diff options
Diffstat (limited to '17526-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17526-8.txt | 3354 |
1 files changed, 3354 insertions, 0 deletions
diff --git a/17526-8.txt b/17526-8.txt new file mode 100644 index 0000000..36560f7 --- /dev/null +++ b/17526-8.txt @@ -0,0 +1,3354 @@ +Project Gutenberg's Sprotje heeft een dienst, by M. Scharten-Antink + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Sprotje heeft een dienst + +Author: M. Scharten-Antink + +Release Date: January 16, 2006 [EBook #17526] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE HEEFT EEN DIENST *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + M. Scharten-Antink + + + Sprotje heeft een dienst + + (Vervolg op "Sprotje") + + + + + + + +"En hoe oud is ze?" vroeg de dokter, even van terzijde de moeder +aanziende, en dan weer met een wat moeizame oplettendheid--hij was +lichtelijk doof--luisterend naar zijn langzaam bekloppen van de +magere kinderborst; regelmatig dof tikte kneukel op kneukel, waarna +hij telkens de vlakke hand even verder lei. + +"Dertien," zei de vrouw, zacht-kortaf, bang dat haar antwoord +storen zou. + +Zij stond bij de deur van de dokters-spreekkamer, een groote, +breedgebouwde vrouw met aderig-roode koonen op een geel gezicht; +onder de groote, wat ingevallen slapen strekten de lange, vale +zijstukken der wangen, en haar dicht, zwart kriphaar, in vele, grove +droge draadjes uitspringend, was op de kruin gedekt door het donker +wollen frommeltje van een gehaakte muts. + +De dokter kwam achter zijn schrijftafel zich neerzetten. + +En midden op de leege vlakte van het cocoskleed, in de zeer ruime +kamer, stond, alleen, het kind, bevend haar hoofd gebogen boven de +ontredderdheid der open kleeren. Als iets zielig mismaakts was haar +tanig, ingevallen halsje en het ongezond grauw-bleeke vel-over-botjes +van haar bedrongen borst in het hel-herfstig middaglicht, dat door +de twee hooge tuinramen naar binnen stond. + +Plotseling vertrok het gezicht van het kind in een krampachtige +mondsperring van moeilijk en mal onderdrukt gelach. Schuw had zij +opgeloensd in haar verlegenheid; zij had gezien, dat de dokter één +grijs oog had en één bruin.... Dit leek haar zoo buitengewoon komiek, +dat over al haar narigheid en ziekvoelen heen, dat zenuwachtige, +zotte lachertje toch uitgebroken was. + +"Je kunt dichtmaken," zei de dokter voor de tweede maal, wat ongeduldig +en militair-gebiedend, maar toch niet barsch, want hij was een beetje +verlegen van aard, en dat verzachtte al zijn uitingen. + +Nog beschaamder door het lachen, dat ze weer gedaan had, en dat +ze raar wist van zichzelf, toog gejaagd het kind te frutselen +aan de bandjes van haar geelkatoenen hemd, dat stug en schurend +saamtrok boven de donkere schaduwen der halsholte, en terwijl zij +haar armelijk borstrokje dichtknoopte en het lijf van haar mooie, +waterblauw-katoenen jurk met de witte klaverblaadjes, stond haar +gezichtje ouwelijk gespannen, in luistering naar wat de dokter nu +praatte en wat haar moeder dan antwoordde en vroeg. + +"Ze mankeert nog niks, hè...." zei gedempt de weifelend-nadenkende +doktersstem; "maar 't is geen sterk kind.... dat hoesten zegt niet +veel.... wat vatbaar, hè.... anemie.... ze is bloedarm, begrijp +je....? daar komen die duizelingen en die rugpijn vandaan.... En erg +min voor 'r jaren.... in die lange jurk lijkt het wel wat.... maar +smal gebouwd.... En...." + +Zijn gezichtsmimiek vroeg iets, dat voor de moeder alleen bestemd was, +maar het kind had begrepen en kleurde hevig. + +Toen informeerde hij naar den vader. + +--Zoo.... een ongeluk bij 't spoor.... en nog tien jaar +meegegaan.... de maag.... geen tering dus.... nee, deze hier ook, +geen aanleg bepaald.... een taai gestel wel.... + +"Maar er zijn meer ziekten dan tering in de wereld," kwam hij dadelijk +daarop; "ze moet ontzien worden en goed gevoed." + +"'t Is een weduwkind, meneer, en die motte vooruit," zei de moeder +met een gelatenheid, die bijna hard was. + +"Ik zou je toch raden, vrouw........ Plas, om dat kind bij Hoogeboom +weg te doen.... een fabriek deugt niet voor 'r.... Ze is nou al +een week thuis, zeg je? Waarom laat je ze geen kindermeid worden of +zoo iets?" + +"Ja...." zei de vrouw verdrietig, "maar 't werk leit niet opgeschept." + +De kleine, grijze kinderoogen boven de pipsche sproetenwangetjes +hadden plotseling, in schrik van blijdschap, open naar den dokter +heengekeken; dan werd het een angstvraag, fel naar de moeder op. + +De dokter zag haar welwillender aan; 't was toch misschien niet zoo'n +stiekem schaap als hij gedacht had. + +"Ga je niet graag naar de fabriek?" vroeg hij. Toen keek het kind nog +eens naar de moeder, schokte even in de schouders, sloeg de oogen neer, +en zei kortaf: "nee." + +De dokter schreef een recept. + +"Drie maal daags twee pillen," zei hij. + +Hij zocht in een boek, schreef nog een ander papiertje--daar kon ze +iederen dag een liter melk op halen.... hier stond het adres. + +En hij stuurde haar naar de wachtkamer, hield nog een oogenblik de +moeder bij zich. + +De groote, lichte wachtkamer zat vol menschen, en het kind bleef +talmen in de gang. + +"Enfin, zie wat je doen kunt, vrouw Plas," hoorde zij den dokter +zeggen, als even later de spreekkamerdeur weer open ging. + +Een werkman, die aan de beurt was, kwam haastig langs gestapt; het +knechtje liet hen de voordeur uit. + +"'k Zal er met je zusters over praten, Merie," zei de moeder +alleen, toen zij den Singel afliepen naar de Buitenkant, waar hun +Dijkje begon. Haar zorgelijke, inzichzelf gekeerde gezicht stond nog +afgetrokkener en zorgelijker dan altijd en tusschen de als nog langer +gezakte, vale onderwangen neep strak weg de verweerde verdrietmond. Zij +zuchtte, en nog eens, diep en zwaar. + +Dien avond, in beraad met Ant--Sien was uit en kwam pas na tienen +thuis--werd er besloten: dat Merie het toch nog 'ns probeeren zou, +bij Hoogeboom.... + +--Ze kreeg nou pillen en melk, vond Ant.... je kon 'r geen +juffershondje van maken, en geen sulletje rozewater.... om 'r eigen +bestwil niet.... ze most toch de wereld door.... + +"Ja...." aarzelde de moeder, "ze mot vooruit, hè?.... 't is een +weduwkind...." + +Aan het achterhek van hun erfje, in den schemeravond met beginnenden +maneschijn, stond het kind hartstochtelijk te huilen:--ze lieten +'r nog liever dóódgaan dan dat ze wat voor 'r deden!.... + +Een duister-broeiende vijandelijkheid was in haar hart tegen de twee +groote vrouwen daarbinnen, wier zware, zwarte schaduwen ze bewegen zag +op het neergelaten keukengordijn. Maar het vriendelijke, blanke gelaat +van den dokter was als een verre troost te midden van haar ellende. + +En toen, na vijf dagen nog van rust, waarin zij trouw haar medicijnen +nam en haar melk, en zij wel een beetje bijgefleurd was,--met het +begin van de week, in den vroegen morgen 's Maandags, ging zij, +banglijker en zenuw-rillender dan alle keeren te voren, met Ant en die +'r vriendin op weg naar 't fabriek. + +Nog drie dagen hield zij het uit. + +Den vierden dag, aan het middageten, trok zij plotseling blauwwit +om den neus en zakte zachtjes, met een flauw gekerm voorover op haar +arm in zwijm. + +"Wat zijn dàt nou voor kunsten," schrok de moeder; + +...."Merie!...." Ze trok haar bij den arm. Ook Ant rees overeind, +beurde het zweet-natte, zware hoofdje op, maar het kind deed de oogen +niet open. + +"God nog en toe! wat _is_ dat ?" stokte de moeder. + +"Ze is van d'r zelve," zei Sien...."dan mot je ze lèggen." + +Toen nam Ant haar onder de armen en de moeder onder de knieën, en zoo +droegen ze haar in de bedstee, wieschen haar polsen en voorhoofd met +water en azijn. + +Als ze bijkwam, klaagde ze vaag, dat alles zoo ronddraaide, en dat +ze zoo akelig was.... Zij geeuwde verscheidene malen krampachtig, +huiverde en sloot weer de oogen. + +"De koorts!" zei Sien. + +Zij betastten haar gezichtje en haar handen, maar voelden die eerder +kil; na een tijdje viel zij in een zwaren slaap. + +De moeder had een luide zucht van verluchting, als zij de wel +kreunende, maar toch regelmatig-diepe ademhaling hoorde. + +--Nou, goed, besliste Ant dien middag,--as 't dan werachtig waar +was, dat ze der niet tegen kon, dan most die dokter maar gelijk +krijgen.... je kon het wurm niet laten krepeeren.... + +De moeder keek ook Sien aan. + +--Ja, kwam die wat onverschillig,--haar 'n zorg hè? maar as 't kneep +en weer kneep.... afijn, ze zou wel een stuiver of wat meer kostgeld +geven in de week.... + +De vrouw zuchtte; zij staarde lang naar buiten. Zij voelde spijt, dat +zij nog doorgezet had die week, en ze wist niet goed hoe ze 't rooien +zou de volgende, met weer 'n opeter in huis, die niet inbracht.... Sien +een paar centen als 't mooi was, Ant een kwartje misschien;.... Merie +verdiende vijftien stuivers bij Hoogeboom.... Maar as 't most, dan most +'t.... + +Het kind, dien dag en de dan komenden, lag stil en zonder spreken +achter in haar duisterige bedstee, zich zoo zwak voelend of ze van +een zware ziekte herstellende was, en met een knagende pijn door al +haar leden, die als gebroken leken. Maar toen ze langzaam aan wat +uitgerust raakte, en 'r zenuwen bedaarden, begon er een groote rustige +gelukkigheid te gloren in 'r hartje, een nog lichtere gelukkigheid, +dan den dag toen zij met haar pak nieuw goed van den laatsten +naaischoolmiddag thuiskwam:.. nou nooit meer naar 't fabriek! + +'t Fabriek.... even het zwart-helle beeld van de groote wemelende +zaal, stinkend en snikheet, met telkens een ijzige, gerekte +tocht daardoorheen, als een deur wijd opensloeg en langzaam weer +dichtzoog.... en in die zaal haar plaats tusschen de hoopen vuilig +gepluiste, waar ze zoo griezelig en zoo vies van was.. haar bevende +vingers, die jachtten en niet vooruit konden, en al de felle oogen +en gezichten van 't vele volk, de meiden en de mannen om haar +heen.... even, als een zwart-helle verschrikking, dat beeld, die +herinnering, en dan de zoete, rustige zekerheid, dat zij dat alles +vergeten kon, iets dat zij doorworsteld had, en dat nu nooit meer +terug zou komen. + +En toen zij wat aansterkte en weer opzat, toen herbegonnen voor +Sprotje de dagen van 't verloopen voorjaar, dagen van stilletjes-aan +wat meehelpen in huis en van naarstig kleine werkjes doen, die een +paar dubbeltjes inbrachten of een kwartje; zij stopte kousen uit +haar moeders werkhuizen, tornde kleedingstukken uit elkaar voor een +naaister, die aan hun Dijkje was komen wonen, twee deuren verderop; +zij ging ook weer borden wasschen in de Hanekamp, als 't er druk was +geweest van bruiloften of 's Zondags, en naaide gordijnen voor den +behanger, dien haar moeder tot wasch-klant had. + +En als er aan 't eind van de week thuis strijkdag was, dan stak +ze willig ook al een handje mee uit, droeg de versche bouten aan, +probeerde parmantig de voor boorden en overhemden te koel gewordene op +de zakdoeken en het ander klein goed, dat zoo nauw niet luisterde. Al +gauw hielp ze ook bij de moeilijker stukken mee, en in de morgenuren +was _zij_ het, die het huis schoon hield en dat deed zij heel handig. + +Vrouw Plas begon de mislukte fabrieksgeschiedenis wat minder zwart +in te zien. + +--Zoo'n krummel, hé?.... die kreeg dan toch 'r zin!.... ze wóú niet +naar 't fabriek, en nou ging ze niet naar 't fabriek.... maar ze +deed anders genoeg 'r best.... verleden week negen stuivers, van de +week elf.... 