summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17526-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '17526-8.txt')
-rw-r--r--17526-8.txt3354
1 files changed, 3354 insertions, 0 deletions
diff --git a/17526-8.txt b/17526-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..36560f7
--- /dev/null
+++ b/17526-8.txt
@@ -0,0 +1,3354 @@
+Project Gutenberg's Sprotje heeft een dienst, by M. Scharten-Antink
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Sprotje heeft een dienst
+
+Author: M. Scharten-Antink
+
+Release Date: January 16, 2006 [EBook #17526]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE HEEFT EEN DIENST ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ M. Scharten-Antink
+
+
+ Sprotje heeft een dienst
+
+ (Vervolg op "Sprotje")
+
+
+
+
+
+
+
+"En hoe oud is ze?" vroeg de dokter, even van terzijde de moeder
+aanziende, en dan weer met een wat moeizame oplettendheid--hij was
+lichtelijk doof--luisterend naar zijn langzaam bekloppen van de
+magere kinderborst; regelmatig dof tikte kneukel op kneukel, waarna
+hij telkens de vlakke hand even verder lei.
+
+"Dertien," zei de vrouw, zacht-kortaf, bang dat haar antwoord
+storen zou.
+
+Zij stond bij de deur van de dokters-spreekkamer, een groote,
+breedgebouwde vrouw met aderig-roode koonen op een geel gezicht;
+onder de groote, wat ingevallen slapen strekten de lange, vale
+zijstukken der wangen, en haar dicht, zwart kriphaar, in vele, grove
+droge draadjes uitspringend, was op de kruin gedekt door het donker
+wollen frommeltje van een gehaakte muts.
+
+De dokter kwam achter zijn schrijftafel zich neerzetten.
+
+En midden op de leege vlakte van het cocoskleed, in de zeer ruime
+kamer, stond, alleen, het kind, bevend haar hoofd gebogen boven de
+ontredderdheid der open kleeren. Als iets zielig mismaakts was haar
+tanig, ingevallen halsje en het ongezond grauw-bleeke vel-over-botjes
+van haar bedrongen borst in het hel-herfstig middaglicht, dat door
+de twee hooge tuinramen naar binnen stond.
+
+Plotseling vertrok het gezicht van het kind in een krampachtige
+mondsperring van moeilijk en mal onderdrukt gelach. Schuw had zij
+opgeloensd in haar verlegenheid; zij had gezien, dat de dokter één
+grijs oog had en één bruin.... Dit leek haar zoo buitengewoon komiek,
+dat over al haar narigheid en ziekvoelen heen, dat zenuwachtige,
+zotte lachertje toch uitgebroken was.
+
+"Je kunt dichtmaken," zei de dokter voor de tweede maal, wat ongeduldig
+en militair-gebiedend, maar toch niet barsch, want hij was een beetje
+verlegen van aard, en dat verzachtte al zijn uitingen.
+
+Nog beschaamder door het lachen, dat ze weer gedaan had, en dat
+ze raar wist van zichzelf, toog gejaagd het kind te frutselen
+aan de bandjes van haar geelkatoenen hemd, dat stug en schurend
+saamtrok boven de donkere schaduwen der halsholte, en terwijl zij
+haar armelijk borstrokje dichtknoopte en het lijf van haar mooie,
+waterblauw-katoenen jurk met de witte klaverblaadjes, stond haar
+gezichtje ouwelijk gespannen, in luistering naar wat de dokter nu
+praatte en wat haar moeder dan antwoordde en vroeg.
+
+"Ze mankeert nog niks, hè...." zei gedempt de weifelend-nadenkende
+doktersstem; "maar 't is geen sterk kind.... dat hoesten zegt niet
+veel.... wat vatbaar, hè.... anemie.... ze is bloedarm, begrijp
+je....? daar komen die duizelingen en die rugpijn vandaan.... En erg
+min voor 'r jaren.... in die lange jurk lijkt het wel wat.... maar
+smal gebouwd.... En...."
+
+Zijn gezichtsmimiek vroeg iets, dat voor de moeder alleen bestemd was,
+maar het kind had begrepen en kleurde hevig.
+
+Toen informeerde hij naar den vader.
+
+--Zoo.... een ongeluk bij 't spoor.... en nog tien jaar
+meegegaan.... de maag.... geen tering dus.... nee, deze hier ook,
+geen aanleg bepaald.... een taai gestel wel....
+
+"Maar er zijn meer ziekten dan tering in de wereld," kwam hij dadelijk
+daarop; "ze moet ontzien worden en goed gevoed."
+
+"'t Is een weduwkind, meneer, en die motte vooruit," zei de moeder
+met een gelatenheid, die bijna hard was.
+
+"Ik zou je toch raden, vrouw........ Plas, om dat kind bij Hoogeboom
+weg te doen.... een fabriek deugt niet voor 'r.... Ze is nou al
+een week thuis, zeg je? Waarom laat je ze geen kindermeid worden of
+zoo iets?"
+
+"Ja...." zei de vrouw verdrietig, "maar 't werk leit niet opgeschept."
+
+De kleine, grijze kinderoogen boven de pipsche sproetenwangetjes
+hadden plotseling, in schrik van blijdschap, open naar den dokter
+heengekeken; dan werd het een angstvraag, fel naar de moeder op.
+
+De dokter zag haar welwillender aan; 't was toch misschien niet zoo'n
+stiekem schaap als hij gedacht had.
+
+"Ga je niet graag naar de fabriek?" vroeg hij. Toen keek het kind nog
+eens naar de moeder, schokte even in de schouders, sloeg de oogen neer,
+en zei kortaf: "nee."
+
+De dokter schreef een recept.
+
+"Drie maal daags twee pillen," zei hij.
+
+Hij zocht in een boek, schreef nog een ander papiertje--daar kon ze
+iederen dag een liter melk op halen.... hier stond het adres.
+
+En hij stuurde haar naar de wachtkamer, hield nog een oogenblik de
+moeder bij zich.
+
+De groote, lichte wachtkamer zat vol menschen, en het kind bleef
+talmen in de gang.
+
+"Enfin, zie wat je doen kunt, vrouw Plas," hoorde zij den dokter
+zeggen, als even later de spreekkamerdeur weer open ging.
+
+Een werkman, die aan de beurt was, kwam haastig langs gestapt; het
+knechtje liet hen de voordeur uit.
+
+"'k Zal er met je zusters over praten, Merie," zei de moeder
+alleen, toen zij den Singel afliepen naar de Buitenkant, waar hun
+Dijkje begon. Haar zorgelijke, inzichzelf gekeerde gezicht stond nog
+afgetrokkener en zorgelijker dan altijd en tusschen de als nog langer
+gezakte, vale onderwangen neep strak weg de verweerde verdrietmond. Zij
+zuchtte, en nog eens, diep en zwaar.
+
+Dien avond, in beraad met Ant--Sien was uit en kwam pas na tienen
+thuis--werd er besloten: dat Merie het toch nog 'ns probeeren zou,
+bij Hoogeboom....
+
+--Ze kreeg nou pillen en melk, vond Ant.... je kon 'r geen
+juffershondje van maken, en geen sulletje rozewater.... om 'r eigen
+bestwil niet.... ze most toch de wereld door....
+
+"Ja...." aarzelde de moeder, "ze mot vooruit, hè?.... 't is een
+weduwkind...."
+
+Aan het achterhek van hun erfje, in den schemeravond met beginnenden
+maneschijn, stond het kind hartstochtelijk te huilen:--ze lieten
+'r nog liever dóódgaan dan dat ze wat voor 'r deden!....
+
+Een duister-broeiende vijandelijkheid was in haar hart tegen de twee
+groote vrouwen daarbinnen, wier zware, zwarte schaduwen ze bewegen zag
+op het neergelaten keukengordijn. Maar het vriendelijke, blanke gelaat
+van den dokter was als een verre troost te midden van haar ellende.
+
+En toen, na vijf dagen nog van rust, waarin zij trouw haar medicijnen
+nam en haar melk, en zij wel een beetje bijgefleurd was,--met het
+begin van de week, in den vroegen morgen 's Maandags, ging zij,
+banglijker en zenuw-rillender dan alle keeren te voren, met Ant en die
+'r vriendin op weg naar 't fabriek.
+
+Nog drie dagen hield zij het uit.
+
+Den vierden dag, aan het middageten, trok zij plotseling blauwwit
+om den neus en zakte zachtjes, met een flauw gekerm voorover op haar
+arm in zwijm.
+
+"Wat zijn dàt nou voor kunsten," schrok de moeder;
+
+...."Merie!...." Ze trok haar bij den arm. Ook Ant rees overeind,
+beurde het zweet-natte, zware hoofdje op, maar het kind deed de oogen
+niet open.
+
+"God nog en toe! wat _is_ dat ?" stokte de moeder.
+
+"Ze is van d'r zelve," zei Sien...."dan mot je ze lèggen."
+
+Toen nam Ant haar onder de armen en de moeder onder de knieën, en zoo
+droegen ze haar in de bedstee, wieschen haar polsen en voorhoofd met
+water en azijn.
+
+Als ze bijkwam, klaagde ze vaag, dat alles zoo ronddraaide, en dat
+ze zoo akelig was.... Zij geeuwde verscheidene malen krampachtig,
+huiverde en sloot weer de oogen.
+
+"De koorts!" zei Sien.
+
+Zij betastten haar gezichtje en haar handen, maar voelden die eerder
+kil; na een tijdje viel zij in een zwaren slaap.
+
+De moeder had een luide zucht van verluchting, als zij de wel
+kreunende, maar toch regelmatig-diepe ademhaling hoorde.
+
+--Nou, goed, besliste Ant dien middag,--as 't dan werachtig waar
+was, dat ze der niet tegen kon, dan most die dokter maar gelijk
+krijgen.... je kon het wurm niet laten krepeeren....
+
+De moeder keek ook Sien aan.
+
+--Ja, kwam die wat onverschillig,--haar 'n zorg hè? maar as 't kneep
+en weer kneep.... afijn, ze zou wel een stuiver of wat meer kostgeld
+geven in de week....
+
+De vrouw zuchtte; zij staarde lang naar buiten. Zij voelde spijt, dat
+zij nog doorgezet had die week, en ze wist niet goed hoe ze 't rooien
+zou de volgende, met weer 'n opeter in huis, die niet inbracht.... Sien
+een paar centen als 't mooi was, Ant een kwartje misschien;.... Merie
+verdiende vijftien stuivers bij Hoogeboom.... Maar as 't most, dan most
+'t....
+
+Het kind, dien dag en de dan komenden, lag stil en zonder spreken
+achter in haar duisterige bedstee, zich zoo zwak voelend of ze van
+een zware ziekte herstellende was, en met een knagende pijn door al
+haar leden, die als gebroken leken. Maar toen ze langzaam aan wat
+uitgerust raakte, en 'r zenuwen bedaarden, begon er een groote rustige
+gelukkigheid te gloren in 'r hartje, een nog lichtere gelukkigheid,
+dan den dag toen zij met haar pak nieuw goed van den laatsten
+naaischoolmiddag thuiskwam:.. nou nooit meer naar 't fabriek!
+
+'t Fabriek.... even het zwart-helle beeld van de groote wemelende
+zaal, stinkend en snikheet, met telkens een ijzige, gerekte
+tocht daardoorheen, als een deur wijd opensloeg en langzaam weer
+dichtzoog.... en in die zaal haar plaats tusschen de hoopen vuilig
+gepluiste, waar ze zoo griezelig en zoo vies van was.. haar bevende
+vingers, die jachtten en niet vooruit konden, en al de felle oogen
+en gezichten van 't vele volk, de meiden en de mannen om haar
+heen.... even, als een zwart-helle verschrikking, dat beeld, die
+herinnering, en dan de zoete, rustige zekerheid, dat zij dat alles
+vergeten kon, iets dat zij doorworsteld had, en dat nu nooit meer
+terug zou komen.
+
+En toen zij wat aansterkte en weer opzat, toen herbegonnen voor
+Sprotje de dagen van 't verloopen voorjaar, dagen van stilletjes-aan
+wat meehelpen in huis en van naarstig kleine werkjes doen, die een
+paar dubbeltjes inbrachten of een kwartje; zij stopte kousen uit
+haar moeders werkhuizen, tornde kleedingstukken uit elkaar voor een
+naaister, die aan hun Dijkje was komen wonen, twee deuren verderop;
+zij ging ook weer borden wasschen in de Hanekamp, als 't er druk was
+geweest van bruiloften of 's Zondags, en naaide gordijnen voor den
+behanger, dien haar moeder tot wasch-klant had.
+
+En als er aan 't eind van de week thuis strijkdag was, dan stak
+ze willig ook al een handje mee uit, droeg de versche bouten aan,
+probeerde parmantig de voor boorden en overhemden te koel gewordene op
+de zakdoeken en het ander klein goed, dat zoo nauw niet luisterde. Al
+gauw hielp ze ook bij de moeilijker stukken mee, en in de morgenuren
+was _zij_ het, die het huis schoon hield en dat deed zij heel handig.
+
+Vrouw Plas begon de mislukte fabrieksgeschiedenis wat minder zwart
+in te zien.
+
+--Zoo'n krummel, hé?.... die kreeg dan toch 'r zin!.... ze wóú niet
+naar 't fabriek, en nou ging ze niet naar 't fabriek.... maar ze
+deed anders genoeg 'r best.... verleden week negen stuivers, van de
+week elf.... 't was een goed schaap .... en alles bij alles een heele
+aanspraak voor háár ook nog, dat kind thuis!
+
+Iederen morgen om half negen ging Marietje haar kan melk aan de Veer
+brug halen; dat was het verzetje van den dag. Die keuken was daar
+zoo prachtig! je kreeg het er niet afgekeken.. honderd dingen, waar
+ze nooit van had gehoord of gedroomd, waar ze den naam niet eens van
+kende.... en de booien waren wel bijna altijd vriendelijk.... aan een
+witgeschuurde tafel, met witte mutsjes op en witte boezelaars voor,
+zaten die soms nog te ontbijten, soms hadden ze 't ook al op;.... ze
+gaven 'r wel kliekjes oud vleesch mee naar huis, of wat lekkers,
+maar dat had ze niet graag....: net of je was komme bedelen... 'r
+kannetje melk, dat was wat anders, daar had ze nou eenmaal recht op;
+ze was met een briefie van den dokter gekomme, o zoo!--en ze keek
+goed toe of ze 'r maat wel kreeg....
+
+Met dat kannetje melk en 'r pillendoos had het kind thuis heel wat
+te stellen; wel tienmaal op een dag dronk ze een klein kopje vol,
+met pillen, zònder pillen... ze sleepte er mee in alle hoekjes van de
+twee kasten, dat Sien het niet vinden zou....; "net mallemoertje met
+'r kuikens" zei Ant.
+
+En op die regenachtige September-namiddagen, als zoo weldoende het
+groote keukenvuur nog na te gloeien lag van een afgeloopen, langen
+strijkdag, dan, tegen schemer, zette de moeder het fornuisdeurtje
+open, en in den rossigen gloed, aanwakkerend en weer doovende over
+hun, knieën en handen, zaten zij dicht naast-een, de voeten op den
+aschbakrand, en zij dronken hun extra kommetje koffie vooruit, met
+een balletje erin.
+
+Door de holle keuken, die vol vage weerschijn-waaiingen van 't
+kolenvuur stond, hing nog de wasemig-frissche geur van 't strijkgoed,
+en de zwoel-zoete stijfsellucht, die het kind zoo graag rook.
+
+Ze had het wonder in den zin, zoo'n rustkwartiertje; ze voelde zich
+knusjes en welgemoed en werd er wel bijna vertrouwelijk van.
+
+Haar altijd zoo bloedarme huiverigheid was weggestoofd door
+de blakering en 't heete drinken, en ook van de moeder zelf,
+vuurgloed-overschenen, hoog en breed naast haar, scheen nog een
+bizondere warmte en koestering op haar af te stralen.
+
+Zij had veel plannetjes van hier nog eens naar werk kijken en daar,
+en dit probeeren en dat....
+
+Ook praatten zij samen, bedenkelijk-het-erg-vindend en met veel
+zwaarmoedig hoofdschudden, over Sien's nieuwen vrijer, "die jonge
+van Bertels," die nooit bij hun aan huis kwam, omdat zijn ouders de
+verkeering niet wouën.... hoe dat nog goed most gaan....!
+
+--Boven je stand trouwen gaf niks dan narigheid, zei de moeder.... 't
+was nog slimmer dan twee gelooven.... 't zou Sien 'r ongeluk
+worde, dat ze zoo mooi was....; en Sprotje zat maar van ja te
+knikken.. ja.... ze vond het nog erger dan 'r moeder. Zij praatten
+ook over de Juffrouw uit de Hanekamp, die nou aldoor nog sukkelde,
+na haar laatste bevalling.... zeven kinderen ook al....!
+
+"En as je dan vreemden over het buffet mot late gaan....!" zei het
+kind peinzend.
+
+"Wat ik nou nooit heb kenne begrijpen," kwam eens, onverwachts, de
+moeder, "dat is, dat jij dat fabriek zoo naar vondt.... een draadje
+zus en een draadje zoo.... ik heb wel anders de handen uit de mouw
+motten steken, toen 'k jouw jaren had!"
+
+Plots werd het kind van een starre geslotenheid; er kwam een kwade
+glimp in 'r oogen en zij schoof vijandig een rukje met 'r stoel op zij.
+
+Over de fabriek praatte ze nooit; over een dienstje zoeken praatte
+ze evenmin.
+
+Ze had 'r moeder en Ant wel eens hooren overleggen, dat het zoo niet
+dóór kon gaan, dat er "vastigheid most weze".... maar wat ze met
+'r voor hadden wist ze niet en zij verwachtte er weinig goeds van ook.
+
+Als ze hen 's avonds met afkeurend-ontkennende gezichts-trekkingen
+naar elkaar, boven het Advertentieblaadje zag neuzen, dan liep ze
+schril-vreemd uit den weg en gaf geen antwoord als haar iets gevraagd
+werd. Ze leken dan zoo precies op elkaar, moeder en Ant: de twee lange,
+gelige gezichten met de roode koonen, onder het zwart van wimpers en
+wenkbrauwen, blaakten gepaard in den lampeschijn; en bogen zij de
+hoofden, dan werd beider grof-pluizig golfhaar als één wriemeling
+van warrige zwartheid.. 't Kind ervoer het als een onheilspellende
+somberte, griezelig om naar te kijken.
+
+Maar nog banger was ze voor de treiterige joligheid van blonde en
+blanke Sien, voor het felle lachen van den rooden mond om de blinkend
+witte tanden en voor het schelle kijken van haar sterke blauwe oogen.
+
+Sprotje dacht vaak, dat ze van niemand thuis eigenlijk hield.
+
+Ze droeg weer het oude, bruin-merinos jurkje, waarmee ze de naaischool
+had afgeloopen; ze was wat gegroeid en nog wat magerder geworden,
+zoodat het haar zielig sluik viel en veel te kort; maar ze droeg
+het getroost: zoo spaarde ze 'r twee katoenen jurken, waarvoor
+ze, sinds het geen fabriekskleeren meer waren, plots al de oude,
+vertroetelende liefde herkregen had....het waterblauwe katoen
+met de witte klaverblaadjes, en de andere, een aflegger van Sien,
+een zwart-en-wit ruitje, waarin ze nieuwe ondermouwen en een nieuw
+voorlijf hadden gezet. Het versche goed kleurde wel wat af tegen het
+oude, dat verschoten was, maar met een schort die laag viel over den
+rok stond het nog aardig knap.
+
+Het kind, zoodra zij zich wat beter had gevoeld, was zelf die
+twee jurken gaan wasschen en strijken; ze had ook haar twee witte
+boezelaars gewasschen en haar twee bonte: de opnaaisels had ze zonder
+een vouwtje plat geperst en de banden met haar schaartje uitgehaald en
+als een harmonica'tje tusschen haar vingers saamgeplooid. 'r Moeder
+maakte één schuif uit de lâtafel half voor haar leeg om de spullen
+te bergen; vaak, als het werk was afgeloopen en 'r twee zusters
+nog niet thuis konden komen, lag ze op de knieën voor het kastje,
+en keek, en genoot.... ze haalde haar twee jurken te voorschijn,
+streek met voorzichtige aaitjes over 't glanzig katoen, krabde een paar
+stijfselblaartjes weg, die bij het strijken waren bovengekomen--want
+zoo heel goed een waschje opmaken kende ze nog niet--ze ging de nieuw
+ingezette stukken van haar wit-en-zwart ruitje in de zon houden, dat
+de kleur zou bijtrekken; zij vouwde haar schorten open, bewonderde
+het blokwerk der plooi-lijnen, die als in papier zoo diep en zoo
+recht door het stijf gesteven katoen liepen; en voorzichtig, om geen
+vouwtje uit zijn voegen te halen, paste ze 't goed weer ineen zooals
+'t gezeten had, en lei 't weer keurig op zijn plaats.
