summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--18066-8.txt7444
-rw-r--r--18066-8.zipbin0 -> 157865 bytes
-rw-r--r--18066-h.zipbin0 -> 985443 bytes
-rw-r--r--18066-h/18066-h.htm6006
-rw-r--r--18066-h/images/cover.jpgbin0 -> 79998 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p005.jpgbin0 -> 83863 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p011.jpgbin0 -> 65295 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p012.jpgbin0 -> 84106 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p015.jpgbin0 -> 85725 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p024.jpgbin0 -> 74586 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p029.jpgbin0 -> 66479 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p060.jpgbin0 -> 18295 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p062.jpgbin0 -> 69311 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p063.jpgbin0 -> 29588 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p141.jpgbin0 -> 82897 bytes
-rw-r--r--18066-h/images/p146.jpgbin0 -> 81768 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
19 files changed, 13466 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/18066-8.txt b/18066-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..9c86f06
--- /dev/null
+++ b/18066-8.txt
@@ -0,0 +1,7444 @@
+The Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Columbus
+ De ontdekker van Amerika
+
+Author: J.S.C. Abbott
+
+Translator: J.H. Geraets, Jr.
+
+Release Date: March 28, 2006 [EBook #18066]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Columbus,
+ De Ontdekker van Amerika.
+
+
+
+ Naar het Engelsch van J. S. C. Abbott,
+
+ Vertaald door
+
+ J. H. Geraets Jr.
+
+ Hoofd der school te Velsen
+
+
+
+ Met 11 Afbeeldingen.
+
+ Amsterdam.--1887.--W. Versluys.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+MOEILIJKHEDEN, WAARMEDE COLUMBUS IN ZIJN JONGE JAREN HAD TE KAMPEN.
+
+
+In de prachtige zeestad Genua, de trotsche bijgenaamd, werd
+omstreeks het jaar 1435 een knaapje geboren, dat nu in alle landen
+als Christophorus Columbus bekend is. Het juiste jaar zijner geboorte
+kent men niet. Hij was de zoon van geringe lieden, en zijn vader,
+die een degelijk en vlijtig man, en wolkammer van beroep was, moest
+hard werken, om in het onderhoud van zijn gezin te voorzien.
+
+De haven van Genua lag vol met schepen uit al de handelshavens
+van de toen bekende wereld. Op de kaden wemelde het van zeelieden,
+die allerlei talen spraken en de uiteenloopendste kleederdrachten
+vertoonden. De knaap was van nature nadenkend en bezat, bij een groote
+liefde voor avonturen, een levendige verbeelding. Wanneer hij zoo
+langs de straten slenterde en naar de groote schepen keek, ontwaakte
+een sterke begeerte in hem, om verafgelegen landen te bezoeken.
+
+Zijn vader had vier kinderen, drie zoons en één dochter. Hij moet een
+verdienstelijk en verstandig man zijn geweest, want hij schijnt aan al
+zijne kinderen het onderwijs te hebben doen geven, dat de gewone school
+aanbood. Christophorus had goed leeren lezen, schrijven en rekenen. Ook
+had hij eenige vorderingen gemaakt in het Latijn en het teekenen. Zelfs
+bezocht hij de hoogeschool te Pavia, waar hij zich vlijtig oefende
+in meetkunde, aardrijkskunde, sterrekunde en zeevaartkunde.
+
+Hij was nog maar 14 jaren oud, toen zijn vader hem aan de zorg van een
+bloedverwant, wiens naam Colombo was, toevertrouwde, en met wien hij
+zijn eerste zeereis deed. Deze ervaren zeeman was reeds zeer beroemd
+wegens zijn bekwaamheid in de zeevaartkunde. Bij de Genueesche vloot
+bekleedde hij den rang van admiraal en voerde hij het bevel over
+een eskader.
+
+De zeeën werden toen zoo onveilig gemaakt door zeeroovers, dat elk
+koopvaardijschip goed van wapenen moest worden voorzien, om dadelijk
+strijdvaardig te wezen. Al weten wij niet, wat Columbus op zijn
+eerste zeereis wedervoer, toch is 't bekend, dat zij een oorlogstocht
+was. Colombo zeilde als bevelhebber van een eskader van Genua uit,
+om koning René, die zijn rijk trachtte te heroveren, ter hulp te
+snellen. Dit gebeurde in 1459. De oorlog duurde vier jaren. Het
+eskader van Colombo werd om zijn onverschrokkenheid zeer geprezen.
+
+Later gaf Christophorus Columbus in een brief aan Ferdinand en Isabella
+een kort verhaal van een tocht, dien hij gedaan had om een galei
+uit de haven van Tunis te verjagen. Zijn scheepsvolk had bij toeval
+vernomen, dat de galei door twee andere schepen beschermd werd, en
+daardoor was het zoo beangstigd geworden, dat het weigerde den tocht
+voort te zetten. Schijnbaar willigde Columbus hunne wenschen in,
+en zij verkeerden dan ook in de meening, dat hij besloten had terug
+te keeren ten einde versterking te halen. Hij veranderde echter van
+koers, en haalde alle zeilen op. Weldra viel de nacht in. Toen de
+morgen aanbrak, zeilde het schip de haven in, waarin de galei lag.
+
+De uitslag is onbekend, maar het voorval herinnert ons levendig de
+nog belangrijker krijgslist, waartoe hij later zijn toevlucht nam,
+ten einde zijne moedelooze schepelingen aan te vuren, om de reis over
+de onstuimige zee naar de nieuwe wereld voort te zetten. Destijds
+werd de Atlantische Oceaan zoo goed als niet bevaren. Eenige weinige
+ondernemende zeelieden waren langs de kusten van Noord-Europa
+gevaren, en zuidwaarts naar de westkust van Afrika gestevend. Maar
+de wereldhandel bepaalde zich hoofdzakelijk tot de Middellandsche
+zee. Dat waren dagen van ruw geweld, wetteloosheid en misdaad.
+
+Elk koopvaardij schip was genoodzaakt wapenen te voeren. Zeeroovers,
+wier schepen menigmaal heele vloten vormden, maakten alle zeeën
+onveilig. Ieder zeeman moest wel een soldaat wezen, altijd klaar,
+om naar de wapenen te grijpen, ten einde een aanvallenden vijand
+af te slaan. Onder zulke omstandigheden werd Columbus gevormd. Van
+zijne vroegste zeetochten is ons niets bekend en wij weten alleen,
+dat hij een groot deel der toen bekende wereld doorkruiste. Zoo
+bezocht hij o.a. Engeland, en beploegde zijn voorspoedige kiel de
+wateren van de Noordzee, tot hij de noordelijke kusten van IJsland
+bereikte. Het is niet onwaarschijnlijk, dat hij daar losse geruchten
+vernam van de tochten, welke, eeuwen vroeger, de Noormannen naar de
+door het ijs omgeven kusten van Labrador en Groenland hadden gedaan,
+en van de eindelooze meer zuidwaarts liggende kusten, van welker
+uitgestrektheid niemand zich een denkbeeld maken kon. Later schreef
+hij in een zijner brieven:
+
+"Veertig jaren lang heb ik de geheimen der natuur trachten uit te
+vorschen, en waar ooit een schip zich vertoonde, daar ben ik geweest."
+
+Tijdens zijn omzwervingen kwam hij ten laatste te Lissabon, de
+hoofdstad van Portugal, aan, toen een der beroemdste zeehavens van
+de wereld. Hij was toen 35 jaren oud.
+
+Uit de levensbeschrijving, door zijn zoon opgesteld, leeren wij, dat
+hij ijverig studeerde. Hij las de werken van Aristoteles, Seneca en
+Strabo. Menig middernachtelijk uur werd gesleten met het lezen van de
+nasporingen, door Marco Polo en Sir John Maundevile of Mandeville in
+het werk gesteld. De vraagstukken, waartoe deze ontdekkingen aanleiding
+gaven, bepeinsde hij ernstig. Maar het boek, dat hem het meest boeide
+en zijn geest geheel en al bezighield, was de Wereldbeschrijving, de
+"Cosmographie", van kardinaal Aliaco. Het was een zonderling mengsel
+van dwaasheid en geleerdheid, van echte wetenschap en zotte fabelen.
+
+Columbus trof te Lissabon vele zeelieden aan, verstandige, opmerkzame
+menschen, die alle bekende zeeën hadden bevaren. Hen hoorde hij van
+drijfhout spreken, dat gevonden was geworden, en zeer onderscheiden
+was van den plantengroei, dien men in Europa kende. Ruw snijwerk
+had men uit de zee opgevischt, dat blijkbaar met zeer onvolkomen
+gereedschap was bewerkt. En, wat het vreemdst van alles scheen,
+er waren twee lijken op de Azoren aangespoeld, van een menschenras
+afkomstig, hoedanig noch in Europa noch in Afrika werd gevonden.
+
+Langzamerhand schijnt bij Columbus het denkbeeld te zijn opgerezen,
+dat er op den aardbol nog andere en uitgestrekte landen moesten
+wezen, welk de Europeanen nog niet kenden. Want slechts een klein
+gedeelte van onze aarde was toen nog maar door beschaafde menschen
+bezocht. Wanneer Columbus alleen in zijne kamer zat, en zijn oogen op
+de ellendige kaarten van dien tijd rustten, dan werd zijn geest wakker
+en teekende hij met het potlood in de hand de hem bekende oevers der
+Middellandsche zee, benevens de minder bekende kusten van Afrika van
+kaap Blanco af tot kaap Vert toe. In zijn verbeelding ging hij moedig
+den Atlantischen oceaan op tot de Azoren toe, doch hier vond hij een
+eindpaal, omdat verder alles nog onbekend en onbevaren was.
+
+Het door hem bepeinsde plan jaagde hem het bloed naar de wangen. Wat
+ligt, vroeg hij zich af, in dien uitgestrekten, grenzenloozen oceaan
+aan den anderen kant? Is de aarde een plat vlak? Gesteld, dat dit zoo
+is, maar waar is dan het einde, en wat ligt aan de andere zijde? Is de
+aarde een bol? Als zij dat is, hoe groot is die bol dan? Liggen er in
+dien onmetelijken oceaan andere landen? Zou het voor een onverschrokken
+avonturier mogelijk zijn dien bol om te varen?
+
+In 1477 stak Columbus in zee, om het westen te vinden langs den
+ouden, noordelijken weg, die langs IJsland liep. Waarschijnlijk had
+hij van de ontdekkingen gehoord, welke de Noormannen in die richting
+hadden gedaan, en was 't hem bekend, dat men den afstand van Europa's
+noordelijkste punten tot de Aziatische stranden niet groot rekende.
+
+Alvorens de groote onderneming uit te voeren, deed hij eerst
+onderscheidene kleine zeetochten. Zuidwaarts bezocht hij Madera,
+de Kanarische eilanden en de kust van Guinea. De wegen, door de
+Portugeesche zeevaarders gevolgd, ging hij ijverig na, en maakte zich
+vertrouwd met al wat zij van de Azoren en de westelijkste eilanden
+hadden ontdekt.
+
+Ook zocht hij den noordelijken weg op, en waagde zich zelfs op eenigen
+afstand ten westen van IJsland. Wellicht had hij het verhaal van de
+Noormannen gelezen van Groenland, Markland en Vineland. Het laatste
+schip was van Groenland naar IJsland teruggekeerd ongeveer honderd
+jaren vóór Columbus dit eiland aandeed. Malte Brun onderstelt, dat
+Columbus in Italië van de heldendaden dezer koene zeelieden kennis
+gekregen had, want Rome werd toen als het middelpunt van de wereld
+beschouwd, en die iets belangrijks hooren wilde, moest daar zijn.
+
+Een Deensch schrijver meent, dat Columbus, die alle mogelijke
+boeken en handschriften trachtte te krijgen, om verhalen van
+zeetochten en ontdekkingen te lezen, de geschriften van den bekenden
+geschiedschrijver Adam van Bremen in handen gekregen had, waarin de
+ontdekking van Vineland met nadruk werd vermeld.
+
+Deze vermoedens hebben hem ongetwijfeld aangespoord tot de reis naar
+IJsland, en hij bracht, volgens het verhaal van zijn zoon Fernando,
+niet alleen eenigen tijd op IJsland door, maar zeilde nog 300 mijlen
+verder, waardoor hij Groenland haast moet hebben kunnen zien.
+
+Was Columbus met de belangrijkste ontdekkingen der Noormannen bekend,
+dan kan men zijn vast geloof aan de mogelijkheid, om een westelijk
+gelegen land weer te vinden, en zijn grooten ijver, om dat te doen,
+gemakkelijk verklaren. Zijne latere ontdekking van Amerika mogen
+wij dan veilig als de voortzetting beschouwen van hetgeen de oude
+Scandinaviërs hebben verricht.
+
+Columbus ging na, hoeveel tijd de zon noodig had, om van de eene zijde
+van de Middellandsche zee naar de andere te komen, welke afstand 2000
+mijlen bedraagt. Hieruit leidde hij af, welke ruimte de zon dan in 24
+uren kon doorloopen. Dergelijke vraagstukken verruimden niet alleen
+zijn geest, maar leerden hem ook juist denken, en onttrokken hem aan
+den nadeeligen invloed van dwaze hersenschimmen.
+
+Deze opwekkende studie eischte algeheele toewijding. Aan pretmaken
+dacht hij niet meer, en evenzeer werd het bevredigen van zijn eerzucht
+aan banden gelegd. Praatte hij met zijn vrienden en kennissen, dan was
+de studie altoos het onderwerp van het gesprek. Zijn studeervertrek
+was soms vol zeelieden, die mededeeling kwamen doen van wat zij gezien
+of ook maar alleen zich verbeeld hadden.
+
+Langzamerhand kreeg Columbus de overtuiging dat de aarde bolrond moest
+zijn en dat men derhalve, steeds westwaarts zeilende, de kusten van
+Azië bereiken moest. Van de grootte der aarde had hij, door de snelheid
+in aanmerking te nemen, waarmede de zon zich schijnbaar voortbeweegt,
+een vrij nauwkeurige berekening gemaakt. Hij vermoedde wel niet, dat
+er tusschen Europa en Azië land ligt, maar hij meende toch, dat hij de
+kusten van Azië vinden zou, daar, waar hij later de Nieuwe wereld vond.
+
+Onbepaalde berichten van het groote eiland Japan, dat zich ten Oosten
+van Azië zou uitstrekken, waren in Europa in omloop. Columbus meende,
+dat het op de plaats lag, waar hij naderhand Cuba vond.
+
+"Deze groote rijken," zeide Columbus, "zijn met onsterfelijke wezens
+bevolkt, voor wier verlossing Christus een bloedig offer bracht. Mij
+heeft God de taak opgedragen hen te zoeken, en hun het evangelie
+te brengen. De rijkdom van Indië is spreekwoordelijk, en ik zal
+er onuitputtelijke schatten vinden, waarmede men zich legers kan
+verschaffen. Met deze legers kunnen we het graf van den Zaligmaker
+der wereld verlossen uit de handen der ongeloovigen, die er geen
+eerbied voor hebben."
+
+Columbus was arm. Het was geheel boven zijn macht, zulk een
+belangrijken ontdekkingstocht te ondernemen. De meesten hielden hem
+voor een half waanzinnigen dweper. Zoo dwaas als men een voorstel
+vinden zou, om de maan te bezoeken, zoo ongerijmd vond men zijn
+plan. Te vergeefs klopte hij aan de deuren van rijke lieden aan. Toch
+trof hij verstandige menschen aan, die zijne plannen onderzochten,
+en ze een ernstig onderzoek waardig keurden. Met behulp van zulke
+getuigen, hoopte hij zich de medewerking van eenige Europeesche hoven
+te verzekeren. Een machtige staat kon hem gemakkelijk de noodige
+middelen verschaffen, en hem dat gezag en die waardigheid verleenen,
+welke hij voor de uitvoering zijner plannen werkelijk meende noodig
+te hebben. In vergoeding daarvan zou het hof rijk en machtig worden,
+en zooveel roem behalen, dat het door geheel Europa werd benijd.
+
+Het eerst wendde hij zich tot de regeering in Portugal. Koning Johan
+ II ontving hem in een plechtig gehoor, en luisterde aandachtig en
+schijnbaar vol belangstelling naar zijn plannen. Columbus beschouwde
+zich volstrekt niet als iemand, die nederig iets aan den voet van een
+koninklijken troon komt afsmeeken. Veeleer hield hij zich voor iemand,
+wien God belangrijke openbaringen had gedaan, welke den rijkdom en den
+roem van den grootsten monarch zouden vermeerderen, en die oorzaak
+zouden zijn, dat zich een nieuw tijdperk voor de wereld opende. Tot
+loon voor al zijn verdiensten verzocht hij om tot onderkoning
+aangesteld te worden over al de landen, die hij ontdekken zou, en om
+het tiende deel van al de winsten, welke het opleveren mocht.
+
+Terwijl hij zich in Lissabon ophield, raakte hij in kennis met een
+Italiaansche jonge dame, die Felipa heette en bij hare moeder inwoonde,
+welke weduwe was. Wel was zij van aanzienlijke afkomst, maar zij bezat
+geen fortuin. Hun huwelijk volgde spoedig, en het schijnt gelukkig
+te zijn geweest tot de dood hen scheidde. Zij kregen een zoon, die
+Diego heette.
+
+De koning vond de eischen van Columbus buitensporig. Deze toch was een
+arme, onbekende zee-kapitein, zonder rang, geld of vrienden. En toch
+stelde deze vreemde, ernstige man, met zijn onstuimige geestdrift,
+zich voor in de rijen der koningen plaats te nemen. Met een beleefde
+buiging liet de vorst den eerzuchtigen zee-kapitein uit zijn gehoorzaal
+vertrekken.
+
+De waardige en ernstige houding van den man, en het volkomen
+vertrouwen, dat hij in de juistheid zijner inzichten openbaarde,
+hadden evenwel een diepen indruk op den koning gemaakt. Hij kon
+de gedachten niet van zich zetten, welke hem medegedeeld waren
+geworden. Na eenigen tijd over de zaak nagedacht te hebben, riep hij
+een Raad bijeen van de geleerdste mannen te Lissabon, en stelde hem de
+zaak voor. Rijpelijk werd alles overwogen. Eenigen van de uitstekendste
+leden van dien Raad lieten zich gunstig over de plannen van Columbus
+uit. Maar de uitspraak van de meerderheid was er beslist tegen. Men
+berichtte den koning, dat zijne plannen zoo ongerijmd waren, dat ze
+verdere bespreking onwaard moesten heeten.
+
+Toch was de koning onvoldaan, want de door hem verkregen indruk was
+te sterk, om zoo maar gemakkelijk uitgewischt te worden. Bovendien
+verminderde het feit, dat de grootste wijsgeeren Columbus' meeningen
+deelden, den indruk van het ingediende Verslag. Toen had de koning
+de laagheid tot een zeer onteerenden maatregel over te gaan. Hij zond
+heimelijk een vloot uit. Deze heette naar de Kaap-Verdische eilanden
+te gaan. Gebruik makende van al de inlichtingen, die Columbus hem
+gegeven had, gaf hij den kapitein het heimelijk bevel, om maar moedig
+het spoor te volgen, dat Columbus aangegeven had, hopende op deze
+wijze zelf de ontdekker te worden. De kapitein volgde de bevelen op,
+maar zijn matrozen verloren den moed, daar zij niet wisten, waar zij
+op die onbekende wateren heengingen.
+
+Een verschrikkelijke storm brak op den Oceaan los, waardoor hun vrees
+tot het uiterste gedreven werd. Met luider stem verklaarden allen,
+dat zij weigerden aan zulke gevaren het hoofd te bieden, zoodat de
+kapitein genoodzaakt was toe te geven en terug te keeren.
+
+Columbus werd deze schandelijke handelwijze gewaar, die grootelijks
+zijne verontwaardiging had opgewekt. Met zijn toorn vermengden zich
+aandoeningen van teleurstelling en droefheid, dat het koninklijk hof,
+waartegen hij gewoon was geweest met eerbied op te zien, hem zoo
+trouweloos had behandeld.
+
+Hij was toen een weduwnaar, en bezat alleen zijn zoon Diego. Zijn
+tijd aan de studie en de bevordering zijner ontdekkingsplannen
+wijdende, had hij geen gelegenheid, voor zijn geldelijke belangen te
+zorgen. Hij voorzag in zijn nederig onderhoud door het vervaardigen
+en den verkoop van kaarten. Met Diego verhuisde hij toen naar Genua,
+zijn geboorteplaats. Hier moest hij de waarheid van het spreekwoord
+ondervinden, dat een profeet in zijn eigen vaderland niet geëerd wordt.
+
+Hij verzocht het Bestuur der stad om hulp voor een onderneming, welke
+men algemeen niet alleen noodlottig noemde, maar waarvan de geleerden
+te Lissabon reeds gezegd hadden, dat ze geen aandacht waard was.
+
+"En wie is die Christophorus Columbus?" werd gevraagd. "Wel, hij is
+een zeeman uit onze stad", was het antwoord; "de zoon van Dominico
+Colombo, een wolkammer. Hij heeft twee broers en een zuster, die hier
+in nederige omstandigheden verblijf houden."
+
+Dit maakte aan de zaak bij het trotsche Genueesche hof een einde. Het
+verzoek van Columbus werd met verachting afgewezen. Hij kon niet
+eens een gepast gehoor krijgen. Nu was hij wel arm, en alleen de hoop
+en een aangeboren geestkracht moesten hem staande houden. Eindelijk
+besloot hij, na nog vele plannen overdacht te hebben, zijn geluk aan
+het Spaansche hof te beproeven.
+
+Hij nam zijn zoon Diego mee, scheepte zich te Genua in, en landde na
+een korte vaart te Palos, een kleine Spaansche zeehaven aan den mond
+van de Tinto. Ferdinand en Isabella waren toen juist in een oorlog
+gewikkeld met de Mooren. Beiden bevonden zich toen met hun leger te
+Cordova, bijna honderd mijlen ten noord-oosten van Palos. Daar al hun
+krachtsinspanning voor het voeren van den oorlog noodig was, mocht het
+oogenblik ongunstig heeten hen te willen overhalen tot een onderneming,
+die veel geld moest kosten, en daarenboven twijfelachtig was.
+
+Met een lichte beurs en een bezwaard gemoed begaf Columbus zich
+op weg, om de vele mijlen af te leggen, die hem van de koninklijke
+legerplaats scheidden. Hij was bleek, mager en het was hem aan te
+zien, dat zorg hem had verteerd. Zijn kleeren waren kaal. Koffers en
+valiezen behoefde hij niet mee te sjouwen; alleen droeg hij een klein
+pakje aan zijn zijde. De kleine Diego liep aan zijns vaders hand mee.
+
+Zij waren nog maar anderhalve mijl van het dorp Palos af, toen zij
+bij een hecht steenen klooster kwamen. Diego had honger en dorst,
+en daarom ging de vader in het klooster, om een beker water en een
+snede brood voor zijn kind te vragen.
+
+Heel toevallig kwam de prior van het klooster op dat oogenblik aan
+de deur. Het beleefd verzoek, de waardige houding en de verstandige
+trekken van den vreemdeling maakten diepen indruk op hem. Hij noodigde
+Columbus uit binnen te gaan, knoopte een gesprek met hem aan, en
+stelde niet slechts groot belang in de nieuwe plannen, die hij te
+berde bracht, maar werd door de kracht zijner redeneering volkomen
+overtuigd, dat er waarheid in lag. Hij hield Columbus eenige dagen bij
+zich, verleende hem al de gastvrijheid, die het klooster schenken kon,
+en noodigde hem uit, om met hem een arts uit de buurt op te zoeken,
+die in wetenschap uitblonk.
+
+Columbus, de prior en de dokter brachten in de cellen van het stille
+klooster La Rabida vele uren door met de vraag of de aarde een bol
+of een plat vlak was, en of het, door steeds westwaarts te zeilen,
+mogelijk zou zijn het vasteland van Azië te bereiken, dat ver weg in
+het Oosten lag.
+
+De prior van het klooster was een geleerd man en had grooten invloed
+aan het hof, daar hij, zooals dat in die dagen veelal het geval was,
+een hoogen rang bekleedde. Hij toonde zulk een levendige belangstelling
+in Columbus en zijn onderneming, dat hij hem overhaalde zijn zoon
+Diego in het klooster ter opvoeding achter te laten, en gaf hem brieven
+van aanbeveling mede voor den biechtvader van koningin Isabella.
+
+Door dit bezoek en door alles, wat voor zijn kind gedaan was, zette
+Columbus de reis naar Cordova vroolijk en opgeruimd van geest voort.
+
+Het militair vertoon, dat Columbus in het kamp te Cordova zag, was
+verbazingwekkend. De luister van het hof van Castilië en die van het
+hof van Arragon waren er vereenigd. De geheele ridderschap van Spanje
+was op dat groote veld bijeen, en prachtig uitgedost met schitterende
+wapenrusting en prachtig gevolg. De tenten stonden in de rondte,
+en 't was of men een groote stad zag. Blinkende wapens en wuivende
+pluimen zag men overal, terwijl de muziek van de militaire troepen
+de lucht vervulde.
+
+Maar al deze pracht was niets voor Columbus in vergelijking met de
+plannen, waarvan zijn geest vol was. Hij gaf zijn brief aan Fernando
+Talavera, den kapelaan van de koningin. Talavera was een trotsch
+prelaat, koel en onspraakzaam. Ternauwernood ontving hij Columbus
+beleefd, luisterde met blijkbaren weerzin naar het verhaal van het
+plan, dat hij kwam voorstellen, en liet hem gaan met de woorden:
+
+"Mij dunkt, dat het zeer indringend zou zijn thans, nu hare majesteit
+door al de zorgen voor dezen veldtocht gedrukt wordt, met een plan
+bij haar te komen, dat in de lucht hangt."
+
+De verschijning van Columbus was alles behalve indrukwekkend. Zijn
+kleeren zagen er armoedig en kaal uit, en hij was door teleurstelling
+terneergeslagen. Maar het gerucht zijner plannen ging als een loopend
+vuurtje door het kamp. De hovelingen wezen spottend met den vinger
+naar den kalen avonturier als een, die onmetelijke rijken bezat met
+millioenen inwoners, die hij aan de koningen van Spanje ten geschenke
+wilde geven.
+
+Columbus wist niet, wat hij doen of waar hij gaan moest. Hij bleef
+te Cordova talmen, terwijl het Spaansche leger optrok, om de laatste
+schuilplaats van de Mooren in de provincie Granada aan te tasten. Hij
+hield zich overtuigd, dat de overwinning de koninklijke banieren volgen
+zou, en dat er dan misschien gelegenheid zou zijn, om met zijn verzoek
+voor den dag te komen. In den herfst keerden Ferdinand en Isabella
+in triomf terug. Zij vestigden hun hof voor den winter te Salamanca,
+bijna 300 mijlen van Cordova. In dien tusschentijd vond Columbus,
+die geen gehoor bij de koningin kon krijgen, een sober bestaan in
+het teekenen van landkaarten en plans.
+
+De tooneelen, die toen te Cordova en in zijn omstreken voorvielen,
+hadden de beroemdste mannen uit alle deelen van Spanje derwaarts
+gelokt. Dit bood Columbus de gelegenheid aan, om met de geleerdste
+mannen in aanraking te komen. Schrandere personen ontvingen een
+diepen indruk van de waardigheid waarmee hij zich gedroeg, van de
+diepte zijner overtuiging, van zijn uitgebreide kennis en de boeiende
+welsprekendheid, waarmede hij zijne meeningen bepleitte. Soms had
+hij het genoegen den bijval van den een of ander te verwerven.
+
+Een verstandig en vermogend heer begon zooveel belang in Columbus te
+stellen, dat hij hem uitnoodigde ten zijnent te komen en zijn gast
+te zijn. Deze heer stelde hem aan den nuncius van den paus, Antonio
+Geraldini, en aan andere heeren voor, die in den staat of aan 't hof
+hooge betrekkingen bekleedden.
+
+Terwijl hij zoo in nutteloos oponthoud zijn tijd te Cordova zoek
+bracht, verbond hij zich met een dame dier plaats. Zij heette Beatrix
+Enriquez en was van adel, maar niet rijk. Zij werd de moeder van zijn
+tweeden zoon, Fernando, die in het volgende jaar, 1487, geboren werd,
+en die, na zijn dood, zijn levensgeschiedenis schreef.
+
+Columbus volgde het hof naar Salamanca. Hier werd hij aan den
+aartsbisschop van Toledo voorgesteld, den grootkardinaal van
+Spanje. Deze beroemde kerkvorst had zooveel invloed bij den koning en
+de koningin, dat men hem den derden koning noemde. Meer en meer werd
+hij zoo overtuigd van de kracht der bewijzen, waarmee Columbus zijn
+plannen verdedigde, dat hij er in toestemde hem in de koninklijke
+tegenwoordigheid te brengen.
+
+Het eerst werd hij waarschijnlijk bij Ferdinand toegelaten. De
+koninklijke luister kon Columbus niet van zijn stuk brengen, en met
+groote welsprekendheid beval hij zijn zaak aan. De koning was een
+sluw, scherpzinnig man, dien men niet gemakkelijk onder den invloed
+van romantische droomen brengen kon. Hij luisterde met wijsgeerige
+koelheid naar den opgewonden pleiter.
+
+De eerzucht van den koning werd krachtig geprikkeld door het denkbeeld
+van de grootheid, die Spanje's deel zou worden, wanneer men in het
+doen van ontdekkingen en in het verkrijgen van aanzienlijke winsten
+slaagde. Dan zou Spanje een overwicht over alle volken hebben. Maar
+Ferdinand was zeer angstvallig en traag in 't besluiten. Hij riep
+een Raad van de geleerdste mannen uit Spanje bijeen, om een onderhoud
+met Columbus te hebben, zijn plannen aan een nauwkeurig onderzoek te
+onderwerpen en hem verslag van hun bevinding te doen.
+
+De bijeenkomst had in het dominicaner klooster van St. Stephanus,
+te Salamanca, plaats. De vergadering, op koninklijk bevel bijeen,
+was door het aanzienlijk ledental indrukwekkend. Zij bestond uit
+hoogleeraren, uit de hoogste waardigheidsbekleeders in de kerk
+en staatslieden van den eersten rang. Ieder gewoon mensch zou er
+tegen op hebben gezien, om voor zulk een schaar van de geleerdste
+sterrekundigen en wereldbeschrijvers te verschijnen. Columbus was blij,
+dat hij gelegenheid kreeg zijn plannen, van welker deugdelijkheid hij
+overtuigd was, voor te dragen aan wetenschappelijke mannen, die hem,
+hieraan twijfelde hij niet, hun bijval zouden schenken.
+
+Maar spoedig ontdekte hij tot zijn groot verdriet, dat zelfs in het
+gemoed van de geleerdste mannen, vooroordeel en bijgeloof over de
+macht van het verstand kunnen zegevieren. De wijsgeeren en ook de
+geestelijkheid voerden bewijzen tegen hem aan, die nu den spotlust
+zelfs van de eenvoudigsten zouden opwekken. De volgende woorden van
+Lactantius werden aangehaald, omdat zij Columbus' bewering van de
+rondheid der aarde zegevierend weerlegden.
+
+"Zou er iemand zoo dwaas wezen te gelooven, dat er tegenvoeters
+zijn, menschen, die met hun voeten omhoog en met hun hoofd naar
+beneden loopen? Dat er een deel van de aarde bestaat, waar alles 't
+onderstboven staat; waar de boomen met de takken naar beneden groeien,
+en waar het regent, hagelt en sneeuwt van den grond af naar boven
+toe? Het denkbeeld, dat de aarde rond zou zijn, heeft de fabel van de
+tegenvoeters in de wereld gebracht; want toen deze geleerden eenmaal
+op den dwaalweg waren, verkondigden zij nog meer ongerijmdheden,
+waarvan zij de een met de ander verdedigen."
+
+Men verklaarde de plannen van Columbus voor onverstandig, en achtte ze
+tevens in strijd met de Schrift. Vol te houden, dat er aan den anderen
+kant der aarde menschen woonden, was, werd gezegd, afbreuk doen aan
+de geloofwaardigheid van den bijbel. Volgens dit boek stamden alle
+aardbewoners van Adam af, derhalve was het onmogelijk, dat sommigen
+zoo ver zouden hebben kunnen trekken.
+
+Maar al nam men aan, zoo werd beweerd, dat de aarde rond was, en
+dat een schip aan de andere zijde zou kunnen komen, dan zou het toch
+nooit terugkeeren, daar er geen wind kon zijn, sterk genoeg, om het
+over die onmetelijk groote ronding terug te kunnen brengen.
+
+Deze godgeleerde en wijsgeerige betoogen beantwoordde Columbus met
+er waarheden tegenover te stellen, waarmee heden ten dage zelfs de
+ongeletterdste vertrouwd is. Ofschoon de vergadering een ongunstig
+verslag uitbracht, waren er toch vele leden, die door de woorden van
+Columbus zeer getroffen waren. Tot dezen behoorde Diego de Deza, de
+latere aartsbisschop van Sevilla. Hij ondersteunde, hoewel vergeefs,
+de zaak van Columbus zooveel in zijn vermogen was. De meerderheid
+gaf te kennen, dat het zoowel onwaar als kettersch was aan te nemen,
+dat er land zou te vinden zijn, als men van Europa naar 't Westen
+zeilde. Zulk een verslag werd door een vergadering van de geleerdste
+mannen nog maar vierhonderd jaren geleden uitgebracht.
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+EERSTE REIS.
+
+
+De teleurstelling over den uitslag van de Vergadering te Salamanca was
+bitter voor Columbus. Maar toch was het plan er door bekend geworden,
+zoodat er allerwege in Spanje over gesproken werd. Stond de ongelukkige
+avonturier ook al aan allerlei spotternij bloot, er waren ook velen,
+menschen van naam en groote bekwaamheid, die zich overtuigd hielden,
+dat zijn vermoeden niet met een grimlach behoorde beantwoord te worden.
+
+Terwijl dit belangrijk vraagstuk besproken werd, beschouwde men
+Columbus als iemand, die bij het gezantschap aan het hof behoorde. Het
+was een tijdperk van groote staatkundige beweging. Alle gemoederen
+waren vervuld met den hardnekkigen oorlog tegen de Mooren, die nog
+maar altijd voortgezet werd. Gedurende den zomer van 1487 bevonden
+de koning en de koningin zich bij het leger, om het gedenkwaardige
+beleg van Malaga te voeren. Wegens zijn groote lichaamsgestalte,
+kon men Columbus overal zien, maar tevens, dat hij in gepeins, en
+bijna hopeloos van de eene tent naar de andere liep, en telkens,
+als hij een luisterend oor vinden kon, met zijn verzoek voor den dag
+kwam. Er lag iets treffends in het voorkomen van dezen grooten man,
+in eenvoudig gewaad, maar tevens met waardige houding, wanneer hij,
+te midden van dat militaire praalvertoon, zich zwijgend voortbewoog.
+
+Toen Malaga zich in September overgegeven had, keerde het hof
+naar Cordova terug. Achttien maanden lang trok het telkens heen en
+weer, omdat de groote strijd dit vorderde. Columbus deelde in al die
+verplaatsingen van het hof, nog altijd de hoop koesterende, waarin hij
+door eenige trouwe vrienden werd versterkt, dat hij eenmaal bij het
+hof gehoor vinden zou. Door den invloed van deze vrienden, mocht hij
+in het voorjaar van 1489 van Ferdinand het bevel ontvangen, om een
+andere vergadering van geleerden en geestelijken te Sevilla bijeen
+te roepen. Op nieuw zag hij zich teleurgesteld. De verschrikkelijke
+strijd ontbrandde met nieuwe kracht. Vreeselijke veldslagen, waarbij
+zich oproer, menschenslachting en ellende voegden, waren er het
+gevolg van. Aller krachtsinspanning was noodig. Aan Columbus en zijn
+onbesuisde, twijfelachtige plannen viel niet te denken.
+
+Zoo ging er een afmattend jaar voorbij. Gedurende deze treurige maanden
+vertoefde Columbus te Cordova, gelukkig op kosten van het hof. Toen
+de lente in 't land kwam, hielden Ferdinand en Isabella zich bezig
+met het maken van de noodige toebereidselen voor een van de grootste
+krijgsondernemingen, het beleg n.l. van Granada. Vóór het hof optrok,
+deed Columbus een wanhopige poging, om gehoor te krijgen, doch hij
+ontving het ontmoedigende antwoord, dat de vorsten vóór den afloop
+van den veldtocht aan hem geen aandacht konden schenken. Die slag trof
+Columbus geweldig, maar wierp hem evenwel niet ter neer. Nog kon zijn
+onbedwingbare geest er niet tot wanhoop door gebracht worden. Hij zette
+zich rustig neer, en ging na, welk hulpmiddel hij nu kon aangrijpen.
+
+Men leefde in een tijd van feudale macht en welvaart. De Spaansche
+bergen waren bezaaid met de sterke kasteelen van hertogen en
+baronnen. Columbus wendde zich tot den hertog van Medina Sidonia. Deze
+machtige heer, wiens kasteel een bijna onneembare vesting was, en
+geheel uit ijzer en steen bestond, behoorde tot den hoogsten adel in
+Europa. Wat de glans van zijn hof en levenswijze betrof, kon hij met
+koningen wedijveren. Uit eigen middelen verschafte hij de vorsten een
+heel leger ruiters, honderd oorlogsschepen en een groote som geld. De
+schitterende onderneming, die Columbus wilde doen, viel voor een poos
+in den smaak van den hertog, doch bij nader inzien verwierp hij het
+plan als den droom van een dweper.
+
+Men zegt, dat Columbus toen bij den hertog van Medina Celi ging
+aankloppen. Hier werd hij aanvankelijk gunstig ontvangen. De hertog
+stond op het punt drie of vier schepen voor den tocht uit te rusten,
+maar hij haalde zich in het hoofd, dat de Spaansche vorsten het hem
+euvel konden duiden, wanneer hij zulk een grootsche onderneming op
+eigen kosten deed. Daarom liet hij Columbus gaan.
+
+Zich zoo bedrogen ziende, besloot Columbus zijn geluk bij het Fransche
+hof te beproeven. Hij had nu een aantal invloedrijke en vermogende
+vrienden, die ongetwijfeld hun beurs voor zijn bescheiden eischen
+zouden openen. Vóór hij op zijn lange reis naar de Fransche hoofdstad
+de Pyreneeën overtrok, bezocht hij eerst nog zijn zoon Diego in
+het klooster van La Rabida, bij Palos. Hij legde de reis te voet of
+op een muilezel gezeten af. Hadden zijn vrienden hem al een beetje
+geld gegeven, zeker is het, dat hij de grootste zuinigheid noodig
+achtte. Hij moest nog een lange en kostbare reis doen, en het was
+nog onzeker, hoe hij aan het trotsche hof van den Franschen koning
+zou worden ontvangen.
+
+In een eenvoudig gewaad, door de reis met stof bedekt, stond Columbus
+vóór de deur van het klooster. Maar noch stof noch kale kleeren konden
+de aangeboren waardigheid van den man verbergen. Hij was van nature
+een edelman, die, om zijn aanspraken te rechtvaardigen, den glans van
+kostbare kleeren niet noodig had. Sedert hij voor de eerste maal aan de
+deur van dat klooster stond, om wat drinken voor zijn kind te vragen,
+waren er zeven jaren van aanhoudende inspanning en teleurstelling
+voorbij gegaan. Deze verdrietelijkheden en inspanningen hadden zijn
+lichaam gekromd en zijn haren vergrijsd. Zijn wangen waren gerimpeld,
+wat zoo licht plaats heeft, wanneer men teleurgesteld wordt en zwaar
+moet denken.
+
+De waardige prior van het klooster ontving den vermoeiden avonturier
+met ware, broederlijke vriendelijkheid. Hij was geheel en al overtuigd
+geworden, dat Columbus' plannen verstandig waren, en de dadelijke
+en ernstige aandacht van het Spaansche hof verdienden. Toen hij de
+zekerheid had, dat Columbus over een bezoek aan Frankrijk dacht,
+ontwaakte zijn vaderlandsliefde en maakte hij zich zeer beangst,
+dat Spanje den roem van de groote onderneming derven zou. Dadelijk
+liet hij den geleerden arts ontbieden, van wien wij vroeger spraken,
+en deelde hem zijn vrees mee. Ook werden vele andere invloedrijke
+vrienden uitgenoodigd, om met Columbus over die allergewichtigste
+zaak te beraadslagen, welke den prior voorkwam zoo belangrijk voor
+den roem van Spanje te zijn.
+
+In de nabijheid woonde een heer, die om zijn familie, zijn groot
+vermogen en zijn bekendheid met zeezaken vermaard was. Deze man
+heette Martin Alonzo Pinzon en was door zijn ondervinding in staat,
+om de kracht van de door Columbus aangevoerde gronden naar waarde
+te schatten. Met vuur omhelsde hij zijn zaak, en beloofde hem niet
+alleen geldelijken bijstand, maar tevens zijn invloed, om de zaak nog
+eens weer voor hunne majesteiten Ferdinand en Isabella te brengen. De
+prior van het klooster was in vroegere jaren kapellaan van de koningin
+geweest. Hij schreef haar een dringenden brief, en beweerde, dat
+Spanje zulk een schoone gelegenheid niet mocht verliezen, om boven
+alle landen uit te steken.
+
+In die dagen kende men nog geen postwagens en evenmin de gemakken,
+die de post nu geeft. Een ouden afgeleefden zeeman werd de brief
+toevertrouwd, en dien zond men naar Santa Fé, waar het hof, tijdens het
+beleg van Granada, toen verblijf hield. De afstand bedroeg ongeveer
+150 mijlen. De bode kwam er goed en wel aan, en overhandigde den
+brief aan de koningin.
+
+Niettegenstaande al de zorgen, welke toen haar geest vervulden,
+kreeg Isabella er een diepen indruk van. Zij gaf een bemoedigend
+antwoord mede, en drong er sterk op aan, dat haar geachte vriend,
+de prior van het klooster, dadelijk bij haar zou komen.
+
+Dit antwoord verlevendigde aanstonds weer de hoop in 't hart van
+Columbus, en bracht groote vreugde in den kleinen kring te La
+Rabida. Het was midden in den winter, en koude winden woeien over
+de naakte bergen en kale vlakten, ook van zuidelijk Spanje. Maar
+onverwijld besteeg de prior den muilezel, en sukkelde langs den
+eenzamen weg voort naar het hof.
+
+Hartelijk zelfs mocht de ontvangst heeten, die de koningin haar
+vroegeren kapellaan bereidde. Ofschoon zij teruggetrokken was en
+zich niet uitliet, sluimerde er onder dat koele uiterlijk warme
+genegenheid. Zij luisterde met instemming naar de woorden van den
+prior. Daar hij een geleerd man was, en door vertrouwelijken omgang
+met Columbus diens gedachten kende, was hij de rechte man, om zijn
+plannen op de duidelijkste wijze voor te dragen. De koningin had tot
+nog toe geen aandacht aan de zaak gewijd, want ofschoon de koning en
+de vergadering van geleerden ermee in kennis waren gesteld, tot haar
+had men zich nog nooit rechtstreeks gewend.
+
+De lezer zal zich herinneren, dat Ferdinand alleen koning van Arragon
+was. Isabella was koningin van Castilië, en had een eigen inkomen,
+leger en hof. Dadelijk besloot zij Columbus te beschermen. Zij liet
+hem halen, opdat hij zich onmiddellijk naar Santé Fé begeven kon. Alzoo
+geroepen, om een bevel van de koningin uit te voeren, zond zij hem een
+voldoende som geld tot aankoop van een muilezel en een passend gewaad,
+om aan 't hof te verschijnen en ter bestrijding van de reiskosten.
+
+Toen de prior met deze aangename tijdingen te La Rabida terugkwam,
+verheugde men zich daar zeer en nieuwe hoop straalde in de levensmoede
+ziel van Columbus. Er werd een mooie muilezel gekocht, de reiziger
+trok een net pak aan, en draafde weldra, als verjongd en door de hoop
+vroolijk gestemd, over de heuvels en door de schaduwrijke dalen van
+het schoone Andalusië. Hij kwam nog tijdig genoeg te Granada aan, om
+te kunnen zien, dat men de vaandels der Mooren van de muren van het
+Alhambra afrukte, ten einde er de vlaggen van Ferdinand en Isabella
+voor in de plaats te stellen. Het was het schoonste oogenblik in de
+regeering van de beide beroemde koningen, en werd als het roemvolste
+aangemerkt voor de Spaansche wapenen.
+
+Te midden van al die volksvreugde maakte Columbus zijn opwachting
+bij koningin Isabella. Hij nam niet de houding aan van een nederigen
+smeekeling, maar van een door God gezonden afgezant, die de nietige
+gunsten, waardoor hij zijn plannen ten uitvoer kon brengen, met groote
+schenkingen vergold.
+
+Beleefd sprak hij tot de koningin:
+
+"Ik verlang slechts een paar schepen en eenige matrozen, om op den
+oceaan tusschen de 2 à 3 duizend mijlen westwaarts te varen. Ik
+zal zoo Uwe Majesteit een korteren weg naar Indië aanwijzen, en tot
+hiertoe onbekende volken leeren kennen, die machtig zijn en verbazende
+rijkdommen bezitten. Tot loon vraag ik alleen de aanstelling tot
+Onderkoning over de rijken, die ik ontdekken zal, en het tiende deel
+van de winsten, die er uit mogen voortvloeien."
+
+De hovelingen van de koningin waren verwonderd, want de eischen
+van Columbus kwamen hun buitensporig en vermetel voor. In hun oog
+was hij maar een arme zee-kapitein, dien niemand kende en die,
+daar hij geen vrienden had, de hulp der koningin kwam inroepen,
+waardoor hij in staat zou zijn een zeereis te doen. En hij vroeg
+toch ter belooning rijkdom en eer, waardoor hij een rang naast
+de kroon zou innemen. Onder den invloed dezer voorstellingen van
+invloedrijke hovelingen, riep de koningin Columbus weer aan 't hof,
+en stelde hem matiger eischen voor. Maar hij bleef op zijn stuk staan,
+en wilde niets laten vallen. Het denkbeeld van zich te gaan inschepen
+voor een grootschen tocht als een bloot werktuig van een vorst, een
+huurling, streed met zijn trotschen aard. Isabella, verdrietig over
+zijn weigering, zag van Columbus en zijne eischen af.
+
+Dit was het droevigste uur in het leven van den grooten ontdekker. Geen
+ster, als voorbode van een mogelijken dageraad, vertoonde zich aan de
+kimmen. Verdrietig zadelde hij zijn muilezel weer, en nam langzaam en
+moedeloos de terugreis naar zijn vrienden te La Rabida aan. Hij dacht
+er over na, of het wel de moeite loonen zou naar Frankrijk te gaan,
+en daar zijn dikwijls versmade diensten aan te bieden.
+
+Maar toen hij het kabinet van de koningin verliet, was zij zeer
+ontsteld. Het karakter van dezen man en zijne grootsche plannen hadden
+den diepsten indruk op haar gemaakt. Zij kon de gedachten, door hem
+opgewekt, niet verdrijven. Als zij naging, welk verlies Spanje lijden
+zou, wanneer een ander hof zijn diensten aanvaardde, en zijn plannen
+niet ijdel bleken te wezen, dan had zij geen rust. Toevallig kwam
+juist op dat oogenblik Ferdinand in haar kabinet. Zij deelde hem
+haar zorg mee, waarop hij zeide: "De koninklijke schatkist is door
+den oorlog geheel uitgeput." Voor een oogenblik zweeg de koningin en
+dacht over de zaak na. Op eenmaal rijpte een onveranderlijk besluit
+in haar geest. Met geestdrift riep zij uit: "Ik zal ten behoeve van
+mijn eigen kroon van Castilië de onderneming doorzetten en mijn eigen
+juweelen verpanden, om het noodige geld te krijgen."
+
+De morgenster was voor Columbus opgegaan, maar hij had haar niet
+gezien, omdat hij de oogen niet opwaarts, maar naar den grond geslagen
+had. Op dat oogenblik zwoegde hij in het zand, en had nog maar eenige
+mijlen van den weg afgelegd. Toen hij een donker pad tusschen de bergen
+in wilde slaan, hoorde hij een stem achter zich. Hij keerde zich om,
+en zag een hoveling in allerijl naderen. De bode verzocht hem uit
+naam van de koningin, om terug te keeren.
+
+Een oogenblik aarzelde Columbus, of hij aan het bevel gehoorzamen
+zou. Niets dan teleurstelling was zijn deel geweest, en had hem er
+toe gebracht, het Spaansche hof volstrekt niet meer te vertrouwen. Het
+kwam hem voor, dat beide vorsten, onwillig om hem in zijn onderneming
+bij te staan, nog minder hebben wilden, dat hij in dienst van een
+anderen monarch kwam, zoodat het gebeuren kon, dat een andere kroon
+den roem verwierf, dien Spanje verworpen had. Aangezien de renbode
+hem echter de verzekering gaf, dat de koningin hem in ernst gaarne
+weer wilde zien, wendde hij den teugel en reed terug, om een nieuw
+onderhoud met Isabella te hebben.
+
+Was de koningin traag in het besluiten, vlug was zij in de uitvoering
+er van. Aanstonds maakte zij aan Columbus bekend, dat zij van harte al
+zijn eischen inwilligde, en dadelijk bereid was tot een voegzamen tocht
+mede te werken. Hij werd benoemd tot Admiraal en tot Onderkoning van al
+de landen, die hij ontdekken zou, en een tiende deel van de voordeelen,
+die de reis mocht opleveren, was voor hem. Pinzon verzocht, dat hij
+1/8 van de winsten genieten zou, als hij ook 1/8 van de uitgaven
+voor zijn rekening nam, en deze schikking werd gemaakt. Eindelijk
+was dus het gewichtige vraagstuk opgelost. Columbus was misschien de
+gelukkigste man van de wereld, toen hij naar Palos terugkeerde. Weinig
+zal hij gedacht hebben, dat zijn loopbaan stormachtig wezen zou, vol
+teleurstellingen, beleedigingen en ellende, zoodat hij van verdriet
+sterven zou.
+
+Onmiddellijk werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de
+stad Palos twee kleine schepen leveren moest, voldoende bemand en
+van levensmiddelen voor de reis voorzien. Door zijn vriend Pinzon
+leverde Columbus zelf een ander, zoodat hij de onderneming met drie
+schepen kon beginnen. Twee van deze schepen waren lichte barken, of,
+zooals ze in dien tijd heetten, karveels. Voor de officieren waren er
+kajuiten, en bakken voor het scheepsvolk, maar een gemeenschappelijk
+dek was er niet. Het derde schip kreeg den naam van Santa Maria,
+en moest voor den admiraal dienen. Het was geheel overdekt en telde
+16 manschappen. Over de Pinta voerde Martin Alonzo Pinzon het bevel
+met 30 man aan boord. De Nina was bemand met 24 matrozen, onder bevel
+van Vincent Yanez Pinzon. Alle schepen waren klein en niet grooter dan
+honderd ton, en dus zooals de Amerikaansche jachten, waarmee een tocht
+over den oceaan gedaan is van New-York naar Cowes, maar wat zelfs nog
+in 1867 als een voorbeeld van stoutmoedigheid werd beschouwd. Maar
+Columbus vond ze zeer geschikt voor de onderneming. Alle personen,
+die den tocht mede maakten, meegerekend was er 120 man.
+
+Naar het volksbegrip was de onderneming uitermate gevaarlijk, bijna
+heiligschennend en God verzoekend. Zij werd nog roekeloozer geacht,
+dan in onze dagen de poging, om met een luchtballon over den oceaan
+te trekken, zou genoemd worden. Het was derhalve moeilijk, om volk te
+krijgen. De regeering was dan ook ten slotte genoodzaakt tot geweld
+over te gaan, en zeelieden tot den kruistocht te dwingen.
+
+In den vroegen morgen van den 3n Augustus 1492, juist toen de zon uit
+de golven van den oceaan opkwam, haalde de kleine vloot de zeilen
+op voor den avontuurlijksten en gevaarvolsten tocht, waarvan de
+wereldgeschiedenis gewaagt.
+
+Men was te bewogen, om vroolijk te wezen. Geen hoera! werd gehoord,
+en luidruchtigheid was verre. Getabbaarde priesters brachten de
+zeelieden aan boord. Toen de zeilen ontplooid waren en de zwakke
+vaartuigen door een gunstigen wind langzaam uit het gezicht verdwenen,
+schreiden en weeklaagden allen, die achtergebleven waren, en hun hart
+was door een somber voorgevoel beangst.
+
+Met het eerste gedeelte van den weg, dien Columbus wilde volgen,
+was hij zeer vertrouwd. Aanstonds zette hij koers naar de Kanarische
+eilanden. Er waaide een frissche, gunstige bries, en alles ging
+heel goed. De bemanning der drie schepen bestond, zooals wij vroeger
+opmerkten, uit domme en bijgeloovige menschen, waarvan velen tot den
+dienst geprest waren. Toen zij de bergen van hun geboorteland achter
+zich zagen verdwijnen, werden zij door vrees overmand.
+
+Reeds bij het begin van de reis openbaarden zich teekenen van
+ontevredenheid en bijna van oproer. Van een der schepen ging op
+den derden dag reeds het roer verloren. Columbus kon op goede
+gronden aannemen, dat het door sommige ontevredenen met opzet
+was veroorzaakt. Gelukkig wist de bevelhebber door zijn kennis en
+ervaring het ongeval eenigszins te verhelpen. Maar toch was het schip
+zoo gehavend, dat het alleen met de andere mee kon komen, als de
+zeilen ten deele inkrompen. Een reis van zeven dagen bracht hen in
+het gezicht van de Kanarische eilanden, en zij hadden dus van Palos
+af gerekend, ongeveer duizend mijlen afgelegd. Hier werd Columbus
+drie weken opgehouden. Het gehavende schip werd voor onzeewaardig
+verklaard. Maar zij kregen gelukkig een ander schip en De Pinta kreeg
+een nieuw roer, terwijl men het schip nog sterker trachtte te maken,
+ten einde er de reis mee te kunnen doen.
+
+Na een oponthoud van drie weken werden de zeilen voor de tweede
+maal geheschen. Nu bevoer men onbekende zeeën, want de Kanarische
+eilanden vormden toen de grenzen van de bekende wereld. Nauwelijks
+waren de eilanden uit het gezicht, of er ontstond een volkomen
+windstilte. Drie dagen lang dreven de schepen zonder vooruit te
+komen op de spiegelgladde baren van den oceaan. Op nieuw verloren de
+zeelieden den moed.
+
+Op den 9en September kwam er een fiksche bries, die de zeilen
+deed zwellen, zoodat zij flink vorderden. Het was Zondagmorgen;
+een wolkenlooze hemel en de schijnbaar grenzenlooze Oceaan omringden
+hen. Toch was er geen vreugde op de schepen. Alleen werden ontevreden
+blikken gezien, morrende woorden gehoord. Columbus deed al wat hij
+kon, om de moedeloosheid der zeelieden te verdrijven en hun een
+deel van zijn eigen geestdrift in te boezemen. Bemerkende, dat hun
+vrees van nimmer weer huiswaarts te kunnen gaan met iedere mijl,
+die men vorderde, grooter werd, bedacht hij een list, om nl. dubbele
+aanteekening te houden van hun vorderen per dag. De een was voor
+hem zelf, en de andere moest aan de zeelieden getoond worden,
+om hun den indruk te geven, dat de afgelegde weg veel kleiner was
+dan met de werkelijkheid overeenkwam. Dagen van grooten angst en
+aanhoudende waakzaamheid gingen langzaam voorbij, terwijl Columbus
+met den grootsten spoed het doel trachtte te bereiken, dat hij,
+hiervan hield hij zich overtuigd, weldra bereiken zou.
+
+Het is eenigszins zonderling, dat hij geen land meende te zullen
+vinden binnen den afstand van omstreeks 3000 mijlen. Nog bevond hij
+zich op een watervlak, waarop nooit het oog van een mensch gerust
+had. Niemand kon zeggen, welke voorwerpen zich aan hen zouden voordoen.
+
+Columbus stond op het dek en gaf zorgvuldig op alles acht, tot dat
+de laatste avondstralen verdwenen. Zoodra de morgen aanbrak, stond
+hij alweer op den boeg op wacht. Met de grootste nauwkeurigheid gaf
+hij acht op de verandering in de kleur van de lucht, de tint van het
+water, den vorm van de wolken en de windrichting. Den 14en September
+vloog er des nachts iets vurigs door de lucht, dat slechts een paar
+mijlen van hen af in zee viel. Dit vermeerderde grootelijks den angst
+van de bijgeloovige matrozen.
+
+Zij kwamen in het gebied der passaatwinden, en werden dagen aaneen
+van het oosten naar het westen voortgedreven. Ook dit sloeg hun den
+schrik om 't hart. Nooit meenden zij terug te kunnen keeren. Zij waren
+in de heete zone gekomen en vonden de lucht wonderbaarlijk zacht. 't
+Was een genot, die in te ademen. De moed van Columbus werd zeer
+opgewekt toen hij groote hoeveelheden drijvend zeegras of wier zag,
+dat, dit wist hij, van westelijke kusten moest losgerukt zijn. Op
+een van die hoopen gras vingen zij een levende krab. Dag aan dag
+blies de regelmatige, aangename wind in de zeilen, terwijl de zee,
+zooals Columbus opmerkte, zoo kalm was als de Guadalquivir te Sevilla.
+
+Teekenen van naderend land verlevendigden de hoop van het
+scheepsvolk. Een rijke belooning werd dengene toegezegd, die het eerst
+land zou ontdekken. Op den avond van den 18en September zag men een
+menigte landvogels, die naar het noordwesten vlogen. Ook zag men in
+die richting wolken drijven, zooals die gewoonlijk boven het land
+hangen. Columbus ging peilen, maar kon geen grond voelen.
+
+Op nieuw werd het scheepsvolk benauwd met het oog op de verbazend
+groote watervlakte, die hen thans van het vaderland scheidde. Columbus
+had alle gezag noodig en moest veel takt gebruiken, om die vrees weg
+te nemen. Gelukkig vermenigvuldigden zich de bewijzen, dat men in
+de nabijheid van land kwam. Verscheidene landvogels zetten zich op
+het schip neer, en sommigen waren zoo klein, dat zij blijkbaar niet
+ver konden vliegen. Toch kon men nog geen grond peilen. Weer werd
+de zee doodstil. De oceaan werd zoo glad en effen als een spiegel,
+en de zuiderzon scheen zoo fel, dat het dek der schepen begon te
+blakeren. Op den 25en rees de zee, zonder de minste verheffing van
+den wind, verbazend hoog. Ongetwijfeld was dit het gevolg van een
+verwijderden storm, die het water opzette.
+
+De oproerige gezindheid van de schepelingen veranderde met de
+wisselingen, die zij hadden. Columbus echter bewaarde een opgeruimd
+voorkomen en verloor zijn zelfvertrouwen niet. Sommige misnoegden
+bevredigde hij door vriendelijke woorden, anderen hield hij door
+bedreigingen in ontzag en eenigen kregen een voorbeeldige straf. Op
+nieuw verhief de wind zich een weinig, die wel de oppervlakte der zee
+nauwelijks rimpels gaf, maar toch de zeilen deed zwellen. De schepen
+bleven zoo dicht bij elkander, dat Columbus gemakkelijk met de andere
+officieren spreken kon. Terwijl ze zoo aan 't praten waren, hoorden
+ze op eens een luiden gil van De Pinta. Een man op het achterschip
+wees naar het zuidwesten en schreeuwde zoo hard hij kon: "Land,
+land! Ik eisch de belooning!" Aller oogen wendden zich naar dien
+kant en men zag op een afstand van ongeveer 60 mijlen een bergketen
+met wolken bedekt.
+
+Een onbeschrijfelijke geestdrift bezielde al de schepelingen. Zij
+klommen in het want, in de masten en keken allen denzelfden
+kant uit. Het was laat in den middag. De korte schemering der
+keerkringslanden verdween, en nachtelijke duisternis bedekte weldra den
+oceaan. Den geheelen nacht door stuurden de schepen op het verwachte
+land aan. Met het eerste morgenkrieken stonden allen op het dek. Tot
+hun bittere teleurstelling zagen ze niets meer aan den horizon. Geen
+zweem van een wolk zelfs was te bespeuren. Toch was de wind gunstig,
+de zee kalm en het klimaat heerlijk. Dolfijnen speelden om den boeg;
+vliegende visschen sprongen op het dek en de matrozen vermaakten zich,
+zoo wordt verhaald, met om het schip heen te zwemmen.
+
+Volgens de eigen berekening van Columbus, was men nu 2022 mijlen
+van de Kanarische eilanden af, maar volgens de opgave, die men aan
+de matrozen te zien gaf, had men nog maar 1740 mijlen afgelegd. Nog
+verliepen er een paar dagen waarop men weinig vorderde, toen er zich
+op nieuw een geest van ontevredenheid en verzet openbaarde. Hij werd
+evenwel spoedig onderdrukt door de verschijning van groote koppels
+vogels en andere aanwijzingen, dat er land in de nabijheid lag.
+
+De verlangende zeelieden maakten dikwijls valsch alarm, en hielden
+verwijderde wolken voor bergtoppen. Om dit tegen te gaan, bepaalde
+Columbus, dat hij, die land! riep, en men dan nog in geen drie
+dagen land zag, alle aanspraak op de belooning verbeuren zou. Men
+verhaalt, dat Columbus omstreeks dezen tijd met zijn scheepsvolk de
+overeenkomst sloot, dat hij van de onderneming zou afzien, als men
+binnen drie dagen geen land ontdekte. Maar voor dit verhaal ontbreken
+deugdelijke bewijzen.
+
+Gelukkig wordt dit vertelseltje door het dagboek van Columbus zelf,
+dat elken dag met den grootsten eenvoud bijgehouden is geworden,
+weersproken, en blijkt het, dat hij op den eigen dag, die aan de
+ontdekking voorafging, zijn vast besluit te kennen had gegeven,
+om te volharden ondanks alle gevaren en moeilijkheden.
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+ER WORDT LAND ONTDEKT.
+
+
+Juist, toen het oproerige scheepsvolk wanhopig begon te worden, kreeg
+men het onbetwistbare bewijs dat er dichtbij land was. Andere bossen
+gras vond men, zooals aan de kanten van rotsen en rivieren aangetroffen
+wordt. Men vischte een tak van een meidoorn op, waaraan nog groene
+blaadjes en bessen zaten. Ook vonden zij, en dit gaf nog den meesten
+moed, een stuk van een plank en een stok, die keurig besneden was.
+
+Aan boord van het admiraalschip werden geregeld godsdienstoefeningen
+gehouden. De admiraal scheen dezen avond bijzonder ernstig gestemd
+te zijn. Wel was hij altijd ernstig, bezadigd en bedachtzaam, maar nu
+scheen zijn gemoed overstelpt te zijn door de bewustheid, dat hij nu
+op het punt stond, om te volvoeren, wat hij levenslang gehoopt had. Op
+ernstige wijze sprak hij het scheepsvolk toe, bracht in herinnering,
+hoezeer God hen beschermd had, en verzekerde hun, dat zij naar zijn
+oordeel nu ongetwijfeld het land naderden, dat hij verwacht had te
+zullen vinden. Ja, hij geloofde, dat zij nog dienzelfden nacht aan
+land zouden komen. Hij gaf bevel, om goed wacht te houden, en voegde
+aan de belooningen van de souvereinen nog de gift van een fluweelen
+wambuis toe aan hem, die het eerst de kust zien zou.
+
+Des nachts wakkerde de wind aan en snel kliefde de kleine vloot de
+golven. De Pinta zeilde het hardst en was een weinig vooruit. Zeven
+en zestig dagen was het nu geleden, dat de Spaansche hooglanden aan
+de oostelijke kim verdwenen. Het was de 11e October 1492. Geen wolk
+was er aan den tropischen hemel, waaraan de sterren fonkelden, te
+zien. Een stevige en frissche bries zweepte de baren voort, die bijna
+geen rimpels hadden. De harten van allen waren zeer opgewekt. Bijna
+niemand op de drie schepen sliep, en Columbus stond op den boeg van
+zijn vaartuig, en keek met een vurig verlangen naar den gezichteinder.
+
+Omstreeks 10 uren trof het flauwe schijnsel van een flambouw zijn
+oog. Voor een oogenblik kon men de vlam heel goed waarnemen, en dan
+werd zij weer geheel onzichtbaar. Zijn hart klopte van aandoening. Was
+het een tochtverschijnsel, een gezichtsbedrog of een licht van het
+land? Bevende van opgewondenheid zag hij het licht op nieuw en nu
+zeer duidelijk, onbetwistbaar. Aanstonds riep hij Pedro Gutierrez
+tot zich, een van de aanzienlijkste heeren van zijn metgezellen. Deze
+zag het licht eveneens. Toen riepen zij een derde, Rodrigo Sanchez,
+die den tocht meemaakte als vertegenwoordiger en verslaggever van hun
+Majesteiten. Maar het licht was weer weg. Spoedig echter zag men het
+weer en ook Sanchez zag het. Toch kon het nog wel een tochtverschijnsel
+wezen. Een flambouw op het land was hun ook iets onverklaarbaars. In
+het dagboek staat:
+
+"Het leek een kaars, die op en neer ging, en Christophorus twijfelde
+niet, of het was wezenlijk een licht en op het land. En het bleek ook
+waar te wezen, want het kwam van lieden, die met lichten van de eene
+hut naar de andere gingen."
+
+Deze schijnsels duurden evenwel maar zoo kort, dat er door de anderen
+op het schip niet veel waarde aan werd gehecht, ofschoon Columbus
+vast overtuigd was, dat het licht van het land was. Zoo zeilde de
+kleine vloot nog 4 uren lang voort, toen er, des morgens te 2 uur,
+door een der matrozen van De Pinta, die Rodrigo de Triana heette,
+land werd gezien. Een kanonschot van De Pinta kondigde het heuglijk
+nieuws, dat er land ontdekt was, aan. Heel spoedig waren de nog wel
+donkere, maar zeer duidelijke omtrekken van het land op alle schepen
+te zien. De beloofde jaarwedde van 10,000 maravedis aan hem, die het
+eerst land zien zou, werd Columbus toegewezen, ofschoon vele meenden,
+dat zij Rodrigo de Triana rechtmatig toekwam.
+
+De overige uren van den nacht gingen spoedig voorbij. Helder en
+schitterend daagde de morgen, en ontrolde aan het verrukte oog
+van Columbus een tooneel, waarbij het paradijs het nauwlijks halen
+kon. Daar lag een laag eiland voor hem in de rijkste weelde en bloei
+der keerkringsgewesten. De boomgaarden, vlakten en parken der natuur
+spreidden zich in alle richtingen uit. Tal van inboorlingen zag men
+uit de bosschen komen, en in een toestand van groote opgewondenheid
+langs het strand loopen. Zij waren allen moedernaakt. Vermoeid als
+de reizigers waren door zooveel weken lang niets dan water te zien,
+had het tooneel, dat zij nu aanschouwden, voor hen de bekoring van
+een feeënland.
+
+Van elke karveel liet men de boot zakken. Nadat zij bemand waren,
+nam Columbus, zeer rijk in purperkleurig gewaad gekleed en met
+Castiliaansche pluimen op den hoed, de leiding ervan op zich. Het
+spreekwoord zegt: "Op een afstand lijkt alles mooi," maar toen zij
+dichter bij land kwamen, werd het gezicht al schilderachtiger en
+mooier. De woningen der inboorlingen stonden in de uitgestrekte
+boschjes overal verspreid. Hoogten en laagten stonden vol boomen,
+die zelf even als hun gebladerte er vreemd uitzagen. Verbazend veel
+bloemen waren er van de schitterendste kleuren, zooals de avonturiers
+nog nooit hadden gezien. Vruchten, van allerlei vorm en kleur, hingen
+aan de boomen. Vooral maakt Columbus gewag van het gezang der vogels,
+dat de lucht vervulde; van de zuivere en welriekende lucht en van
+het kristalheldere water.
+
+Zoodra Columbus aan land stapte, viel hij op de knieën en dankte
+God. De matrozen schaarden zich om hun beroemden leidsman, volgden
+zijn voorbeeld en schaamden zich over hun oproerig gedrag. Velen
+weenden, kusten zijn handen en smeekten om vergeving. Zij, die het
+lastigst waren geweest, vleiden nu het meest, kropen nu het laagst,
+want zij hoopten gunsten te ontvangen, waardoor zij zich zouden kunnen
+verrijken en tot den adelstand verheffen.
+
+Met indrukwekkende, godsdienstige gebruiken plantte Columbus nu de
+Spaansche vlag op het strand. In vrome erkenning van Gods goedheid,
+die hen zoo ver had geleid, noemde hij het eiland San Salvador. Toen
+vorderde hij van de bemanning der drie schepen den eed van trouw
+aan hem als Admiraal en Onderkoning van al de rijken, die men nu
+zou betreden.
+
+De inboorlingen stonden er schroomvallig omheen, en keken al die
+bewegingen met diep ontzag aan. Men verhaalt, dat, toen zij voor het
+eerst de schepen zagen, die zich schijnbaar van zelf voortbewogen en
+hun verbazend groote vleugels introkken, zij die voor zeemonsters
+hielden of voor vogels, die op reusachtige vleugels uit hun
+luchtverblijven afdaalden. Toen de zeelieden met hun schitterende
+maliënkolders, vreemde kleeding en oorlogswapenen aan wal stapten,
+vluchtten zij van schrik in de bosschen. Maar toen zij zagen, dat
+ze niet vervolgd werden, en wij geen vijandige bewegingen maakten,
+kwamen ze langzaam terug. De gebiedende gestalte van Columbus, zijn
+verheven wijze van doen, zijn scharlaken kleeding en de eerbied,
+welken al zijn metgezellen hem bewezen, maakten, dat de inboorlingen
+met de grootste vereering tot hem opzagen.
+
+De inboorlingen geloofden over het algemeen, dit wordt telkens
+getuigd, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Een hunner
+opperhoofden onderzocht later dan ook, hoe zij naar beneden gekomen
+waren, òf vliegend òf door nederdaling op de wolken.
+
+Daar er dus twee partijen waren, die elkander aankeken, was de
+verbazing wederkeerig. Het tooneel, dat zich aan de Spanjaarden
+voordeed, was even buitengewoon als dat, wat de inboorlingen
+aanschouwden. Het landschap was in al zijn afwisseling zoo nieuw
+voor de vreemdelingen, alsof zij op een andere planeet waren
+gekomen. Boomen, vruchten, bloemen, alles was heel anders, dan wat
+zij tot nog toe hadden gezien. Het klimaat scheen volmaakt, want het
+was warm en toch niet drukkend; men gevoelde evenmin rilling, als men
+van overmatige hitte last had. De paradijs-onschuld, de zedigheid en
+eenvoud van de inboorlingen wekten hun verwondering en bewondering
+op. Hun gele tint vindt men nog mooi. Hun fraai geronde leden hadden
+regelmatige en bevallige vormen, die met de wereldberoemde beelden
+van Venus en Apollo zouden hebben kunnen wedijveren.
+
+Waren de bijgeloovige inboorlingen door het gezicht van wezens,
+die òf uit de lucht waren neergekomen òf uit de diepte opgerezen,
+zooals zij meenden, getroffen, sterker is de indruk wellicht bij de
+Spanjaarden geweest.
+
+Columbus meende, dat hij op het uiterste eiland van Indië geland
+was. Daarom noemde hij de inboorlingen dan ook Indianen. Dien naam
+hebben langzamerhand alle bewoners van de nieuwe wereld gekregen.
+
+Toen de inboorlingen ondervonden, dat de vreemde bezoekers
+hun geen kwaad deden, werden zij langzamerhand vertrouwelijk en
+welwillend. Zij overlaadden de Spanjaarden met de sterkste bewijzen
+hunner gastvrijheid. De matrozen liepen zonder vrees door de
+bosschen, en aten de vroeger nooit geproefde vruchten, die aan zoo
+vele takken zaten. Dat Columbus van nature een goedhartig man was,
+schijnt onwedersprekelijk; maar door den invloed van de domheid dier
+dagen, maakte hij zich later aan vele wreedheden schuldig. Hij stal de
+harten van de inboorlingen geheel door hun eenige blinkende kraaltjes
+of tingelende klokjes te geven. Zij beschouwden die als dingen van
+onschatbare waarde.
+
+De mooie meisjes, die zich zeer zedig gedroegen, hingen die klokjes
+om haar midden en dansten vroolijk, terwijl zij naar het getingel
+luisterden. Columbus vertelt in zijn beschrijving, dat zij geen
+kroeshaar hadden als de Afrikanen, maar dat het lang en zeer zwart was,
+en meestal op de schouders hing. Opdat het haar niet over de oogen
+hangen zou, werd het van voren afgeknipt. Haar gelaatstrekken maakten
+een aangenamen indruk en zij hadden hooge voorhoofden en prachtige
+oogen. Zij hebben een licht koperen kleur en soms vergeleek men die
+met de kleur van nieuwe gouden munten.
+
+Een zaak trof de vreemdelingen zeer, n.l. dat alle inboorlingen,
+die zij zagen, beneden de 30 jaar waren. Oude menschen schenen niet
+onder hen te zijn. Wat kon dit beduiden?
+
+Maar er was iets anders nog, dat de aandacht van de nadenkenden
+opwekte en bewees, dat men niet in het paradijs gekomen was. Zij
+bezaten strijdknodsen en scherp gepunte werpspietsen, voorzien van de
+verscheurende tanden van een haai. Toen Columbus daarvan door teekens
+sprak, gaven zij te kennen, dat zij in den oorlog gebruikt werden om
+aan te vallen of aanvallen af te weren. En sommigen van hen wezen op
+de wonden, die zij in het gevecht bekomen hadden.
+
+Des avonds keerden alle Spanjaarden naar de schepen terug. De nacht
+ging rustig voorbij, ofschoon men van opgewondenheid niet slapen
+kon. Zoodra het licht werd, verzamelden zich vele inboorlingen van
+alle kanten van het eiland aan het strand, om dit vreemde tooneel te
+zien. Zij stelden zooveel vertrouwen in de vreemdelingen, dat velen
+van hen in zee sprongen en naar het schip zwommen. Het water scheen
+hun natuurlijk element te zijn.
+
+Zij bezaten vele schuitjes, die uit boomstammen bestonden, welke met
+veel moeite waren uitgehold. Enkele er van waren zoo klein en licht,
+dat er slechts één man in zitten kon, andere zoo groot, dat wel
+veertig gewapende krijgslieden er plaats in vinden konden.
+
+Deze kano's hadden geen kiel en kantelden daarom licht om, maar dit
+telden de inboorlingen weinig. Zij zwommen er omheen als eenden,
+zetten de kano overeind, hoosden er het water met kalebasschalen uit,
+en sprongen er weer in, welk een en ander slechts eenige oogenblikken
+oponthoud veroorzaakte.
+
+Het was een groote teleurstelling voor Columbus, dat deze menschen
+zoo ontzettend arm waren. Ofschoon zij in een heerlijk klimaat en
+in geriefelijke hutten woonden, vruchten in overvloed hadden en
+geen kleeren behoefden, bezaten zij niets, waarmede Columbus zijn
+schepen bevrachten en zich zelf en zijn metgezellen verrijken of
+de begeerlijkheid van den Spaanschen vorst bevredigen kon. De arme
+inboorlingen hadden niets dan prachtige papegaaien, die zij uit
+liefhebberij tam maakten, en ballen van katoenen garen. Deze ballen
+waren wel eens 25 pond zwaar en zouden op de markten in Spanje veel
+waard zijn geweest. Ook hadden zij een soort van eigengemaakt brood,
+dat uit een wortel, Juca geheeten, vervaardigd werd, en een smakelijk
+voedsel voor de eilandbewoners opleverde, maar geen belangrijk
+handelsartikel kon zijn.
+
+Toen Columbus den volgenden dag te midden van een groote menigte
+inboorlingen landde, zag hij vele meisjes, die gouden sieraden droegen,
+niet in de ooren, maar aan den neus. Dat glinsterend metaal boeide
+spoedig zijn oog. Gretig verruilden de Indiaansche schoonen die
+eenvoudige gele tooisels voor prachtig gekleurde kralen van geringe
+waarde. Met belangstelling onderzocht Columbus, waar dit goud van
+daan kwam.
+
+Het is verbazend moeilijk, om wat gewaar te worden, wanneer alleen de
+gebarentaal kan gebruikt worden; en die moeilijkheid wordt nog veel
+grooter, wanneer die gebaren van beschaafden door wilden moeten worden
+verstaan en omgekeerd. Daarom werd Columbus stellig grootelijks misleid
+door de aanwijzingen, die hij van de inboorlingen geloofde ontvangen
+te hebben. Hij meende verstaan te hebben, dat er op eenigen afstand
+zuidwaarts een machtig opperhoofd woonde, die grooten overvloed
+van goud bezat, en die op schalen van dit kostelijk metaal werd
+bediend. Ook had hij den indruk gekregen, dat er in het noorden volken
+woonden, die dikwijls gewapend optrokken, om de zuidelijke stammen
+aan te vallen, en daarna met grooten buit aan goud terugkeerden. Met
+zijn vurige verbeelding waande hij van een prachtige stad te hebben
+hooren spreken met schitterende paleizen, niet ver van de plaats
+waar zij nu waren, en dat hij in de landbouw-distrikten aangekomen
+was van een der schoonste landen van de aarde.
+
+Zoo ging de 13e October voorbij. Voor de zeereizigers was het een
+merkwaardige dag, want er was opgewektheid en vreugde. Den volgenden
+morgen begaf Columbus zich met zijn manschappen in de booten,
+om het eiland te gaan verkennen. Belangrijker verkenningstocht,
+in de morgenuren van een tropischen dag begonnen, en omringd door
+wonderbaar schoone en nooit aanschouwde tooneelen, kan men zich
+moeilijk voorstellen. Columbus zei, dat het eiland door koraalriffen
+ingesloten was, die slechts een nauwen doortocht overlieten; voorts,
+dat tusschen die riffen diepe en veilige ankerplaatsen lagen, groot
+genoeg, om de schepen van de geheele wereld te bevatten. Op deze
+lieve plek begon de tocht, en men zette koers naar het noordoosten.
+
+Het eiland bleek zeer houtrijk te wezen, en, behalve dat er
+verscheidene riviertjes waren, was er middenop een groot meer. Tal
+van schilderachtige dorpen, die als verscholen lagen in de schoonste
+boschjes, voeren de reizigers, die met hun booten dicht bij de kust
+bleven, voorbij. Overal kwamen de bewoners, zoowel mannen en vrouwen
+als kinderen, naar het strand, en liepen met de booten mee. Van tijd
+tot tijd vielen sommigen op de knieën en maakten zekere bewegingen,
+die de Spanjaarden of voor een uiting van dank aan God hielden,
+dat zij aangekomen waren, of voor eerbewijzingen, omdat men hen voor
+hemelsche wezens aanzag.
+
+Door onbedrieglijke gebaren noodigden de inboorlingen hen uit
+aan land te komen; hun tevens versch water en heerlijke vruchten
+aanbiedende. Toen de booten haar tocht vervolgden, sprongen verscheiden
+inboorlingen in zee, en zwommen ze achterna, waaruit duidelijk bleek,
+dat ze zoowel in 't water als op het land in hun element waren. Anderen
+volgden in kano's. De goedhartige admiraal ontving allen met de
+grootste vriendelijkheid, en maakte hen hoogst gelukkig met eenige
+snuisterijen, welke zij als hemelsche geschenken aannamen. Columbus
+verklaart bij herhaling, dat de inboorlingen hen voor engelen aanzagen.
+
+Dit is echter eenigszins twijfelachtig. Door teekens toch kan men
+niet gemakkelijk zijn meening uitdrukken. En men mag te recht vragen,
+of de inboorlingen ook maar een flauw begrip hadden van werelden, waar
+engelen wonen, zooals het christendom leert. Zoo dreven de roeibooten
+voort, tot zij eindelijk een vrij belangrijke kaap bereikten, waarop
+zes Indiaansche woningen stonden, omgeven door bosschen en tuinen,
+waarvan Columbus verklaarde, dat zij net zoo mooi waren als die, welke
+men in Castilië aantrof. Hier gingen zij aan wal, om wat te rusten en
+zich te verkwikken, waarna zij zich gereed maakten, om naar de schepen
+terug te keeren. Ze namen zeven inboorlingen mee om die de Spaansche
+taal te leeren en ze als tolken te gebruiken. Nog dienzelfden avond
+werden de zeilen geheschen, en stevende men naar 't zuiden.
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+EEN TOCHT DOOR DE EILANDEN.
+
+
+Uit de beschrijving van Columbus blijkt niet duidelijk, of er van San
+Salvador werkelijk eilanden te zien waren. Misschien ging hij op het
+getuigenis van de inboorlingen af.
+
+Volgens de bewering van Marco Polo, deelden de Indianen, die zich op
+'t schip van den admiraal bevonden, hem mee, dat het aantal eilanden
+in deze zeeën ontelbaar was, en dat de bewoners er van meestal met
+elkander in oorlog waren. Zij gaven de namen van meer dan honderd
+dezer eilanden op. Spoedig kregen zij in het zuidwesten een zeer groot
+eiland in het oog, dat omstreeks vijftien mijlen van hen af was. De
+Indianen stelden de bewoners daarvan als veel rijker voor dan die van
+San Salvador, en zeiden, dat zij armbanden en andere groote sieraden
+droegen van zuiver goud.
+
+Aangezien de nacht op handen was, en men zich in onbekende zeeën
+ophield, gaf Columbus bevel, om tot den volgenden morgen te blijven
+liggen. Toen de zon opkwam werden de zeilen weer opgehaald, maar de
+voortgang werd door tegenstroomen en ongunstigen wind zoo vertraagd,
+dat de zon reeds onderging, toen zij bij het eiland ten anker
+kwamen. Den volgenden morgen gingen zij met de booten aan land. Hier
+zagen zij volmaakt dezelfde tooneelen als op San Salvador. Het
+klimaat, het gebladerte, de bloemen, alles was net gelijk; ook de
+inboorlingen maakten geen verschil; ook dezen waren naakt, goedwillig
+en vriendelijk en hadden evenmin goud. Columbus zocht overal, maar
+te vergeefs, naar gouden versieringen aan armen of beenen. Of zij
+in de verbeelding van de Indianen of in die van hemzelf bestonden,
+is niet uit te maken. Hij nam echter dit eiland in bezit, alweer met
+vertoon van godsdienstige gebruiken, waarnaar de inboorlingen met
+kinderlijke verwondering keken. Hij gaf het den naam van Santa Maria,
+en zeilde toen weer weg, om de reis voort te zetten.
+
+Juist toen zij het anker lichtten, gebeurde er iets, dat
+helaas! duidelijk aantoont, dat enkele inboorlingen althans, die
+op het schip van den admiraal waren, geen vrijwillige tolken, maar
+gevangenen waren. Toen een van de Indianen van San Salvador, die op
+De Nina was, waarop Vincent Yanez Pinzon bevel voerde, op een kleinen
+afstand een groote kano zag, die vol inboorlingen was, sprong hij in
+zee, en wist door zoo vlug als een visch te zwemmen, te ontsnappen en
+werd door zijn landslieden opgenomen. Wel werd er aanstonds een boot
+uitgezonden om hem te vervolgen, maar de wilden roeiden zoo hard,
+dat zij den oever bereikten vóór men hen kon achterhalen, en met de
+snelheid van hinden verdwenen zij in de bosschen.
+
+De zeelieden voerden hun kano als buit mee naar het schip. Het was een
+zeer onrechtvaardige handelwijze, die zelfs de onwetendste barbaar
+moest veroordeelen. Toch werd spoedig daarop een nog afschuwelijker
+daad door de matrozen gepleegd. Een Indiaan, die gehoord had, dat
+de Spanjaarden katoen wilden koopen, begaf zich geheel alleen in
+zijn biezen kano naar het schip van den admiraal. Toen hij bij den
+boeg kwam, hield hij het katoen omhoog, opdat de matrozen het konden
+zien. Zij wenkten hem nader te komen en toen sprongen twee of drie,
+die goed konden zwemmen, in zee, verklaarden zijn kano verbeurd en
+sleurden den bevenden man als gevangene mee naar 't schip.
+
+Columbus, die op de hooge kampanje stond bij den achtersteven van het
+schip, zag die daad. Hij gaf bevel den gevangene bij hem te brengen. De
+arme Indiaan kwam bevend als een espeblad aan, en hield het pak katoen
+vooruit als een geschenk voor den man, die hem gevangen genomen had,
+ten einde daardoor zijn genade te verwerven. De admiraal ontving hem
+met de grootste vriendelijkheid, zette hem een mooi gekleurden hoed op,
+deed hem om elken pols een armband van schitterende koralen aan, hing
+een of twee belletjes aan zijn ooren en beval toen, dat men hem weer
+naar zijn kano terug moest brengen en het katoen ook. Deze geschenken
+waren voor den armen Indiaan, wat een groote erfenis voor iemand in
+de beschaafde wereld zou zijn geweest. Vroolijk roeide hij naar het
+strand, en Columbus keek met veel genoegen naar de groepen, die om hem
+heen gingen staan, om zijn schatten te bekijken en naar het verhaal
+te luisteren van de vriendelijke behandeling, die hij had ondervonden.
+
+Toen Columbus Santa Maria verliet, zag hij op een afstand van
+verscheidene mijlen in het westen een ander groot eiland en zette
+den koers daarheen. Halverwege achterhaalde hij een Indiaan, die
+geheel alleen in een heel oude kano zat, en stellig naar het eiland
+roeien wilde, om er de tijding van de komst der Spanjaarden over te
+brengen. Hij had een snoer koralen om den hals, dat hij te San Salvador
+gekregen had. Columbus bewonderde den moed van den man, die zulk een
+reis met zulk een ellendige kano durfde wagen. De Indiaan werd met
+zijn kano aan boord gehaald, en men behandelde den gast vriendelijk,
+en onthaalde hem op wijn, brood en honig. Een zeer zachte wind gleed
+over de spiegelgladde zee, en zij konden eerst ten anker komen,
+toen de avondschemering reeds gevallen was.
+
+De Indische kano liet men nu over boord zakken, en de gelukkige
+man werd met geschenken beladen aan land gezonden, ten einde de
+inboorlingen gunstig te stemmen, en te maken, dat hun de Spanjaarden
+welkom waren. Het nieuws verspreidde zich zoo snel over het eiland,
+dat er 's morgens reeds bij zonsopgang een groote toevloed van
+inboorlingen op het strand was te zien, terwijl het op de zee van
+kano's wemelde. Zij verdrongen elkander, om bij de schepen te komen
+en vruchten, wortels en versch water te brengen. Columbus gaf allen
+kleine geschenken en onthaalde hen op suiker en honig.
+
+Spoedig gingen enkelen van de drie schepen aan land. Hier waren ze
+op nieuw getuigen van zichtbaar geluk en blijkbaren vrede, zooals ze
+die meer hadden gezien. Zij brachten eenige uren op het eiland door,
+waren ingenomen met den eenvoud en de openbaringen van genegenheid
+der inboorlingen.
+
+Hun tenten waren van riet en palmbladen gemaakt, en zij zagen er van
+buiten heel aardig uit, terwijl van binnen alles netjes en ordelijk
+was. Het volgende uittreksel uit het dagboek van Columbus maakt ons
+bekend met den indruk, dien hij van de inboorlingen kreeg.
+
+"Daar zij ons veel vriendschap bewezen, en ik bovendien wist, dat
+het menschen waren, die eerder door liefde dan door geweld tot het
+christendom te bekeeren zouden zijn, gaf ik sommigen veelkleurige
+hoeden, anderen halssnoeren van glazen koralen en vele andere dingen
+van weinig waarde, waarmede zij echter zeer ingenomen waren, en
+zoo op onze hand kwamen, dat wij er ons over verwonderden. Dezelfde
+personen kwamen later weer zwemmend naar de schepen, waar wij waren,
+en brachten ons papegaaien, katoenen garen, werpspiesen en vele andere
+dingen, die zij tegen belletjes en koralen verruilden. Kortom, zij
+gaven goedwillig al wat zij hadden; maar 't kwam mij voor, dat zij
+anders heel arm waren, en ook liepen zij heelemaal naakt."
+
+Ter eere van koning Ferdinand gaf Columbus aan dit eiland den naam van
+Fernandina, maar later is het Exhuma genoemd. Columbus beproefde er
+omheen te varen. Naar het noordwesten zeilende, vond hij eene heel
+mooie haven, waarin een honderdtal schepen veilig voor anker kon
+liggen. Hij liep die haven in, en ging met een gezelschap aan land,
+om water te halen. Terwijl de matrozen de tonnen vulden, wandelde
+Columbus een klein eind verder, en ging op een groenen heuvel zitten,
+om het schoone gezicht te bewonderen, dat hem van alle kanten omgaf.
+
+In zijn dagboek betuigt hij: "Nooit heb ik vroeger zulk een prachtig
+landschap gezien." Het was zoo frisch en groen, als Andalusië er in
+Mei uitziet. De boomen, de vruchten, het gras en de bloemen waren
+heel anders dan in Spanje. De bewoners waren heel vriendelijk. Zij
+wezen den Spanjaarden de beste waterbronnen aan, hielpen hen de tonnen
+vullen en ze naar de booten rollen.
+
+Ofschoon Columbus' verbeelding veel voedsel kreeg, viel het hem toch
+bitter tegen, dat er niet meer goud was. Omdat het duidelijk was,
+dat hij op dit eiland niets van dit kostbaar metaal kon krijgen,
+zeilde hij den 19en naar een ander eiland, dat de inboorlingen
+Saometa noemden. Hij had uit de teekens der wilden afgeleid, dat daar
+goudmijnen waren, dat het de residentie van het voornaamste opperhoofd
+of van den koning van al de omliggende eilanden was, en dat die een
+met juweelen en goud omzoomd gewaad droeg.
+
+Toen zij op het eiland aangekomen waren, vonden zij er noch monarch
+noch goudmijn. De bewoners waren talrijk, het eiland was verrukkelijk
+en het afhankelijke hoofd droeg heel gewone versierselen. Wat Columbus
+erg verwonderde was, dat ieder eiland telkens mooier scheen dan dat,
+'t welk men van te voren had bezocht, en werkelijk bestond er een groot
+verschil in de natuurtooneelen. De boomen en bloeiende struikgewassen,
+welke dit eiland bedekten, waren zeldzaam mooi. Op het eiland vond men
+hoogten, die vrij aanzienlijk waren. De lucht kwam hem in 't bijzonder
+zeer welriekend voor, en het fijne zand op het strand werd door golven
+bespoeld, die bijna zoo doorzichtig waren als kristal. Midden op het
+eiland vond hij verscheidene schoone meren vol helder water. Aan dit
+eiland gaf hij den naam van Isabella, ter eere van de koningin, wier
+aandenken hij met zooveel trouwe toewijding liefhad. Van dit eiland,
+dat nu Exumeta heet schreef hij:
+
+"De groote meren, welke men hier aantreft, en de boschjes, waardoor ze
+omringd worden, zijn wonderschoon. En evenals op andere eilanden is
+hier alles groen. De vogels zingen hier zoo, dat men er altijd naar
+zou willen luisteren. De vluchten papegaaien zijn hier zoo groot,
+dat de zon er door verduisterd wordt en de andere vogels, zoo groot
+als klein, zijn zoo veelsoortig en verschillen zoozeer van de onze,
+dat men zich er over verbaast. Bovendien ziet men hier duizenderlei
+soorten van boomen, die elk hun eigenaardige vruchten hebben, waarvan
+de smaak heel vreemd is, zoodat het mij erg spijt, dat ik ze niet ken;
+want ik weet zeker, dat ze veel waard zijn. Ik zal er als proef eenige
+mee naar huis nemen, en ook eenige grassoorten."
+
+"Toen ik hier kwam, kreeg ik van de boomen en bloemen van het land
+zulk een aangenamen reuk in den neus, dat er in de wereld niets
+lekkerders wezen kan. Ik geloof, dat hier vele grassen en boomen
+zijn, waarop men in Spanje zeer gesteld wezen zou, om er aftreksels,
+geneesmiddelen en specerijen van te maken; maar ik ken ze volstrekt
+niet, en dit spijt mij zeer."
+
+Niet alleen de vogels, die van tak tot tak sprongen, droegen prachtige
+veeren, maar ook de visschen, waarvan die kristalheldere wateren
+wemelden, vertoonden al de schoone kleuren van den regenboog. Zij
+wedijverden met de vogels in kleurenpracht.
+
+De dolfijnen vooral, die gemakkelijk te vangen waren, verrukten de
+beschouwers door de wondervolle kleurveranderingen, die zij te zien
+gaven. Het is eenigszins merkwaardig, dat er geen viervoetige dieren
+gevonden werden, uitgezonderd een paar zeer kleine. Er was er een,
+die veel op een hond leek, maar in 't geheel niet blafte. Er waren
+ook eenige konijnen en hagedissen, welke laatste de Spanjaarden met
+afkeer en vrees beschouwden, alsof het vergiftige kruipende dieren
+waren. Naderhand verklaarden zij, dat zij onschadelijk waren en hun
+vleesch heel lekker smaakte.
+
+Maar goud zochten deze ontdekkers. De moeilijk te begrijpen gebarentaal
+gebruikende, vroeg Columbus ieder opperhoofd dien hij ontmoette, waar
+men goud kon vinden; maar de inboorlingen bedrogen hem opzettelijk
+of--en dit kon ook 't geval wezen--Columbus verstond hun gebaren
+niet. Steeds wezen zij naar het zuiden en gaven uitdrukkelijk te
+kennen, dat daar een volkrijk eiland was, dat veel goud bevatte en
+Cuba heette.
+
+Zij, die aan boord van de schepen waren, kenden op het laatst dien
+naam ook heel goed, en de gebeurtenissen van latere eeuwen hebben
+hem nog meer bekend gemaakt. Allen verlangden op het eiland Cuba te
+komen. Men meende, dat er groote steden op dat eiland moesten zijn,
+en de haven vol groote schepen lag.
+
+Het was in het laatst van October. In de keerkringen ving de regentijd
+aan, waarmee een volkomen windstilte samenging. In den nacht van den
+24n October zette Columbus de zeilen weer op, om het eiland Cuba op te
+zoeken. De zeilen hingen echter slap tegen de touwen tot den middag
+van den volgenden dag toe. Toen verhief zich een lekker en gunstig
+windje. Door naar het zuidwesten te varen, kreeg hij vele eilandjes
+in het gezicht; doch hij vond het niet de moeite waard zich er om
+op te houden. Ook vond hij een eilandengroep, die hij Arene noemde,
+maar nu de Mucaras heeten.
+
+Op den morgen van den 28en October kwamen de prachtige bergen van
+de koningin der Antillen in het gezicht. Nooit kan de schrijver
+de aandoeningen vergeten, die hij ondervond, toen de schitterende
+morgenstralen van een der schoonste morgens in de keerkringsgewesten
+hem de bergen en valleien, het wondervolle gebladerte en groen, en
+de blijkbaar grenzenlooze uitgestrektheid van het schoonste eiland
+der aarde lieten zien. Het was misschien niet ver van de plek, waarop
+Columbus stond, dat hij het verrukkelijk gezicht zag.
+
+In de gloeiendste taal beschrijft hij de heerlijkheid van de bergen,
+die tot in de wolken reiken; de weelde en den bloei van de ruime
+valleien; de trotsche met wouden bedekte voorgebergten, die in de
+zee uitloopen en de kapen, die zich naar het noorden zuidwesten zoo
+ver uitstrekken, dat ze eindelijk aan het oog ontsnappen. Een schoone
+rivier, aan de noordkust van het eiland, bood hem een goede gelegenheid
+aan, om met zijn schepen binnen te varen. Hier liet hij dan ook het
+anker vallen. Het water was zoo doorzichtig, dat men verscheiden
+vademen diep de visschen en schelpen kon zien. Fijn, wit zand lag op
+het bed van de rivier en de oevers waren rijkelijk begroeid.
+
+Toen Columbus aan land was gekomen, nam hij zooals gewoonlijk het
+eiland in bezit in den naam van de Spaansche vorsten en noemde het
+Juan, ter eere van Prins Juan, Isabella's zoon. De rivier gaf hij den
+naam van San Salvador. Zoodra de bewoners de schepen zagen, vluchtten
+zij angstig voor het schrikverwekkende natuurverschijnsel weg.
+
+Op het strand trof men twee verlaten hutten aan, waarin eenig vischtuig
+lag, zooals netten, die op een aardige wijze van de vezels van
+palmboomen waren gevlochten; voorts vischhaken en beenen harpoenen. Een
+van die hondjes, die nooit blaffen, liep er om heen. De bewoners van
+deze hutten waren, volgens de begrippen, die de wilden van welvaart
+hebben, rijk. De met palm bedekte hutten beschermden hen voor regen
+en wind. Zilvergras bezorgde hun een zacht en zelfs rijk bed. Kleeren
+hadden ze niet noodig. Zij behoefden de handen maar uit te steken om
+van de zwaar beladen takken de rijkste vruchten te plukken. De rivier
+schonk hun allerlei visch en zooveel als zij wilden hebben.
+
+Maar beschouwen wij deze menschen uit het oogpunt van beschaving,
+dan waren ze zeer arm. De hut, waarin zij woonden was met al wat er in
+was nauwelijks het kleinste Spaansche geldstuk waard. Columbus beval,
+dat geen enkel voorwerp in of om de hut mocht worden weggenomen. Met
+het scheepsvolk van een der booten voer hij de kronkelende en kalme
+rivier op. Uitingen van vreugde kwamen telkens over zijn lippen.
+
+"Cuba", schreef hij in zijn dagboek, "is het schoonste eiland, dat
+ooit een menschenoog zag. Daar zou men altijd willen wonen." Terwijl
+men de rivier oproeide werden de gezichten, die zich aan het oog
+vertoonden, telkens liefelijker. De oevers stonden vol reusachtige
+tropische boomen, en de bloeiende struiken, die hier en daar in groote
+menigte werden aangetroffen, gaven dezen toovertuin der natuur het
+voorkomen van een paradijs. Verscheiden dorpen lagen aan de oevers der
+rivier, maar de inwoners vluchtten naar de bergen, zoodra zij de boot
+zagen. De huizen, schrijft Columbus, waren hier beter dan hij ze tot
+dus ver had gezien. Er waren in die dorpen geen regelmatige straten,
+maar de huizen lagen schilderachtig tusschen de boschjes. Zij waren
+netjes van palmbladeren gebouwd en van binnen zagen ze er bijzonder
+zindelijk en ordelijk uit.
+
+Toen men weer bij de schepen teruggekomen was, werd de reis langs de
+kusten naar het westen voortgezet. Columbus was altijd nog maar in de
+meening, dat hij bij de Indische stranden was. Toen in de verte de
+eene kaap zich na de andere uitstrekte, tuurde Columbus voortdurend
+of hij koepeldaken en torens van de een of andere oostersche stad
+kon ontdekken. Hij dacht, dat Cuba het wereldberoemde eiland Japan
+was. Maar toen hij drie dagen achtereen langs de kust gevaren had,
+en geen einde aan het eiland zag, kwam hij tot het besluit, dat hij
+reeds het vasteland van Indië bereikt had.
+
+Eindelijk kwamen zij aan een zeer belangrijk voorgebergte, dicht met
+palmboomen begroeid, waaraan Columbus den naam van Palmkaap gaf. Men
+denkt, dat deze kaap het begin van het land aan de oostzijde is,
+waaraan men nu den naam van Laguna de Moron gegeven heeft.
+
+Columbus verzocht nu de twee Pinzons in zijn kajuit te komen, om over
+de verdere reis te spreken. Alle drie waren het eens, dat Cuba geen
+eiland, maar het vasteland was, dat zich zeer ver naar het Noorden
+uitstrekte. Dit deed Columbus denken, dat hij, nu bij het vasteland
+van Azië zijnde, niet ver van Cathay af kon zijn. Uit de taal van
+de inboorlingen maakte hij op, dat er, niet veel mijlen ten Noorden,
+een groote hoofdstad aan een breede rivier lag. Gedurende eenige dagen
+zeilde hij voort, maar had steeds met tegenwind te kampen, en ziende,
+dat de kust eindeloos en een storm in aantocht was, keerde hij terug,
+en ankerde in den mond van een kleine rivier, die hij Rio de los
+Maries noemde.
+
+Het was nu de 1e November. Op den oever stonden eenige huizen, en
+lager nog zag men een boschje van cacao- en palmboomen. Toen de zon
+opkwam, werd er een boot aan land gezonden. De bewoners namen van
+schrik de vlucht. Des middags deed Columbus op nieuw een poging, om
+met de beangstigde lieden, die aan 't strand stonden, een gesprek aan
+te knoopen. Daar er op de St. Maria drie Indianen van San Salvador
+waren, zond Columbus dezen met een boot er heen, om de inboorlingen
+van hunne vreedzame bedoelingen te overtuigen.
+
+Zoodra de Indiaan zoo dicht bij hen kwam, dat ze te beroepen waren,
+richtte hij vriendschappelijke woorden tot hen. Het scheen, dat zij
+zijn taal verstonden. Hij sprong in zee, zwom aan land en ging geheel
+weerloos in hun midden staan. Zij ontvingen hem vriendelijk, luisterden
+naar zijn woorden, en hij slaagde zoo goed, dat hun vrees week, en
+er nog vóór het vallen van den avond zestien kano's vol inboorlingen
+om de schepen kwamen liggen. Zij brachten katoenen garen mee, dat ze
+verkoopen wilden; maar Columbus zocht te vergeefs naar goud. Niet
+het kleinste gouden sieraad was te zien. Slechts één man droeg een
+klein gesmeed stukje zilver aan den neus.
+
+Columbus meende van de Indianen te hooren, dat de groote stad,
+waar hun vorst woonde, op een afstand van vier dagreizen in het
+binnenland lag. Daarom besloot hij manschappen uit te zenden, die
+twee afgevaardigden naar het hof moesten vergezellen. Deze twee
+mannen heetten Rodrigo de Jerez en Luis de Torres. De laatste was
+een bekeerde jood, die tamelijk goed Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch en
+Arabisch verstond. Columbus achtte het niet onwaarschijnlijk, dat de
+Oostersche vorst ten minste een van die talen sprak.
+
+Twee Indianen gingen met deze gemachtigden als gidsen mee. Een van deze
+kwam van San Salvador; de ander uit het kleine gehucht aan de oevers
+van Rio de Los Maries. De afgezanten waren ruim van kleinooden voorzien
+ter bestrijding van de reiskosten en van kostbaarder voorwerpen,
+om die den vorst te vereeren. Ook kregen ze een brief mee, waarin
+de wensch van den koning en de koningin van Spanje was uitgedrukt,
+om vriendschappelijke betrekkingen met de regeeringen in 't Oosten
+aan te knoopen. De afgezanten hadden in last al het mogelijke te doen,
+om inlichtingen te krijgen betreffende het land en zijne bewoners. Zes
+dagen mochten zij voor de reis gebruiken.
+
+Terwijl Columbus de terugkomst van het gezantschap afwachtte, was hij
+druk bezig zijn schepen op te knappen en manschappen uit te zenden,
+om het omliggende land te gaan verkennen. Zelf nam hij een boot, en
+roeide zes mijlen ver de rivier op. Hij ging aan wal en klom op een
+steilen oeverkant, waardoor hij flink in het rond kon zien. Er was, hoe
+ver hij ook keek, evenwel niets te zien dan een groote menigte boomen,
+die welig in het wild groeiden en een dicht loover vormden. Te vergeefs
+zocht hij naar die planten, welke in drogisterijen en apotheken
+in Europa zoo hoog geschat worden. Soms kwam hij in aanraking met
+inboorlingen, liet hun dan paarlen en goud zien en vroeg, waar hij
+zulke dingen vinden kon; maar de antwoorden, die hij in woorden of door
+gebaren kreeg, maakten hem het spoor nog meer bijster. Zij schenen
+te kennen te geven, dat er menschen waren, die maar één oog hadden;
+anderen, wier hoofd op dat van honden geleek, menscheneters waren,
+de keel hunner slachtoffers afsneden en hun bloed uitzogen.
+
+Was de teleurstelling voor Columbus groot, dat hij geen goud kreeg,
+toch kon hij niet nalaten telkens te zeggen, dat hij de natuur om
+hem heen zoo prachtig vond. Men verhaalt, dat hij gedurende dit korte
+uitstapje op een van de schoonste rivieren van Cuba, de inboorlingen
+op zekeren dag een kleinen, bolvormigen wortel, ter grootte van een
+appel, in de asch braden zag, en hem opaten. Hij was melig, maar toch
+heel lekker en werd door hen batatas genoemd. Deze knol is sedert een
+onmisbaar voedingsmiddel in de geheele beschaafde wereld geworden. De
+ontdekking van den aardappel, waaraan Columbus niet dacht, is gebleken
+van grooter waarde voor de menschen te zijn dan het vinden van een
+berg goud zou zijn geweest.
+
+De afgezanten kwamen den 6en November terug. Allen gingen nieuwsgierig
+om hen heen staan, om naar het verhaal hunner lotgevallen te
+luisteren. Het was echter niet zeer bemoedigend. Nadat zij ongeveer
+dertig mijlen langs een pad door 't bosch gereisd hadden, kwamen
+zij in een gehucht, dat uit nagenoeg vijftig hutten bestond, die
+niet verschilden van de vroeger gevonden woningen; alleen waren ze
+misschien iets grooter. De grootte der bevolking hebben ze stellig
+zeer overschat, want zij zeiden, dat er duizend menschen waren, en
+dus zouden er in elke hut twintig hebben moeten wonen. De bewoners
+ontvingen hen vriendelijk, lieten hen op zonderling gebeeldhouwde
+houten blokken zitten, en onthaalden hen op vruchten en groenten.
+
+De geleerde Jood trachtte in al de hem bekende talen met hen te praten,
+maar dit ging niet. Toen poogde de Indiaan hen toe te spreken. In
+hoever dit gelukte, kan niet uitgemaakt worden, maar toen hij ophield
+gingen de inboorlingen om de blanken heen staan met teekens van
+bewondering en bijna van vereering. Zij bekeken hun kleeren, streken
+met de hand over hun huid en schenen hen in alle opzichten als hoogere
+wezens te beschouwen. Alle inboorlingen, die ze tot nog toe hadden
+gezien, stonden in aanzien en macht gelijk, maar hier namen ze voor
+het eerst verschil in rang aan. Een onder hen was als het hoofd te
+herkennen. Maar goud vond men ook hier niet, niet eens kruiden. De
+afgevaardigden begrepen dus, dat verder onderzoek nutteloos ware,
+en daarom keerden ze naar de schepen terug.
+
+Volgens hun verhaal hadden al de menschen uit het dorp met hen mee
+willen gaan, maar voor die eer hadden ze bedankt, en alleen een van
+de voornaamsten met zijn zijn zoon meegenomen.
+
+Op hun terugreis zagen ze voor de eerste maal, dat de inboorlingen
+een onkruid gebruikten, dat de vernuftige mensch, al kwam zijn gezond
+verstand er ook tegen op, sedert tot een algemeen weelde-artikel
+heeft gemaakt. Velen liepen met iets brandends in de hand; anderen
+rolden gedroogde kruiden in een blad, staken het eene einde aan, het
+ander in den mond, zogen zoo den rook op en bliezen hem daarna weer
+uit. Zulk een rolletje noemden ze "a tobacco," een naam, die later aan
+de plant gegeven is waarvan de rolletjes gemaakt worden. Ofschoon de
+Spanjaarden voorbereid waren op veel vreemds, zoo trof hun toch dit
+zonderling en walgelijk gebruik.
+
+De afgevaardigden gaven een boeiend verhaal van de schoonheid der
+natuur, en de vriendelijkheid van 't volk. De menschen waren gezellig
+van aard, en schenen goed met elkander te kunnen omgaan. De dorpen
+bestonden uit eenige bij elkander staande huizen, en bij elke woning
+behoorde een goed bewerkte tuin met Indisch koren, aardappelen en
+andere groenten er in. Ook waren er uitgestrekte katoenvelden. Van
+het katoen werd touw gemaakt, en hiervan vervaardigden zij netten en
+smaakvolle hangmatten.
+
+De weelderige bosschen waren vol vogels, waarvan velen prachtige veeren
+hadden, en op de meertjes zwommen watervogels van allerlei vorm en
+kleur. Maar van een stad in 't binnenland, of van kostbare metalen had
+men niets gezien of gehoord. Columbus was hierdoor zeer teleurgesteld,
+al reisde hij dan ook door een land, waarvan de schoonheid aan 't
+fabelachtige grensde.
+
+Het kan niet ontkend worden, dat Columbus zich droombeelden schiep,
+en dat hij daardoor op zeer zwakke gronden voor waarheid hield,
+wat hij gaarne voor waarheid _wilde_ houden.
+
+Van de Indianen vernam hij, gedurende de afwezigheid van de gezanten,
+dat er heel ver in 't Oosten een zeer volkrijk eiland lag, waar de
+bewoners bij fakkellicht op de oevers der rivieren goud vonden, waarvan
+zij staven maakten. De zomer in de heete luchtstreek spoedde ten einde,
+en de winter met zijn vaak kille nachten was in aantocht. Columbus
+was in zuidelijk Spanje gewoon aan zomers, die haast net zoo zacht
+waren als die op Cuba. Tot nog toe had hij geen oord gevonden, dat hem
+geschikt voorkwam, om er een kolonie te stichten. Het was zijn plan
+niet alleen een landbouwkolonie te vestigen, maar hij wilde gaarne in
+een volkrijke en welvarende streek voordeelige handelsbetrekkingen
+aanknoopen, en zijn schepen met oostersche handelswaren laden,
+waardoor hij zelf en zijn beschermers rijk konden worden, en waarover
+zijn landgenooten zich zouden verwonderen.
+
+Maar tot dus ver had hij slechts naakte wilden gezien, die in
+ellendige en allereenvoudigste hutten woonden, en hij kon, behalve
+een paar gouden sieraden, niets mee naar Spanje nemen, dan een kleine
+hoeveelheid ruw katoenen garen.
+
+Columbus gaf den naam van Mares aan de rivier, waar hij voor anker
+lag. Hier zocht hij verscheiden inboorlingen uit, die zich door
+lichaamsschoon en geestesgaven gunstig onderscheidden, om ze meê naar
+Spanje te nemen en ze de Spaansche taal te leeren, zoodat zij hem op
+latere reizen tot tolken konden dienen. Wij weten niet, of dit hun
+eigen wil was, dan of zij opgelicht zijn. Hij zocht mooie meisjes
+uit en jonge mannen, die een flinke gestalte hadden. De beminlijkheid
+en leerzaamheid van de inboorlingen deden Columbus gelooven, dat zij
+gemakkelijk tot het christelijk geloof te brengen zouden wezen.
+
+Peter Martyr verhaalt van de zeden en gewoonten van de menschen op
+Cuba het volgende.
+
+"Evenals het zonlicht en het water ieder toebehooren, zoo is ook het
+land het gemeenschappelijk bezit van allen. De woorden 'mijn en dijn',
+die zaden van alle ellende, kennen zij niet. Zij zijn met zoo weinig
+tevreden, dat zij in zulk een groot land eerder overvloed dan gebrek
+hebben, en dus in de gouden eeuw schijnen te leven. Hun tuinen liggen
+open en bloot, zijn niet door heggen verdeeld en worden noch door
+muren beschermd noch door dijken ingesloten. Zij hebben geen wetten,
+wetboeken of rechters, maar deelen alles eerlijk met elkander."
+
+Het ligt voor de hand, dat men het met die beschrijving niet zoo
+nauw nemen moet. De bewoners der nieuwe wereld toch trof men aan
+met moordtuigen en oorlogswapenen in de hand. Velen hadden op het
+slagveld wonden gekregen, en zij vertelden zelf van stroopersbenden,
+die de eilanden met roof en moord vervulden.
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+BUITENGEWONE LOTGEVALLEN.
+
+
+Voor zoo ver het mogelijk was de godsdienstige begrippen van de
+inboorlingen te kennen, bleek het, dat zij een onbestemd gevoel hadden
+van de onsterfelijkheid der ziel. Zij geloofden, dat de geest van
+den mensch na den dood naar de dichte wouden en rotsachtige bergen
+verhuisde, en dat hij op een bovennatuurlijke wijze werd gevoed,
+wanneer hij daar in kelders ingemetseld was. De echo's, die zij
+dikwijls bij de bergen hoorden, hielden zij voor antwoorden van de
+afgestorvenen.
+
+Den 12en November 1492 zette Columbus koers naar het Zuidoosten,
+en ging ook nu langs de kust van het eiland.
+
+Men vermoedt, dat Columbus het 2/3 deel van de lengte van Cuba had
+afgelegd. Had hij nog een paar dagen doorgevaren, dan zou hij de
+westelijke kust bereikt, en niet in den waan verkeerd hebben, dat
+hij bij het vasteland was.
+
+Twee of drie dagen lang zeilde hij langs de kust voort, zonder
+zich ergens op te houden, om het binnenland te onderzoeken. Een
+storm noodzaakte hem een haven binnen te loopen, die hij Puerto del
+Principe noemde. Volgens zijn gewoonte richtte hij hier een kruis op,
+en nam in den naam van zijn vorsten plechtig bezit van het land. In
+de nabijheid lagen vele kleine en zeer mooie eilanden, die hij met de
+booten onderzocht, en die later bekend werden onder den dichterlijken
+naam van El Jardim del Roy of den Koningstuin. Aan de golf of baai, die
+deze eilanden verfraaide, gaf hij den naam van Nuestra Senora. Dichte
+wouden bedekten deze schilderachtige eilanden, die uit den oceaan
+het hoofd opstaken. De in alle richtingen loopende en kronkelende
+doorvaarten, benevens de eenzame inhammen van deze schoone streek
+werden in latere jaren door zeeroovers onveilig gemaakt, die wreedheden
+pleegden, waarvan de opsomming zelfs duivelen zou doen blozen.
+
+Den 19n November heesch Columbus alweer de zeilen, omdat hij plan
+had naar een eiland te gaan, dat omstreeks 60 mijlen oostwaarts lag,
+en door de inboorlingen Babique werd genoemd. Met zijn niet sterk
+schip kampte hij een dag en een nacht met tegenwind en een onstuimige
+zee. Maar ernstiger tegenspoed stond hem te wachten.
+
+Martin Alonzo Pinzon, bevelhebber van De Pinta, was rijk en een
+ervaren zeeman. Hij had veel geld in de onderneming gestoken,
+en volstrekt geen zin Columbus in alles als zijn meerdere te
+erkennen. De admiraal was een man, die zich koninklijk gedroeg en
+dacht. Waarschijnlijk waren beider inzichten in den laatsten tijd met
+elkander in tegenspraak. Columbus wendde het roer, om naar de haven
+terug te keeren, en beduidde de andere schepen evenzoo te doen. Pinzon
+sloeg er geen acht op. Hij ging van de beide andere schepen weg,
+en besloot een kruisvaart op eigen hand te doen. Toen de morgen van
+den 21en daagde, was De Pinta nergens te zien.
+
+De ergernis van Columbus was groot. Hij vreesde dat Pinzon plan had, om
+zoo spoedig mogelijk naar Spanje terug te keeren, de groote ontdekking
+bekend te maken, en zelf de eer te ontvangen, die het bericht van zulk
+een belangrijke gebeurtenis hem stellig geven zou. Den vluchteling
+te vervolgen was nutteloos. De driftige en teleurgestelde admiraal
+keerde naar Cuba terug. Den 24en November liep hij een prachtige
+haven binnen, die hij St. Catarina noemde. Hij was dicht bij den mond
+van een schoone rivier, wier oevers omzoomd waren met groene weiden,
+waarvan de bevalligheid alle beschrijving te boven ging, en die als
+bezaaid waren met boschjes van pijnboomen en reusachtige eiken.
+
+Hij bleef langs de kusten van Cuba kruisen en had, oostwaarts zeilende,
+de schoonste vergezichten, die telkens kreten van verrukking deden
+slaken. In zijn reisbeschrijving komen ook uitdrukkingen voor, die van
+verrukking getuigen over den helderen hemel, den gezonden dampkring
+midden in den winter, de kristalheldere rivieren, de havens, die
+zoowel het landschap verfraaiden, als een groote veiligheid aanboden;
+de vruchten, de bloemen, het gezang der vogels, de vriendelijkheid van
+de mannen en de beminlijkheid van de vrouwen. In een van de havens,
+die hij Puerto Santo noemde, schreef hij in een brief aan de koningin:
+
+"De schoonheid van deze rivier en het kristalheldere water, waardoor
+men het zand op den bodem kan zien; de vele palmboomen van allerlei
+vorm, zoo groot en mooi als ik ze ooit zag en de ontelbare andere
+groote en groene boomen; de vogels met hun rijke kleuren en het groen
+der velden, maken dit land, doorluchtige vorsten, zoo verwonderlijk
+schoon, dat het alle andere landen in bekoorlijkheid overtreft, gelijk
+de dag den nacht in luister te boven gaat. Daarom zeg ik dikwijls tot
+mijn volk, dat, hoe ik ook poog Uw Majesteiten een volledig verhaal er
+van te geven, mijn mond de geheele waarheid niet zeggen en mijn pen
+haar niet beschrijven kan. Ik ben zoo overweldigd door het gezicht
+van zooveel schoons, dat ik niet weet, hoe ik alles verhalen zal."
+
+Sommige van die boomen waren zoo ontzettend dik, dat de inboorlingen
+van één boom een kano konden maken, groot genoeg voor honderd
+man. Langzaam zeilde Columbus voort, en kwam den 5en December aan
+de oostelijkste punt van het eiland. Daar hij dit punt voor de
+oostelijkste kaap van het vasteland van Azië hield, en dus voor het
+eerste punt, dat men bereikte, als men uit Europa kwam, noemde hij
+deze kaap Alpha en Omega, het begin en het einde.