't was een goed schaap .... en alles bij alles een heele +aanspraak voor háár ook nog, dat kind thuis! + +Iederen morgen om half negen ging Marietje haar kan melk aan de Veer +brug halen; dat was het verzetje van den dag. Die keuken was daar +zoo prachtig! je kreeg het er niet afgekeken.. honderd dingen, waar +ze nooit van had gehoord of gedroomd, waar ze den naam niet eens van +kende.... en de booien waren wel bijna altijd vriendelijk.... aan een +witgeschuurde tafel, met witte mutsjes op en witte boezelaars voor, +zaten die soms nog te ontbijten, soms hadden ze 't ook al op;.... ze +gaven 'r wel kliekjes oud vleesch mee naar huis, of wat lekkers, +maar dat had ze niet graag....: net of je was komme bedelen... 'r +kannetje melk, dat was wat anders, daar had ze nou eenmaal recht op; +ze was met een briefie van den dokter gekomme, o zoo!--en ze keek +goed toe of ze 'r maat wel kreeg.... + +Met dat kannetje melk en 'r pillendoos had het kind thuis heel wat +te stellen; wel tienmaal op een dag dronk ze een klein kopje vol, +met pillen, zònder pillen... ze sleepte er mee in alle hoekjes van de +twee kasten, dat Sien het niet vinden zou....; "net mallemoertje met +'r kuikens" zei Ant. + +En op die regenachtige September-namiddagen, als zoo weldoende het +groote keukenvuur nog na te gloeien lag van een afgeloopen, langen +strijkdag, dan, tegen schemer, zette de moeder het fornuisdeurtje +open, en in den rossigen gloed, aanwakkerend en weer doovende over +hun, knieën en handen, zaten zij dicht naast-een, de voeten op den +aschbakrand, en zij dronken hun extra kommetje koffie vooruit, met +een balletje erin. + +Door de holle keuken, die vol vage weerschijn-waaiingen van 't +kolenvuur stond, hing nog de wasemig-frissche geur van 't strijkgoed, +en de zwoel-zoete stijfsellucht, die het kind zoo graag rook. + +Ze had het wonder in den zin, zoo'n rustkwartiertje; ze voelde zich +knusjes en welgemoed en werd er wel bijna vertrouwelijk van. + +Haar altijd zoo bloedarme huiverigheid was weggestoofd door +de blakering en 't heete drinken, en ook van de moeder zelf, +vuurgloed-overschenen, hoog en breed naast haar, scheen nog een +bizondere warmte en koestering op haar af te stralen. + +Zij had veel plannetjes van hier nog eens naar werk kijken en daar, +en dit probeeren en dat.... + +Ook praatten zij samen, bedenkelijk-het-erg-vindend en met veel +zwaarmoedig hoofdschudden, over Sien's nieuwen vrijer, "die jonge +van Bertels," die nooit bij hun aan huis kwam, omdat zijn ouders de +verkeering niet wouën.... hoe dat nog goed most gaan....! + +--Boven je stand trouwen gaf niks dan narigheid, zei de moeder.... 't +was nog slimmer dan twee gelooven.... 't zou Sien 'r ongeluk +worde, dat ze zoo mooi was....; en Sprotje zat maar van ja te +knikken.. ja.... ze vond het nog erger dan 'r moeder. Zij praatten +ook over de Juffrouw uit de Hanekamp, die nou aldoor nog sukkelde, +na haar laatste bevalling.... zeven kinderen ook al....! + +"En as je dan vreemden over het buffet mot late gaan....!" zei het +kind peinzend. + +"Wat ik nou nooit heb kenne begrijpen," kwam eens, onverwachts, de +moeder, "dat is, dat jij dat fabriek zoo naar vondt.... een draadje +zus en een draadje zoo.... ik heb wel anders de handen uit de mouw +motten steken, toen 'k jouw jaren had!" + +Plots werd het kind van een starre geslotenheid; er kwam een kwade +glimp in 'r oogen en zij schoof vijandig een rukje met 'r stoel op zij. + +Over de fabriek praatte ze nooit; over een dienstje zoeken praatte +ze evenmin. + +Ze had 'r moeder en Ant wel eens hooren overleggen, dat het zoo niet +dóór kon gaan, dat er "vastigheid most weze".... maar wat ze met +'r voor hadden wist ze niet en zij verwachtte er weinig goeds van ook. + +Als ze hen 's avonds met afkeurend-ontkennende gezichts-trekkingen +naar elkaar, boven het Advertentieblaadje zag neuzen, dan liep ze +schril-vreemd uit den weg en gaf geen antwoord als haar iets gevraagd +werd. Ze leken dan zoo precies op elkaar, moeder en Ant: de twee lange, +gelige gezichten met de roode koonen, onder het zwart van wimpers en +wenkbrauwen, blaakten gepaard in den lampeschijn; en bogen zij de +hoofden, dan werd beider grof-pluizig golfhaar als één wriemeling +van warrige zwartheid.. 't Kind ervoer het als een onheilspellende +somberte, griezelig om naar te kijken. + +Maar nog banger was ze voor de treiterige joligheid van blonde en +blanke Sien, voor het felle lachen van den rooden mond om de blinkend +witte tanden en voor het schelle kijken van haar sterke blauwe oogen. + +Sprotje dacht vaak, dat ze van niemand thuis eigenlijk hield. + +Ze droeg weer het oude, bruin-merinos jurkje, waarmee ze de naaischool +had afgeloopen; ze was wat gegroeid en nog wat magerder geworden, +zoodat het haar zielig sluik viel en veel te kort; maar ze droeg +het getroost: zoo spaarde ze 'r twee katoenen jurken, waarvoor +ze, sinds het geen fabriekskleeren meer waren, plots al de oude, +vertroetelende liefde herkregen had....het waterblauwe katoen +met de witte klaverblaadjes, en de andere, een aflegger van Sien, +een zwart-en-wit ruitje, waarin ze nieuwe ondermouwen en een nieuw +voorlijf hadden gezet. Het versche goed kleurde wel wat af tegen het +oude, dat verschoten was, maar met een schort die laag viel over den +rok stond het nog aardig knap. + +Het kind, zoodra zij zich wat beter had gevoeld, was zelf die +twee jurken gaan wasschen en strijken; ze had ook haar twee witte +boezelaars gewasschen en haar twee bonte: de opnaaisels had ze zonder +een vouwtje plat geperst en de banden met haar schaartje uitgehaald en +als een harmonica'tje tusschen haar vingers saamgeplooid. 'r Moeder +maakte één schuif uit de lâtafel half voor haar leeg om de spullen +te bergen; vaak, als het werk was afgeloopen en 'r twee zusters +nog niet thuis konden komen, lag ze op de knieën voor het kastje, +en keek, en genoot.... ze haalde haar twee jurken te voorschijn, +streek met voorzichtige aaitjes over 't glanzig katoen, krabde een paar +stijfselblaartjes weg, die bij het strijken waren bovengekomen--want +zoo heel goed een waschje opmaken kende ze nog niet--ze ging de nieuw +ingezette stukken van haar wit-en-zwart ruitje in de zon houden, dat +de kleur zou bijtrekken; zij vouwde haar schorten open, bewonderde +het blokwerk der plooi-lijnen, die als in papier zoo diep en zoo +recht door het stijf gesteven katoen liepen; en voorzichtig, om geen +vouwtje uit zijn voegen te halen, paste ze 't goed weer ineen zooals +'t gezeten had, en lei 't weer keurig op zijn plaats. + +Bij dat alles zag zij de keuken aan de Veerbrug, de smetloos +geschuurde, withouten tafel, zoo gaaf en glad als witte zijde, +en de drie brandheldere booien daarrond, met 'r glanzig gepepen +tulemutsjes op 't preutsch-precieze haar, bezig te ontbijten.... één +ervan was nog heel jong, zeventien jaar misschien. Aan de muren van +kraakheldere kalk gloeide ros en goud al 't koper in den zonneschijn, +en boven het stalen fornuis hing in blauwig sneeuwblanke plooien het +schoorsteenvalletje aan de glimmende roe.... + +Met 'r beetje kleeren soms nog op schoot, zat het kind al starende +in een lang gepeins. + +"Net een hofjeskneu, net pietjelut met de lange lip," pruttelde, +ongeduldig, de moeder 's avonds tegen Ant. + +Toen in de derde week haar pillendoos leeg raakte, ging Marietje +opnieuw naar het dokters-spreekuur. Zij moest alleen gaan, dit keer, +want haar moeder, met den winterschoonmaak, had twee werkhuizen elken +dag; maar zij ging monter en met plezier, want er was nog altijd een +groote dankbaarheid in haar, als ze aan den dokter dacht. + +Zoodra zij echter op het wijde, gladde cocoskleed achter de zware +schrijftafel stond, en van dichtbij het ééne grijze en het ééne +bruine oog haar wel vriendelijk maar zoo onderzoekend en wat verbaasd +aanzagen, was al haar kordaatheid verdwenen. Zij stotterde, vocht met +zichzelf om niet al te raar te lachen, raakte dan nog verbouwereerder +daardoor, en geen woord kwam over haar lippen van al hetgeen zij +thuis zich zoo voorgenomen had te zullen zeggen. + +De dokter had haar aanvankelijk niet herkend, omdat zij in die korte, +bruine jurk nog zooveel kleiner leek dan in het blauwe katoen; +goedig-gekscherend vroeg hij, of ze soms van plan was alleen haar +beenen te laten groeien.... en dat bracht haar nog het meest van +streek. + +Zij kreeg opnieuw haar pillen, kreeg een tweede briefje voor een +volgende maand melk. Schichtig-kleintjes, bijna zonder een goeden-dag, +maakte zij zich weg, en de dokter moest even lachen, toen hij haar daar +zoo pieterig door een kier van de deur zag wegsluipen.... Hij kreeg +vaak van die verlegen nummers op zijn spreekuur voor de bus-patiënten, +maar dit was al een bizonder mal exemplaar, zooals zij daar stiekem +zotte gezichten stond te trekken en 'r mond niet open dorst te doen; +zijn knechtje, dat herinnerde hij zich nu, had hem verteld, dat dit +kind "Sprot" heette. + +Twee dagen later was Marietje niet aan het avondeten; toen de moeder +en Ant en Sien al bijna klaar waren, kwam zij thuis, schutterig, +in haar mooie blauw katoenen japon en met haar mooiste galgenschort +voor. Ze zei niets, keek bloô en heet en er was iets van bedwongen +leven over haar wezen. + +De moeder, al haar gedachten nog bij een twisterig gesprek over Sien's +vrijer, vroeg alleen, ontevreden: + +"Waar kom jij vandaan? Kun je nog later komme?" + +Maar Ant, die Sprotjes ingehouden-opgewonden gezicht zag en hoe dat +nu stug tezaam trok, zei troostend: + +"Allé, meid, wat mankeert je?...." + +"Heere bewaar ons!" giechelde Sien, "kijk die d'r blommen 's buiten +zetten vandaag!" + +En toen de moeder opeens uitvallen: "Wat weerlicht! Wat mot je met +die goeie jurk?" + +"Hè 'k toch zelf van 't naaie gekregen," beet het kind vinnig terug; +"'k ken me jurk toch antrekken as 'k wil...." + +"En ik zeg, dat je 'm uit doet, kwaad nest!" stoof de vrouw op. + +'t Kind ging de keuken uit; toen ze terugkwam met 'r jurk nog aan, +maar met een bonte schort erover, waren de drie alweer in hun rommelig +moeite-gesprek terug. + +Sprotje, zonder een woord, begon haar avondbrood te eten; twee roode +vlekken gloeiden onder de neere oogen en zij keek geen enkele maal op. + +"Nou, en al zeuren we der nog een uur over," zei Sien, "z'n vader +wil het niet, hè?.... kan ik er wat aan doen?" + +"Al willen ze jou dáár niet, hij ken hier komme," herhaalde de moeder +voor de zooveelste maal haar eind-oordeel in al die twisten. "Hij +ken z'n pooten wel 's bij jouw familie over den drempel zetten," +verontwaardigde zij zich nog, "we hebben hier de schurft niet!" + +"Z'n pooten!" zei Ant; "most ie hooren!.... hij het altijd bottines +aan, af t'ie zoo van de dansles komt!" + +En dat bracht Sien onbedaarlijk aan 't lachen. + +De moeder stond op en schonk koffie bij. + +Ze zag toen, dat Sprotje zich niet verkleed had.... maar tegelijkertijd +ontmoette haar blik den blik van Ant, die met een eigenaardige +uitdrukking juist van het stil voor zich kijkende kind omhoog +ging, en in hun beider oogen kwam iets welgevalligs, of ze elkaar +beduiden wilden, dat Merie toch nog wel wat leek, zoo in 'r nette +groote-menschenkleeren. + +"Rare sijs," mopperde de vrouw alleen, goelijk. + +En plotseling, met een fellen blik van boven haar bord òp en de tafel +rond, zei het kind luid en duidelijk: + +"'k Heb een dienst!" + +Even bleef het stil. + +"Wel God nog en toe!" kwam de moeder, beduusd door de wonderlijke +manier, waarop zij het te hooren kreeg. + +Maar Ant en Sien tegelijk aan 't vragen: + +--Wat?.... een dienst?.... waar?.... bij wie?.... hoe was ze daar an +gekommen?.... wat kon ze verdienen?.... + +"En God nog en toe," zei de moeder voor de tweede maal. + +Achterop haar stoel, de handen wijs-bezadigd over elkaar op den +buik, zat het kind, en zij keek beurtelings de drie vrouwen aan +met een wonderlijken blik van hoovaardigheid en achterdocht. Ze had +een verholen-heerlijk meerderheids-gevoel over haar geheim en een +vijandigheid tegelijk tegen die anderen, die wel nooit iets voor haar +gedaan zouden hebben.... + +"'k Hoef het nog niet eens te vertellen," dacht ze, maar ze zei toch: + +"Een dienst uit de Advertentiebode.... bij meester Jonkers,.... de +volle kost.... en twaalf stuivers in de week." + +"Wat een aap!" schreeuwde Sien. + +Doch de moeder kwam toegeschoten: + +"Meester Jonkers?.... uit de drie Alleetjes?.... en de volle +kost?.... middageten ook?.... en slapen?.... en twaalf stuivers in +de week?" + +Toen het kind dat alles bëaamde, werd de vrouw nog even kwaad: + +--O! en huurden die menschen een meissie maar zoo, buiten de moeder +om? hadden die met de moeder soms niks uit te staan? + +"Ja...." zei het kind, "de juffrouw vroeg, of u van avond niet eris +even an zou kunne komme." + +Toen knikte de vrouw van voldaan te zijn, en Ant zei: + +"'t Hei je kranig gedaan, Merie!"