diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 18128-8.txt | 2329 | ||||
| -rw-r--r-- | 18128-8.zip | bin | 0 -> 52636 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h.zip | bin | 0 -> 1582194 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/18128-h.htm | 2263 | ||||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-208.jpg | bin | 0 -> 115336 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-209.jpg | bin | 0 -> 105769 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-213.jpg | bin | 0 -> 95646 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-216.jpg | bin | 0 -> 93714 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-217.jpg | bin | 0 -> 66095 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-221.jpg | bin | 0 -> 107764 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-224.jpg | bin | 0 -> 124649 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-269.jpg | bin | 0 -> 107428 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-272.jpg | bin | 0 -> 121614 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-273.jpg | bin | 0 -> 88563 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-277.jpg | bin | 0 -> 118735 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-280.jpg | bin | 0 -> 126949 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-408.jpg | bin | 0 -> 129207 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18128-h/images/p1873-409.jpg | bin | 0 -> 124846 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
21 files changed, 4608 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/18128-8.txt b/18128-8.txt new file mode 100644 index 0000000..52b6976 --- /dev/null +++ b/18128-8.txt @@ -0,0 +1,2329 @@ +The Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru), by +Paul Marcoy + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru) + De Aarde en haar Volken, 1873 + +Author: Paul Marcoy + +Release Date: April 6, 2006 [EBook #18128] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + +TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN KINABOOM (PERU). + + + +Wij hebben in den vorigen jaargang, den franschen reiziger Paul +Marcoy verlaten, terwijl hij midden in de bosschen, nabij den berg +Basiri, de terugkomst der naar het dichte woud getogen cascarilleros +afwachtte, en inmiddels zijne aanteekeningen omtrent den kinaboom +verzamelde. Vergezellen wij hem thans ook nog op het laatste gedeelte +van zijn tocht. + + + +I. + + +Nadat eerst de kolonel en Pepe Garcia, en kort daarop ook de +boliviaansche cascarilleros waren teruggekeerd, verlieten wij +onzen heuvel, en voegden ons weder bij de andere afdeeling van ons +reisgezelschap, die haar weg langs de rivier had vervolgd. Wij trokken +nu dien dag en den volgenden langs de oevers van den Cconi voort, +steeds het woud op eenigen afstand ter rechterzijde houdende, en verder +omgeven door een landschap, dat weinig afwisseling aanbood. Tegen +den avond van den tweeden dag bereikten wij eene opene vlakte, +tamelijk vrij van kreupelhout on aan de zijde der rivier door dichte +rietbosschen omzoomd. Wij besloten hier den nacht door te brengen. Tot +onze verbazing ontdekten wij, naderbij komende, eenige hutten van +Indianen. Die armelijke woningen, zonder dak, deur of venster, +waren uit biezen en riet gevlochten, en rustten op twee palmhouten +staken, die in den grond waren bevestigd: men kon zich bezwaarlijk +eenvoudiger verblijven denken. Tusschen deze staken waren eenige +draden of touwen van boomschors gespannen, waaraan pijlen hingen; +op den grond lag eene ruw bewerkte aarden pan, een stuk zwarte was, +bananenschillen en vederen van vogels. In den omtrek dezer hutten, +die zoo pas door de eigenaars verlaten schenen, droeg de platgetreden +grond de zeer duidelijke sporen van menschen niet alleen, maar ook +van jaguars en andere dieren. + +Na een nauwkeurig onderzoek der hutten, overlegden wij te zamen of het +raadzaam was hier den nacht door te brengen, dan wel eene andere, meer +veilige plaats voor ons bivouac op te zoeken. Pepe Garcia en Aragon +waren van meening, dat wij gerust konden blijven; zij verzekerden ons +dat wij ons aan geen gevaar hoegenaamd blootstelden, mits wij slechts +de woningen en wat daarin was ontzagen. Hun voorstel werd aangenomen, +en wij lieten dadelijk met de toebereidselen voor ons nachtverblijf +aanvangen. Wij sloegen onze hutten op eenige schreden afstands van +die der Siriniris op, en namen de vereischte maatregelen, om het +vuur ook gedurende den nacht brandende te houden. Bovendien moest +een onzer lieden, bij beurten, de wacht betrekken. + +De nacht ging ongestoord voorbij; bij het aanbreken van den dag +werden wij plotseling gewekt door luide en doordringende kreten, +zooals ik nog nimmer gehoord had. Dit geschreeuw kwam van den +kant der rivier, waarvan wij door een breeden zoom van riet waren +gescheiden. _Alerta! los Chunchos_! riep de schildwacht, zich +haastig naar de hutten terugtrekkende. Die weinige woorden deden +eene bijna tooverachtige uitwerking: al onze dragers sprongen in een +oogenblik overeind. De tolken, die steeds beweerden aan den omgang +met Indianen gewoon te zijn, waren toch blijkbaar niet op hun gemak; +en zelfs op het gelaat van den kolonel teekende zich een trek, die +maar noode zijne innerlijke onrust verborg. Wij hadden nauwelijks +den tijd, onze kleederen aan te doen en onze wapenen te grijpen, +toen wij plotseling uit de hooge biezen drie donkerkleurige, naakte +mannen met lang zwarte haren te voorschijn zagen komen. Toen zij +ons gewaar worden begonnen zij nog luider te schreeuwen, maakten +allerlei bewegingen met hunne armen en beenen, en kwamen al dansende +en springende naar ons toe. Waarschijnlijk maakten zij uit de geweren, +die de kolonel, de beide tolken en ik in handen hadden, op, dat wij de +aanvoerders der bende waren: althans zij kwamen plotseling op ons af, +en drukten ons, met groote onstuimigheid en onder het uitstooten van +allerlei wonderlijke geluiden, in hunne armen. Ik moet bekennen dat +deze onverwachte en wat al te hartelijke liefkozingen ons tamelijk +koel lieten, en ons zelfs verre van aangenaam waren. Trouwens +het geheele voorkomen dezer bezoekers was niet geschikt om onze +bijzondere sympathie voor hen op te wekken. Van het hoofd tot de +voeten met rocou en genipa besmeerd, hadden zij zoo pas de rivier +overgezwommen: hunne omhelzingen lieten op onze kleederen zwarte en +roode vlekken na. Terwijl wij ons weder zoogoed mogelijk afdroogden, +begroetten de Indianen nu ook de dragers en de cascarilleros, doch +alleen met een handdruk: de omhelzing scheen uitsluitend voor ons, +als de voornaamsten, bestemd. + +Na de eerste kennismaking kwam het tot nadere verklaring. Pepe Garcia +begon het gesprek in eene vreemde taal, waarin hij, tot mijne groote +verbazing, spaansch en quechua (de volkstaal van Peru) mengde. Aragon, +die niet werkeloos wilde blijven, sprak nu en dan eenige volzinnen in +datzelfde wonderlijke mengelmoes, dat ook de eerste tolk gebruikte. Uit +dit verschil van taal bij de onderscheidene sprekers leidde ik af, +dat onze tolken in geenen deele vertrouwd waren met het dialect der +Chunchos, zooals zij herhaaldelijk hadden verzekerd. Onze bezoekers +schenen echter de brabbeltaal van onze tolken te verstaan, althans +te begrijpen wat zij zeggen wilden. + +De drie wilden behoorden tot den stam der Siriniris, die de streek +tusschen de valleien van Ocongate en Ollachea bewoont, en wier +gebied zich oostwaarts tot den 12° uitstrekt. Zij leefden in vrede +en vriendschap met hunne buren ter linkerzijde, de Huatchipayris +in de dalen van Paucartampu, en met hunne buren ter rechterzijde, +de Pukiris, die de zeven valleien van Caravaya bewonen. Aan het +schieten met onze geweren hadden zij bemerkt dat zich blanken in de +vallei bevonden. Nieuwsgierig om te weten, hoe groot hun aantal mocht +zijn, waren zij naderbij gekomen, en hadden ons bespied en ons sedert +eenige dagen gevolgd, zonder dat wij daarvan iets gemerkt hadden. Hunne +begeerte om _sirutas_ en _bambas_--messen en bijlen--machtig te worden +was zeer groot; maar de vrees voor onze geweren, die, naar zij meenden, +van zelf iemand konden dooden, was nog grooter, en had hen tot dusver +op een afstand gehouden. Eindelijk echter waren zij zoozeer aan ons +gewoon geraakt, dat hunne ongerustheid was geweken; overtuigd, dat +wij geene vijandelijke bedoelingen koesterden, hadden zij eindelijk +het besluit genomen ons aan te spreken. Zij voegden daarbij dat zij +sedert veertien dagen zich in de vallei met jagen en visschen bezig +hielden. Het dorp waar hun stam woonde, lag twee mijlen oostwaarts van +ons kamp: al de lieden van hun stam waren evenwel op dit oogenblik +verspreid in de bosschen langs de oevers van den Cconi. Daar zij +niet wisten hoe wij hen ontvangen zouden, waren onze drie bezoekers +voorloopig alleen gekomen, hunne vrouwen en eenigen van hunne vrienden, +niet verre van daar, in het riet verscholen achterlatende. + +Om deze lieden gunstig voor ons te stemmen en het vertrouwen van +hun stam te winnen, gaf ik hun engelsche messen met beenen heften, +ter waarde van acht stuivers, die zij met allerlei bokkesprongen, +ten teeken hunner vreugde, aannamen. Daarop stak een hunner zijn +vingers in den mond, en liet een doordringend schel gefluit hooren: +dit was blijkbaar een afgesproken teeken, want aanstonds begonnen de +biezen op eenigen afstand te schudden en te ruischen, alsof een troep +wilde dieren zich daar een weg baande; en weldra kwamen negen mannen +te voorschijn, die, na een poos rondgesprongen te hebben, ook naar +ons toekwamen en ons evenzoo in hunne armen drukten. Achter de mannen +zag ik zeven vrouwen en drie leelijke honden: maar in plaats van ook +naar ons toe te komen, bleven zij aan den rand van het rietbosch. + +De nieuw aangekomenen, die geen messen gekregen hadden, hielden nu +ook hunne hand op, telkens het woord _siruta_ herhalende. Om aan al +dat gebedel een eind te maken, stond ik op het punt aan ieder het +zoo vurig begeerde voorwerp te geven, toen Pepe Garcia mij herinnerde +dat wij nog een langen weg hadden af te leggen, waarop wij nog vele +Chunchos zouden ontmoeten, en dat het daarom raadzaam was, wat zuinig +om te gaan met onze messen, de eenige munt, die bij deze wilde stammen +bekend en gangbaar is. Ik moest de juistheid dezer opmerking toegeven, +en trok mijne hand terug, die ik reeds in het pak gestoken had. De +Chunchos, mijne aarzeling ziende, begonnen nu nog luider te roepen +en nog dringender te smeeken. Ziende dat ik voor al hun aandrang +doof bleef, liepen twee hunner haastig naar de biezen terug, en +keerden weder met bogen en pijlen, prachtig gekleurde vogelvellen, +halskettingen van pitten en zaadkorrels, kronen van veelkleurige +vederen, en zelfs gevlochten weitassen, die zij mij aanboden in ruil +voor de messen. Mijne begeerte naar deze zeldzame en deels zeer fraaie +zaken behield de overhand op den wijzen raad van Pepe Garcia, en de +koop was in een oogenblik gesloten. Bij wijze van geschenk voor de +vrouwen, gaf ik hun nog een dozijn belletjes, een spiegel van vijf +stuivers en eenige koperen ringen, waarmede zij buitengemeen in +hun schik waren. Om mij wederkeerig een genoegen te doen, kwamen de +vrouwen aandragen met eenige maniocwortelen, eenige groene bananen, +en eenige andere vruchten, die zij aan de mannen ter hand stelden, +van wie wij ze weder ontvingen. + +Inmiddels waren een paar uren verloopen; de zon stond hoog aan de +hemel: onze Bolivianen wenschten te vertrekken. Ik liet dus onze +bagage weder inpakken, en middelerwijl het ontbijt gereed maken, +waarbij ons de pas ontvangen vruchten goed te stade kwamen. Terwijl +de bananen in den ketel over het vuur hingen, en de yuccas in de heete +asch werden gebraden, teekende ik de portretten van eenige Siriniris, +en toonde hun die. Zij lieten evenwel niet de minste verwondering of +belangstelling blijken. Het papier alleen, waarvan ik hun een blad gaf, +scheen hunne aandacht te trekken; zij bekeken en betastten dat van alle +zijden, beroken het, en gaven het daarna aan hunne vrouwen, die het +evenzoo onderzochten, en eindelijk in een soort van tasch wegstopten. + +Weldra was de maaltijd gereed; de ketel werd van het vuur genomen, +en wij schaarden ons in een kring daaromheen op den grond. De wilden +zetten zich zonder komplimenten bij ons neder, en overlaadden ons, +terwijl wij aten, met zooveel attenties en beleefdheden, dat wij +groote moeite hadden om bedaard te blijven. Sommigen haalden, op +gevaar af van zich te branden, de stukken banaan uit den ketel, +en brachten die aan onzen mond; anderen streken ons met hunne ruwe, +onzindelijke handen over het gelaat, betastten onze haren of onzen +baard, of trokken de panden onzer vesten naar zich toe om de stof en +het maaksel te onderzoeken. Dit alles ging gepaard met onverstaanbare +uitroepen en luid gelach: het scheen wel dat zij ons in de eerste en +voornaamste plaats hoogst bespottelijk vonden. + +Toen de maaltijd was afgeloopen, bracht Pepe Garcia hun aan het +verstand, dat wij nu onzen tocht wilden vervolgen, en dus afscheid +zouden nemen. Deze mededeeling scheen hun niet naar den zin: althans +zij opperden daartegen allerlei bedenkingen. Zij stelden ons zelfs +voor, met hen mede naar hun dorp te gaan en daar te blijven. Ziende +dat wij, zonder hun te antwoorden, vertrokken, gelastten zij hunne +vrouwen op hen te wachten, en gingen met ons mede. Hoe onaangenaam +ons dit gezelschap ook wezen mocht, wij zagen geen kans ons daarvan +te ontslaan, en vervolgden onzen tocht. Na een marsch van twee uren, +kwamen wij aan een grooten ronden waterplas, dien wij eerst voor een +dier meren aanzagen die in de vlakten van Amerika zoo menigvuldig +zijn. Bij nader onderzoek bleek dit meer slechts een stilstaande poel +te zijn, waarschijnlijk gevormd door de menigvuldige regens van de +laatste dagen. + +Terwijl Perez en ik ons gereed maakten om onze schoenen en pantalons +uit te trekken, ten einde den waterplas te doorwaden, boden de +Siriniris aan, ons naar den overkant te dragen. Wij maakten van +dit aanbod gebruik; zetten ons op den nek onzer nieuwe vrienden, +en kwamen aldus veilig aan den anderen oever. Pepe Garcia en Aragon +genoten mede het voorrecht, aldus gedragen te worden. De anderen +en ook de cascarilleros werden zeker door de Siriniris zoodanige +eere niet waardig gekeurd: zij moesten door het water waden, dat +hun ter halver lijve kwam. Ik betaalde het verschuldigde veergeld, +door middel van eenige koperen knoopen, die de wilden dadelijk in de +gaten, waarmede hunne neusvleugels en hunne lippen doorboord waren, +staken. Pepe Garcia, ziende dat zij zich gereed maakten ons nog +verder te volgen, vermaande hen nogmaals om heen te gaan, daar wij +alleen wenschten te zijn. Na eenig aarzelen gaven zij eindelijk aan +die vermaning gehoor, en verwijderden zich. + +Natuurlijk liep het algemeene gesprek in het eerst over niets +anders dan over de Chunchos. Ieder had iets over hen te zeggen: +persoonlijke sympathieën of antipathieën bepaalden in den regel elks +meening. Pepe Garcia beschouwde hen als een soort van overgangswezens +tusschen de apen en de menschen. Onze dragers vergeleken hen bij de +duivelen, vanwege hunne leelijkheid; wat hun nog het meest hinderde +was het volkomen gemis van het flauwste spoor van kleeding. Perez +moest toegeven dat onder de mannen krachtige en schoone gestalten +voorkwamen, niet onwaardig om een beeldhouwer tot model te dienen; +maar de vrouwen vond hij afschuwelijk. Nu, op mijne tochten door +Zuid-Amerika, had mij reeds meermalen het contrast getroffen tusschen +de zwakke, magere, afschuwelijk leelijke indiaansche vrouwen, en hare +forsche, welgebouwde en dikwijls althans betrekkelijk schoone mannen, +wier geheele voorkomen voor 't minst kracht en vlugheid verraadt. Meer +dan waarschijnlijk moet de oorzaak van dit verschil worden gezocht +in de verschillende levenswijze der beide geslachten. Van hare eerste +kindsheid af is de vrouw belast met al den arbeid, dien de man schuwt: +zij is, in den letterlijken zin, zijne slavin, zijn lastdier. Planten, +spitten, de vruchten inzamelen en naar de woning brengen, hout en +water halen, het huishouden waarnemen, den man tot wapendrager dienen, +en nog veelmeer--dit alles is de taak der vrouw. De man gaat jagen +of visschen; hij ontwikkelt door lichaamsoefeningen zijne gestalte +en zijne spierkracht; de vrouw, gebukt gaande onder het wicht van +haar taak, verliest al zeer spoedig de weinige bekoorlijkheden, die +de natuur haar geschonken had. Op verandering in dezen toestand is +niet te hopen: bovendien, zijn deze stammen niet door den loop der +dingen gedoemd, om bij den voortgang der beschaving van de aarde +te verdwijnen? + +Toen wij tegen den avond ons kamp opsloegen, zagen wij tot onze groote +verwondering een wilde uit het woud en op ons afkomen. Weldra herkenden +wij in hem een der Siriniris, die wij reeds mijlen ver waanden. Op +de vragen van Pepe Garcia gaf hij ten antwoord dat hij, nadat hij ons +verlaten had, een anta (tapir) had nagezet, die hij met drie lanssteken +had getroffen, maar die hem toch nog ontkomen was. Onze tolk liet +zich door dien leugen niet beetnemen. Hij zeide tot den Siriniri, +dat een tapir zich niet zoo dicht liet naderen, dat men hem met eene +lans treffen kon; vervolgens keerde hij hem den rug toe, en verweet +hem dat hij een verspieder was. De Chuncho, die ons inderdaad alleen +gevolgd was om te zien waarheen wij gingen, en waar wij ons kamp zouden +opslaan, begreep dat zijn vertelseltje geen ingang vond. Zonder een +woord te spreken, maar ook zonder de minste verlegenheid te toonen, +groette hij ons met de hand, keerde naar de rivier terug en zwom naar +den overkant. Daar gekomen, keerde hij zich nog eens om, wenkte ons +op nieuw zijn afscheid toe, en verdween in het bosch. + +Des nachts werden wij door een geweldige regenbui overvallen, die ons +doornat maakte. Toen wij des morgens, nog druipende van het water, +wakker werden, en naar den anderen oever zagen, was het eerste wat +ons in het oog viel, wederom onze wilde van den vorigen dag, op een +boomstam gezeten, en bezig met ons gade te slaan. Drie vrouwen zaten +bij hem op den grond. Toen Pepe Garcia hem, gekscherend, met zijne +vuist dreigde, hield de Chuncho dit voor een wenk om over te komen: +aanstonds sprong hij in het water, en zwom naar onzen kant. Toen hij +uit het water kwam, beefde de arme drommel als een blad; maar hoewel +zijne tanden klapperden van koude, werd hij toch nog meer door het +pak, waarin onze messen en bijlen waren geborgen, aangetrokken, +dan door het vuur, dat onze lieden bezig waren aan te steken. Na +ons ontbijt te hebben gebruikt, waaraan de Chuncho deel nam, maakten +wij ons gereed onzen tocht te vervolgen. Wij deelden hem dat mede, +tevens met onzen wensch, dat hij zich zou verwijderen. Hij begreep +dat het ons ditmaal ernst was, wenkte ons zijn afscheid toe, wierp +een begeerigen blik op onze messen, sprong in de rivier, en zwom naar +den overkant, waar de drie vrouwen hem nog altijd wachtten. + + + +II. + + +De oever van den Cconi, dien wij volgden, bleef altijd even dor +en eentonig; daarentegen zagen wij langs den anderen oever een +onafgebroken heuvelreeks, met dicht bosch bedekt, en met zachte +hellingen afdalende tot de weelderig begroeide oevers der rivier. Onze +Bolivianen meenden, dat zij wellicht in die bosschen kinaboomen zouden +vinden; wij besloten daarom van de eerste gelegenheid de beste gebruik +te maken om den tegenoverliggenden oever te bereiken. Natuurlijk +moesten wij daartoe eene waadbare plaats afwachten. Den volgenden +dag kwamen wij aan een punt, waar eene bank of een rotsachtig eiland +de rivier in twee armen splitste, en dus den overtocht gemakkelijker +maakte. Daar stond echter tegenover, dat deze bank de snelvlietende +wateren in hare vaart tegenhield, en daardoor eene branding deed +ontstaan, die niet zonder gevaar was. Aan waden viel niet te denken: +te minder daar iedere arm stellig vijftien tot twintig ellen breed +was. Eindelijk kwam een onzer Bolivianen op een gelukkigen inval. Door +een zijner kameraden geholpen, begon hij de biezen af te snijden, die +langs den oever groeiden. Toen zij een genoegzamen voorraad hadden, +maakten zij daarvan een grooten bos, die in de rivier werd geworpen, +en waaraan een touw werd vastgemaakt. De Boliviaan, die het eerst op +deze gedachte gekomen was, wilde nu ook de proef nemen. Zich ontkleed +hebbende, zette hij zich schrijlings op den bos, stiet van wal, en +trachtte met behulp van een stok, die als pagaai dienst deed, het +eiland te bereiken. Zijn makker hield het uiteinde van het touw vast, +en belette daardoor het biezen vlot met den stroom af te drijven. Tot +tweemaal toe mislukte de proef; maar voor de derde maal gelukte het +den koenen varensgast de bank te bereiken. Dadelijk haalde hij zijn +vlot op den oever, maakte het touw los, bevestigde dat stevig aan +eene uitstekende rotspunt, en riep zijn kameraad toe, het stevig aan +te trekken. Wij begrepen nu waartoe het strak gespannen touw dienen +moest. Een voor een gingen wij nu te water, dat ons bijna tot aan +de lippen kwam, omklemden het touw, en baanden ons zoo, niet zonder +moeite, een weg door de schuimende, snelvlietende rivier, tot aan +het eilandje, waar wij behouden aankwamen. Na eenige oogenblikken +uitgerust te hebben, werd nu de tweede arm van den Cconi op dezelfde +wijze doorwaad, en zonder ongeval, maar druipnat, stonden wij weldra +op den linkeroever. + +Het was prachtig weer; de zon straalde aan den onbewolkten hemel. Eer +wij het nabijzijnde bosch ingingen, trokken wij onze kleederen uit, +en spreidden die op den met gras begroeiden grond, om in de zon te +drogen. Juist terwijl wij daarmede bezig waren, hoorden wij eensklaps +aan den anderen oever het geschreeuw van een ara (eene soort van +papegaai). Daar het drie uren in den middag en helder weer was, kwam +dit geluid mij verdacht voor. De ondervinding had mij toch sedert +lang geleerd, dat, uitgenomen bij de nadering van een onweder, de +papegaaien en aras zich nooit anders laten hooren dan bij het op- of +ondergaan der zon. Het overige van den dag zoeken zij de schaduw op, +en zitten daar stil, nu eens op dezen, dan weder op den anderen poot +rustende, en middelerwijl op eene noot of palmschors knabbelende, om +zich den bek te scherpen. Terwijl ik hierover met Pepe Garcia sprak, +die, als een ervaren jager, de juistheid mijner opmerking erkende, +verscheen ons eensklaps die bovennatuurlijke ara, en wel in de gedaante +van onzen bekenden Chuncho. Hij ging langzaam langs den Cconi voort, +nauwkeurig de sporen van onzen marsch gadeslaande. Toen hij aan de +plek gekomen was, waar wij de rivier waren overgestoken, begreep hij +dadelijk, bij het zien van den platgetreden grond en het afgesneden +riet, wat er geschied was: want, stilstaande, hief hij het hoofd op en +keek naar den anderen oever, waar hij ons dadelijk gewaar werd, bezig +zijnde onze kleederen bijeen te zamelen en haastig aan te trekken. Hij +hief nu een luid geschreeuw aan, waarop een gansche zwerm wilden, +mannen, vrouwen en kinderen, uit het kreupelhout te voorschijn kwam; +wij telden er minstens veertig. Aanvankelijk zetten zij zich op den +oever neder, en schenen met elkander te overleggen, wat te doen; want +zij hadden gezien dat de kolonel zijn geweer ter hand had genomen; maar +toen zij na eenige oogenblikken hem dat wapen uit de hand zagen leggen, +begrepen zij, dat er geen gevaar was. Onze gast trad nu vooruit, en +riep, met een smeekend gebaar, zeer duidelijk het woord: _Siruta!_ +(mes). + +Ik nam een mes in de hand, en toonde dat den Chuncho, hem tevens met +de andere hand wijzende op de vogelvellen, om aldus mijne begeerte te +kennen te geven een ruilhandel te drijven. Zij begrepen dadelijk mijne +bedoeling. De gansche bende rees haastig op, en begon te dansen en te +springen, onder het luide geroep van _Siruta! Siruta_! Toen brachten +zij aanstonds bijeen wat zij vinden konden: gevlochten mandjes, +hoofdtooisels van vederen, kettingen van bessen of pitten, huiden +van vogels,--zelfs levende, tamme aras. Toen, mij deze voorwerpen en +dieren toonende, als om daardoor te kennen te geven dat mijn wensch +ook de hunne was, liepen zij langs den oever voort, tot voorbij het +rotsige eiland, dat de rivier in twee takken deelde. Daar begaven +zij zich te water, met hunne handelsartikelen, die zij boven hun +hoofd in de hoogte hielden, om ze voor nat woorden te bewaren; +en alleen met den rechterarm zwemmende, begonnen zij de bruisende +rivier in schuine richting over te steken. Wij zagen bijna niets dan +hunne opgeheven linkerarmen, die als bronzen staven boven het blanke, +schuimende water uitstaken, en bewonderden de vlugheid, de kracht en +de aangeboren sierlijkheid dier forsche mannen, die zonder aarzelen +den heftigen stroom trotseerden. Weldra stonden zij, druipnat, voor +ons, en drukten ons in hunne armen; de gansche voorraad, dien zij +hadden medegebracht, ging aanstonds in onze handen over. Toen zij +niets meer hadden aan te bieden, stelden wij hun voor, hunne bogen en +pijlen tegen andere snuisterijen in te ruilen. Eerst aarzelden zij: +toen, na met een der oudsten van den troep te hebben geraadpleegd, +verklaarden zij zich bereid om die wapenen af te staan, ofschoon +hun dit blijkbaar eene zekere zelfverloochening kostte. Het was ons +daarbij niet zoo zeer te doen om die bogen en pijlen, hoewel die niet +zonder zekere kunst waren vervaardigd; maar voornamelijk om die ons +onbekende gasten te ontwapenen, en hen alzoo buiten de mogelijkheid +te stellen ons kwaad te doen, gesteld dat zij daaraan dachten. + +Terwijl wij nog met deze onderhandelingen bezig waren, stonden +eensklaps de vrouwen der Chunchos, die eerst op den anderen oever +gebleven waren, met hare kinderen voor ons. Zij hadden eene waadbare +plek in de rivier opgezocht, en waren naar de overzijde gekomen, +waarschijnlijk om zich met eigen oogen te overtuigen van hetgeen +daar tusschen hare mannen en ons geschiedde. Uit achting voor het +schoone geslacht, waarvan zij de minder gelukkige vertegenwoordigers +waren, besloot ik eene uitdeeling te houden van koperen knoopen, +spelden en ringen, die bij uitnemendheid aan de dames schenen te +bevallen, maar tegelijk de begeerlijkheid der mannen opwekten, die, +luid schreeuwende en met heftige gebaren, ook hun aandeel van al dit +fraais vorderden. Het geschreeuw en gedrang begon mij eindelijk te +vervelen: bovendien werd mijne achterdocht opgewekt door herhaalde +half luide gesprekken met onzen bekenden gast en spion, en door de van +begeerte vlammende blikken, die zij steelsgewijze naar onze bagage +wierpen. Ik liet daarom de pakken weder dicht maken, en beval den +dragers zich daarop te zetten. Maar nu werd de aandacht der wilden +door iets anders getrokken. Aan den oever lagen nog enkele van onze +kleedingstukken op het gras; die gingen zij nu bekijken, beruiken, +betasten; trachtende zich rekenschap te geven van de wijze, waarop +deze vreemde dingen werden gebruikt. Eindelijk begonnen sommigen +proeven te nemen: de een probeerde een pantalon aan te trekken, +daarbij zijne armen in de pijpen stekende; een ander stak zijne voeten +in de mouwen van een wambuis, en zoo voorts. Het werd meer dan tijd, +aan deze dwaasheden een einde te maken. Wij namen onze kleederen op, +pakten ze bijeen en begaven ons op weg. De Siriniris, ziende dat +wij ons verwijderden, zonder afscheid van hen te nemen, begonnen +ons na te loopen, en met allerlei verzoeken lastig te vallen. Daar +zij ons wat al te dicht op de hielen zaten, keerden Pepe Garcia en +Aragon, die onzen trein sloten, zich eensklaps om, en zich houdende +alsof zij hunne geweren laadden, zagen zij de lastige indringers +zoo dreigend aan, dat deze plotseling stilstonden. Deze manoeuvre, +die onze tolken met eenige wijziging twee- of driemaal herhaalden, +maakte toch eindelijk de Chunchos bevreesd; althans zij hielden op, +ons na te loopen. Zij gingen nu in de schaduw van het geboomte zitten +om op hun gemak de voorwerpen te bekijken, die zij van ons gekregen +hadden. Een kromming der rivier onttrok hen weldra aan ons gezicht. + +Deze onaangename ontmoeting deed onze cascarilleros dadelijk besluiten, +het onderzoek der bosschen op dezen oever voorloopig uit te stellen. De +Chunchos, waarvan wij voor het oogenblik verlost waren, konden het +zeer licht in het hoofd krijgen, op nieuw ons spoor te volgen; en het +vooruitzicht van nogmaals met hen in aanraking te komen, was verre van +uitlokkend. Om ons zoo mogelijk aan hunne nasporingen te onttrekken, +besloten wij dezen oever te verlaten, waar zij ons, van verre of +van nabij, zouden blijven volgen, en naar den anderen oever terug te +keeren, waar de dichte rietbosschen onze bewegingen beter voor den +vijand zouden verbergen. De voorde, waarvan de vrouwen der Siriniris +zich hadden bediend om tot ons te komen, lag juist op onzen weg; eene +witte streep dwars over het groenachtige water wees de juiste plaats +aan. Wij gaven elkander de hand en doorwaadden de rivier, waarbij het +water ons tot aan de knieën kwam. Toen wij ons door de gansche breedte +der rivier van de Chunchos gescheiden wisten, haalden wij ruimer adem. + +Den volgenden dag, toen wij met zekerheid konden aannemen dat onze +vervolgers van hun voornemen hadden afgezien en ons spoor waren +bijster geraakt, besloten wij naar den linker oever terug te keeren, +en het onderzoek der bosschen voort te zetten. Maar de Cconi was +hier zeer breed, en geen enkel eilandje daagde uit zijn schoot op, om +den overtocht te vergemakkelijken; ook bewees de kleur van het water +genoegzaam dat hier geen waadbare plek, maar veeleer eene groote diepte +gevonden werd. Wij waren tamelijk met de zaak verlegen, maar onze +Bolivianen wisten ook ditmaal raad; zij verzekerden ons al lachende, +dat zij ons zonder hinder naar de overzijde zouden brengen, en wel door +middel van een _callapeo_ (vlot), dat zij zouden vervaardigen. Zoo +gezegd, zoo gedaan. Vergezeld van eenige dragers, togen zij naar +het woud, en kwamen, na verloop van een paar uren, terug met eenige +stammen van een toroh _(cecropia)_, en eenige groote bossen lianen. + +De vervaardiging van het vlot eischte niet veel tijd: blijkbaar waren +onze cascarilleros sinds lang met dit werk vertrouwd. Weldra was de +callapeo gereed: hij was ongeveer vier el lang en twee el breed. Het +was een eenvoudige vloer: de lichte poreuse stammen waren door middel +van lianen, steviger nog dan touwen, vast aaneengebonden. Zoodra het +vlot klaar was, werd het te water gelaten; om te zien of het goed in +elkaar zat en hoeveel personen het dragen kon, zou eerst een proef +worden genomen. Twee cascarilleros zetten zich in het midden neder; +terwijl hun aanvoerder, aan het eene uiteinde staande en met den langen +stok gewapend, die hem tot pagaai en roer tevens dienen moest, de +rol van stuurman op zich nam. Ik had grooten lust om van de partij te +zijn; de Bolivianen, hoewel mij vrij latende te doen wat ik goedvond, +merkten op, dat zij liever zonder mij de eerste proef wilden wagen: +was er gevaar, dan moest dit niemand anders dan hen alleen gelden. Ik +gaf daar geen acht op, nam mijn geweer, en zette mij neder tusschen +de twee cascarilleros. Het vlot werd nu van den wal gestooten, en +naar het midden van de rivier gestuurd, waar de stroom het aangreep +en met snelheid begon mede te voeren, toen de stuurman, met vaste +hand en grooten takt, zijn stok nu eens als riem dan weder als roer +gebruikende, het buiten den stroom bracht, en naar den linkeroever +stuurde, waar wij aan land kwamen, ongeveer een boogschot beneden de +plaats der afvaart. Een luide juichkreet van onze makkers, die op den +anderen oever waren achtergebleven, begroette dezen gelukkigen uitslag. + +De proef had bewezen dat ons vlot eene bemanning