diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 18066-8.txt | 7444 | ||||
| -rw-r--r-- | 18066-8.zip | bin | 0 -> 157865 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h.zip | bin | 0 -> 985443 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/18066-h.htm | 6006 | ||||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 79998 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p005.jpg | bin | 0 -> 83863 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p011.jpg | bin | 0 -> 65295 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p012.jpg | bin | 0 -> 84106 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p015.jpg | bin | 0 -> 85725 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p024.jpg | bin | 0 -> 74586 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p029.jpg | bin | 0 -> 66479 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p060.jpg | bin | 0 -> 18295 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p062.jpg | bin | 0 -> 69311 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p063.jpg | bin | 0 -> 29588 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p141.jpg | bin | 0 -> 82897 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 18066-h/images/p146.jpg | bin | 0 -> 81768 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
19 files changed, 13466 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/18066-8.txt b/18066-8.txt new file mode 100644 index 0000000..9c86f06 --- /dev/null +++ b/18066-8.txt @@ -0,0 +1,7444 @@ +The Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Columbus + De ontdekker van Amerika + +Author: J.S.C. Abbott + +Translator: J.H. Geraets, Jr. + +Release Date: March 28, 2006 [EBook #18066] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + + Columbus, + De Ontdekker van Amerika. + + + + Naar het Engelsch van J. S. C. Abbott, + + Vertaald door + + J. H. Geraets Jr. + + Hoofd der school te Velsen + + + + Met 11 Afbeeldingen. + + Amsterdam.--1887.--W. Versluys. + + + + + + + + + + +EERSTE HOOFDSTUK. + +MOEILIJKHEDEN, WAARMEDE COLUMBUS IN ZIJN JONGE JAREN HAD TE KAMPEN. + + +In de prachtige zeestad Genua, de trotsche bijgenaamd, werd +omstreeks het jaar 1435 een knaapje geboren, dat nu in alle landen +als Christophorus Columbus bekend is. Het juiste jaar zijner geboorte +kent men niet. Hij was de zoon van geringe lieden, en zijn vader, +die een degelijk en vlijtig man, en wolkammer van beroep was, moest +hard werken, om in het onderhoud van zijn gezin te voorzien. + +De haven van Genua lag vol met schepen uit al de handelshavens +van de toen bekende wereld. Op de kaden wemelde het van zeelieden, +die allerlei talen spraken en de uiteenloopendste kleederdrachten +vertoonden. De knaap was van nature nadenkend en bezat, bij een groote +liefde voor avonturen, een levendige verbeelding. Wanneer hij zoo +langs de straten slenterde en naar de groote schepen keek, ontwaakte +een sterke begeerte in hem, om verafgelegen landen te bezoeken. + +Zijn vader had vier kinderen, drie zoons en één dochter. Hij moet een +verdienstelijk en verstandig man zijn geweest, want hij schijnt aan al +zijne kinderen het onderwijs te hebben doen geven, dat de gewone school +aanbood. Christophorus had goed leeren lezen, schrijven en rekenen. Ook +had hij eenige vorderingen gemaakt in het Latijn en het teekenen. Zelfs +bezocht hij de hoogeschool te Pavia, waar hij zich vlijtig oefende +in meetkunde, aardrijkskunde, sterrekunde en zeevaartkunde. + +Hij was nog maar 14 jaren oud, toen zijn vader hem aan de zorg van een +bloedverwant, wiens naam Colombo was, toevertrouwde, en met wien hij +zijn eerste zeereis deed. Deze ervaren zeeman was reeds zeer beroemd +wegens zijn bekwaamheid in de zeevaartkunde. Bij de Genueesche vloot +bekleedde hij den rang van admiraal en voerde hij het bevel over +een eskader. + +De zeeën werden toen zoo onveilig gemaakt door zeeroovers, dat elk +koopvaardijschip goed van wapenen moest worden voorzien, om dadelijk +strijdvaardig te wezen. Al weten wij niet, wat Columbus op zijn +eerste zeereis wedervoer, toch is 't bekend, dat zij een oorlogstocht +was. Colombo zeilde als bevelhebber van een eskader van Genua uit, +om koning René, die zijn rijk trachtte te heroveren, ter hulp te +snellen. Dit gebeurde in 1459. De oorlog duurde vier jaren. Het +eskader van Colombo werd om zijn onverschrokkenheid zeer geprezen. + +Later gaf Christophorus Columbus in een brief aan Ferdinand en Isabella +een kort verhaal van een tocht, dien hij gedaan had om een galei +uit de haven van Tunis te verjagen. Zijn scheepsvolk had bij toeval +vernomen, dat de galei door twee andere schepen beschermd werd, en +daardoor was het zoo beangstigd geworden, dat het weigerde den tocht +voort te zetten. Schijnbaar willigde Columbus hunne wenschen in, +en zij verkeerden dan ook in de meening, dat hij besloten had terug +te keeren ten einde versterking te halen. Hij veranderde echter van +koers, en haalde alle zeilen op. Weldra viel de nacht in. Toen de +morgen aanbrak, zeilde het schip de haven in, waarin de galei lag. + +De uitslag is onbekend, maar het voorval herinnert ons levendig de +nog belangrijker krijgslist, waartoe hij later zijn toevlucht nam, +ten einde zijne moedelooze schepelingen aan te vuren, om de reis over +de onstuimige zee naar de nieuwe wereld voort te zetten. Destijds +werd de Atlantische Oceaan zoo goed als niet bevaren. Eenige weinige +ondernemende zeelieden waren langs de kusten van Noord-Europa +gevaren, en zuidwaarts naar de westkust van Afrika gestevend. Maar +de wereldhandel bepaalde zich hoofdzakelijk tot de Middellandsche +zee. Dat waren dagen van ruw geweld, wetteloosheid en misdaad. + +Elk koopvaardij schip was genoodzaakt wapenen te voeren. Zeeroovers, +wier schepen menigmaal heele vloten vormden, maakten alle zeeën +onveilig. Ieder zeeman moest wel een soldaat wezen, altijd klaar, +om naar de wapenen te grijpen, ten einde een aanvallenden vijand +af te slaan. Onder zulke omstandigheden werd Columbus gevormd. Van +zijne vroegste zeetochten is ons niets bekend en wij weten alleen, +dat hij een groot deel der toen bekende wereld doorkruiste. Zoo +bezocht hij o.a. Engeland, en beploegde zijn voorspoedige kiel de +wateren van de Noordzee, tot hij de noordelijke kusten van IJsland +bereikte. Het is niet onwaarschijnlijk, dat hij daar losse geruchten +vernam van de tochten, welke, eeuwen vroeger, de Noormannen naar de +door het ijs omgeven kusten van Labrador en Groenland hadden gedaan, +en van de eindelooze meer zuidwaarts liggende kusten, van welker +uitgestrektheid niemand zich een denkbeeld maken kon. Later schreef +hij in een zijner brieven: + +"Veertig jaren lang heb ik de geheimen der natuur trachten uit te +vorschen, en waar ooit een schip zich vertoonde, daar ben ik geweest." + +Tijdens zijn omzwervingen kwam hij ten laatste te Lissabon, de +hoofdstad van Portugal, aan, toen een der beroemdste zeehavens van +de wereld. Hij was toen 35 jaren oud. + +Uit de levensbeschrijving, door zijn zoon opgesteld, leeren wij, dat +hij ijverig studeerde. Hij las de werken van Aristoteles, Seneca en +Strabo. Menig middernachtelijk uur werd gesleten met het lezen van de +nasporingen, door Marco Polo en Sir John Maundevile of Mandeville in +het werk gesteld. De vraagstukken, waartoe deze ontdekkingen aanleiding +gaven, bepeinsde hij ernstig. Maar het boek, dat hem het meest boeide +en zijn geest geheel en al bezighield, was de Wereldbeschrijving, de +"Cosmographie", van kardinaal Aliaco. Het was een zonderling mengsel +van dwaasheid en geleerdheid, van echte wetenschap en zotte fabelen. + +Columbus trof te Lissabon vele zeelieden aan, verstandige, opmerkzame +menschen, die alle bekende zeeën hadden bevaren. Hen hoorde hij van +drijfhout spreken, dat gevonden was geworden, en zeer onderscheiden +was van den plantengroei, dien men in Europa kende. Ruw snijwerk +had men uit de zee opgevischt, dat blijkbaar met zeer onvolkomen +gereedschap was bewerkt. En, wat het vreemdst van alles scheen, +er waren twee lijken op de Azoren aangespoeld, van een menschenras +afkomstig, hoedanig noch in Europa noch in Afrika werd gevonden. + +Langzamerhand schijnt bij Columbus het denkbeeld te zijn opgerezen, +dat er op den aardbol nog andere en uitgestrekte landen moesten +wezen, welk de Europeanen nog niet kenden. Want slechts een klein +gedeelte van onze aarde was toen nog maar door beschaafde menschen +bezocht. Wanneer Columbus alleen in zijne kamer zat, en zijn oogen op +de ellendige kaarten van dien tijd rustten, dan werd zijn geest wakker +en teekende hij met het potlood in de hand de hem bekende oevers der +Middellandsche zee, benevens de minder bekende kusten van Afrika van +kaap Blanco af tot kaap Vert toe. In zijn verbeelding ging hij moedig +den Atlantischen oceaan op tot de Azoren toe, doch hier vond hij een +eindpaal, omdat verder alles nog onbekend en onbevaren was. + +Het door hem bepeinsde plan jaagde hem het bloed naar de wangen. Wat +ligt, vroeg hij zich af, in dien uitgestrekten, grenzenloozen oceaan +aan den anderen kant? Is de aarde een plat vlak? Gesteld, dat dit zoo +is, maar waar is dan het einde, en wat ligt aan de andere zijde? Is de +aarde een bol? Als zij dat is, hoe groot is die bol dan? Liggen er in +dien onmetelijken oceaan andere landen? Zou het voor een onverschrokken +avonturier mogelijk zijn dien bol om te varen? + +In 1477 stak Columbus in zee, om het westen te vinden langs den +ouden, noordelijken weg, die langs IJsland liep. Waarschijnlijk had +hij van de ontdekkingen gehoord, welke de Noormannen in die richting +hadden gedaan, en was 't hem bekend, dat men den afstand van Europa's +noordelijkste punten tot de Aziatische stranden niet groot rekende. + +Alvorens de groote onderneming uit te voeren, deed hij eerst +onderscheidene kleine zeetochten. Zuidwaarts bezocht hij Madera, +de Kanarische eilanden en de kust van Guinea. De wegen, door de +Portugeesche zeevaarders gevolgd, ging hij ijverig na, en maakte zich +vertrouwd met al wat zij van de Azoren en de westelijkste eilanden +hadden ontdekt. + +Ook zocht hij den noordelijken weg op, en waagde zich zelfs op eenigen +afstand ten westen van IJsland. Wellicht had hij het verhaal van de +Noormannen gelezen van Groenland, Markland en Vineland. Het laatste +schip was van Groenland naar IJsland teruggekeerd ongeveer honderd +jaren vóór Columbus dit eiland aandeed. Malte Brun onderstelt, dat +Columbus in Italië van de heldendaden dezer koene zeelieden kennis +gekregen had, want Rome werd toen als het middelpunt van de wereld +beschouwd, en die iets belangrijks hooren wilde, moest daar zijn. + +Een Deensch schrijver meent, dat Columbus, die alle mogelijke +boeken en handschriften trachtte te krijgen, om verhalen van +zeetochten en ontdekkingen te lezen, de geschriften van den bekenden +geschiedschrijver Adam van Bremen in handen gekregen had, waarin de +ontdekking van Vineland met nadruk werd vermeld. + +Deze vermoedens hebben hem ongetwijfeld aangespoord tot de reis naar +IJsland, en hij bracht, volgens het verhaal van zijn zoon Fernando, +niet alleen eenigen tijd op IJsland door, maar zeilde nog 300 mijlen +verder, waardoor hij Groenland haast moet hebben kunnen zien. + +Was Columbus met de belangrijkste ontdekkingen der Noormannen bekend, +dan kan men zijn vast geloof aan de mogelijkheid, om een westelijk +gelegen land weer te vinden, en zijn grooten ijver, om dat te doen, +gemakkelijk verklaren. Zijne latere ontdekking van Amerika mogen +wij dan veilig als de voortzetting beschouwen van hetgeen de oude +Scandinaviërs hebben verricht. + +Columbus ging na, hoeveel tijd de zon noodig had, om van de eene zijde +van de Middellandsche zee naar de andere te komen, welke afstand 2000 +mijlen bedraagt. Hieruit leidde hij af, welke ruimte de zon dan in 24 +uren kon doorloopen. Dergelijke vraagstukken verruimden niet alleen +zijn geest, maar leerden hem ook juist denken, en onttrokken hem aan +den nadeeligen invloed van dwaze hersenschimmen. + +Deze opwekkende studie eischte algeheele toewijding. Aan pretmaken +dacht hij niet meer, en evenzeer werd het bevredigen van zijn eerzucht +aan banden gelegd. Praatte hij met zijn vrienden en kennissen, dan was +de studie altoos het onderwerp van het gesprek. Zijn studeervertrek +was soms vol zeelieden, die mededeeling kwamen doen van wat zij gezien +of ook maar alleen zich verbeeld hadden. + +Langzamerhand kreeg Columbus de overtuiging dat de aarde bolrond moest +zijn en dat men derhalve, steeds westwaarts zeilende, de kusten van +Azië bereiken moest. Van de grootte der aarde had hij, door de snelheid +in aanmerking te nemen, waarmede de zon zich schijnbaar voortbeweegt, +een vrij nauwkeurige berekening gemaakt. Hij vermoedde wel niet, dat +er tusschen Europa en Azië land ligt, maar hij meende toch, dat hij de +kusten van Azië vinden zou, daar, waar hij later de Nieuwe wereld vond. + +Onbepaalde berichten van het groote eiland Japan, dat zich ten Oosten +van Azië zou uitstrekken, waren in Europa in omloop. Columbus meende, +dat het op de plaats lag, waar hij naderhand Cuba vond. + +"Deze groote rijken," zeide Columbus, "zijn met onsterfelijke wezens +bevolkt, voor wier verlossing Christus een bloedig offer bracht. Mij +heeft God de taak opgedragen hen te zoeken, en hun het evangelie +te brengen. De rijkdom van Indië is spreekwoordelijk, en ik zal +er onuitputtelijke schatten vinden, waarmede men zich legers kan +verschaffen. Met deze legers kunnen we het graf van den Zaligmaker +der wereld verlossen uit de handen der ongeloovigen, die er geen +eerbied voor hebben." + +Columbus was arm. Het was geheel boven zijn macht, zulk een +belangrijken ontdekkingstocht te ondernemen. De meesten hielden hem +voor een half waanzinnigen dweper. Zoo dwaas als men een voorstel +vinden zou, om de maan te bezoeken, zoo ongerijmd vond men zijn +plan. Te vergeefs klopte hij aan de deuren van rijke lieden aan. Toch +trof hij verstandige menschen aan, die zijne plannen onderzochten, +en ze een ernstig onderzoek waardig keurden. Met behulp van zulke +getuigen, hoopte hij zich de medewerking van eenige Europeesche hoven +te verzekeren. Een machtige staat kon hem gemakkelijk de noodige +middelen verschaffen, en hem dat gezag en die waardigheid verleenen, +welke hij voor de uitvoering zijner plannen werkelijk meende noodig +te hebben. In vergoeding daarvan zou het hof rijk en machtig worden, +en zooveel roem behalen, dat het door geheel Europa werd benijd. + +Het eerst wendde hij zich tot de regeering in Portugal. Koning Johan + II ontving hem in een plechtig gehoor, en luisterde aandachtig en +schijnbaar vol belangstelling naar zijn plannen. Columbus beschouwde +zich volstrekt niet als iemand, die nederig iets aan den voet van een +koninklijken troon komt afsmeeken. Veeleer hield hij zich voor iemand, +wien God belangrijke openbaringen had gedaan, welke den rijkdom en den +roem van den grootsten monarch zouden vermeerderen, en die oorzaak +zouden zijn, dat zich een nieuw tijdperk voor de wereld opende. Tot +loon voor al zijn verdiensten verzocht hij om tot onderkoning +aangesteld te worden over al de landen, die hij ontdekken zou, en om +het tiende deel van al de winsten, welke het opleveren mocht. + +Terwijl hij zich in Lissabon ophield, raakte hij in kennis met een +Italiaansche jonge dame, die Felipa heette en bij hare moeder inwoonde, +welke weduwe was. Wel was zij van aanzienlijke afkomst, maar zij bezat +geen fortuin. Hun huwelijk volgde spoedig, en het schijnt gelukkig +te zijn geweest tot de dood hen scheidde. Zij kregen een zoon, die +Diego heette. + +De koning vond de eischen van Columbus buitensporig. Deze toch was een +arme, onbekende zee-kapitein, zonder rang, geld of vrienden. En toch +stelde deze vreemde, ernstige man, met zijn onstuimige geestdrift, +zich voor in de rijen der koningen plaats te nemen. Met een beleefde +buiging liet de vorst den eerzuchtigen zee-kapitein uit zijn gehoorzaal +vertrekken. + +De waardige en ernstige houding van den man, en het volkomen +vertrouwen, dat hij in de juistheid zijner inzichten openbaarde, +hadden evenwel een diepen indruk op den koning gemaakt. Hij kon +de gedachten niet van zich zetten, welke hem medegedeeld waren +geworden. Na eenigen tijd over de zaak nagedacht te hebben, riep hij +een Raad bijeen van de geleerdste mannen te Lissabon, en stelde hem de +zaak voor. Rijpelijk werd alles overwogen. Eenigen van de uitstekendste +leden van dien Raad lieten zich gunstig over de plannen van Columbus +uit. Maar de uitspraak van de meerderheid was er beslist tegen. Men +berichtte den koning, dat zijne plannen zoo ongerijmd waren, dat ze +verdere bespreking onwaard moesten heeten. + +Toch was de koning onvoldaan, want de door hem verkregen indruk was +te sterk, om zoo maar gemakkelijk uitgewischt te worden. Bovendien +verminderde het feit, dat de grootste wijsgeeren Columbus' meeningen +deelden, den indruk van het ingediende Verslag. Toen had de koning +de laagheid tot een zeer onteerenden maatregel over te gaan. Hij zond +heimelijk een vloot uit. Deze heette naar de Kaap-Verdische eilanden +te gaan. Gebruik makende van al de inlichtingen, die Columbus hem +gegeven had, gaf hij den kapitein het heimelijk bevel, om maar moedig +het spoor te volgen, dat Columbus aangegeven had, hopende op deze +wijze zelf de ontdekker te worden. De kapitein volgde de bevelen op, +maar zijn matrozen verloren den moed, daar zij niet wisten, waar zij +op die onbekende wateren heengingen. + +Een verschrikkelijke storm brak op den Oceaan los, waardoor hun vrees +tot het uiterste gedreven werd. Met luider stem verklaarden allen, +dat zij weigerden aan zulke gevaren het hoofd te bieden, zoodat de +kapitein genoodzaakt was toe te geven en terug te keeren. + +Columbus werd deze schandelijke handelwijze gewaar, die grootelijks +zijne verontwaardiging had opgewekt. Met zijn toorn vermengden zich +aandoeningen van teleurstelling en droefheid, dat het koninklijk hof, +waartegen hij gewoon was geweest met eerbied op te zien, hem zoo +trouweloos had behandeld. + +Hij was toen een weduwnaar, en bezat alleen zijn zoon Diego. Zijn +tijd aan de studie en de bevordering zijner ontdekkingsplannen +wijdende, had hij geen gelegenheid, voor zijn geldelijke belangen te +zorgen. Hij voorzag in zijn nederig onderhoud door het vervaardigen +en den verkoop van kaarten. Met Diego verhuisde hij toen naar Genua, +zijn geboorteplaats. Hier moest hij de waarheid van het spreekwoord +ondervinden, dat een profeet in zijn eigen vaderland niet geëerd wordt. + +Hij verzocht het Bestuur der stad om hulp voor een onderneming, welke +men algemeen niet alleen noodlottig noemde, maar waarvan de geleerden +te Lissabon reeds gezegd hadden, dat ze geen aandacht waard was. + +"En wie is die Christophorus Columbus?" werd gevraagd. "Wel, hij is +een zeeman uit onze stad", was het antwoord; "de zoon van Dominico +Colombo, een wolkammer. Hij heeft twee broers en een zuster, die hier +in nederige omstandigheden verblijf houden." + +Dit maakte aan de zaak bij het trotsche Genueesche hof een einde. Het +verzoek van Columbus werd met verachting afgewezen. Hij kon niet +eens een gepast gehoor krijgen. Nu was hij wel arm, en alleen de hoop +en een aangeboren geestkracht moesten hem staande houden. Eindelijk +besloot hij, na nog vele plannen overdacht te hebben, zijn geluk aan +het Spaansche hof te beproeven. + +Hij nam zijn zoon Diego mee, scheepte zich te Genua in, en landde na +een korte vaart te Palos, een kleine Spaansche zeehaven aan den mond +van de Tinto. Ferdinand en Isabella waren toen juist in een oorlog +gewikkeld met de Mooren. Beiden bevonden zich toen met hun leger te +Cordova, bijna honderd mijlen ten noord-oosten van Palos. Daar al hun +krachtsinspanning voor het voeren van den oorlog noodig was, mocht het +oogenblik ongunstig heeten hen te willen overhalen tot een onderneming, +die veel geld moest kosten, en daarenboven twijfelachtig was. + +Met een lichte beurs en een bezwaard gemoed begaf Columbus zich +op weg, om de vele mijlen af te leggen, die hem van de koninklijke +legerplaats scheidden. Hij was bleek, mager en het was hem aan te +zien, dat zorg hem had verteerd. Zijn kleeren waren kaal. Koffers en +valiezen behoefde hij niet mee te sjouwen; alleen droeg hij een klein +pakje aan zijn zijde. De kleine Diego liep aan zijns vaders hand mee. + +Zij waren nog maar anderhalve mijl van het dorp Palos af, toen zij +bij een hecht steenen klooster kwamen. Diego had honger en dorst, +en daarom ging de vader in het klooster, om een beker water en een +snede brood voor zijn kind te vragen. + +Heel toevallig kwam de prior van het klooster op dat oogenblik aan +de deur. Het beleefd verzoek, de waardige houding en de verstandige +trekken van den vreemdeling maakten diepen indruk op hem. Hij noodigde +Columbus uit binnen te gaan, knoopte een gesprek met hem aan, en +stelde niet slechts groot belang in de nieuwe plannen, die hij te +berde bracht, maar werd door de kracht zijner redeneering volkomen +overtuigd, dat er waarheid in lag. Hij hield Columbus eenige dagen bij +zich, verleende hem al de gastvrijheid, die het klooster schenken kon, +en noodigde hem uit, om met hem een arts uit de buurt op te zoeken, +die in wetenschap uitblonk. + +Columbus, de prior en de dokter brachten in de cellen van het stille +klooster La Rabida vele uren door met de vraag of de aarde een bol +of een plat vlak was, en of het, door steeds westwaarts te zeilen, +mogelijk zou zijn het vasteland van Azië te bereiken, dat ver weg in +het Oosten lag. + +De prior van het klooster was een geleerd man en had grooten invloed +aan het hof, daar hij, zooals dat in die dagen veelal het geval was, +een hoogen rang bekleedde. Hij toonde zulk een levendige belangstelling +in Columbus en zijn onderneming, dat hij hem overhaalde zijn zoon +Diego in het klooster ter opvoeding achter te laten, en gaf hem brieven +van aanbeveling mede voor den biechtvader van koningin Isabella. + +Door dit bezoek en door alles, wat voor zijn kind gedaan was, zette +Columbus de reis naar Cordova vroolijk en opgeruimd van geest voort. + +Het militair vertoon, dat Columbus in het kamp te Cordova zag, was +verbazingwekkend. De luister van het hof van Castilië en die van het +hof van Arragon waren er vereenigd. De geheele ridderschap van Spanje +was op dat groote veld bijeen, en prachtig uitgedost met schitterende +wapenrusting en prachtig gevolg. De tenten stonden in de rondte, +en 't was of men een groote stad zag. Blinkende wapens en wuivende +pluimen zag men overal, terwijl de muziek van de militaire troepen +de lucht vervulde. + +Maar al deze pracht was niets voor Columbus in vergelijking met de +plannen, waarvan zijn geest vol was. Hij gaf zijn brief aan Fernando +Talavera, den kapelaan van de koningin. Talavera was een trotsch +prelaat, koel en onspraakzaam. Ternauwernood ontving hij Columbus +beleefd, luisterde met blijkbaren weerzin naar het verhaal van het +plan, dat hij kwam voorstellen, en liet hem gaan met de woorden: + +"Mij dunkt, dat het zeer indringend zou zijn thans, nu hare majesteit +door al de zorgen voor dezen veldtocht gedrukt wordt, met een plan +bij haar te komen, dat in de lucht hangt." + +De verschijning van Columbus was alles behalve indrukwekkend. Zijn +kleeren zagen er armoedig en kaal uit, en hij was door teleurstelling +terneergeslagen. Maar het gerucht zijner plannen ging als een loopend +vuurtje door het kamp. De hovelingen wezen spottend met den vinger +naar den kalen avonturier als een, die onmetelijke rijken bezat met +millioenen inwoners, die hij aan de koningen van Spanje ten geschenke +wilde geven. + +Columbus wist niet, wat hij doen of waar hij gaan moest. Hij bleef +te Cordova talmen, terwijl het Spaansche leger optrok, om de laatste +schuilplaats van de Mooren in de provincie Granada aan te tasten. Hij +hield zich overtuigd, dat de overwinning de koninklijke banieren volgen +zou, en dat er dan misschien gelegenheid zou zijn, om met zijn verzoek +voor den dag te komen. In den herfst keerden Ferdinand en Isabella +in triomf terug. Zij vestigden hun hof voor den winter te Salamanca, +bijna 300 mijlen van Cordova. In dien tusschentijd vond Columbus, +die geen gehoor bij de koningin kon krijgen, een sober bestaan in +het teekenen van landkaarten en plans. + +De tooneelen, die toen te Cordova en in zijn omstreken voorvielen, +hadden de beroemdste mannen uit alle deelen van Spanje derwaarts +gelokt. Dit bood Columbus de gelegenheid aan, om met de geleerdste +mannen in aanraking te komen. Schrandere personen ontvingen een +diepen indruk van de waardigheid waarmee hij zich gedroeg, van de +diepte zijner overtuiging, van zijn uitgebreide kennis en de boeiende +welsprekendheid, waarmede hij zijne meeningen bepleitte. Soms had +hij het genoegen den bijval van den een of ander te verwerven. + +Een verstandig en vermogend heer begon zooveel belang in Columbus te +stellen, dat hij hem uitnoodigde ten zijnent te komen en zijn gast +te zijn. Deze heer stelde hem aan den nuncius van den paus, Antonio +Geraldini, en aan andere heeren voor, die in den staat of aan 't hof +hooge betrekkingen bekleedden. + +Terwijl hij zoo in nutteloos oponthoud zijn tijd te Cordova zoek +bracht, verbond hij zich met een dame dier plaats. Zij heette Beatrix +Enriquez en was van adel, maar niet rijk. Zij werd de moeder van zijn +tweeden zoon, Fernando, die in het volgende jaar, 1487, geboren werd, +en die, na zijn dood, zijn levensgeschiedenis schreef. + +Columbus volgde het hof naar Salamanca. Hier werd hij aan den +aartsbisschop van Toledo voorgesteld, den grootkardinaal van +Spanje. Deze beroemde kerkvorst had zooveel invloed bij den koning en +de koningin, dat men hem den derden koning noemde. Meer en meer werd +hij zoo overtuigd van de kracht der bewijzen, waarmee Columbus zijn +plannen verdedigde, dat hij er in toestemde hem in de koninklijke +tegenwoordigheid te brengen. + +Het eerst werd hij waarschijnlijk bij Ferdinand toegelaten. De +koninklijke luister kon Columbus niet van zijn stuk brengen, en met +groote welsprekendheid beval hij zijn zaak aan. De koning was een +sluw, scherpzinnig man, dien men niet gemakkelijk onder den invloed +van romantische droomen brengen kon. Hij luisterde met wijsgeerige +koelheid naar den opgewonden pleiter. + +De eerzucht van den koning werd krachtig geprikkeld door het denkbeeld +van de grootheid, die Spanje's deel zou worden, wanneer men in het +doen van ontdekkingen en in het verkrijgen van aanzienlijke winsten +slaagde. Dan zou Spanje een overwicht over alle volken hebben. Maar +Ferdinand was zeer angstvallig en traag in 't besluiten. Hij riep +een Raad van de geleerdste mannen uit Spanje bijeen, om een onderhoud +met Columbus te hebben, zijn plannen aan een nauwkeurig onderzoek te +onderwerpen en hem verslag van hun bevinding te doen. + +De bijeenkomst had in het dominicaner klooster van St. Stephanus, +te Salamanca, plaats. De vergadering, op koninklijk bevel bijeen, +was door het aanzienlijk ledental indrukwekkend. Zij bestond uit +hoogleeraren, uit de hoogste waardigheidsbekleeders in de kerk +en staatslieden van den eersten rang. Ieder gewoon mensch zou er +tegen op hebben gezien, om voor zulk een schaar van de geleerdste +sterrekundigen en wereldbeschrijvers te verschijnen. Columbus was blij, +dat hij gelegenheid kreeg zijn plannen, van welker deugdelijkheid hij +overtuigd was, voor te dragen aan wetenschappelijke mannen, die hem, +hieraan twijfelde hij niet, hun bijval zouden schenken. + +Maar spoedig ontdekte hij tot zijn groot verdriet, dat zelfs in het +gemoed van de geleerdste mannen, vooroordeel en bijgeloof over de +macht van het verstand kunnen zegevieren. De wijsgeeren en ook de +geestelijkheid voerden bewijzen tegen hem aan, die nu den spotlust +zelfs van de eenvoudigsten zouden opwekken. De volgende woorden van +Lactantius werden aangehaald, omdat zij Columbus' bewering van de +rondheid der aarde zegevierend weerlegden. + +"Zou er iemand zoo dwaas wezen te gelooven, dat er tegenvoeters +zijn, menschen, die met hun voeten omhoog en met hun hoofd naar +beneden loopen? Dat er een deel van de aarde bestaat, waar alles 't +onderstboven staat; waar de boomen met de takken naar beneden groeien, +en waar het regent, hagelt en sneeuwt van den grond af naar boven +toe? Het denkbeeld, dat de aarde rond zou zijn, heeft de fabel van de +tegenvoeters in de wereld gebracht; want toen deze geleerden eenmaal +op den dwaalweg waren, verkondigden zij nog meer ongerijmdheden, +waarvan zij de een met de ander verdedigen." + +Men verklaarde de plannen van Columbus voor onverstandig, en achtte ze +tevens in strijd met de Schrift. Vol te houden, dat er aan den anderen +kant der aarde menschen woonden, was, werd gezegd, afbreuk doen aan +de geloofwaardigheid van den bijbel. Volgens dit boek stamden alle +aardbewoners van Adam af, derhalve was het onmogelijk, dat sommigen +zoo ver zouden hebben kunnen trekken. + +Maar al nam men aan, zoo werd beweerd, dat de aarde rond was, en +dat een schip aan de andere zijde zou kunnen komen, dan zou het toch +nooit terugkeeren, daar er geen wind kon zijn, sterk genoeg, om het +over die onmetelijk groote ronding terug te kunnen brengen. + +Deze godgeleerde en wijsgeerige betoogen beantwoordde Columbus met +er waarheden tegenover te stellen, waarmee heden ten dage zelfs de +ongeletterdste vertrouwd is. Ofschoon de vergadering een ongunstig +verslag uitbracht, waren er toch vele leden, die door de woorden van +Columbus zeer getroffen waren. Tot dezen behoorde Diego de Deza, de +latere aartsbisschop van Sevilla. Hij ondersteunde, hoewel vergeefs, +de zaak van Columbus zooveel in zijn vermogen was. De meerderheid +gaf te kennen, dat het zoowel onwaar als kettersch was aan te nemen, +dat er land zou te vinden zijn, als men van Europa naar 't Westen +zeilde. Zulk een verslag werd door een vergadering van de geleerdste +mannen nog maar vierhonderd jaren geleden uitgebracht. + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +EERSTE REIS. + + +De teleurstelling over den uitslag van de Vergadering te Salamanca was +bitter voor Columbus. Maar toch was het plan er door bekend geworden, +zoodat er allerwege in Spanje over gesproken werd. Stond de ongelukkige +avonturier ook al aan allerlei spotternij bloot, er waren ook velen, +menschen van naam en groote bekwaamheid, die zich overtuigd hielden, +dat zijn vermoeden niet met een grimlach behoorde beantwoord te worden. + +Terwijl dit belangrijk vraagstuk besproken werd, beschouwde men +Columbus als iemand, die bij het gezantschap aan het hof behoorde. Het +was een tijdperk van groote staatkundige beweging. Alle gemoederen +waren vervuld met den hardnekkigen oorlog tegen de Mooren, die nog +maar altijd voortgezet werd. Gedurende den zomer van 1487 bevonden +de koning en de koningin zich bij het leger, om het gedenkwaardige +beleg van Malaga te voeren. Wegens zijn groote lichaamsgestalte, +kon men Columbus overal zien, maar tevens, dat hij in gepeins, en +bijna hopeloos van de eene tent naar de andere liep, en telkens, +als hij een luisterend oor vinden kon, met zijn verzoek voor den dag +kwam. Er lag iets treffends in het voorkomen van dezen grooten man, +in eenvoudig gewaad, maar tevens met waardige houding, wanneer hij, +te midden van dat militaire praalvertoon, zich zwijgend voortbewoog. + +Toen Malaga zich in September overgegeven had, keerde het hof +naar Cordova terug. Achttien maanden lang trok het telkens heen en +weer, omdat de groote strijd dit vorderde. Columbus deelde in al die +verplaatsingen van het hof, nog altijd de hoop koesterende, waarin hij +door eenige trouwe vrienden werd versterkt, dat hij eenmaal bij het +hof gehoor vinden zou. Door den invloed van deze vrienden, mocht hij +in het voorjaar van 1489 van Ferdinand het bevel ontvangen, om een +andere vergadering van geleerden en geestelijken te Sevilla bijeen +te roepen. Op nieuw zag hij zich teleurgesteld. De verschrikkelijke +strijd ontbrandde met nieuwe kracht. Vreeselijke veldslagen, waarbij +zich oproer, menschenslachting en ellende voegden, waren er het +gevolg van. Aller krachtsinspanning was noodig. Aan Columbus en zijn +onbesuisde, twijfelachtige plannen viel niet te denken. + +Zoo ging er een afmattend jaar voorbij. Gedurende deze treurige maanden +vertoefde Columbus te Cordova, gelukkig op kosten van het hof. Toen +de lente in 't land kwam, hielden Ferdinand en Isabella zich bezig +met het maken van de noodige toebereidselen voor een van de grootste +krijgsondernemingen, het beleg n.l. van Granada. Vóór het hof optrok, +deed Columbus een wanhopige poging, om gehoor te krijgen, doch hij +ontving het ontmoedigende antwoord, dat de vorsten vóór den afloop +van den veldtocht aan hem geen aandacht konden schenken. Die slag trof +Columbus geweldig, maar wierp hem evenwel niet ter neer. Nog kon zijn +onbedwingbare geest er niet tot wanhoop door gebracht worden. Hij zette +zich rustig neer, en ging na, welk hulpmiddel hij nu kon aangrijpen. + +Men leefde in een tijd van feudale macht en welvaart. De Spaansche +bergen waren bezaaid met de sterke kasteelen van hertogen en +baronnen. Columbus wendde zich tot den hertog van Medina Sidonia. Deze +machtige heer, wiens kasteel een bijna onneembare vesting was, en +geheel uit ijzer en steen bestond, behoorde tot den hoogsten adel in +Europa. Wat de glans van zijn hof en levenswijze betrof, kon hij met +koningen wedijveren. Uit eigen middelen verschafte hij de vorsten een +heel leger ruiters, honderd oorlogsschepen en een groote som geld. De +schitterende onderneming, die Columbus wilde doen, viel voor een poos +in den smaak van den hertog, doch bij nader inzien verwierp hij het +plan als den droom van een dweper. + +Men zegt, dat Columbus toen bij den hertog van Medina Celi ging +aankloppen. Hier werd hij aanvankelijk gunstig ontvangen. De hertog +stond op het punt drie of vier schepen voor den tocht uit te rusten, +maar hij haalde zich in het hoofd, dat de Spaansche vorsten het hem +euvel konden duiden, wanneer hij zulk een grootsche onderneming op +eigen kosten deed. Daarom liet hij Columbus gaan. + +Zich zoo bedrogen ziende, besloot Columbus zijn geluk bij het Fransche +hof te beproeven. Hij had nu een aantal invloedrijke en vermogende +vrienden, die ongetwijfeld hun beurs voor zijn bescheiden eischen +zouden openen. Vóór hij op zijn lange reis naar de Fransche hoofdstad +de Pyreneeën overtrok, bezocht hij eerst nog zijn zoon Diego in +het klooster van La Rabida, bij Palos. Hij legde de reis te voet of +op een muilezel gezeten af. Hadden zijn vrienden hem al een beetje +geld gegeven, zeker is het, dat hij de grootste zuinigheid noodig +achtte. Hij moest nog een lange en kostbare reis doen, en het was +nog onzeker, hoe hij aan het trotsche hof van den Franschen koning +zou worden ontvangen. + +In een eenvoudig gewaad, door de reis met stof bedekt, stond Columbus +vóór de deur van het klooster. Maar noch stof noch kale kleeren konden +de aangeboren waardigheid van den man verbergen. Hij was van nature +een edelman, die, om zijn aanspraken te rechtvaardigen, den glans van +kostbare kleeren niet noodig had. Sedert hij voor de eerste maal aan de +deur van dat klooster stond, om wat drinken voor zijn kind te vragen, +waren er zeven jaren van aanhoudende inspanning en teleurstelling +voorbij gegaan. Deze verdrietelijkheden en inspanningen hadden zijn +lichaam gekromd en zijn haren vergrijsd. Zijn wangen waren gerimpeld, +wat zoo licht plaats heeft, wanneer men teleurgesteld wordt en zwaar +moet denken. + +De waardige prior van het klooster ontving den vermoeiden avonturier +met ware, broederlijke vriendelijkheid. Hij was geheel en al overtuigd +geworden, dat Columbus' plannen verstandig waren, en de dadelijke +en ernstige aandacht van het Spaansche hof verdienden. Toen hij de +zekerheid had, dat Columbus over een bezoek aan Frankrijk dacht, +ontwaakte zijn vaderlandsliefde en maakte hij zich zeer beangst, +dat Spanje den roem van de groote onderneming derven zou. Dadelijk +liet hij den geleerden arts ontbieden, van wien wij vroeger spraken, +en deelde hem zijn vrees mee. Ook werden vele andere invloedrijke +vrienden uitgenoodigd, om met Columbus over die allergewichtigste +zaak te beraadslagen, welke den prior voorkwam zoo belangrijk voor +den roem van Spanje te zijn. + +In de nabijheid woonde een heer, die om zijn familie, zijn groot +vermogen en zijn bekendheid met zeezaken vermaard was. Deze man +heette Martin Alonzo Pinzon en was door zijn ondervinding in staat, +om de kracht van de door Columbus aangevoerde gronden naar waarde +te schatten. Met vuur omhelsde hij zijn zaak, en beloofde hem niet +alleen geldelijken bijstand, maar tevens zijn invloed, om de zaak nog +eens weer voor hunne majesteiten Ferdinand en Isabella te brengen. De +prior van het klooster was in vroegere jaren kapellaan van de koningin +geweest. Hij schreef haar een dringenden brief, en beweerde, dat +Spanje zulk een schoone gelegenheid niet mocht verliezen, om boven +alle landen uit te steken. + +In die dagen kende men nog geen postwagens en evenmin de gemakken, +die de post nu geeft. Een ouden afgeleefden zeeman werd de brief +toevertrouwd, en dien zond men naar Santa Fé, waar het hof, tijdens het +beleg van Granada, toen verblijf hield. De afstand bedroeg ongeveer +150 mijlen. De bode kwam er goed en wel aan, en overhandigde den +brief aan de koningin. + +Niettegenstaande al de zorgen, welke toen haar geest vervulden, +kreeg Isabella er een diepen indruk van. Zij gaf een bemoedigend +antwoord mede, en drong er sterk op aan, dat haar geachte vriend, +de prior van het klooster, dadelijk bij haar zou komen. + +Dit antwoord verlevendigde aanstonds weer de hoop in 't hart van +Columbus, en bracht groote vreugde in den kleinen kring te La +Rabida. Het was midden in den winter, en koude winden woeien over +de naakte bergen en kale vlakten, ook van zuidelijk Spanje. Maar +onverwijld besteeg de prior den muilezel, en sukkelde langs den +eenzamen weg voort naar het hof. + +Hartelijk zelfs mocht de ontvangst heeten, die de koningin haar +vroegeren kapellaan bereidde. Ofschoon zij teruggetrokken was en +zich niet uitliet, sluimerde er onder dat koele uiterlijk warme +genegenheid. Zij luisterde met instemming naar de woorden van den +prior. Daar hij een geleerd man was, en door vertrouwelijken omgang +met Columbus diens gedachten kende, was hij de rechte man, om zijn +plannen op de duidelijkste wijze voor te dragen. De koningin had tot +nog toe geen aandacht aan de zaak gewijd, want ofschoon de koning en +de vergadering van geleerden ermee in kennis waren gesteld, tot haar +had men zich nog nooit rechtstreeks gewend. + +De lezer zal zich herinneren, dat Ferdinand alleen koning van Arragon +was. Isabella was koningin van Castilië, en had een eigen inkomen, +leger en hof. Dadelijk besloot zij Columbus te beschermen. Zij liet +hem halen, opdat hij zich onmiddellijk naar Santé Fé begeven kon. Alzoo +geroepen, om een bevel van de koningin uit te voeren, zond zij hem een +voldoende som geld tot aankoop van een muilezel en een passend gewaad, +om aan 't hof te verschijnen en ter bestrijding van de reiskosten. + +Toen de prior met deze aangename tijdingen te La Rabida terugkwam, +verheugde men zich daar zeer en nieuwe hoop straalde in de levensmoede +ziel van Columbus. Er werd een mooie muilezel gekocht, de reiziger +trok een net pak aan, en draafde weldra, als verjongd en door de hoop +vroolijk gestemd, over de heuvels en door de schaduwrijke dalen van +het schoone Andalusië. Hij kwam nog tijdig genoeg te Granada aan, om +te kunnen zien, dat men de vaandels der Mooren van de muren van het +Alhambra afrukte, ten einde er de vlaggen van Ferdinand en Isabella +voor in de plaats te stellen. Het was het schoonste oogenblik in de +regeering van de beide beroemde koningen, en werd als het roemvolste +aangemerkt voor de Spaansche wapenen. + +Te midden van al die volksvreugde maakte Columbus zijn opwachting +bij koningin Isabella. Hij nam niet de houding aan van een nederigen +smeekeling, maar van een door God gezonden afgezant, die de nietige +gunsten, waardoor hij zijn plannen ten uitvoer kon brengen, met groote +schenkingen vergold. + +Beleefd sprak hij tot de koningin: + +"Ik verlang slechts een paar schepen en eenige matrozen, om op den +oceaan tusschen de 2 à 3 duizend mijlen westwaarts te varen. Ik +zal zoo Uwe Majesteit een korteren weg naar Indië aanwijzen, en tot +hiertoe onbekende volken leeren kennen, die machtig zijn en verbazende +rijkdommen bezitten. Tot loon vraag ik alleen de aanstelling tot +Onderkoning over de rijken, die ik ontdekken zal, en het tiende deel +van de winsten, die er uit mogen voortvloeien." + +De hovelingen van de koningin waren verwonderd, want de eischen +van Columbus kwamen hun buitensporig en vermetel voor. In hun oog +was hij maar een arme zee-kapitein, dien niemand kende en die, +daar hij geen vrienden had, de hulp der koningin kwam inroepen, +waardoor hij in staat zou zijn een zeereis te doen. En hij vroeg +toch ter belooning rijkdom en eer, waardoor hij een rang naast +de kroon zou innemen. Onder den invloed dezer voorstellingen van +invloedrijke hovelingen, riep de koningin Columbus weer aan 't hof, +en stelde hem matiger eischen voor. Maar hij bleef op zijn stuk staan, +en wilde niets laten vallen. Het denkbeeld van zich te gaan inschepen +voor een grootschen tocht als een bloot werktuig van een vorst, een +huurling, streed met zijn trotschen aard. Isabella, verdrietig over +zijn weigering, zag van Columbus en zijne eischen af. + +Dit was het droevigste uur in het leven van den grooten ontdekker. Geen +ster, als voorbode van een mogelijken dageraad, vertoonde zich aan de +kimmen. Verdrietig zadelde hij zijn muilezel weer, en nam langzaam en +moedeloos de terugreis naar zijn vrienden te La Rabida aan. Hij dacht +er over na, of het wel de moeite loonen zou naar Frankrijk te gaan, +en daar zijn dikwijls versmade diensten aan te bieden. + +Maar toen hij het kabinet van de koningin verliet, was zij zeer +ontsteld. Het karakter van dezen man en zijne grootsche plannen hadden +den diepsten indruk op haar gemaakt. Zij kon de gedachten, door hem +opgewekt, niet verdrijven. Als zij naging, welk verlies Spanje lijden +zou, wanneer een ander hof zijn diensten aanvaardde, en zijn plannen +niet ijdel bleken te wezen, dan had zij geen rust. Toevallig kwam +juist op dat oogenblik Ferdinand in haar kabinet. Zij deelde hem +haar zorg mee, waarop hij zeide: "De koninklijke schatkist is door +den oorlog geheel uitgeput." Voor een oogenblik zweeg de koningin en +dacht over de zaak na. Op eenmaal rijpte een onveranderlijk besluit +in haar geest. Met geestdrift riep zij uit: "Ik zal ten behoeve van +mijn eigen kroon van Castilië de onderneming doorzetten en mijn eigen +juweelen verpanden, om het noodige geld te krijgen." + +De morgenster was voor Columbus opgegaan, maar hij had haar niet +gezien, omdat hij de oogen niet opwaarts, maar naar den grond geslagen +had. Op dat oogenblik zwoegde hij in het zand, en had nog maar eenige +mijlen van den weg afgelegd. Toen hij een donker pad tusschen de bergen +in wilde slaan, hoorde hij een stem achter zich. Hij keerde zich om, +en zag een hoveling in allerijl naderen. De bode verzocht hem uit +naam van de koningin, om terug te keeren. + +Een oogenblik aarzelde Columbus, of hij aan het bevel gehoorzamen +zou. Niets dan teleurstelling was zijn deel geweest, en had hem er +toe gebracht, het Spaansche hof volstrekt niet meer te vertrouwen. Het +kwam hem voor, dat beide vorsten, onwillig om hem in zijn onderneming +bij te staan, nog minder hebben wilden, dat hij in dienst van een +anderen monarch kwam, zoodat het gebeuren kon, dat een andere kroon +den roem verwierf, dien Spanje verworpen had. Aangezien de renbode +hem echter de verzekering gaf, dat de koningin hem in ernst gaarne +weer wilde zien, wendde hij den teugel en reed terug, om een nieuw +onderhoud met Isabella te hebben. + +Was de koningin traag in het besluiten, vlug was zij in de uitvoering +er van. Aanstonds maakte zij aan Columbus bekend, dat zij van harte al +zijn eischen inwilligde, en dadelijk bereid was tot een voegzamen tocht +mede te werken. Hij werd benoemd tot Admiraal en tot Onderkoning van al +de landen, die hij ontdekken zou, en een tiende deel van de voordeelen, +die de reis mocht opleveren, was voor hem. Pinzon verzocht, dat hij +1/8 van de winsten genieten zou, als hij ook 1/8 van de uitgaven +voor zijn rekening nam, en deze schikking werd gemaakt. Eindelijk +was dus het gewichtige vraagstuk opgelost. Columbus was misschien de +gelukkigste man van de wereld, toen hij naar Palos terugkeerde. Weinig +zal hij gedacht hebben, dat zijn loopbaan stormachtig wezen zou, vol +teleurstellingen, beleedigingen en ellende, zoodat hij van verdriet +sterven zou. + +Onmiddellijk werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de +stad Palos twee kleine schepen leveren moest, voldoende bemand en +van levensmiddelen voor de reis voorzien. Door zijn vriend Pinzon +leverde Columbus zelf een ander, zoodat hij de onderneming met drie +schepen kon beginnen. Twee van deze schepen waren lichte barken, of, +zooals ze in dien tijd heetten, karveels. Voor de officieren waren er +kajuiten, en bakken voor het scheepsvolk, maar een gemeenschappelijk +dek was er niet. Het derde schip kreeg den naam van Santa Maria, +en moest voor den admiraal dienen. Het was geheel overdekt en telde +16 manschappen. Over de Pinta voerde Martin Alonzo Pinzon het bevel +met 30 man aan boord. De Nina was bemand met 24 matrozen, onder bevel +van Vincent Yanez Pinzon. Alle schepen waren klein en niet grooter dan +honderd ton, en dus zooals de Amerikaansche jachten, waarmee een tocht +over den oceaan gedaan is van New-York naar Cowes, maar wat zelfs nog +in 1867 als een voorbeeld van stoutmoedigheid werd beschouwd. Maar +Columbus vond ze zeer geschikt voor de onderneming. Alle personen, +die den tocht mede maakten, meegerekend was er 120 man. + +Naar het volksbegrip was de onderneming uitermate gevaarlijk, bijna +heiligschennend en God verzoekend. Zij werd nog roekeloozer geacht, +dan in onze dagen de poging, om met een luchtballon over den oceaan +te trekken, zou genoemd worden. Het was derhalve moeilijk, om volk te +krijgen. De regeering was dan ook ten slotte genoodzaakt tot geweld +over te gaan, en zeelieden tot den kruistocht te dwingen. + +In den vroegen morgen van den 3n Augustus 1492, juist toen de zon uit +de golven van den oceaan opkwam, haalde de kleine vloot de zeilen +op voor den avontuurlijksten en gevaarvolsten tocht, waarvan de +wereldgeschiedenis gewaagt. + +Men was te bewogen, om vroolijk te wezen. Geen hoera! werd gehoord, +en luidruchtigheid was verre. Getabbaarde priesters brachten de +zeelieden aan boord. Toen de zeilen ontplooid waren en de zwakke +vaartuigen door een gunstigen wind langzaam uit het gezicht verdwenen, +schreiden en weeklaagden allen, die achtergebleven waren, en hun hart +was door een somber voorgevoel beangst. + +Met het eerste gedeelte van den weg, dien Columbus wilde volgen, +was hij zeer vertrouwd. Aanstonds zette hij koers naar de Kanarische +eilanden. Er waaide een frissche, gunstige bries, en alles ging +heel goed. De bemanning der drie schepen bestond, zooals wij vroeger +opmerkten, uit domme en bijgeloovige menschen, waarvan velen tot den +dienst geprest waren. Toen zij de bergen van hun geboorteland achter +zich zagen verdwijnen, werden zij door vrees overmand. + +Reeds bij het begin van de reis openbaarden zich teekenen van +ontevredenheid en bijna van oproer. Van een der schepen ging op +den derden dag reeds het roer verloren. Columbus kon op goede +gronden aannemen, dat het door sommige ontevredenen met opzet +was veroorzaakt. Gelukkig wist de bevelhebber door zijn kennis en +ervaring het ongeval eenigszins te verhelpen. Maar toch was het schip +zoo gehavend, dat het alleen met de andere mee kon komen, als de +zeilen ten deele inkrompen. Een reis van zeven dagen bracht hen in +het gezicht van de Kanarische eilanden, en zij hadden dus van Palos +af gerekend, ongeveer duizend mijlen afgelegd. Hier werd Columbus +drie weken opgehouden. Het gehavende schip werd voor onzeewaardig +verklaard. Maar zij kregen gelukkig een ander schip en De Pinta kreeg +een nieuw roer, terwijl men het schip nog sterker trachtte te maken, +ten einde er de reis mee te kunnen doen. + +Na een oponthoud van drie weken werden de zeilen voor de tweede +maal geheschen. Nu bevoer men onbekende zeeën, want de Kanarische +eilanden vormden toen de grenzen van de bekende wereld. Nauwelijks +waren de eilanden uit het gezicht, of er ontstond een volkomen +windstilte. Drie dagen lang dreven de schepen zonder vooruit te +komen op de spiegelgladde baren van den oceaan. Op nieuw verloren de +zeelieden den moed. + +Op den 9en September kwam er een fiksche bries, die de zeilen +deed zwellen, zoodat zij flink vorderden. Het was Zondagmorgen; +een wolkenlooze hemel en de schijnbaar grenzenlooze Oceaan omringden +hen. Toch was er geen vreugde op de schepen. Alleen werden ontevreden +blikken gezien, morrende woorden gehoord. Columbus deed al wat hij +kon, om de moedeloosheid der zeelieden te verdrijven en hun een +deel van zijn eigen geestdrift in te boezemen. Bemerkende, dat hun +vrees van nimmer weer huiswaarts te kunnen gaan met iedere mijl, +die men vorderde, grooter werd, bedacht hij een list, om nl. dubbele +aanteekening te houden van hun vorderen per dag. De een was voor +hem zelf, en de andere moest aan de zeelieden getoond worden, +om hun den indruk te geven, dat de afgelegde weg veel kleiner was +dan met de werkelijkheid overeenkwam. Dagen van grooten angst en +aanhoudende waakzaamheid gingen langzaam voorbij, terwijl Columbus +met den grootsten spoed het doel trachtte te bereiken, dat hij, +hiervan hield hij zich overtuigd, weldra bereiken zou. + +Het is eenigszins zonderling, dat hij geen land meende te zullen +vinden binnen den afstand van omstreeks 3000 mijlen. Nog bevond hij +zich op een watervlak, waarop nooit het oog van een mensch gerust +had. Niemand kon zeggen, welke voorwerpen zich aan hen zouden voordoen. + +Columbus stond op het dek en gaf zorgvuldig op alles acht, tot dat +de laatste avondstralen verdwenen. Zoodra de morgen aanbrak, stond +hij alweer op den boeg op wacht. Met de grootste nauwkeurigheid gaf +hij acht op de verandering in de kleur van de lucht, de tint van het +water, den vorm van de wolken en de windrichting. Den 14en September +vloog er des nachts iets vurigs door de lucht, dat slechts een paar +mijlen van hen af in zee viel. Dit vermeerderde grootelijks den angst +van de bijgeloovige matrozen. + +Zij kwamen in het gebied der passaatwinden, en werden dagen aaneen +van het oosten naar het westen voortgedreven. Ook dit sloeg hun den +schrik om 't hart. Nooit meenden zij terug te kunnen keeren. Zij waren +in de heete zone gekomen en vonden de lucht wonderbaarlijk zacht. 't +Was een genot, die in te ademen. De moed van Columbus werd zeer +opgewekt toen hij groote hoeveelheden drijvend zeegras of wier zag, +dat, dit wist hij, van westelijke kusten moest losgerukt zijn. Op +een van die hoopen gras vingen zij een levende krab. Dag aan dag +blies de regelmatige, aangename wind in de zeilen, terwijl de zee, +zooals Columbus opmerkte, zoo kalm was als de Guadalquivir te Sevilla. + +Teekenen van naderend land verlevendigden de hoop van het +scheepsvolk. Een rijke belooning werd dengene toegezegd, die het eerst +land zou ontdekken. Op den avond van den 18en September zag men een +menigte landvogels, die naar het noordwesten vlogen. Ook zag men in +die richting wolken drijven, zooals die gewoonlijk boven het land +hangen. Columbus ging peilen, maar kon geen grond voelen. + +Op nieuw werd het scheepsvolk benauwd met het oog op de verbazend +groote watervlakte, die hen thans van het vaderland scheidde. Columbus +had alle gezag noodig en moest veel takt gebruiken, om die vrees weg +te nemen. Gelukkig vermenigvuldigden zich de bewijzen, dat men in +de nabijheid van land kwam. Verscheidene landvogels zetten zich op +het schip neer, en sommigen waren zoo klein, dat zij blijkbaar niet +ver konden vliegen. Toch kon men nog geen grond peilen. Weer werd +de zee doodstil. De oceaan werd zoo glad en effen als een spiegel, +en de zuiderzon scheen zoo fel, dat het dek der schepen begon te +blakeren. Op den 25en rees de zee, zonder de minste verheffing van +den wind, verbazend hoog. Ongetwijfeld was dit het gevolg van een +verwijderden storm, die het water opzette. + +De oproerige gezindheid van de schepelingen veranderde met de +wisselingen, die zij hadden. Columbus echter bewaarde een opgeruimd +voorkomen en verloor zijn zelfvertrouwen niet. Sommige misnoegden +bevredigde hij door vriendelijke woorden, anderen hield hij door +bedreigingen in ontzag en eenigen kregen een voorbeeldige straf. Op +nieuw verhief de wind zich een weinig, die wel de oppervlakte der zee +nauwelijks rimpels gaf, maar toch de zeilen deed zwellen. De schepen +bleven zoo dicht bij elkander, dat Columbus gemakkelijk met de andere +officieren spreken kon. Terwijl ze zoo aan 't praten waren, hoorden +ze op eens een luiden gil van De Pinta. Een man op het achterschip +wees naar het zuidwesten en schreeuwde zoo hard hij kon: "Land, +land! Ik eisch de belooning!" Aller oogen wendden zich naar dien +kant en men zag op een afstand van ongeveer 60 mijlen een bergketen +met wolken bedekt. + +Een onbeschrijfelijke geestdrift bezielde al de schepelingen. Zij +klommen in het want, in de masten en keken allen denzelfden +kant uit. Het was laat in den middag. De korte schemering der +keerkringslanden verdween, en nachtelijke duisternis bedekte weldra den +oceaan. Den geheelen nacht door stuurden de schepen op het verwachte +land aan. Met het eerste morgenkrieken stonden allen op het dek. Tot +hun bittere teleurstelling zagen ze niets meer aan den horizon. Geen +zweem van een wolk zelfs was te bespeuren. Toch was de wind gunstig, +de zee kalm en het klimaat heerlijk. Dolfijnen speelden om den boeg; +vliegende visschen sprongen op het dek en de matrozen vermaakten zich, +zoo wordt verhaald, met om het schip heen te zwemmen. + +Volgens de eigen berekening van Columbus, was men nu 2022 mijlen +van de Kanarische eilanden af, maar volgens de opgave, die men aan +de matrozen te zien gaf, had men nog maar 1740 mijlen afgelegd. Nog +verliepen er een paar dagen waarop men weinig vorderde, toen er zich +op nieuw een geest van ontevredenheid en verzet openbaarde. Hij werd +evenwel spoedig onderdrukt door de verschijning van groote koppels +vogels en andere aanwijzingen, dat er land in de nabijheid lag. + +De verlangende zeelieden maakten dikwijls valsch alarm, en hielden +verwijderde wolken voor bergtoppen. Om dit tegen te gaan, bepaalde +Columbus, dat hij, die land! riep, en men dan nog in geen drie +dagen land zag, alle aanspraak op de belooning verbeuren zou. Men +verhaalt, dat Columbus omstreeks dezen tijd met zijn scheepsvolk de +overeenkomst sloot, dat hij van de onderneming zou afzien, als men +binnen drie dagen geen land ontdekte. Maar voor dit verhaal ontbreken +deugdelijke bewijzen. + +Gelukkig wordt dit vertelseltje door het dagboek van Columbus zelf, +dat elken dag met den grootsten eenvoud bijgehouden is geworden, +weersproken, en blijkt het, dat hij op den eigen dag, die aan de +ontdekking voorafging, zijn vast besluit te kennen had gegeven, +om te volharden ondanks alle gevaren en moeilijkheden. + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + +ER WORDT LAND ONTDEKT. + + +Juist, toen het oproerige scheepsvolk wanhopig begon te worden, kreeg +men het onbetwistbare bewijs dat er dichtbij land was. Andere bossen +gras vond men, zooals aan de kanten van rotsen en rivieren aangetroffen +wordt. Men vischte een tak van een meidoorn op, waaraan nog groene +blaadjes en bessen zaten. Ook vonden zij, en dit gaf nog den meesten +moed, een stuk van een plank en een stok, die keurig besneden was. + +Aan boord van het admiraalschip werden geregeld godsdienstoefeningen +gehouden. De admiraal scheen dezen avond bijzonder ernstig gestemd +te zijn. Wel was hij altijd ernstig, bezadigd en bedachtzaam, maar nu +scheen zijn gemoed overstelpt te zijn door de bewustheid, dat hij nu +op het punt stond, om te volvoeren, wat hij levenslang gehoopt had. Op +ernstige wijze sprak hij het scheepsvolk toe, bracht in herinnering, +hoezeer God hen beschermd had, en verzekerde hun, dat zij naar zijn +oordeel nu ongetwijfeld het land naderden, dat hij verwacht had te +zullen vinden. Ja, hij geloofde, dat zij nog dienzelfden nacht aan +land zouden komen. Hij gaf bevel, om goed wacht te houden, en voegde +aan de belooningen van de souvereinen nog de gift van een fluweelen +wambuis toe aan hem, die het eerst de kust zien zou. + +Des nachts wakkerde de wind aan en snel kliefde de kleine vloot de +golven. De Pinta zeilde het hardst en was een weinig vooruit. Zeven +en zestig dagen was het nu geleden, dat de Spaansche hooglanden aan +de oostelijke kim verdwenen. Het was de 11e October 1492. Geen wolk +was er aan den tropischen hemel, waaraan de sterren fonkelden, te +zien. Een stevige en frissche bries zweepte de baren voort, die bijna +geen rimpels hadden. De harten van allen waren zeer opgewekt. Bijna +niemand op de drie schepen sliep, en Columbus stond op den boeg van +zijn vaartuig, en keek met een vurig verlangen naar den gezichteinder. + +Omstreeks 10 uren trof het flauwe schijnsel van een flambouw zijn +oog. Voor een oogenblik kon men de vlam heel goed waarnemen, en dan +werd zij weer geheel onzichtbaar. Zijn hart klopte van aandoening. Was +het een tochtverschijnsel, een gezichtsbedrog of een licht van het +land? Bevende van opgewondenheid zag hij het licht op nieuw en nu +zeer duidelijk, onbetwistbaar. Aanstonds riep hij Pedro Gutierrez +tot zich, een van de aanzienlijkste heeren van zijn metgezellen. Deze +zag het licht eveneens. Toen riepen zij een derde, Rodrigo Sanchez, +die den tocht meemaakte als vertegenwoordiger en verslaggever van hun +Majesteiten. Maar het licht was weer weg. Spoedig echter zag men het +weer en ook Sanchez zag het. Toch kon het nog wel een tochtverschijnsel +wezen. Een flambouw op het land was hun ook iets onverklaarbaars. In +het dagboek staat: + +"Het leek een kaars, die op en neer ging, en Christophorus twijfelde +niet, of het was wezenlijk een licht en op het land. En het bleek ook +waar te wezen, want het kwam van lieden, die met lichten van de eene +hut naar de andere gingen." + +Deze schijnsels duurden evenwel maar zoo kort, dat er door de anderen +op het schip niet veel waarde aan werd gehecht, ofschoon Columbus +vast overtuigd was, dat het licht van het land was. Zoo zeilde de +kleine vloot nog 4 uren lang voort, toen er, des morgens te 2 uur, +door een der matrozen van De Pinta, die Rodrigo de Triana heette, +land werd gezien. Een kanonschot van De Pinta kondigde het heuglijk +nieuws, dat er land ontdekt was, aan. Heel spoedig waren de nog wel +donkere, maar zeer duidelijke omtrekken van het land op alle schepen +te zien. De beloofde jaarwedde van 10,000 maravedis aan hem, die het +eerst land zien zou, werd Columbus toegewezen, ofschoon vele meenden, +dat zij Rodrigo de Triana rechtmatig toekwam. + +De overige uren van den nacht gingen spoedig voorbij. Helder en +schitterend daagde de morgen, en ontrolde aan het verrukte oog +van Columbus een tooneel, waarbij het paradijs het nauwlijks halen +kon. Daar lag een laag eiland voor hem in de rijkste weelde en bloei +der keerkringsgewesten. De boomgaarden, vlakten en parken der natuur +spreidden zich in alle richtingen uit. Tal van inboorlingen zag men +uit de bosschen komen, en in een toestand van groote opgewondenheid +langs het strand loopen. Zij waren allen moedernaakt. Vermoeid als +de reizigers waren door zooveel weken lang niets dan water te zien, +had het tooneel, dat zij nu aanschouwden, voor hen de bekoring van +een feeënland. + +Van elke karveel liet men de boot zakken. Nadat zij bemand waren, +nam Columbus, zeer rijk in purperkleurig gewaad gekleed en met +Castiliaansche pluimen op den hoed, de leiding ervan op zich. Het +spreekwoord zegt: "Op een afstand lijkt alles mooi," maar toen zij +dichter bij land kwamen, werd het gezicht al schilderachtiger en +mooier. De woningen der inboorlingen stonden in de uitgestrekte +boschjes overal verspreid. Hoogten en laagten stonden vol boomen, +die zelf even als hun gebladerte er vreemd uitzagen. Verbazend veel +bloemen waren er van de schitterendste kleuren, zooals de avonturiers +nog nooit hadden gezien. Vruchten, van allerlei vorm en kleur, hingen +aan de boomen. Vooral maakt Columbus gewag van het gezang der vogels, +dat de lucht vervulde; van de zuivere en welriekende lucht en van +het kristalheldere water. + +Zoodra Columbus aan land stapte, viel hij op de knieën en dankte +God. De matrozen schaarden zich om hun beroemden leidsman, volgden +zijn voorbeeld en schaamden zich over hun oproerig gedrag. Velen +weenden, kusten zijn handen en smeekten om vergeving. Zij, die het +lastigst waren geweest, vleiden nu het meest, kropen nu het laagst, +want zij hoopten gunsten te ontvangen, waardoor zij zich zouden kunnen +verrijken en tot den adelstand verheffen. + +Met indrukwekkende, godsdienstige gebruiken plantte Columbus nu de +Spaansche vlag op het strand. In vrome erkenning van Gods goedheid, +die hen zoo ver had geleid, noemde hij het eiland San Salvador. Toen +vorderde hij van de bemanning der drie schepen den eed van trouw +aan hem als Admiraal en Onderkoning van al de rijken, die men nu +zou betreden. + +De inboorlingen stonden er schroomvallig omheen, en keken al die +bewegingen met diep ontzag aan. Men verhaalt, dat, toen zij voor het +eerst de schepen zagen, die zich schijnbaar van zelf voortbewogen en +hun verbazend groote vleugels introkken, zij die voor zeemonsters +hielden of voor vogels, die op reusachtige vleugels uit hun +luchtverblijven afdaalden. Toen de zeelieden met hun schitterende +maliënkolders, vreemde kleeding en oorlogswapenen aan wal stapten, +vluchtten zij van schrik in de bosschen. Maar toen zij zagen, dat +ze niet vervolgd werden, en wij geen vijandige bewegingen maakten, +kwamen ze langzaam terug. De gebiedende gestalte van Columbus, zijn +verheven wijze van doen, zijn scharlaken kleeding en de eerbied, +welken al zijn metgezellen hem bewezen, maakten, dat de inboorlingen +met de grootste vereering tot hem opzagen. + +De inboorlingen geloofden over het algemeen, dit wordt telkens +getuigd, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Een hunner +opperhoofden onderzocht later dan ook, hoe zij naar beneden gekomen +waren, òf vliegend òf door nederdaling op de wolken. + +Daar er dus twee partijen waren, die elkander aankeken, was de +verbazing wederkeerig. Het tooneel, dat zich aan de Spanjaarden +voordeed, was even buitengewoon als dat, wat de inboorlingen +aanschouwden. Het landschap was in al zijn afwisseling zoo nieuw +voor de vreemdelingen, alsof zij op een andere planeet waren +gekomen. Boomen, vruchten, bloemen, alles was heel anders, dan wat +zij tot nog toe hadden gezien. Het klimaat scheen volmaakt, want het +was warm en toch niet drukkend; men gevoelde evenmin rilling, als men +van overmatige hitte last had. De paradijs-onschuld, de zedigheid en +eenvoud van de inboorlingen wekten hun verwondering en bewondering +op. Hun gele tint vindt men nog mooi. Hun fraai geronde leden hadden +regelmatige en bevallige vormen, die met de wereldberoemde beelden +van Venus en Apollo zouden hebben kunnen wedijveren. + +Waren de bijgeloovige inboorlingen door het gezicht van wezens, +die òf uit de lucht waren neergekomen òf uit de diepte opgerezen, +zooals zij meenden, getroffen, sterker is de indruk wellicht bij de +Spanjaarden geweest. + +Columbus meende, dat hij op het uiterste eiland van Indië geland +was. Daarom noemde hij de inboorlingen dan ook Indianen. Dien naam +hebben langzamerhand alle bewoners van de nieuwe wereld gekregen. + +Toen de inboorlingen ondervonden, dat de vreemde bezoekers +hun geen kwaad deden, werden zij langzamerhand vertrouwelijk en +welwillend. Zij overlaadden de Spanjaarden met de sterkste bewijzen +hunner gastvrijheid. De matrozen liepen zonder vrees door de +bosschen, en aten de vroeger nooit geproefde vruchten, die aan zoo +vele takken zaten. Dat Columbus van nature een goedhartig man was, +schijnt onwedersprekelijk; maar door den invloed van de domheid dier +dagen, maakte hij zich later aan vele wreedheden schuldig. Hij stal de +harten van de inboorlingen geheel door hun eenige blinkende kraaltjes +of tingelende klokjes te geven. Zij beschouwden die als dingen van +onschatbare waarde. + +De mooie meisjes, die zich zeer zedig gedroegen, hingen die klokjes +om haar midden en dansten vroolijk, terwijl zij naar het getingel +luisterden. Columbus vertelt in zijn beschrijving, dat zij geen +kroeshaar hadden als de Afrikanen, maar dat het lang en zeer zwart was, +en meestal op de schouders hing. Opdat het haar niet over de oogen +hangen zou, werd het van voren afgeknipt. Haar gelaatstrekken maakten +een aangenamen indruk en zij hadden hooge voorhoofden en prachtige +oogen. Zij hebben een licht koperen kleur en soms vergeleek men die +met de kleur van nieuwe gouden munten. + +Een zaak trof de vreemdelingen zeer, n.l. dat alle inboorlingen, +die zij zagen, beneden de 30 jaar waren. Oude menschen schenen niet +onder hen te zijn. Wat kon dit beduiden? + +Maar er was iets anders nog, dat de aandacht van de nadenkenden +opwekte en bewees, dat men niet in het paradijs gekomen was. Zij +bezaten strijdknodsen en scherp gepunte werpspietsen, voorzien van de +verscheurende tanden van een haai. Toen Columbus daarvan door teekens +sprak, gaven zij te kennen, dat zij in den oorlog gebruikt werden om +aan te vallen of aanvallen af te weren. En sommigen van hen wezen op +de wonden, die zij in het gevecht bekomen hadden. + +Des avonds keerden alle Spanjaarden naar de schepen terug. De nacht +ging rustig voorbij, ofschoon men van opgewondenheid niet slapen +kon. Zoodra het licht werd, verzamelden zich vele inboorlingen van +alle kanten van het eiland aan het strand, om dit vreemde tooneel te +zien. Zij stelden zooveel vertrouwen in de vreemdelingen, dat velen +van hen in zee sprongen en naar het schip zwommen. Het water scheen +hun natuurlijk element te zijn. + +Zij bezaten vele schuitjes, die uit boomstammen bestonden, welke met +veel moeite waren uitgehold. Enkele er van waren zoo klein en licht, +dat er slechts één man in zitten kon, andere zoo groot, dat wel +veertig gewapende krijgslieden er plaats in vinden konden. + +Deze kano's hadden geen kiel en kantelden daarom licht om, maar dit +telden de inboorlingen weinig. Zij zwommen er omheen als eenden, +zetten de kano overeind, hoosden er het water met kalebasschalen uit, +en sprongen er weer in, welk een en ander slechts eenige oogenblikken +oponthoud veroorzaakte. + +Het was een groote teleurstelling voor Columbus, dat deze menschen +zoo ontzettend arm waren. Ofschoon zij in een heerlijk klimaat en +in geriefelijke hutten woonden, vruchten in overvloed hadden en +geen kleeren behoefden, bezaten zij niets, waarmede Columbus zijn +schepen bevrachten en zich zelf en zijn metgezellen verrijken of +de begeerlijkheid van den Spaanschen vorst bevredigen kon. De arme +inboorlingen hadden niets dan prachtige papegaaien, die zij uit +liefhebberij tam maakten, en ballen van katoenen garen. Deze ballen +waren wel eens 25 pond zwaar en zouden op de markten in Spanje veel +waard zijn geweest. Ook hadden zij een soort van eigengemaakt brood, +dat uit een wortel, Juca geheeten, vervaardigd werd, en een smakelijk +voedsel voor de eilandbewoners opleverde, maar geen belangrijk +handelsartikel kon zijn. + +Toen Columbus den volgenden dag te midden van een groote menigte +inboorlingen landde, zag hij vele meisjes, die gouden sieraden droegen, +niet in de ooren, maar aan den neus. Dat glinsterend metaal boeide +spoedig zijn oog. Gretig verruilden de Indiaansche schoonen die +eenvoudige gele tooisels voor prachtig gekleurde kralen van geringe +waarde. Met belangstelling onderzocht Columbus, waar dit goud van +daan kwam. + +Het is verbazend moeilijk, om wat gewaar te worden, wanneer alleen de +gebarentaal kan gebruikt worden; en die moeilijkheid wordt nog veel +grooter, wanneer die gebaren van beschaafden door wilden moeten worden +verstaan en omgekeerd. Daarom werd Columbus stellig grootelijks misleid +door de aanwijzingen, die hij van de inboorlingen geloofde ontvangen +te hebben. Hij meende verstaan te hebben, dat er op eenigen afstand +zuidwaarts een machtig opperhoofd woonde, die grooten overvloed +van goud bezat, en die op schalen van dit kostelijk metaal werd +bediend. Ook had hij den indruk gekregen, dat er in het noorden volken +woonden, die dikwijls gewapend optrokken, om de zuidelijke stammen +aan te vallen, en daarna met grooten buit aan goud terugkeerden. Met +zijn vurige verbeelding waande hij van een prachtige stad te hebben +hooren spreken met schitterende paleizen, niet ver van de plaats +waar zij nu waren, en dat hij in de landbouw-distrikten aangekomen +was van een der schoonste landen van de aarde. + +Zoo ging de 13e October voorbij. Voor de zeereizigers was het een +merkwaardige dag, want er was opgewektheid en vreugde. Den volgenden +morgen begaf Columbus zich met zijn manschappen in de booten, +om het eiland te gaan verkennen. Belangrijker verkenningstocht, +in de morgenuren van een tropischen dag begonnen, en omringd door +wonderbaar schoone en nooit aanschouwde tooneelen, kan men zich +moeilijk voorstellen. Columbus zei, dat het eiland door koraalriffen +ingesloten was, die slechts een nauwen doortocht overlieten; voorts, +dat tusschen die riffen diepe en veilige ankerplaatsen lagen, groot +genoeg, om de schepen van de geheele wereld te bevatten. Op deze +lieve plek begon de tocht, en men zette koers naar het noordoosten. + +Het eiland bleek zeer houtrijk te wezen, en, behalve dat er +verscheidene riviertjes waren, was er middenop een groot meer. Tal +van schilderachtige dorpen, die als verscholen lagen in de schoonste +boschjes, voeren de reizigers, die met hun booten dicht bij de kust +bleven, voorbij. Overal kwamen de bewoners, zoowel mannen en vrouwen +als kinderen, naar het strand, en liepen met de booten mee. Van tijd +tot tijd vielen sommigen op de knieën en maakten zekere bewegingen, +die de Spanjaarden of voor een uiting van dank aan God hielden, +dat zij aangekomen waren, of voor eerbewijzingen, omdat men hen voor +hemelsche wezens aanzag. + +Door onbedrieglijke gebaren noodigden de inboorlingen hen uit +aan land te komen; hun tevens versch water en heerlijke vruchten +aanbiedende. Toen de booten haar tocht vervolgden, sprongen verscheiden +inboorlingen in zee, en zwommen ze achterna, waaruit duidelijk bleek, +dat ze zoowel in 't water als op het land in hun element waren. Anderen +volgden in kano's. De goedhartige admiraal ontving allen met de +grootste vriendelijkheid, en maakte hen hoogst gelukkig met eenige +snuisterijen, welke zij als hemelsche geschenken aannamen. Columbus +verklaart bij herhaling, dat de inboorlingen hen voor engelen aanzagen. + +Dit is echter eenigszins twijfelachtig. Door teekens toch kan men +niet gemakkelijk zijn meening uitdrukken. En men mag te recht vragen, +of de inboorlingen ook maar een flauw begrip hadden van werelden, waar +engelen wonen, zooals het christendom leert. Zoo dreven de roeibooten +voort, tot zij eindelijk een vrij belangrijke kaap bereikten, waarop +zes Indiaansche woningen stonden, omgeven door bosschen en tuinen, +waarvan Columbus verklaarde, dat zij net zoo mooi waren als die, welke +men in Castilië aantrof. Hier gingen zij aan wal, om wat te rusten en +zich te verkwikken, waarna zij zich gereed maakten, om naar de schepen +terug te keeren. Ze namen zeven inboorlingen mee om die de Spaansche +taal te leeren en ze als tolken te gebruiken. Nog dienzelfden avond +werden de zeilen geheschen, en stevende men naar 't zuiden. + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +EEN TOCHT DOOR DE EILANDEN. + + +Uit de beschrijving van Columbus blijkt niet duidelijk, of er van San +Salvador werkelijk eilanden te zien waren. Misschien ging hij op het +getuigenis van de inboorlingen af. + +Volgens de bewering van Marco Polo, deelden de Indianen, die zich op +'t schip van den admiraal bevonden, hem mee, dat het aantal eilanden +in deze zeeën ontelbaar was, en dat de bewoners er van meestal met +elkander in oorlog waren. Zij gaven de namen van meer dan honderd +dezer eilanden op. Spoedig kregen zij in het zuidwesten een zeer groot +eiland in het oog, dat omstreeks vijftien mijlen van hen af was. De +Indianen stelden de bewoners daarvan als veel rijker voor dan die van +San Salvador, en zeiden, dat zij armbanden en andere groote sieraden +droegen van zuiver goud. + +Aangezien de nacht op handen was, en men zich in onbekende zeeën +ophield, gaf Columbus bevel, om tot den volgenden morgen te blijven +liggen. Toen de zon opkwam werden de zeilen weer opgehaald, maar de +voortgang werd door tegenstroomen en ongunstigen wind zoo vertraagd, +dat de zon reeds onderging, toen zij bij het eiland ten anker +kwamen. Den volgenden morgen gingen zij met de booten aan land. Hier +zagen zij volmaakt dezelfde tooneelen als op San Salvador. Het +klimaat, het gebladerte, de bloemen, alles was net gelijk; ook de +inboorlingen maakten geen verschil; ook dezen waren naakt, goedwillig +en vriendelijk en hadden evenmin goud. Columbus zocht overal, maar +te vergeefs, naar gouden versieringen aan armen of beenen. Of zij +in de verbeelding van de Indianen of in die van hemzelf bestonden, +is niet uit te maken. Hij nam echter dit eiland in bezit, alweer met +vertoon van godsdienstige gebruiken, waarnaar de inboorlingen met +kinderlijke verwondering keken. Hij gaf het den naam van Santa Maria, +en zeilde toen weer weg, om de reis voort te zetten. + +Juist toen zij het anker lichtten, gebeurde er iets, dat +helaas! duidelijk aantoont, dat enkele inboorlingen althans, die +op het schip van den admiraal waren, geen vrijwillige tolken, maar +gevangenen waren. Toen een van de Indianen van San Salvador, die op +De Nina was, waarop Vincent Yanez Pinzon bevel voerde, op een kleinen +afstand een groote kano zag, die vol inboorlingen was, sprong hij in +zee, en wist door zoo vlug als een visch te zwemmen, te ontsnappen en +werd door zijn landslieden opgenomen. Wel werd er aanstonds een boot +uitgezonden om hem te vervolgen, maar de wilden roeiden zoo hard, +dat zij den oever bereikten vóór men hen kon achterhalen, en met de +snelheid van hinden verdwenen zij in de bosschen. + +De zeelieden voerden hun kano als buit mee naar het schip. Het was een +zeer onrechtvaardige handelwijze, die zelfs de onwetendste barbaar +moest veroordeelen. Toch werd spoedig daarop een nog afschuwelijker +daad door de matrozen gepleegd. Een Indiaan, die gehoord had, dat +de Spanjaarden katoen wilden koopen, begaf zich geheel alleen in +zijn biezen kano naar het schip van den admiraal. Toen hij bij den +boeg kwam, hield hij het katoen omhoog, opdat de matrozen het konden +zien. Zij wenkten hem nader te komen en toen sprongen twee of drie, +die goed konden zwemmen, in zee, verklaarden zijn kano verbeurd en +sleurden den bevenden man als gevangene mee naar 't schip. + +Columbus, die op de hooge kampanje stond bij den achtersteven van het +schip, zag die daad. Hij gaf bevel den gevangene bij hem te brengen. De +arme Indiaan kwam bevend als een espeblad aan, en hield het pak katoen +vooruit als een geschenk voor den man, die hem gevangen genomen had, +ten einde daardoor zijn genade te verwerven. De admiraal ontving hem +met de grootste vriendelijkheid, zette hem een mooi gekleurden hoed op, +deed hem om elken pols een armband van schitterende koralen aan, hing +een of twee belletjes aan zijn ooren en beval toen, dat men hem weer +naar zijn kano terug moest brengen en het katoen ook. Deze geschenken +waren voor den armen Indiaan, wat een groote erfenis voor iemand in +de beschaafde wereld zou zijn geweest. Vroolijk roeide hij naar het +strand, en Columbus keek met veel genoegen naar de groepen, die om hem +heen gingen staan, om zijn schatten te bekijken en naar het verhaal +te luisteren van de vriendelijke behandeling, die hij had ondervonden. + +Toen Columbus Santa Maria verliet, zag hij op een afstand van +verscheidene mijlen in het westen een ander groot eiland en zette +den koers daarheen. Halverwege achterhaalde hij een Indiaan, die +geheel alleen in een heel oude kano zat, en stellig naar het eiland +roeien wilde, om er de tijding van de komst der Spanjaarden over te +brengen. Hij had een snoer koralen om den hals, dat hij te San Salvador +gekregen had. Columbus bewonderde den moed van den man, die zulk een +reis met zulk een ellendige kano durfde wagen. De Indiaan werd met +zijn kano aan boord gehaald, en men behandelde den gast vriendelijk, +en onthaalde hem op wijn, brood en honig. Een zeer zachte wind gleed +over de spiegelgladde zee, en zij konden eerst ten anker komen, +toen de avondschemering reeds gevallen was. + +De Indische kano liet men nu over boord zakken, en de gelukkige +man werd met geschenken beladen aan land gezonden, ten einde de +inboorlingen gunstig te stemmen, en te maken, dat hun de Spanjaarden +welkom waren. Het nieuws verspreidde zich zoo snel over het eiland, +dat er 's morgens reeds bij zonsopgang een groote toevloed van +inboorlingen op het strand was te zien, terwijl het op de zee van +kano's wemelde. Zij verdrongen elkander, om bij de schepen te komen +en vruchten, wortels en versch water te brengen. Columbus gaf allen +kleine geschenken en onthaalde hen op suiker en honig. + +Spoedig gingen enkelen van de drie schepen aan land. Hier waren ze +op nieuw getuigen van zichtbaar geluk en blijkbaren vrede, zooals ze +die meer hadden gezien. Zij brachten eenige uren op het eiland door, +waren ingenomen met den eenvoud en de openbaringen van genegenheid +der inboorlingen. + +Hun tenten waren van riet en palmbladen gemaakt, en zij zagen er van +buiten heel aardig uit, terwijl van binnen alles netjes en ordelijk +was. Het volgende uittreksel uit het dagboek van Columbus maakt ons +bekend met den indruk, dien hij van de inboorlingen kreeg. + +"Daar zij ons veel vriendschap bewezen, en ik bovendien wist, dat +het menschen waren, die eerder door liefde dan door geweld tot het +christendom te bekeeren zouden zijn, gaf ik sommigen veelkleurige +hoeden, anderen halssnoeren van glazen koralen en vele andere dingen +van weinig waarde, waarmede zij echter zeer ingenomen waren, en +zoo op onze hand kwamen, dat wij er ons over verwonderden. Dezelfde +personen kwamen later weer zwemmend naar de schepen, waar wij waren, +en brachten ons papegaaien, katoenen garen, werpspiesen en vele andere +dingen, die zij tegen belletjes en koralen verruilden. Kortom, zij +gaven goedwillig al wat zij hadden; maar 't kwam mij voor, dat zij +anders heel arm waren, en ook liepen zij heelemaal naakt." + +Ter eere van koning Ferdinand gaf Columbus aan dit eiland den naam van +Fernandina, maar later is het Exhuma genoemd. Columbus beproefde er +omheen te varen. Naar het noordwesten zeilende, vond hij eene heel +mooie haven, waarin een honderdtal schepen veilig voor anker kon +liggen. Hij liep die haven in, en ging met een gezelschap aan land, +om water te halen. Terwijl de matrozen de tonnen vulden, wandelde +Columbus een klein eind verder, en ging op een groenen heuvel zitten, +om het schoone gezicht te bewonderen, dat hem van alle kanten omgaf. + +In zijn dagboek betuigt hij: "Nooit heb ik vroeger zulk een prachtig +landschap gezien." Het was zoo frisch en groen, als Andalusië er in +Mei uitziet. De boomen, de vruchten, het gras en de bloemen waren +heel anders dan in Spanje. De bewoners waren heel vriendelijk. Zij +wezen den Spanjaarden de beste waterbronnen aan, hielpen hen de tonnen +vullen en ze naar de booten rollen. + +Ofschoon Columbus' verbeelding veel voedsel kreeg, viel het hem toch +bitter tegen, dat er niet meer goud was. Omdat het duidelijk was, +dat hij op dit eiland niets van dit kostbaar metaal kon krijgen, +zeilde hij den 19en naar een ander eiland, dat de inboorlingen +Saometa noemden. Hij had uit de teekens der wilden afgeleid, dat daar +goudmijnen waren, dat het de residentie van het voornaamste opperhoofd +of van den koning van al de omliggende eilanden was, en dat die een +met juweelen en goud omzoomd gewaad droeg. + +Toen zij op het eiland aangekomen waren, vonden zij er noch monarch +noch goudmijn. De bewoners waren talrijk, het eiland was verrukkelijk +en het afhankelijke hoofd droeg heel gewone versierselen. Wat Columbus +erg verwonderde was, dat ieder eiland telkens mooier scheen dan dat, +'t welk men van te voren had bezocht, en werkelijk bestond er een groot +verschil in de natuurtooneelen. De boomen en bloeiende struikgewassen, +welke dit eiland bedekten, waren zeldzaam mooi. Op het eiland vond men +hoogten, die vrij aanzienlijk waren. De lucht kwam hem in 't bijzonder +zeer welriekend voor, en het fijne zand op het strand werd door golven +bespoeld, die bijna zoo doorzichtig waren als kristal. Midden op het +eiland vond hij verscheidene schoone meren vol helder water. Aan dit +eiland gaf hij den naam van Isabella, ter eere van de koningin, wier +aandenken hij met zooveel trouwe toewijding liefhad. Van dit eiland, +dat nu Exumeta heet schreef hij: + +"De groote meren, welke men hier aantreft, en de boschjes, waardoor ze +omringd worden, zijn wonderschoon. En evenals op andere eilanden is +hier alles groen. De vogels zingen hier zoo, dat men er altijd naar +zou willen luisteren. De vluchten papegaaien zijn hier zoo groot, +dat de zon er door verduisterd wordt en de andere vogels, zoo groot +als klein, zijn zoo veelsoortig en verschillen zoozeer van de onze, +dat men zich er over verbaast. Bovendien ziet men hier duizenderlei +soorten van boomen, die elk hun eigenaardige vruchten hebben, waarvan +de smaak heel vreemd is, zoodat het mij erg spijt, dat ik ze niet ken; +want ik weet zeker, dat ze veel waard zijn. Ik zal er als proef eenige +mee naar huis nemen, en ook eenige grassoorten." + +"Toen ik hier kwam, kreeg ik van de boomen en bloemen van het land +zulk een aangenamen reuk in den neus, dat er in de wereld niets +lekkerders wezen kan. Ik geloof, dat hier vele grassen en boomen +zijn, waarop men in Spanje zeer gesteld wezen zou, om er aftreksels, +geneesmiddelen en specerijen van te maken; maar ik ken ze volstrekt +niet, en dit spijt mij zeer." + +Niet alleen de vogels, die van tak tot tak sprongen, droegen prachtige +veeren, maar ook de visschen, waarvan die kristalheldere wateren +wemelden, vertoonden al de schoone kleuren van den regenboog. Zij +wedijverden met de vogels in kleurenpracht. + +De dolfijnen vooral, die gemakkelijk te vangen waren, verrukten de +beschouwers door de wondervolle kleurveranderingen, die zij te zien +gaven. Het is eenigszins merkwaardig, dat er geen viervoetige dieren +gevonden werden, uitgezonderd een paar zeer kleine. Er was er een, +die veel op een hond leek, maar in 't geheel niet blafte. Er waren +ook eenige konijnen en hagedissen, welke laatste de Spanjaarden met +afkeer en vrees beschouwden, alsof het vergiftige kruipende dieren +waren. Naderhand verklaarden zij, dat zij onschadelijk waren en hun +vleesch heel lekker smaakte. + +Maar goud zochten deze ontdekkers. De moeilijk te begrijpen gebarentaal +gebruikende, vroeg Columbus ieder opperhoofd dien hij ontmoette, waar +men goud kon vinden; maar de inboorlingen bedrogen hem opzettelijk +of--en dit kon ook 't geval wezen--Columbus verstond hun gebaren +niet. Steeds wezen zij naar het zuiden en gaven uitdrukkelijk te +kennen, dat daar een volkrijk eiland was, dat veel goud bevatte en +Cuba heette. + +Zij, die aan boord van de schepen waren, kenden op het laatst dien +naam ook heel goed, en de gebeurtenissen van latere eeuwen hebben +hem nog meer bekend gemaakt. Allen verlangden op het eiland Cuba te +komen. Men meende, dat er groote steden op dat eiland moesten zijn, +en de haven vol groote schepen lag. + +Het was in het laatst van October. In de keerkringen ving de regentijd +aan, waarmee een volkomen windstilte samenging. In den nacht van den +24n October zette Columbus de zeilen weer op, om het eiland Cuba op te +zoeken. De zeilen hingen echter slap tegen de touwen tot den middag +van den volgenden dag toe. Toen verhief zich een lekker en gunstig +windje. Door naar het zuidwesten te varen, kreeg hij vele eilandjes +in het gezicht; doch hij vond het niet de moeite waard zich er om +op te houden. Ook vond hij een eilandengroep, die hij Arene noemde, +maar nu de Mucaras heeten. + +Op den morgen van den 28en October kwamen de prachtige bergen van +de koningin der Antillen in het gezicht. Nooit kan de schrijver +de aandoeningen vergeten, die hij ondervond, toen de schitterende +morgenstralen van een der schoonste morgens in de keerkringsgewesten +hem de bergen en valleien, het wondervolle gebladerte en groen, en +de blijkbaar grenzenlooze uitgestrektheid van het schoonste eiland +der aarde lieten zien. Het was misschien niet ver van de plek, waarop +Columbus stond, dat hij het verrukkelijk gezicht zag. + +In de gloeiendste taal beschrijft hij de heerlijkheid van de bergen, +die tot in de wolken reiken; de weelde en den bloei van de ruime +valleien; de trotsche met wouden bedekte voorgebergten, die in de +zee uitloopen en de kapen, die zich naar het noorden zuidwesten zoo +ver uitstrekken, dat ze eindelijk aan het oog ontsnappen. Een schoone +rivier, aan de noordkust van het eiland, bood hem een goede gelegenheid +aan, om met zijn schepen binnen te varen. Hier liet hij dan ook het +anker vallen. Het water was zoo doorzichtig, dat men verscheiden +vademen diep de visschen en schelpen kon zien. Fijn, wit zand lag op +het bed van de rivier en de oevers waren rijkelijk begroeid. + +Toen Columbus aan land was gekomen, nam hij zooals gewoonlijk het +eiland in bezit in den naam van de Spaansche vorsten en noemde het +Juan, ter eere van Prins Juan, Isabella's zoon. De rivier gaf hij den +naam van San Salvador. Zoodra de bewoners de schepen zagen, vluchtten +zij angstig voor het schrikverwekkende natuurverschijnsel weg. + +Op het strand trof men twee verlaten hutten aan, waarin eenig vischtuig +lag, zooals netten, die op een aardige wijze van de vezels van +palmboomen waren gevlochten; voorts vischhaken en beenen harpoenen. Een +van die hondjes, die nooit blaffen, liep er om heen. De bewoners van +deze hutten waren, volgens de begrippen, die de wilden van welvaart +hebben, rijk. De met palm bedekte hutten beschermden hen voor regen +en wind. Zilvergras bezorgde hun een zacht en zelfs rijk bed. Kleeren +hadden ze niet noodig. Zij behoefden de handen maar uit te steken om +van de zwaar beladen takken de rijkste vruchten te plukken. De rivier +schonk hun allerlei visch en zooveel als zij wilden hebben. + +Maar beschouwen wij deze menschen uit het oogpunt van beschaving, +dan waren ze zeer arm. De hut, waarin zij woonden was met al wat er in +was nauwelijks het kleinste Spaansche geldstuk waard. Columbus beval, +dat geen enkel voorwerp in of om de hut mocht worden weggenomen. Met +het scheepsvolk van een der booten voer hij de kronkelende en kalme +rivier op. Uitingen van vreugde kwamen telkens over zijn lippen. + +"Cuba", schreef hij in zijn dagboek, "is het schoonste eiland, dat +ooit een menschenoog zag. Daar zou men altijd willen wonen." Terwijl +men de rivier oproeide werden de gezichten, die zich aan het oog +vertoonden, telkens liefelijker. De oevers stonden vol reusachtige +tropische boomen, en de bloeiende struiken, die hier en daar in groote +menigte werden aangetroffen, gaven dezen toovertuin der natuur het +voorkomen van een paradijs. Verscheiden dorpen lagen aan de oevers der +rivier, maar de inwoners vluchtten naar de bergen, zoodra zij de boot +zagen. De huizen, schrijft Columbus, waren hier beter dan hij ze tot +dus ver had gezien. Er waren in die dorpen geen regelmatige straten, +maar de huizen lagen schilderachtig tusschen de boschjes. Zij waren +netjes van palmbladeren gebouwd en van binnen zagen ze er bijzonder +zindelijk en ordelijk uit. + +Toen men weer bij de schepen teruggekomen was, werd de reis langs de +kusten naar het westen voortgezet. Columbus was altijd nog maar in de +meening, dat hij bij de Indische stranden was. Toen in de verte de +eene kaap zich na de andere uitstrekte, tuurde Columbus voortdurend +of hij koepeldaken en torens van de een of andere oostersche stad +kon ontdekken. Hij dacht, dat Cuba het wereldberoemde eiland Japan +was. Maar toen hij drie dagen achtereen langs de kust gevaren had, +en geen einde aan het eiland zag, kwam hij tot het besluit, dat hij +reeds het vasteland van Indië bereikt had. + +Eindelijk kwamen zij aan een zeer belangrijk voorgebergte, dicht met +palmboomen begroeid, waaraan Columbus den naam van Palmkaap gaf. Men +denkt, dat deze kaap het begin van het land aan de oostzijde is, +waaraan men nu den naam van Laguna de Moron gegeven heeft. + +Columbus verzocht nu de twee Pinzons in zijn kajuit te komen, om over +de verdere reis te spreken. Alle drie waren het eens, dat Cuba geen +eiland, maar het vasteland was, dat zich zeer ver naar het Noorden +uitstrekte. Dit deed Columbus denken, dat hij, nu bij het vasteland +van Azië zijnde, niet ver van Cathay af kon zijn. Uit de taal van +de inboorlingen maakte hij op, dat er, niet veel mijlen ten Noorden, +een groote hoofdstad aan een breede rivier lag. Gedurende eenige dagen +zeilde hij voort, maar had steeds met tegenwind te kampen, en ziende, +dat de kust eindeloos en een storm in aantocht was, keerde hij terug, +en ankerde in den mond van een kleine rivier, die hij Rio de los +Maries noemde. + +Het was nu de 1e November. Op den oever stonden eenige huizen, en +lager nog zag men een boschje van cacao- en palmboomen. Toen de zon +opkwam, werd er een boot aan land gezonden. De bewoners namen van +schrik de vlucht. Des middags deed Columbus op nieuw een poging, om +met de beangstigde lieden, die aan 't strand stonden, een gesprek aan +te knoopen. Daar er op de St. Maria drie Indianen van San Salvador +waren, zond Columbus dezen met een boot er heen, om de inboorlingen +van hunne vreedzame bedoelingen te overtuigen. + +Zoodra de Indiaan zoo dicht bij hen kwam, dat ze te beroepen waren, +richtte hij vriendschappelijke woorden tot hen. Het scheen, dat zij +zijn taal verstonden. Hij sprong in zee, zwom aan land en ging geheel +weerloos in hun midden staan. Zij ontvingen hem vriendelijk, luisterden +naar zijn woorden, en hij slaagde zoo goed, dat hun vrees week, en +er nog vóór het vallen van den avond zestien kano's vol inboorlingen +om de schepen kwamen liggen. Zij brachten katoenen garen mee, dat ze +verkoopen wilden; maar Columbus zocht te vergeefs naar goud. Niet +het kleinste gouden sieraad was te zien. Slechts één man droeg een +klein gesmeed stukje zilver aan den neus. + +Columbus meende van de Indianen te hooren, dat de groote stad, +waar hun vorst woonde, op een afstand van vier dagreizen in het +binnenland lag. Daarom besloot hij manschappen uit te zenden, die +twee afgevaardigden naar het hof moesten vergezellen. Deze twee +mannen heetten Rodrigo de Jerez en Luis de Torres. De laatste was +een bekeerde jood, die tamelijk goed Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch en +Arabisch verstond. Columbus achtte het niet onwaarschijnlijk, dat de +Oostersche vorst ten minste een van die talen sprak. + +Twee Indianen gingen met deze gemachtigden als gidsen mee. Een van deze +kwam van San Salvador; de ander uit het kleine gehucht aan de oevers +van Rio de Los Maries. De afgezanten waren ruim van kleinooden voorzien +ter bestrijding van de reiskosten en van kostbaarder voorwerpen, +om die den vorst te vereeren. Ook kregen ze een brief mee, waarin +de wensch van den koning en de koningin van Spanje was uitgedrukt, +om vriendschappelijke betrekkingen met de regeeringen in 't Oosten +aan te knoopen. De afgezanten hadden in last al het mogelijke te doen, +om inlichtingen te krijgen betreffende het land en zijne bewoners. Zes +dagen mochten zij voor de reis gebruiken. + +Terwijl Columbus de terugkomst van het gezantschap afwachtte, was hij +druk bezig zijn schepen op te knappen en manschappen uit te zenden, +om het omliggende land te gaan verkennen. Zelf nam hij een boot, en +roeide zes mijlen ver de rivier op. Hij ging aan wal en klom op een +steilen oeverkant, waardoor hij flink in het rond kon zien. Er was, hoe +ver hij ook keek, evenwel niets te zien dan een groote menigte boomen, +die welig in het wild groeiden en een dicht loover vormden. Te vergeefs +zocht hij naar die planten, welke in drogisterijen en apotheken +in Europa zoo hoog geschat worden. Soms kwam hij in aanraking met +inboorlingen, liet hun dan paarlen en goud zien en vroeg, waar hij +zulke dingen vinden kon; maar de antwoorden, die hij in woorden of door +gebaren kreeg, maakten hem het spoor nog meer bijster. Zij schenen +te kennen te geven, dat er menschen waren, die maar één oog hadden; +anderen, wier hoofd op dat van honden geleek, menscheneters waren, +de keel hunner slachtoffers afsneden en hun bloed uitzogen. + +Was de teleurstelling voor Columbus groot, dat hij geen goud kreeg, +toch kon hij niet nalaten telkens te zeggen, dat hij de natuur om +hem heen zoo prachtig vond. Men verhaalt, dat hij gedurende dit korte +uitstapje op een van de schoonste rivieren van Cuba, de inboorlingen +op zekeren dag een kleinen, bolvormigen wortel, ter grootte van een +appel, in de asch braden zag, en hem opaten. Hij was melig, maar toch +heel lekker en werd door hen batatas genoemd. Deze knol is sedert een +onmisbaar voedingsmiddel in de geheele beschaafde wereld geworden. De +ontdekking van den aardappel, waaraan Columbus niet dacht, is gebleken +van grooter waarde voor de menschen te zijn dan het vinden van een +berg goud zou zijn geweest. + +De afgezanten kwamen den 6en November terug. Allen gingen nieuwsgierig +om hen heen staan, om naar het verhaal hunner lotgevallen te +luisteren. Het was echter niet zeer bemoedigend. Nadat zij ongeveer +dertig mijlen langs een pad door 't bosch gereisd hadden, kwamen +zij in een gehucht, dat uit nagenoeg vijftig hutten bestond, die +niet verschilden van de vroeger gevonden woningen; alleen waren ze +misschien iets grooter. De grootte der bevolking hebben ze stellig +zeer overschat, want zij zeiden, dat er duizend menschen waren, en +dus zouden er in elke hut twintig hebben moeten wonen. De bewoners +ontvingen hen vriendelijk, lieten hen op zonderling gebeeldhouwde +houten blokken zitten, en onthaalden hen op vruchten en groenten. + +De geleerde Jood trachtte in al de hem bekende talen met hen te praten, +maar dit ging niet. Toen poogde de Indiaan hen toe te spreken. In +hoever dit gelukte, kan niet uitgemaakt worden, maar toen hij ophield +gingen de inboorlingen om de blanken heen staan met teekens van +bewondering en bijna van vereering. Zij bekeken hun kleeren, streken +met de hand over hun huid en schenen hen in alle opzichten als hoogere +wezens te beschouwen. Alle inboorlingen, die ze tot nog toe hadden +gezien, stonden in aanzien en macht gelijk, maar hier namen ze voor +het eerst verschil in rang aan. Een onder hen was als het hoofd te +herkennen. Maar goud vond men ook hier niet, niet eens kruiden. De +afgevaardigden begrepen dus, dat verder onderzoek nutteloos ware, +en daarom keerden ze naar de schepen terug. + +Volgens hun verhaal hadden al de menschen uit het dorp met hen mee +willen gaan, maar voor die eer hadden ze bedankt, en alleen een van +de voornaamsten met zijn zijn zoon meegenomen. + +Op hun terugreis zagen ze voor de eerste maal, dat de inboorlingen +een onkruid gebruikten, dat de vernuftige mensch, al kwam zijn gezond +verstand er ook tegen op, sedert tot een algemeen weelde-artikel +heeft gemaakt. Velen liepen met iets brandends in de hand; anderen +rolden gedroogde kruiden in een blad, staken het eene einde aan, het +ander in den mond, zogen zoo den rook op en bliezen hem daarna weer +uit. Zulk een rolletje noemden ze "a tobacco," een naam, die later aan +de plant gegeven is waarvan de rolletjes gemaakt worden. Ofschoon de +Spanjaarden voorbereid waren op veel vreemds, zoo trof hun toch dit +zonderling en walgelijk gebruik. + +De afgevaardigden gaven een boeiend verhaal van de schoonheid der +natuur, en de vriendelijkheid van 't volk. De menschen waren gezellig +van aard, en schenen goed met elkander te kunnen omgaan. De dorpen +bestonden uit eenige bij elkander staande huizen, en bij elke woning +behoorde een goed bewerkte tuin met Indisch koren, aardappelen en +andere groenten er in. Ook waren er uitgestrekte katoenvelden. Van +het katoen werd touw gemaakt, en hiervan vervaardigden zij netten en +smaakvolle hangmatten. + +De weelderige bosschen waren vol vogels, waarvan velen prachtige veeren +hadden, en op de meertjes zwommen watervogels van allerlei vorm en +kleur. Maar van een stad in 't binnenland, of van kostbare metalen had +men niets gezien of gehoord. Columbus was hierdoor zeer teleurgesteld, +al reisde hij dan ook door een land, waarvan de schoonheid aan 't +fabelachtige grensde. + +Het kan niet ontkend worden, dat Columbus zich droombeelden schiep, +en dat hij daardoor op zeer zwakke gronden voor waarheid hield, +wat hij gaarne voor waarheid _wilde_ houden. + +Van de Indianen vernam hij, gedurende de afwezigheid van de gezanten, +dat er heel ver in 't Oosten een zeer volkrijk eiland lag, waar de +bewoners bij fakkellicht op de oevers der rivieren goud vonden, waarvan +zij staven maakten. De zomer in de heete luchtstreek spoedde ten einde, +en de winter met zijn vaak kille nachten was in aantocht. Columbus +was in zuidelijk Spanje gewoon aan zomers, die haast net zoo zacht +waren als die op Cuba. Tot nog toe had hij geen oord gevonden, dat hem +geschikt voorkwam, om er een kolonie te stichten. Het was zijn plan +niet alleen een landbouwkolonie te vestigen, maar hij wilde gaarne in +een volkrijke en welvarende streek voordeelige handelsbetrekkingen +aanknoopen, en zijn schepen met oostersche handelswaren laden, +waardoor hij zelf en zijn beschermers rijk konden worden, en waarover +zijn landgenooten zich zouden verwonderen. + +Maar tot dus ver had hij slechts naakte wilden gezien, die in +ellendige en allereenvoudigste hutten woonden, en hij kon, behalve +een paar gouden sieraden, niets mee naar Spanje nemen, dan een kleine +hoeveelheid ruw katoenen garen. + +Columbus gaf den naam van Mares aan de rivier, waar hij voor anker +lag. Hier zocht hij verscheiden inboorlingen uit, die zich door +lichaamsschoon en geestesgaven gunstig onderscheidden, om ze meê naar +Spanje te nemen en ze de Spaansche taal te leeren, zoodat zij hem op +latere reizen tot tolken konden dienen. Wij weten niet, of dit hun +eigen wil was, dan of zij opgelicht zijn. Hij zocht mooie meisjes +uit en jonge mannen, die een flinke gestalte hadden. De beminlijkheid +en leerzaamheid van de inboorlingen deden Columbus gelooven, dat zij +gemakkelijk tot het christelijk geloof te brengen zouden wezen. + +Peter Martyr verhaalt van de zeden en gewoonten van de menschen op +Cuba het volgende. + +"Evenals het zonlicht en het water ieder toebehooren, zoo is ook het +land het gemeenschappelijk bezit van allen. De woorden 'mijn en dijn', +die zaden van alle ellende, kennen zij niet. Zij zijn met zoo weinig +tevreden, dat zij in zulk een groot land eerder overvloed dan gebrek +hebben, en dus in de gouden eeuw schijnen te leven. Hun tuinen liggen +open en bloot, zijn niet door heggen verdeeld en worden noch door +muren beschermd noch door dijken ingesloten. Zij hebben geen wetten, +wetboeken of rechters, maar deelen alles eerlijk met elkander." + +Het ligt voor de hand, dat men het met die beschrijving niet zoo +nauw nemen moet. De bewoners der nieuwe wereld toch trof men aan +met moordtuigen en oorlogswapenen in de hand. Velen hadden op het +slagveld wonden gekregen, en zij vertelden zelf van stroopersbenden, +die de eilanden met roof en moord vervulden. + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +BUITENGEWONE LOTGEVALLEN. + + +Voor zoo ver het mogelijk was de godsdienstige begrippen van de +inboorlingen te kennen, bleek het, dat zij een onbestemd gevoel hadden +van de onsterfelijkheid der ziel. Zij geloofden, dat de geest van +den mensch na den dood naar de dichte wouden en rotsachtige bergen +verhuisde, en dat hij op een bovennatuurlijke wijze werd gevoed, +wanneer hij daar in kelders ingemetseld was. De echo's, die zij +dikwijls bij de bergen hoorden, hielden zij voor antwoorden van de +afgestorvenen. + +Den 12en November 1492 zette Columbus koers naar het Zuidoosten, +en ging ook nu langs de kust van het eiland. + +Men vermoedt, dat Columbus het 2/3 deel van de lengte van Cuba had +afgelegd. Had hij nog een paar dagen doorgevaren, dan zou hij de +westelijke kust bereikt, en niet in den waan verkeerd hebben, dat +hij bij het vasteland was. + +Twee of drie dagen lang zeilde hij langs de kust voort, zonder +zich ergens op te houden, om het binnenland te onderzoeken. Een +storm noodzaakte hem een haven binnen te loopen, die hij Puerto del +Principe noemde. Volgens zijn gewoonte richtte hij hier een kruis op, +en nam in den naam van zijn vorsten plechtig bezit van het land. In +de nabijheid lagen vele kleine en zeer mooie eilanden, die hij met de +booten onderzocht, en die later bekend werden onder den dichterlijken +naam van El Jardim del Roy of den Koningstuin. Aan de golf of baai, die +deze eilanden verfraaide, gaf hij den naam van Nuestra Senora. Dichte +wouden bedekten deze schilderachtige eilanden, die uit den oceaan +het hoofd opstaken. De in alle richtingen loopende en kronkelende +doorvaarten, benevens de eenzame inhammen van deze schoone streek +werden in latere jaren door zeeroovers onveilig gemaakt, die wreedheden +pleegden, waarvan de opsomming zelfs duivelen zou doen blozen. + +Den 19n November heesch Columbus alweer de zeilen, omdat hij plan +had naar een eiland te gaan, dat omstreeks 60 mijlen oostwaarts lag, +en door de inboorlingen Babique werd genoemd. Met zijn niet sterk +schip kampte hij een dag en een nacht met tegenwind en een onstuimige +zee. Maar ernstiger tegenspoed stond hem te wachten. + +Martin Alonzo Pinzon, bevelhebber van De Pinta, was rijk en een +ervaren zeeman. Hij had veel geld in de onderneming gestoken, +en volstrekt geen zin Columbus in alles als zijn meerdere te +erkennen. De admiraal was een man, die zich koninklijk gedroeg en +dacht. Waarschijnlijk waren beider inzichten in den laatsten tijd met +elkander in tegenspraak. Columbus wendde het roer, om naar de haven +terug te keeren, en beduidde de andere schepen evenzoo te doen. Pinzon +sloeg er geen acht op. Hij ging van de beide andere schepen weg, +en besloot een kruisvaart op eigen hand te doen. Toen de morgen van +den 21en daagde, was De Pinta nergens te zien. + +De ergernis van Columbus was groot. Hij vreesde dat Pinzon plan had, om +zoo spoedig mogelijk naar Spanje terug te keeren, de groote ontdekking +bekend te maken, en zelf de eer te ontvangen, die het bericht van zulk +een belangrijke gebeurtenis hem stellig geven zou. Den vluchteling +te vervolgen was nutteloos. De driftige en teleurgestelde admiraal +keerde naar Cuba terug. Den 24en November liep hij een prachtige +haven binnen, die hij St. Catarina noemde. Hij was dicht bij den mond +van een schoone rivier, wier oevers omzoomd waren met groene weiden, +waarvan de bevalligheid alle beschrijving te boven ging, en die als +bezaaid waren met boschjes van pijnboomen en reusachtige eiken. + +Hij bleef langs de kusten van Cuba kruisen en had, oostwaarts zeilende, +de schoonste vergezichten, die telkens kreten van verrukking deden +slaken. In zijn reisbeschrijving komen ook uitdrukkingen voor, die van +verrukking getuigen over den helderen hemel, den gezonden dampkring +midden in den winter, de kristalheldere rivieren, de havens, die +zoowel het landschap verfraaiden, als een groote veiligheid aanboden; +de vruchten, de bloemen, het gezang der vogels, de vriendelijkheid van +de mannen en de beminlijkheid van de vrouwen. In een van de havens, +die hij Puerto Santo noemde, schreef hij in een brief aan de koningin: + +"De schoonheid van deze rivier en het kristalheldere water, waardoor +men het zand op den bodem kan zien; de vele palmboomen van allerlei +vorm, zoo groot en mooi als ik ze ooit zag en de ontelbare andere +groote en groene boomen; de vogels met hun rijke kleuren en het groen +der velden, maken dit land, doorluchtige vorsten, zoo verwonderlijk +schoon, dat het alle andere landen in bekoorlijkheid overtreft, gelijk +de dag den nacht in luister te boven gaat. Daarom zeg ik dikwijls tot +mijn volk, dat, hoe ik ook poog Uw Majesteiten een volledig verhaal er +van te geven, mijn mond de geheele waarheid niet zeggen en mijn pen +haar niet beschrijven kan. Ik ben zoo overweldigd door het gezicht +van zooveel schoons, dat ik niet weet, hoe ik alles verhalen zal." + +Sommige van die boomen waren zoo ontzettend dik, dat de inboorlingen +van één boom een kano konden maken, groot genoeg voor honderd +man. Langzaam zeilde Columbus voort, en kwam den 5en December aan +de oostelijkste punt van het eiland. Daar hij dit punt voor de +oostelijkste kaap van het vasteland van Azië hield, en dus voor het +eerste punt, dat men bereikte, als men uit Europa kwam, noemde hij +deze kaap Alpha en Omega, het begin en het einde. + +Columbus wist volstrekt niet, welken koers hij nu nemen moest. De +Indianen gaven wonderhoog op van Barbique, en door hun aanwijzingen +geleid, zeilde hij van het einde van Cuba naar het Oosten, toen hij in +een zuidoostelijke richting hooge bergen ontdekte, die zich boven den +horizon verhieven. Maar toen de Indianen, die aan boord waren, zagen, +dat hij daarheen wilde gaan, meenden zij, dat het de Antillen waren, +en dit vervulde hen met schrik. Zij smeekten hem er niet heen te gaan +en verzekerden, dat de menschen daar buitengewoon wreed en woest waren, +zoodat zij de gevangenen doodden en opaten. + +De dampkring is tusschen de keerkringen zoo zuiver, dat men +ver verwijderde voorwerpen met de grootste nauwkeurigheid kan +zien. Columbus kwam bij het groote en schoone eiland Haïti. Dit eiland +is een van de liefelijkste plekjes op aarde, doch de mensch heeft er +zulk een treurig tooneel van misdaad en ellende van gemaakt, als ergens +op de oppervlakte van den aardbol gevonden wordt. De bergen verhieven +hun kruinen tot in de wolken, en hun kanten waren met weelderige wouden +begroeid. Van den voet der bergen af tot aan de zee toe, zag men groene +vlakten en dalen met boschjes van vruchtboomen en bloembedden. Door +den rook, die uit de bosschen opsteeg, werd het Columbus duidelijk, +dat dit land zeer bevolkt moest wezen. Later werd verzekerd, dat het +eiland omstreeks 400 mijlen lang en 150 breed was. Het besloeg een +oppervlakte van nagenoeg 30000 vierk. mijlen. Dit vorstelijk eiland +werd onlangs bijna geheel aan de Vereenigde Staten aangeboden als +een vrije gift, maar het Congres bedankte voor dit aanbod. + +Op den avond van den 6en December kwam Columbus, dicht bij het +westelijk deel van dit eiland, in een haven, die hij St. Nikolaas +noemde, en zij draagt dien naam nog. De landstreek was een Eden +gelijk. Majestueuse bosschen en volgeladen boomen zag men er. Aan +den eenen kant lag er een weelderige vlakte, die zich naar het +binnenland uitstrekte, waardoor een rivier met het helderste water +kronkelde. Aan den wal bevonden zich vele kano's, en verderop zag men +schilderachtige dorpen liggen, verscholen in de schaduw van de boomen +en door liefelijke weiden omgeven. Maar de inboorlingen hadden allen +de vlucht genomen, alsof zij zich bewust waren, dat de grootste vijand, +dien zij op aarde hadden, hun medemensch was. + +Zonder met de menschen in aanraking te zijn gekomen, gingen zij de +haven weer uit, en voeren langzaam langs de kust naar 't Oosten, +met opgetogenheid naar de bergen en de effen vlakten ziende. Een +diepe en breede vallei, die door hen werd opgemerkt, droeg duidelijk +de kenmerken van beschaving. Zij liepen een fraaie haven binnen, +die Columbus Port Concepcion noemde, doch nu de baai van Moustique +heet. Hier kronkelde ook een schoone rivier door een streek, die een +tuin kon heeten. De rivier en de baai wemelden van allerlei soort +van visch. Velen werden met netten gevangen. Enkelen waren zooals +die in Spanje. Er was een vogel, wiens gekweel zeer met dat van +den nachtegaal overeenkwam, en hen herinnerde aan de bosschen van +Andalusië. Daarom gaf Columbus aan dit eiland den naam van Hispaniola +of Klein-Spanje. De Franschen noemden het naderhand St. Domingo. + +Columbus schrijft in zijn brief aan het hof: "Hispaniola is grooter +dan heel Spanje, van Catalonia tot Fontarabia. Een van de vier zijden, +waar ik landde, en die recht van het Westen naar het Oosten loopt, is +540 mijlen lang. De groote stad, die ik in bezit nam, heeft een zeer +gunstige ligging. Ik gaf bevel er een fort te bouwen, waarin ik zooveel +manschappen legde, als ik noodig achtte, en wist de gunst van den +koning voor hen te verwerven, wat mij zoo goed gelukte, dat het haast +niet te gelooven is. De menschen zijn er zoo aardig en vriendelijk, +dat zelfs de koning er een eer in stelde mij zijn broeder te noemen." + +Zes wel gewapende mannen door Indiaansche tolken begeleid werden naar +het binnenland gezonden, ten einde, zoo mogelijk, met de inboorlingen +in aanraking te komen. Zij vonden wel huizen, dorpen en tuinen, +maar er was niet één Indiaan te zien. Alle bewoners waren naar de +ontoegankelijke klippen op de bergen gevlucht. + +Den 12en December richtte Columbus een kruis op en nam--voor zoo ver de +gelegenheid dit toeliet--op een plechtige wijze bezit van het eiland. + +Tijdens het verblijf in de haven ontmoetten eenige zeelieden, die +in den omtrek uitstapjes maakten, eenige eilandbewoners, die als +herten vloden. De matrozen zetten hen na. Een schoon, jong meisje van +omstreeks achttien jaren ziende, bevallig als een hinde, maar dat de +sterker gebouwde vluchtelingen niet bij kon houden, liepen ze allen +haar na, en 't gelukte hun haar te krijgen. Met groote ingenomenheid +voerden ze deze liefelijke buit naar de schepen. + +Columbus ontving het meisje met vaderlijke minzaamheid. Hij overlaadde +haar met geschenken, en tooide haar met de kleine tingelende belletjes, +die voor de inboorlingen een onbeschrijfelijke bekoring hadden. Aan +boord van het admiraalschip waren nog meer van die inlandsche +vrouwen. Deze stelden de jonge gevangene al heel gauw gerust, en in +een uur tijd gevoelde zij zich geheel op haar gemak, en was met de +ontvangst zoo ingenomen, dat zij geen lust meer had aan land te gaan. + +Het eenige sieraad, dat deze schoone Indiaansche vrouw bij het +gevangen nemen droeg, was een ring van zuiver goud, die aan den neus +hing. Columbus was zeer blij bij het zien van dit kostbaar metaal, +want het was een sterk bewijs, dat er goud op dit eiland was. De +admiraal voorzag het meisje van kleeren, zooals die in beschaafde +landen gedragen werden, en zond haar aan land met vriendelijke +boodschappen aan haar landgenooten. Onderscheidene matrozen en drie +Indiaansche tolken gingen met haar mee. Het dorp, waar zij thuis +hoorde, lag ver landwaarts in, en daarom keerden de zeelieden, die +het niet veilig achtten onder wilden te reizen, die den naam hadden +van zeer wreedaardig en vijandig te zijn, naar de schepen terug. Het +gelukkige meisje mocht alleen naar haar bloedverwanten gaan. + +De admiraal vertrouwde, dat de berichten van haar bij de inboorlingen +niet dan een welwillend gevoel zouden opwekken, en zond daarom den +volgenden morgen negen goed gewapende mannen uit, met een Cubaanschen +tolk er bij, om het spoor door de weelderige wildernis te volgen naar +het dorp, waar het meisje woonde. Op een afstand van twaalf mijlen +troffen zij een aantal vrij groote hutten aan, schilderachtig aan de +oevers van een schoone rivier gelegen. De afgezondenen telden omstreeks +duizend woningen, maar zagen niet één dorpeling. Klaarblijkelijk zag +men in dat meisje een middel, dat listige en booze lieden gebruikten, +om de inboorlingen te lokken en in hun macht te krijgen. De Cubaansche +tolk zette de vluchtelingen na. Toen zij hem alleen zagen aankomen, +gingen zij naar hem toe. Het scheen, dat op alle eilanden dezelfde taal +gesproken werd. De Cubaan deed den vreemdelingen zulke mededeelingen, +dat eenige van de moedigsten onder hen, ten getale van ongeveer 2000, +het waagden langzaam terug te gaan. Met vrees en beving liepen zij +evenwel voort. Las Casas zegt, dat hun gestalte zeer bevallig was, +en dat zij een schooner gelaat en fijnere trekken hadden, dan een +van de inboorlingen, die zij tot dus ver hadden gezien. + +Langzamerheid kwam er vertrouwen; maar nog altijd, zoo wordt verhaald, +zagen de inboorlingen in die vreemdelingen hemelsche wezens, die +bovennatuurlijke kracht bezaten. In hun oog waren zij met bliksem en +donder gewapend. Daarom beefden al die twee duizend menschen, toen +zij bij die negen hemelsche bezoekers stonden. Menigmaal maakten ze +zeer diepe buigingenen zetten de handen op het hoofd, als een teeken +van eerbied en onderwerping. + +Terwijl men deze vriendschappelijke samenkomst hield, verscheen er +een andere troep Indianen. Zij brachten de schoone gevangene, die zij +op de schouders droegen, weer, met Europeesche kleeren aan en getooid +met de blinkende kleinooden, die zij ontvangen had, en die in hun oogen +nog schitterender waren dan de kostelijkste paarlen en edelgesteenten, +waarmede ooit het voorhoofd van een hertogin is versierd geweest. De +Indianen geleidden de vreemdelingen in hun huizen, en onthaalden +hen op de uitgezochtste spijzen. Met de meeste gulheid boden zij hun +gasten alles ten geschenke aan, wat zij bezaten; tamme papegaaien, +vruchten, bloemen en fraai geweven matten en hangmatten. + +Verrukt over de schoonheid van het land, dat zij doorgetrokken waren, +en over de gastvrijheid der inwoners, keerden de Spanjaarden naar +hun schepen terug. Maar goud, helaas! was er niet. Het is duidelijk, +dat Columbus en zijn volgelingen op dien tijd in een gemoedstoestand +verkeerden, die hun de andere zijde van de schilderij niet deed +zien. Men kan werkelijk een schoonen zomermorgen schilderen en +vergeten, dat de koude en donkere Novemberdagen volgen, waarop stormen +loeien, die hemel en aarde schijnen te zullen doen vergaan. In een +aan Louis de St. Angel gerichten brief, schrijft Columbus: + +"Nadat zij ons vertrouwden en de vrees geweken was, waren zij zoo +vrijgevig met wat zij hadden, dat zij, die het niet gezien hebben, +het niet kunnen gelooven. Nooit weigerden zij iets, wat men hun vroeg, +maar gaven het met blijdschap; en zij bewezen zooveel vriendschap, dat +het was, als gaven ze ons hun hart. En of het voorwerp veel of weinig +waard was, zij waren tevreden met alles, wat zij terugkregen. Het +schijnt, dat de mannen in deze streken slechts één vrouw hebben, maar +hun opperhoofd of koning geven zij er twintig. De vrouwen werken, +dunkt mij, meer dan de mannen, en ik heb geen gelegenheid gehad te +vernemen, of zij eigendommen bezitten; maar ik denk, dat zij alle +goederen gemeen hebben." + +Veel werk behoefden zij stellig niet te doen. Kleeren maken en +wasschen; vloerkleeden uitkloppen en schuieren; borden en kopjes +wasschen; vuur aanmaken, tenzij om wat te koken, dat alles was niet +noodig. Aan elken tak hingen vruchten, en voedsel was er derhalve +in overvloed. + +Toen Columbus zijn onderzoekingen voortzette, ontdekte hij het eiland +Tortugas, dat in later jaren den niet te benijden roem kreeg van het +hoofdkwartier van vrijbuiters te zijn, die zoo lang de zee onveilig +hebben gemaakt. Hij ging er aan land en deed er korte reizen. + +Hier vluchtten de inboorlingen alweer weg, toen zij een mensch +zagen, zooals zij voor vraatzuchtige roofdieren gedaan zouden +hebben. 