-- + +"Sprotje, me dotje!" relde Sien; maar de moeder en Ant vonden, dat +er nou volstrekt niet geplaagd behoefde te worden, en ze vroegen nog +honderd dingen; er kwam geen eind aan. + +In haar zelfde oud-wijze houding van gevouwen handen over den buik +zat het kind achter op haar stoel, voor het eerst van haar leven zich +een vrij en gelijk-op mensch voelend met de anderen mee. Uiterlijk +was ze wel kalm, maar zij popelde van opgewondenheid en blijdschap. + +"Lekker, een dienst," zei ze eens, maar stil, als voor zich zelf +alleen. + +"Echt!".... zei ze nog eens. + +"As 'k had motte wachte, dat een ander wat vond, ha'k lang kenne +wachte," zei ze op het laatst, het eenige verwijt, dat ze te uiten +dorst. + +Dien avond, tegen negenen, ging vrouw Plas naar de Drie Alleetjes, +om te praten over het in-dienst-komen van 'r meissie. + +"Zal je je Zondagsche jak antrekken?.... zal je je beste schort +voordoen?" had het kind gebedeld. "Zal je vragen, of ik ook mutsjes mot +dragen?" drong ze op 't nippertje nog, haperend omdat ze bijna niet +durfde, en wat heesch door de felheid van haar begeerte; de juffrouw +had daar gister en vandaag niet over gesproken.... misschien had ze +'t vergeten, zou ze nou die voorwaarde nog stellen.... + +Maar de moeder trok de schouders op. "Ho! mutsen..!" zei ze wegwerpend, +"en wie dacht je, dat die betalen most?" + +"Kind," waarschuwde Ant, "stel je niet voor, dat je bij de rijkdom +komt; in de Drie Alleetjes is het kale boterhammen en een veertje op +den hoed." + +"'t Is een mooi huis,.... een dubbel huis!".... verweerde zich Sprotje. + +"Och wát, meid, 't benne huisies van één verdieping," zei Ant +goedig.... "een ondermeester..!" + +Vrouw Plas ging. + +Bij meester Jonkers werd ze door een aankomend meisje in een +schemerig vertrekje gelaten, waar aan den eenen raamhoek wat licht +van de lantaarn-op-straat viel; een kaal vertrekje, met midden +tegen den leegen zijwand eene langwerpige wasdoektafel; aan de +drie vrije kanten daarvan stond een stoel bijgeschoven en er lagen +boeken op. Ook was er nog, vaag-glimmerend in den lantaarn-schijn, +een rieten tafeltje van twee verdiepingen, met boeken volgestapeld; +daarboven, verward door bloemen-en-vogel-schaduw van het gordijn, +vlakte op het duister-lichte behang een lichtere landkaart; aan +'t andere gordijn dook een kleine rieten leunstoel weg. + +Vrouw Plas bleef midden in het kamertje staan. + +Een oogenblik later kwam er een vlot van beweging zijnde juffrouw +binnen, een lucifersdoosje klaar in de hand; en dadelijk deed die in +den wit porceleinen ballon boven de wasdoektafel een kleine gasvlam +aanzuigen. Dan groette ze. Zij was bleek en zóó licht-blond, dat het +bijna niet te onderkennen viel hoe sterk ze reeds grijsde, en haar +oogen waren van een flauw en wazig blauw. Zij zette zich aan het eene +korte eind van de tafel, wenkte vrouw Plas naar den stoel tegenover +haar; de groenleeren schrijfstoel in het front bleef leeg. + +"Dit is het studeerkamertje van de meester," zei ze, "na het +avondeten zitten hier ook mijn twee dochtertjes,.... die werken voor +d'r examens." + +Ze zei het opgewekt en bijna vriendschappelijk; haar stem had diep-in +iets dofs, als van wie gewend is altijd moe te wezen. + +"En nou zou m'n meissie hier komen dienen?" vroeg vrouw Plas. + +Juffrouw Jonkers knikte, een beetje verlegen, alsof zij zich tegenover +de moeder-zelf schaamde, dat zij het met een zoo zielig slag van +dienstbode zou moeten stellen. + +--Er waren wel verscheidene grootere meisjes op haar advertentie +gekomen, vertelde zij,--maar zij was verleden week bij de +naaischool-juffrouw aan de Turfmarkt geweest.... die had niemand gehad, +praatte alleen even over een Marie Plas.... maar ze dacht, dat die op +een fabriek was terecht gekomen.... en nu kwam gistermorgen diezelfde +Marie Plas zich toch aandienen.... + +"Ze is wel op 't fabriek geweest," verontschuldigde de moeder, +"maar ze had er geen tier; 'r hart staat op dienen." Van 't kind +'r gezondheid repte zij niet. + +"Zoo? dient ze graag?" sprong wat happig de juffrouw bij; "dat 's +een groot ding.... als je plezier in iets hebt...." + +Vrouw Plas keek het kamertje nog eens rond:--'n kale boterham, dacht +ze.... en de veertjes op den hoed zouen wel niet overhouden.... geen +kwaad mensch anders.... maar een japon van zeven stuivers de el op +een uitverkoop.... + +"'k Heb eerst lang geäarzeld," kwam dan juffrouw Jonkers haar te +groote gretigheid temperen; "ze ziet er nog wel wat heel klein en +heel min uit." + +"Ze mot nog veertien worden," zei gedweeër de moeder, "ze kan nog +groeien.... en de dokter zeit: een taai gestel." + +"Zoo!".... zei nog eens, te happig, het vrouwtje. + +En de moeder weer afwerend: + +"Ze mot alleen geen jacht hebben." + +Maar juffrouw Jonkers knikte opgewekt. + +--Een taai gestel, dacht ze, dat hadt je meer met van die bleeke +kinderen.... + +Ze was zoo bang geweest voor bezwaren van gezondheid, dat ze er niet +dan zijdelings op had durven zinspelen. + +--Och, ze had al zooveel van die onbehouwen schrok-oppen van meiden +gehad, die 'r meer opaten dan dat ze er hulp van kreeg en waaraan +ze klein Wilmpje nog geen kwartier dorst toe te vertrouwen.. dit +leek zoo'n bedaard en ordentelijk kind....die zou wel willig zijn, +zou 'r niet afbekken, zou ook niet zoo'n brok uit de dagelijksche +kost happen....Na Wilmpje kon ze 't niet meer af met een halve hulp +van vijf, zes uur per dag....ze moest er wel een voor dag en nacht +nemen.... er was nou tè veel te doen, en ze was zelf zoo sterk niet +meer....; en die kinders die 's middags en 's avonds naar huis gingen, +die stalen ook dikwijls zoo.... iedere keer een handjevol steenkool +in den zak, een kluitje vet, een stukje soda.... en het ongedierte, +dat ze vaak meebrachten uit 'r sloppen.... Och! of dit nu eens gaan +mocht! Ze zou dit kind wel ontzien moeten.... zooveel als 't kon +natuurlijk.... als ze maar niet brutaal was, 'r niet zoo zenuwachtig +maakte.... en hun niet te veel kostte.... + +Maar dan werd ze toch even bevreesd voor het wat bazige zeggen der +moeder over geen jacht hebben.... + +"Ze zal hier met haar leegen tijd anders wel raad weten,".... meende +ze even ernstig te moeten opmerken, "een gezin van zes personen...." + +"Maar 'k werk zelf den heelen dag mee," zei ze dadelijk erop, +geruststellend; "en wij hebben een klein huis, drie kamers beneden, +en nog twee kleine op zolder...." + +"We kunnen 't eens probeeren nie-waar?" besloot ze eindelijk met +overreding. + +Vrouw Plas knikte:--ja, ze konnen 't eens probeeren.... + +Haar lange gezicht stond zeer zorgelijk en beducht; maar dan dacht +ze met een schrik;--hier.... of ergens anders....of nergens....'t +kind kwam immers toch niet in een rijkelui's dienst te land.... + +"Twaalf stuivers in de week, en de volle kost, middageten ook, en +slapen?" vroeg ze nog. + +"Natuurlijk," zei juffrouw Jonkers. + +Toen zwegen ze beiden, keken voor zich neer op de glimmende +wasdoektafel. + +Vrouw Plas voelde vaag een onvree: ze most toch eigenlijk nog wat +vragen....over de zwaarte van 't werk, en hoe laat 's avonds gedaan +en hoe vaak vrij.... + +Juffrouw Jonkers voelde hetzelfde: ze moest toch eigenlijk vragen +wat het kind alzoo kende.... of dit wel zou gaan en dat, zooals zij, +bij het zich aandienen, het allemaal van haarzelf had opgegeven.... + +Ze vroegen geen van beiden meer iets. Ze waren beiden bang voor veel +vragen; ze wisten wel, dat wat ze aan te bieden hadden aan werkkracht +en aan belooning niet veel navraag lijden kon. + +Even zaten zij stil; keken dan als tersluiks elkaar aan. Ze hadden +iets pijnlijks van betraptheid in hun blikken. + +"Als de juffrouw haar in 't begin maar eens wat terecht wil +helpen...." zei de moeder onderworpen. En dan opeens plompweg: + +"'k Begrijp anders nog niet, dat u een meissie in de volle kost neemt!" + +Juffrouw Jonkers kleurde fel; zij keek verward en beleedigd. + +Toen klonk er van uit de achterkamer plotseling een onrustbarend +kleinkindergeschrei. De Juffrouw stond haastig op; even later kwam +zij terug met een klein baasje van een jaar omtrent in een wollen +dekentje op den arm. + +"Dus overmorgen dan, met de nieuwe week," zei ze, wat kortaf, +erg zenuwmoe opeens: als 't kind zich zoo in den avond wakker +schreide, beloofde dat een onrustigen nacht.... En als vrouw Plas +nog besluiteloos deed: + +"'k Hoop, dat wij 't goed zullen kunnen vinden samen," zei ze +vriendschappelijk weer, met haar zachte doffe stem, en stak de hand +tot afscheid uit. + + + +Dien Maandagmorgen, om even vóór achten, belde Marie Plas aan het +laatste van de rij gelijke eenverdiepings-huizen, die achter in de +Veenvalkstraat stonden, daar waar 't in den volksmond nog altijd de +"Drie Alleetjes" heette. + +'t Kind zag er in de puntjes proper uit en ze had een hartje vol +popelende verwachtingen en goede voornemens. + +Het eenige wat haar hinderde was, dat in den waaierigen ochtend zij +de altijd weer onwillige haarsliertjes één-voor één uit het stijf +gewrongen knoet je voelde losschieten.... al tweemaal had zij de +handpalmen aan den mond bevochtigd om het weerbarstig sluike glad te +strijken.... Als ze nu nog eens een knap mutsje op had gehad....! + +Een jongen van een jaar of tien, die een bril droeg, liet haar in, +bracht haar in de keuken en deed de deur achter haar dicht. + +Er was een druk geloop in de gang en ergens op een trap naar boven. + +"Ze motte zeker vroeg naar school," dacht het kind. Schuw keek ze +rond. Als ze nog langer alleen achter de gesloten deur wachten moest, +werd ze zenuwachtig; ze had een wee gevoel in 'r lijf en stond beverig +op de beenen. + +"Een mooi keukentje," dacht ze toch nog. + +Haar pakje goed, in een blauwen doek geknoopt, hield ze in de hand. + +Wat haar dan plotseling opviel was, dat er in het schoorsteenvak +geen fornuis stond, maar op een geverfde plank, als op een tafeltje, +één groot petroleumstel en twee kleine. + +--Gek.... dacht ze, zoue ze daar op koken?.... as je daar 'ns 't water +voor de wasch op most warmen.... Maar ze was te veel overstuur om te +moeten lachen. + +Toen er onverwachts en haastig een meisje in de keuken kwam, spalkten +Sprotjes beverige lippen in een grijnsje tot over het bloedarme +tandvleesch vaneen. + +Het was een aankomend meisje met een zwart plooi-rokje tot aan den +schoenrand en een rood mousselinen blousje; spotachtig verbaasd keek +die de keuken in. + +"Wat een mooi meisje," schrok Sprotje. + +Het meisje vroeg, of "Marie" even bij moeder kwam, dáár, in de +kamer.... + +Als zij weer de gang in ging, zag Sprotje de dikke aschblonde +vlecht, die met een zwart-en-wit geruit