summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--18128-8.txt2329
-rw-r--r--18128-8.zipbin0 -> 52636 bytes
-rw-r--r--18128-h.zipbin0 -> 1582194 bytes
-rw-r--r--18128-h/18128-h.htm2263
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-208.jpgbin0 -> 115336 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-209.jpgbin0 -> 105769 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-213.jpgbin0 -> 95646 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-216.jpgbin0 -> 93714 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-217.jpgbin0 -> 66095 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-221.jpgbin0 -> 107764 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-224.jpgbin0 -> 124649 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-269.jpgbin0 -> 107428 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-272.jpgbin0 -> 121614 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-273.jpgbin0 -> 88563 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-277.jpgbin0 -> 118735 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-280.jpgbin0 -> 126949 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-408.jpgbin0 -> 129207 bytes
-rw-r--r--18128-h/images/p1873-409.jpgbin0 -> 124846 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
21 files changed, 4608 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/18128-8.txt b/18128-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..52b6976
--- /dev/null
+++ b/18128-8.txt
@@ -0,0 +1,2329 @@
+The Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru), by
+Paul Marcoy
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru)
+ De Aarde en haar Volken, 1873
+
+Author: Paul Marcoy
+
+Release Date: April 6, 2006 [EBook #18128]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN KINABOOM (PERU).
+
+
+
+Wij hebben in den vorigen jaargang, den franschen reiziger Paul
+Marcoy verlaten, terwijl hij midden in de bosschen, nabij den berg
+Basiri, de terugkomst der naar het dichte woud getogen cascarilleros
+afwachtte, en inmiddels zijne aanteekeningen omtrent den kinaboom
+verzamelde. Vergezellen wij hem thans ook nog op het laatste gedeelte
+van zijn tocht.
+
+
+
+I.
+
+
+Nadat eerst de kolonel en Pepe Garcia, en kort daarop ook de
+boliviaansche cascarilleros waren teruggekeerd, verlieten wij
+onzen heuvel, en voegden ons weder bij de andere afdeeling van ons
+reisgezelschap, die haar weg langs de rivier had vervolgd. Wij trokken
+nu dien dag en den volgenden langs de oevers van den Cconi voort,
+steeds het woud op eenigen afstand ter rechterzijde houdende, en verder
+omgeven door een landschap, dat weinig afwisseling aanbood. Tegen
+den avond van den tweeden dag bereikten wij eene opene vlakte,
+tamelijk vrij van kreupelhout on aan de zijde der rivier door dichte
+rietbosschen omzoomd. Wij besloten hier den nacht door te brengen. Tot
+onze verbazing ontdekten wij, naderbij komende, eenige hutten van
+Indianen. Die armelijke woningen, zonder dak, deur of venster,
+waren uit biezen en riet gevlochten, en rustten op twee palmhouten
+staken, die in den grond waren bevestigd: men kon zich bezwaarlijk
+eenvoudiger verblijven denken. Tusschen deze staken waren eenige
+draden of touwen van boomschors gespannen, waaraan pijlen hingen;
+op den grond lag eene ruw bewerkte aarden pan, een stuk zwarte was,
+bananenschillen en vederen van vogels. In den omtrek dezer hutten,
+die zoo pas door de eigenaars verlaten schenen, droeg de platgetreden
+grond de zeer duidelijke sporen van menschen niet alleen, maar ook
+van jaguars en andere dieren.
+
+Na een nauwkeurig onderzoek der hutten, overlegden wij te zamen of het
+raadzaam was hier den nacht door te brengen, dan wel eene andere, meer
+veilige plaats voor ons bivouac op te zoeken. Pepe Garcia en Aragon
+waren van meening, dat wij gerust konden blijven; zij verzekerden ons
+dat wij ons aan geen gevaar hoegenaamd blootstelden, mits wij slechts
+de woningen en wat daarin was ontzagen. Hun voorstel werd aangenomen,
+en wij lieten dadelijk met de toebereidselen voor ons nachtverblijf
+aanvangen. Wij sloegen onze hutten op eenige schreden afstands van
+die der Siriniris op, en namen de vereischte maatregelen, om het
+vuur ook gedurende den nacht brandende te houden. Bovendien moest
+een onzer lieden, bij beurten, de wacht betrekken.
+
+De nacht ging ongestoord voorbij; bij het aanbreken van den dag
+werden wij plotseling gewekt door luide en doordringende kreten,
+zooals ik nog nimmer gehoord had. Dit geschreeuw kwam van den
+kant der rivier, waarvan wij door een breeden zoom van riet waren
+gescheiden. _Alerta! los Chunchos_! riep de schildwacht, zich
+haastig naar de hutten terugtrekkende. Die weinige woorden deden
+eene bijna tooverachtige uitwerking: al onze dragers sprongen in een
+oogenblik overeind. De tolken, die steeds beweerden aan den omgang
+met Indianen gewoon te zijn, waren toch blijkbaar niet op hun gemak;
+en zelfs op het gelaat van den kolonel teekende zich een trek, die
+maar noode zijne innerlijke onrust verborg. Wij hadden nauwelijks
+den tijd, onze kleederen aan te doen en onze wapenen te grijpen,
+toen wij plotseling uit de hooge biezen drie donkerkleurige, naakte
+mannen met lang zwarte haren te voorschijn zagen komen. Toen zij
+ons gewaar worden begonnen zij nog luider te schreeuwen, maakten
+allerlei bewegingen met hunne armen en beenen, en kwamen al dansende
+en springende naar ons toe. Waarschijnlijk maakten zij uit de geweren,
+die de kolonel, de beide tolken en ik in handen hadden, op, dat wij de
+aanvoerders der bende waren: althans zij kwamen plotseling op ons af,
+en drukten ons, met groote onstuimigheid en onder het uitstooten van
+allerlei wonderlijke geluiden, in hunne armen. Ik moet bekennen dat
+deze onverwachte en wat al te hartelijke liefkozingen ons tamelijk
+koel lieten, en ons zelfs verre van aangenaam waren. Trouwens
+het geheele voorkomen dezer bezoekers was niet geschikt om onze
+bijzondere sympathie voor hen op te wekken. Van het hoofd tot de
+voeten met rocou en genipa besmeerd, hadden zij zoo pas de rivier
+overgezwommen: hunne omhelzingen lieten op onze kleederen zwarte en
+roode vlekken na. Terwijl wij ons weder zoogoed mogelijk afdroogden,
+begroetten de Indianen nu ook de dragers en de cascarilleros, doch
+alleen met een handdruk: de omhelzing scheen uitsluitend voor ons,
+als de voornaamsten, bestemd.
+
+Na de eerste kennismaking kwam het tot nadere verklaring. Pepe Garcia
+begon het gesprek in eene vreemde taal, waarin hij, tot mijne groote
+verbazing, spaansch en quechua (de volkstaal van Peru) mengde. Aragon,
+die niet werkeloos wilde blijven, sprak nu en dan eenige volzinnen in
+datzelfde wonderlijke mengelmoes, dat ook de eerste tolk gebruikte. Uit
+dit verschil van taal bij de onderscheidene sprekers leidde ik af,
+dat onze tolken in geenen deele vertrouwd waren met het dialect der
+Chunchos, zooals zij herhaaldelijk hadden verzekerd. Onze bezoekers
+schenen echter de brabbeltaal van onze tolken te verstaan, althans
+te begrijpen wat zij zeggen wilden.
+
+De drie wilden behoorden tot den stam der Siriniris, die de streek
+tusschen de valleien van Ocongate en Ollachea bewoont, en wier
+gebied zich oostwaarts tot den 12° uitstrekt. Zij leefden in vrede
+en vriendschap met hunne buren ter linkerzijde, de Huatchipayris
+in de dalen van Paucartampu, en met hunne buren ter rechterzijde,
+de Pukiris, die de zeven valleien van Caravaya bewonen. Aan het
+schieten met onze geweren hadden zij bemerkt dat zich blanken in de
+vallei bevonden. Nieuwsgierig om te weten, hoe groot hun aantal mocht
+zijn, waren zij naderbij gekomen, en hadden ons bespied en ons sedert
+eenige dagen gevolgd, zonder dat wij daarvan iets gemerkt hadden. Hunne
+begeerte om _sirutas_ en _bambas_--messen en bijlen--machtig te worden
+was zeer groot; maar de vrees voor onze geweren, die, naar zij meenden,
+van zelf iemand konden dooden, was nog grooter, en had hen tot dusver
+op een afstand gehouden. Eindelijk echter waren zij zoozeer aan ons
+gewoon geraakt, dat hunne ongerustheid was geweken; overtuigd, dat
+wij geene vijandelijke bedoelingen koesterden, hadden zij eindelijk
+het besluit genomen ons aan te spreken. Zij voegden daarbij dat zij
+sedert veertien dagen zich in de vallei met jagen en visschen bezig
+hielden. Het dorp waar hun stam woonde, lag twee mijlen oostwaarts van
+ons kamp: al de lieden van hun stam waren evenwel op dit oogenblik
+verspreid in de bosschen langs de oevers van den Cconi. Daar zij
+niet wisten hoe wij hen ontvangen zouden, waren onze drie bezoekers
+voorloopig alleen gekomen, hunne vrouwen en eenigen van hunne vrienden,
+niet verre van daar, in het riet verscholen achterlatende.
+
+Om deze lieden gunstig voor ons te stemmen en het vertrouwen van
+hun stam te winnen, gaf ik hun engelsche messen met beenen heften,
+ter waarde van acht stuivers, die zij met allerlei bokkesprongen,
+ten teeken hunner vreugde, aannamen. Daarop stak een hunner zijn
+vingers in den mond, en liet een doordringend schel gefluit hooren:
+dit was blijkbaar een afgesproken teeken, want aanstonds begonnen de
+biezen op eenigen afstand te schudden en te ruischen, alsof een troep
+wilde dieren zich daar een weg baande; en weldra kwamen negen mannen
+te voorschijn, die, na een poos rondgesprongen te hebben, ook naar
+ons toekwamen en ons evenzoo in hunne armen drukten. Achter de mannen
+zag ik zeven vrouwen en drie leelijke honden: maar in plaats van ook
+naar ons toe te komen, bleven zij aan den rand van het rietbosch.
+
+De nieuw aangekomenen, die geen messen gekregen hadden, hielden nu
+ook hunne hand op, telkens het woord _siruta_ herhalende. Om aan al
+dat gebedel een eind te maken, stond ik op het punt aan ieder het
+zoo vurig begeerde voorwerp te geven, toen Pepe Garcia mij herinnerde
+dat wij nog een langen weg hadden af te leggen, waarop wij nog vele
+Chunchos zouden ontmoeten, en dat het daarom raadzaam was, wat zuinig
+om te gaan met onze messen, de eenige munt, die bij deze wilde stammen
+bekend en gangbaar is. Ik moest de juistheid dezer opmerking toegeven,
+en trok mijne hand terug, die ik reeds in het pak gestoken had. De
+Chunchos, mijne aarzeling ziende, begonnen nu nog luider te roepen
+en nog dringender te smeeken. Ziende dat ik voor al hun aandrang
+doof bleef, liepen twee hunner haastig naar de biezen terug, en
+keerden weder met bogen en pijlen, prachtig gekleurde vogelvellen,
+halskettingen van pitten en zaadkorrels, kronen van veelkleurige
+vederen, en zelfs gevlochten weitassen, die zij mij aanboden in ruil
+voor de messen. Mijne begeerte naar deze zeldzame en deels zeer fraaie
+zaken behield de overhand op den wijzen raad van Pepe Garcia, en de
+koop was in een oogenblik gesloten. Bij wijze van geschenk voor de
+vrouwen, gaf ik hun nog een dozijn belletjes, een spiegel van vijf
+stuivers en eenige koperen ringen, waarmede zij buitengemeen in
+hun schik waren. Om mij wederkeerig een genoegen te doen, kwamen de
+vrouwen aandragen met eenige maniocwortelen, eenige groene bananen,
+en eenige andere vruchten, die zij aan de mannen ter hand stelden,
+van wie wij ze weder ontvingen.
+
+Inmiddels waren een paar uren verloopen; de zon stond hoog aan de
+hemel: onze Bolivianen wenschten te vertrekken. Ik liet dus onze
+bagage weder inpakken, en middelerwijl het ontbijt gereed maken,
+waarbij ons de pas ontvangen vruchten goed te stade kwamen. Terwijl
+de bananen in den ketel over het vuur hingen, en de yuccas in de heete
+asch werden gebraden, teekende ik de portretten van eenige Siriniris,
+en toonde hun die. Zij lieten evenwel niet de minste verwondering of
+belangstelling blijken. Het papier alleen, waarvan ik hun een blad gaf,
+scheen hunne aandacht te trekken; zij bekeken en betastten dat van alle
+zijden, beroken het, en gaven het daarna aan hunne vrouwen, die het
+evenzoo onderzochten, en eindelijk in een soort van tasch wegstopten.
+
+Weldra was de maaltijd gereed; de ketel werd van het vuur genomen,
+en wij schaarden ons in een kring daaromheen op den grond. De wilden
+zetten zich zonder komplimenten bij ons neder, en overlaadden ons,
+terwijl wij aten, met zooveel attenties en beleefdheden, dat wij
+groote moeite hadden om bedaard te blijven. Sommigen haalden, op
+gevaar af van zich te branden, de stukken banaan uit den ketel,
+en brachten die aan onzen mond; anderen streken ons met hunne ruwe,
+onzindelijke handen over het gelaat, betastten onze haren of onzen
+baard, of trokken de panden onzer vesten naar zich toe om de stof en
+het maaksel te onderzoeken. Dit alles ging gepaard met onverstaanbare
+uitroepen en luid gelach: het scheen wel dat zij ons in de eerste en
+voornaamste plaats hoogst bespottelijk vonden.
+
+Toen de maaltijd was afgeloopen, bracht Pepe Garcia hun aan het
+verstand, dat wij nu onzen tocht wilden vervolgen, en dus afscheid
+zouden nemen. Deze mededeeling scheen hun niet naar den zin: althans
+zij opperden daartegen allerlei bedenkingen. Zij stelden ons zelfs
+voor, met hen mede naar hun dorp te gaan en daar te blijven. Ziende
+dat wij, zonder hun te antwoorden, vertrokken, gelastten zij hunne
+vrouwen op hen te wachten, en gingen met ons mede. Hoe onaangenaam
+ons dit gezelschap ook wezen mocht, wij zagen geen kans ons daarvan
+te ontslaan, en vervolgden onzen tocht. Na een marsch van twee uren,
+kwamen wij aan een grooten ronden waterplas, dien wij eerst voor een
+dier meren aanzagen die in de vlakten van Amerika zoo menigvuldig
+zijn. Bij nader onderzoek bleek dit meer slechts een stilstaande poel
+te zijn, waarschijnlijk gevormd door de menigvuldige regens van de
+laatste dagen.
+
+Terwijl Perez en ik ons gereed maakten om onze schoenen en pantalons
+uit te trekken, ten einde den waterplas te doorwaden, boden de
+Siriniris aan, ons naar den overkant te dragen. Wij maakten van
+dit aanbod gebruik; zetten ons op den nek onzer nieuwe vrienden,
+en kwamen aldus veilig aan den anderen oever. Pepe Garcia en Aragon
+genoten mede het voorrecht, aldus gedragen te worden. De anderen
+en ook de cascarilleros werden zeker door de Siriniris zoodanige
+eere niet waardig gekeurd: zij moesten door het water waden, dat
+hun ter halver lijve kwam. Ik betaalde het verschuldigde veergeld,
+door middel van eenige koperen knoopen, die de wilden dadelijk in de
+gaten, waarmede hunne neusvleugels en hunne lippen doorboord waren,
+staken. Pepe Garcia, ziende dat zij zich gereed maakten ons nog
+verder te volgen, vermaande hen nogmaals om heen te gaan, daar wij
+alleen wenschten te zijn. Na eenig aarzelen gaven zij eindelijk aan
+die vermaning gehoor, en verwijderden zich.
+
+Natuurlijk liep het algemeene gesprek in het eerst over niets
+anders dan over de Chunchos. Ieder had iets over hen te zeggen:
+persoonlijke sympathieën of antipathieën bepaalden in den regel elks
+meening. Pepe Garcia beschouwde hen als een soort van overgangswezens
+tusschen de apen en de menschen. Onze dragers vergeleken hen bij de
+duivelen, vanwege hunne leelijkheid; wat hun nog het meest hinderde
+was het volkomen gemis van het flauwste spoor van kleeding. Perez
+moest toegeven dat onder de mannen krachtige en schoone gestalten
+voorkwamen, niet onwaardig om een beeldhouwer tot model te dienen;
+maar de vrouwen vond hij afschuwelijk. Nu, op mijne tochten door
+Zuid-Amerika, had mij reeds meermalen het contrast getroffen tusschen
+de zwakke, magere, afschuwelijk leelijke indiaansche vrouwen, en hare
+forsche, welgebouwde en dikwijls althans betrekkelijk schoone mannen,
+wier geheele voorkomen voor 't minst kracht en vlugheid verraadt. Meer
+dan waarschijnlijk moet de oorzaak van dit verschil worden gezocht
+in de verschillende levenswijze der beide geslachten. Van hare eerste
+kindsheid af is de vrouw belast met al den arbeid, dien de man schuwt:
+zij is, in den letterlijken zin, zijne slavin, zijn lastdier. Planten,
+spitten, de vruchten inzamelen en naar de woning brengen, hout en
+water halen, het huishouden waarnemen, den man tot wapendrager dienen,
+en nog veelmeer--dit alles is de taak der vrouw. De man gaat jagen
+of visschen; hij ontwikkelt door lichaamsoefeningen zijne gestalte
+en zijne spierkracht; de vrouw, gebukt gaande onder het wicht van
+haar taak, verliest al zeer spoedig de weinige bekoorlijkheden, die
+de natuur haar geschonken had. Op verandering in dezen toestand is
+niet te hopen: bovendien, zijn deze stammen niet door den loop der
+dingen gedoemd, om bij den voortgang der beschaving van de aarde
+te verdwijnen?
+
+Toen wij tegen den avond ons kamp opsloegen, zagen wij tot onze groote
+verwondering een wilde uit het woud en op ons afkomen. Weldra herkenden
+wij in hem een der Siriniris, die wij reeds mijlen ver waanden. Op
+de vragen van Pepe Garcia gaf hij ten antwoord dat hij, nadat hij ons
+verlaten had, een anta (tapir) had nagezet, die hij met drie lanssteken
+had getroffen, maar die hem toch nog ontkomen was. Onze tolk liet
+zich door dien leugen niet beetnemen. Hij zeide tot den Siriniri,
+dat een tapir zich niet zoo dicht liet naderen, dat men hem met eene
+lans treffen kon; vervolgens keerde hij hem den rug toe, en verweet
+hem dat hij een verspieder was. De Chuncho, die ons inderdaad alleen
+gevolgd was om te zien waarheen wij gingen, en waar wij ons kamp zouden
+opslaan, begreep dat zijn vertelseltje geen ingang vond. Zonder een
+woord te spreken, maar ook zonder de minste verlegenheid te toonen,
+groette hij ons met de hand, keerde naar de rivier terug en zwom naar
+den overkant. Daar gekomen, keerde hij zich nog eens om, wenkte ons
+op nieuw zijn afscheid toe, en verdween in het bosch.
+
+Des nachts werden wij door een geweldige regenbui overvallen, die ons
+doornat maakte. Toen wij des morgens, nog druipende van het water,
+wakker werden, en naar den anderen oever zagen, was het eerste wat
+ons in het oog viel, wederom onze wilde van den vorigen dag, op een
+boomstam gezeten, en bezig met ons gade te slaan. Drie vrouwen zaten
+bij hem op den grond. Toen Pepe Garcia hem, gekscherend, met zijne
+vuist dreigde, hield de Chuncho dit voor een wenk om over te komen:
+aanstonds sprong hij in het water, en zwom naar onzen kant. Toen hij
+uit het water kwam, beefde de arme drommel als een blad; maar hoewel
+zijne tanden klapperden van koude, werd hij toch nog meer door het
+pak, waarin onze messen en bijlen waren geborgen, aangetrokken,
+dan door het vuur, dat onze lieden bezig waren aan te steken. Na
+ons ontbijt te hebben gebruikt, waaraan de Chuncho deel nam, maakten
+wij ons gereed onzen tocht te vervolgen. Wij deelden hem dat mede,
+tevens met onzen wensch, dat hij zich zou verwijderen. Hij begreep
+dat het ons ditmaal ernst was, wenkte ons zijn afscheid toe, wierp
+een begeerigen blik op onze messen, sprong in de rivier, en zwom naar
+den overkant, waar de drie vrouwen hem nog altijd wachtten.
+
+
+
+II.
+
+
+De oever van den Cconi, dien wij volgden, bleef altijd even dor
+en eentonig; daarentegen zagen wij langs den anderen oever een
+onafgebroken heuvelreeks, met dicht bosch bedekt, en met zachte
+hellingen afdalende tot de weelderig begroeide oevers der rivier. Onze
+Bolivianen meenden, dat zij wellicht in die bosschen kinaboomen zouden
+vinden; wij besloten daarom van de eerste gelegenheid de beste gebruik
+te maken om den tegenoverliggenden oever te bereiken. Natuurlijk
+moesten wij daartoe eene waadbare plaats afwachten. Den volgenden
+dag kwamen wij aan een punt, waar eene bank of een rotsachtig eiland
+de rivier in twee armen splitste, en dus den overtocht gemakkelijker
+maakte. Daar stond echter tegenover, dat deze bank de snelvlietende
+wateren in hare vaart tegenhield, en daardoor eene branding deed
+ontstaan, die niet zonder gevaar was. Aan waden viel niet te denken:
+te minder daar iedere arm stellig vijftien tot twintig ellen breed
+was. Eindelijk kwam een onzer Bolivianen op een gelukkigen inval. Door
+een zijner kameraden geholpen, begon hij de biezen af te snijden, die
+langs den oever groeiden. Toen zij een genoegzamen voorraad hadden,
+maakten zij daarvan een grooten bos, die in de rivier werd geworpen,
+en waaraan een touw werd vastgemaakt. De Boliviaan, die het eerst op
+deze gedachte gekomen was, wilde nu ook de proef nemen. Zich ontkleed
+hebbende, zette hij zich schrijlings op den bos, stiet van wal, en
+trachtte met behulp van een stok, die als pagaai dienst deed, het
+eiland te bereiken. Zijn makker hield het uiteinde van het touw vast,
+en belette daardoor het biezen vlot met den stroom af te drijven. Tot
+tweemaal toe mislukte de proef; maar voor de derde maal gelukte het
+den koenen varensgast de bank te bereiken. Dadelijk haalde hij zijn
+vlot op den oever, maakte het touw los, bevestigde dat stevig aan
+eene uitstekende rotspunt, en riep zijn kameraad toe, het stevig aan
+te trekken. Wij begrepen nu waartoe het strak gespannen touw dienen
+moest. Een voor een gingen wij nu te water, dat ons bijna tot aan
+de lippen kwam, omklemden het touw, en baanden ons zoo, niet zonder
+moeite, een weg door de schuimende, snelvlietende rivier, tot aan
+het eilandje, waar wij behouden aankwamen. Na eenige oogenblikken
+uitgerust te hebben, werd nu de tweede arm van den Cconi op dezelfde
+wijze doorwaad, en zonder ongeval, maar druipnat, stonden wij weldra
+op den linkeroever.
+
+Het was prachtig weer; de zon straalde aan den onbewolkten hemel. Eer
+wij het nabijzijnde bosch ingingen, trokken wij onze kleederen uit,
+en spreidden die op den met gras begroeiden grond, om in de zon te
+drogen. Juist terwijl wij daarmede bezig waren, hoorden wij eensklaps
+aan den anderen oever het geschreeuw van een ara (eene soort van
+papegaai). Daar het drie uren in den middag en helder weer was, kwam
+dit geluid mij verdacht voor. De ondervinding had mij toch sedert
+lang geleerd, dat, uitgenomen bij de nadering van een onweder, de
+papegaaien en aras zich nooit anders laten hooren dan bij het op- of
+ondergaan der zon. Het overige van den dag zoeken zij de schaduw op,
+en zitten daar stil, nu eens op dezen, dan weder op den anderen poot
+rustende, en middelerwijl op eene noot of palmschors knabbelende, om
+zich den bek te scherpen. Terwijl ik hierover met Pepe Garcia sprak,
+die, als een ervaren jager, de juistheid mijner opmerking erkende,
+verscheen ons eensklaps die bovennatuurlijke ara, en wel in de gedaante
+van onzen bekenden Chuncho. Hij ging langzaam langs den Cconi voort,
+nauwkeurig de sporen van onzen marsch gadeslaande. Toen hij aan de
+plek gekomen was, waar wij de rivier waren overgestoken, begreep hij
+dadelijk, bij het zien van den platgetreden grond en het afgesneden
+riet, wat er geschied was: want, stilstaande, hief hij het hoofd op en
+keek naar den anderen oever, waar hij ons dadelijk gewaar werd, bezig
+zijnde onze kleederen bijeen te zamelen en haastig aan te trekken. Hij
+hief nu een luid geschreeuw aan, waarop een gansche zwerm wilden,
+mannen, vrouwen en kinderen, uit het kreupelhout te voorschijn kwam;
+wij telden er minstens veertig. Aanvankelijk zetten zij zich op den
+oever neder, en schenen met elkander te overleggen, wat te doen; want
+zij hadden gezien dat de kolonel zijn geweer ter hand had genomen; maar
+toen zij na eenige oogenblikken hem dat wapen uit de hand zagen leggen,
+begrepen zij, dat er geen gevaar was. Onze gast trad nu vooruit, en
+riep, met een smeekend gebaar, zeer duidelijk het woord: _Siruta!_
+(mes).
+
+Ik nam een mes in de hand, en toonde dat den Chuncho, hem tevens met
+de andere hand wijzende op de vogelvellen, om aldus mijne begeerte te
+kennen te geven een ruilhandel te drijven. Zij begrepen dadelijk mijne
+bedoeling. De gansche bende rees haastig op, en begon te dansen en te
+springen, onder het luide geroep van _Siruta! Siruta_! Toen brachten
+zij aanstonds bijeen wat zij vinden konden: gevlochten mandjes,
+hoofdtooisels van vederen, kettingen van bessen of pitten, huiden
+van vogels,--zelfs levende, tamme aras. Toen, mij deze voorwerpen en
+dieren toonende, als om daardoor te kennen te geven dat mijn wensch
+ook de hunne was, liepen zij langs den oever voort, tot voorbij het
+rotsige eiland, dat de rivier in twee takken deelde. Daar begaven
+zij zich te water, met hunne handelsartikelen, die zij boven hun
+hoofd in de hoogte hielden, om ze voor nat woorden te bewaren;
+en alleen met den rechterarm zwemmende, begonnen zij de bruisende
+rivier in schuine richting over te steken. Wij zagen bijna niets dan
+hunne opgeheven linkerarmen, die als bronzen staven boven het blanke,
+schuimende water uitstaken, en bewonderden de vlugheid, de kracht en
+de aangeboren sierlijkheid dier forsche mannen, die zonder aarzelen
+den heftigen stroom trotseerden. Weldra stonden zij, druipnat, voor
+ons, en drukten ons in hunne armen; de gansche voorraad, dien zij
+hadden medegebracht, ging aanstonds in onze handen over. Toen zij
+niets meer hadden aan te bieden, stelden wij hun voor, hunne bogen en
+pijlen tegen andere snuisterijen in te ruilen. Eerst aarzelden zij:
+toen, na met een der oudsten van den troep te hebben geraadpleegd,
+verklaarden zij zich bereid om die wapenen af te staan, ofschoon
+hun dit blijkbaar eene zekere zelfverloochening kostte. Het was ons
+daarbij niet zoo zeer te doen om die bogen en pijlen, hoewel die niet
+zonder zekere kunst waren vervaardigd; maar voornamelijk om die ons
+onbekende gasten te ontwapenen, en hen alzoo buiten de mogelijkheid
+te stellen ons kwaad te doen, gesteld dat zij daaraan dachten.
+
+Terwijl wij nog met deze onderhandelingen bezig waren, stonden
+eensklaps de vrouwen der Chunchos, die eerst op den anderen oever
+gebleven waren, met hare kinderen voor ons. Zij hadden eene waadbare
+plek in de rivier opgezocht, en waren naar de overzijde gekomen,
+waarschijnlijk om zich met eigen oogen te overtuigen van hetgeen
+daar tusschen hare mannen en ons geschiedde. Uit achting voor het
+schoone geslacht, waarvan zij de minder gelukkige vertegenwoordigers
+waren, besloot ik eene uitdeeling te houden van koperen knoopen,
+spelden en ringen, die bij uitnemendheid aan de dames schenen te
+bevallen, maar tegelijk de begeerlijkheid der mannen opwekten, die,
+luid schreeuwende en met heftige gebaren, ook hun aandeel van al dit
+fraais vorderden. Het geschreeuw en gedrang begon mij eindelijk te
+vervelen: bovendien werd mijne achterdocht opgewekt door herhaalde
+half luide gesprekken met onzen bekenden gast en spion, en door de van
+begeerte vlammende blikken, die zij steelsgewijze naar onze bagage
+wierpen. Ik liet daarom de pakken weder dicht maken, en beval den
+dragers zich daarop te zetten. Maar nu werd de aandacht der wilden
+door iets anders getrokken. Aan den oever lagen nog enkele van onze
+kleedingstukken op het gras; die gingen zij nu bekijken, beruiken,
+betasten; trachtende zich rekenschap te geven van de wijze, waarop
+deze vreemde dingen werden gebruikt. Eindelijk begonnen sommigen
+proeven te nemen: de een probeerde een pantalon aan te trekken,
+daarbij zijne armen in de pijpen stekende; een ander stak zijne voeten
+in de mouwen van een wambuis, en zoo voorts. Het werd meer dan tijd,
+aan deze dwaasheden een einde te maken. Wij namen onze kleederen op,
+pakten ze bijeen en begaven ons op weg. De Siriniris, ziende dat
+wij ons verwijderden, zonder afscheid van hen te nemen, begonnen
+ons na te loopen, en met allerlei verzoeken lastig te vallen. Daar
+zij ons wat al te dicht op de hielen zaten, keerden Pepe Garcia en
+Aragon, die onzen trein sloten, zich eensklaps om, en zich houdende
+alsof zij hunne geweren laadden, zagen zij de lastige indringers
+zoo dreigend aan, dat deze plotseling stilstonden. Deze manoeuvre,
+die onze tolken met eenige wijziging twee- of driemaal herhaalden,
+maakte toch eindelijk de Chunchos bevreesd; althans zij hielden op,
+ons na te loopen. Zij gingen nu in de schaduw van het geboomte zitten
+om op hun gemak de voorwerpen te bekijken, die zij van ons gekregen
+hadden. Een kromming der rivier onttrok hen weldra aan ons gezicht.
+
+Deze onaangename ontmoeting deed onze cascarilleros dadelijk besluiten,
+het onderzoek der bosschen op dezen oever voorloopig uit te stellen. De
+Chunchos, waarvan wij voor het oogenblik verlost waren, konden het
+zeer licht in het hoofd krijgen, op nieuw ons spoor te volgen; en het
+vooruitzicht van nogmaals met hen in aanraking te komen, was verre van
+uitlokkend. Om ons zoo mogelijk aan hunne nasporingen te onttrekken,
+besloten wij dezen oever te verlaten, waar zij ons, van verre of
+van nabij, zouden blijven volgen, en naar den anderen oever terug te
+keeren, waar de dichte rietbosschen onze bewegingen beter voor den
+vijand zouden verbergen. De voorde, waarvan de vrouwen der Siriniris
+zich hadden bediend om tot ons te komen, lag juist op onzen weg; eene
+witte streep dwars over het groenachtige water wees de juiste plaats
+aan. Wij gaven elkander de hand en doorwaadden de rivier, waarbij het
+water ons tot aan de knieën kwam. Toen wij ons door de gansche breedte
+der rivier van de Chunchos gescheiden wisten, haalden wij ruimer adem.
+
+Den volgenden dag, toen wij met zekerheid konden aannemen dat onze
+vervolgers van hun voornemen hadden afgezien en ons spoor waren
+bijster geraakt, besloten wij naar den linker oever terug te keeren,
+en het onderzoek der bosschen voort te zetten. Maar de Cconi was
+hier zeer breed, en geen enkel eilandje daagde uit zijn schoot op, om
+den overtocht te vergemakkelijken; ook bewees de kleur van het water
+genoegzaam dat hier geen waadbare plek, maar veeleer eene groote diepte
+gevonden werd. Wij waren tamelijk met de zaak verlegen, maar onze
+Bolivianen wisten ook ditmaal raad; zij verzekerden ons al lachende,
+dat zij ons zonder hinder naar de overzijde zouden brengen, en wel door
+middel van een _callapeo_ (vlot), dat zij zouden vervaardigen. Zoo
+gezegd, zoo gedaan. Vergezeld van eenige dragers, togen zij naar
+het woud, en kwamen, na verloop van een paar uren, terug met eenige
+stammen van een toroh _(cecropia)_, en eenige groote bossen lianen.
+
+De vervaardiging van het vlot eischte niet veel tijd: blijkbaar waren
+onze cascarilleros sinds lang met dit werk vertrouwd. Weldra was de
+callapeo gereed: hij was ongeveer vier el lang en twee el breed. Het
+was een eenvoudige vloer: de lichte poreuse stammen waren door middel
+van lianen, steviger nog dan touwen, vast aaneengebonden. Zoodra het
+vlot klaar was, werd het te water gelaten; om te zien of het goed in
+elkaar zat en hoeveel personen het dragen kon, zou eerst een proef
+worden genomen. Twee cascarilleros zetten zich in het midden neder;
+terwijl hun aanvoerder, aan het eene uiteinde staande en met den langen
+stok gewapend, die hem tot pagaai en roer tevens dienen moest, de
+rol van stuurman op zich nam. Ik had grooten lust om van de partij te
+zijn; de Bolivianen, hoewel mij vrij latende te doen wat ik goedvond,
+merkten op, dat zij liever zonder mij de eerste proef wilden wagen:
+was er gevaar, dan moest dit niemand anders dan hen alleen gelden. Ik
+gaf daar geen acht op, nam mijn geweer, en zette mij neder tusschen
+de twee cascarilleros. Het vlot werd nu van den wal gestooten, en
+naar het midden van de rivier gestuurd, waar de stroom het aangreep
+en met snelheid begon mede te voeren, toen de stuurman, met vaste
+hand en grooten takt, zijn stok nu eens als riem dan weder als roer
+gebruikende, het buiten den stroom bracht, en naar den linkeroever
+stuurde, waar wij aan land kwamen, ongeveer een boogschot beneden de
+plaats der afvaart. Een luide juichkreet van onze makkers, die op den
+anderen oever waren achtergebleven, begroette dezen gelukkigen uitslag.