+
+Bij dat alles zag zij de keuken aan de Veerbrug, de smetloos
+geschuurde, withouten tafel, zoo gaaf en glad als witte zijde,
+en de drie brandheldere booien daarrond, met 'r glanzig gepepen
+tulemutsjes op 't preutsch-precieze haar, bezig te ontbijten.... één
+ervan was nog heel jong, zeventien jaar misschien. Aan de muren van
+kraakheldere kalk gloeide ros en goud al 't koper in den zonneschijn,
+en boven het stalen fornuis hing in blauwig sneeuwblanke plooien het
+schoorsteenvalletje aan de glimmende roe....
+
+Met 'r beetje kleeren soms nog op schoot, zat het kind al starende
+in een lang gepeins.
+
+"Net een hofjeskneu, net pietjelut met de lange lip," pruttelde,
+ongeduldig, de moeder 's avonds tegen Ant.
+
+Toen in de derde week haar pillendoos leeg raakte, ging Marietje
+opnieuw naar het dokters-spreekuur. Zij moest alleen gaan, dit keer,
+want haar moeder, met den winterschoonmaak, had twee werkhuizen elken
+dag; maar zij ging monter en met plezier, want er was nog altijd een
+groote dankbaarheid in haar, als ze aan den dokter dacht.
+
+Zoodra zij echter op het wijde, gladde cocoskleed achter de zware
+schrijftafel stond, en van dichtbij het ééne grijze en het ééne
+bruine oog haar wel vriendelijk maar zoo onderzoekend en wat verbaasd
+aanzagen, was al haar kordaatheid verdwenen. Zij stotterde, vocht met
+zichzelf om niet al te raar te lachen, raakte dan nog verbouwereerder
+daardoor, en geen woord kwam over haar lippen van al hetgeen zij
+thuis zich zoo voorgenomen had te zullen zeggen.
+
+De dokter had haar aanvankelijk niet herkend, omdat zij in die korte,
+bruine jurk nog zooveel kleiner leek dan in het blauwe katoen;
+goedig-gekscherend vroeg hij, of ze soms van plan was alleen haar
+beenen te laten groeien.... en dat bracht haar nog het meest van
+streek.
+
+Zij kreeg opnieuw haar pillen, kreeg een tweede briefje voor een
+volgende maand melk. Schichtig-kleintjes, bijna zonder een goeden-dag,
+maakte zij zich weg, en de dokter moest even lachen, toen hij haar daar
+zoo pieterig door een kier van de deur zag wegsluipen.... Hij kreeg
+vaak van die verlegen nummers op zijn spreekuur voor de bus-patiënten,
+maar dit was al een bizonder mal exemplaar, zooals zij daar stiekem
+zotte gezichten stond te trekken en 'r mond niet open dorst te doen;
+zijn knechtje, dat herinnerde hij zich nu, had hem verteld, dat dit
+kind "Sprot" heette.
+
+Twee dagen later was Marietje niet aan het avondeten; toen de moeder
+en Ant en Sien al bijna klaar waren, kwam zij thuis, schutterig,
+in haar mooie blauw katoenen japon en met haar mooiste galgenschort
+voor. Ze zei niets, keek bloô en heet en er was iets van bedwongen
+leven over haar wezen.
+
+De moeder, al haar gedachten nog bij een twisterig gesprek over Sien's
+vrijer, vroeg alleen, ontevreden:
+
+"Waar kom jij vandaan? Kun je nog later komme?"
+
+Maar Ant, die Sprotjes ingehouden-opgewonden gezicht zag en hoe dat
+nu stug tezaam trok, zei troostend:
+
+"Allé, meid, wat mankeert je?...."
+
+"Heere bewaar ons!" giechelde Sien, "kijk die d'r blommen 's buiten
+zetten vandaag!"
+
+En toen de moeder opeens uitvallen: "Wat weerlicht! Wat mot je met
+die goeie jurk?"
+
+"Hè 'k toch zelf van 't naaie gekregen," beet het kind vinnig terug;
+"'k ken me jurk toch antrekken as 'k wil...."
+
+"En ik zeg, dat je 'm uit doet, kwaad nest!" stoof de vrouw op.
+
+'t Kind ging de keuken uit; toen ze terugkwam met 'r jurk nog aan,
+maar met een bonte schort erover, waren de drie alweer in hun rommelig
+moeite-gesprek terug.
+
+Sprotje, zonder een woord, begon haar avondbrood te eten; twee roode
+vlekken gloeiden onder de neere oogen en zij keek geen enkele maal op.
+
+"Nou, en al zeuren we der nog een uur over," zei Sien, "z'n vader
+wil het niet, hè?.... kan ik er wat aan doen?"
+
+"Al willen ze jou dáár niet, hij ken hier komme," herhaalde de moeder
+voor de zooveelste maal haar eind-oordeel in al die twisten. "Hij
+ken z'n pooten wel 's bij jouw familie over den drempel zetten,"
+verontwaardigde zij zich nog, "we hebben hier de schurft niet!"
+
+"Z'n pooten!" zei Ant; "most ie hooren!.... hij het altijd bottines
+aan, af t'ie zoo van de dansles komt!"
+
+En dat bracht Sien onbedaarlijk aan 't lachen.
+
+De moeder stond op en schonk koffie bij.
+
+Ze zag toen, dat Sprotje zich niet verkleed had.... maar tegelijkertijd
+ontmoette haar blik den blik van Ant, die met een eigenaardige
+uitdrukking juist van het stil voor zich kijkende kind omhoog
+ging, en in hun beider oogen kwam iets welgevalligs, of ze elkaar
+beduiden wilden, dat Merie toch nog wel wat leek, zoo in 'r nette
+groote-menschenkleeren.
+
+"Rare sijs," mopperde de vrouw alleen, goelijk.
+
+En plotseling, met een fellen blik van boven haar bord òp en de tafel
+rond, zei het kind luid en duidelijk:
+
+"'k Heb een dienst!"
+
+Even bleef het stil.
+
+"Wel God nog en toe!" kwam de moeder, beduusd door de wonderlijke
+manier, waarop zij het te hooren kreeg.
+
+Maar Ant en Sien tegelijk aan 't vragen:
+
+--Wat?.... een dienst?.... waar?.... bij wie?.... hoe was ze daar an
+gekommen?.... wat kon ze verdienen?....
+
+"En God nog en toe," zei de moeder voor de tweede maal.
+
+Achterop haar stoel, de handen wijs-bezadigd over elkaar op den
+buik, zat het kind, en zij keek beurtelings de drie vrouwen aan
+met een wonderlijken blik van hoovaardigheid en achterdocht. Ze had
+een verholen-heerlijk meerderheids-gevoel over haar geheim en een
+vijandigheid tegelijk tegen die anderen, die wel nooit iets voor haar
+gedaan zouden hebben....
+
+"'k Hoef het nog niet eens te vertellen," dacht ze, maar ze zei toch:
+
+"Een dienst uit de Advertentiebode.... bij meester Jonkers,.... de
+volle kost.... en twaalf stuivers in de week."
+
+"Wat een aap!" schreeuwde Sien.
+
+Doch de moeder kwam toegeschoten:
+
+"Meester Jonkers?.... uit de drie Alleetjes?.... en de volle
+kost?.... middageten ook?.... en slapen?.... en twaalf stuivers in
+de week?"
+
+Toen het kind dat alles bëaamde, werd de vrouw nog even kwaad:
+
+--O! en huurden die menschen een meissie maar zoo, buiten de moeder
+om? hadden die met de moeder soms niks uit te staan?
+
+"Ja...." zei het kind, "de juffrouw vroeg, of u van avond niet eris
+even an zou kunne komme."
+
+Toen knikte de vrouw van voldaan te zijn, en Ant zei:
+
+"'t Hei je kranig gedaan, Merie!"--
+
+"Sprotje, me dotje!" relde Sien; maar de moeder en Ant vonden, dat
+er nou volstrekt niet geplaagd behoefde te worden, en ze vroegen nog
+honderd dingen; er kwam geen eind aan.
+
+In haar zelfde oud-wijze houding van gevouwen handen over den buik
+zat het kind achter op haar stoel, voor het eerst van haar leven zich
+een vrij en gelijk-op mensch voelend met de anderen mee. Uiterlijk
+was ze wel kalm, maar zij popelde van opgewondenheid en blijdschap.
+
+"Lekker, een dienst," zei ze eens, maar stil, als voor zich zelf
+alleen.
+
+"Echt!".... zei ze nog eens.
+
+"As 'k had motte wachte, dat een ander wat vond, ha'k lang kenne
+wachte," zei ze op het laatst, het eenige verwijt, dat ze te uiten
+dorst.
+
+Dien avond, tegen negenen, ging vrouw Plas naar de Drie Alleetjes,
+om te praten over het in-dienst-komen van 'r meissie.
+
+"Zal je je Zondagsche jak antrekken?.... zal je je beste schort
+voordoen?" had het kind gebedeld. "Zal je vragen, of ik ook mutsjes mot
+dragen?" drong ze op 't nippertje nog, haperend omdat ze bijna niet
+durfde, en wat heesch door de felheid van haar begeerte; de juffrouw
+had daar gister en vandaag niet over gesproken.... misschien had ze
+'t vergeten, zou ze nou die voorwaarde nog stellen....
+
+Maar de moeder trok de schouders op. "Ho! mutsen..!" zei ze wegwerpend,
+"en wie dacht je, dat die betalen most?"
+
+"Kind," waarschuwde Ant, "stel je niet voor, dat je bij de rijkdom
+komt; in de Drie Alleetjes is het kale boterhammen en een veertje op
+den hoed."
+
+"'t Is een mooi huis,.... een dubbel huis!".... verweerde zich Sprotje.
+
+"Och wát, meid, 't benne huisies van één verdieping," zei Ant
+goedig.... "een ondermeester..!"
+
+Vrouw Plas ging.
+
+Bij meester Jonkers werd ze door een aankomend meisje in een
+schemerig vertrekje gelaten, waar aan den eenen raamhoek wat licht
+van de lantaarn-op-straat viel; een kaal vertrekje, met midden
+tegen den leegen zijwand eene langwerpige wasdoektafel; aan de
+drie vrije kanten daarvan stond een stoel bijgeschoven en er lagen
+boeken op. Ook was er nog, vaag-glimmerend in den lantaarn-schijn,
+een rieten tafeltje van twee verdiepingen, met boeken volgestapeld;
+daarboven, verward door bloemen-en-vogel-schaduw van het gordijn,
+vlakte op het duister-lichte behang een lichtere landkaart; aan
+'t andere gordijn dook een kleine rieten leunstoel weg.
+
+Vrouw Plas bleef midden in het kamertje staan.
+
+Een oogenblik later kwam er een vlot van beweging zijnde juffrouw
+binnen, een lucifersdoosje klaar in de hand; en dadelijk deed die in
+den wit porceleinen ballon boven de wasdoektafel een kleine gasvlam
+aanzuigen. Dan groette ze. Zij was bleek en zóó licht-blond, dat het
+bijna niet te onderkennen viel hoe sterk ze reeds grijsde, en haar
+oogen waren van een flauw en wazig blauw. Zij zette zich aan het eene
+korte eind van de tafel, wenkte vrouw Plas naar den stoel tegenover
+haar; de groenleeren schrijfstoel in het front bleef leeg.
+
+"Dit is het studeerkamertje van de meester," zei ze, "na het
+avondeten zitten hier ook mijn twee dochtertjes,.... die werken voor
+d'r examens."
+
+Ze zei het opgewekt en bijna vriendschappelijk; haar stem had diep-in
+iets dofs, als van wie gewend is altijd moe te wezen.
+
+"En nou zou m'n meissie hier komen dienen?" vroeg vrouw Plas.
+
+Juffrouw Jonkers knikte, een beetje verlegen, alsof zij zich tegenover
+de moeder-zelf schaamde, dat zij het met een zoo zielig slag van
+dienstbode zou moeten stellen.
+
+--Er waren wel verscheidene grootere meisjes op haar advertentie
+gekomen, vertelde zij,--maar zij was verleden week bij de
+naaischool-juffrouw aan de Turfmarkt geweest.... die had niemand gehad,
+praatte alleen even over een Marie Plas.... maar ze dacht, dat die op
+een fabriek was terecht gekomen.... en nu kwam gistermorgen diezelfde
+Marie Plas zich toch aandienen....
+
+"Ze is wel op 't fabriek geweest," verontschuldigde de moeder,
+"maar ze had er geen tier; 'r hart staat op dienen." Van 't kind
+'r gezondheid repte zij niet.
+
+"Zoo? dient ze graag?" sprong wat happig de juffrouw bij; "dat 's
+een groot ding.... als je plezier in iets hebt...."
+
+Vrouw Plas keek het kamertje nog eens rond:--'n kale boterham, dacht
+ze.... en de veertjes op den hoed zouen wel niet overhouden.... geen
+kwaad mensch anders.... maar een japon van zeven stuivers de el op
+een uitverkoop....
+
+"'k Heb eerst lang geäarzeld," kwam dan juffrouw Jonkers haar te
+groote gretigheid temperen; "ze ziet er nog wel wat heel klein en
+heel min uit."
+
+"Ze mot nog veertien worden," zei gedweeër de moeder, "ze kan nog
+groeien.... en de dokter zeit: een taai gestel."
+
+"Zoo!".... zei nog eens, te happig, het vrouwtje.
+
+En de moeder weer afwerend:
+
+"Ze mot alleen geen jacht hebben."
+
+Maar juffrouw Jonkers knikte opgewekt.
+
+--Een taai gestel, dacht ze, dat hadt je meer met van die bleeke
+kinderen....
+
+Ze was zoo bang geweest voor bezwaren van gezondheid, dat ze er niet
+dan zijdelings op had durven zinspelen.
+
+--Och, ze had al zooveel van die onbehouwen schrok-oppen van meiden
+gehad, die 'r meer opaten dan dat ze er hulp van kreeg en waaraan
+ze klein Wilmpje nog geen kwartier dorst toe te vertrouwen.. dit
+leek zoo'n bedaard en ordentelijk kind....die zou wel willig zijn,
+zou 'r niet afbekken, zou ook niet zoo'n brok uit de dagelijksche
+kost happen....Na Wilmpje kon ze 't niet meer af met een halve hulp
+van vijf, zes uur per dag....ze moest er wel een voor dag en nacht
+nemen.... er was nou tè veel te doen, en ze was zelf zoo sterk niet
+meer....; en die kinders die 's middags en 's avonds naar huis gingen,
+die stalen ook dikwijls zoo.... iedere keer een handjevol steenkool
+in den zak, een kluitje vet, een stukje soda.... en het ongedierte,
+dat ze vaak meebrachten uit 'r sloppen.... Och! of dit nu eens gaan
+mocht! Ze zou dit kind wel ontzien moeten.... zooveel als 't kon
+natuurlijk.... als ze maar niet brutaal was, 'r niet zoo zenuwachtig
+maakte.... en hun niet te veel kostte....
+
+Maar dan werd ze toch even bevreesd voor het wat bazige zeggen der
+moeder over geen jacht hebben....
+
+"Ze zal hier met haar leegen tijd anders wel raad weten,".... meende
+ze even ernstig te moeten opmerken, "een gezin van zes personen...."
+
+"Maar 'k werk zelf den heelen dag mee," zei ze dadelijk erop,
+geruststellend; "en wij hebben een klein huis, drie kamers beneden,
+en nog twee kleine op zolder...."
+
+"We kunnen 't eens probeeren nie-waar?" besloot ze eindelijk met
+overreding.
+
+Vrouw Plas knikte:--ja, ze konnen 't eens probeeren....
+
+Haar lange gezicht stond zeer zorgelijk en beducht; maar dan dacht
+ze met een schrik;--hier.... of ergens anders....of nergens....'t
+kind kwam immers toch niet in een rijkelui's dienst te land....
+
+"Twaalf stuivers in de week, en de volle kost, middageten ook, en
+slapen?" vroeg ze nog.
+
+"Natuurlijk," zei juffrouw Jonkers.
+
+Toen zwegen ze beiden, keken voor zich neer op de glimmende
+wasdoektafel.
+
+Vrouw Plas voelde vaag een onvree: ze most toch eigenlijk nog wat
+vragen....over de zwaarte van 't werk, en hoe laat 's avonds gedaan
+en hoe vaak vrij....
+
+Juffrouw Jonkers voelde hetzelfde: ze moest toch eigenlijk vragen
+wat het kind alzoo kende.... of dit wel zou gaan en dat, zooals zij,
+bij het zich aandienen, het allemaal van haarzelf had opgegeven....
+
+Ze vroegen geen van beiden meer iets. Ze waren beiden bang voor veel
+vragen; ze wisten wel, dat wat ze aan te bieden hadden aan werkkracht
+en aan belooning niet veel navraag lijden kon.
+
+Even zaten zij stil; keken dan als tersluiks elkaar aan. Ze hadden
+iets pijnlijks van betraptheid in hun blikken.
+
+"Als de juffrouw haar in 't begin maar eens wat terecht wil
+helpen...." zei de moeder onderworpen. En dan opeens plompweg:
+
+"'k Begrijp anders nog niet, dat u een meissie in de volle kost neemt!"
+
+Juffrouw Jonkers kleurde fel; zij keek verward en beleedigd.
+
+Toen klonk er van uit de achterkamer plotseling een onrustbarend
+kleinkindergeschrei. De Juffrouw stond haastig op; even later kwam
+zij terug met een klein baasje van een jaar omtrent in een wollen
+dekentje op den arm.
+
+"Dus overmorgen dan, met de nieuwe week," zei ze, wat kortaf,
+erg zenuwmoe opeens: als 't kind zich zoo in den avond wakker
+schreide, beloofde dat een onrustigen nacht.... En als vrouw Plas
+nog besluiteloos deed:
+
+"'k Hoop, dat wij 't goed zullen kunnen vinden samen," zei ze
+vriendschappelijk weer, met haar zachte doffe stem, en stak de hand
+tot afscheid uit.
+
+
+
+Dien Maandagmorgen, om even vóór achten, belde Marie Plas aan het
+laatste van de rij gelijke eenverdiepings-huizen, die achter in de
+Veenvalkstraat stonden, daar waar 't in den volksmond nog altijd de
+"Drie Alleetjes" heette.
+
+'t Kind zag er in de puntjes proper uit en ze had een hartje vol
+popelende verwachtingen en goede voornemens.
+
+Het eenige wat haar hinderde was, dat in den waaierigen ochtend zij
+de altijd weer onwillige haarsliertjes één-voor één uit het stijf
+gewrongen knoet je voelde losschieten.... al tweemaal had zij de
+handpalmen aan den mond bevochtigd om het weerbarstig sluike glad te
+strijken.... Als ze nu nog eens een knap mutsje op had gehad....!
+
+Een jongen van een jaar of tien, die een bril droeg, liet haar in,
+bracht haar in de keuken en deed de deur achter haar dicht.
+
+Er was een druk geloop in de gang en ergens op een trap naar boven.
+
+"Ze motte zeker vroeg naar school," dacht het kind. Schuw keek ze
+rond. Als ze nog langer alleen achter de gesloten deur wachten moest,
+werd ze zenuwachtig; ze had een wee gevoel in 'r lijf en stond beverig
+op de beenen.
+
+"Een mooi keukentje," dacht ze toch nog.
+
+Haar pakje goed, in een blauwen doek geknoopt, hield ze in de hand.
+
+Wat haar dan plotseling opviel was, dat er in het schoorsteenvak
+geen fornuis stond, maar op een geverfde plank, als op een tafeltje,
+één groot petroleumstel en twee kleine.
+
+--Gek.... dacht ze, zoue ze daar op koken?.... as je daar 'ns 't water
+voor de wasch op most warmen.... Maar ze was te veel overstuur om te
+moeten lachen.
+
+Toen er onverwachts en haastig een meisje in de keuken kwam, spalkten
+Sprotjes beverige lippen in een grijnsje tot over het bloedarme
+tandvleesch vaneen.
+
+Het was een aankomend meisje met een zwart plooi-rokje tot aan den
+schoenrand en een rood mousselinen blousje; spotachtig verbaasd keek
+die de keuken in.
+
+"Wat een mooi meisje," schrok Sprotje.
+
+Het meisje vroeg, of "Marie" even bij moeder kwam, dáár, in de
+kamer....
+
+Als zij weer de gang in ging, zag Sprotje de dikke aschblonde
+vlecht, die met een zwart-en-wit geruit lint boven aan den nek was
+dubbelgebonden.
+
+"Wat een mooi meisje!" dacht zij nog eens;--die rokplooien hingen of
+ze er voor vijf minuten pas ingestreken waren en die vlecht was zoo
+keurig, geen haartje zat er dwars....