lint boven aan den nek was +dubbelgebonden. + +"Wat een mooi meisje!" dacht zij nog eens;--die rokplooien hingen of +ze er voor vijf minuten pas ingestreken waren en die vlecht was zoo +keurig, geen haartje zat er dwars.... + +En toen zij, wat soezerig van bedremmeldheid, nog aarzelde om te +gaan, kwam even later de jongen met de bril zijn bolbleeke gezicht +om de kamerdeur steken. "Moe roept," zei hij alleen, met een +kwajongensachtige bazigheid. + +Schielijk zette Sprotje haar pakje goed op de keukenstoel. Toen stond +zij in de kamer. Zij stond voor een groote, ronde tafel, waarachter +een kindje zat in een kinderstoel, terwijl de juffrouw bezig was +kopjes te wasschen in een hel-roode teil. + +"Zoo....dag Marie!" zei die. + +Sprotje ontstelde. Wat de Juffrouw bleek zag! wat ze diepe blauwe +strepen onder de oogen had! + +Het vrouwtje was den vorigen avond tot ver over tienen nog aan 't werk +geweest om alles knap te hebben tegen dat het nieuwe meisje kwam. Zij +was niet uitgerust, haar rug brandde. Maar ze had toch heel prettig +en vriendelijk gegroet. + +"Dag Juffrouw," zei Sprotje heesch terug. + +Zij keek, kleurde, keek weer; dan voelde zij plotseling haar gezicht +mal vertrekken, want ze had met een scheut van schrik gezien, dat de +Juffrouw het vreemd vond zoo aangestaard te worden. Toen keek zij +naar het kleine kind, dat zoetjes in zijn tafelstoel met een paar +kurken zat te spelen. + +De lage, vierkante kamer had openslaande glazen deuren op een kleine, +geelhouten waranda; de deurhelften stonden aan en er klonk onderdrukt +gelach. De jongen met de bril was buiten en een eender meisje als wat +daar juist in de keuken kwam, maar kleiner alleen....Sprotje had die +twee nog niet opgemerkte... + +En door het gesmoorde lachen niet meer zachtjes kunnende praten, +zei het roodgebloesde meisje op de waranda, plotseling in een +giechelig-hoogen overslag heel duidelijk sprekend, tegen den jongen +met den bril: + +--'t Is de gekste die we nog gehad hebben!" + +Sprotje voelde dadelijk dat het haar gold en haar schaamtekleur +verschoot tot een grauwig wit. + +"Christien!" had de moeder gewaarschuwd. Ongeduldig gaf zij haar +een wenk, om de kopjes verder te komen wasschen. Maar het meisje, +wat verlegen dan toch, mompelde iets van nog lessen leeren en ging +haastig de kamer door en weg. + +Toen veegde juffrouw Jonkers haar handen aan den theedoek droog, +lei den doek over den rooden bak, om haar waschwater warm te houden, +en zei: + +"Kom, Marie, 'k zal je eerst het huis eens laten zien en je je werk +wijzen." + +Zij beurde het kleine kind, dat gauw met elk handje een kurk redde, uit +den stoel, heesch het op den arm en montertjes ging zij Sprotje voor. + +"Zoo...." zei ze in de keuken, toen zij het pakje goed zag liggen, +"zoo, zijn dat je spullen?" + +Zij toonde geen verwondering over de geringheid van den omvang; zij +was geen meisjes gewend, die met een koffer of een kastje kwamen; +als ze een behoorlijke verschooning hadden, was zij al blij. + +Zij gingen naar de slaapkamer voor-aan-straat, waar een afgehaald bed +stond bij een dubbel raam met horren erin....zij keken in 't smalle +studeerkamertje aan den anderen kant van de gang, waar juist, zijn +geelbruine overjas al aan en een dophoed op, een gedrongen mannetje +met een grijzend-rooden baard een stapel schriften van de rieten +hoektafel nam en wegging.... Zij kwamen nog eens in de keuken, keken in +de twee kastjes: hier stond dit en daar stond dat.... Sprotjes hoofd +werd heet en duizelig van al wat de Juffrouw zei: den grond opnemen, +en de trap vegen, en 's middags aardappelen schillen, maar nu vandaag +voor elven, en de petroleumstellen vullen, en Vrijdags schuren.... + +--Tjee, tjee.... dacht het kind,--hoe moest ze dat allemaal onthouden! + +Maar ze was niet bang en ze vond het niet naar; zij merkte zelf met +verbazing op, dat zij iets zeer prettigs ervoer. Zij drong maar al +vlak achter en naast de Juffrouw-met-het-kind-op-den-arm, en keek en +luisterde en probeerde te onthouden wat ze kon. + +--"De Juffrouw was een lief mensch!" meende ze. Ze zou nog wel een uur +zoo hebben willen rondloopen en ze voelde niet, dat ze moe werd. Bij +het bordenkastje (waar altijd goed het knipje op moest, omdat het +zoo slecht sloot!) begon ze op haar oude-vrouwtjes-manier ook al mee +te femelen van:--ja.... de vliegen.... maar de mieren.... as die bij +'t eten kwamme.... dát was pas erg!.... + +Juffrouw Jonkers dacht even, dat zij voor den gek gehouden werd, +keek onthutst terzij; maar toen zij het stil zwaarwichtige gezichtje +zag, met de kleine bleeke oogen zoo goedmoedig vertrouwlijk naar haar +op, toen was er plots iets als een verteedering in haar en ze moest +lachen tegelijk. + +--Een best kind, vond ze;.... maar wel wat mal.. + +Zij keken in de kelderkast, zij keken naar de sluiting van de +voordeur; zij kwamen weer in de huiskamer, die nu leeg was, keken +in de alkoof, waar het bed van Herman stond.... Sinds verleden week +droeg die een bril en hij was daar nog erg beschaamd over, vertelde +de Juffrouw. Zij vertelde het al zuchtende;--twee visites bij den +oogarts en een bril van een bizondere soort, die f 3.50 had gekost, +dat was geen kleinigheid voor hen geweest. + +Naar boven gingen zij niet;.... daar sliepen Christien en Coba....die +hielden zelf om de week haar kamertje in orde.... boven hoefde Marie +niet te werken, alleen de keeren dat de zolder moest geveegd.. en +'r eigen bed natuurlijk.... zij sliep achter. + +Het kind had dolgraag dat kamertje van haarzelf even gezien, maar +zij dorst niet vragen. + +Juffrouw Jonkers liet haar de rest van het ontbijt afwasschen; +toen moest zij de slaapkamervloer dweilen, toen het bed van Herman +opmaken. Zij deed het in een vagen duizel van verslondenheid en +aandacht; haar gansche wezen was als enkel wil om dat werk goed te +doen, en al het andere was haar onwezenlijk en ver. + +Met een angst in 'r oogen volgde het vrouwtje sluikswijs de doening +van het kind. Zij kènde zoo de ontmoedigdheid van den eersten morgen +al te merken, dat het niet gaan zou....dat het een stoethaspel was, +of een onverschillige, of een slons....en dan dadelijk te weten, +in 't vooruitzicht, de weken weer van ergernis en van overwerken +voor haarzelf. + +Maar nou dit kind.... een raar kind.... en zij wist nog niet wat zij +er aan had.... doch 't werken vlotte, dát zag ze.... zoo nauwgezet +als dit kind alles deed! Een paar maal moest ze even bijspringen, +iets wijzen, voor iets waarschuwen.... maar het ging.... 't ging goed! + +Er kwam een helderheid in het hoofd van de vrouw, een luchtheid, +of ze opeens een nieuwen, goeden kant aan het leven zag. + +Toen moest Marie de gang aanvegen, toen de vuilnisbak buiten zetten +voor den karreman, toen de belleknop poetsen. De Juffrouw, in haar +blije bui, liep al naar de keuken om 't gerei te halen....--kijk, +deze doek.... dit doosje pomade..... Zij keek nog even toe, dat de +verf van de deurpost niet werd besmeurd.... maar o, geen nood, dit +kind kon werken! + +Eindelijk mocht Marie gaan zitten en aardappelen-schillen. Binnen +praatte druk de Juffrouw tegen Wilmpje, die zijn pap niet eten wou +en huilerig was van het vreemde in huis. + +Met een koortsigen ijver had Sprotje haar verschillende taken +volbracht. Maar toen zij dan, alleen in de keuken, stilletjes wat te +rusten kwam, toen viel er plots een niet te keeren loomheid over al +haar leden en haar denken verdofte in een bot getuur. De aardappelen, +die zij pijnlijk koud voelde en bijna niet in haar bevende vingers +houden kon, treuzelden rond onder het mesje, dat telkens missneed. + +Zij schrok er zelf van.... zij schaamde zich ook!.. zoo moest een +meissie niet beginnen, dat dienen wou! En dan dacht ze: de Juffrouw +zelf had den heelen morgen zoo min gezeten als zij.... die had +onderwijl de huiskamer gedaan, en klein Wilmpje geholpen, en haar +alles gewezen, en luiers in de waranda gespoeld ....en nou moest ze +klein Wilmpje weer naar bed brengen.... + +De Juffrouw, die zou pas moe wezen! + +Maar, even verjaagd, de dofheid kwam terug.... soms zakten de hand +met den halfgeschilden aardappel, en de hand die het mesje hield, +na elkaar haar wezenloos in den schoot. + +En als van heel ver kwam een andere, vreemde helderheid aanlichten +door haar hoofd....haar thuis! Zij kon zich geen rekenschap geven +van wat zij ondervond; zij voelde iets als uit een ander leven, iets +lang geledens en iets raar eigens en overbekends tegelijk. Dan kwam +een zinloos tobbende gedachte, waarin ze geen stuur had, het alles +overnevelen: haar liter melk van 's morgens.... + +Soms schrok ze nog op, wist dan niet of ze de laatste minuut had +stil gezeten of nog doorgeschild, wentelde weer rapper den aardappel +tusschen de strammige vingers. + +Haar liter melk....Nog meer dan drie weken kon ze, op 't laatste +doktersbriefje, dien aan de Veerbrug halen gaan + +Maar,--ze had dat zelf dadelijk zoo uitgemaakt--nou ze kwam te dienen, +hou ging dat niet.... + +--Nee.... had de moeder toegegeven:--dat ging nou niet meer;....'t zou +niet fesoendelijk lijken, en 't zou ook niet magge van de menschen, +waar ze kwam.... + +"Ze konne denken," zei Ant, "dat je zegge wou, dat je niet genoeg te +eten kreeg, als je daar bij die meester met je pannetje melk kwam." + +--En 't andere moest ze ook maar stilletjes nemen, ried de moeder; +'t stond zoo maltentig, 'n meissie met 'r pillendoos! + +Maar den laatsten morgen, 's Zondags, toen Sprotje nog eens haar +kannetje ging laten vullen, had ze niets gezegd. Ze had niet +gedurfd. Gespannen had ze voor de laatste maal alles in die keuken +nog eenmaal aangezien, in een grooten afgunst de kleeren en de mutsen +van de meiden begluurd, en toen, stugger dan één anderen keer, zonder +een woord bijna, was ze heengegaan. Maar thuis had ze niet opgehouden +te dringen: 'r moeder zou toch 's Maandagsmorgens gaan, vóór tienen, +vast vóór tienen, de melk afzeggen.... + +"Sul! die menschen hebben de melk immers toch al besteld en genomen," +zei Sien. En Ant vroeg, of ze soms dacht, dat twee deftigheden en een +keukenvol booien met die ééne liter melk van haar geen raad zouden +weten?--'t Had het kind geen rust gelaten en ten leste had de moeder +beloofd: nou, vooruit dan maar, omdat ze dan morgen voor 't eerst in +'r dienst ging....'t zou gebeuren zooals de dame 't graag had.. vóór +haar werkhuis zou ze bij de Veerbrug aanloopen.. + +En nu in haar overspanning tobde het kind daar maar over.... die +liter melk, ze kon het toch zóó niet laten.... als 'r moeder nou eens +verhindering had gehad.... wat moesten ze denken van haar! + +Dan, in een bewuster oogenblik dacht ze ook: "'k wou dat ik 'm had, +die liter melk!" Zij voelde zich zoo flauw en zoo leeg.... zij zat +met haar zware mand aardappelen, die maar niet minderen wouen.... + +--tjee, ja! schrok ze,--voor zes menschen most ze ook schillen!" + +Juffrouw Jonkers kwam in de keuken, keek bedenkelijk op eens en +wat ontevreden, maar trok dan toch dadelijk haar gezicht in een +vriendelijker plooi. "Zoo den eersten morgen, hè?" zei ze opbeurend. En +naast het kind staand hadden haar radde vingers in een oogwenk een +dozijntje van de diksten er uitgepikt en afgewerkt. + +Toen de aardappelen waren geschild, moest Marie schoenen poetsen;--in +de waranda moest ze 't doen.. en heel stil zijn!.... om Wilmpje niet +te wekken, die eindelijk sliep. + +"Ik ga nou koken," zei de juffrouw, "dan mot ik de keuken alleen +hebben." + +Vijf paar schoenen en een paar pantoffels vond het kind buiten +staan; de frissche lucht monterde haar weer wat op, en met haar +stil-bedachtelijke zorg monsterde zij nauwkeurig elk stuk, dat onder +haar talmenden borstel kwam. + +"Nee, rijk hebben ze 't niet," dacht Sprotje; "die jongen van Bertels +het zeker beter schoenen aan zijn voeten dan de meester.... en de +pantoffels van de Juffrouw, nou, daar zal ze ook geen warme voeten +in houden op de keukensteenen...." + +"ffff," zoog zij tusschen haar groene tandjes, als 't bovenleer van +een paar meisjesschoenen drie dwarskerfjes vertoonde, die bijna al +door en door gingen. + +Voorzichtigjes, met haar gezicht in de zwaarwichtigste rimpelingen, +wreef zij eraan en stond haar hoofd te schudden, als juist juffrouw +Jonkers om den hoek van de waranda keek. Die kreeg een kleur, dacht +aan misprijzing over het schoeisel, dat zij zelf ook in een slechten +staat wist, en bits op eens, alsof ze tegen een van haar voorgaande +brutale kanjers zich te verweren had, zei ze: + +"Ja, als jij nooit op kapotter schoenen hier over de vloer zult loopen, +dan magge we blij zijn...." + +Sprotje keek verschrikt op, maar er was nog meer verbazing dan schrik +in haar blik.