<p>Het was op dezen dag dat de storm op zijn felst woedde en zijn vreeselijksten vorm aannam, namelijk dien van orkaan. De wind
+was naar het zuidoosten geloopen. De lucht verplaatste zich met een snelheid van negentig mijlen in &#8217;t uur.<a id="d0e2813src" href="#d0e2813" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>Het was nu wel degelijk een orkaan, een van die vreeselijke windvlagen, die al de schepen eener reede op de kust werpen en
+waaraan, zelfs aan land, de stevigste gebouwen geen weerstand kunnen bieden. Zoodanig een was die, welke den 25n Juli 1825
+Guadeloupe verwoestte. Wanneer vier-en-twintig ponders van hunne affuiten worden gelicht, bedenke men eens wat er van een
+schip moet worden dat geen ander steunpunt heeft dan een oproerige zee! En toch is het juist aan de beweeglijkheid van die
+zee, dat het vaartuig dikwijls zijn redding te danken heeft. Het loopt met den wind mede en mits het maar stevig gebouwd zij,
+is het in staat de hevigste windstooten te weerstaan. Dit was het geval met den <i>Pelgrim</i>. Eenige minuten nadat het marszeil aan flarden gescheurd was, werd ook de stagfok op haar beurt weggerukt. Dick Sand moest
+er toen van afzien om zelfs een stormfok, een klein zeil van sterk doek, te stellen, hetgeen het sturen van het schip anders
+gemakkelijker zou gemaakt hebben.
+
+</p>
+<p>Er bleef dus geen enkel stukje doek aan den <i>Pelgrim</i> meer over waarop de wind vat kon hebben, die nu woedde tegen zijn romp, zijn masten en zijn want; dit reeds was genoeg om
+hem met ontzettende snelheid te doen voortvliegen. Somtijds scheen het schip zelfs boven de golven te zweven en <a id="d0e2826"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2826">51</a>]</span>moest men aannemen dat het die slechts even aanraakte.
+
+</p>
+<p>In dezen toestand was het slingeren van het vaartuig op de door den storm heen en weer geschudde golven, vreeselijk. Telkens
+liep men gevaar een monsterachtige stortzee achterin te krijgen. De bergen water liepen sneller dan de schoenerbrik en dreigden
+den achtersteven te treffen, zoo zij zich niet snel genoeg oprichtte. Dit is een der grootste gevaren die een schip, dat voor
+den storm vlucht, kan beloopen.
+
+</p>
+<p>Maar, wat te doen om deze mogelijke ramp te voorkomen? Men kon den <i>Pelgrim</i> geen grootere snelheid mededeelen, omdat hij niet het kleinste stukje doek zou behouden hebben. Men moest dus beproeven door
+middel van het roer, waarvan de werking evenwel dikwijls onmachtig was, aan het vaartuig dezelfde richting te blijven geven.
+
+</p>
+<p>Dick Sand verliet het roer niet meer. Hij had zich met een touw om het middel vastgesjord, om niet door een stortzee weggeslagen
+te worden. Ook Tom en Bat hadden zich vastgebonden en hielden zich gereed om hem te hulp te komen. Hercules en Act&eacute;on hadden
+zich aan de betings vastgeklampt en waakten op het voorschip.
+
+</p>
+<p>Wat Mevr. Weldon, den kleinen Jack, neef Benedictus en Nan aangaat, zij bleven op verzoek van den leerling in de achterkajuit.
+Mevr. Weldon was liever op het dek gebleven, maar Dick Sand had het met alle macht tegengehouden, omdat dit zich zonder noodzakelijkheid
+in gevaar begeven zou geweest zijn.
+
+</p>
+<p>Al de luiken waren hermetisch gesloten. Het was te hopen dat zij genoegzaam tegenstand zouden bieden ingeval het mocht gebeuren,
+dat er een van die ontzaglijke zee&euml;n over boord sloeg waartegen niets bestand is. Indien zij ongelukkig voor het gewicht dezer
+stortzee&euml;n weken, kon het schip onderloopen en zinken. Zeer practisch was ook de lading met zorg gestuwd, zoodat in weerwil
+van het vreeselijk overhalen der schoenerbrik, haar lading zich niet verplaatste.
+
+</p>
+<p>Dick Sand had de uren, die hij aan den slaap gaf, nog verminderd. Ook bekroop Mevr. Weldon de vrees dat hij ziek zou worden.
+Zij verkreeg van hem dat hij eenigen tijd rust zou nemen.
+
+</p>
+<p>Nu had er juist, terwijl hij sliep, in den nacht van den 13en op den 14en Maart weder iets bijzonders plaats.
+
+</p>
+<p>Tom en Bat waren achteruit, toen Negoro, die zich slechts zelden op dit gedeelte van het schip liet zien, op hen toekwam en
+zelfs een gesprek met hen scheen te willen aanknoopen; maar Tom en zijn zoon gaven hem geen antwoord.
+
+</p>
+<p>Plotseling, op het oogenblik eener vreeselijke slingering, viel Negoro, en zou hij stellig in zee geslingerd zijn, zoo hij
+zich niet aan het kompasbuisje had vastgegrepen.
+
+</p>
+<p>Tom gaf een schreeuw, daar hij vreesde dat het kompas gebroken was.
+
+</p>
+<p>Dick Sand was in een oogenblik wakker, hoorde den kreet en vloog op het dek.
+
+</p>
+<p>Negoro was reeds weder op de been, maar hij hield het stuk ijzer in de hand, dat hij van onder het kompashuisje had weggenomen
+en deed het verdwijnen voordat Dick Sand het bemerkt had.
+
+</p>
+<p>Zou Negoro er belang bij gehad hebben dat de magneetnaald de goede richting hernam! Ja, want deze winden uit het zuid-westen
+kwamen hem nu te stade!....
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is er gaande?&#8221; vroeg de leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is die ongelukkige kok, die viel op het kompas!&#8221; antwoordde Tom.
+
+</p>
+<p>Bij deze woorden, bukte zich Dick Sand, die zich zeer ongerust maakte, naar het kompashuisje.... Het was in order, het kompas
+door de lampen verlicht, lag altijd op zijn beide concentrische ringen.
+
+</p>
+<p>Dat was een steen van het hart van Dick! Het breken van het eenige kompas aan boord zou een onherstelbaar ongeluk geweest
+zijn.
+
+</p>
+<p>Maar, wat Dick Sand niet had kunnen opmerken, was, dat sedert het wegnemen van het stuk ijzer, de naald haar normalen stand
+weder had ingenomen en juist het magnetische noorden aanwees, zooals het onder dezen meridiaan moest zijn.
+
+</p>
+<p>Al kon men nu evenwel Negoro niet verantwoordelijk stellen voor een val, die onwillekeurig scheen, zoo had Dick Sand toch
+alle reden er zich over te verwonderen dat de kok zich op dat uur op het achterschip bevond.
+<a id="d0e2872"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2872">52</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wat doe je daar?&#8221; vroeg hij hem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat me bevalt,&#8221; antwoordde Negoro.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zegt!....&#8221; riep Dick Sand uit, die zich een oogenblik boos maakte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zeg!....&#8221; antwoordde de kok, &#8220;dat er geen reglement is dat me verbiedt op het achterschip te wandelen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, ik maak dat reglement,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;en nu verbied ik u achteruit te komen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och kom!&#8221; antwoordde Negoro.
+
+</p>
+<p>De man, die zich zelf gewoonlijk zoo meester was, maakte een dreigende beweging.
+
+</p>
+<p>De leerling haalde een revolver te voorschijn en richtte deze op den kok, zeggende:
+
+</p>
+<p>&#8220;Negoro, onthoud dat ik dit wapen altijd bij me draag en ik je bij het eerste teeken van verzet door &#8217;t hoofd schiet!&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik voelde Negoro zich door een onweerstaanbare kracht tot het dek neergebogen.
+
+</p>
+<p>Hercules had eenvoudig zijn zware hand op zijn schouder gelegd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kapitein Sand,&#8221; zei de reus, &#8220;wilt u dat &#8217;k dien kerel over boord gooi? Het is een lekkerbeetje voor de visschen die nog
+al zoo kiesch niet zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog niet,&#8221; antwoordde Dick Sand.
+
+</p>
+<p>Negoro richtte zich op, zoodra hij de hand van den neger niet meer op zich voelde drukken. Maar Hercules voorbijgaande, mompelde
+hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal &#8217;k je betaald zetten, vervloekte neger!&#8221;
+
+</p>
+<p>Intusschen was de wind omgeloopen en toch gaf, tot Dick&#8217;s verwondering, niets in den toestand der zee te kennen dat er een
+verandering op til was. Het schip hield nog steeds koers, maar door wind en zee&euml;n, die nu dwars inkwamen, was Dick Sand genoodzaakt
+vier streken af te houden om voor den storm te blijven wegloopen.
+
+</p>
+<p>Maar van den anderen kant was zijn aandacht meer dan ooit opgewekt en vroeg hij zich af of er niet eenig verband bestond tusschen
+den val van Negoro en het breken van het eerste kompas. Wat was de kok daar komen doen? Had hij er misschien eenig belang
+bij dat het tweede kompas ook buiten dienst gesteld werd? Welk belang zou dat hebben kunnen zijn? Er was geen enkele reden
+voor te vinden. Moest ook Negoro, evenzeer als allen, niet vurig wenschen zoo spoedig mogelijk aan de Amerikaansche kust te
+landen?
+
+</p>
+<p>Toen Dick Sand met Mevr. Weldon over het voorval sprak, kon ook zij, hoewel zijn wantrouwen in zekere mate deelende, geen
+aannemelijke drijfveer vinden voor &#8217;t geen van den kant van Negoro een misdadig overleg zou geweest zijn.
+
+</p>
+<p>Intusschen werd op den kok, uit voorzichtigheid, nauwkeurig het oog gehouden. Overigens kwam hij in zooverre de bevelen van
+den leerling na, dat hij zich niet meer op het achterschip waagde, waar zijn dienst hem nimmer riep. Bovendien nam men de
+voorzorg er Dingo aanhoudend verblijf te laten houden, en men weet dat Negoro niet bijzonder op het gezelschap van den hond
+gesteld was.
+
+</p>
+<p>Gedurende de geheele week bleef de storm voortwoeden. De barometer daalde nog altijd. Van den 14en tot den 26en Maart, was
+het onmogelijk, van een oogenblikje kalmte gebruik te maken om eenige zeilen bij te zetten. De <i>Pelgrim</i> stormde naar het noordoosten met een snelheid die niet onder de twee honderd mijlen in de vier-en-twintig uur kon zijn, en
+nog altijd geen land! En toch, dat land was Amerika, dat als een onmetelijke slagboom tusschen de Atlantische zee en de Stille
+Zuidzee ligt, op een lengte van meer dan honderd twintig graden.
+
+</p>
+<p>Dick Sand vroeg zich somtijds af of hij niet krankzinnig was, of hij nog het bewustzijn had het ware van het valsche te onderscheiden,
+of hij niet sedert zoo vele dagen, buiten zijn weten, in een verkeerde richting liep! Neen, zoo erg kon hij zich niet vergissen!
+De zon, die hij wel is waar in den dikken nevel niet kon onderscheiden, kwam altijd v&oacute;&oacute;r hem op, om achter hem onder te gaan!
+
+</p>
+<p>Maar was het land dan verdwenen? Waar lag dan Amerika, waarop zijn schip misschien te gronde zou gaan, waar was het, zoo het
+zich niet daar bevond? Het mocht dan het zuidelijke of het noordelijke vasteland zijn,&#8212;want alles was mogelijk in die verwarring,&#8212;een
+van beiden moest de Pelgrim toch bereiken. Wat was er toch gebeurd sedert het begin van dien verschrikkelijken storm? Wat
+geschiedde er nog, nu die kust, die zijn heil of zijn ondergang zou zijn, nog altijd niet opdoemde? Moest Dick Sand dan veronderstellen
+<a id="d0e2920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2920">53</a>]</span>dat hij bedrogen was door zijn kompas, welks aanwijzingen hij niet meer kon vergelijken, omdat het tweede kompas hem ontbrak
+om die vergelijking te doen? En werkelijk zijn vrees was gewettigd door die voortdurende totale afwezigheid van land!
+
+</p>
+<p>Wanneer Dick Sand zich dan ook niet aan het roer bevond, was hij onophoudelijk bezig de kaart met de oogen te verslinden.
+Maar al bestudeerde hij deze nog zoo vlijtig, zij kon hem het raadsel niet oplossen dat, in den toestand waarin Negoro hem
+gebracht had, onbegrijpelijk voor hem was, zooals het voor iedereen zou geweest zijn.
+
+</p>
+<p>Dien dag evenwel, den 27n Maart ongeveer 8 uur &#8217;s morgens deed zich iets van het grootste gewicht voor.
+
+</p>
+<p>Hercules voor op den uitkijk, deed den kreet hooren:
+
+</p>
+<p>&#8220;Land! land!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand nam een sprong naar den bak. Zou Hercules, die geen zeemansoogen kon hebben, zich niet bedriegen?
+
+</p>
+<p>&#8220;Land!&#8221; riep Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;D&aacute;&aacute;r!&#8221; antwoordde Hercules, terwijl hij een bijna onmerkbaar punt aan den horizont in het noord-oosten aanwees.
+
+</p>
+<p>Men kon elkander te midden van het geloei van den storm slechts moeielijk verstaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb je werkelijk land gezien?....&#8221; vroeg de leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde Hercules, met het hoofd knikkend. En wederom wees hij met de hand aan bakboord vooruit.
+
+</p>
+<p>De leerling keek, maar zag niets.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik betrad Mevr. Weldon, die den kreet door Hercules geuit, gehoord had, het dek, niettegenstaande haar belofte
+er niet te komen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mevrouw!....&#8221; riep Dick Sand.
+
+</p>
+<p>Ook Mevr. Weldon, zich niet kunnende doen hooren, beproefde het door den neger aangewezen land te ontdekken, en scheen haar
+geheele leven in haar oogen te concentreeren.
+
+</p>
+<p>Waarschijnlijk had de hand van Hercules naar een verkeerd punt aan den horizont gewezen, want noch Mevrouw Weldon, noch Dick
+Sand konden iets zien.
+
+</p>
+<p>Maar eensklaps strekte ook hij de hand uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! ja! land!&#8221; zeide hij.
+
+</p>
+<p>En werkelijk was op een plek, waar de nevelen voor een oogenblik uiteen weken, een soort van top te zien. Zijn zeemansoogen
+konden hem niet bedriegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Eindelijk!&#8221; riep hij uit, &#8220;eindelijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij hield zich koortsachtig aan de verschansing vast. Mevr. Weldon, door Hercules ondersteund, keek onophoudelijk naar dat
+zoo vurig verlangde land.
+
+</p>
+<p>De kust, die door dit voorgebergte gevormd werd, verhief zich op tien mijlen aan lij van bakboordszij. Daar er nu een blinker
+kwam, kon men de kust duidelijker onderscheiden. Het was ongetwijfeld een kaap van het Amerikaansche vasteland. De <i>Pelgrim</i> kon zonder zeilen niet goed koers houden, maar moest wel op het strand aanloopen.
+
+</p>
+<p>Het was slechts om eenige uren te doen. Het was nu acht uur &#8217;s morgens en dus zou de <i>Pelgrim</i> voor twaalf uur dicht bij land zijn.
+
+</p>
+<p>Op een teeken van Dick Sand, geleidde Hercules Mevr. Weldon weder naar het achterschip, want zij zou het geweld van het stampen
+niet hebben kunnen weerstaan.
+
+</p>
+<p>De leerling bleef nog een oogenblik op den bak en keerde vervolgens naar het roer bij den ouden Tom terug.
+
+</p>
+<p>Eindelijk zag hij dan nu deze zoo lang weggebleven, zoo vurig begeerde kust! maar nu helaas! met een gevoel van schrik!
+
+</p>
+<p>En inderdaad, in den toestand waarin de <i>Pelgrim</i> zich bevond, namelijk vluchtende voor den storm, het land aan lij, was er niets anders te wachten dan een schipbreuk met
+al haar mogelijke verschrikkingen.
+
+</p>
+<p>Twee uren verliepen. Het voorgebergte vertoonde zich nu dwarsscheeps.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik kwam Negoro aan dek. Dezen keer keek hij met de grootste aandacht naar de kust, schudde het hoofd als iemand
+die wist waaraan zich te houden, en ging weder naar beneden, na een naam genoemd te hebben dien niemand kon verstaan.
+
+</p>
+<p>Wat Dick Sand betreft, hij trachtte de kust te ontdekken, die zich achter het voorgebergte moest uitstrekken.
+
+</p>
+<p>Opnieuw verliepen twee uren. Het voorgebergte verhief zich aan bakboordszij van achteren, maar de kust was nog altijd niet
+te onderscheiden.
+
+</p>
+<p>Intusschen klaarde de lucht aan den horizont op, en een hooge kust, zooals <a id="d0e2993"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2993">54</a>]</span>het Amerikaansche land zich juist moest voordoen in het verre verschiet, begrensd door de ontzaglijke keten der Andes, zou
+op een afstand van meer dan twintig mijlen zichtbaar geweest zijn.
+
+</p>
+<p>Dick Sand nam zijn verrekijker en liet dien langzaam langs den geheelen oostelijken horizont gaan.
+
+</p>
+<p>Niets! Hij zag niets meer!
+
+</p>
+<p>Om twee uren na den middag, was alle spoor van land achter den <i>Pelgrim</i> uitgewischt. Vooruit kon de verrekijker niet de minste lijn van een hooge of lage kust ontdekken.
+
+</p>
+<p>Toen ontsnapte aan Sand een smartelijke kreet; hij verliet onmiddellijk het dek en begaf zich haastig naar de kajuit waar
+Mevr. Weldon met den kleinen Jack, Nan en Neef Benedictus zich ophielden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een eiland! &#8217;t was maar een eiland!&#8221; zeide hij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een eiland, Dick! maar welk?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;De kaart zal &#8217;t ons zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>En even heengaande, kwam hij met de kaart terug.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar, mevrouw Weldon, daar!&#8221; zei hij. &#8220;Het land dat in &#8217;t gezicht geweest is, kan niet anders zijn dan het verloren punt
+te midden der Stille Zuidzee! &#8217;t kan niet anders zijn dan het Paascheiland! Er zijn geen andere eilanden in deze streken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En hebben we &#8217;t al achter ons?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, loefwaarts van ons!&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon keek aandachtig naar het Paasch-eiland, dat slechts een onmerkbaar punt op de kaart uitmaakte.
+
+</p>
+<p>&#8220;En hoe ver is het van de Amerikaansche kust.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vijf en dertig graden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dat is?....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ongeveer twee duizend mijlen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar is dan de <i>Pelgrim</i> niet vooruitgegaan, omdat we nog zoo ver van het vasteland afzijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mevrouw Weldon,<a id="d0e3037"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> antwoordde Dick Sand, die een oogenblik de hand aan het voorhoofd bracht, als om zijn gedachten bijeen te houden, &#8220;&#8217;k weet....
+&#8217;k kan geen verklaring van de ongelooflijke vertraging geven!.... Neen! ik kan niet.... of de aanwijzingen van het kompas
+moeten valsch geweest zijn!.... Maar dat eiland moet wel het Paasch-eiland geweest zijn, omdat we voor den wind naar het noord-oosten
+hebben moeten loopen en de Hemel zij gedankt dat we nu weten waar we zijn. Ja! &#8217;t is het Paasch-eiland! Ja het is nog twee
+duizend mijlen van de kust af! Eindelijk weet ik dan toch waarheen de storm ons gejaagd heeft, en zoo hij bedaart, kunnen
+we met eenige kans op geluk de Amerikaansche kust aandoen! Nu althans mag ons schip niet meer verloren heeten in de onmetelijke
+Stille Zuidzee!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit vertrouwen, door den jeugdigen leerling geuit, werd door allen gedeeld die hem zoo hoorden spreken. Mevr. Weldon zelve
+liet zich overtuigen. Het was wezenlijk alsof die arme menschen aan het einde van hun zorgen, van hun lijden gekomen waren
+en de <i>Pelgrim</i> weldra met goeden wind in een haven zou binnenloopen!
+
+</p>
+<p>Het Paascheiland,&#8212;met zijn waren naam Vai-Hou geheeten,&#8212;ontdekt door David in 1686, bezocht door Cook en Lap&eacute;rouse, is gelegen
+op 27&deg; <span class="abbr" title="zuiderbreedte"><abbr title="zuiderbreedte">Z.B.</abbr></span> en 112&deg; <span class="abbr" title="oosterlengte"><abbr title="oosterlengte">O.L.</abbr></span> Indien de schoenerbrik op deze wijze meer dan vijftien graden naar het noorden was verzeild, dan was dit blijkbaar tengevolge
+van dien storm uit het zuid-westen waarvoor zij had moeten lenzen.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> was dus nog twee duizend mijlen van de kust verwijderd. Evenwel moest hij door de kracht van den wind, die nog altijd even
+hevig bleef, in minder dan tien dagen een of ander punt van de kust van Zuid-Amerika bereikt hebben.
+
+</p>
+<p>Maar mocht men niet hopen, zooals de leerling gezegd had, dat het weder eindelijk toch wat zou bedaren en dat het dan mogelijk
+zou zijn een of ander zeil bij te zetten, zoodra men land in &#8217;t gezicht had?
+
+</p>
+<p>Dit was nog altijd de hoop van Dick Sand. Hij was van meening dat die orkaan, die nu reeds zoovele dagen had aangehouden,
+eindelijk toch wel zou afnemen. En nu hij, tengevolge van de verkenning van het Paasch-eiland, juist wist waar zij zich bevonden,
+had hij alle reden te vertrouwen, dat hij, eenmaal weder meester van zijn vaartuig geworden, het naar een veilige ankerplaats
+zou kunnen brengen.
+
+</p>
+<p>Nu Dick Sand als door een bijzondere gunst der Voorzienigheid dat verlaten punt te midden der zee had kunnen verkennen, nu
+had Dick Sand zijn vertrouwen, <a id="d0e3064"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3064">55</a>]</span>dat bijna verloren was gegaan, teruggekregen. Werd hij altijd door een orkaan, dien hij niet beteugelen kon, voortgezweept,
+dan ging dit toch niet geheel blindelings meer.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i>, stevig gebouwd en getuigd, had onder deze woedende aanvallen van den storm, weinig geleden. Zijn averij bepaalde zich tot
+het verlies van het marszeil en de kleine stagstok&#8212;verliezen die licht te herstellen waren. Geen druppel water was door de
+met zorg gestopte naden van den romp en het dek gedrongen. De pompen waren volkomen onbelemmerd. In dit opzicht was er niets
+te vreezen.
+
+</p>
+<p>Doch onophoudelijk bleef de orkaan voortwoeden en niets scheen hem tot bedaren te brengen. Kon Dick Sand zijn schip in zekere
+mate bestand maken tegen den storm, hij vermocht den wind niet bevelen te gaan liggen, den golven te bedaren, den hemel op
+te klaren. Was hij aan boord na God &#8220;heer en meester,&#8221; buiten boord was het God alleen die wind en golven gebood.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2813" href="#d0e2813src" class="noteref">1</a></span> Ongeveer 166 kilometers.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e3073"></a></p>
+<h2 class="label">Dertiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>Land! Land!</h2>
+<p>Intusschen zou het vertrouwen, dat Dick Sand als bij instinct bezielde, gedeeltelijk gerechtvaardigd worden.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag, 27 Maart, ging de kwikkolom in de barometerbuis aan het rijzen. De schommeling had niet plotseling plaats
+en was ook niet belangrijk, eenige strepen slechts, maar de rijzing scheen te zullen aanhouden. De storm ging blijkbaar in
+het tijdperk van afneming over, en, mocht de zee nog buitengewoon onstuimig blijven, toch kon men zich overtuigen dat de wind
+afnam.
+
+</p>
+<p>Dick Sand kon er nog niet aan denken zeilen aan te slaan. Het kleinste zeil ware weggerukt geworden. Evenwel hoopte hij dat
+er geen vier-en-twintig uur zouden verloopen zonder dat hem mogelijk was een stormzeil bij te zetten.
+
+</p>
+<p>En werkelijk ging de wind &#8217;s nachts vrij belangrijk liggen, vooral als men hem vergeleek met &#8217;t geen hij tot nog toe geweest
+was, en nu ook had het schip minder van het vreeselijke slingeren te lijden, dat vroeger dreigde het te vernielen.
+
+</p>
+<p>De passagiers begonnen zich weder op het dek te vertoonen. Zij liepen geen gevaar meer door de stortzee medegevoerd te worden.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon verliet het eerst de kerk waar Dick Sand haar uit voorzichtigheid gedwongen had zich den geheelen duur van den
+storm op te sluiten. Zij kwam eens praten met den leerling, dien een waarlijk bovenmenschelijke geestkracht het vermogen geschonken
+had zoovele vermoeienissen te weerstaan. Vermagerd, verweerd en bleek van gelaat, had hij verzwakt moeten zijn door het gemis
+aan den voor zijn leeftijd zoo noodigen slaap! Neen! zijn krachtige natuur weerstond alles. Eenmaal misschien zou hij dit
+tijdperk van beproevingen duur moeten betalen! Maar het was de tijd niet zich te laten ontmoedigen. Dick Sand had dit alles
+reeds bij zich zelven nagegaan en Mevr. Weldon vond hem sterker en moediger dan ooit.
+
+</p>
+<p>En daarenboven bezat de moedige Dick een hoedanigheid die, in moeielijke omstandigheden des levens bergen verzet, hij had
+vertrouwen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick, mijn kind, mijn kapitein!&#8221; zei Mevr. Weldon hem de hand reikende.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Moet u zeggen, mevrouw Weldon,&#8221; riep Dick Sand glimlachend uit, &#8220;u komt de bevelen van uw kapitein niet na! U komt weer
+op het dek, u verlaat uw kajuit in weerwil van zijn.... verzoek!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, &#8217;k ben je ongehoorzaam,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon; &#8220;maar &#8217;k heb als een voorgevoel dat de storm bedaart of zal bedaren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij bedaart werkelijk, mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;U bedriegt u niet! De barometer is sedert gisteren niet
+gedaald. De wind is niet zoo hevig meer, en &#8217;k heb alle reden te gelooven dat onze ergste beproevingen voorbij zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;God geve het, Dick! Wat heb je geleden, arm kind! Je hebt....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets dan mijn plicht gedaan, mevrouw Weldon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zou je nu niet wat rust gaan nemen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Rust!&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;&#8217;k Heb geen rust noodig, mevrouw Weldon! &#8217;k Gevoel me zeer wel. Goddank, <a id="d0e3108"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3108">56</a>]</span>en &#8217;k moet tot het einde toe volhouden! U hebt me den kapitein genoemd, &#8217;k zal kapitein blijven tot het oogenblik dat al de
+passagiers van den <i>Pelgrim</i> behouden zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick,&#8221; hernam Mevr. Weldon, &#8220;mijn man en ik, we zullen nooit vergeten, wat je gedaan hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;God heeft alles gedaan,&#8221; antwoordde Dick Sand &#8220;alles.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn kind, &#8217;k zeg nog eens dat je door je zedelijken en lichamelijken moed je als een man gedragen hebt, als een man waard
+om het commando te voeren, en spoedig, zoodra je studies ge&euml;indigd zijn,&#8212;&#8217;k weet zeker dat mijn man geheel met mij zal instemmen,&#8212;zal
+je gezagvoerder worden voor het huis James W. Weldon!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik.... ik!&#8221; riep Dick Sand uit, wiens oogen zich met tranen vulden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick!&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;je waart ons aangenomen kind reeds en nu ben je onze zoon, de redder van je moeder en je
+broertje Jack! Mijn waarde Dick, &#8217;k omhels je voor mijn man en voor mij!&#8221;
+
+</p>
+<p>De moedige vrouw had zich goed willen houden, toen ze Dick aan haar hart drukte, maar &#8217;t was haar niet mogelijk. Doch welke
+pen zou kunnen beschrijven wat Dick Sand gevoelde! Hij vroeg zich af of hij niet meer kon doen dan zijn leven voor zijn weldoeners
+opofferen, en hij nam nu reeds al de beproevingen aan, die hem in de toekomst zouden worden opgelegd.
+
+</p>
+<p>Na dit onderhoud gevoelde Dick Sand zich sterker. Als de wind handelbaarder werd en het hem mogelijk zou zijn een zeil bij
+te zetten, twijfelde hij geen oogenblik of hij zou zijn schip naar een haven kunnen voeren waar allen die het droeg eindelijk
+gelukkig zouden zijn.
+
+</p>
+<p>Toen de wind, den 29n een weinig bedaard was, dacht Dick er over om de fok en het marszeil weder aan te slaan en bij gevolg
+de snelheid van den <i>Pelgrim</i> te bevorderen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Komaan, Tom! komaan, mijn vrienden!&#8221; riep hij uit, toen hij bij het krieken van den dag aan dek kwam. &#8220;Kom! &#8217;k Heb je armen
+noodig!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zijn gereed, kapitein Sand,&#8221; antwoordde Tom.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gereed tot alles,&#8221; voegde Hercules er bij. &#8220;Er was niets te doen, terwijl het zoo stormde en &#8217;k begon me mooi te vervelen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hadt moeten blazen met je grooten mond,&#8221; zei de kleine Jack. &#8220;&#8217;k Wed dat je net zoo sterk als de wind geweest waart!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar zeg je zoo wat, Jack!&#8221; antwoordde Dick Sand lachende. &#8220;Als er windstilte is, zullen we Hercules in de zeilen laten blazen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tot je dienst, mijnheer Dick!&#8221; antwoordde de brave neger, terwijl hij zijn wangen opblies als een reusachtige Boreas.
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen beginnen, vrienden,&#8221; hernam de leerling, &#8220;met een waarloos zeil aan te slaan, want ons marszeil is in den storm
+weggewaaid. &#8217;t Zal misschien wel moeilijk zijn, maar &#8217;t moet gebeuren.<a id="d0e3146"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zal &#8217;t ook gebeuren!&#8221; antwoordde Act&eacute;on.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan ik je helpen?&#8221; vroeg de kleine Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Jack,&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;Ga jij maar naar &#8217;t roer om onzen vriend Bat te helpen sturen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Men kon zich voorstellen hoe trotsch Jack was op het vertrouwen door Dick Sand in hem gesteld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu aan &#8217;t werk,&#8221; hernam deze &#8220;en laten we ons zoo min mogelijk blootstellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De negers gingen door Dick geleid, dadelijk aan hun moeielijken arbeid. Een marszeil aanslaan was voor Tom en zijn kameraden
+een moeielijke taak. Men moest eerst het opgerolde zeil naar boven hijschen en het dan aan de ra bevestigen.
+
+</p>
+<p>Evenwel commandeerde Dick zoo goed en werd zoo goed gehoorzaamd, dat het zeil na verloop van een uur was aangeslagen, de ra
+geheschen en het marszeil met twee reven behoorlijk bijgezet.
+
+</p>
+<p>Wat de fok en stagfok betreft, die voor den storm hadden ingenomen kunnen worden, deze zeilen werden vrij gemakkelijk bijgezet,
+niettegenstaande de kracht van den wind.
+
+</p>
+<p>Dienzelfden dag, des morgens tien uur, zeilde de <i>Pelgrim</i> onder fok, marszeil en stagzeil.
+
+</p>
+<p>Dick Sand had het niet voorzichtig geoordeeld meer zeilen bij te zetten. De zeilen toch die hij droeg, moesten hem, zoolang
+de wind niet afnam, een snelheid verzekeren van tweehonderd <a id="d0e3172"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3172">57</a>]</span>mijlen minstens per vier-en-twintig uur, en meer was niet noodig om over tien dagen de Amerikaansche kust te bereiken.