van acht personen +zou kunnen dragen, wanneer zij er althans niet tegen opzagen, een +weinigje in het water te zitten. Toen ik aan wal was gestapt, en +het vlot weder naar de overzijde was teruggekeerd, verzocht Eusebio, +de aanvoerder der cascarilleros, aan den kolonel, die klaar stond te +vertrekken, dat hij nog eenige anderen zou aanwijzen, die met hem +de reis zouden doen. Maar onze dappere vriend scheen daartoe niet +gezind: althans Pepe Garcia en Aragon, die zich gereed maakten hem +te volgen en reeds met hun eenen voet op het vlot stonden, traden +terug en moesten hunne beurt afwachten. + +De kolonel ging juist op dezelfde plek zitten, waar ik gezeten had; +evenals ik had gedaan, zette ook hij zijn geweer tusschen zijne beenen, +en knikte mij vriendelijk toe, waarop ik met een vroolijken uitroep +antwoordde. Een der cascarilleros had nevens hem plaats genomen, +en hield hem stevig vast; terwijl de stuurman, achter hem staande, +met den stok tegen den oever duwde. Het vlot stak van wal, aarzelde +eenige seconden, en dreef toen af naar het midden. Ongeveer op een +derde der breedte van de rivier gekomen, en terwijl de sterke stroom +zijne werking reeds deed gevoelen, stak Eusebio, hetzij bij vergissing +of uit onhandigheid, den stok, waarmede hij op dat oogenblik stuurde, +onder de balken van het vlot. Terwijl hij den stok terugtrok, kwam +het vlot juist midden in den stroom. Door de geweldige beweging +brak de stok, waarop de majordomo juist uit al zijne macht drukte, +met zooveel kracht door midden, dat hij achterover tuimelde en tegen +den kolonel aanviel, die voorover nederstortte.... + +Een luide angstkreet ontsnapte aan mijn mond, maar werd verdoofd +door het geschreeuw onzer makkers op den anderen oever. Het vlot, +door den stroom aangegrepen, die het als een stroohalm medevoerde, +dreef met duizelingwekkende snelheid de rivier af. Waar ging het brooze +vaartuig heen, en wat zou het op zijn weg ontmoeten? Ik huiverde bij +de gedachte. Gedurende eene halve minuut staarden wij het ontzettend +schouwspel aan: toen verdwenen de ongelukkigen achter eene kromming +van den oever. + +Ik bleef als vastgenageld staan, onbekwaam een stap te doen of eenige +beweging te maken, terwijl mijn hoofd duizelde, en ik werktuigelijk +naar de plek bleef staren, waar het vlot verdwenen was. Hoelang ik +daar zoo stond, weet ik niet; eerst langzamerhand kwam ik weer tot +mijzelven; ik begon mij rekenschap te geven van het gebeurde, en van +den toestand, waarin wij ons bevonden. + +Tenzij er een wonder gebeurde, waarop ik niet mocht rekenen, waren +onze ongelukkige makkers reddeloos verloren. Maar geen lange foltering +stond hun te wachten. De rivier zou hen in haar schoot opnemen, en +zich weder boven hen sluiten--en daarmede zou het uit zijn. Maar wat +moest ik zelf doen, hier alleen op den oever achtergebleven, in de +onmogelijkheid om mij bij onze lieden te voegen: zonder levensmiddelen, +zonder kruit of lood om met mijn geweer in mijne eerste behoeften te +kunnen voorzien; bijna met de zekerheid, in de handen der Chunchos +te vallen, die, nu ik alleen was, mij ongetwijfeld zouden aanvallen +en berooven, misschien wel vermoorden..... Een oogenblik benijdde +ik onzen vrienden den kalmen zachten dood, dien zij stellig reeds op +den bodem der rivier moesten hebben gevonden. + +Doch weldra gevoelde ik, dat ik mij niet aan werkelooze wanhoop mocht +overgeven, maar in de eerste plaats mij nauwkeurig rekenschap moest +geven van de werkelijkheid, om na te gaan welke middelen tot redding +mij die nog bood. Ik begon dus met de plek op te nemen, waar ik mij +bevond. De lage oever was geheel van plantengroei ontbloot, en zoo +volkomen met steenen bedekt, dat het zand bijna niet zichtbaar was. Op +weinige schreden afstands van den oever liepen twee rijen boomen, die +van het woud uitgingen, en eene tamelijk groote tusschenruimte open +lieten, waar in het midden een doode, van zijn schors beroofde boom +stond. Het geheel maakte, althans op mij, een treurigen indruk. Aan +de overzijde kon ik ons volk zien, met elkander in druk gesprek +gewikkeld, en telkens hunne oogen naar mij wendende. Tot tweemaal toe +was Pepe Garcia naar den oever voortgetreden, en had luid geroepen, +om mijne aandacht te trekken; dan had hij met zijne hand gewezen in +de richting, waarin het vlot verdwenen was. Toen hij bemerkte dat +ik zijne bedoeling niet begreep, had hij gepoogd mij iets toe te +roepen: maar de afstand en het gedruisch van het water hadden mij +belet daarvan iets te begrijpen. Drie woorden slechts: _Seguir la +orilla_--den oever volgen--waren tot mij overgewaaid. + +Inmiddels was de tijd verloopen: de dag ging ten einde en de +zonneschijf stond op het punt achter de wouden aan de overzijde +te verdwijnen. Het naderen van den avond maakte mijn toestand nog +moeielijker. Naarmate het landschap om mij heen donkerder en somberder +werd, voelde ik mijn moed zinken: honger en vermoeidheid deden daarbij +het hunne om mij in eene ongelukkige stemming te brengen. Ik poogde +wat te rusten, en ging op den grond liggen, na vooraf de steenen een +weinig te hebben weggeruimd. Daar kon ik in de verte ons kamp zien, +waar onze lieden druk in de weer waren. Die beweging hinderde mij: +het kwam mij voor, of niemand zich om mij bekommerde; ik gevoelde +mij bijna als een schijndoode, die zelf getuige is, hoe spoedig de +achtergeblevenen hem vergeten, en zijne plaats wordt ingenomen. Ik +was onbillijk, want onze makkers daar ginds konden op dit oogenblik +niets voor mij doen; maar de verlatenheid waarin ik mij bevond, en +de honger, die mij feller begon te pijnigen, deden mij mijne gewone +bedaardheid en tegenwoordigheid van geest verliezen. + +Het was nu allengs volkomen duister geworden: in het bosch heerschte +eene diepe stilte; het algemeene zwijgen der natuur werd alleen door +het ruischen der rivier afgebroken. Somwijlen hoorde ik daarboven uit +het luide gepraat en gelach van ons volk, gelegerd rondom het vuur, +waarvan ik den rossen weerschijn zag, en waarop nu ongetwijfeld de +spijs voor het avondmaal werd gekookt. Na verloop van eenigen tijd +verbleekte de vuurgloed, en zwegen de stemmen onzer makkers: het +werd nu volkomen stil. Het was mij evenwel niet mogelijk te slapen; +maar tegen den ochtend viel ik toch, door vermoeidheid en uitputting, +in eene soort van verdooving, die mij het bewustzijn van mijn toestand +deed verliezen. Terwijl ik zoo dommelde, half wakend, half droomend, +werd mijne aandacht gewekt door een zwakken kreet, die mij uit de +verte tegenklonk, en na eenige oogenblikken door een tweeden gevolgd +werd. Het geluid kwam niet uit ons kamp, waar alles nog in diepe rust +gedompeld was. Maar vanwaar kwam het dan? Ik richtte mij op, om zoo +mogelijk de richting te onderkennen, vanwaar dit geluid gekomen was, +toen een derde kreet mijn oor trof. Ditmaal scheen het uit het woud te +komen langs den oever, waarop ik mij bevond. Mijn eerste gedachte was +te antwoorden; maar bij later overleg kwam ik daarvan terug. Het was +toch volstrekt niet zeker, dat dit geluid werkelijk door een mensch +werd voortgebracht: ik wist bij ondervinding, hoever de spotvogel of +carpintero van Morayaca het in de nabootsing der menschelijke stem +had gebracht. + +Terwijl ik nog hierover in twijfel stond, vernam ik eensklaps +verscheidene stemmen, maar thans van zoo nabij en zoo duidelijk, +dat ik niet alleen niet langer twijfelen kon of ik werkelijk met +menschen te doen had, maar zelfs deze stemmen meende te herkennen +als die onzer ongelukkige schipbreukelingen. Ik stond haastig op, +en liep naar het woud, waarvan de takken met kracht ter zijde werden +gebogen. Zijt gij het Perez? riep ik.--Ik zelf Pablo, antwoordde +mij de kolonel.--_Buenas noches, senor_, (goeden nacht, mijnheer) +zeiden de Bolivianen. Eenige minuten later waren wij allen bijeen en +drukten elkander hartelijk de hand. + +Toen de eerste aandoening voorbij was, vroeg ik aan onze vrienden, door +welk wonder zij aan het dreigende en naar onze meening onvermijdelijke +doodsgevaar waren ontsnapt. Eusebio verhaalde mij wat er gebeurd +was. Ook hij had in het eerste oogenblik niet anders gedacht, dan dat +zijn laatste uur gekomen was; maar zijn heilige patroon, dien hij in +dien uitersten nood had aangeroepen, was hun te hulp gekomen. Het vlot, +met duizelingwekkende snelheid door den stroom medegesleept, was reeds +vier krommingen der rivier doorgevlogen, en stond op het punt tegen een +rotsbank te pletter te worden gestooten, toen een zijstrooming het had +weggevoerd en tegen den linker oever geworpen. De schok was zoo hevig +geweest, dat het vlot zich recht tegen den hoogen oever had opgericht, +waar het door de lianen werd tegengehouden. De schipbreukelingen, +met kracht tegen den grond geslingerd, waren weldra weder opgestaan +en van den eersten schrik bekomen; begrijpende dat zij mij nog op +dezelfde plaats zouden vinden, waar zij mij hadden achtergelaten, +waren zij het bosch ingegaan. Op hun tocht hadden zij voortdurend met +allerlei moeilijkheden te kampen gehad. Daar zij noch bijlen, noch +messen bij zich hadden, hadden zij zich met hunne handen een doortocht +moeten banen. Zoolang het dag was, ging dit tamelijk goed, maar toen +de nacht was ingevallen, konden zij niet dan tastend voortgaan, en +hadden zij geducht te lijden van de doornen en scherpe punten der +struiken en planten, die zij in den donker niet konden zien. Hun +gelaat, hunne handen en beenen droegen overal de sporen van deze +onaangename aanrakingen; hunne kleederen hingen hen als lappen om +het lijf. Maar toch hadden zij mij wedergevonden: wij waren weder +bij elkaar, en de doorgestane vermoeienissen en gevaren waren vergeten. + +Ons volk aan de overzijde, nog steeds in diepen slaap gedompeld, +had niets gemerkt van de komst van den kolonel en de Bolivianen. Zij +waren dan ook niet weinig verwonderd, toen zij, in plaats van één +persoon, er vier op den oever zagen. Vol verbazing liepen zij naar +den oever, wreven zich de oogen uit, en bleven ons een poos zwijgend +aanstaren. Toen zij niet langer aan onze identiteit konden twijfelen, +begonnen zij luidkeels te jubelen, terwijl de tolken gingen dansen +van pret. + +Half door roepen, half door gebaren, beduidden wij hun, dat zij +dadelijk moesten opbreken en den rechter oever volgen, terwijl wij +van onzen kant langs den linker oever zouden voorttrekken. Hoewel +zij het doel van deze beweging niet recht schenen te begrijpen, +aarzelden zij toch geen oogenblik met de uitvoering. Zoo gingen wij +twee uren lang voort; zij op den open oever, wij onder de schaduw +der dichte bosschen, dwars door bijkans ondoordringbare struiken en +doorngewassen; tot wij eindelijk de plek bereikten, waar het vlot +was gestrand. Wij riepen nu onze manschappen toe, stil te houden en +af te wachten wat wij zouden doen. + +Wij wenschten namelijk het vlot los te maken uit de lianen, waarin het +verward was, en vervolgens ons gezelschap van den linker oever over +te brengen naar den rechter, waar wij ons bevonden. De cascarilleros +wilden dit gedeelte van het woud onderzoeken, waartoe nu te eer +gelegenheid bestond, nu de tegenwoordigheid der Chunchos hen niet +langer hinderde. + +Het vlot, van zijne omwindselen losgemaakt, werd weder te water +gelaten. De geweldige kracht van den stroom, door de uitstekende +rotsen in verschillende takken verdeeld, maakte de overvaart op dit +punt onmogelijk; wij besloten dus den oever af te zakken, tot wij +eene betere plaats zouden gevonden hebben. Eene liane, aan het vlot +bevestigd, diende als lijn. Zoodra onze lieden aan den overkant zagen +dat wij onzen tocht hervatten, begaven ook zij zich weder op weg. Een +halve mijl verder vonden wij een inham, die ons voor de proefneming +beter geschikt voorkwam. Niet alleen was het water hier kalm; maar +eene lichtgroene streep, die van den tegenovergestelden oever tot +in het midden der rivier voortliep, scheen de aanwezigheid van een +zandbank aan te duiden. + +Om zich de noodige stokken voor het besturen van het vaartuig te +verschaffen, sneden de Bolivianen met hun zakmes eenige jonge boomen +bij den wortel af waarmede natuurlijk een geruime tijd heenging. Toen +zij hiermede klaar waren, trokken zij het vlot naar den oever, +sprongen er op en staken af. De overtocht werd spoedig en gelukkig +volbracht, en eer een half uur verloopen was, bevond zich onze geheele +karavaan op den linkeroever, waar wij ons weldra aan een goed ontbijt +vereenigden. Na ons aldus versterkt te hebben maakten wij ons gereed +naar het woud te trekken, waar onze cascarilleros hunne nasporingen +zouden beginnen. Het vlot, dat ons later nog van dienst kon zijn, +werd stevig aan den oever vastgebonden, om niet met den stroom af +te drijven. + +Kort nadat wij in het woud waren gekomen, begon de grond te rijzen: +een bewijs dat wij de heuvelen naderden, die in lange reeks met de +Cordilleras samenhangen. Juist toen wij ons met moeite door dicht +en laag kreupelhout een weg baanden, schoot een wijfjespeccari met +hare zeugen langs ons heen en verdween in de struiken. Pepe Garcia +en Aragon konden de verzoeking niet weerstaan, hunne geweren af te +schieten. Het beest raakten zij niet: maar de echo van het woud, +die de schoten als een verre donder weerkaatste, waarschuwde de +al te ijverige jagers, doch te laat, dat zij eene onvoorzichtigheid +hadden begaan. Dit beteekenisvolle geluid moest natuurlijk de Chunchos +dadelijk weer met ons verblijf bekend maken, aangenomen dat zij ons +spoor hadden verloren. Daar er evenwel voor het oogenblik niets aan +te doen viel, was het maar best er niet verder aan te denken; maar +om eene herhaling van het feit te voorkomen, verbood de kolonel den +tolken, zonder zijne uitdrukkelijke vergunning te schieten. + +Middelerwijl gingen de cascarilleros het bosch in, en kwamen +na verloop van eenige uren weder bij ons. Ditmaal waren hunne +nasporingen niet vruchteloos geweest: zij brachten onderscheidene +stukken van de schors van fijnere kinaboomen mede, die zorgvuldig +werden bewaard. Nauwelijks hadden wij onzen tocht hervat, of wij +vernamen eensklaps het schreeuwen van een ara, en wel niet in de lucht +boven onze hoofden, maar naast ons op den grond. Verbaasd zagen wij +in het rond, maar in plaats van den vogel, dien wij meenden te zien, +ontdekten wij het glimlachende en versch beschilderde gelaat van onzen +ouden bekende, den Siriniri. Achteloos tegen een boom geleund, die hem +gedeeltelijk verborg, vertoonde de wilde ons enkel zijn hoofd, even +als een kind, dat wegschuilertje speelt. Toen hij aan onze blikken +bemerkte dat wij zijn kreet verstaan hadden, wenkte hij ons met de +hand en trad naar ons toe, zonder zich te laten weerhouden door het +onvriendelijke gelaat, waarmede wij hem afwachtten. Hij verhaalde +ons dat eenige leden van zijn stam, die bij de laatste uitdeeling van +messen niet tegenwoordig waren geweest, gaarne kennis met ons wilden +maken; door het geluid van onze _tasa-tasa_ (geweren) verschrikt, +hadden zij zich in de struiken teruggetrokken. De Chuncho zeide niet, +of hij ons in stilte gevolgd was, dan wel of de schoten, door de +tolken op de peccari gelost, hem ons verblijf hadden verraden. Zijn +voorstel om met zijne vrienden kennis te maken, beviel ons zoo weinig, +dat wij op het punt stonden hem te zeggen dat hij naar den duivel kon +loopen, maar de voorzichtigheid weerhield ons. Tot hiertoe hadden deze +wilden, hun onmatige begeerte naar messen daargelaten, zich niet alleen +vredelievend gedragen, maar waren zij ons zelfs in sommige opzichten +van dienst geweest. In het belang onzer eigene veiligheid was het +dus wenschelijk met hen op een goeden voet te blijven, al moest dat +dan ook eenige opoffering kosten, en al namen wij ons stellig voor, +hen altijd op zekeren afstand te houden.--De wilde scheen ons zwijgen +voor toestemming aan te zien; althans hij floot op zijne vingers, en +op dit teeken kwamen een dozijn mannen uit de struiken te voorschijn, +wier gelaat en lichaam met roode en zwarte streepen waren beschilderd, +wier hoofd prijkte met een kroon van toucanvederen, en voorts met hun +boog en pijlen in de hand. De troep begon aanstonds te springen en +te dansen, onder het luide geroep van _Meneha huayri siruta_! (heer, +geef een mes.) + +Achter deze springende, dansende, gesticuleerende mannen vertoonden +zich eenige vrouwen, die uit het struikgewas waren te voorschijn +gekomen. Sommigen droegen een kind, schrijlings op haar heup gezeten; +anderen poogden onze begeerlijkheid op te wekken door het vertoonen van +allerlei voorwerpen, zooals schitterend gekleurde huiden van vogels, +tamme papegaaien, vruchten en wortelen, die zij te koop aanboden. Om +het rumoer een weinig tot bedaren te brengen, liet ik het pak met +snuisterijen ongemerkt ter zijde brengen, zoodat zij niet zien konden +wat er in was; toen nam ik er eenige messen, van zes stuivers uit, +die ik verruilde tegen verschillende voorwerpen, welke men mij +aanbood. De vrouwen, die bij deze verhandelingen behulpzaam waren +geweest, ontvingen eenige kleinigheden ten geschenke. Eene van haar, +die twee belletjes had gekregen en daarmede uitermate in haar schik +was, kwam op den inval, ze aan een draad te rijgen, en dien door haar +neus te steken, nadat zij eerst een stuk riet, dat in haar neus was +bevestigd, daaruit had gehaald. Toen schudde zij met haar hoofd, +zoodat de belletjes klingelden, wat haar uitermate verrukte. Dit +voorbeeld werkte aanstekelijk. Al de vrouwen wilden nu volstrekt ook +zulk een klokkenspel aan haar neus hebben; en wij zagen ons gedwongen, +aan ieder een paar belletjes te geven, die zij onmiddellijk door haar +neusgaten staken. Zij gingen nu allen te gelijk aan het schudden met +haar hoofd; doch moesten die oefening weldra staken, daar zij anders +gevaar liepen een stijven nek te krijgen. + +Toen het een oogenblik stil was geworden, maakten wij daarvan gebruik +om afscheid te nemen van onze nieuwe kennissen. Juist toen wij op +het punt stonden heen te gaan, werden wij plotseling omsingeld door +de gansche bende, die, met groot geschreeuw en heftige gebaren, zich +tegen ons vertrek scheen te willen verzetten. Blijkbaar hadden zij +evenwel niets vijandigs in den zin. Wij begrepen spoedig dat zij met al +dat geraas en getier, al die beweging en die onverstaanbare uitroepen +geene andere bedoeling hadden, dan om op hunne wijze te protesteeren +tegen ons vertrek. Onder al dit rumoer werd mijn nieuwsgierigheid +geprikkeld door het woord _huatinmio_, dat telkens in hunne uitroepen +terugkeerde, en meestal vergezeld ging van eene beweging met de hand +naar een onbekend punt in het woud. Ik verzocht Pepe Garcia hun te +vragen wat dit beteekende. Deels door gebaren en deels door middel +van die brabbeltaal, waarvan hij zich tot dusver in zijn omgang met +de Siriniris bediend had, kwam hij van hen te weten dat het woord +_huatinmio_ de naam van hun dorp was, op korten afstand gelegen, in de +door hen aangewezen richting. Op dit oogenblik, zoo verzekerden zij, +was er in het dorp niemand overgebleven, dan eenige grijsaards met +de vrouwen en kinderen; de mannen waren uitgetogen om in de vallei +te jagen en te visschen, zooals steeds hunne gewoonte was, wanneer +de voorraad ten einde liep. Zij noodigden ons uit, derwaarts te gaan. + +Dit uitstapje had voor ons weinig aantrekkelijks: te minder daar +het ons van den weg afvoerde, dien wij ons hadden voorgenomen te +volgen. Het was louter tijdverspilling en vruchtelooze moeite; nog +daargelaten, dat wij ons misschien aan gevaren blootstelden. Ik +verzocht dus Pepe Garcia, dat hij de Siriniris voor hunne +vriendelijke uitnoodiging zou bedanken, en ons leedwezen betuigen +dat wij daaraan geen gevolg konden geven, omdat wij geen tijd te +verliezen hadden. Tusschen beschaafde lieden zou het daarmede uit +geweest zijn; maar deze wilden lieten zich door onze weigering +niet uit het veld slaan. Zij hielden zoo lang aan met vleien en +smeeken en dringen en liefkozen, dat ik den moed niet had te blijven +weigeren. Bovendien drongen de kolonel en de majordomo er op aan, dat +wij aan het verzoek der Siriniris gevolg zouden geven. De kolonel wilde +gaarne zulk een indiaansch dorp zien, en de majordomo nam zich voor, +onderweg nauwkeurig de wouden te onderzoeken, of zij ook kinaboomen +bevatten. Zij voegden daarbij dat Huatinmio op korten afstand lag, +en dat, daar de gansche mannelijke bevolking in het veld was, ons +kort verblijf van een paar uren wel geen ernstig gevaar kon opleveren, +hetzij voor onze personen, hetzij voor onze goederen. Ik gaf dan toe: +en Pepe Garcia deelde aan de Siriniris mede, dat wij hen naar hun dorp +zouden volgen, en zelfs daar onzen maaltijd wilden gebruiken. Zij +sprongen en dansten van vreugde, en toonden zich dadelijk bereid, +den tocht te aanvaarden. Twee hunner gingen voorop, als om den weg te +banen; de anderen mengden zich onder ons volk, en babbelden rusteloos +door. De vrouwen vormden de achterhoede: zij droegen hare kinderen, +die nog niet loopen konden, en pasten op de anderen, die nu en dan +onder weg bleven stilstaan. + +Onze gidsen stapten zoo stevig aan, dat wij na verloop van een +kwartier bijna geheel buiten adem waren, en eenige oogenblikken stil +moesten houden om wat uit te rusten. Pepe Garcia verzocht hun, uit +onzen naam, wat langzamer te loopen, daar wij hen anders niet volgen +konden: een verzoek, dat hen grootelijks verwonderde en hun lachlust +opwekte. Maar toch volgden zij dien wenk op, en richtten het zoo in, +dat wij hen althans zonder te veel inspanning konden bijhouden. + +Al aanstonds had het onze aandacht getrokken, dat de Chunchos er zich +in het minst niet om bekommerden, of zij een gebaand pad volgden, +dan wel dwars door het dichte hout gingen. Dit scheen hun volmaakt +onverschillig: en waar wij gevreesd zouden hebben onze kleederen +te scheuren, schenen zij in het minst niet aan hunne naakte huid te +denken. Trouwens, de behendigheid, waarmede zij zich door alle gaten +en bochten wisten heen te werken, grensde aan het wonderbare. Een +slang kon het niet beter en knapper doen. Hoe dicht ook het woud met +doornen, lianen of slingerplanten bewassen of omwoeld was, nooit +verbraken zij die hinderpalen of namen, zooals wij, hun toevlucht +tot bijl of mes. Zij schoven eenvoudig de takken of lianen ter zijde, +of lichtten die op, als ware het een gordijn of draperie; en dat met +zooveel behendigheid en zooveel natuurlijke bevalligheid van beweging, +dat wij er ons telkens op nieuw over verwonderden. Maar al dit fraais +had ook eene minder aangename keerzijde. Wij liepen namelijk telkens +gevaar, de lianen of doornen in het gezicht te krijgen, die de wilden +met de grootste vlugheid hadden ter zijde gebogen, en die zij daarna +weder loslieten, zonder er een oogenblik aan te denken, dat wij hen op +den voet volgden. Evenwel, wij getroostten ons deze onaangenaamheid, +ziende hoe groot genoegen wij hen deden, door met hen mede te gaan. + +Reeds was er een uur verloopen, sedert wij ons op weg hadden begeven, +en begon ons de wandeling tamelijk lang te vallen, toen wij aan eene +meer open plek in het woud kwamen, waar de zonnestralen lichte kringen +op den grond teekenden. Aan de overzijde bespeurden wij een smal +pad, tusschen twee hoogten ingesloten, dat met zachte helling naar +boven liep, en overal de sporen droeg van veelvuldige menschelijke +voetstappen. De Siriniris sloegen dat pad in, en wij volgden hen. Na +verloop van tien minuten kwamen wij op eene vlakte, waar wij tusschen +het geboomte de palmbladeren-daken van eenige hutten ontdekten. + +Onze gidsen hadden, bij de nadering van het dorp, een luid geschreeuw +aangeheven; hunne vrouwen kwamen nu aanloopen, maar stonden, zoodra zij +ons bemerkten, eensklaps stil, als niet wetende wat deze onverwachte +verschijning te beduiden had. Maar ziende dat haar eigen stamgenooten +als vrienden met ons omgingen, en door eenige verklaringen van hare +mannen gerustgesteld, waagden zij het, naderbij te komen. Naalden, +belletjes, koperen knoopen en dergelijke snuisterijen, die wij +inmiddels te voorschijn hadden gehaald en haar nu aanboden, verdreven +weldra de laatste sporen van vrees, zoodat wij spoedig goede maatjes +waren. + +De woningen van het dorp bestonden uit zeer groote open loodsen, met +palmen gedekt en in schilderachtige wanorde door elkander geplaatst; +zij waren aan de noordwestzijde gesloten, en dus beveiligd tegen +de regens en den wind, die van den kant der Cordilleras komen; aan +de zuidoostzijde waren zij geheel open, en voorts door palmhouten +beschotten in drie of vier afdeelingen of kamers gesplitst. Wij telden +zeven van zulke loodsen, die te zamen in drie-en-twintig compartimenten +waren verdeeld; aannemende, dat in elk compartiment een gezin van +zes personen huisvestte--wat zeker niet overdreven was--zou het dorp +Huatinmio eene bevolking tellen van honderd-acht-en-dertig zielen, +de vrouwen en kinderen daaronder begrepen. + +Ieder vertrek bevatte--behalve het weinige vaatwerk en +keukengereedschap, waaraan de wilde behoefte heeft, zooals kruiken +en schotels van ruw aardewerk;--geen ander meubel dan een breede, +van takken gevlochten, op vier pooten rustende bank, die de Indianen +_barbacoa_ noemen, en die hun beurtelings tot tafel, buffet, rustbank +en bed dient. Tegen de wanden hingen bogen, pijlen, kleine trommels, +fluiten, kronen van papegaaien- of toucanvederen, versierselen van +boomschors met franje van gedroogd gras, die bij groote plechtigheden +werden gebruikt. Deze geheele rommel, die er tamelijk smerig en +verlept uitzag, had voor het oog niets aantrekkelijks. + +Bij de nadere beschouwing van deze woningen, waar de walgelijkste +onzindelijkheid hand aan hand ging met de volkomenste armoede,--indien +althans deze volslagen onbekendheid met al wat tot veraangenaming des +levens behoort, armoede kan genoemd worden;--trof ons vooral eene +bijzonderheid. Onder al die rustbanken, die, zooals ik gezegd heb, +tot verschillende doeleinden dienen, zagen wij de overblijfselen +van vuren. Waartoe dat vuur onder eene barbacoa, die twee voet boven +den grond verheven was? Diende dit meubel ook nog als rooster, om de +spijzen op te braden of te droogen? Wij konden ons dat niet verklaren, +en besloten daaromtrent onzen gastheeren inlichtingen te vragen. + +Rondom de woningen groeiden, te midden van mimosa's en anoneën, +bananen, deels nog in bloei, deels reeds met vrucht. Een weinig buiten +het dorp vonden wij een eenigszins bebouwd terrein, waar manioc, +pasteken, pompoenen en ettelijke andere vruchten werden geteeld; +alles toonde echter duidelijk aan, dat deze zoogenaamde plantage +zeer slecht werd onderhouden, en dat, zoo er nog iets van terecht +kwam, dit wel voornamelijk aan de vruchtbaarheid van den bodem en het +gezegend klimaat te danken was. Ook was de opbrengst van dezen akker +geheel onvoldoende om de bevolking van het dorp te voeden, die dan +ook, evenals alle stammen van het woud, in jacht en visscherij hare +voornaamste middelen van bestaan vindt. + +Toen wij van onze wandeling terugkwamen, vonden wij een maaltijd gereed +staan, dien men bepaaldelijk te onzer eere had aangericht, bestaande +in een in der haast gekookte ragout van gerookt apenvleesch en groene +bananen. Zout ontbrak; maar dit gemis werd meer dan vergoed door een +zoo ruimen overvloed van spaanschen peper, dat reeds bij den eersten +hap de tranen ons over de oogen liepen, en wij een gevoel hadden of +onze mond en keel met een gloeiend ijzer werden verschroeid. Gelukkig +had men de voorzorg genomen, nevens dien kom met heeten ragoût een +schotel met frisch, helder water te zetten, waar wij telkens een +teug van namen. Onze vrienden de Siriniris schenen voor deze sterke +kruiderijen onaandoenlijk. + +Toen onze maaltijd, dien wij op den grond zittende gebruikt hadden, +was afgeloopen, bemerkten wij, dat de zon reeds ter kimme begon te +neigen. Wij hadden ons, verleid door het vreemde dezer omgeving, +wat lang opgehouden, en waren nu onzeker wat te doen. De kolonel, +die, naar hij zeide, alles gezien had wat hier te zien viel, wilde +volstrekt vertrekken en ergens in het woud gaan bivouakeeren. Ik wilde +evenwel gaarne van deze gelegenheid gebruik maken, om iets meer te +weten te komen van de lieden, in wier midden wij ons nu bevonden; +ik deed daarom den kolonel opmerken, dat het onwellevend zou zijn, +aanstonds na den maaltijd heen te gaan; en dat wij in ieder geval nog +beter in het dorp konden overnachten, dan in het vochtige woud, waar +wij op den sterk bedauwden grond moesten rusten. Vooral deze laatste +opmerking scheen bij Perez, die nog al last van rhumatiek had, te +wegen; er werd dus besloten, dat wij te Huatinmio zouden overnachten. + +Toen Pepe Garcia dit besluit aan de Chunchos mededeelde, waren zij +daarmede blijkbaar zeer in bun schik. Aanstonds noodigden zij ons uit, +zelf eene keuze te doen tusschen de verschillende woningen, die allen +te onzer beschikking werden gesteld. Natuurlijk kozen wij de grootste, +zoodat wij allen bij elkander konden blijven. Zoodra onze bagage daarin +was geplaatst, brachten de Siriniris ons hout en water, de eenige +zaken, die zij ons voor den nacht konden aanbieden. Zoodra het donker +was geworden, haalde ik eene bougie te voorschijn, die ik aanstak, +en die de uiterste verbazing der inboorlingen opwekte. Ik wenschte +het een en ander aan te teekenen aangaande de zeden en gewoonten +onzer gastheeren, waartoe ik de hulp van Pepe Garcia noodig had, +die zich reeds een barbacoa had uitgekozen om daarop met Aragon te +gaan slapen. Het was hem dan ook niet zeer naar den zin, toen ik hem +gelastte, de Chunchos te ondervragen omtrent hetgeen ik wenschte te +weten, en mij hunne antwoorden mede te deelen. Aanvankelijk ging de +ondervraging niet gemakkelijk, maar allengs begon men elkander beter +te verstaan, en werden geregelde antwoorden gegeven. Wat ik op die +wijze te weten kwam, zal ik hier kort mededeelen. + +De Siriniris, waartoe onze gastheeren behoorden, waren destijds in +drie stammen verdeeld, die eene landstreek bewoonden van omstreeks +tien mijlen lengte bij drie à vier mijlen breedte, geheel met dichte +bosschen bedekt, en door verscheidene beken en kleine rivieren +besproeid. Deze drie stammen te zamen waren misschien omstreeks +driehonderd zielen sterk; sedert langen tijd leefden zij zoowel +onderling, als met de naburige stammen der Huatchipayris, Tuyneris +en Pukiris, die de noordelijk en zuidelijk aangrenzende valleien +bewoonden, in ongestoorden vrede. + +De zeden en gewoonten van dezen stam kwamen tamelijk overeen met die +van al de stammen, die de hellingen van de Cordilleras, tusschen den +10den en den 12den graad zuiderbreedte bewonen, en waarmede wij reeds +vroeger kennis hadden gemaakt. De veelwijverij was bij de Siriniris +echter veeleer uitzondering dan regel: niet zoozeer omdat hunne +begrippen ten aanzien van het huwelijk zooveel strenger waren, maar +omdat de schaarschte der levensmiddelen, en de moeilijkheid om altijd +in het onderhoud te voorzien, de mannen doorgaans weerhield, meer +vrouwen te nemen, dan zij zonder al te veel inspanning konden voeden. + +Overigens was hunne levenswijze geheel dezelfde als die hunner +stamgenooten: zij kenden geene andere zorg of bezigheid, dan de +vervulling hunner dagelijksche, physieke behoeften. Had de jacht of de +visscherij genoeg opgeleverd, dat er voor eenige dagen voorraad was, +dan bleven de mannen thuis, meestal in volslagen werkeloosheid op den +grond of de barbacoa liggende, terwijl de vrouwen alle bezigheden in +en buiten 's huis verrichtten. Zooals ik reeds zeide, de vrouw is hier +nog, in den letterlijken zin des woords, de slavin, het lastdier, +het eigendom van den man, en in geenen deele zijne gelijke, zijne +echtgenoote. Alle zware arbeid, dien de man niet verrichten wil, komt +ten laste van de vrouw, boven en behalve de