--Wat bedoelde de Juffrouw? + +Toen kleurde juffrouw Jonkers nog sterker; er kwam een groote +bevreemding in haar en een verlegenheid tegelijkertijd. Zonder iets +meer te zeggen ging ze heen. + +Een kwartiertje na twaalven werd het zwijgende huis plotseling +vol drukte van praten en voetengerucht; de meisjes hadden gebeld, +Marie moest open doen; dadelijk daarna kwam "meneer" met Herman uit +school. En om half een gingen zij eten. + +Toen het kind alleen aan 't keuken-aanrecht met haar bord aardappelen +en wat kool en een plakje varkensvleesch zat, toen kon ze bijna geen +hapje door de keel krijgen; ze was misselijk, haar hoofd was warm en +klopte, haar voeten leken bevroren op de stoelsport. + +Toch kreeg zij alles naar binnen gewerkt, want zij dorst niets te +laten staan; ook kreeg zij daarna, bij poozen en wijlen, haar borden +nog gewasschen en haar pannen geschuurd. + +Als 't klaar was, kwam de Juffrouw kijken. + +"Je doet het niet biester gauw, maar je doet het toch wel goed" zei +die meegaande, en het kind was haar heel dankbaar voor die prijzende +woorden, die zij wist niet verdiend te hebben. + +En toen, ten leste, mocht Sprotje gaan zitten. Ze mocht kousen +stoppen.--Het keukenraam moest ze maar wat open zetten, daar stond +zoo'n lekker zonnetje op, had de Juffrouw nog gezegd, maar Sprotje +voelde den wind te koud in haar hals, sloot weer, en zat in de duffe +engte van het dichte keukentje, waar de lucht nog zwaar broeide van +den petroleumdamp en de etenswalmen, en het wasemende vette vatenwater. + +Over haar kous gebogen, waarvan de doorgesleten mazen haar dwarrelden +voor het gezicht, zakte plotseling het kind, met haar hoofd op de +borst, in een botten slaap. + +Toen ze rillende en gloeierig wakker schokte,--ze wist niet hoe lang +ze zoo geslapen had--begon ze zachtjes te schreien, zoo maar stil en +heet te schreien zonder reden of doel. Haar hartje was zoo zwaar en vol +en haar hoofd was of 't breken zou van een ellende, die geen naam had. + +Zij dacht ook weer aan haar thuis, maar zij verlangde er toch niet +naar terug. + +Dan schrok zij, veegde schielijk met den bovenkant der handen langs +haar betraande gezicht: Herman, uit school gekomen, had zijn hoofd +om de deur gestoken... hij maakte dadelijk rechts om keer naar de +huiskamer, en een oogenblik later was juffrouw Jonkers in de keuken. + +--'t Zou wel wennen, 't zou wel wennen!.... troostte die met overreding +; 't was altijd wat vreemd in 't begin.... en als je dan nog nooit +van huis was geweest.... na het avondeten moest ze maar vroeg onder +de wol kruipen.... + +Het kind voelde al de plotselinge genegenheid van dien morgen weer +opleven in haar hart. + +"Een lief mensch!.. wat een lief mensch!" dacht ze. + +Even sloeg ze haar bedeesde, roodgeweende oogen op, had snel een blik, +maar die vol warmte was. + +En zij schaamde zich, dat zij nog zoo'n kleintje was, en zoo weinig +flink.... dat zij zoo weinig uit den weg te helpen wist. Zij had een +uiterste strekking van haar wil, en haar vermoeienis leek eensklaps +verzwonden. + +Zij hielp mee tafeldekken, hielp nog de kopjes weer wegwasschen; +zelf had zij maar één van de drie dikke hompen berogd wittebrood met +haar kom koffie er door kunnen spoelen. + +En toen zij eindelijk, met haar olielantaarntje naar boven trok, was ze +zoo wonderlijk duizelig op de beenen en zoo ijl in 't hoofd, dat zij +niet eens goed het kamertje zag, waarnaar ze zoo verlangd had,--nauw +begreep, dat het eigenlijk geen kamertje was, een afgehokt stukje +zolder met wanden van een sitsen gordijn en twee papierschotten. Als +in een schrillen zwaren droom, werktuigelijk, stapte zij uit haar +kleeren, en kroop rillende onder den deken, op het lage zwiepende bed. + + + +Maar met de dagen, die kwamen, wende Sprotje in haar dienst. Zij wende +aan het werken, wende aan het moe-zijn; zij wende aan het plagen van +de kinderen, aan de barschheid van meester Jonkers, en aan het soms +slechte humeur van de Juffrouw zelf. + +Wat haar nog het best op de been hield, dat was juist wat er aan +treurigheid en moeite zich voordeed in het huis, waar zij leefde. + +Als juffrouw Jonkers 's morgens, met de diepe, blauwe striemen van +onuitgerustheid onder de oogen binnen kwam, en met de hand in de zij +haar pijnlijken rug in postuur zette, dan vergat het kind hoe zijzelf +daar juist nog gewenscht had, dat het al maar weer avond was....; als +de Juffrouw haar af snauwde en zich boos maakte om niets, dan, met haar +oud-vrouwtjes-verstandigheid, dacht ze: 't is haar schuld niet.... 't +zijn de zenuwen, de meester was weer lastig van morgen.... en zij +zweeg; als de Juffrouw, 's middags, aarzelend, van de drie plakjes +spek op haar bord er toch nog een terug nam, dan at Sprotje er aan +die twee genoeg--thuis kreeg ze immers nooit vleesch,--en 't was hier +ook niet uit overdaad, dat ze haar zoo beknibbelden.... + +Van wie, al heel gauw, Sprotje nog veel meer hield dan van juffrouw +Jonkers zelf, dat was van Wilmpje; klein Wilmpje, die den halven dag +op den arm werd rondgezeuld, en met zijn geduldige, zachte gezichtje en +zijn zachte, vriendelijke oogjes zich maar overal heenbrengen liet. Hij +stak zoo frisch in zijn kleertjes, hij rook niet vies, en hij huilde +zelden. Op klein Wilmpje was ze dol. Te verlegen voor lieve naampjes +of spelletjes als de Juffrouw er bij was, nam Sprotje gretig elken +kans waar, dat ze hem alleen kon vinden, om gauw even haar zotste +grijnslachjes tegen hem te lachen en voorzichtig, met den wijsvinger, +hem onder het kinnetje te komen. Aandachtig en verbaasd, in zijn hoogen +kinderstoel, zat Wilmpje haar dan aan te staren; zijn spelletje liet +hij varen; het natte, ronde mondje ging ál zoetjes wijder open, soms +kwam er een zweem van een glimlach in het bolle van zijn bleeke wangen. + +Maar voor Herman was Sprotje bang. Zij was wel met hem begaan, omdat +hij zulke slechte oogen had, en zoo verlegen was over den bril, dien +hij droeg, en als hij maar vriendelijk wou zijn, reeg zij hem wel 's +morgens zijn laarzen dicht of gaf hem stilletjes een bruine boon voor +zijn sponsedoos.... maar zij was nooit zeker, dat hij een kwartier +daarna niet met zijn treiterigste gezicht door de gang zou loopen en +dreigen van: "Spr.... Spr.... Spr...." Voluit schelden deed hij nooit, +omdat hij vreesde, dat de ander misschien zijn bijnaam van Koontjekak +zou kennen, en die wou hij voor zijn zusters verbergen. + +Ook op die zusters was Sprotje niet gesteld. Dat Christientje 'r soms +plaagde met opzettelijk dingen te vragen, die ze niet weten kon, of +iets vertelde en 'r dan uitlachte, als zij 't geloofde;--dat Coba, +de oudste, die wou dat ze "jongejuffrouw" zei, zich bedienen liet +meer dan juffrouw Jonkers zelf, haar schoenen in de keuken terug +bracht als ze niet glommen naar haar zin en 'r altijd haar jurken wou +laten uitborstelen, dat alles vond Sprotje wel niet prettig, maar ze +verdroeg het gedwee; van den morgen tot den avond waren ze zoo netjes, +ze hielden zich altijd zoo schoon, ze hadden zulk mooi haar en ze +liepen zoo keurig, ze moesten vaak zoo lachen met elkaar.... voor het +eerst van haar leven begreep Sprot je iets van de vele kleine vreugden +en jeugdigheden, die zij nooit gekend had.. Maar er was een weerzin, +een vijandschap bijna in haar hartje tegen die vroolijkheid en die +keurige kleeren, als zij 's avonds laat nog juffrouw Jonkers, zelf +in een oude ochtendjapon, bloesjes zag staan strijken en kraagjes en +dassen; als zij dagen lang soms juffrouw Jonkers zich haar elfuurs +kopje koffie ontzeggen zag, omdat er weer een nieuw haarlint moest +gekocht worden, of een kuifkammetje of een ceintuur.... en als dan Coba +nog snibbig "ajasses, moe!" zei, als de Juffrouw haar Koosje noemde, +zooals ze eigenlijk te heeten scheen, of als Christien 'r neus, +optrok voor de luiers, die in de waranda over een touwtje hingen en +haar vader napraatte van: "dat hoort niet".. dan haatte Sprotje die +beiden uit den grond van haar hart. + +Meester Jonkers zag zij weinig en zij bleef hem schuw uit den weg. + +Des morgens, vóór zonsopgang, de eerste, was Sprotje in de kleeren. Bij +het kleine schijnsel van haar veiligheids-pitje spookte de huiskamer +zwart en schemerros en zij was er bang, bang voor het duister, bang +voor de plotselinge lichtschimmen, bang voor den zwarten bout, die +over het blind zat, en nog banger dien er af te nemen en de rinkelende +glasdeur te openen op de nachtelijke waranda. + +Zij moest alles stil doen om Herman niet te wekken, en de bout +ging stroef.... in duizend angsten duwde en trok zij boven haar +kracht.... als bonkend de ijzerstaaf uit den spang schoot, beefde +Sprot je, dat zij te veel geweld had gemaakt, huiverde voor 't +dwalende schemerduister, dat door de bedropen ruiten vaagde. Dan, +als zij met een schrillen ruk de eene glasdeur opengetrokken had, +blies de wind van over de weilanden haar klam in het gezicht.... + +En één kleine kamer voor vijf menschen en een kind, dat gaf veel +stof!.... tjee, iederen morgen moest zij het zeil nat opnemen en het +harde, koeharen karpet schuieren. + +In elkaar geschurkt, haar kleine lichaam als gebroken van het +beukende werk, wroette en wrong zij over den grond als een vertrapt +insect. Tappelings liep soms het zweet haar langs de slapen. In +'t eerste wittige morgenlicht, waar nog haar lantarenschijntje door +heen vaalde, werd haar gezichtje van een schrille verwezenheid en een +smartelijke spanning, die de komende uren daar niet meer af zouden +trekken en die pijn deden te zien. + +En òp dan!.... de melk had gebeld.... kil kwam de morgen van +de bleeke straat de gang in gevaren.... en haasten!.... het +ontbijt moest op tafel staan!.... en naar voren weer, de bakker +was aan de deur! Juffrouw Jonkers verscheen met klein Wilmpje op +den arm. Gauw! Gauw! klein Wilmpje moest zijn melk hebben.... Dan, +huiverig en heet tegelijk stond zij weer te worstelen met de groote +deurmat, die zij uit moest slaan tegen den huisgevel.... + +Als een kleine verworpeling zat zij alleen in de koude keuken en at +haar schriel gesmeerde morgenbrood. + +Zij jakkerde de uren door tot het middageten en jakkerde de uren door +tot den avondboterham; zij had nooit honger, maar zij at wat haar +gegeven werd; zij at met denzelfden strakken wil, waarmee zij haar +werk deed; ze wou eten, ze wou werken. 