+
+De proef had bewezen dat ons vlot eene bemanning van acht personen
+zou kunnen dragen, wanneer zij er althans niet tegen opzagen, een
+weinigje in het water te zitten. Toen ik aan wal was gestapt, en
+het vlot weder naar de overzijde was teruggekeerd, verzocht Eusebio,
+de aanvoerder der cascarilleros, aan den kolonel, die klaar stond te
+vertrekken, dat hij nog eenige anderen zou aanwijzen, die met hem
+de reis zouden doen. Maar onze dappere vriend scheen daartoe niet
+gezind: althans Pepe Garcia en Aragon, die zich gereed maakten hem
+te volgen en reeds met hun eenen voet op het vlot stonden, traden
+terug en moesten hunne beurt afwachten.
+
+De kolonel ging juist op dezelfde plek zitten, waar ik gezeten had;
+evenals ik had gedaan, zette ook hij zijn geweer tusschen zijne beenen,
+en knikte mij vriendelijk toe, waarop ik met een vroolijken uitroep
+antwoordde. Een der cascarilleros had nevens hem plaats genomen,
+en hield hem stevig vast; terwijl de stuurman, achter hem staande,
+met den stok tegen den oever duwde. Het vlot stak van wal, aarzelde
+eenige seconden, en dreef toen af naar het midden. Ongeveer op een
+derde der breedte van de rivier gekomen, en terwijl de sterke stroom
+zijne werking reeds deed gevoelen, stak Eusebio, hetzij bij vergissing
+of uit onhandigheid, den stok, waarmede hij op dat oogenblik stuurde,
+onder de balken van het vlot. Terwijl hij den stok terugtrok, kwam
+het vlot juist midden in den stroom. Door de geweldige beweging
+brak de stok, waarop de majordomo juist uit al zijne macht drukte,
+met zooveel kracht door midden, dat hij achterover tuimelde en tegen
+den kolonel aanviel, die voorover nederstortte....
+
+Een luide angstkreet ontsnapte aan mijn mond, maar werd verdoofd
+door het geschreeuw onzer makkers op den anderen oever. Het vlot,
+door den stroom aangegrepen, die het als een stroohalm medevoerde,
+dreef met duizelingwekkende snelheid de rivier af. Waar ging het brooze
+vaartuig heen, en wat zou het op zijn weg ontmoeten? Ik huiverde bij
+de gedachte. Gedurende eene halve minuut staarden wij het ontzettend
+schouwspel aan: toen verdwenen de ongelukkigen achter eene kromming
+van den oever.
+
+Ik bleef als vastgenageld staan, onbekwaam een stap te doen of eenige
+beweging te maken, terwijl mijn hoofd duizelde, en ik werktuigelijk
+naar de plek bleef staren, waar het vlot verdwenen was. Hoelang ik
+daar zoo stond, weet ik niet; eerst langzamerhand kwam ik weer tot
+mijzelven; ik begon mij rekenschap te geven van het gebeurde, en van
+den toestand, waarin wij ons bevonden.
+
+Tenzij er een wonder gebeurde, waarop ik niet mocht rekenen, waren
+onze ongelukkige makkers reddeloos verloren. Maar geen lange foltering
+stond hun te wachten. De rivier zou hen in haar schoot opnemen, en
+zich weder boven hen sluiten--en daarmede zou het uit zijn. Maar wat
+moest ik zelf doen, hier alleen op den oever achtergebleven, in de
+onmogelijkheid om mij bij onze lieden te voegen: zonder levensmiddelen,
+zonder kruit of lood om met mijn geweer in mijne eerste behoeften te
+kunnen voorzien; bijna met de zekerheid, in de handen der Chunchos
+te vallen, die, nu ik alleen was, mij ongetwijfeld zouden aanvallen
+en berooven, misschien wel vermoorden..... Een oogenblik benijdde
+ik onzen vrienden den kalmen zachten dood, dien zij stellig reeds op
+den bodem der rivier moesten hebben gevonden.
+
+Doch weldra gevoelde ik, dat ik mij niet aan werkelooze wanhoop mocht
+overgeven, maar in de eerste plaats mij nauwkeurig rekenschap moest
+geven van de werkelijkheid, om na te gaan welke middelen tot redding
+mij die nog bood. Ik begon dus met de plek op te nemen, waar ik mij
+bevond. De lage oever was geheel van plantengroei ontbloot, en zoo
+volkomen met steenen bedekt, dat het zand bijna niet zichtbaar was. Op
+weinige schreden afstands van den oever liepen twee rijen boomen, die
+van het woud uitgingen, en eene tamelijk groote tusschenruimte open
+lieten, waar in het midden een doode, van zijn schors beroofde boom
+stond. Het geheel maakte, althans op mij, een treurigen indruk. Aan
+de overzijde kon ik ons volk zien, met elkander in druk gesprek
+gewikkeld, en telkens hunne oogen naar mij wendende. Tot tweemaal toe
+was Pepe Garcia naar den oever voortgetreden, en had luid geroepen,
+om mijne aandacht te trekken; dan had hij met zijne hand gewezen in
+de richting, waarin het vlot verdwenen was. Toen hij bemerkte dat
+ik zijne bedoeling niet begreep, had hij gepoogd mij iets toe te
+roepen: maar de afstand en het gedruisch van het water hadden mij
+belet daarvan iets te begrijpen. Drie woorden slechts: _Seguir la
+orilla_--den oever volgen--waren tot mij overgewaaid.
+
+Inmiddels was de tijd verloopen: de dag ging ten einde en de
+zonneschijf stond op het punt achter de wouden aan de overzijde
+te verdwijnen. Het naderen van den avond maakte mijn toestand nog
+moeielijker. Naarmate het landschap om mij heen donkerder en somberder
+werd, voelde ik mijn moed zinken: honger en vermoeidheid deden daarbij
+het hunne om mij in eene ongelukkige stemming te brengen. Ik poogde
+wat te rusten, en ging op den grond liggen, na vooraf de steenen een
+weinig te hebben weggeruimd. Daar kon ik in de verte ons kamp zien,
+waar onze lieden druk in de weer waren. Die beweging hinderde mij:
+het kwam mij voor, of niemand zich om mij bekommerde; ik gevoelde
+mij bijna als een schijndoode, die zelf getuige is, hoe spoedig de
+achtergeblevenen hem vergeten, en zijne plaats wordt ingenomen. Ik
+was onbillijk, want onze makkers daar ginds konden op dit oogenblik
+niets voor mij doen; maar de verlatenheid waarin ik mij bevond, en
+de honger, die mij feller begon te pijnigen, deden mij mijne gewone
+bedaardheid en tegenwoordigheid van geest verliezen.
+
+Het was nu allengs volkomen duister geworden: in het bosch heerschte
+eene diepe stilte; het algemeene zwijgen der natuur werd alleen door
+het ruischen der rivier afgebroken. Somwijlen hoorde ik daarboven uit
+het luide gepraat en gelach van ons volk, gelegerd rondom het vuur,
+waarvan ik den rossen weerschijn zag, en waarop nu ongetwijfeld de
+spijs voor het avondmaal werd gekookt. Na verloop van eenigen tijd
+verbleekte de vuurgloed, en zwegen de stemmen onzer makkers: het
+werd nu volkomen stil. Het was mij evenwel niet mogelijk te slapen;
+maar tegen den ochtend viel ik toch, door vermoeidheid en uitputting,
+in eene soort van verdooving, die mij het bewustzijn van mijn toestand
+deed verliezen. Terwijl ik zoo dommelde, half wakend, half droomend,
+werd mijne aandacht gewekt door een zwakken kreet, die mij uit de
+verte tegenklonk, en na eenige oogenblikken door een tweeden gevolgd
+werd. Het geluid kwam niet uit ons kamp, waar alles nog in diepe rust
+gedompeld was. Maar vanwaar kwam het dan? Ik richtte mij op, om zoo
+mogelijk de richting te onderkennen, vanwaar dit geluid gekomen was,
+toen een derde kreet mijn oor trof. Ditmaal scheen het uit het woud te
+komen langs den oever, waarop ik mij bevond. Mijn eerste gedachte was
+te antwoorden; maar bij later overleg kwam ik daarvan terug. Het was
+toch volstrekt niet zeker, dat dit geluid werkelijk door een mensch
+werd voortgebracht: ik wist bij ondervinding, hoever de spotvogel of
+carpintero van Morayaca het in de nabootsing der menschelijke stem
+had gebracht.
+
+Terwijl ik nog hierover in twijfel stond, vernam ik eensklaps
+verscheidene stemmen, maar thans van zoo nabij en zoo duidelijk,
+dat ik niet alleen niet langer twijfelen kon of ik werkelijk met
+menschen te doen had, maar zelfs deze stemmen meende te herkennen
+als die onzer ongelukkige schipbreukelingen. Ik stond haastig op,
+en liep naar het woud, waarvan de takken met kracht ter zijde werden
+gebogen. Zijt gij het Perez? riep ik.--Ik zelf Pablo, antwoordde
+mij de kolonel.--_Buenas noches, senor_, (goeden nacht, mijnheer)
+zeiden de Bolivianen. Eenige minuten later waren wij allen bijeen en
+drukten elkander hartelijk de hand.
+
+Toen de eerste aandoening voorbij was, vroeg ik aan onze vrienden, door
+welk wonder zij aan het dreigende en naar onze meening onvermijdelijke
+doodsgevaar waren ontsnapt. Eusebio verhaalde mij wat er gebeurd
+was. Ook hij had in het eerste oogenblik niet anders gedacht, dan dat
+zijn laatste uur gekomen was; maar zijn heilige patroon, dien hij in
+dien uitersten nood had aangeroepen, was hun te hulp gekomen. Het vlot,
+met duizelingwekkende snelheid door den stroom medegesleept, was reeds
+vier krommingen der rivier doorgevlogen, en stond op het punt tegen een
+rotsbank te pletter te worden gestooten, toen een zijstrooming het had
+weggevoerd en tegen den linker oever geworpen. De schok was zoo hevig
+geweest, dat het vlot zich recht tegen den hoogen oever had opgericht,
+waar het door de lianen werd tegengehouden. De schipbreukelingen,
+met kracht tegen den grond geslingerd, waren weldra weder opgestaan
+en van den eersten schrik bekomen; begrijpende dat zij mij nog op
+dezelfde plaats zouden vinden, waar zij mij hadden achtergelaten,
+waren zij het bosch ingegaan. Op hun tocht hadden zij voortdurend met
+allerlei moeilijkheden te kampen gehad. Daar zij noch bijlen, noch
+messen bij zich hadden, hadden zij zich met hunne handen een doortocht
+moeten banen. Zoolang het dag was, ging dit tamelijk goed, maar toen
+de nacht was ingevallen, konden zij niet dan tastend voortgaan, en
+hadden zij geducht te lijden van de doornen en scherpe punten der
+struiken en planten, die zij in den donker niet konden zien. Hun
+gelaat, hunne handen en beenen droegen overal de sporen van deze
+onaangename aanrakingen; hunne kleederen hingen hen als lappen om
+het lijf. Maar toch hadden zij mij wedergevonden: wij waren weder
+bij elkaar, en de doorgestane vermoeienissen en gevaren waren vergeten.
+
+Ons volk aan de overzijde, nog steeds in diepen slaap gedompeld,
+had niets gemerkt van de komst van den kolonel en de Bolivianen. Zij
+waren dan ook niet weinig verwonderd, toen zij, in plaats van één
+persoon, er vier op den oever zagen. Vol verbazing liepen zij naar
+den oever, wreven zich de oogen uit, en bleven ons een poos zwijgend
+aanstaren. Toen zij niet langer aan onze identiteit konden twijfelen,
+begonnen zij luidkeels te jubelen, terwijl de tolken gingen dansen
+van pret.
+
+Half door roepen, half door gebaren, beduidden wij hun, dat zij
+dadelijk moesten opbreken en den rechter oever volgen, terwijl wij
+van onzen kant langs den linker oever zouden voorttrekken. Hoewel
+zij het doel van deze beweging niet recht schenen te begrijpen,
+aarzelden zij toch geen oogenblik met de uitvoering. Zoo gingen wij
+twee uren lang voort; zij op den open oever, wij onder de schaduw
+der dichte bosschen, dwars door bijkans ondoordringbare struiken en
+doorngewassen; tot wij eindelijk de plek bereikten, waar het vlot
+was gestrand. Wij riepen nu onze manschappen toe, stil te houden en
+af te wachten wat wij zouden doen.
+
+Wij wenschten namelijk het vlot los te maken uit de lianen, waarin het
+verward was, en vervolgens ons gezelschap van den linker oever over
+te brengen naar den rechter, waar wij ons bevonden. De cascarilleros
+wilden dit gedeelte van het woud onderzoeken, waartoe nu te eer
+gelegenheid bestond, nu de tegenwoordigheid der Chunchos hen niet
+langer hinderde.
+
+Het vlot, van zijne omwindselen losgemaakt, werd weder te water
+gelaten. De geweldige kracht van den stroom, door de uitstekende
+rotsen in verschillende takken verdeeld, maakte de overvaart op dit
+punt onmogelijk; wij besloten dus den oever af te zakken, tot wij
+eene betere plaats zouden gevonden hebben. Eene liane, aan het vlot
+bevestigd, diende als lijn. Zoodra onze lieden aan den overkant zagen
+dat wij onzen tocht hervatten, begaven ook zij zich weder op weg. Een
+halve mijl verder vonden wij een inham, die ons voor de proefneming
+beter geschikt voorkwam. Niet alleen was het water hier kalm; maar
+eene lichtgroene streep, die van den tegenovergestelden oever tot
+in het midden der rivier voortliep, scheen de aanwezigheid van een
+zandbank aan te duiden.
+
+Om zich de noodige stokken voor het besturen van het vaartuig te
+verschaffen, sneden de Bolivianen met hun zakmes eenige jonge boomen
+bij den wortel af waarmede natuurlijk een geruime tijd heenging. Toen
+zij hiermede klaar waren, trokken zij het vlot naar den oever,
+sprongen er op en staken af. De overtocht werd spoedig en gelukkig
+volbracht, en eer een half uur verloopen was, bevond zich onze geheele
+karavaan op den linkeroever, waar wij ons weldra aan een goed ontbijt
+vereenigden. Na ons aldus versterkt te hebben maakten wij ons gereed
+naar het woud te trekken, waar onze cascarilleros hunne nasporingen
+zouden beginnen. Het vlot, dat ons later nog van dienst kon zijn,
+werd stevig aan den oever vastgebonden, om niet met den stroom af
+te drijven.
+
+Kort nadat wij in het woud waren gekomen, begon de grond te rijzen:
+een bewijs dat wij de heuvelen naderden, die in lange reeks met de
+Cordilleras samenhangen. Juist toen wij ons met moeite door dicht
+en laag kreupelhout een weg baanden, schoot een wijfjespeccari met
+hare zeugen langs ons heen en verdween in de struiken. Pepe Garcia
+en Aragon konden de verzoeking niet weerstaan, hunne geweren af te
+schieten. Het beest raakten zij niet: maar de echo van het woud,
+die de schoten als een verre donder weerkaatste, waarschuwde de
+al te ijverige jagers, doch te laat, dat zij eene onvoorzichtigheid
+hadden begaan. Dit beteekenisvolle geluid moest natuurlijk de Chunchos
+dadelijk weer met ons verblijf bekend maken, aangenomen dat zij ons
+spoor hadden verloren. Daar er evenwel voor het oogenblik niets aan
+te doen viel, was het maar best er niet verder aan te denken; maar
+om eene herhaling van het feit te voorkomen, verbood de kolonel den
+tolken, zonder zijne uitdrukkelijke vergunning te schieten.
+
+Middelerwijl gingen de cascarilleros het bosch in, en kwamen
+na verloop van eenige uren weder bij ons. Ditmaal waren hunne
+nasporingen niet vruchteloos geweest: zij brachten onderscheidene
+stukken van de schors van fijnere kinaboomen mede, die zorgvuldig
+werden bewaard. Nauwelijks hadden wij onzen tocht hervat, of wij
+vernamen eensklaps het schreeuwen van een ara, en wel niet in de lucht
+boven onze hoofden, maar naast ons op den grond. Verbaasd zagen wij
+in het rond, maar in plaats van den vogel, dien wij meenden te zien,
+ontdekten wij het glimlachende en versch beschilderde gelaat van onzen
+ouden bekende, den Siriniri. Achteloos tegen een boom geleund, die hem
+gedeeltelijk verborg, vertoonde de wilde ons enkel zijn hoofd, even
+als een kind, dat wegschuilertje speelt. Toen hij aan onze blikken
+bemerkte dat wij zijn kreet verstaan hadden, wenkte hij ons met de
+hand en trad naar ons toe, zonder zich te laten weerhouden door het
+onvriendelijke gelaat, waarmede wij hem afwachtten. Hij verhaalde
+ons dat eenige leden van zijn stam, die bij de laatste uitdeeling van
+messen niet tegenwoordig waren geweest, gaarne kennis met ons wilden
+maken; door het geluid van onze _tasa-tasa_ (geweren) verschrikt,
+hadden zij zich in de struiken teruggetrokken. De Chuncho zeide niet,
+of hij ons in stilte gevolgd was, dan wel of de schoten, door de
+tolken op de peccari gelost, hem ons verblijf hadden verraden. Zijn
+voorstel om met zijne vrienden kennis te maken, beviel ons zoo weinig,
+dat wij op het punt stonden hem te zeggen dat hij naar den duivel kon
+loopen, maar de voorzichtigheid weerhield ons. Tot hiertoe hadden deze
+wilden, hun onmatige begeerte naar messen daargelaten, zich niet alleen
+vredelievend gedragen, maar waren zij ons zelfs in sommige opzichten
+van dienst geweest. In het belang onzer eigene veiligheid was het
+dus wenschelijk met hen op een goeden voet te blijven, al moest dat
+dan ook eenige opoffering kosten, en al namen wij ons stellig voor,
+hen altijd op zekeren afstand te houden.--De wilde scheen ons zwijgen
+voor toestemming aan te zien; althans hij floot op zijne vingers, en
+op dit teeken kwamen een dozijn mannen uit de struiken te voorschijn,
+wier gelaat en lichaam met roode en zwarte streepen waren beschilderd,
+wier hoofd prijkte met een kroon van toucanvederen, en voorts met hun
+boog en pijlen in de hand. De troep begon aanstonds te springen en
+te dansen, onder het luide geroep van _Meneha huayri siruta_! (heer,
+geef een mes.)
+
+Achter deze springende, dansende, gesticuleerende mannen vertoonden
+zich eenige vrouwen, die uit het struikgewas waren te voorschijn
+gekomen. Sommigen droegen een kind, schrijlings op haar heup gezeten;
+anderen poogden onze begeerlijkheid op te wekken door het vertoonen van
+allerlei voorwerpen, zooals schitterend gekleurde huiden van vogels,
+tamme papegaaien, vruchten en wortelen, die zij te koop aanboden. Om
+het rumoer een weinig tot bedaren te brengen, liet ik het pak met
+snuisterijen ongemerkt ter zijde brengen, zoodat zij niet zien konden
+wat er in was; toen nam ik er eenige messen, van zes stuivers uit,
+die ik verruilde tegen verschillende voorwerpen, welke men mij
+aanbood. De vrouwen, die bij deze verhandelingen behulpzaam waren
+geweest, ontvingen eenige kleinigheden ten geschenke. Eene van haar,
+die twee belletjes had gekregen en daarmede uitermate in haar schik
+was, kwam op den inval, ze aan een draad te rijgen, en dien door haar
+neus te steken, nadat zij eerst een stuk riet, dat in haar neus was
+bevestigd, daaruit had gehaald. Toen schudde zij met haar hoofd,
+zoodat de belletjes klingelden, wat haar uitermate verrukte. Dit
+voorbeeld werkte aanstekelijk. Al de vrouwen wilden nu volstrekt ook
+zulk een klokkenspel aan haar neus hebben; en wij zagen ons gedwongen,
+aan ieder een paar belletjes te geven, die zij onmiddellijk door haar
+neusgaten staken. Zij gingen nu allen te gelijk aan het schudden met
+haar hoofd; doch moesten die oefening weldra staken, daar zij anders
+gevaar liepen een stijven nek te krijgen.
+
+Toen het een oogenblik stil was geworden, maakten wij daarvan gebruik
+om afscheid te nemen van onze nieuwe kennissen. Juist toen wij op
+het punt stonden heen te gaan, werden wij plotseling omsingeld door
+de gansche bende, die, met groot geschreeuw en heftige gebaren, zich
+tegen ons vertrek scheen te willen verzetten. Blijkbaar hadden zij
+evenwel niets vijandigs in den zin. Wij begrepen spoedig dat zij met al
+dat geraas en getier, al die beweging en die onverstaanbare uitroepen
+geene andere bedoeling hadden, dan om op hunne wijze te protesteeren
+tegen ons vertrek. Onder al dit rumoer werd mijn nieuwsgierigheid
+geprikkeld door het woord _huatinmio_, dat telkens in hunne uitroepen
+terugkeerde, en meestal vergezeld ging van eene beweging met de hand
+naar een onbekend punt in het woud. Ik verzocht Pepe Garcia hun te
+vragen wat dit beteekende. Deels door gebaren en deels door middel
+van die brabbeltaal, waarvan hij zich tot dusver in zijn omgang met
+de Siriniris bediend had, kwam hij van hen te weten dat het woord
+_huatinmio_ de naam van hun dorp was, op korten afstand gelegen, in de
+door hen aangewezen richting. Op dit oogenblik, zoo verzekerden zij,
+was er in het dorp niemand overgebleven, dan eenige grijsaards met
+de vrouwen en kinderen; de mannen waren uitgetogen om in de vallei
+te jagen en te visschen, zooals steeds hunne gewoonte was, wanneer
+de voorraad ten einde liep. Zij noodigden ons uit, derwaarts te gaan.
+
+Dit uitstapje had voor ons weinig aantrekkelijks: te minder daar
+het ons van den weg afvoerde, dien wij ons hadden voorgenomen te
+volgen. Het was louter tijdverspilling en vruchtelooze moeite; nog
+daargelaten, dat wij ons misschien aan gevaren blootstelden. Ik
+verzocht dus Pepe Garcia, dat hij de Siriniris voor hunne
+vriendelijke uitnoodiging zou bedanken, en ons leedwezen betuigen
+dat wij daaraan geen gevolg konden geven, omdat wij geen tijd te
+verliezen hadden. Tusschen beschaafde lieden zou het daarmede uit
+geweest zijn; maar deze wilden lieten zich door onze weigering
+niet uit het veld slaan. Zij hielden zoo lang aan met vleien en
+smeeken en dringen en liefkozen, dat ik den moed niet had te blijven
+weigeren. Bovendien drongen de kolonel en de majordomo er op aan, dat
+wij aan het verzoek der Siriniris gevolg zouden geven. De kolonel wilde
+gaarne zulk een indiaansch dorp zien, en de majordomo nam zich voor,
+onderweg nauwkeurig de wouden te onderzoeken, of zij ook kinaboomen
+bevatten. Zij voegden daarbij dat Huatinmio op korten afstand lag,
+en dat, daar de gansche mannelijke bevolking in het veld was, ons
+kort verblijf van een paar uren wel geen ernstig gevaar kon opleveren,
+hetzij voor onze personen, hetzij voor onze goederen. Ik gaf dan toe:
+en Pepe Garcia deelde aan de Siriniris mede, dat wij hen naar hun dorp
+zouden volgen, en zelfs daar onzen maaltijd wilden gebruiken. Zij
+sprongen en dansten van vreugde, en toonden zich dadelijk bereid,
+den tocht te aanvaarden. Twee hunner gingen voorop, als om den weg te
+banen; de anderen mengden zich onder ons volk, en babbelden rusteloos
+door. De vrouwen vormden de achterhoede: zij droegen hare kinderen,
+die nog niet loopen konden, en pasten op de anderen, die nu en dan
+onder weg bleven stilstaan.
+
+Onze gidsen stapten zoo stevig aan, dat wij na verloop van een
+kwartier bijna geheel buiten adem waren, en eenige oogenblikken stil
+moesten houden om wat uit te rusten. Pepe Garcia verzocht hun, uit
+onzen naam, wat langzamer te loopen, daar wij hen anders niet volgen
+konden: een verzoek, dat hen grootelijks verwonderde en hun lachlust
+opwekte. Maar toch volgden zij dien wenk op, en richtten het zoo in,
+dat wij hen althans zonder te veel inspanning konden bijhouden.
+
+Al aanstonds had het onze aandacht getrokken, dat de Chunchos er zich
+in het minst niet om bekommerden, of zij een gebaand pad volgden,
+dan wel dwars door het dichte hout gingen. Dit scheen hun volmaakt
+onverschillig: en waar wij gevreesd zouden hebben onze kleederen
+te scheuren, schenen zij in het minst niet aan hunne naakte huid te
+denken. Trouwens, de behendigheid, waarmede zij zich door alle gaten
+en bochten wisten heen te werken, grensde aan het wonderbare. Een
+slang kon het niet beter en knapper doen. Hoe dicht ook het woud met
+doornen, lianen of slingerplanten bewassen of omwoeld was, nooit
+verbraken zij die hinderpalen of namen, zooals wij, hun toevlucht
+tot bijl of mes. Zij schoven eenvoudig de takken of lianen ter zijde,
+of lichtten die op, als ware het een gordijn of draperie; en dat met
+zooveel behendigheid en zooveel natuurlijke bevalligheid van beweging,
+dat wij er ons telkens op nieuw over verwonderden. Maar al dit fraais
+had ook eene minder aangename keerzijde. Wij liepen namelijk telkens
+gevaar, de lianen of doornen in het gezicht te krijgen, die de wilden
+met de grootste vlugheid hadden ter zijde gebogen, en die zij daarna
+weder loslieten, zonder er een oogenblik aan te denken, dat wij hen op
+den voet volgden. Evenwel, wij getroostten ons deze onaangenaamheid,
+ziende hoe groot genoegen wij hen deden, door met hen mede te gaan.
+
+Reeds was er een uur verloopen, sedert wij ons op weg hadden begeven,
+en begon ons de wandeling tamelijk lang te vallen, toen wij aan eene
+meer open plek in het woud kwamen, waar de zonnestralen lichte kringen
+op den grond teekenden. Aan de overzijde bespeurden wij een smal
+pad, tusschen twee hoogten ingesloten, dat met zachte helling naar
+boven liep, en overal de sporen droeg van veelvuldige menschelijke
+voetstappen. De Siriniris sloegen dat pad in, en wij volgden hen. Na
+verloop van tien minuten kwamen wij op eene vlakte, waar wij tusschen
+het geboomte de palmbladeren-daken van eenige hutten ontdekten.
+
+Onze gidsen hadden, bij de nadering van het dorp, een luid geschreeuw
+aangeheven; hunne vrouwen kwamen nu aanloopen, maar stonden, zoodra zij
+ons bemerkten, eensklaps stil, als niet wetende wat deze onverwachte
+verschijning te beduiden had. Maar ziende dat haar eigen stamgenooten
+als vrienden met ons omgingen, en door eenige verklaringen van hare
+mannen gerustgesteld, waagden zij het, naderbij te komen. Naalden,
+belletjes, koperen knoopen en dergelijke snuisterijen, die wij
+inmiddels te voorschijn hadden gehaald en haar nu aanboden, verdreven
+weldra de laatste sporen van vrees, zoodat wij spoedig goede maatjes
+waren.
+
+De woningen van het dorp bestonden uit zeer groote open loodsen, met
+palmen gedekt en in schilderachtige wanorde door elkander geplaatst;
+zij waren aan de noordwestzijde gesloten, en dus beveiligd tegen
+de regens en den wind, die van den kant der Cordilleras komen; aan
+de zuidoostzijde waren zij geheel open, en voorts door palmhouten
+beschotten in drie of vier afdeelingen of kamers gesplitst. Wij telden
+zeven van zulke loodsen, die te zamen in drie-en-twintig compartimenten
+waren verdeeld; aannemende, dat in elk compartiment een gezin van
+zes personen huisvestte--wat zeker niet overdreven was--zou het dorp
+Huatinmio eene bevolking tellen van honderd-acht-en-dertig zielen,
+de vrouwen en kinderen daaronder begrepen.
+
+Ieder vertrek bevatte--behalve het weinige vaatwerk en
+keukengereedschap, waaraan de wilde behoefte heeft, zooals kruiken
+en schotels van ruw aardewerk;--geen ander meubel dan een breede,
+van takken gevlochten, op vier pooten rustende bank, die de Indianen
+_barbacoa_ noemen, en die hun beurtelings tot tafel, buffet, rustbank
+en bed dient. Tegen de wanden hingen bogen, pijlen, kleine trommels,
+fluiten, kronen van papegaaien- of toucanvederen, versierselen van
+boomschors met franje van gedroogd gras, die bij groote plechtigheden
+werden gebruikt. Deze geheele rommel, die er tamelijk smerig en
+verlept uitzag, had voor het oog niets aantrekkelijks.
+
+Bij de nadere beschouwing van deze woningen, waar de walgelijkste
+onzindelijkheid hand aan hand ging met de volkomenste armoede,--indien
+althans deze volslagen onbekendheid met al wat tot veraangenaming des
+levens behoort, armoede kan genoemd worden;--trof ons vooral eene
+bijzonderheid. Onder al die rustbanken, die, zooals ik gezegd heb,
+tot verschillende doeleinden dienen, zagen wij de overblijfselen
+van vuren. Waartoe dat vuur onder eene barbacoa, die twee voet boven
+den grond verheven was? Diende dit meubel ook nog als rooster, om de
+spijzen op te braden of te droogen? Wij konden ons dat niet verklaren,
+en besloten daaromtrent onzen gastheeren inlichtingen te vragen.
+
+Rondom de woningen groeiden, te midden van mimosa's en anoneën,
+bananen, deels nog in bloei, deels reeds met vrucht. Een weinig buiten
+het dorp vonden wij een eenigszins bebouwd terrein, waar manioc,
+pasteken, pompoenen en ettelijke andere vruchten werden geteeld;
+alles toonde echter duidelijk aan, dat deze zoogenaamde plantage
+zeer slecht werd onderhouden, en dat, zoo er nog iets van terecht
+kwam, dit wel voornamelijk aan de vruchtbaarheid van den bodem en het
+gezegend klimaat te danken was. Ook was de opbrengst van dezen akker
+geheel onvoldoende om de bevolking van het dorp te voeden, die dan
+ook, evenals alle stammen van het woud, in jacht en visscherij hare
+voornaamste middelen van bestaan vindt.
+
+Toen wij van onze wandeling terugkwamen, vonden wij een maaltijd gereed
+staan, dien men bepaaldelijk te onzer eere had aangericht, bestaande
+in een in der haast gekookte ragout van gerookt apenvleesch en groene
+bananen. Zout ontbrak; maar dit gemis werd meer dan vergoed door een
+zoo ruimen overvloed van spaanschen peper, dat reeds bij den eersten
+hap de tranen ons over de oogen liepen, en wij een gevoel hadden of
+onze mond en keel met een gloeiend ijzer werden verschroeid. Gelukkig
+had men de voorzorg genomen, nevens dien kom met heeten ragoût een
+schotel met frisch, helder water te zetten, waar wij telkens een
+teug van namen. Onze vrienden de Siriniris schenen voor deze sterke
+kruiderijen onaandoenlijk.
+
+Toen onze maaltijd, dien wij op den grond zittende gebruikt hadden,
+was afgeloopen, bemerkten wij, dat de zon reeds ter kimme begon te
+neigen. Wij hadden ons, verleid door het vreemde dezer omgeving,
+wat lang opgehouden, en waren nu onzeker wat te doen. De kolonel,
+die, naar hij zeide, alles gezien had wat hier te zien viel, wilde
+volstrekt vertrekken en ergens in het woud gaan bivouakeeren. Ik wilde
+evenwel gaarne van deze gelegenheid gebruik maken, om iets meer te
+weten te komen van de lieden, in wier midden wij ons nu bevonden;
+ik deed daarom den kolonel opmerken, dat het onwellevend zou zijn,
+aanstonds na den maaltijd heen te gaan; en dat wij in ieder geval nog
+beter in het dorp konden overnachten, dan in het vochtige woud, waar
+wij op den sterk bedauwden grond moesten rusten. Vooral deze laatste
+opmerking scheen bij Perez, die nog al last van rhumatiek had, te
+wegen; er werd dus besloten, dat wij te Huatinmio zouden overnachten.
+
+Toen Pepe Garcia dit besluit aan de Chunchos mededeelde, waren zij
+daarmede blijkbaar zeer in bun schik. Aanstonds noodigden zij ons uit,
+zelf eene keuze te doen tusschen de verschillende woningen, die allen
+te onzer beschikking werden gesteld. Natuurlijk kozen wij de grootste,
+zoodat wij allen bij elkander konden blijven. Zoodra onze bagage daarin
+was geplaatst, brachten de Siriniris ons hout en water, de eenige
+zaken, die zij ons voor den nacht konden aanbieden. Zoodra het donker
+was geworden, haalde ik eene bougie te voorschijn, die ik aanstak,
+en die de uiterste verbazing der inboorlingen opwekte. Ik wenschte
+het een en ander aan te teekenen aangaande de zeden en gewoonten
+onzer gastheeren, waartoe ik de hulp van Pepe Garcia noodig had,
+die zich reeds een barbacoa had uitgekozen om daarop met Aragon te
+gaan slapen. Het was hem dan ook niet zeer naar den zin, toen ik hem
+gelastte, de Chunchos te ondervragen omtrent hetgeen ik wenschte te
+weten, en mij hunne antwoorden mede te deelen. Aanvankelijk ging de
+ondervraging niet gemakkelijk, maar allengs begon men elkander beter
+te verstaan, en werden geregelde antwoorden gegeven. Wat ik op die
+wijze te weten kwam, zal ik hier kort mededeelen.
