diff options
Diffstat (limited to '18412-0.txt')
| -rw-r--r-- | 18412-0.txt | 3322 |
1 files changed, 3322 insertions, 0 deletions
diff --git a/18412-0.txt b/18412-0.txt new file mode 100644 index 0000000..d09a69e --- /dev/null +++ b/18412-0.txt @@ -0,0 +1,3322 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Pleiters, by Jean Baptiste Racine + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Pleiters + +Author: Jean Baptiste Racine + +Translator: Abraham Bogaert + +Release Date: May 18, 2006 [EBook #18412] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE PLEITERS *** + + + + +Produced by Louise Hope, Frank van Drogen and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This +file was produced from images generously made available +by the Bibliothèque nationale de France (BnF/Gallica) at +http://gallica.bnf.fr) + + + + + + + DE + + PLEITERS, + + _BLYSPEL._ + + Uit het Fransch van den Heer RACINE. + + + [Illustration: + Proficit et Recreat.] + + t’AMSTELDAM, + + By d’Erven van ALBERT MAGNUS, op de + Nieuwendyk, in den Atlas, 1695. + + _Met Privilegie._ + + [Illustration] + + + + + DEN HEERE + + DAVID vander PLASS, + + Konstig Beeld. + + En + + Portret Schilder. + +Myn Nimf, die meer als eens gelukkig was, +Dat ze u vernoegde als zy haar Dichten las, +Verstout zich om, ô waarde VANDER PLASS! + U dus te groeten. +’t Mishaage u niet, dat zy, om zulk een eer +t’Erkennen, u haar Pleiters wyd, myn Heer, +En nevens die, haar hart demoedig neêr + Leit aan uw voeten. +De Schilderkonst, die zy waardeert en acht, +En nu weêr in haar eerste staat gebracht, +Heeft op haar ziel een onbepaalde macht + Door haar vermoogen. +En die, myn Heer, vliegt met de Poëzy +Haar Zúster, zelf d’onsterflykheid voorbij, +En twisten nooit om d’opperheerschappy + Met brandende oogen. +Te meer als zy, gelyk myn Nimf beschoud, +In diamant, en eeuwig duurzaam goud +Haar lof graveert, en op de gronden boud + Van groote lichten. +Ja uw penzeel, die zelf d’aloudheid tart, +En Aristiid doorluchtig steekt naar ’t hart, +Van schaduwen beneepen noch benart, + Weet van geen zwichten. +Zy, eer gewoon de Helden, trots van moed, +Te volgen door een zee van dierbaar bloed, +Daar d’eene op ’t hart van d’andre stoot en woed + Om d’oorlogszegen: +Of edeler, en van een grootzer aard, +Den vyand uit medoogen red en spaard, +Het Heldenbloed in d’aderen bewaard, + En haat den degen, +Volgt nu een trant die ’t doffe hart verheugd, +De rouw verkeert in uitgelaate vreugd; +Doch die niet wykt van ’t waare spoor der deugd, + Noch van de reden. +Zy volgt de pen van Aristophanes, +Die ’t bloedig spoor der groote Euripides, +Noch die de trant der wyze Sophocles + Niet na wou treeden. +Terentius heeft nooit zo zoet geboert +Menander heeft nooit op ’t Tooneel gevoerd +Een stuk, dat zo de harten heeft geroert + Om luit te schateren: +Noch Plautus heeft met Warnaar met den Pot, +Al lachchende de feilen zo bespot +Als hy: geen Spel had zulk een heerlyk lot + Noch deed zo klaateren. +En wy, myn Heer, wy waaren noch berooft +Van zulk een schat, indien dat Dichtren hooft +RACINE, die gelyk een zon verdooft + Alle andre lichten, +De laafte hand niet had aan ’t werk geleid, +De Griekse lof door zyn verstand verbreid, +En Dichters naam gewyd d’onsterflykheid + Door zyn gedichten. +Zy volgt van ver die groote baak in zee, +En zoekt by u een lieve en stille ree. +Dit wenschtze alleen, dit is alleen haar bee + Na zo veel vlagen. +Ontfangt ze dan met die genegentheid, +Als zy dit Spel aan uwe voeten leit, +En zie of een die zo bekoorlyk pleit + U kan behagen. + + ABRAHAM BÓGAERT. + + + + +Copie van de Privilegie. + +De Staten van Holland ende Westvriesland, doen te weten. +Also Ons vertoont is by de tegenwoordige Regenten van de +Schouwburgh tot Amsterdam. Dat sy Supplianten sedert eenige +jaren herwaerts met hunne goede vrinden hadden gemackt +en ten Tooneel gevoert verscheiden Wercken, soo van +Treurspelen, Blyspelen als Kluchten, welcke sy lieden nu +geerne met den druck gemeen wilden maecken, doch gemerkt +dat dese wercken door het nadrucken van anderen, veel van +haer luyster, soo in Tael als Spelkonst souden komen te +verliesen, ende alsoo sy Supplianten hen berooft souden +sien van hun bysonder oogwit om de Nederduytsche Tael en +de Dichtkonst voort te setten soo vonden sy hen genootsaekt, +om daer inne te voorsien, ende hen te keeren tot Ons, +onderdanigh versoeckende, dat wy omme redenen voorsz. de +Supplianten geliefden te verlenen Octroy ofte Privilegie, +omme alle hunne wercken reets gemaeckt ende noch in ’t licht +te brengen, den tyt van vyftien jaren alleen te mogen +drucken en verkopen of doen drucken en verkopen, met verbot +van alle anderen op seeckere hooge peene daer toe by Ons te +stellen ende voor’s in communi forma. Soo is ’t, dat Wy, +de Zake en ’t Versoek voorsz. overgemerkt hebbende, ende +genegen wesende ter bede van de Supplianten, uyt Onse rechte +wetenschap, Souveraine Macht ende authoriteyt deselve +Supplianten geconsenteert, geaccordeert ende geoctroyeert +hebben, consenteren, accorderen ende octroyeren mits +desen, dat sy geduurende den tyt van vyftien eerst +achtereenvolgende jaren de voorsz. werken die reeds gedrukt +zyn, ende die van tyt tot tyt door haer gemaect ende in ’t +ligt gebragt sullen werden, Binnen den voorsz. Onsen Lande +alleen sullen mogen drukken, doen drukken, uytgeven en +verkopen. Verbiedende daerom allen ende eenen yegelyken +de selve werken naer te drukken ofte elders naer gedruckt +binnen de selve Onsen Lande te brengen, uyt te geven ofte +te verkopen, op de verbeurte van alle de naargedrukte in +gebrachte ofte verkogte Exemplaren, ende een boete van drie +hondert guldens daer en boven te verbeuren, te appliceren +een derde part voor den Officier die de calange doen sal, +een derde-part voor den Armen der plaetse daer het casus +voorvallen sal, ende het resterende derde part voor de +Supplianten. Alles in dien verstande, dat Wy de Supplianten +met desen Onsen Octroye alleen willende gratificeren tot +verhoedinge van hare schade door het nadrucken van de +voorsz. werken, daer door in geenige deele verstaan, den +Inhoude van dien te Authoriseren, ofte te avouëren, ende +veel min de selve onder Onse protectie ende bescherminge +eenig meerde credit, aansien ofte reputatie te geven, nemaer +de Suppliante, in cas daar in yets onbehoorlijkx soude mogen +influëren, alle het selve tot haren laste sullen gehouden +wesen te verantwoorden, tot dien eynde wel expresselijk +begerende, dat by aldien sy desen Onsen Octroye voor de +selve Werken sullen willen stellen, daer van gene +geabbrevieerde ofte gecontraheerde mentie sullen mogen +maken; nemaer gehouden sullen wesen, het selve Octroy +in’t geheel ende sonder eenige Omissie daar voor te drukken +ofte te doen drucken; ende dat sy gehouden sullen zyn een +Exempelaer van alle de voorsz. werken, gebonden ende wel +geconditioneert te brengen in de Bibliotheecq van Onse +Universiteyt tot Leyden, ende daer van behoorlyk te doen +blyken. Alles op pœne van het effect van dien te verliesen. +Ende ten eynde de Suppliante desen Onsen consente Octroye +mogen genieten als naar behooren: Lasten wy allen ende eenen +yegelyken die ’t aengaen mach, dat sy de Suppliante van den +inhoude van desen doen, laten en gedogen, rustelyk, en +volkomentlyk genieten en cesserende alle beletten ter +contrarie. Gedaan in den Hage onder Onsen Grooten Zegele +hier aan doen hangen, den XIX September in ’t Jaer onses +Heeren en Zaligmakers duysent ses hondert vier en tachtig. + + G. FAGEL: + Ter Ordonnantie van de Staten + SIMON van BEAUMONT + +De tegenwoordige REGENTEN van de SCHOUWBURG, hebben het +recht der bovenstaande PRIVILEGIE, voor het BLYSPEL van DE +PLEITERS, vergund aan de Erfgenaamen van _Albert Magnus_. + + _Den 28 van Maart, 1695._ + + + + +VERTOONERS. + + DANDYN, _een Rechter_. + + LEANDER, _Zoon van Dandyn, Minnaar van Izabel._ + + JERONIMO, _een oud Burger._ + + IZABEL, _Dochter van Jeronimo._ + + DE GRAVIN VAN NARRESTYN, &c. &c. + + WOUTER, _Secretaris_} + } _van Dandyn._ + ORATYN, _Portier_ } + + VOLKERT. + +_’t Tooneel is te Parys, voor en in ’t huis van Dandyn._ + + + + +DE PLEITERS, + +_BLYSPEL_. + + + + +EERSTE BEDRYF. + + +_EERSTE TOONEEL._ + +ORATYN, _een groote zak met Processen met zich sleepende._ + +Ja; ’k zeg als noch, het is een zot die hem vertrouwt +Op dingen die hy hoopt, en niet met ’t oog beschouwt, +En, als een Ezel hem by d’ooren om laat leijen; +Want een die heden lacht, zal morgen zeker schreijen. +Een jaar geleên, liet van Gaskonje my van daan +Een Rechter komen, en nam my voor Switzer aan. +De kaale Fransjes, ha! die Jonkers zonder veeren, +Die dachten my toen met hun snoeven wat te scheeren; +Maar schoon Gaskonjer, ’k ben een krygsman in myn bloed; +’k Snoef meê van houwen, en van kerven, als verwoed. +Bloed! al die snoeshaans met hun a la mode kleeren, +Die kwamen my terstond hun dienst toen offereeren, +’t Was al Heer Oratyn uw dienaar. ’k Lach me slap! +Maar zonder geld lach ik met zulk een Ridderschap. +’k Kon voor een goed portier van d’Opera passeeren. +Men had goed kloppen, en my dus te lermoneeren, +Doch ’k het geen mensch in, of geld, geld was eerst het woord, +Geld moest’er wezen, of ik sloot aanstonds de poort; +’t Is waar, ’k moet aan myn Heer daar van