+
+En toen zij, wat soezerig van bedremmeldheid, nog aarzelde om te
+gaan, kwam even later de jongen met de bril zijn bolbleeke gezicht
+om de kamerdeur steken. "Moe roept," zei hij alleen, met een
+kwajongensachtige bazigheid.
+
+Schielijk zette Sprotje haar pakje goed op de keukenstoel. Toen stond
+zij in de kamer. Zij stond voor een groote, ronde tafel, waarachter
+een kindje zat in een kinderstoel, terwijl de juffrouw bezig was
+kopjes te wasschen in een hel-roode teil.
+
+"Zoo....dag Marie!" zei die.
+
+Sprotje ontstelde. Wat de Juffrouw bleek zag! wat ze diepe blauwe
+strepen onder de oogen had!
+
+Het vrouwtje was den vorigen avond tot ver over tienen nog aan 't werk
+geweest om alles knap te hebben tegen dat het nieuwe meisje kwam. Zij
+was niet uitgerust, haar rug brandde. Maar ze had toch heel prettig
+en vriendelijk gegroet.
+
+"Dag Juffrouw," zei Sprotje heesch terug.
+
+Zij keek, kleurde, keek weer; dan voelde zij plotseling haar gezicht
+mal vertrekken, want ze had met een scheut van schrik gezien, dat de
+Juffrouw het vreemd vond zoo aangestaard te worden. Toen keek zij
+naar het kleine kind, dat zoetjes in zijn tafelstoel met een paar
+kurken zat te spelen.
+
+De lage, vierkante kamer had openslaande glazen deuren op een kleine,
+geelhouten waranda; de deurhelften stonden aan en er klonk onderdrukt
+gelach. De jongen met de bril was buiten en een eender meisje als wat
+daar juist in de keuken kwam, maar kleiner alleen....Sprotje had die
+twee nog niet opgemerkte...
+
+En door het gesmoorde lachen niet meer zachtjes kunnende praten,
+zei het roodgebloesde meisje op de waranda, plotseling in een
+giechelig-hoogen overslag heel duidelijk sprekend, tegen den jongen
+met den bril:
+
+--'t Is de gekste die we nog gehad hebben!"
+
+Sprotje voelde dadelijk dat het haar gold en haar schaamtekleur
+verschoot tot een grauwig wit.
+
+"Christien!" had de moeder gewaarschuwd. Ongeduldig gaf zij haar
+een wenk, om de kopjes verder te komen wasschen. Maar het meisje,
+wat verlegen dan toch, mompelde iets van nog lessen leeren en ging
+haastig de kamer door en weg.
+
+Toen veegde juffrouw Jonkers haar handen aan den theedoek droog,
+lei den doek over den rooden bak, om haar waschwater warm te houden,
+en zei:
+
+"Kom, Marie, 'k zal je eerst het huis eens laten zien en je je werk
+wijzen."
+
+Zij beurde het kleine kind, dat gauw met elk handje een kurk redde, uit
+den stoel, heesch het op den arm en montertjes ging zij Sprotje voor.
+
+"Zoo...." zei ze in de keuken, toen zij het pakje goed zag liggen,
+"zoo, zijn dat je spullen?"
+
+Zij toonde geen verwondering over de geringheid van den omvang; zij
+was geen meisjes gewend, die met een koffer of een kastje kwamen;
+als ze een behoorlijke verschooning hadden, was zij al blij.
+
+Zij gingen naar de slaapkamer voor-aan-straat, waar een afgehaald bed
+stond bij een dubbel raam met horren erin....zij keken in 't smalle
+studeerkamertje aan den anderen kant van de gang, waar juist, zijn
+geelbruine overjas al aan en een dophoed op, een gedrongen mannetje
+met een grijzend-rooden baard een stapel schriften van de rieten
+hoektafel nam en wegging.... Zij kwamen nog eens in de keuken, keken in
+de twee kastjes: hier stond dit en daar stond dat.... Sprotjes hoofd
+werd heet en duizelig van al wat de Juffrouw zei: den grond opnemen,
+en de trap vegen, en 's middags aardappelen schillen, maar nu vandaag
+voor elven, en de petroleumstellen vullen, en Vrijdags schuren....
+
+--Tjee, tjee.... dacht het kind,--hoe moest ze dat allemaal onthouden!
+
+Maar ze was niet bang en ze vond het niet naar; zij merkte zelf met
+verbazing op, dat zij iets zeer prettigs ervoer. Zij drong maar al
+vlak achter en naast de Juffrouw-met-het-kind-op-den-arm, en keek en
+luisterde en probeerde te onthouden wat ze kon.
+
+--"De Juffrouw was een lief mensch!" meende ze. Ze zou nog wel een uur
+zoo hebben willen rondloopen en ze voelde niet, dat ze moe werd. Bij
+het bordenkastje (waar altijd goed het knipje op moest, omdat het
+zoo slecht sloot!) begon ze op haar oude-vrouwtjes-manier ook al mee
+te femelen van:--ja.... de vliegen.... maar de mieren.... as die bij
+'t eten kwamme.... dát was pas erg!....
+
+Juffrouw Jonkers dacht even, dat zij voor den gek gehouden werd,
+keek onthutst terzij; maar toen zij het stil zwaarwichtige gezichtje
+zag, met de kleine bleeke oogen zoo goedmoedig vertrouwlijk naar haar
+op, toen was er plots iets als een verteedering in haar en ze moest
+lachen tegelijk.
+
+--Een best kind, vond ze;.... maar wel wat mal..
+
+Zij keken in de kelderkast, zij keken naar de sluiting van de
+voordeur; zij kwamen weer in de huiskamer, die nu leeg was, keken
+in de alkoof, waar het bed van Herman stond.... Sinds verleden week
+droeg die een bril en hij was daar nog erg beschaamd over, vertelde
+de Juffrouw. Zij vertelde het al zuchtende;--twee visites bij den
+oogarts en een bril van een bizondere soort, die f 3.50 had gekost,
+dat was geen kleinigheid voor hen geweest.
+
+Naar boven gingen zij niet;.... daar sliepen Christien en Coba....die
+hielden zelf om de week haar kamertje in orde.... boven hoefde Marie
+niet te werken, alleen de keeren dat de zolder moest geveegd.. en
+'r eigen bed natuurlijk.... zij sliep achter.
+
+Het kind had dolgraag dat kamertje van haarzelf even gezien, maar
+zij dorst niet vragen.
+
+Juffrouw Jonkers liet haar de rest van het ontbijt afwasschen;
+toen moest zij de slaapkamervloer dweilen, toen het bed van Herman
+opmaken. Zij deed het in een vagen duizel van verslondenheid en
+aandacht; haar gansche wezen was als enkel wil om dat werk goed te
+doen, en al het andere was haar onwezenlijk en ver.
+
+Met een angst in 'r oogen volgde het vrouwtje sluikswijs de doening
+van het kind. Zij kènde zoo de ontmoedigdheid van den eersten morgen
+al te merken, dat het niet gaan zou....dat het een stoethaspel was,
+of een onverschillige, of een slons....en dan dadelijk te weten,
+in 't vooruitzicht, de weken weer van ergernis en van overwerken
+voor haarzelf.
+
+Maar nou dit kind.... een raar kind.... en zij wist nog niet wat zij
+er aan had.... doch 't werken vlotte, dát zag ze.... zoo nauwgezet
+als dit kind alles deed! Een paar maal moest ze even bijspringen,
+iets wijzen, voor iets waarschuwen.... maar het ging.... 't ging goed!
+
+Er kwam een helderheid in het hoofd van de vrouw, een luchtheid,
+of ze opeens een nieuwen, goeden kant aan het leven zag.
+
+Toen moest Marie de gang aanvegen, toen de vuilnisbak buiten zetten
+voor den karreman, toen de belleknop poetsen. De Juffrouw, in haar
+blije bui, liep al naar de keuken om 't gerei te halen....--kijk,
+deze doek.... dit doosje pomade..... Zij keek nog even toe, dat de
+verf van de deurpost niet werd besmeurd.... maar o, geen nood, dit
+kind kon werken!
+
+Eindelijk mocht Marie gaan zitten en aardappelen-schillen. Binnen
+praatte druk de Juffrouw tegen Wilmpje, die zijn pap niet eten wou
+en huilerig was van het vreemde in huis.
+
+Met een koortsigen ijver had Sprotje haar verschillende taken
+volbracht. Maar toen zij dan, alleen in de keuken, stilletjes wat te
+rusten kwam, toen viel er plots een niet te keeren loomheid over al
+haar leden en haar denken verdofte in een bot getuur. De aardappelen,
+die zij pijnlijk koud voelde en bijna niet in haar bevende vingers
+houden kon, treuzelden rond onder het mesje, dat telkens missneed.
+
+Zij schrok er zelf van.... zij schaamde zich ook!.. zoo moest een
+meissie niet beginnen, dat dienen wou! En dan dacht ze: de Juffrouw
+zelf had den heelen morgen zoo min gezeten als zij.... die had
+onderwijl de huiskamer gedaan, en klein Wilmpje geholpen, en haar
+alles gewezen, en luiers in de waranda gespoeld ....en nou moest ze
+klein Wilmpje weer naar bed brengen....
+
+De Juffrouw, die zou pas moe wezen!
+
+Maar, even verjaagd, de dofheid kwam terug.... soms zakten de hand
+met den halfgeschilden aardappel, en de hand die het mesje hield,
+na elkaar haar wezenloos in den schoot.
+
+En als van heel ver kwam een andere, vreemde helderheid aanlichten
+door haar hoofd....haar thuis! Zij kon zich geen rekenschap geven
+van wat zij ondervond; zij voelde iets als uit een ander leven, iets
+lang geledens en iets raar eigens en overbekends tegelijk. Dan kwam
+een zinloos tobbende gedachte, waarin ze geen stuur had, het alles
+overnevelen: haar liter melk van 's morgens....
+
+Soms schrok ze nog op, wist dan niet of ze de laatste minuut had
+stil gezeten of nog doorgeschild, wentelde weer rapper den aardappel
+tusschen de strammige vingers.
+
+Haar liter melk....Nog meer dan drie weken kon ze, op 't laatste
+doktersbriefje, dien aan de Veerbrug halen gaan
+
+Maar,--ze had dat zelf dadelijk zoo uitgemaakt--nou ze kwam te dienen,
+hou ging dat niet....
+
+--Nee.... had de moeder toegegeven:--dat ging nou niet meer;....'t zou
+niet fesoendelijk lijken, en 't zou ook niet magge van de menschen,
+waar ze kwam....
+
+"Ze konne denken," zei Ant, "dat je zegge wou, dat je niet genoeg te
+eten kreeg, als je daar bij die meester met je pannetje melk kwam."
+
+--En 't andere moest ze ook maar stilletjes nemen, ried de moeder;
+'t stond zoo maltentig, 'n meissie met 'r pillendoos!
+
+Maar den laatsten morgen, 's Zondags, toen Sprotje nog eens haar
+kannetje ging laten vullen, had ze niets gezegd. Ze had niet
+gedurfd. Gespannen had ze voor de laatste maal alles in die keuken
+nog eenmaal aangezien, in een grooten afgunst de kleeren en de mutsen
+van de meiden begluurd, en toen, stugger dan één anderen keer, zonder
+een woord bijna, was ze heengegaan. Maar thuis had ze niet opgehouden
+te dringen: 'r moeder zou toch 's Maandagsmorgens gaan, vóór tienen,
+vast vóór tienen, de melk afzeggen....
+
+"Sul! die menschen hebben de melk immers toch al besteld en genomen,"
+zei Sien. En Ant vroeg, of ze soms dacht, dat twee deftigheden en een
+keukenvol booien met die ééne liter melk van haar geen raad zouden
+weten?--'t Had het kind geen rust gelaten en ten leste had de moeder
+beloofd: nou, vooruit dan maar, omdat ze dan morgen voor 't eerst in
+'r dienst ging....'t zou gebeuren zooals de dame 't graag had.. vóór
+haar werkhuis zou ze bij de Veerbrug aanloopen..
+
+En nu in haar overspanning tobde het kind daar maar over.... die
+liter melk, ze kon het toch zóó niet laten.... als 'r moeder nou eens
+verhindering had gehad.... wat moesten ze denken van haar!
+
+Dan, in een bewuster oogenblik dacht ze ook: "'k wou dat ik 'm had,
+die liter melk!" Zij voelde zich zoo flauw en zoo leeg.... zij zat
+met haar zware mand aardappelen, die maar niet minderen wouen....
+
+--tjee, ja! schrok ze,--voor zes menschen most ze ook schillen!"
+
+Juffrouw Jonkers kwam in de keuken, keek bedenkelijk op eens en
+wat ontevreden, maar trok dan toch dadelijk haar gezicht in een
+vriendelijker plooi. "Zoo den eersten morgen, hè?" zei ze opbeurend. En
+naast het kind staand hadden haar radde vingers in een oogwenk een
+dozijntje van de diksten er uitgepikt en afgewerkt.
+
+Toen de aardappelen waren geschild, moest Marie schoenen poetsen;--in
+de waranda moest ze 't doen.. en heel stil zijn!.... om Wilmpje niet
+te wekken, die eindelijk sliep.
+
+"Ik ga nou koken," zei de juffrouw, "dan mot ik de keuken alleen
+hebben."
+
+Vijf paar schoenen en een paar pantoffels vond het kind buiten
+staan; de frissche lucht monterde haar weer wat op, en met haar
+stil-bedachtelijke zorg monsterde zij nauwkeurig elk stuk, dat onder
+haar talmenden borstel kwam.
+
+"Nee, rijk hebben ze 't niet," dacht Sprotje; "die jongen van Bertels
+het zeker beter schoenen aan zijn voeten dan de meester.... en de
+pantoffels van de Juffrouw, nou, daar zal ze ook geen warme voeten
+in houden op de keukensteenen...."
+
+"ffff," zoog zij tusschen haar groene tandjes, als 't bovenleer van
+een paar meisjesschoenen drie dwarskerfjes vertoonde, die bijna al
+door en door gingen.
+
+Voorzichtigjes, met haar gezicht in de zwaarwichtigste rimpelingen,
+wreef zij eraan en stond haar hoofd te schudden, als juist juffrouw
+Jonkers om den hoek van de waranda keek. Die kreeg een kleur, dacht
+aan misprijzing over het schoeisel, dat zij zelf ook in een slechten
+staat wist, en bits op eens, alsof ze tegen een van haar voorgaande
+brutale kanjers zich te verweren had, zei ze:
+
+"Ja, als jij nooit op kapotter schoenen hier over de vloer zult loopen,
+dan magge we blij zijn...."
+
+Sprotje keek verschrikt op, maar er was nog meer verbazing dan schrik
+in haar blik.--Wat bedoelde de Juffrouw?
+
+Toen kleurde juffrouw Jonkers nog sterker; er kwam een groote
+bevreemding in haar en een verlegenheid tegelijkertijd. Zonder iets
+meer te zeggen ging ze heen.
+
+Een kwartiertje na twaalven werd het zwijgende huis plotseling
+vol drukte van praten en voetengerucht; de meisjes hadden gebeld,
+Marie moest open doen; dadelijk daarna kwam "meneer" met Herman uit
+school. En om half een gingen zij eten.
+
+Toen het kind alleen aan 't keuken-aanrecht met haar bord aardappelen
+en wat kool en een plakje varkensvleesch zat, toen kon ze bijna geen
+hapje door de keel krijgen; ze was misselijk, haar hoofd was warm en
+klopte, haar voeten leken bevroren op de stoelsport.
+
+Toch kreeg zij alles naar binnen gewerkt, want zij dorst niets te
+laten staan; ook kreeg zij daarna, bij poozen en wijlen, haar borden
+nog gewasschen en haar pannen geschuurd.
+
+Als 't klaar was, kwam de Juffrouw kijken.
+
+"Je doet het niet biester gauw, maar je doet het toch wel goed" zei
+die meegaande, en het kind was haar heel dankbaar voor die prijzende
+woorden, die zij wist niet verdiend te hebben.
+
+En toen, ten leste, mocht Sprotje gaan zitten. Ze mocht kousen
+stoppen.--Het keukenraam moest ze maar wat open zetten, daar stond
+zoo'n lekker zonnetje op, had de Juffrouw nog gezegd, maar Sprotje
+voelde den wind te koud in haar hals, sloot weer, en zat in de duffe
+engte van het dichte keukentje, waar de lucht nog zwaar broeide van
+den petroleumdamp en de etenswalmen, en het wasemende vette vatenwater.
+
+Over haar kous gebogen, waarvan de doorgesleten mazen haar dwarrelden
+voor het gezicht, zakte plotseling het kind, met haar hoofd op de
+borst, in een botten slaap.
+
+Toen ze rillende en gloeierig wakker schokte,--ze wist niet hoe lang
+ze zoo geslapen had--begon ze zachtjes te schreien, zoo maar stil en
+heet te schreien zonder reden of doel. Haar hartje was zoo zwaar en vol
+en haar hoofd was of 't breken zou van een ellende, die geen naam had.
+
+Zij dacht ook weer aan haar thuis, maar zij verlangde er toch niet
+naar terug.
+
+Dan schrok zij, veegde schielijk met den bovenkant der handen langs
+haar betraande gezicht: Herman, uit school gekomen, had zijn hoofd
+om de deur gestoken... hij maakte dadelijk rechts om keer naar de
+huiskamer, en een oogenblik later was juffrouw Jonkers in de keuken.
+
+--'t Zou wel wennen, 't zou wel wennen!.... troostte die met overreding
+; 't was altijd wat vreemd in 't begin.... en als je dan nog nooit
+van huis was geweest.... na het avondeten moest ze maar vroeg onder
+de wol kruipen....
+
+Het kind voelde al de plotselinge genegenheid van dien morgen weer
+opleven in haar hart.
+
+"Een lief mensch!.. wat een lief mensch!" dacht ze.
+
+Even sloeg ze haar bedeesde, roodgeweende oogen op, had snel een blik,
+maar die vol warmte was.
+
+En zij schaamde zich, dat zij nog zoo'n kleintje was, en zoo weinig
+flink.... dat zij zoo weinig uit den weg te helpen wist. Zij had een
+uiterste strekking van haar wil, en haar vermoeienis leek eensklaps
+verzwonden.
+
+Zij hielp mee tafeldekken, hielp nog de kopjes weer wegwasschen;
+zelf had zij maar één van de drie dikke hompen berogd wittebrood met
+haar kom koffie er door kunnen spoelen.
+
+En toen zij eindelijk, met haar olielantaarntje naar boven trok, was ze
+zoo wonderlijk duizelig op de beenen en zoo ijl in 't hoofd, dat zij
+niet eens goed het kamertje zag, waarnaar ze zoo verlangd had,--nauw
+begreep, dat het eigenlijk geen kamertje was, een afgehokt stukje
+zolder met wanden van een sitsen gordijn en twee papierschotten. Als
+in een schrillen zwaren droom, werktuigelijk, stapte zij uit haar
+kleeren, en kroop rillende onder den deken, op het lage zwiepende bed.
+
+
+
+Maar met de dagen, die kwamen, wende Sprotje in haar dienst. Zij wende
+aan het werken, wende aan het moe-zijn; zij wende aan het plagen van
+de kinderen, aan de barschheid van meester Jonkers, en aan het soms
+slechte humeur van de Juffrouw zelf.
+
+Wat haar nog het best op de been hield, dat was juist wat er aan
+treurigheid en moeite zich voordeed in het huis, waar zij leefde.
+
+Als juffrouw Jonkers 's morgens, met de diepe, blauwe striemen van
+onuitgerustheid onder de oogen binnen kwam, en met de hand in de zij
+haar pijnlijken rug in postuur zette, dan vergat het kind hoe zijzelf
+daar juist nog gewenscht had, dat het al maar weer avond was....; als
+de Juffrouw haar af snauwde en zich boos maakte om niets, dan, met haar
+oud-vrouwtjes-verstandigheid, dacht ze: 't is haar schuld niet.... 't
+zijn de zenuwen, de meester was weer lastig van morgen.... en zij
+zweeg; als de Juffrouw, 's middags, aarzelend, van de drie plakjes
+spek op haar bord er toch nog een terug nam, dan at Sprotje er aan
+die twee genoeg--thuis kreeg ze immers nooit vleesch,--en 't was hier
+ook niet uit overdaad, dat ze haar zoo beknibbelden....