+
+De Siriniris, waartoe onze gastheeren behoorden, waren destijds in
+drie stammen verdeeld, die eene landstreek bewoonden van omstreeks
+tien mijlen lengte bij drie à vier mijlen breedte, geheel met dichte
+bosschen bedekt, en door verscheidene beken en kleine rivieren
+besproeid. Deze drie stammen te zamen waren misschien omstreeks
+driehonderd zielen sterk; sedert langen tijd leefden zij zoowel
+onderling, als met de naburige stammen der Huatchipayris, Tuyneris
+en Pukiris, die de noordelijk en zuidelijk aangrenzende valleien
+bewoonden, in ongestoorden vrede.
+
+De zeden en gewoonten van dezen stam kwamen tamelijk overeen met die
+van al de stammen, die de hellingen van de Cordilleras, tusschen den
+10den en den 12den graad zuiderbreedte bewonen, en waarmede wij reeds
+vroeger kennis hadden gemaakt. De veelwijverij was bij de Siriniris
+echter veeleer uitzondering dan regel: niet zoozeer omdat hunne
+begrippen ten aanzien van het huwelijk zooveel strenger waren, maar
+omdat de schaarschte der levensmiddelen, en de moeilijkheid om altijd
+in het onderhoud te voorzien, de mannen doorgaans weerhield, meer
+vrouwen te nemen, dan zij zonder al te veel inspanning konden voeden.
+
+Overigens was hunne levenswijze geheel dezelfde als die hunner
+stamgenooten: zij kenden geene andere zorg of bezigheid, dan de
+vervulling hunner dagelijksche, physieke behoeften. Had de jacht of de
+visscherij genoeg opgeleverd, dat er voor eenige dagen voorraad was,
+dan bleven de mannen thuis, meestal in volslagen werkeloosheid op den
+grond of de barbacoa liggende, terwijl de vrouwen alle bezigheden in
+en buiten 's huis verrichtten. Zooals ik reeds zeide, de vrouw is hier
+nog, in den letterlijken zin des woords, de slavin, het lastdier,
+het eigendom van den man, en in geenen deele zijne gelijke, zijne
+echtgenoote. Alle zware arbeid, dien de man niet verrichten wil, komt
+ten laste van de vrouw, boven en behalve de zorg voor de kinderen en
+de huishouding. De vrouwen zijn, sedert eeuwen reeds, aan die ruwe
+behandeling gewoon en denken er niet aan, zich daarover te beklagen:
+zij zijn daaraan zoo gewoon geworden, dat zij niet anders weten of
+het behoort zoo.
+
+Evenals bij alle indiaansche volksstammen van Zuid-Amerika, gaat
+het huwelijk, of liever de vereeniging der beide geslachten, zonder
+eenige ceremonie of plechtigheid. De jonkman neemt zich een meisje,
+en daarmede is het uit. De kinderen blijven tot aan hun zevende jaar
+onder het opzicht van de moeder; dan gaan zij onder de voogdij van den
+vader over, die zich met de verdere opvoeding belast. Zijn eerste werk
+is, hen, evenals jonge honden, in het water te werpen, om hun zoodoende
+zwemmen te leeren; dan onderwijst hij hen in de behandeling van boog en
+pijlen, en in de kunst om met een steenen mes, en met behulp van vuur,
+knodsen te snijden. Daartoe en tot het nabootsen van het geluid van
+eenige dieren, bepaalt zich de geheele opvoeding. Het kind vergezelt
+zijn vader op diens tochten door het bosch, gaat met hem op de jacht,
+en neemt, op zijne beurt groot geworden, zooveel vrouwen als hij meent
+te kunnen onderhouden. En zoo gaat het leven dezer menschen, geslacht
+aan geslacht voort, terwijl hun aantal voortdurend vermindert, en
+met onvermijdelijke zekerheid de dag nadert, waarop zij geheel van
+de aarde zullen verdwenen zijn.
+
+
+
+III.
+
+
+Den volgenden morgen vertrokken wij van Huatinmio, na van onze
+vriendelijke gastheeren afscheid genomen te hebben, en vervolgden
+onzen weg. Allengs nam het woud een schilderachtiger karakter aan,
+en alleen de begeerte om zoo spoedig mogelijk buiten het bereik der
+Siriniris te komen, dreef ons zoo haastig voort, dat wij aan de schoone
+partijen, die ons omringden, niet de aandacht konden schenken, die
+zij zoo ruimschoots verdienden. Doch weldra scheen de vrees voor eene
+ontmoeting geen beletsel meer om het landschap rondom ons goed op te
+nemen; onze cascarilleros begonnen weder de bosschen te onderzoeken,
+of zij ook kinaboomen konden vinden: en hunne nasporingen waren niet
+altijd vruchteloos. Zoo ging het voort, dagen achtereen, altijd door
+de bosschen en wouden; des nachts ons kamp opslaande op een open plek
+of aan den oever der rivier, en des daags onzen tocht vervolgende,
+die niets bijzonders opleverde.
+
+Op zekeren dag opende zich eensklaps voor ons oog een wijde, dorre
+vlakte, schitterende in de zonnestralen, en aan den gezichteinder
+begrensd door het woud, waarboven zich de toppen van twee, geheel met
+bosch bedekte heuvelen verhieven. Juist toen wij uit de schaduw te
+voorschijn kwamen, en ons gereed maakten om de vlakte over te steken,
+bespeurden wij een troep inboorlingen, mannen, vrouwen en kinderen,
+die naar ons toe kwamen. Deze ontmoeting was ons hoogst onaangenaam,
+en wij peinsden op een middel om die nog te vermijden. Dit was alleen
+mogelijk door zoo spoedig doenlijk in het woud terug te keeren, en eene
+andere richting te volgen. Wij deden dit ook dadelijk: maar helaas,
+het was reeds te laat! Plotseling verhief zich een oorverdoovend
+geschreeuw, dat duidelijk genoeg bewees, dat de wilden ons gezien
+hadden, en het niet meer mogelijk zou zijn, de gevreesde ontmoeting
+te vermijden. Wij bleven dus waar wij waren, en wachtten de nadering
+dezer onbekenden af. Wij behoefden niet lang te wachten. Zoodra zij
+ons in het bosch hadden zien terugtrekken, hadden zij het op een loopen
+gezet, en weldra was de geheele bende bij ons. In een oogenblik waren
+wij nu omringd en ingesloten, en begonnen de Chunchos ons met luid
+geschreeuw en allerlei wilde gebaren te omhelzen en aan hunne borst te
+drukken. Niet dan met eenige moeite konden wij er in slagen, ons aan
+deze onstuimige liefkozingen te onttrekken, en de wilden een weinig
+van het lijf te houden, zoodat wij ons althans vrij bewegen konden.
+
+Wij maakten daarvan gebruik om het bosch te verlaten en naar de vlakte
+te gaan, waar wij onze bezoekers beter in het oog konden houden, en zoo
+noodig alle vijandelijkheden dadelijk konden keeren; maar onze vrees
+bleek weldra ongegrond. Zoodra zij zagen, dat hunne wijze van handelen
+ons niet beviel, veranderden zij van houding, en maakte de vrijpostige
+familiariteit van zooeven plaats voor aanhalige nederigheid. Toch was
+het ons duidelijk, dat zij van begeerte brandden om de fraaie messen
+te bezitten, die in onze gordels staken; zij konden er de oogen niet
+afwenden, en wezen er naar, terwijl zij met de lippen smakten als
+kinderen, die een of andere lekkernij zien. Wij hielden ons evenwel
+of wij die wenken niet begrepen en zwegen stil.
+
+Door onze onbekende bezoekers begeleid, trokken wij tot midden in de
+vlakte voort. Wij wilden niet doorgaan naar het bosch, waar zij ons
+ongetwijfeld zouden volgen, maar hielden halt, in de hoop, dat de
+zeer koele ontvangst hen weldra zou bewegen, ons te verlaten. Wij
+zetten ons neder op de rotsblokken, die zich hier en daar uit het
+zand verhieven; terwijl de Chunchos zich in verschillende houdingen
+op den grond zetten; zij wenden hunne blikken niet van ons af, en
+begonnen tevens met elkander een druk gesprek, dat op zoo gedempten
+toon gevoerd werd, dat wij er geen woord van konden verstaan. Dit
+onderhoud, dat natuurlijk in de eerste plaats over onze personen en
+onze messen liep, had reeds ongeveer een half uur geduurd, toen ik,
+vreezende dat er geen eind aan komen zou, onze tolken verzocht, aan
+de wilden te zeggen, dat zij ons verveelden, en dat zij, in plaats
+van ons te blijven aankijken, beter zouden doen met heen te gaan en
+zich niet verder met ons te bemoeien. Ik weet niet of de tolken mijne
+woorden trouw overbrachten; maar wel verre dat de Chunchos den gegeven
+raad zouden volgen, begon er nu een levendig gesprek tusschen hen en
+onze woordvoerders. Weldra vernamen wij wat er gaande was.
+
+Ziende, dat wij volstrekt niet gezind waren; hen gratis van bijlen
+en messen te voorzien, en van hun kant niets bezittende om ons aan
+te bieden, waren deze Siriniris op de gedachte gekomen, de begeerde
+voorwerpen in te ruilen tegen levensmiddelen, die zij ergens in het
+woud verborgen hadden. Hun voorraad bestond in een halven gerookten
+pecari; eene zekere hoeveelheid bananen, zoete aardakers en eenige
+andere vruchten; en onze tolken hadden het der moeite waard geacht,
+daarover nader in onderhandeling te treden, want onze eigene voorraad
+was bijna verteerd. De Chunchos hielden echter hunne waren op prijs:
+voor den halven pecari vroegen zij een bijl, voor de bananen en
+andere vruchten zes groote messen. De prijs was buitensporig; maar
+het vooruitzicht van een goeden maaltijd te kunnen doen, was zoo
+uitlokkend, dat de koop weldra gesloten werd. Doch, wenschende zoo
+spoedig mogelijk van hen verlost te worden, drongen wij er op aan,
+dat de zaak onmiddellijk zou worden ten einde gebracht. De Siriniris
+stonden een oogenblik in beraad; toen verwijderden zich twee hunner
+en begaven zich, van hunne vrouwen vergezeld, met snelle schreden
+naar het bosch.
+
+Reeds waren sedert hun vertrek eenige minuten verloopen, toen ik,
+werktuigelijk het hoofd omwendende, zag, hoe deze afgevaardigden al
+langzamer en langzamer begonnen te loopen, en eindelijk aan den rand
+van het bosch gekomen, in plaats van daarin te gaan, onder een boom
+gingen zitten, en uit de verte naar ons bleven kijken. Dit scheen mij
+minstens zonderling; ik maakte daar den kolonel opmerkzaam op, die
+zich weldra overtuigde, dat mijne oogen mij niet misleidden. Zoodra
+zij bemerkten, dat wij hen ontdekt hadden, stonden zij allen op en
+verdwenen in het woud.
+
+Toen, na verloop van een uur, de uitgezondenen nog niet waren
+teruggekeerd, liet ik aan de Siriniris zeggen, dat, daar de
+levensmiddelen niet kwamen, wij den koop als nietig beschouwden,
+en onze tocht zouden vervolgen. Deze mededeeling scheen hen niet te
+bevallen; door zeer duidelijke uitroepen en gebaren gaven zij aan hunne
+ontevredenheid lucht. Ik stoorde mij daaraan niet, maar gaf het sein
+tot vertrekken. Toen onze dragers zich daartoe gereed maakten, gingen
+sommigen dezer wilden zoover, dat zij hen omringden en aangrepen, en
+aanstalten schenen te maken om hen van hunne kleederen te berooven. De
+verschrikte Quechuas begonnen als kinderen te schreeuwen, waardoor
+de vroolijkheid der plunderaars niet weinig werd opgewekt. Reeds
+had een hunner de montera van een onzer lieden weggekaapt en die
+opgezet, en maakte hij zich gereed daarmede weg te loopen, toen wij
+tusschenbeiden kwamen om aan dit tooneel, dat ernstige gevolgen kon
+hebben, een einde te maken. Het gelukte ons, met groote woorden en
+dreigementen, de Siriniris in bedwang te houden, waarop wij onze
+schreden naar het bosch richtten.
+
+De Indianen, bevreesd voor onze geweren, durfden ons niet volgen;
+maar nauwelijks waren wij het bosch ingegaan, of eensklaps drong
+ons een luid en langgerekt geschreeuw in de ooren, dat wij voor een
+signaal der wilden hielden. Daardoor verschrikt, en niet wetende, welk
+gevaar ons bedreigen kon, zetten wij het op een loopen, vooral toen,
+eenige minuten later, hetzelfde geschreeuw zich nog eens liet hooren,
+maar nu, zoo het scheen, meer in onze nabijheid. Wij renden nu zoo
+hard mogelijk voort, dwars door kreupelhout en struikgewas, tot wij
+bijkans buiten adem waren, en ons mochten vleien, dat de vijand,
+indien hij ons al vervolgde, zeker wel ons spoor zou verloren hebben.
+
+Intusschen had deze overhaaste vlucht ons eenigszins van den weg
+doen afdwalen: in plaats van, zooals tot dusver, eene zuidelijke
+richting te volgen, waren wij westwaarts afgeslagen. Na raadpleging
+met onze Bolivianen, besloten wij, nog een paar dagen in westelijke
+richting voort te gaan, en ons dan weder naar het zuiden te wenden. Wij
+zouden op die wijze nader bij de Cordilleras komen, maar ons tevens
+verwijderen van de Siriniris, wier gedurige verschijning ons hoogst
+onaangenaam was en bovendien onze cascarilleros telkens in hunne
+onderzoekingen stoorde.
+
+Nadat wij een paar uren in westelijke richting waren voortgegaan,
+merkten wij een verandering in het woud op. De boomen schenen zich
+gaandeweg te ontdoen van het net van slingerplanten en lianen, die
+hen tot dusverre hield omwoeld; hier en daar vertoonden zich open
+plekken, waar zich bevallige palmen verhieven. Tegelijk werd de vlakke
+grond telkens hobbeliger en het gaan bezwaarlijker. De majordomo der
+cascarilleros, wien ik naar de reden van deze veranderingen vroeg,
+antwoorde mij, dat het gewijzigd karakter der vegetatie een gevolg
+was van de nabijheid der Cordilleras; en dat wat het hobbelige en
+ongelijke van den grond aanging, dit te wijten was aan eene of andere
+rivier, die wij weldra zouden bereiken.
+
+Weldra bewees de uitkomst dat hij gelijk had. Hijgend van vermoeienis
+en erg gehavend door de doornen, die het laatste gedeelte van ons
+pad hadden versperd, bereikten wij den oever van de rivier Ayapata,
+die wij moesten overtrekken, Maar, aangezien wij noch een pont,
+noch een vlot, zelfs geen boomstam hadden, om den overtocht te
+doen, was het zaak, vooraf zoo nauwkeurig mogelijk de gesteldheid
+der rivier te onderzoeken. De Ayapata, hier ongeveer honderd ellen
+breed, stroomde voort tusschen vlakke oevers, ter wederzijde geheel
+met zware boomen bedekt, die door een net van lianen aan elkander
+waren verbonden. De verschillende kleurschakeeringen in de tamelijk
+snelvlietende wateren bewezen dat de diepte zeer verschillend was,
+en dus ook dat er op sommige plaatsen meer of minder geschikte voorden
+moesten zijn. Twee rijen rotsen, op eenige ellen afstands van elkander,
+veroorzaakten eene branding, sterk genoeg om eene gewone boot te
+verbrijzelen. Na zorgvuldige waarneming van alle deze teekenen,
+kozen wij voor den overtocht eene plaats, die door een witachtige
+streep op de oppervlakte der rivier werd aangewezen, en waar, naar
+de schatting der Bolivianen, de diepte niet meer dan tusschen de
+vier of zes voet moest bedragen. Wij grepen elkander bij de hand,
+en daalden in de Ayapata af. In het midden der rivier gekomen, hadden
+wij al onze krachten noodig om ons te verdedigen tegen den stroom, die
+ons optilde, omver wierp en ons ongetwijfeld zou hebben medegevoerd,
+indien wij niet de voorzorg hadden gebruikt van elkander vast te
+houden en zoo een soort van keten te vormen. Toch kwamen de meesten
+er niet zonder eene onderdompeling af.
+
+Druipnat kwamen wij op den anderen oever, waar ons eerste werk was
+een plekje op te zoeken, waar de Siriniris ons niet konden ontdekken,
+ingeval zij bij toeval aan den anderen oever kwamen; en vervolgens,
+nadat wij zulk een plekje gevonden hadden, onze kleederen uit te
+trekken om die in de zon te drogen. Na een oponthoud van een paar
+uur, maakte wij ons gereed, onzen tocht te hervatten. Eerst waren wij
+voornemens, den zandigen oever der rivier te volgen, maar de vrees dat
+de Siriniris ons zouden zien, bracht ons van dit denkbeeld terug. Wij
+gingen dus het bosch in, ver genoeg om niet van de overzijde gezien
+te kunnen worden, en toch dicht genoeg bij de rivier om haar niet
+uit het oog te verliezen. Intusschen ontdekken wij, noch aan dezen,
+noch aan den tegenover liggenden oever, een enkel spoor, waaruit de
+nabijheid der wilden viel af te leiden. Na verloop van eenigen tijd
+werd de weg zoo steil en zoo moeilijk, dat wij genoodzaakt waren,
+in zuidwestelijke richting af te wijken, zoodat wij de rivier uit
+het oog verloren. Daarentegen hadden wij nu, aan onze linkerhand,
+een dier barrancas of steile kloven, die hier zoo menigvuldig zijn,
+en die wij besloten tot het einde te volgen.
+
+Aanvankelijk moesten wij, niet zonder moeite en gevaar, voortklauteren
+over opeengestapelde rotsblokken, die een soort van amphitheater
+vormden. Toen werd het beter: de rots was nu, bij wijze van een
+natuurlijke trap, in dunne lagen verdeeld, zoodat wij zonder veel
+inspanning naar boven konden komen. Deze geheele rotshelling was
+bovendien met de fraaiste en zeldzaamste planten en bloemen bedekt,
+die aan het geheele dal een allerschilderachtigst voorkomen gaven. Toen
+wij, na een half uur klimmens, den top der rots hadden bereikt, strekte
+zich voor onze blikken een dier onmetelijke panorama's uit, waarbij
+de details zich in de massa verliezen, en die eene eigenaardige kalmte
+en rust ademen, welke zich als van zelve aan den beschouwer mededeelt.
+
+Van het noorden naar het oosten was het ééne onafzienbare zee van
+groen, wier dicht opeengedrongen golven tot den horizon reikten, waar
+zij zich in een lichtenden nevel verloren. Hier en daar verhief zich
+uit deze bewegelijke oppervlakte een heuvel, een spits, een bergkegel,
+als het ware een baken te midden dezer grenzenloosheid. Enkele
+zilveren strepen, nu eens verdwijnende in het dichte groen, dan van
+verre zichtbaar, teekenden den loop der rivieren, die haar wateren
+in de Madre-de-Dios of de Inambari uitstorten. Een wolkelooze,
+donkerblauwe hemel welfde zich over dit wijde landschap.
+
+Als ge u omkeerd, ziet ge voor u, van het westen naar het zuiden,
+een verwarde en outzaggelijke mengeling van punten, naalden, spitsen,
+bergkammen, regelmatige of zonderling afgebroken kegels, van toppen en
+kruinen, allen behoorende tot de bergketenen, die, van de hoofdketen
+der Andes uitgaande, met, steile hellingen naar de vlakte afdalen. Deze
+geheele ontzagwekkende berggroep, die bij morgen- of avondverlichting
+ongetwijfeld een prachtig effect moet maken, vertoonde nu, onder de
+loodrechte stralen der middagzon, niet veelmeer dan ééne saamgepakte
+levenlooze massa. Hier en daar dreven langs de lagere hellingen lichte
+wolken en nevels, opstijgende uit de rivieren, die zich tusschen deze
+bergen een weg baanden.
+
+Maar wat nog meer dan dit onmetelijk vergezicht onze aandacht trok, was
+de rivier de Ayapata zelve, die ver beneden ons haar loop vervolgde,
+doch nu niet meer vrijelijk tusschen vlakke oevers, door maagdelijke
+wouden omzoomd, zooals op het punt waar wij haar hadden doorwaad,
+maar nu gevangen en ingesloten tusschen de loodrechte rotswanden,
+op welker top wij stonden. Als wij tot den rand der rots voortgingen,
+konden wij, ons voorover buigende en ons vasthoudende aan de planten,
+die hare wortels in den steen geslagen hadden, in de diepe kloof
+afzien, waarin onze rivier gevangen was.
+
+Deze eenigszins bochtige kloof had eene lengte van honderdvijftig el;
+de breedte bedroeg nog geen derde van die der Ayapata. De rivier, in
+haar loop nog versneld door de helling van den bodem, stortte zich
+met donderend geweld in de bergengte; spatte haar vlokkig schuim
+tegen en over enkele rotsen, die hier en daar boven de kokende
+wateren uitstaken; weerspiegelde in haar oppervlakte de donkere
+tinten der sombere rotswanden, die aan alle zijden loodrecht oprezen;
+en ontsnapte dan uit haar kerker, terwijl zij hare woelende wateren
+in een aantal takken en armen verdeelde.
+
+Na een poos dit schouwspel te hebben aangestaard, maakten wij ons
+gereed weder af te dalen. Ongelukkig was, aan deze zijde, geen spoor
+te ontdekken van de natuurlijke trap, die ons bij het opklimmen van
+zooveel dienst was geweest. De helling was hier bovendien zoo steil,
+dat aan geen afdalen te denken viel, en wij genoodzaakt waren een
+langen omweg te maken, en, op de manier der kreeften, met allerlei
+bochten en slingeringen onzen weg te vervolgen. Wij kwamen zonder
+ongeval beneden, en gingen het woud weder in, zoodat wij de rivier
+uit het oog verloren.
+
+In den namiddag hadden wij een dier lomas of boschrijke heuvels
+bereikt, die aan deze streek eigen zijn en als vooruitgeschoven posten
+van de Cordilleras kunnen worden beschouwd. Wij bestegen den heuvel,
+die geheel met dicht struikgewas was bezet, waardoor wij ons met
+onze bijlen en messen een weg moesten banen, en waren weldra op den
+top, waar wij gemakkelijker konden voortgaan. Ik hield mij bezig met
+de beschouwing van sommige merkwaardige bloemen, toen ik plotseling
+eenige onderdrukte kreten vernam. Aanstonds herhaalde ik de stem onzer
+dragers, en nieuwsgierig om te weten wat er gaande was, liep ik naar
+hen toe. Toen ik bij hen kwam, schreeuwden zij niet meer, maar waren
+zij nog geheel ontroerd door hetgeen zij gezien hadden. Een onzer had
+namelijk den kamp gewaagd met een der bewoners van deze wildernis;
+en allen, die getuigen van dezen strijd waren geweest, brandden van
+begeerte om mij het voorgevallene te vertellen.
+
+Een der Quechuas, die vooruit ging, had eensklaps in het bosch iets
+vreemds gezien, en was stil blijven staan om dat onbekende voorwerp
+meer van nabij op te nemen. Hij hield het eerst voor een kabeltouw;
+maar Pepe Garcia, naderbij komende, zag dadelijk dat dit gewaande
+touw niet anders was dan een groote boa-constrictor, die, saamgerold,
+rustig lag te slapen. De Indiaan en zijne kameraden waren van meening,
+dat men het dier stil moest laten liggen, daar zij blijkbaar geen lust
+hadden, nader met de slang kennis te maken. Maar Pepe Garcia had daarop
+geantwoord, dat het vleesch van de slang zeergoed was om te eten,
+en dat hij van de huid scheden voor messen kon maken. Tegelijkertijd
+had hij met beide handen een stevigen palmhouten boog gegrepen,
+dien hij bij wijze van wandelstok gebruikte, en dat wapen, als een
+knots, opheffende, had hij daarmede een geweldige slag aan de slang
+toegebracht, die zich eensklaps had ontrold. Op het gezicht van het
+gevreesde dier, dat vergeefs poogde zich op zijn gebroken ruggegraat
+op te heffen en zijn bek dreigend tegen zijn aanvaller opensperde,
+hadden de verschrikte dragers zich haastig uit de voeten gemaakt. Ik
+had hun geschreeuw gehoord. De moedigsten waren op eenigen afstand
+blijven staan, hadden zich achter de boomen verborgen, en vandaar den
+verderen loop van het gevecht gadegeslagen. Pepe Garcia, zonder zich
+door de machtelooze woede der slang van zijn stuk te laten brengen,
+had met groote kracht en behendigheid zijn knots blijven gebruiken,
+en was dan ook als overwinnaar uit de strijd gekomen. De slang lag
+roerloos op den grond uitgestrekt. Ik trad naderbij, en zag dat
+de slang tot een bijzondere soort van python behoorde, die in deze
+streken veel voorkomt, en effen bruin van kleur is. Het dier was ruim
+negentien voet lang, en had in het midden een omvang van veertien
+duim. In onze omstandigheden was deze vondst een groot geluk: het
+vleesch van de boa verschafte ons dien avond een zoo smakelijk en
+zoo overvloedig souper, als wij in langen tijd niet hadden gebruikt.
+
+
+
+IV.
+
+
+Den volgenden morgen hervatten wij onzen tocht, door een prachtig
+landschap, waar het anders zoo dichte, bijkans ondoordringbare woud
+schier de gedaante aannam van een park met schilderachtige, verspreide
+boomgroepen. Na een marsch van eenige uren bereikten wij een open
+plek, waar onze aandacht getrokken werd door steenhoopen, in halven
+cirkel of rechte lijn nevens elkander geplaatst. Onze cascarilleros
+stonden in twijfel, of hier aan de arbeid van menschenhanden dan
+wel aan de werking van het water der rivier moest worden gedacht:
+en wij waren juist bezig hierover te praten, toen ons eensklaps uit
+het bosch een geweldig geschreeuw tegenklonk, dat ons eene huivering
+door de leden joeg. Wij keerden ons allen te gelijk om naar den kant,
+vanwaar dat geluid kwam, en zagen, op nauwelijks twintig schreden
+afstands van ons, een troep Chunchos, met den boog in de hand en de
+kroon van vederen op het hoofd.
+
+De Indianen hervatten nu hun geschreeuw, en begonnen tegelijk te
+springen en allerlei gebaren te maken, maar niemand kwam naar ons toe:
+zij bleven springen en hunne armen en beenen bewegen, doch zonder
+te naderen. Wij begrepen de reden hunner terughouding, toen wij een
+hunner het woord _tasa-tasa_ hoorden uitspreken, terwijl hij op onze
+geweren wees. In dien man herkende ik dadelijk, aan zijn eigenaardig
+hoofdtooisel, een der Siriniris, wier ontmoeting ons bewogen had,
+de rivier Ayapata over te trekken. De Indiaan had ons dus gevolgd,
+zonder dat wij daar iets van hadden gemerkt, en hij was het, die ons
+nu deze nieuwe bezoekers op het lijf stuurde.
+
+Toen de Chuncho bemerkte dat wij hem herkend hadden: trad hij eenige
+schreden vooruit, en zijne armen uitbreidende, alsof hij ons wilde
+omhelzen, riep hij ons toe: _Amico Dunkinpuna huayri_. Volgens Pepe
+Garcia wilde hij daarmede zeggen, dat hij onze vriend was, en dat wij
+te doen hadden met een opperhoofd (_huaijri_), Dunkinpuna genaamd. Wij
+beantwoordden deze mededeeling met de verzekering, dat hij zonder
+vrees naderbij kon komen. De Siriniri liet zich dit geen tweemaal
+zeggen: hij liep naar ons toe en sloot ons in zijne armen, daarbij
+tevens, met eene komische mengeling van angst en nieuwsgierigheid,
+onze geweren aanrakende. Door ons vriendelijk onthaal gerustgesteld,
+begon hij nu met zijne handen over onze kleederen en straks ook langs
+ons gelaat te strijken. Deze bijzondere gemeenzaamheid, die wij kalm
+afweerden, gaf nu ook aan de anderen moed, naderbij te komen en ons
+ook een weinig te betasten. Wij lieten hen eenige oogenblikken begaan;
+toen, oordeelende dat het nu genoeg was, maakten wij eene beweging
+met de geweren, die hen dadelijk op een eerbiedigen afstand deed
+terugwijken. Daar hielden zij stil, zetten zich gedeeltelijk op den
+grond neder, en bleven ons onafgebroken aanstaren.
+
+Nog meer dan hunne plotselinge verschijning, verwonderde mij hun
+bescheiden zwijgen over onze messen en bijlen. Hield de vrees voor onze
+geweren hun den mond gesloten? of wisten zij door hun gids, dat wij
+de messen en bijlen niet voor niet gaven, maar slechts tegen andere
+voorwerpen inruilden? Daar zij nu niets hadden om ons aan te bieden,
+hielden zij zich maar stil, wetende dat zij toch niets krijgen zouden.
+
+Na verloop van een half uur, oordeelde ik dat het nu tijd was,
+afscheid van onze nieuwe bekenden te nemen. Ik stond juist op het
+punt aan onze dragers te gelasten, den tocht te hervatten, toen Pepe
+Garcia, die zich onder de Chunchos begeven had en met hen praatte,
+op den inval kwam om hun te vragen, van waar die steenhoopen afkomstig
+waren, die wij in den omtrek hadden opgemerkt. In het eerst scheen hun
+de vraag bespottelijk en antwoordden zij alleen met een luid gelach;
+maar eindelijk deelden zij onzen tolk mede, dat die steenhoopen in
+vroeger tijd waren opgeworpen door menschen van onzen eigen stam en
+kleur; met het doel om goud op te zamelen, dat door de rivier, welke
+toen langs die plaats haar weg nam, werd medegevoerd. Deze rivier
+had zich sedert teruggetrokken, wilden wij haar zien, dan moesten
+wij links afslaan.
+
+De rivier, waarvan deze Siriniris spraken, moest de San-Gaban zijn,
+in de zeventiende eeuw beroemd vanwege de goudwasscherijen, aan hare
+oevers gevestigd. Ik besloot zoo mogelijk, eenige nadere inlichtingen
+in te winnen, en verzocht den tolk aan de Indianen eenige vragen
+te doen, die ik hem zou opgeven, met de belofte dat zoo zij die
+behoorlijk beantwoordden, zij eenige messen ten geschenke zouden
+ontvangen. Aanstonds hield hunne luidruchtigheid op, en luisterden
+zij met ingespannen aandacht naar hetgeen hun zou worden gevraagd.
+
+Ik liet hun daarop door Pepe Garcia vragen of zij hunne vaders of
+grootvaders nooit hadden hooren spreken van eene stad, in vroeger
+tijd door de Spanjaarden hier in den omtrek gebouwd, en die door de
+Caranga- en Suchimani-Indianen van de rivier Inambari was verbrand
+geworden. Deze vraag bracht eene geweldige opschudding onder de
+Chunchos te weeg: zij riepen en schreeuwden, en wilden allen te
+gelijk antwoorden. Ik verstond niets dan de woorden _sacapa huyaris
+Jpanos_, die met groote levendigheid en drift werden uitgesproken; maar
+toch begreep ik, dat de geschiedenis van San-Graban en de spaansche
+avonturiers, als overlevering bij deze stammen bekend was. Verder
+bleek dat de Carangas en de Suchimanis sedert langen tijd deze streek
+verlaten hadden; en dat de plaats, waar de oude stad gestaan had,
+niet meer dan een dagreis verwijderd was.
+
+De verzoeking om deze eenmaal zoo beroemde plek te gaan zien,
+was mij te sterk; ook de kolonel en de Bolivianen namen met deze
+geringe afwijking van onzen weg genoegen. Terwijl wij nog daarover
+beraadslaagden, lieten de Siriniris ons door Pepe Garcia vragen,
+of wij de bedoelde plaats, die zij Sacapa noemden, wilden bezoeken;
+en op mijn bevestigend antwoord, bood Dunkinpuna, die de aanvoerder
+scheen te zijn, aan, ons derwaarts te geleiden, tot belooning een bijl
+vragende. Aanstonds wilde de gansche troep medegaan, waar ik volstrekt
+geen zin in had. Na lange onderhandelingen, kwam men eindelijk overeen,
+dat drie van de oudsten met den chef Dunkinpuna mede zouden gaan; deze
+gidsen zouden ieder een bijl krijgen, en, na volbrachten tocht, voor
+de anderen, die achterbleven, een zeker aantal messen, vischhaken,
+belletjes en andere snuisterijen, medebrengen. De achterblijvende
+mannen keerden daarop naar de vrouwen en kinderen terug, die op eenigen
+afstand waren gebleven. Vergezeld van onze vier gidsen trokken wij
+het woud in, dat allengs dichter en dichter werd, en ons noodzaakte,
+met bijlen en messen een doortocht te banen, tot groote verwondering
+der wilden, die de lianen en struiken eenvoudig op zij schuiven.
+
+Het begon duister te worden, en wij moesten eene geschikte plaats
+opzoeken om in het woud te overnachten. Vooraf wilden wij echter
+gaarne onzen honger stillen: maar de voorraad ontbrak. Op mijn last
+wonnen onze beide tolken den raad in der Chunchos, die, gewoon in deze
+bosschen te leven, beter dan wij bekend moesten zijn met de middelen
+om ons een avondmaal te bezorgen. Zij waren aanstonds bereid, ons te
+helpen, en gingen met onze beide tolken het bosch in; terwijl onze
+dragers inmiddels hout bijeen zochten en een vuur aanmaakten. Weldra
+vielen vijf geweerschoten, en kort daarop keerden onze lieden terug
+met wildbraad en vruchten in overvloed. Het wildbraad bestond in een
+afschuwelijk leelijken brulaap, drie hoccos en vijf patrijzen. De
+maaltijd smaakte ons heerlijk, en wel verkwikt begaven wij ons ter
+rust. Onze gidsen, die het vuur zouden aanhouden, sliepen echter niet,
+maar bleven den geheelen nacht door babbelen.
+
+Den volgenden morgen zetten wij onzen marsch voort, en bereikten
+omstreeks den middag een plek, waar de boomen zeer ver uit elkander
+stonden en een soort van open vlakte lieten, van ongeveer twee
+kilometer in omtrek, waarachter weder het dichte woud begon. De met
+gras begroeide grond was zeer ongelijk, vol kloven en gaten en diepten,
+overal omgewoeld als ten gevolge eener vulkanische werking. Deze
+eigenaardigheid viel te meer in het oog, omdat wij sedert den vorigen
+dag bijna over een geheel effen bodem waren voortgetrokken.