zorg voor de kinderen en +de huishouding. De vrouwen zijn, sedert eeuwen reeds, aan die ruwe +behandeling gewoon en denken er niet aan, zich daarover te beklagen: +zij zijn daaraan zoo gewoon geworden, dat zij niet anders weten of +het behoort zoo. + +Evenals bij alle indiaansche volksstammen van Zuid-Amerika, gaat +het huwelijk, of liever de vereeniging der beide geslachten, zonder +eenige ceremonie of plechtigheid. De jonkman neemt zich een meisje, +en daarmede is het uit. De kinderen blijven tot aan hun zevende jaar +onder het opzicht van de moeder; dan gaan zij onder de voogdij van den +vader over, die zich met de verdere opvoeding belast. Zijn eerste werk +is, hen, evenals jonge honden, in het water te werpen, om hun zoodoende +zwemmen te leeren; dan onderwijst hij hen in de behandeling van boog en +pijlen, en in de kunst om met een steenen mes, en met behulp van vuur, +knodsen te snijden. Daartoe en tot het nabootsen van het geluid van +eenige dieren, bepaalt zich de geheele opvoeding. Het kind vergezelt +zijn vader op diens tochten door het bosch, gaat met hem op de jacht, +en neemt, op zijne beurt groot geworden, zooveel vrouwen als hij meent +te kunnen onderhouden. En zoo gaat het leven dezer menschen, geslacht +aan geslacht voort, terwijl hun aantal voortdurend vermindert, en +met onvermijdelijke zekerheid de dag nadert, waarop zij geheel van +de aarde zullen verdwenen zijn. + + + +III. + + +Den volgenden morgen vertrokken wij van Huatinmio, na van onze +vriendelijke gastheeren afscheid genomen te hebben, en vervolgden +onzen weg. Allengs nam het woud een schilderachtiger karakter aan, +en alleen de begeerte om zoo spoedig mogelijk buiten het bereik der +Siriniris te komen, dreef ons zoo haastig voort, dat wij aan de schoone +partijen, die ons omringden, niet de aandacht konden schenken, die +zij zoo ruimschoots verdienden. Doch weldra scheen de vrees voor eene +ontmoeting geen beletsel meer om het landschap rondom ons goed op te +nemen; onze cascarilleros begonnen weder de bosschen te onderzoeken, +of zij ook kinaboomen konden vinden: en hunne nasporingen waren niet +altijd vruchteloos. Zoo ging het voort, dagen achtereen, altijd door +de bosschen en wouden; des nachts ons kamp opslaande op een open plek +of aan den oever der rivier, en des daags onzen tocht vervolgende, +die niets bijzonders opleverde. + +Op zekeren dag opende zich eensklaps voor ons oog een wijde, dorre +vlakte, schitterende in de zonnestralen, en aan den gezichteinder +begrensd door het woud, waarboven zich de toppen van twee, geheel met +bosch bedekte heuvelen verhieven. Juist toen wij uit de schaduw te +voorschijn kwamen, en ons gereed maakten om de vlakte over te steken, +bespeurden wij een troep inboorlingen, mannen, vrouwen en kinderen, +die naar ons toe kwamen. Deze ontmoeting was ons hoogst onaangenaam, +en wij peinsden op een middel om die nog te vermijden. Dit was alleen +mogelijk door zoo spoedig doenlijk in het woud terug te keeren, en eene +andere richting te volgen. Wij deden dit ook dadelijk: maar helaas, +het was reeds te laat! Plotseling verhief zich een oorverdoovend +geschreeuw, dat duidelijk genoeg bewees, dat de wilden ons gezien +hadden, en het niet meer mogelijk zou zijn, de gevreesde ontmoeting +te vermijden. Wij bleven dus waar wij waren, en wachtten de nadering +dezer onbekenden af. Wij behoefden niet lang te wachten. Zoodra zij +ons in het bosch hadden zien terugtrekken, hadden zij het op een loopen +gezet, en weldra was de geheele bende bij ons. In een oogenblik waren +wij nu omringd en ingesloten, en begonnen de Chunchos ons met luid +geschreeuw en allerlei wilde gebaren te omhelzen en aan hunne borst te +drukken. Niet dan met eenige moeite konden wij er in slagen, ons aan +deze onstuimige liefkozingen te onttrekken, en de wilden een weinig +van het lijf te houden, zoodat wij ons althans vrij bewegen konden. + +Wij maakten daarvan gebruik om het bosch te verlaten en naar de vlakte +te gaan, waar wij onze bezoekers beter in het oog konden houden, en zoo +noodig alle vijandelijkheden dadelijk konden keeren; maar onze vrees +bleek weldra ongegrond. Zoodra zij zagen, dat hunne wijze van handelen +ons niet beviel, veranderden zij van houding, en maakte de vrijpostige +familiariteit van zooeven plaats voor aanhalige nederigheid. Toch was +het ons duidelijk, dat zij van begeerte brandden om de fraaie messen +te bezitten, die in onze gordels staken; zij konden er de oogen niet +afwenden, en wezen er naar, terwijl zij met de lippen smakten als +kinderen, die een of andere lekkernij zien. Wij hielden ons evenwel +of wij die wenken niet begrepen en zwegen stil. + +Door onze onbekende bezoekers begeleid, trokken wij tot midden in de +vlakte voort. Wij wilden niet doorgaan naar het bosch, waar zij ons +ongetwijfeld zouden volgen, maar hielden halt, in de hoop, dat de +zeer koele ontvangst hen weldra zou bewegen, ons te verlaten. Wij +zetten ons neder op de rotsblokken, die zich hier en daar uit het +zand verhieven; terwijl de Chunchos zich in verschillende houdingen +op den grond zetten; zij wenden hunne blikken niet van ons af, en +begonnen tevens met elkander een druk gesprek, dat op zoo gedempten +toon gevoerd werd, dat wij er geen woord van konden verstaan. Dit +onderhoud, dat natuurlijk in de eerste plaats over onze personen en +onze messen liep, had reeds ongeveer een half uur geduurd, toen ik, +vreezende dat er geen eind aan komen zou, onze tolken verzocht, aan +de wilden te zeggen, dat zij ons verveelden, en dat zij, in plaats +van ons te blijven aankijken, beter zouden doen met heen te gaan en +zich niet verder met ons te bemoeien. Ik weet niet of de tolken mijne +woorden trouw overbrachten; maar wel verre dat de Chunchos den gegeven +raad zouden volgen, begon er nu een levendig gesprek tusschen hen en +onze woordvoerders. Weldra vernamen wij wat er gaande was. + +Ziende, dat wij volstrekt niet gezind waren; hen gratis van bijlen +en messen te voorzien, en van hun kant niets bezittende om ons aan +te bieden, waren deze Siriniris op de gedachte gekomen, de begeerde +voorwerpen in te ruilen tegen levensmiddelen, die zij ergens in het +woud verborgen hadden. Hun voorraad bestond in een halven gerookten +pecari; eene zekere hoeveelheid bananen, zoete aardakers en eenige +andere vruchten; en onze tolken hadden het der moeite waard geacht, +daarover nader in onderhandeling te treden, want onze eigene voorraad +was bijna verteerd. De Chunchos hielden echter hunne waren op prijs: +voor den halven pecari vroegen zij een bijl, voor de bananen en +andere vruchten zes groote messen. De prijs was buitensporig; maar +het vooruitzicht van een goeden maaltijd te kunnen doen, was zoo +uitlokkend, dat de koop weldra gesloten werd. Doch, wenschende zoo +spoedig mogelijk van hen verlost te worden, drongen wij er op aan, +dat de zaak onmiddellijk zou worden ten einde gebracht. De Siriniris +stonden een oogenblik in beraad; toen verwijderden zich twee hunner +en begaven zich, van hunne vrouwen vergezeld, met snelle schreden +naar het bosch. + +Reeds waren sedert hun vertrek eenige minuten verloopen, toen ik, +werktuigelijk het hoofd omwendende, zag, hoe deze afgevaardigden al +langzamer en langzamer begonnen te loopen, en eindelijk aan den rand +van het bosch gekomen, in plaats van daarin te gaan, onder een boom +gingen zitten, en uit de verte naar ons bleven kijken. Dit scheen mij +minstens zonderling; ik maakte daar den kolonel opmerkzaam op, die +zich weldra overtuigde, dat mijne oogen mij niet misleidden. Zoodra +zij bemerkten, dat wij hen ontdekt hadden, stonden zij allen op en +verdwenen in het woud. + +Toen, na verloop van een uur, de uitgezondenen nog niet waren +teruggekeerd, liet ik aan de Siriniris zeggen, dat, daar de +levensmiddelen niet kwamen, wij den koop als nietig beschouwden, +en onze tocht zouden vervolgen. Deze mededeeling scheen hen niet te +bevallen; door zeer duidelijke uitroepen en gebaren gaven zij aan hunne +ontevredenheid lucht. Ik stoorde mij daaraan niet, maar gaf het sein +tot vertrekken. Toen onze dragers zich daartoe gereed maakten, gingen +sommigen dezer wilden zoover, dat zij hen omringden en aangrepen, en +aanstalten schenen te maken om hen van hunne kleederen te berooven. De +verschrikte Quechuas begonnen als kinderen te schreeuwen, waardoor +de vroolijkheid der plunderaars niet weinig werd opgewekt. Reeds +had een hunner de montera van een onzer lieden weggekaapt en die +opgezet, en maakte hij zich gereed daarmede weg te loopen, toen wij +tusschenbeiden kwamen om aan dit tooneel, dat ernstige gevolgen kon +hebben, een einde te maken. Het gelukte ons, met groote woorden en +dreigementen, de Siriniris in bedwang te houden, waarop wij onze +schreden naar het bosch richtten. + +De Indianen, bevreesd voor onze geweren, durfden ons niet volgen; +maar nauwelijks waren wij het bosch ingegaan, of eensklaps drong +ons een luid en langgerekt geschreeuw in de ooren, dat wij voor een +signaal der wilden hielden. Daardoor verschrikt, en niet wetende, welk +gevaar ons bedreigen kon, zetten wij het op een loopen, vooral toen, +eenige minuten later, hetzelfde geschreeuw zich nog eens liet hooren, +maar nu, zoo het scheen, meer in onze nabijheid. Wij renden nu zoo +hard mogelijk voort, dwars door kreupelhout en struikgewas, tot wij +bijkans buiten adem waren, en ons mochten vleien, dat de vijand, +indien hij ons al vervolgde, zeker wel ons spoor zou verloren hebben. + +Intusschen had deze overhaaste vlucht ons eenigszins van den weg +doen afdwalen: in plaats van, zooals tot dusver, eene zuidelijke +richting te volgen, waren wij westwaarts afgeslagen. Na raadpleging +met onze Bolivianen, besloten wij, nog een paar dagen in westelijke +richting voort te gaan, en ons dan weder naar het zuiden te wenden. Wij +zouden op die wijze nader bij de Cordilleras komen, maar ons tevens +verwijderen van de Siriniris, wier gedurige verschijning ons hoogst +onaangenaam was en bovendien onze cascarilleros telkens in hunne +onderzoekingen stoorde. + +Nadat wij een paar uren in westelijke richting waren voortgegaan, +merkten wij een verandering in het woud op. De boomen schenen zich +gaandeweg te ontdoen van het net van slingerplanten en lianen, die +hen tot dusverre hield omwoeld; hier en daar vertoonden zich open +plekken, waar zich bevallige palmen verhieven. Tegelijk werd de vlakke +grond telkens hobbeliger en het gaan bezwaarlijker. De majordomo der +cascarilleros, wien ik naar de reden van deze veranderingen vroeg, +antwoorde mij, dat het gewijzigd karakter der vegetatie een gevolg +was van de nabijheid der Cordilleras; en dat wat het hobbelige en +ongelijke van den grond aanging, dit te wijten was aan eene of andere +rivier, die wij weldra zouden bereiken. + +Weldra bewees de uitkomst dat hij gelijk had. Hijgend van vermoeienis +en erg gehavend door de doornen, die het laatste gedeelte van ons +pad hadden versperd, bereikten wij den oever van de rivier Ayapata, +die wij moesten overtrekken, Maar, aangezien wij noch een pont, +noch een vlot, zelfs geen boomstam hadden, om den overtocht te +doen, was het zaak, vooraf zoo nauwkeurig mogelijk de gesteldheid +der rivier te onderzoeken. De Ayapata, hier ongeveer honderd ellen +breed, stroomde voort tusschen vlakke oevers, ter wederzijde geheel +met zware boomen bedekt, die door een net van lianen aan elkander +waren verbonden. De verschillende kleurschakeeringen in de tamelijk +snelvlietende wateren bewezen dat de diepte zeer verschillend was, +en dus ook dat er op sommige plaatsen meer of minder geschikte voorden +moesten zijn. Twee rijen rotsen, op eenige ellen afstands van elkander, +veroorzaakten eene branding, sterk genoeg om eene gewone boot te +verbrijzelen. Na zorgvuldige waarneming van alle deze teekenen, +kozen wij voor den overtocht eene plaats, die door een witachtige +streep op de oppervlakte der rivier werd aangewezen, en waar, naar +de schatting der Bolivianen, de diepte niet meer dan tusschen de +vier of zes voet moest bedragen. Wij grepen elkander bij de hand, +en daalden in de Ayapata af. In het midden der rivier gekomen, hadden +wij al onze krachten noodig om ons te verdedigen tegen den stroom, die +ons optilde, omver wierp en ons ongetwijfeld zou hebben medegevoerd, +indien wij niet de voorzorg hadden gebruikt van elkander vast te +houden en zoo een soort van keten te vormen. Toch kwamen de meesten +er niet zonder eene onderdompeling af. + +Druipnat kwamen wij op den anderen oever, waar ons eerste werk was +een plekje op te zoeken, waar de Siriniris ons niet konden ontdekken, +ingeval zij bij toeval aan den anderen oever kwamen; en vervolgens, +nadat wij zulk een plekje gevonden hadden, onze kleederen uit te +trekken om die in de zon te drogen. Na een oponthoud van een paar +uur, maakte wij ons gereed, onzen tocht te hervatten. Eerst waren wij +voornemens, den zandigen oever der rivier te volgen, maar de vrees dat +de Siriniris ons zouden zien, bracht ons van dit denkbeeld terug. Wij +gingen dus het bosch in, ver genoeg om niet van de overzijde gezien +te kunnen worden, en toch dicht genoeg bij de rivier om haar niet +uit het oog te verliezen. Intusschen ontdekken wij, noch aan dezen, +noch aan den tegenover liggenden oever, een enkel spoor, waaruit de +nabijheid der wilden viel af te leiden. Na verloop van eenigen tijd +werd de weg zoo steil en zoo moeilijk, dat wij genoodzaakt waren, +in zuidwestelijke richting af te wijken, zoodat wij de rivier uit +het oog verloren. Daarentegen hadden wij nu, aan onze linkerhand, +een dier barrancas of steile kloven, die hier zoo menigvuldig zijn, +en die wij besloten tot het einde te volgen. + +Aanvankelijk moesten wij, niet zonder moeite en gevaar, voortklauteren +over opeengestapelde rotsblokken, die een soort van amphitheater +vormden. Toen werd het beter: de rots was nu, bij wijze van een +natuurlijke trap, in dunne lagen verdeeld, zoodat wij zonder veel +inspanning naar boven konden komen. Deze geheele rotshelling was +bovendien met de fraaiste en zeldzaamste planten en bloemen bedekt, +die aan het geheele dal een allerschilderachtigst voorkomen gaven. Toen +wij, na een half uur klimmens, den top der rots hadden bereikt, strekte +zich voor onze blikken een dier onmetelijke panorama's uit, waarbij +de details zich in de massa verliezen, en die eene eigenaardige kalmte +en rust ademen, welke zich als van zelve aan den beschouwer mededeelt. + +Van het noorden naar het oosten was het ééne onafzienbare zee van +groen, wier dicht opeengedrongen golven tot den horizon reikten, waar +zij zich in een lichtenden nevel verloren. Hier en daar verhief zich +uit deze bewegelijke oppervlakte een heuvel, een spits, een bergkegel, +als het ware een baken te midden dezer grenzenloosheid. Enkele +zilveren strepen, nu eens verdwijnende in het dichte groen, dan van +verre zichtbaar, teekenden den loop der rivieren, die haar wateren +in de Madre-de-Dios of de Inambari uitstorten. Een wolkelooze, +donkerblauwe hemel welfde zich over dit wijde landschap. + +Als ge u omkeerd, ziet ge voor u, van het westen naar het zuiden, +een verwarde en outzaggelijke mengeling van punten, naalden, spitsen, +bergkammen, regelmatige of zonderling afgebroken kegels, van toppen en +kruinen, allen behoorende tot de bergketenen, die, van de hoofdketen +der Andes uitgaande, met, steile hellingen naar de vlakte afdalen. Deze +geheele ontzagwekkende berggroep, die bij morgen- of avondverlichting +ongetwijfeld een prachtig effect moet maken, vertoonde nu, onder de +loodrechte stralen der middagzon, niet veelmeer dan ééne saamgepakte +levenlooze massa. Hier en daar dreven langs de lagere hellingen lichte +wolken en nevels, opstijgende uit de rivieren, die zich tusschen deze +bergen een weg baanden. + +Maar wat nog meer dan dit onmetelijk vergezicht onze aandacht trok, was +de rivier de Ayapata zelve, die ver beneden ons haar loop vervolgde, +doch nu niet meer vrijelijk tusschen vlakke oevers, door maagdelijke +wouden omzoomd, zooals op het punt waar wij haar hadden doorwaad, +maar nu gevangen en ingesloten tusschen de loodrechte rotswanden, +op welker top wij stonden. Als wij tot den rand der rots voortgingen, +konden wij, ons voorover buigende en ons vasthoudende aan de planten, +die hare wortels in den steen geslagen hadden, in de diepe kloof +afzien, waarin onze rivier gevangen was. + +Deze eenigszins bochtige kloof had eene lengte van honderdvijftig el; +de breedte bedroeg nog geen derde van die der Ayapata. De rivier, in +haar loop nog versneld door de helling van den bodem, stortte zich +met donderend geweld in de bergengte; spatte haar vlokkig schuim +tegen en over enkele rotsen, die hier en daar boven de kokende +wateren uitstaken; weerspiegelde in haar oppervlakte de donkere +tinten der sombere rotswanden, die aan alle zijden loodrecht oprezen; +en ontsnapte dan uit haar kerker, terwijl zij hare woelende wateren +in een aantal takken en armen verdeelde. + +Na een poos dit schouwspel te hebben aangestaard, maakten wij ons +gereed weder af te dalen. Ongelukkig was, aan deze zijde, geen spoor +te ontdekken van de natuurlijke trap, die ons bij het opklimmen van +zooveel dienst was geweest. De helling was hier bovendien zoo steil, +dat aan geen afdalen te denken viel, en wij genoodzaakt waren een +langen omweg te maken, en, op de manier der kreeften, met allerlei +bochten en slingeringen onzen weg te vervolgen. Wij kwamen zonder +ongeval beneden, en gingen het woud weder in, zoodat wij de rivier +uit het oog verloren. + +In den namiddag hadden wij een dier lomas of boschrijke heuvels +bereikt, die aan deze streek eigen zijn en als vooruitgeschoven posten +van de Cordilleras kunnen worden beschouwd. Wij bestegen den heuvel, +die geheel met dicht struikgewas was bezet, waardoor wij ons met +onze bijlen en messen een weg moesten banen, en waren weldra op den +top, waar wij gemakkelijker konden voortgaan. Ik hield mij bezig met +de beschouwing van sommige merkwaardige bloemen, toen ik plotseling +eenige onderdrukte kreten vernam. Aanstonds herhaalde ik de stem onzer +dragers, en nieuwsgierig om te weten wat er gaande was, liep ik naar +hen toe. Toen ik bij hen kwam, schreeuwden zij niet meer, maar waren +zij nog geheel ontroerd door hetgeen zij gezien hadden. Een onzer had +namelijk den kamp gewaagd met een der bewoners van deze wildernis; +en allen, die getuigen van dezen strijd waren geweest, brandden van +begeerte om mij het voorgevallene te vertellen. + +Een der Quechuas, die vooruit ging, had eensklaps in het bosch iets +vreemds gezien, en was stil blijven staan om dat onbekende voorwerp +meer van nabij op te nemen. Hij hield het eerst voor een kabeltouw; +maar Pepe Garcia, naderbij komende, zag dadelijk dat dit gewaande +touw niet anders was dan een groote boa-constrictor, die, saamgerold, +rustig lag te slapen. De Indiaan en zijne kameraden waren van meening, +dat men het dier stil moest laten liggen, daar zij blijkbaar geen lust +hadden, nader met de slang kennis te maken. Maar Pepe Garcia had daarop +geantwoord, dat het vleesch van de slang zeergoed was om te eten, +en dat hij van de huid scheden voor messen kon maken. Tegelijkertijd +had hij met beide handen een stevigen palmhouten boog gegrepen, +dien hij bij wijze van wandelstok gebruikte, en dat wapen, als een +knots, opheffende, had hij daarmede een geweldige slag aan de slang +toegebracht, die zich eensklaps had ontrold. Op het gezicht van het +gevreesde dier, dat vergeefs poogde zich op zijn gebroken ruggegraat +op te heffen en zijn bek dreigend tegen zijn aanvaller opensperde, +hadden de verschrikte dragers zich haastig uit de voeten gemaakt. Ik +had hun geschreeuw gehoord. De moedigsten waren op eenigen afstand +blijven staan, hadden zich achter de boomen verborgen, en vandaar den +verderen loop van het gevecht gadegeslagen. Pepe Garcia, zonder zich +door de machtelooze woede der slang van zijn stuk te laten brengen, +had met groote kracht en behendigheid zijn knots blijven gebruiken, +en was dan ook als overwinnaar uit de strijd gekomen. De slang lag +roerloos op den grond uitgestrekt. Ik trad naderbij, en zag dat +de slang tot een bijzondere soort van python behoorde, die in deze +streken veel voorkomt, en effen bruin van kleur is. Het dier was ruim +negentien voet lang, en had in het midden een omvang van veertien +duim. In onze omstandigheden was deze vondst een groot geluk: het +vleesch van de boa verschafte ons dien avond een zoo smakelijk en +zoo overvloedig souper, als wij in langen tijd niet hadden gebruikt. + + + +IV. + + +Den volgenden morgen hervatten wij onzen tocht, door een prachtig +landschap, waar het anders zoo dichte, bijkans ondoordringbare woud +schier de gedaante aannam van een park met schilderachtige, verspreide +boomgroepen. Na een marsch van eenige uren bereikten wij een open +plek, waar onze aandacht getrokken werd door steenhoopen, in halven +cirkel of rechte lijn nevens elkander geplaatst. Onze cascarilleros +stonden in twijfel, of hier aan de arbeid van menschenhanden dan +wel aan de werking van het water der rivier moest worden gedacht: +en wij waren juist bezig hierover te praten, toen ons eensklaps uit +het bosch een geweldig geschreeuw tegenklonk, dat ons eene huivering +door de leden joeg. Wij keerden ons allen te gelijk om naar den kant, +vanwaar dat geluid kwam, en zagen, op nauwelijks twintig schreden +afstands van ons, een troep Chunchos, met den boog in de hand en de +kroon van vederen op het hoofd. + +De Indianen hervatten nu hun geschreeuw, en begonnen tegelijk te +springen en allerlei gebaren te maken, maar niemand kwam naar ons toe: +zij bleven springen en hunne armen en beenen bewegen, doch zonder +te naderen. Wij begrepen de reden hunner terughouding, toen wij een +hunner het woord _tasa-tasa_ hoorden uitspreken, terwijl hij op onze +geweren wees. In dien man herkende ik dadelijk, aan zijn eigenaardig +hoofdtooisel, een der Siriniris, wier ontmoeting ons bewogen had, +de rivier Ayapata over te trekken. De Indiaan had ons dus gevolgd, +zonder dat wij daar iets van hadden gemerkt, en hij was het, die ons +nu deze nieuwe bezoekers op het lijf stuurde. + +Toen de Chuncho bemerkte dat wij hem herkend hadden: trad hij eenige +schreden vooruit, en zijne armen uitbreidende, alsof hij ons wilde +omhelzen, riep hij ons toe: _Amico Dunkinpuna huayri_. Volgens Pepe +Garcia wilde hij daarmede zeggen, dat hij onze vriend was, en dat wij +te doen hadden met een opperhoofd (_huaijri_), Dunkinpuna genaamd. Wij +beantwoordden deze mededeeling met de verzekering, dat hij zonder +vrees naderbij kon komen. De Siriniri liet zich dit geen tweemaal +zeggen: hij liep naar ons toe en sloot ons in zijne armen, daarbij +tevens, met eene komische mengeling van angst en nieuwsgierigheid, +onze geweren aanrakende. Door ons vriendelijk onthaal gerustgesteld, +begon hij nu met zijne handen over onze kleederen en straks ook langs +ons gelaat te strijken. Deze bijzondere gemeenzaamheid, die wij kalm +afweerden, gaf nu ook aan de anderen moed, naderbij te komen en ons +ook een weinig te betasten. Wij lieten hen eenige oogenblikken begaan; +toen, oordeelende dat het nu genoeg was, maakten wij eene beweging +met de geweren, die hen dadelijk op een eerbiedigen afstand deed +terugwijken. Daar hielden zij stil, zetten zich gedeeltelijk op den +grond neder, en bleven ons onafgebroken aanstaren. + +Nog meer dan hunne plotselinge verschijning, verwonderde mij hun +bescheiden zwijgen over onze messen en bijlen. Hield de vrees voor onze +geweren hun den mond gesloten? of wisten zij door hun gids, dat wij +de messen en bijlen niet voor niet gaven, maar slechts tegen andere +voorwerpen inruilden? Daar zij nu niets hadden om ons aan te bieden, +hielden zij zich maar stil, wetende dat zij toch niets krijgen zouden. + +Na verloop van een half uur, oordeelde ik dat het nu tijd was, +afscheid van onze nieuwe bekenden te nemen. Ik stond juist op het +punt aan onze dragers te gelasten, den tocht te hervatten, toen Pepe +Garcia, die zich onder de Chunchos begeven had en met hen praatte, +op den inval kwam om hun te vragen, van waar die steenhoopen afkomstig +waren, die wij in den omtrek hadden opgemerkt. In het eerst scheen hun +de vraag bespottelijk en antwoordden zij alleen met een luid gelach; +maar eindelijk deelden zij onzen tolk mede, dat die steenhoopen in +vroeger tijd waren opgeworpen door menschen van onzen eigen stam en +kleur; met het doel om goud op te zamelen, dat door de rivier, welke +toen langs die plaats haar weg nam, werd medegevoerd. Deze rivier +had zich sedert teruggetrokken, wilden wij haar zien, dan moesten +wij links afslaan. + +De rivier, waarvan deze Siriniris spraken, moest de San-Gaban zijn, +in de zeventiende eeuw beroemd vanwege de goudwasscherijen, aan hare +oevers gevestigd. Ik besloot zoo mogelijk, eenige nadere inlichtingen +in te winnen, en verzocht den tolk aan de Indianen eenige vragen +te doen, die ik hem zou opgeven, met de belofte dat zoo zij die +behoorlijk beantwoordden, zij eenige messen ten geschenke zouden +ontvangen. Aanstonds hield hunne luidruchtigheid op, en luisterden +zij met ingespannen aandacht naar hetgeen hun zou worden gevraagd. + +Ik liet hun daarop door Pepe Garcia vragen of zij hunne vaders of +grootvaders nooit hadden hooren spreken van eene stad, in vroeger +tijd door de Spanjaarden hier in den omtrek gebouwd, en die door de +Caranga- en Suchimani-Indianen van de rivier Inambari was verbrand +geworden. Deze vraag bracht eene geweldige opschudding onder de +Chunchos te weeg: zij riepen en schreeuwden, en wilden allen te +gelijk antwoorden. Ik verstond niets dan de woorden _sacapa huyaris +Jpanos_, die met groote levendigheid en drift werden uitgesproken; maar +toch begreep ik, dat de geschiedenis van San-Graban en de spaansche +avonturiers, als overlevering bij deze stammen bekend was. Verder +bleek dat de Carangas en de Suchimanis sedert langen tijd deze streek +verlaten hadden; en dat de plaats, waar de oude stad gestaan had, +niet meer dan een dagreis verwijderd was. + +De verzoeking om deze eenmaal zoo beroemde plek te gaan zien, +was mij te sterk; ook de kolonel en de Bolivianen namen met deze +geringe afwijking van onzen weg genoegen. Terwijl wij nog daarover +beraadslaagden, lieten de Siriniris ons door Pepe Garcia vragen, +of wij de bedoelde plaats, die zij Sacapa noemden, wilden bezoeken; +en op mijn bevestigend antwoord, bood Dunkinpuna, die de aanvoerder +scheen te zijn, aan, ons derwaarts te geleiden, tot belooning een bijl +vragende. Aanstonds wilde de gansche troep medegaan, waar ik volstrekt +geen zin in had. Na lange onderhandelingen, kwam men eindelijk overeen, +dat drie van de oudsten met den chef Dunkinpuna mede zouden gaan; deze +gidsen zouden ieder een bijl krijgen, en, na volbrachten tocht, voor +de anderen, die achterbleven, een zeker aantal messen, vischhaken, +belletjes en andere snuisterijen, medebrengen. De achterblijvende +mannen keerden daarop naar de vrouwen en kinderen terug, die op eenigen +afstand waren gebleven. Vergezeld van onze vier gidsen trokken wij +het woud in, dat allengs dichter en dichter werd, en ons noodzaakte, +met bijlen en messen een doortocht te banen, tot groote verwondering +der wilden, die de lianen en struiken eenvoudig op zij schuiven. + +Het begon duister te worden, en wij moesten eene geschikte plaats +opzoeken om in het woud te overnachten. Vooraf wilden wij echter +gaarne onzen honger stillen: maar de voorraad ontbrak. Op mijn last +wonnen onze beide tolken den raad in der Chunchos, die, gewoon in deze +bosschen te leven, beter dan wij bekend moesten zijn met de middelen +om ons een avondmaal te bezorgen. Zij waren aanstonds bereid, ons te +helpen, en gingen met onze beide tolken het bosch in; terwijl onze +dragers inmiddels hout bijeen zochten en een vuur aanmaakten. Weldra +vielen vijf geweerschoten, en kort daarop keerden onze lieden terug +met wildbraad en vruchten in overvloed. Het wildbraad bestond in een +afschuwelijk leelijken brulaap, drie hoccos en vijf patrijzen. De +maaltijd smaakte ons heerlijk, en wel verkwikt begaven wij ons ter +rust. Onze gidsen, die het vuur zouden aanhouden, sliepen echter niet, +maar bleven den geheelen nacht door babbelen. + +Den volgenden morgen zetten wij onzen marsch voort, en bereikten +omstreeks den middag een plek, waar de boomen zeer ver uit elkander +stonden en een soort van open vlakte lieten, van ongeveer twee +kilometer in omtrek, waarachter weder het dichte woud begon. De met +gras begroeide grond was zeer ongelijk, vol kloven en gaten en diepten, +overal omgewoeld als ten gevolge eener vulkanische werking. Deze +eigenaardigheid viel te meer in het oog, omdat wij sedert den vorigen +dag bijna over een geheel effen bodem waren voortgetrokken. + +De wilden hadden zich onmiddellijk en zonder zich verder om ons te +bekommeren, op den grond neder gezet. Ik dacht eerst, dat zij wat +verlangden te rusten, maar vernam weldra, dat wij te San-Gaban waren, +en dat zij afwachtten of wij nog verder wilden gaan. Deze mededeeling +verbaasde mij zoozeer, dat ik de gidsen op nieuw door Pepe Garcia +liet ondervragen, waarop zij nogmaals verzekerden dat wij ons op de +eigen plek bevonden, waar San-Gaban gestaan had. Nu was geen twijfel +langer mogelijk; werktuigelijk zag ik in het rond, of ik niet een of +ander overblijfsel van menschelijken arbeid vinden kon; ik zag niets +dan gras, mos, struiken en groote boomen. Toch was deze eenzaamheid +eenmaal getuige geweest van een koortsachtig overspannen leven. + +Het was omstreeks het jaar 1550. De valleien van Caravaya, destijds +door de stammen Suchimani en Caranga bewoond, waren door spaansche +deserteurs ontdekt geworden, die, zoodra zij zich vergewist hadden, +dat hier goud in overvloed voorhanden was, de Indianen verdreven, +zich hier vestigden, en de toevallig gevonden schatten gingen +exploiteeren. Intusschen verspreidde zich spoedig het gerucht dezer +ontdekking. Don Antonio de Mendoza, onderkoning van Peru, ook zijn +aandeel in de winst begeerende, had eene kolonie Spanjaarden, soldaten +en commissarissen, ingenieurs en metselaars, daarheen gezonden, en +in de nieuw ontdekte streek de dorpen Ollachea, San-Gaban, Aporoma, +Sandia, San-Juan-del-Oro, Inambari en Pari, doen bouwen. De vereenigde +mijnwerkers van San-Gaban en San-Juan-del-Oro zonden aan Karel V een +klomp goud ten geschenke van tweehonderd achttien pond; de keizer had, +tot belooning, aan de beide vlekken den titel van keizerlijke stad +geschonken en al de inwoners in den adelstand verheven. + +De exploitatie der negentien valleien van oostelijk Caravaya werd +gedurende ongeveer twee eeuwen voortgezet, en bracht den koningen +van Spanje vele millioenen op. Na dien tijd werden de meeste werken +verlaten; de vlekken ontvolkten zich; de mijnwerkers, nu pachters +geworden, gingen op hunne nieuw ontgonnen plantages leven; toen, later +nog, het echte spaansche ras was uitgestorven of zich naar elders had +verstrooid, werd de landstreek ingenomen door eene gemengde bevolking, +die er heden nog gevestigd is. + +In 1767 was de stad San-Gaban de eenige, die nog van hare vroegere +mededingsters was overgebleven, en nu ook de algemeene verzamelplaats +der schatten van Caravaya. Al het goud, hetzij erts, hetzij korrels, +hetzij goudzand, dat ergens in het land werd gevonden, werd door +Indianen of op muildieren naar San-Gaban gebracht, en in loodsen +geborgen, vanwaar het eenmaal per jaar, na gesmolten en tot staven +gevormd te zijn, naar Lima werd vervoerd, om vervolgens naar Spanje +te worden overgebracht. In den nacht van 15 op 16 December dezes +jaars 1767, werd de keizerlijke stad, die hoegenaamd geen gevaar +vermoedde, door de Carangas en de Suchimanis overvallen, die haar +in brand staken en al de inwoners vermoordden. Zoo werd door de +afstammelingen der eerste bezitters van Caravaya, de overweldiging +van voor twee eeuwen gewroken. Dit feit baarde destijds groot opzien, +en was het onderwerp van alle gesprekken; maar het geslacht, dat van +deze verwoesting getuige was geweest, werd door een ander vervangen, +en de treurige geschiedenis van San-Gaban werd langzamerhand eene +geheimzinnige legende. Zelfs als ge hier te midden van het woud staat, +waar niets u van de tegenwoordigheid van menschen spreekt, zoudt ge +bijkans aan de waarheid der historie gaan twijfelen. + +Ik liet aan onze gidsen vier bijlen ter hand stellen, als loon voor +hunne dienst; en toen ik zag, dat zij daarmede zeer in hun schik waren, +liet ik hun verzoeken zich ook met de zorg voor ons ontbijt te willen +belasten, gelijk zij den vorigen avond zoogoed voor ons souper hadden +gezorgd. Zij toonden zich daartoe bereid, en verdwenen weldra in het +bosch; de kolonel en de beide tolken togen mede, op hunne eigene +gelegenheid, ter jacht. Al spoedig keerden deze laatsten terug, +met geen anderen buit dan een eekhoorn en een paar vogels, maar de +Chunchos lieten zich te vergeefs wachten. Doch nauwelijks hadden wij +ons schraal ontbijt verorberd, of een dier onbeschrijfelijke kreten, +waarvan geen taal eenig denkbeeld geven kan, drong ons door merg en +been. Opziende zagen wij een ganschen troep wilden, mannen, vrouwen +en kinderen, die in draf naar ons toekwamen. Wij hadden ternauwernood +den tijd, eenigszins van onze verbazing te bekomen, toen wij reeds +aan alle kanten omsingeld waren, en onder luid geschreeuw en geschater +werden omhelsd, geschud, en op allerlei manieren geliefkoosd. + +Te vergeefs poogde ik onder de wilden onze gidsen van zooeven te +herkennen; ik hoorde en zag niets, versuft door het oorverdoovend +geschreeuw: _Siruta inta menea!