+
+Columbus wist volstrekt niet, welken koers hij nu nemen moest. De
+Indianen gaven wonderhoog op van Barbique, en door hun aanwijzingen
+geleid, zeilde hij van het einde van Cuba naar het Oosten, toen hij in
+een zuidoostelijke richting hooge bergen ontdekte, die zich boven den
+horizon verhieven. Maar toen de Indianen, die aan boord waren, zagen,
+dat hij daarheen wilde gaan, meenden zij, dat het de Antillen waren,
+en dit vervulde hen met schrik. Zij smeekten hem er niet heen te gaan
+en verzekerden, dat de menschen daar buitengewoon wreed en woest waren,
+zoodat zij de gevangenen doodden en opaten.
+
+De dampkring is tusschen de keerkringen zoo zuiver, dat men
+ver verwijderde voorwerpen met de grootste nauwkeurigheid kan
+zien. Columbus kwam bij het groote en schoone eiland Haïti. Dit eiland
+is een van de liefelijkste plekjes op aarde, doch de mensch heeft er
+zulk een treurig tooneel van misdaad en ellende van gemaakt, als ergens
+op de oppervlakte van den aardbol gevonden wordt. De bergen verhieven
+hun kruinen tot in de wolken, en hun kanten waren met weelderige wouden
+begroeid. Van den voet der bergen af tot aan de zee toe, zag men groene
+vlakten en dalen met boschjes van vruchtboomen en bloembedden. Door
+den rook, die uit de bosschen opsteeg, werd het Columbus duidelijk,
+dat dit land zeer bevolkt moest wezen. Later werd verzekerd, dat het
+eiland omstreeks 400 mijlen lang en 150 breed was. Het besloeg een
+oppervlakte van nagenoeg 30000 vierk. mijlen. Dit vorstelijk eiland
+werd onlangs bijna geheel aan de Vereenigde Staten aangeboden als
+een vrije gift, maar het Congres bedankte voor dit aanbod.
+
+Op den avond van den 6en December kwam Columbus, dicht bij het
+westelijk deel van dit eiland, in een haven, die hij St. Nikolaas
+noemde, en zij draagt dien naam nog. De landstreek was een Eden
+gelijk. Majestueuse bosschen en volgeladen boomen zag men er. Aan
+den eenen kant lag er een weelderige vlakte, die zich naar het
+binnenland uitstrekte, waardoor een rivier met het helderste water
+kronkelde. Aan den wal bevonden zich vele kano's, en verderop zag men
+schilderachtige dorpen liggen, verscholen in de schaduw van de boomen
+en door liefelijke weiden omgeven. Maar de inboorlingen hadden allen
+de vlucht genomen, alsof zij zich bewust waren, dat de grootste vijand,
+dien zij op aarde hadden, hun medemensch was.
+
+Zonder met de menschen in aanraking te zijn gekomen, gingen zij de
+haven weer uit, en voeren langzaam langs de kust naar 't Oosten,
+met opgetogenheid naar de bergen en de effen vlakten ziende. Een
+diepe en breede vallei, die door hen werd opgemerkt, droeg duidelijk
+de kenmerken van beschaving. Zij liepen een fraaie haven binnen,
+die Columbus Port Concepcion noemde, doch nu de baai van Moustique
+heet. Hier kronkelde ook een schoone rivier door een streek, die een
+tuin kon heeten. De rivier en de baai wemelden van allerlei soort
+van visch. Velen werden met netten gevangen. Enkelen waren zooals
+die in Spanje. Er was een vogel, wiens gekweel zeer met dat van
+den nachtegaal overeenkwam, en hen herinnerde aan de bosschen van
+Andalusië. Daarom gaf Columbus aan dit eiland den naam van Hispaniola
+of Klein-Spanje. De Franschen noemden het naderhand St. Domingo.
+
+Columbus schrijft in zijn brief aan het hof: "Hispaniola is grooter
+dan heel Spanje, van Catalonia tot Fontarabia. Een van de vier zijden,
+waar ik landde, en die recht van het Westen naar het Oosten loopt, is
+540 mijlen lang. De groote stad, die ik in bezit nam, heeft een zeer
+gunstige ligging. Ik gaf bevel er een fort te bouwen, waarin ik zooveel
+manschappen legde, als ik noodig achtte, en wist de gunst van den
+koning voor hen te verwerven, wat mij zoo goed gelukte, dat het haast
+niet te gelooven is. De menschen zijn er zoo aardig en vriendelijk,
+dat zelfs de koning er een eer in stelde mij zijn broeder te noemen."
+
+Zes wel gewapende mannen door Indiaansche tolken begeleid werden naar
+het binnenland gezonden, ten einde, zoo mogelijk, met de inboorlingen
+in aanraking te komen. Zij vonden wel huizen, dorpen en tuinen,
+maar er was niet één Indiaan te zien. Alle bewoners waren naar de
+ontoegankelijke klippen op de bergen gevlucht.
+
+Den 12en December richtte Columbus een kruis op en nam--voor zoo ver de
+gelegenheid dit toeliet--op een plechtige wijze bezit van het eiland.
+
+Tijdens het verblijf in de haven ontmoetten eenige zeelieden, die
+in den omtrek uitstapjes maakten, eenige eilandbewoners, die als
+herten vloden. De matrozen zetten hen na. Een schoon, jong meisje van
+omstreeks achttien jaren ziende, bevallig als een hinde, maar dat de
+sterker gebouwde vluchtelingen niet bij kon houden, liepen ze allen
+haar na, en 't gelukte hun haar te krijgen. Met groote ingenomenheid
+voerden ze deze liefelijke buit naar de schepen.
+
+Columbus ontving het meisje met vaderlijke minzaamheid. Hij overlaadde
+haar met geschenken, en tooide haar met de kleine tingelende belletjes,
+die voor de inboorlingen een onbeschrijfelijke bekoring hadden. Aan
+boord van het admiraalschip waren nog meer van die inlandsche
+vrouwen. Deze stelden de jonge gevangene al heel gauw gerust, en in
+een uur tijd gevoelde zij zich geheel op haar gemak, en was met de
+ontvangst zoo ingenomen, dat zij geen lust meer had aan land te gaan.
+
+Het eenige sieraad, dat deze schoone Indiaansche vrouw bij het
+gevangen nemen droeg, was een ring van zuiver goud, die aan den neus
+hing. Columbus was zeer blij bij het zien van dit kostbaar metaal,
+want het was een sterk bewijs, dat er goud op dit eiland was. De
+admiraal voorzag het meisje van kleeren, zooals die in beschaafde
+landen gedragen werden, en zond haar aan land met vriendelijke
+boodschappen aan haar landgenooten. Onderscheidene matrozen en drie
+Indiaansche tolken gingen met haar mee. Het dorp, waar zij thuis
+hoorde, lag ver landwaarts in, en daarom keerden de zeelieden, die
+het niet veilig achtten onder wilden te reizen, die den naam hadden
+van zeer wreedaardig en vijandig te zijn, naar de schepen terug. Het
+gelukkige meisje mocht alleen naar haar bloedverwanten gaan.
+
+De admiraal vertrouwde, dat de berichten van haar bij de inboorlingen
+niet dan een welwillend gevoel zouden opwekken, en zond daarom den
+volgenden morgen negen goed gewapende mannen uit, met een Cubaanschen
+tolk er bij, om het spoor door de weelderige wildernis te volgen naar
+het dorp, waar het meisje woonde. Op een afstand van twaalf mijlen
+troffen zij een aantal vrij groote hutten aan, schilderachtig aan de
+oevers van een schoone rivier gelegen. De afgezondenen telden omstreeks
+duizend woningen, maar zagen niet één dorpeling. Klaarblijkelijk zag
+men in dat meisje een middel, dat listige en booze lieden gebruikten,
+om de inboorlingen te lokken en in hun macht te krijgen. De Cubaansche
+tolk zette de vluchtelingen na. Toen zij hem alleen zagen aankomen,
+gingen zij naar hem toe. Het scheen, dat op alle eilanden dezelfde taal
+gesproken werd. De Cubaan deed den vreemdelingen zulke mededeelingen,
+dat eenige van de moedigsten onder hen, ten getale van ongeveer 2000,
+het waagden langzaam terug te gaan. Met vrees en beving liepen zij
+evenwel voort. Las Casas zegt, dat hun gestalte zeer bevallig was,
+en dat zij een schooner gelaat en fijnere trekken hadden, dan een
+van de inboorlingen, die zij tot dus ver hadden gezien.
+
+Langzamerheid kwam er vertrouwen; maar nog altijd, zoo wordt verhaald,
+zagen de inboorlingen in die vreemdelingen hemelsche wezens, die
+bovennatuurlijke kracht bezaten. In hun oog waren zij met bliksem en
+donder gewapend. Daarom beefden al die twee duizend menschen, toen
+zij bij die negen hemelsche bezoekers stonden. Menigmaal maakten ze
+zeer diepe buigingenen zetten de handen op het hoofd, als een teeken
+van eerbied en onderwerping.
+
+Terwijl men deze vriendschappelijke samenkomst hield, verscheen er
+een andere troep Indianen. Zij brachten de schoone gevangene, die zij
+op de schouders droegen, weer, met Europeesche kleeren aan en getooid
+met de blinkende kleinooden, die zij ontvangen had, en die in hun oogen
+nog schitterender waren dan de kostelijkste paarlen en edelgesteenten,
+waarmede ooit het voorhoofd van een hertogin is versierd geweest. De
+Indianen geleidden de vreemdelingen in hun huizen, en onthaalden
+hen op de uitgezochtste spijzen. Met de meeste gulheid boden zij hun
+gasten alles ten geschenke aan, wat zij bezaten; tamme papegaaien,
+vruchten, bloemen en fraai geweven matten en hangmatten.
+
+Verrukt over de schoonheid van het land, dat zij doorgetrokken waren,
+en over de gastvrijheid der inwoners, keerden de Spanjaarden naar
+hun schepen terug. Maar goud, helaas! was er niet. Het is duidelijk,
+dat Columbus en zijn volgelingen op dien tijd in een gemoedstoestand
+verkeerden, die hun de andere zijde van de schilderij niet deed
+zien. Men kan werkelijk een schoonen zomermorgen schilderen en
+vergeten, dat de koude en donkere Novemberdagen volgen, waarop stormen
+loeien, die hemel en aarde schijnen te zullen doen vergaan. In een
+aan Louis de St. Angel gerichten brief, schrijft Columbus:
+
+"Nadat zij ons vertrouwden en de vrees geweken was, waren zij zoo
+vrijgevig met wat zij hadden, dat zij, die het niet gezien hebben,
+het niet kunnen gelooven. Nooit weigerden zij iets, wat men hun vroeg,
+maar gaven het met blijdschap; en zij bewezen zooveel vriendschap, dat
+het was, als gaven ze ons hun hart. En of het voorwerp veel of weinig
+waard was, zij waren tevreden met alles, wat zij terugkregen. Het
+schijnt, dat de mannen in deze streken slechts één vrouw hebben, maar
+hun opperhoofd of koning geven zij er twintig. De vrouwen werken,
+dunkt mij, meer dan de mannen, en ik heb geen gelegenheid gehad te
+vernemen, of zij eigendommen bezitten; maar ik denk, dat zij alle
+goederen gemeen hebben."
+
+Veel werk behoefden zij stellig niet te doen. Kleeren maken en
+wasschen; vloerkleeden uitkloppen en schuieren; borden en kopjes
+wasschen; vuur aanmaken, tenzij om wat te koken, dat alles was niet
+noodig. Aan elken tak hingen vruchten, en voedsel was er derhalve
+in overvloed.
+
+Toen Columbus zijn onderzoekingen voortzette, ontdekte hij het eiland
+Tortugas, dat in later jaren den niet te benijden roem kreeg van het
+hoofdkwartier van vrijbuiters te zijn, die zoo lang de zee onveilig
+hebben gemaakt. Hij ging er aan land en deed er korte reizen.
+
+Hier vluchtten de inboorlingen alweer weg, toen zij een mensch
+zagen, zooals zij voor vraatzuchtige roofdieren gedaan zouden
+hebben. 's Nachts kon men op de hoogte hun groote noodvuren zien,
+om de veraf wonenden de nadering van het gevaar aan te kondigen. Aan
+een bekoorlijke vlakte, die zich aan 't oog van Columbus voordeed, gaf
+hij den naam van Paradijs-vallei. Den 16en December verliet Columbus
+Tortugas te middernacht, en keerde naar Hispaniola terug. Toen hij
+reeds ver in zee was, ontmoette hij een heel oude kano, met slechts
+één Indiaan er in. De wind was hoog en de zee onstuimig. Het scheen
+onmogelijk, dat de boot het houden kon, en daarom nam Columbus den
+man met de boot bij zich aan boord. Op Hispaniola gekomen, ankerde
+hij in de Port de Paix. Toen liet hij den man vertrekken, na hem
+onthaald en met geschenken overladen te hebben.
+
+Zooals gewoonlijk kweekte vriendelijkheid vriendelijkheid. Het verhaal,
+dat hij den Indianen gaf, deed hun vrees wijken, en weldra ontstond er
+een vriendelijk verkeer. Een van de voornaamste opperhoofden bracht
+met zijn gevolg een bezoek aan het schip. Hij was een hoffelijk man,
+en gedroeg zich waardig. Sommigen van zijn gevolg droegen kleine
+gouden sieraden. Zij schenen aan dit metaal geen bijzondere waarde
+te hechten, en verruilden het bereidwillig voor nesterijen.
+
+Hoe meer Columbus het land onderzocht, hoe meer de schoonheid er van
+hem bekoorde. Zijn schoone en weelderige valleien werden voldoende
+besproeid, en vele, zelfs de grootste hoogten, konden tot aan de
+toppen toe bebouwd worden. Op zekeren dag kreeg hij een bezoek
+van een jong opperhoofd uit het binnenland. Het schouwspel was
+werkelijk indrukwekkend. In een prachtig versierden draagstoel of
+palankijn gezeten, dien vier sterke mannen op de schouders droegen,
+kwam hij nader. Het gevolg bestond uit een stoet van twee honderd
+inboorlingen. De jonge man, die volstrekt niet verlegen en zeer bekend
+was met de hofgebruiken, trad de tent binnen, waar de admiraal het
+middagmaal gebruikte, en nam naast hem plaats. Twee eerwaardige mannen
+vergezelden hem, en gingen aan zijn voeten zitten. Deze twee bedienden
+schenen hem met godsdienstigen eerbied aan te zien. Op elke beweging
+gaven zij acht. Elk woord, dat over zijn lippen kwam, vingen zij op,
+en trachtten de beteekenis er van aan den admiraal mede te deelen. De
+prins at niet veel, maar keek zorgvuldig toe, of zijn bedienden wel
+genoeg kregen. Na het maal gaf hij Columbus twee goudstukken en een
+mooi, net bewerkt degengevest ten geschenke. Wederkeerig kreeg hij
+een stuk laken, eenige mooie koralen en een paar edelgesteenten. Ook
+verblindde Columbus hem door gouden munten te laten zien, waarop de
+beeltenissen van Ferdinand en Isabella stonden; door zijden met goud
+geborduurde vaandels en de banier van het kruis. Hij deed ernstige
+pogingen, om eenig denkbeeld te geven van de beteekenis van Jezus'
+kruisdood. Bij het afscheid werden er van de schepen kanonschoten
+gelost ter eere van den cacique of van het opperhoofd van wilde
+Indiaansche volksstammen, en deze ging op dezelfde wijze heen, als
+hij gekomen was.
+
+Ofschoon de inboorlingen gemakkelijk afstand deden van wat zij
+aan goud bezaten, kreeg men met dat al niet veel. Op nieuw lichtte
+Columbus het anker, zeilde den 19en Dec. langs de kust en liep na 36
+uren een fraaie haven in, die hij St. Thomas noemde, maar nu den naam
+van baai van Acal draagt. De streek was dicht bevolkt. De bewoners
+hadden misschien van de komst der vreemdelingen en hun welwillendheid
+gehoord. Vrees gaven zij niet te kennen, maar kwamen in grooten getale
+naar de twee schepen toe, sommigen in kano's, anderen zwemmend. Zij
+brachten heerlijke en geurige vruchten mee, die zij met de grootste
+edelmoedigheid weggaven, evenals hun gouden sieraden, want van handel,
+waaruit het leven in beschaafde landen voor een groot deel bestaat,
+schenen zij geen begrip te hebben.
+
+Columbus wilde van die verwonderlijke gulheid geen misbruik maken,
+maar beval, dat men telkens iets tot vergoeding terug moest geven. In
+deze haven waren ze den 20en ten anker gekomen. Den 22en zagen ze
+reeds vroeg in den morgen een keizerlijke boot, die snel over de kalme
+zee door riemen werd voortbewogen. Zij was zeer ruim en bevatte den
+afgezant van een heel voornaam opperhoofd met zijn groot gevolg. Het
+geheel leverde een schoon gezicht op.
+
+De naam van dat opperhoofd was Guacanagari. Hij was de erkende vorst
+van dit gedeelte van het eiland. Een van de hoogst geplaatsten aan
+zijn hof was bij deze zending, en had voor Columbus een rijk geschenk
+meegebracht, bestaande uit een kunstig bewerkten gordel, met paarlen
+en ivoor afgezet, en uit een net gebeeldhouwd hoofd met oogen, neus
+en tong van zuiver goud. De afgezant had in last namens den prins
+den admiraal uit te noodigen zijn residentie te komen bezoeken,
+en de schepen mee te nemen.
+
+Tegenwinden maakten het onmogelijk dadelijk aan de uitnoodiging
+gevolg te geven. Daarop zond Columbus eenige zeelieden met een
+van zijn officieren, in een boot heen, om zijn voorgenomen komst te
+berichten. De koning woonde in een mooie stad, aan een rivier gelegen,
+die door een buitengewoon vruchtbare vallei liep. Het was de grootste
+en best gebouwde stad, die hij nog gezien had. De huizen, die een
+groot vierkant plein insloten, waren voor deze gelegenheid opgeknapt
+en versierd. Van alle kanten stroomde het volk naar het koninklijk
+verblijf. De groote gastvrijheid, die de officier en zijn manschappen
+ondervonden, is in beschaafde landen onbekend. Allen werden als
+gasten met den meesten eerbied ontvangen, en letterlijk alles, wat de
+inboorlingen bezaten, werd hun aangeboden, zonder dat zij er iets voor
+behoefden te betalen. De inboorlingen namen alles met dankbaarheid aan,
+wat hun gegeven werd, en bewaarden het als iets heiligs. De Spanjaarden
+noemden de rivier Punta Santa, doch zij heet nu Groote rivier.
+
+In den avond van dezen belangrijken dag keerde de boot naar de
+schepen terug. Den 24en was 's morgens de wind gunstig, en daarom
+ging men reeds vóór zonsopgang op reis. Tegen den avond ging de wind
+geheel liggen, en daarom kreeg Columbus, die een van de waakzaamste en
+zorgvuldigste zeelieden was, en menigmaal den heelen nacht op het dek
+bleef, gelegenheid om te gaan slapen. De man, die aan het roer stond,
+volgde zijn voorbeeld, was onvoorzichtig genoeg, om het roer aan een
+jongen toe te vertrouwen en viel in slaap. De andere matrozen sliepen
+ook. Een sterke stroom, dien men niet opgemerkt had, dreef het schip
+op een zandbank. Waarschijnlijk sliep de jongen ook, want ofschoon de
+branding met zooveel geweld tegen de bank sloeg, dat het geraas op
+grooten afstand kon worden gehoord, liet hij niets van zich hooren,
+vóór de kiel over het zand schuurde. Columbus, die, zooals men zegt,
+altijd met één oog open sliep, was 't allereerst op het dek. Er volgde
+een tooneel van groote verwarring. Het verlies van een schip zou in
+die verre zeeën een onherstelbare ramp zijn. De zeelieden verloren
+alle zelfbeheersching, en elke poging, om het schip te redden, bleek
+vruchteloos. Als de zee onstuimig was geweest, zouden waarschijnlijk
+allen vergaan zijn. De naden van het schip gingen door de branding
+los, het schip was spoedig vol water en Columbus was genoodzaakt met
+zijn scheepsvolk aan boord van de Nina te gaan, het kleinste van de
+drie schepen.
+
+Eenige manschappen werden aan land gezonden, om het vriendelijk
+opperhoofd Guacanagari de ramp mede te deelen. Het dorp waar hij
+woonde, lag omstreeks een mijl van de plaats af, waar men schipbreuk
+geleden had. Deze man had zooveel medelijden, dat hij over hun ongeluk
+tranen stortte. Hij zond al zijn volk en elke kano, klein en groot,
+die men krijgen kon, om het schip te helpen lossen. De cacique (zie
+bl. 54) en zijn broeder werkten vlijtig mee, zoowel op zee als aan
+land. Hun hulp was zoo uitstekend, dat bijna alles, wat op het schip
+was, gered werd; en noch het hoofd noch zijn volk eischte iets tot
+belooning voor al die moeite. Integendeel, het opperhoofd noodigde
+allen uit, om in zijn woonplaats voeding en dak te komen vinden. Vele
+kano's kwamen heel ver weg met een groote menigte inboorlingen en
+ondergeschikte hoofden. Een treffend tooneel van broederlijke liefde
+deed zich voor. Ofschoon de inboorlingen aan het strand met zaken van
+onschatbare waarde bepakt en beladen werden, ging er niets verloren
+en werd ook niets ontvreemd. Het gelaat en de gebaren van het volk
+drukten alleen spijt over de ramp uit, die den vreemdelingen overkomen
+was. Columbus schreef in zijn dagboek aan Ferdinand en Isabella:
+
+"Ik verklaar Uw Majesteiten, dat er in de geheele wereld geen beter
+land en geen beminlijker, handelbaarder en vreedzamer volk is als
+dit. Zij beminnen hun naasten als zich zelf. De omgang, dien zij met
+elkander hebben, is lief en vriendelijk, en al is het waar, dat het
+wilden zijn, hun gewoonten zijn prijzenswaard en welvoegelijk."
+
+Columbus bevond zich nu met al zijn overgebleven manschappen op het
+eenig schip, dat hij nog had, de Nina. Guacanagari had drie woningen
+gegeven tot berging van de geredde goederen. De begeerte opmerkende,
+waarmee de vreemdelingen naar gouden sieraden zochten, deed hij al
+wat hij kon, om hun er zooveel van te geven als mogelijk was. De
+inboorlingen hielden bijzonder veel van dansen. Hun kinderlijke
+vreugde was bijna niet uit te drukken, wanneer zij, omhangen met de
+blinkende en tingelende belletjes, naar de tonen der muziek luisterden,
+die voor hun bewegingen paste. In ruil voor deze belletjes werd een
+groote hoeveelheid goud gebracht, en gaarne gaf men al het goud,
+dat men bezat, in ruil voor een belletje.
+
+De admiraal werd uitgenoodigd om bij Guacanagari het middagmaal
+te gebruiken. Hij ontving een diepen indruk van de ongedwongen
+en beschaafde houding, die het opperhoofd bij deze gelegenheid
+vertoonde. De tafel was overladen met al den rijkdom, dien het
+eiland opleveren kon. De koning at langzaam en matig, evenals iemand,
+die met de gebruiken eener beschaafde maatschappij vertrouwd is. De
+knechts bedienden den vorst en zijn gast met groote beleefdheid. De
+regeering was erfelijk op het eiland, en waardigheid en aanzienlijke
+geboorte schenen een diepen indruk op het volk te maken. Na den
+maaltijd geleidde de vorst Columbus naar de lieve boschjes, die zijn
+inderdaad mooi huis omringden. Ongeveer duizend inboorlingen volgden
+hen eerbiedig en met alle teekenen van hartelijke belangstelling. Het
+scheen een Eden. Ofschoon allen moedernaakt waren, zag men toch niets
+dat onwelvoegelijk was. Onder leiding van het opperhoofd werden er
+verscheiden heel aardige spelen uitgevoerd tot vermaak van den gast.
+
+Columbus trachtte deze beleefdheden door een wapenschouwing te
+vergelden. Aan boord bevond zich een Castiliaan, een oud soldaat,
+die Willem Tell evenaarde in de juistheid, waarmee hij een pijl
+afschoot. Deze wilden waren vreedzame lieden. Zij leefden van
+vruchten. De jacht- en oorlogskunst hadden zij nooit beoefend. De
+Castiliaan bracht zijn Moorschen boog, pijlkoker en pijlen mee. Het
+opperhoofd was verbaasd, toen hij de kracht en de juistheid zag,
+waarmee dit puntige en doodelijke wapen kon geworpen worden.
+
+Columbus deelde het opperhoofd mee, dat hij nog veel krachtiger
+wapenen had. Hij liet een kanon afschieten, waarvan de kogel in een op
+eenigen afstand staanden boom kwam. Toen zij het licht zagen en den
+slag hoorden; voorts den weg volgden, dien de onzichtbare kogel door
+het bosch had afgelegd, en hoe hij de boomen had gescheurd en doen
+kraken, waren zij verslagen en knielden neer. Toen zij eenigszins van
+den schrik waren bekomen, stelde Columbus de geheele macht, waarover
+hij beschikken kon, in orde voor een wapenschouwing. Hij plaatste
+zijn manschappen in gelid, en hun blinkende wapenen, hun gewette
+en flikkerende zwaarden schitterden in de stralen der ondergaande
+zon. Zij marcheerden op de maat van trommels en trompetten heen en
+weer, en voerden even fraaie als kunstige bewegingen uit.
+
+Onder luid geschreeuw vlogen zij ten aanval vooruit, en kwamen in
+geregelde orde terug.
+
+De inboorlingen begrepen heel goed, dat dit oefeningen en bewegingen
+voor een ernstigen oorlog waren. Het was hun duidelijk, dat de
+Spanjaarden bovennatuurlijke krachten bezaten om menschen te
+dooden. Zij begonnen hun geduchte gasten met schrik en vrees aan
+te zien.
+
+Columbus, die door de schipbreuk ter neer geslagen was, werd
+langzamerhand weer opgeruimd. Hij genoot met de zijnen in ruime mate
+de vreugde, die een heerlijk klimaat en lekkere vruchten geven. Elken
+dag werd zijn voorraad goud grooter. De vriendelijkheid, waarmee de
+Spanjaarden door de wilden behandeld werden, kon moeilijk grooter zijn,
+en, om de kroon op alles te zetten, telkens werd hij meer en meer
+overtuigd, dat er in de binnenlanden onuitputtelijke goudmijnen lagen.
+
+Het gemakkelijke en weelderige leven, waaraan zij gewend waren geraakt,
+beviel den Spaanschen zeelieden heel goed. Van alle zorgen en moeiten
+der beschaving waren zij bevrijd. Smakelijke en geurige vruchten hingen
+bijna aan elken tak. De rivieren en de kust wemelden van visch. In de
+schaduw van de bosschen brachten zij den dag in vadzige rust door,
+en als het 's avonds koel werd namen zij deel aan de spelen van de
+beminnelijke wilden, of dansten op de muziek van trommels, of op die,
+welke de wilden zelf maakten.
+
+Velen van die avonturiers gevoelden geen neiging ooit weer tot het
+Europeesch leven met al zijn moeiten en zorgen terug te keeren. Hier
+ontbrak het hun aan niets. Columbus werd bestormd met dringende
+verzoeken, om op het eiland te mogen blijven. Voor al het scheepsvolk
+van beide schepen te zamen zou het ook zeer ongemakkelijk zijn geweest,
+om op de terugreis in een klein karveel opeen gepakt te worden. Dit
+bracht den admiraal er toe den grond te leggen voor een latere
+volkplanting op het groote en schoone eiland Hispaniola. Hij liet een
+klein gezelschap achter, om het eiland te verkennen, zijn bronnen
+van rijkdom op te sporen, en zooveel mogelijk goud te verzamelen,
+waarna hij besloot naar Spanje terug te keeren, daar bericht te geven
+van zijn groote ontdekking en later met nieuwe schepen en versterking
+weer te komen.
+
+Guacanagari had hem verteld, dat er vijandige Indianen waren,
+Caraïbiërs geheeten, die van tijd tot tijd op Haïti kwamen en
+velen meenamen, die zij gevangen genomen hadden. Dit bood Columbus
+een verontschuldiging voor het bouwen van een fort aan. De wilden
+hielpen hem trouw, omdat deze sterkte ook hen tegen de Caraïbiërs
+zou beschermen. Hij bewapende het fort met het kanon, dat uit de
+schipbreuk gered was geworden. Hij liet er een klein garnizoen achter
+met krijgsvoorraad en leeftocht voor een jaar.
+
+Vertrouwbare berichten kreeg men van de Pinta niet. Columbus achtte
+het waarschijnlijk, dat zij vergaan was. Er bleef dus nog maar één
+wrak schip over van de drie, die van Palos waren uitgezeild. Verging
+ook dit, dan zou niemand iets van de ontdekking hooren, en men zou aan
+Columbus als aan een opgewonden droomer gedacht hebben, die dwaselijk
+zijn leven had verspild. Daarom besloot hij zijn broos vaartuig niet
+langer aan het gevaar bloot te stellen, dat het varen op onbekende
+zeeën met zich brengt, maar naar Spanje terug te keeren.
+
+Onuitputtelijk was de vriendelijkheid, die Guacanagari Columbus
+bewees. Gedurende den tijd, dat de admiraal het toezicht hield op
+het bouwen van het fort, stond het opperhoofd hem het grootste huis
+in het dorp af. De vloer was met kunstig geweven palmbladeren bedekt,
+en er stonden stoelen van gitzwart hout, dat heel glad gemaakt was en
+op ebbenhout leek. Zoo dikwijls hij Columbus in zijn eigen woonplaats
+ontving, behandelde hij hem als koning en hing hem telkens een gouden
+sieraad of een ander kostbaar geschenk om den hals.
+
+Eens bezocht het opperhoofd met vijf mindere hoofden den
+admiraal. Ieder gaf hem een gouden krans ten geschenke. Guacanagari
+droeg een vorstelijke kroon, die van goud was gemaakt. Hij nam die
+van zijn hoofd en zette haar Columbus op. Wederkeerig hing deze
+een streng prachtig gekleurde koralen om den hals van den vorst,
+bekleedde hem met zijn eigen karmozijnen mantel van fijne stof,
+gaf hem een paar gekleurde laarzen en deed een zilveren ring aan
+zijn vinger, dien de wilden veel mooier vonden dan een van goud,
+omdat er op het eiland geen zilver was.
+
+Het vooruitzicht een groote hoeveelheid goud te zullen krijgen, maakte
+Columbus heel blij. Hij begon zijn schipbreuk als een teeken van
+goddelijke gunst te beschouwen. In zijn dagboek schreef hij aangaande
+zijne verwachtingen op dat oogenblik:
+
+"Ik hoopte, dat ik bij mijn terugkomst uit Spanje een ton gouds vinden
+zou, die de achtergeblevenen door handel hadden verdiend; bovendien
+nog, dat zij mijnen en specerijen in zulk een hoeveelheid hadden
+ontdekt, dat de koningen binnen drie jaren in staat zouden zijn gesteld
+een kruistocht te ondernemen ter verlossing van het heilige Graf."
+
+Met de hulp der wilden was het fort in tien dagen klaar, en zijn
+bewapening in orde. Columbus stelde nu zulk een volkomen vertrouwen
+in de wilden, dat hij niets van hen meende te vreezen te hebben. Hij
+beschouwde het fort werkelijk vooral noodig, om zijn eigen ordeloos
+volk in bedwang te houden. Het gevaar dreigde, dat zij op hun
+tochten over het eiland allerlei losbandigheden zouden bedrijven,
+die de bewoners konden verbitteren. Hij noemde het fort de Geboorte,
+als een dankbare herinnering aan het feit, dat hij op Kerstdag aan
+een schipbreuk ontkomen was.
+
+Negen en dertig mannen werden met zorg gekozen, om in garnizoen
+te liggen. Daaronder was ook een arts, en verscheidenen, die in de
+verschillende vakken van werktuigkunde bedreven waren. Het bevel werd
+aan Diego de Arana toevertrouwd. Hij was een ruiter uit Cordova,
+van hooge afkomst en tot bevelvoeren in de wieg gelegd. Een sterke
+boot bleef achter voor de vischvangst, en zaad voor het bebouwen van
+den grond, benevens een menigte handelswaren.
+
+Het uur van vertrek brak aan. Columbus liet het heele garnizoen vóór
+zich komen, en hield allen in ernstige woorden den plicht voor, om
+Guacanagari en zijn aanvoerders met den meesten eerbied en de grootste
+vriendschap te behandelen. Hij drong er op aan, om altoos minzaam en
+rechtvaardig met de inboorlingen om te gaan, en met hun vrouwen en
+dochters vooral voorzichtig te wezen. Hij vermaande hen, niet uit
+elkander te gaan, maar bij elkander te blijven. Den bevelhebber,
+Arana, werd opgedragen om goud te verzamelen, mijnen op te sporen,
+en de voortbrengselen van het eiland te leeren kennen.
+
+Den 2en Januari 1493 gaf Columbus aan Guacanagari en zijn aanvoerders
+een afscheidspartij. Al het scheepsvolk kwam aan wal, en zijn gasten
+werden met troepenbewegingen en spiegelgevechten vermaakt. De Indianen
+keken met groote verbazing en vrees naar de lange, glinsterende en
+gewette zwaarden. En toen het kanon werd afgeschoten, en de steenen
+kogels, destijds in gebruik, de boomen deden schudden, beefden en
+juichten de duizenden inboorlingen, die dit feest had samengevoerd. Zij
+beefden bij het zien van die vernielende kracht, en juichten bij de
+gedachte, dat zij niet meer bang behoefden te wezen voor de Caraïbiërs.
+
+Den volgenden morgen gaf een kanonschot het teeken tot vertrek. Een
+luid hoera! werd door het garnizoen en door het vertrekkend scheepsvolk
+aangeheven. Een gunstige wind dreef het schip voort, tot het aan den
+oostelijken horizon verdween. Onder stormen en gevaren vervolgde de
+Nina haar reis naar Spanje. Het garnizoen werd aan een lot overgelaten,
+dat hierna zal beschreven worden.
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+DE TERUGREIS.
+
+
+Op den 4en Januari 1493 zeilde Columbus van Haïti naar Spanje. Met
+een zachte bries gleed hij bijna in de schaduw van een hoog en kaal
+voorgebergte, waaraan hij den naam van Monte Christo gaf, voort. Door
+stilten en tegenwinden vorderden zij niet veel, en voeren nog maar
+altijd langs de kusten van het eiland, waarvan de uitgestrektheid en
+pracht telkens meer in 't oog vielen. Zij hadden nog maar ongeveer
+50 mijlen afgelegd, toen de wacht in de mast riep: "de Pinta, de
+Pinta!" En hij had gelijk. Door een zonderling toeval ontmoetten de
+schepen elkander. Pinzon gehoorzaamde aan een wenk van den admiraal,
+en volgde hem in een kleine baai ten westen van Monte Christo, waar
+beide schepen ankerden. Pinzon verzon een flauwe verontschuldiging voor
+zijn wegloopen, en schreef het aan het weer toe. Ofschoon Columbus
+zich daardoor niet liet misleiden, oordeelde hij het toch maar 't
+verstandigst de zelfverdediging aan te nemen. Een van de matrozen op
+de Pinta beweerde, dat een Indiaan heel nadrukkelijk aan den kapitein
+van de Pinta had gezegd, dat er slechts op een paar mijlen afstands
+een mijn lag, die verbazend veel goud bevatte. Dit had den gouddorst
+van Pinzon opgewekt. Hij dacht, dat hij zijn schip spoedig vol laden
+kon, om met die kostbare vracht naar Spanje terug te keeren, en dat
+hij zijn gedrag kon verdedigen door voor te geven, dat hij door een
+storm van Columbus was afgeraakt.
+
+Maar te vergeefs had men naar de mijn gezocht. Pinzon kon zich met zijn
+schip te midden van kleine eilandjes en zandbanken niet vrij bewegen
+en werd ongerust. Kreeg hij met zijn schip een ongeluk, waardoor
+het niet meer te gebruiken zou wezen, dan was het bijna onmogelijk,
+dat hij ooit weer naar Spanje kon terugkeeren. Daarom zette hij weer
+koers naar Hispaniola, en het is waarschijnlijk, dat hij verlangend
+naar den admiraal uitzag. Gedurende de scheiding was hij echter een
+rivier opgevaren, had daar drie weken vertoefd en er door handel met
+de inboorlingen een groote hoeveelheid goud gekregen. Men zegt, dat
+hij de eene helft er van voor zich zelf hield, en de andere onder de
+zeelieden verdeelde, om hun het stilzwijgen op te leggen.
+
+In den avond van den 9en gingen de schepen gezamenlijk onder zeil. Den
+volgenden dag ankerden zij in den mond van dezelfde rivier, waar
+Pinzon handel had gedreven. Columbus noemde deze rivier Rio de Gracia,
+maar nu heet zij Porto Caballo. De wilden klaagden over Pinzon, omdat
+hij vier mannen en twee jonge meisjes met geweld had meegenomen, die
+Columbus dan ook aan boord van de Pinta vond. Pinzon had ze stellig
+in Spanje willen verkoopen, maar nu gaf Columbus bevel allen vrij
+te laten. Ook gaf hij hun vele geschenken tot vergoeding van het
+doorgestane leed. Pinzon was heel boos, en gaf onwillig en morrend toe.
+
+Toen men het anker weer lichtte, hadden zij een gunstigen wind tot kaap
+Cabron toe. Hier ontmoetten zij een zeer sterk ras van wilden, waarvan
+de krijgslieden zich afschuwelijk leelijk beschilderd hadden, gelijk de
+eerste vechtersbazen van de Indianen in Noord-Amerika doen. Zij waren
+met strijdknodsen gewapend en hadden zeer sterke bogen en pijlen met
+beenen punten en van hard hout, zoodat zij met bijna dezelfde kracht
+als een geweerkogel, iemand konden doorboren. Ook droegen zij zwaarden
+van heel hard hout, en als ijzer zoo zwaar. "Zij waren niet scherp,"
+schrijft Las Casas, "maar een paar vingers dik, en met één houw kon
+men er iemands helm mee in tweeën slaan."
+
+De wilden waagden het niet de Spanjaarden aan te vallen. Integendeel,
+er was er één, die aan boord kwam, om pijlen en bogen te
+verkoopen. Columbus verstond hem zeker verkeerd, wanneer hij meende,
+dat hij door gebaren gezegd had, dat er in de nabijheid een eiland
+was, waar uitsluitend vrouwen woonden, die van tijd tot tijd door de
+Caraïbiërs werden bezocht. Werden er kinderen geboren, dan nam men de
+jongetjes mee, en liet de meisjes bij de moeders achter. Columbus heeft
+hem stellig niet begrepen, want het is haast niet te onderstellen,
+dat de wilde guitig genoeg was, om de vreemdelingen zoo bij den neus
+te nemen.
+
+Columbus had ook verstaan, dat er zich in de wateren daar
+meerminnen ophielden, en hij zag er werkelijk eenigen. Het zijn
+misschien zeekalveren geweest. De koppen hadden eenige overeenkomst
+met het hoofd van een mensch. Columbus ontving zijn gast met groote
+vriendelijkheid, in de hoop daardoor een aangenaam verkeer met den
+volksstam te bewerken. Maar het bleek, dat de moedige wilde aan
+boord gekomen was als verspieder, want, nadat men hem rijkelijk van
+geschenken voorzien en met een boot aan wal gebracht had, begon hij
+te schreeuwen; dadelijk kwamen er vele wilden uit een hinderlaag te
+voorschijn en sloten zich bij hem aan. Zij deden hun best, om het
+scheepsvolk gevangen te nemen. Er ontstond een geduchte strijd. De
+Spanjaarden waren veel beter gewapend dan zij, en nadat de Europeanen
+twee gewond hadden, kozen de anderen het hazenpad. Dit was het
+eerste gevecht tusschen Europeërs en de Indianen der Nieuwe Wereld,
+en, och, of het tevens het laatste mocht geweest zijn! De oorlog,
+op deze wijze begonnen, werd in latere jaren zoo geducht, dat de
+grond van bijna alle eilanden roodgekleurd werd door menschenbloed,
+en de inboorlingen geheel werden uitgeroeid.
+
+Het speet Columbus zeer, dat dit had plaats gehad. Hij was bang,
+dat het aanleiding geven zou tot een bloedigen aanval op zijn
+garnizoen. Den volgenden dag kwamen er vele Indianen op het
+strand. Zij legden geen vijandelijke bedoelingen aan den dag, maar
+waren vriendschappelijk en vol vertrouwen. Een boot goed gewapende
+matrozen werd naar den wal gezonden. Dezen hadden een snoer schelpen
+bij zich, die, naar Columbus' meening, bij de Indianen was wat bij
+beschaafde volken een vredevlag is.
+
+Het opperhoofd ging, met een vertrouwen, dat in deze omstandigheden
+wonderlijk schijnt, met drie mannen in de boot, en werd naar het
+schip van den admiraal geroeid. Zij werden hartelijk ontvangen en op
+de smakelijkste spijzen onthaald, die men op het schip had. Al wat
+er belangrijks te zien was werd hun getoond, en met vele geschenken,
+die door een menigte wilden werden bewonderd, keerden zij naar het
+strand terug. Uit dankbaarheid voor al die weldaden zond het opperhoofd
+zijn gouden kroon aan Columbus. Uit latere beschrijvingen kan worden
+opgemaakt, dat dit opperhoofd Mayonabex heette, en de volksstam de
+Ciguayanen genoemd werd.
+
+De vriendelijkheid had de gewenschte uitwerking. Columbus bleef er
+drie dagen, en de vriendschappelijke gezindheid duurde al dien tijd
+voort. Ofschoon het volk onder de wapenen bleef, bracht het toch
+onbevreesd katoen, vruchten en allerlei groenten op het schip. Er
+waren vier verstandige en hartelijke jonge mannen onder, waaraan
+Columbus zeer gehecht werd. Toen hij wegzeilde naar andere eilanden,
+die naar hun zeggen eenige mijlen oostwaarts lagen, gingen zij uit
+eigen beweging mee.
+
+Den 16en Januari voeren de schepen weg. Columbus noemde de baai, die
+zij verlieten, en nu onder den naam van de golf van Samana bekend
+is, de Pijlengolf. Nadat zij ongeveer 60 mijlen afgelegd hadden,
+en het eiland Porto Rico naderden, werd de wind voor de thuisreis
+allergunstigst. Toen de matrozen gewaar werden, dat de schepen van
+den weg naar Spanje afweken, om nog het genoemde eiland aan te doen,
+begonnen zij te morren en drongen er op aan naar huis te gaan. Columbus
+wist, dat hij geen tijd verliezen kon, omdat zijn schip erg lek
+was, en de zeelieden op het punt stonden oproerig te worden. Op de
+trouw van Pinzon viel weinig te rekenen, en zoo hij weer schipbreuk
+leed, kon het gebeuren, dat hij zelf met al zijn aanteekeningen en
+gedenkschriften een graf vond in den oceaan. Dan zou de kennis van
+de groote ontdekking voor de wereld verloren zijn.
+
+Tot groote vreugde der matrozen wendde Columbus het roer, en zette
+koers naar Spanje. Hij had waarschijnlijk weinig moeite de vier
+jonge Indianen tot die reis over te halen, daar hij hun beloven kon
+ze spoedig weer naar hun land terug te zullen brengen, als hij hun
+eerst de wonderen van de oude wereld had laten zien.
+
+Niets is veranderlijker dan de wind, zegt het spreekwoord. In den
+verderen loop van Januari waren er nu eens zachte koelten dan weer
+windstilten. De Indianen sprongen vaak zoo maar in de effen zee,
+en zwommen als visschen om de schepen heen.
+
+Even als in 't menschelijk leven werd kalmte door stormen
+afgewisseld. Vreeselijke orkanen zweepten den oceaan, en de razende
+golven dreigden hen te verslinden. De admiraal zag zich dikwijls
+genoodzaakt het zeil in te halen, opdat de Pinta bij kon blijven. Door
+wolken, duisternis en hooge golven omringd, wisten zij niet, waar zij
+zich bevonden, en Pinzon, zoowel als de twee stuurlieden, verschilden
+in gevoelen hieromtrent met Columbus. Naar hun meening waren de
+schepen 400 mijlen dichter bij Spanje dan Columbus dacht. Columbus had
+gelijk. Las Casas maakt de merkwaardige opmerking, dat Columbus hen
+niet uit de dwaling hielp, en hen zelfs nog meer in de war trachtte
+te brengen, opdat zij niet meer zouden weten, hoe zij reizen moesten,
+en hij alleen de rechte kennis zou hebben van den te volgen weg.
+
+Wij kunnen dit vreemde verhaal niet gelooven. Pinzon toch en de drie
+stuurlieden waren in den dienst vergrijsde matrozen. Ze waren naar
+de Nieuwe Wereld geweest, kwamen nu terug, en moesten dus wel den te
+volgen weg kennen. Toen zij het einde van hun lange reis naderden,
+stak er den 12en Februari een verschrikkelijke storm op, die met steeds
+grootere kracht drie dagen aanhield. In dezen storm verloor men de
+Pinta uit het gezicht. Lang niet ongegrond was Columbus' vrees, dat de
+zwakke karveel met man en muis door de onstuimige zee was verslonden.
+
+Een droevige morgen volgde akelig en stormachtig op een langen
+nacht. De oceaan bleef woest, en men zag niets, dan de razende golven,
+men hoorde niets dan haar dreigend geloei. In overeenstemming met
+de gebruiken van dien tijd, werd het lot geworpen, om te zien, wie,
+zoo hij uit den storm mocht worden gered, een pelgrimstocht zou doen
+naar de reliquieën van de Heilige Maagd te Guadaloupe, met een 5 ponds
+waskaars in de hand. Men deed boonen in een muts, en maakte op één
+er van een kruis. Columbus was de eerste die er een uitnam. Het lot
+viel op hem. Op nieuw werd het lot geworpen voor een pelgrimstocht
+naar de reliquieën van de Maagd te Loretto. Het viel op een matroos,
+wiens naam Pedro de Villa was. De admiraal beloofde hem de kosten
+van zijne reis voor zijne rekening te nemen.
+
+De gelofte scheen niet veel te helpen, want de storm hield met
+onverminderde woede aan. Om aan de Heilige Maagd een nog grootere
+belooning aan te bieden, wanneer zij te hunnen behoeve tusschen beide
+wilde komen, legden Columbus en zijn volk de belofte af, dat zij in
+het eerste land, waar zij zouden komen, zoo daar een kerk mocht zijn
+aan haar gewijd, allen in plechtigen optocht, barrevoets en in het
+hemd naar haar reliquieën zouden gaan, haar hun gebeden opdragen en
+haar lof zouden zingen.
+
+Nog altijd gierde en huilde de storm. De ongerustheid van Columbus
+in deze dreigende gevaren, waarbij hij meer aan het te loor gaan
+van de groote ontdekking dan aan het verlies van zijn leven dacht,
+kan het best in zijn eigen woorden worden uitgedrukt, die hij tot
+den koning richtte.
+
+"Ik zou dezen tegenspoed," schrijft hij, "met minder verdriet hebben
+kunnen dragen, als ik alleen in gevaar was geweest, want den Schepper
+ben ik levenslang veel verschuldigd, en tusschen mij en den dood is
+vaak maar één schrede geweest. Maar deze gedachte veroorzaakte mij
+veel verdriet en zorg, dat God, na mij met zijn licht bestraald,
+na mij geloof en vertrouwen in deze onderneming te hebben gegeven,
+thans alles door mijn dood zou te niet doen, nu ik op het punt stond
+mijn bestrijders te overtuigen, en Uwe Majesteit grooten roem en
+aanzienlijke vermeerdering van gebied te verzekeren. Ook zou de
+tegenspoed verdragelijker zijn geweest, als ik niet door menschen
+vergezeld was geworden, die ik door overreding meelokte, en die in hun
+angst het uur van hun heengaan niet alleen vervloekten, maar evenzeer
+de vrees, die hun mijn woorden inboezemden, en hen belette terug te
+keeren, waartoe zij dikwijls besloten.
+
+"Boven alles werd mijn verdriet verdubbeld, als ik aan mijn beide
+zonen dacht, die ik in een vreemd land op een school te Cordova
+arm achterliet, zonder eenig bewijs van de door hun vader bewezen
+diensten, die, zoo ze bekend waren, Uwe Majesteit misschien bewogen
+zouden hebben hen in Uw gunst te doen deelen. En ofschoon ik aan den
+eenen kant getroost werd door het geloof, dat God niet zou dulden,
+dat een arbeid, die op de verheerlijking Zijner kerk uitloopen moest
+en onder zooveel moeiten en strijd was verricht, onvoltooid bleef,
+dacht ik toch aan den anderen kant met het oog op mijn zonden, dat
+het Gods bedoeling kon zijn mij te straffen door mij den roem te doen
+missen, die mij in deze wereld zou ten deel vallen."
+
+In deze angstvolle uren schreef Columbus op perkament een kort verhaal
+van zijn ontdekking. Het werd zorgvuldig ingepakt, verzegeld en aan
+den koning en de koningin geadresseerd. Bovenop stond de belofte
+geschreven, dat hij f 5000 bekomen zou, die het pakje ongeopend aan
+hun Majesteiten overhandigde. Het geheel werd in een wassen omslag
+gewikkeld en in een koek van was gestoken. Die werd nog weer in een
+sterke, waterdichte doos gedaan en in de onstuimige zee geworpen. Of
+zij ooit gevonden werd is niet bekend. [1]
+
+Langzamerhand bedaarde de storm. De lucht in het Westen helderde op,
+en dit was een teeken, dat de storm voorbij was. Des nachts schenen de
+sterren weer in al haar glans. Ofschoon de golven nog zeer ontstuimig
+bleven, kwam de zon des morgens aan een wolkeloozen hemel op, en deed
+een voordeelige wind de zeilen weer zwellen. Juist toen de zon opkwam,
+werd de vreugdevolle kreet: land! gehoord.
+
+Zooals Columbus dacht, was het ook. Op 15 mijlen afstands zag men de
+Azoren. Spoedig echter stak de wind weer op, en wakkerde hij tot een
+nieuwen storm aan. Tegenwind dreef hen terug, en eerst aan den avond
+van den 17en kon men aan de noordzijde van het eiland St. Maria, het
+zuidelijkste eiland van de Azoren, het anker uitwerpen. De bewoners
+verwonderden zich zeer, dat zulke zwakke vaartuigen aan de kracht
+van stormen weerstand hadden kunnen bieden, die vijftien dagen lang
+den oceaan met zeldzame woede gezweept hadden.
+
+De vrome Columbus bracht zijn volk de belofte in herinnering, om
+in optocht naar de eerste kerk te gaan, die zij, ergens landende,
+vinden zouden, en aan de Heilige Maagd was gewijd. Trouw hield men een
+gelofte, die in die dagen niet vreemd was. Eerst ging de eene helft
+van de bemanning met een priester voorop, om de mis te bedienen. Allen
+liepen in het hemd.
+
+St. Maria was een Portugeesch eiland. Toen de eerste processie of
+omgang verscheen, en dan nog wel zóó, liep het heele dorp uit, om er
+naar te kijken. De gouverneur was ook over deze vertooning verwonderd,
+en, niet wetende wat dit beteekenen moest, liet hij een escadron
+dragonders aanrukken, en nam hen allen gevangen. De ongekleede en
+ongewapende mannen konden niet vechten, en de kapel lag achter een
+hoogte, zoodat Columbus haar niet kon zien. Maar toen hij hoorde, wat
+er had plaats gegrepen, schreef hij het aan de vijandelijke houding
+toe, die het Portugeesche hof tegenover hem en zijn onderneming
+had aangenomen.
+
+Hij had een onderhoud met den gouverneur, waarbij scherpe woorden
+werden gewisseld. De gouverneur, Castaneda, was niet vriendelijk
+gestemd. Hij nam een trotsche houding aan en verklaarde, dat al, wat
+hij gedaan had, met de bevelen van den koning overeenkwam. Columbus
+vreesde, dat er gedurende zijn afwezigheid een oorlog tusschen Spanje
+en Portugal was uitgebroken. Hij wapende al zijn manschappen, en
+bereidde zich krachtig voor, om te voorkomen, dat men hemzelf gevangen
+nam. Een sterke wind verhief zich, die recht op het strand aankwam,
+en dus de ankerplaats onveilig maakte, zoodat Columbus genoodzaakt
+werd zee te kiezen. Twee dagen dreef hij in groot gevaar rond,
+terwijl de helft van zijn scheepsvolk gevangen zat.
+
+Den 22en bedaarde het weder. Toen hij op de ankerplaats kwam, zag hij
+een Portugeesche boot met twee priesters en een hoofdofficier van de
+Regeering op zich afkomen.
+
+Deze beambte gedroeg zich veel vreedzamer dan Castaneda geweest was. In
+naam van den gouverneur verzocht hij inzage in de scheepspapieren. Het
+schijnt, dat de gouverneur hen voor zeeroovers had aangezien,
+die destijds alle zeeën onveilig maakten. Columbus, die nog altijd
+vreesde, dat hij door verraders vervolgd werd, liet zijn geloofsbrieven
+zien. Dit gaf algeheele voldoening, en de naakte pelgrims kregen de
+vrijheid terug.
+
+Toen de zaak zoo afgeloopen was, ging Columbus blootshoofds en
+barrevoets met de andere helft van zijn volk ter vervulling zijner
+geloften naar de reliquieën van Onze Lieve Vrouwe. Van Pinzon hoorde
+men niets. Waarschijnlijk was hij omgekomen. Columbus ging den 24en
+Februari, na een oponthoud van vijf dagen op St. Maria, weer onder
+zeil. Toen hij omstreeks 300 mijlen van kaap St. Vincent verwijderd
+was, begon het op nieuw te stormen. Op het laatst kwamen er woorden
+van ontevredenheid over de lippen van den heldhaftigen admiraal. Nu
+hij zoo dicht bij huis kwam, vond hij het hard, dat hij, na met zoo
+vele stormen gekampt te hebben, nu weer zoo fel bestreden werd. In
+het tropische paradijs door hem ontdekt, had het nauwelijks hard
+gewaaid. Daar was de lucht zonnig, de wind met liefelijke geuren
+vervuld en de zee kalm. Gelukkig kwam hij goed van den storm af.
+
+Op den 4en Maart werd Columbus bij het aanbreken van den dag
+aangenaam verrast door het zien van Cintra, een rots, die dicht bij
+den mond van de Taag, in Portugal, ligt. Ofschoon hij van de zijde
+van het Portugeesche hof voor verraad vreesde, werd hij toch door het
+stormachtige weer genoodzaakt, die rivier op te varen, 's Middags te 3
+uur kon hij tegenover Rastello veilig ankeren. De menschen hadden al
+den heelen morgen op het strand staan te kijken naar den strijd van
+het broze vaartuig met de woedende elementen. Ieder oogenblik hadden
+zij verwacht, dat het door de hooge golven, waardoor het geteisterd
+werd, in de diepte zou worden geslingerd. Zij klouterden tegen het
+schip op, en wenschten allen aan boord geluk met hunne wonderbaarlijke
+redding. De meest ervaren zeelieden betuigden, dat zij nog nooit een
+winter met zulke aanhoudende en geweldige stormen hadden beleefd.
+
+Onmiddellijk zond Columbus een koerier naar het Spaansche hof,
+om zijn aankomst te berichten. Ook vroeg hij het Portugeesche hof
+schriftelijk verlof, om de haven van Lissabon te mogen inzeilen. Op
+de ree lag een groot oorlogsschip voor anker. Het was een Portugeesch
+wachtschip. Den volgenden dag gelastte de Portugeesche kapitein den
+Spaanschen admiraal bij hem aan boord te komen. Columbus zei, dat
+zijn waardigheid dit niet gedoogde; hij eischte recht en weigerde
+niet alleen zelf te komen, maar evenzeer een plaatsvervanger te
+sturen. Zoodra de kapitein, Don Alonzo de Acuna, van Columbus' hoogen
+rang en van de buitengewone reis kennis droeg, bewees hij hem al
+de hulde, die de eene dappere den anderen schuldig is. Hij bemande
+zijn grootste boot, tooide die met vlaggen, plaatste de stafmuziek
+er ook in, en ging zelf in het achterschip zitten, om den admiraal
+een bezoek te brengen. Ten volle zijn rang erkennende en den grooten
+dienst, dien hij aan de wereld bewezen had, stelde hij zich zelf en
+zijn schip beleefd ter beschikking van den grooten ontdekker.
+
+Toen het nieuws Lissabon bereikte, dat Columbus, die zoo lang maar
+te vergeefs de hulp van Portugal had ingeroepen, werkelijk een
+nieuwe wereld ontdekt had, en nu, na zijn roemvolle reis, veilig op
+de Taag voor anker lag, ging de opgewondenheid haast alle perken te
+buiten. Schuiten en booten van allerlei soort verdrongen elkander op
+de rivier, en gingen om het schip heen, dat vol stond met menschen, en
+met zulke vreemde vruchten, alsof ze van de sterren waren gehaald. Oud
+en jong, mannen en vrouwen, rijk en arm, ieder was nieuwsgierig. Van
+den morgen tot den avond verdrongen de bezoekers elkander op het
+schip. Al het geduld van Columbus en van het scheepsvolk was noodig,
+om telkens en telkens weer een verhaal van hun wedervaren te geven. De
+verbazing van de menigte werd het allereerst geboeid door de Indianen
+met hun schitterend kleed van fraai gekleurde franje en veeren, dat
+zij op feestdagen droegen. Ook wekte al het goud bewondering op. Nooit
+hadden ze ook zulke planten en dieren gezien. Zoowel het hof als het
+volk gevoelde spijt, dat zulk een ontzaglijk voordeel hun ontgaan was.
+
+Koning Jan hield zich toen te Valparaiso op, omstreeks 30 mijlen
+van Lissabon. Op den 8en Maart kwam een Portugeesche grande namens
+den koning bij Columbus, om hem met zijn aankomst geluk te wenschen,
+en hem aan het hof te verzoeken. Ook vaardigde de koning het bevel
+uit, dat alles, wat de admiraal voor zich, voor zijn schip of zijn
+scheepsvolk noodig had, kosteloos moest verstrekt worden. Columbus
+begaf zich aanstonds op reis naar Valparaiso. Overal moest hij
+onderweg, dit wilde de koning, op de ruimste wijze onthaald worden.
+
+Toen hij bij het paleis kwam, gingen alle leden van de koninklijke
+hofhouding hem te gemoet, en voerden hem in de tegenwoordigheid van
+den koning. Deze ontving Columbus met de meeste onderscheiding,
+deed hem naast zich plaats nemen, alsof hij ook van koninklijken
+bloede was en verzekerde hem, dat alles, wat hem in zijn koninkrijk
+van dienst kon zijn, ter zijner beschikking stond.
+
+De koning luisterde met gemengde gewaarwordingen, zoo van vreugde
+als van spijt, naar het verhaal van den rijkdom, de schoonheid en
+de talrijke bevolking van de wonderwereld, die Columbus door zijn
+ontdekking het Spaansche rijk schonk. Er werd bepaald, dat Columbus den
+nacht de gast zou zijn van een der hoogste adellijken aan het hof. Den
+volgenden dag verlangde de koning een tweede onderhoud. Blijkbaar had
+hij des nachts tal van vragen bedacht met betrekking tot den te volgen
+weg voor de reis, het klimaat, den grond, de voortbrengselen van de
+streken, die hij bezocht had, en het vooruitzicht, om goud te krijgen.
+
+Een lage geest van nijd en ijverzucht vervolgde Columbus. Zij,
+die met zijn onderneming den spot gedreven hadden, trachtten nu op
+alle mogelijke manieren zijn diensten te onderschatten. Zijn daden
+hielden zij voor de uitvloeisels van de onedelste beweegredenen. De
+waarde van de ontdekking werd geminacht. Zij beschuldigden hem van
+blufferij en grootsprekerij, en trachtten hem belachelijk te maken.
+
+Sommigen, ziende, dat de koning geheel uit zijn humeur was, stelden
+voor Columbus te vermoorden, als een middel om de voortzetting van
+deze ondernemingen te beletten, bewerende, dat hij den dood verdiende,
+omdat hij door zijn beweerde ontdekkingen beide volken poogde te
+misleiden en oneenig te maken. Dat de moord gemakkelijk kon worden
+volvoerd zonder eenig schandaal te verwekken, wist men elkander te
+duidelijk te maken; men kon van zijn hooghartigheid gebruik maken,
+en die kwetsen, hem in een twist wikkelen en dan om het leven brengen,
+alsof het een toevallig en eervol gevecht was geweest.
+
+Dit feit wordt zoowel door Portugeesche als Spaansche
+geschiedschrijvers voor waarheid gehouden. En 't is zoo, in die dagen
+van onwetendheid en ondeugd, kon er haast zoo'n slechte daad niet zijn,
+die aan de Europeesche hoven geen verdedigers vond. Maar koning Jan
+ II verwierp het schandelijke voorstel, ofschoon hij verbazend veel
+spijt gevoelde, wanneer hij aan het door Portugal geleden verlies
+dacht, en aan het voordeel en den roem, die Spanje kreeg, omdat hij
+de onderneming van Columbus niet had willen steunen.
+
+Enkelen van 's konings raadgevers stelden voor, dat men Columbus
+verlof zou geven naar Spanje terug te keeren, en dan onmiddellijk een
+sterke vloot uitzenden, om de pas ontdekte landen in den naam van
+Portugal in bezit te nemen, nog meer verkenningen doen en koloniën
+vestigen. De koning was laag genoeg, om aan die inblazingen het oor te
+leenen. Heimelijke maar tevens krachtige maatregelen werden er genomen,
+om een smaldeel uit te zenden, en een van de beroemdste zeekapiteins
+dier dagen, Don Francisco de Almeida, werd het bevel opgedragen.
+
+Door een groot aantal ruiters werd Columbus naar zijn schip
+begeleid. De koningin was in een klooster te Villa Franca. Op haar
+ernstig verzoek hield Columbus zich daar op, en werd met de vleiendste
+oplettendheden ontvangen. De koningin was door de voornaamste dames
+uit het land omringd. Met groote belangstelling luisterde zij naar het
+verhaal van Columbus, waarin meer dichterlijke voorvallen voorkwamen,
+dan in de verzonnen verhalen van de beroemdste schrijvers.
+
+Toen de admiraal op de Nina teruggekomen was, stak hij den 13en
+Maart in zee, en een tweedaagsche vaart bracht hem te Palos. Zijn
+eenzaam scheepje voer op den middag de haven binnen, die hij den
+3en Augustus van 't vorige jaar verlaten had. Hij was dus nog geen
+volle zeven maanden weg geweest voor de merkwaardigste reis, die ooit
+ondernomen werd.
+
+De terugkomst van Columbus te Palos, met de bewijzen, die aan geen
+twijfel onderhevig konden zijn, van zijn groote ontdekking, werd de
+aanleiding tot een tooneel van vreugde, zooals deze aarde zelden
+heeft gezien. Terwijl er maanden voorbij gingen, waarin men geen
+tijding kreeg, werd er ondersteld, dat allen, die aan dien tocht
+deelgenomen hadden, omgekomen waren te midden van onbewuste gevaren
+op een onbekende zee.
+
+De verschijning van de door storm geteisterde karveel, langzaam
+de haven inzeilende, bracht de eerste tijding van de avonturiers
+sedert hun vertrek. De Nina was alleen, en de beide andere schepen
+zag men niet. De verschrikkelijke stormen van den vorigen winter
+hadden de algemeen gedeelde vrees vermeerderd, dat de twee schepen
+door de onstuimige golven waren verzwolgen. De onzekerheid was
+vreeselijk. Er was haast geen familie in Palos, waarvan niet een vriend
+of bloedverwant deelgenomen had aan den tocht. Zoodra het schip de
+ankerplaats bereikt had, en men den gunstigen uitslag van de reis
+vernam; ook dat het scheepsvolk van de Santa Maria zich op de Nina
+bevond, en men nog vóór een paar dagen de Pinta had gezien, was de
+vreugde onbeschrijfelijk. Een van de eerste daden van den vromen man
+was met al zijn volk naar de kerk te gaan, om God voor de gelukkige
+thuiskomst te danken.
+
+De blijde tijding vloog over Spanje, als het vuur over de
+prairieën. Vreugdevuren brandden op de hoogten, uit elke vesting
+hoorde men saluutschoten en alle kerkklokken werden geluid. Om de
+vreugde nog grooter te maken, liep in den avond van dezen zelfden dag,
+terwijl de klokken luiden, het kanon losbrandde en het volk juichte,
+de Pinta de haven binnen. Door den storm voortgedreven, was het Pinzon
+gelukt de haven van Bayonne, in de baai van Biskaye, te bereiken,
+en kon hij er het einde van den storm afwachten.
+
+Toen hij de haven van Palos inkwam, en getuige werd van de geestdrift,
+waarmee Columbus ontvangen was, kan het wel zijn, dat de gedachte aan
+zijn misdaad, het ontvluchten van zijn admiraal, hem zeer ter neer
+drukte. Het was zijn eigen schuld. Het stond gelijk met het wegloopen
+van een soldaat op het oorlogsveld, en stelde hem aan gevangenisstraf
+en zware kastijding bloot. Zijn verdriet was zoo groot, dat hij een
+boot nam, alleen aan land ging, zijn woning opzocht en zich niet op
+straat vertoonde, vóór de admiraal op reis was gegaan naar het hof.
+
+Deze noodlottige afval is zeer te betreuren. Ontkend worden kan het
+niet, dat de goede uitslag van den tocht voor geen gering deel aan
+Martin Alonzo Pinzon te danken was. Hij was een van de eersten in
+Spanje, die de plannen van Columbus naar waarde kon schatten. Met
+zijn geld en zijn persoonlijken invloed ondersteunde hij den
+armen avonturier krachtig, en even belangrijk was zijn hulp bij de
+aanschaffing en uitrusting van schepen. En eindelijk, hij scheepte
+zich met zijn broeder en vrienden in, zoodat hij niet alleen zijn
+rijkdom maar ook zijn leven in de waagschaal stelde.
+
+Ook moet, om geen te scherp oordeel te vellen, gezegd worden, dat
+hij een zeer bekwaam zeeman was, die veel ondervinding had. In dat
+opzicht stond hij niet beneden Columbus. Hij was een man van hoogen
+stand en werd door een edele eerzucht bezield.
+
+Zijn geschiedenis leert, hoe één plicht verzuim de verdienste van
+duizend diensten te niet kan doen; hoe één oogenblik van zwakheid
+de schoonheid van geheel een deugdzaam leven bederven kan, en
+hoe allernoodzakelijkst het voor een mensch is, om onder alle
+omstandigheden waar te zijn, niet slechts tegenover anderen, maar
+ook tegenover zich zelf.
+
+Pinzon was in ongenade gevallen, en mocht niet aan het hof komen. Niet
+lang daarna werd hij ernstig ziek, waarbij zich waarschijnlijk ook een
+zielsziekte voegde, en--eindelijk stierf hij. Later heeft Karel V,
+zijn familie, uit erkentelijkheid voor zijn schitterende diensten,
+tot den adelstand verheven. Zij mocht ook een wapen voeren, waarop
+de groote ontdekking zinnebeeldig was voorgesteld.
+
+De koning en de koningin waren te Barcelona, dat zeven honderd mijlen
+van Palos ligt. Onmiddellijk werd er een boodschap naar Columbus
+gezonden, en verzocht men hem ten hove te verschijnen. Dit noodzaakte
+hem tot het afleggen van een lange reis, die in deze omstandigheden een
+ware triomftocht was. Van het eiland had hij tien Indianen meegenomen,
+waarvan er één onderweg stierf. Drie moest hij te Palos achterlaten,
+omdat ze ziek waren, en dus konden maar zes met hem meegaan.
+
+Voor een reis door het hart van Spanje was het jaargetijde prachtig. Op
+elke mijl bijna werd Columbus met een gejuich ontvangen, als wellicht
+nog nooit te voren een sterveling ten deel viel. De Indianen, die
+hem vergezelden, waren prachtig versierd en droegen gouden tooisels
+en kroontjes met fraai gekleurde veeren. Men liet aan de duizenden
+nieuwsgierigen alle voortbrengselen der nieuwe wereld zien, die hun
+vreemd waren.
+
+De optocht te paard was indrukwekkend. Columbus bereed een prachtig
+ros en werd door een grooten stoet vergezeld. Langs den weg stroomde
+het landvolk bij duizenden toe, om van die zeldzame vertooning
+getuigen te zijn. De straten, de vensters, de balkons waren opgepropt
+met nieuwsgierigen. Nooit heeft een koninklijke triomftocht dit
+schouwspel overtroffen. Omstreeks half April kwam hij te Barcelona
+aan. De meeste adellijke personen van Castilië en Arragon hadden zich
+derwaarts begeven, om hem hulde te bewijzen. Toen de ruiterstoet de
+stad naderde, gingen allen hem te gemoet, vormden een langen trein
+en begeleidden hem naar het paleis.
+
+Ferdinand, Isabella en prins Jan, hun zoon, zaten onder een zijden
+troonhemel in een groote zaal, die voor deze gelegenheid in gereedheid
+was gebracht. De edellieden en de voornaamste personen van de beide
+rijken vulden verder de zaal. Toen Columbus binnentrad, richtte aller
+oog zich op hem.
+
+"Men kon hem dadelijk herkennen," schrijft Las Casas, "want zijn
+gestalte was lang en majestueus, zijn houding deftig en zijne
+gelaatstrekken waren vol uitdrukking. Zijn lange, grijze haren
+maakten zijn verschijning nog eerwaardiger. Een glimlach speelde om
+zijn mond, en verried, dat hij voor de hulde, die men hem bewees,
+niet ongevoelig was."
+
+Toen Columbus de vorsten naderde, stonden zij uit eerbied op, en
+verzochten hem naast hen plaats te nemen. Deze eer ontvingen alleen
+personen van den hoogsten rang. Overeenkomstig de hofgebruiken,
+knielde Columbus neer, en wilde hun handen kussen. Na eenige aarzeling
+stonden ze dit toe. Nadat hij was gaan zitten, deed de admiraal aan
+het koninklijk echtpaar en het talrijk gehoor, een verhaal van de
+merkwaardige gebeurtenissen op zijn reis. Hij liet de vogels van het
+land zien, met hun zeldzaam prachtige veeren; enkelen leefden, anderen
+waren opgezet. Stofgoud, gouden snuisterijen en sieraden, en vooral
+de gouden kroontjes, die door de wilden zoo kunstig mogelijk waren
+bewerkt, trokken de aandacht van vorsten en edelen, allen evenzeer
+hongerend en dorstend naar goud. Ook de inboorlingen met hun groote
+gestalte en met een leest, die een beeldhouwer niet schooner zou
+hebben kunnen maken, met hun vriendelijken lach en innemende manieren,
+zoo netjes gekleed in hun schitterend feestgewaad, trokken groote en
+voortdurende belangstelling.
+
+Het is vermeldenswaard, dat de koning, de koningin en alle aanwezigen
+bij het einde van het verhaal op de knieën vielen, in de handen
+klapten en in den dank deelden door het koor in de woorden van het
+lied uitgedrukt: "U, o God! prijzen wij." Kreten of luidruchtige
+openbaringen van gevoel werden niet gehoord. Het opgewekte gevoel
+was te diep om zich luide te uiten, en in veler oogen stonden tranen.
+
+Maar wat is de mensch! Deze ontdekking, die voor allen een groote
+zegen had kunnen worden, bleek voor de bewoners van de Nieuwe wereld
+een vloek te zijn.
+
+Het was een eeuw van onkunde. Bijna niemand verhief zich boven de
+toen overal heerschende dweeperij, boven het bijgeloof. Columbus
+moet men dan ook niet in het licht van de 19e, maar van de 15e eeuw
+beschouwen. Altoos peinsde hij nog maar over de bevrijding van het
+Heilige Graf. Aan dit plan wilde hij al het geld besteden, dat zijn
+groote onderneming hem opleveren zou. Op zich zelf waren goud en eer
+niets voor hem, alleen voor zoo ver ze hem dienstbaar konden zijn
+aan de uitvoering van zijn vroom plan, waarop God naar zijn mening
+met welgevallen nederzag. Hij hield zich van het welslagen zoo vast
+verzekerd, dat hij de gelofte deed binnen zeven jaren een leger van
+50000 man voet- en 4000 man paardevolk op de been te zullen brengen,
+om Palestina van de Turken te bevrijden.
+
+Dit denkbeeldig plan was met hem samengegroeid; zijn hart en zijn
+verstand waren er van vervuld. Het kwam hem voor, dat de hemel hem
+daarom uitgekozen en voor zijn groote onderneming met een zeldzamen
+geest bezield had, opdat hij dien heiligen kruistocht tot eer van God
+en tot heil van de menschen gelukkig zou ten einde brengen. Hieruit
+blijkt, dat zijne plannen volstrekt niet zelfzuchtig waren; dat hij
+ver boven inhaligheid verheven was, en hoe vol hij was van vrome
+en heldhaftige plannen, zooals die tijdens de kruistochten ook de
+hoofden verhit en de ondernemingen van de dapperste krijgslieden en
+de grootste vorsten geleid hadden.
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+DE TWEEDE REIS.
+
+
+De opgewondenheid, door de groote ontdekking van Columbus veroorzaakt,
+deelde zich aan de geheele beschaafde wereld mee. Genua was er
+trotsch op en juichte, dat de groote ontdekker daar het levenslicht
+had gezien. Engeland was destijds een zeemogendheid van weinig
+beteekenis. Toen het nieuws Londen bereikte, beschouwde men de geheele
+gebeurtenis meer van goddelijken dan van menschelijken aard. Sebastiaan
+Cabot was toen te Londen. De tijdingen wekten de vurige begeerte bij
+hem op, om ook zulke heldhaftige daden te doen. Zoo is hij er toe
+gekomen die beroemde zeereizen te doen, welke zijn naam onsterfelijk
+hebben gemaakt.
+
+Om de gevoelens duidelijk te maken, die in de harten der geleerden
+van dien tijd werden opgewekt, zullen we een kort uittreksel meedeelen
+van een brief, door Peter Martyr aan zijn geleerden vriend Pomponius
+Laetus geschreven.
+
+"Waarde Pomponius, gij schrijft, dat gij van vreugde opsprongt en
+tevens hebt geweend, toen gij mijn brief laast, waarin het bestaan
+van de onbekende wereld der tegenvoeters wordt bevestigd. Gij hebt
+gehandeld en gevoeld zooals het een man past, die om zijn geleerdheid
+beroemd is; want ik ken geen smakelijker voedsel voor een ontwikkeld en
+rijk verstand dan zulk nieuws. Mijn geest is telkens zeer opgewekt,
+wanneer ik met verstandige lieden spreek, die in die oorden zijn
+geweest. Zoo vroolijk is een gierigaard, wanneer hij zijn rijkdom
+vermeerderd ziet. Ons hart, door de dagelijksche zorgen van het
+leven verontrust, en door maatschappelijke ondeugden verontreinigd,
+verheft zich en wordt verbeterd, wanneer het in zulke roemrijke
+gebeurtenissen deelt."
+
+Niet één echter, die de eigenlijke beteekenis van de ontdekking
+begreep. Algemeen geloofde men, Columbus zoowel als alle anderen, dat
+hij een nieuwen weg naar die groote landen van Indië gevonden had,
+welke nog nooit door beschaafde menschen waren bezocht. Bij niemand
+kwam de gedachte op, dat de pas ontdekte landen deelen waren van
+een geheel onbekend vastland, duizenden zeemijlen, zoowel van Indië
+als van Europa en Afrika, af. Daarom werden die landen West-Indië
+genoemd. En daar die streken nog nooit onderzocht waren geworden,
+en stellig grenzenloos groot zouden blijken te wezen, kon men ze ook
+terecht de Nieuwe wereld noemen.
+
+Gedurende Columbus' verblijf te Barcelona, was hij het voorwerp van
+ieders belangstelling. De koning en de koningin gaven hem telkens
+nieuwe bewijzen van hun gunst. Ferdinand reed dikwijls te paard,
+met Columbus aan den eenen kant en zijn zoon, prins Jan, aan den
+anderen. Hij kreeg een wapen ter herinnering aan zijn daden. De
+buitengewone eer was hem beschoren op zijn wapenschild de koninklijke
+wapens van Castilië en Leon te mogen plaatsen met een eilandengroep
+door golven omringd er bij met de zinspreuk:
+
+
+ Aan Castilië en Leon
+ Gaf Columbus een Nieuwe wereld.
+
+
+Aan Columbus werd het jaargeld toegelegd, dat de souvereinen aan hem
+hadden beloofd, die het eerst land ontdekken zou. Velen waren van
+gevoelen, dat dit niet eerlijk was. Het is niet zeker, dat het door
+Columbus geziene licht, "een kaars lijkende, die op en neer ging,"
+van een eiland kwam. En werkelijk waren er nog al sterke bewijzen,
+dat dit niet zoo was geweest. Helps schrijft:
+
+"Hunne majesteiten hadden een jaargeld van 10.000 marevedi [2] beloofd
+aan den gelukkige, die 't eerst land zien zou. De Pinta was vooraan,
+en van haar dek zag des morgens te 2 uur Rodrigo de Triana het eerst
+land. Voor dezen armen matroos kan het ons niet anders dan spijten,
+dat hij geen belooning kreeg. De admiraal kreeg het jaargeld."
+
+Irving schrijft: "Op het eerste gezicht schijnt het met de erkende
+grootmoedigheid van Columbus weinig te strooken, dat hij dien armen
+zeeman den prijs deed ontgaan; maar dit raakte zijn eerzucht te zeer,
+en hij was er zonder twijfel trotsch op, niet alleen de onderneming
+ontworpen, maar ook zelf het land te hebben ontdekt.
+
+"Maar dit verschoont zijn gedrag niet, al wordt het er door
+verklaard. Het zou Columbus veel meer tot eer hebben verstrekt,
+als hij gezegd had: ten aanzien van het licht, dat ik zag, bestaat
+er onzekerheid, maar zeker is het, dat Triana het eerst land heeft
+gezien." [3]
+
+Terwijl Columbus te Barcelona was, moet het bekende voorval met het
+ei plaats gehad hebben. Volgens het verhaal noodigde Pedro Gonzales
+de Mendoza, Groot-kardinaal van Spanje en de eerste onderdaan van
+het rijk, Columbus op een feestmaal. De admiraal kreeg aan tafel de
+eereplaats. Een van de hovelingen, die ijverzuchtig was op de eer,
+die den ontdekker bewezen werd, vroeg hem, of hij dacht, dat, als
+hij de Indiën niet ontdekt had, een ander het niet zou hebben kunnen
+doen. Columbus gaf geen antwoord. Maar een ei nemende, verzocht hij
+ieder van het gezelschap te beproeven, of hij het op één eind kon
+laten staan. Niemand evenwel kon het doen. Nu zette Columbus het ei
+met een kleinen tik op tafel, waardoor het een deuk kreeg, zoodat het
+staan kon. Zoo maakte hij duidelijk, dat het, nu hij eenmaal den weg
+had gewezen, gemakkelijk was, dien weg naar de Nieuwe wereld te volgen.
+
+De Roomsche kerk leerde in die dagen, dat haar zendelingen
+recht hadden, om invallen te doen in elk land, waar heidenen
+woonden, en het in bezit te nemen, ten einde de macht der kerk te
+vergrooten. De Spaansche vorsten wendden zich dadelijk tot den paus,
+opdat hij hun aanspraken op alle landen, die zij ontdekt hadden,
+zou bekrachtigen. Paus Martinus V had aan de kroon van Portugal alle
+landen, die ontdekt mochten worden, toegewezen, van kaap Bojador
+af tot Indië toe. Daarom trachtte de koning van Portugal, krachtens
+deze toewijzing, aanspraak te gronden op de door Columbus ontdekte
+landen. In het verzoek, dat de Spaansche vorsten tot Paus Alexander VI
+richtten, verklaarden zij, dat de gedane ontdekkingen de Portugeesche
+bezittingen niet benadeelden.
+
+Ferdinand en Isabella werden als trouwe leden van de kerk
+beschouwd. Dat zij de ongeloovige Mooren uit Spanje verdreven
+stond, meende men, met een heiligen kruistocht gelijk. Hun aan den
+paus gedaan verzoek, werd gereedelijk ingewilligd, en om te maken,
+dat de aanspraken niet in botsing kwamen, werd er een denkbeeldige
+lijn getrokken van de noord- naar de zuidpool, 300 mijlen ten Westen
+van de Azoren. Al het land, dat aan de westzijde van deze lijn lag,
+en door Spaansche zeelieden mocht worden ontdekt, zou de Spaansche
+kroon behooren; wat oostwaarts lag aan Portugal. Er doen zich met
+betrekking tot deze verdeeling moeilijkheden voor, maar daarop sloeg
+men in dien tijd geen acht.
+
+Dadelijk werden alle krachten ingespannen, om een tweeden tocht op
+touw te zetten. Deugd en ondeugd gaan in deze wereld soms wonderlijk
+te zamen. De benoodigde gelden voor dezen tocht werden gedeeltelijk
+uit kerkelijke fondsen, gedeeltelijk uit verbeurd verklaarde goederen
+van de Joden bijeengebracht, die, alleen omdat ze Joden waren, uit
+Spanje verdreven en van al hun bezittingen beroofd waren geworden. De
+bekeering der heidenen werd het voornaamste doel van de onderneming
+geacht, en geen rechtschapen man zal hierin van de zijde der Spaansche
+vorsten huichelarij zien.
+
+Twaalf geleerde geestelijken werden gekozen, om den tocht mee
+te maken. Tot apostolisch vicarus over hen werd Bernardo Boyle
+benoemd. Uit eigen middelen gaf Isabella hun misgewaden en sieraden,
+om aan de kerkgebruiken luister bij te zetten.
+
+Van den aanvang af stelde Isabella een warm en levendig belang in
+het heil van de Indianen. Door de verhalen, die Columbus van hun
+zachtzinnigheid en eenvoud gegeven had, was zij voor hen gewonnen
+en, meenende, dat de hemel die wilden aan haar bijzondere zorg
+toevertrouwde, was haar hart met smart vervuld over hun armen en
+onwetenden toestand. Op haar bevel moest aan het godsdienstonderwijs
+de grootste zorg worden besteed, en behoorde men ze met de
+grootste vriendelijkheid te behandelen, terwijl Columbus alle
+Spanjaarden voorbeeldig moest straffen, die zich aan beleediging of
+onrechtvaardigheid tegenover de wilden schuldig maakten.
+
+De zes Indianen, die Columbus naar Barcelona had meegenomen, werden
+in de hoofdkerk aldaar op een zeer indrukwekkende wijze gedoopt. De
+heele koninklijke familie was er bij en de koning en de koningin
+traden als doopgetuigen op. Een van die gedoopten stierf spoedig
+daarna, wat een geleerde van dien tijd aanleiding gaf te schrijven:
+"Door ons geloof zijn we gehouden aan te nemen, dat hij de eerste
+van zijn volk was, die in den hemel kwam."
+
+Het hof benoemde Columbus, met al zijn titels, voorrechten en winsten,
+tot Onderkoning, Admiraal en Gouverneur over alle landen, die hij
+ontdekken zou. Op den 28en Mei vertrok Columbus van Barcelona naar
+Sevilla. Verraders verspreidden het gerucht, dat Portugal in allerijl
+toebereidselen maakte voor een tocht, om de pas ontdekte landen voor
+zich in bezit te nemen. De betrekkingen tusschen de beide regeeringen
+werden dan ook van onvriendelijken aard. Ferdinand schreef aan het
+Portugeesche hof, dat het den Portugeeschen zeevaarders verboden werd,
+de onlangs ontdekte landen te bezoeken. Daarop volgde een hevige en
+vinnige strijd, maar wij kunnen dien niet volgen. Wederzijds namen
+kuiperij en list de plaats in van eerlijkheid.
+
+Aan die hofkabalen schijnt Columbus vreemd te zijn gebleven. Alle
+krachten werden te Sevilla voor het in orde brengen van de vloot,
+die uit zeventien kleine en groote schepen bestaan zou, in beslag
+genomen. Toebereidselen werden er gemaakt, om een volksplanting van
+boeren, werktuigkundigen en ambachtslieden te stichten. Paarden,
+vee, allerlei soort van huisdieren werden bijeengebracht, om de
+kolonie te bevolken. Ook verzamelde men planten en zaden, benevens
+die handelswaren, welke de ondervinding geleerd had, dat door de
+wilden zouden worden gevraagd. De geestdrift was algemeen, en er
+kwam haast geen einde aan de verzoeken, om den tocht mee te mogen
+maken. Velen van de hooggeplaatste, uitstekende officieren van de
+land- en zeemacht wilden op eigen kosten mee. Men stond dus aan den
+vooravond van den dag, waarop een Europeesch leger van gelukzoekers
+op de weerlooze wilden vallen zou. Noch het hof, noch de waarlijk
+goedgezinde tochtgenooten bezaten wellicht de macht de Indianen tegen
+aanmatigingen te beschermen.
+
+Vreemd is het niet, dat die geestdrift door het geheele land werd
+aangetroffen. Den ontevredenen en onvermogenden had men verteld,
+dat er eilanden waren, waarop zelfs hemelingen zich te huis zouden
+gevoelen. Den winter kende men er niet, en moeite evenmin. Priëelen,
+aan paradijzen gelijk, noodigden tot rusten. De schoonste bloesems
+geurden overal. Heerlijk fruit hing van de takken naar beneden, ruim
+voldoende, om aller honger te stillen, aller dorst te lesschen. Onder
+een zonnigen hemel was het leven er een voortdurende feestdag. Het
+is daarom niet te verwonderen, dat honderden en duizenden door zulke
+voorstellingen verlokt werden, om ontheffing van zwaren arbeid en
+van zorgen te zoeken in die bosschen, prieëlen en boomgaarden van
+dit aardsche paradijs.
+
+Een van de merkwaardigste mannen, die zich ook voor dezen tocht
+inscheepte, was Don Alonzo de Ojeda, en wij zullen dikwijls
+gelegenheid vinden zijn naam te noemen. Hij was van aanzienlijke
+geboorte, en na verwant aan den Groot-Ketterrechter van Spanje. Hij
+was een stoutmoedig, roekeloos ridder, die in de gevaarlijkste
+ondernemingen vermaak schiep en een man zonder eenige vrees.
+
+Het geheele getal, dat zich inscheepte, beliep 1500 man. Columbus droeg
+een rijk gewaad, opdat hij, met gepaste waardigheid, zijn hoogen rang
+als onderkoning zou kunnen ophouden. Den 28en September 1493 zeilde de
+vloot de baai van Cadix uit. De morgen was schoon, en een gunstige wind
+deed de zeilen zwellen. Alle harten waren vroolijk gestemd. Den 1en
+October kwam de vloot bij de Kanarische eilanden. Hier nam Columbus
+nog een aantal kalveren, geiten, schapen en huisvogels in. Ook nam
+hij van deze eilanden, zoo wordt verhaald, oranje-appelen, citroenen,
+meloenen en verscheidene andere vruchten mee, om die op Hispaniola in
+te voeren. Toen men weer zee zou kiezen, kregen alle kapiteins op de
+schepen in last, koers te zetten naar de haven van de Geboorte op het
+eiland Hispaniola. Daar woonde het vriendelijke opperhoofd Guacanagari,
+en daar had men het garnizoen achtergelaten.
+
+Spoedig voelden ze den invloed van de passaatwinden, en werden ze snel
+over een kalme zee en onder een wolkenloozen hemel voortgedreven. Toen
+ze ongeveer 1200 mijlen ten westen van Gomera waren gekomen, ontstond
+er een vreeselijk onweer. Bij dit natuurverschijnsel zagen ze, wat
+onder deze omstandigheden niet zeldzaam is, het electrische vuur om
+de toppen van de masten spelen. Fernando Columbus verhaalt van dit
+tooneel het volgende.
+
+"Op denzelfden Zaterdag zagen we des nachts St. Elmus, met zeven
+brandende kaarsen in de maststaak. Het regende en onweerde geducht. Ik
+wil zeggen, dat men dat licht zag, waaruit volgens de zeelieden,
+het lichaam van St. Elmus bestaat. Toen zij het zagen, hieven zij
+smeekgezangen aan en stortten gebeden uit, vast overtuigd, dat niemand
+gevaar loopt, wanneer dit vuur in den storm wordt gezien. Het moge
+waar zijn, maar ik wil niet beslissen. Mogen wij Plinius gelooven,
+dan hebben gedurende zeestormen de Romeinsche zeelieden dergelijke
+lichten ook gezien, die zij Castor en Pollux noemden, en waarvan
+Seneca eveneens, melding maakt."
+
+Den 3en November zag men op een Zondagmorgen heel ver in 't
+Westen een hoog eiland. Het werd met vreugdekreten van alle schepen
+begroet. Columbus noemde het Dominica. Op bevel van Columbus kwam al
+het scheepsvolk op het dek, en werd er godsdienstoefening gehouden,
+waarbij onder gebed en lofgezang in 't bijzonder God gedankt werd
+voor de voorspoedige reis.
+
+Nu kwam de vloot bij de schoone eilandengroep, die de Antillen
+heet. Van alle ligt het prachtige eiland Porto Rico het
+westelijkst. Terwijl de vloot verder ging, voer men zes eilanden
+voorbij, waarvan het fraaie groen aanhoudende kreten van verbazing
+uitlokte. Op een van deze, Maria Galante geheeten, ging Columbus
+aan land. Dit eiland, dat door een dicht bosch bedekt was, scheen
+onbewoond. Columbus plantte er de Spaansche vlag, en nam het in naam
+van zijn vorsten in bezit.
+
+Een ander eiland, dat veel grooter bleek, kwam in het gezicht. Met
+zooveel mannen, als een boot bevatten kon, ging Columbus aan
+land. Ook hier vond hij geen bewoners, maar zag vele zonderlinge
+natuurtooneelen. Hij noemde het eiland Estramadura. De Indianen gingen
+van schrik op de vlucht. Er was een lief dorp, dat uit een dertigtal
+huizen bestond, die een openbaar plein omgaven. Elk huis had een open
+galerij, waarin de familie zitten kon, die dan beschermd was voor
+de stralen van de zon. Een van die huizen was versierd met keurig
+net houtsnijwerk. Net geweven hangmatten van sterk katoen gemaakt
+hingen er binnen in, en men kon ook aardewerk en kalebasschalen
+zien, die tot vaten dienden. Om de huizen liepen makke ganzen en
+tamme papegaaien. Hier troffen de Spanjaarden ook voor het eerst de
+ananas aan.
+
+Toen zij naar het schip teruggekeerd waren, voeren zij eenige mijlen
+langs de kust van dit eiland, en bleven des nachts in een goede haven
+liggen. Zij zagen wel onder het varen vele dorpen, maar de verschrikte
+inwoners namen bij het zien van de schepen dadelijk de vlucht. Den
+volgenden morgen werd een boot aan land gezonden. De matrozen namen
+een jongen en verscheidene vrouwen gevangen, en brachten die aan
+boord. Uit de wapenen, die de matrozen vonden; het huiveringwekkend
+gezicht van menschenbeenderen, die zij zagen, en ook uit hetgeen
+Columbus van de vrouwen--door zijn Indiaansche tolken--vernam, kon
+hij opmaken, dat dit één van de eilanden was, waar menscheneters
+woonden. Aan de pijlen zaten scherpe beenen punten, die met het sap
+van zekere plant vergiftigd waren. In groote roofbenden hielden zij
+strooptochten op andere eilanden, vermoordden de oude lieden, hielden
+de knapste meisjes voor gezelschap of als dienstboden bij zich, en
+aten de kinderen op. Aan de balken van de huizen zagen de Europeanen
+deelen van 't menschelijk lichaam hangen, die een bewerking schenen te
+ondergaan om tot voedsel bereid te worden. In een der huizen zag men
+het hoofd van een jong mensch, dat blijkbaar pas was afgehouwen. Andere
+deelen van menschelijke lichamen werden gebraden.
+
+Een kapitein van een der karveels had het gewaagd met 8 man
+zonder verlof een uitstapje te maken, en men kon hem nergens
+terugvinden. Columbus was zeer bezorgd, want hij kon met reden vreezen,
+dat zij door deze ruwe wilden waren vermoord. Hij wachtte in grooten
+angst een dag en een nacht, maar toen hij nog niets vernam, zond
+hij troepen in verschillende richting, die op de trompet blazen en
+schoten moesten lossen. Maar al het zoeken was vruchteloos. Wel zag
+men vele inboorlingen; doch zoodra men hen naderde, liepen zij zoo
+hard mogelijk weg.
+
+De ridderlijke Alonzo de Ojeda bood vrijwillig aan met 40 man het
+heele eiland te gaan onderzoeken. Deze kleine troep drong diep in
+het land door. Over breede stroomen en door bijna ondoordringbare
+bosschen leidde hun pad. Men loste schoten, blies zoo hard men kon
+op de trompet, maar Ojeda moest zonder tijding van de verlorenen
+terugkeeren. Vele dagen waren sedert hun verdwijnen verloopen, en
+hoop, om ze terug te vinden, was er niet meer. Met een bedrukt hart
+lichtte Columbus zijn ankers, toen hij op eenmaal een flauwen kreet
+uit een dicht bosch hoorde, en kort daarna verschenen de mannen aan
+het strand. Hun gescheurde kleeding en hun ontstelde gelaatstrekken
+lieten maar al te duidelijk zien, wat zij geleden hadden. Zij waren in
+de kreupelbosschen van een dicht woud verdwaald geraakt, een woud zoo
+verbazend dicht, dat men er haast niet in zien kon. Met de grootste
+moeite hadden zij zich door het verwarde net van riet, wijnstokken
+en dorens een pad gebaand. De groote boomen, die hen overschaduwden,
+beletten hun zelfs de sterren te zien.
+
+Hun lijden werd nog veel erger door den grooten angst, waarin zij
+verkeerden, dat de admiraal, meenende dat zij dood waren, weg zou
+zijn gevaren en hen dus aan een vreeselijk lot overliet. In dat
+geval konden zij niet hopen ooit hun vrienden of hun vaderland terug
+te zullen zien. Naar alle waarschijnlijkheid zouden de wilden hen
+dooden en opeten. Eindelijk vonden zij den zeekant. Vol bekommering
+liepen zij dien langs, en konden niet gelooven, dat de vloot om
+hunnentwil de voortreis zoo vele dagen zou hebben uitgesteld. Tot
+hun onuitsprekelijke blijdschap vonden zij de haven, en de schepen
+voor anker liggen.
+
+Zij brachten een of twee meisjes en jongens mee. Niet één man hadden
+ze gezien. Men had vernomen, dat alle krijgslieden vertrokken waren,
+om een ander eiland te plunderen. Dat de kapitein met zijn manschappen
+zonder verlof het schip hadden verlaten, vond Columbus een ernstige
+overtreding. Daardoor toch was de vloot verscheidene dagen opgehouden,
+en, behalve de groote moeite, die hun opsporing gegeven had, had
+men op de schepen veel angst uitgestaan. Daarom dan ook werden de
+overtreders, ondanks al hun doorgestaan leed, gevangen genomen.
+
+Den 10en November werden de ankers gelicht, en zeilde de vloot
+door de schoonste eilanden-zee, die er op de wereld kan gevonden
+worden. Terwijl de vloot door deze schoone en bloeiende paradijzen
+gleed, die als uit een kalme zee oprezen, gaf Columbus hun
+namen. Den 14en wierp hij het anker uit in de haven van een eiland,
+dat de Indianen Ayay noemden, maar waaraan hij den naam gaf--nu zoo
+algemeen bekend--van Sante Cruz. Een flink bemande boot werd aan wal
+gestuurd. Zooals gewoonlijk namen de inboorlingen de vlucht. In een
+verlaten dorp namen ze een of twee mannen en een knaap gevangen. Dit
+waren krijgsgevangenen, die de wreede bewoners van een ander eiland
+hadden gehaald. Ook zagen ze een kano, met onderscheidene Indianen
+er in, om een landpunt heengaan. Het volk in de boot roeide met alle
+kracht, en haalde hen in.
+
+De Caraïbiërs, zooals zij genoemd werden, grepen naar pijl en boog
+en vochten met bijna duivelsche wanhoop. De Spanjaarden wisten zich
+over het algemeen door schilden te beschutten, maar twee werden toch
+gewond. Twee van de inboorlingen waren vrouwen, die even dapper als de
+mannen vochten. Een van hen schoot een pijl af met zulk een kracht,
+dat zij een Spaansch schild geheel doorboorde. De lichte kano sloeg
+om. De wilden vochten in het water even goed, en wierpen hun pijlen
+even behendig, alsof zij in de boot hadden gestaan.
+
+Eindelijk werd men hen meester. Eén was doodelijk gewond, en stierf,
+toen hij aan boord van het schip werd gebracht. Vele anderen
+nog hadden wonden. Een van de vrouwen scheen een hoogen rang te
+bekleeden. Zij had haar zoon bij zich. Hij was een jongeling van groote
+lichaamskracht, had een woest gelaat en bezat leeuwenmoed. Allen
+hadden zich afschuwelijk leelijk beschilderd, en droegen lang,
+zwart, dik haar. Ofschoon men ze flink gekneveld had, zagen ze er
+toch nog moedig en uittartend uit. Het geleken tijgers in een kooi,
+wier zichtbare kracht en dreigend voorkomen maakten, dat allen ze
+met een gevoel van schrik aanzagen. Eén van de Spanjaarden was in
+het gevecht doodelijk gewond, en stierf binnen weinige dagen.
+
+Bij de voortzetting der reis kreeg de vloot weldra een andere
+eilandengroep in 't gezicht. Op sommige er van vond men een weligen
+plantengroei; andere waren naakte, steile rotsen, zwart geworden door
+den golfslag en den wind van honderden jaren. De vruchtbare eilanden
+schenen over het algemeen onbewoond te zijn. Zij lagen zoo dicht
+bij elkander, dat het voor een groot schip gevaarlijk mocht heeten
+er tusschen door te varen. De groep heet nog de Virginia-eilanden,
+een naam, dien Columbus er aan gaf. Het grootste van de groep noemde
+hij Santa Ursula.
+
+Altijd trachtte de vloot zoo snel mogelijk de westwaarts gelegen haven
+op het eiland Hispaniola te bereiken. Op den avond van een schoonen dag
+rees een groot eiland voor hun oog op, waarop vele bosschen stonden
+en waarvan het strand vele baaien vormde. Het was Porto Rico. De
+inboorlingen noemden het Boriquen. Columbus gaf het den naam van San
+Juan Bautista. Het werd ondersteld het voornaamste eiland der zoo
+gevreesde Caraïben te zijn. Columbus hoorde nu, dat het een rustplaats
+was tijdens hun bloedige strooptochten. Hier regeerde één opperhoofd
+over een talrijke bevolking. Zij waren krijgslieden uit nood, en
+vochten voor zelfbehoud. Uit wraak aten ze hun krijgsgevangenen op.
+
+Een geheelen dag voer de vloot langs de schoone kusten van dit eiland,
+en ankerde des avonds in de westelijkste baai, waar overvloed van visch
+was. De admiraal ging aan land. Hij vond er een lief Indiaansch dorp,
+dat door een goed pad met de zee verbonden was. De huizen stonden--als
+gewoonlijk--om een vierkant plein. Aan elken kant van den weg lagen
+vruchtbare tuinen, door stevige rieten omheiningen ingesloten. Aan
+het einde van den weg, dicht bij het strand, had men een verhevenheid
+gebouwd, een soort van sterrentoren, een uitkijk, van waar men alles,
+wat over zee aankwam, op grooten afstand kon zien.
+
+Maar een eenzaamheid als die van Thebe of Palmyra heerschte bij
+deze woningen. Geen levend wezen was te zien, omdat de inwoners op
+het gezicht van het smaldeel naar het binnenland gevlucht waren. De
+vloot bleef hier twee dagen, gedurende welken tijd geen Indiaan zich
+durfde vertoonen.
+
+Het verhaal, dat Columbus van dezen kruistocht tusschen de Caraïbische
+eilanden naar Spanje zond, werd door geheel Europa met de grootste
+belangstelling gelezen. Het scheen de betwiste vraag op te lossen,
+of het menschdom ergens zoo laag gezonken was, dat men zich met
+menschenvleesch voedde. Toch twijfelt men niet, of veel van hetgeen
+de wilden aan Columbus mededeelden, was onduidelijk.
+
+Bij het bewijs, dat aangevoerd werd voor het bestaan der gewoonte om
+menschenvleesch te eten, moet men vooral niet vergeten, dat zeelieden
+dikwijls slecht en onnauwkeurig waarnemen, en dat de Spanjaarden reeds
+van te voren het feit voor waar hielden. Bij de bewoners van vele
+eilanden en andere deelen van de Nieuwe wereld was het de gewoonte, om
+het overschot van overleden betrekkingen en vrienden te bewaren; soms
+het geheele lijk, soms alleen het hoofd of een ander lichaamsdeel, dat
+dan boven het vuur gedroogd werd; enkele malen ook alleen de beenderen.
+
+Den 22sten November vertoonden zich in de verte de oostelijkste
+klippen van Haïti. De grootste opgewektheid heerschte aan boord
+van al de schepen, toen men hoorde, dat Hispaniola in 't gezicht
+was. Met bolle zeilen gleed de vloot langs de schoone stranden,
+en allen waren opgetogen over de verhevene en liefelijke tooneelen,
+die zich onophoudelijk aan hen voordeden. Een matroos, die in het
+gevecht op Porto Rico gewond werd, kwam te overlijden. Eenige goed
+gewapende manschappen werden aan land gezonden om hem te begraven. Op
+het strand hadden de lijkplechtigheden plaats, en deze werden niet
+gestoord, omdat de wilden hadden gehoord, dat Columbus een vriendelijk
+man was. Zonder eenige vrees kwam een kano naar het schip van den
+Admiraal toe, met het verzoek van het opperhoofd van het eiland of
+hij hem met een bezoek wilde vereeren. Columbus wees het verzoek van
+de hand, maar overlaadde de afgezondenen met geschenken.
+
+De vloot ging verder, en ankerde in de golf van Samana. Men zal zich
+herinneren, dat Columbus hier op zijn eerste reis door de wilden
+aangevallen werd, maar dat hij door goedhartigheid hun vriendschap
+verworven had, zoodat vier jonge Indianen hem naar Spanje vergezelden.
+
+Een van dezen, die gedoopt en tot het christendom bekeerd was, zond
+Columbus aan wal. Hij deed hem rijke kleederen aan, en hing hem een
+groote hoeveelheid van die kleinooden om den hals, waaraan de Indianen
+zooveel waarde hechtten. Hij kwam echter niet terug, en nooit heeft
+men iets meer van hem vernomen. Van alle wilden, die Columbus mee
+had genomen naar Spanje, was er nu nog maar één over. Deze, die ook
+gedoopt was geworden, en toen den naam van Diego Colon had gekregen,
+scheen een waar christen te zijn.
+
+Den 25sten November wierp de vloot in de haven van Monte Christo het
+anker uit. Men zal zich herinneren, dat een groote rivier in deze
+baai uitliep, die Columbus Rio del Oro of Goudrivier noemde, maar nu
+Santiago heet. Zij schrikten erg, toen zij op de kust 4 lijken vonden,
+die bij onderzoek Europeanen bleken te zijn. Zij moeten dus tot het
+garnizoen behoord hebben, dat Columbus op La Navidad, slechts een
+paar mijlen westelijker gelegen, achtergelaten had. De somberste
+voorgevoelens omtrent het lot van die menschen waren nu opgewekt.
+
+Toch kwamen er nog onderscheidene inboorlingen geheel onbevreesd en
+vriendelijk aan boord, zoodat uit niets bleek, dat zij kennis droegen
+van vijandelijkheden tusschen de wilden en de Spanjaarden.
+
+Het was reeds avond, toen Columbus den 27sten drie mijlen van La
+Navidad ankerde. In de duisternis die haven binnen te loopen durfde
+hij niet, maar omdat hij zoo gaarne wilde weten, hoe het met het
+garnizoen ging, liet hij twee kanonschoten lossen. De met bosch
+bedekte stranden en de rotsen weerkaatsten de schoten, maar ander
+antwoord kwam er niet. Treurig en stil ging de nacht voorbij. Geen
+licht werd gezien, geen geluid gehoord. De stilte van een maagdelijk
+woud scheen in deze akelige eenzaamheid te heerschen.
+
+Omstreeks middernacht kon men in de verte een klein bootje zien,
+dat naar een der schepen scheen te gaan. De kano hield stil, en een
+Indiaan, die misschien van de soldaten van het garnizoen een weinig
+Spaansch geleerd had, praaide het schip, en vroeg naar Columbus. Men
+duidde hem het admiraalsschip aan, waarna hij er langzaam naar toe
+roeide. Maar toen hij er bij kwam, durfde hij niet aan boord gaan
+vóór Columbus zich vertoonde en hij bij 't licht van een flambouw zijn
+gelaat zag, waaruit het hem duidelijk werd, dat men hem niet bedroog.
+
+Toen ging hij met iemand, die hem vergezelde, in het schip, bewerende
+een neef van het beroemde opperhoofd Guacanagari te zijn. Namens hem
+kwam hij twee gouden kroontjes brengen. Op de belangstellende vragen
+van Columbus aangaande het lot van zijn volkplanting, gaf hij verwarde
+en onduidelijke antwoorden. Maar het was ook moeilijk voor hem, om zich
+door woorden of door gebaren duidelijk uit te drukken. Columbus meende
+er uit te moeten opmaken, dat vele Spanjaarden aan ziekten gestorven
+waren; dat zij onder elkander twist gekregen hadden, waarbij er velen
+gedood waren geworden; dat de anderen met Indiaansche vrouwen waren
+weggegaan en zich over het eiland hadden verspreid.
+
+Ook deed hij de treurige mededeeling, dat een aantal wakkere
+krijgslieden van de bergen van Cibao, het schoone dorp, waar
+Guacanagari woonde, aangevallen, alle huizen verbrand, vele inwoners
+gedood en anderen gevankelijk hadden weggevoerd. Ofschoon Guacanagari
+aan de slachting ontkomen was, lag hij toch gewond en ziek in een
+nabijgelegen gehucht; anders zou hij zich de eer hebben gegeven
+persoonlijk zijne opwachting bij den admiraal te maken.
+
+Hoe droevig die tijding ook was, Columbus troostte zich met de
+gedachte, dat het garnizoen niet omgekomen was door de trouweloosheid
+der wilden. Het medegedeelde was overigens een klaar bewijs, dat de
+Nieuwe wereld volstrekt geen rein paradijs van onschuld en vreugde
+was. De Indianen gingen, na gegeten en geschenken ontvangen te hebben,
+weer naar den wal. Zij verzekerden Columbus, dat het opperhoofd, die
+van zijn wonden langzamerhand herstelde, plan had zich den volgenden
+morgen aan boord te laten brengen.
+
+Columbus, die alle hofgebruiken steeds zeer in acht nam, wachtte, toen
+het morgen werd, uur aan uur op het beloofde bezoek van den vorst. De
+dag ging in alle stilte voorbij, en men zag zelfs geen kano. Pijnlijk
+was de aanblik, dien de eenzaamheid en de verlatenheid aan alle kanten
+te aanschouwen gaven. Er steeg zelfs geen rook uit de bosschen op,
+wat een teeken van menschelijk leven zou zijn geweest.
+
+Toen het avond werd, zond de nieuwsgierige en afgematte Columbus
+een boot aan land, om verkenningen te doen. Het scheepsvolk
+begaf zich dadelijk naar het fort. Het bood een schouwspel van
+geweld en verwoesting aan, dat het koenste hart schrik zou hebben
+aangejaagd. Door den een of anderen wreeden vijand was het geplunderd,
+verbrand en geheel verwoest. Zij zagen op eenigen afstand één of twee
+Indianen op de loer liggen, maar niet één er van durfde naderbij
+komen. Toen de zeelieden bij hen trachtten te komen, liepen zij
+hard weg alsof hun geweten hen aanklaagde. Dit ontmoedigende bericht
+brachten de matrozen den admiraal mee.
+
+Het verdroot Columbus bovenmate. Hij ging den volgenden morgen,
+na de haven ingezeild en het anker uitgeworpen te hebben, zelf aan
+land. Geen spoor van garnizoen was meer te zien; alleen een tooneel
+van verwoesting, dat een verschrikkelijken strijd en een vernielende
+slachting aanduidde. Al het getimmerte lag op den grond; de vensters
+waren stukgeslagen; lappen van kleedingstukken, die bemorst en
+met geweld verscheurd waren, fladderden in den wind. Niets kon men
+vinden, dat eenig licht wierp op het vreeselijk drama, dat daar moest
+hebben plaats gegrepen. Het akelig tooneel wekte bij de meesten het
+vermoeden op, dat Guacanagari een valschaard was geweest. Maar Columbus
+bewaarde het geloof aan de trouw van het opperhoofd. Hij werd in deze
+overtuiging versterkt door de smeulende asch, waarin het dorp zelf lag.
+
+Toen dit onderzoek was afgeloopen, ging Columbus met de booten de
+rivier op, om, zoo mogelijk, gewaar te worden, waar de mannen gebleven
+waren, en wat er van hen geworden was.
+
+Nadat zij ongeveer 3 mijlen ver geroeid hadden, kwamen zij bij eenige
+hutten, waaruit alle bewoners gevlucht waren, zoodra zij de Spanjaarden
+zagen naderen. Hier vonden zij onderscheidene Europeesche zaken,
+die zonder twijfel aan het garnizoen hadden toebehoord. De vrees van
+hen, die Guacanagari wantrouwden, werd hierdoor vermeerderd. In deze
+onzekerheid keerden zij terug naar de puinhoopen van het fort.
+
+De lezer zal zich nog wel herinneren, dat er een veertigtal
+manschappen achtergebleven waren. Het waren Spaansche oudgedienden,
+aan oorlog gewoon, ze zouden zich, indien het noodig was, met hun
+blinkende sabels en vernielende geweren doodgevochten hebben. Het
+fort was sterk gebouwd, en werd door een kanon verdedigd, zoodat het
+schijnbaar onneembaar was voor elke macht, die de wilden er tegen
+konden aanvoeren. Men kon zich haast niet voorstellen, hoe zulk een
+garnizoen overwonnen had kunnen worden door menschen, die slechts met
+pijl en boog storm konden loopen. De verslagenheid werd nog grooter,
+toen men op den dag de graven van elf Spanjaarden vond.
+
+Des middags zag men een troepje Indianen in de verte. Zij waren echter
+blijkbaar bang dicht bij de Spanjaarden te komen.
+
+Langzamerhand slaagde Columbus er in hun vrees te verdrijven,
+zoodat hij zich met hen kon onderhouden, en spoedig werden zij zeer
+spraakzaam. Sommigen van hen verstonden een weinig Spaansch, en met
+de hulp van een Indiaanschen tolk, kreeg Columbus waarschijnlijk een
+vrij nauwkeurig verhaal van de verwoesting der kolonie.
+
+Wat men ook zegge van het hemelsch karakter van de wilden, aan het
+aardsche van de Spanjaarden kan niet getwijfeld worden. De zeelieden
+waren in den regel menschen van de laagste soort, onwetend, bijgeloovig
+en doodarm. Al de geestkracht van Columbus, met zijn ambtelijke
+waardigheid en zijn onbeperkte macht, was noodig, om ze in bedwang
+te houden. Don Diego Arana, die het bevel zou voeren, was een man,
+die het goed meende, maar niet in staat, om over de ontzettend groote
+moeilijkheden, die hij kreeg, te zegevieren.
+
+Nauwelijks was het admiraalsschip weggegaan, of deze zeelieden,
+die aan den raad, welken zij ontvangen hadden, niet meer dachten,
+begonnen de inboorlingen allerschandelijkst te behandelen. In kleine
+welgewapende troepen trokken zij de woningen van de Indianen in, namen
+hun goud af, maakten zich op de ruwste wijze van hun huizen meester,
+en mishandelden onmeedoogend al hun huisgenooten. De wilden hadden
+gedacht, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Hun gedrag
+echter toonde, dat zij veeleer uit den afgrond kwamen. Duivels hadden
+moeilijk snooder kunnen zijn, dan deze teugellooze Spanjaarden.
+
+De beste huizen namen zij in bezit; zochten zooveel vrouwen uit als
+hun behaagde, grepen vooral, ondanks alle ingebrachte bezwaren en
+op gewelddadige wijze, de vrouwen en dochters van de opperhoofden
+aan. Vonden zij ergens goud, dan namen zij het. Dikwijls gaf die
+gestolen buit aanleiding tot gevechten, werden de dolken voor
+den dag gehaald en vloeide er bloed. Arana verloor alle gezag over
+zijn manschappen. Men verliet eigenwillig het fort, en er ontstonden
+twisten over de vraag, wie de baas was. Er vormden zich partijschappen,
+en in een hevig gevecht werd er één gedood.
+
+Negen Spanjaarden gingen onder aanvoering van twee hoofden van den
+opstand uit, om verwijderde goudmijnen op te sporen. Zij richtten hun
+schreden naar de bergen van Cibao, die midden in 't land lagen. Daar
+regeerde Caonabo, een beroemd en ontwikkeld opperhoofd, over een
+oorlogzuchtigen stam. De snoodheden, die de Spanjaarden bedreven
+hadden, waren hem ter oore gekomen. Toen de waaghalzen op zijn gebied
+kwamen, viel hij hen aan, en bracht ze allen om het leven. Toen sloot
+hij met een anderen stam, welks opperhoofd Mayreni heette, een verbond,
+en viel met vereende krachten het fort aan.
+
+Zij hielden hun marsch geheim, en het garnizoen, waarvan velen afwezig
+waren, werd plotseling overvallen. In het holst van den nacht drongen
+onder vreeselijk geschreeuw twee troepen het onbewaakte fort binnen,
+staken de loodsen in brand en verbrijzelden met knodsen de schedels van
+de verschrikte Spanjaarden, die uit hun bed sprongen. Sommigen werden
+in zee gedreven en verdronken. Allen kwamen om. Wel verzamelde de
+getrouwe Guacanagari zijne strijdkrachten, om hen ter hulp te snellen,
+maar het was te laat. Het fort was vernield. Alle Spanjaarden waren
+dood; maar toch vocht Guacanagari nog dapper tegen een overmachtigen
+vijand. Zijn dorp werd tot den grond toe afgebrand. Velen van zijn
+strijders werden verslagen. Guacanagari, door Caonabo zelf ernstig
+gewond, wist nog uit zijn verwoest huis te ontsnappen. Hij werd
+niet vervolgd. Het groote doel van de verbonden opperhoofden was de
+uitroeiing van de Spanjaarden.
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+HET LEVEN TE HISPANIOLA.
+
+
+Het verhaal, dat de inboorlingen van het treurig lot der kolonie gaven,
+werd door berichten, die men van andere zijden kreeg, bevestigd. Een
+van de karveelen, waarover Melchoor Maldonado bevel voerde, was langs
+de kust gezonden, om een betere plaats voor een nieuwe volkplanting
+op te zoeken. Hij had nog maar weinige mijlen afgelegd, of een
+kano met twee Indianen naderde zijn schip. Een van die twee was een
+broeder van Guacanagari. Hij verzocht Maldonado aan land te komen,
+en het opperhoofd een bezoek te brengen, die bij hem in huis was en
+het wegens zijn wonden niet verlaten kon. Zij vonden het opperhoofd
+niet in staat zijn hangmat te verlaten, en zeven van zijn vrouwen
+verpleegden hem met de grootste zorg.
+
+Guacanagari gaf zijn groot leedwezen te kennen, dat hij niet in staat
+was geweest den admiraal te bezoeken. Tot in de kleinste bijzonderheden
+verhaalde hij de gebeurtenissen van het groote ongeval. Zijn verhaal
+stemde geheel overeen met hetgeen boven reeds gemeld is. Den Spaanschen
+kapitein en diens metgezellen onthaalde hij mild, en bij hun vertrek
+bood hij ieder een zware gouden kroon aan. Den volgenden morgen
+ging Columbus zijn ouden vriend bezoeken. Ten einde het opperhoofd
+en zijn gevolg eenig begrip van zijn waardigheid en macht te geven,
+verscheen de admiraal in schitterend hofgewaad en werd hij door een
+groot aantal officieren vergezeld, die allen maliënkolders aan hadden.
+
+Guacanagari lag in zijn hangmat. Zichtbaar werd hij getroffen door het
+weerzien van zijn ouden vriend, en hij weende, toen hij het lot van
+de Spanjaarden verhaalde. Aan de oprechtheid van zijn vriendschap en
+de waarheid van zijn verhaal twijfelde de admiraal geenszins, maar de
+Spanjaarden zagen over het algemeen het opperhoofd wantrouwend aan. Het
+bleek in ieder geval duidelijk, dat hij verontwaardigd was over de
+afgrijselijke daden, die de Spanjaarden hadden bedreven, en volstrekt
+niet verlangde, dat zij zich in zijn gebied vestigden. Het onderhoud
+was vriendschappelijk, en ook werden er geschenken gewisseld. De
+geschenken in goud, die zij van het opperhoofd ontvingen, waren naar
+Europeesche schatting honderdmaal meer waard dan de sieraden, die
+hij wederkeerig van Columbus kreeg; maar 't is ook waar, dat deze
+naar het gevoelen van de wilden, die van hen in waarde overtroffen.
+
+Een chirurgijn onderzocht de wond aan het been. Terwijl hij aan de
+mogelijkheid dacht, dat sommige spieren gekneusd waren, wat zeer
+pijnlijk was, meenden anderen, dat het opperhoofd volstrekt zoo'n
+ernstige wond niet had, als hij voorgaf. Columbus verdedigde echter
+zijn vriend [4]. Des avonds werd het opperhoofd, ofschoon zichtbaar
+lijdend, naar de schepen gedragen. Toen Columbus voor de eerste maal
+in de haven kwam, had hij twee kleine en beschadigde karveelen bij
+zich. Nu lag er een trotsche vloot van 17 schepen in de baai. Het schip
+van den admiraal was een van de hechtste schepen der Spaansche vloot.
+
+Guacanagari was verbaasd over de grootheid, rijkdom en macht, waarvan
+hij getuige werd. Verbaasd was hij ook bij het gezicht van de vruchten,
+planten en dieren van de Oude wereld. Schapen, varkens en koeien had
+hij nog nooit gezien. De grootte, de kracht en het voorkomen van de
+paarden wekten zijn bewondering op. Nog meer werd hij verrast door
+hun volgzaamheid en het gemak, waarmee men ze bestuurde.