+
+</p>
+<p>De leerling was wezenlijk voldaan, toen hij het roer overnam, na meester Jack, den onderstuurman van den <i>Pelgrim</i> bedankt te hebben. Hij behoefde zich nu niet meer op genade aan de golven over te geven. De <i>Pelgrim</i> kwam nu werkelijk goed vooruit. Iedereen die maar een weinig met zeezaken bekend is, zal zijn vreugde kunnen begrijpen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag jaagden de wolken nog met dezelfde snelheid door het luchtruim, maar zij lieten nu groote openingen tusschen
+haar over, waar doorheen de zonnestralen de oppervlakte der wateren beschenen. De <i>Pelgrim</i> baadde zich somtijds in dat alles bezielende licht! Dan weder verschool het zich achter een dichte massa dampen in het oosten,
+maar in het volgende oogenblik verscheen het nogmaals om wederom te verdwijnen, doch het weder werd opnieuw schoon.
+
+</p>
+<p>De luiken werden geopend om de frische lucht in het inwendige van het schip te laten stroomen, die doordrong tot in het ruim,
+de achterkajuit en in het verblijf der bemanning. Men hing de natte <a id="d0e3189"></a><span class="corr" title="Bron: zeillen">zeilen</span> te drogen en spreidde ze daartoe op het waarloos rondhout uit. Ook werd het dek geschrobd. Dick Sand wilde niet dat zijn
+schip een haven binnenkwam zonder een weinig toilet te hebben gemaakt. Wilde hij de equipage niet te veel vermoeien, dan konden
+slechts eenige uren per dag aan dit werk besteed worden.
+
+</p>
+<p>Alhoewel de leerling niet meer loggen kon, had hij door gewoonte genoeg geleerd de vaart van een schip te schatten om zich
+nagenoeg rekenschap van zijn snelheid te geven. Hij twijfelde dus niet of hij zou binnen zeven dagen land in &#8217;t gezicht hebben
+en deze meening deelde hij aan Mevr. Weldon mede, na haar op de kaart de waarschijnlijke positie te hebben aangetoond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu! op welk punt van de kust zullen we aankomen, Dick! vroeg zij hem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier, mevrouw,&#8221; antwoordde de leerling, terwijl hij haar de lange kustlijn aanwees, die zich uitstrekt van Peru naar Chili.
+Ik kan het niet juister aangeven. Dit is het Paasch-eiland, dat wij in het westen hebben laten liggen, en uit de richting
+van den wind die bestendig geweest is, besluit ik dat wij land in het oosten zullen zien. Er zijn genoeg havens aan de kust,
+maar &#8217;t is me op dit oogenblik niet mogelijk te zeggen, welke wij het eerst in &#8217;t gezicht zullen krijgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, Dick, welke die haven zij, ze zal ons welkom zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welzeker, mevrouw Weldon, en u zult er zeker gelegenheid vinden om spoedig naar San-Francisco terugtekeeren. Er bestaat een
+Stoomboot-Maatschappij van de Stille Zuidzee, die een zeer goed georganiseerden dienst op deze kust heeft. Haar stoombooten
+doen de voornaamste punten der kust aan en u zult zeer gemakkelijk met een dezer booten de reis naar Californi&euml; kunnen afleggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar is het dan je plan niet den <i>Pelgrim</i> naar San-Francisco te brengen?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jawel, mevrouw, na u ontscheept te hebben. Als we ons een officier en een equipage kunnen verschaffen, zullen we onze lading
+te Valparaiso lossen, zooals kapitein Hull zou gedaan hebben. Daarna zullen we dan naar San-Francisco terugkeeren. Maar dat
+zou u te lang ophouden, ofschoon &#8217;t me zeer spijten zou afscheid van u te moeten nemen....
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, Dick,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon. &#8220;We zullen later zien, wat ons te doen staat.&#8212;Zeg eens, je scheen bang te zijn om
+aan land te komen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Kan dat niet ontkennen,&#8221; antwoordde de leerling, &#8220;maar ik hoop altijd een vaartuig in deze streken te ontmoeten en &#8217;t
+verwondert me zeer er nog geen te zien. Zoodra er een passeerde, zouden we &#8217;t praaien, &#8217;t zou ons juist zeggen waar we ons
+bevinden en dat zou onze landing zeer gemakkelijk maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn er dan geen loodsen die op deze kust dienst doen?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die moeten er wel zijn,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;maar veel dichter bij de kust. We moeten dus steeds voortgaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En als we nu geen loods ontmoeten,&#8221; vroeg Mevr. Weldon, die volstrekt wilde weten hoe de leerling al die moeilijkheden dacht
+te boven te komen.
+
+</p>
+<p>&#8220;In dat geval, mevrouw, als het weer goed en de wind kalm blijft, zal ik trachten dicht genoeg bij de kust te <a id="d0e3221"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3221">58</a>]</span>houden om er een schuilplaats te zoeken, maar als de wind opsteekt, dan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan?.... Wat zal je dan doen, Dick?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;zal &#8217;t in den toestand waarin de <i>Pelgrim</i> verkeert, eenmaal aan lager wal geraakt, zeer moeielijk zijn hem weer in volle zee te brengen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal je dan doen?&#8221; herhaalde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Zal dan genoodzaakt zijn mijn schip op het strand te zetten,&#8221; antwoordde de leerling, wiens gelaat een oogenblik een droevige
+uitdrukking aannam. &#8220;&#8217;t Is waar, &#8217;t is een harde noodzakelijkheid, en God <a id="d0e3234"></a><span class="corr" title="Bron: geven">geve</span> dat het niet <a id="d0e3237"></a><span class="corr" title="Bron: zooveer">zover</span> zal komen! Maar, &#8217;k zeg u nog eens, mevrouw Weldon, het voorkomen van de lucht is geruststellend en &#8217;t is niet mogelijk dat
+we geen schip of een loodsvaartuig zouden ontmoeten! Goeden moed dus! We hebben den steven naar de kust gericht en we zullen
+haar gauw zien!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ja, zijn schip op het strand zetten, dat is een uiterste waartoe de flinkste zeeman slechts noode besluit! Ook verbande Dick
+Sand met geweld de gedachte aan een dergelijke ramp, zoolang er maar eenige kans voor hem was haar te vermijden.
+
+</p>
+<p>Gedurende eenige dagen waren er in den toestand van den dampkring afwisselingen die de leerling opnieuw zeer ongerust maakten.
+Steeds bleef er een flinke bries waaien en uit zekere schommeling der kwikkolom was duidelijk op te maken dat de wind nog
+zou aanwakkeren. Dick Sand dacht er dus niet zonder vrees aan of hij zich niet weer zou genoodzaakt zien voor top en takel
+te gaan loopen. Hij had er evenwel zulk een groot belang bij althans zijn marszeil te behouden, dat hij besloot het niet te
+laten bergen, zoolang het geen gevaar liep weg te waaien. Maar om de stevigheid der masten te verzekeren, liet hij want en
+stagen aanzetten. Bovenal was het zaak de grootste voorzichtigheid in acht te nemen, want hun toestand zou nog erger geworden
+zijn, indien de <i>Pelgrim</i> masteloos rond had gedreven.
+
+</p>
+<p>Een paar malen ook moest men, daar de barometer rees, vreezen dat de wind geheel om zou loopen, namelijk dat hij naar het
+oosten zou gaan. In dat geval zouden zij zoo dicht mogelijk aan den wind moeten houden!
+
+</p>
+<p>Een nieuwe zorg voor Dick Sand. Wat zou hij met tegenwind gedaan hebben? Laveeren? Maar, zoo hij zich daartoe verplicht zag,
+welke nieuwe vertraging en hoe licht kon hij dan weder in volle zee teruggeworpen worden?
+
+</p>
+<p>Deze vrees werd gelukkig niet bewaarheid. De wind bleef, na gedurende eenige dagen gezocht te hebben, nu eens naar het noorden,
+dan weder naar het zuiden loopende, eindelijk in het westen staan. Maar het was altijd een stijve koelte die in het <a id="d0e3253"></a><span class="corr" title="Bron: tu">tuig</span> van den <i>Pelgrim</i> blies.
+
+</p>
+<p>Het was de 5e April en dus reeds meer dan twee maanden geleden, dat de <i>Pelgrim</i> Nieuw-Zeeland had verlaten. Twintig dagen achtereen was zijn loop door tegenwind en langdurige windstilte vertraagd. Vervolgens
+had hij zich in gunstige omstandigheden bevonden om spoedig land te bereiken. Zelfs had zijn snelheid gedurende den storm
+zeer belangrijk moeten zijn. Dick Sand schatte de gemiddelde vaart op niet minder dan op twee honderd mijlen per dag! Hoe
+kwam het dan dat men nog altijd geen kust in het gezicht kreeg! Ontvluchtte zij den <i>Pelgrim</i>? Het was volkomen onverklaarbaar!
+
+</p>
+<p>En evenwel werd geen land gezien, hoewel een der negers voortdurend op den uitkijk stond.
+
+</p>
+<p>Dikwijls begaf Dick Sand zich zelf in het want. Daar trachtte hij dan met den verrekijker iets van bergen te ontdekken. De
+bergketen der Andes is zeer hoog en het was dus in de wolken dat aan den verren horizont zich te midden der nevelen een top
+zou voorgedaan hebben.
+
+</p>
+<p>Meermalen werden Tom en zijn kameraden door valsche teekenen van land misleid. Dampen van vreemde vormen vertoonden zich op
+den achtergrond. Het gebeurde soms dat de goede menschen halsstarrig bleven volhouden dat zij land zagen, maar na eenigen
+tijd waren zij dan genoodzaakt te erkennen dat zij de dupes van een gezichtsbedrog geweest waren. Het gewaande land verplaatste
+zich, veranderde van gedaante en verdween eindelijk geheel.
+
+</p>
+<p>Maar den 6en April was er eindelijk geen twijfel mogelijk. Het was acht uur &#8217;s morgens. Dick Sand was zoo even <a id="d0e3275"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3275">59</a>]</span>in het want geklommen. In dit oogenblik verdichtten de nevelen zich onder de eerste stralen der zon en klaarde de horizont
+geheel op.
+
+</p>
+<p>Eindelijk deed Dick Sand den reeds zoo dikwijls geuiten kreet hooren:
+
+</p>
+<p>&#8220;Land! land! vlak voor den boeg!&#8221;
+
+</p>
+<p>Bij dezen kreet liep iedereen op het dek, zoowel de kleine Jack, nieuwsgierig als men op dien leeftijd is, Mevr. Weldon, wier
+beproevingen met de landing zouden ophouden, Tom en zijn kameraden, die eindelijk het Amerikaansche vasteland weder zouden
+betreden, en zelfs neef Benedictus, die hoopte een rijke verzameling nieuwe insecten bijeen te garen.
+
+</p>
+<p>Alleen Negoro verscheen niet.
+
+</p>
+<p>Iedereen zag toen wat Dick Sand gezien had, deze zeer duidelijk, gene stellig meenende dat zij het zagen. Maar voor den leerling
+die zoo gewoon was den horizont waar te nemen, was er geen dwaling mogelijk en een uur later bleek het dat hij zich niet bedrogen
+had.
+
+</p>
+<p>Op een afstand van ongeveer vier mijlen strekte zich een vrij lage kust uit of althans iets dat zich als zoodanig voordeed.
+Op den achtergrond moest zich de hooge keten der Andes vertoonen, maar een wolkensluier belette er de toppen van te zien.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> liep rechtstreeks en snel op deze kust toe, die zich zienderoog verder uitstrekte.
+
+</p>
+<p>Twee uur later was hij er nog slechts drie mijlen van verwijderd.
+
+</p>
+<p>Dit gedeelte van de kust liep in het noord-oosten uit in een vrij hooge kaap, die een soort van open ree verborg. In het Zuid-oosten
+daarentegen, verlengde zij zich tot een smalle landtong.
+
+</p>
+<p>Eenige boomen bekroonden een reeks van niet zeer verheven rotsachtige steilten, die zich scherp tegen den hemel afteekenden.
+Maar op het geografisch karakter van het land was het duidelijk, dat de achtergrond gevormd werd door de hooge bergketen der
+Andes.
+
+</p>
+<p>Overigens was er geen woning, geen haven, geen riviermonding in &#8217;t gezicht die aan een vaartuig tot schuilplaats had kunnen
+dienen.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik liep de <i>Pelgrim</i> rechtstreeks op het land toe.
+
+</p>
+<p>Met het kleine aantal zeilen waarover hij nu beschikken kon en den wind op de kust, was het Dick Sand onmogelijk hem er af
+te houden.
+
+</p>
+<p>Vooraan liep een lange lijn klippen waartegen de hoog opbruisende golven braken en een eind weegs het strand op, wit schuimend
+uiteenspatten. Er moest daar een geduchte branding zijn.
+
+</p>
+<p>Dick Sand, die eenigen tijd op den bak gebleven was om de kust te observeeren, kwam op het achterschip terug en nam het roer
+weder in handen.
+
+</p>
+<p>De wind wakkerde steeds aan. De schoenerbrik bevond zich weldra nog slechts een mijl van het strand af.
+
+</p>
+<p>Dick Sand merkte toen een soort van kleine baai op waarin hij besloot binnen te loopen; maar v&oacute;&oacute;r haar te bereiken moest hij
+de lijn van klippen door, waartusschen het moeielijk zou geweest zijn een doortocht te vinden. De branding toonde aan dat
+het water overal ontbrak.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik sprong Dingo, die op het dek heen en weder liep, naar voren en deed, met den kop naar de kust gewend, een
+klaaglijk geblaf hooren. Men zou gezegd hebben dat de hond dit strand herkende en dat zijn instinct hem een smartelijke herinnering
+in het geheugen terugbracht.
+
+</p>
+<p>Negoro hoorde het zeker, want een onweerstaanbaar gevoel drong hem buiten de kombuis, en hoewel hij den hond moest vreezen,
+ging hij bijna dadelijk over de verschansing hangen.
+
+</p>
+<p>Zeer gelukkig voor hem, merkte Dingo, wiens droevig geblaf steeds tot dat land gericht was, hem niet op.
+
+</p>
+<p>Negoro scheen zich over de woeste branding volstrekt niet ongerust te maken. Mevr. Weldon, die hem waarnam, meende op te merken
+dat er zich een lichte blos over zijn gelaat verspreidde en zijn trekken zich een oogenblik samentrokken.
+
+</p>
+<p>Zou Negoro het punt van het vaste land herkend hebben waar de wind den <i>Pelgrim</i> heen dreef?
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik verliet Dick Sand het roer dat hij aan den ouden Tom overgaf. Een laatste maal nam hij den inham op, die
+zich allengs opende. Toen, zich tot Mevr. Weldon wendende, sprak hij met vaste stem:
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Heb geen hoop meer, Mevrouw een schuilplaats te vinden! Over een half uur zal, niettegenstaande al mijn <a id="d0e3334"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3334">60</a>]</span>pogingen, de <i>Pelgrim</i> op de klippen stooten. We moeten hem op het strand zetten! Ik zal het schip niet meer naar een haven kunnen brengen! &#8217;k Ben
+genoodzaakt het op te offeren om u te redden! Maar tusschen uw geluk en het mijne mag ik niet aarzelen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb je alles gedaan wat mogelijk was, Dick?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alles,&#8221; antwoordde de leerling.
+
+</p>
+<p>Een oogenblik later ging hij over tot de toebereidselen voor de schipbreuk.
+
+</p>
+<p>Vooreerst werden Mevr. Weldon, Jack, neef Benedictus en Nan met zwemgordels voorzien. Dick Sand, Tom en de andere zwarten,
+bekwame zwemmers namen eveneens maatregelen om de kust te bereiken, indien zij misschien in zee geworpen werden.
+
+</p>
+<p>Hercules werd speciaal belast met de zorg voor Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>De leerling zou voor den kleinen Jack zorgen. Neef Benedictus, die overigens zeer bedaard was, verscheen op het dek, omhangen
+met zijn insectendoos. De leerling beval hem aan Bat en Austin aan. Wat Negoro aangaat, zijn zonderlinge bedaardheid deed
+genoeg zien dat hij van niemand hulp behoefde.
+
+</p>
+<p>Dick Sand liet, als uiterste voorzorg, een tiental vaten met walvischtraan op den bak brengen.
+
+</p>
+<p>Deze olie op het juiste oogenblik dat de <i>Pelgrim</i> zich in de branding zou bevinden, uitgegoten, moest de zee een oogenblik doen bedaren door de watermolecule glad te maken,
+hetgeen het passeeren van het schip tusschen de klippen misschien gemakkelijk zoude maken.
+
+</p>
+<p>Dick Sand wilde niets verzuimen dat misschien het geluk van allen kon verzekeren.
+
+</p>
+<p>Nadat al deze voorzorgen genomen waren, kwam de leerling zijn plaats aan het roerrad weder innemen.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> was nog slechts twee kabellengten van de kust verwijderd, in de onmiddellijke nabijheid van de klippen. Zijn bakboordszijde
+baadde reeds in het witte schuim der branding<a id="d0e3367"></a><span class="corr" title="Bron: ">.</span> Elk oogenblik kon de kiel van het vaartuig tegen een verborgen klip stooten.
+
+</p>
+<p>Eensklaps zag Dick Sand aan een verandering van de kleur van het water, dat er een doorvaart tusschen de klippen liep. Hij
+moest het vaartuig zonder aarzeling in de opening sturen, om zoo dicht mogelijk bij de kust te stranden.
+
+</p>
+<p>De leerling aarzelde dan ook niet. Een wending van het roer wierp het schip in de nauwe en bochtige geul.
+
+</p>
+<p>Op deze plaats was de zee nog onstuimiger en de golven stoven tot op het dek.
+
+</p>
+<p>De negers waren voor, bij de vaten geposteerd, en wachtten op de orders van den leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stort de traan uit!&#8221; riep Dick Sand.
+
+</p>
+<p>Als door tooverij bedaarde de zee onder deze olie, al werd zij in het volgende oogenblik woedender dan ooit.
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> gleed snel over het gladde water en richtte zich rechtstreeks naar het strand.
+
+</p>
+<p>Plotseling had er een schok plaats. Het schip werd door een geduchte golf in de hoogte getild en op het strand gezet, terwijl
+de masten daarbij vielen zonder iemand te verwonden.
+
+</p>
+<p>De romp van den <i>Pelgrim</i>, midden doorgebroken door den schok, werd met geweld door het water overstroomd. Maar het strand was slechts een halve kabellengte
+verwijderd, en langs een keten van kleine zwartachtige rotsen was het gemakkelijk te bereiken.
+
+</p>
+<p>Ook waren drie minuten later allen die zich op den <i>Pelgrim</i> bevonden, aan den voet van het rotsachtige strand ontscheept.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e3399"></a></p>
+<h2 class="label">Veertiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>Wat men doen moet.</h2>
+<p>Na een overtocht dus, langen tijd door windstilte belemmerd, daarna door noord- en zuidwestenwinden begunstigd&#8212;een overtocht
+die niet minder dan vier-en-zeventig dagen geduurd had,&#8212;werd de <i>Pelgrim</i> op het strand geworpen.
+
+</p>
+<p>Evenwel dankten Mevr. Weldon en haar metgezellen de Voorzienigheid, zoodra zij behouden aan land waren.
+
+</p>
+<p>Het was werkelijk een vasteland en niet een der noodlottige eilanden van Polynesi&euml; waarop de storm hen geworpen had. Den terugkeer
+in hun vaderland, op welk punt van Zuid-Amerika zij ook geland waren, stond naar het scheen, <a id="d0e3413"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3413">61</a>]</span>geen ernstige beletselen in den weg.
+
+</p>
+<p>Wat de <i>Pelgrim</i> aangaat, deze was verloren. Het was slechts een geraamte zonder waarde, welks overblijfselen binnen weinige uren door de
+branding zouden verspreid zijn. Het zou onmogelijk geweest zijn er iets van te redden. Maar al mocht Dick Sand het genoegen
+niet smaken zijn reeder een onbeschadigd vaartuig thuis te brengen, toch waren, dank zij hem, zij die er zich op bevonden,
+frisch en gezond op een gastvrije kust aangeland en onder deze de vrouw en het kind van James W. Weldon.
+
+</p>
+<p>Wat nu de vraag betreft op welk gedeelte van de Amerikaansche kust de schoener-brik gestrand was, daarover had men lang kunnen
+beraadslagen. Was het, zooals Dick Sand moest veronderstellen, op de kust van Peru? Misschien, want hij wist door de verkenning
+van het Paasch-eiland, dat de <i>Pelgrim</i> door de werking der winden en ongetwijfeld ook onder den invloed der aequatoriale stroomen, naar het noord-oosten was gedreven.
+Van den drie-en-veertigsten breedtegraad, had hij zeer goed tot den vijftienden kunnen afdrijven.
+
+</p>
+<p>Het was dus van belang zoo spoedig mogelijk het juiste punt der kust te weten waar de schoenerbrik gestrand was. Gesteld dat
+deze kust die van Peru was, dan ontbraken de havens, de steden en dorpen er niet en zou het bijgevolg gemakkelijk zijn de
+eene of andere bewoonde plaats te bereiken. Wat dit gedeelte van het strand betrof, het scheen geheel verlaten.
+
+</p>
+<p>Het was een smalle, hier en daar door zwarte rotsen afgewisselde oever, die door een kustrand van tamelijke hoogte werd afgesloten;
+deze kustrand werd zeer onregelmatig doorsneden door groote, trechtervormige openingen, gevormd door het doorbreken der rots.
+Hier en daar gaven eenige zachte hellingen toegang tot den top.
+
+</p>
+<p>Ten noorden, op een kwart mijl van de plaats van de stranding, bevond zich de monding eener kleine rivier, die uit volle zee
+niet kon gezien worden<a id="d0e3431"></a><span class="corr" title="Bron: ">.</span> Langs haar oevers hingen talrijke &#8220;rhizophoren&#8221; over het water, een soort van wortelboomen, geheel verschillende van die
+van hetzelfde geslacht in Indi&euml;.
+
+</p>
+<p>De steile kust was aan den top bedekt door een dicht bosch, dat steeds een door den wind in golvende beweging verkeerende
+groene massa aanbood en zich uitstrekte tot de bergen op den achtergrond. Wel zou neef Benedictus, zoo hij in plaats van entomoloog
+botanist ware geweest, opgetogen zijn door het ontzaglijk aantal voor hem vreemde boomen!
+
+</p>
+<p>Het waren hooge baobabs of apenbroodboomen,&#8212;waaraan men verkeerdelijk een buitengewoon hoogen ouderdom heeft toegeschreven,&#8212;plataanboomen,
+witte pijnboomen, tamarindeboomen, peperboomen van een bijzondere soort en honderd andere gewassen, die een Amerikaan uit
+de noordelijke streken der nieuwe wereld niet gewoon is te zien.
+
+</p>
+<p>Maar als een zonderlinge omstandigheid moet vermeld worden dat men onder al deze boomsoorten geen enkel exemplaar ontmoet
+van de talrijke familie der palmboomen, die meer dan duizend soorten telt en verspreid zijn over bijna de geheele oppervlakte
+der aarde.
+
+</p>
+<p>Boven het strand zweefde een groot aantal schel schreeuwende vogels, die grootendeels tot verschillende soorten van zwaluwen
+behoorden, zwart van veeren met een staal blauwen weerschijn, maar kastanje-bruin van kleur boven op den kop. Hier en daar
+vlogen ook eenige patrijzen op met een geheel kalen hals en grijs van kleur.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon en Dick Sand merkten op, dat al deze vogels niet zeer wild schenen te zijn. Men kon ze naderen zonder ze te verjagen.
+Hadden zij dan nog niet geleerd den mensch te vreezen en was die kust zoo verlaten, dat de losbarsting van een vuurwapen er
+nog nooit was gehoord?
+
+</p>
+<p>Aan den rand der klippen wandelden eenige pelikanen, die zich druk bezig hielden met den zak dien zij tusschen de takken van
+hun onderkaak dragen met kleine vischjes te vullen.
+
+</p>
+<p>Eenige meeuwen uit volle zee gekomen, begonnen om den <i>Pelgrim</i> heen te vliegen.
+
+</p>
+<p>Maar deze vogels waren dan ook de eenige wezens die dit gedeelte van de kust schenen te bezoeken,&#8212;ongerekend, voorzeker, een
+aantal belangwekkende insecten, die neef Benedictus wel zou <a id="d0e3453"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3453">62</a>]</span>opsporen. Maar, hoe het den kleinen Jack ook ter harte ging, hun kon men den naam van het land niet vragen, en om dien naam
+te weten diende men zich wel tot een inboorling te richten.
+
+</p>
+<p>Doch er waren geen inboorlingen, of men zag er althans geen. Evenmin een hut of tent, noch ten noorden aan den anderen oever
+van het kleine riviertje, noch ten zuiden, noch eindelijk op den top van de steile kust, te midden van de boomen van het dichte
+woud. Geen rookkolom zag men boven het bosch ten hemel kronkelen. Geen enkel bewijs, teeken of indruk gaf te kennen dat dit
+gedeelte van het vasteland door menschelijke wezens bezocht werd.
+
+</p>
+<p>Dick Sand was tamelijk verwonderd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar zijn we? Waar kunnen we zijn?&#8221; dacht hij bij zich zelven. &#8220;Er is niemand wien het te vragen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Niemand, inderdaad, en indien zich een inboorling in de nabijheid bevond, zou Dingo hem stellig geroken en door blaffen aangemeld
+hebben. De hond liep heen en weder op de zandige kust met den neus langs den grond, den staart omlaag, dof knorrende, ongetwijfeld
+met zeer vreemde bewegingen, maar noch de nadering van een mensch, noch die van eenig dier verradende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zie Dingo toch eens!&#8221; zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, &#8217;t is vreemd!&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;Het schijnt dat hij tracht een spoor te vinden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer vreemd, dat is zeker!&#8221; mompelde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat doet Negoro?&#8221; vroeg zij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij doet, wat Dingo doet,&#8221; antwoordde Dick Sand. &#8220;Hij komt, hij gaat!.... Maar in alle geval, is hij hier vrij. &#8217;k Heb het
+recht niet meer hem bevelen te geven. Zijn dienst is ge&euml;indigd met het stranden van den <i>Pelgrim</i>!&#8221;
+
+</p>
+<p>Werkelijk liep Negoro met groote schreden heen en weder, keerde zich om, bekeek het strand en de steile kust, als iemand die
+tracht zich een of ander feit te herinneren. Kende hij dan dat land? Hij zou waarschijnlijk geweigerd hebben die vraag te
+beantwoorden als men hem haar gedaan had. Het beste was nog, zich niet met den ongezelligen mensch te bemoeien. Dick Sand
+zag weldra dat hij zich naar de zijde van het kleine riviertje begaf, en toen Negoro bij de bocht van den hoogen oever verdween,
+dacht hij niet meer aan hem.
+
+</p>
+<p>Dingo had wel geblaft toen de kok op den oever verscheen, maar hij was bijna dadelijk uitgescheiden.
+
+</p>
+<p>Men moest nu bedacht zijn op &#8217;t geen het noodzakelijkst was. Nu was het hoog noodig een beschutting, een wijkplaats te vinden,
+waar men zich voorloopig kon vestigen en eenig voedsel nemen. Daarna zou men dan raad schaffen en beslissen wat te doen.
+
+</p>
+<p>Over voedsel behoefde men zich niet ongerust te maken. Om niet te spreken van de hulpbronnen die het land moest opleveren,
+was de kombuis of voorraadkamer van het schip geledigd ten voordeele van de overlevenden van de schipbreuk. De branding had
+hier en daar, te midden der klippen die de eb nu bloot had gelegd, een groote menigte voorwerpen geworpen. Tom en zijn kameraden
+hadden reeds eenige vaatjes beschuit, blikken bussen met allerlei voedingstoffen en kisten met gedroogd vleesch opgevischt.
+Daar het water ze niet beschadigd had, was de voeding van den kleinen troep voor langer verzekerd dan ze noodig zouden hebben
+om een dorp of vlek te bereiken. In dit opzicht was er niets te vreezen. Deze verschillende goederen waren reeds door hen
+in zekerheid gebracht, zoodat zij bij den vloed niet door de zee hernomen konden worden.
+
+</p>
+<p>Ook aan zoet water was geen gebrek. Dadelijk had Dick Sand zorg gedragen door Hercules eenige pinten uit de kleine rivier
+te laten halen. De sterke neger had zich echter niet met eenige pinten vergenoegd, maar een ton op den schouder genomen en
+dezen met versch en zuiver water gevuld.
+
+</p>
+<p>Indien het noodig was vuur aan te steken, was er geen gebrek aan dood hout in den omtrek en daarenboven konden de wortels
+der oude wortelboomen al de brandstof leveren die men noodig had. De oude Tom was een sterke rooker en als zoodanig steeds
+voorzien van een zekere hoeveelheid zwam, goed bewaard in een hermetisch gesloten doos, en als men het wilde zou men vuurslaan,
+al was het met de keisteenen uit het zand aan den oever.
+
+</p>
+<p>Er bleef dus nu nog over een plek op te sporen waar de kleine troep zich zou kunnen verschuilen, indien zij <a id="d0e3490"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3490">63</a>]</span>mochten goedvinden &eacute;&eacute;n nacht rust te nemen voordat zij zich weder op marsch begaven.
+
+</p>
+<p>En daar was het nu waarlijk de kleine Jack die de bedoelde slaapkamer vond. Terwijl hij aan den voet van den steilen oever
+heen en weer trippelde, ontdekte hij achter een rotswand een van die fraaie, ruime grotten met gladde wanden, die de zee zelf
+uitholt, als haar onstuimige golven de kust beuken.
+
+</p>
+<p>Het kind was verrukt. Hij riep zijn moeder, en juichend kwam hij haar halen om haar zegevierend zijn ontdekking te toonen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, mijn Jack!&#8221; antwoordde Mevr. Weldon. &#8220;Als we Robinsons waren, die deze kust lang moesten bewonen, zouden we haar stellig
+naar jou een naam geven!&#8221;
+
+</p>
+<p>De grot was slechts tien <a id="d0e3500"></a><span class="corr" title="Bron: o twaa">of twaalf</span> voet diep en even zoo breed, maar in de oogen van den kleinen Jack, was het een ontzaglijk hol. Genoeg dat zij ruim genoeg
+was om de schipbreukelingen te bergen, en&#8212;&#8217;t geen met genoegen door Mevr. Weldon en Nan werd opgemerkt,&#8212;zij was zeer droog.
+De maan was in haar eerste kwartier, en het was niet te vreezen dat het getij den voet der steile kust en dus de grot zou
+bereiken. Men kon zich dus zonder zorg eenige uren te rusten leggen.
+
+</p>
+<p>Tien minuten later waren allen op een tapijt van zeegras uitgestrekt. Zelfs Negoro had gemeend zich bij het troepje te moeten
+voegen en zijn aandeel in den maaltijd te nemen, die gezamenlijk zou gehouden worden. Ongetwijfeld was het hem minder aangenaam
+voorgekomen zich alleen te wagen in het dichte woud, waar doorheen de bochtige rivier kronkelde.
+
+</p>
+<p>Het was &eacute;&eacute;n uur na den middag. Het in bussen bewaarde vleesch, de beschuit, het versche water met eenige druppels rum, waarvan
+Bat eenige flesschen gered had, maakten de menu van dezen maaltijd uit.
+
+</p>
+<p>Maar al nam Negoro er deel aan, toch mengde hij zich volstrekt niet in het gesprek, waarin over de maatregelen beraadslaagd
+werd, die in den toestand der schipbreukelingen zouden moeten genomen worden. Evenwel hoorde hij toe, zonder het te laten
+blijken, en trok ongetwijfeld zijn voordeel uit hetgeen hij hoorde.