't Scheen ook dat dit lichaam, +dat niet dan slechte voeding gewend was, in den weinigen vleeschkost, +dien men haar, zóó schaars anders, toemat, een plotselingen prikkel +tot weerstand vond. + +Toen zij een dag of wat gewend was, en de Juffrouw niet meer praatte +van na den avondboterham onder de wol kruipen, zat ze 's avonds binnen. + +Meester en de twee meisjes werkten in de "studeerkamer," en juffrouw +Jonkers zei het ronduit: drie lampen iederen avond, dat was te duur. + +Sprotje moest haar stoel meebrengen uit de keuken. + +Duizelig verlegen, maar van een gelukkige verlegenheid, zat zij, +onder het oog van juffrouw Jonkers, naarstig gebogen over haar werk, +den altijd weer aanwassenden berg verstelgoed en kapotte kousen. + +Gepraat werd er weinig of zacht, want Wilmpje, achter de opengezette +kastdeur, sliep in zijn kinderwagen en Herman sliep in de alkoof. + +Maar Sprotje vond het heerlijk; haar voeten hoog van den grond +op een stoof, waren warm; warm was het roode schijnsel door de +fronselpapieren lampekap; en warm was het zwartgebloemd roodwollen +tafelkleed, met aan den anderen kant het lichtje onder de koffiekan +van het avondmaal.... de meester moest altijd een kop nà hebben, +onder het werken, en restte er, dan schonk de Juffrouw voor Marie en +voor zichzelf ook nog een kommetje, met een scheutje water erbij.. + +Leunend in den wijden rug van den rieten warandastoel, die zij met +bedkussens had opgevuld, raakte juffrouw Jonkers van lieverlede +wel wat uitgerust; en als ze maar uitgerust was, dan was ze ook wel +goed geluimd en nog lustig van hart. Een der eerste avonden vertelde +zij aan Sprotje, dat zij, vóór haar trouwen, op hun dorp het "jolige +Dekkertje" werd genoemd, en zij deed, al fluisterend, nog meer korte, +koddige verhaaltjes, die het kind met een groote bewondering vervulden, +en waarover zij, met een hooge kleur en opgetrokken schoudertjes, +haar lachen te verbijten zat. + +Maar soms kwam ook, strak en streng, de meester binnen, klaagde +kortafgemeten, dat de lamp piekte, de petroleumkachel stonk, of dat de +inktkoker vol vuil zat.... dan was voor dien avond juffrouw Jonkers' +goede bui voorbij; zij zag plotseling erg moe en er lag een vreemde +verslagenheid over haar geheele wezen. + +Als "meneer" binnen kwam, zoo was Sprotje geleerd, moest zij dadelijk +haar werk opnemen en naar de keuken gaan; met een schuwen afkeer +sloop zij langs den kleinen rood-gebaarden man heen; een enkele maal +had zij den vinnigen blik opgevangen, die zijn borende oogen wierpen +naar den leunstoel vol bedkussens, waaruit haastig juffrouw Jonkers +was opgerezen.... + +En zoodra er tegen het eind van den avond in de "studeerkamer" +stoelgeschuifel kwam, een paar kletsjes met boeken opklonken en +luider gepraat--de meisjes hadden haar werk klaar en gingen binnen +komen--dan zei de Juffrouw dringend: "Kom, Marie.... gauw naar bed, +kind!" en zij dreef haar de kamer uit, nam schielijk en steelsgewijs +nog wat rommel weg, die er op tafel was komen te slingeren. + +Den eersten Zaterdagavond mocht Sprotje twee boodschappen in de stad +doen en bij haar moeder aangaan;--zij was die week nog niet verder +geweest dan de stoep van meester Jonkers' huis. 't Was het kind een +zeer onwennige gewaarwording, dit naar huis gaan. In haar schoone +kleeren, met een pakje vuil goed onder den arm, liep zij de Hanekamp +langs en het Dijkje op, zoo nieuw en raar, of zij in jaren daar niet +gekomen was. + +Moeder en Ant zaten thuis; ze verwelkomden haar vriendelijk en met een +nieuwsgierigheid, die het kind streelde; maar zij had óók de schuine +en argwanende blikken naar het pakje goed gezien en dat maakte haar +onrustig. + +--En hoe of ze 't nou wel had gehad?.... waren ze goed voor +haar?.... kreeg ze genoeg te eten?.... kon ze 't werk af?.... vroegen +de twee vrouwen.--Ze zag er moe uit, maar dat kwam zeker met den +Zaterdag.... De moeder vertelde, dat zij tweemaal was langs gekomen, +maar de eerste maal had zij de Juffrouw en haar samen in de slaapkamer +bezig gezien en had toen niet willen storen, en de tweede maal stond +er juist een jongentje aan de voordeur, die zei, dat Marie op broer +paste, want dat zijn moe boven was.. ze had toen nog even gewacht, +maar ze moest zelf ook aan 'r werkhuis wezen. + +Het kind knikte; ze vond het prettig, dat 'r moeder tweemaal nog +zoo'n eind voor haar was komen loopen. Dan haalde ze haar beursje +te voorschijn en de moeder kreeg Sprotjes spaardoos uit de ladekast; +bij de drieëntwintig centen, die ze al had, kwamen de twee kwartjes en +het dubbeltje van haar eerste weekloon. Toen de vrouw het doosje weer +was gaan wegzetten, zat het kind maar met stil-verbaasde blikken in +de keuken rond te zien, of ieder ding iets zeer belangrijks voor haar +was geworden; soms kwam er even een vreemde trekking om haar mondje, +een beving langs haar wang.... + +"Zeg, simmetje, kijk er al het moois niet af!" zei Ant, die +goedig-vermaakt dat oogenspel had waargenomen. + +De liter melk van de Veerbrug kwam ook nog even ter sprake.... ja, +ja, het was in orde hoor! + +"En wat is dàt?" vroeg dan eindelijk vrouw Plas, met voorgewende +verwondering op het pak naast Sprotjes stoel wijzend, want ze wist +heel best wat het was. + +"Mijn vuile goed," zei het kind schuw. + +"Wel nou nog en toe!" maakte de moeder zich eensklaps boos, "je bent +in een volle dienst, dan ben je toch ook in de wasch.... dat goed +mot toch in de wasch bij de menschen, waar je dient...." + +"'t Mág ook in de wasch bij de menschen waar ik dien," zei Sprotje, +als een heftige verdediging van haar juffrouw Jonkers, die zij +aangetast voelde. + +"O!.... nou!.... en wat dan?" vroegen zwijgend de twee paar diepe, +zwarte oogen van moeder en Ant. + +"De Juffrouw laat om de veertien dagen wasschen.. 'k ken geen veertien +dagen wachten," zei Sprotje bot. + +De oogen der moeder verzachtten in een aarzeling: --ja.... als 't +zoo zat.... Maar Ant begon te lachen. + +"O! dat kenne we," zei ze schamper. Ze had daar wel over hooren +praten op 't fabriek, door meiden wier zusters dienden. "Wasschen +om de veertien dagen!.. dan kan 't meissie niet wachten.... mot de +moeder wel bijspringen.... 't gewone foefie hoor!.... een foefie uit +de kakdienstjes van een volle meid voor half geld!".... + +"Hadt jij dat nog niet begrepen, kleine sufferd?" vroeg ze goedmeens +achteraan. + +Maar Sprotjes oogen staken van booswilligheid. + +"As ik fesoenlijk drie jurke had, en de rest, kon 'k wachte," zei ze +gedempt-fel:".... zou 'k hier niet hoeven te bedelen.... 'k Zal me +wasch wel betalen!.. 'k Zal zelf wel een nieuwe jepon koopen, as 'k +'t geld heb!".... + +Toen sloeg de moeder aan 't lamenteeren: + +--Drie jurke!.... en de rest!.... God nog en toe!.... en wie had dat +allemaal motten opbrengen?.... en zou de juffrouw nou wel betalen +voor d'r wasschie? .... wie had de juffrouw weken lang voor niks de +kost gegeven?.... Was 't nog niet mooi genoeg, dat ze d'r heele loon +sparen mocht?.... Hoeveel meissies, die 't moste afgeven tot ze drie +en twintig waren?.... + +--Zij, toen ze twaalf jaar was, droeg al geen stuk aan 'r lijf, dat ze +niet zelf had verdiend.... steenen-dragen voor 't steenfabriek.... 's +morgens, 's middags, 's avonds, tot ze d'r bij neer viel.... En +'r heele leven verder, werken, werken!.... + +"Jij schijnt daar astrant te worden, bij die meester in huis," zei +Ant boos tegen het kind. + +Sprotje, met een heet-toegetrokken hoofdje vol zelfbeklag, bleef +eerst blind voor die verwijten: zij dacht aan juffrouw Jonkers, +hoe die 's avonds na negenen nog kleeren stond te strijken voor +Coba en Christien.... maar voor haar!.... voor haar deden ze niks +thuis.... ze vonden 't nog mooi, als ze 'r 't geld niet afnamen, +dat ze toch zelf verdiend had!.... + +Dan wierp ze een schielijk-onderzoekenden blik op haar moeder.... Ze +hàd wel weken thuis gehangen.... dat wàs wel zoo.... en moeder +liet 'r nou wel alles houen, terwijl ze 't zelf zoo best gebruiken +kon....; en ze dacht ook: steenen dragen als je nog geen twaalf jaar +ben!.... Ze had die klacht al vaker gehoord, maar 't was nog nooit zoo +tot haar doorgedrongen als nu. Er versprong iets van meelij-hebben +en vergiffenis-vragen in haar oogen, en al haar heftigheid keerde +zich tegen Ant. Ant.... wat had Ant te zeggen? + +"Jij verdien wel vier gulden in de week!" viel ze bitter uit. + +"Mot je óók naar 't fabriek gaan, meid!" zei de oudere zuster; ze zei +het zachtzinnig, want zij bedoelde het goed, als een verstandige raad. + +Sprotjes gezicht trok hard en gesloten. + +"Leg maar neer, dat pakkie," kwam toen eindelijk de moeder; "'t zal +dan wel klaar komme, al zeg ik er nou 't mijne van...." + +Toen werd het tijd, dat vrouw Plas haar Zaterdagavond-waschjes ging +rondbrengen bij de klanten en met hun drieën trokken zij op weg. + +Dien Zondagmiddag zat Sprotje, zooals zij elken Zondagmiddag voortaan +doen zou, stilletjes in den leunstoel aan het kamerraam, en als +'t begon te schemeren en zij het koud kreeg, dook zij weg op het +lage waschbankje bij het keukenfornuis; zij zat maar suf en dof haar +overgroote vermoeienis uit te vieren. + +"Slapertje, gapertje, kijk-in-de-pot!" zei de moeder, en ook de +anderen plaagden wel even, maar alles ging vreemd aan het kind voorbij, +en toen lieten zij haar. + +In 't begin van de tweede week, als Sprotje weer 's avonds met 'r +keukenstoel kwam aandragen, zei juffrouw Jonkers: "Laat maar, Marie, +je mag er wel een uit de kamer nemen." + +Sprotje voelde het als een groote onderscheiding en dat was het +ook. Juffrouw Jonkers was haar bizonder goed gezind.--Dit kind +maakte zich niet toe als de andere wurmen, die ze wel in huis had +gehad.... die pikten al den derden dag van de week.... die bleven met +'t smeer van 'r kleeren kleven op de stoel, waar zij zaten.... Maar +Marie.... Zij was zoo dankbaar vaak! Nog geen brutale mond had zij +gehad, nog geen stukje was er gebroken!.... Dan overlei ze bij zich +zelf of zij dit kind wel genoeg spaarde, of zij 't wel gaf wat het +hebben moest,... 't was zoo'n min kind!.... Maar lang overlei ze ook +al niet; het werd haar te wonderlijk zwaar om het hart, want zij wist +heel goed, dat dit kind meer werkte dan het kon, en dat het níet kreeg, +wat het behoefde. Maar wat zat er anders op?.... Zijzelf deed immers al +veel meer dan haar krachten toelieten, en zij wist van een dubbeltje +ook maar tien centen te maken.... Nog geen zes stuivers per dag voor +de man kon ze uitgeven.... meester Jonkers had wel bijna het dubbele +noodig, en de meisjes studeerden, en Herman was in zijn groei.... wát +bleef er over voor een meid en voor haar....? + +Sprotje, de voeten als twee gedweeë beestjes naasteen op een stoof, +ver achter op de zachte trijpen zitting gezeten en haar pijnlijk +ruggetje rondend in de gebogen leuning, was stil en dankbaar en +stopte kousen. En sinds zij zich wat thuis voelde, zat haar hoofdje +ook vol kleine zorgjes en bekommernissen voor het gezin, waarin ze +nu verkeerde. Zoo wat sluiperig kon ze de moede, grijze oogen opslaan +van haar werk en met haar temerig zacht praten opeens vragen: + +"Júffrouw, hei je de blinden in de slaapkamer wel dicht gedaan?"--of: +"Júffrouw, motte we morrege wel drie brooie nemen van de bakker?"--of, +met een schrikje plotseling: "Júffrouw, hadde we Wilmpie z'n speen +wel uitgespoeld van avond?" + +De eerste malen, dat zoo, schuw en zonderling, Marie uit haar hoek +schoot, had juffrouw Jonkers het lachen niet kunnen laten. "Ze mosten +jou moeder van't Ouwe-mannenhuis maken," zei ze eens.... Maar met +den tijd begon haar dat zorgend denken een welkome steun te worden; +als twee wikkende en wegende huismoeders bespraken zij samen de +moeielijkheden van den dag. + +--Vónd de Juffrouw niet, dat Christientje erg bleek had gezien +vandaag?