+
+Van wie, al heel gauw, Sprotje nog veel meer hield dan van juffrouw
+Jonkers zelf, dat was van Wilmpje; klein Wilmpje, die den halven dag
+op den arm werd rondgezeuld, en met zijn geduldige, zachte gezichtje en
+zijn zachte, vriendelijke oogjes zich maar overal heenbrengen liet. Hij
+stak zoo frisch in zijn kleertjes, hij rook niet vies, en hij huilde
+zelden. Op klein Wilmpje was ze dol. Te verlegen voor lieve naampjes
+of spelletjes als de Juffrouw er bij was, nam Sprotje gretig elken
+kans waar, dat ze hem alleen kon vinden, om gauw even haar zotste
+grijnslachjes tegen hem te lachen en voorzichtig, met den wijsvinger,
+hem onder het kinnetje te komen. Aandachtig en verbaasd, in zijn hoogen
+kinderstoel, zat Wilmpje haar dan aan te staren; zijn spelletje liet
+hij varen; het natte, ronde mondje ging ál zoetjes wijder open, soms
+kwam er een zweem van een glimlach in het bolle van zijn bleeke wangen.
+
+Maar voor Herman was Sprotje bang. Zij was wel met hem begaan, omdat
+hij zulke slechte oogen had, en zoo verlegen was over den bril, dien
+hij droeg, en als hij maar vriendelijk wou zijn, reeg zij hem wel 's
+morgens zijn laarzen dicht of gaf hem stilletjes een bruine boon voor
+zijn sponsedoos.... maar zij was nooit zeker, dat hij een kwartier
+daarna niet met zijn treiterigste gezicht door de gang zou loopen en
+dreigen van: "Spr.... Spr.... Spr...." Voluit schelden deed hij nooit,
+omdat hij vreesde, dat de ander misschien zijn bijnaam van Koontjekak
+zou kennen, en die wou hij voor zijn zusters verbergen.
+
+Ook op die zusters was Sprotje niet gesteld. Dat Christientje 'r soms
+plaagde met opzettelijk dingen te vragen, die ze niet weten kon, of
+iets vertelde en 'r dan uitlachte, als zij 't geloofde;--dat Coba,
+de oudste, die wou dat ze "jongejuffrouw" zei, zich bedienen liet
+meer dan juffrouw Jonkers zelf, haar schoenen in de keuken terug
+bracht als ze niet glommen naar haar zin en 'r altijd haar jurken wou
+laten uitborstelen, dat alles vond Sprotje wel niet prettig, maar ze
+verdroeg het gedwee; van den morgen tot den avond waren ze zoo netjes,
+ze hielden zich altijd zoo schoon, ze hadden zulk mooi haar en ze
+liepen zoo keurig, ze moesten vaak zoo lachen met elkaar.... voor het
+eerst van haar leven begreep Sprot je iets van de vele kleine vreugden
+en jeugdigheden, die zij nooit gekend had.. Maar er was een weerzin,
+een vijandschap bijna in haar hartje tegen die vroolijkheid en die
+keurige kleeren, als zij 's avonds laat nog juffrouw Jonkers, zelf
+in een oude ochtendjapon, bloesjes zag staan strijken en kraagjes en
+dassen; als zij dagen lang soms juffrouw Jonkers zich haar elfuurs
+kopje koffie ontzeggen zag, omdat er weer een nieuw haarlint moest
+gekocht worden, of een kuifkammetje of een ceintuur.... en als dan Coba
+nog snibbig "ajasses, moe!" zei, als de Juffrouw haar Koosje noemde,
+zooals ze eigenlijk te heeten scheen, of als Christien 'r neus,
+optrok voor de luiers, die in de waranda over een touwtje hingen en
+haar vader napraatte van: "dat hoort niet".. dan haatte Sprotje die
+beiden uit den grond van haar hart.
+
+Meester Jonkers zag zij weinig en zij bleef hem schuw uit den weg.
+
+Des morgens, vóór zonsopgang, de eerste, was Sprotje in de kleeren. Bij
+het kleine schijnsel van haar veiligheids-pitje spookte de huiskamer
+zwart en schemerros en zij was er bang, bang voor het duister, bang
+voor de plotselinge lichtschimmen, bang voor den zwarten bout, die
+over het blind zat, en nog banger dien er af te nemen en de rinkelende
+glasdeur te openen op de nachtelijke waranda.
+
+Zij moest alles stil doen om Herman niet te wekken, en de bout
+ging stroef.... in duizend angsten duwde en trok zij boven haar
+kracht.... als bonkend de ijzerstaaf uit den spang schoot, beefde
+Sprot je, dat zij te veel geweld had gemaakt, huiverde voor 't
+dwalende schemerduister, dat door de bedropen ruiten vaagde. Dan,
+als zij met een schrillen ruk de eene glasdeur opengetrokken had,
+blies de wind van over de weilanden haar klam in het gezicht....
+
+En één kleine kamer voor vijf menschen en een kind, dat gaf veel
+stof!.... tjee, iederen morgen moest zij het zeil nat opnemen en het
+harde, koeharen karpet schuieren.
+
+In elkaar geschurkt, haar kleine lichaam als gebroken van het
+beukende werk, wroette en wrong zij over den grond als een vertrapt
+insect. Tappelings liep soms het zweet haar langs de slapen. In
+'t eerste wittige morgenlicht, waar nog haar lantarenschijntje door
+heen vaalde, werd haar gezichtje van een schrille verwezenheid en een
+smartelijke spanning, die de komende uren daar niet meer af zouden
+trekken en die pijn deden te zien.
+
+En òp dan!.... de melk had gebeld.... kil kwam de morgen van
+de bleeke straat de gang in gevaren.... en haasten!.... het
+ontbijt moest op tafel staan!.... en naar voren weer, de bakker
+was aan de deur! Juffrouw Jonkers verscheen met klein Wilmpje op
+den arm. Gauw! Gauw! klein Wilmpje moest zijn melk hebben.... Dan,
+huiverig en heet tegelijk stond zij weer te worstelen met de groote
+deurmat, die zij uit moest slaan tegen den huisgevel....
+
+Als een kleine verworpeling zat zij alleen in de koude keuken en at
+haar schriel gesmeerde morgenbrood.
+
+Zij jakkerde de uren door tot het middageten en jakkerde de uren door
+tot den avondboterham; zij had nooit honger, maar zij at wat haar
+gegeven werd; zij at met denzelfden strakken wil, waarmee zij haar
+werk deed; ze wou eten, ze wou werken. 't Scheen ook dat dit lichaam,
+dat niet dan slechte voeding gewend was, in den weinigen vleeschkost,
+dien men haar, zóó schaars anders, toemat, een plotselingen prikkel
+tot weerstand vond.
+
+Toen zij een dag of wat gewend was, en de Juffrouw niet meer praatte
+van na den avondboterham onder de wol kruipen, zat ze 's avonds binnen.
+
+Meester en de twee meisjes werkten in de "studeerkamer," en juffrouw
+Jonkers zei het ronduit: drie lampen iederen avond, dat was te duur.
+
+Sprotje moest haar stoel meebrengen uit de keuken.
+
+Duizelig verlegen, maar van een gelukkige verlegenheid, zat zij,
+onder het oog van juffrouw Jonkers, naarstig gebogen over haar werk,
+den altijd weer aanwassenden berg verstelgoed en kapotte kousen.
+
+Gepraat werd er weinig of zacht, want Wilmpje, achter de opengezette
+kastdeur, sliep in zijn kinderwagen en Herman sliep in de alkoof.
+
+Maar Sprotje vond het heerlijk; haar voeten hoog van den grond
+op een stoof, waren warm; warm was het roode schijnsel door de
+fronselpapieren lampekap; en warm was het zwartgebloemd roodwollen
+tafelkleed, met aan den anderen kant het lichtje onder de koffiekan
+van het avondmaal.... de meester moest altijd een kop nà hebben,
+onder het werken, en restte er, dan schonk de Juffrouw voor Marie en
+voor zichzelf ook nog een kommetje, met een scheutje water erbij..
+
+Leunend in den wijden rug van den rieten warandastoel, die zij met
+bedkussens had opgevuld, raakte juffrouw Jonkers van lieverlede
+wel wat uitgerust; en als ze maar uitgerust was, dan was ze ook wel
+goed geluimd en nog lustig van hart. Een der eerste avonden vertelde
+zij aan Sprotje, dat zij, vóór haar trouwen, op hun dorp het "jolige
+Dekkertje" werd genoemd, en zij deed, al fluisterend, nog meer korte,
+koddige verhaaltjes, die het kind met een groote bewondering vervulden,
+en waarover zij, met een hooge kleur en opgetrokken schoudertjes,
+haar lachen te verbijten zat.
+
+Maar soms kwam ook, strak en streng, de meester binnen, klaagde
+kortafgemeten, dat de lamp piekte, de petroleumkachel stonk, of dat de
+inktkoker vol vuil zat.... dan was voor dien avond juffrouw Jonkers'
+goede bui voorbij; zij zag plotseling erg moe en er lag een vreemde
+verslagenheid over haar geheele wezen.
+
+Als "meneer" binnen kwam, zoo was Sprotje geleerd, moest zij dadelijk
+haar werk opnemen en naar de keuken gaan; met een schuwen afkeer
+sloop zij langs den kleinen rood-gebaarden man heen; een enkele maal
+had zij den vinnigen blik opgevangen, die zijn borende oogen wierpen
+naar den leunstoel vol bedkussens, waaruit haastig juffrouw Jonkers
+was opgerezen....
+
+En zoodra er tegen het eind van den avond in de "studeerkamer"
+stoelgeschuifel kwam, een paar kletsjes met boeken opklonken en
+luider gepraat--de meisjes hadden haar werk klaar en gingen binnen
+komen--dan zei de Juffrouw dringend: "Kom, Marie.... gauw naar bed,
+kind!" en zij dreef haar de kamer uit, nam schielijk en steelsgewijs
+nog wat rommel weg, die er op tafel was komen te slingeren.
+
+Den eersten Zaterdagavond mocht Sprotje twee boodschappen in de stad
+doen en bij haar moeder aangaan;--zij was die week nog niet verder
+geweest dan de stoep van meester Jonkers' huis. 't Was het kind een
+zeer onwennige gewaarwording, dit naar huis gaan. In haar schoone
+kleeren, met een pakje vuil goed onder den arm, liep zij de Hanekamp
+langs en het Dijkje op, zoo nieuw en raar, of zij in jaren daar niet
+gekomen was.
+
+Moeder en Ant zaten thuis; ze verwelkomden haar vriendelijk en met een
+nieuwsgierigheid, die het kind streelde; maar zij had óók de schuine
+en argwanende blikken naar het pakje goed gezien en dat maakte haar
+onrustig.
+
+--En hoe of ze 't nou wel had gehad?.... waren ze goed voor
+haar?.... kreeg ze genoeg te eten?.... kon ze 't werk af?.... vroegen
+de twee vrouwen.--Ze zag er moe uit, maar dat kwam zeker met den
+Zaterdag.... De moeder vertelde, dat zij tweemaal was langs gekomen,
+maar de eerste maal had zij de Juffrouw en haar samen in de slaapkamer
+bezig gezien en had toen niet willen storen, en de tweede maal stond
+er juist een jongentje aan de voordeur, die zei, dat Marie op broer
+paste, want dat zijn moe boven was.. ze had toen nog even gewacht,
+maar ze moest zelf ook aan 'r werkhuis wezen.
+
+Het kind knikte; ze vond het prettig, dat 'r moeder tweemaal nog
+zoo'n eind voor haar was komen loopen. Dan haalde ze haar beursje
+te voorschijn en de moeder kreeg Sprotjes spaardoos uit de ladekast;
+bij de drieëntwintig centen, die ze al had, kwamen de twee kwartjes en
+het dubbeltje van haar eerste weekloon. Toen de vrouw het doosje weer
+was gaan wegzetten, zat het kind maar met stil-verbaasde blikken in
+de keuken rond te zien, of ieder ding iets zeer belangrijks voor haar
+was geworden; soms kwam er even een vreemde trekking om haar mondje,
+een beving langs haar wang....
+
+"Zeg, simmetje, kijk er al het moois niet af!" zei Ant, die
+goedig-vermaakt dat oogenspel had waargenomen.
+
+De liter melk van de Veerbrug kwam ook nog even ter sprake.... ja,
+ja, het was in orde hoor!
+
+"En wat is dàt?" vroeg dan eindelijk vrouw Plas, met voorgewende
+verwondering op het pak naast Sprotjes stoel wijzend, want ze wist
+heel best wat het was.
+
+"Mijn vuile goed," zei het kind schuw.
+
+"Wel nou nog en toe!" maakte de moeder zich eensklaps boos, "je bent
+in een volle dienst, dan ben je toch ook in de wasch.... dat goed
+mot toch in de wasch bij de menschen, waar je dient...."
+
+"'t Mág ook in de wasch bij de menschen waar ik dien," zei Sprotje,
+als een heftige verdediging van haar juffrouw Jonkers, die zij
+aangetast voelde.
+
+"O!.... nou!.... en wat dan?" vroegen zwijgend de twee paar diepe,
+zwarte oogen van moeder en Ant.
+
+"De Juffrouw laat om de veertien dagen wasschen.. 'k ken geen veertien
+dagen wachten," zei Sprotje bot.
+
+De oogen der moeder verzachtten in een aarzeling: --ja.... als 't
+zoo zat.... Maar Ant begon te lachen.
+
+"O! dat kenne we," zei ze schamper. Ze had daar wel over hooren
+praten op 't fabriek, door meiden wier zusters dienden. "Wasschen
+om de veertien dagen!.. dan kan 't meissie niet wachten.... mot de
+moeder wel bijspringen.... 't gewone foefie hoor!.... een foefie uit
+de kakdienstjes van een volle meid voor half geld!"....
+
+"Hadt jij dat nog niet begrepen, kleine sufferd?" vroeg ze goedmeens
+achteraan.
+
+Maar Sprotjes oogen staken van booswilligheid.
+
+"As ik fesoenlijk drie jurke had, en de rest, kon 'k wachte," zei ze
+gedempt-fel:".... zou 'k hier niet hoeven te bedelen.... 'k Zal me
+wasch wel betalen!.. 'k Zal zelf wel een nieuwe jepon koopen, as 'k
+'t geld heb!"....
+
+Toen sloeg de moeder aan 't lamenteeren:
+
+--Drie jurke!.... en de rest!.... God nog en toe!.... en wie had dat
+allemaal motten opbrengen?.... en zou de juffrouw nou wel betalen
+voor d'r wasschie? .... wie had de juffrouw weken lang voor niks de
+kost gegeven?.... Was 't nog niet mooi genoeg, dat ze d'r heele loon
+sparen mocht?.... Hoeveel meissies, die 't moste afgeven tot ze drie
+en twintig waren?....
+
+--Zij, toen ze twaalf jaar was, droeg al geen stuk aan 'r lijf, dat ze
+niet zelf had verdiend.... steenen-dragen voor 't steenfabriek.... 's
+morgens, 's middags, 's avonds, tot ze d'r bij neer viel.... En
+'r heele leven verder, werken, werken!....
+
+"Jij schijnt daar astrant te worden, bij die meester in huis," zei
+Ant boos tegen het kind.
+
+Sprotje, met een heet-toegetrokken hoofdje vol zelfbeklag, bleef
+eerst blind voor die verwijten: zij dacht aan juffrouw Jonkers,
+hoe die 's avonds na negenen nog kleeren stond te strijken voor
+Coba en Christien.... maar voor haar!.... voor haar deden ze niks
+thuis.... ze vonden 't nog mooi, als ze 'r 't geld niet afnamen,
+dat ze toch zelf verdiend had!....
+
+Dan wierp ze een schielijk-onderzoekenden blik op haar moeder.... Ze
+hàd wel weken thuis gehangen.... dat wàs wel zoo.... en moeder
+liet 'r nou wel alles houen, terwijl ze 't zelf zoo best gebruiken
+kon....; en ze dacht ook: steenen dragen als je nog geen twaalf jaar
+ben!.... Ze had die klacht al vaker gehoord, maar 't was nog nooit zoo
+tot haar doorgedrongen als nu. Er versprong iets van meelij-hebben
+en vergiffenis-vragen in haar oogen, en al haar heftigheid keerde
+zich tegen Ant. Ant.... wat had Ant te zeggen?
+
+"Jij verdien wel vier gulden in de week!" viel ze bitter uit.
+
+"Mot je óók naar 't fabriek gaan, meid!" zei de oudere zuster; ze zei
+het zachtzinnig, want zij bedoelde het goed, als een verstandige raad.
+
+Sprotjes gezicht trok hard en gesloten.
+
+"Leg maar neer, dat pakkie," kwam toen eindelijk de moeder; "'t zal
+dan wel klaar komme, al zeg ik er nou 't mijne van...."
+
+Toen werd het tijd, dat vrouw Plas haar Zaterdagavond-waschjes ging
+rondbrengen bij de klanten en met hun drieën trokken zij op weg.
+
+Dien Zondagmiddag zat Sprotje, zooals zij elken Zondagmiddag voortaan
+doen zou, stilletjes in den leunstoel aan het kamerraam, en als
+'t begon te schemeren en zij het koud kreeg, dook zij weg op het
+lage waschbankje bij het keukenfornuis; zij zat maar suf en dof haar
+overgroote vermoeienis uit te vieren.
+
+"Slapertje, gapertje, kijk-in-de-pot!" zei de moeder, en ook de
+anderen plaagden wel even, maar alles ging vreemd aan het kind voorbij,
+en toen lieten zij haar.
+
+In 't begin van de tweede week, als Sprotje weer 's avonds met 'r
+keukenstoel kwam aandragen, zei juffrouw Jonkers: "Laat maar, Marie,
+je mag er wel een uit de kamer nemen."
+
+Sprotje voelde het als een groote onderscheiding en dat was het
+ook. Juffrouw Jonkers was haar bizonder goed gezind.--Dit kind
+maakte zich niet toe als de andere wurmen, die ze wel in huis had
+gehad.... die pikten al den derden dag van de week.... die bleven met
+'t smeer van 'r kleeren kleven op de stoel, waar zij zaten.... Maar
+Marie.... Zij was zoo dankbaar vaak! Nog geen brutale mond had zij
+gehad, nog geen stukje was er gebroken!.... Dan overlei ze bij zich
+zelf of zij dit kind wel genoeg spaarde, of zij 't wel gaf wat het
+hebben moest,... 't was zoo'n min kind!.... Maar lang overlei ze ook
+al niet; het werd haar te wonderlijk zwaar om het hart, want zij wist
+heel goed, dat dit kind meer werkte dan het kon, en dat het níet kreeg,
+wat het behoefde. Maar wat zat er anders op?.... Zijzelf deed immers al
+veel meer dan haar krachten toelieten, en zij wist van een dubbeltje
+ook maar tien centen te maken.... Nog geen zes stuivers per dag voor
+de man kon ze uitgeven.... meester Jonkers had wel bijna het dubbele
+noodig, en de meisjes studeerden, en Herman was in zijn groei.... wát
+bleef er over voor een meid en voor haar....?
+
+Sprotje, de voeten als twee gedweeë beestjes naasteen op een stoof,
+ver achter op de zachte trijpen zitting gezeten en haar pijnlijk
+ruggetje rondend in de gebogen leuning, was stil en dankbaar en
+stopte kousen. En sinds zij zich wat thuis voelde, zat haar hoofdje
+ook vol kleine zorgjes en bekommernissen voor het gezin, waarin ze
+nu verkeerde. Zoo wat sluiperig kon ze de moede, grijze oogen opslaan
+van haar werk en met haar temerig zacht praten opeens vragen:
+
+"Júffrouw, hei je de blinden in de slaapkamer wel dicht gedaan?"--of:
+"Júffrouw, motte we morrege wel drie brooie nemen van de bakker?"--of,
+met een schrikje plotseling: "Júffrouw, hadde we Wilmpie z'n speen
+wel uitgespoeld van avond?"
+
+De eerste malen, dat zoo, schuw en zonderling, Marie uit haar hoek
+schoot, had juffrouw Jonkers het lachen niet kunnen laten. "Ze mosten
+jou moeder van't Ouwe-mannenhuis maken," zei ze eens.... Maar met
+den tijd begon haar dat zorgend denken een welkome steun te worden;
+als twee wikkende en wegende huismoeders bespraken zij samen de
+moeielijkheden van den dag.
+
+--Vónd de Juffrouw niet, dat Christientje erg bleek had gezien
+vandaag?--Ja, juffrouw Jonkers had dat ook opgelet....zij dacht al
+lang over een bordje oat-meel 's morgens, uit water, met een scheutje
+melk erin, dat was al heel versterkend....z e had het uitgerekend,
+'t kwam op een twaalf stuivers in de maand. Sprotje had wel eens
+gehoord van haverdepap, en van gort uit een bus,.... maar dat was te
+duur, zei de Juffrouw. Zij schudden de hoofden over ál dat leeren,
+dat je doen moest om wat te worden tegenwoordig.... Op school was 't
+al zoo moeilijk, en dan nog iederen avond les apart.... De meisjes
+moesten Woensdag maar niet met de kamerbeurt meehelpen, eens den
+middag uit wandelen gaan.... Ja, dat leek Marie ook het beste. Zij
+droeg de twee al geen kwaad hart meer toe.