+
+</p>
+<p>Gedurende dien tijd waakte Dingo, dien men niet vergeten had, buiten de grot. Geen levend wezen zou zich op het strand vertoond
+hebben zonder dat het getrouwe dier bij tijds gewaarschuwd had.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, die haar kleinen Jack half liggende en bijna ingeslapen op haar schoot hield, nam het woord.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick, mijn vriend,&#8221; zeide zij, &#8220;uit naam van allen zeg ik je dank voor de zorg en opofferingen die ge u voor ons getroost
+hebt, maar we laten je nog niet los. Je zult onze leidsman zijn te land, zooals je onze kapitein aan boord waart. Al onze
+hoop is op je gevestigd. Spreek dus! Wat moeten we doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, de oude Nan, Tom en zijn kameraden, allen hadden de oogen op den leerling gevestigd. Zelfs Negoro zag hem met
+een zonderlinge belangstelling aan. Blijkbaar was hij zeer nieuwsgierig naar &#8217;t geen Dick zou zeggen.
+
+</p>
+<p>Nadat Dick Sand eenige oogenblikken had nagedacht, zeide hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mevrouw Weldon, in de eerste plaats is het van het grootste belang te weten, waar we zijn. Ik geloof dat ons schip geland
+is op dat gedeelte van het Amerikaansche strand dat de Peruviaansche kust vormt. De winden en de stroomen hebben het tot deze
+breedte gebracht. Maar.... bevinden we ons hier in een van de zuidelijke provinci&euml;n van Peru, namelijk in het minst bewoonde
+gedeelte, dat aan de pampa&#8217;s grenst? Misschien. Bij het zien van deze woeste kust, die slechts weinig schijnt bezocht te worden,
+zou ik het haast zelf gaan gelooven. In dat geval, zou het kunnen zijn dat we vrij ver van het dichtstbij zijnde dorp verwijderd
+waren, &#8217;t geen zeer noodlottig zou zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, wat te doen?&#8221; herhaalde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou raden,&#8221; hernam Dick Sand, deze schuilplaats niet te verlaten voor dat we goed omtrent onzen toestand zijn ingelicht.
+Morgen, na een nacht rust, zouden twee van ons op ontdekking kunnen uitgaan. Zij moeten dan trachten, zonder zich te ver te
+verwijderen, eenige inlanders te ontmoeten, inlichtingen bij hen in te winnen en daarna naar de grot terugkeeren. Het is niet
+mogelijk dat men binnen tien of twaalf mijlen niemand zou vinden.&#8221;
+<a id="d0e3525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3525">64</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Zouden we ons van elkander scheiden!&#8221; zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat komt me noodzakelijk voor,&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;Zoo we op deze wijze volstrekt geen inlichtingen kunnen verkrijgen
+en wat bijna onmogelijk is, de streek geheel verlaten blijkt, welnu! dan zullen we ons best doen om ons op een andere manier
+uit onze verlegenheid te redden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En wie van ons zou op ontdekking uitgaan?&#8221; vroeg Mevr. Weldon, na een oogenblik nagedacht te hebben.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zouden we moeten bepalen,&#8221; antwoordde Dick Sand. &#8220;Evenwel dunkt me, dat u, mevrouw, Jack, mijnheer Benedictus en Nan,
+deze grot niet moet verlaten. <a id="d0e3534"></a><span class="corr" title="Bron: Bar">Bat</span>, Hercules, Act&eacute;on en Austin zouden dan bij u blijven, terwijl Tom en ik op verkenning zouden gaan.&#8212;Negoro zal wel liever
+hier blijven?&#8221; voegde <a id="d0e3537"></a><span class="corr" title="Bron: dick">Dick</span> Sand er bij, terwijl hij den kok aankeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou wel kunnen zijn,&#8221; antwoordde Negoro, die de man niet was om zich verder uit te laten.
+
+</p>
+<p>&#8220;We nemen dan Dingo mede,&#8221; hernam de leerling. &#8220;Hij zou ons op onzen tocht nuttig kunnen zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen Dingo zijn naam hoorde noemen, vertoonde hij zich aan den ingang der grot en scheen door een zacht geblaf de plannen
+van Dick Sand goed te keuren.
+
+</p>
+<p>Sedert de leerling dit voorstel gedaan had, bleef Mevr. Weldon in gedachten verdiept. Met tegenzin dacht zij aan een scheiding,
+hoe kort dan ook. Was het niet mogelijk dat de schipbreuk van den <i>Pelgrim</i> bij de Indiaansche stammen die de kust, hetzij ten noorden hetzij ten zuiden bezochten, bekend werd, en was het, ingeval
+er strandroovers opdaagden, niet beter dat allen vereenigd waren om hen terug te dringen.
+
+</p>
+<p>Deze tegenwerping tegen het voorstel van Dick Sand, verdiende werkelijk wel overwogen te worden.
+
+</p>
+<p>Zij viel evenwel voor zijn bewijsgronden, daar hij deed opmerken dat de Indianen niet verward moesten worden met de wilden
+van Afrika of Polynesi&euml; en dat een aanval van hun zijde waarschijnlijk niet te vreezen was. Maar dit land binnen te dringen
+zonder zelfs te weten tot welke provincie van Zuid Amerika het behoorde, noch op welken afstand zich het naaste dorp dezer
+provincie bevond, zou een hoogstvermoeiende taak geweest zijn. De scheiding kon weliswaar met ongelegenheden gepaard gaan,
+maar minder dan een tocht te ondernemen door een bosch dat zich scheen uit te strekken tot den voet der bergen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook,&#8221; herhaalde Dick Sand, aandringende, &#8220;kan ik niet gelooven dat deze scheiding van langen duur zal zijn, en ik durf wel
+zeggen dat zij het niet zal zijn. Als Tom en ik na twee dagen op zijn hoogst geen woning of geen bewoner ontmoet hebben, keeren
+we naar de grot terug. Maar dat zou al te onwaarschijnlijk zijn en we zullen geen twintig mijlen in het binnenland afgelegd
+hebben, of we zullen met de geographische ligging bekend zijn. &#8217;t Is mogelijk dat ik me vergist heb, omdat de middelen om
+de ligging astronomisch te bepalen me ontbroken hebben, zoodat het niet onmogelijk is, dat we op een hoogere of een lagere
+breedte zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Moet je gelijk geven, mijn kind!&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, die zich zeer ongerust maakte.
+
+</p>
+<p>&#8220;En u, mijnheer Benedict,&#8221; vroeg Dick Sand, &#8220;wat dunkt u van dit plan?&#8221;
+
+&#8220;Ik?....&#8221; antwoordde neef Benedictus.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, hoe zoudt u er over denken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan geen raad geven,&#8221; antwoordde neef Benedictus. &#8220;Ik vind alles goed wat men voorstelt en ik zal alles doen wat men wil.
+&#8217;t Zou me heel goed bevallen hier een paar dagen te blijven, dan kon ik dien tijd besteden om dit strand uit een zuiver entomologisch
+oogpunt te bestudeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Doe dan zoo als ge wilt,&#8221; zei Mevr. Weldon tot Dick Sand. &#8220;Wij zullen hier blijven en gij zult met den ouden Tom vertrekken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is dus afgesproken,&#8221; zei neef Benedictus met de grootste bedaardheid. &#8220;Ik ga een bezoek aan de insecten van het land
+brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verwijder u niet te ver, mijnheer Benedict,&#8221; zei de leerling. &#8220;We kunnen u dat niet genoeg op het hart drukken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maak je maar niet ongerust, mijn jongen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En breng ons vooral maar niet te veel muskieten mee!&#8221; voegde de oude Tom er bij.
+
+</p>
+<p>Eenige minuten later verliet de entomoloog de grot, met zijn kostbare blikken <a id="d0e3577"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3577">65</a>]</span>bus aan een band over den schouder.
+
+</p>
+<p>Bijna op hetzelfde oogenblik verliet ook Negoro de grot. Het scheen zoo in het karakter van den man te liggen zich met niemand
+af te geven dan met zich zelven. Maar terwijl neef Benedictus de steile kust beklom, om den rand van het bosch te gaan doorsnuffelen,
+verwijderde Negoro zich, naar de rivier terugkeerende, met langzame schreden en verdween hij terwijl hij den steilen waterkant
+voor de tweede maal beklom.
+
+</p>
+<p>Jack bleef altijd door slapen. Mevr. Weldon liet hem op den schoot van Nan en daalde naar het strand af. Dick Sand volgde
+haar met zijn kameraden. Zij wilden zich vergewissen of de toekomst der zee zou toelaten zich naar den romp van den <i>Pelgrim</i> te begeven, alwaar zich nog een menigte voorwerpen bevonden die de kleine troep kon gebruiken.
+
+</p>
+<p>De klippen waarop de schoenerbrik gestrand was, lagen nu droog. Temidden van overblijfselen van allerlei aard vertoonde zich
+de romp van het vaartuig, gedeeltelijk overdekt door de hooge zee. Dit wekte wel eenigszins de bevreemding op van Dick Sand,
+want hij wist dat de vloed op de Amerikaansche kust van de Stille Zuidzee niet hoog is. Maar dit verschijnsel liet zich toch
+ook zeer goed verklaren door den wind die op de kust stond.
+
+</p>
+<p>Het terugzien van hun vaartuig maakte op Mevr. Weldon en haar metgezellen een pijnlijken indruk. Daar hadden zij te zamen
+zoovele dagen in lief en leed doorgebracht! Het gezicht van dat arme schip, half gebroken, zonder mast en zeilen, op zijde
+liggende als een wezen van het leven beroofd, deed hun smartelijk aan.
+
+</p>
+<p>Maar voordat de zee dien romp geheel zou verzwelgen, moest men hem bezoeken.
+
+</p>
+<p>Dick Sand en de negers konden zich gemakkelijk in het ruim laten afzakken, na zich door middel van de touwen, die langs de
+zijde van de <i>Pelgrim</i> hingen op het dek geheschen te hebben. Terwijl Tom, Hercules, Bat en Austin zich bezighielden met alles uit de kombuis te
+halen wat hun nuttig kon zijn, zoowel spijzen als dranken, drong de leerling in de kerk door. Den hemel zij dank was het water
+nog niet in dit gedeelte van het vaartuig binnengedrongen, daar het achterschip na de branding boven was gebleven.
+
+</p>
+<p>Daar vond Dick Sand vier geweren in goeden staat&#8212;uitmuntende remmingtons,&#8212;alsmede een honderdtal patronen. Dit was voldoende
+om zijn kleinen troep te wapenen en hen in staat de stellen weerstand te bieden, indien zij onverhoopt onder weg door Indianen
+werden aangevallen.
+
+</p>
+<p>De leerling verzuimde ook niet een zakkompas mede te nemen; maar de scheepskaarten, in een hut van de voorplecht geborgen
+en door het water beschadigd, waren nutteloos.
+
+</p>
+<p>Ook bevonden er zich in het arsenaal van de <i>Pelgrim</i>, eenige van die stevige houwers of hartsvangers die dienen om den walvisch in stukken te hakken. Dick Sand koos er zes uit,
+die bestemd waren om de bewapening zijner metgezellen volledig te maken, en hij vergat ook niet een onschadelijk kindergeweer
+mede te nemen dat den kleinen Jack toebehoorde.
+
+</p>
+<p>Wat de overige voorwerpen betreft, die het schip nog bevatte, zij lagen hier en daar verspreid, of zij konden niet meer dienen.
+Bovendien was het niet noodig zich zoo zwaar te belasten voor de weinige dagen dat de reis zou duren. Van levensmiddelen,
+wapenen, ammunutie, was men meer dan voorzien. Evenwel verzuimde Dick Sand, op raad van Mevr. Weldon, niet om al het geld
+mede te nemen dat zich aan boord bevond,&#8212;ongeveer vijfhonderd dollars.
+
+</p>
+<p>Het was waarlijk niet veel! Mevr. Weldon had een veel grootere som in haar bezit gehad, maar men vond ze niet terug.
+
+</p>
+<p>Wie anders dan Negoro had gezorgd de eerste bezoeker van het schip te zijn en wie anders dan hij had den geldvoorraad van
+kapitein Hull en van Mevr. Weldon geplunderd? Niemand anders dan hij kon verdacht worden. Toch twijfelde Dick Sand een oogenblik.
+Wat hij van hem wist en opmerkte was wel geschikt om dit sombere karakter, wien het leed van anderen een glimlach kon afpersen,
+te vreezen! Ja, Negoro was een slecht mensch, maar mocht men daaruit besluiten dat hij een misdadiger was? Zoover kon Dick
+Sand met zijn rechtschapen karakter niet gaan. En toch, kon men vermoeden op iemand anders hebben? Neen, de brave negers <a id="d0e3612"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3612">66</a>]</span>hadden geen oogenblik de grot verlaten, terwijl Negoro over het strand had loopen dwalen. Hij alleen moest de schuldige zijn.
+Dick Sand besloot dus Negoro te ondervragen en des noods zijn zakken te laten doorzoeken, zoodra hij terugkwam. Hij wilde
+met zekerheid weten waaraan zich te houden.
+
+</p>
+<p>De zon neigde toen ter kim. Op dezen datum, had zij den aequator nog niet overschreden om warmte en licht in het noordelijk
+halfrond te verspreiden, maar zij naderde den evenaar. Zij viel dus bijna loodrecht op die cirkelvormige lijn waar zee en
+lucht ineenliepen,&#8212;&#8217;t geen den leerling in het denkbeeld versterkte dat hij aangeland was op een punt van de kust, tusschen
+den Steenbokskeerkring en den evenaar.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, Dick Sand en de negers keerden naar de grot terug om eenige uren rust te genieten.
+
+</p>
+<p>&#8220;De nacht zal onstuimig zijn,&#8221; deed Tom opmerken terwijl hij naar den horizon wees, door dikke wolken verduisterd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;er zal een stevige koelte waaien. Maar wat doet het er nu toe! Ons arm schip is verloren en de
+storm kan ons niet meer deren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gods wil geschiede!&#8221; zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>Men kwam overeen dat de negers in dezen nacht, die zeer donker zou zijn beurt om beurt aan den ingang der grot de wacht zouden
+houden. Daarenboven kon men zich veilig op de waakzaamheid van Dingo verlaten.
+
+</p>
+<p>Men bemerkte toen dat neef Benedictus, nog niet terug was.
+
+</p>
+<p>Hercules riep hem met alle kracht zijner machtige longen, en bijna onmiddellijk daarop zag men den entomoloog haastig den
+steilen oever afklimmen, op gevaar af zich den nek te breken.
+
+</p>
+<p>Neef Benedictus was woedend. Hij had geen enkel nieuw insect in het bosch gevonden, neen, geen enkel dat waard was in zijn
+verzameling te prijken! <a id="d0e3632"></a><span class="corr" title="Bron: Scorpioenen">Schorpioenen</span>, duizendpooten en andere myriapoden, zooveel men maar wilde en zelfs nog meer! En men weet dat neef Benedictus niet bijzonder
+ingenomen was met de myriapoden.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Was wel de moeite waard,&#8221; voegde hij er bij, &#8220;vijf of zes duizend mijlen te hebben afgelegd, vreeselijke stormen getrotseerd
+te hebben, op de kust geworpen te zijn, en dan geen enkele van die Amerikaansche hexapoden te vinden, die den roem uitmaken
+van een entymoloogsch museum! &#8217;t Was waarlijk wel de moeite waard!&#8221;
+
+</p>
+<p>Tot besluit vroeg neef Benedictus, om maar verder te gaan. Hij wilde geen uur langer op die ellendige kust blijven.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon trachtte haar groot kind tot bedaren te brengen. Zij gaf hem de hoop dat hij den volgenden dag gelukkiger zou
+zijn, waarna allen zich in de grot begaven om er tot zonsopgang te slapen, toen Tom de opmerking maakte dat Negoro niet teruggekeerd
+was, hoewel de nacht reeds was aangebroken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar zou hij zijn?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat scheelt het ons!&#8221; zei Bat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het scheelt ons integendeel veel,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon. <a id="d0e3647"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>&#8217;k Had liever dat die man bij ons was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;U hebt gelijk, mevrouw Weldon,&#8221; zei Dick Sand; &#8220;maar, zoo hij uit eigen beweging stil uit ons gezelschap verdwenen is, zie
+ik niet in hoe we hem zouden kunnen dwingen om weer bij ons te komen! Wie weet of hij geen reden heeft ons gezelschap voor
+altoos te mijden!&#8221;
+
+</p>
+<p>En zoo, dat de anderen hem niet hooren konden, deelde Dick Sand haar zijn vermoeden mede. Het verwonderde hem niet van haar
+te hooren dat ook zij hem verdacht had. Alleen verschilden zij in &eacute;&eacute;n punt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als Negoro terugkomt,&#8221; zei Mevr. Weldon, &#8220;zal hij zijn diefstal op een veilige plaats geborgen hebben. Mij dunkt, daar we
+hem toch niet kunnen overtuigen, zal het beste zijn, hem ons vermoeden verborgen te houden en hem daardoor in den waan te
+brengen dat we zijn dupes zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon had gelijk. Dick Sand stemde dan ook geheel met haar in.
+
+</p>
+<p>Evenwel riep men Negoro herhaaldelijk naar alle kanten.... Hij antwoordde niet. Of hij was reeds te ver om te hooren of hij
+wilde niet terugkeeren.
+
+</p>
+<p>De zwarten waren er niet rouwig om dat zij van zijn tegenwoordigheid verlost waren, maar zooals Mevr. Weldon terecht gezegd
+had, hij was misschien <a id="d0e3662"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3662">67</a>]</span>nog meer in de verte dan dichtbij te vreezen! Maar hoe te verklaren dat Negoro zich geheel alleen in dat onbekende land ging
+wagen? Was hij misschien verdwaald, en trachtte hij in dien donkeren nacht te vergeefs den weg naar de grot te vinden?
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon en Dick Sand wisten niet wat zij denken moesten. Hoe het zij, men mocht, om op Negoro te wachten, zich niet van
+de rust berooven die allen zoo noodig hadden.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik begon de hond die op het strand liep, met kracht te blaffen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat scheelt Dingo toch?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;We moeten het volstrekt weten,&#8221; antwoordde de leerling. &#8220;Misschien is het Negoro wel!&#8221;
+
+</p>
+<p>Onmiddellijk begaven Hercules, Bat Austin en Dick Sand zich naar de monding der rivier.
+
+</p>
+<p>Maar toen zij aan den oever kwamen, zagen en hoorden zij niets. Dingo zweeg nu.
+
+</p>
+<p>Dick Sand en de negers keerden naar de grot terug.
+
+</p>
+<p>De slaapgelegenheden werden zoo goed mogelijk ingericht.
+
+</p>
+<p>De zwarten maakten zich gereed om beurtelings buiten te waken.
+
+</p>
+<p>Maar Mevr. Weldon was ongerust en kon niet slapen. Het land waarnaar zij zoo vurig verlangde, gaf haar tot nog toe niet wat
+zij gehoopt had, veiligheid voor de haren en rust voor haar zelf.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e3684"></a></p>
+<h2 class="label">Vijftiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>Harris.</h2>
+<p>Den volgenden morgen, 7 April, zag Austin, die met het krieken van den dag de wacht hield, Dingo blaffende naar het kleine
+riviertje snellen. Bijna op hetzelfde oogenblik traden Mevr. Weldon, Dick Sand en de negers uit de grot te voorschijn.
+
+</p>
+<p>Het leed geen twijfel of er was iets gaande.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dingo heeft een levend wezen geroken, een mensch of een beest,&#8221; zei de leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;In alle geval is het Negoro niet,&#8221; deed Tom opmerken, &#8220;want dan zou Dingo woedend blaffen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als het Negoro niet is, waar zou hij dan toch kunnen zijn?&#8221; vroeg Mevr. Weldon, terwijl zij een blik naar Dick Sand wierp
+die alleen door haar begrepen werd, &#8220;en als hij het niet is, wie is het dan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen het spoedig weten, Mevr. Weldon,&#8221; antwoordde de leerling.
+
+</p>
+<p>Daarna, zich tot Bat, Austin en Hercules wendende:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wapent u, vrienden, en komt mee!&#8221;
+
+</p>
+<p>De negers namen ieder een geweer en een hartsvanger, evenals Dick Sand gedaan had. Na de geweren geladen te hebben, richtten
+allen zich naar den oever der rivier.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, Tom en Act&eacute;on bleven bij den ingang der grot, waar de kleine Jack en Nan zich nog bevonden.
+
+</p>
+<p>De zon kwam op. Haar stralen, die door de hooge bergen van het oosten werden opgevangen, kwamen niet rechtstreeks tot het
+strand; maar tot den westelijken horizon, zoover het oog reikte, schitterde de zee onder het eerste licht van den dag.
+
+</p>
+<p>Dick Sand en zijn metgezellen hielden het midden van het strand welks kromming zich met de monding der rivier vereenigde.
+
+</p>
+<p>Daar zagen zij Dingo onbeweeglijk als een staande hond, steeds blaffende. Blijkbaar zag of rook hij een inboorling.
+
+</p>
+<p>En werkelijk had de hond het dezen keer niet tegen Negoro, zijn vijand aan boord.
+
+</p>
+<p>Van achter den laatsten hoek van den rotsachtigen oever kwam een man te voorschijn. Hij naderde voorzichtig en trachtte door
+vriendelijke gebaren Dingo te doen bedaren. Men kon zien dat hij volstrekt niet onverschillig was voor den toorn van het krachtige
+dier.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is Negoro niet!&#8221; zeide Hercules.
+
+</p>
+<p>&#8220;We verliezen niets met den ruil!&#8221; antwoordde Bat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen,&#8221; zei de leerling, &#8220;&#8217;t Is waarschijnlijk een inboorling die ons het onaangename van onze scheiding zal besparen. Eindelijk
+zullen we dan toch eens te weten komen waar we juist zijn!<a id="d0e3725"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>En alle vier wierpen hun geweer op den schouder en liepen snel op den vreemdeling toe.
+
+</p>
+<p>Toen deze hen zag naderen gaf hij in &#8217;t eerst teekenen van de grootste verbazing. Ongetwijfeld verwachtte hij geen <a id="d0e3732"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3732">68</a>]</span>vreemdelingen op dit gedeelte van de kust te ontmoeten. Blijkbaar ook had hij het wrak van de <i>Pelgrim</i> nog niet opgemerkt, want anders had hij de tegenwoordigheid van schipbreukelingen zeer natuurlijk gevonden. Trouwens had
+ook de branding gedurende den nacht den romp van het schip geheel vernietigd en bleef er niets anders van over dan wrakhout
+dat naar volle zee wegdreef.
+
+</p>
+<p>Toen de onbekende de vier gewapende mannen naar zich zag toe komen, maakte hij in het eerste oogenblik een beweging om terug
+te keeren. Hij droeg een geweer aan een riem tegen den schouder en liet het snel van zijn schouder in zijn hand en uit zijn
+hand weder tegen zijn schouder overgaan. Men begrijpt licht dat hij zich niet op zijn gemak gevoelde.
+
+</p>
+<p>Dick Sand maakte een gebaar van begroeting, dat de vreemdeling zeker begreep, want na eenige aarzeling, deed hij eenige stappen
+voorwaarts.
+
+</p>
+<p>Dick Sand kon hem toen goed opnemen.
+
+</p>
+<p>Het was een krachtig gebouwd man van hoogstens veertig jaar, met een levendig oog, grijzende haren en baard, een verweerde
+gelaatskleur als van iemand die altijd in de open lucht, in de bosschen of op de vlakte gezworven heeft. Een soort van kiel
+van gelooid leder diende hem voor buis of jas, een breedgerande hoed bedekte zijn hoofd, leeren laarzen reikten hem tot boven
+de knie en sporen met groote wieltjes weerklonken aan de hooge hielen.
+
+</p>
+<p>Dick Sand zag dadelijk, &#8217;t geen ook werkelijk het geval was, dat hij niet een van die Indianen, gewone zwervers der pampa&#8217;s,
+voor zich had, maar een van die avonturiers van vreemd bloed, gewoonlijk niet veel bijzonders, die men menigmaal in verafgelegen
+streken ontmoet. Het scheen zelfs, aan zijn stijve houding, aan de roodachtige kleur van eenige baardharen dat deze onbekende
+van anglo-saxische oorsprong moest zijn. In dat geval was hij noch Indiaan, noch Spanjaard.
+
+</p>
+<p>En dat bleek werkelijk zoo te zijn, toen hij Dick Sand, die hem in &#8217;t Engelsch zei &#8220;wees welkom!&#8221; in dezelfde taal zonder
+eenig vreemd accent antwoordde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees ook gij welkom, jonge vriend,&#8221; zei de onbekende, naar den leerling toekomende, wiens hand hij drukte.
+
+</p>
+<p>Wat de zwarten aangaat, vergenoegde hij zich met hun een gebaar te maken, zonder het woord tot hen te richten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijt gij Engelschen?&#8221; vroeg hij den leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Amerikanen,&#8221; antwoordde Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van het Zuiden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Van het Noorden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit antwoord scheen den onbekende te bevallen, die de hand van den jongeling nog krachtiger en ditmaal goed op zijn Amerikaansch
+schudde.
+
+</p>
+<p>&#8220;En mag ik weten jonge vriend,&#8221; vroeg hij, &#8220;hoe ge u op deze kust bevindt?&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar op dit oogenblik, nam de onbekende den hoed af en groette, zonder te wachten dat de leerling zijn vraag beantwoord had.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon was tot aan den oever genaderd en stond toen tegenover hem.
+
+</p>
+<p>Zij was het die zijn vraag beantwoordde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer,&#8221; zeide zij, &#8220;we zijn schipbreukelingen wier schip gisteren op die klippen verbrijzeld is!&#8221;
+
+</p>
+<p>Een gevoel van medelijden was duidelijk op het gelaat van den onbekende te lezen, wiens blikken het vaartuig zochten dat op
+het strand was gezet.
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is niets meer van ons schip overgebleven!&#8221; voegde de leerling er bij. &#8220;De branding heeft het van nacht geheel vernield.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En onze eerste vraag,&#8221; hernam Mevr. Weldon, &#8220;zal zijn waar we ons bevinden.<a id="d0e3779"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar weet u dan niet dat dit de kust van Zuid-Amerika is?&#8221; antwoordde de onbekende, die verwonderd scheen over de vraag.
+&#8220;Hadt u eenigen twijfel hieromtrent?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijnheer, want de stroom heeft ons van onzen weg doen afwijken, dien ik niet met de noodige juistheid heb kunnen opnemen,&#8221;
+antwoordde Dick Sand. &#8220;Maar &#8217;k wilde nog wel wat nauwkeuriger weten waar we zijn. Zijn we niet op de kust van Peru?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijn jonge vriend, neen! Een beetje zuidelijker. Ge hebt op de Boliviaansche kust schipbreuk geleden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O!&#8221; was de verbaasde uitroep van Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;En nog wel op dat zuidelijk gedeelte van Bolivia dat aan Chili grenst.&#8221;
+<a id="d0e3792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3792">69</a>]</span></p>
+<p>&#8220;En welke kaap is dat dan?&#8221; vroeg Dick Sand, op het noordelijk voorgebergte wijzende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan er u den naam niet van zeggen,<a id="d0e3797"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> antwoordde de onbekende, &#8220;want al ken ik het binnenland vrij goed, omdat ik het zoo dikwijls doorkruist heb, zoo bezoek ik
+voor de eerste maal dit strand.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand dacht na over &#8217;t geen hij van den vreemdeling vernam. Het verwonderde hem maar half, want zijn berekening had hem
+kunnen en moeten bedriegen, wat de stroomen betrof; maar toch was de vergissing niet onbelangrijk. Hij meende zich toch te
+bevinden ongeveer tusschen de zeven en <a id="d0e3802"></a><span class="corr" title="Bron: derrigste">dertigste</span> en dertigste parallel, volgens zijn verkenning van het Paasch-eiland, en op de hoogte van de vijf-en-twintigste parallel
+was hij gestrand. Het was volstrekt niet onmogelijk dat de <i>Pelgrim</i> op zulk een lange reis betrekkelijk zoo weinig ter zijde was afgedreven.
+
+</p>
+<p>Bovendien hadden zij volstrekt geen reden om de mededeelingen van den onbekende in twijfel te trekken, en daar deze kust die
+van Beneden-Bolivia was, was er niets vreemds in gelegen dat zij zoo verlaten was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer,&#8221; zei toen Dick Sand, &#8220;ik moet uit uw antwoord besluiten dat we hier vrij ver van Lima af zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Oh&eacute;! Lima ligt ver.... daarheen! in het noorden!&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon die eerst vrij wantrouwig was, wegens de verdwijning van Negoro, nam den vreemdeling met de grootste attentie
+op, maar zij kon noch in zijn houding, noch in zijn wijze om zich uit te drukken, iets ontdekken, dat zijn goede trouw kon
+doen betwijfelen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer,&#8221; zeide zij, &#8220;ik hoop niet dat u mijn vraag indiscreet zal voorkomen.... u schijnt niet van Peruviaanschen oorsprong
+te zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben een Amerikaan zooals u, mevrouw....!&#8221; zeide de onbekende, die een oogenblik wachtte totdat de Amerikaansche hem haar
+naam deed kennen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde deze.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn naam is Harris, en ik ben geboren in Zuid-Carolina. Maar &#8217;t zal nu twintig jaar geleden zijn dat ik mijn land verliet,
+om naar de pampa&#8217;s van Bolivia te gaan, en het doet me genoegen landgenooten te ontmoeten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bewoont u dit gedeelte der provincie, mijnheer Harris?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;ik woon in het Zuiden op de Chiliaansche grens, maar, op dit oogenblik ga ik naar
+Atacama, in het noord-oosten.<a id="d0e3828"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn we dan hier op den rand van de woestijn van dien naam?&#8221; vroeg Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist, mijn jonge vriend, en deze woestijn strekt zich ver aan de andere zijde der bergen uit die zich aan den horizon vertoonen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De woestijn van Atacama?&#8221; herhaalde Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,<a id="d0e3839"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> antwoordde Harris. &#8220;Deze woestijn is zooveel als een land op zich zelf in dit uitgestrekte Zuid-Amerika, waarvan het toch
+in vele opzichten verschilt. Het is tegelijk het belangrijkste en het minst bekende gedeelte van dit vasteland.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En reist u er alleen naar toe?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;O! &#8217;t Is niet de eerste keer dat ik die reis maak!&#8221; antwoordde de Amerikaan. &#8220;Er is op tweehonderd mijlen van hier een aanzienlijke
+hoeve, de hacienda van San-Felice, die het eigendom is van een mijner broeders, naar wien ik mij voor mijn handel begeef.
+Als u met mij wilt gaan, zult u er goed ontvangen worden, en de middelen van vervoer om naar Atacama te reizen, zullen u daar
+niet ontbreken. Mijn broeder zal ze u met genoegen verschaffen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit aanbod uit eigen beweging gedaan, nam Mevr. Weldon zeer voor den Amerikaan in, die zich nu tot haar richtte met de vraag:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn deze negers uw slaven?&#8221;
+
+</p>
+<p>En hij wees op Tom en zijn kameraden.
+
+</p>
+<p>&#8220;We hebben geen slaven meer in de Vereenigde Staten,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon. &#8220;Het Noorden heeft sedert lang de slavernij
+afgeschaft, en het Zuiden heeft het voorbeeld van het Noorden wel moeten volgen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s waar ook,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Ik had vergeten dat de oorlog van 1862 die ernstige vraag beslist heeft.&#8212;Ik hoop dat
+die brave menschen &#8217;t me zullen vergeven,&#8221; voegde Harris er bij met een zweem van spotternij die een Amerikaan uit het Zuiden,
+tegen negers sprekende, altijd laat doorschemeren. &#8220;Maar toen ik die heeren in <a id="d0e3856"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3856">70</a>]</span>uw dienst zag, dacht ik....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze zijn niet en waren niet in mijn dienst, mijnheer,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon ernstig.