's Nachts kon men op de hoogte hun groote noodvuren zien, +om de veraf wonenden de nadering van het gevaar aan te kondigen. Aan +een bekoorlijke vlakte, die zich aan 't oog van Columbus voordeed, gaf +hij den naam van Paradijs-vallei. Den 16en December verliet Columbus +Tortugas te middernacht, en keerde naar Hispaniola terug. Toen hij +reeds ver in zee was, ontmoette hij een heel oude kano, met slechts +één Indiaan er in. De wind was hoog en de zee onstuimig. Het scheen +onmogelijk, dat de boot het houden kon, en daarom nam Columbus den +man met de boot bij zich aan boord. Op Hispaniola gekomen, ankerde +hij in de Port de Paix. Toen liet hij den man vertrekken, na hem +onthaald en met geschenken overladen te hebben. + +Zooals gewoonlijk kweekte vriendelijkheid vriendelijkheid. Het verhaal, +dat hij den Indianen gaf, deed hun vrees wijken, en weldra ontstond er +een vriendelijk verkeer. Een van de voornaamste opperhoofden bracht +met zijn gevolg een bezoek aan het schip. Hij was een hoffelijk man, +en gedroeg zich waardig. Sommigen van zijn gevolg droegen kleine +gouden sieraden. Zij schenen aan dit metaal geen bijzondere waarde +te hechten, en verruilden het bereidwillig voor nesterijen. + +Hoe meer Columbus het land onderzocht, hoe meer de schoonheid er van +hem bekoorde. Zijn schoone en weelderige valleien werden voldoende +besproeid, en vele, zelfs de grootste hoogten, konden tot aan de +toppen toe bebouwd worden. Op zekeren dag kreeg hij een bezoek +van een jong opperhoofd uit het binnenland. Het schouwspel was +werkelijk indrukwekkend. In een prachtig versierden draagstoel of +palankijn gezeten, dien vier sterke mannen op de schouders droegen, +kwam hij nader. Het gevolg bestond uit een stoet van twee honderd +inboorlingen. De jonge man, die volstrekt niet verlegen en zeer bekend +was met de hofgebruiken, trad de tent binnen, waar de admiraal het +middagmaal gebruikte, en nam naast hem plaats. Twee eerwaardige mannen +vergezelden hem, en gingen aan zijn voeten zitten. Deze twee bedienden +schenen hem met godsdienstigen eerbied aan te zien. Op elke beweging +gaven zij acht. Elk woord, dat over zijn lippen kwam, vingen zij op, +en trachtten de beteekenis er van aan den admiraal mede te deelen. De +prins at niet veel, maar keek zorgvuldig toe, of zijn bedienden wel +genoeg kregen. Na het maal gaf hij Columbus twee goudstukken en een +mooi, net bewerkt degengevest ten geschenke. Wederkeerig kreeg hij +een stuk laken, eenige mooie koralen en een paar edelgesteenten. Ook +verblindde Columbus hem door gouden munten te laten zien, waarop de +beeltenissen van Ferdinand en Isabella stonden; door zijden met goud +geborduurde vaandels en de banier van het kruis. Hij deed ernstige +pogingen, om eenig denkbeeld te geven van de beteekenis van Jezus' +kruisdood. Bij het afscheid werden er van de schepen kanonschoten +gelost ter eere van den cacique of van het opperhoofd van wilde +Indiaansche volksstammen, en deze ging op dezelfde wijze heen, als +hij gekomen was. + +Ofschoon de inboorlingen gemakkelijk afstand deden van wat zij +aan goud bezaten, kreeg men met dat al niet veel. Op nieuw lichtte +Columbus het anker, zeilde den 19en Dec. langs de kust en liep na 36 +uren een fraaie haven in, die hij St. Thomas noemde, maar nu den naam +van baai van Acal draagt. De streek was dicht bevolkt. De bewoners +hadden misschien van de komst der vreemdelingen en hun welwillendheid +gehoord. Vrees gaven zij niet te kennen, maar kwamen in grooten getale +naar de twee schepen toe, sommigen in kano's, anderen zwemmend. Zij +brachten heerlijke en geurige vruchten mee, die zij met de grootste +edelmoedigheid weggaven, evenals hun gouden sieraden, want van handel, +waaruit het leven in beschaafde landen voor een groot deel bestaat, +schenen zij geen begrip te hebben. + +Columbus wilde van die verwonderlijke gulheid geen misbruik maken, +maar beval, dat men telkens iets tot vergoeding terug moest geven. In +deze haven waren ze den 20en ten anker gekomen. Den 22en zagen ze +reeds vroeg in den morgen een keizerlijke boot, die snel over de kalme +zee door riemen werd voortbewogen. Zij was zeer ruim en bevatte den +afgezant van een heel voornaam opperhoofd met zijn groot gevolg. Het +geheel leverde een schoon gezicht op. + +De naam van dat opperhoofd was Guacanagari. Hij was de erkende vorst +van dit gedeelte van het eiland. Een van de hoogst geplaatsten aan +zijn hof was bij deze zending, en had voor Columbus een rijk geschenk +meegebracht, bestaande uit een kunstig bewerkten gordel, met paarlen +en ivoor afgezet, en uit een net gebeeldhouwd hoofd met oogen, neus +en tong van zuiver goud. De afgezant had in last namens den prins +den admiraal uit te noodigen zijn residentie te komen bezoeken, +en de schepen mee te nemen. + +Tegenwinden maakten het onmogelijk dadelijk aan de uitnoodiging +gevolg te geven. Daarop zond Columbus eenige zeelieden met een +van zijn officieren, in een boot heen, om zijn voorgenomen komst te +berichten. De koning woonde in een mooie stad, aan een rivier gelegen, +die door een buitengewoon vruchtbare vallei liep. Het was de grootste +en best gebouwde stad, die hij nog gezien had. De huizen, die een +groot vierkant plein insloten, waren voor deze gelegenheid opgeknapt +en versierd. Van alle kanten stroomde het volk naar het koninklijk +verblijf. De groote gastvrijheid, die de officier en zijn manschappen +ondervonden, is in beschaafde landen onbekend. Allen werden als +gasten met den meesten eerbied ontvangen, en letterlijk alles, wat de +inboorlingen bezaten, werd hun aangeboden, zonder dat zij er iets voor +behoefden te betalen. De inboorlingen namen alles met dankbaarheid aan, +wat hun gegeven werd, en bewaarden het als iets heiligs. De Spanjaarden +noemden de rivier Punta Santa, doch zij heet nu Groote rivier. + +In den avond van dezen belangrijken dag keerde de boot naar de +schepen terug. Den 24en was 's morgens de wind gunstig, en daarom +ging men reeds vóór zonsopgang op reis. Tegen den avond ging de wind +geheel liggen, en daarom kreeg Columbus, die een van de waakzaamste en +zorgvuldigste zeelieden was, en menigmaal den heelen nacht op het dek +bleef, gelegenheid om te gaan slapen. De man, die aan het roer stond, +volgde zijn voorbeeld, was onvoorzichtig genoeg, om het roer aan een +jongen toe te vertrouwen en viel in slaap. De andere matrozen sliepen +ook. Een sterke stroom, dien men niet opgemerkt had, dreef het schip +op een zandbank. Waarschijnlijk sliep de jongen ook, want ofschoon de +branding met zooveel geweld tegen de bank sloeg, dat het geraas op +grooten afstand kon worden gehoord, liet hij niets van zich hooren, +vóór de kiel over het zand schuurde. Columbus, die, zooals men zegt, +altijd met één oog open sliep, was 't allereerst op het dek. Er volgde +een tooneel van groote verwarring. Het verlies van een schip zou in +die verre zeeën een onherstelbare ramp zijn. De zeelieden verloren +alle zelfbeheersching, en elke poging, om het schip te redden, bleek +vruchteloos. Als de zee onstuimig was geweest, zouden waarschijnlijk +allen vergaan zijn. De naden van het schip gingen door de branding +los, het schip was spoedig vol water en Columbus was genoodzaakt met +zijn scheepsvolk aan boord van de Nina te gaan, het kleinste van de +drie schepen. + +Eenige manschappen werden aan land gezonden, om het vriendelijk +opperhoofd Guacanagari de ramp mede te deelen. Het dorp waar hij +woonde, lag omstreeks een mijl van de plaats af, waar men schipbreuk +geleden had. Deze man had zooveel medelijden, dat hij over hun ongeluk +tranen stortte. Hij zond al zijn volk en elke kano, klein en groot, +die men krijgen kon, om het schip te helpen lossen. De cacique (zie +bl. 54) en zijn broeder werkten vlijtig mee, zoowel op zee als aan +land. Hun hulp was zoo uitstekend, dat bijna alles, wat op het schip +was, gered werd; en noch het hoofd noch zijn volk eischte iets tot +belooning voor al die moeite. Integendeel, het opperhoofd noodigde +allen uit, om in zijn woonplaats voeding en dak te komen vinden. Vele +kano's kwamen heel ver weg met een groote menigte inboorlingen en +ondergeschikte hoofden. Een treffend tooneel van broederlijke liefde +deed zich voor. Ofschoon de inboorlingen aan het strand met zaken van +onschatbare waarde bepakt en beladen werden, ging er niets verloren +en werd ook niets ontvreemd. Het gelaat en de gebaren van het volk +drukten alleen spijt over de ramp uit, die den vreemdelingen overkomen +was. Columbus schreef in zijn dagboek aan Ferdinand en Isabella: + +"Ik verklaar Uw Majesteiten, dat er in de geheele wereld geen beter +land en geen beminlijker, handelbaarder en vreedzamer volk is als +dit. Zij beminnen hun naasten als zich zelf. De omgang, dien zij met +elkander hebben, is lief en vriendelijk, en al is het waar, dat het +wilden zijn, hun gewoonten zijn prijzenswaard en welvoegelijk." + +Columbus bevond zich nu met al zijn overgebleven manschappen op het +eenig schip, dat hij nog had, de Nina. Guacanagari had drie woningen +gegeven tot berging van de geredde goederen. De begeerte opmerkende, +waarmee de vreemdelingen naar gouden sieraden zochten, deed hij al +wat hij kon, om hun er zooveel van te geven als mogelijk was. De +inboorlingen hielden bijzonder veel van dansen. Hun kinderlijke +vreugde was bijna niet uit te drukken, wanneer zij, omhangen met de +blinkende en tingelende belletjes, naar de tonen der muziek luisterden, +die voor hun bewegingen paste. In ruil voor deze belletjes werd een +groote hoeveelheid goud gebracht, en gaarne gaf men al het goud, +dat men bezat, in ruil voor een belletje. + +De admiraal werd uitgenoodigd om bij Guacanagari het middagmaal +te gebruiken. Hij ontving een diepen indruk van de ongedwongen +en beschaafde houding, die het opperhoofd bij deze gelegenheid +vertoonde. De tafel was overladen met al den rijkdom, dien het +eiland opleveren kon. De koning at langzaam en matig, evenals iemand, +die met de gebruiken eener beschaafde maatschappij vertrouwd is. De +knechts bedienden den vorst en zijn gast met groote beleefdheid. De +regeering was erfelijk op het eiland, en waardigheid en aanzienlijke +geboorte schenen een diepen indruk op het volk te maken. Na den +maaltijd geleidde de vorst Columbus naar de lieve boschjes, die zijn +inderdaad mooi huis omringden. Ongeveer duizend inboorlingen volgden +hen eerbiedig en met alle teekenen van hartelijke belangstelling. Het +scheen een Eden. Ofschoon allen moedernaakt waren, zag men toch niets +dat onwelvoegelijk was. Onder leiding van het opperhoofd werden er +verscheiden heel aardige spelen uitgevoerd tot vermaak van den gast. + +Columbus trachtte deze beleefdheden door een wapenschouwing te +vergelden. Aan boord bevond zich een Castiliaan, een oud soldaat, +die Willem Tell evenaarde in de juistheid, waarmee hij een pijl +afschoot. Deze wilden waren vreedzame lieden. Zij leefden van +vruchten. De jacht- en oorlogskunst hadden zij nooit beoefend. De +Castiliaan bracht zijn Moorschen boog, pijlkoker en pijlen mee. Het +opperhoofd was verbaasd, toen hij de kracht en de juistheid zag, +waarmee dit puntige en doodelijke wapen kon geworpen worden. + +Columbus deelde het opperhoofd mee, dat hij nog veel krachtiger +wapenen had. Hij liet een kanon afschieten, waarvan de kogel in een op +eenigen afstand staanden boom kwam. Toen zij het licht zagen en den +slag hoorden; voorts den weg volgden, dien de onzichtbare kogel door +het bosch had afgelegd, en hoe hij de boomen had gescheurd en doen +kraken, waren zij verslagen en knielden neer. Toen zij eenigszins van +den schrik waren bekomen, stelde Columbus de geheele macht, waarover +hij beschikken kon, in orde voor een wapenschouwing. Hij plaatste +zijn manschappen in gelid, en hun blinkende wapenen, hun gewette +en flikkerende zwaarden schitterden in de stralen der ondergaande +zon. Zij marcheerden op de maat van trommels en trompetten heen en +weer, en voerden even fraaie als kunstige bewegingen uit. + +Onder luid geschreeuw vlogen zij ten aanval vooruit, en kwamen in +geregelde orde terug. + +De inboorlingen begrepen heel goed, dat dit oefeningen en bewegingen +voor een ernstigen oorlog waren. Het was hun duidelijk, dat de +Spanjaarden bovennatuurlijke krachten bezaten om menschen te +dooden. Zij begonnen hun geduchte gasten met schrik en vrees aan +te zien. + +Columbus, die door de schipbreuk ter neer geslagen was, werd +langzamerhand weer opgeruimd. Hij genoot met de zijnen in ruime mate +de vreugde, die een heerlijk klimaat en lekkere vruchten geven. Elken +dag werd zijn voorraad goud grooter. De vriendelijkheid, waarmee de +Spanjaarden door de wilden behandeld werden, kon moeilijk grooter zijn, +en, om de kroon op alles te zetten, telkens werd hij meer en meer +overtuigd, dat er in de binnenlanden onuitputtelijke goudmijnen lagen. + +Het gemakkelijke en weelderige leven, waaraan zij gewend waren geraakt, +beviel den Spaanschen zeelieden heel goed. Van alle zorgen en moeiten +der beschaving waren zij bevrijd. Smakelijke en geurige vruchten hingen +bijna aan elken tak. De rivieren en de kust wemelden van visch. In de +schaduw van de bosschen brachten zij den dag in vadzige rust door, +en als het 's avonds koel werd namen zij deel aan de spelen van de +beminnelijke wilden, of dansten op de muziek van trommels, of op die, +welke de wilden zelf maakten. + +Velen van die avonturiers gevoelden geen neiging ooit weer tot het +Europeesch leven met al zijn moeiten en zorgen terug te keeren. Hier +ontbrak het hun aan niets. Columbus werd bestormd met dringende +verzoeken, om op het eiland te mogen blijven. Voor al het scheepsvolk +van beide schepen te zamen zou het ook zeer ongemakkelijk zijn geweest, +om op de terugreis in een klein karveel opeen gepakt te worden. Dit +bracht den admiraal er toe den grond te leggen voor een latere +volkplanting op het groote en schoone eiland Hispaniola. Hij liet een +klein gezelschap achter, om het eiland te verkennen, zijn bronnen +van rijkdom op te sporen, en zooveel mogelijk goud te verzamelen, +waarna hij besloot naar Spanje terug te keeren, daar bericht te geven +van zijn groote ontdekking en later met nieuwe schepen en versterking +weer te komen. + +Guacanagari had hem verteld, dat er vijandige Indianen waren, +Caraïbiërs geheeten, die van tijd tot tijd op Haïti kwamen en +velen meenamen, die zij gevangen genomen hadden. Dit bood Columbus +een verontschuldiging voor het bouwen van een fort aan. De wilden +hielpen hem trouw, omdat deze sterkte ook hen tegen de Caraïbiërs +zou beschermen. Hij bewapende het fort met het kanon, dat uit de +schipbreuk gered was geworden. Hij liet er een klein garnizoen achter +met krijgsvoorraad en leeftocht voor een jaar. + +Vertrouwbare berichten kreeg men van de Pinta niet. Columbus achtte +het waarschijnlijk, dat zij vergaan was. Er bleef dus nog maar één +wrak schip over van de drie, die van Palos waren uitgezeild. Verging +ook dit, dan zou niemand iets van de ontdekking hooren, en men zou aan +Columbus als aan een opgewonden droomer gedacht hebben, die dwaselijk +zijn leven had verspild. Daarom besloot hij zijn broos vaartuig niet +langer aan het gevaar bloot te stellen, dat het varen op onbekende +zeeën met zich brengt, maar naar Spanje terug te keeren. + +Onuitputtelijk was de vriendelijkheid, die Guacanagari Columbus +bewees. Gedurende den tijd, dat de admiraal het toezicht hield op +het bouwen van het fort, stond het opperhoofd hem het grootste huis +in het dorp af. De vloer was met kunstig geweven palmbladeren bedekt, +en er stonden stoelen van gitzwart hout, dat heel glad gemaakt was en +op ebbenhout leek. Zoo dikwijls hij Columbus in zijn eigen woonplaats +ontving, behandelde hij hem als koning en hing hem telkens een gouden +sieraad of een ander kostbaar geschenk om den hals. + +Eens bezocht het opperhoofd met vijf mindere hoofden den +admiraal. Ieder gaf hem een gouden krans ten geschenke. Guacanagari +droeg een vorstelijke kroon, die van goud was gemaakt. Hij nam die +van zijn hoofd en zette haar Columbus op. Wederkeerig hing deze +een streng prachtig gekleurde koralen om den hals van den vorst, +bekleedde hem met zijn eigen karmozijnen mantel van fijne stof, +gaf hem een paar gekleurde laarzen en deed een zilveren ring aan +zijn vinger, dien de wilden veel mooier vonden dan een van goud, +omdat er op het eiland geen zilver was. + +Het vooruitzicht een groote hoeveelheid goud te zullen krijgen, maakte +Columbus heel blij. Hij begon zijn schipbreuk als een teeken van +goddelijke gunst te beschouwen. In zijn dagboek schreef hij aangaande +zijne verwachtingen op dat oogenblik: + +"Ik hoopte, dat ik bij mijn terugkomst uit Spanje een ton gouds vinden +zou, die de achtergeblevenen door handel hadden verdiend; bovendien +nog, dat zij mijnen en specerijen in zulk een hoeveelheid hadden +ontdekt, dat de koningen binnen drie jaren in staat zouden zijn gesteld +een kruistocht te ondernemen ter verlossing van het heilige Graf." + +Met de hulp der wilden was het fort in tien dagen klaar, en zijn +bewapening in orde. Columbus stelde nu zulk een volkomen vertrouwen +in de wilden, dat hij niets van hen meende te vreezen te hebben. Hij +beschouwde het fort werkelijk vooral noodig, om zijn eigen ordeloos +volk in bedwang te houden. Het gevaar dreigde, dat zij op hun +tochten over het eiland allerlei losbandigheden zouden bedrijven, +die de bewoners konden verbitteren. Hij noemde het fort de Geboorte, +als een dankbare herinnering aan het feit, dat hij op Kerstdag aan +een schipbreuk ontkomen was. + +Negen en dertig mannen werden met zorg gekozen, om in garnizoen +te liggen. Daaronder was ook een arts, en verscheidenen, die in de +verschillende vakken van werktuigkunde bedreven waren. Het bevel werd +aan Diego de Arana toevertrouwd. Hij was een ruiter uit Cordova, +van hooge afkomst en tot bevelvoeren in de wieg gelegd. Een sterke +boot bleef achter voor de vischvangst, en zaad voor het bebouwen van +den grond, benevens een menigte handelswaren. + +Het uur van vertrek brak aan. Columbus liet het heele garnizoen vóór +zich komen, en hield allen in ernstige woorden den plicht voor, om +Guacanagari en zijn aanvoerders met den meesten eerbied en de grootste +vriendschap te behandelen. Hij drong er op aan, om altoos minzaam en +rechtvaardig met de inboorlingen om te gaan, en met hun vrouwen en +dochters vooral voorzichtig te wezen. Hij vermaande hen, niet uit +elkander te gaan, maar bij elkander te blijven. Den bevelhebber, +Arana, werd opgedragen om goud te verzamelen, mijnen op te sporen, +en de voortbrengselen van het eiland te leeren kennen. + +Den 2en Januari 1493 gaf Columbus aan Guacanagari en zijn aanvoerders +een afscheidspartij. Al het scheepsvolk kwam aan wal, en zijn gasten +werden met troepenbewegingen en spiegelgevechten vermaakt. De Indianen +keken met groote verbazing en vrees naar de lange, glinsterende en +gewette zwaarden. En toen het kanon werd afgeschoten, en de steenen +kogels, destijds in gebruik, de boomen deden schudden, beefden en +juichten de duizenden inboorlingen, die dit feest had samengevoerd. Zij +beefden bij het zien van die vernielende kracht, en juichten bij de +gedachte, dat zij niet meer bang behoefden te wezen voor de Caraïbiërs. + +Den volgenden morgen gaf een kanonschot het teeken tot vertrek. Een +luid hoera! werd door het garnizoen en door het vertrekkend scheepsvolk +aangeheven. Een gunstige wind dreef het schip voort, tot het aan den +oostelijken horizon verdween. Onder stormen en gevaren vervolgde de +Nina haar reis naar Spanje. Het garnizoen werd aan een lot overgelaten, +dat hierna zal beschreven worden. + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +DE TERUGREIS. + + +Op den 4en Januari 1493 zeilde Columbus van Haïti naar Spanje. Met +een zachte bries gleed hij bijna in de schaduw van een hoog en kaal +voorgebergte, waaraan hij den naam van Monte Christo gaf, voort. Door +stilten en tegenwinden vorderden zij niet veel, en voeren nog maar +altijd langs de kusten van het eiland, waarvan de uitgestrektheid en +pracht telkens meer in 't oog vielen. Zij hadden nog maar ongeveer +50 mijlen afgelegd, toen de wacht in de mast riep: "de Pinta, de +Pinta!" En hij had gelijk. Door een zonderling toeval ontmoetten de +schepen elkander. Pinzon gehoorzaamde aan een wenk van den admiraal, +en volgde hem in een kleine baai ten westen van Monte Christo, waar +beide schepen ankerden. Pinzon verzon een flauwe verontschuldiging voor +zijn wegloopen, en schreef het aan het weer toe. Ofschoon Columbus +zich daardoor niet liet misleiden, oordeelde hij het toch maar 't +verstandigst de zelfverdediging aan te nemen. Een van de matrozen op +de Pinta beweerde, dat een Indiaan heel nadrukkelijk aan den kapitein +van de Pinta had gezegd, dat er slechts op een paar mijlen afstands +een mijn lag, die verbazend veel goud bevatte. Dit had den gouddorst +van Pinzon opgewekt. Hij dacht, dat hij zijn schip spoedig vol laden +kon, om met die kostbare vracht naar Spanje terug te keeren, en dat +hij zijn gedrag kon verdedigen door voor te geven, dat hij door een +storm van Columbus was afgeraakt. + +Maar te vergeefs had men naar de mijn gezocht. Pinzon kon zich met zijn +schip te midden van kleine eilandjes en zandbanken niet vrij bewegen +en werd ongerust. Kreeg hij met zijn schip een ongeluk, waardoor +het niet meer te gebruiken zou wezen, dan was het bijna onmogelijk, +dat hij ooit weer naar Spanje kon terugkeeren. Daarom zette hij weer +koers naar Hispaniola, en het is waarschijnlijk, dat hij verlangend +naar den admiraal uitzag. Gedurende de scheiding was hij echter een +rivier opgevaren, had daar drie weken vertoefd en er door handel met +de inboorlingen een groote hoeveelheid goud gekregen. Men zegt, dat +hij de eene helft er van voor zich zelf hield, en de andere onder de +zeelieden verdeelde, om hun het stilzwijgen op te leggen. + +In den avond van den 9en gingen de schepen gezamenlijk onder zeil. Den +volgenden dag ankerden zij in den mond van dezelfde rivier, waar +Pinzon handel had gedreven. Columbus noemde deze rivier Rio de Gracia, +maar nu heet zij Porto Caballo. De wilden klaagden over Pinzon, omdat +hij vier mannen en twee jonge meisjes met geweld had meegenomen, die +Columbus dan ook aan boord van de Pinta vond. Pinzon had ze stellig +in Spanje willen verkoopen, maar nu gaf Columbus bevel allen vrij +te laten. Ook gaf hij hun vele geschenken tot vergoeding van het +doorgestane leed. Pinzon was heel boos, en gaf onwillig en morrend toe. + +Toen men het anker weer lichtte, hadden zij een gunstigen wind tot kaap +Cabron toe. Hier ontmoetten zij een zeer sterk ras van wilden, waarvan +de krijgslieden zich afschuwelijk leelijk beschilderd hadden, gelijk de +eerste vechtersbazen van de Indianen in Noord-Amerika doen. Zij waren +met strijdknodsen gewapend en hadden zeer sterke bogen en pijlen met +beenen punten en van hard hout, zoodat zij met bijna dezelfde kracht +als een geweerkogel, iemand konden doorboren. Ook droegen zij zwaarden +van heel hard hout, en als ijzer zoo zwaar. "Zij waren niet scherp," +schrijft Las Casas, "maar een paar vingers dik, en met één houw kon +men er iemands helm mee in tweeën slaan." + +De wilden waagden het niet de Spanjaarden aan te vallen. Integendeel, +er was er één, die aan boord kwam, om pijlen en bogen te +verkoopen. Columbus verstond hem zeker verkeerd, wanneer hij meende, +dat hij door gebaren gezegd had, dat er in de nabijheid een eiland +was, waar uitsluitend vrouwen woonden, die van tijd tot tijd door de +Caraïbiërs werden bezocht. Werden er kinderen geboren, dan nam men de +jongetjes mee, en liet de meisjes bij de moeders achter. Columbus heeft +hem stellig niet begrepen, want het is haast niet te onderstellen, +dat de wilde guitig genoeg was, om de vreemdelingen zoo bij den neus +te nemen. + +Columbus had ook verstaan, dat er zich in de wateren daar +meerminnen ophielden, en hij zag er werkelijk eenigen. Het zijn +misschien zeekalveren geweest. De koppen hadden eenige overeenkomst +met het hoofd van een mensch. Columbus ontving zijn gast met groote +vriendelijkheid, in de hoop daardoor een aangenaam verkeer met den +volksstam te bewerken. Maar het bleek, dat de moedige wilde aan +boord gekomen was als verspieder, want, nadat men hem rijkelijk van +geschenken voorzien en met een boot aan wal gebracht had, begon hij +te schreeuwen; dadelijk kwamen er vele wilden uit een hinderlaag te +voorschijn en sloten zich bij hem aan. Zij deden hun best, om het +scheepsvolk gevangen te nemen. Er ontstond een geduchte strijd. De +Spanjaarden waren veel beter gewapend dan zij, en nadat de Europeanen +twee gewond hadden, kozen de anderen het hazenpad. Dit was het +eerste gevecht tusschen Europeërs en de Indianen der Nieuwe Wereld, +en, och, of het tevens het laatste mocht geweest zijn! De oorlog, +op deze wijze begonnen, werd in latere jaren zoo geducht, dat de +grond van bijna alle eilanden roodgekleurd werd door menschenbloed, +en de inboorlingen geheel werden uitgeroeid. + +Het speet Columbus zeer, dat dit had plaats gehad. Hij was bang, +dat het aanleiding geven zou tot een bloedigen aanval op zijn +garnizoen. Den volgenden dag kwamen er vele Indianen op het +strand. Zij legden geen vijandelijke bedoelingen aan den dag, maar +waren vriendschappelijk en vol vertrouwen. Een boot goed gewapende +matrozen werd naar den wal gezonden. Dezen hadden een snoer schelpen +bij zich, die, naar Columbus' meening, bij de Indianen was wat bij +beschaafde volken een vredevlag is. + +Het opperhoofd ging, met een vertrouwen, dat in deze omstandigheden +wonderlijk schijnt, met drie mannen in de boot, en werd naar het +schip van den admiraal geroeid. Zij werden hartelijk ontvangen en op +de smakelijkste spijzen onthaald, die men op het schip had. Al wat +er belangrijks te zien was werd hun getoond, en met vele geschenken, +die door een menigte wilden werden bewonderd, keerden zij naar het +strand terug. Uit dankbaarheid voor al die weldaden zond het opperhoofd +zijn gouden kroon aan Columbus. Uit latere beschrijvingen kan worden +opgemaakt, dat dit opperhoofd Mayonabex heette, en de volksstam de +Ciguayanen genoemd werd. + +De vriendelijkheid had de gewenschte uitwerking. Columbus bleef er +drie dagen, en de vriendschappelijke gezindheid duurde al dien tijd +voort. Ofschoon het volk onder de wapenen bleef, bracht het toch +onbevreesd katoen, vruchten en allerlei groenten op het schip. Er +waren vier verstandige en hartelijke jonge mannen onder, waaraan +Columbus zeer gehecht werd. Toen hij wegzeilde naar andere eilanden, +die naar hun zeggen eenige mijlen oostwaarts lagen, gingen zij uit +eigen beweging mee. + +Den 16en Januari voeren de schepen weg. Columbus noemde de baai, die +zij verlieten, en nu onder den naam van de golf van Samana bekend +is, de Pijlengolf. Nadat zij ongeveer 60 mijlen afgelegd hadden, +en het eiland Porto Rico naderden, werd de wind voor de thuisreis +allergunstigst. Toen de matrozen gewaar werden, dat de schepen van +den weg naar Spanje afweken, om nog het genoemde eiland aan te doen, +begonnen zij te morren en drongen er op aan naar huis te gaan. Columbus +wist, dat hij geen tijd verliezen kon, omdat zijn schip erg lek +was, en de zeelieden op het punt stonden oproerig te worden. Op de +trouw van Pinzon viel weinig te rekenen, en zoo hij weer schipbreuk +leed, kon het gebeuren, dat hij zelf met al zijn aanteekeningen en +gedenkschriften een graf vond in den oceaan. Dan zou de kennis van +de groote ontdekking voor de wereld verloren zijn. + +Tot groote vreugde der matrozen wendde Columbus het roer, en zette +koers naar Spanje. Hij had waarschijnlijk weinig moeite de vier +jonge Indianen tot die reis over te halen, daar hij hun beloven kon +ze spoedig weer naar hun land terug te zullen brengen, als hij hun +eerst de wonderen van de oude wereld had laten zien. + +Niets is veranderlijker dan de wind, zegt het spreekwoord. In den +verderen loop van Januari waren er nu eens zachte koelten dan weer +windstilten. De Indianen sprongen vaak zoo maar in de effen zee, +en zwommen als visschen om de schepen heen. + +Even als in 't menschelijk leven werd kalmte door stormen +afgewisseld. Vreeselijke orkanen zweepten den oceaan, en de razende +golven dreigden hen te verslinden. De admiraal zag zich dikwijls +genoodzaakt het zeil in te halen, opdat de Pinta bij kon blijven. Door +wolken, duisternis en hooge golven omringd, wisten zij niet, waar zij +zich bevonden, en Pinzon, zoowel als de twee stuurlieden, verschilden +in gevoelen hieromtrent met Columbus. Naar hun meening waren de +schepen 400 mijlen dichter bij Spanje dan Columbus dacht. Columbus had +gelijk. Las Casas maakt de merkwaardige opmerking, dat Columbus hen +niet uit de dwaling hielp, en hen zelfs nog meer in de war trachtte +te brengen, opdat zij niet meer zouden weten, hoe zij reizen moesten, +en hij alleen de rechte kennis zou hebben van den te volgen weg. + +Wij kunnen dit vreemde verhaal niet gelooven. Pinzon toch en de drie +stuurlieden waren in den dienst vergrijsde matrozen. Ze waren naar +de Nieuwe Wereld geweest, kwamen nu terug, en moesten dus wel den te +volgen weg kennen. Toen zij het einde van hun lange reis naderden, +stak er den 12en Februari een verschrikkelijke storm op, die met steeds +grootere kracht drie dagen aanhield. In dezen storm verloor men de +Pinta uit het gezicht. Lang niet ongegrond was Columbus' vrees, dat de +zwakke karveel met man en muis door de onstuimige zee was verslonden. + +Een droevige morgen volgde akelig en stormachtig op een langen +nacht. De oceaan bleef woest, en men zag niets, dan de razende golven, +men hoorde niets dan haar dreigend geloei. In overeenstemming met +de gebruiken van dien tijd, werd het lot geworpen, om te zien, wie, +zoo hij uit den storm mocht worden gered, een pelgrimstocht zou doen +naar de reliquieën van de Heilige Maagd te Guadaloupe, met een 5 ponds +waskaars in de hand. Men deed boonen in een muts, en maakte op één +er van een kruis. Columbus was de eerste die er een uitnam. Het lot +viel op hem. Op nieuw werd het lot geworpen voor een pelgrimstocht +naar de reliquieën van de Maagd te Loretto. Het viel op een matroos, +wiens naam Pedro de Villa was. De admiraal beloofde hem de kosten +van zijne reis voor zijne rekening te nemen. + +De gelofte scheen niet veel te helpen, want de storm hield met +onverminderde woede aan. Om aan de Heilige Maagd een nog grootere +belooning aan te bieden, wanneer zij te hunnen behoeve tusschen beide +wilde komen, legden Columbus en zijn volk de belofte af, dat zij in +het eerste land, waar zij zouden komen, zoo daar een kerk mocht zijn +aan haar gewijd, allen in plechtigen optocht, barrevoets en in het +hemd naar haar reliquieën zouden gaan, haar hun gebeden opdragen en +haar lof zouden zingen. + +Nog altijd gierde en huilde de storm. De ongerustheid van Columbus +in deze dreigende gevaren, waarbij hij meer aan het te loor gaan +van de groote ontdekking dan aan het verlies van zijn leven dacht, +kan het best in zijn eigen woorden worden uitgedrukt, die hij tot +den koning richtte. + +"Ik zou dezen tegenspoed," schrijft hij, "met minder verdriet hebben +kunnen dragen, als ik alleen in gevaar was geweest, want den Schepper +ben ik levenslang veel verschuldigd, en tusschen mij en den dood is +vaak maar één schrede geweest. Maar deze gedachte veroorzaakte mij +veel verdriet en zorg, dat God, na mij met zijn licht bestraald, +na mij geloof en vertrouwen in deze onderneming te hebben gegeven, +thans alles door mijn dood zou te niet doen, nu ik op het punt stond +mijn bestrijders te overtuigen, en Uwe Majesteit grooten roem en +aanzienlijke vermeerdering van gebied te verzekeren. Ook zou de +tegenspoed verdragelijker zijn geweest, als ik niet door menschen +vergezeld was geworden, die ik door overreding meelokte, en die in hun +angst het uur van hun heengaan niet alleen vervloekten, maar evenzeer +de vrees, die hun mijn woorden inboezemden, en hen belette terug te +keeren, waartoe zij dikwijls besloten. + +"Boven alles werd mijn verdriet verdubbeld, als ik aan mijn beide +zonen dacht, die ik in een vreemd land op een school te Cordova +arm achterliet, zonder eenig bewijs van de door hun vader bewezen +diensten, die, zoo ze bekend waren, Uwe Majesteit misschien bewogen +zouden hebben hen in Uw gunst te doen deelen. En ofschoon ik aan den +eenen kant getroost werd door het geloof, dat God niet zou dulden, +dat een arbeid, die op de verheerlijking Zijner kerk uitloopen moest +en onder zooveel moeiten en strijd was verricht, onvoltooid bleef, +dacht ik toch aan den anderen kant met het oog op mijn zonden, dat +het Gods bedoeling kon zijn mij te straffen door mij den roem te doen +missen, die mij in deze wereld zou ten deel vallen." + +In deze angstvolle uren schreef Columbus op perkament een kort verhaal +van zijn ontdekking. Het werd zorgvuldig ingepakt, verzegeld en aan +den koning en de koningin geadresseerd. Bovenop stond de belofte +geschreven, dat hij f 5000 bekomen zou, die het pakje ongeopend aan +hun Majesteiten overhandigde. Het geheel werd in een wassen omslag +gewikkeld en in een koek van was gestoken. Die werd nog weer in een +sterke, waterdichte doos gedaan en in de onstuimige zee geworpen. Of +zij ooit gevonden werd is niet bekend. [1] + +Langzamerhand bedaarde de storm. De lucht in het Westen helderde op, +en dit was een teeken, dat de storm voorbij was. Des nachts schenen de +sterren weer in al haar glans. Ofschoon de golven nog zeer ontstuimig +bleven, kwam de zon des morgens aan een wolkeloozen hemel op, en deed +een voordeelige wind de zeilen weer zwellen. Juist toen de zon opkwam, +werd de vreugdevolle kreet: land! gehoord. + +Zooals Columbus dacht, was het ook. Op 15 mijlen afstands zag men de +Azoren. Spoedig echter stak de wind weer op, en wakkerde hij tot een +nieuwen storm aan. Tegenwind dreef hen terug, en eerst aan den avond +van den 17en kon men aan de noordzijde van het eiland St. Maria, het +zuidelijkste eiland van de Azoren, het anker uitwerpen. De bewoners +verwonderden zich zeer, dat zulke zwakke vaartuigen aan de kracht +van stormen weerstand hadden kunnen bieden, die vijftien dagen lang +den oceaan met zeldzame woede gezweept hadden. + +De vrome Columbus bracht zijn volk de belofte in herinnering, om +in optocht naar de eerste kerk te gaan, die zij, ergens landende, +vinden zouden, en aan de Heilige Maagd was gewijd. Trouw hield men een +gelofte, die in die dagen niet vreemd was. Eerst ging de eene helft +van de bemanning met een priester voorop, om de mis te bedienen. Allen +liepen in het hemd. + +St. Maria was een Portugeesch eiland. Toen de eerste processie of +omgang verscheen, en dan nog wel zóó, liep het heele dorp uit, om er +naar te kijken. De gouverneur was ook over deze vertooning verwonderd, +en, niet wetende wat dit beteekenen moest, liet hij een escadron +dragonders aanrukken, en nam hen allen gevangen. De ongekleede en +ongewapende mannen konden niet vechten, en de kapel lag achter een +hoogte, zoodat Columbus haar niet kon zien. Maar toen hij hoorde, wat +er had plaats gegrepen, schreef hij het aan de vijandelijke houding +toe, die het Portugeesche hof tegenover hem en zijn onderneming +had aangenomen. + +Hij had een onderhoud met den gouverneur, waarbij scherpe woorden +werden gewisseld. De gouverneur, Castaneda, was niet vriendelijk +gestemd. Hij nam een trotsche houding aan en verklaarde, dat al, wat +hij gedaan had, met de bevelen van den koning overeenkwam. Columbus +vreesde, dat er gedurende zijn afwezigheid een oorlog tusschen Spanje +en Portugal was uitgebroken. Hij wapende al zijn manschappen, en +bereidde zich krachtig voor, om te voorkomen, dat men hemzelf gevangen +nam. Een sterke wind verhief zich, die recht op het strand aankwam, +en dus de ankerplaats onveilig maakte, zoodat Columbus genoodzaakt +werd zee te kiezen. Twee dagen dreef hij in groot gevaar rond, +terwijl de helft van zijn scheepsvolk gevangen zat. + +Den 22en bedaarde het weder. Toen hij op de ankerplaats kwam, zag hij +een Portugeesche boot met twee priesters en een hoofdofficier van de +Regeering op zich afkomen. + +Deze beambte gedroeg zich veel vreedzamer dan Castaneda geweest was. In +naam van den gouverneur verzocht hij inzage in de scheepspapieren. Het +schijnt, dat de gouverneur hen voor zeeroovers had aangezien, +die destijds alle zeeën onveilig maakten. Columbus, die nog altijd +vreesde, dat hij door verraders vervolgd werd, liet zijn geloofsbrieven +zien. Dit gaf algeheele voldoening, en de naakte pelgrims kregen de +vrijheid terug. + +Toen de zaak zoo afgeloopen was, ging Columbus blootshoofds en +barrevoets met de andere helft van zijn volk ter vervulling zijner +geloften naar de reliquieën van Onze Lieve Vrouwe. Van Pinzon hoorde +men niets. Waarschijnlijk was hij omgekomen. Columbus ging den 24en +Februari, na een oponthoud van vijf dagen op St. Maria, weer onder +zeil. Toen hij omstreeks 300 mijlen van kaap St. Vincent verwijderd +was, begon het op nieuw te stormen. Op het laatst kwamen er woorden +van ontevredenheid over de lippen van den heldhaftigen admiraal. Nu +hij zoo dicht bij huis kwam, vond hij het hard, dat hij, na met zoo +vele stormen gekampt te hebben, nu weer zoo fel bestreden werd. In +het tropische paradijs door hem ontdekt, had het nauwelijks hard +gewaaid. Daar was de lucht zonnig, de wind met liefelijke geuren +vervuld en de zee kalm. Gelukkig kwam hij goed van den storm af. + +Op den 4en Maart werd Columbus bij het aanbreken van den dag +aangenaam verrast door het zien van Cintra, een rots, die dicht bij +den mond van de Taag, in Portugal, ligt. Ofschoon hij van de zijde +van het Portugeesche hof voor verraad vreesde, werd hij toch door het +stormachtige weer genoodzaakt, die rivier op te varen, 's Middags te 3 +uur kon hij tegenover Rastello veilig ankeren. De menschen hadden al +den heelen morgen op het strand staan te kijken naar den strijd van +het broze vaartuig met de woedende elementen. Ieder oogenblik hadden +zij verwacht, dat het door de hooge golven, waardoor het geteisterd +werd, in de diepte zou worden geslingerd. Zij klouterden tegen het +schip op, en wenschten allen aan boord geluk met hunne wonderbaarlijke +redding. De meest ervaren zeelieden betuigden, dat zij nog nooit een +winter met zulke aanhoudende en geweldige stormen hadden beleefd. + +Onmiddellijk zond Columbus een koerier naar het Spaansche hof, +om zijn aankomst te berichten. Ook vroeg hij het Portugeesche hof +schriftelijk verlof, om de haven van Lissabon te mogen inzeilen. Op +de ree lag een groot oorlogsschip voor anker. Het was een Portugeesch +wachtschip. Den volgenden dag gelastte de Portugeesche kapitein den +Spaanschen admiraal bij hem aan boord te komen. Columbus zei, dat +zijn waardigheid dit niet gedoogde; hij eischte recht en weigerde +niet alleen zelf te komen, maar evenzeer een plaatsvervanger te +sturen. Zoodra de kapitein, Don Alonzo de Acuna, van Columbus' hoogen +rang en van de buitengewone reis kennis droeg, bewees hij hem al +de hulde, die de eene dappere den anderen schuldig is. Hij bemande +zijn grootste boot, tooide die met vlaggen, plaatste de stafmuziek +er ook in, en ging zelf in het achterschip zitten, om den admiraal +een bezoek te brengen. Ten volle zijn rang erkennende en den grooten +dienst, dien hij aan de wereld bewezen had, stelde hij zich zelf en +zijn schip beleefd ter beschikking van den grooten ontdekker. + +Toen het nieuws Lissabon bereikte, dat Columbus, die zoo lang maar +te vergeefs de hulp van Portugal had ingeroepen, werkelijk een +nieuwe wereld ontdekt had, en nu, na zijn roemvolle reis, veilig op +de Taag voor anker lag, ging de opgewondenheid haast alle perken te +buiten. Schuiten en booten van allerlei soort verdrongen elkander op +de rivier, en gingen om het schip heen, dat vol stond met menschen, en +met zulke vreemde vruchten, alsof ze van de sterren waren gehaald. Oud +en jong, mannen en vrouwen, rijk en arm, ieder was nieuwsgierig. Van +den morgen tot den avond verdrongen de bezoekers elkander op het +schip. Al het geduld van Columbus en van het scheepsvolk was noodig, +om telkens en telkens weer een verhaal van hun wedervaren te geven. De +verbazing van de menigte werd het allereerst geboeid door de Indianen +met hun schitterend kleed van fraai gekleurde franje en veeren, dat +zij op feestdagen droegen. Ook wekte al het goud bewondering op. Nooit +hadden ze ook zulke planten en dieren gezien. Zoowel het hof als het +volk gevoelde spijt, dat zulk een ontzaglijk voordeel hun ontgaan was. + +Koning Jan hield zich toen te Valparaiso op, omstreeks 30 mijlen +van Lissabon. Op den 8en Maart kwam een Portugeesche grande namens +den koning bij Columbus, om hem met zijn aankomst geluk te wenschen, +en hem aan het hof te verzoeken. Ook vaardigde de koning het bevel +uit, dat alles, wat de admiraal voor zich, voor zijn schip of zijn +scheepsvolk noodig had, kosteloos moest verstrekt worden. Columbus +begaf zich aanstonds op reis naar Valparaiso. Overal moest hij +onderweg, dit wilde de koning, op de ruimste wijze onthaald worden. + +Toen hij bij het paleis kwam, gingen alle leden van de koninklijke +hofhouding hem te gemoet, en voerden hem in de tegenwoordigheid van +den koning. Deze ontving Columbus met de meeste onderscheiding, +deed hem naast zich plaats nemen, alsof hij ook van koninklijken +bloede was en verzekerde hem, dat alles, wat hem in zijn koninkrijk +van dienst kon zijn, ter zijner beschikking stond. + +De koning luisterde met gemengde gewaarwordingen, zoo van vreugde +als van spijt, naar het verhaal van den rijkdom, de schoonheid en +de talrijke bevolking van de wonderwereld, die Columbus door zijn +ontdekking het Spaansche rijk schonk. Er werd bepaald, dat Columbus den +nacht de gast zou zijn van een der hoogste adellijken aan het hof. Den +volgenden dag verlangde de koning een tweede onderhoud. Blijkbaar had +hij des nachts tal van vragen bedacht met betrekking tot den te volgen +weg voor de reis, het klimaat, den grond, de voortbrengselen van de +streken, die hij bezocht had, en het vooruitzicht, om goud te krijgen. + +Een lage geest van nijd en ijverzucht vervolgde Columbus. Zij, +die met zijn onderneming den spot gedreven hadden, trachtten nu op +alle mogelijke manieren zijn diensten te onderschatten. Zijn daden +hielden zij voor de uitvloeisels van de onedelste beweegredenen. De +waarde van de ontdekking werd geminacht. Zij beschuldigden hem van +blufferij en grootsprekerij, en trachtten hem belachelijk te maken. + +Sommigen, ziende, dat de koning geheel uit zijn humeur was, stelden +voor Columbus te vermoorden, als een middel om de voortzetting van +deze ondernemingen te beletten, bewerende, dat hij den dood verdiende, +omdat hij door zijn beweerde ontdekkingen beide volken poogde te +misleiden en oneenig te maken. Dat de moord gemakkelijk kon worden +volvoerd zonder eenig schandaal te verwekken, wist men elkander te +duidelijk te maken; men kon van zijn hooghartigheid gebruik maken, +en die kwetsen, hem in een twist wikkelen en dan om het leven brengen, +alsof het een toevallig en eervol gevecht was geweest. + +Dit feit wordt zoowel door Portugeesche als Spaansche +geschiedschrijvers voor waarheid gehouden. En 't is zoo, in die dagen +van onwetendheid en ondeugd, kon er haast zoo'n slechte daad niet zijn, +die aan de Europeesche hoven geen verdedigers vond. Maar koning Jan + II verwierp het schandelijke voorstel, ofschoon hij verbazend veel +spijt gevoelde, wanneer hij aan het door Portugal geleden verlies +dacht, en aan het voordeel en den roem, die Spanje kreeg, omdat hij +de onderneming van Columbus niet had willen steunen. + +Enkelen van 's konings raadgevers stelden voor, dat men Columbus +verlof zou geven naar Spanje terug te keeren, en dan onmiddellijk een +sterke vloot uitzenden, om de pas ontdekte landen in den naam van +Portugal in bezit te nemen, nog meer verkenningen doen en koloniën +vestigen. De koning was laag genoeg, om aan die inblazingen het oor te +leenen. Heimelijke maar tevens krachtige maatregelen werden er genomen, +om een smaldeel uit te zenden, en een van de beroemdste zeekapiteins +dier dagen, Don Francisco de Almeida, werd het bevel opgedragen. + +Door een groot aantal ruiters werd Columbus naar zijn schip +begeleid. De koningin was in een klooster te Villa Franca. Op haar +ernstig verzoek hield Columbus zich daar op, en werd met de vleiendste +oplettendheden ontvangen. De koningin was door de voornaamste dames +uit het land omringd. Met groote belangstelling luisterde zij naar het +verhaal van Columbus, waarin meer dichterlijke voorvallen voorkwamen, +dan in de verzonnen verhalen van de beroemdste schrijvers. + +Toen de admiraal op de Nina teruggekomen was, stak hij den 13en +Maart in zee, en een tweedaagsche vaart bracht hem te Palos. Zijn +eenzaam scheepje voer op den middag de haven binnen, die hij den +3en Augustus van 't vorige jaar verlaten had. Hij was dus nog geen +volle zeven maanden weg geweest voor de merkwaardigste reis, die ooit +ondernomen werd. + +De terugkomst van Columbus te Palos, met de bewijzen, die aan geen +twijfel onderhevig konden zijn, van zijn groote ontdekking, werd de +aanleiding tot een tooneel van vreugde, zooals deze aarde zelden +heeft gezien. Terwijl er maanden voorbij gingen, waarin men geen +tijding kreeg, werd er ondersteld, dat allen, die aan dien tocht +deelgenomen hadden, omgekomen waren te midden van onbewuste gevaren +op een onbekende zee. + +De verschijning van de door storm geteisterde karveel, langzaam +de haven inzeilende, bracht de eerste tijding van de avonturiers +sedert hun vertrek. De Nina was alleen, en de beide andere schepen +zag men niet. De verschrikkelijke stormen van den vorigen winter +hadden de algemeen gedeelde vrees vermeerderd, dat de twee schepen +door de onstuimige golven waren verzwolgen. De onzekerheid was +vreeselijk. Er was haast geen familie in Palos, waarvan niet een vriend +of bloedverwant deelgenomen had aan den tocht. Zoodra het schip de +ankerplaats bereikt had, en men den gunstigen uitslag van de reis +vernam; ook dat het scheepsvolk van de Santa Maria zich op de Nina +bevond, en men nog vóór een paar dagen de Pinta had gezien, was de +vreugde onbeschrijfelijk. Een van de eerste daden van den vromen man +was met al zijn volk naar de kerk te gaan, om God voor de gelukkige +thuiskomst te danken. + +De blijde tijding vloog over Spanje, als het vuur over de +prairieën. Vreugdevuren brandden op de hoogten, uit elke vesting +hoorde men saluutschoten en alle kerkklokken werden geluid. Om de +vreugde nog grooter te maken, liep in den avond van dezen zelfden dag, +terwijl de klokken luiden, het kanon losbrandde en het volk juichte, +de Pinta de haven binnen. Door den storm voortgedreven, was het Pinzon +gelukt de haven van Bayonne, in de baai van Biskaye, te bereiken, +en kon hij er het einde van den storm afwachten. + +Toen hij de haven van Palos inkwam, en getuige werd van de geestdrift, +waarmee Columbus ontvangen was, kan het wel zijn, dat de gedachte aan +zijn misdaad, het ontvluchten van zijn admiraal, hem zeer ter neer +drukte. Het was zijn eigen schuld. Het stond gelijk met het wegloopen +van een soldaat op het oorlogsveld, en stelde hem aan gevangenisstraf +en zware kastijding bloot. Zijn verdriet was zoo groot, dat hij een +boot nam, alleen aan land ging, zijn woning opzocht en zich niet op +straat vertoonde, vóór de admiraal op reis was gegaan naar het hof. + +Deze noodlottige afval is zeer te betreuren. Ontkend worden kan het +niet, dat de goede uitslag van den tocht voor geen gering deel aan +Martin Alonzo Pinzon te danken was. Hij was een van de eersten in +Spanje, die de plannen van Columbus naar waarde kon schatten. Met +zijn geld en zijn persoonlijken invloed ondersteunde hij den +armen avonturier krachtig, en even belangrijk was zijn hulp bij de +aanschaffing en uitrusting van schepen. En eindelijk, hij scheepte +zich met zijn broeder en vrienden in, zoodat hij niet alleen zijn +rijkdom maar ook zijn leven in de waagschaal stelde. + +Ook moet, om geen te scherp oordeel te vellen, gezegd worden, dat +hij een zeer bekwaam zeeman was, die veel ondervinding had. In dat +opzicht stond hij niet beneden Columbus. Hij was een man van hoogen +stand en werd door een edele eerzucht bezield. + +Zijn geschiedenis leert, hoe één plicht verzuim de verdienste van +duizend diensten te niet kan doen; hoe één oogenblik van zwakheid +de schoonheid van geheel een deugdzaam leven bederven kan, en +hoe allernoodzakelijkst het voor een mensch is, om onder alle +omstandigheden waar te zijn, niet slechts tegenover anderen, maar +ook tegenover zich zelf. + +Pinzon was in ongenade gevallen, en mocht niet aan het hof komen. Niet +lang daarna werd hij ernstig ziek, waarbij zich waarschijnlijk ook een +zielsziekte voegde, en--eindelijk stierf hij. Later heeft Karel V, +zijn familie, uit erkentelijkheid voor zijn schitterende diensten, +tot den adelstand verheven. Zij mocht ook een wapen voeren, waarop +de groote ontdekking zinnebeeldig was voorgesteld. + +De koning en de koningin waren te Barcelona, dat zeven honderd mijlen +van Palos ligt. Onmiddellijk werd er een boodschap naar Columbus +gezonden, en verzocht men hem ten hove te verschijnen. Dit noodzaakte +hem tot het afleggen van een lange reis, die in deze omstandigheden een +ware triomftocht was. Van het eiland had hij tien Indianen meegenomen, +waarvan er één onderweg stierf. Drie moest hij te Palos achterlaten, +omdat ze ziek waren, en dus konden maar zes met hem meegaan. + +Voor een reis door het hart van Spanje was het jaargetijde prachtig. Op +elke mijl bijna werd Columbus met een gejuich ontvangen, als wellicht +nog nooit te voren een sterveling ten deel viel. De Indianen, die +hem vergezelden, waren prachtig versierd en droegen gouden tooisels +en kroontjes met fraai gekleurde veeren. Men liet aan de duizenden +nieuwsgierigen alle voortbrengselen der nieuwe wereld zien, die hun +vreemd waren. + +De optocht te paard was indrukwekkend. Columbus bereed een prachtig +ros en werd door een grooten stoet vergezeld. Langs den weg stroomde +het landvolk bij duizenden toe, om van die zeldzame vertooning +getuigen te zijn. De straten, de vensters, de balkons waren opgepropt +met nieuwsgierigen. Nooit heeft een koninklijke triomftocht dit +schouwspel overtroffen. Omstreeks half April kwam hij te Barcelona +aan. De meeste adellijke personen van Castilië en Arragon hadden zich +derwaarts begeven, om hem hulde te bewijzen. Toen de ruiterstoet de +stad naderde, gingen allen hem te gemoet, vormden een langen trein +en begeleidden hem naar het paleis. + +Ferdinand, Isabella en prins Jan, hun zoon, zaten onder een zijden +troonhemel in een groote zaal, die voor deze gelegenheid in gereedheid +was gebracht. De edellieden en de voornaamste personen van de beide +rijken vulden verder de zaal. Toen Columbus binnentrad, richtte aller +oog zich op hem. + +"Men kon hem dadelijk herkennen," schrijft Las Casas, "want zijn +gestalte was lang en majestueus, zijn houding deftig en zijne +gelaatstrekken waren vol uitdrukking. Zijn lange, grijze haren +maakten zijn verschijning nog eerwaardiger. Een glimlach speelde om +zijn mond, en verried, dat hij voor de hulde, die men hem bewees, +niet ongevoelig was." + +Toen Columbus de vorsten naderde, stonden zij uit eerbied op, en +verzochten hem naast hen plaats te nemen. Deze eer ontvingen alleen +personen van den hoogsten rang. Overeenkomstig de hofgebruiken, +knielde Columbus neer, en wilde hun handen kussen. Na eenige aarzeling +stonden ze dit toe. Nadat hij was gaan zitten, deed de admiraal aan +het koninklijk echtpaar en het talrijk gehoor, een verhaal van de +merkwaardige gebeurtenissen op zijn reis. Hij liet de vogels van het +land zien, met hun zeldzaam prachtige veeren; enkelen leefden, anderen +waren opgezet. Stofgoud, gouden snuisterijen en sieraden, en vooral +de gouden kroontjes, die door de wilden zoo kunstig mogelijk waren +bewerkt, trokken de aandacht van vorsten en edelen, allen evenzeer +hongerend en dorstend naar goud. Ook de inboorlingen met hun groote +gestalte en met een leest, die een beeldhouwer niet schooner zou +hebben kunnen maken, met hun vriendelijken lach en innemende manieren, +zoo netjes gekleed in hun schitterend feestgewaad, trokken groote en +voortdurende belangstelling. + +Het is vermeldenswaard, dat de koning, de koningin en alle aanwezigen +bij het einde van het verhaal op de knieën vielen, in de handen +klapten en in den dank deelden door het koor in de woorden van het +lied uitgedrukt: "U, o God! prijzen wij." Kreten of luidruchtige +openbaringen van gevoel werden niet gehoord. Het opgewekte gevoel +was te diep om zich luide te uiten, en in veler oogen stonden tranen. + +Maar wat is de mensch! Deze ontdekking, die voor allen een groote +zegen had kunnen worden, bleek voor de bewoners van de Nieuwe wereld +een vloek te zijn. + +Het was een eeuw van onkunde. Bijna niemand verhief zich boven de +toen overal heerschende dweeperij, boven het bijgeloof. Columbus +moet men dan ook niet in het licht van de 19e, maar van de 15e eeuw +beschouwen. Altoos peinsde hij nog maar over de bevrijding van het +Heilige Graf. Aan dit plan wilde hij al het geld besteden, dat zijn +groote onderneming hem opleveren zou. Op zich zelf waren goud en eer +niets voor hem, alleen voor zoo ver ze hem dienstbaar konden zijn +aan de uitvoering van zijn vroom plan, waarop God naar zijn mening +met welgevallen nederzag. Hij hield zich van het welslagen zoo vast +verzekerd, dat hij de gelofte deed binnen zeven jaren een leger van +50000 man voet- en 4000 man paardevolk op de been te zullen brengen, +om Palestina van de Turken te bevrijden. + +Dit denkbeeldig plan was met hem samengegroeid; zijn hart en zijn +verstand waren er van vervuld. Het kwam hem voor, dat de hemel hem +daarom uitgekozen en voor zijn groote onderneming met een zeldzamen +geest bezield had, opdat hij dien heiligen kruistocht tot eer van God +en tot heil van de menschen gelukkig zou ten einde brengen. Hieruit +blijkt, dat zijne plannen volstrekt niet zelfzuchtig waren; dat hij +ver boven inhaligheid verheven was, en hoe vol hij was van vrome +en heldhaftige plannen, zooals die tijdens de kruistochten ook de +hoofden verhit en de ondernemingen van de dapperste krijgslieden en +de grootste vorsten geleid hadden. + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + +DE TWEEDE REIS. + + +De opgewondenheid, door de groote ontdekking van Columbus veroorzaakt, +deelde zich aan de geheele beschaafde wereld mee. Genua was er +trotsch op en juichte, dat de groote ontdekker daar het levenslicht +had gezien. Engeland was destijds een zeemogendheid van weinig +beteekenis. Toen het nieuws Londen bereikte, beschouwde men de geheele +gebeurtenis meer van goddelijken dan van menschelijken aard. Sebastiaan +Cabot was toen te Londen. De tijdingen wekten de vurige begeerte bij +hem op, om ook zulke heldhaftige daden te doen. Zoo is hij er toe +gekomen die beroemde zeereizen te doen, welke zijn naam onsterfelijk +hebben gemaakt. + +Om de gevoelens duidelijk te maken, die in de harten der geleerden +van dien tijd werden opgewekt, zullen we een kort uittreksel meedeelen +van een brief, door Peter Martyr aan zijn geleerden vriend Pomponius +Laetus geschreven. + +"Waarde Pomponius, gij schrijft, dat gij van vreugde opsprongt en +tevens hebt geweend, toen gij mijn brief laast, waarin het bestaan +van de onbekende wereld der tegenvoeters wordt bevestigd. Gij hebt +gehandeld en gevoeld zooals het een man past, die om zijn geleerdheid +beroemd is; want ik ken geen smakelijker voedsel voor een ontwikkeld en +rijk verstand dan zulk nieuws. Mijn geest is telkens zeer opgewekt, +wanneer ik met verstandige lieden spreek, die in die oorden zijn +geweest. Zoo vroolijk is een gierigaard, wanneer hij zijn rijkdom +vermeerderd ziet. Ons hart, door de dagelijksche zorgen van het +leven verontrust, en door maatschappelijke ondeugden verontreinigd, +verheft zich en wordt verbeterd, wanneer het in zulke roemrijke +gebeurtenissen deelt." + +Niet één echter, die de eigenlijke beteekenis van de ontdekking +begreep. Algemeen geloofde men, Columbus zoowel als alle anderen, dat +hij een nieuwen weg naar die groote landen van Indië gevonden had, +welke nog nooit door beschaafde menschen waren bezocht. Bij niemand +kwam de gedachte op, dat de pas ontdekte landen deelen waren van +een geheel onbekend vastland, duizenden zeemijlen, zoowel van Indië +als van Europa en Afrika, af. Daarom werden die landen West-Indië +genoemd. En daar die streken nog nooit onderzocht waren geworden, +en stellig grenzenloos groot zouden blijken te wezen, kon men ze ook +terecht de Nieuwe wereld noemen. + +Gedurende Columbus' verblijf te Barcelona, was hij het voorwerp van +ieders belangstelling. De koning en de koningin gaven hem telkens +nieuwe bewijzen van hun gunst. Ferdinand reed dikwijls te paard, +met Columbus aan den eenen kant en zijn zoon, prins Jan, aan den +anderen. Hij kreeg een wapen ter herinnering aan zijn daden. De +buitengewone eer was hem beschoren op zijn wapenschild de koninklijke +wapens van Castilië en Leon te mogen plaatsen met een eilandengroep +door golven omringd er bij met de zinspreuk: + + + Aan Castilië en Leon + Gaf Columbus een Nieuwe wereld. + + +Aan Columbus werd het jaargeld toegelegd, dat de souvereinen aan hem +hadden beloofd, die het eerst land ontdekken zou. Velen waren van +gevoelen, dat dit niet eerlijk was. Het is niet zeker, dat het door +Columbus geziene licht, "een kaars lijkende, die op en neer ging," +van een eiland kwam. En werkelijk waren er nog al sterke bewijzen, +dat dit niet zoo was geweest. Helps schrijft: + +"Hunne majesteiten hadden een jaargeld van 10.000 marevedi [2] beloofd +aan den gelukkige, die 't eerst land zien zou. De Pinta was vooraan, +en van haar dek zag des morgens te 2 uur Rodrigo de Triana het eerst +land. Voor dezen armen matroos kan het ons niet anders dan spijten, +dat hij geen belooning kreeg. De admiraal kreeg het jaargeld." + +Irving schrijft: "Op het eerste gezicht schijnt het met de erkende +grootmoedigheid van Columbus weinig te strooken, dat hij dien armen +zeeman den prijs deed ontgaan; maar dit raakte zijn eerzucht te zeer, +en hij was er zonder twijfel trotsch op, niet alleen de onderneming +ontworpen, maar ook zelf het land te hebben ontdekt. + +"Maar dit verschoont zijn gedrag niet, al wordt het er door +verklaard. Het zou Columbus veel meer tot eer hebben verstrekt, +als hij gezegd had: ten aanzien van het licht, dat ik zag, bestaat +er onzekerheid, maar zeker is het, dat Triana het eerst land heeft +gezien." [3] + +Terwijl Columbus te Barcelona was, moet het bekende voorval met het +ei plaats gehad hebben. Volgens het verhaal noodigde Pedro Gonzales +de Mendoza, Groot-kardinaal van Spanje en de eerste onderdaan van +het rijk, Columbus op een feestmaal. De admiraal kreeg aan tafel de +eereplaats. Een van de hovelingen, die ijverzuchtig was op de eer, +die den ontdekker bewezen werd, vroeg hem, of hij dacht, dat, als +hij de Indiën niet ontdekt had, een ander het niet zou hebben kunnen +doen. Columbus gaf geen antwoord. Maar een ei nemende, verzocht hij +ieder van het gezelschap te beproeven, of hij het op één eind kon +laten staan. Niemand evenwel kon het doen. Nu zette Columbus het ei +met een kleinen tik op tafel, waardoor het een deuk kreeg, zoodat het +staan kon. Zoo maakte hij duidelijk, dat het, nu hij eenmaal den weg +had gewezen, gemakkelijk was, dien weg naar de Nieuwe wereld te volgen. + +De Roomsche kerk leerde in die dagen, dat haar zendelingen +recht hadden, om invallen te doen in elk land, waar heidenen +woonden, en het in bezit te nemen, ten einde de macht der kerk te +vergrooten. De Spaansche vorsten wendden zich dadelijk tot den paus, +opdat hij hun aanspraken op alle landen, die zij ontdekt hadden, +zou bekrachtigen. Paus Martinus V had aan de kroon van Portugal alle +landen, die ontdekt mochten worden, toegewezen, van kaap Bojador +af tot Indië toe. Daarom trachtte de koning van Portugal, krachtens +deze toewijzing, aanspraak te gronden op de door Columbus ontdekte +landen. In het verzoek, dat de Spaansche vorsten tot Paus Alexander VI +richtten, verklaarden zij, dat de gedane ontdekkingen de Portugeesche +bezittingen niet benadeelden. + +Ferdinand en Isabella werden als trouwe leden van de kerk +beschouwd. Dat zij de ongeloovige Mooren uit Spanje verdreven +stond, meende men, met een heiligen kruistocht gelijk. Hun aan den +paus gedaan verzoek, werd gereedelijk ingewilligd, en om te maken, +dat de aanspraken niet in botsing kwamen, werd er een denkbeeldige +lijn getrokken van de noord- naar de zuidpool, 300 mijlen ten Westen +van de Azoren. Al het land, dat aan de westzijde van deze lijn lag, +en door Spaansche zeelieden mocht worden ontdekt, zou de Spaansche +kroon behooren; wat oostwaarts lag aan Portugal. Er doen zich met +betrekking tot deze verdeeling moeilijkheden voor, maar daarop sloeg +men in dien tijd geen acht. + +Dadelijk werden alle krachten ingespannen, om een tweeden tocht op +touw te zetten. Deugd en ondeugd gaan in deze wereld soms wonderlijk +te zamen. De benoodigde gelden voor dezen tocht werden gedeeltelijk +uit kerkelijke fondsen, gedeeltelijk uit verbeurd verklaarde goederen +van de Joden bijeengebracht, die, alleen omdat ze Joden waren, uit +Spanje verdreven en van al hun bezittingen beroofd waren geworden. De +bekeering der heidenen werd het voornaamste doel van de onderneming +geacht, en geen rechtschapen man zal hierin van de zijde der Spaansche +vorsten huichelarij zien. + +Twaalf geleerde geestelijken werden gekozen, om den tocht mee +te maken. Tot apostolisch vicarus over hen werd Bernardo Boyle +benoemd. Uit eigen middelen gaf Isabella hun misgewaden en sieraden, +om aan de kerkgebruiken luister bij te zetten. + +Van den aanvang af stelde Isabella een warm en levendig belang in +het heil van de Indianen. Door de verhalen, die Columbus van hun +zachtzinnigheid en eenvoud gegeven had, was zij voor hen gewonnen +en, meenende, dat de hemel die wilden aan haar bijzondere zorg +toevertrouwde, was haar hart met smart vervuld over hun armen en +onwetenden toestand. Op haar bevel moest aan het godsdienstonderwijs +de grootste zorg worden besteed, en behoorde men ze met de +grootste vriendelijkheid te behandelen, terwijl Columbus alle +Spanjaarden voorbeeldig moest straffen, die zich aan beleediging of +onrechtvaardigheid tegenover de wilden schuldig maakten. + +De zes Indianen, die Columbus naar Barcelona had meegenomen, werden +in de hoofdkerk aldaar op een zeer indrukwekkende wijze gedoopt. De +heele koninklijke familie was er bij en de koning en de koningin +traden als doopgetuigen op. Een van die gedoopten stierf spoedig +daarna, wat een geleerde van dien tijd aanleiding gaf te schrijven: +"Door ons geloof zijn we gehouden aan te nemen, dat hij de eerste +van zijn volk was, die in den hemel kwam." + +Het hof benoemde Columbus, met al zijn titels, voorrechten en winsten, +tot Onderkoning, Admiraal en Gouverneur over alle landen, die hij +ontdekken zou. Op den 28en Mei vertrok Columbus van Barcelona naar +Sevilla. Verraders verspreidden het gerucht, dat Portugal in allerijl +toebereidselen maakte voor een tocht, om de pas ontdekte landen voor +zich in bezit te nemen. De betrekkingen tusschen de beide regeeringen +werden dan ook van onvriendelijken aard. Ferdinand schreef aan het +Portugeesche hof, dat het den Portugeeschen zeevaarders verboden werd, +de onlangs ontdekte landen te bezoeken. Daarop volgde een hevige en +vinnige strijd, maar wij kunnen dien niet volgen. Wederzijds namen +kuiperij en list de plaats in van eerlijkheid. + +Aan die hofkabalen schijnt Columbus vreemd te zijn gebleven. Alle +krachten werden te Sevilla voor het in orde brengen van de vloot, +die uit zeventien kleine en groote schepen bestaan zou, in beslag +genomen. Toebereidselen werden er gemaakt, om een volksplanting van +boeren, werktuigkundigen en ambachtslieden te stichten. Paarden, +vee, allerlei soort van huisdieren werden bijeengebracht, om de +kolonie te bevolken. Ook verzamelde men planten en zaden, benevens +die handelswaren, welke de ondervinding geleerd had, dat door de +wilden zouden worden gevraagd. De geestdrift was algemeen, en er +kwam haast geen einde aan de verzoeken, om den tocht mee te mogen +maken. Velen van de hooggeplaatste, uitstekende officieren van de +land- en zeemacht wilden op eigen kosten mee. Men stond dus aan den +vooravond van den dag, waarop een Europeesch leger van gelukzoekers +op de weerlooze wilden vallen zou. Noch het hof, noch de waarlijk +goedgezinde tochtgenooten bezaten wellicht de macht de Indianen tegen +aanmatigingen te beschermen. + +Vreemd is het niet, dat die geestdrift door het geheele land werd +aangetroffen. Den ontevredenen en onvermogenden had men verteld, +dat er eilanden waren, waarop zelfs hemelingen zich te huis zouden +gevoelen. Den winter kende men er niet, en moeite evenmin. Priëelen, +aan paradijzen gelijk, noodigden tot rusten. De schoonste bloesems +geurden overal. Heerlijk fruit hing van de takken naar beneden, ruim +voldoende, om aller honger te stillen, aller dorst te lesschen. Onder +een zonnigen hemel was het leven er een voortdurende feestdag. Het +is daarom niet te verwonderen, dat honderden en duizenden door zulke +voorstellingen verlokt werden, om ontheffing van zwaren arbeid en +van zorgen te zoeken in die bosschen, prieëlen en boomgaarden van +dit aardsche paradijs. + +Een van de merkwaardigste mannen, die zich ook voor dezen tocht +inscheepte, was Don Alonzo de Ojeda, en wij zullen dikwijls +gelegenheid vinden zijn naam te noemen. Hij was van aanzienlijke +geboorte, en na verwant aan den Groot-Ketterrechter van Spanje. Hij +was een stoutmoedig, roekeloos ridder, die in de gevaarlijkste +ondernemingen vermaak schiep en een man zonder eenige vrees. + +Het geheele getal, dat zich inscheepte, beliep 1500 man. Columbus droeg +een rijk gewaad, opdat hij, met gepaste waardigheid, zijn hoogen rang +als onderkoning zou kunnen ophouden. Den 28en September 1493 zeilde de +vloot de baai van Cadix uit. De morgen was schoon, en een gunstige wind +deed de zeilen zwellen. Alle harten waren vroolijk gestemd. Den 1en +October kwam de vloot bij de Kanarische eilanden. Hier nam Columbus +nog een aantal kalveren, geiten, schapen en huisvogels in. Ook nam +hij van deze eilanden, zoo wordt verhaald, oranje-appelen, citroenen, +meloenen en verscheidene andere vruchten mee, om die op Hispaniola in +te voeren. Toen men weer zee zou kiezen, kregen alle kapiteins op de +schepen in last, koers te zetten naar de haven van de Geboorte op het +eiland Hispaniola. Daar woonde het vriendelijke opperhoofd Guacanagari, +en daar had men het garnizoen achtergelaten. + +Spoedig voelden ze den invloed van de passaatwinden, en werden ze snel +over een kalme zee en onder een wolkenloozen hemel voortgedreven. Toen +ze ongeveer 1200 mijlen ten westen van Gomera waren gekomen, ontstond +er een vreeselijk onweer. Bij dit natuurverschijnsel zagen ze, wat +onder deze omstandigheden niet zeldzaam is, het electrische vuur om +de toppen van de masten spelen. Fernando Columbus verhaalt van dit +tooneel het volgende. + +"Op denzelfden Zaterdag zagen we des nachts St. Elmus, met zeven +brandende kaarsen in de maststaak. Het regende en onweerde geducht. Ik +wil zeggen, dat men dat licht zag, waaruit volgens de zeelieden, +het lichaam van St. Elmus bestaat. Toen zij het zagen, hieven zij +smeekgezangen aan en stortten gebeden uit, vast overtuigd, dat niemand +gevaar loopt, wanneer dit vuur in den storm wordt gezien. Het moge +waar zijn, maar ik wil niet beslissen. Mogen wij Plinius gelooven, +dan hebben gedurende zeestormen de Romeinsche zeelieden dergelijke +lichten ook gezien, die zij Castor en Pollux noemden, en waarvan +Seneca eveneens, melding maakt." + +Den 3en November zag men op een Zondagmorgen heel ver in 't +Westen een hoog eiland. Het werd met vreugdekreten van alle schepen +begroet. Columbus noemde het Dominica. Op bevel van Columbus kwam al +het scheepsvolk op het dek, en werd er godsdienstoefening gehouden, +waarbij onder gebed en lofgezang in 't bijzonder God gedankt werd +voor de voorspoedige reis. + +Nu kwam de vloot bij de schoone eilandengroep, die de Antillen +heet. Van alle ligt het prachtige eiland Porto Rico het +westelijkst. Terwijl de vloot verder ging, voer men zes eilanden +voorbij, waarvan het fraaie groen aanhoudende kreten van verbazing +uitlokte. Op een van deze, Maria Galante geheeten, ging Columbus +aan land. Dit eiland, dat door een dicht bosch bedekt was, scheen +onbewoond. Columbus plantte er de Spaansche vlag, en nam het in naam +van zijn vorsten in bezit. + +Een ander eiland, dat veel grooter bleek, kwam in het gezicht. Met +zooveel mannen, als een boot bevatten kon, ging Columbus aan +land. Ook hier vond hij geen bewoners, maar zag vele zonderlinge +natuurtooneelen. Hij noemde het eiland Estramadura. De Indianen gingen +van schrik op de vlucht. Er was een lief dorp, dat uit een dertigtal +huizen bestond, die een openbaar plein omgaven. Elk huis had een open +galerij, waarin de familie zitten kon, die dan beschermd was voor +de stralen van de zon. Een van die huizen was versierd met keurig +net houtsnijwerk. Net geweven hangmatten van sterk katoen gemaakt +hingen er binnen in, en men kon ook aardewerk en kalebasschalen +zien, die tot vaten dienden. Om de huizen liepen makke ganzen en +tamme papegaaien. Hier troffen de Spanjaarden ook voor het eerst de +ananas aan. + +Toen zij naar het schip teruggekeerd waren, voeren zij eenige mijlen +langs de kust van dit eiland, en bleven des nachts in een goede haven +liggen. Zij zagen wel onder het varen vele dorpen, maar de verschrikte +inwoners namen bij het zien van de schepen dadelijk de vlucht. Den +volgenden morgen werd een boot aan land gezonden. De matrozen namen +een jongen en verscheidene vrouwen gevangen, en brachten die aan +boord. Uit de wapenen, die de matrozen vonden; het huiveringwekkend +gezicht van menschenbeenderen, die zij zagen, en ook uit hetgeen +Columbus van de vrouwen--door zijn Indiaansche tolken--vernam, kon +hij opmaken, dat dit één van de eilanden was, waar menscheneters +woonden. Aan de pijlen zaten scherpe beenen punten, die met het sap +van zekere plant vergiftigd waren. In groote roofbenden hielden zij +strooptochten op andere eilanden, vermoordden de oude lieden, hielden +de knapste meisjes voor gezelschap of als dienstboden bij zich, en +aten de kinderen op. Aan de balken van de huizen zagen de Europeanen +deelen van 't menschelijk lichaam hangen, die een bewerking schenen te +ondergaan om tot voedsel bereid te worden. In een der huizen zag men +het hoofd van een jong mensch, dat blijkbaar pas was afgehouwen. Andere +deelen van menschelijke lichamen werden gebraden. + +Een kapitein van een der karveels had het gewaagd met 8 man +zonder verlof een uitstapje te maken, en men kon hem nergens +terugvinden. Columbus was zeer bezorgd, want hij kon met reden vreezen, +dat zij door deze ruwe wilden waren vermoord. Hij wachtte in grooten +angst een dag en een nacht, maar toen hij nog niets vernam, zond +hij troepen in verschillende richting, die op de trompet blazen en +schoten moesten lossen. Maar al het zoeken was vruchteloos. Wel zag +men vele inboorlingen; doch zoodra men hen naderde, liepen zij zoo +hard mogelijk weg. + +De ridderlijke Alonzo de Ojeda bood vrijwillig aan met 40 man het +heele eiland te gaan onderzoeken. Deze kleine troep drong diep in +het land door. Over breede stroomen en door bijna ondoordringbare +bosschen leidde hun pad. Men loste schoten, blies zoo hard men kon +op de trompet, maar Ojeda moest zonder tijding van de verlorenen +terugkeeren. Vele dagen waren sedert hun verdwijnen verloopen, en +hoop, om ze terug te vinden, was er niet meer. Met een bedrukt hart +lichtte Columbus zijn ankers, toen hij op eenmaal een flauwen kreet +uit een dicht bosch hoorde, en kort daarna verschenen de mannen aan +het strand. Hun gescheurde kleeding en hun ontstelde gelaatstrekken +lieten maar al te duidelijk zien, wat zij geleden hadden. Zij waren in +de kreupelbosschen van een dicht woud verdwaald geraakt, een woud zoo +verbazend dicht, dat men er haast niet in zien kon. Met de grootste +moeite hadden zij zich door het verwarde net van riet, wijnstokken +en dorens een pad gebaand. De groote boomen, die hen overschaduwden, +beletten hun zelfs de sterren te zien. + +Hun lijden werd nog veel erger door den grooten angst, waarin zij +verkeerden, dat de admiraal, meenende dat zij dood waren, weg zou +zijn gevaren en hen dus aan een vreeselijk lot overliet. In dat +geval konden zij niet hopen ooit hun vrienden of hun vaderland terug +te zullen zien. Naar alle waarschijnlijkheid zouden de wilden hen +dooden en opeten. Eindelijk vonden zij den zeekant. Vol bekommering +liepen zij dien langs, en konden niet gelooven, dat de vloot om +hunnentwil de voortreis zoo vele dagen zou hebben uitgesteld. Tot +hun onuitsprekelijke blijdschap vonden zij de haven, en de schepen +voor anker liggen. + +Zij brachten een of twee meisjes en jongens mee. Niet één man hadden +ze gezien. Men had vernomen, dat alle krijgslieden vertrokken waren, +om een ander eiland te plunderen. Dat de kapitein met zijn manschappen +zonder verlof het schip hadden verlaten, vond Columbus een ernstige +overtreding. Daardoor toch was de vloot verscheidene dagen opgehouden, +en, behalve de groote moeite, die hun opsporing gegeven had, had +men op de schepen veel angst uitgestaan. Daarom dan ook werden de +overtreders, ondanks al hun doorgestaan leed, gevangen genomen. + +Den 10en November werden de ankers gelicht, en zeilde de vloot +door de schoonste eilanden-zee, die er op de wereld kan gevonden +worden. Terwijl de vloot door deze schoone en bloeiende paradijzen +gleed, die als uit een kalme zee oprezen, gaf Columbus hun +namen. Den 14en wierp hij het anker uit in de haven van een eiland, +dat de Indianen Ayay noemden, maar waaraan hij den naam gaf--nu zoo +algemeen bekend--van Sante Cruz. Een flink bemande boot werd aan wal +gestuurd. Zooals gewoonlijk namen de inboorlingen de vlucht. In een +verlaten dorp namen ze een of twee mannen en een knaap gevangen. Dit +waren krijgsgevangenen, die de wreede bewoners van een ander eiland +hadden gehaald. Ook zagen ze een kano, met onderscheidene Indianen +er in, om een landpunt heengaan. Het volk in de boot roeide met alle +kracht, en haalde hen in. + +De Caraïbiërs, zooals zij genoemd werden, grepen naar pijl en boog +en vochten met bijna duivelsche wanhoop. De Spanjaarden wisten zich +over het algemeen door schilden te beschutten, maar twee werden toch +gewond. Twee van de inboorlingen waren vrouwen, die even dapper als de +mannen vochten. Een van hen schoot een pijl af met zulk een kracht, +dat zij een Spaansch schild geheel doorboorde. De lichte kano sloeg +om. De wilden vochten in het water even goed, en wierpen hun pijlen +even behendig, alsof zij in de boot hadden gestaan. + +Eindelijk werd men hen meester. Eén was doodelijk gewond, en stierf, +toen hij aan boord van het schip werd gebracht. Vele anderen +nog hadden wonden. Een van de vrouwen scheen een hoogen rang te +bekleeden. Zij had haar zoon bij zich. Hij was een jongeling van groote +lichaamskracht, had een woest gelaat en bezat leeuwenmoed. Allen +hadden zich afschuwelijk leelijk beschilderd, en droegen lang, +zwart, dik haar. Ofschoon men ze flink gekneveld had, zagen ze er +toch nog moedig en uittartend uit. Het geleken tijgers in een kooi, +wier zichtbare kracht en dreigend voorkomen maakten, dat allen ze +met een gevoel van schrik aanzagen. Eén van de Spanjaarden was in +het gevecht doodelijk gewond, en stierf binnen weinige dagen. + +Bij de voortzetting der reis kreeg de vloot weldra een andere +eilandengroep in 't gezicht. Op sommige er van vond men een weligen +plantengroei; andere waren naakte, steile rotsen, zwart geworden door +den golfslag en den wind van honderden jaren. De vruchtbare eilanden +schenen over het algemeen onbewoond te zijn. Zij lagen zoo dicht +bij elkander, dat het voor een groot schip gevaarlijk mocht heeten +er tusschen door te varen. De groep heet nog de Virginia-eilanden, +een naam, dien Columbus er aan gaf. Het grootste van de groep noemde +hij Santa Ursula. + +Altijd trachtte de vloot zoo snel mogelijk de westwaarts gelegen haven +op het eiland Hispaniola te bereiken. Op den avond van een schoonen dag +rees een groot eiland voor hun oog op, waarop vele bosschen stonden +en waarvan het strand vele baaien vormde. Het was Porto Rico. De +inboorlingen noemden het Boriquen. Columbus gaf het den naam van San +Juan Bautista. Het werd ondersteld het voornaamste eiland der zoo +gevreesde Caraïben te zijn. Columbus hoorde nu, dat het een rustplaats +was tijdens hun bloedige strooptochten. Hier regeerde één opperhoofd +over een talrijke bevolking. Zij waren krijgslieden uit nood, en +vochten voor zelfbehoud. Uit wraak aten ze hun krijgsgevangenen op. + +Een geheelen dag voer de vloot langs de schoone kusten van dit eiland, +en ankerde des avonds in de westelijkste baai, waar overvloed van visch +was. De admiraal ging aan land. Hij vond er een lief Indiaansch dorp, +dat door een goed pad met de zee verbonden was. De huizen stonden--als +gewoonlijk--om een vierkant plein. Aan elken kant van den weg lagen +vruchtbare tuinen, door stevige rieten omheiningen ingesloten. Aan +het einde van den weg, dicht bij het strand, had men een verhevenheid +gebouwd, een soort van sterrentoren, een uitkijk, van waar men alles, +wat over zee aankwam, op grooten afstand kon zien. + +Maar een eenzaamheid als die van Thebe of Palmyra heerschte bij +deze woningen. Geen levend wezen was te zien, omdat de inwoners op +het gezicht van het smaldeel naar het binnenland gevlucht waren. De +vloot bleef hier twee dagen, gedurende welken tijd geen Indiaan zich +durfde vertoonen. + +Het verhaal, dat Columbus van dezen kruistocht tusschen de Caraïbische +eilanden naar Spanje zond, werd door geheel Europa met de grootste +belangstelling gelezen. Het scheen de betwiste vraag op te lossen, +of het menschdom ergens zoo laag gezonken was, dat men zich met +menschenvleesch voedde. Toch twijfelt men niet, of veel van hetgeen +de wilden aan Columbus mededeelden, was onduidelijk. + +Bij het bewijs, dat aangevoerd werd voor het bestaan der gewoonte om +menschenvleesch te eten, moet men vooral niet vergeten, dat zeelieden +dikwijls slecht en onnauwkeurig waarnemen, en dat de Spanjaarden reeds +van te voren het feit voor waar hielden. Bij de bewoners van vele +eilanden en andere deelen van de Nieuwe wereld was het de gewoonte, om +het overschot van overleden betrekkingen en vrienden te bewaren; soms +het geheele lijk, soms alleen het hoofd of een ander lichaamsdeel, dat +dan boven het vuur gedroogd werd; enkele malen ook alleen de beenderen. + +Den 22sten November vertoonden zich in de verte de oostelijkste +klippen van Haïti. De grootste opgewektheid heerschte aan boord +van al de schepen, toen men hoorde, dat Hispaniola in 't gezicht +was. Met bolle zeilen gleed de vloot langs de schoone stranden, +en allen waren opgetogen over de verhevene en liefelijke tooneelen, +die zich onophoudelijk aan hen voordeden. Een matroos, die in het +gevecht op Porto Rico gewond werd, kwam te overlijden. Eenige goed +gewapende manschappen werden aan land gezonden om hem te begraven. Op +het strand hadden de lijkplechtigheden plaats, en deze werden niet +gestoord, omdat de wilden hadden gehoord, dat Columbus een vriendelijk +man was. Zonder eenige vrees kwam een kano naar het schip van den +Admiraal toe, met het verzoek van het opperhoofd van het eiland of +hij hem met een bezoek wilde vereeren. Columbus wees het verzoek van +de hand, maar overlaadde de afgezondenen met geschenken. + +De vloot ging verder, en ankerde in de golf van Samana. Men zal zich +herinneren, dat Columbus hier op zijn eerste reis door de wilden +aangevallen werd, maar dat hij door goedhartigheid hun vriendschap +verworven had, zoodat vier jonge Indianen hem naar Spanje vergezelden. + +Een van dezen, die gedoopt en tot het christendom bekeerd was, zond +Columbus aan wal. Hij deed hem rijke kleederen aan, en hing hem een +groote hoeveelheid van die kleinooden om den hals, waaraan de Indianen +zooveel waarde hechtten. Hij kwam echter niet terug, en nooit heeft +men iets meer van hem vernomen. Van alle wilden, die Columbus mee +had genomen naar Spanje, was er nu nog maar één over. Deze, die ook +gedoopt was geworden, en toen den naam van Diego Colon had gekregen, +scheen een waar christen te zijn. + +Den 25sten November wierp de vloot in de haven van Monte Christo het +anker uit. Men zal zich herinneren, dat een groote rivier in deze +baai uitliep, die Columbus Rio del Oro of Goudrivier noemde, maar nu +Santiago heet. Zij schrikten erg, toen zij op de kust 4 lijken vonden, +die bij onderzoek Europeanen bleken te zijn. Zij moeten dus tot het +garnizoen behoord hebben, dat Columbus op La Navidad, slechts een +paar mijlen westelijker gelegen, achtergelaten had. De somberste +voorgevoelens omtrent het lot van die menschen waren nu opgewekt. + +Toch kwamen er nog onderscheidene inboorlingen geheel onbevreesd en +vriendelijk aan boord, zoodat uit niets bleek, dat zij kennis droegen +van vijandelijkheden tusschen de wilden en de Spanjaarden. + +Het was reeds avond, toen Columbus den 27sten drie mijlen van La +Navidad ankerde. In de duisternis die haven binnen te loopen durfde +hij niet, maar omdat hij zoo gaarne wilde weten, hoe het met het +garnizoen ging, liet hij twee kanonschoten lossen. De met bosch +bedekte stranden en de rotsen weerkaatsten de schoten, maar ander +antwoord kwam er niet. Treurig en stil ging de nacht voorbij. Geen +licht werd gezien, geen geluid gehoord. De stilte van een maagdelijk +woud scheen in deze akelige eenzaamheid te heerschen. + +Omstreeks middernacht kon men in de verte een klein bootje zien, +dat naar een der schepen scheen te gaan. De kano hield stil, en een +Indiaan, die misschien van de soldaten van het garnizoen een weinig +Spaansch geleerd had, praaide het schip, en vroeg naar Columbus. Men +duidde hem het admiraalsschip aan, waarna hij er langzaam naar toe +roeide. Maar toen hij er bij kwam, durfde hij niet aan boord gaan +vóór Columbus zich vertoonde en hij bij 't licht van een flambouw zijn +gelaat zag, waaruit het hem duidelijk werd, dat men hem niet bedroog. + +Toen ging hij met iemand, die hem vergezelde, in het schip, bewerende +een neef van het beroemde opperhoofd Guacanagari te zijn. Namens hem +kwam hij twee gouden kroontjes brengen. Op de belangstellende vragen +van Columbus aangaande het lot van zijn volkplanting, gaf hij verwarde +en onduidelijke antwoorden. Maar het was ook moeilijk voor hem, om zich +door woorden of door gebaren duidelijk uit te drukken. Columbus meende +er uit te moeten opmaken, dat vele Spanjaarden aan ziekten gestorven +waren; dat zij onder elkander twist gekregen hadden, waarbij er velen +gedood waren geworden; dat de anderen met Indiaansche vrouwen waren +weggegaan en zich over het eiland hadden verspreid. + +Ook deed hij de treurige mededeeling, dat een aantal wakkere +krijgslieden van de bergen van Cibao, het schoone dorp, waar +Guacanagari woonde, aangevallen, alle huizen verbrand, vele inwoners +gedood en anderen gevankelijk hadden weggevoerd. Ofschoon Guacanagari +aan de slachting ontkomen was, lag hij toch gewond en ziek in een +nabijgelegen gehucht; anders zou hij zich de eer hebben gegeven +persoonlijk zijne opwachting bij den admiraal te maken. + +Hoe droevig die tijding ook was, Columbus troostte zich met de +gedachte, dat het garnizoen niet omgekomen was door de trouweloosheid +der wilden. Het medegedeelde was overigens een klaar bewijs, dat de +Nieuwe wereld volstrekt geen rein paradijs van onschuld en vreugde +was. De Indianen gingen, na gegeten en geschenken ontvangen te hebben, +weer naar den wal. Zij verzekerden Columbus, dat het opperhoofd, die +van zijn wonden langzamerhand herstelde, plan had zich den volgenden +morgen aan boord te laten brengen. + +Columbus, die alle hofgebruiken steeds zeer in acht nam, wachtte, toen +het morgen werd, uur aan uur op het beloofde bezoek van den vorst. De +dag ging in alle stilte voorbij, en men zag zelfs geen kano. Pijnlijk +was de aanblik, dien de eenzaamheid en de verlatenheid aan alle kanten +te aanschouwen gaven. Er steeg zelfs geen rook uit de bosschen op, +wat een teeken van menschelijk leven zou zijn geweest. + +Toen het avond werd, zond de nieuwsgierige en afgematte Columbus +een boot aan land, om verkenningen te doen. Het scheepsvolk +begaf zich dadelijk naar het fort. Het bood een schouwspel van +geweld en verwoesting aan, dat het koenste hart schrik zou hebben +aangejaagd. Door den een of anderen wreeden vijand was het geplunderd, +verbrand en geheel verwoest. Zij zagen op eenigen afstand één of twee +Indianen op de loer liggen, maar niet één er van durfde naderbij +komen. Toen de zeelieden bij hen trachtten te komen, liepen zij +hard weg alsof hun geweten hen aanklaagde. Dit ontmoedigende bericht +brachten de matrozen den admiraal mee. + +Het verdroot Columbus bovenmate. Hij ging den volgenden morgen, +na de haven ingezeild en het anker uitgeworpen te hebben, zelf aan +land. Geen spoor van garnizoen was meer te zien; alleen een tooneel +van verwoesting, dat een verschrikkelijken strijd en een vernielende +slachting aanduidde. Al het getimmerte lag op den grond; de vensters +waren stukgeslagen; lappen van kleedingstukken, die bemorst en +met geweld verscheurd waren, fladderden in den wind. Niets kon men +vinden, dat eenig licht wierp op het vreeselijk drama, dat daar moest +hebben plaats gegrepen. Het akelig tooneel wekte bij de meesten het +vermoeden op, dat Guacanagari een valschaard was geweest. Maar Columbus +bewaarde het geloof aan de trouw van het opperhoofd. Hij werd in deze +overtuiging versterkt door de smeulende asch, waarin het dorp zelf lag. + +Toen dit onderzoek was afgeloopen, ging Columbus met de booten de +rivier op, om, zoo mogelijk, gewaar te worden, waar de mannen gebleven +waren, en wat er van hen geworden was. + +Nadat zij ongeveer 3 mijlen ver geroeid hadden, kwamen zij bij eenige +hutten, waaruit alle bewoners gevlucht waren, zoodra zij de Spanjaarden +zagen naderen. Hier vonden zij onderscheidene Europeesche zaken, +die zonder twijfel aan het garnizoen hadden toebehoord. De vrees van +hen, die Guacanagari wantrouwden, werd hierdoor vermeerderd. In deze +onzekerheid keerden zij terug naar de puinhoopen van het fort. + +De lezer zal zich nog wel herinneren, dat er een veertigtal +manschappen achtergebleven waren. Het waren Spaansche oudgedienden, +aan oorlog gewoon, ze zouden zich, indien het noodig was, met hun +blinkende sabels en vernielende geweren doodgevochten hebben. Het +fort was sterk gebouwd, en werd door een kanon verdedigd, zoodat het +schijnbaar onneembaar was voor elke macht, die de wilden er tegen +konden aanvoeren. Men kon zich haast niet voorstellen, hoe zulk een +garnizoen overwonnen had kunnen worden door menschen, die slechts met +pijl en boog storm konden loopen. De verslagenheid werd nog grooter, +toen men op den dag de graven van elf Spanjaarden vond. + +Des middags zag men een troepje Indianen in de verte. Zij waren echter +blijkbaar bang dicht bij de Spanjaarden te komen. + +Langzamerhand slaagde Columbus er in hun vrees te verdrijven, +zoodat hij zich met hen kon onderhouden, en spoedig werden zij zeer +spraakzaam. Sommigen van hen verstonden een weinig Spaansch, en met +de hulp van een Indiaanschen tolk, kreeg Columbus waarschijnlijk een +vrij nauwkeurig verhaal van de verwoesting der kolonie. + +Wat men ook zegge van het hemelsch karakter van de wilden, aan het +aardsche van de Spanjaarden kan niet getwijfeld worden. De zeelieden +waren in den regel menschen van de laagste soort, onwetend, bijgeloovig +en doodarm. Al de geestkracht van Columbus, met zijn ambtelijke +waardigheid en zijn onbeperkte macht, was noodig, om ze in bedwang +te houden. Don Diego Arana, die het bevel zou voeren, was een man, +die het goed meende, maar niet in staat, om over de ontzettend groote +moeilijkheden, die hij kreeg, te zegevieren. + +Nauwelijks was het admiraalsschip weggegaan, of deze zeelieden, +die aan den raad, welken zij ontvangen hadden, niet meer dachten, +begonnen de inboorlingen allerschandelijkst te behandelen. In kleine +welgewapende troepen trokken zij de woningen van de Indianen in, namen +hun goud af, maakten zich op de ruwste wijze van hun huizen meester, +en mishandelden onmeedoogend al hun huisgenooten. De wilden hadden +gedacht, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Hun gedrag +echter toonde, dat zij veeleer uit den afgrond kwamen. Duivels hadden +moeilijk snooder kunnen zijn, dan deze teugellooze Spanjaarden. + +De beste huizen namen zij in bezit; zochten zooveel vrouwen uit als +hun behaagde, grepen vooral, ondanks alle ingebrachte bezwaren en +op gewelddadige wijze, de vrouwen en dochters van de opperhoofden +aan. Vonden zij ergens goud, dan namen zij het. Dikwijls gaf die +gestolen buit aanleiding tot gevechten, werden de dolken voor +den dag gehaald en vloeide er bloed. Arana verloor alle gezag over +zijn manschappen. Men verliet eigenwillig het fort, en er ontstonden +twisten over de vraag, wie de baas was. Er vormden zich partijschappen, +en in een hevig gevecht werd er één gedood. + +Negen Spanjaarden gingen onder aanvoering van twee hoofden van den +opstand uit, om verwijderde goudmijnen op te sporen. Zij richtten hun +schreden naar de bergen van Cibao, die midden in 't land lagen. Daar +regeerde Caonabo, een beroemd en ontwikkeld opperhoofd, over een +oorlogzuchtigen stam. De snoodheden, die de Spanjaarden bedreven +hadden, waren hem ter oore gekomen. Toen de waaghalzen op zijn gebied +kwamen, viel hij hen aan, en bracht ze allen om het leven. Toen sloot +hij met een anderen stam, welks opperhoofd Mayreni heette, een verbond, +en viel met vereende krachten het fort aan. + +Zij hielden hun marsch geheim, en het garnizoen, waarvan velen afwezig +waren, werd plotseling overvallen. In het holst van den nacht drongen +onder vreeselijk geschreeuw twee troepen het onbewaakte fort binnen, +staken de loodsen in brand en verbrijzelden met knodsen de schedels van +de verschrikte Spanjaarden, die uit hun bed sprongen. Sommigen werden +in zee gedreven en verdronken. Allen kwamen om. Wel verzamelde de +getrouwe Guacanagari zijne strijdkrachten, om hen ter hulp te snellen, +maar het was te laat. Het fort was vernield. Alle Spanjaarden waren +dood; maar toch vocht Guacanagari nog dapper tegen een overmachtigen +vijand. Zijn dorp werd tot den grond toe afgebrand. Velen van zijn +strijders werden verslagen. Guacanagari, door Caonabo zelf ernstig +gewond, wist nog uit zijn verwoest huis te ontsnappen. Hij werd +niet vervolgd. Het groote doel van de verbonden opperhoofden was de +uitroeiing van de Spanjaarden. + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + +HET LEVEN TE HISPANIOLA. + + +Het verhaal, dat de inboorlingen van het treurig lot der kolonie gaven, +werd door berichten, die men van andere zijden kreeg, bevestigd. Een +van de karveelen, waarover Melchoor Maldonado bevel voerde, was langs +de kust gezonden, om een betere plaats voor een nieuwe volkplanting +op te zoeken. Hij had nog maar weinige mijlen afgelegd, of een +kano met twee Indianen naderde zijn schip. Een van die twee was een +broeder van Guacanagari. Hij verzocht Maldonado aan land te komen, +en het opperhoofd een bezoek te brengen, die bij hem in huis was en +het wegens zijn wonden niet verlaten kon. Zij vonden het opperhoofd +niet in staat zijn hangmat te verlaten, en zeven van zijn vrouwen +verpleegden hem met de grootste zorg. + +Guacanagari gaf zijn groot leedwezen te kennen, dat hij niet in staat +was geweest den admiraal te bezoeken. Tot in de kleinste bijzonderheden +verhaalde hij de gebeurtenissen van het groote ongeval. Zijn verhaal +stemde geheel overeen met hetgeen boven reeds gemeld is. Den Spaanschen +kapitein en diens metgezellen onthaalde hij mild, en bij hun vertrek +bood hij ieder een zware gouden kroon aan. Den volgenden morgen +ging Columbus zijn ouden vriend bezoeken. Ten einde het opperhoofd +en zijn gevolg eenig begrip van zijn waardigheid en macht te geven, +verscheen de admiraal in schitterend hofgewaad en werd hij door een +groot aantal officieren vergezeld, die allen maliënkolders aan hadden. + +Guacanagari lag in zijn hangmat. Zichtbaar werd hij getroffen door het +weerzien van zijn ouden vriend, en hij weende, toen hij het lot van +de Spanjaarden verhaalde. Aan de oprechtheid van zijn vriendschap en +de waarheid van zijn verhaal twijfelde de admiraal geenszins, maar de +Spanjaarden zagen over het algemeen het opperhoofd wantrouwend aan. Het +bleek in ieder geval duidelijk, dat hij verontwaardigd was over de +afgrijselijke daden, die de Spanjaarden hadden bedreven, en volstrekt +niet verlangde, dat zij zich in zijn gebied vestigden. Het onderhoud +was vriendschappelijk, en ook werden er geschenken gewisseld. De +geschenken in goud, die zij van het opperhoofd ontvingen, waren naar +Europeesche schatting honderdmaal meer waard dan de sieraden, die +hij wederkeerig van Columbus kreeg; maar 't is ook waar, dat deze +naar het gevoelen van de wilden, die van hen in waarde overtroffen. + +Een chirurgijn onderzocht de wond aan het been. Terwijl hij aan de +mogelijkheid dacht, dat sommige spieren gekneusd waren, wat zeer +pijnlijk was, meenden anderen, dat het opperhoofd volstrekt zoo'n +ernstige wond niet had, als hij voorgaf. Columbus verdedigde echter +zijn vriend [4]. Des avonds werd het opperhoofd, ofschoon zichtbaar +lijdend, naar de schepen gedragen. Toen Columbus voor de eerste maal +in de haven kwam, had hij twee kleine en beschadigde karveelen bij +zich. Nu lag er een trotsche vloot van 17 schepen in de baai. Het schip +van den admiraal was een van de hechtste schepen der Spaansche vloot. + +Guacanagari was verbaasd over de grootheid, rijkdom en macht, waarvan +hij getuige werd. Verbaasd was hij ook bij het gezicht van de vruchten, +planten en dieren van de Oude wereld. Schapen, varkens en koeien had +hij nog nooit gezien. De grootte, de kracht en het voorkomen van de +paarden wekten zijn bewondering op. Nog meer werd hij verrast door +hun volgzaamheid en het gemak, waarmee men ze bestuurde. + +Aan boord van het admiraalsschip bevonden zich tien jonge vrouwen. Een +er van, die Catalina heette, was zeer schoon. Zij zag er als een +prinses uit, en zou overal de aandacht getrokken, de bewondering +opgewekt hebben. Deze meisjes waren krijgsgevangenen van de Caraïbiërs, +door Columbus bevrijd. Zij behaagden het opperhoofd zeer, maar nu +behoorden zij aan de Spanjaarden. Guacanagari had een verschrikkelijk +tooneel van de gruweldaden bijgewoond, waartoe de Spaansche matrozen +in staat waren. Hij sprak zeer vriendelijk tot Catalina. Hoeveel +onderscheid er ook in de tongvallen was, die op de verschillende +eilanden werden gebruikt, toch scheen er zooveel overeenkomst in +hun talen te wezen, dat de inboorlingen elkander gemakkelijk konden +verstaan. + +Het is niet onwaarschijnlijk, dat Guacanagari de Spanjaarden nog +altijd voor menschen aanzag, die uit een andere wereld kwamen. Maar hij +beschouwde hen niet langer als engelachtige bezoekers. Zij kwamen hem +als vijanden voor, van wier snoodheid hij walgde. Het opperhoofd was +blijkbaar verlegen, en alle pogingen, om de vroegere vertrouwelijkheid +te herstellen, baatten niet. Toen Columbus hem voorstelde, om bij +hem te blijven, was het opperhoofd zichtbaar niet op zijn gemak, +en merkte op, dat het hier ongezond was, wat ook werkelijk het geval +was. Het opperhoofd keerde naar den wal terug; zijn geest was onrustig, +en hij werd door de meeste Spanjaarden met argwaan nagekeken. + +Den volgenden morgen liet het opperhoofd vragen, wanneer Columbus plan +had verder te zeilen, en hij ontving het bericht, dat men den volgenden +dag de haven dacht te verlaten. In den namiddag kwam Guacanagari's +broeder aan boord. Men zag, dat hij een afzonderlijk gesprek met +de vrouwen hield, in 't bijzonder met de schoone Catalina. Te +middernacht lieten Catalina en haar metgezellinnen zich, toen al +het scheepsvolk sliep, in alle stilte aan een kant van het schip in +'t water glijden. Het schip lag drie mijlen van de kust af, en de +zee was onstuimig. + +De wacht op het dek hoorde het, en maakte gerucht. Dadelijk werd er +een boot bemand, en men zette haar na. Op het strand was een vuurtje +ontstoken, dat haar zeker tot baken dienen moest. De vrouwen zwommen +als eenden, en werden niet ingehaald vóór zij aan land waren. Vier +echter werden op het strand gegrepen. De overigen, en ook Catalina, +ontsnapten. Toen het dag werd, bevond men, dat Guacanagari met al +zijn volgelingen vertrokken was. Dit vermeerderde den argwaan van vele +Spanjaarden, dat hij een verrader was