+
+En dan praatte juffrouw Jonkers soms over de booze buien van
+"meneer,".... den heelen dag met die groote klasse kinders optrekken,
+en het "Hoofd," dat altijd weer wat nieuws wou, en altijd wat aan te
+merken had!.... Zij deed kleurige verhalen, van hoe een vroolijke en
+gezellige man "meneer" was geweest, voor zijn betrekking en al zijn
+zorgen hem zoo in z'n zenuwen hadden aangepakt. Daar moest ze nou
+toch geduld mee hebben, niewaar? 't Was zijn schuld niet.. Vroeger,
+in 't huis op de Turfgracht, hadden ze kostjongens gehad, maar dat
+kon hij heelemaal niet harden. En zoo ging het.... op school moest
+ie zich goedhouden en dan, thuis, liet ie zich gaan....
+
+Met haar ouwelijk hoofdknikken femelde het kind iets van: ja, zoo
+waren de mannen....; maar zij begreep best, wat de Juffrouw vertelde,
+en zij zag meester Jonkers weer met vriendelijker oogen aan.
+
+Dan, altijd, op 't laatst van den avond, kwam voor Sprotje het
+heerlijkste oogenblik van den dag: vóór dat meneer en de meisjes
+binnenkwamen, moest Wilmpje geholpen. Overdag had ze nooit veel tijd
+om daar bij te zijn; nu mocht ze de versche luier warmen, terwijl
+de Juffrouw hem op zijn potje zette; ze keek toe, hoe het kindje
+soezebollend tegen zijn moeder aanzat, tot eindelijk, even maar,
+er iets tinkelde, en met een diep-zacht zuchtje hij zich neer liet
+leggen, en al weer sliep, als, werktuigelijk, hij zijn bleeke mollige
+beentjes nog omhoog stak voor 't verluieren.
+
+Soms, als ook het pak onderleggers vocht was--wanneer zou dat kind
+toch eens zindelijk zijn! klaagde vaak de Juffrouw, Christientje was
+'t al met de elf maanden geweest!--dan mocht Sprotje hem op schoot
+houden, terwijl de moeder het bedje voorzag.
+
+Ze oogde neer op zijn weeke wangetje, warm rood van 't slapen,
+en daarover heen zag ze zijn malsche halsje in, zoel binnen het
+flanellen nachtpon-kraagje; zijn witte voetjes borg ze in den wollen
+doek, die juffrouw Jonkers over haar te koude schort had gelegd, en
+met haar gezicht dicht op zijn wit-vlassen haartje, in haar gebogen
+moedertjeshouding, rook ze een heerlijk zoet-zwoel luchtje....--Net of
+'t van een diertje was, dacht Sprotje;--zoo'n engel!
+
+Soms zuchtte hij in zijn sluimer of werd even wakker met een geeuwtje
+en een flauw oogstreepje, dat niet zag, en Sprotje, zorgzaam koesterend
+het teer-warme leventje tegen zich aan, voelde een gelukkigheid,
+als zij nimmer te voren had gekend.
+
+En zij ervoer het nog, een donzige lichtheid binnen in zich, terwijl
+zij met moeilijke stramme beenen van 't opstaan ineens na een dag zwaar
+werk, en met een gebroken rug, juffrouw Jonkers de kinderwagen den gang
+door naar de slaapkamer hielp verdragen, of als zij, slaperig-rillend
+en op den tast, in de kille donkere keuken de natte stukken over
+'t lijntje hing.
+
+
+
+Toen Sprotje, aan het eind van de tweede week, voor de tweede maal
+haar twaalf stuivers had gebeurd, nam zij 's Zondagsmiddags, terwijl
+er niemand thuis was, vier kwartjes uit het gleufdoosje, waarvan zij
+zelf het sleuteltje bewaarde, en den Dinsdag daarop kocht zij zich,
+in een lang begluurd winkeltje op 't Broerekerkplein, een mutsje van
+vijfentachtig cent.
+
+'t Was een mutsje van fijn geplooide tule, met een geborduurd,
+neteldoeksch bodempje erin, en langs de breede keelbanden liep aan
+de onderzijde een open zoompje en een kantje van een vingerbreed.
+
+Sprotje had nog nooit zoo'n mooi mutsje gezien; de meiden aan de
+Veerbrug droegen er geen fijnere! Zij had ook nog nooit voor zichzelf
+iets gekocht, dat vijfentachtig cent kostte!
+
+Juffrouw Jonkers wist niets van de plannen. Toen het kind bij
+uitzondering dien dag om een boodschap was gestuurd, had ze den
+koop gesloten.
+
+Nu, met het mutsje in wit vloei gevouwen op haar schoot, zat ze aan
+de keukentafel. Ze was duizelig moe van 't harde loopen en van de
+opwinding en van al de blijdschap, die haar bezeten had.
+
+Toen juffrouw Jonkers binnenkwam, hadden juist haar trillende vingers
+aan een hoekje het vloei losgevouwen van de blauwig glanzende blankheid
+daaronder.
+
+"Is die muts van jou, Marie?" vroeg de Juffrouw met een ongeloovige
+verrassing.
+
+De kleine grijze oogen van het kind hadden een diepen gloed van
+extatische vreugde. Zij zei niets, zag juffrouw Jonkers aan,
+knikte dan.
+
+"Pas 'm eens op!" drong de Juffrouw. Die kon haar oogen nauwelijks
+gelooven. Een dienstmeisje dat een muts droeg! dááraan had ze,
+bij het kleine loon dat ze gaf, nog nooit kunnen denken.... een
+dienstmeisje, dat keurig aan de deur kwam, dat keurig om een boodschap
+ging.... Juffrouw Jonkers was zoo blij of ze zelf een mooi cadeau
+kreeg! Zij was vol verwachting, hoe het staan zou....
+
+Met onzekere vingers en in een zwijmeling van geluk zette Sprotje
+het fijne blanke als een kostbare kroon boven haar mager-bleeke
+gezichtje....
+
+Toen strikte juffrouw Jonkers zelf de keelbanden dicht, haalde
+losjes de lussen uit, streek even nog de altijd weer neersliertende
+haarplukjes terzijde weg; zij deed twee stappen achteruit, om beter
+het effect te beoordeelen.
+
+Midden in het keukentje stond het kind, haar oogen neergeslagen; zij
+zuchtte tweemaal diep uit.... dan gingen de beide handen bevende omhoog
+en tastten met schroomvolle vingers naar het heerlijke, dat zij droeg.
+
+"Netjes.... o wat netjes!" zei de Juffrouw uit den grond van haar hart.
+
+Dien middag werd Sprotje nóg eens om een boodschap gestuurd.
+
+--Wat konden ze eens in huis halen, dat er eerdaags toch noodig zou
+zijn? had juffrouw Jonkers, met een kinderlijke opgetogenheid, staan
+verzinnen voor haar kast.
+
+Sprotje deed niet haar manteltje aan, het korte, grijze, dat zij voor
+de kou over haar katoenen kleeren droeg. Zij ging zoo in haar japon. 't
+Was de week van het waterblauwe katoen met de klaverblaadjes, en daar
+'t pas Dinsdag was, had zij die nog gehouden zonder een spoor bijna
+van vuil. Zij had een schoone witte schort voor gedaan, die met de
+kruiselingsche sluiting over den rug.
+
+Op haar ingedrongen borstje lagen broos en luchtig de lussen en
+einden der mutsebanden, met het kantje als een kostelijk versiersel
+daar onder langs.
+
+Stram en zoo rechtop ze kon liep het kind, met een ingehouden
+voortvarendheid; er was niets in haar dan een bloo en ijl gevoel van
+trots, dat haar hoofdje fijn verstarde. Het boodschapmandje onder
+den arm stevende ze helder en wapperig de straat uit....
+
+Juffrouw Jonkers keek haar na achter de vitrage van het slaapkamerraam.
+
+'t Was een koude dag, kil weer dat zich naar vriezen zette en er
+woei een Oostenwind. Maar het kind voelde wind noch kou. Zij voelde
+ook niet de weeë vermoeidheid, die sinds dagen al haar niet meer
+verliet. Zij had alle straten van het stadje wel door willen loopen,
+voorbij het huis van de naai-juffrouw gaan, voorbij de Veerbrug,
+voorbij de Hanekamp.... naar haar eigen huis alleen had ze niet gewild.
+
+In den winkel, waar ze nooit kwam, omdat de meisjes of meester daar
+altijd zelf de boodschappen deden, gaf zij, met een hoog stemmetje,
+wat heesch van verlegenheid, haar bestelling: een half pond koffie
+en een stuiver kaneel....
+
+De winkelier keek haar nadenkend aan, vroeg dan van wie ze kwam.
+
+"Van meester Jonkers," zei Sprotje zachtjes.
+
+"O!" antwoordde de man met de grijze sloof; en hij ging bedaard,
+bij kleine scheutjes, wat boonen schudden uit de groene bus in het
+zakje op de weegschaal.
+
+"'k Mot gemale hebben," zei plotseling Sprotje fel.
+
+"O!" zei de winkelier nog eens, op zijn bedaard nadenkenden toon;
+dan keek hij wat verwonderd en schudde de boontjes weer uit het zakje
+in de bus.
+
+Sprotje werd verward; zij begreep volstrekt niet, wat hij met die
+o's eigenlijk zeggen wou; en toen zij, de beide builtjes in haar
+mand, wat ontnuchterd het winkeltje weer uit kwam, zag zij op eens,
+aan den overkant der smalle straat, den vroegeren vrijer van Sien
+aankomen.... Sinds den avond van het briefje en de afgetrochelde twee
+gulden, had zij Hein niet weerom gezien.
+
+Met onregelmatige rukken en stooten begon haar het hart te kloppen
+tot in de keel.
+
+Maar ook de jongen leek beduusd.
+
+Zijn ruw-blozend gezicht kleurde donker tot over het voorhoofd en zijn
+rauw-roode mond, onder het witte snorretje, had een weifelenden trek.
+
+Met zijn naakte oogen keek hij het kind goedigvervaard aan.
+
+"Dag Hein," zei Sprotje beverig.
+
+"Dag Merie," zei de jongen verwonderd, of hij haar nu pas zag.
+
+Zwijgend stonden zij tegenover elkaar op het smalle
+rood-klinkerstraatje, dat voorlangs de lange kazernemuur liep.
+
+"Chos!...." zei de jongen eindelijk, "dat ik jou daar nou tegen
+kom....;" hij keek nog al maar botverbaasd, of hij voor een onoplosbaar
+raadsel zijn hoofd was kwijt geraakt.
+
+Sprotje, onrustig, frommelde aan de slippen van haar mutsebanden,
+streek verschrikt, als zij 't merkte, die weer glad.
+
+"Keurig!" zei de jongen, "fijn...."
+
+Het kind moest lachen; in een zenuwachtige sperring trok zij hoog de
+vale bovenlip tegen de groenbeslagen tandjes aan....; zij herinnerde
+zich hoe, den avond, dat hij in de keuken te wachten zat op Sien
+die maar niet kwam, en zij haar pas gekregen bedeelingsgoed bekeek,
+hij precies hetzelfde tegen haar gezegd had.
+
+Maar dan was ze ook dadelijk weer vol ernst bij de groote gebeurtenis
+in haar uiterlijk.
+
+"'n Mooi mussie, hé?" vroeg ze gespannen; "pas nieuw.... 'k dien
+nou.... bij meester Jonkers...."
+
+"Zoo...." zei de jongen. Hij keek rond of hij weg wou.
+
+Sprotje, even nog raar lacherig, raakte wat meer op haar gemak.--Gek,
+die Hein,.... daar was ze nou dit half jaar telkens zoo bang voor
+geweest.... en nou vond ze 't wel prettig hem tegen te komen.... 'r
+Mond en 'r voorhoofd trokken ouwelijk-wijs van zich te schikken tot
+een knussig praatje.
+
+Maar de jongen, plotseling, schoot fel uit:
+
+"En je zuster?.... het die nou 'r zin?.... nou hèt ze een jongen met
+duiten.... en nou mag ze niet bij de ouwers in huis komme.... wat
+zeit ze nou....?"
+
+"Ja...." kwam Sprotje, gewichtig femelend op eens, "díé het nou
+'r verdiende loon, hé?"
+
+De jongen keek haar met een afwezige kwaadaardigheid aan.
+
+"O.... 'r verdiende loon...." zei hij, tot tegenspraak geprikkeld,
+"'t is een knappe meid genoeg om een rijke jongen te verdienen.... maar
+bij mijn het ze 't toch smerig late liggen...."
+
+Sprotje keek bevreemd naar hem op.
+
+Toen, in een plotselinge gevoeligheid voor dien zwaren kerel, die 't
+zoo goed meende, en die 't voor haar slechte zuster zelfs nog opnam,
+zei ze zwakjes-lief: "Ja, en _ik_ geloof, dat ze met jou nog veel
+beter af was geweest...."
+
+Het gezicht van den jongen, op een slag, ontspande zich; zijn rauwe
+mond had even een weeke trekking in de hoeken en de naakte oogen
+keken met trouwhartige dankbaarheid in de verwonderde, bleekgrijze
+van het kind.
+
+Die, uit zenuwachtigheid, moest opnieuw lachen.
+
+"Toe nou...." zei de jongen ongeduldig, "je doet nog net zoo raar
+as altijd."
+
+Hij had dan zelf een soort goedigen grinniklach, deed twee stappen
+op zij langs haar heen.
+
+"Dag Merie," zei hij. En zich nog eens omkeerend: "'t Was maar goed,
+dat jij toen dat briefie gevonden hadt.... 'k was anders nog langer in
+de luren geleid.. Je ben nog wel bedankt hoor!.... en zeg dat meteen
+maar an je zuster ook...."
+
+Toen ging hij door.
+
+Sprot je had een zucht van verluchting. Die twee gulden, die scheen
+ie heelemaal vergeten te zijn. Nou, des te beter voor haar.... maar
+je most daar wel zoo'n rare as die Hein voor wezen....
+
+Toen ze thuis kwam vroeg juffrouw Jonkers, die met Wilmpje op den
+arm open deed:
+
+"En wat zei je moeder ervan?"
+
+"'k Ben niet thuis geweest," antwoordde het kind stug.
+
+"O!.... ik dacht maar," zei de Juffrouw, "omdat het nog al laat
+werd.... 't was anders best de moeite waard!" En zij bewonderde nog
+eenmaal de keurigheid van de muts en de keelbanden, zoo smetteloos
+boven de schoone schort.... Klein Wilmpje wou aan de slippen
+trekken.... "Mag niet," schrok Sprotje, schriller dan ze ooit
+deed tegen het kind; maar juffrouw Jonkers had ook al "niet doen,
+vent!" gezegd.
+
+"De kippen op straat zullen je niet gekend hebben," plaagde zij nog
+even; dan schonk zij Sprotje een notendopje brandewijn met suiker in,
+omdat ze zoo blauw zag van de kou. Eerst toen Sprotje dat op had,
+voelde ze hoe verkleumd haar handen en voeten waren en hoe pijnlijk
+haar schouderbladen.
+
+En in de dagen, die kwamen, had het kind veel van de koude te lijden;
+een felle Noordenwind, die pal op het keukenraam stond, maakte het daar
+in den morgen, als ze haar boterham zat te eten, zoo ijzig of het vroor
+van geweld. Zoo gauw de meisjes en meester Jonkers weg waren, haalde
+de Juffrouw haar binnen, liet haar schoenen poetsen en lampen doen
+bij de kachel, om warm te worden.... maar er was geen warm worden aan.
+
+"Je hebt kikkerbloed, kind," zei ze soms met een lichtelijke
+afkeuring, maar dan sloeg haar ook weer de schrik om het hart, als
+zij het weggeslonken, grauwbleeke gezichtje zag, waarop, onder de
+doffe diepten der beslagen oogjes, alleen wat vaalbruin schemerde
+der wintersch weggebleekte sproeten.
+
+'t Kind hoestte ook meer dan ze gedaan had en de katoenen jurken
+vielen al sluiker en sloviger over haar schriele borst.
+
+Juffrouw Jonkers, als zij dat zag, had wel medelijden, maar het was
+haar een ergernis tegelijkertijd. Was zij zelf door over-vermoeidheid
+wat prikkelbaar, dan verwenschte zij vaak de kwade kansen, die 't
+maar altijd weer op háár gemunt hadden....
+
+Nou had ze 't dan eens getroffen, nou had ze een behoorlijk
+dienstmeisje, een met 'n muts nog wel! en de armetierigheid van
+den dienst, waar zij hoorde, lag haar nog op 't gezicht... zooveel
+moeite deedt je om je fatsoen op te houden, en zoo'n kind had zich
+maar aan de deur te vertoonen en iedereen wist, dat daar schrale
+Aaltje de pot schafte.... 't Leek heel wat, een volle meid houden,
+maar als ze je niet op straat brachten met 'r verhalen, dan deden
+ze 't met 'r schooierige kleeren of 'r achterbuurtgezicht, of met
+'r stumperige ziekelijkheid als deze....
+
+Een ander maal weer was haar medelijden grooter dan haar ergernis,
+en nam zij Sprotje meer werk uit de hand dan ze wel voor haar eigen
+gezondheid doen mocht.
+
+En omdat juffrouw Jonkers vaak gehoord had, dat een sneedje gekookt
+spek op de morgenboterham zoo'n goed deed, liet ze een ons bij het
+spekslagertje uit de Witte-rozenlaan halen. Maar Sprotje verdroeg in
+de vroegte den ranzigen vetsmaak niet en werd tweemaal onwel. Toen
+probeerde juffrouw Jonkers het nog eens met een sneedje roggebrood
+met stroopvet, en toen dat ook niet hielp, bleef het erbij.
+
+En als Sprotje des nachts nog maar goed warm had kunnen worden....;
+maar wanneer het buiten woei, tochtte het erg op haar zolderhoek,
+en het dunne dek, over het wankele veldbedje zonder zijschotten,
+liet zich niet instoppen.
+
+Dat was een vreemd ding in het hoofd van juffrouw Jonkers. Zij wist
+wel, dat Sprotje niet genoeg dekking had, maar zij wist ook, dat zij
+alles wat daarvoor in aanmerking kwam al bij Christientje en Coba op
+bed had moeten geven, en dat er van iets nieuws koopen dat winter geen
+sprake kon zijn. En zoo was er de vage zelfsussing in haar hoofd, dat
+zulke kinderen thuis ook niet verwend werden, en dat Marie smal was
+en de onderste deken wel dubbel kon leggen...... Zij schrikte er voor
+terug precies te weten, hoe op het koude stukje afgeschoten zolder de
+nachten wel mochten wezen.... maar zij probeerde verscheidene malen,
+door daarop ingerichte vragen, een geruststellend antwoord uit te
+lokken. Eindelijk liet zij het kind 's avonds een warme kruik mee
+naar boven nemen.
+
+De derde Vrijdagmiddag in haar dienst was al aangebroken, vóór
+Sprotje, met een vlijming van schrik, bedacht, dat het dien middag
+weer catechisatie was geweest. Die had ze telkens vergeten. Maar de
+volgende week kwam gedurig de gedachte aan het rustige uur in het
+boogramen-zaaltje naast de kerk, met domeni, die zijn pijp rookte,
+als iets hevig begeerlijks bij haar binnensluipen.
+
+En den vierden Vrijdagmorgen, schuchter en als schuldig, hakkelde
+zij iets van: dat ze Luthersch was en dat ze eigenlijk.... van
+middag.... om drie uur....
+
+"Mot je naar de catechisatie?" schrok juffrouw Jonkers.
+
+'t Was haar deze maand al een paar maal ingevallen, dat dit
+kind,--"femeltje" nog wel, zooals zij haar bij zichzelf soms noemde--nu
+eens eindelijk niet met dat eeuwige struikelblok van die onderbroken
+middag of morgen in de week aankwam. Altijd die catechisatie! Haar
+kinderen gingen er ook niet heen; Jonkers was daar veel te verlicht
+voor.... En nou, opeens....
+
+"Kom, je wou toch van middag niet naar de catechisatie?" vroeg ze,
+wat schamper ongeloovig.
+
+Er was een stekende teleurstelling in Sprotjes hart.
+
+Maar toen juffrouw Jonkers het kind zoo ongelukkig zag kijken, dacht
+ze ook al weer: 't geloof mot je respecteeren.
+
+"Waarom heeft je moeder daar niks van gezeid?" verweerde zij zich
+nog zwakjes brommend; "er is net zooveel te doen van middag."
+
+En Sprotje, berouwvol op haar beurt, stelde verontschuldigend voor:
+
+"De volgende week dan misschien, Juffrouw?"
+
+"Nou, goed, de volgende week," kwam juffrouw Jonkers verlucht.