_--geef mij een mes!--dat door het bosch +weerklonk. Ieder onzer was door minstens een zestal Chunchos omringd, +zonder de vrouwen en kinderen te rekenen, die even dapper meededen. Met +groote moeite, en door met onze vuisten en onze geweren dapper om ons +heen te slaan, gelukte het ons eindelijk een weinig ruimte te maken; +de Chunchos vormden nu een kring om ons, terwijl anderen inmiddels +pogingen aanwendden om zich van onze bagage meester te maken. Ziende +wat er gaande was, haastten wij ons, onze dragers ter hulp te komen, +die van schrik als verlamd waren. Van de daardoor ontstane verwarring +maakten de Chunchos gebruik, om haastig alles weg te pakken wat zij +grijpen konden, en daarmede in het bosch te verdwijnen. + +Na een weinig de orde hersteld te hebben, togen wij weder op weg, +op eenigen afstand gevolgd door de wilden. Daar ik den schijn niet +wilde aannemen, alsof wij voor den vijand vluchtten, beval ik halt +te houden, en onze vervolgers af te wachten. Het duurde ook niet +lang, of zij hadden ons op nieuw omsingeld. Onder luid geschreeuw +wierpen de Indianen zich nu op onze bagage, als tijgers op hunne +prooi. Onze dragers namen verschrikt de vlucht; de cascarilleros, +aan dergelijke tooneelen niet gewoon, beefden over al hunne leden. In +weinige oogenblikken waren wij bijna van alles beroofd wat wij hadden, +waarna de Chunchos zich, lachende en juichende, verwijderden. + +Gelukkig waren er verder geen ongelukken gebeurd, en kwamen wij, het +verlies onzer bagage daargelaten, verder met den schrik vrij. Wij +besloten nu evenwel, onmiddellijk den terugtocht aan te nemen, +hetgeen wij zooveel te gereeder doen konden, daar de nasporingen +onzer Bolivianen althans een voldoenden uitslag hadden opgeleverd, +en wij dus in zooverre het doel onzer reis hadden bereikt. Wij riepen +dus onze dragers, die zich in de struiken hadden verscholen, terug, +pakten het weinige, dat ons nog was overgebleven bijeen, en sloegen +den weg in naar Marcapata. + +Wij liepen dien geheelen dag zoo snel wij konden, ten einde ons zoover +mogelijk van den noodlottigen vijand te verwijderen. Tegen den avond +bereikten wij een heuvel, waar wij besloten te overnachten. Met onze +messen baanden wij ons een weg door de struiken en slingerplanten, +waarmede de helling geheel bedekt was; en op den top gekomen, +vonden wij een pleintje, met mos begroeid en door groote boomen +omringd. Hier zetten wij ons neder; van avondeten kon geen spraak +zijn; vuur aanmaken durfden wij niet, uit vrees dat wij daardoor onze +schuilplaats aan de wilden zouden openbaren. Uitgeput van vermoeienis, +vielen wij eindelijk in slaap. + +Tegen het krieken van den morgen werden wij eensklaps door het reeds +zoo welbekende geschreeuw gewekt. Er viel niet aan te twijfelen: +de wilden hadden ons wederom ingehaald. In een oogenblik waren zij +bij ons, en begon hetzelfde tumult op nieuw. Onder de bende waren er +ook, die aan de plundering van gisteren geen deel hadden genomen, +en nu ook hun deel van den buit verlangden. Om hen tot bedaren te +brengen, liet ik de valiezen openen, zoodat zij zelf konden zien, +dat wij niets meer bezaten om hun te geven. Maar, in plaats van heen +te gaan, hieven zij een nog luider geschreeuw aan; en een hunner, +een athletisch gebouwde jonkman van twintig jaren, van het hoofd +tot de voeten met roode en zwarte strepen beschilderd, wierp ons, +met eene uitdrukking van toorn en verontwaardiging, een hoop versch +afgesneden lianen voor de voeten. Dat waren de lianen, die wij den +vorigen avond, bij het beklimmen van den heuvel, hadden afgesneden: +de wilden wierpen ons die nu voor de voeten, om onze bewering te +logenstraffen, dat wij geen messen meer hadden. Ik haastte mij, +mijn kostbaar spaansch mes, dat in mijn gordel stak, te verbergen; +nauwelijks had ik dit gedaan, of de Chunchos onderzochten ons den +een na den ander, en ontnamen aan mijne reisgenooten de messen, +die zij niet in veiligheid hadden kunnen brengen. + +Nu volgde een tooneel van uitgelaten dartelheid, waarvan wij +de weerlooze slachtoffers waren. De Chunchos bespotten ons met +woorden en gebaren, en begonnen eindelijk onze aangezichten, die hun +waarschijnlijk te bleek voorkwam, met plantensap te verven. Nadat +dit een poos geduurd had, en de wilden alles bijeen hadden geraapt +wat nog vatbaar was om medegenomen te worden, verwijderden zij zich, +lachende en met de hand afscheidsgroeten toewuivende. + +Wij bleven nog een poos roerloos zitten, niet anders denkende dan dat +de dieven aanstonds weder terug zouden komen. Toen wij ons eindelijk +overtuigd hadden dat zij voorgoed vertrokken waren, rezen wij op, +daalden van den heuvel af, en gingen het bosch in. Weldra werd onze +marsch een overhaaste vlucht: wij stormden voort, dwars door struiken, +kreupelhout en lianen en doornen, zonder ons te bekommeren over +onze gescheurde kleederen of opengereten handen en beenen. Eindelijk +bereikten wij den oever van de Ayapata, waar wij, verscholen onder +het dichte houtgewas, eenigen tijd rustten, en beraadslaagden wat +ons verder te doen stond. Onzen honger stilden wij met eenige wilde +vruchten, die de cascarilleros, op handen en voeten voortkruipende, +gingen opzoeken. Na een uur gerust te hebben, vervolgden wij onzen +tocht, altijd even hard loopende, en beurtelings den oever en het +bosch volgende, om de wilden het spoor bijster te doen worden. In +den namiddag vonden wij een grooten drijvenden boomstam, waarvan wij +gebruik maakten om naar den linker oever van de Ayapata over te steken, +waar wij dadelijk het woud ingingen. Wij moesten nu nog de rivier de +Ollachea oversteken, om de vallei van Marcapata te bereiken, vanwaar +wij uitgegaan waren. + +Nog twee dagen verliepen er, eer wij de rivier de Ollachea bereikten: +twee dagen van bijna doodelijke vermoeienis en ontbering. Wij leefden +van wilde vruchten en wortelen, die het woud opleverde, en konden +niet dan met groote moeite voortgaan. Wij doorwaadden de Ollachea op +de plaats, waar zij, in twee armen zich splitsende, eene bruikbare +voorde heeft, en zetten onzen tocht voort naar de Camantis, waar wij +na verloop van nogmaals twee dagen aankwamen. Daar mochten wij ons +vleien veilig te zijn voor verdere ontmoetingen met de Chunchos, die +ons als onze schaduw gevolgd waren; wij maakten dus een groot vuur +aan, en deden ons te goed aan vruchten, benevens aan sprinkhanen en +slakken, die wij lieten braden. Onze dragers wisten bovendien, met +groote behendigheid, eenige palmboomen te beklimmen, en met behulp +van mijn mes, het eenige dat ons nog overgebleven was, de zoogenaamde +palmkool af te snijden, die eene ware lekkernij was. + +Den volgenden morgen hervatten wij met frisschen moed, onzen tocht. Bij +het wederzien der bekende punten, was het ons of wij een nieuw leven +tegemoet gingen. Hoe ook vermoeid en uitgehongerd, trokken wij +opgewekt en blijmoedig voort, zeker, dat wij nu den eindpaal van +ons lijden naderden. Weldra bereikten wij Maniri, en dan, na een +geforceerden marsch, Sausipata, waar wij ons te goed deden aan de +onrijpe vruchten in den tuin van den gobernador van Marcapata, den oom +van Aragon. Zoo ging de tocht nu rustiger en met minder overhaasting +voort, van station tot station, tot wij eindelijk, op zekeren namiddag +Marcapata in het gezicht kregen, waar men bereids van onze nadering +onderricht was. Nauwelijks hadden wij het vlek betreden, of de pastoor +en de gobernador kwamen ons te gemoet om ons te begroeten. Toen zij +ons zagen, konden zij een uitroep van verbazing en medelijden niet +bedwingen: in plaats toch van de vroolijke, hoopvolle reizigers, die, +met blijden moed, nu twee maanden geleden, afscheid van hen genomen +hadden, vonden zij uitgeputte, uitgehongerde wezens, in lompen gehuld, +door de zon verbrand en door de venijnige insecten en de scherpe +doornen onbarmhartig toegetakeld. "Ach, mijn zoon, zeide de waardige +geestelijke tot mij, terwijl hij mij bij het afstijgen hielp; dat +komt er van, wanneer men in het land der ongeloovigen cascarillas +gaat zoeken." + +Wij begaven ons nu naar de pastorie, waar wij twee dagen vertoefden. Na +met onze tolken en dragers afgerekend te hebben, namen wij afscheid +van den braven pastoor, en vervolgden onze reis naar Cuzco, waar ik +aan Juan Sanz de Santo-Domingo een uitvoerig verslag van het resultaat +onzer expeditie ter hand stelde. Acht dagen later had ik mij weder op +reis begeven, en stond ik aan den oever van het heilige meer Titicaca. + + + + +GAËTA. + + +Aan de schilderachtig schoone kust van zuidelijk Italië ligt, op +een der fraaiste punten, de stad Gaëta, in de historie en de legende +schier evenzeer beroemd. Zij behoort tot de oudste steden van Italië, +en voert haar stichting hooger op dan die van Rome. Volgens de door +Virgilius in zijn heldendicht overgenomen legende, ontleent zij haar +naam van Cajeta, de voedster van Aeneas, den trojaanschen held, den +mythischen stamvader des romeinschen volks. Maar nog meer dan aan dezen +legendarischen oorsprong, dankt de sterke vesting haar roem aan de +belangrijke rol, die zij eeuwen en eeuwen achtereen in de geschiedenis +der italiaansche oorlogen en omwentelingen heeft gespeeld. Wat al +vijanden heeft zij voor hare geduchte wallen gezien; wat al stormen +heeft zij afgeslagen; hoe menigmalen heeft het vuur des vijands hare +muren geteisterd! Het ligt natuurlijk niet in onze bedoeling, de lange +krijgsgeschiedenis van Gaëta te verhalen: slechts met een enkel woord +wenschen wij te herinneren aan twee gebeurtenissen uit onzen tijd, die +aan de aloude rotsvesting eene nieuwe beroemdheid hebben geschonken. + +Toen in November 1848, na den moord van graaf Rossi, de omwenteling +met onbedwingbare woede in Rome uitbrak en de paus zelf in zijn +paleis niet meer veilig was, werd het noodig, een middel te bedenken +om den heiligen vader aan de moordzucht van het opgeruide gemeen te +onttrekken. De beiersche gezant, graaf Spauer, bood daartoe zijne +medewerking aan. In vrouwenkleederen vermomd, verliet paus Pius, den +25sten November, in het rijtuig van den gezant, en in gezelschap van +diens echtgenoote, de tot een moordenaarshol geworden stad. De kleine +stoet sloeg den weg in naar het zuiden, naar Gaëta; waar de paus, in +de staten van den koning van Napels, een veilig toevluchtsoord vond, +terwijl de treurige romeinsche republiek, waar Mazzini en Garribaldi +de dictatuur uitoefenden, reeds den 3den Juli 1849 voor de fransche +wapenen bezweek. Wel werd nu de wettige regeering hersteld, maar toch +duurde het nog tot den 4den April 1850 eer de paus, onder het geleide +van fransche soldaten, uit Gaëta naar zijne hoofdstad terugkeerde, +waar hem, in later jaren, nog zoo menige bittere ondervinding wachtte. + +Ruim tien jaren nadat Pius IX de sterke vesting verlaten had, ontving +zij binnen hare muren een ander slachtoffer der zegevierende revolutie: +haar eigen heer, koning Frans II van Napels. Op de nadering van +Garribaldi met zijne vrijbuitersscharen, had de jonge monarch, door +lafhartige, onbekwame dienaars en gewetenlooze verraders omringd, +zich gedwongen gezien, zijne hoofdstad te verlaten, en, den 6den +September 1860, te scheep naar Gaëta te wijk te nemen. De aloude +rotsvesting zou getuige zijn van de laatste, heldhaftige worsteling +der napolitaansche monarchie tegen den overmachtigen vijand, die, +zonder een schijn van recht, zonder eene oorlogsverklaring zelfs, de +staten van den nabuur en bloedverwant had overweldigd, en met behulp +der komedie van eene volksstemming, zich zelf de geroofde kroon op het +hoofd zette. Maanden achtereen duurde het beleg der met onbezweken moed +verdedigde vesting; en niet dan nadat allen den ongelukkigen koning +hadden verlaten, geen uitkomst meer was te hopen en langer tegenstand +onmogelijk geworden, gaf de fel geteisterde vesting zich den 13den +Februari 1861 aan den sardinischen generaal Cialdini over. De koning, +die, met zijne jeugdige gemalinne aan allen het voorbeeld van moed +en toewijding gegeven had, trok naar Rome, waar hij in het paleis +zijner familie, het _palazzo Farnèse_, zijn intrek nam. + + + + + +DE OOIEVAAR IN HET OUD-GERMAANSCHE VOLKSGELOOF. + + +Hoewel bij onze heidensche voorvaderen de dierendienst niet tot dien +hoogen trap van ontwikkeling gekomen was, als, bij voorbeeld, bij de +Egyptenaren, zoo geloofden toch ook de oude Germanen, gelijk alle +volkeren van indo-germaanschen stam, aan eene zekere geheimzinnige +betrekking tusschen het dier en de godheid, en bewezen ook zij aan +sommige dieren eene zekere mate van vereering. De goden zelf namen, +volgens de germaansche voorstelling, nu en dan de gedaante van +sommige dieren aan, welke om die reden voor heilig werden gehouden; +andere dieren werden geacht in de bijzondere dienst van eene of andere +godheid te staan, en uit dien hoofde met zekeren eerbied en ontzag +behandeld. Vele dieren droegen zinrijke, eervolle bijnamen; en vele +sagen en bijgeloovige voorstellingen van allerlei aard stonden met +de dierenwereld in rechtstreeksch verband: sagen en voorstellingen, +die nog eeuwen lang in de heugenis des volks bewaard bleven, lang +nadat de wezenlijke beteekenis verloren was gegaan. + +In den regel zijn het meest viervoetige dieren (en onder dezen meer +de wilde, dan de tamme), die in de oude mythen en volksoverleveringen +een rol spelen; maar toch is daarin ook aan sommige vogels, zooals de +zwaluw, de specht, de koekoek, eene meer of minder belangrijke plaats +ingeruimd; bovenal echter is het de ooievaar, die in het volksgeloof +der duitsche stammen eene zeer gewichtige rol speelt. + +Door geheel Duitschland en Nederland gold en geldt de ooievaar ten +deele nog, als een heilige vogel, die het huis tegen onweer beveiligt; +hij die moedwillig een ooievaar doodt, zal weldra--volgens het +bijna in geheel Duitschland heerschende volksgeloof--tot straf voor +deze euveldaad, zijne woning door den bliksem zien vernield. In het +algemeen neemt men eene zekere verwantschap aan tusschen den ooievaar +en het vuur. Zal in het dorp een brand uitbarsten, dan fladderen +de ooievaars reeds van te voren angstig om de kerktoren. De uit +hunne nesten verdreven ooievaars, heet het elders, komen met een +brandend stuk hout in den bek aanvliegen, om de woning, waar men +hen verjoeg, in brand te steken. Neemt de landman daarentegen den +ooievaar vriendelijk op, en legt hij, zooals op zeer vele plaatsen +in Duitschland pleegt te geschieden, een wiel op het dak, zoodat de +vogel daarop gemakkelijk zijn nest kan bouwen, dan is de woning ook +tegen alle gevaar van brand beveiligd. + +Maar nog eene geheel andere en schijnbare volstrekt heterogeene +rol is den ooievaar in het volksgeloof toebedeeld. Bijna in geheel +Duitschland en ook in de Nederlanden, heerscht onder de kinderen ten +platten lande de meening, dat de kleine broertjes en zusjes door den +ooievaar worden gebracht; eene menigte kinderliedjes weten daarvan +te verhalen, en bijna overal weet men een bepaalden vijver, een bron +of iets dergelijks aan te wijzen, waaruit de ooievaar de kinderen +haalt. Dat deze voorstelling zeer oud is, blijkt onwedersprekelijk uit +het feit, dat een der oud-hoogduitsche bijnamen van den ooievaar juist +aan deze mythe is ontleend: namelijk het oud-duitsche woord _odebero_, +dat nog in het tegenwoordige plat-duitsche _atjebar_, en bij ons in het +verouderde _eidebaar_, waarvan ooievaar een verbastering is, bewaard is +gebleven. De laatste helft van dit woord is van het oud-hoogduitsche +_bëran_ afgeleid, dat dragen beteekent, en in dien zin ook nog in +andere, duitsche zoogoed als nederlandsche, woorden voorkomt, zooals: +baar, vruchtbaar. _Ode_, _atje_, _eide_, is zeer waarschijnlijk +hetzelfde als ons _adem_, (duitsch _Odem, Athem_); de naam _odebero_ +zou dus zooveel als levensbrenger, letterlijk ademdrager, beteekenen. + +Waardoor werd nu de ooievaar, aan de eene zijde met het onweer en +het vuur in verband gebracht; en aan de andere zijde als drager +der kinderzielen beschouwd? Om deze dubbele vraag te beantwoorden, +moeten wij ons in de eerste plaats herinneren hoe de Indo-germanen, +en in het algemeen alle zoogenaamde natuurvolken zich vuur plegen te +verschaffen. Dit geschiedde, ook bij onze voorouders, door een stok +van hard hout zoo lang in een schijf van zachter hout om te draaien, +tot door de wrijving een vlam ontstond. Naar de voorstelling onzer +voorvaders, ontstond ook het bliksemvuur op geene andere wijze: de +dondergod draaide zijn staf zoolang in het gouden zonnerad om, tot +daaruit een vonk ontsprong.--Maar hoe kwam nu die bliksemstraal zoo +snel op aarde? Dit, zeiden zij, in hun beeldrijke taal, geschiedt door +een vogel: en naar gelang van de eigenaardige fauna der verschillende +landen, werden bij de onderscheidene indo-germaansche stammen, +ook verschillende vogels met die taak belast. In de vedische zangen +der Indiërs wordt de snelle valk als bliksemdrager vereerd; bij de +Grieken vervulde waarschijnlijk de arend, de lieveling van Zeus, +oorspronkelijk dezelfde rol; de Kelten beschouwden het winterkoninkje +als bliksemdrager; de Romeinen kozen daartoe vermoedelijk de specht, +die nog door Plinius _incendiaria avis_ genoemd wordt; en onze +germaansche voorvaderen belastten daarmede den ooievaar. Vermoedelijk +had hij deze onderscheiding vooral te danken aan de roode kleur van +zijn snavel en pooten, die als van zelf aan het vuur deed denken. Na +verloop van tijd ging natuurlijk de oorspronkelijke beteekenis der +mythe verloren; maar in het algemeen verbreide volksgeloof, dat de +tegenwoordigheid van dezen vogel het huis tegen bliksem en brand +beschermt; leeft nog altijd de herinnering voort aan den ooievaar als +drager van het bliksemvuur. Het wiel, dat voor hem op het dak werd +gelegd, duidt op dezelfde mythe: was het niet een symbool van het +gouden zonnerad, waaraan het door den ooievaar op de aarde gebrachte +vuur ontsprongen was? + +Doch wat heeft nu deze bliksemdrager met de geboorte van kinderen te +doen? Ook dit is niet zoo onverklaarbaar, als men slechts bedenkt, +dat voor de oudste Indo-germanen, tusschen de wijze waarop het +vuur werd gewekt en het ontstaan van het menschelijk leven in +de moederschoot, eene zeer nauwe betrekking bestond; of liever +dat men zich deze beide werkingen der goddelijke natuurkracht als +tamelijk gelijk voorstelde. Wij kunnen te dien aanzien hier niet in +bijzonderheden treden; maar wijzen er alleen op, dat in de vedische +liederen de afzonderlijke deelen van den oudsten vuurtoestel dezelfde +namen dragen als de sexueele organen. Ook elders vinden wij hetzelfde +verschijnsel. Bij de Grieken bij voorbeeld is Prometheus niet alleen +de vuurbrenger, die het hemelsche vuur op aarde brengt, maar ook de +schepper, althans de formeerder der menschen [1]. Daar men zich nu het +bliksemvuur als door een vogel naar de aarde gevoerd dacht, was het +niet zoo vreemd dat men ook de kinderen, of liever de kinderzielen, +bij de geboorte door een vogel, en wel door denzelfden vogel, liet +overbrengen. + +Op deze wijze is de bliksemdragende ooievaar in de sage tot den +brenger der kleine kinderen geworden: en ook in dit opzicht komt +hij overeen met de bliksemdrager der Romeinen, de specht. Want ook +deze vogel--of liever zijne personificatie, de halfgod Picus--stond +in nauwe betrekking met de geboorte der kinderen: hij gold namelijk +als beschermgod der kraamvrouwen, en wanneer een kind geboren en als +levensvatbaar erkend was, werd aan Picus een spijsoffer gebracht, +wel om geen andere reden dan omdat Picus zelf als de brenger des +levens werd beschouwd. + + + + +[1] De naam van den titan zelf wijst op die dubbele +beteekenis. Prometheus komt van het sanskriet _Pramantha_, de naam +van den stok die, om vuur te maken in de schijf werd rondgedraaid. + + + + +DE ABDIJ VAN VERTEUIL. + + +De abdij van Verteuil, een monument der romaansche bouwkunst, ligt in +het departement Gironde, arrondissement Lesparre. Volgens eene bij het +volk zeer verbreide overlevering, zou de abdij door Karel den Groote +zijn gesticht. Waarschijnlijk is zij niet ouder dan de tiende eeuw; +in de achttiende werd zij herbouwd. + +Op een heuvel, die het vlek en de abdij beheerscht, verheft zich +het kasteel van Verteuil, dat gedurende de oorlogen met Engeland +bij herhaling door de engelsche koningen genomen, verloren en weder +heroverd werd. Verschillende heeren betwistten elkander het bezit van +dezen ouden burcht, die in 1326 in handen kwam van Gaston de Foix, +graaf van Longueville. Later keerde het kasteel terug aan de familie +d'Albret, die het reeds tegen het einde der dertiende eeuw bezat. In +het laatst der vijftiende eeuw kwam de baronnie met het kasteel aan +het kapittel van Saint-André te Bordeaux, die daarvan eigenaar bleef +tot 1798. Toen werd ook dit goed tot nationaal eigendom verklaard, +met andere woorden geroofd. Van den ouden burcht zijn slechts eenige +puinhoopen over. + + + + +RHEINSTEIN. + + +Rheinstein! Wie herinnert zich dien fieren burcht niet, half +oud-ridderkasteel, half modern slot, maar in bouwstijl en voorkomen +getrouw het karakter weergevende van den feodalen tijd? Indrukwekkend +schoon ligt het daar, het gerestaureerde kasteel, de mededinger van +den koninklijken Stolzenfels, op zijn hooge rots, aan den oever van +den Rijn; en bij het voorbijvaren kunt ge niet nalaten uwe oogen op +te heffen tot den vorstelijken burcht, eigendom van een der pruisische +prinsen, die het gebouw uit zijne puinen deed herrijzen. + +Maar meer nog wellicht dan de burcht zelf, heugt u het onvergelijkelijk +schoone landschap, waarvan hij mede een der meest karakteristieke +sieraden is. Weinig punten aan de heerlijke Rijnoevers kunnen met +de omgeving van Rheinstein wedijveren. In stoute, wilde vormen +verheffen zich, ter wederzijde van den breeden, snelvlietenden, +bruisenden stroom, de machtige rotsgevaarten, die zijn bed insluiten, +en waartusschen hij zich kronkelend en slingerend en schuimend een +weg baant. Daar aan den oever ligt in een krans van frisch geboomte +het vriendelijk stedeke Asmannshausen, waarboven en waarnevens zich +de schoon gevormde, met dicht bosch bedekte bergen van het Niederwald +verheffen. Van zijn hooge rots, aan den tegenoverliggenden oever, +staart de fiere Rheinstein neder op de woelende rivier, op het +nederig stadje, op de oude Clemenskapel, wegduikende in de schaduw +der boomen. Daar ginds voor u uit, waar de stroom zich nog eenmaal +buigt, rijst uit de grauwachtige wateren, schuimend en klotsend in het +Bingerloch, de Muizentoren met zijne verschrikkelijke legende van den +wreeden bisschop Hatto, door de hem vervolgende muizen verslonden. Iets +verder groeten u, aan den voet der groene bergen, der wijnrijke +heuvelen, Bingen en Rudesheim, waar zich het nauwe rotsdal opent, +en de Rijn, schier een meer gelijk, statig golft door de bloeiende, +weelderige Rheingau, dien tuin van Duitschland, zoo weergaloos schoon, +als ge staande op een der toppen van het Niederwald die paradijsachtige +streek overziet... O, heerlijk land, ontvang nog een groet uit de +verte, een groete der herinnering, een wensch des wederziens! + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom +(Peru), by Paul Marcoy + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN *** + +***** This file should be named 18128-8.txt or 18128-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/8/1/2/18128/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +*** END: FULL LICENSE *** + diff --git a/18128-8.zip b/18128-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d6e8cd8 --- /dev/null +++ b/18128-8.zip diff --git a/18128-h.zip b/18128-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2c3dc93 --- /dev/null +++ b/18128-h.zip diff --git a/18128-h/18128-h.htm b/18128-h/18128-h.htm new file mode 100644 index 0000000..effee9d --- /dev/null +++ b/18128-h/18128-h.htm @@ -0,0 +1,2263 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>The Project Gutenberg eBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru)</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Paul Marcoy"> +<meta name="DC.Creator" content="Paul Marcoy"> +<meta name="DC.Title" content="Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru)"> +<meta name="DC.Date" content="## April 2006"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16% 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +/****** Title Page ******/ + +h1.docTitle +{ +font-size: 1.6em; +line-height: 2em; +} + +h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle +{ +text-align: center; +} + +h2.byline +{ +font-size: 1.1em; +line-height: 1.44em; +font-weight: normal; +} + +span.docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: normal; +} + +/******* Headers ******/ + +.div0 +{ +padding-bottom: 1.6em; +} + +.div1 +{ +padding-bottom: 1.44em; +} + +.div2 +{ +padding-bottom: 1.2em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-bottom: 1.0em; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +font-style: normal; +text-transform: none; +clear: both; +} + +h1 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h1.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h2 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h2.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h3 +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h4 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left: 10%; +margin-right: 10%; +} + +h5 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +h6 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +/****** Paragraphs ******/ + +p +{ +text-indent: 0; +} + +.alignleft +{ +text-align: left; +} + +.aligncenter +{ +text-align: center; +} + +.alignright +{ +text-align: right; +} + +.alignblock +{ +text-align: justify; +} + +p.poetry +{ +margin: 0em 10% 1.58em 10%; +} + +p.line +{ +margin: 0 10% 0 10%; +} + +p.beforeline, p.afterline +{ +margin-top: 1em; +} + +p.initial +{ +text-indent: 0em; +} + +p.argument, p.note +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +text-indent: 0em; +} + +p.argument +{ +margin: 1.58em 10% 1.58em 10%; +} + +p.quote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.blockquote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + + +/****** Figures ******/ + +div.divFigure +{ +text-align: center; +} + +.floatLeft +{ +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +text-align: center; +} + +p.figure, p.legend +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} + +p.smallprint, li.smallprint +{ +font-size: 80%; +color: #666666; +} + +/* Special cases for Filipino Riddles */ + +p.question +{ +text-align: left; +margin-bottom: 0em; +} + +p.answer +{ +text-align: right; +margin-top: 0em; +} + +p.explanation +{ +margin-left: 0.9em; +margin-right: 0.9em; +font-size: smaller; +} + + +/****** Sidenotes ******/ + +.leftnote +{ +position:absolute; +left:1%; +height:0em; +width:14%; +font-size: 0.8em; +text-indent: 0em; +line-height: 1.2em; +} + +/****** Page Numbers ******/ + +.pagenum +{ +display: inline; +font-size: 70%; +text-align: right; +position: absolute; right: 1%; +padding: 0 0 0 0; +margin: 0 0 0 0; +} + +.pagenum a +{ +text-decoration: none; +} + + +/****** Footnotes ******/ + +a.noteref:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +vertical-align: 0.25em; +text-decoration: none; +} + +div.footnotes +{ +padding: 0 0 0 0; +margin-top: 1em; +} + +hr.fnsep +{ +width: 25%; +text-align: left; +margin-left: 0; +margin-right: 0; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0.5em; +margin-bottom: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align: left; +width: 2em; +} + +/****** Poetry ******/ + +div.poem +{ +text-align: left; +margin-left: 5%; +width: 90%; +position: relative; +} + +.poem h4 +{ +margin-left: 5em; +font-weight: normal; +text-decoration: underline; +} + +.poem .stanza +{ +margin-top: 1em; +} + +.poem .linenum +{ +position: absolute; +top: auto; +left: -2.5em; +margin: 0; +text-indent: 0; +font-size: 90%; +text-align: center; +width: 1.75em; +color: #777; +} + +.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; } +.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; } +.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; } +.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; } +.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; } +.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; } +.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; } +.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; } +.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; } +.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; } + + + +/****** Annotations ******/ + +span.corr +{ +border-bottom: 1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom: 1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom: 1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing: 0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant: small-caps; +} + + +/****** Anchors ******/ + +a.hidden:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.hidden +{ +text-decoration: none; +} + +hr +{ +width: 45%; +margin-top: 1em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +clear: both; +text-align: center; +height: 1px; +} + + + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru), by +Paul Marcoy + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru) + De Aarde en haar Volken, 1873 + +Author: Paul Marcoy + +Release Date: April 6, 2006 [EBook #18128] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="bodytext"><a id="d0e65"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e65">208</a>]</span><p class="div1"></p> +<h2>Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru).</h2> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-208.jpg" alt="De oevers van de Courbaril."></p> +<p class="figureHead">De oevers van de Courbaril.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wij hebben in den vorigen jaargang, den franschen reiziger Paul Marcoy verlaten, terwijl hij midden in de bosschen, nabij +den berg Basiri, de terugkomst der naar het dichte woud getogen cascarilleros afwachtte, en inmiddels zijne aanteekeningen +omtrent den kinaboom verzamelde. Vergezellen wij hem thans ook nog op het laatste gedeelte van zijn tocht. + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">I.