+
+</p>
+<p>&#8220;We zouden ons vereerd gevoelen u te dienen, mevrouw Weldon,&#8221; zei toen de oude Tom. &#8220;Maar, mijnheer Harris moet weten dat
+we aan niemand toebehooren. Ik ben slaaf geweest, &#8217;t is waar en werd als slaaf in Afrika verkocht toen ik nog maar zes jaar
+oud was, maar mijn zoon Bat, die daar staat, is de zoon van een vrijgemaakten vader en onze kameraden zijn allen uit vrije
+ouders geboren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik moet er u wel zeer geluk mee wenschen!&#8221; antwoordde Harris op een toon dien Mevr. Weldon niet ernstig genoeg vond. &#8220;Ook
+op dezen grond van Bolivia hebben we geen slaven. Ge hebt dus niets te vreezen en ge kunt even vrij hier rondwandelen als
+in de Staten van Nieuw-Engeland.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik kwam de kleine Jack, gevolgd door Nan, de grot uit, zich de oogen wrijvende.
+
+</p>
+<p>Toen hij zijn moeder in &#8217;t oog kreeg, liep hij naar haar toe. Mevr. Weldon omhelsde hem teeder.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat een aardige, kleine jongen!&#8221; zei de Amerikaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s mijn zoon,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;O! mevrouw Weldon, u moet u dubbel ongerust gemaakt hebben, nu uw kind in al uw gevaren deelde!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;God heeft hem gespaard, zoowel als ons, mijnheer Harris,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik hem een kus op zijn gezonde wangen geven?&#8221; vroeg Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gaarne,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>Maar &#8220;mijnheer Harris&#8221; scheen den kleinen Jack niet bijzonder te bevallen, want hij drukte zich nog vaster tegen zijn moeder
+aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat!&#8221; zei Harris, &#8220;wil je niet dat ik je kus! Ben je bang voor me, mannetje?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neem &#8217;t hem niet kwalijk, mijnheer,&#8221; haastte zich Mevr. Weldon te zeggen, &#8220;&#8217;t Is niets anders dan verlegenheid van hem.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, we zullen wel nader kennismaken!&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Als we maar eens op de hacienda zijn en hij een mooien pony van
+me krijgt om op te rijden, zal hij wel veel van me houden!
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar het aanbod van den &#8216;mooien pony&#8217; was evenmin geschikt om Jack te streelen als het voorstel om zich door mijnheer Harris
+te laten kussen.<a id="d0e3890"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, die het hinderde dat Jack zoo onaardig was, haastte zich het gesprek op iets anders te brengen Men moest oppassen
+den man niet te kwetsen, die zoo beleefd zijn diensten had aangeboden.
+
+</p>
+<p>Dick Sand dacht intusschen over het voorstel na, dat hun zoo ter rechter tijd gedaan werd, om de hacienda van San-Felice te
+bereiken. Het was, zooals Harris gezegd had, een tocht van meer dan twee honderd mijlen, nu eens door bosschen, dan weder
+door vlakten, een zeer vermoeiende reis ongetwijfeld, omdat de middelen van vervoer volstrekt ontbraken.
+
+</p>
+<p>De jeugdige leerling maakte dus eenige opmerkingen in dit opzicht en wachtte het antwoord af dat de Amerikaan hierop zou geven.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is waar, de reis is wat lang,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;maar &#8217;k heb daar op een honderd of wat schreden van den oever een paard
+dat ik ter beschikking van mevrouw Weldon en haar zoon wilde stellen. Wat ons betreft, voor ons is er niets bezwarends en
+zelfs niet veel vermoeiends in gelegen den weg te voet af te leggen en als ik van twee honderd mijlen spreek, wil ik daarmede
+zeggen door den loop dezer rivier te volgen, zooals ik &#8217;t al eens gedaan heb. Maar, als we onzen weg dwars door het bosch
+namen, zou dit den afstand minstens tachtig mijlen verkorten. Als we dan tien mijlen per dag maakten, dunkt me dat we de hacienda
+zonder veel moeite zouden bereiken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon dankte den Amerikaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;U kunt me niet beter bedanken dan door mijn voorstel aan te nemen,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;&#8217;k Heb wel nooit dit bosch doorkruist
+maar ik geloof toch wel er mijn weg in te zullen vinden, omdat ik zoo gewoon ben in de pampa te reizen. Maar er is een ernstiger
+zaak te bespreken, die der levensmiddelen namelijk. Ik heb slechts het hoog noodige om de hacienda van San-Felice te bereiken....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat dat aangaat, mijnheer Harris,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;we hebben gelukkig meer dan genoeg levensmiddelen <a id="d0e3907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3907">71</a>]</span>en &#8217;t zal ons genoegen doen ze met u te deelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als dat zoo is, mevrouw Weldon, dunkt me dat alles zich best zal schikken en we maar vertrekken moesten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Harris wilde nu zijn paard gaan halen op de plaats waar hij het gelaten had, toen Dick Sand hem nog even ophield om hem een
+vraag te doen.
+
+</p>
+<p>Het beviel den jeugdigen leerling niet bijzonder, de kuststreek te verlaten, om zoover in het binnenland door te dringen.
+De zeeman kwam bij hem boven en hij had liever de reis langs de kust genomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Harris,&#8221; zeide hij, &#8220;waarom, in plaats van honderd twintig mijlen in de woestijn van Atacama af te leggen, niet
+liever de kust gevolgd? Was het niet beter de dichtstbij zijnde stad te bereiken, het zij ten noorden, hetzij ten zuiden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, mijn jonge vriend,&#8221; antwoordde Harris, het voorhoofd licht fronsende. &#8220;&#8217;k geloof niet dat er op een afstand van drie
+of vier honderd mijlen een stad op deze kust is, die ik&#8212;het is waar&#8212;zeer weinig ken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ten noorden, ja,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;maar ten zuiden?....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ten zuiden,&#8221; hernam de Amerikaan, &#8220;zouden we tot Chili de kust moeten afzakken. Nu is die afstand bijna even ver, en in uw
+plaats zou ik liever niet langs de pampa&#8217;s van de Argentijnsche Republiek willen reizen. Wat mij betreft, tot mijn groote
+spijt, zou ik u niet kunnen vergezellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gaan dan de schepen, die van Chili naar Peru varen, niet in &#8217;t gezicht van deze kust voorbij?&#8221; vroeg daarop Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Zij kiezen liever het ruime sop en u hebt er ook zeker geen ontmoet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is ook zoo,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon.&#8221;&#8212;&#8220;Nu, Dick, heb je nog iets aan mijnheer Harris te vragen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog een enkele vraag, mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde de leerling, die noode toestemde, &#8220;&#8217;k Wilde mijnheer Harris nog vragen
+in welke haven hij denkt dat we een schip kunnen vinden om naar San-Francisco terug te keeren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou ik u waarlijk niet kunnen zeggen, mijn jonge vriend,&#8221; antwoordde de Amerikaan. &#8220;Alles wat ik weet, is dat we u op
+de hacienda van San-Felice de middelen zullen verschaffen de stad Atacama te bereiken, en van daar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Harris,&#8221; zei nu Mevr. Weldon, &#8220;meen niet dat Dick Sand aarzelt uw aanbod aan te nemen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mevrouw Weldon, neen, ik aarzel niet,&#8221; antwoordde de leerling, &#8220;maar &#8217;t spijt me zoo dat we niet eenige graden meer
+ten noorden of ten zuiden gestrand zijn! We zouden dan dichter bij een haven geweest zijn en door deze omstandigheden niet
+hebben behoeven gebruik te maken van den goeden wil van mijnheer Harris, omdat we dan gemakkelijker naar ons vaderland hadden
+kunnen terugkeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Beschik vrij over mij, mevrouw Weldon,&#8221; hernam Harris. &#8220;Ik zeg nog eens, dat ik maar al te zelden in de gelegenheid ben eens
+landgenooten te ontmoeten. &#8217;t Is voor mij een wezenlijk genoegen u te verplichten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We nemen uw aanbod aan, mijnheer Harris,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;maar &#8217;k zou u toch niet gaarne van uw paard willen berooven.
+&#8217;k Ben een goede voetgangster....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik een zeer goede voetganger,&#8221; antwoordde Harris buigende, &#8220;&#8217;k Ben aan lange marschen door de pampa&#8217;s gewoon en ik zal
+geen vertraging in onze karavaan brengen. Neen, mevrouw Weldon, u en uw kleine Jack zult u van dat paard bedienen. &#8217;t Is trouwens
+ook mogelijk dat we onderweg eenige bedienden van de hacienda ontmoeten, en daar deze gewoonlijk te paard zitten, kunnen ze
+ons hunne paarden afstaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand zag nu zeer goed in, dat hij door nieuwe tegenwerpingen te maken Mevr. Weldon geen pleizier zou doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer vertrekken we, mijnheer Harris?&#8221; vroeg hij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van daag nog, mijn jonge vriend,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;De regentijd begint met April en we moeten het mogelijke doen om v&oacute;&oacute;r
+dien tijd de hacienda van San-Felice te bereiken. De weg door het woud is nog de kortste en misschien ook de veiligste. Hij
+is minder dan de kust blootgesteld aan de invallen der zwervende Indianen, die onverbeterlijke plunderaars zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tom, mijn vrienden,&#8221; zei nu Dick Sand zich tot de negers wendende, &#8220;er blijft ons nu slechts over de toebereidselen <a id="d0e3951"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3951">72</a>]</span>tot het vertrek te maken. Kiest dus uit den scheepsvoorraad, wat het gemakkelijkst te vervoeren is, en laten we pakken maken,
+waarvan ieder zijn deel moet dragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Dick,&#8221; zei Hercules, &#8220;als u &#8217;t wilt, zal ik alles wel dragen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijn brave Hercules!&#8221; antwoordde de leerling, &#8220;&#8217;t Is beter dat we den last onder ons verdeelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je bent een stevige kameraad, Hercules,&#8221; zei toen Harris, die den neger mat alsof deze te koop ware geweest. &#8220;Je zoudt veel
+opgebracht hebben op de markten van Afrika!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is mogelijk dat ik veel zou kosten,&#8221; antwoordde Hercules lachende, &#8220;maar de koopers zouden hard moeten loopen, als ze
+me vangen wilden!&#8221;
+
+</p>
+<p>Alles was nu afgesproken en om het vertrek te verhaasten, zette ieder zich aan &#8217;t werk. Men had slechts zooveel voorraad voor
+den kleinen troep mede te nemen als noodig was voor de reis van de kust naar de hacienda, namelijk slechts voor een tiental
+dagen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, voordat we vertrekken, mijnheer Harris,&#8221; zeide Mevr. Weldon, &#8220;voordat we van uw gastvrijheid gebruik maken, wilde ik
+u verzoeken de onze aan te nemen. We bieden haar u van harte aan!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat neem ik aan, mevrouw Weldon, volgaarne!&#8221; antwoordde Harris opgeruimd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Binnen eenige minuten zal ons ontbijt klaar zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, mevrouw Weldon. Ik maak me die tien minuten ten nutte om mijn paard te gaan halen. Hij zal wel ontbeten hebben....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wilt u dat ik met u mee ga, mijnheer?<a id="d0e3973"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> vroeg Dick Sand den Amerikaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals ge wilt, mijn jonge vriend,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Kom! Ik zal u den loop dezer rivier leeren kennen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Beiden vertrokken.
+
+</p>
+<p>Gedurende dien tijd werd Hercules uitgezonden om den entomoloog op te zoeken. Neef Benedictus verontrustte zich waarlijk wel
+over &#8217;t geen rondom hem voorviel! Hij zwierf op dat oogenblik op den top van het rotsachtige strand en zocht naar een insect
+dat niet te vinden was en dat hij dan ook trouwens niet vond.
+
+</p>
+<p>Hercules nam hem tegen wil en dank mee. Mevr. Weldon vertelde hem dat het vertrek bepaald was en dat ze nu een tiental dagen
+in het binnenland zouden reizen.
+
+</p>
+<p>Neef Benedictus antwoordde dat hij gereed was om te vertrekken en dat hij met pleizier geheel Amerika wilde doorkruisen als
+men hem onderweg maar liet verzamelen.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon hield zich daarop bezig, om met behulp van Nan een krachtig maal gereed te maken. Een goede voorzorg alvorens
+zich op weg te begeven.
+
+</p>
+<p>In dien tijd was Harris, vergezeld van Dick Sand, den hoek der rotsen omgegaan. Zij volgden den oever een drie honderd schreden
+ver. Op een zeker punt aangekomen, liet een paard, aan een boom gebonden, bij de nadering van zijn meester, een vroolijk gehinnik
+hooren.
+
+</p>
+<p>Het was een krachtig dier, van een ras dat Dick Sand niet kende. Met zijn langen hals, zijn korte lenden en uitgestrekt kruis,
+zijn platte schouders, zijn bijna gebocheld voorhoofd, bood dit paard de onderscheidingskenmerken aan van Arabischen oorsprong.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ge ziet, mijn jonge vriend,&#8221; zei Harris, &#8220;dat het een krachtig dier is, en ge kunt er op rekenen dat hij ons onderweg niet
+in den steek zal laten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Harris maakte zijn paard los, nam het bij den toom en klom van den steilen oever weder naar omlaag, terwijl hij Dick Sand
+hierbij voorging. Deze had een vluchtigen blik geworpen, zoowel op de rivier als op het bosch dat haar beide oevers omzoomde.
+Doch hij zag niets dat hem kon verontrusten.
+
+</p>
+<p>Toen hij zich wederom bij den Amerikaan gevoegd had, deed hij hem evenwel plotseling de volgende vraag, die deze moeilijk
+had kunnen verwachten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt u van nacht geen Portugees ontmoet, mijnheer Harris, die zich Negoro noemde?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Negoro?&#8221; antwoordde Harris op een toon van iemand die niet begrijpt wat men wil zeggen. &#8220;Wat is er dat voor een, die Negoro?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat was de scheepskok,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;en hij is eensklaps verdwenen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verdronken misschien?&#8221; zei Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen!&#8221; antwoordde Dick Sand. &#8220;Gisteren avond was hij nog <a id="d0e4008"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4008">73</a>]</span>bij ons, maar van nacht heeft hij ons verlaten en zich waarschijnlijk langs den oever der rivier uit de voeten gemaakt. Daarom
+vroeg ik of u, die van dezen kant gekomen is, hem niet ontmoet hebt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Heb niemand ontmoet,&#8221; antwoordde de Amerikaan, &#8220;en als uw kok zich alleen in het bosch gewaagd heeft, is er veel kans
+dat hij verdwaald is. Misschien nemen we hem onderweg wel op?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja.... misschien!&#8221; antwoordde Dick Sand.
+
+</p>
+<p>Bij hun terugkomst vonden zij het ontbijt gereed. Het bestond als het maal van den vorigen avond, uit ingemaakte voedingsmiddelen,
+pekel-vleesch en beschuit. Harris deed er eer aan als iemand dien de natuur met een flinken eetlust begiftigd heeft.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, kom,&#8221; zeide hij, &#8220;ik zie dat we onderweg niet van honger zullen omkomen! Dat zal ik niet zeggen van dien armen Portugees,
+van wien onze jonge vriend me verteld heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O!&#8221; riep Mevr. Weldon uit, &#8220;heeft Dick Sand u gezegd dat we Negoro niet terug gezien hebben?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde de leerling, &#8220;&#8217;k Wilde eens hooren of mijnheer Harris hem niet ontmoet had.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Laten we dus dien deserteur, waar hij is, en houden we ons alleen met het vertrek bezig!&#8212;Als &#8217;t
+u blieft, mevrouw Weldon!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ieder nam het pak op dat voor hem bestemd was. Herkules hielp Mevr. Weldon te paard en de ondankbare kleine Jack, met zijn
+geweer aan den schouderriem, zette zich schrijlings, zonder er zelfs aan te denken den man te bedanken, die zulk een uitmuntend
+rijdier te zijner beschikking stelde.
+
+</p>
+<p>Jack, v&oacute;&oacute;r zijn moeder geplaatst, zeide haar toen dat hij het &#8220;paard van den mijnheer&#8221; zeer goed mennen kon.
+
+</p>
+<p>Men gaf hem dus den teugel in handen, en natuurlijk twijfelde hij geen oogenblik of hij was het hoofd der karavaan.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e4030"></a></p>
+<h2 class="label">Zestiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>Onderweg.</h2>
+<p>Niet zonder eenige bezorgdheid,&#8212;die trouwens door niets gerechtvaardigd scheen,&#8212;drong Dick Sand, op driehonderd schreden van
+den steilen oever der rivier, in het dichte woud door, welks moeielijke voetpaden door hem en zijn metgezellen tien dagen
+lang gevolgd zouden worden.
+
+</p>
+<p>Integendeel was Mevr. Weldon, zij, die als vrouw en moeder, dubbele reden had zich ongerust te maken, vol vertrouwen.
+
+</p>
+<p>Zij had twee zeer ernstige redenen om gerust te zijn: vooreerst werd deze streek der pampa&#8217;s niet onveilig gemaakt door inboorlingen,
+noch door wilde dieren; vervolgens, omdat men onder de leiding van Harris, een gids zoo zeker van zich zelven als de Amerikaan
+scheen te zijn, niet bevreesd hoefde zijn te verdwalen.
+
+</p>
+<p>De marschorder, die zooveel mogelijk gedurende de reis moest gehandhaafd worden, was de volgende:
+
+</p>
+<p>Aan het hoofd van den kleinen troep hadden zich Dick Sand en Harris gesteld, beiden gewapend, de een met zijn lang geweer,
+de ander met zijn remmington.
+
+</p>
+<p>Daarna kwamen Bat en Austin, insgelijks gewapend ieder met een geweer en een hartsvanger.
+
+</p>
+<p>Achter hen volgden Mevr. Weldon en de kleine Jack te paard; daarna Nan en Tom.
+
+</p>
+<p>Achteraan werd de marsch gesloten door Act&eacute;on, gewapend met een vierde remmington-geweer en door Herkules met een bijl in
+den gordel.
+
+</p>
+<p>Dingo liep heen en weer en zooals Dick Sand deed opmerken, altijd als een hond die een spoor zocht. Sedert de schipbreuk van
+de <i>Pelgrim</i> den hond op deze kust had geworpen, was hij in zijn wijze van doen geheel veranderd. Hij scheen onrustig en bijna onophoudelijk
+liet hij een dof gebrom hooren, eer klaaglijk dan woedend. Hoewel niemand het zich kon verklaren, werd het door allen opgemerkt.
+
+</p>
+<p>Wat neef Benedictus betreft, ook deze had men evenmin als aan Dingo een plaats in de marschorde kunnen aanwijzen. Tenzij men
+hem aan een leiband <a id="d0e4058"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4058">74</a>]</span>gehouden had, zou hij haar niet bewaard hebben. Zijn blikken doos met een band over den schouder geslagen, zijn netje in de
+hand, zijn groot oogglas om den hals gehangen, nu eens achter, dan weder vooraan, kroop hij door het hooge gras, bespiedde
+hij de orthoptera (rechtvleugelige insecten), of andere insecten op &#8220;ptera&#8221;, op het gevaar af van zich door de een of andere
+vergiftige slang te laten bijten.
+
+</p>
+<p>In het eerst maakte Mevr. Weldon zich ongerust en riep hem elk oogenblik, maar niets mocht baten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neef Benedict,&#8221; zeide zij eindelijk, &#8220;&#8217;k verzoek u dringend u niet te verwijderen en voor de laatste maal druk ik u op het
+hart mijn waarschuwing niet in den wind te slaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar nicht,&#8221; antwoordde de onhandelbare entomoloog, &#8220;als ik een insect zie....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als u een insect ziet,&#8221; hernam Mevr. Weldon, <a id="d0e4068"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>zult u het arme diertje wel met vrede willen laten of u zult me in de noodzakelijkheid brengen u uw bus te ontnemen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Me mijn bus ontnemen!&#8221; riep Neef Benedictus uit, alsof het gold hem zijn ingewanden uit het lijf te scheuren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Uw bus en uw net,&#8221; voegde Mevr. Weldon er onmeedoogend bij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn net, nicht! En waarom niet mijn bril! U zoudt het niet durven! Neen! u zoudt het niet durven!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En zelfs uw bril, dien vergat ik nog! Ik dank u, neef Benedict, er mij aan te herinneren dat ik het middel had u blind te
+maken en u daardoor te noodzaken gehoorzaam te zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>Na deze driedubbele bedreiging hield neef zich een uur lang bedaard, die ongehoorzame neef. Daarna begon hij opnieuw af te
+dwalen, en daar hij het toch gedaan zou hebben, ook zonder net, zonder bus en zonder bril, zoo was het maar het best hem zijn
+gang te laten gaan. Maar Hercules nam op zich speciaal op hem te letten,&#8212;&#8217;t geen ook meer bijzonder tot zijn taak behoorde,&#8212;en
+men kwam overeen dat hij met hem zou handelen als neef Benedictus met een insect, dat hij hem namelijk, als hij &#8217;t noodig
+oordeelde, zou vangen en hem even voorzichtig zou terugbrengen als de andere met een zeldzaam exemplaar der lepidoptera (schubvleugeligen)
+zou gedaan hebben.
+
+</p>
+<p>Nadat dit geregeld was, hield men zich niet meer met neef Benedictus bezig.
+
+</p>
+<p>Men heeft gezien dat de kleine troep goed gewapend en op haar hoede was. Doch, zooals Harris telkens verzekerde, was er geen
+andere ontmoeting te vreezen dan met zwervende Indianen en waarschijnlijk zou men ook die niet zien.
+
+</p>
+<p>In ieder geval waren de genomen beschikkingen voldoende om dezen des noods in toom te houden.
+
+</p>
+<p>De paden, die door het dichte woud liepen, verdienden dien naam eigenlijk niet. Het waren meer sporen voor dieren dan doorgangen
+voor menschen. Men kon er dan ook slechts moeielijk op vooruitkomen en daarom had Harris den gemiddelden afstand van vijf
+tot zes mijlen, dien de kleine troep zou afleggen, dan ook wijselijk op twaalf uren berekend.
+
+</p>
+<p>Het weer was overigens zeer schoon. De zon stond hoog en verspreidde bijna loodrecht haar schitterende stralen. Op de vlakte
+zou deze warmte onverdraaglijk geweest zijn, &#8217;t geen Harris niet verzuimde te doen opmerken; maar onder dat ondoordringbare
+dak van bladeren, verdroeg men haar gemakkelijk en ongestraft.
+
+</p>
+<p>De meeste boomen in dit bosch waren, zoowel Mevr. Weldon als haren zwarten en blanken medereizigers, onbekend. Toch zou een
+deskundige opgemerkt hebben dat zij merkwaardiger waren door hunne hoedanigheid dan door hunne grootte. Hier was het de &#8220;bauhinia&#8221;
+of ijzerhout-boom; daar de &#8220;molompi&#8221;, identisch met den pterocarpus of sandelhoutboom, vast en licht hout, goed om pagaaien
+of roeiriemen van te maken, en welks stam een groote hoeveelheid hars oplevert: verderop waren het &#8220;geelboomen&#8221;, vol beladen
+met hun gele kleurstof, en &#8220;pokhoutboomen,&#8221; tot twaalf voet dik, maar van mindere hoedanigheid dan de gewone pokhoutboomen.
+
+</p>
+<p>Dick Sand vroeg onder het gaan den naam dezer verschillende houtsoorten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijt ge dan nooit op de kust van Zuid-Amerika geweest?&#8221; vroeg Harris hem, alvorens op zijn vragen te antwoorden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit,&#8221; antwoordde de leerling, &#8220;nooit was ik op mijn reizen in de gelegenheid deze kusten te bezoeken en <a id="d0e4099"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4099">75</a>]</span>om de waarheid te zeggen geloof ik niet dat iemand mij ooit als deskundige er iets van verteld heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar de kusten van Columbi&euml;, die van Chili of Patagoni&euml; hebt ge toch wel bezocht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, nooit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Mevr. Weldon heeft misschien dit gedeelte van het nieuwe vasteland bezocht?&#8221; vroeg Harris. &#8220;De Amerikaansche dames zijn
+niet bang om een reisje te maken en ongetwijfeld....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijnheer Harris,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon. &#8220;De handelsbelangen van mijn man voerden hem nergens dan naar Nieuw-Zeeland
+en ik ben nergens anders met hem mee geweest. Geen van ons kent dus dit gedeelte van beneden-Bolivia.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, mevrouw Weldon, u en uwe reisgenooten, u zult een zonderling land zien, dat zeer verschilt van de streken van Peru,
+Brazili&euml; of de Argentijnsche Republiek. Zijn bloemen- en dierenschat wekken de verbazing op van den natuurkundige. Men kan
+met recht zeggen dat u op een goede plaats schipbreuk hebt geleden, en als men ooit het toeval mag dankzeggen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Geloof liever dat het niet het toeval is, dat ons geleid heeft, mijnheer Harris, maar God.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, God!&#8221; antwoordde Harris, op den toon van iemand die niet veel hecht aan de tusschenkomst der Voorzienigheid in de
+wereldsche zaken.
+
+</p>
+<p>Daar dus niemand van den kleinen troep noch het land, noch zijn voortbrengselen kende, maakte Harris er zich een waar genoegen
+van om de vreemdste boomen van het woud op te noemen.
+
+</p>
+<p>Het was waarlijk jammer dat neef Benedictus behalve entomoloog ook niet botanist was! Had hij tot nog toe geen zeldzame of
+nieuwe insecten gevonden, in plantenkunde zou hij prachtige ontdekkingen gedaan hebben. Er was een rijkdom van planten en
+gewassen van allerlei grootte, welks bestaan in de tropische wouden der Nieuwe-Wereld nog niet vastgesteld had kunnen worden.
+Neef Benedictus zou anders zeker zijn naam aan eenig voortbrengsel van het plantenrijk geschonken en hem daardoor vereeuwigd
+hebben. Maar hij hield niet van de kruidkunde en wist er ook niets van. Hij had zelfs, zeer natuurlijk, een afkeer van bloemen,
+onder voorwendsel dat er waren die zich veroorloven de insecten in haar bloemkronen op te sluiten en ze met haar giftige sappen
+te dooden.
+
+</p>
+<p>Het bosch was somtijds moerassig en overal met dunne waterstraaltjes doorsneden, die door de kleine rivier gevormd werden.
+Eenige dezer beken waren wat breeder, en konden slechts op sommige plaatsen doorwaad worden.
+
+</p>
+<p>Langs haar oevers groeiden bundels biezen, waaraan Harris den naam van papyrus gaf. Hij vergiste zich niet en deze grasachtige
+planten schoten in overvloed van onder den vochtigen waterkant uit.
+
+</p>
+<p>Na het moeras, overdekte het dichte geboomte opnieuw de smalle paden van het bosch.
+
+</p>
+<p>Harris deed aan Mevr. Weldon en aan Dick Sand zeer schoone ebbenhoutboomen opmerken, dikker dan de gewone ebbenboom en die
+zwarter en harder hout opleveren dan het hout dat gewoonlijk in den handel voorkomt. Verder waren het mangoboomen, die nog
+talrijk voorkwamen, alhoewel zij vrij ver van de zee af waren. Zij waren als bekleed met verfmos dat langs de stammen tot
+de takken opklom. Door hun dichte schaduw, hun heerlijke vruchten, mochten zij met recht kostbare boomen heeten en toch, zoo
+vertelde Harris, zou geen inlander er de soort van durven voortplanten. &#8220;Die een mangoboom plant, sterft!&#8221; Dat was de bijgeloovige
+machtspreuk van het land.
+
+</p>
+<p>Op den middag van deze eerste dagreis, begon de kleine troep, na een poos halt gehouden te hebben, een licht hellend terrein
+te beklimmen. Het waren nog de hellingen niet van de keten op den voorgrond, maar een soort van golvend bergvlak dat de vlakte
+met de bergen verbond.
+
+</p>
+<p>Daar zouden de iets minder dicht staande boomen, hier en daar in groepen vereenigd, het gaan gemakkelijker gemaakt hebben,
+indien de bodem niet met grasachtige planten bedekt was. Men zou zich daar in de bamboes- en kreupelbosschen van Oost-Indi&euml;
+gewaand hebben. De plantengroei scheen minder weelderig dan in de lage vallei van de kleine rivier, maar toch nog weelderiger
+dan die der gematigde luchtstreken van de Oude of de Nieuwe <a id="d0e4131"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4131">76</a>]</span>Wereld. De indigo groeide er rijkelijk en volgens Harris ging deze plant met recht voor de weelderigst groeiende plant van
+het land door. Niet zoodra werd er een veld verlaten of deze woekerplant, die daar even veracht wordt als de distel of netel
+bij ons, maakte er zich dadelijk meester van.
+
+</p>
+<p>E&eacute;n boom scheen er in dit bosch te ontbreken, die in dit gedeelte van het nieuwe vasteland zeer algemeen had moeten voorkomen.
+Het was de caoutchouc-boom. Werkelijk zijn de &#8220;ficus prino&iuml;des,&#8221; de &#8220;castilloa elastica,&#8221; de &#8220;cecropia peltato,&#8221; de &#8220;collophora
+utilis,&#8221; de &#8220;emeraria latifolia,&#8221; en vooral de &#8220;syphonia elastica,&#8221; die tot verschillende famili&euml;n behooren, in de provinci&euml;n
+van Zuid-Amerika rijkelijk voorhanden. En toch zag men er&#8212;vreemd genoeg&#8212;geen enkele.
+
+</p>
+<p>Nu had Dick Sand juist aan zijn kleinen vriend Jack beloofd hem caoutchouc-boomen te laten zien. Hoe groot was dus nu de teleurstelling
+voor den kleinen jongen, die zich verbeeldde dat de kalbasflesschen, de sprekende poppen, de gelede hansworsten en de elastieke
+ballen, heel natuurlijk aan die boomen groeiden. Hij beklaagde er zich bitter over.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geduld maar, mannetje!&#8221; zei Harris tot hem. &#8220;We zullen van die caoutchoucfiguren bij honderden, in den omtrek der hacienda
+vinden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Van die mooie, echt elastieke?&#8221; vroeg de kleine Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo elastiek mogelijk.&#8212;Maar kom, wil ik je al vast eens een lekkere vrucht geven om je dorst te lesschen?&#8221;
+
+</p>
+<p>En dit zeggende plukte Harris van een boom eenige vruchten die zoo saprijk als perziken waren<a id="d0e4145"></a><span class="corr" title="Bron: ,">.</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Is u wel zeker, mijnheer Harris,&#8221; vroeg Mevr. Weldon, &#8220;dat deze vrucht niet ongezond is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Zal u geruststellen, mevrouw,&#8221; antwoordde de Amerikaan die met smaak in een van deze vruchten beet. &#8220;&#8217;t Is een mango.&#8221;
+
+</p>
+<p>En zonder zich langer te bedenken, volgde de kleine Jack het voorbeeld van Harris. Hij verklaarde dat &#8220;die peren&#8221; zeer lekker
+waren, zoodat de boom dadelijk schatting moest betalen.
+
+</p>
+<p>Deze mangoboomen behooren tot de soort welker vruchten in Maart en April rijp zijn, terwijl andere het eerst in September
+zijn, en bijgevolg waren hun mango&#8217;s juist goed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! dat &#8217;s lekker!&#8221; zei de kleine Jack, met den mond vol. &#8220;Maar mijn vriend Dick heeft me caoutchouc-speelgoed beloofd, als
+ik zoet was, en nu wil ik het hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je zult het hebben, Jack,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;mijnheer Harris belooft het u immers.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dat is &#8217;t niet alleen,&#8221; hernam Jack, &#8220;mijn vriend Dick heeft me nog meer beloofd!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat heeft je vriend Dick je dan nog meer beloofd?&#8221; vroeg Harris glimlachende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vliegenvogeltjes, mijnheer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En je zult vliegenvogeltjes ook hebben, mijn ventje, maar verder op.... verder!&#8221; antwoordde Harris.