+
+De volgende week schikte zij het uurtje vrij. Sprotje was daar heel
+dankbaar voor, en zij droeg het getroost, toen de daarop volgende
+weken het weer niet geschikt kon worden.
+
+Op 't eind van November was Sprotje jarig.
+
+Juffrouw Jonkers had haar graag een wollen omslag-doekje gekocht
+of een gebreide borstrok; maar ze had slechts negen stuivers te
+missen.... Sinterklaas stond voor de deur. En zoo bleef het ook voor
+Marie bij het paar halfwollen handschoenen, waarvan een winkeltje
+achter de groote kerk de koopjes had.
+
+Van haar thuis, van moeder en de zusters samen, kreeg zij het goed
+voor een nieuwe katoenen japon.
+
+Ze hadden het wel een beetje op een goedkoopje moeten vinden, maar
+Sprotje was er toch heel blij mee, blijer wel dan met de handschoenen,
+hoewel het haar geen liever geschenk was. Het maakloon kon ze nu uit
+haar eigen spaardoosje betalen, was er gezegd; doch vóór Sprotje de
+japon nog bij de naaister had gebracht, drie dagen voor Sinterklaas,
+werd zij plotseling ziek.
+
+Toen zij 's morgens stilletjes in de keuken een grooten bak
+winterwortelen te schrapen zat, voelde zij zich op eenmaal als
+wonderlijk leeg loopen van binnen, en zonder een woord of een zucht
+zakte zij tegen de leuning van haar stoel in zwijm. De bons van den
+houten groentebak op den grond deed juffrouw Jonkers toeschieten; die
+droeg haar naar de kamer, lei haar in de rieten warandastoel.... Zij
+was zeer geschrokken, schrok opnieuw van de gemakkelijkheid, waarmede
+het kind te tillen was.... En om twaalf uur moest Christien gauw naar
+het Dijkje loopen. Stil zat Sprotje, flauw nog en huiverig, naast de
+keukentafel, terwijl juffrouw Jonkers haastig het eten opzette.
+
+Een kwartier later rinkelde de bel weer; Coba kwam zeggen dat "ze" er
+waren: in de wijd-open voordeur wachtten de moeder en Ant. Christientje
+en Herman keken nieuwsgierig aan de huiskamerdeur.
+
+En klappertandend, onzeker gaand of ze geen grond raakte, kwam Sprotje
+vlak achter de Juffrouw aan de gang door. ,
+
+Even keek ze de huiskamer in.... Wilmpje....! maar de meester zat al
+aan tafel; zij zag zijn rosse achterhoofd met de dunne kruin....
+
+"Dag Marie," kwam Christientje zacht.
+
+Herman, achter zijn bolle bril, had puilende oogen.
+
+"Gauw beterschap, meid!" zei de Juffrouw, "je hebt hier altijd best
+opgepast....!"
+
+'t Was een koude dag, en in den sergen doek van haar moeder en nog
+een wollen doekje om van Ant, sjokte Sprotje, tusschen Ant en haar
+moeder in, op weg, naar huis.
+
+Juffrouw Jonkers keek haar even na; dan deed zij snel de voordeur
+dicht. Zij begreep, dat zij het kind in haar dienst niet weerom
+zou zien.
+
+En met een plots aanzwellende wanhoop zag zij de overstelping van
+werk, die nu weer op háár viel.... Wat moest zij beginnen zonder
+hulp?.... zij dacht ook aan de negen stuivers van een advertentie,
+als er niet gauw een aanbieding kwam.... alles op háár, en wie zou ze
+weer in huis krijgen? Zij voelde tegelijkertijd, met iets van wroeging,
+dat zij dit einde altijd wel voorzien had....
+
+Maar binnen riep meester Jonkers boos om zijn eten; hij vaarde tegen
+de meisjes uit, die haar lessen voor den middag nog moesten leeren.
+
+En de tafel was nog niet gedekt, en niets was er nog gaar.... zij kwam
+de keuken binnen.... achter een beroet ruitje walmde het te haastig
+aangestoken petroleumstel. En in een schrijning, die te hoog begon op
+te krijten door haar bonzende hoofd, neervallend op den stoel naast
+de keukentafel, waar zooeven nog Sprotje gezeten had, schoot juffrouw
+Jonkers op eens uit in een krampachtig geschrei.
+
+Thuis werd Sprotje in de bedstee gelegd; zij wisten niet of zij
+opnieuw in zwijm was gevallen, dan wel of ze sliep, en zoo bleef het
+den middag door.
+
+'s Avonds kwam zij stilletjes aan wat bij en kon het noodige aan
+Ant zeggen, die haar kleeren zou halen. "En de komplementen an de
+Juffrouw", zei ze gelaten.
+
+Juffrouw Jonkers gaf twee chocoladetabletjes mee, die al in huis
+waren geweest voor den Sinterklaas....
+
+Maar de drie vrouwen, dien avond, konden haar ergernis niet inhouden
+over de vondst van het halfvuile mutsje in den bundel goed.
+
+"Zoo'n nest!" schold Sien, terwijl zij, de hoofden onder de keukenlamp,
+het plukje tule, verfomfaaid al uit het pak gekomen, nog verder
+beduimelden. Zij doorzochten haar zakken, vonden het sleuteltje van
+de spaardoos.... een gulden zoowat was er te weinig.. wanneer had ze
+'m dat geleverd....? En de moeder aan 't lamenteeren:--had ze nou
+niet elke week zes, zeven stukken gewasschen voor dat kind?.. had
+ze de zeep en de brand er zelfs maar voor teruggekregen? maar mutsen
+koopen, dat kon zoo'n blaag!
+
+"'t Het er altijd ingezete, hè?" zei Sien,--"die twee gulden toen,
+van Hein...."
+
+Zij spraken zachtjes, omdat het een zieke gold.
+
+Het kind, half sluimerend en half duizelig-wakker in haar bedstee,
+hoorde vaag en onontroerd, dat er over haar mutsje werd gepraat; zij
+dacht aan het tweede, dat zij juist van plan was geweest zich dezer
+dagen te koopen; zij dacht er aan zonder vreugde en zonder berouw.
+
+En een week lang kwam Sprotje niet van bed. De moeder, bezorgder in
+haar hart dan zij blijken liet, kocht iederen morgen, van wat er
+nog in de spaardoos was, voor zes centen paardenrookvleesch, dat
+het kind niet dan met den grootsten weerzin doorkrijgen kon. Zij
+was zoo zwak, dat zij uren aan één stuk kon liggen met open oogen,
+zonder een beweging en zonder een geluid.
+
+"Nee"...., zei vrouw Plas, in een mistroostige fataalheid, "dienen
+het ook al geen zin...."
+
+Eerst in de tweede week was Sprotje zoover bijgekomen, dat zij met
+haar moeder naar het dokters-spreekuur kon gaan.
+
+Nog bleeker en schrieler dan de vorige malen, maar daardoor
+raarder ook met haar kleine bovenlijf en de te ver van den grond
+gaande gestijfselde japon, stond zij op het cocostapijt achter de
+schrijftafel; de moeder, schuwer eveneens, stond naast de deur.
+
+Weinig maar vroeg de dokter; hij vroeg het, met in den ondertoon van
+zijn stem de humeurigheid van voor een geval te staan, waaraan tòch
+weinig te doen bleek.
+
+--Duizelig, zoo?.... geen eetlust.... pijn in den rug.... ja,
+de gewone klachten.... Was ze ook werkelijk flauw gevallen? Goed
+uitrusten hè?.. goede voeding....
+
+De moeder voelde dien lichtelijk onwilligen toon als een beschuldiging
+tegen haar, en zij zei wrevelig:
+
+"Ja, as er alleen rijk volk op de wereld woonde, zouen de zieken het
+beter hebben."
+
+"Je kwam zeker alleen 's avonds de deur uit?" vroeg de dokter aan
+het kind.
+
+"'k Hoefde 's avonds nooit uit," antwoordde die kortaf.
+
+"Dee je dan 's middags de boodschappen?"
+
+"'k Hoefde geen boodschappen te doen.... die deeën ze zelf."
+
+"En waarom deden ze die zelf?"
+
+"Ik denk, omdat de Juffrouw mijn nie misse kon."
+
+"Je was er toch den heelen dag?"
+
+"Ja," zei Sprotje.
+
+"Was er dan den heelen dag wat te werken?"
+
+"Altijd genoeg," zei het kind.
+
+De dokter had een gebaar, dat Sprotje niet verstond.
+
+"Dus kwam ze eigenlijk nooit buiten?" vroeg hij nog eens, nu
+rechtstreeks aan de moeder.
+
+Die trok mismoedig de schouders op.
+
+"'k Zou je raden, vrouw Plas," zei de dokter, "zoek een dienstje voor
+'r van tusschen twaalf en tweeën naar huis, of iets bij kinderen. Ze
+moet de frissche lucht hebben.... ze is bloedarm, begrijp je.... en
+wat achterlijk hè?.... hoe oud ben je nu al?"....
+
+"Veertien".... zei Sprotje beschaamd.
+
+De moeder vroeg nog over het hoesten, maar de dokter knikte van nee,
+onderzoeken was niet noodig. Dan schreef hij twee receptjes, een voor
+pillen, een voor een drank; hij keek ook in zijn groote boek, maar alle
+plaatsen voor melk waren bezet. Als ze over een veertien dagen zich
+nog eens wou aanmelden, misschien was er dan iets open gekomen.... Ze
+moest ondertusschen maar zoo goed eten als zij kon, thuis....
+
+En zoo, zonder eenig verder uitzicht op iets beters, gingen de moeder
+en het kind weer heen.
+
+Dienzelfden avond kwam voor de tweede maal Coba van juffrouw Jonkers
+om te vragen, hoe het met Marie was; ze vroeg ook, wanneer of Marie
+terug kon komen...--moe was voorloopig wel zoowat geholpen, maar lang
+kon ze 't toch niet meer zonder een vast meisje stellen....
+
+Sprotje schrok. "'k Zal wel gauw weer beter zijn," zei ze heet.
+
+Maar de moeder, verdrietig, en stug tegen Coba, kwam er tusschen:
+geen sprake van, dat Merie de eerste weken beter was; als de Juffrouw
+niet langer wachten kon, most de Juffrouw maar naar een ander meissie
+uitzien; haar kind was heelemaal afgewerkt; al die weken was ze bijna
+de deur niet uitgekommen, tot 's avonds laat had ze motten sjouwen,
+dat was geen dienen, dat was afjakkeren....
+
+Sprotje wou iets zeggen; toen begon ze opeens hartstochtelijk
+te huilen; zij wist niet, waarom zij haar moeder, die haar toch
+verdedigde, zoo brandend haatte in die oogenblikken.
+
+Coba stond schril op; het schreien stond ook haar nader dan het
+lachen en zij zag vuurrood "'k Zal 't moe zeggen," bracht ze uit,
+en zonder groeten ging ze heen.
+
+Dien nacht droomde Sprotje van klein Wilmpje; hij zat in zijn
+tafelstoel en speelde met een looden kopje en melkkannetje
+van drie centen, dat Sprotje hem eens meegebracht had op een
+Zondagmorgen.... Zij zag zijn dikke witte handje, dat deed of het
+inschonk.
+
+"Toppe toffe.... toppe toffe," hoorde ze luid zijn stemmetje roepen;
+daarvan werd ze wakker, en ze lag lang te staren in de donkere
+bedstee, met een oneindige, weeke, kwellende gloed in haar hartje en
+de brandende tranen tusschen haar wimpers.
+
+En nóg eenmaal herbegonnen voor Sprotje de oude dagen van leven en
+werken thuis. In den morgen, alleen in hun keuken en kamertje, hield
+zij het gerei schoon en schrobde en boende zooveel als haar krachten
+het toelieten. 's Middags in den grooten paardenharen leunstoel aan het
+kamerraam en 's avonds onder de keukenlamp, boog zich haar pijnlijk
+ruggetje boven de stukken goed, die haar moeder, om te verstellen,
+uit de werkhuizen meebracht. Voor het zware gordijnen-naaien alleen
+was ze nog te zwak en naar de Hanekamp ging ze ook niet meer; daar was,
+sinds de geboorte van het zevende kind, een volle meid bijgekomen.
+
+Op een mooien middag liep zij wel eens het Dijkje af tot den oliemolen
+en weer terug, maar dat ongewone wandelen vermoeide haar zoo, dat
+het bij een paar malen bleef.
+
+En naarmate de weken vloden, werd in het hoofd van het kind
+dat tijdsbrok van haar twee maanden "dienen" meer en meer iets
+onwezenlijks, iets dat niet met háár gebeurd scheen, en iets van een
+angstig-heldere werkelijkheid tevens. Vaak doorleefde zij in enkele
+oogenblikken gansche uren en dagen van werken in die kamers en in dat
+keukentje, met een zoo pijnlijke duidelijkheid, dat zij plotseling
+heel de uitputting van toen zich voelde zinken in beenen en rug. Zij
+hoorde weer fel de harde woorden, die haar moeder tot Coba had gezegd,
+den avond dat die voor de tweede maal naar haar was komen vragen, en
+zij voelde geen liefde meer voor juffrouw Jonkers, maar ook geen haat,
+evenmin als zij iets voelde voor haar moeder of voor haar zusters;
+haar gevoel scheen afgestompt en zij herleefde alleen maar in haar
+herinneringen de lichamelijke kwelling: het zwoegen en bijna niet meer
+kunnen, eerst op 't fabriek, en toen in haar dienst. Zij wist door de
+vriendin van Ant, dat er bij Jonkers een andere meid was; het liet haar
+onverschillig; zij verlangde nu zelfs niet naar Wilmpje. Alleen was
+zij zeer vreesachtig iemand uit het huishouden van meester Jonkers te
+zullen tegenkomen; zij schaamde zich over wat haar moeder gezegd had,
+en het maakte haar onrustig, alsof het een strafbaar iets was geweest.
+
+Doch eens op een nacht droomde Sprotje weer van juffrouw Jonkers:
+de Juffrouw, rood-beschenen door de lampekap, zat tegenover haar aan
+tafel; zij zag erg moe, maar lachte toch vriendelijk en Sprotje was
+zoo gelukkig! een heerlijke innigheid overstroomde haar; en Wilmpje
+zat naast juffrouw Jonkers, want het was overdag en toch brandde de
+lamp en zijzelf stond aan de tafel. Zij had een nieuwe muts op en
+Wilmpje stak zijn handje naar de keelbanden uit; zijn oogen lachten
+en zijn open mondje was heelemaal vochtig; toen gaf zij opeens hem
+een zoen daarop; zij voelde de weeke zoelte tegen haar lippen;
+zij keek op: meester Jonkers stond in de waranda, maar het was
+meester Jonkers niet; hij lachte schril en kwam een stap naderbij;
+Sprotjes hart verstijfde van schrik; zij wou gillen, maar haar keel
+was toegeschroefd! De roodharige man greep naar juffrouw Jonkers,
+en benauwd schreeuwend werd Sprotje wakker.
+
+Toen wist zij opeens, in dat zwarte nachtuur, hoe innig zij van
+juffrouw Jonkers hield; en zachte Wilmpje had zij lief zoo vreeselijk
+diep en teêr, dat zij schreide, schreide met haar hoofd in het kussen
+om haar moeder niet te wekken, en daarna gezwollen en heet wakker
+lag tot den morgen, met die eene onheelbare schrijning, dat dit hevig
+geliefde onbereikbaar was en verloren voor altijd.
+
+Den volgenden morgen kon zij de wreede en dierbare gevoelens van dien
+nacht niet meer geheel terughalen, en in de dagen daarna vervaagde het
+alles al meer; doch een zachte, sterke genegenheid, die geen wanhoop
+gaf maar gelukkigheid, was toch achtergebleven, en zij voelde, dat
+zij die haar leven door niet meer verliezen zou.
+
+Toen in Februari de eerste milde dagen kwamen; en die aanhielden, en
+iedereen riep, dat het nu al voorjaar scheen, toen begon ook Sprotje
+zienderoogen op te fleuren; haar bewegingen werden minder vermoeid
+en haar grauwe gezichtje kreeg een gezonder tint. Zij sprak ervan
+om weer naar de catechesatie te gaan, aarzelde alleen omdat de oude
+domeni haar wel vergeten scheen en al de weken, dat zij verzuimde,
+niet eens eenmaal naar haar was komen vragen; dat had Sprotjes hart
+wel wat afgetrokken van den domeni en de catechesatie en zoo ging
+zij ten slotte dan ook niet.
+
+Het was overigens geen vroolijke tijd bij hen thuis; Ant, die al naar
+de vijfentwintig liep, had voor het eerst van haar leven een soort
+verkeering, een vrijerij van niet-en-graag, zooals de moeder zei,
+met een beurtschipper op Duitschland, die elke twee weken één dag
+daar aan den wal lag, dien dag uit hun keuken niet was weg te slaan
+en de verdere veertien dagen niets van zich hooren liet. Die vrijage
+zonder houvast maakte Ant humeurig, wat ze nooit geweest was; en met
+Sien stond het al niet beter gesteld.
+
+--Als ze 'r nog langer aan 'r kop kakelden, verklaarde die met een
+gezicht, dat niet mak was, dan kon die heele jongen van Bertels met
+zijn duiten en zijn ouders en al naar de maan loopen. De eene week
+gaf zij al haar geld aan een strik of een veer uit en de andere liep
+zij met haar neus in den wind en verkoos alleen haar oudste spullen
+te dragen.
+
+De lange middagen, en nu vaak de avonden ook, alleen samen thuis,
+bespraken de moeder en Marietje dit alles breedvoerig en met veel
+beklag; de moeder vond het een uitkomst, die steun van het kind;
+want Ant ging haar ontvallen, dat voelde ze wel.
+
+--'t Was maar goed, zei ze eens, dat Merie nog bijtijds uit die
+jakkerderij van Jonkers was weggekomen. Maar daar kwam Sprotje hevig
+tegen op:
+
+--Jakkerderij? 't fabiek waar ze haar heen gestuurd hadden, dat was
+een jakkerderij, en juffrouw Jonkers, die was vrij wat meer bedot
+geweest dan zullie.... als je zoo'n zwak kind in je dienst kreeg....
+
+Zij was niet meer naar den dokter gegaan om een briefje voor melk,
+maar als een troostrijke vastheid was, die dagen door, in haar hoofd
+de uitspraak, dat ze een dienst moest hebben van tusschen twaalf en
+tweeën naar huis....
+
+Maart bracht opnieuw gure dagen van drogen Oostenwind, die het kind
+deed hoesten en haar een stuk achteruit zette. Maar in April was
+het zomer.
+
+--Haar ongeluk was geweest, redeneerde Sprotje bij zichzelf, dat
+zij met den winter was beginnen te dienen.... dienen was 's winters
+zooveel zwaarder.... de kachels iederen morgen, en het kolen-scheppen,
+en de kou in de keuken, en de kou in bed.... het huis, dat zooveel
+stoffiger was van 't stoken, en je verkleumde vingers, waarmee je
+niet vorderen kon.... In het voorjaar, met de mooie dagen, dàn zou
+het goed gaan, en dan was je tegen den winter gewend....
+
+--In Mei, toen ze van de naaischool kwam, had ze dadelijk een
+dienst moeten krijgen, ze had zich niet eerst ziek moeten beulen bij
+Hoogeboom.... Dat ze dàt thuis gewild hadden, bleef als een zwarte
+wrok nabroeien in haar hart.
+
+Maar nu was het voorjaar gekomen.
+
+De meidoornhaag om de Hanekamp stond dichtgegroeid van al het jonge
+groen en de lijnbaan wemelde van zonnige schaduw, zoo barstten reeds
+de kastanjes in blad. Tot aan den verren trein-dijk, en linksaf nog
+verder en wijder naar den horizont van mistig blauw, lagen de weiden,
+één eindelooze, effene en diepe groenheid zonder bloemen nog of
+vlekken van grazend vee.
+
+De wind was luw en geurig en bracht de vol-zoete reuk mee van
+muurbloemen, die ergens in de buurt in bloei moesten staan. Soms stak
+reeds de zon.
+
+Sprotje was van een geheimzinnige afgetrokkenheid vaak; zij kon
+tijden droomerig tegen het achterhekje van hun kleine erf staan
+aangeleund en maar vaag in de verte turen, oogen naar de wollige
+wolkjes, die van een treingang, heel wit in 't wazige lenteblauw,
+waren achtergebleven, of kijken zonder te zien naar het komen en gaan
+van den grauw-geboezelaarden touwslager langs de deinende lijnen,
+die glommen als gouden draden in de zon.... als soms plotseling
+zijn schrille fluitdeun over het land kwam gestooten, of als in de
+timmerwerf daar naast-aan, van tusschen de stapelingen blanke planken,
+een snerpende zaag te knarsen aanving, dan schrok zij wakker, streek
+zich duizelig met de klamme hand over de oogen.