een portie dokken; +Doch ’k win daar by; want zie, ik hou de grootste plokken. +’k Verzorg de kaarszen, ’t hooy, ’t papier, en kleinigheên, +En ik versta my op de kunst, van nul ’k hou een. +Maar hy is als de droes genegen tot dat zwessen, +Ja dag en nacht leit hy en prevelt van Processen, +Van Vonnis, van Apel, Sententie, Vierschaar, daar +Hy wil gaan eeten, en ook slaapen ’t heele jaar. +Ik zei wel hondertmaal myn Heer Dandyn, ik zweerje +Je staat te vroeg op alle morgens, hoe begeerje +Dan uit te teeren, en te sterven als een beest? +Eet, drinkt, en slaapt, want zie de wyn verheugd de geest. +Maar ’t was vergeefs. Hy heeft zyn rol zo lang gaan speulen, +Zo lang gewaakt, dat hy een slag heeft van de meulen. +Dan wil hy een voor een ons vonnissen; enfyn +Hij preuveld dag op dag een duivel van Latyn, +Daar ik geen woord van weet; ja, ’k hoor hem dikwils zweeren. +Dat hy wil slaapen in de muts en Rechters kleeren. +Hy deed zyn haan onlangs uit gramschap ’t hooft afslaan, +Omdat hy laater, als wel eer, was opgestaan: +Hy zei een Pleiter had, wiens zaak niet wel wou vlooten, +Hem listig omgekogt, en ’t beest gevult de pooten. +Ja wel, de pikken schen die zotten met elkaar. +Zyn zoon verbied my om te spreeken met zyn vaâr, +En laat hem dag en nacht van ons op straat bewaaken, +Want anders zou hy ’t hier in huis zo lang niet maaken. +Myn Heer, denkt list op list, om ons, hem toevertrouwt, +’t Ontsnappen, ik voor my, ik slaap niet meer; geen hout +Is ook zo mager als ik word, ’k doe niet als gaapen. +Maar hy mag waken dien het lust, ik ga wat slaapen: +Dit zal myn kussen zyn. Ik meen heel onbevreest +Van nacht te slaapen, want myn Heer slaapt als beest. +Kom, kom. + + +_TWEDE TOONEEL._ + +WOUTER, ORATYN. + +WOUTER. + Ho, Oratyn! + +ORATYN. + Ja wel... maar’k mag maar zwygen, +’k Vrees dat hy bang is dat ik hier de pip zal krygen. + +WOUTER. +Wat drommel doe je hier zo vroeg op straat te gaan? + +ORATYN. +Hoe, moet men altyd op verloore schiltwacht staan, +Een man bewaaren die niet doed als schreeuwen, tieren? +’k Loof ’t is een tovenaar, zo duivels kan hy gieren. + +WOUTER. +Wat zegje! + +ORATYN. + Hoor, ik zet hem bevende van kouw, +En geeuwende van vaak, hoe dat ik slaapen wou, +Geef een Request in, zei hy weêr, dat jy wilt slaapen. +Ja wel, zie daar, ’k begin weêr van ’t verhaal te gaapen; +Ik slaap al praatende; goe nacht. + +WOUTER. + Goenacht, ziedaar +Ik zweer je zo... maar zacht, ik hoor in huis gebaar. + + +_DERDE TOONEEL._ + +DANDYN, WOUTER, ORATYN. + +DANDYN _in ’t venster._ +Waar zyt gy Oratyn? Ô Wouter! + +WOUTER _tegen Oratyn._ + Stil. + +DANDYN. + Dat’s wonder, +Ik zie myn wachters noch om hoog in ’t huis, noch onder. +Dat ’s goed, ’k zal springen uit het venster op de straat, +Want zo ik wachte, en zy hier kwamen, was ’t te laat. + +WOUTER. +Hoe, springt de gek? + +ORATYN. + Ha! ha! dat’s beet, myn Heer. + +DANDYN. + Helpt, vrinden! +Helpt, dieven! moord! + +ORATYN. + Hou smoel, sta stil, of ’k zal je binden. + +WOUTER. +Ja, schreeuw maar. + +DANDYN. + Helpt, men dood me! + + +_VIERDE TOONEEL._ + +DANDYN, LEANDER, WOUTER, ORATYN. + +LEANDER. + Och, och! ’k vrees voor verraad; +Ras brengt een kaars hier, ’k hoor myn vader in de straat. +Wat doe je hier? wat wil je weêr zo vroeg beslechten? +’t Is nacht, waar loop je heên myn vader? + +DANDYN. + ’k Wil gaan rechten. + +LEANDER. +Wie rechten? ’t slaapt hier al. + +ORATYN. + Ik niet, dat schut ik Heer. + +LEANDER. +De zakken hangen hem tot op zyn schoenen neêr! + +DANDYN. +’k Wil in drie maanden in myn huis niet weder komen, +Des heb ik zakken en Processen meêgenoomen. + +LEANDER. +Wie zal je voeden? + +DANDYN. + Wie? ik denk de slager. + +LEANDER. + Maar, +Waar zal je slaapen? + +DANDYN. + In de Vierschaar, dat is raar. + +LEANDER. +Neen, eet en slaapt in huis, dat zal u beter voegen +Als in de Vierschaar; laat uw hof u vergenoegen. +Ei, vader, laat myn raad zo veel op uw gemoed +Vermogen; denkt om uw gezondheid, die... + +DANDYN. + Heel goed, +Ik wil ziek wezen. + +LEANDER. + Gy zyt ziek genoeg; ga heenen, +Leg u te rust, gy hebt geen vlees meêr aan jou beenen. + +DANDYN. +Te rust! gelykt ge u zelf by my? meent gy, wat smaat! +Als dat een Rechter niet te doen heeft als de straat, +Gelyk een schytvalk, met de degen wat te vegen? +Met knechts te zwerven, dan door ’t hof, dan langs de wegen? +Mooy weer te speelen steeds in kroegen zonder tal? +Des daags naar ’t dobbelschool te loopen, ’s nachts naar ’t bal? +Ha! geld te winnen is van grooter consequentie. +Elk zo een strikje kost uw vader een sententie. +Myn rok maakt u beschaamt. Gy, gy een Rechters zoon! +Foei, schaam je wat, gy speelt voor edelman, ô hoon! +Wel aan Dandyn, wil in uw kamer eens verschynen, +Bezie de beelden der doorluchtige Dandynen, +Dat waaren mannen, ha! en Rechters van verstand, +Zy sliepen in de rok, om vroeg weêr by der hand +Te wezen. Kom, bezie de giften van een Rechter +By die van een Baron, en oordeel dan wie slechter, +En kaalder wezen zal in ’t einde van het jaar. +Wat is doch een Baron meêr als een kerkpilaar! +Hoe veel zaagt gy ’er wel van die gekante baazen, +Hier in myn woelig hof, in hunne handen blaazen, +En trentelen van kouw, tot dat zy, om by ’t vuur +Te komen, moesten ’t spit by na de derd’half uur +Omdraijen. Welk een spyt! denkt gy wel om uw Broeder? +Zyn dit de lessen van uw afgestorve moeder? +Die arme Magdaleen! ach, ’k denk noch, hoe die vrouw, +Geen Audientie, hoe gering, verzuimen zouw; +Nooit, nooit verliet zy my, en ’t is my niet vergeeten +Wat zy daar dikwils al van daan bragt; ja de speeren, +De slagers doeken had zy meê genoomen, om +Met leege handen niet te komen wederom. +Zo kan het huis bestaan. Loop zot, gy lykt niet nader +Als een kaale edelman. + +LEANDER. + Maar gy verstaft, myn vader. +Kom, Oratyn, gelei uw meester, hy word moe, +Leg hem te bed, en sluit de deur en ’t venster toe; +Gy zult hem koesteren, en op zyn stuipen letten. + +ORATYN. +Wilt dan te minste een zotte oppasser by hem zetten. + +DANDYN. +Wat recht hebt gy om my naar bed te brengen? zoet, +Verkrygt eerst een Arrest dat ik gaan slaapen moet. + +LEANDER. +Wel, vader, ga maar by provisie naar d’Alkove. + +DANDYN. +’k Zal gaan, maar eer ik slaap, wil ik veel eer gelooven, +Dat gy zult dol zyn. + +LEANDER. + Wel. Ik zie hem eind’lyk gaan. +Dat men hem niet verlaat. Gy Wouter blyft wat staan. + + +_VYFDE TOONEEL._ + +LEANDER, WOUTER. + +LEANDER. +’k Wil u een groot geheim, dat my beknelt, verklaren. +Ach! Wouter, ach! + +WOUTER. + Hoe, Heer, moet men u ook bewaaren? + +LEANDER. +Dat scheelt niet veel. Helaas! myn zotheid is zo groot +Als Vaders zotheid, ja noch grooter, was ik dood! + +WOUTER. +Hoe, wilt ge ook rechten? + +LEANDER. + Ei zwygt stil, en hoort me aandachtig. +Kent gy dat huis wel? + +WOUTER. + Ha, nou vat ik je; waarachtig +De liefde Heer zit jou al vroeg om ’t hart, ja wel! +Wou jy niet spreeken van Mejuffrouw Izabel? +Heb ik jou niet gezeit, dat jou geen schoonheid nader... +Maar jy moet weten, dat Jeronimo haar Vader, +Zyn goed met pleiten meest heeft door het gat gejaagt. +Wie duivel heeft hy in Parys niet al gedaagt? +’k Vrees sterft hy niet, hy zal heel Frankryk niet verschoonen; +Daarom is hy dicht by zyn Rechter komen woonen. +Jou vaar wil rechten, hy wil pleiten, wel zie daar +Het zal me nieuw doen by myn zoolen, of haar vaar, +Eer gy zyn dochter krygt, niet noch zo ver zal komen, +Dat hy stout dagen zal myn Heer de Paus van Romen. + +LEANDER. +’k Weet dat zo als gy; maar spyt zyn pleitzucht, ’k zweer, +Ik sterf voor Izabel. + +WOUTER. + Wel, trouwt haar dan, myn Heer; +Ja toch, spreek maar een woord, het zyn gedaane zaaken. + +LEANDER. +Neen, ’k zie geen kans om daar zo maklyk aan te raaken. +Helaas! haar vader is t’ontmenscht, ik ken zyn keur; +Het moet te minsten een Deurwaarder, Curateur, +Of een van ’t Hof zyn, die haar zien mag, en erlangen. +Zy zit onzichtbaar in haar huis als een gevangen; +Zy ziet haar jongmeid vaak met traanen overlâan, +Myn liefde in rook, haar goed in ’t pleiten heel vergaan. +Zo ik hem voort laat gaan, hy zal haar ruineeren. +Kent ge een bedrieger, die een man noch heet met eeren, +Die trouw zyn vrienden dient, als hy geloont werd? +Een ivrig dienaar. + +WOUTER. + Wel, myn Heer, ’k loof ja, of neen. + +LEANDER. +Maar zouder noch... + +WOUTER. + Myn Heer, was noch myn vaar in ’t leven, +Dat was een man die jou in ’t minst niet zou begeven. +O! ’t was een vent, myn Heer, van d’andre weereld; hy +Bedroog heel Frankryk met zyn wytze opsneiery. +Hy kon, spyt Makelaar, de rechte konst van ’t liegen; +Ja zou de Duivel zelf door zyn verstand bedriegen: +En praaten, Brugman was een kreng maar by die vent: +Zyn daaden stonden op zyn voorhooft vast geprent. +Hy zou een Prince koets doen stil staan; ja zou zweeren +Als jy maar geld gaf, dat je zelf niet zoud begeeren. +Hy was zo gaauw, liet jy hem twintig kroonen zien +Om tien valsche eeden, o! hy kreeg ’er negentien. +Maar wat ’s de vraag? ben ik geen zoon van zulk een meester? +Ik zal jou dienen. + +LEANDER. + gy! + +WOUTER. + Ja toch, myn Heer, ei, vreest’er +Niet eens voor. + +LEANDER. + Durft ge een valsch Exploot den vader wel +In handen geven? + +WOUTER. + Ja. + +LEANDER. + Durft gy aan Izabel +Een brief bestellen? + +WOUTER. + Ja, al was het aan de drommel, +Ik kan twe