--Ja, juffrouw Jonkers had dat ook opgelet....zij dacht al +lang over een bordje oat-meel 's morgens, uit water, met een scheutje +melk erin, dat was al heel versterkend....z e had het uitgerekend, +'t kwam op een twaalf stuivers in de maand. Sprotje had wel eens +gehoord van haverdepap, en van gort uit een bus,.... maar dat was te +duur, zei de Juffrouw. Zij schudden de hoofden over ál dat leeren, +dat je doen moest om wat te worden tegenwoordig.... Op school was 't +al zoo moeilijk, en dan nog iederen avond les apart.... De meisjes +moesten Woensdag maar niet met de kamerbeurt meehelpen, eens den +middag uit wandelen gaan.... Ja, dat leek Marie ook het beste. Zij +droeg de twee al geen kwaad hart meer toe. + +En dan praatte juffrouw Jonkers soms over de booze buien van +"meneer,".... den heelen dag met die groote klasse kinders optrekken, +en het "Hoofd," dat altijd weer wat nieuws wou, en altijd wat aan te +merken had!.... Zij deed kleurige verhalen, van hoe een vroolijke en +gezellige man "meneer" was geweest, voor zijn betrekking en al zijn +zorgen hem zoo in z'n zenuwen hadden aangepakt. Daar moest ze nou +toch geduld mee hebben, niewaar? 't Was zijn schuld niet.. Vroeger, +in 't huis op de Turfgracht, hadden ze kostjongens gehad, maar dat +kon hij heelemaal niet harden. En zoo ging het.... op school moest +ie zich goedhouden en dan, thuis, liet ie zich gaan.... + +Met haar ouwelijk hoofdknikken femelde het kind iets van: ja, zoo +waren de mannen....; maar zij begreep best, wat de Juffrouw vertelde, +en zij zag meester Jonkers weer met vriendelijker oogen aan. + +Dan, altijd, op 't laatst van den avond, kwam voor Sprotje het +heerlijkste oogenblik van den dag: vóór dat meneer en de meisjes +binnenkwamen, moest Wilmpje geholpen. Overdag had ze nooit veel tijd +om daar bij te zijn; nu mocht ze de versche luier warmen, terwijl +de Juffrouw hem op zijn potje zette; ze keek toe, hoe het kindje +soezebollend tegen zijn moeder aanzat, tot eindelijk, even maar, +er iets tinkelde, en met een diep-zacht zuchtje hij zich neer liet +leggen, en al weer sliep, als, werktuigelijk, hij zijn bleeke mollige +beentjes nog omhoog stak voor 't verluieren. + +Soms, als ook het pak onderleggers vocht was--wanneer zou dat kind +toch eens zindelijk zijn! klaagde vaak de Juffrouw, Christientje was +'t al met de elf maanden geweest!--dan mocht Sprotje hem op schoot +houden, terwijl de moeder het bedje voorzag. + +Ze oogde neer op zijn weeke wangetje, warm rood van 't slapen, +en daarover heen zag ze zijn malsche halsje in, zoel binnen het +flanellen nachtpon-kraagje; zijn witte voetjes borg ze in den wollen +doek, die juffrouw Jonkers over haar te koude schort had gelegd, en +met haar gezicht dicht op zijn wit-vlassen haartje, in haar gebogen +moedertjeshouding, rook ze een heerlijk zoet-zwoel luchtje....--Net of +'t van een diertje was, dacht Sprotje;--zoo'n engel! + +Soms zuchtte hij in zijn sluimer of werd even wakker met een geeuwtje +en een flauw oogstreepje, dat niet zag, en Sprotje, zorgzaam koesterend +het teer-warme leventje tegen zich aan, voelde een gelukkigheid, +als zij nimmer te voren had gekend. + +En zij ervoer het nog, een donzige lichtheid binnen in zich, terwijl +zij met moeilijke stramme beenen van 't opstaan ineens na een dag zwaar +werk, en met een gebroken rug, juffrouw Jonkers de kinderwagen den gang +door naar de slaapkamer hielp verdragen, of als zij, slaperig-rillend +en op den tast, in de kille donkere keuken de natte stukken over +'t lijntje hing. + + + +Toen Sprotje, aan het eind van de tweede week, voor de tweede maal +haar twaalf stuivers had gebeurd, nam zij 's Zondagsmiddags, terwijl +er niemand thuis was, vier kwartjes uit het gleufdoosje, waarvan zij +zelf het sleuteltje bewaarde, en den Dinsdag daarop kocht zij zich, +in een lang begluurd winkeltje op 't Broerekerkplein, een mutsje van +vijfentachtig cent. + +'t Was een mutsje van fijn geplooide tule, met een geborduurd, +neteldoeksch bodempje erin, en langs de breede keelbanden liep aan +de onderzijde een open zoompje en een kantje van een vingerbreed. + +Sprotje had nog nooit zoo'n mooi mutsje gezien; de meiden aan de +Veerbrug droegen er geen fijnere! Zij had ook nog nooit voor zichzelf +iets gekocht, dat vijfentachtig cent kostte! + +Juffrouw Jonkers wist niets van de plannen. Toen het kind bij +uitzondering dien dag om een boodschap was gestuurd, had ze den +koop gesloten. + +Nu, met het mutsje in wit vloei gevouwen op haar schoot, zat ze aan +de keukentafel. Ze was duizelig moe van 't harde loopen en van de +opwinding en van al de blijdschap, die haar bezeten had. + +Toen juffrouw Jonkers binnenkwam, hadden juist haar trillende vingers +aan een hoekje het vloei losgevouwen van de blauwig glanzende blankheid +daaronder. + +"Is die muts van jou, Marie?" vroeg de Juffrouw met een ongeloovige +verrassing. + +De kleine grijze oogen van het kind hadden een diepen gloed van +extatische vreugde. Zij zei niets, zag juffrouw Jonkers aan, +knikte dan. + +"Pas 'm eens op!" drong de Juffrouw. Die kon haar oogen nauwelijks +gelooven. Een dienstmeisje dat een muts droeg! dááraan had ze, +bij het kleine loon dat ze gaf, nog nooit kunnen denken.... een +dienstmeisje, dat keurig aan de deur kwam, dat keurig om een boodschap +ging.... Juffrouw Jonkers was zoo blij of ze zelf een mooi cadeau +kreeg! Zij was vol verwachting, hoe het staan zou.... + +Met onzekere vingers en in een zwijmeling van geluk zette Sprotje +het fijne blanke als een kostbare kroon boven haar mager-bleeke +gezichtje.... + +Toen strikte juffrouw Jonkers zelf de keelbanden dicht, haalde +losjes de lussen uit, streek even nog de altijd weer neersliertende +haarplukjes terzijde weg; zij deed twee stappen achteruit, om beter +het effect te beoordeelen. + +Midden in het keukentje stond het kind, haar oogen neergeslagen; zij +zuchtte tweemaal diep uit.... dan gingen de beide handen bevende omhoog +en tastten met schroomvolle vingers naar het heerlijke, dat zij droeg. + +"Netjes.... o wat netjes!" zei de Juffrouw uit den grond van haar hart. + +Dien middag werd Sprotje nóg eens om een boodschap gestuurd. + +--Wat konden ze eens in huis halen, dat er eerdaags toch noodig zou +zijn? had juffrouw Jonkers, met een kinderlijke opgetogenheid, staan +verzinnen voor haar kast. + +Sprotje deed niet haar manteltje aan, het korte, grijze, dat zij voor +de kou over haar katoenen kleeren droeg. Zij ging zoo in haar japon. 't +Was de week van het waterblauwe katoen met de klaverblaadjes, en daar +'t pas Dinsdag was, had zij die nog gehouden zonder een spoor bijna +van vuil. Zij had een schoone witte schort voor gedaan, die met de +kruiselingsche sluiting over den rug. + +Op haar ingedrongen borstje lagen broos en luchtig de lussen en +einden der mutsebanden, met het kantje als een kostelijk versiersel +daar onder langs. + +Stram en zoo rechtop ze kon liep het kind, met een ingehouden +voortvarendheid; er was niets in haar dan een bloo en ijl gevoel van +trots, dat haar hoofdje fijn verstarde. Het boodschapmandje onder +den arm stevende ze helder en wapperig de straat uit.... + +Juffrouw Jonkers keek haar na achter de vitrage van het slaapkamerraam. + +'t Was een koude dag, kil weer dat zich naar vriezen zette en er +woei een Oostenwind. Maar het kind voelde wind noch kou. Zij voelde +ook niet de weeë vermoeidheid, die sinds dagen al haar niet meer +verliet. Zij had alle straten van het stadje wel door willen loopen, +voorbij het huis van de naai-juffrouw gaan, voorbij de Veerbrug, +voorbij de Hanekamp.... naar haar eigen huis alleen had ze niet gewild. + +In den winkel, waar ze nooit kwam, omdat de meisjes of meester daar +altijd zelf de boodschappen deden, gaf zij, met een hoog stemmetje, +wat heesch van verlegenheid, haar bestelling: een half pond koffie +en een stuiver kaneel.... + +De winkelier keek haar nadenkend aan, vroeg dan van wie ze kwam. + +"Van meester Jonkers," zei Sprotje zachtjes. + +"O!" antwoordde de man met de grijze sloof; en hij ging bedaard, +bij kleine scheutjes, wat boonen schudden uit de groene bus in het +zakje op de weegschaal. + +"'k Mot gemale hebben," zei plotseling Sprotje fel. + +"O!" zei de winkelier nog eens, op zijn bedaard nadenkenden toon; +dan keek hij wat verwonderd en schudde de boontjes weer uit het zakje +in de bus. + +Sprotje werd verward; zij begreep volstrekt niet, wat hij met die +o's eigenlijk zeggen wou; en toen zij, de beide builtjes in haar +mand, wat ontnuchterd het winkeltje weer uit kwam, zag zij op eens, +aan den overkant der smalle straat, den vroegeren vrijer van Sien +aankomen.... Sinds den avond van het briefje en de afgetrochelde twee +gulden, had zij Hein niet weerom gezien. + +Met onregelmatige rukken en stooten begon haar het hart te kloppen +tot in de keel. + +Maar ook de jongen leek beduusd. + +Zijn ruw-blozend gezicht kleurde donker tot over het voorhoofd en zijn +rauw-roode mond, onder het witte snorretje, had een weifelenden trek. + +Met zijn naakte oogen keek hij het kind goedigvervaard aan. + +"Dag Hein," zei Sprotje beverig. + +"Dag Merie," zei de jongen verwonderd, of hij haar nu pas zag. + +Zwijgend stonden zij tegenover elkaar op het smalle +rood-klinkerstraatje, dat voorlangs de lange kazernemuur liep. + +"Chos!...." zei de jongen eindelijk, "dat ik jou daar nou tegen +kom....;" hij keek nog al maar botverbaasd, of hij voor een onoplosbaar +raadsel zijn hoofd was kwijt geraakt. + +Sprotje, onrustig, frommelde aan de slippen van haar mutsebanden, +streek verschrikt, als zij 't merkte, die weer glad. + +"Keurig!" zei de jongen, "fijn...." + +Het kind moest lachen; in een zenuwachtige sperring trok zij hoog de +vale bovenlip tegen de groenbeslagen tandjes aan....; zij herinnerde +zich hoe, den avond, dat hij in de keuken te wachten zat op Sien +die maar niet kwam, en zij haar pas gekregen bedeelingsgoed bekeek, +hij precies hetzelfde tegen haar gezegd had. + +Maar dan was ze ook dadelijk weer vol ernst bij de groote gebeurtenis +in haar uiterlijk. + +"'n Mooi mussie, hé?" vroeg ze gespannen; "pas nieuw.... 'k dien +nou.... bij meester Jonkers...." + +"Zoo...." zei de jongen. Hij keek rond of hij weg wou. + +Sprotje, even nog raar lacherig, raakte wat meer op haar gemak.--Gek, +die Hein,.... daar was ze nou dit half jaar telkens zoo bang voor +geweest.... en nou vond ze 't wel prettig hem tegen te komen.... 'r +Mond en 'r voorhoofd trokken ouwelijk-wijs van zich te schikken tot +een knussig praatje. + +Maar de jongen, plotseling, schoot fel uit: + +"En je zuster?.... het die nou 'r zin?.... nou hèt ze een jongen met +duiten.... en nou mag ze niet bij de ouwers in huis komme.... wat +zeit ze nou....?" + +"Ja...." kwam Sprotje, gewichtig femelend op eens, "díé het nou +'r verdiende loon, hé?" + +De jongen keek haar met een afwezige kwaadaardigheid aan. + +"O.... 'r verdiende loon...." zei hij, tot tegenspraak geprikkeld, +"'t is een knappe meid genoeg om een rijke jongen te verdienen.... maar +bij mijn het ze 't toch smerig late liggen...." + +Sprotje keek bevreemd naar hem op. + +Toen, in een plotselinge gevoeligheid voor dien zwaren kerel, die 't +zoo goed meende, en die 't voor haar slechte zuster zelfs nog opnam, +zei ze zwakjes-lief: "Ja, en _ik_ geloof, dat ze met jou nog veel +beter af was geweest...." + +Het gezicht van den jongen, op een slag, ontspande zich; zijn rauwe +mond had even een weeke trekking in de hoeken en de naakte oogen +keken met trouwhartige dankbaarheid in de verwonderde, bleekgrijze +van het kind. + +Die, uit zenuwachtigheid, moest opnieuw lachen. + +"Toe nou...." zei de jongen ongeduldig, "je doet nog net zoo raar +as altijd." + +Hij had dan zelf een soort goedigen grinniklach, deed twee stappen +op zij langs haar heen. + +"Dag Merie," zei hij. En zich nog eens omkeerend: "'t Was maar goed, +dat jij toen dat briefie gevonden hadt.... 