+
+Aan boord van het admiraalsschip bevonden zich tien jonge vrouwen. Een
+er van, die Catalina heette, was zeer schoon. Zij zag er als een
+prinses uit, en zou overal de aandacht getrokken, de bewondering
+opgewekt hebben. Deze meisjes waren krijgsgevangenen van de Caraïbiërs,
+door Columbus bevrijd. Zij behaagden het opperhoofd zeer, maar nu
+behoorden zij aan de Spanjaarden. Guacanagari had een verschrikkelijk
+tooneel van de gruweldaden bijgewoond, waartoe de Spaansche matrozen
+in staat waren. Hij sprak zeer vriendelijk tot Catalina. Hoeveel
+onderscheid er ook in de tongvallen was, die op de verschillende
+eilanden werden gebruikt, toch scheen er zooveel overeenkomst in
+hun talen te wezen, dat de inboorlingen elkander gemakkelijk konden
+verstaan.
+
+Het is niet onwaarschijnlijk, dat Guacanagari de Spanjaarden nog
+altijd voor menschen aanzag, die uit een andere wereld kwamen. Maar hij
+beschouwde hen niet langer als engelachtige bezoekers. Zij kwamen hem
+als vijanden voor, van wier snoodheid hij walgde. Het opperhoofd was
+blijkbaar verlegen, en alle pogingen, om de vroegere vertrouwelijkheid
+te herstellen, baatten niet. Toen Columbus hem voorstelde, om bij
+hem te blijven, was het opperhoofd zichtbaar niet op zijn gemak,
+en merkte op, dat het hier ongezond was, wat ook werkelijk het geval
+was. Het opperhoofd keerde naar den wal terug; zijn geest was onrustig,
+en hij werd door de meeste Spanjaarden met argwaan nagekeken.
+
+Den volgenden morgen liet het opperhoofd vragen, wanneer Columbus plan
+had verder te zeilen, en hij ontving het bericht, dat men den volgenden
+dag de haven dacht te verlaten. In den namiddag kwam Guacanagari's
+broeder aan boord. Men zag, dat hij een afzonderlijk gesprek met
+de vrouwen hield, in 't bijzonder met de schoone Catalina. Te
+middernacht lieten Catalina en haar metgezellinnen zich, toen al
+het scheepsvolk sliep, in alle stilte aan een kant van het schip in
+'t water glijden. Het schip lag drie mijlen van de kust af, en de
+zee was onstuimig.
+
+De wacht op het dek hoorde het, en maakte gerucht. Dadelijk werd er
+een boot bemand, en men zette haar na. Op het strand was een vuurtje
+ontstoken, dat haar zeker tot baken dienen moest. De vrouwen zwommen
+als eenden, en werden niet ingehaald vóór zij aan land waren. Vier
+echter werden op het strand gegrepen. De overigen, en ook Catalina,
+ontsnapten. Toen het dag werd, bevond men, dat Guacanagari met al
+zijn volgelingen vertrokken was. Dit vermeerderde den argwaan van vele
+Spanjaarden, dat hij een verrader was geweest. Maar hij kon ook niet
+blind zijn geweest voor de kwade blikken, die hij daags te voren van
+de Spanjaarden had opgevangen. Enkelen hadden op zijn gevangenneming
+aangedrongen, opdat hij hun gijzelaar mocht worden. Stellig handelde
+hij heel verstandig, door zich zelf niet langer in hun macht te
+stellen.
+
+Alles op La Navidad was met een somber waas overtogen. Het fort lag
+in puin. De graven der Spanjaarden waren voortdurende gedenkteekens
+van geweld en bloedstorting. De zeewind scheen den lijkzang te vormen
+bij de puinhoopen van het inlandsch dorp. Stilte, eenzaamheid en
+verwoesting heerschten daar. Allen wilden gaarne weggaan. Columbus
+besloot ook de plaats te verlaten en een betere plek voor de vestiging
+van een volkplanting op te zoeken.
+
+Het aan land gaan kon niet meer worden uitgesteld. De dieren hadden
+van de lange reis veel geleden. Allen verveelde het maandenlang aan
+boord te zitten. Goed bemande booten, sterk genoeg, om langs de kusten
+te gaan en die te zuiveren van kwaadwilligen, werden links en rechts
+gezonden, terwijl de vloot in de ruime haven bleef liggen, om af te
+wachten, wat de verkenners zouden berichten. De booten voeren heel ver
+weg en keerden eindelijk terug, zonder dat het had mogen gelukken een
+geschikte plaats voor een kolonie te vinden. De beruchte zeelieden,
+die in het garnizoen gelegen hadden, waren door hun gedrag oorzaak
+geweest, dat de inboorlingen van de Spanjaarden den slechtsten indruk
+gekregen hadden, zoodat de aankomst van een groote vloot, waarvan men
+weldra heinde en ver kennis droeg, den grootsten schrik teweegbracht
+en allen op de vlucht had gedreven.
+
+Men vond het land ontvolkt. Nauwelijks zag men een enkelen Indiaan, of,
+als men er bij toeval een zag, liep hij bij de nadering van Spanjaarden
+weg, alsof hij door tijgers vervolgd werd. Kapitein Maldonado, die naar
+den oostkant gegaan was, kwam in het gebied van een koen opperhoofd,
+die aan het hoofd van zijn leger optrok, om de Spanjaarden aan te
+vallen. Maar het gelukte den Spaanschen kapitein hem althans in zoo
+ver tot bedaren te brengen, dat het tot een onderhoud kwam en dat,
+ofschoon het niet vriendelijk was, tot een soort van wapenstilstand
+leidde. Hier vernam hij, dat Guacanagari zich met al zijn volk ver in
+de bergen had teruggetrokken. Ook ontving hij deugdelijke bewijzen
+van het gevecht met Caonabo en van de verwoesting van het fort door
+zijn troepen. Er bevond zich daar een Indiaan, die door een in den
+strijd bekomen wond verminkt was. Guacanagari scheen volstrekt niet
+schuldig te zijn aan verraad.
+
+Den 7en December lichtte Columbus het anker weer, en zeilde naar
+'t Oosten. Ongeveer 30 mijlen verder dan Monte Christo zeilde hij
+een groote haven in, geheel door bosschen ingesloten en met een
+rotsachtige hoogte bij haar ingang, waardoor het gemakkelijk was, er
+een fort te bouwen, dat de geheele haven kon bestrijken. Ook liepen
+er twee rivieren in uit, die gelegenheid aanboden, om er molens te
+bouwen. Aan één zijde strekte zich een schoone en groote weide tot aan
+den voet van de heuvels uit, en aan den oever van een dezer rivieren
+lag een lief Indiaansch dorp. De grond was er blijkbaar zeer vet. De
+baai en de rivieren zaten vol visch, waarvan velen kleuren hadden,
+zooals men ze buiten de keerkringen niet aantreft.
+
+Men was midden in December. Het klimaat was bijzonder mild en zacht. De
+boomen zaten vol bloesems en bladeren. Het gezang van vogels vervulde
+de lucht. Men was nog niet aan het klimaat van dit gezegende eiland
+gewoon, waar de strengheid van den winter onbekend is, waar bloesem
+en vrucht elkander geregeld opvolgen, ja, waar zij zelfs samengaan,
+en waar het gansche jaar door een lachend groen gevonden wordt.
+
+Hier besloot Columbus zijn volkplanting te stichten. Een bijkomende
+zaak, die dit besluit vaster maakte, was, dat men hem gezegd had,
+dat de bergen van Cibao, die rijk aan goudmijnen waren, niet ver
+weg lagen. Groot was de vreugde op de schepen, dat men nu uit een
+lange gevangenschap verlost werd. Elk schip wierp het anker zoo
+dicht mogelijk bij het strand uit. Elke boot werd in beslag genomen
+en iedereen ging aan het werk. Vee, huisvogels, eetwaren, geweren,
+kruit, huismeubelen, alles werd aan land gebracht, en tijdelijk
+onder een afdak gezet, dicht bij een meertje, dat kristalhelder water
+bevatte. Hier bouwde Columbus, op een afstand van 40 mijlen ten Oosten
+van Kaap Haïti, de eerste stad in de Nieuwe wereld. Ter eere van zijn
+koninklijke beschermster noemde hij haar Isabella.
+
+De straten werden oordeelkundig gelegd, en de woningen zoo
+geplaatst, dat zij openbare vierkante pleinen insloten. De drie
+belangrijkste gebouwen waren een kerk, een magazijn en een woning
+voor den admiraal. Deze waren alle van steen. Bekwame bouwmeesters
+maakten er een plan van, en zij werden door ervaren ambachtslieden
+gebouwd. De andere huizen werden van hout of riet vervaardigd en de
+muren bepleisterd. Voor een korte poos was het een vroolijk tooneel,
+nu allen zoo ijverig bezig waren met het optrekken van nieuwe huizen,
+te midden van bloemen en vruchten in dezen natuurlijken tuin.
+
+Maar het ongeluk was in aantocht. Er brak een besmettelijke
+ziekte uit. De bedriegelijke bodem wasemde kwaadaardige dampen
+uit. Het ontzenuwende klimaat werkte afmattend zelfs bij geringen
+arbeid. Menigeen had gedachteloos aan de onderneming deel genomen,
+en was onnoozel genoeg geweest van te meenen, dat men naar een waar
+Eden ging, waar de natuur de liefelijkste priëelen voor hen inrichten,
+en hen met de heerlijkste vruchten voeden zou; waar men goud--als
+keisteenen--voor 't oprapen had, en waar het aardsche leven vrij van
+arbeid zou zijn, gelijk aan een voortdurenden feestdag.
+
+Het nieuwe van de keerkringslanden was spoedig voorbij. De
+lichaamskrachten werden door afmatting ondermijnd, en de geest
+leed door heimwee. Teleurstelling bedierf die stemming. Men begon
+te morren en eindelijk te twisten. Een verandering van plaats had
+geen verandering van hart teweeggebracht. De kalmte van den helderen
+hemel was niet in de verontruste ziel van de menschen gedaald. Zelfs
+Columbus ontkwam het algemeene lot niet. De kolonie, waarvan hij zich
+zooveel had voorgesteld, was verwoest. De tonnen gouds, die hij met de
+terugkeerende schepen naar Spanje had willen zenden, om Ferdinand en
+Isabella zoowel te verbazen als te verblijden, bestonden niet meer,
+zelfs niet in zijn verbeelding. De inboorlingen waren onvriendelijk
+geworden, en vermeden zorgvuldig alle verkeer met de Spanjaarden. De
+zorgen voor het eskader; het gevaar, dat onbekende zeeën opleverden;
+het uiteenloopend karakter van al die menschen, die hij niet dan met
+de grootste moeite kon regeeren, drukten hem zwaar. Niettegenstaande
+hij zich alle moeite gaf, om zijn lasten welgemoed te dragen en een
+opgeruimd voorkomen te bewaren, kon hij toch de neerslachtigheid niet
+verbergen, die hem drukte. Weken achtereen was hij aan 't ziekbed
+gekluisterd. Maar de kracht van zijn geest zegevierde ten slotte op
+zijn lichaamszwakte. Hij gordde zich met nieuwe kracht aan, om den
+grooten levensstrijd voort te zetten.
+
+De schepen, die hun lading gelost hadden, werden dadelijk
+teruggezonden. Allen zagen in Spanje verlangend naar hun terugkomst
+uit en geloofden, dat zij met goud en andere schatten, die Columbus met
+zulke gloeiende kleuren had afgeschilderd en waaraan de Nieuwe wereld
+zoo rijk moest zijn, bevracht zouden zijn. Het was voor Columbus een
+onuitsprekelijke kwelling, genoodzaakt te zijn ze leeg naar huis te
+zenden. Van de binnenlanden, van de ontdekte goudmijnen, van nieuwe
+rijken, waarin men doorgedrongen was, kon hij geen bericht zenden. De
+souvereinen verwachtten aanzienlijke voordeelen, en het zou hen zeer
+teleurstellen, en hun vertrouwen in Columbus grootelijks verminderen,
+wanneer zij niets dan jobstijdingen kregen.
+
+Onder deze omstandigheden vond Columbus het voor alle dingen
+noodig zich de grootste inspanning te getroosten, om te maken,
+dat de schepen bij hun tehuiskomst op de een of andere wijze de
+schitterende voorstellingen, die zijn voortvarende geest hem had doen
+maken, zouden bevestigen en rechtvaardigen. Hij had vernomen, dat de
+zoogenaamde mijnen van Cibao ongeveer drie of vier dagreizen van daar
+landwaarts in lagen. Hij zond een afdeeling troepen uit, om onderzoek
+te doen. Het zou eenige vergoeding schenken, als hij de tijding mee
+kon geven, dat de gouden bergen bereikt waren, en dat de mijnen,
+waarvan men zooveel hoopte, onmiddellijk ontgonnen zouden worden.
+
+De ridderlijke Alonzo de Ojeda werd gekozen om deze onderneming te
+leiden. Hij hield veel van waagstukken en gevaar, en juichte bij de
+gedachte, dat hij het rijk van het alvermogende opperhoofd Caonabo
+zou binnendringen. In het begin van Januari 1494 trok Ojeda met een
+troep goed gewapende en uitgelezen mannen het binnenland in. Twee
+dagen lang trokken ze door verlaten streken. Alle inwoners hadden
+de vlucht genomen. Zij kwamen bij de bergen en langs een nauwen,
+slingerenden bergpas bereikten zij den top. De morgenzon gaf hun zulk
+een prachtig panorama te aanschouwen, als de aarde den mensch slechts
+geven kan. Aan hun voeten strekten zich schijnbaar grenzenlooze
+groene velden, weelderige bosschen en kronkelende rivieren uit,
+terwijl de verstrooide huizen en dorpen van de inboorlingen; de
+vlakten nog verfraaiden.
+
+Zij daalden van deze hoogten af, en gingen onbevreesd de dorpen in,
+die beneden lagen. Het scheen, dat de vrees voor de Spanjaarden dit
+afgelegen deel van het land nog niet bereikt had. De inwoners ontvingen
+hen vriendelijk en onthaalden hen met de grootste gastvrijheid. Maar
+het bleek, dat men nog wel een geheele dagreis van de bergen van
+Cibao afwas. De oppervlakte van het land was golvend, en hier en daar
+waren holle wegen, rivieren, waarover geen bruggen lagen, en bosschen
+met zulk dik kreupelhout, dat men er zich alleen met bijlen een weg
+doorheen kon banen.
+
+Zes dagen lang werkten zij voort, en hadden wel niet van dorst, koude
+en honger te lijden, maar werden geblakerd door de stralen van een
+verzengende zon. De wilden liepen naakt, en waren in overeenstemming
+hiermede in hun heele gedrag onbeschaafd. Toch schenen zij over
+het geheel meer een schapen- dan een wolvennatuur te hebben. Maar
+de onderzoekers zagen, of meenden vele teekenen te zien van grooten
+rijkdom aan delfstoffen. Stukjes glinsterend goud lagen volgens hun
+verhalen op het zand van de bergstroomen verspreid. Peter Martyr
+verklaart, dat Ojeda een sieraad van zuiver goud meebracht, dat 9
+ons woog, en dat hij zelf in een van de beken had opgeraapt. Ook zag
+hij steenen, waardoor aders van goud liepen. Men vermoedde, dat dit
+alleen stukjes waren, die door het stroomende water waren losgespoeld,
+maar dat daar, onder den grond, groote lagen van gedegen goud zouden
+gevonden worden.
+
+Ojeda had evenals Columbus een levendige verbeelding, en kwam dan ook
+met allergunstigste berichten aan. Een mensch gelooft licht, wat hij
+wenscht. Ook Columbus nam die tijdingen gaarne aan, en voegde in zijn
+opgewondenheid nog nieuwe kleuren aan de schilderij toe. De geest van
+al de Spanjaarden was werkelijk door de vleiende verhalen met nieuwe
+kracht bezield. Onuitputtelijke bronnen van rijkdom deden zich voor
+hen op. Columbus hield vijf schepen voor zich, en zond de andere,
+hoofdzakelijk beladen met schoone beloften, huiswaarts. Eenige door
+Ojeda gevonden stukjes goud, en ook zeldzame planten en vruchten namen
+de terugkeerenden mee, benevens een brief van Columbus aan den Koning
+en de Koningin. Hij gaf hun de verzekering, dat hij nog vertrouwen
+stelde in zijn verwachtingen, zoodat hij spoedig in staat zou wezen
+schepen vol goud, kostelijke medicijnen en specerijen te zenden.
+
+Men kon geen woorden genoeg vinden, om de schoonheid en de
+vruchtbaarheid van het eiland Hispaniola te beschrijven. De lucht
+was helder, het klimaat heerlijk, de bergen prachtig, het landschap
+onbeschrijfelijk schoon, de grond vruchtbaar, de vruchten smakelijk
+en de bloei eeuwigdurend. Het suikerriet, dat hij uit Europa had
+meegebracht, groeide er verbazend welig.
+
+Een kolonie van over de duizend hongerige menschen, gewoon aan
+een Europeesche levenswijze, heeft heel wat voedsel noodig. Deze
+menschen konden niet alleen van vruchten leven, en daarom verminderde
+de voorraad hard. Er ging een lange tijd mee heen vóór men tuinen
+en velden bezaaid had en de oogsttijd aanbrak. Daar de veestapel
+noodzakelijk vergroot moest worden, kon men er niets van afnemen. Vele
+kolonisten waren ziek, en de geneesmiddelen verbruikt. De _heeren_
+konden niet werken. Er was behoefte aan meer werkkracht, om de
+mijnen te ontginnen en het erts te smelten. Veel paarden waren reeds
+gestorven, en men had er veel meer noodig voor openbare werken en
+krijgsdienst. Daarom was het allernoodzakelijkst, dat men hem grooten
+toevoer zond.
+
+In den brief, dien Columbus bij deze gelegenheid schreef, stralen
+ernst en rechtschapenheid door. Opzettelijk werd er niets verkeerd
+voorgesteld. Hij verhaalde de feiten, zooals ze zich aan hem
+voordeden, met de meeste waarheidsliefde, en legde moeielijkheden
+en vooruitzichten zoo getrouw mogelijk bloot. Met de schepen zond
+hij mannen, vrouwen en kinderen, allen inboorlingen, die hij buit
+gemaakt had op de Caraïbische eilanden. Het waren menscheneters,
+die tot het armste en diepst gezonkene deel van 't volk hadden behoord.
+
+In een brief aan Antonio de Torres, waarin hij vertelt, wat hij aan
+Ferdinand en Isabella wenscht mede te deelen, schreef hij:
+
+"Wees zoo goed den beiden Koningen te doen weten, dat ik met deze twee
+schepen eenige menscheneters zend, zoowel kinderen van beiderlei kunne
+als mannen en vrouwen, omdat ik de taal van het land niet ken, en hun
+dus ook ons heilig geloof niet leeren kan, zooals Hunne Majesteiten en
+ik zelf ook zouden wenschen. H.H. M.M. kunnen hen nu door geschikte
+personen onze taal laten leeren en ze zulk onderwijs doen geven, dat
+zij later nuttig werk kunnen verrichten. Wijdt men aan hen meer zorg
+dan aan andere slaven, dan kan naderhand de een den ander weer leeren.
+
+"Zien en spreken ze elkander in geen langen tijd, dan zullen ze in
+Spanje veel spoediger wat leeren dan hier, en zij zullen veel betere
+tolken worden. Ik zal intusschen doen, wat ik kan. Daar er tusschen het
+eene eiland en het andere niet veel gemeenschap is, bestaat er in de
+wijze, waarop zij spreken, eenig verschil, wat vooral van den afstand
+af hangt, waarop zij van elkander wonen. Maar aangezien die eilanden
+het grootst en het volkrijkst zijn, wier bewoners uit menscheneters
+bestaan, heb ik gemeend, dat het het best was mannen en vrouwen van
+deze eilanden naar Spanje te zenden, opdat zij daardoor de barbaarsche
+gewoonte andere menschen op te eten eenmaal zouden laten varen.
+
+"Door in Spanje zelf de Spaansche taal te leeren, zullen zij veel
+spoediger gedoopt kunnen worden en zal hun zieleheil bevorderd
+worden. Het zal voorts een groote zegen voor de Indianen, die de
+genoemde wreede gewoonte niet volgen, zijn, als zij ondervinden, dat
+wij degenen, die hen kwaad doen, vatten en als gevangenen wegvoeren,
+want zij zijn voor hen zoo bang, dat hun naam alleen schrik verwekt.
+
+"Geef Hunnen Majesteiten de verzekering, dat onze komst in dit land
+en het gezicht van zulk een vloot, de meest gewenschte uitwerking
+gehad en onze veiligheid voortaan verzekerd hebben. Stellig zullen
+alle bewoners van dit eiland, en van de eilanden er om heen, zich
+spoedig onderwerpen, wanneer zij zien, dat wij de goedwilligen zacht
+behandelen, maar tevens de kwaad- en onwilligen straffen. Binnenkort
+zullen H.H. M.M. hen onder hun onderdanen kunnen tellen."
+
+Op dit gedeelte van den brief antwoordden de souvereinen: "Laat
+Columbus weten, wat met de menscheneters, die naar Spanje gekomen zijn,
+gebeurd is. Hij heeft goed gehandeld, en zijn raad is uitstekend. Maar
+laat hij toch alle mogelijke middelen aanwenden, om ze tot ons geloof
+te bekeeren, niet slechts daar, maar op alle eilanden, waar het lot
+hem brengen zal."
+
+Over hetzelfde onderwerp schrijft Columbus verder:
+
+"Zeg H.H. M.M. dat het mij voor het heil van de zielen van bedoelde
+menscheneters, en ook voor de bewoners van dit eiland, wenschelijk
+voorkomt, dat er een zoo groot mogelijk aantal naar Spanje gezonden
+wordt, en dat zij op die wijze H.H. M.M. van grooten dienst kunnen
+worden. Aan de groote behoefte denkende, die wij aan slachtvee,
+last- en trekdieren hebben, zoowel ter voeding als tot hulp voor de
+volkplanters, dienen de Koning en de Koningin elk jaar een voldoend
+aantal karveelen te zenden met die dieren, opdat de velden bevolkt
+en bebouwd worden.
+
+"Dit vee kon voor rekening van de overbrengers tegen een matigen prijs
+worden gekocht, en de laatsten konden met slaven, die van de Caraïben
+komen en toch echte wilden zijn, betaald worden. Deze slaven zijn
+voor alle werk geschikt, flink gebouwd, hebben veel gezond verstand
+en zullen, wanneer zij hun wreedaardige gewoonten hebben laten varen,
+veel beter zijn dan andere slaven. Als ze hun land uit zijn, zullen
+ze die ruwheden ook niet meer bedrijven. Door middel van roeibooten,
+die ik mij voorstel te maken, zal het gemakkelijk zijn velen van
+die wilden te krijgen. Hunne Majesteiten konden ook belasting leggen
+op den invoer van slaven in Spanje. Vraag om antwoord op dit punt,
+en breng het mij, opdat ik de noodige maatregelen kan nemen, wanneer
+mijn voorstel hun goedkeuring mag wegdragen."
+
+Dit voorstel, dat het hof van Spanje tot den slavenhandel brengen
+zou, verraste Ferdinand en Isabella. Zij werden er door tot nadenken
+gebracht. Zij antwoordden eenigszins onbepaald: "De overweging van
+dit onderwerp is voor eenigen tijd uitgesteld geworden, en wij zien
+andere voorstellen van maatregelen, met betrekking tot de eilanden
+te nemen, te gemoet."
+
+Deze gevoelens van Columbus, die in onze verlichte 19e eeuw zoo
+verafschuwd worden, waren met de destijds algemeen heerschende
+opvattingen volmaakt in overeenstemming. Zulke verkeerde begrippen van
+menschenrecht heerschten vóór 400 jaren bijna overal. De bekeering van
+de heidenen achtte men zóo belangrijk, dat men daarvoor alle middelen,
+eerlijke of oneerlijke, moest aangrijpen. Een rechtvaardig oordeel
+neemt de onwetendheid van de eeuw in aanmerking, waarin Columbus
+leefde. Hij geloofde werkelijk, dat hij voor een maatregel van
+barmhartigheid pleitte, die een groote zegen voor de arme Caraïbiërs
+en voor de menschheid in 't algemeen zou blijken te wezen. Hieruit
+ziet men tevens, hoe menschen, die het oprecht meenen, zich zelf door
+valsche redeneeringen kunnen bedriegen.
+
+Het doet ons goed, dat Ferdinand en Isabella het verleidelijk voorstel
+na rijpe overweging verwierpen. Het bevatte anders veel, waardoor het
+aanlokkelijk voor hen moest zijn. Op deze wijze toch konden de koloniën
+van levend vee uit Spanje worden voorzien, zonder dat het iets kostte,
+ja, zelfs trok men er voordeel van. De rustige eilandbewoners zouden
+van de strooptochten van die woeste menscheneters, die hun voortdurend
+schrik aanjoegen, bevrijd worden. De koninklijke schatkist zou er wel
+bij varen, zoodat de heerschzuchtige souvereinen in staat zouden zijn
+veel te doen voor de bevordering van de belangen hunner landen. En,
+wat nog de kroon op alles zette, een groot aantal wilden kwam onder
+den invloed van christelijke instellingen, zoodat hun zielen konden
+gered worden.
+
+De terugkeerende vloot stak den 2den Februari 1494 in zee. Drie en
+een halve eeuw na de stichting van de stad Isabella kwam T.S. Hencken
+daar. Het volgende is belangwekkend, omdat het ons leert, hoe het er
+toen uitzag.
+
+"Thans is Isabella bijna geheel bedekt door bosch. Men ziet er nog
+de pilaren van de kerk, eenige overblijfselen van de koninklijke
+magazijnen en een deel van Columbus' woning, alles van gehouwen steen
+gebouwd. Een klein fort, dat nu in puin ligt, valt ook terstond in 't
+oog. Een weinig noordwaarts staat nog een ronde, gemetselde pilaar,
+die nagenoeg tien voet hoog en dik is, waarop een houten galerij
+schijnt gestaan te hebben, in 't midden waarvan de Spaansche vlag
+wapperde. Ik heb de overblijfselen van een ijzeren klamp, die in den
+muur zat en diende, om den vlaggestok vast te zetten, gevonden en er
+uitgetrokken, en zend ze nu aan u als een herinnering aan de intrede
+van de beschaving in de Nieuwe wereld. Die overblijfselen hebben nu
+bijna 350 jaren aan weer en wind blootgestaan."
+
+Door de geestkracht van Columbus ging het werk goed vooruit, en de
+stad Isabella nam spoedig groote afmetingen aan. Wij moeten er evenwel
+bijvoegen, dat de huizen niet best afgewerkt kunnen zijn geweest. Den
+7den December kwam Columbus in de haven. In twee maanden tijd,
+den 6den Februari, was de kerk gereed en werd zij ingewijd. Twaalf
+geestelijken, onder hun geestelijk opperhoofd, broeder Boyle, woonden
+de indrukwekkende plechtigheid bij.
+
+Het weggaan van de vloot was een somber uur voor de
+achterblijvenden. Een algemeen gevoel van ontevredenheid heerschte
+in de kolonie, want velen waren teleurgesteld. Sommigen verweten
+zich zelf, dat zij hun te huis in Spanje voor een wildernis, waar
+slechts wilden woonden, hadden verlaten. Anderen waren boos op den
+admiraal, wiens onware voorstellingen hen, naar zij zeiden, in het
+verderf hadden gelokt. Overal hoorde men gemor, dat tot verwijtingen
+en bittere twisten oversloeg. Het vertrek der schepen maakte veler
+oogen vochtig, en donkerder wolken van droefgeestigheid schenen over
+de kolonie te trekken, toen het laatste schip aan den horizon uit
+het gezicht verdween.
+
+Onder de gelukzoekers bevond zich een trotsch en verwaand man, die
+aan het Spaansche hof had verkeerd, wiens aanmatigingen dikwijls tot
+oneenigheid met den admiraal hadden geleid. Zijn naam was Bernal Diaz
+de Pisa. Hij bracht een groot aantal ontevredenen tot opstand. Hun
+plan was één of alle schepen machtig te worden, daarmede naar Spanje
+terug te keeren, en dan gezamenlijk ernstige klachten tegen Columbus
+in te brengen. Zij hoopten, dat er zóó velen aan de samenzwering
+zouden deelnemen, dat zij al de vijf schepen konden bemachtigen.
+
+De opstand werd echter ontdekt, en de hoofdschuldigen gevangen
+genomen. Bij het verhoor, dat volgde, vond men een schandelijk
+schotschrift, dat door Bernal Diaz geschreven was, en vol laster
+en onwaarheden stond. Diaz was een hooggeplaatst man. Columbus
+was voorzichtig genoeg hem niet in verhoor te nemen aan zijn eigen
+hof, waar Diaz misschien grooten invloed had, maar zond hem met het
+oproerig handschrift naar Spanje. Sommigen van de minder aanzienlijke
+opstandelingen werden gestraft, maar zachter dan hun overtreding
+verdiende. Om een vernieuwde poging te beletten, werden alle kanonnen
+met toebehooren op één na van de schepen verwijderd, en dit ééne werd
+aan personen toevertrouwd, op wier trouw men stellig rekenen kon.
+
+Columbus was geen Spanjaard, maar een Genueesch burger, en, omdat
+hij dus een vreemdeling was, had men een vooroordeel tegen hem. De
+trotsche Spanjaarden spanden samen, om hem ten val te brengen. Onder de
+inlanders had hij geen vrienden, die hem hielpen. Ofschoon het voor de
+algemeene veiligheid noodig was, dat de verstoorders van de openbare
+rust niet ongestraft bleven, ging hij zoo zacht en toegevend mogelijk
+met de weerspannigen om; maar toch beschuldigden zijn tegenstanders
+hem van willekeur en wraakgierigheid. Voor iemand, die macht heeft,
+is het onmogelijk zich voor laster te vrijwaren. Evenzoo werd George
+Washington, gedurende zijn geheele loopbaan, aangevallen alsof hij
+een duivel was. De vijandschap, die men tegen Columbus opwekte, ging
+over in haat, die duurde, tot hij rust vond in het graf. En na verloop
+van drie en een halve eeuw vervolgen de venijnige aanvallen hem nog.
+
+Columbus besloot een werkzaam deel aan de zaken te nemen, en naar de
+mijnen te gaan, om de ontginningen daar zelf te leiden. Het bestuur
+te Isabella liet hij, tijdens zijn afwezigheid, aan zijn broeder,
+Don Diego, over. Las Casas, die dezen van nabij kende, stelt hem
+voor als een zeer beminnelijk en oprecht man, die den vrede liefhad,
+zich goed gedroeg, en matig en eenvoudig was, zoowel in spijs en
+drank als in kleeding.
+
+Aangezien Columbus het gebied van een vermaard krijgsman zou betreden,
+die reeds getoond had een doodvijand van de Spanjaarden te zijn,
+was het noodig, dat hij een krijgsmacht meebracht, niet alleen
+groot genoeg, om aanvallen af te slaan, maar ook om de inlanders de
+overtuiging te geven, dat de macht van de vreemden onweerstaanbaar
+was. Voor hen, die in het fort achtergebleven waren, zou het niet
+moeilijk zijn zich tegen elken aanval te verdedigen. Daarom nam hij
+bijna alle geschikte manschappen en al de paarden, die gemist konden
+worden, mee. De ondervinding had hem geleerd, welken diepen indruk
+uiterlijk vertoon op de wilden maakte. Daarom stelde hij met al den
+militairen glans, dien hij aanbrengen kon, zijn macht in slagorde.
+
+Den 12en Maart 1494 trok het leger, dat uit 400 man bestond, op. Het
+krijgsvolk, dat een verblindende wapenrusting aanhad, glad geschuurde
+wapenen en vergulde banieren droeg, en trompetgeschal aanhief, dat door
+de bosschen weerklonk, moet aan de inboorlingen wel het denkbeeld van
+bovennatuurlijke en onweerstaanbare macht hebben ingeboezemd. Al
+de aanvoerders waren rijk gekleed, en zaten op sierlijk getooide
+paarden. Het was een heldere en prachtige dag, toen de troep door
+een bebloemde vlakte naar de verafgelegen heuvels trok. Tegen den
+avond kwamen zij aan den ingang van een rotsachtigen weg door de
+bergen. Zij zetten zich op de groene zoden neer en sliepen heerlijk,
+onder het inademen van de geurige lucht. Een nauw Indiaansch voetpad
+leidde door de hobbelige bergpassen.
+
+Verscheiden stoutmoedige ridders reden als pioniers vooruit, om
+hinderpalen uit den weg te ruimen. Het zoo gebaande pad werd de
+Heerenweg genoemd ter eere van de ridders, die het hadden gemaakt. Toen
+zij de hoogte bereikt hadden, opende zich voor hen hetzelfde heerlijke
+uitzicht, dat Ojeda en zijn metgezellen met vreugde hadden aanschouwd.
+
+Aan hun voeten lag een uitgestrekte en schoone vlakte, beschilderd
+en ingelegd als het ware met al den rijkdom van een tropischen
+plantengroei. De prachtige bosschen vertoonden die mengeling van
+schoonheid en grootschheid van plantenvormen, die men alleen in dat
+heerlijk klimaat aantreft. Palmboomen van aanzienlijke hoogte en
+breed getakte mahonieboomen rezen te midden van een wildernis van
+verschillend gebladerte op. De frischheid en de groene kleur werden
+door talrijke rivieren bewaard, die glinsterend door laag boschland
+kronkelden; terwijl zich onderscheidene dorpen en gehuchten uit de
+boomen verhieven, en de rook van andere midden uit de bosschen opsteeg,
+waaruit bleek, dat er een talrijke bevolking moest zijn. Het weelderige
+landschap strekte zich zoo ver uit als het oog reikte, tot dat het
+zich aan den horizon verloor. Met verrukking staarden de Spanjaarden op
+dit schoone en rijke land, dat hun denkbeeld van een aardsch paradijs
+scheen te verwezenlijken. Columbus was getroffen door zijn groote
+uitgestrektheid, en noemde het de Vega Real of koninklijke vlakte.
+
+Deze thans eenzame weg wordt nog een enkele maal door hedendaagsche
+reizigers betreden. Hij vormt den eenig bruikbaren bergpas van den
+Monte Christo en blijft een eenzaam, hobbelig voetpad, dat langs rotsen
+en afgronden slingert. De naam er van is Marney-pas. Het schoone eiland
+heeft van de soort van beschaving, die de Spanjaarden er invoerden,
+verbazend geleden. Eenzaamheid, verwoesting en vreeselijke armoede
+heerschen nu daar, waar eenmaal Columbus meende op een aardsch
+paradijs te staren, en waar de lachende dorpen van de Haïtiërs het
+landschap vervroolijkten.
+
+Met veel praalvertoon en onder trompetgeschal trok het schitterend
+leger door de vlakte. De inboorlingen konden niet anders dan de
+wondervolle pracht als iets bovennatuurlijks aanzien. Las Casas zegt,
+dat zij in 't eerst den ruiter en zijn paard voor één dier hielden. Vol
+schrik liepen haast alle Indianen weg. Soms overwon Columbus hun angst
+door vriendelijkheid. Inlandsche tolken werden vooruit gezonden,
+om de verzekering te geven, dat hun geen leed zou geschieden. Ook
+werden hun geschenken aangeboden, die ze met verbazing en vreugde
+aannamen. Voedsel werd door hen als gemeen eigendom beschouwd. Elk
+huis kon men binnengaan, om er te gebruiken wat men wilde. Maar in
+schijnbare tegenspraak hiermede, verhaalt men, dat andere bijzondere
+eigendommen voor heilig werden gehouden. Diefstal werd met groote
+gestrengheid gestraft.
+
+Een marsch van 15 mijlen bracht hen aan een groote rivier, die Columbus
+den Rietstroom noemde. Het bleek het bovenwater te zijn van denzelfden
+stroom, wiens mond Columbus de Goudrivier had genoemd. Aan deze groene
+oevers brachten de gelukzoekers, nadat ze een bad genomen hadden,
+den nacht in prachtige tenten door. Den volgenden morgen staken ze
+met vlotten de rivier over, en de paarden zwommen er door. Nog twee
+dagen lang zetten ze den tocht door de schoone vlakte voort. Vele
+dorpen trokken ze door, waarvan de inwoners eerst altijd op de
+vlucht gingen. Tegen den avond van den tweeden dag bereikten zij de
+noordelijke hellingen van de goudbergen van Cibao.
+
+Den volgenden morgen begonnen zij die te beklimmen langs donkere
+holle wegen en oneffen rotsen, waar de paarden niet dan met moeite
+bestuurd konden worden. Toen zij den top bereikt hadden, kregen ze
+weer een verrukkelijk gezicht. Als een frisch groen meer breidde de
+vlakte zich voor hen uit. Naar de schatting van Las Casas was zij
+240 mijlen lang en 70 breed. Zij waren nu midden in het goudland. De
+toppen van de bergen boden slechts een droevig tooneel van dorheid
+en verwoesting aan. De plantengroei was gering en men zag haast
+geen bloempje. De kanten waren met pijnboomen bedekt. De Spanjaarden
+namen echter met dit akelig tooneel genoegen, omdat zij in het zand
+glinsterend stofgoud vonden, en daaruit opmaakten, dat de bergen
+onuitputtelijke bronnen van rijkdom verborgen hielden.
+
+Ongeveer 50 of 60 mijlen waren deze onderzoekers nu van Isabella
+verwijderd. Columbus zocht nu een geschikte plek voor een kamp
+op. Hij bouwde een houten fort, dat hij, misschien voor de aardigheid
+St. Thomas noemde, als een zacht verwijt voor hen, die niet gelooven
+wilden, dat men eenig goud zou vinden vóór dat hun oogen het gezien
+en hun handen het getast hadden.
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+DE KUST VAN CUBA WORDT ONDERZOCHT.
+
+
+Terwijl Columbus het fort St. Thomas bouwde, zond hij eenige
+manschappen uit, om het omliggende land te onderzoeken. Zij waren
+goed gewapend, en werden door een dapperen, jongen ridder aangevoerd,
+die Juan de Luxan heette. Zij doorkruisten de provincie Caonabo, en
+'t kwam hun voor, dat zij nagenoeg zoo groot was als Portugal. Aan de
+oevers van alle rivieren vonden ze kleine stukjes goud. Geen woorden
+genoeg konden ze vinden om de vruchtbaarheid en de pracht van 't land
+te beschrijven.
+
+In 't fort was een bezetting van 56 man achtergebleven. Er was een
+begin gemaakt met de ontginning der mijnen, en nu meende Columbus naar
+Isabella terug te kunnen keeren. Hij kwam er den 29sten Maart aan,
+en bracht gunstige berichten mee, ten aanzien van de vooruitzichten
+om goud te krijgen. Spoedig evenwel werd hem meegedeeld, dat de
+Indianen te St. Thomas zeer vijandig waren geworden. Dit kwam,
+omdat de beginsellooze Spanjaarden begonnen waren, zoodra zij niet
+meer door Columbus' tegenwoordigheid in bedwang werden gehouden,
+de inlanders te plunderen, en hun vrouwen en dochters aan groote
+beleedigingen bloot te stellen. Caonabo kende hen maar al te wel,
+en daarom had hij hen met groot leedwezen op zijn bergen zien komen.
+
+Dat er vrees behoefde te bestaan voor hun vijandschap geloofde Columbus
+niet, en daarom bepaalde hij er zich slechts toe een kleine versterking
+van oorlogs- en mondbehoeften naar het fort te zenden. Maar wel bestond
+er reden voor hem zelf, om ongerust te wezen over de ontevredenheid,
+het gemor en de vijandige stemming, die hij te Isabella steeds grooter
+zag worden, en die zich in daden tegenover hem lucht gaven. Er waren
+vele zieken, en, behalve, dat de geneesmiddelen op waren, kregen
+ze het rechte voedsel niet. Met eenige verwondering lazen wij,
+dat de kolonisten zich niet aan het eten van de inlanders konden
+gewennen. Vrees voor een hongersnood maakte het noodig het volk op
+rantsoen te zetten. Dit gaf tot veel gemor aanleiding, en niemand
+klaagde luider en bitterder dan het hoofd der Spaansche geestelijken,
+"vader" Boyle.
+
+De geestelijken en aanzienlijken waren kwaad, omdat Columbus geen
+onderscheid in rang kende, waar het op plichtsbetrachting en de
+verrichting van 't dagelijksch werk aankwam. Het bestaan zelf van de
+kolonie eischte, dat er molens gebouwd en andere werkzaamheden voor
+'t openbaar welzijn verricht werden. Allen zonder onderscheid moesten
+helpen. De trotsche Spaansche grooten waren verontwaardigd en kwamen
+in verzet. Zij scholden hem uit voor fortuinzoeker, en geen vriend
+bleef hem over.
+
+Columbus was een groot voorstander van orde en tucht, en werd hierin
+geleid door den natuurlijken drang van zijn krachtigen geest. Maar hij,
+die van Genua kwam, waar arbeid in eer werd gehouden, hield misschien
+geen rekening genoeg met de verbazende trotschheid van de Spaansche
+edelen. Zij beschouwden het werken als het verachtelijk lot voor de
+zonen van laaggeborenen. Vele jonge ridders, die op de krijgsvelden
+van Grenada roem hadden ingeoogst, hadden den tocht naar de Nieuwe
+wereld meegemaakt met hersenschimmige denkbeelden van rijkdommen,
+die hun daar zouden toevloeien. Op kasteelen moesten zij wonen,
+paardrijden en boven de Spaansche vorsten uitsteken in het aantal
+gedweëe dienstbaren, in pracht en in grondbezit. Velen van deze
+jongelieden hadden ongetwijfeld het land verlaten in de hoop, dat zij
+zich door heldendaden en ridderlijke avonturen konden onderscheiden,
+en in Indië de krijgsbedrijven konden voortzetten, waarmee in de
+jongste oorlogen te Grenada een begin gemaakt was. Anderen waren in
+hun jeugd vertroeteld, in weelde opgevoed en weinig bestand tegen de
+gevaren aan het zeeleven verbonden en tegen de vermoeienissen op het
+land. Even weinig waren zij bestand tegen de gevaren, de verliezen,
+de tegenspoeden en alles, waaraan men blootstaat, wanneer men zich
+in een wildernis vestigt. Hadden zij 't ongeluk ziek te worden,
+dan viel er al spoedig aan hun toestand niets te verbeteren, en
+bleek het lichamelijk lijden nog door die van 't hart verergerd te
+worden. Zij leden onder de bitterheid van gekwetsten trots en onder de
+ziekelijke zwaarmoedigheid van bedrogen hoop. Aan hun ziekbed misten
+zij die teedere zorg en verzachtende oplettendheid, waaraan zij gewend
+waren. En zij daalden ten grave met al de somberheid aan de wanhoop
+eigen, den dag verwenschende, waarop zij hun vaderland verlaten hadden.
+
+Ferdinand en Isabella spoorden Columbus tot de voortzetting van
+zijn ontdekkingsreizen aan. Er opende zich naar allen schijn een
+wijde en onbekende wereld voor hem, en niemand kon weten, welke
+wonderen zich zouden openbaren. De telkens grooter wordende bezwaren
+maakten, dat Columbus het best vond de kolonisten op deze tochten te
+scheiden. Daarom zond hij een groot aantal uit, om het binnenland te
+gaan onderzoeken. Iedereen, die gezond was, niet op zieken behoefde
+te passen en geen dienst had, behoorde tot dit getal. Ook gingen
+250 kruisboogschutters, 110 handbuksschutters, 16 ruiters en 20
+officieren mee. Het bevel er over werd gevoerd door Peter Margarite,
+een vriend van Columbus en een van de beroemdste ridders van de orde
+van Santiago. Ojeda was bij de mijnen als hoofdopzichter gebleven.
+
+Columbus gaf Margarite zeer uitvoerige voorschriften. Zij leggen
+het getuigenis af van zijn gezond oordeel, zijn menschlievendheid en
+zijn edel streven, om nuttig te zijn. De oprechtheid van Columbus is
+boven allen twijfel verheven. In dit geschrift zegt hij: "Behandel
+de Indianen met de grootste vriendelijkheid. Bescherm hen tegen
+onrecht en beleedigingen. Betaal alles ruim, wat gij van hen krijgt
+voor het onderhoud van de troepen. Stel alles in het werk, om hun
+vertrouwen, hun vriendschap te verwerven. Maken de behoeften van
+het leger het volstrekt noodzakelijk, dat gij van hen neemt, wat zij
+niet willen afstaan, doe het dan zoo zacht mogelijk en poog hen door
+vriendelijkheid en bewijzen van genegenheid te troosten. Vergeet het
+nooit, dat Hunne Majesteiten meer op de bekeering van de wilden gesteld
+zijn, dan op de voordeelen, die zij van hen zouden kunnen trekken."
+
+Al deze verstandige voorschriften sloeg Margarite in den
+wind. Voorspoed en geluk zouden het gevolg van hun getrouwe naleving
+zijn geworden. De laagheid van dezen troep Spanjaarden werd nu de
+aanleiding tot oorlog en ellende. De Indianen werden uitgeroeid,
+Spanje geschandvlekt, de menschheid onteerd en Columbus zelf moest
+onophoudelijk de gemeenste en laagste verwijtingen hooren.
+
+Het opperhoofd Caonabo was een beslist vijand; en daarbij schrander
+en sluw. Zijn tocht ter vernieling van het Spaansche garnizoen op
+La Navidad was met groote bekwaamheid en volkomen goeden uitslag
+volbracht. Nu bleek het duidelijk, dat hij een macht bijeen verzamelde,
+om de Spanjaarden te verdelgen, die op zijn gebied waren gekomen en
+zich in het fort St. Thomas trachtten te verschansen. Beklagenswaardig
+is 't lot van den mensch. Niemand kan het dit opperhoofd kwalijk nemen,
+dat hij de Spanjaarden uit zijn land wilde jagen, die hun slecht
+karakter reeds hadden getoond in de behandeling van de inlanders. Aan
+den anderen kant kan niemand het in Columbus afkeuren, dat hij zijn
+volk naar de binnenlanden zond, om goud te zoeken. Columbus kon met
+een goed geweten God bidden om bescherming voor zijn kolonie. Even
+oprecht kon Caonabo de goden, die hij aanbad, smeeken de vreemde
+indringers te verdrijven.
+
+Ojeda begeleidde het leger met omstreeks 400 man naar St. Thomas,
+waar hij Margarite moest helpen en de onderzoekers, achterlaten. Er
+werd verteld, dat vijf Indianen drie Spanjaarden bestolen hadden. Hun
+opperhoofd werd beschuldigd van den buit met hen te hebben gedeeld,
+in plaats van hen te straffen. Ojeda kreeg een Indiaan in handen, die
+gezegd werd een van de dieven te zijn. Op een openbaar plein van een
+Indiaansch dorp sneed men hem de ooren af. Toen hij het opperhoofd,
+diens zoon en neef gevangen genomen had, zond hij ze allen geboeid
+naar Isabella.
+
+Een naburig opperhoofd, die bewijzen van genegenheid jegens de
+Spanjaarden gegeven had, verzelde de van angst bevende gevangenen,
+om vergiffenis voor hen af te smeeken. Columbus sloeg geen acht
+op die vriendelijke tusschenkomst. Hij liet de drie gevangenen
+met de handen op den rug gebonden naar het openbaar plein brengen,
+door den omroeper hun misdaad bekend maken, en gaf daarna bevel de
+dieven te onthoofden. Om dit wreede bevel te rechtvaardigen, zegt
+Oviedo, dat het noodig was schrik onder de inboorlingen te brengen,
+opdat dezen eerbied kregen voor het eigendom van de blanken, en dat
+de Indianen zelf iemand, die zich aan diefstal had schuldig gemaakt,
+een puntigen haak van onderen tusschen de ruggegraat en de huid staken,
+zoodat hij tusschen de schouders uitkwam, of m.e.w. hem spietsten.
+
+Columbus had echter geen plan de wreede straf werkelijk te doen
+ondergaan. Toen men op de strafplaats gekomen was, stortte het
+bevriende opperhoofd bittere tranen en smeekte op de roerendste wijze,
+om het levensbehoud van zijn vrienden. Hij verzekerde den admiraal,
+dat het niet meer gebeuren zou, en dat hij zijn eigen leven tot pand
+gaf, als er opnieuw een misdaad plaats greep. De admiraal gaf toe,
+en de gevangenen werden in vrijheid gesteld.
+
+Columbus had reeds eenigen tijd geleden toebereidselen gemaakt,
+om onder zeil te gaan en met zijn smaldeel nieuwe rijken op te
+zoeken. Zooals bekend is hield hij Cuba niet voor een eiland, maar
+voor een deel van het vasteland van Azië. Nu was zijn plan langs de
+zuidelijke kust van deze groote kaap te kruisen.
+
+De kleine vloot vertrok den 14en April 1494. Het bestuur over Isabella
+werd aan Don Diego Columbus toevertrouwd. De schepen voeren naar
+'t Westen, hielden zich een korten tijd te Monte Christo op, en
+wierpen het anker in de baai van La Navidad. Toen zij den 29sten de
+westelijkste kaap van St. Domingo omtrokken, kwamen de schepen in
+'t gezicht van de oostelijkste kaap van Cuba, die Columbus Alpha en
+Omega genoemd had, doch nu Kaap Ataysi heet. Het kanaal tusschen de
+twee eilanden is ongeveer 54 mijlen breed. Toen men dit kanaal door
+was en omstreeks 60 mijlen langs de zuidkust van Cuba gevaren had,
+wierp men het anker in een ruime haven, waaraan Columbus den naam
+van Puerto Grande gaf, maar die nu Guantanamo genoemd wordt.
+
+Aan de hutten en de vuren op het strand kon men zien, dat er menschen
+woonden. Met eenige goed gewapenden ging Columbus aan land, maar er was
+alweer geen enkel Indiaan te zien, omdat allen naar de bergen gevlucht
+waren. De Spanjaarden vonden voedsel in overvloed, waarvan zij gretig
+gebruik maakten. Juist toen de maaltijd afgeloopen was, zagen zij
+op een afgelegen hoogte een zeventigtal Indianen, die hen met vrees
+en verwondering bekeken. Toen zij naar hen toegingen, namen allen de
+vlucht, behalve één. Deze waagde het te blijven staan, ofschoon ook
+hij zich gereed maakte, om ieder oogenblik weg te kunnen loopen.
+
+Columbus zond een Indiaanschen tolk met geschenken vooruit. De dappere
+jongeling liep naar hem toe. Nadat hij de geschenken ontvangen had,
+en hem verzekerd was, dat de Spanjaarden niets kwaads in den zin
+hadden, haastte hij zich zijn landgenooten hiermee in kennis te
+stellen. Dezen keerden daarop, hoewel beschroomd en met aarzelende
+schreden, terug. Zij waren naar het strand gegaan, om visch te vangen,
+daar het opperhoofd een naburig opperhoofd een groot feestmaal
+wilde aanrichten. Om de visch goed te houden was ze gebraden. De
+hongerige Spanjaarden aten alles op, maar de vriendelijke inboorlingen
+zeiden, dat dit niets was, want als zij één nacht vischten, zou het
+verlies weer hersteld zijn. Maar Columbus stond er met zijn gewone
+rechtvaardigheid op, dat alles zou worden betaald. Zoo scheidden de
+Spanjaarden en de Cubanen, ingenomen met elkander.
+
+Toen men nog westelijker zeilde, scheen het land vruchtbaarder en
+volkrijker te worden. Aan het strand stond het vol mannen, vrouwen en
+kinderen, die met verwondering naar de vloot keken, welke langzaam op
+een afstand van een mijl voortdreef. Eindelijk bleef zij in een andere
+groote baai liggen, waar omheen men schoone natuurtafereelen zag. Het
+was de baai, die nu St. Jago heet. Hier bracht de vloot den geheelen
+nacht door. De inboorlingen schenen alle vrees voor de vreemdelingen
+te hebben afgelegd, kwamen in grooten getale met hun kano's naar de
+schepen, en boden den Spanjaarden de grootste gastvrijheid aan.
+
+Overal vroeg Columbus naar goud, en bijna altijd wezen de inboorlingen
+naar het Zuiden, te kennen gevende, dat daar een eiland was, waar dit
+kostbaar erts in overvloed aangetroffen werd. Den 3en Maart wendde
+Columbus den steven derwaarts, en verliet hij Cuba's kust om dit
+eiland op te sporen. Na een vaart van eenige uren verhieven aan den
+horizon prachtige bergen hun kruin, alsof het wolken waren. Toen de
+zeelieden er dichter bij kwamen, kregen zij een wonderschoon tooneel
+te aanschouwen. Gewoon als zij waren weelderige paradijzen te zien,
+die uit de glinsterende golven oprezen, konden zij zich hier niet
+weerhouden hun verwondering door gejuich lucht te geven bij het zien
+van de bergen en dalen, de bosschen en schilderachtige dorpen, die
+in telkens afwisselende bevalligheid hun oogen verrukten.
+
+Toen zij dicht bij de kust waren, ging de wind liggen en lag de vloot
+geheel stil als op een zee van glas. Terstond kwamen ongeveer 70 met
+krijgslieden bezette booten naar hen toe. Deze onverschrokken mannen,
+die zich beschilderd en met veeren versierd hadden, zwaaiden hun
+lansen en gilden vreeselijk. Bij het nader komen stelden zij zich in
+slagorde, als om een verschijning aan te vallen, die in hun oog met
+bovenaardsche macht was bekleed.
+
+Zoodra een van de kano's gepraaid kon worden, begon een inlandsche tolk
+met de Indianen te spreken. Zijn verzekering, dat de vreemdelingen hun
+vriendschap zochten, en de krachtige invloed van naar hun schatting
+kostbare geschenken, die in hun boot gebracht werden, ontwapenden
+hun vijandelijke houding. De kleine vloot van kano's ging om de
+Spaansche schepen liggen, ten einde naar de zonderlinge verhalen der
+Spanjaarden te luisteren. Intusschen wakkerde de wind aan en kon het
+smaldeel ongemoeid zijn reis vervolgen. Het is wel waarschijnlijk, dat,
+als Columbus er niet geweest was, de Spaansche matrozen zich zouden
+vermaakt hebben met de uitwerking te zien, die eenige kanonschoten met
+schroot gemaakt hadden op die dicht opeengepakte menigte in de kano's.
+
+Een korte vaart bracht hen in een ruime haven, waar Columbus bleef
+liggen. Hij noemde haar de St. Gloria-baai, ging aan land, stak een
+kruis en de Spaansche vlag in den grond, en nam het eiland in naam van
+zijn vorsten in bezit. Eén van de schepen had een lek bekomen, en moest
+noodig gekield en gekalefaat worden. Daar verschenen onverwachts twee
+groote kano's, met krijgslieden bemand, die hun werpspiesen naar het
+scheepsvolk slingerden; maar niemand kreeg letsel, omdat de afstand
+nog te groot was. Al heel spoedig stond het strand vol menschen,
+als razenden met hun wapens zwaaiende. Zij gilden ook akelig.
+
+Deze inboorlingen schenen niet zoo zachtmoedig te zijn als die
+van Cuba en Haïti, maar vertoonden veeleer al de wildheid van de
+Caraïbiërs. Het werd vóór alles noodig het schip te kielhalen,
+en tevens vond Columbus het goed de wilden bang te maken, opdat zij
+van deze gelegenheid geen voordeel trekken en hem niet met een groote
+overmacht aanvallen zouden. Of dit plan wijs was is een zaak, waarover
+men verschillend kan denken; maar geen rechtschapen man zal volhouden,
+dat leedvermaak hem tot deze daad leidde.
+
+Columbus kon met zijn schepen niet dicht aan wal komen, omdat het
+water zoo laag stond. Daarom zond hij verschillende goed bemande en
+gewapende booten uit. Of zij gewacht hebben tot ze aangevallen werden,
+is onbekend; maar zeker is het, dat zij de Indianen de volle laag
+gaven, zoodra de afstand het schieten met de kruisbogen toeliet. Velen
+werden gewond, en de anderen namen de vlucht. De Spanjaarden,
+die maliënkolders aan hadden, waar de pijlen der wilden niet door
+konden dringen, gaven de vluchtenden nog eens de volle laag, en lieten
+tegelijkertijd een sterken bloedhond op hen los, die hen met de kracht
+en de wreedheid van een tijger vervolgde en velen verscheurde.
+
+Dit is de eerste maal, dat wij van het gebruik van den vreeselijken
+bloedhond melding vinden gemaakt bij de mishandeling van de
+Indianen. Daar nu de ontstelde bewoners geheel uiteen waren
+gedreven, en men geen vrees behoefde te koesteren, dat zij weer
+terug zouden komen, nam Columbus ook dit eiland in bezit, en noemde
+het Santiago. Gelukkig heeft het later den veel schooneren en meer
+Indiaansch klinkenden naam van Jamaica gekregen. Het is een onaangename
+herinnering, dat de komst van Europeanen op dit eiland vergezeld is
+gegaan van zooveel wreedheid.
+
+In den verderen loop van dezen noodlottigen dag zag men geen
+Indianen meer. Den volgenden morgen echter liepen er in de verte zes
+inboorlingen, die al dichter en dichter bij de Spanjaarden kwamen en
+teekens van vriendschap gaven. De admiraal ontving hen minzaam, en toen
+vertelden zij, dat zij namens vele opperhoofden vredesvoorslagen kwamen
+aanbieden. Columbus antwoordde, dat het zijn ernstige begeerte was,
+om met alle menschen in vrede te leven, maar dat hij tevens de macht
+bezat hen met de grootste gestrengheid te straffen, wanneer het bleek,
+dat zij verraders waren. Ten bewijze dat hij een broederlijk verkeer
+wenschte, gaf hij vele geschenken voor de opperhoofden mee, waarop hij
+wist, dat zij den hoogsten prijs stelden. Wie kan de waarde schatten,
+die een geslepen mes voor een wilde heeft, wanneer hij zijn boog en
+pijlen steeds met steenen snijden moest?
+
+De Indianen waren juist als kinderen, want op eenmaal hield alle
+vijandelijkheid op. In groote menigte kwamen zij op de werf, waar
+Columbus zijn schepen kalefaatte. Drie dagen lang, ging men op de
+vriendelijkste wijze met elkaar om. Maar deze Indianen waren stellig
+zeer oorlogzuchtig. Zij hadden geduchte wapenen, en hun kano's waren
+uit den stam van een enkelen mahonieboom heel kunstig gemaakt. Columbus
+nam van een er van de maat, en bevond, dat de lengte 96, en de breedte
+8 voet bedroeg.
+
+Toen de schepen hersteld waren, en men drinkwater ingenomen had, zette
+men de kustvaart naar 't Westen voort. Er woei een zachte bries, en het
+water was zóó doorschijnend, dat men de steentjes, die vele vademen
+diep lagen, zien kon. Terwijl de karveelen langzaam voortgingen,
+hadden zij menigmaal de kano's van de wilden om zich heen. Uit elke
+baai, van elke rivier en elke landtong schoten zij toe. Het eiland
+scheen zeer bevolkt en alle bewoners waren vriendelijk en begeerig,
+om tot elken prijs eenige Europeesche sieraden te krijgen.
+
+Columbus vroeg maar altijd om goud; doch men vond niets, en hoorde
+er zelfs niet van. Om al die teleurstellingen keerde hij naar wat hij
+het vasteland van Cuba noemde terug. Maar of 't een eiland was of niet
+bleef nog onzeker, en daarvan wilde hij zekerheid hebben. Er kwam een
+Indiaansche jongeling aan boord, die Columbus smeekte, hem mee naar
+Spanje te nemen. Misschien werd hij door nieuwsgierigheid gedreven,
+om de oorden te zien, van waar de zonderlinge vreemden kwamen. De
+bloedverwanten van dezen jongeling smeekten hem op de aandoenlijkste
+wijze, of hij zijn plan wilde laten varen. Maar hij bleef er bij,
+ofschoon de jonge teergevoelige man tranen stortte, toen hij zijn
+familie verliet. Na bekomen verlof om mee te gaan, verborg hij zich
+in een hoek van 't schip, om geen getuige van de smart der zijnen te
+wezen. 't Is jammer, dat we naderhand niets meer van hem vernemen.
+
+Den 18en Mei bereikte Columbus de kust van Cuba, en de eerste kaap,
+waar hij aankwam, noemde hij Cabo de la Cruz. Nog heet die zoo. Hier
+lag een dorp, waarvan de inwoners, die van Columbus' eerste reis
+gehoord hadden, hen met de meeste vriendelijkheid ontvingen. Columbus
+vroeg aan de bekwaamste opperhoofden of Cuba een eiland was. Zij gaven
+allen zonder uitzondering hetzelfde ongerijmde antwoord, dat Cuba
+een eiland was, maar grenzenloos. Niemand, zeiden zij, is er ooit
+in geslaagd het einde er van te bereiken. Hierdoor werd Columbus in
+zijn meening versterkt, dat hij bij het vasteland van Azië was. Toen
+hij de reis naar 't Westen voortzette, dacht hij spoedig bij het
+beroemde en schoone rijk van den grooten Khan te zullen komen. Hij
+voer langs de zuidelijke kust en kwam zoo in een eilanden-zee, waarin
+honderden eilanden lagen, die zeer in grootte en vorm verschilden en
+alle prachtig groen waren. De meeste waren onbewoond. De vaarwaters
+tusschen die eilanden waren even kalm, als het water van een geheel
+afgesloten bergmeer. De bloemen bloeiden heerlijk, en in de bosschen,
+op de velden en wateren was het vol van de schoonste vogels, zooals
+men die in de heete luchtstreek aantreft.
+
+Op een van de grootste eilanden, dat Columbus Santa Marta noemde, ging
+hij aan land. Men schreef den 22en Mei. Dit eiland was niet onbewoond,
+maar alle bewoners hadden hun huizen verlaten, om, zooals later bleek,
+te gaan visschen. Langzaam zeilde Columbus in die nauwe vaarwaters
+voort, en kwam 50 mijlen verder op den 3en Juni in een groot Indiaansch
+dorp. Ook hier werden de vreemdelingen met die minzaamheid ontvangen,
+die men overal op het eiland Cuba aantrof.
+
+Men verzekerde Columbus opnieuw, dat dit eiland aan de westzijde
+geen grenzen had. De wind was zeer gunstig, en daar de admiraal zeer
+gaarne spoedig in de beschaafde rijken van Azië wilde komen, werd
+de tocht voortgezet. Een watervlakte, waarin geen enkel eiland lag
+en die wel 100 mijlen lang was, strekte zich voor hen uit. Rechts
+lag de met bosch bedekte kust van Cuba, en links zag men de wijde,
+opene zee. Het was prachtig weer, en de vloot bleef zoo dicht bij
+de kust, dat de inboorlingen in troepen naar het strand liepen en
+sommigen zwemmend, anderen in kano's naar de schepen gingen. De zachte
+nachtwind bracht het gezang en de wilde muziek van de inlanders naar
+de schepelingen over. Men vermoedde, dat de wilden op die manier de
+komst van de hemelsche bezoekers vierden.
+
+Die toen zoo volkrijke streek is nu een dorre woestenij. Er leeft
+niet één afstammeling meer van die Indianen, wier vreedzame woningen
+destijds de heuvels en de dalen versierden. Humboldt is vóór eenige
+jaren des nachts ook langs die kust gevaren. Hij schrijft:
+
+"Een groot deel van den nacht bleef ik op het dek. Wat een eenzame
+kust! Geen licht verraadt het bestaan van een visschershut. Van
+Batabano af tot Trinadad toe, dat toch een afstand is van 150 mijlen,
+ziet men geen enkel dorp. En in de dagen van Columbus was dit land
+toch bewoond tot aan de kust toe. Maakt men putten in den grond, of
+komen er door watervloeden gaten in het zand, dan vindt men dikwijls
+steenen bijlen, koperen vaatwerk, en overblijfsels van de oude bewoners
+van dit land."
+
+Na een tweedaagsche vaart kwam de vloot bij een andere eilandengroep,
+maar 't was hier vooral zeer moeilijk en gevaarlijk tevens voor de
+schepen, om zich door die nauwe en kronkelende wateren een weg te
+banen. Columbus hield echter maar steeds westwaarts aan. Ieder uur
+hoopte hij de een of andere aanwijzing te krijgen, waardoor 't zeker
+was, dat hij het oostelijk keizerrijk naderde. Maar dag aan dag zag
+hij niets dan naakte wilden en lage hutten. Ook was de tongval van de
+Indianen in deze verwijderde streken zelfs voor de tolken van Haïti
+onverstaanbaar. Door gebaren kon men ook al zeer weinig van hen te
+weten komen. Columbus maakte er uit op, dat hij langs de stranden
+van het vasteland van Azië voer.
+
+Alle metgezellen van Columbus, en hiertoe behoorden vele geleerden
+en ervaren zeelieden, meenden dat er ook uit op te moeten maken. De
+schepen hadden echter door de lange reis veel geleden; het touwwerk was
+versleten en de zeilen waren gescheurd. De levensmiddelen raakten op,
+en hierdoor vooral werden de matrozen ontevreden en morrend. Nieuws
+zag men niet meer, en ieder wenschte terug te keeren. Columbus zelf
+achtte het ongeraden nog langer door te varen. Alle officieren en de
+knapste mannen liet hij bij zich komen. Eenstemmig verklaarden zij,
+dat Cuba geen eiland kon wezen, en dat zulk een verbazend groot rijk
+tot een vastland moest behooren.
+
+De admiraal achtte het van het grootste belang, dat zijn gevoelen
+door alle schepelingen zou worden gedeeld. Daar hij bewijzen te over
+had, dat zijne talrijke vijanden geneigd zouden wezen, zijn opgaven
+onnauwkeurig of wel geheel onjuist te noemen, en zijn ontdekkingen
+voor onbeteekenend te houden, wenschte hij voor het feit van de
+ontdekking zulk een onloochenbaar bewijs te hebben, dat de geheele
+wereld het erkennen moest. Daarom zond hij een vertrouwd officier naar
+ieder schip, die ieders gevoelen vragen en eischen moest, dat men de
+waarheid met een eed bevestigde. Niemand mocht worden overgeslagen
+van den kapitein af tot den scheepsjongen toe. Aan ieder werd gezegd,
+dat men, bij den minsten twijfel of het land, dat men nu zag, wel
+het vasteland van Indië was, dien twijfel en de reden daarvan moest
+uitspreken. Later kon dan die zaak behandeld worden.
+
+Voorts werd bepaald, dat elke officier een boete van 1000 marevedi [5]
+betalen zou, en dat een gemeen matroos 100 zweepslagen zou ontvangen
+en men hem de tong uit den mond snijden zou, als hij later verklaarde,
+dat hij uit eigenbelang een valsch getuigenis had afgelegd en niet
+geloofde, dat men bij een vastland gekomen was. Dit deed Columbus,
+om te voorkomen, dat sommigen naderhand zouden zeggen: Wij hebben de
+waarheid niet gezegd; wij waren niet vrij en durfden niet anders. Luim
+of kwaadwilligheid konden Columbus dan van bedrog beschuldigen,
+en beweren, dat hij de souvereinen met zijn gewaande ontdekkingen
+bedriegen wilde.
+
+Deze wreede straf, waarmee de onwetende, bijgeloovige zeelieden,
+die gemakkelijk waren om te koopen, om een getuigenis af te leggen
+naar den wensen van Columbus' vijanden, bedreigd werden, doet zien,
+hoe bitter hij gestemd was door de telkens tegen hem gesmeede
+samenzweringen, tegen hem, die men een verwaanden vreemdeling, een
+"zoon van niemand" noemde. Ofschoon het waar is, dat Columbus geen
+plan had die straf toe te passen, blijft het toch te bejammeren,
+dat hij haar liet aankondigen. Het werd een nieuw wapen in de hand
+van hen, die gaarne zijn ondergang zagen.
+
+De bekwame zeelieden en aardrijkskundigen aan boord bekeken zeer
+nauwkeurig de kaarten. Na rijpe beraadslaging gaven zij eenstemmig als
+hun gevoelen te kennen, dat zij het vasteland hadden bereikt. Onder
+eede verklaarden zij hieraan niet te twijfelen, en tevens, dat zij
+langs de bochtige kusten van Cuba meer dan 1000 mijlen hadden afgelegd,
+en er nog geen eind aan 't land te zien was. Iedereen op de schepen
+stemde met de algemeene verklaring in. Columbus zelf geloofde ook
+stellig, dat hij 't vasteland van Azië bereikt had, en heeft in die
+overtuiging niet alleen geleefd, maar is er ook in gestorven.
+
+Toen deze belangrijke, schriftelijke verklaring werd opgesteld, waren
+de schepen zoo dicht bij de westelijkste punt van het eiland, dat ze
+nog maar drie dagen hadden behoeven voort te gaan, om de vergissing
+te bemerken. Was dit geschied, dan zou de vloot de groote golf van
+Mexico vóór zich gehad hebben.
+
+Het smaldeel ving den terugtocht aan, en voer langs de kusten in een
+zuid-oostelijke richting. Weldra kwamen zij bij een groep kleine
+eilanden, waarvan de meeste naakte rotsen vormden. De Spanjaarden
+noemden ze _Cayos_, wat zandbanken of rotsen beduidt. Te midden
+van al die eilandjes verhief zich een prachtige berg, die tot in
+de wolken reikte, en een bewijs was, dat daar een zeer groot eiland
+lag. Columbus gaf zich geen tijd het te onderzoeken, mar bleef eenige
+uren in een van de havens, om hout en water in te nemen, en er een
+kruis en de Spaansche vlag te planten. Hij gaf dit eiland den naam
+van Evangelista, maar nu heet het Pijnboomen-eiland.
+
+Aan vele gevaren stonden ze op dezen tocht bloot door onbekende zeeën,
+vol rotsen en zandbanken. Ook kregen ze van tijd tot tijd een ongeluk,
+maar toch zetten ze de reis langs de kusten van Cuba naar 't Oosten
+voort. Het scheepsvolk was door het afmattend klimaat, het ongewone
+voedsel, aanhoudende inspanning en onafgebroken wacht houden, zeer
+verzwakt. Twee maanden lang hadden ze met moeielijkheden en gevaren
+geworsteld. Alle versche eetwaren bedierven spoedig door de brandende
+hitte. De visch moest dadelijk na de vangst gekookt en opgegeten
+worden. Ieder kreeg niet meer dan één pond beschimmeld brood daags,
+benevens een weinig wijn.
+
+Den 7en Juli liep Columbus een wonderschoone haven binnen, om zijn
+uitgeput volk rust te geven. De Indianen onthaalden hen rijkelijk,
+en Columbus plantte er als naar gewoonte een kruis en de vlag.
+
+Den 16en Juli werd het anker alweer gelicht. Men zette koers naar het
+Zuiden, om naar Hispaniola te gaan. Op die wijde en opene zee kregen
+ze zulke stormen, dat de vloot slechts als door een wonder behouden
+bleef. Geweldige tegenwinden dreven het smaldeel naar Jamaica. Bijna
+een maand lang moest men hier door die tegenwinden blijven. Haast
+iederen avond was Columbus genoodzaakt in een van de tallooze havens,
+die de kust hier vormt, te ankeren, en menigmaal deed hij dit op
+dezelfde plek, die hij 's morgens verlaten had.
+
+Vijandig waren de inlanders niet meer, want zij brachten overvloed
+van levensmiddelen en andere benoodigdheden. Ofschoon de bekoring
+van het nieuwe reeds lang geweken was, verrasten de schoonheid
+en vruchtbaarheid van dit heerlijk eiland Columbus toch zeer. De
+meesterlijke pen van Washington Irving beschrijft één van die
+natuurtooneelen aldus:
+
+"Toen de schepen den volgenden morgen, met een zachten wind in de
+zeilen, langzaam langs de kust voeren, zagen zij drie kano's, die van
+een in de baai liggend eiland kwamen. Een van die kano's was groot,
+zeer netjes bewerkt en geverfd. Deze was in 't midden, en de andere
+twee waren iets vooruit. In de eerste zat het opperhoofd met zijn
+familie, die uit zijn vrouw, twee dochters en vijf zonen bestond.
+
+"Een van de dochters, een achttienjarig meisje, had een schoon gelaat
+en zag er zeer goed uit. Haar zuster was iets jonger. Overeenkomstig
+de gewoonte van die eilanden waren beiden naakt. Aan den voorsteven
+van de kano stond de vaandeldrager van het opperhoofd, in een mantel
+gehuld, die van verschillend gekleurde veeren gemaakt was. Op zijn
+hoofd droeg hij een vederbos, en hij had een witte vlag in de hand,
+die in den wind wapperde. Twee Indianen, die een kleed droegen, dat
+dezelfde kleur en denzelfden vorm had, zaten met veeren helmen of
+hoeden en met geverfde gezichten op de trom te slaan. Een paar anderen
+hadden hoeden op het hoofd, die heel aardig van groene veeren gemaakt
+waren, en bliezen op trompetten van mooi, zwart en heel fraai gesneden
+hout. Nog waren er zes, die groote hoeden op hadden van witte veeren
+en de lijfwacht van het opperhoofd schenen te vormen.
+
+"Toen het opperhoofd bij het admiraalschip gekomen was, ging hij
+met den geheelen stoet aan boord. Hij droeg al de kenteekenen van de
+koninklijke macht. Een smalle band, met kleine, verschillend gekleurde
+steentjes, waarvan de meeste groen waren, versierde de slapen, en
+was op het voorhoofd met een groote gouden speld vastgehecht. Aan
+zijn ooren hingen met ringetjes van prachtige groene steentjes twee
+gouden platen. Hij had een halssnoer om van een soort witte koralen,
+die daar zeer kostbaar waren, en daaraan hing een groote gouden
+plaat, die den vorm van een lelie had. Eindelijk behoorde nog tot de
+koninklijke versierselen een gordel, die evenals de band om het hoofd,
+van allerlei soort van steenen vervaardigd was.
+
+"Zijn vrouw was ongeveer op dezelfde wijs uitgedost, maar zij had nog
+een katoenen boezelaar voor en katoenen banden om armen en beenen. De
+dochters hadden geen versieringen aan, behalve de oudste, die tevens
+de knapste was. Ook zij droeg een gordel, die geheel met steentjes
+bezet was, en er hing een plaat aan in den vorm van een klimopblad,
+die uit veelkleurige steentjes bestond en met katoen omboord was.
+
+"Zoodra het opperhoofd aan boord gekomen was, deelde hij aan de
+officieren en de manschappen geschenken uit, alle voortbrengselen van
+'t eiland zelf. De admiraal hield zich op dat oogenblik in zijn kajuit
+bezig met bidden. Toen hij op het dek verscheen, haastte het opperhoofd
+zich om hem te ontmoeten en sprak met een opgeruimd gelaat tot hem:
+
+"Mijn vriend! ik heb besloten mijn land te verlaten, en met u mee te
+gaan; want ik heb van de Indianen, die bij u zijn, gehoord, dat de
+macht van uw souvereinen onwederstaanbaar is; en ook dat gij in hun
+naam vele volken onderworpen hebt. Al wie gehoorzaamheid weigert,
+is zeker van gestraft te worden. Gij hebt de kano's en woningen van
+de Caraïbiërs vernield, hun krijgslieden verslagen en hun vrouwen en
+kinderen gevangen genomen. Al deze eilanden vreezen u, want wie kan
+u weerstaan, nu gij de geheimen van het land en de zwakheid van het
+volk kent? En daarom wil ik liever met al de mijnen op uwe schepen
+gaan, uw koning en koningin hulde bewijzen en uw land zien, dan dat
+gij al mijn landen neemt."
+
+"Toen deze woorden vertaald waren geworden, en Columbus de vrouw,
+de dochters en de zoons van den cacique zag, en aan de valstrikken
+dacht, waaraan hun onkunde en eenvoud hen zouden blootstellen,
+kreeg hij medelijden en besloot hen niet aan hun geboorteland te
+ontrukken. Daarom liet hij het opperhoofd antwoorden, dat hij hem als
+een leenman van zijn vorsten zou beschermen, en dat hij later zijn
+wenschen zou vervullen, maar nu nog eerst vele landen moest bezoeken
+vóór hij naar zijn land kon terugkeeren. Daarop keerde het opperhoofd,
+na met vele verzekeringen van vriendschap afscheid te hebben genomen,
+met zijn familie en den geheelen stoet in de kano's naar het eiland
+terug, en de schepen zetten den tocht weer voort."
+
+Columbus had nog een groote reis te doen. Door stormen werd hij
+beloopen en de schepen verstrooid, terwijl hij bovendien nog met
+vele gevaren en tegenspoeden had te kampen. Angst en arbeid hadden
+hem letterlijk uitgeput. Het harde lot van den minsten matroos had
+hij gedeeld, en meer dan dat, want als anderen onder het loeien van
+stormen sliepen, bracht hij slapelooze nachten door en tartte hij het
+geweld van den storm alleen. Aller leven hing van hem af, en de wereld
+verbeidde met verlangen den uitslag van zijn onderneming. Plotseling
+werd hij door een beroerte getroffen, en op eenmaal had hij zijn
+geheugen, zijn gezicht en zijn verstand verloren. In een staat van
+volkomen bewusteloosheid, in een gevoelloosheid, die met den dood
+gelijk stond, werd de heldhaftige admiraal in de haven van Isabella
+gedragen. Wanneer hij van die verdooving in den slaap was overgegaan,
+waaruit men niet meer ontwaakt, zou het voor hem, om zoo te zeggen,
+een geluk zijn geweest.
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE TERUGREIS NAAR SPANJE EN DE DERDE REIS.
+
+
+Den 29n September 1494 zeilde de kleine vloot de haven van Isabella
+binnen, met den bijna dooden en nog geheel en al bewusteloozen
+admiraal aan boord. Columbus had te Isabella wel veel vijanden,
+maar toch ook veel vrienden, die zich over zijn lang wegblijven zeer
+ongerust hadden gemaakt, en zich verheugden, dat hij, ofschoon dan
+ook verbazend zwak, teruggekeerd was. Gedurende zijn afwezigheid was
+zijn teergeliefde, jongste broeder Bartholomeus uit Spanje gekomen,
+om zich met drie zwaar geladen en van allerlei benoodigheden voorziene
+schepen bij hem te voegen. Toen Columbus zijn bewustzijn herkreeg,
+was hij overgelukkig zijn broeder aan zijn zijde te vinden.
+
+Bartholomeus was een veel flinker man, dan zijn zachtmoedige en
+beminnelijke oudere broeder Diego. Zijn voorkomen en zijn stem waren
+even krachtig als zijn geest. Hij was volkomen thuis in de toenmaals
+beoefende vakken, en kon vloeiend Latijn schrijven. Columbus benoemde
+hem terstond tot luitenant-generaal over zijn gebied, dat toen reeds
+grenzenloos heette. Hoofdzakelijk echter bepaalde zich zijn bestuur
+tot de volkplantingen te Isabella en te St. Thomas.
+
+Haïti was toen in vijf deelen verdeeld, en in elk daarvan woonde
+een onafhankelijke volksstam. Over elken stam regeerde een erfelijk
+opperhoofd, die door mindere hoofden werd bijgestaan. Men schatte toen
+de bevolking van het eiland op een millioen, maar dat was misschien wel
+wat overdreven. Men zal zich herinneren, dat Don Pedro Margarite met
+een leger van 400 man een onderzoekingstocht op het eiland deed. Hij
+stoorde zich aan de ontvangen voorschriften niet, zocht niets dan
+zich zelf, en ging de vruchtbare velden van de Vega in, waar hij en
+zijn manschappen zich aan alle denkbare uitspattingen overgaven.
+
+Zij bestalen de Indianen, hielden drinkgelagen in hun huizen en maakten
+zich aan alle mogelijke buitensporigheden met hun vrouwen en dochters
+schuldig. Deze euveldaden kwamen den beminlijken Diego Columbus ter
+oore. Terstond werd er raad gehouden. Margarite ontving een strenge
+berisping en tevens het bevel, om den ontdekkingstocht voort te
+zetten. Maar de trotsche Spaansche edelman verachtte de Genueesche
+gelukzoekers, de "zoons van niemand." Hij sloeg de waarschuwingen
+in den wind, en ging voort allerlei wandaden te bedrijven. Tien
+Spanjaarden konden met hun ondoordringbare maliënkolders een honderdtal
+naakte Indianen op de vlucht jagen. Eindelijk waagden de tot wanhoop
+gebrachte inboorlingen het zich te verzetten: doch er werd een
+vreeselijke slachting onder hen aangericht.
+
+Caonabo zette een samenzwering op touw. Met een duizendtal krijgslieden
+trok hij tegen de Spanjaarden op, die als duivels in de woningen van
+zijn volk huishielden. Veel vijanden vonden den dood, en menschenbloed
+kleurde den grond. Het strekt Guanagari niet tot eer, dat hij weigerde
+tot het verbond van de 4 andere opperhoofden tegen de Spanjaarden
+toe te treden. Maar zijn liefde voor Columbus was zoo groot, dat
+hij ondanks al die afschuwelijke tooneelen zijn vriend bleef. Zelfs
+bood hij aan, om aan de zijde van de Spanjaarden tegen Caonabo en
+de zijnen te strijden, en dat nog wel na den door de Spanjaarden
+op een van zijn vrouwen gepleegden moord. Bovendien hadden zij hem
+nog een andere vrouw afgenomen. 't Kon zijn, dat hij tot dit besluit
+gekomen is, omdat Caonabo hem beleedigd had, en hij zich dus wreken
+wilde. Caonabo had n.l. bij gelegenheid van de vermoording van het
+Spaansche garnizoen ook zijn stad in de asch gelegd.
+
+Ojeda was een bekwaam en geducht krijgsman. Te midden van krijgsrumoer
+en den dood op het slagveld was hij het meest in zijn schik. Van
+top tot teen geharnast, wierp hij zich in de dichtste vijandelijke
+drommen, een verscheurenden en meedoogenloozen wolf gelijk, die op
+een kudde lammeren aanvalt.
+
+Margarite was niet alleen van een oude familie, maar tevens een
+gunsteling van den koning. De Spaansche edellieden op Hispaniola kozen
+in den regel zijn partij. De monnik Boyle, die aan het hoofd stond
+van een godsdienstige partij, schaarde zich ook aan zijn zijde. Tegen
+Columbus en zijn broeders bestond dus een zeer machtige partij van
+aanzienlijken. Zij konden maar niet vergeten, dat Columbus in de dagen
+van zijn verheffing adellijken en priesters gedwongen had het werk
+van het gemeene volk te doen, en zich zijn ontberingen te getroosten.
+
+De trotsche Margarite gaf zich uit voor den militairen bevelhebber
+van het eiland. Hij vertrouwde de zorgen voor het leger aan Ojeda toe,
+en keerde naar Isabella terug, om tegen den admiraal, die toen juist
+langs de kust kruiste, een samenzwering te bewerken. Hij verwaardigde
+zich niet eens Diego Columbus, die het bestuur in handen had, een
+bezoek te brengen, of zijn gezag op eenigerlei wijze te erkennen. In
+overleg met de edellieden, namen hij en Boyle, die bij den koning
+hoog stond aangeschreven, eenige schepen in bezit, en zeilden met een
+groot aantal ontevredenen naar Spanje. Allen wilden bij het Spaansche
+hof hun luide klachten over Columbus inbrengen.
+
+Zoo ongelukkig stonden de zaken, toen de admiraal in een toestand van
+volkomen bewusteloosheid de haven van Isabella binnenvoer. Nauwelijks
+had Columbus het bewustzijn weergekregen, of zijn trouwe vriend
+Guanagari kwam uit broederlijke genegenheid aan zijn ziekbed. Alle
+twijfel aan de trouw van dit opperhoofd was nu geheel uit het gemoed
+van den admiraal en zijn vrienden geweken. Ofschoon Columbus een zeer
+gevoelig man was, kon hij toch niet hartstochtelijk heeten. Veeleer
+was hij kalm, ernstig, bezadigd. Geen uittartingen waren in staat,
+hem zijn bedaardheid geheel te doen verliezen. Luisterde hij naar het
+verhaal van al de door de Spanjaarden gepleegde gruweldaden, was hij
+getuige van de onherstelbare schade, welke de kolonie geleden had,
+en al was hij tot in 't diepst van zijn ziel bewogen, toch was hij
+meer van droefheid dan van wraak vervuld.
+
+Al zijn gedachten richtten zich op de vraag, wat er gedaan moest
+worden, om den vrede te herstellen. Maar dit was ondoenlijk. Columbus
+had niet veel manschappen meer, want velen waren aan uitspattingen
+bezweken, anderen hadden in den strijd met de inboorlingen den dood
+gevonden, en ook waren er velen met de schepen weggegaan. De wilden
+verkeerden juist in de grootste wanhoop. De samenzwering had een
+groote uitbreiding gekregen en zij kon een groot aantal krijgslieden
+op de been brengen.
+
+Een Indiaansch opperhoofd, Guarionex genaamd, voerde het bevel over een
+der vijf deelen van Haïti. Columbus zond een gezantschap tot hem met
+de verzekering, dat de buitensporigheden van de Spanjaarden tegen zijn
+uitdrukkelijk bevel hadden plaats gegrepen, en dat het zijn ernstige
+wensch was op vriendschappelijken voet met de inlanders te leven. Hij
+gaf het opperhoofd rijke geschenken, behandelde hem in alle opzichten
+als een broeder, en haalde hem over, om zijn dochter uit te huwen aan
+den Indiaanschen tolk, die bij Columbus in hooge gunst stond, en aan
+wien hij den christennaam van Diego Colon gegeven had. Den beminlijken
+cacique kreeg hij door deze vriendelijkheden geheel op zijn hand.
+
+Boven allen was Caonabo de gevreesde krijgsman: De ridderlijke
+heldendaden van Ojeda hadden zijn bewondering opgewekt. De jonge
+Spanjaard vormde het plan het Indiaansche opperhoofd gevangen te
+nemen. Dit plan mocht met alle recht wild, hersenschimmig en uiterst
+gevaarlijk worden genoemd. Men zou het niet kunnen gelooven, als
+het niet van zeer geloofwaardige zijde werd bevestigd. Hij koos tien
+eedgenooten uit, die allen een schitterende wapenrusting en prachtige
+paarden kregen. Zij reden omstreeks 150 mijlen door de bosschen naar
+Ataguana, een van de voornaamste steden en tevens de woonplaats van
+het opperhoofd.
+
+Ojeda naderde hem met den meesten eerbied. Hij sprak hem aan als
+souvereinen vorst en verzekerde hem, dat hij met rijke geschenken
+tot hem kwam, om hem namens Columbus te smeeken, dat hij aan den
+wreeden oorlog een einde maken en vriendschappelijke betrekkingen
+aanknoopen zou. Caonabo, die met zijn volk verschrikkelijk geleden had,
+en twijfelde aan zijn macht den Spanjaarden te wederstaan, leende aan
+die voorstellen een willig oor. Ojeda werd met zijn gezellen gastvrij
+ontvangen. De valsche jonge Spanjaard trachtte op alle mogelijke
+wijzen het vertrouwen van het opperhoofd te verwerven.
+
+Hij stelde Caonabo voor hem naar Isabella te vergezellen, waar hij door
+Columbus, hiervoor durfde hij instaan, met de meeste onderscheiding
+ontvangen, en met geschenken overladen zou worden. De admiraal zou
+zijn vriend en bondgenoot worden, en hem bij al zijn plannen helpen.
+
+In de kapel van Isabella hing een klok, en als die voor den kerkdienst
+geluid werd, wat natuurlijk dagelijks geschiedde, dan klonken de
+tonen heinde en ver over bergen en dalen, tot geen geringe verbazing
+van de inlanders. De Spanjaarden bezaten niets, wat zulk een diepen
+indruk maakte als die klok. Caonabo zwierf menigmaal in den omtrek
+van de kolonie rond, om naar die wondervolle tonen te luisteren. Nu
+vertelde Ojeda aan Caonabo, dat Columbus, om een bewijs te geven,
+hoezeer hij in oprechtheid zijn vriendschap zocht, hem die klok ten
+geschenke wilde aanbieden. Hij zou hem wel helpen haar in zijn paleis
+op te hangen. Deze verleiding was te groot, en het opperhoofd stemde
+er in toe met den verraderlijken Spanjaard mee te gaan naar Isabella.
+
+Toen het uur van vertrek gekomen was, verwonderde Ojeda zich,
+dat Caonabo zulk een groote krijgsmacht had bijeen gebracht, om
+hem te vergezellen. Toen hij hiervan de reden vroeg, antwoordde het
+opperhoofd: "Het past een groot vorst als mij niet bij den Spaanschen
+admiraal met een armzaligen stoet te komen."
+
+Ojeda begon te vreezen, dat het opperhoofd ook een valsch spel speelde,
+en dat hij heimelijk plan had òf den admiraal gevangen te nemen òf het
+garnizoen bij verrassing in te sluiten. Intusschen had zich de stoet in
+beweging gezet. Aan de oevers van een rivier ging men eindelijk rust
+houden, en daar hadden feestelijkheden plaats, die door Spaansche en
+Cubaansche spelen werden afgewisseld. Ojeda had een stel handboeien,
+die van gepolijst staal vervaardigd waren. De inlanders zagen ze
+voor sieraden aan, zooals zij ze nog nooit hadden gezien. Ojeda
+maakte Caonabo wijs, dat de Spaansche vorsten zulke sieraden droegen,
+als zij in feestgewaad wilden verschijnen. Hij stelde Caonabo voor,
+om met die handboeien aan achter hem op het paard te gaan zitten,
+en dan zoo in het kamp te rijden. De heele bevolking zou hem dan vol
+bewondering aanstaren.
+
+Het opperhoofd stemde hierin toe, en de kleine troep ruiters ontving
+de noodige bevelen. De cacique kreeg de boeien aan, en ging op een
+fikschen hengst achter Ojeda zitten. Na eenige sprongen vormden
+de ruiters een kring om hem heen, gaven hun dravers de sporen, en
+verdwenen met hun buit in het dichtst der bosschen. Met de blanke
+sabels in de hand dreigden zij den cacique met een onmiddellijken dood,
+wanneer hij tegenstand bood. Zij moesten zoo nog bijna 150 mijlen
+afleggen; doch de reis werd gelukkig volbracht, en de gevangene in
+triomf in het fort te Isabella opgesloten.
+
+Columbus vergat het verraderlijke van de daad, omdat het hem toch
+genoegen deed den geduchtsten vijand van de Spanjaarden in zijn
+macht te hebben. De stoutmoedige vorst van de Caraïbiërs werd streng
+bewaakt. Hij bewaarde een trotsche houding, en wilde geen gunsten
+vragen, of eenig teeken van onderwerping geven. Hij scheen de daad van
+Ojeda zeer te bewonderen, al was hij dan ook het slachtoffer van die
+krijgslist. Toen Columbus zijn cel binnentrad, bewees hij hem niet
+den minsten eerbied, maar toen Ojeda kwam, stond hij op en groette
+hem zeer beleefd. Toen hem gevraagd werd, waarom hij den gouverneur
+met minachting bejegende, en een van zijn onderdanen hulde bewees,
+gaf de trotsche cacique ten antwoord:
+
+"De admiraal heeft nooit den moed gehad in het hart van mijn land
+te komen, om mij te vatten. Alleen door de dapperheid van Ojeda ben
+ik een gevangen man. Hem dus ben ik eerbied verschuldigd, maar den
+admiraal niet."
+
+De onderdanen van Caonabo betreurden zijn gevangenschap zeer. Een
+van zijn broeders bracht een leger van 7000 man op de been, om hem te
+bevrijden. Ojeda viel met een aantal geharnaste ruiters onverhoeds op
+hen aan, en dreef ze op de vlucht. Hun blanke sabels, hun wapenrusting,
+waar geen werpspies of pijl door kon komen; de bloedhonden, die
+de naakte Indianen bij de keel grepen en ze op den grond wierpen;
+en vooral de wilde dieren, waarop de Spanjaarden reden, en die in
+hun oog waren, wat leeuwen en tijgers voor vrouwen en kinderen zijn,
+stelden weinige honderden soldaten in staat een tienmaal grooter aantal
+Indianen op de vlucht te drijven. Ojeda kende geen genade. De arme
+inlanders, die voor de rechtvaardigste zaak vochten, werden vermoord,
+zooals wolven het lammeren doen.
+
+Omstreeks dezen tijd kwamen er vier schepen uit Spanje met vele
+benoodigdheden. Zij brachten zoowel van Ferdinand als van Isabella de
+vleiendste brieven mee. Margarite en de monnik Boyle waren nog niet in
+Spanje aangeland, en hadden dus met hun kwaadaardige schotschriften
+nog geen vergif gegoten in de harten van de monarchen. De beide
+majesteiten hadden een bevel uitgevaardigd, waarbij den kolonisten
+werd bevolen Columbus zoo onvoorwaardelijk te gehoorzamen als zij het
+den koning en de koningin zouden doen. Den admiraal werd ook verzocht
+naar Spanje te komen, om met zijn ondervinding het hof te helpen in
+het trekken van de aardrijkskundige lijn, die de ontdekkingen van
+Portugal van die van Spanje scheiden zou.
+
+Columbus was echter van gevoelen, dat hij op dat oogenblik de
+kolonie nog niet verlaten mocht, want de verwarring was groot. In de
+mijnen werd niet meer gearbeid. De zware ziekte, waardoor hij was
+aangetast, kluisterde hem nog aan het bed. Daarom besloot hij zijn
+broeder Diego naar Spanje terug te zenden, om daar zijn belangen
+te behartigen. Aangezien hij geen goud meegeven kon, zond hij 500
+opgelichte inlanders, die naar zijn meening te Sevilla als slaven
+verkocht konden worden.
+
+Het is jammer, dat de schitterende roem van Columbus door zulk
+een smet bezoedeld is. Maar de gewoonten van zijn tijd strekken
+eenigszins tot zijn verschooning. Lang te voren was het voorbeeld
+zoowel door Spanjaarden als Portugeezen gegeven, toen zij ontdekkingen
+in Afrika deden, waarbij de slavenhandel een van de grootste bronnen
+van inkomsten had uitgemaakt. Bovendien was de daad zelf door de
+kerk geheiligd, want de voornaamste godgeleerden hadden verklaard,
+dat alle barbaarsche en ongeloovige volken, die hun oogen voor de
+waarheden van het christendom sluiten, geschikte voorwerpen zijn voor
+oorlog en roof, voor gevangenschap en slavernij.
+
+Deze overweging kan de groote misdaad van Columbus, het vernederen van
+de inlanders tot slaven, verzachten. De daad zelf echter zal altijd
+een onuitwischbare smet op zijn karakter blijven werpen. Columbus kon
+beter weten, en had wijzer behooren te zijn. Ook in die dagen waren
+er mannen, die er de schandelijkheid van inzagen, en zich er tegen
+verzetten. De goede Las Casas liet zich over die snoodheid vinnig uit,
+en met een oprechtheid, die hem tot eer verstrekt, schrijft hij:
+
+"Als vrome en vroede mannen, die de leiders en onderwijzers van den
+koning en de koningin waren, de onrechtvaardigheid van den slavenhandel
+niet inzagen, dan is het waarlijk geen wonder, dat de ongeletterde
+admiraal het groote kwaad er van niet begreep." [6]
+
+Behalve bij de weinigen, waarop Guacanagari nog eenigen invloed kon
+uitoefenen, was bij alle bewoners van het eiland de verontwaardiging
+tegen de Spanjaarden ten top gestegen. Columbus, die zelf op het
+ziekbed lag uitgestrekt, en wiens krijgsmacht zoowel als de geheele
+kolonie ontzettend veel van ziekte te lijden had, wendde alle middelen
+aan, die tot verzoening leiden en de vijandschap, die tegen hem was
+opgewekt, opheffen konden. Maar de smaad, dien men den inlanders
+had aangedaan, was te groot, om maar zoo gemakkelijk vergeten te
+kunnen worden.
+
+Nog geen twee dagreizen van Isabella af hadden de inboorlingen een
+leger verzameld. Columbus verliet zijn bed, om den naderende aanval
+af te weren. Hij kon maar 200 man voetvolk en 20 ruiters op de been
+brengen, maar dezen waren veel beter gewapend dan de wilden. Zij
+hadden veel geweren. Ook hadden zij twintig bloedhonden, die zoo
+wild als tijgers waren. Niets schrikte hen af. Met onbegrijpelijke
+wildheid stoven zij op de naakte Indianen in, grepen hen bij de keel
+en verscheurden hen.
+
+Den 27en Maart 1495 verliet Columbus met zijn legertje Isabella en
+trok hij tegen den vijand op, om hem onverhoeds aan te tasten. De
+Indianen kregen door hun verspieders bericht van hun nadering. Las
+Casas schatte het leger van de inlanders op 100000 man, maar dit is
+stellig overdreven; en het is niet te denken, dat men het aantal juist
+kon opgeven. De slag had bij de stad plaats, die nu St. Jago heet. Het
+was een vreeselijk tooneel van bloedbad en slachting. De geharnaste
+ruiters sabelden de wilden neer met een spierkracht, die niet scheen
+te kunnen worden uitgeput. Hadden de bloedhonden hun tanden in het
+vleesch geslagen, dan was het onmogelijk die er weer uit te halen;
+ze haalden de ingewanden uit het lijf, en sprongen woedend van den
+een op den ander. De overwinning van de Spanjaarden was volkomen,
+en de inlanders waren voor goed machteloos gemaakt.
+
+De wreedheid, waaraan Columbus zich bij die gelegenheid schuldig
+maakte, is volstrekt onverschoonbaar. Met zijn geharnaste ruiters
+maakte hij een tocht door de provinciën. Op belangrijke plaatsen
+bouwde hij forten, waarin hij bloedhonden en krijgslieden achterliet,
+die elkander in wreedheid niets toegaven. Ojeda was op zulke tochten,
+waarbij geroofd en gemoord werd, zeer gesteld, en daarom viel hij
+als een onweer neer, als hij ergens ook maar een schijn van opstand
+meende waar te nemen.
+
+Ten einde goud naar 't Spaansche hof te kunnen zenden, en
+daardoor vooral den later te verstommen, dien zijn vijanden van hem
+verspreidden, legde hij even buitensporige als hatelijke belastingen
+op, en verwachtte daarvan aanzienlijke inkomsten. Ieder inlander,
+die boven de 14 jaar was, moest elke 3 maanden zooveel goud brengen,
+dat de waarde er van nu met die van 5 dollars, maar toen wel met die
+van 15, overeenkwam. Die arme inlandsche kinderen moesten dus ook al
+60 dollars belasting in goud per jaar opbrengen. Van de opperhoofden
+eischte hij natuurlijk veel meer. Atanicaotex, de broeder van Caonabo,
+moest om de 3 maanden 150 pesos goud betalen, gelijk staande met 600
+dollars per jaar. Alleen de vrees voor de beten van de bloedhonden
+dreef de inlanders er toe zooveel goud bijeen te verzamelen, dat de
+ontzettend zware belasting kon worden opgebracht. Ieder, die zijn
+belasting betaald had, kreeg een koperen plaatje om den hals. Had
+iemand dat plaatje niet om, dan werd hij streng gestraft, soms met
+gevangenschap. In die streken, waar geen goud was, moest ieder elke
+3 maanden 25 pond katoen opbrengen.
+
+Het volk was wanhopend. Kreten van smart hoorde men overal. De
+eenvoudige inboorlingen, die in bloemtuinen woonden en zich met
+vruchten voedden, waren tot de beklagenswaardigste slavernij gebracht
+en tot onrust en moeite veroordeeld, waardoor het leven een last
+werd. Aan ontvluchten viel niet te denken, en hoop was er niet. Hun
+prettig leven op het eiland was uit. De nacht van de wanhoop daalde
+op Hispaniola neer, en niet vóór men in het stille graf rustte, kon
+men uit dien nacht komen. De wereldgeschiedenis is vol treurspelen,
+maar waar zullen we akeliger lot vinden dan dat van de bewoners van
+de West-Indische eilanden?
+
+Velen vluchtten in wanhoop naar wildernissen, waarin men haast niet
+doordringen kon, of naar bergspelonken. Maar ook daar werden zij door
+de bloedhonden nagespeurd, en vonden zij er een ellendigen dood. Ouders
+zagen hun kroost van gebrek wegkwijnen, of door die wilde beesten
+verscheuren. De onderdanen van Guacanagari hadden geen beter lot
+dan de anderen. Zijn landgenooten haatten hem, omdat hij weigerde
+zich met hen tegen de verafschuwde Spanjaarden te vereenigen. Alle
+opperhoofden spraken er schande van, en met hun verachting beladen,
+en verarmd door de afpersingen van de Spanjaarden, trachtte hij
+zich in een wilde en onvruchtbare streek te verbergen, waar hij in
+vergetelheid en armoede stierf, door niemand beklaagd.
+
+Intusschen deden Margarite en bisschop Boyle aan het Spaansche hof hun
+best, om den goeden naam van Columbus te bezwalken. Hun verklaringen
+werden door de ontevredenen, die met hen mee naar Spanje gegaan waren,
+bevestigd. De regeering benoemde Juan Aguado tot zaakgelastigde,
+om naar Hispaniola te gaan en er de ernstige beschuldigingen te
+onderzoeken. Tevens vaardigden zij een bevel uit, waarbij elke
+Spanjaard vergunning kreeg, om op eigen hand ontdekkingstochten te
+maken en op de Nieuwe wereld handel te drijven. Dit griefde Columbus
+zeer. Het was in zijn oogen een tastbare schending van de overeenkomst,
+die de monarchen met hem hadden gesloten.
+
+Het is moeilijk de groote verdrukking, waaraan Columbus de
+inboorlingen onderwierp, in overeenstemming te brengen met zijn
+bijzondere zorg, om hen te bekeeren. Maar de mensch is menigmaal vol
+tegenstrijdigheden. Deugd en ondeugd gaan dikwijls samen.
+
+Het goede hart van Isabella was zeer getroffen door de verhalen, die
+zij van het zachtaardig en milddadig karakter van de eilandbewoners
+ontvangen had. Zij beschouwde hen als door God aan hare bijzondere
+bescherming toevertrouwden. Toen de 500 slaven aankwamen, werd er bevel
+gegeven ze te verkoopen. Isabella gaf echter tegenbevel, en belegde
+een raad van de geleerdste mannen en hoogstgeplaatste geestelijken,
+om te overwegen of zulk een daad rechtvaardig kon heeten in het oog
+van God. De raad was niet eenstemmig, en daarom beval Isabella, dat ze
+naar hun eigen land moesten terugkeeren. Zij voegde er een afzonderlijk
+bevel bij, dat de inlanders met de grootste vriendelijkheid moesten
+behandeld worden. Maar haar goedertierenheid kwam te laat, om het
+eiland te bewaren voor die stroomen van bloed en ongerechtigheden,
+die er over heengingen.
+
+Juan Aguado verliet Spanje in de tweede helft van Augustus 1495 en
+kwam in October te Isabella aan. Hij was, zoowel op verstandelijk
+als zedelijk gebied, een zwak mensch. Ofschoon hij tot de vrienden
+van Columbus behoord had, was hij er niet weinig trotsch op, dat hem
+nu een kortstondig gezag was opgedragen. Hij nam een onverdraaglijke
+houding van meerderheid aan, en had de onbeschaamdheid, om Columbus,
+den erkenden onderkoning van al die landen, vóór zich te laten
+verschijnen, als ware hij een misdadiger, om een verhoor te ondergaan,
+en òf vrijgesproken òf veroordeeld te worden. De Spaansche grandes
+verheugden zich bij de gedachte, dat Columbus, de vreemde indringer,
+de "zoon van niemand", die over Spaansche edellieden den baas had
+durven spelen, zijn ondergang nabij was.
+
+Columbus gedroeg zich onder deze rampspoeden zoo waardig, zoo
+hoffelijk, en met zulk een verheven gevoel van eigenwaarde, dat zijn
+zwakke vijand er door in verlegenheid werd gebracht. Het verdient
+vermelding, dat men aan het Spaansche hof geen beschuldiging tegen hem
+inbracht van onderdrukking der Indianen. Wel zeide men, dat Columbus
+de monarchen bedrogen had door van landen, waar de grootste armoede
+heerschte, de buitensporigste verhalen van rijkdom op te disschen;
+dat hij den Spaanschen kolonisten bovenmatigen arbeid had opgelegd,
+en dat hij de Spaansche edellieden met smaadheid overlaadde. Deze
+beschuldigingen tegen hem waren zonder twijfel opmerkelijk. Van de
+eenige groote misdaad, die Columbus werkelijk veroordeelt, dat hij
+nl. uit gouddorst een millioen menschen in onuitsprekelijke ellende
+stortte, spraken zij niet eens. Met de wilden zelf hadden zij geen
+medelijden. Columbus kwam telkens tusschenbeide, om hen tegen de
+onmenschelijke wreedheid van de trotsche edellieden en onbeschaafde
+matrozen te beschermen.
+
+Den 14en Maart 1496 vertrok Columbus naar Spanje. Den gevangen Caonabo
+nam hij mee, maar het ongelukkige opperhoofd stierf onderweg. Na een
+zeer lange en onvoorspoedige reis landde hij den 11en Juni te Cadix. De
+koning en de koningin ontvingen hem met een vriendelijkheid, die hij
+niet verwacht had. Dadelijk kreeg hij een schrijven, waarbij hem met
+zijn behoudene aankomst geluk gewenscht, en tevens verzocht werd ten
+hove te komen. Van de ernstige beschuldigingen, die Margarite en Boyle
+tegen hem hadden ingebracht, werd in 't geheel niet gesproken. Dit
+gaf Columbus moed, en daarom stelde hij voor, dat men hem nog eens
+zes schepen geven zou voor een nieuwe ontdekkingsreis. Deze werden
+hem toegezegd, maar de schatkist was uitgeput en door de listen van
+ambtenaren kwam er telkens uitstel. Vervelende maanden verliepen; niets
+werd gedaan, en Columbus was aan eindelooze teleurstellingen ten prooi.
+
+De raadslieden van den koning waren de vijanden van Columbus. De koning
+zelf begon hem, door den invloed van onophoudelijke verwijtingen,
+met een onvriendelijk oog aan te zien. De koningin alleen bleef den
+admiraal getrouw. Isabella wist te bewerken, dat hem een adellijke
+titel geschonken werd, waarbij goederen behoorden, die erfelijk
+waren en dus op zijn nakomelingen zouden overgaan. De admiraal, die
+diep in schulden stak, kon toch de gedachte niet laten varen, dat
+groote rijkdommen de vrucht van zijn ontdekkingen zouden worden. In
+zijn testament schreef hij zeer voordeelige bepalingen voor zijn
+bloedverwanten; stelde daarin bruidschatten vast voor de vrouwelijke
+leden der familie; bepaalde, dat zij, die zijn titel erfden en dus
+ook zijn grondbezittingen, den voorspoed van zijn geboortestad Genua
+naar hun vermogen moesten bevorderen. En boven alles droeg hij den
+erfgenamen van zijn landgoederen op zooveel geld af te zonderen,
+dat er een fonds ontstond, waardoor het mogelijk werd een tocht ter
+bevrijding van Jeruzalem te ondernemen.
+
+Met betrekking tot de Nieuwe wereld was er een groote verandering in
+de openbare meening gekomen. Niemand wilde meer deelnemen aan een reis
+naar eilanden, die volgens de laatste berichten zetels van ziekten,
+armoede en ellende waren. De kroon zag zich genoodzaakt tot een
+wanhopigen maatregel de toevlucht te nemen, om zeelieden te krijgen,
+door nl. het vonnis van hen, die tot de galeien veroordeeld waren,
+te veranderen in een overplaatsing naar de nieuwe volksplantingen. Aan
+alle boosdoeners zonder onderscheid werd vergiffenis geschonken, indien
+zij zich wilden verbinden naar de koloniën te gaan. Dit plan, zegt men,
+werd door den admiraal aanbevolen. Columbus was soms zoo moedeloos,
+en walgde zoo van alles, wat zijn vijanden hem in den weg legden,
+dat hij op het punt stond van alle verdere ontdekkingstochten af te
+zien. Alleen een gevoel van dankbaarheid tegenover de koningin dreef
+hem tot volharding. Het volgend verhaal deelen wij met de woorden
+van Washington Irving mee:
+
+"De aanmatigende trots, dien Columbus van de gunstelingen van Fonseca
+gedurende den langgerekten tijd van voorbereiding te verduren had,
+hinderde hem tijdens zijn geheele verblijf in Spanje, en vervolgde hem
+tot het uur toe, waarop hij zich inscheepte. Onder de verachtelijke
+huurlingen, die zijn leven verbitterden, was niemand lastiger en
+aanmatigender dan een zekere Ximeno Breviesca, rentmeester van
+Fonseca. Deze had een stalen voorhoofd, een losse tong, was de echo
+van zijn patroon, den bisschop, en sprak overal zoo luid mogelijk
+met afkeer van den admiraal en diens ondernemingen. Zelfs op den dag,
+dat het smaldeel in zee steken zou, werd Columbus door den laster van
+dezen Ximeno vervolgd. In een onbewaakt oogenblik verloor hij zijn
+zelfbeheersching, en de verontwaardiging, die hij tot hiertoe had weten
+te bedwingen, barstte op eens los. Hij smeet den gunsteling op den
+grond, schopte hem herhaaldelijk, en gaf in dezen ondoordachten aanval
+van woede lucht aan de opeenstapeling van verwijten en plagerijen,
+die zoo lang zijn gemoed hadden ontstemd.
+
+Deze daad was geheel verkeerd. Het is altijd een ramp voor een
+mensch, wanneer hij zich zelf geen meester meer is en toegeeft aan
+zijn toorn. Columbus schaamde er zich dan ook over, en drukte er in
+een lateren brief aan den koning en de koningin zijn innig leedwezen
+over uit. Maar zij had op de monarchen een zeer ongunstigen indruk
+gemaakt, en de boosaardigheid van zijn vijanden verergerd.
+
+Columbus ging uit de haven van San Lucar de Barrameda den 13en Mei 1498
+voor de derde maal in zee. Bijna twee jaren had hij op de vervelendste
+manier in Spanje doorgebracht, en de hinderpalen, die hem allerwege
+op zijn pad werden geworpen, uit den weg moeten ruimen. Zijn vloot
+bestond uit 6 schepen, die, behalve de matrozen, met 200 soldaten
+waren bemand. Den 19en Juni bereikte hij de Kanarische eilanden. Van
+hier zond hij drie schepen rechtstreeks naar Hispaniola. Met de
+drie overblijvende schepen deed hij een tocht naar de Kaap-Verdische
+eilanden, waar hij den 29en Juni aankwam. Na een kort oponthoud werden
+de zeilen weder geheschen.
+
+Dag aan dag zette men de reis onder begunstiging van den wind voort,
+tot zij op een plaats kwamen, waar zij de zon boven zich hadden. Hier
+heerschte een volkomen windstilte. De zee was spiegelglad en de schepen
+lagen stil. De lucht was snikheet, en de brandende zon deed het pek
+smelten, blakerde het dek, en deed de naden van de schepen uit elkander
+gaan. Op het dek kon men het in de zon niet uithouden, en onder het
+dek was de hitte verstikkend, en aan die van een oven gelijk. Alle
+krachten scheen men te verhezen, en de bijgeloovige matrozen werden
+met schrik vervuld bij de gedachte, dat zij in streken zouden komen,
+waarvan de fabel vertelde, dat er een vulkanische hitte heerschte,
+waarin geen mensch leven kon. De schepen werden zoo erg lek, dat het
+noodig geacht werd zoo spoedig mogelijk de een of andere haven binnen
+te loopen.
+
+Eindelijk kwam er een aangenaam koeltje en zette Columbus koers naar
+het Westen. De eene dag na den anderen verliep, maar van land was
+er geen spoor. Het pekelvleesch bedierf en de hoepels van de wijn-
+en watervaten sprongen los. Verdriet en angst maakten zich van alle
+gemoederen meester. Den 31sten Juli was er nog maar één ton met water
+op ieder schip. Het vooruitzicht, dat allen op die brandend heete zee
+ellendig zouden sterven, was inderdaad treurig. 's Middags verkondigde
+een kreet van een matroos, die boven in de groote mast zat, dat er
+land te zien was. Drie bergtoppen reikten tot in de wolken. Columbus
+noemde dit eiland La Trinidad, of de Drieëenheid. Toen hij langs
+de kust voer, om een haven op te zoeken, was hij verbaasd over de
+schoonheid en vruchtbaarheid van het eiland. Langs het strand lagen
+bevallige dorpen en goed ontgonnen akkers. Aan den westelijksten kant
+van het eiland, die nu de golf van Paria heet, wierp hij het anker
+uit; links kon men de lage kust van Zuid-Amerika zeer duidelijk zien,
+maar hij dacht, dat het een eiland was.
+
+Dit was de eerste maal, dat Columbus het vasteland van Amerika zag. Hij
+noemde het eiland Zeta en schatte zijn lengte op 60 mijlen. Sebastiaan
+Cabot had den 24en Juni 1497 Noord-Amerika ontdekt. Toevallig ging
+Columbus aan land, en vond de bewoners heel vriendelijk. Dezelfde
+tooneelen, als op het eiland Cuba, zag hij hier. De bevolking werd
+talrijker, hoe verder hij kwam. Een groot aantal kano's, vol inlanders,
+kwam bij de schepen. Aan vele plaatsen gaf hij namen; doch die zijn
+verloren gegaan. De voorraad levensmiddelen was bijna uitgeput, en het
+werd noodig, zoo spoedig mogelijk naar Hispaniola te gaan. Van de jicht
+had hij erg te lijden, en door de verbazende hitte, de oponhoudelijke
+vermoeienis, de slapeloosheid en het wachthouden was zijn gezicht
+zeer slecht geworden. Hij ontdekte bij het noordwaarts zeilen twee
+eilanden, die nu Tobago en Grenada heeten. Vele andere eilanden voer
+hij nog voorbij, maar er was geen gelegenheid, om zich op te houden.
+
+Op één plaats, waar hij aan land ging, zag hij parelvisschers. Hij
+kocht drie pond parelen van hen. Enkele waren heel mooi en groot
+ook. De toestand van zijn oogen begon onrustbarend te worden, en
+daarom werden alle zeilen bijgezet, om maar zoo spoedig mogelijk op
+Hispaniola te komen, waar men den 19en Augustus aankwam. De ontmoeting
+van Columbus met zijn broeders was zeer hartelijk. Maar de zieke,
+uitgeputte en door zorg verteerde Columbus geleek, wat het lichaam
+betrof, de schim van weleer; alleen zijn geest was nog even krachtig.
+
+Columbus verlangde naar rust, maar vond ze niet. Gedurende zijn
+afwezigheid had Bartholomeus Columbus het bestuur, onder den titel van
+Adelantado, in handen gehad. Zijn broeder Diego liet hij te Isabella
+regeeren, en ging zelf naar het zuidelijk deel van het eiland, om
+goud te zoeken. Daar bouwde hij een fort, waaraan hij den naam van
+San Christoval gaf, maar dat anderen den Gouden Toren noemden. De
+Indianen namen een vijandige houding aan, brachten geen voedsel en er
+was geen einde aan de moeilijkheden. Roof en moord sproten hieruit
+voort. Een geduchte opstand van de Spanjaarden kon niet dan met de
+grootste moeite onderdrukt worden. Het eens zoo vreedzame eiland was
+een verblijfplaats van booze geesten geworden.
+
+Bartholomeus nam 300 inboorlingen gevangen, omdat zij beschuldigd
+werden van zich tegen hun onderdrukkers te hebben verzet. Zij werden
+allen in boeien geslagen, en zoo naar Spanje gezonden, om als slaven
+te worden verkocht. De rechts- en godgeleerden hadden uitgemaakt,
+dat het rechtvaardig was krijgsgevangenen tot slaven te maken. Er
+werden forten gebouwd. Gewapende benden Spanjaarden trokken met hun
+bondgenooten, de bloedhonden, in alle richtingen door het heele eiland,
+om de bewoners in ontzag te houden en vrees aan te jagen. Niemand kan
+ontkennen, dat de Indianen onder die wreedheid een veel christelijker
+geest openbaarden dan de Spanjaarden.
+
+In een afgelegen streek van een prachtig gedeelte van Haïti vond men
+heerlijk en vruchtbaar land, schoone vrouwen, terwijl minzaamheid een
+algemeene hoedanigheid van de ingezetenen was, Bartholomeus, die maar
+steeds voortging hooge belastingen op te leggen, wilde ook met deze
+onderdrukte menschen vriendschapsbetrekkingen aanknoopen. Met een
+sterke macht van geharnaste krijgslieden bezocht hij het opperhoofd
+Behechio. Toen de Spanjaarden het schoone dorp naderden, waar nog geen
+zware belasting opgebracht werd, kwamen 30 vrouwen, tot den stoet van
+den cacique behoorende, hun te gemoet. De eenige kleeding van de jonge
+meisjes bestond uit een van bloemen gevlochten krans om haar hoofd. De
+oudere vrouwen hadden kleine katoenen boezelaars voor. Allen wuifden
+met palmtakken, dansten en hieven welkomstliederen aan.
+
+De meisjes zagen er allerbeminnelijkst uit en haar vorm was zoo schoon,
+als een Grieksch kunstenaar die uit marmer had kunnen beitelen. Daar
+zij hoofdzakelijk van vruchten leefden, en geen arbeid verrichten,
+was haar vel zoo zacht als fluweel, en het gelaat zelfs schooner dan
+dat van de Spaansche brunetten over 't algemeen. Deze onschuldige
+dochteren Eva's dachten bij haar algeheel gemis aan kleeren even
+weinig aan gebrek aan kieschheid, als een Europeesche dame, die geen
+sluier over het gezicht draagt.
+
+De weduwe van Caonabo, woonde hier bij haar broeder Behechio in. Zij
+was een zeldzaam schoone vrouw, en heette Anacaona. In een draagstoel
+gezeten, werd zij door zes sterke Indianen gedragen. Zij had alleen een
+geborduurde boezelaar voor, en om haar hoofd, hals en armen droeg zij
+bloemkransen. Bartholomeus was met 6 van zijn voornaamste ruiters bij
+Behechio gehuisvest. De overigen werden door de mindere hoofden van het
+noodige voorzien. Allen kregen hangmatten met katoenen bedden er in.