konsten. + +LEANDER. + Kom, my dunkt ik hoor gestommel, +Het is Jeronimo, ik ken zyn schreuwen; ’k zal +U in myn huis, de zaak ontdekken heel en al, + + +_ZESDE TOONEEL._ + +JERONIMO, ORATYN. + +JERONIMO, _weggaande en wederkomende_. +Bewaar het huis wel, ’k kom straks weêr, laat jou beleezen +Van niemand, om om hoog te gaan, of jy meugt vrezen. +Bestel de brief terstond aan ’t posthuys van Soutfleur; +En brengt de Haas, omtrent half vyf myn Procureur. +Indien zyn Klerk hier komt, zo schenkt hem eens Rossolis, +Of uit myn fles, die in het hok staat, daar de kool is, +En geef hem dan de zak, die aan de trap hangt, meê. +Laat zien, ’k vergeet nu niet. Ja; maakt de boonen reê +Ik ben noch nochteren. Misschien zal naar my vragen +Een magerachtig man, die zomtyds heele dagen +Op myn Comptoir zit, en geduurig voor my zweert, +Wanneer myn weerparty getuigenis begeert; +Maar laat hem wachten. ’k Vrees myn Rechter mogt aars uit zyn, +’t Is reeds by vieren, en dan zou myn zaak verbruit zyn. + +ORATYN, _de deur half open doende_. +Wie daar? + +JERONIMO. + Ei, kan me uw Heer eens spreeken? + +ORATYN, _de deur toe doende_. + Neen. + +JERONIMO. + Maar wel +Zyn Secretaris? + +ORATYN. + Neen, zeg ik, loop naar de Hel. + +JERONIMO. +Noch zyn Portier? + +ORATYN. + Ja toch, alree man, wilt maar klinken, +Ik ben de man. + +JERONIMO. + Myn Heer, ei, neem, en wilt eens drinken +Op myn gezontheid. + +ORATYN. + Ha! uw dienaar, ’k dank je zeer, +Maar kom eens morgen. + +JERONIMO. + Wel, geef my myn geld dan weêr. +Och, in Parys begint het alles te verkeeren! +My heugt noch dat men kost gemaklyk procedeeren, +Ja, gaf me een Rechter maar een gulden vyf of zes, +Het was voort fiat, al waart tegen een Princes. +Maar nu geloof ik niet, dat ik met al myn zinnen, +Noch al myn goed, een blood Portier zou kunnen winnen. +Maar, ’k zie daar de Gravin van Narrestyn, veel licht +Komt zy hier ook zo vroeg om zaaken van gewicht. + + +_ZEVENDE TOONEEL._ + +JERONIMO, DE GRAVIN. + +JERONIMO. +Mevrouw, gy komt te laat. + +GRAVIN. + Zei ik het niet! warachtig +Myn knechten maaken my noch dol, niet een is machtig +Om ’s morgens op te staan, al schreeuw ik al myn best; +Wil ik haar hebben, ’k moet haar haalen uyt het nest. + +JERONIMO. +Hy doet hem zekerlyk miszaken. + +GRAVIN. + ’k Heb myn Rechter +Schier in een heele dag niet spreeken konnen. + +JERONIMO. + Echter +Is myn party zeer sterk; ’k moet vreezen. + +GRAVIN. + Wist gy Heer, +Wat my gedaan wierd, gy beklaagde u nimmermeer. + +JERONIMO. +Indien ik evenwel goed recht heb... + +GRAVIN. + Van uw leven +Zaagt gy zo geen Arrest. + +JERONIMO. + ’k Wil my gevangen geven; +Ja, ’k stel de zaak aan u, ei, luister, ’k ben begaan. + +GRAVIN. +Hoor die trouwloosheid, ach, myn Heer, ei, hoord ze eens aan. + +JERONIMO. +De zaak liep geen gevaar. + +GRAVIN. + Myn heer, laat ik je eens zeggen... + +JERONIMO. +Dit is de zaak; hy is in ’t minst te wederleggen. +’t Is achtien jaaren, of de twintig haast geleên, +Wanneer een Ezel liep dwars door myn velden heên, +Daar hy zich wentelde niet zonder groote schaade; +’k Ga met een Rechter van het dorp daar op te raade, +’k Doe myn beklag, men vat den Ezel by de kop; +Men stelt een middel voor, men acht de schaaden op +Een heel voer Hooy: in ’t end, na schier een jaar geleeden, +Wordt my de bank ontzeit door ’t Vonnis, buiten reeden; +Ik Appelleer; (ei, let wel op de zaak, Mevrouw) +Terwyl ik door Arrest myn zaak bevordren wouw, +Krygt zekre vriend van my, geacht voor een der beste, +Voorzeker zomme gelds, voort Vonnis by Requeste, +En ik, ik win myn zaak. Wat doed men? myn party +Stelt tegen d’Excuters van ’t Vonnisse van my +Een ander Accident. Terwyl dit zo blyft steeken, +Laat myn Party, toen een vlucht Hoenders, ’t hok uitbreeken, +En vliegen op myn land, daar wierd belooft, (’t is mooy +Mevrouw) men zou aan ’t Hof Raport doen, hoe veel hooy +Een Hoen wel eeten op een dag kon. Dit wierd wonder +Wel by ’t Proces gevoegt. Dit stond een tyd lang, zonder +Ik kon verneemen op de zaak wel wierd betracht; +Doch my wierd d’uitspraak op de zesde April gebracht, +Met veel omstandigheên van woorden die ’k myn leven +Aan geene zaaken van het Hof had hooren geven. +Mevrouw, ik schreef toen weêr op nieuwe kosten; ’k Dien, +’k Formeer, ’k Eisch, ’k Antwoord, ’k ga te raa met wyze liên, +Door Informatien, Raporten, door Relieven, +En door Transporten, en Explooten, en door Grieven, +Door nieuwe Fyten, voorts Verbaal, Proces Verbaal. +’k Kryg Brieven van Bevel, daar ik schier in verdwaal. +’k Bragt vruchtloos voor den dag wel dartig goede Explooten, +Tien Apostillen, hegt en vierkant op haar kooten, +Verstekken twintig, en Producten zonder tal, +Met tien Instantien, ja wel Mevrouw, ’k word mal, +Toon ’t Vonnis: en ’k verlies de zaak met al de kosten, +Die schier op duizend pond beloopt, met al die posten. +Is dat gerechtigheid? och! heet dat recht doen, naar +Ik heb geprocedeert by na de twintig jaar? +Een toevlucht is ’er noch daar ik op heb te hoopen; +’t Request Civiel, Mevrouw, dat is noch voor my oopen: +’k Geeft noch niet op. Maar gy, komt ge om te pleiten hier? + +GRAVIN. +Och, mogt ik! + +JERONIMO. + ’k Zal myn boek verbranden in het vier. + +GRAVIN. +Ik... + +JERONIMO. + Duizend pond, voor twe voer hooy, waar zal ’t belenden! + +GRAVIN. +Al myn Processen, Heer, die liepen nu ten enden, +Daar scheelden vier of vyf maar van de kleinsten an; +Een tegens myn Papa, myn Kinderen, en Man. +Helaas! myn Heer, ik kan niet half aan u verklaaren, +Wat listen my niet, van die drie, zyn wedervaaren; +Wat zy niet deeden. Maar men heeft haar by Arrest +De macht gegeven, na veel smeekens by Request, +Mits my te voeden naar myn staat, en te palleeren, +My te verbiên, van ooit weêrom te procedeeren. + +JERONIMO. +Te procedeeren! + +GRAVIN. + Ja. + +JERONIMO. + Mevrouw, zie daar, ’k verstom! +Dat is een trek! + +GRAVIN. + Myn Heer, ik word’er raazend om. + +JERONIMO. +Hoe, zo de handen van Gravinnen zelf te binden! +Maar’t onderhoud, Mevrouw, is’t groot dat gy zult vinden? + +GRAVIN. +Ik kan der deftig van bestaan, myn Heer, maar, ach! +Waar is vernoeging, waar? als men niet pleiten mag! + +JERONIMO. +Die schrobbers zouden ons tot op ’t gebeente uit knaagen, +En zou men zwygen? maar, Mevrouw, durf ik u vraagen +Hoe lang gy hebt gepleit? + +GRAVIN. + Dat weet ik niet zo net; +Maar, ’k schat het dartig jaar. + +JERONIMO. + Niet langer! + +GRAVIN. + Ach! myn bed... + +JERONIMO. +Wat jaaren hebt gy wel? gy zyt noch fris van leeden. + +GRAVIN. +Omtrent de zestig. + +JERONIMO. + Goed. Wilt vry die tyd besteeden. + +GRAVIN. +Zy doen haar best vry, ’k zal ’t niet steeken laaten, neen, +Al zou ik aan ’t Proces myn laatste hemd besteên. + +JERONIMO. +Mevrouw, dit moest gy doen, geen weg is voor u nader. + +GRAVIN. +Och, ja, myn Heer, ’k geloof u als myn eige vader. + +JERONIMO. +’k Zou by myn Rechter gaan. + +GRAVIN. + Och ja, ik zalder gaan. + +JERONIMO. +My werpen aan zyn voet. + +GRAVIN. + ’k Zal my daar werpen aan; +Ik ben geresolveert. + +JERONIMO. + Maar laat my eerst verklaaren. + +GRAVIN. +Gy vat de zaak, en laat d’omstandigheden vaaren. + +JERONIMO. +Hebt gy gedaan? + +GRAVIN. + Ja, Heer. + +JERONIMO. + ’k Zou dan op staande voet +Gaan by myn Rechter. + +GRAVIN. + Och, myn Heer, wat zyt ge goed! + +JERONIMO. +Wel, als gy spreeken wilt, Mevrouw, dan zal ik zwygen. + +GRAVIN. +Och, wat verplicht gy my, myn Heer! ik zal haar drygen... + +JERONIMO. +’k Zou by myn Rechter gaan, en zeggen hem... + +GRAVIN. + Ja. + +JERONIMO. + Ziet; +Ik zou hem zeggen, Heer... + +GRAVIN. + Ja, Heer. + +JERONIMO. + Bind my... + +GRAVIN. + Ik niet; +’k Wil niet gebonden zyn. + +JERONIMO. + Bruy heên dan. + +GRAVIN. + Hoe my binden! +My, Heer! hoe my! + +JERONIMO. + Och, waar zal men haar weêrga vinden. + +GRAVIN. +Neen toch niet. + +JERONIMO. + Maar, gy weet niet waar ik komen zal. + +GRAVIN. +’k Zal pleiten, pleiten, ja myn Heer, ik ben niet mal. + +JERONIMO. +Maar ’k zal u... + +GRAVIN. + Maar, myn Heer, ’k wil niet gebonden wezen. + +JERONIMO. +Och, in de vrouwen is de zotheid klaar te lezen! + +GRAVIN. +Zot! gy zyt zelver zot. + +JERONIMO. + Mevrouw... + +GRAVIN. + My binden! maar +Waarom? + +JERONIMO. + Mevrouw... + +GRAVIN. + Ei, kyk! hy maakt zich familjaar. + +JERONIMO. +Mevrouw... + +GRAVIN. + Een oude nar, die niet en doet als schraapen, +Wil Adviseeren! + +JERONIMO. + Maar... + +GRAVIN. + Loop by jouw Ezel slaapen. + +JERONIMO. +Niet hoger. + +GRAVIN. + Gauwert, loop bewaar uw Hooy wel. + +JERONIMO. + Ach! +Het loopt te hoog. + +GRAVIN. + Weg zot. + +JERONIMO. + Had ik getuigen! + + +_ACHTSTE TOONEEL._ + +ORATYN, JERONIMO, DE GRAVIN. + +ORATYN. + ’k Lach +Me slap! zy komen schoon voor ’t huis myn meester vieren. +Myn Heer, Mevrouw, vertrekt eens aanstonds met jouw tieren. + +JERONIMO. +Myn Heer, getuig eens... + +GRAVIN. + Dat hy zot is, is’t niet waar? + +JERONIMO. +Myn Heer, dat hoor jy, ei, onthou dat woortje maar. + +ORATYN. +Mevrouw, jy moet het woord van zot wat binnen houwen. + +GRAVIN. +Myn heer, hy komt my pas voor een zottin t’aanschouwen. + +ORATYN. +Zottin, Mevrouw! zottin! waarom scheld gy, Mevrouw? + +JERONIMO. +Ik raa haar maar... + +ORATYN. + Och! och! + +GRAVIN. + Dat men my binden zou. + +ORATYN. +Och, och, myn Heer. + +JERONIMO. + Waarom laat zy my eerst niet spreken? + +ORATYN. +Och, och, Mevrouw. + +GRAVIN. + Hy