</h3> +<p>Nadat eerst de kolonel en Pepe Garcia, en kort daarop ook de boliviaansche cascarilleros waren teruggekeerd, verlieten wij +onzen heuvel, en voegden ons weder bij de andere afdeeling van ons reisgezelschap, die haar weg langs de rivier had vervolgd. +Wij trokken nu dien dag en den volgenden langs de oevers van den Cconi voort, steeds het woud op eenigen afstand ter rechterzijde +houdende, en verder omgeven door een landschap, dat weinig afwisseling aanbood. Tegen den avond van den tweeden dag bereikten +wij eene opene vlakte, tamelijk vrij van kreupelhout on aan de zijde der rivier door dichte rietbosschen omzoomd. Wij besloten +hier den nacht door te brengen. Tot onze verbazing ontdekten wij, naderbij komende, eenige hutten van Indianen. Die armelijke +woningen, zonder dak, deur of venster, waren uit biezen en riet gevlochten, en rustten op twee palmhouten staken, die in den +grond waren bevestigd: men kon zich bezwaarlijk eenvoudiger verblijven denken. Tusschen deze staken waren eenige draden of +touwen van boomschors gespannen, waaraan pijlen hingen; op den grond lag eene ruw bewerkte aarden pan, een stuk zwarte was, +bananenschillen en vederen van vogels. In den omtrek dezer hutten, die zoo pas door de eigenaars verlaten schenen, droeg de +platgetreden grond de zeer duidelijke sporen van menschen niet alleen, maar ook van jaguars en andere dieren. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-209.jpg" alt="Eerste ontmoeting met de Chunchos."></p> +<p class="figureHead">Eerste ontmoeting met de Chunchos.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Na een nauwkeurig onderzoek der hutten, overlegden wij te zamen of het raadzaam was hier den nacht door te brengen, dan wel +eene andere, meer veilige <a id="d0e88"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e88">210</a>]</span>plaats voor ons bivouac op te zoeken. Pepe Garcia en Aragon waren van meening, dat wij gerust konden blijven; zij verzekerden +ons dat wij ons aan geen gevaar hoegenaamd blootstelden, mits wij slechts de woningen en wat daarin was ontzagen. Hun voorstel +werd aangenomen, en wij lieten dadelijk met de toebereidselen voor ons nachtverblijf aanvangen. Wij sloegen onze hutten op +eenige schreden afstands van die der Siriniris op, en namen de vereischte maatregelen, om het vuur ook gedurende den nacht +brandende te houden. Bovendien moest een onzer lieden, bij beurten, de wacht betrekken. + +</p> +<p>De nacht ging ongestoord voorbij; bij het aanbreken van den dag werden wij plotseling gewekt door luide en doordringende kreten, +zooals ik nog nimmer gehoord had. Dit geschreeuw kwam van den kant der rivier, waarvan wij door een breeden zoom van riet +waren gescheiden. <i>Alerta! los Chunchos</i>! riep de schildwacht, zich haastig naar de hutten terugtrekkende. Die weinige woorden deden eene bijna tooverachtige uitwerking: +al onze dragers sprongen in een oogenblik overeind. De tolken, die steeds beweerden aan den omgang met Indianen gewoon te +zijn, waren toch blijkbaar niet op hun gemak; en zelfs op het gelaat van den kolonel teekende zich een trek, die maar noode +zijne innerlijke onrust verborg. Wij hadden nauwelijks den tijd, onze kleederen aan te doen en onze wapenen te grijpen, toen +wij plotseling uit de hooge biezen drie donkerkleurige, naakte mannen met lang zwarte haren te voorschijn zagen komen. Toen +zij ons gewaar worden begonnen zij nog luider te schreeuwen, maakten allerlei bewegingen met hunne armen en beenen, en kwamen +al dansende en springende naar ons toe. Waarschijnlijk maakten zij uit de geweren, die de kolonel, de beide tolken en ik in +handen hadden, op, dat wij de aanvoerders der bende waren: althans zij kwamen plotseling op ons af, en drukten ons, met groote +onstuimigheid en onder het uitstooten van allerlei wonderlijke geluiden, in hunne armen. Ik moet bekennen dat deze onverwachte +en wat al te hartelijke liefkozingen ons tamelijk koel lieten, en ons zelfs verre van aangenaam waren. Trouwens het geheele +voorkomen dezer bezoekers was niet geschikt om onze bijzondere sympathie voor hen op te wekken. Van het hoofd tot de voeten +met rocou en genipa besmeerd, hadden zij zoo pas de rivier overgezwommen: hunne omhelzingen lieten op onze kleederen zwarte +en roode vlekken na. Terwijl wij ons weder zoogoed mogelijk afdroogden, begroetten de Indianen nu ook de dragers en de cascarilleros, +doch alleen met een handdruk: de omhelzing scheen uitsluitend voor ons, als de voornaamsten, bestemd. + +</p> +<p>Na de eerste kennismaking kwam het tot nadere verklaring. Pepe Garcia begon het gesprek in eene vreemde taal, waarin hij, +tot mijne groote verbazing, spaansch en quechua (de volkstaal van Peru) mengde. Aragon, die niet werkeloos wilde blijven, +sprak nu en dan eenige volzinnen in datzelfde wonderlijke mengelmoes, dat ook de eerste tolk gebruikte. Uit dit verschil van +taal bij de onderscheidene sprekers leidde ik af, dat onze tolken in geenen deele vertrouwd waren met het dialect der Chunchos, +zooals zij herhaaldelijk hadden verzekerd. Onze bezoekers schenen echter de brabbeltaal van onze tolken te verstaan, althans +te begrijpen wat zij zeggen wilden. + +</p> +<p>De drie wilden behoorden tot den stam der Siriniris, die de streek tusschen de valleien van Ocongate en Ollachea bewoont, +en wier gebied zich oostwaarts tot den 12° uitstrekt. Zij leefden in vrede en vriendschap met hunne buren ter linkerzijde, +de Huatchipayris in de dalen van Paucartampu, en met hunne buren ter rechterzijde, de Pukiris, die de zeven valleien van Caravaya +bewonen. Aan het schieten met onze geweren hadden zij bemerkt dat zich blanken in de vallei bevonden. Nieuwsgierig om te weten, +hoe groot hun aantal mocht zijn, waren zij naderbij gekomen, en hadden ons bespied en ons sedert eenige dagen gevolgd, zonder +dat wij daarvan iets gemerkt hadden. Hunne begeerte om <i>sirutas</i> en <i>bambas</i>—messen en bijlen—machtig te worden was zeer groot; maar de vrees voor onze geweren, die, naar zij meenden, van zelf iemand +konden dooden, was nog grooter, en had hen tot dusver op een afstand gehouden. Eindelijk echter waren zij zoozeer aan ons +gewoon geraakt, dat hunne ongerustheid was geweken; overtuigd, dat wij geene vijandelijke bedoelingen koesterden, hadden zij +eindelijk het besluit genomen ons aan te spreken. Zij voegden daarbij dat zij sedert veertien dagen zich in de vallei met +jagen en visschen bezig hielden. Het dorp waar hun stam woonde, lag twee mijlen oostwaarts van ons kamp: al de lieden van +hun stam waren evenwel op dit oogenblik verspreid in de bosschen langs de oevers van den Cconi. Daar zij niet wisten hoe wij +hen ontvangen zouden, waren onze drie bezoekers voorloopig alleen gekomen, hunne vrouwen en eenigen van hunne vrienden, niet +verre van daar, in het riet verscholen achterlatende. + +</p> +<p>Om deze lieden gunstig voor ons te stemmen en het vertrouwen van hun stam te winnen, gaf ik hun engelsche messen met beenen +heften, ter waarde van acht stuivers, die zij met allerlei bokkesprongen, ten teeken hunner vreugde, aannamen. Daarop stak +een hunner zijn vingers in den mond, en liet een doordringend schel gefluit hooren: dit was blijkbaar een afgesproken teeken, +want aanstonds begonnen de biezen op eenigen afstand te schudden en te ruischen, alsof een troep wilde dieren zich daar een +weg baande; en weldra kwamen negen mannen te voorschijn, die, na een poos rondgesprongen te hebben, ook naar ons toekwamen +en ons evenzoo in hunne armen drukten. Achter de mannen zag ik zeven vrouwen en drie leelijke honden: maar in plaats van ook +naar ons toe te komen, bleven zij aan den rand van het rietbosch. + +</p> +<p>De nieuw aangekomenen, die geen messen gekregen hadden, hielden nu ook hunne hand op, telkens het woord <i>siruta</i> herhalende. Om aan al dat gebedel een eind te maken, stond ik op het punt aan ieder het zoo vurig begeerde voorwerp te geven, +toen Pepe Garcia mij herinnerde dat wij nog een langen weg hadden af te leggen, waarop wij nog vele Chunchos zouden ontmoeten, +en dat het daarom raadzaam was, wat zuinig om te gaan met onze messen, de eenige munt, <a id="d0e112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e112">211</a>]</span>die bij deze wilde stammen bekend en gangbaar is. Ik moest de juistheid dezer opmerking toegeven, en trok mijne hand terug, +die ik reeds in het pak gestoken had. De Chunchos, mijne aarzeling ziende, begonnen nu nog luider te roepen en nog dringender +te smeeken. Ziende dat ik voor al hun aandrang doof bleef, liepen twee hunner haastig naar de biezen terug, en keerden weder +met bogen en pijlen, prachtig gekleurde vogelvellen, halskettingen van pitten en zaadkorrels, kronen van veelkleurige vederen, +en zelfs gevlochten weitassen, die zij mij aanboden in ruil voor de messen. Mijne begeerte naar deze zeldzame en deels zeer +fraaie zaken behield de overhand op den wijzen raad van Pepe Garcia, en de koop was in een oogenblik gesloten. Bij wijze van +geschenk voor de vrouwen, gaf ik hun nog een dozijn belletjes, een spiegel van vijf stuivers en eenige koperen ringen, waarmede +zij buitengemeen in hun schik waren. Om mij wederkeerig een genoegen te doen, kwamen de vrouwen aandragen met eenige maniocwortelen, +eenige groene bananen, en eenige andere vruchten, die zij aan de mannen ter hand stelden, van wie wij ze weder ontvingen. + + +</p> +<p>Inmiddels waren een paar uren verloopen; de zon stond hoog aan de hemel: onze Bolivianen wenschten te vertrekken. Ik liet +dus onze bagage weder inpakken, en middelerwijl het ontbijt gereed maken, waarbij ons de pas ontvangen vruchten goed te stade +kwamen. Terwijl de bananen in den ketel over het vuur hingen, en de yuccas in de heete asch werden gebraden, teekende ik de +portretten van eenige Siriniris, en toonde hun die. Zij lieten evenwel niet de minste verwondering of belangstelling blijken. +Het papier alleen, waarvan ik hun een blad gaf, scheen hunne aandacht te trekken; zij bekeken en betastten dat van alle zijden, +beroken het, en gaven het daarna aan hunne vrouwen, die het evenzoo onderzochten, en eindelijk in een soort van tasch wegstopten. + + +</p> +<p>Weldra was de maaltijd gereed; de ketel werd van het vuur genomen, en wij schaarden ons in een kring daaromheen op den grond. +De wilden zetten zich zonder komplimenten bij ons neder, en overlaadden ons, terwijl wij aten, met zooveel attenties en beleefdheden, +dat wij groote moeite hadden om bedaard te blijven. Sommigen haalden, op gevaar af van zich te branden, de stukken banaan +uit den ketel, en brachten die aan onzen mond; anderen streken ons met hunne ruwe, onzindelijke handen over het gelaat, betastten +onze haren of onzen baard, of trokken de panden onzer vesten naar zich toe om de stof en het maaksel te onderzoeken. Dit alles +ging gepaard met onverstaanbare uitroepen en luid gelach: het scheen wel dat zij ons in de eerste en voornaamste plaats hoogst +bespottelijk vonden. + +</p> +<p>Toen de maaltijd was afgeloopen, bracht Pepe Garcia hun aan het verstand, dat wij nu onzen tocht wilden vervolgen, en dus +afscheid zouden nemen. Deze mededeeling scheen hun niet naar den zin: althans zij opperden daartegen allerlei bedenkingen. +Zij stelden ons zelfs voor, met hen mede naar hun dorp te gaan en daar te blijven. Ziende dat wij, zonder hun te antwoorden, +vertrokken, gelastten zij hunne vrouwen op hen te wachten, en gingen met ons mede. Hoe onaangenaam ons dit gezelschap ook +wezen mocht, wij zagen geen kans ons daarvan te ontslaan, en vervolgden onzen tocht. Na een marsch van twee uren, kwamen wij +aan een grooten ronden waterplas, dien wij eerst voor een dier meren aanzagen die in de vlakten van Amerika zoo menigvuldig +zijn. Bij nader onderzoek bleek dit meer slechts een stilstaande poel te zijn, waarschijnlijk gevormd door de menigvuldige +regens van de laatste dagen. + +</p> +<p>Terwijl Perez en ik ons gereed maakten om onze schoenen en pantalons uit te trekken, ten einde den waterplas te doorwaden, +boden de <span class="corr" title="Bron: Siniriris">Siriniris</span> aan, ons naar den overkant te dragen. Wij maakten van dit aanbod gebruik; zetten ons op den nek onzer nieuwe vrienden, en +kwamen aldus veilig aan den anderen oever. Pepe Garcia en Aragon genoten mede het voorrecht, aldus gedragen te worden. De +anderen en ook de cascarilleros werden zeker door de Siriniris zoodanige eere niet waardig gekeurd: zij moesten door het water +waden, dat hun ter halver lijve kwam. Ik betaalde het verschuldigde veergeld, door middel van eenige koperen knoopen, die +de wilden dadelijk in de gaten, waarmede hunne neusvleugels en hunne lippen doorboord waren, staken. Pepe Garcia, ziende dat +zij zich gereed maakten ons nog verder te volgen, vermaande hen nogmaals om heen te gaan, daar wij alleen wenschten te zijn. +Na eenig aarzelen gaven zij eindelijk aan die vermaning gehoor, en verwijderden zich. + +</p> +<p>Natuurlijk liep het algemeene gesprek in het eerst over niets anders dan over de Chunchos. Ieder had iets over hen te zeggen: +persoonlijke sympathieën of antipathieën bepaalden in den regel elks meening. Pepe Garcia beschouwde hen als een soort van +overgangswezens tusschen de apen en de menschen. Onze dragers vergeleken hen bij de duivelen, vanwege hunne leelijkheid; wat +hun nog het meest hinderde was het volkomen gemis van het flauwste spoor van kleeding. Perez moest toegeven dat onder de mannen +krachtige en schoone gestalten voorkwamen, niet onwaardig om een beeldhouwer tot model te dienen; maar de vrouwen vond hij +afschuwelijk. Nu, op mijne tochten door Zuid-Amerika, had mij reeds meermalen het contrast getroffen tusschen de zwakke, magere, +afschuwelijk leelijke indiaansche vrouwen, en hare forsche, welgebouwde en dikwijls althans betrekkelijk schoone mannen, wier +geheele voorkomen voor ’t minst kracht en vlugheid verraadt. Meer dan waarschijnlijk moet de oorzaak van dit verschil worden +gezocht in de verschillende levenswijze der beide geslachten. Van hare eerste kindsheid af is de vrouw belast met al den arbeid, +dien de man schuwt: zij is, in den letterlijken zin, zijne slavin, zijn lastdier. Planten, spitten, de vruchten inzamelen +en naar de woning brengen, hout en water halen, het huishouden waarnemen, den man tot wapendrager dienen, en nog veelmeer—dit +alles is de taak der vrouw. De man gaat jagen of visschen; hij ontwikkelt door lichaamsoefeningen zijne gestalte en zijne +spierkracht; de vrouw, gebukt gaande <a id="d0e127"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e127">212</a>]</span>onder het wicht van haar taak, verliest al zeer spoedig de weinige bekoorlijkheden, die de natuur haar geschonken had. Op +verandering in dezen toestand is niet te hopen: bovendien, zijn deze stammen niet door den loop der dingen gedoemd, om bij +den voortgang der beschaving van de aarde te verdwijnen? + +</p> +<p>Toen wij tegen den avond ons kamp opsloegen, zagen wij tot onze groote verwondering een wilde uit het woud en op ons afkomen. +Weldra herkenden wij in hem een der Siriniris, die wij reeds mijlen ver waanden. Op de vragen van Pepe Garcia gaf hij ten +antwoord dat hij, nadat hij ons verlaten had, een anta (tapir) had nagezet, die hij met drie lanssteken had getroffen, maar +die hem toch nog ontkomen was. Onze tolk liet zich door dien leugen niet beetnemen. Hij zeide tot den Siriniri, dat een tapir +zich niet zoo dicht liet naderen, dat men hem met eene lans treffen kon; vervolgens keerde hij hem den rug toe, en verweet +hem dat hij een verspieder was. De Chuncho, die ons inderdaad alleen gevolgd was om te zien waarheen wij gingen, en waar wij +ons kamp zouden opslaan, begreep dat zijn vertelseltje geen ingang vond. Zonder een woord te spreken, maar ook zonder de minste +verlegenheid te toonen, groette hij ons met de hand, keerde naar de rivier terug en zwom naar den overkant. Daar gekomen, +keerde hij zich nog eens om, wenkte ons op nieuw zijn afscheid toe, en verdween in het bosch. + +</p> +<p>Des nachts werden wij door een geweldige regenbui overvallen, die ons doornat maakte. Toen wij des morgens, nog druipende +van het water, wakker werden, en naar den anderen oever zagen, was het eerste wat ons in het oog viel, wederom onze wilde +van den vorigen dag, op een boomstam gezeten, en bezig met ons gade te slaan. Drie vrouwen zaten bij hem op den grond. Toen +Pepe Garcia hem, gekscherend, met zijne vuist dreigde, hield de Chuncho dit voor een wenk om over te komen: aanstonds sprong +hij in het water, en zwom naar onzen kant. Toen hij uit het water kwam, beefde de arme drommel als een blad; maar hoewel zijne +tanden klapperden van koude, werd hij toch nog meer door het pak, waarin onze messen en bijlen waren geborgen, aangetrokken, +dan door het vuur, dat onze lieden bezig waren aan te steken. Na ons ontbijt te hebben gebruikt, waaraan de Chuncho deel nam, +maakten wij ons gereed onzen tocht te vervolgen. Wij deelden hem dat mede, tevens met onzen wensch, dat hij zich zou verwijderen. +Hij begreep dat het ons ditmaal ernst was, wenkte ons zijn afscheid toe, wierp een begeerigen blik op onze messen, sprong +in de rivier, en zwom naar den overkant, waar de drie vrouwen hem nog altijd wachtten. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">II.</h3> +<p>De oever van den Cconi, dien wij volgden, bleef altijd even dor en eentonig; daarentegen zagen wij langs den anderen oever +een onafgebroken heuvelreeks, met dicht bosch bedekt, en met zachte hellingen afdalende tot de weelderig begroeide oevers +der rivier. Onze Bolivianen meenden, dat zij wellicht in die bosschen kinaboomen zouden vinden; wij besloten daarom van de +eerste gelegenheid de beste gebruik te maken om den tegenoverliggenden oever te bereiken. Natuurlijk moesten wij daartoe eene +waadbare plaats afwachten. Den volgenden dag kwamen wij aan een punt, waar eene bank of een rotsachtig eiland de rivier in +twee armen splitste, en dus den overtocht gemakkelijker maakte. Daar stond echter tegenover, dat deze bank de snelvlietende +wateren in hare vaart tegenhield, en daardoor eene branding deed ontstaan, die niet zonder gevaar was. Aan waden viel niet +te denken: te minder daar iedere arm stellig vijftien tot twintig ellen breed was. Eindelijk kwam een onzer Bolivianen op +een gelukkigen inval. Door een zijner kameraden geholpen, begon hij de biezen af te snijden, die langs den oever groeiden. +Toen zij een genoegzamen voorraad hadden, maakten zij daarvan een grooten bos, die in de rivier werd geworpen, en waaraan +een touw werd vastgemaakt. De Boliviaan, die het eerst op deze gedachte gekomen was, wilde nu ook de proef nemen. Zich ontkleed +hebbende, zette hij zich schrijlings op den bos, stiet van wal, en trachtte met behulp van een stok, die als pagaai dienst +deed, het eiland te bereiken. Zijn makker hield het uiteinde van het touw vast, en belette daardoor het biezen vlot met den +stroom af te drijven. Tot tweemaal toe mislukte de proef; maar voor de derde maal gelukte het den koenen varensgast de bank +te bereiken. Dadelijk haalde hij zijn vlot op den oever, maakte het touw los, bevestigde dat stevig aan eene uitstekende rotspunt, +en riep zijn kameraad toe, het stevig aan te trekken. Wij begrepen nu waartoe het strak gespannen touw dienen moest. Een voor +een gingen wij nu te water, dat ons bijna tot aan de lippen kwam, omklemden het touw, en baanden ons zoo, niet zonder moeite, +een weg door de schuimende, snelvlietende rivier, tot aan het eilandje, waar wij behouden aankwamen. Na eenige oogenblikken +uitgerust te hebben, werd nu de tweede arm van den Cconi op dezelfde wijze doorwaad, en zonder ongeval, maar druipnat, stonden +wij weldra op den linkeroever. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-213.jpg" alt="Overtocht over den Cconi."></p> +<p class="figureHead">Overtocht over den Cconi.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het was prachtig weer; de zon straalde aan den onbewolkten hemel. Eer wij het nabijzijnde bosch ingingen, trokken wij onze +kleederen uit, en spreidden die op den met gras begroeiden grond, om in de zon te drogen. Juist terwijl wij daarmede bezig +waren, hoorden wij eensklaps aan den anderen oever het geschreeuw van een ara (eene soort van papegaai). Daar het drie uren +in den middag en helder weer was, kwam dit geluid mij verdacht voor. De ondervinding had mij toch sedert lang geleerd, dat, +uitgenomen bij de nadering van een onweder, de papegaaien en aras zich nooit anders laten hooren dan bij het op- of ondergaan +der zon. Het overige van den dag zoeken zij de schaduw op, en zitten daar stil, nu eens op dezen, dan weder op den anderen +poot rustende, en middelerwijl op eene noot of palmschors knabbelende, om zich den bek te scherpen. Terwijl ik hierover met +Pepe Garcia sprak, die, als een ervaren jager, de juistheid mijner opmerking erkende, verscheen ons eensklaps die bovennatuurlijke +ara, en wel in de gedaante van onzen bekenden <a id="d0e145"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e145">214</a>]</span>Chuncho. Hij ging langzaam langs den Cconi voort, nauwkeurig de sporen van onzen marsch gadeslaande. Toen hij aan de plek +gekomen was, waar wij de rivier waren overgestoken, begreep hij dadelijk, bij het zien van den platgetreden grond en het afgesneden +riet, wat er geschied was: want, stilstaande, hief hij het hoofd op en keek naar den anderen oever, waar hij ons dadelijk +gewaar werd, bezig zijnde onze kleederen bijeen te zamelen en haastig aan te trekken. Hij hief nu een luid geschreeuw aan, +waarop een gansche zwerm wilden, mannen, vrouwen en kinderen, uit het kreupelhout te voorschijn kwam; wij telden er minstens +veertig. Aanvankelijk zetten zij zich op den oever neder, en schenen met elkander te overleggen, wat te doen; want zij hadden +gezien dat de kolonel zijn geweer ter hand had genomen; maar toen zij na eenige oogenblikken hem dat wapen uit de hand zagen +leggen, begrepen zij, dat er geen gevaar was. Onze gast trad nu vooruit, en riep, met een smeekend gebaar, zeer duidelijk +het woord: <i>Siruta!</i> (mes). + +</p> +<p>Ik nam een mes in de hand, en toonde dat den Chuncho, hem tevens met de andere hand wijzende op de vogelvellen, om aldus mijne +begeerte te kennen te geven een ruilhandel te drijven. Zij begrepen dadelijk mijne bedoeling. De gansche bende rees haastig +op, en begon te dansen en te springen, onder het luide geroep van <i>Siruta! Siruta</i>! Toen brachten zij aanstonds bijeen wat zij vinden konden: gevlochten mandjes, hoofdtooisels van vederen, kettingen van bessen +of pitten, huiden van vogels,—zelfs levende, tamme aras. Toen, mij deze voorwerpen en dieren toonende, als om daardoor te +kennen te geven dat mijn wensch ook de hunne was, liepen zij langs den oever voort, tot voorbij het rotsige eiland, dat de +rivier in twee takken deelde. Daar begaven zij zich te water, met hunne handelsartikelen, die zij boven hun hoofd in de hoogte +hielden, om ze voor nat woorden te bewaren; en alleen met den rechterarm zwemmende, begonnen zij de bruisende rivier in schuine +richting over te steken. Wij zagen bijna niets dan hunne opgeheven linkerarmen, die als bronzen staven boven het blanke, schuimende +water uitstaken, en bewonderden de vlugheid, de kracht en de aangeboren sierlijkheid dier forsche mannen, die zonder aarzelen +den heftigen stroom trotseerden. Weldra stonden zij, druipnat, voor ons, en drukten ons in hunne armen; de gansche voorraad, +dien zij hadden medegebracht, ging aanstonds in onze handen over. Toen zij niets meer hadden aan te bieden, stelden wij hun +voor, hunne bogen en pijlen tegen andere snuisterijen in te ruilen. Eerst aarzelden zij: toen, na met een der oudsten van +den troep te hebben geraadpleegd, verklaarden zij zich bereid om die wapenen af te staan, ofschoon hun dit blijkbaar eene +zekere zelfverloochening kostte. Het was ons daarbij niet zoo zeer te doen om die bogen en pijlen, hoewel die niet zonder +zekere kunst waren vervaardigd; maar voornamelijk om die ons onbekende gasten te ontwapenen, en hen alzoo buiten de mogelijkheid +te stellen ons kwaad te doen, gesteld dat zij daaraan dachten. + +</p> +<p>Terwijl wij nog met deze onderhandelingen bezig waren, stonden eensklaps de vrouwen der Chunchos, die eerst op den anderen +oever gebleven waren, met hare kinderen voor ons. Zij hadden eene waadbare plek in de rivier opgezocht, en waren naar de overzijde +gekomen, waarschijnlijk om zich met eigen oogen te overtuigen van hetgeen daar tusschen hare mannen en ons geschiedde. Uit +achting voor het schoone geslacht, waarvan zij de minder gelukkige vertegenwoordigers waren, besloot ik eene uitdeeling te +houden van koperen knoopen, spelden en ringen, die bij uitnemendheid aan de dames schenen te bevallen, maar tegelijk de begeerlijkheid +der mannen opwekten, die, luid schreeuwende en met heftige gebaren, ook hun aandeel van al dit fraais vorderden. Het geschreeuw +en gedrang begon mij eindelijk te vervelen: bovendien werd mijne achterdocht opgewekt door herhaalde half luide gesprekken +met onzen bekenden gast en spion, en door de van begeerte vlammende blikken, die zij steelsgewijze naar onze bagage wierpen. +Ik liet daarom de pakken weder dicht maken, en beval den dragers zich daarop te zetten. Maar nu werd de aandacht der wilden +door iets anders getrokken. Aan den oever lagen nog enkele van onze kleedingstukken op het gras; die gingen zij nu bekijken, +beruiken, betasten; trachtende zich rekenschap te geven van de wijze, waarop deze vreemde dingen werden gebruikt. Eindelijk +begonnen sommigen proeven te nemen: de een probeerde een pantalon aan te trekken, daarbij zijne armen in de pijpen stekende; +een ander stak zijne voeten in de mouwen van een wambuis, en zoo voorts. Het werd meer dan tijd, aan deze dwaasheden een einde +te maken. Wij namen onze kleederen op, pakten ze bijeen en begaven ons op weg. De Siriniris, ziende dat wij ons verwijderden, +zonder afscheid van hen te nemen, begonnen ons na te loopen, en met allerlei verzoeken lastig te vallen. Daar zij ons wat +al te dicht op de hielen zaten, keerden Pepe Garcia en Aragon, die onzen trein sloten, zich eensklaps om, en zich houdende +alsof zij hunne geweren laadden, zagen zij de lastige indringers zoo dreigend aan, dat deze plotseling stilstonden. Deze manoeuvre, +die onze tolken met eenige wijziging twee- of driemaal herhaalden, maakte toch eindelijk de Chunchos bevreesd; althans zij +hielden op, ons na te loopen. Zij gingen nu in de schaduw van het geboomte zitten om op hun gemak de voorwerpen te bekijken, +die zij van ons gekregen hadden. Een kromming der rivier onttrok hen weldra aan ons gezicht. + +</p> +<p>Deze onaangename ontmoeting deed onze cascarilleros dadelijk besluiten, het onderzoek der bosschen op dezen oever voorloopig +uit te stellen. De Chunchos, waarvan wij voor het oogenblik verlost waren, konden het zeer licht in het hoofd krijgen, op +nieuw ons spoor te volgen; en het vooruitzicht van nogmaals met hen in aanraking te komen, was verre van uitlokkend. Om ons +zoo mogelijk aan hunne <span class="corr" title="Bron: naporingen">nasporingen</span> te onttrekken, besloten wij dezen oever te verlaten, waar zij ons, van verre of van nabij, zouden blijven volgen, en naar +den anderen oever terug te keeren, waar de dichte rietbosschen onze bewegingen beter voor den vijand zouden verbergen. De +voorde, waarvan <a id="d0e162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e162">215</a>]</span>de vrouwen der Siriniris zich hadden bediend om tot ons te komen, lag juist op onzen weg; eene witte streep dwars over het +groenachtige water wees de juiste plaats aan. Wij gaven elkander de hand en doorwaadden de rivier, waarbij het water ons tot +aan de knieën kwam. Toen wij ons door de gansche breedte der rivier van de Chunchos gescheiden wisten, haalden wij ruimer +adem. + +</p> +<p>Den volgenden dag, toen wij met zekerheid konden aannemen dat onze vervolgers van hun voornemen hadden afgezien en ons spoor +waren bijster geraakt, besloten wij naar den linker oever terug te keeren, en het onderzoek der bosschen voort te zetten. +Maar de Cconi was hier zeer breed, en geen enkel eilandje daagde uit zijn schoot op, om den overtocht te vergemakkelijken; +ook bewees de kleur van het water genoegzaam dat hier geen waadbare plek, maar veeleer eene groote diepte gevonden werd. Wij +waren tamelijk met de zaak verlegen, maar onze Bolivianen wisten ook ditmaal raad; zij verzekerden ons al lachende, dat zij +ons zonder hinder naar de overzijde zouden brengen, en wel door middel van een <i>callapeo</i> (vlot), dat zij zouden vervaardigen. Zoo gezegd, zoo gedaan. Vergezeld van eenige dragers, togen zij naar het woud, en kwamen, +na verloop van een paar uren, terug met eenige stammen van een toroh <i>(cecropia)</i>, en eenige groote bossen lianen. + +</p> +<p>De vervaardiging van het vlot eischte niet veel tijd: blijkbaar waren onze cascarilleros sinds lang met dit werk vertrouwd. +Weldra was de callapeo gereed: hij was ongeveer vier el lang en twee el breed. Het was een eenvoudige vloer: de lichte poreuse +stammen waren door middel van lianen, steviger nog dan touwen, vast aaneengebonden. Zoodra het vlot klaar was, werd het te +water gelaten; om te zien of het goed in elkaar zat en hoeveel personen het dragen kon, zou eerst een proef worden genomen. +Twee cascarilleros zetten zich in het midden neder; terwijl hun aanvoerder, aan het eene uiteinde staande en met den langen +stok gewapend, die hem tot pagaai en roer tevens dienen moest, de rol van stuurman op zich nam. Ik had grooten lust om van +de partij te zijn; de Bolivianen, hoewel mij vrij latende te doen wat ik goedvond, merkten op, dat zij liever zonder mij de +eerste proef wilden wagen: was er gevaar, dan moest dit niemand anders dan hen alleen gelden. Ik gaf daar geen acht op, nam +mijn geweer, en zette mij neder tusschen de twee cascarilleros. Het vlot werd nu van den wal gestooten, en naar het midden +van de rivier gestuurd, waar de stroom het aangreep en met snelheid begon mede te voeren, toen de stuurman, met vaste hand +en grooten takt, zijn stok nu eens als riem dan weder als roer gebruikende, het buiten den stroom bracht, en naar den linkeroever +stuurde, waar wij aan land kwamen, ongeveer een boogschot beneden de plaats der afvaart. Een luide juichkreet van onze makkers, +die op den anderen oever waren achtergebleven, begroette dezen gelukkigen uitslag. + +</p> +<p>De proef had bewezen dat ons vlot eene bemanning van acht personen zou kunnen dragen, wanneer zij er althans niet tegen opzagen, +een weinigje in het water te zitten. Toen ik aan wal was gestapt, en het vlot weder naar de overzijde was teruggekeerd, verzocht +Eusebio, de aanvoerder der cascarilleros, aan den kolonel, die klaar stond te vertrekken, dat hij nog eenige anderen zou aanwijzen, +die met hem de reis zouden doen. Maar onze dappere vriend scheen daartoe niet gezind: althans Pepe Garcia en Aragon, die zich +gereed maakten hem te volgen en reeds met hun eenen voet op het vlot stonden, traden terug en moesten hunne beurt afwachten. + + +</p> +<p>De kolonel ging juist op dezelfde plek zitten, waar ik gezeten had; evenals ik had gedaan, zette ook hij zijn geweer tusschen +zijne beenen, en knikte mij vriendelijk toe, waarop ik met een vroolijken uitroep antwoordde. Een der cascarilleros had nevens +hem plaats genomen, en hield hem stevig vast; terwijl de stuurman, achter hem staande, met den stok tegen den oever duwde. +Het vlot stak van wal, aarzelde eenige seconden, en dreef toen af naar het midden. Ongeveer op een derde der breedte van de +rivier gekomen, en terwijl de sterke stroom zijne werking reeds deed gevoelen, stak Eusebio, hetzij bij vergissing of uit +onhandigheid, den stok, waarmede hij op dat oogenblik stuurde, onder de balken van het vlot. Terwijl hij den stok terugtrok, +kwam het vlot juist midden in den stroom. Door de geweldige beweging brak de stok, waarop de majordomo juist uit al zijne +macht drukte, met zooveel kracht door midden, dat hij achterover tuimelde en tegen den kolonel aanviel, die voorover nederstortte.... + + +</p> +<p>Een luide angstkreet ontsnapte aan mijn mond, maar werd verdoofd door het geschreeuw onzer makkers op den anderen oever. Het +vlot, door den stroom aangegrepen, die het als een stroohalm medevoerde, dreef met duizelingwekkende snelheid de rivier af. +Waar ging het brooze vaartuig heen, en wat zou het op zijn weg ontmoeten? Ik huiverde bij de gedachte. Gedurende eene halve +minuut staarden wij het ontzettend schouwspel aan: toen verdwenen de ongelukkigen achter eene kromming van den oever. + +</p> +<p>Ik bleef als vastgenageld staan, onbekwaam een stap te doen of eenige beweging te maken, terwijl mijn hoofd duizelde, en ik +werktuigelijk naar de plek bleef staren, waar het vlot verdwenen was. Hoelang ik daar zoo stond, weet ik niet; eerst langzamerhand +kwam ik weer tot mijzelven; ik begon mij rekenschap te geven van het gebeurde, en van den toestand, waarin wij ons bevonden. + + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-216.jpg" alt="Het breken van den stok."