+
+Twee dagen lang bleven de Spanjaarden in het dorp, en ontvingen van
+het gastvrije volk alle mogelijke oplettendheden. Voedsel was er
+voor hen in overvloed, en onderscheidene spelen en feestelijkheden
+werden tot hun vermaak uitgevoerd. Een van die spelen geleek veel op
+het worstelspel der oude Romeinen. Twee troepen naakte Indianen, met
+pijl en boog gewapend, leverden elkander een geregeld gevecht. Vier
+werden gedood en velen gewond. Kreten van toejuiching weergalmden door
+de lucht, evenals de Romeinsche senatoren en hun vrouwen aanhieven,
+wanneer in den schouwburg het bloed in het strijdperk vloeide. De
+strijd zou wellicht nog veel bloediger zijn geweest, als Bartholomeus
+niet verzocht had, er een eind aan te maken.
+
+Tot dank voor al deze goedheid, gaf de Adelantado den cacique kennis,
+dat hij gekomen was, om hem en al zijn volk onder de bescherming van
+de almachtige vorsten van Spanje te plaatsen, en van hen de schatting
+te ontvangen, die de andere opperhoofden van het eiland gaven. Omdat
+hier geen goud was, legde hij een belasting op in katoen, hennip en
+maniokbrood. Voor deze daad van heerschzucht kan geen verschooning
+bestaan. Zij was zoo onrechtvaardig, als een daad van zeeroovers maar
+wezen kan. De cacique was verplicht voor de overmacht te bukken. Hij
+wist, welk lot andere deelen van het eiland getroffen had, en hoopte
+door overmatige vriendelijkheid en gastvrijheid dat lot van zijn
+eigen onderdanen af te weren.
+
+Te Isabella zag het er ellendig uit. Ziekten heerschten er
+verschrikkelijk en de voorraad van geneesmiddelen was uitgeput. Allen
+twistten en morden. De Indianen hadden die streken verlaten en aten,
+in ruwe bergstreken, waar het zelfs voor bloedhonden moeilijk werd hen
+te vervolgen, wortels en gras. Menigvuldige oproeren braken er onder
+de inboorlingen uit. De wreedheid, welke de hulpelooze en wanhopige
+lieden te verduren hadden, was ontzettend. Dorpen werden in de asch
+gelegd. Gillende slachtoffers, door geharnaste ruiters vervolgd, werden
+door de Spanjaarden neergesabeld. Door wreedaardige doggen werden de
+ledematen van vrouwen en kinderen verscheurd. Regeeringloosheid en
+ellende heerschten overal. Het schoone eiland Haïti was in weinige
+maanden door de slechtheid van menschen in een verblijf van ellende
+verkeerd, waar nauwelijks eenige vreugde werd aangetroffen.
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+TERUGKEER NAAR SPANJE EN DE VIERDE REIS.
+
+
+Een laaghartig man, Franciscus Roldan genaamd, had tegen de regeering
+van Columbus een samenzwering gesmeed. Hij was met zijn aanhang naar
+Xaraguay gegaan, waar hij de bevolking uitplunderde, haar rechten
+vertrapte, en zich aan allerlei uitspattingen overgaf. Terwijl hij
+zoo huishield, wierpen daar drie Spaansche karveelen, wier bemanning
+uit ontslagen gevangenen bestond, het anker uit. Door den stroom
+waren ze er heen gedreven. Bijna allen liepen ze van de schepen af,
+en voegden zich bij die schelmen op het land. Het verhaal van het
+rijke en prettige leventje, dat die snoodaards daar smaakten, was het
+lokaas geweest. Deze woestelingen hadden hun zwaarden, kruisbogen,
+lansen, handbuksen en andere wapenen meegenomen, toen ze aan land
+waren gegaan. Zoodra Columbus deze feiten vernam, was hij niet weinig
+verlegen. Had hij in sommige opzichten niet veel gevoel voor recht,
+wat rechtschapenheid en menschelijkheid aanging, hierin stond hij
+veel hooger dan zijn tochtgenooten. Deze bandelooze troep zwierf
+naar willekeur rond, en maakte zich aan de stuitendste zedeloosheid
+schuldig. Men tartte zichtbaar Columbus' gezag, en de opstand nam
+gevaarlijke afmetingen aan. Vele ontevredenen liepen naar de muiters
+over. Ongelukkig had Columbus geen macht genoeg, om een gevecht met hen
+te beginnen. Aan eenige terugkeerende schepen gaf hij voor de monarchen
+berichten van den opstand mee. Ook vroeg hij om de overkomst van nog
+meer geestelijken voor de bekeering der Indianen, en of de Spanjaarden
+voor den tijd van twee jaren de inlanders als slaven mochten gebruiken.
+
+Toen de schepen vertrokken waren, schonk hij zijn aandacht weer aan
+de opstandelingen. Hij schreef aan Roldan in woorden, die verzoening
+ademden, dat hij hem in 't belang van zijn goeden naam en ook voor
+het algemeen welzijn aanraadde, niet in zijn verzet te volharden. Hij
+zond tevens een vrijgeleide, waardoor zij, die naar den Admiraal wilden
+gaan, om met hem de zaken te overleggen, beschermd zouden worden. Maar
+de eischen van Roldan en zijn bondgenooten waren onbeschaamd en
+aanmatigend. Eindelijk werd er een vergelijk getroffen. Roldan en
+zijn saamgezworenen kregen twee schepen, waarmee ze naar Spanje
+terug konden keeren, en ieder ontving bovendien een bewijs van goed
+gedrag. De schepen gingen in October 1499 onder zeil, en de muiters
+namen veel slaven mee. Herrara zegt, dat Colulmbus dubbelhartig was,
+en dit moet, al was het ook een eigenaardig kenmerk van die dagen,
+streng veroordeeld worden.
+
+Terwijl hij Roldan en zijn aanhangers een bewijs van goed gedrag gaf,
+schreef hij te gelijker tijd aan Ferdinand en Isabella, dat hij dit
+maar gedaan had, om die schurken weg te krijgen: dat de getuigschriften
+valsch waren; dat deze mannen de grootste misdaden hadden bedreven;
+dat zij zich aan roof en moord hadden schuldig gemaakt, en dat hij er
+daarom op aandrong, hen terstond na hun aankomst gevangen te nemen,
+hen van hun gestolen schatten te berooven en daarna zeer streng
+te straffen.
+
+De toestand van Columbus was werkelijk beklagenswaard. Hij was ziek
+en had aanhoudend pijn. De samenzweringen tegen hem vermenigvuldigden
+zich, en de Spaansche edellieden, de trotschte menschen van de wereld,
+behandelden hem met minachting. Verachtelijk werd hij "de verwaande
+vreemde" genoemd. Zijn deugden werden in de oogen van de zedelooze
+Spanjaarden een middel tot vuigen laster. Er was geen laagheid,
+waartoe zijn vijanden niet in staat waren. Zij bekleedden de hoogste
+ambten in kerk en staat, en poogden door de gemeenste schotschriften
+hem van de monarchen te vervreemden. Hij stond alleen, bijna zonder
+een enkelen vriend. Er was in heel Spanje nauwelijks één man, wiens
+toestand meer te beklagen was.
+
+Roldan besloot ten slotte op het eiland te blijven, terwijl hij de
+meesten van zijn medeplichtigen naar Spanje liet gaan. Hij werd met
+het hoogste gezag bekleed, nam een groot deel van het land in bezit,
+en liet het door slaven bewerken.
+
+De ridderlijke, roekelooze Ojeda was naar Spanje teruggekeerd. Door
+eenige rijke ondernemers voortgeholpen, was hij er in geslaagd
+vier schepen uit te rusten, waarmee hij op eigen gelegenheid een
+ontdekkingstocht zou doen. Een koopman van Florence, Amerigo Vespucci
+genaamd, en wiens naam later aan de Nieuwe wereld verbonden zou worden,
+maakte deel uit van den tocht. De kleine vloot zeilde in Mei 1499 van
+Sevilla uit. Zij bereikte de Caraïbische eilanden. Na een hevig gevecht
+met de inlanders namen zij velen gevangen, en voerden ze weg, om als
+slaven te worden verkocht. Van hier voeren zij naar Hispaniola, omdat
+zij gebrek aan benoodigdheden hadden, en wierpen den 5en September
+bij de westelijkste punt van dit eiland het anker uit.
+
+Columbus werd door dezen inval zeer onaangenaam getroffen, daar hij
+dit eiland als zijn bepaald eigendom beschouwde. Daarom zond hij
+Roldan met eenige ontevredenen er heen, om de plannen van Ojeda
+te dwarsboomen en hem, zoo mogelijk, gevangen te nemen. De beide
+jonge ridders waren even beginselloos, sluw en roekeloos. Roldan
+ging met twee karveelen en 25 onverschrokken, goed gewapende mannen,
+den gelukzoeker opsporen. Zij ontmoetten elkander. Ojeda liet zijn
+reispas zien, dien hij van den koning en de koningin had ontvangen,
+en zeide, dat een deel van de voordeelen aan de kroon vervielen. Dit
+maakte aan allen tegenstand een einde. De trotsche ridder zeide ook,
+dat Columbus bij het hof geheel in ongenade was gevallen, en dat het
+zijn voornemen was, den admiraal spoedig op te zoeken, daar hij eenige
+mededeelingen van zeer vertrouwelijken aard had te doen.
+
+Met dit bericht keerde Roldan naar Columbus terug. Dit verdroot den
+admiraal zeer. Het was duidelijk, dat hij niet langer in de gunst
+van het hof deelde, en dat de monarchen op zijn voorrechten inbreuk
+maakten. Hij wachtte eenigen tijd op het beloofde bezoek van Ojeda,
+maar deze had in 't geheel geen plan naar den admiraal te gaan. Roldan
+werd opnieuw uitgezonden, om de bewegingen van Ojeda na te gaan. Beiden
+waren valschaards en dubbelzinnige menschen. Beiden plunderden en
+onderdrukten de inlanders. Ojeda kruiste langs de kusten van Haïti,
+landde op afgelegen punten, en lichtte zoo lang inboorlingen op,
+tot hij zijn schepen vol slaven had. Dan keerde hij naar Cadix terug,
+waar zij op de slavenmarkt verkocht werden.
+
+Het gezag van Columbus liep ten einde. Zij, die hem nog gehoorzaamden,
+wilden dat zelf. Andere stoutmoedige en roekelooze mannen liepen
+naar willekeur rond. Het was gemakkelijk aan vervolging te
+ontsnappen. Sommigen wisten zich bij de inboorlingen bemind te
+maken; anderen vereenigden zich in groote troepen en plunderden
+hen of namen hen gevangen. De soort van beschaving en christendom,
+die de Spanjaarden op Haïti hadden gebracht, hadden het eiland in de
+diepste ellende gestort. Een uitvoerig verslag van de tooneelen, die
+het gevolg hiervan waren, biedt niets dan een walgelijk en droevig
+verhaal aan van valschheid, misdaad en wreedheid. Columbus streed
+moedig tegen de stormen van den tegenspoed. Meer dan anderen, met
+uitzondering van Las Casas misschien, bleef hij aan de beginselen
+van recht en menschelijkheid getrouw, en was hij de vriend van de
+inboorlingen. En toch moet men niet vergeten, dat de goede Las Casas
+gezegd heeft: "Wij moeten niet die arme bewoners van Haïti tot slaven
+maken: maar laat ons de Afrikanen oplichten." Ook moeten wij, bij onze
+beoordeeling van die menschen, niet vergeten, dat nog onlangs mannen,
+vrouwen en kinderen op de slavenmarkten van Amerika verhandeld werden,
+en dat veel predikers van het christendom verkondigd hebben, dat dit
+recht was "voor het aangezicht des Heeren."
+
+Columbus was op 't fort Concepcion. Zijn geest was vermoeid en
+verbitterd door al de laagheid, die hij overal vond, en waaraan hij
+niets kon veranderen. Een ellendeling, die Mexica heette, bewerkte
+een samenzwering om den admiraal te vermoorden. Hij trok het geheele
+eiland door, en nam een groot aantal rondzwervende Spanjaarden,
+die gaarne aan gewaagde ondernemingen deelnamen, in dienst. Adriaan
+de Mexica was ook een van de hoofdaanvoerders van Roldan's partij
+geweest. Hij had zich zoo vreeselijk slecht gedragen, dat Columbus
+hem van de algemeene vergiffenis uitsloot, en hem uit het eiland
+verbande. Van Roldan had hij verlof gekregen er weer terug te komen.
+
+Aan den vooravond van den dag, waarop de saamgezworenen het plan
+ten uitvoer zouden brengen, kreeg Columbus er bericht van door
+een weggeloopene. Geen oogenblik mocht verloren gaan. Met tien
+vertrouwde en onverschrokken mannen, nam hij Mexica door overrompeling
+gevangen. Hij kwam voor het gerecht en werd veroordeeld om opgehangen
+te worden.
+
+Columbus gaf bevel Mexica aan den top van het fort op te hangen. De
+laatste verzocht te mogen biechten voor men de doodstraf toepaste. Een
+priester werd ontboden. De ongelukkige Mexica, die tijdens den
+opstand zoo dapper was geweest, verloor allen moed, toen hij den
+dood in het aangezicht zag. Hij stelde het biechten telkens uit,
+begon er mee, hield dan weer op, begon op nieuw, aarzelde weer,
+als hoopte hij door tijd te winnen kans op vrijspraak te hebben. In
+plaats van eigen zonden te belijden, beschuldigde hij anderen, van
+wie het bekend was, dat ze onschuldig waren, van misdaad, tot dat
+Columbus, die door zooveel valschheid en verraad zeer verbitterd was,
+het geduld verloor, en in een mengeling van verontwaardiging en toorn
+bevel gaf den ellendeling op de tinne van 't fort op te hangen.
+
+De overige samenzweerders werden met alle kracht vervolgd, en
+verscheidenen gevat en opgehangen.
+
+Er waren nu zes zeer belangrijke forten op het eiland, die een rij
+van militaire posten vormden en de inboorlingen krachtig in bedwang
+hielden. Zeven en twintig mijlen van Isabella lag het fort Esperanza;
+achttien mijlen verder Santa Catalina, en twaalf mijlen van daar zag
+men de donkere muren van het fort Magdalena. Later werd op dezelfde
+plaats de stad Santiago gesticht. Omstreeks 14 mijlen van hier werd,
+midden in een vruchtbare en volkrijke vlakte, het fort Conception
+gebouwd. Op een afstand van nog geen anderhalve mijl lag een groote
+Indiaansche stad, waarover het beroemde opperhoofd, Guarionex geheeten,
+regeerde. Te Isabella bleef alleen een tamelijk toereikend garnizoen,
+dat de plaats moest zien te behouden. Columbus ging weg, bezocht
+elke plaats en maakte van het fort San Domingo, in het zuiden van
+het eiland, zijn hoofdverblijf.
+
+In 1849 bezocht T. S. Hennekin deze streek. Uit zijn zeer belangrijken
+beschrijvingsbrief nemen wij het volgende over:
+
+"Het fort Concepcion ligt aan den voet van een heuvel, die nu Santo
+Cerro heet. Het is geheel van steen en nog zoo onbeschadigd, als toen
+het pas gemaakt was. Het staat in de schaduw van een weelderig woud,
+dat de plaats van vroegere werkzaamheid en drukte heeft ingenomen;
+het is een plek, die men eens voor zeer belangrijk hield, en waarop
+tal van menschen woonden.
+
+"Waar is die tallooze menigte gebleven, die door dit fort in ontzag
+moest gehouden worden? Er is geen spoor meer van over, en alleen de
+geschiedenis maakt er melding van. De stilte van het graf heerscht nu
+daar, waar hun woningen echo's gaven op hun liederen en dansen. Enkele
+arme Spanjaarden, die in armelijke hutten en ver van elkander in
+het woud leven, bezitten nu deze eenmaal zoo vruchtbare en schoone
+landstreek."
+
+Tot nog toe had Ferdinand ondervonden, dat zijn bezittingen in
+de Nieuwe wereld zaken waren, waar geld bijgepast moest worden,
+in plaats van bronnen van rijkdom te zijn. Hierdoor was hij zeer
+teleurgesteld. Zijn hof werd bestormd door teleurgestelde en spijt
+gevoelende menschen, die een bitter oordeel over Columbus uitspraken,
+en om groote sommen gelds vroegen, die zij beweerden, dat Columbus
+hun schuldig was. Deze algemeene en onophoudelijke klachten begonnen
+zelfs op het gemoed van Isabella een ongunstigen indruk te maken. Uit
+de brieven van Columbus bleek maar al te duidelijk, dat het eiland
+in een toestand van de grootste wanorde verkeerde. Hieruit kon men
+gerust opmaken, dat, hoe zuiver de gronden van den admiraal ook waren,
+het hem aan de noodige bekwaamheid ontbrak, om voor de naleving en
+handhaving van bestaande wetten en verordeningen te zorgen.
+
+Ferdinand was een omzichtig en ijverzuchtig Spanjaard. Het had hem
+steeds eenigszins gehinderd, dat hij het bestuur over Spaansche
+volkplantingen aan Genueesche avonturiers over moest laten. In die
+dagen werd de grens, die volken scheidt, streng getrokken. In het
+woord _vreemdeling_ lag iets verwijtends opgesloten. Dat Columbus zoo
+voor het instandhouden van de slavernij ijverde, vond de koningin zeer
+onaangenaam. Toen de schepen met de mede-opstandelingen van Roldan in
+Spanje terugkeerden, waren er 700 slaven op. Velen van dezen hadden ze
+van Columbus gekregen tot loon voor hun overgave, en anderen hadden
+ze zelf gestolen. Ook waren onder deze gevangenen vele jonge, mooie
+meisjes, dochters van opperhoofden, die door deze laaggezonkenen uit
+haar woningen waren gesleurd. Voor al deze ongerechtigheden stelde
+Isabella Columbus aansprakelijk, en zij kon dit met recht doen. Hij
+toch was onderkoning van al die gewesten en was werkelijk met volstrekt
+gezag bekleed.
+
+Het gevoel van de koningin was vreeselijk gekwetst. Zij geloofde,
+dat de eenvoudige inboorlingen van die uitgestrekte landen in het
+bijzonder onder haar bescherming waren gesteld. Verontwaardigd riep
+zij uit: "Hoe durfde die admiraal mijn onderdanen weg te geven?"
+
+Zij drukte haar groot ongenoegen uit, niet alleen door bevel te geven,
+dat al die Indianen weer aan hun betrekkingen teruggezonden moesten
+worden, maar ook door te gebieden, dat allen, die vroeger door den
+admiraal naar Spanje waren gezonden, opgespoord en teruggestuurd
+moesten worden. Columbus gevoelde al de bitterheid van deze
+handeling. Het was hem duidelijk geworden, dat zijn invloed aan het
+hof aan het tanen was. Ongelukkig kreeg hij, juist in dezen tijd,
+nog vóór hij de bepaalde gevoelens van Isabella kende, een brief,
+waarin men hem aanspoorde om met het zenden van Indiaansche slaven
+voort te gaan, aangezien hieruit een groote bron van inkomsten voor
+de kroon voortvloeide.
+
+Tusschen Columbus en Roldan waren weer nieuwe moeilijkheden
+gerezen. De stoutmoedige Spaansche ridder, die de trotsche hidalgo's
+en de laagste dollemannen om zich verzamelde, werd een geduchte
+tegenstander. Columbus verzocht derhalve, dat er iemand gezonden werd,
+die tusschen hem en Roldan als scheidsrechter kon optreden. Dit gaf
+nu juist aan Ferdinand het voorwendsel, waarnaar hij zoo lang had
+uitgezien, om handelend op te treden.
+
+Don Francisco de Bobadilla, een der hoogste militaire en godsdienstige
+waardigheidsbekleeders aan het hof, werd met deze tijdelijke zending
+belast. Het blijkt echter, dat deze zending gericht was tegen hen,
+die opgestaan waren. In de opdracht staat:
+
+"Wij bevelen u te onderzoeken, wie en wat de personen zijn, die zich
+tegen genoemden admiraal en onze verordeningen hebben verzet, en
+waarom zij dit deden; aan welken roof en aan welke overtredingen zij
+zich schuldig hebben gemaakt; en voorts, uw onderzoek uit te strekken
+tot alles, wat met de zaken in verband staat. Hebt gij inlichtingen
+gekregen, weet gij de waarheid, neem dan allen, die schuld hebben,
+gevangen, en leg beslag op hun goederen. Zijn ze in uw macht, zet
+dan uw onderzoek voort, ook ten aanzien van hen, die afwezig zijn,
+en leg zulke boeten en straffen op, als gij zult goeddunken."
+
+Deze macht werd blijkbaar verstrekt, om hen te straffen, die tegen
+het gezag van Columbus in opstand waren gekomen. In den aanhef staat,
+dat een overheidspersoon en enkele andere personen het gezag van
+Columbus weerstonden, en daarom was de afgevaardigde gemachtigd de
+orde te herstellen. De koninklijke lastbrief was den 21en Maart 1499
+geschreven. Twee maanden later, den 21en Mei kregen de hidalgo's
+en de staatsambtenaren op het eiland een brief, waarin hun van het
+aan Bobadilla toegekend gezag kennis werd gegeven. Uitweidende over
+de volstrekte macht, die hem was gegeven, om de ongeregeldheden te
+onderdrukken, werd daarin gezegd:
+
+"Het is onze wil, wanneer de genoemde bevelhebber Francisco de
+Bobadilla het voor onzen dienst en in het belang van het recht noodig
+acht, dat sommige ridders en andere personen, die thans op de eilanden
+zijn of daar komen, vertrekken en er niet blijven of terugkeeren,
+hij hun in onzen naam kan bevelen voor ons te komen verschijnen en
+ze dwingen kan heen te gaan. En wij bevelen tevens, dat ieder, dien
+hij dit gelast, onmiddellijk, zonder ons te vragen of te raadplegen,
+zonder op een brief of een bevel van ons te wachten, ook zonder in
+hooger beroep te komen of een verzoekschrift in te dienen, gehoorzamen
+zal aan alles, wat hij zegt of beveelt, op straffe van wat hij namens
+ons opleggen zal."
+
+Bobadilla kwam den 23en Augustus 1500 in de haven van San Domingo
+aan. Columbus was toen op het fort Concepcion, en zijn broeder Diego
+lag in de zeehaven van San Domingo. Dadelijk verklaarde Bobadilla,
+dat hij Columbus in het bestuur over het eiland had vervangen,
+en dat hij het hoogste gezag bekleedde. Opgetogen van blijdschap
+voegden zich alle ontevredenen bij hem. Met de gewapende macht, die
+hij meegebracht had, en de hartelijke deelneming van al de misnoegden,
+viel het hem licht de plaats in bezit te nemen.
+
+Zonder verhoor werd Columbus uit zijn ambt ontslagen, zonder dat
+er zelfs een aanklacht tegen hem werd ingediend. Het scheen tot
+de bijzondere wenschen van Bobadilla te behooren den admiraal
+te vernederen. Hij ging in het huis van Columbus wonen, en maakte
+zich van zijn wapenen, goud, huisraad, paarden en al zijn brieven en
+handschriften, zelfs van de geheime, meester. Ten einde de volksgunst
+te verwerven, vaardigde hij een bevel uit, waarbij voor een tijdperk
+van 20 jaren aan een ieder, die voor eigen rekening goud ging zoeken,
+vergund werd slechts 1/11 aan de regeering te geven, in plaats van 1/3,
+zooals tot nog toe.
+
+In plaats van Roldan en allen, die tegen Columbus in opstand waren,
+te gelasten vóór hem te verschijnen, behandelde hij hen met de grootste
+beleefdheid, opdat hij zich ook van hun hulp bij zijn wederrechtelijke
+toeëigeningen mocht verzekerd houden. Terwijl Columbus zeer verslagen
+en bedroefd was, ontving hij het volgende korte en eenigszins duistere
+briefje van de koningen:
+
+
+ "Aan Don Christophorus Columbus, onzen admiraal van den
+ oceaan. Wij hebben den bevelhebber Francis de Bobadilla,
+ brenger dezes, bevolen, dat hij in onzen naam met u spreken zou
+ over zaken, die hij u meedeelen zal. Wij verzoeken u hem geloof
+ en vertrouwen te schenken en dienovereenkomstig te handelen.
+
+ "Ik, de koning; Ik de koningin."
+
+
+Dadelijk besloot de admiraal aan alle eischen van Bobadilla te voldoen,
+tot hij alle besluiten van Hunne majesteiten kende. Bobadilla liet
+Diego Columbus vatten en sloot hem geboeid aan boord van een der
+schepen op. Toen zond hij officieren uit, om Columbus gevangen te
+nemen, deed hem boeien aan, en bracht hem in een van de cellen op
+het fort San Domingo. De waardigheid, waarmede Columbus zich onder
+dit alles gedroeg, heeft de algemeene bewondering, zelfs die van zijn
+vijanden, opgewekt.
+
+Een aantal beschuldigingen tegen Columbus kreeg men van de muiters en
+die werden naar het Spaansche hof opgezonden. Van zulke laaghartigen
+krioelde het in de kolonie te San Domingo.
+
+In het begin van October werd Columbus, geboeid als de gemeenste
+misdadiger, door de straten naar het schip geleid. Het geschreeuw van
+het grauw volgde hem. Monzo de Villejo, een man van hooge afkomst en
+een edel karakter, werd met de zorg voor de gevangenen belast. Zoowel
+hij als de scheepskapitein, Andreas Martin, behandelden den admiraal,
+gedurende de reis, met den diepsten eerbied. Zeer gaarne zouden
+zij hem de boeien hebben afgedaan, maar de admiraal wilde dit niet,
+en zeide trotsch:
+
+"Neen; Hun majesteiten hebben mij schriftelijk bevolen mij aan alles
+te onderwerpen, wat Bobadilla in hun naam zou bevelen. Op hun gezag
+heeft hij mij in deze boeien geklonken. Ik zal ze dragen, tot zij bevel
+geven ze weg te nemen, en ik zal ze daarna bewaren als herinneringen
+aan het loon voor de diensten, die ik bewezen heb."
+
+Onderweg schreef hij een bewonderenswaardigen brief, dien men aan de
+monarchen moest laten zien. Hij zond dien aan Donna Juana de la Torres,
+een hofdame, die in de bijzondere gunst van de koningin deelde. Toen
+het schip te Cadix kwam, werd deze brief dadelijk verzonden en
+aan Isabella gegeven. Zij las hem met de diepste ontroering en
+deelneming. De koning en de koningin waren beiden even verontwaardigd
+over de Columbus aangedane behandeling. Zij gaven bevel, dat hij
+en zijn broeders dadelijk in vrijheid gesteld, en met de grootste
+onderscheiding bejegend moesten worden. Gezamenlijk schreven zij aan
+Columbus, en drukten hun leedwezen uit, dat hij zooveel geleden had,
+verzekerden hem van hun dankbaarheid en liefde, noodigden hem aan
+het hof en zonden 2000 dukaten, om de reiskosten te bestrijden.
+
+Op den 17en December maakte Columbus, rijk gekleed en gevolgd door
+een voor die gelegenheid passenden stoet, zijn opwachting bij Hun
+majesteiten te Grenada. Toen de koningin hem groette, barstte zij in
+tranen los. Dit maakte het hart van den heldhaftigen man zoo week,
+als geen gestrengheid had kunnen doen. Hij viel op de knieën, lag
+voor eenige oogenblikken buiten kennis, en weende en snikte onder
+hevige aandoeningen. Columbus werd overtuigd, dat zij de handelwijze
+van Bobadilla geheel afkeurden, en dat hij onmiddellijk zou worden
+ontslagen. Zij sloegen volstrekt geen acht op de beschuldigingen, die
+Bobadilla tegen hem had ingediend. Elke gelegenheid grepen zij aan,
+om openlijk hun gunst te openbaren, en gaven hem de verzekering,
+dat al zijn leed vergoed, in zijn armoede voorzien zou worden, en
+dat hij zijn vroeger gezag terug zou krijgen.
+
+Onder het bestuur van Bobadilla deed ieder, wat hij wilde. Las Casas
+deed een huiveringwekkend verhaal van al het onrecht, dat men den
+Indianen aandeed. De gemeenste deugnieten namen den schijn aan van
+edelen te zijn, ontstalen den opperhoofden hun dochters, omringden
+zich met bedienden, als waren ze Oostersche vorsten en dwongen de
+inlanders hen in stoelen te dragen. Een inlander of een vogel dood
+te schieten, was hun hetzelfde.
+
+Zoo spoedig als het kon werd Don Nicholas de Ovando heengezonden,
+om Bobadilla af te zetten. Maar het ontbrak hem aan de noodige
+macht, om over de gemoederen, die daar de rust verstoorden, den
+baas te spelen. Onder zijn bestuur kwam er geen verbetering in den
+toestand. Hem was in het bijzonder opgedragen Columbus en al zijn
+broeders voor al hun verliezen schadeloos te stellen.
+
+Intusschen werden er toebereidselen gemaakt voor een nieuwe reis van
+Columbus. Tochten door andere hoven en bijzondere personen ondernomen,
+hadden een groote uitbreiding aan de ontdekkingen in de Nieuwe wereld
+gegeven. Vasco de Gama was de Kaap de Goede hoop omgezeild en verrijkte
+Portugal met de voortbrengselen van de Oost. Men onderstelde, dat daar
+ergens een straat moest zijn, dicht bij de landengte van Darië, die
+den Atlantischen met den Stillen oceaan verbond. Columbus moest die
+straat trachten te vinden. Na veel getalm, dat aan alle hofhoudingen
+eigen is, waren er eindelijk vier schepen zeilklaar. Het grootste
+schip hield maar 70 ton in, en het kleinste 50. De geheele bemanning
+bestond uit 150 koppen.
+
+Columbus was nu een man op jaren; hij had zijn 66e jaar bereikt. Door
+verdriet en zorg was zijn geest afgemat, en vele lichaamsgebreken
+bogen die eens zoo krachtige gestalte. Zijn geestvermogens schenen
+echter nog onverzwakt. Op deze reis werd Columbus door zijn broeder
+Bartholomeus en zijn jongeren zoon Fernando vergezeld.
+
+Den 9en Mei 1502 zeilde de vloot van Cadix uit. Langs de kust van
+Marokko en de groote Canarische eilanden, kwam de kleine vloot den
+15en Juni bij een van de Caraïben, waarschijnlijk Martinique. Na een
+vaart van 30 mijlen kwamen zij bij Dominica. Toen hij Santa Cruz en
+de zuidzijde van Porto Rico voorbijvoer, was hij, in strijd met zijn
+oorspronkelijk plan en de hem verstrekte lastgeving, genoodzaakt de
+haven van San Domingo in te loopen. In een brief aan de monarchen
+gaf hij hier een verklaring van.
+
+Don Ovando, de opvolger van Bobadilla, regeerde toen. Om de een of
+andere reden, die nog niet geheel opgehelderd is, weigerde Ovando den
+generaal in de haven te laten komen. Las Casas geeft te verstaan, dat
+er in de stad veel vijanden van Columbus waren, en hij dus vreesde,
+dat die gemeene en diepgezonken lieden hem geweld zouden aandoen. Toen
+Columbus er aankwam, zou er juist een vloot in zee steken, om naar
+Spanje te gaan. Zij had een groote hoeveelheid goud in, dat men door
+maatregelen van geweld van de inboorlingen had afgeperst. Bobadilla
+hoopte hierdoor de gunst van Hun majesteiten te koopen. Het was de
+rijkste lading, die ooit de eilanden verlaten had. Een verbazend
+groote klomp, dien een Indiaansche vrouw gevonden had en die het
+grootste stuk gedegen goud was, dat ooit ontdekt werd, was er ook
+bij. Men rekende, dat die klomp meer dan 5000 gulden waard was.
+
+De morgen, waarop de vloot onder zeil zou gaan, was buitengewoon
+helder. Geen blaadje bewoog zich, en de zee geleek een spiegel. Maar
+het geoefend oog van Columbus voorzag de nadering van een dier
+geweldige windhoozen, die zoo menigmaal in de keerkringszeeën een
+schipbreuk ten gevolge hebben. Daarom raadde hij den gouverneur aan,
+het vertrek van de schepen een paar dagen uit te stellen. Zijn raad
+werd echter met verachting verworpen. Er kwam een lichte bries,
+alle zeilen werden geheschen, en de vloot aanvaardde de reis.
+
+Columbus, die zeker wist, dat er een storm in aantocht was, en het
+verdrietig vond, dat men hem bij den naderenden nood uit de haven
+verdreef, die hij zelf had ontdekt, zocht zoo spoedig mogelijk een
+veilige ankerplaats op, waar hij den storm gerust kon afwachten. De
+naar Spanje terugkeerende vloot was nog maar weinige uren op zee,
+of de hoos vloog met ongewone woede op haar aan. Het schip, waarop
+Bobadilla en Roldan zich bevonden met een groote hoeveelheid goud aan
+boord, waartoe ook de groote klomp behoorde, werd door de golven in
+de diepte geslingerd en allen verdronken. Vele andere schepen zonken,
+en men vernam er niets meer van. Enkelen gelukte het in gehavenden
+toestand op San Domingo terug te komen. Slechts één schip kwam in
+Spanje. Het is opmerkelijk, dat dit juist het zwakste van alle was,
+en dat het het eigendom van den admiraal bevatte.
+
+Columbus, die in een nooit bezochte baai ankerde, was getuige van de
+snelle vaart en het geloei van de windhoos, terwijl pikzwarte wolken
+door het luchtruim vlogen, een bijna nachtelijke duisternis heerschte,
+en reusachtige boomen door den verschrikkelijken storm werden
+geveld. Met veel moeite redde hij zijn schepen. Nadat hij ze in de
+kleine haven van Azua gekalefaat had, werd de reis voortgezet. Toen hij
+Jamaica voorbij was, belette windstilte het voortgaan, kreeg hij met
+tegenwinden en nog veel meer met zijn muitziek volk te worstelen. Negen
+nare en moeitevolle weken gingen kruipend om, en toen bereikte men
+een eilandje op de kust van Honduras in de nabijheid van Truxillo.
+
+Een kano, waarin 25 Indianen zaten, kwam op het schip af. Dezen waren
+wat beschaafder, dan die men tot dusver had ontmoet. Hun zwaarden
+waren van zeer hard hout gemaakt, hun messen van steen en hun bijlen
+en hakmessen van koper. Zij droegen aardig geweven hemden en mantels
+van katoen, dat sierlijk en met verschillende kleuren geverfd was. Maar
+het allerbelangrijkst is wel, dat zij groote hoeveelheden cacao-boonen
+bij zich hadden, waarvan de chocolade gemaakt wordt. De Spanjaarden
+hadden deze boon nog nooit gezien. Spoedig werden die boonen een
+algemeen en belangrijk handelsartikel.
+
+De kano was uit een enkelen boomstam gemaakt, en zal 54 voet lang en
+8 breed zijn geweest. Zij was dus nog al groot. Columbus kocht hun
+alles af, en betaalde met Europeesche snuisterijen. De inboorlingen
+waren noch verwonderd noch bang. Mannen en vrouwen hadden katoenen
+kleederen aan.
+
+Men kon in het Zuiden de bergen van het vasteland duidelijk zien. Een
+van de Indianen bood zich dadelijk als loods aan. Columbus verliet
+dit eiland, dat nog den echt Indischen naam van Guanaja draagt,
+en zeilde zoo lang zuidwaarts tot hij bij kaap Honduras kwam, die
+hij kaap Caxinas noemde. Het was Zondag morgen, de 4e Augustus. De
+admiraal ging met een groot gedeelte van het scheepsvolk aan land,
+om er een godsdienstoefening te houden. Twee dagen later landde hij
+op een andere plaats, ontplooide er de Spaansche vlag en nam het land
+in naam van Spanje in bezit. Wel een honderdtal Indianen stond er om
+heen, en keek eerbiedig naar die plechtigheid.
+
+Toen hij langs de kust van Honduras de reis oostwaarts voortzette,
+had hij wel 60 dagen lang grooten last van stormen en regenvlagen,
+vergezeld van onweders, zooals hij nog nooit had bijgewoond. Den
+meesten tijd lag Columbus te bed, omdat hij erg door de jicht gekweld
+werd. Het kwam zijn vrienden en ook hem zelf voor, dat het einde van
+zijn stormachtig leven nabij was. Eindelijk bereikte hij een punt,
+waar de kustlijn bijna rechthoekig naar het Zuiden liep. Deze kaap
+noemde hij Gracias a Dios, of "Gode zij dank."
+
+Zoo langs de kust varende, scheen het land dicht bevolkt te wezen,
+en zag het er met zijn heuvels en valleien, zijn bosschen en weiden
+zeer bekoorlijk uit. Het is een opmerkelijk feit, dat de inboorlingen,
+hoe vriendelijk ook, geen geschenken van de Spanjaarden wilden aannemen
+zonder er iets voor terug te geven van hetgeen zij bezaten. Dit is
+des te opmerkelijker, omdat zij zulk een groote waarde hechtten aan
+Europeesche messen en koralen.
+
+De reis werd langs de schilderachtige stranden van Costa Rica
+voortgezet. Hier zag men inlanders, die versierselen droegen van zuiver
+goud. Maar de gedachten van Columbus bepaalden zich thans alleen tot
+het vinden van de straat. Om die denkbeeldige doorvaart te zoeken,
+deed hij alle baaien van de landengte van Panama aan. Veertig mijlen
+zeilde hij zoo langs de kust van Veragua voort, en kreeg intusschen
+verscheidene platen zuiver goud. Hier zagen de Spanjaarden voor het
+eerst flink gebouwde steenen huizen.
+
+Den 2en November ging de vloot een ruime haven in, die Columbus Puerto
+Bello noemde, en zoo heet zij nog. De inlanders kwamen in grooten
+getale aanloopen, en velen naderden ook in kano's. Een storm belette
+7 dagen lang het voortzetten van de reis. Op den 9en kwamen zij, na 24
+mijlen te hebben afgelegd, te Nombre de Dios. De velden waren hier rijk
+begroeid met vruchten, Indisch koren en andere gewassen. Hun schepen
+verkeerden in een bedroevenden toestand, zoozeer hadden de wormen de
+planken doorboord. Zoo lang men de inlanders minzaam behandelde, waren
+zij ook zoo vriendelijk, als men maar kon verlangen. Maar Columbus
+kon de ontaarde en ruwe matrozen niet altijd in bedwang houden,
+'s Nachts zwommen die deugnieten vaak aan wal, en beleedigden de
+inlanders op een vreeselijke wijze.
+
+Niet zelden hadden er oneenigheden plaats. De inlanders werden telkens
+talrijker, en er ontstond een gevecht. De schepen lagen dicht bij den
+wal, zoodat Columbus te recht bang was, dat duizenden inboorlingen
+op zijn schepen zouden komen. Daarom loste hij twee- of driemaal de
+kanonnen, maar de schoten gingen over hun hoofden heen. De donder en
+de bliksem verschrikten hen zoo, dat zij de vlucht namen.
+
+Daar Columbus door folterende pijnen gekweld en door stormen beloopen
+werd, keerde hij naar Hispaniola terug. Wel vond hij vele aanwijzingen
+van goud, maar de toestand der schepen was zoo, dat er aan verder
+onderzoek niet meer te denken viel. Hij trachtte aan de rivier de Belen
+een kolonie te stichten, en was voornemens het bestuur daarover aan
+zijn broeder toe te vertrouwen, terwijl hij dan naar Spanje zou gaan,
+om hulpmiddelen te halen. Achttien man bleef achter. Zij begonnen aan
+de oevers van de rivier vier huizen te bouwen. Het was een vruchtbare
+streek, en bananen, pisangs, pijnappels, cacao-boonen, maïs en vele
+eetbare wortels trof men er in overvloed aan. In de rivier en op
+de zeekust was allerlei soort van visch. Voor gebrek aan voedsel
+behoefde geen vrees te bestaan, en Columbus deed alles, wat hij kon,
+om met de wilden op een vriendschappelijken voet te blijven.
+
+Maar het opperhoofd van dat land, Quibian geheeten, was een
+oorlogzuchtig man, die met leede oogen zag, dat er op zijn grond
+huizen werden gebouwd, en dat de vreemdelingen zich dus naar alle
+waarschijnlijkheid daar voor goed wilden vestigen. Men verdacht
+hem van een krijgsmacht op de been te brengen, om de kolonie te
+verwoesten. Een gewapende bende van 74 man werd heimelijk uitgezonden,
+om het opperhoofd met zijn geheele huishouding gevangen te nemen en
+hen als gijzelaars te houden. 't Is jammer, dat we dit slechts van
+één kant weten, daar de wilden er geen geschiedschrijvers op nahouden.
+
+In alle stilte en onopgemerkt kwamen de booten bij het groote huis
+of het paleis van het opperhoofd. Hij werd met zijn geheele gezin
+gevangen genomen. Hij, zijn vrouwen, kinderen en bedienden vormden een
+gezelschap van 50 personen. Het opperhoofd werd aan handen en voeten
+geboeid, en zoo zakten de booten de rivier af, om de gevangenen op
+het admiraalsschip te brengen. Columbus had het wreede plan hen allen
+mee naar Spanje te nemen, ze daar als gijzelaars te houden tot zijn
+terugkomst, opdat de inboorlingen zich rustig zouden gedragen.
+
+Maar al had men Quibian ook geboeid, toch gelukte het hem 's nachts uit
+de boot te springen en naar den wal te zwemmen. De andere gevangenen
+werden op het schip gebracht en in de voorplecht opgesloten. Het
+valluik werd met een zware ketting en een slot vastgemaakt. 's Nachts
+maakten de sterkste krijgslieden een soort van beun onder het luik,
+klommen er op, zetten hun schouders onder het luik en lichtten het met
+vereende krachten op. Dadelijk sprongen zij weg, en lieten zich in zee
+vallen. De zeelieden schoten aanstonds toe, hadden hun uitgetrokken
+sabels in de hand, verhinderden velen te ontsnappen en maakten toen
+het valluik weer met den ketting vast.
+
+"Toen men des morgens", schrijft Irving, "eens naar de gevangenen ging
+kijken, vond men ze allen dood. Eenigen hadden zich met eindjes touw
+opgehangen en raakten met de knieën den vloer; anderen hadden zich
+verworgd door de touwen met de voeten stijf aan te trekken. Zulk een
+moedigen, onbedwingbaren geest had dit volk, en zoo groot was zijn
+afkeer van de blanken."
+
+En nu vielen de verbitterde inboorlingen verwoed op de
+kolonie aan. Veel Spanjaarden, maar ook veel wilden vonden den
+dood. Stormachtig weer maakte de zee onstuimig. Die aan land waren,
+hadden geen kans om te ontsnappen, en 't was voor Columbus onmogelijk
+hen te helpen. De oorlog woedde ontzaglijk, en ging als altijd met
+bloed en ellende vergezeld. Na vele dagen van aanhoudenden strijd
+en tal van wanhopige waagstukken moest men de kolonie opgeven, en
+haar bewoners konden zich door de hevige rukwinden niet dan met de
+grootste moeite in drie wrakke vaartuigen inschepen, die ieder uur
+gevaar liepen te zinken.
+
+Columbus ging onder al dit leed diep gebukt. Oud, ziek, teleurgesteld,
+in aanhoudend doodsgevaar en omringd door ontevreden en morrend
+scheepsvolk, was het leven hem een last geworden. In een koortsachtigen
+droom werd hij getroost door wat hem voorkwam een gezicht van God te
+zijn. Hij deed hiervan meedeeling aan den koning en de koningin.
+
+"Afgetobd en zuchtend," schreef hij, "viel ik in slaap. Ik hoorde
+een klagende stem, die tot mij zeide: 'O, gij trage en onverstandige
+van hart, om te gelooven en uw God te dienen, die de God van allen
+is. Wat deed Hij meer voor Mozes dan Hij voor u heeft gedaan? Van
+uwe geboorte af, waart gij het voorwerp Zijner bijzondere zorg.'"
+
+Op deze manier vroolijkte de onderstelde engel zijn neergebogen
+geest op.
+
+Het water in de rivier stond zoo laag, dat een van de schepen er vast
+zat en dus achtergelaten moest worden. In het laatst van April 1503
+verliet Columbus deze oorden van ellende, en ging naar de kust van
+Veragua. Daar gekomen, moest hij een tweede schip verlaten, omdat
+het geheel door de wormen was verteerd. Nu moesten allen in twee
+schepen geborgen worden, en deze konden ze alleen door aanhoudend
+pompen boven water houden.
+
+Den 30en Mei kwam hij ten Zuiden van Cuba bij een eilanden-groep,
+die hij de Koninginne-eilanden noemde. Daar overviel hem op eenmaal
+midden in den nacht een storm, zooals hij er nog nooit een beleefd
+had. De schepen werden her- en derwaarts gedreven, en de admiraal,
+die nog altijd lijdende was en in den grootsten nood verkeerde, omdat
+de schepen telkens meer lek werden, had toch het geluk een haven op de
+kust van Jamaïca binnen te loopen, waar hij al eens meer was geweest,
+en die hij toen Santa Gloria had genoemd.
+
+Verder kon hij niet varen, want zijn schepen dreigden zelfs in de
+haven te zinken. Hij gaf bevel beide vaartuigen naast elkander op
+het droge te laten loopen. Een paar meter van het strand werden ze
+vastgelegd, en op den boeg en bij den achtersteven werden met riet
+gedekte hutten gebouwd. Wetende, dat hij zich niet tegen de Indianen
+verdedigen kon, als zij kwaad wilden, beval hij, dat niemand zonder
+verlof aan land mocht gaan. Hij deed intusschen al het mogelijke, om
+zich van de vriendschap van de wilden te verzekeren, die in grooten
+getale in de haven gekomen waren. Zij droegen allerlei levensmiddelen
+aan, die zij gaarne aan de Spanjaarden wilden verkoopen.
+
+Men zou met de inboorlingen niet in oneenigheden gekomen zijn, als geen
+slechte bejegening en mishandeling hen tot vijanden hadden gemaakt.
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+DE SCHIPBREUK BIJ JAMAÏCA.
+
+
+Het eiland Jamaïca was destijds zeer bevolkt en vruchtbaar. Wijselijk
+stelde Columbus maar twee personen aan, die met de inboorlingen
+handel mochten drijven. Hij vond het raadzaam eenige manschappen
+af te zenden, om het binnenland te gaan onderzoeken. Diego Mendez
+ging met eenige goed gewapenden heen, en trok het heele eiland tot
+zijn oostelijkste punt door. Overal werd hij met echt broederlijke
+gastvrijheid ontvangen. Het gebied van onderscheidene opperhoofden werd
+door hem bezocht, en overal ruilde men bereidwillig de voortbrengselen
+van 't land tegen Europeesche waren in.
+
+Op het einde van het eiland woonde een machtig opperhoofd, dat Ameyro
+heette. Hij was een zeer verstandig en aangenaam man, die een warm
+vriend van Mendez werd. Zij namen elkanders naam aan tot een teeken
+van broederschap. Mendez kocht een van die kano's van hem, waarvan
+we vroeger reeds een beschrijving hebben gegeven. Hij betaalde er
+een koperen pot, een buis en een hemd voor. Met al zijn metgezellen,
+zes Indianen en een ruimen voorraad levensmiddelen voer hij langs de
+kust, vertoefde op verschillende plaatsen, en kwam zoo op de plaats,
+waar men schipbreuk geleden had.
+
+Door den handel was alle vrees voor hongersnood geweken, maar Columbus
+werd toch door grooten angst gedrukt. In een nooit bezochte zee en op
+een bijna onbekend eiland had hij schipbreuk geleden, en het was even
+onmogelijk de schepen te herstellen als nieuwe te bouwen. Kans, dat een
+vreemd schip hem op zou nemen, was er ook volstrekt niet. Hispaniola
+lag meer dan 120 mijlen verder, en in dat deel van de zee gingen sterke
+stroomen en heerschten vaak hevige stormen. Het liet zich dus aanzien,
+dat de schipbreukelingen altijd op het eiland zouden moeten blijven,
+om de een na den ander te sterven.
+
+Daar kwam Columbus op het denkbeeld, dat de moedige Mendez misschien
+zou over te halen zijn, om met de door hem gekochte kano den
+gevaarlijken tocht naar Hispaniola te ondernemen. Mendez had op
+een eenvoudige, maar toch boeiende wijze verteld, welk gesprek hij
+gehouden had. De admiraal liet den jongen man bij zich komen, en zeide:
+
+"Diego Mendez, mijn zoon, geen van allen hier begrijpen iets van ons
+gevaar, behalve gij en ik. Ons getal is klein, dat der Indianen groot,
+en zij zijn prikkelbaar en oploopend. Bij de minste aanleiding zouden
+zij onze rieten hutten in brand steken, en wij er bij omkomen. Ik heb
+over een ontsnapping gedacht, indien gij er niets tegen hebt. Met
+de door u gekochte kano zou er een naar Hispaniola kunnen gaan, en
+trachten een schip te krijgen, waardoor wij allen gered konden worden."
+
+Hierop gaf Mendez ten antwoord: "Mijnheer, ik weet, dat het gevaar
+waarin wij verkeeren, grooter is dan velen denken kunnen. Maar ik
+geloof, dat het niet alleen moeielijk, maar geheel onmogelijk is, om
+met een vaartuig als een kano naar Hispaniola te gaan. We moeten dan
+een stroom door, die 40 mijlen breed is, en de zee is er bijzonder
+onstuimig en haast nooit kalm. Ik zou niet weten, wie zulk een
+gevaarlijken tocht zou willen wagen."
+
+Na een oogenblik gezwegen en bemerkt te hebben, dat hij zelf de persoon
+was, dien Columbus op het oog had, om den tocht te ondernemen, voegde
+Mendez er aan toe:
+
+"Mijnheer, ik heb dikwijls mijn leven gewaagd, om u en allen hier te
+redden, en God heeft mij tot hier toe wonderbaarlijk behouden. Er
+zijn er evenwel, die zeggen, dat Uwe Excellentie mij alle zaken
+toevertrouwt, waarmee eer te behalen is, en dat anderen die net zoo
+goed zouden doen als ik. Daarom verzoek ik u al het volk bij u te
+roepen en het voorstel te doen. Als allen weigeren, dan zal ik komen,
+en mijn leven voor u in de waagschaal stellen."
+
+Den volgenden dag kwamen allen van de beide schepen te zamen. Niet
+één was er, die zulk een gewaagde onderneming aandurfde. Toen trad
+Mendez vooruit, en zeide:
+
+"Mijnheer, ik heb maar één leven te verliezen. Ik ben bereid het in uw
+dienst te wagen, en voor allen die hier aanwezig zijn. Ik vertrouw op
+de bescherming van God, die ik vroeger zoo dikwijls mocht ondervinden."
+
+De kano werd op 't strand getrokken en van een soort kiel voorzien. Om
+te maken, dat er geen water in kon loopen, werden er van den voor-
+naar den achtersteven planken op vastgespijkerd. Ook zette men er
+een mast met een zeil op. Toen er een goede voorraad levensmiddelen
+ingelegd was, begon Mendez met slechts één Spanjaard en 6 Indianen
+de gevaarlijke reis.
+
+Van Santa Gloria tot kaap Morant was meer dan 100 mijlen. Zij
+hadden met veel tegenstroomen te kampen, en kwamen zeer langzaam
+vooruit. Toen zij aan den oostkant van het eiland bij kaap Morant
+gekomen waren, moesten zij er door het stormachtige weêr verscheidene
+dagen blijven. Daar werden zij door een troep vijandige Indianen
+aangevallen, die zonder moeite de boot met alles, wat er in was,
+in bezit namen. Daar de Indianen twist kregen over de verdeeling van
+den buit, kon Mendez ontsnappen en met de kano in zee steken. Door
+wind en stroom geholpen, kwam hij behouden te Santa Gloria aan. Waar
+zijn Spaansche tochtgenoot gebleven was, is niet bekend.
+
+De ridderlijke Mendez verklaarde zich bereid, om de reis nog eens te
+doen. Door ondervinding geleerd, nam hij twee kano's, ieder bemand
+met 6 Spanjaarden en 10 Indianen. Bartholomeus Fiesco, een Genuees
+met een uitmuntend karakter, bestuurde de tweede kano. Een gewapende
+bende begeleidde de booten tot aan het einde van het eiland. Na een
+oponthoud van vier dagen aanvaardden zij de moeielijke reis. De morgen
+was helder en de zee kalm.
+
+Maanden lang bleef Columbus in volkomen onzekerheid, wat hun
+overkomen was. Dit blijkt uit de volgende aanhaling, al is die dan
+ook onsamenhangend, uit zijn dagboek:
+
+"Tot nog toe heb ik over anderen geweend. Maar nu, o hemel! heb
+medelijden, en ween over mij, o aarde! Mijn aardsche schatten zijn zoo,
+dat ik geen halven cent heb voor een mis; ik ben hier in Indië gebracht
+en door wreede en vijandige wilden omringd; eenzaam, verlaten en ziek
+verwacht ik, dat elke dag de laatste is; wat geestelijke schatten
+betreft, ik leef hier buiten de Heilige genademiddelen van de Kerk,
+zoodat, wanneer mijn ziel het lichaam verlaat, zij eeuwig verloren
+is. Ween over mij, al wie liefde, waarheid en gerechtigheid bemint! Ik
+deed deze reis niet, om goud of eer te behalen, dat is zeker. Die
+wensch bestond bij mij niet meer. Ik spreek oprecht, ik kwam, om uw
+majesteiten te dienen met goede bedoelingen en loffelijken ijver. Mocht
+het God behagen mij van hier te bevrijden, dan smeek ik Uwe Majesteiten
+mij te vergunnen naar Rome te gaan en andere pelgrimstochten te doen."
+
+Kort na het vertrek van Mendez en Fiesco, brak er onder de bemanning
+een vreeselijke ziekte uit. Dagen, weken, maanden zelfs gingen langzaam
+voorbij. Allen waren zeer terneergeslagen, en zij konden hun geest
+met niets bezighouden. Er ontstond gemor en velen waren ondankbaar
+genoeg den admiraal de oorzaak van al hun rampen te noemen.
+
+Bij het gezelschap bevonden zich twee broeders, Francisco en Diego
+de Porras, beiden mannen van voorname geboorte en van aanzien. Dezen,
+die als ijdel, onbeschaamd en beginselloos beschreven worden, wisten
+een opstand tegen het gezag van Columbus, die door een hevigen aanval
+van jicht aan zijn bed gekluisterd was, te verwekken.
+
+Het wachten moe en zonder hoop ooit weer iets van Mendez te zullen
+hooren, nam een oproerige en bandelooze troep tien kano's en zeilde
+er mee naar Hispaniola. In 't geheel bestond zij uit 48 man. Uit
+niets blijkt, dat Columbus zich krachtig tegen die maatregelen heeft
+verzet. Maar het beleedigende en het wantrouwen, dat uit het gedrag
+van de oproermakers sprak, gaf hem veel verdriet.
+
+Er waren maar weinigen, die bij den admiraal bleven, wanneer men
+de zieken niet meerekent. De muiters stoorden zich aan niets, en
+behandelden de Indianen op de onbarmhartigste wijze. Ook namen zij
+hun alles af, en zeiden: "Columbus moet er voor betalen, en als hij 't
+niet doet, slaat hem dan dood." Columbus bleef intusschen bedlegerig,
+en leed ontzettend veel, zoowel naar het lichaam als naar den geest. De
+woeste soldaten trokken als dollemannen langs de kusten, en plunderden
+de inboorlingen overal, waar zij aan land kwamen. Blijkbaar was het
+hun voornemen de Indianen zoo kwaad te maken, dat zij den admiraal
+en allen, die bij hem gebleven waren, gingen vermoorden. Op die wijze
+zou men van hun opstand, waardoor zij zich natuurlijk een zware straf
+op den hals haalden, in Spanje niets te weten komen.
+
+Toen zij het einde van het eiland bereikt hadden, haalden zij vele
+Indianen, waarschijnlijk door dwang, over, hen in het overvaren te
+helpen. De kano's, die van geen kiel voorzien waren, konden door haar
+geringe afmetingen zeer licht omslaan, als men niet met groote zorg
+het evenwicht wist te bewaren. De golven werden grooter en sloegen
+over de kano's neen, zoodat de dood onvermijdelijk scheen. Om de
+kano's lichter te maken, wierp men een aantal Indianen over boord,
+als waren het schapen of varkens. Terwijl zij zoo in het water
+spartelden, gelukte het enkelen een kant van een kano te grijpen,
+om even te rusten of adem te scheppen. Zonder de minste aarzeling
+hakten de onmenschelijke Spanjaarden met hun zwaard de handen van die
+ongelukkigen af. De arme schepsels gilden dan natuurlijk erbarmelijk
+en zonken. Zoo kwamen er achttien om.
+
+Met moeite bereikten de Spanjaarden het eiland weer. Door den hevigen
+storm waren zij genoodzaakt geworden bijna alles, wat eenige waarde
+had, over boord te werpen. Nu ontstond er twist over den te volgen
+koers. Sommigen stelden voor om, als de wind gunstig werd, naar
+Cuba te varen; anderen raadden aan van de onderneming af te zien,
+en berouwvol naar den admiraal terug te keeren; nog waren er, die
+naar Santa Gloria wilden gaan, om zich daar van nieuwen voorraad
+te voorzien. De meerderheid echter vond het het best, om van den
+eersten gunstigen wind gebruik te maken en dan naar Hispaniola te
+reizen. Na een oponthoud van vier weken, gedurende welken tijd zij
+de inboorlingen aan de grootste onderdrukking bloot stelden, werd
+het goed weer en waagden zij een nieuwe poging; maar zij werden
+weer door stormen teruggedreven. Nu verloren zij den moed, gaven
+de onderneming op en begonnen langzaam midden door het eiland den
+terugtocht aan te nemen. Het waren sterke mannen en goed gewapend ook,
+tevens door en door bedorven lieden. Las Casas zegt, dat hun marsch
+met een voorbijtrekkende pest gelijk stond.
+
+De zieke en lustelooze Columbus wachtte te Santa Gloria, maar bijna
+zonder hoop, op eenig bericht van Mendez. Aan de waarheid van de
+volgende schoone woorden, die Irving aan zijn nagedachtenis wijdde,
+kan redelijkerwijze niet getwijfeld worden:
+
+"Terwijl Porras en de zijnen met vreugdelooze en wanhopige
+ongebondenheid huishielden, vertoonde Columbus integendeel het
+beeld van een mensch, die in alle opzichten waar is, en te midden
+van tegenspoed en verdriet door reinheid van hart zich staande weet
+te houden. Had het gezonde en krachtige deel van zijn garnizoen hem
+verlaten, het zieke en moedelooze overschot trachtte hij te troosten
+en te bemoedigen. Zijn eigen bitter lijden vergat hij en dacht alleen
+aan het hunne. De weinigen, die nog eenige diensten konden verrichten,
+hielden de wacht op het wrak of pasten op de zieken, maar er was
+niemand, die nieuwen voorraad levensmiddelen en andere benoodigdheden
+kon aanhalen. Gelukkig begonnen de goede trouw en het vriendelijk
+gedrag van Columbus jegens de inlanders de gewenschte vrucht te
+dragen. Aanzienlijke hoeveelheden voorraad werden hun van tijd tot
+tijd gebracht en hij kocht alles tegen een zeer billijken prijs."
+
+"Wat hiervan 't lekkerst en 't versterkendst was, liet hij voor de
+zwakken klaar maken. Daar hij wist, hoe verbazend groot de invloed
+van de ziel op het lichaam is, deed hij zijn best, om de lijders wat
+op te vroolijken en hun hoop te verlevendigen. Zijn eigen angst wist
+hij te verbergen, en hij bewaarde een vroolijk en opgeruimd gelaat,
+terwijl hij door opbeurende toespraken de hoop op een spoedige
+redding vernieuwde. Door hen zoo vriendelijk te behandelen en zoo
+verstandig met hen om te gaan, werkte hij gunstig op de gezondheid en
+de vroolijkheid van zijn volk, en was het eindelijk weer in staat voor
+de algemeene veiligheid iets te doen. Er werden bepalingen gemaakt,
+waaraan men zich moest onderwerpen en hierdoor ontstond de noodige
+orde. De menschen werden overtuigd van de voordeelen eener goede tucht
+en zagen in, dat de door den bevelhebber gemaakte verbodsbepalingen
+tot hun eigen welzijn strekten en aller gemak bevorderden."
+
+De voorraad werd echter schaarsch, want oogsten deden de Indianen
+niet. Zij plukten vruchten als die rijp waren en, daar zij
+weinig behoeften kenden, hadden ze voor hun gebruik al spoedig
+genoeg. Sieraden verloren hun aantrekkelijkheid, en daarmee hun
+waarde. De vadzige Indianen wilden niet ver loopen, om voedsel te
+halen, en daardoor dreigde er werkelijk gebrek voor de Spanjaarden te
+zullen ontstaan. In deze omstandigheden nam Columbus het volgende
+buitengewone middel te baat, om voorraad te krijgen. Van zijn
+sterrenkundige kennis gebruik makende riep hij het opperhoofd tot
+het bijwonen van een vergadering op, en koos daarvoor een dag uit,
+waarop een totale maansverduistering plaats hebben zou. Hij deelde hun
+mede, dat God, die de bijzondere Beschermer van de Spanjaarden was,
+vertoornd op hen geworden was, omdat zij hadden verzuimd een voldoende
+hoeveelheid voedsel te brengen. Tot een bewijs van zijn ongenoegen en
+van de straf, die hen wachtte, zou God in den aanstaanden nacht de maan
+uitblazen. Sommigen werden nu zeer benauwd, en anderen lachten er om.
+
+De nacht kwam, maar toen de maan verdonkerde, waren allen van vrees
+vervuld. De opperhoofden wierpen zich aan de voeten van Columbus neer,
+en smeekten hem bij God hun voorspraak te willen zijn, belovende
+voortaan altijd gehoorzaam te zullen wezen. Columbus liet zich lang
+smeeken, maar gaf eindelijk toe. Toen de verduistering minder werd,
+begaf hij zich naar de kajuit als om met God te spreken. Spoedig
+daarna scheen de maan weer in haar gewonen luister, en er was geen
+gebrek aan levensmiddelen meer.
+
+Acht maanden waren verloopen sinds Mendez en Fiesco de gevaarvolle reis
+begonnen. De oproermakers onder Francisco Porras, die hun erkend hoofd
+schijnt te zijn geweest, hadden zich hier en daar naar hartelust aan
+uitspattingen schuldig gemaakt. Juist toen de zon onderging, kwam
+er op zekeren avond een schip aan. De vreugde was groot. Het schip
+wierp in de haven het anker uit en zond een boot naar de in nood
+verkeerende schepen. De onvriendelijke Ovando, die blij zou geweest
+zijn als hij gehoord had, dat Columbus was vergaan, durfde, toen hij
+van Mendez diens toestand vernam, toch niet nalaten alle middelen
+aan te wenden tot zijn redding. Na lang en nutteloos wachten zond hij
+een vroegeren samenzweerder tot Columbus, om eens goed op te nemen in
+welken toestand hij verkeerde. Deze man, Diego de Escobar geheeten,
+was een van de saamgezworenen van Roldan geweest. Columbus had hem
+ter dood veroordeeld, maar Bobadilla had hem genade geschonken.
+
+Deze man nu kwam in zijn boot naar de schepen toe, maar aan boord ging
+hij niet. Hij overhandigde Columbus een brief van Ovando, en bood hem
+tevens een vat wijn en een zij spek aan. Daarop ging hij een eindje
+achteruit, en vertelde toen aan Columbus, dat het Ovando erg speet,
+dat hij zoo ongelukkig was. Ook speet het hem erg, dat zijn schip niet
+groot genoeg was, om Columbus en zijn metgezellen mee te nemen; maar
+dat er zoo spoedig mogelijk een ander komen zou. Als soms Columbus
+een brief wilde meegeven voor Ovando, dan verzocht hij Columbus dien
+dadelijk te schrijven, omdat hij gaarne spoedig wilde vertrekken.
+
+Columbus schreef een beleefden en verzoenenden brief, beschreef zijn
+droevigen toestand en verzocht dringend om spoedige hulp. Escobar
+heesch de zeilen en verdween. De Spanjaarden wisten niet, wat zij van
+dit zonderlinge bezoek te denken hadden, en verloren opnieuw alle
+hoop. Columbus trachtte hen te bemoedigen door de verzekering, dat
+er weldra schepen zouden komen, om hen weg te halen. Met Escobar,
+zeide hij, wilde ik niet gaarne meegaan, en het schip was ook te
+klein om allen op te nemen, zoodat hij dan nog maar liever bleef om
+hun lot te deelen.
+
+Heimelijk was Columbus zeer verontwaardigd over het gedrag van
+Ovando. Voor eenige maanden had hij hem in een gevaarvollen toestand
+en pijnlijke onzekerheid verlaten, terwijl hij aan de vijandschap van
+de inlanders, de oproerigheid van zijn eigen manschappen en bittere
+wanhoop ter prooi was. Eindelijk zond hij een boodschap, die slechts
+een bedriegelijke hoop voorspiegelde, en dan nog wel met een man,
+die een van zijn onverzoenlijkste vijanden was, met een geschenk,
+dat door zijn onbeduidendheid een bespotting van hun nooden geleek.
+
+De indruk, dien Columbus gekregen had en dien ook Las Casas ontving,
+was waarschijnlijk juist. Ovando vreesde, dat Columbus weer het
+bestuur over Hispaniola in handen zou krijgen, en hoopte werkelijk,
+dat hij op het eiland Jamaïca omkomen zou.
+
+Nu moeten wij de lotgevallen van Mendez en Fiesco nagaan. Zij waren
+langs de zuidelijke kust van het eiland gevaren tot zij het einde
+bereikt hadden. De zee was zeer kalm geweest. Toen waren zij moedig
+de oogenschijnlijk grenzenlooze zee opgevaren, die vóór hen lag. Geen
+wolkje was er aan de lucht en geen windje rimpelde de golven van
+den oceaan. De hitte van de keerkringszon was verschrikkelijk,
+want zelfs de inlanders sprongen in zee, om zich te verfrisschen,
+vóór zij de roeiriemen weer in de hand namen. Nacht en dag werd de
+reis voortgezet. De Indianen, die al het werk deden, losten elkander
+af, zoodat, als de eene helft roeide, de andere ging slapen. Ook de
+Spanjaarden, die met de wapenen in de hand de wacht hielden, deden
+dat bij beurten; omdat zij bang waren, dat de door hen tot slaven
+vernederde Indianen, tegen hen zouden opstaan.
+
+Land was nergens te zien. De wrakke kano's gingen met de golven op en
+neer, en 't was duidelijk, dat zij stellig zouden vergaan als de zee ze
+erg in beweging bracht. Zij kregen van de hitte zulk een onduldbaren
+dorst, dat het weinige water al zeer spoedig op was. Een weinig had
+men bewaard, om het lepelsgewijze aan hen, die gevaar liepen van te
+bezwijken, te geven. Alleen door hard roeien, kon men bij de brandende
+windstilte, vooruit komen. De derde dag brak aan, maar ging ook stil
+voorbij. 's Nachts was het even zoel als over dag. Men kon nergens
+land zien, alleen lucht en water. Een van de Indianen viel flauw van
+de hitte en stierf. Zijn lijk werd in zee geworpen. Men leed zulk
+een hevigen dorst, dat men er niet van slapen kon, en ongelukkig was
+er geen druppel water meer. De inlanders konden de riemen niet meer
+voortbewegen, en vielen de een na den ander krachteloos neer.
+
+Wanhopig zat Mendez bij den achtersteven. Het scheen, dat allen op die
+stille zee zouden moeten sterven. Toen de maan opkwam, zag hij echter
+in de verte iets zwarts, dat even boven het water uitstak. Weldra
+kreeg hij de zekerheid, dat het land was, en gaf hij van blijdschap
+een luiden gil. Hierdoor kregen hun verlamde krachten nieuw leven, en
+met het aanbreken van den dag bereikten de uitgeputte roeiers het land.
+
+Het bleek het eiland Navasa te zijn, waarnaar ze zochten. De omtrek
+bedroeg anderhalve mijl, 't geheel was een naakte rots, die zich op
+een afstand van 24 mijlen van Haïti uit de zee verhief. Ofschoon er
+boom noch struik, rivier noch bron te vinden was, toch leverden
+de rotsholten een voldoende hoeveelheid water op. Ondanks de
+waarschuwingen van de officieren dronken velen zoo onmatig, dat zij
+onder de hevigste pijnen bezweken en anderen lang en gevaarlijk ziek
+bleven. Ook vond men wat schelvisch, en die leverde een heerlijk maal
+op, nadat men ze gekookt had boven drijfhout, dat daar lag.
+
+Den geheelen dag brachten ze op dit eiland door, rustten in de schaduw
+van de rotsen uit en keken verlangend naar de hooge bergen van Haïti,
+die zich ver in 't Oosten aan den horizon vertoonden. Toen de zon
+onderging, gingen ze weer scheep en kwamen den volgenden dag bij de
+zuidwestelijkste punt van het eiland, die kaap Tiburon genoemd werd. In
+een kort reisverhaal, dat Mendez schreef, maakt hij eerst melding
+van zijn vertrek van Jamaïca, waar hij het geleide achterliet, dat
+Columbus hem tot het einde van 't eiland had meegegeven. Hij schrijft:
+
+"Daar de zee minder onstuimig werd, nam ik van de anderen
+afscheid. Allen waren, als ik, diep bewogen. Ik beval mij toen aan God
+en de maagd van Antigua aan, en bracht vijf dagen en vier nachten op
+zee door, zonder de roeiriemen ook maar een oogenblik los te laten,
+en hield nog het roer, als mijn tochtgenooten roeiden. Gelukkig kwam
+ik aan den avond van den vijfden dag bij het eiland Hispaniola aan,
+bij kaap San Miguel, die nu kaap Tiburon heet; en had toen in geen
+twee dagen eten of drinken gehad, omdat onze voorraad op was."
+
+"Ik sleepte mijn kano toen op een mooi plekje aan de kust, en omdat
+de wilden spoedig met vele eetwaren naar mij toe kwamen, bleef ik er
+twee dagen, om uit te rusten. Ik nam van die plaats zes Indianen mee,
+en liet er de meegebrachten achter. Van de stad St. Domingo, waar de
+goeverneur woonde, was ik nu nog 390 mijlen verwijderd. Ik hield altijd
+maar de kust, en had zoo 240 mijlen, niet zonder groote moeite en veel
+gevaar, afgelegd, toen ik in de provincie Azoa aankwam, die nog 72
+mijlen van St. Domingo afligt. Hier vernam ik, dat de goeverneur bezig
+was de provincie Xaragua te veroveren, die 150 mijlen verwijderd was
+van de plek, waar ik mij bevond. Toen ik dit hoorde, verliet ik mijn
+kano, en begaf mij op weg naar Xaragua. Daar trof ik den Goeverneur
+aan; hij hield mij zeven maanden bij zich en in dien tijd werden op
+zijn bevel 84 opperhoofden en bovendien nog de voornaamste dame van
+het eiland, Nacaona genaamd, wie allen gehoorzaamden en dienden,
+verbrand of opgehangen."
+
+_In dien tijd werden 84 opperhoofden verbrand of opgehangen!_
+Hoe leeren ons die weinige woorden de wreedheid kennen, waarmee de
+inlanders door de onmenschelijke gelukzoekers werden behandeld.
+
+Ovando, die Columbus hulp zou zenden, maar hierin nalatig gebleven
+was, trachtte zich zoo goed mogelijk te verontschuldigen. Ook wilde
+hij Mendez niet naar San Domingo laten gaan, omdat hij vreesde, dat
+deze medelijden met den admiraal zou weten op te wekken, waardoor
+men wellicht maatregelen voor zijn bevrijding nam. Ten laatste,
+door maar steeds aan te dringen, kreeg hij eindelijk verlof om naar
+San Domingo te gaan, en daar de aankomst van eenige schepen, die uit
+Spanje werden verwacht, af te wachten.
+
+Terstond ging hij te voet op weg en legde een afstand van 200 mijlen
+door de wildernis af. Zoodra hij vertrokken was, zond Ovando het schip
+uit onder bevel van den oproerling Escobar, die den onverklaarbaren
+tocht naar den schipbreuklijdenden admiraal ondernam.
+
+Wetteloosheid en misdaad brengen altijd ellende voort. De
+opstandelingen te Jamaïca, die onder elkander twistten, en zich den
+haat van de inboorlingen op den hals gehaald hadden, verkeerden in
+den deerniswaardigsten toestand. Nu men wist, dat hij schipbreuk
+geleden had, twijfelde Columbus er geen oogenblik aan, of men zou
+hem spoedig schepen tot zijn redding zenden. Al wist Ovando ook een
+verschooning voor zijn talmen te bedenken, hij zou het toch niet
+durven wagen den admiraal en zooveel Spanjaarden hulpeloos te laten
+sterven. Toen Columbus met den toestand van de oproermakers bekend
+was, zond hij twee van zijn manschappen naar hen toe, om hen in
+kennis te stellen met het bezoek van Escobar en om hen te verzekeren,
+dat er spoedig schepen zouden komen om hem te bevrijden. Allen, die
+terug wilden keeren, beloofde hij vergiffenis en een vrijen overtocht
+naar Hispaniola met de verwachte schepen. De hoofden van den opstand
+poogden deze aanbiedingen voor hun misleide bondgenooten verborgen
+te houden. Zij lieten Columbus weten, dat zij niet naar Hispaniola
+terug verlangden, maar liever vrij op het eiland bleven wonen.
+
+Met het doel den mannen daden van geweld te laten verrichten, waardoor
+het hun onmogelijk zou worden genade te verwerven, begaven zij zich op
+weg, om de wrakken te plunderen en Columbus gevangen te nemen. Columbus
+kreeg van hun komst bericht. Bartholomeus Columbus, die den titel van
+adelantado droeg, trok met 50 goed gewapende mannen uit, om den vijand
+tegemoet te gaan [7]. Hij had in last, alles te doen wat mogelijk was,
+om hen tot een vreedzaam terugkeeren aan te sporen, en volstrekt geen
+geweld te gebruiken, wanneer dit niet zeer noodzakelijk was.
+
+Francisco de Porras wilde echter van geen vrede weten. Onder woest
+geschreeuw en de grootste verwoedheid beval hij zijn manschappen vuur
+te geven. Zelf ging hij met zes van de moedigsten naar den adelantado;
+want, dacht hij, als we dien aanvallen en dooden, dan kunnen we
+de overigen gemakkelijk uit elkander jagen. Een verwoed gevecht
+volgde. Met één slag sloeg Porras het schild van den adelantado in
+stukken en wondde hem aan de hand. Het zwaard zat zoo diep in het
+schild, dat hij het er niet weer uit kon trekken. Onderscheidene
+mannen grepen Porras, en hij was een krijgsgevangene. De overigen
+liepen in verwarring weg.
+
+Vele Indianen stonden om het slagveld heen, en keken met verbazing
+naar dit moordtooneel. Bartholomeus keerde met Porras en vele andere
+gevangenen naar de schepen terug. Een aantal opstandelingen had den
+dood gevonden. Van zijn eigen partij waren slechts twee gewond. Den
+volgenden dag, 't was de 20e Mei, zonden de vluchtelingen een
+smeekschrift om genade aan den admiraal, dat door allen onderteekend
+was. Hoe groot hun begeerte was om weer tot hun eed terug te keeren,
+kan uit den bijzonderen eed zelf blijken, dien zij bij het kruis en
+het misboek aflegden. Die eed luidde:
+
+"Als wij ooit onzen eed breken, dan hopen wij, dat geen priester of een
+ander christen ons de biecht zal afnemen; dat berouw niets baten kan;
+dat wij de heilige genademiddelen van de kerk zullen missen; dat wij
+bij onzen dood geen vergeving ontvangen; dat onze lijken op het veld
+zullen geworpen worden, evenals die van ketters en afvalligen, in
+plaats van in heilige aarde te worden begraven; dat wij noch van den
+paus, noch van de aartsbisschoppen, andere bisschoppen of priesters
+vergeving ontvangen."
+
+Tot toelichting van deze verschrikkelijke vervloekingen, waardoor
+deze schuldige en slechte lieden de kracht van den eed nog trachtten
+te verhoogen, merkt Irving terecht op:
+
+"De weinige waarde van iemands beloften kan men altijd afleiden uit
+de buitensporige middelen, die hij aanwendt, om er kracht aan bij
+te zetten."
+
+
+
+
+DERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+DE LAATSTE TOONEELEN UIT HET LEVEN VAN COLUMBUS.
+
+
+Gedurende de afwezigheid van Columbus waren er onder het bestuur van
+Ovando op de inlanders zulke vreeselijke misdaden gepleegd, dat het al
+te erg is ze te noemen. Duivels hadden niet erger kunnen handelen. De
+moed ontbreekt mij, om die barbaarschheden te beschrijven. Deze
+onmenschen stelden bedaagde vrouwen en jonge maagden, bejaarde mannen
+en jongens aan alle laagheid en wreedheid bloot, die een verdorven
+verbeelding uitdenken kan.
+
+Ruwe benden zwierven in alle richtingen rond, om goud te zoeken. Het
+weinige geld, dat de gelukzoekers hadden meegebracht, was al spoedig
+verteerd. Zij waren in de diepste armoede en ellende gedompeld. Velen
+stierven, en vervloekten den dag, waarop ze uit Spanje waren gegaan. In
+den loop van een paar maanden stierven meer dan duizend Spanjaarden. Er
+werd een geregeld stelsel van slavernij ingevoerd, waarbij de
+inboorlingen, niet aan zwaren arbeid gewend, gedwongen werden in de
+mijnen te werken. Ieder Spanjaard kreeg een zeker aantal slaven. Zij
+werden aan hun vrouwen en kinderen ontrukt, voor uitputtenden arbeid
+gebruikt en aan de wreede zweepstraf onderworpen. Wist een slaaf aan
+deze barbaarschheid te ontkomen, dan werd hij achtervolgd en door
+bloedhonden verscheurd, als een waarschuwing voor anderen. Geheele
+ploegen werden vaak 200 of 300 mijlen voortgejaagd als vee. Velen
+bezweken onderweg. Las Casas schrijft:
+
+"Velen zag ik dood op den weg liggen, anderen onder de boomen naar
+lucht snakken, en weer anderen vond ik stervende, nauwelijks hoorbaar
+kreunend: 'Honger, honger!'"
+
+Irving, die van zulke vreeselijke tooneelen, uit afkeer er van,
+geen melding maakt, schrijft: "Het is onmogelijk, om de schilderij,
+door den eerwaardigen Las Casas opgehangen, en die schilderde niet
+wat hij gehoord maar wat hij gezien had, aan te vullen. De natuur,
+de menschelijkheid verzetten er zich tegen. Genoeg is het te zeggen,
+dat de zware arbeid en het lijden, die dezen zwakken en goedhartigen
+menschen werden opgelegd, zoo ondraaglijk waren, dat zij er onder
+bezweken, en als het ware van den aardbodem verdwenen. Velen maakten
+in wanhoop een einde aan hun leven; moeders zelfs overwonnen haar
+natuur en doodden haar zuigelingen, om hun een leven van ellende
+te besparen. Sedert de ontdekking van het eiland waren nog geen
+twaalf jaren verloopen, en toch waren er reeds veel honderdduizenden
+bewoners gestorven, allen als ellendige slachtoffers van de hebzucht
+der blanken."
+
+Vergelijkt men het bestuur van Bobadilla en Ovando met dat van
+Columbus, dan is dit laatste rechtvaardig en menschelijk geweest. Hij
+paste de doodstraf niet lichtzinnig toe, en gaf geen verlof tot het
+opleggen van barbaarsche straffen. Zijn ernstige begeerte was het de
+Indianen te beschaven en tot het christendom te bekeeren. Wel zond hij
+vele inlanders naar Spanje, om daar als slaven te worden verkocht, maar
+dat kwam door een dweepzucht, die men destijds vrij algemeen aantrof,
+en die, wij schamen het ons te zeggen, nog geen halve eeuw geleden,
+van de predikstoelen zoowel in Engeland als in Amerika, verdedigd en
+aanbevolen is. Toch heeft Columbus hiervoor een strenge afkeuring
+verdiend. Maar evenzeer zal een eerlijk gemoed rekening houden met
+de eeuw, waarin hij leefde.
+
+Sedert de schipbreuk was er een jaar vol angst en droefheid
+voorbijgegaan, toen in den morgen van den 28en Juni 1504 twee karveelen
+werden gezien, die naar de haven kwamen. Men werd bijna krankzinnig van
+vreugde, en de wanhoop was geweken. De samenzweerders, die vergiffenis
+hadden gekregen, waren in een kamp op het land gelegerd. Porras,
+den aanvoerder, hield men gevangen. De anderen werden behandeld,
+alsof ze aan geen misdaad schuldig stonden. Maar zij beefden toch van
+angst en waren zeer gedwee en kruipend. Columbus stelde een vertrouwd
+officier over hen aan, en zoo wachtten de twee troepen, één aan land
+en één op de schepen, de aankomst van hulp af.
+
+Algemeene verontwaardiging te San Domingo had Ovando genoodzaakt deze
+hulp, hoe laat dan ook, te zenden. Met de inscheping was er geen tijd
+te verliezen. Columbus liet op een van de schepen zijn admiraalsvlag
+hijschen, en, grootmoedig alle geleden onrecht vergetende, behandelde
+hij allen met de grootste vriendelijkheid. Van Santa Gloria langs
+de zuidelijke kust van Jamaïca, van daar naar het westen van Haïti
+en dan langs den zuidkant van het eiland naar San Domingo is nog al
+een verre reis.
+
+Stormen, tegenwinden en sterke tegenstroomen vertraagden den overtocht,
+en niet voor den 13en Augustus wierpen de karveelen in de haven
+het anker uit. Daar had Columbus veel vrienden, en zijn ongelukken
+hadden een groote verandering in de gevoelens jegens hem veroorzaakt
+bij velen, die ook eerst meegeschreeuwd hadden tegen hem. Zelfs de
+Goeverneur, wiens geweten niet zuiver was, begon bang te worden, dat
+men hem om zijn wreed uitstel ter verantwoording zou roepen. Columbus
+verwonderde zich zelf, dat hij door allen met zooveel hoffelijkheid
+ontvangen werd. Maar noch hij, noch zijn zoon Fernando liet zich
+misleiden door de gehuichelde beleefdheden van den Goeverneur.
+
+Zeer spoedig ontstond er een botsing tusschen beider niet juist
+omschreven macht. Moeielijkheden over de bevoegdheden om recht te
+spreken deden zich voor. Columbus was tot in het diepst van zijn ziel
+getroffen over de behandeling, die de inlanders hadden ondergaan en
+ook over de verwoesting, waarvan het heele eiland de sporen droeg. Hij
+had gehoopt, de inlanders aan arbeid te gewennen en daardoor zoowel
+hun eigen welvaart als die van de kroon te bevorderen. Hij schreef
+aan den koning en de koningin:
+
+"De Indianen van Hispaniola waren en zijn de rijksten van het
+eiland. Zij bebouwen den grond en bakken brood voor de christenen;
+zij halen het goud uit de mijnen en doen alle diensten en al het
+werk, die mensch en dier verrichten. Ik heb bericht ontvangen, dat,
+sinds ik dit eiland verliet, 6/7 van de inboorlingen dood is, en
+dit enkel door onmenschelijkheid en mishandeling. Sommigen kwamen
+door het zwaard om, anderen door slagen en wreede straffen, velen
+door honger. Het grootste deel stierf in de bergen en bergpassen,
+werwaarts zij gevlucht waren, om van den al te zwaren arbeid verlost
+te worden, dien men hun had opgelegd."
+
+Columbus was niet in staat ook maar een enkele grief weg te nemen. Hij
+kon van Ovando geen afrekening krijgen en was daardoor niet in staat
+te betalen wat hij schuldig was. Daarom maakte hij aanstalten, om met
+zijn broeder naar Spanje terug te keeren. Twee schepen werden voor
+de reis gereedgemaakt. Columbus zorgde voor het eene, de adelantado
+voor het andere. Heel mild stond Columbus van het weinige, dat
+hij zelf bezat, nog af, om in de behoeften van de arme zeelieden
+te voorzien, die achter moesten blijven, ofschoon velen er van de
+grootste oproermakers waren geweest. Nauwelijks waren zij buiten de
+haven, of een windvlaag nam den mast van het admiraalschip weg. Het
+ontredderde schip werd teruggezonden, en Columbus ging met zijn zoon
+op dat van zijn broeder over, om de reis voort te zetten.
+
+Met aanhoudende stormen hadden zij te worstelen. Columbus kon zijn
+bed niet verlaten, zoo folterend waren de pijnen, die hij door
+de jicht leed. Den 12en September 1504 verlieten de schepen San
+Domingo, en den 7en November wierp zijn door stormen zeer gehavend
+schip het anker in de haven van San Lucar uit. Dadelijk zette hij
+de reis naar Sevilla voort. Zwakte, pijn, zorg en verdriet volgden
+hem overal. Zijn eigen zaken waren deerlijk in de war en hij stak
+diep in de schulden. Koningin Isabella lag op haar ziek- en sterfbed,
+verteerd door zulk een menigte huiselijke verdrietelijkheden als maar
+weinigen ooit hebben moeten verdragen. Ferdinand was een ongevoelig
+mensch, die niet in staat was om door gevoelens van edelmoedigheid
+geleid te worden.
+
+Columbus schreef aan zijn zoon, dat het hoogst noodig was de meest
+mogelijke zuinigheid in acht te nemen. "Ik ontvang," schreef hij,
+"niets van hetgeen men mij schuldig is. Ik leef door te borgen. Weinig
+voordeel heeft een twintigjarige dienst mij opgeleverd, een dienst,
+waaraan zooveel moeite en gevaren verbonden waren. En nu heb ik in
+Spanje zelfs geen eigen dak. Als ik eten en slapen wil, moet ik mijn
+toevlucht tot een herberg nemen. En meestentijds heb ik zelfs niet
+eens geld om de rekening te betalen."
+
+Isabella stierf levenszat en met een gebroken hart te Medina del
+Campo op den 26en November 1504. Haar levenspad werd slechts door
+eenige weinige vreugdestralen verlicht. Toen zij haar vrienden,
+die om haar heen stonden, in tranen zag baden, zeide zij tot hen:
+
+"Weent niet om mij, en brengt uw tijd niet zoek met vruchtelooze
+gebeden voor mijn herstel; bidt liever voor het heil van mijn ziel."
+
+Zij was 54 jaar oud en had 30 jaren geregeerd. Toen men haar lijk
+grafwaarts droeg, heerschte er een vreeselijke storm, die hemel en
+aarde in beroering bracht. De regen viel in stroomen neer, en een
+van de hevigste winterstormen gierde om de torens van het Alhambra,
+toen Isabella in de sombere gewelven werd begraven.
+
+De dood van Isabella was een van de grootste rampen, die Columbus
+overkwam. Het overige gedeelte van den winter en de lente bracht
+hij te Sevilla door. Den meesten tijd lag hij te bed met vreeselijk
+lijden. Hij was zeer aan zijn broeders gehecht en hield veel van zijn
+zoons Ferdinand en Diego. Aan den oudste schreef hij:
+
+"Gedraag u jegens uw broeder als het den oudste tegenover den jongeren
+betaamt. Gij hebt geen ander, en ik dank God, dat hij er een is zooals
+gij behoeft. Tien broeders zouden niet te veel voor u zijn. Nooit en
+nergens heb ik betere vrienden dan mijn broeders gevonden."
+
+Aan het hof had Columbus nog veel vijanden, die er tamelijk wel
+in slaagden om te maken, dat men op zijn armoedige omstandigheden
+geen acht sloeg. Hij gevoelde zich zeer ongelukkig en begreep, dat
+een persoonlijk bezoek aan het hof een gebiedende noodzakelijkheid
+was. Maar hij was zoo verbazend zwak, dat het lang duurde eer hij de
+reis wagen kon.
+
+Nadat de winterstormen over waren, maakte hij van het zachte weer in
+Mei gebruik, en ging hij met zijn broeder, den adelantado, den koning
+te Segovia bezoeken. Als een vermoeid, droefgeestig, miskend man,
+meer door verdriet dan door den ouderdom gebogen, ging de ontdekker
+van een nieuwe wereld, door de poorten van de koninklijke stad.
+
+De zelfzuchtige Ferdinand dacht niet meer aan de bewezen diensten,
+en vond den man met zijn vragen lastig. Hij ontving hem wel is waar
+vriendelijk, maar met dien kouden, onbeduidenden glimlach, die als
+een zonnestraal bij winterdag over het gelaat gaat, zonder het hart
+te verwarmen.
+
+Columbus gaf den koning een uitgebreid en nauwkeurig verhaal van zijn
+laatste reis. Maar geen vroolijken lach, geen traan van deernis kon het
+meegedeelde afdwingen. De koning was mild met vriendelijke woorden,
+maar karig, tot wreedheid toe, waar het aankwam op stoffelijke
+erkenning van de verdiensten of de behoeften van den levensmoeden
+admiraal. [8]
+
+Droeve maanden van uitgestelde hoop en bittere teleurstellingen vloden
+voorbij. De laatste zandkorrels uit het uurglas van het leven begonnen
+te vloeien. Zijn geest werd minder en door een hevige aanval van de
+jicht, werd de admiraal opnieuw aan zijn bed gekluisterd. Ter wille
+van zijn bloedverwanten was hij er bijzonder op gesteld, dat zijn
+waardigheden erkend, zijn eigendom beschermd zou worden en dat zij,
+die hij liefhad, voor gebrek bewaard mochten blijven. Toch was hij er
+veel meer op uit, zijn kinderen een eervollen naam na te laten dan
+zijn geldelijke verliezen te herstellen. Van zijn sterfbed schreef
+hij den koning nog, en verzocht dat zijn zoon Diego tot onderkoning
+benoemd mocht worden, van welke waardigheid hij zelf zoo onrechtvaardig
+ontzet was geworden.
+
+"Dit", schreef hij, "is een zaak, die mijn eer raakt. Voor het overige
+moet Uwe majesteit maar doen, wat zij het best vindt. Geef of neem
+mij af, zooals het voor U het voordeeligst is, en ik zal tevreden
+wezen. Ik geloof dat de zorg, die het uitstellen van deze zaak mij
+geeft, de voornaamste oorzaak van mijn ziekte is."
+
+Eindelijk kreeg hij de overtuiging, dat er van de zijde van Ferdinand
+geen hoop op herstel van grieven was. Op zijn ziekbed schreef hij
+aan zijn trouwen vriend, Diego de Deza, den volgenden wanhopigen brief:
+
+"Het schijnt, dat de koning niet doen wil, wat hij en wijlen de
+koningin mij mondeling en schriftelijk hebben beloofd. Het zou met
+den wind vechten wezen, als ik mij daartegen ging verzetten. Ik heb
+alles gedaan, wat ik kon. De rest laat ik aan God over, die altijd
+goed voor mij geweest is."
+
+Er is in den dood van dezen zwakken maar heldhaftigen man iets
+onuitsprekelijk droevigs. Lichaam en geest hadden bij dien man door de
+stormen van het onrustigste aardsche leven, dat men zich denken kan,
+veel geleden. Sedert eenigen tijd was het zijnen vrienden duidelijk
+geworden, dat zijn einde naderde. Hij zelf werd hiervan overtuigd. Het
+verheven karakter van Columbus komt duidelijk uit bij het uitspreken
+van zijn laatsten wil in die plechtige uren.
+
+Overeenkomstig het erfrecht, was zijn zoon Diego zijn voornaamste
+erfgenaam. Columbus bepaalde, dat zijn landgoed nooit in vreemde
+handen overgaan of verbrokkeld mocht worden. Hij drong er op aan,
+dat zijn erfgenamen altijd aan den koning getrouw zouden blijven en
+alles zouden doen ter bevordering van het christelijk geloof. Eén
+tiende van het inkomen moest besteed worden om arme bloedverwanten
+en andere gebrek lijdende personen te ondersteunen. Hij stond er op,
+dat bij de stad Concepcion op Hispaniola een kapel zou gebouwd worden,
+waar dagelijks missen werden gelezen voor de rust van zijn eigen ziel,
+en voor die van zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw en van allen,
+die in het geloof gestorven waren.
+
+Eindelijk brak het stervensuur aan. Columbus was zich volkomen bewust,
+dat de tijd van gaan voor hem gekomen was. Hij was blijde, dat de
+dood naderde, als de vriendelijke bode, die hem van zorg, pijn en
+verdriet zou bevrijden. Zijn laatste woorden waren: "In uwe handen,
+o God! beveel ik mijnen geest."
+
+Het was de 20en Mei 1506. Men vermoedt, dat Columbus toen 70 jaren
+oud was. Zijn begrafenis had te Valladolid met veel plechtigheid
+plaats. Eerst werd zijn lijk in de kerk van Santa Maria de la
+Antigua bijgezet, maar zeven jaren daarna, in 1513, werd het naar
+het Karthuizer klooster van Las Cuevas te Sevilla overgebracht. Drie
+en twintig jaren later werd het met dat van zijn zoon Diego in de
+hoofdkerk van de stad San Domingo begraven. Maar zelfs hier mocht
+het de laatste rustplaats niet vinden. Toen de Franschen zich in
+1797 van het eiland hadden meester gemaakt, werden de lijken door
+de Spaansche gezaghebbers naar de hoofdkerk van Havana, op Cuba,
+overgebracht. Daar rusten ze nu.
+
+Ieder lezer zal, wanneer hij het vorenstaande verhaal nagaat, een
+eigen oordeel vellen over het karakter van Columbus. Zijn afwisselend
+leven was over het geheel een van de meest vreugdelooze en moeitevolle
+levens, waarvan de geschiedenis melding maakt. Dat hij zijn gebreken
+had, geven we toe. Maar geen eerlijk gemoed zal ontkennen, dat deze
+vlekken op zijn karakter door vele en verhevene deugden werden vergoed.
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+_Eerste Hoofdstuk_.
+
+Moeilijkheden in de jeugd. 3
+
+Afkomst en jeugd. Toestand der tijden. Avonturen van een jong
+matroos. Zijn studiën. Hij gaat zelf. Bezoek te Lissabon. Wat er
+van zijn studiën te recht kwam. Geruchten uit andere landen. Zijn
+groote eerzucht. Hij wendt zich tot het hof van Napels. Koninklijke
+ontrouw. Zijn huwelijk. Vertrek naar Spanje. Tooneel te Palos. Hij
+bezoekt het hof van Ferdinand en Isabella. Het vervelende van
+uitgestelde hoop. Vergadering van de wijsgeeren. Het verbazende
+besluit.
+
+_Tweede Hoofdstuk_.
+
+Eerste reis. 17
+
+Columbus te Cordova. Macht van den leenadel. Nieuwe
+weigering. Terugkeer naar La Rabida. Vernieuwde hoop. Reis van den
+prior. Volgehouden eischen van Columbus. Onderhoud met Isabella. De
+wegzending. De terugroeping. Het uur der zegepraal. Vroolijke
+terugkomst te Palos. Voorbereiding voor den tocht. Zijn
+karakter. Vertrek van de vloot.
+
+_Derde Hoofdstuk_.
+
+Er wordt land ontdekt. 28
+
+Het muitende scheepsvolk. Het schijnsel van de flambouw. Het verhaal
+beoordeeld. Landing op San Salvador. Twijfel aan het bestaan van het
+eiland. Verrukkelijk tooneel. Twee dagen op het eiland. Geschiedenis
+van den gestorven loods. Handel met de inboorlingen. Hun onschuld
+en vriendelijkheid. Het eiland wordt onderzocht. Onduidelijkheid van
+de gebarentaal.
+
+_Vierde Hoofdstuk_.
+
+Een tocht door de eilanden. 36
+
+Het aantal eilanden. Onrecht hersteld. Minzaamheid van
+Columbus. Zijn beschrijving van de inlanders. De ontdekking van
+Concepcion; van Fernandina. Schoonheid van de natuur. Landing te
+Exumata. Teleurstelling van Columbus. Onderzoek van de eilanden. Zeden
+en gewoonten van de bewoners.
+
+_Vijfde Hoofdstuk_.
+
+Buitengewone lotgevallen. 47
+
+Godsdienstige inzichten. De tuin van den koning. Pinzon loopt
+weg. Schoonheid van de landstreek. Groote kano's. Porto Rico,
+het eiland van de Caraïbiërs. Haïti. Rijke natuurtooneelen. Schrik
+van de wilden. Het gevangen meisje. Geopend verkeer. Verhaal van
+Peter Martyr. Bezoek van het opperhoofd. Guacanagari. Punta Santa of
+Groote rivier. De schipbreuk. Gastvrijheid van Guacanagari. Vermaken
+van de wilden. Het koninklijk middagmaal Het leven op Haïti. De
+Caraïbiërs. Toebereidselen voor de terugreis. Het fort.
+
+_Zesde Hoofdstuk_.
+
+De terugreis. 62
+
+De Nina ontmoet de Pinta. Rio de Gracia. Ontmoeting met een wilden
+stam. Het eerste gevecht. Vrede hersteld. Het leven op zee. Vreeselijke
+storm. Beloften van den admiraal en het scheepsvolk. Verdriet
+van Columbus. Het perkament en de doos. Zij bereiken de
+Azoren. Moeilijkheden op St. Ataria. Voortdurende stormen. Men komt
+den Taag op. Eerbewijzingen te Lissabon. Hofkuiperijen. Ontvangst
+te Palos. Opgewondenheid in Spanje. Droevig lot van Pinzon. Columbus
+aan het Spaansche hof.
+
+_Zevende Hoofdstuk_.
+
+De tweede reis. 77
+
+Opgewondenheid in Europa. De maliënkolders. Columbus wordt
+een jaargeld toegekend. Vertelling van het ei. De zegen van den
+Paus. Godsdienstijver van Isabella. Plannen van Portugal. De nieuwe
+uitrusting. Algemeene geestdrift. Het uitzeilen van de vloot. De
+prettige reis. Electrisch natuurverschijnsel. Kruistocht door de
+Antillen. Verloren in de bosschen. Gevecht tusschen de booten. Porto
+Rico. De Caraïben. Men nadert Haïti. De golf van Samana. Men komt op
+La Navidad. Lot van de kolonie.
+
+_Achtste Hoofdstuk_.
+
+Het leven te Hispaniola. 92
+
+Verklaring van Guacanagari. Het opperhoofd
+verdacht. Ontsnapping van de vrouwelijke gevangene. Duisternis
+te Navidad. Onderzoekingstochten. De vloot zeilt. De stad Isabella
+gesticht. Woelig landingstooneel. Teleurgestelde verwachtingen. Tochten
+van Ojeda. Doortrekking van de vlakten. Lijden in de kolonie. Brief
+aan de koningen. De slavenzaak. Getuigenis van Henneken. Opstand van
+Bernal Dias. Tocht naar de bergen. Levendige beschrijving.
+
+_Negende Hoofdstuk_.
+
+Onderzoek van de kusten van Cuba. 107
+
+Het fort St. Thomas. Buitensporige verwachtingen van de
+Spanjaarden. De onderzoekingstocht. Het gevangennemen
+van de dieven. Begin van den zeetocht. De haven van
+Guatanamo. Belangrijk voorval met de Indianen. Jamaïca. Zijn
+grootte en schoonheid. Zeetooneel. Gebeurtenissen op Santa
+Gloria. Inlandsche kano's. Gebeurtenissen op reis. Oordeel van Van
+Humboldt. De beslissing. Het pijnboomen-eiland. De terugkeer naar
+Hispaniola. Voorvallen op de reis.
+
+_Tiende Hoofdstuk_.
+
+De terugreis naar Spanje, en de derde reis. 121
+
+Aankomst van Bartholomeus Columbus. Beleedigingen van
+Margarite. Samenzwering tegen Columbus. Vriendschap van
+Guacanagari. Daad van Ojeda. De inlanders slaven. Een bloedige
+slag. Heerschzucht van Columbus. Zending van Juan Aguado. De terugreis
+naar Spanje. Vervelende maanden van teleurstelling. Noodlottige viering
+van hartstochten. De derde reis begonnen. Lotgevallen op de reis. Het
+bestuur van Bartholomeus Columbus. Regeeringloosheid op Hispaniola.
+
+_Elfde Hoofdstuk_.
+
+De terugreis naar Spanje, en de vierde reis. 137
+
+De opstand van Roldan. Verzoenende voorstellen van
+Columbus. Dubbelzinnigheid van Columbus. De tocht van
+Ojeda. Regeeringloosheid op Haïti. De forten. De liefde van 't
+volk wordt minder. Bobadilla tot gemachtigde benoemd. Maatregelen
+van Bobadilla. Columbus in boeien. Zijn ontvangst bij den koning
+en de koningin. Toebereidselen tot de vierde reis. Het uitwendige
+van de reis. Ontvangst van Columbus op San Domingo. De windhoos. Hij
+bereikt Honduras. De kruistocht langs de kust. Gedrag van de Spaansche
+zeelieden. De kolonie verwoest. Ontvluchting naar Jamaïca.
+
+_Twaalfde Hoofdstuk_.
+
+De schipbreuk op Jamaïca. 154
+
+Onderzoek van 't eiland. Heldhaftige bedrijven van Mendez. Geestelijk
+lijden van Columbus. De samenzwering van de gebroeders Porras. Rampen
+van de oproermakers. Strooptocht door het eiland. Irving's
+getuigenis. Vertelling van de maansverduistering. Vreemde tocht van
+Escobar. Reisrampen. Het eiland Navasa. Het verhaal van Mendez. Laag
+gedrag van Ovando. Heldenmoed van Mendez. Einde van den opstand. Hun
+terugkomst.
+
+_Dertiende Hoofdstuk_.
+
+De slottooneelen van het leven. 165
+
+De misdaden van Ovando. Ontvolking van het eiland. Getuigenis van
+Irving. De redding. Ontvangst op San Domingo. Het medelijden van
+Columbus met de inboorlingen. Ziekte en lijden van Isabella. Dood
+en begrafenis. Brieven van Columbus. Bezoek aan het hof. Koele
+ontvangst. Zijn laatste wil. Het sterftooneel. De begrafenis. Zijn
+karakter.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Omstreeks het jaar 1852 werd in de nieuwsbladen het bericht
+opgenomen, dat deze doos op de Afrikaansche kust gevonden was geworden
+door een scheepskapitein, die van Boston in Massachusetts kwam. De
+naam van het schip was Chieftain. Het bericht was zeer omstandig, en
+werd door den Franschen geschiedschrijver de Lamartine en vele anderen
+geloofwaardig genoemd. Maar omdat sinds dien tijd de waarheid ervan
+nooit bevestigd is geworden, houdt men het er thans voor, dat de een
+of andere berichtgever het verhaal heeft verzonnen.
+
+[2] Dit was ongeveer f 7500; doch veel meer, wanneer men aan de
+betrekkelijke waarde van het geld in die dagen denkt. Een marevedi
+was een muntstukje, dat 3/4 cent volgens den tegenwoordigen koers
+waard was.
+
+[3] Oviedo zegt, dat Rodrigo de Triana zich het onrecht, dat men
+hem aandeed zoo aantrok, dat hij zijn vaderland en zijn geloof
+verloochende. Naar Afrika gaande, omhelsde hij den Islam. Nergens
+vindt men echter deze bewering bevestigd, en Oviedo heeft niet den
+naam een geloofwaardig geschiedschrijver te zijn.
+
+[4] "De scheepsdokter en ik waren er bij, toen Columbus hem vroeg, of
+hij ons zijn wond eens wilde laten zien. Hierin stemde hij toe. Daarop
+ging de dokter naar hem toe, en begon het windsel los te maken. Hij
+zeide, dat de wond door een steen veroorzaakt was. Toen het been
+bloot was, zag men daaraan evenmin een wond als aan het andere;
+maar hij was slim genoeg, om te zeggen, dat hij er toch veel pijn in
+had. Daar wij dit niet konden nagaan, was het onmogelijk een oordeel
+te vellen. De admiraal wist niet, wat hij doen moest, want er waren
+stellige bewijzen, dat een vijandig volk een inval had gedaan. Hij
+meende; en vele anderen dachten er eveneens zoo over, dat zij voor
+het oogenblik, tot zij zich van de waarheid verzekerd konden houden,
+hun twijfel moesten verbergen, want, na verkregen zekerheid, kon men
+een schadevergoeding eischen naar begeeren." _brief van Dr. Chancaa_.
+
+[5] Een merevedi is een Spaansch koperen muntstukje, ter waarde van
+3/4 cent.
+
+[6] In zijn ijver voor de Indianen werd Las Casas door een zonderlinge
+onstandvastigheid, de oorzaak van den slavenhandel, want hij stelde
+voor, om van de Portugeezen in Afrika negers te koopen, ten einde
+de landbouwers van werkvolk te voorzien. Hieraan werd ongelukkig
+uitvoering gegeven. Hij schreef onderscheidene werken, die nooit een
+drukker vonden. Al zijn werken verraden groote geleerdheid, helder
+oordeel en godsvrucht. Ondanks zijn groote ongelijkheid aan zich zelf
+met betrekking tot de negers, moet hij als een zachtaardig mensch
+beschouwd worden, als iemand, die de menschheid werkelijk liefhad.
+
+[7] Uit dit getal blijkt, òf dat eenige oproermakers afvallig geworden
+waren, òf dat meer dan de helft aan Columbus getrouw gebleven was.
+
+[8] "Ik weet niet", schrijft de eerbiedwaardige Las Casas, "wat de
+oorzaak van dezen haat, van dit gemis aan vorstelijke waardigheid
+bij den koning zou kunnen zijn, jegens een man, die hem zulke
+groote voordeelen bezorgd had, tenzij zijn hart door de valsche
+getuigenissen, die tegen den admiraal waren ingebracht, van hem was
+afgekeerd. Personen, die in de gunst van 't hof deelen, hebben mij
+daarvan een en ander verteld.
+
+
+
+
+
+
+ BIBLIOTHEEK VOOR DE JEUGD,
+ ONDER LEIDING VAN
+ J. VERSLUYS.
+
+
+1. _Robinson Crusoe;_ uit het Engelsch vertaald door Mej. _A. van
+Schouwenburg_, te Haarlem.
+
+2. _Columbus, de ontdekker van Amerika;_ uit het Engelsch vertaald
+door _J.H. Geraets Jr._, te Velsen.
+
+3. DANA, _Twee jaar voor de mast;_ uit het Engelsch vertaald door
+_J. v.d. Hoeve_, te IJmuiden.
+
+4. _Grieksche Heldensagen;_ uit het Hoogduitsch vertaald door
+Dr. _E. Rehler_.
+
+5. FERRY, _De Woudlooper;_ uit het Fransch vertaald door
+_A.S. Schoevers_, te Amsterdam.
+
+6. CHURCH, _Twee duizend jaar geleden_, of de lotgevallen van een
+Romeinschen jongen; uit het Engelsch vertaald door _J.W. den Herder_,
+te Nieuwer-Amstel.
+
+7. CHARLOTTE M. YONGE, _De prins en de schildknaap;_ uit het Engelsch
+vertaald door Mevr. _Van Putten-de Witt_, te Amsterdam.
+
+
+
+Verder zullen verschijnen: _Noorsche Sagen_, _De eerste reis rondom
+de wereld_, _Arabische Nachtvertellingen_, _Gulliver's reizen_, _Een
+boek der uitvindingen_, _Het leven van Franklin_, en verschillende
+met zorg gekozen verhalen.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS ***
+
+***** This file should be named 18066-8.txt or 18066-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/0/6/18066/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+
diff --git a/18066-8.zip b/18066-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..c623ba6
--- /dev/null
+++ b/18066-8.zip
Binary files differ
diff --git a/18066-h.zip b/18066-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..cde9df9
--- /dev/null
+++ b/18066-h.zip
Binary files differ
diff --git a/18066-h/18066-h.htm b/18066-h/18066-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..0d47e7a
--- /dev/null
+++ b/18066-h/18066-h.htm
@@ -0,0 +1,6006 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>The Project Gutenberg eBook of Columbus, de Ontdekker van Amerika</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="J. S. C. Abbott">
+<meta name="DC.Creator" content="J. S. C. Abbott">
+<meta name="DC.Title" content="Columbus, de Ontdekker van Amerika">
+<meta name="DC.Date" content="xx 2006">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+/****** Title Page ******/
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/******* Headers ******/
+
+.div0
+{
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-bottom: 1.44em;
+}
+
+.div2
+{
+padding-bottom: 1.2em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-bottom: 1.0em;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+clear: both;
+}
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left: 10%;
+margin-right: 10%;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+h6
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+/****** Paragraphs ******/
+
+p
+{
+text-indent: 0;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+
+/****** Figures ******/
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 80%;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/****** Sidenotes ******/
+
+.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+/****** Page Numbers ******/
+
+.pagenum
+{
+display: inline;
+font-size: 70%;
+text-align: right;
+position: absolute; right: 1%;
+padding: 0 0 0 0;
+margin: 0 0 0 0;
+}
+
+.pagenum a
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+
+/****** Footnotes ******/
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+vertical-align: 0.25em;
+text-decoration: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+padding: 0 0 0 0;
+margin-top: 1em;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+width: 25%;
+text-align: left;
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0.5em;
+margin-bottom: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align: left;
+width: 2em;
+}
+
+/****** Poetry ******/
+
+div.poem
+{
+text-align: left;
+margin-left: 5%;
+width: 90%;
+position: relative;
+}
+
+.poem h4
+{
+margin-left: 5em;
+font-weight: normal;
+text-decoration: underline;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+position: absolute;
+top: auto;
+left: -2.5em;
+margin: 0;
+text-indent: 0;
+font-size: 90%;
+text-align: center;
+width: 1.75em;
+color: #777;
+}
+
+.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; }
+.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; }
+.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; }
+.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; }
+.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; }
+.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; }
+.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; }
+.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; }
+.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; }
+.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; }
+
+
+
+/****** Annotations ******/
+
+span.corr
+{
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+
+/****** Anchors ******/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 45%;
+margin-top: 1em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+clear: both;
+text-align: center;
+height: 1px;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Columbus
+ De ontdekker van Amerika
+
+Author: J.S.C. Abbott
+
+Translator: J.H. Geraets, Jr.
+
+Release Date: March 28, 2006 [EBook #18066]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="frontmatter">
+<p class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt="Voorkant van de oorspronkelijke uitgave uit 1887."></p>
+</div><p>
+</p>
+<h1 class="docTitle">Columbus,</h1>
+<h1 class="docTitle">De Ontdekker van Amerika.</h1>
+<h2 class="byline">Naar het Engelsch van <span class="docAuthor">J. S. C. Abbott</span>,
+<br>
+Vertaald door
+<br>
+<span class="docAuthor">J. H. Geraets Jr.</span>
+<br>
+Hoofd der school te Velsen
+</h2>
+<h2 class="docImprint">Met 11 Afbeeldingen.
+<br>
+Amsterdam.&#8212;1887.&#8212;W. Versluys.
+</h2>
+</div>
+<div class="bodytext"><a id="d0e97"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e97">3</a>]</span><p class="div1"><a id="d0e98"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2>Christophorus Columbus.</h2>
+<h2 class="label">Eerste Hoofdstuk.</h2>
+<h2>Moeilijkheden, waarmede Columbus in zijn jonge jaren had te kampen.</h2>
+<p>In de prachtige zeestad Genua, de trotsche bijgenaamd, werd omstreeks het jaar 1435 een knaapje geboren, dat nu in alle landen
+als Christophorus Columbus bekend is. Het juiste jaar zijner geboorte kent men niet. Hij was de zoon van geringe lieden, en
+zijn vader, die een degelijk en vlijtig man, en wolkammer van beroep was, moest hard werken, om in het onderhoud van zijn
+gezin te voorzien.
+
+</p>
+<p>De haven van Genua lag vol met schepen uit al de handelshavens van de toen bekende wereld. Op de kaden wemelde het van zeelieden,
+die allerlei talen spraken en de uiteenloopendste kleederdrachten vertoonden. De knaap was van nature nadenkend en bezat,
+bij een groote liefde voor avonturen, een levendige verbeelding. Wanneer hij zoo langs de straten slenterde en naar de groote
+schepen keek, ontwaakte een sterke begeerte in hem, om verafgelegen landen te bezoeken.
+
+</p>
+<p>Zijn vader had vier kinderen, drie zoons en &eacute;&eacute;n dochter. Hij moet een verdienstelijk en verstandig man zijn geweest, want
+hij schijnt aan al zijne kinderen het onderwijs te hebben doen geven, dat de gewone school aanbood. Christophorus had goed
+leeren lezen, schrijven en rekenen. Ook had hij eenige vorderingen gemaakt in het Latijn en het teekenen. Zelfs bezocht hij
+de hoogeschool te Pavia, waar hij zich vlijtig oefende in meetkunde, aardrijkskunde, sterrekunde en zeevaartkunde.
+
+</p>
+<p>Hij was nog maar 14 jaren oud, toen zijn vader hem aan de zorg van een bloedverwant, wiens naam Colombo was, toevertrouwde,
+en met wien hij zijn eerste zeereis deed. Deze ervaren zeeman was reeds zeer beroemd wegens zijn bekwaamheid in de <a id="d0e113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e113">4</a>]</span>zeevaartkunde. Bij de Genueesche vloot bekleedde hij den rang van admiraal en voerde hij het bevel over een eskader.
+
+</p>
+<p>De zee&euml;n werden toen zoo onveilig gemaakt door zeeroovers, dat elk koopvaardijschip goed van wapenen moest worden voorzien,
+om dadelijk strijdvaardig te wezen. Al weten wij niet, wat Columbus op zijn eerste zeereis wedervoer, toch is &#8217;t bekend, dat
+zij een oorlogstocht was. Colombo zeilde als bevelhebber van een eskader van Genua uit, om koning Ren&eacute;, die zijn rijk trachtte
+te heroveren, ter hulp te snellen. Dit gebeurde in 1459. De oorlog duurde vier jaren. Het eskader van Colombo werd om zijn
+onverschrokkenheid zeer geprezen.
+
+</p>
+<p>Later gaf Christophorus Columbus in een brief aan Ferdinand en Isabella een kort verhaal van een tocht, dien hij gedaan had
+om een galei uit de haven van Tunis te verjagen. Zijn scheepsvolk had bij toeval vernomen, dat de galei door twee andere schepen
+beschermd werd, en daardoor was het zoo beangstigd geworden, dat het weigerde den tocht voort te zetten. Schijnbaar willigde
+Columbus hunne wenschen in, en zij verkeerden dan ook in de meening, dat hij besloten had terug te keeren ten einde versterking
+te halen. Hij veranderde echter van koers, en haalde alle zeilen op. Weldra viel de nacht in. Toen de morgen aanbrak, zeilde
+het schip de haven in, waarin de galei lag.
+
+</p>
+<p>De uitslag is onbekend, maar het voorval herinnert ons levendig de nog belangrijker krijgslist, waartoe hij later zijn toevlucht
+nam, ten einde zijne moedelooze schepelingen aan te vuren, om de reis over de onstuimige zee naar de nieuwe wereld voort te
+zetten. Destijds werd de Atlantische Oceaan zoo goed als niet bevaren. Eenige weinige ondernemende zeelieden waren langs de
+kusten van Noord-Europa gevaren, en zuidwaarts naar de westkust van Afrika gestevend. Maar de wereldhandel bepaalde zich hoofdzakelijk
+tot de Middellandsche zee. Dat waren dagen van ruw geweld, wetteloosheid en misdaad.
+
+</p>
+<p>Elk koopvaardij schip was genoodzaakt wapenen te voeren. Zeeroovers, wier schepen menigmaal heele vloten vormden, maakten
+alle zee&euml;n onveilig. Ieder zeeman moest wel een soldaat wezen, altijd klaar, om naar de wapenen te grijpen, ten einde een
+aanvallenden vijand af te slaan. Onder zulke omstandigheden werd Columbus gevormd. Van zijne vroegste zeetochten is ons niets
+bekend en wij weten alleen, dat hij een groot deel der toen bekende wereld doorkruiste. Zoo bezocht hij o.a. Engeland, en
+beploegde zijn voorspoedige kiel de wateren van de Noordzee, tot hij de noordelijke kusten van IJsland bereikte. Het is niet
+<a id="d0e123"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e123">5</a>]</span>onwaarschijnlijk, dat hij daar losse geruchten vernam van de tochten, welke, eeuwen vroeger, de Noormannen naar de door het
+ijs omgeven kusten van Labrador en Groenland hadden gedaan, en van de eindelooze meer zuidwaarts liggende kusten, van welker
+uitgestrektheid niemand zich een denkbeeld maken kon. Later schreef hij in een zijner brieven:
+
+</p>
+<p>&#8220;Veertig jaren lang heb ik de geheimen der natuur trachten uit te vorschen, en waar ooit een schip zich vertoonde, daar ben
+ik geweest.&#8221;
+
+</p>
+<p>Tijdens zijn omzwervingen kwam hij ten laatste te Lissabon, de hoofdstad van Portugal, aan, toen een der beroemdste zeehavens
+van de wereld. Hij was toen 35 jaren oud.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p005.jpg" alt="Columbus in zijn studeerkamer."></p>
+<p class="figureHead">Columbus in zijn studeerkamer.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Uit de levensbeschrijving, door zijn zoon opgesteld, leeren wij, dat hij ijverig studeerde. Hij las de werken van Aristoteles,
+Seneca en Strabo. Menig middernachtelijk uur werd gesleten met het lezen van de nasporingen, door Marco Polo en Sir John Maundevile
+of Mandeville in het werk gesteld. De vraagstukken, waartoe deze ontdekkingen aanleiding gaven, bepeinsde hij ernstig. Maar
+het boek, dat hem het meest boeide en zijn geest geheel en al bezighield, was de Wereldbeschrijving, de &#8220;Cosmographie&#8221;, van
+kardinaal Aliaco. Het was een zonderling mengsel van dwaasheid en geleerdheid, van echte wetenschap en zotte fabelen.