my verwyten myn gebreeken! + +JERONIMO. +Een schreeuster. + +ORATYN. + Zagt, myn Heer. + +GRAVIN. + Een kakelaar. + +ORATYN. + Hou, hou. + +JERONIMO. +Die niet meêr pleiten durft. + +GRAVIN. + Wat duivel raakt dat jou? +Heb jy ’er nadeel by, zeg vent, schurk, schelm, verrader? + +JERONIMO. +Goed, goed, de duivel een Steeboo, kom, kom. + +ORATYN. + Niet nader. + +GRAVIN. +Een Exploteur, kom, kom. + +ORATYN. + Waarachtig, ’k zie nu klaar, +Dat Rechters, Pleiters maar zyn zotten met elkaar. + +_Einde van het eerste bedryf._ + + + + +TWEDE BEDRYF. + + +_EERSTE TOONEEL._ + +LEANDER, WOUTER, _gekleed als een Exploteur_. + +WOUTER. +Ik kan ’t alleen niet doen, dat zeg ik noch, dat waar is; +Speel jy de rol, myn Heer, terwyl van Commissaris, +Als ik voor Exploteur de rol speel; doe niet meer +Als volgt my na maar, in de rok van zulk een Heer, +Dan hebt gy kans genoeg om Izabel te spreeken. +Verander uw paruyk, en toon u onbezweeken; +Trek zomtyds kreuken in uw voorhooft; tree heel wyd. +De Pleiters zullen niet eens droomen wie gy zyt. +Zy gaan voor dou en dag om met uw vaâr te spreeken +Van haar Proces, daar zy vaak schreiende om staan smeeken. +Mevrouw van Narrestyn ontmoete my daar zo +Of ’t wezen wou, en vroeg, of ik Jeronimo +Uit kragt van dit Exploot, wel uit haar naam wou daagen +Ik zei; ja toch, Mevrouw, dat is niet waard te vraagen, +Ik ben uw dienaar, en zy gaf my een Dukaat. +Wat dunkt u van ’t begin? ’t Exploot, myn Heer, bestaat +In duizend tarmen; dat hy haar voor weinig uuren +Had uitgescholden, in presentie van haar buuren +Voor een zottin, en wou dat men haar binden zou; +Dat zy begeerde, als zynde een fraije en wyze vrouw, +Hersteld te zyn, van zo veel lasteren en tieren, +Daar zy gemeenlyk de Processen meê versieren. +Maar, apropo, hoe komt myn kleeding u te veur? +Heb ik de mienen wel Heer, van een Exploteur? + +LEANDER. +Heel wonder wel. + +WOUTER. + Ja wel, ik weet niet; maar myn zorgen +Zyn tienmaal minder, als zy waaren deze morgen. +Dit is ’t Exploot, myn Heer, en dat de Brief; zie daar +Ik zweer dat Izabel ze hebben zal, alwaar +Haar vaâr daar by; maar om ’t Contrakt wel t’onderschryven, +Moest gy me volgen, en in ’t werk niet steeken blyven. +Zo gy maar veinzen kunt, zult gy de rol heel licht +Van Minnaar speelen voor haar Vaders aangezicht. + +LEANDER. +Maar gy moest t’eene niet voor ’t andere bestellen. + +WOUTER. +Rust jy jouw hooft maar Heer; dit ’s ’t huis, ik zal eens schellen. +Vertrekt. + + +_TWEDE TOONEEL._ + +IZABEL, WOUTER. + +IZABEL, _van binnen_. + Wie klopt daar? + +WOUTER. + Vriend, doet op. ’t Is Izabel. + +IZABEL. +Wie wou jy spreeken, Heer? + +WOUTER. + Mejuffrouw, ’k wenschte wel, +Dat ik de goedheid, van uw heusheid mogt erlangen, +Dat gy dit klein Exploot woud van myn hand ontfangen. + +IZABEL. +Vergeef my dat, myn Heer, ’k heb nooit daar in gedaan. +Myn Vader komt zo ’t huis, die zal u best verstaan. + +WOUTER. +Is hy niet ’t huis, Juffrouw? + +IZABEL. + Neen. + +WOUTER. + Daar ’s niet aan bedreven, +Wyl ’t onder uwe naam alleen maar is geschreven. + +IZABEL. +Gy zyt verkeert, myn Heer, ’k hou van die kanker niet, +Die dag en nacht vreet, met de nasmaak van verdriet. +Zo niemand niet meer hield als ik van ’t procedeeren, +Jy, en jouw aanhang mogt wel voort wat anders leeren. +Vaar wel. + +WOUTER. + Maar hoor... + +IZABEL. + Neen, neen; uw praat is my niet lief. + +WOUTER. +’t Is geen Exploot. + +IZABEL. + Wat dan, een Liedje? + +WOUTER. + ’t Is een Brief. + +IZABEL. +Noch minder. + +WOUTER. + Lees ze reis. + +IZABEL. + Neen, neen; daar schuilt wat achter. + +WOUTER. +’t Is van myn Heer... + +IZABEL. + Vaar wel. + +WOUTER. + Leander. + +IZABEL. + Spreek wat zachter. +’t Is van myn Heer... + +WOUTER. + Ja wel! ik heb me schier bedaan, +Dat jy me hooren, en myn boodschap zoud verstaan. + +IZABEL. +Verschoon me, ging ik in myn drift my wat te buiten. +Ei, geef. + +WOUTER. + Je moest de deur my voor de neus toesluiten. + +IZABEL. +Nou, Wouter, ’k kon je zo vermomd niet van koleur. +Kom, geef. + +WOUTER. + Hoe, sluit je voor een eerlyk man de deur? + +IZABEL. +Ja, geef maar. + +WOUTER. + Bloed! + +IZABEL. + Loop heen... + +WOUTER. + Daar lees ze maar van binnen; +Weest op een andre tyd zo haastig niet van zinnen. + + +_DERDE TOONEEL._ + +JERONIMO, IZABEL, WOUTER. + +JERONIMO. +Hoe! ’k moet een zot zyn in haar oog, ja toch, en meer. +Goed, goed. Een Exploteur heeft last haar voor die eer +Te danken; ’k zal haar haast die zotte klap verleeren, +O, ’t zou me leet zyn dat zy haar wou exkuzeeren, +Of dat ik eerst van haar gedaagt zou worden. Maar +Wat drommel voor een vent spreekt met myn Dochter daar? +Zy leest een brief; och, och! ’t zal van een Vreyer wezen. +’k Zal luisteren. + +IZABEL. + Heel wel; maar mag ik zonder vrezen +Uw Heer gelooven? + +WOUTER. + O, gy kunt hem heel gebiên; +Hy kwelt hem zo; hy zal u* dezen dag doen zien, + *_ziende Jeronimo._ +Dat niemand tegen haar in ’t minst kan procedeeren. + +IZABEL. +’t Is vader. Zeg haar vry, dat wy ons weinig keeren +Aan snoeven; dat men hier om haar vervolging lacht. +Daar zie, hoeveel men uw Exploot en dreigen acht. + +JERONIMO. +Hoe, heeft myn Dochter een Exploot van u geleezen? +Myn kind, gy zult de roem noch van uw afkomst weezen. +Kom, kom myn eenigste, myn Dochter, kom myn bloed, +Nu zie ik, dat gy wel bewaaren zult uw goed. +Wat mag uw vader niet van uwe jaaren hoopen! +Myn kind, ’k zal u van daag het Corpus Juris koopen; +Maar scheur d’Explooten niet. + +IZABEL. + Wel zeg haar dat ze my +Plazier zal doen; dat ik haar uittart; zeg dat vry. + +JERONIMO. +Versteur je niet. + +IZABEL. + Vaarwel. Wat zal men noch beleeven! + + +_VIERDE TOONEEL._ + +JERONIMO, WOUTER. + +WOUTER. +Kom, Appelleeren wy. + +JERONIMO. + Ei, wilt het haar vergeeven, +Zy is noch jong en los. Daar zyn de stukken weêr; +’k Zal zo jy ’t goed vind, haar weêr zamen zetten Heer. + +WOUTER. +Neen. + +JERONIMO. + ’k Zal ’t wel leezen. + +WOUTER. + ’k Ben geen gek, hoe zal ’t hier lukken? +Ik heb noch wel Copy. + +JERONIMO. + Ik prys in ’t minst haar nukken, +Maar hoe ’k u meer bezie, hoe ik u minder ken, +Myn Heer, ik ken nochtans veel Exploteurs. + +WOUTER. + Ik ben +Maar onlangs Exploteur geworden. + +JERONIMO. + ’t Kan wel wezen +Maar voor wie kom je. + +WOUTER. + Voor een Juffrouw, die by dezen +Myn Heer, haar dienst bied, en wel wenschte, dat myn Heer, +Op myn Sommatie deed herstelling van haar eer. + +JERONIMO. +Herstelling? ’k heb geen mensch beleedigt, noch geschonden. + +WOUTER. +’k Loof dat uw tong Heer, op dien tyd was vast gebonden. + +JERONIMO. +Wat wil je dan? + +WOUTER. + Myn Heer, zy wenschte wel dat gy +Zo goed was, dat gy haar in ’t by zyn eens van my, +Voor wys verklaaren woud, by dit geschreeve Expresse. + +JERONIMO. +De droes! t’is myn Gravin. + +WOUTER. + Zy is uw dienaresse. + +JERONIMO. +Ik ben haar dienaar, Heer. + +WOUTER. + Myn Heer, gy zyt beleeft. + +JERONIMO. +Zeg, dat een Exploteur van my de last al heeft +Haar aan te zeggen, dat zy wil op my verhaalen. +Hoe? die beleedigd is, zal die de straf betaalen? +Maar ’k moet haar toon eens zien, hun... _d’eerste dag van Maart. +Om dat hy valschelyk heeft voor zottin verklaart, +Daar toe vervoert door snoode en valsche pleiterye, +De hooge en machtige Mevrouw, Katryn Sophye, +Gravin van Narrestyn, van Bobskop, Rontombont; +Zo werd hem aangezeit, dat hy zich zal terstond +Vervoegen aan haar huis, alwaar hy, voor zyn schennen, +Zal zyn gehouden voor Notaris te bekennen, +En vier getuigen, dat hy Heer, Jeronimo +Haar kent voor wys, voor arg, voor schrander, vroed en snoo, +En niet voor zot, maar van een groote Exprejentie. +De Goede._ Volgt den naam dan van uw Excelentie? + +WOUTER. +Om u te dienen, Heer. Men moet aan my ’t afgront +Voldoen. + +JERONIMO. + De Goede. Nooit Exploot ik zo getekent vond. +Myn Heer de Goede. + +WOUTER. + Heer. + +JERONIMO. + Gy zyt een guit der guiten. + +WOUTER. +Ik ben een eerlyk man, sluit vry die naam daar buiten. + +JERONIMO. +Gy zyt de grootste schelm die ik in Frankryk ken. + +WOUTER. +Vergeef me dat, myn Heer, gy hebt abuis; ik ben +Uw dienaar, gy zult my myn moeite wel betaalen. + +JERONIMO. +Betaalen? ik? ja met een oorvyg. + +WOUTER. + Wilt niet draalen, +Je bent daar t’eerlyk toe, je zult me wel voldoen. + +JERONIMO. +Je maakt me dol, daar ’s geld. Heb jy noch meer van doen? + +WOUTER. +Een oorvyg? schryven wy. _Dewelke na veel vlagen, +My Exploteur, zo om myn ooren heeft geslaagen, +Dat door de slag myn hoed gevallen is._ + +JERONIMO. _hem schoppende_. + Kom, stelt +Dat meê daar by. + +WOUTER. + Heel goed, myn Heer, dat ’s kontant geld, +Dat had ik wel van doen. _En daar met meê te vreden, +Heeft hy verdubbelt met zyn voet, zyn zotte reden._ +Za wakker. _Boven dat, had hy, als dol van spyt, +’t Proces verscheurt, zo ik ’t daar voor niet had bevrijd._ +Kom fynman, dat gaat wel, ’k zal nu geen woord meer spreken. +Doe jy je best maar. + +JERONIMO. + Schelm. + +WOUTER. + Za, laat’et noch niet steeken, +Kom noch wat slagen, dan zal ’t wel zyn. + +JERONIMO. + ’K zal schavuit, +Haast weeten, of gy ook een Exploteur zyt, guit! + +WOUTER _zich in postuur zettende om te schryven_. +Kom, sla maar toe, ik heb vier kinderen te voeden. + +JERONIMO. +Vergeef het my, myn Heer, ik kond in ’t minst vermoeden; +De beste kan hem wel vergrypen; ’k