geweest. Maar hij kon ook niet +blind zijn geweest voor de kwade blikken, die hij daags te voren van +de Spanjaarden had opgevangen. Enkelen hadden op zijn gevangenneming +aangedrongen, opdat hij hun gijzelaar mocht worden. Stellig handelde +hij heel verstandig, door zich zelf niet langer in hun macht te +stellen. + +Alles op La Navidad was met een somber waas overtogen. Het fort lag +in puin. De graven der Spanjaarden waren voortdurende gedenkteekens +van geweld en bloedstorting. De zeewind scheen den lijkzang te vormen +bij de puinhoopen van het inlandsch dorp. Stilte, eenzaamheid en +verwoesting heerschten daar. Allen wilden gaarne weggaan. Columbus +besloot ook de plaats te verlaten en een betere plek voor de vestiging +van een volkplanting op te zoeken. + +Het aan land gaan kon niet meer worden uitgesteld. De dieren hadden +van de lange reis veel geleden. Allen verveelde het maandenlang aan +boord te zitten. Goed bemande booten, sterk genoeg, om langs de kusten +te gaan en die te zuiveren van kwaadwilligen, werden links en rechts +gezonden, terwijl de vloot in de ruime haven bleef liggen, om af te +wachten, wat de verkenners zouden berichten. De booten voeren heel ver +weg en keerden eindelijk terug, zonder dat het had mogen gelukken een +geschikte plaats voor een kolonie te vinden. De beruchte zeelieden, +die in het garnizoen gelegen hadden, waren door hun gedrag oorzaak +geweest, dat de inboorlingen van de Spanjaarden den slechtsten indruk +gekregen hadden, zoodat de aankomst van een groote vloot, waarvan men +weldra heinde en ver kennis droeg, den grootsten schrik teweegbracht +en allen op de vlucht had gedreven. + +Men vond het land ontvolkt. Nauwelijks zag men een enkelen Indiaan, of, +als men er bij toeval een zag, liep hij bij de nadering van Spanjaarden +weg, alsof hij door tijgers vervolgd werd. Kapitein Maldonado, die naar +den oostkant gegaan was, kwam in het gebied van een koen opperhoofd, +die aan het hoofd van zijn leger optrok, om de Spanjaarden aan te +vallen. Maar het gelukte den Spaanschen kapitein hem althans in zoo +ver tot bedaren te brengen, dat het tot een onderhoud kwam en dat, +ofschoon het niet vriendelijk was, tot een soort van wapenstilstand +leidde. Hier vernam hij, dat Guacanagari zich met al zijn volk ver in +de bergen had teruggetrokken. Ook ontving hij deugdelijke bewijzen +van het gevecht met Caonabo en van de verwoesting van het fort door +zijn troepen. Er bevond zich daar een Indiaan, die door een in den +strijd bekomen wond verminkt was. Guacanagari scheen volstrekt niet +schuldig te zijn aan verraad. + +Den 7en December lichtte Columbus het anker weer, en zeilde naar +'t Oosten. Ongeveer 30 mijlen verder dan Monte Christo zeilde hij +een groote haven in, geheel door bosschen ingesloten en met een +rotsachtige hoogte bij haar ingang, waardoor het gemakkelijk was, er +een fort te bouwen, dat de geheele haven kon bestrijken. Ook liepen +er twee rivieren in uit, die gelegenheid aanboden, om er molens te +bouwen. Aan één zijde strekte zich een schoone en groote weide tot aan +den voet van de heuvels uit, en aan den oever van een dezer rivieren +lag een lief Indiaansch dorp. De grond was er blijkbaar zeer vet. De +baai en de rivieren zaten vol visch, waarvan velen kleuren hadden, +zooals men ze buiten de keerkringen niet aantreft. + +Men was midden in December. Het klimaat was bijzonder mild en zacht. De +boomen zaten vol bloesems en bladeren. Het gezang van vogels vervulde +de lucht. Men was nog niet aan het klimaat van dit gezegende eiland +gewoon, waar de strengheid van den winter onbekend is, waar bloesem +en vrucht elkander geregeld opvolgen, ja, waar zij zelfs samengaan, +en waar het gansche jaar door een lachend groen gevonden wordt. + +Hier besloot Columbus zijn volkplanting te stichten. Een bijkomende +zaak, die dit besluit vaster maakte, was, dat men hem gezegd had, +dat de bergen van Cibao, die rijk aan goudmijnen waren, niet ver +weg lagen. Groot was de vreugde op de schepen, dat men nu uit een +lange gevangenschap verlost werd. Elk schip wierp het anker zoo +dicht mogelijk bij het strand uit. Elke boot werd in beslag genomen +en iedereen ging aan het werk. Vee, huisvogels, eetwaren, geweren, +kruit, huismeubelen, alles werd aan land gebracht, en tijdelijk +onder een afdak gezet, dicht bij een meertje, dat kristalhelder water +bevatte. Hier bouwde Columbus, op een afstand van 40 mijlen ten Oosten +van Kaap Haïti, de eerste stad in de Nieuwe wereld. Ter eere van zijn +koninklijke beschermster noemde hij haar Isabella. + +De straten werden oordeelkundig gelegd, en de woningen zoo +geplaatst, dat zij openbare vierkante pleinen insloten. De drie +belangrijkste gebouwen waren een kerk, een magazijn en een woning +voor den admiraal. Deze waren alle van steen. Bekwame bouwmeesters +maakten er een plan van, en zij werden door ervaren ambachtslieden +gebouwd. De andere huizen werden van hout of riet vervaardigd en de +muren bepleisterd. Voor een korte poos was het een vroolijk tooneel, +nu allen zoo ijverig bezig waren met het optrekken van nieuwe huizen, +te midden van bloemen en vruchten in dezen natuurlijken tuin. + +Maar het ongeluk was in aantocht. Er brak een besmettelijke +ziekte uit. De bedriegelijke bodem wasemde kwaadaardige dampen +uit. Het ontzenuwende klimaat werkte afmattend zelfs bij geringen +arbeid. Menigeen had gedachteloos aan de onderneming deel genomen, +en was onnoozel genoeg geweest van te meenen, dat men naar een waar +Eden ging, waar de natuur de liefelijkste priëelen voor hen inrichten, +en hen met de heerlijkste vruchten voeden zou; waar men goud--als +keisteenen--voor 't oprapen had, en waar het aardsche leven vrij van +arbeid zou zijn, gelijk aan een voortdurenden feestdag. + +Het nieuwe van de keerkringslanden was spoedig voorbij. De +lichaamskrachten werden door afmatting ondermijnd, en de geest +leed door heimwee. Teleurstelling bedierf die stemming. Men begon +te morren en eindelijk te twisten. Een verandering van plaats had +geen verandering van hart teweeggebracht. De kalmte van den helderen +hemel was niet in de verontruste ziel van de menschen gedaald. Zelfs +Columbus ontkwam het algemeene lot niet. De kolonie, waarvan hij zich +zooveel had voorgesteld, was verwoest. De tonnen gouds, die hij met de +terugkeerende schepen naar Spanje had willen zenden, om Ferdinand en +Isabella zoowel te verbazen als te verblijden, bestonden niet meer, +zelfs niet in zijn verbeelding. De inboorlingen waren onvriendelijk +geworden, en vermeden zorgvuldig alle verkeer met de Spanjaarden. De +zorgen voor het eskader; het gevaar, dat onbekende zeeën opleverden; +het uiteenloopend karakter van al die menschen, die hij niet dan met +de grootste moeite kon regeeren, drukten hem zwaar. Niettegenstaande +hij zich alle moeite gaf, om zijn lasten welgemoed te dragen en een +opgeruimd voorkomen te bewaren, kon hij toch de neerslachtigheid niet +verbergen, die hem drukte. Weken achtereen was hij aan 't ziekbed +gekluisterd. Maar de kracht van zijn geest zegevierde ten slotte op +zijn lichaamszwakte. Hij gordde zich met nieuwe kracht aan, om den +grooten levensstrijd voort te zetten. + +De schepen, die hun lading gelost hadden, werden dadelijk +teruggezonden. Allen zagen in Spanje verlangend naar hun terugkomst +uit en geloofden, dat zij met goud en andere schatten, die Columbus met +zulke gloeiende kleuren had afgeschilderd en waaraan de Nieuwe wereld +zoo rijk moest zijn, bevracht zouden zijn. Het was voor Columbus een +onuitsprekelijke kwelling, genoodzaakt te zijn ze leeg naar huis te +zenden. Van de binnenlanden, van de ontdekte goudmijnen, van nieuwe +rijken, waarin men doorgedrongen was, kon hij geen bericht zenden. De +souvereinen verwachtten aanzienlijke voordeelen, en het zou hen zeer +teleurstellen, en hun vertrouwen in Columbus grootelijks verminderen, +wanneer zij niets dan jobstijdingen kregen. + +Onder deze omstandigheden vond Columbus het voor alle dingen +noodig zich de grootste inspanning te getroosten, om te maken, +dat de schepen bij hun tehuiskomst op de een of andere wijze de +schitterende voorstellingen, die zijn voortvarende geest hem had doen +maken, zouden bevestigen en rechtvaardigen. Hij had vernomen, dat de +zoogenaamde mijnen van Cibao ongeveer drie of vier dagreizen van daar +landwaarts in lagen. Hij zond een afdeeling troepen uit, om onderzoek +te doen. Het zou eenige vergoeding schenken, als hij de tijding mee +kon geven, dat de gouden bergen bereikt waren, en dat de mijnen, +waarvan men zooveel hoopte, onmiddellijk ontgonnen zouden worden. + +De ridderlijke Alonzo de Ojeda werd gekozen om deze onderneming te +leiden. Hij hield veel van waagstukken en gevaar, en juichte bij de +gedachte, dat hij het rijk van het alvermogende opperhoofd Caonabo +zou binnendringen. In het begin van Januari 1494 trok Ojeda met een +troep goed gewapende en uitgelezen mannen het binnenland in. Twee +dagen lang trokken ze door verlaten streken. Alle inwoners hadden +de vlucht genomen. Zij kwamen bij de bergen en langs een nauwen, +slingerenden bergpas bereikten zij den top. De morgenzon gaf hun zulk +een prachtig panorama te aanschouwen, als de aarde den mensch slechts +geven kan. Aan hun voeten strekten zich schijnbaar grenzenlooze +groene velden, weelderige bosschen en kronkelende rivieren uit, +terwijl de verstrooide huizen en dorpen van de inboorlingen; de +vlakten nog verfraaiden. + +Zij daalden van deze hoogten af, en gingen onbevreesd de dorpen in, +die beneden lagen. Het scheen, dat de vrees voor de Spanjaarden dit +afgelegen deel van het land nog niet bereikt had. De inwoners ontvingen +hen vriendelijk en onthaalden hen met de grootste gastvrijheid. Maar +het bleek, dat men nog wel een geheele dagreis van de bergen van +Cibao afwas. De oppervlakte van het land was golvend, en hier en daar +waren holle wegen, rivieren, waarover geen bruggen lagen, en bosschen +met zulk dik kreupelhout, dat men er zich alleen met bijlen een weg +doorheen kon banen. + +Zes dagen lang werkten zij voort, en hadden wel niet van dorst, koude +en honger te lijden, maar werden geblakerd door de stralen van een +verzengende zon. De wilden liepen naakt, en waren in overeenstemming +hiermede in hun heele gedrag onbeschaafd. Toch schenen zij over +het geheel meer een schapen- dan een wolvennatuur te hebben. Maar +de onderzoekers zagen, of meenden vele teekenen te zien van grooten +rijkdom aan delfstoffen. Stukjes glinsterend goud lagen volgens hun +verhalen op het zand van de bergstroomen verspreid. Peter Martyr +verklaart, dat Ojeda een sieraad van zuiver goud meebracht, dat 9 +ons woog, en dat hij zelf in een van de beken had opgeraapt. Ook zag +hij steenen, waardoor aders van goud liepen. Men vermoedde, dat dit +alleen stukjes waren, die door het stroomende water waren losgespoeld, +maar dat daar, onder den grond, groote lagen van gedegen goud zouden +gevonden worden. + +Ojeda had evenals Columbus een levendige verbeelding, en kwam dan ook +met allergunstigste berichten aan. Een mensch gelooft licht, wat hij +wenscht. Ook Columbus nam die tijdingen gaarne aan, en voegde in zijn +opgewondenheid nog nieuwe kleuren aan de schilderij toe. De geest van +al de Spanjaarden was werkelijk door de vleiende verhalen met nieuwe +kracht bezield. Onuitputtelijke bronnen van rijkdom deden zich voor +hen op. Columbus hield vijf schepen voor zich, en zond de andere, +hoofdzakelijk beladen met schoone beloften, huiswaarts. Eenige door +Ojeda gevonden stukjes goud, en ook zeldzame planten en vruchten namen +de terugkeerenden mee, benevens een brief van Columbus aan den Koning +en de Koningin. Hij gaf hun de verzekering, dat hij nog vertrouwen +stelde in zijn verwachtingen, zoodat hij spoedig in staat zou wezen +schepen vol goud, kostelijke medicijnen en specerijen te zenden. + +Men kon geen woorden genoeg vinden, om de schoonheid en de +vruchtbaarheid van het eiland Hispaniola te beschrijven. De lucht +was helder, het klimaat heerlijk, de bergen prachtig, het landschap +onbeschrijfelijk schoon, de grond vruchtbaar, de vruchten smakelijk +en de bloei eeuwigdurend. Het suikerriet, dat hij uit Europa had +meegebracht, groeide er verbazend welig. + +Een kolonie van over de duizend hongerige menschen, gewoon aan +een Europeesche levenswijze, heeft heel wat voedsel noodig. Deze +menschen konden niet alleen van vruchten leven, en daarom verminderde +de voorraad hard. Er ging een lange tijd mee heen vóór men tuinen +en velden bezaaid had en de oogsttijd aanbrak. Daar de veestapel +noodzakelijk vergroot moest worden, kon men er niets van afnemen. Vele +kolonisten waren ziek, en de geneesmiddelen verbruikt. De _heeren_ +konden niet werken. Er was behoefte aan meer werkkracht, om de +mijnen te ontginnen en het erts te smelten. Veel paarden waren reeds +gestorven, en men had er veel meer noodig voor openbare werken en +krijgsdienst. Daarom was het allernoodzakelijkst, dat men hem grooten +toevoer zond. + +In den brief, dien Columbus bij deze gelegenheid schreef, stralen +ernst en rechtschapenheid door. Opzettelijk werd er niets verkeerd +voorgesteld. Hij verhaalde de feiten, zooals ze zich aan hem +voordeden, met de meeste waarheidsliefde, en legde moeielijkheden +en vooruitzichten zoo getrouw mogelijk bloot. Met de schepen zond +hij mannen, vrouwen en kinderen, allen inboorlingen, die hij buit +gemaakt had op de Caraïbische eilanden. Het waren menscheneters, +die tot het armste en diepst gezonkene deel van 't volk hadden behoord. + +In een brief aan Antonio de Torres, waarin hij vertelt, wat hij aan +Ferdinand en Isabella wenscht mede te deelen, schreef hij: + +"Wees zoo goed den beiden Koningen te doen weten, dat ik met deze twee +schepen eenige menscheneters zend, zoowel kinderen van beiderlei kunne +als mannen en vrouwen, omdat ik de taal van het land niet ken, en hun +dus ook ons heilig geloof niet leeren kan, zooals Hunne Majesteiten en +ik zelf ook zouden wenschen. H.H. M.M. kunnen hen nu door geschikte +personen onze taal laten leeren en ze zulk onderwijs doen geven, dat +zij later nuttig werk kunnen verrichten. Wijdt men aan hen meer zorg +dan aan andere slaven, dan kan naderhand de een den ander weer leeren. + +"Zien en spreken ze elkander in geen langen tijd, dan zullen ze in +Spanje veel spoediger wat leeren dan hier, en zij zullen veel betere +tolken worden. Ik zal intusschen doen, wat ik kan. Daar er tusschen het +eene eiland en het andere niet veel gemeenschap is, bestaat er in de +wijze, waarop zij spreken, eenig verschil, wat vooral van den afstand +af hangt, waarop zij van elkander wonen. Maar aangezien die eilanden +het grootst en het volkrijkst zijn, wier bewoners uit menscheneters +bestaan, heb ik gemeend, dat het het best was mannen en vrouwen van +deze eilanden naar Spanje te zenden, opdat zij daardoor de barbaarsche +gewoonte andere menschen op te eten eenmaal zouden laten varen. + +"Door in Spanje zelf de Spaansche taal te leeren, zullen zij veel +spoediger gedoopt kunnen worden en zal hun zieleheil bevorderd +worden. Het zal voorts een groote zegen voor de Indianen, die de +genoemde wreede gewoonte niet volgen, zijn, als zij ondervinden, dat +wij degenen, die hen kwaad doen, vatten en als gevangenen wegvoeren, +want zij zijn voor hen zoo bang, dat hun naam alleen schrik verwekt. + +"Geef Hunnen Majesteiten de verzekering, dat onze komst in dit land +en het gezicht van zulk een vloot, de meest gewenschte uitwerking +gehad en onze veiligheid voortaan verzekerd hebben. Stellig zullen +alle bewoners van dit eiland, en van de eilanden er om heen, zich +spoedig onderwerpen, wanneer zij zien, dat wij de goedwilligen zacht +behandelen, maar tevens de kwaad- en onwilligen straffen. Binnenkort +zullen H.H. M.M. hen onder hun onderdanen kunnen tellen." + +Op dit gedeelte van den brief antwoordden de souvereinen: "Laat +Columbus weten, wat met de menscheneters, die naar Spanje gekomen zijn, +gebeurd is. Hij heeft goed gehandeld, en zijn raad is uitstekend. Maar +laat hij toch alle mogelijke middelen aanwenden, om ze tot ons geloof +te bekeeren, niet slechts daar, maar op alle eilanden, waar het lot +hem brengen zal." + +Over hetzelfde onderwerp schrijft Columbus verder: + +"Zeg H.H. M.M. dat het mij voor het heil van de zielen van bedoelde +menscheneters, en ook voor de bewoners van dit eiland, wenschelijk +voorkomt, dat er een zoo groot mogelijk aantal naar Spanje gezonden +wordt, en dat zij op die wijze H.H. M.M. van grooten dienst kunnen +worden. Aan de groote behoefte denkende, die wij aan slachtvee, +last- en trekdieren hebben, zoowel ter voeding als tot hulp voor de +volkplanters, dienen de Koning en de Koningin elk jaar een voldoend +aantal karveelen te zenden met die dieren, opdat de velden bevolkt +en bebouwd worden. + +"Dit vee kon voor rekening van de overbrengers tegen een matigen prijs +worden gekocht, en de laatsten konden met slaven, die van de Caraïben +komen en toch echte wilden zijn, betaald worden. Deze slaven zijn +voor alle werk geschikt, flink gebouwd, hebben veel gezond verstand +en zullen, wanneer zij hun wreedaardige gewoonten hebben laten varen, +veel beter zijn dan andere slaven. Als ze hun land uit zijn, zullen +ze die ruwheden ook niet meer bedrijven. Door middel van roeibooten, +die ik mij voorstel te maken, zal het gemakkelijk zijn velen van +die wilden te krijgen. Hunne Majesteiten konden ook belasting leggen +op den invoer van slaven in Spanje. Vraag om antwoord op dit punt, +en breng het mij, opdat ik de noodige maatregelen kan nemen, wanneer +mijn voorstel hun goedkeuring mag wegdragen." + +Dit voorstel, dat het hof van Spanje tot den slavenhandel brengen +zou, verraste Ferdinand en Isabella. Zij werden er door tot nadenken +gebracht. Zij antwoordden eenigszins onbepaald: "De overweging van +dit onderwerp is voor eenigen tijd uitgesteld geworden, en wij zien +andere voorstellen van maatregelen, met betrekking tot de eilanden +te nemen, te gemoet." + +Deze gevoelens van Columbus, die in onze verlichte 19e eeuw zoo +verafschuwd worden, waren met de destijds algemeen heerschende +opvattingen volmaakt in overeenstemming. Zulke verkeerde begrippen van +menschenrecht heerschten vóór 400 jaren bijna overal. De bekeering van +de heidenen achtte men zóo belangrijk, dat men daarvoor alle middelen, +eerlijke of oneerlijke, moest aangrijpen. Een rechtvaardig oordeel +neemt de onwetendheid van de eeuw in aanmerking, waarin Columbus +leefde. Hij geloofde werkelijk, dat hij voor een maatregel van +barmhartigheid pleitte, die een groote zegen voor de arme Caraïbiërs +en voor de menschheid in 't algemeen zou blijken te wezen. Hieruit +ziet men tevens, hoe menschen, die het oprecht meenen, zich zelf door +valsche redeneeringen kunnen bedriegen. + +Het doet ons goed, dat Ferdinand en Isabella het verleidelijk voorstel +na rijpe overweging verwierpen. Het bevatte anders veel, waardoor het +aanlokkelijk voor hen moest zijn. Op deze wijze toch konden de koloniën +van levend vee uit Spanje worden voorzien, zonder dat het iets kostte, +ja, zelfs trok men er voordeel van. De rustige eilandbewoners zouden +van de strooptochten van die woeste menscheneters, die hun voortdurend +schrik aanjoegen, bevrijd worden. De koninklijke schatkist zou er wel +bij varen, zoodat de heerschzuchtige souvereinen in staat zouden zijn +veel te doen voor de bevordering van de belangen hunner landen. En, +wat nog de kroon op alles zette, een groot aantal wilden kwam onder +den invloed van christelijke instellingen, zoodat hun zielen konden +gered worden. + +De terugkeerende vloot stak den 2den Februari 1494 in zee. Drie en +een halve eeuw na de stichting van de stad Isabella kwam T.S. Hencken +daar. Het volgende is belangwekkend, omdat het ons leert, hoe het er +toen uitzag. + +"Thans is Isabella bijna geheel bedekt door bosch. Men ziet er nog +de pilaren van de kerk, eenige overblijfselen van de koninklijke +magazijnen en een deel van Columbus' woning, alles van gehouwen steen +gebouwd. Een klein fort, dat nu in puin ligt, valt ook terstond in 't +oog. Een weinig noordwaarts staat nog een ronde, gemetselde pilaar, +die nagenoeg tien voet hoog en dik is, waarop een houten galerij +schijnt gestaan te hebben, in 't midden waarvan de Spaansche vlag +wapperde. Ik heb de overblijfselen van een ijzeren klamp, die in den +muur zat en diende, om den vlaggestok vast te zetten, gevonden en er +uitgetrokken, en zend ze nu aan u als een herinnering aan de intrede +van de beschaving in de Nieuwe wereld. Die overblijfselen hebben nu +bijna 350 jaren aan weer en wind blootgestaan." + +Door de geestkracht van Columbus ging het werk goed vooruit, en de +stad Isabella nam spoedig groote afmetingen aan. Wij moeten er evenwel +bijvoegen, dat de huizen niet best afgewerkt kunnen zijn geweest. Den +7den December kwam Columbus in de haven. In twee maanden tijd, +den 6den Februari, was de kerk gereed en werd zij ingewijd. Twaalf +geestelijken, onder hun geestelijk opperhoofd, broeder Boyle, woonden +de indrukwekkende plechtigheid bij. + +Het weggaan van de vloot was een somber uur voor de +achterblijvenden. Een algemeen gevoel van ontevredenheid heerschte +in de kolonie, want velen waren teleurgesteld. Sommigen verweten +zich zelf, dat zij hun te huis in Spanje voor een wildernis, waar +slechts wilden woonden, hadden verlaten. Anderen waren boos op den +admiraal, wiens onware voorstellingen hen, naar zij zeiden, in het +verderf hadden gelokt. Overal hoorde men gemor, dat tot verwijtingen +en bittere twisten oversloeg. Het vertrek der schepen maakte veler +oogen vochtig, en donkerder wolken van droefgeestigheid schenen over +de kolonie te trekken, toen het laatste schip aan den horizon uit +het gezicht verdween. + +Onder de gelukzoekers bevond zich een trotsch en verwaand man, die +aan het Spaansche hof had verkeerd, wiens aanmatigingen dikwijls tot +oneenigheid met den admiraal hadden geleid. Zijn naam was Bernal Diaz +de Pisa. Hij bracht een groot aantal ontevredenen tot opstand. Hun +plan was één of alle schepen machtig te worden, daarmede naar Spanje +terug te keeren, en dan gezamenlijk ernstige klachten tegen Columbus +in te brengen. Zij hoopten, dat er zóó velen aan de samenzwering +zouden deelnemen, dat zij al de vijf schepen konden bemachtigen. + +De opstand werd echter ontdekt, en de hoofdschuldigen gevangen +genomen. Bij het verhoor, dat volgde, vond men een schandelijk +schotschrift, dat door Bernal Diaz geschreven was, en vol laster +en onwaarheden stond. Diaz was een hooggeplaatst man. Columbus +was voorzichtig genoeg hem niet in verhoor te nemen aan zijn eigen +hof, waar Diaz misschien grooten invloed had, maar zond hem met het +oproerig handschrift naar Spanje. Sommigen van de minder aanzienlijke +opstandelingen werden gestraft, maar zachter dan hun overtreding +verdiende. Om een vernieuwde poging te beletten, werden alle kanonnen +met toebehooren op één na van de schepen verwijderd, en dit ééne werd +aan personen toevertrouwd, op wier trouw men stellig rekenen kon. + +Columbus was geen Spanjaard, maar een Genueesch burger, en, omdat +hij dus een vreemdeling was, had men een vooroordeel tegen hem. De +trotsche Spanjaarden spanden samen, om hem ten val te brengen. Onder de +inlanders had hij geen vrienden, die hem hielpen. Ofschoon het voor de +algemeene veiligheid noodig was, dat de verstoorders van de openbare +rust niet ongestraft bleven, ging hij zoo zacht en toegevend mogelijk +met de weerspannigen om; maar toch beschuldigden zijn tegenstanders +hem van willekeur en wraakgierigheid. Voor iemand, die macht heeft, +is het onmogelijk zich voor laster te vrijwaren. Evenzoo werd George +Washington, gedurende zijn geheele loopbaan, aangevallen alsof hij +een duivel was. De vijandschap, die men tegen Columbus opwekte, ging +over in haat, die duurde, tot hij rust vond in het graf. En na verloop +van drie en een halve eeuw vervolgen de venijnige aanvallen hem nog. + +Columbus besloot een werkzaam deel aan de zaken te nemen, en naar de +mijnen te gaan, om de ontginningen daar zelf te leiden. Het bestuur +te Isabella liet hij, tijdens zijn afwezigheid, aan zijn broeder, +Don Diego, over. Las Casas, die dezen van nabij kende, stelt hem +voor als een zeer beminnelijk en oprecht man, die den vrede liefhad, +zich goed gedroeg, en matig en eenvoudig was, zoowel in spijs en +drank als in kleeding. + +Aangezien Columbus het gebied van een vermaard krijgsman zou betreden, +die reeds getoond had een doodvijand van de Spanjaarden te zijn, +was het noodig, dat hij een krijgsmacht meebracht, niet alleen +groot genoeg, om aanvallen af te slaan, maar ook om de inlanders de +overtuiging te geven, dat de macht van de vreemden onweerstaanbaar +was. Voor hen, die in het fort achtergebleven waren, zou het niet +moeilijk zijn zich tegen elken aanval te verdedigen. Daarom nam hij +bijna alle geschikte manschappen en al de paarden, die gemist konden +worden, mee. De ondervinding had hem geleerd, welken diepen indruk +uiterlijk vertoon op de wilden maakte. Daarom stelde hij met al den +militairen glans, dien hij aanbrengen kon, zijn macht in slagorde. + +Den 12en Maart 1494 trok het leger, dat uit 400 man bestond, op. Het +krijgsvolk, dat een verblindende wapenrusting aanhad, glad geschuurde +wapenen en vergulde banieren droeg, en trompetgeschal aanhief, dat door +de bosschen weerklonk, moet aan de inboorlingen wel het denkbeeld van +bovennatuurlijke en onweerstaanbare macht hebben ingeboezemd. Al +de aanvoerders waren rijk gekleed, en zaten op sierlijk getooide +paarden. Het was een heldere en prachtige dag, toen de troep door +een bebloemde vlakte naar de verafgelegen heuvels trok. Tegen den +avond kwamen zij aan den ingang van een rotsachtigen weg door de +bergen. Zij zetten zich op de groene zoden neer en sliepen heerlijk, +onder het inademen van de geurige lucht. Een nauw Indiaansch voetpad +leidde door de hobbelige bergpassen. + +Verscheiden stoutmoedige ridders reden als pioniers vooruit, om +hinderpalen uit den weg te ruimen. Het zoo gebaande pad werd de +Heerenweg genoemd ter eere van de ridders, die het hadden gemaakt. Toen +zij de hoogte bereikt hadden, opende zich voor hen hetzelfde heerlijke +uitzicht, dat Ojeda en zijn metgezellen met vreugde hadden aanschouwd. + +Aan hun voeten lag een uitgestrekte en schoone vlakte, beschilderd +en ingelegd als het ware met al den rijkdom van een tropischen +plantengroei. De prachtige bosschen vertoonden die mengeling van +schoonheid en grootschheid van plantenvormen, die men alleen in dat +heerlijk klimaat aantreft. Palmboomen van aanzienlijke hoogte en +breed getakte mahonieboomen rezen te midden van een wildernis van +verschillend gebladerte op. De frischheid en de groene kleur werden +door talrijke rivieren bewaard, die glinsterend door laag boschland +kronkelden; terwijl zich onderscheidene dorpen en gehuchten uit de +boomen verhieven, en de rook van andere midden uit de bosschen opsteeg, +waaruit bleek, dat er een talrijke bevolking moest zijn. Het weelderige +landschap strekte zich zoo ver uit als het oog reikte, tot dat het +zich aan den horizon verloor. Met verrukking staarden de Spanjaarden op +dit schoone en rijke land, dat hun denkbeeld van een aardsch paradijs +scheen te verwezenlijken. Columbus was getroffen door zijn groote +uitgestrektheid, en noemde het de Vega Real of koninklijke vlakte. + +Deze thans eenzame weg wordt nog een enkele maal door hedendaagsche +reizigers betreden. Hij vormt den eenig bruikbaren bergpas van den +Monte Christo en blijft een eenzaam, hobbelig voetpad, dat langs rotsen +en afgronden slingert. De naam er van is Marney-pas. Het schoone eiland +heeft van de soort van beschaving, die de Spanjaarden er invoerden, +verbazend geleden. Eenzaamheid, verwoesting en vreeselijke armoede +heerschen nu daar, waar eenmaal Columbus meende op een aardsch +paradijs te staren, en waar de lachende dorpen van de Haïtiërs het +landschap vervroolijkten. + +Met veel praalvertoon en onder trompetgeschal trok het schitterend +leger door de vlakte. De inboorlingen konden niet anders dan de +wondervolle pracht als iets bovennatuurlijks aanzien. Las Casas zegt, +dat zij in 't eerst den ruiter en zijn paard voor één dier hielden. Vol +schrik liepen haast alle Indianen weg. Soms overwon Columbus hun angst +door vriendelijkheid. Inlandsche tolken werden vooruit gezonden, +om de verzekering te geven, dat hun geen leed zou geschieden. Ook +werden hun geschenken aangeboden, die ze met verbazing en vreugde +aannamen. Voedsel werd door hen als gemeen eigendom beschouwd. Elk +huis kon men binnengaan, om er te gebruiken wat men wilde. Maar in +schijnbare tegenspraak hiermede, verhaalt men, dat andere bijzondere +eigendommen voor heilig werden gehouden. Diefstal werd met groote +gestrengheid gestraft. + +Een marsch van 15 mijlen bracht hen aan een groote rivier, die Columbus +den Rietstroom noemde. Het bleek het bovenwater te zijn van denzelfden +stroom, wiens mond Columbus de Goudrivier had genoemd. Aan deze groene +oevers brachten de gelukzoekers, nadat ze een bad genomen hadden, +den nacht in prachtige tenten door. Den volgenden morgen staken ze +met vlotten de rivier over, en de paarden zwommen er door. Nog twee +dagen lang zetten ze den tocht door de schoone vlakte voort. Vele +dorpen trokken ze door, waarvan de inwoners eerst altijd op de +vlucht gingen. Tegen den avond van den tweeden dag bereikten zij de +noordelijke hellingen van de goudbergen van Cibao. + +Den volgenden morgen begonnen zij die te beklimmen langs donkere +holle wegen en oneffen rotsen, waar de paarden niet dan met moeite +bestuurd konden worden. Toen zij den top bereikt hadden, kregen ze +weer een verrukkelijk gezicht. Als een frisch groen meer breidde de +vlakte zich voor hen uit. Naar de schatting van Las Casas was zij +240 mijlen lang en 70 breed. Zij waren nu midden in het goudland. De +toppen van de bergen boden slechts een droevig tooneel van dorheid +en verwoesting aan. De plantengroei was gering en men zag haast +geen bloempje. De kanten waren met pijnboomen bedekt. De Spanjaarden +namen echter met dit akelig tooneel genoegen, omdat zij in het zand +glinsterend stofgoud vonden, en daaruit opmaakten, dat de bergen +onuitputtelijke bronnen van rijkdom verborgen hielden. + +Ongeveer 50 of 60 mijlen waren deze onderzoekers nu van Isabella +verwijderd. Columbus zocht nu een geschikte plek voor een kamp +op. Hij bouwde een houten fort, dat hij, misschien voor de aardigheid +St. Thomas noemde, als een zacht verwijt voor hen, die niet gelooven +wilden, dat men eenig goud zou vinden vóór dat hun oogen het gezien +en hun handen het getast hadden. + + + + +NEGENDE HOOFDSTUK. + +DE KUST VAN CUBA WORDT ONDERZOCHT. + + +Terwijl Columbus het fort St. Thomas bouwde, zond hij eenige +manschappen uit, om het omliggende land te onderzoeken. Zij waren +goed gewapend, en werden door een dapperen, jongen ridder aangevoerd, +die Juan de Luxan heette. Zij doorkruisten de provincie Caonabo, en +'t kwam hun voor, dat zij nagenoeg zoo groot was als Portugal. Aan de +oevers van alle rivieren vonden ze kleine stukjes goud. Geen woorden +genoeg konden ze vinden om de vruchtbaarheid en de pracht van 't land +te beschrijven. + +In 't fort was een bezetting van 56 man achtergebleven. Er was een +begin gemaakt met de ontginning der mijnen, en nu meende Columbus naar +Isabella terug te kunnen keeren. Hij kwam er den 29sten Maart aan, +en bracht gunstige berichten mee, ten aanzien van de vooruitzichten +om goud te krijgen. Spoedig evenwel werd hem meegedeeld, dat de +Indianen te St. Thomas zeer vijandig waren geworden. Dit kwam, +omdat de beginsellooze Spanjaarden begonnen waren, zoodra zij niet +meer door Columbus' tegenwoordigheid in bedwang werden gehouden, +de inlanders te plunderen, en hun vrouwen en dochters aan groote +beleedigingen bloot te stellen. Caonabo kende hen maar al te wel, +en daarom had hij hen met groot leedwezen op zijn bergen zien komen. + +Dat er vrees behoefde te bestaan voor hun vijandschap geloofde Columbus +niet, en daarom bepaalde hij er zich slechts toe een kleine versterking +van oorlogs- en mondbehoeften naar het fort te zenden. Maar wel bestond +er reden voor hem zelf, om ongerust te wezen over de ontevredenheid, +het gemor en de vijandige stemming, die hij te Isabella steeds grooter +zag worden, en die zich in daden tegenover hem lucht gaven. Er waren +vele zieken, en, behalve, dat de geneesmiddelen op waren, kregen +ze het rechte voedsel niet. Met eenige verwondering lazen wij, +dat de kolonisten zich niet aan het eten van de inlanders konden +gewennen. Vrees voor een hongersnood maakte het noodig het volk op +rantsoen te zetten. Dit gaf tot veel gemor aanleiding, en niemand +klaagde luider en bitterder dan het hoofd der Spaansche geestelijken, +"vader" Boyle. + +De geestelijken en aanzienlijken waren kwaad, omdat Columbus geen +onderscheid in rang kende, waar het op plichtsbetrachting en de +verrichting van 't dagelijksch werk aankwam. Het bestaan zelf van de +kolonie eischte, dat er molens gebouwd en andere werkzaamheden voor +'t openbaar welzijn verricht werden. Allen zonder onderscheid moesten +helpen. De trotsche Spaansche grooten waren verontwaardigd en kwamen +in verzet. Zij scholden hem uit voor fortuinzoeker, en geen vriend +bleef hem over. + +Columbus was een groot voorstander van orde en tucht, en werd hierin +geleid door den natuurlijken drang van zijn krachtigen geest. Maar hij, +die van Genua kwam, waar arbeid in eer werd gehouden, hield misschien +geen rekening genoeg met de verbazende trotschheid van de Spaansche +edelen. Zij beschouwden het werken als het verachtelijk lot voor de +zonen van laaggeborenen. Vele jonge ridders, die op de krijgsvelden +van Grenada roem hadden ingeoogst, hadden den tocht naar de Nieuwe +wereld meegemaakt met hersenschimmige denkbeelden van rijkdommen, +die hun daar zouden toevloeien. Op kasteelen moesten zij wonen, +paardrijden en boven de Spaansche vorsten uitsteken in het aantal +gedweëe dienstbaren, in pracht en in grondbezit. Velen van deze +jongelieden hadden ongetwijfeld het land verlaten in de hoop, dat zij +zich door heldendaden en ridderlijke avonturen konden onderscheiden, +en in Indië de krijgsbedrijven konden voortzetten, waarmee in de +jongste oorlogen te Grenada een begin gemaakt was. Anderen waren in +hun jeugd vertroeteld, in weelde opgevoed en weinig bestand tegen de +gevaren aan het zeeleven verbonden en tegen de vermoeienissen op het +land. Even weinig waren zij bestand tegen de gevaren, de verliezen, +de tegenspoeden en alles, waaraan men blootstaat, wanneer men zich +in een wildernis vestigt. Hadden zij 't ongeluk ziek te worden, +dan viel er al spoedig aan hun toestand niets te verbeteren, en +bleek het lichamelijk lijden nog door die van 't hart verergerd te +worden. Zij leden onder de bitterheid van gekwetsten trots en onder de +ziekelijke zwaarmoedigheid van bedrogen hoop. Aan hun ziekbed misten +zij die teedere zorg en verzachtende oplettendheid, waaraan zij gewend +waren. En zij daalden ten grave met al de somberheid aan de wanhoop +eigen, den dag verwenschende, waarop zij hun vaderland verlaten hadden. + +Ferdinand en Isabella spoorden Columbus tot de voortzetting van +zijn ontdekkingsreizen aan. Er opende zich naar allen schijn een +wijde en onbekende wereld voor hem, en niemand kon weten, welke +wonderen zich zouden openbaren. De telkens grooter wordende bezwaren +maakten, dat Columbus het best vond de kolonisten op deze tochten te +scheiden. Daarom zond hij een groot aantal uit, om het binnenland te +gaan onderzoeken. Iedereen, die gezond was, niet op zieken behoefde +te passen en geen dienst had, behoorde tot dit getal. Ook gingen +250 kruisboogschutters, 110 handbuksschutters, 16 ruiters en 20 +officieren mee. Het bevel er over werd gevoerd door Peter Margarite, +een vriend van Columbus en een van de beroemdste ridders van de orde +van Santiago. Ojeda was bij de mijnen als hoofdopzichter gebleven. + +Columbus gaf Margarite zeer uitvoerige voorschriften. Zij leggen +het getuigenis af van zijn gezond oordeel, zijn menschlievendheid en +zijn edel streven, om nuttig te zijn. De oprechtheid van Columbus is +boven allen twijfel verheven. In dit geschrift zegt hij: "Behandel +de Indianen met de grootste vriendelijkheid. Bescherm hen tegen +onrecht en beleedigingen. Betaal alles ruim, wat gij van hen krijgt +voor het onderhoud van de troepen. Stel alles in het werk, om hun +vertrouwen, hun vriendschap te verwerven. Maken de behoeften van +het leger het volstrekt noodzakelijk, dat gij van hen neemt, wat zij +niet willen afstaan, doe het dan zoo zacht mogelijk en poog hen door +vriendelijkheid en bewijzen van genegenheid te troosten. Vergeet het +nooit, dat Hunne Majesteiten meer op de bekeering van de wilden gesteld +zijn, dan op de voordeelen, die zij van hen zouden kunnen trekken." + +Al deze verstandige voorschriften sloeg Margarite in den +wind. Voorspoed en geluk zouden het gevolg van hun getrouwe naleving +zijn geworden. De laagheid van dezen troep Spanjaarden werd nu de +aanleiding tot oorlog en ellende. De Indianen werden uitgeroeid, +Spanje geschandvlekt, de menschheid onteerd en Columbus zelf moest +onophoudelijk de gemeenste en laagste verwijtingen hooren. + +Het opperhoofd Caonabo was een beslist vijand; en daarbij schrander +en sluw. Zijn tocht ter vernieling van het Spaansche garnizoen op +La Navidad was met groote bekwaamheid en volkomen goeden uitslag +volbracht. Nu bleek het duidelijk, dat hij een macht bijeen verzamelde, +om de Spanjaarden te verdelgen, die op zijn gebied waren gekomen en +zich in het fort St. Thomas trachtten te verschansen. Beklagenswaardig +is 't lot van den mensch. Niemand kan het dit opperhoofd kwalijk nemen, +dat hij de Spanjaarden uit zijn land wilde jagen, die hun slecht +karakter reeds hadden getoond in de behandeling van de inlanders. Aan +den anderen kant kan niemand het in Columbus afkeuren, dat hij zijn +volk naar de binnenlanden zond, om goud te zoeken. Columbus kon met +een goed geweten God bidden om bescherming voor zijn kolonie. Even +oprecht kon Caonabo de goden, die hij aanbad, smeeken de vreemde +indringers te verdrijven. + +Ojeda begeleidde het leger met omstreeks 400 man naar St. Thomas, +waar hij Margarite moest helpen en de onderzoekers, achterlaten. Er +werd verteld, dat vijf Indianen drie Spanjaarden bestolen hadden. Hun +opperhoofd werd beschuldigd van den buit met hen te hebben gedeeld, +in plaats van hen te straffen. Ojeda kreeg een Indiaan in handen, die +gezegd werd een van de dieven te zijn. Op een openbaar plein van een +Indiaansch dorp sneed men hem de ooren af. Toen hij het opperhoofd, +diens zoon en neef gevangen genomen had, zond hij ze allen geboeid +naar Isabella. + +Een naburig opperhoofd, die bewijzen van genegenheid jegens de +Spanjaarden gegeven had, verzelde de van angst bevende gevangenen, +om vergiffenis voor hen af te smeeken. Columbus sloeg geen acht +op die vriendelijke tusschenkomst. Hij liet de drie gevangenen +met de handen op den rug gebonden naar het openbaar plein brengen, +door den omroeper hun misdaad bekend maken, en gaf daarna bevel de +dieven te onthoofden. Om dit wreede bevel te rechtvaardigen, zegt +Oviedo, dat het noodig was schrik onder de inboorlingen te brengen, +opdat dezen eerbied kregen voor het eigendom van de blanken, en dat +de Indianen zelf iemand, die zich aan diefstal had schuldig gemaakt, +een puntigen haak van onderen tusschen de ruggegraat en de huid staken, +zoodat hij tusschen de schouders uitkwam, of m.e.w. hem spietsten. + +Columbus had echter geen plan de wreede straf werkelijk te doen +ondergaan. Toen men op de strafplaats gekomen was, stortte het +bevriende opperhoofd bittere tranen en smeekte op de roerendste wijze, +om het levensbehoud van zijn vrienden. Hij verzekerde den admiraal, +dat het niet meer gebeuren zou, en dat hij zijn eigen leven tot pand +gaf, als er opnieuw een misdaad plaats greep. De admiraal gaf toe, +en de gevangenen werden in vrijheid gesteld. + +Columbus had reeds eenigen tijd geleden toebereidselen gemaakt, +om onder zeil te gaan en met zijn smaldeel nieuwe rijken op te +zoeken. Zooals bekend is hield hij Cuba niet voor een eiland, maar +voor een deel van het vasteland van Azië. Nu was zijn plan langs de +zuidelijke kust van deze groote kaap te kruisen. + +De kleine vloot vertrok den 14en April 1494. Het bestuur over Isabella +werd aan Don Diego Columbus toevertrouwd. De schepen voeren naar +'t Westen, hielden zich een korten tijd te Monte Christo op, en +wierpen het anker in de baai van La Navidad. Toen zij den 29sten de +westelijkste kaap van St. Domingo omtrokken, kwamen de schepen in +'t gezicht van de oostelijkste kaap van Cuba, die Columbus Alpha en +Omega genoemd had, doch nu Kaap Ataysi heet. Het kanaal tusschen de +twee eilanden is ongeveer 54 mijlen breed. Toen men dit kanaal door +was en omstreeks 60 mijlen langs de zuidkust van Cuba gevaren had, +wierp men het anker in een ruime haven, waaraan Columbus den naam +van Puerto Grande gaf, maar die nu Guantanamo genoemd wordt. + +Aan de hutten en de vuren op het strand kon men zien, dat er menschen +woonden. Met eenige goed gewapenden ging Columbus aan land, maar er was +alweer geen enkel Indiaan te zien, omdat allen naar de bergen gevlucht +waren. De Spanjaarden vonden voedsel in overvloed, waarvan zij gretig +gebruik maakten. Juist toen de maaltijd afgeloopen was, zagen zij +op een afgelegen hoogte een zeventigtal Indianen, die hen met vrees +en verwondering bekeken. Toen zij naar hen toegingen, namen allen de +vlucht, behalve één. Deze waagde het te blijven staan, ofschoon ook +hij zich gereed maakte, om ieder oogenblik weg te kunnen loopen. + +Columbus zond een Indiaanschen tolk met geschenken vooruit. De dappere +jongeling liep naar hem toe. Nadat hij de geschenken ontvangen had, +en hem verzekerd was, dat de Spanjaarden niets kwaads in den zin +hadden, haastte hij zich zijn landgenooten hiermee in kennis te +stellen. Dezen keerden daarop, hoewel beschroomd en met aarzelende +schreden, terug. Zij waren naar het strand gegaan, om visch te vangen, +daar het opperhoofd een naburig opperhoofd een groot feestmaal +wilde aanrichten. Om de visch goed te houden was ze gebraden. De +hongerige Spanjaarden aten alles op, maar de vriendelijke inboorlingen +zeiden, dat dit niets was, want als zij één nacht vischten, zou het +verlies weer hersteld zijn. Maar Columbus stond er met zijn gewone +rechtvaardigheid op, dat alles zou worden betaald. Zoo scheidden de +Spanjaarden en de Cubanen, ingenomen met elkander. + +Toen men nog westelijker zeilde, scheen het land vruchtbaarder en +volkrijker te worden. Aan het strand stond het vol mannen, vrouwen en +kinderen, die met verwondering naar de vloot keken, welke langzaam op +een afstand van een mijl voortdreef. Eindelijk bleef zij in een andere +groote baai liggen, waar omheen men schoone natuurtafereelen zag. Het +was de baai, die nu St. Jago heet. Hier bracht de vloot den geheelen +nacht door. De inboorlingen schenen alle vrees voor de vreemdelingen +te hebben afgelegd, kwamen in grooten getale met hun kano's naar de +schepen, en boden den Spanjaarden de grootste gastvrijheid aan. + +Overal vroeg Columbus naar goud, en bijna altijd wezen de inboorlingen +naar het Zuiden, te kennen gevende, dat daar een eiland was, waar dit +kostbaar erts in overvloed aangetroffen werd. Den 3en Maart wendde +Columbus den steven derwaarts, en verliet hij Cuba's kust om dit +eiland op te sporen. Na een vaart van eenige uren verhieven aan den +horizon prachtige bergen hun kruin, alsof het wolken waren. Toen de +zeelieden er dichter bij kwamen, kregen zij een wonderschoon tooneel +te aanschouwen. Gewoon als zij waren weelderige paradijzen te zien, +die uit de glinsterende golven oprezen, konden zij zich hier niet +weerhouden hun verwondering door gejuich lucht te geven bij het zien +van de bergen en dalen, de bosschen en schilderachtige dorpen, die +in telkens afwisselende bevalligheid hun oogen verrukten. + +Toen zij dicht bij de kust waren, ging de wind liggen en lag de vloot +geheel stil als op een zee van glas. Terstond kwamen ongeveer 70 met +krijgslieden bezette booten naar hen toe. Deze onverschrokken mannen, +die zich beschilderd en met veeren versierd hadden, zwaaiden hun +lansen en gilden vreeselijk. Bij het nader komen stelden zij zich in +slagorde, als om een verschijning aan te vallen, die in hun oog met +bovenaardsche macht was bekleed. + +Zoodra een van de kano's gepraaid kon worden, begon een inlandsche tolk +met de Indianen te spreken. Zijn verzekering, dat de vreemdelingen hun +vriendschap zochten, en de krachtige invloed van naar hun schatting +kostbare geschenken, die in hun boot gebracht werden, ontwapenden +hun vijandelijke houding. De kleine vloot van kano's ging om de +Spaansche schepen liggen, ten einde naar de zonderlinge verhalen der +Spanjaarden te luisteren. Intusschen wakkerde de wind aan en kon het +smaldeel ongemoeid zijn reis vervolgen. Het is wel waarschijnlijk, dat, +als Columbus er niet geweest was, de Spaansche matrozen zich zouden +vermaakt hebben met de uitwerking te zien, die eenige kanonschoten met +schroot gemaakt hadden op die dicht opeengepakte menigte in de kano's. + +Een korte vaart bracht hen in een ruime haven, waar Columbus bleef +liggen. Hij noemde haar de St. Gloria-baai, ging aan land, stak een +kruis en de Spaansche vlag in den grond, en nam het eiland in naam van +zijn vorsten in bezit. Eén van de schepen had een lek bekomen, en moest +noodig gekield en gekalefaat worden. Daar verschenen onverwachts twee +groote kano's, met krijgslieden bemand, die hun werpspiesen naar het +scheepsvolk slingerden; maar niemand kreeg letsel, omdat de afstand +nog te groot was. Al heel spoedig stond het strand vol menschen, +als razenden met hun wapens zwaaiende. Zij gilden ook akelig. + +Deze inboorlingen schenen niet zoo zachtmoedig te zijn als die +van Cuba en Haïti, maar vertoonden veeleer al de wildheid van de +Caraïbiërs. Het werd vóór alles noodig het schip te kielhalen, +en tevens vond Columbus het goed de wilden bang te maken, opdat zij +van deze gelegenheid geen voordeel trekken en hem niet met een groote +overmacht aanvallen zouden. Of dit plan wijs was is een zaak, waarover +men verschillend kan denken; maar geen rechtschapen man zal volhouden, +dat leedvermaak hem tot deze daad leidde. + +Columbus kon met zijn schepen niet dicht aan wal komen, omdat het +water zoo laag stond. Daarom zond hij verschillende goed bemande en +gewapende booten uit. Of zij gewacht hebben tot ze aangevallen werden, +is onbekend; maar zeker is het, dat zij de Indianen de volle laag +gaven, zoodra de afstand het schieten met de kruisbogen toeliet. Velen +werden gewond, en de anderen namen de vlucht. De Spanjaarden, +die maliënkolders aan hadden, waar de pijlen der wilden niet door +konden dringen, gaven de vluchtenden nog eens de volle laag, en lieten +tegelijkertijd een sterken bloedhond op hen los, die hen met de kracht +en de wreedheid van een tijger vervolgde en velen verscheurde. + +Dit is de eerste maal, dat wij van het gebruik van den vreeselijken +bloedhond melding vinden gemaakt bij de mishandeling van de +Indianen. Daar nu de ontstelde bewoners geheel uiteen waren +gedreven, en men geen vrees behoefde te koesteren, dat zij weer +terug zouden komen, nam Columbus ook dit eiland in bezit, en noemde +het Santiago. Gelukkig heeft het later den veel schooneren en meer +Indiaansch klinkenden naam van Jamaica gekregen. Het is een onaangename +herinnering, dat de komst van Europeanen op dit eiland vergezeld is +gegaan van zooveel wreedheid. + +In den verderen loop van dezen noodlottigen dag zag men geen +Indianen meer. Den volgenden morgen echter liepen er in de verte zes +inboorlingen, die al dichter en dichter bij de Spanjaarden kwamen en +teekens van vriendschap gaven. De admiraal ontving hen minzaam, en toen +vertelden zij, dat zij namens vele opperhoofden vredesvoorslagen kwamen +aanbieden. Columbus antwoordde, dat het zijn ernstige begeerte was, +om met alle menschen in vrede te leven, maar dat hij tevens de macht +bezat hen met de grootste gestrengheid te straffen, wanneer het bleek, +dat zij verraders waren. Ten bewijze dat hij een broederlijk verkeer +wenschte, gaf hij vele geschenken voor de opperhoofden mee, waarop hij +wist, dat zij den hoogsten prijs stelden. Wie kan de waarde schatten, +die een geslepen mes voor een wilde heeft, wanneer hij zijn boog en +pijlen steeds met steenen snijden moest? + +De Indianen waren juist als kinderen, want op eenmaal hield alle +vijandelijkheid op. In groote menigte kwamen zij op de werf, waar +Columbus zijn schepen kalefaatte. Drie dagen lang, ging men op de +vriendelijkste wijze met elkaar om. Maar deze Indianen waren stellig +zeer oorlogzuchtig. Zij hadden geduchte wapenen, en hun kano's waren +uit den stam van een enkelen mahonieboom heel kunstig gemaakt. Columbus +nam van een er van de maat, en bevond, dat de lengte 96, en de breedte +8 voet bedroeg. + +Toen de schepen hersteld waren, en men drinkwater ingenomen had, zette +men de kustvaart naar 't Westen voort. Er woei een zachte bries, en het +water was zóó doorschijnend, dat men de steentjes, die vele vademen +diep lagen, zien kon. Terwijl de karveelen langzaam voortgingen, +hadden zij menigmaal de kano's van de wilden om zich heen. Uit elke +baai, van elke rivier en elke landtong schoten zij toe. Het eiland +scheen zeer bevolkt en alle bewoners waren vriendelijk en begeerig, +om tot elken prijs eenige Europeesche sieraden te krijgen. + +Columbus vroeg maar altijd om goud; doch men vond niets, en hoorde +er zelfs niet van. Om al die teleurstellingen keerde hij naar wat hij +het vasteland van Cuba noemde terug. Maar of 't een eiland was of niet +bleef nog onzeker, en daarvan wilde hij zekerheid hebben. Er kwam een +Indiaansche jongeling aan boord, die Columbus smeekte, hem mee naar +Spanje te nemen. Misschien werd hij door nieuwsgierigheid gedreven, +om de oorden te zien, van waar de zonderlinge vreemden kwamen. De +bloedverwanten van dezen jongeling smeekten hem op de aandoenlijkste +wijze, of hij zijn plan wilde laten varen. Maar hij bleef er bij, +ofschoon de jonge teergevoelige man tranen stortte, toen hij zijn +familie verliet. Na bekomen verlof om mee te gaan, verborg hij zich +in een hoek van 't schip, om geen getuige van de smart der zijnen te +wezen. 't Is jammer, dat we naderhand niets meer van hem vernemen. + +Den 18en Mei bereikte Columbus de kust van Cuba, en de eerste kaap, +waar hij aankwam, noemde hij Cabo de la Cruz. Nog heet die zoo. Hier +lag een dorp, waarvan de inwoners, die van Columbus' eerste reis +gehoord hadden, hen met de meeste vriendelijkheid ontvingen. Columbus +vroeg aan de bekwaamste opperhoofden of Cuba een eiland was. Zij gaven +allen zonder uitzondering hetzelfde ongerijmde antwoord, dat Cuba +een eiland was, maar grenzenloos. Niemand, zeiden zij, is er ooit +in geslaagd het einde er van te bereiken. Hierdoor werd Columbus in +zijn meening versterkt, dat hij bij het vasteland van Azië was. Toen +hij de reis naar 't Westen voortzette, dacht hij spoedig bij het +beroemde en schoone rijk van den grooten Khan te zullen komen. Hij +voer langs de zuidelijke kust en kwam zoo in een eilanden-zee, waarin +honderden eilanden lagen, die zeer in grootte en vorm verschilden en +alle prachtig groen waren. De meeste waren onbewoond. De vaarwaters +tusschen die eilanden waren even kalm, als het water van een geheel +afgesloten bergmeer. De bloemen bloeiden heerlijk, en in de bosschen, +op de velden en wateren was het vol van de schoonste vogels, zooals +men die in de heete luchtstreek aantreft. + +Op een van de grootste eilanden, dat Columbus Santa Marta noemde, ging +hij aan land. Men schreef den 22en Mei. Dit eiland was niet onbewoond, +maar alle bewoners hadden hun huizen verlaten, om, zooals later bleek, +te gaan visschen. Langzaam zeilde Columbus in die nauwe vaarwaters +voort, en kwam 50 mijlen verder op den 3en Juni in een groot Indiaansch +dorp. Ook hier werden de vreemdelingen met die minzaamheid ontvangen, +die men overal op het eiland Cuba aantrof. + +Men verzekerde Columbus opnieuw, dat dit eiland aan de westzijde +geen grenzen had. De wind was zeer gunstig, en daar de admiraal zeer +gaarne spoedig in de beschaafde rijken van Azië wilde komen, werd +de tocht voortgezet. Een watervlakte, waarin geen enkel eiland lag +en die wel 100 mijlen lang was, strekte zich voor hen uit. Rechts +lag de met bosch bedekte kust van Cuba, en links zag men de wijde, +opene zee. Het was prachtig weer, en de vloot bleef zoo dicht bij +de kust, dat de inboorlingen in troepen naar het strand liepen en +sommigen zwemmend, anderen in kano's naar de schepen gingen. De zachte +nachtwind bracht het gezang en de wilde muziek van de inlanders naar +de schepelingen over. Men vermoedde, dat de wilden op die manier de +komst van de hemelsche bezoekers vierden. + +Die toen zoo volkrijke streek is nu een dorre woestenij. Er leeft +niet één afstammeling meer van die Indianen, wier vreedzame woningen +destijds de heuvels en de dalen versierden. Humboldt is vóór eenige +jaren des nachts ook langs die kust gevaren. Hij schrijft: + +"Een groot deel van den nacht bleef ik op het dek. Wat een eenzame +kust! Geen licht verraadt het bestaan van een visschershut. Van +Batabano af tot Trinadad toe, dat toch een afstand is van 150 mijlen, +ziet men geen enkel dorp. En in de dagen van Columbus was dit land +toch bewoond tot aan de kust toe. Maakt men putten in den grond, of +komen er door watervloeden gaten in het zand, dan vindt men dikwijls +steenen bijlen, koperen vaatwerk, en overblijfsels van de oude bewoners +van dit land." + +Na een tweedaagsche vaart kwam de vloot bij een andere eilandengroep, +maar 't was hier vooral zeer moeilijk en gevaarlijk tevens voor de +schepen, om zich door die nauwe en kronkelende wateren een weg te +banen. Columbus hield echter maar steeds westwaarts aan. Ieder uur +hoopte hij de een of andere aanwijzing te krijgen, waardoor 't zeker +was, dat hij het oostelijk keizerrijk naderde. Maar dag aan dag zag +hij niets dan naakte wilden en lage hutten. Ook was de tongval van de +Indianen in deze verwijderde streken zelfs voor de tolken van Haïti +onverstaanbaar. Door gebaren kon men ook al zeer weinig van hen te +weten komen. Columbus maakte er uit op, dat hij langs de stranden +van het vasteland van Azië voer. + +Alle metgezellen van Columbus, en hiertoe behoorden vele geleerden +en ervaren zeelieden, meenden dat er ook uit op te moeten maken. De +schepen hadden echter door de lange reis veel geleden; het touwwerk was +versleten en de zeilen waren gescheurd. De levensmiddelen raakten op, +en hierdoor vooral werden de matrozen ontevreden en morrend. Nieuws +zag men niet meer, en ieder wenschte terug te keeren. Columbus zelf +achtte het ongeraden nog langer door te varen. Alle officieren en de +knapste mannen liet hij bij zich komen. Eenstemmig verklaarden zij, +dat Cuba geen eiland kon wezen, en dat zulk een verbazend groot rijk +tot een vastland moest behooren. + +De admiraal achtte het van het grootste belang, dat zijn gevoelen +door alle schepelingen zou worden gedeeld. Daar hij bewijzen te over +had, dat zijne talrijke vijanden geneigd zouden wezen, zijn opgaven +onnauwkeurig of wel geheel onjuist te noemen, en zijn ontdekkingen +voor onbeteekenend te houden, wenschte hij voor het feit van de +ontdekking zulk een onloochenbaar bewijs te hebben, dat de geheele +wereld het erkennen moest. Daarom zond hij een vertrouwd officier naar +ieder schip, die ieders gevoelen vragen en eischen moest, dat men de +waarheid met een eed bevestigde. Niemand mocht worden overgeslagen +van den kapitein af tot den scheepsjongen toe. Aan ieder werd gezegd, +dat men, bij den minsten twijfel of het land, dat men nu zag, wel +het vasteland van Indië was, dien twijfel en de reden daarvan moest +uitspreken. Later kon dan die zaak behandeld worden. + +Voorts werd bepaald, dat elke officier een boete van 1000 marevedi [5] +betalen zou, en dat een gemeen matroos 100 zweepslagen zou ontvangen +en men hem de tong uit den mond snijden zou, als hij later verklaarde, +dat hij uit eigenbelang een valsch getuigenis had afgelegd en niet +geloofde, dat men bij een vastland gekomen was. Dit deed Columbus, +om te voorkomen, dat sommigen naderhand zouden zeggen: Wij hebben de +waarheid niet gezegd; wij waren niet vrij en durfden niet anders. Luim +of kwaadwilligheid konden Columbus dan van bedrog beschuldigen, +en beweren, dat hij de souvereinen met zijn gewaande ontdekkingen +bedriegen wilde. + +Deze wreede straf, waarmee de onwetende, bijgeloovige zeelieden, +die gemakkelijk waren om te koopen, om een getuigenis af te leggen +naar den wensen van Columbus' vijanden, bedreigd werden, doet zien, +hoe bitter hij gestemd was door de telkens tegen hem gesmeede +samenzweringen, tegen hem, die men een verwaanden vreemdeling, een +"zoon van niemand" noemde. Ofschoon het waar is, dat Columbus geen +plan had die straf toe te passen, blijft het toch te bejammeren, +dat hij haar liet aankondigen. Het werd een nieuw wapen in de hand +van hen, die gaarne zijn ondergang zagen. + +De bekwame zeelieden en aardrijkskundigen aan boord bekeken zeer +nauwkeurig de kaarten. Na rijpe beraadslaging gaven zij eenstemmig als +hun gevoelen te kennen, dat zij het vasteland hadden bereikt. Onder +eede verklaarden zij hieraan niet te twijfelen, en tevens, dat zij +langs de bochtige kusten van Cuba meer dan 1000 mijlen hadden afgelegd, +en er nog geen eind aan 't land te zien was. Iedereen op de schepen +stemde met de algemeene verklaring in. Columbus zelf geloofde ook +stellig, dat hij 't vasteland van Azië bereikt had, en heeft in die +overtuiging niet alleen geleefd, maar is er ook in gestorven. + +Toen deze belangrijke, schriftelijke verklaring werd opgesteld, waren +de schepen zoo dicht bij de westelijkste punt van het eiland, dat ze +nog maar drie dagen hadden behoeven voort te gaan, om de vergissing +te bemerken. Was dit geschied, dan zou de vloot de groote golf van +Mexico vóór zich gehad hebben. + +Het smaldeel ving den terugtocht aan, en voer langs de kusten in een +zuid-oostelijke richting. Weldra kwamen zij bij een groep kleine +eilanden, waarvan de meeste naakte rotsen vormden. De Spanjaarden +noemden ze _Cayos_, wat zandbanken of rotsen beduidt. Te midden +van al die eilandjes verhief zich een prachtige berg, die tot in +de wolken reikte, en een bewijs was, dat daar een zeer groot eiland +lag. Columbus gaf zich geen tijd het te onderzoeken, mar bleef eenige +uren in een van de havens, om hout en water in te nemen, en er een +kruis en de Spaansche vlag te planten. Hij gaf dit eiland den naam +van Evangelista, maar nu heet het Pijnboomen-eiland. + +Aan vele gevaren stonden ze op dezen tocht bloot door onbekende zeeën, +vol rotsen en zandbanken. Ook kregen ze van tijd tot tijd een ongeluk, +maar toch zetten ze de reis langs de kusten van Cuba naar 't Oosten +voort. Het scheepsvolk was door het afmattend klimaat, het ongewone +voedsel, aanhoudende inspanning en onafgebroken wacht houden, zeer +verzwakt. Twee maanden lang hadden ze met moeielijkheden en gevaren +geworsteld. Alle versche eetwaren bedierven spoedig door de brandende +hitte. De visch moest dadelijk na de vangst gekookt en opgegeten +worden. Ieder kreeg niet meer dan één pond beschimmeld brood daags, +benevens een weinig wijn. + +Den 7en Juli liep Columbus een wonderschoone haven binnen, om zijn +uitgeput volk rust te geven. De Indianen onthaalden hen rijkelijk, +en Columbus plantte er als naar gewoonte een kruis en de vlag. + +Den 16en Juli werd het anker alweer gelicht. Men zette koers naar het +Zuiden, om naar Hispaniola te gaan. Op die wijde en opene zee kregen +ze zulke stormen, dat de vloot slechts als door een wonder behouden +bleef. Geweldige tegenwinden dreven het smaldeel naar Jamaica. Bijna +een maand lang moest men hier door die tegenwinden blijven. Haast +iederen avond was Columbus genoodzaakt in een van de tallooze havens, +die de kust hier vormt, te ankeren, en menigmaal deed hij dit op +dezelfde plek, die hij 's morgens verlaten had. + +Vijandig waren de inlanders niet meer, want zij brachten overvloed +van levensmiddelen en andere benoodigdheden. Ofschoon de bekoring +van het nieuwe reeds lang geweken was, verrasten de schoonheid +en vruchtbaarheid van dit heerlijk eiland Columbus toch zeer. De +meesterlijke pen van Washington Irving beschrijft één van die +natuurtooneelen aldus: + +"Toen de schepen den volgenden morgen, met een zachten wind in de +zeilen, langzaam langs de kust voeren, zagen zij drie kano's, die van +een in de baai liggend eiland kwamen. Een van die kano's was groot, +zeer netjes bewerkt en geverfd. Deze was in 't midden, en de andere +twee waren iets vooruit. In de eerste zat het opperhoofd met zijn +familie, die uit zijn vrouw, twee dochters en vijf zonen bestond. + +"Een van de dochters, een achttienjarig meisje, had een schoon gelaat +en zag er zeer goed uit. Haar zuster was iets jonger. Overeenkomstig +de gewoonte van die eilanden waren beiden naakt. Aan den voorsteven +van de kano stond de vaandeldrager van het opperhoofd, in een mantel +gehuld, die van verschillend gekleurde veeren gemaakt was. Op zijn +hoofd droeg hij een vederbos, en hij had een witte vlag in de hand, +die in den wind wapperde. Twee Indianen, die een kleed droegen, dat +dezelfde kleur en denzelfden vorm had, zaten met veeren helmen of +hoeden en met geverfde gezichten op de trom te slaan. Een paar anderen +hadden hoeden op het hoofd, die heel aardig van groene veeren gemaakt +waren, en bliezen op trompetten van mooi, zwart en heel fraai gesneden +hout. Nog waren er zes, die groote hoeden op hadden van witte veeren +en de lijfwacht van het opperhoofd schenen te vormen. + +"Toen het opperhoofd bij het admiraalschip gekomen was, ging hij +met den geheelen stoet aan boord. Hij droeg al de kenteekenen van de +koninklijke macht. Een smalle band, met kleine, verschillend gekleurde +steentjes, waarvan de meeste groen waren, versierde de slapen, en +was op het voorhoofd met een groote gouden speld vastgehecht. Aan +zijn ooren hingen met ringetjes van prachtige groene steentjes twee +gouden platen. Hij had een halssnoer om van een soort witte koralen, +die daar zeer kostbaar waren, en daaraan hing een groote gouden +plaat, die den vorm van een lelie had. Eindelijk behoorde nog tot de +koninklijke versierselen een gordel, die evenals de band om het hoofd, +van allerlei soort van steenen vervaardigd was. + +"Zijn vrouw was ongeveer op dezelfde wijs uitgedost, maar zij had nog +een katoenen boezelaar voor en katoenen banden om armen en beenen. De +dochters hadden geen versieringen aan, behalve de oudste, die tevens +de knapste was. Ook zij droeg een gordel, die geheel met steentjes +bezet was, en er hing een plaat aan in den vorm van een klimopblad, +die uit veelkleurige steentjes bestond en met katoen omboord was. + +"Zoodra het opperhoofd aan boord gekomen was, deelde hij aan de +officieren en de manschappen geschenken uit, alle voortbrengselen van +'t eiland zelf. De admiraal hield zich op dat oogenblik in zijn kajuit +bezig met bidden. Toen hij op het dek verscheen, haastte het opperhoofd +zich om hem te ontmoeten en sprak met een opgeruimd gelaat tot hem: + +"Mijn vriend! ik heb besloten mijn land te verlaten, en met u mee te +gaan; want ik heb van de Indianen, die bij u zijn, gehoord, dat de +macht van uw souvereinen onwederstaanbaar is; en ook dat gij in hun +naam vele volken onderworpen hebt. Al wie gehoorzaamheid weigert, +is zeker van gestraft te worden. Gij hebt de kano's en woningen van +de Caraïbiërs vernield, hun krijgslieden verslagen en hun vrouwen en +kinderen gevangen genomen. Al deze eilanden vreezen u, want wie kan +u weerstaan, nu gij de geheimen van het land en de zwakheid van het +volk kent? En daarom wil ik liever met al de mijnen op uwe schepen +gaan, uw koning en koningin hulde bewijzen en uw land zien, dan dat +gij al mijn landen neemt." + +"Toen deze woorden vertaald waren geworden, en Columbus de vrouw, +de dochters en de zoons van den cacique zag, en aan de valstrikken +dacht, waaraan hun onkunde en eenvoud hen zouden blootstellen, +kreeg hij medelijden en besloot hen niet aan hun geboorteland te +ontrukken. Daarom liet hij het opperhoofd antwoorden, dat hij hem als +een leenman van zijn vorsten zou beschermen, en dat hij later zijn +wenschen zou vervullen, maar nu nog eerst vele landen moest bezoeken +vóór hij naar zijn land kon terugkeeren. Daarop keerde het opperhoofd, +na met vele verzekeringen van vriendschap afscheid te hebben genomen, +met zijn familie en den geheelen stoet in de kano's naar het eiland +terug, en de schepen zetten den tocht weer voort." + +Columbus had nog een groote reis te doen. Door stormen werd hij +beloopen en de schepen verstrooid, terwijl hij bovendien nog met +vele gevaren en tegenspoeden had te kampen. Angst en arbeid hadden +hem letterlijk uitgeput. Het harde lot van den minsten matroos had +hij gedeeld, en meer dan dat, want als anderen onder het loeien van +stormen sliepen, bracht hij slapelooze nachten door en tartte hij het +geweld van den storm alleen. Aller leven hing van hem af, en de wereld +verbeidde met verlangen den uitslag van zijn onderneming. Plotseling +werd hij door een beroerte getroffen, en op eenmaal had hij zijn +geheugen, zijn gezicht en zijn verstand verloren. In een staat van +volkomen bewusteloosheid, in een gevoelloosheid, die met den dood +gelijk stond, werd de heldhaftige admiraal in de haven van Isabella +gedragen. Wanneer hij van die verdooving in den slaap was overgegaan, +waaruit men niet meer ontwaakt, zou het voor hem, om zoo te zeggen, +een geluk zijn geweest. + + + + +TIENDE HOOFDSTUK. + +DE TERUGREIS NAAR SPANJE EN DE DERDE REIS. + + +Den 29n September 1494 zeilde de kleine vloot de haven van Isabella +binnen, met den bijna dooden en nog geheel en al bewusteloozen +admiraal aan boord. Columbus had te Isabella wel veel vijanden, +maar toch ook veel vrienden, die zich over zijn lang wegblijven zeer +ongerust hadden gemaakt, en zich verheugden, dat hij, ofschoon dan +ook verbazend zwak, teruggekeerd was. Gedurende zijn afwezigheid was +zijn teergeliefde, jongste broeder Bartholomeus uit Spanje gekomen, +om zich met drie zwaar geladen en van allerlei benoodigheden voorziene +schepen bij hem te voegen. Toen Columbus zijn bewustzijn herkreeg, +was hij overgelukkig zijn broeder aan zijn zijde te vinden. + +Bartholomeus was een veel flinker man, dan zijn zachtmoedige en +beminnelijke oudere broeder Diego. Zijn voorkomen en zijn stem waren +even krachtig als zijn geest. Hij was volkomen thuis in de toenmaals +beoefende vakken, en kon vloeiend Latijn schrijven. Columbus benoemde +hem terstond tot luitenant-generaal over zijn gebied, dat toen reeds +grenzenloos heette. Hoofdzakelijk echter bepaalde zich zijn bestuur +tot de volkplantingen te Isabella en te St. Thomas. + +Haïti was toen in vijf deelen verdeeld, en in elk daarvan woonde +een onafhankelijke volksstam. Over elken stam regeerde een erfelijk +opperhoofd, die door mindere hoofden werd bijgestaan. Men schatte toen +de bevolking van het eiland op een millioen, maar dat was misschien wel +wat overdreven. Men zal zich herinneren, dat Don Pedro Margarite met +een leger van 400 man een onderzoekingstocht op het eiland deed. Hij +stoorde zich aan de ontvangen voorschriften niet, zocht niets dan +zich zelf, en ging de vruchtbare velden van de Vega in, waar hij en +zijn manschappen zich aan alle denkbare uitspattingen overgaven. + +Zij bestalen de Indianen, hielden drinkgelagen in hun huizen en maakten +zich aan alle mogelijke buitensporigheden met hun vrouwen en dochters +schuldig. Deze euveldaden kwamen den beminlijken Diego Columbus ter +oore. Terstond werd er raad gehouden. Margarite ontving een strenge +berisping en tevens het bevel, om den ontdekkingstocht voort te +zetten. Maar de trotsche Spaansche edelman verachtte de Genueesche +gelukzoekers, de "zoons van niemand." Hij sloeg de waarschuwingen +in den wind, en ging voort allerlei wandaden te bedrijven. Tien +Spanjaarden konden met hun ondoordringbare maliënkolders een honderdtal +naakte Indianen op de vlucht jagen. Eindelijk waagden de tot wanhoop +gebrachte inboorlingen het zich te verzetten: doch er werd een +vreeselijke slachting onder hen aangericht. + +Caonabo zette een samenzwering op touw. Met een duizendtal krijgslieden +trok hij tegen de Spanjaarden op, die als duivels in de woningen van +zijn volk huishielden. Veel vijanden vonden den dood, en menschenbloed +kleurde den grond. Het strekt Guanagari niet tot eer, dat hij weigerde +tot het verbond van de 4 andere opperhoofden tegen de Spanjaarden +toe te treden. Maar zijn liefde voor Columbus was zoo groot, dat +hij ondanks al die afschuwelijke tooneelen zijn vriend bleef. Zelfs +bood hij aan, om aan de zijde van de Spanjaarden tegen Caonabo en +de zijnen te strijden, en dat nog wel na den door de Spanjaarden +op een van zijn vrouwen gepleegden moord. Bovendien hadden zij hem +nog een andere vrouw afgenomen. 't Kon zijn, dat hij tot dit besluit +gekomen is, omdat Caonabo hem beleedigd had, en hij zich dus wreken +wilde. Caonabo had n.l. bij gelegenheid van de vermoording van het +Spaansche garnizoen ook zijn stad in de asch gelegd. + +Ojeda was een bekwaam en geducht krijgsman. Te midden van krijgsrumoer +en den dood op het slagveld was hij het meest in zijn schik. Van +top tot teen geharnast, wierp hij zich in de dichtste vijandelijke +drommen, een verscheurenden en meedoogenloozen wolf gelijk, die op +een kudde lammeren aanvalt. + +Margarite was niet alleen van een oude familie, maar tevens een +gunsteling van den koning. De Spaansche edellieden op Hispaniola kozen +in den regel zijn partij. De monnik Boyle, die aan het hoofd stond +van een godsdienstige partij, schaarde zich ook aan zijn zijde. Tegen +Columbus en zijn broeders bestond dus een zeer machtige partij van +aanzienlijken. Zij konden maar niet vergeten, dat Columbus in de dagen +van zijn verheffing adellijken en priesters gedwongen had het werk +van het gemeene volk te doen, en zich zijn ontberingen te getroosten. + +De trotsche Margarite gaf zich uit voor den militairen bevelhebber +van het eiland. Hij vertrouwde de zorgen voor het leger aan Ojeda toe, +en keerde naar Isabella terug, om tegen den admiraal, die toen juist +langs de kust kruiste, een samenzwering te bewerken. Hij verwaardigde +zich niet eens Diego Columbus, die het bestuur in handen had, een +bezoek te brengen, of zijn gezag op eenigerlei wijze te erkennen. In +overleg met de edellieden, namen hij en Boyle, die bij den koning +hoog stond aangeschreven, eenige schepen in bezit, en zeilden met een +groot aantal ontevredenen naar Spanje. Allen wilden bij het Spaansche +hof hun luide klachten over Columbus inbrengen. + +Zoo ongelukkig stonden de zaken, toen de admiraal in een toestand van +volkomen bewusteloosheid de haven van Isabella binnenvoer. Nauwelijks +had Columbus het bewustzijn weergekregen, of zijn trouwe vriend +Guanagari kwam uit broederlijke genegenheid aan zijn ziekbed. Alle +twijfel aan de trouw van dit opperhoofd was nu geheel uit het gemoed +van den admiraal en zijn vrienden geweken. Ofschoon Columbus een zeer +gevoelig man was, kon hij toch niet hartstochtelijk heeten. Veeleer +was hij kalm, ernstig, bezadigd. Geen uittartingen waren in staat, +hem zijn bedaardheid geheel te doen verliezen. Luisterde hij naar het +verhaal van al de door de Spanjaarden gepleegde gruweldaden, was hij +getuige van de onherstelbare schade, welke de kolonie geleden had, +en al was hij tot in 't diepst van zijn ziel bewogen, toch was hij +meer van droefheid dan van wraak vervuld. + +Al zijn gedachten richtten zich op de vraag, wat er gedaan moest +worden, om den vrede te herstellen. Maar dit was ondoenlijk. Columbus +had niet veel manschappen meer, want velen waren aan uitspattingen +bezweken, anderen hadden in den strijd met de inboorlingen den dood +gevonden, en ook waren er velen met de schepen weggegaan. De wilden +verkeerden juist in de grootste wanhoop. De samenzwering had een +groote uitbreiding gekregen en zij kon een groot aantal krijgslieden +op de been brengen. + +Een Indiaansch opperhoofd, Guarionex genaamd, voerde het bevel over een +der vijf deelen van Haïti. Columbus zond een gezantschap tot hem met +de verzekering, dat de buitensporigheden van de Spanjaarden tegen zijn +uitdrukkelijk bevel hadden plaats gegrepen, en dat het zijn ernstige +wensch was op vriendschappelijken voet met de inlanders te leven. Hij +gaf het opperhoofd rijke geschenken, behandelde hem in alle opzichten +als een broeder, en haalde hem over, om zijn dochter uit te huwen aan +den Indiaanschen tolk, die bij Columbus in hooge gunst stond, en aan +wien hij den christennaam van Diego Colon gegeven had. Den beminlijken +cacique kreeg hij door deze vriendelijkheden geheel op zijn hand. + +Boven allen was Caonabo de gevreesde krijgsman: De ridderlijke +heldendaden van Ojeda hadden zijn bewondering opgewekt. De jonge +Spanjaard vormde het plan het Indiaansche opperhoofd gevangen te +nemen. Dit plan mocht met alle recht wild, hersenschimmig en uiterst +gevaarlijk worden genoemd. Men zou het niet kunnen gelooven, als +het niet van zeer geloofwaardige zijde werd bevestigd. Hij koos tien +eedgenooten uit, die allen een schitterende wapenrusting en prachtige +paarden kregen. Zij reden omstreeks 150 mijlen door de bosschen naar +Ataguana, een van de voornaamste steden en tevens de woonplaats van +het opperhoofd. + +Ojeda naderde hem met den meesten eerbied. Hij sprak hem aan als +souvereinen vorst en verzekerde hem, dat hij met rijke geschenken +tot hem kwam, om hem namens Columbus te smeeken, dat hij aan den +wreeden oorlog een einde maken en vriendschappelijke betrekkingen +aanknoopen zou. Caonabo, die met zijn volk verschrikkelijk geleden had, +en twijfelde aan zijn macht den Spanjaarden te wederstaan, leende aan +die voorstellen een willig oor. Ojeda werd met zijn gezellen gastvrij +ontvangen. De valsche jonge Spanjaard trachtte op alle mogelijke +wijzen het vertrouwen van het opperhoofd te verwerven. + +Hij stelde Caonabo voor hem naar Isabella te vergezellen, waar hij door +Columbus, hiervoor durfde hij instaan, met de meeste onderscheiding +ontvangen, en met geschenken overladen zou worden. De admiraal zou +zijn vriend en bondgenoot worden, en hem bij al zijn plannen helpen. + +In de kapel van Isabella hing een klok, en als die voor den kerkdienst +geluid werd, wat natuurlijk dagelijks geschiedde, dan klonken de +tonen heinde en ver over bergen en dalen, tot geen geringe verbazing +van de inlanders. De Spanjaarden bezaten niets, wat zulk een diepen +indruk maakte als die klok. Caonabo zwierf menigmaal in den omtrek +van de kolonie rond, om naar die wondervolle tonen te luisteren. Nu +vertelde Ojeda aan Caonabo, dat Columbus, om een bewijs te geven, +hoezeer hij in oprechtheid zijn vriendschap zocht, hem die klok ten +geschenke wilde aanbieden. Hij zou hem wel helpen haar in zijn paleis +op te hangen. Deze verleiding was te groot, en het opperhoofd stemde +er in toe met den verraderlijken Spanjaard mee te gaan naar Isabella. + +Toen het uur van vertrek gekomen was, verwonderde Ojeda zich, +dat Caonabo zulk een groote krijgsmacht had bijeen gebracht, om +hem te vergezellen. Toen hij hiervan de reden vroeg, antwoordde het +opperhoofd: "Het past een groot vorst als mij niet bij den Spaanschen +admiraal met een armzaligen stoet te komen." + +Ojeda begon te vreezen, dat het opperhoofd ook een valsch spel speelde, +en dat hij heimelijk plan had òf den admiraal gevangen te nemen òf het +garnizoen bij verrassing in te sluiten. Intusschen had zich de stoet in +beweging gezet. Aan de oevers van een rivier ging men eindelijk rust +houden, en daar hadden feestelijkheden plaats, die door Spaansche en +Cubaansche spelen werden afgewisseld. Ojeda had een stel handboeien, +die van gepolijst staal vervaardigd waren. De inlanders zagen ze +voor sieraden aan, zooals zij ze nog nooit hadden gezien. Ojeda +maakte Caonabo wijs, dat de Spaansche vorsten zulke sieraden droegen, +als zij in feestgewaad wilden verschijnen. Hij stelde Caonabo voor, +om met die handboeien aan achter hem op het paard te gaan zitten, +en dan zoo in het kamp te rijden. De heele bevolking zou hem dan vol +bewondering aanstaren. + +Het opperhoofd stemde hierin toe, en de kleine troep ruiters ontving +de noodige bevelen. De cacique kreeg de boeien aan, en ging op een +fikschen hengst achter Ojeda zitten. Na eenige sprongen vormden +de ruiters een kring om hem heen, gaven hun dravers de sporen, en +verdwenen met hun buit in het dichtst der bosschen. Met de blanke +sabels in de hand dreigden zij den cacique met een onmiddellijken dood, +wanneer hij tegenstand bood. Zij moesten zoo nog bijna 150 mijlen +afleggen; doch de reis werd gelukkig volbracht, en de gevangene in +triomf in het fort te Isabella opgesloten. + +Columbus vergat het verraderlijke van de daad, omdat het hem toch +genoegen deed den geduchtsten vijand van de Spanjaarden in zijn +macht te hebben. De stoutmoedige vorst van de Caraïbiërs werd streng +bewaakt. Hij bewaarde een trotsche houding, en wilde geen gunsten +vragen, of eenig teeken van onderwerping geven. Hij scheen de daad van +Ojeda zeer te bewonderen, al was hij dan ook het slachtoffer van die +krijgslist. Toen Columbus zijn cel binnentrad, bewees hij hem niet +den minsten eerbied, maar toen Ojeda kwam, stond hij op en groette +hem zeer beleefd. Toen hem gevraagd werd, waarom hij den gouverneur +met minachting bejegende, en een van zijn onderdanen hulde bewees, +gaf de trotsche cacique ten antwoord: + +"De admiraal heeft nooit den moed gehad in het hart van mijn land +te komen, om mij te vatten. Alleen door de dapperheid van Ojeda ben +ik een gevangen man. Hem dus ben ik eerbied verschuldigd, maar den +admiraal niet." + +De onderdanen van Caonabo betreurden zijn gevangenschap zeer. Een +van zijn broeders bracht een leger van 7000 man op de been, om hem te +bevrijden. Ojeda viel met een aantal geharnaste ruiters onverhoeds op +hen aan, en dreef ze op de vlucht. Hun blanke sabels, hun wapenrusting, +waar geen werpspies of pijl door kon komen; de bloedhonden, die +de naakte Indianen bij de keel grepen en ze op den grond wierpen; +en vooral de wilde dieren, waarop de Spanjaarden reden, en die in +hun oog waren, wat leeuwen en tijgers voor vrouwen en kinderen zijn, +stelden weinige honderden soldaten in staat een tienmaal grooter aantal +Indianen op de vlucht te drijven. Ojeda kende geen genade. De arme +inlanders, die voor de rechtvaardigste zaak vochten, werden vermoord, +zooals wolven het lammeren doen. + +Omstreeks dezen tijd kwamen er vier schepen uit Spanje met vele +benoodigdheden. Zij brachten zoowel van Ferdinand als van Isabella de +vleiendste brieven mee. Margarite en de monnik Boyle waren nog niet in +Spanje aangeland, en hadden dus met hun kwaadaardige schotschriften +nog geen vergif gegoten in de harten van de monarchen. De beide +majesteiten hadden een bevel uitgevaardigd, waarbij den kolonisten +werd bevolen Columbus zoo onvoorwaardelijk te gehoorzamen als zij het +den koning en de koningin zouden doen. Den admiraal werd ook verzocht +naar Spanje te komen, om met zijn ondervinding het hof te helpen in +het trekken van de aardrijkskundige lijn, die de ontdekkingen van +Portugal van die van Spanje scheiden zou. + +Columbus was echter van gevoelen, dat hij op dat oogenblik de +kolonie nog niet verlaten mocht, want de verwarring was groot. In de +mijnen werd niet meer gearbeid. De zware ziekte, waardoor hij was +aangetast, kluisterde hem nog aan het bed. Daarom besloot hij zijn +broeder Diego naar Spanje terug te zenden, om daar zijn belangen +te behartigen. Aangezien hij geen goud meegeven kon, zond hij 500 +opgelichte inlanders, die naar zijn meening te Sevilla als slaven +verkocht konden worden. + +Het is jammer, dat de schitterende roem van Columbus door zulk +een smet bezoedeld is. Maar de gewoonten van zijn tijd strekken +eenigszins tot zijn verschooning. Lang te voren was het voorbeeld +zoowel door Spanjaarden als Portugeezen gegeven, toen zij ontdekkingen +in Afrika deden, waarbij de slavenhandel een van de grootste bronnen +van inkomsten had uitgemaakt. Bovendien was de daad zelf door de +kerk geheiligd, want de voornaamste godgeleerden hadden verklaard, +dat alle barbaarsche en ongeloovige volken, die hun oogen voor de +waarheden van het christendom sluiten, geschikte voorwerpen zijn voor +oorlog en roof, voor gevangenschap en slavernij. + +Deze overweging kan de groote misdaad van Columbus, het vernederen van +de inlanders tot slaven, verzachten. De daad zelf echter zal altijd +een onuitwischbare smet op zijn karakter blijven werpen. Columbus kon +beter weten, en had wijzer behooren te zijn. Ook in die dagen waren +er mannen, die er de schandelijkheid van inzagen, en zich er tegen +verzetten. De goede Las Casas liet zich over die snoodheid vinnig uit, +en met een oprechtheid, die hem tot eer verstrekt, schrijft hij: + +"Als vrome en vroede mannen, die de leiders en onderwijzers van den +koning en de koningin waren, de onrechtvaardigheid van den slavenhandel +niet inzagen, dan is het waarlijk geen wonder, dat de ongeletterde +admiraal het groote kwaad er van niet begreep." [6] + +Behalve bij de weinigen, waarop Guacanagari nog eenigen invloed kon +uitoefenen, was bij alle bewoners van het eiland de verontwaardiging +tegen de Spanjaarden ten top gestegen. Columbus, die zelf op het +ziekbed lag uitgestrekt, en wiens krijgsmacht zoowel als de geheele +kolonie ontzettend veel van ziekte te lijden had, wendde alle middelen +aan, die tot verzoening leiden en de vijandschap, die tegen hem was +opgewekt, opheffen konden. Maar de smaad, dien men den inlanders +had aangedaan, was te groot, om maar zoo gemakkelijk vergeten te +kunnen worden. + +Nog geen twee dagreizen van Isabella af hadden de inboorlingen een +leger verzameld. Columbus verliet zijn bed, om den naderende aanval +af te weren. Hij kon maar 200 man voetvolk en 20 ruiters op de been +brengen, maar dezen waren veel beter gewapend dan de wilden. Zij +hadden veel geweren. Ook hadden zij twintig bloedhonden, die zoo +wild als tijgers waren. Niets schrikte hen af. Met onbegrijpelijke +wildheid stoven zij op de naakte Indianen in, grepen hen bij de keel +en verscheurden hen. + +Den 27en Maart 1495 verliet Columbus met zijn legertje Isabella en +trok hij tegen den vijand op, om hem onverhoeds aan te tasten. De +Indianen kregen door hun verspieders bericht van hun nadering. Las +Casas schatte het leger van de inlanders op 100000 man, maar dit is +stellig overdreven; en het is niet te denken, dat men het aantal juist +kon opgeven. De slag had bij de stad plaats, die nu St. Jago heet. Het +was een vreeselijk tooneel van bloedbad en slachting. De geharnaste +ruiters sabelden de wilden neer met een spierkracht, die niet scheen +te kunnen worden uitgeput. Hadden de bloedhonden hun tanden in het +vleesch geslagen, dan was het onmogelijk die er weer uit te halen; +ze haalden de ingewanden uit het lijf, en sprongen woedend van den +een op den ander. De overwinning van de Spanjaarden was volkomen, +en de inlanders waren voor goed machteloos gemaakt. + +De wreedheid, waaraan Columbus zich bij die gelegenheid schuldig +maakte, is volstrekt onverschoonbaar. Met zijn geharnaste ruiters +maakte hij een tocht door de provinciën. Op belangrijke plaatsen +bouwde hij forten, waarin hij bloedhonden en krijgslieden achterliet, +die elkander in wreedheid niets toegaven. Ojeda was op zulke tochten, +waarbij geroofd en gemoord werd, zeer gesteld, en daarom viel hij +als een onweer neer, als hij ergens ook maar een schijn van opstand +meende waar te nemen. + +Ten einde goud naar 't Spaansche hof te kunnen zenden, en +daardoor vooral den later te verstommen, dien zijn vijanden van hem +verspreidden, legde hij even buitensporige als hatelijke belastingen +op, en verwachtte daarvan aanzienlijke inkomsten. Ieder inlander, +die boven de 14 jaar was, moest elke 3 maanden zooveel goud brengen, +dat de waarde er van nu met die van 5 dollars, maar toen wel met die +van 15, overeenkwam. Die arme inlandsche kinderen moesten dus ook al +60 dollars belasting in goud per jaar opbrengen. Van de opperhoofden +eischte hij natuurlijk veel meer. Atanicaotex, de broeder van Caonabo, +moest om de 3 maanden 150 pesos goud betalen, gelijk staande met 600 +dollars per jaar. Alleen de vrees voor de beten van de bloedhonden +dreef de inlanders er toe zooveel goud bijeen te verzamelen, dat de +ontzettend zware belasting kon worden opgebracht. Ieder, die zijn +belasting betaald had, kreeg een koperen plaatje om den hals. Had +iemand dat plaatje niet om, dan werd hij streng gestraft, soms met +gevangenschap. In die streken, waar geen goud was, moest ieder elke +3 maanden 25 pond katoen opbrengen. + +Het volk was wanhopend. Kreten van smart hoorde men overal. De +eenvoudige inboorlingen, die in bloemtuinen woonden en zich met +vruchten voedden, waren tot de beklagenswaardigste slavernij gebracht +en tot onrust en moeite veroordeeld, waardoor het leven een last +werd. Aan ontvluchten viel niet te denken, en hoop was er niet. Hun +prettig leven op het eiland was uit. De nacht van de wanhoop daalde +op Hispaniola neer, en niet vóór men in het stille graf rustte, kon +men uit dien nacht komen. De wereldgeschiedenis is vol treurspelen, +maar waar zullen we akeliger lot vinden dan dat van de bewoners van +de West-Indische eilanden? + +Velen vluchtten in wanhoop naar wildernissen, waarin men haast niet +doordringen kon, of naar bergspelonken. Maar ook daar werden zij door +de bloedhonden nagespeurd, en vonden zij er een ellendigen dood. Ouders +zagen hun kroost van gebrek wegkwijnen, of door die wilde beesten +verscheuren. De onderdanen van Guacanagari hadden geen beter lot +dan de anderen. Zijn landgenooten haatten hem, omdat hij weigerde +zich met hen tegen de verafschuwde Spanjaarden te vereenigen. Alle +opperhoofden spraken er schande van, en met hun verachting beladen, +en verarmd door de afpersingen van de Spanjaarden, trachtte hij +zich in een wilde en onvruchtbare streek te verbergen, waar hij in +vergetelheid en armoede stierf, door niemand beklaagd. + +Intusschen deden Margarite en bisschop Boyle aan het Spaansche hof hun +best, om den goeden naam van Columbus te bezwalken. Hun verklaringen +werden door de ontevredenen, die met hen mee naar Spanje gegaan waren, +bevestigd. De regeering benoemde Juan Aguado tot zaakgelastigde, +om naar Hispaniola te gaan en er de ernstige beschuldigingen te +onderzoeken. Tevens vaardigden zij een bevel uit, waarbij elke +Spanjaard vergunning kreeg, om op eigen hand ontdekkingstochten te +maken en op de Nieuwe wereld handel te drijven. Dit griefde Columbus +zeer. Het was in zijn oogen een tastbare schending van de overeenkomst, +die de monarchen met hem hadden gesloten. + +Het is moeilijk de groote verdrukking, waaraan Columbus de +inboorlingen onderwierp, in overeenstemming te brengen met zijn +bijzondere zorg, om hen te bekeeren. Maar de mensch is menigmaal vol +tegenstrijdigheden. Deugd en ondeugd gaan dikwijls samen. + +Het goede hart van Isabella was zeer getroffen door de verhalen, die +zij van het zachtaardig en milddadig karakter van de eilandbewoners +ontvangen had. Zij beschouwde hen als door God aan hare bijzondere +bescherming toevertrouwden. Toen de 500 slaven aankwamen, werd er bevel +gegeven ze te verkoopen. Isabella gaf echter tegenbevel, en belegde +een raad van de geleerdste mannen en hoogstgeplaatste geestelijken, +om te overwegen of zulk een daad rechtvaardig kon heeten in het oog +van God. De raad was niet eenstemmig, en daarom beval Isabella, dat ze +naar hun eigen land moesten terugkeeren. Zij voegde er een afzonderlijk +bevel bij, dat de inlanders met de grootste vriendelijkheid moesten +behandeld worden. Maar haar goedertierenheid kwam te laat, om het +eiland te bewaren voor die stroomen van bloed en ongerechtigheden, +die er over heengingen. + +Juan Aguado verliet Spanje in de tweede helft van Augustus 1495 en +kwam in October te Isabella aan. Hij was, zoowel op verstandelijk +als zedelijk gebied, een zwak mensch. Ofschoon hij tot de vrienden +van Columbus behoord had, was hij er niet weinig trotsch op, dat hem +nu een kortstondig gezag was opgedragen. Hij nam een onverdraaglijke +houding van meerderheid aan, en had de onbeschaamdheid, om Columbus, +den erkenden onderkoning van al die landen, vóór zich te laten +verschijnen, als ware hij een misdadiger, om een verhoor te ondergaan, +en òf vrijgesproken òf veroordeeld te worden. De Spaansche grandes +verheugden zich bij de gedachte, dat Columbus, de vreemde indringer, +de "zoon van niemand", die over Spaansche edellieden den baas had +durven spelen, zijn ondergang nabij was. + +Columbus gedroeg zich onder deze rampspoeden zoo waardig, zoo +hoffelijk, en met zulk een verheven gevoel van eigenwaarde, dat zijn +zwakke vijand er door in verlegenheid werd gebracht. Het verdient +vermelding, dat men aan het Spaansche hof geen beschuldiging tegen hem +inbracht van onderdrukking der Indianen. Wel zeide men, dat Columbus +de monarchen bedrogen had door van landen, waar de grootste armoede +heerschte, de buitensporigste verhalen van rijkdom op te disschen; +dat hij den Spaanschen kolonisten bovenmatigen arbeid had opgelegd, +en dat hij de Spaansche edellieden met smaadheid overlaadde. Deze +beschuldigingen tegen hem waren zonder twijfel opmerkelijk. Van de +eenige groote misdaad, die Columbus werkelijk veroordeelt, dat hij +nl. uit gouddorst een millioen menschen in onuitsprekelijke ellende +stortte, spraken zij niet eens. Met de wilden zelf hadden zij geen +medelijden. Columbus kwam telkens tusschenbeide, om hen tegen de +onmenschelijke wreedheid van de trotsche edellieden en onbeschaafde +matrozen te beschermen. + +Den 14en Maart 1496 vertrok Columbus naar Spanje. Den gevangen Caonabo +nam hij mee, maar het ongelukkige opperhoofd stierf onderweg. Na een +zeer lange en onvoorspoedige reis landde hij den 11en Juni te Cadix. De +koning en de koningin ontvingen hem met een vriendelijkheid, die hij +niet verwacht had. Dadelijk kreeg hij een schrijven, waarbij hem met +zijn behoudene aankomst geluk gewenscht, en tevens verzocht werd ten +hove te komen. Van de ernstige beschuldigingen, die Margarite en Boyle +tegen hem hadden ingebracht, werd in 't geheel niet gesproken. Dit +gaf Columbus moed, en daarom stelde hij voor, dat men hem nog eens +zes schepen geven zou voor een nieuwe ontdekkingsreis. Deze werden +hem toegezegd, maar de schatkist was uitgeput en door de listen van +ambtenaren kwam er telkens uitstel. Vervelende maanden verliepen; niets +werd gedaan, en Columbus was aan eindelooze teleurstellingen ten prooi. + +De raadslieden van den koning waren de vijanden van Columbus. De koning +zelf begon hem, door den invloed van onophoudelijke verwijtingen, +met een onvriendelijk oog aan te zien. De koningin alleen bleef den +admiraal getrouw. Isabella wist te bewerken, dat hem een adellijke +titel geschonken werd, waarbij goederen behoorden, die erfelijk +waren en dus op zijn nakomelingen zouden overgaan. De admiraal, die +diep in schulden stak, kon toch de gedachte niet laten varen, dat +groote rijkdommen de vrucht van zijn ontdekkingen zouden worden. In +zijn testament schreef hij zeer voordeelige bepalingen voor zijn +bloedverwanten; stelde daarin bruidschatten vast voor de vrouwelijke +leden der familie; bepaalde, dat zij, die zijn titel erfden en dus +ook zijn grondbezittingen, den voorspoed van zijn geboortestad Genua +naar hun vermogen moesten bevorderen. En boven alles droeg hij den +erfgenamen van zijn landgoederen op zooveel geld af te zonderen, +dat er een fonds ontstond, waardoor het mogelijk werd een tocht ter +bevrijding van Jeruzalem te ondernemen. + +Met betrekking tot de Nieuwe wereld was er een groote verandering in +de openbare meening gekomen. Niemand wilde meer deelnemen aan een reis +naar eilanden, die volgens de laatste berichten zetels van ziekten, +armoede en ellende waren. De kroon zag zich genoodzaakt tot een +wanhopigen maatregel de toevlucht te nemen, om zeelieden te krijgen, +door nl. het vonnis van hen, die tot de galeien veroordeeld waren, +te veranderen in een overplaatsing naar de nieuwe volksplantingen. Aan +alle boosdoeners zonder onderscheid werd vergiffenis geschonken, indien +zij zich wilden verbinden naar de koloniën te gaan. Dit plan, zegt men, +werd door den admiraal aanbevolen. Columbus was soms zoo moedeloos, +en walgde zoo van alles, wat zijn vijanden hem in den weg legden, +dat hij op het punt stond van alle verdere ontdekkingstochten af te +zien. Alleen een gevoel van dankbaarheid tegenover de koningin dreef +hem tot volharding. Het volgend verhaal deelen wij met de woorden +van Washington Irving mee: + +"De aanmatigende trots, dien Columbus van de gunstelingen van Fonseca +gedurende den langgerekten tijd van voorbereiding te verduren had, +hinderde hem tijdens zijn geheele verblijf in Spanje, en vervolgde hem +tot het uur toe, waarop hij zich inscheepte. Onder de verachtelijke +huurlingen, die zijn leven verbitterden, was niemand lastiger en +aanmatigender dan een zekere Ximeno Breviesca, rentmeester van +Fonseca. Deze had een stalen voorhoofd, een losse tong, was de echo +van zijn patroon, den bisschop, en sprak overal zoo luid mogelijk +met afkeer van den admiraal en diens ondernemingen. Zelfs op den dag, +dat het smaldeel in zee steken zou, werd Columbus door den laster van +dezen Ximeno vervolgd. In een onbewaakt oogenblik verloor hij zijn +zelfbeheersching, en de verontwaardiging, die hij tot hiertoe had weten +te bedwingen, barstte op eens los. Hij smeet den gunsteling op den +grond, schopte hem herhaaldelijk, en gaf in dezen ondoordachten aanval +van woede lucht aan de opeenstapeling van verwijten en plagerijen, +die zoo lang zijn gemoed hadden ontstemd. + +Deze daad was geheel verkeerd. Het is altijd een ramp voor een +mensch, wanneer hij zich zelf geen meester meer is en toegeeft aan +zijn toorn. Columbus schaamde er zich dan ook over, en drukte er in +een lateren brief aan den koning en de koningin zijn innig leedwezen +over uit. Maar zij had op de monarchen een zeer ongunstigen indruk +gemaakt, en de boosaardigheid van zijn vijanden verergerd. + +Columbus ging uit de haven van San Lucar de Barrameda den 13en Mei 1498 +voor de derde maal in zee. Bijna twee jaren had hij op de vervelendste +manier in Spanje doorgebracht, en de hinderpalen, die hem allerwege +op zijn pad werden geworpen, uit den weg moeten ruimen. Zijn vloot +bestond uit 6 schepen, die, behalve de matrozen, met 200 soldaten +waren bemand. Den 19en Juni bereikte hij de Kanarische eilanden. Van +hier zond hij drie schepen rechtstreeks naar Hispaniola. Met de +drie overblijvende schepen deed hij een tocht naar de Kaap-Verdische +eilanden, waar hij den 29en Juni aankwam. Na een kort oponthoud werden +de zeilen weder geheschen. + +Dag aan dag zette men de reis onder begunstiging van den wind voort, +tot zij op een plaats kwamen, waar zij de zon boven zich hadden. Hier +heerschte een volkomen windstilte. De zee was spiegelglad en de schepen +lagen stil. De lucht was snikheet, en de brandende zon deed het pek +smelten, blakerde het dek, en deed de naden van de schepen uit elkander +gaan. Op het dek kon men het in de zon niet uithouden, en onder het +dek was de hitte verstikkend, en aan die van een oven gelijk. Alle +krachten scheen men te verhezen, en de bijgeloovige matrozen werden +met schrik vervuld bij de gedachte, dat zij in streken zouden komen, +waarvan de fabel vertelde, dat er een vulkanische hitte heerschte, +waarin geen mensch leven kon. De schepen werden zoo erg lek, dat het +noodig geacht werd zoo spoedig mogelijk de een of andere haven binnen +te loopen. + +Eindelijk kwam er een aangenaam koeltje en zette Columbus koers naar +het Westen. De eene dag na den anderen verliep, maar van land was +er geen spoor. Het pekelvleesch bedierf en de hoepels van de wijn- +en watervaten sprongen los. Verdriet en angst maakten zich van alle +gemoederen meester. Den 31sten Juli was er nog maar één ton met water +op ieder schip. Het vooruitzicht, dat allen op die brandend heete zee +ellendig zouden sterven, was inderdaad treurig. 