+
+De wilden hadden zich onmiddellijk en zonder zich verder om ons te
+bekommeren, op den grond neder gezet. Ik dacht eerst, dat zij wat
+verlangden te rusten, maar vernam weldra, dat wij te San-Gaban waren,
+en dat zij afwachtten of wij nog verder wilden gaan. Deze mededeeling
+verbaasde mij zoozeer, dat ik de gidsen op nieuw door Pepe Garcia
+liet ondervragen, waarop zij nogmaals verzekerden dat wij ons op de
+eigen plek bevonden, waar San-Gaban gestaan had. Nu was geen twijfel
+langer mogelijk; werktuigelijk zag ik in het rond, of ik niet een of
+ander overblijfsel van menschelijken arbeid vinden kon; ik zag niets
+dan gras, mos, struiken en groote boomen. Toch was deze eenzaamheid
+eenmaal getuige geweest van een koortsachtig overspannen leven.
+
+Het was omstreeks het jaar 1550. De valleien van Caravaya, destijds
+door de stammen Suchimani en Caranga bewoond, waren door spaansche
+deserteurs ontdekt geworden, die, zoodra zij zich vergewist hadden,
+dat hier goud in overvloed voorhanden was, de Indianen verdreven,
+zich hier vestigden, en de toevallig gevonden schatten gingen
+exploiteeren. Intusschen verspreidde zich spoedig het gerucht dezer
+ontdekking. Don Antonio de Mendoza, onderkoning van Peru, ook zijn
+aandeel in de winst begeerende, had eene kolonie Spanjaarden, soldaten
+en commissarissen, ingenieurs en metselaars, daarheen gezonden, en
+in de nieuw ontdekte streek de dorpen Ollachea, San-Gaban, Aporoma,
+Sandia, San-Juan-del-Oro, Inambari en Pari, doen bouwen. De vereenigde
+mijnwerkers van San-Gaban en San-Juan-del-Oro zonden aan Karel V een
+klomp goud ten geschenke van tweehonderd achttien pond; de keizer had,
+tot belooning, aan de beide vlekken den titel van keizerlijke stad
+geschonken en al de inwoners in den adelstand verheven.
+
+De exploitatie der negentien valleien van oostelijk Caravaya werd
+gedurende ongeveer twee eeuwen voortgezet, en bracht den koningen
+van Spanje vele millioenen op. Na dien tijd werden de meeste werken
+verlaten; de vlekken ontvolkten zich; de mijnwerkers, nu pachters
+geworden, gingen op hunne nieuw ontgonnen plantages leven; toen, later
+nog, het echte spaansche ras was uitgestorven of zich naar elders had
+verstrooid, werd de landstreek ingenomen door eene gemengde bevolking,
+die er heden nog gevestigd is.
+
+In 1767 was de stad San-Gaban de eenige, die nog van hare vroegere
+mededingsters was overgebleven, en nu ook de algemeene verzamelplaats
+der schatten van Caravaya. Al het goud, hetzij erts, hetzij korrels,
+hetzij goudzand, dat ergens in het land werd gevonden, werd door
+Indianen of op muildieren naar San-Gaban gebracht, en in loodsen
+geborgen, vanwaar het eenmaal per jaar, na gesmolten en tot staven
+gevormd te zijn, naar Lima werd vervoerd, om vervolgens naar Spanje
+te worden overgebracht. In den nacht van 15 op 16 December dezes
+jaars 1767, werd de keizerlijke stad, die hoegenaamd geen gevaar
+vermoedde, door de Carangas en de Suchimanis overvallen, die haar
+in brand staken en al de inwoners vermoordden. Zoo werd door de
+afstammelingen der eerste bezitters van Caravaya, de overweldiging
+van voor twee eeuwen gewroken. Dit feit baarde destijds groot opzien,
+en was het onderwerp van alle gesprekken; maar het geslacht, dat van
+deze verwoesting getuige was geweest, werd door een ander vervangen,
+en de treurige geschiedenis van San-Gaban werd langzamerhand eene
+geheimzinnige legende. Zelfs als ge hier te midden van het woud staat,
+waar niets u van de tegenwoordigheid van menschen spreekt, zoudt ge
+bijkans aan de waarheid der historie gaan twijfelen.
+
+Ik liet aan onze gidsen vier bijlen ter hand stellen, als loon voor
+hunne dienst; en toen ik zag, dat zij daarmede zeer in hun schik waren,
+liet ik hun verzoeken zich ook met de zorg voor ons ontbijt te willen
+belasten, gelijk zij den vorigen avond zoogoed voor ons souper hadden
+gezorgd. Zij toonden zich daartoe bereid, en verdwenen weldra in het
+bosch; de kolonel en de beide tolken togen mede, op hunne eigene
+gelegenheid, ter jacht. Al spoedig keerden deze laatsten terug,
+met geen anderen buit dan een eekhoorn en een paar vogels, maar de
+Chunchos lieten zich te vergeefs wachten. Doch nauwelijks hadden wij
+ons schraal ontbijt verorberd, of een dier onbeschrijfelijke kreten,
+waarvan geen taal eenig denkbeeld geven kan, drong ons door merg en
+been. Opziende zagen wij een ganschen troep wilden, mannen, vrouwen
+en kinderen, die in draf naar ons toekwamen. Wij hadden ternauwernood
+den tijd, eenigszins van onze verbazing te bekomen, toen wij reeds
+aan alle kanten omsingeld waren, en onder luid geschreeuw en geschater
+werden omhelsd, geschud, en op allerlei manieren geliefkoosd.
+
+Te vergeefs poogde ik onder de wilden onze gidsen van zooeven te
+herkennen; ik hoorde en zag niets, versuft door het oorverdoovend
+geschreeuw: _Siruta inta menea!_--geef mij een mes!--dat door het bosch
+weerklonk. Ieder onzer was door minstens een zestal Chunchos omringd,
+zonder de vrouwen en kinderen te rekenen, die even dapper meededen. Met
+groote moeite, en door met onze vuisten en onze geweren dapper om ons
+heen te slaan, gelukte het ons eindelijk een weinig ruimte te maken;
+de Chunchos vormden nu een kring om ons, terwijl anderen inmiddels
+pogingen aanwendden om zich van onze bagage meester te maken. Ziende
+wat er gaande was, haastten wij ons, onze dragers ter hulp te komen,
+die van schrik als verlamd waren. Van de daardoor ontstane verwarring
+maakten de Chunchos gebruik, om haastig alles weg te pakken wat zij
+grijpen konden, en daarmede in het bosch te verdwijnen.
+
+Na een weinig de orde hersteld te hebben, togen wij weder op weg,
+op eenigen afstand gevolgd door de wilden. Daar ik den schijn niet
+wilde aannemen, alsof wij voor den vijand vluchtten, beval ik halt
+te houden, en onze vervolgers af te wachten. Het duurde ook niet
+lang, of zij hadden ons op nieuw omsingeld. Onder luid geschreeuw
+wierpen de Indianen zich nu op onze bagage, als tijgers op hunne
+prooi. Onze dragers namen verschrikt de vlucht; de cascarilleros,
+aan dergelijke tooneelen niet gewoon, beefden over al hunne leden. In
+weinige oogenblikken waren wij bijna van alles beroofd wat wij hadden,
+waarna de Chunchos zich, lachende en juichende, verwijderden.
+
+Gelukkig waren er verder geen ongelukken gebeurd, en kwamen wij, het
+verlies onzer bagage daargelaten, verder met den schrik vrij. Wij
+besloten nu evenwel, onmiddellijk den terugtocht aan te nemen,
+hetgeen wij zooveel te gereeder doen konden, daar de nasporingen
+onzer Bolivianen althans een voldoenden uitslag hadden opgeleverd,
+en wij dus in zooverre het doel onzer reis hadden bereikt. Wij riepen
+dus onze dragers, die zich in de struiken hadden verscholen, terug,
+pakten het weinige, dat ons nog was overgebleven bijeen, en sloegen
+den weg in naar Marcapata.
+
+Wij liepen dien geheelen dag zoo snel wij konden, ten einde ons zoover
+mogelijk van den noodlottigen vijand te verwijderen. Tegen den avond
+bereikten wij een heuvel, waar wij besloten te overnachten. Met onze
+messen baanden wij ons een weg door de struiken en slingerplanten,
+waarmede de helling geheel bedekt was; en op den top gekomen,
+vonden wij een pleintje, met mos begroeid en door groote boomen
+omringd. Hier zetten wij ons neder; van avondeten kon geen spraak
+zijn; vuur aanmaken durfden wij niet, uit vrees dat wij daardoor onze
+schuilplaats aan de wilden zouden openbaren. Uitgeput van vermoeienis,
+vielen wij eindelijk in slaap.
+
+Tegen het krieken van den morgen werden wij eensklaps door het reeds
+zoo welbekende geschreeuw gewekt. Er viel niet aan te twijfelen:
+de wilden hadden ons wederom ingehaald. In een oogenblik waren zij
+bij ons, en begon hetzelfde tumult op nieuw. Onder de bende waren er
+ook, die aan de plundering van gisteren geen deel hadden genomen,
+en nu ook hun deel van den buit verlangden. Om hen tot bedaren te
+brengen, liet ik de valiezen openen, zoodat zij zelf konden zien,
+dat wij niets meer bezaten om hun te geven. Maar, in plaats van heen
+te gaan, hieven zij een nog luider geschreeuw aan; en een hunner,
+een athletisch gebouwde jonkman van twintig jaren, van het hoofd
+tot de voeten met roode en zwarte strepen beschilderd, wierp ons,
+met eene uitdrukking van toorn en verontwaardiging, een hoop versch
+afgesneden lianen voor de voeten. Dat waren de lianen, die wij den
+vorigen avond, bij het beklimmen van den heuvel, hadden afgesneden:
+de wilden wierpen ons die nu voor de voeten, om onze bewering te
+logenstraffen, dat wij geen messen meer hadden. Ik haastte mij,
+mijn kostbaar spaansch mes, dat in mijn gordel stak, te verbergen;
+nauwelijks had ik dit gedaan, of de Chunchos onderzochten ons den
+een na den ander, en ontnamen aan mijne reisgenooten de messen,
+die zij niet in veiligheid hadden kunnen brengen.
+
+Nu volgde een tooneel van uitgelaten dartelheid, waarvan wij
+de weerlooze slachtoffers waren. De Chunchos bespotten ons met
+woorden en gebaren, en begonnen eindelijk onze aangezichten, die hun
+waarschijnlijk te bleek voorkwam, met plantensap te verven. Nadat
+dit een poos geduurd had, en de wilden alles bijeen hadden geraapt
+wat nog vatbaar was om medegenomen te worden, verwijderden zij zich,
+lachende en met de hand afscheidsgroeten toewuivende.
+
+Wij bleven nog een poos roerloos zitten, niet anders denkende dan dat
+de dieven aanstonds weder terug zouden komen. Toen wij ons eindelijk
+overtuigd hadden dat zij voorgoed vertrokken waren, rezen wij op,
+daalden van den heuvel af, en gingen het bosch in. Weldra werd onze
+marsch een overhaaste vlucht: wij stormden voort, dwars door struiken,
+kreupelhout en lianen en doornen, zonder ons te bekommeren over
+onze gescheurde kleederen of opengereten handen en beenen. Eindelijk
+bereikten wij den oever van de Ayapata, waar wij, verscholen onder
+het dichte houtgewas, eenigen tijd rustten, en beraadslaagden wat
+ons verder te doen stond. Onzen honger stilden wij met eenige wilde
+vruchten, die de cascarilleros, op handen en voeten voortkruipende,
+gingen opzoeken. Na een uur gerust te hebben, vervolgden wij onzen
+tocht, altijd even hard loopende, en beurtelings den oever en het
+bosch volgende, om de wilden het spoor bijster te doen worden. In
+den namiddag vonden wij een grooten drijvenden boomstam, waarvan wij
+gebruik maakten om naar den linker oever van de Ayapata over te steken,
+waar wij dadelijk het woud ingingen. Wij moesten nu nog de rivier de
+Ollachea oversteken, om de vallei van Marcapata te bereiken, vanwaar
+wij uitgegaan waren.
+
+Nog twee dagen verliepen er, eer wij de rivier de Ollachea bereikten:
+twee dagen van bijna doodelijke vermoeienis en ontbering. Wij leefden
+van wilde vruchten en wortelen, die het woud opleverde, en konden
+niet dan met groote moeite voortgaan. Wij doorwaadden de Ollachea op
+de plaats, waar zij, in twee armen zich splitsende, eene bruikbare
+voorde heeft, en zetten onzen tocht voort naar de Camantis, waar wij
+na verloop van nogmaals twee dagen aankwamen. Daar mochten wij ons
+vleien veilig te zijn voor verdere ontmoetingen met de Chunchos, die
+ons als onze schaduw gevolgd waren; wij maakten dus een groot vuur
+aan, en deden ons te goed aan vruchten, benevens aan sprinkhanen en
+slakken, die wij lieten braden. Onze dragers wisten bovendien, met
+groote behendigheid, eenige palmboomen te beklimmen, en met behulp
+van mijn mes, het eenige dat ons nog overgebleven was, de zoogenaamde
+palmkool af te snijden, die eene ware lekkernij was.
+
+Den volgenden morgen hervatten wij met frisschen moed, onzen tocht. Bij
+het wederzien der bekende punten, was het ons of wij een nieuw leven
+tegemoet gingen. Hoe ook vermoeid en uitgehongerd, trokken wij
+opgewekt en blijmoedig voort, zeker, dat wij nu den eindpaal van
+ons lijden naderden. Weldra bereikten wij Maniri, en dan, na een
+geforceerden marsch, Sausipata, waar wij ons te goed deden aan de
+onrijpe vruchten in den tuin van den gobernador van Marcapata, den oom
+van Aragon. Zoo ging de tocht nu rustiger en met minder overhaasting
+voort, van station tot station, tot wij eindelijk, op zekeren namiddag
+Marcapata in het gezicht kregen, waar men bereids van onze nadering
+onderricht was. Nauwelijks hadden wij het vlek betreden, of de pastoor
+en de gobernador kwamen ons te gemoet om ons te begroeten. Toen zij
+ons zagen, konden zij een uitroep van verbazing en medelijden niet
+bedwingen: in plaats toch van de vroolijke, hoopvolle reizigers, die,
+met blijden moed, nu twee maanden geleden, afscheid van hen genomen
+hadden, vonden zij uitgeputte, uitgehongerde wezens, in lompen gehuld,
+door de zon verbrand en door de venijnige insecten en de scherpe
+doornen onbarmhartig toegetakeld. "Ach, mijn zoon, zeide de waardige
+geestelijke tot mij, terwijl hij mij bij het afstijgen hielp; dat
+komt er van, wanneer men in het land der ongeloovigen cascarillas
+gaat zoeken."
+
+Wij begaven ons nu naar de pastorie, waar wij twee dagen vertoefden. Na
+met onze tolken en dragers afgerekend te hebben, namen wij afscheid
+van den braven pastoor, en vervolgden onze reis naar Cuzco, waar ik
+aan Juan Sanz de Santo-Domingo een uitvoerig verslag van het resultaat
+onzer expeditie ter hand stelde. Acht dagen later had ik mij weder op
+reis begeven, en stond ik aan den oever van het heilige meer Titicaca.
+
+
+
+
+GAËTA.
+
+
+Aan de schilderachtig schoone kust van zuidelijk Italië ligt, op
+een der fraaiste punten, de stad Gaëta, in de historie en de legende
+schier evenzeer beroemd. Zij behoort tot de oudste steden van Italië,
+en voert haar stichting hooger op dan die van Rome. Volgens de door
+Virgilius in zijn heldendicht overgenomen legende, ontleent zij haar
+naam van Cajeta, de voedster van Aeneas, den trojaanschen held, den
+mythischen stamvader des romeinschen volks. Maar nog meer dan aan dezen
+legendarischen oorsprong, dankt de sterke vesting haar roem aan de
+belangrijke rol, die zij eeuwen en eeuwen achtereen in de geschiedenis
+der italiaansche oorlogen en omwentelingen heeft gespeeld. Wat al
+vijanden heeft zij voor hare geduchte wallen gezien; wat al stormen
+heeft zij afgeslagen; hoe menigmalen heeft het vuur des vijands hare
+muren geteisterd! Het ligt natuurlijk niet in onze bedoeling, de lange
+krijgsgeschiedenis van Gaëta te verhalen: slechts met een enkel woord
+wenschen wij te herinneren aan twee gebeurtenissen uit onzen tijd, die
+aan de aloude rotsvesting eene nieuwe beroemdheid hebben geschonken.
+
+Toen in November 1848, na den moord van graaf Rossi, de omwenteling
+met onbedwingbare woede in Rome uitbrak en de paus zelf in zijn
+paleis niet meer veilig was, werd het noodig, een middel te bedenken
+om den heiligen vader aan de moordzucht van het opgeruide gemeen te
+onttrekken. De beiersche gezant, graaf Spauer, bood daartoe zijne
+medewerking aan. In vrouwenkleederen vermomd, verliet paus Pius, den
+25sten November, in het rijtuig van den gezant, en in gezelschap van
+diens echtgenoote, de tot een moordenaarshol geworden stad. De kleine
+stoet sloeg den weg in naar het zuiden, naar Gaëta; waar de paus, in
+de staten van den koning van Napels, een veilig toevluchtsoord vond,
+terwijl de treurige romeinsche republiek, waar Mazzini en Garribaldi
+de dictatuur uitoefenden, reeds den 3den Juli 1849 voor de fransche
+wapenen bezweek. Wel werd nu de wettige regeering hersteld, maar toch
+duurde het nog tot den 4den April 1850 eer de paus, onder het geleide
+van fransche soldaten, uit Gaëta naar zijne hoofdstad terugkeerde,
+waar hem, in later jaren, nog zoo menige bittere ondervinding wachtte.
+
+Ruim tien jaren nadat Pius IX de sterke vesting verlaten had, ontving
+zij binnen hare muren een ander slachtoffer der zegevierende revolutie:
+haar eigen heer, koning Frans II van Napels. Op de nadering van
+Garribaldi met zijne vrijbuitersscharen, had de jonge monarch, door
+lafhartige, onbekwame dienaars en gewetenlooze verraders omringd,
+zich gedwongen gezien, zijne hoofdstad te verlaten, en, den 6den
+September 1860, te scheep naar Gaëta te wijk te nemen. De aloude
+rotsvesting zou getuige zijn van de laatste, heldhaftige worsteling
+der napolitaansche monarchie tegen den overmachtigen vijand, die,
+zonder een schijn van recht, zonder eene oorlogsverklaring zelfs, de
+staten van den nabuur en bloedverwant had overweldigd, en met behulp
+der komedie van eene volksstemming, zich zelf de geroofde kroon op het
+hoofd zette. Maanden achtereen duurde het beleg der met onbezweken moed
+verdedigde vesting; en niet dan nadat allen den ongelukkigen koning
+hadden verlaten, geen uitkomst meer was te hopen en langer tegenstand
+onmogelijk geworden, gaf de fel geteisterde vesting zich den 13den
+Februari 1861 aan den sardinischen generaal Cialdini over. De koning,
+die, met zijne jeugdige gemalinne aan allen het voorbeeld van moed
+en toewijding gegeven had, trok naar Rome, waar hij in het paleis
+zijner familie, het _palazzo Farnèse_, zijn intrek nam.
+
+
+
+
+
+DE OOIEVAAR IN HET OUD-GERMAANSCHE VOLKSGELOOF.
+
+
+Hoewel bij onze heidensche voorvaderen de dierendienst niet tot dien
+hoogen trap van ontwikkeling gekomen was, als, bij voorbeeld, bij de
+Egyptenaren, zoo geloofden toch ook de oude Germanen, gelijk alle
+volkeren van indo-germaanschen stam, aan eene zekere geheimzinnige
+betrekking tusschen het dier en de godheid, en bewezen ook zij aan
+sommige dieren eene zekere mate van vereering. De goden zelf namen,
+volgens de germaansche voorstelling, nu en dan de gedaante van
+sommige dieren aan, welke om die reden voor heilig werden gehouden;
+andere dieren werden geacht in de bijzondere dienst van eene of andere
+godheid te staan, en uit dien hoofde met zekeren eerbied en ontzag
+behandeld. Vele dieren droegen zinrijke, eervolle bijnamen; en vele
+sagen en bijgeloovige voorstellingen van allerlei aard stonden met
+de dierenwereld in rechtstreeksch verband: sagen en voorstellingen,
+die nog eeuwen lang in de heugenis des volks bewaard bleven, lang
+nadat de wezenlijke beteekenis verloren was gegaan.
+
+In den regel zijn het meest viervoetige dieren (en onder dezen meer
+de wilde, dan de tamme), die in de oude mythen en volksoverleveringen
+een rol spelen; maar toch is daarin ook aan sommige vogels, zooals de
+zwaluw, de specht, de koekoek, eene meer of minder belangrijke plaats
+ingeruimd; bovenal echter is het de ooievaar, die in het volksgeloof
+der duitsche stammen eene zeer gewichtige rol speelt.
+
+Door geheel Duitschland en Nederland gold en geldt de ooievaar ten
+deele nog, als een heilige vogel, die het huis tegen onweer beveiligt;
+hij die moedwillig een ooievaar doodt, zal weldra--volgens het
+bijna in geheel Duitschland heerschende volksgeloof--tot straf voor
+deze euveldaad, zijne woning door den bliksem zien vernield. In het
+algemeen neemt men eene zekere verwantschap aan tusschen den ooievaar
+en het vuur. Zal in het dorp een brand uitbarsten, dan fladderen
+de ooievaars reeds van te voren angstig om de kerktoren. De uit
+hunne nesten verdreven ooievaars, heet het elders, komen met een
+brandend stuk hout in den bek aanvliegen, om de woning, waar men
+hen verjoeg, in brand te steken. Neemt de landman daarentegen den
+ooievaar vriendelijk op, en legt hij, zooals op zeer vele plaatsen
+in Duitschland pleegt te geschieden, een wiel op het dak, zoodat de
+vogel daarop gemakkelijk zijn nest kan bouwen, dan is de woning ook
+tegen alle gevaar van brand beveiligd.
+
+Maar nog eene geheel andere en schijnbare volstrekt heterogeene
+rol is den ooievaar in het volksgeloof toebedeeld. Bijna in geheel
+Duitschland en ook in de Nederlanden, heerscht onder de kinderen ten
+platten lande de meening, dat de kleine broertjes en zusjes door den
+ooievaar worden gebracht; eene menigte kinderliedjes weten daarvan
+te verhalen, en bijna overal weet men een bepaalden vijver, een bron
+of iets dergelijks aan te wijzen, waaruit de ooievaar de kinderen
+haalt. Dat deze voorstelling zeer oud is, blijkt onwedersprekelijk uit
+het feit, dat een der oud-hoogduitsche bijnamen van den ooievaar juist
+aan deze mythe is ontleend: namelijk het oud-duitsche woord _odebero_,
+dat nog in het tegenwoordige plat-duitsche _atjebar_, en bij ons in het
+verouderde _eidebaar_, waarvan ooievaar een verbastering is, bewaard is
+gebleven. De laatste helft van dit woord is van het oud-hoogduitsche
+_bëran_ afgeleid, dat dragen beteekent, en in dien zin ook nog in
+andere, duitsche zoogoed als nederlandsche, woorden voorkomt, zooals:
+baar, vruchtbaar. _Ode_, _atje_, _eide_, is zeer waarschijnlijk
+hetzelfde als ons _adem_, (duitsch _Odem, Athem_); de naam _odebero_
+zou dus zooveel als levensbrenger, letterlijk ademdrager, beteekenen.
+
+Waardoor werd nu de ooievaar, aan de eene zijde met het onweer en
+het vuur in verband gebracht; en aan de andere zijde als drager
+der kinderzielen beschouwd? Om deze dubbele vraag te beantwoorden,
+moeten wij ons in de eerste plaats herinneren hoe de Indo-germanen,
+en in het algemeen alle zoogenaamde natuurvolken zich vuur plegen te
+verschaffen. Dit geschiedde, ook bij onze voorouders, door een stok
+van hard hout zoo lang in een schijf van zachter hout om te draaien,
+tot door de wrijving een vlam ontstond. Naar de voorstelling onzer
+voorvaders, ontstond ook het bliksemvuur op geene andere wijze: de
+dondergod draaide zijn staf zoolang in het gouden zonnerad om, tot
+daaruit een vonk ontsprong.--Maar hoe kwam nu die bliksemstraal zoo
+snel op aarde? Dit, zeiden zij, in hun beeldrijke taal, geschiedt door
+een vogel: en naar gelang van de eigenaardige fauna der verschillende
+landen, werden bij de onderscheidene indo-germaansche stammen,
+ook verschillende vogels met die taak belast. In de vedische zangen
+der Indiërs wordt de snelle valk als bliksemdrager vereerd; bij de
+Grieken vervulde waarschijnlijk de arend, de lieveling van Zeus,
+oorspronkelijk dezelfde rol; de Kelten beschouwden het winterkoninkje
+als bliksemdrager; de Romeinen kozen daartoe vermoedelijk de specht,
+die nog door Plinius _incendiaria avis_ genoemd wordt; en onze
+germaansche voorvaderen belastten daarmede den ooievaar. Vermoedelijk
+had hij deze onderscheiding vooral te danken aan de roode kleur van
+zijn snavel en pooten, die als van zelf aan het vuur deed denken. Na
+verloop van tijd ging natuurlijk de oorspronkelijke beteekenis der
+mythe verloren; maar in het algemeen verbreide volksgeloof, dat de
+tegenwoordigheid van dezen vogel het huis tegen bliksem en brand
+beschermt; leeft nog altijd de herinnering voort aan den ooievaar als
+drager van het bliksemvuur. Het wiel, dat voor hem op het dak werd
+gelegd, duidt op dezelfde mythe: was het niet een symbool van het
+gouden zonnerad, waaraan het door den ooievaar op de aarde gebrachte
+vuur ontsprongen was?
+
+Doch wat heeft nu deze bliksemdrager met de geboorte van kinderen te
+doen? Ook dit is niet zoo onverklaarbaar, als men slechts bedenkt,
+dat voor de oudste Indo-germanen, tusschen de wijze waarop het
+vuur werd gewekt en het ontstaan van het menschelijk leven in
+de moederschoot, eene zeer nauwe betrekking bestond; of liever
+dat men zich deze beide werkingen der goddelijke natuurkracht als
+tamelijk gelijk voorstelde. Wij kunnen te dien aanzien hier niet in
+bijzonderheden treden; maar wijzen er alleen op, dat in de vedische
+liederen de afzonderlijke deelen van den oudsten vuurtoestel dezelfde
+namen dragen als de sexueele organen. Ook elders vinden wij hetzelfde
+verschijnsel. Bij de Grieken bij voorbeeld is Prometheus niet alleen
+de vuurbrenger, die het hemelsche vuur op aarde brengt, maar ook de
+schepper, althans de formeerder der menschen [1]. Daar men zich nu het
+bliksemvuur als door een vogel naar de aarde gevoerd dacht, was het
+niet zoo vreemd dat men ook de kinderen, of liever de kinderzielen,
+bij de geboorte door een vogel, en wel door denzelfden vogel, liet
+overbrengen.
+
+Op deze wijze is de bliksemdragende ooievaar in de sage tot den
+brenger der kleine kinderen geworden: en ook in dit opzicht komt
+hij overeen met de bliksemdrager der Romeinen, de specht. Want ook
+deze vogel--of liever zijne personificatie, de halfgod Picus--stond
+in nauwe betrekking met de geboorte der kinderen: hij gold namelijk
+als beschermgod der kraamvrouwen, en wanneer een kind geboren en als
+levensvatbaar erkend was, werd aan Picus een spijsoffer gebracht,
+wel om geen andere reden dan omdat Picus zelf als de brenger des
+levens werd beschouwd.
+
+
+
+
+[1] De naam van den titan zelf wijst op die dubbele
+beteekenis. Prometheus komt van het sanskriet _Pramantha_, de naam
+van den stok die, om vuur te maken in de schijf werd rondgedraaid.
+
+
+
+
+DE ABDIJ VAN VERTEUIL.
+
+
+De abdij van Verteuil, een monument der romaansche bouwkunst, ligt in
+het departement Gironde, arrondissement Lesparre. Volgens eene bij het
+volk zeer verbreide overlevering, zou de abdij door Karel den Groote
+zijn gesticht. Waarschijnlijk is zij niet ouder dan de tiende eeuw;
+in de achttiende werd zij herbouwd.
+
+Op een heuvel, die het vlek en de abdij beheerscht, verheft zich
+het kasteel van Verteuil, dat gedurende de oorlogen met Engeland
+bij herhaling door de engelsche koningen genomen, verloren en weder
+heroverd werd. Verschillende heeren betwistten elkander het bezit van
+dezen ouden burcht, die in 1326 in handen kwam van Gaston de Foix,
+graaf van Longueville. Later keerde het kasteel terug aan de familie
+d'Albret, die het reeds tegen het einde der dertiende eeuw bezat. In
+het laatst der vijftiende eeuw kwam de baronnie met het kasteel aan
+het kapittel van Saint-André te Bordeaux, die daarvan eigenaar bleef
+tot 1798. Toen werd ook dit goed tot nationaal eigendom verklaard,
+met andere woorden geroofd. Van den ouden burcht zijn slechts eenige
+puinhoopen over.
+
+
+
+
+RHEINSTEIN.
+
+
+Rheinstein! Wie herinnert zich dien fieren burcht niet, half
+oud-ridderkasteel, half modern slot, maar in bouwstijl en voorkomen
+getrouw het karakter weergevende van den feodalen tijd? Indrukwekkend
+schoon ligt het daar, het gerestaureerde kasteel, de mededinger van
+den koninklijken Stolzenfels, op zijn hooge rots, aan den oever van
+den Rijn; en bij het voorbijvaren kunt ge niet nalaten uwe oogen op
+te heffen tot den vorstelijken burcht, eigendom van een der pruisische
+prinsen, die het gebouw uit zijne puinen deed herrijzen.
+
+Maar meer nog wellicht dan de burcht zelf, heugt u het onvergelijkelijk
+schoone landschap, waarvan hij mede een der meest karakteristieke
+sieraden is. Weinig punten aan de heerlijke Rijnoevers kunnen met
+de omgeving van Rheinstein wedijveren. In stoute, wilde vormen
+verheffen zich, ter wederzijde van den breeden, snelvlietenden,
+bruisenden stroom, de machtige rotsgevaarten, die zijn bed insluiten,
+en waartusschen hij zich kronkelend en slingerend en schuimend een
+weg baant. Daar aan den oever ligt in een krans van frisch geboomte
+het vriendelijk stedeke Asmannshausen, waarboven en waarnevens zich
+de schoon gevormde, met dicht bosch bedekte bergen van het Niederwald
+verheffen. Van zijn hooge rots, aan den tegenoverliggenden oever,
+staart de fiere Rheinstein neder op de woelende rivier, op het
+nederig stadje, op de oude Clemenskapel, wegduikende in de schaduw
+der boomen. Daar ginds voor u uit, waar de stroom zich nog eenmaal
+buigt, rijst uit de grauwachtige wateren, schuimend en klotsend in het
+Bingerloch, de Muizentoren met zijne verschrikkelijke legende van den
+wreeden bisschop Hatto, door de hem vervolgende muizen verslonden. Iets
+verder groeten u, aan den voet der groene bergen, der wijnrijke
+heuvelen, Bingen en Rudesheim, waar zich het nauwe rotsdal opent,
+en de Rijn, schier een meer gelijk, statig golft door de bloeiende,
+weelderige Rheingau, dien tuin van Duitschland, zoo weergaloos schoon,
+als ge staande op een der toppen van het Niederwald die paradijsachtige
+streek overziet... O, heerlijk land, ontvang nog een groet uit de
+verte, een groete der herinnering, een wensch des wederziens!
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom
+(Peru), by Paul Marcoy
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN ***
+
+***** This file should be named 18128-8.txt or 18128-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/1/2/18128/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+
diff --git a/18128-8.zip b/18128-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..d6e8cd8
--- /dev/null
+++ b/18128-8.zip
Binary files differ
diff --git a/18128-h.zip b/18128-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..2c3dc93
--- /dev/null
+++ b/18128-h.zip
Binary files differ
diff --git a/18128-h/18128-h.htm b/18128-h/18128-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..effee9d
--- /dev/null
+++ b/18128-h/18128-h.htm
@@ -0,0 +1,2263 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>The Project Gutenberg eBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru)</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Paul Marcoy">
+<meta name="DC.Creator" content="Paul Marcoy">
+<meta name="DC.Title" content="Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru)">
+<meta name="DC.Date" content="## April 2006">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+/****** Title Page ******/
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/******* Headers ******/
+
+.div0
+{
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-bottom: 1.44em;
+}
+
+.div2
+{
+padding-bottom: 1.2em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-bottom: 1.0em;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+clear: both;
+}
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left: 10%;
+margin-right: 10%;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+h6
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+/****** Paragraphs ******/
+
+p
+{
+text-indent: 0;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+
+/****** Figures ******/
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 80%;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/****** Sidenotes ******/
+
+.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+/****** Page Numbers ******/
+
+.pagenum
+{
+display: inline;
+font-size: 70%;
+text-align: right;
+position: absolute; right: 1%;
+padding: 0 0 0 0;
+margin: 0 0 0 0;
+}
+
+.pagenum a
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+
+/****** Footnotes ******/
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+vertical-align: 0.25em;
+text-decoration: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+padding: 0 0 0 0;
+margin-top: 1em;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+width: 25%;
+text-align: left;
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0.5em;
+margin-bottom: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align: left;
+width: 2em;
+}
+
+/****** Poetry ******/
+
+div.poem
+{
+text-align: left;
+margin-left: 5%;
+width: 90%;
+position: relative;
+}
+
+.poem h4
+{
+margin-left: 5em;
+font-weight: normal;
+text-decoration: underline;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+position: absolute;
+top: auto;
+left: -2.5em;
+margin: 0;
+text-indent: 0;
+font-size: 90%;
+text-align: center;
+width: 1.75em;
+color: #777;
+}
+
+.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; }
+.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; }
+.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; }
+.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; }
+.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; }
+.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; }
+.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; }
+.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; }
+.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; }
+.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; }
+
+
+
+/****** Annotations ******/
+
+span.corr
+{
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+
+/****** Anchors ******/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 45%;
+margin-top: 1em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+clear: both;
+text-align: center;
+height: 1px;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru), by
+Paul Marcoy
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru)
+ De Aarde en haar Volken, 1873
+
+Author: Paul Marcoy
+
+Release Date: April 6, 2006 [EBook #18128]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="bodytext"><a id="d0e65"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e65">208</a>]</span><p class="div1"></p>
+<h2>Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru).</h2>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-208.jpg" alt="De oevers van de Courbaril."></p>
+<p class="figureHead">De oevers van de Courbaril.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij hebben in den vorigen jaargang, den franschen reiziger Paul Marcoy verlaten, terwijl hij midden in de bosschen, nabij
+den berg Basiri, de terugkomst der naar het dichte woud getogen cascarilleros afwachtte, en inmiddels zijne aanteekeningen
+omtrent den kinaboom verzamelde. Vergezellen wij hem thans ook nog op het laatste gedeelte van zijn tocht.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">I.</h3>
+<p>Nadat eerst de kolonel en Pepe Garcia, en kort daarop ook de boliviaansche cascarilleros waren teruggekeerd, verlieten wij
+onzen heuvel, en voegden ons weder bij de andere afdeeling van ons reisgezelschap, die haar weg langs de rivier had vervolgd.