+
+</p>
+<p>Nu had de kleine Jack werkelijk het recht eenige van die bekoorlijke kolibrietjes te vorderen, want hij bevond zich in een
+land waar zij in overvloed moesten voorkomen. De Indianen, die de kunst verstaan hun veeren te vlechten, hebben de dichterlijkste
+namen aan deze juweelen van vogeltjes gegeven. Zij noemen ze of de &#8220;stralen&#8221; of &#8220;de haren der zon.&#8221; Hier is het &#8220;de kleine
+koning der bloemen,&#8221; daar, &#8220;de hemelsche bloem, die in haar vlucht de aardsche bloem komt liefkoozen.&#8221; Dan weder noemen zij
+den kolibri &#8220;de bundel edelgesteenten, die in de stralen der zon schittert!&#8221; Men kan zelfs aannemen dat hun verbeelding voor
+ieder der honderd vijftig soorten waaruit dit bewonderenswaardige geslacht der kolibries bestaat een nieuwe dichterlijke benaming
+heeft weten te vinden.
+
+</p>
+<p>Hoe talrijk nu evenwel deze vliegenvogeltjes in de bosschen van Bolivia hadden moeten zijn, moest de kleine Jack zich vooralsnog
+met de belofte van Harris vergenoegen. Volgens den Amerikaan was men nog te dicht bij de kust en hielden de kolibries niet
+van deze woeste streken, zoo dicht bij den Oceaan. De tegenwoordigheid van den mensch verschrikte ze niet en in de hacienda
+hoorde men den ganschen dag niets anders, dan hun geschreeuw van &#8220;t&eacute;ret&eacute;re&#8221;, en het gegons hunner vleugels, gelijk aan dat
+van een spinnewiel.
+
+</p>
+<p>&#8220;O! hoe graag was ik er al!&#8221; riep de <a id="d0e4174"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4174">77</a>]</span>kleine Jack uit.
+
+</p>
+<p>Het zekerste middel spoedig aan de hacienda van San-Felice te zijn, was zich onderweg niet op te houden. Mevr. Weldon en haar
+reisgenooten besteedden dus slechts den kortst mogelijken tijd aan den slaap.
+
+</p>
+<p>Het bosch veranderde reeds van gedaante. Hier en daar vertoonden zich reeds open plekken tusschen het minder dichte geboomte.
+De bodem, die nu en dan door het grastapijt heendrong, vertoonde nu zijn samenstelling uit rooskleurig graniet, gelijk aan
+vakken lapis-lazuli. Op eenige hoogten woekerden de salsaparrilla (steekwinde), een plant met vleeschachtige knollen, die
+een onbegrijpelijke verwarde massa vormden. Dan was het bosch met zijn smalle voetpaden ver te verkiezen.
+
+</p>
+<p>V&oacute;&oacute;r het ondergaan der zon bevond zich de kleine troep op ongeveer acht mijlen van het punt waarvan zij vertrokken was<a id="d0e4182"></a><span class="corr" title="Bron: ,">.</span> Deze tocht was zonder eenige bijzondere gebeurtenis en zelfs zonder groote vermoeienis afgelegd geworden. Weliswaar was het
+de eerste dagreis en de volgende marschen zouden ongetwijfeld vermoeiender zijn.
+
+</p>
+<p>Met algemeen goedvinden besloot men op deze plaats halt te houden. Zij wilden nu geen eigenlijk kamp inrichten, maar eenvoudig
+een plek in orde brengen om te rusten. E&eacute;n man, die om de twee uur afgelost werd, zou voldoende zijn om &#8217;s nachts wacht te
+houden, daar noch de inlanders, noch de wilde dieren werkelijk te vreezen waren.
+
+</p>
+<p>Men vond niets beters voor schuilplaats dan een kolossale mangoboom, welks uitgebreide, zeer dichte takken een soort van natuurlijke
+veranda vormden. Desnoods had men zich in zijn loof kunnen nestelen.
+
+</p>
+<p>Alleenlijk deed zich bij de aankomst van den kleinen troep een oorverdoovend concert in den top van den boom hooren.
+
+</p>
+<p>De mangoboom diende tot verblijf van een gansche kolonie veelkleurige papegaaien, babbelachtige, twistzieke, wreede vogels,
+die andere levende vogels aanvallen, en waarin men zich als men ze wilde beoordeelen naar haar familieleden die in Europa
+in kooien gehouden worden, schromelijk zou bedriegen.
+
+</p>
+<p>Deze papegaaien maakten zulk een geraas, dat Dick Sand er over dacht een geweerschot op hen te lossen, om ze tot zwijgen te
+brengen of op de vlucht te jagen. Maar Harris ried het hem af, onder voorwendsel dat het beter was in deze eenzame streken
+zijn tegenwoordigheid door de losbarsting van een vuurwapen niet te verraden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Laten we ons stil houden,&#8221; zei hij &#8220;dan hebben we geen gevaar te vreezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Terstond hield men zich nu bezig met het bereiden van den avondmaaltijd zonder dat men zelfs noodig had tot het koken der
+spijzen over te gaan. Het souper bestond namelijk uit ingemaakt voedsel en uit beschuit. Een beekje dat zich door het gras
+kronkelde, verschafte drinkbaar water, &#8217;t welk men echter niet dronk, zonder er eenige druppels rum bijgevoegd te hebben.
+En wat het dessert betreft, de mangoboom bood in overvloed zijn saprijke vruchten aan, die de papegaaien evenwel niet lieten
+plukken zonder er door een vervaarlijk geschreeuw tegen op te komen.
+
+</p>
+<p>Toen het souper was afgeloopen, begon de avond te vallen. De duisternis verhief zich langzaam van den grond naar den top der
+boomen, waarvan het gebladerte zich weldra sterk tegen den nog helderen hemel afteekende. De eerste sterren geleken op schitterende
+bloemen, die aan het eind der hoogste takken glinsterden. De wind ging met den naderenden nacht liggen en suisde niet meer
+in de twijgen. Zelfs de papegaaien waren stom geworden. De natuur sliep in en noodigde alle levende wezens uit, haar in haren
+diepen slaap te volgen.
+
+</p>
+<p>De toebereidselen voor het nachtverblijf konden niet dan hoogst eenvoudig zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zouden we van nacht geen groot vuur aansteken?&#8221; vroeg Dick Sand den Amerikaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom?&#8221; antwoordde Harris. &#8220;De nachten zijn gelukkig niet koud en onze kolossale mangoboom zal den grond voor uitdamping
+bewaren. We behoeven noch voor kou, noch voor vochtigheid bang te zijn. Nogmaals zeg ik u, wat ik u straks zeide! Laten we
+ons incognito houden. Geen vuur, noch geweervuur, of er moet nood zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof nu ook wel,&#8221; zei Mevrouw Weldon, &#8220;dat we niets van de Indianen <a id="d0e4209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4209">78</a>]</span>en zelfs van de woudloopers te vreezen hebben, waarvan u ons vertelde, mijnheer Harris. Maar zijn er nog geen andere loopers,
+op vier pooten, die het gezicht van een vuur op een afstand houdt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mevrouw Weldon,&#8221; antwoordde de Amerikaan, &#8220;u doet de wilde dieren van dit land te veel eer aan! Werkelijk zijn zij banger
+voor den mensch dan deze voor hen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zijn in een bosch,&#8221; zei Jack, &#8220;en er zijn altijd dieren in de bosschen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er zijn bosschen en bosschen, mijn jongen, zooals er dieren en dieren zijn!&#8221; antwoordde Harris lachende. &#8220;Verbeeld je dat
+je in een groot park bent. Inderdaad zeggen de Indianen niet zonder reden van dit land: &#8216;Es como el paradiso!&#8217; Het is als een aardsch paradijs!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zouden er dan ook geen slangen zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Jack, er zijn geen slangen, je kunt gerust slapen,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;En leeuwen dan?&#8221; vroeg Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen schaduw van leeuwen mannetje!&#8221; antwoordde Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tijgers dan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vraag eens aan je Mama, of ze ooit gehoord heeft dat er tijgers in dit land zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu goed!&#8221; zei neef Benedictus, die bij toeval op de hoogte van het gesprek was, &#8220;al zijn er dan geen tijgers of geen leeuwen
+in de Nieuwe-Wereld, wat volkomen waar is, dan vindt men er toch conguars en jaguars.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn die ondeugend?&#8221; vroeg de kleine Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ondeugend?&#8221; antwoordde Harris, &#8220;&eacute;&eacute;n inlander durft die dieren wel aanvallen en wij zijn niet zoo velen,&#8212;Hercules alleen is
+sterk genoeg om twee jaguars tegelijk te verbrijzelen, een met elke hand!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zal je goed oppassen, Hercules,&#8221; zei toen de kleine Jack, &#8220;en als je een beest ziet dat komt om ons te bijten....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zal ik het bijten, mijnheer Jack!&#8221; antwoordde Hercules, zijn mond met prachtige tanden gewapend, openend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, je zult oppassen, Hercules,&#8221; zei de leerling, &#8220;maar je kameraden en ik, we zullen je om beurten aflossen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijnheer Dick,&#8221; antwoordde Act&eacute;on. &#8220;Hercules, Bat, Austin en ik, we kunnen dat werk met ons vieren best af, u gaat
+den geheelen nacht maar gerust slapen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Dank u, Act&eacute;on,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;maar ik moet....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! Laat die goede menschen doen zooals ze willen, waarde Dick!&#8221; zei toen Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal ook de wacht houden!&#8221; voegde de kleine Jack er nog bij, wiens oogleden zich reeds sloten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, Jack jij zult ook de wacht houden!&#8221; antwoordde zijn moeder die hem niet wilde tegenspreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar,&#8221; zei de kleine jongen toen weder, &#8220;al zijn er geen leeuwen en al zijn er geen tijgers in het bosch, dan zijn er toch
+wel wolven!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Zijn er ook wolven naar!&#8221; antwoordde de Amerikaan, &#8220;&#8217;t Zijn zelfs geen wolven, maar een soort van vossen, of liever van
+die boschhonden die men &#8216;guara&#8217;s&#8217; noemt.
+
+</p>
+<p>&#8220;En die guara&#8217;s, die bijten dan toch?&#8221; vroeg de kleine Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, kom! Dingo zou die beesten in eens ophappen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Doet er niet toe,&#8221; antwoordde Jack, al geeuwende, &#8220;guara&#8217;s zijn toch wolven, omdat men ze wolven noemt!&#8221;
+
+</p>
+<p>En daarop sliep Jack gerust in, in de armen van Nan, die tegen den stam van den mangoboom zat geleund. Mevr. Weldon, bij haar
+uitgestrekt, gaf haren kleinen jongen nog een kus en ook h&agrave;&agrave;r vermoeide oogen sloten zich weldra.
+
+</p>
+<p>Eenige oogenblikken later bracht Hercules neef Benedictus naar de rustplaats terug; hij was juist weggeslopen om een jacht
+op de &#8220;cocuyo&#8217;s&#8221; of vuurvliegen te beginnen, die de elegante dames in het haar dragen, als zooveel levende edelgesteenten.
+Deze insecten, die een helder, blauwachtig licht verspreiden uit twee onder hun borstschild gelegen vlekjes, zijn zeer talrijk
+in Zuid-Amerika. Neef Benedictus meende er dus een goeden voorraad van op te doen; maar Hercules liet er hem den tijd niet
+toe, en bracht hem, ondanks zijn tegenstribbelen, naar de halte terug. Want als Hercules een consigne had, dan bracht hij
+het op militaire wijze ten uitvoer,&#8212;&#8217;t geen voorzeker een aanzienlijk aantal lichtvliegen van gevangenschap redde in de blikken
+bus van den entomoloog.
+
+</p>
+<p>Eenige oogenblikken later waren allen, <a id="d0e4272"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4272">79</a>]</span>uitgenomen de reus die de wacht hield, gerust ingeslapen.
+
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e4274"></a></p>
+<h2 class="label">Zeventiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>Honderd mijlen in tien dagen.</h2>
+<p>Gewoonlijk worden de boschreizigers of woudloopers, die in de bosschen onder den blooten hemel geslapen hebben, gewekt door
+een fantastisch en onaangenaam gehuil. Er is van alles in dit morgenconcert, gekakel, geknor, gekras, gegrinnik, geblaf en
+bijna &#8220;gepraat&#8221;, als men dat zoo noemen mag, dat de reeks van al deze verschillende geluiden besluit.
+
+</p>
+<p>Het zijn de apen, die op deze wijze het begin van den dag in het woud begroeten. Daar ontmoet men de kleine &#8220;marikina&#8221;, de
+gestreepte meerkat, de &#8220;grijze mono&#8221;, wiens huid de Indianen gebruiken om het slot hunner geweren te bedekken, de sagoe&#8217;s,
+herkenbaar aan hunne twee lange haarbossen en nog vele andere soorten van die talrijke familie.
+
+</p>
+<p>Van al die vierhandige dieren zijn de &#8220;gu&eacute;ribas&#8221;, met den grijpstaart en het Be&euml;lzebub-gezicht ontegenzeglijk de merkwaardigste.
+Zoodra de zon opkomt, heft de oudste van den troep met indrukwekkende en sombere stem een eentonig psalmgezang aan. Hij is
+de bariton van de bende. De jonge tenors herhalen na hem de morgen-symphonie. De Indianen zeggen dan dat de gu&eacute;riba&#8217;s &#8220;hun
+paternosters opzeggen&#8221;.
+
+</p>
+<p>Maar dien morgen scheen het dat de apen hun gewoon gebed niet deden, want men hoorde ze niet en toch hebben zij een v&egrave;r klinkende
+stem, want het geluid ontstaat door de snelle trilling van een soort van beenachtige trommel, gevormd door een uitzetting
+van het tongbeen.
+
+</p>
+<p>In &eacute;&eacute;n woord, wegens de een of andere reden hielden noch de gu&eacute;riba&#8217;s, noch de sagoe&#8217;s, noch de andere vierhandige dieren
+van dat onmetelijke woud dien morgen hun gewoon concert.
+
+</p>
+<p>Dat zou den zwervenden Indianen niet bijzonder bevallen zijn. Niet omdat deze inboorlingen zoo bijzonder gesteld zijn op deze
+soort van koraalmuziek, maar omdat zij gaarne jacht maken op de apen, wier vleesch, vooral gekookt, uitmuntend is.
+
+</p>
+<p>Dick Sand en zijn reisgenooten waren zeker niet bekend met deze gewoonten der gu&eacute;riba&#8217;s, want dan zou het voor hen een reden
+tot verwondering geweest zijn ze niet te hooren. Zij ontwaakten dus de een na den ander, verkwikt door die weinige uren slaap,
+die door geen enkel alarm was gestoord geworden.
+
+</p>
+<p>De kleine Jack was niet de laatste om zich uit te rekken. Zijn eerste vraag was of Hercules &#8217;s nachts ook een wolf had opgegeten.
+Geen wolf had zich vertoond en bijgevolg had Hercules nog niet ontbeten.
+
+</p>
+<p>Dit was trouwens met allen het geval en na het morgengebed hield Nan zich bezig met het toebereiden van den maaltijd.
+
+</p>
+<p>De spijskaart was dezelfde als die van het souper van den vorigen dag, maar met den eetlust, die door de morgenlucht van het
+bosch gescherpt was, dacht niemand er aan om in dit opzicht lastig te zijn. Het was v&oacute;&oacute;r alles noodig kracht op te doen voor
+een flinken dagmarsch en dit werd dan ook terecht door allen begrepen. Voor het eerst misschien snapte neef Benedictus dat
+eten geen onverschillige of nuttelooze verrichting van het leven was. Alleen verklaarde hij dat hij dit land niet was komen
+&#8220;bezoeken&#8221;, om er met de handen in de zakken in rond te wandelen en dat, zoodra Hercules hem weer belette jacht te maken op
+de cocuyo&#8217;s en andere vuurvliegen, Hercules met hem, neef Benedictus, zou te doen hebben.
+
+</p>
+<p>Deze bedreiging scheen den reus nog al geen bijzondere vrees in te boezemen. Evenwel nam Mevr. Weldon hem ter zijde en zeide
+hem dat hij haar groot kind maar wat rechts en links moest laten rondloopen, maar hem toch niet uit het oog verliezen. Men
+diende neef Benedictus niet geheel en al de genoegens te onthouden, op zijn leeftijd zoo natuurlijk.
+
+</p>
+<p>Ten zeven ure &#8217;s morgens hernam de kleine troep den weg naar het oosten en behield daarbij dezelfde orde in het marcheeren
+als den vorigen dag.
+
+</p>
+<p>Nog altijd niets dan bosch. Op dien maagdelijken grond waar warmte en vochtigheid zich vereenigden om den plantengroei sneller
+te doen ontwikkelen, was het wel te denken dat het plantenrijk <a id="d0e4305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4305">80</a>]</span>zich in al zijn rijkdom zou voordoen. De parallel van dat uitgestrekte bergvlak liep bijna ineen met de tropische breedten
+en de zon schoot er gedurende eenige maanden van den zomer haar loodrechte stralen. Er was dus een ontzaglijke warmtevoorraad
+in de terreinen opgestapeld, welker ondergrond vochtig bleef. Ook was er niets prachtiger om te aanschouwen dan die opeenvolging
+van bosschen of liever dat eindelooze woud.
+
+</p>
+<p>Toch had Dick Sand het volgende opgemerkt, namelijk dat men zich in de streek der pampa&#8217;s bevond. Nu is pampa een woord uit
+de taal &#8220;quichna&#8221;, dat &#8220;vlakte&#8221; beteekent. En, indien zijn geheugen hem niet bedroog, meende hij zich te herinneren dat die
+vlakten de volgende kenmerken aanboden: gebrek aan water, afwezigheid van boomen, gemis aan steenen; verder een weelderigen
+overvloed van distels in het regenseizoen, distels, die in het warme jaargetijde struiken worden en alsdan ondoordringbare
+kreupelbosschen vormen, dan ook dwergboompjes, doornachtige struiken, wat vereenigd, aan deze vlakten een dor en woest voorkomen
+verleent.
+
+</p>
+<p>Nu was dit, sedert de kleine troep onder het geleide van den Amerikaan het kustland verlaten had, geenszins het geval. Altoos
+bleef het woud zich tot de grenzen van den horizon uitstrekken. Dat kon onmogelijk de pampa zijn zooals de leerling zich die
+had voorgesteld. Had het dan werkelijk de natuur behaagd om, zooals Harris gezegd had, een afzonderlijke streek te maken van
+die hoogvlakte van Atacama, waarvan hij overigens niets anders wist dan dat zij een der uitgestrektste woestijnen van Zuid-Amerika,
+tusschen de Andes en de Stille Zuidzee vormde?
+
+</p>
+<p>Dick Sand wierp dienzelfden dag eenige vragen over dit onderwerp op en gaf den Amerikaan zijn verwondering over dit zonderling
+voorkomen der pampa te kennen.
+
+</p>
+<p>Maar hij werd dadelijk door Harris uit den waan geholpen, die hen over dit gedeelte van Bolivia de nauwkeurigste bijzonderheden
+mededeelde en daardoor bewijzen gaf van zijn groote kennis van het land.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ge hebt gelijk, mijn jonge vriend,&#8221; zei hij tot den leerling. &#8220;De werkelijke pampa is wel degelijk zoo als de reisbeschrijvingen
+haar u hebben afgeschilderd, dat is te zeggen een vrij dorre vlakte, die dikwijls moeilijk te bereizen is. Zij doet ons denken
+aan onze prairi&euml;n van Noord-Amerika,&#8212;met het onderscheid dat deze wat moerassiger zijn. Ja, zoodanig is wel de pampa van den
+Rio-Colorado; zoodanig zijn de &#8216;Llanos&#8217; van den Orinoco en van Venezuela. Maar hier zijn we in een landstreek welker voorkomen
+me zelf doet verbaasd staan. &#8217;t Is waar, &#8217;t is de eerste keer dat ik dezen weg over het bergvlak neem, omdat hij het voordeel
+heeft onze reis te verkorten. Maar al heb ik de eigenlijke pampa nog nooit gezien, weet ik toch wel dat deze streek zeer van
+haar verschilt. Wat de pampa aangaat, ge zoudt haar vinden, niet tusschen de Cordilleras van het westen en de hooge keten
+der Andes, maar aan gene zijde der bergen, op het geheel oostelijk gedeelte van het vasteland dat zich uitstrekt tot den Atlantischen
+Oceaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeten we de keten der Andes overtrekken?&#8221; vroeg Dick Sand levendig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neen, mijn jonge vriend, wel neen,&#8221; antwoordde de Amerikaan glimlachend. &#8220;&#8217;k Zei: ge zoudt haar vinden, en niet: ge zult
+haar vinden. Stel je gerust, we verlaten dit bergvlak niet, waarvan de grootste hoogten zich niet boven de vijftien honderd
+voet verheffen. Als we de Cordilleras hadden moeten overtrekken met de eenvoudige middelen van vervoer waarover we beschikken,
+zou ik je nooit tot een dergelijke onderneming hebben overgehaald.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zou het ook waarlijk beter zijn geweest,&#8221; antwoordde Dick Sand, &#8220;noordelijk of zuidelijk de kust te volgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O! honderdmaal beter!&#8221; hernam Harris. &#8220;Maar de hacienda van San-Felice is aan deze zijde van de Cordilleras gelegen. Onze
+reis zal dus evenmin nu, als later, eenige wezenlijke moeilijkheid opleveren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En vreest u niet te verdwalen in de bosschen die u voor &#8217;t eerst doortrekt?&#8221; vroeg Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijn jonge vriend, neen,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;&#8217;k Weet wel dat zulk een woud als een onmetelijke zee is, of liever als
+de bodem eener zee, waar zelfs een zeeman geen hoogte zou <a id="d0e4329"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4329">81</a>]</span>kunnen nemen om zijn positie te verkennen. Maar, ik ben gewoon in de bosschen te reizen, en heb niets noodig om mijn weg te
+vinden als de schikking van zekere boomen, de richting hunner bladeren, de gedaante of de samenstelling van den bodem, een
+menigte bijzonderheden die u ontgaan! Wees er zeker van dat ik u en de uwen zal brengen waar ge wezen wilt!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit alles werd zeer stellig door Harris gezegd. Dick Sand en hij liepen vooraan en praatten dikwijls, zonder dat iemand zich
+in hun gesprek mengde. Mocht de leerling soms al eens eenige zorg hebben, die de Amerikaan niet altijd kon verdrijven, dan
+hield hij die liever voor zich.
+
+</p>
+<p>De 8e, 9e, 10e<a id="d0e4335"></a><span class="corr" title="Bron: ">,</span> 11e en 12e April verliepen op deze wijze zonder dat er iets bijzonders op de reis voorviel. Men legde niet meer dan acht
+of negen mijlen per twaalf uur af. De oogenblikken aan den maaltijd of aan de rust gewijd, volgden elkander geregeld op, en
+hoewel zich reeds eenige vermoeienis begon te openbaren, was de gezondheidstoestand nog zeer voldoende.
+
+</p>
+<p>De kleine Jack had wel wat te lijden tengevolge van dit leven in de bosschen, waaraan hij niet gewoon was en dat zeer eentonig
+voor hem werd. En daarbij was men al de beloften die men hem gedaan had niet nagekomen. De mannetjes van caoutchouc, de vliegenvogeltjes,
+dat alles scheen hoe langer zoo meer op den achtergrond te geraken. Er was ook sprake geweest hem de prachtigste papegaaien
+van de wereld te laten zien en zij moesten in deze rijke bosschen niet ontbreken. Waar waren ze dan nu, die papegaaien met
+hun groen gevederte, bijna alle uit deze streken afkomstig, de ara&#8217;s met kale wangen, zeer lange puntige staarten en schitterende
+kleuren, wier pooten nooit den grond aanraken, en de camind&eacute;&#8217;s, die meer bijzonder tot de tropische gewesten behooren, verder
+de veelkleurige langstaartpapegaaien, met het gevederde gelaat, en eindelijk al die snapachtige vogels die, naar het zeggen
+der Indianen, nog de taal der uitgestorven stammen spreken?
+
+</p>
+<p>Van papegaaien zag de kleine Jack slechts de jako&#8217;s of ongekuifde aschkleurige boomlorries, met rooden staart, die onder de
+boomen krioelden. Maar deze jako&#8217;s waren niet nieuw voor hem. Zij zijn door de geheele wereld verspreid. In alle deelen der
+aarde doen zij de huizen van hun onverdraaglijk gekakel weergalmen en van de gansche familie der &#8220;psittacini&#8221;, zijn zij het
+gemakkelijkst praten te leeren.
+
+</p>
+<p>Doch, Jack was niet de eenige die ontevreden was, neef Benedictus was het ook. Men had hem onderweg wat heen en weer laten
+loopen en evenwel vond hij geen enkel insect dat waardig was zijn verzameling te verrijken. &#8217;s Avonds weigerden zelfs de vuurvliegen
+hardnekkig zich aan hem te vertoonen en hem door hun lichtgevende borstschilden aan te trekken. De natuur scheen waarlijk
+den spot te drijven met den ongelukkigen entomoloog, wiens humeur onuitstaanbaar werd.
+
+</p>
+<p>Nog vier dagen lang bleven zij den marsch onder dezelfde omstandigheden voortzetten. Den 16en April moest men den van de kust
+af aan afgelegden weg op niet minder dan honderd mijlen schatten. Indien Harris niet verdwaald was,&#8212;en hij verzekerde dit
+zonder aarzelen,&#8212;dan was de hacienda van San-Felice niet meer dan twintig mijlen verwijderd van het punt waar de halte dien
+dag gehouden werd. Nog omstreeks acht-en-veertig uren en de kleine troep zou een veilig dak vinden, waaronder hij eindelijk
+van zijn vermoeienissen zou kunnen uitrusten.
+
+</p>
+<p>Alhoewel zij nu de hoogvlakte in haar gansche uitgestrektheid waren doorgetrokken, hadden zij geen enkelen inboorling, geen
+enkelen zwervenden Indiaan in het onmetelijk woud ontmoet.
+
+</p>
+<p>Meermalen had Dick Sand, zonder er iets van te zeggen, spijt gevoeld dat zij niet op een ander <a id="d0e4350"></a><span class="corr" title="Bron: gedeelde">gedeelte</span> der kust gestrand waren! Meer ten zuiden of meer ten noorden zouden zij in overvloed gehuchten, dorpen en plantages op hun
+weg ontmoet en Mevr. Weldon en haar reisgenooten een schuilplaats gevonden hebben.
+
+</p>
+<p>Maar, scheen deze streek al door den mensch verlaten te zijn, met de dieren was dit in de laatste dagen geenszins het geval.
+Somwijlen hoorde men een langgerekten klagenden kreet, dien Harris toeschreef aan eenige van die groote luiaards, de gewone
+gasten van die uitgestrekte boschachtige <a id="d0e4355"></a><span class="corr" title="Bron: streken en">streken</span> die men &#8220;ai&#8217;s&#8221; noemt.
+<a id="d0e4358"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4358">82</a>]</span></p>
+<p>Dien zelfden dag liet zich ook, onder de middaghalte een gefluit in de lucht hooren, zoo vreemd klinkend, dat Mevr. Weldon
+er zich ongerust over maakte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is dat?&#8221; vroeg zij, opspringende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een slang!&#8221; riep Dick Sand, terwijl hij met zijn geladen geweer zich voor Mevr. Weldon wierp.
+
+</p>
+<p>En werkelijk kon het zeer goed zijn dat er eenig kruipend gedierte in het gras tot nabij de plaats der halte was geslopen.
+Er was niets vreemds in gelegen dat het een dier enorme &#8220;sukuru&#8217;s&#8221;, een soort van boa&#8217;s was, die somtijds veertig voet lengte
+hebben.
+
+</p>
+<p>Maar Harris herinnerde dadelijk Dick Sand, dat de negers reeds volgden en hij stelde Mevr. Weldon gerust.
+
+</p>
+<p>Volgens hem had geen sukuru dit gefluit kunnen voortbrengen, omdat deze slang niet fluit, maar het verkondigde de tegenwoordigheid
+van zekere onschadelijke viervoetige dieren, die vrij talrijk in dit land zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Verontrust u dus niet,&#8221; zeide hij, &#8220;en maak vooral geen beweging, die de dieren kan doen verschrikken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar welke dieren zijn het toch?&#8221; vroeg Dick Sand, die het zich tot wet maakte den Amerikaan te ondervragen en te doen spreken,
+terwijl deze zich trouwens nooit liet bidden om hem te antwoorden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zijn antilopen, mijn jonge vriend,<a id="d0e4377"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> antwoordde Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;O! wat zou ik ze graag eens zien!&#8221; riep Jack.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal moeielijk gaan, mijn ventje,&#8221; antwoordde de Amerikaan, &#8220;zeer moeielijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zouden we niet kunnen probeeren die fluitende antilopen te naderen?&#8221; hernam Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;O! ge zoudt geen drie stappen gedaan hebben,&#8221; antwoordde de Amerikaan het hoofd schuddend, &#8220;of de gansche troep zou op de
+vlucht gaan! &#8217;k Raad je dus je niet te bewegen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar Dick Sand had zijn redenen om nieuwsgierig te zijn. Hij wilde zien, en met het geweer in de hand, sloop hij in het gras.
+Onmiddellijk vlogen een dozijn bevallige gazellen, met kleine puntige horens bliksemsnel voorbij. De helroode kleur van hun
+haar teekende zich als een vurige wolk tegen het geboomte af.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb het je wel gezegd,&#8221; zei Harris, toen de leerling zijn plaats weder innam.
+
+</p>
+<p>Was het wezenlijk onmogelijk deze antilopen door hun verbazende vlugheid duidelijk te onderscheiden, zoo was dit niet het
+geval met een anderen troep dieren, die denzelfden dag werden opgemerkt. Die dieren kon men, hoewel onvolkomen, zien, maar
+hun verschijning gaf aanleiding tot een vrij zonderlinge woordenwisseling tusschen Harris en eenigen zijner metgezellen.
+
+</p>
+<p>De kleine troep had zich tegen vier uur &#8217;s avonds een oogenblik op een open plek in het bosch opgehouden, toen drie of vier
+ontzaglijk groote beesten uit een kreupelbosch op een honderd schreden van hen af te voorschijn kwamen en oogenblikkelijk
+met verwonderlijke snelheid op de vlucht gingen.
+
+</p>
+<p>Ondanks de aanbevelingen van den Amerikaan had de leerling vlug zijn geweer aangelegd en op een dezer dieren vuur gegeven.
+Maar, op het oogenblik dat het schot afging, was het wapen snel door Harris afgewend en Dick Sand had, hoe handig hij ook
+was, zijn doel gemist.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen geweerschoten! geen geweerschoten!&#8221; zei de Amerikaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, dat zijn giraffen!&#8221; riep Dick Sand uit, zonder iets anders op de opmerking van Harris te antwoorden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Giraffen!&#8221; herhaalde Jack, terwijl hij zich op zijn zaal oprichtte. &#8220;Waar zijn ze gebleven, die groote dieren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Giraffen!<a id="d0e4406"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> antwoordde Mevr. Weldon. &#8220;Je vergist je, mijn waarde Dick. Er zijn geen giraffen in Amerika.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;U hebt gelijk,&#8221; zei Harris, die mede verbaasd scheen, &#8220;er kunnen geen giraffen in dit land zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar hoe dan?....&#8221; zei Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Weet waarlijk niet wat ik er van denken moet!&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Heeft je gezicht je niet bedrogen en zouden die dieren
+geen struisvogels geweest zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Struisvogels!&#8221; herhaalden Dick Sand en Mevr. Weldon, terwijl zij elkander zeer verwonderd aankeken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, eenvoudig struisvogels,&#8221; herhaalde Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar struisvogels zijn vogels,&#8221; hernam Dick Sand, &#8220;en ze hebben maar twee pooten!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;&#8217;k meende juist te zien dat de dieren die daar zoo snel op de vlucht gingen, tweebeenige waren!&#8221;
+<a id="d0e4423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4423">83</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Tweebeenige dieren!&#8221; herhaalde de leerling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Me dunkt toch dat ik beesten met vier pooten gezien heb,&#8221; zei Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ook,&#8221; voegde de oude Tom er bij, wiens woorden door Bat, Act&eacute;on en Austin bevestigd werden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Viervoetige struisvogels!&#8221; riep Harris lachend uit. &#8220;Dat zou nog al aardig zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook meenden we,&#8221; hernam Dick Sand, &#8220;dat het giraffen en geen struisvogels waren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijn jonge vriend, neen!&#8221; zei Harris. &#8220;Je hebt stellig verkeerd gezien, maar dat laat zich best verklaren door de snelheid
+waarmee die beesten op de vlucht zijn gegaan. <a id="d0e4436"></a><span class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>&#8217;t Is trouwens jagers meermalen overkomen zich even als gij te vergissen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Wat de Amerikaan zeide, was zeer aannemelijk. Tusschen een grooten struisvogel en een giraffe van gemiddelde grootte, op zekeren
+afstand gezien, is het gemakkelijk zich te vergissen. Of ze een bek of een snuit aan het eind van hun langen naar achteren
+gebogen hals hebben, is op een afstand niet zoo gemakkelijk te onderscheiden en desnoods zoude men kunnen zeggen dat een struisvogel
+slechts een halve giraffe is. De achterpooten ontbreken hem slechts. Dit tweebeenig en dit vierbeenig dier, onvoorzien snel
+voorbijgaande, kunnen desnoods met elkander verward worden.