's Middags verkondigde +een kreet van een matroos, die boven in de groote mast zat, dat er +land te zien was. Drie bergtoppen reikten tot in de wolken. Columbus +noemde dit eiland La Trinidad, of de Drieëenheid. Toen hij langs +de kust voer, om een haven op te zoeken, was hij verbaasd over de +schoonheid en vruchtbaarheid van het eiland. Langs het strand lagen +bevallige dorpen en goed ontgonnen akkers. Aan den westelijksten kant +van het eiland, die nu de golf van Paria heet, wierp hij het anker +uit; links kon men de lage kust van Zuid-Amerika zeer duidelijk zien, +maar hij dacht, dat het een eiland was. + +Dit was de eerste maal, dat Columbus het vasteland van Amerika zag. Hij +noemde het eiland Zeta en schatte zijn lengte op 60 mijlen. Sebastiaan +Cabot had den 24en Juni 1497 Noord-Amerika ontdekt. Toevallig ging +Columbus aan land, en vond de bewoners heel vriendelijk. Dezelfde +tooneelen, als op het eiland Cuba, zag hij hier. De bevolking werd +talrijker, hoe verder hij kwam. Een groot aantal kano's, vol inlanders, +kwam bij de schepen. Aan vele plaatsen gaf hij namen; doch die zijn +verloren gegaan. De voorraad levensmiddelen was bijna uitgeput, en het +werd noodig, zoo spoedig mogelijk naar Hispaniola te gaan. Van de jicht +had hij erg te lijden, en door de verbazende hitte, de oponhoudelijke +vermoeienis, de slapeloosheid en het wachthouden was zijn gezicht +zeer slecht geworden. Hij ontdekte bij het noordwaarts zeilen twee +eilanden, die nu Tobago en Grenada heeten. Vele andere eilanden voer +hij nog voorbij, maar er was geen gelegenheid, om zich op te houden. + +Op één plaats, waar hij aan land ging, zag hij parelvisschers. Hij +kocht drie pond parelen van hen. Enkele waren heel mooi en groot +ook. De toestand van zijn oogen begon onrustbarend te worden, en +daarom werden alle zeilen bijgezet, om maar zoo spoedig mogelijk op +Hispaniola te komen, waar men den 19en Augustus aankwam. De ontmoeting +van Columbus met zijn broeders was zeer hartelijk. Maar de zieke, +uitgeputte en door zorg verteerde Columbus geleek, wat het lichaam +betrof, de schim van weleer; alleen zijn geest was nog even krachtig. + +Columbus verlangde naar rust, maar vond ze niet. Gedurende zijn +afwezigheid had Bartholomeus Columbus het bestuur, onder den titel van +Adelantado, in handen gehad. Zijn broeder Diego liet hij te Isabella +regeeren, en ging zelf naar het zuidelijk deel van het eiland, om +goud te zoeken. Daar bouwde hij een fort, waaraan hij den naam van +San Christoval gaf, maar dat anderen den Gouden Toren noemden. De +Indianen namen een vijandige houding aan, brachten geen voedsel en er +was geen einde aan de moeilijkheden. Roof en moord sproten hieruit +voort. Een geduchte opstand van de Spanjaarden kon niet dan met de +grootste moeite onderdrukt worden. Het eens zoo vreedzame eiland was +een verblijfplaats van booze geesten geworden. + +Bartholomeus nam 300 inboorlingen gevangen, omdat zij beschuldigd +werden van zich tegen hun onderdrukkers te hebben verzet. Zij werden +allen in boeien geslagen, en zoo naar Spanje gezonden, om als slaven +te worden verkocht. De rechts- en godgeleerden hadden uitgemaakt, +dat het rechtvaardig was krijgsgevangenen tot slaven te maken. Er +werden forten gebouwd. Gewapende benden Spanjaarden trokken met hun +bondgenooten, de bloedhonden, in alle richtingen door het heele eiland, +om de bewoners in ontzag te houden en vrees aan te jagen. Niemand kan +ontkennen, dat de Indianen onder die wreedheid een veel christelijker +geest openbaarden dan de Spanjaarden. + +In een afgelegen streek van een prachtig gedeelte van Haïti vond men +heerlijk en vruchtbaar land, schoone vrouwen, terwijl minzaamheid een +algemeene hoedanigheid van de ingezetenen was, Bartholomeus, die maar +steeds voortging hooge belastingen op te leggen, wilde ook met deze +onderdrukte menschen vriendschapsbetrekkingen aanknoopen. Met een +sterke macht van geharnaste krijgslieden bezocht hij het opperhoofd +Behechio. Toen de Spanjaarden het schoone dorp naderden, waar nog geen +zware belasting opgebracht werd, kwamen 30 vrouwen, tot den stoet van +den cacique behoorende, hun te gemoet. De eenige kleeding van de jonge +meisjes bestond uit een van bloemen gevlochten krans om haar hoofd. De +oudere vrouwen hadden kleine katoenen boezelaars voor. Allen wuifden +met palmtakken, dansten en hieven welkomstliederen aan. + +De meisjes zagen er allerbeminnelijkst uit en haar vorm was zoo schoon, +als een Grieksch kunstenaar die uit marmer had kunnen beitelen. Daar +zij hoofdzakelijk van vruchten leefden, en geen arbeid verrichten, +was haar vel zoo zacht als fluweel, en het gelaat zelfs schooner dan +dat van de Spaansche brunetten over 't algemeen. Deze onschuldige +dochteren Eva's dachten bij haar algeheel gemis aan kleeren even +weinig aan gebrek aan kieschheid, als een Europeesche dame, die geen +sluier over het gezicht draagt. + +De weduwe van Caonabo, woonde hier bij haar broeder Behechio in. Zij +was een zeldzaam schoone vrouw, en heette Anacaona. In een draagstoel +gezeten, werd zij door zes sterke Indianen gedragen. Zij had alleen een +geborduurde boezelaar voor, en om haar hoofd, hals en armen droeg zij +bloemkransen. Bartholomeus was met 6 van zijn voornaamste ruiters bij +Behechio gehuisvest. De overigen werden door de mindere hoofden van het +noodige voorzien. Allen kregen hangmatten met katoenen bedden er in. + +Twee dagen lang bleven de Spanjaarden in het dorp, en ontvingen van +het gastvrije volk alle mogelijke oplettendheden. Voedsel was er +voor hen in overvloed, en onderscheidene spelen en feestelijkheden +werden tot hun vermaak uitgevoerd. Een van die spelen geleek veel op +het worstelspel der oude Romeinen. Twee troepen naakte Indianen, met +pijl en boog gewapend, leverden elkander een geregeld gevecht. Vier +werden gedood en velen gewond. Kreten van toejuiching weergalmden door +de lucht, evenals de Romeinsche senatoren en hun vrouwen aanhieven, +wanneer in den schouwburg het bloed in het strijdperk vloeide. De +strijd zou wellicht nog veel bloediger zijn geweest, als Bartholomeus +niet verzocht had, er een eind aan te maken. + +Tot dank voor al deze goedheid, gaf de Adelantado den cacique kennis, +dat hij gekomen was, om hem en al zijn volk onder de bescherming van +de almachtige vorsten van Spanje te plaatsen, en van hen de schatting +te ontvangen, die de andere opperhoofden van het eiland gaven. Omdat +hier geen goud was, legde hij een belasting op in katoen, hennip en +maniokbrood. Voor deze daad van heerschzucht kan geen verschooning +bestaan. Zij was zoo onrechtvaardig, als een daad van zeeroovers maar +wezen kan. De cacique was verplicht voor de overmacht te bukken. Hij +wist, welk lot andere deelen van het eiland getroffen had, en hoopte +door overmatige vriendelijkheid en gastvrijheid dat lot van zijn +eigen onderdanen af te weren. + +Te Isabella zag het er ellendig uit. Ziekten heerschten er +verschrikkelijk en de voorraad van geneesmiddelen was uitgeput. Allen +twistten en morden. De Indianen hadden die streken verlaten en aten, +in ruwe bergstreken, waar het zelfs voor bloedhonden moeilijk werd hen +te vervolgen, wortels en gras. Menigvuldige oproeren braken er onder +de inboorlingen uit. De wreedheid, welke de hulpelooze en wanhopige +lieden te verduren hadden, was ontzettend. Dorpen werden in de asch +gelegd. Gillende slachtoffers, door geharnaste ruiters vervolgd, werden +door de Spanjaarden neergesabeld. Door wreedaardige doggen werden de +ledematen van vrouwen en kinderen verscheurd. Regeeringloosheid en +ellende heerschten overal. Het schoone eiland Haïti was in weinige +maanden door de slechtheid van menschen in een verblijf van ellende +verkeerd, waar nauwelijks eenige vreugde werd aangetroffen. + + + + +ELFDE HOOFDSTUK. + +TERUGKEER NAAR SPANJE EN DE VIERDE REIS. + + +Een laaghartig man, Franciscus Roldan genaamd, had tegen de regeering +van Columbus een samenzwering gesmeed. Hij was met zijn aanhang naar +Xaraguay gegaan, waar hij de bevolking uitplunderde, haar rechten +vertrapte, en zich aan allerlei uitspattingen overgaf. Terwijl hij +zoo huishield, wierpen daar drie Spaansche karveelen, wier bemanning +uit ontslagen gevangenen bestond, het anker uit. Door den stroom +waren ze er heen gedreven. Bijna allen liepen ze van de schepen af, +en voegden zich bij die schelmen op het land. Het verhaal van het +rijke en prettige leventje, dat die snoodaards daar smaakten, was het +lokaas geweest. Deze woestelingen hadden hun zwaarden, kruisbogen, +lansen, handbuksen en andere wapenen meegenomen, toen ze aan land +waren gegaan. Zoodra Columbus deze feiten vernam, was hij niet weinig +verlegen. Had hij in sommige opzichten niet veel gevoel voor recht, +wat rechtschapenheid en menschelijkheid aanging, hierin stond hij +veel hooger dan zijn tochtgenooten. Deze bandelooze troep zwierf +naar willekeur rond, en maakte zich aan de stuitendste zedeloosheid +schuldig. Men tartte zichtbaar Columbus' gezag, en de opstand nam +gevaarlijke afmetingen aan. Vele ontevredenen liepen naar de muiters +over. Ongelukkig had Columbus geen macht genoeg, om een gevecht met hen +te beginnen. Aan eenige terugkeerende schepen gaf hij voor de monarchen +berichten van den opstand mee. Ook vroeg hij om de overkomst van nog +meer geestelijken voor de bekeering der Indianen, en of de Spanjaarden +voor den tijd van twee jaren de inlanders als slaven mochten gebruiken. + +Toen de schepen vertrokken waren, schonk hij zijn aandacht weer aan +de opstandelingen. Hij schreef aan Roldan in woorden, die verzoening +ademden, dat hij hem in 't belang van zijn goeden naam en ook voor +het algemeen welzijn aanraadde, niet in zijn verzet te volharden. Hij +zond tevens een vrijgeleide, waardoor zij, die naar den Admiraal wilden +gaan, om met hem de zaken te overleggen, beschermd zouden worden. Maar +de eischen van Roldan en zijn bondgenooten waren onbeschaamd en +aanmatigend. Eindelijk werd er een vergelijk getroffen. Roldan en +zijn saamgezworenen kregen twee schepen, waarmee ze naar Spanje +terug konden keeren, en ieder ontving bovendien een bewijs van goed +gedrag. De schepen gingen in October 1499 onder zeil, en de muiters +namen veel slaven mee. Herrara zegt, dat Colulmbus dubbelhartig was, +en dit moet, al was het ook een eigenaardig kenmerk van die dagen, +streng veroordeeld worden. + +Terwijl hij Roldan en zijn aanhangers een bewijs van goed gedrag gaf, +schreef hij te gelijker tijd aan Ferdinand en Isabella, dat hij dit +maar gedaan had, om die schurken weg te krijgen: dat de getuigschriften +valsch waren; dat deze mannen de grootste misdaden hadden bedreven; +dat zij zich aan roof en moord hadden schuldig gemaakt, en dat hij er +daarom op aandrong, hen terstond na hun aankomst gevangen te nemen, +hen van hun gestolen schatten te berooven en daarna zeer streng +te straffen. + +De toestand van Columbus was werkelijk beklagenswaard. Hij was ziek +en had aanhoudend pijn. De samenzweringen tegen hem vermenigvuldigden +zich, en de Spaansche edellieden, de trotschte menschen van de wereld, +behandelden hem met minachting. Verachtelijk werd hij "de verwaande +vreemde" genoemd. Zijn deugden werden in de oogen van de zedelooze +Spanjaarden een middel tot vuigen laster. Er was geen laagheid, +waartoe zijn vijanden niet in staat waren. Zij bekleedden de hoogste +ambten in kerk en staat, en poogden door de gemeenste schotschriften +hem van de monarchen te vervreemden. Hij stond alleen, bijna zonder +een enkelen vriend. Er was in heel Spanje nauwelijks één man, wiens +toestand meer te beklagen was. + +Roldan besloot ten slotte op het eiland te blijven, terwijl hij de +meesten van zijn medeplichtigen naar Spanje liet gaan. Hij werd met +het hoogste gezag bekleed, nam een groot deel van het land in bezit, +en liet het door slaven bewerken. + +De ridderlijke, roekelooze Ojeda was naar Spanje teruggekeerd. Door +eenige rijke ondernemers voortgeholpen, was hij er in geslaagd +vier schepen uit te rusten, waarmee hij op eigen gelegenheid een +ontdekkingstocht zou doen. Een koopman van Florence, Amerigo Vespucci +genaamd, en wiens naam later aan de Nieuwe wereld verbonden zou worden, +maakte deel uit van den tocht. De kleine vloot zeilde in Mei 1499 van +Sevilla uit. Zij bereikte de Caraïbische eilanden. Na een hevig gevecht +met de inlanders namen zij velen gevangen, en voerden ze weg, om als +slaven te worden verkocht. Van hier voeren zij naar Hispaniola, omdat +zij gebrek aan benoodigdheden hadden, en wierpen den 5en September +bij de westelijkste punt van dit eiland het anker uit. + +Columbus werd door dezen inval zeer onaangenaam getroffen, daar hij +dit eiland als zijn bepaald eigendom beschouwde. Daarom zond hij +Roldan met eenige ontevredenen er heen, om de plannen van Ojeda +te dwarsboomen en hem, zoo mogelijk, gevangen te nemen. De beide +jonge ridders waren even beginselloos, sluw en roekeloos. Roldan +ging met twee karveelen en 25 onverschrokken, goed gewapende mannen, +den gelukzoeker opsporen. Zij ontmoetten elkander. Ojeda liet zijn +reispas zien, dien hij van den koning en de koningin had ontvangen, +en zeide, dat een deel van de voordeelen aan de kroon vervielen. Dit +maakte aan allen tegenstand een einde. De trotsche ridder zeide ook, +dat Columbus bij het hof geheel in ongenade was gevallen, en dat het +zijn voornemen was, den admiraal spoedig op te zoeken, daar hij eenige +mededeelingen van zeer vertrouwelijken aard had te doen. + +Met dit bericht keerde Roldan naar Columbus terug. Dit verdroot den +admiraal zeer. Het was duidelijk, dat hij niet langer in de gunst +van het hof deelde, en dat de monarchen op zijn voorrechten inbreuk +maakten. Hij wachtte eenigen tijd op het beloofde bezoek van Ojeda, +maar deze had in 't geheel geen plan naar den admiraal te gaan. Roldan +werd opnieuw uitgezonden, om de bewegingen van Ojeda na te gaan. Beiden +waren valschaards en dubbelzinnige menschen. Beiden plunderden en +onderdrukten de inlanders. Ojeda kruiste langs de kusten van Haïti, +landde op afgelegen punten, en lichtte zoo lang inboorlingen op, +tot hij zijn schepen vol slaven had. Dan keerde hij naar Cadix terug, +waar zij op de slavenmarkt verkocht werden. + +Het gezag van Columbus liep ten einde. Zij, die hem nog gehoorzaamden, +wilden dat zelf. Andere stoutmoedige en roekelooze mannen liepen +naar willekeur rond. Het was gemakkelijk aan vervolging te +ontsnappen. Sommigen wisten zich bij de inboorlingen bemind te +maken; anderen vereenigden zich in groote troepen en plunderden +hen of namen hen gevangen. De soort van beschaving en christendom, +die de Spanjaarden op Haïti hadden gebracht, hadden het eiland in de +diepste ellende gestort. Een uitvoerig verslag van de tooneelen, die +het gevolg hiervan waren, biedt niets dan een walgelijk en droevig +verhaal aan van valschheid, misdaad en wreedheid. Columbus streed +moedig tegen de stormen van den tegenspoed. Meer dan anderen, met +uitzondering van Las Casas misschien, bleef hij aan de beginselen +van recht en menschelijkheid getrouw, en was hij de vriend van de +inboorlingen. En toch moet men niet vergeten, dat de goede Las Casas +gezegd heeft: "Wij moeten niet die arme bewoners van Haïti tot slaven +maken: maar laat ons de Afrikanen oplichten." Ook moeten wij, bij onze +beoordeeling van die menschen, niet vergeten, dat nog onlangs mannen, +vrouwen en kinderen op de slavenmarkten van Amerika verhandeld werden, +en dat veel predikers van het christendom verkondigd hebben, dat dit +recht was "voor het aangezicht des Heeren." + +Columbus was op 't fort Concepcion. Zijn geest was vermoeid en +verbitterd door al de laagheid, die hij overal vond, en waaraan hij +niets kon veranderen. Een ellendeling, die Mexica heette, bewerkte +een samenzwering om den admiraal te vermoorden. Hij trok het geheele +eiland door, en nam een groot aantal rondzwervende Spanjaarden, +die gaarne aan gewaagde ondernemingen deelnamen, in dienst. Adriaan +de Mexica was ook een van de hoofdaanvoerders van Roldan's partij +geweest. Hij had zich zoo vreeselijk slecht gedragen, dat Columbus +hem van de algemeene vergiffenis uitsloot, en hem uit het eiland +verbande. Van Roldan had hij verlof gekregen er weer terug te komen. + +Aan den vooravond van den dag, waarop de saamgezworenen het plan +ten uitvoer zouden brengen, kreeg Columbus er bericht van door +een weggeloopene. Geen oogenblik mocht verloren gaan. Met tien +vertrouwde en onverschrokken mannen, nam hij Mexica door overrompeling +gevangen. Hij kwam voor het gerecht en werd veroordeeld om opgehangen +te worden. + +Columbus gaf bevel Mexica aan den top van het fort op te hangen. De +laatste verzocht te mogen biechten voor men de doodstraf toepaste. Een +priester werd ontboden. De ongelukkige Mexica, die tijdens den +opstand zoo dapper was geweest, verloor allen moed, toen hij den +dood in het aangezicht zag. Hij stelde het biechten telkens uit, +begon er mee, hield dan weer op, begon op nieuw, aarzelde weer, +als hoopte hij door tijd te winnen kans op vrijspraak te hebben. In +plaats van eigen zonden te belijden, beschuldigde hij anderen, van +wie het bekend was, dat ze onschuldig waren, van misdaad, tot dat +Columbus, die door zooveel valschheid en verraad zeer verbitterd was, +het geduld verloor, en in een mengeling van verontwaardiging en toorn +bevel gaf den ellendeling op de tinne van 't fort op te hangen. + +De overige samenzweerders werden met alle kracht vervolgd, en +verscheidenen gevat en opgehangen. + +Er waren nu zes zeer belangrijke forten op het eiland, die een rij +van militaire posten vormden en de inboorlingen krachtig in bedwang +hielden. Zeven en twintig mijlen van Isabella lag het fort Esperanza; +achttien mijlen verder Santa Catalina, en twaalf mijlen van daar zag +men de donkere muren van het fort Magdalena. Later werd op dezelfde +plaats de stad Santiago gesticht. Omstreeks 14 mijlen van hier werd, +midden in een vruchtbare en volkrijke vlakte, het fort Conception +gebouwd. Op een afstand van nog geen anderhalve mijl lag een groote +Indiaansche stad, waarover het beroemde opperhoofd, Guarionex geheeten, +regeerde. Te Isabella bleef alleen een tamelijk toereikend garnizoen, +dat de plaats moest zien te behouden. Columbus ging weg, bezocht +elke plaats en maakte van het fort San Domingo, in het zuiden van +het eiland, zijn hoofdverblijf. + +In 1849 bezocht T. S. Hennekin deze streek. Uit zijn zeer belangrijken +beschrijvingsbrief nemen wij het volgende over: + +"Het fort Concepcion ligt aan den voet van een heuvel, die nu Santo +Cerro heet. Het is geheel van steen en nog zoo onbeschadigd, als toen +het pas gemaakt was. Het staat in de schaduw van een weelderig woud, +dat de plaats van vroegere werkzaamheid en drukte heeft ingenomen; +het is een plek, die men eens voor zeer belangrijk hield, en waarop +tal van menschen woonden. + +"Waar is die tallooze menigte gebleven, die door dit fort in ontzag +moest gehouden worden? Er is geen spoor meer van over, en alleen de +geschiedenis maakt er melding van. De stilte van het graf heerscht nu +daar, waar hun woningen echo's gaven op hun liederen en dansen. Enkele +arme Spanjaarden, die in armelijke hutten en ver van elkander in +het woud leven, bezitten nu deze eenmaal zoo vruchtbare en schoone +landstreek." + +Tot nog toe had Ferdinand ondervonden, dat zijn bezittingen in +de Nieuwe wereld zaken waren, waar geld bijgepast moest worden, +in plaats van bronnen van rijkdom te zijn. Hierdoor was hij zeer +teleurgesteld. Zijn hof werd bestormd door teleurgestelde en spijt +gevoelende menschen, die een bitter oordeel over Columbus uitspraken, +en om groote sommen gelds vroegen, die zij beweerden, dat Columbus +hun schuldig was. Deze algemeene en onophoudelijke klachten begonnen +zelfs op het gemoed van Isabella een ongunstigen indruk te maken. Uit +de brieven van Columbus bleek maar al te duidelijk, dat het eiland +in een toestand van de grootste wanorde verkeerde. Hieruit kon men +gerust opmaken, dat, hoe zuiver de gronden van den admiraal ook waren, +het hem aan de noodige bekwaamheid ontbrak, om voor de naleving en +handhaving van bestaande wetten en verordeningen te zorgen. + +Ferdinand was een omzichtig en ijverzuchtig Spanjaard. Het had hem +steeds eenigszins gehinderd, dat hij het bestuur over Spaansche +volkplantingen aan Genueesche avonturiers over moest laten. In die +dagen werd de grens, die volken scheidt, streng getrokken. In het +woord _vreemdeling_ lag iets verwijtends opgesloten. Dat Columbus zoo +voor het instandhouden van de slavernij ijverde, vond de koningin zeer +onaangenaam. Toen de schepen met de mede-opstandelingen van Roldan in +Spanje terugkeerden, waren er 700 slaven op. Velen van dezen hadden ze +van Columbus gekregen tot loon voor hun overgave, en anderen hadden +ze zelf gestolen. Ook waren onder deze gevangenen vele jonge, mooie +meisjes, dochters van opperhoofden, die door deze laaggezonkenen uit +haar woningen waren gesleurd. Voor al deze ongerechtigheden stelde +Isabella Columbus aansprakelijk, en zij kon dit met recht doen. Hij +toch was onderkoning van al die gewesten en was werkelijk met volstrekt +gezag bekleed. + +Het gevoel van de koningin was vreeselijk gekwetst. Zij geloofde, +dat de eenvoudige inboorlingen van die uitgestrekte landen in het +bijzonder onder haar bescherming waren gesteld. Verontwaardigd riep +zij uit: "Hoe durfde die admiraal mijn onderdanen weg te geven?" + +Zij drukte haar groot ongenoegen uit, niet alleen door bevel te geven, +dat al die Indianen weer aan hun betrekkingen teruggezonden moesten +worden, maar ook door te gebieden, dat allen, die vroeger door den +admiraal naar Spanje waren gezonden, opgespoord en teruggestuurd +moesten worden. Columbus gevoelde al de bitterheid van deze +handeling. Het was hem duidelijk geworden, dat zijn invloed aan het +hof aan het tanen was. Ongelukkig kreeg hij, juist in dezen tijd, +nog vóór hij de bepaalde gevoelens van Isabella kende, een brief, +waarin men hem aanspoorde om met het zenden van Indiaansche slaven +voort te gaan, aangezien hieruit een groote bron van inkomsten voor +de kroon voortvloeide. + +Tusschen Columbus en Roldan waren weer nieuwe moeilijkheden +gerezen. De stoutmoedige Spaansche ridder, die de trotsche hidalgo's +en de laagste dollemannen om zich verzamelde, werd een geduchte +tegenstander. Columbus verzocht derhalve, dat er iemand gezonden werd, +die tusschen hem en Roldan als scheidsrechter kon optreden. Dit gaf +nu juist aan Ferdinand het voorwendsel, waarnaar hij zoo lang had +uitgezien, om handelend op te treden. + +Don Francisco de Bobadilla, een der hoogste militaire en godsdienstige +waardigheidsbekleeders aan het hof, werd met deze tijdelijke zending +belast. Het blijkt echter, dat deze zending gericht was tegen hen, +die opgestaan waren. In de opdracht staat: + +"Wij bevelen u te onderzoeken, wie en wat de personen zijn, die zich +tegen genoemden admiraal en onze verordeningen hebben verzet, en +waarom zij dit deden; aan welken roof en aan welke overtredingen zij +zich schuldig hebben gemaakt; en voorts, uw onderzoek uit te strekken +tot alles, wat met de zaken in verband staat. Hebt gij inlichtingen +gekregen, weet gij de waarheid, neem dan allen, die schuld hebben, +gevangen, en leg beslag op hun goederen. Zijn ze in uw macht, zet +dan uw onderzoek voort, ook ten aanzien van hen, die afwezig zijn, +en leg zulke boeten en straffen op, als gij zult goeddunken." + +Deze macht werd blijkbaar verstrekt, om hen te straffen, die tegen +het gezag van Columbus in opstand waren gekomen. In den aanhef staat, +dat een overheidspersoon en enkele andere personen het gezag van +Columbus weerstonden, en daarom was de afgevaardigde gemachtigd de +orde te herstellen. De koninklijke lastbrief was den 21en Maart 1499 +geschreven. Twee maanden later, den 21en Mei kregen de hidalgo's +en de staatsambtenaren op het eiland een brief, waarin hun van het +aan Bobadilla toegekend gezag kennis werd gegeven. Uitweidende over +de volstrekte macht, die hem was gegeven, om de ongeregeldheden te +onderdrukken, werd daarin gezegd: + +"Het is onze wil, wanneer de genoemde bevelhebber Francisco de +Bobadilla het voor onzen dienst en in het belang van het recht noodig +acht, dat sommige ridders en andere personen, die thans op de eilanden +zijn of daar komen, vertrekken en er niet blijven of terugkeeren, +hij hun in onzen naam kan bevelen voor ons te komen verschijnen en +ze dwingen kan heen te gaan. En wij bevelen tevens, dat ieder, dien +hij dit gelast, onmiddellijk, zonder ons te vragen of te raadplegen, +zonder op een brief of een bevel van ons te wachten, ook zonder in +hooger beroep te komen of een verzoekschrift in te dienen, gehoorzamen +zal aan alles, wat hij zegt of beveelt, op straffe van wat hij namens +ons opleggen zal." + +Bobadilla kwam den 23en Augustus 1500 in de haven van San Domingo +aan. Columbus was toen op het fort Concepcion, en zijn broeder Diego +lag in de zeehaven van San Domingo. Dadelijk verklaarde Bobadilla, +dat hij Columbus in het bestuur over het eiland had vervangen, +en dat hij het hoogste gezag bekleedde. Opgetogen van blijdschap +voegden zich alle ontevredenen bij hem. Met de gewapende macht, die +hij meegebracht had, en de hartelijke deelneming van al de misnoegden, +viel het hem licht de plaats in bezit te nemen. + +Zonder verhoor werd Columbus uit zijn ambt ontslagen, zonder dat +er zelfs een aanklacht tegen hem werd ingediend. Het scheen tot +de bijzondere wenschen van Bobadilla te behooren den admiraal +te vernederen. Hij ging in het huis van Columbus wonen, en maakte +zich van zijn wapenen, goud, huisraad, paarden en al zijn brieven en +handschriften, zelfs van de geheime, meester. Ten einde de volksgunst +te verwerven, vaardigde hij een bevel uit, waarbij voor een tijdperk +van 20 jaren aan een ieder, die voor eigen rekening goud ging zoeken, +vergund werd slechts 1/11 aan de regeering te geven, in plaats van 1/3, +zooals tot nog toe. + +In plaats van Roldan en allen, die tegen Columbus in opstand waren, +te gelasten vóór hem te verschijnen, behandelde hij hen met de grootste +beleefdheid, opdat hij zich ook van hun hulp bij zijn wederrechtelijke +toeëigeningen mocht verzekerd houden. Terwijl Columbus zeer verslagen +en bedroefd was, ontving hij het volgende korte en eenigszins duistere +briefje van de koningen: + + + "Aan Don Christophorus Columbus, onzen admiraal van den + oceaan. Wij hebben den bevelhebber Francis de Bobadilla, + brenger dezes, bevolen, dat hij in onzen naam met u spreken zou + over zaken, die hij u meedeelen zal. Wij verzoeken u hem geloof + en vertrouwen te schenken en dienovereenkomstig te handelen. + + "Ik, de koning; Ik de koningin." + + +Dadelijk besloot de admiraal aan alle eischen van Bobadilla te voldoen, +tot hij alle besluiten van Hunne majesteiten kende. Bobadilla liet +Diego Columbus vatten en sloot hem geboeid aan boord van een der +schepen op. Toen zond hij officieren uit, om Columbus gevangen te +nemen, deed hem boeien aan, en bracht hem in een van de cellen op +het fort San Domingo. De waardigheid, waarmede Columbus zich onder +dit alles gedroeg, heeft de algemeene bewondering, zelfs die van zijn +vijanden, opgewekt. + +Een aantal beschuldigingen tegen Columbus kreeg men van de muiters en +die werden naar het Spaansche hof opgezonden. Van zulke laaghartigen +krioelde het in de kolonie te San Domingo. + +In het begin van October werd Columbus, geboeid als de gemeenste +misdadiger, door de straten naar het schip geleid. Het geschreeuw van +het grauw volgde hem. Monzo de Villejo, een man van hooge afkomst en +een edel karakter, werd met de zorg voor de gevangenen belast. Zoowel +hij als de scheepskapitein, Andreas Martin, behandelden den admiraal, +gedurende de reis, met den diepsten eerbied. Zeer gaarne zouden +zij hem de boeien hebben afgedaan, maar de admiraal wilde dit niet, +en zeide trotsch: + +"Neen; Hun majesteiten hebben mij schriftelijk bevolen mij aan alles +te onderwerpen, wat Bobadilla in hun naam zou bevelen. Op hun gezag +heeft hij mij in deze boeien geklonken. Ik zal ze dragen, tot zij bevel +geven ze weg te nemen, en ik zal ze daarna bewaren als herinneringen +aan het loon voor de diensten, die ik bewezen heb." + +Onderweg schreef hij een bewonderenswaardigen brief, dien men aan de +monarchen moest laten zien. Hij zond dien aan Donna Juana de la Torres, +een hofdame, die in de bijzondere gunst van de koningin deelde. Toen +het schip te Cadix kwam, werd deze brief dadelijk verzonden en +aan Isabella gegeven. Zij las hem met de diepste ontroering en +deelneming. De koning en de koningin waren beiden even verontwaardigd +over de Columbus aangedane behandeling. Zij gaven bevel, dat hij +en zijn broeders dadelijk in vrijheid gesteld, en met de grootste +onderscheiding bejegend moesten worden. Gezamenlijk schreven zij aan +Columbus, en drukten hun leedwezen uit, dat hij zooveel geleden had, +verzekerden hem van hun dankbaarheid en liefde, noodigden hem aan +het hof en zonden 2000 dukaten, om de reiskosten te bestrijden. + +Op den 17en December maakte Columbus, rijk gekleed en gevolgd door +een voor die gelegenheid passenden stoet, zijn opwachting bij Hun +majesteiten te Grenada. Toen de koningin hem groette, barstte zij in +tranen los. Dit maakte het hart van den heldhaftigen man zoo week, +als geen gestrengheid had kunnen doen. Hij viel op de knieën, lag +voor eenige oogenblikken buiten kennis, en weende en snikte onder +hevige aandoeningen. Columbus werd overtuigd, dat zij de handelwijze +van Bobadilla geheel afkeurden, en dat hij onmiddellijk zou worden +ontslagen. Zij sloegen volstrekt geen acht op de beschuldigingen, die +Bobadilla tegen hem had ingediend. Elke gelegenheid grepen zij aan, +om openlijk hun gunst te openbaren, en gaven hem de verzekering, +dat al zijn leed vergoed, in zijn armoede voorzien zou worden, en +dat hij zijn vroeger gezag terug zou krijgen. + +Onder het bestuur van Bobadilla deed ieder, wat hij wilde. Las Casas +deed een huiveringwekkend verhaal van al het onrecht, dat men den +Indianen aandeed. De gemeenste deugnieten namen den schijn aan van +edelen te zijn, ontstalen den opperhoofden hun dochters, omringden +zich met bedienden, als waren ze Oostersche vorsten en dwongen de +inlanders hen in stoelen te dragen. Een inlander of een vogel dood +te schieten, was hun hetzelfde. + +Zoo spoedig als het kon werd Don Nicholas de Ovando heengezonden, +om Bobadilla af te zetten. Maar het ontbrak hem aan de noodige +macht, om over de gemoederen, die daar de rust verstoorden, den +baas te spelen. Onder zijn bestuur kwam er geen verbetering in den +toestand. Hem was in het bijzonder opgedragen Columbus en al zijn +broeders voor al hun verliezen schadeloos te stellen. + +Intusschen werden er toebereidselen gemaakt voor een nieuwe reis van +Columbus. Tochten door andere hoven en bijzondere personen ondernomen, +hadden een groote uitbreiding aan de ontdekkingen in de Nieuwe wereld +gegeven. Vasco de Gama was de Kaap de Goede hoop omgezeild en verrijkte +Portugal met de voortbrengselen van de Oost. Men onderstelde, dat daar +ergens een straat moest zijn, dicht bij de landengte van Darië, die +den Atlantischen met den Stillen oceaan verbond. Columbus moest die +straat trachten te vinden. Na veel getalm, dat aan alle hofhoudingen +eigen is, waren er eindelijk vier schepen zeilklaar. Het grootste +schip hield maar 70 ton in, en het kleinste 50. De geheele bemanning +bestond uit 150 koppen. + +Columbus was nu een man op jaren; hij had zijn 66e jaar bereikt. Door +verdriet en zorg was zijn geest afgemat, en vele lichaamsgebreken +bogen die eens zoo krachtige gestalte. Zijn geestvermogens schenen +echter nog onverzwakt. Op deze reis werd Columbus door zijn broeder +Bartholomeus en zijn jongeren zoon Fernando vergezeld. + +Den 9en Mei 1502 zeilde de vloot van Cadix uit. Langs de kust van +Marokko en de groote Canarische eilanden, kwam de kleine vloot den +15en Juni bij een van de Caraïben, waarschijnlijk Martinique. Na een +vaart van 30 mijlen kwamen zij bij Dominica. Toen hij Santa Cruz en +de zuidzijde van Porto Rico voorbijvoer, was hij, in strijd met zijn +oorspronkelijk plan en de hem verstrekte lastgeving, genoodzaakt de +haven van San Domingo in te loopen. In een brief aan de monarchen +gaf hij hier een verklaring van. + +Don Ovando, de opvolger van Bobadilla, regeerde toen. Om de een of +andere reden, die nog niet geheel opgehelderd is, weigerde Ovando den +generaal in de haven te laten komen. Las Casas geeft te verstaan, dat +er in de stad veel vijanden van Columbus waren, en hij dus vreesde, +dat die gemeene en diepgezonken lieden hem geweld zouden aandoen. Toen +Columbus er aankwam, zou er juist een vloot in zee steken, om naar +Spanje te gaan. Zij had een groote hoeveelheid goud in, dat men door +maatregelen van geweld van de inboorlingen had afgeperst. Bobadilla +hoopte hierdoor de gunst van Hun majesteiten te koopen. Het was de +rijkste lading, die ooit de eilanden verlaten had. Een verbazend +groote klomp, dien een Indiaansche vrouw gevonden had en die het +grootste stuk gedegen goud was, dat ooit ontdekt werd, was er ook +bij. Men rekende, dat die klomp meer dan 5000 gulden waard was. + +De morgen, waarop de vloot onder zeil zou gaan, was buitengewoon +helder. Geen blaadje bewoog zich, en de zee geleek een spiegel. Maar +het geoefend oog van Columbus voorzag de nadering van een dier +geweldige windhoozen, die zoo menigmaal in de keerkringszeeën een +schipbreuk ten gevolge hebben. Daarom raadde hij den gouverneur aan, +het vertrek van de schepen een paar dagen uit te stellen. Zijn raad +werd echter met verachting verworpen. Er kwam een lichte bries, +alle zeilen werden geheschen, en de vloot aanvaardde de reis. + +Columbus, die zeker wist, dat er een storm in aantocht was, en het +verdrietig vond, dat men hem bij den naderenden nood uit de haven +verdreef, die hij zelf had ontdekt, zocht zoo spoedig mogelijk een +veilige ankerplaats op, waar hij den storm gerust kon afwachten. De +naar Spanje terugkeerende vloot was nog maar weinige uren op zee, +of de hoos vloog met ongewone woede op haar aan. Het schip, waarop +Bobadilla en Roldan zich bevonden met een groote hoeveelheid goud aan +boord, waartoe ook de groote klomp behoorde, werd door de golven in +de diepte geslingerd en allen verdronken. Vele andere schepen zonken, +en men vernam er niets meer van. Enkelen gelukte het in gehavenden +toestand op San Domingo terug te komen. Slechts één schip kwam in +Spanje. Het is opmerkelijk, dat dit juist het zwakste van alle was, +en dat het het eigendom van den admiraal bevatte. + +Columbus, die in een nooit bezochte baai ankerde, was getuige van de +snelle vaart en het geloei van de windhoos, terwijl pikzwarte wolken +door het luchtruim vlogen, een bijna nachtelijke duisternis heerschte, +en reusachtige boomen door den verschrikkelijken storm werden +geveld. Met veel moeite redde hij zijn schepen. Nadat hij ze in de +kleine haven van Azua gekalefaat had, werd de reis voortgezet. Toen hij +Jamaica voorbij was, belette windstilte het voortgaan, kreeg hij met +tegenwinden en nog veel meer met zijn muitziek volk te worstelen. Negen +nare en moeitevolle weken gingen kruipend om, en toen bereikte men +een eilandje op de kust van Honduras in de nabijheid van Truxillo. + +Een kano, waarin 25 Indianen zaten, kwam op het schip af. Dezen waren +wat beschaafder, dan die men tot dusver had ontmoet. Hun zwaarden +waren van zeer hard hout gemaakt, hun messen van steen en hun bijlen +en hakmessen van koper. Zij droegen aardig geweven hemden en mantels +van katoen, dat sierlijk en met verschillende kleuren geverfd was. Maar +het allerbelangrijkst is wel, dat zij groote hoeveelheden cacao-boonen +bij zich hadden, waarvan de chocolade gemaakt wordt. De Spanjaarden +hadden deze boon nog nooit gezien. Spoedig werden die boonen een +algemeen en belangrijk handelsartikel. + +De kano was uit een enkelen boomstam gemaakt, en zal 54 voet lang en +8 breed zijn geweest. Zij was dus nog al groot. Columbus kocht hun +alles af, en betaalde met Europeesche snuisterijen. De inboorlingen +waren noch verwonderd noch bang. Mannen en vrouwen hadden katoenen +kleederen aan. + +Men kon in het Zuiden de bergen van het vasteland duidelijk zien. Een +van de Indianen bood zich dadelijk als loods aan. Columbus verliet +dit eiland, dat nog den echt Indischen naam van Guanaja draagt, +en zeilde zoo lang zuidwaarts tot hij bij kaap Honduras kwam, die +hij kaap Caxinas noemde. Het was Zondag morgen, de 4e Augustus. De +admiraal ging met een groot gedeelte van het scheepsvolk aan land, +om er een godsdienstoefening te houden. Twee dagen later landde hij +op een andere plaats, ontplooide er de Spaansche vlag en nam het land +in naam van Spanje in bezit. Wel een honderdtal Indianen stond er om +heen, en keek eerbiedig naar die plechtigheid. + +Toen hij langs de kust van Honduras de reis oostwaarts voortzette, +had hij wel 60 dagen lang grooten last van stormen en regenvlagen, +vergezeld van onweders, zooals hij nog nooit had bijgewoond. Den +meesten tijd lag Columbus te bed, omdat hij erg door de jicht gekweld +werd. Het kwam zijn vrienden en ook hem zelf voor, dat het einde van +zijn stormachtig leven nabij was. Eindelijk bereikte hij een punt, +waar de kustlijn bijna rechthoekig naar het Zuiden liep. Deze kaap +noemde hij Gracias a Dios, of "Gode zij dank." + +Zoo langs de kust varende, scheen het land dicht bevolkt te wezen, +en zag het er met zijn heuvels en valleien, zijn bosschen en weiden +zeer bekoorlijk uit. Het is een opmerkelijk feit, dat de inboorlingen, +hoe vriendelijk ook, geen geschenken van de Spanjaarden wilden aannemen +zonder er iets voor terug te geven van hetgeen zij bezaten. Dit is +des te opmerkelijker, omdat zij zulk een groote waarde hechtten aan +Europeesche messen en koralen. + +De reis werd langs de schilderachtige stranden van Costa Rica +voortgezet. Hier zag men inlanders, die versierselen droegen van zuiver +goud. Maar de gedachten van Columbus bepaalden zich thans alleen tot +het vinden van de straat. Om die denkbeeldige doorvaart te zoeken, +deed hij alle baaien van de landengte van Panama aan. Veertig mijlen +zeilde hij zoo langs de kust van Veragua voort, en kreeg intusschen +verscheidene platen zuiver goud. Hier zagen de Spanjaarden voor het +eerst flink gebouwde steenen huizen. + +Den 2en November ging de vloot een ruime haven in, die Columbus Puerto +Bello noemde, en zoo heet zij nog. De inlanders kwamen in grooten +getale aanloopen, en velen naderden ook in kano's. Een storm belette +7 dagen lang het voortzetten van de reis. Op den 9en kwamen zij, na 24 +mijlen te hebben afgelegd, te Nombre de Dios. De velden waren hier rijk +begroeid met vruchten, Indisch koren en andere gewassen. Hun schepen +verkeerden in een bedroevenden toestand, zoozeer hadden de wormen de +planken doorboord. Zoo lang men de inlanders minzaam behandelde, waren +zij ook zoo vriendelijk, als men maar kon verlangen. Maar Columbus +kon de ontaarde en ruwe matrozen niet altijd in bedwang houden, +'s Nachts zwommen die deugnieten vaak aan wal, en beleedigden de +inlanders op een vreeselijke wijze. + +Niet zelden hadden er oneenigheden plaats. De inlanders werden telkens +talrijker, en er ontstond een gevecht. De schepen lagen dicht bij den +wal, zoodat Columbus te recht bang was, dat duizenden inboorlingen +op zijn schepen zouden komen. Daarom loste hij twee- of driemaal de +kanonnen, maar de schoten gingen over hun hoofden heen. De donder en +de bliksem verschrikten hen zoo, dat zij de vlucht namen. + +Daar Columbus door folterende pijnen gekweld en door stormen beloopen +werd, keerde hij naar Hispaniola terug. Wel vond hij vele aanwijzingen +van goud, maar de toestand der schepen was zoo, dat er aan verder +onderzoek niet meer te denken viel. Hij trachtte aan de rivier de Belen +een kolonie te stichten, en was voornemens het bestuur daarover aan +zijn broeder toe te vertrouwen, terwijl hij dan naar Spanje zou gaan, +om hulpmiddelen te halen. Achttien man bleef achter. Zij begonnen aan +de oevers van de rivier vier huizen te bouwen. Het was een vruchtbare +streek, en bananen, pisangs, pijnappels, cacao-boonen, maïs en vele +eetbare wortels trof men er in overvloed aan. In de rivier en op +de zeekust was allerlei soort van visch. Voor gebrek aan voedsel +behoefde geen vrees te bestaan, en Columbus deed alles, wat hij kon, +om met de wilden op een vriendschappelijken voet te blijven. + +Maar het opperhoofd van dat land, Quibian geheeten, was een +oorlogzuchtig man, die met leede oogen zag, dat er op zijn grond +huizen werden gebouwd, en dat de vreemdelingen zich dus naar alle +waarschijnlijkheid daar voor goed wilden vestigen. Men verdacht +hem van een krijgsmacht op de been te brengen, om de kolonie te +verwoesten. Een gewapende bende van 74 man werd heimelijk uitgezonden, +om het opperhoofd met zijn geheele huishouding gevangen te nemen en +hen als gijzelaars te houden. 't Is jammer, dat we dit slechts van +één kant weten, daar de wilden er geen geschiedschrijvers op nahouden. + +In alle stilte en onopgemerkt kwamen de booten bij het groote huis +of het paleis van het opperhoofd. Hij werd met zijn geheele gezin +gevangen genomen. Hij, zijn vrouwen, kinderen en bedienden vormden een +gezelschap van 50 personen. Het opperhoofd werd aan handen en voeten +geboeid, en zoo zakten de booten de rivier af, om de gevangenen op +het admiraalsschip te brengen. Columbus had het wreede plan hen allen +mee naar Spanje te nemen, ze daar als gijzelaars te houden tot zijn +terugkomst, opdat de inboorlingen zich rustig zouden gedragen. + +Maar al had men Quibian ook geboeid, toch gelukte het hem 's nachts uit +de boot te springen en naar den wal te zwemmen. De andere gevangenen +werden op het schip gebracht en in de voorplecht opgesloten. Het +valluik werd met een zware ketting en een slot vastgemaakt. 's Nachts +maakten de sterkste krijgslieden een soort van beun onder het luik, +klommen er op, zetten hun schouders onder het luik en lichtten het met +vereende krachten op. Dadelijk sprongen zij weg, en lieten zich in zee +vallen. De zeelieden schoten aanstonds toe, hadden hun uitgetrokken +sabels in de hand, verhinderden velen te ontsnappen en maakten toen +het valluik weer met den ketting vast. + +"Toen men des morgens", schrijft Irving, "eens naar de gevangenen ging +kijken, vond men ze allen dood. Eenigen hadden zich met eindjes touw +opgehangen en raakten met de knieën den vloer; anderen hadden zich +verworgd door de touwen met de voeten stijf aan te trekken. Zulk een +moedigen, onbedwingbaren geest had dit volk, en zoo groot was zijn +afkeer van de blanken." + +En nu vielen de verbitterde inboorlingen verwoed op de +kolonie aan. Veel Spanjaarden, maar ook veel wilden vonden den +dood. Stormachtig weer maakte de zee onstuimig. Die aan land waren, +hadden geen kans om te ontsnappen, en 't was voor Columbus onmogelijk +hen te helpen. De oorlog woedde ontzaglijk, en ging als altijd met +bloed en ellende vergezeld. Na vele dagen van aanhoudenden strijd +en tal van wanhopige waagstukken moest men de kolonie opgeven, en +haar bewoners konden zich door de hevige rukwinden niet dan met de +grootste moeite in drie wrakke vaartuigen inschepen, die ieder uur +gevaar liepen te zinken. + +Columbus ging onder al dit leed diep gebukt. Oud, ziek, teleurgesteld, +in aanhoudend doodsgevaar en omringd door ontevreden en morrend +scheepsvolk, was het leven hem een last geworden. In een koortsachtigen +droom werd hij getroost door wat hem voorkwam een gezicht van God te +zijn. Hij deed hiervan meedeeling aan den koning en de koningin. + +"Afgetobd en zuchtend," schreef hij, "viel ik in slaap. Ik hoorde +een klagende stem, die tot mij zeide: 'O, gij trage en onverstandige +van hart, om te gelooven en uw God te dienen, die de God van allen +is. Wat deed Hij meer voor Mozes dan Hij voor u heeft gedaan? Van +uwe geboorte af, waart gij het voorwerp Zijner bijzondere zorg.'" + +Op deze manier vroolijkte de onderstelde engel zijn neergebogen +geest op. + +Het water in de rivier stond zoo laag, dat een van de schepen er vast +zat en dus achtergelaten moest worden. In het laatst van April 1503 +verliet Columbus deze oorden van ellende, en ging naar de kust van +Veragua. Daar gekomen, moest hij een tweede schip verlaten, omdat +het geheel door de wormen was verteerd. Nu moesten allen in twee +schepen geborgen worden, en deze konden ze alleen door aanhoudend +pompen boven water houden. + +Den 30en Mei kwam hij ten Zuiden van Cuba bij een eilanden-groep, +die hij de Koninginne-eilanden noemde. Daar overviel hem op eenmaal +midden in den nacht een storm, zooals hij er nog nooit een beleefd +had. De schepen werden her- en derwaarts gedreven, en de admiraal, +die nog altijd lijdende was en in den grootsten nood verkeerde, omdat +de schepen telkens meer lek werden, had toch het geluk een haven op de +kust van Jamaïca binnen te loopen, waar hij al eens meer was geweest, +en die hij toen Santa Gloria had genoemd. + +Verder kon hij niet varen, want zijn schepen dreigden zelfs in de +haven te zinken. Hij gaf bevel beide vaartuigen naast elkander op +het droge te laten loopen. Een paar meter van het strand werden ze +vastgelegd, en op den boeg en bij den achtersteven werden met riet +gedekte hutten gebouwd. Wetende, dat hij zich niet tegen de Indianen +verdedigen kon, als zij kwaad wilden, beval hij, dat niemand zonder +verlof aan land mocht gaan. Hij deed intusschen al het mogelijke, om +zich van de vriendschap van de wilden te verzekeren, die in grooten +getale in de haven gekomen waren. Zij droegen allerlei levensmiddelen +aan, die zij gaarne aan de Spanjaarden wilden verkoopen. + +Men zou met de inboorlingen niet in oneenigheden gekomen zijn, als geen +slechte bejegening en mishandeling hen tot vijanden hadden gemaakt. + + + + +TWAALFDE HOOFDSTUK. + +DE SCHIPBREUK BIJ JAMAÏCA. + + +Het eiland Jamaïca was destijds zeer bevolkt en vruchtbaar. Wijselijk +stelde Columbus maar twee personen aan, die met de inboorlingen +handel mochten drijven. Hij vond het raadzaam eenige manschappen +af te zenden, om het binnenland te gaan onderzoeken. Diego Mendez +ging met eenige goed gewapenden heen, en trok het heele eiland tot +zijn oostelijkste punt door. Overal werd hij met echt broederlijke +gastvrijheid ontvangen. Het gebied van onderscheidene opperhoofden werd +door hem bezocht, en overal ruilde men bereidwillig de voortbrengselen +van 't land tegen Europeesche waren in. + +Op het einde van het eiland woonde een machtig opperhoofd, dat Ameyro +heette. Hij was een zeer verstandig en aangenaam man, die een warm +vriend van Mendez werd. Zij namen elkanders naam aan tot een teeken +van broederschap. Mendez kocht een van die kano's van hem, waarvan +we vroeger reeds een beschrijving hebben gegeven. Hij betaalde er +een koperen pot, een buis en een hemd voor. Met al zijn metgezellen, +zes Indianen en een ruimen voorraad levensmiddelen voer hij langs de +kust, vertoefde op verschillende plaatsen, en kwam zoo op de plaats, +waar men schipbreuk geleden had. + +Door den handel was alle vrees voor hongersnood geweken, maar Columbus +werd toch door grooten angst gedrukt. In een nooit bezochte zee en op +een bijna onbekend eiland had hij schipbreuk geleden, en het was even +onmogelijk de schepen te herstellen als nieuwe te bouwen. Kans, dat een +vreemd schip hem op zou nemen, was er ook volstrekt niet. Hispaniola +lag meer dan 120 mijlen verder, en in dat deel van de zee gingen sterke +stroomen en heerschten vaak hevige stormen. Het liet zich dus aanzien, +dat de schipbreukelingen altijd op het eiland zouden moeten blijven, +om de een na den ander te sterven. + +Daar kwam Columbus op het denkbeeld, dat de moedige Mendez misschien +zou over te halen zijn, om met de door hem gekochte kano den +gevaarlijken tocht naar Hispaniola te ondernemen. Mendez had op +een eenvoudige, maar toch boeiende wijze verteld, welk gesprek hij +gehouden had. De admiraal liet den jongen man bij zich komen, en zeide: + +"Diego Mendez, mijn zoon, geen van allen hier begrijpen iets van ons +gevaar, behalve gij en ik. Ons getal is klein, dat der Indianen groot, +en zij zijn prikkelbaar en oploopend. Bij de minste aanleiding zouden +zij onze rieten hutten in brand steken, en wij er bij omkomen. Ik heb +over een ontsnapping gedacht, indien gij er niets tegen hebt. Met +de door u gekochte kano zou er een naar Hispaniola kunnen gaan, en +trachten een schip te krijgen, waardoor wij allen gered konden worden." + +Hierop gaf Mendez ten antwoord: "Mijnheer, ik weet, dat het gevaar +waarin wij verkeeren, grooter is dan velen denken kunnen. Maar ik +geloof, dat het niet alleen moeielijk, maar geheel onmogelijk is, om +met een vaartuig als een kano naar Hispaniola te gaan. We moeten dan +een stroom door, die 40 mijlen breed is, en de zee is er bijzonder +onstuimig en haast nooit kalm. Ik zou niet weten, wie zulk een +gevaarlijken tocht zou willen wagen." + +Na een oogenblik gezwegen en bemerkt te hebben, dat hij zelf de persoon +was, dien Columbus op het oog had, om den tocht te ondernemen, voegde +Mendez er aan toe: + +"Mijnheer, ik heb dikwijls mijn leven gewaagd, om u en allen hier te +redden, en God heeft mij tot hier toe wonderbaarlijk behouden. Er +zijn er evenwel, die zeggen, dat Uwe Excellentie mij alle zaken +toevertrouwt, waarmee eer te behalen is, en dat anderen die net zoo +goed zouden doen als ik. Daarom verzoek ik u al het volk bij u te +roepen en het voorstel te doen. Als allen weigeren, dan zal ik komen, +en mijn leven voor u in de waagschaal stellen." + +Den volgenden dag kwamen allen van de beide schepen te zamen. Niet +één was er, die zulk een gewaagde onderneming aandurfde. Toen trad +Mendez vooruit, en zeide: + +"Mijnheer, ik heb maar één leven te verliezen. Ik ben bereid het in uw +dienst te wagen, en voor allen die hier aanwezig zijn. Ik vertrouw op +de bescherming van God, die ik vroeger zoo dikwijls mocht ondervinden." + +De kano werd op 't strand getrokken en van een soort kiel voorzien. Om +te maken, dat er geen water in kon loopen, werden er van den voor- +naar den achtersteven planken op vastgespijkerd. Ook zette men er +een mast met een zeil op. Toen er een goede voorraad levensmiddelen +ingelegd was, begon Mendez met slechts één Spanjaard en 6 Indianen +de gevaarlijke reis. + +Van Santa Gloria tot kaap Morant was meer dan 100 mijlen. Zij +hadden met veel tegenstroomen te kampen, en kwamen zeer langzaam +vooruit. Toen zij aan den oostkant van het eiland bij kaap Morant +gekomen waren, moesten zij er door het stormachtige weêr verscheidene +dagen blijven. Daar werden zij door een troep vijandige Indianen +aangevallen, die zonder moeite de boot met alles, wat er in was, +in bezit namen. Daar de Indianen twist kregen over de verdeeling van +den buit, kon Mendez ontsnappen en met de kano in zee steken. Door +wind en stroom geholpen, kwam hij behouden te Santa Gloria aan. Waar +zijn Spaansche tochtgenoot gebleven was, is niet bekend. + +De ridderlijke Mendez verklaarde zich bereid, om de reis nog eens te +doen. Door ondervinding geleerd, nam hij twee kano's, ieder bemand +met 6 Spanjaarden en 10 Indianen. Bartholomeus Fiesco, een Genuees +met een uitmuntend karakter, bestuurde de tweede kano. Een gewapende +bende begeleidde de booten tot aan het einde van het eiland. Na een +oponthoud van vier dagen aanvaardden zij de moeielijke reis. De morgen +was helder en de zee kalm. + +Maanden lang bleef Columbus in volkomen onzekerheid, wat hun +overkomen was. Dit blijkt uit de volgende aanhaling, al is die dan +ook onsamenhangend, uit zijn dagboek: + +"Tot nog toe heb ik over anderen geweend. Maar nu, o hemel! heb +medelijden, en ween over mij, o aarde! Mijn aardsche schatten zijn zoo, +dat ik geen halven cent heb voor een mis; ik ben hier in Indië gebracht +en door wreede en vijandige wilden omringd; eenzaam, verlaten en ziek +verwacht ik, dat elke dag de laatste is; wat geestelijke schatten +betreft, ik leef hier buiten de Heilige genademiddelen van de Kerk, +zoodat, wanneer mijn ziel het lichaam verlaat, zij eeuwig verloren +is. Ween over mij, al wie liefde, waarheid en gerechtigheid bemint! Ik +deed deze reis niet, om goud of eer te behalen, dat is zeker. Die +wensch bestond bij mij niet meer. Ik spreek oprecht, ik kwam, om uw +majesteiten te dienen met goede bedoelingen en loffelijken ijver. Mocht +het God behagen mij van hier te bevrijden, dan smeek ik Uwe Majesteiten +mij te vergunnen naar Rome te gaan en andere pelgrimstochten te doen." + +Kort na het vertrek van Mendez en Fiesco, brak er onder de bemanning +een vreeselijke ziekte uit. Dagen, weken, maanden zelfs gingen langzaam +voorbij. Allen waren zeer terneergeslagen, en zij konden hun geest +met niets bezighouden. Er ontstond gemor en velen waren ondankbaar +genoeg den admiraal de oorzaak van al hun rampen te noemen. + +Bij het gezelschap bevonden zich twee broeders, Francisco en Diego +de Porras, beiden mannen van voorname geboorte en van aanzien. Dezen, +die als ijdel, onbeschaamd en beginselloos beschreven worden, wisten +een opstand tegen het gezag van Columbus, die door een hevigen aanval +van jicht aan zijn bed gekluisterd was, te verwekken. + +Het wachten moe en zonder hoop ooit weer iets van Mendez te zullen +hooren, nam een oproerige en bandelooze troep tien kano's en zeilde +er mee naar Hispaniola. In 't geheel bestond zij uit 48 man. Uit +niets blijkt, dat Columbus zich krachtig tegen die maatregelen heeft +verzet. Maar het beleedigende en het wantrouwen, dat uit het gedrag +van de oproermakers sprak, gaf hem veel verdriet. + +Er waren maar weinigen, die bij den admiraal bleven, wanneer men +de zieken niet meerekent. De muiters stoorden zich aan niets, en +behandelden de Indianen op de onbarmhartigste wijze. Ook namen zij +hun alles af, en zeiden: "Columbus moet er voor betalen, en als hij 't +niet doet, slaat hem dan dood." Columbus bleef intusschen bedlegerig, +en leed ontzettend veel, zoowel naar het lichaam als naar den geest. De +woeste soldaten trokken als dollemannen langs de kusten, en plunderden +de inboorlingen overal, waar zij aan land kwamen. Blijkbaar was het +hun voornemen de Indianen zoo kwaad te maken, dat zij den admiraal +en allen, die bij hem gebleven waren, gingen vermoorden. Op die wijze +zou men van hun opstand, waardoor zij zich natuurlijk een zware straf +op den hals haalden, in Spanje niets te weten komen. + +Toen zij het einde van het eiland bereikt hadden, haalden zij vele +Indianen, waarschijnlijk door dwang, over, hen in het overvaren te +helpen. De kano's, die van geen kiel voorzien waren, konden door haar +geringe afmetingen zeer licht omslaan, als men niet met groote zorg +het evenwicht wist te bewaren. De golven werden grooter en sloegen +over de kano's neen, zoodat de dood onvermijdelijk scheen. Om de +kano's lichter te maken, wierp men een aantal Indianen over boord, +als waren het schapen of varkens. Terwijl zij zoo in het water +spartelden, gelukte het enkelen een kant van een kano te grijpen, +om even te rusten of adem te scheppen. Zonder de minste aarzeling +hakten de onmenschelijke Spanjaarden met hun zwaard de handen van die +ongelukkigen af. De arme schepsels gilden dan natuurlijk erbarmelijk +en zonken. Zoo kwamen er achttien om. + +Met moeite bereikten de Spanjaarden het eiland weer. Door den hevigen +storm waren zij genoodzaakt geworden bijna alles, wat eenige waarde +had, over boord te werpen. Nu ontstond er twist over den te volgen +koers. Sommigen stelden voor om, als de wind gunstig werd, naar +Cuba te varen; anderen raadden aan van de onderneming af te zien, +en berouwvol naar den admiraal terug te keeren; nog waren er, die +naar Santa Gloria wilden gaan, om zich daar van nieuwen voorraad +te voorzien. De meerderheid echter vond het het best, om van den +eersten gunstigen wind gebruik te maken en dan naar Hispaniola te +reizen. Na een oponthoud van vier weken, gedurende welken tijd zij +de inboorlingen aan de grootste onderdrukking bloot stelden, werd +het goed weer en waagden zij een nieuwe poging; maar zij werden +weer door stormen teruggedreven. Nu verloren zij den moed, gaven +de onderneming op en begonnen langzaam midden door het eiland den +terugtocht aan te nemen. Het waren sterke mannen en goed gewapend ook, +tevens door en door bedorven lieden. Las Casas zegt, dat hun marsch +met een voorbijtrekkende pest gelijk stond. + +De zieke en lustelooze Columbus wachtte te Santa Gloria, maar bijna +zonder hoop, op eenig bericht van Mendez. Aan de waarheid van de +volgende schoone woorden, die Irving aan zijn nagedachtenis wijdde, +kan redelijkerwijze niet getwijfeld worden: + +"Terwijl Porras en de zijnen met vreugdelooze en wanhopige +ongebondenheid huishielden, vertoonde Columbus integendeel het +beeld van een mensch, die in alle opzichten waar is, en te midden +van tegenspoed en verdriet door reinheid van hart zich staande weet +te houden. Had het gezonde en krachtige deel van zijn garnizoen hem +verlaten, het zieke en moedelooze overschot trachtte hij te troosten +en te bemoedigen. Zijn eigen bitter lijden vergat hij en dacht alleen +aan het hunne. De weinigen, die nog eenige diensten konden verrichten, +hielden de wacht op het wrak of pasten op de zieken, maar er was +niemand, die nieuwen voorraad levensmiddelen en andere benoodigdheden +kon aanhalen. Gelukkig begonnen de goede trouw en het vriendelijk +gedrag van Columbus jegens de inlanders de gewenschte vrucht te +dragen. Aanzienlijke hoeveelheden voorraad werden hun van tijd tot +tijd gebracht en hij kocht alles tegen een zeer billijken prijs." + +"Wat hiervan 't lekkerst en 't versterkendst was, liet hij voor de +zwakken klaar maken. Daar hij wist, hoe verbazend groot de invloed +van de ziel op het lichaam is, deed hij zijn best, om de lijders wat +op te vroolijken en hun hoop te verlevendigen. Zijn eigen angst wist +hij te verbergen, en hij bewaarde een vroolijk en opgeruimd gelaat, +terwijl hij door opbeurende toespraken de hoop op een spoedige +redding vernieuwde. Door hen zoo vriendelijk te behandelen en zoo +verstandig met hen om te gaan, werkte hij gunstig op de gezondheid en +de vroolijkheid van zijn volk, en was het eindelijk weer in staat voor +de algemeene veiligheid iets te doen. Er werden bepalingen gemaakt, +waaraan men zich moest onderwerpen en hierdoor ontstond de noodige +orde. De menschen werden overtuigd van de voordeelen eener goede tucht +en zagen in, dat de door den bevelhebber gemaakte verbodsbepalingen +tot hun eigen welzijn strekten en aller gemak bevorderden." + +De voorraad werd echter schaarsch, want oogsten deden de Indianen +niet. Zij plukten vruchten als die rijp waren en, daar zij +weinig behoeften kenden, hadden ze voor hun gebruik al spoedig +genoeg. Sieraden verloren hun aantrekkelijkheid, en daarmee hun +waarde. De vadzige Indianen wilden niet ver loopen, om voedsel te +halen, en daardoor dreigde er werkelijk gebrek voor de Spanjaarden te +zullen ontstaan. In deze omstandigheden nam Columbus het volgende +buitengewone middel te baat, om voorraad te krijgen. Van zijn +sterrenkundige kennis gebruik makende riep hij het opperhoofd tot +het bijwonen van een vergadering op, en koos daarvoor een dag uit, +waarop een totale maansverduistering plaats hebben zou. Hij deelde hun +mede, dat God, die de bijzondere Beschermer van de Spanjaarden was, +vertoornd op hen geworden was, omdat zij hadden verzuimd een voldoende +hoeveelheid voedsel te brengen. Tot een bewijs van zijn ongenoegen en +van de straf, die hen wachtte, zou God in den aanstaanden nacht de maan +uitblazen. Sommigen werden nu zeer benauwd, en anderen lachten er om. + +De nacht kwam, maar toen de maan verdonkerde, waren allen van vrees +vervuld. De opperhoofden wierpen zich aan de voeten van Columbus neer, +en smeekten hem bij God hun voorspraak te willen zijn, belovende +voortaan altijd gehoorzaam te zullen wezen. Columbus liet zich lang +smeeken, maar gaf eindelijk toe. Toen de verduistering minder werd, +begaf hij zich naar de kajuit als om met God te spreken. Spoedig +daarna scheen de maan weer in haar gewonen luister, en er was geen +gebrek aan levensmiddelen meer. + +Acht maanden waren verloopen sinds Mendez en Fiesco de gevaarvolle reis +begonnen. De oproermakers onder Francisco Porras, die hun erkend hoofd +schijnt te zijn geweest, hadden zich hier en daar naar hartelust aan +uitspattingen schuldig gemaakt. Juist toen de zon onderging, kwam +er op zekeren avond een schip aan. De vreugde was groot. Het schip +wierp in de haven het anker uit en zond een boot naar de in nood +verkeerende schepen. De onvriendelijke Ovando, die blij zou geweest +zijn als hij gehoord had, dat Columbus was vergaan, durfde, toen hij +van Mendez diens toestand vernam, toch niet nalaten alle middelen +aan te wenden tot zijn redding. Na lang en nutteloos wachten zond hij +een vroegeren samenzweerder tot Columbus, om eens goed op te nemen in +welken toestand hij verkeerde. Deze man, Diego de Escobar geheeten, +was een van de saamgezworenen van Roldan geweest. Columbus had hem +ter dood veroordeeld, maar Bobadilla had hem genade geschonken. + +Deze man nu kwam in zijn boot naar de schepen toe, maar aan boord ging +hij niet. Hij overhandigde Columbus een brief van Ovando, en bood hem +tevens een vat wijn en een zij spek aan. Daarop ging hij een eindje +achteruit, en vertelde toen aan Columbus, dat het Ovando erg speet, +dat hij zoo ongelukkig was. Ook speet het hem erg, dat zijn schip niet +groot genoeg was, om Columbus en zijn metgezellen mee te nemen; maar +dat er zoo spoedig mogelijk een ander komen zou. Als soms Columbus +een brief wilde meegeven voor Ovando, dan verzocht hij Columbus dien +dadelijk te schrijven, omdat hij gaarne spoedig wilde vertrekken. + +Columbus schreef een beleefden en verzoenenden brief, beschreef zijn +droevigen toestand en verzocht dringend om spoedige hulp. Escobar +heesch de zeilen en verdween. De Spanjaarden wisten niet, wat zij van +dit zonderlinge bezoek te denken hadden, en verloren opnieuw alle +hoop. Columbus trachtte hen te bemoedigen door de verzekering, dat +er weldra schepen zouden komen, om hen weg te halen. Met Escobar, +zeide hij, wilde ik niet gaarne meegaan, en het schip was ook te +klein om allen op te nemen, zoodat hij dan nog maar liever bleef om +hun lot te deelen. + +Heimelijk was Columbus zeer verontwaardigd over het gedrag van +Ovando. Voor eenige maanden had hij hem in een gevaarvollen toestand +en pijnlijke onzekerheid verlaten, terwijl hij aan de vijandschap van +de inlanders, de oproerigheid van zijn eigen manschappen en bittere +wanhoop ter prooi was. Eindelijk zond hij een boodschap, die slechts +een bedriegelijke hoop voorspiegelde, en dan nog wel met een man, +die een van zijn onverzoenlijkste vijanden was, met een geschenk, +dat door zijn onbeduidendheid een bespotting van hun nooden geleek. + +De indruk, dien Columbus gekregen had en dien ook Las Casas ontving, +was waarschijnlijk juist. Ovando vreesde, dat Columbus weer het +bestuur over Hispaniola in handen zou krijgen, en hoopte werkelijk, +dat hij op het eiland Jamaïca omkomen zou. + +Nu moeten wij de lotgevallen van Mendez en Fiesco nagaan. Zij waren +langs de zuidelijke kust van het eiland gevaren tot zij het einde +bereikt hadden. De zee was zeer kalm geweest. Toen waren zij moedig +de oogenschijnlijk grenzenlooze zee opgevaren, die vóór hen lag. Geen +wolkje was er aan de lucht en geen windje rimpelde de golven van +den oceaan. De hitte van de keerkringszon was verschrikkelijk, +want zelfs de inlanders sprongen in zee, om zich te verfrisschen, +vóór zij de roeiriemen weer in de hand namen. Nacht en dag werd de +reis voortgezet. De Indianen, die al het werk deden, losten elkander +af, zoodat, als de eene helft roeide, de andere ging slapen. Ook de +Spanjaarden, die met de wapenen in de hand de wacht hielden, deden +dat bij beurten; omdat zij bang waren, dat de door hen tot slaven +vernederde Indianen, tegen hen zouden opstaan. + +Land was nergens te zien. De wrakke kano's gingen met de golven op en +neer, en 't was duidelijk, dat zij stellig zouden vergaan als de zee ze +erg in beweging bracht. Zij kregen van de hitte zulk een onduldbaren +dorst, dat het weinige water al zeer spoedig op was. Een weinig had +men bewaard, om het lepelsgewijze aan hen, die gevaar liepen van te +bezwijken, te geven. Alleen door hard roeien, kon men bij de brandende +windstilte, vooruit komen. De derde dag brak aan, maar ging ook stil +voorbij. 's Nachts was het even zoel als over dag. Men kon nergens +land zien, alleen lucht en water. Een van de Indianen viel flauw van +de hitte en stierf. Zijn lijk werd in zee geworpen. Men leed zulk +een hevigen dorst, dat men er niet van slapen kon, en ongelukkig was +er geen druppel water meer. De inlanders konden de riemen niet meer +voortbewegen, en vielen de een na den ander krachteloos neer. + +Wanhopig zat Mendez bij den achtersteven. Het scheen, dat allen op die +stille zee zouden moeten sterven. Toen de maan opkwam, zag hij echter +in de verte iets zwarts, dat even boven het water uitstak. Weldra +kreeg hij de zekerheid, dat het land was, en gaf hij van blijdschap +een luiden gil. Hierdoor kregen hun verlamde krachten nieuw leven, en +met het aanbreken van den dag bereikten de uitgeputte roeiers het land. + +Het bleek het eiland Navasa te zijn, waarnaar ze zochten. De omtrek +bedroeg anderhalve mijl, 't geheel was een naakte rots, die zich op +een afstand van 24 mijlen van Haïti uit de zee verhief. Ofschoon er +boom noch struik, rivier noch bron te vinden was, toch leverden +de rotsholten een voldoende hoeveelheid water op. Ondanks de +waarschuwingen van de officieren dronken velen zoo onmatig, dat zij +onder de hevigste pijnen bezweken en anderen lang en gevaarlijk ziek +bleven. Ook vond men wat schelvisch, en die leverde een heerlijk maal +op, nadat men ze gekookt had boven drijfhout, dat daar lag. + +Den geheelen dag brachten ze op dit eiland door, rustten in de schaduw +van de rotsen uit en keken verlangend naar de hooge bergen van Haïti, +die zich ver in 't Oosten aan den horizon vertoonden. Toen de zon +onderging, gingen ze weer scheep en kwamen den volgenden dag bij de +zuidwestelijkste punt van het eiland, die kaap Tiburon genoemd werd. In +een kort reisverhaal, dat Mendez schreef, maakt hij eerst melding +van zijn vertrek van Jamaïca, waar hij het geleide achterliet, dat +Columbus hem tot het einde van 't eiland had meegegeven. Hij schrijft: + +"Daar de zee minder onstuimig werd, nam ik van de anderen +afscheid. Allen waren, als ik, diep bewogen. Ik beval mij toen aan God +en de maagd van Antigua aan, en bracht vijf dagen en vier nachten op +zee door, zonder de roeiriemen ook maar een oogenblik los te laten, +en hield nog het roer, als mijn tochtgenooten roeiden. Gelukkig kwam +ik aan den avond van den vijfden dag bij het eiland Hispaniola aan, +bij kaap San Miguel, die nu kaap Tiburon heet; en had toen in geen +twee dagen eten of drinken gehad, omdat onze voorraad op was." + +"Ik sleepte mijn kano toen op een mooi plekje aan de kust, en omdat +de wilden spoedig met vele eetwaren naar mij toe kwamen, bleef ik er +twee dagen, om uit te rusten. Ik nam van die plaats zes Indianen mee, +en liet er de meegebrachten achter. Van de stad St. Domingo, waar de +goeverneur woonde, was ik nu nog 390 mijlen verwijderd. Ik hield altijd +maar de kust, en had zoo 240 mijlen, niet zonder groote moeite en veel +gevaar, afgelegd, toen ik in de provincie Azoa aankwam, die nog 72 +mijlen van St. Domingo afligt. Hier vernam ik, dat de goeverneur bezig +was de provincie Xaragua te veroveren, die 150 mijlen verwijderd was +van de plek, waar ik mij bevond. Toen ik dit hoorde, verliet ik mijn +kano, en begaf mij op weg naar Xaragua. Daar trof ik den Goeverneur +aan; hij hield mij zeven maanden bij zich en in dien tijd werden op +zijn bevel 84 opperhoofden en bovendien nog de voornaamste dame van +het eiland, Nacaona genaamd, wie allen gehoorzaamden en dienden, +verbrand of opgehangen." + +_In dien tijd werden 84 opperhoofden verbrand of opgehangen!_ +Hoe leeren ons die weinige woorden de wreedheid kennen, waarmee de +inlanders door de onmenschelijke gelukzoekers werden behandeld. + +Ovando, die Columbus hulp zou zenden, maar hierin nalatig gebleven +was, trachtte zich zoo goed mogelijk te verontschuldigen. Ook wilde +hij Mendez niet naar San Domingo laten gaan, omdat hij vreesde, dat +deze medelijden met den admiraal zou weten op te wekken, waardoor +men wellicht maatregelen voor zijn bevrijding nam. Ten laatste, +door maar steeds aan te dringen, kreeg hij eindelijk verlof om naar +San Domingo te gaan, en daar de aankomst van eenige schepen, die uit +Spanje werden verwacht, af te wachten. + +Terstond ging hij te voet op weg en legde een afstand van 200 mijlen +door de wildernis af. Zoodra hij vertrokken was, zond Ovando het schip +uit onder bevel van den oproerling Escobar, die den onverklaarbaren +tocht naar den schipbreuklijdenden admiraal ondernam. + +Wetteloosheid en misdaad brengen altijd ellende voort. De +opstandelingen te Jamaïca, die onder elkander twistten, en zich den +haat van de inboorlingen op den hals gehaald hadden, verkeerden in +den deerniswaardigsten toestand. Nu men wist, dat hij schipbreuk +geleden had, twijfelde Columbus er geen oogenblik aan, of men zou +hem spoedig schepen tot zijn redding zenden. Al wist Ovando ook een +verschooning voor zijn talmen te bedenken, hij zou het toch niet +durven wagen den admiraal en zooveel Spanjaarden hulpeloos te laten +sterven. Toen Columbus met den toestand van de oproermakers bekend +was, zond hij twee van zijn manschappen naar hen toe, om hen in +kennis te stellen met het bezoek van Escobar en om hen te verzekeren, +dat er spoedig schepen zouden komen om hem te bevrijden. Allen, die +terug wilden keeren, beloofde hij vergiffenis en een vrijen overtocht +naar Hispaniola met de verwachte schepen. De hoofden van den opstand +poogden deze aanbiedingen voor hun misleide bondgenooten verborgen +te houden. Zij lieten Columbus weten, dat zij niet naar Hispaniola +terug verlangden, maar liever vrij op het eiland bleven wonen. + +Met het doel den mannen daden van geweld te laten verrichten, waardoor +het hun onmogelijk zou worden genade te verwerven, begaven zij zich op +weg, om de wrakken te plunderen en Columbus gevangen te nemen. Columbus +kreeg van hun komst bericht. Bartholomeus Columbus, die den titel van +adelantado droeg, trok met 50 goed gewapende mannen uit, om den vijand +tegemoet te gaan [7]. Hij had in last, alles te doen wat mogelijk was, +om hen tot een vreedzaam terugkeeren aan te sporen, en volstrekt geen +geweld te gebruiken, wanneer dit niet zeer noodzakelijk was. + +Francisco de Porras wilde echter van geen vrede weten. Onder woest +geschreeuw en de grootste verwoedheid beval hij zijn manschappen vuur +te geven. Zelf ging hij met zes van de moedigsten naar den adelantado; +want, dacht hij, als we dien aanvallen en dooden, dan kunnen we +de overigen gemakkelijk uit elkander jagen. Een verwoed gevecht +volgde. Met één slag sloeg Porras het schild van den adelantado in +stukken en wondde hem aan de hand. Het zwaard zat zoo diep in het +schild, dat hij het er niet weer uit kon trekken. Onderscheidene +mannen grepen Porras, en hij was een krijgsgevangene. De overigen +liepen in verwarring weg. + +Vele Indianen stonden om het slagveld heen, en keken met verbazing +naar dit moordtooneel. Bartholomeus keerde met Porras en vele andere +gevangenen naar de schepen terug. Een aantal opstandelingen had den +dood gevonden. Van zijn eigen partij waren slechts twee gewond. Den +volgenden dag, 't was de 20e Mei, zonden de vluchtelingen een +smeekschrift om genade aan den admiraal, dat door allen onderteekend +was. Hoe groot hun begeerte was om weer tot hun eed terug te keeren, +kan uit den bijzonderen eed zelf blijken, dien zij bij het kruis en +het misboek aflegden. Die eed luidde: + +"Als wij ooit onzen eed breken, dan hopen wij, dat geen priester of een +ander christen ons de biecht zal afnemen; dat berouw niets baten kan; +dat wij de heilige genademiddelen van de kerk zullen missen; dat wij +bij onzen dood geen vergeving ontvangen; dat onze lijken op het veld +zullen geworpen worden, evenals die van ketters en afvalligen, in +plaats van in heilige aarde te worden begraven; dat wij noch van den +paus, noch van de aartsbisschoppen, andere bisschoppen of priesters +vergeving ontvangen." + +Tot toelichting van deze verschrikkelijke vervloekingen, waardoor +deze schuldige en slechte lieden de kracht van den eed nog trachtten +te verhoogen, merkt Irving terecht op: + +"De weinige waarde van iemands beloften kan men altijd afleiden uit +de buitensporige middelen, die hij aanwendt, om er kracht aan bij +te zetten." + + + + +DERTIENDE HOOFDSTUK. + +DE LAATSTE TOONEELEN UIT HET LEVEN VAN COLUMBUS. + + +Gedurende de afwezigheid van Columbus waren er onder het bestuur van +Ovando op de inlanders zulke vreeselijke misdaden gepleegd, dat het al +te erg is ze te noemen. Duivels hadden niet erger kunnen handelen. De +moed ontbreekt mij, om die barbaarschheden te beschrijven. Deze +onmenschen stelden bedaagde vrouwen en jonge maagden, bejaarde mannen +en jongens aan alle laagheid en wreedheid bloot, die een verdorven +verbeelding uitdenken kan. + +Ruwe benden zwierven in alle richtingen rond, om goud te zoeken. Het +weinige geld, dat de gelukzoekers hadden meegebracht, was al spoedig +verteerd. Zij waren in de diepste armoede en ellende gedompeld. Velen +stierven, en vervloekten den dag, waarop ze uit Spanje waren gegaan. In +den loop van een paar maanden stierven meer dan duizend Spanjaarden. Er +werd een geregeld stelsel van slavernij ingevoerd, waarbij de +inboorlingen, niet aan zwaren arbeid gewend, gedwongen werden in de +mijnen te werken. Ieder Spanjaard kreeg een zeker aantal slaven. Zij +werden aan hun vrouwen en kinderen ontrukt, voor uitputtenden arbeid +gebruikt en aan de wreede zweepstraf onderworpen. Wist een slaaf aan +deze barbaarschheid te ontkomen, dan werd hij achtervolgd en door +bloedhonden verscheurd, als een waarschuwing voor anderen. Geheele +ploegen werden vaak 200 of 300 mijlen voortgejaagd als vee. Velen +bezweken onderweg. Las Casas schrijft: + +"Velen zag ik dood op den weg liggen, anderen onder de boomen naar +lucht snakken, en weer anderen vond ik stervende, nauwelijks hoorbaar +kreunend: 'Honger, honger!'" + +Irving, die van zulke vreeselijke tooneelen, uit afkeer er van, +geen melding maakt, schrijft: "Het is onmogelijk, om de schilderij, +door den eerwaardigen Las Casas opgehangen, en die schilderde niet +wat hij gehoord maar wat hij gezien had, aan te vullen. De natuur, +de menschelijkheid verzetten er zich tegen. Genoeg is het te zeggen, +dat de zware arbeid en het lijden, die dezen zwakken en goedhartigen +menschen werden opgelegd, zoo ondraaglijk waren, dat zij er onder +bezweken, en als het ware van den aardbodem verdwenen. Velen maakten +in wanhoop een einde aan hun leven; moeders zelfs overwonnen haar +natuur en doodden haar zuigelingen, om hun een leven van ellende +te besparen. Sedert de ontdekking van het eiland waren nog geen +twaalf jaren verloopen, en toch waren er reeds veel honderdduizenden +bewoners gestorven, allen als ellendige slachtoffers van de hebzucht +der blanken." + +Vergelijkt men het bestuur van Bobadilla en Ovando met dat van +Columbus, dan is dit laatste rechtvaardig en menschelijk geweest. Hij +paste de doodstraf niet lichtzinnig toe, en gaf geen verlof tot het +opleggen van barbaarsche straffen. Zijn ernstige begeerte was het de +Indianen te beschaven en tot het christendom te bekeeren. Wel zond hij +vele inlanders naar Spanje, om daar als slaven te worden verkocht, maar +dat kwam door een dweepzucht, die men destijds vrij algemeen aantrof, +en die, wij schamen het ons te zeggen, nog geen halve eeuw geleden, +van de predikstoelen zoowel in Engeland als in Amerika, verdedigd en +aanbevolen is. Toch heeft Columbus hiervoor een strenge afkeuring +verdiend. Maar evenzeer zal een eerlijk gemoed rekening houden met +de eeuw, waarin hij leefde. + +Sedert de schipbreuk was er een jaar vol angst en droefheid +voorbijgegaan, toen in den morgen van den 28en Juni 1504 twee karveelen +werden gezien, die naar de haven kwamen. Men werd bijna krankzinnig van +vreugde, en de wanhoop was geweken. De samenzweerders, die vergiffenis +hadden gekregen, waren in een kamp op het land gelegerd. Porras, +den aanvoerder, hield men gevangen. De anderen werden behandeld, +alsof ze aan geen misdaad schuldig stonden. Maar zij beefden toch van +angst en waren zeer gedwee en kruipend. Columbus stelde een vertrouwd +officier over hen aan, en zoo wachtten de twee troepen, één aan land +en één op de schepen, de aankomst van hulp af. + +Algemeene verontwaardiging te San Domingo had Ovando genoodzaakt deze +hulp, hoe laat dan ook, te zenden. Met de inscheping was er geen tijd +te verliezen. Columbus liet op een van de schepen zijn admiraalsvlag +hijschen, en, grootmoedig alle geleden onrecht vergetende, behandelde +hij allen met de grootste vriendelijkheid. Van Santa Gloria langs +de zuidelijke kust van Jamaïca, van daar naar het westen van Haïti +en dan langs den zuidkant van het eiland naar San Domingo is nog al +een verre reis. + +Stormen, tegenwinden en sterke tegenstroomen vertraagden den overtocht, +en niet voor den 13en Augustus wierpen de karveelen in de haven +het anker uit. Daar had Columbus veel vrienden, en zijn ongelukken +hadden een groote verandering in de gevoelens jegens hem veroorzaakt +bij velen, die ook eerst meegeschreeuwd hadden tegen hem. Zelfs de +Goeverneur, wiens geweten niet zuiver was, begon bang te worden, dat +men hem om zijn wreed uitstel ter verantwoording zou roepen. Columbus +verwonderde zich zelf, dat hij door allen met zooveel hoffelijkheid +ontvangen werd. Maar noch hij, noch zijn zoon Fernando liet zich +misleiden door de gehuichelde beleefdheden van den Goeverneur. + +Zeer spoedig ontstond er een botsing tusschen beider niet juist +omschreven macht. Moeielijkheden over de bevoegdheden om recht te +spreken deden zich voor. Columbus was tot in het diepst van zijn ziel +getroffen over de behandeling, die de inlanders hadden ondergaan en +ook over de verwoesting, waarvan het heele eiland de sporen droeg. Hij +had gehoopt, de inlanders aan arbeid te gewennen en daardoor zoowel +hun eigen welvaart als die van de kroon te bevorderen. Hij schreef +aan den koning en de koningin: + +"De Indianen van Hispaniola waren en zijn de rijksten van het +eiland. Zij bebouwen den grond en bakken brood voor de christenen; +zij halen het goud uit de mijnen en doen alle diensten en al het +werk, die mensch en dier verrichten. Ik heb bericht ontvangen, dat, +sinds ik dit eiland verliet, 6/7 van de inboorlingen dood is, en +dit enkel door onmenschelijkheid en mishandeling. Sommigen kwamen +door het zwaard om, anderen door slagen en wreede straffen, velen +door honger. Het grootste deel stierf in de bergen en bergpassen, +werwaarts zij gevlucht waren, om van den al te zwaren arbeid verlost +te worden, dien men hun had opgelegd." + +Columbus was niet in staat ook maar een enkele grief weg te nemen. Hij +kon van Ovando geen afrekening krijgen en was daardoor niet in staat +te betalen wat hij schuldig was. Daarom maakte hij aanstalten, om met +zijn broeder naar Spanje terug te keeren. Twee schepen werden voor +de reis gereedgemaakt. Columbus zorgde voor het eene, de adelantado +voor het andere. Heel mild stond Columbus van het weinige, dat +hij zelf bezat, nog af, om in de behoeften van de arme zeelieden +te voorzien, die achter moesten blijven, ofschoon velen er van de +grootste oproermakers waren geweest. Nauwelijks waren zij buiten de +haven, of een windvlaag nam den mast van het admiraalschip weg. Het +ontredderde schip werd teruggezonden, en Columbus ging met zijn zoon +op dat van zijn broeder over, om de reis voort te zetten. + +Met aanhoudende stormen hadden zij te worstelen. Columbus kon zijn +bed niet verlaten, zoo folterend waren de pijnen, die hij door +de jicht leed. Den 12en September 1504 verlieten de schepen San +Domingo, en den 7en November wierp zijn door stormen zeer gehavend +schip het anker in de haven van San Lucar uit. Dadelijk zette hij +de reis naar Sevilla voort. Zwakte, pijn, zorg en verdriet volgden +hem overal. Zijn eigen zaken waren deerlijk in de war en hij stak +diep in de schulden. Koningin Isabella lag op haar ziek- en sterfbed, +verteerd door zulk een menigte huiselijke verdrietelijkheden als maar +weinigen ooit hebben moeten verdragen. Ferdinand was een ongevoelig +mensch, die niet in staat was om door gevoelens van edelmoedigheid +geleid te worden. + +Columbus schreef aan zijn zoon, dat het hoogst noodig was de meest +mogelijke zuinigheid in acht te nemen. "Ik ontvang," schreef hij, +"niets van hetgeen men mij schuldig is. Ik leef door te borgen. Weinig +voordeel heeft een twintigjarige dienst mij opgeleverd, een dienst, +waaraan zooveel moeite en gevaren verbonden waren. En nu heb ik in +Spanje zelfs geen eigen dak. Als ik eten en slapen wil, moet ik mijn +toevlucht tot een herberg nemen. En meestentijds heb ik zelfs niet +eens geld om de rekening te betalen." + +Isabella stierf levenszat en met een gebroken hart te Medina del +Campo op den 26en November 1504. Haar levenspad werd slechts door +eenige weinige vreugdestralen verlicht. Toen zij haar vrienden, +die om haar heen stonden, in tranen zag baden, zeide zij tot hen: + +"Weent niet om mij, en brengt uw tijd niet zoek met vruchtelooze +gebeden voor mijn herstel; bidt liever voor het heil van mijn ziel." + +Zij was 54 jaar oud en had 30 jaren geregeerd. Toen men haar lijk +grafwaarts droeg, heerschte er een vreeselijke storm, die hemel en +aarde in beroering bracht. De regen viel in stroomen neer, en een +van de hevigste winterstormen gierde om de torens van het Alhambra, +toen Isabella in de sombere gewelven werd begraven. + +De dood van Isabella was een van de grootste rampen, die Columbus +overkwam. Het overige gedeelte van den winter en de lente bracht +hij te Sevilla door. Den meesten tijd lag hij te bed met vreeselijk +lijden. Hij was zeer aan zijn broeders gehecht en hield veel van zijn +zoons Ferdinand en Diego. Aan den oudste schreef hij: + +"Gedraag u jegens uw broeder als het den oudste tegenover den jongeren +betaamt. Gij hebt geen ander, en ik dank God, dat hij er een is zooals +gij behoeft. Tien broeders zouden niet te veel voor u zijn. Nooit en +nergens heb ik betere vrienden dan mijn broeders gevonden." + +Aan het hof had Columbus nog veel vijanden, die er tamelijk wel +in slaagden om te maken, dat men op zijn armoedige omstandigheden +geen acht sloeg. Hij gevoelde zich zeer ongelukkig en begreep, dat +een persoonlijk bezoek aan het hof een gebiedende noodzakelijkheid +was. Maar hij was zoo verbazend zwak, dat het lang duurde eer hij de +reis wagen kon. + +Nadat de winterstormen over waren, maakte hij van het zachte weer in +Mei gebruik, en ging hij met zijn broeder, den adelantado, den koning +te Segovia bezoeken. Als een vermoeid, droefgeestig, miskend man, +meer door verdriet dan door den ouderdom gebogen, ging de ontdekker +van een nieuwe wereld, door de poorten van de koninklijke stad. + +De zelfzuchtige Ferdinand dacht niet meer aan de bewezen diensten, +en vond den man met zijn vragen lastig. Hij ontving hem wel is waar +vriendelijk, maar met dien kouden, onbeduidenden glimlach, die als +een zonnestraal bij winterdag over het gelaat gaat, zonder het hart +te verwarmen. + +Columbus gaf den koning een uitgebreid en nauwkeurig verhaal van zijn +laatste reis. Maar geen vroolijken lach, geen traan van deernis kon het +meegedeelde afdwingen. De koning was mild met vriendelijke woorden, +maar karig, tot wreedheid toe, waar het aankwam op stoffelijke +erkenning van de verdiensten of de behoeften van den levensmoeden +admiraal. [8] + +Droeve maanden van uitgestelde hoop en bittere teleurstellingen vloden +voorbij. De laatste zandkorrels uit het uurglas van het leven begonnen +te vloeien. Zijn geest werd minder en door een hevige aanval van de +jicht, werd de admiraal opnieuw aan zijn bed gekluisterd. Ter wille +van zijn bloedverwanten was hij er bijzonder op gesteld, dat zijn +waardigheden erkend, zijn eigendom beschermd zou worden en dat zij, +die hij liefhad, voor gebrek bewaard mochten blijven. Toch was hij er +veel meer op uit, zijn kinderen een eervollen naam na te laten dan +zijn geldelijke verliezen te herstellen. Van zijn sterfbed schreef +hij den koning nog, en verzocht dat zijn zoon Diego tot onderkoning +benoemd mocht worden, van welke waardigheid hij zelf zoo onrechtvaardig +ontzet was geworden. + +"Dit", schreef hij, "is een zaak, die mijn eer raakt. Voor het overige +moet Uwe majesteit maar doen, wat zij het best vindt. Geef of neem +mij af, zooals het voor U het voordeeligst is, en ik zal tevreden +wezen. Ik geloof dat de zorg, die het uitstellen van deze zaak mij +geeft, de voornaamste oorzaak van mijn ziekte is." + +Eindelijk kreeg hij de overtuiging, dat er van de zijde van Ferdinand +geen hoop op herstel van grieven was. Op zijn ziekbed schreef hij +aan zijn trouwen vriend, Diego de Deza, den volgenden wanhopigen brief: + +"Het schijnt, dat de koning niet doen wil, wat hij en wijlen de +koningin mij mondeling en schriftelijk hebben beloofd. Het zou met +den wind vechten wezen, als ik mij daartegen ging verzetten. Ik heb +alles gedaan, wat ik kon. De rest laat ik aan God over, die altijd +goed voor mij geweest is." + +Er is in den dood van dezen zwakken maar heldhaftigen man iets +onuitsprekelijk droevigs. Lichaam en geest hadden bij dien man door de +stormen van het onrustigste aardsche leven, dat men zich denken kan, +veel geleden. Sedert eenigen tijd was het zijnen vrienden duidelijk +geworden, dat zijn einde naderde. Hij zelf werd hiervan overtuigd. Het +verheven karakter van Columbus komt duidelijk uit bij het uitspreken +van zijn laatsten wil in die plechtige uren. + +Overeenkomstig het erfrecht, was zijn zoon Diego zijn voornaamste +erfgenaam. Columbus bepaalde, dat zijn landgoed nooit in vreemde +handen overgaan of verbrokkeld mocht worden. Hij drong er op aan, +dat zijn erfgenamen altijd aan den koning getrouw zouden blijven en +alles zouden doen ter bevordering van het christelijk geloof. Eén +tiende van het inkomen moest besteed worden om arme bloedverwanten +en andere gebrek lijdende personen te ondersteunen. Hij stond er op, +dat bij de stad Concepcion op Hispaniola een kapel zou gebouwd worden, +waar dagelijks missen werden gelezen voor de rust van zijn eigen ziel, +en voor die van zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw en van allen, +die in het geloof gestorven waren. + +Eindelijk brak het stervensuur aan. Columbus was zich volkomen bewust, +dat de tijd van gaan voor hem gekomen was. Hij was blijde, dat de +dood naderde, als de vriendelijke bode, die hem van zorg, pijn en +verdriet zou bevrijden. Zijn laatste woorden waren: "In uwe handen, +o God! beveel ik mijnen geest." + +Het was de 20en Mei 1506. Men vermoedt, dat Columbus toen 70 jaren +oud was. Zijn begrafenis had te Valladolid met veel plechtigheid +plaats. Eerst werd zijn lijk in de kerk van Santa Maria de la +Antigua bijgezet, maar zeven jaren daarna, in 1513, werd het naar +het Karthuizer klooster van Las Cuevas te Sevilla overgebracht. Drie +en twintig jaren later werd het met dat van zijn zoon Diego in de +hoofdkerk van de stad San Domingo begraven. Maar zelfs hier mocht +het de laatste rustplaats niet vinden. Toen de Franschen zich in +1797 van het eiland hadden meester gemaakt, werden de lijken door +de Spaansche gezaghebbers naar de hoofdkerk van Havana, op Cuba, +overgebracht. Daar rusten ze nu. + +Ieder lezer zal, wanneer hij het vorenstaande verhaal nagaat, een +eigen oordeel vellen over het karakter van Columbus. Zijn afwisselend +leven was over het geheel een van de meest vreugdelooze en moeitevolle +levens, waarvan de geschiedenis melding maakt. Dat hij zijn gebreken +had, geven we toe. Maar geen eerlijk gemoed zal ontkennen, dat deze +vlekken op zijn karakter door vele en verhevene deugden werden vergoed. + + + + + + +INHOUD. + + +_Eerste Hoofdstuk_. + +Moeilijkheden in de jeugd. 3 + +Afkomst en jeugd. Toestand der tijden. Avonturen van een jong +matroos. Zijn studiën. Hij gaat zelf. Bezoek te Lissabon. Wat er +van zijn studiën te recht kwam. Geruchten uit andere landen. Zijn +groote eerzucht. Hij wendt zich tot het hof van Napels. Koninklijke +ontrouw. Zijn huwelijk. Vertrek naar Spanje. Tooneel te Palos. Hij +bezoekt het hof van Ferdinand en Isabella. Het vervelende van +uitgestelde hoop. Vergadering van de wijsgeeren. Het verbazende +besluit. + +_Tweede Hoofdstuk_. + +Eerste reis. 17 + +Columbus te Cordova. Macht van den leenadel. Nieuwe +weigering. Terugkeer naar La Rabida. Vernieuwde hoop. Reis van den +prior. Volgehouden eischen van Columbus. Onderhoud met Isabella. De +wegzending. De terugroeping. Het uur der zegepraal. Vroolijke +terugkomst te Palos. Voorbereiding voor den tocht. Zijn +karakter. Vertrek van de vloot. + +_Derde Hoofdstuk_. + +Er wordt land ontdekt. 28 + +Het muitende scheepsvolk. Het schijnsel van de flambouw. Het verhaal +beoordeeld. Landing op San Salvador. Twijfel aan het bestaan van het +eiland. Verrukkelijk tooneel. Twee dagen op het eiland. Geschiedenis +van den gestorven loods. Handel met de inboorlingen. Hun onschuld +en vriendelijkheid. Het eiland wordt onderzocht. Onduidelijkheid van +de gebarentaal. + +_Vierde Hoofdstuk_. + +Een tocht door de eilanden. 36 + +Het aantal eilanden. Onrecht hersteld. Minzaamheid van +Columbus. Zijn beschrijving van de inlanders. De ontdekking van +Concepcion; van Fernandina. Schoonheid van de natuur. Landing te +Exumata. Teleurstelling van Columbus. Onderzoek van de eilanden. Zeden +en gewoonten van de bewoners. + +_Vijfde Hoofdstuk_. + +Buitengewone lotgevallen. 47 + +Godsdienstige inzichten. De tuin van den koning. Pinzon loopt +weg. Schoonheid van de landstreek. Groote kano's. Porto Rico, +het eiland van de Caraïbiërs. Haïti. Rijke natuurtooneelen. Schrik +van de wilden. Het gevangen meisje. Geopend verkeer. Verhaal van +Peter Martyr. Bezoek van het opperhoofd. Guacanagari. Punta Santa of +Groote rivier. De schipbreuk. Gastvrijheid van Guacanagari. Vermaken +van de wilden. Het koninklijk middagmaal Het leven op Haïti. De +Caraïbiërs. Toebereidselen voor de terugreis. Het fort. + +_Zesde Hoofdstuk_. + +De terugreis. 62 + +De Nina ontmoet de Pinta. Rio de Gracia. Ontmoeting met een wilden +stam. Het eerste gevecht. Vrede hersteld. Het leven op zee. Vreeselijke +storm. Beloften van den admiraal en het scheepsvolk. Verdriet +van Columbus. Het perkament en de doos. Zij bereiken de +Azoren. Moeilijkheden op St. Ataria. Voortdurende stormen. Men komt +den Taag op. Eerbewijzingen te Lissabon. Hofkuiperijen. Ontvangst +te Palos. Opgewondenheid in Spanje. Droevig lot van Pinzon. Columbus +aan het Spaansche hof. + +_Zevende Hoofdstuk_. + +De tweede reis. 77 + +Opgewondenheid in Europa. De maliënkolders. Columbus wordt +een jaargeld toegekend. Vertelling van het ei. De zegen van den +Paus. Godsdienstijver van Isabella. Plannen van Portugal. De nieuwe +uitrusting. Algemeene geestdrift. Het uitzeilen van de vloot. De +prettige reis. Electrisch natuurverschijnsel. Kruistocht door de +Antillen. Verloren in de bosschen. Gevecht tusschen de booten. Porto +Rico. De Caraïben. Men nadert Haïti. De golf van Samana. Men komt op +La Navidad. Lot van de kolonie. + +_Achtste Hoofdstuk_. + +Het leven te Hispaniola. 92 + +Verklaring van Guacanagari. Het opperhoofd +verdacht. Ontsnapping van de vrouwelijke gevangene. Duisternis +te Navidad. Onderzoekingstochten. De vloot zeilt. De stad Isabella +gesticht. Woelig landingstooneel. Teleurgestelde verwachtingen. Tochten +van Ojeda. Doortrekking van de vlakten. Lijden in de kolonie. Brief +aan de koningen. De slavenzaak. Getuigenis van Henneken. Opstand van +Bernal Dias. Tocht naar de bergen. Levendige beschrijving. + +_Negende Hoofdstuk_. + +Onderzoek van de kusten van Cuba. 107 + +Het fort St. Thomas. Buitensporige verwachtingen van de +Spanjaarden. De onderzoekingstocht. Het gevangennemen +van de dieven. Begin van den zeetocht. De haven van +Guatanamo. Belangrijk voorval met de Indianen. Jamaïca. Zijn +grootte en schoonheid. Zeetooneel. Gebeurtenissen op Santa +Gloria. Inlandsche kano's. Gebeurtenissen op reis. Oordeel van Van +Humboldt. De beslissing. Het pijnboomen-eiland. De terugkeer naar +Hispaniola. Voorvallen op de reis. + +_Tiende Hoofdstuk_. + +De terugreis naar Spanje, en de derde reis. 121 + +Aankomst van Bartholomeus Columbus. Beleedigingen van +Margarite. Samenzwering tegen Columbus. Vriendschap van +Guacanagari. Daad van Ojeda. De inlanders slaven. Een bloedige +slag. Heerschzucht van Columbus. Zending van Juan Aguado. De terugreis +naar Spanje. Vervelende maanden van teleurstelling. Noodlottige viering +van hartstochten. De derde reis begonnen. Lotgevallen op de reis. Het +bestuur van Bartholomeus Columbus. Regeeringloosheid op Hispaniola. + +_Elfde Hoofdstuk_. + +De terugreis naar Spanje, en de vierde reis. 137 + +De opstand van Roldan. Verzoenende voorstellen van +Columbus. Dubbelzinnigheid van Columbus. De tocht van +Ojeda. Regeeringloosheid op Haïti. De forten. De liefde van 't +volk wordt minder. Bobadilla tot gemachtigde benoemd. Maatregelen +van Bobadilla. Columbus in boeien. Zijn ontvangst bij den koning +en de koningin. Toebereidselen tot de vierde reis. Het uitwendige +van de reis. Ontvangst van Columbus op San Domingo. De windhoos. Hij +bereikt Honduras. De kruistocht langs de kust. Gedrag van de Spaansche +zeelieden. De kolonie verwoest. Ontvluchting naar Jamaïca. + +_Twaalfde Hoofdstuk_. + +De schipbreuk op Jamaïca. 154 + +Onderzoek van 't eiland. Heldhaftige bedrijven van Mendez. Geestelijk +lijden van Columbus. De samenzwering van de gebroeders Porras. Rampen +van de oproermakers. Strooptocht door het eiland. Irving's +getuigenis. Vertelling van de maansverduistering. Vreemde tocht van +Escobar. Reisrampen. Het eiland Navasa. Het verhaal van Mendez. Laag +gedrag van Ovando. Heldenmoed van Mendez. Einde van den opstand. Hun +terugkomst. + +_Dertiende Hoofdstuk_. + +De slottooneelen van het leven. 165 + +De misdaden van Ovando. Ontvolking van het eiland. Getuigenis van +Irving. De redding. Ontvangst op San Domingo. Het medelijden van +Columbus met de inboorlingen. Ziekte en lijden van Isabella. Dood +en begrafenis. Brieven van Columbus. Bezoek aan het hof. Koele +ontvangst. Zijn laatste wil. Het sterftooneel. De begrafenis. Zijn +karakter. + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Omstreeks het jaar 1852 werd in de nieuwsbladen het bericht +opgenomen, dat deze doos op de Afrikaansche kust gevonden was geworden +door een scheepskapitein, die van Boston in Massachusetts kwam. De +naam van het schip was Chieftain. Het bericht was zeer omstandig, en +werd door den Franschen geschiedschrijver de Lamartine en vele anderen +geloofwaardig genoemd. Maar omdat sinds dien tijd de waarheid ervan +nooit bevestigd is geworden, houdt men het er thans voor, dat de een +of andere berichtgever het verhaal heeft verzonnen. + +[2] Dit was ongeveer f 7500; doch veel meer, wanneer men aan de +betrekkelijke waarde van het geld in die dagen denkt. Een marevedi +was een muntstukje, dat 3/4 cent volgens den tegenwoordigen koers +waard was. + +[3] Oviedo zegt, dat Rodrigo de Triana zich het onrecht, dat men +hem aandeed zoo aantrok, dat hij zijn vaderland en zijn geloof +verloochende. Naar Afrika gaande, omhelsde hij den Islam. Nergens +vindt men echter deze bewering bevestigd, en Oviedo heeft niet den +naam een geloofwaardig geschiedschrijver te zijn. + +[4] "De scheepsdokter en ik waren er bij, toen Columbus hem vroeg, of +hij ons zijn wond eens wilde laten zien. Hierin stemde hij toe. Daarop +ging de dokter naar hem toe, en begon het windsel los te maken. Hij +zeide, dat de wond door een steen veroorzaakt was. Toen het been +bloot was, zag men daaraan evenmin een wond als aan het andere; +maar hij was slim genoeg, om te zeggen, dat hij er toch veel pijn in +had. Daar wij dit niet konden nagaan, was het onmogelijk een oordeel +te vellen. De admiraal wist niet, wat hij doen moest, want er waren +stellige bewijzen, dat een vijandig volk een inval had gedaan. Hij +meende; en vele anderen dachten er eveneens zoo over, dat zij voor +het oogenblik, tot zij zich van de waarheid verzekerd konden houden, +hun twijfel moesten verbergen, want, na verkregen zekerheid, kon men +een schadevergoeding eischen naar begeeren." _brief van Dr. Chancaa_. + +[5] Een merevedi is een Spaansch koperen muntstukje, ter waarde van +3/4 cent. + +[6] In zijn ijver voor de Indianen werd Las Casas door een zonderlinge +onstandvastigheid, de oorzaak van den slavenhandel, want hij stelde +voor, om van de Portugeezen in Afrika negers te koopen, ten einde +de landbouwers van werkvolk te voorzien. Hieraan werd ongelukkig +uitvoering gegeven. Hij schreef onderscheidene werken, die nooit een +drukker vonden. Al zijn werken verraden groote geleerdheid, helder +oordeel en godsvrucht. Ondanks zijn groote ongelijkheid aan zich zelf +met betrekking tot de negers, moet hij als een zachtaardig mensch +beschouwd worden, als iemand, die de menschheid werkelijk liefhad. + +[7] Uit dit getal blijkt, òf dat eenige oproermakers afvallig geworden +waren, òf dat meer dan de helft aan Columbus getrouw gebleven was. + +[8] "Ik weet niet", schrijft de eerbiedwaardige Las Casas, "wat de +oorzaak van dezen haat, van dit gemis aan vorstelijke waardigheid +bij den koning zou kunnen zijn, jegens een man, die hem zulke +groote voordeelen bezorgd had, tenzij zijn hart door de valsche +getuigenissen, die tegen den admiraal waren ingebracht, van hem was +afgekeerd. Personen, die in de gunst van 't hof deelen, hebben mij +daarvan een en ander verteld. + + + + + + + BIBLIOTHEEK VOOR DE JEUGD, + ONDER LEIDING VAN + J. VERSLUYS. + + +1. _Robinson Crusoe;_ uit het Engelsch vertaald door Mej. _A. van +Schouwenburg_, te Haarlem. + +2. _Columbus, de ontdekker van Amerika;_ uit het Engelsch vertaald +door _J.H. Geraets Jr._, te Velsen. + +3. DANA, _Twee jaar voor de mast;_ uit het Engelsch vertaald door +_J. v.d. Hoeve_, te IJmuiden. + +4. _Grieksche Heldensagen;_ uit het Hoogduitsch vertaald door +Dr. _E. Rehler_. + +5. FERRY, _De Woudlooper;_ uit het Fransch vertaald door +_A.S. Schoevers_, te Amsterdam. + +6. CHURCH, _Twee duizend jaar geleden_, of de lotgevallen van een +Romeinschen jongen; uit het Engelsch vertaald door _J.W. den Herder_, +te Nieuwer-Amstel. + +7. CHARLOTTE M. YONGE, _De prins en de schildknaap;_ uit het Engelsch +vertaald door Mevr. _Van Putten-de Witt_, te Amsterdam. + + + +Verder zullen verschijnen: _Noorsche Sagen_, _De eerste reis rondom +de wereld_, _Arabische Nachtvertellingen_, _Gulliver's reizen_, _Een +boek der uitvindingen_, _Het leven van Franklin_, en verschillende +met zorg gekozen verhalen. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS *** + +***** This file should be named 18066-8.txt or 18066-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/8/0/6/18066/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +*** END: FULL LICENSE *** + diff --git a/18066-8.zip b/18066-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c623ba6 --- /dev/null +++ b/18066-8.zip diff --git a/18066-h.zip b/18066-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cde9df9 --- /dev/null +++ b/18066-h.zip diff --git a/18066-h/18066-h.htm b/18066-h/18066-h.htm new file mode 100644 index 0000000..0d47e7a --- /dev/null +++ b/18066-h/18066-h.htm @@ -0,0 +1,6006 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>The Project Gutenberg eBook of Columbus, de Ontdekker van Amerika</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="J. S. C. Abbott"> +<meta name="DC.Creator" content="J. S. C. Abbott"> +<meta name="DC.Title" content="Columbus, de Ontdekker van Amerika"> +<meta name="DC.Date" content="xx 2006"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16% 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +/****** Title Page ******/ + +h1.docTitle +{ +font-size: 1.6em; +line-height: 2em; +} + +h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle +{ +text-align: center; +} + +h2.byline +{ +font-size: 1.1em; +line-height: 1.44em; +font-weight: normal; +} + +span.docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: normal; +} + +/******* Headers ******/ + +.div0 +{ +padding-bottom: 1.6em; +} + +.div1 +{ +padding-bottom: 1.44em; +} + +.div2 +{ +padding-bottom: 1.2em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-bottom: 1.0em; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +font-style: normal; +text-transform: none; +clear: both; +} + +h1 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h1.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h2 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h2.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h3 +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h4 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left: 10%; +margin-right: 10%; +} + +h5 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +h6 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +/****** Paragraphs ******/ + +p +{ +text-indent: 0; +} + +.alignleft +{ +text-align: left; +} + +.aligncenter +{ +text-align: center; +} + +.alignright +{ +text-align: right; +} + +.alignblock +{ +text-align: justify; +} + +p.poetry +{ +margin: 0em 10% 1.58em 10%; +} + +p.line +{ +margin: 0 10% 0 10%; +} + +p.beforeline, p.afterline +{ +margin-top: 1em; +} + +p.initial +{ +text-indent: 0em; +} + +p.argument, p.note +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +text-indent: 0em; +} + +p.argument +{ +margin: 1.58em 10% 1.58em 10%; +} + +p.quote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.blockquote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + + +/****** Figures ******/ + +div.divFigure +{ +text-align: center; +} + +.floatLeft +{ +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +text-align: center; +} + +p.figure, p.legend +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} + +p.smallprint, li.smallprint +{ +font-size: 80%; +color: #666666; +} + +/* Special cases for Filipino Riddles */ + +p.question +{ +text-align: left; +margin-bottom: 0em; +} + +p.answer +{ +text-align: right; +margin-top: 0em; +} + +p.explanation +{ +margin-left: 0.9em; +margin-right: 0.9em; +font-size: smaller; +} + + +/****** Sidenotes ******/ + +.leftnote +{ +position:absolute; +left:1%; +height:0em; +width:14%; +font-size: 0.8em; +text-indent: 0em; +line-height: 1.2em; +} + +/****** Page Numbers ******/ + +.pagenum +{ +display: inline; +font-size: 70%; +text-align: right; +position: absolute; right: 1%; +padding: 0 0 0 0; +margin: 0 0 0 0; +} + +.pagenum a +{ +text-decoration: none; +} + + +/****** Footnotes ******/ + +a.noteref:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +vertical-align: 0.25em; +text-decoration: none; +} + +div.footnotes +{ +padding: 0 0 0 0; +margin-top: 1em; +} + +hr.fnsep +{ +width: 25%; +text-align: left; +margin-left: 0; +margin-right: 0; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0.5em; +margin-bottom: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align: left; +width: 2em; +} + +/****** Poetry ******/ + +div.poem +{ +text-align: left; +margin-left: 5%; +width: 90%; +position: relative; +} + +.poem h4 +{ +margin-left: 5em; +font-weight: normal; +text-decoration: underline; +} + +.poem .stanza +{ +margin-top: 1em; +} + +.poem .linenum +{ +position: absolute; +top: auto; +left: -2.5em; +margin: 0; +text-indent: 0; +font-size: 90%; +text-align: center; +width: 1.75em; +color: #777; +} + +.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; } +.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; } +.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; } +.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; } +.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; } +.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; } +.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; } +.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; } +.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; } +.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; } + + + +/****** Annotations ******/ + +span.corr +{ +border-bottom: 1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom: 1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom: 1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing: 0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant: small-caps; +} + + +/****** Anchors ******/ + +a.hidden:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.hidden +{ +text-decoration: none; +} + +hr +{ +width: 45%; +margin-top: 1em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +clear: both; +text-align: center; +height: 1px; +} + + + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Columbus + De ontdekker van Amerika + +Author: J.S.C. Abbott + +Translator: J.H. Geraets, Jr. + +Release Date: March 28, 2006 [EBook #18066] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="frontmatter"> +<p class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt="Voorkant van de oorspronkelijke uitgave uit 1887."></p> +</div><p> +</p> +<h1 class="docTitle">Columbus,</h1> +<h1 class="docTitle">De Ontdekker van Amerika.</h1> +<h2 class="byline">Naar het Engelsch van <span class="docAuthor">J. S. C. Abbott</span>, +<br> +Vertaald door +<br> +<span class="docAuthor">J. H. Geraets Jr.</span> +<br> +Hoofd der school te Velsen +</h2> +<h2 class="docImprint">Met 11 Afbeeldingen. +<br> +Amsterdam.—1887.—W. Versluys. +</h2> +</div> +<div class="bodytext"><a id="d0e97"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e97">3</a>]</span><p class="div1"><a id="d0e98"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2>Christophorus Columbus.</h2> +<h2 class="label">Eerste Hoofdstuk.</h2> +<h2>Moeilijkheden, waarmede Columbus in zijn jonge jaren had te kampen.</h2> +<p>In de prachtige zeestad Genua, de trotsche bijgenaamd, werd omstreeks het jaar 1435 een knaapje geboren, dat nu in alle landen +als Christophorus Columbus bekend is. Het juiste jaar zijner geboorte kent men niet. Hij was de zoon van geringe lieden, en +zijn vader, die een degelijk en vlijtig man, en wolkammer van beroep was, moest hard werken, om in het onderhoud van zijn +gezin te voorzien. + +</p> +<p>De haven van Genua lag vol met schepen uit al de handelshavens van de toen bekende wereld. Op de kaden wemelde het van zeelieden, +die allerlei talen spraken en de uiteenloopendste kleederdrachten vertoonden. De knaap was van nature nadenkend en bezat, +bij een groote liefde voor avonturen, een levendige verbeelding. Wanneer hij zoo langs de straten slenterde en naar de groote +schepen keek, ontwaakte een sterke begeerte in hem, om verafgelegen landen te bezoeken. + +</p> +<p>Zijn vader had vier kinderen, drie zoons en één dochter. Hij moet een verdienstelijk en verstandig man zijn geweest, want +hij schijnt aan al zijne kinderen het onderwijs te hebben doen geven, dat de gewone school aanbood. Christophorus had goed +leeren lezen, schrijven en rekenen. Ook had hij eenige vorderingen gemaakt in het Latijn en het teekenen. Zelfs bezocht hij +de hoogeschool te Pavia, waar hij zich vlijtig oefende in meetkunde, aardrijkskunde, sterrekunde en zeevaartkunde. + +</p> +<p>Hij was nog maar 14 jaren oud, toen zijn vader hem aan de zorg van een bloedverwant, wiens naam Colombo was, toevertrouwde, +en met wien hij zijn eerste zeereis deed. Deze ervaren zeeman was reeds zeer beroemd wegens zijn bekwaamheid in de <a id="d0e113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e113">4</a>]</span>zeevaartkunde. Bij de Genueesche vloot bekleedde hij den rang van admiraal en voerde hij het bevel over een eskader. + +</p> +<p>De zeeën werden toen zoo onveilig gemaakt door zeeroovers, dat elk koopvaardijschip goed van wapenen moest worden voorzien, +om dadelijk strijdvaardig te wezen. Al weten wij niet, wat Columbus op zijn eerste zeereis wedervoer, toch is ’t bekend, dat +zij een oorlogstocht was. Colombo zeilde als bevelhebber van een eskader van Genua uit, om koning René, die zijn rijk trachtte +te heroveren, ter hulp te snellen. Dit gebeurde in 1459. De oorlog duurde vier jaren. Het eskader van Colombo werd om zijn +onverschrokkenheid zeer geprezen. + +</p> +<p>Later gaf Christophorus Columbus in een brief aan Ferdinand en Isabella een kort verhaal van een tocht, dien hij gedaan had +om een galei uit de haven van Tunis te verjagen. Zijn scheepsvolk had bij toeval vernomen, dat de galei door twee andere schepen +beschermd werd, en daardoor was het zoo beangstigd geworden, dat het weigerde den tocht voort te zetten. Schijnbaar willigde +Columbus hunne wenschen in, en zij verkeerden dan ook in de meening, dat hij besloten had terug te keeren ten einde versterking +te halen. Hij veranderde echter van koers, en haalde alle zeilen op. Weldra viel de nacht in. Toen de morgen aanbrak, zeilde +het schip de haven in, waarin de galei lag. + +</p> +<p>De uitslag is onbekend, maar het voorval herinnert ons levendig de nog belangrijker krijgslist, waartoe hij later zijn toevlucht +nam, ten einde zijne moedelooze schepelingen aan te vuren, om de reis over de onstuimige zee naar de nieuwe wereld voort te +zetten. Destijds werd de Atlantische Oceaan zoo goed als niet bevaren. Eenige weinige ondernemende zeelieden waren langs de +kusten van Noord-Europa gevaren, en zuidwaarts naar de westkust van Afrika gestevend. Maar de wereldhandel bepaalde zich hoofdzakelijk +tot de Middellandsche zee. Dat waren dagen van ruw geweld, wetteloosheid en misdaad. + +</p> +<p>Elk koopvaardij schip was genoodzaakt wapenen te voeren. Zeeroovers, wier schepen menigmaal heele vloten vormden, maakten +alle zeeën onveilig. Ieder zeeman moest wel een soldaat wezen, altijd klaar, om naar de wapenen te grijpen, ten einde een +aanvallenden vijand af te slaan. Onder zulke omstandigheden werd Columbus gevormd. Van zijne vroegste zeetochten is ons niets +bekend en wij weten alleen, dat hij een groot deel der toen bekende wereld doorkruiste. Zoo bezocht hij o.a. Engeland, en +beploegde zijn voorspoedige kiel de wateren van de Noordzee, tot hij de noordelijke kusten van IJsland bereikte. Het is niet +<a id="d0e123"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e123">5</a>]</span>onwaarschijnlijk, dat hij daar losse geruchten vernam van de tochten, welke, eeuwen vroeger, de Noormannen naar de door het +ijs omgeven kusten van Labrador en Groenland hadden gedaan, en van de eindelooze meer zuidwaarts liggende kusten, van welker +uitgestrektheid niemand zich een denkbeeld maken kon. Later schreef hij in een zijner brieven: + +</p> +<p>“Veertig jaren lang heb ik de geheimen der natuur trachten uit te vorschen, en waar ooit een schip zich vertoonde, daar ben +ik geweest.” + +</p> +<p>Tijdens zijn omzwervingen kwam hij ten laatste te Lissabon, de hoofdstad van Portugal, aan, toen een der beroemdste zeehavens +van de wereld. Hij was toen 35 jaren oud. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p005.jpg" alt="Columbus in zijn studeerkamer."></p> +<p class="figureHead">Columbus in zijn studeerkamer.