+Wij trokken nu dien dag en den volgenden langs de oevers van den Cconi voort, steeds het woud op eenigen afstand ter rechterzijde
+houdende, en verder omgeven door een landschap, dat weinig afwisseling aanbood. Tegen den avond van den tweeden dag bereikten
+wij eene opene vlakte, tamelijk vrij van kreupelhout on aan de zijde der rivier door dichte rietbosschen omzoomd. Wij besloten
+hier den nacht door te brengen. Tot onze verbazing ontdekten wij, naderbij komende, eenige hutten van Indianen. Die armelijke
+woningen, zonder dak, deur of venster, waren uit biezen en riet gevlochten, en rustten op twee palmhouten staken, die in den
+grond waren bevestigd: men kon zich bezwaarlijk eenvoudiger verblijven denken. Tusschen deze staken waren eenige draden of
+touwen van boomschors gespannen, waaraan pijlen hingen; op den grond lag eene ruw bewerkte aarden pan, een stuk zwarte was,
+bananenschillen en vederen van vogels. In den omtrek dezer hutten, die zoo pas door de eigenaars verlaten schenen, droeg de
+platgetreden grond de zeer duidelijke sporen van menschen niet alleen, maar ook van jaguars en andere dieren.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-209.jpg" alt="Eerste ontmoeting met de Chunchos."></p>
+<p class="figureHead">Eerste ontmoeting met de Chunchos.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Na een nauwkeurig onderzoek der hutten, overlegden wij te zamen of het raadzaam was hier den nacht door te brengen, dan wel
+eene andere, meer veilige <a id="d0e88"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e88">210</a>]</span>plaats voor ons bivouac op te zoeken. Pepe Garcia en Aragon waren van meening, dat wij gerust konden blijven; zij verzekerden
+ons dat wij ons aan geen gevaar hoegenaamd blootstelden, mits wij slechts de woningen en wat daarin was ontzagen. Hun voorstel
+werd aangenomen, en wij lieten dadelijk met de toebereidselen voor ons nachtverblijf aanvangen. Wij sloegen onze hutten op
+eenige schreden afstands van die der Siriniris op, en namen de vereischte maatregelen, om het vuur ook gedurende den nacht
+brandende te houden. Bovendien moest een onzer lieden, bij beurten, de wacht betrekken.
+
+</p>
+<p>De nacht ging ongestoord voorbij; bij het aanbreken van den dag werden wij plotseling gewekt door luide en doordringende kreten,
+zooals ik nog nimmer gehoord had. Dit geschreeuw kwam van den kant der rivier, waarvan wij door een breeden zoom van riet
+waren gescheiden. <i>Alerta! los Chunchos</i>! riep de schildwacht, zich haastig naar de hutten terugtrekkende. Die weinige woorden deden eene bijna tooverachtige uitwerking:
+al onze dragers sprongen in een oogenblik overeind. De tolken, die steeds beweerden aan den omgang met Indianen gewoon te
+zijn, waren toch blijkbaar niet op hun gemak; en zelfs op het gelaat van den kolonel teekende zich een trek, die maar noode
+zijne innerlijke onrust verborg. Wij hadden nauwelijks den tijd, onze kleederen aan te doen en onze wapenen te grijpen, toen
+wij plotseling uit de hooge biezen drie donkerkleurige, naakte mannen met lang zwarte haren te voorschijn zagen komen. Toen
+zij ons gewaar worden begonnen zij nog luider te schreeuwen, maakten allerlei bewegingen met hunne armen en beenen, en kwamen
+al dansende en springende naar ons toe. Waarschijnlijk maakten zij uit de geweren, die de kolonel, de beide tolken en ik in
+handen hadden, op, dat wij de aanvoerders der bende waren: althans zij kwamen plotseling op ons af, en drukten ons, met groote
+onstuimigheid en onder het uitstooten van allerlei wonderlijke geluiden, in hunne armen. Ik moet bekennen dat deze onverwachte
+en wat al te hartelijke liefkozingen ons tamelijk koel lieten, en ons zelfs verre van aangenaam waren. Trouwens het geheele
+voorkomen dezer bezoekers was niet geschikt om onze bijzondere sympathie voor hen op te wekken. Van het hoofd tot de voeten
+met rocou en genipa besmeerd, hadden zij zoo pas de rivier overgezwommen: hunne omhelzingen lieten op onze kleederen zwarte
+en roode vlekken na. Terwijl wij ons weder zoogoed mogelijk afdroogden, begroetten de Indianen nu ook de dragers en de cascarilleros,
+doch alleen met een handdruk: de omhelzing scheen uitsluitend voor ons, als de voornaamsten, bestemd.
+
+</p>
+<p>Na de eerste kennismaking kwam het tot nadere verklaring. Pepe Garcia begon het gesprek in eene vreemde taal, waarin hij,
+tot mijne groote verbazing, spaansch en quechua (de volkstaal van Peru) mengde. Aragon, die niet werkeloos wilde blijven,
+sprak nu en dan eenige volzinnen in datzelfde wonderlijke mengelmoes, dat ook de eerste tolk gebruikte. Uit dit verschil van
+taal bij de onderscheidene sprekers leidde ik af, dat onze tolken in geenen deele vertrouwd waren met het dialect der Chunchos,
+zooals zij herhaaldelijk hadden verzekerd. Onze bezoekers schenen echter de brabbeltaal van onze tolken te verstaan, althans
+te begrijpen wat zij zeggen wilden.
+
+</p>
+<p>De drie wilden behoorden tot den stam der Siriniris, die de streek tusschen de valleien van Ocongate en Ollachea bewoont,
+en wier gebied zich oostwaarts tot den 12&deg; uitstrekt. Zij leefden in vrede en vriendschap met hunne buren ter linkerzijde,
+de Huatchipayris in de dalen van Paucartampu, en met hunne buren ter rechterzijde, de Pukiris, die de zeven valleien van Caravaya
+bewonen. Aan het schieten met onze geweren hadden zij bemerkt dat zich blanken in de vallei bevonden. Nieuwsgierig om te weten,
+hoe groot hun aantal mocht zijn, waren zij naderbij gekomen, en hadden ons bespied en ons sedert eenige dagen gevolgd, zonder
+dat wij daarvan iets gemerkt hadden. Hunne begeerte om <i>sirutas</i> en <i>bambas</i>&#8212;messen en bijlen&#8212;machtig te worden was zeer groot; maar de vrees voor onze geweren, die, naar zij meenden, van zelf iemand
+konden dooden, was nog grooter, en had hen tot dusver op een afstand gehouden. Eindelijk echter waren zij zoozeer aan ons
+gewoon geraakt, dat hunne ongerustheid was geweken; overtuigd, dat wij geene vijandelijke bedoelingen koesterden, hadden zij
+eindelijk het besluit genomen ons aan te spreken. Zij voegden daarbij dat zij sedert veertien dagen zich in de vallei met
+jagen en visschen bezig hielden. Het dorp waar hun stam woonde, lag twee mijlen oostwaarts van ons kamp: al de lieden van
+hun stam waren evenwel op dit oogenblik verspreid in de bosschen langs de oevers van den Cconi. Daar zij niet wisten hoe wij
+hen ontvangen zouden, waren onze drie bezoekers voorloopig alleen gekomen, hunne vrouwen en eenigen van hunne vrienden, niet
+verre van daar, in het riet verscholen achterlatende.
+
+</p>
+<p>Om deze lieden gunstig voor ons te stemmen en het vertrouwen van hun stam te winnen, gaf ik hun engelsche messen met beenen
+heften, ter waarde van acht stuivers, die zij met allerlei bokkesprongen, ten teeken hunner vreugde, aannamen. Daarop stak
+een hunner zijn vingers in den mond, en liet een doordringend schel gefluit hooren: dit was blijkbaar een afgesproken teeken,
+want aanstonds begonnen de biezen op eenigen afstand te schudden en te ruischen, alsof een troep wilde dieren zich daar een
+weg baande; en weldra kwamen negen mannen te voorschijn, die, na een poos rondgesprongen te hebben, ook naar ons toekwamen
+en ons evenzoo in hunne armen drukten. Achter de mannen zag ik zeven vrouwen en drie leelijke honden: maar in plaats van ook
+naar ons toe te komen, bleven zij aan den rand van het rietbosch.
+
+</p>
+<p>De nieuw aangekomenen, die geen messen gekregen hadden, hielden nu ook hunne hand op, telkens het woord <i>siruta</i> herhalende. Om aan al dat gebedel een eind te maken, stond ik op het punt aan ieder het zoo vurig begeerde voorwerp te geven,
+toen Pepe Garcia mij herinnerde dat wij nog een langen weg hadden af te leggen, waarop wij nog vele Chunchos zouden ontmoeten,
+en dat het daarom raadzaam was, wat zuinig om te gaan met onze messen, de eenige munt, <a id="d0e112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e112">211</a>]</span>die bij deze wilde stammen bekend en gangbaar is. Ik moest de juistheid dezer opmerking toegeven, en trok mijne hand terug,
+die ik reeds in het pak gestoken had. De Chunchos, mijne aarzeling ziende, begonnen nu nog luider te roepen en nog dringender
+te smeeken. Ziende dat ik voor al hun aandrang doof bleef, liepen twee hunner haastig naar de biezen terug, en keerden weder
+met bogen en pijlen, prachtig gekleurde vogelvellen, halskettingen van pitten en zaadkorrels, kronen van veelkleurige vederen,
+en zelfs gevlochten weitassen, die zij mij aanboden in ruil voor de messen. Mijne begeerte naar deze zeldzame en deels zeer
+fraaie zaken behield de overhand op den wijzen raad van Pepe Garcia, en de koop was in een oogenblik gesloten. Bij wijze van
+geschenk voor de vrouwen, gaf ik hun nog een dozijn belletjes, een spiegel van vijf stuivers en eenige koperen ringen, waarmede
+zij buitengemeen in hun schik waren. Om mij wederkeerig een genoegen te doen, kwamen de vrouwen aandragen met eenige maniocwortelen,
+eenige groene bananen, en eenige andere vruchten, die zij aan de mannen ter hand stelden, van wie wij ze weder ontvingen.
+
+
+</p>
+<p>Inmiddels waren een paar uren verloopen; de zon stond hoog aan de hemel: onze Bolivianen wenschten te vertrekken. Ik liet
+dus onze bagage weder inpakken, en middelerwijl het ontbijt gereed maken, waarbij ons de pas ontvangen vruchten goed te stade
+kwamen. Terwijl de bananen in den ketel over het vuur hingen, en de yuccas in de heete asch werden gebraden, teekende ik de
+portretten van eenige Siriniris, en toonde hun die. Zij lieten evenwel niet de minste verwondering of belangstelling blijken.
+Het papier alleen, waarvan ik hun een blad gaf, scheen hunne aandacht te trekken; zij bekeken en betastten dat van alle zijden,
+beroken het, en gaven het daarna aan hunne vrouwen, die het evenzoo onderzochten, en eindelijk in een soort van tasch wegstopten.
+
+
+</p>
+<p>Weldra was de maaltijd gereed; de ketel werd van het vuur genomen, en wij schaarden ons in een kring daaromheen op den grond.
+De wilden zetten zich zonder komplimenten bij ons neder, en overlaadden ons, terwijl wij aten, met zooveel attenties en beleefdheden,
+dat wij groote moeite hadden om bedaard te blijven. Sommigen haalden, op gevaar af van zich te branden, de stukken banaan
+uit den ketel, en brachten die aan onzen mond; anderen streken ons met hunne ruwe, onzindelijke handen over het gelaat, betastten
+onze haren of onzen baard, of trokken de panden onzer vesten naar zich toe om de stof en het maaksel te onderzoeken. Dit alles
+ging gepaard met onverstaanbare uitroepen en luid gelach: het scheen wel dat zij ons in de eerste en voornaamste plaats hoogst
+bespottelijk vonden.
+
+</p>
+<p>Toen de maaltijd was afgeloopen, bracht Pepe Garcia hun aan het verstand, dat wij nu onzen tocht wilden vervolgen, en dus
+afscheid zouden nemen. Deze mededeeling scheen hun niet naar den zin: althans zij opperden daartegen allerlei bedenkingen.
+Zij stelden ons zelfs voor, met hen mede naar hun dorp te gaan en daar te blijven. Ziende dat wij, zonder hun te antwoorden,
+vertrokken, gelastten zij hunne vrouwen op hen te wachten, en gingen met ons mede. Hoe onaangenaam ons dit gezelschap ook
+wezen mocht, wij zagen geen kans ons daarvan te ontslaan, en vervolgden onzen tocht. Na een marsch van twee uren, kwamen wij
+aan een grooten ronden waterplas, dien wij eerst voor een dier meren aanzagen die in de vlakten van Amerika zoo menigvuldig
+zijn. Bij nader onderzoek bleek dit meer slechts een stilstaande poel te zijn, waarschijnlijk gevormd door de menigvuldige
+regens van de laatste dagen.
+
+</p>
+<p>Terwijl Perez en ik ons gereed maakten om onze schoenen en pantalons uit te trekken, ten einde den waterplas te doorwaden,
+boden de <span class="corr" title="Bron: Siniriris">Siriniris</span> aan, ons naar den overkant te dragen. Wij maakten van dit aanbod gebruik; zetten ons op den nek onzer nieuwe vrienden, en
+kwamen aldus veilig aan den anderen oever. Pepe Garcia en Aragon genoten mede het voorrecht, aldus gedragen te worden. De
+anderen en ook de cascarilleros werden zeker door de Siriniris zoodanige eere niet waardig gekeurd: zij moesten door het water
+waden, dat hun ter halver lijve kwam. Ik betaalde het verschuldigde veergeld, door middel van eenige koperen knoopen, die
+de wilden dadelijk in de gaten, waarmede hunne neusvleugels en hunne lippen doorboord waren, staken. Pepe Garcia, ziende dat
+zij zich gereed maakten ons nog verder te volgen, vermaande hen nogmaals om heen te gaan, daar wij alleen wenschten te zijn.
+Na eenig aarzelen gaven zij eindelijk aan die vermaning gehoor, en verwijderden zich.
+
+</p>
+<p>Natuurlijk liep het algemeene gesprek in het eerst over niets anders dan over de Chunchos. Ieder had iets over hen te zeggen:
+persoonlijke sympathie&euml;n of antipathie&euml;n bepaalden in den regel elks meening. Pepe Garcia beschouwde hen als een soort van
+overgangswezens tusschen de apen en de menschen. Onze dragers vergeleken hen bij de duivelen, vanwege hunne leelijkheid; wat
+hun nog het meest hinderde was het volkomen gemis van het flauwste spoor van kleeding. Perez moest toegeven dat onder de mannen
+krachtige en schoone gestalten voorkwamen, niet onwaardig om een beeldhouwer tot model te dienen; maar de vrouwen vond hij
+afschuwelijk. Nu, op mijne tochten door Zuid-Amerika, had mij reeds meermalen het contrast getroffen tusschen de zwakke, magere,
+afschuwelijk leelijke indiaansche vrouwen, en hare forsche, welgebouwde en dikwijls althans betrekkelijk schoone mannen, wier
+geheele voorkomen voor &#8217;t minst kracht en vlugheid verraadt. Meer dan waarschijnlijk moet de oorzaak van dit verschil worden
+gezocht in de verschillende levenswijze der beide geslachten. Van hare eerste kindsheid af is de vrouw belast met al den arbeid,
+dien de man schuwt: zij is, in den letterlijken zin, zijne slavin, zijn lastdier. Planten, spitten, de vruchten inzamelen
+en naar de woning brengen, hout en water halen, het huishouden waarnemen, den man tot wapendrager dienen, en nog veelmeer&#8212;dit
+alles is de taak der vrouw. De man gaat jagen of visschen; hij ontwikkelt door lichaamsoefeningen zijne gestalte en zijne
+spierkracht; de vrouw, gebukt gaande <a id="d0e127"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e127">212</a>]</span>onder het wicht van haar taak, verliest al zeer spoedig de weinige bekoorlijkheden, die de natuur haar geschonken had. Op
+verandering in dezen toestand is niet te hopen: bovendien, zijn deze stammen niet door den loop der dingen gedoemd, om bij
+den voortgang der beschaving van de aarde te verdwijnen?
+
+</p>
+<p>Toen wij tegen den avond ons kamp opsloegen, zagen wij tot onze groote verwondering een wilde uit het woud en op ons afkomen.
+Weldra herkenden wij in hem een der Siriniris, die wij reeds mijlen ver waanden. Op de vragen van Pepe Garcia gaf hij ten
+antwoord dat hij, nadat hij ons verlaten had, een anta (tapir) had nagezet, die hij met drie lanssteken had getroffen, maar
+die hem toch nog ontkomen was. Onze tolk liet zich door dien leugen niet beetnemen. Hij zeide tot den Siriniri, dat een tapir
+zich niet zoo dicht liet naderen, dat men hem met eene lans treffen kon; vervolgens keerde hij hem den rug toe, en verweet
+hem dat hij een verspieder was. De Chuncho, die ons inderdaad alleen gevolgd was om te zien waarheen wij gingen, en waar wij
+ons kamp zouden opslaan, begreep dat zijn vertelseltje geen ingang vond. Zonder een woord te spreken, maar ook zonder de minste
+verlegenheid te toonen, groette hij ons met de hand, keerde naar de rivier terug en zwom naar den overkant. Daar gekomen,
+keerde hij zich nog eens om, wenkte ons op nieuw zijn afscheid toe, en verdween in het bosch.
+
+</p>
+<p>Des nachts werden wij door een geweldige regenbui overvallen, die ons doornat maakte. Toen wij des morgens, nog druipende
+van het water, wakker werden, en naar den anderen oever zagen, was het eerste wat ons in het oog viel, wederom onze wilde
+van den vorigen dag, op een boomstam gezeten, en bezig met ons gade te slaan. Drie vrouwen zaten bij hem op den grond. Toen
+Pepe Garcia hem, gekscherend, met zijne vuist dreigde, hield de Chuncho dit voor een wenk om over te komen: aanstonds sprong
+hij in het water, en zwom naar onzen kant. Toen hij uit het water kwam, beefde de arme drommel als een blad; maar hoewel zijne
+tanden klapperden van koude, werd hij toch nog meer door het pak, waarin onze messen en bijlen waren geborgen, aangetrokken,
+dan door het vuur, dat onze lieden bezig waren aan te steken. Na ons ontbijt te hebben gebruikt, waaraan de Chuncho deel nam,
+maakten wij ons gereed onzen tocht te vervolgen. Wij deelden hem dat mede, tevens met onzen wensch, dat hij zich zou verwijderen.
+Hij begreep dat het ons ditmaal ernst was, wenkte ons zijn afscheid toe, wierp een begeerigen blik op onze messen, sprong
+in de rivier, en zwom naar den overkant, waar de drie vrouwen hem nog altijd wachtten.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">II.</h3>
+<p>De oever van den Cconi, dien wij volgden, bleef altijd even dor en eentonig; daarentegen zagen wij langs den anderen oever
+een onafgebroken heuvelreeks, met dicht bosch bedekt, en met zachte hellingen afdalende tot de weelderig begroeide oevers
+der rivier. Onze Bolivianen meenden, dat zij wellicht in die bosschen kinaboomen zouden vinden; wij besloten daarom van de
+eerste gelegenheid de beste gebruik te maken om den tegenoverliggenden oever te bereiken. Natuurlijk moesten wij daartoe eene
+waadbare plaats afwachten. Den volgenden dag kwamen wij aan een punt, waar eene bank of een rotsachtig eiland de rivier in
+twee armen splitste, en dus den overtocht gemakkelijker maakte. Daar stond echter tegenover, dat deze bank de snelvlietende
+wateren in hare vaart tegenhield, en daardoor eene branding deed ontstaan, die niet zonder gevaar was. Aan waden viel niet
+te denken: te minder daar iedere arm stellig vijftien tot twintig ellen breed was. Eindelijk kwam een onzer Bolivianen op
+een gelukkigen inval. Door een zijner kameraden geholpen, begon hij de biezen af te snijden, die langs den oever groeiden.
+Toen zij een genoegzamen voorraad hadden, maakten zij daarvan een grooten bos, die in de rivier werd geworpen, en waaraan
+een touw werd vastgemaakt. De Boliviaan, die het eerst op deze gedachte gekomen was, wilde nu ook de proef nemen. Zich ontkleed
+hebbende, zette hij zich schrijlings op den bos, stiet van wal, en trachtte met behulp van een stok, die als pagaai dienst
+deed, het eiland te bereiken. Zijn makker hield het uiteinde van het touw vast, en belette daardoor het biezen vlot met den
+stroom af te drijven. Tot tweemaal toe mislukte de proef; maar voor de derde maal gelukte het den koenen varensgast de bank
+te bereiken. Dadelijk haalde hij zijn vlot op den oever, maakte het touw los, bevestigde dat stevig aan eene uitstekende rotspunt,
+en riep zijn kameraad toe, het stevig aan te trekken. Wij begrepen nu waartoe het strak gespannen touw dienen moest. Een voor
+een gingen wij nu te water, dat ons bijna tot aan de lippen kwam, omklemden het touw, en baanden ons zoo, niet zonder moeite,
+een weg door de schuimende, snelvlietende rivier, tot aan het eilandje, waar wij behouden aankwamen. Na eenige oogenblikken
+uitgerust te hebben, werd nu de tweede arm van den Cconi op dezelfde wijze doorwaad, en zonder ongeval, maar druipnat, stonden
+wij weldra op den linkeroever.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-213.jpg" alt="Overtocht over den Cconi."></p>
+<p class="figureHead">Overtocht over den Cconi.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het was prachtig weer; de zon straalde aan den onbewolkten hemel. Eer wij het nabijzijnde bosch ingingen, trokken wij onze
+kleederen uit, en spreidden die op den met gras begroeiden grond, om in de zon te drogen. Juist terwijl wij daarmede bezig
+waren, hoorden wij eensklaps aan den anderen oever het geschreeuw van een ara (eene soort van papegaai). Daar het drie uren
+in den middag en helder weer was, kwam dit geluid mij verdacht voor. De ondervinding had mij toch sedert lang geleerd, dat,
+uitgenomen bij de nadering van een onweder, de papegaaien en aras zich nooit anders laten hooren dan bij het op- of ondergaan
+der zon. Het overige van den dag zoeken zij de schaduw op, en zitten daar stil, nu eens op dezen, dan weder op den anderen
+poot rustende, en middelerwijl op eene noot of palmschors knabbelende, om zich den bek te scherpen. Terwijl ik hierover met
+Pepe Garcia sprak, die, als een ervaren jager, de juistheid mijner opmerking erkende, verscheen ons eensklaps die bovennatuurlijke
+ara, en wel in de gedaante van onzen bekenden <a id="d0e145"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e145">214</a>]</span>Chuncho. Hij ging langzaam langs den Cconi voort, nauwkeurig de sporen van onzen marsch gadeslaande. Toen hij aan de plek
+gekomen was, waar wij de rivier waren overgestoken, begreep hij dadelijk, bij het zien van den platgetreden grond en het afgesneden
+riet, wat er geschied was: want, stilstaande, hief hij het hoofd op en keek naar den anderen oever, waar hij ons dadelijk
+gewaar werd, bezig zijnde onze kleederen bijeen te zamelen en haastig aan te trekken. Hij hief nu een luid geschreeuw aan,
+waarop een gansche zwerm wilden, mannen, vrouwen en kinderen, uit het kreupelhout te voorschijn kwam; wij telden er minstens
+veertig. Aanvankelijk zetten zij zich op den oever neder, en schenen met elkander te overleggen, wat te doen; want zij hadden
+gezien dat de kolonel zijn geweer ter hand had genomen; maar toen zij na eenige oogenblikken hem dat wapen uit de hand zagen
+leggen, begrepen zij, dat er geen gevaar was. Onze gast trad nu vooruit, en riep, met een smeekend gebaar, zeer duidelijk
+het woord: <i>Siruta!</i> (mes).
+
+</p>
+<p>Ik nam een mes in de hand, en toonde dat den Chuncho, hem tevens met de andere hand wijzende op de vogelvellen, om aldus mijne
+begeerte te kennen te geven een ruilhandel te drijven. Zij begrepen dadelijk mijne bedoeling. De gansche bende rees haastig
+op, en begon te dansen en te springen, onder het luide geroep van <i>Siruta! Siruta</i>! Toen brachten zij aanstonds bijeen wat zij vinden konden: gevlochten mandjes, hoofdtooisels van vederen, kettingen van bessen
+of pitten, huiden van vogels,&#8212;zelfs levende, tamme aras. Toen, mij deze voorwerpen en dieren toonende, als om daardoor te
+kennen te geven dat mijn wensch ook de hunne was, liepen zij langs den oever voort, tot voorbij het rotsige eiland, dat de
+rivier in twee takken deelde. Daar begaven zij zich te water, met hunne handelsartikelen, die zij boven hun hoofd in de hoogte
+hielden, om ze voor nat woorden te bewaren; en alleen met den rechterarm zwemmende, begonnen zij de bruisende rivier in schuine
+richting over te steken. Wij zagen bijna niets dan hunne opgeheven linkerarmen, die als bronzen staven boven het blanke, schuimende
+water uitstaken, en bewonderden de vlugheid, de kracht en de aangeboren sierlijkheid dier forsche mannen, die zonder aarzelen
+den heftigen stroom trotseerden. Weldra stonden zij, druipnat, voor ons, en drukten ons in hunne armen; de gansche voorraad,
+dien zij hadden medegebracht, ging aanstonds in onze handen over. Toen zij niets meer hadden aan te bieden, stelden wij hun
+voor, hunne bogen en pijlen tegen andere snuisterijen in te ruilen. Eerst aarzelden zij: toen, na met een der oudsten van
+den troep te hebben geraadpleegd, verklaarden zij zich bereid om die wapenen af te staan, ofschoon hun dit blijkbaar eene
+zekere zelfverloochening kostte. Het was ons daarbij niet zoo zeer te doen om die bogen en pijlen, hoewel die niet zonder
+zekere kunst waren vervaardigd; maar voornamelijk om die ons onbekende gasten te ontwapenen, en hen alzoo buiten de mogelijkheid
+te stellen ons kwaad te doen, gesteld dat zij daaraan dachten.
+
+</p>
+<p>Terwijl wij nog met deze onderhandelingen bezig waren, stonden eensklaps de vrouwen der Chunchos, die eerst op den anderen
+oever gebleven waren, met hare kinderen voor ons. Zij hadden eene waadbare plek in de rivier opgezocht, en waren naar de overzijde
+gekomen, waarschijnlijk om zich met eigen oogen te overtuigen van hetgeen daar tusschen hare mannen en ons geschiedde. Uit
+achting voor het schoone geslacht, waarvan zij de minder gelukkige vertegenwoordigers waren, besloot ik eene uitdeeling te
+houden van koperen knoopen, spelden en ringen, die bij uitnemendheid aan de dames schenen te bevallen, maar tegelijk de begeerlijkheid
+der mannen opwekten, die, luid schreeuwende en met heftige gebaren, ook hun aandeel van al dit fraais vorderden. Het geschreeuw
+en gedrang begon mij eindelijk te vervelen: bovendien werd mijne achterdocht opgewekt door herhaalde half luide gesprekken
+met onzen bekenden gast en spion, en door de van begeerte vlammende blikken, die zij steelsgewijze naar onze bagage wierpen.
+Ik liet daarom de pakken weder dicht maken, en beval den dragers zich daarop te zetten. Maar nu werd de aandacht der wilden
+door iets anders getrokken. Aan den oever lagen nog enkele van onze kleedingstukken op het gras; die gingen zij nu bekijken,
+beruiken, betasten; trachtende zich rekenschap te geven van de wijze, waarop deze vreemde dingen werden gebruikt. Eindelijk
+begonnen sommigen proeven te nemen: de een probeerde een pantalon aan te trekken, daarbij zijne armen in de pijpen stekende;
+een ander stak zijne voeten in de mouwen van een wambuis, en zoo voorts. Het werd meer dan tijd, aan deze dwaasheden een einde
+te maken. Wij namen onze kleederen op, pakten ze bijeen en begaven ons op weg. De Siriniris, ziende dat wij ons verwijderden,
+zonder afscheid van hen te nemen, begonnen ons na te loopen, en met allerlei verzoeken lastig te vallen. Daar zij ons wat
+al te dicht op de hielen zaten, keerden Pepe Garcia en Aragon, die onzen trein sloten, zich eensklaps om, en zich houdende
+alsof zij hunne geweren laadden, zagen zij de lastige indringers zoo dreigend aan, dat deze plotseling stilstonden. Deze manoeuvre,
+die onze tolken met eenige wijziging twee- of driemaal herhaalden, maakte toch eindelijk de Chunchos bevreesd; althans zij
+hielden op, ons na te loopen. Zij gingen nu in de schaduw van het geboomte zitten om op hun gemak de voorwerpen te bekijken,
+die zij van ons gekregen hadden. Een kromming der rivier onttrok hen weldra aan ons gezicht.
+
+</p>
+<p>Deze onaangename ontmoeting deed onze cascarilleros dadelijk besluiten, het onderzoek der bosschen op dezen oever voorloopig
+uit te stellen. De Chunchos, waarvan wij voor het oogenblik verlost waren, konden het zeer licht in het hoofd krijgen, op
+nieuw ons spoor te volgen; en het vooruitzicht van nogmaals met hen in aanraking te komen, was verre van uitlokkend. Om ons
+zoo mogelijk aan hunne <span class="corr" title="Bron: naporingen">nasporingen</span> te onttrekken, besloten wij dezen oever te verlaten, waar zij ons, van verre of van nabij, zouden blijven volgen, en naar
+den anderen oever terug te keeren, waar de dichte rietbosschen onze bewegingen beter voor den vijand zouden verbergen. De
+voorde, waarvan <a id="d0e162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e162">215</a>]</span>de vrouwen der Siriniris zich hadden bediend om tot ons te komen, lag juist op onzen weg; eene witte streep dwars over het
+groenachtige water wees de juiste plaats aan. Wij gaven elkander de hand en doorwaadden de rivier, waarbij het water ons tot
+aan de knie&euml;n kwam. Toen wij ons door de gansche breedte der rivier van de Chunchos gescheiden wisten, haalden wij ruimer
+adem.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag, toen wij met zekerheid konden aannemen dat onze vervolgers van hun voornemen hadden afgezien en ons spoor
+waren bijster geraakt, besloten wij naar den linker oever terug te keeren, en het onderzoek der bosschen voort te zetten.
+Maar de Cconi was hier zeer breed, en geen enkel eilandje daagde uit zijn schoot op, om den overtocht te vergemakkelijken;
+ook bewees de kleur van het water genoegzaam dat hier geen waadbare plek, maar veeleer eene groote diepte gevonden werd. Wij
+waren tamelijk met de zaak verlegen, maar onze Bolivianen wisten ook ditmaal raad; zij verzekerden ons al lachende, dat zij
+ons zonder hinder naar de overzijde zouden brengen, en wel door middel van een <i>callapeo</i> (vlot), dat zij zouden vervaardigen. Zoo gezegd, zoo gedaan. Vergezeld van eenige dragers, togen zij naar het woud, en kwamen,
+na verloop van een paar uren, terug met eenige stammen van een toroh <i>(cecropia)</i>, en eenige groote bossen lianen.
+
+</p>
+<p>De vervaardiging van het vlot eischte niet veel tijd: blijkbaar waren onze cascarilleros sinds lang met dit werk vertrouwd.
+Weldra was de callapeo gereed: hij was ongeveer vier el lang en twee el breed. Het was een eenvoudige vloer: de lichte poreuse
+stammen waren door middel van lianen, steviger nog dan touwen, vast aaneengebonden. Zoodra het vlot klaar was, werd het te
+water gelaten; om te zien of het goed in elkaar zat en hoeveel personen het dragen kon, zou eerst een proef worden genomen.
+Twee cascarilleros zetten zich in het midden neder; terwijl hun aanvoerder, aan het eene uiteinde staande en met den langen
+stok gewapend, die hem tot pagaai en roer tevens dienen moest, de rol van stuurman op zich nam. Ik had grooten lust om van
+de partij te zijn; de Bolivianen, hoewel mij vrij latende te doen wat ik goedvond, merkten op, dat zij liever zonder mij de
+eerste proef wilden wagen: was er gevaar, dan moest dit niemand anders dan hen alleen gelden. Ik gaf daar geen acht op, nam
+mijn geweer, en zette mij neder tusschen de twee cascarilleros. Het vlot werd nu van den wal gestooten, en naar het midden
+van de rivier gestuurd, waar de stroom het aangreep en met snelheid begon mede te voeren, toen de stuurman, met vaste hand
+en grooten takt, zijn stok nu eens als riem dan weder als roer gebruikende, het buiten den stroom bracht, en naar den linkeroever
+stuurde, waar wij aan land kwamen, ongeveer een boogschot beneden de plaats der afvaart. Een luide juichkreet van onze makkers,
+die op den anderen oever waren achtergebleven, begroette dezen gelukkigen uitslag.
+
+</p>
+<p>De proef had bewezen dat ons vlot eene bemanning van acht personen zou kunnen dragen, wanneer zij er althans niet tegen opzagen,
+een weinigje in het water te zitten. Toen ik aan wal was gestapt, en het vlot weder naar de overzijde was teruggekeerd, verzocht
+Eusebio, de aanvoerder der cascarilleros, aan den kolonel, die klaar stond te vertrekken, dat hij nog eenige anderen zou aanwijzen,
+die met hem de reis zouden doen. Maar onze dappere vriend scheen daartoe niet gezind: althans Pepe Garcia en Aragon, die zich
+gereed maakten hem te volgen en reeds met hun eenen voet op het vlot stonden, traden terug en moesten hunne beurt afwachten.