+
+</p>
+<p>Het beste bewijs overigens dat Mevr. Weldon en de anderen zich vergisten is, dat er geen giraffen in Amerika zijn.
+
+</p>
+<p>Dick Sand maakte toen de volgende opmerking:
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik dacht dat er evenmin struisvogels als giraffen in de Nieuwe wereld zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja wel, mijn jonge vriend,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;en juist bezit Zuid-Amerika er een bijzondere soort van. Tot deze soort behoort
+de &#8216;nandoe&#8217;, die je daar zoo even gezien hebt!&#8221;
+
+</p>
+<p>Harris had gelijk. De nandoe is een steltlooper, die in de vlakten van Zuid-Amerika vrij veel voorkomt, en zijn vleesch, vooral
+van een jong dier, is een zeer goed voedsel. Dit sterke dier, dat somtijds twee vademen hoog is, heeft een rechten bek, lange
+vleugels, bestaande uit dichte vederen van blauwachtige kleur, de pooten gevormd uit drie vingers met nagels voorzien,&#8212;hetgeen
+hem duidelijk onderscheidt van de struisvogels van Afrika.
+
+</p>
+<p>Deze zeer nauwkeurige bijzonderheden werden door Harris medegedeeld, die bijzonder goed op de hoogte van de gewoonten der
+nandoes bleek. Mevr. Weldon en haar reisgenooten moesten toestemmen dat zij zich vergist hadden.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is bovendien zeer goed mogelijk dat we nog een anderen troep van die struisvogels ontmoeten. Mocht dat zoo zijn, kijk
+dan beter en zie nooit meer vogels voor viervoetige dieren aan! Maar vooral, mijn jonge vriend, vergeet mijn raad niet en
+schiet op geen dieren meer! &#8217;t Is gelukkig niet noodig dat we jagen om ons levensmiddelen te verschaffen.... en nog eens,
+de losbarsting van een vuurwapen moet onze tegenwoordigheid in dit bosch niet verraden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand bleef evenwel in gedachten verzonken. Andermaal kwam twijfel bij hem op.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag, den 17en April, werd de reis hervat en verzekerde de Amerikaan, dat nu geen vier-en-twintig uren meer zouden
+verloopen of de kleine troep zou in de hacienda van San-Felice gehuisvest zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;D&aacute;&aacute;r, Mevr. Weldon,&#8221; voegde hij er bij, &#8220;zult u al de zorg ontvangen die uw toestand vereischt. Eenige dagen van rust moeten
+u weer geheel opknappen. Misschien zult u in die hoeve wel niet de weelde vinden, waaraan u in uw woning te San-Francisco
+gewoon zijt, maar u zult zien dat het in de woningen op onze ontginningen in het binnenland niet aan de geriefelijkheden des
+levens ontbreekt. We zijn nu juist niet heelemaal wilden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Harris,&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;al kunnen we niet anders dan u dankzeggen voor uw edelmoedige hulp, zoo doen
+we dat althans van ganscher harte. Ja! &#8217;t is tijd dat we aankomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gevoelt u zich bijzonder vermoeid, mevrouw Weldon?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan mij is niets gelegen!&#8221; antwoordde Mevr. Weldon, &#8220;maar ik merk dat mijn kleine Jack langzamerhand uitgeput raakt! De koorts
+begint hem tusschenbeide beet te nemen!&#8221;
+<a id="d0e4466"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4466">84</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;en ofschoon het klimaat van dit bergvlak zeer gezond is, kan het niet ontkend worden dat er in Maart
+en April tusschenpoozende koortsen heerschen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is zeker,&#8221; zei nu Dick Sand, &#8220;maar de steeds zorgende natuur heeft dan ook weder hier het geneesmiddel voor de kwaal
+bij de hand!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En hoe dat, mijn jonge vriend?&#8221; vroeg Harris, die zich onwetend hield.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn we dan hier niet in de streek der kinasoorten?&#8221; vroeg Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is waar ook,&#8221; zei Harris, &#8220;je hebt volkomen gelijk. De boomen die den kostbaren kinabast verschaffen, zijn hier thuis.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Heb me al verwonderd dat ik er nog geen gezien heb,&#8221; hernam Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, mijn jonge vriend,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;die boomen zijn zoo gemakkelijk niet te onderscheiden. Hoewel zij dikwijls vrij
+hoog en hun bladeren groot zijn, hun bloemen rooskleurig en heerlijk van geur, ontdekt men ze toch niet gemakkelijk. Zeldzaam
+ontmoet men ze in groepen. Ze zijn eerder hier en daar in het bosch verspreid, zoo dat de Indianen die de kina inoogsten,
+ze niet anders dan aan hun altijd groene bladeren herkennen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoudt u zoo goed willen zijn, mijnheer Harris,&#8221; zei Mevr. Weldon, &#8220;om, als u een van die boomen ziet, hem mij dan te wijzen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welzeker, mevrouw Weldon, maar u zult in de hacienda sulphas chinini vinden en dat zout is nog beter om de koorts te verdrijven
+dan de eenvoudige bast van een boom.&#8221;<a id="d0e4485src" href="#d0e4485" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>Deze laatste dagreis liep zonder eenig bijzonder voorval ten einde. De avond kwam en de gewone toebereidselen voor den nacht
+werden gemaakt. Tot nog toe had het niet geregend, doch het weder scheen te zullen veranderen, want er steeg een warme walm
+uit den bodem op, die weldra in een dikken mist overging.
+
+</p>
+<p>Men naderde nu werkelijk het regenseizoen. Gelukkig zou den volgenden dag een geriefelijk thuis aan den kleinen troep worden
+aangeboden. Nog eenige uren slechts moesten er verloopen.
+
+</p>
+<p>Alhoewel men volgens Harris, die zijn berekening niet anders kon maken dan naar den tijd dat de reis geduurd had, niet verder
+dan zes mijlen van de hacienda kon verwijderd zijn, werden de gewone voorzorgen voor den nacht genomen. Tom en zijn kameraden
+zouden om beurten wacht houden. Dick Sand was er op gesteld dat niets in dit opzicht verzuimd werd. Minder dan ooit wilde
+hij zijn gewone voorzichtigheid uit het oog verliezen, want een vreeselijk vermoeden had in zijn gemoed wortel geschoten,
+maar hij wilde nog niets zeggen.
+
+</p>
+<p>De rustplaats voor den nacht bevond zich aan den voet van een groep groote boomen. Tengevolge van sterke vermoeidheid waren
+Mevr. Weldon en de haren reeds in slaap, toen zij door een luiden kreet gewekt werden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is er?&#8221; vroeg Dick Sand, die de eerste van allen, onmiddellijk overeind was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben het! ik heb geschreeuwd!&#8221; antwoordde neef Benedictus.
+
+</p>
+<p>&#8220;En wat scheelt er aan?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Ben daar juist gebeten!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Door een slang....? vroeg Mevr. Weldon verschrikt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen! &#8217;t Is geen slang, maar een insect,&#8221; antwoordde Benedictus. &#8220;Daar heb ik hem, ik heb &#8217;m.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, dood het dan, je insect,&#8221; zei Harris, &#8220;en laat ons gerust slapen, mijnheer Benedict!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een insect dood maken!&#8221; riep neef Benedictus. &#8220;Verstrekt niet! &#8217;k moet eens zien wat het is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een muskiet!&#8221; zei Harris, de schouders ophalende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu! &#8217;t is een vlieg,&#8221; antwoordde neef Benedictus, &#8220;en zeker een heel vreemde!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand had een klein zaklantaarntje aangestoken en ging er mee naar den lastigen neef.
+
+</p>
+<p>&#8220;Groote goedheid!&#8221; riep deze uit. &#8220;Dat maakt al mijn teleurstellingen goed! Eindelijk heb ik dan toch een ontdekking gedaan!<a id="d0e4520"></a><span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>De geestvervoering van den goeden man grensde aan waanzin. Hij beschouwde zijn vlieg met zegevierende blikken! Hij had ze
+wel willen kussen!
+<a id="d0e4525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4525">85</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Maar wat is het dan toch?&#8221; vroeg Mevrouw Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een diptera (tweevleugelig insect) nicht, een prachtige diptera!&#8221;
+
+</p>
+<p>En neef Benedictus liet haar een vlieg zien, kleiner dan een bij, van een doffe kleur en aan het onderste gedeelte van haar
+lichaam geel gestreept.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die vlieg is toch niet vergiftig?&#8221; vroeg Mevr. Weldon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, nicht, neen, althans niet voor menschen. Maar voor dieren, zooals voor antilopen, voor buffels, zelfs voor olifanten,
+is &#8217;t wat anders!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zeg ons nu eindelijk toch eens welke vlieg het is,&#8221; zei Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die vlieg,&#8221; antwoordde de entomoloog, &#8220;die vlieg, die ik hier tusschen mijn vingers heb, die vlieg! is een tsets&eacute;!.... Dat
+is de vermaarde diptera, de roem van haar land, maar toch wel vreemd, tot nog toe heeft men nog nooit een tsets&eacute; in Amerika
+gevonden!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand had den moed niet neef Benedictus te vragen in welk werelddeel die geduchte tsets&eacute; alleen wordt aangetroffen!
+
+</p>
+<p>En toen zijn reisgenooten, na dit voorval, hun afgebroken slaap hervat hadden, deed Dick Sand, ondanks zijn zware vermoeidheid,
+den ganschen nacht geen oog meer dicht!
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4485" href="#d0e4485src" class="noteref">1</a></span> Eertijds vergenoegde men zich met dezen bast tot poeder te stampen, dat den naam droeg van &#8220;Jezu&iuml;eten-poeder&#8221;, omdat de Jezu&iuml;eten
+van Rome er in 1640 van hun Amerikaansche zending een aanzienlijke hoeveelheid van kregen.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e4544"></a></p>
+<h2 class="label">Achttiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>Het vreeselijk woord!</h2>
+<p>Het werd tijd dat de reizigers de hacienda bereikten. Ten gevolge van buitengewone vermoeidheid was Mevr. Weldon in de onmogelijkheid
+een reis te vervolgen onder zulke bezwarende omstandigheden. Het was waarlijk een treurig gezicht, die kleine jongen met dat
+hoog roode gezicht in de aanvallen van koorts, en dan weder zoo bleek in de tusschenpoozen. Zijn moeder maakte zich zoo ongerust,
+dat zij Jack zelfs niet aan de zorgen van de goede Nan had willen toevertrouwen en hem aanhoudend half liggend in haar armen
+hield.
+
+</p>
+<p>Ja! het was tijd dat zij aankwamen! Volgens den Amerikaan zouden zij dan ook denzelfden avond van den dag, die aan den hemel
+kwam, den avond van den 18n April, eindelijk in de hacienda van San-Felice een veilige schuilplaats vinden.
+
+</p>
+<p>Welk een moedige en sterke natuur Mevr. Weldon ook had, zoo was toch een reis van twaalf dagen en daarbij twaalf nachten onder
+den blooten hemel doorgebracht, meer dan genoeg om haar geheel aftematten. Maar voor een kind was het nog erger en het gezicht
+van den kleinen zieken Jack die zelfs de eenvoudigste oppassing moest missen, was alleen voldoende haar geheel neer te slaan.
+
+</p>
+<p>Dick Sand, Nan, Tom en zijn reismakkers hadden de vermoeienissen der reis beter verdragen.
+
+</p>
+<p>Wel begonnen de levensmiddelen te verminderen, maar gebrek hadden zij nog geenszins gehad, zoodat hun gezondheid dan ook voldoende
+was.
+
+</p>
+<p>Wat Harris aangaat, hij scheen tegen de ongemakken van die langdurige tochten door de bosschen bestand te zijn en &#8217;t bleek
+dat de vermoeienissen geen vat op hem hadden. Alleen merkte Dick Sand op, dat hij, naarmate zij de hacienda naderden, meer
+in gedachten en minder rond in zijn omgang was dan vroeger. Het tegendeel zou natuurlijker geweest zijn. Dat was althans de
+meening van den leerling, die den Amerikaan hoe langer hoe meer begon te wantrouwen. En toch, welk belang dreef Harris aan
+hen te bedriegen? Dick Sand zou het niet hebben kunnen zeggen, maar nog meer dan vroeger hield hij hun gids in &#8217;t oog.
+
+</p>
+<p>De Amerikaan, van zijn kant, gevoelde dat Dick hem niet vertrouwde, en dit wantrouwen deed hem in tegenwoordigheid van zijn
+&#8220;jongen vriend&#8221; nog stilzwijgender zijn.
+
+</p>
+<p>Men was weder op marsch gegaan.
+
+</p>
+<p>In het bosch, dat nu minder dicht was, waren de boomen hier en daar in groepen verspreid en vormden geen ondoordringbare massa&#8217;s
+meer. Zou dat nu de werkelijke pampa zijn, waarvan Harris gesproken had?
+
+</p>
+<p>Gedurende de eerste uren van den dag, werd de ongerustheid van Dick Sand door geen enkel voorval vergroot. Alleen werden er
+twee feiten door hem opgemerkt. Misschien waren zij niet van groot gewicht, maar in de omstandigheden waarin zij verkeerden,
+mocht geen enkele bijzonderheid onopgemerkt <a id="d0e4569"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4569">86</a>]</span>voorbijgaan.
+
+</p>
+<p>Het was vooreerst de houding van Dingo, die meer bijzonder de aandacht van den leerling trok.
+
+</p>
+<p>De hond namelijk, die gedurende den ganschen tocht een spoor scheen te volgen, werd geheel anders, en dat bijna plotseling.
+Tot nog toe slechts met den neus op den grond, het gras of de struiken beruikende, zweeg hij, of deed hij een soort van klagend
+geblaf hooren, naar het scheen de uitdrukking van smart of van verdriet.
+
+</p>
+<p>Dien dag nu werd het geblaf van het zonderlinge dier weder luid klinkend, somtijds woedend, zooals het vroeger was, toen Negoro
+op het dek van den <i>Pelgrim</i> verscheen.
+
+</p>
+<p>Eensklaps kwam er een vermoeden bij Dick Sand op, in welk vermoeden hij door Tom versterkt werd, die zeide:
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is toch vreemd, mijnheer Dick! Dingo snuffelt niet meer langs den grond, zooals hij gisteren nog deed! Hij loopt met den
+neus in den wind, hij is ontsteld en zijn haar staat overeind! Men zou zeggen, dat hij in de verte....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Negoro ruikt, niet waar?&#8221; antwoordde Dick Sand, die den arm van den ouden neger aangreep en hem een teeken gaf om zacht te
+spreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Negoro, mijnheer Dick. Zou &#8217;t niet kunnen zijn, dat hij ons spoor gevolgd heeft?...&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Tom, en dat hij op dit zelfde oogenblik niet ver af is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar.... waarom?&#8221; zei Tom.
+
+</p>
+<p>&#8220;Of Negoro kende dit land niet,&#8221; hernam Dick Sand, &#8220;en in dat geval had hij het grootste belang erbij ons niet uit het gezicht
+te verliezen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Of?....&#8221; zei Tom, die den leerling ontsteld aankeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Of,&#8221; hernam Dick Sand, &#8220;hij kende het, en dan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar hoe zou Negoro dit land kennen? Hij is er nog nooit geweest!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog nooit geweest!&#8221; mompelde Dick Sand. &#8220;Maar zeker is het dat Dingo doet alsof de man dien hij verfoeit, weder dicht bij
+is ons!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daarna viel hij zich in de rede, om den hond te roepen die aarzelend naar hem toe kwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel,&#8221; zei hij, &#8220;Negoro, Negoro!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dingo beantwoordde dit met een woedend geblaf. Deze naam had de gewone uitwerking op hem, en hij sprong vooruit, alsof Negoro
+zich achter het kreupelhout had verscholen.
+
+</p>
+<p>Harris had dit geheele tooneel gezien. Met de lippen een weinig op elkaar gedrukt, trad hij op den leerling toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat vraag je toch aan Dingo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O! dat beteekent niet veel, mijnheer Harris,&#8221; antwoordde de oude Tom gekscheerend. &#8220;We vragen hem naar den scheepsmakker
+dien we verloren hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ah!&#8221; zei de Amerikaan, &#8220;naar dien Portugees, den scheepskok, van wien je me al verteld hebt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; antwoordde Tom. &#8220;Als men Dingo hoort, zou men zeggen dat Negoro in de buurt is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe zou hij hier hebben kunnen komen!&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Hij is nooit in dit land geweest, voor zoover ik weet!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Of hij moet het voor ons geheim gehouden hebben,&#8221; antwoordde Tom.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou vreemd zijn,&#8221; zei Harris. &#8220;Maar als je wilt, zullen we &#8217;t kreupelhout doorzoeken. &#8217;t Kan wezen dat de arme drommel
+hulp behoeft, dat hij in nood is....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is onnoodig, mijnheer Harris,&#8221; antwoordde Dick Sand. &#8220;Als Negoro den weg hierheen heeft kunnen vinden, zal hij wel verder
+terecht komen. Hij is mans genoeg!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals je wilt,&#8221; antwoordde Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Koest, stil, Dingo,&#8221; zei Dick gebiedend tot den hond, om een eind aan het gesprek te maken.
+
+</p>
+<p>De tweede opmerking van den leerling had betrekking op het paard van den Amerikaan.
+
+</p>
+<p>Het bleek niet &#8220;dat hij den stal rook,&#8221; zooals paarden gewoonlijk doen. Het snoof geen lucht op, verhaastte zijn stap niet,
+het blies niet door zijn neusgaten, liet geen gehinnik hooren, zooals zij gewoonlijk doen als zij den stal naderen. Hij scheen
+even onverschillig alsof de hacienda, die hij toch goed moest kennen, eenige honderden mijlen daar vandaan geweest was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is geen paard dat thuis komt!&#8221; dacht de leerling.
+
+</p>
+<p>En evenwel had Harris den vorigen dag reeds gezegd, dat zij nog slechts zes mijlen van hun doel af waren en van die zes mijlen
+hadden zij er zeker vier afgelegd.
+
+</p>
+<p>Behalve dat nu het paard niets van <a id="d0e4640"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4640">87</a>]</span>den stal rook, dien het toch zeker hoog noodig had, was er ook niets waaruit zij de nabijheid eener groote nederzetting konden
+opmaken, zooals toch de hacienda van San-Felice moest zijn.
+
+</p>
+<p>Hoe onverschillig Mevr. Weldon ook moest zijn voor alles wat haar kind niet betrof, was zij toch getroffen door de verlatenheid
+der streek. Hoe! geen enkele inlander, geen enkele bediende van de hacienda, en nog wel op zulk een kleinen afstand! Was Harris
+verdwaald? Neen, dat denkbeeld verwierp zij. Een nieuwe vertraging zou de dood van haren kleinen Jack zijn?<a id="d0e4644"></a><span class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>
+
+</p>
+<p>Intusschen ging Harris altijd vooruit; maar hij scheen de diepten van het bosch te peilen en naar rechts en links te kijken,
+als iemand die niet zeker van zich zelven.... of van den weg is!....
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon sloot de oogen om hem niet meer te zien!
+
+</p>
+<p>Na een vlakte van omstreeks een mijl te zijn doorgetrokken, kwamen zij weder in het bosch, dat hier evenwel niet zoo dicht
+meer was als in het westen en zette de kleine troep haren marsch onder de groote boomen voort.
+
+</p>
+<p>Ten vier ure &#8217;s avonds kwam men bij een kreupelbosch, waar niet lang geleden een troep machtige dieren zich een doortocht
+had gebaand.
+
+</p>
+<p>Dick Sand nam alles om zich heen met de grootste attentie op.
+
+</p>
+<p>Op een hoogte, die de menschelijke lengte ver overtrof, waren de takken afgescheurd of gebroken. Daarbij was het groen met
+geweld van een gerukt en waren er op den eenigszins moerassigen grond, die nu bloot gekomen was, voetstappen van jaguars of
+conguars te zien.
+
+</p>
+<p>Zouden het &#8220;ai&#8217;s&#8221; of andere luiaards geweest zijn, welke die indrukken op den grond hadden achtergelaten? Doch hoe dan de
+gebroken takken op zulk een hoogte te verklaren?
+
+</p>
+<p>Alleen olifanten hadden dergelijke indrukken, zulke breede sporen kunnen achterlaten en een verwoesting in het kreupelbosch
+aanrichten. Maar olifanten zijn er niet in Amerika. Die ontzaglijke dikhuidige dieren worden in de Nieuwe-Wereld niet gevonden
+en zijn er ook nooit geweest, terwijl men ze er ook nooit heeft kunnen acclimatiseeren.
+
+</p>
+<p>De onderstelling dat daar olifanten zouden doorgetrokken zijn, was dus volstrekt onaannemelijk.
+
+</p>
+<p>Hoe het zij, Dick Sand liet niet blijken wat dit onverklaarbare feit hem zoo al te denken gaf en te overwegen. Hij ondervroeg
+zelfs den Amerikaan niet meer in dit opzicht. Wat toch kon hij verwachten van iemand die getracht had hem giraffen voor struisvogels
+te doen aanzien? Harris zou ook daarvan de een of andere meer of minder goed verzonnen verklaring hebben gegeven, die toch
+niets aan den toestand veranderd had.
+
+</p>
+<p>Hoe het zij, de meening van Dick omtrent Harris was gevestigd. Hij was nu overtuigd dat hij te doen had met een verrader en
+wachtte slechts op een gelegenheid om zijn valschheid aan de kaak te stellen, alles zeide hem dat deze gelegenheid zich weldra
+zou voordoen.
+
+</p>
+<p>Maar wat kon het geheime doel van Harris zijn? Welke toekomst gingen de overlevenden van de <i>Pelgrim</i> te gemoet? Dick Sand gevoelde dat zijn verantwoordelijkheid met de stranding van de <i>Pelgrim</i> niet ge&euml;indigd was. Hij moest altijd, en meer dan ooit, zorgen voor het heil van hen, die de schipbreuk op deze kust geworpen
+had. Hij alleen was het, die deze vrouw, dit jonge kind, deze negers, al zijn lotgenooten moest redden! Mocht hij aan boord
+al iets hebben kunnen beproeven, mocht hij als zeeman hebben kunnen handelen, welk besluit zou hij hier nemen, te midden van
+de vreeselijke beproevingen die hij voorzag?
+
+</p>
+<p>Dick Sand wilde de oogen niet sluiten voor de ontzettende werkelijkheid die elk oogenblik onbetwistbaarder werd. In deze omstandigheid
+werd hij weder de kapitein van vijftien jaren, die hij aan boord van de <i>Pelgrim</i> geweest was. Maar hij wilde niets zeggen, dat de arme moeder kon verontrusten, voordat het oogenblik van handelen gekomen
+was!
+
+</p>
+<p>En hij zeide niets, zelf niet, toen hij aan den oever van een vrij breeden stroom gekomen zijnde en de kleine troep een honderd
+schreden vooruit gaande, eenige reusachtige dieren zag, die zich in het hooge riet en gewassen aan den oever verborgen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nijlpaarden! nijlpaarden!&#8221; was hij op het punt om uit te roepen.
+
+</p>
+<p>En werkelijk waren het van die dikhuiden met groote koppen en lange gebochelde snuiten, wier bek bezet is met groote tanden,
+die meer dan een voet <a id="d0e4687"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4687">88</a>]</span>ver uitsteken, ineengedrongen op hun korte pooten, en waarvan de huid, onbehaard, taankleurig rood is? Nijlpaarden in Amerika!
+
+</p>
+<p>Den geheelen dag werd de marsch voortgezet, maar bezwaarlijk. Zelfs de sterksten konden van vermoeidheid bijna niet verder.
+Het werd inderdaad tijd, dat men aankwam of wel zou men genoodzaakt zijn halt te houden.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon, die zich uitsluitend met haar kleinen Jack bezighield, voelde misschien geen vermoeidheid, maar haar krachten
+waren uitgeput. Allen waren meer of minder afgemat. Een verheven geestkracht, in het gevoel van plicht, hield Dick Sand staande.
+
+</p>
+<p>Tegen zes uur &#8217;s avonds vond de oude Tom in het gras een voorwerp dat zijn aandacht trok. Het was een wapen, een soort van
+mes, van bijzondere gedaante, gevormd uit een breed, gebogen lemmet en gevat in een ivoren heft van vrij ruwe bewerking.
+
+</p>
+<p>Tom gaf dit mes aan Dick Sand, die het nauwkeurig bekeek en het eindelijk aan den Amerikaan toonde, met de woorden:
+
+</p>
+<p>&#8220;De inboorlingen zijn ongetwijfeld niet ver meer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Inderdaad,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;en toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toch?....&#8221; herhaalde Dick Sand, die Harris strak aankeek.
+
+</p>
+<p>&#8220;We moesten nu zeer dicht bij de hacienda zijn,&#8221; hernam Harris aarzelend, &#8220;en &#8217;k weet niet....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar we zijn?&#8221; zei Dick Sand driftig.
+
+</p>
+<p>&#8220;We kunnen nu niet verder dan drie mijlen van de hacienda meer af zijn. Maar ik wilde den kortsten weg door het bosch nemen
+en ik heb misschien ongelijk gehad!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Misschien!&#8221; herhaalde Dick Sand.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Zou dunkt me niet kwaad zijn als ik vooruit ging,&#8221; zei Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijnheer Harris, we gaan niet van elkaar,&#8221; antwoordde Dick Sand op stelligen toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals ge wilt!&#8221; hernam de Amerikaan. &#8220;Maar in den nacht zal &#8217;t me moeilijk vallen u te geleiden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat doet er niet toe!&#8221; antwoordde Dick Sand. &#8220;We zullen halt houden. Mevr. Weldon zal &#8217;t zeker goedvinden nog &eacute;&eacute;n nacht in
+het bosch door te brengen, en morgen, als &#8217;t helder dag is, gaan we weer op weg! Nog twee of drie mijlen, die we in een uurtje
+zullen afleggen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed,&#8221; antwoordde Harris.
+
+</p>
+<p>Op dit oogenblik liet Dingo een woedend geblaf hooren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier, Dingo, hier!&#8221; riep Dick Sand. &#8220;Je weet wel dat er niemand is, en dat we hier in de wildernis zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>Men besloot dus nog eens halt te houden. Mevr. Weldon liet haar metgezellen hun gang gaan, zonder een woord te zeggen. Haar
+kleine Jack was met de koorts in haar armen ingesluimerd.
+
+</p>
+<p>Men zocht naar een goed plaatsje om er den nacht door te brengen.
+
+</p>
+<p>Dick Sand was druk bezig met onder het dichte gebladerte van eenige bijeenstaande boomen alles voor den nacht in gereedheid
+te brengen, toen de oude Tom, die hem hierin te hulp kwam, plotseling stil hield, uitroepende:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Dick, kom eens gauw hier en kijk eens!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat scheelt er aan, ouwe Tom?&#8221; vroeg Dick Sand op den bedaarden toon van iemand, die op alles voorbereid is.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar.... daar....&#8221; zei Tom, &#8220;op die boomen.... bloedvlekken!.... En op den grond.... verminkte leden!....&#8221;
+
+</p>
+<p>Dick Sand vloog naar de plaats die de oude Tom hem aanwees. Toen, tot zich zelven komende, zeide hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zwijg toch, Tom, zwijg.&#8221;
+
+</p>
+<p>En werkelijk lagen daar op den grond afgesneden handen, en bij die menschelijke overblijfselen, eenige gebroken jukken, en
+een gesprongen ketting!<a id="d0e4743"></a><span class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon had gelukkig niets van die afschuwelijke voorwerpen gezien.
+
+</p>
+<p>Wat Harris aangaat, hij hield zich ter zijde en wie hem op dit oogenblik bespied had, zou getroffen zijn geweest door de verandering
+die bij hem plaats greep. Zijn gelaat had iets woests.
+
+</p>
+<p>Dingo had zich bij Dick Sand gevoegd en blafte als razend tegen die bloedige overblijfselen.
+
+</p>
+<p>Het kostte den leerling moeite den hond weg te jagen.
+
+</p>
+<p>Intusschen was de oude Tom, op het gezicht van die jukken, van dien gebroken ketting onbeweeglijk, als in den bodem vastgeworteld,
+blijven staan. De oogen bovenmate wijd gesperd, de handen saamgewrongen, keek hij strak v&oacute;&oacute;r zich en mompelde deze onsamenhangende
+<a id="d0e4755"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4755">89</a>]</span>woorden:
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel klein.... als heel klein kind, heb ik die jukken gezien!....&#8221;
+
+</p>
+<p>En ongetwijfeld kwamen de herinneringen uit zijn eerste kindsheid, als in nevelen gehuld, bij hem op. Hij trachtte zich zekere
+zaken te binnen te brengen!... Hij was op het punt te spreken!....
+
+</p>
+<p>&#8220;Spreek niet, Tom!&#8221; herhaalde Dick Sand. &#8220;Voor mevrouw Weldon, voor ons allen, zwijg!&#8221;
+
+</p>
+<p>En de leerling nam den ouden neger mede.
+
+</p>
+<p>Een andere plaats op eenigen afstand, werd nu gekozen en voor den nacht in gereedheid gebracht.
+
+</p>
+<p>Ofschoon de maaltijd toebereid was, had niemand lust er deel aan te nemen. Zij waren te zeer afgemat om te eten, maar daarenboven
+verkeerden allen onder den indruk eener ongerustheid die aan schrik grensde.
+
+</p>
+<p>Allengs begon het nacht te worden, die dezen keer buitengewoon donker was. De hemel was met dikke onstuimige wolken bedekt.
+Men zag tusschen de boomen door aan de westerkim, tengevolge van de warmte, eenige bliksemflitsen flikkeren. De wind was gaan
+liggen, geen blad bewoog zich. Een diepe stilte volgde op het geruisch van den dag, en het was alsof de zware dampkring, met
+electriciteit verzadigd, ongeschikt werd tot het overbrengen van geluiden.
+
+</p>
+<p>Dick Sand, Austin en Bat waakten te zamen. Zij trachtten in dien stikdonkeren nacht te zien, te hooren of eenig lichtschijnsel,
+eenig verdacht geluid hun oogen of ooren trof. Maar niets verstoorde de stilte noch de duisternis van het woud.
+
+</p>
+<p>Tom was niet ingesluimerd, maar in zijn herinneringen verdiept, zat hij met gebogen hoofd onbeweeglijk, alsof hij door een
+plotselingen slag was getroffen.
+
+</p>
+<p>Mevr. Weldon wiegde haar kind in haar armen en had slechts gedachten voor hem.
+
+</p>
+<p>Alleen neef <a id="d0e4779"></a><span class="corr" title="Bron: Bendictus">Benedictus</span> sliep misschien, want hij was de eenige die den algemeenen indruk niet deelde. Zijn voorgevoelens gingen zoo ver niet.
+
+</p>
+<p>Plotseling tegen elf uur, deed zich een langgerekt, grootsch gebrul hooren.