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Uit de levensbeschrijving, door zijn zoon opgesteld, leeren wij, dat hij ijverig studeerde. Hij las de werken van Aristoteles, +Seneca en Strabo. Menig middernachtelijk uur werd gesleten met het lezen van de nasporingen, door Marco Polo en Sir John Maundevile +of Mandeville in het werk gesteld. De vraagstukken, waartoe deze ontdekkingen aanleiding gaven, bepeinsde hij ernstig. Maar +het boek, dat hem het meest boeide en zijn geest geheel en al bezighield, was de Wereldbeschrijving, de “Cosmographie”, van +kardinaal Aliaco. Het was een zonderling mengsel van dwaasheid en geleerdheid, van echte wetenschap en zotte fabelen. +<a id="d0e136"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e136">6</a>]</span></p> +<p>Columbus trof te Lissabon vele zeelieden aan, verstandige, opmerkzame menschen, die alle bekende zeeën hadden bevaren. Hen +hoorde hij van drijfhout spreken, dat gevonden was geworden, en zeer onderscheiden was van den plantengroei, dien men in Europa +kende. Ruw snijwerk had men uit de zee opgevischt, dat blijkbaar met zeer onvolkomen gereedschap was bewerkt. En, wat het +vreemdst van alles scheen, er waren twee lijken op de Azoren aangespoeld, van een menschenras afkomstig, hoedanig noch in +Europa noch in Afrika werd gevonden. + +</p> +<p>Langzamerhand schijnt bij Columbus het denkbeeld te zijn opgerezen, dat er op den aardbol nog andere en uitgestrekte landen +moesten wezen, welk de Europeanen nog niet kenden. Want slechts een klein gedeelte van onze aarde was toen nog maar door beschaafde +menschen bezocht. Wanneer Columbus alleen in zijne kamer zat, en zijn oogen op de ellendige kaarten van dien tijd rustten, +dan werd zijn geest wakker en teekende hij met het potlood in de hand de hem bekende oevers der Middellandsche zee, benevens +de minder bekende kusten van Afrika van kaap Blanco af tot kaap Vert toe. In zijn verbeelding ging hij moedig den Atlantischen +oceaan op tot de Azoren toe, doch hier vond hij een eindpaal, omdat verder alles nog onbekend en onbevaren was. + +</p> +<p>Het door hem bepeinsde plan jaagde hem het bloed naar de wangen. Wat ligt, vroeg hij zich af, in dien uitgestrekten, grenzenloozen +oceaan aan den anderen kant? Is de aarde een plat vlak? Gesteld, dat dit zoo is, maar waar is dan het einde, en wat ligt aan +de andere zijde? Is de aarde een bol? Als zij dat is, hoe groot is die bol dan? Liggen er in dien onmetelijken oceaan andere +landen? Zou het voor een onverschrokken avonturier mogelijk zijn dien bol om te varen? + +</p> +<p>In 1477 stak Columbus in zee, om het westen te vinden langs den ouden, noordelijken weg, die langs IJsland liep. Waarschijnlijk +had hij van de ontdekkingen gehoord, welke de Noormannen in die richting hadden gedaan, en was ’t hem bekend, dat men den +afstand van Europa’s noordelijkste punten tot de Aziatische stranden niet groot rekende. + +</p> +<p>Alvorens de groote onderneming uit te voeren, deed hij eerst onderscheidene kleine zeetochten. Zuidwaarts bezocht hij Madera, +de Kanarische eilanden en de kust van Guinea. De wegen, door de Portugeesche zeevaarders gevolgd, ging hij ijverig na, en +maakte zich vertrouwd met al wat zij van de Azoren en de westelijkste eilanden hadden ontdekt. +<a id="d0e147"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e147">7</a>]</span></p> +<p>Ook zocht hij den noordelijken weg op, en waagde zich zelfs op eenigen afstand ten westen van IJsland. Wellicht had hij het +verhaal van de Noormannen gelezen van Groenland, Markland en Vineland. Het laatste schip was van Groenland naar IJsland teruggekeerd +ongeveer honderd jaren vóór Columbus dit eiland aandeed. Malte Brun onderstelt, dat Columbus in Italië van de heldendaden +dezer koene zeelieden kennis gekregen had, want Rome werd toen als het middelpunt van de wereld beschouwd, en die iets belangrijks +hooren wilde, moest daar zijn. + +</p> +<p>Een Deensch schrijver meent, dat Columbus, die alle mogelijke boeken en handschriften trachtte te krijgen, om verhalen van +zeetochten en ontdekkingen te lezen, de geschriften van den bekenden geschiedschrijver Adam van Bremen in handen gekregen +had, waarin de ontdekking van Vineland met nadruk werd vermeld. + +</p> +<p>Deze vermoedens hebben hem ongetwijfeld aangespoord tot de reis naar IJsland, en hij bracht, volgens het verhaal van zijn +zoon Fernando, niet alleen eenigen tijd op IJsland door, maar zeilde nog 300 mijlen verder, waardoor hij <span class="corr" title="Bron: Goenland">Groenland</span> haast moet hebben kunnen zien. + +</p> +<p>Was Columbus met de belangrijkste ontdekkingen der Noormannen bekend, dan kan men zijn vast geloof aan de mogelijkheid, om +een westelijk gelegen land weer te vinden, en zijn grooten ijver, om dat te doen, gemakkelijk verklaren. Zijne latere ontdekking +van Amerika mogen wij dan veilig als de voortzetting beschouwen van hetgeen de oude Scandinaviërs hebben verricht. + +</p> +<p>Columbus ging na, hoeveel tijd de zon noodig had, om van de eene zijde van de Middellandsche zee naar de andere te komen, +welke afstand 2000 mijlen bedraagt. Hieruit leidde hij af, welke ruimte de zon dan in 24 uren kon doorloopen. Dergelijke vraagstukken +verruimden niet alleen zijn geest, maar leerden hem ook juist denken, en onttrokken hem aan den nadeeligen invloed van dwaze +hersenschimmen. + +</p> +<p>Deze opwekkende studie eischte algeheele toewijding. Aan pretmaken dacht hij niet meer, en evenzeer werd het bevredigen van +zijn eerzucht aan banden gelegd. Praatte hij met zijn vrienden en kennissen, dan was de studie altoos het onderwerp van het +gesprek. Zijn studeervertrek was soms vol zeelieden, die mededeeling kwamen doen van wat zij gezien of ook maar alleen zich +verbeeld hadden. + +</p> +<p>Langzamerhand kreeg Columbus de overtuiging dat de aarde <a id="d0e165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e165">8</a>]</span>bolrond moest zijn en dat men derhalve, steeds westwaarts zeilende, de kusten van Azië bereiken moest. Van de grootte der +aarde had hij, door de snelheid in aanmerking te nemen, waarmede de zon zich schijnbaar voortbeweegt, een vrij nauwkeurige +berekening gemaakt. Hij vermoedde wel niet, dat er tusschen Europa en Azië land ligt, maar hij meende toch, dat hij de kusten +van Azië vinden zou, daar, waar hij later de Nieuwe wereld vond. + +</p> +<p>Onbepaalde berichten van het groote eiland Japan, dat zich ten Oosten van Azië zou uitstrekken, waren in Europa in omloop. +Columbus meende, dat het op de plaats lag, waar hij naderhand Cuba vond. + +</p> +<p>“Deze groote rijken,” zeide Columbus, “zijn met onsterfelijke wezens bevolkt, voor wier verlossing Christus een bloedig offer +bracht. Mij heeft God de taak opgedragen hen te zoeken, en hun het evangelie te brengen. De rijkdom van Indië is spreekwoordelijk, +en ik zal er onuitputtelijke schatten vinden, waarmede men zich legers kan verschaffen. Met deze legers kunnen we het graf +van den Zaligmaker der wereld verlossen uit de handen der ongeloovigen, die er geen eerbied voor hebben.” + +</p> +<p>Columbus was arm. Het was geheel boven zijn macht, zulk een belangrijken ontdekkingstocht te ondernemen. De meesten hielden +hem voor een half waanzinnigen dweper. Zoo dwaas als men een voorstel vinden zou, om de maan te bezoeken, zoo ongerijmd vond +men zijn plan. Te vergeefs klopte hij aan de deuren van rijke lieden aan. Toch trof hij verstandige menschen aan, die zijne +plannen onderzochten, en ze een ernstig onderzoek waardig keurden. Met behulp van zulke getuigen, hoopte hij zich de medewerking +van eenige Europeesche hoven te verzekeren. Een machtige staat kon hem gemakkelijk de noodige middelen verschaffen, en hem +dat gezag en die waardigheid verleenen, welke hij voor de <span class="corr" title="Bron: uitvoerig">uitvoering</span> zijner plannen werkelijk meende noodig te hebben. In vergoeding daarvan zou het hof rijk en machtig worden, en zooveel roem +behalen, dat het door geheel Europa werd benijd. + +</p> +<p>Het eerst wendde hij zich tot de regeering in Portugal. Koning Johan II ontving hem in een plechtig gehoor, en luisterde aandachtig +en schijnbaar vol belangstelling naar zijn plannen. Columbus beschouwde zich volstrekt niet als iemand, die nederig iets aan +den voet van een koninklijken troon komt afsmeeken. Veeleer hield hij zich voor iemand, wien God belangrijke openbaringen +had gedaan, welke den rijkdom en den roem van den <a id="d0e178"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e178">9</a>]</span>grootsten monarch zouden vermeerderen, en die oorzaak zouden zijn, dat zich een nieuw tijdperk voor de wereld opende. Tot +loon voor al zijn verdiensten verzocht hij om tot onderkoning aangesteld te worden over al de landen, die hij ontdekken zou, +en om het tiende deel van al de winsten, welke het opleveren mocht. + +</p> +<p>Terwijl hij zich in Lissabon ophield, raakte hij in kennis met een Italiaansche jonge dame, die Felipa heette en bij hare +moeder inwoonde, welke weduwe was. Wel was zij van aanzienlijke afkomst, maar zij bezat geen fortuin. Hun huwelijk volgde +spoedig, en het schijnt gelukkig te zijn geweest tot de dood hen scheidde. Zij kregen een zoon, die Diego heette. + +</p> +<p>De koning vond de eischen van Columbus buitensporig. Deze toch was een arme, onbekende zee-kapitein, zonder rang, geld of +vrienden. En toch stelde deze vreemde, ernstige man, met zijn onstuimige geestdrift, zich voor in de rijen der koningen plaats +te nemen. Met een beleefde buiging liet de vorst den eerzuchtigen zee-kapitein uit zijn gehoorzaal vertrekken. + +</p> +<p>De waardige en ernstige houding van den man, en het volkomen vertrouwen, dat hij in de juistheid zijner inzichten openbaarde, +hadden evenwel een diepen indruk op den koning gemaakt. Hij kon de gedachten niet van zich zetten, welke hem medegedeeld waren +geworden. Na eenigen tijd over de zaak nagedacht te hebben, riep hij een Raad bijeen van de geleerdste mannen te Lissabon, +en stelde hem de zaak voor. Rijpelijk werd alles overwogen. Eenigen van de uitstekendste leden van dien Raad lieten zich gunstig +over de plannen van Columbus uit. Maar de uitspraak van de meerderheid was er beslist tegen. Men berichtte den koning, dat +zijne plannen zoo ongerijmd waren, dat ze verdere bespreking onwaard moesten heeten. + +</p> +<p>Toch was de koning onvoldaan, want de door hem verkregen indruk was te sterk, om zoo maar gemakkelijk uitgewischt te worden. +Bovendien verminderde het feit, dat de grootste wijsgeeren Columbus’ meeningen deelden, den indruk van het ingediende Verslag. +Toen had de koning de laagheid tot een zeer onteerenden maatregel over te gaan. Hij zond heimelijk een vloot uit. Deze heette +naar de Kaap-Verdische eilanden te gaan. Gebruik makende van al de inlichtingen, die Columbus hem gegeven had, gaf hij den +kapitein het heimelijk bevel, om maar moedig het spoor te volgen, dat Columbus aangegeven had, hopende op deze wijze zelf +de ontdekker te worden. De kapitein volgde de bevelen op, maar zijn matrozen verloren den moed, <a id="d0e188"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e188">10</a>]</span>daar zij niet wisten, waar zij op die onbekende wateren heengingen. + +</p> +<p>Een verschrikkelijke storm brak op den Oceaan los, waardoor hun vrees tot het uiterste gedreven werd. Met luider stem verklaarden +allen, dat zij weigerden aan zulke gevaren het hoofd te bieden, zoodat de kapitein genoodzaakt was toe te geven en terug te +keeren. + +</p> +<p>Columbus werd deze schandelijke handelwijze gewaar, die grootelijks zijne verontwaardiging had opgewekt. Met zijn toorn vermengden +zich aandoeningen van teleurstelling en droefheid, dat het koninklijk hof, waartegen hij gewoon was geweest met eerbied op +te zien, hem zoo trouweloos had behandeld. + +</p> +<p>Hij was toen een weduwnaar, en bezat alleen zijn zoon Diego. Zijn tijd aan de studie en de bevordering zijner ontdekkingsplannen +wijdende, had hij geen gelegenheid, voor zijn geldelijke belangen te zorgen. Hij voorzag in zijn nederig onderhoud door het +vervaardigen en den verkoop van kaarten. Met Diego verhuisde hij toen naar Genua, zijn geboorteplaats. Hier moest hij de waarheid +van het spreekwoord ondervinden, dat een profeet in zijn eigen vaderland niet geëerd wordt. + +</p> +<p>Hij verzocht het Bestuur der stad om hulp voor een onderneming, welke men algemeen niet alleen noodlottig noemde, maar waarvan +de geleerden te Lissabon reeds gezegd hadden, dat ze geen aandacht waard was. + +</p> +<p>“En wie is die Christophorus Columbus?” werd gevraagd. “Wel, hij is een zeeman uit onze stad”, was het antwoord; “de zoon +van Dominico Colombo, een wolkammer. Hij heeft twee broers en een zuster, die hier in nederige omstandigheden verblijf houden.” + +</p> +<p>Dit maakte aan de zaak bij het trotsche Genueesche hof een einde. Het verzoek van Columbus werd met verachting afgewezen. +Hij kon niet eens een gepast gehoor krijgen. Nu was hij wel arm, en alleen de hoop en een aangeboren geestkracht moesten hem +staande houden. Eindelijk besloot hij, na nog vele plannen overdacht te hebben, zijn geluk aan het Spaansche hof te beproeven. + +</p> +<p>Hij nam zijn zoon Diego mee, scheepte zich te Genua in, en landde na een korte vaart te Palos, een kleine Spaansche zeehaven +aan den mond van de Tinto. Ferdinand en Isabella waren toen juist in een oorlog gewikkeld met de Mooren. Beiden bevonden zich +toen met hun leger te Cordova, bijna honderd mijlen ten noord-oosten van Palos. Daar al hun krachtsinspanning <a id="d0e204"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e204">11</a>]</span><a id="d0e205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e205">12</a>]</span>voor het voeren van den oorlog noodig was, mocht het oogenblik ongunstig heeten hen te willen overhalen tot een onderneming, +die veel geld moest kosten, en daarenboven twijfelachtig was. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p011.jpg" alt="De kust nabij Genua, de geboorteplaats van Columbus."></p> +<p class="figureHead">De kust nabij Genua, de geboorteplaats van Columbus.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Met een lichte beurs en een bezwaard gemoed begaf Columbus zich op weg, om de vele mijlen af te leggen, die hem van de koninklijke +legerplaats scheidden. Hij was bleek, mager en het was hem aan te zien, dat zorg hem had verteerd. Zijn kleeren waren kaal. +Koffers en valiezen behoefde hij niet mee te sjouwen; alleen droeg hij een klein pakje aan zijn zijde. De kleine Diego liep +aan zijns vaders hand mee. + +</p> +<p>Zij waren nog maar anderhalve mijl van het dorp Palos af, toen zij bij een hecht steenen klooster kwamen. Diego had honger +en dorst, en daarom ging de vader in het klooster, om een beker water en een snede brood voor zijn kind te vragen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p012.jpg" alt="Columbus aan de deur van het klooster."></p> +<p class="figureHead">Columbus aan de deur van het klooster.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Heel toevallig kwam de prior van het klooster op dat oogenblik aan de deur. Het beleefd verzoek, de waardige houding en de +verstandige trekken van den vreemdeling maakten diepen indruk op hem. Hij noodigde Columbus uit binnen te gaan, <a id="d0e223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e223">13</a>]</span>knoopte een gesprek met hem aan, en stelde niet slechts groot belang in de nieuwe plannen, die hij te berde bracht, maar werd +door de kracht zijner redeneering volkomen overtuigd, dat er waarheid in lag. Hij hield Columbus eenige dagen bij zich, verleende +hem al de gastvrijheid, die het klooster schenken kon, en noodigde hem uit, om met hem een arts uit de buurt op te zoeken, +die in wetenschap uitblonk. + +</p> +<p>Columbus, de prior en de dokter brachten in de cellen van het stille klooster La Rabida vele uren door met de vraag of de +aarde een bol of een plat vlak was, en of het, door steeds westwaarts te zeilen, mogelijk zou zijn het vasteland van Azië +te bereiken, dat ver weg in het Oosten lag. + +</p> +<p>De prior van het klooster was een geleerd man en had grooten invloed aan het hof, daar hij, zooals dat in die dagen veelal +het geval was, een hoogen rang bekleedde. Hij toonde zulk een levendige belangstelling in Columbus en zijn onderneming, dat +hij hem overhaalde zijn zoon Diego in het klooster ter opvoeding achter te laten, en gaf hem brieven van aanbeveling mede +voor den biechtvader van koningin Isabella. + +</p> +<p>Door dit bezoek en door alles, wat voor zijn kind gedaan was, zette Columbus de reis naar Cordova vroolijk en opgeruimd van +geest voort. + +</p> +<p>Het militair vertoon, dat Columbus in het kamp te Cordova zag, was verbazingwekkend. De luister van het hof van Castilië en +die van het hof van Arragon waren er vereenigd. De geheele ridderschap van Spanje was op dat groote veld bijeen, en prachtig +uitgedost met schitterende wapenrusting en prachtig gevolg. De tenten stonden in de rondte, en ’t was of men een groote stad +zag. Blinkende wapens en wuivende pluimen zag men overal, terwijl de muziek van de militaire troepen de lucht vervulde. + +</p> +<p>Maar al deze pracht was niets voor Columbus in vergelijking met de plannen, waarvan zijn geest vol was. Hij gaf zijn brief +aan Fernando Talavera, den kapelaan van de koningin. Talavera was een trotsch prelaat, koel en onspraakzaam. Ternauwernood +ontving hij Columbus beleefd, luisterde met blijkbaren weerzin naar het verhaal van het plan, dat hij kwam voorstellen, en +liet hem gaan met de woorden: + +</p> +<p>“Mij dunkt, dat het zeer indringend zou zijn thans, nu hare majesteit door al de zorgen voor dezen veldtocht gedrukt wordt, +met een plan bij haar te komen, dat in de lucht hangt.” + +</p> +<p>De verschijning van Columbus was alles behalve indrukwekkend. Zijn kleeren zagen er armoedig en kaal uit, en hij was <a id="d0e239"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e239">14</a>]</span>door teleurstelling terneergeslagen. Maar het gerucht zijner plannen ging als een loopend vuurtje door het kamp. De hovelingen +wezen spottend met den vinger naar den kalen avonturier als een, die onmetelijke rijken bezat met millioenen inwoners, die +hij aan de koningen van Spanje ten geschenke wilde geven. + +</p> +<p>Columbus wist niet, wat hij doen of waar hij gaan moest. Hij bleef te Cordova talmen, terwijl het Spaansche leger optrok, +om de laatste schuilplaats van de Mooren in de provincie Granada aan te tasten. Hij hield zich overtuigd, dat de overwinning +de koninklijke banieren volgen zou, en dat er dan misschien gelegenheid zou zijn, om met zijn verzoek voor den dag te komen. +In den herfst keerden Ferdinand en Isabella in triomf terug. Zij vestigden hun hof voor den winter te Salamanca, bijna 300 +mijlen van Cordova. In dien tusschentijd vond Columbus, die geen gehoor bij de koningin kon krijgen, een sober bestaan in +het teekenen van landkaarten en plans. + +</p> +<p>De tooneelen, die toen te Cordova en in zijn omstreken voorvielen, hadden de beroemdste mannen uit alle deelen van Spanje +derwaarts gelokt. Dit bood Columbus de gelegenheid aan, om met de geleerdste mannen in aanraking te komen. Schrandere personen +ontvingen een diepen indruk van de waardigheid waarmee hij zich gedroeg, van de diepte zijner overtuiging, van zijn uitgebreide +kennis en de boeiende welsprekendheid, waarmede hij zijne meeningen bepleitte. Soms had hij het genoegen den bijval van den +een of ander te verwerven. + +</p> +<p>Een verstandig en vermogend heer begon zooveel belang in Columbus te stellen, dat hij hem uitnoodigde ten zijnent te komen +en zijn gast te zijn. Deze heer stelde hem aan den nuncius van den paus, Antonio Geraldini, en aan andere heeren voor, die +in den staat of aan ’t hof hooge betrekkingen bekleedden. + +</p> +<p>Terwijl hij zoo in nutteloos oponthoud zijn tijd te Cordova zoek bracht, verbond hij zich met een dame dier plaats. Zij heette +Beatrix Enriquez en was van adel, maar niet rijk. Zij werd de moeder van zijn tweeden zoon, Fernando, die in het volgende +jaar, 1487, geboren werd, en die, na zijn dood, zijn levensgeschiedenis schreef. + +</p> +<p>Columbus volgde het hof naar Salamanca. Hier werd hij aan den aartsbisschop van Toledo voorgesteld, den grootkardinaal van +Spanje. Deze beroemde kerkvorst had zooveel invloed bij den koning en de koningin, dat men hem den derden koning noemde. Meer +en meer werd hij zoo overtuigd van de kracht der bewijzen, waarmee Columbus zijn plannen verdedigde, dat hij er in <a id="d0e251"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e251">15</a>]</span><a id="d0e252"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e252">16</a>]</span>toestemde hem in de koninklijke tegenwoordigheid te brengen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p015.jpg" alt="Columbus zet zijn plan uiteen."></p> +<p class="figureHead">Columbus zet zijn plan uiteen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het eerst werd hij waarschijnlijk bij Ferdinand toegelaten. De koninklijke luister kon Columbus niet van zijn stuk brengen, +en met groote welsprekendheid beval hij zijn zaak aan. De koning was een sluw, scherpzinnig man, dien men niet gemakkelijk +onder den invloed van romantische droomen brengen kon. Hij luisterde met wijsgeerige koelheid naar den opgewonden pleiter. + +</p> +<p>De eerzucht van den koning werd krachtig geprikkeld door het denkbeeld van de grootheid, die Spanje’s deel zou worden, wanneer +men in het doen van ontdekkingen en in het verkrijgen van aanzienlijke winsten slaagde. Dan zou Spanje een overwicht over +alle volken hebben. Maar Ferdinand was zeer angstvallig en traag in ’t besluiten. Hij riep een Raad van de geleerdste mannen +uit Spanje bijeen, om een onderhoud met Columbus te hebben, zijn plannen aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen en hem +verslag van hun bevinding te doen. + +</p> +<p>De bijeenkomst had in het dominicaner klooster van St. Stephanus, te Salamanca, plaats. De vergadering, op koninklijk bevel +bijeen, was door het aanzienlijk ledental indrukwekkend. Zij bestond uit hoogleeraren, uit de hoogste waardigheidsbekleeders +in de kerk en staatslieden van den eersten rang. Ieder gewoon mensch zou er tegen op hebben gezien, om voor zulk een schaar +van de geleerdste sterrekundigen en wereldbeschrijvers te verschijnen. Columbus was blij, dat hij gelegenheid kreeg zijn plannen, +van welker deugdelijkheid hij overtuigd was, voor te dragen aan wetenschappelijke mannen, die hem, hieraan twijfelde hij niet, +hun bijval zouden schenken. + +</p> +<p>Maar spoedig ontdekte hij tot zijn groot verdriet, dat zelfs in het gemoed van de geleerdste mannen, vooroordeel en bijgeloof +over de macht van het verstand kunnen zegevieren. De wijsgeeren en ook de geestelijkheid voerden bewijzen tegen hem aan, die +nu den spotlust zelfs van de eenvoudigsten zouden opwekken. De volgende woorden van Lactantius werden aangehaald, omdat zij +Columbus’ bewering van de rondheid der aarde zegevierend weerlegden. + +</p> +<p>“Zou er iemand zoo dwaas wezen te gelooven, dat er tegenvoeters zijn, menschen, die met hun voeten omhoog en met hun hoofd +naar beneden loopen? Dat er een deel van de aarde bestaat, waar alles ’t onderstboven staat; waar de boomen met de takken +naar beneden groeien, en waar het regent, hagelt en sneeuwt van den grond af naar boven toe? Het denkbeeld, dat de aarde rond +zou zijn, heeft de fabel van de tegenvoeters in de <a id="d0e269"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e269">17</a>]</span>wereld gebracht; want toen deze geleerden eenmaal op den dwaalweg waren, verkondigden zij nog meer ongerijmdheden, waarvan +zij de een met de ander verdedigen.” + +</p> +<p>Men verklaarde de plannen van Columbus voor onverstandig, en achtte ze tevens in strijd met de Schrift. Vol te houden, dat +er aan den anderen kant der aarde menschen woonden, was, werd gezegd, afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van den bijbel. +Volgens dit boek stamden alle aardbewoners van Adam af, derhalve was het onmogelijk, dat sommigen zoo ver zouden hebben kunnen +trekken. + +</p> +<p>Maar al nam men aan, zoo werd beweerd, dat de aarde rond was, en dat een schip aan de andere zijde zou kunnen komen, dan zou +het toch nooit terugkeeren, daar er geen wind kon zijn, sterk genoeg, om het over die onmetelijk groote ronding terug te kunnen +brengen. + +</p> +<p>Deze godgeleerde en wijsgeerige betoogen beantwoordde Columbus met er waarheden tegenover te stellen, waarmee heden ten dage +zelfs de ongeletterdste vertrouwd is. Ofschoon de vergadering een ongunstig verslag uitbracht, waren er toch vele leden, die +door de woorden van Columbus zeer getroffen waren. Tot dezen behoorde Diego de Deza, de latere aartsbisschop van Sevilla. +Hij ondersteunde, hoewel vergeefs, de zaak van Columbus zooveel in zijn vermogen was. De meerderheid gaf te kennen, dat het +zoowel onwaar als kettersch was aan te nemen, dat er land zou te vinden zijn, als men van Europa naar ’t Westen zeilde. Zulk +een verslag werd door een vergadering van de geleerdste mannen nog maar vierhonderd jaren geleden uitgebracht. + + + +</p> +<p class="div1"><a id="d0e277"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Tweede Hoofdstuk.</h2> +<h2>Eerste reis.</h2> +<p>De teleurstelling over den uitslag van de Vergadering te Salamanca was bitter voor Columbus. Maar toch was het plan er door +bekend geworden, zoodat er allerwege in Spanje over gesproken werd. Stond de ongelukkige avonturier ook al aan allerlei spotternij +bloot, er waren ook velen, menschen van naam en groote bekwaamheid, die zich overtuigd hielden, dat zijn vermoeden niet met +een grimlach behoorde beantwoord te worden. + +</p> +<p>Terwijl dit belangrijk vraagstuk besproken werd, beschouwde men Columbus als iemand, die bij het gezantschap aan het hof behoorde. +Het was een tijdperk van groote staatkundige beweging. <a id="d0e286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e286">18</a>]</span>Alle gemoederen waren vervuld met den hardnekkigen oorlog tegen de Mooren, die nog maar altijd voortgezet werd. Gedurende +den zomer van 1487 bevonden de koning en de koningin zich bij het leger, om het gedenkwaardige beleg van Malaga te voeren. +Wegens zijn groote lichaamsgestalte, kon men Columbus overal zien, maar tevens, dat hij in gepeins, en bijna hopeloos van +de eene tent naar de andere liep, en telkens, als hij een luisterend oor vinden kon, met zijn verzoek voor den dag kwam. Er +lag iets treffends in het voorkomen van dezen grooten man, in eenvoudig gewaad, maar tevens met waardige houding, wanneer +hij, te midden van dat militaire praalvertoon, zich zwijgend voortbewoog. + +</p> +<p>Toen Malaga zich in September overgegeven had, keerde het hof naar Cordova terug. Achttien maanden lang trok het telkens heen +en weer, omdat de groote strijd dit vorderde. Columbus deelde in al die verplaatsingen van het hof, nog altijd de hoop koesterende, +waarin hij door eenige trouwe vrienden werd versterkt, dat hij eenmaal bij het hof gehoor vinden zou. Door den invloed van +deze vrienden, mocht hij in het voorjaar van 1489 van Ferdinand het bevel ontvangen, om een andere vergadering van geleerden +en geestelijken te Sevilla bijeen te roepen. Op nieuw zag hij zich teleurgesteld. De verschrikkelijke strijd ontbrandde met +nieuwe kracht. Vreeselijke veldslagen, waarbij zich oproer, menschenslachting en ellende voegden, waren er het gevolg van. +Aller krachtsinspanning was noodig. Aan Columbus en zijn onbesuisde, twijfelachtige plannen viel niet te denken. + +</p> +<p>Zoo ging er een afmattend jaar voorbij. Gedurende deze treurige maanden vertoefde Columbus te Cordova, gelukkig op kosten +van het hof. Toen de lente in ’t land kwam, hielden Ferdinand en Isabella zich bezig met het maken van de noodige toebereidselen +voor een van de grootste krijgsondernemingen, het beleg <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> van Granada. Vóór het hof optrok, deed Columbus een wanhopige poging, om gehoor te krijgen, doch hij ontving het ontmoedigende +antwoord, dat de vorsten vóór den afloop van den veldtocht aan hem geen aandacht konden schenken. Die slag trof Columbus geweldig, +maar wierp hem evenwel niet ter neer. Nog kon zijn onbedwingbare geest er niet tot wanhoop door gebracht worden. Hij zette +zich rustig neer, en ging na, welk hulpmiddel hij nu kon aangrijpen. + +</p> +<p>Men leefde in een tijd van feudale macht en welvaart. De Spaansche bergen waren bezaaid met de sterke kasteelen van hertogen +en baronnen. Columbus wendde zich tot den hertog van <a id="d0e297"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e297">19</a>]</span>Medina Sidonia. Deze machtige heer, wiens kasteel een bijna onneembare vesting was, en geheel uit ijzer en steen bestond, +behoorde tot den hoogsten adel in Europa. Wat de glans van zijn hof en levenswijze betrof, kon hij met koningen wedijveren. +Uit eigen middelen verschafte hij de vorsten een heel leger ruiters, honderd oorlogsschepen en een groote som geld. De schitterende +onderneming, die Columbus wilde doen, viel voor een poos in den smaak van den hertog, doch bij nader inzien verwierp hij het +plan als den droom van een dweper. + +</p> +<p>Men zegt, dat Columbus toen bij den hertog van Medina Celi ging aankloppen. Hier werd hij aanvankelijk gunstig ontvangen. +De hertog stond op het punt drie of vier schepen voor den tocht uit te rusten, maar hij haalde zich in het hoofd, dat de Spaansche +vorsten het hem euvel konden duiden, wanneer hij zulk een grootsche onderneming op eigen kosten deed. Daarom liet hij Columbus +gaan. + +</p> +<p>Zich zoo bedrogen ziende, besloot Columbus zijn geluk bij het Fransche hof te beproeven. Hij had nu een aantal invloedrijke +en vermogende vrienden, die ongetwijfeld hun beurs voor zijn bescheiden eischen zouden openen. Vóór hij op zijn lange reis +naar de Fransche hoofdstad de Pyreneeën overtrok, bezocht hij eerst nog zijn zoon Diego in het klooster van La Rabida, bij +Palos. Hij legde de reis te voet of op een muilezel gezeten af. Hadden zijn vrienden hem al een beetje geld gegeven, zeker +is het, dat hij de grootste zuinigheid noodig achtte. Hij moest nog een lange en kostbare reis doen, en het was nog onzeker, +hoe hij aan het trotsche hof van den Franschen koning zou worden ontvangen. + +</p> +<p>In een eenvoudig gewaad, door de reis met stof bedekt, stond Columbus vóór de deur van het klooster. Maar noch stof noch kale +kleeren konden de aangeboren waardigheid van den man verbergen. Hij was van nature een edelman, die, om zijn aanspraken te +rechtvaardigen, den glans van kostbare kleeren niet noodig had. Sedert hij voor de eerste maal aan de deur van dat klooster +stond, om wat drinken voor zijn kind te vragen, waren er zeven jaren van aanhoudende inspanning en teleurstelling voorbij +gegaan. Deze verdrietelijkheden en inspanningen hadden zijn lichaam gekromd en zijn haren vergrijsd. Zijn wangen waren gerimpeld, +wat zoo licht plaats heeft, wanneer men teleurgesteld wordt en zwaar moet denken. + +</p> +<p>De waardige prior van het klooster ontving den vermoeiden avonturier met ware, broederlijke vriendelijkheid. Hij was geheel +<a id="d0e307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e307">20</a>]</span>en al overtuigd geworden, dat Columbus’ plannen verstandig waren, en de dadelijke en ernstige aandacht van het Spaansche hof +verdienden. Toen hij de zekerheid had, dat Columbus over een bezoek aan Frankrijk dacht, ontwaakte zijn vaderlandsliefde en +maakte hij zich zeer beangst, dat Spanje den roem van de groote onderneming derven zou. Dadelijk liet hij den geleerden arts +ontbieden, van wien wij vroeger spraken, en deelde hem zijn vrees mee. Ook werden vele andere invloedrijke vrienden uitgenoodigd, +om met Columbus over die allergewichtigste zaak te beraadslagen, welke den prior voorkwam zoo belangrijk voor den roem van +Spanje te zijn. + +</p> +<p>In de nabijheid woonde een heer, die om zijn familie, zijn groot vermogen en zijn bekendheid met zeezaken vermaard was. Deze +man heette Martin Alonzo Pinzon en was door zijn ondervinding in staat, om de kracht van de door Columbus aangevoerde gronden +naar waarde te schatten. Met vuur omhelsde hij zijn zaak, en beloofde hem niet alleen geldelijken bijstand, maar tevens zijn +invloed, om de zaak nog eens weer voor hunne majesteiten Ferdinand en Isabella te brengen. De prior van het klooster was in +vroegere jaren kapellaan van de koningin geweest. Hij schreef haar een dringenden brief, en beweerde, dat Spanje zulk een +schoone gelegenheid niet mocht verliezen, om boven alle landen uit te steken. + +</p> +<p>In die dagen kende men nog geen postwagens en evenmin de gemakken, die de post nu geeft. Een ouden afgeleefden zeeman werd +de brief toevertrouwd, en dien zond men naar Santa Fé, waar het hof, tijdens het beleg van Granada, toen verblijf hield. De +afstand bedroeg ongeveer 150 mijlen. De bode kwam er goed en wel aan, en overhandigde den brief aan de koningin. + +</p> +<p>Niettegenstaande al de zorgen, welke toen haar geest vervulden, kreeg Isabella er een diepen indruk van. Zij gaf een bemoedigend +antwoord mede, en drong er sterk op aan, dat haar geachte vriend, de prior van het klooster, dadelijk bij haar zou komen. + +</p> +<p>Dit antwoord verlevendigde aanstonds weer de hoop in ’t hart van Columbus, en bracht groote vreugde in den kleinen kring te +La Rabida. Het was midden in den winter, en koude winden woeien over de naakte bergen en kale vlakten, ook van zuidelijk Spanje. +Maar onverwijld besteeg de prior den muilezel, en sukkelde langs den eenzamen weg voort naar het hof. + +</p> +<p>Hartelijk zelfs mocht de ontvangst heeten, die de koningin haar vroegeren kapellaan bereidde. Ofschoon zij teruggetrokken +<a id="d0e319"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e319">21</a>]</span>was en zich niet uitliet, sluimerde er onder dat koele uiterlijk warme genegenheid. Zij luisterde met instemming naar de woorden +van den prior. Daar hij een geleerd man was, en door vertrouwelijken omgang met Columbus diens gedachten kende, was hij de +rechte man, om zijn plannen op de duidelijkste wijze voor te dragen. De koningin had tot nog toe geen aandacht aan de zaak +gewijd, want ofschoon de koning en de vergadering van geleerden ermee in kennis waren gesteld, tot haar had men zich nog nooit +rechtstreeks gewend. + +</p> +<p>De lezer zal zich herinneren, dat Ferdinand alleen koning van Arragon was. Isabella was koningin van Castilië, en had een +eigen inkomen, leger en hof. Dadelijk besloot zij Columbus te beschermen. Zij liet hem halen, opdat hij zich onmiddellijk +naar Santé Fé begeven kon. Alzoo geroepen, om een bevel van de koningin uit te voeren, zond zij hem een voldoende som geld +tot aankoop van een muilezel en een passend gewaad, om aan ’t hof te verschijnen en ter bestrijding van de reiskosten. + +</p> +<p>Toen de prior met deze aangename tijdingen te La Rabida terugkwam, verheugde men zich daar zeer en nieuwe hoop straalde in +de levensmoede ziel van Columbus. Er werd een mooie muilezel gekocht, de reiziger trok een net pak aan, en draafde weldra, +als verjongd en door de hoop vroolijk gestemd, over de heuvels en door de schaduwrijke dalen van het schoone Andalusië. Hij +kwam nog tijdig genoeg te Granada aan, om te kunnen zien, dat men de vaandels der Mooren van de muren van het Alhambra afrukte, +ten einde er de vlaggen van Ferdinand en Isabella voor in de plaats te stellen. Het was het schoonste oogenblik in de regeering +van de beide beroemde koningen, en werd als het roemvolste aangemerkt voor de Spaansche wapenen. + +</p> +<p>Te midden van al die volksvreugde maakte Columbus zijn opwachting bij koningin Isabella. Hij nam niet de houding aan van een +nederigen smeekeling, maar van een door God gezonden afgezant, die de nietige gunsten, waardoor hij zijn plannen ten uitvoer +kon brengen, met groote schenkingen vergold. + +</p> +<p>Beleefd sprak hij tot de koningin: + +</p> +<p>“Ik verlang slechts een paar schepen en eenige matrozen, om op den oceaan tusschen de 2 à 3 duizend mijlen westwaarts te varen. +Ik zal zoo Uwe Majesteit een korteren weg naar Indië aanwijzen, en tot hiertoe onbekende volken leeren kennen, die machtig +zijn en verbazende rijkdommen bezitten. Tot loon vraag ik alleen de aanstelling tot Onderkoning over de rijken, die ik ontdekken +zal, en het tiende deel van de winsten, die er uit mogen voortvloeien.” +<a id="d0e331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e331">22</a>]</span></p> +<p>De hovelingen van de koningin waren verwonderd, want de eischen van Columbus kwamen hun buitensporig en vermetel voor. In +hun oog was hij maar een arme zee-kapitein, dien niemand kende en die, daar hij geen vrienden had, de hulp der koningin kwam +inroepen, waardoor hij in staat zou zijn een zeereis te doen. En hij vroeg toch ter belooning rijkdom en eer, waardoor hij +een rang naast de kroon zou innemen. Onder den invloed dezer voorstellingen van invloedrijke hovelingen, riep de koningin +Columbus weer aan ’t hof, en stelde hem matiger eischen voor. Maar hij bleef op zijn stuk staan, en wilde niets laten vallen. +Het denkbeeld van zich te gaan inschepen voor een grootschen tocht als een bloot werktuig van een vorst, een huurling, streed +met zijn trotschen aard. Isabella, verdrietig over zijn weigering, zag van Columbus en zijne eischen af. + +</p> +<p>Dit was het droevigste uur in het leven van den grooten ontdekker. Geen ster, als voorbode van een mogelijken dageraad, vertoonde +zich aan de kimmen. Verdrietig zadelde hij zijn muilezel weer, en nam langzaam en moedeloos de terugreis naar zijn vrienden +te La Rabida aan. Hij dacht er over na, of het wel de moeite loonen zou naar Frankrijk te gaan, en daar zijn dikwijls versmade +diensten aan te bieden. + +</p> +<p>Maar toen hij het kabinet van de koningin verliet, was zij zeer ontsteld. Het karakter van dezen man en zijne grootsche plannen +hadden den diepsten indruk op haar gemaakt. Zij kon de gedachten, door hem opgewekt, niet verdrijven. Als zij naging, welk +verlies Spanje lijden zou, wanneer een ander hof zijn diensten aanvaardde, en zijn plannen niet ijdel bleken te wezen, dan +had zij geen rust. Toevallig kwam juist op dat oogenblik Ferdinand in haar kabinet. Zij deelde hem haar zorg mee, waarop hij +zeide: “De koninklijke schatkist is door den oorlog geheel uitgeput.” Voor een oogenblik zweeg de koningin en dacht over de +zaak na. Op eenmaal rijpte een onveranderlijk besluit in haar geest. Met geestdrift riep zij uit: “Ik zal ten behoeve van +mijn eigen kroon van Castilië de onderneming doorzetten en mijn eigen juweelen verpanden, om het noodige geld te krijgen.” + +</p> +<p>De morgenster was voor Columbus opgegaan, maar hij had haar niet gezien, omdat hij de oogen niet opwaarts, maar naar den grond +geslagen had. Op dat oogenblik zwoegde hij in het zand, en had nog maar eenige mijlen van den weg afgelegd. Toen hij een donker +pad tusschen de bergen in wilde slaan, hoorde hij een stem achter zich. Hij keerde zich om, en zag een hoveling <a id="d0e340"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e340">23</a>]</span>in allerijl naderen. De bode verzocht hem uit naam van de koningin, om terug te keeren. + +</p> +<p>Een oogenblik aarzelde Columbus, of hij aan het bevel gehoorzamen zou. Niets dan teleurstelling was zijn deel geweest, en +had hem er toe gebracht, het Spaansche hof volstrekt niet meer te vertrouwen. Het kwam hem voor, dat beide vorsten, onwillig +om hem in zijn onderneming bij te staan, nog minder hebben wilden, dat hij in dienst van een anderen monarch kwam, zoodat +het gebeuren kon, dat een andere kroon den roem verwierf, dien Spanje verworpen had. Aangezien de renbode hem echter de verzekering +gaf, dat de koningin hem in ernst gaarne weer wilde zien, wendde hij den teugel en reed terug, om een nieuw onderhoud met +Isabella te hebben. + +</p> +<p>Was de koningin traag in het besluiten, vlug was zij in de uitvoering er van. Aanstonds maakte zij aan Columbus bekend, dat +zij van harte al zijn eischen inwilligde, en dadelijk bereid was tot een voegzamen tocht mede te werken. Hij werd benoemd +tot Admiraal en tot Onderkoning van al de landen, die hij ontdekken zou, en een tiende deel van de voordeelen, die de reis +mocht opleveren, was voor hem. Pinzon verzocht, dat hij ⅛ van de winsten genieten zou, als hij ook ⅛ van de uitgaven voor +zijn rekening nam, en deze schikking werd gemaakt. Eindelijk was dus het gewichtige vraagstuk opgelost. Columbus was misschien +de gelukkigste man van de wereld, toen hij naar Palos terugkeerde. Weinig zal hij gedacht hebben, dat zijn loopbaan stormachtig +wezen zou, vol teleurstellingen, beleedigingen en ellende, zoodat hij van verdriet sterven zou. + +</p> +<p>Onmiddellijk werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de stad Palos twee kleine schepen leveren moest, voldoende bemand +en van levensmiddelen voor de reis voorzien. Door zijn vriend Pinzon leverde Columbus zelf een ander, zoodat hij de onderneming +met drie schepen kon beginnen. Twee van deze schepen waren lichte barken, of, zooals ze in dien tijd heetten, karveels. Voor +de officieren waren er kajuiten, en bakken voor het scheepsvolk, maar een gemeenschappelijk dek was er niet. Het derde schip +kreeg den naam van Santa Maria, en moest voor den admiraal dienen. Het was geheel overdekt en telde 16 manschappen. Over de +Pinta voerde Martin Alonzo Pinzon het bevel met 30 man aan boord. De Nina was bemand met 24 matrozen, onder bevel van Vincent +Yanez Pinzon. Alle schepen waren klein en niet grooter dan honderd ton, en dus zooals de Amerikaansche jachten, waarmee een +tocht over den <a id="d0e348"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e348">24</a>]</span>oceaan gedaan is van New-York naar Cowes, maar wat zelfs nog in 1867 als een voorbeeld van stoutmoedigheid werd beschouwd. +Maar Columbus vond ze zeer geschikt voor de onderneming. Alle personen, die den tocht mede maakten, meegerekend was er 120 +man. + +</p> +<p>Naar het volksbegrip was de onderneming uitermate gevaarlijk, bijna heiligschennend en God verzoekend. Zij werd nog roekeloozer +geacht, dan in onze dagen de poging, om met een luchtballon over den oceaan te trekken, zou genoemd worden. Het was derhalve +moeilijk, om volk te krijgen. De regeering was dan ook ten slotte genoodzaakt tot geweld over te gaan, en zeelieden tot den +kruistocht te dwingen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p024.jpg" alt="De Santa Maria."></p> +<p class="figureHead">De Santa Maria.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>In den vroegen morgen van den 3<sup>n</sup> Augustus 1492, juist toen de zon uit de golven van den oceaan opkwam, haalde de kleine vloot de zeilen op voor den avontuurlijksten +en gevaarvolsten tocht, waarvan de wereldgeschiedenis gewaagt. + +</p> +<p>Men was te bewogen, om vroolijk te wezen. Geen hoera! werd gehoord, en luidruchtigheid was verre. Getabbaarde priesters brachten +de zeelieden aan boord. Toen de zeilen ontplooid waren en <a id="d0e364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e364">25</a>]</span>de zwakke vaartuigen door een gunstigen wind langzaam uit het gezicht verdwenen, schreiden en weeklaagden allen, die achtergebleven +waren, en hun hart was door een somber voorgevoel beangst. + +</p> +<p>Met het eerste gedeelte van den weg, dien Columbus wilde volgen, was hij zeer vertrouwd. Aanstonds zette hij koers naar de +Kanarische eilanden. Er waaide een frissche, gunstige bries, en alles ging heel goed. De bemanning der drie schepen bestond, +zooals wij vroeger opmerkten, uit domme en bijgeloovige menschen, waarvan velen tot den dienst geprest waren. Toen zij de +bergen van hun geboorteland achter zich zagen verdwijnen, werden zij door vrees overmand. + +</p> +<p>Reeds bij het begin van de reis openbaarden zich teekenen van ontevredenheid en bijna van oproer. Van een der schepen ging +op den derden dag reeds het roer verloren. Columbus kon op goede gronden aannemen, dat het door sommige ontevredenen met opzet +was veroorzaakt. Gelukkig wist de bevelhebber door zijn kennis en ervaring het ongeval eenigszins te verhelpen. Maar toch +was het schip zoo gehavend, dat het alleen met de andere mee kon komen, als de zeilen ten deele inkrompen. Een reis van zeven +dagen bracht hen in het gezicht van de Kanarische eilanden, en zij hadden dus van Palos af gerekend, ongeveer duizend mijlen +afgelegd. Hier werd Columbus drie weken opgehouden. Het gehavende schip werd voor onzeewaardig verklaard. Maar zij kregen +gelukkig een ander schip en De Pinta kreeg een nieuw roer, terwijl men het schip nog sterker trachtte te maken, ten einde +er de reis mee te kunnen doen. + +</p> +<p>Na een oponthoud van drie weken werden de zeilen voor de tweede maal geheschen. Nu bevoer men onbekende zeeën, want de Kanarische +eilanden vormden toen de grenzen van de bekende wereld. Nauwelijks waren de eilanden uit het gezicht, of er ontstond een volkomen +windstilte. Drie dagen lang dreven de schepen zonder vooruit te komen op de spiegelgladde baren van den oceaan. Op nieuw verloren +de zeelieden den moed. + +</p> +<p>Op den 9<sup>en</sup> September kwam er een fiksche bries, die de zeilen deed zwellen, zoodat zij flink vorderden. Het was Zondagmorgen; een wolkenlooze +hemel en de schijnbaar grenzenlooze Oceaan omringden hen. Toch was er geen vreugde op de schepen. Alleen werden ontevreden +blikken gezien, morrende woorden gehoord. Columbus deed al wat hij kon, om de moedeloosheid der zeelieden te verdrijven en +hun een deel van zijn eigen geestdrift in te boezemen. Bemerkende, dat hun vrees van nimmer weer huiswaarts <a id="d0e377"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e377">26</a>]</span>te kunnen gaan met iedere mijl, die men vorderde, grooter werd, bedacht hij een list, om <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">nl.</abbr></span> dubbele aanteekening te houden van hun vorderen per dag. De een was voor hem zelf, en de andere moest aan de zeelieden getoond +worden, om hun den indruk te geven, dat de afgelegde weg veel kleiner was dan met de werkelijkheid overeenkwam. Dagen van +grooten angst en aanhoudende waakzaamheid gingen langzaam voorbij, terwijl Columbus met den grootsten spoed het doel trachtte +te bereiken, dat hij, hiervan hield hij zich overtuigd, weldra bereiken zou. + +</p> +<p>Het is eenigszins zonderling, dat hij geen land meende te zullen vinden binnen den afstand van omstreeks 3000 mijlen. Nog +bevond hij zich op een watervlak, waarop nooit het oog van een mensch gerust had. Niemand kon zeggen, welke voorwerpen zich +aan hen zouden voordoen. + +</p> +<p>Columbus stond op het dek en gaf zorgvuldig op alles acht, tot dat de laatste avondstralen verdwenen. Zoodra de morgen aanbrak, +stond hij alweer op den boeg op wacht. Met de grootste nauwkeurigheid gaf hij acht op de verandering in de kleur van de lucht, +de tint van het water, den vorm van de wolken en de windrichting. Den 14<sup>en</sup> September vloog er des nachts iets vurigs door de lucht, dat slechts een paar mijlen van hen af in zee viel. Dit vermeerderde +grootelijks den angst van de bijgeloovige matrozen. + +</p> +<p>Zij kwamen in het gebied der passaatwinden, en werden dagen aaneen van het oosten naar het westen voortgedreven. Ook dit sloeg +hun den schrik om ’t hart. Nooit meenden zij terug te kunnen keeren. Zij waren in de heete zone gekomen en vonden de lucht +wonderbaarlijk zacht. ’t Was een genot, die in te ademen. De moed van Columbus werd zeer opgewekt toen hij groote hoeveelheden +drijvend zeegras of wier zag, dat, dit wist hij, van westelijke kusten moest losgerukt zijn. Op een van die hoopen gras vingen +zij een levende krab. Dag aan dag blies de regelmatige, aangename wind in de zeilen, terwijl de zee, zooals Columbus opmerkte, +zoo kalm was als de Guadalquivir te Sevilla. + +</p> +<p>Teekenen van naderend land verlevendigden de hoop van het scheepsvolk. Een rijke belooning werd dengene toegezegd, die het +eerst land zou ontdekken. Op den avond van den 18<sup>en</sup> September zag men een menigte landvogels, die naar het noordwesten vlogen. Ook zag men in die richting wolken drijven, zooals +die gewoonlijk boven het land hangen. Columbus ging peilen, maar kon geen grond voelen. + +</p> +<p>Op nieuw werd het scheepsvolk benauwd met het oog op de <a id="d0e398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e398">27</a>]</span>verbazend groote watervlakte, die hen thans van het vaderland scheidde. Columbus had alle gezag noodig en moest veel takt +gebruiken, om die vrees weg te nemen. Gelukkig vermenigvuldigden zich de bewijzen, dat men in de nabijheid van land kwam. +Verscheidene landvogels zetten zich op het schip neer, en sommigen waren zoo klein, dat zij blijkbaar niet ver konden vliegen. +Toch kon men nog geen grond peilen. Weer werd de zee doodstil. De oceaan werd zoo glad en effen als een spiegel, en de zuiderzon +scheen zoo fel, dat het dek der schepen begon te blakeren. Op den 25<sup>en</sup> rees de zee, zonder de minste verheffing van den wind, verbazend hoog. Ongetwijfeld was dit het gevolg van een verwijderden +storm, die het water opzette. + +</p> +<p>De oproerige gezindheid van de schepelingen veranderde met de wisselingen, die zij hadden. Columbus echter bewaarde een opgeruimd +voorkomen en verloor zijn zelfvertrouwen niet. Sommige misnoegden bevredigde hij door vriendelijke woorden, anderen hield +hij door bedreigingen in ontzag en eenigen kregen een voorbeeldige straf. Op nieuw verhief de wind zich een weinig, die wel +de oppervlakte der zee nauwelijks rimpels gaf, maar toch de zeilen deed zwellen. De schepen bleven zoo dicht bij elkander, +dat Columbus gemakkelijk met de andere officieren spreken kon. Terwijl ze zoo aan ’t praten waren, hoorden ze op eens een +luiden gil van De Pinta. Een man op het achterschip wees naar het zuidwesten en schreeuwde zoo hard hij kon: “Land, land! +Ik eisch de belooning!” Aller oogen wendden zich naar dien kant en men zag op een afstand van ongeveer 60 mijlen een bergketen +met wolken bedekt. + +</p> +<p>Een onbeschrijfelijke geestdrift bezielde al de schepelingen. Zij klommen in het want, in de masten en keken allen denzelfden +kant uit. Het was laat in den middag. De korte schemering der keerkringslanden verdween, en nachtelijke duisternis bedekte +weldra den oceaan. Den geheelen nacht door stuurden de schepen op het verwachte land aan. Met het eerste morgenkrieken stonden +allen op het dek. Tot hun bittere teleurstelling zagen ze niets meer aan den horizon. Geen zweem van een wolk zelfs was te +bespeuren. Toch was de wind gunstig, de zee kalm en het klimaat heerlijk. Dolfijnen speelden om den boeg; vliegende visschen +sprongen op het dek en de matrozen vermaakten zich, zoo wordt verhaald, met om het schip heen te zwemmen. + +</p> +<p>Volgens de eigen berekening van Columbus, was men nu 2022 mijlen van de Kanarische eilanden af, maar volgens de opgave, die +men aan de matrozen te zien gaf, had men nog maar 1740 <a id="d0e409"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e409">28</a>]</span>mijlen afgelegd. Nog verliepen er een paar dagen waarop men weinig vorderde, toen er zich op nieuw een geest van ontevredenheid +en verzet openbaarde. Hij werd evenwel spoedig onderdrukt door de verschijning van groote koppels vogels en andere aanwijzingen, +dat er land in de nabijheid lag. + +</p> +<p>De verlangende zeelieden maakten dikwijls valsch alarm, en hielden verwijderde wolken voor bergtoppen. Om dit tegen te gaan, +bepaalde Columbus, dat hij, die land! riep, en men dan nog in geen drie dagen land zag, alle aanspraak op de belooning verbeuren +zou. Men verhaalt, dat Columbus omstreeks dezen tijd met zijn scheepsvolk de overeenkomst sloot, dat hij van de onderneming +zou afzien, als men binnen drie dagen geen land ontdekte. Maar voor dit verhaal ontbreken deugdelijke bewijzen. + +</p> +<p>Gelukkig wordt dit vertelseltje door het dagboek van Columbus zelf, dat elken dag met den grootsten eenvoud bijgehouden is +geworden, weersproken, en blijkt het, dat hij op den eigen dag, die aan de ontdekking voorafging, zijn vast besluit te kennen +had gegeven, om te volharden ondanks alle gevaren en moeilijkheden. + + + + +</p> +<p class="div1"><a id="d0e415"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Derde Hoofdstuk.</h2> +<h2>Er wordt land ontdekt.</h2> +<p>Juist, toen het oproerige scheepsvolk wanhopig begon te worden, kreeg men het onbetwistbare bewijs dat er dichtbij land was. +Andere bossen gras vond men, zooals aan de kanten van rotsen en rivieren aangetroffen wordt. Men vischte een tak van een meidoorn +op, waaraan nog groene blaadjes en bessen zaten. Ook vonden zij, en dit gaf nog den meesten moed, een stuk van een plank en +een stok, die keurig besneden was. + +</p> +<p>Aan boord van het admiraalschip werden geregeld godsdienstoefeningen gehouden. De admiraal scheen dezen avond bijzonder ernstig +gestemd te zijn. Wel was hij altijd ernstig, bezadigd en bedachtzaam, maar nu scheen zijn gemoed overstelpt te zijn door de +bewustheid, dat hij nu op het punt stond, om te volvoeren, wat hij levenslang gehoopt had. Op ernstige wijze sprak hij het +scheepsvolk toe, bracht in herinnering, hoezeer God hen beschermd had, en verzekerde hun, dat zij naar zijn oordeel nu ongetwijfeld +het land naderden, dat hij verwacht had te zullen vinden. Ja, hij geloofde, dat zij nog dienzelfden nacht aan land zouden +komen. Hij gaf bevel, om goed wacht te houden, en voegde aan de belooningen van de souvereinen nog de gift van een fluweelen +wambuis toe aan hem, die het eerst de kust zien zou. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p029.jpg" alt="Columbus op zijn eerste reis."></p> +<p class="figureHead">Columbus op zijn eerste reis.</p> +<p>(<i>Naar een oude afbeelding</i>). +</p> +</div><p> + +<a id="d0e434"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e434">29</a>]</span><a id="d0e435"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e435">30</a>]</span></p> +<p>Des nachts wakkerde de wind aan en snel kliefde de kleine vloot de golven. De Pinta zeilde het hardst en was een weinig vooruit. +Zeven en zestig dagen was het nu geleden, dat de Spaansche hooglanden aan de oostelijke kim verdwenen. Het was de 11<sup>e</sup> October 1492. Geen wolk was er aan den tropischen hemel, waaraan de sterren fonkelden, te zien. Een stevige en frissche bries +zweepte de baren voort, die bijna geen rimpels hadden. De harten van allen waren zeer opgewekt. Bijna niemand op de drie schepen +sliep, en Columbus stond op den boeg van zijn vaartuig, en keek met een vurig verlangen naar den gezichteinder. + +</p> +<p>Omstreeks 10 uren trof het flauwe schijnsel van een flambouw zijn oog. Voor een oogenblik kon men de vlam heel goed waarnemen, +en dan werd zij weer geheel onzichtbaar. Zijn hart klopte van aandoening. Was het een tochtverschijnsel, een gezichtsbedrog +of een licht van het land? Bevende van opgewondenheid zag hij het licht op nieuw en nu zeer duidelijk, onbetwistbaar. Aanstonds +riep hij Pedro Gutierrez tot zich, een van de aanzienlijkste heeren van zijn metgezellen. Deze zag het licht eveneens. Toen +riepen zij een derde, Rodrigo Sanchez, die den tocht meemaakte als vertegenwoordiger en verslaggever van hun Majesteiten. +Maar het licht was weer weg. Spoedig echter zag men het weer en ook Sanchez zag het. Toch kon het nog wel een tochtverschijnsel +wezen. Een flambouw op het land was hun ook iets onverklaarbaars. In het dagboek staat: + +</p> +<p>“Het leek een kaars, die op en neer ging, en Christophorus twijfelde niet, of het was wezenlijk een licht en op het land. +En het bleek ook waar te wezen, want het kwam van lieden, die met lichten van de eene hut naar de andere gingen.” + +</p> +<p>Deze schijnsels duurden evenwel maar zoo kort, dat er door de anderen op het schip niet veel waarde aan werd gehecht, ofschoon +Columbus vast overtuigd was, dat het licht van het land was. Zoo zeilde de kleine vloot nog 4 uren lang voort, toen er, des +morgens te 2 uur, door een der matrozen van De Pinta, die Rodrigo de Triana heette, land werd gezien. Een kanonschot van De +Pinta kondigde het heuglijk nieuws, dat er land ontdekt was, aan. Heel spoedig waren de nog wel donkere, maar zeer duidelijke +omtrekken van het land op alle schepen te zien. De beloofde jaarwedde van 10,000 maravedis aan hem, die het eerst land zien +zou, werd Columbus toegewezen, ofschoon vele meenden, dat zij Rodrigo de Triana rechtmatig toekwam. + +</p> +<p>De overige uren van den nacht gingen spoedig voorbij. Helder <a id="d0e449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e449">31</a>]</span>en schitterend daagde de morgen, en ontrolde aan het verrukte oog van Columbus een tooneel, waarbij het paradijs het nauwlijks +halen kon. Daar lag een laag eiland voor hem in de rijkste weelde en bloei der keerkringsgewesten. De boomgaarden, vlakten +en parken der natuur spreidden zich in alle richtingen uit. Tal van inboorlingen zag men uit de bosschen komen, en in een +toestand van groote opgewondenheid langs het strand loopen. Zij waren allen moedernaakt. Vermoeid als de reizigers waren door +zooveel weken lang niets dan water te zien, had het tooneel, dat zij nu aanschouwden, voor hen de bekoring van een feeënland. + +</p> +<p>Van elke karveel liet men de boot zakken. Nadat zij bemand waren, nam Columbus, zeer rijk in purperkleurig gewaad gekleed +en met Castiliaansche pluimen op den hoed, de leiding ervan op zich. Het spreekwoord zegt: “Op een afstand lijkt alles mooi,” +maar toen zij dichter bij land kwamen, werd het gezicht al schilderachtiger en mooier. De woningen der inboorlingen stonden +in de uitgestrekte boschjes overal verspreid. Hoogten en laagten stonden vol boomen, die zelf even als hun gebladerte er vreemd +uitzagen. Verbazend veel bloemen waren er van de schitterendste kleuren, zooals de avonturiers nog nooit hadden gezien. Vruchten, +van allerlei vorm en kleur, hingen aan de boomen. Vooral maakt Columbus gewag van het gezang der vogels, dat de lucht vervulde; +van de zuivere en welriekende lucht en van het kristalheldere water. + +</p> +<p>Zoodra Columbus aan land stapte, viel hij op de knieën en dankte God. De matrozen schaarden zich om hun beroemden leidsman, +volgden zijn voorbeeld en schaamden zich over hun oproerig gedrag. Velen weenden, kusten zijn handen en smeekten om vergeving. +Zij, die het lastigst waren geweest, vleiden nu het meest, kropen nu het laagst, want zij hoopten gunsten te ontvangen, waardoor +zij zich zouden kunnen verrijken en tot den adelstand verheffen. + +</p> +<p>Met indrukwekkende, godsdienstige gebruiken plantte Columbus nu de Spaansche vlag op het strand. In vrome erkenning van Gods +goedheid, die hen zoo ver had geleid, noemde hij het eiland San Salvador. Toen vorderde hij van de bemanning der drie schepen +den eed van trouw aan hem als Admiraal en Onderkoning van al de rijken, die men nu zou betreden. + +</p> +<p>De inboorlingen stonden er schroomvallig omheen, en keken al die bewegingen met diep ontzag aan. Men verhaalt, dat, toen zij +voor het eerst de schepen zagen, die zich schijnbaar van zelf voortbewogen en hun verbazend groote vleugels introkken, zij +<a id="d0e459"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e459">32</a>]</span>die voor zeemonsters hielden of voor vogels, die op reusachtige vleugels uit hun luchtverblijven afdaalden. Toen de zeelieden +met hun schitterende maliënkolders, vreemde kleeding en oorlogswapenen aan wal stapten, vluchtten zij van schrik in de bosschen. +Maar toen zij zagen, dat ze niet vervolgd werden, en wij geen vijandige bewegingen maakten, kwamen ze langzaam terug. De gebiedende +gestalte van Columbus, zijn verheven wijze van doen, zijn scharlaken kleeding en de eerbied, welken al zijn metgezellen hem +bewezen, maakten, dat de inboorlingen met de grootste vereering tot hem opzagen. + +</p> +<p>De inboorlingen geloofden over het algemeen, dit wordt telkens getuigd, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Een +hunner opperhoofden onderzocht later dan ook, hoe zij naar beneden gekomen waren, òf vliegend òf door nederdaling op de wolken. + +</p> +<p>Daar er dus twee partijen waren, die elkander aankeken, was de verbazing wederkeerig. Het tooneel, dat zich aan de Spanjaarden +voordeed, was even buitengewoon als dat, wat de inboorlingen aanschouwden. Het landschap was in al zijn afwisseling zoo nieuw +voor de vreemdelingen, alsof zij op een andere planeet waren gekomen. Boomen, vruchten, bloemen, alles was heel anders, dan +wat zij tot nog toe hadden gezien. Het klimaat scheen volmaakt, want het was warm en toch niet drukkend; men gevoelde evenmin +rilling, als men van overmatige hitte last had. De paradijs-onschuld, de zedigheid en eenvoud van de inboorlingen wekten hun +verwondering en bewondering op. Hun gele tint vindt men nog mooi. Hun fraai geronde leden hadden regelmatige en bevallige +vormen, die met de wereldberoemde beelden van Venus en Apollo zouden hebben kunnen wedijveren. + +</p> +<p>Waren de bijgeloovige inboorlingen door het gezicht van wezens, die òf uit de lucht waren neergekomen òf uit de diepte opgerezen, +zooals zij meenden, getroffen, sterker is de indruk wellicht bij de Spanjaarden geweest. + +</p> +<p>Columbus meende, dat hij op het uiterste eiland van Indië geland was. Daarom noemde hij de inboorlingen dan ook Indianen. +Dien naam hebben langzamerhand alle bewoners van de nieuwe wereld gekregen. + +</p> +<p>Toen de inboorlingen ondervonden, dat de vreemde bezoekers hun geen kwaad deden, werden zij langzamerhand vertrouwelijk en +welwillend. Zij overlaadden de Spanjaarden met de sterkste bewijzen hunner gastvrijheid. De matrozen liepen zonder vrees door +de bosschen, en aten de vroeger nooit geproefde vruchten, die aan <a id="d0e471"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e471">33</a>]</span>zoo vele takken zaten. Dat Columbus van nature een goedhartig man was, schijnt onwedersprekelijk; maar door den invloed van +de domheid dier dagen, maakte hij zich later aan vele wreedheden schuldig. Hij stal de harten van de inboorlingen geheel door +hun eenige blinkende kraaltjes of tingelende klokjes te geven. Zij beschouwden die als dingen van onschatbare waarde. + +</p> +<p>De mooie meisjes, die zich zeer zedig gedroegen, hingen die klokjes om haar midden en dansten vroolijk, terwijl zij naar het +getingel luisterden. Columbus vertelt in zijn beschrijving, dat zij geen kroeshaar hadden als de Afrikanen, maar dat het lang +en zeer zwart was, en meestal op de schouders hing. Opdat het haar niet over de oogen hangen zou, werd het van voren afgeknipt. +Haar gelaatstrekken maakten een aangenamen indruk en zij hadden hooge voorhoofden en prachtige oogen. Zij hebben een licht +koperen kleur en soms vergeleek men die met de kleur van nieuwe gouden munten. + +</p> +<p>Een zaak trof de vreemdelingen zeer, <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> dat alle inboorlingen, die zij zagen, beneden de 30 jaar waren. Oude menschen schenen niet onder hen te zijn. Wat kon dit +beduiden? + +</p> +<p>Maar er was iets anders nog, dat de aandacht van de nadenkenden opwekte en bewees, dat men niet in het paradijs gekomen was. +Zij bezaten strijdknodsen en scherp gepunte werpspietsen, voorzien van de verscheurende tanden van een haai. Toen Columbus +daarvan door teekens sprak, gaven zij te kennen, dat zij in den oorlog gebruikt werden om aan te vallen of aanvallen af te +weren. En sommigen van hen wezen op de wonden, die zij in het gevecht bekomen hadden. + +</p> +<p>Des avonds keerden alle Spanjaarden naar de schepen terug. De nacht ging rustig voorbij, ofschoon men van opgewondenheid niet +slapen kon. Zoodra het licht werd, verzamelden zich vele inboorlingen van alle kanten van het eiland aan het strand, om dit +vreemde tooneel te zien. Zij stelden zooveel vertrouwen in de vreemdelingen, dat velen van hen in zee sprongen en naar het +schip zwommen. Het water scheen hun natuurlijk element te zijn. + +</p> +<p>Zij bezaten vele schuitjes, die uit boomstammen bestonden, welke met veel moeite waren uitgehold. Enkele er van waren zoo +klein en licht, dat er slechts één man in zitten kon, andere zoo groot, dat wel veertig gewapende krijgslieden er plaats in +vinden konden. + +</p> +<p>Deze kano’s hadden geen kiel en kantelden daarom licht om, maar dit telden de inboorlingen weinig. Zij zwommen er omheen als +eenden, zetten de kano overeind, hoosden er het water met <a id="d0e488"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e488">34</a>]</span>kalebasschalen uit, en sprongen er weer in, welk een en ander slechts eenige oogenblikken oponthoud veroorzaakte. + +</p> +<p>Het was een groote teleurstelling voor Columbus, dat deze menschen zoo ontzettend arm waren. Ofschoon zij in een heerlijk +klimaat en in geriefelijke hutten woonden, vruchten in overvloed hadden en geen kleeren behoefden, bezaten zij niets, waarmede +Columbus zijn schepen bevrachten en zich zelf en zijn metgezellen verrijken of de begeerlijkheid van den Spaanschen vorst +bevredigen kon. De arme inboorlingen hadden niets dan prachtige papegaaien, die zij uit liefhebberij tam maakten, en ballen +van katoenen garen. Deze ballen waren wel eens 25 pond zwaar en zouden op de markten in Spanje veel waard zijn geweest. Ook +hadden zij een soort van eigengemaakt brood, dat uit een wortel, Juca geheeten, vervaardigd werd, en een smakelijk voedsel +voor de eilandbewoners opleverde, maar geen belangrijk handelsartikel kon zijn. + +</p> +<p>Toen Columbus den volgenden dag te midden van een groote menigte inboorlingen landde, zag hij vele meisjes, die gouden sieraden +droegen, niet in de ooren, maar aan den neus. Dat glinsterend metaal boeide spoedig zijn oog. Gretig verruilden de Indiaansche +schoonen die eenvoudige gele tooisels voor prachtig gekleurde kralen van geringe waarde. Met belangstelling onderzocht Columbus, +waar dit goud van daan kwam. + +</p> +<p>Het is verbazend moeilijk, om wat gewaar te worden, wanneer alleen de gebarentaal kan gebruikt worden; en die moeilijkheid +wordt nog veel grooter, wanneer die gebaren van beschaafden door wilden moeten worden verstaan en omgekeerd. Daarom werd Columbus +stellig grootelijks misleid door de aanwijzingen, die hij van de inboorlingen geloofde ontvangen te hebben. Hij meende verstaan +te hebben, dat er op eenigen afstand zuidwaarts een machtig opperhoofd woonde, die grooten overvloed van goud bezat, en die +op schalen van dit kostelijk metaal werd bediend. Ook had hij den indruk gekregen, dat er in het noorden volken woonden, die +dikwijls gewapend optrokken, om de zuidelijke stammen aan te vallen, en daarna met grooten buit aan goud terugkeerden. Met +zijn vurige verbeelding waande hij van een prachtige stad te hebben hooren spreken met schitterende paleizen, niet ver van +de plaats waar zij nu waren, en dat hij in de landbouw-distrikten aangekomen was van een der schoonste landen van de aarde. + +</p> +<p>Zoo ging de 13<sup>e</sup> October voorbij. Voor de zeereizigers was het een merkwaardige dag, want er was opgewektheid en vreugde. <a id="d0e501"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e501">35</a>]</span>Den volgenden morgen begaf Columbus zich met zijn manschappen in de booten, om het eiland te gaan verkennen. Belangrijker +verkenningstocht, in de morgenuren van een tropischen dag begonnen, en omringd door wonderbaar schoone en nooit aanschouwde +tooneelen, kan men zich moeilijk voorstellen. Columbus zei, dat het eiland door koraalriffen ingesloten was, die slechts een +nauwen doortocht overlieten; voorts, dat tusschen die riffen diepe en veilige ankerplaatsen lagen, groot genoeg, om de schepen +van de geheele wereld te bevatten. Op deze lieve plek begon de tocht, en men zette koers naar het noordoosten. + +</p> +<p>Het eiland bleek zeer houtrijk te wezen, en, behalve dat er verscheidene riviertjes waren, was er middenop een groot meer. +Tal van schilderachtige dorpen, die als verscholen lagen in de schoonste boschjes, voeren de reizigers, die met hun booten +dicht bij de kust bleven, voorbij. Overal kwamen de bewoners, zoowel mannen en vrouwen als kinderen, naar het strand, en liepen +met de booten mee. Van tijd tot tijd vielen sommigen op de knieën en maakten zekere bewegingen, die de Spanjaarden of voor +een uiting van dank aan God hielden, dat zij aangekomen waren, of voor eerbewijzingen, omdat men hen voor hemelsche wezens +aanzag. + +</p> +<p>Door onbedrieglijke gebaren noodigden de inboorlingen hen uit aan land te komen; hun tevens versch water en heerlijke vruchten +aanbiedende. Toen de booten haar tocht vervolgden, sprongen verscheiden inboorlingen in zee, en zwommen ze achterna, waaruit +duidelijk bleek, dat ze zoowel in ’t water als op het land in hun element waren. Anderen volgden in kano’s. De goedhartige +admiraal ontving allen met de grootste vriendelijkheid, en maakte hen hoogst gelukkig met eenige snuisterijen, welke zij als +hemelsche geschenken aannamen. Columbus verklaart bij herhaling, dat de inboorlingen hen voor engelen aanzagen. + +</p> +<p>Dit is echter eenigszins twijfelachtig. Door teekens toch kan men niet gemakkelijk zijn meening uitdrukken. En men mag te +recht vragen, of de inboorlingen ook maar een flauw begrip hadden van werelden, waar engelen wonen, zooals het christendom +leert. Zoo dreven de roeibooten voort, tot zij eindelijk een vrij belangrijke kaap bereikten, waarop zes Indiaansche woningen +stonden, omgeven door bosschen en tuinen, waarvan Columbus verklaarde, dat zij net zoo mooi waren als die, welke men in Castilië +aantrof. Hier gingen zij aan wal, om wat te rusten en zich te verkwikken, waarna zij zich gereed maakten, om naar de schepen +terug te keeren. Ze namen zeven inboorlingen mee <a id="d0e509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e509">36</a>]</span>om die de Spaansche taal te leeren en ze als tolken te gebruiken. Nog dienzelfden avond werden de zeilen geheschen, en stevende +men naar ’t zuiden. + + + +</p> +<p class="div1"><a id="d0e511"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Vierde Hoofdstuk.</h2> +<h2>Een tocht door de eilanden.</h2> +<p>Uit de beschrijving van Columbus blijkt niet duidelijk, of er van San Salvador werkelijk eilanden te zien waren. Misschien +ging hij op het getuigenis van de inboorlingen af. + +</p> +<p>Volgens de bewering van Marco Polo, deelden de Indianen, die zich op ’t schip van den admiraal bevonden, hem mee, dat het +aantal eilanden in deze zeeën ontelbaar was, en dat de bewoners er van meestal met elkander in oorlog waren. Zij gaven de +namen van meer dan honderd dezer eilanden op. Spoedig kregen zij in het zuidwesten een zeer groot eiland in het oog, dat omstreeks +vijftien mijlen van hen af was. De Indianen stelden de bewoners daarvan als veel rijker voor dan die van San Salvador, en +zeiden, dat zij armbanden en andere groote sieraden droegen van zuiver goud. + +</p> +<p>Aangezien de nacht op handen was, en men zich in onbekende zeeën ophield, gaf Columbus bevel, om tot den volgenden morgen +te blijven liggen. Toen de zon opkwam werden de zeilen weer opgehaald, maar de voortgang werd door tegenstroomen en ongunstigen +wind zoo vertraagd, dat de zon reeds onderging, toen zij bij het eiland ten anker kwamen. Den volgenden morgen gingen zij +met de booten aan land. Hier zagen zij volmaakt dezelfde tooneelen als op San Salvador. Het klimaat, het gebladerte, de bloemen, +alles was net gelijk; ook de inboorlingen maakten geen verschil; ook dezen waren naakt, goedwillig en vriendelijk en hadden +evenmin goud. Columbus zocht overal, maar te vergeefs, naar gouden versieringen aan armen of beenen. Of zij in de verbeelding +van de Indianen of in die van hemzelf bestonden, is niet uit te maken. Hij nam echter dit eiland in bezit, alweer met vertoon +van godsdienstige gebruiken, waarnaar de inboorlingen met kinderlijke verwondering keken. Hij gaf het den naam van Santa Maria, +en zeilde toen weer weg, om de reis voort te zetten. + +</p> +<p>Juist toen zij het anker lichtten, gebeurde er iets, dat helaas! duidelijk aantoont, dat enkele inboorlingen althans, die +op het schip van den admiraal waren, geen vrijwillige tolken, maar gevangenen <a id="d0e524"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e524">37</a>]</span>waren. Toen een van de Indianen van San Salvador, die op De Nina was, waarop Vincent Yanez Pinzon bevel voerde, op een kleinen +afstand een groote kano zag, die vol inboorlingen was, sprong hij in zee, en wist door zoo vlug als een visch te zwemmen, +te ontsnappen en werd door zijn landslieden opgenomen. Wel werd er aanstonds een boot uitgezonden om hem te vervolgen, maar +de wilden roeiden zoo hard, dat zij den oever bereikten vóór men hen kon achterhalen, en met de snelheid van hinden verdwenen +zij in de bosschen. + +</p> +<p>De zeelieden voerden hun kano als buit mee naar het schip. Het was een zeer onrechtvaardige handelwijze, die zelfs de onwetendste +barbaar moest veroordeelen. Toch werd spoedig daarop een nog afschuwelijker daad door de matrozen gepleegd. Een Indiaan, die +gehoord had, dat de Spanjaarden katoen wilden koopen, begaf zich geheel alleen in zijn biezen kano naar het schip van den +admiraal. Toen hij bij den boeg kwam, hield hij het katoen omhoog, opdat de matrozen het konden zien. Zij wenkten hem nader +te komen en toen sprongen twee of drie, die goed konden zwemmen, in zee, verklaarden zijn kano verbeurd en sleurden den bevenden +man als gevangene mee naar ’t schip. + +</p> +<p>Columbus, die op de hooge kampanje stond bij den achtersteven van het schip, zag die daad. Hij gaf bevel den gevangene bij +hem te brengen. De arme Indiaan kwam bevend als een espeblad aan, en hield het pak katoen vooruit als een geschenk voor den +man, die hem gevangen genomen had, ten einde daardoor zijn genade te verwerven. De admiraal ontving hem met de grootste vriendelijkheid, +zette hem een mooi gekleurden hoed op, deed hem om elken pols een armband van schitterende koralen aan, hing een of twee belletjes +aan zijn ooren en beval toen, dat men hem weer naar zijn kano terug moest brengen en het katoen ook. Deze geschenken waren +voor den armen Indiaan, wat een groote erfenis voor iemand in de beschaafde wereld zou zijn geweest. Vroolijk roeide hij naar +het strand, en Columbus keek met veel genoegen naar de groepen, die om hem heen gingen staan, om zijn schatten te bekijken +en naar het verhaal te luisteren van de vriendelijke behandeling, die hij had ondervonden. + +</p> +<p>Toen Columbus Santa Maria verliet, zag hij op een afstand van verscheidene mijlen in het westen een ander groot eiland en +zette den koers daarheen. Halverwege achterhaalde hij een Indiaan, die geheel alleen in een heel oude kano zat, en stellig +naar het eiland roeien wilde, om er de tijding van de komst der Spanjaarden over te brengen. Hij had een snoer koralen om +<a id="d0e532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e532">38</a>]</span>den hals, dat hij te San Salvador gekregen had. Columbus bewonderde den moed van den man, die zulk een reis met zulk een ellendige +kano durfde wagen. De Indiaan werd met zijn kano aan boord gehaald, en men behandelde den gast vriendelijk, en onthaalde hem +op wijn, brood en honig. Een zeer zachte wind gleed over de spiegelgladde zee, en zij konden eerst ten anker komen, toen de +avondschemering reeds gevallen was. + +</p> +<p>De Indische kano liet men nu over boord zakken, en de gelukkige man werd met geschenken beladen aan land gezonden, ten einde +de inboorlingen gunstig te stemmen, en te maken, dat hun de Spanjaarden welkom waren. Het nieuws verspreidde zich zoo snel +over het eiland, dat er ’s morgens reeds bij zonsopgang een groote toevloed van inboorlingen op het strand was te zien, terwijl +het op de zee van kano’s wemelde. Zij verdrongen elkander, om bij de schepen te komen en vruchten, wortels en versch water +te brengen. Columbus gaf allen kleine geschenken en onthaalde hen op suiker en honig. + +</p> +<p>Spoedig gingen enkelen van de drie schepen aan land. Hier waren ze op nieuw getuigen van zichtbaar geluk en blijkbaren vrede, +zooals ze die meer hadden gezien. Zij brachten eenige uren op het eiland door, waren ingenomen met den eenvoud en de openbaringen +van genegenheid der inboorlingen. + +</p> +<p>Hun tenten waren van riet en palmbladen gemaakt, en zij zagen er van buiten heel aardig uit, terwijl van binnen alles netjes +en ordelijk was. Het volgende uittreksel uit het dagboek van Columbus maakt ons bekend met den indruk, dien hij van de inboorlingen +kreeg. + +</p> +<p>“Daar zij ons veel vriendschap bewezen, en ik bovendien wist, dat het menschen waren, die eerder door liefde dan door geweld +tot het christendom te bekeeren zouden zijn, gaf ik sommigen veelkleurige hoeden, anderen halssnoeren van glazen koralen en +vele andere dingen van weinig waarde, waarmede zij echter zeer ingenomen waren, en zoo op onze hand kwamen, dat wij er ons +over verwonderden. Dezelfde personen kwamen later weer zwemmend naar de schepen, waar wij waren, en brachten ons papegaaien, +katoenen garen, werpspiesen en vele andere dingen, die zij tegen belletjes en koralen verruilden. Kortom, zij gaven goedwillig +al wat zij hadden; maar ’t kwam mij voor, dat zij anders heel arm waren, en ook liepen zij heelemaal naakt.” + +</p> +<p>Ter eere van koning Ferdinand gaf Columbus aan dit eiland den naam van Fernandina, maar later is het Exhuma genoemd. Columbus +beproefde er omheen te varen. Naar het noordwesten <a id="d0e544"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e544">39</a>]</span>zeilende, vond hij eene heel mooie haven, waarin een honderdtal schepen veilig voor anker kon liggen. Hij liep die haven in, +en ging met een gezelschap aan land, om water te halen. Terwijl de matrozen de tonnen vulden, wandelde Columbus een klein +eind verder, en ging op een groenen heuvel zitten, om het schoone gezicht te bewonderen, dat hem van alle kanten omgaf. + +</p> +<p>In zijn dagboek betuigt hij: “Nooit heb ik vroeger zulk een prachtig landschap gezien.” Het was zoo frisch en groen, als Andalusië +er in Mei uitziet. De boomen, de vruchten, het gras en de bloemen waren heel anders dan in Spanje. De bewoners waren heel +vriendelijk. Zij wezen den Spanjaarden de beste waterbronnen aan, hielpen hen de tonnen vullen en ze naar de booten rollen. + +</p> +<p>Ofschoon Columbus’ verbeelding veel voedsel kreeg, viel het hem toch bitter tegen, dat er niet meer goud was. Omdat het duidelijk +was, dat hij op dit eiland niets van dit kostbaar metaal kon krijgen, zeilde hij den 19<sup>en</sup> naar een ander eiland, dat de inboorlingen Saometa noemden. Hij had uit de teekens der wilden afgeleid, dat daar goudmijnen +waren, dat het de residentie van het voornaamste opperhoofd of van den koning van al de omliggende eilanden was, en dat die +een met juweelen en goud omzoomd gewaad droeg. + +</p> +<p>Toen zij op het eiland aangekomen waren, vonden zij er noch monarch noch goudmijn. De bewoners waren talrijk, het eiland was +verrukkelijk en het afhankelijke hoofd droeg heel gewone versierselen. Wat Columbus erg verwonderde was, dat ieder eiland +telkens mooier scheen dan dat, ’t welk men van te voren had bezocht, en werkelijk bestond er een groot verschil in de natuurtooneelen. +De boomen en bloeiende struikgewassen, welke dit eiland bedekten, waren zeldzaam mooi. Op het eiland vond men hoogten, die +vrij aanzienlijk waren. De lucht kwam hem in ’t bijzonder zeer welriekend voor, en het fijne zand op het strand werd door +golven bespoeld, die bijna zoo doorzichtig waren als kristal. Midden op het eiland vond hij verscheidene schoone meren vol +helder water. Aan dit eiland gaf hij den naam van Isabella, ter eere van de koningin, wier aandenken hij met zooveel trouwe +toewijding liefhad. Van dit eiland, dat nu Exumeta heet schreef hij: + +</p> +<p>“De groote meren, welke men hier aantreft, en de boschjes, waardoor ze omringd worden, zijn wonderschoon. En evenals op andere +eilanden is hier alles groen. De vogels zingen hier zoo, dat men er altijd naar zou willen luisteren. De vluchten papegaaien +<a id="d0e557"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e557">40</a>]</span>zijn hier zoo groot, dat de zon er door verduisterd wordt en de andere vogels, zoo groot als klein, zijn zoo veelsoortig en +verschillen zoozeer van de onze, dat men zich er over verbaast. Bovendien ziet men hier duizenderlei soorten van boomen, die +elk hun eigenaardige vruchten hebben, waarvan de smaak heel vreemd is, zoodat het mij erg spijt, dat ik ze niet ken; want +ik weet zeker, dat ze veel waard zijn. Ik zal er als proef eenige mee naar huis nemen, en ook eenige grassoorten.” + +</p> +<p>“Toen ik hier kwam, kreeg ik van de boomen en bloemen van het land zulk een aangenamen reuk in den neus, dat er in de wereld +niets lekkerders wezen kan. Ik geloof, dat hier vele grassen en boomen zijn, waarop men in Spanje zeer gesteld wezen zou, +om er aftreksels, geneesmiddelen en specerijen van te maken; maar ik ken ze volstrekt niet, en dit spijt mij zeer.” + +</p> +<p>Niet alleen de vogels, die van tak tot tak sprongen, droegen prachtige veeren, maar ook de visschen, waarvan die kristalheldere +wateren wemelden, vertoonden al de schoone kleuren van den regenboog. Zij wedijverden met de vogels in kleurenpracht. + +</p> +<p>De dolfijnen vooral, die gemakkelijk te vangen waren, verrukten de beschouwers door de wondervolle kleurveranderingen, die +zij te zien gaven. Het is eenigszins merkwaardig, dat er geen viervoetige dieren gevonden werden, uitgezonderd een paar zeer +kleine. Er was er een, die veel op een hond leek, maar in ’t geheel niet blafte. Er waren ook eenige konijnen en hagedissen, +welke laatste de Spanjaarden met afkeer en vrees beschouwden, alsof het vergiftige kruipende dieren waren. Naderhand verklaarden +zij, dat zij onschadelijk waren en hun vleesch heel lekker smaakte. + +</p> +<p>Maar goud zochten deze ontdekkers. De moeilijk te begrijpen gebarentaal gebruikende, vroeg Columbus ieder opperhoofd dien +hij ontmoette, waar men goud kon vinden; maar de inboorlingen bedrogen hem opzettelijk of—en dit kon ook ’t geval wezen—Columbus +verstond hun gebaren niet. Steeds wezen zij naar het zuiden en gaven uitdrukkelijk te kennen, dat daar een volkrijk eiland +was, dat veel goud bevatte en Cuba heette. + +</p> +<p>Zij, die aan boord van de schepen waren, kenden op het laatst dien naam ook heel goed, en de gebeurtenissen van latere eeuwen +hebben hem nog meer bekend gemaakt. Allen verlangden op het eiland Cuba te komen. Men meende, dat er groote steden op dat +eiland moesten zijn, en de haven vol groote schepen lag. + +</p> +<p>Het was in het laatst van October. In de keerkringen ving de regentijd aan, waarmee een volkomen windstilte samenging. In +den nacht van den 24<sup>n</sup> October zette Columbus de zeilen weer <a id="d0e574"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e574">41</a>]</span>op, om het eiland Cuba op te zoeken. De zeilen hingen echter slap tegen de touwen tot den middag van den volgenden dag toe. +Toen verhief zich een lekker en gunstig windje. Door naar het zuidwesten te varen, kreeg hij vele eilandjes in het gezicht; +doch hij vond het niet de moeite waard zich er om op te houden. Ook vond hij een eilandengroep, die hij Arene noemde, maar +nu de Mucaras heeten. + +</p> +<p>Op den morgen van den 28<sup>en</sup> October kwamen de prachtige bergen van de koningin der Antillen in het gezicht. Nooit kan de schrijver de aandoeningen vergeten, +die hij ondervond, toen de schitterende morgenstralen van een der schoonste morgens in de keerkringsgewesten hem de bergen +en valleien, het wondervolle gebladerte en groen, en de blijkbaar grenzenlooze uitgestrektheid van het schoonste eiland der +aarde lieten zien. Het was misschien niet ver van de plek, waarop Columbus stond, dat hij het verrukkelijk gezicht zag. + +</p> +<p>In de gloeiendste taal beschrijft hij de heerlijkheid van de bergen, die tot in de wolken reiken; de weelde en den bloei van +de ruime valleien; de trotsche met wouden bedekte voorgebergten, die in de zee uitloopen en de kapen, die zich naar het noorden +zuidwesten zoo ver uitstrekken, dat ze eindelijk aan het oog ontsnappen. Een schoone rivier, aan de noordkust van het eiland, +bood hem een goede gelegenheid aan, om met zijn schepen binnen te varen. Hier liet hij dan ook het anker vallen. Het water +was zoo doorzichtig, dat men verscheiden vademen diep de visschen en schelpen kon zien. Fijn, wit zand lag op het bed van +de rivier en de oevers waren rijkelijk begroeid. + +</p> +<p>Toen Columbus aan land was gekomen, nam hij zooals gewoonlijk het eiland in bezit in den naam van de Spaansche vorsten en +noemde het Juan, ter eere van Prins Juan, Isabella’s zoon. De rivier gaf hij den naam van San Salvador. Zoodra de bewoners +de schepen zagen, vluchtten zij angstig voor het schrikverwekkende natuurverschijnsel weg. + +</p> +<p>Op het strand trof men twee verlaten hutten aan, waarin eenig vischtuig lag, zooals netten, die op een aardige wijze van de +vezels van palmboomen waren gevlochten; voorts vischhaken en beenen harpoenen. Een van die hondjes, die nooit blaffen, liep +er om heen. De bewoners van deze hutten waren, volgens de begrippen, die de wilden van welvaart hebben, rijk. De met palm +bedekte hutten beschermden hen voor regen en wind. Zilvergras bezorgde hun een zacht en zelfs rijk bed. Kleeren hadden ze +niet noodig. Zij behoefden de handen maar uit te steken om van <a id="d0e587"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e587">42</a>]</span>de zwaar beladen takken de rijkste vruchten te plukken. De rivier schonk hun allerlei visch en zooveel als zij wilden hebben. + +</p> +<p>Maar beschouwen wij deze menschen uit het oogpunt van beschaving, dan waren ze zeer arm. De hut, waarin zij woonden was met +al wat er in was nauwelijks het kleinste Spaansche geldstuk waard. Columbus beval, dat geen enkel voorwerp in of om de hut +mocht worden weggenomen. Met het scheepsvolk van een der booten voer hij de kronkelende en kalme rivier op. Uitingen van vreugde +kwamen telkens over zijn lippen. + +</p> +<p>“Cuba”, schreef hij in zijn dagboek, “is het schoonste eiland, dat ooit een menschenoog zag. Daar zou men altijd willen wonen.<span class="corr" title="Bron: ">”</span> Terwijl men de rivier oproeide werden de gezichten, die zich aan het oog vertoonden, telkens liefelijker. De oevers stonden +vol reusachtige tropische boomen, en de bloeiende struiken, die hier en daar in groote menigte werden aangetroffen, gaven +dezen toovertuin der natuur het voorkomen van een paradijs. Verscheiden dorpen lagen aan de oevers der rivier, maar de inwoners +vluchtten naar de bergen, zoodra zij de boot zagen. De huizen, schrijft Columbus, waren hier beter dan hij ze tot dus ver +had gezien. Er waren in die dorpen geen regelmatige straten, maar de huizen lagen schilderachtig tusschen de boschjes. Zij +waren netjes van palmbladeren gebouwd en van binnen zagen ze er bijzonder zindelijk en ordelijk uit. + +</p> +<p>Toen men weer bij de schepen teruggekomen was, werd de reis langs de kusten naar het westen voortgezet. Columbus was altijd +nog maar in de meening, dat hij bij de Indische stranden was. Toen in de verte de eene kaap zich na de andere uitstrekte, +tuurde Columbus voortdurend of hij koepeldaken en torens van de een of andere oostersche stad kon ontdekken. Hij dacht, dat +Cuba het wereldberoemde eiland Japan was. Maar toen hij drie dagen achtereen langs de kust gevaren had, en geen einde aan +het eiland zag, kwam hij tot het besluit, dat hij reeds het vasteland van Indië bereikt had. + +</p> +<p>Eindelijk kwamen zij aan een zeer belangrijk voorgebergte, dicht met palmboomen begroeid, waaraan Columbus den naam van Palmkaap +gaf. Men denkt, dat deze kaap het begin van het land aan de oostzijde is, waaraan men nu den naam van Laguna de Moron gegeven +heeft. + +</p> +<p>Columbus verzocht nu de twee Pinzons in zijn kajuit te komen, om over de verdere reis te spreken. Alle drie waren het eens, +dat Cuba geen eiland, maar het vasteland was, dat zich zeer ver naar het Noorden uitstrekte. Dit deed Columbus denken, dat +hij, <a id="d0e602"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e602">43</a>]</span>nu bij het vasteland van Azië zijnde, niet ver van Cathay af kon zijn. Uit de taal van de inboorlingen maakte hij op, dat +er, niet veel mijlen ten Noorden, een groote hoofdstad aan een breede rivier lag. Gedurende eenige dagen zeilde hij voort, +maar had steeds met tegenwind te kampen, en ziende, dat de kust eindeloos en een storm in aantocht was, keerde hij terug, +en ankerde in den mond van een kleine rivier, die hij Rio de los Maries noemde. + +</p> +<p>Het was nu de 1<sup>e</sup> November. Op den oever stonden eenige huizen, en lager nog zag men een boschje van cacao- en palmboomen. Toen de zon opkwam, +werd er een boot aan land gezonden. De bewoners namen van schrik de vlucht. Des middags deed Columbus op nieuw een poging, +om met de beangstigde lieden, die aan ’t strand stonden, een gesprek aan te knoopen. Daar er op de St. Maria drie Indianen +van San Salvador waren, zond Columbus dezen met een boot er heen, om de inboorlingen van hunne vreedzame bedoelingen te overtuigen. + +</p> +<p>Zoodra de Indiaan zoo dicht bij hen kwam, dat ze te beroepen waren, richtte hij vriendschappelijke woorden tot hen. Het scheen, +dat zij zijn taal verstonden. Hij sprong in zee, zwom aan land en ging geheel weerloos in hun midden staan. Zij ontvingen +hem vriendelijk, luisterden naar zijn woorden, en hij slaagde zoo goed, dat hun vrees week, en er nog vóór het vallen van +den avond zestien kano’s vol inboorlingen om de schepen kwamen liggen. Zij brachten katoenen garen mee, dat ze verkoopen wilden; +maar Columbus zocht te vergeefs naar goud. Niet het kleinste gouden sieraad was te zien. Slechts één man droeg een klein gesmeed +stukje zilver aan den neus. + +</p> +<p>Columbus meende van de Indianen te hooren, dat de groote stad, waar hun vorst woonde, op een afstand van vier dagreizen in +het binnenland lag. Daarom besloot hij manschappen uit te zenden, die twee afgevaardigden naar het hof moesten vergezellen. +Deze twee mannen heetten Rodrigo de Jerez en Luis de Torres. De laatste was een bekeerde jood, die tamelijk goed Hebreeuwsch, +Chaldeeuwsch en Arabisch verstond. Columbus achtte het niet onwaarschijnlijk, dat de Oostersche vorst ten minste een van die +talen sprak. + +</p> +<p>Twee Indianen gingen met deze gemachtigden als gidsen mee. Een van deze kwam van San Salvador; de ander uit het kleine gehucht +aan de oevers van Rio de Los Maries. De afgezanten waren ruim van kleinooden voorzien ter bestrijding van de reiskosten en +van kostbaarder voorwerpen, om die den vorst te vereeren. <a id="d0e615"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e615">44</a>]</span>Ook kregen ze een brief mee, waarin de wensch van den koning en de koningin van Spanje was uitgedrukt, om vriendschappelijke +betrekkingen met de regeeringen in ’t Oosten aan te knoopen. De afgezanten hadden in last al het mogelijke te doen, om inlichtingen +te krijgen betreffende het land en zijne bewoners. Zes dagen mochten zij voor de reis gebruiken. + +</p> +<p>Terwijl Columbus de terugkomst van het <span class="corr" title="Bron: gezantschep">gezantschap</span> afwachtte, was hij druk bezig zijn schepen op te knappen en manschappen uit te zenden, om het omliggende land te gaan verkennen. +Zelf nam hij een boot, en roeide zes mijlen ver de rivier op. Hij ging aan wal en klom op een steilen oeverkant, waardoor +hij flink in het rond kon zien. Er was, hoe ver hij ook keek, evenwel niets te zien dan een groote menigte boomen, die welig +in het wild groeiden en een dicht loover vormden. Te vergeefs zocht hij naar die planten, welke in drogisterijen en apotheken +in Europa zoo hoog geschat worden. Soms kwam hij in aanraking met inboorlingen, liet hun dan paarlen en goud zien en vroeg, +waar hij zulke dingen vinden kon; maar de antwoorden, die hij in woorden of door gebaren kreeg, maakten hem het spoor nog +meer bijster. Zij schenen te kennen te geven, dat er menschen waren, die maar één oog hadden; anderen, wier hoofd op dat van +honden geleek, menscheneters waren, de keel hunner slachtoffers afsneden en hun bloed uitzogen. + +</p> +<p>Was de teleurstelling voor Columbus groot, dat hij geen goud kreeg, toch kon hij niet nalaten telkens te zeggen, dat hij de +natuur om hem heen zoo prachtig vond. Men verhaalt, dat hij gedurende dit korte uitstapje op een van de schoonste rivieren +van Cuba, de inboorlingen op zekeren dag een kleinen, bolvormigen wortel, ter grootte van een appel, in de asch braden zag, +en hem opaten. Hij was melig, maar toch heel lekker en werd door hen batatas genoemd. Deze knol is sedert een onmisbaar voedingsmiddel +in de geheele beschaafde wereld geworden. De ontdekking van den aardappel, waaraan Columbus niet dacht, is gebleken van grooter +waarde voor de menschen te zijn dan het vinden van een berg goud zou zijn geweest. + +</p> +<p>De afgezanten kwamen den 6<sup>en</sup> November terug. Allen gingen nieuwsgierig om hen heen staan, om naar het verhaal hunner lotgevallen te luisteren. Het was +echter niet zeer bemoedigend. Nadat zij ongeveer dertig mijlen langs een pad door ’t bosch gereisd hadden, kwamen zij in een +gehucht, dat uit nagenoeg vijftig hutten bestond, die niet verschilden van de vroeger gevonden woningen; alleen waren ze misschien +iets grooter. De <a id="d0e629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e629">45</a>]</span>grootte der bevolking hebben ze stellig zeer overschat, want zij zeiden, dat er duizend menschen waren, en dus zouden er in +elke hut twintig hebben moeten wonen. De bewoners ontvingen hen vriendelijk, lieten hen op zonderling gebeeldhouwde houten +blokken zitten, en onthaalden hen op vruchten en groenten. + +</p> +<p>De geleerde Jood trachtte in al de hem bekende talen met hen te praten, maar dit ging niet. Toen poogde de Indiaan hen toe +te spreken. In hoever dit gelukte, kan niet uitgemaakt worden, maar toen hij ophield gingen de inboorlingen om de blanken +heen staan met teekens van bewondering en bijna van vereering. Zij bekeken hun kleeren, streken met de hand over hun huid +en schenen hen in alle opzichten als hoogere wezens te beschouwen. Alle inboorlingen, die ze tot nog toe hadden gezien, stonden +in aanzien en macht gelijk, maar hier namen ze voor het eerst verschil in rang aan. Een onder hen was als het hoofd te herkennen. +Maar goud vond men ook hier niet, niet eens kruiden. De afgevaardigden begrepen dus, dat verder onderzoek nutteloos ware, +en daarom keerden ze naar de schepen terug. + +</p> +<p>Volgens hun verhaal hadden al de menschen uit het dorp met hen mee willen gaan, maar voor die eer hadden ze bedankt, en alleen +een van de voornaamsten met zijn zijn zoon meegenomen. + +</p> +<p>Op hun terugreis zagen ze voor de eerste maal, dat de inboorlingen een onkruid gebruikten, dat de vernuftige mensch, al kwam +zijn gezond verstand er ook tegen op, sedert tot een algemeen weelde-artikel heeft gemaakt. Velen liepen met iets brandends +in de hand; anderen rolden gedroogde kruiden in een blad, staken het eene einde aan, het ander in den mond, zogen zoo den +rook op en bliezen hem daarna weer uit. Zulk een rolletje noemden ze “a tobacco,” een naam, die later aan de plant gegeven +is waarvan de rolletjes gemaakt worden. Ofschoon de Spanjaarden voorbereid waren op veel vreemds, zoo trof hun toch dit zonderling +en walgelijk gebruik. + +</p> +<p>De afgevaardigden gaven een boeiend verhaal van de schoonheid der natuur, en de vriendelijkheid van ’t volk. De menschen waren +gezellig van aard, en schenen goed met elkander te kunnen omgaan. De dorpen bestonden uit eenige bij elkander staande huizen, +en bij elke woning behoorde een goed bewerkte tuin met Indisch koren, aardappelen en andere groenten er in. Ook waren er uitgestrekte +katoenvelden. Van het katoen werd touw gemaakt, en hiervan vervaardigden zij netten en smaakvolle hangmatten. + +</p> +<p>De weelderige bosschen waren vol vogels, waarvan velen prachtige veeren hadden, en op de meertjes zwommen watervogels van +<a id="d0e641"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e641">46</a>]</span>allerlei vorm en kleur. Maar van een stad in ’t binnenland, of van kostbare metalen had men niets gezien of gehoord. Columbus +was hierdoor zeer teleurgesteld, al reisde hij dan ook door een land, waarvan de schoonheid aan ’t fabelachtige grensde. + +</p> +<p>Het kan niet ontkend worden, dat Columbus zich droombeelden schiep, en dat hij daardoor op zeer zwakke gronden voor waarheid +hield, wat hij gaarne voor waarheid <i>wilde</i> houden. + +</p> +<p>Van de Indianen vernam hij, gedurende de afwezigheid van de gezanten, dat er heel ver in ’t Oosten een zeer volkrijk eiland +lag, waar de bewoners bij fakkellicht op de oevers der rivieren goud vonden, waarvan zij staven maakten. De zomer in de heete +luchtstreek spoedde ten einde, en de winter met zijn vaak kille nachten was in aantocht. Columbus was in zuidelijk Spanje +gewoon aan zomers, die haast net zoo zacht waren als die op Cuba. Tot nog toe had hij geen oord gevonden, dat hem geschikt +voorkwam, om er een kolonie te stichten. Het was zijn plan niet alleen een landbouwkolonie te vestigen, maar hij wilde gaarne +in een volkrijke en welvarende streek voordeelige handelsbetrekkingen aanknoopen, en zijn schepen met oostersche handelswaren +laden, waardoor hij zelf en zijn beschermers rijk konden worden, en waarover zijn landgenooten zich zouden verwonderen. + +</p> +<p>Maar tot dus ver had hij slechts naakte wilden gezien, die in ellendige en allereenvoudigste hutten woonden, en hij kon, behalve +een paar gouden sieraden, niets mee naar Spanje nemen, dan een kleine hoeveelheid ruw katoenen garen. + +</p> +<p>Columbus gaf den naam van Mares aan de rivier, waar hij voor anker lag. Hier zocht hij verscheiden inboorlingen uit, die zich +door lichaamsschoon en geestesgaven gunstig onderscheidden, om ze meê naar Spanje te nemen en ze de Spaansche taal te leeren, +zoodat zij hem op latere reizen tot tolken konden dienen. Wij weten niet, of dit hun eigen wil was, dan of zij opgelicht zijn. +Hij zocht mooie meisjes uit en jonge mannen, die een flinke gestalte hadden. De beminlijkheid en leerzaamheid van de inboorlingen +deden Columbus gelooven, dat zij gemakkelijk tot het christelijk geloof te brengen zouden wezen. + +</p> +<p>Peter Martyr verhaalt van de zeden en gewoonten van de menschen op Cuba het volgende. + +</p> +<p>“Evenals het zonlicht en het water ieder toebehooren, zoo is ook het land het gemeenschappelijk bezit van allen. De woorden +‘mijn en dijn’, die zaden van alle ellende, kennen zij niet. Zij zijn met zoo weinig tevreden, dat zij in zulk een groot land +eerder overvloed dan gebrek hebben, en dus in de gouden eeuw <a id="d0e658"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e658">47</a>]</span>schijnen te leven. Hun tuinen liggen open en bloot, zijn niet door heggen verdeeld en worden noch door muren beschermd noch +door dijken ingesloten. Zij hebben geen wetten, wetboeken of rechters, maar deelen alles eerlijk met elkander.” + +</p> +<p>Het ligt voor de hand, dat men het met die beschrijving niet zoo nauw nemen moet. De bewoners der nieuwe wereld toch trof +men aan met moordtuigen en oorlogswapenen in de hand. Velen hadden op het slagveld wonden gekregen, en zij vertelden zelf +van stroopersbenden, die de eilanden met roof en moord vervulden. + + + +</p> +<p class="div1"><a id="d0e662"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Vijfde Hoofdstuk.</h2> +<h2>Buitengewone lotgevallen.</h2> +<p>Voor zoo ver het mogelijk was de godsdienstige begrippen van de inboorlingen te kennen, bleek het, dat zij een onbestemd gevoel +hadden van de onsterfelijkheid der ziel. Zij geloofden, dat de geest van den mensch na den dood naar de dichte wouden en rotsachtige +bergen verhuisde, en dat hij op een bovennatuurlijke wijze werd gevoed, wanneer hij daar in kelders ingemetseld was. De echo’s, +die zij dikwijls bij de bergen hoorden, hielden zij voor antwoorden van de afgestorvenen. + +</p> +<p>Den 12<sup>en</sup> November 1492 zette Columbus koers naar het Zuidoosten, en ging ook nu langs de kust van het eiland. + +</p> +<p>Men vermoedt, dat Columbus het ⅔ deel van de lengte van Cuba had afgelegd. Had hij nog een paar dagen doorgevaren, dan zou +hij de westelijke kust bereikt, en niet in den waan verkeerd hebben, dat hij bij het vasteland was. + +</p> +<p>Twee of drie dagen lang zeilde hij langs de kust voort, zonder zich ergens op te houden, om het binnenland te onderzoeken. +Een storm noodzaakte hem een haven binnen te loopen, die hij Puerto del Principe noemde. Volgens zijn gewoonte richtte hij +hier een kruis op, en nam in den naam van zijn vorsten plechtig bezit van het land. In de nabijheid lagen vele kleine en zeer +mooie eilanden, die hij met de booten onderzocht, en die later bekend werden onder den dichterlijken naam van El Jardim del +Roy of den Koningstuin. Aan de golf of baai, die deze eilanden verfraaide, gaf hij den naam van Nuestra Senora. Dichte wouden +bedekten deze schilderachtige eilanden, die uit den oceaan het hoofd opstaken. De in alle richtingen loopende en kronkelende +doorvaarten, benevens de eenzame inhammen van deze schoone streek werden in latere jaren door zeeroovers onveilig gemaakt, +<a id="d0e678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e678">48</a>]</span>die wreedheden pleegden, waarvan de opsomming zelfs duivelen zou doen blozen. + +</p> +<p>Den 19<sup>n</sup> November heesch Columbus alweer de zeilen, omdat hij plan had naar een eiland te gaan, dat omstreeks 60 mijlen oostwaarts +lag, en door de inboorlingen Babique werd genoemd. Met zijn niet sterk schip kampte hij een dag en een nacht met tegenwind +en een onstuimige zee. Maar ernstiger tegenspoed stond hem te wachten. + +</p> +<p>Martin Alonzo Pinzon, bevelhebber van De Pinta, was rijk en een ervaren zeeman. Hij had veel geld in de onderneming gestoken, +en volstrekt geen zin Columbus in alles als zijn meerdere te erkennen. De admiraal was een man, die zich koninklijk gedroeg +en dacht. Waarschijnlijk waren beider inzichten in den laatsten tijd met elkander in tegenspraak. Columbus wendde het roer, +om naar de haven terug te keeren, en beduidde de andere schepen evenzoo te doen. Pinzon sloeg er geen acht op. Hij ging van +de beide andere schepen weg, en besloot een kruisvaart op eigen hand te doen. Toen de morgen van den 21<sup>en</sup> daagde, was De Pinta nergens te zien. + +</p> +<p>De ergernis van Columbus was groot. Hij vreesde dat Pinzon plan had, om zoo spoedig mogelijk naar Spanje terug te keeren, +de groote ontdekking bekend te maken, en zelf de eer te ontvangen, die het bericht van zulk een belangrijke gebeurtenis hem +stellig geven zou. Den vluchteling te vervolgen was nutteloos. De driftige en teleurgestelde admiraal keerde naar Cuba terug. +Den 24<sup>en</sup> November liep hij een prachtige haven binnen, die hij St. Catarina noemde. Hij was dicht bij den mond van een schoone rivier, +wier oevers omzoomd waren met groene weiden, waarvan de bevalligheid alle beschrijving te boven ging, en die als bezaaid waren +met boschjes van pijnboomen en reusachtige eiken. + +</p> +<p>Hij bleef langs de kusten van Cuba kruisen en had, oostwaarts zeilende, de schoonste vergezichten, die telkens kreten van +verrukking deden slaken. In zijn reisbeschrijving komen ook uitdrukkingen voor, die van verrukking getuigen over den helderen +hemel, den gezonden dampkring midden in den winter, de kristalheldere rivieren, de havens, die zoowel het landschap verfraaiden, +als een groote veiligheid aanboden; de vruchten, de bloemen, het gezang der vogels, de vriendelijkheid van de mannen en de +beminlijkheid van de vrouwen. In een van de havens, die hij Puerto Santo noemde, schreef hij in een brief aan de koningin: + +</p> +<p>“De schoonheid van deze rivier en het kristalheldere water, <a id="d0e699"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e699">49</a>]</span>waardoor men het zand op den bodem kan zien; de vele palmboomen van allerlei vorm, zoo groot en mooi als ik ze ooit zag en +de ontelbare andere groote en groene boomen; de vogels met hun rijke kleuren en het groen der velden, maken dit land, doorluchtige +vorsten, zoo verwonderlijk schoon, dat het alle andere landen in bekoorlijkheid overtreft, gelijk de dag den nacht in luister +te boven gaat. Daarom zeg ik dikwijls tot mijn volk, dat, hoe ik ook poog Uw Majesteiten een volledig verhaal er van te geven, +mijn mond de geheele waarheid niet zeggen en mijn pen haar niet beschrijven kan. Ik ben zoo overweldigd door het gezicht van +zooveel schoons, dat ik niet weet, hoe ik alles verhalen zal.” + +</p> +<p>Sommige van die boomen waren zoo ontzettend dik, dat de inboorlingen van één boom een kano konden maken, groot genoeg voor +honderd man. Langzaam zeilde Columbus voort, en kwam den 5<sup>en</sup> December aan de oostelijkste punt van het eiland. Daar hij dit punt voor de oostelijkste kaap van het vasteland van Azië +hield, en dus voor het eerste punt, dat men bereikte, als men uit Europa kwam, noemde hij deze kaap Alpha en Omega, het begin +en het einde. + +</p> +<p>Columbus wist volstrekt niet, welken koers hij nu nemen moest. De Indianen gaven wonderhoog op van Barbique, en door hun aanwijzingen +geleid, zeilde hij van het einde van Cuba naar het Oosten, toen hij in een zuidoostelijke richting hooge bergen ontdekte, +die zich boven den horizon verhieven. Maar toen de Indianen, die aan boord waren, zagen, dat hij daarheen wilde gaan, meenden +zij, dat het de Antillen waren, en dit vervulde hen met schrik. Zij smeekten hem er niet heen te gaan en verzekerden, dat +de menschen daar buitengewoon wreed en woest waren, zoodat zij de gevangenen doodden en opaten. + +</p> +<p>De dampkring is tusschen de keerkringen zoo zuiver, dat men ver verwijderde voorwerpen met de grootste nauwkeurigheid kan +zien. Columbus kwam bij het groote en schoone eiland Haïti. Dit eiland is een van de liefelijkste plekjes op aarde, doch de +mensch heeft er zulk een treurig tooneel van misdaad en ellende van gemaakt, als ergens op de oppervlakte van den aardbol +gevonden wordt. De bergen verhieven hun kruinen tot in de wolken, en hun kanten waren met weelderige wouden begroeid. Van +den voet der bergen af tot aan de zee toe, zag men groene vlakten en dalen met boschjes van vruchtboomen en bloembedden. Door +den rook, die uit de bosschen opsteeg, werd het Columbus duidelijk, dat dit land zeer bevolkt moest wezen. Later werd <a id="d0e710"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e710">50</a>]</span>verzekerd, dat het eiland omstreeks 400 mijlen lang en 150 breed was. Het besloeg een oppervlakte van nagenoeg 30000 <span class="abbr" title="vierkante"><abbr title="vierkante">vierk.