+
+Andere dagen weer had zij buien van groote werklust en bedrijvigheid.
+
+"Zou je nou zeggen," kwam dan wel de moeder ongeloovig, "dat dat kind
+iets mankeert?"
+
+Sprotje kreeg het vermoeden, dat zij beraadslaagden haar naar een
+naaiwinkel te doen. 'r Moeder dreef, dat zij vaker de juffrouw van
+twee deuren verderop zou gaan helpen.. Ze kon ook wel eens een steekje
+leggen, zonder dat er iets mee te verdienen viel.... je leerde er toch
+altoos wat....; en Ant praatte over het zusje van Gerritje en over de
+nicht van Eiltje, die bij juffrouw Gerrevink in de Koorsteeg waren....
+
+Het kind had aanstonds een vaststaand beeld in haar hoofd gehad van
+zoo een naaiwinkel, en dat beeld was haar iets van enkel afschrik
+en angstigheid: een naaiwinkel, dat was haar naaischool van vroeger,
+met grooter, treiterachtiger meiden en kwajer juffrouwen, die je niet
+meer leerden, maar waarvoor je verdienen most.
+
+Een weerzin toonde zij plots tegen de gezellige uurtjes en tegen
+elk vertrouwelijk gesprek met haar moeder; van haar geïnde stuivers
+hield zij, zoo vaak zij de kans schoon zag, een paar centen achter
+en zij kocht heimelijk nog twee schorten, naaide die in de alleenige
+morgenuren, verstopte ze dan in de commode-lâ.
+
+Zij had een hoofd vol kleine listen en gluiperige berekeningen.
+
+En in het midden van Mei, op een avond onder het boterham-eten,
+juist als de eerste maal, zei Sprotje plotseling, maar bits nu,
+en met een vijandigen blik de tafel rond, dat ze "een dienst had,"
+en trotsch er nog achteraan: "bij 'n Mevrouw."
+
+Ze zei niet in hoeveel diensten wel, die laatste weken, zij zich
+tevergeefs had aangemeld.
+
+En dien avond ging vrouw Plas naar den Waterveldschen weg, waar op
+nummer 27 de Mevrouw woonde, Verscheer of Verschoor, dat wist ze niet
+meer, met nog een naam erbij,--om te praten over het in dienst komen
+van haar meissie.
+
+--Gek...., dacht zij onder het gaan,--daar liep ze nou weer als in
+'t najaar naar meester Jonkers.... en wat of dit nu geven zou? Zij
+voelde de pijnlijkheid van het doellooze en ging met wel goeden wil
+maar zonder verwachtingen.
+
+Zij werd in een klein vertrekje gelaten--of ze maar even in de
+spreekkamer wou komen--maar zij zag dadelijk dat de menschen daar
+huisden. Zij kreeg geen stoel.
+
+De Mevrouw was groot en zeer zwaar gebouwd; zij had een bloedrijk
+en gebruind gelaat, met een forschen rechten neus en troebel-bruine,
+ontwijkende oogen; boven het wantrouwende voorhoofd bolde een dikke,
+witte kuif, die jeugdig stond. Zij vroeg zenuwachtig veel, op een
+heerschzuchtigen toon, maar met meestal afgewende en overal elders
+bezige blikken, en ze hield een sleutelbos in de hand.
+
+--Dus Marie had al gediend?.... Jonkers.... een meester....? ja, die
+kende zij niet.... Of ze een kamer kon doen?.... wat eten koken?.... ze
+bedoelde, eens naar de pot kijken, als zijzelf uit moest.... Enfin,
+dat zou ook wel leeren, als ze maar van aanpakken was.... was ze dat
+wel?.... kon ze lampen schoon houden?.... bedden opmaken?.... had ze
+katoenen japonnen?.... witte schorten?....
+
+Vrouw Plas scheen verwonderd, gaf korte, onwillige antwoorden.
+
+--'s Zondagsmiddags moest ze ook komen, om de visites in en
+uit te laten.... dat kon niet anders geregeld worden.... was ze
+gezeggelijk?.... niet brutaal?.... droeg ze mutsjes?....
+
+De moeder knikte vaag en vreemd bevangen van ja. Ze herinnerde zich
+het vinden van dat mutsje in Merie's spullen, toen die ziek was thuis
+gekomen, "'t Schaap," dacht ze bij zichzelf.
+
+--'t Was toch zeker wel een stil meisje?.... een net meisje?.... een
+dat niet met jongens liep?....
+
+En als de moeder met een lach de schouders optrok:
+
+"Ik vraag het maar," zei de Mevrouw, "je ziet dat zooveel
+tegenwoordig.... ik heb dit meisje er niet op aangezien.... mijn
+dochter heeft haar het langst gesproken.."
+
+Vrouw Plas begreep niet, hoe je dat kind van haar er lang op zou
+moeten aanzien, om te weten of ze al dan niet met jongens liep.... 't
+Wás toch ook om te lachen....
+
+Maar de drukke stem praatte al weer door:--met hun tweeën woonden
+ze, haar dochter en zij.... haar dochter was aan de post.... zooals
+haar overleden man.... die was postdirecteur geweest.... En of Marie
+strijken kon?.... eens een stukje goed verstellen, als dat zoo voor
+kwam?....
+
+Vrouw Plas keek al stugger, gebaarde stilzwijgend.
+
+Dan dempte de Mevrouw haar dravende stem, zei op beteekenisvollen toon,
+of 't haar lijfspreuken waren, wat zij vond, dat een goed dienstmeisje
+toekwam, en wat zij daaromtrent háár plichten dacht. Ze had vroeger een
+meid acht jaar gehad, en een vijf.... dat was geweest toen "menheer"
+nog leefde....
+
+Maar vrouw Plas liet zich niet vangen.--Verdraaid, as dat mensch
+niet uit den Oost kwam, en die kon je nooit vertrouwen.... Ze vroeg,
+zoo kortaf dat het brutaal klonk:
+
+"Wat kan m'n meissie hier verdienen?"
+
+"Veertien stuivers en tweemaal boterhammen," zei de Mevrouw, resoluut,
+over een innerlijke onzekerheid heen.
+
+En toen de moeder besluiteloos, maar heel stuursch keek:
+
+"'t Is om te beginnen natuurlijk."
+
+"Merie het al twaalf stuivers en de volle kost gehad om te beginnen,"
+zei vrouw Plas.
+
+"Dan zal ze 't in die dienst ook wel niet lang gemaakt hebben,"
+beet de Mevrouw terug. "Een kind, dat je eerder elf dan veertien
+zou geven," zei ze nog beleedigd. Den sleutelbos, dien ze al dien
+tijd in de hand had gehad, lei ze met een kwade rinkeling neer, nam
+'m met de andere hand weer op. "Is ze wel gezond?"
+
+Toen kwam er een weifeling door de duistere oogen der moeder
+gevaren. Zij gevoelde zich als op haar wondbare plek plots gestoken.
+
+--Dáár hadt je 't weer!--dacht ze fataal.
+
+Maar in instinctmatige zelfverdediging antwoordde zij kalm en beslist:
+
+"'n Taai gestel, zeit de dokter."
+
+Een verderen uitleg gaf zij niet.
+
+"Zoo...." kwam de Mevrouw, schijnbaar nadenkend.
+
+--Nu, ze konden het dan eens probeeren.
+
+En op haar lijfspreukelijken toon, wier nerveuse heftigheid de moeder
+tot tegenspraak prikkelde en die haar toch overblufte ook, zei de
+Mevrouw nog een aantal dingen: dat de goede dienstmeisjes tegenwoordig
+dun gezaaid waren, maar de goede diensten al evenzoo.... en dat zij
+nooit van veranderen had gehouden.... en dat alle arbeid zijn loon
+waardig was, doch dat de mindere man tegenwoordig wel van "rechten"
+wist te praten maar van "plichten" niet hooren wilde....
+
+Toen vrouw Plas opvallend gehaast dan weg ging, knikte de Mevrouw,
+verschrikt en mistrouwig, haar een schril goeden avond toe.
+
+--Nou, zei Ant den volgenden middag,--die dienst, waar Merie nou kwam,
+dat most er een wezen van dertien in een dozijn en drie op den koop
+toe!.... Geen fabrieksmeid, of die had wel een nichie of een vriendin,
+die dáár weggeloopen was....
+
+"Tja...." zuchtte de moeder.
+
+"Merie wil het zelf....," zei ze een oogenblik later.
+
+"Mót ze vast werk hebben of mot ze het niet?" vroeg zij nog weer,
+als in 'n grooten onvree met zichzelf.
+
+Ant aarzelde even. "Ja, 't zal wel motten," zei die dan beslist,
+"en ze is er ook niet an getrouwd!"
+
+Toen zuchtte de vrouw nog eenmaal en trok in een berustende
+ontmoedigdheid de schouders op.
+
+En des Maandagsmorgens, om even voor achten, stond Marie Plas op
+het kleine bordes-stoepje van No. _27a_, het bovenhuis aan den
+Waterveldschen weg, waar Mevrouw Verscheer ter Gouwe woonde.
+
+Zij zag er in de puntjes proper uit, brandschoone schort, glanzig
+mutsje, en zij had een warm hoofdje vol zelfbemoedigingen en vol
+goede voornemens.
+
+Maar van den eersten dag af, dat Sprotje in dezen dienst kwam, had
+ze een weerzin tegen de menschen en een weerzin tegen het huis.
+
+Mevrouw liet haar, om te beginnen, het salon bijschuieren, een
+salon, dat vol mooie meubelen stond; toen het klaar was, moesten alle
+gordijnen weer dubbel dicht, want grijsblauw was zoo'n "onvaste kleur"
+en de voorjaarszon "trok zoo uit"....
+
+--Als er iemand belde, die boven gelaten moest worden, zoo gaf
+Mevrouw nog nadere verklaring, dan ging zijzelf wel gauw licht
+maken.... Daarna kwam Sprotje in een slaapkamer, die armoedig leek,
+en in het kleine huiskamertje moest zij stukken oud karpetgoed leggen,
+om het halfsleetsche vloerkleed nog wat te sparen. Sprotje, elke
+maal dat zij daarna iets binnen bracht, achtervolgd door schichtige
+"pas op's" van Mevrouw, stond duizend angsten uit, te struikelen over
+de opschoffelende bobbels en de omkrullende, rafelende randen. De
+looper op de trappen mocht alleen liggen tusschen twee en vieren,
+als er visite kon worden verwacht.
+
+Sprotje vond het wel deftig, dat zij nu bij een heusche Mevrouw diende,
+maar zij had dadelijk al een vaag-sterk vermoeden, dat het bij die
+Mevrouw eigenlijk heelemaal niet deftig wás.
+
+Mevrouw liep 's morgens in oude mooie-japonnen met veel slijtages
+en vlekken en glimmingen van vet; des middags zat zij een paar uur
+in kraak-nieuwe zijden blouses op haar balcon, maar bij regenweer
+verkleedde zij zich niet, en Sprotje moest zeggen, als er bezoek kwam,
+dat Mevrouw uit was.
+
+Mevrouw praatte veel over den rijkdom van haar salon. Dure meubelen
+waren het, alles ebbenhout en gebrocheerd satijn.... de fluweelen
+gordijnen alleen hadden honderd gulden gekost en er stonden porceleinen
+bordjes in den bonheur, die hun gewicht aan goud waard waren.
+
+Nee, dat begreep Sprotje wel, het was in dezen dienst zeker niet
+rijker en royaler dan bij meester Jonkers, en zij verwonderde zich
+waarom zij daar wel en hier niet tevreden was met de twee pillen van
+boterhammen voor avondeten en ontbijt.
+
+Ze was bang voor Mevrouw; zij voelde dadelijk iets van onredelijkheid
+en wantrouwen en grillig humeur. Ze was ook bang voor de juffrouw, die
+koeltjes vriendelijk deed en ziekelijk bleek te wezen. Doch het waren
+bangheden, die haar niet gedwee maakten, maar kregelig en malcontent.
+
+Mevrouw zei: "doe nou eens éven dit.... doe nou eens gáuw even dat,"
+en dan waren het soms karweien, waar zij een uur lang de handen aan
+vol had.
+
+Mevrouw had een opvallend heimelijke manier om vlak voor Sprotjes
+oogen zakjes weg te sluiten en schaaltjes mee te pakken, alsof er van
+alles zou genomen worden en gesnoept, en Sprotje kon geen boodschap
+doen of er was navraag en uitrekening, waarin duidelijk de argwaan
+lag van bedot te worden.
+
+Met een zot grijnsje over zichzelf dacht het kind nu vaak aan de
+voorstelling, die zij zich eens gemaakt had van haar leven in een
+dienst: bij stille, goede menschen wonen, en daar alles zoo proper en
+ordelijk houden als 't maar mogelijk was, menschen die haar vriendelijk
+zouden binnenroepen en vragen of ze dit eens doen kon en dat.... En
+dan 's avonds knus zitten in een keurig keukentje, waar alles zou
+glimmen van 't zeepsop en het schuurzand en de poetspommade!
+
+Hier, werd zij beknibbeld op een klontje soda en op een heiboendertje
+van anderhalven cent. Mevrouw sneed de vuurmakers half door en
+zij mocht toch maar twee stukjes gebruiken om 't fornuis aan te
+leggen. Mevrouw stal de kluitjes groene zeep uit den keukenpot,
+spaarde die op in de provisie-kast,--en zij moest met haar half pondje
+toch de week rond komen.--Veel zeep gebruiken was lui zijn, beweerde
+Mevrouw bij haar neus weg... zij moest er maar de botten opzetten,
+als zij boende,... ze hoefde niet bang te zijn, dat zij het hout pijn
+zou doen.... een zweetje moest er afgehaald, dat was gezond....
+
+Mevrouw vergat nooit op de klok te kijken voor ze om een boodschap
+ging: ze moest de beenen maar onder den arm nemen, want ze was me
+een hardloopertje van luie kees....
+
+"Lak met ouwels," zei Mevrouw gebelgd, als Sprotje volhield,
+dat het buiten nog geen acht uur had geslagen en de wekker kwart
+óver wees.... een tijdje later hoorde zij stiekem morrelen aan het
+werk. En op drukke dagen, als bij 't komen de tijd overeen kwam,
+en zij ging precies op haar tijd weg, dan was zij nauwelijks om den
+hoek van den Waterveldschen weg, bij 't Plantsoen, of de kerktoren
+sloeg half een....
+
+Moest zij eens iets doen, wat zij nog nooit gedaan had of wat bizonder
+moeilijk was, dan keek Mevrouw haar spottend op de vingers en zei
+iets dat Sprotje niet begreep: "daar gaat een bok aan 't glazenmaken."
+
+En toen zij eens, zenuwachtig van 't gejachte werk, zich diep in
+den vinger jaapte, vroeg Mevrouw: of er dan geen plaatsje naast was
+geweest?--en zij werd boos, toen Sprotje wat lang bezig bleef aan de
+pomp met uitwasschen en een doekje omwinden....
+
+"Jij zal ook in geen twee slooten tegelijk loopen," zei ze....
+
+En de tweede week al begonnen de strubbelingen.
+
+Op een morgen kwam Marie zonder mutsje.
+
+"Waar is je muts?" vroeg dadelijk Mevrouw.
+
+"Die zal me moeder wasschen," zei het kind.
+
+"Hei je dan maar één muts?" vroeg Mevrouw hatelijk.
+
+"Ja," zei het kind.
+
+Om twaalf uur kreeg Marie de boodschap mee, dat Mevrouw voor deze
+maal een week loon zou vooruit betalen en dat er dadelijk een tweede
+mutsje moest gekocht worden, en dat er iedere week een schoon behoorde
+te zijn....
+
+Om twee uur kwam Marie met de boodschap terug, dat voor deze maal het
+heele loon voor een mutsje mocht worden gebruikt, maar dat ze anders
+vast iedere week tien stuivers voor het middageten moest laten staan,
+en dat moeder vond, dat er op veertien stuivers loon zeker niet iedere
+week een muts wasschen kon overschieten....
+
+"Onhebbelijk volk!" zei Mevrouw, van terzijde.
+
+Met een booswillig hart had Sprotje thuis het bescheid van haar moeder
+gehoord: natuurlijk gunden ze haar het plezier van dat mutsje weer
+niet.... maar met een nog booswilliger hart bracht zij woordelijk het
+bescheid bij haar Mevrouw over; zij begreep, dat tegenover Mevrouw
+haar moeder gelijk had.
+
+Voor het eerst van haar leven was Sprotje zich bewust brutaal te zijn
+geweest, en zij vond er een genoegen in, het geweest te zijn.
+
+Toen de tweede Vrijdag in dezen dienst aanbrak, zei ze met een
+geniepig-stil stemmetje: as dat ze van middag maar tot drie uur zou
+kenne blijve, want as dat ze naar de catechesatie most....
+
+Achter een hoestgeluid en de hand voor den mond verborg zij een
+lachsperrinkje--Tjee! wat zou er nou komme....
+
+Mevrouw was geschrokken.... Mevrouw keek
+nijdig.... Catechisatie?.... was dat bij het in dienst komen
+bedongen?.... en ze wist toch dat er vanmiddag bezoek kwam? Mevrouw
+keek ook achterdochtig. Sprotje voelde dat ze dacht: "Lak met ouwels,
+catechisatie.... langs de straat dweilen met andere doenieten van
+meiden!"
+
+Maar toen Mevrouw hoorde dat Marie Luthersch was, trok haar gezicht
+plotseling besluiteloos; zij had goede kennissen, die Luthersch waren,
+ze wou daarbij niet in een slechten dunk komen....
+
+En met een verongelijkt en schril gezicht zei ze iets, dat als een
+dreigement was en een toestemming tegelijk.
+
+Achter in de kleine, witgekalkte consistoriekamer, met zijn twee
+hooge boogramen half-weg tusschen de bijgetrokken groen-saaien
+gordijnen--in dien rustigen schemer van groen en wit, zat Sprotje
+naast de laatstgekomene meisjes en keek rond. Ze was wel heel moe, ze
+kon het al leelijk voelen, dat ze weer twee weken gediend had en ze
+was wel wat bang ook, dat domeni haar zoo meteen opmerken zou, want
+ze kende haar vragen niet...... maar het meisje naast haar vertelde,
+dat domeni ook zes weken ziek was geweest en dat ze verleden week voor
+het eerst weer niet naar huis werden gestuurd.... er waren toen maar
+vier meisjes geweest..... Later in het uur zat Sprotje zoo maar stil
+te soezen; 't was zoo vertrouwd en zoo prettig daar weer te wezen,
+en vooral ook had zij de verkneukelende voldoening, dat zij hier nu
+lekker rustte, en dat haar Mevrouw zelf de deur kon opentrekken en
+naar den pot moest kijken.
+
+Maar den volgenden Vrijdag was Sprotje zoo àf, dat ze om drie uur
+regelrecht naar huis ging en in den leunstoel in slaap viel.
+
+
+
+Iederen middag om twaalf uur sjouwde Sprotje van den Waterveldschen weg
+naar het Dijkje, een kwartier gaans, en om kwart voor tweeën sjouwde
+zij weer terug van het Dijkje naar den Waterveldschen weg. Zij moest
+een lange, schaduwlooze straat door, waar zij op warme dagen het
+soms te kwaad kreeg van de hitte; en bij regenweer slierden haar de
+sluike katoenen kleeren zoo vermoeiend om de beenen, dat zij twee,
+driemaal stil moest staan om uit te blazen; haar armen waren altijd zoo
+pijnlijk loom van het werk, dat zij al moeite had het oude regenscherm
+te torsen; de vrije hand verslapte vaak in 't ophouden van de klamme
+kleerenvracht. In den aanvang van de week liep zij soms al met een
+breeden modderrand aan haar rok; eerst waschte zij die 's avonds nog
+uit; later was zij zoo overmoe, dat zij er enkel maar verdriet van had,
+zonder moed meer tot alweer nieuwe moeite.
+
+Mevrouw, zelf in haar schunnige huisplunje, keek het kind met
+hatelijk-afkeurende blikken aan.--_Zij_ kon uit zuinigheid nog wel
+eens een oud stuk afdragen, maar het dienstmeisje moest de menschen
+onder de oogen komen, die moest open doen, moest de straat op, die
+kon niet anders dan er behoorlijk uitzien, om haar dienst niet in
+opspraak te brengen. Soms ook snufte Mevrouw, alsof zij iets vies'
+rook..... Sprotje kende zelf wel de weeïge lucht, die zij vaak bij
+zich had, en waar zij niets aan doen kon.