+
+
+</p>
+<p>De kolonel ging juist op dezelfde plek zitten, waar ik gezeten had; evenals ik had gedaan, zette ook hij zijn geweer tusschen
+zijne beenen, en knikte mij vriendelijk toe, waarop ik met een vroolijken uitroep antwoordde. Een der cascarilleros had nevens
+hem plaats genomen, en hield hem stevig vast; terwijl de stuurman, achter hem staande, met den stok tegen den oever duwde.
+Het vlot stak van wal, aarzelde eenige seconden, en dreef toen af naar het midden. Ongeveer op een derde der breedte van de
+rivier gekomen, en terwijl de sterke stroom zijne werking reeds deed gevoelen, stak Eusebio, hetzij bij vergissing of uit
+onhandigheid, den stok, waarmede hij op dat oogenblik stuurde, onder de balken van het vlot. Terwijl hij den stok terugtrok,
+kwam het vlot juist midden in den stroom. Door de geweldige beweging brak de stok, waarop de majordomo juist uit al zijne
+macht drukte, met zooveel kracht door midden, dat hij achterover tuimelde en tegen den kolonel aanviel, die voorover nederstortte....
+
+
+</p>
+<p>Een luide angstkreet ontsnapte aan mijn mond, maar werd verdoofd door het geschreeuw onzer makkers op den anderen oever. Het
+vlot, door den stroom aangegrepen, die het als een stroohalm medevoerde, dreef met duizelingwekkende snelheid de rivier af.
+Waar ging het brooze vaartuig heen, en wat zou het op zijn weg ontmoeten? Ik huiverde bij de gedachte. Gedurende eene halve
+minuut staarden wij het ontzettend schouwspel aan: toen verdwenen de ongelukkigen achter eene kromming van den oever.
+
+</p>
+<p>Ik bleef als vastgenageld staan, onbekwaam een stap te doen of eenige beweging te maken, terwijl mijn hoofd duizelde, en ik
+werktuigelijk naar de plek bleef staren, waar het vlot verdwenen was. Hoelang ik daar zoo stond, weet ik niet; eerst langzamerhand
+kwam ik weer tot mijzelven; ik begon mij rekenschap te geven van het gebeurde, en van den toestand, waarin wij ons bevonden.
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-216.jpg" alt="Het breken van den stok."></p>
+<p class="figureHead">Het breken van den stok.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Tenzij er een wonder gebeurde, waarop ik niet mocht rekenen, waren onze ongelukkige makkers reddeloos verloren. Maar geen
+lange foltering stond hun te wachten. De rivier zou hen in haar schoot opnemen, en zich weder boven hen sluiten&#8212;en daarmede
+zou het uit zijn. Maar wat moest ik zelf doen, hier alleen op den oever achtergebleven, in de onmogelijkheid om mij bij onze
+lieden te voegen: zonder levensmiddelen, zonder kruit of lood om met mijn geweer in mijne eerste behoeften te kunnen voorzien;
+bijna met de zekerheid, in de handen der Chunchos te vallen, die, nu ik alleen was, mij ongetwijfeld zouden aanvallen en berooven,
+misschien wel vermoorden..... <a id="d0e189"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e189">218</a>]</span>Een oogenblik benijdde ik onzen vrienden den kalmen zachten dood, dien zij stellig reeds op den bodem der rivier moesten hebben
+gevonden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-217.jpg" alt="Siriniri-Indianen."></p>
+<p class="figureHead">Siriniri-Indianen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Doch weldra gevoelde ik, dat ik mij niet aan werkelooze wanhoop mocht overgeven, maar in de eerste plaats mij nauwkeurig rekenschap
+moest geven van de werkelijkheid, om na te gaan welke middelen tot redding mij die nog bood. Ik begon dus met de plek op te
+nemen, waar ik mij bevond. De lage oever was geheel van plantengroei ontbloot, en zoo volkomen met steenen bedekt, dat het
+zand bijna niet zichtbaar was. Op weinige schreden afstands van den oever liepen twee rijen boomen, die van het woud uitgingen,
+en eene tamelijk groote tusschenruimte open lieten, waar in het midden een doode, van zijn schors beroofde boom stond. Het
+geheel maakte, althans op mij, een treurigen indruk. Aan de overzijde kon ik ons volk zien, met elkander in druk gesprek gewikkeld,
+en telkens hunne oogen naar mij wendende. Tot tweemaal toe was Pepe Garcia naar den oever voortgetreden, en had luid geroepen,
+om mijne aandacht te trekken; dan had hij met zijne hand gewezen in de richting, waarin het vlot verdwenen was. Toen hij bemerkte
+dat ik zijne bedoeling niet begreep, had hij gepoogd mij iets toe te roepen: maar de afstand en het gedruisch van het water
+hadden mij belet daarvan iets te begrijpen. Drie woorden slechts: <i>Seguir la orilla</i>&#8212;den oever volgen&#8212;waren tot mij overgewaaid.
+
+</p>
+<p>Inmiddels was de tijd verloopen: de dag ging ten einde en de zonneschijf stond op het punt achter de wouden aan de overzijde
+te verdwijnen. Het naderen van den avond maakte mijn toestand nog moeielijker. Naarmate het landschap om mij heen donkerder
+en somberder werd, voelde ik mijn moed zinken: honger en vermoeidheid deden daarbij het hunne om mij in eene ongelukkige stemming
+te brengen. Ik poogde wat te rusten, en ging op den grond liggen, na vooraf de steenen een weinig te hebben weggeruimd. Daar
+kon ik in de verte ons kamp zien, waar onze lieden druk in de weer waren. Die beweging hinderde mij: het kwam mij voor, of
+niemand zich om mij bekommerde; ik gevoelde mij bijna als een schijndoode, die zelf getuige is, hoe spoedig de achtergeblevenen
+hem vergeten, en zijne plaats wordt ingenomen. Ik was onbillijk, want onze makkers daar ginds konden op dit oogenblik niets
+voor mij doen; maar de verlatenheid waarin ik mij bevond, en de honger, die mij feller begon te pijnigen, deden mij mijne
+gewone bedaardheid en tegenwoordigheid van geest verliezen.
+
+</p>
+<p>Het was nu allengs volkomen duister geworden: in het bosch heerschte eene diepe stilte; het algemeene zwijgen der natuur werd
+alleen door het ruischen der rivier afgebroken. Somwijlen hoorde ik daarboven uit het luide gepraat en gelach van ons volk,
+gelegerd rondom het vuur, waarvan ik den rossen weerschijn zag, en waarop nu ongetwijfeld de spijs voor het avondmaal werd
+gekookt. Na verloop van eenigen tijd verbleekte de vuurgloed, en zwegen de stemmen onzer makkers: het werd nu volkomen stil.
+Het was mij evenwel niet mogelijk te slapen; maar tegen den ochtend viel ik toch, door vermoeidheid en uitputting, in eene
+soort van verdooving, die mij het bewustzijn van mijn toestand deed verliezen. Terwijl ik zoo dommelde, half wakend, half
+droomend, werd mijne aandacht gewekt door een zwakken kreet, die mij uit de verte tegenklonk, en na eenige oogenblikken door
+een tweeden gevolgd werd. Het geluid kwam niet uit ons kamp, waar alles nog in diepe rust gedompeld was. Maar vanwaar kwam
+het dan? Ik richtte mij op, om zoo mogelijk de richting te onderkennen, vanwaar dit geluid gekomen was, toen een derde kreet
+mijn oor trof. Ditmaal scheen het uit het woud te komen langs den oever, waarop ik mij bevond. Mijn eerste gedachte was te
+antwoorden; maar bij later overleg kwam ik daarvan terug. Het was toch volstrekt niet zeker, dat dit geluid werkelijk door
+een mensch werd voortgebracht: ik wist bij ondervinding, hoever de spotvogel of carpintero van Morayaca het in de nabootsing
+der menschelijke stem had gebracht.
+
+</p>
+<p>Terwijl ik nog hierover in twijfel stond, vernam ik eensklaps verscheidene stemmen, maar thans van zoo nabij en zoo duidelijk,
+dat ik niet alleen niet langer twijfelen kon of ik werkelijk met menschen te doen had, maar zelfs deze stemmen meende te herkennen
+als die onzer ongelukkige schipbreukelingen. Ik stond haastig op, en liep naar het woud, waarvan de takken met kracht ter
+zijde werden gebogen. Zijt gij het Perez? riep ik.&#8212;Ik zelf Pablo, antwoordde mij de kolonel.&#8212;<i>Buenas noches, senor</i>, (goeden nacht, mijnheer) zeiden de Bolivianen. Eenige minuten later waren wij allen bijeen en drukten elkander hartelijk
+de hand.
+
+</p>
+<p>Toen de eerste aandoening voorbij was, vroeg ik aan onze vrienden, door welk wonder zij aan het dreigende en naar onze meening
+onvermijdelijke doodsgevaar waren ontsnapt. Eusebio verhaalde mij wat er gebeurd was. Ook hij had in het eerste oogenblik
+niet anders gedacht, dan dat zijn laatste uur gekomen was; maar zijn heilige patroon, dien hij in dien uitersten nood had
+aangeroepen, was hun te hulp gekomen. Het vlot, met duizelingwekkende snelheid door den stroom medegesleept, was reeds vier
+krommingen der rivier doorgevlogen, en stond op het punt tegen een rotsbank te pletter te worden gestooten, toen een zijstrooming
+het had weggevoerd en tegen den linker oever geworpen. De schok was zoo hevig geweest, dat het vlot zich recht tegen den hoogen
+oever had opgericht, waar het door de lianen werd tegengehouden. De schipbreukelingen, met kracht tegen den grond geslingerd,
+waren weldra weder opgestaan en van den eersten schrik bekomen; begrijpende dat zij mij nog op dezelfde plaats zouden vinden,
+waar zij mij hadden achtergelaten, waren zij het bosch ingegaan. Op hun tocht hadden zij voortdurend met allerlei moeilijkheden
+te kampen gehad. Daar zij noch bijlen, noch messen bij zich hadden, hadden zij zich met hunne handen een doortocht moeten
+banen. Zoolang het dag was, ging dit tamelijk goed, maar toen de nacht was ingevallen, konden zij niet dan tastend voortgaan,
+en hadden zij geducht te lijden van de doornen en scherpe punten der struiken en planten, die zij in den donker niet konden
+zien. Hun gelaat, hunne handen en beenen droegen overal de sporen van deze onaangename <a id="d0e212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e212">219</a>]</span>aanrakingen; hunne kleederen hingen hen als lappen om het lijf. Maar toch hadden zij mij wedergevonden: wij waren weder bij
+elkaar, en de doorgestane vermoeienissen en gevaren waren vergeten.
+
+</p>
+<p>Ons volk aan de overzijde, nog steeds in diepen slaap gedompeld, had niets gemerkt van de komst van den kolonel en de Bolivianen.
+Zij waren dan ook niet weinig verwonderd, toen zij, in plaats van &eacute;&eacute;n persoon, er vier op den oever zagen. Vol verbazing liepen
+zij naar den oever, wreven zich de oogen uit, en bleven ons een poos zwijgend aanstaren. Toen zij niet langer aan onze identiteit
+konden twijfelen, begonnen zij luidkeels te jubelen, terwijl de tolken gingen dansen van pret.
+
+</p>
+<p>Half door roepen, half door gebaren, beduidden wij hun, dat zij dadelijk moesten opbreken en den rechter oever volgen, terwijl
+wij van onzen kant langs den linker oever zouden voorttrekken. Hoewel zij het doel van deze beweging niet recht schenen te
+begrijpen, aarzelden zij toch geen oogenblik met de uitvoering. Zoo gingen wij twee uren lang voort; zij op den open oever,
+wij onder de schaduw der dichte bosschen, dwars door bijkans ondoordringbare struiken en doorngewassen; tot wij eindelijk
+de plek bereikten, waar het vlot was gestrand. Wij riepen nu onze manschappen toe, stil te houden en af te wachten wat wij
+zouden doen.
+
+</p>
+<p>Wij wenschten namelijk het vlot los te maken uit de lianen, waarin het verward was, en vervolgens ons gezelschap van den linker
+oever over te brengen naar den rechter, waar wij ons bevonden. De cascarilleros wilden dit gedeelte van het woud onderzoeken,
+waartoe nu te eer gelegenheid bestond, nu de tegenwoordigheid der Chunchos hen niet langer hinderde.
+
+</p>
+<p>Het vlot, van zijne omwindselen losgemaakt, werd weder te water gelaten. De geweldige kracht van den stroom, door de uitstekende
+rotsen in verschillende takken verdeeld, maakte de overvaart op dit punt onmogelijk; wij besloten dus den oever af te zakken,
+tot wij eene betere plaats zouden gevonden hebben. Eene liane, aan het vlot bevestigd, diende als lijn. Zoodra onze lieden
+aan den overkant zagen dat wij onzen tocht hervatten, begaven ook zij zich weder op weg. Een halve mijl verder vonden wij
+een inham, die ons voor de proefneming beter geschikt voorkwam. Niet alleen was het water hier kalm; maar eene lichtgroene
+streep, die van den tegenovergestelden oever tot in het midden der rivier voortliep, scheen de aanwezigheid van een zandbank
+aan te duiden.
+
+</p>
+<p>Om zich de noodige stokken voor het besturen van het vaartuig te verschaffen, sneden de Bolivianen met hun zakmes eenige jonge
+boomen bij den wortel af waarmede natuurlijk een geruime tijd heenging. Toen zij hiermede klaar waren, trokken zij het vlot
+naar den oever, sprongen er op en staken af. De overtocht werd spoedig en gelukkig volbracht, en eer een half uur verloopen
+was, bevond zich onze geheele karavaan op den linkeroever, waar wij ons weldra aan een goed ontbijt vereenigden. Na ons aldus
+versterkt te hebben maakten wij ons gereed naar het woud te trekken, waar onze cascarilleros hunne nasporingen zouden beginnen.
+Het vlot, dat ons later nog van dienst kon zijn, werd stevig aan den oever vastgebonden, om niet met den stroom af te drijven.
+
+
+</p>
+<p>Kort nadat wij in het woud waren gekomen, begon de grond te rijzen: een bewijs dat wij de heuvelen naderden, die in lange
+reeks met de Cordilleras samenhangen. Juist toen wij ons met moeite door dicht en laag kreupelhout een weg baanden, schoot
+een wijfjespeccari met hare zeugen langs ons heen en verdween in de struiken. Pepe Garcia en Aragon konden de verzoeking niet
+weerstaan, hunne geweren af te schieten. Het beest raakten zij niet: maar de echo van het woud, die de schoten als een verre
+donder weerkaatste, waarschuwde de al te ijverige jagers, doch te laat, dat zij eene onvoorzichtigheid hadden begaan. Dit
+beteekenisvolle geluid moest natuurlijk de Chunchos dadelijk weer met ons verblijf bekend maken, aangenomen dat zij ons spoor
+hadden verloren. Daar er evenwel voor het oogenblik niets aan te doen viel, was het maar best er niet verder aan te denken;
+maar om eene herhaling van het feit te voorkomen, verbood de kolonel den tolken, zonder zijne <span class="corr" title="Bron: uitdrukelijke">uitdrukkelijke</span> vergunning te schieten.
+
+</p>
+<p>Middelerwijl gingen de cascarilleros het bosch in, en kwamen na verloop van eenige uren weder bij ons. Ditmaal waren hunne
+<span class="corr" title="Bron: naspoingen">nasporingen</span> niet vruchteloos geweest: zij brachten onderscheidene stukken van de schors van fijnere kinaboomen mede, die zorgvuldig werden
+bewaard. Nauwelijks hadden wij onzen tocht hervat, of wij vernamen eensklaps het schreeuwen van een ara, en wel niet in de
+lucht boven onze hoofden, maar naast ons op den grond. Verbaasd zagen wij in het rond, maar in plaats van den vogel, dien
+wij meenden te zien, ontdekten wij het glimlachende en versch beschilderde gelaat van onzen ouden bekende, den Siriniri. Achteloos
+tegen een boom geleund, die hem gedeeltelijk verborg, vertoonde de wilde ons enkel zijn hoofd, even als een kind, dat wegschuilertje
+speelt. Toen hij aan onze blikken bemerkte dat wij zijn kreet verstaan hadden, wenkte hij ons met de hand en trad naar ons
+toe, zonder zich te laten weerhouden door het onvriendelijke gelaat, waarmede wij hem afwachtten. Hij verhaalde ons dat eenige
+leden van zijn stam, die bij de laatste uitdeeling van messen niet tegenwoordig waren geweest, gaarne kennis met ons wilden
+maken; door het geluid van onze <i>tasa-tasa</i> (geweren) verschrikt, hadden zij zich in de struiken teruggetrokken. De Chuncho zeide niet, of hij ons in stilte gevolgd
+was, dan wel of de schoten, door de tolken op de peccari gelost, hem ons verblijf hadden verraden. Zijn voorstel om met zijne
+vrienden kennis te maken, beviel ons zoo weinig, dat wij op het punt stonden hem te zeggen dat hij naar den duivel kon loopen,
+maar de voorzichtigheid weerhield ons. Tot hiertoe hadden deze wilden, hun onmatige begeerte naar messen daargelaten, zich
+niet alleen vredelievend gedragen, maar waren zij ons zelfs in sommige opzichten van dienst geweest. In het belang onzer eigene
+veiligheid was het dus wenschelijk met hen op een goeden voet te blijven, al moest dat dan ook eenige opoffering kosten, en
+al namen wij ons stellig voor, <a id="d0e237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e237">220</a>]</span>hen altijd op zekeren afstand te houden.&#8212;De wilde scheen ons zwijgen voor toestemming aan te zien; althans hij floot op zijne
+vingers, en op dit teeken kwamen een dozijn mannen uit de struiken te voorschijn, wier gelaat en lichaam met roode en zwarte
+streepen waren beschilderd, wier hoofd prijkte met een kroon van toucanvederen, en voorts met hun boog en pijlen in de hand.
+De troep begon aanstonds te springen en te dansen, onder het luide geroep van <i>Meneha huayri siruta</i>! (heer, geef een mes.)
+
+</p>
+<p>Achter deze springende, dansende, gesticuleerende mannen vertoonden zich eenige vrouwen, die uit het struikgewas waren te
+voorschijn gekomen. Sommigen droegen een kind, schrijlings op haar heup gezeten; anderen poogden onze begeerlijkheid op te
+wekken door het vertoonen van allerlei voorwerpen, zooals schitterend gekleurde huiden van vogels, tamme papegaaien, vruchten
+en wortelen, die zij te koop aanboden. Om het rumoer een weinig tot bedaren te brengen, liet ik het pak met snuisterijen ongemerkt
+ter zijde brengen, zoodat zij niet zien konden wat er in was; toen nam ik er eenige messen, van zes stuivers uit, die ik verruilde
+tegen verschillende voorwerpen, welke men mij aanbood. De vrouwen, die <span class="corr" title="Bron: hij">bij</span> deze verhandelingen behulpzaam waren geweest, ontvingen eenige kleinigheden ten geschenke. Eene van haar, die twee belletjes
+had gekregen en daarmede uitermate in haar schik was, kwam op den inval, ze aan een draad te rijgen, en dien door haar neus
+te steken, nadat zij eerst een stuk riet, dat in haar neus was bevestigd, daaruit had gehaald. Toen schudde zij met haar hoofd,
+zoodat de belletjes klingelden, wat haar uitermate verrukte. Dit voorbeeld werkte aanstekelijk. Al de vrouwen wilden nu volstrekt
+ook zulk een klokkenspel aan haar neus hebben; en wij zagen ons gedwongen, aan ieder een paar belletjes te geven, die zij
+onmiddellijk door haar neusgaten staken. Zij gingen nu allen te gelijk aan het schudden met haar hoofd; doch moesten die oefening
+weldra staken, daar zij anders gevaar liepen een stijven nek te krijgen.
+
+</p>
+<p>Toen het een oogenblik stil was geworden, maakten wij daarvan gebruik om afscheid te nemen van onze nieuwe kennissen. Juist
+toen wij op het punt stonden heen te gaan, werden wij plotseling omsingeld door de gansche bende, die, met groot geschreeuw
+en heftige gebaren, zich tegen ons vertrek scheen te willen verzetten. Blijkbaar hadden zij evenwel niets vijandigs in den
+zin. Wij begrepen spoedig dat zij met al dat geraas en getier, al die beweging en die onverstaanbare uitroepen geene andere
+bedoeling hadden, dan om op hunne wijze te protesteeren tegen ons vertrek. Onder al dit rumoer werd mijn nieuwsgierigheid
+geprikkeld door het woord <i>huatinmio</i>, dat telkens in hunne uitroepen terugkeerde, en meestal vergezeld ging van eene beweging met de hand naar een onbekend punt
+in het woud. Ik verzocht Pepe Garcia hun te vragen wat dit beteekende. Deels door gebaren en deels door middel van die brabbeltaal,
+waarvan hij zich tot dusver in zijn omgang met de Siriniris bediend had, kwam hij van hen te weten dat het woord <i>huatinmio</i> de naam van hun dorp was, op korten afstand gelegen, in de door hen aangewezen richting. Op dit oogenblik, zoo verzekerden
+zij, was er in het dorp niemand overgebleven, dan eenige grijsaards met de vrouwen en kinderen; de mannen waren uitgetogen
+om in de vallei te jagen en te visschen, zooals steeds hunne gewoonte was, wanneer de voorraad ten einde liep. Zij noodigden
+ons uit, derwaarts te gaan.
+
+</p>
+<p>Dit uitstapje had voor ons weinig aantrekkelijks: te minder daar het ons van den weg afvoerde, dien wij ons hadden voorgenomen
+te volgen. Het was louter tijdverspilling en vruchtelooze moeite; nog daargelaten, dat wij ons misschien aan gevaren blootstelden.
+Ik verzocht dus Pepe Garcia, dat hij de Siriniris voor hunne vriendelijke uitnoodiging zou bedanken, en ons leedwezen betuigen
+dat wij daaraan geen gevolg konden geven, omdat wij geen tijd te verliezen hadden. Tusschen beschaafde lieden zou het daarmede
+uit geweest zijn; maar deze wilden lieten zich door onze weigering niet uit het veld slaan. Zij hielden zoo lang aan met vleien
+en smeeken en dringen en liefkozen, dat ik den moed niet had te blijven weigeren. Bovendien drongen de kolonel en de majordomo
+er op aan, dat wij aan het verzoek der Siriniris gevolg zouden geven. De kolonel wilde gaarne zulk een indiaansch dorp zien,
+en de majordomo nam zich voor, onderweg nauwkeurig de wouden te onderzoeken, of zij ook kinaboomen bevatten. Zij voegden daarbij
+dat Huatinmio op korten afstand lag, en dat, daar de gansche mannelijke bevolking in het veld was, ons kort verblijf van een
+paar uren wel geen ernstig gevaar kon opleveren, hetzij voor onze personen, hetzij voor onze goederen. Ik gaf dan toe: en
+Pepe Garcia deelde aan de Siriniris mede, dat wij hen naar hun dorp zouden volgen, en zelfs daar onzen maaltijd wilden gebruiken.
+Zij sprongen en dansten van vreugde, en toonden zich dadelijk bereid, den tocht te aanvaarden. Twee hunner gingen voorop,
+als om den weg te banen; de anderen mengden zich onder ons volk, en babbelden rusteloos door. De vrouwen vormden de achterhoede:
+zij droegen hare kinderen, die nog niet loopen konden, en pasten op de anderen, die nu en dan onder weg bleven stilstaan.
+
+
+</p>
+<p>Onze gidsen stapten zoo stevig aan, dat wij na verloop van een kwartier bijna geheel buiten adem waren, en eenige oogenblikken
+stil moesten houden om wat uit te rusten. Pepe Garcia verzocht hun, uit onzen naam, wat langzamer te loopen, daar wij hen
+anders niet volgen konden: een verzoek, dat hen grootelijks verwonderde en hun lachlust opwekte. Maar toch volgden zij dien
+wenk op, en richtten het zoo in, dat wij hen althans zonder te veel inspanning konden bijhouden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-221.jpg" alt="Het stranden van het vlot."></p>
+<p class="figureHead">Het stranden van het vlot.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Al aanstonds had het onze aandacht getrokken, dat de Chunchos er zich in het minst niet om bekommerden, of zij een gebaand
+pad volgden, dan wel dwars door het dichte hout gingen. Dit scheen hun volmaakt onverschillig: en waar wij gevreesd zouden
+hebben onze kleederen te scheuren, schenen zij in het minst niet aan hunne naakte huid te denken. Trouwens, de behendigheid,
+waarmede zij zich door alle gaten en bochten wisten heen te werken, grensde aan <a id="d0e266"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e266">222</a>]</span>het wonderbare. Een slang kon het niet beter en knapper doen. Hoe dicht ook het woud met doornen, lianen of slingerplanten
+bewassen of omwoeld was, nooit verbraken zij die hinderpalen of namen, zooals wij, hun toevlucht tot bijl of mes. Zij schoven
+eenvoudig de takken of lianen ter zijde, of lichtten die op, als ware het een gordijn of draperie; en dat met zooveel behendigheid
+en zooveel natuurlijke bevalligheid van beweging, dat wij er ons telkens op nieuw over verwonderden. Maar al dit fraais had
+ook eene minder aangename keerzijde. Wij liepen namelijk telkens gevaar, de lianen of doornen in het gezicht te krijgen, die
+de wilden met de grootste vlugheid hadden ter zijde gebogen, en die zij daarna weder loslieten, zonder er een oogenblik aan
+te denken, dat wij hen op den voet volgden. Evenwel, wij getroostten ons deze onaangenaamheid, ziende hoe groot genoegen wij
+hen deden, door met hen mede te gaan.
+
+</p>
+<p>Reeds was er een uur verloopen, sedert wij ons op weg hadden begeven, en begon ons de wandeling tamelijk lang te vallen, toen
+wij aan eene meer open plek in het woud kwamen, waar de zonnestralen lichte kringen op den grond teekenden. Aan de overzijde
+bespeurden wij een smal pad, tusschen twee hoogten ingesloten, dat met zachte helling naar boven liep, en overal de sporen
+droeg van veelvuldige menschelijke voetstappen. De Siriniris sloegen dat pad in, en wij volgden hen. Na verloop van tien minuten
+kwamen wij op eene vlakte, waar wij tusschen het geboomte de palmbladeren-daken van eenige hutten ontdekten.
+
+</p>
+<p>Onze gidsen hadden, bij de nadering van het dorp, een luid geschreeuw aangeheven; hunne vrouwen kwamen nu aanloopen, maar
+stonden, zoodra zij ons bemerkten, eensklaps stil, als niet wetende wat deze onverwachte verschijning te beduiden had. Maar
+ziende dat haar eigen stamgenooten als vrienden met ons omgingen, en door eenige verklaringen van hare mannen gerustgesteld,
+waagden zij het, naderbij te komen. Naalden, belletjes, koperen knoopen en dergelijke snuisterijen, die wij inmiddels te voorschijn
+hadden gehaald en haar nu aanboden, verdreven weldra de laatste sporen van vrees, zoodat wij spoedig goede maatjes waren.
+
+
+</p>
+<p>De woningen van het dorp bestonden uit zeer groote open loodsen, met palmen gedekt en in schilderachtige wanorde door elkander
+geplaatst; zij waren aan de noordwestzijde gesloten, en dus beveiligd tegen de regens en den wind, die van den kant der Cordilleras
+komen; aan de zuidoostzijde waren zij geheel open, en voorts door palmhouten beschotten in drie of vier afdeelingen of kamers
+gesplitst. Wij telden zeven van zulke loodsen, die te zamen in drie-en-twintig compartimenten waren verdeeld; aannemende,
+dat in elk compartiment een gezin van zes personen huisvestte&#8212;wat zeker niet overdreven was&#8212;zou het dorp Huatinmio eene bevolking
+tellen van honderd-acht-en-dertig zielen, de vrouwen en kinderen daaronder begrepen.
+
+</p>
+<p>Ieder vertrek bevatte&#8212;behalve het weinige vaatwerk en keukengereedschap, waaraan de wilde behoefte heeft, zooals kruiken en
+schotels van ruw aardewerk;&#8212;geen ander meubel dan een breede, van takken gevlochten, op vier pooten rustende bank, die de
+Indianen <i>barbacoa</i> noemen, en die hun beurtelings tot tafel, buffet, rustbank en bed dient. Tegen de wanden hingen bogen, pijlen, kleine trommels,
+fluiten, kronen van papegaaien- of toucanvederen, versierselen van boomschors met franje van gedroogd gras, die bij groote
+plechtigheden werden gebruikt. Deze geheele rommel, die er tamelijk smerig en verlept uitzag, had voor het oog niets aantrekkelijks.
+
+
+</p>
+<p>Bij de nadere beschouwing van deze woningen, waar de walgelijkste onzindelijkheid hand aan hand ging met de volkomenste armoede,&#8212;indien
+althans deze volslagen onbekendheid met al wat tot veraangenaming des levens behoort, armoede kan genoemd worden;&#8212;trof ons
+vooral eene bijzonderheid. Onder al die rustbanken, die, zooals ik gezegd heb, tot verschillende doeleinden dienen, zagen
+wij de overblijfselen van vuren. Waartoe dat vuur onder eene barbacoa, die twee voet boven den grond verheven was? Diende
+dit meubel ook nog als rooster, om de spijzen op te braden of te droogen? Wij konden ons dat niet verklaren, en besloten daaromtrent
+onzen gastheeren inlichtingen te vragen.
+
+</p>
+<p>Rondom de woningen groeiden, te midden van mimosa&#8217;s en anone&euml;n, bananen, deels nog in bloei, deels reeds met vrucht. Een weinig
+buiten het dorp vonden wij een eenigszins bebouwd terrein, waar manioc, pasteken, pompoenen en ettelijke andere vruchten werden
+geteeld; alles toonde echter duidelijk aan, dat deze zoogenaamde plantage zeer slecht werd onderhouden, en dat, zoo er nog
+iets van terecht kwam, dit wel voornamelijk aan de vruchtbaarheid van den bodem en het gezegend klimaat te danken was. Ook
+was de opbrengst van dezen akker geheel onvoldoende om de bevolking van het dorp te voeden, die dan ook, evenals alle stammen
+van het woud, in jacht en visscherij hare voornaamste middelen van bestaan vindt.
+
+</p>
+<p>Toen wij van onze wandeling terugkwamen, vonden wij een maaltijd gereed staan, dien men bepaaldelijk te onzer eere had aangericht,
+bestaande in een in der haast gekookte ragout van gerookt apenvleesch en groene bananen. Zout ontbrak; maar dit gemis werd
+meer dan vergoed door een zoo ruimen overvloed van spaanschen peper, dat reeds bij den eersten hap de tranen ons over de oogen
+liepen, en wij een gevoel hadden of onze mond en keel met een gloeiend ijzer werden verschroeid. Gelukkig had men de voorzorg
+genomen, nevens dien kom met heeten rago&ucirc;t een schotel met frisch, helder water te zetten, waar wij telkens een teug van namen.
+Onze vrienden de Siriniris schenen voor deze sterke kruiderijen onaandoenlijk.
+
+</p>
+<p>Toen onze maaltijd, dien wij op den grond zittende gebruikt hadden, was afgeloopen, bemerkten wij, dat de zon reeds ter kimme
+begon te neigen. Wij hadden ons, verleid door het vreemde dezer omgeving, wat lang opgehouden, en waren nu onzeker wat te
+doen. De kolonel, die, naar hij zeide, alles gezien had wat hier te zien viel, wilde volstrekt vertrekken en ergens in het
+woud gaan bivouakeeren. Ik wilde evenwel gaarne van deze gelegenheid gebruik maken, om iets <a id="d0e287"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e287">223</a>]</span>meer te weten te komen van de lieden, in wier midden wij ons nu bevonden; ik deed daarom den kolonel opmerken, dat het onwellevend
+zou zijn, aanstonds na den maaltijd heen te gaan; en dat wij in ieder geval nog beter in het dorp konden overnachten, dan
+in het vochtige woud, waar wij op den sterk bedauwden grond moesten rusten. Vooral deze laatste opmerking scheen bij Perez,
+die nog al last van rhumatiek had, te wegen; er werd dus besloten, dat wij te Huatinmio zouden overnachten.
+
+</p>
+<p>Toen Pepe Garcia dit besluit aan de Chunchos mededeelde, waren zij daarmede blijkbaar zeer in bun schik. Aanstonds noodigden
+zij ons uit, zelf eene keuze te doen tusschen de verschillende woningen, die allen te onzer beschikking werden gesteld. Natuurlijk
+kozen wij de grootste, zoodat wij allen bij elkander konden blijven. Zoodra onze bagage daarin was geplaatst, brachten de
+Siriniris ons hout en water, de eenige zaken, die zij ons voor den nacht konden aanbieden. Zoodra het donker was geworden,
+haalde ik eene bougie te voorschijn, die ik aanstak, en die de uiterste verbazing der inboorlingen opwekte. Ik wenschte het
+een en ander aan te teekenen aangaande de zeden en gewoonten onzer gastheeren, waartoe ik de hulp van Pepe Garcia noodig had,
+die zich reeds een barbacoa had uitgekozen om daarop met Aragon te gaan slapen. Het was hem dan ook niet zeer naar den zin,
+toen ik hem gelastte, de Chunchos te ondervragen omtrent hetgeen ik wenschte te weten, en mij hunne antwoorden mede te deelen.
+Aanvankelijk ging de ondervraging niet gemakkelijk, maar allengs begon men elkander beter te verstaan, en werden geregelde
+antwoorden gegeven. Wat ik op die wijze te weten kwam, zal ik hier kort mededeelen.
+
+</p>
+<p>De Siriniris, waartoe onze gastheeren behoorden, waren destijds in drie stammen verdeeld, die eene landstreek bewoonden van
+omstreeks tien mijlen lengte bij drie &agrave; vier mijlen breedte, geheel met dichte bosschen bedekt, en door verscheidene beken
+en kleine rivieren besproeid. Deze drie stammen te zamen waren misschien omstreeks driehonderd zielen sterk; sedert langen
+tijd leefden zij zoowel onderling, als met de naburige stammen der Huatchipayris, Tuyneris en Pukiris, die de noordelijk en
+zuidelijk aangrenzende valleien bewoonden, in ongestoorden vrede.