</abbr></span> mijlen. Dit vorstelijk eiland werd onlangs bijna geheel aan de Vereenigde Staten aangeboden als een vrije gift, maar het +Congres bedankte voor dit aanbod. + +</p> +<p>Op den avond van den 6<sup>en</sup> December kwam Columbus, dicht bij het westelijk deel van dit eiland, in een haven, die hij St. Nikolaas noemde, en zij draagt +dien naam nog. De landstreek was een Eden gelijk. Majestueuse bosschen en volgeladen boomen zag men er. Aan den eenen kant +lag er een weelderige vlakte, die zich naar het binnenland uitstrekte, waardoor een rivier met het helderste water kronkelde. +Aan den wal bevonden zich vele kano’s, en verderop zag men schilderachtige dorpen liggen, verscholen in de schaduw van de +boomen en door liefelijke weiden omgeven. Maar de inboorlingen hadden allen de vlucht genomen, alsof zij zich bewust waren, +dat de grootste vijand, dien zij op aarde hadden, hun medemensch was. + +</p> +<p>Zonder met de menschen in aanraking te zijn gekomen, gingen zij de haven weer uit, en voeren langzaam langs de kust naar ’t +Oosten, met opgetogenheid naar de bergen en de effen vlakten ziende. Een diepe en breede vallei, die door hen werd opgemerkt, +droeg duidelijk de kenmerken van beschaving. Zij liepen een fraaie haven binnen, die Columbus Port Concepcion noemde, doch +nu de baai van Moustique heet. Hier kronkelde ook een schoone rivier door een streek, die een tuin kon heeten. De rivier en +de baai wemelden van allerlei soort van visch. Velen werden met netten gevangen. Enkelen waren zooals die in Spanje. Er was +een vogel, wiens gekweel zeer met dat van den nachtegaal overeenkwam, en hen herinnerde aan de bosschen van Andalusië. Daarom +gaf Columbus aan dit eiland den naam van Hispaniola of Klein-Spanje. De Franschen noemden het naderhand St. Domingo. + +</p> +<p>Columbus schrijft in zijn brief aan het hof: “Hispaniola is grooter dan heel Spanje, van Catalonia tot Fontarabia. Een van +de vier zijden, waar ik landde, en die recht van het Westen naar het Oosten loopt, is 540 mijlen lang. De groote stad, die +ik in bezit nam, heeft een zeer gunstige ligging. Ik gaf bevel er een fort te bouwen, waarin ik zooveel manschappen legde, +als ik noodig achtte, en wist de gunst van den koning voor hen te verwerven, wat mij zoo goed gelukte, dat het haast niet +te gelooven is. De menschen zijn er zoo aardig en vriendelijk, dat zelfs de koning er een eer in stelde mij zijn broeder te +noemen.” + +</p> +<p>Zes wel gewapende mannen door Indiaansche tolken begeleid <a id="d0e726"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e726">51</a>]</span>werden naar het binnenland gezonden, ten einde, zoo mogelijk, met de inboorlingen in aanraking te komen. Zij vonden wel huizen, +dorpen en tuinen, maar er was niet één Indiaan te zien. Alle bewoners waren naar de ontoegankelijke klippen op de bergen gevlucht. + +</p> +<p>Den 12<sup>en</sup> December richtte Columbus een kruis op en nam—voor zoo ver de gelegenheid dit toeliet—op een plechtige wijze bezit van het +eiland. + +</p> +<p>Tijdens het verblijf in de haven ontmoetten eenige zeelieden, die in den omtrek uitstapjes maakten, eenige eilandbewoners, +die als herten vloden. De matrozen zetten hen na. Een schoon, jong meisje van omstreeks achttien jaren ziende, bevallig als +een hinde, maar dat de sterker gebouwde vluchtelingen niet bij kon houden, liepen ze allen haar na, en ’t gelukte hun haar +te krijgen. Met groote ingenomenheid voerden ze deze liefelijke buit naar de schepen. + +</p> +<p>Columbus ontving het meisje met vaderlijke minzaamheid. Hij overlaadde haar met geschenken, en tooide haar met de kleine tingelende +belletjes, die voor de inboorlingen een onbeschrijfelijke bekoring hadden. Aan boord van het admiraalschip waren nog meer +van die inlandsche vrouwen. Deze stelden de jonge gevangene al heel gauw gerust, en in een uur tijd gevoelde zij zich geheel +op haar gemak, en was met de ontvangst zoo ingenomen, dat zij geen lust meer had aan land te gaan. + +</p> +<p>Het eenige sieraad, dat deze schoone Indiaansche vrouw bij het gevangen nemen droeg, was een ring van zuiver goud, die aan +den neus hing. Columbus was zeer blij bij het zien van dit kostbaar metaal, want het was een sterk bewijs, dat er goud op +dit eiland was. De admiraal voorzag het meisje van kleeren, zooals die in beschaafde landen gedragen werden, en zond haar +aan land met vriendelijke boodschappen aan haar landgenooten. Onderscheidene matrozen en drie Indiaansche tolken gingen met +haar mee. Het dorp, waar zij thuis hoorde, lag ver landwaarts in, en daarom keerden de zeelieden, die het niet veilig achtten +onder wilden te reizen, die den naam hadden van zeer wreedaardig en vijandig te zijn, naar de schepen terug. Het gelukkige +meisje mocht alleen naar haar bloedverwanten gaan. + +</p> +<p>De admiraal vertrouwde, dat de berichten van haar bij de inboorlingen niet dan een welwillend gevoel zouden opwekken, en zond +daarom den volgenden morgen negen goed gewapende mannen uit, met een Cubaanschen tolk er bij, om het spoor door de weelderige +wildernis te volgen naar het dorp, waar het meisje <a id="d0e741"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e741">52</a>]</span>woonde. Op een afstand van twaalf mijlen troffen zij een aantal vrij groote hutten aan, schilderachtig aan de oevers van een +schoone rivier gelegen. De afgezondenen telden omstreeks duizend woningen, maar zagen niet één dorpeling. Klaarblijkelijk +zag men in dat meisje een middel, dat listige en booze lieden gebruikten, om de inboorlingen te lokken en in hun macht te +krijgen. De Cubaansche tolk zette de vluchtelingen na. Toen zij hem alleen zagen aankomen, gingen zij naar hem toe. Het scheen, +dat op alle eilanden dezelfde taal gesproken werd. De Cubaan deed den vreemdelingen zulke mededeelingen, dat eenige van de +moedigsten onder hen, ten getale van ongeveer 2000, het waagden langzaam terug te gaan. Met vrees en beving liepen zij evenwel +voort. Las Casas zegt, dat hun gestalte zeer bevallig was, en dat zij een schooner gelaat en fijnere trekken hadden, dan een +van de inboorlingen, die zij tot dus ver hadden gezien. + +</p> +<p>Langzamerheid kwam er vertrouwen; maar nog altijd, zoo wordt verhaald, zagen de inboorlingen in die vreemdelingen hemelsche +wezens, die bovennatuurlijke kracht bezaten. In hun oog waren zij met bliksem en donder gewapend. Daarom beefden al die twee +duizend menschen, toen zij bij die negen hemelsche bezoekers stonden. Menigmaal maakten ze zeer diepe buigingenen zetten de +handen op het hoofd, als een teeken van eerbied en onderwerping. + +</p> +<p>Terwijl men deze vriendschappelijke samenkomst hield, verscheen er een andere troep Indianen. Zij brachten de schoone gevangene, +die zij op de schouders droegen, weer, met Europeesche kleeren aan en getooid met de blinkende kleinooden, die zij ontvangen +had, en die in hun oogen nog schitterender waren dan de kostelijkste paarlen en edelgesteenten, waarmede ooit het voorhoofd +van een hertogin is versierd geweest. De Indianen geleidden de vreemdelingen in hun huizen, en onthaalden hen op de uitgezochtste +spijzen. Met de meeste gulheid boden zij hun gasten alles ten geschenke aan, wat zij bezaten; tamme papegaaien, vruchten, +bloemen en fraai geweven matten en hangmatten. + +</p> +<p>Verrukt over de schoonheid van het land, dat zij doorgetrokken waren, en over de gastvrijheid der inwoners, keerden de Spanjaarden +naar hun schepen terug. Maar goud, helaas! was er niet. Het is duidelijk, dat Columbus en zijn volgelingen op dien tijd in +een gemoedstoestand verkeerden, die hun de andere zijde van de schilderij niet deed zien. Men kan werkelijk een schoonen zomermorgen +schilderen en vergeten, dat de koude en donkere Novemberdagen volgen, waarop stormen loeien, die hemel <a id="d0e749"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e749">53</a>]</span>en aarde schijnen te zullen doen vergaan. In een aan Louis de St. Angel gerichten brief, schrijft Columbus: + +</p> +<p>“Nadat zij ons vertrouwden en de vrees geweken was, waren zij zoo vrijgevig met wat zij hadden, dat zij, die het niet gezien +hebben, het niet kunnen gelooven. Nooit weigerden zij iets, wat men hun vroeg, maar gaven het met blijdschap; en zij bewezen +zooveel vriendschap, dat het was, als gaven ze ons hun hart. En of het voorwerp veel of weinig waard was, zij waren tevreden +met alles, wat zij terugkregen. Het schijnt, dat de mannen in deze streken slechts één vrouw hebben, maar hun opperhoofd of +koning geven zij er twintig. De vrouwen werken, dunkt mij, meer dan de mannen, en ik heb geen gelegenheid gehad te vernemen, +of zij eigendommen bezitten; maar ik denk, dat zij alle goederen gemeen hebben.” + +</p> +<p>Veel werk behoefden zij stellig niet te doen. Kleeren maken en wasschen; vloerkleeden uitkloppen en schuieren; borden en kopjes +wasschen; vuur aanmaken, tenzij om wat te koken, dat alles was niet noodig. Aan elken tak hingen vruchten, en voedsel was +er derhalve in overvloed. + +</p> +<p>Toen Columbus zijn onderzoekingen voortzette, ontdekte hij het eiland Tortugas, dat in later jaren den niet te benijden roem +kreeg van het hoofdkwartier van vrijbuiters te zijn, die zoo lang de zee onveilig hebben gemaakt. Hij ging er aan land en +deed er korte reizen. + +</p> +<p>Hier vluchtten de inboorlingen alweer weg, toen zij een mensch zagen, zooals zij voor vraatzuchtige roofdieren gedaan zouden +hebben. ’s Nachts kon men op de hoogte hun groote noodvuren zien, om de veraf wonenden de nadering van het gevaar aan te kondigen. +Aan een bekoorlijke vlakte, die zich aan ’t oog van Columbus voordeed, gaf hij den naam van Paradijs-vallei. Den 16<sup>en</sup> December verliet Columbus Tortugas te middernacht, en keerde naar Hispaniola terug. Toen hij reeds ver in zee was, ontmoette +hij een heel oude kano, met slechts één Indiaan er in. De wind was hoog en de zee onstuimig. Het scheen onmogelijk, dat de +boot het houden kon, en daarom nam Columbus den man met de boot bij zich aan boord. Op Hispaniola gekomen, ankerde hij in +de Port de Paix. Toen liet hij den man vertrekken, na hem onthaald en met geschenken overladen te hebben. + +</p> +<p>Zooals gewoonlijk kweekte vriendelijkheid vriendelijkheid. Het verhaal, dat hij den Indianen gaf, deed hun vrees wijken, en +weldra ontstond er een vriendelijk verkeer. Een van de voornaamste <a id="d0e764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e764">54</a>]</span>opperhoofden bracht met zijn gevolg een bezoek aan het schip. Hij was een hoffelijk man, en gedroeg zich waardig. Sommigen +van zijn gevolg droegen kleine gouden sieraden. Zij schenen aan dit metaal geen bijzondere waarde te hechten, en verruilden +het bereidwillig voor nesterijen. + +</p> +<p>Hoe meer Columbus het land onderzocht, hoe meer de schoonheid er van hem bekoorde. Zijn schoone en weelderige valleien werden +voldoende besproeid, en vele, zelfs de grootste hoogten, konden tot aan de toppen toe bebouwd worden. Op zekeren dag kreeg +hij een bezoek van een jong opperhoofd uit het binnenland. Het schouwspel was werkelijk indrukwekkend. In een prachtig versierden +draagstoel of palankijn gezeten, dien vier sterke mannen op de schouders droegen, kwam hij nader. Het gevolg bestond uit een +stoet van twee honderd inboorlingen. De jonge man, die volstrekt niet verlegen en zeer bekend was met de hofgebruiken, trad +de tent binnen, waar de admiraal het middagmaal gebruikte, en nam naast hem plaats. Twee eerwaardige mannen vergezelden hem, +en gingen aan zijn voeten zitten. Deze twee bedienden schenen hem met godsdienstigen eerbied aan te zien. Op elke beweging +gaven zij acht. Elk woord, dat over zijn lippen kwam, vingen zij op, en trachtten de beteekenis er van aan den admiraal mede +te deelen. De prins at niet veel, maar keek zorgvuldig toe, of zijn bedienden wel genoeg kregen. Na het maal gaf hij Columbus +twee goudstukken en een mooi, net bewerkt degengevest ten geschenke. Wederkeerig kreeg hij een stuk laken, eenige mooie koralen +en een paar edelgesteenten. Ook verblindde Columbus hem door gouden munten te laten zien, waarop de beeltenissen van Ferdinand +en Isabella stonden; door zijden met goud geborduurde vaandels en de banier van het kruis. Hij deed ernstige pogingen, om +eenig denkbeeld te geven van de beteekenis van Jezus’ kruisdood. Bij het afscheid werden er van de schepen kanonschoten gelost +ter eere van den cacique of van het opperhoofd van wilde Indiaansche volksstammen, en deze ging op dezelfde wijze heen, als +hij gekomen was. + +</p> +<p>Ofschoon de inboorlingen gemakkelijk afstand deden van wat zij aan goud bezaten, kreeg men met dat al niet veel. Op nieuw +lichtte Columbus het anker, zeilde den 19<sup>en</sup> <span class="abbr" title="December"><abbr title="December">Dec.</abbr></span> langs de kust en liep na 36 uren een fraaie haven in, die hij St. Thomas noemde, maar nu den naam van baai van Acal draagt. +De streek was dicht bevolkt. De bewoners hadden misschien van de komst der vreemdelingen en hun welwillendheid gehoord. <a id="d0e776"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e776">55</a>]</span>Vrees gaven zij niet te kennen, maar kwamen in grooten getale naar de twee schepen toe, sommigen in kano’s, anderen zwemmend. +Zij brachten heerlijke en geurige vruchten mee, die zij met de grootste edelmoedigheid weggaven, evenals hun gouden sieraden, +want van handel, waaruit het leven in beschaafde landen voor een groot deel bestaat, schenen zij geen begrip te hebben. + +</p> +<p>Columbus wilde van die verwonderlijke gulheid geen misbruik maken, maar beval, dat men telkens iets tot vergoeding terug moest +geven. In deze haven waren ze den 20<sup>en</sup> ten anker gekomen. Den 22<sup>en</sup> zagen ze reeds vroeg in den morgen een keizerlijke boot, die snel over de kalme zee door riemen werd voortbewogen. Zij was +zeer ruim en bevatte den afgezant van een heel voornaam opperhoofd met zijn groot gevolg. Het geheel leverde een schoon gezicht +op. + +</p> +<p>De naam van dat opperhoofd was Guacanagari. Hij was de erkende vorst van dit gedeelte van het eiland. Een van de hoogst geplaatsten +aan zijn hof was bij deze zending, en had voor Columbus een rijk geschenk meegebracht, bestaande uit een kunstig bewerkten +gordel, met paarlen en ivoor afgezet, en uit een net gebeeldhouwd hoofd met oogen, neus en tong van zuiver goud. De afgezant +had in last namens den prins den admiraal uit te noodigen zijn residentie te komen bezoeken, en de schepen mee te nemen. + +</p> +<p>Tegenwinden maakten het onmogelijk dadelijk aan de uitnoodiging gevolg te geven. Daarop zond Columbus eenige zeelieden met +een van zijn officieren, in een boot heen, om zijn voorgenomen komst te berichten. De koning woonde in een mooie stad, aan +een rivier gelegen, die door een buitengewoon vruchtbare vallei liep. Het was de grootste en best gebouwde stad, die hij nog +gezien had. De huizen, die een groot vierkant plein insloten, waren voor deze gelegenheid opgeknapt en versierd. Van alle +kanten stroomde het volk naar het koninklijk verblijf. De groote gastvrijheid, die de officier en zijn manschappen ondervonden, +is in beschaafde landen onbekend. Allen werden als gasten met den meesten eerbied ontvangen, en letterlijk alles, wat de inboorlingen +bezaten, werd hun aangeboden, zonder dat zij er iets voor behoefden te betalen. De inboorlingen namen alles met dankbaarheid +aan, wat hun gegeven werd, en bewaarden het als iets heiligs. De Spanjaarden noemden de rivier Punta Santa, doch zij heet +nu Groote rivier. + +</p> +<p>In den avond van dezen belangrijken dag keerde de boot <a id="d0e792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e792">56</a>]</span>naar de schepen terug. Den 24<sup>en</sup> was ’s morgens de wind gunstig, en daarom ging men reeds vóór zonsopgang op reis. Tegen den avond ging de wind geheel liggen, +en daarom kreeg Columbus, die een van de waakzaamste en zorgvuldigste zeelieden was, en menigmaal den heelen nacht op het +dek bleef, gelegenheid om te gaan slapen. De man, die aan het roer stond, volgde zijn voorbeeld, was onvoorzichtig genoeg, +om het roer aan een jongen toe te vertrouwen en viel in slaap. De andere matrozen sliepen ook. Een sterke stroom, dien men +niet opgemerkt had, dreef het schip op een zandbank. Waarschijnlijk sliep de jongen ook, want ofschoon de branding met zooveel +geweld tegen de bank sloeg, dat het geraas op grooten afstand kon worden gehoord, liet hij niets van zich hooren, vóór de +kiel over het zand schuurde. Columbus, die, zooals men zegt, altijd met één oog open sliep, was ’t allereerst op het dek. +Er volgde een tooneel van groote verwarring. Het verlies van een schip zou in die verre zeeën een onherstelbare ramp zijn. +De zeelieden verloren alle zelfbeheersching, en elke poging, om het schip te redden, bleek vruchteloos. Als de zee onstuimig +was geweest, zouden waarschijnlijk allen vergaan zijn. De naden van het schip gingen door de branding los, het schip was spoedig +vol water en Columbus was genoodzaakt met zijn scheepsvolk aan boord van de Nina te gaan, het kleinste van de drie schepen. + +</p> +<p>Eenige manschappen werden aan land gezonden, om het vriendelijk opperhoofd Guacanagari de ramp mede te deelen. Het dorp waar +hij woonde, lag omstreeks een mijl van de plaats af, waar men schipbreuk geleden had. Deze man had zooveel medelijden, dat +hij over hun ongeluk tranen stortte. Hij zond al zijn volk en elke kano, klein en groot, die men krijgen kon, om het schip +te helpen lossen. De cacique (zie <span class="abbr" title="bladzijde"><abbr title="bladzijde">bl.</abbr></span> <a href="#d0e764">54</a>) en zijn broeder werkten vlijtig mee, zoowel op zee als aan land. Hun hulp was zoo uitstekend, dat bijna alles, wat op het +schip was, gered werd; en noch het hoofd noch zijn volk eischte iets tot belooning voor al die moeite. Integendeel, het opperhoofd +noodigde allen uit, om in zijn woonplaats voeding en dak te komen vinden. Vele kano’s kwamen heel ver weg met een groote menigte +inboorlingen en ondergeschikte hoofden. Een treffend tooneel van broederlijke liefde deed zich voor. Ofschoon de inboorlingen +aan het strand met zaken van onschatbare waarde bepakt en beladen werden, ging er niets verloren en werd ook niets ontvreemd. +Het gelaat en de gebaren van het volk drukten alleen spijt over de ramp <a id="d0e805"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e805">57</a>]</span>uit, die den vreemdelingen overkomen was. Columbus schreef in zijn dagboek aan Ferdinand en Isabella: + +</p> +<p>“Ik verklaar Uw Majesteiten, dat er in de geheele wereld geen beter land en geen beminlijker, handelbaarder en vreedzamer +volk is als dit. Zij beminnen hun naasten als zich zelf. De omgang, dien zij met elkander hebben, is lief en vriendelijk, +en al is het waar, dat het wilden zijn, hun gewoonten zijn prijzenswaard en welvoegelijk.” + +</p> +<p>Columbus bevond zich nu met al zijn overgebleven manschappen op het eenig schip, dat hij nog had, de Nina. Guacanagari had +drie woningen gegeven tot berging van de geredde goederen. De begeerte opmerkende, waarmee de vreemdelingen naar gouden sieraden +zochten, deed hij al wat hij kon, om hun er zooveel van te geven als mogelijk was. De inboorlingen hielden bijzonder veel +van dansen. Hun kinderlijke vreugde was bijna niet uit te drukken, wanneer zij, omhangen met de blinkende en tingelende belletjes, +naar de tonen der muziek luisterden, die voor hun bewegingen paste. In ruil voor deze belletjes werd een groote hoeveelheid +goud gebracht, en gaarne gaf men al het goud, dat men bezat, in ruil voor een belletje. + +</p> +<p>De admiraal werd uitgenoodigd om bij Guacanagari het middagmaal te gebruiken. Hij ontving een diepen indruk van de ongedwongen +en beschaafde houding, die het opperhoofd bij deze gelegenheid vertoonde. De tafel was overladen met al den rijkdom, dien +het eiland opleveren kon. De koning at langzaam en matig, evenals iemand, die met de gebruiken eener beschaafde maatschappij +vertrouwd is. De knechts bedienden den vorst en zijn gast met groote beleefdheid. De regeering was erfelijk op het eiland, +en waardigheid en aanzienlijke geboorte schenen een diepen indruk op het volk te maken. Na den maaltijd geleidde de vorst +Columbus naar de lieve boschjes, die zijn inderdaad mooi huis omringden. Ongeveer duizend inboorlingen volgden hen eerbiedig +en met alle teekenen van hartelijke belangstelling. Het scheen een Eden. Ofschoon allen moedernaakt waren, zag men toch niets +dat onwelvoegelijk was. Onder leiding van het opperhoofd werden er verscheiden heel aardige spelen uitgevoerd tot vermaak +van den gast. + +</p> +<p>Columbus trachtte deze beleefdheden door een wapenschouwing te vergelden. Aan boord bevond zich een Castiliaan, een oud soldaat, +die Willem Tell evenaarde in de juistheid, waarmee hij een pijl afschoot. Deze wilden waren vreedzame lieden. Zij leefden +van vruchten. De jacht- en oorlogskunst hadden zij nooit <a id="d0e815"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e815">58</a>]</span>beoefend. De Castiliaan bracht zijn Moorschen boog, pijlkoker en pijlen mee. Het opperhoofd was verbaasd, toen hij de kracht +en de juistheid zag, waarmee dit puntige en doodelijke wapen kon geworpen worden. + +</p> +<p>Columbus deelde het opperhoofd mee, dat hij nog veel krachtiger wapenen had. Hij liet een kanon afschieten, waarvan de kogel +in een op eenigen afstand staanden boom kwam. Toen zij het licht zagen en den slag hoorden; voorts den weg volgden, dien de +onzichtbare kogel door het bosch had afgelegd, en hoe hij de boomen had gescheurd en doen kraken, waren zij verslagen en knielden +neer. Toen zij eenigszins van den schrik waren bekomen, stelde Columbus de geheele macht, waarover hij beschikken kon, in +orde voor een wapenschouwing. Hij plaatste zijn manschappen in gelid, en hun blinkende wapenen, hun gewette en flikkerende +zwaarden schitterden in de stralen der ondergaande zon. Zij marcheerden op de maat van trommels en trompetten heen en weer, +en voerden even fraaie als kunstige bewegingen uit. + +</p> +<p>Onder luid geschreeuw vlogen zij ten aanval vooruit, en kwamen in geregelde orde terug. + +</p> +<p>De inboorlingen begrepen heel goed, dat dit oefeningen en bewegingen voor een ernstigen oorlog waren. Het was hun duidelijk, +dat de Spanjaarden bovennatuurlijke krachten bezaten om menschen te dooden. Zij begonnen hun geduchte gasten met schrik en +vrees aan te zien. + +</p> +<p>Columbus, die door de schipbreuk ter neer geslagen was, werd langzamerhand weer opgeruimd. Hij genoot met de zijnen in ruime +mate de vreugde, die een heerlijk klimaat en lekkere vruchten geven. Elken dag werd zijn voorraad goud grooter. De vriendelijkheid, +waarmee de Spanjaarden door de wilden behandeld werden, kon moeilijk grooter zijn, en, om de kroon op alles te zetten, telkens +werd hij meer en meer overtuigd, dat er in de binnenlanden onuitputtelijke goudmijnen lagen. + +</p> +<p>Het gemakkelijke en weelderige leven, waaraan zij gewend waren geraakt, beviel den Spaanschen zeelieden heel goed. Van alle +zorgen en moeiten der beschaving waren zij bevrijd. Smakelijke en geurige vruchten hingen bijna aan elken tak. De rivieren +en de kust wemelden van visch. In de schaduw van de bosschen brachten zij den dag in vadzige rust door, en als het ’s avonds +koel werd namen zij deel aan de spelen van de beminnelijke wilden, of dansten op de muziek van trommels, of op die, welke +de wilden zelf maakten. + +</p> +<p>Velen van die avonturiers gevoelden geen neiging ooit weer <a id="d0e829"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e829">59</a>]</span>tot het Europeesch leven met al zijn moeiten en zorgen terug te keeren. Hier ontbrak het hun aan niets. Columbus werd bestormd +met dringende verzoeken, om op het eiland te mogen blijven. Voor al het scheepsvolk van beide schepen te zamen zou het ook +zeer ongemakkelijk zijn geweest, om op de terugreis in een klein karveel opeen gepakt te worden. Dit bracht den admiraal er +toe den grond te leggen voor een latere volkplanting op het groote en schoone eiland Hispaniola. Hij liet een klein gezelschap +achter, om het eiland te verkennen, zijn bronnen van rijkdom op te sporen, en zooveel mogelijk goud te verzamelen, waarna +hij besloot naar Spanje terug te keeren, daar bericht te geven van zijn groote ontdekking en later met nieuwe schepen en versterking +weer te komen. + +</p> +<p>Guacanagari had hem verteld, dat er vijandige Indianen waren, Caraïbiërs geheeten, die van tijd tot tijd op Haïti kwamen en +velen meenamen, die zij gevangen genomen hadden. Dit bood Columbus een verontschuldiging voor het bouwen van een fort aan. +De wilden hielpen hem trouw, omdat deze sterkte ook hen tegen de Caraïbiërs zou beschermen. Hij bewapende het fort met het +kanon, dat uit de schipbreuk gered was geworden. Hij liet er een klein garnizoen achter met krijgsvoorraad en leeftocht voor +een jaar. + +</p> +<p>Vertrouwbare berichten kreeg men van de Pinta niet. Columbus achtte het waarschijnlijk, dat zij vergaan was. Er bleef dus +nog maar één wrak schip over van de drie, die van Palos waren uitgezeild. Verging ook dit, dan zou niemand iets van de ontdekking +hooren, en men zou aan Columbus als aan een opgewonden droomer gedacht hebben, die dwaselijk zijn leven had verspild. Daarom +besloot hij zijn broos vaartuig niet langer aan het gevaar bloot te stellen, dat het varen op onbekende zeeën met zich brengt, +maar naar Spanje terug te keeren. + +</p> +<p>Onuitputtelijk was de vriendelijkheid, die Guacanagari Columbus bewees. Gedurende den tijd, dat de admiraal het toezicht hield +op het bouwen van het fort, stond het opperhoofd hem het grootste huis in het dorp af. De vloer was met kunstig geweven palmbladeren +bedekt, en er stonden stoelen van gitzwart hout, dat heel glad gemaakt was en op ebbenhout leek. Zoo dikwijls hij Columbus +in zijn eigen woonplaats ontving, behandelde hij hem als koning en hing hem telkens een gouden sieraad of een ander kostbaar +geschenk om den hals. + +</p> +<p>Eens bezocht het opperhoofd met vijf mindere hoofden den admiraal. Ieder gaf hem een gouden krans ten geschenke. <a id="d0e839"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e839">60</a>]</span>Guacanagari droeg een vorstelijke kroon, die van goud was gemaakt. Hij nam die van zijn hoofd en zette haar Columbus op. Wederkeerig +hing deze een streng prachtig gekleurde koralen om den hals van den vorst, bekleedde hem met zijn eigen karmozijnen mantel +van fijne stof, gaf hem een paar gekleurde laarzen en deed een zilveren ring aan zijn vinger, dien de wilden veel mooier vonden +dan een van goud, omdat er op het eiland geen zilver was. + +</p> +<p>Het vooruitzicht een groote hoeveelheid goud te zullen krijgen, maakte Columbus heel blij. Hij begon zijn schipbreuk als een +teeken van goddelijke gunst te beschouwen. In zijn dagboek schreef hij aangaande zijne verwachtingen op dat oogenblik: + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatLeft"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p060.jpg" alt="Een Spaansch soldaat."></p> +<p class="figureHead">Een Spaansch soldaat.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ik hoopte, dat ik bij mijn terugkomst uit Spanje een ton gouds vinden zou, die de achtergeblevenen door handel hadden verdiend; +bovendien nog, dat zij mijnen en specerijen in zulk een hoeveelheid hadden ontdekt, dat de koningen binnen drie jaren in staat +zouden zijn gesteld een kruistocht te ondernemen ter verlossing van het heilige Graf.” + +</p> +<p>Met de hulp der wilden was het fort in tien dagen klaar, en zijn bewapening in orde. Columbus stelde nu zulk een volkomen +<a id="d0e852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e852">61</a>]</span>vertrouwen in de wilden, dat hij niets van hen meende te vreezen te hebben. Hij beschouwde het fort werkelijk vooral noodig, +om zijn eigen ordeloos volk in bedwang te houden. Het gevaar dreigde, dat zij op hun tochten over het eiland allerlei losbandigheden +zouden bedrijven, die de bewoners konden verbitteren. Hij noemde het fort de Geboorte, als een dankbare herinnering aan het +feit, dat hij op Kerstdag aan een schipbreuk ontkomen was. + +</p> +<p>Negen en dertig mannen werden met zorg gekozen, om in garnizoen te liggen. Daaronder was ook een arts, en verscheidenen, die +in de verschillende vakken van werktuigkunde bedreven waren. Het bevel werd aan Diego de Arana toevertrouwd. Hij was een ruiter +uit Cordova, van hooge afkomst en tot bevelvoeren in de wieg gelegd. Een sterke boot bleef achter voor de vischvangst, en +zaad voor het bebouwen van den grond, benevens een menigte handelswaren. + +</p> +<p>Het uur van vertrek brak aan. Columbus liet het heele garnizoen vóór zich komen, en hield allen in ernstige woorden den plicht +voor, om Guacanagari en zijn aanvoerders met den meesten eerbied en de grootste vriendschap te behandelen. Hij drong er op +aan, om altoos minzaam en rechtvaardig met de inboorlingen om te gaan, en met hun vrouwen en dochters vooral voorzichtig te +wezen. Hij vermaande hen, niet uit elkander te gaan, maar bij elkander te blijven. Den bevelhebber, Arana, werd opgedragen +om goud te verzamelen, mijnen op te sporen, en de voortbrengselen van het eiland te leeren kennen. + +</p> +<p>Den 2<sup>en</sup> Januari 1493 gaf Columbus aan Guacanagari en zijn aanvoerders een afscheidspartij. Al het scheepsvolk kwam aan wal, en zijn +gasten werden met troepenbewegingen en spiegelgevechten vermaakt. De Indianen keken met groote verbazing en vrees naar de +lange, glinsterende en gewette zwaarden. En toen het kanon werd afgeschoten, en de steenen kogels, destijds in gebruik, de +boomen deden schudden, beefden en juichten de duizenden inboorlingen, die dit feest had samengevoerd. Zij beefden bij het +zien van die vernielende kracht, en juichten bij de gedachte, dat zij niet meer bang behoefden te wezen voor de Caraïbiërs. + +</p> +<p>Den volgenden morgen gaf een kanonschot het teeken tot vertrek. Een luid hoera! werd door het garnizoen en door het vertrekkend +scheepsvolk aangeheven. Een gunstige wind dreef het schip voort, tot het aan den oostelijken horizon verdween. Onder stormen +en gevaren vervolgde de Nina haar reis naar Spanje. Het garnizoen werd aan een lot overgelaten, dat hierna zal beschreven +worden. + +<a id="d0e865"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e865">62</a>]</span></p> +<p class="div1"><a id="d0e866"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Zesde Hoofdstuk.</h2> +<h2>De terugreis.</h2> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p062.jpg" alt="De terugreis."></p> +<p class="figureHead">De terugreis.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Op den 4<sup>en</sup> Januari 1493 zeilde Columbus van Haïti naar Spanje. Met een zachte bries gleed hij bijna in de schaduw van een hoog en kaal +voorgebergte, waaraan hij den naam van Monte Christo gaf, voort. Door stilten en tegenwinden vorderden zij niet veel, en voeren +nog maar altijd langs de kusten van het eiland, waarvan de uitgestrektheid en pracht telkens meer in ’t oog vielen. Zij hadden +nog maar ongeveer 50 mijlen afgelegd, toen de wacht in de mast riep: “de Pinta, de Pinta!” En hij had gelijk. Door een zonderling +toeval ontmoetten de schepen elkander. Pinzon gehoorzaamde aan een wenk van den admiraal, en volgde hem in een kleine baai +ten westen van Monte Christo, waar beide schepen ankerden. Pinzon verzon een flauwe verontschuldiging voor zijn wegloopen, +en schreef het aan het weer toe. Ofschoon Columbus zich daardoor niet liet misleiden, oordeelde hij het toch maar ’t verstandigst +de zelfverdediging aan te nemen. Een van de matrozen op de Pinta beweerde, dat een Indiaan heel nadrukkelijk aan den kapitein +van de Pinta had gezegd, dat er slechts op een paar mijlen afstands een mijn lag, die verbazend veel goud bevatte. Dit had +den gouddorst van Pinzon opgewekt. Hij dacht, dat <a id="d0e881"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e881">63</a>]</span>hij zijn schip spoedig vol laden kon, om met die kostbare vracht naar Spanje terug te keeren, en dat hij zijn gedrag kon verdedigen +door voor te geven, dat hij door een storm van Columbus was afgeraakt. + +</p> +<p>Maar te vergeefs had men naar de mijn gezocht. Pinzon kon zich met zijn schip te midden van kleine eilandjes en zandbanken +niet vrij bewegen en werd ongerust. Kreeg hij met zijn schip een ongeluk, waardoor het niet meer te gebruiken zou wezen, dan +was het bijna onmogelijk, dat hij ooit weer naar Spanje kon terugkeeren. Daarom zette hij weer koers naar Hispaniola, en het +is waarschijnlijk, dat hij verlangend naar den admiraal uitzag. Gedurende de scheiding was hij echter een rivier opgevaren, +had daar drie weken vertoefd en er door handel met de inboorlingen een groote hoeveelheid goud gekregen. Men zegt, dat hij +de eene helft er van voor zich zelf hield, en de andere onder de zeelieden verdeelde, om hun het stilzwijgen op te leggen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatRight"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p063.jpg" alt="Het eskader."></p> +<p class="figureHead">Het eskader.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>In den avond van den 9<sup>en</sup> gingen de schepen gezamenlijk onder zeil. Den volgenden dag ankerden zij in den mond van dezelfde rivier, waar Pinzon handel +had gedreven. Columbus noemde deze rivier Rio de Gracia, maar nu heet zij Porto Caballo. De wilden klaagden over Pinzon, omdat +hij vier mannen en <a id="d0e895"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e895">64</a>]</span>twee jonge meisjes met geweld had meegenomen, die Columbus dan ook aan boord van de Pinta vond. Pinzon had ze stellig in Spanje +willen verkoopen, maar nu gaf Columbus bevel allen vrij te laten. Ook gaf hij hun vele geschenken tot vergoeding van het doorgestane +leed. Pinzon was heel boos, en gaf onwillig en morrend toe. + +</p> +<p>Toen men het anker weer lichtte, hadden zij een gunstigen wind tot kaap Cabron toe. Hier ontmoetten zij een zeer sterk ras +van wilden, waarvan de krijgslieden zich afschuwelijk leelijk beschilderd hadden, gelijk de eerste vechtersbazen van de Indianen +in Noord-Amerika doen. Zij waren met strijdknodsen gewapend en hadden zeer sterke bogen en pijlen met beenen punten en van +hard hout, zoodat zij met bijna dezelfde kracht als een geweerkogel, iemand konden doorboren. Ook droegen zij zwaarden van +heel hard hout, en als ijzer zoo zwaar. “Zij waren niet scherp,” schrijft Las Casas, “maar een paar vingers dik, en met één +houw kon men er iemands helm mee in tweeën slaan.” + +</p> +<p>De wilden waagden het niet de Spanjaarden aan te vallen. Integendeel, er was er één, die aan boord kwam, om pijlen en bogen +te verkoopen. Columbus verstond hem zeker verkeerd, wanneer hij meende, dat hij door gebaren gezegd had, dat er in de nabijheid +een eiland was, waar uitsluitend vrouwen woonden, die van tijd tot tijd door de Caraïbiërs werden bezocht. Werden er kinderen +geboren, dan nam men de jongetjes mee, en liet de meisjes bij de moeders achter. Columbus heeft hem stellig niet begrepen, +want het is haast niet te onderstellen, dat de wilde guitig genoeg was, om de vreemdelingen zoo bij den neus te nemen. + +</p> +<p>Columbus had ook verstaan, dat er zich in de wateren daar meerminnen ophielden, en hij zag er werkelijk eenigen. Het zijn +misschien zeekalveren geweest. De koppen hadden eenige overeenkomst met het hoofd van een mensch. Columbus ontving zijn gast +met groote vriendelijkheid, in de hoop daardoor een aangenaam verkeer met den volksstam te bewerken. Maar het bleek, dat de +moedige wilde aan boord gekomen was als verspieder, want, nadat men hem rijkelijk van geschenken voorzien en met een boot +aan wal gebracht had, begon hij te schreeuwen; dadelijk kwamen er vele wilden uit een hinderlaag te voorschijn en sloten zich +bij hem aan. Zij deden hun best, om het scheepsvolk gevangen te nemen. Er ontstond een geduchte strijd. De Spanjaarden waren +veel beter gewapend dan zij, en nadat de Europeanen twee gewond hadden, kozen de anderen het hazenpad. Dit was het eerste +gevecht tusschen Europeërs en de Indianen der Nieuwe <a id="d0e903"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e903">65</a>]</span>Wereld, en, och, of het tevens het laatste mocht geweest zijn! De oorlog, op deze wijze begonnen, werd in latere jaren zoo +geducht, dat de grond van bijna alle eilanden roodgekleurd werd door menschenbloed, en de inboorlingen geheel werden uitgeroeid. + +</p> +<p>Het speet Columbus zeer, dat dit had plaats gehad. Hij was bang, dat het aanleiding geven zou tot een bloedigen aanval op +zijn garnizoen. Den volgenden dag kwamen er vele Indianen op het strand. Zij legden geen vijandelijke bedoelingen aan den +dag, maar waren vriendschappelijk en vol vertrouwen. Een boot goed gewapende matrozen werd naar den wal gezonden. Dezen hadden +een snoer schelpen bij zich, die, naar Columbus’ meening, bij de Indianen was wat bij beschaafde volken een vredevlag is. + +</p> +<p>Het opperhoofd ging, met een vertrouwen, dat in deze omstandigheden wonderlijk schijnt, met drie mannen in de boot, en werd +naar het schip van den admiraal geroeid. Zij werden hartelijk ontvangen en op de smakelijkste spijzen onthaald, die men op +het schip had. Al wat er belangrijks te zien was werd hun getoond, en met vele geschenken, die door een menigte wilden werden +bewonderd, keerden zij naar het strand terug. Uit dankbaarheid voor al die weldaden zond het opperhoofd zijn gouden kroon +aan Columbus. Uit latere beschrijvingen kan worden opgemaakt, dat dit opperhoofd Mayonabex heette, en de volksstam de Ciguayanen +genoemd werd. + +</p> +<p>De vriendelijkheid had de gewenschte uitwerking. Columbus bleef er drie dagen, en de vriendschappelijke gezindheid duurde +al dien tijd voort. Ofschoon het volk onder de wapenen bleef, bracht het toch onbevreesd katoen, vruchten en allerlei groenten +op het schip. Er waren vier verstandige en hartelijke jonge mannen onder, waaraan Columbus zeer gehecht werd. Toen hij wegzeilde +naar andere eilanden, die naar hun zeggen eenige mijlen oostwaarts lagen, gingen zij uit eigen beweging mee. + +</p> +<p>Den 16<sup>en</sup> Januari voeren de schepen weg. Columbus noemde de baai, die zij verlieten, en nu onder den naam van de golf van Samana bekend +is, de Pijlengolf. Nadat zij ongeveer 60 mijlen afgelegd hadden, en het eiland Porto Rico naderden, werd de wind voor de thuisreis +allergunstigst. Toen de matrozen gewaar werden, dat de schepen van den weg naar Spanje afweken, om nog het genoemde eiland +aan te doen, begonnen zij te morren en drongen er op aan naar huis te gaan. Columbus wist, dat hij geen tijd verliezen kon, +omdat zijn schip erg lek was, en de zeelieden op het punt stonden oproerig te worden. Op <a id="d0e916"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e916">66</a>]</span>de trouw van Pinzon viel weinig te rekenen, en zoo hij weer schipbreuk leed, kon het gebeuren, dat hij zelf met al zijn aanteekeningen +en gedenkschriften een graf vond in den oceaan. Dan zou de kennis van de groote ontdekking voor de wereld verloren zijn. + +</p> +<p>Tot groote vreugde der matrozen wendde Columbus het roer, en zette koers naar Spanje. Hij had waarschijnlijk weinig moeite +de vier jonge Indianen tot die reis over te halen, daar hij hun beloven kon ze spoedig weer naar hun land terug te zullen +brengen, als hij hun eerst de wonderen van de oude wereld had laten zien. + +</p> +<p>Niets is veranderlijker dan de wind, zegt het spreekwoord. In den verderen loop van Januari waren er nu eens zachte koelten +dan weer windstilten. De Indianen sprongen vaak zoo maar in de effen zee, en zwommen als visschen om de schepen heen. + +</p> +<p>Even als in ’t menschelijk leven werd kalmte door stormen afgewisseld. Vreeselijke orkanen zweepten den oceaan, en de razende +golven dreigden hen te verslinden. De admiraal zag zich dikwijls genoodzaakt het zeil in te halen, opdat de Pinta bij kon +blijven. Door wolken, duisternis en hooge golven omringd, wisten zij niet, waar zij zich bevonden, en Pinzon, zoowel als de +twee stuurlieden, verschilden in gevoelen hieromtrent met Columbus. Naar hun meening waren de schepen 400 mijlen dichter bij +Spanje dan Columbus dacht. Columbus had gelijk. Las Casas maakt de merkwaardige opmerking, dat Columbus hen niet uit de dwaling +hielp, en hen zelfs nog meer in de war trachtte te brengen, opdat zij niet meer zouden weten, hoe zij reizen moesten, en hij +alleen de rechte kennis zou hebben van den te volgen weg. + +</p> +<p>Wij kunnen dit vreemde verhaal niet gelooven. Pinzon toch en de drie stuurlieden waren in den dienst vergrijsde matrozen. +Ze waren naar de Nieuwe Wereld geweest, kwamen nu terug, en moesten dus wel den te volgen weg kennen. Toen zij het einde van +hun lange reis naderden, stak er den 12<sup>en</sup> Februari een verschrikkelijke storm op, die met steeds grootere kracht drie dagen aanhield. In dezen storm verloor men de +Pinta uit het gezicht. Lang niet ongegrond was Columbus’ vrees, dat de zwakke karveel met man en muis door de onstuimige zee +was verslonden. + +</p> +<p>Een droevige morgen volgde akelig en stormachtig op een langen nacht. De oceaan bleef woest, en men zag niets, dan de razende +golven, men hoorde niets dan haar dreigend <a id="d0e931"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e931">67</a>]</span>geloei. In overeenstemming met de gebruiken van dien tijd, werd het lot geworpen, om te zien, wie, zoo hij uit den storm mocht +worden gered, een pelgrimstocht zou doen naar de reliquieën van de Heilige Maagd te Guadaloupe, met een 5 ponds waskaars in +de hand. Men deed boonen in een muts, en maakte op één er van een kruis. Columbus was de eerste die er een uitnam. Het lot +viel op hem. Op nieuw werd het lot geworpen voor een pelgrimstocht naar de reliquieën van de Maagd te Loretto. Het viel op +een matroos, wiens naam Pedro de Villa was. De admiraal beloofde hem de kosten van zijne reis voor zijne rekening te nemen. + +</p> +<p>De gelofte scheen niet veel te helpen, want de storm hield met onverminderde woede aan. Om aan de Heilige Maagd een nog grootere +belooning aan te bieden, wanneer zij te hunnen behoeve tusschen beide wilde komen, legden Columbus en zijn volk de belofte +af, dat zij in het eerste land, waar zij zouden komen, zoo daar een kerk mocht zijn aan haar gewijd, allen in plechtigen optocht, +barrevoets en in het hemd naar haar reliquieën zouden gaan, haar hun gebeden opdragen en haar lof zouden zingen. + +</p> +<p>Nog altijd gierde en huilde de storm. De ongerustheid van Columbus in deze dreigende gevaren, waarbij hij meer aan het te +loor gaan van de groote ontdekking dan aan het verlies van zijn leven dacht, kan het best in zijn eigen woorden worden <span class="corr" title="Bron: uttgedrukt">uitgedrukt</span>, die hij tot den koning richtte. + +</p> +<p>“Ik zou dezen tegenspoed,” schrijft hij, “met minder verdriet hebben kunnen dragen, als ik alleen in gevaar was geweest, want +den Schepper ben ik levenslang veel verschuldigd, en tusschen mij en den dood is vaak maar één schrede geweest. Maar deze +gedachte veroorzaakte mij veel verdriet en zorg, dat God, na mij met zijn licht bestraald, na mij geloof en vertrouwen in +deze onderneming te hebben gegeven, thans alles door mijn dood zou te niet doen, nu ik op het punt stond mijn bestrijders +te overtuigen, en Uwe Majesteit grooten roem en aanzienlijke vermeerdering van gebied te verzekeren. Ook zou de tegenspoed +verdragelijker zijn geweest, als ik niet door menschen vergezeld was geworden, die ik door overreding meelokte, en die in +hun angst het uur van hun heengaan niet alleen vervloekten, maar evenzeer de vrees, die hun mijn woorden inboezemden, en hen +belette terug te keeren, waartoe zij dikwijls besloten. + +</p> +<p>“Boven alles werd mijn verdriet verdubbeld, als ik aan mijn beide zonen dacht, die ik in een vreemd land op een school te +Cordova arm achterliet, zonder eenig bewijs van de door hun <a id="d0e944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e944">68</a>]</span>vader bewezen diensten, die, zoo ze bekend waren, Uwe Majesteit misschien bewogen zouden hebben hen in Uw gunst te doen deelen. +En ofschoon ik aan den eenen kant getroost werd door het geloof, dat God niet zou dulden, dat een arbeid, die op de verheerlijking +Zijner kerk uitloopen moest en onder zooveel moeiten en strijd was verricht, onvoltooid bleef, dacht ik toch aan den anderen +kant met het oog op mijn zonden, dat het Gods bedoeling kon zijn mij te straffen door mij den roem te doen missen, die mij +in deze wereld zou ten deel vallen.” + +</p> +<p>In deze angstvolle uren schreef Columbus op perkament een kort verhaal van zijn ontdekking. Het werd zorgvuldig ingepakt, +verzegeld en aan den koning en de koningin geadresseerd. Bovenop stond de belofte geschreven, dat hij ƒ 5000 bekomen zou, +die het pakje ongeopend aan hun Majesteiten overhandigde. Het geheel werd in een wassen omslag gewikkeld en in een koek van +was gestoken. Die werd nog weer in een sterke, waterdichte doos gedaan en in de onstuimige zee geworpen. Of zij ooit gevonden +werd is niet bekend.<a id="d0e948src" href="#d0e948" class="noteref">1</a> + +</p> +<p>Langzamerhand bedaarde de storm. De lucht in het Westen helderde op, en dit was een teeken, dat de storm voorbij was. Des +nachts schenen de sterren weer in al haar glans. Ofschoon de golven nog zeer ontstuimig bleven, kwam de zon des morgens aan +een wolkeloozen hemel op, en deed een voordeelige wind de zeilen weer zwellen. Juist toen de zon opkwam, werd de vreugdevolle +kreet: land! gehoord. + +</p> +<p>Zooals Columbus dacht, was het ook. Op 15 mijlen afstands zag men de Azoren. Spoedig echter stak de wind weer op, en wakkerde +hij tot een nieuwen storm aan. Tegenwind dreef hen terug, en eerst aan den avond van den 17<sup>en</sup> kon men aan de noordzijde van het eiland St. Maria, het zuidelijkste eiland van de Azoren, het anker uitwerpen. De bewoners +verwonderden zich zeer, dat zulke zwakke vaartuigen aan de kracht van stormen weerstand hadden kunnen bieden, die vijftien +dagen lang den oceaan met zeldzame woede gezweept hadden. +<a id="d0e958"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e958">69</a>]</span></p> +<p>De vrome Columbus bracht zijn volk de belofte in herinnering, om in optocht naar de eerste kerk te gaan, die zij, ergens landende, +vinden zouden, en aan de Heilige Maagd was gewijd. Trouw hield men een gelofte, die in die dagen niet vreemd was. Eerst ging +de eene helft van de bemanning met een priester voorop, om de mis te bedienen. Allen liepen in het hemd. + +</p> +<p>St. Maria was een Portugeesch eiland. Toen de eerste processie of omgang verscheen, en dan nog wel zóó, liep het heele dorp +uit, om er naar te kijken. De gouverneur was ook over deze vertooning verwonderd, en, niet wetende wat dit beteekenen moest, +liet hij een escadron dragonders aanrukken, en nam hen allen gevangen. De ongekleede en ongewapende mannen konden niet vechten, +en de kapel lag achter een hoogte, zoodat Columbus haar niet kon zien. Maar toen hij hoorde, wat er had plaats gegrepen, schreef +hij het aan de vijandelijke houding toe, die het Portugeesche hof tegenover hem en zijn onderneming had aangenomen. + +</p> +<p>Hij had een onderhoud met den gouverneur, waarbij scherpe woorden werden gewisseld. De gouverneur, Castaneda, was niet vriendelijk +gestemd. Hij nam een trotsche houding aan en verklaarde, dat al, wat hij gedaan had, met de bevelen van den koning overeenkwam. +Columbus vreesde, dat er gedurende zijn afwezigheid een oorlog tusschen Spanje en Portugal was uitgebroken. Hij wapende al +zijn manschappen, en bereidde zich krachtig voor, om te voorkomen, dat men hemzelf gevangen nam. Een sterke wind verhief zich, +die recht op het strand aankwam, en dus de ankerplaats onveilig maakte, zoodat Columbus genoodzaakt werd zee te kiezen. Twee +dagen dreef hij in groot gevaar rond, terwijl de helft van zijn scheepsvolk gevangen zat. + +</p> +<p>Den 22<sup>en</sup> bedaarde het weder. Toen hij op de ankerplaats kwam, zag hij een Portugeesche boot met twee priesters en een hoofdofficier +van de Regeering op zich afkomen. + +</p> +<p>Deze beambte gedroeg zich veel vreedzamer dan <span class="corr" title="Bron: Castenada">Castaneda</span> geweest was. In naam van den gouverneur verzocht hij inzage in de scheepspapieren. Het schijnt, dat de gouverneur hen voor +zeeroovers had aangezien, die destijds alle zeeën onveilig maakten. Columbus, die nog altijd vreesde, dat hij door verraders +vervolgd werd, liet zijn geloofsbrieven zien. Dit gaf algeheele voldoening, en de naakte pelgrims kregen de vrijheid terug. + +</p> +<p>Toen de zaak zoo afgeloopen was, ging Columbus blootshoofds en barrevoets met de andere helft van zijn volk ter vervulling +zijner geloften naar de reliquieën van Onze Lieve Vrouwe. Van <a id="d0e977"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e977">70</a>]</span>Pinzon hoorde men niets. Waarschijnlijk was hij omgekomen. Columbus ging den 24<sup>en</sup> Februari, na een oponthoud van vijf dagen op St. Maria, weer onder zeil. Toen hij omstreeks 300 mijlen van kaap St. Vincent +verwijderd was, begon het op nieuw te stormen. Op het laatst kwamen er woorden van ontevredenheid over de lippen van den heldhaftigen +admiraal. Nu hij zoo dicht bij huis kwam, vond hij het hard, dat hij, na met zoo vele stormen gekampt te hebben, nu weer zoo +fel bestreden werd. In het tropische paradijs door hem ontdekt, had het nauwelijks hard gewaaid. Daar was de lucht zonnig, +de wind met liefelijke geuren vervuld en de zee kalm. Gelukkig kwam hij goed van den storm af. + +</p> +<p>Op den 4<sup>en</sup> Maart werd Columbus bij het aanbreken van den dag aangenaam verrast door het zien van Cintra, een rots, die dicht <span class="corr" title="Bron: dij">bij</span> den mond van de Taag, in Portugal, ligt. Ofschoon hij van de zijde van het Portugeesche hof voor verraad vreesde, werd hij +toch door het stormachtige weer genoodzaakt, die rivier op te varen, ’s Middags te 3 uur kon hij tegenover Rastello veilig +ankeren. De menschen hadden al den heelen morgen op het strand staan te kijken naar den strijd van het broze vaartuig met +de woedende elementen. Ieder oogenblik hadden zij verwacht, dat het door de hooge golven, waardoor het geteisterd werd, in +de diepte zou worden geslingerd. Zij klouterden tegen het schip op, en wenschten allen aan boord geluk met hunne wonderbaarlijke +redding. De meest ervaren zeelieden betuigden, dat zij nog nooit een winter met zulke aanhoudende en geweldige stormen hadden +beleefd. + +</p> +<p>Onmiddellijk zond Columbus een koerier naar het Spaansche hof, om zijn aankomst te berichten. Ook vroeg hij het Portugeesche +hof schriftelijk verlof, om de haven van Lissabon te mogen inzeilen. Op de ree lag een groot oorlogsschip voor anker. Het +was een Portugeesch wachtschip. Den volgenden dag gelastte de Portugeesche kapitein den Spaanschen admiraal bij hem aan boord +te komen. Columbus zei, dat zijn waardigheid dit niet gedoogde; hij eischte recht en weigerde niet alleen zelf te komen, maar +evenzeer een plaatsvervanger te sturen. Zoodra de kapitein, Don Alonzo de Acuna, van Columbus’ hoogen rang en van de buitengewone +reis kennis droeg, bewees hij hem al de hulde, die de eene dappere den anderen schuldig is. Hij bemande zijn grootste boot, +tooide die met vlaggen, plaatste de stafmuziek er ook in, en ging zelf in het achterschip zitten, om den admiraal een bezoek +te brengen. Ten volle zijn rang <a id="d0e992"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e992">71</a>]</span>erkennende en den grooten dienst, dien hij aan de wereld bewezen had, stelde hij zich zelf en zijn schip beleefd ter beschikking +van den grooten ontdekker. + +</p> +<p>Toen het nieuws Lissabon bereikte, dat Columbus, die zoo lang maar te vergeefs de hulp van Portugal had ingeroepen, werkelijk +een nieuwe wereld ontdekt had, en nu, na zijn roemvolle reis, veilig op de Taag voor anker lag, ging de opgewondenheid haast +alle perken te buiten. Schuiten en booten van allerlei soort verdrongen elkander op de rivier, en gingen om het schip heen, +dat vol stond met menschen, en met zulke vreemde vruchten, alsof ze van de sterren waren gehaald. Oud en jong, mannen en vrouwen, +rijk en arm, ieder was nieuwsgierig. Van den morgen tot den avond verdrongen de bezoekers elkander op het schip. Al het geduld +van Columbus en van het scheepsvolk was noodig, om telkens en telkens weer een verhaal van hun wedervaren te geven. De verbazing +van de menigte werd het allereerst geboeid door de Indianen met hun schitterend kleed van fraai gekleurde franje en veeren, +dat zij op feestdagen droegen. Ook wekte al het goud bewondering op. Nooit hadden ze ook zulke planten en dieren gezien. Zoowel +het hof als het volk gevoelde spijt, dat zulk een ontzaglijk voordeel hun ontgaan was. + +</p> +<p>Koning Jan hield zich toen te Valparaiso op, omstreeks 30 mijlen van Lissabon. Op den 8<sup>en</sup> Maart kwam een Portugeesche grande namens den koning bij Columbus, om hem met zijn aankomst geluk te wenschen, en hem aan +het hof te verzoeken. Ook vaardigde de koning het bevel uit, dat alles, wat de admiraal voor zich, voor zijn schip of zijn +scheepsvolk noodig had, kosteloos moest verstrekt worden. Columbus begaf zich aanstonds op reis naar Valparaiso. Overal moest +hij onderweg, dit wilde de koning, op de ruimste wijze onthaald worden. + +</p> +<p>Toen hij bij het paleis kwam, gingen alle leden van de koninklijke hofhouding hem te gemoet, en voerden hem in de tegenwoordigheid +van den koning. Deze ontving Columbus met de meeste onderscheiding, deed hem naast zich plaats nemen, alsof hij ook van koninklijken +bloede was en verzekerde hem, dat alles, wat hem in zijn koninkrijk van dienst kon zijn, ter zijner beschikking stond. + +</p> +<p>De koning luisterde met gemengde gewaarwordingen, zoo van vreugde als van spijt, naar het verhaal van den rijkdom, de schoonheid +en de talrijke bevolking van de wonderwereld, die Columbus door zijn ontdekking het Spaansche rijk schonk. Er werd bepaald, +dat Columbus den nacht de gast zou zijn van <a id="d0e1005"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1005">72</a>]</span>een der hoogste adellijken aan het hof. Den volgenden dag verlangde de koning een tweede onderhoud. Blijkbaar had hij des +nachts tal van vragen bedacht met betrekking tot den te volgen weg voor de reis, het klimaat, den grond, de voortbrengselen +van de streken, die hij bezocht had, en het vooruitzicht, om goud te krijgen. + +</p> +<p>Een lage geest van nijd en ijverzucht vervolgde Columbus. Zij, die met zijn onderneming den spot gedreven hadden, trachtten +nu op alle mogelijke manieren zijn diensten te onderschatten. Zijn daden hielden zij voor de uitvloeisels van de onedelste +beweegredenen. De waarde van de ontdekking werd geminacht. Zij beschuldigden hem van blufferij en grootsprekerij, en trachtten +hem belachelijk te maken. + +</p> +<p>Sommigen, ziende, dat de koning geheel uit zijn humeur was, stelden voor Columbus te vermoorden, als een middel om de voortzetting +van deze ondernemingen te beletten, bewerende, dat hij den dood verdiende, omdat hij door zijn beweerde ontdekkingen beide +volken poogde te misleiden en oneenig te maken. Dat de moord gemakkelijk kon worden volvoerd zonder eenig schandaal te verwekken, +wist men elkander te duidelijk te maken; men kon van zijn hooghartigheid gebruik maken, en die kwetsen, hem in een twist wikkelen +en dan om het leven brengen, alsof het een toevallig en eervol gevecht was geweest. + +</p> +<p>Dit feit wordt zoowel door Portugeesche als Spaansche geschiedschrijvers voor waarheid gehouden. En ’t is zoo, in die dagen +van onwetendheid en ondeugd, kon er haast zoo’n slechte daad niet zijn, die aan de Europeesche hoven geen verdedigers vond. +Maar koning Jan II verwierp het schandelijke voorstel, ofschoon hij verbazend veel spijt gevoelde, wanneer hij aan het door +Portugal geleden verlies dacht, en aan het voordeel en den roem, die Spanje kreeg, omdat hij de onderneming van Columbus niet +had willen steunen. + +</p> +<p>Enkelen van ’s konings raadgevers stelden voor, dat men Columbus verlof zou geven naar Spanje terug te keeren, en dan onmiddellijk +een sterke vloot uitzenden, om de pas ontdekte landen in den naam van Portugal in bezit te nemen, nog meer verkenningen doen +en koloniën vestigen. De koning was laag genoeg, om aan die inblazingen het oor te leenen. Heimelijke maar tevens krachtige +maatregelen werden er genomen, om een smaldeel uit te zenden, en een van de beroemdste zeekapiteins dier dagen, Don Francisco +de Almeida, werd het bevel opgedragen. + +</p> +<p>Door een groot aantal ruiters werd Columbus naar zijn schip <a id="d0e1017"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1017">73</a>]</span>begeleid. De koningin was in een klooster te Villa Franca. Op haar ernstig verzoek hield Columbus zich daar op, en werd met +de vleiendste oplettendheden ontvangen. De koningin was door de voornaamste dames uit het land omringd. Met groote belangstelling +luisterde zij naar het verhaal van Columbus, waarin meer dichterlijke voorvallen voorkwamen, dan in de verzonnen verhalen +van de beroemdste schrijvers. + +</p> +<p>Toen de admiraal op de Nina teruggekomen was, stak hij den 13<sup>en</sup> Maart in zee, en een tweedaagsche vaart bracht hem te Palos. Zijn eenzaam scheepje voer op den middag de haven binnen, die +hij den 3<sup>en</sup> Augustus van ’t vorige jaar verlaten had. Hij was dus nog geen volle zeven maanden weg geweest voor de merkwaardigste reis, +die ooit ondernomen werd. + +</p> +<p>De terugkomst van Columbus te Palos, met de bewijzen, die aan geen twijfel onderhevig konden zijn, van zijn groote ontdekking, +werd de aanleiding tot een tooneel van vreugde, zooals deze aarde zelden heeft gezien. Terwijl er maanden voorbij gingen, +waarin men geen tijding kreeg, werd er ondersteld, dat allen, die aan dien tocht deelgenomen hadden, omgekomen waren te midden +van onbewuste gevaren op een onbekende zee. + +</p> +<p>De verschijning van de door storm geteisterde karveel, langzaam de haven inzeilende, bracht de eerste tijding van de avonturiers +sedert hun vertrek. De Nina was alleen, en de beide andere schepen zag men niet. De verschrikkelijke stormen van den vorigen +winter hadden de algemeen gedeelde vrees vermeerderd, dat de twee schepen door de onstuimige golven waren verzwolgen. De onzekerheid +was vreeselijk. Er was haast geen familie in Palos, waarvan niet een vriend of bloedverwant deelgenomen had aan den tocht. +Zoodra het schip de ankerplaats bereikt had, en men den gunstigen uitslag van de reis vernam; ook dat het scheepsvolk van +de Santa Maria zich op de Nina bevond, en men nog vóór een paar dagen de Pinta had gezien, was de vreugde onbeschrijfelijk. +Een van de eerste daden van den vromen man was met al zijn volk naar de kerk te gaan, om God voor de gelukkige thuiskomst +te danken. + +</p> +<p>De blijde tijding vloog over Spanje, als het vuur over de prairieën. Vreugdevuren brandden op de hoogten, uit elke vesting +hoorde men saluutschoten en alle kerkklokken werden geluid. Om de vreugde nog grooter te maken, liep in den avond van dezen +zelfden dag, terwijl de klokken luiden, het kanon losbrandde en het volk juichte, de Pinta de haven binnen. Door den storm +voortgedreven, was het Pinzon gelukt de haven van <a id="d0e1033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1033">74</a>]</span>Bayonne, in de baai van Biskaye, te bereiken, en kon hij er het einde van den storm afwachten. + +</p> +<p>Toen hij de haven van Palos inkwam, en getuige werd van de geestdrift, waarmee Columbus ontvangen was, kan het wel zijn, dat +de gedachte aan zijn misdaad, het ontvluchten van zijn admiraal, hem zeer ter neer drukte. Het was zijn eigen schuld. Het +stond gelijk met het wegloopen van een soldaat op het oorlogsveld, en stelde hem aan gevangenisstraf en zware kastijding bloot. +Zijn verdriet was zoo groot, dat hij een boot nam, alleen aan land ging, zijn woning opzocht en zich niet op straat vertoonde, +vóór de admiraal op reis was gegaan naar het hof. + +</p> +<p>Deze noodlottige afval is zeer te betreuren. Ontkend worden kan het niet, dat de goede uitslag van den tocht voor geen gering +deel aan Martin Alonzo Pinzon te danken was. Hij was een van de eersten in Spanje, die de plannen van Columbus naar waarde +kon schatten. Met zijn geld en zijn persoonlijken invloed ondersteunde hij den armen avonturier krachtig, en even belangrijk +was zijn hulp bij de aanschaffing en uitrusting van schepen. En eindelijk, hij scheepte zich met zijn broeder en vrienden +in, zoodat hij niet alleen zijn rijkdom maar ook zijn leven in de waagschaal stelde. + +</p> +<p>Ook moet, om geen te scherp oordeel te vellen, gezegd worden, dat hij een zeer bekwaam zeeman was, die veel ondervinding had. +In dat opzicht stond hij niet beneden Columbus. Hij was een man van hoogen stand en werd door een edele eerzucht bezield. + +</p> +<p>Zijn geschiedenis leert, hoe één plicht verzuim de verdienste van duizend diensten te niet kan doen; hoe één oogenblik van +zwakheid de schoonheid van geheel een deugdzaam leven bederven kan, en hoe allernoodzakelijkst het voor een mensch is, om +onder alle omstandigheden waar te zijn, niet slechts tegenover anderen, maar ook tegenover zich zelf. + +</p> +<p>Pinzon was in ongenade gevallen, en mocht niet aan het hof komen. Niet lang daarna werd hij ernstig ziek, waarbij zich waarschijnlijk +ook een zielsziekte voegde, en—eindelijk stierf hij. Later heeft Karel V, zijn familie, uit erkentelijkheid voor zijn schitterende +diensten, tot den adelstand verheven. Zij mocht ook een wapen voeren, waarop de groote ontdekking zinnebeeldig was voorgesteld. + +</p> +<p>De koning en de koningin waren te Barcelona, dat zeven honderd mijlen van Palos ligt. Onmiddellijk werd er een boodschap naar +Columbus gezonden, en verzocht men hem ten hove <a id="d0e1047"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1047">75</a>]</span>te verschijnen. Dit noodzaakte hem tot het afleggen van een lange reis, die in deze omstandigheden een ware triomftocht was. +Van het eiland had hij tien Indianen meegenomen, waarvan er één onderweg stierf. Drie moest hij te Palos achterlaten, omdat +ze ziek waren, en dus konden maar zes met hem meegaan. + +</p> +<p>Voor een reis door het hart van Spanje was het jaargetijde prachtig. Op elke mijl bijna werd Columbus met een gejuich ontvangen, +als wellicht nog nooit te voren een sterveling ten deel viel. De Indianen, die hem vergezelden, waren prachtig versierd en +droegen gouden tooisels en kroontjes met fraai gekleurde veeren. Men liet aan de duizenden nieuwsgierigen alle voortbrengselen +der nieuwe wereld zien, die hun vreemd waren. + +</p> +<p>De optocht te paard was indrukwekkend. Columbus bereed een prachtig ros en werd door een grooten stoet vergezeld. Langs den +weg stroomde het landvolk bij duizenden toe, om van die zeldzame vertooning getuigen te zijn. De straten, de vensters, de +balkons waren opgepropt met nieuwsgierigen. Nooit heeft een koninklijke triomftocht dit schouwspel overtroffen. Omstreeks +half April kwam hij te Barcelona aan. De meeste adellijke personen van Castilië en Arragon hadden zich derwaarts begeven, +om hem hulde te bewijzen. Toen de ruiterstoet de stad naderde, gingen allen hem te gemoet, vormden een langen trein en begeleidden +hem naar het paleis. + +</p> +<p>Ferdinand, Isabella en prins Jan, hun zoon, zaten onder een zijden troonhemel in een groote zaal, die voor deze gelegenheid +in gereedheid was gebracht. De edellieden en de voornaamste personen van de beide rijken vulden verder de zaal. Toen Columbus +binnentrad, richtte aller oog zich op hem. + +</p> +<p>“Men kon hem dadelijk herkennen,” schrijft Las Casas, “want zijn gestalte was lang en majestueus, zijn houding deftig en zijne +gelaatstrekken waren vol uitdrukking. Zijn lange, grijze haren maakten zijn verschijning nog eerwaardiger. Een glimlach speelde +om zijn mond, en verried, dat hij voor de hulde, die men hem bewees, niet ongevoelig was.” + +</p> +<p>Toen Columbus de vorsten naderde, stonden zij uit eerbied op, en verzochten hem naast hen plaats te nemen. Deze eer ontvingen +alleen personen van den hoogsten rang. Overeenkomstig de hofgebruiken, knielde Columbus neer, en wilde hun handen kussen. +Na eenige aarzeling stonden ze dit toe. Nadat hij was gaan zitten, deed de admiraal aan het koninklijk echtpaar en het talrijk +gehoor, een verhaal van de merkwaardige gebeurtenissen op zijn reis. Hij liet de vogels van het land zien, met hun <a id="d0e1059"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1059">76</a>]</span>zeldzaam prachtige veeren; enkelen leefden, anderen waren opgezet. Stofgoud, gouden snuisterijen en sieraden, en vooral de +gouden kroontjes, die door de wilden zoo kunstig mogelijk waren bewerkt, trokken de aandacht van vorsten en edelen, allen +evenzeer hongerend en dorstend naar goud. Ook de inboorlingen met hun groote gestalte en met een leest, die een beeldhouwer +niet schooner zou hebben kunnen maken, met hun vriendelijken lach en innemende manieren, zoo netjes gekleed in hun schitterend +feestgewaad, trokken groote en voortdurende belangstelling. + +</p> +<p>Het is vermeldenswaard, dat de koning, de koningin en alle aanwezigen bij het einde van het verhaal op de knieën vielen, in +de handen klapten en in den dank deelden door het koor in de woorden van het lied uitgedrukt: “U, o God! prijzen wij.” Kreten +of luidruchtige openbaringen van gevoel werden niet gehoord. Het opgewekte gevoel was te diep om zich luide te uiten, en in +veler oogen stonden tranen. + +</p> +<p>Maar wat is de mensch! Deze ontdekking, die voor allen een groote zegen had kunnen worden, bleek voor de bewoners van de Nieuwe +wereld een vloek te zijn. + +</p> +<p>Het was een eeuw van onkunde. Bijna niemand verhief zich boven de toen overal heerschende dweeperij, boven het bijgeloof. +Columbus moet men dan ook niet in het licht van de 19<sup>e</sup>, maar van de 15<sup>e</sup> eeuw beschouwen. Altoos peinsde hij nog maar over de bevrijding van het Heilige Graf. Aan dit plan wilde hij al het geld +besteden, dat zijn groote onderneming hem opleveren zou. Op zich zelf waren goud en eer niets voor hem, alleen voor zoo ver +ze hem dienstbaar konden zijn aan de uitvoering van zijn vroom plan, waarop God naar zijn mening met welgevallen nederzag. +Hij hield zich van het welslagen zoo vast verzekerd, dat hij de gelofte deed binnen zeven jaren een leger van 50000 man voet- +en 4000 man paardevolk op de been te zullen brengen, om Palestina van de Turken te bevrijden. + +</p> +<p>Dit denkbeeldig plan was met hem samengegroeid; zijn hart en zijn verstand waren er van vervuld. Het kwam hem voor, dat de +hemel hem daarom uitgekozen en voor zijn groote onderneming met een zeldzamen geest bezield had, opdat hij dien heiligen kruistocht +tot eer van God en tot heil van de menschen gelukkig zou ten einde brengen. Hieruit blijkt, dat zijne plannen volstrekt niet +zelfzuchtig waren; dat hij ver boven inhaligheid verheven was, en hoe vol hij was van vrome en heldhaftige plannen, zooals +die tijdens de kruistochten ook de hoofden verhit <a id="d0e1075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1075">77</a>]</span>en de ondernemingen van de dapperste krijgslieden en de grootste vorsten geleid hadden. + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e948" href="#d0e948src" class="noteref">1</a></span> Omstreeks het jaar 1852 werd in de nieuwsbladen het bericht opgenomen, dat deze doos op de Afrikaansche kust gevonden was +geworden door een scheepskapitein, die van Boston in Massachusetts kwam. De naam van het schip was Chieftain. Het bericht +was zeer omstandig, en werd door den Franschen geschiedschrijver de Lamartine en vele anderen geloofwaardig genoemd. Maar +omdat sinds dien tijd de waarheid ervan nooit bevestigd is geworden, houdt men het er thans voor, dat de een of andere berichtgever +het verhaal heeft verzonnen. +</p> +</div> +<p class="div1"><a id="d0e1077"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Zevende Hoofdstuk.</h2> +<h2>De tweede reis.</h2> +<p>De opgewondenheid, door de groote ontdekking van Columbus veroorzaakt, deelde zich aan de geheele beschaafde wereld mee. Genua +was er trotsch op en juichte, dat de groote ontdekker daar het levenslicht had gezien. Engeland was destijds een zeemogendheid +van weinig beteekenis. Toen het nieuws Londen bereikte, beschouwde men de geheele gebeurtenis meer van goddelijken dan van +menschelijken aard. Sebastiaan Cabot was toen te Londen. De tijdingen wekten de vurige begeerte bij hem op, om ook zulke heldhaftige +daden te doen. Zoo is hij er toe gekomen die beroemde zeereizen te doen, welke zijn naam onsterfelijk hebben gemaakt. + +</p> +<p>Om de gevoelens duidelijk te maken, die in de harten der geleerden van dien tijd werden opgewekt, zullen we een kort uittreksel +meedeelen van een brief, door Peter Martyr aan zijn geleerden vriend Pomponius Laetus geschreven. + +</p> +<p>“Waarde Pomponius, gij schrijft, dat gij van vreugde opsprongt en tevens hebt geweend, toen gij mijn brief laast, waarin het +bestaan van de onbekende wereld der tegenvoeters wordt bevestigd. Gij hebt gehandeld en gevoeld zooals het een man past, die +om zijn geleerdheid beroemd is; want ik ken geen smakelijker voedsel voor een ontwikkeld en rijk verstand dan zulk nieuws. +Mijn geest is telkens zeer opgewekt, wanneer ik met verstandige lieden spreek, die in die oorden zijn geweest. Zoo vroolijk +is een gierigaard, wanneer hij zijn rijkdom vermeerderd ziet. Ons hart, door de dagelijksche zorgen van het leven verontrust, +en door maatschappelijke ondeugden verontreinigd, verheft zich en wordt verbeterd, wanneer het in zulke roemrijke gebeurtenissen +deelt.” + +</p> +<p>Niet één echter, die de eigenlijke beteekenis van de ontdekking begreep. Algemeen geloofde men, Columbus zoowel als alle anderen, +dat hij een nieuwen weg naar die groote landen van Indië gevonden had, welke nog nooit door beschaafde menschen waren bezocht. +Bij niemand kwam de gedachte op, dat de pas ontdekte landen deelen waren van een geheel onbekend vastland, duizenden zeemijlen, +zoowel van Indië als van Europa en Afrika, <a id="d0e1090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1090">78</a>]</span>af. Daarom werden die landen West-Indië genoemd. En daar die streken nog nooit onderzocht waren geworden, en stellig grenzenloos +groot zouden blijken te wezen, kon men ze ook terecht de Nieuwe wereld noemen. + +</p> +<p>Gedurende Columbus’ verblijf te Barcelona, was hij het voorwerp van ieders belangstelling. De koning en de koningin gaven +hem telkens nieuwe bewijzen van hun gunst. Ferdinand reed dikwijls te paard, met Columbus aan den eenen kant en zijn zoon, +prins Jan, aan den anderen. Hij kreeg een wapen ter herinnering aan zijn daden. De buitengewone eer was hem beschoren op zijn +wapenschild de koninklijke wapens van Castilië en Leon te mogen plaatsen met een eilandengroep door golven omringd er bij +met de zinspreuk: + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Aan Castilië en Leon +</span></p> +<p class="line" style=""><span class="poetryline">Gaf Columbus een Nieuwe wereld.</span></p> +</div> +</div> +<p>Aan Columbus werd het jaargeld toegelegd, dat de souvereinen aan hem hadden beloofd, die het eerst land ontdekken zou. Velen +waren van gevoelen, dat dit niet eerlijk was. Het is niet zeker, dat het door Columbus geziene licht, “een kaars lijkende, +die op en neer ging,” van een eiland kwam. En werkelijk waren er nog al sterke bewijzen, dat dit niet zoo was geweest. Helps +schrijft: + +</p> +<p>“Hunne majesteiten hadden een jaargeld van 10.000 marevedi<a id="d0e1103src" href="#d0e1103" class="noteref">1</a> beloofd aan den gelukkige, die ’t eerst land zien zou. De Pinta was vooraan, en van haar dek zag des morgens te 2 uur Rodrigo +de Triana het eerst land. Voor dezen armen matroos kan het ons niet anders dan spijten, dat hij geen belooning kreeg. De admiraal +kreeg het jaargeld.” + +</p> +<p>Irving schrijft: “Op het eerste gezicht schijnt het met de erkende grootmoedigheid van Columbus weinig te strooken, dat hij +dien armen zeeman den prijs deed ontgaan; maar dit raakte zijn eerzucht te zeer, en hij was er zonder twijfel trotsch op, +niet alleen de onderneming ontworpen, maar ook zelf het land te hebben ontdekt. + +</p> +<p><span class="corr" title="Bron: ">“</span>Maar dit verschoont zijn gedrag niet, al wordt het er door verklaard. Het zou Columbus veel meer tot eer hebben verstrekt, +<a id="d0e1112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1112">79</a>]</span>als hij gezegd had: ten aanzien van het licht, dat ik zag, bestaat er onzekerheid, maar zeker is het, dat Triana het eerst +land heeft gezien.”<a id="d0e1114src" href="#d0e1114" class="noteref">2</a> + +</p> +<p>Terwijl Columbus te Barcelona was, moet het bekende voorval met het ei plaats gehad hebben. Volgens het verhaal noodigde Pedro +Gonzales de Mendoza, Groot-kardinaal van Spanje en de eerste onderdaan van het rijk, Columbus op een feestmaal. De admiraal +kreeg aan tafel de eereplaats. Een van de hovelingen, die ijverzuchtig was op de eer, die den ontdekker bewezen werd, vroeg +hem, of hij dacht, dat, als hij de Indiën niet ontdekt had, een ander het niet zou hebben kunnen doen. Columbus gaf geen antwoord. +Maar een ei nemende, verzocht hij ieder van het gezelschap te beproeven, of hij het op één eind kon laten staan. Niemand evenwel +kon het doen. Nu zette Columbus het ei met een kleinen tik op tafel, waardoor het een deuk kreeg, zoodat het staan kon. Zoo +maakte hij duidelijk, dat het, nu hij eenmaal den weg had gewezen, gemakkelijk was, dien weg naar de Nieuwe wereld te volgen. + +</p> +<p>De Roomsche kerk leerde in die dagen, dat haar zendelingen recht hadden, om invallen te doen in elk land, waar heidenen woonden, +en het in bezit te nemen, ten einde de macht der kerk te vergrooten. De Spaansche vorsten wendden zich dadelijk tot den paus, +opdat hij hun aanspraken op alle landen, die zij ontdekt hadden, zou bekrachtigen. Paus Martinus V had aan de kroon van Portugal +alle landen, die ontdekt mochten worden, toegewezen, van kaap Bojador af tot Indië toe. Daarom trachtte de koning van Portugal, +krachtens deze toewijzing, aanspraak te gronden op de door Columbus ontdekte landen. In het verzoek, dat de Spaansche vorsten +tot Paus Alexander VI richtten, verklaarden zij, dat de gedane ontdekkingen de Portugeesche bezittingen niet benadeelden. + +</p> +<p>Ferdinand en Isabella werden als trouwe leden van de kerk beschouwd. Dat zij de ongeloovige Mooren uit Spanje verdreven stond, +meende men, met een heiligen kruistocht gelijk. Hun aan den paus gedaan verzoek, werd gereedelijk ingewilligd, en om te maken, +dat de aanspraken niet in botsing kwamen, werd <a id="d0e1123"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1123">80</a>]</span>er een denkbeeldige lijn getrokken van de noord- naar de zuidpool, 300 mijlen ten Westen van de Azoren. Al het land, dat aan +de westzijde van deze lijn lag, en door Spaansche zeelieden mocht worden ontdekt, zou de Spaansche kroon behooren; wat oostwaarts +lag aan Portugal. Er doen zich met betrekking tot deze verdeeling moeilijkheden voor, maar daarop sloeg men in dien tijd geen +acht. + +</p> +<p>Dadelijk werden alle krachten ingespannen, om een tweeden tocht op touw te zetten. Deugd en ondeugd gaan in deze wereld soms +wonderlijk te zamen. De benoodigde gelden voor dezen tocht werden gedeeltelijk uit kerkelijke fondsen, gedeeltelijk uit verbeurd +verklaarde goederen van de Joden bijeengebracht, die, alleen omdat ze Joden waren, uit Spanje verdreven en van al hun bezittingen +beroofd waren geworden. De bekeering der heidenen werd het voornaamste doel van de onderneming geacht, en geen rechtschapen +man zal hierin van de zijde der Spaansche vorsten huichelarij zien. + +</p> +<p>Twaalf geleerde geestelijken werden gekozen, om den tocht mee te maken. Tot apostolisch vicarus over hen werd Bernardo Boyle +benoemd. Uit eigen middelen gaf Isabella hun misgewaden en sieraden, om aan de kerkgebruiken luister bij te zetten. + +</p> +<p>Van den aanvang af stelde Isabella een warm en levendig belang in het heil van de Indianen. Door de verhalen, die Columbus +van hun zachtzinnigheid en eenvoud gegeven had, was zij voor hen gewonnen en, meenende, dat de hemel die wilden aan haar bijzondere +zorg toevertrouwde, was haar hart met smart vervuld over hun armen en onwetenden toestand. Op haar bevel moest aan het godsdienstonderwijs +de grootste zorg worden besteed, en behoorde men ze met de grootste vriendelijkheid te behandelen, terwijl Columbus alle Spanjaarden +voorbeeldig moest straffen, die zich aan beleediging of onrechtvaardigheid tegenover de wilden schuldig maakten. + +</p> +<p>De zes Indianen, die Columbus naar Barcelona had meegenomen, werden in de hoofdkerk aldaar op een zeer indrukwekkende wijze +gedoopt. De heele koninklijke familie was er bij en de koning en de koningin traden als doopgetuigen op. Een van die gedoopten +stierf spoedig daarna, wat een geleerde van dien tijd aanleiding gaf te schrijven: “Door ons geloof zijn we gehouden aan te +nemen, dat hij de eerste van zijn volk was, die in den hemel kwam.” + +</p> +<p>Het hof benoemde Columbus, met al zijn titels, voorrechten en winsten, tot Onderkoning, Admiraal en Gouverneur over alle <a id="d0e1135"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1135">81</a>]</span>landen, die hij ontdekken zou. Op den 28<sup>en</sup> Mei vertrok Columbus van Barcelona naar Sevilla. Verraders verspreidden het gerucht, dat Portugal in allerijl toebereidselen +maakte voor een tocht, om de pas ontdekte landen voor zich in bezit te nemen. De betrekkingen tusschen de beide regeeringen +werden dan ook van onvriendelijken aard. Ferdinand schreef aan het Portugeesche hof, dat het den Portugeeschen zeevaarders +verboden werd, de onlangs ontdekte landen te bezoeken. Daarop volgde een hevige en vinnige strijd, maar wij kunnen dien niet +volgen. Wederzijds namen kuiperij en list de plaats in van eerlijkheid. + +</p> +<p>Aan die hofkabalen schijnt Columbus vreemd te zijn gebleven. Alle krachten werden te Sevilla voor het in orde brengen van +de vloot, die uit zeventien kleine en groote schepen bestaan zou, in beslag genomen. Toebereidselen werden er gemaakt, om +een volksplanting van boeren, werktuigkundigen en ambachtslieden te stichten. Paarden, vee, allerlei soort van huisdieren +werden bijeengebracht, om de kolonie te bevolken. Ook verzamelde men planten en zaden, benevens die handelswaren, welke de +ondervinding geleerd had, dat door de wilden zouden worden gevraagd. De geestdrift was algemeen, en er kwam haast geen einde +aan de verzoeken, om den tocht mee te mogen maken. Velen van de hooggeplaatste, uitstekende officieren van de land- en zeemacht +wilden op eigen kosten mee. Men stond dus aan den vooravond van den dag, waarop een Europeesch leger van gelukzoekers op de +weerlooze wilden vallen zou. Noch het hof, noch de waarlijk goedgezinde tochtgenooten bezaten wellicht de macht de Indianen +tegen aanmatigingen te beschermen. + +</p> +<p>Vreemd is het niet, dat die geestdrift door het geheele land werd aangetroffen. Den ontevredenen en onvermogenden had men +verteld, dat er eilanden waren, waarop zelfs hemelingen zich te huis zouden gevoelen. Den winter kende men er niet, en moeite +evenmin. Priëelen, aan paradijzen gelijk, noodigden tot rusten. De schoonste bloesems geurden overal. Heerlijk fruit hing +van de takken naar beneden, ruim voldoende, om aller honger te stillen, aller dorst te lesschen. Onder een zonnigen hemel +was het leven er een voortdurende feestdag. Het is daarom niet te verwonderen, dat honderden en duizenden door zulke voorstellingen +verlokt werden, om ontheffing van zwaren arbeid en van zorgen te zoeken in die bosschen, prieëlen en boomgaarden van dit aardsche +paradijs. + +</p> +<p>Een van de merkwaardigste mannen, die zich ook voor dezen tocht inscheepte, was Don Alonzo de Ojeda, en wij zullen dikwijls +<a id="d0e1146"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1146">82</a>]</span>gelegenheid vinden zijn naam te noemen. Hij was van aanzienlijke geboorte, en na verwant aan den Groot-Ketterrechter van Spanje. +Hij was een stoutmoedig, roekeloos ridder, die in de gevaarlijkste ondernemingen vermaak schiep en een man zonder eenige vrees. + +</p> +<p>Het geheele getal, dat zich inscheepte, beliep 1500 man. Columbus droeg een rijk gewaad, opdat hij, met gepaste waardigheid, +zijn hoogen rang als onderkoning zou kunnen ophouden. Den 28<sup>en</sup> September 1493 zeilde de vloot de baai van Cadix uit. De morgen was schoon, en een gunstige wind deed de zeilen zwellen. +Alle harten waren vroolijk gestemd. Den 1<sup>en</sup> October kwam de vloot bij de Kanarische eilanden. Hier nam Columbus nog een aantal kalveren, geiten, schapen en huisvogels +in. Ook nam hij van deze eilanden, zoo wordt verhaald, oranje-appelen, citroenen, meloenen en verscheidene andere vruchten +mee, om die op Hispaniola in te voeren. Toen men weer zee zou kiezen, kregen alle kapiteins op de schepen in last, koers te +zetten naar de haven van de Geboorte op het eiland Hispaniola. Daar woonde het vriendelijke opperhoofd Guacanagari, en daar +had men het garnizoen achtergelaten. + +</p> +<p>Spoedig voelden ze den invloed van de passaatwinden, en werden ze snel over een kalme zee en onder een wolkenloozen hemel +voortgedreven. Toen ze ongeveer 1200 mijlen ten westen van Gomera waren gekomen, ontstond er een vreeselijk onweer. Bij dit +natuurverschijnsel zagen ze, wat onder deze omstandigheden niet zeldzaam is, het electrische vuur om de toppen van de masten +spelen. Fernando Columbus verhaalt van dit tooneel het volgende. + +</p> +<p>“Op denzelfden Zaterdag zagen we des nachts St. Elmus, met zeven brandende kaarsen in de maststaak. Het regende en onweerde +geducht. Ik wil zeggen, dat men dat licht zag, waaruit volgens de zeelieden, het lichaam van St. Elmus bestaat. Toen zij het +zagen, hieven zij smeekgezangen aan en stortten gebeden uit, vast overtuigd, dat niemand gevaar loopt, wanneer dit vuur in +den storm wordt gezien. Het moge waar zijn, maar ik wil niet beslissen. Mogen wij Plinius gelooven, dan hebben gedurende zeestormen +de Romeinsche zeelieden dergelijke lichten ook gezien, die zij Castor en Pollux noemden, en waarvan Seneca eveneens, melding +maakt.<span class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Den 3<sup>en</sup> November zag men op een Zondagmorgen heel ver in ’t Westen een hoog eiland. Het werd met vreugdekreten van alle schepen begroet. +Columbus noemde het Dominica. Op <a id="d0e1168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1168">83</a>]</span>bevel van Columbus kwam al het scheepsvolk op het dek, en werd er godsdienstoefening gehouden, waarbij onder gebed en lofgezang +in ’t bijzonder God gedankt werd voor de voorspoedige reis. + +</p> +<p>Nu kwam de vloot bij de schoone eilandengroep, die de Antillen heet. Van alle ligt het prachtige eiland Porto Rico het westelijkst. +Terwijl de vloot verder ging, voer men zes eilanden voorbij, waarvan het fraaie groen aanhoudende kreten van verbazing uitlokte. +Op een van deze, Maria Galante geheeten, ging Columbus aan land. Dit eiland, dat door een dicht bosch bedekt was, scheen onbewoond. +Columbus plantte er de Spaansche vlag, en nam het in naam van zijn vorsten in bezit. + +</p> +<p>Een ander eiland, dat veel grooter bleek, kwam in het gezicht. Met zooveel mannen, als een boot bevatten kon, ging Columbus +aan land. Ook hier vond hij geen bewoners, maar zag vele zonderlinge natuurtooneelen. Hij noemde het eiland Estramadura. De +Indianen gingen van schrik op de vlucht. Er was een lief dorp, dat uit een dertigtal huizen bestond, die een openbaar plein +omgaven. Elk huis had een open galerij, waarin de familie zitten kon, die dan beschermd was voor de stralen van de zon. Een +van die huizen was versierd met keurig net houtsnijwerk. Net geweven hangmatten van sterk katoen gemaakt hingen er binnen +in, en men kon ook aardewerk en kalebasschalen zien, die tot vaten dienden. Om de huizen liepen makke ganzen en tamme papegaaien. +Hier troffen de Spanjaarden ook voor het eerst de ananas aan. + +</p> +<p>Toen zij naar het schip teruggekeerd waren, voeren zij eenige mijlen langs de kust van dit eiland, en bleven des nachts in +een goede haven liggen. Zij zagen wel onder het varen vele dorpen, maar de verschrikte inwoners namen bij het zien van de +schepen dadelijk de vlucht. Den volgenden morgen werd een boot aan land gezonden. De matrozen namen een jongen en verscheidene +vrouwen gevangen, en brachten die aan boord. Uit de wapenen, die de matrozen vonden; het huiveringwekkend gezicht van menschenbeenderen, +die zij zagen, en ook uit hetgeen Columbus van de vrouwen—door zijn Indiaansche tolken—vernam, kon hij opmaken, dat dit één +van de eilanden was, waar menscheneters woonden. Aan de pijlen zaten scherpe beenen punten, die met het sap van zekere plant +vergiftigd waren. In groote roofbenden hielden zij strooptochten op andere eilanden, vermoordden de oude lieden, hielden de +knapste meisjes voor gezelschap of als dienstboden bij zich, en aten de kinderen op. Aan <a id="d0e1176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1176">84</a>]</span>de balken van de huizen zagen de Europeanen deelen van ’t menschelijk lichaam hangen, die een bewerking schenen te ondergaan +om tot voedsel bereid te worden. In een der huizen zag men het hoofd van een jong mensch, dat blijkbaar pas was afgehouwen. +Andere deelen van menschelijke lichamen werden gebraden. + +</p> +<p>Een kapitein van een der karveels had het gewaagd met 8 man zonder verlof een uitstapje te maken, en men kon hem nergens terugvinden. +Columbus was zeer bezorgd, want hij kon met reden vreezen, dat zij door deze ruwe wilden waren vermoord. Hij wachtte in grooten +angst een dag en een nacht, maar toen hij nog niets vernam, zond hij troepen in verschillende richting, die op de trompet +blazen en schoten moesten lossen. Maar al het zoeken was vruchteloos. Wel zag men vele inboorlingen; doch zoodra men hen naderde, +liepen zij zoo hard mogelijk weg. + +</p> +<p>De ridderlijke Alonzo de Ojeda bood vrijwillig aan met 40 man het heele eiland te gaan onderzoeken. Deze kleine troep drong +diep in het land door. Over breede stroomen en door bijna ondoordringbare bosschen leidde hun pad. Men loste schoten, blies +zoo hard men kon op de trompet, maar Ojeda moest zonder tijding van de verlorenen terugkeeren. Vele dagen waren sedert hun +verdwijnen verloopen, en hoop, om ze terug te vinden, was er niet meer. Met een bedrukt hart lichtte Columbus zijn ankers, +toen hij op eenmaal een flauwen kreet uit een dicht bosch hoorde, en kort daarna verschenen de mannen aan het strand. Hun +gescheurde kleeding en hun ontstelde gelaatstrekken lieten maar al te duidelijk zien, wat zij geleden hadden. Zij waren in +de kreupelbosschen van een dicht woud verdwaald geraakt, een woud zoo verbazend dicht, dat men er haast niet in zien kon. +Met de grootste moeite hadden zij zich door het verwarde net van riet, wijnstokken en dorens een pad gebaand. De groote boomen, +die hen overschaduwden, beletten hun zelfs de sterren te zien. + +</p> +<p>Hun lijden werd nog veel erger door den grooten angst, waarin zij verkeerden, dat de admiraal, meenende dat zij dood waren, +weg zou zijn gevaren en hen dus aan een vreeselijk lot overliet. In dat geval konden zij niet hopen ooit hun vrienden of hun +vaderland terug te zullen zien. Naar alle waarschijnlijkheid zouden de wilden hen dooden en opeten. Eindelijk vonden zij den +zeekant. Vol bekommering liepen zij dien langs, en konden niet gelooven, dat de vloot om hunnentwil de voortreis zoo vele +<a id="d0e1184"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1184">85</a>]</span>dagen zou hebben uitgesteld. Tot hun onuitsprekelijke blijdschap vonden zij de haven, en de schepen voor anker liggen. + +</p> +<p>Zij brachten een of twee meisjes en jongens mee. Niet één man hadden ze gezien. Men had vernomen, dat alle krijgslieden vertrokken +waren, om een ander eiland te plunderen. Dat de kapitein met zijn manschappen zonder verlof het schip hadden verlaten, vond +Columbus een ernstige overtreding. Daardoor toch was de vloot verscheidene dagen opgehouden, en, behalve de groote moeite, +die hun opsporing gegeven had, had men op de schepen veel angst uitgestaan. Daarom dan ook werden de overtreders, ondanks +al hun doorgestaan leed, gevangen genomen. + +</p> +<p>Den 10<sup>en</sup> November werden de ankers gelicht, en zeilde de vloot door de schoonste eilanden-zee, die er op de wereld kan gevonden worden. +Terwijl de vloot door deze schoone en bloeiende paradijzen gleed, die als uit een kalme zee oprezen, gaf Columbus hun namen. +Den 14<sup>en</sup> wierp hij het anker uit in de haven van een eiland, dat de Indianen Ayay noemden, maar waaraan hij den naam gaf—nu zoo algemeen +bekend—van Sante Cruz. Een flink bemande boot werd aan wal gestuurd. Zooals gewoonlijk namen de inboorlingen de vlucht. In +een verlaten dorp namen ze een of twee mannen en een knaap gevangen. Dit waren krijgsgevangenen, die de wreede bewoners van +een ander eiland hadden gehaald. Ook zagen ze een kano, met onderscheidene Indianen er in, om een landpunt heengaan. Het volk +in de boot roeide met alle kracht, en haalde hen in. + +</p> +<p>De Caraïbiërs, zooals zij genoemd werden, grepen naar pijl en boog en vochten met bijna duivelsche wanhoop. De Spanjaarden +wisten zich over het algemeen door schilden te beschutten, maar twee werden toch gewond. Twee van de inboorlingen waren vrouwen, +die even dapper als de mannen vochten. Een van hen schoot een pijl af met zulk een kracht, dat zij een Spaansch schild geheel +doorboorde. De lichte kano sloeg om. De wilden vochten in het water even goed, en wierpen hun pijlen even behendig, alsof +zij in de boot hadden gestaan. + +</p> +<p>Eindelijk werd men hen meester. Eén was doodelijk gewond, en stierf, toen hij aan boord van het schip werd gebracht. Vele +anderen nog hadden wonden. Een van de vrouwen scheen een hoogen rang te bekleeden. Zij had haar zoon bij zich. Hij was een +jongeling van groote lichaamskracht, had een woest gelaat en bezat leeuwenmoed. Allen hadden zich afschuwelijk leelijk beschilderd, +en droegen lang, zwart, dik haar. Ofschoon <a id="d0e1200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1200">86</a>]</span>men ze flink gekneveld had, zagen ze er toch nog moedig en uittartend uit. Het geleken tijgers in een kooi, wier zichtbare +kracht en dreigend voorkomen maakten, dat allen ze met een gevoel van schrik aanzagen. Eén van de Spanjaarden was in het gevecht +doodelijk gewond, en stierf binnen weinige dagen. + +</p> +<p>Bij de voortzetting der reis kreeg de vloot weldra een andere eilandengroep in ’t gezicht. Op sommige er van vond men een +weligen plantengroei; andere waren naakte, steile rotsen, zwart geworden door den golfslag en den wind van honderden jaren. +De vruchtbare eilanden schenen over het algemeen onbewoond te zijn. Zij lagen zoo dicht bij elkander, dat het voor een groot +schip gevaarlijk mocht heeten er tusschen door te varen. De groep heet nog de Virginia-eilanden, een naam, dien Columbus er +aan gaf. Het grootste van de groep noemde hij Santa Ursula. + +</p> +<p>Altijd trachtte de vloot zoo snel mogelijk de westwaarts gelegen haven op het eiland Hispaniola te bereiken. Op den avond +van een schoonen dag rees een groot eiland voor hun oog op, waarop vele bosschen stonden en waarvan het strand vele baaien +vormde. Het was Porto Rico. De inboorlingen noemden het Boriquen. Columbus gaf het den naam van San Juan Bautista. Het werd +ondersteld het voornaamste eiland der zoo gevreesde Caraïben te zijn. Columbus hoorde nu, dat het een rustplaats was tijdens +hun bloedige strooptochten. Hier regeerde één opperhoofd over een talrijke bevolking. Zij waren krijgslieden uit nood, en +vochten voor zelfbehoud. Uit wraak aten ze hun krijgsgevangenen op. + +</p> +<p>Een geheelen dag voer de vloot langs de schoone kusten van dit eiland, en ankerde des avonds in de westelijkste baai, waar +overvloed van visch was. De admiraal ging aan land. Hij vond er een lief Indiaansch dorp, dat door een goed pad met de zee +verbonden was. De huizen stonden—als gewoonlijk—om een vierkant plein. Aan elken kant van den weg lagen vruchtbare tuinen, +door stevige rieten omheiningen ingesloten. Aan het einde van den weg, dicht bij het strand, had men een verhevenheid gebouwd, +een soort van sterrentoren, een uitkijk, van waar men alles, wat over zee aankwam, op grooten afstand kon zien. + +</p> +<p>Maar een eenzaamheid als die van Thebe of Palmyra heerschte bij deze woningen. Geen levend wezen was te zien, omdat de inwoners +op het gezicht van het smaldeel naar het binnenland gevlucht waren. De vloot bleef hier twee dagen, gedurende welken tijd +geen Indiaan zich durfde vertoonen. + +</p> +<p>Het verhaal, dat Columbus van dezen kruistocht tusschen de Caraïbische eilanden naar Spanje zond, werd door geheel Europa +<a id="d0e1212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1212">87</a>]</span>met de grootste belangstelling gelezen. Het scheen de betwiste vraag op te lossen, of het menschdom ergens zoo laag gezonken +was, dat men zich met menschenvleesch voedde. Toch twijfelt men niet, of veel van hetgeen de wilden aan Columbus mededeelden, +was onduidelijk. + +</p> +<p>Bij het bewijs, dat aangevoerd werd voor het bestaan der gewoonte om menschenvleesch te eten, moet men vooral niet vergeten, +dat zeelieden dikwijls slecht en onnauwkeurig waarnemen, en dat de Spanjaarden reeds van te voren het feit voor waar hielden. +Bij de bewoners van vele eilanden en andere deelen van de Nieuwe wereld was het de gewoonte, om het overschot van overleden +betrekkingen en vrienden te bewaren; soms het geheele lijk, soms alleen het hoofd of een ander lichaamsdeel, dat dan boven +het vuur gedroogd werd; enkele malen ook alleen de beenderen. + +</p> +<p>Den 22<sup>sten</sup> November vertoonden zich in de verte de oostelijkste klippen van Haïti. De grootste opgewektheid heerschte aan boord van +al de schepen, toen men hoorde, dat Hispaniola in ’t gezicht was. Met bolle zeilen gleed de vloot langs de schoone stranden, +en allen waren opgetogen over de verhevene en liefelijke tooneelen, die zich onophoudelijk aan hen voordeden. Een matroos, +die in het gevecht op Porto Rico gewond werd, kwam te overlijden. Eenige goed gewapende manschappen werden aan land gezonden +om hem te begraven. Op het strand hadden de lijkplechtigheden plaats, en deze werden niet gestoord, omdat de wilden hadden +gehoord, dat Columbus een vriendelijk man was. Zonder eenige vrees kwam een kano naar het schip van den Admiraal toe, met +het verzoek van het opperhoofd van het eiland of hij hem met een bezoek wilde vereeren. Columbus wees het verzoek van de hand, +maar overlaadde de afgezondenen met geschenken. + +</p> +<p>De vloot ging verder, en ankerde in de golf van Samana. Men zal zich herinneren, dat Columbus hier op zijn eerste reis door +de wilden aangevallen werd, maar dat hij door goedhartigheid hun vriendschap verworven had, zoodat vier jonge Indianen hem +naar Spanje vergezelden. + +</p> +<p>Een van dezen, die gedoopt en tot het christendom bekeerd was, zond Columbus aan wal. Hij deed hem rijke kleederen aan, en +hing hem een groote hoeveelheid van die kleinooden om den hals, waaraan de Indianen zooveel waarde hechtten. Hij kwam echter +niet terug, en nooit heeft men iets meer van hem vernomen. Van alle wilden, die Columbus mee had genomen naar <a id="d0e1225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1225">88</a>]</span>Spanje, was er nu nog maar één over. Deze, die ook gedoopt was geworden, en toen den naam van Diego Colon had gekregen, scheen +een waar christen te zijn. + +</p> +<p>Den 25<sup>sten</sup> November wierp de vloot in de haven van Monte Christo het anker uit. Men zal zich herinneren, dat een groote rivier in deze +baai uitliep, die Columbus Rio del Oro of Goudrivier noemde, maar nu Santiago heet. Zij schrikten erg, toen zij op de kust +4 lijken vonden, die bij onderzoek Europeanen bleken te zijn. Zij moeten dus tot het garnizoen behoord hebben, dat Columbus +op La Navidad, slechts een paar mijlen westelijker gelegen, achtergelaten had. De somberste voorgevoelens omtrent het lot +van die menschen waren nu opgewekt. + +</p> +<p>Toch kwamen er nog onderscheidene inboorlingen geheel onbevreesd en vriendelijk aan boord, zoodat uit niets bleek, dat zij +kennis droegen van vijandelijkheden tusschen de wilden en de Spanjaarden. + +</p> +<p>Het was reeds avond, toen Columbus den 27<sup>sten</sup> drie mijlen van La Navidad ankerde. In de duisternis die haven binnen te loopen durfde hij niet, maar omdat hij zoo gaarne +wilde weten, hoe het met het garnizoen ging, liet hij twee kanonschoten lossen. De met bosch bedekte stranden en de rotsen +weerkaatsten de schoten, maar ander antwoord kwam er niet. Treurig en stil ging de nacht voorbij. Geen licht werd gezien, +geen geluid gehoord. De stilte van een maagdelijk woud scheen in deze akelige eenzaamheid te heerschen. + +</p> +<p>Omstreeks middernacht kon men in de verte een klein bootje zien, dat naar een der schepen scheen te gaan. De kano hield stil, +en een Indiaan, die misschien van de soldaten van het garnizoen een weinig Spaansch geleerd had, praaide het schip, en vroeg +naar Columbus. Men duidde hem het admiraalsschip aan, waarna hij er langzaam naar toe roeide. Maar toen hij er bij kwam, durfde +hij niet aan boord gaan vóór Columbus zich vertoonde en hij bij ’t licht van een flambouw zijn gelaat zag, waaruit het hem +duidelijk werd, dat men hem niet bedroog. + +</p> +<p>Toen ging hij met iemand, die hem vergezelde, in het schip, bewerende een neef van het beroemde opperhoofd Guacanagari te +zijn. Namens hem kwam hij twee gouden kroontjes brengen. Op de belangstellende vragen van Columbus aangaande het lot van zijn +volkplanting, gaf hij verwarde en onduidelijke antwoorden. Maar het was ook moeilijk voor hem, om zich door woorden of door +gebaren duidelijk uit te drukken. Columbus <a id="d0e1243"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1243">89</a>]</span>meende er uit te moeten opmaken, dat vele Spanjaarden aan ziekten gestorven waren; dat zij onder elkander twist gekregen hadden, +waarbij er velen gedood waren geworden; dat de anderen met Indiaansche vrouwen waren weggegaan en zich over het eiland hadden +verspreid. + +</p> +<p>Ook deed hij de treurige mededeeling, dat een aantal wakkere krijgslieden van de bergen van Cibao, het schoone dorp, waar +Guacanagari woonde, aangevallen, alle huizen verbrand, vele inwoners gedood en anderen gevankelijk hadden weggevoerd. Ofschoon +Guacanagari aan de slachting ontkomen was, lag hij toch gewond en ziek in een nabijgelegen gehucht; anders zou hij zich de +eer hebben gegeven persoonlijk zijne opwachting bij den admiraal te maken. + +</p> +<p>Hoe droevig die tijding ook was, Columbus troostte zich met de gedachte, dat het garnizoen niet omgekomen was door de trouweloosheid +der wilden. Het medegedeelde was overigens een klaar bewijs, dat de Nieuwe wereld volstrekt geen rein paradijs van onschuld +en vreugde was. De Indianen gingen, na gegeten en geschenken ontvangen te hebben, weer naar den wal. Zij verzekerden Columbus, +dat het opperhoofd, die van zijn wonden langzamerhand herstelde, plan had zich den volgenden morgen aan boord te laten brengen. + +</p> +<p>Columbus, die alle hofgebruiken steeds zeer in acht nam, wachtte, toen het morgen werd, uur aan uur op het beloofde bezoek +van den vorst. De dag ging in alle stilte voorbij, en men zag zelfs geen kano. Pijnlijk was de aanblik, dien de eenzaamheid +en de verlatenheid aan alle kanten te aanschouwen gaven. Er steeg zelfs geen rook uit de bosschen op, wat een teeken van menschelijk +leven zou zijn geweest. + +</p> +<p>Toen het avond werd, zond de nieuwsgierige en afgematte Columbus een boot aan land, om verkenningen te doen. Het scheepsvolk +begaf zich dadelijk naar het fort. Het bood een schouwspel van geweld en verwoesting aan, dat het koenste hart schrik zou +hebben aangejaagd. Door den een of anderen wreeden vijand was het geplunderd, verbrand en geheel verwoest. Zij zagen op eenigen +afstand één of twee Indianen op de loer liggen, maar niet één er van durfde naderbij komen. Toen de zeelieden bij hen trachtten +te komen, liepen zij hard weg alsof hun geweten hen aanklaagde. Dit ontmoedigende bericht brachten de matrozen den admiraal +mee. + +</p> +<p>Het verdroot Columbus bovenmate. Hij ging den volgenden morgen, na de haven ingezeild en het anker uitgeworpen te <a id="d0e1255"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1255">90</a>]</span>hebben, zelf aan land. Geen spoor van garnizoen was meer te zien; alleen een tooneel van verwoesting, dat een verschrikkelijken +strijd en een vernielende slachting aanduidde. Al het getimmerte lag op den grond; de vensters waren stukgeslagen; lappen +van kleedingstukken, die bemorst en met geweld verscheurd waren, fladderden in den wind. Niets kon men vinden, dat eenig licht +wierp op het vreeselijk drama, dat daar moest hebben plaats gegrepen. Het akelig tooneel wekte bij de meesten het vermoeden +op, dat Guacanagari een valschaard was geweest. Maar Columbus bewaarde het geloof aan de trouw van het opperhoofd. Hij werd +in deze overtuiging versterkt door de smeulende asch, waarin het dorp zelf lag. + +</p> +<p>Toen dit onderzoek was afgeloopen, ging Columbus met de booten de rivier op, om, zoo mogelijk, gewaar te worden, waar de mannen +gebleven waren, en wat er van hen geworden was. + +</p> +<p>Nadat zij ongeveer 3 mijlen ver geroeid hadden, kwamen zij bij eenige hutten, waaruit alle bewoners gevlucht waren, zoodra +zij de Spanjaarden zagen naderen. Hier vonden zij onderscheidene Europeesche zaken, die zonder twijfel aan het garnizoen hadden +toebehoord. De vrees van hen, die Guacanagari wantrouwden, werd hierdoor vermeerderd. In deze onzekerheid keerden zij terug +naar de puinhoopen van het fort. + +</p> +<p>De lezer zal zich nog wel herinneren, dat er een veertigtal manschappen achtergebleven waren. Het waren Spaansche oudgedienden, +aan oorlog gewoon, ze zouden zich, indien het noodig was, met hun blinkende sabels en vernielende geweren doodgevochten hebben. +Het fort was sterk gebouwd, en werd door een kanon verdedigd, zoodat het schijnbaar onneembaar was voor elke macht, die de +wilden er tegen konden aanvoeren. Men kon zich haast niet voorstellen, hoe zulk een garnizoen overwonnen had kunnen worden +door menschen, die slechts met pijl en boog storm konden loopen. De verslagenheid werd nog grooter, toen men op den dag de +graven van elf Spanjaarden vond. + +</p> +<p>Des middags zag men een troepje Indianen in de verte. Zij waren echter blijkbaar bang dicht bij de Spanjaarden te komen. + +</p> +<p>Langzamerhand slaagde Columbus er in hun vrees te verdrijven, zoodat hij zich met hen kon onderhouden, en spoedig werden zij +zeer spraakzaam. Sommigen van hen verstonden een weinig Spaansch, en met de hulp van een Indiaanschen tolk, kreeg Columbus +waarschijnlijk een vrij nauwkeurig verhaal van de verwoesting der kolonie. +<a id="d0e1267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1267">91</a>]</span></p> +<p>Wat men ook zegge van het hemelsch karakter van de wilden, aan het aardsche van de Spanjaarden kan niet getwijfeld worden. +De zeelieden waren in den regel menschen van de laagste soort, onwetend, bijgeloovig en doodarm. Al de geestkracht van Columbus, +met zijn ambtelijke waardigheid en zijn onbeperkte macht, was noodig, om ze in bedwang te houden. Don Diego Arana, die het +bevel zou voeren, was een man, die het goed meende, maar niet in staat, om over de ontzettend groote moeilijkheden, die hij +kreeg, te zegevieren. + +</p> +<p>Nauwelijks was het admiraalsschip weggegaan, of deze zeelieden, die aan den raad, welken zij ontvangen hadden, niet meer dachten, +begonnen de inboorlingen allerschandelijkst te behandelen. In kleine welgewapende troepen trokken zij de woningen van de Indianen +in, namen hun goud af, maakten zich op de ruwste wijze van hun huizen meester, en mishandelden onmeedoogend al hun huisgenooten. +De wilden hadden gedacht, dat de Spanjaarden uit de lucht gekomen waren. Hun gedrag echter toonde, dat zij veeleer uit den +afgrond kwamen. Duivels hadden moeilijk snooder kunnen zijn, dan deze teugellooze Spanjaarden. + +</p> +<p>De beste huizen namen zij in bezit; zochten zooveel vrouwen uit als hun behaagde, grepen vooral, ondanks alle ingebrachte +bezwaren en op gewelddadige wijze, de vrouwen en dochters van de opperhoofden aan. Vonden zij ergens goud, dan namen zij het. +Dikwijls gaf die gestolen buit aanleiding tot gevechten, werden de dolken voor den dag gehaald en vloeide er bloed. Arana +verloor alle gezag over zijn manschappen. Men verliet eigenwillig het fort, en er ontstonden twisten over de vraag, wie de +baas was. Er vormden zich partijschappen, en in een hevig gevecht werd er één gedood. + +</p> +<p>Negen Spanjaarden gingen onder aanvoering van twee hoofden van den opstand uit, om verwijderde goudmijnen op te sporen. Zij +richtten hun schreden naar de bergen van Cibao, die midden in ’t land lagen. Daar regeerde Caonabo, een beroemd en ontwikkeld +opperhoofd, over een oorlogzuchtigen stam. De snoodheden, die de Spanjaarden bedreven hadden, waren hem ter oore gekomen. +Toen de waaghalzen op zijn gebied kwamen, viel hij hen aan, en bracht ze allen om het leven. Toen sloot hij met een anderen +stam, welks opperhoofd Mayreni heette, een verbond, en viel met vereende krachten het fort aan. + +</p> +<p>Zij hielden hun marsch geheim, en het garnizoen, waarvan velen afwezig waren, werd plotseling overvallen. In het holst van +den nacht drongen onder vreeselijk geschreeuw twee troepen het <a id="d0e1278"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1278">92</a>]</span>onbewaakte fort binnen, staken de loodsen in brand en verbrijzelden met knodsen de schedels van de verschrikte Spanjaarden, +die uit hun bed sprongen. Sommigen werden in zee gedreven en verdronken. Allen kwamen om. Wel verzamelde de getrouwe Guacanagari +zijne strijdkrachten, om hen ter hulp te snellen, maar het was te laat. Het fort was vernield. Alle Spanjaarden waren dood; +maar toch vocht Guacanagari nog dapper tegen een overmachtigen vijand. Zijn dorp werd tot den grond toe afgebrand. Velen van +zijn strijders werden verslagen. Guacanagari, door Caonabo zelf ernstig gewond, wist nog uit zijn verwoest huis te ontsnappen. +Hij werd niet vervolgd. Het groote doel van de verbonden opperhoofden was de uitroeiing van de Spanjaarden. + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1103" href="#d0e1103src" class="noteref">1</a></span> Dit was ongeveer ƒ 7500; doch veel meer, wanneer men aan de betrekkelijke waarde van het geld in die dagen denkt. Een marevedi +was een muntstukje, dat ¾ cent volgens den tegenwoordigen koers waard was. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1114" href="#d0e1114src" class="noteref">2</a></span> Oviedo zegt, dat Rodrigo de Triana zich het onrecht, dat men hem aandeed zoo aantrok, dat hij zijn vaderland en zijn geloof +verloochende. Naar Afrika gaande, omhelsde hij den Islam. Nergens vindt men echter deze bewering bevestigd, en Oviedo heeft +niet den naam een geloofwaardig geschiedschrijver te zijn. +</p> +</div> +<p class="div1"><a id="d0e1280"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Achtste Hoofdstuk.</h2> +<h2>Het leven te Hispaniola.