+<a id="d0e136"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e136">6</a>]</span></p>
+<p>Columbus trof te Lissabon vele zeelieden aan, verstandige, opmerkzame menschen, die alle bekende zee&euml;n hadden bevaren. Hen
+hoorde hij van drijfhout spreken, dat gevonden was geworden, en zeer onderscheiden was van den plantengroei, dien men in Europa
+kende. Ruw snijwerk had men uit de zee opgevischt, dat blijkbaar met zeer onvolkomen gereedschap was bewerkt. En, wat het
+vreemdst van alles scheen, er waren twee lijken op de Azoren aangespoeld, van een menschenras afkomstig, hoedanig noch in
+Europa noch in Afrika werd gevonden.
+
+</p>
+<p>Langzamerhand schijnt bij Columbus het denkbeeld te zijn opgerezen, dat er op den aardbol nog andere en uitgestrekte landen
+moesten wezen, welk de Europeanen nog niet kenden. Want slechts een klein gedeelte van onze aarde was toen nog maar door beschaafde
+menschen bezocht. Wanneer Columbus alleen in zijne kamer zat, en zijn oogen op de ellendige kaarten van dien tijd rustten,
+dan werd zijn geest wakker en teekende hij met het potlood in de hand de hem bekende oevers der Middellandsche zee, benevens
+de minder bekende kusten van Afrika van kaap Blanco af tot kaap Vert toe. In zijn verbeelding ging hij moedig den Atlantischen
+oceaan op tot de Azoren toe, doch hier vond hij een eindpaal, omdat verder alles nog onbekend en onbevaren was.
+
+</p>
+<p>Het door hem bepeinsde plan jaagde hem het bloed naar de wangen. Wat ligt, vroeg hij zich af, in dien uitgestrekten, grenzenloozen
+oceaan aan den anderen kant? Is de aarde een plat vlak? Gesteld, dat dit zoo is, maar waar is dan het einde, en wat ligt aan
+de andere zijde? Is de aarde een bol? Als zij dat is, hoe groot is die bol dan? Liggen er in dien onmetelijken oceaan andere
+landen? Zou het voor een onverschrokken avonturier mogelijk zijn dien bol om te varen?
+
+</p>
+<p>In 1477 stak Columbus in zee, om het westen te vinden langs den ouden, noordelijken weg, die langs IJsland liep. Waarschijnlijk
+had hij van de ontdekkingen gehoord, welke de Noormannen in die richting hadden gedaan, en was &#8217;t hem bekend, dat men den
+afstand van Europa&#8217;s noordelijkste punten tot de Aziatische stranden niet groot rekende.
+
+</p>
+<p>Alvorens de groote onderneming uit te voeren, deed hij eerst onderscheidene kleine zeetochten. Zuidwaarts bezocht hij Madera,
+de Kanarische eilanden en de kust van Guinea. De wegen, door de Portugeesche zeevaarders gevolgd, ging hij ijverig na, en
+maakte zich vertrouwd met al wat zij van de Azoren en de westelijkste eilanden hadden ontdekt.
+<a id="d0e147"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e147">7</a>]</span></p>
+<p>Ook zocht hij den noordelijken weg op, en waagde zich zelfs op eenigen afstand ten westen van IJsland. Wellicht had hij het
+verhaal van de Noormannen gelezen van Groenland, Markland en Vineland. Het laatste schip was van Groenland naar IJsland teruggekeerd
+ongeveer honderd jaren v&oacute;&oacute;r Columbus dit eiland aandeed. Malte Brun onderstelt, dat Columbus in Itali&euml; van de heldendaden
+dezer koene zeelieden kennis gekregen had, want Rome werd toen als het middelpunt van de wereld beschouwd, en die iets belangrijks
+hooren wilde, moest daar zijn.
+
+</p>
+<p>Een Deensch schrijver meent, dat Columbus, die alle mogelijke boeken en handschriften trachtte te krijgen, om verhalen van
+zeetochten en ontdekkingen te lezen, de geschriften van den bekenden geschiedschrijver Adam van Bremen in handen gekregen
+had, waarin de ontdekking van Vineland met nadruk werd vermeld.
+
+</p>
+<p>Deze vermoedens hebben hem ongetwijfeld aangespoord tot de reis naar IJsland, en hij bracht, volgens het verhaal van zijn
+zoon Fernando, niet alleen eenigen tijd op IJsland door, maar zeilde nog 300 mijlen verder, waardoor hij <span class="corr" title="Bron: Goenland">Groenland</span> haast moet hebben kunnen zien.
+
+</p>
+<p>Was Columbus met de belangrijkste ontdekkingen der Noormannen bekend, dan kan men zijn vast geloof aan de mogelijkheid, om
+een westelijk gelegen land weer te vinden, en zijn grooten ijver, om dat te doen, gemakkelijk verklaren. Zijne latere ontdekking
+van Amerika mogen wij dan veilig als de voortzetting beschouwen van hetgeen de oude Scandinavi&euml;rs hebben verricht.
+
+</p>
+<p>Columbus ging na, hoeveel tijd de zon noodig had, om van de eene zijde van de Middellandsche zee naar de andere te komen,
+welke afstand 2000 mijlen bedraagt. Hieruit leidde hij af, welke ruimte de zon dan in 24 uren kon doorloopen. Dergelijke vraagstukken
+verruimden niet alleen zijn geest, maar leerden hem ook juist denken, en onttrokken hem aan den nadeeligen invloed van dwaze
+hersenschimmen.
+
+</p>
+<p>Deze opwekkende studie eischte algeheele toewijding. Aan pretmaken dacht hij niet meer, en evenzeer werd het bevredigen van
+zijn eerzucht aan banden gelegd. Praatte hij met zijn vrienden en kennissen, dan was de studie altoos het onderwerp van het
+gesprek. Zijn studeervertrek was soms vol zeelieden, die mededeeling kwamen doen van wat zij gezien of ook maar alleen zich
+verbeeld hadden.
+
+</p>
+<p>Langzamerhand kreeg Columbus de overtuiging dat de aarde <a id="d0e165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e165">8</a>]</span>bolrond moest zijn en dat men derhalve, steeds westwaarts zeilende, de kusten van Azi&euml; bereiken moest. Van de grootte der
+aarde had hij, door de snelheid in aanmerking te nemen, waarmede de zon zich schijnbaar voortbeweegt, een vrij nauwkeurige
+berekening gemaakt. Hij vermoedde wel niet, dat er tusschen Europa en Azi&euml; land ligt, maar hij meende toch, dat hij de kusten
+van Azi&euml; vinden zou, daar, waar hij later de Nieuwe wereld vond.
+
+</p>
+<p>Onbepaalde berichten van het groote eiland Japan, dat zich ten Oosten van Azi&euml; zou uitstrekken, waren in Europa in omloop.
+Columbus meende, dat het op de plaats lag, waar hij naderhand Cuba vond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Deze groote rijken,&#8221; zeide Columbus, &#8220;zijn met onsterfelijke wezens bevolkt, voor wier verlossing Christus een bloedig offer
+bracht. Mij heeft God de taak opgedragen hen te zoeken, en hun het evangelie te brengen. De rijkdom van Indi&euml; is spreekwoordelijk,
+en ik zal er onuitputtelijke schatten vinden, waarmede men zich legers kan verschaffen. Met deze legers kunnen we het graf
+van den Zaligmaker der wereld verlossen uit de handen der ongeloovigen, die er geen eerbied voor hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Columbus was arm. Het was geheel boven zijn macht, zulk een belangrijken ontdekkingstocht te ondernemen. De meesten hielden
+hem voor een half waanzinnigen dweper. Zoo dwaas als men een voorstel vinden zou, om de maan te bezoeken, zoo ongerijmd vond
+men zijn plan. Te vergeefs klopte hij aan de deuren van rijke lieden aan. Toch trof hij verstandige menschen aan, die zijne
+plannen onderzochten, en ze een ernstig onderzoek waardig keurden. Met behulp van zulke getuigen, hoopte hij zich de medewerking
+van eenige Europeesche hoven te verzekeren. Een machtige staat kon hem gemakkelijk de noodige middelen verschaffen, en hem
+dat gezag en die waardigheid verleenen, welke hij voor de <span class="corr" title="Bron: uitvoerig">uitvoering</span> zijner plannen werkelijk meende noodig te hebben. In vergoeding daarvan zou het hof rijk en machtig worden, en zooveel roem
+behalen, dat het door geheel Europa werd benijd.
+
+</p>
+<p>Het eerst wendde hij zich tot de regeering in Portugal. Koning Johan&nbsp;II ontving hem in een plechtig gehoor, en luisterde aandachtig
+en schijnbaar vol belangstelling naar zijn plannen. Columbus beschouwde zich volstrekt niet als iemand, die nederig iets aan
+den voet van een koninklijken troon komt afsmeeken. Veeleer hield hij zich voor iemand, wien God belangrijke openbaringen
+had gedaan, welke den rijkdom en den roem van den <a id="d0e178"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e178">9</a>]</span>grootsten monarch zouden vermeerderen, en die oorzaak zouden zijn, dat zich een nieuw tijdperk voor de wereld opende. Tot
+loon voor al zijn verdiensten verzocht hij om tot onderkoning aangesteld te worden over al de landen, die hij ontdekken zou,
+en om het tiende deel van al de winsten, welke het opleveren mocht.
+
+</p>
+<p>Terwijl hij zich in Lissabon ophield, raakte hij in kennis met een Italiaansche jonge dame, die Felipa heette en bij hare
+moeder inwoonde, welke weduwe was. Wel was zij van aanzienlijke afkomst, maar zij bezat geen fortuin. Hun huwelijk volgde
+spoedig, en het schijnt gelukkig te zijn geweest tot de dood hen scheidde. Zij kregen een zoon, die Diego heette.
+
+</p>
+<p>De koning vond de eischen van Columbus buitensporig. Deze toch was een arme, onbekende zee-kapitein, zonder rang, geld of
+vrienden. En toch stelde deze vreemde, ernstige man, met zijn onstuimige geestdrift, zich voor in de rijen der koningen plaats
+te nemen. Met een beleefde buiging liet de vorst den eerzuchtigen zee-kapitein uit zijn gehoorzaal vertrekken.
+
+</p>
+<p>De waardige en ernstige houding van den man, en het volkomen vertrouwen, dat hij in de juistheid zijner inzichten openbaarde,
+hadden evenwel een diepen indruk op den koning gemaakt. Hij kon de gedachten niet van zich zetten, welke hem medegedeeld waren
+geworden. Na eenigen tijd over de zaak nagedacht te hebben, riep hij een Raad bijeen van de geleerdste mannen te Lissabon,
+en stelde hem de zaak voor. Rijpelijk werd alles overwogen. Eenigen van de uitstekendste leden van dien Raad lieten zich gunstig
+over de plannen van Columbus uit. Maar de uitspraak van de meerderheid was er beslist tegen. Men berichtte den koning, dat
+zijne plannen zoo ongerijmd waren, dat ze verdere bespreking onwaard moesten heeten.
+
+</p>
+<p>Toch was de koning onvoldaan, want de door hem verkregen indruk was te sterk, om zoo maar gemakkelijk uitgewischt te worden.
+Bovendien verminderde het feit, dat de grootste wijsgeeren Columbus&#8217; meeningen deelden, den indruk van het ingediende Verslag.
+Toen had de koning de laagheid tot een zeer onteerenden maatregel over te gaan. Hij zond heimelijk een vloot uit. Deze heette
+naar de Kaap-Verdische eilanden te gaan. Gebruik makende van al de inlichtingen, die Columbus hem gegeven had, gaf hij den
+kapitein het heimelijk bevel, om maar moedig het spoor te volgen, dat Columbus aangegeven had, hopende op deze wijze zelf
+de ontdekker te worden. De kapitein volgde de bevelen op, maar zijn matrozen verloren den moed, <a id="d0e188"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e188">10</a>]</span>daar zij niet wisten, waar zij op die onbekende wateren heengingen.
+
+</p>
+<p>Een verschrikkelijke storm brak op den Oceaan los, waardoor hun vrees tot het uiterste gedreven werd. Met luider stem verklaarden
+allen, dat zij weigerden aan zulke gevaren het hoofd te bieden, zoodat de kapitein genoodzaakt was toe te geven en terug te
+keeren.
+
+</p>
+<p>Columbus werd deze schandelijke handelwijze gewaar, die grootelijks zijne verontwaardiging had opgewekt. Met zijn toorn vermengden
+zich aandoeningen van teleurstelling en droefheid, dat het koninklijk hof, waartegen hij gewoon was geweest met eerbied op
+te zien, hem zoo trouweloos had behandeld.
+
+</p>
+<p>Hij was toen een weduwnaar, en bezat alleen zijn zoon Diego. Zijn tijd aan de studie en de bevordering zijner ontdekkingsplannen
+wijdende, had hij geen gelegenheid, voor zijn geldelijke belangen te zorgen. Hij voorzag in zijn nederig onderhoud door het
+vervaardigen en den verkoop van kaarten. Met Diego verhuisde hij toen naar Genua, zijn geboorteplaats. Hier moest hij de waarheid
+van het spreekwoord ondervinden, dat een profeet in zijn eigen vaderland niet ge&euml;erd wordt.
+
+</p>
+<p>Hij verzocht het Bestuur der stad om hulp voor een onderneming, welke men algemeen niet alleen noodlottig noemde, maar waarvan
+de geleerden te Lissabon reeds gezegd hadden, dat ze geen aandacht waard was.
+
+</p>
+<p>&#8220;En wie is die Christophorus Columbus?&#8221; werd gevraagd. &#8220;Wel, hij is een zeeman uit onze stad&#8221;, was het antwoord; &#8220;de zoon
+van Dominico Colombo, een wolkammer. Hij heeft twee broers en een zuster, die hier in nederige omstandigheden verblijf houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit maakte aan de zaak bij het trotsche Genueesche hof een einde. Het verzoek van Columbus werd met verachting afgewezen.
+Hij kon niet eens een gepast gehoor krijgen. Nu was hij wel arm, en alleen de hoop en een aangeboren geestkracht moesten hem
+staande houden. Eindelijk besloot hij, na nog vele plannen overdacht te hebben, zijn geluk aan het Spaansche hof te beproeven.
+
+</p>
+<p>Hij nam zijn zoon Diego mee, scheepte zich te Genua in, en landde na een korte vaart te Palos, een kleine Spaansche zeehaven
+aan den mond van de Tinto. Ferdinand en Isabella waren toen juist in een oorlog gewikkeld met de Mooren. Beiden bevonden zich
+toen met hun leger te Cordova, bijna honderd mijlen ten noord-oosten van Palos. Daar al hun krachtsinspanning <a id="d0e204"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e204">11</a>]</span><a id="d0e205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e205">12</a>]</span>voor het voeren van den oorlog noodig was, mocht het oogenblik ongunstig heeten hen te willen overhalen tot een onderneming,
+die veel geld moest kosten, en daarenboven twijfelachtig was.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p011.jpg" alt="De kust nabij Genua, de geboorteplaats van Columbus."></p>
+<p class="figureHead">De kust nabij Genua, de geboorteplaats van Columbus.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Met een lichte beurs en een bezwaard gemoed begaf Columbus zich op weg, om de vele mijlen af te leggen, die hem van de koninklijke
+legerplaats scheidden. Hij was bleek, mager en het was hem aan te zien, dat zorg hem had verteerd. Zijn kleeren waren kaal.
+Koffers en valiezen behoefde hij niet mee te sjouwen; alleen droeg hij een klein pakje aan zijn zijde. De kleine Diego liep
+aan zijns vaders hand mee.
+
+</p>
+<p>Zij waren nog maar anderhalve mijl van het dorp Palos af, toen zij bij een hecht steenen klooster kwamen. Diego had honger
+en dorst, en daarom ging de vader in het klooster, om een beker water en een snede brood voor zijn kind te vragen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p012.jpg" alt="Columbus aan de deur van het klooster."></p>
+<p class="figureHead">Columbus aan de deur van het klooster.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Heel toevallig kwam de prior van het klooster op dat oogenblik aan de deur. Het beleefd verzoek, de waardige houding en de
+verstandige trekken van den vreemdeling maakten diepen indruk op hem. Hij noodigde Columbus uit binnen te gaan, <a id="d0e223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e223">13</a>]</span>knoopte een gesprek met hem aan, en stelde niet slechts groot belang in de nieuwe plannen, die hij te berde bracht, maar werd
+door de kracht zijner redeneering volkomen overtuigd, dat er waarheid in lag. Hij hield Columbus eenige dagen bij zich, verleende
+hem al de gastvrijheid, die het klooster schenken kon, en noodigde hem uit, om met hem een arts uit de buurt op te zoeken,
+die in wetenschap uitblonk.
+
+</p>
+<p>Columbus, de prior en de dokter brachten in de cellen van het stille klooster La Rabida vele uren door met de vraag of de
+aarde een bol of een plat vlak was, en of het, door steeds westwaarts te zeilen, mogelijk zou zijn het vasteland van Azi&euml;
+te bereiken, dat ver weg in het Oosten lag.
+
+</p>
+<p>De prior van het klooster was een geleerd man en had grooten invloed aan het hof, daar hij, zooals dat in die dagen veelal
+het geval was, een hoogen rang bekleedde. Hij toonde zulk een levendige belangstelling in Columbus en zijn onderneming, dat
+hij hem overhaalde zijn zoon Diego in het klooster ter opvoeding achter te laten, en gaf hem brieven van aanbeveling mede
+voor den biechtvader van koningin Isabella.
+
+</p>
+<p>Door dit bezoek en door alles, wat voor zijn kind gedaan was, zette Columbus de reis naar Cordova vroolijk en opgeruimd van
+geest voort.
+
+</p>
+<p>Het militair vertoon, dat Columbus in het kamp te Cordova zag, was verbazingwekkend. De luister van het hof van Castili&euml; en
+die van het hof van Arragon waren er vereenigd. De geheele ridderschap van Spanje was op dat groote veld bijeen, en prachtig
+uitgedost met schitterende wapenrusting en prachtig gevolg. De tenten stonden in de rondte, en &#8217;t was of men een groote stad
+zag. Blinkende wapens en wuivende pluimen zag men overal, terwijl de muziek van de militaire troepen de lucht vervulde.
+
+</p>
+<p>Maar al deze pracht was niets voor Columbus in vergelijking met de plannen, waarvan zijn geest vol was. Hij gaf zijn brief
+aan Fernando Talavera, den kapelaan van de koningin. Talavera was een trotsch prelaat, koel en onspraakzaam. Ternauwernood
+ontving hij Columbus beleefd, luisterde met blijkbaren weerzin naar het verhaal van het plan, dat hij kwam voorstellen, en
+liet hem gaan met de woorden:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, dat het zeer indringend zou zijn thans, nu hare majesteit door al de zorgen voor dezen veldtocht gedrukt wordt,
+met een plan bij haar te komen, dat in de lucht hangt.&#8221;
+
+</p>
+<p>De verschijning van Columbus was alles behalve indrukwekkend. Zijn kleeren zagen er armoedig en kaal uit, en hij was <a id="d0e239"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e239">14</a>]</span>door teleurstelling terneergeslagen. Maar het gerucht zijner plannen ging als een loopend vuurtje door het kamp. De hovelingen
+wezen spottend met den vinger naar den kalen avonturier als een, die onmetelijke rijken bezat met millioenen inwoners, die
+hij aan de koningen van Spanje ten geschenke wilde geven.
+
+</p>
+<p>Columbus wist niet, wat hij doen of waar hij gaan moest. Hij bleef te Cordova talmen, terwijl het Spaansche leger optrok,
+om de laatste schuilplaats van de Mooren in de provincie Granada aan te tasten. Hij hield zich overtuigd, dat de overwinning
+de koninklijke banieren volgen zou, en dat er dan misschien gelegenheid zou zijn, om met zijn verzoek voor den dag te komen.
+In den herfst keerden Ferdinand en Isabella in triomf terug. Zij vestigden hun hof voor den winter te Salamanca, bijna 300
+mijlen van Cordova. In dien tusschentijd vond Columbus, die geen gehoor bij de koningin kon krijgen, een sober bestaan in
+het teekenen van landkaarten en plans.
+
+</p>
+<p>De tooneelen, die toen te Cordova en in zijn omstreken voorvielen, hadden de beroemdste mannen uit alle deelen van Spanje
+derwaarts gelokt. Dit bood Columbus de gelegenheid aan, om met de geleerdste mannen in aanraking te komen. Schrandere personen
+ontvingen een diepen indruk van de waardigheid waarmee hij zich gedroeg, van de diepte zijner overtuiging, van zijn uitgebreide
+kennis en de boeiende welsprekendheid, waarmede hij zijne meeningen bepleitte. Soms had hij het genoegen den bijval van den
+een of ander te verwerven.
+
+</p>
+<p>Een verstandig en vermogend heer begon zooveel belang in Columbus te stellen, dat hij hem uitnoodigde ten zijnent te komen
+en zijn gast te zijn. Deze heer stelde hem aan den nuncius van den paus, Antonio Geraldini, en aan andere heeren voor, die
+in den staat of aan &#8217;t hof hooge betrekkingen bekleedden.
+
+</p>
+<p>Terwijl hij zoo in nutteloos oponthoud zijn tijd te Cordova zoek bracht, verbond hij zich met een dame dier plaats. Zij heette
+Beatrix Enriquez en was van adel, maar niet rijk. Zij werd de moeder van zijn tweeden zoon, Fernando, die in het volgende
+jaar, 1487, geboren werd, en die, na zijn dood, zijn levensgeschiedenis schreef.
+
+</p>
+<p>Columbus volgde het hof naar Salamanca. Hier werd hij aan den aartsbisschop van Toledo voorgesteld, den grootkardinaal van
+Spanje. Deze beroemde kerkvorst had zooveel invloed bij den koning en de koningin, dat men hem den derden koning noemde. Meer
+en meer werd hij zoo overtuigd van de kracht der bewijzen, waarmee Columbus zijn plannen verdedigde, dat hij er in <a id="d0e251"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e251">15</a>]</span><a id="d0e252"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e252">16</a>]</span>toestemde hem in de koninklijke tegenwoordigheid te brengen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p015.jpg" alt="Columbus zet zijn plan uiteen."></p>
+<p class="figureHead">Columbus zet zijn plan uiteen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het eerst werd hij waarschijnlijk bij Ferdinand toegelaten. De koninklijke luister kon Columbus niet van zijn stuk brengen,
+en met groote welsprekendheid beval hij zijn zaak aan. De koning was een sluw, scherpzinnig man, dien men niet gemakkelijk
+onder den invloed van romantische droomen brengen kon. Hij luisterde met wijsgeerige koelheid naar den opgewonden pleiter.
+
+</p>
+<p>De eerzucht van den koning werd krachtig geprikkeld door het denkbeeld van de grootheid, die Spanje&#8217;s deel zou worden, wanneer
+men in het doen van ontdekkingen en in het verkrijgen van aanzienlijke winsten slaagde. Dan zou Spanje een overwicht over
+alle volken hebben. Maar Ferdinand was zeer angstvallig en traag in &#8217;t besluiten. Hij riep een Raad van de geleerdste mannen
+uit Spanje bijeen, om een onderhoud met Columbus te hebben, zijn plannen aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen en hem
+verslag van hun bevinding te doen.
+
+</p>
+<p>De bijeenkomst had in het dominicaner klooster van St. Stephanus, te Salamanca, plaats. De vergadering, op koninklijk bevel
+bijeen, was door het aanzienlijk ledental indrukwekkend. Zij bestond uit hoogleeraren, uit de hoogste waardigheidsbekleeders
+in de kerk en staatslieden van den eersten rang. Ieder gewoon mensch zou er tegen op hebben gezien, om voor zulk een schaar
+van de geleerdste sterrekundigen en wereldbeschrijvers te verschijnen. Columbus was blij, dat hij gelegenheid kreeg zijn plannen,
+van welker deugdelijkheid hij overtuigd was, voor te dragen aan wetenschappelijke mannen, die hem, hieraan twijfelde hij niet,
+hun bijval zouden schenken.
+
+</p>
+<p>Maar spoedig ontdekte hij tot zijn groot verdriet, dat zelfs in het gemoed van de geleerdste mannen, vooroordeel en bijgeloof
+over de macht van het verstand kunnen zegevieren. De wijsgeeren en ook de geestelijkheid voerden bewijzen tegen hem aan, die
+nu den spotlust zelfs van de eenvoudigsten zouden opwekken. De volgende woorden van Lactantius werden aangehaald, omdat zij
+Columbus&#8217; bewering van de rondheid der aarde zegevierend weerlegden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou er iemand zoo dwaas wezen te gelooven, dat er tegenvoeters zijn, menschen, die met hun voeten omhoog en met hun hoofd
+naar beneden loopen? Dat er een deel van de aarde bestaat, waar alles &#8217;t onderstboven staat; waar de boomen met de takken
+naar beneden groeien, en waar het regent, hagelt en sneeuwt van den grond af naar boven toe? Het denkbeeld, dat de aarde rond
+zou zijn, heeft de fabel van de tegenvoeters in de <a id="d0e269"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e269">17</a>]</span>wereld gebracht; want toen deze geleerden eenmaal op den dwaalweg waren, verkondigden zij nog meer ongerijmdheden, waarvan
+zij de een met de ander verdedigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Men verklaarde de plannen van Columbus voor onverstandig, en achtte ze tevens in strijd met de Schrift. Vol te houden, dat
+er aan den anderen kant der aarde menschen woonden, was, werd gezegd, afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van den bijbel.
+Volgens dit boek stamden alle aardbewoners van Adam af, derhalve was het onmogelijk, dat sommigen zoo ver zouden hebben kunnen
+trekken.
+
+</p>
+<p>Maar al nam men aan, zoo werd beweerd, dat de aarde rond was, en dat een schip aan de andere zijde zou kunnen komen, dan zou
+het toch nooit terugkeeren, daar er geen wind kon zijn, sterk genoeg, om het over die onmetelijk groote ronding terug te kunnen
+brengen.
+
+</p>
+<p>Deze godgeleerde en wijsgeerige betoogen beantwoordde Columbus met er waarheden tegenover te stellen, waarmee heden ten dage
+zelfs de ongeletterdste vertrouwd is. Ofschoon de vergadering een ongunstig verslag uitbracht, waren er toch vele leden, die
+door de woorden van Columbus zeer getroffen waren. Tot dezen behoorde Diego de Deza, de latere aartsbisschop van Sevilla.
+Hij ondersteunde, hoewel vergeefs, de zaak van Columbus zooveel in zijn vermogen was. De meerderheid gaf te kennen, dat het
+zoowel onwaar als kettersch was aan te nemen, dat er land zou te vinden zijn, als men van Europa naar &#8217;t Westen zeilde. Zulk
+een verslag werd door een vergadering van de geleerdste mannen nog maar vierhonderd jaren geleden uitgebracht.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e277"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Tweede Hoofdstuk.</h2>
+<h2>Eerste reis.</h2>
+<p>De teleurstelling over den uitslag van de Vergadering te Salamanca was bitter voor Columbus. Maar toch was het plan er door
+bekend geworden, zoodat er allerwege in Spanje over gesproken werd. Stond de ongelukkige avonturier ook al aan allerlei spotternij
+bloot, er waren ook velen, menschen van naam en groote bekwaamheid, die zich overtuigd hielden, dat zijn vermoeden niet met
+een grimlach behoorde beantwoord te worden.
+
+</p>
+<p>Terwijl dit belangrijk vraagstuk besproken werd, beschouwde men Columbus als iemand, die bij het gezantschap aan het hof behoorde.
+Het was een tijdperk van groote staatkundige beweging. <a id="d0e286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e286">18</a>]</span>Alle gemoederen waren vervuld met den hardnekkigen oorlog tegen de Mooren, die nog maar altijd voortgezet werd. Gedurende
+den zomer van 1487 bevonden de koning en de koningin zich bij het leger, om het gedenkwaardige beleg van Malaga te voeren.
+Wegens zijn groote lichaamsgestalte, kon men Columbus overal zien, maar tevens, dat hij in gepeins, en bijna hopeloos van
+de eene tent naar de andere liep, en telkens, als hij een luisterend oor vinden kon, met zijn verzoek voor den dag kwam. Er
+lag iets treffends in het voorkomen van dezen grooten man, in eenvoudig gewaad, maar tevens met waardige houding, wanneer
+hij, te midden van dat militaire praalvertoon, zich zwijgend voortbewoog.
+
+</p>
+<p>Toen Malaga zich in September overgegeven had, keerde het hof naar Cordova terug. Achttien maanden lang trok het telkens heen
+en weer, omdat de groote strijd dit vorderde. Columbus deelde in al die verplaatsingen van het hof, nog altijd de hoop koesterende,
+waarin hij door eenige trouwe vrienden werd versterkt, dat hij eenmaal bij het hof gehoor vinden zou. Door den invloed van
+deze vrienden, mocht hij in het voorjaar van 1489 van Ferdinand het bevel ontvangen, om een andere vergadering van geleerden
+en geestelijken te Sevilla bijeen te roepen. Op nieuw zag hij zich teleurgesteld. De verschrikkelijke strijd ontbrandde met
+nieuwe kracht. Vreeselijke veldslagen, waarbij zich oproer, menschenslachting en ellende voegden, waren er het gevolg van.
+Aller krachtsinspanning was noodig. Aan Columbus en zijn onbesuisde, twijfelachtige plannen viel niet te denken.
+
+</p>
+<p>Zoo ging er een afmattend jaar voorbij. Gedurende deze treurige maanden vertoefde Columbus te Cordova, gelukkig op kosten
+van het hof. Toen de lente in &#8217;t land kwam, hielden Ferdinand en Isabella zich bezig met het maken van de noodige toebereidselen
+voor een van de grootste krijgsondernemingen, het beleg <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> van Granada. V&oacute;&oacute;r het hof optrok, deed Columbus een wanhopige poging, om gehoor te krijgen, doch hij ontving het ontmoedigende
+antwoord, dat de vorsten v&oacute;&oacute;r den afloop van den veldtocht aan hem geen aandacht konden schenken. Die slag trof Columbus geweldig,
+maar wierp hem evenwel niet ter neer. Nog kon zijn onbedwingbare geest er niet tot wanhoop door gebracht worden. Hij zette
+zich rustig neer, en ging na, welk hulpmiddel hij nu kon aangrijpen.
+
+</p>
+<p>Men leefde in een tijd van feudale macht en welvaart. De Spaansche bergen waren bezaaid met de sterke kasteelen van hertogen
+en baronnen. Columbus wendde zich tot den hertog van <a id="d0e297"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e297">19</a>]</span>Medina Sidonia. Deze machtige heer, wiens kasteel een bijna onneembare vesting was, en geheel uit ijzer en steen bestond,
+behoorde tot den hoogsten adel in Europa. Wat de glans van zijn hof en levenswijze betrof, kon hij met koningen wedijveren.
+Uit eigen middelen verschafte hij de vorsten een heel leger ruiters, honderd oorlogsschepen en een groote som geld. De schitterende
+onderneming, die Columbus wilde doen, viel voor een poos in den smaak van den hertog, doch bij nader inzien verwierp hij het
+plan als den droom van een dweper.
+
+</p>
+<p>Men zegt, dat Columbus toen bij den hertog van Medina Celi ging aankloppen. Hier werd hij aanvankelijk gunstig ontvangen.
+De hertog stond op het punt drie of vier schepen voor den tocht uit te rusten, maar hij haalde zich in het hoofd, dat de Spaansche
+vorsten het hem euvel konden duiden, wanneer hij zulk een grootsche onderneming op eigen kosten deed. Daarom liet hij Columbus
+gaan.
+
+</p>
+<p>Zich zoo bedrogen ziende, besloot Columbus zijn geluk bij het Fransche hof te beproeven. Hij had nu een aantal invloedrijke
+en vermogende vrienden, die ongetwijfeld hun beurs voor zijn bescheiden eischen zouden openen. V&oacute;&oacute;r hij op zijn lange reis
+naar de Fransche hoofdstad de Pyrenee&euml;n overtrok, bezocht hij eerst nog zijn zoon Diego in het klooster van La Rabida, bij
+Palos. Hij legde de reis te voet of op een muilezel gezeten af. Hadden zijn vrienden hem al een beetje geld gegeven, zeker
+is het, dat hij de grootste zuinigheid noodig achtte. Hij moest nog een lange en kostbare reis doen, en het was nog onzeker,
+hoe hij aan het trotsche hof van den Franschen koning zou worden ontvangen.
+
+</p>
+<p>In een eenvoudig gewaad, door de reis met stof bedekt, stond Columbus v&oacute;&oacute;r de deur van het klooster. Maar noch stof noch kale
+kleeren konden de aangeboren waardigheid van den man verbergen. Hij was van nature een edelman, die, om zijn aanspraken te
+rechtvaardigen, den glans van kostbare kleeren niet noodig had. Sedert hij voor de eerste maal aan de deur van dat klooster
+stond, om wat drinken voor zijn kind te vragen, waren er zeven jaren van aanhoudende inspanning en teleurstelling voorbij
+gegaan. Deze verdrietelijkheden en inspanningen hadden zijn lichaam gekromd en zijn haren vergrijsd. Zijn wangen waren gerimpeld,
+wat zoo licht plaats heeft, wanneer men teleurgesteld wordt en zwaar moet denken.
+
+</p>
+<p>De waardige prior van het klooster ontving den vermoeiden avonturier met ware, broederlijke vriendelijkheid. Hij was geheel
+<a id="d0e307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e307">20</a>]</span>en al overtuigd geworden, dat Columbus&#8217; plannen verstandig waren, en de dadelijke en ernstige aandacht van het Spaansche hof
+verdienden. Toen hij de zekerheid had, dat Columbus over een bezoek aan Frankrijk dacht, ontwaakte zijn vaderlandsliefde en
+maakte hij zich zeer beangst, dat Spanje den roem van de groote onderneming derven zou. Dadelijk liet hij den geleerden arts
+ontbieden, van wien wij vroeger spraken, en deelde hem zijn vrees mee. Ook werden vele andere invloedrijke vrienden uitgenoodigd,
+om met Columbus over die allergewichtigste zaak te beraadslagen, welke den prior voorkwam zoo belangrijk voor den roem van
+Spanje te zijn.
+
+</p>
+<p>In de nabijheid woonde een heer, die om zijn familie, zijn groot vermogen en zijn bekendheid met zeezaken vermaard was. Deze
+man heette Martin Alonzo Pinzon en was door zijn ondervinding in staat, om de kracht van de door Columbus aangevoerde gronden
+naar waarde te schatten. Met vuur omhelsde hij zijn zaak, en beloofde hem niet alleen geldelijken bijstand, maar tevens zijn
+invloed, om de zaak nog eens weer voor hunne majesteiten Ferdinand en Isabella te brengen. De prior van het klooster was in
+vroegere jaren kapellaan van de koningin geweest. Hij schreef haar een dringenden brief, en beweerde, dat Spanje zulk een
+schoone gelegenheid niet mocht verliezen, om boven alle landen uit te steken.
+
+</p>
+<p>In die dagen kende men nog geen postwagens en evenmin de gemakken, die de post nu geeft. Een ouden afgeleefden zeeman werd
+de brief toevertrouwd, en dien zond men naar Santa F&eacute;, waar het hof, tijdens het beleg van Granada, toen verblijf hield. De
+afstand bedroeg ongeveer 150 mijlen. De bode kwam er goed en wel aan, en overhandigde den brief aan de koningin.
+
+</p>
+<p>Niettegenstaande al de zorgen, welke toen haar geest vervulden, kreeg Isabella er een diepen indruk van. Zij gaf een bemoedigend
+antwoord mede, en drong er sterk op aan, dat haar geachte vriend, de prior van het klooster, dadelijk bij haar zou komen.
+
+</p>
+<p>Dit antwoord verlevendigde aanstonds weer de hoop in &#8217;t hart van Columbus, en bracht groote vreugde in den kleinen kring te
+La Rabida. Het was midden in den winter, en koude winden woeien over de naakte bergen en kale vlakten, ook van zuidelijk Spanje.
+Maar onverwijld besteeg de prior den muilezel, en sukkelde langs den eenzamen weg voort naar het hof.
+
+</p>
+<p>Hartelijk zelfs mocht de ontvangst heeten, die de koningin haar vroegeren kapellaan bereidde. Ofschoon zij teruggetrokken
+<a id="d0e319"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e319">21</a>]</span>was en zich niet uitliet, sluimerde er onder dat koele uiterlijk warme genegenheid. Zij luisterde met instemming naar de woorden
+van den prior. Daar hij een geleerd man was, en door vertrouwelijken omgang met Columbus diens gedachten kende, was hij de
+rechte man, om zijn plannen op de duidelijkste wijze voor te dragen. De koningin had tot nog toe geen aandacht aan de zaak
+gewijd, want ofschoon de koning en de vergadering van geleerden ermee in kennis waren gesteld, tot haar had men zich nog nooit
+rechtstreeks gewend.
+
+</p>
+<p>De lezer zal zich herinneren, dat Ferdinand alleen koning van Arragon was. Isabella was koningin van Castili&euml;, en had een
+eigen inkomen, leger en hof. Dadelijk besloot zij Columbus te beschermen. Zij liet hem halen, opdat hij zich onmiddellijk
+naar Sant&eacute; F&eacute; begeven kon. Alzoo geroepen, om een bevel van de koningin uit te voeren, zond zij hem een voldoende som geld
+tot aankoop van een muilezel en een passend gewaad, om aan &#8217;t hof te verschijnen en ter bestrijding van de reiskosten.
+
+</p>
+<p>Toen de prior met deze aangename tijdingen te La Rabida terugkwam, verheugde men zich daar zeer en nieuwe hoop straalde in
+de levensmoede ziel van Columbus. Er werd een mooie muilezel gekocht, de reiziger trok een net pak aan, en draafde weldra,
+als verjongd en door de hoop vroolijk gestemd, over de heuvels en door de schaduwrijke dalen van het schoone Andalusi&euml;. Hij
+kwam nog tijdig genoeg te Granada aan, om te kunnen zien, dat men de vaandels der Mooren van de muren van het Alhambra afrukte,
+ten einde er de vlaggen van Ferdinand en Isabella voor in de plaats te stellen. Het was het schoonste oogenblik in de regeering
+van de beide beroemde koningen, en werd als het roemvolste aangemerkt voor de Spaansche wapenen.
+
+</p>
+<p>Te midden van al die volksvreugde maakte Columbus zijn opwachting bij koningin Isabella. Hij nam niet de houding aan van een
+nederigen smeekeling, maar van een door God gezonden afgezant, die de nietige gunsten, waardoor hij zijn plannen ten uitvoer
+kon brengen, met groote schenkingen vergold.
+
+</p>
+<p>Beleefd sprak hij tot de koningin:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik verlang slechts een paar schepen en eenige matrozen, om op den oceaan tusschen de 2 &agrave; 3 duizend mijlen westwaarts te varen.
+Ik zal zoo Uwe Majesteit een korteren weg naar Indi&euml; aanwijzen, en tot hiertoe onbekende volken leeren kennen, die machtig
+zijn en verbazende rijkdommen bezitten. Tot loon vraag ik alleen de aanstelling tot Onderkoning over de rijken, die ik ontdekken
+zal, en het tiende deel van de winsten, die er uit mogen voortvloeien.&#8221;
+<a id="d0e331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e331">22</a>]</span></p>
+<p>De hovelingen van de koningin waren verwonderd, want de eischen van Columbus kwamen hun buitensporig en vermetel voor. In
+hun oog was hij maar een arme zee-kapitein, dien niemand kende en die, daar hij geen vrienden had, de hulp der koningin kwam
+inroepen, waardoor hij in staat zou zijn een zeereis te doen. En hij vroeg toch ter belooning rijkdom en eer, waardoor hij
+een rang naast de kroon zou innemen. Onder den invloed dezer voorstellingen van invloedrijke hovelingen, riep de koningin
+Columbus weer aan &#8217;t hof, en stelde hem matiger eischen voor. Maar hij bleef op zijn stuk staan, en wilde niets laten vallen.
+Het denkbeeld van zich te gaan inschepen voor een grootschen tocht als een bloot werktuig van een vorst, een huurling, streed
+met zijn trotschen aard. Isabella, verdrietig over zijn weigering, zag van Columbus en zijne eischen af.
+
+</p>
+<p>Dit was het droevigste uur in het leven van den grooten ontdekker. Geen ster, als voorbode van een mogelijken dageraad, vertoonde
+zich aan de kimmen. Verdrietig zadelde hij zijn muilezel weer, en nam langzaam en moedeloos de terugreis naar zijn vrienden
+te La Rabida aan. Hij dacht er over na, of het wel de moeite loonen zou naar Frankrijk te gaan, en daar zijn dikwijls versmade
+diensten aan te bieden.
+
+</p>
+<p>Maar toen hij het kabinet van de koningin verliet, was zij zeer ontsteld. Het karakter van dezen man en zijne grootsche plannen
+hadden den diepsten indruk op haar gemaakt. Zij kon de gedachten, door hem opgewekt, niet verdrijven. Als zij naging, welk
+verlies Spanje lijden zou, wanneer een ander hof zijn diensten aanvaardde, en zijn plannen niet ijdel bleken te wezen, dan
+had zij geen rust. Toevallig kwam juist op dat oogenblik Ferdinand in haar kabinet. Zij deelde hem haar zorg mee, waarop hij
+zeide: &#8220;De koninklijke schatkist is door den oorlog geheel uitgeput.&#8221; Voor een oogenblik zweeg de koningin en dacht over de
+zaak na. Op eenmaal rijpte een onveranderlijk besluit in haar geest. Met geestdrift riep zij uit: &#8220;Ik zal ten behoeve van
+mijn eigen kroon van Castili&euml; de onderneming doorzetten en mijn eigen juweelen verpanden, om het noodige geld te krijgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De morgenster was voor Columbus opgegaan, maar hij had haar niet gezien, omdat hij de oogen niet opwaarts, maar naar den grond
+geslagen had. Op dat oogenblik zwoegde hij in het zand, en had nog maar eenige mijlen van den weg afgelegd. Toen hij een donker
+pad tusschen de bergen in wilde slaan, hoorde hij een stem achter zich. Hij keerde zich om, en zag een hoveling <a id="d0e340"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e340">23</a>]</span>in allerijl naderen. De bode verzocht hem uit naam van de koningin, om terug te keeren.
+
+</p>
+<p>Een oogenblik aarzelde Columbus, of hij aan het bevel gehoorzamen zou. Niets dan teleurstelling was zijn deel geweest, en
+had hem er toe gebracht, het Spaansche hof volstrekt niet meer te vertrouwen. Het kwam hem voor, dat beide vorsten, onwillig
+om hem in zijn onderneming bij te staan, nog minder hebben wilden, dat hij in dienst van een anderen monarch kwam, zoodat
+het gebeuren kon, dat een andere kroon den roem verwierf, dien Spanje verworpen had. Aangezien de renbode hem echter de verzekering
+gaf, dat de koningin hem in ernst gaarne weer wilde zien, wendde hij den teugel en reed terug, om een nieuw onderhoud met
+Isabella te hebben.
+
+</p>
+<p>Was de koningin traag in het besluiten, vlug was zij in de uitvoering er van. Aanstonds maakte zij aan Columbus bekend, dat
+zij van harte al zijn eischen inwilligde, en dadelijk bereid was tot een voegzamen tocht mede te werken. Hij werd benoemd
+tot Admiraal en tot Onderkoning van al de landen, die hij ontdekken zou, en een tiende deel van de voordeelen, die de reis
+mocht opleveren, was voor hem. Pinzon verzocht, dat hij &#8539; van de winsten genieten zou, als hij ook &#8539; van de uitgaven voor
+zijn rekening nam, en deze schikking werd gemaakt. Eindelijk was dus het gewichtige vraagstuk opgelost. Columbus was misschien
+de gelukkigste man van de wereld, toen hij naar Palos terugkeerde. Weinig zal hij gedacht hebben, dat zijn loopbaan stormachtig
+wezen zou, vol teleurstellingen, beleedigingen en ellende, zoodat hij van verdriet sterven zou.
+
+</p>
+<p>Onmiddellijk werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de stad Palos twee kleine schepen leveren moest, voldoende bemand
+en van levensmiddelen voor de reis voorzien. Door zijn vriend Pinzon leverde Columbus zelf een ander, zoodat hij de onderneming
+met drie schepen kon beginnen. Twee van deze schepen waren lichte barken, of, zooals ze in dien tijd heetten, karveels. Voor
+de officieren waren er kajuiten, en bakken voor het scheepsvolk, maar een gemeenschappelijk dek was er niet. Het derde schip
+kreeg den naam van Santa Maria, en moest voor den admiraal dienen. Het was geheel overdekt en telde 16 manschappen. Over de
+Pinta voerde Martin Alonzo Pinzon het bevel met 30 man aan boord. De Nina was bemand met 24 matrozen, onder bevel van Vincent
+Yanez Pinzon. Alle schepen waren klein en niet grooter dan honderd ton, en dus zooals de Amerikaansche jachten, waarmee een
+tocht over den <a id="d0e348"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e348">24</a>]</span>oceaan gedaan is van New-York naar Cowes, maar wat zelfs nog in 1867 als een voorbeeld van stoutmoedigheid werd beschouwd.
+Maar Columbus vond ze zeer geschikt voor de onderneming. Alle personen, die den tocht mede maakten, meegerekend was er 120
+man.
+
+</p>
+<p>Naar het volksbegrip was de onderneming uitermate gevaarlijk, bijna heiligschennend en God verzoekend. Zij werd nog roekeloozer
+geacht, dan in onze dagen de poging, om met een luchtballon over den oceaan te trekken, zou genoemd worden. Het was derhalve
+moeilijk, om volk te krijgen. De regeering was dan ook ten slotte genoodzaakt tot geweld over te gaan, en zeelieden tot den
+kruistocht te dwingen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p024.jpg" alt="De Santa Maria."></p>
+<p class="figureHead">De Santa Maria.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In den vroegen morgen van den 3<sup>n</sup> Augustus 1492, juist toen de zon uit de golven van den oceaan opkwam, haalde de kleine vloot de zeilen op voor den avontuurlijksten
+en gevaarvolsten tocht, waarvan de wereldgeschiedenis gewaagt.
+
+</p>
+<p>Men was te bewogen, om vroolijk te wezen. Geen hoera! werd gehoord, en luidruchtigheid was verre. Getabbaarde priesters brachten
+de zeelieden aan boord. Toen de zeilen ontplooid waren en <a id="d0e364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e364">25</a>]</span>de zwakke vaartuigen door een gunstigen wind langzaam uit het gezicht verdwenen, schreiden en weeklaagden allen, die achtergebleven
+waren, en hun hart was door een somber voorgevoel beangst.
+
+</p>
+<p>Met het eerste gedeelte van den weg, dien Columbus wilde volgen, was hij zeer vertrouwd. Aanstonds zette hij koers naar de
+Kanarische eilanden. Er waaide een frissche, gunstige bries, en alles ging heel goed. De bemanning der drie schepen bestond,
+zooals wij vroeger opmerkten, uit domme en bijgeloovige menschen, waarvan velen tot den dienst geprest waren. Toen zij de
+bergen van hun geboorteland achter zich zagen verdwijnen, werden zij door vrees overmand.
+
+</p>
+<p>Reeds bij het begin van de reis openbaarden zich teekenen van ontevredenheid en bijna van oproer. Van een der schepen ging
+op den derden dag reeds het roer verloren. Columbus kon op goede gronden aannemen, dat het door sommige ontevredenen met opzet
+was veroorzaakt. Gelukkig wist de bevelhebber door zijn kennis en ervaring het ongeval eenigszins te verhelpen. Maar toch
+was het schip zoo gehavend, dat het alleen met de andere mee kon komen, als de zeilen ten deele inkrompen. Een reis van zeven
+dagen bracht hen in het gezicht van de Kanarische eilanden, en zij hadden dus van Palos af gerekend, ongeveer duizend mijlen
+afgelegd. Hier werd Columbus drie weken opgehouden. Het gehavende schip werd voor onzeewaardig verklaard. Maar zij kregen
+gelukkig een ander schip en De Pinta kreeg een nieuw roer, terwijl men het schip nog sterker trachtte te maken, ten einde
+er de reis mee te kunnen doen.
+
+</p>
+<p>Na een oponthoud van drie weken werden de zeilen voor de tweede maal geheschen. Nu bevoer men onbekende zee&euml;n, want de Kanarische
+eilanden vormden toen de grenzen van de bekende wereld. Nauwelijks waren de eilanden uit het gezicht, of er ontstond een volkomen
+windstilte. Drie dagen lang dreven de schepen zonder vooruit te komen op de spiegelgladde baren van den oceaan. Op nieuw verloren
+de zeelieden den moed.
+
+</p>
+<p>Op den 9<sup>en</sup> September kwam er een fiksche bries, die de zeilen deed zwellen, zoodat zij flink vorderden. Het was Zondagmorgen; een wolkenlooze
+hemel en de schijnbaar grenzenlooze Oceaan omringden hen. Toch was er geen vreugde op de schepen. Alleen werden ontevreden
+blikken gezien, morrende woorden gehoord. Columbus deed al wat hij kon, om de moedeloosheid der zeelieden te verdrijven en
+hun een deel van zijn eigen geestdrift in te boezemen. Bemerkende, dat hun vrees van nimmer weer huiswaarts <a id="d0e377"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e377">26</a>]</span>te kunnen gaan met iedere mijl, die men vorderde, grooter werd, bedacht hij een list, om <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">nl.</abbr></span> dubbele aanteekening te houden van hun vorderen per dag. De een was voor hem zelf, en de andere moest aan de zeelieden getoond
+worden, om hun den indruk te geven, dat de afgelegde weg veel kleiner was dan met de werkelijkheid overeenkwam. Dagen van
+grooten angst en aanhoudende waakzaamheid gingen langzaam voorbij, terwijl Columbus met den grootsten spoed het doel trachtte
+te bereiken, dat hij, hiervan hield hij zich overtuigd, weldra bereiken zou.
+
+</p>
+<p>Het is eenigszins zonderling, dat hij geen land meende te zullen vinden binnen den afstand van omstreeks 3000 mijlen. Nog
+bevond hij zich op een watervlak, waarop nooit het oog van een mensch gerust had. Niemand kon zeggen, welke voorwerpen zich
+aan hen zouden voordoen.
+
+</p>
+<p>Columbus stond op het dek en gaf zorgvuldig op alles acht, tot dat de laatste avondstralen verdwenen. Zoodra de morgen aanbrak,
+stond hij alweer op den boeg op wacht. Met de grootste nauwkeurigheid gaf hij acht op de verandering in de kleur van de lucht,
+de tint van het water, den vorm van de wolken en de windrichting. Den 14<sup>en</sup> September vloog er des nachts iets vurigs door de lucht, dat slechts een paar mijlen van hen af in zee viel. Dit vermeerderde
+grootelijks den angst van de bijgeloovige matrozen.
+
+</p>
+<p>Zij kwamen in het gebied der passaatwinden, en werden dagen aaneen van het oosten naar het westen voortgedreven. Ook dit sloeg
+hun den schrik om &#8217;t hart. Nooit meenden zij terug te kunnen keeren. Zij waren in de heete zone gekomen en vonden de lucht
+wonderbaarlijk zacht. &#8217;t Was een genot, die in te ademen. De moed van Columbus werd zeer opgewekt toen hij groote hoeveelheden
+drijvend zeegras of wier zag, dat, dit wist hij, van westelijke kusten moest losgerukt zijn. Op een van die hoopen gras vingen
+zij een levende krab. Dag aan dag blies de regelmatige, aangename wind in de zeilen, terwijl de zee, zooals Columbus opmerkte,
+zoo kalm was als de Guadalquivir te Sevilla.
+
+</p>
+<p>Teekenen van naderend land verlevendigden de hoop van het scheepsvolk. Een rijke belooning werd dengene toegezegd, die het
+eerst land zou ontdekken. Op den avond van den 18<sup>en</sup> September zag men een menigte landvogels, die naar het noordwesten vlogen. Ook zag men in die richting wolken drijven, zooals
+die gewoonlijk boven het land hangen. Columbus ging peilen, maar kon geen grond voelen.
+
+</p>
+<p>Op nieuw werd het scheepsvolk benauwd met het oog op de <a id="d0e398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e398">27</a>]</span>verbazend groote watervlakte, die hen thans van het vaderland scheidde. Columbus had alle gezag noodig en moest veel takt
+gebruiken, om die vrees weg te nemen. Gelukkig vermenigvuldigden zich de bewijzen, dat men in de nabijheid van land kwam.
+Verscheidene landvogels zetten zich op het schip neer, en sommigen waren zoo klein, dat zij blijkbaar niet ver konden vliegen.
+Toch kon men nog geen grond peilen. Weer werd de zee doodstil. De oceaan werd zoo glad en effen als een spiegel, en de zuiderzon
+scheen zoo fel, dat het dek der schepen begon te blakeren. Op den 25<sup>en</sup> rees de zee, zonder de minste verheffing van den wind, verbazend hoog. Ongetwijfeld was dit het gevolg van een verwijderden
+storm, die het water opzette.
+
+</p>
+<p>De oproerige gezindheid van de schepelingen veranderde met de wisselingen, die zij hadden. Columbus echter bewaarde een opgeruimd
+voorkomen en verloor zijn zelfvertrouwen niet. Sommige misnoegden bevredigde hij door vriendelijke woorden, anderen hield
+hij door bedreigingen in ontzag en eenigen kregen een voorbeeldige straf. Op nieuw verhief de wind zich een weinig, die wel
+de oppervlakte der zee nauwelijks rimpels gaf, maar toch de zeilen deed zwellen. De schepen bleven zoo dicht bij elkander,
+dat Columbus gemakkelijk met de andere officieren spreken kon. Terwijl ze zoo aan &#8217;t praten waren, hoorden ze op eens een
+luiden gil van De Pinta. Een man op het achterschip wees naar het zuidwesten en schreeuwde zoo hard hij kon: &#8220;Land, land!
+Ik eisch de belooning!&#8221; Aller oogen wendden zich naar dien kant en men zag op een afstand van ongeveer 60 mijlen een bergketen
+met wolken bedekt.
+
+</p>
+<p>Een onbeschrijfelijke geestdrift bezielde al de schepelingen. Zij klommen in het want, in de masten en keken allen denzelfden
+kant uit. Het was laat in den middag. De korte schemering der keerkringslanden verdween, en nachtelijke duisternis bedekte
+weldra den oceaan. Den geheelen nacht door stuurden de schepen op het verwachte land aan. Met het eerste morgenkrieken stonden
+allen op het dek. Tot hun bittere teleurstelling zagen ze niets meer aan den horizon. Geen zweem van een wolk zelfs was te
+bespeuren. Toch was de wind gunstig, de zee kalm en het klimaat heerlijk. Dolfijnen speelden om den boeg; vliegende visschen
+sprongen op het dek en de matrozen vermaakten zich, zoo wordt verhaald, met om het schip heen te zwemmen.
+
+</p>
+<p>Volgens de eigen berekening van Columbus, was men nu 2022 mijlen van de Kanarische eilanden af, maar volgens de opgave, die
+men aan de matrozen te zien gaf, had men nog maar 1740 <a id="d0e409"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e409">28</a>]</span>mijlen afgelegd. Nog verliepen er een paar dagen waarop men weinig vorderde, toen er zich op nieuw een geest van ontevredenheid
+en verzet openbaarde. Hij werd evenwel spoedig onderdrukt door de verschijning van groote koppels vogels en andere aanwijzingen,
+dat er land in de nabijheid lag.
+
+</p>
+<p>De verlangende zeelieden maakten dikwijls valsch alarm, en hielden verwijderde wolken voor bergtoppen. Om dit tegen te gaan,
+bepaalde Columbus, dat hij, die land! riep, en men dan nog in geen drie dagen land zag, alle aanspraak op de belooning verbeuren
+zou. Men verhaalt, dat Columbus omstreeks dezen tijd met zijn scheepsvolk de overeenkomst sloot, dat hij van de onderneming
+zou afzien, als men binnen drie dagen geen land ontdekte. Maar voor dit verhaal ontbreken deugdelijke bewijzen.
+
+</p>
+<p>Gelukkig wordt dit vertelseltje door het dagboek van Columbus zelf, dat elken dag met den grootsten eenvoud bijgehouden is
+geworden, weersproken, en blijkt het, dat hij op den eigen dag, die aan de ontdekking voorafging, zijn vast besluit te kennen
+had gegeven, om te volharden ondanks alle gevaren en moeilijkheden.
+
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e415"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Derde Hoofdstuk.</h2>
+<h2>Er wordt land ontdekt.</h2>
+<p>Juist, toen het oproerige scheepsvolk wanhopig begon te worden, kreeg men het onbetwistbare bewijs dat er dichtbij land was.
+Andere bossen gras vond men, zooals aan de kanten van rotsen en rivieren aangetroffen wordt. Men vischte een tak van een meidoorn
+op, waaraan nog groene blaadjes en bessen zaten. Ook vonden zij, en dit gaf nog den meesten moed, een stuk van een plank en
+een stok, die keurig besneden was.
+
+</p>
+<p>Aan boord van het admiraalschip werden geregeld godsdienstoefeningen gehouden. De admiraal scheen dezen avond bijzonder ernstig
+gestemd te zijn. Wel was hij altijd ernstig, bezadigd en bedachtzaam, maar nu scheen zijn gemoed overstelpt te zijn door de
+bewustheid, dat hij nu op het punt stond, om te volvoeren, wat hij levenslang gehoopt had. Op ernstige wijze sprak hij het
+scheepsvolk toe, bracht in herinnering, hoezeer God hen beschermd had, en verzekerde hun, dat zij naar zijn oordeel nu ongetwijfeld
+het land naderden, dat hij verwacht had te zullen vinden. Ja, hij geloofde, dat zij nog dienzelfden nacht aan land zouden
+komen. Hij gaf bevel, om goed wacht te houden, en voegde aan de belooningen van de souvereinen nog de gift van een fluweelen
+wambuis toe aan hem, die het eerst de kust zien zou.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p029.jpg" alt="Columbus op zijn eerste reis."></p>
+<p class="figureHead">Columbus op zijn eerste reis.</p>
+<p>(<i>Naar een oude afbeelding</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e434"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e434">29</a>]</span><a id="d0e435"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e435">30</a>]</span></p>
+<p>Des nachts wakkerde de wind aan en snel kliefde de kleine vloot de golven. De Pinta zeilde het hardst en was een weinig vooruit.
+Zeven en zestig dagen was het nu geleden, dat de Spaansche hooglanden aan de oostelijke kim verdwenen. Het was de 11<sup>e</sup> October 1492. Geen wolk was er aan den tropischen hemel, waaraan de sterren fonkelden, te zien. Een stevige en frissche bries
+zweepte de baren voort, die bijna geen rimpels hadden. De harten van allen waren zeer opgewekt. Bijna niemand op de drie schepen
+sliep, en Columbus stond op den boeg van zijn vaartuig, en keek met een vurig verlangen naar den gezichteinder.
+
+</p>
+<p>Omstreeks 10 uren trof het flauwe schijnsel van een flambouw zijn oog. Voor een oogenblik kon men de vlam heel goed waarnemen,
+en dan werd zij weer geheel onzichtbaar. Zijn hart klopte van aandoening. Was het een tochtverschijnsel, een gezichtsbedrog
+of een licht van het land? Bevende van opgewondenheid zag hij het licht op nieuw en nu zeer duidelijk, onbetwistbaar. Aanstonds
+riep hij Pedro Gutierrez tot zich, een van de aanzienlijkste heeren van zijn metgezellen. Deze zag het licht eveneens. Toen
+riepen zij een derde, Rodrigo Sanchez, die den tocht meemaakte als vertegenwoordiger en verslaggever van hun Majesteiten.
+Maar het licht was weer weg. Spoedig echter zag men het weer en ook Sanchez zag het. Toch kon het nog wel een tochtverschijnsel
+wezen. Een flambouw op het land was hun ook iets onverklaarbaars. In het dagboek staat:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het leek een kaars, die op en neer ging, en Christophorus twijfelde niet, of het was wezenlijk een licht en op het land.
+En het bleek ook waar te wezen, want het kwam van lieden, die met lichten van de eene hut naar de andere gingen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Deze schijnsels duurden evenwel maar zoo kort, dat er door de anderen op het schip niet veel waarde aan werd gehecht, ofschoon
+Columbus vast overtuigd was, dat het licht van het land was. Zoo zeilde de kleine vloot nog 4 uren lang voort, toen er, des
+morgens te 2 uur, door een der matrozen van De Pinta, die Rodrigo de Triana heette, land werd gezien. Een kanonschot van De
+Pinta kondigde het heuglijk nieuws, dat er land ontdekt was, aan. Heel spoedig waren de nog wel donkere, maar zeer duidelijke
+omtrekken van het land op alle schepen te zien. De beloofde jaarwedde van 10,000 maravedis aan hem, die het eerst land zien
+zou, werd Columbus toegewezen, ofschoon vele meenden, dat zij Rodrigo de Triana rechtmatig toekwam.
+
+</p>
+<p>De overige uren van den nacht gingen spoedig voorbij. Helder <a id="d0e449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e449">31</a>]</span>en schitterend daagde de morgen, en ontrolde aan het verrukte oog van Columbus een tooneel, waarbij het paradijs het nauwlijks
+halen kon. Daar lag een laag eiland voor hem in de rijkste weelde en bloei der keerkringsgewesten. De boomgaarden, vlakten
+en parken der natuur spreidden zich in alle richtingen uit. Tal van inboorlingen zag men uit de bosschen komen, en in een
+toestand van groote opgewondenheid langs het strand loopen. Zij waren allen moedernaakt. Vermoeid als de reizigers waren door
+zooveel weken lang niets dan water te zien, had het tooneel, dat zij nu aanschouwden, voor hen de bekoring van een fee&euml;nland.
+
+</p>
+<p>Van elke karveel liet men de boot zakken. Nadat zij bemand waren, nam Columbus, zeer rijk in purperkleurig gewaad gekleed
+en met Castiliaansche pluimen op den hoed, de leiding ervan op zich. Het spreekwoord zegt: &#8220;Op een afstand lijkt alles mooi,&#8221;
+maar toen zij dichter bij land kwamen, werd het gezicht al schilderachtiger en mooier. De woningen der inboorlingen stonden
+in de uitgestrekte boschjes overal verspreid. Hoogten en laagten stonden vol boomen, die zelf even als hun gebladerte er vreemd
+uitzagen. Verbazend veel bloemen waren er van de schitterendste kleuren, zooals de avonturiers nog nooit hadden gezien. Vruchten,
+van allerlei vorm en kleur, hingen aan de boomen. Vooral maakt Columbus gewag van het gezang der vogels, dat de lucht vervulde;
+van de zuivere en welriekende lucht en van het kristalheldere water.
+
+</p>
+<p>Zoodra Columbus aan land stapte, viel hij op de knie&euml;n en dankte God. De matrozen schaarden zich om hun beroemden leidsman,
+volgden zijn voorbeeld en schaamden zich over hun oproerig gedrag. Velen weenden, kusten zijn handen en smeekten om vergeving.
+Zij, die het lastigst waren geweest, vleiden nu het meest, kropen nu het laagst, want zij hoopten gunsten te ontvangen, waardoor
+zij zich zouden kunnen verrijken en tot den adelstand verheffen.
+
+</p>
+<p>Met indrukwekkende, godsdienstige gebruiken plantte Columbus nu de Spaansche vlag op het strand. In vrome erkenning van Gods
+goedheid, die hen zoo ver had geleid, noemde hij het eiland San Salvador. Toen vorderde hij van de bemanning der drie schepen
+den eed van trouw aan hem als Admiraal en Onderkoning van al de rijken, die men nu zou betreden.
+
+</p>
+<p>De inboorlingen stonden er schroomvallig omheen, en keken al die bewegingen met diep ontzag aan. Men verhaalt, dat, toen zij
+voor het eerst de schepen zagen, die zich schijnbaar van zelf voortbewogen en hun verbazend groote vleugels introkken, zij
+<a id="d0e459"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e459">32</a>]</span>die voor zeemonsters hielden of voor vogels, die op reusachtige vleugels uit hun luchtverblijven afdaalden. Toen de zeelieden
+met hun schitterende mali&euml;nkolders, vreemde kleeding en oorlogswapenen aan wal stapten, vluchtten zij van schrik in de bosschen.
+Maar toen zij zagen, dat ze niet vervolgd werden, en wij geen vijandige bewegingen maakten, kwamen ze langzaam terug. De gebiedende
+gestalte van Columbus, zijn verheven wijze van doen, zijn scharlaken kleeding en de eerbied, welken al zijn metgezellen hem
+bewezen, maakten, dat de inboorlingen met de grootste vereering tot hem opzagen.
+
+</p>
+<p>De inboorlingen geloofden over het algemeen, dit wordt telkens getuigd, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Een
+hunner opperhoofden onderzocht later dan ook, hoe zij naar beneden gekomen waren, &ograve;f vliegend &ograve;f door nederdaling op de wolken.
+
+</p>
+<p>Daar er dus twee partijen waren, die elkander aankeken, was de verbazing wederkeerig. Het tooneel, dat zich aan de Spanjaarden
+voordeed, was even buitengewoon als dat, wat de inboorlingen aanschouwden. Het landschap was in al zijn afwisseling zoo nieuw
+voor de vreemdelingen, alsof zij op een andere planeet waren gekomen. Boomen, vruchten, bloemen, alles was heel anders, dan
+wat zij tot nog toe hadden gezien. Het klimaat scheen volmaakt, want het was warm en toch niet drukkend; men gevoelde evenmin
+rilling, als men van overmatige hitte last had. De paradijs-onschuld, de zedigheid en eenvoud van de inboorlingen wekten hun
+verwondering en bewondering op. Hun gele tint vindt men nog mooi. Hun fraai geronde leden hadden regelmatige en bevallige
+vormen, die met de wereldberoemde beelden van Venus en Apollo zouden hebben kunnen wedijveren.
+
+</p>
+<p>Waren de bijgeloovige inboorlingen door het gezicht van wezens, die &ograve;f uit de lucht waren neergekomen &ograve;f uit de diepte opgerezen,
+zooals zij meenden, getroffen, sterker is de indruk wellicht bij de Spanjaarden geweest.
+
+</p>
+<p>Columbus meende, dat hij op het uiterste eiland van Indi&euml; geland was. Daarom noemde hij de inboorlingen dan ook Indianen.
+Dien naam hebben langzamerhand alle bewoners van de nieuwe wereld gekregen.
+
+</p>
+<p>Toen de inboorlingen ondervonden, dat de vreemde bezoekers hun geen kwaad deden, werden zij langzamerhand vertrouwelijk en
+welwillend. Zij overlaadden de Spanjaarden met de sterkste bewijzen hunner gastvrijheid. De matrozen liepen zonder vrees door
+de bosschen, en aten de vroeger nooit geproefde vruchten, die aan <a id="d0e471"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e471">33</a>]</span>zoo vele takken zaten. Dat Columbus van nature een goedhartig man was, schijnt onwedersprekelijk; maar door den invloed van
+de domheid dier dagen, maakte hij zich later aan vele wreedheden schuldig. Hij stal de harten van de inboorlingen geheel door
+hun eenige blinkende kraaltjes of tingelende klokjes te geven. Zij beschouwden die als dingen van onschatbare waarde.
+
+</p>
+<p>De mooie meisjes, die zich zeer zedig gedroegen, hingen die klokjes om haar midden en dansten vroolijk, terwijl zij naar het
+getingel luisterden. Columbus vertelt in zijn beschrijving, dat zij geen kroeshaar hadden als de Afrikanen, maar dat het lang
+en zeer zwart was, en meestal op de schouders hing. Opdat het haar niet over de oogen hangen zou, werd het van voren afgeknipt.
+Haar gelaatstrekken maakten een aangenamen indruk en zij hadden hooge voorhoofden en prachtige oogen. Zij hebben een licht
+koperen kleur en soms vergeleek men die met de kleur van nieuwe gouden munten.
+
+</p>
+<p>Een zaak trof de vreemdelingen zeer, <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> dat alle inboorlingen, die zij zagen, beneden de 30 jaar waren. Oude menschen schenen niet onder hen te zijn. Wat kon dit
+beduiden?
+
+</p>
+<p>Maar er was iets anders nog, dat de aandacht van de nadenkenden opwekte en bewees, dat men niet in het paradijs gekomen was.
+Zij bezaten strijdknodsen en scherp gepunte werpspietsen, voorzien van de verscheurende tanden van een haai. Toen Columbus
+daarvan door teekens sprak, gaven zij te kennen, dat zij in den oorlog gebruikt werden om aan te vallen of aanvallen af te
+weren. En sommigen van hen wezen op de wonden, die zij in het gevecht bekomen hadden.
+
+</p>
+<p>Des avonds keerden alle Spanjaarden naar de schepen terug. De nacht ging rustig voorbij, ofschoon men van opgewondenheid niet
+slapen kon. Zoodra het licht werd, verzamelden zich vele inboorlingen van alle kanten van het eiland aan het strand, om dit
+vreemde tooneel te zien. Zij stelden zooveel vertrouwen in de vreemdelingen, dat velen van hen in zee sprongen en naar het
+schip zwommen. Het water scheen hun natuurlijk element te zijn.
+
+</p>
+<p>Zij bezaten vele schuitjes, die uit boomstammen bestonden, welke met veel moeite waren uitgehold. Enkele er van waren zoo
+klein en licht, dat er slechts &eacute;&eacute;n man in zitten kon, andere zoo groot, dat wel veertig gewapende krijgslieden er plaats in
+vinden konden.
+
+</p>
+<p>Deze kano&#8217;s hadden geen kiel en kantelden daarom licht om, maar dit telden de inboorlingen weinig. Zij zwommen er omheen als
+eenden, zetten de kano overeind, hoosden er het water met <a id="d0e488"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e488">34</a>]</span>kalebasschalen uit, en sprongen er weer in, welk een en ander slechts eenige oogenblikken oponthoud veroorzaakte.
+
+</p>
+<p>Het was een groote teleurstelling voor Columbus, dat deze menschen zoo ontzettend arm waren. Ofschoon zij in een heerlijk
+klimaat en in geriefelijke hutten woonden, vruchten in overvloed hadden en geen kleeren behoefden, bezaten zij niets, waarmede
+Columbus zijn schepen bevrachten en zich zelf en zijn metgezellen verrijken of de begeerlijkheid van den Spaanschen vorst
+bevredigen kon. De arme inboorlingen hadden niets dan prachtige papegaaien, die zij uit liefhebberij tam maakten, en ballen
+van katoenen garen. Deze ballen waren wel eens 25 pond zwaar en zouden op de markten in Spanje veel waard zijn geweest. Ook
+hadden zij een soort van eigengemaakt brood, dat uit een wortel, Juca geheeten, vervaardigd werd, en een smakelijk voedsel
+voor de eilandbewoners opleverde, maar geen belangrijk handelsartikel kon zijn.
+
+</p>
+<p>Toen Columbus den volgenden dag te midden van een groote menigte inboorlingen landde, zag hij vele meisjes, die gouden sieraden
+droegen, niet in de ooren, maar aan den neus. Dat glinsterend metaal boeide spoedig zijn oog. Gretig verruilden de Indiaansche
+schoonen die eenvoudige gele tooisels voor prachtig gekleurde kralen van geringe waarde. Met belangstelling onderzocht Columbus,
+waar dit goud van daan kwam.
+
+</p>
+<p>Het is verbazend moeilijk, om wat gewaar te worden, wanneer alleen de gebarentaal kan gebruikt worden; en die moeilijkheid
+wordt nog veel grooter, wanneer die gebaren van beschaafden door wilden moeten worden verstaan en omgekeerd. Daarom werd Columbus
+stellig grootelijks misleid door de aanwijzingen, die hij van de inboorlingen geloofde ontvangen te hebben. Hij meende verstaan
+te hebben, dat er op eenigen afstand zuidwaarts een machtig opperhoofd woonde, die grooten overvloed van goud bezat, en die
+op schalen van dit kostelijk metaal werd bediend. Ook had hij den indruk gekregen, dat er in het noorden volken woonden, die
+dikwijls gewapend optrokken, om de zuidelijke stammen aan te vallen, en daarna met grooten buit aan goud terugkeerden. Met
+zijn vurige verbeelding waande hij van een prachtige stad te hebben hooren spreken met schitterende paleizen, niet ver van
+de plaats waar zij nu waren, en dat hij in de landbouw-distrikten aangekomen was van een der schoonste landen van de aarde.
+
+</p>
+<p>Zoo ging de 13<sup>e</sup> October voorbij. Voor de zeereizigers was het een merkwaardige dag, want er was opgewektheid en vreugde. <a id="d0e501"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e501">35</a>]</span>Den volgenden morgen begaf Columbus zich met zijn manschappen in de booten, om het eiland te gaan verkennen. Belangrijker
+verkenningstocht, in de morgenuren van een tropischen dag begonnen, en omringd door wonderbaar schoone en nooit aanschouwde
+tooneelen, kan men zich moeilijk voorstellen. Columbus zei, dat het eiland door koraalriffen ingesloten was, die slechts een
+nauwen doortocht overlieten; voorts, dat tusschen die riffen diepe en veilige ankerplaatsen lagen, groot genoeg, om de schepen
+van de geheele wereld te bevatten. Op deze lieve plek begon de tocht, en men zette koers naar het noordoosten.
+
+</p>
+<p>Het eiland bleek zeer houtrijk te wezen, en, behalve dat er verscheidene riviertjes waren, was er middenop een groot meer.
+Tal van schilderachtige dorpen, die als verscholen lagen in de schoonste boschjes, voeren de reizigers, die met hun booten
+dicht bij de kust bleven, voorbij. Overal kwamen de bewoners, zoowel mannen en vrouwen als kinderen, naar het strand, en liepen
+met de booten mee. Van tijd tot tijd vielen sommigen op de knie&euml;n en maakten zekere bewegingen, die de Spanjaarden of voor
+een uiting van dank aan God hielden, dat zij aangekomen waren, of voor eerbewijzingen, omdat men hen voor hemelsche wezens
+aanzag.
+
+</p>
+<p>Door onbedrieglijke gebaren noodigden de inboorlingen hen uit aan land te komen; hun tevens versch water en heerlijke vruchten
+aanbiedende. Toen de booten haar tocht vervolgden, sprongen verscheiden inboorlingen in zee, en zwommen ze achterna, waaruit
+duidelijk bleek, dat ze zoowel in &#8217;t water als op het land in hun element waren. Anderen volgden in kano&#8217;s. De goedhartige
+admiraal ontving allen met de grootste vriendelijkheid, en maakte hen hoogst gelukkig met eenige snuisterijen, welke zij als
+hemelsche geschenken aannamen. Columbus verklaart bij herhaling, dat de inboorlingen hen voor engelen aanzagen.
+
+</p>
+<p>Dit is echter eenigszins twijfelachtig. Door teekens toch kan men niet gemakkelijk zijn meening uitdrukken. En men mag te
+recht vragen, of de inboorlingen ook maar een flauw begrip hadden van werelden, waar engelen wonen, zooals het christendom
+leert. Zoo dreven de roeibooten voort, tot zij eindelijk een vrij belangrijke kaap bereikten, waarop zes Indiaansche woningen
+stonden, omgeven door bosschen en tuinen, waarvan Columbus verklaarde, dat zij net zoo mooi waren als die, welke men in Castili&euml;
+aantrof. Hier gingen zij aan wal, om wat te rusten en zich te verkwikken, waarna zij zich gereed maakten, om naar de schepen
+terug te keeren. Ze namen zeven inboorlingen mee <a id="d0e509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e509">36</a>]</span>om die de Spaansche taal te leeren en ze als tolken te gebruiken. Nog dienzelfden avond werden de zeilen geheschen, en stevende
+men naar &#8217;t zuiden.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e511"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Vierde Hoofdstuk.</h2>
+<h2>Een tocht door de eilanden.</h2>
+<p>Uit de beschrijving van Columbus blijkt niet duidelijk, of er van San Salvador werkelijk eilanden te zien waren. Misschien
+ging hij op het getuigenis van de inboorlingen af.
+
+</p>
+<p>Volgens de bewering van Marco Polo, deelden de Indianen, die zich op &#8217;t schip van den admiraal bevonden, hem mee, dat het
+aantal eilanden in deze zee&euml;n ontelbaar was, en dat de bewoners er van meestal met elkander in oorlog waren. Zij gaven de
+namen van meer dan honderd dezer eilanden op. Spoedig kregen zij in het zuidwesten een zeer groot eiland in het oog, dat omstreeks
+vijftien mijlen van hen af was. De Indianen stelden de bewoners daarvan als veel rijker voor dan die van San Salvador, en
+zeiden, dat zij armbanden en andere groote sieraden droegen van zuiver goud.
+
+</p>
+<p>Aangezien de nacht op handen was, en men zich in onbekende zee&euml;n ophield, gaf Columbus bevel, om tot den volgenden morgen
+te blijven liggen. Toen de zon opkwam werden de zeilen weer opgehaald, maar de voortgang werd door tegenstroomen en ongunstigen
+wind zoo vertraagd, dat de zon reeds onderging, toen zij bij het eiland ten anker kwamen. Den volgenden morgen gingen zij
+met de booten aan land. Hier zagen zij volmaakt dezelfde tooneelen als op San Salvador. Het klimaat, het gebladerte, de bloemen,
+alles was net gelijk; ook de inboorlingen maakten geen verschil; ook dezen waren naakt, goedwillig en vriendelijk en hadden
+evenmin goud. Columbus zocht overal, maar te vergeefs, naar gouden versieringen aan armen of beenen. Of zij in de verbeelding
+van de Indianen of in die van hemzelf bestonden, is niet uit te maken. Hij nam echter dit eiland in bezit, alweer met vertoon
+van godsdienstige gebruiken, waarnaar de inboorlingen met kinderlijke verwondering keken. Hij gaf het den naam van Santa Maria,
+en zeilde toen weer weg, om de reis voort te zetten.
+
+</p>
+<p>Juist toen zij het anker lichtten, gebeurde er iets, dat helaas! duidelijk aantoont, dat enkele inboorlingen althans, die
+op het schip van den admiraal waren, geen vrijwillige tolken, maar gevangenen <a id="d0e524"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e524">37</a>]</span>waren. Toen een van de Indianen van San Salvador, die op De Nina was, waarop Vincent Yanez Pinzon bevel voerde, op een kleinen
+afstand een groote kano zag, die vol inboorlingen was, sprong hij in zee, en wist door zoo vlug als een visch te zwemmen,
+te ontsnappen en werd door zijn landslieden opgenomen. Wel werd er aanstonds een boot uitgezonden om hem te vervolgen, maar
+de wilden roeiden zoo hard, dat zij den oever bereikten v&oacute;&oacute;r men hen kon achterhalen, en met de snelheid van hinden verdwenen
+zij in de bosschen.
+
+</p>
+<p>De zeelieden voerden hun kano als buit mee naar het schip. Het was een zeer onrechtvaardige handelwijze, die zelfs de onwetendste
+barbaar moest veroordeelen. Toch werd spoedig daarop een nog afschuwelijker daad door de matrozen gepleegd. Een Indiaan, die
+gehoord had, dat de Spanjaarden katoen wilden koopen, begaf zich geheel alleen in zijn biezen kano naar het schip van den
+admiraal. Toen hij bij den boeg kwam, hield hij het katoen omhoog, opdat de matrozen het konden zien. Zij wenkten hem nader
+te komen en toen sprongen twee of drie, die goed konden zwemmen, in zee, verklaarden zijn kano verbeurd en sleurden den bevenden
+man als gevangene mee naar &#8217;t schip.
+
+</p>
+<p>Columbus, die op de hooge kampanje stond bij den achtersteven van het schip, zag die daad. Hij gaf bevel den gevangene bij
+hem te brengen. De arme Indiaan kwam bevend als een espeblad aan, en hield het pak katoen vooruit als een geschenk voor den
+man, die hem gevangen genomen had, ten einde daardoor zijn genade te verwerven. De admiraal ontving hem met de grootste vriendelijkheid,
+zette hem een mooi gekleurden hoed op, deed hem om elken pols een armband van schitterende koralen aan, hing een of twee belletjes
+aan zijn ooren en beval toen, dat men hem weer naar zijn kano terug moest brengen en het katoen ook. Deze geschenken waren
+voor den armen Indiaan, wat een groote erfenis voor iemand in de beschaafde wereld zou zijn geweest. Vroolijk roeide hij naar
+het strand, en Columbus keek met veel genoegen naar de groepen, die om hem heen gingen staan, om zijn schatten te bekijken
+en naar het verhaal te luisteren van de vriendelijke behandeling, die hij had ondervonden.
+
+</p>
+<p>Toen Columbus Santa Maria verliet, zag hij op een afstand van verscheidene mijlen in het westen een ander groot eiland en
+zette den koers daarheen. Halverwege achterhaalde hij een Indiaan, die geheel alleen in een heel oude kano zat, en stellig
+naar het eiland roeien wilde, om er de tijding van de komst der Spanjaarden over te brengen. Hij had een snoer koralen om
+<a id="d0e532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e532">38</a>]</span>den hals, dat hij te San Salvador gekregen had. Columbus bewonderde den moed van den man, die zulk een reis met zulk een ellendige
+kano durfde wagen. De Indiaan werd met zijn kano aan boord gehaald, en men behandelde den gast vriendelijk, en onthaalde hem
+op wijn, brood en honig. Een zeer zachte wind gleed over de spiegelgladde zee, en zij konden eerst ten anker komen, toen de
+avondschemering reeds gevallen was.
+
+</p>
+<p>De Indische kano liet men nu over boord zakken, en de gelukkige man werd met geschenken beladen aan land gezonden, ten einde
+de inboorlingen gunstig te stemmen, en te maken, dat hun de Spanjaarden welkom waren. Het nieuws verspreidde zich zoo snel
+over het eiland, dat er &#8217;s morgens reeds bij zonsopgang een groote toevloed van inboorlingen op het strand was te zien, terwijl
+het op de zee van kano&#8217;s wemelde. Zij verdrongen elkander, om bij de schepen te komen en vruchten, wortels en versch water
+te brengen. Columbus gaf allen kleine geschenken en onthaalde hen op suiker en honig.
+
+</p>
+<p>Spoedig gingen enkelen van de drie schepen aan land. Hier waren ze op nieuw getuigen van zichtbaar geluk en blijkbaren vrede,
+zooals ze die meer hadden gezien. Zij brachten eenige uren op het eiland door, waren ingenomen met den eenvoud en de openbaringen
+van genegenheid der inboorlingen.
+
+</p>
+<p>Hun tenten waren van riet en palmbladen gemaakt, en zij zagen er van buiten heel aardig uit, terwijl van binnen alles netjes
+en ordelijk was. Het volgende uittreksel uit het dagboek van Columbus maakt ons bekend met den indruk, dien hij van de inboorlingen
+kreeg.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar zij ons veel vriendschap bewezen, en ik bovendien wist, dat het menschen waren, die eerder door liefde dan door geweld
+tot het christendom te bekeeren zouden zijn, gaf ik sommigen veelkleurige hoeden, anderen halssnoeren van glazen koralen en
+vele andere dingen van weinig waarde, waarmede zij echter zeer ingenomen waren, en zoo op onze hand kwamen, dat wij er ons
+over verwonderden. Dezelfde personen kwamen later weer zwemmend naar de schepen, waar wij waren, en brachten ons papegaaien,
+katoenen garen, werpspiesen en vele andere dingen, die zij tegen belletjes en koralen verruilden. Kortom, zij gaven goedwillig
+al wat zij hadden; maar &#8217;t kwam mij voor, dat zij anders heel arm waren, en ook liepen zij heelemaal naakt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ter eere van koning Ferdinand gaf Columbus aan dit eiland den naam van Fernandina, maar later is het Exhuma genoemd. Columbus
+beproefde er omheen te varen. Naar het noordwesten <a id="d0e544"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e544">39</a>]</span>zeilende, vond hij eene heel mooie haven, waarin een honderdtal schepen veilig voor anker kon liggen. Hij liep die haven in,
+en ging met een gezelschap aan land, om water te halen. Terwijl de matrozen de tonnen vulden, wandelde Columbus een klein
+eind verder, en ging op een groenen heuvel zitten, om het schoone gezicht te bewonderen, dat hem van alle kanten omgaf.
+
+</p>
+<p>In zijn dagboek betuigt hij: &#8220;Nooit heb ik vroeger zulk een prachtig landschap gezien.&#8221; Het was zoo frisch en groen, als Andalusi&euml;
+er in Mei uitziet. De boomen, de vruchten, het gras en de bloemen waren heel anders dan in Spanje. De bewoners waren heel
+vriendelijk. Zij wezen den Spanjaarden de beste waterbronnen aan, hielpen hen de tonnen vullen en ze naar de booten rollen.
+
+</p>
+<p>Ofschoon Columbus&#8217; verbeelding veel voedsel kreeg, viel het hem toch bitter tegen, dat er niet meer goud was. Omdat het duidelijk
+was, dat hij op dit eiland niets van dit kostbaar metaal kon krijgen, zeilde hij den 19<sup>en</sup> naar een ander eiland, dat de inboorlingen Saometa noemden. Hij had uit de teekens der wilden afgeleid, dat daar goudmijnen
+waren, dat het de residentie van het voornaamste opperhoofd of van den koning van al de omliggende eilanden was, en dat die
+een met juweelen en goud omzoomd gewaad droeg.
+
+</p>
+<p>Toen zij op het eiland aangekomen waren, vonden zij er noch monarch noch goudmijn. De bewoners waren talrijk, het eiland was
+verrukkelijk en het afhankelijke hoofd droeg heel gewone versierselen. Wat Columbus erg verwonderde was, dat ieder eiland
+telkens mooier scheen dan dat, &#8217;t welk men van te voren had bezocht, en werkelijk bestond er een groot verschil in de natuurtooneelen.
+De boomen en bloeiende struikgewassen, welke dit eiland bedekten, waren zeldzaam mooi. Op het eiland vond men hoogten, die
+vrij aanzienlijk waren. De lucht kwam hem in &#8217;t bijzonder zeer welriekend voor, en het fijne zand op het strand werd door
+golven bespoeld, die bijna zoo doorzichtig waren als kristal. Midden op het eiland vond hij verscheidene schoone meren vol
+helder water. Aan dit eiland gaf hij den naam van Isabella, ter eere van de koningin, wier aandenken hij met zooveel trouwe
+toewijding liefhad. Van dit eiland, dat nu Exumeta heet schreef hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;De groote meren, welke men hier aantreft, en de boschjes, waardoor ze omringd worden, zijn wonderschoon. En evenals op andere
+eilanden is hier alles groen. De vogels zingen hier zoo, dat men er altijd naar zou willen luisteren. De vluchten papegaaien
+<a id="d0e557"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e557">40</a>]</span>zijn hier zoo groot, dat de zon er door verduisterd wordt en de andere vogels, zoo groot als klein, zijn zoo veelsoortig en
+verschillen zoozeer van de onze, dat men zich er over verbaast. Bovendien ziet men hier duizenderlei soorten van boomen, die
+elk hun eigenaardige vruchten hebben, waarvan de smaak heel vreemd is, zoodat het mij erg spijt, dat ik ze niet ken; want
+ik weet zeker, dat ze veel waard zijn. Ik zal er als proef eenige mee naar huis nemen, en ook eenige grassoorten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toen ik hier kwam, kreeg ik van de boomen en bloemen van het land zulk een aangenamen reuk in den neus, dat er in de wereld
+niets lekkerders wezen kan. Ik geloof, dat hier vele grassen en boomen zijn, waarop men in Spanje zeer gesteld wezen zou,
+om er aftreksels, geneesmiddelen en specerijen van te maken; maar ik ken ze volstrekt niet, en dit spijt mij zeer.&#8221;
+
+</p>
+<p>Niet alleen de vogels, die van tak tot tak sprongen, droegen prachtige veeren, maar ook de visschen, waarvan die kristalheldere
+wateren wemelden, vertoonden al de schoone kleuren van den regenboog. Zij wedijverden met de vogels in kleurenpracht.
+
+</p>
+<p>De dolfijnen vooral, die gemakkelijk te vangen waren, verrukten de beschouwers door de wondervolle kleurveranderingen, die
+zij te zien gaven. Het is eenigszins merkwaardig, dat er geen viervoetige dieren gevonden werden, uitgezonderd een paar zeer
+kleine. Er was er een, die veel op een hond leek, maar in &#8217;t geheel niet blafte. Er waren ook eenige konijnen en hagedissen,
+welke laatste de Spanjaarden met afkeer en vrees beschouwden, alsof het vergiftige kruipende dieren waren. Naderhand verklaarden
+zij, dat zij onschadelijk waren en hun vleesch heel lekker smaakte.
+
+</p>
+<p>Maar goud zochten deze ontdekkers. De moeilijk te begrijpen gebarentaal gebruikende, vroeg Columbus ieder opperhoofd dien
+hij ontmoette, waar men goud kon vinden; maar de inboorlingen bedrogen hem opzettelijk of&#8212;en dit kon ook &#8217;t geval wezen&#8212;Columbus
+verstond hun gebaren niet. Steeds wezen zij naar het zuiden en gaven uitdrukkelijk te kennen, dat daar een volkrijk eiland
+was, dat veel goud bevatte en Cuba heette.
+
+</p>
+<p>Zij, die aan boord van de schepen waren, kenden op het laatst dien naam ook heel goed, en de gebeurtenissen van latere eeuwen
+hebben hem nog meer bekend gemaakt. Allen verlangden op het eiland Cuba te komen. Men meende, dat er groote steden op dat
+eiland moesten zijn, en de haven vol groote schepen lag.
+
+</p>
+<p>Het was in het laatst van October. In de keerkringen ving de regentijd aan, waarmee een volkomen windstilte samenging. In
+den nacht van den 24<sup>n</sup> October zette Columbus de zeilen weer <a id="d0e574"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e574">41</a>]</span>op, om het eiland Cuba op te zoeken. De zeilen hingen echter slap tegen de touwen tot den middag van den volgenden dag toe.
+Toen verhief zich een lekker en gunstig windje. Door naar het zuidwesten te varen, kreeg hij vele eilandjes in het gezicht;
+doch hij vond het niet de moeite waard zich er om op te houden. Ook vond hij een eilandengroep, die hij Arene noemde, maar
+nu de Mucaras heeten.
+
+</p>
+<p>Op den morgen van den 28<sup>en</sup> October kwamen de prachtige bergen van de koningin der Antillen in het gezicht. Nooit kan de schrijver de aandoeningen vergeten,
+die hij ondervond, toen de schitterende morgenstralen van een der schoonste morgens in de keerkringsgewesten hem de bergen
+en valleien, het wondervolle gebladerte en groen, en de blijkbaar grenzenlooze uitgestrektheid van het schoonste eiland der
+aarde lieten zien. Het was misschien niet ver van de plek, waarop Columbus stond, dat hij het verrukkelijk gezicht zag.
+
+</p>
+<p>In de gloeiendste taal beschrijft hij de heerlijkheid van de bergen, die tot in de wolken reiken; de weelde en den bloei van
+de ruime valleien; de trotsche met wouden bedekte voorgebergten, die in de zee uitloopen en de kapen, die zich naar het noorden
+zuidwesten zoo ver uitstrekken, dat ze eindelijk aan het oog ontsnappen. Een schoone rivier, aan de noordkust van het eiland,
+bood hem een goede gelegenheid aan, om met zijn schepen binnen te varen. Hier liet hij dan ook het anker vallen. Het water
+was zoo doorzichtig, dat men verscheiden vademen diep de visschen en schelpen kon zien. Fijn, wit zand lag op het bed van
+de rivier en de oevers waren rijkelijk begroeid.
+
+</p>
+<p>Toen Columbus aan land was gekomen, nam hij zooals gewoonlijk het eiland in bezit in den naam van de Spaansche vorsten en
+noemde het Juan, ter eere van Prins Juan, Isabella&#8217;s zoon. De rivier gaf hij den naam van San Salvador. Zoodra de bewoners
+de schepen zagen, vluchtten zij angstig voor het schrikverwekkende natuurverschijnsel weg.
+
+</p>
+<p>Op het strand trof men twee verlaten hutten aan, waarin eenig vischtuig lag, zooals netten, die op een aardige wijze van de
+vezels van palmboomen waren gevlochten; voorts vischhaken en beenen harpoenen. Een van die hondjes, die nooit blaffen, liep
+er om heen. De bewoners van deze hutten waren, volgens de begrippen, die de wilden van welvaart hebben, rijk. De met palm
+bedekte hutten beschermden hen voor regen en wind. Zilvergras bezorgde hun een zacht en zelfs rijk bed. Kleeren hadden ze
+niet noodig. Zij behoefden de handen maar uit te steken om van <a id="d0e587"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e587">42</a>]</span>de zwaar beladen takken de rijkste vruchten te plukken. De rivier schonk hun allerlei visch en zooveel als zij wilden hebben.
+
+</p>
+<p>Maar beschouwen wij deze menschen uit het oogpunt van beschaving, dan waren ze zeer arm. De hut, waarin zij woonden was met
+al wat er in was nauwelijks het kleinste Spaansche geldstuk waard. Columbus beval, dat geen enkel voorwerp in of om de hut
+mocht worden weggenomen. Met het scheepsvolk van een der booten voer hij de kronkelende en kalme rivier op. Uitingen van vreugde
+kwamen telkens over zijn lippen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Cuba&#8221;, schreef hij in zijn dagboek, &#8220;is het schoonste eiland, dat ooit een menschenoog zag. Daar zou men altijd willen wonen.<span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> Terwijl men de rivier oproeide werden de gezichten, die zich aan het oog vertoonden, telkens liefelijker. De oevers stonden
+vol reusachtige tropische boomen, en de bloeiende struiken, die hier en daar in groote menigte werden aangetroffen, gaven
+dezen toovertuin der natuur het voorkomen van een paradijs. Verscheiden dorpen lagen aan de oevers der rivier, maar de inwoners
+vluchtten naar de bergen, zoodra zij de boot zagen. De huizen, schrijft Columbus, waren hier beter dan hij ze tot dus ver
+had gezien. Er waren in die dorpen geen regelmatige straten, maar de huizen lagen schilderachtig tusschen de boschjes. Zij
+waren netjes van palmbladeren gebouwd en van binnen zagen ze er bijzonder zindelijk en ordelijk uit.
+
+</p>
+<p>Toen men weer bij de schepen teruggekomen was, werd de reis langs de kusten naar het westen voortgezet. Columbus was altijd
+nog maar in de meening, dat hij bij de Indische stranden was. Toen in de verte de eene kaap zich na de andere uitstrekte,
+tuurde Columbus voortdurend of hij koepeldaken en torens van de een of andere oostersche stad kon ontdekken. Hij dacht, dat
+Cuba het wereldberoemde eiland Japan was. Maar toen hij drie dagen achtereen langs de kust gevaren had, en geen einde aan
+het eiland zag, kwam hij tot het besluit, dat hij reeds het vasteland van Indi&euml; bereikt had.
+
+</p>
+<p>Eindelijk kwamen zij aan een zeer belangrijk voorgebergte, dicht met palmboomen begroeid, waaraan Columbus den naam van Palmkaap
+gaf. Men denkt, dat deze kaap het begin van het land aan de oostzijde is, waaraan men nu den naam van Laguna de Moron gegeven
+heeft.
+
+</p>
+<p>Columbus verzocht nu de twee Pinzons in zijn kajuit te komen, om over de verdere reis te spreken. Alle drie waren het eens,
+dat Cuba geen eiland, maar het vasteland was, dat zich zeer ver naar het Noorden uitstrekte. Dit deed Columbus denken, dat
+hij, <a id="d0e602"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e602">43</a>]</span>nu bij het vasteland van Azi&euml; zijnde, niet ver van Cathay af kon zijn. Uit de taal van de inboorlingen maakte hij op, dat
+er, niet veel mijlen ten Noorden, een groote hoofdstad aan een breede rivier lag. Gedurende eenige dagen zeilde hij voort,
+maar had steeds met tegenwind te kampen, en ziende, dat de kust eindeloos en een storm in aantocht was, keerde hij terug,
+en ankerde in den mond van een kleine rivier, die hij Rio de los Maries noemde.
+
+</p>
+<p>Het was nu de 1<sup>e</sup> November. Op den oever stonden eenige huizen, en lager nog zag men een boschje van cacao- en palmboomen. Toen de zon opkwam,
+werd er een boot aan land gezonden. De bewoners namen van schrik de vlucht. Des middags deed Columbus op nieuw een poging,
+om met de beangstigde lieden, die aan &#8217;t strand stonden, een gesprek aan te knoopen. Daar er op de St. Maria drie Indianen
+van San Salvador waren, zond Columbus dezen met een boot er heen, om de inboorlingen van hunne vreedzame bedoelingen te overtuigen.
+
+</p>
+<p>Zoodra de Indiaan zoo dicht bij hen kwam, dat ze te beroepen waren, richtte hij vriendschappelijke woorden tot hen. Het scheen,
+dat zij zijn taal verstonden. Hij sprong in zee, zwom aan land en ging geheel weerloos in hun midden staan. Zij ontvingen
+hem vriendelijk, luisterden naar zijn woorden, en hij slaagde zoo goed, dat hun vrees week, en er nog v&oacute;&oacute;r het vallen van
+den avond zestien kano&#8217;s vol inboorlingen om de schepen kwamen liggen. Zij brachten katoenen garen mee, dat ze verkoopen wilden;
+maar Columbus zocht te vergeefs naar goud. Niet het kleinste gouden sieraad was te zien. Slechts &eacute;&eacute;n man droeg een klein gesmeed
+stukje zilver aan den neus.
+
+</p>
+<p>Columbus meende van de Indianen te hooren, dat de groote stad, waar hun vorst woonde, op een afstand van vier dagreizen in
+het binnenland lag. Daarom besloot hij manschappen uit te zenden, die twee afgevaardigden naar het hof moesten vergezellen.
+Deze twee mannen heetten Rodrigo de Jerez en Luis de Torres. De laatste was een bekeerde jood, die tamelijk goed Hebreeuwsch,
+Chaldeeuwsch en Arabisch verstond. Columbus achtte het niet onwaarschijnlijk, dat de Oostersche vorst ten minste een van die
+talen sprak.
+
+</p>
+<p>Twee Indianen gingen met deze gemachtigden als gidsen mee. Een van deze kwam van San Salvador; de ander uit het kleine gehucht
+aan de oevers van Rio de Los Maries. De afgezanten waren ruim van kleinooden voorzien ter bestrijding van de reiskosten en
+van kostbaarder voorwerpen, om die den vorst te vereeren. <a id="d0e615"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e615">44</a>]</span>Ook kregen ze een brief mee, waarin de wensch van den koning en de koningin van Spanje was uitgedrukt, om vriendschappelijke
+betrekkingen met de regeeringen in &#8217;t Oosten aan te knoopen. De afgezanten hadden in last al het mogelijke te doen, om inlichtingen
+te krijgen betreffende het land en zijne bewoners. Zes dagen mochten zij voor de reis gebruiken.
+
+</p>
+<p>Terwijl Columbus de terugkomst van het <span class="corr" title="Bron: gezantschep">gezantschap</span> afwachtte, was hij druk bezig zijn schepen op te knappen en manschappen uit te zenden, om het omliggende land te gaan verkennen.
+Zelf nam hij een boot, en roeide zes mijlen ver de rivier op. Hij ging aan wal en klom op een steilen oeverkant, waardoor
+hij flink in het rond kon zien. Er was, hoe ver hij ook keek, evenwel niets te zien dan een groote menigte boomen, die welig
+in het wild groeiden en een dicht loover vormden. Te vergeefs zocht hij naar die planten, welke in drogisterijen en apotheken
+in Europa zoo hoog geschat worden. Soms kwam hij in aanraking met inboorlingen, liet hun dan paarlen en goud zien en vroeg,
+waar hij zulke dingen vinden kon; maar de antwoorden, die hij in woorden of door gebaren kreeg, maakten hem het spoor nog
+meer bijster. Zij schenen te kennen te geven, dat er menschen waren, die maar &eacute;&eacute;n oog hadden; anderen, wier hoofd op dat van
+honden geleek, menscheneters waren, de keel hunner slachtoffers afsneden en hun bloed uitzogen.
+
+</p>
+<p>Was de teleurstelling voor Columbus groot, dat hij geen goud kreeg, toch kon hij niet nalaten telkens te zeggen, dat hij de
+natuur om hem heen zoo prachtig vond. Men verhaalt, dat hij gedurende dit korte uitstapje op een van de schoonste rivieren
+van Cuba, de inboorlingen op zekeren dag een kleinen, bolvormigen wortel, ter grootte van een appel, in de asch braden zag,
+en hem opaten. Hij was melig, maar toch heel lekker en werd door hen batatas genoemd. Deze knol is sedert een onmisbaar voedingsmiddel
+in de geheele beschaafde wereld geworden. De ontdekking van den aardappel, waaraan Columbus niet dacht, is gebleken van grooter
+waarde voor de menschen te zijn dan het vinden van een berg goud zou zijn geweest.
+
+</p>
+<p>De afgezanten kwamen den 6<sup>en</sup> November terug. Allen gingen nieuwsgierig om hen heen staan, om naar het verhaal hunner lotgevallen te luisteren. Het was
+echter niet zeer bemoedigend. Nadat zij ongeveer dertig mijlen langs een pad door &#8217;t bosch gereisd hadden, kwamen zij in een
+gehucht, dat uit nagenoeg vijftig hutten bestond, die niet verschilden van de vroeger gevonden woningen; alleen waren ze misschien
+iets grooter. De <a id="d0e629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e629">45</a>]</span>grootte der bevolking hebben ze stellig zeer overschat, want zij zeiden, dat er duizend menschen waren, en dus zouden er in
+elke hut twintig hebben moeten wonen. De bewoners ontvingen hen vriendelijk, lieten hen op zonderling gebeeldhouwde houten
+blokken zitten, en onthaalden hen op vruchten en groenten.
+
+</p>
+<p>De geleerde Jood trachtte in al de hem bekende talen met hen te praten, maar dit ging niet. Toen poogde de Indiaan hen toe
+te spreken. In hoever dit gelukte, kan niet uitgemaakt worden, maar toen hij ophield gingen de inboorlingen om de blanken
+heen staan met teekens van bewondering en bijna van vereering. Zij bekeken hun kleeren, streken met de hand over hun huid
+en schenen hen in alle opzichten als hoogere wezens te beschouwen. Alle inboorlingen, die ze tot nog toe hadden gezien, stonden
+in aanzien en macht gelijk, maar hier namen ze voor het eerst verschil in rang aan. Een onder hen was als het hoofd te herkennen.
+Maar goud vond men ook hier niet, niet eens kruiden. De afgevaardigden begrepen dus, dat verder onderzoek nutteloos ware,
+en daarom keerden ze naar de schepen terug.
+
+</p>
+<p>Volgens hun verhaal hadden al de menschen uit het dorp met hen mee willen gaan, maar voor die eer hadden ze bedankt, en alleen
+een van de voornaamsten met zijn zijn zoon meegenomen.
+
+</p>
+<p>Op hun terugreis zagen ze voor de eerste maal, dat de inboorlingen een onkruid gebruikten, dat de vernuftige mensch, al kwam
+zijn gezond verstand er ook tegen op, sedert tot een algemeen weelde-artikel heeft gemaakt. Velen liepen met iets brandends
+in de hand; anderen rolden gedroogde kruiden in een blad, staken het eene einde aan, het ander in den mond, zogen zoo den
+rook op en bliezen hem daarna weer uit. Zulk een rolletje noemden ze &#8220;a tobacco,&#8221; een naam, die later aan de plant gegeven
+is waarvan de rolletjes gemaakt worden. Ofschoon de Spanjaarden voorbereid waren op veel vreemds, zoo trof hun toch dit zonderling
+en walgelijk gebruik.
+
+</p>
+<p>De afgevaardigden gaven een boeiend verhaal van de schoonheid der natuur, en de vriendelijkheid van &#8217;t volk. De menschen waren
+gezellig van aard, en schenen goed met elkander te kunnen omgaan. De dorpen bestonden uit eenige bij elkander staande huizen,
+en bij elke woning behoorde een goed bewerkte tuin met Indisch koren, aardappelen en andere groenten er in. Ook waren er uitgestrekte
+katoenvelden. Van het katoen werd touw gemaakt, en hiervan vervaardigden zij netten en smaakvolle hangmatten.
+
+</p>
+<p>De weelderige bosschen waren vol vogels, waarvan velen prachtige veeren hadden, en op de meertjes zwommen watervogels van
+<a id="d0e641"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e641">46</a>]</span>allerlei vorm en kleur. Maar van een stad in &#8217;t binnenland, of van kostbare metalen had men niets gezien of gehoord. Columbus
+was hierdoor zeer teleurgesteld, al reisde hij dan ook door een land, waarvan de schoonheid aan &#8217;t fabelachtige grensde.
+
+</p>
+<p>Het kan niet ontkend worden, dat Columbus zich droombeelden schiep, en dat hij daardoor op zeer zwakke gronden voor waarheid
+hield, wat hij gaarne voor waarheid <i>wilde</i> houden.
+
+</p>
+<p>Van de Indianen vernam hij, gedurende de afwezigheid van de gezanten, dat er heel ver in &#8217;t Oosten een zeer volkrijk eiland
+lag, waar de bewoners bij fakkellicht op de oevers der rivieren goud vonden, waarvan zij staven maakten. De zomer in de heete
+luchtstreek spoedde ten einde, en de winter met zijn vaak kille nachten was in aantocht. Columbus was in zuidelijk Spanje
+gewoon aan zomers, die haast net zoo zacht waren als die op Cuba. Tot nog toe had hij geen oord gevonden, dat hem geschikt
+voorkwam, om er een kolonie te stichten. Het was zijn plan niet alleen een landbouwkolonie te vestigen, maar hij wilde gaarne
+in een volkrijke en welvarende streek voordeelige handelsbetrekkingen aanknoopen, en zijn schepen met oostersche handelswaren
+laden, waardoor hij zelf en zijn beschermers rijk konden worden, en waarover zijn landgenooten zich zouden verwonderen.
+
+</p>
+<p>Maar tot dus ver had hij slechts naakte wilden gezien, die in ellendige en allereenvoudigste hutten woonden, en hij kon, behalve
+een paar gouden sieraden, niets mee naar Spanje nemen, dan een kleine hoeveelheid ruw katoenen garen.
+
+</p>
+<p>Columbus gaf den naam van Mares aan de rivier, waar hij voor anker lag. Hier zocht hij verscheiden inboorlingen uit, die zich
+door lichaamsschoon en geestesgaven gunstig onderscheidden, om ze me&ecirc; naar Spanje te nemen en ze de Spaansche taal te leeren,
+zoodat zij hem op latere reizen tot tolken konden dienen. Wij weten niet, of dit hun eigen wil was, dan of zij opgelicht zijn.
+Hij zocht mooie meisjes uit en jonge mannen, die een flinke gestalte hadden. De beminlijkheid en leerzaamheid van de inboorlingen
+deden Columbus gelooven, dat zij gemakkelijk tot het christelijk geloof te brengen zouden wezen.
+
+</p>
+<p>Peter Martyr verhaalt van de zeden en gewoonten van de menschen op Cuba het volgende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Evenals het zonlicht en het water ieder toebehooren, zoo is ook het land het gemeenschappelijk bezit van allen. De woorden
+&#8216;mijn en dijn&#8217;, die zaden van alle ellende, kennen zij niet. Zij zijn met zoo weinig tevreden, dat zij in zulk een groot land
+eerder overvloed dan gebrek hebben, en dus in de gouden eeuw <a id="d0e658"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e658">47</a>]</span>schijnen te leven. Hun tuinen liggen open en bloot, zijn niet door heggen verdeeld en worden noch door muren beschermd noch
+door dijken ingesloten. Zij hebben geen wetten, wetboeken of rechters, maar deelen alles eerlijk met elkander.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het ligt voor de hand, dat men het met die beschrijving niet zoo nauw nemen moet. De bewoners der nieuwe wereld toch trof
+men aan met moordtuigen en oorlogswapenen in de hand. Velen hadden op het slagveld wonden gekregen, en zij vertelden zelf
+van stroopersbenden, die de eilanden met roof en moord vervulden.
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e662"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Vijfde Hoofdstuk.</h2>
+<h2>Buitengewone lotgevallen.</h2>
+<p>Voor zoo ver het mogelijk was de godsdienstige begrippen van de inboorlingen te kennen, bleek het, dat zij een onbestemd gevoel
+hadden van de onsterfelijkheid der ziel. Zij geloofden, dat de geest van den mensch na den dood naar de dichte wouden en rotsachtige
+bergen verhuisde, en dat hij op een bovennatuurlijke wijze werd gevoed, wanneer hij daar in kelders ingemetseld was. De echo&#8217;s,
+die zij dikwijls bij de bergen hoorden, hielden zij voor antwoorden van de afgestorvenen.
+
+</p>
+<p>Den 12<sup>en</sup> November 1492 zette Columbus koers naar het Zuidoosten, en ging ook nu langs de kust van het eiland.
+
+</p>
+<p>Men vermoedt, dat Columbus het &#8532; deel van de lengte van Cuba had afgelegd. Had hij nog een paar dagen doorgevaren, dan zou
+hij de westelijke kust bereikt, en niet in den waan verkeerd hebben, dat hij bij het vasteland was.
+
+</p>
+<p>Twee of drie dagen lang zeilde hij langs de kust voort, zonder zich ergens op te houden, om het binnenland te onderzoeken.
+Een storm noodzaakte hem een haven binnen te loopen, die hij Puerto del Principe noemde. Volgens zijn gewoonte richtte hij
+hier een kruis op, en nam in den naam van zijn vorsten plechtig bezit van het land. In de nabijheid lagen vele kleine en zeer
+mooie eilanden, die hij met de booten onderzocht, en die later bekend werden onder den dichterlijken naam van El Jardim del
+Roy of den Koningstuin. Aan de golf of baai, die deze eilanden verfraaide, gaf hij den naam van Nuestra Senora. Dichte wouden
+bedekten deze schilderachtige eilanden, die uit den oceaan het hoofd opstaken. De in alle richtingen loopende en kronkelende
+doorvaarten, benevens de eenzame inhammen van deze schoone streek werden in latere jaren door zeeroovers onveilig gemaakt,
+<a id="d0e678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e678">48</a>]</span>die wreedheden pleegden, waarvan de opsomming zelfs duivelen zou doen blozen.
+
+</p>
+<p>Den 19<sup>n</sup> November heesch Columbus alweer de zeilen, omdat hij plan had naar een eiland te gaan, dat omstreeks 60 mijlen oostwaarts
+lag, en door de inboorlingen Babique werd genoemd. Met zijn niet sterk schip kampte hij een dag en een nacht met tegenwind
+en een onstuimige zee. Maar ernstiger tegenspoed stond hem te wachten.
+
+</p>
+<p>Martin Alonzo Pinzon, bevelhebber van De Pinta, was rijk en een ervaren zeeman. Hij had veel geld in de onderneming gestoken,
+en volstrekt geen zin Columbus in alles als zijn meerdere te erkennen. De admiraal was een man, die zich koninklijk gedroeg
+en dacht. Waarschijnlijk waren beider inzichten in den laatsten tijd met elkander in tegenspraak. Columbus wendde het roer,
+om naar de haven terug te keeren, en beduidde de andere schepen evenzoo te doen. Pinzon sloeg er geen acht op. Hij ging van
+de beide andere schepen weg, en besloot een kruisvaart op eigen hand te doen. Toen de morgen van den 21<sup>en</sup> daagde, was De Pinta nergens te zien.
+
+</p>
+<p>De ergernis van Columbus was groot. Hij vreesde dat Pinzon plan had, om zoo spoedig mogelijk naar Spanje terug te keeren,
+de groote ontdekking bekend te maken, en zelf de eer te ontvangen, die het bericht van zulk een belangrijke gebeurtenis hem
+stellig geven zou. Den vluchteling te vervolgen was nutteloos. De driftige en teleurgestelde admiraal keerde naar Cuba terug.
+Den 24<sup>en</sup> November liep hij een prachtige haven binnen, die hij St. Catarina noemde. Hij was dicht bij den mond van een schoone rivier,
+wier oevers omzoomd waren met groene weiden, waarvan de bevalligheid alle beschrijving te boven ging, en die als bezaaid waren
+met boschjes van pijnboomen en reusachtige eiken.
+
+</p>
+<p>Hij bleef langs de kusten van Cuba kruisen en had, oostwaarts zeilende, de schoonste vergezichten, die telkens kreten van
+verrukking deden slaken. In zijn reisbeschrijving komen ook uitdrukkingen voor, die van verrukking getuigen over den helderen
+hemel, den gezonden dampkring midden in den winter, de kristalheldere rivieren, de havens, die zoowel het landschap verfraaiden,
+als een groote veiligheid aanboden; de vruchten, de bloemen, het gezang der vogels, de vriendelijkheid van de mannen en de
+beminlijkheid van de vrouwen. In een van de havens, die hij Puerto Santo noemde, schreef hij in een brief aan de koningin:
+
+</p>
+<p>&#8220;De schoonheid van deze rivier en het kristalheldere water, <a id="d0e699"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e699">49</a>]</span>waardoor men het zand op den bodem kan zien; de vele palmboomen van allerlei vorm, zoo groot en mooi als ik ze ooit zag en
+de ontelbare andere groote en groene boomen; de vogels met hun rijke kleuren en het groen der velden, maken dit land, doorluchtige
+vorsten, zoo verwonderlijk schoon, dat het alle andere landen in bekoorlijkheid overtreft, gelijk de dag den nacht in luister
+te boven gaat. Daarom zeg ik dikwijls tot mijn volk, dat, hoe ik ook poog Uw Majesteiten een volledig verhaal er van te geven,
+mijn mond de geheele waarheid niet zeggen en mijn pen haar niet beschrijven kan. Ik ben zoo overweldigd door het gezicht van
+zooveel schoons, dat ik niet weet, hoe ik alles verhalen zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>Sommige van die boomen waren zoo ontzettend dik, dat de inboorlingen van &eacute;&eacute;n boom een kano konden maken, groot genoeg voor
+honderd man. Langzaam zeilde Columbus voort, en kwam den 5<sup>en</sup> December aan de oostelijkste punt van het eiland. Daar hij dit punt voor de oostelijkste kaap van het vasteland van Azi&euml;
+hield, en dus voor het eerste punt, dat men bereikte, als men uit Europa kwam, noemde hij deze kaap Alpha en Omega, het begin
+en het einde.
+
+</p>
+<p>Columbus wist volstrekt niet, welken koers hij nu nemen moest. De Indianen gaven wonderhoog op van Barbique, en door hun aanwijzingen
+geleid, zeilde hij van het einde van Cuba naar het Oosten, toen hij in een zuidoostelijke richting hooge bergen ontdekte,
+die zich boven den horizon verhieven. Maar toen de Indianen, die aan boord waren, zagen, dat hij daarheen wilde gaan, meenden
+zij, dat het de Antillen waren, en dit vervulde hen met schrik. Zij smeekten hem er niet heen te gaan en verzekerden, dat
+de menschen daar buitengewoon wreed en woest waren, zoodat zij de gevangenen doodden en opaten.
+
+</p>
+<p>De dampkring is tusschen de keerkringen zoo zuiver, dat men ver verwijderde voorwerpen met de grootste nauwkeurigheid kan
+zien. Columbus kwam bij het groote en schoone eiland Ha&iuml;ti. Dit eiland is een van de liefelijkste plekjes op aarde, doch de
+mensch heeft er zulk een treurig tooneel van misdaad en ellende van gemaakt, als ergens op de oppervlakte van den aardbol
+gevonden wordt. De bergen verhieven hun kruinen tot in de wolken, en hun kanten waren met weelderige wouden begroeid. Van
+den voet der bergen af tot aan de zee toe, zag men groene vlakten en dalen met boschjes van vruchtboomen en bloembedden. Door
+den rook, die uit de bosschen opsteeg, werd het Columbus duidelijk, dat dit land zeer bevolkt moest wezen. Later werd <a id="d0e710"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e710">50</a>]</span>verzekerd, dat het eiland omstreeks 400 mijlen lang en 150 breed was. Het besloeg een oppervlakte van nagenoeg 30000 <span class="abbr" title="vierkante"><abbr title="vierkante">vierk.</abbr></span> mijlen. Dit vorstelijk eiland werd onlangs bijna geheel aan de Vereenigde Staten aangeboden als een vrije gift, maar het
+Congres bedankte voor dit aanbod.
+
+</p>
+<p>Op den avond van den 6<sup>en</sup> December kwam Columbus, dicht bij het westelijk deel van dit eiland, in een haven, die hij St. Nikolaas noemde, en zij draagt
+dien naam nog. De landstreek was een Eden gelijk. Majestueuse bosschen en volgeladen boomen zag men er. Aan den eenen kant
+lag er een weelderige vlakte, die zich naar het binnenland uitstrekte, waardoor een rivier met het helderste water kronkelde.
+Aan den wal bevonden zich vele kano&#8217;s, en verderop zag men schilderachtige dorpen liggen, verscholen in de schaduw van de
+boomen en door liefelijke weiden omgeven. Maar de inboorlingen hadden allen de vlucht genomen, alsof zij zich bewust waren,
+dat de grootste vijand, dien zij op aarde hadden, hun medemensch was.
+
+</p>
+<p>Zonder met de menschen in aanraking te zijn gekomen, gingen zij de haven weer uit, en voeren langzaam langs de kust naar &#8217;t
+Oosten, met opgetogenheid naar de bergen en de effen vlakten ziende. Een diepe en breede vallei, die door hen werd opgemerkt,
+droeg duidelijk de kenmerken van beschaving. Zij liepen een fraaie haven binnen, die Columbus Port Concepcion noemde, doch
+nu de baai van Moustique heet. Hier kronkelde ook een schoone rivier door een streek, die een tuin kon heeten. De rivier en
+de baai wemelden van allerlei soort van visch. Velen werden met netten gevangen. Enkelen waren zooals die in Spanje. Er was
+een vogel, wiens gekweel zeer met dat van den nachtegaal overeenkwam, en hen herinnerde aan de bosschen van Andalusi&euml;. Daarom
+gaf Columbus aan dit eiland den naam van Hispaniola of Klein-Spanje. De Franschen noemden het naderhand St. Domingo.