></p> +<p class="figureHead">Het breken van den stok.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Tenzij er een wonder gebeurde, waarop ik niet mocht rekenen, waren onze ongelukkige makkers reddeloos verloren. Maar geen +lange foltering stond hun te wachten. De rivier zou hen in haar schoot opnemen, en zich weder boven hen sluiten—en daarmede +zou het uit zijn. Maar wat moest ik zelf doen, hier alleen op den oever achtergebleven, in de onmogelijkheid om mij bij onze +lieden te voegen: zonder levensmiddelen, zonder kruit of lood om met mijn geweer in mijne eerste behoeften te kunnen voorzien; +bijna met de zekerheid, in de handen der Chunchos te vallen, die, nu ik alleen was, mij ongetwijfeld zouden aanvallen en berooven, +misschien wel vermoorden..... <a id="d0e189"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e189">218</a>]</span>Een oogenblik benijdde ik onzen vrienden den kalmen zachten dood, dien zij stellig reeds op den bodem der rivier moesten hebben +gevonden. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-217.jpg" alt="Siriniri-Indianen."></p> +<p class="figureHead">Siriniri-Indianen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Doch weldra gevoelde ik, dat ik mij niet aan werkelooze wanhoop mocht overgeven, maar in de eerste plaats mij nauwkeurig rekenschap +moest geven van de werkelijkheid, om na te gaan welke middelen tot redding mij die nog bood. Ik begon dus met de plek op te +nemen, waar ik mij bevond. De lage oever was geheel van plantengroei ontbloot, en zoo volkomen met steenen bedekt, dat het +zand bijna niet zichtbaar was. Op weinige schreden afstands van den oever liepen twee rijen boomen, die van het woud uitgingen, +en eene tamelijk groote tusschenruimte open lieten, waar in het midden een doode, van zijn schors beroofde boom stond. Het +geheel maakte, althans op mij, een treurigen indruk. Aan de overzijde kon ik ons volk zien, met elkander in druk gesprek gewikkeld, +en telkens hunne oogen naar mij wendende. Tot tweemaal toe was Pepe Garcia naar den oever voortgetreden, en had luid geroepen, +om mijne aandacht te trekken; dan had hij met zijne hand gewezen in de richting, waarin het vlot verdwenen was. Toen hij bemerkte +dat ik zijne bedoeling niet begreep, had hij gepoogd mij iets toe te roepen: maar de afstand en het gedruisch van het water +hadden mij belet daarvan iets te begrijpen. Drie woorden slechts: <i>Seguir la orilla</i>—den oever volgen—waren tot mij overgewaaid. + +</p> +<p>Inmiddels was de tijd verloopen: de dag ging ten einde en de zonneschijf stond op het punt achter de wouden aan de overzijde +te verdwijnen. Het naderen van den avond maakte mijn toestand nog moeielijker. Naarmate het landschap om mij heen donkerder +en somberder werd, voelde ik mijn moed zinken: honger en vermoeidheid deden daarbij het hunne om mij in eene ongelukkige stemming +te brengen. Ik poogde wat te rusten, en ging op den grond liggen, na vooraf de steenen een weinig te hebben weggeruimd. Daar +kon ik in de verte ons kamp zien, waar onze lieden druk in de weer waren. Die beweging hinderde mij: het kwam mij voor, of +niemand zich om mij bekommerde; ik gevoelde mij bijna als een schijndoode, die zelf getuige is, hoe spoedig de achtergeblevenen +hem vergeten, en zijne plaats wordt ingenomen. Ik was onbillijk, want onze makkers daar ginds konden op dit oogenblik niets +voor mij doen; maar de verlatenheid waarin ik mij bevond, en de honger, die mij feller begon te pijnigen, deden mij mijne +gewone bedaardheid en tegenwoordigheid van geest verliezen. + +</p> +<p>Het was nu allengs volkomen duister geworden: in het bosch heerschte eene diepe stilte; het algemeene zwijgen der natuur werd +alleen door het ruischen der rivier afgebroken. Somwijlen hoorde ik daarboven uit het luide gepraat en gelach van ons volk, +gelegerd rondom het vuur, waarvan ik den rossen weerschijn zag, en waarop nu ongetwijfeld de spijs voor het avondmaal werd +gekookt. Na verloop van eenigen tijd verbleekte de vuurgloed, en zwegen de stemmen onzer makkers: het werd nu volkomen stil. +Het was mij evenwel niet mogelijk te slapen; maar tegen den ochtend viel ik toch, door vermoeidheid en uitputting, in eene +soort van verdooving, die mij het bewustzijn van mijn toestand deed verliezen. Terwijl ik zoo dommelde, half wakend, half +droomend, werd mijne aandacht gewekt door een zwakken kreet, die mij uit de verte tegenklonk, en na eenige oogenblikken door +een tweeden gevolgd werd. Het geluid kwam niet uit ons kamp, waar alles nog in diepe rust gedompeld was. Maar vanwaar kwam +het dan? Ik richtte mij op, om zoo mogelijk de richting te onderkennen, vanwaar dit geluid gekomen was, toen een derde kreet +mijn oor trof. Ditmaal scheen het uit het woud te komen langs den oever, waarop ik mij bevond. Mijn eerste gedachte was te +antwoorden; maar bij later overleg kwam ik daarvan terug. Het was toch volstrekt niet zeker, dat dit geluid werkelijk door +een mensch werd voortgebracht: ik wist bij ondervinding, hoever de spotvogel of carpintero van Morayaca het in de nabootsing +der menschelijke stem had gebracht. + +</p> +<p>Terwijl ik nog hierover in twijfel stond, vernam ik eensklaps verscheidene stemmen, maar thans van zoo nabij en zoo duidelijk, +dat ik niet alleen niet langer twijfelen kon of ik werkelijk met menschen te doen had, maar zelfs deze stemmen meende te herkennen +als die onzer ongelukkige schipbreukelingen. Ik stond haastig op, en liep naar het woud, waarvan de takken met kracht ter +zijde werden gebogen. Zijt gij het Perez? riep ik.—Ik zelf Pablo, antwoordde mij de kolonel.—<i>Buenas noches, senor</i>, (goeden nacht, mijnheer) zeiden de Bolivianen. Eenige minuten later waren wij allen bijeen en drukten elkander hartelijk +de hand. + +</p> +<p>Toen de eerste aandoening voorbij was, vroeg ik aan onze vrienden, door welk wonder zij aan het dreigende en naar onze meening +onvermijdelijke doodsgevaar waren ontsnapt. Eusebio verhaalde mij wat er gebeurd was. Ook hij had in het eerste oogenblik +niet anders gedacht, dan dat zijn laatste uur gekomen was; maar zijn heilige patroon, dien hij in dien uitersten nood had +aangeroepen, was hun te hulp gekomen. Het vlot, met duizelingwekkende snelheid door den stroom medegesleept, was reeds vier +krommingen der rivier doorgevlogen, en stond op het punt tegen een rotsbank te pletter te worden gestooten, toen een zijstrooming +het had weggevoerd en tegen den linker oever geworpen. De schok was zoo hevig geweest, dat het vlot zich recht tegen den hoogen +oever had opgericht, waar het door de lianen werd tegengehouden. De schipbreukelingen, met kracht tegen den grond geslingerd, +waren weldra weder opgestaan en van den eersten schrik bekomen; begrijpende dat zij mij nog op dezelfde plaats zouden vinden, +waar zij mij hadden achtergelaten, waren zij het bosch ingegaan. Op hun tocht hadden zij voortdurend met allerlei moeilijkheden +te kampen gehad. Daar zij noch bijlen, noch messen bij zich hadden, hadden zij zich met hunne handen een doortocht moeten +banen. Zoolang het dag was, ging dit tamelijk goed, maar toen de nacht was ingevallen, konden zij niet dan tastend voortgaan, +en hadden zij geducht te lijden van de doornen en scherpe punten der struiken en planten, die zij in den donker niet konden +zien. Hun gelaat, hunne handen en beenen droegen overal de sporen van deze onaangename <a id="d0e212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e212">219</a>]</span>aanrakingen; hunne kleederen hingen hen als lappen om het lijf. Maar toch hadden zij mij wedergevonden: wij waren weder bij +elkaar, en de doorgestane vermoeienissen en gevaren waren vergeten. + +</p> +<p>Ons volk aan de overzijde, nog steeds in diepen slaap gedompeld, had niets gemerkt van de komst van den kolonel en de Bolivianen. +Zij waren dan ook niet weinig verwonderd, toen zij, in plaats van één persoon, er vier op den oever zagen. Vol verbazing liepen +zij naar den oever, wreven zich de oogen uit, en bleven ons een poos zwijgend aanstaren. Toen zij niet langer aan onze identiteit +konden twijfelen, begonnen zij luidkeels te jubelen, terwijl de tolken gingen dansen van pret. + +</p> +<p>Half door roepen, half door gebaren, beduidden wij hun, dat zij dadelijk moesten opbreken en den rechter oever volgen, terwijl +wij van onzen kant langs den linker oever zouden voorttrekken. Hoewel zij het doel van deze beweging niet recht schenen te +begrijpen, aarzelden zij toch geen oogenblik met de uitvoering. Zoo gingen wij twee uren lang voort; zij op den open oever, +wij onder de schaduw der dichte bosschen, dwars door bijkans ondoordringbare struiken en doorngewassen; tot wij eindelijk +de plek bereikten, waar het vlot was gestrand. Wij riepen nu onze manschappen toe, stil te houden en af te wachten wat wij +zouden doen. + +</p> +<p>Wij wenschten namelijk het vlot los te maken uit de lianen, waarin het verward was, en vervolgens ons gezelschap van den linker +oever over te brengen naar den rechter, waar wij ons bevonden. De cascarilleros wilden dit gedeelte van het woud onderzoeken, +waartoe nu te eer gelegenheid bestond, nu de tegenwoordigheid der Chunchos hen niet langer hinderde. + +</p> +<p>Het vlot, van zijne omwindselen losgemaakt, werd weder te water gelaten. De geweldige kracht van den stroom, door de uitstekende +rotsen in verschillende takken verdeeld, maakte de overvaart op dit punt onmogelijk; wij besloten dus den oever af te zakken, +tot wij eene betere plaats zouden gevonden hebben. Eene liane, aan het vlot bevestigd, diende als lijn. Zoodra onze lieden +aan den overkant zagen dat wij onzen tocht hervatten, begaven ook zij zich weder op weg. Een halve mijl verder vonden wij +een inham, die ons voor de proefneming beter geschikt voorkwam. Niet alleen was het water hier kalm; maar eene lichtgroene +streep, die van den tegenovergestelden oever tot in het midden der rivier voortliep, scheen de aanwezigheid van een zandbank +aan te duiden. + +</p> +<p>Om zich de noodige stokken voor het besturen van het vaartuig te verschaffen, sneden de Bolivianen met hun zakmes eenige jonge +boomen bij den wortel af waarmede natuurlijk een geruime tijd heenging. Toen zij hiermede klaar waren, trokken zij het vlot +naar den oever, sprongen er op en staken af. De overtocht werd spoedig en gelukkig volbracht, en eer een half uur verloopen +was, bevond zich onze geheele karavaan op den linkeroever, waar wij ons weldra aan een goed ontbijt vereenigden. Na ons aldus +versterkt te hebben maakten wij ons gereed naar het woud te trekken, waar onze cascarilleros hunne nasporingen zouden beginnen. +Het vlot, dat ons later nog van dienst kon zijn, werd stevig aan den oever vastgebonden, om niet met den stroom af te drijven. + + +</p> +<p>Kort nadat wij in het woud waren gekomen, begon de grond te rijzen: een bewijs dat wij de heuvelen naderden, die in lange +reeks met de Cordilleras samenhangen. Juist toen wij ons met moeite door dicht en laag kreupelhout een weg baanden, schoot +een wijfjespeccari met hare zeugen langs ons heen en verdween in de struiken. Pepe Garcia en Aragon konden de verzoeking niet +weerstaan, hunne geweren af te schieten. Het beest raakten zij niet: maar de echo van het woud, die de schoten als een verre +donder weerkaatste, waarschuwde de al te ijverige jagers, doch te laat, dat zij eene onvoorzichtigheid hadden begaan. Dit +beteekenisvolle geluid moest natuurlijk de Chunchos dadelijk weer met ons verblijf bekend maken, aangenomen dat zij ons spoor +hadden verloren. Daar er evenwel voor het oogenblik niets aan te doen viel, was het maar best er niet verder aan te denken; +maar om eene herhaling van het feit te voorkomen, verbood de kolonel den tolken, zonder zijne <span class="corr" title="Bron: uitdrukelijke">uitdrukkelijke</span> vergunning te schieten. + +</p> +<p>Middelerwijl gingen de cascarilleros het bosch in, en kwamen na verloop van eenige uren weder bij ons. Ditmaal waren hunne +<span class="corr" title="Bron: naspoingen">nasporingen</span> niet vruchteloos geweest: zij brachten onderscheidene stukken van de schors van fijnere kinaboomen mede, die zorgvuldig werden +bewaard. Nauwelijks hadden wij onzen tocht hervat, of wij vernamen eensklaps het schreeuwen van een ara, en wel niet in de +lucht boven onze hoofden, maar naast ons op den grond. Verbaasd zagen wij in het rond, maar in plaats van den vogel, dien +wij meenden te zien, ontdekten wij het glimlachende en versch beschilderde gelaat van onzen ouden bekende, den Siriniri. Achteloos +tegen een boom geleund, die hem gedeeltelijk verborg, vertoonde de wilde ons enkel zijn hoofd, even als een kind, dat wegschuilertje +speelt. Toen hij aan onze blikken bemerkte dat wij zijn kreet verstaan hadden, wenkte hij ons met de hand en trad naar ons +toe, zonder zich te laten weerhouden door het onvriendelijke gelaat, waarmede wij hem afwachtten. Hij verhaalde ons dat eenige +leden van zijn stam, die bij de laatste uitdeeling van messen niet tegenwoordig waren geweest, gaarne kennis met ons wilden +maken; door het geluid van onze <i>tasa-tasa</i> (geweren) verschrikt, hadden zij zich in de struiken teruggetrokken. De Chuncho zeide niet, of hij ons in stilte gevolgd +was, dan wel of de schoten, door de tolken op de peccari gelost, hem ons verblijf hadden verraden. Zijn voorstel om met zijne +vrienden kennis te maken, beviel ons zoo weinig, dat wij op het punt stonden hem te zeggen dat hij naar den duivel kon loopen, +maar de voorzichtigheid weerhield ons. Tot hiertoe hadden deze wilden, hun onmatige begeerte naar messen daargelaten, zich +niet alleen vredelievend gedragen, maar waren zij ons zelfs in sommige opzichten van dienst geweest. In het belang onzer eigene +veiligheid was het dus wenschelijk met hen op een goeden voet te blijven, al moest dat dan ook eenige opoffering kosten, en +al namen wij ons stellig voor, <a id="d0e237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e237">220</a>]</span>hen altijd op zekeren afstand te houden.—De wilde scheen ons zwijgen voor toestemming aan te zien; althans hij floot op zijne +vingers, en op dit teeken kwamen een dozijn mannen uit de struiken te voorschijn, wier gelaat en lichaam met roode en zwarte +streepen waren beschilderd, wier hoofd prijkte met een kroon van toucanvederen, en voorts met hun boog en pijlen in de hand. +De troep begon aanstonds te springen en te dansen, onder het luide geroep van <i>Meneha huayri siruta</i>! (heer, geef een mes.) + +</p> +<p>Achter deze springende, dansende, gesticuleerende mannen vertoonden zich eenige vrouwen, die uit het struikgewas waren te +voorschijn gekomen. Sommigen droegen een kind, schrijlings op haar heup gezeten; anderen poogden onze begeerlijkheid op te +wekken door het vertoonen van allerlei voorwerpen, zooals schitterend gekleurde huiden van vogels, tamme papegaaien, vruchten +en wortelen, die zij te koop aanboden. Om het rumoer een weinig tot bedaren te brengen, liet ik het pak met snuisterijen ongemerkt +ter zijde brengen, zoodat zij niet zien konden wat er in was; toen nam ik er eenige messen, van zes stuivers uit, die ik verruilde +tegen verschillende voorwerpen, welke men mij aanbood. De vrouwen, die <span class="corr" title="Bron: hij">bij</span> deze verhandelingen behulpzaam waren geweest, ontvingen eenige kleinigheden ten geschenke. Eene van haar, die twee belletjes +had gekregen en daarmede uitermate in haar schik was, kwam op den inval, ze aan een draad te rijgen, en dien door haar neus +te steken, nadat zij eerst een stuk riet, dat in haar neus was bevestigd, daaruit had gehaald. Toen schudde zij met haar hoofd, +zoodat de belletjes klingelden, wat haar uitermate verrukte. Dit voorbeeld werkte aanstekelijk. Al de vrouwen wilden nu volstrekt +ook zulk een klokkenspel aan haar neus hebben; en wij zagen ons gedwongen, aan ieder een paar belletjes te geven, die zij +onmiddellijk door haar neusgaten staken. Zij gingen nu allen te gelijk aan het schudden met haar hoofd; doch moesten die oefening +weldra staken, daar zij anders gevaar liepen een stijven nek te krijgen. + +</p> +<p>Toen het een oogenblik stil was geworden, maakten wij daarvan gebruik om afscheid te nemen van onze nieuwe kennissen. Juist +toen wij op het punt stonden heen te gaan, werden wij plotseling omsingeld door de gansche bende, die, met groot geschreeuw +en heftige gebaren, zich tegen ons vertrek scheen te willen verzetten. Blijkbaar hadden zij evenwel niets vijandigs in den +zin. Wij begrepen spoedig dat zij met al dat geraas en getier, al die beweging en die onverstaanbare uitroepen geene andere +bedoeling hadden, dan om op hunne wijze te protesteeren tegen ons vertrek. Onder al dit rumoer werd mijn nieuwsgierigheid +geprikkeld door het woord <i>huatinmio</i>, dat telkens in hunne uitroepen terugkeerde, en meestal vergezeld ging van eene beweging met de hand naar een onbekend punt +in het woud. Ik verzocht Pepe Garcia hun te vragen wat dit beteekende. Deels door gebaren en deels door middel van die brabbeltaal, +waarvan hij zich tot dusver in zijn omgang met de Siriniris bediend had, kwam hij van hen te weten dat het woord <i>huatinmio</i> de naam van hun dorp was, op korten afstand gelegen, in de door hen aangewezen richting. Op dit oogenblik, zoo verzekerden +zij, was er in het dorp niemand overgebleven, dan eenige grijsaards met de vrouwen en kinderen; de mannen waren uitgetogen +om in de vallei te jagen en te visschen, zooals steeds hunne gewoonte was, wanneer de voorraad ten einde liep. Zij noodigden +ons uit, derwaarts te gaan. + +</p> +<p>Dit uitstapje had voor ons weinig aantrekkelijks: te minder daar het ons van den weg afvoerde, dien wij ons hadden voorgenomen +te volgen. Het was louter tijdverspilling en vruchtelooze moeite; nog daargelaten, dat wij ons misschien aan gevaren blootstelden. +Ik verzocht dus Pepe Garcia, dat hij de Siriniris voor hunne vriendelijke uitnoodiging zou bedanken, en ons leedwezen betuigen +dat wij daaraan geen gevolg konden geven, omdat wij geen tijd te verliezen hadden. Tusschen beschaafde lieden zou het daarmede +uit geweest zijn; maar deze wilden lieten zich door onze weigering niet uit het veld slaan. Zij hielden zoo lang aan met vleien +en smeeken en dringen en liefkozen, dat ik den moed niet had te blijven weigeren. Bovendien drongen de kolonel en de majordomo +er op aan, dat wij aan het verzoek der Siriniris gevolg zouden geven. De kolonel wilde gaarne zulk een indiaansch dorp zien, +en de majordomo nam zich voor, onderweg nauwkeurig de wouden te onderzoeken, of zij ook kinaboomen bevatten. Zij voegden daarbij +dat Huatinmio op korten afstand lag, en dat, daar de gansche mannelijke bevolking in het veld was, ons kort verblijf van een +paar uren wel geen ernstig gevaar kon opleveren, hetzij voor onze personen, hetzij voor onze goederen. Ik gaf dan toe: en +Pepe Garcia deelde aan de Siriniris mede, dat wij hen naar hun dorp zouden volgen, en zelfs daar onzen maaltijd wilden gebruiken. +Zij sprongen en dansten van vreugde, en toonden zich dadelijk bereid, den tocht te aanvaarden. Twee hunner gingen voorop, +als om den weg te banen; de anderen mengden zich onder ons volk, en babbelden rusteloos door. De vrouwen vormden de achterhoede: +zij droegen hare kinderen, die nog niet loopen konden, en pasten op de anderen, die nu en dan onder weg bleven stilstaan. + + +</p> +<p>Onze gidsen stapten zoo stevig aan, dat wij na verloop van een kwartier bijna geheel buiten adem waren, en eenige oogenblikken +stil moesten houden om wat uit te rusten. Pepe Garcia verzocht hun, uit onzen naam, wat langzamer te loopen, daar wij hen +anders niet volgen konden: een verzoek, dat hen grootelijks verwonderde en hun lachlust opwekte. Maar toch volgden zij dien +wenk op, en richtten het zoo in, dat wij hen althans zonder te veel inspanning konden bijhouden. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-221.jpg" alt="Het stranden van het vlot."></p> +<p class="figureHead">Het stranden van het vlot.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Al aanstonds had het onze aandacht getrokken, dat de Chunchos er zich in het minst niet om bekommerden, of zij een gebaand +pad volgden, dan wel dwars door het dichte hout gingen. Dit scheen hun volmaakt onverschillig: en waar wij gevreesd zouden +hebben onze kleederen te scheuren, schenen zij in het minst niet aan hunne naakte huid te denken. Trouwens, de behendigheid, +waarmede zij zich door alle gaten en bochten wisten heen te werken, grensde aan <a id="d0e266"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e266">222</a>]</span>het wonderbare. Een slang kon het niet beter en knapper doen. Hoe dicht ook het woud met doornen, lianen of slingerplanten +bewassen of omwoeld was, nooit verbraken zij die hinderpalen of namen, zooals wij, hun toevlucht tot bijl of mes. Zij schoven +eenvoudig de takken of lianen ter zijde, of lichtten die op, als ware het een gordijn of draperie; en dat met zooveel behendigheid +en zooveel natuurlijke bevalligheid van beweging, dat wij er ons telkens op nieuw over verwonderden. Maar al dit fraais had +ook eene minder aangename keerzijde. Wij liepen namelijk telkens gevaar, de lianen of doornen in het gezicht te krijgen, die +de wilden met de grootste vlugheid hadden ter zijde gebogen, en die zij daarna weder loslieten, zonder er een oogenblik aan +te denken, dat wij hen op den voet volgden. Evenwel, wij getroostten ons deze onaangenaamheid, ziende hoe groot genoegen wij +hen deden, door met hen mede te gaan. + +</p> +<p>Reeds was er een uur verloopen, sedert wij ons op weg hadden begeven, en begon ons de wandeling tamelijk lang te vallen, toen +wij aan eene meer open plek in het woud kwamen, waar de zonnestralen lichte kringen op den grond teekenden. Aan de overzijde +bespeurden wij een smal pad, tusschen twee hoogten ingesloten, dat met zachte helling naar boven liep, en overal de sporen +droeg van veelvuldige menschelijke voetstappen. De Siriniris sloegen dat pad in, en wij volgden hen. Na verloop van tien minuten +kwamen wij op eene vlakte, waar wij tusschen het geboomte de palmbladeren-daken van eenige hutten ontdekten. + +</p> +<p>Onze gidsen hadden, bij de nadering van het dorp, een luid geschreeuw aangeheven; hunne vrouwen kwamen nu aanloopen, maar +stonden, zoodra zij ons bemerkten, eensklaps stil, als niet wetende wat deze onverwachte verschijning te beduiden had. Maar +ziende dat haar eigen stamgenooten als vrienden met ons omgingen, en door eenige verklaringen van hare mannen gerustgesteld, +waagden zij het, naderbij te komen. Naalden, belletjes, koperen knoopen en dergelijke snuisterijen, die wij inmiddels te voorschijn +hadden gehaald en haar nu aanboden, verdreven weldra de laatste sporen van vrees, zoodat wij spoedig goede maatjes waren. + + +</p> +<p>De woningen van het dorp bestonden uit zeer groote open loodsen, met palmen gedekt en in schilderachtige wanorde door elkander +geplaatst; zij waren aan de noordwestzijde gesloten, en dus beveiligd tegen de regens en den wind, die van den kant der Cordilleras +komen; aan de zuidoostzijde waren zij geheel open, en voorts door palmhouten beschotten in drie of vier afdeelingen of kamers +gesplitst. Wij telden zeven van zulke loodsen, die te zamen in drie-en-twintig compartimenten waren verdeeld; aannemende, +dat in elk compartiment een gezin van zes personen huisvestte—wat zeker niet overdreven was—zou het dorp Huatinmio eene bevolking +tellen van honderd-acht-en-dertig zielen, de vrouwen en kinderen daaronder begrepen. + +</p> +<p>Ieder vertrek bevatte—behalve het weinige vaatwerk en keukengereedschap, waaraan de wilde behoefte heeft, zooals kruiken en +schotels van ruw aardewerk;—geen ander meubel dan een breede, van takken gevlochten, op vier pooten rustende bank, die de +Indianen <i>barbacoa</i> noemen, en die hun beurtelings tot tafel, buffet, rustbank en bed dient. Tegen de wanden hingen bogen, pijlen, kleine trommels, +fluiten, kronen van papegaaien- of toucanvederen, versierselen van boomschors met franje van gedroogd gras, die bij groote +plechtigheden werden gebruikt. Deze geheele rommel, die er tamelijk smerig en verlept uitzag, had voor het oog niets aantrekkelijks. + + +</p> +<p>Bij de nadere beschouwing van deze woningen, waar de walgelijkste onzindelijkheid hand aan hand ging met de volkomenste armoede,—indien +althans deze volslagen onbekendheid met al wat tot veraangenaming des levens behoort, armoede kan genoemd worden;—trof ons +vooral eene bijzonderheid. Onder al die rustbanken, die, zooals ik gezegd heb, tot verschillende doeleinden dienen, zagen +wij de overblijfselen van vuren. Waartoe dat vuur onder eene barbacoa, die twee voet boven den grond verheven was? Diende +dit meubel ook nog als rooster, om de spijzen op te braden of te droogen? Wij konden ons dat niet verklaren, en besloten daaromtrent +onzen gastheeren inlichtingen te vragen. + +</p> +<p>Rondom de woningen groeiden, te midden van mimosa’s en anoneën, bananen, deels nog in bloei, deels reeds met vrucht. Een weinig +buiten het dorp vonden wij een eenigszins bebouwd terrein, waar manioc, pasteken, pompoenen en ettelijke andere vruchten werden +geteeld; alles toonde echter duidelijk aan, dat deze zoogenaamde plantage zeer slecht werd onderhouden, en dat, zoo er nog +iets van terecht kwam, dit wel voornamelijk aan de vruchtbaarheid van den bodem en het gezegend klimaat te danken was. Ook +was de opbrengst van dezen akker geheel onvoldoende om de bevolking van het dorp te voeden, die dan ook, evenals alle stammen +van het woud, in jacht en visscherij hare voornaamste middelen van bestaan vindt. + +</p> +<p>Toen wij van onze wandeling terugkwamen, vonden wij een maaltijd gereed staan, dien men bepaaldelijk te onzer eere had aangericht, +bestaande in een in der haast gekookte ragout van gerookt apenvleesch en groene bananen. Zout ontbrak; maar dit gemis werd +meer dan vergoed door een zoo ruimen overvloed van spaanschen peper, dat reeds bij den eersten hap de tranen ons over de oogen +liepen, en wij een gevoel hadden of onze mond en keel met een gloeiend ijzer werden verschroeid. Gelukkig had men de voorzorg +genomen, nevens dien kom met heeten ragoût een schotel met frisch, helder water te zetten, waar wij telkens een teug van namen. +Onze vrienden de Siriniris schenen voor deze sterke kruiderijen onaandoenlijk. + +</p> +<p>Toen onze maaltijd, dien wij op den grond zittende gebruikt hadden, was afgeloopen, bemerkten wij, dat de zon reeds ter kimme +begon te neigen. Wij hadden ons, verleid door het vreemde dezer omgeving, wat lang opgehouden, en waren nu onzeker wat te +doen. De kolonel, die, naar hij zeide, alles gezien had wat hier te zien viel, wilde volstrekt vertrekken en ergens in het +woud gaan bivouakeeren. Ik wilde evenwel gaarne van deze gelegenheid gebruik maken, om iets <a id="d0e287"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e287">223</a>]</span>meer te weten te komen van de lieden, in wier midden wij ons nu bevonden; ik deed daarom den kolonel opmerken, dat het onwellevend +zou zijn, aanstonds na den maaltijd heen te gaan; en dat wij in ieder geval nog beter in het dorp konden overnachten, dan +in het vochtige woud, waar wij op den sterk bedauwden grond moesten rusten. Vooral deze laatste opmerking scheen bij Perez, +die nog al last van rhumatiek had, te wegen; er werd dus besloten, dat wij te Huatinmio zouden overnachten. + +</p> +<p>Toen Pepe Garcia dit besluit aan de Chunchos mededeelde, waren zij daarmede blijkbaar zeer in bun schik. Aanstonds noodigden +zij ons uit, zelf eene keuze te doen tusschen de verschillende woningen, die allen te onzer beschikking werden gesteld. Natuurlijk +kozen wij de grootste, zoodat wij allen bij elkander konden blijven. Zoodra onze bagage daarin was geplaatst, brachten de +Siriniris ons hout en water, de eenige zaken, die zij ons voor den nacht konden aanbieden. Zoodra het donker was geworden, +haalde ik eene bougie te voorschijn, die ik aanstak, en die de uiterste verbazing der inboorlingen opwekte. Ik wenschte het +een en ander aan te teekenen aangaande de zeden en gewoonten onzer gastheeren, waartoe ik de hulp van Pepe Garcia noodig had, +die zich reeds een barbacoa had uitgekozen om daarop met Aragon te gaan slapen. Het was hem dan ook niet zeer naar den zin, +toen ik hem gelastte, de Chunchos te ondervragen omtrent hetgeen ik wenschte te weten, en mij hunne antwoorden mede te deelen. +Aanvankelijk ging de ondervraging niet gemakkelijk, maar allengs begon men elkander beter te verstaan, en werden geregelde +antwoorden gegeven. Wat ik op die wijze te weten kwam, zal ik hier kort mededeelen. + +</p> +<p>De Siriniris, waartoe onze gastheeren behoorden, waren destijds in drie stammen verdeeld, die eene landstreek bewoonden van +omstreeks tien mijlen lengte bij drie à vier mijlen breedte, geheel met dichte bosschen bedekt, en door verscheidene beken +en kleine rivieren besproeid. Deze drie stammen te zamen waren misschien omstreeks driehonderd zielen sterk; sedert langen +tijd leefden zij zoowel onderling, als met de naburige stammen der Huatchipayris, Tuyneris en Pukiris, die de noordelijk en +zuidelijk aangrenzende valleien bewoonden, in ongestoorden vrede. + +</p> +<p>De zeden en gewoonten van dezen stam kwamen tamelijk overeen met die van al de stammen, die de hellingen van de Cordilleras, +tusschen den 10<sup>den</sup> en den 12<sup>den</sup> graad zuiderbreedte bewonen, en waarmede wij reeds vroeger kennis hadden gemaakt. De veelwijverij was bij de Siriniris echter +veeleer uitzondering dan regel: niet zoozeer omdat hunne begrippen ten aanzien van het huwelijk zooveel strenger waren, maar +omdat de schaarschte der levensmiddelen, en de moeilijkheid om altijd in het onderhoud te voorzien, de mannen doorgaans weerhield, +meer vrouwen te nemen, dan zij zonder al te veel inspanning konden voeden. + +</p> +<p>Overigens was hunne levenswijze geheel dezelfde als die hunner stamgenooten: zij kenden geene andere zorg of bezigheid, dan +de vervulling hunner dagelijksche, physieke behoeften. Had de jacht of de visscherij genoeg opgeleverd, dat er voor eenige +dagen voorraad was, dan bleven de mannen thuis, meestal in volslagen werkeloosheid op den grond of de barbacoa liggende, terwijl +de vrouwen alle bezigheden in en buiten ’s huis verrichtten. Zooals ik reeds zeide, de vrouw is hier nog, in den letterlijken +zin des woords, de slavin, het lastdier, het eigendom van den man, en in geenen deele zijne gelijke, zijne echtgenoote. Alle +zware arbeid, dien de man niet verrichten wil, komt ten laste van de vrouw, boven en behalve de zorg voor de kinderen en de +huishouding. De vrouwen zijn, sedert eeuwen reeds, aan die ruwe behandeling gewoon en denken er niet aan, zich daarover te +beklagen: zij zijn daaraan zoo gewoon geworden, dat zij niet anders weten of het behoort zoo. + +</p> +<p>Evenals bij alle indiaansche volksstammen van Zuid-Amerika, gaat het huwelijk, of liever de vereeniging der beide geslachten, +zonder eenige ceremonie of plechtigheid. De jonkman neemt zich een meisje, en daarmede is het uit. De kinderen blijven tot +aan hun zevende jaar onder het opzicht van de moeder; dan gaan zij onder de voogdij van den vader over, die zich met de verdere +opvoeding belast. Zijn eerste werk is, hen, evenals jonge honden, in het water te werpen, om hun zoodoende zwemmen te leeren; +dan onderwijst hij hen in de behandeling van boog en pijlen, en in de kunst om met een steenen mes, en met behulp van vuur, +knodsen te snijden. Daartoe en tot het nabootsen van het geluid van eenige dieren, bepaalt zich de geheele opvoeding. Het +kind vergezelt zijn vader op diens tochten door het bosch, gaat met hem op de jacht, en neemt, op zijne beurt groot geworden, +zooveel vrouwen als hij meent te kunnen onderhouden. En zoo gaat het leven dezer menschen, geslacht aan geslacht voort, terwijl +hun aantal voortdurend vermindert, en met onvermijdelijke zekerheid de dag nadert, waarop zij geheel van de aarde zullen verdwenen +zijn. + +<a id="d0e305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e305">269</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-269.jpg" alt="Gezicht op den berg Basiri."