</h2> +<p>Het verhaal, dat de inboorlingen van het treurig lot der kolonie gaven, werd door berichten, die men van andere zijden kreeg, +bevestigd. Een van de karveelen, waarover Melchoor Maldonado bevel voerde, was langs de kust gezonden, om een betere plaats +voor een nieuwe volkplanting op te zoeken. Hij had nog maar weinige mijlen afgelegd, of een kano met twee Indianen naderde +zijn schip. Een van die twee was een broeder van Guacanagari. Hij verzocht Maldonado aan land te komen, en het opperhoofd +een bezoek te brengen, die bij hem in huis was en het wegens zijn wonden niet verlaten kon. Zij vonden het opperhoofd niet +in staat zijn hangmat te verlaten, en zeven van zijn vrouwen verpleegden hem met de grootste zorg. + +</p> +<p>Guacanagari gaf zijn groot leedwezen te kennen, dat hij niet in staat was geweest den admiraal te bezoeken. Tot in de kleinste +bijzonderheden verhaalde hij de gebeurtenissen van het groote ongeval. Zijn verhaal stemde geheel overeen met hetgeen boven +reeds gemeld is. Den Spaanschen kapitein en diens metgezellen onthaalde hij mild, en bij hun vertrek bood hij ieder een zware +gouden kroon aan. Den volgenden morgen ging Columbus zijn ouden vriend bezoeken. Ten einde het opperhoofd en zijn gevolg eenig +begrip van zijn waardigheid en macht te geven, verscheen de admiraal in schitterend hofgewaad en werd hij door een groot aantal +officieren vergezeld, die allen maliënkolders aan hadden. + +</p> +<p>Guacanagari lag in zijn hangmat. Zichtbaar werd hij getroffen door het weerzien van zijn ouden vriend, en hij weende, toen +<a id="d0e1291"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1291">93</a>]</span>hij het lot van de Spanjaarden verhaalde. Aan de oprechtheid van zijn vriendschap en de waarheid van zijn verhaal twijfelde +de admiraal geenszins, maar de Spanjaarden zagen over het algemeen het opperhoofd wantrouwend aan. Het bleek in ieder geval +duidelijk, dat hij verontwaardigd was over de afgrijselijke daden, die de Spanjaarden hadden bedreven, en volstrekt niet verlangde, +dat zij zich in zijn gebied vestigden. Het onderhoud was vriendschappelijk, en ook werden er geschenken gewisseld. De geschenken +in goud, die zij van het opperhoofd ontvingen, waren naar Europeesche schatting honderdmaal meer waard dan de sieraden, die +hij wederkeerig van Columbus kreeg; maar ’t is ook waar, dat deze naar het gevoelen van de wilden, die van hen in waarde overtroffen. + +</p> +<p>Een chirurgijn onderzocht de wond aan het been. Terwijl hij aan de mogelijkheid dacht, dat sommige spieren gekneusd waren, +wat zeer pijnlijk was, meenden anderen, dat het opperhoofd volstrekt zoo’n ernstige wond niet had, als hij voorgaf. Columbus +verdedigde echter zijn vriend<a id="d0e1295src" href="#d0e1295" class="noteref">1</a>. Des avonds werd het opperhoofd, ofschoon zichtbaar lijdend, naar de schepen gedragen. Toen Columbus voor de eerste maal +in de haven kwam, had hij twee kleine en beschadigde karveelen bij zich. Nu lag er een trotsche vloot van 17 schepen in de +baai. Het schip van den admiraal was een van de hechtste schepen der Spaansche vloot. + +</p> +<p>Guacanagari was verbaasd over de grootheid, rijkdom en macht, waarvan hij getuige werd. Verbaasd was hij ook bij het gezicht +van de vruchten, planten en dieren van de Oude wereld. Schapen, varkens en koeien had hij nog nooit gezien. De grootte, de +kracht en het voorkomen van de paarden wekten zijn bewondering op. Nog meer werd hij verrast door hun volgzaamheid en het +gemak, waarmee men ze bestuurde. +<a id="d0e1303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1303">94</a>]</span></p> +<p>Aan boord van het admiraalsschip bevonden zich tien jonge vrouwen. Een er van, die Catalina heette, was zeer schoon. Zij zag +er als een prinses uit, en zou overal de aandacht getrokken, de bewondering opgewekt hebben. Deze meisjes waren krijgsgevangenen +van de Caraïbiërs, door Columbus bevrijd. Zij behaagden het opperhoofd zeer, maar nu behoorden zij aan de Spanjaarden. Guacanagari +had een verschrikkelijk tooneel van de gruweldaden bijgewoond, waartoe de Spaansche matrozen in staat waren. Hij sprak zeer +vriendelijk tot Catalina. Hoeveel onderscheid er ook in de tongvallen was, die op de verschillende eilanden werden gebruikt, +toch scheen er zooveel overeenkomst in hun talen te wezen, dat de inboorlingen elkander gemakkelijk konden verstaan. + +</p> +<p>Het is niet onwaarschijnlijk, dat Guacanagari de Spanjaarden nog altijd voor menschen aanzag, die uit een andere wereld kwamen. +Maar hij beschouwde hen niet langer als engelachtige bezoekers. Zij kwamen hem als vijanden voor, van wier snoodheid hij walgde. +Het opperhoofd was blijkbaar verlegen, en alle pogingen, om de vroegere vertrouwelijkheid te herstellen, baatten niet. Toen +Columbus hem voorstelde, om bij hem te blijven, was het opperhoofd zichtbaar niet op zijn gemak, en merkte op, dat het hier +ongezond was, wat ook werkelijk het geval was. Het opperhoofd keerde naar den wal terug; zijn geest was onrustig, en hij werd +door de meeste Spanjaarden met argwaan nagekeken. + +</p> +<p>Den volgenden morgen liet het opperhoofd vragen, wanneer Columbus plan had verder te zeilen, en hij ontving het bericht, dat +men den volgenden dag de haven dacht te verlaten. In den namiddag kwam Guacanagari’s broeder aan boord. Men zag, dat hij een +afzonderlijk gesprek met de vrouwen hield, in ’t bijzonder met de schoone Catalina. Te middernacht lieten Catalina en haar +metgezellinnen zich, toen al het scheepsvolk sliep, in alle stilte aan een kant van het schip in ’t water glijden. Het schip +lag drie mijlen van de kust af, en de zee was onstuimig. + +</p> +<p>De wacht op het dek hoorde het, en maakte gerucht. Dadelijk werd er een boot bemand, en men zette haar na. Op het strand was +een vuurtje ontstoken, dat haar zeker tot baken dienen moest. De vrouwen zwommen als eenden, en werden niet ingehaald vóór +zij aan land waren. Vier echter werden op het strand gegrepen. De overigen, en ook Catalina, ontsnapten. Toen het dag werd, +bevond men, dat Guacanagari met al zijn volgelingen vertrokken was. Dit vermeerderde den argwaan van vele Spanjaarden, dat +hij een verrader was geweest. Maar hij kon ook niet <a id="d0e1312"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1312">95</a>]</span>blind zijn geweest voor de kwade blikken, die hij daags te voren van de Spanjaarden had opgevangen. Enkelen hadden op zijn +gevangenneming aangedrongen, opdat hij hun gijzelaar mocht worden. Stellig handelde hij heel verstandig, door zich zelf niet +langer in hun macht te stellen. + +</p> +<p>Alles op La Navidad was met een somber waas overtogen. Het fort lag in puin. De graven der Spanjaarden waren voortdurende +gedenkteekens van geweld en bloedstorting. De zeewind scheen den lijkzang te vormen bij de puinhoopen van het inlandsch dorp. +Stilte, eenzaamheid en verwoesting heerschten daar. Allen wilden gaarne weggaan. Columbus besloot ook de plaats te verlaten +en een betere plek voor de vestiging van een volkplanting op te zoeken. + +</p> +<p>Het aan land gaan kon niet meer worden uitgesteld. De dieren hadden van de lange reis veel geleden. Allen verveelde het maandenlang +aan boord te zitten. Goed bemande booten, sterk genoeg, om langs de kusten te gaan en die te zuiveren van kwaadwilligen, werden +links en rechts gezonden, terwijl de vloot in de ruime haven bleef liggen, om af te wachten, wat de verkenners zouden berichten. +De booten voeren heel ver weg en keerden eindelijk terug, zonder dat het had mogen gelukken een geschikte plaats voor een +kolonie te vinden. De beruchte zeelieden, die in het garnizoen gelegen hadden, waren door hun gedrag oorzaak geweest, dat +de inboorlingen van de Spanjaarden den slechtsten indruk gekregen hadden, zoodat de aankomst van een groote vloot, waarvan +men weldra heinde en ver kennis droeg, den grootsten schrik teweegbracht en allen op de vlucht had gedreven. + +</p> +<p>Men vond het land ontvolkt. Nauwelijks zag men een enkelen Indiaan, of, als men er bij toeval een zag, liep hij bij de nadering +van Spanjaarden weg, alsof hij door tijgers vervolgd werd. Kapitein Maldonado, die naar den oostkant gegaan was, kwam in het +gebied van een koen opperhoofd, die aan het hoofd van zijn leger optrok, om de Spanjaarden aan te vallen. Maar het gelukte +den Spaanschen kapitein hem althans in zoo ver tot bedaren te brengen, dat het tot een onderhoud kwam en dat, ofschoon het +niet vriendelijk was, tot een soort van wapenstilstand leidde. Hier vernam hij, dat Guacanagari zich met al zijn volk ver +in de bergen had teruggetrokken. Ook ontving hij deugdelijke bewijzen van het gevecht met Caonabo en van de verwoesting van +het fort door zijn troepen. Er bevond zich daar een Indiaan, die door een in den strijd bekomen wond verminkt <a id="d0e1320"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1320">96</a>]</span>was. Guacanagari scheen volstrekt niet schuldig te zijn aan verraad. + +</p> +<p>Den 7<sup>en</sup> December lichtte Columbus het anker weer, en zeilde naar ’t Oosten. Ongeveer 30 mijlen verder dan Monte Christo zeilde hij +een groote haven in, geheel door bosschen ingesloten en met een rotsachtige hoogte bij haar ingang, waardoor het gemakkelijk +was, er een fort te bouwen, dat de geheele haven kon bestrijken. Ook liepen er twee rivieren in uit, die gelegenheid aanboden, +om er molens te bouwen. Aan één zijde strekte zich een schoone en groote weide tot aan den voet van de heuvels uit, en aan +den oever van een dezer rivieren lag een lief Indiaansch dorp. De grond was er blijkbaar zeer vet. De baai en de rivieren +zaten vol visch, waarvan velen kleuren hadden, zooals men ze buiten de keerkringen niet aantreft. + +</p> +<p>Men was midden in December. Het klimaat was bijzonder mild en zacht. De boomen zaten vol bloesems en bladeren. Het gezang +van vogels vervulde de lucht. Men was nog niet aan het klimaat van dit gezegende eiland gewoon, waar de strengheid van den +winter onbekend is, waar bloesem en vrucht elkander geregeld opvolgen, ja, waar zij zelfs samengaan, en waar het gansche jaar +door een lachend groen gevonden wordt. + +</p> +<p>Hier besloot Columbus zijn volkplanting te stichten. Een bijkomende zaak, die dit besluit vaster maakte, was, dat men hem +gezegd had, dat de bergen van Cibao, die rijk aan goudmijnen waren, niet ver weg lagen. Groot was de vreugde op de schepen, +dat men nu uit een lange gevangenschap verlost werd. Elk schip wierp het anker zoo dicht mogelijk bij het strand uit. Elke +boot werd in beslag genomen en iedereen ging aan het werk. Vee, huisvogels, eetwaren, geweren, kruit, huismeubelen, alles +werd aan land gebracht, en tijdelijk onder een afdak gezet, dicht bij een meertje, dat kristalhelder water bevatte. Hier bouwde +Columbus, op een afstand van 40 mijlen ten Oosten van Kaap Haïti, de eerste stad in de Nieuwe wereld. Ter eere van zijn koninklijke +beschermster noemde hij haar Isabella. + +</p> +<p>De straten werden oordeelkundig gelegd, en de woningen zoo geplaatst, dat zij openbare vierkante pleinen insloten. De drie +belangrijkste gebouwen waren een kerk, een magazijn en een woning voor den admiraal. Deze waren alle van steen. Bekwame bouwmeesters +maakten er een plan van, en zij werden door ervaren ambachtslieden gebouwd. De andere huizen werden van hout of riet vervaardigd +en de muren bepleisterd. Voor een korte poos was het een vroolijk tooneel, nu allen zoo ijverig bezig <a id="d0e1333"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1333">97</a>]</span>waren met het optrekken van nieuwe huizen, te midden van bloemen en vruchten in dezen natuurlijken tuin. + +</p> +<p>Maar het ongeluk was in aantocht. Er brak een besmettelijke ziekte uit. De bedriegelijke bodem wasemde kwaadaardige dampen +uit. Het ontzenuwende klimaat werkte afmattend zelfs bij geringen arbeid. Menigeen had gedachteloos aan de onderneming deel +genomen, en was onnoozel genoeg geweest van te meenen, dat men naar een waar Eden ging, waar de natuur de liefelijkste priëelen +voor hen inrichten, en hen met de heerlijkste vruchten voeden zou; waar men goud—als keisteenen—voor ’t oprapen had, en waar +het aardsche leven vrij van arbeid zou zijn, gelijk aan een voortdurenden feestdag. + +</p> +<p>Het nieuwe van de keerkringslanden was spoedig voorbij. De lichaamskrachten werden door afmatting ondermijnd, en de geest +leed door heimwee. Teleurstelling bedierf die stemming. Men begon te morren en eindelijk te twisten. Een verandering van plaats +had geen verandering van hart teweeggebracht. De kalmte van den helderen hemel was niet in de verontruste ziel van de menschen +gedaald. Zelfs Columbus ontkwam het algemeene lot niet. De kolonie, waarvan hij zich zooveel had voorgesteld, was verwoest. +De tonnen gouds, die hij met de terugkeerende schepen naar Spanje had willen zenden, om Ferdinand en Isabella zoowel te verbazen +als te verblijden, bestonden niet meer, zelfs niet in zijn verbeelding. De inboorlingen waren onvriendelijk geworden, en vermeden +zorgvuldig alle verkeer met de Spanjaarden. De zorgen voor het eskader; het gevaar, dat onbekende zeeën opleverden; het uiteenloopend +karakter van al die menschen, die hij niet dan met de grootste moeite kon regeeren, drukten hem zwaar. Niettegenstaande hij +zich alle moeite gaf, om zijn lasten welgemoed te dragen en een opgeruimd voorkomen te bewaren, kon hij toch de neerslachtigheid +niet verbergen, die hem drukte. Weken achtereen was hij aan ’t ziekbed gekluisterd. Maar de kracht van zijn geest zegevierde +ten slotte op zijn lichaamszwakte. Hij gordde zich met nieuwe kracht aan, om den grooten levensstrijd voort te zetten. + +</p> +<p>De schepen, die hun lading gelost hadden, werden dadelijk teruggezonden. Allen zagen in Spanje verlangend naar hun terugkomst +uit en geloofden, dat zij met goud en andere schatten, die Columbus met zulke gloeiende kleuren had afgeschilderd en waaraan +de Nieuwe wereld zoo rijk moest zijn, bevracht zouden zijn. Het was voor Columbus een onuitsprekelijke kwelling, genoodzaakt +te zijn ze leeg naar huis te zenden. Van de binnenlanden, <a id="d0e1341"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1341">98</a>]</span>van de ontdekte goudmijnen, van nieuwe rijken, waarin men doorgedrongen was, kon hij geen bericht zenden. De souvereinen verwachtten +aanzienlijke voordeelen, en het zou hen zeer teleurstellen, en hun vertrouwen in Columbus grootelijks verminderen, wanneer +zij niets dan jobstijdingen kregen. + +</p> +<p>Onder deze omstandigheden vond Columbus het voor alle dingen noodig zich de grootste inspanning te getroosten, om te maken, +dat de schepen bij hun tehuiskomst op de een of andere wijze de schitterende voorstellingen, die zijn voortvarende geest hem +had doen maken, zouden bevestigen en rechtvaardigen. Hij had vernomen, dat de zoogenaamde mijnen van Cibao ongeveer drie of +vier dagreizen van daar landwaarts in lagen. Hij zond een afdeeling troepen uit, om onderzoek te doen. Het zou eenige vergoeding +schenken, als hij de tijding mee kon geven, dat de gouden bergen bereikt waren, en dat de mijnen, waarvan men zooveel hoopte, +onmiddellijk ontgonnen zouden worden. + +</p> +<p>De ridderlijke Alonzo de Ojeda werd gekozen om deze onderneming te leiden. Hij hield veel van waagstukken en gevaar, en juichte +bij de gedachte, dat hij het rijk van het alvermogende opperhoofd Caonabo zou binnendringen. In het begin van Januari 1494 +trok Ojeda met een troep goed gewapende en uitgelezen mannen het binnenland in. Twee dagen lang trokken ze door verlaten streken. +Alle inwoners hadden de vlucht genomen. Zij kwamen bij de bergen en langs een nauwen, slingerenden bergpas bereikten zij den +top. De morgenzon gaf hun zulk een prachtig panorama te aanschouwen, als de aarde den mensch slechts geven kan. Aan hun voeten +strekten zich schijnbaar grenzenlooze groene velden, weelderige bosschen en kronkelende rivieren uit, terwijl de verstrooide +huizen en dorpen van de inboorlingen; de vlakten nog verfraaiden. + +</p> +<p>Zij daalden van deze hoogten af, en gingen onbevreesd de dorpen in, die beneden lagen. Het scheen, dat de vrees voor de Spanjaarden +dit afgelegen deel van het land nog niet bereikt had. De inwoners ontvingen hen vriendelijk en onthaalden hen met de grootste +gastvrijheid. Maar het bleek, dat men nog wel een geheele dagreis van de bergen van Cibao afwas. De oppervlakte van het land +was golvend, en hier en daar waren holle wegen, rivieren, waarover geen bruggen lagen, en bosschen met zulk dik kreupelhout, +dat men er zich alleen met bijlen een weg doorheen kon banen. + +</p> +<p>Zes dagen lang werkten zij voort, en hadden wel niet van dorst, koude en honger te lijden, maar werden geblakerd door de <a id="d0e1351"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1351">99</a>]</span>stralen van een verzengende zon. De wilden liepen naakt, en waren in overeenstemming hiermede in hun heele gedrag onbeschaafd. +Toch schenen zij over het geheel meer een schapen- dan een wolvennatuur te hebben. Maar de onderzoekers zagen, of meenden +vele teekenen te zien van grooten rijkdom aan delfstoffen. Stukjes glinsterend goud lagen volgens hun verhalen op het zand +van de bergstroomen verspreid. Peter Martyr verklaart, dat Ojeda een sieraad van zuiver goud meebracht, dat 9 ons woog, en +dat hij zelf in een van de beken had opgeraapt. Ook zag hij steenen, waardoor aders van goud liepen. Men vermoedde, dat dit +alleen stukjes waren, die door het stroomende water waren losgespoeld, maar dat daar, onder den grond, groote lagen van gedegen +goud zouden gevonden worden. + +</p> +<p>Ojeda had evenals Columbus een levendige verbeelding, en kwam dan ook met allergunstigste berichten aan. Een mensch gelooft +licht, wat hij wenscht. Ook Columbus nam die tijdingen gaarne aan, en voegde in zijn opgewondenheid nog nieuwe kleuren aan +de schilderij toe. De geest van al de Spanjaarden was werkelijk door de vleiende verhalen met nieuwe kracht bezield. Onuitputtelijke +bronnen van rijkdom deden zich voor hen op. Columbus hield vijf schepen voor zich, en zond de andere, hoofdzakelijk beladen +met schoone beloften, huiswaarts. Eenige door Ojeda gevonden stukjes goud, en ook zeldzame planten en vruchten namen de terugkeerenden +mee, benevens een brief van Columbus aan den Koning en de Koningin. Hij gaf hun de verzekering, dat hij nog vertrouwen stelde +in zijn verwachtingen, zoodat hij spoedig in staat zou wezen schepen vol goud, kostelijke medicijnen en specerijen te zenden. + +</p> +<p>Men kon geen woorden genoeg vinden, om de schoonheid en de vruchtbaarheid van het eiland Hispaniola te beschrijven. De lucht +was helder, het klimaat heerlijk, de bergen prachtig, het landschap onbeschrijfelijk schoon, de grond vruchtbaar, de vruchten +smakelijk en de bloei eeuwigdurend. Het suikerriet, dat hij uit Europa had meegebracht, groeide er verbazend welig. + +</p> +<p>Een kolonie van over de duizend hongerige menschen, gewoon aan een Europeesche levenswijze, heeft heel wat voedsel noodig. +Deze menschen konden niet alleen van vruchten leven, en daarom verminderde de voorraad hard. Er ging een lange tijd mee heen +vóór men tuinen en velden bezaaid had en de oogsttijd aanbrak. Daar de veestapel noodzakelijk vergroot moest worden, kon men +er niets van afnemen. Vele kolonisten waren ziek, en de geneesmiddelen verbruikt. De <i>heeren</i> konden niet werken. <a id="d0e1362"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1362">100</a>]</span>Er was behoefte aan meer werkkracht, om de mijnen te ontginnen en het erts te smelten. Veel paarden waren reeds gestorven, +en men had er veel meer noodig voor openbare werken en krijgsdienst. Daarom was het allernoodzakelijkst, dat men hem grooten +toevoer zond. + +</p> +<p>In den brief, dien Columbus bij deze gelegenheid schreef, stralen ernst en rechtschapenheid door. Opzettelijk werd er niets +verkeerd voorgesteld. Hij verhaalde de feiten, zooals ze zich aan hem voordeden, met de meeste waarheidsliefde, en legde moeielijkheden +en vooruitzichten zoo getrouw mogelijk bloot. Met de schepen zond hij mannen, vrouwen en kinderen, allen inboorlingen, die +hij buit gemaakt had op de Caraïbische eilanden. Het waren menscheneters, die tot het armste en diepst gezonkene deel van +’t volk hadden behoord. + +</p> +<p>In een brief aan Antonio de Torres, waarin hij vertelt, wat hij aan Ferdinand en Isabella wenscht mede te deelen, schreef +hij: + +</p> +<p>“Wees zoo goed den beiden Koningen te doen weten, dat ik met deze twee schepen eenige menscheneters zend, zoowel kinderen +van beiderlei kunne als mannen en vrouwen, omdat ik de taal van het land niet ken, en hun dus ook ons heilig geloof niet leeren +kan, zooals Hunne Majesteiten en ik zelf ook zouden wenschen. H.H. M.M. kunnen hen nu door geschikte personen onze taal laten +leeren en ze zulk onderwijs doen geven, dat zij later nuttig werk kunnen verrichten. Wijdt men aan hen meer zorg dan aan andere +slaven, dan kan naderhand de een den ander weer leeren. + +</p> +<p>“Zien en spreken ze elkander in geen langen tijd, dan zullen ze in Spanje veel spoediger wat leeren dan hier, en zij zullen +veel betere tolken worden. Ik zal intusschen doen, wat ik kan. Daar er tusschen het eene eiland en het andere niet veel gemeenschap +is, bestaat er in de wijze, waarop zij spreken, eenig verschil, wat vooral van den afstand af hangt, waarop zij van elkander +wonen. Maar aangezien die eilanden het grootst en het volkrijkst zijn, wier bewoners uit menscheneters bestaan, heb ik gemeend, +dat het het best was mannen en vrouwen van deze eilanden naar Spanje te zenden, opdat zij daardoor de barbaarsche gewoonte +andere menschen op te eten eenmaal zouden laten varen. + +</p> +<p>“Door in Spanje zelf de Spaansche taal te leeren, zullen zij veel spoediger gedoopt kunnen worden en zal hun zieleheil bevorderd +worden. Het zal voorts een groote zegen voor de Indianen, die de genoemde wreede gewoonte niet volgen, zijn, als zij ondervinden, +dat wij degenen, die hen kwaad doen, vatten <a id="d0e1374"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1374">101</a>]</span>en als gevangenen wegvoeren, want zij zijn voor hen zoo bang, dat hun naam alleen schrik verwekt. + +</p> +<p>“Geef Hunnen Majesteiten de verzekering, dat onze komst in dit land en het gezicht van zulk een vloot, de meest gewenschte +uitwerking gehad en onze veiligheid voortaan verzekerd hebben. Stellig zullen alle bewoners van dit eiland, en van de eilanden +er om heen, zich spoedig onderwerpen, wanneer zij zien, dat wij de goedwilligen zacht behandelen, maar tevens de kwaad- en +onwilligen straffen. Binnenkort zullen H.H. M.M. hen onder hun onderdanen kunnen tellen.” + +</p> +<p>Op dit gedeelte van den brief antwoordden de souvereinen: “Laat Columbus weten, wat met de menscheneters, die naar Spanje +gekomen zijn, gebeurd is. Hij heeft goed gehandeld, en zijn raad is uitstekend. Maar laat hij toch alle mogelijke middelen +aanwenden, om ze tot ons geloof te bekeeren, niet slechts daar, maar op alle eilanden, waar het lot hem brengen zal.” + +</p> +<p>Over hetzelfde onderwerp schrijft Columbus verder: + +</p> +<p>“Zeg H.H. M.M. dat het mij voor het heil van de zielen van bedoelde menscheneters, en ook voor de bewoners van dit eiland, +wenschelijk voorkomt, dat er een zoo groot mogelijk aantal naar Spanje gezonden wordt, en dat zij op die wijze H.H. M.M. van +grooten dienst kunnen worden. Aan de groote behoefte denkende, die wij aan slachtvee, last- en trekdieren hebben, zoowel ter +voeding als tot hulp voor de volkplanters, dienen de Koning en de Koningin elk jaar een voldoend aantal karveelen te zenden +met die dieren, opdat de velden bevolkt en bebouwd worden. + +</p> +<p>“Dit vee kon voor rekening van de overbrengers tegen een matigen prijs worden gekocht, en de laatsten konden met slaven, die +van de Caraïben komen en toch echte wilden zijn, betaald worden. Deze slaven zijn voor alle werk geschikt, flink gebouwd, +hebben veel gezond verstand en zullen, wanneer zij hun wreedaardige gewoonten hebben laten varen, veel beter zijn dan andere +slaven. Als ze hun land uit zijn, zullen ze die ruwheden ook niet meer bedrijven. Door middel van roeibooten, die ik mij voorstel +te maken, zal het gemakkelijk zijn velen van die wilden te krijgen. Hunne Majesteiten konden ook belasting leggen op den invoer +van slaven in Spanje. Vraag om antwoord op dit punt, en breng het mij, opdat ik de noodige maatregelen kan nemen, wanneer +mijn voorstel hun goedkeuring mag wegdragen.” + +</p> +<p>Dit voorstel, dat het hof van Spanje tot den slavenhandel brengen zou, verraste Ferdinand en Isabella. Zij werden er door +<a id="d0e1388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1388">102</a>]</span>tot nadenken gebracht. Zij antwoordden eenigszins onbepaald: “De overweging van dit onderwerp is voor eenigen tijd uitgesteld +geworden, en wij zien andere voorstellen van maatregelen, met betrekking tot de eilanden te nemen, te gemoet.<span class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Deze gevoelens van Columbus, die in onze verlichte 19<sup>e</sup> eeuw zoo verafschuwd worden, waren met de destijds algemeen heerschende opvattingen volmaakt in overeenstemming. Zulke verkeerde +begrippen van menschenrecht heerschten vóór 400 jaren bijna overal. De bekeering van de heidenen achtte men zóo belangrijk, +dat men daarvoor alle middelen, eerlijke of oneerlijke, moest aangrijpen. Een rechtvaardig oordeel neemt de onwetendheid van +de eeuw in aanmerking, waarin Columbus leefde. Hij geloofde werkelijk, dat hij voor een maatregel van barmhartigheid pleitte, +die een groote zegen voor de arme Caraïbiërs en voor de menschheid in ’t algemeen zou blijken te wezen. Hieruit ziet men tevens, +hoe menschen, die het oprecht meenen, zich zelf door valsche redeneeringen kunnen bedriegen. + +</p> +<p>Het doet ons goed, dat Ferdinand en Isabella het verleidelijk voorstel na rijpe overweging verwierpen. Het bevatte anders +veel, waardoor het aanlokkelijk voor hen moest zijn. Op deze wijze toch konden de koloniën van levend vee uit Spanje worden +voorzien, zonder dat het iets kostte, ja, zelfs trok men er voordeel van. De rustige eilandbewoners zouden van de strooptochten +van die woeste menscheneters, die hun voortdurend schrik aanjoegen, bevrijd worden. De koninklijke schatkist zou er wel bij +varen, zoodat de heerschzuchtige souvereinen in staat zouden zijn veel te doen voor de bevordering van de belangen hunner +landen. En, wat nog de kroon op alles zette, een groot aantal wilden kwam onder den invloed van christelijke instellingen, +zoodat hun zielen konden gered worden. + +</p> +<p>De terugkeerende vloot stak den 2<sup>den</sup> Februari 1494 in zee. Drie en een halve eeuw na de stichting van de stad Isabella kwam T.S. Hencken daar. Het volgende is +belangwekkend, omdat het ons leert, hoe het er toen uitzag. + +</p> +<p>“Thans is Isabella bijna geheel bedekt door bosch. Men ziet er nog de pilaren van de kerk, eenige overblijfselen van de koninklijke +magazijnen en een deel van Columbus’ woning, alles van gehouwen steen gebouwd. Een klein fort, dat nu in puin ligt, valt ook +terstond in ’t oog. Een weinig noordwaarts staat nog een ronde, gemetselde pilaar, die nagenoeg tien voet hoog en dik is, +waarop een houten galerij schijnt gestaan te hebben, in ’t midden waarvan de Spaansche vlag wapperde. Ik heb de <a id="d0e1407"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1407">103</a>]</span>overblijfselen van een ijzeren klamp, die in den muur zat en diende, om den vlaggestok vast te zetten, gevonden en er uitgetrokken, +en zend ze nu aan u als een herinnering aan de intrede van de beschaving in de Nieuwe wereld. Die overblijfselen hebben nu +bijna 350 jaren aan weer en wind blootgestaan.” + +</p> +<p>Door de geestkracht van Columbus ging het werk goed vooruit, en de stad Isabella nam spoedig groote afmetingen aan. Wij moeten +er evenwel bijvoegen, dat de huizen niet best afgewerkt kunnen zijn geweest. Den 7<sup>den</sup> December kwam Columbus in de haven. In twee maanden tijd, den 6<sup>den</sup> Februari, was de kerk gereed en werd zij ingewijd. Twaalf geestelijken, onder hun geestelijk opperhoofd, broeder Boyle, woonden +de indrukwekkende plechtigheid bij. + +</p> +<p>Het weggaan van de vloot was een somber uur voor de achterblijvenden. Een algemeen gevoel van ontevredenheid heerschte in +de kolonie, want velen waren teleurgesteld. Sommigen verweten zich zelf, dat zij hun te huis in Spanje voor een wildernis, +waar slechts wilden woonden, hadden verlaten. Anderen waren boos op den admiraal, wiens onware voorstellingen hen, naar zij +zeiden, in het verderf hadden gelokt. Overal hoorde men gemor, dat tot verwijtingen en bittere twisten oversloeg. Het vertrek +der schepen maakte veler oogen vochtig, en donkerder wolken van droefgeestigheid schenen over de kolonie te trekken, toen +het laatste schip aan den horizon uit het gezicht verdween. + +</p> +<p>Onder de gelukzoekers bevond zich een trotsch en verwaand man, die aan het Spaansche hof had verkeerd, wiens aanmatigingen +dikwijls tot oneenigheid met den admiraal hadden geleid. Zijn naam was Bernal Diaz de Pisa. Hij bracht een groot aantal ontevredenen +tot opstand. Hun plan was één of alle schepen machtig te worden, daarmede naar Spanje terug te keeren, en dan gezamenlijk +ernstige klachten tegen Columbus in te brengen. Zij hoopten, dat er zóó velen aan de samenzwering zouden deelnemen, dat zij +al de vijf schepen konden bemachtigen. + +</p> +<p>De opstand werd echter ontdekt, en de hoofdschuldigen gevangen genomen. Bij het verhoor, dat volgde, vond men een schandelijk +schotschrift, dat door Bernal Diaz geschreven was, en vol laster en onwaarheden stond. Diaz was een hooggeplaatst man. Columbus +was voorzichtig genoeg hem niet in verhoor te nemen aan zijn eigen hof, waar Diaz misschien grooten invloed had, maar zond +hem met het oproerig handschrift naar Spanje. Sommigen van de minder aanzienlijke opstandelingen werden gestraft, maar zachter +dan hun overtreding verdiende. Om een <a id="d0e1423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1423">104</a>]</span>vernieuwde poging te beletten, werden alle kanonnen met toebehooren op één na van de schepen verwijderd, en dit ééne werd +aan personen toevertrouwd, op wier trouw men stellig rekenen kon. + +</p> +<p>Columbus was geen Spanjaard, maar een Genueesch burger, en, omdat hij dus een vreemdeling was, had men een vooroordeel tegen +hem. De trotsche Spanjaarden spanden samen, om hem ten val te brengen. Onder de inlanders had hij geen vrienden, die hem hielpen. +Ofschoon het voor de algemeene veiligheid noodig was, dat de verstoorders van de openbare rust niet ongestraft bleven, ging +hij zoo zacht en toegevend mogelijk met de weerspannigen om; maar toch beschuldigden zijn tegenstanders hem van willekeur +en wraakgierigheid. Voor iemand, die macht heeft, is het onmogelijk zich voor laster te vrijwaren. Evenzoo werd George Washington, +gedurende zijn geheele loopbaan, aangevallen alsof hij een duivel was. De vijandschap, die men tegen Columbus opwekte, ging +over in haat, die duurde, tot hij rust vond in het graf. En na verloop van drie en een halve eeuw vervolgen de venijnige aanvallen +hem nog. + +</p> +<p>Columbus besloot een werkzaam deel aan de zaken te nemen, en naar de mijnen te gaan, om de ontginningen daar zelf te leiden. +Het bestuur te Isabella liet hij, tijdens zijn afwezigheid, aan zijn broeder, Don Diego, over. Las Casas, die dezen van nabij +kende, stelt hem voor als een zeer beminnelijk en oprecht man, die den vrede liefhad, zich goed gedroeg, en matig en eenvoudig +was, zoowel in spijs en drank als in kleeding. + +</p> +<p>Aangezien Columbus het gebied van een vermaard krijgsman zou betreden, die reeds getoond had een doodvijand van de Spanjaarden +te zijn, was het noodig, dat hij een krijgsmacht meebracht, niet alleen groot genoeg, om aanvallen af te slaan, maar ook om +de inlanders de overtuiging te geven, dat de macht van de vreemden onweerstaanbaar was. Voor hen, die in het fort achtergebleven +waren, zou het niet moeilijk zijn zich tegen elken aanval te verdedigen. Daarom nam hij bijna alle geschikte manschappen en +al de paarden, die gemist konden worden, mee. De ondervinding had hem geleerd, welken diepen indruk uiterlijk vertoon op de +wilden maakte. Daarom stelde hij met al den militairen glans, dien hij aanbrengen kon, zijn macht in slagorde. + +</p> +<p>Den 12<sup>en</sup> Maart 1494 trok het leger, dat uit 400 man bestond, op. Het krijgsvolk, dat een verblindende wapenrusting aanhad, glad geschuurde +wapenen en vergulde banieren droeg, en trompetgeschal aanhief, dat door de bosschen weerklonk, moet aan de inboorlingen wel +het denkbeeld van bovennatuurlijke en onweerstaanbare <a id="d0e1436"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1436">105</a>]</span>macht hebben ingeboezemd. Al de aanvoerders waren rijk gekleed, en zaten op sierlijk getooide paarden. Het was een heldere +en prachtige dag, toen de troep door een bebloemde vlakte naar de verafgelegen heuvels trok. Tegen den avond kwamen zij aan +den ingang van een rotsachtigen weg door de bergen. Zij zetten zich op de groene zoden neer en sliepen heerlijk, onder het +inademen van de geurige lucht. Een nauw Indiaansch voetpad leidde door de hobbelige bergpassen. + +</p> +<p>Verscheiden stoutmoedige ridders reden als pioniers vooruit, om hinderpalen uit den weg te ruimen. Het zoo gebaande pad werd +de Heerenweg genoemd ter eere van de ridders, die het hadden gemaakt. Toen zij de hoogte bereikt hadden, opende zich voor +hen hetzelfde heerlijke uitzicht, dat Ojeda en zijn metgezellen met vreugde hadden aanschouwd. + +</p> +<p>Aan hun voeten lag een uitgestrekte en schoone vlakte, beschilderd en ingelegd als het ware met al den rijkdom van een tropischen +plantengroei. De prachtige bosschen vertoonden die mengeling van schoonheid en grootschheid van plantenvormen, die men alleen +in dat heerlijk klimaat aantreft. Palmboomen van aanzienlijke hoogte en breed getakte mahonieboomen rezen te midden van een +wildernis van verschillend gebladerte op. De frischheid en de groene kleur werden door talrijke rivieren bewaard, die glinsterend +door laag boschland kronkelden; terwijl zich onderscheidene dorpen en gehuchten uit de boomen verhieven, en de rook van andere +midden uit de bosschen opsteeg, waaruit bleek, dat er een talrijke bevolking moest zijn. Het weelderige landschap strekte +zich zoo ver uit als het oog reikte, tot dat het zich aan den horizon verloor. Met verrukking staarden de Spanjaarden op dit +schoone en rijke land, dat hun denkbeeld van een aardsch paradijs scheen te verwezenlijken. Columbus was getroffen door zijn +groote uitgestrektheid, en noemde het de Vega Real of koninklijke vlakte. + +</p> +<p>Deze thans eenzame weg wordt nog een enkele maal door hedendaagsche reizigers betreden. Hij vormt den eenig bruikbaren bergpas +van den Monte Christo en blijft een eenzaam, hobbelig voetpad, dat langs rotsen en afgronden slingert. De naam er van is Marney-pas. +Het schoone eiland heeft van de soort van beschaving, die de Spanjaarden er invoerden, verbazend geleden. Eenzaamheid, verwoesting +en vreeselijke armoede heerschen nu daar, waar eenmaal Columbus meende op een aardsch paradijs te staren, en waar de lachende +dorpen van de Haïtiërs het landschap vervroolijkten. +<a id="d0e1444"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1444">106</a>]</span></p> +<p>Met veel praalvertoon en onder trompetgeschal trok het schitterend leger door de vlakte. De inboorlingen konden niet anders +dan de wondervolle pracht als iets bovennatuurlijks aanzien. Las Casas zegt, dat zij in ’t eerst den ruiter en zijn paard +voor één dier hielden. Vol schrik liepen haast alle Indianen weg. Soms overwon Columbus hun angst door vriendelijkheid. Inlandsche +tolken werden vooruit gezonden, om de verzekering te geven, dat hun geen leed zou geschieden. Ook werden hun geschenken aangeboden, +die ze met verbazing en vreugde aannamen. Voedsel werd door hen als gemeen eigendom beschouwd. Elk huis kon men binnengaan, +om er te gebruiken wat men wilde. Maar in schijnbare tegenspraak hiermede, verhaalt men, dat andere bijzondere eigendommen +voor heilig werden gehouden. Diefstal werd met groote gestrengheid gestraft. + +</p> +<p>Een marsch van 15 mijlen bracht hen aan een groote rivier, die Columbus den Rietstroom noemde. Het bleek het bovenwater te +zijn van denzelfden stroom, wiens mond Columbus de Goudrivier had genoemd. Aan deze groene oevers brachten de gelukzoekers, +nadat ze een bad genomen hadden, den nacht in prachtige tenten door. Den volgenden morgen staken ze met vlotten de rivier +over, en de paarden zwommen er door. Nog twee dagen lang zetten ze den tocht door de schoone vlakte voort. Vele dorpen trokken +ze door, waarvan de inwoners eerst altijd op de vlucht gingen. Tegen den avond van den tweeden dag bereikten zij de noordelijke +hellingen van de goudbergen van Cibao. + +</p> +<p>Den volgenden morgen begonnen zij die te beklimmen langs donkere holle wegen en oneffen rotsen, waar de paarden niet dan met +moeite bestuurd konden worden. Toen zij den top bereikt hadden, kregen ze weer een verrukkelijk gezicht. Als een frisch groen +meer breidde de vlakte zich voor hen uit. Naar de schatting van Las Casas was zij 240 mijlen lang en 70 breed. Zij waren nu +midden in het goudland. De toppen van de bergen boden slechts een droevig tooneel van dorheid en verwoesting aan. De plantengroei +was gering en men zag haast geen bloempje. De kanten waren met pijnboomen bedekt. De Spanjaarden namen echter met dit akelig +tooneel genoegen, omdat zij in het zand glinsterend stofgoud vonden, en daaruit opmaakten, dat de bergen onuitputtelijke bronnen +van rijkdom verborgen hielden. + +</p> +<p>Ongeveer 50 of 60 mijlen waren deze onderzoekers nu van Isabella verwijderd. Columbus zocht nu een geschikte plek voor een +kamp op. Hij bouwde een houten fort, dat hij, misschien <a id="d0e1453"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1453">107</a>]</span>voor de aardigheid St. Thomas noemde, als een zacht verwijt voor hen, die niet gelooven wilden, dat men eenig goud zou vinden +vóór dat hun oogen het gezien en hun handen het getast hadden. + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1295" href="#d0e1295src" class="noteref">1</a></span> “De scheepsdokter en ik waren er bij, toen Columbus hem vroeg, of hij ons zijn wond eens wilde laten zien. Hierin stemde hij +toe. Daarop ging de dokter naar hem toe, en begon het windsel los te maken. Hij zeide, dat de wond door een steen veroorzaakt +was. Toen het been bloot was, zag men daaraan evenmin een wond als aan het andere; maar hij was slim genoeg, om te zeggen, +dat hij er toch veel pijn in had. Daar wij dit niet konden nagaan, was het onmogelijk een oordeel te vellen. De admiraal wist +niet, wat hij doen moest, want er waren stellige bewijzen, dat een vijandig volk een inval had gedaan. Hij meende; en vele +anderen dachten er eveneens zoo over, dat zij voor het oogenblik, tot zij zich van de waarheid verzekerd konden houden, hun +twijfel moesten verbergen, want, na verkregen zekerheid, kon men een schadevergoeding eischen naar begeeren.” <i>brief van Dr. Chancaa</i>. +</p> +</div> +<p class="div1"><a id="d0e1455"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Negende Hoofdstuk.</h2> +<h2>De kust van Cuba wordt onderzocht.</h2> +<p>Terwijl Columbus het fort St. Thomas bouwde, zond hij eenige manschappen uit, om het omliggende land te onderzoeken. Zij waren +goed gewapend, en werden door een dapperen, jongen ridder aangevoerd, die Juan de Luxan heette. Zij doorkruisten de provincie +Caonabo, en ’t kwam hun voor, dat zij nagenoeg zoo groot was als Portugal. Aan de oevers van alle rivieren vonden ze kleine +stukjes goud. Geen woorden genoeg konden ze vinden om de vruchtbaarheid en de pracht van ’t land te beschrijven. + +</p> +<p>In ’t fort was een bezetting van 56 man achtergebleven. Er was een begin gemaakt met de ontginning der mijnen, en nu meende +Columbus naar Isabella terug te kunnen keeren. Hij kwam er den 29<sup>sten</sup> Maart aan, en bracht gunstige berichten mee, ten aanzien van de vooruitzichten om goud te krijgen. Spoedig evenwel werd hem +meegedeeld, dat de Indianen te St. Thomas zeer vijandig waren geworden. Dit kwam, omdat de beginsellooze Spanjaarden begonnen +waren, zoodra zij niet meer door Columbus’ tegenwoordigheid in bedwang werden gehouden, de inlanders te plunderen, en hun +vrouwen en dochters aan groote beleedigingen bloot te stellen. Caonabo kende hen maar al te wel, en daarom had hij hen met +groot leedwezen op zijn bergen zien komen. + +</p> +<p>Dat er vrees behoefde te bestaan voor hun vijandschap geloofde Columbus niet, en daarom bepaalde hij er zich slechts toe een +kleine versterking van oorlogs- en mondbehoeften naar het fort te zenden. Maar wel bestond er reden voor hem zelf, om ongerust +te wezen over de ontevredenheid, het gemor en de vijandige stemming, die hij te Isabella steeds grooter zag worden, en die +zich in daden tegenover hem lucht gaven. Er waren vele zieken, en, behalve, dat de geneesmiddelen op waren, kregen ze het +rechte voedsel niet. Met eenige verwondering lazen wij, dat de kolonisten zich niet aan het eten <a id="d0e1469"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1469">108</a>]</span>van de inlanders konden gewennen. Vrees voor een hongersnood maakte het noodig het volk op rantsoen te zetten. Dit gaf tot +veel gemor aanleiding, en niemand klaagde luider en bitterder dan het hoofd der Spaansche geestelijken, “vader” Boyle. + +</p> +<p>De geestelijken en aanzienlijken waren kwaad, omdat Columbus geen onderscheid in rang kende, waar het op plichtsbetrachting +en de verrichting van ’t dagelijksch werk aankwam. Het bestaan zelf van de kolonie eischte, dat er molens gebouwd en andere +werkzaamheden voor ’t openbaar welzijn verricht werden. Allen zonder onderscheid moesten helpen. De trotsche Spaansche grooten +waren verontwaardigd en kwamen in verzet. Zij scholden hem uit voor fortuinzoeker, en geen vriend bleef hem over. + +</p> +<p>Columbus was een groot voorstander van orde en tucht, en werd hierin geleid door den natuurlijken drang van zijn krachtigen +geest. Maar hij, die van Genua kwam, waar arbeid in eer werd gehouden, hield misschien geen rekening genoeg met de verbazende +trotschheid van de Spaansche edelen. Zij beschouwden het werken als het verachtelijk lot voor de zonen van laaggeborenen. +Vele jonge ridders, die op de krijgsvelden van Grenada roem hadden ingeoogst, hadden den tocht naar de Nieuwe wereld meegemaakt +met hersenschimmige denkbeelden van rijkdommen, die hun daar zouden toevloeien. Op kasteelen moesten zij wonen, paardrijden +en boven de Spaansche vorsten uitsteken in het aantal gedweëe dienstbaren, in pracht en in grondbezit. Velen van deze jongelieden +hadden ongetwijfeld het land verlaten in de hoop, dat zij zich door heldendaden en ridderlijke avonturen konden onderscheiden, +en in Indië de krijgsbedrijven konden voortzetten, waarmee in de jongste oorlogen te Grenada een begin gemaakt was. Anderen +waren in hun jeugd vertroeteld, in weelde opgevoed en weinig bestand tegen de gevaren aan het zeeleven verbonden en tegen +de vermoeienissen op het land. Even weinig waren zij bestand tegen de gevaren, de verliezen, de tegenspoeden en alles, waaraan +men blootstaat, wanneer men zich in een wildernis vestigt. Hadden zij ’t ongeluk ziek te worden, dan viel er al spoedig aan +hun toestand niets te verbeteren, en bleek het lichamelijk lijden nog door die van ’t hart verergerd te worden. Zij leden +onder de bitterheid van gekwetsten trots en onder de ziekelijke zwaarmoedigheid van bedrogen hoop. Aan hun ziekbed misten +zij die teedere zorg en verzachtende oplettendheid, waaraan zij gewend waren. En zij daalden ten grave met al de somberheid +<a id="d0e1475"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1475">109</a>]</span>aan de wanhoop eigen, den dag verwenschende, waarop zij hun vaderland verlaten hadden. + +</p> +<p>Ferdinand en Isabella spoorden Columbus tot de voortzetting van zijn ontdekkingsreizen aan. Er opende zich naar allen schijn +een wijde en onbekende wereld voor hem, en niemand kon weten, welke wonderen zich zouden openbaren. De telkens grooter wordende +bezwaren maakten, dat Columbus het best vond de kolonisten op deze tochten te scheiden. Daarom zond hij een groot aantal uit, +om het binnenland te gaan onderzoeken. Iedereen, die gezond was, niet op zieken behoefde te passen en geen dienst had, behoorde +tot dit getal. Ook gingen 250 kruisboogschutters, 110 handbuksschutters, 16 ruiters en 20 officieren mee. Het bevel er over +werd gevoerd door Peter Margarite, een vriend van Columbus en een van de beroemdste ridders van de orde van Santiago. Ojeda +was bij de mijnen als hoofdopzichter gebleven. + +</p> +<p>Columbus gaf Margarite zeer uitvoerige voorschriften. Zij leggen het getuigenis af van zijn gezond oordeel, zijn menschlievendheid +en zijn edel streven, om nuttig te zijn. De oprechtheid van Columbus is boven allen twijfel verheven. In dit geschrift zegt +hij: “Behandel de Indianen met de grootste vriendelijkheid. Bescherm hen tegen onrecht en beleedigingen. Betaal alles ruim, +wat gij van hen krijgt voor het onderhoud van de troepen. Stel alles in het werk, om hun vertrouwen, hun vriendschap te verwerven. +Maken de behoeften van het leger het volstrekt noodzakelijk, dat gij van hen neemt, wat zij niet willen afstaan, doe het dan +zoo zacht mogelijk en poog hen door vriendelijkheid en bewijzen van genegenheid te troosten. Vergeet het nooit, dat Hunne +Majesteiten meer op de bekeering van de wilden gesteld zijn, dan op de voordeelen, die zij van hen zouden kunnen trekken.” + +</p> +<p>Al deze verstandige voorschriften sloeg Margarite in den wind. Voorspoed en geluk zouden het gevolg van hun getrouwe naleving +zijn geworden. De laagheid van dezen troep Spanjaarden werd nu de aanleiding tot oorlog en ellende. De Indianen werden uitgeroeid, +Spanje geschandvlekt, de menschheid onteerd en Columbus zelf moest onophoudelijk de gemeenste en laagste verwijtingen hooren. + +</p> +<p>Het opperhoofd Caonabo was een beslist vijand; en daarbij schrander en sluw. Zijn tocht ter vernieling van het Spaansche garnizoen +op La Navidad was met groote bekwaamheid en volkomen goeden uitslag volbracht. Nu bleek het duidelijk, dat <a id="d0e1485"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1485">110</a>]</span>hij een macht bijeen verzamelde, om de Spanjaarden te verdelgen, die op zijn gebied waren gekomen en zich in het fort St. +Thomas trachtten te verschansen. Beklagenswaardig is ’t lot van den mensch. Niemand kan het dit opperhoofd kwalijk nemen, +dat hij de Spanjaarden uit zijn land wilde jagen, die hun slecht karakter reeds hadden getoond in de behandeling van de inlanders. +Aan den anderen kant kan niemand het in Columbus afkeuren, dat hij zijn volk naar de binnenlanden zond, om goud te zoeken. +Columbus kon met een goed geweten God bidden om bescherming voor zijn kolonie. Even oprecht kon Caonabo de goden, die hij +aanbad, smeeken de vreemde indringers te verdrijven. + +</p> +<p>Ojeda begeleidde het leger met omstreeks 400 man naar St. Thomas, waar hij Margarite moest helpen en de onderzoekers, achterlaten. +Er werd verteld, dat vijf Indianen drie Spanjaarden bestolen hadden. Hun opperhoofd werd beschuldigd van den buit met hen +te hebben gedeeld, in plaats van hen te straffen. Ojeda kreeg een Indiaan in handen, die gezegd werd een van de dieven te +zijn. Op een openbaar plein van een Indiaansch dorp sneed men hem de ooren af. Toen hij het opperhoofd, diens zoon en neef +gevangen genomen had, zond hij ze allen geboeid naar Isabella. + +</p> +<p>Een naburig opperhoofd, die bewijzen van genegenheid jegens de Spanjaarden gegeven had, verzelde de van angst bevende gevangenen, +om vergiffenis voor hen af te smeeken. Columbus sloeg geen acht op die vriendelijke tusschenkomst. Hij liet de drie gevangenen +met de handen op den rug gebonden naar het openbaar plein brengen, door den omroeper hun misdaad bekend maken, en gaf daarna +bevel de dieven te onthoofden. Om dit wreede bevel te rechtvaardigen, zegt Oviedo, dat het noodig was schrik onder de inboorlingen +te brengen, opdat dezen eerbied kregen voor het eigendom van de blanken, en dat de Indianen zelf iemand, die zich aan diefstal +had schuldig gemaakt, een puntigen haak van onderen tusschen de ruggegraat en de huid staken, zoodat hij tusschen de schouders +uitkwam, of <span class="abbr" title="met één woord"><abbr title="met één woord">m.e.w.</abbr></span> hem spietsten. + +</p> +<p>Columbus had echter geen plan de wreede straf werkelijk te doen ondergaan. Toen men op de strafplaats gekomen was, stortte +het bevriende opperhoofd bittere tranen en smeekte op de roerendste wijze, om het levensbehoud van zijn vrienden. Hij verzekerde +den admiraal, dat het niet meer gebeuren zou, en dat hij zijn eigen leven tot pand gaf, als er opnieuw een misdaad <a id="d0e1496"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1496">111</a>]</span>plaats greep. De admiraal gaf toe, en de gevangenen werden in vrijheid gesteld. + +</p> +<p>Columbus had reeds eenigen tijd geleden toebereidselen gemaakt, om onder zeil te gaan en met zijn smaldeel nieuwe rijken op +te zoeken. Zooals bekend is hield hij Cuba niet voor een eiland, maar voor een deel van het vasteland van Azië. Nu was zijn +plan langs de zuidelijke kust van deze groote kaap te kruisen. + +</p> +<p>De kleine vloot vertrok den 14<sup>en</sup> April 1494. Het bestuur over Isabella werd aan Don Diego Columbus toevertrouwd. De schepen voeren naar ’t Westen, hielden +zich een korten tijd te Monte Christo op, en wierpen het anker in de baai van La Navidad. Toen zij den 29<sup>sten</sup> de westelijkste kaap van St. Domingo omtrokken, kwamen de schepen in ’t gezicht van de oostelijkste kaap van Cuba, die Columbus +Alpha en Omega genoemd had, doch nu Kaap Ataysi heet. Het kanaal tusschen de twee eilanden is ongeveer 54 mijlen breed. Toen +men dit kanaal door was en omstreeks 60 mijlen langs de zuidkust van Cuba gevaren had, wierp men het anker in een ruime haven, +waaraan Columbus den naam van Puerto Grande gaf, maar die nu Guantanamo genoemd wordt. + +</p> +<p>Aan de hutten en de vuren op het strand kon men zien, dat er menschen woonden. Met eenige goed gewapenden ging Columbus aan +land, maar er was alweer geen enkel Indiaan te zien, omdat allen naar de bergen gevlucht waren. De Spanjaarden vonden voedsel +in overvloed, waarvan zij gretig gebruik maakten. Juist toen de maaltijd afgeloopen was, zagen zij op een afgelegen hoogte +een zeventigtal Indianen, die hen met vrees en verwondering bekeken. Toen zij naar hen toegingen, namen allen de vlucht, behalve +één. Deze waagde het te blijven staan, ofschoon ook hij zich gereed maakte, om ieder oogenblik weg te kunnen loopen. + +</p> +<p>Columbus zond een Indiaanschen tolk met geschenken vooruit. De dappere jongeling liep naar hem toe. Nadat hij de geschenken +ontvangen had, en hem verzekerd was, dat de Spanjaarden niets kwaads in den zin hadden, haastte hij zich zijn landgenooten +hiermee in kennis te stellen. Dezen keerden daarop, hoewel beschroomd en met aarzelende schreden, terug. Zij waren naar het +strand gegaan, om visch te vangen, daar het opperhoofd een naburig opperhoofd een groot feestmaal wilde aanrichten. Om de +visch goed te houden was ze gebraden. De hongerige Spanjaarden aten alles op, maar de vriendelijke inboorlingen zeiden, dat +dit <a id="d0e1512"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1512">112</a>]</span>niets was, want als zij één nacht vischten, zou het verlies weer hersteld zijn. Maar Columbus stond er met zijn gewone rechtvaardigheid +op, dat alles zou worden betaald. Zoo scheidden de Spanjaarden en de Cubanen, ingenomen met elkander. + +</p> +<p>Toen men nog westelijker zeilde, scheen het land vruchtbaarder en volkrijker te worden. Aan het strand stond het vol mannen, +vrouwen en kinderen, die met verwondering naar de vloot keken, welke langzaam op een afstand van een mijl voortdreef. Eindelijk +bleef zij in een andere groote baai liggen, waar omheen men schoone natuurtafereelen zag. Het was de baai, die nu St. Jago +heet. Hier bracht de vloot den geheelen nacht door. De inboorlingen schenen alle vrees voor de vreemdelingen te hebben afgelegd, +kwamen in grooten getale met hun kano’s naar de schepen, en boden den Spanjaarden de grootste gastvrijheid aan. + +</p> +<p>Overal vroeg Columbus naar goud, en bijna altijd wezen de inboorlingen naar het Zuiden, te kennen gevende, dat daar een eiland +was, waar dit kostbaar erts in overvloed aangetroffen werd. Den 3<sup>en</sup> Maart wendde Columbus den steven derwaarts, en verliet hij Cuba’s kust om dit eiland op te sporen. Na een vaart van eenige +uren verhieven aan den horizon prachtige bergen hun kruin, alsof het wolken waren. Toen de zeelieden er dichter bij kwamen, +kregen zij een wonderschoon tooneel te aanschouwen. Gewoon als zij waren weelderige paradijzen te zien, die uit de glinsterende +golven oprezen, konden zij zich hier niet weerhouden hun verwondering door gejuich lucht te geven bij het zien van de bergen +en dalen, de bosschen en schilderachtige dorpen, die in telkens afwisselende bevalligheid hun oogen verrukten. + +</p> +<p>Toen zij dicht bij de kust waren, ging de wind liggen en lag de vloot geheel stil als op een zee van glas. Terstond kwamen +ongeveer 70 met krijgslieden bezette booten naar hen toe. Deze onverschrokken mannen, die zich beschilderd en met veeren versierd +hadden, zwaaiden hun lansen en gilden vreeselijk. Bij het nader komen stelden zij zich in slagorde, als om een verschijning +aan te vallen, die in hun oog met bovenaardsche macht was bekleed. + +</p> +<p>Zoodra een van de kano’s gepraaid kon worden, begon een inlandsche tolk met de Indianen te spreken. Zijn verzekering, dat +de vreemdelingen hun vriendschap zochten, en de krachtige invloed van naar hun schatting kostbare geschenken, die in hun boot +gebracht werden, ontwapenden hun vijandelijke houding. De kleine vloot van kano’s ging om de Spaansche schepen liggen, ten +einde naar de zonderlinge verhalen der Spanjaarden te luisteren. Intusschen <a id="d0e1525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1525">113</a>]</span>wakkerde de wind aan en kon het smaldeel ongemoeid zijn reis vervolgen. Het is wel waarschijnlijk, dat, als Columbus er niet +geweest was, de Spaansche matrozen zich zouden vermaakt hebben met de uitwerking te zien, die eenige kanonschoten met schroot +gemaakt hadden op die dicht opeengepakte menigte in de kano’s. + +</p> +<p>Een korte vaart bracht hen in een ruime haven, waar Columbus bleef liggen. Hij noemde haar de St. Gloria-baai, ging aan land, +stak een kruis en de Spaansche vlag in den grond, en nam het eiland in naam van zijn vorsten in bezit. Eén van de schepen +had een lek bekomen, en moest noodig gekield en gekalefaat worden. Daar verschenen onverwachts twee groote kano’s, met krijgslieden +bemand, die hun werpspiesen naar het scheepsvolk slingerden; maar niemand kreeg letsel, omdat de afstand nog te groot was. +Al heel spoedig stond het strand vol menschen, als razenden met hun wapens zwaaiende. Zij gilden ook akelig. + +</p> +<p>Deze inboorlingen schenen niet zoo zachtmoedig te zijn als die van Cuba en Haïti, maar vertoonden veeleer al de wildheid van +de Caraïbiërs. Het werd vóór alles noodig het schip te kielhalen, en tevens vond Columbus het goed de wilden bang te maken, +opdat zij van deze gelegenheid geen voordeel trekken en hem niet met een groote overmacht aanvallen zouden. Of dit plan wijs +was is een zaak, waarover men verschillend kan denken; maar geen rechtschapen man zal volhouden, dat leedvermaak hem tot deze +daad leidde. + +</p> +<p>Columbus kon met zijn schepen niet dicht aan wal komen, omdat het water zoo laag stond. Daarom zond hij verschillende goed +bemande en gewapende booten uit. Of zij gewacht hebben tot ze aangevallen werden, is onbekend; maar zeker is het, dat zij +de Indianen de volle laag gaven, zoodra de afstand het schieten met de kruisbogen toeliet. Velen werden gewond, en de anderen +namen de vlucht. De Spanjaarden, die maliënkolders aan hadden, waar de pijlen der wilden niet door konden dringen, gaven de +vluchtenden nog eens de volle laag, en lieten tegelijkertijd een sterken bloedhond op hen los, die hen met de kracht en de +wreedheid van een tijger vervolgde en velen verscheurde. + +</p> +<p>Dit is de eerste maal, dat wij van het gebruik van den vreeselijken bloedhond melding vinden gemaakt bij de mishandeling van +de Indianen. Daar nu de ontstelde bewoners geheel uiteen waren gedreven, en men geen vrees behoefde te koesteren, dat zij +weer terug zouden komen, nam Columbus ook dit eiland <a id="d0e1535"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1535">114</a>]</span>in bezit, en noemde het Santiago. Gelukkig heeft het later den veel schooneren en meer Indiaansch klinkenden naam van Jamaica +gekregen. Het is een onaangename herinnering, dat de komst van Europeanen op dit eiland vergezeld is gegaan van zooveel wreedheid. + +</p> +<p>In den verderen loop van dezen noodlottigen dag zag men geen Indianen meer. Den volgenden morgen echter liepen er in de verte +zes inboorlingen, die al dichter en dichter bij de Spanjaarden kwamen en teekens van vriendschap gaven. De admiraal ontving +hen minzaam, en toen vertelden zij, dat zij namens vele opperhoofden vredesvoorslagen kwamen aanbieden. Columbus antwoordde, +dat het zijn ernstige begeerte was, om met alle menschen in vrede te leven, maar dat hij tevens de macht bezat hen met de +grootste gestrengheid te straffen, wanneer het bleek, dat zij verraders waren. Ten bewijze dat hij een broederlijk verkeer +wenschte, gaf hij vele geschenken voor de opperhoofden mee, waarop hij wist, dat zij den hoogsten prijs stelden. Wie kan de +waarde schatten, die een geslepen mes voor een wilde heeft, wanneer hij zijn boog en pijlen steeds met steenen snijden moest? + +</p> +<p>De Indianen waren juist als kinderen, want op eenmaal hield alle vijandelijkheid op. In groote menigte kwamen zij op de werf, +waar Columbus zijn schepen kalefaatte. Drie dagen lang, ging men op de vriendelijkste wijze met elkaar om. Maar deze Indianen +waren stellig zeer oorlogzuchtig. Zij hadden geduchte wapenen, en hun kano’s waren uit den stam van een enkelen mahonieboom +heel kunstig gemaakt. Columbus nam van een er van de maat, en bevond, dat de lengte 96, en de breedte 8 voet bedroeg. + +</p> +<p>Toen de schepen hersteld waren, en men drinkwater ingenomen had, zette men de kustvaart naar ’t Westen voort. Er woei een +zachte bries, en het water was zóó doorschijnend, dat men de steentjes, die vele vademen diep lagen, zien kon. Terwijl de +karveelen langzaam voortgingen, hadden zij menigmaal de kano’s van de wilden om zich heen. Uit elke baai, van elke rivier +en elke landtong schoten zij toe. Het eiland scheen zeer bevolkt en alle bewoners waren vriendelijk en begeerig, om tot elken +prijs eenige Europeesche sieraden te krijgen. + +</p> +<p>Columbus vroeg maar altijd om goud; doch men vond niets, en hoorde er zelfs niet van. Om al die teleurstellingen keerde hij +naar wat hij het vasteland van Cuba noemde terug. Maar of ’t een eiland was of niet bleef nog onzeker, en daarvan wilde hij +zekerheid hebben. Er kwam een Indiaansche jongeling aan <a id="d0e1545"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1545">115</a>]</span>boord, die Columbus smeekte, hem mee naar Spanje te nemen. Misschien werd hij door nieuwsgierigheid gedreven, om de oorden +te zien, van waar de zonderlinge vreemden kwamen. De bloedverwanten van dezen jongeling smeekten hem op de aandoenlijkste +wijze, of hij zijn plan wilde laten varen. Maar hij bleef er bij, ofschoon de jonge teergevoelige man tranen stortte, toen +hij zijn familie verliet. Na bekomen verlof om mee te gaan, verborg hij zich in een hoek van ’t schip, om geen getuige van +de smart der zijnen te wezen. ’t Is jammer, dat we naderhand niets meer van hem vernemen. + +</p> +<p>Den 18<sup>en</sup> Mei bereikte Columbus de kust van Cuba, en de eerste kaap, waar hij aankwam, noemde hij Cabo de la Cruz. Nog heet die zoo. +Hier lag een dorp, waarvan de inwoners, die van Columbus’ eerste reis gehoord hadden, hen met de meeste vriendelijkheid ontvingen. +Columbus vroeg aan de bekwaamste opperhoofden of Cuba een eiland was. Zij gaven allen zonder uitzondering hetzelfde ongerijmde +antwoord, dat Cuba een eiland was, maar grenzenloos. Niemand, zeiden zij, is er ooit in geslaagd het einde er van te bereiken. +Hierdoor werd Columbus in zijn meening versterkt, dat hij bij het vasteland van Azië was. Toen hij de reis naar ’t Westen +voortzette, dacht hij spoedig bij het beroemde en schoone rijk van den grooten Khan te zullen komen. Hij voer langs de zuidelijke +kust en kwam zoo in een eilanden-zee, waarin honderden eilanden lagen, die zeer in grootte en vorm verschilden en alle prachtig +groen waren. De meeste waren onbewoond. De vaarwaters tusschen die eilanden waren even kalm, als het water van een geheel +afgesloten bergmeer. De bloemen bloeiden heerlijk, en in de bosschen, op de velden en wateren was het vol van de schoonste +vogels, zooals men die in de heete luchtstreek aantreft. + +</p> +<p>Op een van de grootste eilanden, dat Columbus Santa Marta noemde, ging hij aan land. Men schreef den 22<sup>en</sup> Mei. Dit eiland was niet onbewoond, maar alle bewoners hadden hun huizen verlaten, om, zooals later bleek, te gaan visschen. +Langzaam zeilde Columbus in die nauwe vaarwaters voort, en kwam 50 mijlen verder op den 3<sup>en</sup> Juni in een groot Indiaansch dorp. Ook hier werden de vreemdelingen met die minzaamheid ontvangen, die men overal op het +eiland Cuba aantrof. + +</p> +<p>Men verzekerde Columbus opnieuw, dat dit eiland aan de westzijde geen grenzen had. De wind was zeer gunstig, en daar de admiraal +zeer gaarne spoedig in de beschaafde rijken van Azië wilde komen, werd de tocht voortgezet. Een watervlakte, waarin <a id="d0e1562"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1562">116</a>]</span>geen enkel eiland lag en die wel 100 mijlen lang was, strekte zich voor hen uit. Rechts lag de met bosch bedekte kust van +Cuba, en links zag men de wijde, opene zee. Het was prachtig weer, en de vloot bleef zoo dicht bij de kust, dat de inboorlingen +in troepen naar het strand liepen en sommigen zwemmend, anderen in kano’s naar de schepen gingen. De zachte nachtwind bracht +het gezang en de wilde muziek van de inlanders naar de schepelingen over. Men vermoedde, dat de wilden op die manier de komst +van de hemelsche bezoekers vierden. + +</p> +<p>Die toen zoo volkrijke streek is nu een dorre woestenij. Er leeft niet één afstammeling meer van die Indianen, wier vreedzame +woningen destijds de heuvels en de dalen versierden. Humboldt is vóór eenige jaren des nachts ook langs die kust gevaren. +Hij schrijft: + +</p> +<p>“Een groot deel van den nacht bleef ik op het dek. Wat een eenzame kust! Geen licht verraadt het bestaan van een visschershut. +Van Batabano af tot Trinadad toe, dat toch een afstand is van 150 mijlen, ziet men geen enkel dorp. En in de dagen van Columbus +was dit land toch bewoond tot aan de kust toe. Maakt men putten in den grond, of komen er door watervloeden gaten in het zand, +dan vindt men dikwijls steenen bijlen, koperen vaatwerk, en overblijfsels van de oude bewoners van dit land.” + +</p> +<p>Na een tweedaagsche vaart kwam de vloot bij een andere eilandengroep, maar ’t was hier vooral zeer moeilijk en gevaarlijk +tevens voor de schepen, om zich door die nauwe en kronkelende wateren een weg te banen. Columbus hield echter maar steeds +westwaarts aan. Ieder uur hoopte hij de een of andere aanwijzing te krijgen, waardoor ’t zeker was, dat hij het oostelijk +keizerrijk naderde. Maar dag aan dag zag hij niets dan naakte wilden en lage hutten. Ook was de tongval van de Indianen in +deze verwijderde streken zelfs voor de tolken van Haïti onverstaanbaar. Door gebaren kon men ook al zeer weinig van hen te +weten komen. Columbus maakte er uit op, dat hij langs de stranden van het vasteland van Azië voer. + +</p> +<p>Alle metgezellen van Columbus, en hiertoe behoorden vele geleerden en ervaren zeelieden, meenden dat er ook uit op te moeten +maken. De schepen hadden echter door de lange reis veel geleden; het touwwerk was versleten en de zeilen waren gescheurd. +De levensmiddelen raakten op, en hierdoor vooral werden de matrozen ontevreden en morrend. Nieuws zag men niet meer, en ieder +wenschte terug te keeren. Columbus zelf achtte het ongeraden nog langer door te varen. Alle officieren en de knapste mannen +liet hij bij zich komen. Eenstemmig verklaarden zij, dat <a id="d0e1572"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1572">117</a>]</span>Cuba geen eiland kon wezen, en dat zulk een verbazend groot rijk tot een vastland moest behooren. + +</p> +<p>De admiraal achtte het van het grootste belang, dat zijn gevoelen door alle schepelingen zou worden gedeeld. Daar hij bewijzen +te over had, dat zijne talrijke vijanden geneigd zouden wezen, zijn opgaven onnauwkeurig of wel geheel onjuist te noemen, +en zijn ontdekkingen voor onbeteekenend te houden, wenschte hij voor het feit van de ontdekking zulk een onloochenbaar bewijs +te hebben, dat de geheele wereld het erkennen moest. Daarom zond hij een vertrouwd officier naar ieder schip, die ieders gevoelen +vragen en eischen moest, dat men de waarheid met een eed bevestigde. Niemand mocht worden overgeslagen van den kapitein af +tot den scheepsjongen toe. Aan ieder werd gezegd, dat men, bij den minsten twijfel of het land, dat men nu zag, wel het vasteland +van Indië was, dien twijfel en de reden daarvan moest uitspreken. Later kon dan die zaak behandeld worden. + +</p> +<p>Voorts werd bepaald, dat elke officier een boete van 1000 marevedi<a id="d0e1578src" href="#d0e1578" class="noteref">1</a> betalen zou, en dat een gemeen matroos 100 zweepslagen zou ontvangen en men hem de tong uit den mond snijden zou, als hij +later verklaarde, dat hij uit eigenbelang een valsch getuigenis had afgelegd en niet geloofde, dat men bij een vastland gekomen +was. Dit deed Columbus, om te voorkomen, dat sommigen naderhand zouden zeggen: Wij hebben de waarheid niet gezegd; wij waren +niet vrij en durfden niet anders. Luim of kwaadwilligheid konden Columbus dan van bedrog beschuldigen, en beweren, dat hij +de souvereinen met zijn gewaande ontdekkingen bedriegen wilde. + +</p> +<p>Deze wreede straf, waarmee de onwetende, bijgeloovige zeelieden, die gemakkelijk waren om te koopen, om een getuigenis af +te leggen naar den wensen van Columbus’ vijanden, bedreigd werden, doet zien, hoe bitter hij gestemd was door de telkens tegen +hem gesmeede samenzweringen, tegen hem, die men een verwaanden vreemdeling, een “zoon van niemand” noemde. Ofschoon het waar +is, dat Columbus geen plan had die straf toe te passen, blijft het toch te bejammeren, dat hij haar liet aankondigen. Het +werd een nieuw wapen in de hand van hen, die gaarne zijn ondergang zagen. + +</p> +<p>De bekwame zeelieden en aardrijkskundigen aan boord bekeken zeer nauwkeurig de kaarten. Na rijpe beraadslaging gaven zij <a id="d0e1585"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1585">118</a>]</span>eenstemmig als hun gevoelen te kennen, dat zij het vasteland hadden bereikt. Onder eede verklaarden zij hieraan niet te twijfelen, +en tevens, dat zij langs de bochtige kusten van Cuba meer dan 1000 mijlen hadden afgelegd, en er nog geen eind aan ’t land +te zien was. Iedereen op de schepen stemde met de algemeene verklaring in. Columbus zelf geloofde ook stellig, dat hij ’t +vasteland van Azië bereikt had, en heeft in die overtuiging niet alleen geleefd, maar is er ook in gestorven. + +</p> +<p>Toen deze belangrijke, schriftelijke verklaring werd opgesteld, waren de schepen zoo dicht bij de westelijkste punt van het +eiland, dat ze nog maar drie dagen hadden behoeven voort te gaan, om de vergissing te bemerken. Was dit geschied, dan zou +de vloot de groote golf van Mexico vóór zich gehad hebben. + +</p> +<p>Het smaldeel ving den terugtocht aan, en voer langs de kusten in een zuid-oostelijke richting. Weldra kwamen zij bij een groep +kleine eilanden, waarvan de meeste naakte rotsen vormden. De Spanjaarden noemden ze <i>Cayos</i>, wat zandbanken of rotsen beduidt. Te midden van al die eilandjes verhief zich een prachtige berg, die tot in de wolken reikte, +en een bewijs was, dat daar een zeer groot eiland lag. Columbus gaf zich geen tijd het te onderzoeken, mar bleef eenige uren +in een van de havens, om hout en water in te nemen, en er een kruis en de Spaansche vlag te planten. Hij gaf dit eiland den +naam van Evangelista, maar nu heet het Pijnboomen-eiland. + +</p> +<p>Aan vele gevaren stonden ze op dezen tocht bloot door onbekende zeeën, vol rotsen en zandbanken. Ook kregen ze van tijd tot +tijd een ongeluk, maar toch zetten ze de reis langs de kusten van Cuba naar ’t Oosten voort. Het scheepsvolk was door het +afmattend klimaat, het ongewone voedsel, aanhoudende inspanning en onafgebroken wacht houden, zeer verzwakt. Twee maanden +lang hadden ze met moeielijkheden en gevaren geworsteld. Alle versche eetwaren bedierven spoedig door de brandende hitte. +De visch moest dadelijk na de vangst gekookt en opgegeten worden. Ieder kreeg niet meer dan één pond beschimmeld brood daags, +benevens een weinig wijn. + +</p> +<p>Den 7<sup>en</sup> Juli liep Columbus een wonderschoone haven binnen, om zijn uitgeput volk rust te geven. De Indianen onthaalden hen rijkelijk, +en Columbus plantte er als naar gewoonte een kruis en de vlag. + +</p> +<p>Den 16<sup>en</sup> Juli werd het anker alweer gelicht. Men zette koers naar het Zuiden, om naar Hispaniola te gaan. Op die wijde en opene zee +kregen ze zulke stormen, dat de vloot slechts als door <a id="d0e1606"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1606">119</a>]</span>een wonder behouden bleef. Geweldige tegenwinden dreven het smaldeel naar Jamaica. Bijna een maand lang moest men hier door +die tegenwinden blijven. Haast iederen avond was Columbus genoodzaakt in een van de tallooze havens, die de kust hier vormt, +te ankeren, en menigmaal deed hij dit op dezelfde plek, die hij ’s morgens verlaten had. + +</p> +<p>Vijandig waren de inlanders niet meer, want zij brachten overvloed van levensmiddelen en andere benoodigdheden. Ofschoon de +bekoring van het nieuwe reeds lang geweken was, verrasten de schoonheid en vruchtbaarheid van dit heerlijk eiland Columbus +toch zeer. De meesterlijke pen van Washington Irving beschrijft één van die natuurtooneelen aldus: + +</p> +<p>“Toen de schepen den volgenden morgen, met een zachten wind in de zeilen, langzaam langs de kust voeren, zagen zij drie kano’s, +die van een in de baai liggend eiland kwamen. Een van die kano’s was groot, zeer netjes bewerkt en geverfd. Deze was in ’t +midden, en de andere twee waren iets vooruit. In de eerste zat het opperhoofd met zijn familie, die uit zijn vrouw, twee dochters +en vijf zonen bestond. + +</p> +<p>“Een van de dochters, een achttienjarig meisje, had een schoon gelaat en zag er zeer goed uit. Haar zuster was iets jonger. +Overeenkomstig de gewoonte van die eilanden waren beiden naakt. Aan den voorsteven van de kano stond de vaandeldrager van +het opperhoofd, in een mantel gehuld, die van verschillend gekleurde veeren gemaakt was. Op zijn hoofd droeg hij een vederbos, +en hij had een witte vlag in de hand, die in den wind wapperde. Twee Indianen, die een kleed droegen, dat dezelfde kleur en +denzelfden vorm had, zaten met veeren helmen of hoeden en met geverfde gezichten op de trom te slaan. Een paar anderen hadden +hoeden op het hoofd, die heel aardig van groene veeren gemaakt waren, en bliezen op trompetten van mooi, zwart en heel fraai +gesneden hout. Nog waren er zes, die groote hoeden op hadden van witte veeren en de lijfwacht van het opperhoofd schenen te +vormen. + +</p> +<p>“Toen het opperhoofd bij het admiraalschip gekomen was, ging hij met den geheelen stoet aan boord. Hij droeg al de kenteekenen +van de koninklijke macht. Een smalle band, met kleine, verschillend gekleurde steentjes, waarvan de meeste groen waren, versierde +de slapen, en was op het voorhoofd met een groote gouden speld vastgehecht. Aan zijn ooren hingen met ringetjes van prachtige +groene steentjes twee gouden platen. Hij had een halssnoer om van een soort witte koralen, die daar zeer kostbaar <a id="d0e1616"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1616">120</a>]</span>waren, en daaraan hing een groote gouden plaat, die den vorm van een lelie had. Eindelijk behoorde nog tot de koninklijke +versierselen een gordel, die evenals de band om het hoofd, van allerlei soort van steenen vervaardigd was. + +</p> +<p>“Zijn vrouw was ongeveer op dezelfde wijs uitgedost, maar zij had nog een katoenen boezelaar voor en katoenen banden om armen +en beenen. De dochters hadden geen versieringen aan, behalve de oudste, die tevens de knapste was. Ook zij droeg een gordel, +die geheel met steentjes bezet was, en er hing een plaat aan in den vorm van een klimopblad, die uit veelkleurige steentjes +bestond en met katoen omboord was. + +</p> +<p>“Zoodra het opperhoofd aan boord gekomen was, deelde hij aan de officieren en de manschappen geschenken uit, alle voortbrengselen +van ’t eiland zelf. De admiraal hield zich op dat oogenblik in zijn kajuit bezig met bidden. Toen hij op het dek verscheen, +haastte het opperhoofd zich om hem te ontmoeten en sprak met een opgeruimd gelaat tot hem: + +</p> +<p>“Mijn vriend! ik heb besloten mijn land te verlaten, en met u mee te gaan; want ik heb van de Indianen, die bij u zijn, gehoord, +dat de macht van uw souvereinen onwederstaanbaar is; en ook dat gij in hun naam vele volken onderworpen hebt. Al wie gehoorzaamheid +weigert, is zeker van gestraft te worden. Gij hebt de kano’s en woningen van de Caraïbiërs vernield, hun krijgslieden verslagen +en hun vrouwen en kinderen gevangen genomen. Al deze eilanden vreezen u, want wie kan u weerstaan, nu gij de geheimen van +het land en de zwakheid van het volk kent? En daarom wil ik liever met al de mijnen op uwe schepen gaan, uw koning en koningin +hulde bewijzen en uw land zien, dan dat gij al mijn landen neemt.” + +</p> +<p>“Toen deze woorden vertaald waren geworden, en Columbus de vrouw, de dochters en de zoons van den cacique zag, en aan de valstrikken +dacht, waaraan hun onkunde en eenvoud hen zouden blootstellen, kreeg hij medelijden en besloot hen niet aan hun geboorteland +te ontrukken. Daarom liet hij het opperhoofd antwoorden, dat hij hem als een leenman van zijn vorsten zou beschermen, en dat +hij later zijn wenschen zou vervullen, maar nu nog eerst vele landen moest bezoeken vóór hij naar zijn land kon terugkeeren. +Daarop keerde het opperhoofd, na met vele verzekeringen van vriendschap afscheid te hebben genomen, met zijn familie en den +geheelen stoet in de kano’s naar het eiland terug, en de schepen zetten den tocht weer voort.” + +</p> +<p>Columbus had nog een groote reis te doen. Door stormen <a id="d0e1628"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1628">121</a>]</span>werd hij beloopen en de schepen verstrooid, terwijl hij bovendien nog met vele gevaren en tegenspoeden had te kampen. Angst +en arbeid hadden hem letterlijk uitgeput. Het harde lot van den minsten matroos had hij gedeeld, en meer dan dat, want als +anderen onder het loeien van stormen sliepen, bracht hij slapelooze nachten door en tartte hij het geweld van den storm alleen. +Aller leven hing van hem af, en de wereld verbeidde met verlangen den uitslag van zijn onderneming. Plotseling werd hij door +een beroerte getroffen, en op eenmaal had hij zijn geheugen, zijn gezicht en zijn verstand verloren. In een staat van volkomen +bewusteloosheid, in een gevoelloosheid, die met den dood gelijk stond, werd de heldhaftige admiraal in de haven van Isabella +gedragen. Wanneer hij van die verdooving in den slaap was overgegaan, waaruit men niet meer ontwaakt, zou het voor hem, om +zoo te zeggen, een geluk zijn geweest. + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1578" href="#d0e1578src" class="noteref">1</a></span> Een merevedi is een Spaansch koperen muntstukje, ter waarde van ¾ cent. +</p> +</div> +<p class="div1"><a id="d0e1630"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Tiende Hoofdstuk.</h2> +<h2>De terugreis naar Spanje en de derde reis.</h2> +<p>Den 29<sup>n</sup> September 1494 zeilde de kleine vloot de haven van Isabella binnen, met den bijna dooden en nog geheel en al bewusteloozen +admiraal aan boord. Columbus had te Isabella wel veel vijanden, maar toch ook veel vrienden, die zich over zijn lang wegblijven +zeer ongerust hadden gemaakt, en zich verheugden, dat hij, ofschoon dan ook verbazend zwak, teruggekeerd was. Gedurende zijn +afwezigheid was zijn teergeliefde, jongste broeder Bartholomeus uit Spanje gekomen, om zich met drie zwaar geladen en van +allerlei benoodigheden voorziene schepen bij hem te voegen. Toen Columbus zijn bewustzijn herkreeg, was hij overgelukkig zijn +broeder aan zijn zijde te vinden. + +</p> +<p>Bartholomeus was een veel flinker man, dan zijn zachtmoedige en beminnelijke oudere broeder Diego. Zijn voorkomen en zijn +stem waren even krachtig als zijn geest. Hij was volkomen thuis in de toenmaals beoefende vakken, en kon vloeiend Latijn schrijven. +Columbus benoemde hem terstond tot luitenant-generaal over zijn gebied, dat toen reeds grenzenloos heette. Hoofdzakelijk echter +bepaalde zich zijn bestuur tot de volkplantingen te Isabella en te St. Thomas. + +</p> +<p>Haïti was toen in vijf deelen verdeeld, en in elk daarvan <a id="d0e1644"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1644">122</a>]</span>woonde een onafhankelijke volksstam. Over elken stam regeerde een erfelijk opperhoofd, die door mindere hoofden werd bijgestaan. +Men schatte toen de bevolking van het eiland op een millioen, maar dat was misschien wel wat overdreven. Men zal zich herinneren, +dat Don Pedro Margarite met een leger van 400 man een onderzoekingstocht op het eiland deed. Hij stoorde zich aan de ontvangen +voorschriften niet, zocht niets dan zich zelf, en ging de vruchtbare velden van de Vega in, waar hij en zijn manschappen zich +aan alle denkbare uitspattingen overgaven. + +</p> +<p>Zij bestalen de Indianen, hielden drinkgelagen in hun huizen en maakten zich aan alle mogelijke buitensporigheden met hun +vrouwen en dochters schuldig. Deze euveldaden kwamen den beminlijken Diego Columbus ter oore. Terstond werd er raad gehouden. +Margarite ontving een strenge berisping en tevens het bevel, om den ontdekkingstocht voort te zetten. Maar de trotsche Spaansche +edelman verachtte de Genueesche gelukzoekers, de “zoons van niemand.” Hij sloeg de waarschuwingen in den wind, en ging voort +allerlei wandaden te bedrijven. Tien Spanjaarden konden met hun ondoordringbare maliënkolders een honderdtal naakte Indianen +op de vlucht jagen. Eindelijk waagden de tot wanhoop gebrachte inboorlingen het zich te verzetten: doch er werd een vreeselijke +slachting onder hen aangericht. + +</p> +<p>Caonabo zette een samenzwering op touw. Met een duizendtal krijgslieden trok hij tegen de Spanjaarden op, die als duivels +in de woningen van zijn volk huishielden. Veel vijanden vonden den dood, en menschenbloed kleurde den grond. Het strekt Guanagari +niet tot eer, dat hij weigerde tot het verbond van de 4 andere opperhoofden tegen de Spanjaarden toe te treden. Maar zijn +liefde voor Columbus was zoo groot, dat hij ondanks al die afschuwelijke tooneelen zijn vriend bleef. Zelfs bood hij aan, +om aan de zijde van de Spanjaarden tegen Caonabo en de zijnen te strijden, en dat nog wel na den door de Spanjaarden op een +van zijn vrouwen gepleegden moord. Bovendien hadden zij hem nog een andere vrouw afgenomen. ’t Kon zijn, dat hij tot dit besluit +gekomen is, omdat Caonabo hem beleedigd had, en hij zich dus wreken wilde. Caonabo had <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">n.l.</abbr></span> bij gelegenheid van de vermoording van het Spaansche garnizoen ook zijn stad in de asch gelegd. + +</p> +<p>Ojeda was een bekwaam en geducht krijgsman. Te midden van krijgsrumoer en den dood op het slagveld was hij het meest in zijn +schik. Van top tot teen geharnast, wierp hij zich in de <a id="d0e1655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1655">123</a>]</span>dichtste vijandelijke drommen, een verscheurenden en meedoogenloozen wolf gelijk, die op een kudde lammeren aanvalt. + +</p> +<p>Margarite was niet alleen van een oude familie, maar tevens een gunsteling van den koning. De Spaansche edellieden op Hispaniola +kozen in den regel zijn partij. De monnik Boyle, die aan het hoofd stond van een godsdienstige partij, schaarde zich ook aan +zijn zijde. Tegen Columbus en zijn broeders bestond dus een zeer machtige partij van aanzienlijken. Zij konden maar niet vergeten, +dat Columbus in de dagen van zijn verheffing adellijken en priesters gedwongen had het werk van het gemeene volk te doen, +en zich zijn ontberingen te getroosten. + +</p> +<p>De trotsche Margarite gaf zich uit voor den militairen bevelhebber van het eiland. Hij vertrouwde de zorgen voor het leger +aan Ojeda toe, en keerde naar Isabella terug, om tegen den admiraal, die toen juist langs de kust kruiste, een samenzwering +te bewerken. Hij verwaardigde zich niet eens Diego Columbus, die het bestuur in handen had, een bezoek te brengen, of zijn +gezag op eenigerlei wijze te erkennen. In overleg met de edellieden, namen hij en Boyle, die bij den koning hoog stond aangeschreven, +eenige schepen in bezit, en zeilden met een groot aantal ontevredenen naar Spanje. Allen wilden bij het Spaansche hof hun +luide klachten over Columbus inbrengen. + +</p> +<p>Zoo ongelukkig stonden de zaken, toen de admiraal in een toestand van volkomen bewusteloosheid de haven van Isabella binnenvoer. +Nauwelijks had Columbus het bewustzijn weergekregen, of zijn trouwe vriend Guanagari kwam uit broederlijke genegenheid aan +zijn ziekbed. Alle twijfel aan de trouw van dit opperhoofd was nu geheel uit het gemoed van den admiraal en zijn vrienden +geweken. Ofschoon Columbus een zeer gevoelig man was, kon hij toch niet hartstochtelijk heeten. Veeleer was hij kalm, ernstig, +bezadigd. Geen uittartingen waren in staat, hem zijn bedaardheid geheel te doen verliezen. Luisterde hij naar het verhaal +van al de door de Spanjaarden gepleegde gruweldaden, was hij getuige van de onherstelbare schade, welke de kolonie geleden +had, en al was hij tot in ’t diepst van zijn ziel bewogen, toch was hij meer van droefheid dan van wraak vervuld. + +</p> +<p>Al zijn gedachten richtten zich op de vraag, wat er gedaan moest worden, om den vrede te herstellen. Maar dit was ondoenlijk. +Columbus had niet veel manschappen meer, want velen waren aan uitspattingen bezweken, anderen hadden in den strijd met de +inboorlingen den dood gevonden, en ook waren <a id="d0e1665"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1665">124</a>]</span>er velen met de schepen weggegaan. De wilden verkeerden juist in de grootste wanhoop. De samenzwering had een groote uitbreiding +gekregen en zij kon een groot aantal krijgslieden op de been brengen. + +</p> +<p>Een Indiaansch opperhoofd, Guarionex genaamd, voerde het bevel over een der vijf deelen van Haïti. Columbus zond een gezantschap +tot hem met de verzekering, dat de buitensporigheden van de Spanjaarden tegen zijn uitdrukkelijk bevel hadden plaats gegrepen, +en dat het zijn ernstige wensch was op vriendschappelijken voet met de inlanders te leven. Hij gaf het opperhoofd rijke geschenken, +behandelde hem in alle opzichten als een broeder, en haalde hem over, om zijn dochter uit te huwen aan den Indiaanschen tolk, +die bij Columbus in hooge gunst stond, en aan wien hij den christennaam van Diego Colon gegeven had. Den beminlijken cacique +kreeg hij door deze vriendelijkheden geheel op zijn hand. + +</p> +<p>Boven allen was Caonabo de gevreesde krijgsman: De ridderlijke heldendaden van Ojeda hadden zijn bewondering opgewekt. De +jonge Spanjaard vormde het plan het Indiaansche opperhoofd gevangen te nemen. Dit plan mocht met alle recht wild, hersenschimmig +en uiterst gevaarlijk worden genoemd. Men zou het niet kunnen gelooven, als het niet van zeer geloofwaardige zijde werd bevestigd. +Hij koos tien eedgenooten uit, die allen een schitterende wapenrusting en prachtige paarden kregen. Zij reden omstreeks 150 +mijlen door de bosschen naar Ataguana, een van de voornaamste steden en tevens de woonplaats van het opperhoofd. + +</p> +<p>Ojeda naderde hem met den meesten eerbied. Hij sprak hem aan als souvereinen vorst en verzekerde hem, dat hij met rijke geschenken +tot hem kwam, om hem namens Columbus te smeeken, dat hij aan den wreeden oorlog een einde maken en vriendschappelijke betrekkingen +aanknoopen zou. Caonabo, die met zijn volk verschrikkelijk geleden had, en twijfelde aan zijn macht den Spanjaarden te wederstaan, +leende aan die voorstellen een willig oor. Ojeda werd met zijn gezellen gastvrij ontvangen. De valsche jonge Spanjaard trachtte +op alle mogelijke wijzen het vertrouwen van het opperhoofd te verwerven. + +</p> +<p>Hij stelde Caonabo voor hem naar Isabella te vergezellen, waar hij door Columbus, hiervoor durfde hij instaan, met de meeste +onderscheiding ontvangen, en met geschenken overladen zou worden. De admiraal zou zijn vriend en bondgenoot worden, en hem +bij al zijn plannen helpen. +<a id="d0e1675"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1675">125</a>]</span></p> +<p>In de kapel van Isabella hing een klok, en als die voor den kerkdienst geluid werd, wat natuurlijk dagelijks geschiedde, dan +klonken de tonen heinde en ver over bergen en dalen, tot geen geringe verbazing van de inlanders. De Spanjaarden bezaten niets, +wat zulk een diepen indruk maakte als die klok. Caonabo zwierf menigmaal in den omtrek van de kolonie rond, om naar die wondervolle +tonen te luisteren. Nu vertelde Ojeda aan Caonabo, dat Columbus, om een bewijs te geven, hoezeer hij in oprechtheid zijn vriendschap +zocht, hem die klok ten geschenke wilde aanbieden. Hij zou hem wel helpen haar in zijn paleis op te hangen. Deze verleiding +was te groot, en het opperhoofd stemde er in toe met den verraderlijken Spanjaard mee te gaan naar Isabella. + +</p> +<p>Toen het uur van vertrek gekomen was, verwonderde Ojeda zich, dat Caonabo zulk een groote krijgsmacht had bijeen gebracht, +om hem te vergezellen. Toen hij hiervan de reden vroeg, antwoordde het opperhoofd: “Het past een groot vorst als mij niet +bij den Spaanschen admiraal met een armzaligen stoet te komen.” + +</p> +<p>Ojeda begon te vreezen, dat het opperhoofd ook een valsch spel speelde, en dat hij heimelijk plan had òf den admiraal gevangen +te nemen òf het garnizoen bij verrassing in te sluiten. Intusschen had zich de stoet in beweging gezet. Aan de oevers van +een rivier ging men eindelijk rust houden, en daar hadden feestelijkheden plaats, die door Spaansche en Cubaansche spelen +werden afgewisseld. Ojeda had een stel handboeien, die van gepolijst staal vervaardigd waren. De inlanders zagen ze voor sieraden +aan, zooals zij ze nog nooit hadden gezien. Ojeda maakte Caonabo wijs, dat de Spaansche vorsten zulke sieraden droegen, als +zij in feestgewaad wilden verschijnen. Hij stelde Caonabo voor, om met die handboeien aan achter hem op het paard te gaan +zitten, en dan zoo in het kamp te rijden. De heele bevolking zou hem dan vol bewondering aanstaren. + +</p> +<p>Het opperhoofd stemde hierin toe, en de kleine troep ruiters ontving de noodige bevelen. De cacique kreeg de boeien aan, en +ging op een fikschen hengst achter Ojeda zitten. Na eenige sprongen vormden de ruiters een kring om hem heen, gaven hun dravers +de sporen, en verdwenen met hun buit in het dichtst der bosschen. Met de blanke sabels in de hand dreigden zij den cacique +met een onmiddellijken dood, wanneer hij tegenstand bood. Zij moesten zoo nog bijna 150 mijlen afleggen; doch de reis werd +gelukkig volbracht, en de gevangene in triomf in het fort te Isabella opgesloten. +<a id="d0e1684"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1684">126</a>]</span></p> +<p>Columbus vergat het verraderlijke van de daad, omdat het hem toch genoegen deed den geduchtsten vijand van de Spanjaarden +in zijn macht te hebben. De stoutmoedige vorst van de Caraïbiërs werd streng bewaakt. Hij bewaarde een trotsche houding, en +wilde geen gunsten vragen, of eenig teeken van onderwerping geven. Hij scheen de daad van Ojeda zeer te bewonderen, al was +hij dan ook het slachtoffer van die krijgslist. Toen Columbus zijn cel binnentrad, bewees hij hem niet den minsten eerbied, +maar toen Ojeda kwam, stond hij op en groette hem zeer beleefd. Toen hem gevraagd werd, waarom hij den gouverneur met minachting +bejegende, en een van zijn onderdanen hulde bewees, gaf de trotsche cacique ten antwoord: + +</p> +<p>“De admiraal heeft nooit den moed gehad in het hart van mijn land te komen, om mij te vatten. Alleen door de dapperheid van +Ojeda ben ik een gevangen man. Hem dus ben ik eerbied verschuldigd, maar den admiraal niet.” + +</p> +<p>De onderdanen van Caonabo betreurden zijn gevangenschap zeer. Een van zijn broeders bracht een leger van 7000 man op de been, +om hem te bevrijden. Ojeda viel met een aantal geharnaste ruiters onverhoeds op hen aan, en dreef ze op de vlucht. Hun blanke +sabels, hun wapenrusting, waar geen werpspies of pijl door kon komen; de bloedhonden, die de naakte Indianen bij de keel grepen +en ze op den grond wierpen; en vooral de wilde dieren, waarop de Spanjaarden reden, en die in hun oog waren, wat leeuwen en +tijgers voor vrouwen en kinderen zijn, stelden weinige honderden soldaten in staat een tienmaal grooter aantal Indianen op +de vlucht te drijven. Ojeda kende geen genade. De arme inlanders, die voor de rechtvaardigste zaak vochten, werden vermoord, +zooals wolven het lammeren doen. + +</p> +<p>Omstreeks dezen tijd kwamen er vier schepen uit Spanje met vele benoodigdheden. Zij brachten zoowel van Ferdinand als van +Isabella de vleiendste brieven mee. Margarite en de monnik Boyle waren nog niet in Spanje aangeland, en hadden dus met hun +kwaadaardige schotschriften nog geen vergif gegoten in de harten van de monarchen. De beide majesteiten hadden een bevel uitgevaardigd, +waarbij den kolonisten werd bevolen Columbus zoo onvoorwaardelijk te gehoorzamen als zij het den koning en de koningin zouden +doen. Den admiraal werd ook verzocht naar Spanje te komen, om met zijn ondervinding het hof te helpen in het trekken van de +aardrijkskundige lijn, die de ontdekkingen van Portugal van die van Spanje scheiden zou. +<a id="d0e1693"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1693">127</a>]</span></p> +<p>Columbus was echter van gevoelen, dat hij op dat oogenblik de kolonie nog niet verlaten mocht, want de verwarring was groot. +In de mijnen werd niet meer gearbeid. De zware ziekte, waardoor hij was aangetast, kluisterde hem nog aan het bed. Daarom +besloot hij zijn broeder Diego naar Spanje terug te zenden, om daar zijn belangen te behartigen. Aangezien hij geen goud meegeven +kon, zond hij 500 opgelichte inlanders, die naar zijn meening te Sevilla als slaven verkocht konden worden. + +</p> +<p>Het is jammer, dat de schitterende roem van Columbus door zulk een smet bezoedeld is. Maar de gewoonten van zijn tijd strekken +eenigszins tot zijn verschooning. Lang te voren was het voorbeeld zoowel door Spanjaarden als Portugeezen gegeven, toen zij +ontdekkingen in Afrika deden, waarbij de slavenhandel een van de grootste bronnen van inkomsten had uitgemaakt. Bovendien +was de daad zelf door de kerk geheiligd, want de voornaamste godgeleerden hadden verklaard, dat alle barbaarsche en ongeloovige +volken, die hun oogen voor de waarheden van het christendom sluiten, geschikte voorwerpen zijn voor oorlog en roof, voor gevangenschap +en slavernij. + +</p> +<p>Deze overweging kan de groote misdaad van Columbus, het vernederen van de inlanders tot slaven, verzachten. De daad zelf echter +zal altijd een onuitwischbare smet op zijn karakter blijven werpen. Columbus kon beter weten, en had wijzer behooren te zijn. +Ook in die dagen waren er mannen, die er de schandelijkheid van inzagen, en zich er tegen verzetten. De goede Las Casas liet +zich over die snoodheid vinnig uit, en met een oprechtheid, die hem tot eer verstrekt, schrijft hij: + +</p> +<p>“Als vrome en vroede mannen, die de leiders en onderwijzers van den koning en de koningin waren, de onrechtvaardigheid van +den slavenhandel niet inzagen, dan is het waarlijk geen wonder, dat de ongeletterde admiraal het groote kwaad er van niet +begreep.”<a id="d0e1702src" href="#d0e1702" class="noteref">1</a> + +</p> +<p>Behalve bij de weinigen, waarop Guacanagari nog eenigen <a id="d0e1707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1707">128</a>]</span>invloed kon uitoefenen, was bij alle bewoners van het eiland de verontwaardiging tegen de Spanjaarden ten top gestegen. Columbus, +die zelf op het ziekbed lag uitgestrekt, en wiens krijgsmacht zoowel als de geheele kolonie ontzettend veel van ziekte te +lijden had, wendde alle middelen aan, die tot verzoening leiden en de vijandschap, die tegen hem was opgewekt, opheffen konden. +Maar de smaad, dien men den inlanders had aangedaan, was te groot, om maar zoo gemakkelijk vergeten te kunnen worden. + +</p> +<p>Nog geen twee dagreizen van Isabella af hadden de inboorlingen een leger verzameld. Columbus verliet zijn bed, om den naderende +aanval af te weren. Hij kon maar 200 man voetvolk en 20 ruiters op de been brengen, maar dezen waren veel beter gewapend dan +de wilden. Zij hadden veel geweren. Ook hadden zij twintig bloedhonden, die zoo wild als tijgers waren. Niets schrikte hen +af. Met onbegrijpelijke wildheid stoven zij op de naakte Indianen in, grepen hen bij de keel en verscheurden hen. + +</p> +<p>Den 27<sup>en</sup> Maart 1495 verliet Columbus met zijn legertje Isabella en trok hij tegen den vijand op, om hem onverhoeds aan te tasten. +De Indianen kregen door hun verspieders bericht van hun nadering. Las Casas schatte het leger van de inlanders op 100000 man, +maar dit is stellig overdreven; en het is niet te denken, dat men het aantal juist kon opgeven. De slag had bij de stad plaats, +die nu St. Jago heet. Het was een vreeselijk tooneel van bloedbad en slachting. De geharnaste ruiters sabelden de wilden neer +met een spierkracht, die niet scheen te kunnen worden uitgeput. Hadden de bloedhonden hun tanden in het vleesch geslagen, +dan was het onmogelijk die er weer uit te halen; ze haalden de ingewanden uit het lijf, en sprongen woedend van den een op +den ander. De overwinning van de Spanjaarden was volkomen, en de inlanders waren voor goed machteloos gemaakt. + +</p> +<p>De wreedheid, waaraan Columbus zich bij die gelegenheid schuldig maakte, is volstrekt onverschoonbaar. Met zijn geharnaste +ruiters maakte hij een tocht door de provinciën. Op belangrijke plaatsen bouwde hij forten, waarin hij bloedhonden en krijgslieden +achterliet, die elkander in wreedheid niets toegaven. Ojeda was op zulke tochten, waarbij geroofd en gemoord werd, zeer gesteld, +en daarom viel hij als een onweer neer, als hij ergens ook maar een schijn van opstand meende waar te nemen. + +</p> +<p>Ten einde goud naar ’t Spaansche hof te kunnen zenden, en daardoor vooral den later te verstommen, dien zijn vijanden van +hem verspreidden, legde hij even buitensporige als hatelijke <a id="d0e1720"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1720">129</a>]</span>belastingen op, en verwachtte daarvan aanzienlijke inkomsten. Ieder inlander, die boven de 14 jaar was, moest elke 3 maanden +zooveel goud brengen, dat de waarde er van nu met die van 5 dollars, maar toen wel met die van 15, overeenkwam. Die arme inlandsche +kinderen moesten dus ook al 60 dollars belasting in goud per jaar opbrengen. Van de opperhoofden eischte hij natuurlijk veel +meer. Atanicaotex, de broeder van Caonabo, moest om de 3 maanden 150 pesos goud betalen, gelijk staande met 600 dollars per +jaar. Alleen de vrees voor de beten van de bloedhonden dreef de inlanders er toe zooveel goud bijeen te verzamelen, dat de +ontzettend zware belasting kon worden opgebracht. Ieder, die zijn belasting betaald had, kreeg een koperen plaatje om den +hals. Had iemand dat plaatje niet om, dan werd hij streng gestraft, soms met gevangenschap. In die streken, waar geen goud +was, moest ieder elke 3 maanden 25 pond katoen opbrengen. + +</p> +<p>Het volk was wanhopend. Kreten van smart hoorde men overal. De eenvoudige inboorlingen, die in bloemtuinen woonden en zich +met vruchten voedden, waren tot de beklagenswaardigste slavernij gebracht en tot onrust en moeite veroordeeld, waardoor het +leven een last werd. Aan ontvluchten viel niet te denken, en hoop was er niet. Hun prettig leven op het eiland was uit. De +nacht van de wanhoop daalde op Hispaniola neer, en niet vóór men in het stille graf rustte, kon men uit dien nacht komen. +De wereldgeschiedenis is vol treurspelen, maar waar zullen we akeliger lot vinden dan dat van de bewoners van de West-Indische +eilanden? + +</p> +<p>Velen vluchtten in wanhoop naar wildernissen, waarin men haast niet doordringen kon, of naar bergspelonken. Maar ook daar +werden zij door de bloedhonden nagespeurd, en vonden zij er een ellendigen dood. Ouders zagen hun kroost van gebrek wegkwijnen, +of door die wilde beesten verscheuren. De onderdanen van Guacanagari hadden geen beter lot dan de anderen. Zijn landgenooten +haatten hem, omdat hij weigerde zich met hen tegen de verafschuwde Spanjaarden te vereenigen. Alle opperhoofden spraken er +schande van, en met hun verachting beladen, en verarmd door de afpersingen van de Spanjaarden, trachtte hij zich in een wilde +en onvruchtbare streek te verbergen, waar hij in vergetelheid en armoede stierf, door niemand beklaagd. + +</p> +<p>Intusschen deden Margarite en bisschop Boyle aan het Spaansche hof hun best, om den goeden naam van Columbus te bezwalken. +Hun verklaringen werden door de ontevredenen, die <a id="d0e1728"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1728">130</a>]</span>met hen mee naar Spanje gegaan waren, bevestigd. De regeering benoemde Juan Aguado tot zaakgelastigde, om naar Hispaniola +te gaan en er de ernstige beschuldigingen te onderzoeken. Tevens vaardigden zij een bevel uit, waarbij elke Spanjaard vergunning +kreeg, om op eigen hand ontdekkingstochten te maken en op de Nieuwe wereld handel te drijven. Dit griefde Columbus zeer. Het +was in zijn oogen een tastbare schending van de overeenkomst, die de monarchen met hem hadden gesloten. + +</p> +<p>Het is moeilijk de groote verdrukking, waaraan Columbus de inboorlingen onderwierp, in overeenstemming te brengen met zijn +bijzondere zorg, om hen te bekeeren. Maar de mensch is menigmaal vol tegenstrijdigheden. Deugd en ondeugd gaan dikwijls samen. + +</p> +<p>Het goede hart van Isabella was zeer getroffen door de verhalen, die zij van het zachtaardig en milddadig karakter van de +eilandbewoners ontvangen had. Zij beschouwde hen als door God aan hare bijzondere bescherming toevertrouwden. Toen de 500 +slaven aankwamen, werd er bevel gegeven ze te verkoopen. Isabella gaf echter tegenbevel, en belegde een raad van de geleerdste +mannen en hoogstgeplaatste geestelijken, om te overwegen of zulk een daad rechtvaardig kon heeten in het oog van God. De raad +was niet eenstemmig, en daarom beval Isabella, dat ze naar hun eigen land moesten terugkeeren. Zij voegde er een afzonderlijk +bevel bij, dat de inlanders met de grootste vriendelijkheid moesten behandeld worden. Maar haar goedertierenheid kwam te laat, +om het eiland te bewaren voor die stroomen van bloed en ongerechtigheden, die er over heengingen. + +</p> +<p>Juan Aguado verliet Spanje in de tweede helft van Augustus 1495 en kwam in October te Isabella aan. Hij was, zoowel op verstandelijk +als zedelijk gebied, een zwak mensch. Ofschoon hij tot de vrienden van Columbus behoord had, was hij er niet weinig trotsch +op, dat hem nu een kortstondig gezag was opgedragen. Hij nam een onverdraaglijke houding van meerderheid aan, en had de onbeschaamdheid, +om Columbus, den erkenden onderkoning van al die landen, vóór zich te laten verschijnen, als ware hij een misdadiger, om een +verhoor te ondergaan, en òf vrijgesproken òf veroordeeld te worden. De Spaansche grandes verheugden zich bij de gedachte, +dat Columbus, de vreemde indringer, de “zoon van niemand”, die over Spaansche edellieden den baas had durven spelen, zijn +ondergang nabij was. + +</p> +<p>Columbus gedroeg zich onder deze rampspoeden zoo waardig, zoo hoffelijk, en met zulk een verheven gevoel van eigenwaarde, +<a id="d0e1738"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1738">131</a>]</span>dat zijn zwakke vijand er door in verlegenheid werd gebracht. Het verdient vermelding, dat men aan het Spaansche hof geen +beschuldiging tegen hem inbracht van onderdrukking der Indianen. Wel zeide men, dat Columbus de monarchen bedrogen had door +van landen, waar de grootste armoede heerschte, de buitensporigste verhalen van rijkdom op te disschen; dat hij den Spaanschen +kolonisten bovenmatigen arbeid had opgelegd, en dat hij de Spaansche edellieden met smaadheid overlaadde. Deze beschuldigingen +tegen hem waren zonder twijfel opmerkelijk. Van de eenige groote misdaad, die Columbus werkelijk veroordeelt, dat hij <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">nl.</abbr></span> uit gouddorst een millioen menschen in onuitsprekelijke ellende stortte, spraken zij niet eens. Met de wilden zelf hadden +zij geen medelijden. Columbus kwam telkens tusschenbeide, om hen tegen de onmenschelijke wreedheid van de trotsche edellieden +en onbeschaafde matrozen te beschermen. + +</p> +<p>Den 14<sup>en</sup> Maart 1496 vertrok Columbus naar Spanje. Den gevangen Caonabo nam hij mee, maar het ongelukkige opperhoofd stierf onderweg. +Na een zeer lange en onvoorspoedige reis landde hij den 11<sup>en</sup> Juni te Cadix. De koning en de koningin ontvingen hem met een vriendelijkheid, die hij niet verwacht had. Dadelijk kreeg +hij een schrijven, waarbij hem met zijn behoudene aankomst geluk gewenscht, en tevens verzocht werd ten hove te komen. Van +de ernstige beschuldigingen, die Margarite en Boyle tegen hem hadden ingebracht, werd in ’t geheel niet gesproken. Dit gaf +Columbus moed, en daarom stelde hij voor, dat men hem nog eens zes schepen geven zou voor een nieuwe ontdekkingsreis. Deze +werden hem toegezegd, maar de schatkist was uitgeput en door de listen van ambtenaren kwam er telkens uitstel. Vervelende +maanden verliepen; niets werd gedaan, en Columbus was aan eindelooze teleurstellingen ten prooi. + +</p> +<p>De raadslieden van den koning waren de vijanden van Columbus. De koning zelf begon hem, door den invloed van onophoudelijke +verwijtingen, met een onvriendelijk oog aan te zien. De koningin alleen bleef den admiraal getrouw. Isabella wist te bewerken, +dat hem een adellijke titel geschonken werd, waarbij goederen behoorden, die erfelijk waren en dus op zijn nakomelingen zouden +overgaan. De admiraal, die diep in schulden stak, kon toch de gedachte niet laten varen, dat groote rijkdommen de vrucht van +zijn ontdekkingen zouden worden. In zijn testament schreef hij zeer voordeelige bepalingen voor zijn bloedverwanten; stelde +daarin bruidschatten vast voor de vrouwelijke leden der familie; bepaalde, dat zij, die zijn titel erfden en dus <a id="d0e1753"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1753">132</a>]</span>ook zijn grondbezittingen, den voorspoed van zijn geboortestad Genua naar hun vermogen moesten bevorderen. En boven alles +droeg hij den erfgenamen van zijn landgoederen op zooveel geld af te zonderen, dat er een fonds ontstond, waardoor het mogelijk +werd een tocht ter bevrijding van Jeruzalem te ondernemen. + +</p> +<p>Met betrekking tot de Nieuwe wereld was er een groote verandering in de openbare meening gekomen. Niemand wilde meer deelnemen +aan een reis naar eilanden, die volgens de laatste berichten zetels van ziekten, armoede en ellende waren. De kroon zag zich +genoodzaakt tot een wanhopigen maatregel de toevlucht te nemen, om zeelieden te krijgen, door <span class="abbr" title="namelijk"><abbr title="namelijk">nl.