+
+</p>
+<p>Columbus schrijft in zijn brief aan het hof: &#8220;Hispaniola is grooter dan heel Spanje, van Catalonia tot Fontarabia. Een van
+de vier zijden, waar ik landde, en die recht van het Westen naar het Oosten loopt, is 540 mijlen lang. De groote stad, die
+ik in bezit nam, heeft een zeer gunstige ligging. Ik gaf bevel er een fort te bouwen, waarin ik zooveel manschappen legde,
+als ik noodig achtte, en wist de gunst van den koning voor hen te verwerven, wat mij zoo goed gelukte, dat het haast niet
+te gelooven is. De menschen zijn er zoo aardig en vriendelijk, dat zelfs de koning er een eer in stelde mij zijn broeder te
+noemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zes wel gewapende mannen door Indiaansche tolken begeleid <a id="d0e726"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e726">51</a>]</span>werden naar het binnenland gezonden, ten einde, zoo mogelijk, met de inboorlingen in aanraking te komen. Zij vonden wel huizen,
+dorpen en tuinen, maar er was niet &eacute;&eacute;n Indiaan te zien. Alle bewoners waren naar de ontoegankelijke klippen op de bergen gevlucht.
+
+</p>
+<p>Den 12<sup>en</sup> December richtte Columbus een kruis op en nam&#8212;voor zoo ver de gelegenheid dit toeliet&#8212;op een plechtige wijze bezit van het
+eiland.
+
+</p>
+<p>Tijdens het verblijf in de haven ontmoetten eenige zeelieden, die in den omtrek uitstapjes maakten, eenige eilandbewoners,
+die als herten vloden. De matrozen zetten hen na. Een schoon, jong meisje van omstreeks achttien jaren ziende, bevallig als
+een hinde, maar dat de sterker gebouwde vluchtelingen niet bij kon houden, liepen ze allen haar na, en &#8217;t gelukte hun haar
+te krijgen. Met groote ingenomenheid voerden ze deze liefelijke buit naar de schepen.
+
+</p>
+<p>Columbus ontving het meisje met vaderlijke minzaamheid. Hij overlaadde haar met geschenken, en tooide haar met de kleine tingelende
+belletjes, die voor de inboorlingen een onbeschrijfelijke bekoring hadden. Aan boord van het admiraalschip waren nog meer
+van die inlandsche vrouwen. Deze stelden de jonge gevangene al heel gauw gerust, en in een uur tijd gevoelde zij zich geheel
+op haar gemak, en was met de ontvangst zoo ingenomen, dat zij geen lust meer had aan land te gaan.
+
+</p>
+<p>Het eenige sieraad, dat deze schoone Indiaansche vrouw bij het gevangen nemen droeg, was een ring van zuiver goud, die aan
+den neus hing. Columbus was zeer blij bij het zien van dit kostbaar metaal, want het was een sterk bewijs, dat er goud op
+dit eiland was. De admiraal voorzag het meisje van kleeren, zooals die in beschaafde landen gedragen werden, en zond haar
+aan land met vriendelijke boodschappen aan haar landgenooten. Onderscheidene matrozen en drie Indiaansche tolken gingen met
+haar mee. Het dorp, waar zij thuis hoorde, lag ver landwaarts in, en daarom keerden de zeelieden, die het niet veilig achtten
+onder wilden te reizen, die den naam hadden van zeer wreedaardig en vijandig te zijn, naar de schepen terug. Het gelukkige
+meisje mocht alleen naar haar bloedverwanten gaan.
+
+</p>
+<p>De admiraal vertrouwde, dat de berichten van haar bij de inboorlingen niet dan een welwillend gevoel zouden opwekken, en zond
+daarom den volgenden morgen negen goed gewapende mannen uit, met een Cubaanschen tolk er bij, om het spoor door de weelderige
+wildernis te volgen naar het dorp, waar het meisje <a id="d0e741"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e741">52</a>]</span>woonde. Op een afstand van twaalf mijlen troffen zij een aantal vrij groote hutten aan, schilderachtig aan de oevers van een
+schoone rivier gelegen. De afgezondenen telden omstreeks duizend woningen, maar zagen niet &eacute;&eacute;n dorpeling. Klaarblijkelijk
+zag men in dat meisje een middel, dat listige en booze lieden gebruikten, om de inboorlingen te lokken en in hun macht te
+krijgen. De Cubaansche tolk zette de vluchtelingen na. Toen zij hem alleen zagen aankomen, gingen zij naar hem toe. Het scheen,
+dat op alle eilanden dezelfde taal gesproken werd. De Cubaan deed den vreemdelingen zulke mededeelingen, dat eenige van de
+moedigsten onder hen, ten getale van ongeveer 2000, het waagden langzaam terug te gaan. Met vrees en beving liepen zij evenwel
+voort. Las Casas zegt, dat hun gestalte zeer bevallig was, en dat zij een schooner gelaat en fijnere trekken hadden, dan een
+van de inboorlingen, die zij tot dus ver hadden gezien.
+
+</p>
+<p>Langzamerheid kwam er vertrouwen; maar nog altijd, zoo wordt verhaald, zagen de inboorlingen in die vreemdelingen hemelsche
+wezens, die bovennatuurlijke kracht bezaten. In hun oog waren zij met bliksem en donder gewapend. Daarom beefden al die twee
+duizend menschen, toen zij bij die negen hemelsche bezoekers stonden. Menigmaal maakten ze zeer diepe buigingenen zetten de
+handen op het hoofd, als een teeken van eerbied en onderwerping.
+
+</p>
+<p>Terwijl men deze vriendschappelijke samenkomst hield, verscheen er een andere troep Indianen. Zij brachten de schoone gevangene,
+die zij op de schouders droegen, weer, met Europeesche kleeren aan en getooid met de blinkende kleinooden, die zij ontvangen
+had, en die in hun oogen nog schitterender waren dan de kostelijkste paarlen en edelgesteenten, waarmede ooit het voorhoofd
+van een hertogin is versierd geweest. De Indianen geleidden de vreemdelingen in hun huizen, en onthaalden hen op de uitgezochtste
+spijzen. Met de meeste gulheid boden zij hun gasten alles ten geschenke aan, wat zij bezaten; tamme papegaaien, vruchten,
+bloemen en fraai geweven matten en hangmatten.
+
+</p>
+<p>Verrukt over de schoonheid van het land, dat zij doorgetrokken waren, en over de gastvrijheid der inwoners, keerden de Spanjaarden
+naar hun schepen terug. Maar goud, helaas! was er niet. Het is duidelijk, dat Columbus en zijn volgelingen op dien tijd in
+een gemoedstoestand verkeerden, die hun de andere zijde van de schilderij niet deed zien. Men kan werkelijk een schoonen zomermorgen
+schilderen en vergeten, dat de koude en donkere Novemberdagen volgen, waarop stormen loeien, die hemel <a id="d0e749"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e749">53</a>]</span>en aarde schijnen te zullen doen vergaan. In een aan Louis de St. Angel gerichten brief, schrijft Columbus:
+
+</p>
+<p>&#8220;Nadat zij ons vertrouwden en de vrees geweken was, waren zij zoo vrijgevig met wat zij hadden, dat zij, die het niet gezien
+hebben, het niet kunnen gelooven. Nooit weigerden zij iets, wat men hun vroeg, maar gaven het met blijdschap; en zij bewezen
+zooveel vriendschap, dat het was, als gaven ze ons hun hart. En of het voorwerp veel of weinig waard was, zij waren tevreden
+met alles, wat zij terugkregen. Het schijnt, dat de mannen in deze streken slechts &eacute;&eacute;n vrouw hebben, maar hun opperhoofd of
+koning geven zij er twintig. De vrouwen werken, dunkt mij, meer dan de mannen, en ik heb geen gelegenheid gehad te vernemen,
+of zij eigendommen bezitten; maar ik denk, dat zij alle goederen gemeen hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Veel werk behoefden zij stellig niet te doen. Kleeren maken en wasschen; vloerkleeden uitkloppen en schuieren; borden en kopjes
+wasschen; vuur aanmaken, tenzij om wat te koken, dat alles was niet noodig. Aan elken tak hingen vruchten, en voedsel was
+er derhalve in overvloed.
+
+</p>
+<p>Toen Columbus zijn onderzoekingen voortzette, ontdekte hij het eiland Tortugas, dat in later jaren den niet te benijden roem
+kreeg van het hoofdkwartier van vrijbuiters te zijn, die zoo lang de zee onveilig hebben gemaakt. Hij ging er aan land en
+deed er korte reizen.
+
+</p>
+<p>Hier vluchtten de inboorlingen alweer weg, toen zij een mensch zagen, zooals zij voor vraatzuchtige roofdieren gedaan zouden
+hebben. &#8217;s Nachts kon men op de hoogte hun groote noodvuren zien, om de veraf wonenden de nadering van het gevaar aan te kondigen.
+Aan een bekoorlijke vlakte, die zich aan &#8217;t oog van Columbus voordeed, gaf hij den naam van Paradijs-vallei. Den 16<sup>en</sup> December verliet Columbus Tortugas te middernacht, en keerde naar Hispaniola terug. Toen hij reeds ver in zee was, ontmoette
+hij een heel oude kano, met slechts &eacute;&eacute;n Indiaan er in. De wind was hoog en de zee onstuimig. Het scheen onmogelijk, dat de
+boot het houden kon, en daarom nam Columbus den man met de boot bij zich aan boord. Op Hispaniola gekomen, ankerde hij in
+de Port de Paix. Toen liet hij den man vertrekken, na hem onthaald en met geschenken overladen te hebben.
+
+</p>
+<p>Zooals gewoonlijk kweekte vriendelijkheid vriendelijkheid. Het verhaal, dat hij den Indianen gaf, deed hun vrees wijken, en
+weldra ontstond er een vriendelijk verkeer. Een van de voornaamste <a id="d0e764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e764">54</a>]</span>opperhoofden bracht met zijn gevolg een bezoek aan het schip. Hij was een hoffelijk man, en gedroeg zich waardig. Sommigen
+van zijn gevolg droegen kleine gouden sieraden. Zij schenen aan dit metaal geen bijzondere waarde te hechten, en verruilden
+het bereidwillig voor nesterijen.
+
+</p>
+<p>Hoe meer Columbus het land onderzocht, hoe meer de schoonheid er van hem bekoorde. Zijn schoone en weelderige valleien werden
+voldoende besproeid, en vele, zelfs de grootste hoogten, konden tot aan de toppen toe bebouwd worden. Op zekeren dag kreeg
+hij een bezoek van een jong opperhoofd uit het binnenland. Het schouwspel was werkelijk indrukwekkend. In een prachtig versierden
+draagstoel of palankijn gezeten, dien vier sterke mannen op de schouders droegen, kwam hij nader. Het gevolg bestond uit een
+stoet van twee honderd inboorlingen. De jonge man, die volstrekt niet verlegen en zeer bekend was met de hofgebruiken, trad
+de tent binnen, waar de admiraal het middagmaal gebruikte, en nam naast hem plaats. Twee eerwaardige mannen vergezelden hem,
+en gingen aan zijn voeten zitten. Deze twee bedienden schenen hem met godsdienstigen eerbied aan te zien. Op elke beweging
+gaven zij acht. Elk woord, dat over zijn lippen kwam, vingen zij op, en trachtten de beteekenis er van aan den admiraal mede
+te deelen. De prins at niet veel, maar keek zorgvuldig toe, of zijn bedienden wel genoeg kregen. Na het maal gaf hij Columbus
+twee goudstukken en een mooi, net bewerkt degengevest ten geschenke. Wederkeerig kreeg hij een stuk laken, eenige mooie koralen
+en een paar edelgesteenten. Ook verblindde Columbus hem door gouden munten te laten zien, waarop de beeltenissen van Ferdinand
+en Isabella stonden; door zijden met goud geborduurde vaandels en de banier van het kruis. Hij deed ernstige pogingen, om
+eenig denkbeeld te geven van de beteekenis van Jezus&#8217; kruisdood. Bij het afscheid werden er van de schepen kanonschoten gelost
+ter eere van den cacique of van het opperhoofd van wilde Indiaansche volksstammen, en deze ging op dezelfde wijze heen, als
+hij gekomen was.
+
+</p>
+<p>Ofschoon de inboorlingen gemakkelijk afstand deden van wat zij aan goud bezaten, kreeg men met dat al niet veel. Op nieuw
+lichtte Columbus het anker, zeilde den 19<sup>en</sup> <span class="abbr" title="December"><abbr title="December">Dec.</abbr></span> langs de kust en liep na 36 uren een fraaie haven in, die hij St. Thomas noemde, maar nu den naam van baai van Acal draagt.
+De streek was dicht bevolkt. De bewoners hadden misschien van de komst der vreemdelingen en hun welwillendheid gehoord. <a id="d0e776"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e776">55</a>]</span>Vrees gaven zij niet te kennen, maar kwamen in grooten getale naar de twee schepen toe, sommigen in kano&#8217;s, anderen zwemmend.
+Zij brachten heerlijke en geurige vruchten mee, die zij met de grootste edelmoedigheid weggaven, evenals hun gouden sieraden,
+want van handel, waaruit het leven in beschaafde landen voor een groot deel bestaat, schenen zij geen begrip te hebben.
+
+</p>
+<p>Columbus wilde van die verwonderlijke gulheid geen misbruik maken, maar beval, dat men telkens iets tot vergoeding terug moest
+geven. In deze haven waren ze den 20<sup>en</sup> ten anker gekomen. Den 22<sup>en</sup> zagen ze reeds vroeg in den morgen een keizerlijke boot, die snel over de kalme zee door riemen werd voortbewogen. Zij was
+zeer ruim en bevatte den afgezant van een heel voornaam opperhoofd met zijn groot gevolg. Het geheel leverde een schoon gezicht
+op.
+
+</p>
+<p>De naam van dat opperhoofd was Guacanagari. Hij was de erkende vorst van dit gedeelte van het eiland. Een van de hoogst geplaatsten
+aan zijn hof was bij deze zending, en had voor Columbus een rijk geschenk meegebracht, bestaande uit een kunstig bewerkten
+gordel, met paarlen en ivoor afgezet, en uit een net gebeeldhouwd hoofd met oogen, neus en tong van zuiver goud. De afgezant
+had in last namens den prins den admiraal uit te noodigen zijn residentie te komen bezoeken, en de schepen mee te nemen.
+
+</p>
+<p>Tegenwinden maakten het onmogelijk dadelijk aan de uitnoodiging gevolg te geven. Daarop zond Columbus eenige zeelieden met
+een van zijn officieren, in een boot heen, om zijn voorgenomen komst te berichten. De koning woonde in een mooie stad, aan
+een rivier gelegen, die door een buitengewoon vruchtbare vallei liep. Het was de grootste en best gebouwde stad, die hij nog
+gezien had. De huizen, die een groot vierkant plein insloten, waren voor deze gelegenheid opgeknapt en versierd. Van alle
+kanten stroomde het volk naar het koninklijk verblijf. De groote gastvrijheid, die de officier en zijn manschappen ondervonden,
+is in beschaafde landen onbekend. Allen werden als gasten met den meesten eerbied ontvangen, en letterlijk alles, wat de inboorlingen
+bezaten, werd hun aangeboden, zonder dat zij er iets voor behoefden te betalen. De inboorlingen namen alles met dankbaarheid
+aan, wat hun gegeven werd, en bewaarden het als iets heiligs. De Spanjaarden noemden de rivier Punta Santa, doch zij heet
+nu Groote rivier.
+
+</p>
+<p>In den avond van dezen belangrijken dag keerde de boot <a id="d0e792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e792">56</a>]</span>naar de schepen terug. Den 24<sup>en</sup> was &#8217;s morgens de wind gunstig, en daarom ging men reeds v&oacute;&oacute;r zonsopgang op reis. Tegen den avond ging de wind geheel liggen,
+en daarom kreeg Columbus, die een van de waakzaamste en zorgvuldigste zeelieden was, en menigmaal den heelen nacht op het
+dek bleef, gelegenheid om te gaan slapen. De man, die aan het roer stond, volgde zijn voorbeeld, was onvoorzichtig genoeg,
+om het roer aan een jongen toe te vertrouwen en viel in slaap. De andere matrozen sliepen ook. Een sterke stroom, dien men
+niet opgemerkt had, dreef het schip op een zandbank. Waarschijnlijk sliep de jongen ook, want ofschoon de branding met zooveel
+geweld tegen de bank sloeg, dat het geraas op grooten afstand kon worden gehoord, liet hij niets van zich hooren, v&oacute;&oacute;r de
+kiel over het zand schuurde. Columbus, die, zooals men zegt, altijd met &eacute;&eacute;n oog open sliep, was &#8217;t allereerst op het dek.
+Er volgde een tooneel van groote verwarring. Het verlies van een schip zou in die verre zee&euml;n een onherstelbare ramp zijn.
+De zeelieden verloren alle zelfbeheersching, en elke poging, om het schip te redden, bleek vruchteloos. Als de zee onstuimig
+was geweest, zouden waarschijnlijk allen vergaan zijn. De naden van het schip gingen door de branding los, het schip was spoedig
+vol water en Columbus was genoodzaakt met zijn scheepsvolk aan boord van de Nina te gaan, het kleinste van de drie schepen.
+
+</p>
+<p>Eenige manschappen werden aan land gezonden, om het vriendelijk opperhoofd Guacanagari de ramp mede te deelen. Het dorp waar
+hij woonde, lag omstreeks een mijl van de plaats af, waar men schipbreuk geleden had. Deze man had zooveel medelijden, dat
+hij over hun ongeluk tranen stortte. Hij zond al zijn volk en elke kano, klein en groot, die men krijgen kon, om het schip
+te helpen lossen. De cacique (zie <span class="abbr" title="bladzijde"><abbr title="bladzijde">bl.</abbr></span> <a href="#d0e764">54</a>) en zijn broeder werkten vlijtig mee, zoowel op zee als aan land. Hun hulp was zoo uitstekend, dat bijna alles, wat op het
+schip was, gered werd; en noch het hoofd noch zijn volk eischte iets tot belooning voor al die moeite. Integendeel, het opperhoofd
+noodigde allen uit, om in zijn woonplaats voeding en dak te komen vinden. Vele kano&#8217;s kwamen heel ver weg met een groote menigte
+inboorlingen en ondergeschikte hoofden. Een treffend tooneel van broederlijke liefde deed zich voor. Ofschoon de inboorlingen
+aan het strand met zaken van onschatbare waarde bepakt en beladen werden, ging er niets verloren en werd ook niets ontvreemd.
+Het gelaat en de gebaren van het volk drukten alleen spijt over de ramp <a id="d0e805"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e805">57</a>]</span>uit, die den vreemdelingen overkomen was. Columbus schreef in zijn dagboek aan Ferdinand en Isabella:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik verklaar Uw Majesteiten, dat er in de geheele wereld geen beter land en geen beminlijker, handelbaarder en vreedzamer
+volk is als dit. Zij beminnen hun naasten als zich zelf. De omgang, dien zij met elkander hebben, is lief en vriendelijk,
+en al is het waar, dat het wilden zijn, hun gewoonten zijn prijzenswaard en welvoegelijk.&#8221;
+
+</p>
+<p>Columbus bevond zich nu met al zijn overgebleven manschappen op het eenig schip, dat hij nog had, de Nina. Guacanagari had
+drie woningen gegeven tot berging van de geredde goederen. De begeerte opmerkende, waarmee de vreemdelingen naar gouden sieraden
+zochten, deed hij al wat hij kon, om hun er zooveel van te geven als mogelijk was. De inboorlingen hielden bijzonder veel
+van dansen. Hun kinderlijke vreugde was bijna niet uit te drukken, wanneer zij, omhangen met de blinkende en tingelende belletjes,
+naar de tonen der muziek luisterden, die voor hun bewegingen paste. In ruil voor deze belletjes werd een groote hoeveelheid
+goud gebracht, en gaarne gaf men al het goud, dat men bezat, in ruil voor een belletje.
+
+</p>
+<p>De admiraal werd uitgenoodigd om bij Guacanagari het middagmaal te gebruiken. Hij ontving een diepen indruk van de ongedwongen
+en beschaafde houding, die het opperhoofd bij deze gelegenheid vertoonde. De tafel was overladen met al den rijkdom, dien
+het eiland opleveren kon. De koning at langzaam en matig, evenals iemand, die met de gebruiken eener beschaafde maatschappij
+vertrouwd is. De knechts bedienden den vorst en zijn gast met groote beleefdheid. De regeering was erfelijk op het eiland,
+en waardigheid en aanzienlijke geboorte schenen een diepen indruk op het volk te maken. Na den maaltijd geleidde de vorst
+Columbus naar de lieve boschjes, die zijn inderdaad mooi huis omringden. Ongeveer duizend inboorlingen volgden hen eerbiedig
+en met alle teekenen van hartelijke belangstelling. Het scheen een Eden. Ofschoon allen moedernaakt waren, zag men toch niets
+dat onwelvoegelijk was. Onder leiding van het opperhoofd werden er verscheiden heel aardige spelen uitgevoerd tot vermaak
+van den gast.
+
+</p>
+<p>Columbus trachtte deze beleefdheden door een wapenschouwing te vergelden. Aan boord bevond zich een Castiliaan, een oud soldaat,
+die Willem Tell evenaarde in de juistheid, waarmee hij een pijl afschoot. Deze wilden waren vreedzame lieden. Zij leefden
+van vruchten. De jacht- en oorlogskunst hadden zij nooit <a id="d0e815"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e815">58</a>]</span>beoefend. De Castiliaan bracht zijn Moorschen boog, pijlkoker en pijlen mee. Het opperhoofd was verbaasd, toen hij de kracht
+en de juistheid zag, waarmee dit puntige en doodelijke wapen kon geworpen worden.
+
+</p>
+<p>Columbus deelde het opperhoofd mee, dat hij nog veel krachtiger wapenen had. Hij liet een kanon afschieten, waarvan de kogel
+in een op eenigen afstand staanden boom kwam. Toen zij het licht zagen en den slag hoorden; voorts den weg volgden, dien de
+onzichtbare kogel door het bosch had afgelegd, en hoe hij de boomen had gescheurd en doen kraken, waren zij verslagen en knielden
+neer. Toen zij eenigszins van den schrik waren bekomen, stelde Columbus de geheele macht, waarover hij beschikken kon, in
+orde voor een wapenschouwing. Hij plaatste zijn manschappen in gelid, en hun blinkende wapenen, hun gewette en flikkerende
+zwaarden schitterden in de stralen der ondergaande zon. Zij marcheerden op de maat van trommels en trompetten heen en weer,
+en voerden even fraaie als kunstige bewegingen uit.
+
+</p>
+<p>Onder luid geschreeuw vlogen zij ten aanval vooruit, en kwamen in geregelde orde terug.
+
+</p>
+<p>De inboorlingen begrepen heel goed, dat dit oefeningen en bewegingen voor een ernstigen oorlog waren. Het was hun duidelijk,
+dat de Spanjaarden bovennatuurlijke krachten bezaten om menschen te dooden. Zij begonnen hun geduchte gasten met schrik en
+vrees aan te zien.
+
+</p>
+<p>Columbus, die door de schipbreuk ter neer geslagen was, werd langzamerhand weer opgeruimd. Hij genoot met de zijnen in ruime
+mate de vreugde, die een heerlijk klimaat en lekkere vruchten geven. Elken dag werd zijn voorraad goud grooter. De vriendelijkheid,
+waarmee de Spanjaarden door de wilden behandeld werden, kon moeilijk grooter zijn, en, om de kroon op alles te zetten, telkens
+werd hij meer en meer overtuigd, dat er in de binnenlanden onuitputtelijke goudmijnen lagen.
+
+</p>
+<p>Het gemakkelijke en weelderige leven, waaraan zij gewend waren geraakt, beviel den Spaanschen zeelieden heel goed. Van alle
+zorgen en moeiten der beschaving waren zij bevrijd. Smakelijke en geurige vruchten hingen bijna aan elken tak. De rivieren
+en de kust wemelden van visch. In de schaduw van de bosschen brachten zij den dag in vadzige rust door, en als het &#8217;s avonds
+koel werd namen zij deel aan de spelen van de beminnelijke wilden, of dansten op de muziek van trommels, of op die, welke
+de wilden zelf maakten.
+
+</p>
+<p>Velen van die avonturiers gevoelden geen neiging ooit weer <a id="d0e829"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e829">59</a>]</span>tot het Europeesch leven met al zijn moeiten en zorgen terug te keeren. Hier ontbrak het hun aan niets. Columbus werd bestormd
+met dringende verzoeken, om op het eiland te mogen blijven. Voor al het scheepsvolk van beide schepen te zamen zou het ook
+zeer ongemakkelijk zijn geweest, om op de terugreis in een klein karveel opeen gepakt te worden. Dit bracht den admiraal er
+toe den grond te leggen voor een latere volkplanting op het groote en schoone eiland Hispaniola. Hij liet een klein gezelschap
+achter, om het eiland te verkennen, zijn bronnen van rijkdom op te sporen, en zooveel mogelijk goud te verzamelen, waarna
+hij besloot naar Spanje terug te keeren, daar bericht te geven van zijn groote ontdekking en later met nieuwe schepen en versterking
+weer te komen.
+
+</p>
+<p>Guacanagari had hem verteld, dat er vijandige Indianen waren, Cara&iuml;bi&euml;rs geheeten, die van tijd tot tijd op Ha&iuml;ti kwamen en
+velen meenamen, die zij gevangen genomen hadden. Dit bood Columbus een verontschuldiging voor het bouwen van een fort aan.
+De wilden hielpen hem trouw, omdat deze sterkte ook hen tegen de Cara&iuml;bi&euml;rs zou beschermen. Hij bewapende het fort met het
+kanon, dat uit de schipbreuk gered was geworden. Hij liet er een klein garnizoen achter met krijgsvoorraad en leeftocht voor
+een jaar.
+
+</p>
+<p>Vertrouwbare berichten kreeg men van de Pinta niet. Columbus achtte het waarschijnlijk, dat zij vergaan was. Er bleef dus
+nog maar &eacute;&eacute;n wrak schip over van de drie, die van Palos waren uitgezeild. Verging ook dit, dan zou niemand iets van de ontdekking
+hooren, en men zou aan Columbus als aan een opgewonden droomer gedacht hebben, die dwaselijk zijn leven had verspild. Daarom
+besloot hij zijn broos vaartuig niet langer aan het gevaar bloot te stellen, dat het varen op onbekende zee&euml;n met zich brengt,
+maar naar Spanje terug te keeren.
+
+</p>
+<p>Onuitputtelijk was de vriendelijkheid, die Guacanagari Columbus bewees. Gedurende den tijd, dat de admiraal het toezicht hield
+op het bouwen van het fort, stond het opperhoofd hem het grootste huis in het dorp af. De vloer was met kunstig geweven palmbladeren
+bedekt, en er stonden stoelen van gitzwart hout, dat heel glad gemaakt was en op ebbenhout leek. Zoo dikwijls hij Columbus
+in zijn eigen woonplaats ontving, behandelde hij hem als koning en hing hem telkens een gouden sieraad of een ander kostbaar
+geschenk om den hals.
+
+</p>
+<p>Eens bezocht het opperhoofd met vijf mindere hoofden den admiraal. Ieder gaf hem een gouden krans ten geschenke. <a id="d0e839"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e839">60</a>]</span>Guacanagari droeg een vorstelijke kroon, die van goud was gemaakt. Hij nam die van zijn hoofd en zette haar Columbus op. Wederkeerig
+hing deze een streng prachtig gekleurde koralen om den hals van den vorst, bekleedde hem met zijn eigen karmozijnen mantel
+van fijne stof, gaf hem een paar gekleurde laarzen en deed een zilveren ring aan zijn vinger, dien de wilden veel mooier vonden
+dan een van goud, omdat er op het eiland geen zilver was.
+
+</p>
+<p>Het vooruitzicht een groote hoeveelheid goud te zullen krijgen, maakte Columbus heel blij. Hij begon zijn schipbreuk als een
+teeken van goddelijke gunst te beschouwen. In zijn dagboek schreef hij aangaande zijne verwachtingen op dat oogenblik:
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p060.jpg" alt="Een Spaansch soldaat."></p>
+<p class="figureHead">Een Spaansch soldaat.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoopte, dat ik bij mijn terugkomst uit Spanje een ton gouds vinden zou, die de achtergeblevenen door handel hadden verdiend;
+bovendien nog, dat zij mijnen en specerijen in zulk een hoeveelheid hadden ontdekt, dat de koningen binnen drie jaren in staat
+zouden zijn gesteld een kruistocht te ondernemen ter verlossing van het heilige Graf.&#8221;
+
+</p>
+<p>Met de hulp der wilden was het fort in tien dagen klaar, en zijn bewapening in orde. Columbus stelde nu zulk een volkomen
+<a id="d0e852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e852">61</a>]</span>vertrouwen in de wilden, dat hij niets van hen meende te vreezen te hebben. Hij beschouwde het fort werkelijk vooral noodig,
+om zijn eigen ordeloos volk in bedwang te houden. Het gevaar dreigde, dat zij op hun tochten over het eiland allerlei losbandigheden
+zouden bedrijven, die de bewoners konden verbitteren. Hij noemde het fort de Geboorte, als een dankbare herinnering aan het
+feit, dat hij op Kerstdag aan een schipbreuk ontkomen was.
+
+</p>
+<p>Negen en dertig mannen werden met zorg gekozen, om in garnizoen te liggen. Daaronder was ook een arts, en verscheidenen, die
+in de verschillende vakken van werktuigkunde bedreven waren. Het bevel werd aan Diego de Arana toevertrouwd. Hij was een ruiter
+uit Cordova, van hooge afkomst en tot bevelvoeren in de wieg gelegd. Een sterke boot bleef achter voor de vischvangst, en
+zaad voor het bebouwen van den grond, benevens een menigte handelswaren.
+
+</p>
+<p>Het uur van vertrek brak aan. Columbus liet het heele garnizoen v&oacute;&oacute;r zich komen, en hield allen in ernstige woorden den plicht
+voor, om Guacanagari en zijn aanvoerders met den meesten eerbied en de grootste vriendschap te behandelen. Hij drong er op
+aan, om altoos minzaam en rechtvaardig met de inboorlingen om te gaan, en met hun vrouwen en dochters vooral voorzichtig te
+wezen. Hij vermaande hen, niet uit elkander te gaan, maar bij elkander te blijven. Den bevelhebber, Arana, werd opgedragen
+om goud te verzamelen, mijnen op te sporen, en de voortbrengselen van het eiland te leeren kennen.
+
+</p>
+<p>Den 2<sup>en</sup> Januari 1493 gaf Columbus aan Guacanagari en zijn aanvoerders een afscheidspartij. Al het scheepsvolk kwam aan wal, en zijn
+gasten werden met troepenbewegingen en spiegelgevechten vermaakt. De Indianen keken met groote verbazing en vrees naar de
+lange, glinsterende en gewette zwaarden. En toen het kanon werd afgeschoten, en de steenen kogels, destijds in gebruik, de
+boomen deden schudden, beefden en juichten de duizenden inboorlingen, die dit feest had samengevoerd. Zij beefden bij het
+zien van die vernielende kracht, en juichten bij de gedachte, dat zij niet meer bang behoefden te wezen voor de Cara&iuml;bi&euml;rs.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen gaf een kanonschot het teeken tot vertrek. Een luid hoera! werd door het garnizoen en door het vertrekkend
+scheepsvolk aangeheven. Een gunstige wind dreef het schip voort, tot het aan den oostelijken horizon verdween. Onder stormen
+en gevaren vervolgde de Nina haar reis naar Spanje. Het garnizoen werd aan een lot overgelaten, dat hierna zal beschreven
+worden.
+
+<a id="d0e865"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e865">62</a>]</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e866"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Zesde Hoofdstuk.</h2>
+<h2>De terugreis.</h2>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p062.jpg" alt="De terugreis."></p>
+<p class="figureHead">De terugreis.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Op den 4<sup>en</sup> Januari 1493 zeilde Columbus van Ha&iuml;ti naar Spanje. Met een zachte bries gleed hij bijna in de schaduw van een hoog en kaal
+voorgebergte, waaraan hij den naam van Monte Christo gaf, voort. Door stilten en tegenwinden vorderden zij niet veel, en voeren
+nog maar altijd langs de kusten van het eiland, waarvan de uitgestrektheid en pracht telkens meer in &#8217;t oog vielen. Zij hadden
+nog maar ongeveer 50 mijlen afgelegd, toen de wacht in de mast riep: &#8220;de Pinta, de Pinta!&#8221; En hij had gelijk. Door een zonderling
+toeval ontmoetten de schepen elkander. Pinzon gehoorzaamde aan een wenk van den admiraal, en volgde hem in een kleine baai
+ten westen van Monte Christo, waar beide schepen ankerden. Pinzon verzon een flauwe verontschuldiging voor zijn wegloopen,
+en schreef het aan het weer toe. Ofschoon Columbus zich daardoor niet liet misleiden, oordeelde hij het toch maar &#8217;t verstandigst
+de zelfverdediging aan te nemen. Een van de matrozen op de Pinta beweerde, dat een Indiaan heel nadrukkelijk aan den kapitein
+van de Pinta had gezegd, dat er slechts op een paar mijlen afstands een mijn lag, die verbazend veel goud bevatte. Dit had
+den gouddorst van Pinzon opgewekt. Hij dacht, dat <a id="d0e881"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e881">63</a>]</span>hij zijn schip spoedig vol laden kon, om met die kostbare vracht naar Spanje terug te keeren, en dat hij zijn gedrag kon verdedigen
+door voor te geven, dat hij door een storm van Columbus was afgeraakt.
+
+</p>
+<p>Maar te vergeefs had men naar de mijn gezocht. Pinzon kon zich met zijn schip te midden van kleine eilandjes en zandbanken
+niet vrij bewegen en werd ongerust. Kreeg hij met zijn schip een ongeluk, waardoor het niet meer te gebruiken zou wezen, dan
+was het bijna onmogelijk, dat hij ooit weer naar Spanje kon terugkeeren. Daarom zette hij weer koers naar Hispaniola, en het
+is waarschijnlijk, dat hij verlangend naar den admiraal uitzag. Gedurende de scheiding was hij echter een rivier opgevaren,
+had daar drie weken vertoefd en er door handel met de inboorlingen een groote hoeveelheid goud gekregen. Men zegt, dat hij
+de eene helft er van voor zich zelf hield, en de andere onder de zeelieden verdeelde, om hun het stilzwijgen op te leggen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p063.jpg" alt="Het eskader."></p>
+<p class="figureHead">Het eskader.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In den avond van den 9<sup>en</sup> gingen de schepen gezamenlijk onder zeil. Den volgenden dag ankerden zij in den mond van dezelfde rivier, waar Pinzon handel
+had gedreven. Columbus noemde deze rivier Rio de Gracia, maar nu heet zij Porto Caballo. De wilden klaagden over Pinzon, omdat
+hij vier mannen en <a id="d0e895"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e895">64</a>]</span>twee jonge meisjes met geweld had meegenomen, die Columbus dan ook aan boord van de Pinta vond. Pinzon had ze stellig in Spanje
+willen verkoopen, maar nu gaf Columbus bevel allen vrij te laten. Ook gaf hij hun vele geschenken tot vergoeding van het doorgestane
+leed. Pinzon was heel boos, en gaf onwillig en morrend toe.
+
+</p>
+<p>Toen men het anker weer lichtte, hadden zij een gunstigen wind tot kaap Cabron toe. Hier ontmoetten zij een zeer sterk ras
+van wilden, waarvan de krijgslieden zich afschuwelijk leelijk beschilderd hadden, gelijk de eerste vechtersbazen van de Indianen
+in Noord-Amerika doen. Zij waren met strijdknodsen gewapend en hadden zeer sterke bogen en pijlen met beenen punten en van
+hard hout, zoodat zij met bijna dezelfde kracht als een geweerkogel, iemand konden doorboren. Ook droegen zij zwaarden van
+heel hard hout, en als ijzer zoo zwaar. &#8220;Zij waren niet scherp,&#8221; schrijft Las Casas, &#8220;maar een paar vingers dik, en met &eacute;&eacute;n
+houw kon men er iemands helm mee in twee&euml;n slaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>De wilden waagden het niet de Spanjaarden aan te vallen. Integendeel, er was er &eacute;&eacute;n, die aan boord kwam, om pijlen en bogen
+te verkoopen. Columbus verstond hem zeker verkeerd, wanneer hij meende, dat hij door gebaren gezegd had, dat er in de nabijheid
+een eiland was, waar uitsluitend vrouwen woonden, die van tijd tot tijd door de Cara&iuml;bi&euml;rs werden bezocht. Werden er kinderen
+geboren, dan nam men de jongetjes mee, en liet de meisjes bij de moeders achter. Columbus heeft hem stellig niet begrepen,
+want het is haast niet te onderstellen, dat de wilde guitig genoeg was, om de vreemdelingen zoo bij den neus te nemen.
+
+</p>
+<p>Columbus had ook verstaan, dat er zich in de wateren daar meerminnen ophielden, en hij zag er werkelijk eenigen. Het zijn
+misschien zeekalveren geweest. De koppen hadden eenige overeenkomst met het hoofd van een mensch. Columbus ontving zijn gast
+met groote vriendelijkheid, in de hoop daardoor een aangenaam verkeer met den volksstam te bewerken. Maar het bleek, dat de
+moedige wilde aan boord gekomen was als verspieder, want, nadat men hem rijkelijk van geschenken voorzien en met een boot
+aan wal gebracht had, begon hij te schreeuwen; dadelijk kwamen er vele wilden uit een hinderlaag te voorschijn en sloten zich
+bij hem aan. Zij deden hun best, om het scheepsvolk gevangen te nemen. Er ontstond een geduchte strijd. De Spanjaarden waren
+veel beter gewapend dan zij, en nadat de Europeanen twee gewond hadden, kozen de anderen het hazenpad. Dit was het eerste
+gevecht tusschen Europe&euml;rs en de Indianen der Nieuwe <a id="d0e903"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e903">65</a>]</span>Wereld, en, och, of het tevens het laatste mocht geweest zijn! De oorlog, op deze wijze begonnen, werd in latere jaren zoo
+geducht, dat de grond van bijna alle eilanden roodgekleurd werd door menschenbloed, en de inboorlingen geheel werden uitgeroeid.
+
+</p>
+<p>Het speet Columbus zeer, dat dit had plaats gehad. Hij was bang, dat het aanleiding geven zou tot een bloedigen aanval op
+zijn garnizoen. Den volgenden dag kwamen er vele Indianen op het strand. Zij legden geen vijandelijke bedoelingen aan den
+dag, maar waren vriendschappelijk en vol vertrouwen. Een boot goed gewapende matrozen werd naar den wal gezonden. Dezen hadden
+een snoer schelpen bij zich, die, naar Columbus&#8217; meening, bij de Indianen was wat bij beschaafde volken een vredevlag is.
+
+</p>
+<p>Het opperhoofd ging, met een vertrouwen, dat in deze omstandigheden wonderlijk schijnt, met drie mannen in de boot, en werd
+naar het schip van den admiraal geroeid. Zij werden hartelijk ontvangen en op de smakelijkste spijzen onthaald, die men op
+het schip had. Al wat er belangrijks te zien was werd hun getoond, en met vele geschenken, die door een menigte wilden werden
+bewonderd, keerden zij naar het strand terug. Uit dankbaarheid voor al die weldaden zond het opperhoofd zijn gouden kroon
+aan Columbus. Uit latere beschrijvingen kan worden opgemaakt, dat dit opperhoofd Mayonabex heette, en de volksstam de Ciguayanen
+genoemd werd.
+
+</p>
+<p>De vriendelijkheid had de gewenschte uitwerking. Columbus bleef er drie dagen, en de vriendschappelijke gezindheid duurde
+al dien tijd voort. Ofschoon het volk onder de wapenen bleef, bracht het toch onbevreesd katoen, vruchten en allerlei groenten
+op het schip. Er waren vier verstandige en hartelijke jonge mannen onder, waaraan Columbus zeer gehecht werd. Toen hij wegzeilde
+naar andere eilanden, die naar hun zeggen eenige mijlen oostwaarts lagen, gingen zij uit eigen beweging mee.
+
+</p>
+<p>Den 16<sup>en</sup> Januari voeren de schepen weg. Columbus noemde de baai, die zij verlieten, en nu onder den naam van de golf van Samana bekend
+is, de Pijlengolf. Nadat zij ongeveer 60 mijlen afgelegd hadden, en het eiland Porto Rico naderden, werd de wind voor de thuisreis
+allergunstigst. Toen de matrozen gewaar werden, dat de schepen van den weg naar Spanje afweken, om nog het genoemde eiland
+aan te doen, begonnen zij te morren en drongen er op aan naar huis te gaan. Columbus wist, dat hij geen tijd verliezen kon,
+omdat zijn schip erg lek was, en de zeelieden op het punt stonden oproerig te worden. Op <a id="d0e916"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e916">66</a>]</span>de trouw van Pinzon viel weinig te rekenen, en zoo hij weer schipbreuk leed, kon het gebeuren, dat hij zelf met al zijn aanteekeningen
+en gedenkschriften een graf vond in den oceaan. Dan zou de kennis van de groote ontdekking voor de wereld verloren zijn.
+
+</p>
+<p>Tot groote vreugde der matrozen wendde Columbus het roer, en zette koers naar Spanje. Hij had waarschijnlijk weinig moeite
+de vier jonge Indianen tot die reis over te halen, daar hij hun beloven kon ze spoedig weer naar hun land terug te zullen
+brengen, als hij hun eerst de wonderen van de oude wereld had laten zien.
+
+</p>
+<p>Niets is veranderlijker dan de wind, zegt het spreekwoord. In den verderen loop van Januari waren er nu eens zachte koelten
+dan weer windstilten. De Indianen sprongen vaak zoo maar in de effen zee, en zwommen als visschen om de schepen heen.
+
+</p>
+<p>Even als in &#8217;t menschelijk leven werd kalmte door stormen afgewisseld. Vreeselijke orkanen zweepten den oceaan, en de razende
+golven dreigden hen te verslinden. De admiraal zag zich dikwijls genoodzaakt het zeil in te halen, opdat de Pinta bij kon
+blijven. Door wolken, duisternis en hooge golven omringd, wisten zij niet, waar zij zich bevonden, en Pinzon, zoowel als de
+twee stuurlieden, verschilden in gevoelen hieromtrent met Columbus. Naar hun meening waren de schepen 400 mijlen dichter bij
+Spanje dan Columbus dacht. Columbus had gelijk. Las Casas maakt de merkwaardige opmerking, dat Columbus hen niet uit de dwaling
+hielp, en hen zelfs nog meer in de war trachtte te brengen, opdat zij niet meer zouden weten, hoe zij reizen moesten, en hij
+alleen de rechte kennis zou hebben van den te volgen weg.
+
+</p>
+<p>Wij kunnen dit vreemde verhaal niet gelooven. Pinzon toch en de drie stuurlieden waren in den dienst vergrijsde matrozen.
+Ze waren naar de Nieuwe Wereld geweest, kwamen nu terug, en moesten dus wel den te volgen weg kennen. Toen zij het einde van
+hun lange reis naderden, stak er den 12<sup>en</sup> Februari een verschrikkelijke storm op, die met steeds grootere kracht drie dagen aanhield. In dezen storm verloor men de
+Pinta uit het gezicht. Lang niet ongegrond was Columbus&#8217; vrees, dat de zwakke karveel met man en muis door de onstuimige zee
+was verslonden.
+
+</p>
+<p>Een droevige morgen volgde akelig en stormachtig op een langen nacht. De oceaan bleef woest, en men zag niets, dan de razende
+golven, men hoorde niets dan haar dreigend <a id="d0e931"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e931">67</a>]</span>geloei. In overeenstemming met de gebruiken van dien tijd, werd het lot geworpen, om te zien, wie, zoo hij uit den storm mocht
+worden gered, een pelgrimstocht zou doen naar de reliquie&euml;n van de Heilige Maagd te Guadaloupe, met een 5 ponds waskaars in
+de hand. Men deed boonen in een muts, en maakte op &eacute;&eacute;n er van een kruis. Columbus was de eerste die er een uitnam. Het lot
+viel op hem. Op nieuw werd het lot geworpen voor een pelgrimstocht naar de reliquie&euml;n van de Maagd te Loretto. Het viel op
+een matroos, wiens naam Pedro de Villa was. De admiraal beloofde hem de kosten van zijne reis voor zijne rekening te nemen.
+
+</p>
+<p>De gelofte scheen niet veel te helpen, want de storm hield met onverminderde woede aan. Om aan de Heilige Maagd een nog grootere
+belooning aan te bieden, wanneer zij te hunnen behoeve tusschen beide wilde komen, legden Columbus en zijn volk de belofte
+af, dat zij in het eerste land, waar zij zouden komen, zoo daar een kerk mocht zijn aan haar gewijd, allen in plechtigen optocht,
+barrevoets en in het hemd naar haar reliquie&euml;n zouden gaan, haar hun gebeden opdragen en haar lof zouden zingen.
+
+</p>
+<p>Nog altijd gierde en huilde de storm. De ongerustheid van Columbus in deze dreigende gevaren, waarbij hij meer aan het te
+loor gaan van de groote ontdekking dan aan het verlies van zijn leven dacht, kan het best in zijn eigen woorden worden <span class="corr" title="Bron: uttgedrukt">uitgedrukt</span>, die hij tot den koning richtte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou dezen tegenspoed,&#8221; schrijft hij, &#8220;met minder verdriet hebben kunnen dragen, als ik alleen in gevaar was geweest, want
+den Schepper ben ik levenslang veel verschuldigd, en tusschen mij en den dood is vaak maar &eacute;&eacute;n schrede geweest. Maar deze
+gedachte veroorzaakte mij veel verdriet en zorg, dat God, na mij met zijn licht bestraald, na mij geloof en vertrouwen in
+deze onderneming te hebben gegeven, thans alles door mijn dood zou te niet doen, nu ik op het punt stond mijn bestrijders
+te overtuigen, en Uwe Majesteit grooten roem en aanzienlijke vermeerdering van gebied te verzekeren. Ook zou de tegenspoed
+verdragelijker zijn geweest, als ik niet door menschen vergezeld was geworden, die ik door overreding meelokte, en die in
+hun angst het uur van hun heengaan niet alleen vervloekten, maar evenzeer de vrees, die hun mijn woorden inboezemden, en hen
+belette terug te keeren, waartoe zij dikwijls besloten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Boven alles werd mijn verdriet verdubbeld, als ik aan mijn beide zonen dacht, die ik in een vreemd land op een school te
+Cordova arm achterliet, zonder eenig bewijs van de door hun <a id="d0e944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e944">68</a>]</span>vader bewezen diensten, die, zoo ze bekend waren, Uwe Majesteit misschien bewogen zouden hebben hen in Uw gunst te doen deelen.
+En ofschoon ik aan den eenen kant getroost werd door het geloof, dat God niet zou dulden, dat een arbeid, die op de verheerlijking
+Zijner kerk uitloopen moest en onder zooveel moeiten en strijd was verricht, onvoltooid bleef, dacht ik toch aan den anderen
+kant met het oog op mijn zonden, dat het Gods bedoeling kon zijn mij te straffen door mij den roem te doen missen, die mij
+in deze wereld zou ten deel vallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>In deze angstvolle uren schreef Columbus op perkament een kort verhaal van zijn ontdekking. Het werd zorgvuldig ingepakt,
+verzegeld en aan den koning en de koningin geadresseerd. Bovenop stond de belofte geschreven, dat hij &#402;&nbsp;5000 bekomen zou,
+die het pakje ongeopend aan hun Majesteiten overhandigde. Het geheel werd in een wassen omslag gewikkeld en in een koek van
+was gestoken. Die werd nog weer in een sterke, waterdichte doos gedaan en in de onstuimige zee geworpen. Of zij ooit gevonden
+werd is niet bekend.<a id="d0e948src" href="#d0e948" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>Langzamerhand bedaarde de storm. De lucht in het Westen helderde op, en dit was een teeken, dat de storm voorbij was. Des
+nachts schenen de sterren weer in al haar glans. Ofschoon de golven nog zeer ontstuimig bleven, kwam de zon des morgens aan
+een wolkeloozen hemel op, en deed een voordeelige wind de zeilen weer zwellen. Juist toen de zon opkwam, werd de vreugdevolle
+kreet: land! gehoord.
+
+</p>
+<p>Zooals Columbus dacht, was het ook. Op 15 mijlen afstands zag men de Azoren. Spoedig echter stak de wind weer op, en wakkerde
+hij tot een nieuwen storm aan. Tegenwind dreef hen terug, en eerst aan den avond van den 17<sup>en</sup> kon men aan de noordzijde van het eiland St. Maria, het zuidelijkste eiland van de Azoren, het anker uitwerpen. De bewoners
+verwonderden zich zeer, dat zulke zwakke vaartuigen aan de kracht van stormen weerstand hadden kunnen bieden, die vijftien
+dagen lang den oceaan met zeldzame woede gezweept hadden.
+<a id="d0e958"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e958">69</a>]</span></p>
+<p>De vrome Columbus bracht zijn volk de belofte in herinnering, om in optocht naar de eerste kerk te gaan, die zij, ergens landende,
+vinden zouden, en aan de Heilige Maagd was gewijd. Trouw hield men een gelofte, die in die dagen niet vreemd was. Eerst ging
+de eene helft van de bemanning met een priester voorop, om de mis te bedienen. Allen liepen in het hemd.
+
+</p>
+<p>St. Maria was een Portugeesch eiland. Toen de eerste processie of omgang verscheen, en dan nog wel z&oacute;&oacute;, liep het heele dorp
+uit, om er naar te kijken. De gouverneur was ook over deze vertooning verwonderd, en, niet wetende wat dit beteekenen moest,
+liet hij een escadron dragonders aanrukken, en nam hen allen gevangen. De ongekleede en ongewapende mannen konden niet vechten,
+en de kapel lag achter een hoogte, zoodat Columbus haar niet kon zien. Maar toen hij hoorde, wat er had plaats gegrepen, schreef
+hij het aan de vijandelijke houding toe, die het Portugeesche hof tegenover hem en zijn onderneming had aangenomen.
+
+</p>
+<p>Hij had een onderhoud met den gouverneur, waarbij scherpe woorden werden gewisseld. De gouverneur, Castaneda, was niet vriendelijk
+gestemd. Hij nam een trotsche houding aan en verklaarde, dat al, wat hij gedaan had, met de bevelen van den koning overeenkwam.
+Columbus vreesde, dat er gedurende zijn afwezigheid een oorlog tusschen Spanje en Portugal was uitgebroken. Hij wapende al
+zijn manschappen, en bereidde zich krachtig voor, om te voorkomen, dat men hemzelf gevangen nam. Een sterke wind verhief zich,
+die recht op het strand aankwam, en dus de ankerplaats onveilig maakte, zoodat Columbus genoodzaakt werd zee te kiezen. Twee
+dagen dreef hij in groot gevaar rond, terwijl de helft van zijn scheepsvolk gevangen zat.
+
+</p>
+<p>Den 22<sup>en</sup> bedaarde het weder. Toen hij op de ankerplaats kwam, zag hij een Portugeesche boot met twee priesters en een hoofdofficier
+van de Regeering op zich afkomen.
+
+</p>
+<p>Deze beambte gedroeg zich veel vreedzamer dan <span class="corr" title="Bron: Castenada">Castaneda</span> geweest was. In naam van den gouverneur verzocht hij inzage in de scheepspapieren. Het schijnt, dat de gouverneur hen voor
+zeeroovers had aangezien, die destijds alle zee&euml;n onveilig maakten. Columbus, die nog altijd vreesde, dat hij door verraders
+vervolgd werd, liet zijn geloofsbrieven zien. Dit gaf algeheele voldoening, en de naakte pelgrims kregen de vrijheid terug.
+
+</p>
+<p>Toen de zaak zoo afgeloopen was, ging Columbus blootshoofds en barrevoets met de andere helft van zijn volk ter vervulling
+zijner geloften naar de reliquie&euml;n van Onze Lieve Vrouwe. Van <a id="d0e977"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e977">70</a>]</span>Pinzon hoorde men niets. Waarschijnlijk was hij omgekomen. Columbus ging den 24<sup>en</sup> Februari, na een oponthoud van vijf dagen op St. Maria, weer onder zeil. Toen hij omstreeks 300 mijlen van kaap St. Vincent
+verwijderd was, begon het op nieuw te stormen. Op het laatst kwamen er woorden van ontevredenheid over de lippen van den heldhaftigen
+admiraal. Nu hij zoo dicht bij huis kwam, vond hij het hard, dat hij, na met zoo vele stormen gekampt te hebben, nu weer zoo
+fel bestreden werd. In het tropische paradijs door hem ontdekt, had het nauwelijks hard gewaaid. Daar was de lucht zonnig,
+de wind met liefelijke geuren vervuld en de zee kalm. Gelukkig kwam hij goed van den storm af.
+
+</p>
+<p>Op den 4<sup>en</sup> Maart werd Columbus bij het aanbreken van den dag aangenaam verrast door het zien van Cintra, een rots, die dicht <span class="corr" title="Bron: dij">bij</span> den mond van de Taag, in Portugal, ligt. Ofschoon hij van de zijde van het Portugeesche hof voor verraad vreesde, werd hij
+toch door het stormachtige weer genoodzaakt, die rivier op te varen, &#8217;s Middags te 3 uur kon hij tegenover Rastello veilig
+ankeren. De menschen hadden al den heelen morgen op het strand staan te kijken naar den strijd van het broze vaartuig met
+de woedende elementen. Ieder oogenblik hadden zij verwacht, dat het door de hooge golven, waardoor het geteisterd werd, in
+de diepte zou worden geslingerd. Zij klouterden tegen het schip op, en wenschten allen aan boord geluk met hunne wonderbaarlijke
+redding. De meest ervaren zeelieden betuigden, dat zij nog nooit een winter met zulke aanhoudende en geweldige stormen hadden
+beleefd.
+
+</p>
+<p>Onmiddellijk zond Columbus een koerier naar het Spaansche hof, om zijn aankomst te berichten. Ook vroeg hij het Portugeesche
+hof schriftelijk verlof, om de haven van Lissabon te mogen inzeilen. Op de ree lag een groot oorlogsschip voor anker. Het
+was een Portugeesch wachtschip. Den volgenden dag gelastte de Portugeesche kapitein den Spaanschen admiraal bij hem aan boord
+te komen. Columbus zei, dat zijn waardigheid dit niet gedoogde; hij eischte recht en weigerde niet alleen zelf te komen, maar
+evenzeer een plaatsvervanger te sturen. Zoodra de kapitein, Don Alonzo de Acuna, van Columbus&#8217; hoogen rang en van de buitengewone
+reis kennis droeg, bewees hij hem al de hulde, die de eene dappere den anderen schuldig is. Hij bemande zijn grootste boot,
+tooide die met vlaggen, plaatste de stafmuziek er ook in, en ging zelf in het achterschip zitten, om den admiraal een bezoek
+te brengen. Ten volle zijn rang <a id="d0e992"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e992">71</a>]</span>erkennende en den grooten dienst, dien hij aan de wereld bewezen had, stelde hij zich zelf en zijn schip beleefd ter beschikking
+van den grooten ontdekker.
+
+</p>
+<p>Toen het nieuws Lissabon bereikte, dat Columbus, die zoo lang maar te vergeefs de hulp van Portugal had ingeroepen, werkelijk
+een nieuwe wereld ontdekt had, en nu, na zijn roemvolle reis, veilig op de Taag voor anker lag, ging de opgewondenheid haast
+alle perken te buiten. Schuiten en booten van allerlei soort verdrongen elkander op de rivier, en gingen om het schip heen,
+dat vol stond met menschen, en met zulke vreemde vruchten, alsof ze van de sterren waren gehaald. Oud en jong, mannen en vrouwen,
+rijk en arm, ieder was nieuwsgierig. Van den morgen tot den avond verdrongen de bezoekers elkander op het schip. Al het geduld
+van Columbus en van het scheepsvolk was noodig, om telkens en telkens weer een verhaal van hun wedervaren te geven. De verbazing
+van de menigte werd het allereerst geboeid door de Indianen met hun schitterend kleed van fraai gekleurde franje en veeren,
+dat zij op feestdagen droegen. Ook wekte al het goud bewondering op. Nooit hadden ze ook zulke planten en dieren gezien. Zoowel
+het hof als het volk gevoelde spijt, dat zulk een ontzaglijk voordeel hun ontgaan was.
+
+</p>
+<p>Koning Jan hield zich toen te Valparaiso op, omstreeks 30 mijlen van Lissabon. Op den 8<sup>en</sup> Maart kwam een Portugeesche grande namens den koning bij Columbus, om hem met zijn aankomst geluk te wenschen, en hem aan
+het hof te verzoeken. Ook vaardigde de koning het bevel uit, dat alles, wat de admiraal voor zich, voor zijn schip of zijn
+scheepsvolk noodig had, kosteloos moest verstrekt worden. Columbus begaf zich aanstonds op reis naar Valparaiso. Overal moest
+hij onderweg, dit wilde de koning, op de ruimste wijze onthaald worden.
+
+</p>
+<p>Toen hij bij het paleis kwam, gingen alle leden van de koninklijke hofhouding hem te gemoet, en voerden hem in de tegenwoordigheid
+van den koning. Deze ontving Columbus met de meeste onderscheiding, deed hem naast zich plaats nemen, alsof hij ook van koninklijken
+bloede was en verzekerde hem, dat alles, wat hem in zijn koninkrijk van dienst kon zijn, ter zijner beschikking stond.
+
+</p>
+<p>De koning luisterde met gemengde gewaarwordingen, zoo van vreugde als van spijt, naar het verhaal van den rijkdom, de schoonheid
+en de talrijke bevolking van de wonderwereld, die Columbus door zijn ontdekking het Spaansche rijk schonk. Er werd bepaald,
+dat Columbus den nacht de gast zou zijn van <a id="d0e1005"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1005">72</a>]</span>een der hoogste adellijken aan het hof. Den volgenden dag verlangde de koning een tweede onderhoud. Blijkbaar had hij des
+nachts tal van vragen bedacht met betrekking tot den te volgen weg voor de reis, het klimaat, den grond, de voortbrengselen
+van de streken, die hij bezocht had, en het vooruitzicht, om goud te krijgen.
+
+</p>
+<p>Een lage geest van nijd en ijverzucht vervolgde Columbus. Zij, die met zijn onderneming den spot gedreven hadden, trachtten
+nu op alle mogelijke manieren zijn diensten te onderschatten. Zijn daden hielden zij voor de uitvloeisels van de onedelste
+beweegredenen. De waarde van de ontdekking werd geminacht. Zij beschuldigden hem van blufferij en grootsprekerij, en trachtten
+hem belachelijk te maken.
+
+</p>
+<p>Sommigen, ziende, dat de koning geheel uit zijn humeur was, stelden voor Columbus te vermoorden, als een middel om de voortzetting
+van deze ondernemingen te beletten, bewerende, dat hij den dood verdiende, omdat hij door zijn beweerde ontdekkingen beide
+volken poogde te misleiden en oneenig te maken. Dat de moord gemakkelijk kon worden volvoerd zonder eenig schandaal te verwekken,
+wist men elkander te duidelijk te maken; men kon van zijn hooghartigheid gebruik maken, en die kwetsen, hem in een twist wikkelen
+en dan om het leven brengen, alsof het een toevallig en eervol gevecht was geweest.
+
+</p>
+<p>Dit feit wordt zoowel door Portugeesche als Spaansche geschiedschrijvers voor waarheid gehouden. En &#8217;t is zoo, in die dagen
+van onwetendheid en ondeugd, kon er haast zoo&#8217;n slechte daad niet zijn, die aan de Europeesche hoven geen verdedigers vond.
+Maar koning Jan&nbsp;II verwierp het schandelijke voorstel, ofschoon hij verbazend veel spijt gevoelde, wanneer hij aan het door
+Portugal geleden verlies dacht, en aan het voordeel en den roem, die Spanje kreeg, omdat hij de onderneming van Columbus niet
+had willen steunen.
+
+</p>
+<p>Enkelen van &#8217;s konings raadgevers stelden voor, dat men Columbus verlof zou geven naar Spanje terug te keeren, en dan onmiddellijk
+een sterke vloot uitzenden, om de pas ontdekte landen in den naam van Portugal in bezit te nemen, nog meer verkenningen doen
+en koloni&euml;n vestigen. De koning was laag genoeg, om aan die inblazingen het oor te leenen. Heimelijke maar tevens krachtige
+maatregelen werden er genomen, om een smaldeel uit te zenden, en een van de beroemdste zeekapiteins dier dagen, Don Francisco
+de Almeida, werd het bevel opgedragen.
+
+</p>
+<p>Door een groot aantal ruiters werd Columbus naar zijn schip <a id="d0e1017"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1017">73</a>]</span>begeleid. De koningin was in een klooster te Villa Franca. Op haar ernstig verzoek hield Columbus zich daar op, en werd met
+de vleiendste oplettendheden ontvangen. De koningin was door de voornaamste dames uit het land omringd. Met groote belangstelling
+luisterde zij naar het verhaal van Columbus, waarin meer dichterlijke voorvallen voorkwamen, dan in de verzonnen verhalen
+van de beroemdste schrijvers.
+
+</p>
+<p>Toen de admiraal op de Nina teruggekomen was, stak hij den 13<sup>en</sup> Maart in zee, en een tweedaagsche vaart bracht hem te Palos. Zijn eenzaam scheepje voer op den middag de haven binnen, die
+hij den 3<sup>en</sup> Augustus van &#8217;t vorige jaar verlaten had. Hij was dus nog geen volle zeven maanden weg geweest voor de merkwaardigste reis,
+die ooit ondernomen werd.
+
+</p>
+<p>De terugkomst van Columbus te Palos, met de bewijzen, die aan geen twijfel onderhevig konden zijn, van zijn groote ontdekking,
+werd de aanleiding tot een tooneel van vreugde, zooals deze aarde zelden heeft gezien. Terwijl er maanden voorbij gingen,
+waarin men geen tijding kreeg, werd er ondersteld, dat allen, die aan dien tocht deelgenomen hadden, omgekomen waren te midden
+van onbewuste gevaren op een onbekende zee.
+
+</p>
+<p>De verschijning van de door storm geteisterde karveel, langzaam de haven inzeilende, bracht de eerste tijding van de avonturiers
+sedert hun vertrek. De Nina was alleen, en de beide andere schepen zag men niet. De verschrikkelijke stormen van den vorigen
+winter hadden de algemeen gedeelde vrees vermeerderd, dat de twee schepen door de onstuimige golven waren verzwolgen. De onzekerheid
+was vreeselijk. Er was haast geen familie in Palos, waarvan niet een vriend of bloedverwant deelgenomen had aan den tocht.
+Zoodra het schip de ankerplaats bereikt had, en men den gunstigen uitslag van de reis vernam; ook dat het scheepsvolk van
+de Santa Maria zich op de Nina bevond, en men nog v&oacute;&oacute;r een paar dagen de Pinta had gezien, was de vreugde onbeschrijfelijk.
+Een van de eerste daden van den vromen man was met al zijn volk naar de kerk te gaan, om God voor de gelukkige thuiskomst
+te danken.
+
+</p>
+<p>De blijde tijding vloog over Spanje, als het vuur over de prairie&euml;n. Vreugdevuren brandden op de hoogten, uit elke vesting
+hoorde men saluutschoten en alle kerkklokken werden geluid. Om de vreugde nog grooter te maken, liep in den avond van dezen
+zelfden dag, terwijl de klokken luiden, het kanon losbrandde en het volk juichte, de Pinta de haven binnen. Door den storm
+voortgedreven, was het Pinzon gelukt de haven van <a id="d0e1033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1033">74</a>]</span>Bayonne, in de baai van Biskaye, te bereiken, en kon hij er het einde van den storm afwachten.
+
+</p>
+<p>Toen hij de haven van Palos inkwam, en getuige werd van de geestdrift, waarmee Columbus ontvangen was, kan het wel zijn, dat
+de gedachte aan zijn misdaad, het ontvluchten van zijn admiraal, hem zeer ter neer drukte. Het was zijn eigen schuld. Het
+stond gelijk met het wegloopen van een soldaat op het oorlogsveld, en stelde hem aan gevangenisstraf en zware kastijding bloot.
+Zijn verdriet was zoo groot, dat hij een boot nam, alleen aan land ging, zijn woning opzocht en zich niet op straat vertoonde,
+v&oacute;&oacute;r de admiraal op reis was gegaan naar het hof.
+
+</p>
+<p>Deze noodlottige afval is zeer te betreuren. Ontkend worden kan het niet, dat de goede uitslag van den tocht voor geen gering
+deel aan Martin Alonzo Pinzon te danken was. Hij was een van de eersten in Spanje, die de plannen van Columbus naar waarde
+kon schatten. Met zijn geld en zijn persoonlijken invloed ondersteunde hij den armen avonturier krachtig, en even belangrijk
+was zijn hulp bij de aanschaffing en uitrusting van schepen. En eindelijk, hij scheepte zich met zijn broeder en vrienden
+in, zoodat hij niet alleen zijn rijkdom maar ook zijn leven in de waagschaal stelde.
+
+</p>
+<p>Ook moet, om geen te scherp oordeel te vellen, gezegd worden, dat hij een zeer bekwaam zeeman was, die veel ondervinding had.
+In dat opzicht stond hij niet beneden Columbus. Hij was een man van hoogen stand en werd door een edele eerzucht bezield.
+
+</p>
+<p>Zijn geschiedenis leert, hoe &eacute;&eacute;n plicht verzuim de verdienste van duizend diensten te niet kan doen; hoe &eacute;&eacute;n oogenblik van
+zwakheid de schoonheid van geheel een deugdzaam leven bederven kan, en hoe allernoodzakelijkst het voor een mensch is, om
+onder alle omstandigheden waar te zijn, niet slechts tegenover anderen, maar ook tegenover zich zelf.
+
+</p>
+<p>Pinzon was in ongenade gevallen, en mocht niet aan het hof komen. Niet lang daarna werd hij ernstig ziek, waarbij zich waarschijnlijk
+ook een zielsziekte voegde, en&#8212;eindelijk stierf hij. Later heeft Karel V, zijn familie, uit erkentelijkheid voor zijn schitterende
+diensten, tot den adelstand verheven. Zij mocht ook een wapen voeren, waarop de groote ontdekking zinnebeeldig was voorgesteld.
+
+</p>
+<p>De koning en de koningin waren te Barcelona, dat zeven honderd mijlen van Palos ligt. Onmiddellijk werd er een boodschap naar
+Columbus gezonden, en verzocht men hem ten hove <a id="d0e1047"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1047">75</a>]</span>te verschijnen. Dit noodzaakte hem tot het afleggen van een lange reis, die in deze omstandigheden een ware triomftocht was.
+Van het eiland had hij tien Indianen meegenomen, waarvan er &eacute;&eacute;n onderweg stierf. Drie moest hij te Palos achterlaten, omdat
+ze ziek waren, en dus konden maar zes met hem meegaan.
+
+</p>
+<p>Voor een reis door het hart van Spanje was het jaargetijde prachtig. Op elke mijl bijna werd Columbus met een gejuich ontvangen,
+als wellicht nog nooit te voren een sterveling ten deel viel. De Indianen, die hem vergezelden, waren prachtig versierd en
+droegen gouden tooisels en kroontjes met fraai gekleurde veeren. Men liet aan de duizenden nieuwsgierigen alle voortbrengselen
+der nieuwe wereld zien, die hun vreemd waren.
+
+</p>
+<p>De optocht te paard was indrukwekkend. Columbus bereed een prachtig ros en werd door een grooten stoet vergezeld. Langs den
+weg stroomde het landvolk bij duizenden toe, om van die zeldzame vertooning getuigen te zijn. De straten, de vensters, de
+balkons waren opgepropt met nieuwsgierigen. Nooit heeft een koninklijke triomftocht dit schouwspel overtroffen. Omstreeks
+half April kwam hij te Barcelona aan. De meeste adellijke personen van Castili&euml; en Arragon hadden zich derwaarts begeven,
+om hem hulde te bewijzen. Toen de ruiterstoet de stad naderde, gingen allen hem te gemoet, vormden een langen trein en begeleidden
+hem naar het paleis.
+
+</p>
+<p>Ferdinand, Isabella en prins Jan, hun zoon, zaten onder een zijden troonhemel in een groote zaal, die voor deze gelegenheid
+in gereedheid was gebracht. De edellieden en de voornaamste personen van de beide rijken vulden verder de zaal. Toen Columbus
+binnentrad, richtte aller oog zich op hem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Men kon hem dadelijk herkennen,&#8221; schrijft Las Casas, &#8220;want zijn gestalte was lang en majestueus, zijn houding deftig en zijne
+gelaatstrekken waren vol uitdrukking. Zijn lange, grijze haren maakten zijn verschijning nog eerwaardiger. Een glimlach speelde
+om zijn mond, en verried, dat hij voor de hulde, die men hem bewees, niet ongevoelig was.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen Columbus de vorsten naderde, stonden zij uit eerbied op, en verzochten hem naast hen plaats te nemen. Deze eer ontvingen
+alleen personen van den hoogsten rang. Overeenkomstig de hofgebruiken, knielde Columbus neer, en wilde hun handen kussen.
+Na eenige aarzeling stonden ze dit toe. Nadat hij was gaan zitten, deed de admiraal aan het koninklijk echtpaar en het talrijk
+gehoor, een verhaal van de merkwaardige gebeurtenissen op zijn reis. Hij liet de vogels van het land zien, met hun <a id="d0e1059"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1059">76</a>]</span>zeldzaam prachtige veeren; enkelen leefden, anderen waren opgezet. Stofgoud, gouden snuisterijen en sieraden, en vooral de
+gouden kroontjes, die door de wilden zoo kunstig mogelijk waren bewerkt, trokken de aandacht van vorsten en edelen, allen
+evenzeer hongerend en dorstend naar goud. Ook de inboorlingen met hun groote gestalte en met een leest, die een beeldhouwer
+niet schooner zou hebben kunnen maken, met hun vriendelijken lach en innemende manieren, zoo netjes gekleed in hun schitterend
+feestgewaad, trokken groote en voortdurende belangstelling.
+
+</p>
+<p>Het is vermeldenswaard, dat de koning, de koningin en alle aanwezigen bij het einde van het verhaal op de knie&euml;n vielen, in
+de handen klapten en in den dank deelden door het koor in de woorden van het lied uitgedrukt: &#8220;U, o God! prijzen wij.&#8221; Kreten
+of luidruchtige openbaringen van gevoel werden niet gehoord. Het opgewekte gevoel was te diep om zich luide te uiten, en in
+veler oogen stonden tranen.
+
+</p>
+<p>Maar wat is de mensch! Deze ontdekking, die voor allen een groote zegen had kunnen worden, bleek voor de bewoners van de Nieuwe
+wereld een vloek te zijn.
+
+</p>
+<p>Het was een eeuw van onkunde. Bijna niemand verhief zich boven de toen overal heerschende dweeperij, boven het bijgeloof.
+Columbus moet men dan ook niet in het licht van de 19<sup>e</sup>, maar van de 15<sup>e</sup> eeuw beschouwen. Altoos peinsde hij nog maar over de bevrijding van het Heilige Graf. Aan dit plan wilde hij al het geld
+besteden, dat zijn groote onderneming hem opleveren zou. Op zich zelf waren goud en eer niets voor hem, alleen voor zoo ver
+ze hem dienstbaar konden zijn aan de uitvoering van zijn vroom plan, waarop God naar zijn mening met welgevallen nederzag.
+Hij hield zich van het welslagen zoo vast verzekerd, dat hij de gelofte deed binnen zeven jaren een leger van 50000 man voet-
+en 4000 man paardevolk op de been te zullen brengen, om Palestina van de Turken te bevrijden.
+
+</p>
+<p>Dit denkbeeldig plan was met hem samengegroeid; zijn hart en zijn verstand waren er van vervuld. Het kwam hem voor, dat de
+hemel hem daarom uitgekozen en voor zijn groote onderneming met een zeldzamen geest bezield had, opdat hij dien heiligen kruistocht
+tot eer van God en tot heil van de menschen gelukkig zou ten einde brengen. Hieruit blijkt, dat zijne plannen volstrekt niet
+zelfzuchtig waren; dat hij ver boven inhaligheid verheven was, en hoe vol hij was van vrome en heldhaftige plannen, zooals
+die tijdens de kruistochten ook de hoofden verhit <a id="d0e1075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1075">77</a>]</span>en de ondernemingen van de dapperste krijgslieden en de grootste vorsten geleid hadden.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e948" href="#d0e948src" class="noteref">1</a></span> Omstreeks het jaar 1852 werd in de nieuwsbladen het bericht opgenomen, dat deze doos op de Afrikaansche kust gevonden was
+geworden door een scheepskapitein, die van Boston in Massachusetts kwam. De naam van het schip was Chieftain. Het bericht
+was zeer omstandig, en werd door den Franschen geschiedschrijver de Lamartine en vele anderen geloofwaardig genoemd. Maar
+omdat sinds dien tijd de waarheid ervan nooit bevestigd is geworden, houdt men het er thans voor, dat de een of andere berichtgever
+het verhaal heeft verzonnen.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1077"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Zevende Hoofdstuk.</h2>
+<h2>De tweede reis.</h2>
+<p>De opgewondenheid, door de groote ontdekking van Columbus veroorzaakt, deelde zich aan de geheele beschaafde wereld mee. Genua
+was er trotsch op en juichte, dat de groote ontdekker daar het levenslicht had gezien. Engeland was destijds een zeemogendheid
+van weinig beteekenis. Toen het nieuws Londen bereikte, beschouwde men de geheele gebeurtenis meer van goddelijken dan van
+menschelijken aard. Sebastiaan Cabot was toen te Londen. De tijdingen wekten de vurige begeerte bij hem op, om ook zulke heldhaftige
+daden te doen. Zoo is hij er toe gekomen die beroemde zeereizen te doen, welke zijn naam onsterfelijk hebben gemaakt.
+
+</p>
+<p>Om de gevoelens duidelijk te maken, die in de harten der geleerden van dien tijd werden opgewekt, zullen we een kort uittreksel
+meedeelen van een brief, door Peter Martyr aan zijn geleerden vriend Pomponius Laetus geschreven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarde Pomponius, gij schrijft, dat gij van vreugde opsprongt en tevens hebt geweend, toen gij mijn brief laast, waarin het
+bestaan van de onbekende wereld der tegenvoeters wordt bevestigd. Gij hebt gehandeld en gevoeld zooals het een man past, die
+om zijn geleerdheid beroemd is; want ik ken geen smakelijker voedsel voor een ontwikkeld en rijk verstand dan zulk nieuws.
+Mijn geest is telkens zeer opgewekt, wanneer ik met verstandige lieden spreek, die in die oorden zijn geweest. Zoo vroolijk
+is een gierigaard, wanneer hij zijn rijkdom vermeerderd ziet. Ons hart, door de dagelijksche zorgen van het leven verontrust,
+en door maatschappelijke ondeugden verontreinigd, verheft zich en wordt verbeterd, wanneer het in zulke roemrijke gebeurtenissen
+deelt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Niet &eacute;&eacute;n echter, die de eigenlijke beteekenis van de ontdekking begreep. Algemeen geloofde men, Columbus zoowel als alle anderen,
+dat hij een nieuwen weg naar die groote landen van Indi&euml; gevonden had, welke nog nooit door beschaafde menschen waren bezocht.
+Bij niemand kwam de gedachte op, dat de pas ontdekte landen deelen waren van een geheel onbekend vastland, duizenden zeemijlen,
+zoowel van Indi&euml; als van Europa en Afrika, <a id="d0e1090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1090">78</a>]</span>af. Daarom werden die landen West-Indi&euml; genoemd. En daar die streken nog nooit onderzocht waren geworden, en stellig grenzenloos
+groot zouden blijken te wezen, kon men ze ook terecht de Nieuwe wereld noemen.
+
+</p>
+<p>Gedurende Columbus&#8217; verblijf te Barcelona, was hij het voorwerp van ieders belangstelling. De koning en de koningin gaven
+hem telkens nieuwe bewijzen van hun gunst. Ferdinand reed dikwijls te paard, met Columbus aan den eenen kant en zijn zoon,
+prins Jan, aan den anderen. Hij kreeg een wapen ter herinnering aan zijn daden. De buitengewone eer was hem beschoren op zijn
+wapenschild de koninklijke wapens van Castili&euml; en Leon te mogen plaatsen met een eilandengroep door golven omringd er bij
+met de zinspreuk:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Aan Castili&euml; en Leon
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span class="poetryline">Gaf Columbus een Nieuwe wereld.</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Aan Columbus werd het jaargeld toegelegd, dat de souvereinen aan hem hadden beloofd, die het eerst land ontdekken zou. Velen
+waren van gevoelen, dat dit niet eerlijk was. Het is niet zeker, dat het door Columbus geziene licht, &#8220;een kaars lijkende,
+die op en neer ging,&#8221; van een eiland kwam. En werkelijk waren er nog al sterke bewijzen, dat dit niet zoo was geweest. Helps
+schrijft:
+
+</p>
+<p>&#8220;Hunne majesteiten hadden een jaargeld van 10.000 marevedi<a id="d0e1103src" href="#d0e1103" class="noteref">1</a> beloofd aan den gelukkige, die &#8217;t eerst land zien zou. De Pinta was vooraan, en van haar dek zag des morgens te 2 uur Rodrigo
+de Triana het eerst land. Voor dezen armen matroos kan het ons niet anders dan spijten, dat hij geen belooning kreeg. De admiraal
+kreeg het jaargeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>Irving schrijft: &#8220;Op het eerste gezicht schijnt het met de erkende grootmoedigheid van Columbus weinig te strooken, dat hij
+dien armen zeeman den prijs deed ontgaan; maar dit raakte zijn eerzucht te zeer, en hij was er zonder twijfel trotsch op,
+niet alleen de onderneming ontworpen, maar ook zelf het land te hebben ontdekt.
+
+</p>
+<p><span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Maar dit verschoont zijn gedrag niet, al wordt het er door verklaard. Het zou Columbus veel meer tot eer hebben verstrekt,
+<a id="d0e1112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1112">79</a>]</span>als hij gezegd had: ten aanzien van het licht, dat ik zag, bestaat er onzekerheid, maar zeker is het, dat Triana het eerst
+land heeft gezien.&#8221;<a id="d0e1114src" href="#d0e1114" class="noteref">2</a>
+
+</p>
+<p>Terwijl Columbus te Barcelona was, moet het bekende voorval met het ei plaats gehad hebben. Volgens het verhaal noodigde Pedro
+Gonzales de Mendoza, Groot-kardinaal van Spanje en de eerste onderdaan van het rijk, Columbus op een feestmaal. De admiraal
+kreeg aan tafel de eereplaats. Een van de hovelingen, die ijverzuchtig was op de eer, die den ontdekker bewezen werd, vroeg
+hem, of hij dacht, dat, als hij de Indi&euml;n niet ontdekt had, een ander het niet zou hebben kunnen doen. Columbus gaf geen antwoord.
+Maar een ei nemende, verzocht hij ieder van het gezelschap te beproeven, of hij het op &eacute;&eacute;n eind kon laten staan. Niemand evenwel
+kon het doen. Nu zette Columbus het ei met een kleinen tik op tafel, waardoor het een deuk kreeg, zoodat het staan kon. Zoo
+maakte hij duidelijk, dat het, nu hij eenmaal den weg had gewezen, gemakkelijk was, dien weg naar de Nieuwe wereld te volgen.
+
+</p>
+<p>De Roomsche kerk leerde in die dagen, dat haar zendelingen recht hadden, om invallen te doen in elk land, waar heidenen woonden,
+en het in bezit te nemen, ten einde de macht der kerk te vergrooten. De Spaansche vorsten wendden zich dadelijk tot den paus,
+opdat hij hun aanspraken op alle landen, die zij ontdekt hadden, zou bekrachtigen. Paus Martinus V had aan de kroon van Portugal
+alle landen, die ontdekt mochten worden, toegewezen, van kaap Bojador af tot Indi&euml; toe. Daarom trachtte de koning van Portugal,
+krachtens deze toewijzing, aanspraak te gronden op de door Columbus ontdekte landen. In het verzoek, dat de Spaansche vorsten
+tot Paus Alexander&nbsp;VI richtten, verklaarden zij, dat de gedane ontdekkingen de Portugeesche bezittingen niet benadeelden.
+
+</p>
+<p>Ferdinand en Isabella werden als trouwe leden van de kerk beschouwd. Dat zij de ongeloovige Mooren uit Spanje verdreven stond,
+meende men, met een heiligen kruistocht gelijk. Hun aan den paus gedaan verzoek, werd gereedelijk ingewilligd, en om te maken,
+dat de aanspraken niet in botsing kwamen, werd <a id="d0e1123"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1123">80</a>]</span>er een denkbeeldige lijn getrokken van de noord- naar de zuidpool, 300 mijlen ten Westen van de Azoren. Al het land, dat aan
+de westzijde van deze lijn lag, en door Spaansche zeelieden mocht worden ontdekt, zou de Spaansche kroon behooren; wat oostwaarts
+lag aan Portugal. Er doen zich met betrekking tot deze verdeeling moeilijkheden voor, maar daarop sloeg men in dien tijd geen
+acht.
+
+</p>
+<p>Dadelijk werden alle krachten ingespannen, om een tweeden tocht op touw te zetten. Deugd en ondeugd gaan in deze wereld soms
+wonderlijk te zamen. De benoodigde gelden voor dezen tocht werden gedeeltelijk uit kerkelijke fondsen, gedeeltelijk uit verbeurd
+verklaarde goederen van de Joden bijeengebracht, die, alleen omdat ze Joden waren, uit Spanje verdreven en van al hun bezittingen
+beroofd waren geworden. De bekeering der heidenen werd het voornaamste doel van de onderneming geacht, en geen rechtschapen
+man zal hierin van de zijde der Spaansche vorsten huichelarij zien.
+
+</p>
+<p>Twaalf geleerde geestelijken werden gekozen, om den tocht mee te maken. Tot apostolisch vicarus over hen werd Bernardo Boyle
+benoemd. Uit eigen middelen gaf Isabella hun misgewaden en sieraden, om aan de kerkgebruiken luister bij te zetten.
+
+</p>
+<p>Van den aanvang af stelde Isabella een warm en levendig belang in het heil van de Indianen. Door de verhalen, die Columbus
+van hun zachtzinnigheid en eenvoud gegeven had, was zij voor hen gewonnen en, meenende, dat de hemel die wilden aan haar bijzondere
+zorg toevertrouwde, was haar hart met smart vervuld over hun armen en onwetenden toestand. Op haar bevel moest aan het godsdienstonderwijs
+de grootste zorg worden besteed, en behoorde men ze met de grootste vriendelijkheid te behandelen, terwijl Columbus alle Spanjaarden
+voorbeeldig moest straffen, die zich aan beleediging of onrechtvaardigheid tegenover de wilden schuldig maakten.
+
+</p>
+<p>De zes Indianen, die Columbus naar Barcelona had meegenomen, werden in de hoofdkerk aldaar op een zeer indrukwekkende wijze
+gedoopt. De heele koninklijke familie was er bij en de koning en de koningin traden als doopgetuigen op. Een van die gedoopten
+stierf spoedig daarna, wat een geleerde van dien tijd aanleiding gaf te schrijven: &#8220;Door ons geloof zijn we gehouden aan te
+nemen, dat hij de eerste van zijn volk was, die in den hemel kwam.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het hof benoemde Columbus, met al zijn titels, voorrechten en winsten, tot Onderkoning, Admiraal en Gouverneur over alle <a id="d0e1135"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1135">81</a>]</span>landen, die hij ontdekken zou. Op den 28<sup>en</sup> Mei vertrok Columbus van Barcelona naar Sevilla. Verraders verspreidden het gerucht, dat Portugal in allerijl toebereidselen
+maakte voor een tocht, om de pas ontdekte landen voor zich in bezit te nemen. De betrekkingen tusschen de beide regeeringen
+werden dan ook van onvriendelijken aard. Ferdinand schreef aan het Portugeesche hof, dat het den Portugeeschen zeevaarders
+verboden werd, de onlangs ontdekte landen te bezoeken. Daarop volgde een hevige en vinnige strijd, maar wij kunnen dien niet
+volgen. Wederzijds namen kuiperij en list de plaats in van eerlijkheid.
+
+</p>
+<p>Aan die hofkabalen schijnt Columbus vreemd te zijn gebleven. Alle krachten werden te Sevilla voor het in orde brengen van
+de vloot, die uit zeventien kleine en groote schepen bestaan zou, in beslag genomen. Toebereidselen werden er gemaakt, om
+een volksplanting van boeren, werktuigkundigen en ambachtslieden te stichten. Paarden, vee, allerlei soort van huisdieren
+werden bijeengebracht, om de kolonie te bevolken. Ook verzamelde men planten en zaden, benevens die handelswaren, welke de
+ondervinding geleerd had, dat door de wilden zouden worden gevraagd. De geestdrift was algemeen, en er kwam haast geen einde
+aan de verzoeken, om den tocht mee te mogen maken. Velen van de hooggeplaatste, uitstekende officieren van de land- en zeemacht
+wilden op eigen kosten mee. Men stond dus aan den vooravond van den dag, waarop een Europeesch leger van gelukzoekers op de
+weerlooze wilden vallen zou. Noch het hof, noch de waarlijk goedgezinde tochtgenooten bezaten wellicht de macht de Indianen
+tegen aanmatigingen te beschermen.
+
+</p>
+<p>Vreemd is het niet, dat die geestdrift door het geheele land werd aangetroffen. Den ontevredenen en onvermogenden had men
+verteld, dat er eilanden waren, waarop zelfs hemelingen zich te huis zouden gevoelen. Den winter kende men er niet, en moeite
+evenmin. Pri&euml;elen, aan paradijzen gelijk, noodigden tot rusten. De schoonste bloesems geurden overal. Heerlijk fruit hing
+van de takken naar beneden, ruim voldoende, om aller honger te stillen, aller dorst te lesschen. Onder een zonnigen hemel
+was het leven er een voortdurende feestdag. Het is daarom niet te verwonderen, dat honderden en duizenden door zulke voorstellingen
+verlokt werden, om ontheffing van zwaren arbeid en van zorgen te zoeken in die bosschen, prie&euml;len en boomgaarden van dit aardsche
+paradijs.
+
+</p>
+<p>Een van de merkwaardigste mannen, die zich ook voor dezen tocht inscheepte, was Don Alonzo de Ojeda, en wij zullen dikwijls
+<a id="d0e1146"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1146">82</a>]</span>gelegenheid vinden zijn naam te noemen. Hij was van aanzienlijke geboorte, en na verwant aan den Groot-Ketterrechter van Spanje.
+Hij was een stoutmoedig, roekeloos ridder, die in de gevaarlijkste ondernemingen vermaak schiep en een man zonder eenige vrees.
+
+</p>
+<p>Het geheele getal, dat zich inscheepte, beliep 1500 man. Columbus droeg een rijk gewaad, opdat hij, met gepaste waardigheid,
+zijn hoogen rang als onderkoning zou kunnen ophouden. Den 28<sup>en</sup> September 1493 zeilde de vloot de baai van Cadix uit. De morgen was schoon, en een gunstige wind deed de zeilen zwellen.
+Alle harten waren vroolijk gestemd. Den 1<sup>en</sup> October kwam de vloot bij de Kanarische eilanden. Hier nam Columbus nog een aantal kalveren, geiten, schapen en huisvogels
+in. Ook nam hij van deze eilanden, zoo wordt verhaald, oranje-appelen, citroenen, meloenen en verscheidene andere vruchten
+mee, om die op Hispaniola in te voeren. Toen men weer zee zou kiezen, kregen alle kapiteins op de schepen in last, koers te
+zetten naar de haven van de Geboorte op het eiland Hispaniola. Daar woonde het vriendelijke opperhoofd Guacanagari, en daar
+had men het garnizoen achtergelaten.
+
+</p>
+<p>Spoedig voelden ze den invloed van de passaatwinden, en werden ze snel over een kalme zee en onder een wolkenloozen hemel
+voortgedreven. Toen ze ongeveer 1200 mijlen ten westen van Gomera waren gekomen, ontstond er een vreeselijk onweer. Bij dit
+natuurverschijnsel zagen ze, wat onder deze omstandigheden niet zeldzaam is, het electrische vuur om de toppen van de masten
+spelen. Fernando Columbus verhaalt van dit tooneel het volgende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Op denzelfden Zaterdag zagen we des nachts St. Elmus, met zeven brandende kaarsen in de maststaak. Het regende en onweerde
+geducht. Ik wil zeggen, dat men dat licht zag, waaruit volgens de zeelieden, het lichaam van St. Elmus bestaat. Toen zij het
+zagen, hieven zij smeekgezangen aan en stortten gebeden uit, vast overtuigd, dat niemand gevaar loopt, wanneer dit vuur in
+den storm wordt gezien. Het moge waar zijn, maar ik wil niet beslissen. Mogen wij Plinius gelooven, dan hebben gedurende zeestormen
+de Romeinsche zeelieden dergelijke lichten ook gezien, die zij Castor en Pollux noemden, en waarvan Seneca eveneens, melding
+maakt.<span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>Den 3<sup>en</sup> November zag men op een Zondagmorgen heel ver in &#8217;t Westen een hoog eiland. Het werd met vreugdekreten van alle schepen begroet.
+Columbus noemde het Dominica. Op <a id="d0e1168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1168">83</a>]</span>bevel van Columbus kwam al het scheepsvolk op het dek, en werd er godsdienstoefening gehouden, waarbij onder gebed en lofgezang
+in &#8217;t bijzonder God gedankt werd voor de voorspoedige reis.
+
+</p>
+<p>Nu kwam de vloot bij de schoone eilandengroep, die de Antillen heet. Van alle ligt het prachtige eiland Porto Rico het westelijkst.
+Terwijl de vloot verder ging, voer men zes eilanden voorbij, waarvan het fraaie groen aanhoudende kreten van verbazing uitlokte.
+Op een van deze, Maria Galante geheeten, ging Columbus aan land. Dit eiland, dat door een dicht bosch bedekt was, scheen onbewoond.
+Columbus plantte er de Spaansche vlag, en nam het in naam van zijn vorsten in bezit.
+
+</p>
+<p>Een ander eiland, dat veel grooter bleek, kwam in het gezicht. Met zooveel mannen, als een boot bevatten kon, ging Columbus
+aan land. Ook hier vond hij geen bewoners, maar zag vele zonderlinge natuurtooneelen. Hij noemde het eiland Estramadura. De
+Indianen gingen van schrik op de vlucht. Er was een lief dorp, dat uit een dertigtal huizen bestond, die een openbaar plein
+omgaven. Elk huis had een open galerij, waarin de familie zitten kon, die dan beschermd was voor de stralen van de zon. Een
+van die huizen was versierd met keurig net houtsnijwerk. Net geweven hangmatten van sterk katoen gemaakt hingen er binnen
+in, en men kon ook aardewerk en kalebasschalen zien, die tot vaten dienden. Om de huizen liepen makke ganzen en tamme papegaaien.
+Hier troffen de Spanjaarden ook voor het eerst de ananas aan.
+
+</p>
+<p>Toen zij naar het schip teruggekeerd waren, voeren zij eenige mijlen langs de kust van dit eiland, en bleven des nachts in
+een goede haven liggen. Zij zagen wel onder het varen vele dorpen, maar de verschrikte inwoners namen bij het zien van de
+schepen dadelijk de vlucht. Den volgenden morgen werd een boot aan land gezonden. De matrozen namen een jongen en verscheidene
+vrouwen gevangen, en brachten die aan boord. Uit de wapenen, die de matrozen vonden; het huiveringwekkend gezicht van menschenbeenderen,
+die zij zagen, en ook uit hetgeen Columbus van de vrouwen&#8212;door zijn Indiaansche tolken&#8212;vernam, kon hij opmaken, dat dit &eacute;&eacute;n
+van de eilanden was, waar menscheneters woonden. Aan de pijlen zaten scherpe beenen punten, die met het sap van zekere plant
+vergiftigd waren. In groote roofbenden hielden zij strooptochten op andere eilanden, vermoordden de oude lieden, hielden de
+knapste meisjes voor gezelschap of als dienstboden bij zich, en aten de kinderen op. Aan <a id="d0e1176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1176">84</a>]</span>de balken van de huizen zagen de Europeanen deelen van &#8217;t menschelijk lichaam hangen, die een bewerking schenen te ondergaan
+om tot voedsel bereid te worden. In een der huizen zag men het hoofd van een jong mensch, dat blijkbaar pas was afgehouwen.
+Andere deelen van menschelijke lichamen werden gebraden.
+
+</p>
+<p>Een kapitein van een der karveels had het gewaagd met 8 man zonder verlof een uitstapje te maken, en men kon hem nergens terugvinden.
+Columbus was zeer bezorgd, want hij kon met reden vreezen, dat zij door deze ruwe wilden waren vermoord. Hij wachtte in grooten
+angst een dag en een nacht, maar toen hij nog niets vernam, zond hij troepen in verschillende richting, die op de trompet
+blazen en schoten moesten lossen. Maar al het zoeken was vruchteloos. Wel zag men vele inboorlingen; doch zoodra men hen naderde,
+liepen zij zoo hard mogelijk weg.
+
+</p>
+<p>De ridderlijke Alonzo de Ojeda bood vrijwillig aan met 40 man het heele eiland te gaan onderzoeken. Deze kleine troep drong
+diep in het land door. Over breede stroomen en door bijna ondoordringbare bosschen leidde hun pad. Men loste schoten, blies
+zoo hard men kon op de trompet, maar Ojeda moest zonder tijding van de verlorenen terugkeeren. Vele dagen waren sedert hun
+verdwijnen verloopen, en hoop, om ze terug te vinden, was er niet meer. Met een bedrukt hart lichtte Columbus zijn ankers,
+toen hij op eenmaal een flauwen kreet uit een dicht bosch hoorde, en kort daarna verschenen de mannen aan het strand. Hun
+gescheurde kleeding en hun ontstelde gelaatstrekken lieten maar al te duidelijk zien, wat zij geleden hadden. Zij waren in
+de kreupelbosschen van een dicht woud verdwaald geraakt, een woud zoo verbazend dicht, dat men er haast niet in zien kon.
+Met de grootste moeite hadden zij zich door het verwarde net van riet, wijnstokken en dorens een pad gebaand. De groote boomen,
+die hen overschaduwden, beletten hun zelfs de sterren te zien.
+
+</p>
+<p>Hun lijden werd nog veel erger door den grooten angst, waarin zij verkeerden, dat de admiraal, meenende dat zij dood waren,
+weg zou zijn gevaren en hen dus aan een vreeselijk lot overliet. In dat geval konden zij niet hopen ooit hun vrienden of hun
+vaderland terug te zullen zien. Naar alle waarschijnlijkheid zouden de wilden hen dooden en opeten. Eindelijk vonden zij den
+zeekant. Vol bekommering liepen zij dien langs, en konden niet gelooven, dat de vloot om hunnentwil de voortreis zoo vele
+<a id="d0e1184"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1184">85</a>]</span>dagen zou hebben uitgesteld. Tot hun onuitsprekelijke blijdschap vonden zij de haven, en de schepen voor anker liggen.
+
+</p>
+<p>Zij brachten een of twee meisjes en jongens mee. Niet &eacute;&eacute;n man hadden ze gezien. Men had vernomen, dat alle krijgslieden vertrokken
+waren, om een ander eiland te plunderen. Dat de kapitein met zijn manschappen zonder verlof het schip hadden verlaten, vond
+Columbus een ernstige overtreding. Daardoor toch was de vloot verscheidene dagen opgehouden, en, behalve de groote moeite,
+die hun opsporing gegeven had, had men op de schepen veel angst uitgestaan. Daarom dan ook werden de overtreders, ondanks
+al hun doorgestaan leed, gevangen genomen.
+
+</p>
+<p>Den 10<sup>en</sup> November werden de ankers gelicht, en zeilde de vloot door de schoonste eilanden-zee, die er op de wereld kan gevonden worden.
+Terwijl de vloot door deze schoone en bloeiende paradijzen gleed, die als uit een kalme zee oprezen, gaf Columbus hun namen.
+Den 14<sup>en</sup> wierp hij het anker uit in de haven van een eiland, dat de Indianen Ayay noemden, maar waaraan hij den naam gaf&#8212;nu zoo algemeen
+bekend&#8212;van Sante Cruz. Een flink bemande boot werd aan wal gestuurd. Zooals gewoonlijk namen de inboorlingen de vlucht. In
+een verlaten dorp namen ze een of twee mannen en een knaap gevangen. Dit waren krijgsgevangenen, die de wreede bewoners van
+een ander eiland hadden gehaald. Ook zagen ze een kano, met onderscheidene Indianen er in, om een landpunt heengaan. Het volk
+in de boot roeide met alle kracht, en haalde hen in.
+
+</p>
+<p>De Cara&iuml;bi&euml;rs, zooals zij genoemd werden, grepen naar pijl en boog en vochten met bijna duivelsche wanhoop. De Spanjaarden
+wisten zich over het algemeen door schilden te beschutten, maar twee werden toch gewond. Twee van de inboorlingen waren vrouwen,
+die even dapper als de mannen vochten. Een van hen schoot een pijl af met zulk een kracht, dat zij een Spaansch schild geheel
+doorboorde. De lichte kano sloeg om. De wilden vochten in het water even goed, en wierpen hun pijlen even behendig, alsof
+zij in de boot hadden gestaan.
+
+</p>
+<p>Eindelijk werd men hen meester. E&eacute;n was doodelijk gewond, en stierf, toen hij aan boord van het schip werd gebracht. Vele
+anderen nog hadden wonden. Een van de vrouwen scheen een hoogen rang te bekleeden. Zij had haar zoon bij zich. Hij was een
+jongeling van groote lichaamskracht, had een woest gelaat en bezat leeuwenmoed. Allen hadden zich afschuwelijk leelijk beschilderd,
+en droegen lang, zwart, dik haar. Ofschoon <a id="d0e1200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1200">86</a>]</span>men ze flink gekneveld had, zagen ze er toch nog moedig en uittartend uit. Het geleken tijgers in een kooi, wier zichtbare
+kracht en dreigend voorkomen maakten, dat allen ze met een gevoel van schrik aanzagen. E&eacute;n van de Spanjaarden was in het gevecht
+doodelijk gewond, en stierf binnen weinige dagen.
+
+</p>
+<p>Bij de voortzetting der reis kreeg de vloot weldra een andere eilandengroep in &#8217;t gezicht. Op sommige er van vond men een
+weligen plantengroei; andere waren naakte, steile rotsen, zwart geworden door den golfslag en den wind van honderden jaren.
+De vruchtbare eilanden schenen over het algemeen onbewoond te zijn. Zij lagen zoo dicht bij elkander, dat het voor een groot
+schip gevaarlijk mocht heeten er tusschen door te varen. De groep heet nog de Virginia-eilanden, een naam, dien Columbus er
+aan gaf. Het grootste van de groep noemde hij Santa Ursula.
+
+</p>
+<p>Altijd trachtte de vloot zoo snel mogelijk de westwaarts gelegen haven op het eiland Hispaniola te bereiken. Op den avond
+van een schoonen dag rees een groot eiland voor hun oog op, waarop vele bosschen stonden en waarvan het strand vele baaien
+vormde. Het was Porto Rico. De inboorlingen noemden het Boriquen. Columbus gaf het den naam van San Juan Bautista. Het werd
+ondersteld het voornaamste eiland der zoo gevreesde Cara&iuml;ben te zijn. Columbus hoorde nu, dat het een rustplaats was tijdens
+hun bloedige strooptochten. Hier regeerde &eacute;&eacute;n opperhoofd over een talrijke bevolking. Zij waren krijgslieden uit nood, en
+vochten voor zelfbehoud. Uit wraak aten ze hun krijgsgevangenen op.
+
+</p>
+<p>Een geheelen dag voer de vloot langs de schoone kusten van dit eiland, en ankerde des avonds in de westelijkste baai, waar
+overvloed van visch was. De admiraal ging aan land. Hij vond er een lief Indiaansch dorp, dat door een goed pad met de zee
+verbonden was. De huizen stonden&#8212;als gewoonlijk&#8212;om een vierkant plein. Aan elken kant van den weg lagen vruchtbare tuinen,
+door stevige rieten omheiningen ingesloten. Aan het einde van den weg, dicht bij het strand, had men een verhevenheid gebouwd,
+een soort van sterrentoren, een uitkijk, van waar men alles, wat over zee aankwam, op grooten afstand kon zien.
+
+</p>
+<p>Maar een eenzaamheid als die van Thebe of Palmyra heerschte bij deze woningen. Geen levend wezen was te zien, omdat de inwoners
+op het gezicht van het smaldeel naar het binnenland gevlucht waren. De vloot bleef hier twee dagen, gedurende welken tijd
+geen Indiaan zich durfde vertoonen.
+
+</p>
+<p>Het verhaal, dat Columbus van dezen kruistocht tusschen de Cara&iuml;bische eilanden naar Spanje zond, werd door geheel Europa
+<a id="d0e1212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1212">87</a>]</span>met de grootste belangstelling gelezen. Het scheen de betwiste vraag op te lossen, of het menschdom ergens zoo laag gezonken
+was, dat men zich met menschenvleesch voedde. Toch twijfelt men niet, of veel van hetgeen de wilden aan Columbus mededeelden,
+was onduidelijk.
+
+</p>
+<p>Bij het bewijs, dat aangevoerd werd voor het bestaan der gewoonte om menschenvleesch te eten, moet men vooral niet vergeten,
+dat zeelieden dikwijls slecht en onnauwkeurig waarnemen, en dat de Spanjaarden reeds van te voren het feit voor waar hielden.
+Bij de bewoners van vele eilanden en andere deelen van de Nieuwe wereld was het de gewoonte, om het overschot van overleden
+betrekkingen en vrienden te bewaren; soms het geheele lijk, soms alleen het hoofd of een ander lichaamsdeel, dat dan boven
+het vuur gedroogd werd; enkele malen ook alleen de beenderen.
+
+</p>
+<p>Den 22<sup>sten</sup> November vertoonden zich in de verte de oostelijkste klippen van Ha&iuml;ti. De grootste opgewektheid heerschte aan boord van
+al de schepen, toen men hoorde, dat Hispaniola in &#8217;t gezicht was. Met bolle zeilen gleed de vloot langs de schoone stranden,
+en allen waren opgetogen over de verhevene en liefelijke tooneelen, die zich onophoudelijk aan hen voordeden. Een matroos,
+die in het gevecht op Porto Rico gewond werd, kwam te overlijden. Eenige goed gewapende manschappen werden aan land gezonden
+om hem te begraven. Op het strand hadden de lijkplechtigheden plaats, en deze werden niet gestoord, omdat de wilden hadden
+gehoord, dat Columbus een vriendelijk man was. Zonder eenige vrees kwam een kano naar het schip van den Admiraal toe, met
+het verzoek van het opperhoofd van het eiland of hij hem met een bezoek wilde vereeren. Columbus wees het verzoek van de hand,
+maar overlaadde de afgezondenen met geschenken.
+
+</p>
+<p>De vloot ging verder, en ankerde in de golf van Samana. Men zal zich herinneren, dat Columbus hier op zijn eerste reis door
+de wilden aangevallen werd, maar dat hij door goedhartigheid hun vriendschap verworven had, zoodat vier jonge Indianen hem
+naar Spanje vergezelden.
+
+</p>
+<p>Een van dezen, die gedoopt en tot het christendom bekeerd was, zond Columbus aan wal. Hij deed hem rijke kleederen aan, en
+hing hem een groote hoeveelheid van die kleinooden om den hals, waaraan de Indianen zooveel waarde hechtten. Hij kwam echter
+niet terug, en nooit heeft men iets meer van hem vernomen. Van alle wilden, die Columbus mee had genomen naar <a id="d0e1225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1225">88</a>]</span>Spanje, was er nu nog maar &eacute;&eacute;n over. Deze, die ook gedoopt was geworden, en toen den naam van Diego Colon had gekregen, scheen
+een waar christen te zijn.
+
+</p>
+<p>Den 25<sup>sten</sup> November wierp de vloot in de haven van Monte Christo het anker uit. Men zal zich herinneren, dat een groote rivier in deze
+baai uitliep, die Columbus Rio del Oro of Goudrivier noemde, maar nu Santiago heet. Zij schrikten erg, toen zij op de kust
+4 lijken vonden, die bij onderzoek Europeanen bleken te zijn. Zij moeten dus tot het garnizoen behoord hebben, dat Columbus
+op La Navidad, slechts een paar mijlen westelijker gelegen, achtergelaten had. De somberste voorgevoelens omtrent het lot
+van die menschen waren nu opgewekt.
+
+</p>
+<p>Toch kwamen er nog onderscheidene inboorlingen geheel onbevreesd en vriendelijk aan boord, zoodat uit niets bleek, dat zij
+kennis droegen van vijandelijkheden tusschen de wilden en de Spanjaarden.
+
+</p>
+<p>Het was reeds avond, toen Columbus den 27<sup>sten</sup> drie mijlen van La Navidad ankerde. In de duisternis die haven binnen te loopen durfde hij niet, maar omdat hij zoo gaarne
+wilde weten, hoe het met het garnizoen ging, liet hij twee kanonschoten lossen. De met bosch bedekte stranden en de rotsen
+weerkaatsten de schoten, maar ander antwoord kwam er niet. Treurig en stil ging de nacht voorbij. Geen licht werd gezien,
+geen geluid gehoord. De stilte van een maagdelijk woud scheen in deze akelige eenzaamheid te heerschen.
+
+</p>
+<p>Omstreeks middernacht kon men in de verte een klein bootje zien, dat naar een der schepen scheen te gaan. De kano hield stil,
+en een Indiaan, die misschien van de soldaten van het garnizoen een weinig Spaansch geleerd had, praaide het schip, en vroeg
+naar Columbus. Men duidde hem het admiraalsschip aan, waarna hij er langzaam naar toe roeide. Maar toen hij er bij kwam, durfde
+hij niet aan boord gaan v&oacute;&oacute;r Columbus zich vertoonde en hij bij &#8217;t licht van een flambouw zijn gelaat zag, waaruit het hem
+duidelijk werd, dat men hem niet bedroog.
+
+</p>
+<p>Toen ging hij met iemand, die hem vergezelde, in het schip, bewerende een neef van het beroemde opperhoofd Guacanagari te
+zijn. Namens hem kwam hij twee gouden kroontjes brengen. Op de belangstellende vragen van Columbus aangaande het lot van zijn
+volkplanting, gaf hij verwarde en onduidelijke antwoorden. Maar het was ook moeilijk voor hem, om zich door woorden of door
+gebaren duidelijk uit te drukken. Columbus <a id="d0e1243"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1243">89</a>]</span>meende er uit te moeten opmaken, dat vele Spanjaarden aan ziekten gestorven waren; dat zij onder elkander twist gekregen hadden,
+waarbij er velen gedood waren geworden; dat de anderen met Indiaansche vrouwen waren weggegaan en zich over het eiland hadden
+verspreid.
+
+</p>
+<p>Ook deed hij de treurige mededeeling, dat een aantal wakkere krijgslieden van de bergen van Cibao, het schoone dorp, waar
+Guacanagari woonde, aangevallen, alle huizen verbrand, vele inwoners gedood en anderen gevankelijk hadden weggevoerd. Ofschoon
+Guacanagari aan de slachting ontkomen was, lag hij toch gewond en ziek in een nabijgelegen gehucht; anders zou hij zich de
+eer hebben gegeven persoonlijk zijne opwachting bij den admiraal te maken.
+
+</p>
+<p>Hoe droevig die tijding ook was, Columbus troostte zich met de gedachte, dat het garnizoen niet omgekomen was door de trouweloosheid
+der wilden. Het medegedeelde was overigens een klaar bewijs, dat de Nieuwe wereld volstrekt geen rein paradijs van onschuld
+en vreugde was. De Indianen gingen, na gegeten en geschenken ontvangen te hebben, weer naar den wal. Zij verzekerden Columbus,
+dat het opperhoofd, die van zijn wonden langzamerhand herstelde, plan had zich den volgenden morgen aan boord te laten brengen.
+
+</p>
+<p>Columbus, die alle hofgebruiken steeds zeer in acht nam, wachtte, toen het morgen werd, uur aan uur op het beloofde bezoek
+van den vorst. De dag ging in alle stilte voorbij, en men zag zelfs geen kano. Pijnlijk was de aanblik, dien de eenzaamheid
+en de verlatenheid aan alle kanten te aanschouwen gaven. Er steeg zelfs geen rook uit de bosschen op, wat een teeken van menschelijk
+leven zou zijn geweest.
+
+</p>
+<p>Toen het avond werd, zond de nieuwsgierige en afgematte Columbus een boot aan land, om verkenningen te doen. Het scheepsvolk
+begaf zich dadelijk naar het fort. Het bood een schouwspel van geweld en verwoesting aan, dat het koenste hart schrik zou
+hebben aangejaagd. Door den een of anderen wreeden vijand was het geplunderd, verbrand en geheel verwoest. Zij zagen op eenigen
+afstand &eacute;&eacute;n of twee Indianen op de loer liggen, maar niet &eacute;&eacute;n er van durfde naderbij komen. Toen de zeelieden bij hen trachtten
+te komen, liepen zij hard weg alsof hun geweten hen aanklaagde. Dit ontmoedigende bericht brachten de matrozen den admiraal
+mee.
+
+</p>
+<p>Het verdroot Columbus bovenmate. Hij ging den volgenden morgen, na de haven ingezeild en het anker uitgeworpen te <a id="d0e1255"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1255">90</a>]</span>hebben, zelf aan land. Geen spoor van garnizoen was meer te zien; alleen een tooneel van verwoesting, dat een verschrikkelijken
+strijd en een vernielende slachting aanduidde. Al het getimmerte lag op den grond; de vensters waren stukgeslagen; lappen
+van kleedingstukken, die bemorst en met geweld verscheurd waren, fladderden in den wind. Niets kon men vinden, dat eenig licht
+wierp op het vreeselijk drama, dat daar moest hebben plaats gegrepen. Het akelig tooneel wekte bij de meesten het vermoeden
+op, dat Guacanagari een valschaard was geweest. Maar Columbus bewaarde het geloof aan de trouw van het opperhoofd. Hij werd
+in deze overtuiging versterkt door de smeulende asch, waarin het dorp zelf lag.
+
+</p>
+<p>Toen dit onderzoek was afgeloopen, ging Columbus met de booten de rivier op, om, zoo mogelijk, gewaar te worden, waar de mannen
+gebleven waren, en wat er van hen geworden was.
+
+</p>
+<p>Nadat zij ongeveer 3 mijlen ver geroeid hadden, kwamen zij bij eenige hutten, waaruit alle bewoners gevlucht waren, zoodra
+zij de Spanjaarden zagen naderen. Hier vonden zij onderscheidene Europeesche zaken, die zonder twijfel aan het garnizoen hadden
+toebehoord. De vrees van hen, die Guacanagari wantrouwden, werd hierdoor vermeerderd. In deze onzekerheid keerden zij terug
+naar de puinhoopen van het fort.
+
+</p>
+<p>De lezer zal zich nog wel herinneren, dat er een veertigtal manschappen achtergebleven waren. Het waren Spaansche oudgedienden,
+aan oorlog gewoon, ze zouden zich, indien het noodig was, met hun blinkende sabels en vernielende geweren doodgevochten hebben.
+Het fort was sterk gebouwd, en werd door een kanon verdedigd, zoodat het schijnbaar onneembaar was voor elke macht, die de
+wilden er tegen konden aanvoeren. Men kon zich haast niet voorstellen, hoe zulk een garnizoen overwonnen had kunnen worden
+door menschen, die slechts met pijl en boog storm konden loopen. De verslagenheid werd nog grooter, toen men op den dag de
+graven van elf Spanjaarden vond.
+
+</p>
+<p>Des middags zag men een troepje Indianen in de verte. Zij waren echter blijkbaar bang dicht bij de Spanjaarden te komen.
+
+</p>
+<p>Langzamerhand slaagde Columbus er in hun vrees te verdrijven, zoodat hij zich met hen kon onderhouden, en spoedig werden zij
+zeer spraakzaam. Sommigen van hen verstonden een weinig Spaansch, en met de hulp van een Indiaanschen tolk, kreeg Columbus
+waarschijnlijk een vrij nauwkeurig verhaal van de verwoesting der kolonie.
+<a id="d0e1267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1267">91</a>]</span></p>
+<p>Wat men ook zegge van het hemelsch karakter van de wilden, aan het aardsche van de Spanjaarden kan niet getwijfeld worden.
+De zeelieden waren in den regel menschen van de laagste soort, onwetend, bijgeloovig en doodarm. Al de geestkracht van Columbus,
+met zijn ambtelijke waardigheid en zijn onbeperkte macht, was noodig, om ze in bedwang te houden. Don Diego Arana, die het
+bevel zou voeren, was een man, die het goed meende, maar niet in staat, om over de ontzettend groote moeilijkheden, die hij
+kreeg, te zegevieren.
+
+</p>
+<p>Nauwelijks was het admiraalsschip weggegaan, of deze zeelieden, die aan den raad, welken zij ontvangen hadden, niet meer dachten,
+begonnen de inboorlingen allerschandelijkst te behandelen. In kleine welgewapende troepen trokken zij de woningen van de Indianen
+in, namen hun goud af, maakten zich op de ruwste wijze van hun huizen meester, en mishandelden onmeedoogend al hun huisgenooten.
+De wilden hadden gedacht, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Hun gedrag echter toonde, dat zij veeleer uit den
+afgrond kwamen. Duivels hadden moeilijk snooder kunnen zijn, dan deze teugellooze Spanjaarden.
+
+</p>
+<p>De beste huizen namen zij in bezit; zochten zooveel vrouwen uit als hun behaagde, grepen vooral, ondanks alle ingebrachte
+bezwaren en op gewelddadige wijze, de vrouwen en dochters van de opperhoofden aan. Vonden zij ergens goud, dan namen zij het.
+Dikwijls gaf die gestolen buit aanleiding tot gevechten, werden de dolken voor den dag gehaald en vloeide er bloed. Arana
+verloor alle gezag over zijn manschappen. Men verliet eigenwillig het fort, en er ontstonden twisten over de vraag, wie de
+baas was. Er vormden zich partijschappen, en in een hevig gevecht werd er &eacute;&eacute;n gedood.
+
+</p>
+<p>Negen Spanjaarden gingen onder aanvoering van twee hoofden van den opstand uit, om verwijderde goudmijnen op te sporen. Zij
+richtten hun schreden naar de bergen van Cibao, die midden in &#8217;t land lagen. Daar regeerde Caonabo, een beroemd en ontwikkeld
+opperhoofd, over een oorlogzuchtigen stam. De snoodheden, die de Spanjaarden bedreven hadden, waren hem ter oore gekomen.
+Toen de waaghalzen op zijn gebied kwamen, viel hij hen aan, en bracht ze allen om het leven. Toen sloot hij met een anderen
+stam, welks opperhoofd Mayreni heette, een verbond, en viel met vereende krachten het fort aan.
+
+</p>
+<p>Zij hielden hun marsch geheim, en het garnizoen, waarvan velen afwezig waren, werd plotseling overvallen. In het holst van
+den nacht drongen onder vreeselijk geschreeuw twee troepen het <a id="d0e1278"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1278">92</a>]</span>onbewaakte fort binnen, staken de loodsen in brand en verbrijzelden met knodsen de schedels van de verschrikte Spanjaarden,
+die uit hun bed sprongen. Sommigen werden in zee gedreven en verdronken. Allen kwamen om. Wel verzamelde de getrouwe Guacanagari
+zijne strijdkrachten, om hen ter hulp te snellen, maar het was te laat. Het fort was vernield. Alle Spanjaarden waren dood;
+maar toch vocht Guacanagari nog dapper tegen een overmachtigen vijand. Zijn dorp werd tot den grond toe afgebrand. Velen van
+zijn strijders werden verslagen. Guacanagari, door Caonabo zelf ernstig gewond, wist nog uit zijn verwoest huis te ontsnappen.
+Hij werd niet vervolgd. Het groote doel van de verbonden opperhoofden was de uitroeiing van de Spanjaarden.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1103" href="#d0e1103src" class="noteref">1</a></span> Dit was ongeveer &#402;&nbsp;7500; doch veel meer, wanneer men aan de betrekkelijke waarde van het geld in die dagen denkt. Een marevedi
+was een muntstukje, dat &frac34; cent volgens den tegenwoordigen koers waard was.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1114" href="#d0e1114src" class="noteref">2</a></span> Oviedo zegt, dat Rodrigo de Triana zich het onrecht, dat men hem aandeed zoo aantrok, dat hij zijn vaderland en zijn geloof
+verloochende. Naar Afrika gaande, omhelsde hij den Islam. Nergens vindt men echter deze bewering bevestigd, en Oviedo heeft
+niet den naam een geloofwaardig geschiedschrijver te zijn.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1280"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Achtste Hoofdstuk.</h2>
+<h2>Het leven te Hispaniola.</h2>
+<p>Het verhaal, dat de inboorlingen van het treurig lot der kolonie gaven, werd door berichten, die men van andere zijden kreeg,
+bevestigd. Een van de karveelen, waarover Melchoor Maldonado bevel voerde, was langs de kust gezonden, om een betere plaats
+voor een nieuwe volkplanting op te zoeken. Hij had nog maar weinige mijlen afgelegd, of een kano met twee Indianen naderde
+zijn schip. Een van die twee was een broeder van Guacanagari. Hij verzocht Maldonado aan land te komen, en het opperhoofd
+een bezoek te brengen, die bij hem in huis was en het wegens zijn wonden niet verlaten kon. Zij vonden het opperhoofd niet
+in staat zijn hangmat te verlaten, en zeven van zijn vrouwen verpleegden hem met de grootste zorg.