></p> +<p class="figureHead">Gezicht op den berg Basiri.</p> +</div><p> + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">III.</h3> +<p>Den volgenden morgen vertrokken wij van Huatinmio, na van onze vriendelijke gastheeren afscheid genomen te hebben, en vervolgden +onzen weg. Allengs nam het woud een schilderachtiger karakter aan, en alleen de begeerte om zoo spoedig mogelijk buiten het +bereik der Siriniris te komen, dreef ons zoo haastig voort, dat wij aan de schoone partijen, die ons omringden, niet de aandacht +konden schenken, die zij zoo ruimschoots verdienden. Doch weldra scheen de vrees voor eene ontmoeting geen beletsel meer om +het landschap rondom ons goed op te nemen; onze cascarilleros begonnen weder de bosschen te onderzoeken, of zij ook kinaboomen +konden vinden: en hunne nasporingen waren niet altijd vruchteloos. Zoo ging het voort, dagen achtereen, altijd door de bosschen +en wouden; des nachts ons kamp opslaande op een open plek of aan den oever der rivier, en des daags onzen tocht vervolgende, +die niets bijzonders opleverde. + +</p> +<p>Op zekeren dag opende zich eensklaps voor ons oog een wijde, dorre vlakte, schitterende in de zonnestralen, en aan den gezichteinder +begrensd door het woud, waarboven zich de toppen van twee, geheel met bosch bedekte heuvelen verhieven. Juist toen wij uit +de schaduw te voorschijn kwamen, en ons gereed maakten om de vlakte over te steken, bespeurden wij een troep inboorlingen, +mannen, vrouwen en kinderen, die naar ons toe kwamen. Deze ontmoeting was ons hoogst onaangenaam, en wij peinsden op een middel +om die nog te vermijden. Dit was alleen mogelijk door zoo spoedig doenlijk in het woud terug te keeren, en eene andere richting +te volgen. Wij deden dit ook dadelijk: maar helaas, het was reeds te laat! Plotseling verhief zich een oorverdoovend geschreeuw, +dat duidelijk genoeg bewees, dat de wilden ons gezien hadden, en het niet meer mogelijk zou zijn, de gevreesde ontmoeting +te vermijden. Wij bleven dus waar wij waren, en wachtten de nadering dezer onbekenden af. Wij behoefden niet lang te wachten. +Zoodra zij ons in het bosch hadden zien terugtrekken, hadden zij het op een loopen gezet, en weldra was de geheele bende bij +ons. In een oogenblik waren wij nu omringd en ingesloten, en begonnen de Chunchos ons <a id="d0e318"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e318">270</a>]</span>met luid geschreeuw en allerlei wilde gebaren te omhelzen en aan hunne borst te drukken. Niet dan met eenige moeite konden +wij er in slagen, ons aan deze onstuimige liefkozingen te onttrekken, en de wilden een weinig van het lijf te houden, zoodat +wij ons althans vrij bewegen konden. + +</p> +<p>Wij maakten daarvan gebruik om het bosch te verlaten en naar de vlakte te gaan, waar wij onze bezoekers beter in het oog konden +houden, en zoo noodig alle vijandelijkheden dadelijk konden keeren; maar onze vrees bleek weldra ongegrond. Zoodra zij zagen, +dat hunne wijze van handelen ons niet beviel, veranderden zij van houding, en maakte de vrijpostige familiariteit van zooeven +plaats voor aanhalige nederigheid. Toch was het ons duidelijk, dat zij van begeerte brandden om de fraaie messen te bezitten, +die in onze gordels staken; zij konden er de oogen niet afwenden, en wezen er naar, terwijl zij met de lippen smakten als +kinderen, die een of andere lekkernij zien. Wij hielden ons evenwel of wij die wenken niet begrepen <span class="corr" title="Bron: ez">en</span> zwegen stil. + +</p> +<p>Door onze onbekende bezoekers begeleid, trokken wij tot midden in de vlakte voort. Wij wilden niet doorgaan naar het bosch, +waar zij ons ongetwijfeld zouden volgen, maar hielden halt, in de hoop, dat de zeer koele ontvangst hen weldra zou bewegen, +ons te verlaten. Wij zetten ons neder op de rotsblokken, die zich hier en daar uit het zand verhieven; terwijl de Chunchos +zich in verschillende houdingen op den grond zetten; zij wenden hunne blikken niet van ons af, en begonnen tevens met elkander +een druk gesprek, dat op zoo gedempten toon gevoerd werd, dat wij er geen woord van konden verstaan. Dit onderhoud, dat natuurlijk +in de eerste plaats over onze personen en onze messen liep, had reeds ongeveer een half uur geduurd, toen ik, vreezende dat +er geen eind aan komen zou, onze tolken verzocht, aan de wilden te zeggen, dat zij ons verveelden, en dat zij, in plaats van +ons te blijven aankijken, beter zouden doen met heen te gaan en zich niet verder met ons te bemoeien. Ik weet niet of de tolken +mijne woorden trouw overbrachten; maar wel verre dat de Chunchos den gegeven raad zouden volgen, begon er nu een levendig +gesprek tusschen hen en onze woordvoerders. Weldra vernamen wij wat er gaande was. + +</p> +<p>Ziende, dat wij volstrekt niet gezind waren; hen gratis van bijlen en messen te voorzien, en van hun kant niets bezittende +om ons aan te bieden, waren deze Siriniris op de gedachte gekomen, de begeerde voorwerpen in te ruilen tegen levensmiddelen, +die zij ergens in het woud verborgen hadden. Hun voorraad bestond in een halven gerookten pecari; eene zekere hoeveelheid +bananen, zoete aardakers en eenige andere vruchten; en onze tolken hadden het der moeite waard geacht, daarover nader in onderhandeling +te treden, want onze eigene voorraad was bijna verteerd. De Chunchos hielden echter hunne waren op prijs: voor den halven +pecari vroegen zij een bijl, voor de bananen en andere vruchten zes groote messen. De prijs was buitensporig; maar het vooruitzicht +van een goeden maaltijd te kunnen doen, was zoo uitlokkend, dat de koop weldra gesloten werd. Doch, wenschende zoo spoedig +mogelijk van hen verlost te worden, drongen wij er op aan, dat de zaak onmiddellijk zou worden ten einde gebracht. De Siriniris +stonden een oogenblik in beraad; toen verwijderden zich twee hunner en begaven zich, van <span class="corr" title="Bron: huue">hunne</span> vrouwen vergezeld, met snelle schreden naar het bosch. + +</p> +<p>Reeds waren sedert hun vertrek eenige minuten verloopen, toen ik, werktuigelijk het hoofd omwendende, zag, hoe deze afgevaardigden +al langzamer en langzamer begonnen te loopen, en eindelijk aan den rand van het bosch gekomen, in plaats van daarin te gaan, +onder een boom gingen zitten, en uit de verte naar ons bleven kijken. Dit scheen mij minstens zonderling; ik maakte daar den +kolonel opmerkzaam op, die zich weldra overtuigde, dat mijne oogen mij niet misleidden. Zoodra zij bemerkten, dat wij hen +ontdekt hadden, stonden zij allen op en verdwenen in het woud. + +</p> +<p>Toen, na verloop van een uur, de uitgezondenen nog niet waren teruggekeerd, liet ik aan de Siriniris zeggen, dat, daar de +levensmiddelen niet kwamen, wij den koop als nietig beschouwden, en onze tocht zouden vervolgen. Deze mededeeling scheen hen +niet te bevallen; door zeer duidelijke uitroepen en gebaren gaven zij aan hunne ontevredenheid lucht. Ik stoorde mij daaraan +niet, maar gaf het sein tot vertrekken. Toen onze dragers zich daartoe gereed maakten, gingen sommigen dezer wilden zoover, +dat zij hen omringden en aangrepen, en aanstalten schenen te maken om hen van hunne kleederen te berooven. De verschrikte +Quechuas begonnen als kinderen te schreeuwen, waardoor de vroolijkheid der plunderaars niet weinig werd opgewekt. Reeds had +een hunner de montera van een onzer lieden weggekaapt en die opgezet, en maakte hij zich gereed daarmede weg te loopen, toen +wij tusschenbeiden kwamen om aan dit tooneel, dat ernstige gevolgen kon hebben, een einde te maken. Het gelukte ons, met groote +woorden en dreigementen, de Siriniris in bedwang te houden, waarop wij onze schreden naar het bosch richtten. + +</p> +<p>De Indianen, bevreesd voor onze geweren, durfden ons niet volgen; maar nauwelijks waren wij het bosch ingegaan, of eensklaps +drong ons een luid en langgerekt geschreeuw in de ooren, dat wij voor een signaal der wilden hielden. Daardoor verschrikt, +en niet wetende, welk gevaar ons bedreigen kon, zetten wij het op een loopen, vooral toen, eenige minuten later, hetzelfde +geschreeuw zich nog eens liet hooren, maar nu, zoo het scheen, meer in onze nabijheid. Wij renden nu zoo hard mogelijk voort, +dwars door kreupelhout en struikgewas, tot wij bijkans buiten adem waren, en ons mochten vleien, dat de vijand, indien hij +ons al vervolgde, zeker wel ons spoor zou verloren hebben. + +</p> +<p>Intusschen had deze overhaaste vlucht ons eenigszins van den weg doen afdwalen: in plaats van, zooals tot dusver, eene zuidelijke +richting te volgen, waren wij westwaarts afgeslagen. Na raadpleging met onze Bolivianen, besloten wij, nog een paar dagen +in westelijke richting voort te gaan, en ons dan weder <a id="d0e340"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e340">271</a>]</span>naar het zuiden te wenden. Wij zouden op die wijze nader bij de Cordilleras komen, maar ons tevens verwijderen van de Siriniris, +wier gedurige verschijning ons hoogst onaangenaam was en bovendien onze cascarilleros telkens in hunne onderzoekingen stoorde. + + +</p> +<p>Nadat wij een paar uren in westelijke richting waren voortgegaan, merkten wij een verandering in het woud op. De boomen schenen +zich gaandeweg te ontdoen van het net van slingerplanten en lianen, die hen tot dusverre hield omwoeld; hier en daar vertoonden +zich open plekken, waar zich bevallige palmen verhieven. Tegelijk werd de vlakke grond telkens hobbeliger en het gaan bezwaarlijker. +De majordomo der cascarilleros, wien ik naar de reden van deze veranderingen vroeg, antwoorde mij, dat het gewijzigd karakter +der vegetatie een gevolg was van de nabijheid der Cordilleras; en dat wat het hobbelige en ongelijke van den grond aanging, +dit te wijten was aan eene of andere rivier, die wij weldra zouden bereiken. + +</p> +<p>Weldra bewees de uitkomst dat hij gelijk had. Hijgend van vermoeienis en erg gehavend door de doornen, die het laatste gedeelte +van ons pad hadden versperd, bereikten wij den oever van de rivier Ayapata, die wij moesten overtrekken, Maar, aangezien wij +noch een pont, noch een vlot, zelfs geen boomstam hadden, om den overtocht te doen, was het zaak, vooraf zoo nauwkeurig mogelijk +de gesteldheid der rivier te onderzoeken. De Ayapata, hier ongeveer honderd ellen breed, stroomde voort tusschen vlakke oevers, +ter wederzijde geheel met zware boomen bedekt, die door een net van lianen aan elkander waren verbonden. De verschillende +kleurschakeeringen in de tamelijk snelvlietende wateren bewezen dat de diepte zeer verschillend was, en dus ook dat er op +sommige plaatsen meer <span class="corr" title="Bron: af">of</span> minder geschikte voorden moesten zijn. Twee rijen rotsen, op eenige ellen afstands van elkander, veroorzaakten eene branding, +sterk genoeg om eene gewone boot te verbrijzelen. Na zorgvuldige waarneming van alle deze teekenen, kozen wij voor den overtocht +eene plaats, die door een witachtige streep op de oppervlakte der rivier werd aangewezen, en waar, naar de schatting der Bolivianen, +de diepte niet meer dan tusschen de vier of zes voet moest bedragen. Wij grepen elkander bij de hand, en daalden in de Ayapata +af. In het midden der rivier gekomen, hadden wij al onze krachten noodig om ons te verdedigen tegen den stroom, die ons optilde, +omver wierp en ons ongetwijfeld zou hebben medegevoerd, indien wij niet de voorzorg hadden gebruikt van elkander vast te houden +en zoo een soort van keten te vormen. Toch kwamen de meesten er niet zonder eene onderdompeling af. + +</p> +<p>Druipnat kwamen wij op den anderen oever, waar ons eerste werk was een plekje op te zoeken, waar de Siriniris ons niet konden +ontdekken, ingeval zij bij toeval aan den anderen oever kwamen; en vervolgens, nadat wij zulk een plekje gevonden hadden, +onze kleederen uit te trekken om die in de zon te drogen. Na een oponthoud van een paar uur, maakte wij ons gereed, onzen +tocht te hervatten. Eerst waren wij voornemens, den zandigen oever der rivier te volgen, maar de vrees dat de Siriniris ons +zouden zien, bracht ons van dit denkbeeld terug. Wij gingen dus het bosch in, ver genoeg om niet van de overzijde gezien te +kunnen worden, en toch dicht genoeg bij de rivier om haar niet uit het oog te verliezen. Intusschen ontdekken wij, noch aan +dezen, noch aan den tegenover liggenden oever, een enkel spoor, waaruit de nabijheid der wilden viel af te leiden. Na verloop +van eenigen tijd werd de weg zoo steil en zoo moeilijk, dat wij genoodzaakt waren, in zuidwestelijke richting af te wijken, +zoodat wij de rivier uit het oog verloren. Daarentegen hadden wij nu, aan onze linkerhand, een dier barrancas of steile kloven, +die hier zoo menigvuldig zijn, en die wij besloten tot het einde te volgen. + +</p> +<p>Aanvankelijk moesten wij, niet zonder moeite en gevaar, voortklauteren over opeengestapelde rotsblokken, die een soort van +amphitheater vormden. Toen werd het beter: de rots was nu, bij wijze van een natuurlijke trap, in dunne lagen verdeeld, zoodat +wij zonder veel inspanning naar boven konden komen. Deze geheele rotshelling was bovendien met de fraaiste en zeldzaamste +planten en bloemen bedekt, die aan het geheele dal een allerschilderachtigst voorkomen gaven. Toen wij, na een half uur klimmens, +den top der rots hadden bereikt, strekte zich voor onze blikken een dier onmetelijke panorama’s uit, waarbij de details zich +in de massa verliezen, en die eene eigenaardige kalmte en rust ademen, welke zich als van zelve aan den beschouwer mededeelt. + + +</p> +<p>Van het noorden naar het oosten was het ééne onafzienbare zee van groen, wier dicht opeengedrongen golven tot den horizon +reikten, waar zij zich in een lichtenden nevel verloren. Hier en daar verhief zich uit deze bewegelijke oppervlakte een heuvel, +een spits, een bergkegel, als het ware een baken te midden dezer grenzenloosheid. Enkele zilveren strepen, nu eens verdwijnende +in het dichte groen, dan van verre zichtbaar, teekenden den loop der rivieren, die haar wateren in de Madre-de-Dios of de +Inambari uitstorten. Een wolkelooze, donkerblauwe hemel welfde zich over dit wijde landschap. + +</p> +<p>Als ge u omkeerd, ziet ge voor u, van het westen naar het zuiden, een verwarde en outzaggelijke mengeling van punten, naalden, +spitsen, bergkammen, regelmatige of zonderling afgebroken kegels, van toppen en kruinen, allen behoorende tot de bergketenen, +die, van de hoofdketen der Andes uitgaande, met, steile hellingen naar de vlakte afdalen. Deze geheele ontzagwekkende berggroep, +die bij morgen- of avondverlichting ongetwijfeld een prachtig effect moet maken, vertoonde nu, onder de loodrechte stralen +der middagzon, niet veelmeer dan ééne saamgepakte levenlooze massa. Hier en daar dreven langs de lagere hellingen lichte wolken +en nevels, opstijgende uit de rivieren, die zich tusschen deze bergen een weg baanden. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-272.jpg" alt="Op weg naar Huatinmio."></p> +<p class="figureHead">Op weg naar Huatinmio.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Maar wat nog meer dan dit onmetelijk vergezicht onze aandacht trok, was de rivier de Ayapata zelve, die ver beneden ons haar +loop vervolgde, doch nu <a id="d0e364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e364">273</a>]</span>niet meer vrijelijk tusschen vlakke oevers, door maagdelijke wouden omzoomd, zooals op het punt waar wij haar hadden doorwaad, +maar nu gevangen en ingesloten tusschen de loodrechte rotswanden, op welker top wij stonden. Als wij tot den rand der rots +voortgingen, konden wij, ons voorover buigende en ons vasthoudende aan de planten, die hare wortels in den steen geslagen +hadden, in de diepe kloof afzien, waarin onze rivier gevangen was. + +</p> +<p>Deze eenigszins bochtige kloof had eene lengte van honderdvijftig el; de breedte bedroeg nog geen derde van die der Ayapata. +De rivier, in haar loop nog versneld door de helling van den bodem, stortte zich met donderend geweld in de bergengte; spatte +haar vlokkig schuim tegen en over enkele rotsen, die hier en daar boven de kokende wateren uitstaken; weerspiegelde in haar +oppervlakte de donkere tinten der sombere rotswanden, die aan alle zijden loodrecht oprezen; en ontsnapte dan uit haar kerker, +terwijl zij hare woelende wateren in een aantal takken en armen verdeelde. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-273.jpg" alt="De voorde."></p> +<p class="figureHead">De voorde.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Na een poos dit schouwspel te hebben aangestaard, maakten wij ons gereed weder af te dalen. Ongelukkig was, aan deze zijde, +geen spoor te ontdekken van de natuurlijke trap, die ons bij het opklimmen van zooveel dienst was geweest. De helling was +hier bovendien zoo steil, dat aan geen afdalen te denken viel, en wij genoodzaakt waren een langen omweg te maken, en, op +de manier der kreeften, met allerlei bochten en slingeringen onzen weg te vervolgen. Wij kwamen zonder ongeval beneden, en +gingen het woud weder in, zoodat wij de rivier uit het oog verloren. + +</p> +<p>In den namiddag hadden wij een dier lomas of boschrijke heuvels bereikt, die aan deze streek eigen zijn en als vooruitgeschoven +posten van de Cordilleras kunnen worden beschouwd. Wij bestegen den heuvel, die geheel met dicht struikgewas was bezet, waardoor +wij ons met onze bijlen en messen een weg moesten banen, en waren weldra op den top, waar wij gemakkelijker konden voortgaan. +Ik hield mij bezig met de beschouwing van sommige merkwaardige bloemen, toen ik plotseling eenige onderdrukte kreten vernam. +Aanstonds herhaalde ik de stem onzer dragers, en nieuwsgierig om te weten wat er gaande was, liep ik naar hen toe. Toen ik +bij hen kwam, schreeuwden zij niet meer, maar waren zij nog geheel ontroerd door hetgeen zij gezien hadden. Een onzer had +namelijk den kamp gewaagd met een der bewoners van deze wildernis; en allen, die getuigen van dezen strijd waren geweest, +brandden van begeerte om mij het voorgevallene te vertellen. + +</p> +<p>Een der Quechuas, die vooruit ging, had eensklaps in het bosch iets vreemds gezien, en was stil blijven staan om dat onbekende +voorwerp meer van nabij op te nemen. Hij hield het eerst voor een kabeltouw; maar Pepe Garcia, naderbij komende, zag dadelijk +dat dit gewaande touw niet anders was dan een groote boa-constrictor, die, saamgerold, rustig lag te slapen. De Indiaan en +zijne kameraden waren van meening, dat men het dier stil moest laten liggen, daar zij blijkbaar geen lust hadden, nader met +de slang kennis te maken. Maar Pepe Garcia had daarop geantwoord, dat het vleesch van de slang zeergoed was om te eten, en +dat hij van de huid scheden voor <a id="d0e379"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e379">274</a>]</span>messen kon maken. Tegelijkertijd had hij met beide handen een stevigen palmhouten boog gegrepen, dien hij bij wijze van wandelstok +gebruikte, en dat wapen, als een knots, opheffende, had hij daarmede een geweldige slag aan de slang toegebracht, die zich +eensklaps had ontrold. Op het gezicht van het gevreesde dier, dat vergeefs poogde zich op zijn gebroken ruggegraat op te heffen +en zijn bek dreigend tegen zijn aanvaller opensperde, hadden de verschrikte dragers zich haastig uit de voeten gemaakt. Ik +had hun geschreeuw gehoord. De moedigsten waren op eenigen afstand blijven staan, hadden zich achter de boomen verborgen, +en vandaar den verderen loop van het gevecht gadegeslagen. Pepe Garcia, zonder zich door de machtelooze woede der slang van +zijn stuk te laten brengen, had met groote kracht en behendigheid zijn knots blijven gebruiken, en was dan ook als overwinnaar +uit de strijd gekomen. De slang lag roerloos op den grond uitgestrekt. Ik trad naderbij, en zag dat de slang tot een bijzondere +soort van python behoorde, die in deze streken veel voorkomt, en effen bruin van kleur is. Het dier was ruim negentien voet +lang, en had in het midden een omvang van veertien duim. In onze omstandigheden was deze vondst een groot geluk: het vleesch +van de boa verschafte ons dien avond een zoo smakelijk en zoo overvloedig souper, als wij in langen tijd niet hadden gebruikt. + + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">IV.</h3> +<p>Den volgenden morgen hervatten wij onzen tocht, door een prachtig landschap, waar het anders zoo dichte, bijkans ondoordringbare +woud schier de gedaante aannam van een park met schilderachtige, verspreide boomgroepen. Na een marsch van eenige uren bereikten +wij een open plek, waar onze aandacht getrokken werd door steenhoopen, in halven cirkel of rechte lijn nevens elkander geplaatst. +Onze cascarilleros stonden in twijfel, of hier aan de arbeid van menschenhanden dan wel aan de werking van het water der rivier +moest worden gedacht: en wij waren juist bezig hierover te praten, toen ons eensklaps uit het bosch een geweldig geschreeuw +tegenklonk, dat ons eene huivering door de leden joeg. Wij keerden ons allen te gelijk om naar den kant, vanwaar dat geluid +kwam, en zagen, op nauwelijks twintig schreden afstands van ons, een troep Chunchos, met den boog in de hand en de kroon van +vederen op het hoofd. + +</p> +<p>De Indianen hervatten nu hun geschreeuw, en begonnen tegelijk te springen en allerlei gebaren te maken, maar niemand kwam +naar ons toe: zij bleven springen en hunne armen en beenen bewegen, doch zonder te naderen. Wij begrepen de reden hunner terughouding, +toen wij een hunner het woord <i>tasa-tasa</i> hoorden uitspreken, terwijl hij op onze geweren wees. In dien man herkende ik dadelijk, aan zijn eigenaardig hoofdtooisel, +een der Siriniris, wier ontmoeting ons bewogen had, de rivier Ayapata over te trekken. De Indiaan had ons dus gevolgd, zonder +dat wij daar iets van hadden gemerkt, en hij was het, die ons nu deze nieuwe bezoekers op het lijf stuurde. + +</p> +<p>Toen de Chuncho bemerkte dat wij hem herkend hadden: trad hij eenige schreden vooruit, en zijne armen uitbreidende, alsof +hij ons wilde omhelzen, riep hij ons toe: <i>Amico Dunkinpuna huayri</i>. Volgens Pepe Garcia wilde hij daarmede zeggen, dat hij onze vriend was, en dat wij te doen hadden met een opperhoofd (<i>huaijri</i>), Dunkinpuna genaamd. Wij beantwoordden deze mededeeling met de verzekering, dat hij zonder vrees naderbij kon komen. De +Siriniri liet zich dit geen tweemaal zeggen: hij liep naar ons toe en sloot ons in zijne armen, daarbij tevens, met eene komische +mengeling van angst en nieuwsgierigheid, onze geweren aanrakende. Door ons vriendelijk onthaal gerustgesteld, begon hij nu +met zijne handen over onze kleederen en straks ook langs ons gelaat te strijken. Deze bijzondere gemeenzaamheid, die wij kalm +afweerden, gaf nu ook aan de anderen moed, naderbij te komen en ons ook een weinig te betasten. Wij lieten hen eenige oogenblikken +begaan; toen, oordeelende dat het nu genoeg was, maakten wij eene beweging met de geweren, die hen dadelijk op een eerbiedigen +afstand deed terugwijken. Daar hielden zij stil, zetten zich gedeeltelijk op den grond neder, en bleven ons onafgebroken aanstaren. + + +</p> +<p>Nog meer dan hunne plotselinge verschijning, verwonderde mij hun bescheiden zwijgen over onze messen en bijlen. Hield de vrees +voor onze geweren hun den mond gesloten? of wisten zij door hun gids, dat wij de messen en bijlen niet voor niet gaven, maar +slechts tegen andere voorwerpen inruilden? Daar zij nu niets hadden om ons aan te bieden, hielden zij zich maar stil, wetende +dat zij toch niets krijgen zouden. + +</p> +<p>Na verloop van een half uur, oordeelde ik dat het nu tijd was, afscheid van onze nieuwe bekenden te nemen. Ik stond juist +op het punt aan onze dragers te gelasten, den tocht te hervatten, toen Pepe Garcia, die zich onder de Chunchos begeven had +en met hen praatte, op den inval kwam om hun te vragen, van waar die steenhoopen afkomstig waren, die wij in den omtrek hadden +opgemerkt. In het eerst scheen hun de vraag bespottelijk en antwoordden zij alleen met een luid gelach; maar eindelijk deelden +zij onzen tolk mede, dat die steenhoopen in vroeger tijd waren opgeworpen door menschen van onzen eigen stam en kleur; met +het doel om goud op te zamelen, dat door de rivier, welke toen langs die plaats haar weg nam, werd medegevoerd. Deze rivier +had zich sedert teruggetrokken, wilden wij haar zien, dan moesten wij links afslaan. + +</p> +<p>De rivier, waarvan deze Siriniris spraken, moest de San-Gaban zijn, in de zeventiende eeuw beroemd vanwege de goudwasscherijen, +aan hare oevers gevestigd. Ik besloot zoo mogelijk, eenige nadere inlichtingen in te winnen, en verzocht den tolk aan de Indianen +eenige vragen te doen, die ik hem zou opgeven, met de belofte dat zoo zij die behoorlijk beantwoordden, zij eenige messen +ten geschenke zouden ontvangen. Aanstonds hield hunne luidruchtigheid op, en luisterden zij met ingespannen aandacht naar +hetgeen hun zou worden gevraagd. + +</p> +<p>Ik liet hun daarop door Pepe Garcia vragen of zij <a id="d0e407"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e407">275</a>]</span>hunne vaders of grootvaders nooit hadden hooren spreken van eene stad, in vroeger tijd door de Spanjaarden hier in den omtrek +gebouwd, en die door de Caranga- en Suchimani-Indianen van de rivier Inambari was verbrand geworden. Deze vraag bracht eene +geweldige opschudding onder de Chunchos te weeg: zij riepen en schreeuwden, en wilden allen te gelijk antwoorden. Ik verstond +niets dan de woorden <i>sacapa huyaris Jpanos</i>, die met groote levendigheid en drift werden uitgesproken; maar toch begreep ik, dat de geschiedenis van San-Graban en de +spaansche avonturiers, als overlevering bij deze stammen bekend was. Verder bleek dat de Carangas en de Suchimanis sedert +langen tijd deze streek verlaten hadden; en dat de plaats, waar de oude stad gestaan had, niet meer dan een dagreis verwijderd +was. + +</p> +<p>De verzoeking om deze eenmaal zoo beroemde plek te gaan zien, was mij te sterk; ook de kolonel en de Bolivianen namen met +deze geringe afwijking van onzen weg genoegen. Terwijl wij nog daarover beraadslaagden, lieten de Siriniris ons door Pepe +Garcia vragen, of wij de bedoelde plaats, die zij Sacapa noemden, wilden bezoeken; en op mijn bevestigend antwoord, bood Dunkinpuna, +die de aanvoerder scheen te zijn, aan, ons derwaarts te geleiden, tot belooning een bijl vragende. Aanstonds wilde de gansche +troep medegaan, waar ik volstrekt geen zin in had. Na lange onderhandelingen, kwam men eindelijk overeen, dat drie van de +oudsten met den chef Dunkinpuna mede zouden gaan; deze gidsen zouden ieder een bijl krijgen, en, na volbrachten tocht, voor +de anderen, die achterbleven, een zeker aantal messen, vischhaken, belletjes en andere snuisterijen, medebrengen. De achterblijvende +mannen keerden daarop naar de vrouwen en kinderen terug, die op eenigen afstand waren gebleven. Vergezeld van onze vier gidsen +trokken wij het woud in, dat allengs dichter en dichter werd, en ons noodzaakte, met bijlen en messen een doortocht te banen, +tot groote verwondering der wilden, die de lianen en struiken eenvoudig op zij schuiven. + +</p> +<p>Het begon duister te worden, en wij moesten eene geschikte plaats opzoeken om in het woud te overnachten. Vooraf wilden wij +echter gaarne onzen honger stillen: maar de voorraad ontbrak. Op mijn last wonnen onze beide tolken den raad in der Chunchos, +die, gewoon in deze bosschen te leven, beter dan wij bekend moesten zijn met de middelen om ons een avondmaal te bezorgen. +Zij waren aanstonds bereid, ons te helpen, en gingen met onze beide tolken het bosch in; terwijl onze dragers inmiddels hout +bijeen zochten en een vuur aanmaakten. Weldra vielen vijf geweerschoten, en kort daarop keerden onze lieden terug met wildbraad +en vruchten in overvloed. Het wildbraad bestond in een afschuwelijk leelijken brulaap, drie hoccos en vijf patrijzen. De maaltijd +smaakte ons heerlijk, en wel verkwikt begaven wij ons ter rust. Onze gidsen, die het vuur zouden aanhouden, sliepen echter +niet, maar bleven den geheelen nacht door babbelen. + +</p> +<p>Den volgenden morgen zetten wij onzen marsch voort, en bereikten omstreeks den middag een plek, waar de boomen zeer ver uit +elkander stonden en een soort van open vlakte lieten, van ongeveer twee kilometer in omtrek, waarachter weder het dichte woud +begon. De met gras begroeide grond was zeer ongelijk, vol kloven en gaten en diepten, overal omgewoeld als ten gevolge eener +vulkanische werking. Deze eigenaardigheid viel te meer in het oog, omdat wij sedert den vorigen dag bijna over een geheel +effen bodem waren voortgetrokken. + +</p> +<p>De wilden hadden zich onmiddellijk en zonder zich verder om ons te bekommeren, op den grond neder gezet. Ik dacht eerst, dat +zij wat verlangden te rusten, maar vernam weldra, dat wij te San-Gaban waren, en dat zij afwachtten of wij nog verder wilden +gaan. Deze mededeeling verbaasde mij zoozeer, dat ik de gidsen op nieuw door Pepe Garcia liet ondervragen, waarop zij nogmaals +verzekerden dat wij ons op de eigen plek bevonden, waar San-Gaban gestaan had. Nu was geen twijfel langer mogelijk; werktuigelijk +zag ik in het rond, of ik niet een of ander overblijfsel van menschelijken arbeid vinden kon; ik zag niets dan gras, mos, +struiken en groote boomen. Toch was deze eenzaamheid eenmaal getuige geweest van een koortsachtig overspannen leven. + +</p> +<p>Het was omstreeks het jaar 1550. De valleien van Caravaya, destijds door de stammen Suchimani en Caranga bewoond, waren door +spaansche deserteurs ontdekt geworden, die, zoodra zij zich vergewist hadden, dat hier goud in overvloed voorhanden was, de +Indianen verdreven, zich hier vestigden, en de toevallig gevonden schatten gingen exploiteeren. Intusschen verspreidde zich +spoedig het gerucht dezer ontdekking. Don Antonio de Mendoza, onderkoning van Peru, ook zijn aandeel in de winst begeerende, +had eene kolonie Spanjaarden, soldaten en commissarissen, ingenieurs en metselaars, daarheen gezonden, en in de nieuw ontdekte +streek de dorpen Ollachea, San-Gaban, Aporoma, Sandia, San-Juan-del-Oro, Inambari en Pari, doen bouwen. De vereenigde mijnwerkers +van San-Gaban en San-Juan-del-Oro zonden aan Karel V een klomp goud ten geschenke van tweehonderd achttien pond; de keizer +had, tot belooning, aan de beide vlekken den titel van keizerlijke stad geschonken en al de inwoners in den adelstand verheven. + + +</p> +<p>De exploitatie der negentien valleien van oostelijk Caravaya werd gedurende ongeveer twee eeuwen voortgezet, en bracht den +koningen van Spanje vele millioenen op. Na dien tijd werden de meeste werken verlaten; de vlekken ontvolkten zich; de mijnwerkers, +nu pachters geworden, gingen op hunne nieuw ontgonnen plantages leven; toen, later nog, het echte spaansche ras was uitgestorven +of zich naar elders had verstrooid, werd de landstreek ingenomen door eene gemengde bevolking, die er heden nog gevestigd +is. + +</p> +<p>In 1767 was de stad San-Gaban de eenige, die nog van hare vroegere mededingsters was overgebleven, en nu ook de algemeene +verzamelplaats der schatten van Caravaya. Al het goud, hetzij erts, hetzij korrels, hetzij goudzand, dat ergens in het land +werd gevonden, werd door Indianen of op muildieren naar San-Gaban gebracht, en in loodsen geborgen, vanwaar <a id="d0e428"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e428">276</a>]</span>het eenmaal per jaar, na gesmolten en tot staven gevormd te zijn, naar Lima werd vervoerd, om vervolgens naar Spanje te worden +overgebracht. In den nacht van 15 op 16 December dezes jaars 1767, werd de keizerlijke stad, die hoegenaamd geen gevaar vermoedde, +door de Carangas en de Suchimanis overvallen, die haar in brand staken en al de inwoners vermoordden. Zoo werd door de afstammelingen +der eerste bezitters van Caravaya, de overweldiging van voor twee eeuwen gewroken. Dit feit baarde destijds groot opzien, +en was het onderwerp van alle gesprekken; maar het geslacht, dat van deze verwoesting getuige was geweest, werd door een ander +vervangen, en de treurige geschiedenis van San-Gaban werd langzamerhand eene geheimzinnige legende. Zelfs als ge hier te midden +van het woud staat, waar niets u van de tegenwoordigheid van menschen spreekt, zoudt ge bijkans aan de waarheid der historie +gaan twijfelen. + +</p> +<p>Ik liet aan onze gidsen vier bijlen ter hand stellen, als loon voor hunne dienst; en toen ik zag, dat zij daarmede zeer in +hun schik waren, liet ik hun verzoeken zich ook met de zorg voor ons ontbijt te willen belasten, gelijk zij den vorigen avond +zoogoed voor ons souper hadden gezorgd. Zij toonden zich daartoe bereid, en verdwenen weldra in het bosch; de kolonel en de +beide tolken togen mede, op hunne eigene gelegenheid, ter jacht. Al spoedig keerden deze laatsten terug, met geen anderen +buit dan een eekhoorn en een paar vogels, maar de Chunchos lieten zich te vergeefs wachten. Doch nauwelijks hadden wij ons +schraal ontbijt verorberd, of een dier onbeschrijfelijke kreten, waarvan geen taal eenig denkbeeld geven kan, drong ons door +merg en been. Opziende zagen wij een ganschen troep wilden, mannen, vrouwen en kinderen, die in draf naar ons toekwamen. Wij +hadden ternauwernood den tijd, eenigszins van onze verbazing te bekomen, toen wij reeds aan alle kanten omsingeld waren, en +onder luid geschreeuw en geschater werden omhelsd, geschud, en op allerlei manieren geliefkoosd. + +</p> +<p>Te vergeefs poogde ik onder de wilden onze gidsen van zooeven te herkennen; ik hoorde en zag niets, versuft door het oorverdoovend +geschreeuw: <i>Siruta inta menea!