+
+</p>
+<p>Tom richtte zich in zijn volle lengte op en strekte zijn hand uit naar een dicht kreupelbosch, op zijn hoogst een mijl van
+daar verwijderd.
+
+</p>
+<p>Dick Sand pakte hem bij den arm, maar kon niet beletten dat Tom luidkeels uitriep:
+
+</p>
+<p>&#8220;De leeuw! de leeuw!&#8221;
+
+</p>
+<p>De oude neger had het gebrul herkend, dat hij zoo dikwijls in zijn kindsheid had gehoord!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De leeuw!&#8221; herhaalde hij.
+
+</p>
+<p>Dick Sand kon zich niet langer inhouden en vloog met den hartsvanger in de hand op de plaats toe, door Harris ingenomen....
+
+</p>
+<p>Maar Harris was weg, en zijn paard verdwenen met hem.
+
+</p>
+<p>Als door den donder getroffen, had er nu een soort van omkeering plaats in het gemoed van Dick Sand.... Hij was niet waar
+hij gemeend had te zijn!
+
+</p>
+<p>De <i>Pelgrim</i> was dus niet op de Amerikaansche kust gestrand? &#8217;t Was dus niet op het Paasch-eiland welks ligging de leerling had opgenomen,
+maar een ander eiland, juist ten westen van dit vasteland gelegen, evenals het Paascheiland ten westen van Amerika ligt.
+
+</p>
+<p>Het kompas had hem gedurende een gedeelte van de reis bedrogen, men weet hoe! Door den storm op een verkeerden weg gebracht,
+was hij kaap Hoorn omgevaren en van de Stille zuidzee in den Atlantischen Oceaan geraakt. De snelheid van zijn schip, die
+hij slechts onvolkomen kon berekenen, was, buiten zijn weten, door de kracht van den orkaan verdubbeld geworden!
+
+</p>
+<p>Dat was de reden waarom er geen caoutchouc- noch kinaboomen waren en de voortbrengselen van Zuid-Amerika aan dat land ontbraken,
+dat noch de hoogvlakte van Atacama, noch de Boliviaansche pampa was!
+
+</p>
+<p>Er was nu geen twijfel aan, het waren giraffen en geen struisvogels, die bij de open plek in het woud op de vlucht waren gegaan!
+Het waren olifanten die door het dichte kreupelhout trokken! Het waren nijlpaarden, wier rust in het hooge gras door Dick
+Sand gestoord was! Het was wel degelijk de tsets&eacute;-vlieg, dat tweevleugelig insect, door Benedictus gevangen, de geduchte tsets&eacute;
+die de dieren der karavanen door haar steken doet bezwijken!
+
+</p>
+<p>En om de kroon op dit alles te zetten, het was wel het gebrul van den leeuw, dat door het bosch weerklonk! En de <a id="d0e4813"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4813">90</a>]</span>jukken, die ketens, dat wonderlijk gevormde mes, dat alles was het gereedschap van den slavenhandelaar! Die afgesneden handen,
+het waren handen van opgevangen menschen!
+
+</p>
+<p>De Portugees Negoro en de Amerikaan Harris moesten het samen eens zijn!
+
+</p>
+<p>En het vreeselijk woord, door Dick geraden, ontsnapte eindelijk aan zijn lippen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Afrika! Midden-Afrika! Het Afrika der slavenhandelaars en der slaven!&#8221;
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e4821"></a></p>
+<h2 class="label">Negentiende hoofdstuk.</h2>
+<h2>De slavenhandel.</h2>
+<p>De slavenhandel! Iedereen kent de beteekenis van dit woord, dat nooit in de menschelijke taal had moeten opgenomen worden.
+De afschuwelijke handel die langen tijd gedreven werd ten voordeele der Europeesche volken, in &#8217;t bezit van overzeesche koloni&euml;n,
+is reeds sedert een aantal jaren verboden. Toch wakkert het menschonteerend misbruik nog steeds voort op uitgebreide schaal
+en voornamelijk in Midden-Afrika. En nog altijd, in onze <span class="abbr" title="twintigste"><abbr title="twintigste">XXe</abbr></span> eeuw, de eeuw van verlichting en beschaving, ontbreekt de handteekening van eenige zoogenaamde christelijke staten aan het
+verbond, gesloten tot afschaffing der slavernij.
+
+</p>
+<p>Men zou misschien meenen dat er geen slavenhandel meer is, dat nu koop en verkoop van menschelijke wezens hebben opgehouden
+te bestaan! Helaas in geenen deele! en dit is het wat de lezer moet weten, indien hij het belang in het vervolg dezer geschiedenis
+wil stellen, dat het onderwerp verdient. Hij moet weten dat nog in den tijd waarin wij leven, de menschenjachten werkelijkheid
+zijn, die een geheel vasteland dreigen te ontvolken, om te voorzien in het onderhoud van eenige slaven-koloni&euml;n, waar en hoe
+die barbaarsche strooptochten plaats hebben, het bloed dat zij kosten, wat al branden en plunderingen zij uitlokken en eindelijk
+ten voordeele van wie zij plaats hebben.
+
+</p>
+<p>De geschiedenis leert, dat de handel in negers het eerst in de <span class="abbr" title="vijftiende"><abbr title="vijftiende">XVe</abbr></span> eeuw in zwang kwam en wel onder de volgende omstandigheden:
+
+</p>
+<p>Na uit Spanje verdreven te zijn, hadden de Mohamedanen de wijk genomen naar de kust van Afrika, aan gene zijde der straat.
+Hier werden zij evenwel hardnekkig vervolgd door de Portugeezen, die toen dit gedeelte van het kustland bewoonden. Een zeker
+aantal dezer vluchtelingen werd gevangen genomen en naar Portugal gevoerd. Tot slavernij gebracht, maakten zij de eerste kern
+uit van Afrikaansche slaven, die sedert de Christelijke jaartelling in westelijk Europa is gevormd geworden.
+
+</p>
+<p>Nu behoorden deze Muzelmannen meerendeels tot rijke families, die hen tegen hooge prijzen wilden los koopen, &#8217;t geen evenwel
+de Portugeezen weigerden, hoe hoog het losgeld ook ware, dat hun werd aangeboden. Zij wilden het vreemde goud niet, maar wel
+de armen die hun ontbraken voor den arbeid der opkomende koloni&euml;n, of beter gezegd, zij hadden slavenarmen noodig.
+
+</p>
+<p>Daar nu de Muzelmaansche familie hun gevangen bloedverwanten niet konden <a id="d0e4844"></a><span class="corr" title="Bron: losloopen">loskoopen</span>, boden zij aan hen in te ruilen tegen een grooter aantal Afrikaansche negers, waarvan zij zich maar al te gemakkelijk konden
+meester maken. Dit aanbod werd aangenomen door de Portugeezen, die hun voordeel in dezen ruilhandel vonden, en ziedaar de
+wijze waarop de slavenhandel in Europa ontstond.
+
+</p>
+<p>Tegen het einde der <span class="abbr" title="zestiende"><abbr title="zestiende">XVIe</abbr></span> eeuw was deze schandelijke handel algemeen in zwang gekomen en geenszins in strijd met de nog barbaarsche zeden. Alle staten
+beschermden hem, teneinde des te sneller en zekerder de eilanden der Nieuwe-Wereld te koloniseeren. Want het waren juist de
+negerslaven die het d&aacute;&aacute;r konden uithouden, waar de blanken, niet aan het klimaat gewoon en nog ongeschikt om de hitte van
+de tropische luchtstreek te verdragen, bij duizenden waren omgekomen. Het vervoer der negers naar de Amerikaansche koloni&euml;n
+had dus geregeld plaats met bijzondere, daartoe bestemde vaartuigen en deze overzeesche handelstak gaf het aanzijn aan belangrijke
+kantoren op verschillende punten der Afrikaansche kust. De &#8220;koopwaar&#8221; kostte weinig aan het land van uitvoer en de winsten
+waren aanzienlijk.
+
+</p>
+<p>Maar hoe noodig in alle opzichten <a id="d0e4854"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4854">91</a>]</span>de stichting der overzeesche koloni&euml;n ook ware, kon zij toch die markten van menschenvleesch niet rechtvaardigen. Weldra verhieven
+zich edelmoedige stemmen, die openlijk tegen den slavenhandel der negers opkwamen en bij de Europeesche gouvernementen aandrongen
+uit naam der menschelijkheid er de afschaffing van uit te vaardigen.
+
+</p>
+<p>In 1751 stelden de kwakers zich aan het hoofd der afschaffingsbeweging, in den boezem zelf van dat Noord-Amerika, waar honderd
+jaren later de oorlog tusschen de noordelijke en zuidelijke Staten zou losbarsten, waarvan deze kwestie der slavernij de aanleiding
+was. Verschillende Staten van het Noorden: Virgini&euml;, Connecticut, Massachusets, Pennsylvani&euml; vaardigden de afschaffing der
+slavernij uit en stelden de slaven in vrijheid, die met groote kosten naar hun bezittingen gevoerd waren.
+
+</p>
+<p>Maar de strijd door de kwakers begonnen, bepaalde zich niet tot de noordelijke Staten der Nieuwe-Wereld. De voorstanders der
+slavernij werden hevig bestreden tot aan gene zijde van den Oceaan. Frankrijk, en meer in het bijzonder Engeland, wierven
+aanhangers voor deze rechtvaardige zaak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mogen de koloni&euml;n te gronde gaan, eerder dan een beginsel!&#8221; was de leus die door de gansche oude wereld weerklonk, en, ondanks
+de groote staatkundige en commercieele belangen in de zaak betrokken, verspreidde zij zich door Europa.
+
+</p>
+<p>De stoot was gegeven. In 1807 schafte Engeland den slavenhandel in zijn koloni&euml;n af en Frankrijk volgde dat voorbeeld in 1814.
+De twee machtige nati&euml;n sloten een verbond betreffende deze zaak, dat door Napoleon gedurende de Honderd Dagen werd bevestigd.
+
+</p>
+<p>Intusschen was dit nog niets meer dan een zuiver theoretische verklaring. De slavenhalers doorkruisten onophoudelijk de zee&euml;n
+en losten hun &#8220;ebbenhouten lading&#8221; in de koloniale havens.
+
+</p>
+<p>Om een einde te maken aan dezen handel, moesten meer praktische maatregelen worden genomen. De Vereenigde Staten in 1820,
+Engeland in 1824, verklaarden den slavenhandel als een daad van zeerooverij en als zeeroovers hen die hem dreven. Als zoodanig
+beliepen zij de doodstraf en werden hardnekkig vervolgd. Frankrijk trad weldra toe tot dit nieuwe verbond. Maar de Zuidelijke
+Staten van Amerika, de Spaansche en Portugeesche koloni&euml;n namen geen deel aan het afschaffingsverbond en de uitvoer der negers
+duurde ten hunnen voordeele voort, niettegenstaande het algemeen erkende recht van visitatie, dat zich bepaalde tot het onderzoek
+naar de vlag der verdachte schepen.
+
+</p>
+<p>Evenwel had de nieuwe wet der afschaffing geen terugwerkende kracht meer. Men maakte wel geen nieuwe slaven meer, maar de
+ouden hadden hun vrijheid nog niet teruggekregen.
+
+</p>
+<p>In deze omstandigheden was het, dat Engeland het voorbeeld gaf. Den 14n Mei 1833 stelde een algemeene verordening alle negers
+der koloni&euml;n van Groot-Brittanni&euml; in vrijheid en in Augustus 1838, werden zeshonderd-zeventigduizend slaven vrij verklaard.
+
+</p>
+<p>Tien jaren later, in 1848, stelde de Republiek de slaven der Fransche koloni&euml;n vrij, ten bedrage van tweehonderd zestig duizend
+negers.
+
+</p>
+<p>In 1864 brak de oorlog uit tusschen de Noordelijke en Zuidelijke Staten van Noord Amerika, het Noorden volbracht het werk
+der vrijmaking en verspreidde haar over geheel Noord-Amerika.
+
+</p>
+<p>Het waren dus de drie groote machten, die dit werk van menschlievendheid hadden tot stand gebracht. Thans wordt de slavenhandel
+alleen nog maar gedreven ten behoeve der Spaansche of Portugeesche koloni&euml;n en om aan de behoeften te voldoen der Oostersche,
+Turksche of Arabische volkeren. Moge Brazili&euml; zijn oude slaven nog niet in vrijheid gesteld hebben, het verkrijgt althans
+geen nieuwe en de kinderen der zwarten worden er vrij geboren.
+
+</p>
+<p>Het is in de binnenlanden van Afrika, na de bloedige oorlogen die tusschen de Afrikaansche opperhoofden wegens de menschenjacht
+gevoerd worden, dat gansche stammen tot slavernij gedoemd worden. De karavanen gaan dan in twee tegengestelde richtingen op
+weg: de eene naar het westen, naar de Portugeesche koloni&euml;n van Angola; de andere naar het oosten, naar Mozambique. Van deze
+ongelukkigen, waarvan slechts een klein gedeelte hun bestemming bereikt, worden eenigen naar Cuba of naar Madagascar, anderen
+naar de Arabische of Turksche provinci&euml;n van <a id="d0e4880"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4880">92</a>]</span>Azi&euml;, naar Mekka of Mascate gezonden. De Engelsche en Fransche kruisers kunnen dezen handel slechts onvoldoende beletten,
+tengevolge van de moeilijkheid om zulk een uitgestrekte kustlijn te bewaken.
+
+</p>
+<p>Maar is het cijfer van dien schandelijken uitvoer nog aanzienlijk?
+
+</p>
+<p>Ja! Men schat op niet minder dan tachtig duizend het aantal slaven dat op de kust aankomt en dit getal schijnt slechts het
+tiende gedeelte der vermoorde inboorlingen te bedragen. Na die afgrijselijke slachtingen zijn de verwoeste velden verlaten
+en de verbrande dorpen ontvolkt, de stroomen voeren lijken mede en wilde dieren waren overal rond in het land. Na den afloop
+dezer menschenjachten herkende Livingstone de provinci&euml;n niet meer, die hij eenige maanden vroeger bezocht had. Al de overige
+reizigers, Grant, Speke, Burton, Cameron, Stanley spreken in denzelfden geest over de boschrijke hoogvlakte van Midden-Afrika,
+het voornaamste tooneel van de oorlogen tusschen de verschillende opperhoofden. In de streek der groote meren, over de gansche
+uitgestrekte landstreek, die de markt van Zanzibar voorziet, in Bernoe en Fezzan, verder ten zuiden, op de oevers van de Nyassa
+en de Zambesi, meer ten westen, in de distrikten van de boven-Za&iuml;re die de stoutmoedige Stanley nog voor niet lang is door
+getrokken, overal hetzelfde schouwspel, verwoesting, moord, ontvolking. Zal dan de slavernij in Afrika eerst ophouden met
+de verdwijning van het zwarte ras en zal het gaan met dit ras als met het Australische in Nieuw-Holland?
+
+</p>
+<p>Maar eens zal de markt der Spaansche en Portugeesche koloni&euml;n gesloten zijn en deze uitvoerhandel een einde nemen; beschaafde
+volken kunnen den slavenhandel niet langer dulden!
+
+</p>
+<p>En inderdaad moet ditzelfde jaar, waarin dit geschreven wordt, 1878, de vrijmaking zien van al de slaven die zich nog in het
+bezit der Christen-Staten bevinden. Evenwel zullen de Mohamedaansche volken den handel, die het Afrikaansche vasteland ontvolkt,
+nog gedurende vele jaren instandhouden. Naar Turkije toch heeft de belangrijkste uitvoer van zwarten plaats, daar het cijfer
+der inboorlingen, die aan hun land ontrukt en naar de oostkust opgezonden worden, jaarlijks meer dan veertigduizend bedraagt.
+Vele jaren v&oacute;&oacute;r den veldtocht van Egypte, werden de negers van Sennaar bij duizenden aan de negers van Darfoer verkocht en
+wederkeerig. Generaal Bonaparte kocht zelfs een vrij groot aantal dezer zwarten, waarvan hij soldaten maakte, die op de wijze
+der Mamelukken georganiseerd waren. Sedert dien tijd, is in deze eeuw, waarvan het vier vijfde gedeelte reeds verloopen is,
+helaas! de slavenhandel in Afrika niet verminderd. Integendeel.
+
+</p>
+<p>En werkelijk is het Mohamedanisme den slavenhandel gunstig. De zwarte slaaf moet in het Turksche land den blanken slaaf van
+vroeger vervangen. Ook wordt de verfoeilijke handel door kooplieden van allerlei landaard in het groot gedreven. Zij vullen
+op die wijze het te kort aan, dat bij de rassen voorkomt, die uitsterven en eenmaal geheel zullen verdwijnen, omdat zij zich
+niet door den arbeid herstellen. Deze slaven worden, evenals ten tijde van Bonaparte dikwijls soldaat. Bij zekere volken van
+den Boven-Niger, maken zij voor de helft de legers der Afrikaansche opperhoofden uit. In dezen toestand is hun lot niet veel
+slechter dan dat der vrije menschen. Wanneer overigens de slaaf geen soldaat is, is hij een munt die koers heeft en zelfs
+in Egypte, en Bornoe, worden officieren en ambtenaars met deze munt betaald. Willem Lejean heeft het gezien en het ons medegedeeld.
+
+</p>
+<p>Zoodanig is dus de tegenwoordige toestand van den slavenhandel.
+
+</p>
+<p>Moeten wij er nog bijvoegen dat een aantal lasthebbers der groote Europeesche mogendheden zich niet schamen een betreurenswaardige
+toegevendheid voor dien handel aan den dag te leggen? Niets is zekerder, en terwijl de kruisers de hutten van de Atlantische
+zee en den Indischen oceaan bewaken, wordt in het binnenland geregeld handel gedreven, gaan de karavanen onder de oogen van
+zekere ambtenaren huns weegs en hebben de moorden, waarbij tien zwarten omkomen om &eacute;&eacute;n slaaf te leveren, op geregelde tijden
+plaats!
+
+</p>
+<p>Ook begrijpt men nu, welke vreeselijke beteekenis in de woorden lag opgesloten, door Dick Sand uitgesproken:
+
+</p>
+<p>&#8220;Afrika! Midden-Afrika! Het Afrika der slavenhandelaars en der slaven!&#8221;
+<a id="d0e4900"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4900">93</a>]</span></p>
+<p>En hij bedroog zich niet: Het was het Afrika met al zijne gevaren voor zijn reisgenooten en voor hem.
+
+</p>
+<p>Maar op welk gedeelte van het Afrikaansche vasteland had een onverklaarbaar noodlot hem doen aanlanden? Op de westkust blijkbaar,
+en wat deze treurige omstandigheid nog treuriger maakte, was dat de jeugdige leerling tot de overtuiging kwam dat de Pelgrim
+juist gestrand was op de kust van Angola, waar de karavanen aankomen, die dit geheele gedeelte van Afrika voorzien.
+
+</p>
+<p>En werkelijk was dit zoo. Het was het land, dat eenige jaren later Cameron ten zuiden en Stanley ten noorden zouden doortrekken,
+ten koste van bovenmenschelijke inspanning! Van dat uitgebreide grondgebied, dat uit drie provinci&euml;n bestaat, Benguela, Congo,
+en Angola, kende men toen slechts het kustland. Het strekte zich uit van den Nourse ten zuiden, tot den Za&iuml;re ten noorden,
+terwijl twee voorname steden er twee havens bezitten, Benguela en St. Paul de Loanda, hoofdstad der kolonie, die aan het koninkrijk
+Portugal toebehoort.
+
+</p>
+<p>Het binnenland van deze uitgestrekte streek was toen bijna onbekend. Weinige reizigers hadden er zich durven wagen. Een noodlottig
+klimaat, een warme en vochtige bodem, die koortsen doet ontstaan, barbaarsche inboorlingen waar van eenige nog menscheneters
+zijn, een aanhoudende oorlog van de stammen onderling, het wantrouwen der slavenhandelaars tegen iedereen vreemdeling, die
+de geheimen van hun schandelijken handel tracht te doorgronden, zoodanig zijn de moeilijkheden en de gevaren die overwonnen
+moeten worden in deze provincie van Angola, een der gevaarlijkste van Midden-Afrika.
+
+</p>
+<p>Tuckey was in 1816 den Congo tot boven de watervallen van Yellala opgevaren, &#8217;t geen slechts een tocht was van hoogstens twee
+honderd mijlen. Dit eenvoudig uitstapje was niet voldoende om het land grondig te doen kennen en toch had het den dood gekost
+van de meeste geleerden en officieren die den tocht medemaakten.
+
+</p>
+<p>Zeven en dertig jaren later was Livingstone van de Kaap de Goede Hoop tot den boven-Zambesi doorgedrongen. In de maand November
+1853, reisde hij met een ongehoorde stoutmoedigheid, Afrika van het zuiden naar het noordoosten door, stak den Coango, een
+der zijtakken van den Congo over, en kwam den 31n Mei 1854 te St.-Paul de Loanda aan. Het was de eerste doortocht door de
+onbekende groote Portugeesche kolonie.
+
+</p>
+<p>Achttien jaren later zouden twee stoutmoedige ontdekkers Afrika van het oosten naar het westen doorreizen en ten koste van
+ontzettende moeilijkheden, de een ten zuiden, de andere ten noorden van Angola weder uitkomen.
+
+</p>
+<p>De eerste dezer reizigers was de luitenant der Engelsche marine Verny-Howet Cameron. In 1872 had men alle reden om te meenen
+dat het met den tocht van den Amerikaan Stanley, die ter opsporing van Livingstone naar de landstreek om de groote meren was
+uitgezonden, zeer hachelijk gesteld was. Luitenant Cameron bood aan hem op te zoeken. Het aanbod werd aangenomen. Cameron,
+vergezeld van dokter Dillon, den luitent Cecil Murphy en Robert Moffat, neef van Livingstone, vertrok van Zanzibar. Na den
+Ougogo te zijn overgetrokken, ontmoette hij het lijk van Livingstone, dat door zijn getrouwe bedienden naar de oostkust gevoerd
+werd. Daarna zette hij zijn tocht naar het westen voort, met den onwrikbaren wil, van de eene kust naar de andere te trekken.
+Hij doorreisde Ounyanyemb&eacute;, Ougoenda, Kahou&eacute;l&eacute; waar hij de papieren van den grooten reiziger verzamelde, stak het <a id="d0e4917"></a><span class="corr" title="Bron: Tanganykai-meer">Tanganyika-meer</span>, de bergen van Bambarr&eacute;, den Loualaba over, dien hij niet kon afzakken en na al deze provincies, die door den oorlog verwoest,
+door den slavenhandel ontvolkt waren, verder Kilemmba, Ouroua, de bronnen van den Loman&eacute;, Oulouda, Loval&eacute; bezocht te hebben,
+na Coanza en de onmetelijke bosschen doorkruist te hebben, waarin Harris Dick Sand en diens reisgenooten had doen verdwalen,
+zag de onvermoeide Cameron eindelijk den Atlantischen oceaan v&oacute;&oacute;r zich en kwam te St.-Phillippe de Benguela aan. Deze reis
+van drie jaar en vier maanden had het leven gekost aan twee zijner reisgenooten, dokter Dillon en Robert Moffat.
+
+</p>
+<p>Bijna onmiddellijk daarop zou de Engelschman Cameron in deze reeks van ontdekkingen opgevolgd worden door <a id="d0e4922"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4922">94</a>]</span>den Amerikaan Henry Moroland Stanley. Men weet dat deze stoutmoedige korrespondent van den <i>New-York Herald</i>, uitgezonden om Livingstone op te sporen, hem den 30n October 1971 te Oujiji aan de oevers van het Tanganyika-meer gevonden
+had. Maar hetgeen Stanley uit een oogpunt van menschelijkheid zoo gelukkig volbracht had, wilde hij in het belang der geografische
+wetenschap opnieuw beginnen.
+
+</p>
+<p>Zijn doel was toen de algeheele verkenning van den Loualaba-stroom dien hij slechts even gezien had. Cameron bevond zich nog
+in de provinci&euml;n van midden-Afrika, toen Stanley, in November 1874, Bagamoyo op de oostkust verliet, en een-en-twintig maanden
+later, den 24n Augustus 1876, uit Oujiji door de pokken ontvolkt, vertrok, in vier-en-zeventig dagen den overtocht van het
+meer te Nyangw&eacute; volbracht, een groote slavenmarkt, die reeds door Livingstone en Cameron bezocht was, en de vreeselijkste
+tooneelen bijwoonde op de strooptochten, ondernomen door de officieren van den Sultan van Zanzibar, in de landen der Maroungous
+en Marryouemas.
+
+</p>
+<p>Stanley nam toen de noodige maatregelen om den loop van den Loualaba te verkennen en dezen stroom tot aan zijn monding af
+te zakken. Honderd veertig lastdragers, te Nyangw&eacute; gehuurd, en negentien booten vormden het materieel en personeel van zijn
+tocht. In het begin reeds moest hij de menscheneters van Oegousoe bestrijden en zich al dadelijk bezighouden met het overdragen
+der booten, teneinde onbevaarbare watervallen om te gaan. Onder den evenaar, op het punt waar de Loualaba zich naar het noord-oosten
+kromt, werd de kleine vloot van Stanley aangevallen door vier-en-vijftig booten, bemand met verscheidene honderden inboorlingen,
+die op de vlucht werden gedreven. Daarna bevestigde de moedige Amerikaan, die tot den tweeden graad N.B. de rivier weder opvoer,
+dat de Loual&acirc;ba niet anders was dan de Boven-Za&iuml;re of Congo en dat hij, door den loop dezer rivier te volgen, rechtstreeks
+naar de zee zou afzakken. Dit ondernam hij onder een bijna dagelijksch gevecht tegen de stammen aan de oevers. Den 3n Juni
+1877, bij den overtocht der watervallen van Massassa, verloor hij een zijner reisgenooten, Francis Prook, en hij zelf werd
+den 18n Juli met zijn boot in de watervallen van M&#8217;b&eacute;lo medegesleept en ontsnapte als door een wonder aan den dood.
+
+</p>
+<p>Eindelijk kwam Henry Stanley, den 6n Augustus, bij het dorp van Ni Sanda aan, nog vier dagen van de kust verwijderd. Twee
+dagen later, vond hij te Banza M&#8217;bouko de levensmiddelen, die twee kooplieden van Emboma daarheen hadden gezonden, en eindelijk
+rustte hij uit in deze kleine stad van de kuststreek, verouderd op vijfendertig-jarigen leeftijd door vermoeienissen en ontberingen,
+na het Afrikaansche vaste land van de eene kust naar de andere dwars te zijn doorgetrokken, een reis die hem twee jaren en
+negen maanden van zijn leven gekost had. Maar de loop van den Loual&acirc;ba was nu tot den Atlantischen Oceaan bekend geworden,
+en indien de Nijl de groote slagader van het noorden is en de Zambesi die van het oosten, dan weet men nu dat Afrika in het
+westen nog een derde rivier bezit, een van de grootste der wereld, de rivier namelijk die in haar loop van twee duizend negen
+honderd mijlen<a id="d0e4933src" href="#d0e4933" class="noteref">1</a>, onder de namen van Loual&acirc;ba, Za&iuml;re en Congo de streek der meren vereenigt met den Atlantischen oceaan.
+
+</p>
+<p>Intusschen was, niettegenstaande deze twee reizen, die van Stanley en van Cameron, de provincie van Angola nagenoeg onbekend
+gebleven in het jaar 1873, het tijdperk waarop de <i>Pelgrim</i> op de kust van Afrika gestrand was. Het eenige wat men er van wist, was, dat zij het tooneel van den slavenhandel in het
+westen was, dank zij haar belangrijke markten van Bih&eacute;, Cassange en <a id="d0e4941"></a><span class="corr" title="Bron: Kazonnd&eacute;">Kazond&eacute;</span>.
+
+</p>
+<p>En in dit land was het, dat Dick Sand tot op meer dan honderd mijlen van de kuststreek was medegevoerd, met eene vrouw, uitgeput
+door vermoeienis en smart, een bijna stervend kind en reisgenooten, die als geboren negers een gereede prooi waren voor de
+roofzucht der slavenhandelaars.
+
+</p>
+<p>Ja, het was Afrika en niet dat Amerika waar noch de inboorlingen, noch de wilde dieren, noch het klimaat wezenlijk geducht
+zijn. Het was niet de gelukkige en welvarende streek tusschen de Cordilleras <a id="d0e4948"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4948">95</a>]</span>en de kust waar talrijke dorpen worden aangetroffen en de vestingen der zendelingen gastvrij voor iederen reiziger openstaan.
+Helaas! zij waren veraf, de provincies van Peru en Bolivia waar de storm de <i>Pelgrim</i> ongetwijfeld zou gebracht hebben, indien een misdadige hand hem niet van zijn weg had doen afwijken en waar voor schipbreukelingen
+zoovele gemakkelijke gelegenheden bestonden om naar hun vaderland terug te keeren!
+
+</p>
+<p>Het was het vreeselijke Angola en niet het gedeelte van de kust dat rechtstreeks door de Portugeesche overheid bewaakt werd,
+maar het middelpunt der kolonie die doorkruist werd door de slavenkaravanen onder de zweep der havildars.
+
+</p>
+<p>Wat wist Dick Sand van het land waar het verraad hem geworpen had? Niet veel. Alleen maar wat de zendelingen der <span class="abbr" title="zestiende"><abbr title="zestiende">XVIe</abbr></span> en <span class="abbr" title="zeventiende"><abbr title="zeventiende">XVIIe</abbr></span> eeuw en de Portugeesche kooplieden, die den weg volgen van St.-Paul de Loanda naar den Za&iuml;re over San-Salvador, er van gezegd
+hadden en wat dokter Livingstone er van verhaald had ten tijde van zijn reis van 1853, en dat was voldoende om een minder
+sterke ziel dan de zijne geheel uit het veld te slaan.
+
+</p>
+<p>En werkelijk was de toestand verschrikkelijk.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4933" href="#d0e4933src" class="noteref">1</a></span> 4,650 kilometers.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e4965"></a></p>
+<h2 class="label">Twintigste hoofdstuk.</h2>
+<h2>Harris en Negoro.</h2>
+<p>Den dag volgenden op dien toen Dick Sand en zijn reisgenooten hun laatste halte in het bosch hielden, hadden twee mannen drie
+mijlen van daar een vooraf door hen beraamde samenkomst.
+
+</p>
+<p>Deze twee mannen waren Harris en Negoro, en men zal zien wat op rekening van het toeval moest geschreven worden, dat den Portugees
+van Nieuw-Zeeland samenbracht met den Amerikaan dien zijn vak van slavenhandelaar verplichtte dikwijls deze provincie van
+West-Afrika te doorkruisen.
+
+</p>
+<p>Harris en Negoro waren aan den voet van een reusachtige vijgeboom gaan zitten, aan den oever eener snel vlietende beek, die
+tusschen een dubbele haag stroomde.