</abbr></span> het vonnis van hen, die tot de galeien veroordeeld waren, te veranderen in een overplaatsing naar de nieuwe volksplantingen. +Aan alle boosdoeners zonder onderscheid werd vergiffenis geschonken, indien zij zich wilden verbinden naar de koloniën te +gaan. Dit plan, zegt men, werd door den admiraal aanbevolen. Columbus was soms zoo moedeloos, en walgde zoo van alles, wat +zijn vijanden hem in den weg legden, dat hij op het punt stond van alle verdere ontdekkingstochten af te zien. Alleen een +gevoel van dankbaarheid tegenover de koningin dreef hem tot volharding. Het volgend verhaal deelen wij met de woorden van +Washington Irving mee: + +</p> +<p>“De aanmatigende trots, dien Columbus van de gunstelingen van Fonseca gedurende den langgerekten tijd van voorbereiding te +verduren had, hinderde hem tijdens zijn geheele verblijf in Spanje, en vervolgde hem tot het uur toe, waarop hij zich inscheepte. +Onder de verachtelijke huurlingen, die zijn leven verbitterden, was niemand lastiger en aanmatigender dan een zekere Ximeno +Breviesca, rentmeester van Fonseca. Deze had een stalen voorhoofd, een losse tong, was de echo van zijn patroon, den bisschop, +en sprak overal zoo luid mogelijk met afkeer van den admiraal en diens ondernemingen. Zelfs op den dag, dat het smaldeel in +zee steken zou, werd Columbus door den laster van dezen Ximeno vervolgd. In een onbewaakt oogenblik verloor hij zijn zelfbeheersching, +en de verontwaardiging, die hij tot hiertoe had weten te bedwingen, barstte op eens los. Hij smeet den gunsteling op den grond, +schopte hem herhaaldelijk, en gaf in dezen ondoordachten aanval van woede lucht aan de opeenstapeling van verwijten en plagerijen, +die zoo lang zijn gemoed hadden ontstemd. + +</p> +<p>Deze daad was geheel verkeerd. Het is altijd een ramp voor een mensch, wanneer hij zich zelf geen meester meer is en toegeeft +aan zijn toorn. Columbus schaamde er zich dan ook over, <a id="d0e1764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1764">133</a>]</span>en drukte er in een lateren brief aan den koning en de koningin zijn innig leedwezen over uit. Maar zij had op de monarchen +een zeer ongunstigen indruk gemaakt, en de boosaardigheid van zijn vijanden verergerd. + +</p> +<p>Columbus ging uit de haven van San Lucar de Barrameda den 13<sup>en</sup> Mei 1498 voor de derde maal in zee. Bijna twee jaren had hij op de vervelendste manier in Spanje doorgebracht, en de hinderpalen, +die hem allerwege op zijn pad werden geworpen, uit den weg moeten ruimen. Zijn vloot bestond uit 6 schepen, die, behalve de +matrozen, met 200 soldaten waren bemand. Den 19<sup>en</sup> Juni bereikte hij de Kanarische eilanden. Van hier zond hij drie schepen rechtstreeks naar Hispaniola. Met de drie overblijvende +schepen deed hij een tocht naar de Kaap-Verdische eilanden, waar hij den 29<sup>en</sup> Juni aankwam. Na een kort oponthoud werden de zeilen weder geheschen. + +</p> +<p>Dag aan dag zette men de reis onder begunstiging van den wind voort, tot zij op een plaats kwamen, waar zij de zon boven zich +hadden. Hier heerschte een volkomen windstilte. De zee was spiegelglad en de schepen lagen stil. De lucht was snikheet, en +de brandende zon deed het pek smelten, blakerde het dek, en deed de naden van de schepen uit elkander gaan. Op het dek kon +men het in de zon niet uithouden, en onder het dek was de hitte verstikkend, en aan die van een oven gelijk. Alle krachten +scheen men te verhezen, en de bijgeloovige matrozen werden met schrik vervuld bij de gedachte, dat zij in streken zouden komen, +waarvan de fabel vertelde, dat er een vulkanische hitte heerschte, waarin geen mensch leven kon. De schepen werden zoo erg +lek, dat het noodig geacht werd zoo spoedig mogelijk de een of andere haven binnen te loopen. + +</p> +<p>Eindelijk kwam er een aangenaam koeltje en zette Columbus koers naar het Westen. De eene dag na den anderen verliep, maar +van land was er geen spoor. Het pekelvleesch bedierf en de hoepels van de wijn- en watervaten sprongen los. Verdriet en angst +maakten zich van alle gemoederen meester. Den 31<sup>sten</sup> Juli was er nog maar één ton met water op ieder schip. Het vooruitzicht, dat allen op die brandend heete zee ellendig zouden +sterven, was inderdaad treurig. ’s Middags verkondigde een kreet van een matroos, die boven in de groote mast zat, dat er +land te zien was. Drie bergtoppen reikten tot in de wolken. Columbus noemde dit eiland La Trinidad, of de Drieëenheid. Toen +hij langs de kust voer, om een haven op te zoeken, was hij verbaasd over de schoonheid en vruchtbaarheid van het eiland. Langs +het strand <a id="d0e1784"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1784">134</a>]</span>lagen bevallige dorpen en goed ontgonnen akkers. Aan den westelijksten kant van het eiland, die nu de golf van Paria heet, +wierp hij het anker uit; links kon men de lage kust van Zuid-Amerika zeer duidelijk zien, maar hij dacht, dat het een eiland +was. + +</p> +<p>Dit was de eerste maal, dat Columbus het vasteland van Amerika zag. Hij noemde het eiland Zeta en schatte zijn lengte op 60 +mijlen. Sebastiaan Cabot had den 24<sup>en</sup> Juni 1497 Noord-Amerika ontdekt. Toevallig ging Columbus aan land, en vond de bewoners heel vriendelijk. Dezelfde tooneelen, +als op het eiland Cuba, zag hij hier. De bevolking werd talrijker, hoe verder hij kwam. Een groot aantal kano’s, vol inlanders, +kwam bij de schepen. Aan vele plaatsen gaf hij namen; doch die zijn verloren gegaan. De voorraad levensmiddelen was bijna +uitgeput, en het werd noodig, zoo spoedig mogelijk naar Hispaniola te gaan. Van de jicht had hij erg te lijden, en door de +verbazende hitte, de oponhoudelijke vermoeienis, de slapeloosheid en het wachthouden was zijn gezicht zeer slecht geworden. +Hij ontdekte bij het noordwaarts zeilen twee eilanden, die nu Tobago en Grenada heeten. Vele andere eilanden voer hij nog +voorbij, maar er was geen gelegenheid, om zich op te houden. + +</p> +<p>Op één plaats, waar hij aan land ging, zag hij parelvisschers. Hij kocht drie pond parelen van hen. Enkele waren heel mooi +en groot ook. De toestand van zijn oogen begon onrustbarend te worden, en daarom werden alle zeilen bijgezet, om maar zoo +spoedig mogelijk op Hispaniola te komen, waar men den 19<sup>en</sup> Augustus aankwam. De ontmoeting van Columbus met zijn broeders was zeer hartelijk. Maar de zieke, uitgeputte en door zorg +verteerde Columbus geleek, wat het lichaam betrof, de schim van weleer; alleen zijn geest was nog even krachtig. + +</p> +<p>Columbus verlangde naar rust, maar vond ze niet. Gedurende zijn afwezigheid had Bartholomeus Columbus het bestuur, onder den +titel van Adelantado, in handen gehad. Zijn broeder Diego liet hij te Isabella regeeren, en ging zelf naar het zuidelijk deel +van het eiland, om goud te zoeken. Daar bouwde hij een fort, waaraan hij den naam van San Christoval gaf, maar dat anderen +den Gouden Toren noemden. De Indianen namen een vijandige houding aan, brachten geen voedsel en er was geen einde aan de moeilijkheden. +Roof en moord sproten hieruit voort. Een geduchte opstand van de Spanjaarden kon niet dan met de grootste moeite onderdrukt +worden. Het eens zoo vreedzame eiland was een verblijfplaats van booze geesten geworden. + +</p> +<p>Bartholomeus nam 300 inboorlingen gevangen, omdat zij beschuldigd <a id="d0e1800"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1800">135</a>]</span>werden van zich tegen hun onderdrukkers te hebben verzet. Zij werden allen in boeien geslagen, en zoo naar Spanje gezonden, +om als slaven te worden verkocht. De rechts- en godgeleerden hadden uitgemaakt, dat het rechtvaardig was krijgsgevangenen +tot slaven te maken. Er werden forten gebouwd. Gewapende benden Spanjaarden trokken met hun bondgenooten, de bloedhonden, +in alle richtingen door het heele eiland, om de bewoners in ontzag te houden en vrees aan te jagen. Niemand kan ontkennen, +dat de Indianen onder die wreedheid een veel christelijker geest openbaarden dan de Spanjaarden. + +</p> +<p>In een afgelegen streek van een prachtig gedeelte van Haïti vond men heerlijk en vruchtbaar land, schoone vrouwen, terwijl +minzaamheid een algemeene hoedanigheid van de ingezetenen was, Bartholomeus, die maar steeds voortging hooge belastingen op +te leggen, wilde ook met deze onderdrukte menschen vriendschapsbetrekkingen aanknoopen. Met een sterke macht van geharnaste +krijgslieden bezocht hij het opperhoofd Behechio. Toen de Spanjaarden het schoone dorp naderden, waar nog geen zware belasting +opgebracht werd, kwamen 30 vrouwen, tot den stoet van den cacique behoorende, hun te gemoet. De eenige kleeding van de jonge +meisjes bestond uit een van bloemen gevlochten krans om haar hoofd. De oudere vrouwen hadden kleine katoenen boezelaars voor. +Allen wuifden met palmtakken, dansten en hieven welkomstliederen aan. + +</p> +<p>De meisjes zagen er allerbeminnelijkst uit en haar vorm was zoo schoon, als een Grieksch kunstenaar die uit marmer had kunnen +beitelen. Daar zij hoofdzakelijk van vruchten leefden, en geen arbeid verrichten, was haar vel zoo zacht als fluweel, en het +gelaat zelfs schooner dan dat van de Spaansche brunetten over ’t algemeen. Deze onschuldige dochteren Eva’s dachten bij haar +algeheel gemis aan kleeren even weinig aan gebrek aan kieschheid, als een Europeesche dame, die geen sluier over het gezicht +draagt. + +</p> +<p>De weduwe van Caonabo, woonde hier bij haar broeder Behechio in. Zij was een zeldzaam schoone vrouw, en heette Anacaona. In +een draagstoel gezeten, werd zij door zes sterke Indianen gedragen. Zij had alleen een geborduurde boezelaar voor, en om haar +hoofd, hals en armen droeg zij bloemkransen. Bartholomeus was met 6 van zijn voornaamste ruiters bij Behechio gehuisvest. +De overigen werden door de mindere hoofden van het noodige voorzien. Allen kregen hangmatten met katoenen bedden er in. +<a id="d0e1808"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1808">136</a>]</span></p> +<p>Twee dagen lang bleven de Spanjaarden in het dorp, en ontvingen van het gastvrije volk alle mogelijke oplettendheden. Voedsel +was er voor hen in overvloed, en onderscheidene spelen en feestelijkheden werden tot hun vermaak uitgevoerd. Een van die spelen +geleek veel op het worstelspel der oude Romeinen. Twee troepen naakte Indianen, met pijl en boog gewapend, leverden elkander +een geregeld gevecht. Vier werden gedood en velen gewond. Kreten van toejuiching weergalmden door de lucht, evenals de Romeinsche +senatoren en hun vrouwen aanhieven, wanneer in den schouwburg het bloed in het strijdperk vloeide. De strijd zou wellicht +nog veel bloediger zijn geweest, als Bartholomeus niet verzocht had, er een eind aan te maken. + +</p> +<p>Tot dank voor al deze goedheid, gaf de Adelantado den cacique kennis, dat hij gekomen was, om hem en al zijn volk onder de +bescherming van de almachtige vorsten van Spanje te plaatsen, en van hen de schatting te ontvangen, die de andere opperhoofden +van het eiland gaven. Omdat hier geen goud was, legde hij een belasting op in katoen, hennip en maniokbrood. Voor deze daad +van heerschzucht kan geen verschooning bestaan. Zij was zoo onrechtvaardig, als een daad van zeeroovers maar wezen kan. De +cacique was verplicht voor de overmacht te bukken. Hij wist, welk lot andere deelen van het eiland getroffen had, en hoopte +door overmatige vriendelijkheid en gastvrijheid dat lot van zijn eigen onderdanen af te weren. + +</p> +<p>Te Isabella zag het er ellendig uit. Ziekten heerschten er verschrikkelijk en de voorraad van geneesmiddelen was uitgeput. +Allen twistten en morden. De Indianen hadden die streken verlaten en aten, in ruwe bergstreken, waar het zelfs voor bloedhonden +moeilijk werd hen te vervolgen, wortels en gras. Menigvuldige oproeren braken er onder de inboorlingen uit. De wreedheid, +welke de hulpelooze en wanhopige lieden te verduren hadden, was ontzettend. Dorpen werden in de asch gelegd. Gillende slachtoffers, +door geharnaste ruiters vervolgd, werden door de Spanjaarden neergesabeld. Door wreedaardige doggen werden de ledematen van +vrouwen en kinderen verscheurd. Regeeringloosheid en ellende heerschten overal. Het schoone eiland Haïti was in weinige maanden +door de slechtheid van menschen in een verblijf van ellende verkeerd, waar nauwelijks eenige vreugde werd aangetroffen. + + +<a id="d0e1815"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1815">137</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1702" href="#d0e1702src" class="noteref">1</a></span> In zijn ijver voor de Indianen werd Las Casas door een zonderlinge onstandvastigheid, de oorzaak van den slavenhandel, want +hij stelde voor, om van de Portugeezen in Afrika negers te koopen, ten einde de landbouwers van werkvolk te voorzien. Hieraan +werd ongelukkig uitvoering gegeven. Hij schreef onderscheidene werken, die nooit een drukker vonden. Al zijn werken verraden +groote geleerdheid, helder oordeel en godsvrucht. Ondanks zijn groote ongelijkheid aan zich zelf met betrekking tot de negers, +moet hij als een zachtaardig mensch beschouwd worden, als iemand, die de menschheid werkelijk liefhad. +</p> +</div> +<p class="div1"><a id="d0e1816"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Elfde Hoofdstuk.</h2> +<h2>Terugkeer naar Spanje en de vierde reis.</h2> +<p>Een laaghartig man, Franciscus Roldan genaamd, had tegen de regeering van Columbus een samenzwering gesmeed. Hij was met zijn +aanhang naar Xaraguay gegaan, waar hij de bevolking uitplunderde, haar rechten vertrapte, en zich aan allerlei uitspattingen +overgaf. Terwijl hij zoo huishield, wierpen daar drie Spaansche karveelen, wier bemanning uit ontslagen gevangenen bestond, +het anker uit. Door den stroom waren ze er heen gedreven. Bijna allen liepen ze van de schepen af, en voegden zich bij die +schelmen op het land. Het verhaal van het rijke en prettige leventje, dat die snoodaards daar smaakten, was het lokaas geweest. +Deze woestelingen hadden hun zwaarden, kruisbogen, lansen, handbuksen en andere wapenen meegenomen, toen ze aan land waren +gegaan. Zoodra Columbus deze feiten vernam, was hij niet weinig verlegen. Had hij in sommige opzichten niet veel gevoel voor +recht, wat rechtschapenheid en menschelijkheid aanging, hierin stond hij veel hooger dan zijn tochtgenooten. Deze bandelooze +troep zwierf naar willekeur rond, en maakte zich aan de stuitendste zedeloosheid schuldig. Men tartte zichtbaar Columbus’ +gezag, en de opstand nam gevaarlijke afmetingen aan. Vele ontevredenen liepen naar de muiters over. Ongelukkig had Columbus +geen macht genoeg, om een gevecht met hen te beginnen. Aan eenige terugkeerende schepen gaf hij voor de monarchen berichten +van den opstand mee. Ook vroeg hij om de overkomst van nog meer geestelijken voor de bekeering der Indianen, en of de Spanjaarden +voor den tijd van twee jaren de inlanders als slaven mochten gebruiken. + +</p> +<p>Toen de schepen vertrokken waren, schonk hij zijn aandacht weer aan de opstandelingen. Hij schreef aan Roldan in woorden, +die verzoening ademden, dat hij hem in ’t belang van zijn goeden naam en ook voor het algemeen welzijn aanraadde, niet in +zijn verzet te volharden. Hij zond tevens een vrijgeleide, waardoor zij, die naar den Admiraal wilden gaan, om met hem de +zaken te overleggen, beschermd zouden worden. Maar de eischen van Roldan en zijn bondgenooten waren onbeschaamd en aanmatigend. +Eindelijk werd er een vergelijk getroffen. Roldan en zijn saamgezworenen kregen twee schepen, waarmee ze naar Spanje terug +konden keeren, en ieder ontving bovendien een bewijs van goed gedrag. De schepen gingen in October 1499 <a id="d0e1825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1825">138</a>]</span>onder zeil, en de muiters namen veel slaven mee. Herrara zegt, dat Colulmbus dubbelhartig was, en dit moet, al was het ook +een eigenaardig kenmerk van die dagen, streng veroordeeld worden. + +</p> +<p>Terwijl hij Roldan en zijn aanhangers een bewijs van goed gedrag gaf, schreef hij te gelijker tijd aan Ferdinand en Isabella, +dat hij dit maar gedaan had, om die schurken weg te krijgen: dat de getuigschriften valsch waren; dat deze mannen de grootste +misdaden hadden bedreven; dat zij zich aan roof en moord hadden schuldig gemaakt, en dat hij er daarom op aandrong, hen terstond +na hun aankomst gevangen te nemen, hen van hun gestolen schatten te berooven en daarna zeer streng te straffen. + +</p> +<p>De toestand van Columbus was werkelijk beklagenswaard. Hij was ziek en had aanhoudend pijn. De samenzweringen tegen hem vermenigvuldigden +zich, en de Spaansche edellieden, de trotschte menschen van de wereld, behandelden hem met minachting. Verachtelijk werd hij +“de verwaande vreemde” genoemd. Zijn deugden werden in de oogen van de zedelooze Spanjaarden een middel tot vuigen laster. +Er was geen laagheid, waartoe zijn vijanden niet in staat waren. Zij bekleedden de hoogste ambten in kerk en staat, en poogden +door de gemeenste schotschriften hem van de monarchen te vervreemden. Hij stond alleen, bijna zonder een enkelen vriend. Er +was in heel Spanje nauwelijks één man, wiens toestand meer te beklagen was. + +</p> +<p>Roldan besloot ten slotte op het eiland te blijven, terwijl hij de meesten van zijn medeplichtigen naar Spanje liet gaan. +Hij werd met het hoogste gezag bekleed, nam een groot deel van het land in bezit, en liet het door slaven bewerken. + +</p> +<p>De ridderlijke, roekelooze Ojeda was naar Spanje teruggekeerd. Door eenige rijke ondernemers voortgeholpen, was hij er in +geslaagd vier schepen uit te rusten, waarmee hij op eigen gelegenheid een ontdekkingstocht zou doen. Een koopman van Florence, +Amerigo Vespucci genaamd, en wiens naam later aan de Nieuwe wereld verbonden zou worden, maakte deel uit van den tocht. De +kleine vloot zeilde in Mei 1499 van Sevilla uit. Zij bereikte de Caraïbische eilanden. Na een hevig gevecht met de inlanders +namen zij velen gevangen, en voerden ze weg, om als slaven te worden verkocht. Van hier voeren zij naar Hispaniola, omdat +zij gebrek aan benoodigdheden hadden, en wierpen den 5<sup>en</sup> September bij de westelijkste punt van dit eiland het anker uit. + +</p> +<p>Columbus werd door dezen inval zeer onaangenaam getroffen, daar hij dit eiland als zijn bepaald eigendom beschouwde. Daarom +<a id="d0e1840"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1840">139</a>]</span>zond hij Roldan met eenige ontevredenen er heen, om de plannen van Ojeda te dwarsboomen en hem, zoo mogelijk, gevangen te +nemen. De beide jonge ridders waren even beginselloos, sluw en roekeloos. Roldan ging met twee karveelen en 25 onverschrokken, +goed gewapende mannen, den gelukzoeker opsporen. Zij ontmoetten elkander. Ojeda liet zijn reispas zien, dien hij van den koning +en de koningin had ontvangen, en zeide, dat een deel van de voordeelen aan de kroon vervielen. Dit maakte aan allen tegenstand +een einde. De trotsche ridder zeide ook, dat Columbus bij het hof geheel in ongenade was gevallen, en dat het zijn voornemen +was, den admiraal spoedig op te zoeken, daar hij eenige mededeelingen van zeer vertrouwelijken aard had te doen. + +</p> +<p>Met dit bericht keerde Roldan naar Columbus terug. Dit verdroot den admiraal zeer. Het was duidelijk, dat hij niet langer +in de gunst van het hof deelde, en dat de monarchen op zijn voorrechten inbreuk maakten. Hij wachtte eenigen tijd op het beloofde +bezoek van Ojeda, maar deze had in ’t geheel geen plan naar den admiraal te gaan. Roldan werd opnieuw uitgezonden, om de bewegingen +van Ojeda na te gaan. Beiden waren valschaards en dubbelzinnige menschen. Beiden plunderden en onderdrukten de inlanders. +Ojeda kruiste langs de kusten van Haïti, landde op afgelegen punten, en lichtte zoo lang inboorlingen op, tot hij zijn schepen +vol slaven had. Dan keerde hij naar Cadix terug, waar zij op de slavenmarkt verkocht werden. + +</p> +<p>Het gezag van Columbus liep ten einde. Zij, die hem nog gehoorzaamden, wilden dat zelf. Andere stoutmoedige en roekelooze +mannen liepen naar willekeur rond. Het was gemakkelijk aan vervolging te ontsnappen. Sommigen wisten zich bij de inboorlingen +bemind te maken; anderen vereenigden zich in groote troepen en plunderden hen of namen hen gevangen. De soort van beschaving +en christendom, die de Spanjaarden op Haïti hadden gebracht, hadden het eiland in de diepste ellende gestort. Een uitvoerig +verslag van de tooneelen, die het gevolg hiervan waren, biedt niets dan een walgelijk en droevig verhaal aan van valschheid, +misdaad en wreedheid. Columbus streed moedig tegen de stormen van den tegenspoed. Meer dan anderen, met uitzondering van Las +Casas misschien, bleef hij aan de beginselen van recht en menschelijkheid getrouw, en was hij de vriend van de inboorlingen. +En toch moet men niet vergeten, dat de goede Las Casas gezegd heeft: “Wij moeten niet die arme bewoners van Haïti tot slaven +maken: maar laat ons de Afrikanen <a id="d0e1846"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1846">140</a>]</span>oplichten.” Ook moeten wij, bij onze beoordeeling van die menschen, niet vergeten, dat nog onlangs mannen, vrouwen en kinderen +op de slavenmarkten van Amerika verhandeld werden, en dat veel predikers van het christendom verkondigd hebben, dat dit recht +was “voor het aangezicht des Heeren.” + +</p> +<p>Columbus was op ’t fort Concepcion. Zijn geest was vermoeid en verbitterd door al de laagheid, die hij overal vond, en waaraan +hij niets kon veranderen. Een ellendeling, die Mexica heette, bewerkte een samenzwering om den admiraal te vermoorden. Hij +trok het geheele eiland door, en nam een groot aantal rondzwervende Spanjaarden, die gaarne aan gewaagde ondernemingen deelnamen, +in dienst. Adriaan de Mexica was ook een van de hoofdaanvoerders van Roldan’s partij geweest. Hij had zich zoo vreeselijk +slecht gedragen, dat Columbus hem van de algemeene vergiffenis uitsloot, en hem uit het eiland verbande. Van Roldan had hij +verlof gekregen er weer terug te komen. + +</p> +<p>Aan den vooravond van den dag, waarop de saamgezworenen het plan ten uitvoer zouden brengen, kreeg Columbus er bericht van +door een weggeloopene. Geen oogenblik mocht verloren gaan. Met tien vertrouwde en onverschrokken mannen, nam hij Mexica door +overrompeling gevangen. Hij kwam voor het gerecht en werd veroordeeld om opgehangen te worden. + +</p> +<p>Columbus gaf bevel Mexica aan den top van het fort op te hangen. De laatste verzocht te mogen biechten voor men de doodstraf +toepaste. Een priester werd ontboden. De ongelukkige Mexica, die tijdens den opstand zoo dapper was geweest, verloor allen +moed, toen hij den dood in het aangezicht zag. Hij stelde het biechten telkens uit, begon er mee, hield dan weer op, begon +op nieuw, aarzelde weer, als hoopte hij door tijd te winnen kans op vrijspraak te hebben. In plaats van eigen zonden te belijden, +beschuldigde hij anderen, van wie het bekend was, dat ze onschuldig waren, van misdaad, tot dat Columbus, die door zooveel +valschheid en verraad zeer verbitterd was, het geduld verloor, en in een mengeling van verontwaardiging en toorn bevel gaf +den ellendeling op de tinne van ’t fort op te hangen. + +</p> +<p>De overige samenzweerders werden met alle kracht vervolgd, en verscheidenen gevat en opgehangen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p141.jpg" alt="Kasteel van Columbus op San Domingo."></p> +<p class="figureHead">Kasteel van Columbus op San Domingo.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Er waren nu zes zeer belangrijke forten op het eiland, die een rij van militaire posten vormden en de inboorlingen krachtig +in bedwang hielden. Zeven en twintig mijlen van Isabella lag het fort Esperanza; achttien mijlen verder Santa Catalina, en +twaalf mijlen van daar zag men de donkere muren van het fort Magdalena. <a id="d0e1863"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1863">141</a>]</span><a id="d0e1864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1864">142</a>]</span>Later werd op dezelfde plaats de stad Santiago gesticht. Omstreeks 14 mijlen van hier werd, midden in een vruchtbare en volkrijke +vlakte, het fort Conception gebouwd. Op een afstand van nog geen anderhalve mijl lag een groote Indiaansche stad, waarover +het beroemde opperhoofd, Guarionex geheeten, regeerde. Te Isabella bleef alleen een tamelijk toereikend garnizoen, dat de +plaats moest zien te behouden. Columbus ging weg, bezocht elke plaats en maakte van het fort San Domingo, in het zuiden van +het eiland, zijn hoofdverblijf. + +</p> +<p>In 1849 bezocht T. S. Hennekin deze streek. Uit zijn zeer belangrijken beschrijvingsbrief nemen wij het volgende over: + +</p> +<p>“Het fort Concepcion ligt aan den voet van een heuvel, die nu Santo Cerro heet. Het is geheel van steen en nog zoo onbeschadigd, +als toen het pas gemaakt was. Het staat in de schaduw van een weelderig woud, dat de plaats van vroegere werkzaamheid en drukte +heeft ingenomen; het is een plek, die men eens voor zeer belangrijk hield, en waarop tal van menschen woonden. + +</p> +<p>“Waar is die tallooze menigte gebleven, die door dit fort in ontzag moest gehouden worden? Er is geen spoor meer van over, +en alleen de geschiedenis maakt er melding van. De stilte van het graf heerscht nu daar, waar hun woningen echo’s gaven op +hun liederen en dansen. Enkele arme Spanjaarden, die in armelijke hutten en ver van elkander in het woud leven, bezitten nu +deze eenmaal zoo vruchtbare en schoone landstreek.” + +</p> +<p>Tot nog toe had Ferdinand ondervonden, dat zijn bezittingen in de Nieuwe wereld zaken waren, waar geld bijgepast moest worden, +in plaats van bronnen van rijkdom te zijn. Hierdoor was hij zeer teleurgesteld. Zijn hof werd bestormd door teleurgestelde +en spijt gevoelende menschen, die een bitter oordeel over Columbus uitspraken, en om groote sommen gelds vroegen, die zij +beweerden, dat Columbus hun schuldig was. Deze algemeene en onophoudelijke klachten begonnen zelfs op het gemoed van Isabella +een ongunstigen indruk te maken. Uit de brieven van Columbus bleek maar al te duidelijk, dat het eiland in een toestand van +de grootste wanorde verkeerde. Hieruit kon men gerust opmaken, dat, hoe zuiver de gronden van den admiraal ook waren, het +hem aan de noodige bekwaamheid ontbrak, om voor de naleving en handhaving van bestaande wetten en verordeningen te zorgen. + +</p> +<p>Ferdinand was een omzichtig en ijverzuchtig Spanjaard. Het had hem steeds eenigszins gehinderd, dat hij het bestuur over Spaansche +volkplantingen aan Genueesche avonturiers over moest <a id="d0e1876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1876">143</a>]</span>laten. In die dagen werd de grens, die volken scheidt, streng getrokken. In het woord <i>vreemdeling</i> lag iets verwijtends opgesloten. Dat Columbus zoo voor het instandhouden van de slavernij ijverde, vond de koningin zeer +onaangenaam. Toen de schepen met de mede-opstandelingen van Roldan in Spanje terugkeerden, waren er 700 slaven op. Velen van +dezen hadden ze van Columbus gekregen tot loon voor hun overgave, en anderen hadden ze zelf gestolen. Ook waren onder deze +gevangenen vele jonge, mooie meisjes, dochters van opperhoofden, die door deze laaggezonkenen uit haar woningen waren gesleurd. +Voor al deze ongerechtigheden stelde Isabella Columbus aansprakelijk, en zij kon dit met recht doen. Hij toch was onderkoning +van al die gewesten en was werkelijk met volstrekt gezag bekleed. + +</p> +<p>Het gevoel van de koningin was vreeselijk gekwetst. Zij geloofde, dat de eenvoudige inboorlingen van die uitgestrekte landen +in het bijzonder onder haar bescherming waren gesteld. Verontwaardigd riep zij uit: “Hoe durfde die admiraal mijn onderdanen +weg te geven?” + +</p> +<p>Zij drukte haar groot ongenoegen uit, niet alleen door bevel te geven, dat al die Indianen weer aan hun betrekkingen teruggezonden +moesten worden, maar ook door te gebieden, dat allen, die vroeger door den admiraal naar Spanje waren gezonden, opgespoord +en teruggestuurd moesten worden. Columbus gevoelde al de bitterheid van deze handeling. Het was hem duidelijk geworden, dat +zijn invloed aan het hof aan het tanen was. Ongelukkig kreeg hij, juist in dezen tijd, nog vóór hij de bepaalde gevoelens +van Isabella kende, een brief, waarin men hem aanspoorde om met het zenden van Indiaansche slaven voort te gaan, aangezien +hieruit een groote bron van inkomsten voor de kroon voortvloeide. + +</p> +<p>Tusschen Columbus en Roldan waren weer nieuwe moeilijkheden gerezen. De stoutmoedige Spaansche ridder, die de trotsche hidalgo’s +en de laagste dollemannen om zich verzamelde, werd een geduchte tegenstander. Columbus verzocht derhalve, dat er iemand gezonden +werd, die tusschen hem en Roldan als scheidsrechter kon optreden. Dit gaf nu juist aan Ferdinand het voorwendsel, waarnaar +hij zoo lang had uitgezien, om handelend op te treden. + +</p> +<p>Don Francisco de Bobadilla, een der hoogste militaire en godsdienstige waardigheidsbekleeders aan het hof, werd met deze tijdelijke +zending belast. Het blijkt echter, dat deze zending gericht was tegen hen, die opgestaan waren. In de opdracht staat: +<a id="d0e1889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1889">144</a>]</span></p> +<p>“Wij bevelen u te onderzoeken, wie en wat de personen zijn, die zich tegen genoemden admiraal en onze verordeningen hebben +verzet, en waarom zij dit deden; aan welken roof en aan welke overtredingen zij zich schuldig hebben gemaakt; en voorts, uw +onderzoek uit te strekken tot alles, wat met de zaken in verband staat. Hebt gij inlichtingen gekregen, weet gij de waarheid, +neem dan allen, die schuld hebben, gevangen, en leg beslag op hun goederen. Zijn ze in uw macht, zet dan uw onderzoek voort, +ook ten aanzien van hen, die afwezig zijn, en leg zulke boeten en straffen op, als gij zult goeddunken.” + +</p> +<p>Deze macht werd blijkbaar verstrekt, om hen te straffen, die tegen het gezag van Columbus in opstand waren gekomen. In den +aanhef staat, dat een overheidspersoon en enkele andere personen het gezag van Columbus weerstonden, en daarom was de afgevaardigde +gemachtigd de orde te herstellen. De koninklijke lastbrief was den 21<sup>en</sup> Maart 1499 geschreven. Twee maanden later, den 21<sup>en</sup> Mei kregen de hidalgo’s en de staatsambtenaren op het eiland een brief, waarin hun van het aan Bobadilla toegekend gezag +kennis werd gegeven. Uitweidende over de volstrekte macht, die hem was gegeven, om de ongeregeldheden te onderdrukken, werd +daarin gezegd: + +</p> +<p>“Het is onze wil, wanneer de genoemde bevelhebber Francisco de Bobadilla het voor onzen dienst en in het belang van het recht +noodig acht, dat sommige ridders en andere personen, die thans op de eilanden zijn of daar komen, vertrekken en er niet blijven +of terugkeeren, hij hun in onzen naam kan bevelen voor ons te komen verschijnen en ze dwingen kan heen te gaan. En wij bevelen +tevens, dat ieder, dien hij dit gelast, onmiddellijk, zonder ons te vragen of te raadplegen, zonder op een brief of een bevel +van ons te wachten, ook zonder in hooger beroep te komen of een verzoekschrift in te dienen, gehoorzamen zal aan alles, wat +hij zegt of beveelt, op straffe van wat hij namens ons opleggen zal.” + +</p> +<p>Bobadilla kwam den 23<sup>en</sup> Augustus 1500 in de haven van San Domingo aan. Columbus was toen op het fort Concepcion, en zijn broeder Diego lag in de +zeehaven van San Domingo. Dadelijk verklaarde Bobadilla, dat hij Columbus in het bestuur over het eiland had vervangen, en +dat hij het hoogste gezag bekleedde. Opgetogen van blijdschap voegden zich alle ontevredenen bij hem. Met de gewapende macht, +die hij meegebracht had, en de hartelijke deelneming van al de misnoegden, viel het hem licht de plaats in bezit te nemen. +<a id="d0e1907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1907">145</a>]</span></p> +<p>Zonder verhoor werd Columbus uit zijn ambt ontslagen, zonder dat er zelfs een aanklacht tegen hem werd ingediend. Het scheen +tot de bijzondere wenschen van Bobadilla te behooren den admiraal te vernederen. Hij ging in het huis van Columbus wonen, +en maakte zich van zijn wapenen, goud, huisraad, paarden en al zijn brieven en handschriften, zelfs van de geheime, meester. +Ten einde de volksgunst te verwerven, vaardigde hij een bevel uit, waarbij voor een tijdperk van 20 jaren aan een ieder, die +voor eigen rekening goud ging zoeken, vergund werd slechts 1/11 aan de regeering te geven, in plaats van ⅓, zooals tot nog +toe. + +</p> +<p>In plaats van Roldan en allen, die tegen Columbus in opstand waren, te gelasten vóór hem te verschijnen, behandelde hij hen +met de grootste beleefdheid, opdat hij zich ook van hun hulp bij zijn wederrechtelijke toeëigeningen mocht verzekerd houden. +Terwijl Columbus zeer verslagen en bedroefd was, ontving hij het volgende korte en eenigszins duistere briefje van de koningen: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p>“Aan Don Christophorus Columbus, onzen admiraal van den oceaan. Wij hebben den bevelhebber Francis de Bobadilla, brenger dezes, +bevolen, dat hij in onzen naam met u spreken zou over zaken, die hij u meedeelen zal. Wij verzoeken u hem geloof en vertrouwen +te schenken en dienovereenkomstig te handelen. + + +</p> +<p>“Ik, de koning; Ik de koningin.”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Dadelijk besloot de admiraal aan alle eischen van Bobadilla te voldoen, tot hij alle besluiten van Hunne majesteiten kende. +Bobadilla liet Diego Columbus vatten en sloot hem geboeid aan boord van een der schepen op. Toen zond hij officieren uit, +om Columbus gevangen te nemen, deed hem boeien aan, en bracht hem in een van de cellen op het fort San Domingo. De waardigheid, +waarmede Columbus zich onder dit alles gedroeg, heeft de algemeene bewondering, zelfs die van zijn vijanden, opgewekt. + +</p> +<p>Een aantal beschuldigingen tegen Columbus kreeg men van de muiters en die werden naar het Spaansche hof opgezonden. Van zulke +laaghartigen krioelde het in de kolonie te San Domingo. + +</p> +<p>In het begin van October werd Columbus, geboeid als de gemeenste misdadiger, door de straten naar het schip geleid. Het geschreeuw +van het grauw volgde hem. Monzo de Villejo, een man van hooge afkomst en een edel karakter, werd met de zorg voor de gevangenen +belast. Zoowel hij als de scheepskapitein, Andreas Martin, behandelden den admiraal, gedurende de reis, met den diepsten eerbied. +Zeer gaarne zouden zij hem de boeien hebben afgedaan, maar de admiraal wilde dit niet, en zeide trotsch: + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p146.jpg" alt="Columbus in ketenen."></p> +<p class="figureHead">Columbus in ketenen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Neen; Hun majesteiten hebben mij schriftelijk bevolen mij <a id="d0e1931"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1931">146</a>]</span><a id="d0e1932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1932">147</a>]</span>aan alles te onderwerpen, wat Bobadilla in hun naam zou bevelen. Op hun gezag heeft hij mij in deze boeien geklonken. Ik zal +ze dragen, tot zij bevel geven ze weg te nemen, en ik zal ze daarna bewaren als herinneringen aan het loon voor de diensten, +die ik bewezen heb.” + +</p> +<p>Onderweg schreef hij een bewonderenswaardigen brief, dien men aan de monarchen moest laten zien. Hij zond dien aan Donna Juana +de la Torres, een hofdame, die in de bijzondere gunst van de koningin deelde. Toen het schip te Cadix kwam, werd deze brief +dadelijk verzonden en aan Isabella gegeven. Zij las hem met de diepste ontroering en deelneming. De koning en de koningin +waren beiden even verontwaardigd over de Columbus aangedane behandeling. Zij gaven bevel, dat hij en zijn broeders dadelijk +in vrijheid gesteld, en met de grootste onderscheiding bejegend moesten worden. Gezamenlijk schreven zij aan Columbus, en +drukten hun leedwezen uit, dat hij zooveel geleden had, verzekerden hem van hun dankbaarheid en liefde, noodigden hem aan +het hof en zonden 2000 dukaten, om de reiskosten te bestrijden. + +</p> +<p>Op den 17<sup>en</sup> December maakte Columbus, rijk gekleed en gevolgd door een voor die gelegenheid passenden stoet, zijn opwachting bij Hun +majesteiten te Grenada. Toen de koningin hem groette, barstte zij in tranen los. Dit maakte het hart van den heldhaftigen +man zoo week, als geen gestrengheid had kunnen doen. Hij viel op de knieën, lag voor eenige oogenblikken buiten kennis, en +weende en snikte onder hevige aandoeningen. Columbus werd overtuigd, dat zij de handelwijze van Bobadilla geheel afkeurden, +en dat hij onmiddellijk zou worden ontslagen. Zij sloegen volstrekt geen acht op de beschuldigingen, die Bobadilla tegen hem +had ingediend. Elke gelegenheid grepen zij aan, om openlijk hun gunst te openbaren, en gaven hem de verzekering, dat al zijn +leed vergoed, in zijn armoede voorzien zou worden, en dat hij zijn vroeger gezag terug zou krijgen. + +</p> +<p>Onder het bestuur van Bobadilla deed ieder, wat hij wilde. Las Casas deed een huiveringwekkend verhaal van al het onrecht, +dat men den Indianen aandeed. De gemeenste deugnieten namen den schijn aan van edelen te zijn, ontstalen den opperhoofden +hun dochters, omringden zich met bedienden, als waren ze Oostersche vorsten en dwongen de inlanders hen in stoelen te dragen. +Een inlander of een vogel dood te schieten, was hun hetzelfde. + +</p> +<p>Zoo spoedig als het kon werd Don Nicholas de Ovando heengezonden, om Bobadilla af te zetten. Maar het ontbrak hem aan de noodige +macht, om over de gemoederen, die daar de rust <a id="d0e1945"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1945">148</a>]</span>verstoorden, den baas te spelen. Onder zijn bestuur kwam er geen verbetering in den toestand. Hem was in het bijzonder opgedragen +Columbus en al zijn broeders voor al hun verliezen schadeloos te stellen. + +</p> +<p>Intusschen werden er toebereidselen gemaakt voor een nieuwe reis van Columbus. Tochten door andere hoven en bijzondere personen +ondernomen, hadden een groote uitbreiding aan de ontdekkingen in de Nieuwe wereld gegeven. Vasco de Gama was de Kaap de Goede +hoop omgezeild en verrijkte Portugal met de voortbrengselen van de Oost. Men onderstelde, dat daar ergens een straat moest +zijn, dicht bij de landengte van Darië, die den Atlantischen met den Stillen oceaan verbond. Columbus moest die straat trachten +te vinden. Na veel getalm, dat aan alle hofhoudingen eigen is, waren er eindelijk vier schepen zeilklaar. Het grootste schip +hield maar 70 ton in, en het kleinste 50. De geheele bemanning bestond uit 150 koppen. + +</p> +<p>Columbus was nu een man op jaren; hij had zijn 66<sup>e</sup> jaar bereikt. Door verdriet en zorg was zijn geest afgemat, en vele lichaamsgebreken bogen die eens zoo krachtige gestalte. +Zijn geestvermogens schenen echter nog onverzwakt. Op deze reis werd Columbus door zijn broeder Bartholomeus en zijn jongeren +zoon Fernando vergezeld. + +</p> +<p>Den 9<sup>en</sup> Mei 1502 zeilde de vloot van Cadix uit. Langs de kust van Marokko en de groote Canarische eilanden, kwam de kleine vloot +den 15<sup>en</sup> Juni bij een van de Caraïben, waarschijnlijk Martinique. Na een vaart van 30 mijlen kwamen zij bij Dominica. Toen hij Santa +Cruz en de zuidzijde van Porto Rico voorbijvoer, was hij, in strijd met zijn oorspronkelijk plan en de hem verstrekte lastgeving, +genoodzaakt de haven van San Domingo in te loopen. In een brief aan de monarchen gaf hij hier een verklaring van. + +</p> +<p>Don Ovando, de opvolger van Bobadilla, regeerde toen. Om de een of andere reden, die nog niet geheel opgehelderd is, weigerde +Ovando den generaal in de haven te laten komen. Las Casas geeft te verstaan, dat er in de stad veel vijanden van Columbus +waren, en hij dus vreesde, dat die gemeene en diepgezonken lieden hem geweld zouden aandoen. Toen Columbus er aankwam, zou +er juist een vloot in zee steken, om naar Spanje te gaan. Zij had een groote hoeveelheid goud in, dat men door maatregelen +van geweld van de inboorlingen had afgeperst. Bobadilla hoopte hierdoor de gunst van Hun majesteiten te koopen. Het was de +rijkste lading, die ooit de eilanden verlaten had. <a id="d0e1964"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1964">149</a>]</span>Een verbazend groote klomp, dien een Indiaansche vrouw gevonden had en die het grootste stuk gedegen goud was, dat ooit ontdekt +werd, was er ook bij. Men rekende, dat die klomp meer dan 5000 gulden waard was. + +</p> +<p>De morgen, waarop de vloot onder zeil zou gaan, was buitengewoon helder. Geen blaadje bewoog zich, en de zee geleek een spiegel. +Maar het geoefend oog van Columbus voorzag de nadering van een dier geweldige windhoozen, die zoo menigmaal in de keerkringszeeën +een schipbreuk ten gevolge hebben. Daarom raadde hij den gouverneur aan, het vertrek van de schepen een paar dagen uit te +stellen. Zijn raad werd echter met verachting verworpen. Er kwam een lichte bries, alle zeilen werden geheschen, en de vloot +aanvaardde de reis. + +</p> +<p>Columbus, die zeker wist, dat er een storm in aantocht was, en het verdrietig vond, dat men hem bij den naderenden nood uit +de haven verdreef, die hij zelf had ontdekt, zocht zoo spoedig mogelijk een veilige ankerplaats op, waar hij den storm gerust +kon afwachten. De naar Spanje terugkeerende vloot was nog maar weinige uren op zee, of de hoos vloog met ongewone woede op +haar aan. Het schip, waarop Bobadilla en Roldan zich bevonden met een groote hoeveelheid goud aan boord, waartoe ook de groote +klomp behoorde, werd door de golven in de diepte geslingerd en allen verdronken. Vele andere schepen zonken, en men vernam +er niets meer van. Enkelen gelukte het in gehavenden toestand op San Domingo terug te komen. Slechts één schip kwam in Spanje. +Het is opmerkelijk, dat dit juist het zwakste van alle was, en dat het het eigendom van den admiraal bevatte. + +</p> +<p>Columbus, die in een nooit bezochte baai ankerde, was getuige van de snelle vaart en het geloei van de windhoos, terwijl pikzwarte +wolken door het luchtruim vlogen, een bijna nachtelijke duisternis heerschte, en reusachtige boomen door den verschrikkelijken +storm werden geveld. Met veel moeite redde hij zijn schepen. Nadat hij ze in de kleine haven van Azua gekalefaat had, werd +de reis voortgezet. Toen hij Jamaica voorbij was, belette windstilte het voortgaan, kreeg hij met tegenwinden en nog veel +meer met zijn muitziek volk te worstelen. Negen nare en moeitevolle weken gingen kruipend om, en toen bereikte men een eilandje +op de kust van Honduras in de nabijheid van Truxillo. + +</p> +<p>Een kano, waarin 25 Indianen zaten, kwam op het schip af. Dezen waren wat beschaafder, dan die men tot dusver had ontmoet. +<a id="d0e1974"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1974">150</a>]</span>Hun zwaarden waren van zeer hard hout gemaakt, hun messen van steen en hun bijlen en hakmessen van koper. Zij droegen aardig +geweven hemden en mantels van katoen, dat sierlijk en met verschillende kleuren geverfd was. Maar het allerbelangrijkst is +wel, dat zij groote hoeveelheden cacao-boonen bij zich hadden, waarvan de chocolade gemaakt wordt. De Spanjaarden hadden deze +boon nog nooit gezien. Spoedig werden die boonen een algemeen en belangrijk handelsartikel. + +</p> +<p>De kano was uit een enkelen boomstam gemaakt, en zal 54 voet lang en 8 breed zijn geweest. Zij was dus nog al groot. Columbus +kocht hun alles af, en betaalde met Europeesche snuisterijen. De inboorlingen waren noch verwonderd noch bang. Mannen en vrouwen +hadden katoenen kleederen aan. + +</p> +<p>Men kon in het Zuiden de bergen van het vasteland duidelijk zien. Een van de Indianen bood zich dadelijk als loods aan. Columbus +verliet dit eiland, dat nog den echt Indischen naam van Guanaja draagt, en zeilde zoo lang zuidwaarts tot hij bij kaap Honduras +kwam, die hij kaap Caxinas noemde. Het was Zondag morgen, de 4<sup>e</sup> Augustus. De admiraal ging met een groot gedeelte van het scheepsvolk aan land, om er een godsdienstoefening te houden. Twee +dagen later landde hij op een andere plaats, ontplooide er de Spaansche vlag en nam het land in naam van Spanje in bezit. +Wel een honderdtal Indianen stond er om heen, en keek eerbiedig naar die plechtigheid. + +</p> +<p>Toen hij langs de kust van Honduras de reis oostwaarts voortzette, had hij wel 60 dagen lang grooten last van stormen en regenvlagen, +vergezeld van onweders, zooals hij nog nooit had bijgewoond. Den meesten tijd lag Columbus te bed, omdat hij erg door de jicht +gekweld werd. Het kwam zijn vrienden en ook hem zelf voor, dat het einde van zijn stormachtig leven nabij was. Eindelijk bereikte +hij een punt, waar de kustlijn bijna rechthoekig naar het Zuiden liep. Deze kaap noemde hij Gracias a Dios, of “Gode zij dank.” + +</p> +<p>Zoo langs de kust varende, scheen het land dicht bevolkt te wezen, en zag het er met zijn heuvels en valleien, zijn bosschen +en weiden zeer bekoorlijk uit. Het is een opmerkelijk feit, dat de inboorlingen, hoe vriendelijk ook, geen geschenken van +de Spanjaarden wilden aannemen zonder er iets voor terug te geven van hetgeen zij bezaten. Dit is des te opmerkelijker, omdat +zij zulk een groote waarde hechtten aan Europeesche messen en koralen. + +</p> +<p>De reis werd langs de schilderachtige stranden van Costa <a id="d0e1989"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1989">151</a>]</span>Rica voortgezet. Hier zag men inlanders, die versierselen droegen van zuiver goud. Maar de gedachten van Columbus bepaalden +zich thans alleen tot het vinden van de straat. Om die denkbeeldige doorvaart te zoeken, deed hij alle baaien van de landengte +van Panama aan. Veertig mijlen zeilde hij zoo langs de kust van Veragua voort, en kreeg intusschen verscheidene platen zuiver +goud. Hier zagen de Spanjaarden voor het eerst flink gebouwde steenen huizen. + +</p> +<p>Den 2<sup>en</sup> November ging de vloot een ruime haven in, die Columbus Puerto Bello noemde, en zoo heet zij nog. De inlanders kwamen in +grooten getale aanloopen, en velen naderden ook in kano’s. Een storm belette 7 dagen lang het voortzetten van de reis. Op +den 9<sup>en</sup> kwamen zij, na 24 mijlen te hebben afgelegd, te Nombre de Dios. De velden waren hier rijk begroeid met vruchten, Indisch +koren en andere gewassen. Hun schepen verkeerden in een bedroevenden toestand, zoozeer hadden de wormen de planken doorboord. +Zoo lang men de inlanders minzaam behandelde, waren zij ook zoo vriendelijk, als men maar kon verlangen. Maar Columbus kon +de ontaarde en ruwe matrozen niet altijd in bedwang houden, ’s Nachts zwommen die deugnieten vaak aan wal, en beleedigden +de inlanders op een vreeselijke wijze. + +</p> +<p>Niet zelden hadden er oneenigheden plaats. De inlanders werden telkens talrijker, en er ontstond een gevecht. De schepen lagen +dicht bij den wal, zoodat Columbus te recht bang was, dat duizenden inboorlingen op zijn schepen zouden komen. Daarom loste +hij twee- of driemaal de kanonnen, maar de schoten gingen over hun hoofden heen. De donder en de bliksem verschrikten hen +zoo, dat zij de vlucht namen. + +</p> +<p>Daar Columbus door folterende pijnen gekweld en door stormen beloopen werd, keerde hij naar Hispaniola terug. Wel vond hij +vele aanwijzingen van goud, maar de toestand der schepen was zoo, dat er aan verder onderzoek niet meer te denken viel. Hij +trachtte aan de rivier de Belen een kolonie te stichten, en was voornemens het bestuur daarover aan zijn broeder toe te vertrouwen, +terwijl hij dan naar Spanje zou gaan, om hulpmiddelen te halen. Achttien man bleef achter. Zij begonnen aan de oevers van +de rivier vier huizen te bouwen. Het was een vruchtbare streek, en bananen, pisangs, pijnappels, cacao-boonen, maïs en vele +eetbare wortels trof men er in overvloed aan. In de rivier en op de zeekust was allerlei soort van visch. Voor gebrek aan +voedsel behoefde geen vrees te bestaan, en Columbus deed alles, <a id="d0e2003"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2003">152</a>]</span>wat hij kon, om met de wilden op een vriendschappelijken voet te blijven. + +</p> +<p>Maar het opperhoofd van dat land, Quibian geheeten, was een oorlogzuchtig man, die met leede oogen zag, dat er op zijn grond +huizen werden gebouwd, en dat de vreemdelingen zich dus naar alle waarschijnlijkheid daar voor goed wilden vestigen. Men verdacht +hem van een krijgsmacht op de been te brengen, om de kolonie te verwoesten. Een gewapende bende van 74 man werd heimelijk +uitgezonden, om het opperhoofd met zijn geheele huishouding gevangen te nemen en hen als gijzelaars te houden. ’t Is jammer, +dat we dit slechts van één kant weten, daar de wilden er geen geschiedschrijvers op nahouden. + +</p> +<p>In alle stilte en onopgemerkt kwamen de booten bij het groote huis of het paleis van het opperhoofd. Hij werd met zijn geheele +gezin gevangen genomen. Hij, zijn vrouwen, kinderen en bedienden vormden een gezelschap van 50 personen. Het opperhoofd werd +aan handen en voeten geboeid, en zoo zakten de booten de rivier af, om de gevangenen op het admiraalsschip te brengen. Columbus +had het wreede plan hen allen mee naar Spanje te nemen, ze daar als gijzelaars te houden tot zijn terugkomst, opdat de inboorlingen +zich rustig zouden gedragen. + +</p> +<p>Maar al had men Quibian ook geboeid, toch gelukte het hem ’s nachts uit de boot te springen en naar den wal te zwemmen. De +andere gevangenen werden op het schip gebracht en in de voorplecht opgesloten. Het valluik werd met een zware ketting en een +slot vastgemaakt. ’s Nachts maakten de sterkste krijgslieden een soort van beun onder het luik, klommen er op, zetten hun +schouders onder het luik en lichtten het met vereende krachten op. Dadelijk sprongen zij weg, en lieten zich in zee vallen. +De zeelieden schoten aanstonds toe, hadden hun uitgetrokken sabels in de hand, verhinderden velen te ontsnappen en maakten +toen het valluik weer met den ketting vast. + +</p> +<p>“Toen men des morgens”, schrijft Irving, “eens naar de gevangenen ging kijken, vond men ze allen dood. Eenigen hadden zich +met eindjes touw opgehangen en raakten met de knieën den vloer; anderen hadden zich verworgd door de touwen met de voeten +stijf aan te trekken. Zulk een moedigen, onbedwingbaren geest had dit volk, en zoo groot was zijn afkeer van de blanken.” + +</p> +<p>En nu vielen de verbitterde inboorlingen verwoed op de kolonie aan. Veel Spanjaarden, maar ook veel wilden vonden den dood. +Stormachtig weer maakte de zee onstuimig. Die aan land waren, hadden geen kans om te ontsnappen, en ’t was voor <a id="d0e2015"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2015">153</a>]</span>Columbus onmogelijk hen te helpen. De oorlog woedde <span class="corr" title="Bron: ontzachelijk">ontzaglijk</span>, en ging als altijd met bloed en ellende vergezeld. Na vele dagen van aanhoudenden strijd en tal van wanhopige waagstukken +moest men de kolonie opgeven, en haar bewoners konden zich door de hevige rukwinden niet dan met de grootste moeite in drie +wrakke vaartuigen inschepen, die ieder uur gevaar liepen te zinken. + +</p> +<p>Columbus ging onder al dit leed diep gebukt. Oud, ziek, teleurgesteld, in aanhoudend doodsgevaar en omringd door ontevreden +en morrend scheepsvolk, was het leven hem een last geworden. In een koortsachtigen droom werd hij getroost door wat hem voorkwam +een gezicht van God te zijn. Hij deed hiervan meedeeling aan den koning en de koningin. + +</p> +<p>“Afgetobd en zuchtend,” schreef hij, “viel ik in slaap. Ik hoorde een klagende stem, die tot mij zeide: ‘O, gij trage en onverstandige +van hart, om te gelooven en uw God te dienen, die de God van allen is. Wat deed Hij meer voor Mozes dan Hij voor u heeft gedaan? +Van uwe geboorte af, waart gij het voorwerp Zijner bijzondere zorg.’” + +</p> +<p>Op deze manier vroolijkte de onderstelde engel zijn neergebogen geest op. + +</p> +<p>Het water in de rivier stond zoo laag, dat een van de schepen er vast zat en dus achtergelaten moest worden. In het laatst +van April 1503 verliet Columbus deze oorden van ellende, en ging naar de kust van Veragua. Daar gekomen, moest hij een tweede +schip verlaten, omdat het geheel door de wormen was verteerd. Nu moesten allen in twee schepen geborgen worden, en deze konden +ze alleen door aanhoudend pompen boven water houden. + +</p> +<p>Den 30<sup>en</sup> Mei kwam hij ten Zuiden van Cuba bij een eilanden-groep, die hij de Koninginne-eilanden noemde. Daar overviel hem op eenmaal +midden in den nacht een storm, zooals hij er nog nooit een beleefd had. De schepen werden her- en derwaarts gedreven, en de +admiraal, die nog altijd lijdende was en in den grootsten nood verkeerde, omdat de schepen telkens meer lek werden, had toch +het geluk een haven op de kust van Jamaïca binnen te loopen, waar hij al eens meer was geweest, en die hij toen Santa Gloria +had genoemd. + +</p> +<p>Verder kon hij niet varen, want zijn schepen dreigden zelfs in de haven te zinken. Hij gaf bevel beide vaartuigen naast elkander +op het droge te laten loopen. Een paar meter van het strand werden ze vastgelegd, en op den boeg en bij den achtersteven +<a id="d0e2035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2035">154</a>]</span>werden met riet gedekte hutten gebouwd. Wetende, dat hij zich niet tegen de Indianen verdedigen kon, als zij kwaad wilden, +beval hij, dat niemand zonder verlof aan land mocht gaan. Hij deed intusschen al het mogelijke, om zich van de vriendschap +van de wilden te verzekeren, die in grooten getale in de haven gekomen waren. Zij droegen allerlei levensmiddelen aan, die +zij gaarne aan de Spanjaarden wilden verkoopen. + +</p> +<p>Men zou met de inboorlingen niet in oneenigheden gekomen zijn, als geen slechte bejegening en mishandeling hen tot vijanden +hadden gemaakt. + + + + +</p> +<p class="div1"><a id="d0e2039"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Twaalfde Hoofdstuk.</h2> +<h2>De schipbreuk bij Jamaïca.</h2> +<p>Het eiland Jamaïca was destijds zeer bevolkt en vruchtbaar. Wijselijk stelde Columbus maar twee personen aan, die met de inboorlingen +handel mochten drijven. Hij vond het raadzaam eenige manschappen af te zenden, om het binnenland te gaan onderzoeken. Diego +Mendez ging met eenige goed gewapenden heen, en trok het heele eiland tot zijn oostelijkste punt door. Overal werd hij met +echt broederlijke gastvrijheid ontvangen. Het gebied van onderscheidene opperhoofden werd door hem bezocht, en overal ruilde +men bereidwillig de voortbrengselen van ’t land tegen Europeesche waren in. + +</p> +<p>Op het einde van het eiland woonde een machtig opperhoofd, dat Ameyro heette. Hij was een zeer verstandig en aangenaam man, +die een warm vriend van Mendez werd. Zij namen elkanders naam aan tot een teeken van broederschap. Mendez kocht een van die +kano’s van hem, waarvan we vroeger reeds een beschrijving hebben gegeven. Hij betaalde er een koperen pot, een buis en een +hemd voor. Met al zijn metgezellen, zes Indianen en een ruimen voorraad levensmiddelen voer hij langs de kust, vertoefde op +verschillende plaatsen, en kwam zoo op de plaats, waar men schipbreuk geleden had. + +</p> +<p>Door den handel was alle vrees voor hongersnood geweken, maar Columbus werd toch door grooten angst gedrukt. In een nooit +bezochte zee en op een bijna onbekend eiland had hij schipbreuk geleden, en het was even onmogelijk de schepen te herstellen +als nieuwe te bouwen. Kans, dat een vreemd schip <a id="d0e2050"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2050">155</a>]</span>hem op zou nemen, was er ook volstrekt niet. Hispaniola lag meer dan 120 mijlen verder, en in dat deel van de zee gingen sterke +stroomen en heerschten vaak hevige stormen. Het liet zich dus aanzien, dat de schipbreukelingen altijd op het eiland zouden +moeten blijven, om de een na den ander te sterven. + +</p> +<p>Daar kwam Columbus op het denkbeeld, dat de moedige Mendez misschien zou over te halen zijn, om met de door hem gekochte kano +den gevaarlijken tocht naar Hispaniola te ondernemen. Mendez had op een eenvoudige, maar toch boeiende wijze verteld, welk +gesprek hij gehouden had. De admiraal liet den jongen man bij zich komen, en zeide: + +</p> +<p>“Diego Mendez, mijn zoon, geen van allen hier begrijpen iets van ons gevaar, behalve gij en ik. Ons getal is klein, dat der +Indianen groot, en zij zijn prikkelbaar en oploopend. Bij de minste aanleiding zouden zij onze rieten hutten in brand steken, +en wij er bij omkomen. Ik heb over een ontsnapping gedacht, indien gij er niets tegen hebt. Met de door u gekochte kano zou +er een naar Hispaniola kunnen gaan, en trachten een schip te krijgen, waardoor wij allen gered konden worden.” + +</p> +<p>Hierop gaf Mendez ten antwoord: “Mijnheer, ik weet, dat het gevaar waarin wij verkeeren, grooter is dan velen denken kunnen. +Maar ik geloof, dat het niet alleen moeielijk, maar geheel onmogelijk is, om met een vaartuig als een kano naar Hispaniola +te gaan. We moeten dan een stroom door, die 40 mijlen breed is, en de zee is er bijzonder onstuimig en haast nooit kalm. Ik +zou niet weten, wie zulk een gevaarlijken tocht zou willen wagen.” + +</p> +<p>Na een oogenblik gezwegen en bemerkt te hebben, dat hij zelf de persoon was, dien Columbus op het oog had, om den tocht te +ondernemen, voegde Mendez er aan toe: + +</p> +<p>“Mijnheer, ik heb dikwijls mijn leven gewaagd, om u en allen hier te redden, en God heeft mij tot hier toe wonderbaarlijk +behouden. Er zijn er evenwel, die zeggen, dat Uwe Excellentie mij alle zaken toevertrouwt, waarmee eer te behalen is, en dat +anderen die net zoo goed zouden doen als ik. Daarom verzoek ik u al het volk bij u te roepen en het voorstel te doen. Als +allen weigeren, dan zal ik komen, en mijn leven voor u in de waagschaal stellen.” + +</p> +<p>Den volgenden dag kwamen allen van de beide schepen te zamen. Niet één was er, die zulk een gewaagde onderneming aandurfde. +Toen trad Mendez vooruit, en zeide: + +</p> +<p>“Mijnheer, ik heb maar één leven te verliezen. Ik ben bereid het in uw dienst te wagen, en voor allen die hier aanwezig zijn. +<a id="d0e2066"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2066">156</a>]</span>Ik vertrouw op de bescherming van God, die ik vroeger zoo dikwijls mocht ondervinden.” + +</p> +<p>De kano werd op ’t strand getrokken en van een soort kiel voorzien. Om te maken, dat er geen water in kon loopen, werden er +van den voor- naar den achtersteven planken op vastgespijkerd. Ook zette men er een mast met een zeil op. Toen er een goede +voorraad levensmiddelen ingelegd was, begon Mendez met slechts één Spanjaard en 6 Indianen de gevaarlijke reis. + +</p> +<p>Van Santa Gloria tot kaap Morant was meer dan 100 mijlen. Zij hadden met veel tegenstroomen te kampen, en kwamen zeer langzaam +vooruit. Toen zij aan den oostkant van het eiland bij kaap Morant gekomen waren, moesten zij er door het stormachtige weêr +verscheidene dagen blijven. Daar werden zij door een troep vijandige Indianen aangevallen, die zonder moeite de boot met alles, +wat er in was, in bezit namen. Daar de Indianen twist kregen over de verdeeling van den buit, kon Mendez ontsnappen en met +de kano in zee steken. Door wind en stroom geholpen, kwam hij behouden te Santa Gloria aan. Waar zijn Spaansche tochtgenoot +gebleven was, is niet bekend. + +</p> +<p>De ridderlijke Mendez verklaarde zich bereid, om de reis nog eens te doen. Door ondervinding geleerd, nam hij twee kano’s, +ieder bemand met 6 Spanjaarden en 10 Indianen. Bartholomeus Fiesco, een Genuees met een uitmuntend karakter, bestuurde de +tweede kano. Een gewapende bende begeleidde de booten tot aan het einde van het eiland. Na een oponthoud van vier dagen aanvaardden +zij de moeielijke reis. De morgen was helder en de zee kalm. + +</p> +<p>Maanden lang bleef Columbus in volkomen onzekerheid, wat hun overkomen was. Dit blijkt uit de volgende aanhaling, al is die +dan ook onsamenhangend, uit zijn dagboek: + +</p> +<p>“Tot nog toe heb ik over anderen geweend. Maar nu, o hemel! heb medelijden, en ween over mij, o aarde! Mijn aardsche schatten +zijn zoo, dat ik geen halven cent heb voor een mis; ik ben hier in Indië gebracht en door wreede en vijandige wilden omringd; +eenzaam, verlaten en ziek verwacht ik, dat elke dag de laatste is; wat geestelijke schatten betreft, ik leef hier buiten de +Heilige genademiddelen van de Kerk, zoodat, wanneer mijn ziel het lichaam verlaat, zij eeuwig verloren is. Ween over mij, +al wie liefde, waarheid en gerechtigheid bemint! Ik deed deze reis niet, om goud of eer te behalen, dat is zeker. Die wensch +bestond bij mij niet meer. Ik spreek oprecht, ik kwam, om uw majesteiten te dienen met goede bedoelingen en loffelijken ijver. +<a id="d0e2078"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2078">157</a>]</span>Mocht het God behagen mij van hier te bevrijden, dan smeek ik Uwe Majesteiten mij te vergunnen naar Rome te gaan en andere +pelgrimstochten te doen.” + +</p> +<p>Kort na het vertrek van Mendez en Fiesco, brak er onder de bemanning een vreeselijke ziekte uit. Dagen, weken, maanden zelfs +gingen langzaam voorbij. Allen waren zeer terneergeslagen, en zij konden hun geest met niets bezighouden. Er ontstond gemor +en velen waren ondankbaar genoeg den admiraal de oorzaak van al hun rampen te noemen. + +</p> +<p>Bij het gezelschap bevonden zich twee broeders, Francisco en Diego de Porras, beiden mannen van voorname geboorte en van aanzien. +Dezen, die als ijdel, onbeschaamd en beginselloos beschreven worden, wisten een opstand tegen het gezag van Columbus, die +door een hevigen aanval van jicht aan zijn bed gekluisterd was, te verwekken. + +</p> +<p>Het wachten moe en zonder hoop ooit weer iets van Mendez te zullen hooren, nam een oproerige en bandelooze troep tien kano’s +en zeilde er mee naar Hispaniola. In ’t geheel bestond zij uit 48 man. Uit niets blijkt, dat Columbus zich krachtig tegen +die maatregelen heeft verzet. Maar het beleedigende en het wantrouwen, dat uit het gedrag van de oproermakers sprak, gaf hem +veel verdriet. + +</p> +<p>Er waren maar weinigen, die bij den admiraal bleven, wanneer men de zieken niet meerekent. De muiters stoorden zich aan niets, +en behandelden de Indianen op de onbarmhartigste wijze. Ook namen zij hun alles af, en zeiden: “Columbus moet er voor betalen, +en als hij ’t niet doet, slaat hem dan dood.” Columbus bleef intusschen bedlegerig, en leed ontzettend veel, zoowel naar het +lichaam als naar den geest. De woeste soldaten trokken als dollemannen langs de kusten, en plunderden de inboorlingen overal, +waar zij aan land kwamen. Blijkbaar was het hun voornemen de Indianen zoo kwaad te maken, dat zij den admiraal en allen, die +bij hem gebleven waren, gingen vermoorden. Op die wijze zou men van hun opstand, waardoor zij zich natuurlijk een zware straf +op den hals haalden, in Spanje niets te weten komen. + +</p> +<p>Toen zij het einde van het eiland bereikt hadden, haalden zij vele Indianen, waarschijnlijk door dwang, over, hen in het overvaren +te helpen. De kano’s, die van geen kiel voorzien waren, konden door haar geringe afmetingen zeer licht omslaan, als men niet +met groote zorg het evenwicht wist te bewaren. De golven werden grooter en sloegen over de kano’s neen, zoodat <a id="d0e2090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2090">158</a>]</span>de dood onvermijdelijk scheen. Om de kano’s lichter te maken, wierp men een aantal Indianen over boord, als waren het schapen +of varkens. Terwijl zij zoo in het water spartelden, gelukte het enkelen een kant van een kano te grijpen, om even te rusten +of adem te scheppen. Zonder de minste aarzeling hakten de onmenschelijke Spanjaarden met hun zwaard de handen van die ongelukkigen +af. De arme schepsels gilden dan natuurlijk erbarmelijk en zonken. Zoo kwamen er achttien om. + +</p> +<p>Met moeite bereikten de Spanjaarden het eiland weer. Door den hevigen storm waren zij genoodzaakt geworden bijna alles, wat +eenige waarde had, over boord te werpen. Nu ontstond er twist over den te volgen koers. Sommigen stelden voor om, als de wind +gunstig werd, naar Cuba te varen; anderen raadden aan van de onderneming af te zien, en berouwvol naar den admiraal terug +te keeren; nog waren er, die naar Santa Gloria wilden gaan, om zich daar van nieuwen voorraad te voorzien. De meerderheid +echter vond het het best, om van den eersten gunstigen wind gebruik te maken en dan naar Hispaniola te reizen. Na een oponthoud +van vier weken, gedurende welken tijd zij de inboorlingen aan de grootste onderdrukking bloot stelden, werd het goed weer +en waagden zij een nieuwe poging; maar zij werden weer door stormen teruggedreven. Nu verloren zij den moed, gaven de onderneming +op en begonnen langzaam midden door het eiland den terugtocht aan te nemen. Het waren sterke mannen en goed gewapend ook, +tevens door en door bedorven lieden. Las Casas zegt, dat hun marsch met een voorbijtrekkende pest gelijk stond. + +</p> +<p>De zieke en lustelooze Columbus wachtte te Santa Gloria, maar bijna zonder hoop, op eenig bericht van Mendez. Aan de waarheid +van de volgende schoone woorden, die Irving aan zijn nagedachtenis wijdde, kan redelijkerwijze niet getwijfeld worden: + +</p> +<p>“Terwijl Porras en de zijnen met vreugdelooze en wanhopige ongebondenheid huishielden, vertoonde Columbus integendeel het +beeld van een mensch, die in alle opzichten waar is, en te midden van tegenspoed en verdriet door reinheid van hart zich staande +weet te houden. Had het gezonde en krachtige deel van zijn garnizoen hem verlaten, het zieke en moedelooze overschot trachtte +hij te troosten en te bemoedigen. Zijn eigen bitter lijden vergat hij en dacht alleen aan het hunne. De weinigen, die nog +eenige diensten konden verrichten, hielden de wacht op het wrak of pasten op de zieken, maar er was niemand, die nieuwen voorraad +levensmiddelen en andere benoodigdheden kon <a id="d0e2098"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2098">159</a>]</span>aanhalen. Gelukkig begonnen de goede trouw en het vriendelijk gedrag van Columbus jegens de inlanders de gewenschte vrucht +te dragen. Aanzienlijke hoeveelheden voorraad werden hun van tijd tot tijd gebracht en hij kocht alles tegen een zeer billijken +prijs.” + +</p> +<p>“Wat hiervan ’t lekkerst en ’t versterkendst was, liet hij voor de zwakken klaar maken. Daar hij wist, hoe verbazend groot +de invloed van de ziel op het lichaam is, deed hij zijn best, om de lijders wat op te vroolijken en hun hoop te verlevendigen. +Zijn eigen angst wist hij te verbergen, en hij bewaarde een vroolijk en opgeruimd gelaat, terwijl hij door opbeurende toespraken +de hoop op een spoedige redding vernieuwde. Door hen zoo vriendelijk te behandelen en zoo verstandig met hen om te gaan, werkte +hij gunstig op de gezondheid en de vroolijkheid van zijn volk, en was het eindelijk weer in staat voor de algemeene veiligheid +iets te doen. Er werden bepalingen gemaakt, waaraan men zich moest onderwerpen en hierdoor ontstond de noodige orde. De menschen +werden overtuigd van de voordeelen eener goede tucht en zagen in, dat de door den bevelhebber gemaakte verbodsbepalingen tot +hun eigen welzijn strekten en aller gemak bevorderden.” + +</p> +<p>De voorraad werd echter schaarsch, want oogsten deden de Indianen niet. Zij plukten vruchten als die rijp waren en, daar zij +weinig behoeften kenden, hadden ze voor hun gebruik al spoedig genoeg. Sieraden verloren hun aantrekkelijkheid, en daarmee +hun waarde. De vadzige Indianen wilden niet ver loopen, om voedsel te halen, en daardoor dreigde er werkelijk gebrek voor +de Spanjaarden te zullen ontstaan. In deze omstandigheden nam Columbus het volgende buitengewone middel te baat, om voorraad +te krijgen. Van zijn sterrenkundige kennis gebruik makende riep hij het opperhoofd tot het bijwonen van een vergadering op, +en koos daarvoor een dag uit, waarop een totale maansverduistering plaats hebben zou. Hij deelde hun mede, dat God, die de +bijzondere Beschermer van de Spanjaarden was, vertoornd op hen geworden was, omdat zij hadden verzuimd een voldoende hoeveelheid +voedsel te brengen. Tot een bewijs <span class="corr" title="Bron: an">van</span> zijn ongenoegen en van de straf, die hen wachtte, zou God in den aanstaanden nacht de maan uitblazen. Sommigen werden nu +zeer benauwd, en anderen lachten er om. + +</p> +<p>De nacht kwam, maar toen de maan verdonkerde, waren allen van vrees vervuld. De opperhoofden wierpen zich aan de voeten van +Columbus neer, en smeekten hem bij God hun voorspraak <a id="d0e2109"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2109">160</a>]</span>te willen zijn, belovende voortaan altijd gehoorzaam te zullen wezen. Columbus liet zich lang smeeken, maar gaf eindelijk +toe. Toen de verduistering minder werd, begaf hij zich naar de kajuit als om met God te spreken. Spoedig daarna scheen de +maan weer in haar gewonen luister, en er was geen gebrek aan levensmiddelen meer. + +</p> +<p>Acht maanden waren verloopen sinds Mendez en Fiesco de gevaarvolle reis begonnen. De oproermakers onder Francisco Porras, +die hun erkend hoofd schijnt te zijn geweest, hadden zich hier en daar naar hartelust aan uitspattingen schuldig gemaakt. +Juist toen de zon onderging, kwam er op zekeren avond een schip aan. De vreugde was groot. Het schip wierp in de haven het +anker uit en zond een boot naar de in nood verkeerende schepen. De onvriendelijke Ovando, die blij zou geweest zijn als hij +gehoord had, dat Columbus was vergaan, durfde, toen hij van Mendez diens toestand vernam, toch niet nalaten alle middelen +aan te wenden tot zijn redding. Na lang en nutteloos wachten zond hij een vroegeren samenzweerder tot Columbus, om eens goed +op te nemen in welken toestand hij verkeerde. Deze man, Diego de Escobar geheeten, was een van de saamgezworenen van Roldan +geweest. Columbus had hem ter dood veroordeeld, maar Bobadilla had hem genade geschonken. + +</p> +<p>Deze man nu kwam in zijn boot naar de schepen toe, maar aan boord ging hij niet. Hij overhandigde Columbus een brief van Ovando, +en bood hem tevens een vat wijn en een zij spek aan. Daarop ging hij een eindje achteruit, en vertelde toen aan Columbus, +dat het Ovando erg speet, dat hij zoo ongelukkig was. Ook speet het hem erg, dat zijn schip niet groot genoeg was, om Columbus +en zijn metgezellen mee te nemen; maar dat er zoo spoedig mogelijk een ander komen zou. Als soms Columbus een brief wilde +meegeven voor Ovando, dan verzocht hij Columbus dien dadelijk te schrijven, omdat hij gaarne spoedig wilde vertrekken. + +</p> +<p>Columbus schreef een beleefden en verzoenenden brief, beschreef zijn droevigen toestand en verzocht dringend om spoedige hulp. +Escobar heesch de zeilen en verdween. De Spanjaarden wisten niet, wat zij van dit zonderlinge bezoek te denken hadden, en +verloren opnieuw alle hoop. Columbus trachtte hen te bemoedigen door de verzekering, dat er weldra schepen zouden komen, om +hen weg te halen. Met Escobar, zeide hij, wilde ik niet gaarne meegaan, en het schip was ook te klein om allen op te nemen, +zoodat hij dan nog maar liever bleef om hun lot te deelen. +<a id="d0e2117"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2117">161</a>]</span></p> +<p>Heimelijk was Columbus zeer verontwaardigd over het gedrag van Ovando. Voor eenige maanden had hij hem in een gevaarvollen +toestand en pijnlijke onzekerheid verlaten, terwijl hij aan de vijandschap van de inlanders, de oproerigheid van zijn eigen +manschappen en bittere wanhoop ter prooi was. Eindelijk zond hij een boodschap, die slechts een bedriegelijke hoop voorspiegelde, +en dan nog wel met een man, die een van zijn onverzoenlijkste vijanden was, met een geschenk, dat door zijn onbeduidendheid +een bespotting van hun nooden geleek. + +</p> +<p>De indruk, dien Columbus gekregen had en dien ook Las Casas ontving, was waarschijnlijk juist. Ovando vreesde, dat Columbus +weer het bestuur over Hispaniola in handen zou krijgen, en hoopte werkelijk, dat hij op het eiland Jamaïca omkomen zou. + +</p> +<p>Nu moeten wij de lotgevallen van Mendez en Fiesco nagaan. Zij waren langs de zuidelijke kust van het eiland gevaren tot zij +het einde bereikt hadden. De zee was zeer kalm geweest. Toen waren zij moedig de oogenschijnlijk grenzenlooze zee opgevaren, +die vóór hen lag. Geen wolkje was er aan de lucht en geen windje rimpelde de golven van den oceaan. De hitte van de keerkringszon +was verschrikkelijk, want zelfs de inlanders sprongen in zee, om zich te verfrisschen, vóór zij de roeiriemen weer in de hand +namen. Nacht en dag werd de reis voortgezet. De Indianen, die al het werk deden, losten elkander af, zoodat, als de eene helft +roeide, de andere ging slapen. Ook de Spanjaarden, die met de wapenen in de hand de wacht hielden, deden dat bij beurten; +omdat zij bang waren, dat de door hen tot slaven vernederde Indianen, tegen hen zouden opstaan. + +</p> +<p>Land was nergens te zien. De wrakke kano’s gingen met de golven op en neer, en ’t was duidelijk, dat zij stellig zouden vergaan +als de zee ze erg in beweging bracht. Zij kregen van de hitte zulk een onduldbaren dorst, dat het weinige water al zeer spoedig +op was. Een weinig had men bewaard, om het lepelsgewijze aan hen, die gevaar liepen van te bezwijken, te geven. Alleen door +hard roeien, kon men bij de brandende windstilte, vooruit komen. De derde dag brak aan, maar ging ook stil voorbij. ’s Nachts +was het even zoel als over dag. Men kon nergens land zien, alleen lucht en water. Een van de Indianen viel flauw van de hitte +en stierf. Zijn lijk werd in zee geworpen. Men leed zulk een hevigen dorst, dat men er niet van slapen kon, en ongelukkig +was er geen druppel water meer. De inlanders konden de riemen niet meer voortbewegen, en vielen de een na den ander krachteloos +neer. +<a id="d0e2126"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2126">162</a>]</span></p> +<p>Wanhopig zat Mendez bij den achtersteven. Het scheen, dat allen op die stille zee zouden moeten sterven. Toen de maan opkwam, +zag hij echter in de verte iets zwarts, dat even boven het water uitstak. Weldra kreeg hij de zekerheid, dat het land was, +en gaf hij van blijdschap een luiden gil. Hierdoor kregen hun verlamde krachten nieuw leven, en met het aanbreken van den +dag bereikten de uitgeputte roeiers het land. + +</p> +<p>Het bleek het eiland Navasa te zijn, waarnaar ze zochten. De omtrek bedroeg anderhalve mijl, ’t geheel was een naakte rots, +die zich op een afstand van 24 mijlen van Haïti uit de zee verhief. Ofschoon er boom noch struik, rivier noch bron te vinden +was, toch leverden de rotsholten een voldoende hoeveelheid water op. Ondanks de waarschuwingen van de officieren dronken velen +zoo onmatig, dat zij onder de hevigste pijnen bezweken en anderen lang en gevaarlijk ziek bleven. Ook vond men wat schelvisch, +en die leverde een heerlijk maal op, nadat men ze gekookt had boven drijfhout, dat daar lag. + +</p> +<p>Den geheelen dag brachten ze op dit eiland door, rustten in de schaduw van de rotsen uit en keken verlangend naar de hooge +bergen van Haïti, die zich ver in ’t Oosten aan den horizon vertoonden. Toen de zon onderging, gingen ze weer scheep en kwamen +den volgenden dag bij de zuidwestelijkste punt van het eiland, die kaap Tiburon genoemd werd. In een kort reisverhaal, dat +Mendez schreef, maakt hij eerst melding van zijn vertrek van Jamaïca, waar hij het geleide achterliet, dat Columbus hem tot +het einde van ’t eiland had meegegeven. Hij schrijft: + +</p> +<p>“Daar de zee minder onstuimig werd, nam ik van de anderen afscheid. Allen waren, als ik, diep bewogen. Ik beval mij toen aan +God en de maagd van Antigua aan, en bracht vijf dagen en vier nachten op zee door, zonder de roeiriemen ook maar een oogenblik +los te laten, en hield nog het roer, als mijn tochtgenooten roeiden. Gelukkig kwam ik aan den avond van den vijfden dag bij +het eiland Hispaniola aan, bij kaap San Miguel, die nu kaap Tiburon heet; en had toen in geen twee dagen eten of drinken gehad, +omdat onze voorraad op was.” + +</p> +<p>“Ik sleepte mijn kano toen op een mooi plekje aan de kust, en omdat de wilden spoedig met vele eetwaren naar mij toe kwamen, +bleef ik er twee dagen, om uit te rusten. Ik nam van die plaats zes Indianen mee, en liet er de meegebrachten achter. Van +de stad St. Domingo, waar de goeverneur woonde, was ik nu nog 390 mijlen verwijderd. Ik hield altijd maar de kust, en had +zoo 240 mijlen, niet zonder groote moeite en veel gevaar, <a id="d0e2137"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2137">163</a>]</span>afgelegd, toen ik in de provincie Azoa aankwam, die nog 72 mijlen van St. Domingo afligt. Hier vernam ik, dat de goeverneur +bezig was de provincie Xaragua te veroveren, die 150 mijlen verwijderd was van de plek, waar ik mij bevond. Toen ik dit hoorde, +verliet ik mijn kano, en begaf mij op weg naar Xaragua. Daar trof ik den Goeverneur aan; hij hield mij zeven maanden bij zich +en in dien tijd werden op zijn bevel 84 opperhoofden en bovendien nog de voornaamste dame van het eiland, Nacaona genaamd, +wie allen gehoorzaamden en dienden, verbrand of opgehangen.” + +</p> +<p><i>In dien tijd werden 84 opperhoofden verbrand of opgehangen!</i> Hoe leeren ons die weinige woorden de wreedheid kennen, waarmee de inlanders door de onmenschelijke gelukzoekers werden behandeld. + +</p> +<p>Ovando, die Columbus hulp zou zenden, maar hierin nalatig gebleven was, trachtte zich zoo goed mogelijk te verontschuldigen. +Ook wilde hij Mendez niet naar San Domingo laten gaan, omdat hij vreesde, dat deze medelijden met den admiraal zou weten op +te wekken, waardoor men wellicht maatregelen voor zijn bevrijding nam. Ten laatste, door maar steeds aan te dringen, kreeg +hij eindelijk verlof om naar San Domingo te gaan, en daar de aankomst van eenige schepen, die uit Spanje werden verwacht, +af te wachten. + +</p> +<p>Terstond ging hij te voet op weg en legde een afstand van 200 mijlen door de wildernis af. Zoodra hij vertrokken was, zond +Ovando het schip uit onder bevel van den oproerling Escobar, die den onverklaarbaren tocht naar den schipbreuklijdenden admiraal +ondernam. + +</p> +<p>Wetteloosheid en misdaad brengen altijd ellende voort. De opstandelingen te Jamaïca, die onder elkander twistten, en zich +den haat van de inboorlingen op den hals gehaald hadden, verkeerden in den deerniswaardigsten toestand. Nu men wist, dat hij +schipbreuk geleden had, twijfelde Columbus er geen oogenblik aan, of men zou hem spoedig schepen tot zijn redding zenden. +Al wist Ovando ook een verschooning voor zijn talmen te bedenken, hij zou het toch niet durven wagen den admiraal en zooveel +Spanjaarden hulpeloos te laten sterven. Toen Columbus met den toestand van de oproermakers bekend was, zond hij twee van zijn +manschappen naar hen toe, om hen in kennis te stellen met het bezoek van Escobar en om hen te verzekeren, dat er spoedig schepen +zouden komen om hem te bevrijden. Allen, die terug wilden keeren, beloofde hij vergiffenis en een <a id="d0e2149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2149">164</a>]</span>vrijen overtocht naar Hispaniola met de verwachte schepen. De hoofden van den opstand poogden deze aanbiedingen voor hun misleide +bondgenooten verborgen te houden. Zij lieten Columbus weten, dat zij niet naar Hispaniola terug verlangden, maar liever vrij +op het eiland bleven wonen. + +</p> +<p>Met het doel den mannen daden van geweld te laten verrichten, waardoor het hun onmogelijk zou worden genade te verwerven, +begaven zij zich op weg, om de wrakken te plunderen en Columbus gevangen te nemen. Columbus kreeg van hun komst bericht. Bartholomeus +Columbus, die den titel van adelantado droeg, trok met 50 goed gewapende mannen uit, om den vijand tegemoet te gaan<a id="d0e2153src" href="#d0e2153" class="noteref">1</a>. Hij had in last, alles te doen wat mogelijk was, om hen tot een vreedzaam terugkeeren aan te sporen, en volstrekt geen geweld +te gebruiken, wanneer dit niet zeer noodzakelijk was. + +</p> +<p>Francisco de Porras wilde echter van geen vrede weten. Onder woest geschreeuw en de grootste verwoedheid beval hij zijn manschappen +vuur te geven. Zelf ging hij met zes van de moedigsten naar den adelantado; want, dacht hij, als we dien aanvallen en dooden, +dan kunnen we de overigen gemakkelijk uit elkander jagen. Een verwoed gevecht volgde. Met één slag sloeg Porras het schild +van den adelantado in stukken en wondde hem aan de hand. Het zwaard zat zoo diep in het schild, dat hij het er niet weer uit +kon trekken. Onderscheidene mannen grepen Porras, en hij was een krijgsgevangene. De overigen liepen in verwarring weg. + +</p> +<p>Vele Indianen stonden om het slagveld heen, en keken met verbazing naar dit moordtooneel. Bartholomeus keerde met Porras en +vele andere gevangenen naar de schepen terug. Een aantal opstandelingen had den dood gevonden. Van zijn eigen partij waren +slechts twee gewond. Den volgenden dag, ’t was de 20<sup>e</sup> Mei, zonden de vluchtelingen een smeekschrift om genade aan den admiraal, dat door allen onderteekend was. Hoe groot hun +begeerte was om weer tot hun eed terug te keeren, kan uit den bijzonderen eed zelf blijken, dien zij bij het kruis en het +misboek aflegden. Die eed luidde: + +</p> +<p>“Als wij ooit onzen eed breken, dan hopen wij, dat geen priester of een ander christen ons de biecht zal afnemen; dat berouw +niets baten kan; dat wij de heilige genademiddelen van <a id="d0e2165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2165">165</a>]</span>de kerk zullen missen; dat wij bij onzen dood geen vergeving ontvangen; dat onze lijken op het veld zullen geworpen worden, +evenals die van ketters en afvalligen, in plaats van in heilige aarde te worden begraven; dat wij noch van den paus, noch +van de aartsbisschoppen, andere bisschoppen of priesters vergeving ontvangen.” + +</p> +<p>Tot toelichting van deze verschrikkelijke vervloekingen, waardoor deze schuldige en slechte lieden de kracht van den eed nog +trachtten te verhoogen, merkt Irving terecht op: + +</p> +<p>“De weinige waarde van iemands beloften kan men altijd afleiden uit de buitensporige middelen, die hij aanwendt, om er kracht +aan bij te zetten.” + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2153" href="#d0e2153src" class="noteref">1</a></span> Uit dit getal blijkt, òf dat eenige oproermakers afvallig geworden waren, òf dat meer dan de helft aan Columbus getrouw gebleven +was. +</p> +</div> +<p class="div1"><a id="d0e2171"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2 class="label">Dertiende Hoofdstuk.</h2> +<h2>De laatste tooneelen uit het leven van Columbus.</h2> +<p>Gedurende de afwezigheid van Columbus waren er onder het bestuur van Ovando op de inlanders zulke vreeselijke misdaden gepleegd, +dat het al te erg is ze te noemen. Duivels hadden niet erger kunnen handelen. De moed ontbreekt mij, om die barbaarschheden +te beschrijven. Deze onmenschen stelden bedaagde vrouwen en jonge maagden, bejaarde mannen en jongens aan alle laagheid en +wreedheid bloot, die een verdorven verbeelding uitdenken kan. + +</p> +<p>Ruwe benden zwierven in alle richtingen rond, om goud te zoeken. Het weinige geld, dat de gelukzoekers hadden meegebracht, +was al spoedig verteerd. Zij waren in de diepste armoede en ellende gedompeld. Velen stierven, en vervloekten den dag, waarop +ze uit Spanje waren gegaan. In den loop van een paar maanden stierven meer dan duizend Spanjaarden. Er werd een geregeld stelsel +van slavernij ingevoerd, waarbij de inboorlingen, niet aan zwaren arbeid gewend, gedwongen werden in de mijnen te werken. +Ieder Spanjaard kreeg een zeker aantal slaven. Zij werden aan hun vrouwen en kinderen ontrukt, voor uitputtenden arbeid gebruikt +en aan de wreede zweepstraf onderworpen. Wist een slaaf aan deze barbaarschheid te ontkomen, dan werd hij achtervolgd en door +bloedhonden verscheurd, als een waarschuwing voor anderen. Geheele ploegen werden vaak 200 of 300 mijlen voortgejaagd als +vee. Velen bezweken onderweg. Las Casas schrijft: +<a id="d0e2180"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2180">166</a>]</span></p> +<p>“Velen zag ik dood op den weg liggen, anderen onder de boomen naar lucht snakken, en weer anderen vond ik stervende, nauwelijks +hoorbaar kreunend: ‘Honger, honger!’” + +</p> +<p>Irving, die van zulke vreeselijke tooneelen, uit afkeer er van, geen melding maakt, schrijft: “Het is onmogelijk, om de schilderij, +door den eerwaardigen Las Casas opgehangen, en die schilderde niet wat hij gehoord maar wat hij gezien had, aan te vullen. +De natuur, de menschelijkheid verzetten er zich tegen. Genoeg is het te zeggen, dat de zware arbeid en het lijden, die dezen +zwakken en goedhartigen menschen werden opgelegd, zoo ondraaglijk waren, dat zij er onder bezweken, en als het ware van den +aardbodem verdwenen. Velen maakten in wanhoop een einde aan hun leven; moeders zelfs overwonnen haar natuur en doodden haar +zuigelingen, om hun een leven van ellende te besparen. Sedert de ontdekking van het eiland waren nog geen twaalf jaren verloopen, +en toch waren er reeds veel honderdduizenden bewoners gestorven, allen als ellendige slachtoffers van de hebzucht der blanken.<span class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Vergelijkt men het bestuur van Bobadilla en Ovando met dat van Columbus, dan is dit laatste rechtvaardig en menschelijk geweest. +Hij paste de doodstraf niet lichtzinnig toe, en gaf geen verlof tot het opleggen van barbaarsche straffen. Zijn ernstige begeerte +was het de Indianen te beschaven en tot het christendom te bekeeren. Wel zond hij vele inlanders naar Spanje, om daar als +slaven te worden verkocht, maar dat kwam door een dweepzucht, die men destijds vrij algemeen aantrof, en die, wij schamen +het ons te zeggen, nog geen halve eeuw geleden, van de predikstoelen zoowel in Engeland als in Amerika, verdedigd en aanbevolen +is. Toch heeft Columbus hiervoor een strenge afkeuring verdiend. Maar evenzeer zal een eerlijk gemoed rekening houden met +de eeuw, waarin hij leefde. + +</p> +<p>Sedert de schipbreuk was er een jaar vol angst en droefheid voorbijgegaan, toen in den morgen van den 28<sup>en</sup> Juni 1504 twee karveelen werden gezien, die naar de haven kwamen. Men werd bijna krankzinnig van vreugde, en de wanhoop was +geweken. De samenzweerders, die vergiffenis hadden gekregen, waren in een kamp op het land gelegerd. Porras, den aanvoerder, +hield men gevangen. De anderen werden behandeld, alsof ze aan geen misdaad schuldig stonden. Maar zij beefden toch van angst +en waren zeer gedwee en kruipend. Columbus stelde een vertrouwd officier over hen aan, en zoo wachtten de twee troepen, één +aan land en één op de schepen, de aankomst van hulp af. +<a id="d0e2195"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2195">167</a>]</span></p> +<p>Algemeene verontwaardiging te San Domingo had Ovando genoodzaakt deze hulp, hoe laat dan ook, te zenden. Met de inscheping +was er geen tijd te verliezen. Columbus liet op een van de schepen zijn admiraalsvlag hijschen, en, grootmoedig alle geleden +onrecht vergetende, behandelde hij allen met de grootste vriendelijkheid. Van Santa Gloria langs de zuidelijke kust van Jamaïca, +van daar naar het westen van Haïti en dan langs den zuidkant van het eiland naar San Domingo is nog al een verre reis. + +</p> +<p>Stormen, tegenwinden en sterke tegenstroomen vertraagden den overtocht, en niet voor den 13<sup>en</sup> Augustus wierpen de karveelen in de haven het anker uit. Daar had Columbus veel vrienden, en zijn ongelukken hadden een groote +verandering in de gevoelens jegens hem veroorzaakt bij velen, die ook eerst meegeschreeuwd hadden tegen hem. Zelfs de Goeverneur, +wiens geweten niet zuiver was, begon bang te worden, dat men hem om zijn wreed uitstel ter verantwoording zou roepen. Columbus +verwonderde zich zelf, dat hij door allen met zooveel hoffelijkheid ontvangen werd. Maar noch hij, noch zijn zoon Fernando +liet zich misleiden door de gehuichelde beleefdheden van den Goeverneur. + +</p> +<p>Zeer spoedig ontstond er een botsing tusschen beider niet juist omschreven macht. Moeielijkheden over de bevoegdheden om recht +te spreken deden zich voor. Columbus was tot in het diepst van zijn ziel getroffen over de behandeling, die de inlanders hadden +ondergaan en ook over de verwoesting, waarvan het heele eiland de sporen droeg. Hij had gehoopt, de inlanders aan arbeid te +gewennen en daardoor zoowel hun eigen welvaart als die van de kroon te bevorderen. Hij schreef aan den koning en de koningin: + +</p> +<p>“De Indianen van Hispaniola waren en zijn de rijksten van het eiland. Zij bebouwen den grond en bakken brood voor de christenen; +zij halen het goud uit de mijnen en doen alle diensten en al het werk, die mensch en dier verrichten. Ik heb bericht ontvangen, +dat, sinds ik dit eiland verliet, 6/7 van de inboorlingen dood is, en dit enkel door onmenschelijkheid en mishandeling. Sommigen +kwamen door het zwaard om, anderen door slagen en wreede straffen, velen door honger. Het grootste deel stierf in de bergen +en bergpassen, werwaarts zij gevlucht waren, om van den al te zwaren arbeid verlost te worden, dien men hun had opgelegd.” + +</p> +<p>Columbus was niet in staat ook maar een enkele grief weg te nemen. Hij kon van Ovando geen afrekening krijgen en was <a id="d0e2209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2209">168</a>]</span>daardoor niet in staat te betalen wat hij schuldig was. Daarom maakte hij aanstalten, om met zijn broeder naar Spanje terug +te keeren. Twee schepen werden voor de reis gereedgemaakt. Columbus zorgde voor het eene, de adelantado voor het andere. Heel +mild stond Columbus van het weinige, dat hij zelf bezat, nog af, om in de behoeften van de arme zeelieden te voorzien, die +achter moesten blijven, ofschoon velen er van de grootste oproermakers waren geweest. Nauwelijks waren zij buiten de haven, +of een windvlaag nam den mast van het admiraalschip weg. Het ontredderde schip werd teruggezonden, en Columbus ging met zijn +zoon op dat van zijn broeder over, om de reis voort te zetten. + +</p> +<p>Met aanhoudende stormen hadden zij te worstelen. Columbus kon zijn bed niet verlaten, zoo folterend waren de pijnen, die hij +door de jicht leed. Den 12<sup>en</sup> September 1504 verlieten de schepen San Domingo, en den 7<sup>en</sup> November wierp zijn door stormen zeer gehavend schip het anker in de haven van San Lucar uit. Dadelijk zette hij de reis +naar Sevilla voort. Zwakte, pijn, zorg en verdriet volgden hem overal. Zijn eigen zaken waren deerlijk in de war en hij stak +diep in de schulden. Koningin Isabella lag op haar ziek- en sterfbed, verteerd door zulk een menigte huiselijke verdrietelijkheden +als maar weinigen ooit hebben moeten verdragen. Ferdinand was een ongevoelig mensch, die niet in staat was om door gevoelens +van edelmoedigheid geleid te worden. + +</p> +<p>Columbus schreef aan zijn zoon, dat het hoogst noodig was de meest mogelijke zuinigheid in acht te nemen. “Ik ontvang,” schreef +hij, “niets van hetgeen men mij schuldig is. Ik leef door te borgen. Weinig voordeel heeft een twintigjarige dienst mij opgeleverd, +een dienst, waaraan zooveel moeite en gevaren verbonden waren. En nu heb ik in Spanje zelfs geen eigen dak. Als ik eten en +slapen wil, moet ik mijn toevlucht tot een herberg nemen. En meestentijds heb ik zelfs niet eens geld om de rekening te betalen.” + +</p> +<p>Isabella stierf levenszat en met een gebroken hart te Medina del Campo op den 26<sup>en</sup> November 1504. Haar levenspad werd slechts door eenige weinige vreugdestralen verlicht. Toen zij haar vrienden, die om haar +heen stonden, in tranen zag baden, zeide zij tot hen: + +</p> +<p>“Weent niet om mij, en brengt uw tijd niet zoek met vruchtelooze gebeden voor mijn herstel; bidt liever voor het heil van +mijn ziel.” +<a id="d0e2228"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2228">169</a>]</span></p> +<p>Zij was 54 jaar oud en had 30 jaren geregeerd. Toen men haar lijk grafwaarts droeg, heerschte er een vreeselijke storm, die +hemel en aarde in beroering bracht. De regen viel in stroomen neer, en een van de hevigste winterstormen gierde om de torens +van het Alhambra, toen Isabella in de sombere gewelven werd begraven. + +</p> +<p>De dood van Isabella was een van de grootste rampen, die Columbus overkwam. Het overige gedeelte van den winter en de lente +bracht hij te Sevilla door. Den meesten tijd lag hij te bed met vreeselijk lijden. Hij was zeer aan zijn broeders gehecht +en hield veel van zijn zoons Ferdinand en Diego. Aan den oudste schreef hij: + +</p> +<p>“Gedraag u jegens uw broeder als het den oudste tegenover den jongeren betaamt. <span class="corr" title="Bron: “"></span>Gij hebt geen ander, en ik dank God, dat hij er een is zooals gij behoeft. Tien broeders zouden niet te veel voor u zijn. +Nooit en nergens heb ik betere vrienden dan mijn broeders gevonden.” + +</p> +<p>Aan het hof had Columbus nog veel vijanden, die er tamelijk wel in slaagden om te maken, dat men op zijn armoedige omstandigheden +geen acht sloeg. Hij gevoelde zich zeer ongelukkig en begreep, dat een persoonlijk bezoek aan het hof een gebiedende noodzakelijkheid +was. Maar hij was zoo verbazend zwak, dat het lang duurde eer hij de reis wagen kon. + +</p> +<p>Nadat de winterstormen over waren, maakte hij van het zachte weer in Mei gebruik, en ging hij met zijn broeder, den adelantado, +den koning te Segovia bezoeken. Als een vermoeid, droefgeestig, miskend man, meer door verdriet dan door den ouderdom gebogen, +ging de ontdekker van een nieuwe wereld, door de poorten van de koninklijke stad. + +</p> +<p>De zelfzuchtige Ferdinand dacht niet meer aan de bewezen diensten, en vond den man met zijn vragen lastig. Hij ontving hem +wel is waar vriendelijk, maar met dien kouden, onbeduidenden glimlach, die als een zonnestraal bij winterdag over het gelaat +gaat, zonder het hart te verwarmen. + +</p> +<p>Columbus gaf den koning een uitgebreid en nauwkeurig verhaal van zijn laatste reis. Maar geen vroolijken lach, geen traan +van deernis kon het meegedeelde afdwingen. De koning was mild met vriendelijke woorden, maar karig, tot wreedheid toe, waar +het aankwam op stoffelijke erkenning van de verdiensten of de behoeften van den levensmoeden admiraal.<a id="d0e2245src" href="#d0e2245" class="noteref">1</a> +<a id="d0e2250"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2250">170</a>]</span></p> +<p>Droeve maanden van uitgestelde hoop en bittere teleurstellingen vloden voorbij. De laatste zandkorrels uit het uurglas van +het leven begonnen te vloeien. Zijn geest werd minder en door een hevige aanval van de jicht, werd de admiraal opnieuw aan +zijn bed gekluisterd. Ter wille van zijn bloedverwanten was hij er bijzonder op gesteld, dat zijn waardigheden erkend, zijn +eigendom beschermd zou worden en dat zij, die hij liefhad, voor gebrek bewaard mochten blijven. Toch was hij er veel meer +op uit, zijn kinderen een eervollen naam na te laten dan zijn geldelijke verliezen te herstellen. Van zijn sterfbed schreef +hij den koning nog, en verzocht dat zijn zoon Diego tot onderkoning benoemd mocht worden, van welke waardigheid hij zelf zoo +onrechtvaardig ontzet was geworden. + +</p> +<p>“Dit”, schreef hij, “is een zaak, die mijn eer raakt. Voor het overige moet Uwe majesteit maar doen, wat zij het best vindt. +Geef of neem mij af, zooals het voor U het voordeeligst is, en ik zal tevreden wezen. Ik geloof dat de zorg, die het uitstellen +van deze zaak mij geeft, de voornaamste oorzaak van mijn ziekte is.” + +</p> +<p>Eindelijk kreeg hij de overtuiging, dat er van de zijde van Ferdinand geen hoop op herstel van grieven was. Op zijn ziekbed +schreef hij aan zijn trouwen vriend, Diego de Deza, den volgenden wanhopigen brief: + +</p> +<p>“Het schijnt, dat de koning niet doen wil, wat hij en wijlen de koningin mij mondeling en schriftelijk hebben beloofd. Het +zou met den wind vechten wezen, als ik mij daartegen ging verzetten. Ik heb alles gedaan, wat ik kon. De rest laat ik aan +God over, die altijd goed voor mij geweest is.” + +</p> +<p>Er is in den dood van dezen zwakken maar heldhaftigen man iets onuitsprekelijk droevigs. Lichaam en geest hadden bij dien +man door de stormen van het onrustigste aardsche leven, dat men zich denken kan, veel geleden. Sedert eenigen tijd was het +zijnen vrienden duidelijk geworden, dat zijn einde naderde. Hij zelf werd hiervan overtuigd. Het verheven karakter van Columbus +komt duidelijk uit bij het uitspreken van zijn laatsten wil in die plechtige uren. + +</p> +<p>Overeenkomstig het erfrecht, was zijn zoon Diego zijn voornaamste erfgenaam. Columbus bepaalde, dat zijn landgoed nooit <a id="d0e2263"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2263">171</a>]</span>in vreemde handen overgaan of verbrokkeld mocht worden. Hij drong er op aan, dat zijn erfgenamen altijd aan den koning getrouw +zouden blijven en alles zouden doen ter bevordering van het christelijk geloof. Eén tiende van het inkomen moest besteed worden +om arme bloedverwanten en andere gebrek lijdende personen te ondersteunen. Hij stond er op, dat bij de stad Concepcion op +Hispaniola een kapel zou gebouwd worden, waar dagelijks missen werden gelezen voor de rust van zijn eigen ziel, en voor die +van zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw en van allen, die in het geloof gestorven waren. + +</p> +<p>Eindelijk brak het stervensuur aan. Columbus was zich volkomen bewust, dat de tijd van gaan voor hem gekomen was. Hij was +blijde, dat de dood naderde, als de vriendelijke bode, die hem van zorg, pijn en verdriet zou bevrijden. Zijn laatste woorden +waren: “In uwe handen, o God! beveel ik mijnen geest.” + +</p> +<p>Het was de 20<sup>en</sup> Mei 1506. Men vermoedt, dat Columbus toen 70 jaren oud was. Zijn begrafenis had te Valladolid met veel plechtigheid plaats. +Eerst werd zijn lijk in de kerk van Santa Maria de la Antigua bijgezet, maar zeven jaren daarna, in 1513, werd het naar het +Karthuizer klooster van Las Cuevas te Sevilla overgebracht. Drie en twintig jaren later werd het met dat van zijn zoon Diego +in de hoofdkerk van de stad San Domingo begraven. Maar zelfs hier mocht het de laatste rustplaats niet vinden. Toen de Franschen +zich in 1797 van het eiland hadden meester gemaakt, werden de lijken door de Spaansche gezaghebbers naar de hoofdkerk van +Havana, op Cuba, overgebracht. Daar rusten ze nu. + +</p> +<p>Ieder lezer zal, wanneer hij het vorenstaande verhaal nagaat, een eigen oordeel vellen over het karakter van Columbus. Zijn +afwisselend leven was over het geheel een van de meest vreugdelooze en moeitevolle levens, waarvan de geschiedenis melding +maakt. Dat hij zijn gebreken had, geven we toe. Maar geen eerlijk gemoed zal ontkennen, dat deze vlekken op zijn karakter +door vele en verhevene deugden werden vergoed. + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2245" href="#d0e2245src" class="noteref">1</a></span> “Ik weet niet”, schrijft de eerbiedwaardige Las Casas, “wat de oorzaak van dezen haat, van dit gemis aan vorstelijke waardigheid +bij den koning <a id="d0e2247"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2247">170n</a>]</span>zou kunnen zijn, jegens een man, die hem zulke groote voordeelen bezorgd had, tenzij zijn hart door de valsche getuigenissen, +die tegen den admiraal waren ingebracht, van hem was afgekeerd. Personen, die in de gunst van ’t hof deelen, hebben mij daarvan +een en ander verteld. +</p> +</div> +</div> +<div class="backmatter"><a id="d0e2275"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2275">173</a>]</span><p class="div1"><a id="d0e2276"></a><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2>Inhoud.</h2> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Eerste Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e98">Moeilijkheden in de jeugd.</a> 3 + +</p> +<p>Afkomst en jeugd. Toestand der tijden. Avonturen van een jong matroos. Zijn studiën. Hij gaat zelf. Bezoek te Lissabon. Wat +er van zijn studiën te recht kwam. Geruchten uit andere landen. Zijn groote eerzucht. Hij wendt zich tot het hof van Napels. +Koninklijke ontrouw. Zijn huwelijk. Vertrek naar Spanje. Tooneel te Palos. Hij bezoekt het hof van Ferdinand en Isabella. +Het vervelende van uitgestelde hoop. Vergadering van de wijsgeeren. Het verbazende besluit. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Tweede Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e277">Eerste reis.</a> 17 + +</p> +<p>Columbus te Cordova. Macht van den leenadel. Nieuwe weigering. Terugkeer naar La Rabida. Vernieuwde hoop. Reis van den prior. +Volgehouden eischen van Columbus. Onderhoud met Isabella. De wegzending. De terugroeping. Het uur der zegepraal. Vroolijke +terugkomst te Palos. Voorbereiding voor den tocht. Zijn karakter. Vertrek van de vloot. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Derde Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e415">Er wordt land ontdekt.</a> 28 + +</p> +<p>Het muitende scheepsvolk. Het schijnsel van de flambouw. Het verhaal beoordeeld. Landing op San Salvador. Twijfel aan het +bestaan van het eiland. Verrukkelijk tooneel. Twee dagen op het eiland. Geschiedenis van den gestorven loods. Handel met de +inboorlingen. Hun onschuld en vriendelijkheid. Het eiland wordt onderzocht. Onduidelijkheid van de gebarentaal. +<a id="d0e2309"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2309">174</a>]</span></p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Vierde Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e511">Een tocht door de eilanden.</a> 36 + +</p> +<p>Het aantal eilanden. Onrecht hersteld. Minzaamheid van Columbus. Zijn beschrijving van de inlanders. De ontdekking van Concepcion; +van <span class="corr" title="Bron: Fernandia">Fernandina</span>. Schoonheid van de natuur. Landing te Exumata. Teleurstelling van Columbus. Onderzoek van de eilanden. Zeden en gewoonten +van de bewoners. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Vijfde Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e662">Buitengewone lotgevallen.</a> 47 + +</p> +<p>Godsdienstige inzichten. De tuin van den koning. Pinzon loopt weg. Schoonheid van de landstreek. Groote kano’s. Porto Rico, +het eiland van de Caraïbiërs. Haïti. Rijke natuurtooneelen. Schrik van de wilden. Het gevangen meisje. Geopend verkeer. Verhaal +van Peter Martyr. Bezoek van het opperhoofd. Guacanagari. Punta Santa of Groote rivier. De schipbreuk. Gastvrijheid van Guacanagari. +Vermaken van de wilden. Het koninklijk middagmaal Het leven op Haïti. De Caraïbiërs. Toebereidselen voor de terugreis. Het +fort. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Zesde Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e866">De terugreis.</a> 62 + +</p> +<p>De Nina ontmoet de Pinta. Rio de Gracia. Ontmoeting met een wilden stam. Het eerste gevecht. Vrede hersteld. Het leven op +zee. Vreeselijke storm. Beloften van den admiraal en het scheepsvolk. Verdriet van Columbus. Het perkament en de doos. Zij +bereiken de Azoren. Moeilijkheden op St. Ataria. Voortdurende stormen. Men komt den Taag op. Eerbewijzingen te Lissabon. Hofkuiperijen. +Ontvangst te Palos. Opgewondenheid in Spanje. Droevig lot van Pinzon. Columbus aan het Spaansche hof. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Zevende Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e1077">De tweede reis.</a> 77 + +</p> +<p>Opgewondenheid in Europa. De maliënkolders. Columbus wordt een jaargeld toegekend. Vertelling van het ei. De zegen van den +Paus. Godsdienstijver van Isabella. Plannen van Portugal. De nieuwe uitrusting. Algemeene geestdrift. Het uitzeilen van de +vloot. De prettige reis. Electrisch natuurverschijnsel. Kruistocht door de Antillen. Verloren in de bosschen. Gevecht tusschen +de booten. Porto Rico. De Caraïben. Men nadert Haïti. De golf van Samana. Men komt op La Navidad. Lot van de kolonie. +<a id="d0e2353"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2353">175</a>]</span></p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Achtste Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e1280">Het leven te Hispaniola.</a> 92 + +</p> +<p>Verklaring van Guacanagari. Het opperhoofd verdacht. Ontsnapping van de vrouwelijke gevangene. Duisternis te Navidad. Onderzoekingstochten. +De vloot zeilt. De stad Isabella gesticht. Woelig landingstooneel. Teleurgestelde verwachtingen. Tochten van Ojeda. Doortrekking +van de vlakten. Lijden in de kolonie. Brief aan de koningen. De slavenzaak. Getuigenis van Henneken. Opstand van Bernal Dias. +Tocht naar de bergen. Levendige beschrijving. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Negende Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e1455">Onderzoek van de kusten van Cuba.</a> 107 + +</p> +<p>Het fort St. Thomas. Buitensporige verwachtingen van de Spanjaarden. De onderzoekingstocht. Het gevangennemen van de dieven. +Begin van den zeetocht. De haven van Guatanamo. Belangrijk voorval met de Indianen. Jamaïca. Zijn grootte en schoonheid. Zeetooneel. +Gebeurtenissen op Santa Gloria. Inlandsche kano’s. Gebeurtenissen op reis. Oordeel van Van Humboldt. De beslissing. Het pijnboomen-eiland. +De terugkeer naar Hispaniola. Voorvallen op de reis. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Tiende Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e1630">De terugreis naar Spanje, en de derde reis.</a> 121 + +</p> +<p>Aankomst van Bartholomeus Columbus. Beleedigingen van Margarite. Samenzwering tegen Columbus. Vriendschap van Guacanagari. +Daad van Ojeda. De inlanders slaven. Een bloedige slag. Heerschzucht van Columbus. Zending van Juan Aguado. De terugreis naar +Spanje. Vervelende maanden van teleurstelling. Noodlottige viering van hartstochten. De derde reis begonnen. Lotgevallen op +de reis. Het bestuur van Bartholomeus Columbus. Regeeringloosheid op Hispaniola. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Elfde Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e1816">De terugreis naar Spanje, en de vierde reis.</a> 137 + +</p> +<p>De opstand van Roldan. Verzoenende voorstellen van Columbus. Dubbelzinnigheid van Columbus. De tocht van Ojeda. Regeeringloosheid +op Haïti. De forten. De liefde van ’t volk wordt minder. Bobadilla tot gemachtigde benoemd. Maatregelen van Bobadilla. Columbus +in boeien. Zijn ontvangst bij den koning en de koningin. Toebereidselen tot de vierde reis. Het uitwendige van de reis. Ontvangst +van Columbus op San Domingo. De windhoos. Hij bereikt Honduras. De kruistocht langs de kust. Gedrag van de Spaansche zeelieden. +De kolonie verwoest. Ontvluchting naar Jamaïca. +<a id="d0e2394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2394">176</a>]</span></p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Twaalfde Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e2039">De schipbreuk op Jamaïca.</a> 154 + +</p> +<p>Onderzoek van ’t eiland. Heldhaftige bedrijven van Mendez. Geestelijk lijden van Columbus. De samenzwering van de gebroeders +Porras. Rampen van de oproermakers. Strooptocht door het eiland. Irving’s getuigenis. Vertelling van de maansverduistering. +Vreemde tocht van Escobar. Reisrampen. Het eiland Navasa. Het verhaal van Mendez. Laag gedrag van Ovando. Heldenmoed van Mendez. +Einde van den opstand. Hun terugkomst. + +</p> +<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Dertiende Hoofdstuk</span>. + +</p> +<p class="aligncenter"><a href="#d0e2171">De slottooneelen van het leven.</a> 165 + +</p> +<p>De misdaden van Ovando. Ontvolking van het eiland. Getuigenis van Irving. De redding. Ontvangst op San Domingo. Het medelijden +van Columbus met de inboorlingen. Ziekte en lijden van Isabella. Dood en begrafenis. Brieven van Columbus. Bezoek aan het +hof. Koele ontvangst. Zijn laatste wil. Het sterftooneel. De begrafenis. Zijn karakter. + + +<a id="d0e2415"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2415">2</a>]</span></p> +<p class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e2276">Inhoud</a>] +</span></p> +<h2>Bibliotheek voor de jeugd,</h2> +<h2>Onder leiding van</h2> +<h2>J. Versluys.</h2> +<p>1. <b>Robinson Crusoe;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="abbr" title="Mejuffrouw"><abbr title="Mejuffrouw">Mej.</abbr></span> <span class="smallcaps">A. van Schouwenburg</span>, te Haarlem. + +</p> +<p>2. <b>Columbus, de ontdekker van Amerika;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="smallcaps">J.H. Geraets Jr.</span>, te Velsen. + +</p> +<p>3. DANA, <b>Twee jaar voor de mast;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="smallcaps">J. v.d. Hoeve</span>, te IJmuiden. + +</p> +<p>4. <b>Grieksche Heldensagen;</b> uit het Hoogduitsch vertaald door Dr. <span class="smallcaps">E. Rehler</span>. + +</p> +<p>5. FERRY, <b>De Woudlooper;</b> uit het Fransch vertaald door <span class="smallcaps">A.S. Schoevers</span>, te Amsterdam. + +</p> +<p>6. CHURCH, <b>Twee duizend jaar geleden</b>, of de lotgevallen van een Romeinschen jongen; uit het Engelsch vertaald door <span class="smallcaps">J.W. den Herder</span>, te Nieuwer-Amstel. + +</p> +<p>7. CHARLOTTE M. YONGE, <b>De prins en de schildknaap;</b> uit het Engelsch vertaald door <span class="abbr" title="Mevrouw"><abbr title="Mevrouw">Mevr.</abbr></span> <span class="smallcaps">Van Putten-de Witt</span>, te Amsterdam. +</p> +<hr><p> + +</p> +<p>Verder zullen verschijnen: <b>Noorsche Sagen</b>, <b>De eerste reis rondom de wereld</b>, <b>Arabische Nachtvertellingen</b>, <b>Gulliver’s reizen</b>, <b>Een boek der uitvindingen</b>, <b>Het leven van Franklin</b>, en verschillende met zorg gekozen verhalen. + + +</p> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Columbus, by J.S.C. Abbott + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK COLUMBUS *** + +***** This file should be named 18066-h.htm or 18066-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/8/0/6/18066/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +*** END: FULL LICENSE *** + + + +</pre> + +</body> +</html> + diff --git a/18066-h/images/cover.jpg b/18066-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..214db8c --- /dev/null +++ b/18066-h/images/cover.jpg diff --git a/18066-h/images/p005.jpg b/18066-h/images/p005.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6f038d3 --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p005.jpg diff --git a/18066-h/images/p011.jpg b/18066-h/images/p011.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dadf01a --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p011.jpg diff --git a/18066-h/images/p012.jpg b/18066-h/images/p012.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2fd0ee0 --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p012.jpg diff --git a/18066-h/images/p015.jpg b/18066-h/images/p015.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b754d6a --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p015.jpg diff --git a/18066-h/images/p024.jpg b/18066-h/images/p024.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..198316e --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p024.jpg diff --git a/18066-h/images/p029.jpg b/18066-h/images/p029.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..037bfd9 --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p029.jpg diff --git a/18066-h/images/p060.jpg b/18066-h/images/p060.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..26835f2 --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p060.jpg diff --git a/18066-h/images/p062.jpg b/18066-h/images/p062.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a30019d --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p062.jpg diff --git a/18066-h/images/p063.jpg b/18066-h/images/p063.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..29b738f --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p063.jpg diff --git a/18066-h/images/p141.jpg b/18066-h/images/p141.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d281fc0 --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p141.jpg diff --git a/18066-h/images/p146.jpg b/18066-h/images/p146.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b057c53 --- /dev/null +++ b/18066-h/images/p146.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..4d0e16e --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #18066 (https://www.gutenberg.org/ebooks/18066) |