+
+</p>
+<p>Guacanagari gaf zijn groot leedwezen te kennen, dat hij niet in staat was geweest den admiraal te bezoeken. Tot in de kleinste
+bijzonderheden verhaalde hij de gebeurtenissen van het groote ongeval. Zijn verhaal stemde geheel overeen met hetgeen boven
+reeds gemeld is. Den Spaanschen kapitein en diens metgezellen onthaalde hij mild, en bij hun vertrek bood hij ieder een zware
+gouden kroon aan. Den volgenden morgen ging Columbus zijn ouden vriend bezoeken. Ten einde het opperhoofd en zijn gevolg eenig
+begrip van zijn waardigheid en macht te geven, verscheen de admiraal in schitterend hofgewaad en werd hij door een groot aantal
+officieren vergezeld, die allen mali&euml;nkolders aan hadden.
+
+</p>
+<p>Guacanagari lag in zijn hangmat. Zichtbaar werd hij getroffen door het weerzien van zijn ouden vriend, en hij weende, toen
+<a id="d0e1291"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1291">93</a>]</span>hij het lot van de Spanjaarden verhaalde. Aan de oprechtheid van zijn vriendschap en de waarheid van zijn verhaal twijfelde
+de admiraal geenszins, maar de Spanjaarden zagen over het algemeen het opperhoofd wantrouwend aan. Het bleek in ieder geval
+duidelijk, dat hij verontwaardigd was over de afgrijselijke daden, die de Spanjaarden hadden bedreven, en volstrekt niet verlangde,
+dat zij zich in zijn gebied vestigden. Het onderhoud was vriendschappelijk, en ook werden er geschenken gewisseld. De geschenken
+in goud, die zij van het opperhoofd ontvingen, waren naar Europeesche schatting honderdmaal meer waard dan de sieraden, die
+hij wederkeerig van Columbus kreeg; maar &#8217;t is ook waar, dat deze naar het gevoelen van de wilden, die van hen in waarde overtroffen.
+
+</p>
+<p>Een chirurgijn onderzocht de wond aan het been. Terwijl hij aan de mogelijkheid dacht, dat sommige spieren gekneusd waren,
+wat zeer pijnlijk was, meenden anderen, dat het opperhoofd volstrekt zoo&#8217;n ernstige wond niet had, als hij voorgaf. Columbus
+verdedigde echter zijn vriend<a id="d0e1295src" href="#d0e1295" class="noteref">1</a>. Des avonds werd het opperhoofd, ofschoon zichtbaar lijdend, naar de schepen gedragen. Toen Columbus voor de eerste maal
+in de haven kwam, had hij twee kleine en beschadigde karveelen bij zich. Nu lag er een trotsche vloot van 17 schepen in de
+baai. Het schip van den admiraal was een van de hechtste schepen der Spaansche vloot.
+
+</p>
+<p>Guacanagari was verbaasd over de grootheid, rijkdom en macht, waarvan hij getuige werd. Verbaasd was hij ook bij het gezicht
+van de vruchten, planten en dieren van de Oude wereld. Schapen, varkens en koeien had hij nog nooit gezien. De grootte, de
+kracht en het voorkomen van de paarden wekten zijn bewondering op. Nog meer werd hij verrast door hun volgzaamheid en het
+gemak, waarmee men ze bestuurde.
+<a id="d0e1303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1303">94</a>]</span></p>
+<p>Aan boord van het admiraalsschip bevonden zich tien jonge vrouwen. Een er van, die Catalina heette, was zeer schoon. Zij zag
+er als een prinses uit, en zou overal de aandacht getrokken, de bewondering opgewekt hebben. Deze meisjes waren krijgsgevangenen
+van de Cara&iuml;bi&euml;rs, door Columbus bevrijd. Zij behaagden het opperhoofd zeer, maar nu behoorden zij aan de Spanjaarden. Guacanagari
+had een verschrikkelijk tooneel van de gruweldaden bijgewoond, waartoe de Spaansche matrozen in staat waren. Hij sprak zeer
+vriendelijk tot Catalina. Hoeveel onderscheid er ook in de tongvallen was, die op de verschillende eilanden werden gebruikt,
+toch scheen er zooveel overeenkomst in hun talen te wezen, dat de inboorlingen elkander gemakkelijk konden verstaan.
+
+</p>
+<p>Het is niet onwaarschijnlijk, dat Guacanagari de Spanjaarden nog altijd voor menschen aanzag, die uit een andere wereld kwamen.
+Maar hij beschouwde hen niet langer als engelachtige bezoekers. Zij kwamen hem als vijanden voor, van wier snoodheid hij walgde.
+Het opperhoofd was blijkbaar verlegen, en alle pogingen, om de vroegere vertrouwelijkheid te herstellen, baatten niet. Toen
+Columbus hem voorstelde, om bij hem te blijven, was het opperhoofd zichtbaar niet op zijn gemak, en merkte op, dat het hier
+ongezond was, wat ook werkelijk het geval was. Het opperhoofd keerde naar den wal terug; zijn geest was onrustig, en hij werd
+door de meeste Spanjaarden met argwaan nagekeken.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen liet het opperhoofd vragen, wanneer Columbus plan had verder te zeilen, en hij ontving het bericht, dat
+men den volgenden dag de haven dacht te verlaten. In den namiddag kwam Guacanagari&#8217;s broeder aan boord. Men zag, dat hij een
+afzonderlijk gesprek met de vrouwen hield, in &#8217;t bijzonder met de schoone Catalina. Te middernacht lieten Catalina en haar
+metgezellinnen zich, toen al het scheepsvolk sliep, in alle stilte aan een kant van het schip in &#8217;t water glijden. Het schip
+lag drie mijlen van de kust af, en de zee was onstuimig.
+
+</p>
+<p>De wacht op het dek hoorde het, en maakte gerucht. Dadelijk werd er een boot bemand, en men zette haar na. Op het strand was
+een vuurtje ontstoken, dat haar zeker tot baken dienen moest. De vrouwen zwommen als eenden, en werden niet ingehaald v&oacute;&oacute;r
+zij aan land waren. Vier echter werden op het strand gegrepen. De overigen, en ook Catalina, ontsnapten. Toen het dag werd,
+bevond men, dat Guacanagari met al zijn volgelingen vertrokken was. Dit vermeerderde den argwaan van vele Spanjaarden, dat
+hij een verrader was geweest. Maar hij kon ook niet <a id="d0e1312"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1312">95</a>]</span>blind zijn geweest voor de kwade blikken, die hij daags te voren van de Spanjaarden had opgevangen. Enkelen hadden op zijn
+gevangenneming aangedrongen, opdat hij hun gijzelaar mocht worden. Stellig handelde hij heel verstandig, door zich zelf niet
+langer in hun macht te stellen.
+
+</p>
+<p>Alles op La Navidad was met een somber waas overtogen. Het fort lag in puin. De graven der Spanjaarden waren voortdurende
+gedenkteekens van geweld en bloedstorting. De zeewind scheen den lijkzang te vormen bij de puinhoopen van het inlandsch dorp.
+Stilte, eenzaamheid en verwoesting heerschten daar. Allen wilden gaarne weggaan. Columbus besloot ook de plaats te verlaten
+en een betere plek voor de vestiging van een volkplanting op te zoeken.
+
+</p>
+<p>Het aan land gaan kon niet meer worden uitgesteld. De dieren hadden van de lange reis veel geleden. Allen verveelde het maandenlang
+aan boord te zitten. Goed bemande booten, sterk genoeg, om langs de kusten te gaan en die te zuiveren van kwaadwilligen, werden
+links en rechts gezonden, terwijl de vloot in de ruime haven bleef liggen, om af te wachten, wat de verkenners zouden berichten.
+De booten voeren heel ver weg en keerden eindelijk terug, zonder dat het had mogen gelukken een geschikte plaats voor een
+kolonie te vinden. De beruchte zeelieden, die in het garnizoen gelegen hadden, waren door hun gedrag oorzaak geweest, dat
+de inboorlingen van de Spanjaarden den slechtsten indruk gekregen hadden, zoodat de aankomst van een groote vloot, waarvan
+men weldra heinde en ver kennis droeg, den grootsten schrik teweegbracht en allen op de vlucht had gedreven.
+
+</p>
+<p>Men vond het land ontvolkt. Nauwelijks zag men een enkelen Indiaan, of, als men er bij toeval een zag, liep hij bij de nadering
+van Spanjaarden weg, alsof hij door tijgers vervolgd werd. Kapitein Maldonado, die naar den oostkant gegaan was, kwam in het
+gebied van een koen opperhoofd, die aan het hoofd van zijn leger optrok, om de Spanjaarden aan te vallen. Maar het gelukte
+den Spaanschen kapitein hem althans in zoo ver tot bedaren te brengen, dat het tot een onderhoud kwam en dat, ofschoon het
+niet vriendelijk was, tot een soort van wapenstilstand leidde. Hier vernam hij, dat Guacanagari zich met al zijn volk ver
+in de bergen had teruggetrokken. Ook ontving hij deugdelijke bewijzen van het gevecht met Caonabo en van de verwoesting van
+het fort door zijn troepen. Er bevond zich daar een Indiaan, die door een in den strijd bekomen wond verminkt <a id="d0e1320"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1320">96</a>]</span>was. Guacanagari scheen volstrekt niet schuldig te zijn aan verraad.
+
+</p>
+<p>Den 7<sup>en</sup> December lichtte Columbus het anker weer, en zeilde naar &#8217;t Oosten. Ongeveer 30 mijlen verder dan Monte Christo zeilde hij
+een groote haven in, geheel door bosschen ingesloten en met een rotsachtige hoogte bij haar ingang, waardoor het gemakkelijk
+was, er een fort te bouwen, dat de geheele haven kon bestrijken. Ook liepen er twee rivieren in uit, die gelegenheid aanboden,
+om er molens te bouwen. Aan &eacute;&eacute;n zijde strekte zich een schoone en groote weide tot aan den voet van de heuvels uit, en aan
+den oever van een dezer rivieren lag een lief Indiaansch dorp. De grond was er blijkbaar zeer vet. De baai en de rivieren
+zaten vol visch, waarvan velen kleuren hadden, zooals men ze buiten de keerkringen niet aantreft.
+
+</p>
+<p>Men was midden in December. Het klimaat was bijzonder mild en zacht. De boomen zaten vol bloesems en bladeren. Het gezang
+van vogels vervulde de lucht. Men was nog niet aan het klimaat van dit gezegende eiland gewoon, waar de strengheid van den
+winter onbekend is, waar bloesem en vrucht elkander geregeld opvolgen, ja, waar zij zelfs samengaan, en waar het gansche jaar
+door een lachend groen gevonden wordt.
+
+</p>
+<p>Hier besloot Columbus zijn volkplanting te stichten. Een bijkomende zaak, die dit besluit vaster maakte, was, dat men hem
+gezegd had, dat de bergen van Cibao, die rijk aan goudmijnen waren, niet ver weg lagen. Groot was de vreugde op de schepen,
+dat men nu uit een lange gevangenschap verlost werd. Elk schip wierp het anker zoo dicht mogelijk bij het strand uit. Elke
+boot werd in beslag genomen en iedereen ging aan het werk. Vee, huisvogels, eetwaren, geweren, kruit, huismeubelen, alles
+werd aan land gebracht, en tijdelijk onder een afdak gezet, dicht bij een meertje, dat kristalhelder water bevatte. Hier bouwde
+Columbus, op een afstand van 40 mijlen ten Oosten van Kaap Ha&iuml;ti, de eerste stad in de Nieuwe wereld. Ter eere van zijn koninklijke
+beschermster noemde hij haar Isabella.
+
+</p>
+<p>De straten werden oordeelkundig gelegd, en de woningen zoo geplaatst, dat zij openbare vierkante pleinen insloten. De drie
+belangrijkste gebouwen waren een kerk, een magazijn en een woning voor den admiraal. Deze waren alle van steen. Bekwame bouwmeesters
+maakten er een plan van, en zij werden door ervaren ambachtslieden gebouwd. De andere huizen werden van hout of riet vervaardigd
+en de muren bepleisterd. Voor een korte poos was het een vroolijk tooneel, nu allen zoo ijverig bezig <a id="d0e1333"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1333">97</a>]</span>waren met het optrekken van nieuwe huizen, te midden van bloemen en vruchten in dezen natuurlijken tuin.
+
+</p>
+<p>Maar het ongeluk was in aantocht. Er brak een besmettelijke ziekte uit. De bedriegelijke bodem wasemde kwaadaardige dampen
+uit. Het ontzenuwende klimaat werkte afmattend zelfs bij geringen arbeid. Menigeen had gedachteloos aan de onderneming deel
+genomen, en was onnoozel genoeg geweest van te meenen, dat men naar een waar Eden ging, waar de natuur de liefelijkste pri&euml;elen
+voor hen inrichten, en hen met de heerlijkste vruchten voeden zou; waar men goud&#8212;als keisteenen&#8212;voor &#8217;t oprapen had, en waar
+het aardsche leven vrij van arbeid zou zijn, gelijk aan een voortdurenden feestdag.
+
+</p>
+<p>Het nieuwe van de keerkringslanden was spoedig voorbij. De lichaamskrachten werden door afmatting ondermijnd, en de geest
+leed door heimwee. Teleurstelling bedierf die stemming. Men begon te morren en eindelijk te twisten. Een verandering van plaats
+had geen verandering van hart teweeggebracht. De kalmte van den helderen hemel was niet in de verontruste ziel van de menschen
+gedaald. Zelfs Columbus ontkwam het algemeene lot niet. De kolonie, waarvan hij zich zooveel had voorgesteld, was verwoest.
+De tonnen gouds, die hij met de terugkeerende schepen naar Spanje had willen zenden, om Ferdinand en Isabella zoowel te verbazen
+als te verblijden, bestonden niet meer, zelfs niet in zijn verbeelding. De inboorlingen waren onvriendelijk geworden, en vermeden
+zorgvuldig alle verkeer met de Spanjaarden. De zorgen voor het eskader; het gevaar, dat onbekende zee&euml;n opleverden; het uiteenloopend
+karakter van al die menschen, die hij niet dan met de grootste moeite kon regeeren, drukten hem zwaar. Niettegenstaande hij
+zich alle moeite gaf, om zijn lasten welgemoed te dragen en een opgeruimd voorkomen te bewaren, kon hij toch de neerslachtigheid
+niet verbergen, die hem drukte. Weken achtereen was hij aan &#8217;t ziekbed gekluisterd. Maar de kracht van zijn geest zegevierde
+ten slotte op zijn lichaamszwakte. Hij gordde zich met nieuwe kracht aan, om den grooten levensstrijd voort te zetten.
+
+</p>
+<p>De schepen, die hun lading gelost hadden, werden dadelijk teruggezonden. Allen zagen in Spanje verlangend naar hun terugkomst
+uit en geloofden, dat zij met goud en andere schatten, die Columbus met zulke gloeiende kleuren had afgeschilderd en waaraan
+de Nieuwe wereld zoo rijk moest zijn, bevracht zouden zijn. Het was voor Columbus een onuitsprekelijke kwelling, genoodzaakt
+te zijn ze leeg naar huis te zenden. Van de binnenlanden, <a id="d0e1341"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1341">98</a>]</span>van de ontdekte goudmijnen, van nieuwe rijken, waarin men doorgedrongen was, kon hij geen bericht zenden. De souvereinen verwachtten
+aanzienlijke voordeelen, en het zou hen zeer teleurstellen, en hun vertrouwen in Columbus grootelijks verminderen, wanneer
+zij niets dan jobstijdingen kregen.
+
+</p>
+<p>Onder deze omstandigheden vond Columbus het voor alle dingen noodig zich de grootste inspanning te getroosten, om te maken,
+dat de schepen bij hun tehuiskomst op de een of andere wijze de schitterende voorstellingen, die zijn voortvarende geest hem
+had doen maken, zouden bevestigen en rechtvaardigen. Hij had vernomen, dat de zoogenaamde mijnen van Cibao ongeveer drie of
+vier dagreizen van daar landwaarts in lagen. Hij zond een afdeeling troepen uit, om onderzoek te doen. Het zou eenige vergoeding
+schenken, als hij de tijding mee kon geven, dat de gouden bergen bereikt waren, en dat de mijnen, waarvan men zooveel hoopte,
+onmiddellijk ontgonnen zouden worden.
+
+</p>
+<p>De ridderlijke Alonzo de Ojeda werd gekozen om deze onderneming te leiden. Hij hield veel van waagstukken en gevaar, en juichte
+bij de gedachte, dat hij het rijk van het alvermogende opperhoofd Caonabo zou binnendringen. In het begin van Januari 1494
+trok Ojeda met een troep goed gewapende en uitgelezen mannen het binnenland in. Twee dagen lang trokken ze door verlaten streken.
+Alle inwoners hadden de vlucht genomen. Zij kwamen bij de bergen en langs een nauwen, slingerenden bergpas bereikten zij den
+top. De morgenzon gaf hun zulk een prachtig panorama te aanschouwen, als de aarde den mensch slechts geven kan. Aan hun voeten
+strekten zich schijnbaar grenzenlooze groene velden, weelderige bosschen en kronkelende rivieren uit, terwijl de verstrooide
+huizen en dorpen van de inboorlingen; de vlakten nog verfraaiden.
+
+</p>
+<p>Zij daalden van deze hoogten af, en gingen onbevreesd de dorpen in, die beneden lagen. Het scheen, dat de vrees voor de Spanjaarden
+dit afgelegen deel van het land nog niet bereikt had. De inwoners ontvingen hen vriendelijk en onthaalden hen met de grootste
+gastvrijheid. Maar het bleek, dat men nog wel een geheele dagreis van de bergen van Cibao afwas. De oppervlakte van het land
+was golvend, en hier en daar waren holle wegen, rivieren, waarover geen bruggen lagen, en bosschen met zulk dik kreupelhout,
+dat men er zich alleen met bijlen een weg doorheen kon banen.
+
+</p>
+<p>Zes dagen lang werkten zij voort, en hadden wel niet van dorst, koude en honger te lijden, maar werden geblakerd door de <a id="d0e1351"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1351">99</a>]</span>stralen van een verzengende zon. De wilden liepen naakt, en waren in overeenstemming hiermede in hun heele gedrag onbeschaafd.
+Toch schenen zij over het geheel meer een schapen- dan een wolvennatuur te hebben. Maar de onderzoekers zagen, of meenden
+vele teekenen te zien van grooten rijkdom aan delfstoffen. Stukjes glinsterend goud lagen volgens hun verhalen op het zand
+van de bergstroomen verspreid. Peter Martyr verklaart, dat Ojeda een sieraad van zuiver goud meebracht, dat 9 ons woog, en
+dat hij zelf in een van de beken had opgeraapt. Ook zag hij steenen, waardoor aders van goud liepen. Men vermoedde, dat dit
+alleen stukjes waren, die door het stroomende water waren losgespoeld, maar dat daar, onder den grond, groote lagen van gedegen
+goud zouden gevonden worden.
+
+</p>
+<p>Ojeda had evenals Columbus een levendige verbeelding, en kwam dan ook met allergunstigste berichten aan. Een mensch gelooft
+licht, wat hij wenscht. Ook Columbus nam die tijdingen gaarne aan, en voegde in zijn opgewondenheid nog nieuwe kleuren aan
+de schilderij toe. De geest van al de Spanjaarden was werkelijk door de vleiende verhalen met nieuwe kracht bezield. Onuitputtelijke
+bronnen van rijkdom deden zich voor hen op. Columbus hield vijf schepen voor zich, en zond de andere, hoofdzakelijk beladen
+met schoone beloften, huiswaarts. Eenige door Ojeda gevonden stukjes goud, en ook zeldzame planten en vruchten namen de terugkeerenden
+mee, benevens een brief van Columbus aan den Koning en de Koningin. Hij gaf hun de verzekering, dat hij nog vertrouwen stelde
+in zijn verwachtingen, zoodat hij spoedig in staat zou wezen schepen vol goud, kostelijke medicijnen en specerijen te zenden.
+
+</p>
+<p>Men kon geen woorden genoeg vinden, om de schoonheid en de vruchtbaarheid van het eiland Hispaniola te beschrijven. De lucht
+was helder, het klimaat heerlijk, de bergen prachtig, het landschap onbeschrijfelijk schoon, de grond vruchtbaar, de vruchten
+smakelijk en de bloei eeuwigdurend. Het suikerriet, dat hij uit Europa had meegebracht, groeide er verbazend welig.
+
+</p>
+<p>Een kolonie van over de duizend hongerige menschen, gewoon aan een Europeesche levenswijze, heeft heel wat voedsel noodig.
+Deze menschen konden niet alleen van vruchten leven, en daarom verminderde de voorraad hard. Er ging een lange tijd mee heen
+v&oacute;&oacute;r men tuinen en velden bezaaid had en de oogsttijd aanbrak. Daar de veestapel noodzakelijk vergroot moest worden, kon men
+er niets van afnemen. Vele kolonisten waren ziek, en de geneesmiddelen verbruikt. De <i>heeren</i> konden niet werken. <a id="d0e1362"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1362">100</a>]</span>Er was behoefte aan meer werkkracht, om de mijnen te ontginnen en het erts te smelten. Veel paarden waren reeds gestorven,
+en men had er veel meer noodig voor openbare werken en krijgsdienst. Daarom was het allernoodzakelijkst, dat men hem grooten
+toevoer zond.
+
+</p>
+<p>In den brief, dien Columbus bij deze gelegenheid schreef, stralen ernst en rechtschapenheid door. Opzettelijk werd er niets
+verkeerd voorgesteld. Hij verhaalde de feiten, zooals ze zich aan hem voordeden, met de meeste waarheidsliefde, en legde moeielijkheden
+en vooruitzichten zoo getrouw mogelijk bloot. Met de schepen zond hij mannen, vrouwen en kinderen, allen inboorlingen, die
+hij buit gemaakt had op de Cara&iuml;bische eilanden. Het waren menscheneters, die tot het armste en diepst gezonkene deel van
+&#8217;t volk hadden behoord.
+
+</p>
+<p>In een brief aan Antonio de Torres, waarin hij vertelt, wat hij aan Ferdinand en Isabella wenscht mede te deelen, schreef
+hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees zoo goed den beiden Koningen te doen weten, dat ik met deze twee schepen eenige menscheneters zend, zoowel kinderen
+van beiderlei kunne als mannen en vrouwen, omdat ik de taal van het land niet ken, en hun dus ook ons heilig geloof niet leeren
+kan, zooals Hunne Majesteiten en ik zelf ook zouden wenschen. H.H. M.M. kunnen hen nu door geschikte personen onze taal laten
+leeren en ze zulk onderwijs doen geven, dat zij later nuttig werk kunnen verrichten. Wijdt men aan hen meer zorg dan aan andere
+slaven, dan kan naderhand de een den ander weer leeren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zien en spreken ze elkander in geen langen tijd, dan zullen ze in Spanje veel spoediger wat leeren dan hier, en zij zullen
+veel betere tolken worden. Ik zal intusschen doen, wat ik kan. Daar er tusschen het eene eiland en het andere niet veel gemeenschap
+is, bestaat er in de wijze, waarop zij spreken, eenig verschil, wat vooral van den afstand af hangt, waarop zij van elkander
+wonen. Maar aangezien die eilanden het grootst en het volkrijkst zijn, wier bewoners uit menscheneters bestaan, heb ik gemeend,
+dat het het best was mannen en vrouwen van deze eilanden naar Spanje te zenden, opdat zij daardoor de barbaarsche gewoonte
+andere menschen op te eten eenmaal zouden laten varen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Door in Spanje zelf de Spaansche taal te leeren, zullen zij veel spoediger gedoopt kunnen worden en zal hun zieleheil bevorderd
+worden. Het zal voorts een groote zegen voor de Indianen, die de genoemde wreede gewoonte niet volgen, zijn, als zij ondervinden,
+dat wij degenen, die hen kwaad doen, vatten <a id="d0e1374"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1374">101</a>]</span>en als gevangenen wegvoeren, want zij zijn voor hen zoo bang, dat hun naam alleen schrik verwekt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geef Hunnen Majesteiten de verzekering, dat onze komst in dit land en het gezicht van zulk een vloot, de meest gewenschte
+uitwerking gehad en onze veiligheid voortaan verzekerd hebben. Stellig zullen alle bewoners van dit eiland, en van de eilanden
+er om heen, zich spoedig onderwerpen, wanneer zij zien, dat wij de goedwilligen zacht behandelen, maar tevens de kwaad- en
+onwilligen straffen. Binnenkort zullen H.H. M.M. hen onder hun onderdanen kunnen tellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op dit gedeelte van den brief antwoordden de souvereinen: &#8220;Laat Columbus weten, wat met de menscheneters, die naar Spanje
+gekomen zijn, gebeurd is. Hij heeft goed gehandeld, en zijn raad is uitstekend. Maar laat hij toch alle mogelijke middelen
+aanwenden, om ze tot ons geloof te bekeeren, niet slechts daar, maar op alle eilanden, waar het lot hem brengen zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>Over hetzelfde onderwerp schrijft Columbus verder:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg H.H. M.M. dat het mij voor het heil van de zielen van bedoelde menscheneters, en ook voor de bewoners van dit eiland,
+wenschelijk voorkomt, dat er een zoo groot mogelijk aantal naar Spanje gezonden wordt, en dat zij op die wijze H.H. M.M. van
+grooten dienst kunnen worden. Aan de groote behoefte denkende, die wij aan slachtvee, last- en trekdieren hebben, zoowel ter
+voeding als tot hulp voor de volkplanters, dienen de Koning en de Koningin elk jaar een voldoend aantal karveelen te zenden
+met die dieren, opdat de velden bevolkt en bebouwd worden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dit vee kon voor rekening van de overbrengers tegen een matigen prijs worden gekocht, en de laatsten konden met slaven, die
+van de Cara&iuml;ben komen en toch echte wilden zijn, betaald worden. Deze slaven zijn voor alle werk geschikt, flink gebouwd,
+hebben veel gezond verstand en zullen, wanneer zij hun wreedaardige gewoonten hebben laten varen, veel beter zijn dan andere
+slaven. Als ze hun land uit zijn, zullen ze die ruwheden ook niet meer bedrijven. Door middel van roeibooten, die ik mij voorstel
+te maken, zal het gemakkelijk zijn velen van die wilden te krijgen. Hunne Majesteiten konden ook belasting leggen op den invoer
+van slaven in Spanje. Vraag om antwoord op dit punt, en breng het mij, opdat ik de noodige maatregelen kan nemen, wanneer
+mijn voorstel hun goedkeuring mag wegdragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit voorstel, dat het hof van Spanje tot den slavenhandel brengen zou, verraste Ferdinand en Isabella. Zij werden er door
+<a id="d0e1388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1388">102</a>]</span>tot nadenken gebracht. Zij antwoordden eenigszins onbepaald: &#8220;De overweging van dit onderwerp is voor eenigen tijd uitgesteld
+geworden, en wij zien andere voorstellen van maatregelen, met betrekking tot de eilanden te nemen, te gemoet.<span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>Deze gevoelens van Columbus, die in onze verlichte 19<sup>e</sup> eeuw zoo verafschuwd worden, waren met de destijds algemeen heerschende opvattingen volmaakt in overeenstemming. Zulke verkeerde
+begrippen van menschenrecht heerschten v&oacute;&oacute;r 400 jaren bijna overal. De bekeering van de heidenen achtte men z&oacute;o belangrijk,
+dat men daarvoor alle middelen, eerlijke of oneerlijke, moest aangrijpen. Een rechtvaardig oordeel neemt de onwetendheid van
+de eeuw in aanmerking, waarin Columbus leefde. Hij geloofde werkelijk, dat hij voor een maatregel van barmhartigheid pleitte,
+die een groote zegen voor de arme Cara&iuml;bi&euml;rs en voor de menschheid in &#8217;t algemeen zou blijken te wezen. Hieruit ziet men tevens,
+hoe menschen, die het oprecht meenen, zich zelf door valsche redeneeringen kunnen bedriegen.
+
+</p>
+<p>Het doet ons goed, dat Ferdinand en Isabella het verleidelijk voorstel na rijpe overweging verwierpen. Het bevatte anders
+veel, waardoor het aanlokkelijk voor hen moest zijn. Op deze wijze toch konden de koloni&euml;n van levend vee uit Spanje worden
+voorzien, zonder dat het iets kostte, ja, zelfs trok men er voordeel van. De rustige eilandbewoners zouden van de strooptochten
+van die woeste menscheneters, die hun voortdurend schrik aanjoegen, bevrijd worden. De koninklijke schatkist zou er wel bij
+varen, zoodat de heerschzuchtige souvereinen in staat zouden zijn veel te doen voor de bevordering van de belangen hunner
+landen. En, wat nog de kroon op alles zette, een groot aantal wilden kwam onder den invloed van christelijke instellingen,
+zoodat hun zielen konden gered worden.
+
+</p>
+<p>De terugkeerende vloot stak den 2<sup>den</sup> Februari 1494 in zee. Drie en een halve eeuw na de stichting van de stad Isabella kwam T.S. Hencken daar. Het volgende is
+belangwekkend, omdat het ons leert, hoe het er toen uitzag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Thans is Isabella bijna geheel bedekt door bosch. Men ziet er nog de pilaren van de kerk, eenige overblijfselen van de koninklijke
+magazijnen en een deel van Columbus&#8217; woning, alles van gehouwen steen gebouwd. Een klein fort, dat nu in puin ligt, valt ook
+terstond in &#8217;t oog. Een weinig noordwaarts staat nog een ronde, gemetselde pilaar, die nagenoeg tien voet hoog en dik is,
+waarop een houten galerij schijnt gestaan te hebben, in &#8217;t midden waarvan de Spaansche vlag wapperde. Ik heb de <a id="d0e1407"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1407">103</a>]</span>overblijfselen van een ijzeren klamp, die in den muur zat en diende, om den vlaggestok vast te zetten, gevonden en er uitgetrokken,
+en zend ze nu aan u als een herinnering aan de intrede van de beschaving in de Nieuwe wereld. Die overblijfselen hebben nu
+bijna 350 jaren aan weer en wind blootgestaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Door de geestkracht van Columbus ging het werk goed vooruit, en de stad Isabella nam spoedig groote afmetingen aan. Wij moeten
+er evenwel bijvoegen, dat de huizen niet best afgewerkt kunnen zijn geweest. Den 7<sup>den</sup> December kwam Columbus in de haven. In twee maanden tijd, den 6<sup>den</sup> Februari, was de kerk gereed en werd zij ingewijd. Twaalf geestelijken, onder hun geestelijk opperhoofd, broeder Boyle, woonden
+de indrukwekkende plechtigheid bij.
+
+</p>
+<p>Het weggaan van de vloot was een somber uur voor de achterblijvenden. Een algemeen gevoel van ontevredenheid heerschte in
+de kolonie, want velen waren teleurgesteld. Sommigen verweten zich zelf, dat zij hun te huis in Spanje voor een wildernis,
+waar slechts wilden woonden, hadden verlaten. Anderen waren boos op den admiraal, wiens onware voorstellingen hen, naar zij
+zeiden, in het verderf hadden gelokt. Overal hoorde men gemor, dat tot verwijtingen en bittere twisten oversloeg. Het vertrek
+der schepen maakte veler oogen vochtig, en donkerder wolken van droefgeestigheid schenen over de kolonie te trekken, toen
+het laatste schip aan den horizon uit het gezicht verdween.
+
+</p>
+<p>Onder de gelukzoekers bevond zich een trotsch en verwaand man, die aan het Spaansche hof had verkeerd, wiens aanmatigingen
+dikwijls tot oneenigheid met den admiraal hadden geleid. Zijn naam was Bernal Diaz de Pisa. Hij bracht een groot aantal ontevredenen
+tot opstand. Hun plan was &eacute;&eacute;n of alle schepen machtig te worden, daarmede naar Spanje terug te keeren, en dan gezamenlijk
+ernstige klachten tegen Columbus in te brengen. Zij hoopten, dat er z&oacute;&oacute; velen aan de samenzwering zouden deelnemen, dat zij
+al de vijf schepen konden bemachtigen.
+
+</p>
+<p>De opstand werd echter ontdekt, en de hoofdschuldigen gevangen genomen. Bij het verhoor, dat volgde, vond men een schandelijk
+schotschrift, dat door Bernal Diaz geschreven was, en vol laster en onwaarheden stond. Diaz was een hooggeplaatst man. Columbus
+was voorzichtig genoeg hem niet in verhoor te nemen aan zijn eigen hof, waar Diaz misschien grooten invloed had, maar zond
+hem met het oproerig handschrift naar Spanje. Sommigen van de minder aanzienlijke opstandelingen werden gestraft, maar zachter
+dan hun overtreding verdiende. Om een <a id="d0e1423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1423">104</a>]</span>vernieuwde poging te beletten, werden alle kanonnen met toebehooren op &eacute;&eacute;n na van de schepen verwijderd, en dit &eacute;&eacute;ne werd
+aan personen toevertrouwd, op wier trouw men stellig rekenen kon.
+
+</p>
+<p>Columbus was geen Spanjaard, maar een Genueesch burger, en, omdat hij dus een vreemdeling was, had men een vooroordeel tegen
+hem. De trotsche Spanjaarden spanden samen, om hem ten val te brengen. Onder de inlanders had hij geen vrienden, die hem hielpen.
+Ofschoon het voor de algemeene veiligheid noodig was, dat de verstoorders van de openbare rust niet ongestraft bleven, ging
+hij zoo zacht en toegevend mogelijk met de weerspannigen om; maar toch beschuldigden zijn tegenstanders hem van willekeur
+en wraakgierigheid. Voor iemand, die macht heeft, is het onmogelijk zich voor laster te vrijwaren. Evenzoo werd George Washington,
+gedurende zijn geheele loopbaan, aangevallen alsof hij een duivel was. De vijandschap, die men tegen Columbus opwekte, ging
+over in haat, die duurde, tot hij rust vond in het graf. En na verloop van drie en een halve eeuw vervolgen de venijnige aanvallen
+hem nog.
+
+</p>
+<p>Columbus besloot een werkzaam deel aan de zaken te nemen, en naar de mijnen te gaan, om de ontginningen daar zelf te leiden.
+Het bestuur te Isabella liet hij, tijdens zijn afwezigheid, aan zijn broeder, Don Diego, over. Las Casas, die dezen van nabij
+kende, stelt hem voor als een zeer beminnelijk en oprecht man, die den vrede liefhad, zich goed gedroeg, en matig en eenvoudig
+was, zoowel in spijs en drank als in kleeding.
+
+</p>
+<p>Aangezien Columbus het gebied van een vermaard krijgsman zou betreden, die reeds getoond had een doodvijand van de Spanjaarden
+te zijn, was het noodig, dat hij een krijgsmacht meebracht, niet alleen groot genoeg, om aanvallen af te slaan, maar ook om
+de inlanders de overtuiging te geven, dat de macht van de vreemden onweerstaanbaar was. Voor hen, die in het fort achtergebleven
+waren, zou het niet moeilijk zijn zich tegen elken aanval te verdedigen. Daarom nam hij bijna alle geschikte manschappen en
+al de paarden, die gemist konden worden, mee. De ondervinding had hem geleerd, welken diepen indruk uiterlijk vertoon op de
+wilden maakte. Daarom stelde hij met al den militairen glans, dien hij aanbrengen kon, zijn macht in slagorde.
+
+</p>
+<p>Den 12<sup>en</sup> Maart 1494 trok het leger, dat uit 400 man bestond, op. Het krijgsvolk, dat een verblindende wapenrusting aanhad, glad geschuurde
+wapenen en vergulde banieren droeg, en trompetgeschal aanhief, dat door de bosschen weerklonk, moet aan de inboorlingen wel
+het denkbeeld van bovennatuurlijke en onweerstaanbare <a id="d0e1436"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1436">105</a>]</span>macht hebben ingeboezemd. Al de aanvoerders waren rijk gekleed, en zaten op sierlijk getooide paarden. Het was een heldere
+en prachtige dag, toen de troep door een bebloemde vlakte naar de verafgelegen heuvels trok. Tegen den avond kwamen zij aan
+den ingang van een rotsachtigen weg door de bergen. Zij zetten zich op de groene zoden neer en sliepen heerlijk, onder het
+inademen van de geurige lucht. Een nauw Indiaansch voetpad leidde door de hobbelige bergpassen.
+
+</p>
+<p>Verscheiden stoutmoedige ridders reden als pioniers vooruit, om hinderpalen uit den weg te ruimen. Het zoo gebaande pad werd
+de Heerenweg genoemd ter eere van de ridders, die het hadden gemaakt. Toen zij de hoogte bereikt hadden, opende zich voor
+hen hetzelfde heerlijke uitzicht, dat Ojeda en zijn metgezellen met vreugde hadden aanschouwd.
+
+</p>
+<p>Aan hun voeten lag een uitgestrekte en schoone vlakte, beschilderd en ingelegd als het ware met al den rijkdom van een tropischen
+plantengroei. De prachtige bosschen vertoonden die mengeling van schoonheid en grootschheid van plantenvormen, die men alleen
+in dat heerlijk klimaat aantreft. Palmboomen van aanzienlijke hoogte en breed getakte mahonieboomen rezen te midden van een
+wildernis van verschillend gebladerte op. De frischheid en de groene kleur werden door talrijke rivieren bewaard, die glinsterend
+door laag boschland kronkelden; terwijl zich onderscheidene dorpen en gehuchten uit de boomen verhieven, en de rook van andere
+midden uit de bosschen opsteeg, waaruit bleek, dat er een talrijke bevolking moest zijn. Het weelderige landschap strekte
+zich zoo ver uit als het oog reikte, tot dat het zich aan den horizon verloor. Met verrukking staarden de Spanjaarden op dit
+schoone en rijke land, dat hun denkbeeld van een aardsch paradijs scheen te verwezenlijken. Columbus was getroffen door zijn
+groote uitgestrektheid, en noemde het de Vega Real of koninklijke vlakte.
+
+</p>
+<p>Deze thans eenzame weg wordt nog een enkele maal door hedendaagsche reizigers betreden. Hij vormt den eenig bruikbaren bergpas
+van den Monte Christo en blijft een eenzaam, hobbelig voetpad, dat langs rotsen en afgronden slingert. De naam er van is Marney-pas.
+Het schoone eiland heeft van de soort van beschaving, die de Spanjaarden er invoerden, verbazend geleden. Eenzaamheid, verwoesting
+en vreeselijke armoede heerschen nu daar, waar eenmaal Columbus meende op een aardsch paradijs te staren, en waar de lachende
+dorpen van de Ha&iuml;ti&euml;rs het landschap vervroolijkten.
+<a id="d0e1444"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1444">106</a>]</span></p>
+<p>Met veel praalvertoon en onder trompetgeschal trok het schitterend leger door de vlakte. De inboorlingen konden niet anders
+dan de wondervolle pracht als iets bovennatuurlijks aanzien. Las Casas zegt, dat zij in &#8217;t eerst den ruiter en zijn paard
+voor &eacute;&eacute;n dier hielden. Vol schrik liepen haast alle Indianen weg. Soms overwon Columbus hun angst door vriendelijkheid. Inlandsche
+tolken werden vooruit gezonden, om de verzekering te geven, dat hun geen leed zou geschieden. Ook werden hun geschenken aangeboden,
+die ze met verbazing en vreugde aannamen. Voedsel werd door hen als gemeen eigendom beschouwd. Elk huis kon men binnengaan,
+om er te gebruiken wat men wilde. Maar in schijnbare tegenspraak hiermede, verhaalt men, dat andere bijzondere eigendommen
+voor heilig werden gehouden. Diefstal werd met groote gestrengheid gestraft.
+
+</p>
+<p>Een marsch van 15 mijlen bracht hen aan een groote rivier, die Columbus den Rietstroom noemde. Het bleek het bovenwater te
+zijn van denzelfden stroom, wiens mond Columbus de Goudrivier had genoemd. Aan deze groene oevers brachten de gelukzoekers,
+nadat ze een bad genomen hadden, den nacht in prachtige tenten door. Den volgenden morgen staken ze met vlotten de rivier
+over, en de paarden zwommen er door. Nog twee dagen lang zetten ze den tocht door de schoone vlakte voort. Vele dorpen trokken
+ze door, waarvan de inwoners eerst altijd op de vlucht gingen. Tegen den avond van den tweeden dag bereikten zij de noordelijke
+hellingen van de goudbergen van Cibao.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen begonnen zij die te beklimmen langs donkere holle wegen en oneffen rotsen, waar de paarden niet dan met
+moeite bestuurd konden worden. Toen zij den top bereikt hadden, kregen ze weer een verrukkelijk gezicht. Als een frisch groen
+meer breidde de vlakte zich voor hen uit. Naar de schatting van Las Casas was zij 240 mijlen lang en 70 breed. Zij waren nu
+midden in het goudland. De toppen van de bergen boden slechts een droevig tooneel van dorheid en verwoesting aan. De plantengroei
+was gering en men zag haast geen bloempje. De kanten waren met pijnboomen bedekt. De Spanjaarden namen echter met dit akelig
+tooneel genoegen, omdat zij in het zand glinsterend stofgoud vonden, en daaruit opmaakten, dat de bergen onuitputtelijke bronnen
+van rijkdom verborgen hielden.
+
+</p>
+<p>Ongeveer 50 of 60 mijlen waren deze onderzoekers nu van Isabella verwijderd. Columbus zocht nu een geschikte plek voor een
+kamp op. Hij bouwde een houten fort, dat hij, misschien <a id="d0e1453"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1453">107</a>]</span>voor de aardigheid St. Thomas noemde, als een zacht verwijt voor hen, die niet gelooven wilden, dat men eenig goud zou vinden
+v&oacute;&oacute;r dat hun oogen het gezien en hun handen het getast hadden.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1295" href="#d0e1295src" class="noteref">1</a></span> &#8220;De scheepsdokter en ik waren er bij, toen Columbus hem vroeg, of hij ons zijn wond eens wilde laten zien. Hierin stemde hij
+toe. Daarop ging de dokter naar hem toe, en begon het windsel los te maken. Hij zeide, dat de wond door een steen veroorzaakt
+was. Toen het been bloot was, zag men daaraan evenmin een wond als aan het andere; maar hij was slim genoeg, om te zeggen,
+dat hij er toch veel pijn in had. Daar wij dit niet konden nagaan, was het onmogelijk een oordeel te vellen. De admiraal wist
+niet, wat hij doen moest, want er waren stellige bewijzen, dat een vijandig volk een inval had gedaan. Hij meende; en vele
+anderen dachten er eveneens zoo over, dat zij voor het oogenblik, tot zij zich van de waarheid verzekerd konden houden, hun
+twijfel moesten verbergen, want, na verkregen zekerheid, kon men een schadevergoeding eischen naar begeeren.&#8221; <i>brief van Dr. Chancaa</i>.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1455"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Negende Hoofdstuk.</h2>
+<h2>De kust van Cuba wordt onderzocht.</h2>
+<p>Terwijl Columbus het fort St. Thomas bouwde, zond hij eenige manschappen uit, om het omliggende land te onderzoeken. Zij waren
+goed gewapend, en werden door een dapperen, jongen ridder aangevoerd, die Juan de Luxan heette. Zij doorkruisten de provincie
+Caonabo, en &#8217;t kwam hun voor, dat zij nagenoeg zoo groot was als Portugal. Aan de oevers van alle rivieren vonden ze kleine
+stukjes goud. Geen woorden genoeg konden ze vinden om de vruchtbaarheid en de pracht van &#8217;t land te beschrijven.
+
+</p>
+<p>In &#8217;t fort was een bezetting van 56 man achtergebleven. Er was een begin gemaakt met de ontginning der mijnen, en nu meende
+Columbus naar Isabella terug te kunnen keeren. Hij kwam er den 29<sup>sten</sup> Maart aan, en bracht gunstige berichten mee, ten aanzien van de vooruitzichten om goud te krijgen. Spoedig evenwel werd hem
+meegedeeld, dat de Indianen te St. Thomas zeer vijandig waren geworden. Dit kwam, omdat de beginsellooze Spanjaarden begonnen
+waren, zoodra zij niet meer door Columbus&#8217; tegenwoordigheid in bedwang werden gehouden, de inlanders te plunderen, en hun
+vrouwen en dochters aan groote beleedigingen bloot te stellen. Caonabo kende hen maar al te wel, en daarom had hij hen met
+groot leedwezen op zijn bergen zien komen.
+
+</p>
+<p>Dat er vrees behoefde te bestaan voor hun vijandschap geloofde Columbus niet, en daarom bepaalde hij er zich slechts toe een
+kleine versterking van oorlogs- en mondbehoeften naar het fort te zenden. Maar wel bestond er reden voor hem zelf, om ongerust
+te wezen over de ontevredenheid, het gemor en de vijandige stemming, die hij te Isabella steeds grooter zag worden, en die
+zich in daden tegenover hem lucht gaven. Er waren vele zieken, en, behalve, dat de geneesmiddelen op waren, kregen ze het
+rechte voedsel niet. Met eenige verwondering lazen wij, dat de kolonisten zich niet aan het eten <a id="d0e1469"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1469">108</a>]</span>van de inlanders konden gewennen. Vrees voor een hongersnood maakte het noodig het volk op rantsoen te zetten. Dit gaf tot
+veel gemor aanleiding, en niemand klaagde luider en bitterder dan het hoofd der Spaansche geestelijken, &#8220;vader&#8221; Boyle.
+
+</p>
+<p>De geestelijken en aanzienlijken waren kwaad, omdat Columbus geen onderscheid in rang kende, waar het op plichtsbetrachting
+en de verrichting van &#8217;t dagelijksch werk aankwam. Het bestaan zelf van de kolonie eischte, dat er molens gebouwd en andere
+werkzaamheden voor &#8217;t openbaar welzijn verricht werden. Allen zonder onderscheid moesten helpen. De trotsche Spaansche grooten
+waren verontwaardigd en kwamen in verzet. Zij scholden hem uit voor fortuinzoeker, en geen vriend bleef hem over.
+
+</p>
+<p>Columbus was een groot voorstander van orde en tucht, en werd hierin geleid door den natuurlijken drang van zijn krachtigen
+geest. Maar hij, die van Genua kwam, waar arbeid in eer werd gehouden, hield misschien geen rekening genoeg met de verbazende
+trotschheid van de Spaansche edelen. Zij beschouwden het werken als het verachtelijk lot voor de zonen van laaggeborenen.
+Vele jonge ridders, die op de krijgsvelden van Grenada roem hadden ingeoogst, hadden den tocht naar de Nieuwe wereld meegemaakt
+met hersenschimmige denkbeelden van rijkdommen, die hun daar zouden toevloeien. Op kasteelen moesten zij wonen, paardrijden
+en boven de Spaansche vorsten uitsteken in het aantal gedwe&euml;e dienstbaren, in pracht en in grondbezit. Velen van deze jongelieden
+hadden ongetwijfeld het land verlaten in de hoop, dat zij zich door heldendaden en ridderlijke avonturen konden onderscheiden,
+en in Indi&euml; de krijgsbedrijven konden voortzetten, waarmee in de jongste oorlogen te Grenada een begin gemaakt was. Anderen
+waren in hun jeugd vertroeteld, in weelde opgevoed en weinig bestand tegen de gevaren aan het zeeleven verbonden en tegen
+de vermoeienissen op het land. Even weinig waren zij bestand tegen de gevaren, de verliezen, de tegenspoeden en alles, waaraan
+men blootstaat, wanneer men zich in een wildernis vestigt. Hadden zij &#8217;t ongeluk ziek te worden, dan viel er al spoedig aan
+hun toestand niets te verbeteren, en bleek het lichamelijk lijden nog door die van &#8217;t hart verergerd te worden. Zij leden
+onder de bitterheid van gekwetsten trots en onder de ziekelijke zwaarmoedigheid van bedrogen hoop. Aan hun ziekbed misten
+zij die teedere zorg en verzachtende oplettendheid, waaraan zij gewend waren. En zij daalden ten grave met al de somberheid
+<a id="d0e1475"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1475">109</a>]</span>aan de wanhoop eigen, den dag verwenschende, waarop zij hun vaderland verlaten hadden.
+
+</p>
+<p>Ferdinand en Isabella spoorden Columbus tot de voortzetting van zijn ontdekkingsreizen aan. Er opende zich naar allen schijn
+een wijde en onbekende wereld voor hem, en niemand kon weten, welke wonderen zich zouden openbaren. De telkens grooter wordende
+bezwaren maakten, dat Columbus het best vond de kolonisten op deze tochten te scheiden. Daarom zond hij een groot aantal uit,
+om het binnenland te gaan onderzoeken. Iedereen, die gezond was, niet op zieken behoefde te passen en geen dienst had, behoorde
+tot dit getal. Ook gingen 250 kruisboogschutters, 110 handbuksschutters, 16 ruiters en 20 officieren mee. Het bevel er over
+werd gevoerd door Peter Margarite, een vriend van Columbus en een van de beroemdste ridders van de orde van Santiago. Ojeda
+was bij de mijnen als hoofdopzichter gebleven.
+
+</p>
+<p>Columbus gaf Margarite zeer uitvoerige voorschriften. Zij leggen het getuigenis af van zijn gezond oordeel, zijn menschlievendheid
+en zijn edel streven, om nuttig te zijn. De oprechtheid van Columbus is boven allen twijfel verheven. In dit geschrift zegt
+hij: &#8220;Behandel de Indianen met de grootste vriendelijkheid. Bescherm hen tegen onrecht en beleedigingen. Betaal alles ruim,
+wat gij van hen krijgt voor het onderhoud van de troepen. Stel alles in het werk, om hun vertrouwen, hun vriendschap te verwerven.
+Maken de behoeften van het leger het volstrekt noodzakelijk, dat gij van hen neemt, wat zij niet willen afstaan, doe het dan
+zoo zacht mogelijk en poog hen door vriendelijkheid en bewijzen van genegenheid te troosten. Vergeet het nooit, dat Hunne
+Majesteiten meer op de bekeering van de wilden gesteld zijn, dan op de voordeelen, die zij van hen zouden kunnen trekken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al deze verstandige voorschriften sloeg Margarite in den wind. Voorspoed en geluk zouden het gevolg van hun getrouwe naleving
+zijn geworden. De laagheid van dezen troep Spanjaarden werd nu de aanleiding tot oorlog en ellende. De Indianen werden uitgeroeid,
+Spanje geschandvlekt, de menschheid onteerd en Columbus zelf moest onophoudelijk de gemeenste en laagste verwijtingen hooren.
+
+</p>
+<p>Het opperhoofd Caonabo was een beslist vijand; en daarbij schrander en sluw. Zijn tocht ter vernieling van het Spaansche garnizoen
+op La Navidad was met groote bekwaamheid en volkomen goeden uitslag volbracht. Nu bleek het duidelijk, dat <a id="d0e1485"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1485">110</a>]</span>hij een macht bijeen verzamelde, om de Spanjaarden te verdelgen, die op zijn gebied waren gekomen en zich in het fort St.
+Thomas trachtten te verschansen. Beklagenswaardig is &#8217;t lot van den mensch. Niemand kan het dit opperhoofd kwalijk nemen,
+dat hij de Spanjaarden uit zijn land wilde jagen, die hun slecht karakter reeds hadden getoond in de behandeling van de inlanders.
+Aan den anderen kant kan niemand het in Columbus afkeuren, dat hij zijn volk naar de binnenlanden zond, om goud te zoeken.
+Columbus kon met een goed geweten God bidden om bescherming voor zijn kolonie. Even oprecht kon Caonabo de goden, die hij
+aanbad, smeeken de vreemde indringers te verdrijven.
+
+</p>
+<p>Ojeda begeleidde het leger met omstreeks 400 man naar St. Thomas, waar hij Margarite moest helpen en de onderzoekers, achterlaten.
+Er werd verteld, dat vijf Indianen drie Spanjaarden bestolen hadden. Hun opperhoofd werd beschuldigd van den buit met hen
+te hebben gedeeld, in plaats van hen te straffen. Ojeda kreeg een Indiaan in handen, die gezegd werd een van de dieven te
+zijn. Op een openbaar plein van een Indiaansch dorp sneed men hem de ooren af. Toen hij het opperhoofd, diens zoon en neef
+gevangen genomen had, zond hij ze allen geboeid naar Isabella.
+
+</p>
+<p>Een naburig opperhoofd, die bewijzen van genegenheid jegens de Spanjaarden gegeven had, verzelde de van angst bevende gevangenen,
+om vergiffenis voor hen af te smeeken. Columbus sloeg geen acht op die vriendelijke tusschenkomst. Hij liet de drie gevangenen
+met de handen op den rug gebonden naar het openbaar plein brengen, door den omroeper hun misdaad bekend maken, en gaf daarna
+bevel de dieven te onthoofden. Om dit wreede bevel te rechtvaardigen, zegt Oviedo, dat het noodig was schrik onder de inboorlingen
+te brengen, opdat dezen eerbied kregen voor het eigendom van de blanken, en dat de Indianen zelf iemand, die zich aan diefstal
+had schuldig gemaakt, een puntigen haak van onderen tusschen de ruggegraat en de huid staken, zoodat hij tusschen de schouders
+uitkwam, of <span class="abbr" title="met &eacute;&eacute;n woord"><abbr title="met &eacute;&eacute;n woord">m.e.w.</abbr></span> hem spietsten.
+
+</p>
+<p>Columbus had echter geen plan de wreede straf werkelijk te doen ondergaan. Toen men op de strafplaats gekomen was, stortte
+het bevriende opperhoofd bittere tranen en smeekte op de roerendste wijze, om het levensbehoud van zijn vrienden. Hij verzekerde
+den admiraal, dat het niet meer gebeuren zou, en dat hij zijn eigen leven tot pand gaf, als er opnieuw een misdaad <a id="d0e1496"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1496">111</a>]</span>plaats greep. De admiraal gaf toe, en de gevangenen werden in vrijheid gesteld.
+
+</p>
+<p>Columbus had reeds eenigen tijd geleden toebereidselen gemaakt, om onder zeil te gaan en met zijn smaldeel nieuwe rijken op
+te zoeken. Zooals bekend is hield hij Cuba niet voor een eiland, maar voor een deel van het vasteland van Azi&euml;. Nu was zijn
+plan langs de zuidelijke kust van deze groote kaap te kruisen.
+
+</p>
+<p>De kleine vloot vertrok den 14<sup>en</sup> April 1494. Het bestuur over Isabella werd aan Don Diego Columbus toevertrouwd. De schepen voeren naar &#8217;t Westen, hielden
+zich een korten tijd te Monte Christo op, en wierpen het anker in de baai van La Navidad. Toen zij den 29<sup>sten</sup> de westelijkste kaap van St. Domingo omtrokken, kwamen de schepen in &#8217;t gezicht van de oostelijkste kaap van Cuba, die Columbus
+Alpha en Omega genoemd had, doch nu Kaap Ataysi heet. Het kanaal tusschen de twee eilanden is ongeveer 54 mijlen breed. Toen
+men dit kanaal door was en omstreeks 60 mijlen langs de zuidkust van Cuba gevaren had, wierp men het anker in een ruime haven,
+waaraan Columbus den naam van Puerto Grande gaf, maar die nu Guantanamo genoemd wordt.
+
+</p>
+<p>Aan de hutten en de vuren op het strand kon men zien, dat er menschen woonden. Met eenige goed gewapenden ging Columbus aan
+land, maar er was alweer geen enkel Indiaan te zien, omdat allen naar de bergen gevlucht waren. De Spanjaarden vonden voedsel
+in overvloed, waarvan zij gretig gebruik maakten. Juist toen de maaltijd afgeloopen was, zagen zij op een afgelegen hoogte
+een zeventigtal Indianen, die hen met vrees en verwondering bekeken. Toen zij naar hen toegingen, namen allen de vlucht, behalve
+&eacute;&eacute;n. Deze waagde het te blijven staan, ofschoon ook hij zich gereed maakte, om ieder oogenblik weg te kunnen loopen.
+
+</p>
+<p>Columbus zond een Indiaanschen tolk met geschenken vooruit. De dappere jongeling liep naar hem toe. Nadat hij de geschenken
+ontvangen had, en hem verzekerd was, dat de Spanjaarden niets kwaads in den zin hadden, haastte hij zich zijn landgenooten
+hiermee in kennis te stellen. Dezen keerden daarop, hoewel beschroomd en met aarzelende schreden, terug. Zij waren naar het
+strand gegaan, om visch te vangen, daar het opperhoofd een naburig opperhoofd een groot feestmaal wilde aanrichten. Om de
+visch goed te houden was ze gebraden. De hongerige Spanjaarden aten alles op, maar de vriendelijke inboorlingen zeiden, dat
+dit <a id="d0e1512"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1512">112</a>]</span>niets was, want als zij &eacute;&eacute;n nacht vischten, zou het verlies weer hersteld zijn. Maar Columbus stond er met zijn gewone rechtvaardigheid
+op, dat alles zou worden betaald. Zoo scheidden de Spanjaarden en de Cubanen, ingenomen met elkander.
+
+</p>
+<p>Toen men nog westelijker zeilde, scheen het land vruchtbaarder en volkrijker te worden. Aan het strand stond het vol mannen,
+vrouwen en kinderen, die met verwondering naar de vloot keken, welke langzaam op een afstand van een mijl voortdreef. Eindelijk
+bleef zij in een andere groote baai liggen, waar omheen men schoone natuurtafereelen zag. Het was de baai, die nu St. Jago
+heet. Hier bracht de vloot den geheelen nacht door. De inboorlingen schenen alle vrees voor de vreemdelingen te hebben afgelegd,
+kwamen in grooten getale met hun kano&#8217;s naar de schepen, en boden den Spanjaarden de grootste gastvrijheid aan.
+
+</p>
+<p>Overal vroeg Columbus naar goud, en bijna altijd wezen de inboorlingen naar het Zuiden, te kennen gevende, dat daar een eiland
+was, waar dit kostbaar erts in overvloed aangetroffen werd. Den 3<sup>en</sup> Maart wendde Columbus den steven derwaarts, en verliet hij Cuba&#8217;s kust om dit eiland op te sporen. Na een vaart van eenige
+uren verhieven aan den horizon prachtige bergen hun kruin, alsof het wolken waren. Toen de zeelieden er dichter bij kwamen,
+kregen zij een wonderschoon tooneel te aanschouwen. Gewoon als zij waren weelderige paradijzen te zien, die uit de glinsterende
+golven oprezen, konden zij zich hier niet weerhouden hun verwondering door gejuich lucht te geven bij het zien van de bergen
+en dalen, de bosschen en schilderachtige dorpen, die in telkens afwisselende bevalligheid hun oogen verrukten.
+
+</p>
+<p>Toen zij dicht bij de kust waren, ging de wind liggen en lag de vloot geheel stil als op een zee van glas. Terstond kwamen
+ongeveer 70 met krijgslieden bezette booten naar hen toe. Deze onverschrokken mannen, die zich beschilderd en met veeren versierd
+hadden, zwaaiden hun lansen en gilden vreeselijk. Bij het nader komen stelden zij zich in slagorde, als om een verschijning
+aan te vallen, die in hun oog met bovenaardsche macht was bekleed.
+
+</p>
+<p>Zoodra een van de kano&#8217;s gepraaid kon worden, begon een inlandsche tolk met de Indianen te spreken. Zijn verzekering, dat
+de vreemdelingen hun vriendschap zochten, en de krachtige invloed van naar hun schatting kostbare geschenken, die in hun boot
+gebracht werden, ontwapenden hun vijandelijke houding. De kleine vloot van kano&#8217;s ging om de Spaansche schepen liggen, ten
+einde naar de zonderlinge verhalen der Spanjaarden te luisteren. Intusschen <a id="d0e1525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1525">113</a>]</span>wakkerde de wind aan en kon het smaldeel ongemoeid zijn reis vervolgen. Het is wel waarschijnlijk, dat, als Columbus er niet
+geweest was, de Spaansche matrozen zich zouden vermaakt hebben met de uitwerking te zien, die eenige kanonschoten met schroot
+gemaakt hadden op die dicht opeengepakte menigte in de kano&#8217;s.
+
+</p>
+<p>Een korte vaart bracht hen in een ruime haven, waar Columbus bleef liggen. Hij noemde haar de St. Gloria-baai, ging aan land,
+stak een kruis en de Spaansche vlag in den grond, en nam het eiland in naam van zijn vorsten in bezit. E&eacute;n van de schepen
+had een lek bekomen, en moest noodig gekield en gekalefaat worden. Daar verschenen onverwachts twee groote kano&#8217;s, met krijgslieden
+bemand, die hun werpspiesen naar het scheepsvolk slingerden; maar niemand kreeg letsel, omdat de afstand nog te groot was.
+Al heel spoedig stond het strand vol menschen, als razenden met hun wapens zwaaiende. Zij gilden ook akelig.
+
+</p>
+<p>Deze inboorlingen schenen niet zoo zachtmoedig te zijn als die van Cuba en Ha&iuml;ti, maar vertoonden veeleer al de wildheid van
+de Cara&iuml;bi&euml;rs. Het werd v&oacute;&oacute;r alles noodig het schip te kielhalen, en tevens vond Columbus het goed de wilden bang te maken,
+opdat zij van deze gelegenheid geen voordeel trekken en hem niet met een groote overmacht aanvallen zouden. Of dit plan wijs
+was is een zaak, waarover men verschillend kan denken; maar geen rechtschapen man zal volhouden, dat leedvermaak hem tot deze
+daad leidde.
+
+</p>
+<p>Columbus kon met zijn schepen niet dicht aan wal komen, omdat het water zoo laag stond. Daarom zond hij verschillende goed
+bemande en gewapende booten uit. Of zij gewacht hebben tot ze aangevallen werden, is onbekend; maar zeker is het, dat zij
+de Indianen de volle laag gaven, zoodra de afstand het schieten met de kruisbogen toeliet. Velen werden gewond, en de anderen
+namen de vlucht. De Spanjaarden, die mali&euml;nkolders aan hadden, waar de pijlen der wilden niet door konden dringen, gaven de
+vluchtenden nog eens de volle laag, en lieten tegelijkertijd een sterken bloedhond op hen los, die hen met de kracht en de
+wreedheid van een tijger vervolgde en velen verscheurde.
+
+</p>
+<p>Dit is de eerste maal, dat wij van het gebruik van den vreeselijken bloedhond melding vinden gemaakt bij de mishandeling van
+de Indianen. Daar nu de ontstelde bewoners geheel uiteen waren gedreven, en men geen vrees behoefde te koesteren, dat zij
+weer terug zouden komen, nam Columbus ook dit eiland <a id="d0e1535"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1535">114</a>]</span>in bezit, en noemde het Santiago. Gelukkig heeft het later den veel schooneren en meer Indiaansch klinkenden naam van Jamaica
+gekregen. Het is een onaangename herinnering, dat de komst van Europeanen op dit eiland vergezeld is gegaan van zooveel wreedheid.
+
+</p>
+<p>In den verderen loop van dezen noodlottigen dag zag men geen Indianen meer. Den volgenden morgen echter liepen er in de verte
+zes inboorlingen, die al dichter en dichter bij de Spanjaarden kwamen en teekens van vriendschap gaven. De admiraal ontving
+hen minzaam, en toen vertelden zij, dat zij namens vele opperhoofden vredesvoorslagen kwamen aanbieden. Columbus antwoordde,
+dat het zijn ernstige begeerte was, om met alle menschen in vrede te leven, maar dat hij tevens de macht bezat hen met de
+grootste gestrengheid te straffen, wanneer het bleek, dat zij verraders waren. Ten bewijze dat hij een broederlijk verkeer
+wenschte, gaf hij vele geschenken voor de opperhoofden mee, waarop hij wist, dat zij den hoogsten prijs stelden. Wie kan de
+waarde schatten, die een geslepen mes voor een wilde heeft, wanneer hij zijn boog en pijlen steeds met steenen snijden moest?
+
+</p>
+<p>De Indianen waren juist als kinderen, want op eenmaal hield alle vijandelijkheid op. In groote menigte kwamen zij op de werf,
+waar Columbus zijn schepen kalefaatte. Drie dagen lang, ging men op de vriendelijkste wijze met elkaar om. Maar deze Indianen
+waren stellig zeer oorlogzuchtig. Zij hadden geduchte wapenen, en hun kano&#8217;s waren uit den stam van een enkelen mahonieboom
+heel kunstig gemaakt. Columbus nam van een er van de maat, en bevond, dat de lengte 96, en de breedte 8 voet bedroeg.
+
+</p>
+<p>Toen de schepen hersteld waren, en men drinkwater ingenomen had, zette men de kustvaart naar &#8217;t Westen voort. Er woei een
+zachte bries, en het water was z&oacute;&oacute; doorschijnend, dat men de steentjes, die vele vademen diep lagen, zien kon. Terwijl de
+karveelen langzaam voortgingen, hadden zij menigmaal de kano&#8217;s van de wilden om zich heen. Uit elke baai, van elke rivier
+en elke landtong schoten zij toe. Het eiland scheen zeer bevolkt en alle bewoners waren vriendelijk en begeerig, om tot elken
+prijs eenige Europeesche sieraden te krijgen.
+
+</p>
+<p>Columbus vroeg maar altijd om goud; doch men vond niets, en hoorde er zelfs niet van. Om al die teleurstellingen keerde hij
+naar wat hij het vasteland van Cuba noemde terug. Maar of &#8217;t een eiland was of niet bleef nog onzeker, en daarvan wilde hij
+zekerheid hebben. Er kwam een Indiaansche jongeling aan <a id="d0e1545"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1545">115</a>]</span>boord, die Columbus smeekte, hem mee naar Spanje te nemen. Misschien werd hij door nieuwsgierigheid gedreven, om de oorden
+te zien, van waar de zonderlinge vreemden kwamen. De bloedverwanten van dezen jongeling smeekten hem op de aandoenlijkste
+wijze, of hij zijn plan wilde laten varen. Maar hij bleef er bij, ofschoon de jonge teergevoelige man tranen stortte, toen
+hij zijn familie verliet. Na bekomen verlof om mee te gaan, verborg hij zich in een hoek van &#8217;t schip, om geen getuige van
+de smart der zijnen te wezen. &#8217;t Is jammer, dat we naderhand niets meer van hem vernemen.
+
+</p>
+<p>Den 18<sup>en</sup> Mei bereikte Columbus de kust van Cuba, en de eerste kaap, waar hij aankwam, noemde hij Cabo de la Cruz. Nog heet die zoo.
+Hier lag een dorp, waarvan de inwoners, die van Columbus&#8217; eerste reis gehoord hadden, hen met de meeste vriendelijkheid ontvingen.
+Columbus vroeg aan de bekwaamste opperhoofden of Cuba een eiland was. Zij gaven allen zonder uitzondering hetzelfde ongerijmde
+antwoord, dat Cuba een eiland was, maar grenzenloos. Niemand, zeiden zij, is er ooit in geslaagd het einde er van te bereiken.
+Hierdoor werd Columbus in zijn meening versterkt, dat hij bij het vasteland van Azi&euml; was. Toen hij de reis naar &#8217;t Westen
+voortzette, dacht hij spoedig bij het beroemde en schoone rijk van den grooten Khan te zullen komen. Hij voer langs de zuidelijke
+kust en kwam zoo in een eilanden-zee, waarin honderden eilanden lagen, die zeer in grootte en vorm verschilden en alle prachtig
+groen waren. De meeste waren onbewoond. De vaarwaters tusschen die eilanden waren even kalm, als het water van een geheel
+afgesloten bergmeer. De bloemen bloeiden heerlijk, en in de bosschen, op de velden en wateren was het vol van de schoonste
+vogels, zooals men die in de heete luchtstreek aantreft.
+
+</p>
+<p>Op een van de grootste eilanden, dat Columbus Santa Marta noemde, ging hij aan land. Men schreef den 22<sup>en</sup> Mei. Dit eiland was niet onbewoond, maar alle bewoners hadden hun huizen verlaten, om, zooals later bleek, te gaan visschen.
+Langzaam zeilde Columbus in die nauwe vaarwaters voort, en kwam 50 mijlen verder op den 3<sup>en</sup> Juni in een groot Indiaansch dorp. Ook hier werden de vreemdelingen met die minzaamheid ontvangen, die men overal op het
+eiland Cuba aantrof.
+
+</p>
+<p>Men verzekerde Columbus opnieuw, dat dit eiland aan de westzijde geen grenzen had. De wind was zeer gunstig, en daar de admiraal
+zeer gaarne spoedig in de beschaafde rijken van Azi&euml; wilde komen, werd de tocht voortgezet. Een watervlakte, waarin <a id="d0e1562"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1562">116</a>]</span>geen enkel eiland lag en die wel 100 mijlen lang was, strekte zich voor hen uit. Rechts lag de met bosch bedekte kust van
+Cuba, en links zag men de wijde, opene zee. Het was prachtig weer, en de vloot bleef zoo dicht bij de kust, dat de inboorlingen
+in troepen naar het strand liepen en sommigen zwemmend, anderen in kano&#8217;s naar de schepen gingen. De zachte nachtwind bracht
+het gezang en de wilde muziek van de inlanders naar de schepelingen over. Men vermoedde, dat de wilden op die manier de komst
+van de hemelsche bezoekers vierden.
+
+</p>
+<p>Die toen zoo volkrijke streek is nu een dorre woestenij. Er leeft niet &eacute;&eacute;n afstammeling meer van die Indianen, wier vreedzame
+woningen destijds de heuvels en de dalen versierden. Humboldt is v&oacute;&oacute;r eenige jaren des nachts ook langs die kust gevaren.
+Hij schrijft:
+
+</p>
+<p>&#8220;Een groot deel van den nacht bleef ik op het dek. Wat een eenzame kust! Geen licht verraadt het bestaan van een visschershut.
+Van Batabano af tot Trinadad toe, dat toch een afstand is van 150 mijlen, ziet men geen enkel dorp. En in de dagen van Columbus
+was dit land toch bewoond tot aan de kust toe. Maakt men putten in den grond, of komen er door watervloeden gaten in het zand,
+dan vindt men dikwijls steenen bijlen, koperen vaatwerk, en overblijfsels van de oude bewoners van dit land.&#8221;
+
+</p>
+<p>Na een tweedaagsche vaart kwam de vloot bij een andere eilandengroep, maar &#8217;t was hier vooral zeer moeilijk en gevaarlijk
+tevens voor de schepen, om zich door die nauwe en kronkelende wateren een weg te banen. Columbus hield echter maar steeds
+westwaarts aan. Ieder uur hoopte hij de een of andere aanwijzing te krijgen, waardoor &#8217;t zeker was, dat hij het oostelijk
+keizerrijk naderde. Maar dag aan dag zag hij niets dan naakte wilden en lage hutten. Ook was de tongval van de Indianen in
+deze verwijderde streken zelfs voor de tolken van Ha&iuml;ti onverstaanbaar. Door gebaren kon men ook al zeer weinig van hen te
+weten komen. Columbus maakte er uit op, dat hij langs de stranden van het vasteland van Azi&euml; voer.
+
+</p>
+<p>Alle metgezellen van Columbus, en hiertoe behoorden vele geleerden en ervaren zeelieden, meenden dat er ook uit op te moeten
+maken. De schepen hadden echter door de lange reis veel geleden; het touwwerk was versleten en de zeilen waren gescheurd.
+De levensmiddelen raakten op, en hierdoor vooral werden de matrozen ontevreden en morrend. Nieuws zag men niet meer, en ieder
+wenschte terug te keeren. Columbus zelf achtte het ongeraden nog langer door te varen. Alle officieren en de knapste mannen
+liet hij bij zich komen. Eenstemmig verklaarden zij, dat <a id="d0e1572"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1572">117</a>]</span>Cuba geen eiland kon wezen, en dat zulk een verbazend groot rijk tot een vastland moest behooren.
+
+</p>
+<p>De admiraal achtte het van het grootste belang, dat zijn gevoelen door alle schepelingen zou worden gedeeld. Daar hij bewijzen
+te over had, dat zijne talrijke vijanden geneigd zouden wezen, zijn opgaven onnauwkeurig of wel geheel onjuist te noemen,
+en zijn ontdekkingen voor onbeteekenend te houden, wenschte hij voor het feit van de ontdekking zulk een onloochenbaar bewijs
+te hebben, dat de geheele wereld het erkennen moest. Daarom zond hij een vertrouwd officier naar ieder schip, die ieders gevoelen
+vragen en eischen moest, dat men de waarheid met een eed bevestigde. Niemand mocht worden overgeslagen van den kapitein af
+tot den scheepsjongen toe. Aan ieder werd gezegd, dat men, bij den minsten twijfel of het land, dat men nu zag, wel het vasteland
+van Indi&euml; was, dien twijfel en de reden daarvan moest uitspreken. Later kon dan die zaak behandeld worden.
+
+</p>
+<p>Voorts werd bepaald, dat elke officier een boete van 1000 marevedi<a id="d0e1578src" href="#d0e1578" class="noteref">1</a> betalen zou, en dat een gemeen matroos 100 zweepslagen zou ontvangen en men hem de tong uit den mond snijden zou, als hij
+later verklaarde, dat hij uit eigenbelang een valsch getuigenis had afgelegd en niet geloofde, dat men bij een vastland gekomen
+was. Dit deed Columbus, om te voorkomen, dat sommigen naderhand zouden zeggen: Wij hebben de waarheid niet gezegd; wij waren
+niet vrij en durfden niet anders. Luim of kwaadwilligheid konden Columbus dan van bedrog beschuldigen, en beweren, dat hij
+de souvereinen met zijn gewaande ontdekkingen bedriegen wilde.
+
+</p>
+<p>Deze wreede straf, waarmee de onwetende, bijgeloovige zeelieden, die gemakkelijk waren om te koopen, om een getuigenis af
+te leggen naar den wensen van Columbus&#8217; vijanden, bedreigd werden, doet zien, hoe bitter hij gestemd was door de telkens tegen
+hem gesmeede samenzweringen, tegen hem, die men een verwaanden vreemdeling, een &#8220;zoon van niemand&#8221; noemde. Ofschoon het waar
+is, dat Columbus geen plan had die straf toe te passen, blijft het toch te bejammeren, dat hij haar liet aankondigen. Het
+werd een nieuw wapen in de hand van hen, die gaarne zijn ondergang zagen.
+
+</p>
+<p>De bekwame zeelieden en aardrijkskundigen aan boord bekeken zeer nauwkeurig de kaarten. Na rijpe beraadslaging gaven zij <a id="d0e1585"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1585">118</a>]</span>eenstemmig als hun gevoelen te kennen, dat zij het vasteland hadden bereikt. Onder eede verklaarden zij hieraan niet te twijfelen,
+en tevens, dat zij langs de bochtige kusten van Cuba meer dan 1000 mijlen hadden afgelegd, en er nog geen eind aan &#8217;t land
+te zien was. Iedereen op de schepen stemde met de algemeene verklaring in. Columbus zelf geloofde ook stellig, dat hij &#8217;t
+vasteland van Azi&euml; bereikt had, en heeft in die overtuiging niet alleen geleefd, maar is er ook in gestorven.
+
+</p>
+<p>Toen deze belangrijke, schriftelijke verklaring werd opgesteld, waren de schepen zoo dicht bij de westelijkste punt van het
+eiland, dat ze nog maar drie dagen hadden behoeven voort te gaan, om de vergissing te bemerken. Was dit geschied, dan zou
+de vloot de groote golf van Mexico v&oacute;&oacute;r zich gehad hebben.
+
+</p>
+<p>Het smaldeel ving den terugtocht aan, en voer langs de kusten in een zuid-oostelijke richting. Weldra kwamen zij bij een groep
+kleine eilanden, waarvan de meeste naakte rotsen vormden. De Spanjaarden noemden ze <i>Cayos</i>, wat zandbanken of rotsen beduidt. Te midden van al die eilandjes verhief zich een prachtige berg, die tot in de wolken reikte,
+en een bewijs was, dat daar een zeer groot eiland lag. Columbus gaf zich geen tijd het te onderzoeken, mar bleef eenige uren
+in een van de havens, om hout en water in te nemen, en er een kruis en de Spaansche vlag te planten. Hij gaf dit eiland den
+naam van Evangelista, maar nu heet het Pijnboomen-eiland.
+
+</p>
+<p>Aan vele gevaren stonden ze op dezen tocht bloot door onbekende zee&euml;n, vol rotsen en zandbanken. Ook kregen ze van tijd tot
+tijd een ongeluk, maar toch zetten ze de reis langs de kusten van Cuba naar &#8217;t Oosten voort. Het scheepsvolk was door het
+afmattend klimaat, het ongewone voedsel, aanhoudende inspanning en onafgebroken wacht houden, zeer verzwakt. Twee maanden
+lang hadden ze met moeielijkheden en gevaren geworsteld. Alle versche eetwaren bedierven spoedig door de brandende hitte.
+De visch moest dadelijk na de vangst gekookt en opgegeten worden. Ieder kreeg niet meer dan &eacute;&eacute;n pond beschimmeld brood daags,
+benevens een weinig wijn.
+
+</p>
+<p>Den 7<sup>en</sup> Juli liep Columbus een wonderschoone haven binnen, om zijn uitgeput volk rust te geven. De Indianen onthaalden hen rijkelijk,
+en Columbus plantte er als naar gewoonte een kruis en de vlag.
+
+</p>
+<p>Den 16<sup>en</sup> Juli werd het anker alweer gelicht. Men zette koers naar het Zuiden, om naar Hispaniola te gaan. Op die wijde en opene zee
+kregen ze zulke stormen, dat de vloot slechts als door <a id="d0e1606"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1606">119</a>]</span>een wonder behouden bleef. Geweldige tegenwinden dreven het smaldeel naar Jamaica. Bijna een maand lang moest men hier door
+die tegenwinden blijven. Haast iederen avond was Columbus genoodzaakt in een van de tallooze havens, die de kust hier vormt,
+te ankeren, en menigmaal deed hij dit op dezelfde plek, die hij &#8217;s morgens verlaten had.
+
+</p>
+<p>Vijandig waren de inlanders niet meer, want zij brachten overvloed van levensmiddelen en andere benoodigdheden. Ofschoon de
+bekoring van het nieuwe reeds lang geweken was, verrasten de schoonheid en vruchtbaarheid van dit heerlijk eiland Columbus
+toch zeer. De meesterlijke pen van Washington Irving beschrijft &eacute;&eacute;n van die natuurtooneelen aldus:
+
+</p>
+<p>&#8220;Toen de schepen den volgenden morgen, met een zachten wind in de zeilen, langzaam langs de kust voeren, zagen zij drie kano&#8217;s,
+die van een in de baai liggend eiland kwamen. Een van die kano&#8217;s was groot, zeer netjes bewerkt en geverfd. Deze was in &#8217;t
+midden, en de andere twee waren iets vooruit. In de eerste zat het opperhoofd met zijn familie, die uit zijn vrouw, twee dochters
+en vijf zonen bestond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een van de dochters, een achttienjarig meisje, had een schoon gelaat en zag er zeer goed uit. Haar zuster was iets jonger.
+Overeenkomstig de gewoonte van die eilanden waren beiden naakt. Aan den voorsteven van de kano stond de vaandeldrager van
+het opperhoofd, in een mantel gehuld, die van verschillend gekleurde veeren gemaakt was. Op zijn hoofd droeg hij een vederbos,
+en hij had een witte vlag in de hand, die in den wind wapperde. Twee Indianen, die een kleed droegen, dat dezelfde kleur en
+denzelfden vorm had, zaten met veeren helmen of hoeden en met geverfde gezichten op de trom te slaan. Een paar anderen hadden
+hoeden op het hoofd, die heel aardig van groene veeren gemaakt waren, en bliezen op trompetten van mooi, zwart en heel fraai
+gesneden hout. Nog waren er zes, die groote hoeden op hadden van witte veeren en de lijfwacht van het opperhoofd schenen te
+vormen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Toen het opperhoofd bij het admiraalschip gekomen was, ging hij met den geheelen stoet aan boord. Hij droeg al de kenteekenen
+van de koninklijke macht. Een smalle band, met kleine, verschillend gekleurde steentjes, waarvan de meeste groen waren, versierde
+de slapen, en was op het voorhoofd met een groote gouden speld vastgehecht. Aan zijn ooren hingen met ringetjes van prachtige
+groene steentjes twee gouden platen. Hij had een halssnoer om van een soort witte koralen, die daar zeer kostbaar <a id="d0e1616"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1616">120</a>]</span>waren, en daaraan hing een groote gouden plaat, die den vorm van een lelie had. Eindelijk behoorde nog tot de koninklijke
+versierselen een gordel, die evenals de band om het hoofd, van allerlei soort van steenen vervaardigd was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn vrouw was ongeveer op dezelfde wijs uitgedost, maar zij had nog een katoenen boezelaar voor en katoenen banden om armen
+en beenen. De dochters hadden geen versieringen aan, behalve de oudste, die tevens de knapste was. Ook zij droeg een gordel,
+die geheel met steentjes bezet was, en er hing een plaat aan in den vorm van een klimopblad, die uit veelkleurige steentjes
+bestond en met katoen omboord was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoodra het opperhoofd aan boord gekomen was, deelde hij aan de officieren en de manschappen geschenken uit, alle voortbrengselen
+van &#8217;t eiland zelf. De admiraal hield zich op dat oogenblik in zijn kajuit bezig met bidden. Toen hij op het dek verscheen,
+haastte het opperhoofd zich om hem te ontmoeten en sprak met een opgeruimd gelaat tot hem:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn vriend! ik heb besloten mijn land te verlaten, en met u mee te gaan; want ik heb van de Indianen, die bij u zijn, gehoord,
+dat de macht van uw souvereinen onwederstaanbaar is; en ook dat gij in hun naam vele volken onderworpen hebt. Al wie gehoorzaamheid
+weigert, is zeker van gestraft te worden. Gij hebt de kano&#8217;s en woningen van de Cara&iuml;bi&euml;rs vernield, hun krijgslieden verslagen
+en hun vrouwen en kinderen gevangen genomen. Al deze eilanden vreezen u, want wie kan u weerstaan, nu gij de geheimen van
+het land en de zwakheid van het volk kent? En daarom wil ik liever met al de mijnen op uwe schepen gaan, uw koning en koningin
+hulde bewijzen en uw land zien, dan dat gij al mijn landen neemt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toen deze woorden vertaald waren geworden, en Columbus de vrouw, de dochters en de zoons van den cacique zag, en aan de valstrikken
+dacht, waaraan hun onkunde en eenvoud hen zouden blootstellen, kreeg hij medelijden en besloot hen niet aan hun geboorteland
+te ontrukken. Daarom liet hij het opperhoofd antwoorden, dat hij hem als een leenman van zijn vorsten zou beschermen, en dat
+hij later zijn wenschen zou vervullen, maar nu nog eerst vele landen moest bezoeken v&oacute;&oacute;r hij naar zijn land kon terugkeeren.
+Daarop keerde het opperhoofd, na met vele verzekeringen van vriendschap afscheid te hebben genomen, met zijn familie en den
+geheelen stoet in de kano&#8217;s naar het eiland terug, en de schepen zetten den tocht weer voort.&#8221;
+
+</p>
+<p>Columbus had nog een groote reis te doen. Door stormen <a id="d0e1628"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1628">121</a>]</span>werd hij beloopen en de schepen verstrooid, terwijl hij bovendien nog met vele gevaren en tegenspoeden had te kampen. Angst
+en arbeid hadden hem letterlijk uitgeput. Het harde lot van den minsten matroos had hij gedeeld, en meer dan dat, want als
+anderen onder het loeien van stormen sliepen, bracht hij slapelooze nachten door en tartte hij het geweld van den storm alleen.
+Aller leven hing van hem af, en de wereld verbeidde met verlangen den uitslag van zijn onderneming. Plotseling werd hij door
+een beroerte getroffen, en op eenmaal had hij zijn geheugen, zijn gezicht en zijn verstand verloren. In een staat van volkomen
+bewusteloosheid, in een gevoelloosheid, die met den dood gelijk stond, werd de heldhaftige admiraal in de haven van Isabella
+gedragen. Wanneer hij van die verdooving in den slaap was overgegaan, waaruit men niet meer ontwaakt, zou het voor hem, om
+zoo te zeggen, een geluk zijn geweest.
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1578" href="#d0e1578src" class="noteref">1</a></span> Een merevedi is een Spaansch koperen muntstukje, ter waarde van &frac34; cent.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1630"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Tiende Hoofdstuk.</h2>
+<h2>De terugreis naar Spanje en de derde reis.</h2>
+<p>Den 29<sup>n</sup> September 1494 zeilde de kleine vloot de haven van Isabella binnen, met den bijna dooden en nog geheel en al bewusteloozen
+admiraal aan boord. Columbus had te Isabella wel veel vijanden, maar toch ook veel vrienden, die zich over zijn lang wegblijven
+zeer ongerust hadden gemaakt, en zich verheugden, dat hij, ofschoon dan ook verbazend zwak, teruggekeerd was. Gedurende zijn
+afwezigheid was zijn teergeliefde, jongste broeder Bartholomeus uit Spanje gekomen, om zich met drie zwaar geladen en van
+allerlei benoodigheden voorziene schepen bij hem te voegen. Toen Columbus zijn bewustzijn herkreeg, was hij overgelukkig zijn
+broeder aan zijn zijde te vinden.
+
+</p>
+<p>Bartholomeus was een veel flinker man, dan zijn zachtmoedige en beminnelijke oudere broeder Diego. Zijn voorkomen en zijn
+stem waren even krachtig als zijn geest. Hij was volkomen thuis in de toenmaals beoefende vakken, en kon vloeiend Latijn schrijven.
+Columbus benoemde hem terstond tot luitenant-generaal over zijn gebied, dat toen reeds grenzenloos heette. Hoofdzakelijk echter
+bepaalde zich zijn bestuur tot de volkplantingen te Isabella en te St. Thomas.
+
+</p>
+<p>Ha&iuml;ti was toen in vijf deelen verdeeld, en in elk daarvan <a id="d0e1644"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1644">122</a>]</span>woonde een onafhankelijke volksstam. Over elken stam regeerde een erfelijk opperhoofd, die door mindere hoofden werd bijgestaan.
+Men schatte toen de bevolking van het eiland op een millioen, maar dat was misschien wel wat overdreven. Men zal zich herinneren,
+dat Don Pedro Margarite met een leger van 400 man een onderzoekingstocht op het eiland deed. Hij stoorde zich aan de ontvangen
+voorschriften niet, zocht niets dan zich zelf, en ging de vruchtbare velden van de Vega in, waar hij en zijn manschappen zich
+aan alle denkbare uitspattingen overgaven.
+
+</p>
+<p>Zij bestalen de Indianen, hielden drinkgelagen in hun huizen en maakten zich aan alle mogelijke buitensporigheden met hun
+vrouwen en dochters schuldig. Deze euveldaden kwamen den beminlijken Diego Columbus ter oore. Terstond werd er raad gehouden.
+Margarite ontving een strenge berisping en tevens het bevel, om den ontdekkingstocht voort te zetten. Maar de trotsche Spaansche
+edelman verachtte de Genueesche gelukzoekers, de &#8220;zoons van niemand.&#8221; Hij sloeg de waarschuwingen in den wind, en ging voort
+allerlei wandaden te bedrijven. Tien Spanjaarden konden met hun ondoordringbare mali&euml;nkolders een honderdtal naakte Indianen
+op de vlucht jagen. Eindelijk waagden de tot wanhoop gebrachte inboorlingen het zich te verzetten: doch er werd een vreeselijke
+slachting onder hen aangericht.
+
+</p>
+<p>Caonabo zette een samenzwering op touw. Met een duizendtal krijgslieden trok hij tegen de Spanjaarden op, die als duivels
+in de woningen van zijn volk huishielden. Veel vijanden vonden den dood, en menschenbloed kleurde den grond. Het strekt Guanagari
+niet tot eer, dat hij weigerde tot het verbond van de 4 andere opperhoofden tegen de Spanjaarden toe te treden. Maar zijn
+liefde voor Columbus was zoo groot, dat hij ondanks al die afschuwelijke tooneelen zijn vriend bleef. Zelfs bood hij aan,
+om aan de zijde van de Spanjaarden tegen Caonabo en de zijnen te strijden, en dat nog wel na den door de Spanjaarden op een
+van zijn vrouwen gepleegden moord. Bovendien hadden zij hem nog een andere vrouw afgenomen. &#8217;t Kon zijn, dat hij tot dit besluit
+gekomen is, omdat Caonabo hem beleedigd had, en hij zich dus wreken wilde. Caonabo had <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> bij gelegenheid van de vermoording van het Spaansche garnizoen ook zijn stad in de asch gelegd.
+
+</p>
+<p>Ojeda was een bekwaam en geducht krijgsman. Te midden van krijgsrumoer en den dood op het slagveld was hij het meest in zijn
+schik. Van top tot teen geharnast, wierp hij zich in de <a id="d0e1655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1655">123</a>]</span>dichtste vijandelijke drommen, een verscheurenden en meedoogenloozen wolf gelijk, die op een kudde lammeren aanvalt.
+
+</p>
+<p>Margarite was niet alleen van een oude familie, maar tevens een gunsteling van den koning. De Spaansche edellieden op Hispaniola
+kozen in den regel zijn partij. De monnik Boyle, die aan het hoofd stond van een godsdienstige partij, schaarde zich ook aan
+zijn zijde. Tegen Columbus en zijn broeders bestond dus een zeer machtige partij van aanzienlijken. Zij konden maar niet vergeten,
+dat Columbus in de dagen van zijn verheffing adellijken en priesters gedwongen had het werk van het gemeene volk te doen,
+en zich zijn ontberingen te getroosten.
+
+</p>
+<p>De trotsche Margarite gaf zich uit voor den militairen bevelhebber van het eiland. Hij vertrouwde de zorgen voor het leger
+aan Ojeda toe, en keerde naar Isabella terug, om tegen den admiraal, die toen juist langs de kust kruiste, een samenzwering
+te bewerken. Hij verwaardigde zich niet eens Diego Columbus, die het bestuur in handen had, een bezoek te brengen, of zijn
+gezag op eenigerlei wijze te erkennen. In overleg met de edellieden, namen hij en Boyle, die bij den koning hoog stond aangeschreven,
+eenige schepen in bezit, en zeilden met een groot aantal ontevredenen naar Spanje. Allen wilden bij het Spaansche hof hun
+luide klachten over Columbus inbrengen.
+
+</p>
+<p>Zoo ongelukkig stonden de zaken, toen de admiraal in een toestand van volkomen bewusteloosheid de haven van Isabella binnenvoer.
+Nauwelijks had Columbus het bewustzijn weergekregen, of zijn trouwe vriend Guanagari kwam uit broederlijke genegenheid aan
+zijn ziekbed. Alle twijfel aan de trouw van dit opperhoofd was nu geheel uit het gemoed van den admiraal en zijn vrienden
+geweken. Ofschoon Columbus een zeer gevoelig man was, kon hij toch niet hartstochtelijk heeten. Veeleer was hij kalm, ernstig,
+bezadigd. Geen uittartingen waren in staat, hem zijn bedaardheid geheel te doen verliezen. Luisterde hij naar het verhaal
+van al de door de Spanjaarden gepleegde gruweldaden, was hij getuige van de onherstelbare schade, welke de kolonie geleden
+had, en al was hij tot in &#8217;t diepst van zijn ziel bewogen, toch was hij meer van droefheid dan van wraak vervuld.
+
+</p>
+<p>Al zijn gedachten richtten zich op de vraag, wat er gedaan moest worden, om den vrede te herstellen. Maar dit was ondoenlijk.
+Columbus had niet veel manschappen meer, want velen waren aan uitspattingen bezweken, anderen hadden in den strijd met de
+inboorlingen den dood gevonden, en ook waren <a id="d0e1665"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1665">124</a>]</span>er velen met de schepen weggegaan. De wilden verkeerden juist in de grootste wanhoop. De samenzwering had een groote uitbreiding
+gekregen en zij kon een groot aantal krijgslieden op de been brengen.
+
+</p>
+<p>Een Indiaansch opperhoofd, Guarionex genaamd, voerde het bevel over een der vijf deelen van Ha&iuml;ti. Columbus zond een gezantschap
+tot hem met de verzekering, dat de buitensporigheden van de Spanjaarden tegen zijn uitdrukkelijk bevel hadden plaats gegrepen,
+en dat het zijn ernstige wensch was op vriendschappelijken voet met de inlanders te leven. Hij gaf het opperhoofd rijke geschenken,
+behandelde hem in alle opzichten als een broeder, en haalde hem over, om zijn dochter uit te huwen aan den Indiaanschen tolk,
+die bij Columbus in hooge gunst stond, en aan wien hij den christennaam van Diego Colon gegeven had. Den beminlijken cacique
+kreeg hij door deze vriendelijkheden geheel op zijn hand.
+
+</p>
+<p>Boven allen was Caonabo de gevreesde krijgsman: De ridderlijke heldendaden van Ojeda hadden zijn bewondering opgewekt. De
+jonge Spanjaard vormde het plan het Indiaansche opperhoofd gevangen te nemen. Dit plan mocht met alle recht wild, hersenschimmig
+en uiterst gevaarlijk worden genoemd. Men zou het niet kunnen gelooven, als het niet van zeer geloofwaardige zijde werd bevestigd.
+Hij koos tien eedgenooten uit, die allen een schitterende wapenrusting en prachtige paarden kregen. Zij reden omstreeks 150
+mijlen door de bosschen naar Ataguana, een van de voornaamste steden en tevens de woonplaats van het opperhoofd.
+
+</p>
+<p>Ojeda naderde hem met den meesten eerbied. Hij sprak hem aan als souvereinen vorst en verzekerde hem, dat hij met rijke geschenken
+tot hem kwam, om hem namens Columbus te smeeken, dat hij aan den wreeden oorlog een einde maken en vriendschappelijke betrekkingen
+aanknoopen zou. Caonabo, die met zijn volk verschrikkelijk geleden had, en twijfelde aan zijn macht den Spanjaarden te wederstaan,
+leende aan die voorstellen een willig oor. Ojeda werd met zijn gezellen gastvrij ontvangen. De valsche jonge Spanjaard trachtte
+op alle mogelijke wijzen het vertrouwen van het opperhoofd te verwerven.
+
+</p>
+<p>Hij stelde Caonabo voor hem naar Isabella te vergezellen, waar hij door Columbus, hiervoor durfde hij instaan, met de meeste
+onderscheiding ontvangen, en met geschenken overladen zou worden. De admiraal zou zijn vriend en bondgenoot worden, en hem
+bij al zijn plannen helpen.
+<a id="d0e1675"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1675">125</a>]</span></p>
+<p>In de kapel van Isabella hing een klok, en als die voor den kerkdienst geluid werd, wat natuurlijk dagelijks geschiedde, dan
+klonken de tonen heinde en ver over bergen en dalen, tot geen geringe verbazing van de inlanders. De Spanjaarden bezaten niets,
+wat zulk een diepen indruk maakte als die klok. Caonabo zwierf menigmaal in den omtrek van de kolonie rond, om naar die wondervolle
+tonen te luisteren. Nu vertelde Ojeda aan Caonabo, dat Columbus, om een bewijs te geven, hoezeer hij in oprechtheid zijn vriendschap
+zocht, hem die klok ten geschenke wilde aanbieden. Hij zou hem wel helpen haar in zijn paleis op te hangen. Deze verleiding
+was te groot, en het opperhoofd stemde er in toe met den verraderlijken Spanjaard mee te gaan naar Isabella.
+
+</p>
+<p>Toen het uur van vertrek gekomen was, verwonderde Ojeda zich, dat Caonabo zulk een groote krijgsmacht had bijeen gebracht,
+om hem te vergezellen. Toen hij hiervan de reden vroeg, antwoordde het opperhoofd: &#8220;Het past een groot vorst als mij niet
+bij den Spaanschen admiraal met een armzaligen stoet te komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ojeda begon te vreezen, dat het opperhoofd ook een valsch spel speelde, en dat hij heimelijk plan had &ograve;f den admiraal gevangen
+te nemen &ograve;f het garnizoen bij verrassing in te sluiten. Intusschen had zich de stoet in beweging gezet. Aan de oevers van
+een rivier ging men eindelijk rust houden, en daar hadden feestelijkheden plaats, die door Spaansche en Cubaansche spelen
+werden afgewisseld. Ojeda had een stel handboeien, die van gepolijst staal vervaardigd waren. De inlanders zagen ze voor sieraden
+aan, zooals zij ze nog nooit hadden gezien. Ojeda maakte Caonabo wijs, dat de Spaansche vorsten zulke sieraden droegen, als
+zij in feestgewaad wilden verschijnen. Hij stelde Caonabo voor, om met die handboeien aan achter hem op het paard te gaan
+zitten, en dan zoo in het kamp te rijden. De heele bevolking zou hem dan vol bewondering aanstaren.
+
+</p>
+<p>Het opperhoofd stemde hierin toe, en de kleine troep ruiters ontving de noodige bevelen. De cacique kreeg de boeien aan, en
+ging op een fikschen hengst achter Ojeda zitten. Na eenige sprongen vormden de ruiters een kring om hem heen, gaven hun dravers
+de sporen, en verdwenen met hun buit in het dichtst der bosschen. Met de blanke sabels in de hand dreigden zij den cacique
+met een onmiddellijken dood, wanneer hij tegenstand bood. Zij moesten zoo nog bijna 150 mijlen afleggen; doch de reis werd
+gelukkig volbracht, en de gevangene in triomf in het fort te Isabella opgesloten.
+<a id="d0e1684"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1684">126</a>]</span></p>
+<p>Columbus vergat het verraderlijke van de daad, omdat het hem toch genoegen deed den geduchtsten vijand van de Spanjaarden
+in zijn macht te hebben. De stoutmoedige vorst van de Cara&iuml;bi&euml;rs werd streng bewaakt. Hij bewaarde een trotsche houding, en
+wilde geen gunsten vragen, of eenig teeken van onderwerping geven. Hij scheen de daad van Ojeda zeer te bewonderen, al was
+hij dan ook het slachtoffer van die krijgslist. Toen Columbus zijn cel binnentrad, bewees hij hem niet den minsten eerbied,
+maar toen Ojeda kwam, stond hij op en groette hem zeer beleefd. Toen hem gevraagd werd, waarom hij den gouverneur met minachting
+bejegende, en een van zijn onderdanen hulde bewees, gaf de trotsche cacique ten antwoord:
+
+</p>
+<p>&#8220;De admiraal heeft nooit den moed gehad in het hart van mijn land te komen, om mij te vatten. Alleen door de dapperheid van
+Ojeda ben ik een gevangen man. Hem dus ben ik eerbied verschuldigd, maar den admiraal niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>De onderdanen van Caonabo betreurden zijn gevangenschap zeer. Een van zijn broeders bracht een leger van 7000 man op de been,
+om hem te bevrijden. Ojeda viel met een aantal geharnaste ruiters onverhoeds op hen aan, en dreef ze op de vlucht. Hun blanke
+sabels, hun wapenrusting, waar geen werpspies of pijl door kon komen; de bloedhonden, die de naakte Indianen bij de keel grepen
+en ze op den grond wierpen; en vooral de wilde dieren, waarop de Spanjaarden reden, en die in hun oog waren, wat leeuwen en
+tijgers voor vrouwen en kinderen zijn, stelden weinige honderden soldaten in staat een tienmaal grooter aantal Indianen op
+de vlucht te drijven. Ojeda kende geen genade. De arme inlanders, die voor de rechtvaardigste zaak vochten, werden vermoord,
+zooals wolven het lammeren doen.
+
+</p>
+<p>Omstreeks dezen tijd kwamen er vier schepen uit Spanje met vele benoodigdheden. Zij brachten zoowel van Ferdinand als van
+Isabella de vleiendste brieven mee. Margarite en de monnik Boyle waren nog niet in Spanje aangeland, en hadden dus met hun
+kwaadaardige schotschriften nog geen vergif gegoten in de harten van de monarchen. De beide majesteiten hadden een bevel uitgevaardigd,
+waarbij den kolonisten werd bevolen Columbus zoo onvoorwaardelijk te gehoorzamen als zij het den koning en de koningin zouden
+doen. Den admiraal werd ook verzocht naar Spanje te komen, om met zijn ondervinding het hof te helpen in het trekken van de
+aardrijkskundige lijn, die de ontdekkingen van Portugal van die van Spanje scheiden zou.
+<a id="d0e1693"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1693">127</a>]</span></p>
+<p>Columbus was echter van gevoelen, dat hij op dat oogenblik de kolonie nog niet verlaten mocht, want de verwarring was groot.
+In de mijnen werd niet meer gearbeid. De zware ziekte, waardoor hij was aangetast, kluisterde hem nog aan het bed. Daarom
+besloot hij zijn broeder Diego naar Spanje terug te zenden, om daar zijn belangen te behartigen. Aangezien hij geen goud meegeven
+kon, zond hij 500 opgelichte inlanders, die naar zijn meening te Sevilla als slaven verkocht konden worden.
+
+</p>
+<p>Het is jammer, dat de schitterende roem van Columbus door zulk een smet bezoedeld is. Maar de gewoonten van zijn tijd strekken
+eenigszins tot zijn verschooning. Lang te voren was het voorbeeld zoowel door Spanjaarden als Portugeezen gegeven, toen zij
+ontdekkingen in Afrika deden, waarbij de slavenhandel een van de grootste bronnen van inkomsten had uitgemaakt. Bovendien
+was de daad zelf door de kerk geheiligd, want de voornaamste godgeleerden hadden verklaard, dat alle barbaarsche en ongeloovige
+volken, die hun oogen voor de waarheden van het christendom sluiten, geschikte voorwerpen zijn voor oorlog en roof, voor gevangenschap
+en slavernij.
+
+</p>
+<p>Deze overweging kan de groote misdaad van Columbus, het vernederen van de inlanders tot slaven, verzachten. De daad zelf echter
+zal altijd een onuitwischbare smet op zijn karakter blijven werpen. Columbus kon beter weten, en had wijzer behooren te zijn.
+Ook in die dagen waren er mannen, die er de schandelijkheid van inzagen, en zich er tegen verzetten. De goede Las Casas liet
+zich over die snoodheid vinnig uit, en met een oprechtheid, die hem tot eer verstrekt, schrijft hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Als vrome en vroede mannen, die de leiders en onderwijzers van den koning en de koningin waren, de onrechtvaardigheid van
+den slavenhandel niet inzagen, dan is het waarlijk geen wonder, dat de ongeletterde admiraal het groote kwaad er van niet
+begreep.&#8221;<a id="d0e1702src" href="#d0e1702" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>Behalve bij de weinigen, waarop Guacanagari nog eenigen <a id="d0e1707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1707">128</a>]</span>invloed kon uitoefenen, was bij alle bewoners van het eiland de verontwaardiging tegen de Spanjaarden ten top gestegen. Columbus,
+die zelf op het ziekbed lag uitgestrekt, en wiens krijgsmacht zoowel als de geheele kolonie ontzettend veel van ziekte te
+lijden had, wendde alle middelen aan, die tot verzoening leiden en de vijandschap, die tegen hem was opgewekt, opheffen konden.
+Maar de smaad, dien men den inlanders had aangedaan, was te groot, om maar zoo gemakkelijk vergeten te kunnen worden.
+
+</p>
+<p>Nog geen twee dagreizen van Isabella af hadden de inboorlingen een leger verzameld. Columbus verliet zijn bed, om den naderende
+aanval af te weren. Hij kon maar 200 man voetvolk en 20 ruiters op de been brengen, maar dezen waren veel beter gewapend dan
+de wilden. Zij hadden veel geweren. Ook hadden zij twintig bloedhonden, die zoo wild als tijgers waren. Niets schrikte hen
+af. Met onbegrijpelijke wildheid stoven zij op de naakte Indianen in, grepen hen bij de keel en verscheurden hen.
+
+</p>
+<p>Den 27<sup>en</sup> Maart 1495 verliet Columbus met zijn legertje Isabella en trok hij tegen den vijand op, om hem onverhoeds aan te tasten.
+De Indianen kregen door hun verspieders bericht van hun nadering. Las Casas schatte het leger van de inlanders op 100000 man,
+maar dit is stellig overdreven; en het is niet te denken, dat men het aantal juist kon opgeven. De slag had bij de stad plaats,
+die nu St. Jago heet. Het was een vreeselijk tooneel van bloedbad en slachting. De geharnaste ruiters sabelden de wilden neer
+met een spierkracht, die niet scheen te kunnen worden uitgeput. Hadden de bloedhonden hun tanden in het vleesch geslagen,
+dan was het onmogelijk die er weer uit te halen; ze haalden de ingewanden uit het lijf, en sprongen woedend van den een op
+den ander. De overwinning van de Spanjaarden was volkomen, en de inlanders waren voor goed machteloos gemaakt.
+
+</p>
+<p>De wreedheid, waaraan Columbus zich bij die gelegenheid schuldig maakte, is volstrekt onverschoonbaar. Met zijn geharnaste
+ruiters maakte hij een tocht door de provinci&euml;n. Op belangrijke plaatsen bouwde hij forten, waarin hij bloedhonden en krijgslieden
+achterliet, die elkander in wreedheid niets toegaven. Ojeda was op zulke tochten, waarbij geroofd en gemoord werd, zeer gesteld,
+en daarom viel hij als een onweer neer, als hij ergens ook maar een schijn van opstand meende waar te nemen.
+
+</p>
+<p>Ten einde goud naar &#8217;t Spaansche hof te kunnen zenden, en daardoor vooral den later te verstommen, dien zijn vijanden van
+hem verspreidden, legde hij even buitensporige als hatelijke <a id="d0e1720"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1720">129</a>]</span>belastingen op, en verwachtte daarvan aanzienlijke inkomsten. Ieder inlander, die boven de 14 jaar was, moest elke 3 maanden
+zooveel goud brengen, dat de waarde er van nu met die van 5 dollars, maar toen wel met die van 15, overeenkwam. Die arme inlandsche
+kinderen moesten dus ook al 60 dollars belasting in goud per jaar opbrengen. Van de opperhoofden eischte hij natuurlijk veel
+meer. Atanicaotex, de broeder van Caonabo, moest om de 3 maanden 150 pesos goud betalen, gelijk staande met 600 dollars per
+jaar. Alleen de vrees voor de beten van de bloedhonden dreef de inlanders er toe zooveel goud bijeen te verzamelen, dat de
+ontzettend zware belasting kon worden opgebracht. Ieder, die zijn belasting betaald had, kreeg een koperen plaatje om den
+hals. Had iemand dat plaatje niet om, dan werd hij streng gestraft, soms met gevangenschap. In die streken, waar geen goud
+was, moest ieder elke 3 maanden 25 pond katoen opbrengen.
+
+</p>
+<p>Het volk was wanhopend. Kreten van smart hoorde men overal. De eenvoudige inboorlingen, die in bloemtuinen woonden en zich
+met vruchten voedden, waren tot de beklagenswaardigste slavernij gebracht en tot onrust en moeite veroordeeld, waardoor het
+leven een last werd. Aan ontvluchten viel niet te denken, en hoop was er niet. Hun prettig leven op het eiland was uit. De
+nacht van de wanhoop daalde op Hispaniola neer, en niet v&oacute;&oacute;r men in het stille graf rustte, kon men uit dien nacht komen.
+De wereldgeschiedenis is vol treurspelen, maar waar zullen we akeliger lot vinden dan dat van de bewoners van de West-Indische
+eilanden?
+
+</p>
+<p>Velen vluchtten in wanhoop naar wildernissen, waarin men haast niet doordringen kon, of naar bergspelonken. Maar ook daar
+werden zij door de bloedhonden nagespeurd, en vonden zij er een ellendigen dood. Ouders zagen hun kroost van gebrek wegkwijnen,
+of door die wilde beesten verscheuren. De onderdanen van Guacanagari hadden geen beter lot dan de anderen. Zijn landgenooten
+haatten hem, omdat hij weigerde zich met hen tegen de verafschuwde Spanjaarden te vereenigen. Alle opperhoofden spraken er
+schande van, en met hun verachting beladen, en verarmd door de afpersingen van de Spanjaarden, trachtte hij zich in een wilde
+en onvruchtbare streek te verbergen, waar hij in vergetelheid en armoede stierf, door niemand beklaagd.
+
+</p>
+<p>Intusschen deden Margarite en bisschop Boyle aan het Spaansche hof hun best, om den goeden naam van Columbus te bezwalken.
+Hun verklaringen werden door de ontevredenen, die <a id="d0e1728"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1728">130</a>]</span>met hen mee naar Spanje gegaan waren, bevestigd. De regeering benoemde Juan Aguado tot zaakgelastigde, om naar Hispaniola
+te gaan en er de ernstige beschuldigingen te onderzoeken. Tevens vaardigden zij een bevel uit, waarbij elke Spanjaard vergunning
+kreeg, om op eigen hand ontdekkingstochten te maken en op de Nieuwe wereld handel te drijven. Dit griefde Columbus zeer. Het
+was in zijn oogen een tastbare schending van de overeenkomst, die de monarchen met hem hadden gesloten.
+
+</p>
+<p>Het is moeilijk de groote verdrukking, waaraan Columbus de inboorlingen onderwierp, in overeenstemming te brengen met zijn
+bijzondere zorg, om hen te bekeeren. Maar de mensch is menigmaal vol tegenstrijdigheden. Deugd en ondeugd gaan dikwijls samen.
+
+</p>
+<p>Het goede hart van Isabella was zeer getroffen door de verhalen, die zij van het zachtaardig en milddadig karakter van de
+eilandbewoners ontvangen had. Zij beschouwde hen als door God aan hare bijzondere bescherming toevertrouwden. Toen de 500
+slaven aankwamen, werd er bevel gegeven ze te verkoopen. Isabella gaf echter tegenbevel, en belegde een raad van de geleerdste
+mannen en hoogstgeplaatste geestelijken, om te overwegen of zulk een daad rechtvaardig kon heeten in het oog van God. De raad
+was niet eenstemmig, en daarom beval Isabella, dat ze naar hun eigen land moesten terugkeeren. Zij voegde er een afzonderlijk
+bevel bij, dat de inlanders met de grootste vriendelijkheid moesten behandeld worden. Maar haar goedertierenheid kwam te laat,
+om het eiland te bewaren voor die stroomen van bloed en ongerechtigheden, die er over heengingen.
+
+</p>
+<p>Juan Aguado verliet Spanje in de tweede helft van Augustus 1495 en kwam in October te Isabella aan. Hij was, zoowel op verstandelijk
+als zedelijk gebied, een zwak mensch. Ofschoon hij tot de vrienden van Columbus behoord had, was hij er niet weinig trotsch
+op, dat hem nu een kortstondig gezag was opgedragen. Hij nam een onverdraaglijke houding van meerderheid aan, en had de onbeschaamdheid,
+om Columbus, den erkenden onderkoning van al die landen, v&oacute;&oacute;r zich te laten verschijnen, als ware hij een misdadiger, om een
+verhoor te ondergaan, en &ograve;f vrijgesproken &ograve;f veroordeeld te worden. De Spaansche grandes verheugden zich bij de gedachte,
+dat Columbus, de vreemde indringer, de &#8220;zoon van niemand&#8221;, die over Spaansche edellieden den baas had durven spelen, zijn
+ondergang nabij was.
+
+</p>
+<p>Columbus gedroeg zich onder deze rampspoeden zoo waardig, zoo hoffelijk, en met zulk een verheven gevoel van eigenwaarde,
+<a id="d0e1738"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1738">131</a>]</span>dat zijn zwakke vijand er door in verlegenheid werd gebracht. Het verdient vermelding, dat men aan het Spaansche hof geen
+beschuldiging tegen hem inbracht van onderdrukking der Indianen. Wel zeide men, dat Columbus de monarchen bedrogen had door
+van landen, waar de grootste armoede heerschte, de buitensporigste verhalen van rijkdom op te disschen; dat hij den Spaanschen
+kolonisten bovenmatigen arbeid had opgelegd, en dat hij de Spaansche edellieden met smaadheid overlaadde. Deze beschuldigingen
+tegen hem waren zonder twijfel opmerkelijk. Van de eenige groote misdaad, die Columbus werkelijk veroordeelt, dat hij <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">nl.</abbr></span> uit gouddorst een millioen menschen in onuitsprekelijke ellende stortte, spraken zij niet eens. Met de wilden zelf hadden
+zij geen medelijden. Columbus kwam telkens tusschenbeide, om hen tegen de onmenschelijke wreedheid van de trotsche edellieden
+en onbeschaafde matrozen te beschermen.
+
+</p>
+<p>Den 14<sup>en</sup> Maart 1496 vertrok Columbus naar Spanje. Den gevangen Caonabo nam hij mee, maar het ongelukkige opperhoofd stierf onderweg.
+Na een zeer lange en onvoorspoedige reis landde hij den 11<sup>en</sup> Juni te Cadix. De koning en de koningin ontvingen hem met een vriendelijkheid, die hij niet verwacht had. Dadelijk kreeg
+hij een schrijven, waarbij hem met zijn behoudene aankomst geluk gewenscht, en tevens verzocht werd ten hove te komen. Van
+de ernstige beschuldigingen, die Margarite en Boyle tegen hem hadden ingebracht, werd in &#8217;t geheel niet gesproken. Dit gaf
+Columbus moed, en daarom stelde hij voor, dat men hem nog eens zes schepen geven zou voor een nieuwe ontdekkingsreis. Deze
+werden hem toegezegd, maar de schatkist was uitgeput en door de listen van ambtenaren kwam er telkens uitstel. Vervelende
+maanden verliepen; niets werd gedaan, en Columbus was aan eindelooze teleurstellingen ten prooi.
+
+</p>
+<p>De raadslieden van den koning waren de vijanden van Columbus. De koning zelf begon hem, door den invloed van onophoudelijke
+verwijtingen, met een onvriendelijk oog aan te zien. De koningin alleen bleef den admiraal getrouw. Isabella wist te bewerken,
+dat hem een adellijke titel geschonken werd, waarbij goederen behoorden, die erfelijk waren en dus op zijn nakomelingen zouden
+overgaan. De admiraal, die diep in schulden stak, kon toch de gedachte niet laten varen, dat groote rijkdommen de vrucht van
+zijn ontdekkingen zouden worden. In zijn testament schreef hij zeer voordeelige bepalingen voor zijn bloedverwanten; stelde
+daarin bruidschatten vast voor de vrouwelijke leden der familie; bepaalde, dat zij, die zijn titel erfden en dus <a id="d0e1753"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1753">132</a>]</span>ook zijn grondbezittingen, den voorspoed van zijn geboortestad Genua naar hun vermogen moesten bevorderen. En boven alles
+droeg hij den erfgenamen van zijn landgoederen op zooveel geld af te zonderen, dat er een fonds ontstond, waardoor het mogelijk
+werd een tocht ter bevrijding van Jeruzalem te ondernemen.
+
+</p>
+<p>Met betrekking tot de Nieuwe wereld was er een groote verandering in de openbare meening gekomen. Niemand wilde meer deelnemen
+aan een reis naar eilanden, die volgens de laatste berichten zetels van ziekten, armoede en ellende waren. De kroon zag zich
+genoodzaakt tot een wanhopigen maatregel de toevlucht te nemen, om zeelieden te krijgen, door <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">nl.</abbr></span> het vonnis van hen, die tot de galeien veroordeeld waren, te veranderen in een overplaatsing naar de nieuwe volksplantingen.
+Aan alle boosdoeners zonder onderscheid werd vergiffenis geschonken, indien zij zich wilden verbinden naar de koloni&euml;n te
+gaan. Dit plan, zegt men, werd door den admiraal aanbevolen. Columbus was soms zoo moedeloos, en walgde zoo van alles, wat
+zijn vijanden hem in den weg legden, dat hij op het punt stond van alle verdere ontdekkingstochten af te zien. Alleen een
+gevoel van dankbaarheid tegenover de koningin dreef hem tot volharding. Het volgend verhaal deelen wij met de woorden van
+Washington Irving mee:
+
+</p>
+<p>&#8220;De aanmatigende trots, dien Columbus van de gunstelingen van Fonseca gedurende den langgerekten tijd van voorbereiding te
+verduren had, hinderde hem tijdens zijn geheele verblijf in Spanje, en vervolgde hem tot het uur toe, waarop hij zich inscheepte.
+Onder de verachtelijke huurlingen, die zijn leven verbitterden, was niemand lastiger en aanmatigender dan een zekere Ximeno
+Breviesca, rentmeester van Fonseca. Deze had een stalen voorhoofd, een losse tong, was de echo van zijn patroon, den bisschop,
+en sprak overal zoo luid mogelijk met afkeer van den admiraal en diens ondernemingen. Zelfs op den dag, dat het smaldeel in
+zee steken zou, werd Columbus door den laster van dezen Ximeno vervolgd. In een onbewaakt oogenblik verloor hij zijn zelfbeheersching,
+en de verontwaardiging, die hij tot hiertoe had weten te bedwingen, barstte op eens los. Hij smeet den gunsteling op den grond,
+schopte hem herhaaldelijk, en gaf in dezen ondoordachten aanval van woede lucht aan de opeenstapeling van verwijten en plagerijen,
+die zoo lang zijn gemoed hadden ontstemd.
+
+</p>
+<p>Deze daad was geheel verkeerd. Het is altijd een ramp voor een mensch, wanneer hij zich zelf geen meester meer is en toegeeft
+aan zijn toorn. Columbus schaamde er zich dan ook over, <a id="d0e1764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1764">133</a>]</span>en drukte er in een lateren brief aan den koning en de koningin zijn innig leedwezen over uit. Maar zij had op de monarchen
+een zeer ongunstigen indruk gemaakt, en de boosaardigheid van zijn vijanden verergerd.
+
+</p>
+<p>Columbus ging uit de haven van San Lucar de Barrameda den 13<sup>en</sup> Mei 1498 voor de derde maal in zee. Bijna twee jaren had hij op de vervelendste manier in Spanje doorgebracht, en de hinderpalen,
+die hem allerwege op zijn pad werden geworpen, uit den weg moeten ruimen. Zijn vloot bestond uit 6 schepen, die, behalve de
+matrozen, met 200 soldaten waren bemand. Den 19<sup>en</sup> Juni bereikte hij de Kanarische eilanden. Van hier zond hij drie schepen rechtstreeks naar Hispaniola. Met de drie overblijvende
+schepen deed hij een tocht naar de Kaap-Verdische eilanden, waar hij den 29<sup>en</sup> Juni aankwam. Na een kort oponthoud werden de zeilen weder geheschen.