+
+</p>
+<p>De zeden en gewoonten van dezen stam kwamen tamelijk overeen met die van al de stammen, die de hellingen van de Cordilleras,
+tusschen den 10<sup>den</sup> en den 12<sup>den</sup> graad zuiderbreedte bewonen, en waarmede wij reeds vroeger kennis hadden gemaakt. De veelwijverij was bij de Siriniris echter
+veeleer uitzondering dan regel: niet zoozeer omdat hunne begrippen ten aanzien van het huwelijk zooveel strenger waren, maar
+omdat de schaarschte der levensmiddelen, en de moeilijkheid om altijd in het onderhoud te voorzien, de mannen doorgaans weerhield,
+meer vrouwen te nemen, dan zij zonder al te veel inspanning konden voeden.
+
+</p>
+<p>Overigens was hunne levenswijze geheel dezelfde als die hunner stamgenooten: zij kenden geene andere zorg of bezigheid, dan
+de vervulling hunner dagelijksche, physieke behoeften. Had de jacht of de visscherij genoeg opgeleverd, dat er voor eenige
+dagen voorraad was, dan bleven de mannen thuis, meestal in volslagen werkeloosheid op den grond of de barbacoa liggende, terwijl
+de vrouwen alle bezigheden in en buiten &#8217;s huis verrichtten. Zooals ik reeds zeide, de vrouw is hier nog, in den letterlijken
+zin des woords, de slavin, het lastdier, het eigendom van den man, en in geenen deele zijne gelijke, zijne echtgenoote. Alle
+zware arbeid, dien de man niet verrichten wil, komt ten laste van de vrouw, boven en behalve de zorg voor de kinderen en de
+huishouding. De vrouwen zijn, sedert eeuwen reeds, aan die ruwe behandeling gewoon en denken er niet aan, zich daarover te
+beklagen: zij zijn daaraan zoo gewoon geworden, dat zij niet anders weten of het behoort zoo.
+
+</p>
+<p>Evenals bij alle indiaansche volksstammen van Zuid-Amerika, gaat het huwelijk, of liever de vereeniging der beide geslachten,
+zonder eenige ceremonie of plechtigheid. De jonkman neemt zich een meisje, en daarmede is het uit. De kinderen blijven tot
+aan hun zevende jaar onder het opzicht van de moeder; dan gaan zij onder de voogdij van den vader over, die zich met de verdere
+opvoeding belast. Zijn eerste werk is, hen, evenals jonge honden, in het water te werpen, om hun zoodoende zwemmen te leeren;
+dan onderwijst hij hen in de behandeling van boog en pijlen, en in de kunst om met een steenen mes, en met behulp van vuur,
+knodsen te snijden. Daartoe en tot het nabootsen van het geluid van eenige dieren, bepaalt zich de geheele opvoeding. Het
+kind vergezelt zijn vader op diens tochten door het bosch, gaat met hem op de jacht, en neemt, op zijne beurt groot geworden,
+zooveel vrouwen als hij meent te kunnen onderhouden. En zoo gaat het leven dezer menschen, geslacht aan geslacht voort, terwijl
+hun aantal voortdurend vermindert, en met onvermijdelijke zekerheid de dag nadert, waarop zij geheel van de aarde zullen verdwenen
+zijn.
+
+<a id="d0e305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e305">269</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-269.jpg" alt="Gezicht op den berg Basiri."></p>
+<p class="figureHead">Gezicht op den berg Basiri.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">III.</h3>
+<p>Den volgenden morgen vertrokken wij van Huatinmio, na van onze vriendelijke gastheeren afscheid genomen te hebben, en vervolgden
+onzen weg. Allengs nam het woud een schilderachtiger karakter aan, en alleen de begeerte om zoo spoedig mogelijk buiten het
+bereik der Siriniris te komen, dreef ons zoo haastig voort, dat wij aan de schoone partijen, die ons omringden, niet de aandacht
+konden schenken, die zij zoo ruimschoots verdienden. Doch weldra scheen de vrees voor eene ontmoeting geen beletsel meer om
+het landschap rondom ons goed op te nemen; onze cascarilleros begonnen weder de bosschen te onderzoeken, of zij ook kinaboomen
+konden vinden: en hunne nasporingen waren niet altijd vruchteloos. Zoo ging het voort, dagen achtereen, altijd door de bosschen
+en wouden; des nachts ons kamp opslaande op een open plek of aan den oever der rivier, en des daags onzen tocht vervolgende,
+die niets bijzonders opleverde.
+
+</p>
+<p>Op zekeren dag opende zich eensklaps voor ons oog een wijde, dorre vlakte, schitterende in de zonnestralen, en aan den gezichteinder
+begrensd door het woud, waarboven zich de toppen van twee, geheel met bosch bedekte heuvelen verhieven. Juist toen wij uit
+de schaduw te voorschijn kwamen, en ons gereed maakten om de vlakte over te steken, bespeurden wij een troep inboorlingen,
+mannen, vrouwen en kinderen, die naar ons toe kwamen. Deze ontmoeting was ons hoogst onaangenaam, en wij peinsden op een middel
+om die nog te vermijden. Dit was alleen mogelijk door zoo spoedig doenlijk in het woud terug te keeren, en eene andere richting
+te volgen. Wij deden dit ook dadelijk: maar helaas, het was reeds te laat! Plotseling verhief zich een oorverdoovend geschreeuw,
+dat duidelijk genoeg bewees, dat de wilden ons gezien hadden, en het niet meer mogelijk zou zijn, de gevreesde ontmoeting
+te vermijden. Wij bleven dus waar wij waren, en wachtten de nadering dezer onbekenden af. Wij behoefden niet lang te wachten.
+Zoodra zij ons in het bosch hadden zien terugtrekken, hadden zij het op een loopen gezet, en weldra was de geheele bende bij
+ons. In een oogenblik waren wij nu omringd en ingesloten, en begonnen de Chunchos ons <a id="d0e318"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e318">270</a>]</span>met luid geschreeuw en allerlei wilde gebaren te omhelzen en aan hunne borst te drukken. Niet dan met eenige moeite konden
+wij er in slagen, ons aan deze onstuimige liefkozingen te onttrekken, en de wilden een weinig van het lijf te houden, zoodat
+wij ons althans vrij bewegen konden.
+
+</p>
+<p>Wij maakten daarvan gebruik om het bosch te verlaten en naar de vlakte te gaan, waar wij onze bezoekers beter in het oog konden
+houden, en zoo noodig alle vijandelijkheden dadelijk konden keeren; maar onze vrees bleek weldra ongegrond. Zoodra zij zagen,
+dat hunne wijze van handelen ons niet beviel, veranderden zij van houding, en maakte de vrijpostige familiariteit van zooeven
+plaats voor aanhalige nederigheid. Toch was het ons duidelijk, dat zij van begeerte brandden om de fraaie messen te bezitten,
+die in onze gordels staken; zij konden er de oogen niet afwenden, en wezen er naar, terwijl zij met de lippen smakten als
+kinderen, die een of andere lekkernij zien. Wij hielden ons evenwel of wij die wenken niet begrepen <span class="corr" title="Bron: ez">en</span> zwegen stil.
+
+</p>
+<p>Door onze onbekende bezoekers begeleid, trokken wij tot midden in de vlakte voort. Wij wilden niet doorgaan naar het bosch,
+waar zij ons ongetwijfeld zouden volgen, maar hielden halt, in de hoop, dat de zeer koele ontvangst hen weldra zou bewegen,
+ons te verlaten. Wij zetten ons neder op de rotsblokken, die zich hier en daar uit het zand verhieven; terwijl de Chunchos
+zich in verschillende houdingen op den grond zetten; zij wenden hunne blikken niet van ons af, en begonnen tevens met elkander
+een druk gesprek, dat op zoo gedempten toon gevoerd werd, dat wij er geen woord van konden verstaan. Dit onderhoud, dat natuurlijk
+in de eerste plaats over onze personen en onze messen liep, had reeds ongeveer een half uur geduurd, toen ik, vreezende dat
+er geen eind aan komen zou, onze tolken verzocht, aan de wilden te zeggen, dat zij ons verveelden, en dat zij, in plaats van
+ons te blijven aankijken, beter zouden doen met heen te gaan en zich niet verder met ons te bemoeien. Ik weet niet of de tolken
+mijne woorden trouw overbrachten; maar wel verre dat de Chunchos den gegeven raad zouden volgen, begon er nu een levendig
+gesprek tusschen hen en onze woordvoerders. Weldra vernamen wij wat er gaande was.
+
+</p>
+<p>Ziende, dat wij volstrekt niet gezind waren; hen gratis van bijlen en messen te voorzien, en van hun kant niets bezittende
+om ons aan te bieden, waren deze Siriniris op de gedachte gekomen, de begeerde voorwerpen in te ruilen tegen levensmiddelen,
+die zij ergens in het woud verborgen hadden. Hun voorraad bestond in een halven gerookten pecari; eene zekere hoeveelheid
+bananen, zoete aardakers en eenige andere vruchten; en onze tolken hadden het der moeite waard geacht, daarover nader in onderhandeling
+te treden, want onze eigene voorraad was bijna verteerd. De Chunchos hielden echter hunne waren op prijs: voor den halven
+pecari vroegen zij een bijl, voor de bananen en andere vruchten zes groote messen. De prijs was buitensporig; maar het vooruitzicht
+van een goeden maaltijd te kunnen doen, was zoo uitlokkend, dat de koop weldra gesloten werd. Doch, wenschende zoo spoedig
+mogelijk van hen verlost te worden, drongen wij er op aan, dat de zaak onmiddellijk zou worden ten einde gebracht. De Siriniris
+stonden een oogenblik in beraad; toen verwijderden zich twee hunner en begaven zich, van <span class="corr" title="Bron: huue">hunne</span> vrouwen vergezeld, met snelle schreden naar het bosch.
+
+</p>
+<p>Reeds waren sedert hun vertrek eenige minuten verloopen, toen ik, werktuigelijk het hoofd omwendende, zag, hoe deze afgevaardigden
+al langzamer en langzamer begonnen te loopen, en eindelijk aan den rand van het bosch gekomen, in plaats van daarin te gaan,
+onder een boom gingen zitten, en uit de verte naar ons bleven kijken. Dit scheen mij minstens zonderling; ik maakte daar den
+kolonel opmerkzaam op, die zich weldra overtuigde, dat mijne oogen mij niet misleidden. Zoodra zij bemerkten, dat wij hen
+ontdekt hadden, stonden zij allen op en verdwenen in het woud.
+
+</p>
+<p>Toen, na verloop van een uur, de uitgezondenen nog niet waren teruggekeerd, liet ik aan de Siriniris zeggen, dat, daar de
+levensmiddelen niet kwamen, wij den koop als nietig beschouwden, en onze tocht zouden vervolgen. Deze mededeeling scheen hen
+niet te bevallen; door zeer duidelijke uitroepen en gebaren gaven zij aan hunne ontevredenheid lucht. Ik stoorde mij daaraan
+niet, maar gaf het sein tot vertrekken. Toen onze dragers zich daartoe gereed maakten, gingen sommigen dezer wilden zoover,
+dat zij hen omringden en aangrepen, en aanstalten schenen te maken om hen van hunne kleederen te berooven. De verschrikte
+Quechuas begonnen als kinderen te schreeuwen, waardoor de vroolijkheid der plunderaars niet weinig werd opgewekt. Reeds had
+een hunner de montera van een onzer lieden weggekaapt en die opgezet, en maakte hij zich gereed daarmede weg te loopen, toen
+wij tusschenbeiden kwamen om aan dit tooneel, dat ernstige gevolgen kon hebben, een einde te maken. Het gelukte ons, met groote
+woorden en dreigementen, de Siriniris in bedwang te houden, waarop wij onze schreden naar het bosch richtten.
+
+</p>
+<p>De Indianen, bevreesd voor onze geweren, durfden ons niet volgen; maar nauwelijks waren wij het bosch ingegaan, of eensklaps
+drong ons een luid en langgerekt geschreeuw in de ooren, dat wij voor een signaal der wilden hielden. Daardoor verschrikt,
+en niet wetende, welk gevaar ons bedreigen kon, zetten wij het op een loopen, vooral toen, eenige minuten later, hetzelfde
+geschreeuw zich nog eens liet hooren, maar nu, zoo het scheen, meer in onze nabijheid. Wij renden nu zoo hard mogelijk voort,
+dwars door kreupelhout en struikgewas, tot wij bijkans buiten adem waren, en ons mochten vleien, dat de vijand, indien hij
+ons al vervolgde, zeker wel ons spoor zou verloren hebben.
+
+</p>
+<p>Intusschen had deze overhaaste vlucht ons eenigszins van den weg doen afdwalen: in plaats van, zooals tot dusver, eene zuidelijke
+richting te volgen, waren wij westwaarts afgeslagen. Na raadpleging met onze Bolivianen, besloten wij, nog een paar dagen
+in westelijke richting voort te gaan, en ons dan weder <a id="d0e340"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e340">271</a>]</span>naar het zuiden te wenden. Wij zouden op die wijze nader bij de Cordilleras komen, maar ons tevens verwijderen van de Siriniris,
+wier gedurige verschijning ons hoogst onaangenaam was en bovendien onze cascarilleros telkens in hunne onderzoekingen stoorde.
+
+
+</p>
+<p>Nadat wij een paar uren in westelijke richting waren voortgegaan, merkten wij een verandering in het woud op. De boomen schenen
+zich gaandeweg te ontdoen van het net van slingerplanten en lianen, die hen tot dusverre hield omwoeld; hier en daar vertoonden
+zich open plekken, waar zich bevallige palmen verhieven. Tegelijk werd de vlakke grond telkens hobbeliger en het gaan bezwaarlijker.
+De majordomo der cascarilleros, wien ik naar de reden van deze veranderingen vroeg, antwoorde mij, dat het gewijzigd karakter
+der vegetatie een gevolg was van de nabijheid der Cordilleras; en dat wat het hobbelige en ongelijke van den grond aanging,
+dit te wijten was aan eene of andere rivier, die wij weldra zouden bereiken.
+
+</p>
+<p>Weldra bewees de uitkomst dat hij gelijk had. Hijgend van vermoeienis en erg gehavend door de doornen, die het laatste gedeelte
+van ons pad hadden versperd, bereikten wij den oever van de rivier Ayapata, die wij moesten overtrekken, Maar, aangezien wij
+noch een pont, noch een vlot, zelfs geen boomstam hadden, om den overtocht te doen, was het zaak, vooraf zoo nauwkeurig mogelijk
+de gesteldheid der rivier te onderzoeken. De Ayapata, hier ongeveer honderd ellen breed, stroomde voort tusschen vlakke oevers,
+ter wederzijde geheel met zware boomen bedekt, die door een net van lianen aan elkander waren verbonden. De verschillende
+kleurschakeeringen in de tamelijk snelvlietende wateren bewezen dat de diepte zeer verschillend was, en dus ook dat er op
+sommige plaatsen meer <span class="corr" title="Bron: af">of</span> minder geschikte voorden moesten zijn. Twee rijen rotsen, op eenige ellen afstands van elkander, veroorzaakten eene branding,
+sterk genoeg om eene gewone boot te verbrijzelen. Na zorgvuldige waarneming van alle deze teekenen, kozen wij voor den overtocht
+eene plaats, die door een witachtige streep op de oppervlakte der rivier werd aangewezen, en waar, naar de schatting der Bolivianen,
+de diepte niet meer dan tusschen de vier of zes voet moest bedragen. Wij grepen elkander bij de hand, en daalden in de Ayapata
+af. In het midden der rivier gekomen, hadden wij al onze krachten noodig om ons te verdedigen tegen den stroom, die ons optilde,
+omver wierp en ons ongetwijfeld zou hebben medegevoerd, indien wij niet de voorzorg hadden gebruikt van elkander vast te houden
+en zoo een soort van keten te vormen. Toch kwamen de meesten er niet zonder eene onderdompeling af.
+
+</p>
+<p>Druipnat kwamen wij op den anderen oever, waar ons eerste werk was een plekje op te zoeken, waar de Siriniris ons niet konden
+ontdekken, ingeval zij bij toeval aan den anderen oever kwamen; en vervolgens, nadat wij zulk een plekje gevonden hadden,
+onze kleederen uit te trekken om die in de zon te drogen. Na een oponthoud van een paar uur, maakte wij ons gereed, onzen
+tocht te hervatten. Eerst waren wij voornemens, den zandigen oever der rivier te volgen, maar de vrees dat de Siriniris ons
+zouden zien, bracht ons van dit denkbeeld terug. Wij gingen dus het bosch in, ver genoeg om niet van de overzijde gezien te
+kunnen worden, en toch dicht genoeg bij de rivier om haar niet uit het oog te verliezen. Intusschen ontdekken wij, noch aan
+dezen, noch aan den tegenover liggenden oever, een enkel spoor, waaruit de nabijheid der wilden viel af te leiden. Na verloop
+van eenigen tijd werd de weg zoo steil en zoo moeilijk, dat wij genoodzaakt waren, in zuidwestelijke richting af te wijken,
+zoodat wij de rivier uit het oog verloren. Daarentegen hadden wij nu, aan onze linkerhand, een dier barrancas of steile kloven,
+die hier zoo menigvuldig zijn, en die wij besloten tot het einde te volgen.
+
+</p>
+<p>Aanvankelijk moesten wij, niet zonder moeite en gevaar, voortklauteren over opeengestapelde rotsblokken, die een soort van
+amphitheater vormden. Toen werd het beter: de rots was nu, bij wijze van een natuurlijke trap, in dunne lagen verdeeld, zoodat
+wij zonder veel inspanning naar boven konden komen. Deze geheele rotshelling was bovendien met de fraaiste en zeldzaamste
+planten en bloemen bedekt, die aan het geheele dal een allerschilderachtigst voorkomen gaven. Toen wij, na een half uur klimmens,
+den top der rots hadden bereikt, strekte zich voor onze blikken een dier onmetelijke panorama&#8217;s uit, waarbij de details zich
+in de massa verliezen, en die eene eigenaardige kalmte en rust ademen, welke zich als van zelve aan den beschouwer mededeelt.
+
+
+</p>
+<p>Van het noorden naar het oosten was het &eacute;&eacute;ne onafzienbare zee van groen, wier dicht opeengedrongen golven tot den horizon
+reikten, waar zij zich in een lichtenden nevel verloren. Hier en daar verhief zich uit deze bewegelijke oppervlakte een heuvel,
+een spits, een bergkegel, als het ware een baken te midden dezer grenzenloosheid. Enkele zilveren strepen, nu eens verdwijnende
+in het dichte groen, dan van verre zichtbaar, teekenden den loop der rivieren, die haar wateren in de Madre-de-Dios of de
+Inambari uitstorten. Een wolkelooze, donkerblauwe hemel welfde zich over dit wijde landschap.
+
+</p>
+<p>Als ge u omkeerd, ziet ge voor u, van het westen naar het zuiden, een verwarde en outzaggelijke mengeling van punten, naalden,
+spitsen, bergkammen, regelmatige of zonderling afgebroken kegels, van toppen en kruinen, allen behoorende tot de bergketenen,
+die, van de hoofdketen der Andes uitgaande, met, steile hellingen naar de vlakte afdalen. Deze geheele ontzagwekkende berggroep,
+die bij morgen- of avondverlichting ongetwijfeld een prachtig effect moet maken, vertoonde nu, onder de loodrechte stralen
+der middagzon, niet veelmeer dan &eacute;&eacute;ne saamgepakte levenlooze massa. Hier en daar dreven langs de lagere hellingen lichte wolken
+en nevels, opstijgende uit de rivieren, die zich tusschen deze bergen een weg baanden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-272.jpg" alt="Op weg naar Huatinmio."></p>
+<p class="figureHead">Op weg naar Huatinmio.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Maar wat nog meer dan dit onmetelijk vergezicht onze aandacht trok, was de rivier de Ayapata zelve, die ver beneden ons haar
+loop vervolgde, doch nu <a id="d0e364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e364">273</a>]</span>niet meer vrijelijk tusschen vlakke oevers, door maagdelijke wouden omzoomd, zooals op het punt waar wij haar hadden doorwaad,
+maar nu gevangen en ingesloten tusschen de loodrechte rotswanden, op welker top wij stonden. Als wij tot den rand der rots
+voortgingen, konden wij, ons voorover buigende en ons vasthoudende aan de planten, die hare wortels in den steen geslagen
+hadden, in de diepe kloof afzien, waarin onze rivier gevangen was.
+
+</p>
+<p>Deze eenigszins bochtige kloof had eene lengte van honderdvijftig el; de breedte bedroeg nog geen derde van die der Ayapata.
+De rivier, in haar loop nog versneld door de helling van den bodem, stortte zich met donderend geweld in de bergengte; spatte
+haar vlokkig schuim tegen en over enkele rotsen, die hier en daar boven de kokende wateren uitstaken; weerspiegelde in haar
+oppervlakte de donkere tinten der sombere rotswanden, die aan alle zijden loodrecht oprezen; en ontsnapte dan uit haar kerker,
+terwijl zij hare woelende wateren in een aantal takken en armen verdeelde.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-273.jpg" alt="De voorde."></p>
+<p class="figureHead">De voorde.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Na een poos dit schouwspel te hebben aangestaard, maakten wij ons gereed weder af te dalen. Ongelukkig was, aan deze zijde,
+geen spoor te ontdekken van de natuurlijke trap, die ons bij het opklimmen van zooveel dienst was geweest. De helling was
+hier bovendien zoo steil, dat aan geen afdalen te denken viel, en wij genoodzaakt waren een langen omweg te maken, en, op
+de manier der kreeften, met allerlei bochten en slingeringen onzen weg te vervolgen. Wij kwamen zonder ongeval beneden, en
+gingen het woud weder in, zoodat wij de rivier uit het oog verloren.
+
+</p>
+<p>In den namiddag hadden wij een dier lomas of boschrijke heuvels bereikt, die aan deze streek eigen zijn en als vooruitgeschoven
+posten van de Cordilleras kunnen worden beschouwd. Wij bestegen den heuvel, die geheel met dicht struikgewas was bezet, waardoor
+wij ons met onze bijlen en messen een weg moesten banen, en waren weldra op den top, waar wij gemakkelijker konden voortgaan.
+Ik hield mij bezig met de beschouwing van sommige merkwaardige bloemen, toen ik plotseling eenige onderdrukte kreten vernam.
+Aanstonds herhaalde ik de stem onzer dragers, en nieuwsgierig om te weten wat er gaande was, liep ik naar hen toe. Toen ik
+bij hen kwam, schreeuwden zij niet meer, maar waren zij nog geheel ontroerd door hetgeen zij gezien hadden. Een onzer had
+namelijk den kamp gewaagd met een der bewoners van deze wildernis; en allen, die getuigen van dezen strijd waren geweest,
+brandden van begeerte om mij het voorgevallene te vertellen.
+
+</p>
+<p>Een der Quechuas, die vooruit ging, had eensklaps in het bosch iets vreemds gezien, en was stil blijven staan om dat onbekende
+voorwerp meer van nabij op te nemen. Hij hield het eerst voor een kabeltouw; maar Pepe Garcia, naderbij komende, zag dadelijk
+dat dit gewaande touw niet anders was dan een groote boa-constrictor, die, saamgerold, rustig lag te slapen. De Indiaan en
+zijne kameraden waren van meening, dat men het dier stil moest laten liggen, daar zij blijkbaar geen lust hadden, nader met
+de slang kennis te maken. Maar Pepe Garcia had daarop geantwoord, dat het vleesch van de slang zeergoed was om te eten, en
+dat hij van de huid scheden voor <a id="d0e379"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e379">274</a>]</span>messen kon maken. Tegelijkertijd had hij met beide handen een stevigen palmhouten boog gegrepen, dien hij bij wijze van wandelstok
+gebruikte, en dat wapen, als een knots, opheffende, had hij daarmede een geweldige slag aan de slang toegebracht, die zich
+eensklaps had ontrold. Op het gezicht van het gevreesde dier, dat vergeefs poogde zich op zijn gebroken ruggegraat op te heffen
+en zijn bek dreigend tegen zijn aanvaller opensperde, hadden de verschrikte dragers zich haastig uit de voeten gemaakt. Ik
+had hun geschreeuw gehoord. De moedigsten waren op eenigen afstand blijven staan, hadden zich achter de boomen verborgen,
+en vandaar den verderen loop van het gevecht gadegeslagen. Pepe Garcia, zonder zich door de machtelooze woede der slang van
+zijn stuk te laten brengen, had met groote kracht en behendigheid zijn knots blijven gebruiken, en was dan ook als overwinnaar
+uit de strijd gekomen. De slang lag roerloos op den grond uitgestrekt. Ik trad naderbij, en zag dat de slang tot een bijzondere
+soort van python behoorde, die in deze streken veel voorkomt, en effen bruin van kleur is. Het dier was ruim negentien voet
+lang, en had in het midden een omvang van veertien duim. In onze omstandigheden was deze vondst een groot geluk: het vleesch
+van de boa verschafte ons dien avond een zoo smakelijk en zoo overvloedig souper, als wij in langen tijd niet hadden gebruikt.
+
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">IV.</h3>
+<p>Den volgenden morgen hervatten wij onzen tocht, door een prachtig landschap, waar het anders zoo dichte, bijkans ondoordringbare
+woud schier de gedaante aannam van een park met schilderachtige, verspreide boomgroepen. Na een marsch van eenige uren bereikten
+wij een open plek, waar onze aandacht getrokken werd door steenhoopen, in halven cirkel of rechte lijn nevens elkander geplaatst.
+Onze cascarilleros stonden in twijfel, of hier aan de arbeid van menschenhanden dan wel aan de werking van het water der rivier
+moest worden gedacht: en wij waren juist bezig hierover te praten, toen ons eensklaps uit het bosch een geweldig geschreeuw
+tegenklonk, dat ons eene huivering door de leden joeg. Wij keerden ons allen te gelijk om naar den kant, vanwaar dat geluid
+kwam, en zagen, op nauwelijks twintig schreden afstands van ons, een troep Chunchos, met den boog in de hand en de kroon van
+vederen op het hoofd.
+
+</p>
+<p>De Indianen hervatten nu hun geschreeuw, en begonnen tegelijk te springen en allerlei gebaren te maken, maar niemand kwam
+naar ons toe: zij bleven springen en hunne armen en beenen bewegen, doch zonder te naderen. Wij begrepen de reden hunner terughouding,
+toen wij een hunner het woord <i>tasa-tasa</i> hoorden uitspreken, terwijl hij op onze geweren wees. In dien man herkende ik dadelijk, aan zijn eigenaardig hoofdtooisel,
+een der Siriniris, wier ontmoeting ons bewogen had, de rivier Ayapata over te trekken. De Indiaan had ons dus gevolgd, zonder
+dat wij daar iets van hadden gemerkt, en hij was het, die ons nu deze nieuwe bezoekers op het lijf stuurde.
+
+</p>
+<p>Toen de Chuncho bemerkte dat wij hem herkend hadden: trad hij eenige schreden vooruit, en zijne armen uitbreidende, alsof
+hij ons wilde omhelzen, riep hij ons toe: <i>Amico Dunkinpuna huayri</i>. Volgens Pepe Garcia wilde hij daarmede zeggen, dat hij onze vriend was, en dat wij te doen hadden met een opperhoofd (<i>huaijri</i>), Dunkinpuna genaamd. Wij beantwoordden deze mededeeling met de verzekering, dat hij zonder vrees naderbij kon komen. De
+Siriniri liet zich dit geen tweemaal zeggen: hij liep naar ons toe en sloot ons in zijne armen, daarbij tevens, met eene komische
+mengeling van angst en nieuwsgierigheid, onze geweren aanrakende. Door ons vriendelijk onthaal gerustgesteld, begon hij nu
+met zijne handen over onze kleederen en straks ook langs ons gelaat te strijken. Deze bijzondere gemeenzaamheid, die wij kalm
+afweerden, gaf nu ook aan de anderen moed, naderbij te komen en ons ook een weinig te betasten. Wij lieten hen eenige oogenblikken
+begaan; toen, oordeelende dat het nu genoeg was, maakten wij eene beweging met de geweren, die hen dadelijk op een eerbiedigen
+afstand deed terugwijken. Daar hielden zij stil, zetten zich gedeeltelijk op den grond neder, en bleven ons onafgebroken aanstaren.
+
+
+</p>
+<p>Nog meer dan hunne plotselinge verschijning, verwonderde mij hun bescheiden zwijgen over onze messen en bijlen. Hield de vrees
+voor onze geweren hun den mond gesloten? of wisten zij door hun gids, dat wij de messen en bijlen niet voor niet gaven, maar
+slechts tegen andere voorwerpen inruilden? Daar zij nu niets hadden om ons aan te bieden, hielden zij zich maar stil, wetende
+dat zij toch niets krijgen zouden.
+
+</p>
+<p>Na verloop van een half uur, oordeelde ik dat het nu tijd was, afscheid van onze nieuwe bekenden te nemen. Ik stond juist
+op het punt aan onze dragers te gelasten, den tocht te hervatten, toen Pepe Garcia, die zich onder de Chunchos begeven had
+en met hen praatte, op den inval kwam om hun te vragen, van waar die steenhoopen afkomstig waren, die wij in den omtrek hadden
+opgemerkt. In het eerst scheen hun de vraag bespottelijk en antwoordden zij alleen met een luid gelach; maar eindelijk deelden
+zij onzen tolk mede, dat die steenhoopen in vroeger tijd waren opgeworpen door menschen van onzen eigen stam en kleur; met
+het doel om goud op te zamelen, dat door de rivier, welke toen langs die plaats haar weg nam, werd medegevoerd. Deze rivier
+had zich sedert teruggetrokken, wilden wij haar zien, dan moesten wij links afslaan.
+
+</p>
+<p>De rivier, waarvan deze Siriniris spraken, moest de San-Gaban zijn, in de zeventiende eeuw beroemd vanwege de goudwasscherijen,
+aan hare oevers gevestigd. Ik besloot zoo mogelijk, eenige nadere inlichtingen in te winnen, en verzocht den tolk aan de Indianen
+eenige vragen te doen, die ik hem zou opgeven, met de belofte dat zoo zij die behoorlijk beantwoordden, zij eenige messen
+ten geschenke zouden ontvangen. Aanstonds hield hunne luidruchtigheid op, en luisterden zij met ingespannen aandacht naar
+hetgeen hun zou worden gevraagd.
+
+</p>
+<p>Ik liet hun daarop door Pepe Garcia vragen of zij <a id="d0e407"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e407">275</a>]</span>hunne vaders of grootvaders nooit hadden hooren spreken van eene stad, in vroeger tijd door de Spanjaarden hier in den omtrek
+gebouwd, en die door de Caranga- en Suchimani-Indianen van de rivier Inambari was verbrand geworden. Deze vraag bracht eene
+geweldige opschudding onder de Chunchos te weeg: zij riepen en schreeuwden, en wilden allen te gelijk antwoorden. Ik verstond
+niets dan de woorden <i>sacapa huyaris Jpanos</i>, die met groote levendigheid en drift werden uitgesproken; maar toch begreep ik, dat de geschiedenis van San-Graban en de
+spaansche avonturiers, als overlevering bij deze stammen bekend was. Verder bleek dat de Carangas en de Suchimanis sedert
+langen tijd deze streek verlaten hadden; en dat de plaats, waar de oude stad gestaan had, niet meer dan een dagreis verwijderd
+was.
+
+</p>
+<p>De verzoeking om deze eenmaal zoo beroemde plek te gaan zien, was mij te sterk; ook de kolonel en de Bolivianen namen met
+deze geringe afwijking van onzen weg genoegen. Terwijl wij nog daarover beraadslaagden, lieten de Siriniris ons door Pepe
+Garcia vragen, of wij de bedoelde plaats, die zij Sacapa noemden, wilden bezoeken; en op mijn bevestigend antwoord, bood Dunkinpuna,
+die de aanvoerder scheen te zijn, aan, ons derwaarts te geleiden, tot belooning een bijl vragende. Aanstonds wilde de gansche
+troep medegaan, waar ik volstrekt geen zin in had. Na lange onderhandelingen, kwam men eindelijk overeen, dat drie van de
+oudsten met den chef Dunkinpuna mede zouden gaan; deze gidsen zouden ieder een bijl krijgen, en, na volbrachten tocht, voor
+de anderen, die achterbleven, een zeker aantal messen, vischhaken, belletjes en andere snuisterijen, medebrengen. De achterblijvende
+mannen keerden daarop naar de vrouwen en kinderen terug, die op eenigen afstand waren gebleven. Vergezeld van onze vier gidsen
+trokken wij het woud in, dat allengs dichter en dichter werd, en ons noodzaakte, met bijlen en messen een doortocht te banen,
+tot groote verwondering der wilden, die de lianen en struiken eenvoudig op zij schuiven.
+
+</p>
+<p>Het begon duister te worden, en wij moesten eene geschikte plaats opzoeken om in het woud te overnachten. Vooraf wilden wij
+echter gaarne onzen honger stillen: maar de voorraad ontbrak. Op mijn last wonnen onze beide tolken den raad in der Chunchos,
+die, gewoon in deze bosschen te leven, beter dan wij bekend moesten zijn met de middelen om ons een avondmaal te bezorgen.
+Zij waren aanstonds bereid, ons te helpen, en gingen met onze beide tolken het bosch in; terwijl onze dragers inmiddels hout
+bijeen zochten en een vuur aanmaakten. Weldra vielen vijf geweerschoten, en kort daarop keerden onze lieden terug met wildbraad
+en vruchten in overvloed. Het wildbraad bestond in een afschuwelijk leelijken brulaap, drie hoccos en vijf patrijzen. De maaltijd
+smaakte ons heerlijk, en wel verkwikt begaven wij ons ter rust. Onze gidsen, die het vuur zouden aanhouden, sliepen echter
+niet, maar bleven den geheelen nacht door babbelen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen zetten wij onzen marsch voort, en bereikten omstreeks den middag een plek, waar de boomen zeer ver uit
+elkander stonden en een soort van open vlakte lieten, van ongeveer twee kilometer in omtrek, waarachter weder het dichte woud
+begon. De met gras begroeide grond was zeer ongelijk, vol kloven en gaten en diepten, overal omgewoeld als ten gevolge eener
+vulkanische werking. Deze eigenaardigheid viel te meer in het oog, omdat wij sedert den vorigen dag bijna over een geheel
+effen bodem waren voortgetrokken.