zal wel weêr +Die straf verzoeten. Och! och ja, och ja, myn Heer, +Gy zyt een Exploteur, dat zweer ik, zonder weêr ga. +Dat volk bemin ik als my zelf, en ’k vraag’er meêr na +Als na myn beste vriend. Myn vader hielt my veur, +Dat ik beminnen moest, myn Heer, een Exploteur. + +WOUTER. +Neen, zo goed koop te slaan, dat zal in ’t minst niet lukken; +Heb jy die kneepen in jou gat, zo schyt die nukken +Vry uit. Ha! ’k zal ’t afgrond vergeeten noch... + +JERONIMO. + Ach, ach! +Geen kwesti, Heer. + +WOUTER. + Mijn Heer, uw dienaar, goeden dach. +Een schop in ’t gat, een lap om ’t oor, een mensch verachten! + +JERONIMO. +Ei, geeft ze aan my weêrom. + +WOUTER. + Dat zal ik my wel wachten; +My dunkt het is genoeg dat my die zyn getelt, +Ik wou ze geven om geen heele kist met geld. + + +_VYFDE TOONEEL._ + +LEANDER _gekleed als een Commissaris_, JERONIMO, WOUTER. + +WOUTER. +Zie daar heel wel ter snee, myn Heer de Commissaris. +Myn Heer, uw komst is hier zo nodig, als ze raar is: +Die Heer, die ginder staat, die heeft my uit zyn schat, +Zo datelyk vereerd een brave schop in ’t gat. + +LEANDER. +U, Heer? + +WOUTER. + My, Heer, ja toch; en wyl ik na behooren +My kweet, gaf hy me noch een lap om by myn ooren. + +LEANDER. +Hebt gy getuigen Heer? ei, zeg, wie was’er by? + +WOUTER. +Den oorband is noch warm, myn Heer, ei, voelt het vry. + +LEANDER. +Dat’s Crimineel, en voor geen rechten te verschoonen. + +JERONIMO. +Och, och! + +WOUTER. + Hy dorst daar by my als een schobbert hoonen, +Noch meer; zyn Dochter heeft, ’t geen hy heeft goed gekeurt, +Een van d’Explooten uit dolkoppigheid gescheurt, +En protesteerde Heer, dat men haar zou behagen, +Dat zy ons tarten, en plazier had in ons daagen. + +LEANDER. +Ga, haalt zyn Dochter hier. De geest van beestigheid, +En van verachten is my lang van hen voorzeit. + +JERONIMO. +Ik moet betovert zyn, och, och! men zal haar vangen; +Wel zo ik iemand ken, zie daar ik laat my hangen. + +LEANDER. +Een Exploteur te slaan! maar ’k zie de Delinquant. + + +_ZESDE TOONEEL._ + +LEANDER, JERONIMO, IZABEL, WOUTER. + +WOUTER _tegen Izabel_, +Je kent hem wel? + +LEANDER. + Wel nu, zyt gy ’t niet die de hand +Dorst aan myn dienaar slaan, Mejuffrouw? en de Heeren +Zo stout uittartten, en ons dorst zo stout braveeren? +Uw naam? + +IZABEL. + Is Izabel. + +LEANDER _tegen Wouter_. + Schryf. En hoe out? + +IZABEL. + Myn Heer, +’K heb achtien jaaren. + +JERONIMO. + Laat eens zien, een weinig meer; +Doch ga maar voort. + +LEANDER. + Zyt gy getrouwt, of haat gy ’t trouwen? + +IZABEL. +Neen, Heer. + +LEANDER. + Hoe, lachjer om? ik zweer dat zal je rouwen. +Schryf dat ze lacht. + +JERONIMO. + Ei, sla dat liever over, want +Myn Dochter heeft noch, Heer, van trouwen geen verstand. + +LEANDER. +Schryf, dat hy twemaal is gevallen in myn reeden. + +JERONIMO. +Vergeef me dat, myn Heer; myn kind, ei, letter heden +Toch wel op. + +LEANDER. + Zwyg jy maar, haar zal geen leet geschien. +Antwoordt op uw gemaak, ik zal zo naau niet zien. +Hebt gy daar flus niet van die Exploteur ontfangen +Een zeker Schrift? + +IZABEL. + Ja, Heer. + +JERONIMO. + Dat ’s wel. + +LEANDER. + Ik heb verlangen +Te weeten, of gy dat aan stukken hebt gescheurt, +En niet gelezen? + +IZABEL. + Ja, ik last ’t eerst. + +JERONIMO. + Op haar beurt +Antwoord zy wel. + +LEANDER. + Vaar voort met schryven. Om wat reden +Hebt gy ’t gescheurt? + +IZABEL. + ’K was bang dat Vaders moeilykheden +Vergrooten zouden, Heer, en dat hy grooter smart +Door ’t lezen krygen zou in zyn bekommert hart. + +JERONIMO. +Dat ’s onvergeeffelyk! Processen te verscheuren; +De weereld zal vergaan komt zulks noch eens te beuren. + +LEANDER. +Hebt gy ’t dan niet uit spijt, of door versmaading tot +Die ’t schreef gescheurt? want zie, dat is alleen het slot. + +IZABEL. +Myn Heer, ’k veracht hem, noch ’k versmaa hem niet, dat ’s nader. + +LEANDER. +Schryf, schryf. + +JERONIMO. + Ik zeg u, dat zy dat heeft van haar Vader. +Zy antwoordt wel. + +LEANDER. + Nochtans hebt gy getoont, als dat +Gy geen meer afkeer als van Rokkedragers had. + +IZABEL. +De Rok, myn Heer, kon my voor deze nooit behagen, +Maar nu begin ik hem myn achting op te draagen. + +JERONIMO. +Kom, kom myn lieve kind, ik zal zo dra ik kan, +En ’t my geen geld kost, u doen trouwen zulk een man. + +LEANDER. +Gy wilt het recht voldoen, en naar zyn wetten leven? + +IZABEL. +Myn Heer, ’k zal alles doen om hem myn hart te geven. + +WOUTER. +Heer, laat haar tekenen. + +LEANDER. + Gy zyt gezint al ’t geen +Gy hebt gezeit te doen, niet waar? zeg ja, of neen. + +IZABEL. +Myn Heer, ’k verzeker u, dat ik myn woord zal houwen. + +LEANDER. +Kom, teken. Ik en ’t recht die zullen u vertrouwen. +Kom, tekent gy niet Heer? + +JERONIMO. + Ja toch, ik ben bereid +Om blind te teeknen, wat myn Dochter heeft gezeit. + +LEANDER _tegen Izabel_. +’T gaat alles naar myn wensch. Hy tekent onbedreven +Een goed Contrakt, dat hegt en bondig is beschreven, +’K zal op zyn tekening hem stellen naar myn hand. + +JERONIMO. +Wat zeit hy? o, hy is verlieft op haar verstand! + +LEANDER. +’T zal nu wel gaan, vaarwel; ik zal u steeds bevreien. +Kom Exploteur, wilt haar weêr naar haar huis geleien. +En gy, myn Heer, ga meê. + +JERONIMO. + Waar Heer? + +LEANDER. + Kom, volg me. + +JERONIMO. + Waar? + +LEANDER. +Gy zult het weten, ga uit last van ’t Hof, volg maar. + +JERONIMO. +Waarom, myn Heer? + + +_ZEVENDE TOONEEL._ + +LEANDER, JERONIMO, ORATYN. + +ORATYN. + Wie daar? heeft niemand niet vernoomen +Myn arme meester? door wat gat is hy ’t ontkoomen? +Och, sprong hy ’t venster, of de deur uit? + +LEANDER. + Schelm, ik wou +Dat gy gehangen waard. + +ORATYN. + Och, had ik maar een touw! +Ik weet niet waar zyn zoon Leander is gebleven, +En wat zyn Vaâr belangt, die is niet meêr in ’t leven, +Of daar de drommel hem gevoert heeft. Arme bloed! +Wast daarom dat je woud een Lykdicht hebben! moet +Je sterven? ’k heb vergeefs in alle Aptekers potten +Na jou gezogt! moest jou de Duyvel zo bedotten! +Och, arme meester, jy zult dood zyn, och, kont gy +Zo maklyk scheiden van Leander, en van my! + + +_ACHSTE TOONEEL._ + +DANDYN _in de Schoorsteen_, LEANDER, JERONIMO, WOUTER, ORATYN. + +DANDYN. +Wat zyt gy voor een volk? wat doe je daar te praaten? +Wie is dat in de rok? Hoe! zyt gy Advocaten? +Spreek op. + +ORATYN. + Nou zul je zien, dat hy zal een voor een +De katten rechten. + +DANDYN. + Zeg, hebt gy ook zorg voor heên +Myn Secretaris aan te spreeken wel gedraagen? +Ga wilt hem, of ik van uw zaak weet, eerst eens vragen. + +LEANDER. +Kom, kom, ik zal hem uit de schoorsteen haast doen gaan. +Gy Exploteur, zult uw gevangen gade slaan. + +ORATYN. +Myn Heer! + +LEANDER. + Zwyg schelm, zo gy noch lust hebt in uw leven, +En volg me. + + +_NEGENDE TOONEEL._ + +DANDYN, JERONIMO, DE GRAVIN, WOUTER. + +DANDYN. + Za, wilt uw Requesten overgeven. + +JERONIMO. +Myn Heer, men neemt my hier gevangen, zonder dat +Gy ’t toestemt, of dat ik van iemand wierd beklat. + +GRAVIN. +Ha, ha, daar zie ik op het huis zyn Excellentie! +Wat doet hy daar? + +WOUTER. + Mevrouw, daar geeft hy Audientie, +De baan is voor u klaar. + +JERONIMO. + Myn Heer, men komt my daar +Geweld te doen, des kom ik hier, om over haar +Te klagen. + +GRAVIN. + Och, myn Heer, ik kom my ook beklagen. + +JERONIMO _en_ DE GRAVIN _op elkander wyzende_. +Myn Heer, dit ’s myn party. + +WOUTER. + Ik moet hem ook wat plagen, +’k Wil meê party zyn, want myn zaak is even groot. + +JERONIMO, DE GRAVIN, _en_ WOUTER. +Myn Heer, ik kom by u maar om een klein Exploot. + +JERONIMO. +Ei, laat elk op zyn beurt zyn recht aan hem vertoogen. + +GRAVIN. +Zyn recht! al wat hy zeit, myn Heer, dat is geloogen. + +DANDYN. +Wat heeft men u gedaan? + +JERONIMO, DE GRAVIN, _en_ WOUTER. + Gescholden. + +WOUTER _voortvaarende_. + Dat je ’t vat, +Ik kreeg een oorband meêr, en noch een schop in ’t gat. + +JERONIMO. +Myn Heer, ik ben de neef van een van uwe Neven. + +GRAVIN. +Heer, Jonker Jan zal u myn zaak te kennen geven. + +WOUTER. +Ik ben een bastert van de zoon, Heer, van uw Min. + +DANDYN. +En van wat staat? Spreekt op. + +GRAVIN. + Myn Heer, ’k ben een Gravin. + +JERONIMO. +Ik ben een Burger. + +WOUTER. + Ik een Exploteur. + +JERONIMO. + Myn Heeren... + +DANDYN. +Gaat voort, ’k versta je, wilt uw zaaken maar verweeren. + +JERONIMO. +Myn Heer... + +WOUTER. + Zie daar, daar voert de drommel hem weêr weg. + +GRAVIN. +Ach! + +JERONIMO. + Is ’t alree gedaan? ja wel; ziedaar ik zeg, +Daar speelt de henker meê; ’k begin maar zo te praaten... + + +_TIENDE TOONEEL._ + +LEANDER _in zyn oude gewaad_, JERONIMO, DE GRAVIN, WOUTER. + +LEANDER. +Messieurs, wilt gy ons wel met rust en vreeden laaten? + +JERONIMO. +Heer, kan men binnen gaan? + +LEANDER. + Neen, Heer. + +JERONIMO. + Waarom niet, Heer? +’k Had in een uur of twe gedaan, of in iets meer. + +LEANDER. +’k Zal voor niemand niet, myn Heer, de deur ontsluiten. + +GRAVIN. +Gy doet zeer wel, dat gy dien schreuwert houd daar buiten, +Maar ik... + +LEANDER. + Men laat geen mensch naar binnen gaan, Mevrouw. + +GRAVIN. +Ik zal’er echter in. + +LEANDER. + Mischien. + +GRAVIN. + En als ik wouw? + +LEANDER. +Door ’t venster. + +GRAVIN. + Door de deur. + +LEANDER. + Dat geef ik jou in vyven. + +GRAVIN. +Ik zal’er in, al zou ik hier tot t’avond blyven. + + +_ELFDE TOONEEL._ + +DANDYN, LEANDER, JERONIMO, GRAVIN, WOUTER, ORATYN. + +ORATYN, _tegen