+
+</p>
+<p>Dag aan dag zette men de reis onder begunstiging van den wind voort, tot zij op een plaats kwamen, waar zij de zon boven zich
+hadden. Hier heerschte een volkomen windstilte. De zee was spiegelglad en de schepen lagen stil. De lucht was snikheet, en
+de brandende zon deed het pek smelten, blakerde het dek, en deed de naden van de schepen uit elkander gaan. Op het dek kon
+men het in de zon niet uithouden, en onder het dek was de hitte verstikkend, en aan die van een oven gelijk. Alle krachten
+scheen men te verhezen, en de bijgeloovige matrozen werden met schrik vervuld bij de gedachte, dat zij in streken zouden komen,
+waarvan de fabel vertelde, dat er een vulkanische hitte heerschte, waarin geen mensch leven kon. De schepen werden zoo erg
+lek, dat het noodig geacht werd zoo spoedig mogelijk de een of andere haven binnen te loopen.
+
+</p>
+<p>Eindelijk kwam er een aangenaam koeltje en zette Columbus koers naar het Westen. De eene dag na den anderen verliep, maar
+van land was er geen spoor. Het pekelvleesch bedierf en de hoepels van de wijn- en watervaten sprongen los. Verdriet en angst
+maakten zich van alle gemoederen meester. Den 31<sup>sten</sup> Juli was er nog maar &eacute;&eacute;n ton met water op ieder schip. Het vooruitzicht, dat allen op die brandend heete zee ellendig zouden
+sterven, was inderdaad treurig. &#8217;s Middags verkondigde een kreet van een matroos, die boven in de groote mast zat, dat er
+land te zien was. Drie bergtoppen reikten tot in de wolken. Columbus noemde dit eiland La Trinidad, of de Drie&euml;enheid. Toen
+hij langs de kust voer, om een haven op te zoeken, was hij verbaasd over de schoonheid en vruchtbaarheid van het eiland. Langs
+het strand <a id="d0e1784"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1784">134</a>]</span>lagen bevallige dorpen en goed ontgonnen akkers. Aan den westelijksten kant van het eiland, die nu de golf van Paria heet,
+wierp hij het anker uit; links kon men de lage kust van Zuid-Amerika zeer duidelijk zien, maar hij dacht, dat het een eiland
+was.
+
+</p>
+<p>Dit was de eerste maal, dat Columbus het vasteland van Amerika zag. Hij noemde het eiland Zeta en schatte zijn lengte op 60
+mijlen. Sebastiaan Cabot had den 24<sup>en</sup> Juni 1497 Noord-Amerika ontdekt. Toevallig ging Columbus aan land, en vond de bewoners heel vriendelijk. Dezelfde tooneelen,
+als op het eiland Cuba, zag hij hier. De bevolking werd talrijker, hoe verder hij kwam. Een groot aantal kano&#8217;s, vol inlanders,
+kwam bij de schepen. Aan vele plaatsen gaf hij namen; doch die zijn verloren gegaan. De voorraad levensmiddelen was bijna
+uitgeput, en het werd noodig, zoo spoedig mogelijk naar Hispaniola te gaan. Van de jicht had hij erg te lijden, en door de
+verbazende hitte, de oponhoudelijke vermoeienis, de slapeloosheid en het wachthouden was zijn gezicht zeer slecht geworden.
+Hij ontdekte bij het noordwaarts zeilen twee eilanden, die nu Tobago en Grenada heeten. Vele andere eilanden voer hij nog
+voorbij, maar er was geen gelegenheid, om zich op te houden.
+
+</p>
+<p>Op &eacute;&eacute;n plaats, waar hij aan land ging, zag hij parelvisschers. Hij kocht drie pond parelen van hen. Enkele waren heel mooi
+en groot ook. De toestand van zijn oogen begon onrustbarend te worden, en daarom werden alle zeilen bijgezet, om maar zoo
+spoedig mogelijk op Hispaniola te komen, waar men den 19<sup>en</sup> Augustus aankwam. De ontmoeting van Columbus met zijn broeders was zeer hartelijk. Maar de zieke, uitgeputte en door zorg
+verteerde Columbus geleek, wat het lichaam betrof, de schim van weleer; alleen zijn geest was nog even krachtig.
+
+</p>
+<p>Columbus verlangde naar rust, maar vond ze niet. Gedurende zijn afwezigheid had Bartholomeus Columbus het bestuur, onder den
+titel van Adelantado, in handen gehad. Zijn broeder Diego liet hij te Isabella regeeren, en ging zelf naar het zuidelijk deel
+van het eiland, om goud te zoeken. Daar bouwde hij een fort, waaraan hij den naam van San Christoval gaf, maar dat anderen
+den Gouden Toren noemden. De Indianen namen een vijandige houding aan, brachten geen voedsel en er was geen einde aan de moeilijkheden.
+Roof en moord sproten hieruit voort. Een geduchte opstand van de Spanjaarden kon niet dan met de grootste moeite onderdrukt
+worden. Het eens zoo vreedzame eiland was een verblijfplaats van booze geesten geworden.
+
+</p>
+<p>Bartholomeus nam 300 inboorlingen gevangen, omdat zij beschuldigd <a id="d0e1800"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1800">135</a>]</span>werden van zich tegen hun onderdrukkers te hebben verzet. Zij werden allen in boeien geslagen, en zoo naar Spanje gezonden,
+om als slaven te worden verkocht. De rechts- en godgeleerden hadden uitgemaakt, dat het rechtvaardig was krijgsgevangenen
+tot slaven te maken. Er werden forten gebouwd. Gewapende benden Spanjaarden trokken met hun bondgenooten, de bloedhonden,
+in alle richtingen door het heele eiland, om de bewoners in ontzag te houden en vrees aan te jagen. Niemand kan ontkennen,
+dat de Indianen onder die wreedheid een veel christelijker geest openbaarden dan de Spanjaarden.
+
+</p>
+<p>In een afgelegen streek van een prachtig gedeelte van Ha&iuml;ti vond men heerlijk en vruchtbaar land, schoone vrouwen, terwijl
+minzaamheid een algemeene hoedanigheid van de ingezetenen was, Bartholomeus, die maar steeds voortging hooge belastingen op
+te leggen, wilde ook met deze onderdrukte menschen vriendschapsbetrekkingen aanknoopen. Met een sterke macht van geharnaste
+krijgslieden bezocht hij het opperhoofd Behechio. Toen de Spanjaarden het schoone dorp naderden, waar nog geen zware belasting
+opgebracht werd, kwamen 30 vrouwen, tot den stoet van den cacique behoorende, hun te gemoet. De eenige kleeding van de jonge
+meisjes bestond uit een van bloemen gevlochten krans om haar hoofd. De oudere vrouwen hadden kleine katoenen boezelaars voor.
+Allen wuifden met palmtakken, dansten en hieven welkomstliederen aan.
+
+</p>
+<p>De meisjes zagen er allerbeminnelijkst uit en haar vorm was zoo schoon, als een Grieksch kunstenaar die uit marmer had kunnen
+beitelen. Daar zij hoofdzakelijk van vruchten leefden, en geen arbeid verrichten, was haar vel zoo zacht als fluweel, en het
+gelaat zelfs schooner dan dat van de Spaansche brunetten over &#8217;t algemeen. Deze onschuldige dochteren Eva&#8217;s dachten bij haar
+algeheel gemis aan kleeren even weinig aan gebrek aan kieschheid, als een Europeesche dame, die geen sluier over het gezicht
+draagt.
+
+</p>
+<p>De weduwe van Caonabo, woonde hier bij haar broeder Behechio in. Zij was een zeldzaam schoone vrouw, en heette Anacaona. In
+een draagstoel gezeten, werd zij door zes sterke Indianen gedragen. Zij had alleen een geborduurde boezelaar voor, en om haar
+hoofd, hals en armen droeg zij bloemkransen. Bartholomeus was met 6 van zijn voornaamste ruiters bij Behechio gehuisvest.
+De overigen werden door de mindere hoofden van het noodige voorzien. Allen kregen hangmatten met katoenen bedden er in.
+<a id="d0e1808"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1808">136</a>]</span></p>
+<p>Twee dagen lang bleven de Spanjaarden in het dorp, en ontvingen van het gastvrije volk alle mogelijke oplettendheden. Voedsel
+was er voor hen in overvloed, en onderscheidene spelen en feestelijkheden werden tot hun vermaak uitgevoerd. Een van die spelen
+geleek veel op het worstelspel der oude Romeinen. Twee troepen naakte Indianen, met pijl en boog gewapend, leverden elkander
+een geregeld gevecht. Vier werden gedood en velen gewond. Kreten van toejuiching weergalmden door de lucht, evenals de Romeinsche
+senatoren en hun vrouwen aanhieven, wanneer in den schouwburg het bloed in het strijdperk vloeide. De strijd zou wellicht
+nog veel bloediger zijn geweest, als Bartholomeus niet verzocht had, er een eind aan te maken.
+
+</p>
+<p>Tot dank voor al deze goedheid, gaf de Adelantado den cacique kennis, dat hij gekomen was, om hem en al zijn volk onder de
+bescherming van de almachtige vorsten van Spanje te plaatsen, en van hen de schatting te ontvangen, die de andere opperhoofden
+van het eiland gaven. Omdat hier geen goud was, legde hij een belasting op in katoen, hennip en maniokbrood. Voor deze daad
+van heerschzucht kan geen verschooning bestaan. Zij was zoo onrechtvaardig, als een daad van zeeroovers maar wezen kan. De
+cacique was verplicht voor de overmacht te bukken. Hij wist, welk lot andere deelen van het eiland getroffen had, en hoopte
+door overmatige vriendelijkheid en gastvrijheid dat lot van zijn eigen onderdanen af te weren.
+
+</p>
+<p>Te Isabella zag het er ellendig uit. Ziekten heerschten er verschrikkelijk en de voorraad van geneesmiddelen was uitgeput.
+Allen twistten en morden. De Indianen hadden die streken verlaten en aten, in ruwe bergstreken, waar het zelfs voor bloedhonden
+moeilijk werd hen te vervolgen, wortels en gras. Menigvuldige oproeren braken er onder de inboorlingen uit. De wreedheid,
+welke de hulpelooze en wanhopige lieden te verduren hadden, was ontzettend. Dorpen werden in de asch gelegd. Gillende slachtoffers,
+door geharnaste ruiters vervolgd, werden door de Spanjaarden neergesabeld. Door wreedaardige doggen werden de ledematen van
+vrouwen en kinderen verscheurd. Regeeringloosheid en ellende heerschten overal. Het schoone eiland Ha&iuml;ti was in weinige maanden
+door de slechtheid van menschen in een verblijf van ellende verkeerd, waar nauwelijks eenige vreugde werd aangetroffen.
+
+
+<a id="d0e1815"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1815">137</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1702" href="#d0e1702src" class="noteref">1</a></span> In zijn ijver voor de Indianen werd Las Casas door een zonderlinge onstandvastigheid, de oorzaak van den slavenhandel, want
+hij stelde voor, om van de Portugeezen in Afrika negers te koopen, ten einde de landbouwers van werkvolk te voorzien. Hieraan
+werd ongelukkig uitvoering gegeven. Hij schreef onderscheidene werken, die nooit een drukker vonden. Al zijn werken verraden
+groote geleerdheid, helder oordeel en godsvrucht. Ondanks zijn groote ongelijkheid aan zich zelf met betrekking tot de negers,
+moet hij als een zachtaardig mensch beschouwd worden, als iemand, die de menschheid werkelijk liefhad.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1816"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Elfde Hoofdstuk.</h2>
+<h2>Terugkeer naar Spanje en de vierde reis.</h2>
+<p>Een laaghartig man, Franciscus Roldan genaamd, had tegen de regeering van Columbus een samenzwering gesmeed. Hij was met zijn
+aanhang naar Xaraguay gegaan, waar hij de bevolking uitplunderde, haar rechten vertrapte, en zich aan allerlei uitspattingen
+overgaf. Terwijl hij zoo huishield, wierpen daar drie Spaansche karveelen, wier bemanning uit ontslagen gevangenen bestond,
+het anker uit. Door den stroom waren ze er heen gedreven. Bijna allen liepen ze van de schepen af, en voegden zich bij die
+schelmen op het land. Het verhaal van het rijke en prettige leventje, dat die snoodaards daar smaakten, was het lokaas geweest.
+Deze woestelingen hadden hun zwaarden, kruisbogen, lansen, handbuksen en andere wapenen meegenomen, toen ze aan land waren
+gegaan. Zoodra Columbus deze feiten vernam, was hij niet weinig verlegen. Had hij in sommige opzichten niet veel gevoel voor
+recht, wat rechtschapenheid en menschelijkheid aanging, hierin stond hij veel hooger dan zijn tochtgenooten. Deze bandelooze
+troep zwierf naar willekeur rond, en maakte zich aan de stuitendste zedeloosheid schuldig. Men tartte zichtbaar Columbus&#8217;
+gezag, en de opstand nam gevaarlijke afmetingen aan. Vele ontevredenen liepen naar de muiters over. Ongelukkig had Columbus
+geen macht genoeg, om een gevecht met hen te beginnen. Aan eenige terugkeerende schepen gaf hij voor de monarchen berichten
+van den opstand mee. Ook vroeg hij om de overkomst van nog meer geestelijken voor de bekeering der Indianen, en of de Spanjaarden
+voor den tijd van twee jaren de inlanders als slaven mochten gebruiken.
+
+</p>
+<p>Toen de schepen vertrokken waren, schonk hij zijn aandacht weer aan de opstandelingen. Hij schreef aan Roldan in woorden,
+die verzoening ademden, dat hij hem in &#8217;t belang van zijn goeden naam en ook voor het algemeen welzijn aanraadde, niet in
+zijn verzet te volharden. Hij zond tevens een vrijgeleide, waardoor zij, die naar den Admiraal wilden gaan, om met hem de
+zaken te overleggen, beschermd zouden worden. Maar de eischen van Roldan en zijn bondgenooten waren onbeschaamd en aanmatigend.
+Eindelijk werd er een vergelijk getroffen. Roldan en zijn saamgezworenen kregen twee schepen, waarmee ze naar Spanje terug
+konden keeren, en ieder ontving bovendien een bewijs van goed gedrag. De schepen gingen in October 1499 <a id="d0e1825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1825">138</a>]</span>onder zeil, en de muiters namen veel slaven mee. Herrara zegt, dat Colulmbus dubbelhartig was, en dit moet, al was het ook
+een eigenaardig kenmerk van die dagen, streng veroordeeld worden.
+
+</p>
+<p>Terwijl hij Roldan en zijn aanhangers een bewijs van goed gedrag gaf, schreef hij te gelijker tijd aan Ferdinand en Isabella,
+dat hij dit maar gedaan had, om die schurken weg te krijgen: dat de getuigschriften valsch waren; dat deze mannen de grootste
+misdaden hadden bedreven; dat zij zich aan roof en moord hadden schuldig gemaakt, en dat hij er daarom op aandrong, hen terstond
+na hun aankomst gevangen te nemen, hen van hun gestolen schatten te berooven en daarna zeer streng te straffen.
+
+</p>
+<p>De toestand van Columbus was werkelijk beklagenswaard. Hij was ziek en had aanhoudend pijn. De samenzweringen tegen hem vermenigvuldigden
+zich, en de Spaansche edellieden, de trotschte menschen van de wereld, behandelden hem met minachting. Verachtelijk werd hij
+&#8220;de verwaande vreemde&#8221; genoemd. Zijn deugden werden in de oogen van de zedelooze Spanjaarden een middel tot vuigen laster.
+Er was geen laagheid, waartoe zijn vijanden niet in staat waren. Zij bekleedden de hoogste ambten in kerk en staat, en poogden
+door de gemeenste schotschriften hem van de monarchen te vervreemden. Hij stond alleen, bijna zonder een enkelen vriend. Er
+was in heel Spanje nauwelijks &eacute;&eacute;n man, wiens toestand meer te beklagen was.
+
+</p>
+<p>Roldan besloot ten slotte op het eiland te blijven, terwijl hij de meesten van zijn medeplichtigen naar Spanje liet gaan.
+Hij werd met het hoogste gezag bekleed, nam een groot deel van het land in bezit, en liet het door slaven bewerken.
+
+</p>
+<p>De ridderlijke, roekelooze Ojeda was naar Spanje teruggekeerd. Door eenige rijke ondernemers voortgeholpen, was hij er in
+geslaagd vier schepen uit te rusten, waarmee hij op eigen gelegenheid een ontdekkingstocht zou doen. Een koopman van Florence,
+Amerigo Vespucci genaamd, en wiens naam later aan de Nieuwe wereld verbonden zou worden, maakte deel uit van den tocht. De
+kleine vloot zeilde in Mei 1499 van Sevilla uit. Zij bereikte de Cara&iuml;bische eilanden. Na een hevig gevecht met de inlanders
+namen zij velen gevangen, en voerden ze weg, om als slaven te worden verkocht. Van hier voeren zij naar Hispaniola, omdat
+zij gebrek aan benoodigdheden hadden, en wierpen den 5<sup>en</sup> September bij de westelijkste punt van dit eiland het anker uit.
+
+</p>
+<p>Columbus werd door dezen inval zeer onaangenaam getroffen, daar hij dit eiland als zijn bepaald eigendom beschouwde. Daarom
+<a id="d0e1840"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1840">139</a>]</span>zond hij Roldan met eenige ontevredenen er heen, om de plannen van Ojeda te dwarsboomen en hem, zoo mogelijk, gevangen te
+nemen. De beide jonge ridders waren even beginselloos, sluw en roekeloos. Roldan ging met twee karveelen en 25 onverschrokken,
+goed gewapende mannen, den gelukzoeker opsporen. Zij ontmoetten elkander. Ojeda liet zijn reispas zien, dien hij van den koning
+en de koningin had ontvangen, en zeide, dat een deel van de voordeelen aan de kroon vervielen. Dit maakte aan allen tegenstand
+een einde. De trotsche ridder zeide ook, dat Columbus bij het hof geheel in ongenade was gevallen, en dat het zijn voornemen
+was, den admiraal spoedig op te zoeken, daar hij eenige mededeelingen van zeer vertrouwelijken aard had te doen.
+
+</p>
+<p>Met dit bericht keerde Roldan naar Columbus terug. Dit verdroot den admiraal zeer. Het was duidelijk, dat hij niet langer
+in de gunst van het hof deelde, en dat de monarchen op zijn voorrechten inbreuk maakten. Hij wachtte eenigen tijd op het beloofde
+bezoek van Ojeda, maar deze had in &#8217;t geheel geen plan naar den admiraal te gaan. Roldan werd opnieuw uitgezonden, om de bewegingen
+van Ojeda na te gaan. Beiden waren valschaards en dubbelzinnige menschen. Beiden plunderden en onderdrukten de inlanders.
+Ojeda kruiste langs de kusten van Ha&iuml;ti, landde op afgelegen punten, en lichtte zoo lang inboorlingen op, tot hij zijn schepen
+vol slaven had. Dan keerde hij naar Cadix terug, waar zij op de slavenmarkt verkocht werden.
+
+</p>
+<p>Het gezag van Columbus liep ten einde. Zij, die hem nog gehoorzaamden, wilden dat zelf. Andere stoutmoedige en roekelooze
+mannen liepen naar willekeur rond. Het was gemakkelijk aan vervolging te ontsnappen. Sommigen wisten zich bij de inboorlingen
+bemind te maken; anderen vereenigden zich in groote troepen en plunderden hen of namen hen gevangen. De soort van beschaving
+en christendom, die de Spanjaarden op Ha&iuml;ti hadden gebracht, hadden het eiland in de diepste ellende gestort. Een uitvoerig
+verslag van de tooneelen, die het gevolg hiervan waren, biedt niets dan een walgelijk en droevig verhaal aan van valschheid,
+misdaad en wreedheid. Columbus streed moedig tegen de stormen van den tegenspoed. Meer dan anderen, met uitzondering van Las
+Casas misschien, bleef hij aan de beginselen van recht en menschelijkheid getrouw, en was hij de vriend van de inboorlingen.
+En toch moet men niet vergeten, dat de goede Las Casas gezegd heeft: &#8220;Wij moeten niet die arme bewoners van Ha&iuml;ti tot slaven
+maken: maar laat ons de Afrikanen <a id="d0e1846"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1846">140</a>]</span>oplichten.&#8221; Ook moeten wij, bij onze beoordeeling van die menschen, niet vergeten, dat nog onlangs mannen, vrouwen en kinderen
+op de slavenmarkten van Amerika verhandeld werden, en dat veel predikers van het christendom verkondigd hebben, dat dit recht
+was &#8220;voor het aangezicht des Heeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Columbus was op &#8217;t fort Concepcion. Zijn geest was vermoeid en verbitterd door al de laagheid, die hij overal vond, en waaraan
+hij niets kon veranderen. Een ellendeling, die Mexica heette, bewerkte een samenzwering om den admiraal te vermoorden. Hij
+trok het geheele eiland door, en nam een groot aantal rondzwervende Spanjaarden, die gaarne aan gewaagde ondernemingen deelnamen,
+in dienst. Adriaan de Mexica was ook een van de hoofdaanvoerders van Roldan&#8217;s partij geweest. Hij had zich zoo vreeselijk
+slecht gedragen, dat Columbus hem van de algemeene vergiffenis uitsloot, en hem uit het eiland verbande. Van Roldan had hij
+verlof gekregen er weer terug te komen.
+
+</p>
+<p>Aan den vooravond van den dag, waarop de saamgezworenen het plan ten uitvoer zouden brengen, kreeg Columbus er bericht van
+door een weggeloopene. Geen oogenblik mocht verloren gaan. Met tien vertrouwde en onverschrokken mannen, nam hij Mexica door
+overrompeling gevangen. Hij kwam voor het gerecht en werd veroordeeld om opgehangen te worden.
+
+</p>
+<p>Columbus gaf bevel Mexica aan den top van het fort op te hangen. De laatste verzocht te mogen biechten voor men de doodstraf
+toepaste. Een priester werd ontboden. De ongelukkige Mexica, die tijdens den opstand zoo dapper was geweest, verloor allen
+moed, toen hij den dood in het aangezicht zag. Hij stelde het biechten telkens uit, begon er mee, hield dan weer op, begon
+op nieuw, aarzelde weer, als hoopte hij door tijd te winnen kans op vrijspraak te hebben. In plaats van eigen zonden te belijden,
+beschuldigde hij anderen, van wie het bekend was, dat ze onschuldig waren, van misdaad, tot dat Columbus, die door zooveel
+valschheid en verraad zeer verbitterd was, het geduld verloor, en in een mengeling van verontwaardiging en toorn bevel gaf
+den ellendeling op de tinne van &#8217;t fort op te hangen.
+
+</p>
+<p>De overige samenzweerders werden met alle kracht vervolgd, en verscheidenen gevat en opgehangen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p141.jpg" alt="Kasteel van Columbus op San Domingo."></p>
+<p class="figureHead">Kasteel van Columbus op San Domingo.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Er waren nu zes zeer belangrijke forten op het eiland, die een rij van militaire posten vormden en de inboorlingen krachtig
+in bedwang hielden. Zeven en twintig mijlen van Isabella lag het fort Esperanza; achttien mijlen verder Santa Catalina, en
+twaalf mijlen van daar zag men de donkere muren van het fort Magdalena. <a id="d0e1863"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1863">141</a>]</span><a id="d0e1864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1864">142</a>]</span>Later werd op dezelfde plaats de stad Santiago gesticht. Omstreeks 14 mijlen van hier werd, midden in een vruchtbare en volkrijke
+vlakte, het fort Conception gebouwd. Op een afstand van nog geen anderhalve mijl lag een groote Indiaansche stad, waarover
+het beroemde opperhoofd, Guarionex geheeten, regeerde. Te Isabella bleef alleen een tamelijk toereikend garnizoen, dat de
+plaats moest zien te behouden. Columbus ging weg, bezocht elke plaats en maakte van het fort San Domingo, in het zuiden van
+het eiland, zijn hoofdverblijf.
+
+</p>
+<p>In 1849 bezocht T.&nbsp;S. Hennekin deze streek. Uit zijn zeer belangrijken beschrijvingsbrief nemen wij het volgende over:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het fort Concepcion ligt aan den voet van een heuvel, die nu Santo Cerro heet. Het is geheel van steen en nog zoo onbeschadigd,
+als toen het pas gemaakt was. Het staat in de schaduw van een weelderig woud, dat de plaats van vroegere werkzaamheid en drukte
+heeft ingenomen; het is een plek, die men eens voor zeer belangrijk hield, en waarop tal van menschen woonden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar is die tallooze menigte gebleven, die door dit fort in ontzag moest gehouden worden? Er is geen spoor meer van over,
+en alleen de geschiedenis maakt er melding van. De stilte van het graf heerscht nu daar, waar hun woningen echo&#8217;s gaven op
+hun liederen en dansen. Enkele arme Spanjaarden, die in armelijke hutten en ver van elkander in het woud leven, bezitten nu
+deze eenmaal zoo vruchtbare en schoone landstreek.&#8221;
+
+</p>
+<p>Tot nog toe had Ferdinand ondervonden, dat zijn bezittingen in de Nieuwe wereld zaken waren, waar geld bijgepast moest worden,
+in plaats van bronnen van rijkdom te zijn. Hierdoor was hij zeer teleurgesteld. Zijn hof werd bestormd door teleurgestelde
+en spijt gevoelende menschen, die een bitter oordeel over Columbus uitspraken, en om groote sommen gelds vroegen, die zij
+beweerden, dat Columbus hun schuldig was. Deze algemeene en onophoudelijke klachten begonnen zelfs op het gemoed van Isabella
+een ongunstigen indruk te maken. Uit de brieven van Columbus bleek maar al te duidelijk, dat het eiland in een toestand van
+de grootste wanorde verkeerde. Hieruit kon men gerust opmaken, dat, hoe zuiver de gronden van den admiraal ook waren, het
+hem aan de noodige bekwaamheid ontbrak, om voor de naleving en handhaving van bestaande wetten en verordeningen te zorgen.
+
+</p>
+<p>Ferdinand was een omzichtig en ijverzuchtig Spanjaard. Het had hem steeds eenigszins gehinderd, dat hij het bestuur over Spaansche
+volkplantingen aan Genueesche avonturiers over moest <a id="d0e1876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1876">143</a>]</span>laten. In die dagen werd de grens, die volken scheidt, streng getrokken. In het woord <i>vreemdeling</i> lag iets verwijtends opgesloten. Dat Columbus zoo voor het instandhouden van de slavernij ijverde, vond de koningin zeer
+onaangenaam. Toen de schepen met de mede-opstandelingen van Roldan in Spanje terugkeerden, waren er 700 slaven op. Velen van
+dezen hadden ze van Columbus gekregen tot loon voor hun overgave, en anderen hadden ze zelf gestolen. Ook waren onder deze
+gevangenen vele jonge, mooie meisjes, dochters van opperhoofden, die door deze laaggezonkenen uit haar woningen waren gesleurd.
+Voor al deze ongerechtigheden stelde Isabella Columbus aansprakelijk, en zij kon dit met recht doen. Hij toch was onderkoning
+van al die gewesten en was werkelijk met volstrekt gezag bekleed.
+
+</p>
+<p>Het gevoel van de koningin was vreeselijk gekwetst. Zij geloofde, dat de eenvoudige inboorlingen van die uitgestrekte landen
+in het bijzonder onder haar bescherming waren gesteld. Verontwaardigd riep zij uit: &#8220;Hoe durfde die admiraal mijn onderdanen
+weg te geven?&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij drukte haar groot ongenoegen uit, niet alleen door bevel te geven, dat al die Indianen weer aan hun betrekkingen teruggezonden
+moesten worden, maar ook door te gebieden, dat allen, die vroeger door den admiraal naar Spanje waren gezonden, opgespoord
+en teruggestuurd moesten worden. Columbus gevoelde al de bitterheid van deze handeling. Het was hem duidelijk geworden, dat
+zijn invloed aan het hof aan het tanen was. Ongelukkig kreeg hij, juist in dezen tijd, nog v&oacute;&oacute;r hij de bepaalde gevoelens
+van Isabella kende, een brief, waarin men hem aanspoorde om met het zenden van Indiaansche slaven voort te gaan, aangezien
+hieruit een groote bron van inkomsten voor de kroon voortvloeide.
+
+</p>
+<p>Tusschen Columbus en Roldan waren weer nieuwe moeilijkheden gerezen. De stoutmoedige Spaansche ridder, die de trotsche hidalgo&#8217;s
+en de laagste dollemannen om zich verzamelde, werd een geduchte tegenstander. Columbus verzocht derhalve, dat er iemand gezonden
+werd, die tusschen hem en Roldan als scheidsrechter kon optreden. Dit gaf nu juist aan Ferdinand het voorwendsel, waarnaar
+hij zoo lang had uitgezien, om handelend op te treden.
+
+</p>
+<p>Don Francisco de Bobadilla, een der hoogste militaire en godsdienstige waardigheidsbekleeders aan het hof, werd met deze tijdelijke
+zending belast. Het blijkt echter, dat deze zending gericht was tegen hen, die opgestaan waren. In de opdracht staat:
+<a id="d0e1889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1889">144</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wij bevelen u te onderzoeken, wie en wat de personen zijn, die zich tegen genoemden admiraal en onze verordeningen hebben
+verzet, en waarom zij dit deden; aan welken roof en aan welke overtredingen zij zich schuldig hebben gemaakt; en voorts, uw
+onderzoek uit te strekken tot alles, wat met de zaken in verband staat. Hebt gij inlichtingen gekregen, weet gij de waarheid,
+neem dan allen, die schuld hebben, gevangen, en leg beslag op hun goederen. Zijn ze in uw macht, zet dan uw onderzoek voort,
+ook ten aanzien van hen, die afwezig zijn, en leg zulke boeten en straffen op, als gij zult goeddunken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Deze macht werd blijkbaar verstrekt, om hen te straffen, die tegen het gezag van Columbus in opstand waren gekomen. In den
+aanhef staat, dat een overheidspersoon en enkele andere personen het gezag van Columbus weerstonden, en daarom was de afgevaardigde
+gemachtigd de orde te herstellen. De koninklijke lastbrief was den 21<sup>en</sup> Maart 1499 geschreven. Twee maanden later, den 21<sup>en</sup> Mei kregen de hidalgo&#8217;s en de staatsambtenaren op het eiland een brief, waarin hun van het aan Bobadilla toegekend gezag
+kennis werd gegeven. Uitweidende over de volstrekte macht, die hem was gegeven, om de ongeregeldheden te onderdrukken, werd
+daarin gezegd:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is onze wil, wanneer de genoemde bevelhebber Francisco de Bobadilla het voor onzen dienst en in het belang van het recht
+noodig acht, dat sommige ridders en andere personen, die thans op de eilanden zijn of daar komen, vertrekken en er niet blijven
+of terugkeeren, hij hun in onzen naam kan bevelen voor ons te komen verschijnen en ze dwingen kan heen te gaan. En wij bevelen
+tevens, dat ieder, dien hij dit gelast, onmiddellijk, zonder ons te vragen of te raadplegen, zonder op een brief of een bevel
+van ons te wachten, ook zonder in hooger beroep te komen of een verzoekschrift in te dienen, gehoorzamen zal aan alles, wat
+hij zegt of beveelt, op straffe van wat hij namens ons opleggen zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>Bobadilla kwam den 23<sup>en</sup> Augustus 1500 in de haven van San Domingo aan. Columbus was toen op het fort Concepcion, en zijn broeder Diego lag in de
+zeehaven van San Domingo. Dadelijk verklaarde Bobadilla, dat hij Columbus in het bestuur over het eiland had vervangen, en
+dat hij het hoogste gezag bekleedde. Opgetogen van blijdschap voegden zich alle ontevredenen bij hem. Met de gewapende macht,
+die hij meegebracht had, en de hartelijke deelneming van al de misnoegden, viel het hem licht de plaats in bezit te nemen.
+<a id="d0e1907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1907">145</a>]</span></p>
+<p>Zonder verhoor werd Columbus uit zijn ambt ontslagen, zonder dat er zelfs een aanklacht tegen hem werd ingediend. Het scheen
+tot de bijzondere wenschen van Bobadilla te behooren den admiraal te vernederen. Hij ging in het huis van Columbus wonen,
+en maakte zich van zijn wapenen, goud, huisraad, paarden en al zijn brieven en handschriften, zelfs van de geheime, meester.
+Ten einde de volksgunst te verwerven, vaardigde hij een bevel uit, waarbij voor een tijdperk van 20 jaren aan een ieder, die
+voor eigen rekening goud ging zoeken, vergund werd slechts 1/11 aan de regeering te geven, in plaats van &#8531;, zooals tot nog
+toe.
+
+</p>
+<p>In plaats van Roldan en allen, die tegen Columbus in opstand waren, te gelasten v&oacute;&oacute;r hem te verschijnen, behandelde hij hen
+met de grootste beleefdheid, opdat hij zich ook van hun hulp bij zijn wederrechtelijke toe&euml;igeningen mocht verzekerd houden.
+Terwijl Columbus zeer verslagen en bedroefd was, ontving hij het volgende korte en eenigszins duistere briefje van de koningen:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Aan Don Christophorus Columbus, onzen admiraal van den oceaan. Wij hebben den bevelhebber Francis de Bobadilla, brenger dezes,
+bevolen, dat hij in onzen naam met u spreken zou over zaken, die hij u meedeelen zal. Wij verzoeken u hem geloof en vertrouwen
+te schenken en dienovereenkomstig te handelen.
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik, de koning; Ik de koningin.&#8221;</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dadelijk besloot de admiraal aan alle eischen van Bobadilla te voldoen, tot hij alle besluiten van Hunne majesteiten kende.
+Bobadilla liet Diego Columbus vatten en sloot hem geboeid aan boord van een der schepen op. Toen zond hij officieren uit,
+om Columbus gevangen te nemen, deed hem boeien aan, en bracht hem in een van de cellen op het fort San Domingo. De waardigheid,
+waarmede Columbus zich onder dit alles gedroeg, heeft de algemeene bewondering, zelfs die van zijn vijanden, opgewekt.
+
+</p>
+<p>Een aantal beschuldigingen tegen Columbus kreeg men van de muiters en die werden naar het Spaansche hof opgezonden. Van zulke
+laaghartigen krioelde het in de kolonie te San Domingo.
+
+</p>
+<p>In het begin van October werd Columbus, geboeid als de gemeenste misdadiger, door de straten naar het schip geleid. Het geschreeuw
+van het grauw volgde hem. Monzo de Villejo, een man van hooge afkomst en een edel karakter, werd met de zorg voor de gevangenen
+belast. Zoowel hij als de scheepskapitein, Andreas Martin, behandelden den admiraal, gedurende de reis, met den diepsten eerbied.
+Zeer gaarne zouden zij hem de boeien hebben afgedaan, maar de admiraal wilde dit niet, en zeide trotsch:
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p146.jpg" alt="Columbus in ketenen."></p>
+<p class="figureHead">Columbus in ketenen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen; Hun majesteiten hebben mij schriftelijk bevolen mij <a id="d0e1931"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1931">146</a>]</span><a id="d0e1932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1932">147</a>]</span>aan alles te onderwerpen, wat Bobadilla in hun naam zou bevelen. Op hun gezag heeft hij mij in deze boeien geklonken. Ik zal
+ze dragen, tot zij bevel geven ze weg te nemen, en ik zal ze daarna bewaren als herinneringen aan het loon voor de diensten,
+die ik bewezen heb.&#8221;
+
+</p>
+<p>Onderweg schreef hij een bewonderenswaardigen brief, dien men aan de monarchen moest laten zien. Hij zond dien aan Donna Juana
+de la Torres, een hofdame, die in de bijzondere gunst van de koningin deelde. Toen het schip te Cadix kwam, werd deze brief
+dadelijk verzonden en aan Isabella gegeven. Zij las hem met de diepste ontroering en deelneming. De koning en de koningin
+waren beiden even verontwaardigd over de Columbus aangedane behandeling. Zij gaven bevel, dat hij en zijn broeders dadelijk
+in vrijheid gesteld, en met de grootste onderscheiding bejegend moesten worden. Gezamenlijk schreven zij aan Columbus, en
+drukten hun leedwezen uit, dat hij zooveel geleden had, verzekerden hem van hun dankbaarheid en liefde, noodigden hem aan
+het hof en zonden 2000 dukaten, om de reiskosten te bestrijden.
+
+</p>
+<p>Op den 17<sup>en</sup> December maakte Columbus, rijk gekleed en gevolgd door een voor die gelegenheid passenden stoet, zijn opwachting bij Hun
+majesteiten te Grenada. Toen de koningin hem groette, barstte zij in tranen los. Dit maakte het hart van den heldhaftigen
+man zoo week, als geen gestrengheid had kunnen doen. Hij viel op de knie&euml;n, lag voor eenige oogenblikken buiten kennis, en
+weende en snikte onder hevige aandoeningen. Columbus werd overtuigd, dat zij de handelwijze van Bobadilla geheel afkeurden,
+en dat hij onmiddellijk zou worden ontslagen. Zij sloegen volstrekt geen acht op de beschuldigingen, die Bobadilla tegen hem
+had ingediend. Elke gelegenheid grepen zij aan, om openlijk hun gunst te openbaren, en gaven hem de verzekering, dat al zijn
+leed vergoed, in zijn armoede voorzien zou worden, en dat hij zijn vroeger gezag terug zou krijgen.
+
+</p>
+<p>Onder het bestuur van Bobadilla deed ieder, wat hij wilde. Las Casas deed een huiveringwekkend verhaal van al het onrecht,
+dat men den Indianen aandeed. De gemeenste deugnieten namen den schijn aan van edelen te zijn, ontstalen den opperhoofden
+hun dochters, omringden zich met bedienden, als waren ze Oostersche vorsten en dwongen de inlanders hen in stoelen te dragen.
+Een inlander of een vogel dood te schieten, was hun hetzelfde.
+
+</p>
+<p>Zoo spoedig als het kon werd Don Nicholas de Ovando heengezonden, om Bobadilla af te zetten. Maar het ontbrak hem aan de noodige
+macht, om over de gemoederen, die daar de rust <a id="d0e1945"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1945">148</a>]</span>verstoorden, den baas te spelen. Onder zijn bestuur kwam er geen verbetering in den toestand. Hem was in het bijzonder opgedragen
+Columbus en al zijn broeders voor al hun verliezen schadeloos te stellen.
+
+</p>
+<p>Intusschen werden er toebereidselen gemaakt voor een nieuwe reis van Columbus. Tochten door andere hoven en bijzondere personen
+ondernomen, hadden een groote uitbreiding aan de ontdekkingen in de Nieuwe wereld gegeven. Vasco de Gama was de Kaap de Goede
+hoop omgezeild en verrijkte Portugal met de voortbrengselen van de Oost. Men onderstelde, dat daar ergens een straat moest
+zijn, dicht bij de landengte van Dari&euml;, die den Atlantischen met den Stillen oceaan verbond. Columbus moest die straat trachten
+te vinden. Na veel getalm, dat aan alle hofhoudingen eigen is, waren er eindelijk vier schepen zeilklaar. Het grootste schip
+hield maar 70 ton in, en het kleinste 50. De geheele bemanning bestond uit 150 koppen.
+
+</p>
+<p>Columbus was nu een man op jaren; hij had zijn 66<sup>e</sup> jaar bereikt. Door verdriet en zorg was zijn geest afgemat, en vele lichaamsgebreken bogen die eens zoo krachtige gestalte.
+Zijn geestvermogens schenen echter nog onverzwakt. Op deze reis werd Columbus door zijn broeder Bartholomeus en zijn jongeren
+zoon Fernando vergezeld.
+
+</p>
+<p>Den 9<sup>en</sup> Mei 1502 zeilde de vloot van Cadix uit. Langs de kust van Marokko en de groote Canarische eilanden, kwam de kleine vloot
+den 15<sup>en</sup> Juni bij een van de Cara&iuml;ben, waarschijnlijk Martinique. Na een vaart van 30 mijlen kwamen zij bij Dominica. Toen hij Santa
+Cruz en de zuidzijde van Porto Rico voorbijvoer, was hij, in strijd met zijn oorspronkelijk plan en de hem verstrekte lastgeving,
+genoodzaakt de haven van San Domingo in te loopen. In een brief aan de monarchen gaf hij hier een verklaring van.
+
+</p>
+<p>Don Ovando, de opvolger van Bobadilla, regeerde toen. Om de een of andere reden, die nog niet geheel opgehelderd is, weigerde
+Ovando den generaal in de haven te laten komen. Las Casas geeft te verstaan, dat er in de stad veel vijanden van Columbus
+waren, en hij dus vreesde, dat die gemeene en diepgezonken lieden hem geweld zouden aandoen. Toen Columbus er aankwam, zou
+er juist een vloot in zee steken, om naar Spanje te gaan. Zij had een groote hoeveelheid goud in, dat men door maatregelen
+van geweld van de inboorlingen had afgeperst. Bobadilla hoopte hierdoor de gunst van Hun majesteiten te koopen. Het was de
+rijkste lading, die ooit de eilanden verlaten had. <a id="d0e1964"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1964">149</a>]</span>Een verbazend groote klomp, dien een Indiaansche vrouw gevonden had en die het grootste stuk gedegen goud was, dat ooit ontdekt
+werd, was er ook bij. Men rekende, dat die klomp meer dan 5000 gulden waard was.
+
+</p>
+<p>De morgen, waarop de vloot onder zeil zou gaan, was buitengewoon helder. Geen blaadje bewoog zich, en de zee geleek een spiegel.
+Maar het geoefend oog van Columbus voorzag de nadering van een dier geweldige windhoozen, die zoo menigmaal in de keerkringszee&euml;n
+een schipbreuk ten gevolge hebben. Daarom raadde hij den gouverneur aan, het vertrek van de schepen een paar dagen uit te
+stellen. Zijn raad werd echter met verachting verworpen. Er kwam een lichte bries, alle zeilen werden geheschen, en de vloot
+aanvaardde de reis.
+
+</p>
+<p>Columbus, die zeker wist, dat er een storm in aantocht was, en het verdrietig vond, dat men hem bij den naderenden nood uit
+de haven verdreef, die hij zelf had ontdekt, zocht zoo spoedig mogelijk een veilige ankerplaats op, waar hij den storm gerust
+kon afwachten. De naar Spanje terugkeerende vloot was nog maar weinige uren op zee, of de hoos vloog met ongewone woede op
+haar aan. Het schip, waarop Bobadilla en Roldan zich bevonden met een groote hoeveelheid goud aan boord, waartoe ook de groote
+klomp behoorde, werd door de golven in de diepte geslingerd en allen verdronken. Vele andere schepen zonken, en men vernam
+er niets meer van. Enkelen gelukte het in gehavenden toestand op San Domingo terug te komen. Slechts &eacute;&eacute;n schip kwam in Spanje.
+Het is opmerkelijk, dat dit juist het zwakste van alle was, en dat het het eigendom van den admiraal bevatte.
+
+</p>
+<p>Columbus, die in een nooit bezochte baai ankerde, was getuige van de snelle vaart en het geloei van de windhoos, terwijl pikzwarte
+wolken door het luchtruim vlogen, een bijna nachtelijke duisternis heerschte, en reusachtige boomen door den verschrikkelijken
+storm werden geveld. Met veel moeite redde hij zijn schepen. Nadat hij ze in de kleine haven van Azua gekalefaat had, werd
+de reis voortgezet. Toen hij Jamaica voorbij was, belette windstilte het voortgaan, kreeg hij met tegenwinden en nog veel
+meer met zijn muitziek volk te worstelen. Negen nare en moeitevolle weken gingen kruipend om, en toen bereikte men een eilandje
+op de kust van Honduras in de nabijheid van Truxillo.
+
+</p>
+<p>Een kano, waarin 25 Indianen zaten, kwam op het schip af. Dezen waren wat beschaafder, dan die men tot dusver had ontmoet.
+<a id="d0e1974"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1974">150</a>]</span>Hun zwaarden waren van zeer hard hout gemaakt, hun messen van steen en hun bijlen en hakmessen van koper. Zij droegen aardig
+geweven hemden en mantels van katoen, dat sierlijk en met verschillende kleuren geverfd was. Maar het allerbelangrijkst is
+wel, dat zij groote hoeveelheden cacao-boonen bij zich hadden, waarvan de chocolade gemaakt wordt. De Spanjaarden hadden deze
+boon nog nooit gezien. Spoedig werden die boonen een algemeen en belangrijk handelsartikel.
+
+</p>
+<p>De kano was uit een enkelen boomstam gemaakt, en zal 54 voet lang en 8 breed zijn geweest. Zij was dus nog al groot. Columbus
+kocht hun alles af, en betaalde met Europeesche snuisterijen. De inboorlingen waren noch verwonderd noch bang. Mannen en vrouwen
+hadden katoenen kleederen aan.
+
+</p>
+<p>Men kon in het Zuiden de bergen van het vasteland duidelijk zien. Een van de Indianen bood zich dadelijk als loods aan. Columbus
+verliet dit eiland, dat nog den echt Indischen naam van Guanaja draagt, en zeilde zoo lang zuidwaarts tot hij bij kaap Honduras
+kwam, die hij kaap Caxinas noemde. Het was Zondag morgen, de 4<sup>e</sup> Augustus. De admiraal ging met een groot gedeelte van het scheepsvolk aan land, om er een godsdienstoefening te houden. Twee
+dagen later landde hij op een andere plaats, ontplooide er de Spaansche vlag en nam het land in naam van Spanje in bezit.
+Wel een honderdtal Indianen stond er om heen, en keek eerbiedig naar die plechtigheid.
+
+</p>
+<p>Toen hij langs de kust van Honduras de reis oostwaarts voortzette, had hij wel 60 dagen lang grooten last van stormen en regenvlagen,
+vergezeld van onweders, zooals hij nog nooit had bijgewoond. Den meesten tijd lag Columbus te bed, omdat hij erg door de jicht
+gekweld werd. Het kwam zijn vrienden en ook hem zelf voor, dat het einde van zijn stormachtig leven nabij was. Eindelijk bereikte
+hij een punt, waar de kustlijn bijna rechthoekig naar het Zuiden liep. Deze kaap noemde hij Gracias a Dios, of &#8220;Gode zij dank.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo langs de kust varende, scheen het land dicht bevolkt te wezen, en zag het er met zijn heuvels en valleien, zijn bosschen
+en weiden zeer bekoorlijk uit. Het is een opmerkelijk feit, dat de inboorlingen, hoe vriendelijk ook, geen geschenken van
+de Spanjaarden wilden aannemen zonder er iets voor terug te geven van hetgeen zij bezaten. Dit is des te opmerkelijker, omdat
+zij zulk een groote waarde hechtten aan Europeesche messen en koralen.
+
+</p>
+<p>De reis werd langs de schilderachtige stranden van Costa <a id="d0e1989"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1989">151</a>]</span>Rica voortgezet. Hier zag men inlanders, die versierselen droegen van zuiver goud. Maar de gedachten van Columbus bepaalden
+zich thans alleen tot het vinden van de straat. Om die denkbeeldige doorvaart te zoeken, deed hij alle baaien van de landengte
+van Panama aan. Veertig mijlen zeilde hij zoo langs de kust van Veragua voort, en kreeg intusschen verscheidene platen zuiver
+goud. Hier zagen de Spanjaarden voor het eerst flink gebouwde steenen huizen.
+
+</p>
+<p>Den 2<sup>en</sup> November ging de vloot een ruime haven in, die Columbus Puerto Bello noemde, en zoo heet zij nog. De inlanders kwamen in
+grooten getale aanloopen, en velen naderden ook in kano&#8217;s. Een storm belette 7 dagen lang het voortzetten van de reis. Op
+den 9<sup>en</sup> kwamen zij, na 24 mijlen te hebben afgelegd, te Nombre de Dios. De velden waren hier rijk begroeid met vruchten, Indisch
+koren en andere gewassen. Hun schepen verkeerden in een bedroevenden toestand, zoozeer hadden de wormen de planken doorboord.
+Zoo lang men de inlanders minzaam behandelde, waren zij ook zoo vriendelijk, als men maar kon verlangen. Maar Columbus kon
+de ontaarde en ruwe matrozen niet altijd in bedwang houden, &#8217;s Nachts zwommen die deugnieten vaak aan wal, en beleedigden
+de inlanders op een vreeselijke wijze.
+
+</p>
+<p>Niet zelden hadden er oneenigheden plaats. De inlanders werden telkens talrijker, en er ontstond een gevecht. De schepen lagen
+dicht bij den wal, zoodat Columbus te recht bang was, dat duizenden inboorlingen op zijn schepen zouden komen. Daarom loste
+hij twee- of driemaal de kanonnen, maar de schoten gingen over hun hoofden heen. De donder en de bliksem verschrikten hen
+zoo, dat zij de vlucht namen.
+
+</p>
+<p>Daar Columbus door folterende pijnen gekweld en door stormen beloopen werd, keerde hij naar Hispaniola terug. Wel vond hij
+vele aanwijzingen van goud, maar de toestand der schepen was zoo, dat er aan verder onderzoek niet meer te denken viel. Hij
+trachtte aan de rivier de Belen een kolonie te stichten, en was voornemens het bestuur daarover aan zijn broeder toe te vertrouwen,
+terwijl hij dan naar Spanje zou gaan, om hulpmiddelen te halen. Achttien man bleef achter. Zij begonnen aan de oevers van
+de rivier vier huizen te bouwen. Het was een vruchtbare streek, en bananen, pisangs, pijnappels, cacao-boonen, ma&iuml;s en vele
+eetbare wortels trof men er in overvloed aan. In de rivier en op de zeekust was allerlei soort van visch. Voor gebrek aan
+voedsel behoefde geen vrees te bestaan, en Columbus deed alles, <a id="d0e2003"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2003">152</a>]</span>wat hij kon, om met de wilden op een vriendschappelijken voet te blijven.
+
+</p>
+<p>Maar het opperhoofd van dat land, Quibian geheeten, was een oorlogzuchtig man, die met leede oogen zag, dat er op zijn grond
+huizen werden gebouwd, en dat de vreemdelingen zich dus naar alle waarschijnlijkheid daar voor goed wilden vestigen. Men verdacht
+hem van een krijgsmacht op de been te brengen, om de kolonie te verwoesten. Een gewapende bende van 74 man werd heimelijk
+uitgezonden, om het opperhoofd met zijn geheele huishouding gevangen te nemen en hen als gijzelaars te houden. &#8217;t Is jammer,
+dat we dit slechts van &eacute;&eacute;n kant weten, daar de wilden er geen geschiedschrijvers op nahouden.
+
+</p>
+<p>In alle stilte en onopgemerkt kwamen de booten bij het groote huis of het paleis van het opperhoofd. Hij werd met zijn geheele
+gezin gevangen genomen. Hij, zijn vrouwen, kinderen en bedienden vormden een gezelschap van 50 personen. Het opperhoofd werd
+aan handen en voeten geboeid, en zoo zakten de booten de rivier af, om de gevangenen op het admiraalsschip te brengen. Columbus
+had het wreede plan hen allen mee naar Spanje te nemen, ze daar als gijzelaars te houden tot zijn terugkomst, opdat de inboorlingen
+zich rustig zouden gedragen.
+
+</p>
+<p>Maar al had men Quibian ook geboeid, toch gelukte het hem &#8217;s nachts uit de boot te springen en naar den wal te zwemmen. De
+andere gevangenen werden op het schip gebracht en in de voorplecht opgesloten. Het valluik werd met een zware ketting en een
+slot vastgemaakt. &#8217;s Nachts maakten de sterkste krijgslieden een soort van beun onder het luik, klommen er op, zetten hun
+schouders onder het luik en lichtten het met vereende krachten op. Dadelijk sprongen zij weg, en lieten zich in zee vallen.
+De zeelieden schoten aanstonds toe, hadden hun uitgetrokken sabels in de hand, verhinderden velen te ontsnappen en maakten
+toen het valluik weer met den ketting vast.
+
+</p>
+<p>&#8220;Toen men des morgens&#8221;, schrijft Irving, &#8220;eens naar de gevangenen ging kijken, vond men ze allen dood. Eenigen hadden zich
+met eindjes touw opgehangen en raakten met de knie&euml;n den vloer; anderen hadden zich verworgd door de touwen met de voeten
+stijf aan te trekken. Zulk een moedigen, onbedwingbaren geest had dit volk, en zoo groot was zijn afkeer van de blanken.&#8221;
+
+</p>
+<p>En nu vielen de verbitterde inboorlingen verwoed op de kolonie aan. Veel Spanjaarden, maar ook veel wilden vonden den dood.
+Stormachtig weer maakte de zee onstuimig. Die aan land waren, hadden geen kans om te ontsnappen, en &#8217;t was voor <a id="d0e2015"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2015">153</a>]</span>Columbus onmogelijk hen te helpen. De oorlog woedde <span class="corr" title="Bron: ontzachelijk">ontzaglijk</span>, en ging als altijd met bloed en ellende vergezeld. Na vele dagen van aanhoudenden strijd en tal van wanhopige waagstukken
+moest men de kolonie opgeven, en haar bewoners konden zich door de hevige rukwinden niet dan met de grootste moeite in drie
+wrakke vaartuigen inschepen, die ieder uur gevaar liepen te zinken.
+
+</p>
+<p>Columbus ging onder al dit leed diep gebukt. Oud, ziek, teleurgesteld, in aanhoudend doodsgevaar en omringd door ontevreden
+en morrend scheepsvolk, was het leven hem een last geworden. In een koortsachtigen droom werd hij getroost door wat hem voorkwam
+een gezicht van God te zijn. Hij deed hiervan meedeeling aan den koning en de koningin.
+
+</p>
+<p>&#8220;Afgetobd en zuchtend,&#8221; schreef hij, &#8220;viel ik in slaap. Ik hoorde een klagende stem, die tot mij zeide: &#8216;O, gij trage en onverstandige
+van hart, om te gelooven en uw God te dienen, die de God van allen is. Wat deed Hij meer voor Mozes dan Hij voor u heeft gedaan?
+Van uwe geboorte af, waart gij het voorwerp Zijner bijzondere zorg.&#8217;&#8221;
+
+</p>
+<p>Op deze manier vroolijkte de onderstelde engel zijn neergebogen geest op.
+
+</p>
+<p>Het water in de rivier stond zoo laag, dat een van de schepen er vast zat en dus achtergelaten moest worden. In het laatst
+van April 1503 verliet Columbus deze oorden van ellende, en ging naar de kust van Veragua. Daar gekomen, moest hij een tweede
+schip verlaten, omdat het geheel door de wormen was verteerd. Nu moesten allen in twee schepen geborgen worden, en deze konden
+ze alleen door aanhoudend pompen boven water houden.
+
+</p>
+<p>Den 30<sup>en</sup> Mei kwam hij ten Zuiden van Cuba bij een eilanden-groep, die hij de Koninginne-eilanden noemde. Daar overviel hem op eenmaal
+midden in den nacht een storm, zooals hij er nog nooit een beleefd had. De schepen werden her- en derwaarts gedreven, en de
+admiraal, die nog altijd lijdende was en in den grootsten nood verkeerde, omdat de schepen telkens meer lek werden, had toch
+het geluk een haven op de kust van Jama&iuml;ca binnen te loopen, waar hij al eens meer was geweest, en die hij toen Santa Gloria
+had genoemd.
+
+</p>
+<p>Verder kon hij niet varen, want zijn schepen dreigden zelfs in de haven te zinken. Hij gaf bevel beide vaartuigen naast elkander
+op het droge te laten loopen. Een paar meter van het strand werden ze vastgelegd, en op den boeg en bij den achtersteven
+<a id="d0e2035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2035">154</a>]</span>werden met riet gedekte hutten gebouwd. Wetende, dat hij zich niet tegen de Indianen verdedigen kon, als zij kwaad wilden,
+beval hij, dat niemand zonder verlof aan land mocht gaan. Hij deed intusschen al het mogelijke, om zich van de vriendschap
+van de wilden te verzekeren, die in grooten getale in de haven gekomen waren. Zij droegen allerlei levensmiddelen aan, die
+zij gaarne aan de Spanjaarden wilden verkoopen.
+
+</p>
+<p>Men zou met de inboorlingen niet in oneenigheden gekomen zijn, als geen slechte bejegening en mishandeling hen tot vijanden
+hadden gemaakt.
+
+
+
+
+</p>
+<p class="div1"><a id="d0e2039"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Twaalfde Hoofdstuk.</h2>
+<h2>De schipbreuk bij Jama&iuml;ca.</h2>
+<p>Het eiland Jama&iuml;ca was destijds zeer bevolkt en vruchtbaar. Wijselijk stelde Columbus maar twee personen aan, die met de inboorlingen
+handel mochten drijven. Hij vond het raadzaam eenige manschappen af te zenden, om het binnenland te gaan onderzoeken. Diego
+Mendez ging met eenige goed gewapenden heen, en trok het heele eiland tot zijn oostelijkste punt door. Overal werd hij met
+echt broederlijke gastvrijheid ontvangen. Het gebied van onderscheidene opperhoofden werd door hem bezocht, en overal ruilde
+men bereidwillig de voortbrengselen van &#8217;t land tegen Europeesche waren in.
+
+</p>
+<p>Op het einde van het eiland woonde een machtig opperhoofd, dat Ameyro heette. Hij was een zeer verstandig en aangenaam man,
+die een warm vriend van Mendez werd. Zij namen elkanders naam aan tot een teeken van broederschap. Mendez kocht een van die
+kano&#8217;s van hem, waarvan we vroeger reeds een beschrijving hebben gegeven. Hij betaalde er een koperen pot, een buis en een
+hemd voor. Met al zijn metgezellen, zes Indianen en een ruimen voorraad levensmiddelen voer hij langs de kust, vertoefde op
+verschillende plaatsen, en kwam zoo op de plaats, waar men schipbreuk geleden had.
+
+</p>
+<p>Door den handel was alle vrees voor hongersnood geweken, maar Columbus werd toch door grooten angst gedrukt. In een nooit
+bezochte zee en op een bijna onbekend eiland had hij schipbreuk geleden, en het was even onmogelijk de schepen te herstellen
+als nieuwe te bouwen. Kans, dat een vreemd schip <a id="d0e2050"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2050">155</a>]</span>hem op zou nemen, was er ook volstrekt niet. Hispaniola lag meer dan 120 mijlen verder, en in dat deel van de zee gingen sterke
+stroomen en heerschten vaak hevige stormen. Het liet zich dus aanzien, dat de schipbreukelingen altijd op het eiland zouden
+moeten blijven, om de een na den ander te sterven.
+
+</p>
+<p>Daar kwam Columbus op het denkbeeld, dat de moedige Mendez misschien zou over te halen zijn, om met de door hem gekochte kano
+den gevaarlijken tocht naar Hispaniola te ondernemen. Mendez had op een eenvoudige, maar toch boeiende wijze verteld, welk
+gesprek hij gehouden had. De admiraal liet den jongen man bij zich komen, en zeide:
+
+</p>
+<p>&#8220;Diego Mendez, mijn zoon, geen van allen hier begrijpen iets van ons gevaar, behalve gij en ik. Ons getal is klein, dat der
+Indianen groot, en zij zijn prikkelbaar en oploopend. Bij de minste aanleiding zouden zij onze rieten hutten in brand steken,
+en wij er bij omkomen. Ik heb over een ontsnapping gedacht, indien gij er niets tegen hebt. Met de door u gekochte kano zou
+er een naar Hispaniola kunnen gaan, en trachten een schip te krijgen, waardoor wij allen gered konden worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hierop gaf Mendez ten antwoord: &#8220;Mijnheer, ik weet, dat het gevaar waarin wij verkeeren, grooter is dan velen denken kunnen.
+Maar ik geloof, dat het niet alleen moeielijk, maar geheel onmogelijk is, om met een vaartuig als een kano naar Hispaniola
+te gaan. We moeten dan een stroom door, die 40 mijlen breed is, en de zee is er bijzonder onstuimig en haast nooit kalm. Ik
+zou niet weten, wie zulk een gevaarlijken tocht zou willen wagen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Na een oogenblik gezwegen en bemerkt te hebben, dat hij zelf de persoon was, dien Columbus op het oog had, om den tocht te
+ondernemen, voegde Mendez er aan toe:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer, ik heb dikwijls mijn leven gewaagd, om u en allen hier te redden, en God heeft mij tot hier toe wonderbaarlijk
+behouden. Er zijn er evenwel, die zeggen, dat Uwe Excellentie mij alle zaken toevertrouwt, waarmee eer te behalen is, en dat
+anderen die net zoo goed zouden doen als ik. Daarom verzoek ik u al het volk bij u te roepen en het voorstel te doen. Als
+allen weigeren, dan zal ik komen, en mijn leven voor u in de waagschaal stellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag kwamen allen van de beide schepen te zamen. Niet &eacute;&eacute;n was er, die zulk een gewaagde onderneming aandurfde.
+Toen trad Mendez vooruit, en zeide:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer, ik heb maar &eacute;&eacute;n leven te verliezen. Ik ben bereid het in uw dienst te wagen, en voor allen die hier aanwezig zijn.
+<a id="d0e2066"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2066">156</a>]</span>Ik vertrouw op de bescherming van God, die ik vroeger zoo dikwijls mocht ondervinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>De kano werd op &#8217;t strand getrokken en van een soort kiel voorzien. Om te maken, dat er geen water in kon loopen, werden er
+van den voor- naar den achtersteven planken op vastgespijkerd. Ook zette men er een mast met een zeil op. Toen er een goede
+voorraad levensmiddelen ingelegd was, begon Mendez met slechts &eacute;&eacute;n Spanjaard en 6 Indianen de gevaarlijke reis.
+
+</p>
+<p>Van Santa Gloria tot kaap Morant was meer dan 100 mijlen. Zij hadden met veel tegenstroomen te kampen, en kwamen zeer langzaam
+vooruit. Toen zij aan den oostkant van het eiland bij kaap Morant gekomen waren, moesten zij er door het stormachtige we&ecirc;r
+verscheidene dagen blijven. Daar werden zij door een troep vijandige Indianen aangevallen, die zonder moeite de boot met alles,
+wat er in was, in bezit namen. Daar de Indianen twist kregen over de verdeeling van den buit, kon Mendez ontsnappen en met
+de kano in zee steken. Door wind en stroom geholpen, kwam hij behouden te Santa Gloria aan. Waar zijn Spaansche tochtgenoot
+gebleven was, is niet bekend.
+
+</p>
+<p>De ridderlijke Mendez verklaarde zich bereid, om de reis nog eens te doen. Door ondervinding geleerd, nam hij twee kano&#8217;s,
+ieder bemand met 6 Spanjaarden en 10 Indianen. Bartholomeus Fiesco, een Genuees met een uitmuntend karakter, bestuurde de
+tweede kano. Een gewapende bende begeleidde de booten tot aan het einde van het eiland. Na een oponthoud van vier dagen aanvaardden
+zij de moeielijke reis. De morgen was helder en de zee kalm.
+
+</p>
+<p>Maanden lang bleef Columbus in volkomen onzekerheid, wat hun overkomen was. Dit blijkt uit de volgende aanhaling, al is die
+dan ook onsamenhangend, uit zijn dagboek:
+
+</p>
+<p>&#8220;Tot nog toe heb ik over anderen geweend. Maar nu, o hemel! heb medelijden, en ween over mij, o aarde! Mijn aardsche schatten
+zijn zoo, dat ik geen halven cent heb voor een mis; ik ben hier in Indi&euml; gebracht en door wreede en vijandige wilden omringd;
+eenzaam, verlaten en ziek verwacht ik, dat elke dag de laatste is; wat geestelijke schatten betreft, ik leef hier buiten de
+Heilige genademiddelen van de Kerk, zoodat, wanneer mijn ziel het lichaam verlaat, zij eeuwig verloren is. Ween over mij,
+al wie liefde, waarheid en gerechtigheid bemint! Ik deed deze reis niet, om goud of eer te behalen, dat is zeker. Die wensch
+bestond bij mij niet meer. Ik spreek oprecht, ik kwam, om uw majesteiten te dienen met goede bedoelingen en loffelijken ijver.
+<a id="d0e2078"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2078">157</a>]</span>Mocht het God behagen mij van hier te bevrijden, dan smeek ik Uwe Majesteiten mij te vergunnen naar Rome te gaan en andere
+pelgrimstochten te doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Kort na het vertrek van Mendez en Fiesco, brak er onder de bemanning een vreeselijke ziekte uit. Dagen, weken, maanden zelfs
+gingen langzaam voorbij. Allen waren zeer terneergeslagen, en zij konden hun geest met niets bezighouden. Er ontstond gemor
+en velen waren ondankbaar genoeg den admiraal de oorzaak van al hun rampen te noemen.
+
+</p>
+<p>Bij het gezelschap bevonden zich twee broeders, Francisco en Diego de Porras, beiden mannen van voorname geboorte en van aanzien.
+Dezen, die als ijdel, onbeschaamd en beginselloos beschreven worden, wisten een opstand tegen het gezag van Columbus, die
+door een hevigen aanval van jicht aan zijn bed gekluisterd was, te verwekken.
+
+</p>
+<p>Het wachten moe en zonder hoop ooit weer iets van Mendez te zullen hooren, nam een oproerige en bandelooze troep tien kano&#8217;s
+en zeilde er mee naar Hispaniola. In &#8217;t geheel bestond zij uit 48 man. Uit niets blijkt, dat Columbus zich krachtig tegen
+die maatregelen heeft verzet. Maar het beleedigende en het wantrouwen, dat uit het gedrag van de oproermakers sprak, gaf hem
+veel verdriet.
+
+</p>
+<p>Er waren maar weinigen, die bij den admiraal bleven, wanneer men de zieken niet meerekent. De muiters stoorden zich aan niets,
+en behandelden de Indianen op de onbarmhartigste wijze. Ook namen zij hun alles af, en zeiden: &#8220;Columbus moet er voor betalen,
+en als hij &#8217;t niet doet, slaat hem dan dood.&#8221; Columbus bleef intusschen bedlegerig, en leed ontzettend veel, zoowel naar het
+lichaam als naar den geest. De woeste soldaten trokken als dollemannen langs de kusten, en plunderden de inboorlingen overal,
+waar zij aan land kwamen. Blijkbaar was het hun voornemen de Indianen zoo kwaad te maken, dat zij den admiraal en allen, die
+bij hem gebleven waren, gingen vermoorden. Op die wijze zou men van hun opstand, waardoor zij zich natuurlijk een zware straf
+op den hals haalden, in Spanje niets te weten komen.
+
+</p>
+<p>Toen zij het einde van het eiland bereikt hadden, haalden zij vele Indianen, waarschijnlijk door dwang, over, hen in het overvaren
+te helpen. De kano&#8217;s, die van geen kiel voorzien waren, konden door haar geringe afmetingen zeer licht omslaan, als men niet
+met groote zorg het evenwicht wist te bewaren. De golven werden grooter en sloegen over de kano&#8217;s neen, zoodat <a id="d0e2090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2090">158</a>]</span>de dood onvermijdelijk scheen. Om de kano&#8217;s lichter te maken, wierp men een aantal Indianen over boord, als waren het schapen
+of varkens. Terwijl zij zoo in het water spartelden, gelukte het enkelen een kant van een kano te grijpen, om even te rusten
+of adem te scheppen. Zonder de minste aarzeling hakten de onmenschelijke Spanjaarden met hun zwaard de handen van die ongelukkigen
+af. De arme schepsels gilden dan natuurlijk erbarmelijk en zonken. Zoo kwamen er achttien om.
+
+</p>
+<p>Met moeite bereikten de Spanjaarden het eiland weer. Door den hevigen storm waren zij genoodzaakt geworden bijna alles, wat
+eenige waarde had, over boord te werpen. Nu ontstond er twist over den te volgen koers. Sommigen stelden voor om, als de wind
+gunstig werd, naar Cuba te varen; anderen raadden aan van de onderneming af te zien, en berouwvol naar den admiraal terug
+te keeren; nog waren er, die naar Santa Gloria wilden gaan, om zich daar van nieuwen voorraad te voorzien. De meerderheid
+echter vond het het best, om van den eersten gunstigen wind gebruik te maken en dan naar Hispaniola te reizen. Na een oponthoud
+van vier weken, gedurende welken tijd zij de inboorlingen aan de grootste onderdrukking bloot stelden, werd het goed weer
+en waagden zij een nieuwe poging; maar zij werden weer door stormen teruggedreven. Nu verloren zij den moed, gaven de onderneming
+op en begonnen langzaam midden door het eiland den terugtocht aan te nemen. Het waren sterke mannen en goed gewapend ook,
+tevens door en door bedorven lieden. Las Casas zegt, dat hun marsch met een voorbijtrekkende pest gelijk stond.
+
+</p>
+<p>De zieke en lustelooze Columbus wachtte te Santa Gloria, maar bijna zonder hoop, op eenig bericht van Mendez. Aan de waarheid
+van de volgende schoone woorden, die Irving aan zijn nagedachtenis wijdde, kan redelijkerwijze niet getwijfeld worden:
+
+</p>
+<p>&#8220;Terwijl Porras en de zijnen met vreugdelooze en wanhopige ongebondenheid huishielden, vertoonde Columbus integendeel het
+beeld van een mensch, die in alle opzichten waar is, en te midden van tegenspoed en verdriet door reinheid van hart zich staande
+weet te houden. Had het gezonde en krachtige deel van zijn garnizoen hem verlaten, het zieke en moedelooze overschot trachtte
+hij te troosten en te bemoedigen. Zijn eigen bitter lijden vergat hij en dacht alleen aan het hunne. De weinigen, die nog
+eenige diensten konden verrichten, hielden de wacht op het wrak of pasten op de zieken, maar er was niemand, die nieuwen voorraad
+levensmiddelen en andere benoodigdheden kon <a id="d0e2098"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2098">159</a>]</span>aanhalen. Gelukkig begonnen de goede trouw en het vriendelijk gedrag van Columbus jegens de inlanders de gewenschte vrucht
+te dragen. Aanzienlijke hoeveelheden voorraad werden hun van tijd tot tijd gebracht en hij kocht alles tegen een zeer billijken
+prijs.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat hiervan &#8217;t lekkerst en &#8217;t versterkendst was, liet hij voor de zwakken klaar maken. Daar hij wist, hoe verbazend groot
+de invloed van de ziel op het lichaam is, deed hij zijn best, om de lijders wat op te vroolijken en hun hoop te verlevendigen.
+Zijn eigen angst wist hij te verbergen, en hij bewaarde een vroolijk en opgeruimd gelaat, terwijl hij door opbeurende toespraken
+de hoop op een spoedige redding vernieuwde. Door hen zoo vriendelijk te behandelen en zoo verstandig met hen om te gaan, werkte
+hij gunstig op de gezondheid en de vroolijkheid van zijn volk, en was het eindelijk weer in staat voor de algemeene veiligheid
+iets te doen. Er werden bepalingen gemaakt, waaraan men zich moest onderwerpen en hierdoor ontstond de noodige orde. De menschen
+werden overtuigd van de voordeelen eener goede tucht en zagen in, dat de door den bevelhebber gemaakte verbodsbepalingen tot
+hun eigen welzijn strekten en aller gemak bevorderden.&#8221;
+
+</p>
+<p>De voorraad werd echter schaarsch, want oogsten deden de Indianen niet. Zij plukten vruchten als die rijp waren en, daar zij
+weinig behoeften kenden, hadden ze voor hun gebruik al spoedig genoeg. Sieraden verloren hun aantrekkelijkheid, en daarmee
+hun waarde. De vadzige Indianen wilden niet ver loopen, om voedsel te halen, en daardoor dreigde er werkelijk gebrek voor
+de Spanjaarden te zullen ontstaan. In deze omstandigheden nam Columbus het volgende buitengewone middel te baat, om voorraad
+te krijgen. Van zijn sterrenkundige kennis gebruik makende riep hij het opperhoofd tot het bijwonen van een vergadering op,
+en koos daarvoor een dag uit, waarop een totale maansverduistering plaats hebben zou. Hij deelde hun mede, dat God, die de
+bijzondere Beschermer van de Spanjaarden was, vertoornd op hen geworden was, omdat zij hadden verzuimd een voldoende hoeveelheid
+voedsel te brengen. Tot een bewijs <span class="corr" title="Bron: an">van</span> zijn ongenoegen en van de straf, die hen wachtte, zou God in den aanstaanden nacht de maan uitblazen. Sommigen werden nu
+zeer benauwd, en anderen lachten er om.
+
+</p>
+<p>De nacht kwam, maar toen de maan verdonkerde, waren allen van vrees vervuld. De opperhoofden wierpen zich aan de voeten van
+Columbus neer, en smeekten hem bij God hun voorspraak <a id="d0e2109"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2109">160</a>]</span>te willen zijn, belovende voortaan altijd gehoorzaam te zullen wezen. Columbus liet zich lang smeeken, maar gaf eindelijk
+toe. Toen de verduistering minder werd, begaf hij zich naar de kajuit als om met God te spreken. Spoedig daarna scheen de
+maan weer in haar gewonen luister, en er was geen gebrek aan levensmiddelen meer.
+
+</p>
+<p>Acht maanden waren verloopen sinds Mendez en Fiesco de gevaarvolle reis begonnen. De oproermakers onder Francisco Porras,
+die hun erkend hoofd schijnt te zijn geweest, hadden zich hier en daar naar hartelust aan uitspattingen schuldig gemaakt.
+Juist toen de zon onderging, kwam er op zekeren avond een schip aan. De vreugde was groot. Het schip wierp in de haven het
+anker uit en zond een boot naar de in nood verkeerende schepen. De onvriendelijke Ovando, die blij zou geweest zijn als hij
+gehoord had, dat Columbus was vergaan, durfde, toen hij van Mendez diens toestand vernam, toch niet nalaten alle middelen
+aan te wenden tot zijn redding. Na lang en nutteloos wachten zond hij een vroegeren samenzweerder tot Columbus, om eens goed
+op te nemen in welken toestand hij verkeerde. Deze man, Diego de Escobar geheeten, was een van de saamgezworenen van Roldan
+geweest. Columbus had hem ter dood veroordeeld, maar Bobadilla had hem genade geschonken.
+
+</p>
+<p>Deze man nu kwam in zijn boot naar de schepen toe, maar aan boord ging hij niet. Hij overhandigde Columbus een brief van Ovando,
+en bood hem tevens een vat wijn en een zij spek aan. Daarop ging hij een eindje achteruit, en vertelde toen aan Columbus,
+dat het Ovando erg speet, dat hij zoo ongelukkig was. Ook speet het hem erg, dat zijn schip niet groot genoeg was, om Columbus
+en zijn metgezellen mee te nemen; maar dat er zoo spoedig mogelijk een ander komen zou. Als soms Columbus een brief wilde
+meegeven voor Ovando, dan verzocht hij Columbus dien dadelijk te schrijven, omdat hij gaarne spoedig wilde vertrekken.
+
+</p>
+<p>Columbus schreef een beleefden en verzoenenden brief, beschreef zijn droevigen toestand en verzocht dringend om spoedige hulp.
+Escobar heesch de zeilen en verdween. De Spanjaarden wisten niet, wat zij van dit zonderlinge bezoek te denken hadden, en
+verloren opnieuw alle hoop. Columbus trachtte hen te bemoedigen door de verzekering, dat er weldra schepen zouden komen, om
+hen weg te halen. Met Escobar, zeide hij, wilde ik niet gaarne meegaan, en het schip was ook te klein om allen op te nemen,
+zoodat hij dan nog maar liever bleef om hun lot te deelen.
+<a id="d0e2117"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2117">161</a>]</span></p>
+<p>Heimelijk was Columbus zeer verontwaardigd over het gedrag van Ovando. Voor eenige maanden had hij hem in een gevaarvollen
+toestand en pijnlijke onzekerheid verlaten, terwijl hij aan de vijandschap van de inlanders, de oproerigheid van zijn eigen
+manschappen en bittere wanhoop ter prooi was. Eindelijk zond hij een boodschap, die slechts een bedriegelijke hoop voorspiegelde,
+en dan nog wel met een man, die een van zijn onverzoenlijkste vijanden was, met een geschenk, dat door zijn onbeduidendheid
+een bespotting van hun nooden geleek.
+
+</p>
+<p>De indruk, dien Columbus gekregen had en dien ook Las Casas ontving, was waarschijnlijk juist. Ovando vreesde, dat Columbus
+weer het bestuur over Hispaniola in handen zou krijgen, en hoopte werkelijk, dat hij op het eiland Jama&iuml;ca omkomen zou.
+
+</p>
+<p>Nu moeten wij de lotgevallen van Mendez en Fiesco nagaan. Zij waren langs de zuidelijke kust van het eiland gevaren tot zij
+het einde bereikt hadden. De zee was zeer kalm geweest. Toen waren zij moedig de oogenschijnlijk grenzenlooze zee opgevaren,
+die v&oacute;&oacute;r hen lag. Geen wolkje was er aan de lucht en geen windje rimpelde de golven van den oceaan. De hitte van de keerkringszon
+was verschrikkelijk, want zelfs de inlanders sprongen in zee, om zich te verfrisschen, v&oacute;&oacute;r zij de roeiriemen weer in de hand
+namen. Nacht en dag werd de reis voortgezet. De Indianen, die al het werk deden, losten elkander af, zoodat, als de eene helft
+roeide, de andere ging slapen. Ook de Spanjaarden, die met de wapenen in de hand de wacht hielden, deden dat bij beurten;
+omdat zij bang waren, dat de door hen tot slaven vernederde Indianen, tegen hen zouden opstaan.
+
+</p>
+<p>Land was nergens te zien. De wrakke kano&#8217;s gingen met de golven op en neer, en &#8217;t was duidelijk, dat zij stellig zouden vergaan
+als de zee ze erg in beweging bracht. Zij kregen van de hitte zulk een onduldbaren dorst, dat het weinige water al zeer spoedig
+op was. Een weinig had men bewaard, om het lepelsgewijze aan hen, die gevaar liepen van te bezwijken, te geven. Alleen door
+hard roeien, kon men bij de brandende windstilte, vooruit komen. De derde dag brak aan, maar ging ook stil voorbij. &#8217;s Nachts
+was het even zoel als over dag. Men kon nergens land zien, alleen lucht en water. Een van de Indianen viel flauw van de hitte
+en stierf. Zijn lijk werd in zee geworpen. Men leed zulk een hevigen dorst, dat men er niet van slapen kon, en ongelukkig
+was er geen druppel water meer. De inlanders konden de riemen niet meer voortbewegen, en vielen de een na den ander krachteloos
+neer.
+<a id="d0e2126"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2126">162</a>]</span></p>
+<p>Wanhopig zat Mendez bij den achtersteven. Het scheen, dat allen op die stille zee zouden moeten sterven. Toen de maan opkwam,
+zag hij echter in de verte iets zwarts, dat even boven het water uitstak. Weldra kreeg hij de zekerheid, dat het land was,
+en gaf hij van blijdschap een luiden gil. Hierdoor kregen hun verlamde krachten nieuw leven, en met het aanbreken van den
+dag bereikten de uitgeputte roeiers het land.
+
+</p>
+<p>Het bleek het eiland Navasa te zijn, waarnaar ze zochten. De omtrek bedroeg anderhalve mijl, &#8217;t geheel was een naakte rots,
+die zich op een afstand van 24 mijlen van Ha&iuml;ti uit de zee verhief. Ofschoon er boom noch struik, rivier noch bron te vinden
+was, toch leverden de rotsholten een voldoende hoeveelheid water op. Ondanks de waarschuwingen van de officieren dronken velen
+zoo onmatig, dat zij onder de hevigste pijnen bezweken en anderen lang en gevaarlijk ziek bleven. Ook vond men wat schelvisch,
+en die leverde een heerlijk maal op, nadat men ze gekookt had boven drijfhout, dat daar lag.
+
+</p>
+<p>Den geheelen dag brachten ze op dit eiland door, rustten in de schaduw van de rotsen uit en keken verlangend naar de hooge
+bergen van Ha&iuml;ti, die zich ver in &#8217;t Oosten aan den horizon vertoonden. Toen de zon onderging, gingen ze weer scheep en kwamen
+den volgenden dag bij de zuidwestelijkste punt van het eiland, die kaap Tiburon genoemd werd. In een kort reisverhaal, dat
+Mendez schreef, maakt hij eerst melding van zijn vertrek van Jama&iuml;ca, waar hij het geleide achterliet, dat Columbus hem tot
+het einde van &#8217;t eiland had meegegeven. Hij schrijft:
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar de zee minder onstuimig werd, nam ik van de anderen afscheid. Allen waren, als ik, diep bewogen. Ik beval mij toen aan
+God en de maagd van Antigua aan, en bracht vijf dagen en vier nachten op zee door, zonder de roeiriemen ook maar een oogenblik
+los te laten, en hield nog het roer, als mijn tochtgenooten roeiden. Gelukkig kwam ik aan den avond van den vijfden dag bij
+het eiland Hispaniola aan, bij kaap San Miguel, die nu kaap Tiburon heet; en had toen in geen twee dagen eten of drinken gehad,
+omdat onze voorraad op was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik sleepte mijn kano toen op een mooi plekje aan de kust, en omdat de wilden spoedig met vele eetwaren naar mij toe kwamen,
+bleef ik er twee dagen, om uit te rusten. Ik nam van die plaats zes Indianen mee, en liet er de meegebrachten achter. Van
+de stad St. Domingo, waar de goeverneur woonde, was ik nu nog 390 mijlen verwijderd. Ik hield altijd maar de kust, en had
+zoo 240 mijlen, niet zonder groote moeite en veel gevaar, <a id="d0e2137"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2137">163</a>]</span>afgelegd, toen ik in de provincie Azoa aankwam, die nog 72 mijlen van St. Domingo afligt. Hier vernam ik, dat de goeverneur
+bezig was de provincie Xaragua te veroveren, die 150 mijlen verwijderd was van de plek, waar ik mij bevond. Toen ik dit hoorde,
+verliet ik mijn kano, en begaf mij op weg naar Xaragua. Daar trof ik den Goeverneur aan; hij hield mij zeven maanden bij zich
+en in dien tijd werden op zijn bevel 84 opperhoofden en bovendien nog de voornaamste dame van het eiland, Nacaona genaamd,
+wie allen gehoorzaamden en dienden, verbrand of opgehangen.&#8221;
+
+</p>
+<p><i>In dien tijd werden 84 opperhoofden verbrand of opgehangen!</i> Hoe leeren ons die weinige woorden de wreedheid kennen, waarmee de inlanders door de onmenschelijke gelukzoekers werden behandeld.
+
+</p>
+<p>Ovando, die Columbus hulp zou zenden, maar hierin nalatig gebleven was, trachtte zich zoo goed mogelijk te verontschuldigen.
+Ook wilde hij Mendez niet naar San Domingo laten gaan, omdat hij vreesde, dat deze medelijden met den admiraal zou weten op
+te wekken, waardoor men wellicht maatregelen voor zijn bevrijding nam. Ten laatste, door maar steeds aan te dringen, kreeg
+hij eindelijk verlof om naar San Domingo te gaan, en daar de aankomst van eenige schepen, die uit Spanje werden verwacht,
+af te wachten.
+
+</p>
+<p>Terstond ging hij te voet op weg en legde een afstand van 200 mijlen door de wildernis af. Zoodra hij vertrokken was, zond
+Ovando het schip uit onder bevel van den oproerling Escobar, die den onverklaarbaren tocht naar den schipbreuklijdenden admiraal
+ondernam.
+
+</p>
+<p>Wetteloosheid en misdaad brengen altijd ellende voort. De opstandelingen te Jama&iuml;ca, die onder elkander twistten, en zich
+den haat van de inboorlingen op den hals gehaald hadden, verkeerden in den deerniswaardigsten toestand. Nu men wist, dat hij
+schipbreuk geleden had, twijfelde Columbus er geen oogenblik aan, of men zou hem spoedig schepen tot zijn redding zenden.
+Al wist Ovando ook een verschooning voor zijn talmen te bedenken, hij zou het toch niet durven wagen den admiraal en zooveel
+Spanjaarden hulpeloos te laten sterven. Toen Columbus met den toestand van de oproermakers bekend was, zond hij twee van zijn
+manschappen naar hen toe, om hen in kennis te stellen met het bezoek van Escobar en om hen te verzekeren, dat er spoedig schepen
+zouden komen om hem te bevrijden. Allen, die terug wilden keeren, beloofde hij vergiffenis en een <a id="d0e2149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2149">164</a>]</span>vrijen overtocht naar Hispaniola met de verwachte schepen. De hoofden van den opstand poogden deze aanbiedingen voor hun misleide
+bondgenooten verborgen te houden. Zij lieten Columbus weten, dat zij niet naar Hispaniola terug verlangden, maar liever vrij
+op het eiland bleven wonen.
+
+</p>
+<p>Met het doel den mannen daden van geweld te laten verrichten, waardoor het hun onmogelijk zou worden genade te verwerven,
+begaven zij zich op weg, om de wrakken te plunderen en Columbus gevangen te nemen. Columbus kreeg van hun komst bericht. Bartholomeus
+Columbus, die den titel van adelantado droeg, trok met 50 goed gewapende mannen uit, om den vijand tegemoet te gaan<a id="d0e2153src" href="#d0e2153" class="noteref">1</a>. Hij had in last, alles te doen wat mogelijk was, om hen tot een vreedzaam terugkeeren aan te sporen, en volstrekt geen geweld
+te gebruiken, wanneer dit niet zeer noodzakelijk was.
+
+</p>
+<p>Francisco de Porras wilde echter van geen vrede weten. Onder woest geschreeuw en de grootste verwoedheid beval hij zijn manschappen
+vuur te geven. Zelf ging hij met zes van de moedigsten naar den adelantado; want, dacht hij, als we dien aanvallen en dooden,
+dan kunnen we de overigen gemakkelijk uit elkander jagen. Een verwoed gevecht volgde. Met &eacute;&eacute;n slag sloeg Porras het schild
+van den adelantado in stukken en wondde hem aan de hand. Het zwaard zat zoo diep in het schild, dat hij het er niet weer uit
+kon trekken. Onderscheidene mannen grepen Porras, en hij was een krijgsgevangene. De overigen liepen in verwarring weg.
+
+</p>
+<p>Vele Indianen stonden om het slagveld heen, en keken met verbazing naar dit moordtooneel. Bartholomeus keerde met Porras en
+vele andere gevangenen naar de schepen terug. Een aantal opstandelingen had den dood gevonden. Van zijn eigen partij waren
+slechts twee gewond. Den volgenden dag, &#8217;t was de 20<sup>e</sup> Mei, zonden de vluchtelingen een smeekschrift om genade aan den admiraal, dat door allen onderteekend was. Hoe groot hun
+begeerte was om weer tot hun eed terug te keeren, kan uit den bijzonderen eed zelf blijken, dien zij bij het kruis en het
+misboek aflegden. Die eed luidde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Als wij ooit onzen eed breken, dan hopen wij, dat geen priester of een ander christen ons de biecht zal afnemen; dat berouw
+niets baten kan; dat wij de heilige genademiddelen van <a id="d0e2165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2165">165</a>]</span>de kerk zullen missen; dat wij bij onzen dood geen vergeving ontvangen; dat onze lijken op het veld zullen geworpen worden,
+evenals die van ketters en afvalligen, in plaats van in heilige aarde te worden begraven; dat wij noch van den paus, noch
+van de aartsbisschoppen, andere bisschoppen of priesters vergeving ontvangen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Tot toelichting van deze verschrikkelijke vervloekingen, waardoor deze schuldige en slechte lieden de kracht van den eed nog
+trachtten te verhoogen, merkt Irving terecht op:
+
+</p>
+<p>&#8220;De weinige waarde van iemands beloften kan men altijd afleiden uit de buitensporige middelen, die hij aanwendt, om er kracht
+aan bij te zetten.&#8221;
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2153" href="#d0e2153src" class="noteref">1</a></span> Uit dit getal blijkt, &ograve;f dat eenige oproermakers afvallig geworden waren, &ograve;f dat meer dan de helft aan Columbus getrouw gebleven
+was.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e2171"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2 class="label">Dertiende Hoofdstuk.</h2>
+<h2>De laatste tooneelen uit het leven van Columbus.</h2>
+<p>Gedurende de afwezigheid van Columbus waren er onder het bestuur van Ovando op de inlanders zulke vreeselijke misdaden gepleegd,
+dat het al te erg is ze te noemen. Duivels hadden niet erger kunnen handelen. De moed ontbreekt mij, om die barbaarschheden
+te beschrijven. Deze onmenschen stelden bedaagde vrouwen en jonge maagden, bejaarde mannen en jongens aan alle laagheid en
+wreedheid bloot, die een verdorven verbeelding uitdenken kan.
+
+</p>
+<p>Ruwe benden zwierven in alle richtingen rond, om goud te zoeken. Het weinige geld, dat de gelukzoekers hadden meegebracht,
+was al spoedig verteerd. Zij waren in de diepste armoede en ellende gedompeld. Velen stierven, en vervloekten den dag, waarop
+ze uit Spanje waren gegaan. In den loop van een paar maanden stierven meer dan duizend Spanjaarden. Er werd een geregeld stelsel
+van slavernij ingevoerd, waarbij de inboorlingen, niet aan zwaren arbeid gewend, gedwongen werden in de mijnen te werken.
+Ieder Spanjaard kreeg een zeker aantal slaven. Zij werden aan hun vrouwen en kinderen ontrukt, voor uitputtenden arbeid gebruikt
+en aan de wreede zweepstraf onderworpen. Wist een slaaf aan deze barbaarschheid te ontkomen, dan werd hij achtervolgd en door
+bloedhonden verscheurd, als een waarschuwing voor anderen. Geheele ploegen werden vaak 200 of 300 mijlen voortgejaagd als
+vee. Velen bezweken onderweg. Las Casas schrijft:
+<a id="d0e2180"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2180">166</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Velen zag ik dood op den weg liggen, anderen onder de boomen naar lucht snakken, en weer anderen vond ik stervende, nauwelijks
+hoorbaar kreunend: &#8216;Honger, honger!&#8217;&#8221;
+
+</p>
+<p>Irving, die van zulke vreeselijke tooneelen, uit afkeer er van, geen melding maakt, schrijft: &#8220;Het is onmogelijk, om de schilderij,
+door den eerwaardigen Las Casas opgehangen, en die schilderde niet wat hij gehoord maar wat hij gezien had, aan te vullen.
+De natuur, de menschelijkheid verzetten er zich tegen. Genoeg is het te zeggen, dat de zware arbeid en het lijden, die dezen
+zwakken en goedhartigen menschen werden opgelegd, zoo ondraaglijk waren, dat zij er onder bezweken, en als het ware van den
+aardbodem verdwenen. Velen maakten in wanhoop een einde aan hun leven; moeders zelfs overwonnen haar natuur en doodden haar
+zuigelingen, om hun een leven van ellende te besparen. Sedert de ontdekking van het eiland waren nog geen twaalf jaren verloopen,
+en toch waren er reeds veel honderdduizenden bewoners gestorven, allen als ellendige slachtoffers van de hebzucht der blanken.<span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>Vergelijkt men het bestuur van Bobadilla en Ovando met dat van Columbus, dan is dit laatste rechtvaardig en menschelijk geweest.
+Hij paste de doodstraf niet lichtzinnig toe, en gaf geen verlof tot het opleggen van barbaarsche straffen. Zijn ernstige begeerte
+was het de Indianen te beschaven en tot het christendom te bekeeren. Wel zond hij vele inlanders naar Spanje, om daar als
+slaven te worden verkocht, maar dat kwam door een dweepzucht, die men destijds vrij algemeen aantrof, en die, wij schamen
+het ons te zeggen, nog geen halve eeuw geleden, van de predikstoelen zoowel in Engeland als in Amerika, verdedigd en aanbevolen
+is. Toch heeft Columbus hiervoor een strenge afkeuring verdiend. Maar evenzeer zal een eerlijk gemoed rekening houden met
+de eeuw, waarin hij leefde.
+
+</p>
+<p>Sedert de schipbreuk was er een jaar vol angst en droefheid voorbijgegaan, toen in den morgen van den 28<sup>en</sup> Juni 1504 twee karveelen werden gezien, die naar de haven kwamen. Men werd bijna krankzinnig van vreugde, en de wanhoop was
+geweken. De samenzweerders, die vergiffenis hadden gekregen, waren in een kamp op het land gelegerd. Porras, den aanvoerder,
+hield men gevangen. De anderen werden behandeld, alsof ze aan geen misdaad schuldig stonden. Maar zij beefden toch van angst
+en waren zeer gedwee en kruipend. Columbus stelde een vertrouwd officier over hen aan, en zoo wachtten de twee troepen, &eacute;&eacute;n
+aan land en &eacute;&eacute;n op de schepen, de aankomst van hulp af.
+<a id="d0e2195"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2195">167</a>]</span></p>
+<p>Algemeene verontwaardiging te San Domingo had Ovando genoodzaakt deze hulp, hoe laat dan ook, te zenden. Met de inscheping
+was er geen tijd te verliezen. Columbus liet op een van de schepen zijn admiraalsvlag hijschen, en, grootmoedig alle geleden
+onrecht vergetende, behandelde hij allen met de grootste vriendelijkheid. Van Santa Gloria langs de zuidelijke kust van Jama&iuml;ca,
+van daar naar het westen van Ha&iuml;ti en dan langs den zuidkant van het eiland naar San Domingo is nog al een verre reis.
+
+</p>
+<p>Stormen, tegenwinden en sterke tegenstroomen vertraagden den overtocht, en niet voor den 13<sup>en</sup> Augustus wierpen de karveelen in de haven het anker uit. Daar had Columbus veel vrienden, en zijn ongelukken hadden een groote
+verandering in de gevoelens jegens hem veroorzaakt bij velen, die ook eerst meegeschreeuwd hadden tegen hem. Zelfs de Goeverneur,
+wiens geweten niet zuiver was, begon bang te worden, dat men hem om zijn wreed uitstel ter verantwoording zou roepen. Columbus
+verwonderde zich zelf, dat hij door allen met zooveel hoffelijkheid ontvangen werd. Maar noch hij, noch zijn zoon Fernando
+liet zich misleiden door de gehuichelde beleefdheden van den Goeverneur.
+
+</p>
+<p>Zeer spoedig ontstond er een botsing tusschen beider niet juist omschreven macht. Moeielijkheden over de bevoegdheden om recht
+te spreken deden zich voor. Columbus was tot in het diepst van zijn ziel getroffen over de behandeling, die de inlanders hadden
+ondergaan en ook over de verwoesting, waarvan het heele eiland de sporen droeg. Hij had gehoopt, de inlanders aan arbeid te
+gewennen en daardoor zoowel hun eigen welvaart als die van de kroon te bevorderen. Hij schreef aan den koning en de koningin:
+
+</p>
+<p>&#8220;De Indianen van Hispaniola waren en zijn de rijksten van het eiland. Zij bebouwen den grond en bakken brood voor de christenen;
+zij halen het goud uit de mijnen en doen alle diensten en al het werk, die mensch en dier verrichten. Ik heb bericht ontvangen,
+dat, sinds ik dit eiland verliet, 6/7 van de inboorlingen dood is, en dit enkel door onmenschelijkheid en mishandeling. Sommigen
+kwamen door het zwaard om, anderen door slagen en wreede straffen, velen door honger. Het grootste deel stierf in de bergen
+en bergpassen, werwaarts zij gevlucht waren, om van den al te zwaren arbeid verlost te worden, dien men hun had opgelegd.&#8221;
+
+</p>
+<p>Columbus was niet in staat ook maar een enkele grief weg te nemen. Hij kon van Ovando geen afrekening krijgen en was <a id="d0e2209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2209">168</a>]</span>daardoor niet in staat te betalen wat hij schuldig was. Daarom maakte hij aanstalten, om met zijn broeder naar Spanje terug
+te keeren. Twee schepen werden voor de reis gereedgemaakt. Columbus zorgde voor het eene, de adelantado voor het andere. Heel
+mild stond Columbus van het weinige, dat hij zelf bezat, nog af, om in de behoeften van de arme zeelieden te voorzien, die
+achter moesten blijven, ofschoon velen er van de grootste oproermakers waren geweest. Nauwelijks waren zij buiten de haven,
+of een windvlaag nam den mast van het admiraalschip weg. Het ontredderde schip werd teruggezonden, en Columbus ging met zijn
+zoon op dat van zijn broeder over, om de reis voort te zetten.
+
+</p>
+<p>Met aanhoudende stormen hadden zij te worstelen. Columbus kon zijn bed niet verlaten, zoo folterend waren de pijnen, die hij
+door de jicht leed. Den 12<sup>en</sup> September 1504 verlieten de schepen San Domingo, en den 7<sup>en</sup> November wierp zijn door stormen zeer gehavend schip het anker in de haven van San Lucar uit. Dadelijk zette hij de reis
+naar Sevilla voort. Zwakte, pijn, zorg en verdriet volgden hem overal. Zijn eigen zaken waren deerlijk in de war en hij stak
+diep in de schulden. Koningin Isabella lag op haar ziek- en sterfbed, verteerd door zulk een menigte huiselijke verdrietelijkheden
+als maar weinigen ooit hebben moeten verdragen. Ferdinand was een ongevoelig mensch, die niet in staat was om door gevoelens
+van edelmoedigheid geleid te worden.
+
+</p>
+<p>Columbus schreef aan zijn zoon, dat het hoogst noodig was de meest mogelijke zuinigheid in acht te nemen. &#8220;Ik ontvang,&#8221; schreef
+hij, &#8220;niets van hetgeen men mij schuldig is. Ik leef door te borgen. Weinig voordeel heeft een twintigjarige dienst mij opgeleverd,
+een dienst, waaraan zooveel moeite en gevaren verbonden waren. En nu heb ik in Spanje zelfs geen eigen dak. Als ik eten en
+slapen wil, moet ik mijn toevlucht tot een herberg nemen. En meestentijds heb ik zelfs niet eens geld om de rekening te betalen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Isabella stierf levenszat en met een gebroken hart te Medina del Campo op den 26<sup>en</sup> November 1504. Haar levenspad werd slechts door eenige weinige vreugdestralen verlicht. Toen zij haar vrienden, die om haar
+heen stonden, in tranen zag baden, zeide zij tot hen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Weent niet om mij, en brengt uw tijd niet zoek met vruchtelooze gebeden voor mijn herstel; bidt liever voor het heil van
+mijn ziel.&#8221;
+<a id="d0e2228"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2228">169</a>]</span></p>
+<p>Zij was 54 jaar oud en had 30 jaren geregeerd. Toen men haar lijk grafwaarts droeg, heerschte er een vreeselijke storm, die
+hemel en aarde in beroering bracht. De regen viel in stroomen neer, en een van de hevigste winterstormen gierde om de torens
+van het Alhambra, toen Isabella in de sombere gewelven werd begraven.
+
+</p>
+<p>De dood van Isabella was een van de grootste rampen, die Columbus overkwam. Het overige gedeelte van den winter en de lente
+bracht hij te Sevilla door. Den meesten tijd lag hij te bed met vreeselijk lijden. Hij was zeer aan zijn broeders gehecht
+en hield veel van zijn zoons Ferdinand en Diego. Aan den oudste schreef hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;Gedraag u jegens uw broeder als het den oudste tegenover den jongeren betaamt. <span class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>Gij hebt geen ander, en ik dank God, dat hij er een is zooals gij behoeft. Tien broeders zouden niet te veel voor u zijn.
+Nooit en nergens heb ik betere vrienden dan mijn broeders gevonden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Aan het hof had Columbus nog veel vijanden, die er tamelijk wel in slaagden om te maken, dat men op zijn armoedige omstandigheden
+geen acht sloeg. Hij gevoelde zich zeer ongelukkig en begreep, dat een persoonlijk bezoek aan het hof een gebiedende noodzakelijkheid
+was. Maar hij was zoo verbazend zwak, dat het lang duurde eer hij de reis wagen kon.
+
+</p>
+<p>Nadat de winterstormen over waren, maakte hij van het zachte weer in Mei gebruik, en ging hij met zijn broeder, den adelantado,
+den koning te Segovia bezoeken. Als een vermoeid, droefgeestig, miskend man, meer door verdriet dan door den ouderdom gebogen,
+ging de ontdekker van een nieuwe wereld, door de poorten van de koninklijke stad.
+
+</p>
+<p>De zelfzuchtige Ferdinand dacht niet meer aan de bewezen diensten, en vond den man met zijn vragen lastig. Hij ontving hem
+wel is waar vriendelijk, maar met dien kouden, onbeduidenden glimlach, die als een zonnestraal bij winterdag over het gelaat
+gaat, zonder het hart te verwarmen.
+
+</p>
+<p>Columbus gaf den koning een uitgebreid en nauwkeurig verhaal van zijn laatste reis. Maar geen vroolijken lach, geen traan
+van deernis kon het meegedeelde afdwingen. De koning was mild met vriendelijke woorden, maar karig, tot wreedheid toe, waar
+het aankwam op stoffelijke erkenning van de verdiensten of de behoeften van den levensmoeden admiraal.<a id="d0e2245src" href="#d0e2245" class="noteref">1</a>
+<a id="d0e2250"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2250">170</a>]</span></p>
+<p>Droeve maanden van uitgestelde hoop en bittere teleurstellingen vloden voorbij. De laatste zandkorrels uit het uurglas van
+het leven begonnen te vloeien. Zijn geest werd minder en door een hevige aanval van de jicht, werd de admiraal opnieuw aan
+zijn bed gekluisterd. Ter wille van zijn bloedverwanten was hij er bijzonder op gesteld, dat zijn waardigheden erkend, zijn
+eigendom beschermd zou worden en dat zij, die hij liefhad, voor gebrek bewaard mochten blijven. Toch was hij er veel meer
+op uit, zijn kinderen een eervollen naam na te laten dan zijn geldelijke verliezen te herstellen. Van zijn sterfbed schreef
+hij den koning nog, en verzocht dat zijn zoon Diego tot onderkoning benoemd mocht worden, van welke waardigheid hij zelf zoo
+onrechtvaardig ontzet was geworden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dit&#8221;, schreef hij, &#8220;is een zaak, die mijn eer raakt. Voor het overige moet Uwe majesteit maar doen, wat zij het best vindt.
+Geef of neem mij af, zooals het voor U het voordeeligst is, en ik zal tevreden wezen. Ik geloof dat de zorg, die het uitstellen
+van deze zaak mij geeft, de voornaamste oorzaak van mijn ziekte is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Eindelijk kreeg hij de overtuiging, dat er van de zijde van Ferdinand geen hoop op herstel van grieven was. Op zijn ziekbed
+schreef hij aan zijn trouwen vriend, Diego de Deza, den volgenden wanhopigen brief:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het schijnt, dat de koning niet doen wil, wat hij en wijlen de koningin mij mondeling en schriftelijk hebben beloofd. Het
+zou met den wind vechten wezen, als ik mij daartegen ging verzetten. Ik heb alles gedaan, wat ik kon. De rest laat ik aan
+God over, die altijd goed voor mij geweest is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Er is in den dood van dezen zwakken maar heldhaftigen man iets onuitsprekelijk droevigs. Lichaam en geest hadden bij dien
+man door de stormen van het onrustigste aardsche leven, dat men zich denken kan, veel geleden. Sedert eenigen tijd was het
+zijnen vrienden duidelijk geworden, dat zijn einde naderde. Hij zelf werd hiervan overtuigd. Het verheven karakter van Columbus
+komt duidelijk uit bij het uitspreken van zijn laatsten wil in die plechtige uren.
+
+</p>
+<p>Overeenkomstig het erfrecht, was zijn zoon Diego zijn voornaamste erfgenaam. Columbus bepaalde, dat zijn landgoed nooit <a id="d0e2263"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2263">171</a>]</span>in vreemde handen overgaan of verbrokkeld mocht worden. Hij drong er op aan, dat zijn erfgenamen altijd aan den koning getrouw
+zouden blijven en alles zouden doen ter bevordering van het christelijk geloof. E&eacute;n tiende van het inkomen moest besteed worden
+om arme bloedverwanten en andere gebrek lijdende personen te ondersteunen. Hij stond er op, dat bij de stad Concepcion op
+Hispaniola een kapel zou gebouwd worden, waar dagelijks missen werden gelezen voor de rust van zijn eigen ziel, en voor die
+van zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw en van allen, die in het geloof gestorven waren.
+
+</p>
+<p>Eindelijk brak het stervensuur aan. Columbus was zich volkomen bewust, dat de tijd van gaan voor hem gekomen was. Hij was
+blijde, dat de dood naderde, als de vriendelijke bode, die hem van zorg, pijn en verdriet zou bevrijden. Zijn laatste woorden
+waren: &#8220;In uwe handen, o God! beveel ik mijnen geest.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het was de 20<sup>en</sup> Mei 1506. Men vermoedt, dat Columbus toen 70 jaren oud was. Zijn begrafenis had te Valladolid met veel plechtigheid plaats.
+Eerst werd zijn lijk in de kerk van Santa Maria de la Antigua bijgezet, maar zeven jaren daarna, in 1513, werd het naar het
+Karthuizer klooster van Las Cuevas te Sevilla overgebracht. Drie en twintig jaren later werd het met dat van zijn zoon Diego
+in de hoofdkerk van de stad San Domingo begraven. Maar zelfs hier mocht het de laatste rustplaats niet vinden. Toen de Franschen
+zich in 1797 van het eiland hadden meester gemaakt, werden de lijken door de Spaansche gezaghebbers naar de hoofdkerk van
+Havana, op Cuba, overgebracht. Daar rusten ze nu.
+
+</p>
+<p>Ieder lezer zal, wanneer hij het vorenstaande verhaal nagaat, een eigen oordeel vellen over het karakter van Columbus. Zijn
+afwisselend leven was over het geheel een van de meest vreugdelooze en moeitevolle levens, waarvan de geschiedenis melding
+maakt. Dat hij zijn gebreken had, geven we toe. Maar geen eerlijk gemoed zal ontkennen, dat deze vlekken op zijn karakter
+door vele en verhevene deugden werden vergoed.
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2245" href="#d0e2245src" class="noteref">1</a></span> &#8220;Ik weet niet&#8221;, schrijft de eerbiedwaardige Las Casas, &#8220;wat de oorzaak van dezen haat, van dit gemis aan vorstelijke waardigheid
+bij den koning <a id="d0e2247"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2247">170n</a>]</span>zou kunnen zijn, jegens een man, die hem zulke groote voordeelen bezorgd had, tenzij zijn hart door de valsche getuigenissen,
+die tegen den admiraal waren ingebracht, van hem was afgekeerd. Personen, die in de gunst van &#8217;t hof deelen, hebben mij daarvan
+een en ander verteld.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="backmatter"><a id="d0e2275"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2275">173</a>]</span><p class="div1"><a id="d0e2276"></a><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2>Inhoud.</h2>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Eerste Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e98">Moeilijkheden in de jeugd.</a> 3
+
+</p>
+<p>Afkomst en jeugd. Toestand der tijden. Avonturen van een jong matroos. Zijn studi&euml;n. Hij gaat zelf. Bezoek te Lissabon. Wat
+er van zijn studi&euml;n te recht kwam. Geruchten uit andere landen. Zijn groote eerzucht. Hij wendt zich tot het hof van Napels.
+Koninklijke ontrouw. Zijn huwelijk. Vertrek naar Spanje. Tooneel te Palos. Hij bezoekt het hof van Ferdinand en Isabella.
+Het vervelende van uitgestelde hoop. Vergadering van de wijsgeeren. Het verbazende besluit.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Tweede Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e277">Eerste reis.</a> 17
+
+</p>
+<p>Columbus te Cordova. Macht van den leenadel. Nieuwe weigering. Terugkeer naar La Rabida. Vernieuwde hoop. Reis van den prior.
+Volgehouden eischen van Columbus. Onderhoud met Isabella. De wegzending. De terugroeping. Het uur der zegepraal. Vroolijke
+terugkomst te Palos. Voorbereiding voor den tocht. Zijn karakter. Vertrek van de vloot.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Derde Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e415">Er wordt land ontdekt.</a> 28
+
+</p>
+<p>Het muitende scheepsvolk. Het schijnsel van de flambouw. Het verhaal beoordeeld. Landing op San Salvador. Twijfel aan het
+bestaan van het eiland. Verrukkelijk tooneel. Twee dagen op het eiland. Geschiedenis van den gestorven loods. Handel met de
+inboorlingen. Hun onschuld en vriendelijkheid. Het eiland wordt onderzocht. Onduidelijkheid van de gebarentaal.
+<a id="d0e2309"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2309">174</a>]</span></p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Vierde Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e511">Een tocht door de eilanden.</a> 36
+
+</p>
+<p>Het aantal eilanden. Onrecht hersteld. Minzaamheid van Columbus. Zijn beschrijving van de inlanders. De ontdekking van Concepcion;
+van <span class="corr" title="Bron: Fernandia">Fernandina</span>. Schoonheid van de natuur. Landing te Exumata. Teleurstelling van Columbus. Onderzoek van de eilanden. Zeden en gewoonten
+van de bewoners.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Vijfde Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e662">Buitengewone lotgevallen.</a> 47
+
+</p>
+<p>Godsdienstige inzichten. De tuin van den koning. Pinzon loopt weg. Schoonheid van de landstreek. Groote kano&#8217;s. Porto Rico,
+het eiland van de Cara&iuml;bi&euml;rs. Ha&iuml;ti. Rijke natuurtooneelen. Schrik van de wilden. Het gevangen meisje. Geopend verkeer. Verhaal
+van Peter Martyr. Bezoek van het opperhoofd. Guacanagari. Punta Santa of Groote rivier. De schipbreuk. Gastvrijheid van Guacanagari.
+Vermaken van de wilden. Het koninklijk middagmaal Het leven op Ha&iuml;ti. De Cara&iuml;bi&euml;rs. Toebereidselen voor de terugreis. Het
+fort.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Zesde Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e866">De terugreis.</a> 62
+
+</p>
+<p>De Nina ontmoet de Pinta. Rio de Gracia. Ontmoeting met een wilden stam. Het eerste gevecht. Vrede hersteld. Het leven op
+zee. Vreeselijke storm. Beloften van den admiraal en het scheepsvolk. Verdriet van Columbus. Het perkament en de doos. Zij
+bereiken de Azoren. Moeilijkheden op St. Ataria. Voortdurende stormen. Men komt den Taag op. Eerbewijzingen te Lissabon. Hofkuiperijen.
+Ontvangst te Palos. Opgewondenheid in Spanje. Droevig lot van Pinzon. Columbus aan het Spaansche hof.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Zevende Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e1077">De tweede reis.</a> 77
+
+</p>
+<p>Opgewondenheid in Europa. De mali&euml;nkolders. Columbus wordt een jaargeld toegekend. Vertelling van het ei. De zegen van den
+Paus. Godsdienstijver van Isabella. Plannen van Portugal. De nieuwe uitrusting. Algemeene geestdrift. Het uitzeilen van de
+vloot. De prettige reis. Electrisch natuurverschijnsel. Kruistocht door de Antillen. Verloren in de bosschen. Gevecht tusschen
+de booten. Porto Rico. De Cara&iuml;ben. Men nadert Ha&iuml;ti. De golf van Samana. Men komt op La Navidad. Lot van de kolonie.
+<a id="d0e2353"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2353">175</a>]</span></p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Achtste Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e1280">Het leven te Hispaniola.</a> 92
+
+</p>
+<p>Verklaring van Guacanagari. Het opperhoofd verdacht. Ontsnapping van de vrouwelijke gevangene. Duisternis te Navidad. Onderzoekingstochten.
+De vloot zeilt. De stad Isabella gesticht. Woelig landingstooneel. Teleurgestelde verwachtingen. Tochten van Ojeda. Doortrekking
+van de vlakten. Lijden in de kolonie. Brief aan de koningen. De slavenzaak. Getuigenis van Henneken. Opstand van Bernal Dias.
+Tocht naar de bergen. Levendige beschrijving.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Negende Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e1455">Onderzoek van de kusten van Cuba.</a> 107
+
+</p>
+<p>Het fort St. Thomas. Buitensporige verwachtingen van de Spanjaarden. De onderzoekingstocht. Het gevangennemen van de dieven.
+Begin van den zeetocht. De haven van Guatanamo. Belangrijk voorval met de Indianen. Jama&iuml;ca. Zijn grootte en schoonheid. Zeetooneel.
+Gebeurtenissen op Santa Gloria. Inlandsche kano&#8217;s. Gebeurtenissen op reis. Oordeel van Van Humboldt. De beslissing. Het pijnboomen-eiland.
+De terugkeer naar Hispaniola. Voorvallen op de reis.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Tiende Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e1630">De terugreis naar Spanje, en de derde reis.</a> 121
+
+</p>
+<p>Aankomst van Bartholomeus Columbus. Beleedigingen van Margarite. Samenzwering tegen Columbus. Vriendschap van Guacanagari.
+Daad van Ojeda. De inlanders slaven. Een bloedige slag. Heerschzucht van Columbus. Zending van Juan Aguado. De terugreis naar
+Spanje. Vervelende maanden van teleurstelling. Noodlottige viering van hartstochten. De derde reis begonnen. Lotgevallen op
+de reis. Het bestuur van Bartholomeus Columbus. Regeeringloosheid op Hispaniola.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Elfde Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e1816">De terugreis naar Spanje, en de vierde reis.</a> 137
+
+</p>
+<p>De opstand van Roldan. Verzoenende voorstellen van Columbus. Dubbelzinnigheid van Columbus. De tocht van Ojeda. Regeeringloosheid
+op Ha&iuml;ti. De forten. De liefde van &#8217;t volk wordt minder. Bobadilla tot gemachtigde benoemd. Maatregelen van Bobadilla. Columbus
+in boeien. Zijn ontvangst bij den koning en de koningin. Toebereidselen tot de vierde reis. Het uitwendige van de reis. Ontvangst
+van Columbus op San Domingo. De windhoos. Hij bereikt Honduras. De kruistocht langs de kust. Gedrag van de Spaansche zeelieden.
+De kolonie verwoest. Ontvluchting naar Jama&iuml;ca.
+<a id="d0e2394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2394">176</a>]</span></p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Twaalfde Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e2039">De schipbreuk op Jama&iuml;ca.</a> 154
+
+</p>
+<p>Onderzoek van &#8217;t eiland. Heldhaftige bedrijven van Mendez. Geestelijk lijden van Columbus. De samenzwering van de gebroeders
+Porras. Rampen van de oproermakers. Strooptocht door het eiland. Irving&#8217;s getuigenis. Vertelling van de maansverduistering.
+Vreemde tocht van Escobar. Reisrampen. Het eiland Navasa. Het verhaal van Mendez. Laag gedrag van Ovando. Heldenmoed van Mendez.
+Einde van den opstand. Hun terugkomst.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Dertiende Hoofdstuk</span>.
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><a href="#d0e2171">De slottooneelen van het leven.</a> 165
+
+</p>
+<p>De misdaden van Ovando. Ontvolking van het eiland. Getuigenis van Irving. De redding. Ontvangst op San Domingo. Het medelijden
+van Columbus met de inboorlingen. Ziekte en lijden van Isabella. Dood en begrafenis. Brieven van Columbus. Bezoek aan het
+hof. Koele ontvangst. Zijn laatste wil. Het sterftooneel. De begrafenis. Zijn karakter.
+
+
+<a id="d0e2415"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2415">2</a>]</span></p>
+<p class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>]
+</span></p>
+<h2>Bibliotheek voor de jeugd,</h2>
+<h2>Onder leiding van</h2>
+<h2>J. Versluys.</h2>
+<p>1. <b>Robinson Crusoe;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="abbr" title="Mejuffrouw"><abbr title="Mejuffrouw">Mej.</abbr></span> <span class="smallcaps">A. van Schouwenburg</span>, te Haarlem.
+
+</p>
+<p>2. <b>Columbus, de ontdekker van Amerika;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="smallcaps">J.H. Geraets Jr.</span>, te Velsen.
+
+</p>
+<p>3. DANA, <b>Twee jaar voor de mast;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="smallcaps">J. v.d. Hoeve</span>, te IJmuiden.
+
+</p>
+<p>4. <b>Grieksche Heldensagen;</b> uit het Hoogduitsch vertaald door Dr. <span class="smallcaps">E. Rehler</span>.
+
+</p>
+<p>5. FERRY, <b>De Woudlooper;</b> uit het Fransch vertaald door <span class="smallcaps">A.S. Schoevers</span>, te Amsterdam.
+
+</p>
+<p>6. CHURCH, <b>Twee duizend jaar geleden</b>, of de lotgevallen van een Romeinschen jongen; uit het Engelsch vertaald door <span class="smallcaps">J.W. den Herder</span>, te Nieuwer-Amstel.
+
+</p>
+<p>7. CHARLOTTE M. YONGE, <b>De prins en de schildknaap;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="abbr" title="Mevrouw"><abbr title="Mevrouw">Mevr.</abbr></span> <span class="smallcaps">Van Putten-de Witt</span>, te Amsterdam.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Verder zullen verschijnen: <b>Noorsche Sagen</b>, <b>De eerste reis rondom de wereld</b>, <b>Arabische Nachtvertellingen</b>, <b>Gulliver&#8217;s reizen</b>, <b>Een boek der uitvindingen</b>, <b>Het leven van Franklin</b>, en verschillende met zorg gekozen verhalen.
+
+
+</p>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS ***
+
+***** This file should be named 18066-h.htm or 18066-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/0/6/18066/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
+
diff --git a/18066-h/images/cover.jpg b/18066-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..214db8c
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p005.jpg b/18066-h/images/p005.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6f038d3
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p005.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p011.jpg b/18066-h/images/p011.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dadf01a
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p011.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p012.jpg b/18066-h/images/p012.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2fd0ee0
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p012.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p015.jpg b/18066-h/images/p015.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b754d6a
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p015.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p024.jpg b/18066-h/images/p024.jpg
new file mode 100644
index 0000000..198316e
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p024.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p029.jpg b/18066-h/images/p029.jpg
new file mode 100644
index 0000000..037bfd9
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p029.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p060.jpg b/18066-h/images/p060.jpg
new file mode 100644
index 0000000..26835f2
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p060.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p062.jpg b/18066-h/images/p062.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a30019d
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p062.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p063.jpg b/18066-h/images/p063.jpg
new file mode 100644
index 0000000..29b738f
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p063.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p141.jpg b/18066-h/images/p141.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d281fc0
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p141.jpg
Binary files differ
diff --git a/18066-h/images/p146.jpg b/18066-h/images/p146.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b057c53
--- /dev/null
+++ b/18066-h/images/p146.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..4d0e16e
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #18066 (https://www.gutenberg.org/ebooks/18066)