+
+</p>
+<p>De wilden hadden zich onmiddellijk en zonder zich verder om ons te bekommeren, op den grond neder gezet. Ik dacht eerst, dat
+zij wat verlangden te rusten, maar vernam weldra, dat wij te San-Gaban waren, en dat zij afwachtten of wij nog verder wilden
+gaan. Deze mededeeling verbaasde mij zoozeer, dat ik de gidsen op nieuw door Pepe Garcia liet ondervragen, waarop zij nogmaals
+verzekerden dat wij ons op de eigen plek bevonden, waar San-Gaban gestaan had. Nu was geen twijfel langer mogelijk; werktuigelijk
+zag ik in het rond, of ik niet een of ander overblijfsel van menschelijken arbeid vinden kon; ik zag niets dan gras, mos,
+struiken en groote boomen. Toch was deze eenzaamheid eenmaal getuige geweest van een koortsachtig overspannen leven.
+
+</p>
+<p>Het was omstreeks het jaar 1550. De valleien van Caravaya, destijds door de stammen Suchimani en Caranga bewoond, waren door
+spaansche deserteurs ontdekt geworden, die, zoodra zij zich vergewist hadden, dat hier goud in overvloed voorhanden was, de
+Indianen verdreven, zich hier vestigden, en de toevallig gevonden schatten gingen exploiteeren. Intusschen verspreidde zich
+spoedig het gerucht dezer ontdekking. Don Antonio de Mendoza, onderkoning van Peru, ook zijn aandeel in de winst begeerende,
+had eene kolonie Spanjaarden, soldaten en commissarissen, ingenieurs en metselaars, daarheen gezonden, en in de nieuw ontdekte
+streek de dorpen Ollachea, San-Gaban, Aporoma, Sandia, San-Juan-del-Oro, Inambari en Pari, doen bouwen. De vereenigde mijnwerkers
+van San-Gaban en San-Juan-del-Oro zonden aan Karel V een klomp goud ten geschenke van tweehonderd achttien pond; de keizer
+had, tot belooning, aan de beide vlekken den titel van keizerlijke stad geschonken en al de inwoners in den adelstand verheven.
+
+
+</p>
+<p>De exploitatie der negentien valleien van oostelijk Caravaya werd gedurende ongeveer twee eeuwen voortgezet, en bracht den
+koningen van Spanje vele millioenen op. Na dien tijd werden de meeste werken verlaten; de vlekken ontvolkten zich; de mijnwerkers,
+nu pachters geworden, gingen op hunne nieuw ontgonnen plantages leven; toen, later nog, het echte spaansche ras was uitgestorven
+of zich naar elders had verstrooid, werd de landstreek ingenomen door eene gemengde bevolking, die er heden nog gevestigd
+is.
+
+</p>
+<p>In 1767 was de stad San-Gaban de eenige, die nog van hare vroegere mededingsters was overgebleven, en nu ook de algemeene
+verzamelplaats der schatten van Caravaya. Al het goud, hetzij erts, hetzij korrels, hetzij goudzand, dat ergens in het land
+werd gevonden, werd door Indianen of op muildieren naar San-Gaban gebracht, en in loodsen geborgen, vanwaar <a id="d0e428"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e428">276</a>]</span>het eenmaal per jaar, na gesmolten en tot staven gevormd te zijn, naar Lima werd vervoerd, om vervolgens naar Spanje te worden
+overgebracht. In den nacht van 15 op 16 December dezes jaars 1767, werd de keizerlijke stad, die hoegenaamd geen gevaar vermoedde,
+door de Carangas en de Suchimanis overvallen, die haar in brand staken en al de inwoners vermoordden. Zoo werd door de afstammelingen
+der eerste bezitters van Caravaya, de overweldiging van voor twee eeuwen gewroken. Dit feit baarde destijds groot opzien,
+en was het onderwerp van alle gesprekken; maar het geslacht, dat van deze verwoesting getuige was geweest, werd door een ander
+vervangen, en de treurige geschiedenis van San-Gaban werd langzamerhand eene geheimzinnige legende. Zelfs als ge hier te midden
+van het woud staat, waar niets u van de tegenwoordigheid van menschen spreekt, zoudt ge bijkans aan de waarheid der historie
+gaan twijfelen.
+
+</p>
+<p>Ik liet aan onze gidsen vier bijlen ter hand stellen, als loon voor hunne dienst; en toen ik zag, dat zij daarmede zeer in
+hun schik waren, liet ik hun verzoeken zich ook met de zorg voor ons ontbijt te willen belasten, gelijk zij den vorigen avond
+zoogoed voor ons souper hadden gezorgd. Zij toonden zich daartoe bereid, en verdwenen weldra in het bosch; de kolonel en de
+beide tolken togen mede, op hunne eigene gelegenheid, ter jacht. Al spoedig keerden deze laatsten terug, met geen anderen
+buit dan een eekhoorn en een paar vogels, maar de Chunchos lieten zich te vergeefs wachten. Doch nauwelijks hadden wij ons
+schraal ontbijt verorberd, of een dier onbeschrijfelijke kreten, waarvan geen taal eenig denkbeeld geven kan, drong ons door
+merg en been. Opziende zagen wij een ganschen troep wilden, mannen, vrouwen en kinderen, die in draf naar ons toekwamen. Wij
+hadden ternauwernood den tijd, eenigszins van onze verbazing te bekomen, toen wij reeds aan alle kanten omsingeld waren, en
+onder luid geschreeuw en geschater werden omhelsd, geschud, en op allerlei manieren geliefkoosd.
+
+</p>
+<p>Te vergeefs poogde ik onder de wilden onze gidsen van zooeven te herkennen; ik hoorde en zag niets, versuft door het oorverdoovend
+geschreeuw: <i>Siruta inta menea!</i>&#8212;geef mij een mes!&#8212;dat door het bosch weerklonk. Ieder onzer was door minstens een zestal Chunchos omringd, zonder de vrouwen
+en kinderen te rekenen, die even dapper meededen. Met groote moeite, en door met onze vuisten en onze geweren dapper om ons
+heen te slaan, gelukte het ons eindelijk een weinig ruimte te maken; de Chunchos vormden nu een kring om ons, terwijl anderen
+inmiddels pogingen aanwendden om zich van onze bagage meester te maken. Ziende wat er gaande was, haastten wij ons, onze dragers
+ter hulp te komen, die van schrik als verlamd waren. Van de daardoor ontstane verwarring maakten de Chunchos gebruik, om haastig
+alles weg te pakken wat zij grijpen konden, en daarmede in het bosch te verdwijnen.
+
+</p>
+<p>Na een weinig de orde hersteld te hebben, togen wij weder op weg, op eenigen afstand gevolgd door de wilden. Daar ik den schijn
+niet wilde aannemen, alsof wij voor den vijand vluchtten, beval ik halt te houden, en onze vervolgers af te wachten. Het duurde
+ook niet lang, of zij hadden ons op nieuw omsingeld. Onder luid geschreeuw wierpen de Indianen zich nu op onze bagage, als
+tijgers op hunne prooi. Onze dragers namen verschrikt de vlucht; de cascarilleros, aan dergelijke tooneelen niet gewoon, beefden
+over al hunne leden. In weinige oogenblikken waren wij bijna van alles beroofd wat wij hadden, waarna de Chunchos zich, lachende
+en juichende, verwijderden.
+
+</p>
+<p>Gelukkig waren er verder geen ongelukken gebeurd, en kwamen wij, het verlies onzer bagage daargelaten, verder met den schrik
+vrij. Wij besloten nu evenwel, onmiddellijk den terugtocht aan te nemen, hetgeen wij zooveel te gereeder doen konden, daar
+de nasporingen onzer Bolivianen althans een voldoenden uitslag hadden opgeleverd, en wij dus in zooverre het doel onzer reis
+hadden bereikt. Wij riepen dus onze dragers, die zich in de struiken hadden verscholen, terug, pakten het weinige, dat ons
+nog was overgebleven bijeen, en sloegen den weg in naar Marcapata.
+
+</p>
+<p>Wij liepen dien geheelen dag zoo snel wij konden, ten einde ons zoover mogelijk van den noodlottigen vijand te verwijderen.
+Tegen den avond bereikten wij een heuvel, waar wij besloten te overnachten. Met onze messen baanden wij ons een weg door de
+struiken en slingerplanten, waarmede de helling geheel bedekt was; en op den top gekomen, vonden wij een pleintje, met mos
+begroeid en door groote boomen omringd. Hier zetten wij ons neder; van avondeten kon geen spraak zijn; vuur aanmaken durfden
+wij niet, uit vrees dat wij daardoor onze schuilplaats aan de wilden zouden openbaren. Uitgeput van vermoeienis, vielen wij
+eindelijk in slaap.
+
+</p>
+<p>Tegen het krieken van den morgen werden wij eensklaps door het reeds zoo welbekende geschreeuw gewekt. Er viel niet aan te
+twijfelen: de wilden hadden ons wederom ingehaald. In een oogenblik waren zij bij ons, en begon hetzelfde tumult op nieuw.
+Onder de bende waren er ook, die aan de plundering van gisteren geen deel hadden genomen, en nu ook hun deel van den buit
+verlangden. Om hen tot bedaren te brengen, liet ik de valiezen openen, zoodat zij zelf konden zien, dat wij niets meer bezaten
+om hun te geven. Maar, in plaats van heen te gaan, hieven zij een nog luider geschreeuw aan; en een hunner, een athletisch
+gebouwde jonkman van twintig jaren, van het hoofd tot de voeten met roode en zwarte strepen beschilderd, wierp ons, met eene
+uitdrukking van toorn en verontwaardiging, een hoop versch afgesneden lianen voor de voeten. Dat waren de lianen, die wij
+den vorigen avond, bij het beklimmen van den heuvel, hadden afgesneden: de wilden wierpen ons die nu voor de voeten, om onze
+bewering te logenstraffen, dat wij geen messen meer hadden. Ik haastte mij, mijn kostbaar spaansch mes, dat in mijn gordel
+stak, te verbergen; nauwelijks had ik dit gedaan, of de Chunchos onderzochten ons den een na den ander, en ontnamen aan mijne
+reisgenooten de messen, die zij niet in veiligheid hadden kunnen brengen.
+
+<a id="d0e445"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e445">277</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-277.jpg" alt="Huatinmio, dorp der Siriniris."></p>
+<p class="figureHead">Huatinmio, dorp der Siriniris.</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e451"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e451">278</a>]</span></p>
+<p>Nu volgde een tooneel van uitgelaten dartelheid, waarvan wij de weerlooze slachtoffers waren. De Chunchos bespotten ons met
+woorden en gebaren, en begonnen eindelijk onze aangezichten, die hun waarschijnlijk te bleek voorkwam, met plantensap te verven.
+Nadat dit een poos geduurd had, en de wilden alles bijeen hadden geraapt wat nog vatbaar was om medegenomen te worden, verwijderden
+zij zich, lachende en met de hand afscheidsgroeten toewuivende.
+
+</p>
+<p>Wij bleven nog een poos roerloos zitten, niet anders denkende dan dat de dieven aanstonds weder terug zouden komen. Toen wij
+ons eindelijk overtuigd hadden dat zij voorgoed vertrokken waren, rezen wij op, daalden van den heuvel af, en gingen het bosch
+in. Weldra werd onze marsch een overhaaste vlucht: wij stormden voort, dwars door struiken, kreupelhout en lianen en doornen,
+zonder ons te bekommeren over onze gescheurde kleederen of opengereten handen en beenen. Eindelijk bereikten wij den oever
+van de Ayapata, waar wij, verscholen onder het dichte houtgewas, eenigen tijd rustten, en beraadslaagden wat ons verder te
+doen stond. Onzen honger stilden wij met eenige wilde vruchten, die de cascarilleros, op handen en voeten voortkruipende,
+gingen opzoeken. Na een uur gerust te hebben, vervolgden wij onzen tocht, altijd even hard loopende, en beurtelings den oever
+en het bosch volgende, om de wilden het spoor bijster te doen worden. In den namiddag vonden wij een grooten drijvenden boomstam,
+waarvan wij gebruik maakten om naar den linker oever van de Ayapata over te steken, waar wij dadelijk het woud ingingen. Wij
+moesten nu nog de rivier de Ollachea oversteken, om de vallei van Marcapata te bereiken, vanwaar wij uitgegaan waren.
+
+</p>
+<p>Nog twee dagen verliepen er, eer wij de rivier de Ollachea bereikten: twee dagen van bijna doodelijke vermoeienis en ontbering.
+Wij leefden van wilde vruchten en wortelen, die het woud opleverde, en konden niet dan met groote moeite voortgaan. Wij doorwaadden
+de Ollachea op de plaats, waar zij, in twee armen zich splitsende, eene bruikbare voorde heeft, en zetten onzen tocht voort
+naar de Camantis, waar wij na verloop van nogmaals twee dagen aankwamen. Daar mochten wij ons vleien veilig te zijn voor verdere
+ontmoetingen met de Chunchos, die ons als onze schaduw gevolgd waren; wij maakten dus een groot vuur aan, en deden ons te
+goed aan vruchten, benevens aan sprinkhanen en slakken, die wij lieten braden. Onze dragers wisten bovendien, met groote behendigheid,
+eenige palmboomen te beklimmen, en met behulp van mijn mes, het eenige dat ons nog overgebleven was, de zoogenaamde palmkool
+af te snijden, die eene ware lekkernij was.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen hervatten wij met frisschen moed, onzen tocht. Bij het wederzien der bekende punten, was het ons of wij
+een nieuw leven tegemoet gingen. Hoe ook vermoeid en uitgehongerd, trokken wij opgewekt en blijmoedig voort, zeker, dat wij
+nu den eindpaal van ons lijden naderden. Weldra bereikten wij Maniri, en dan, na een geforceerden marsch, Sausipata, waar
+wij ons te goed deden aan de onrijpe vruchten in den tuin van den gobernador van Marcapata, den oom van Aragon. Zoo ging de
+tocht nu rustiger en met minder overhaasting voort, van station tot station, tot wij eindelijk, op zekeren namiddag Marcapata
+in het gezicht kregen, waar men bereids van onze nadering onderricht was. Nauwelijks hadden wij het vlek betreden, of de pastoor
+en de gobernador kwamen ons te gemoet om ons te begroeten. Toen zij ons zagen, konden zij een uitroep van verbazing en medelijden
+niet bedwingen: in plaats toch van de vroolijke, hoopvolle reizigers, die, met blijden moed, nu twee maanden geleden, afscheid
+van hen genomen hadden, vonden zij uitgeputte, uitgehongerde wezens, in lompen gehuld, door de zon verbrand en door de venijnige
+insecten en de scherpe doornen onbarmhartig toegetakeld. &#8220;Ach, mijn zoon, zeide de waardige geestelijke tot mij, terwijl hij
+mij bij het afstijgen hielp; dat komt er van, wanneer men in het land der ongeloovigen cascarillas gaat zoeken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wij begaven ons nu naar de pastorie, waar wij twee dagen vertoefden. Na met onze tolken en dragers afgerekend te hebben, namen
+wij afscheid van den braven pastoor, en vervolgden onze reis naar Cuzco, waar ik aan Juan Sanz de Santo-Domingo een uitvoerig
+verslag van het resultaat onzer expeditie ter hand stelde. Acht dagen later had ik mij weder op reis begeven, en stond ik
+aan den oever van het heilige meer Titicaca.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-280.jpg" alt="Gezicht op de oevers van den Cconi."></p>
+<p class="figureHead">Gezicht op de oevers van den Cconi.</p>
+</div><p>
+
+
+<a id="d0e467"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e467">223</a>]</span></p>
+<p class="div1"></p>
+<h2>Ga&euml;ta.</h2>
+<p>Aan de schilderachtig schoone kust van zuidelijk Itali&euml; ligt, op een der fraaiste punten, de stad Ga&euml;ta, in de historie en
+de legende schier evenzeer beroemd. Zij behoort tot de oudste steden van Itali&euml;, en voert haar stichting hooger op dan die
+van Rome. Volgens de door Virgilius in zijn heldendicht overgenomen legende, ontleent zij haar naam van Cajeta, de voedster
+van Aeneas, den trojaanschen held, den mythischen stamvader des romeinschen volks. Maar nog meer dan aan dezen legendarischen
+oorsprong, dankt de sterke vesting haar roem aan de belangrijke rol, die zij eeuwen en eeuwen achtereen in de geschiedenis
+der italiaansche oorlogen en omwentelingen heeft gespeeld. Wat al vijanden heeft zij voor hare geduchte wallen gezien; wat
+al stormen heeft zij afgeslagen; hoe menigmalen heeft het vuur des vijands hare muren geteisterd! Het ligt natuurlijk niet
+in onze bedoeling, de lange krijgsgeschiedenis van Ga&euml;ta te verhalen: slechts met een <a id="d0e473"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e473">224</a>]</span>enkel woord wenschen wij te herinneren aan twee gebeurtenissen uit onzen tijd, die aan de aloude rotsvesting eene nieuwe beroemdheid
+hebben geschonken.
+
+</p>
+<p>Toen in November 1848, na den moord van graaf Rossi, de omwenteling met onbedwingbare woede in Rome uitbrak en de paus zelf
+in zijn paleis niet meer veilig was, werd het noodig, een middel te bedenken om den heiligen vader aan de moordzucht van het
+opgeruide gemeen te onttrekken. De beiersche gezant, graaf Spauer, bood daartoe zijne medewerking aan. In vrouwenkleederen
+vermomd, verliet paus Pius, den 25<sup>sten</sup> November, in het rijtuig van den gezant, en in gezelschap van diens echtgenoote, de tot een moordenaarshol geworden stad.
+De kleine stoet sloeg den weg in naar het zuiden, naar Ga&euml;ta; waar de paus, in de staten van den koning van Napels, een veilig
+toevluchtsoord vond, terwijl de treurige romeinsche republiek, waar Mazzini en Garribaldi de dictatuur uitoefenden, reeds
+den 3<sup>den</sup> Juli 1849 voor de fransche wapenen bezweek. Wel werd nu de wettige regeering hersteld, maar toch duurde het nog tot den 4<sup>den</sup> April 1850 eer de paus, onder het geleide van fransche soldaten, uit Ga&euml;ta naar zijne hoofdstad terugkeerde, waar hem, in
+later jaren, nog zoo menige bittere ondervinding wachtte.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-224.jpg" alt="De citadel van Ga&euml;ta"></p>
+<p class="figureHead">De citadel van Ga&euml;ta</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ruim tien jaren nadat Pius&nbsp;IX de sterke vesting verlaten had, ontving zij binnen hare muren een ander slachtoffer der zegevierende
+revolutie: haar eigen heer, koning Frans&nbsp;II van Napels. Op de nadering van Garribaldi met zijne vrijbuitersscharen, had de
+jonge monarch, door lafhartige, onbekwame dienaars en gewetenlooze verraders omringd, zich gedwongen gezien, zijne hoofdstad
+te verlaten, en, den 6<sup>den</sup> September 1860, te scheep naar Ga&euml;ta te wijk te nemen. De aloude rotsvesting zou getuige zijn van de laatste, heldhaftige
+worsteling der napolitaansche monarchie tegen den overmachtigen vijand, die, zonder een schijn van recht, zonder eene oorlogsverklaring
+zelfs, de staten van den nabuur en bloedverwant had overweldigd, en met behulp der komedie van eene volksstemming, zich zelf
+de geroofde kroon op het hoofd zette. Maanden achtereen duurde het beleg der met onbezweken moed verdedigde vesting; en niet
+dan nadat allen den ongelukkigen koning hadden verlaten, geen uitkomst meer was te hopen en langer tegenstand onmogelijk geworden,
+gaf de fel geteisterde vesting zich den 13<sup>den</sup> Februari 1861 aan den sardinischen generaal Cialdini over. De koning, die, met zijne jeugdige gemalinne aan allen het voorbeeld
+van moed en toewijding gegeven had, trok naar Rome, waar hij in het paleis zijner familie, het <i>palazzo Farn&egrave;se</i>, zijn intrek nam.
+
+
+<a id="d0e502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e502">278</a>]</span></p>
+<p class="div1"></p>
+<h2>De ooievaar in het oud-germaansche volksgeloof.</h2>
+<p>Hoewel bij onze heidensche voorvaderen de dierendienst niet tot dien hoogen trap van ontwikkeling gekomen was, als, bij voorbeeld,
+bij de Egyptenaren, zoo geloofden toch ook de oude Germanen, gelijk alle volkeren van indo-germaanschen stam, aan eene zekere
+geheimzinnige betrekking tusschen het dier en de godheid, en bewezen ook zij aan sommige dieren eene zekere mate van vereering.
+De goden zelf namen, volgens de germaansche voorstelling, nu en dan de gedaante van sommige dieren aan, welke om die reden
+voor heilig werden gehouden; andere dieren werden geacht in de bijzondere dienst van eene of andere godheid te staan, en uit
+dien hoofde met zekeren eerbied en ontzag behandeld. Vele dieren droegen zinrijke, eervolle bijnamen; en vele sagen en bijgeloovige
+voorstellingen van allerlei aard stonden met de dierenwereld in rechtstreeksch verband: sagen en voorstellingen, die nog eeuwen
+lang in de heugenis des volks bewaard bleven, lang nadat de wezenlijke beteekenis verloren was gegaan.
+
+</p>
+<p>In den regel zijn het meest viervoetige dieren (en onder dezen meer de wilde, dan de tamme), die in de oude mythen en volksoverleveringen
+een rol spelen; maar toch is daarin ook aan sommige vogels, zooals de zwaluw, de specht, de koekoek, eene meer of minder belangrijke
+plaats ingeruimd; bovenal echter is het de ooievaar, die in het volksgeloof der duitsche stammen eene zeer gewichtige rol
+speelt.
+<a id="d0e510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e510">279</a>]</span></p>
+<p>Door geheel Duitschland en Nederland gold en geldt de ooievaar ten deele nog, als een heilige vogel, die het huis tegen onweer
+beveiligt; hij die moedwillig een ooievaar doodt, zal weldra&#8212;volgens het bijna in geheel Duitschland heerschende volksgeloof&#8212;tot
+straf voor deze euveldaad, zijne woning door den bliksem zien vernield. In het algemeen neemt men eene zekere verwantschap
+aan tusschen den ooievaar en het vuur. Zal in het dorp een brand uitbarsten, dan fladderen de ooievaars reeds van te voren
+angstig om de kerktoren. De uit hunne nesten verdreven ooievaars, heet het elders, komen met een brandend stuk hout in den
+bek aanvliegen, om de woning, waar men hen verjoeg, in brand te steken. Neemt de landman daarentegen den ooievaar vriendelijk
+op, en legt hij, zooals op <span class="corr" title="Bron: zeervele">zeer vele</span> plaatsen in Duitschland pleegt te geschieden, een wiel op het dak, zoodat de vogel daarop gemakkelijk zijn nest kan bouwen,
+dan is de woning ook tegen alle gevaar van brand beveiligd.
+
+</p>
+<p>Maar nog eene geheel andere en schijnbare volstrekt heterogeene rol is den ooievaar in het volksgeloof toebedeeld. Bijna in
+geheel Duitschland en ook in de Nederlanden, heerscht onder de kinderen ten platten lande de meening, dat de kleine broertjes
+en zusjes door den ooievaar worden gebracht; eene menigte kinderliedjes weten daarvan te verhalen, en bijna overal weet men
+een bepaalden vijver, een bron of iets dergelijks aan te wijzen, waaruit de ooievaar de kinderen haalt. Dat deze voorstelling
+zeer oud is, blijkt onwedersprekelijk uit het feit, dat een der oud-hoogduitsche bijnamen van den ooievaar juist aan deze
+mythe is ontleend: namelijk het oud-duitsche woord <i>odebero</i>, dat nog in het tegenwoordige plat-duitsche <i>atjebar</i>, en bij ons in het verouderde <i>eidebaar</i>, waarvan ooievaar een verbastering is, bewaard is gebleven. De laatste helft van dit woord is van het oud-hoogduitsche <i>b&euml;ran</i> afgeleid, dat dragen beteekent, en in dien zin ook nog in andere, duitsche zoogoed als nederlandsche, woorden voorkomt, zooals:
+baar, vruchtbaar. <i>Ode</i>, <i>atje</i>, <i>eide</i>, is zeer waarschijnlijk hetzelfde als ons <i>adem</i>, (duitsch <i>Odem, Athem</i>); de naam <i>odebero</i> zou dus zooveel als levensbrenger, letterlijk ademdrager, beteekenen.
+
+</p>
+<p>Waardoor werd nu de ooievaar, aan de eene zijde met het onweer en het vuur in verband gebracht; en aan de andere zijde als
+drager der kinderzielen beschouwd? Om deze dubbele vraag te beantwoorden, moeten wij ons in de eerste plaats herinneren hoe
+de Indo-germanen, en in het algemeen alle zoogenaamde natuurvolken zich vuur plegen te verschaffen. Dit geschiedde, ook bij
+onze voorouders, door een stok van hard hout zoo lang in een schijf van zachter hout om te draaien, tot door de <span class="corr" title="Bron: vrijving">wrijving</span> een vlam ontstond. Naar de voorstelling onzer voorvaders, ontstond ook het bliksemvuur op geene andere wijze: de dondergod
+draaide zijn staf zoolang in het gouden zonnerad om, tot daaruit een vonk ontsprong.&#8212;Maar hoe kwam nu die bliksemstraal zoo
+snel op aarde? Dit, zeiden zij, in hun beeldrijke taal, geschiedt door een vogel: en naar gelang van de eigenaardige fauna
+der verschillende landen, werden bij de onderscheidene indo-germaansche stammen, ook verschillende vogels met die taak belast.
+In de vedische zangen der Indi&euml;rs wordt de snelle valk als bliksemdrager vereerd; bij de Grieken vervulde waarschijnlijk de
+arend, de lieveling van Zeus, oorspronkelijk dezelfde rol; de Kelten beschouwden het winterkoninkje als bliksemdrager; de
+Romeinen kozen daartoe vermoedelijk de specht, die nog door Plinius <i>incendiaria avis</i> genoemd wordt; en onze germaansche voorvaderen belastten daarmede den ooievaar. Vermoedelijk had hij deze onderscheiding
+vooral te danken aan de roode kleur van zijn snavel en pooten, die als van zelf aan het vuur deed denken. Na verloop van tijd
+ging natuurlijk de oorspronkelijke beteekenis der mythe verloren; maar in het algemeen verbreide volksgeloof, dat de tegenwoordigheid
+van dezen vogel het huis tegen bliksem en brand beschermt; leeft nog altijd de herinnering voort aan den ooievaar als drager
+van het bliksemvuur. Het wiel, dat voor hem op het dak werd gelegd, duidt op dezelfde mythe: was het niet een symbool van
+het gouden zonnerad, waaraan het door den ooievaar op de aarde gebrachte vuur ontsprongen was?
+
+</p>
+<p>Doch wat heeft nu deze bliksemdrager met de geboorte van kinderen te doen? Ook dit is niet zoo onverklaarbaar, als men slechts
+bedenkt, dat voor de oudste Indo-germanen, tusschen de wijze waarop het vuur werd gewekt en het ontstaan van het menschelijk
+leven in de moederschoot, eene zeer nauwe betrekking bestond; of liever dat men zich deze beide werkingen der goddelijke natuurkracht
+als tamelijk gelijk voorstelde. Wij kunnen te dien aanzien hier niet in bijzonderheden treden; maar wijzen er alleen op, dat
+in de vedische liederen de afzonderlijke deelen van den oudsten vuurtoestel dezelfde namen dragen als de <span class="corr" title="Bron: sexu&euml;ele">sexueele</span> organen. Ook elders vinden wij hetzelfde verschijnsel. Bij de Grieken bij voorbeeld is Prometheus niet alleen de vuurbrenger,
+die het hemelsche vuur op aarde brengt, maar ook de schepper, althans de formeerder der menschen<a id="d0e561src" href="#d0e561" class="noteref">1</a>. Daar men zich nu het bliksemvuur als door een vogel naar de aarde gevoerd dacht, was het niet zoo vreemd dat men ook de
+kinderen, of liever de kinderzielen, bij de geboorte door een vogel, en wel door denzelfden vogel, liet overbrengen.
+
+</p>
+<p>Op deze wijze is de bliksemdragende ooievaar in de sage tot den brenger der kleine kinderen geworden: en ook in dit opzicht
+komt hij overeen met de bliksemdrager der Romeinen, de specht. Want ook deze vogel&#8212;of liever zijne personificatie, de halfgod
+Picus&#8212;stond in nauwe betrekking met de geboorte der kinderen: hij gold namelijk als beschermgod der kraamvrouwen, en wanneer
+een kind geboren en als levensvatbaar erkend was, werd aan Picus een spijsoffer gebracht, wel om geen andere reden dan omdat
+Picus zelf als de brenger des levens werd beschouwd.
+
+
+<a id="d0e569"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e569">408</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e561" href="#d0e561src" class="noteref">1</a></span> De naam van den titan zelf wijst op die dubbele beteekenis. Prometheus komt van het sanskriet <i>Pramantha</i>, de naam van den stok die, om vuur te maken in de schijf werd rondgedraaid.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"></p>
+<h2>De abdij van Verteuil.</h2>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-408.jpg" alt="De abdij van Verteuil."></p>
+<p class="figureHead">De abdij van Verteuil.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De abdij van Verteuil, een monument der romaansche bouwkunst, ligt in het departement Gironde, arrondissement Lesparre. Volgens
+eene bij het volk zeer verbreide overlevering, zou de abdij door Karel <a id="d0e580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e580">410</a>]</span>den Groote zijn gesticht. Waarschijnlijk is zij niet ouder dan de tiende eeuw; in de achttiende werd zij herbouwd.
+
+</p>
+<p>Op een heuvel, die het vlek en de abdij beheerscht, verheft zich het kasteel van Verteuil, dat gedurende de oorlogen met Engeland
+bij herhaling door de engelsche koningen genomen, verloren en weder heroverd werd. Verschillende heeren betwistten elkander
+het bezit van dezen ouden burcht, die in 1326 in handen kwam van Gaston de Foix, graaf van Longueville. Later keerde het kasteel
+terug aan de familie d&#8217;Albret, die het reeds tegen het einde der dertiende <span class="corr" title="Bron: ">eeuw</span> bezat. In het laatst der vijftiende eeuw kwam de baronnie met het kasteel aan het kapittel van Saint-Andr&eacute; te Bordeaux, die
+daarvan eigenaar bleef tot 1798. Toen werd ook dit goed tot nationaal eigendom verklaard, met andere woorden geroofd. Van
+den ouden burcht zijn slechts eenige puinhoopen over.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"></p>
+<h2>Rheinstein.</h2>
+<p>Rheinstein! Wie herinnert zich dien fieren burcht niet, half oud-ridderkasteel, half modern slot, maar in bouwstijl en voorkomen
+getrouw het karakter weergevende van den feodalen tijd? Indrukwekkend schoon ligt het daar, het gerestaureerde kasteel, de
+mededinger van den koninklijken Stolzenfels, op zijn hooge rots, aan den oever van den Rijn; en bij het voorbijvaren kunt
+ge niet nalaten uwe oogen op te heffen tot den vorstelijken burcht, eigendom van een der pruisische prinsen, die het gebouw
+uit zijne puinen deed herrijzen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-409.jpg" alt="Rheinstein."></p>
+<p class="figureHead">Rheinstein.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Maar meer nog wellicht dan de burcht zelf, heugt u het onvergelijkelijk schoone landschap, waarvan hij mede een der meest
+karakteristieke sieraden is. Weinig punten aan de heerlijke Rijnoevers kunnen met de omgeving van Rheinstein wedijveren. In
+stoute, wilde vormen verheffen zich, ter wederzijde van den breeden, snelvlietenden, bruisenden stroom, de machtige rotsgevaarten,
+die zijn bed insluiten, en waartusschen hij zich kronkelend en slingerend en schuimend een weg baant. Daar aan den oever ligt
+in een krans van frisch geboomte het vriendelijk stedeke Asmannshausen, waarboven en waarnevens zich de schoon gevormde, met
+dicht bosch bedekte bergen van het Niederwald verheffen. Van zijn hooge rots, aan den tegenoverliggenden oever, staart de
+fiere Rheinstein neder op de woelende rivier, op het nederig stadje, op de oude Clemenskapel, wegduikende in de schaduw der
+boomen. Daar ginds voor u uit, waar de stroom zich nog eenmaal buigt, rijst uit de grauwachtige wateren, schuimend en klotsend
+in het Bingerloch, de Muizentoren met zijne verschrikkelijke legende van den wreeden bisschop Hatto, door de hem vervolgende
+muizen verslonden. Iets verder groeten u, aan den voet der groene bergen, der wijnrijke heuvelen, Bingen en Rudesheim, waar
+zich het nauwe rotsdal opent, en de Rijn, schier een meer gelijk, statig golft door de bloeiende, weelderige Rheingau, dien
+tuin van Duitschland, zoo weergaloos schoon, als ge staande op een der toppen van het Niederwald die paradijsachtige streek
+overziet... O, heerlijk land, ontvang nog een groet uit de verte, een groete der herinnering, een wensch des wederziens!
+
+
+</p>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Tocht naar de dalen van den kinaboom
+(Peru), by Paul Marcoy
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOCHT NAAR DE DALEN VAN DEN ***
+
+***** This file should be named 18128-h.htm or 18128-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/1/2/18128/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
+
diff --git a/18128-h/images/p1873-208.jpg b/18128-h/images/p1873-208.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7e3573d
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-208.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-209.jpg b/18128-h/images/p1873-209.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d25c589
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-209.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-213.jpg b/18128-h/images/p1873-213.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5d3460d
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-213.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-216.jpg b/18128-h/images/p1873-216.jpg
new file mode 100644
index 0000000..abd0b6d
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-216.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-217.jpg b/18128-h/images/p1873-217.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dd3b342
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-217.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-221.jpg b/18128-h/images/p1873-221.jpg
new file mode 100644
index 0000000..105ac10
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-221.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-224.jpg b/18128-h/images/p1873-224.jpg
new file mode 100644
index 0000000..431ee2a
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-224.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-269.jpg b/18128-h/images/p1873-269.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9f80ea7
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-269.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-272.jpg b/18128-h/images/p1873-272.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f6aff6a
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-272.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-273.jpg b/18128-h/images/p1873-273.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f4cc1a8
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-273.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-277.jpg b/18128-h/images/p1873-277.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c0f1846
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-277.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-280.jpg b/18128-h/images/p1873-280.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e654a0d
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-280.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-408.jpg b/18128-h/images/p1873-408.jpg
new file mode 100644
index 0000000..be01f08
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-408.jpg
Binary files differ
diff --git a/18128-h/images/p1873-409.jpg b/18128-h/images/p1873-409.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b1992f0
--- /dev/null
+++ b/18128-h/images/p1873-409.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..b76d95f
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #18128 (https://www.gutenberg.org/ebooks/18128)