Leander_. +Laat hy zyn best nou doen, ik heb hem ’t gaan belet. +Bloed! ’k heb jou vaâr, myn Heer, in ’t onderhuis gezet, +Dicht by de kelder. + +LEANDER. + ’k Zeg noch eens, laat jou beleezen, +Men ziet myn Vader niet. + +JERONIMO. + En als het echter wezen +En ik noodzaaklyk, om myn zaak, hem spreeken moet. + _Dandyn verschynt door ’t keldergat._ +Maar och, wat zie ik! Sinte Agniet, wat ben je goed! + +LEANDER. +Wel hoe, door ’t kelder gat! + +ORATYN. + ’k Zeg noch, hy is betovert. + +JERONIMO. +Myn Heer... + +DANDYN. + Dat beest heeft my, met noch een schelm, verovert. + +JERONIMO. +Myn Heer... + +DANDYN. + Vertrek, gy zyt van uw verstand berooft. + +JERONIMO. +Myn Heer, ei, wil je wel... + +DANDYN. + Ik zeg, je breekt my ’t hooft. + +JERONIMO. +Myn Heer, ik heb belast... + +DANDYN. + Zwyg, wilt uw tong besnoejen. + +JERONIMO. +Dat men u brengen zou... + +DANDYN. + Men breng hem naar de boejen. + +JERONIMO. +Een zeker Oxhooft Wyn... + +DANDYN. + ’k Heb daar niet meê te doen. + +JERONIMO. +Van d’alderbeste zoort. + +DANDYN. + Spreek op, maar met fatzoen. + +LEANDER _tegen Wouter_. +Kom, past wel op, dat zy ons niet ontvluchten moogen. + +GRAVIN. +Myn Heer, al wat hy u gezeit heeft, is geloogen. + +JERONIMO. +Ik zal u zeggen Heer... + +DANDYN. + Hou smoel. Spreek jy, Mevrouw. + +GRAVIN. +Myn Heer, ik zal... + +DANDYN. + Laat my myn aâm eens haalen, houw! + +JERONIMO. +Myn Heer... + +DANDYN. + Gy breekt my ’t hooft. + +GRAVIN, _by hem in de kelder kruipende_. + Ei, hoor my eens aandachtig. + +DANDYN. +Zy wurgt me, help! och, och! + +JERONIMO. + Gy sleept my meê, warachtig, +Zie voor u wat gy doed, help! help! ik val. + +ORATYN. + Zie daar, +Daar zyn de zotten in de kelder by elkaar. + +LEANDER. +Loop, vlieg, en help hen wat, maar sluit aan alle zyen +De deuren toe; doch ’k wil in ’t alderminst niet lyen, +Dat Heer Jeronimo nu hy ’er binnen is, +Voor morgen komen zal uit zyn gevangenis. +Loop, Wouter pas ’er op. + +WOUTER. + Wil dan het gat bewaaren. + +LEANDER. +Za, lustig repje maar, ik zal de rest wel klaaren. + + +_TWALEFDE TOONEEL._ + +LEANDER, GRAVIN. + +GRAVIN. +Och, och! nu zal die schelm myn Rechter van zyn zaak +Het schoonste zeggen! och, de waarheid roept om wraak! + _door ’t kelder gat._ +Myn Heer, gelooft het niet, hy heeft niet een getuigen, +Hy komt, al wat hy zeit, maar uit zyn poot te zuigen. + +LEANDER. +Mevrouw, wat praat je daar? ik bid je weest wat stil. + +GRAVIN. +Stil! hy zal hem al doen geloven dat hy wil. +Laat ik ’er meê in gaan. + +LEANDER. + Neen, niemand zal ’er binnen. + +GRAVIN. +’k Zie, d’alderbeste wyn werkt reeds op uwe zinnen +Zo wel, als op de geest uws Vaders. Gaat het zo, +Pasjentie. Maar ik zweer, dat ik Jeronimo, +En u, ja zelf uw vaâr die parten zal verleeren; +’k Zal tegen ’t Oxhooft, en myn Rechter protesteeren. + +LEANDER. +Ja loop, dan zyn wy van uw zotterny bevreid. +Geen zot is zotter, als een mensch die gaaren pleit. + + +_DERTIENDE TOONEEL._ + +DANDYN, LEANDER, WOUTER. _in zyn gewoon gewaad_. + +WOUTER. +Waar loop je heên, myn Heer? waarachtig, ’t zal niet lukken, +Je gaat te mank; ik zeg je hebt vervloekte nukken. + +DANDYN. +Ik wil gaan rechten. + +LEANDER. + Hoe, gy rechten! gy zyt krank, +Uw wond loopt prykel, en gy gaat zo schriklyk mank; +Haal Meester Jan. + +DANDYN. + Laat hy ter Audientie komen. + +LEANDER. +Ei, Vader blyf toch staan gy zult... + +DANDYN. + Uw tong wat toomen. +Ho, ho, nu zie ik wat ’er om gaat, gy alleen +Wilt met my leven naar uw eige zinlykheên: +Gy draagt my achting, noch ontzag toe, en uw lellen +Belet my, dat ik niet een Vonnis meêr kan vellen. +Daar neem de zak, hou vast. + +LEANDER. + Zacht, vader, zacht, uw vuur +Is al te groot, gy zyt gebonden aan geen uur, +Noch dag; en zo gy niet kond zonder rechten leven, +Indien gy rechten moet, waarom niet ’t huis gebleven? +Recht hier, gy hoeft daarom niet uit te gaan naar’t Hof; +Kom, excerceert uw gaaf; recht ons, gy hebt verlof. + +DANDYN. +Zacht, schen het Hof niet, noch laat ons het Hof niet schennen; +Dat’s _quasi vero_; neen, elk moet my daar voor kennen. + +LEANDER. +Gy zult in tegendeel een Rechter zyn, zo wel +Van Criminele, als van Civiele, en _sine_ Apel. +Men zal uw Sentiment in ’t minst niet tegen blaffen; +Ja, alles zal u stof tot Vonnissen verschaffen. +Indien uw knecht een glas niet helder heeft gespoelt, +Wel condemneert hem in de boeten; breekt hy ’t, koelt +Uw lust door ’t geesselen. + +DANDYN. + Dat’s wel, dat kan niet faalen. +Maar myn Vacering, he? wie zal my die betaalen? + +LEANDER. +Dat geld staat vast; gy kunt dat zoeken uyt zyn loon. + +DANDYN. +Zyn loon! ja toch; gy spreekt met fondament myn Zoon. + +LEANDER. +Indien uw... + + +_VEERTIENDE TOONEEL._ + +DANDYN, LEANDER, WOUTER, ORATYN. + +ORATYN. + Houwt den dief! houw vast, ’t zal noch niet gaar zyn! + +LEANDER. +Och, myn gevangen is ’t ontsnapt! + +WOUTER. + Dat kan niet waar zyn. + +ORATYN. +De wereld zal vergaan... helpt buuren... ach!... Citroen... +Uw hond... komt daar om laag, en vreet daar een Kapoen... +Ja alles wat hy vind, gaat hy incorporeeren. + +LEANDER. +Daar Vader, een Proces! nu kunt gy procedeeren. +Za vat hem by de kop, loop heên. + +DANDYN. + Al zacht, al zacht. +’k Wil niet dat hy hier door twe dienders werd gebracht. + +LEANDER. +Kom, Vader, nu moet gy de weereld recht verschaffen, +Gy moet dien huisdief op het strengst van daag doen straffen. + +DANDYN. +’k Wil evenwel de zaak naar eisch doen; ik begeer +Dat elk een Advokaat op ’t minst zal hebben, eer +Ik voort ga, en is daar zo maklyk aan te raaken? +Wy hebben der geen een. + +LEANDER. + Geen nood, men moet ’er maaken. +Zie daar is Wouter, en daar Oratyn, ’k vertrouw +Dat men geen gauwer noch geen wyzer vinden zouw. +Zy zyn zeer harzenloos. + +WOUTER. + Zacht, Heer, ik wil wel zweeren, +Dat ik zo goed ben, als ’er veel aan ’t Hof verkeeren. + +ORATYN. +’k Versta me op geen Proces, noch pleiten, neen, myn Stad... + +LEANDER. +Het zal uw eerste zyn, men zal wel maaken dat. + +ORATYN. +Maar ’k ken niet lezen, Heer. + +DANDYN. + Men zal ’t u wel verklaaren. + +LEANDER. +Kom, maakt u klaar, maar laat de kuiperyen vaaren, +En sluit uw oogen voor geschenken, en uw oor +Voor ’t smeeken; ziet de zaak ter degen door en door. +Jy Meester Oratyn, jy zult den Eischer wezen, +Jy Meester Wouter den Beweerder; wilt niet vrezen. + + _Einde van het tweede Bedryf._ + + + + +DERDE BEDRYF. + + +_EERSTE TOONEEL._ + +LEANDER, JERONIMO, VOLKERT. + +JERONIMO. +Ja, Heer, zo leit de zaak. Noch d’Exploteur was my +Noch Commissaris niet bekent, gelooft me vry. + +LEANDER. +Ja toch, ’k geloof het wel, myn Heer, wat moog je praaten. +Maar zo gy my gelooft, zo zult gy ’t daar by laaten. +’t Is doch vergeefs dat gy, dan naar uw Rechter, nu +Naar uw Party, dan ’t Hof wilt loopen; geef aan u +Wat meerder rust, en zyt wat met u zelf bewoogen. +Drie vierden van uw goed is reeds, myn Heer, vervloogen. +Gy zult wel ryk zyn van gedachten, maar uw geld +Zal haast gesmolten, en gy arm zyn, daarom kwelt +U met geen rechten, noch Processen, die uw zinnen +Doen hollen, gy zult doch met uw vervolg niet winnen. + +JERONIMO. +Warachtig Heer, je geeft my daar een goede raad, +En schoon zy haatlyk is, ’k zal evenwel die daad +Beöogen. Doch ik bid, terwyl zyn Excellentie, +Myn Heer, Dandyn, hier in zyn huis geeft Audientie, +Dat my voor ’t minste myn verzoek werd toegestaan. +Ei, staat het toe, myn Heer, ik zal naar huis toe gaan, +En met myn Dochter weêr zo daatlyk herwaarts komen: +De zaak wordt best uit haar onnozelheid vernoomen; +Zy zal veel beter op ’t geschiede als ik, myn Heer, +Antwoorden. + +LEANDER. + Wel ga heên, maar komt zo daatlyk weêr, +Men zal u recht doen. + +VOLKERT. + Wel, myn Heer, die vent heeft mienen. + + +_TWEDE TOONEEL._ + +LEANDER, VOLKERT. + +LEANDER. +Ik wil my heden van een vreemde list bedienen. +Myn Vader is een mensch die zot is; ’k moet expres +Hem hier toe lokken door de smaak van een Proces. +’k Heb myn dessyn wel, doch ik zal van hem begeeren +Dat hy den dager van elk een, wil condemneeren. +Maar daar komt Vader, en ons volk aan, houd myn zy. + + +_DERDE TOONEEL._ + +DANDYN, LEANDER, VOLKERT, WOUTER _en_ ORATYN. _als Advokaten gekleed_. + +DANDYN. +Wat zyt gy voor een volk? + +LEANDER. + ’t Zyn d’Advocaten. + +DANDYN. _tegen Volkert_. + Gy? + +VOLKERT. +’k Kom om hun zwak verstand met voorgaan op te wekken. + +DANDYN. _tegen Leander_. +Goed, goed. En gy? + +LEANDER. + ’k Zal voor vergadering verstrekken. + +DANDYN. +Begin dan maar. + +VOLKERT. + Messieurs... + +ORATYN. + Al zacht, val zo niet aan. +Als jy zo schreuwt, wie zal my hooren, of verstaan? +Messieurs... + +DANDYN. + Zet op je hoed. + +ORATYN. + Messieurs... + +DANDYN. + Hoe zal ’t hier lukken, +Ik zeg, zet op je hoed, die vent heeft zotte nukken. + +ORATYN. +Myn Heer, ik weet wel waar dat d’eer my toe verplicht. + +DANDYN. +Wel, zet hem dan op ’t hooft. + +ORATYN. _zyn hoed op zettende._ + Messieurs... ja, ja ’t zal licht +Het best zyn, dat ik my by ’t geen ik weet ga houwen. +Messieurs, wanneer ik op ’t nauwkeurigst kom beschouwen, +Al d’onstandvastigheid des Weerelds, heel verward; +Wanneer ik onder zo veel menschen wit en zwart, +Niet eenen vaste ster noch dwaalder zie gevloogen; +Wanneer ik zie de Son, de Maan met by myn oogen; + *_Babyloniers_. +Wanneer ik zie