+
+</p>
+<p>Het gesprek nam een aanvang, want de Portugees en de Amerikaan hadden elkander pas ontmoet en al dadelijk had het geloopen
+over de omstandigheden die in de laatste uren waren voorgevallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;En dus, Harris,&#8221; zeide Negoro, &#8220;heb je den kleinen troep van kapitein Sand, zooals zij dien leerling van vijftien jaar noemden,
+niet verder in Angola mee kunnen nemen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, kameraad,&#8221; antwoordde Harris &#8220;en &#8217;t verwondert me zelfs dat ik ze nog, honderd mijlen ver minstens, van de kust heb
+kunnen meetronen! Sedert verscheiden dagen keek mijn jonge vriend Dick Sand me met een wantrouwend oog aan, zijn vermoeden
+ging allengs in zekerheid over, en waarachtig....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog honderd mijlen verder, Harris, waren die menschen nog zekerder in onze handen geweest! Ze moeten ons toch daarom niet
+ontsnappen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En hoe zouden ze dat kunnen?&#8221; antwoordde Harris, die de schouders optrok. &#8220;Ik zeg je nog eens, Negoro, &#8217;t was meer dan tijd
+me stilletjes uit de voeten te maken! &#8217;k Heb tien maal in de oogen van mijn jongen vriend gelezen dat hij lust had me een
+kogel door den kop te jagen en mijn maag kan die pruimen van twaalf in een pond niet best verteren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, goed!&#8221; zei Negoro. &#8220;Ik heb ook een rekening met dien leerling te vereffenen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga je gang en vereffen je rekening met den interest er bij, kameraad. Wat mij betreft, &#8217;t was me best gelukt hem deze provincie
+te laten slikken voor de woestijn van Atacama, die ik vroeger bezocht heb, maar daar had je die kleine aap, die om zijn caoutchouc-speelgoed
+en zijn kolibries riep, de moeder die om haar kina zanikte, de neef die volstrekt lichtkevers wilde vinden!.... &#8217;k Was waarachtig
+ten einde raad, en nadat ik hun met groote moeite struisvogels voor giraffen had verkocht.... dat &#8217;s een mooie, die, Negoro!&#8212;wist
+ik niets meer te verzinnen! Nu, ik merkte heel goed dat mijn jonge vriend niets meer van al mijn verklaringen geloofde! Daarna
+zijn we op sporen van olifanten gevallen en zijn er zich nijlpaarden mee gaan bemoeien! En je weet, Negoro, nijlpaarden en
+olifanten in Amerika, <a id="d0e4990"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4990">96</a>]</span>dat&#8217;s even goed als eerlijke lui in de gevangenissen van Benguela! En ziedaar, om &#8217;t spel te volmaken, krijgt die oude neger
+&#8217;t in zijn kop, aan den voet van een boom jukken en stukken ketting op te schommelen, waarvan eenige slaven zich ontdaan hadden
+om te vluchten! Op &#8217;t zelfde oogenblik brult de leeuw, om alles te bederven, want &#8217;t is moeielijk zijn gebrul voor &#8217;t miauwen
+van een poesje te laten doorgaan! &#8217;k Heb daarom net nog tijd gehad om op mijn paard te springen en me uit de voeten te maken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Vat het!&#8221; antwoordde Negoro. &#8220;Toch zou &#8217;k ze liever honderd mijlen dieper &#8217;t land in willen hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Men doet wat men kan, kameraad,&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Wat jou aangaat, die onze karavaan van de kust af, op den voet volgde,
+&#8217;t is maar goed dat je op een afstand gebleven bent. Ze roken je! Er is een zekere Dingo, die niet veel van je schijnt te
+houden. Wat heb je dat dier toch gedaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets,&#8221; antwoordde Negoro, &#8220;maar &#8217;t zal niet lang duren of ik zal &#8217;m een kogel door zijn kop jagen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals jij er een van Dick Sand zoudt gekregen hebben, als je maar een klein stukje van je persoon op twee honderd passen
+van zijn geweer hadt laten zien. Hij schiet goed mijn jonge vriend, en onder ons moet ik zeggen dat hij in zijn soort een
+degelijke jongen is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Al is hij nog zoo degelijk, Harris, hij zal me zijn onbeschaamdheid duur betalen,&#8221; antwoordde Negoro, op wiens gelaat een
+onverzoenbare wreedheid te lezen stond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Komaan,&#8221; mompelde Harris, &#8220;mijn kameraad is dezelfde gebleven! Het reizen heeft hem niet veranderd!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daarna hernam hij na een oogenblik stilte:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg eens, Negoro, toen ik je daar zoo onverwachts op het tooneel van de schipbreuk, aan de monding van de Longa ontmoette,
+had je juist dien tijd om me die brave menschen aan te bevelen en me te verzoeken ze zoo ver mogelijk door dat gewaande Bolivia
+te geleiden, maar je hebt me niet gezegd, wat je sedert twee jaar alzoo hebt uitgevoerd! Twee jaar van ons afwisselend bestaan,
+dat&#8217;s een heele tijd, kameraad! Op zekeren dag, nadat je het geleide van een trein slaven op je genomen hebt, voor rekening
+van den ouden Alvez, van wien we weinig meer dan de nederige agenten zijn, heb je Cassange verlaten en niets meer van je laten
+hooren! &#8217;k Heb dikwijls gedacht dat je misschien onaangenaamheden gehad hadt met de Engelsche kruisers en dat ze je opgehangen
+hadden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Heeft niet veel gescheeld, Harris.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Zal je nog wel eens gebeuren, Negoro.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Dankje zeer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal &#8217;k je zeggen?&#8221; antwoordde Harris met wijsgeerige onverschilligheid, &#8220;&#8217;t is een van de kansen van &#8217;t vak! Men drijft
+geen slavenhandel op de kust van Afrika zonder er zijn nek aan te wagen! Hebben ze je gepakt?....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De Engelschen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! de Portugeezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;V&oacute;&oacute;r of na de lading gelost te hebben?&#8221; vroeg Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Na....&#8221; antwoordde Negoro, die een weinig met zijn antwoord aarzelde. &#8220;Die Portugeezen hangen tegenwoordig de braven uit!
+Ze willen van geen slavernij meer weten, hoewel zij er langen tijd tot hun voordeel van hebben gebruikt gemaakt! Ik was verraden
+en werd nagegaan. Ze hebben me ingerekend....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En veroordeeld?....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om mijn dagen te eindigen in de gevangenis van St.-Paul de Loanda.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bij alle duivels!&#8221; riep Harris uit. &#8220;Een gevangenis! Een ongezonde plaats voor menschen als wij, gewoon om in de open lucht
+te leven! Ik voor mij was liever maar gehangen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Men ontsnapt niet aan de galg,&#8221; antwoordde Negoro, &#8220;maar wel uit de gevangenis....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heb je kunnen ontvluchten?....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Harris! Pas veertien dagen nadat ze me gevangen gezet hadden, kon ik me verstoppen in &#8217;t hol van een Engelsche stoomboot,
+met bestemming naar Auckland op Nieuw-Zeeland. Een vaatje water, een kist met geconserveerd voedsel, waar tusschen ik gekropen
+was, hebben me gedurende den ganschen overtocht eten en drinken verschaft. Je kunt begrijpen dat ik, toen we eens in zee waren
+schrikkelijk geleden heb in mijn gedwongen schuilhoek. Maar als &#8217;k onbezonnen genoeg geweest was me te vertoonen, zou &#8217;k naar
+&#8217;t scheepshol <a id="d0e5038"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5038">97</a>]</span>teruggebracht zijn en, vrijwillig of niet, zou de pijniging &#8217;t zelfde geweest zijn! Daarenboven zou men me bij mijn aankomst
+te Auckland, opnieuw in handen van de Engelsche overheden gesteld hebben en me naar de gevangenis van Loanda teruggebracht,
+of misschien wel opgehangen hebben, zooals je straks zei! Daarom reisde &#8217;k liever incognito.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En zonder je overtocht te betalen!&#8221; riep Harris lachend uit. &#8220;Jongen, dat &#8217;s wat al te erg, voeding en overtocht gratis!....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; hernam Negoro, &#8220;maar dertig dagen in het scheepsruim!....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja, dat&#8217;s voorbij, Negoro. Dus ben je naar Nieuw-Zeeland gegaan, naar &#8217;t land der Maoris! Maar je bent er van teruggekomen.
+Heeft de terugkeer op dezelfde wijze plaats gehad?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Harris, je kunt begrijpen dat ik, toen &#8217;k daar was, geheel vervuld rondliep met de gedachte om naar Angola terug te
+keeren en mijn vak van slavenhandelaar weer op te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja!&#8221; antwoordde Harris, &#8220;men heeft zijn vak lief.... door gewoonte!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Achttien maanden lang....&#8221;
+
+</p>
+<p>Nauwelijks had Negoro deze woorden uitgesproken, of hij zweeg eensklaps. Hij had den arm van zijn makker beetgepakt en luisterde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Harris,&#8221; zei hij met gesmoorde stem, &#8220;heb je daar in die biezen geen geruisch gehoord?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;k Meende &#8217;t ook te hooren,&#8221; antwoordde Harris, die zijn geweer opnam, waarvan de haan altijd gespannen was.
+
+</p>
+<p>Negoro en hij sprongen op, keken om zich heen en luisterden met de grootste aandacht.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is niets,&#8221; zei weldra Harris. &#8220;&#8217;t Is de beek die door den stroom gezwollen is en nu meer geruisch maakt. <a id="d0e5062"></a><span class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>Je bent in die twee jaren de geluiden van het woud ontwend, maar dat zal wel weer terugkomen. Ga dus voort met verhaal van
+je avonturen. Als ik met het verleden bekend ben, zullen we over de toekomst praten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Negoro en Harris hadden zich wederom aan den voet van den vijgeboom geplaatst. De Portugees hernam het gesprek met deze woorden:
+
+</p>
+<p>&#8220;Gedurende achttien maanden heb ik te Auckland een plantenleven geleid. Toen de stoomboot eenmaal was aangekomen, had ik zonder
+gezien te worden van boord kunnen gaan, maar zonder een piaster, zonder een dollar op zak! <a id="d0e5068"></a><span class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>&#8217;k Heb om te leven allerlei ambachten bij de hand moeten nemen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zelfs het ambacht van eerlijk man, Negoro?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals je zegt, Harris.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme jongen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu wachtte ik wel altijd op een gelegenheid, die zich maar niet voordeed, toen de <i>Pelgrim</i>, een walvischvaarder, in de haven van <a id="d0e5081"></a><span class="corr" title="Bron: Acukland">Auckland</span> binnenviel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is dat het vaartuig dat op de kust van Angola gestrand is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hetzelfde, Harris, en dat waarop Mevr. Weldon, haar kind en haar neef den overtocht zouden meemaken. Nu zag ik er in mijn
+hoedanigheid van zeeman, ik was zelfs tweede stuurman aan boord van een slavenhaler geweest, volstrekt niet tegen op om weer
+dienst op een vaartuig te nemen.... &#8217;k Bood dus den kapitein van de <i>Pelgrim</i> mijn diensten aan, maar de equipage was voltallig. Zeer gelukkig voor mij, was de kok van de schoenerbrik gedeserteerd. Nu
+is er geen zeeman of hij kan koken. Ik bood me dus aan als kok. Bij gebrek aan beter nam men me aan, en eenige dagen later
+had de <i>Pelgrim</i> de kust van Nieuw-Zeeland uit het gezicht verloren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar,&#8221; vroeg Harris, &#8220;naar mijn jonge vriend me verteld heeft, was volstrekt niet de kust van Afrika de bestemming van de
+<i>Pelgrim</i>. Hoe ben je daar dan toch aangeland?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dick Sand zal het zich zeker nog niet kunnen begrijpen en misschien zal hij &#8217;t wel nooit begrijpen,&#8221; antwoordde Negoro; &#8220;maar
+&#8217;k zal je vertellen wat er gebeurd is, Harris, en als je wilt kan je &#8217;t hem wel overbrengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe dan?&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Zeg op, kameraad, zeg op.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De <i>Pelgrim</i>,&#8221; hernam Negoro, &#8220;zette koers naar Valparaiso. Toen &#8217;k me inscheepte, dacht ik niet verder dan tot Chili te gaan. Dat was
+altijd een goede helft van den weg tusschen Nieuw-Zeeland en Angola en &#8217;k was dan verscheiden duizenden mijlen dichter bij
+de kust van Afrika. Maar &#8217;t toeval wilde dat drie weken, na Auckland verlaten te hebben, kapitein Hull, die den <i>Pelgrim</i> commandeerde, bij de jacht op een walvisch met zijn equipage omkwam. <a id="d0e5111"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5111">98</a>]</span>Van dien dag af bleven er maar twee zeelieden aan boord over, de leerling en de kok Negoro.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En jij hebt het commando van &#8217;t schip op je genomen?&#8221; vroeg Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat was ik eerst van plan, maar &#8217;k merkte dat men mij wantrouwde. Er waren vijf sterke negers aan boord, vrije mannen! &#8217;k
+Zou geen meester geweest zijn en bij nadere overweging bleef ik wat ik bij &#8217;t vertrek was, de kok van den <i>Pelgrim</i>.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dus was &#8217;t toeval dat dit schip koers deed zetten naar de kust van Afrika?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Harris,&#8221; antwoordde Negoro, &#8220;er was in dit geheele avontuur geen ander toeval dan onze ontmoeting bij een van je uitstapjes
+als slavenhandelaar en dat nog wel juist op dit gedeelte van de kust waar de <i>Pelgrim</i> gestrand is. Maar wat nu het in &#8217;t gezicht komen van Angola betreft, dat is geheel en al met mijn wil, mijn geheimen wil
+geschied. Je jonge vriend, die nog zeer onbedreven in de zeevaartkunde is, kon zijn positie niet verkennen dan door middel
+van de log en het kompas. Welnu, op zekeren dag is de log verloren gegaan terwijl er &#8217;s nachts iets met het kompas is gebeurd,
+zoodat de <i>Pelgrim</i>, door een hevigen storm beloopen, een verkeerden koers genomen heeft. De lange duur van den overtocht was dus onverklaarbaar
+voor Dick Sand en zou dit voor den bekwaamsten zeeman geweest zijn. Zonder dat de leerling het kon weten, noch zelfs vermoeden,
+werd Kaap Hoorn omgevaren, maar ik Harris, ik herkende hem in dichte nevels gehuld. Toen heeft de kompasnaald door mijn toedoen
+haar ware richting hernomen en is het schip door dien geduchten orkaan naar het noord-oosten voortgejaagd en op de kust van
+Afrika geworpen, juist op het strand van Angola waar ik wilde aankomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En op dat zelfde oogenblik, Negoro,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;heeft het toeval mij naar die plaats gevoerd om je te ontvangen
+en die brave menschen naar &#8217;t binnenland te geleiden. Zij meenden en konden niets anders meenen dan in Amerika te zijn, en
+&#8217;t is me niet moeielijk geweest hen deze provincie voor Beneden-Bolivia te doen houden, waarmede ze juist eenige overeenkomst
+heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ze hebben &#8217;t geloofd, zooals je jonge vriend het Paasch-eiland meende te verkennen, toen ze in &#8217;t gezicht van Tristan
+d&#8217;Acunha voorbijstormden in vliegend weer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Iedereen zou er zich in vergist hebben, Negoro.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat weet ik, Harris, en &#8217;k rekende wel degelijk partij van die vergissing te trekken. Welnu, mijn doel is bereikt, mevrouw
+Weldon en haar reisgenooten bevinden zich op &#8217;t oogenblik in &#8217;t binnenland van Afrika, waarheen ik ze wilde voeren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar nu,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;weten ze toch waar zij zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is daar nu aan gelegen!&#8221; riep Negoro.
+
+</p>
+<p>&#8220;En welk plan heb je nu met die menschen?&#8221; vroeg Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welk plan!&#8221; antwoordde Negoro.....
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, voordat ik je dat zeg, Harris, vertel me eens wat van onzen meester Alvez, den slavenhandelaar, dien ik in geen twee
+jaar gezien heb!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O! die oude schurk is heel wel!&#8221; antwoordde Harris, &#8220;en &#8217;t zal hem zeker genoegen doen, je weer te zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is hij op de markt van Bih&eacute;?&#8221; vroeg Negoro.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, kameraad, sedert een jaar woont hij in zijn nederzetting van Kazond&eacute;.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En hoe gaat het met de zaken?&#8221;.
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, voor den duivel!&#8221; riep Harris uit, &#8220;ofschoon &#8217;t hoe langer hoe moeilijker wordt voor den handel, althans op deze kust.
+Zoowel de Portugeesche overheden, als de Engelsche kruisers, maken den uitvoer lastig. Alleen in de omstreken van Mossamed&eacute;s,
+ten zuiden van Angola, kan de inscheping der negers nog met eenige kans op succes geschieden. Ook zijn op dit oogenblik de
+loodsen opgepropt met slaven, die op schepen wachten om ze naar de Spaansche koloni&euml;n over te brengen. Ze over Benguela of
+St.-Paul de Loanda te vervoeren, is niet mogelijk. De gouverneurs verstaan geen reden meer, en de chefes<a id="d0e5158src" href="#d0e5158" class="noteref">1</a> evenmin. Men zal zich dus moeten wenden tot de factorijen in de binnenlanden en dat denkt de oude Alvez te doen. Hij zal
+zich naar den kant van Nyangw&eacute; en het Tanganyika-meer begeven, om daar zijn stoffen tegen ivoor en slaven in te ruilen. Met
+Boven-Egypte <a id="d0e5161"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5161">99</a>]</span>en de kust van Mozambique, die geheel Madagascar voorzien, gaan de zaken altijd goed. Maar weldra, vrees ik, zal de tijd komen,
+dat de slavenhandel een einde zal nemen. De Engelschen maken groote vorderingen in de binnenlanden van Afrika. De zendelingen
+gaan steeds vooruit en werken onze plannen tegen! Die vervloekte Livingstone zal, zegt men, na de streek der meren doorzocht
+te hebben, naar Angola gaan. Dan spreekt men van een luitenant Cameron, die plan heeft het vasteland van het oosten naar het
+westen over te steken. Men vreest dat de Amerikaan Stanley dit ook zal doen! Al die bezoeken zullen onze werkzaamheden zeer
+benadeelen, Negoro, en als we onze belangen goed begrijpen, dan moet geen van die pioniers naar Europa terugkeeren om te vertellen
+wat hij in Afrika al zoo gezien heeft!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zou men niet gezegd hebben, als men deze schoeljes aldus hoorde redeneeren, dat zij spraken als eerlijke kooplieden wier zaken
+voor het oogenblik door een handelscrisis bedreigd werden? Wie zou denken dat er in plaats van balen koffie of vaten suiker
+sprake was van menschelijke wezens, die als koopwaren moesten verzonden worden? Die slavenhandelaars hebben geen begrip meer
+van recht of onrecht. Het zedelijk gevoel ontbreekt hun geheel, en al hadden zij het, dan zouden zij het te midden der ijselijkheden
+van den Afrikaanschen slavenhandel spoedig verliezen.
+
+</p>
+<p>Doch, daarin had Harris gelijk, toen hij zeide dat met die stoutmoedige reizigers, wier naam onafscheidelijk verbonden is
+aan de ontdekkingen in Midden-Afrika, de beschaving allengs in die woeste streken doordrong. Aan het hoofd staat David Livingstone,
+na hem komen Grant, Speke, Burton, Cameron, Stanley, allen helden, die als weldoeners der menschheid een onvergankelijken
+roem zullen achterlaten.
+
+</p>
+<p>Toen het gesprek zoover gevorderd was, wist Harris hoe de twee laatste levensjaren van Negoro waren doorgebracht. De oude
+zaakgelastigde van den slavenhandelaar Alvez, de losgebroken gevangene van Loanda, stond weder voor hem zooals hij hem altijd
+gekend had, als iemand namelijk, tot alles in staat. Maar welke plannen Negoro had met de schipbreukelingen van de <i>Pelgrim</i>, wist Harris nog niet; hij vroeg het daarom zijn medeplichtige.
+
+</p>
+<p>&#8220;En wat zal je nu met die menschen uitvoeren?&#8221; vroeg hij.
+
+</p>
+<p>&#8220;De eene partij,&#8221; antwoordde Negoro, als iemand wiens besluit reeds sedert lang genomen is, &#8220;verkoop ik als slaven en de andere....&#8221;
+
+</p>
+<p>De Portugees eindigde niet, maar op zijn woest gelaat stond genoeg te lezen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welke zal je verkoopen<a id="d0e5180"></a><span class="corr" title="Bron: ">?</span>&#8221; vroeg Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;De negers, die mevrouw Weldon vergezellen,&#8221; antwoordde Negoro. &#8220;Die oude Tom is misschien niet veel waard, maar de andere
+zijn vier kloeke snaken, die veel geld zullen opbrengen op de markt van Kazond&eacute;!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal waar zijn, Negoro!&#8221; antwoordde Harris. &#8220;Vier flinke negers, gewoon aan den arbeid en zoo geheel anders dan het domme
+vee dat we uit het binnenland krijgen! Je zult ze duur verkoopen, daar kan je zeker van zijn! Slaven, die in Amerika zijn
+geboren en op de markten van Angola te koop worden aangeboden, zijn zeldzaam!&#8212;Maar, jongen ja, je hebt me nog niet verteld
+of er ook nog wat geld was aan boord van den <i>Pelgrim</i>?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O! maar een honderd dollars of wat, die ik nog gered heb! Gelukkig reken ik op eenige gelden die me nog toekomen......&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welke gelden, kameraad?&#8221; vroeg Harris nieuwsgierig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets!&#8221; .... antwoordde Negoro die tot zijn spijt meer gezegd had dan hij had willen loslaten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Er blijft nu nog alleen maar over je van die kostbare koopwaar meester te maken,&#8221; zeide Haris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou dat dan zoo moeilijk zijn?&#8221; vroeg Negoro.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen kameraad. Tien mijlen van hier, aan de Coanza, is op &#8217;t oogenblik een karavaan gekampeerd, aangevoerd door den Arabier
+Ibn Hamis, die alleen op mijn terugkomst wacht om naar Kazond&eacute; op weg te gaan. Er zijn bij die karavaan meer inlandsche soldaten
+dan noodig is om Dick Sand en zijn reisgenooten gevangen te nemen. Als nu mijn jonge vriend maar op de gedachte komt naar
+de Coanza te gaan.....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar z&agrave;l hij op die gedachte komen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker wel,&#8221; antwoordde Harris, &#8220;omdat hij het gevaar niet kan vermoeden <a id="d0e5206"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5206">100</a>]</span>dat hij daar loopt en te verstandig is om er aan te denken naar de kust terug te keeren langs denzelfden weg, dien we samen
+hebben afgelegd. Hij zou te midden van die onmetelijke wouden verdwalen. Hij zal dus stellig trachten een van de rivieren
+te bereiken, die naar de kust stroomen, om die dan op een vlot af te zakken. Hij kan geen ander besluit nemen en, ik ken hem,
+hij zal het nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja.... misschien!....&#8221; antwoordde Negoro, die de zaak overdacht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je moet niet &#8216;misschien&#8217; zeggen,&#8221; hernam Harris, &#8220;maar &#8216;zeker&#8217;. Ik voor mij ben er zoo zeker van, alsof &#8217;k mijn jongen vriend
+rendez-vous gegeven had aan de oevers van de Coanza!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu,&#8221; antwoordde Negoro, &#8220;op marsch! Ik ken Dick Sand. Hij zal zich geen uur ophouden en we moeten hem vooruit zien te
+komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Op marsch, kameraad!&#8221;
+
+</p>
+<p>Harris en Negoro stonden beiden op, toen het geluid, dat reeds eens de aandacht van den Portugees getrokken had, zich weder
+deed hooren. Het was een geruisch tusschen de stengels van de hooge biezen aan den oever.
+
+</p>
+<p>Negoro bleef staan en greep de hand van Harris.
+
+</p>
+<p>Plotseling deed zich een dof gebrom hooren en vertoonde zich een hond aan den voet van den snellen oever, met geopenden bek,
+gereed om een sprong te nemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dingo!&#8221; riep Harris.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dezen keer zal hij me niet ontsnappen!&#8221; antwoordde Negoro.
+
+</p>
+<p>Dingo was op het punt zich op hem te werpen toen Negoro, Harris het geweer uit de handen rukkend, driftig aanlei en vuur gaf.
+
+</p>
+<p>Een langgerekt, klaaglijk gehuil volgde onmiddellijk op de losbranding en Dingo verdween tusschen de dubbele rij struiken
+die de beek omzoomden.
+
+</p>
+<p>Negoro daalde dadelijk langs den steilen oever naar beneden.
+
+</p>
+<p>De biezen waren met bloeddruppels overdekt, en een lange roode streep was op de keisteenen van de beek zichtbaar.
+
+</p>
+<p>&#8220;Eindelijk heb ik met dat vervloekte beest eens afgerekend!&#8221; riep Negoro.
+
+</p>
+<p>Harris had, zonder een woord te spreken, dit gansche tooneel gadegeslagen.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Schijnt, Negoro, dat die hond een bijzonderen hekel aan je had.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat schijnt zoo, maar dat zal nu wel uit zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waarom had hij zoo&#8217;n pik op je, kameraad?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och! een oude zaak die we samen te vereffenen hadden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een oude zaak?&#8221; drong Harris aan.
+
+</p>
+<p>Negoro liet zich niet verder uit, en Harris besloot er uit dat de Portugees een of ander avontuur uit zijn verleden voor hem
+verzweeg, maar hij drong niet verder aan.
+
+</p>
+<p>Eenige oogenblikken later richtten zij zich, den loop der beek volgend, door het bosch, naar de Coanza.
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5158" href="#d0e5158src" class="noteref">1</a></span> Titel, dien men geeft aan de Portugeesche hoofden der nederzettingen van minderen rang.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="backmatter"><p class="div1"></p>
+<p>In deze editie van <span class="smallcaps">Jules Verne&#8217;s Wonderreizen</span>
+
+</p>
+<p>zijn de volgende deelen verschenen:
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Reis om de Wereld in 80 Dagen</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Reis naar de Maan in 28 Dagen</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Kinderen van Kapitein Grant</span>. Zuid-Amerika.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Kinderen van Kapitein Grant</span>. Australi&euml;.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Kinderen van Kapitein Grant</span>. Stille Zuidzee.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">20.000 Mijlen onder Zee</span>. Oostelijk Halfrond.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">20.000 Mijlen onder Zee</span>. Westelijk Halfrond.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Vijf weken in een Luchtballon</span>. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden van Afrika.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Het Geheimzinnige Eiland</span>. De Luchtschipbreukelingen.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Het Geheimzinnige Eiland</span>. De Verlatene.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Naar het Middelpunt der Aarde</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Michael Strogoff, de Koerier van den Czaar</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Het Zwarte Goud</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Avonturen van drie Russen en drie Engelschen</span>. Gevolgd door &#8220;De Blokkadebrekers&#8221;.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Een Kapitein van 15 jaar</span>. De Walvischjagers.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Een Kapitein van 15 jaar</span>. In Slavernij.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Schipbreuk van de Chancellor</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Wonderlijke Avonturen van een Chinees</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Eldorado en het Monsterkanon van Staalstad</span>. Gevolgd door &#8220;Meester Zacharias&#8221;.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Het Stoomhuis</span>. De IJzeren Reus.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Het Stoomhuis</span>. De Waanzinnige der Nerbudda.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Wonderstraal</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">De Zuidster</span>. Het Land der Diamanten.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Robur de Veroveraar</span>.
+
+
+</p>
+<p>Prijs per deel 75 Cent.
+
+
+</p>
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopieeren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org
+
+</p>
+<p>This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+</p>
+<h3>Codeering</h3>
+<p>Dit bestand is in de oude spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van
+de regel zijn hersteld.
+
+</p>
+<p>Hoewel in dit werk laag liggende aanhalingstekens openen worden gebruikt, zijn deze gecodeerd met &#8220;.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>17-MEI-2006 begonnen.
+
+</li>
+</ul>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e314">Bladzijde 5</a></td>
+<td width="40%">hebt</td>
+<td width="40%">heb</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e438">Bladzijde 8</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e531">Bladzijde 10</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%">&#8217;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e642">Bladzijde 11</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e810">Bladzijde 13</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1119">Bladzijde 19</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1147">Bladzijde 19</a></td>
+<td width="40%">vooral</td>
+<td width="40%">voorval</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1160">Bladzijde 20</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1180">Bladzijde 20</a></td>
+<td width="40%">anren</td>
+<td width="40%">anderen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1189">Bladzijde 20</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1247">Bladzijde 20</a></td>
+<td width="40%">breeiken</td>
+<td width="40%">bereiken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1365">Bladzijde 23</a></td>
+<td width="40%">paketbooten</td>
+<td width="40%">pakketbooten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1372">Bladzijde 24</a></td>
+<td width="40%">mischien</td>
+<td width="40%">misschien</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1375">Bladzijde 24</a></td>
+<td width="40%">verborgen heden</td>
+<td width="40%">verborgenheden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1400">Bladzijde 24</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1476">Bladzijde 26</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1530">Bladzijde 27</a></td>
+<td width="40%">Zeventiende</td>
+<td width="40%">Zevende</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1836">Bladzijde 32</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2307">Bladzijde 40</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2441">Bladzijde 43</a></td>
+<td width="40%">vogenden</td>
+<td width="40%">volgenden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2511">Bladzijde 44</a></td>
+<td width="40%">vijf-en veertig</td>
+<td width="40%">vijf-en-veertig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2522">Bladzijde 45</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2528">Bladzijde 45</a></td>
+<td width="40%">vier en-twintig</td>
+<td width="40%">vier-en-twintig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2643">Bladzijde 47</a></td>
+<td width="40%">aantewijzen</td>
+<td width="40%">aan te wijzen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2709">Bladzijde 49</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2711">Bladzijde 49</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2801">Bladzijde 50</a></td>
+<td width="40%">doo</td>
+<td width="40%">door</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3037">Bladzijde 54</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3146">Bladzijde 56</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3189">Bladzijde 57</a></td>
+<td width="40%">zeillen</td>
+<td width="40%">zeilen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3234">Bladzijde 58</a></td>
+<td width="40%">geven</td>
+<td width="40%">geve</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3237">Bladzijde 58</a></td>
+<td width="40%">zooveer</td>
+<td width="40%">zover</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3253">Bladzijde 58</a></td>
+<td width="40%">tu</td>
+<td width="40%">tuig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3367">Bladzijde 60</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3431">Bladzijde 61</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3500">Bladzijde 63</a></td>
+<td width="40%">o twaa</td>
+<td width="40%">of twaalf</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3534">Bladzijde 64</a></td>
+<td width="40%">Bar</td>
+<td width="40%">Bat</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3537">Bladzijde 64</a></td>
+<td width="40%">dick</td>
+<td width="40%">Dick</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3632">Bladzijde 66</a></td>
+<td width="40%">Scorpioenen</td>
+<td width="40%">Schorpioenen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3647">Bladzijde 66</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3725">Bladzijde 67</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3779">Bladzijde 68</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3797">Bladzijde 69</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3802">Bladzijde 69</a></td>
+<td width="40%">derrigste</td>
+<td width="40%">dertigste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3828">Bladzijde 69</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3839">Bladzijde 69</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3890">Bladzijde 70</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3973">Bladzijde 72</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4068">Bladzijde 74</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4145">Bladzijde 76</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4182">Bladzijde 77</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4335">Bladzijde 81</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4350">Bladzijde 81</a></td>
+<td width="40%">gedeelde</td>
+<td width="40%">gedeelte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4355">Bladzijde 81</a></td>
+<td width="40%">streken en</td>
+<td width="40%">streken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4377">Bladzijde 82</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4406">Bladzijde 82</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4436">Bladzijde 83</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4520">Bladzijde 84</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4644">Bladzijde 87</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4743">Bladzijde 88</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4779">Bladzijde 89</a></td>
+<td width="40%">Bendictus</td>
+<td width="40%">Benedictus</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4844">Bladzijde 90</a></td>
+<td width="40%">losloopen</td>
+<td width="40%">loskoopen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4917">Bladzijde 93</a></td>
+<td width="40%">Tanganykai-meer</td>
+<td width="40%">Tanganyika-meer</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4941">Bladzijde 94</a></td>
+<td width="40%">Kazonnd&eacute;</td>
+<td width="40%">Kazond&eacute;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5062">Bladzijde 97</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5068">Bladzijde 97</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5081">Bladzijde 97</a></td>
+<td width="40%">Acukland</td>
+<td width="40%">Auckland</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5180">Bladzijde 99</a></td>
+<td width="40%"></td>
+<td width="40%">?</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een Kapitein van 15 Jaar, by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR ***
+
+***** This file should be named 18425-h.htm or 18425-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/8/4/2/18425/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/18425-h/images/cover.jpg b/18425-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b0a00c0
--- /dev/null
+++ b/18425-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..fa3c587
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #18425 (https://www.gutenberg.org/ebooks/18425)