+
+Sprotje dacht aan de kleeren, die Mevrouw boven in de kast had hangen;
+een grijze zijden blouse wist ze, en een zwarte zijden met paarse
+biesjes, en een blauwe ruit, en een bruine japon met fluweelen stukken
+erin; zij dacht ook aan de ééne katoenen jurk, die nu bij haar moeder
+in de waschkuip het vuil stond uit te weeken van zes lange dagen
+werk, en aan de andere, die van de naaischool, die nu al zoo dun was
+geworden, dat zij 's Zondags wel een uur bezig was 'm op te lappen,
+als ze 'm aan moest.
+
+Sprotje begon wereldwijs te worden. Als ze op straat mooi gekleede
+Mevrouwen zag, kwam het bij haar op, hoe die er thuis wel uit zouden
+zien, en wat voor loon die an 'r meissies geven zouen...... Zij
+begreep ook, dat de voordeelige diensten niet weggelegd waren voor
+kinderen als zij.
+
+Toen zij, met een ijlen schrik om haar hart, het eerste brutale
+antwoord van zichzelf had gegeven, volgden er gauw meer. Zij kreeg
+een stiekem gevatheid om van zich af te bijten en zij was zelden in
+een dragelijk humeur.
+
+Maar zij werkte zoo hard zij kon, en haar gezondheid, dien zomer door,
+bleef redelijk goed.
+
+In het najaar zon zij op het vragen van loonsverhooging, maar met
+de eerste November-guurten werd zij ziek en moest tien dagen thuis
+blijven. Mevrouw behielp zich dien tijd met een keertje de werkvrouw en
+het kind mocht blij wezen, dat zij op hetzelfde loon werd teruggenomen.
+
+Bij haar thuis was de dienst in aanzien gestegen; Merie had er zilver
+poetsen geleerd en tafeldekken, als in een deftige betrekking,
+en tweemaal kreeg ze een kwartje fooi van menschen, die er hadden
+koffiegedronken....
+
+En toen kwam de winter, die één lange worsteling werd voor het kind.
+
+Iederen morgen om half acht, in den nacht nog, naar haar dienst,
+iederen avond om vijf uur, als 't al weer duisterde, naar huis; en
+daar tusschen in nog eenmaal de lange gang heen en terug voor het
+bord aardappelen met vet, dat, als zij laat kwam, op het fornuis
+stond aan te bakken.
+
+Het was in die dagen, dat Sprotje haar eerste centen op een boodschap
+stal en dat zij eens, met een gewurgdheid of ze een misdaad beging,
+twee en een halven liter petroleum aan de deur nam en er drie in
+rekening bracht.
+
+Haar schriele lichaam boog in de schouders door; zij was wat langer
+opgeschoten nog, bijna zoo lang geworden als andere meisjes van
+haar jaren, maar bij haar smalte leek ze een slap-lende sladood,
+die sjokte en sloofde bij den weg als een afgejakkerde hond.
+
+Sprotje was nu bijna anderhalf jaar aan het dienen, en haar hang naar
+keurige kleeren was afgestompt in het gedrang der dagen en dagen méér
+werken dan zij kon.
+
+Als zij des Zondagsmiddags, met haar propere spullen aan en met
+"De Vinger Gods" voor zich,--het boek, dat alle meiden van Mevrouw
+Verscheer des Zondags te lezen hadden gekregen, maar door geen nog
+gelezen was--in het kleine keukentje zonder uitzicht de wacht zat te
+houden om eenmaal of tweemaal, of ook wel niet, naar voren te komen
+als er gebeld werd,--dan had zij nog wel een bleeke voldoening zich
+zoo zindelijk te voelen en zelf te zien, dat ze er zoo netjes uitzag;
+maar zoodra 's Maandags, in het gehaaste smerige werk, de eerste
+veeg of vlek die helderheid was komen besmeuren, liet het haar verder
+onverschillig, en zij slonsde de week door, tot zij eindelijk, vies van
+zichzelf, 's avonds vaak schreiende en zonder te bidden in bed kroop.
+
+--Nette meisjes deden 's Zaterdags een schoone japon aan, als 't werk
+was afgeloopen...... zei Mevrouw.
+
+"Mot u er na betale" antwoordde Sprotje bot, en zelfs zonder een
+kleur te krijgen.
+
+Dagen aaneen kon zij gaan naar haar dienst, het werk doen, gaan
+weer naar huis, en nog eenmaal dien rondgang en dan slapen, alles in
+één dompen nevel van een dier, dat doet wat het moet, met enkel het
+vaag-sterke bewustzijn van te moeten doen wat het doet.
+
+Andere dagen weer was zij van een uiterste prikkelbaarheid; thuis zei
+ze leelijke dingen terug tegen Sien, als die haar te na kwam, zei:
+"mispunt" en "stik," en de moeder wist niet, of zij het jammer moest
+vinden, dat het kind zich zoo verhardde, dan wel blij zijn, dat de
+oude teuterigheid wat verloren ging.
+
+Maar er waren ook lichtere uren en middagen in Sprotjes leven, dagen
+van warmer weer, waarop zij genoot van de zon en waarop zij zich,
+als in plotselinge verklaring, weer in woorden bewust werd, dat wat
+ondergrondsch altijd het voedsel was van haar taaie volharding: geduld
+moest zij hebben..... geduld..... als je 't maar lang in een moeilijke
+dienst uithield, kreeg je zelf een goeie naam.... dan moste ze je later
+goeie getuigen geven, en met goeie getuigen alleen kwam je vooruit....
+
+Eens, op een middag in Maart, zag Sprotje plotseling, over het
+Broerekerkplein, Juffrouw Jonkers aankomen met een jongetje in een
+blauw hesje aan de hand, dat klein Wilmpje moest zijn.... Haar hart
+hamerde in diepe zware stooten en zij voelde zich geheel koud worden
+van ontsteltenis en vreugde. En op eens, in een groote verwarring,
+voor zij 't zelf nog wist, was zij een zijstraat ingeslagen, en liep,
+liep, of zij vluchtte..... Toen zij, even later tot bezinning gekomen,
+terug ging, was juffrouw Jonkers niet meer op het plein.
+
+Dien ganschen verderen dag deed zij in een vreemd-ijle opgewondenheid
+het werk, dat zij doen moest; maar 's avonds, al vroeg in de donkere
+bedstede, kon zij niet anders dan maar schreien, bitter en heet....
+
+'t Was of er iets gansch onherstelbaars in haar leven was gebeurd en
+haar hart was vol van een schrijnende genegenheid en een martelend
+berouw.
+
+Wat later in het voorjaar kwam zij Herman tegen; die was weinig
+veranderd, droeg nog zijn bril, maar hij herkende haar niet.
+
+Sinds die twee toevallige ontmoetingen keek Sprot je altijd op straat
+uit; een enkele maal, dat zij niet te moe was, liep zij een eindweegs
+in de richting van de Veenvalkstraat.... eens ging zij tot de Drie
+Alleetjes door en zag daar, zachtjes kuierend en lezend in een boek,
+Christientje loopen, en klein Wilmpje liep naast haar.
+
+Deze maal ging Sprotje niet terug. Toen zij vlak bij het lezende
+meisje en het kind was, zei ze schor: "Dag Wilmpje"...... Wilmpje,
+een baasje al in een matrozenpakje, keek verschrikt, liep ijlings aan
+den anderen kant van zijn zuster en kreeg een kleur van angst. Het
+meisje had alleen, verwonderd, even terug geknikt. En sinds dien
+middag verlangde Sprotje niet langer iemand uit het huis van meester
+Jonkers tegen te komen.
+
+Met de eerste, broeiende zomerdagen begon zij te lijden aan een
+stekende hoofdpijn en aan een voortdurende onrustigheid, die haar veel
+last gaf. Zij wist nu, wat de oorzaak van die bezoekingen was en dat
+troostte haar wel, maar zij voelde het als een schande tegelijkertijd.
+
+En juist in die dagen had zij bizonder goede en vlijtige voornemens;
+zij was ook zeer vroom, kon met grooten aandrang en overgave korte,
+hartstochtelijke gebeden zeggen. Maar zij was vaak zoo kribbig en kort
+aangebonden, dat haar Mevrouw, bang een opmerking te maken, zijdelings
+de schimpscheuten luchtte, die zij toch niet voor zich kon houden.
+
+Sprotje dreigde toen ook herhaaldelijk, in bedekten vorm, met heengaan
+en bracht het zoo tot achttien stuivers in de week.
+
+Dat was een opkijken thuis! "Zoo'n binnenvetje! Zoo'n goocheme
+Gerritje!" Sien gaf haar, tot belooning, een oude regenmantel van
+zichzelf cadeau, die Sprotje nog prachtig vond.
+
+Het was tevens een afscheidscadeau. Sien ging met September bij haar
+moeder vandaan, ging ook van de azijnmakerij af; zij kwam, als hulp,
+in huis bij een tante van de jongen van Bertels,.... daar moest ze
+gefatsoeneerd worden en over een jaar of anderhalf ging ze dan trouwen;
+zoo hadden de aanstaande schoonouders het geregeld, toen zij zagen,
+dat er aan de verkeering niet te tornen viel.
+
+--Sien, die ging nou naar de drilschool, plaagde schamper Ant;--wel
+bekwam het haar!.... of ze later 'r moeder en 'r zusters nog kennen
+zou?.... Ant had een bedekten haat tegen de "hoogheid" waarin Sien
+kwam, en zij was jaloersch bovendien.
+
+Zijzelf scharrelde nog altijd met haar vrachtschipper, praatte veel van
+"wonen aan den wal" en "kampeeren aan boord" en "beurten op Essen en
+Elberfeld;" zij noemde hun voorkamertje de "kombof" of "het roefje,"
+en zei 's avonds dat zij "naar kooi ging" of "onder zeil."
+
+Zoodra Sien was vertrokken, kwam Sprotje boven te slapen, op het nu
+onbezette kermisbed; eerst leek dat haar een heuglijke verandering,
+het vrij komen uit de bedompte bedstee, waarin haar moeder, breed en
+veeleischend in haar zwaren slaap, de grootste ruimte vulde; maar de
+dekens, waaronder Sien had geslapen, zaten als volgeslorpt van den
+zuren azijn-stank, en dat stond het kind nog minder aan.
+
+Het was toen, dat zij thuis begon te spreken van "veranderen;" ze
+wou weer een dienst voor dag en nacht.
+
+De moeder, die den een of den anderen tijd ook Ant bij zich weg trekken
+zag, en die bang was alleen te blijven, trachtte het kind de nieuwe
+plannen uit het hoofd te praten:--ze wist nou dat ze hier een broodje
+had, waarom most ze zich in 't onzekere begeven om er een stukje kaas
+nog bij te halen?
+
+Maar Sprotje keek wantrouwig;--'r brood?.. 'r kaas....? daar zouen
+ze zich zoo druk niet over maken, of er most wel wat anders achter
+steken! Twee, drie avonden in de week trok zij een tijdlang op
+dienst-aanbiedingen uit, zonder ooit te slagen.
+
+Zij had dat najaar een bijna ongunstig voorkomen, iets schrils
+en flodderigs en een sluike jachtigheid, die dadelijk tegen haar
+innamen. Haar gezichtje was nog valer geworden en ook grover van vel;
+de sproetenveegjes aan de bovenwangen kleurden verbleekt-vuil daar
+doorheen, en onder de dunnige wenkbrauwen lagen de grijze oogen als
+dicht bijeen getrokken in een vreesachtige belustheid, die gluiperig
+leek en brutaal. Het armetierigste aan 'r waren nog altijd de haren,
+de schunnige sliertjes, die achter de ooren langs uit het piekerig
+knoetje kwamen geschoten, en de soort poney, die haar in den nek hing.
+
+Als zij des avonds op een dienst was uitgeweest en de afwijzing had
+haar ontmoedigd, dan was zij den volgenden morgen van een schijnheilige
+voorkomendheid tegen haar Mevrouw.
+
+En toen die haar zoo dikwijls handelbaar en onderdanig zag, begon ze
+van haar kant berekeningen te maken.... ze was niet zoo kwaad af met
+dit kind, maar ze gaf vier stuivers meer in de week dan zij aan een
+nieuweling zou doen... ze was ook wel gevleid, dat Marie al anderhalf
+jaar bij hen was, maar haar verjaardag kwam, St. Nicolaas kwam, en
+een meid die je anderhalf jaar had, kon je wel moeilijk minder dan
+een paar witte schorten geven, als ze daar nog tevreden mee waren....
+
+Toen Sprotje tegen den winter nog eenmaal ziek werd, en, zwak
+teruggekomen, eerst niet dan met haperingen haar werk kon verrichten,
+gaf Mevrouw haar de keus: maar liever voor goed weg gaan, of blijven
+tegen zestien stuivers in de week.
+
+Sprotje, die geen keus hàd, koos het laatste. En zoo worstelde zij
+een nieuwen winter door.
+
+Maar met het voorjaar dat dan kwam--ze was toen in November zestien
+geworden--brak ook voor haar schamele lichaam de eindelijke wending ten
+goede aan. 't Leek wel, of ze nog zwakker was geworden, doch ze werd
+ook gezonder. En haar gezichtje veranderde opnieuw van uitdrukking; 't
+werd nog smaller maar ook liever, en het vreemd-schrille en rustelooze
+was voor tijden soms daarvan verdwenen. Haar oogen vooral, de kleine,
+grijze, met de teere wimpers, hadden een schroomvalligen neerblik en
+een opkijken vol zachtheid, en de mond, even vochtig, lag soms fijn
+geplooid in een vagen, droomerigen glimlach.
+
+
+
+Op een zoelen middag in Mei, toen er overal buiten de dwalende geur
+hing van in bloei staande kastanjes en van wuivende seringeboomen,
+liep, zoetjes verstrooid, Sprotje den hoek bij de Hanekamp om, waar
+hun Dijkje was. De zware meidoornhaag rond de uitspanning had hier en
+daar sprenkels van wit en roze-rood gebloesemte, knopsels nog maar,
+doch de hooge iepenboom in den hof was als een dicht zomerbosch vol
+vogelengekweel.
+
+Gesmoord zwart-glanzig van zon lag het kolenwegje recht het land in
+naar den oliemolen; als van vloeiend licht leek het boordevol vaartje,
+en de lage, weeke weilanden wemelden van bloemen en golvingen van
+halmend gras.
+
+Aan de andere zijde, ver over het water, lag het witte, rood-gedaakte
+badhuisje te blikkeren in de zon, en het ijle olmen-rijtje daarachter
+was bleekgroen in de grijsblauwe zonnelucht.
+
+"Tjee!" schrok Sprotje plotseling uit haar licht en leeg gemijmer op:
+daar kwam Hein het kolenpad afgestapt!.... wat deed die hier?.... was
+die bij hen geweest?.... omdat Sien nou trouwen ging?....
+
+Maar dan herinnerde zij zich de eerste ontmoeting, toen zij nog bij
+Meester Jonkers diende, en een paar andere, vluchtiger, van maar
+een knik, en een "bezjoer" naar den overkant der straat: 't was geen
+kwaje, die Hein.... Haar ontdane gezichtje klaarde weer op, herkreeg
+zijn schijn van stille vriendelijkheid.
+
+Langzaam, met zware stappen over het knerpend gruispad, kwam de jongen
+naderbij; dan vertraagde hij aarzelend zijn gang, als zon zijn altijd
+moeizaam werkend brein op den aanvang van een gesprek. En toen zij
+nog een pas of tien van elkaar af waren, stond hij stil, hield zijn
+blakenden kop, bol als van een goedigen bulhond, schuw naar haar heen.
+
+"'k Ben nou vaste knecht aan de oliemolen," zei hij, als een uitleg
+waarom hij daar liep.
+
+"Zoo....," verwonderde zich Sprotje, belangstellend.
+
+"Sinds verleje week al...."
+
+Sprotje had in de hand een kleine blauw-gazen vliegen-dekker, die
+gerepareerd was, en die zij des middags mee terug naar haar dienst
+moest nemen.
+
+De jongen, zijn naakte oogen neergeslagen naar het voorwerp, dat hij
+niet thuis wist te brengen, vroeg, fel op eens:
+
+"En wanneer trouwt ze?"
+
+"Vrijdag," zei Sprotje.
+
+De jongen gromde iets binnensmonds. "Was de Donderdag niet deftig
+genoeg voor 'r?" smaalde hij.
+
+"Mijn moeder is op de bruiloft gevraagd, maar ze zal wel niet gaan,"
+vertelde Sprotje.
+
+"Of ze gelijk het," zei de jongen.... "'t Is een kanjer, die zuster
+van jou."
+
+Sprotje knikte onwillekeurig, maar dan weerlei ze toch:
+
+"Hoef jij je daar anders niet zoo dik over te maken... jij hebt toch
+ook al weer verkeering met een ander gehad...."
+
+Spannend rood kleurde de jongen over zijn gave, blinkende koonen.
+
+"'t Was heel wat anders als met je zuster, hoor," zei hij heftig; "nou
+wou _zij_ wel, maar _ik_ niet.... nou heb ik háár laten schieten...."
+
+"'k Mócht 'r niet," kwam hij nog uitleggend achterna, kalmer al weer.
+
+"Hei je nog altijd sjagrijn over Sien?" vroeg Sprotje met een
+zacht-goedig meelij in haar stille stem, en steelswijs zag zij den
+jongen aan.
+
+"O!.... dat.... nee.... mot je niet denken," zei die wegwerpend;
+"had ik ommers geen andere meid genomen...."
+
+"En waar dien jij nou?" vroeg hij dan, om op een ander onderwerp
+te geraken.
+
+"Ikke....?" zei Sprotje, gevleid over de belangstelling, "op de
+Waterveldsche Weg."
+
+"Daar diende dat andere meissie van mijn ook," kwam de jongen, met
+een naïeve verwondering.
+
+Sprotje voelde zich een kleur krijgen, maar zij begreep niet waarom.
+
+Toen lachte zij. Sinds zij nu zooveel grooter was, hield zij dat
+lachen ook beter in bedwang, en 't stond zoo mal niet meer.
+
+"En wat jij groot ben geworden!" zei de jongen; "maar mager
+genog.... hei je een goeie dienst?"
+
+"Voor mijn niet kwaad," zei Sprotje, berustend; "meissies as ik
+motte lang geduld hebbe, voor ze wat goeds krijgen.... maar 'k ben
+er nou al twee jaar.... met goeie getuigen zal 'k nog wel eens beter
+terecht komme...."
+
+De jongen zag haar met een stille vertrouwelijkheid aan. "Voor je
+zoover ben, mot je heel wat doormaken, hé?" vroeg hij.
+
+"Ja.... jij ben ook al net as ik...." zei hij even later,
+nadenkend....; "heb ik een tijd voor vijf gulden in de week motte
+ploeteren.... jessis, as 'k daar an denk.... nou krijg 'k er
+zeven.... nou ben ik vijfentwintig...."
+
+"Dat komt," zei hij weer, na een ogenblik van moeizamen
+gedachte-arbeid, "as je geen vast ambacht kent...."
+
+"As ze van je thuis niks voor je doen....?" vroeg Marie; haar gezichtje
+was één zachtheid van begrijpen en beklag.
+
+"Ja, ook al....." zei de jongen vaag; daar scheen bij hem de schoen
+niet te wringen.
+
+"'t Ergste is maar, as je 't zoo treft," viel hij dan weer bij,
+"jij zoo goed als ik, hé....?" En met dezelfde ondergrondsche
+vertrouwelijkheid in zijn goedig vervaarde oogen zag hij haar aan.
+
+"Nou....," zei het meisje op eens, verlegen, "'k mot naar huis, hoor!"
+
+"Weet je wat zoo mal is....?" kwam plotseling de jongen met een
+goedigen grinnik, en als buitengewoon vermaakt over iets potsierlijks,
+dat hem eensklaps opviel: "Sien is een mooie meid.... en jij ben
+heelemaal niet mooi, Merie.... God bewaar me, nee, je heb 'r niks
+van.... en toch lijken je op 'r...."
+
+Even keek het meisje verrast; dan overtoog een donker schaamrood haar
+verschrikte gezichtje, en haar mond, om de kleine, groene tanden,
+trok in een bevende zenuwsperring omhoog.
+
+"Je houdt me voor de gek," stamelde ze dan;.... "ik op Sien
+lijken....!"
+
+"Werachtig!" kwam de jongen nog eens, "'t is de waarheid, wat dat
+'k je zeg.... vooral nou je zoo rood ziet...."
+
+Hij had zelf een kleur gekregen, tot hoog over zijn voorhoofd en met
+een beschaamden en toch vertrouwelijken knik ging hij eensklaps door.
+
+In een duizel van blakende warmte en bloedgebons, geheel verward,
+liep Sprotje door den zoelen lentedag hun Dijkje af.
+
+In de verte, als in een damp van zon, schemerde de oliemolen klein
+weg onder de hooge lucht....
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Sprotje heeft een dienst, by M. Scharten-Antink
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE HEEFT EEN DIENST ***
+
+***** This file should be named 17526-8.txt or 17526-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/7/5/2/17526/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.