den staat der *Babibiboniers, + *_Persianen_. *_Macedoniers_ +Door *Serpianen, heel tot de *Nacedoniers + *_Romeinen_. *_Despotike_. +Gebragt; wanneer ik zie *Loreinen, *Depotike, +Gevoert door beesten tot aan ’t end der Monarchike; +Wanneer ik zie de Lap, de Vin, de Pool... + +WOUTER. + Misschien, +Heeft hy het alles in een jaar noch niet gezien. + +ORATYN. +Wel zo jy beter kond als ik de zaak uitleggen, +Begin maar, ik voor my, ik zal geen woord meêr zeggen. + +DANDYN. +Beestachtige Advocaat, waarom liet gy hem niet +Heel uitverklaaren, wat voor dingen dat hy ziet? +Ik zweette gal en bloed van angst, en ’k was vol schroomen, +Dat hy zou van de Pool tot aan den daad toe koomen +Van zyn Capoen. Ja wel, ’k word dol, maar ’t is te laat. +Verstoor hem niet op nieuw. Vaar voort maar Advokaat. + +ORATYN. +Och, dat ik zeggen wou, myn Heer, heb ik vergeeten. + +LEANDER. +Nu Oratyn, vaar voort, gy hebt u wel gekweeten. +Maar hoe, je staat zo krom, wat doen uw armen by +Uw lyf te hangen? sta recht op, en ziet naar my. +Beweeg uw armen op die wys, en wilt niet hellen +Op eene zy. Nu kom gryp moet; wilt u herstellen. + +ORATYN. _zyn armen beweegende._ +Wanneer... ik zie... ik zie... + +LEANDER. + Wel, zeg dan wat je ziet. + +ORATYN. +Men loopt in een dag uit Parys naar Rome niet. + +VOLKERT. +Men leest... + +ORATYN. + Men leest... + +VOLKERT. + In de... + +ORATYN. + In de... + +VOLKERT. + Metamorphosis. + +ORATYN. +Hoe, hoe? + +VOLKERT. + Dat de Metem... + +ORATYN. + Dat de Metem... + +VOLKERT. + Phycosis. + +ORATYN. +Phycosis. + +VOLKERT. + Weg jou gek. + +ORATYN. + En dat den gek. + +VOLKERT. + Alweer! + +ORATYN. +Alweer. + +VOLKERT. + Weg zot! + +ORATYN. + Den zot. + +VOLKERT. + Weg bestia! + +ORATYN. + Den beer. + +VOLKERT. +Weg zotten beest. + +ORATYN. + Beest, beest! dat moog je zelver wezen, +Dat jy een ezel zyt, dat kan men maklyk lezen +Uit jouw gebaarden vent, en uit jou zotte praat. +Weg gek, loop aan de galg. + +DANDYN. + Vaar voort, kom tot de daad. + +ORATYN. +Wat, moet men om een Hond dan zo veel omslag maaken? +Zy doen my woorden van een vaam ten halze uitbraaken; +Ja woorden hier van daan tot aan het Hof. Voor my +’k Versta my niet, op al die zotte opsnydery. +’k Zou in de Metem, en Phycosis wel verdoolen. +De zaak is klaar: Jou Hond heeft een Kapoen gestoolen, +En dat gevreten, en vraagt gy me waar van daan +’t Kapoen was, wel ’t Kapoen, myn Heer, dat is van Kaan; +Daar by wil ik zo ik hem weêr daar vind, hem zweeren, +Dat zyn Proces daar leit, ik zal hem voort sommeeren. + +LEANDER. +Dat’s een Conclusie die zo een begin wel past! + +ORATYN. +Versta jy ’t niet, zeg zot? ik wel; weg hangebast. + +DANDYN. +Za, breng getuigen by. + +LEANDER. + Wilt aan die zaak niet tillen, +Hy heeft geen geld, wie zouw voor hem dan zweeren willen? + +ORATYN. +Ik heb ’er evenwel die zonder opspraak zyn. + +DANDYN. +Kom, brengt ze voor den dag. + +ORATYN. + Ik heb ze hier by myn. +Zie, dit’s Kapoen zyn hooft, en dat zyn zyne voeten; +De klauwen zyn noch vuil van in het zand te wroeten; +Bezie, en oordeel nu. + +WOUTER. + ’k Verwerp ze. + +DANDYN. + Za! wel aan, +Waarom verwerpt gy die? + +WOUTER. + Waarom? zy zyn van Kaan. + +DANDYN. +Dat’s waar, zy komen met dozynen herwaarts heenen. + +WOUTER. +Messieurs... + +DANDYN. + Zacht, zacht; zult gy me een lang verhaal verleenen, +Of kort? + +LEANDER. + Ik zwyg daarop. + +DANDYN. + Nu toont u als een man. + +WOUTER. _met een gemaakte fyne stem_. +Al ’t geen een schuldige, Messieurs, verbazen kan; +Al ’t geen het meeste hier op aarde is om te vrezen, +Schynt tegen ons geheel in wapenen te wezen; +’k Wil zeggen Heer, de gunst, de macht, welsprekentheid. +Want ’k vrees aan d’eene zy de macht, van hem, daar ’t feit +Is aangedaan, dan weêr verblinden my de reden +Van Meester Oratyn, en zyn welsprekentheden. + +DANDYN. +Maar gy verdooft geheel de fraiheid van uw stem. +Spreek harder Advokaat. + +WOUTER. + Ik heb ’er veel. hem, hem! + _met een fraie Stem._ +Maar wat bedenkingen zyn wysheid, en daar neven +De voorgenoemde macht aan ons ook mogen geven, +Verzekert echter ons aan d’andre kant, geheel +Messieurs, uw goedheid, die wy zien voor ’t minste deel +Ons nadren; ’k werp daar op myn anker in de stroomen. +d’Onnoozelheid heeft voor Dandyn ook niet te schroomen, +Ja voor dien Cato van heel Frankryk, wiens verstand +Nooit wierd verduistert door een gek uit Switzerland. +_Victrix causa Diis placuit, sed victa Catoni._ + +DANDYN. +Hy pleit heel elokwent. + +WOUTER. + Ja, zonder iets te schroomen, +Neem ik het woord, en ’k zal zo tot de daad toekomen. +De groote Baldus zeit _primo_ Politicoen +Zeer wel... + +DANDYN. + Men handelt hier alleen van een Kapoen, +En niet van Baldus, noch van zyne Policie. + +WOUTER. +Maar d’autriteid en kracht van de Peripatie +Zou toonen, dat het goed en ’t kwaad... + +DANDYN. + En ik zeg dat +Heer Baldus mogentheid hier nul is, dat je ’t vat. +Maar lustig tot de daad. + +WOUTER. + En Aristotolates... + +DANDYN. +De daad. + +WOUTER. + Verwerpt... + +DANDYN. + De daad. + +WOUTER. + Den grooten H... + +DANDYN. +’k Zeg tot de daad, de daad, de daad, de daad, de daad. + +WOUTER. +Armeno Pul in Promt... + +DANDYN. + Ja wel, ’k word desperaat; +’k Ga vonnissen. + +WOUTER. + Wy zyn geen hoeren, noch geen scheuken. +Zie daar de daad. *Een Hond, Messieurs, komt in de keuken, + *_zeer ras._ +Hy vind daar een Kapoen, dat netjes gelardeert, +Bedroopen, en daar na met boter was besmeert. +Want hy daar ik voor spreek, had in geen week gegeeten; +En daar ik tegen spreek, had pluimen moet je weeten; +En hy voor wien ik ben, nam heimelyk; en hy +Daar ik nouw tegen spreek, nam openbaar. Daar by +Men vangt hem, men stelt dag, men doet de zaak beweeren +Door Advokaten, _pro_ en _contra_ voor de Heeren. +’k Moet spreeken, ’k spreek, ik heb gesprooken. + +DANDYN. + Za, za, za! +Wel vent is dat een zaak wel proponeeren? ha! +Hy teemt in ’t zeggen, dat zyn zaak niet kan verweeren, +En tot de daad doet niet de vent als galloppeeren. + +WOUTER. +Maar ’t eerste is ’t alderfraist. + +DANDYN. + Het alderfraist! ’k zeg neen; +’t Is ’t alderslechtste van uw pleiten maar alleen. +Wie zag ooit pleiten, wie, ja wie op die metode? +Wat zeit, myn Heer, daar van? + +LEANDER. + O, ’t is heel naar de Mode. + +WOUTER. _met een grove stem_. +Maar wat gebeurt ’er doch? men komt, hoe komt me? men +Vervolgt myn Suppliant. Men breekt een huis op. En +Wat voor een huis? het huis, het huis van onze Rechter. +Men opend met geweld de zaal, die aan ons echter +Voor toevlugt dienden, in zo groot een tieranny. +Men maakt ons schuldig daar aan dieve- en rovery. +Men sleept, men levert ons aan onze moordenaaren, +Aan Meester Oratyn. Messieurs, ik durf verklaaren, +Dat hy de wet niet weet de _Si quis Canis_, dat +De Paragrapho heel het tegendeel bevat +_De vi Caponibus_, en dat ze in alle deelen, +Veel met die misdaad, en zyn stellingen verscheelen. +En schoon ’t al waar was, dat myn Suppliant Citroen +Gegeten had, Messieurs, van ’t voorgenoemt Kapoen, +De borst, de stuit, of heel. Men ga alleen daar tegen +Het geen hy voor dit feit gedaan heeft, overwegen. +Wanneer is myn party beklad geweest? het beest +Was wel. Door wien is doch uw huis bewaart geweest? +Wanneer mankeerden wy de dieven te versteuren? +Gelooft gy ’t niet? men vraagt de zaak drie Procureuren, +Van welke dat Citroen de rokken heel van een +Gescheurt heeft, dat men niet als maar de rug alleen +Daar van gebruyken kon. Men doet ze hier verschynen. +En wilt gy meer? ik heb bewyzen by dozynen. + +ORATYN. +Maar Meester... + +WOUTER. + Hou je bek. + +ORATYN. + o Wout... + +WOUTER. + Laat ons begaan. + +ORATYN. +’k Word hees... + +WOUTER. + Laat ons begaan, en... + +DANDYN. + Zwyg, en laat hem staan. +Besluit. + +WOUTER. _met een hoogdravende stem_. + Dewyl men ons dan toelaat aâm te haalen, +En wyl men ons verbied om buiten lange paalen +Te springen, zo zal ik met geen omstandigheên +U kwellen, maar beknopt tot alles overtreên; +En stellen u de heele afbeelding kort voor oogen +Van myn Proces, daar by de Facte, en zyn vermoogen. + +DANDYN. +’k Loof hy had eer gedaan met twintigmaal, en meer +De zaak te zeggen dan met eenmaal. Wel ik zweer +Het kost myn zinnen. Vent of duivel wilt besluiten, +Of bruy van hier, en houw jouw mond daar eeuwig buiten. + +WOUTER. +Ik eindig. + +DANDYN. + Ach! + +WOUTER. + Messieurs, voor s’weereld oorspronk, ja... + +DANDYN. _geuwende_ +’k Bid, dat men liever tot de Zondvloed over ga. + +WOUTER. +Voor s’weerelds oorspronk dan, eer aarde, en zee, en baaren, +En hemel, die het al bespant, geschaapen waaren, +Hadde al de weereld, en natuur, en s’weerelds staat +Een enkel aangezicht, een eenerley gelaat, +Genoemt de Baiert, een wanschikkelyk gevaarte, +Een ruwe mengelklomp, een lompe en plompe zwaarte +Van zaden, strydig en gemengelt onder een; +Een Rechtbank zonder recht, en vol wanheblykheên. +_Unus erat toto Naturæ vultus in orbe, +Quem Græci dixere Chaos, rudis indigestaque moles..,_ + +LEANDER. +Ha, Vader! dat’s een trek! + +ORATYN. + Ei, Heer, kyk hy eens slaapen! + +LEANDER. +Za, Vader waak. + +ORATYN. + Myn Heer! myn Heer! dat’s drommels gaapen! + +LEANDER. +Kom, Vader. + +DANDYN. + Wel, wel, hoe? wat’s dat? wel, ach! wie daar? +Ja wel, ’k heb nooit zo wel geslaapen in een jaar. + +LEANDER. +Kom, gy moet