</i>—geef mij een mes!—dat door het bosch weerklonk. Ieder onzer was door minstens een zestal Chunchos omringd, zonder de vrouwen +en kinderen te rekenen, die even dapper meededen. Met groote moeite, en door met onze vuisten en onze geweren dapper om ons +heen te slaan, gelukte het ons eindelijk een weinig ruimte te maken; de Chunchos vormden nu een kring om ons, terwijl anderen +inmiddels pogingen aanwendden om zich van onze bagage meester te maken. Ziende wat er gaande was, haastten wij ons, onze dragers +ter hulp te komen, die van schrik als verlamd waren. Van de daardoor ontstane verwarring maakten de Chunchos gebruik, om haastig +alles weg te pakken wat zij grijpen konden, en daarmede in het bosch te verdwijnen. + +</p> +<p>Na een weinig de orde hersteld te hebben, togen wij weder op weg, op eenigen afstand gevolgd door de wilden. Daar ik den schijn +niet wilde aannemen, alsof wij voor den vijand vluchtten, beval ik halt te houden, en onze vervolgers af te wachten. Het duurde +ook niet lang, of zij hadden ons op nieuw omsingeld. Onder luid geschreeuw wierpen de Indianen zich nu op onze bagage, als +tijgers op hunne prooi. Onze dragers namen verschrikt de vlucht; de cascarilleros, aan dergelijke tooneelen niet gewoon, beefden +over al hunne leden. In weinige oogenblikken waren wij bijna van alles beroofd wat wij hadden, waarna de Chunchos zich, lachende +en juichende, verwijderden. + +</p> +<p>Gelukkig waren er verder geen ongelukken gebeurd, en kwamen wij, het verlies onzer bagage daargelaten, verder met den schrik +vrij. Wij besloten nu evenwel, onmiddellijk den terugtocht aan te nemen, hetgeen wij zooveel te gereeder doen konden, daar +de nasporingen onzer Bolivianen althans een voldoenden uitslag hadden opgeleverd, en wij dus in zooverre het doel onzer reis +hadden bereikt. Wij riepen dus onze dragers, die zich in de struiken hadden verscholen, terug, pakten het weinige, dat ons +nog was overgebleven bijeen, en sloegen den weg in naar Marcapata. + +</p> +<p>Wij liepen dien geheelen dag zoo snel wij konden, ten einde ons zoover mogelijk van den noodlottigen vijand te verwijderen. +Tegen den avond bereikten wij een heuvel, waar wij besloten te overnachten. Met onze messen baanden wij ons een weg door de +struiken en slingerplanten, waarmede de helling geheel bedekt was; en op den top gekomen, vonden wij een pleintje, met mos +begroeid en door groote boomen omringd. Hier zetten wij ons neder; van avondeten kon geen spraak zijn; vuur aanmaken durfden +wij niet, uit vrees dat wij daardoor onze schuilplaats aan de wilden zouden openbaren. Uitgeput van vermoeienis, vielen wij +eindelijk in slaap. + +</p> +<p>Tegen het krieken van den morgen werden wij eensklaps door het reeds zoo welbekende geschreeuw gewekt. Er viel niet aan te +twijfelen: de wilden hadden ons wederom ingehaald. In een oogenblik waren zij bij ons, en begon hetzelfde tumult op nieuw. +Onder de bende waren er ook, die aan de plundering van gisteren geen deel hadden genomen, en nu ook hun deel van den buit +verlangden. Om hen tot bedaren te brengen, liet ik de valiezen openen, zoodat zij zelf konden zien, dat wij niets meer bezaten +om hun te geven. Maar, in plaats van heen te gaan, hieven zij een nog luider geschreeuw aan; en een hunner, een athletisch +gebouwde jonkman van twintig jaren, van het hoofd tot de voeten met roode en zwarte strepen beschilderd, wierp ons, met eene +uitdrukking van toorn en verontwaardiging, een hoop versch afgesneden lianen voor de voeten. Dat waren de lianen, die wij +den vorigen avond, bij het beklimmen van den heuvel, hadden afgesneden: de wilden wierpen ons die nu voor de voeten, om onze +bewering te logenstraffen, dat wij geen messen meer hadden. Ik haastte mij, mijn kostbaar spaansch mes, dat in mijn gordel +stak, te verbergen; nauwelijks had ik dit gedaan, of de Chunchos onderzochten ons den een na den ander, en ontnamen aan mijne +reisgenooten de messen, die zij niet in veiligheid hadden kunnen brengen. + +<a id="d0e445"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e445">277</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-277.jpg" alt="Huatinmio, dorp der Siriniris."></p> +<p class="figureHead">Huatinmio, dorp der Siriniris.</p> +</div><p> + +<a id="d0e451"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e451">278</a>]</span></p> +<p>Nu volgde een tooneel van uitgelaten dartelheid, waarvan wij de weerlooze slachtoffers waren. De Chunchos bespotten ons met +woorden en gebaren, en begonnen eindelijk onze aangezichten, die hun waarschijnlijk te bleek voorkwam, met plantensap te verven. +Nadat dit een poos geduurd had, en de wilden alles bijeen hadden geraapt wat nog vatbaar was om medegenomen te worden, verwijderden +zij zich, lachende en met de hand afscheidsgroeten toewuivende. + +</p> +<p>Wij bleven nog een poos roerloos zitten, niet anders denkende dan dat de dieven aanstonds weder terug zouden komen. Toen wij +ons eindelijk overtuigd hadden dat zij voorgoed vertrokken waren, rezen wij op, daalden van den heuvel af, en gingen het bosch +in. Weldra werd onze marsch een overhaaste vlucht: wij stormden voort, dwars door struiken, kreupelhout en lianen en doornen, +zonder ons te bekommeren over onze gescheurde kleederen of opengereten handen en beenen. Eindelijk bereikten wij den oever +van de Ayapata, waar wij, verscholen onder het dichte houtgewas, eenigen tijd rustten, en beraadslaagden wat ons verder te +doen stond. Onzen honger stilden wij met eenige wilde vruchten, die de cascarilleros, op handen en voeten voortkruipende, +gingen opzoeken. Na een uur gerust te hebben, vervolgden wij onzen tocht, altijd even hard loopende, en beurtelings den oever +en het bosch volgende, om de wilden het spoor bijster te doen worden. In den namiddag vonden wij een grooten drijvenden boomstam, +waarvan wij gebruik maakten om naar den linker oever van de Ayapata over te steken, waar wij dadelijk het woud ingingen. Wij +moesten nu nog de rivier de Ollachea oversteken, om de vallei van Marcapata te bereiken, vanwaar wij uitgegaan waren. + +</p> +<p>Nog twee dagen verliepen er, eer wij de rivier de Ollachea bereikten: twee dagen van bijna doodelijke vermoeienis en ontbering. +Wij leefden van wilde vruchten en wortelen, die het woud opleverde, en konden niet dan met groote moeite voortgaan. Wij doorwaadden +de Ollachea op de plaats, waar zij, in twee armen zich splitsende, eene bruikbare voorde heeft, en zetten onzen tocht voort +naar de Camantis, waar wij na verloop van nogmaals twee dagen aankwamen. Daar mochten wij ons vleien veilig te zijn voor verdere +ontmoetingen met de Chunchos, die ons als onze schaduw gevolgd waren; wij maakten dus een groot vuur aan, en deden ons te +goed aan vruchten, benevens aan sprinkhanen en slakken, die wij lieten braden. Onze dragers wisten bovendien, met groote behendigheid, +eenige palmboomen te beklimmen, en met behulp van mijn mes, het eenige dat ons nog overgebleven was, de zoogenaamde palmkool +af te snijden, die eene ware lekkernij was. + +</p> +<p>Den volgenden morgen hervatten wij met frisschen moed, onzen tocht. Bij het wederzien der bekende punten, was het ons of wij +een nieuw leven tegemoet gingen. Hoe ook vermoeid en uitgehongerd, trokken wij opgewekt en blijmoedig voort, zeker, dat wij +nu den eindpaal van ons lijden naderden. Weldra bereikten wij Maniri, en dan, na een geforceerden marsch, Sausipata, waar +wij ons te goed deden aan de onrijpe vruchten in den tuin van den gobernador van Marcapata, den oom van Aragon. Zoo ging de +tocht nu rustiger en met minder overhaasting voort, van station tot station, tot wij eindelijk, op zekeren namiddag Marcapata +in het gezicht kregen, waar men bereids van onze nadering onderricht was. Nauwelijks hadden wij het vlek betreden, of de pastoor +en de gobernador kwamen ons te gemoet om ons te begroeten. Toen zij ons zagen, konden zij een uitroep van verbazing en medelijden +niet bedwingen: in plaats toch van de vroolijke, hoopvolle reizigers, die, met blijden moed, nu twee maanden geleden, afscheid +van hen genomen hadden, vonden zij uitgeputte, uitgehongerde wezens, in lompen gehuld, door de zon verbrand en door de venijnige +insecten en de scherpe doornen onbarmhartig toegetakeld. “Ach, mijn zoon, zeide de waardige geestelijke tot mij, terwijl hij +mij bij het afstijgen hielp; dat komt er van, wanneer men in het land der ongeloovigen cascarillas gaat zoeken.” + +</p> +<p>Wij begaven ons nu naar de pastorie, waar wij twee dagen vertoefden. Na met onze tolken en dragers afgerekend te hebben, namen +wij afscheid van den braven pastoor, en vervolgden onze reis naar Cuzco, waar ik aan Juan Sanz de Santo-Domingo een uitvoerig +verslag van het resultaat onzer expeditie ter hand stelde. Acht dagen later had ik mij weder op reis begeven, en stond ik +aan den oever van het heilige meer Titicaca. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-280.jpg" alt="Gezicht op de oevers van den Cconi."></p> +<p class="figureHead">Gezicht op de oevers van den Cconi.</p> +</div><p> + + +<a id="d0e467"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e467">223</a>]</span></p> +<p class="div1"></p> +<h2>Gaëta.</h2> +<p>Aan de schilderachtig schoone kust van zuidelijk Italië ligt, op een der fraaiste punten, de stad Gaëta, in de historie en +de legende schier evenzeer beroemd. Zij behoort tot de oudste steden van Italië, en voert haar stichting hooger op dan die +van Rome. Volgens de door Virgilius in zijn heldendicht overgenomen legende, ontleent zij haar naam van Cajeta, de voedster +van Aeneas, den trojaanschen held, den mythischen stamvader des romeinschen volks. Maar nog meer dan aan dezen legendarischen +oorsprong, dankt de sterke vesting haar roem aan de belangrijke rol, die zij eeuwen en eeuwen achtereen in de geschiedenis +der italiaansche oorlogen en omwentelingen heeft gespeeld. Wat al vijanden heeft zij voor hare geduchte wallen gezien; wat +al stormen heeft zij afgeslagen; hoe menigmalen heeft het vuur des vijands hare muren geteisterd! Het ligt natuurlijk niet +in onze bedoeling, de lange krijgsgeschiedenis van Gaëta te verhalen: slechts met een <a id="d0e473"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e473">224</a>]</span>enkel woord wenschen wij te herinneren aan twee gebeurtenissen uit onzen tijd, die aan de aloude rotsvesting eene nieuwe beroemdheid +hebben geschonken. + +</p> +<p>Toen in November 1848, na den moord van graaf Rossi, de omwenteling met onbedwingbare woede in Rome uitbrak en de paus zelf +in zijn paleis niet meer veilig was, werd het noodig, een middel te bedenken om den heiligen vader aan de moordzucht van het +opgeruide gemeen te onttrekken. De beiersche gezant, graaf Spauer, bood daartoe zijne medewerking aan. In vrouwenkleederen +vermomd, verliet paus Pius, den 25<sup>sten</sup> November, in het rijtuig van den gezant, en in gezelschap van diens echtgenoote, de tot een moordenaarshol geworden stad. +De kleine stoet sloeg den weg in naar het zuiden, naar Gaëta; waar de paus, in de staten van den koning van Napels, een veilig +toevluchtsoord vond, terwijl de treurige romeinsche republiek, waar Mazzini en Garribaldi de dictatuur uitoefenden, reeds +den 3<sup>den</sup> Juli 1849 voor de fransche wapenen bezweek. Wel werd nu de wettige regeering hersteld, maar toch duurde het nog tot den 4<sup>den</sup> April 1850 eer de paus, onder het geleide van fransche soldaten, uit Gaëta naar zijne hoofdstad terugkeerde, waar hem, in +later jaren, nog zoo menige bittere ondervinding wachtte. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-224.jpg" alt="De citadel van Gaëta"></p> +<p class="figureHead">De citadel van Gaëta</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ruim tien jaren nadat Pius IX de sterke vesting verlaten had, ontving zij binnen hare muren een ander slachtoffer der zegevierende +revolutie: haar eigen heer, koning Frans II van Napels. Op de nadering van Garribaldi met zijne vrijbuitersscharen, had de +jonge monarch, door lafhartige, onbekwame dienaars en gewetenlooze verraders omringd, zich gedwongen gezien, zijne hoofdstad +te verlaten, en, den 6<sup>den</sup> September 1860, te scheep naar Gaëta te wijk te nemen. De aloude rotsvesting zou getuige zijn van de laatste, heldhaftige +worsteling der napolitaansche monarchie tegen den overmachtigen vijand, die, zonder een schijn van recht, zonder eene oorlogsverklaring +zelfs, de staten van den nabuur en bloedverwant had overweldigd, en met behulp der komedie van eene volksstemming, zich zelf +de geroofde kroon op het hoofd zette. Maanden achtereen duurde het beleg der met onbezweken moed verdedigde vesting; en niet +dan nadat allen den ongelukkigen koning hadden verlaten, geen uitkomst meer was te hopen en langer tegenstand onmogelijk geworden, +gaf de fel geteisterde vesting zich den 13<sup>den</sup> Februari 1861 aan den sardinischen generaal Cialdini over. De koning, die, met zijne jeugdige gemalinne aan allen het voorbeeld +van moed en toewijding gegeven had, trok naar Rome, waar hij in het paleis zijner familie, het <i>palazzo Farnèse</i>, zijn intrek nam. + + +<a id="d0e502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e502">278</a>]</span></p> +<p class="div1"></p> +<h2>De ooievaar in het oud-germaansche volksgeloof.</h2> +<p>Hoewel bij onze heidensche voorvaderen de dierendienst niet tot dien hoogen trap van ontwikkeling gekomen was, als, bij voorbeeld, +bij de Egyptenaren, zoo geloofden toch ook de oude Germanen, gelijk alle volkeren van indo-germaanschen stam, aan eene zekere +geheimzinnige betrekking tusschen het dier en de godheid, en bewezen ook zij aan sommige dieren eene zekere mate van vereering. +De goden zelf namen, volgens de germaansche voorstelling, nu en dan de gedaante van sommige dieren aan, welke om die reden +voor heilig werden gehouden; andere dieren werden geacht in de bijzondere dienst van eene of andere godheid te staan, en uit +dien hoofde met zekeren eerbied en ontzag behandeld. Vele dieren droegen zinrijke, eervolle bijnamen; en vele sagen en bijgeloovige +voorstellingen van allerlei aard stonden met de dierenwereld in rechtstreeksch verband: sagen en voorstellingen, die nog eeuwen +lang in de heugenis des volks bewaard bleven, lang nadat de wezenlijke beteekenis verloren was gegaan. + +</p> +<p>In den regel zijn het meest viervoetige dieren (en onder dezen meer de wilde, dan de tamme), die in de oude mythen en volksoverleveringen +een rol spelen; maar toch is daarin ook aan sommige vogels, zooals de zwaluw, de specht, de koekoek, eene meer of minder belangrijke +plaats ingeruimd; bovenal echter is het de ooievaar, die in het volksgeloof der duitsche stammen eene zeer gewichtige rol +speelt. +<a id="d0e510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e510">279</a>]</span></p> +<p>Door geheel Duitschland en Nederland gold en geldt de ooievaar ten deele nog, als een heilige vogel, die het huis tegen onweer +beveiligt; hij die moedwillig een ooievaar doodt, zal weldra—volgens het bijna in geheel Duitschland heerschende volksgeloof—tot +straf voor deze euveldaad, zijne woning door den bliksem zien vernield. In het algemeen neemt men eene zekere verwantschap +aan tusschen den ooievaar en het vuur. Zal in het dorp een brand uitbarsten, dan fladderen de ooievaars reeds van te voren +angstig om de kerktoren. De uit hunne nesten verdreven ooievaars, heet het elders, komen met een brandend stuk hout in den +bek aanvliegen, om de woning, waar men hen verjoeg, in brand te steken. Neemt de landman daarentegen den ooievaar vriendelijk +op, en legt hij, zooals op <span class="corr" title="Bron: zeervele">zeer vele</span> plaatsen in Duitschland pleegt te geschieden, een wiel op het dak, zoodat de vogel daarop gemakkelijk zijn nest kan bouwen, +dan is de woning ook tegen alle gevaar van brand beveiligd. + +</p> +<p>Maar nog eene geheel andere en schijnbare volstrekt heterogeene rol is den ooievaar in het volksgeloof toebedeeld. Bijna in +geheel Duitschland en ook in de Nederlanden, heerscht onder de kinderen ten platten lande de meening, dat de kleine broertjes +en zusjes door den ooievaar worden gebracht; eene menigte kinderliedjes weten daarvan te verhalen, en bijna overal weet men +een bepaalden vijver, een bron of iets dergelijks aan te wijzen, waaruit de ooievaar de kinderen haalt. Dat deze voorstelling +zeer oud is, blijkt onwedersprekelijk uit het feit, dat een der oud-hoogduitsche bijnamen van den ooievaar juist aan deze +mythe is ontleend: namelijk het oud-duitsche woord <i>odebero</i>, dat nog in het tegenwoordige plat-duitsche <i>atjebar</i>, en bij ons in het verouderde <i>eidebaar</i>, waarvan ooievaar een verbastering is, bewaard is gebleven. De laatste helft van dit woord is van het oud-hoogduitsche <i>bëran</i> afgeleid, dat dragen beteekent, en in dien zin ook nog in andere, duitsche zoogoed als nederlandsche, woorden voorkomt, zooals: +baar, vruchtbaar. <i>Ode</i>, <i>atje</i>, <i>eide</i>, is zeer waarschijnlijk hetzelfde als ons <i>adem</i>, (duitsch <i>Odem, Athem</i>); de naam <i>odebero</i> zou dus zooveel als levensbrenger, letterlijk ademdrager, beteekenen. + +</p> +<p>Waardoor werd nu de ooievaar, aan de eene zijde met het onweer en het vuur in verband gebracht; en aan de andere zijde als +drager der kinderzielen beschouwd? Om deze dubbele vraag te beantwoorden, moeten wij ons in de eerste plaats herinneren hoe +de Indo-germanen, en in het algemeen alle zoogenaamde natuurvolken zich vuur plegen te verschaffen. Dit geschiedde, ook bij +onze voorouders, door een stok van hard hout zoo lang in een schijf van zachter hout om te draaien, tot door de <span class="corr" title="Bron: vrijving">wrijving</span> een vlam ontstond. Naar de voorstelling onzer voorvaders, ontstond ook het bliksemvuur op geene andere wijze: de dondergod +draaide zijn staf zoolang in het gouden zonnerad om, tot daaruit een vonk ontsprong.—Maar hoe kwam nu die bliksemstraal zoo +snel op aarde? Dit, zeiden zij, in hun beeldrijke taal, geschiedt door een vogel: en naar gelang van de eigenaardige fauna +der verschillende landen, werden bij de onderscheidene indo-germaansche stammen, ook verschillende vogels met die taak belast. +In de vedische zangen der Indiërs wordt de snelle valk als bliksemdrager vereerd; bij de Grieken vervulde waarschijnlijk de +arend, de lieveling van Zeus, oorspronkelijk dezelfde rol; de Kelten beschouwden het winterkoninkje als bliksemdrager; de +Romeinen kozen daartoe vermoedelijk de specht, die nog door Plinius <i>incendiaria avis</i> genoemd wordt; en onze germaansche voorvaderen belastten daarmede den ooievaar. Vermoedelijk had hij deze onderscheiding +vooral te danken aan de roode kleur van zijn snavel en pooten, die als van zelf aan het vuur deed denken. Na verloop van tijd +ging natuurlijk de oorspronkelijke beteekenis der mythe verloren; maar in het algemeen verbreide volksgeloof, dat de tegenwoordigheid +van dezen vogel het huis tegen bliksem en brand beschermt; leeft nog altijd de herinnering voort aan den ooievaar als drager +van het bliksemvuur. Het wiel, dat voor hem op het dak werd gelegd, duidt op dezelfde mythe: was het niet een symbool van +het gouden zonnerad, waaraan het door den ooievaar op de aarde gebrachte vuur ontsprongen was? + +</p> +<p>Doch wat heeft nu deze bliksemdrager met de geboorte van kinderen te doen? Ook dit is niet zoo onverklaarbaar, als men slechts +bedenkt, dat voor de oudste Indo-germanen, tusschen de wijze waarop het vuur werd gewekt en het ontstaan van het menschelijk +leven in de moederschoot, eene zeer nauwe betrekking bestond; of liever dat men zich deze beide werkingen der goddelijke natuurkracht +als tamelijk gelijk voorstelde. Wij kunnen te dien aanzien hier niet in bijzonderheden treden; maar wijzen er alleen op, dat +in de vedische liederen de afzonderlijke deelen van den oudsten vuurtoestel dezelfde namen dragen als de <span class="corr" title="Bron: sexuëele">sexueele</span> organen. Ook elders vinden wij hetzelfde verschijnsel. Bij de Grieken bij voorbeeld is Prometheus niet alleen de vuurbrenger, +die het hemelsche vuur op aarde brengt, maar ook de schepper, althans de formeerder der menschen<a id="d0e561src" href="#d0e561" class="noteref">1</a>. Daar men zich nu het bliksemvuur als door een vogel naar de aarde gevoerd dacht, was het niet zoo vreemd dat men ook de +kinderen, of liever de kinderzielen, bij de geboorte door een vogel, en wel door denzelfden vogel, liet overbrengen. + +</p> +<p>Op deze wijze is de bliksemdragende ooievaar in de sage tot den brenger der kleine kinderen geworden: en ook in dit opzicht +komt hij overeen met de bliksemdrager der Romeinen, de specht. Want ook deze vogel—of liever zijne personificatie, de halfgod +Picus—stond in nauwe betrekking met de geboorte der kinderen: hij gold namelijk als beschermgod der kraamvrouwen, en wanneer +een kind geboren en als levensvatbaar erkend was, werd aan Picus een spijsoffer gebracht, wel om geen andere reden dan omdat +Picus zelf als de brenger des levens werd beschouwd. + + +<a id="d0e569"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e569">408</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e561" href="#d0e561src" class="noteref">1</a></span> De naam van den titan zelf wijst op die dubbele beteekenis. Prometheus komt van het sanskriet <i>Pramantha</i>, de naam van den stok die, om vuur te maken in de schijf werd rondgedraaid. +</p> +</div> +<p class="div1"></p> +<h2>De abdij van Verteuil.</h2> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-408.jpg" alt="De abdij van Verteuil."></p> +<p class="figureHead">De abdij van Verteuil.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De abdij van Verteuil, een monument der romaansche bouwkunst, ligt in het departement Gironde, arrondissement Lesparre. Volgens +eene bij het volk zeer verbreide overlevering, zou de abdij door Karel <a id="d0e580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e580">410</a>]</span>den Groote zijn gesticht. Waarschijnlijk is zij niet ouder dan de tiende eeuw; in de achttiende werd zij herbouwd. + +</p> +<p>Op een heuvel, die het vlek en de abdij beheerscht, verheft zich het kasteel van Verteuil, dat gedurende de oorlogen met Engeland +bij herhaling door de engelsche koningen genomen, verloren en weder heroverd werd. Verschillende heeren betwistten elkander +het bezit van dezen ouden burcht, die in 1326 in handen kwam van Gaston de Foix, graaf van Longueville. Later keerde het kasteel +terug aan de familie d’Albret, die het reeds tegen het einde der dertiende <span class="corr" title="Bron: ">eeuw</span> bezat. In het laatst der vijftiende eeuw kwam de baronnie met het kasteel aan het kapittel van Saint-André te Bordeaux, die +daarvan eigenaar bleef tot 1798. Toen werd ook dit goed tot nationaal eigendom verklaard, met andere woorden geroofd. Van +den ouden burcht zijn slechts eenige puinhoopen over. + + + +</p> +<p class="div1"></p> +<h2>Rheinstein.</h2> +<p>Rheinstein! Wie herinnert zich dien fieren burcht niet, half oud-ridderkasteel, half modern slot, maar in bouwstijl en voorkomen +getrouw het karakter weergevende van den feodalen tijd? Indrukwekkend schoon ligt het daar, het gerestaureerde kasteel, de +mededinger van den koninklijken Stolzenfels, op zijn hooge rots, aan den oever van den Rijn; en bij het voorbijvaren kunt +ge niet nalaten uwe oogen op te heffen tot den vorstelijken burcht, eigendom van een der pruisische prinsen, die het gebouw +uit zijne puinen deed herrijzen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-409.jpg" alt="Rheinstein."></p> +<p class="figureHead">Rheinstein.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Maar meer nog wellicht dan de burcht zelf, heugt u het onvergelijkelijk schoone landschap, waarvan hij mede een der meest +karakteristieke sieraden is. Weinig punten aan de heerlijke Rijnoevers kunnen met de omgeving van Rheinstein wedijveren. In +stoute, wilde vormen verheffen zich, ter wederzijde van den breeden, snelvlietenden, bruisenden stroom, de machtige rotsgevaarten, +die zijn bed insluiten, en waartusschen hij zich kronkelend en slingerend en schuimend een weg baant. Daar aan den oever ligt +in een krans van frisch geboomte het vriendelijk stedeke Asmannshausen, waarboven en waarnevens zich de schoon gevormde, met +dicht bosch bedekte bergen van het Niederwald verheffen. Van zijn hooge rots, aan den tegenoverliggenden oever, staart de +fiere Rheinstein neder op de woelende rivier, op het nederig stadje, op de oude Clemenskapel, wegduikende in de schaduw der +boomen. Daar ginds voor u uit, waar de stroom zich nog eenmaal buigt, rijst uit de grauwachtige wateren, schuimend en klotsend +in het Bingerloch, de Muizentoren met zijne verschrikkelijke legende van den wreeden bisschop Hatto, door de hem vervolgende +muizen verslonden. Iets verder groeten u, aan den voet der groene bergen, der wijnrijke heuvelen, Bingen en Rudesheim, waar +zich het nauwe rotsdal opent, en de Rijn, schier een meer gelijk, statig golft door de bloeiende, weelderige Rheingau, dien +tuin van Duitschland, zoo weergaloos schoon, als ge staande op een der toppen van het Niederwald die paradijsachtige streek +overziet... O, heerlijk land, ontvang nog een groet uit de verte, een groete der herinnering, een wensch des wederziens! + + +</p> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom +(Peru), by Paul Marcoy + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN *** + +***** This file should be named 18128-h.htm or 18128-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/8/1/2/18128/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +*** END: FULL LICENSE *** + + + +</pre> + +</body> +</html> + diff --git a/18128-h/images/p1873-208.jpg b/18128-h/images/p1873-208.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7e3573d --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-208.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-209.jpg b/18128-h/images/p1873-209.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d25c589 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-209.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-213.jpg b/18128-h/images/p1873-213.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5d3460d --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-213.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-216.jpg b/18128-h/images/p1873-216.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..abd0b6d --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-216.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-217.jpg b/18128-h/images/p1873-217.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dd3b342 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-217.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-221.jpg b/18128-h/images/p1873-221.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..105ac10 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-221.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-224.jpg b/18128-h/images/p1873-224.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..431ee2a --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-224.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-269.jpg b/18128-h/images/p1873-269.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9f80ea7 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-269.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-272.jpg b/18128-h/images/p1873-272.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f6aff6a --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-272.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-273.jpg b/18128-h/images/p1873-273.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f4cc1a8 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-273.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-277.jpg b/18128-h/images/p1873-277.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c0f1846 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-277.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-280.jpg b/18128-h/images/p1873-280.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e654a0d --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-280.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-408.jpg b/18128-h/images/p1873-408.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..be01f08 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-408.jpg diff --git a/18128-h/images/p1873-409.jpg b/18128-h/images/p1873-409.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b1992f0 --- /dev/null +++ b/18128-h/images/p1873-409.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..b76d95f --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #18128 (https://www.gutenberg.org/ebooks/18128) |