rechten. + +DANDYN. + Wel, men doet hem aanstonds hangen. + +LEANDER. +Hoe, hangen! hoe, een Hond! + +DANDYN. + ’k Versta van uw Harangen, +Van Weereld, Chaos niet een sier, noch van’t begin, +Myn hooft is yl, besluit. + +WOUTER. _hem een nest met jonge Honden aanbiedende_. + Kom droevig huisgezin, +Komt arme kinderen, die men wil van troost versteeken, +Kom laat uw traanen, en uw tedre zuchten spreeken. +Hier ziet gy onze nood en droefheid klaar, myn Heer, +Ach, wy zyn weezen! kom, geeft onze Vader weêr, +Ja, onze Vader die ons teelden, onze Vader +Die ons zo dikwils... + +DANDYN. + Weg, weg, weg. + +WOUTER. + Wie is ons nader +Als onze Vader, Heer, die ons... + +DANDYN. + Men neemt ze weg. +Wat drommel raakt me dat kanalje? wel ik zeg, +Zy hebben my bepist. + +WOUTER. + Myn Heer, ziet onze traanen. + +DANDYN. +Och! ’k voel dat zy me reeds tot medelyden maanen, +Gy maakt uw Rechters hart gevoelig! ’k ben beklemt; +De waarheid perst my tot uw ondergang; zy stemt +Myn traanen tegen: wyl de misdaad voor elks oogen +Zo klaar is, kan ik niet uw droeve traanen droogen! +Maar zo hy word gedoemt, wat zal ’t dan wezen! ziet +Hier zeven wezen, heel gedompelt in ’t verdriet. +Maar ’k ben geoccupeert, ’k wil niemand heden spreeken. + + +_LAATSTE TOONEEL._ + +DANDYN, LEANDER, JERONIMO, IZABEL, WOUTER, ORATYN, VOLKERT. + +JERONIMO. +Myn Heer, ei, wilt... + +DANDYN. + ’k Zeg noch, wilt my de kop niet breeken. +Hoe Heer, zyt gy’t? ja toch, ik zal u hooren. Maar +Wiens Dochter is dat? wel, waar loopt die schoonheid daar? + +JERONIMO. +Zy is myn Dochter, Heer. + +DANDYN. + Ras, doet haar wederkeeren. + +IZABEL. +Gy zyt belet. + +DANDYN. + Hoe ik! o neen, wat’s u begeeren? +Zei jy niet, dat je waart haar vader? en dat zy... + +JERONIMO. +Myn Heer... + +DANDYN. + Zy weet uw zaak veel beter Heer, als gy. +De schoonheid kan men uit haar hemelsche oogen leezen! +Maar dat’s ’t niet al, myn kind, daar moet ook wysheid wezen. +’k Ben opgetoogen door de schoonheid van haar hair! +Maar wilt gy hoe galant ik in myn jonkheid waar, +Men zei... + +IZABEL. + ’k Geloof het wel. + +DANDYN. + Wiens zy wilt gy verkiezen? +Wien wilt gy dat van tweên zal zijn Proces verliezen? + +IZABEL. +Noch d’een, noch d’andre. + +DANDYN. + Spreek, ’k zal alles doen expres, +Om u alleen. + +IZABEL. + Myn Heer, ik ben uw dienares. + +DANDYN. +Hebt gy uw leeven wel zien pynigen, of hangen? + +IZABEL. +Neen, Heer, ik wensch niet om die eer van u t’ontfangen. + +DANDYN. +Kom, kom, ik moet u dat rekres doen. + +IZABEL. + Ach! die eer +Is al te groot; kunt gy dat aanzien? gy, myn Heer? + +DANDYN. +Dat doet me een uur of twee van ieder dag passeren. + +JERONIMO. +Myn Heer, ik kom hier om... + +LEANDER. + Hoor vader, zyn begeeren +Zal ik u in een woord of twee geheel ontleên. +Daar ’s iemand, die wel wenscht in ’t Huuwelyk te treên, +’t Is alles klaar, als gy het toestemt: zy verlangen +Zo Bruid als Bruigom om het woord van u t’ontfangen; +Het geen de Dochter wil, begeert de Vader. Nu +Kunt gy maar vonnissen. + +DANDYN. _zich herstellende._ + Ik geef myn woord aan u. +Ga heen, wilt haar van daag, hoe eer hoe liever trouwen. + +LEANDER. +Mevrouw, nu kunt gy uw Schoonvader daar beschouwen, +Groet hem. + +JERONIMO. + Hoe, hoe? + +DANDYN. + Wat’s dit voor een verborgentheid? + +LEANDER. +Men volgt van stip tot stip al ’t geen gy hebt gezeit. + +DANDYN. +’k Zal ’t niet herroepen, nu ik ’t Vonnis heb geweezen. + +JERONIMO. +Myn Dochter stemt dat niet, zy zal uw Bruid niet wezen. + +LEANDER. +’k Verlaat my heel, myn Heer, op ’t woord van Izabel. + +JERONIMO. +Hoe, ben je stom? spreek op, nu wakker spreek. Ja wel! + +IZABEL. +Ach, Vader, ’k durf in ’t minst daar tegen Appelleeren. + +JERONIMO. +Ik wel, dat schut ik. + +LEANDER. + Ei, wil u niet eens bezeeren, +Kent gy dit schrift wel? ’t is uw hand, gy hebt geen kracht +Tot Appelleeren. + +JERONIMO. + Hoe? + +DANDYN. + Hy heeft u in zyn macht. + +JERONIMO. +Ik zie, ik ben verleid, maar ’k zal dat revenzeeren. +Al zou ik twintig jaar daar tegen procedeeren. +Je hebt de Dochter, maar de beurs niet. + +LEANDER. + Wel, myn Heer, +Wie eischt u geld? wie zeit dat ik wel iets begeer? +Laat ons uw Dochter, en bewaard uw goed. + +JERONIMO. + Pasientie, +Och! och! + +LEANDER. + Zyt gy voldaan Papa van d’Audientie? +De Vader zwygt, en een die zwygt die consenteert? +Wie weet ook, of hy niet die uitslag heeft begeert. + +DANDYN. +Volkomen, Zoon; niets kan als rechten my behaagen, +Ik wil daar in besteên de rest van myne dagen; +Maar laat de Pleiters in toekomende, myn Zoon +Wat korter zyn; en uw misdadige... + +LEANDER. + Verschoon +Hem maar, laat ons in vreugde ons zelf niet kwellen; +Ei, Vader. + +DANDYN. + Wel ik zal van daag het recht uitstellen. +’t Geschiet om uwent wil zoet Bruidje, laat ons gaan +De wezen troosten, met een roemer van een vaan. + + _Einde van het derde en laatste Bedryf._ + + + + +NAREDE AAN DEN LEEZER. + +Zie hier een _Blijspel_, door het licht dezer eeuw, den +onnavolgelyken _Racine_, uit de WESPE van _Aristophanes_ +getrokken, door den taalkundigen _Jan van Gent_ in +’t Nederduitsch vertaald, en door my in vaarzen ten +Schouwtooneel gevoerd. + +Lichtelyk zullen eenige, doch meest die wat ernstig zyn, +zich aan de stof en plaats belgen, om dat te Parys, alwaar +dit spel speeld, zulk rechten, of recht doen niet gebruiklyk +is. Op ’t eerste antwoord _Racine_: de meeste menschen +bekommeren zich weinig met de meening des Schryvers; want +men onderzocht terstond myne misslagen, even als men een +Treurspel zou gedaan hebben, zelfs die geenen, die daar +’t meeste vermaak in geschept hadden, vreesden dat zy niet +na den regel gelacht hadden, en mispreezen my, dat ik hen +niet ernstiger had doen lachchen. Anderen beelden zich in, +dat het hen mooy stond daar in verdriet te hebben, en dat +de stof van ’t Paleis, geen voorwerp was voor de Hovelingen. + +Zy zouden de waarheid te kort doen, indien zy my verweeten +dat ik hun ooren, met te veel pleitstreeken vermoeit had, +een taal die my zo vreemd als iemand is; ook heb ik daar +niet als eenige Barbaarsche woorden in gebruikt, die ik +geleerd mag hebben geduurende eens Proces, dat noch myn +Rechter, noch ik ooit ter deege verstaan heb. + +Indien ik iets vrees, is het, dat zommige ernstige menschen +het proces van den Hond, en de buitenspoorigheid van den +Rechter niet wel voor beuzelingen mochten opnemen: maar ik +zet _Aristophanes_ over, en hy had met gesleepe toehoorders +te doen. De _Atheniers_ wisten heel wel wat het Attische +zout was, en zy waaren wel verzekert, als zy om een zaak +gelacht hadden, dat zy om geen zotternyen gelacht hadden. + +Voor my, ik oordeel dat Aristophanes reden gehad heeft de +zaak zo te maaken, dat ze buiten alle waarschynelykheid was. +De _Areopagietische_ Rechters zouden misschien niet voor +goed gekeurt hebben, dat hy hunne geldzucht levendig +afgeschildert had, als meede de fraje streeken van hun +Secretarissen, en de schelmeryen van hun Advokaten. ’t Was +derhalven nodig de vertooners wat te veranderen, om te +beletten zich te erkennen. ’t Gemeen liet daarom niet, het +waare door belachchelyke te zien, en ik verzeker my, dat +het veel beter is, d’ondraachelyke welspreekentheid bezich +gehouden te hebben omtrent een beschuldigde Hond, als dat +men een rechte misdadige voor de rechtbank gezet had, en dat +men de Toehoorders had belang doen hebben in ’t leven van +een mensch. + +Dus verantwoord hem _Racine_. Aangaande de stof, wat de +plaats betreft, ik oordeelde, dat men meer genoegen zouden +hebben met een Stad te noemen, die aan de minste bekend is, +als dat ik een plaats in Neder Normandyen genoemd had, +alwaar zulk Procedeeren in zwang gaat, dewyl de meeste +steeden dier Landstreek, aan ’t gemeen onbekent zyn. + +’k Zouw nooit dit spel ten Tooneel gevoerd hebben, indien +ik niet geoordeeld had, dat de Godshuizen daar haar voordeel +by zouden vinden, ’t geen altyd myn eenigste oogwit geweest +is; doch hoe de Dichters in hunne goede meening gedraiboomt +worden, is by na onverdragelyk, en aan ieder bekend. +Vaar wel. + + * * * * * + * * * * + * * * * * + +[Errata: + +I.ii. + ORATYN. Hoor, ik zet hem bevende van kouw + _text: “Oraryn”_ +I.vii. + Om ’s morgens op te staan + _text: “Om s’ morgens...”_ +--. + Omtrent de zestig. + _text: “Ontrent”_ +II.v. + Wel zo ik iemand ken + _text: “imand”_ +II.viii. + ACHSTE TOONEEL. + _text: “ACHTSTE”_ +III.ii. + Den grooten H... + _onleesbar: origineel (Racine) “Le grand Jacques”_ +III.iii. + _Einde van het derde en laatste Bedryf._ + _text: “laaste”_ +Narede an den Leezer. + ... een rechte misdadige voor de rechtbank + _text: “rechtband”_ +--. + ... hoe de Dichters in hunne goede meening gedraiboomt worden + _“d” in “gedraiboomt” onleesbar_] + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Pleiters, by Jean Baptiste Racine + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE PLEITERS *** + +***** This file should be named 18412-0.txt or 18412-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/8/4/1/18412/ + +Produced by Louise Hope, Frank van Drogen and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This +file was produced from images generously made available +by the Bibliothèque nationale de France (BnF/Gallica) at +http://gallica.bnf.fr) + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