'k was anders nog langer in +de luren geleid.. Je ben nog wel bedankt hoor!.... en zeg dat meteen +maar an je zuster ook...." + +Toen ging hij door. + +Sprot je had een zucht van verluchting. Die twee gulden, die scheen +ie heelemaal vergeten te zijn. Nou, des te beter voor haar.... maar +je most daar wel zoo'n rare as die Hein voor wezen.... + +Toen ze thuis kwam vroeg juffrouw Jonkers, die met Wilmpje op den +arm open deed: + +"En wat zei je moeder ervan?" + +"'k Ben niet thuis geweest," antwoordde het kind stug. + +"O!.... ik dacht maar," zei de Juffrouw, "omdat het nog al laat +werd.... 't was anders best de moeite waard!" En zij bewonderde nog +eenmaal de keurigheid van de muts en de keelbanden, zoo smetteloos +boven de schoone schort.... Klein Wilmpje wou aan de slippen +trekken.... "Mag niet," schrok Sprotje, schriller dan ze ooit +deed tegen het kind; maar juffrouw Jonkers had ook al "niet doen, +vent!" gezegd. + +"De kippen op straat zullen je niet gekend hebben," plaagde zij nog +even; dan schonk zij Sprotje een notendopje brandewijn met suiker in, +omdat ze zoo blauw zag van de kou. Eerst toen Sprotje dat op had, +voelde ze hoe verkleumd haar handen en voeten waren en hoe pijnlijk +haar schouderbladen. + +En in de dagen, die kwamen, had het kind veel van de koude te lijden; +een felle Noordenwind, die pal op het keukenraam stond, maakte het daar +in den morgen, als ze haar boterham zat te eten, zoo ijzig of het vroor +van geweld. Zoo gauw de meisjes en meester Jonkers weg waren, haalde +de Juffrouw haar binnen, liet haar schoenen poetsen en lampen doen +bij de kachel, om warm te worden.... maar er was geen warm worden aan. + +"Je hebt kikkerbloed, kind," zei ze soms met een lichtelijke +afkeuring, maar dan sloeg haar ook weer de schrik om het hart, als +zij het weggeslonken, grauwbleeke gezichtje zag, waarop, onder de +doffe diepten der beslagen oogjes, alleen wat vaalbruin schemerde +der wintersch weggebleekte sproeten. + +'t Kind hoestte ook meer dan ze gedaan had en de katoenen jurken +vielen al sluiker en sloviger over haar schriele borst. + +Juffrouw Jonkers, als zij dat zag, had wel medelijden, maar het was +haar een ergernis tegelijkertijd. Was zij zelf door over-vermoeidheid +wat prikkelbaar, dan verwenschte zij vaak de kwade kansen, die 't +maar altijd weer op háár gemunt hadden.... + +Nou had ze 't dan eens getroffen, nou had ze een behoorlijk +dienstmeisje, een met 'n muts nog wel! en de armetierigheid van +den dienst, waar zij hoorde, lag haar nog op 't gezicht... zooveel +moeite deedt je om je fatsoen op te houden, en zoo'n kind had zich +maar aan de deur te vertoonen en iedereen wist, dat daar schrale +Aaltje de pot schafte.... 't Leek heel wat, een volle meid houden, +maar als ze je niet op straat brachten met 'r verhalen, dan deden +ze 't met 'r schooierige kleeren of 'r achterbuurtgezicht, of met +'r stumperige ziekelijkheid als deze.... + +Een ander maal weer was haar medelijden grooter dan haar ergernis, +en nam zij Sprotje meer werk uit de hand dan ze wel voor haar eigen +gezondheid doen mocht. + +En omdat juffrouw Jonkers vaak gehoord had, dat een sneedje gekookt +spek op de morgenboterham zoo'n goed deed, liet ze een ons bij het +spekslagertje uit de Witte-rozenlaan halen. Maar Sprotje verdroeg in +de vroegte den ranzigen vetsmaak niet en werd tweemaal onwel. Toen +probeerde juffrouw Jonkers het nog eens met een sneedje roggebrood +met stroopvet, en toen dat ook niet hielp, bleef het erbij. + +En als Sprotje des nachts nog maar goed warm had kunnen worden....; +maar wanneer het buiten woei, tochtte het erg op haar zolderhoek, +en het dunne dek, over het wankele veldbedje zonder zijschotten, +liet zich niet instoppen. + +Dat was een vreemd ding in het hoofd van juffrouw Jonkers. Zij wist +wel, dat Sprotje niet genoeg dekking had, maar zij wist ook, dat zij +alles wat daarvoor in aanmerking kwam al bij Christientje en Coba op +bed had moeten geven, en dat er van iets nieuws koopen dat winter geen +sprake kon zijn. En zoo was er de vage zelfsussing in haar hoofd, dat +zulke kinderen thuis ook niet verwend werden, en dat Marie smal was +en de onderste deken wel dubbel kon leggen...... Zij schrikte er voor +terug precies te weten, hoe op het koude stukje afgeschoten zolder de +nachten wel mochten wezen.... maar zij probeerde verscheidene malen, +door daarop ingerichte vragen, een geruststellend antwoord uit te +lokken. Eindelijk liet zij het kind 's avonds een warme kruik mee +naar boven nemen. + +De derde Vrijdagmiddag in haar dienst was al aangebroken, vóór +Sprotje, met een vlijming van schrik, bedacht, dat het dien middag +weer catechisatie was geweest. Die had ze telkens vergeten. Maar de +volgende week kwam gedurig de gedachte aan het rustige uur in het +boogramen-zaaltje naast de kerk, met domeni, die zijn pijp rookte, +als iets hevig begeerlijks bij haar binnensluipen. + +En den vierden Vrijdagmorgen, schuchter en als schuldig, hakkelde +zij iets van: dat ze Luthersch was en dat ze eigenlijk.... van +middag.... om drie uur.... + +"Mot je naar de catechisatie?" schrok juffrouw Jonkers. + +'t Was haar deze maand al een paar maal ingevallen, dat dit +kind,--"femeltje" nog wel, zooals zij haar bij zichzelf soms noemde--nu +eens eindelijk niet met dat eeuwige struikelblok van die onderbroken +middag of morgen in de week aankwam. Altijd die catechisatie! Haar +kinderen gingen er ook niet heen; Jonkers was daar veel te verlicht +voor.... En nou, opeens.... + +"Kom, je wou toch van middag niet naar de catechisatie?" vroeg ze, +wat schamper ongeloovig. + +Er was een stekende teleurstelling in Sprotjes hart. + +Maar toen juffrouw Jonkers het kind zoo ongelukkig zag kijken, dacht +ze ook al weer: 't geloof mot je respecteeren. + +"Waarom heeft je moeder daar niks van gezeid?" verweerde zij zich +nog zwakjes brommend; "er is net zooveel te doen van middag." + +En Sprotje, berouwvol op haar beurt, stelde verontschuldigend voor: + +"De volgende week dan misschien, Juffrouw?" + +"Nou, goed, de volgende week," kwam juffrouw Jonkers verlucht. + +De volgende week schikte zij het uurtje vrij. Sprotje was daar heel +dankbaar voor, en zij droeg het getroost, toen de daarop volgende +weken het weer niet geschikt kon worden. + +Op 't eind van November was Sprotje jarig. + +Juffrouw Jonkers had haar graag een wollen omslag-doekje gekocht +of een gebreide borstrok; maar ze had slechts negen stuivers te +missen.... Sinterklaas stond voor de deur. En zoo bleef het ook voor +Marie bij het paar halfwollen handschoenen, waarvan een winkeltje +achter de groote kerk de koopjes had. + +Van haar thuis, van moeder en de zusters samen, kreeg zij het goed +voor een nieuwe katoenen japon. + +Ze hadden het wel een beetje op een goedkoopje moeten vinden, maar +Sprotje was er toch heel blij mee, blijer wel dan met de handschoenen, +hoewel het haar geen liever geschenk was. Het maakloon kon ze nu uit +haar eigen spaardoosje betalen, was er gezegd; doch vóór Sprotje de +japon nog bij de naaister had gebracht, drie dagen voor Sinterklaas, +werd zij plotseling ziek. + +Toen zij 's morgens stilletjes in de keuken een grooten bak +winterwortelen te schrapen zat, voelde zij zich op eenmaal als +wonderlijk leeg loopen van binnen, en zonder een woord of een zucht +zakte zij tegen de leuning van haar stoel in zwijm. De bons van den +houten groentebak op den grond deed juffrouw Jonkers toeschieten; die +droeg haar naar de kamer, lei haar in de rieten warandastoel.... Zij +was zeer geschrokken, schrok opnieuw van de gemakkelijkheid, waarmede +het kind te tillen was.... En om twaalf uur moest Christien gauw naar +het Dijkje loopen. Stil zat Sprotje, flauw nog en huiverig, naast de +keukentafel, terwijl juffrouw Jonkers haastig het eten opzette. + +Een kwartier later rinkelde de bel weer; Coba kwam zeggen dat "ze" er +waren: in de wijd-open voordeur wachtten de moeder en Ant. Christientje +en Herman keken nieuwsgierig aan de huiskamerdeur. + +En klappertandend, onzeker gaand of ze geen grond raakte, kwam Sprotje +vlak achter de Juffrouw aan de gang door. , + +Even keek ze de huiskamer in.... Wilmpje....! maar de meester zat al +aan tafel; zij zag zijn rosse achterhoofd met de dunne kruin.... + +"Dag Marie," kwam Christientje zacht. + +Herman, achter zijn bolle bril, had puilende oogen. + +"Gauw beterschap, meid!" zei de Juffrouw, "je hebt hier altijd best +opgepast....!" + +'t Was een koude dag, en in den sergen doek van haar moeder en nog +een wollen doekje om van Ant, sjokte Sprotje, tusschen Ant en haar +moeder in, op weg, naar huis. + +Juffrouw Jonkers keek haar even na; dan deed zij snel de voordeur +dicht. Zij begreep, dat zij het kind in haar dienst niet weerom +zou zien. + +En met een plots aanzwellende wanhoop zag zij de overstelping van +werk, die nu weer op háár viel.... Wat moest zij beginnen zonder +hulp?.... zij dacht ook aan de negen stuivers van een advertentie, +als er niet gauw een aanbieding kwam.... alles op háár, en wie zou ze +weer in huis krijgen? Zij voelde tegelijkertijd, met iets van wroeging, +dat zij dit einde altijd wel voorzien had.... + +Maar binnen riep meester Jonkers boos om zijn eten; hij vaarde tegen +de meisjes uit, die haar lessen voor den middag nog moesten leeren. + +En de tafel was nog niet gedekt, en niets was er nog gaar.... zij kwam +de keuken binnen.... achter een beroet ruitje walmde het te haastig +aangestoken petroleumstel. En in een schrijning, die te hoog begon op +te krijten door haar bonzende hoofd, neervallend op den stoel naast +de keukentafel, waar zooeven nog Sprotje gezeten had, schoot juffrouw +Jonkers op eens uit in een krampachtig geschrei. + +Thuis werd Sprotje in de bedstee gelegd; zij wisten niet of zij +opnieuw in zwijm was gevallen, dan wel of ze sliep, en zoo bleef het +den middag door. + +'s Avonds kwam zij stilletjes aan wat bij en kon het noodige aan +Ant zeggen, die haar kleeren zou halen. "En de komplementen an de +Juffrouw", zei ze gelaten. + +Juffrouw Jonkers gaf twee chocoladetabletjes mee, die al in huis +waren geweest voor den Sinterklaas.... + +Maar de drie vrouwen, dien avond, konden haar ergernis niet inhouden +over de vondst van het halfvuile mutsje in den bundel goed. + +"Zoo'n nest!" schold Sien, terwijl zij, de hoofden onder de keukenlamp, +het plukje tule, verfomfaaid al uit het pak gekomen, nog verder +beduimelden. Zij doorzochten haar zakken, vonden het sleuteltje van +de spaardoos.... een gulden zoowat was er te weinig.. wanneer had ze +'m dat geleverd....? En de moeder aan 't lamenteeren:--had ze nou +niet elke week zes, zeven stukken gewasschen voor dat kind?.. had +ze de zeep en de brand er zelfs maar voor teruggekregen? maar mutsen +koopen, dat kon zoo'n blaag! + +"'t Het er altijd ingezete, hè?" zei Sien,--"die twee gulden toen, +van Hein...." + +Zij spraken zachtjes, omdat het een zieke gold. + +Het kind, half sluimerend en half duizelig-wakker in haar bedstee, +hoorde vaag en onontroerd, dat er over haar mutsje werd gepraat; zij +dacht aan het tweede, dat zij juist van plan was geweest zich dezer +dagen te koopen; zij dacht er aan zonder vreugde en zonder berouw. + +En een week lang kwam Sprotje niet van bed. De moeder, bezorgder in +haar hart dan zij blijken liet, kocht iederen morgen, van wat er +nog in de spaardoos was, voor zes centen paardenrookvleesch, dat +het kind niet dan met den grootsten weerzin doorkrijgen kon. Zij +was zoo zwak, dat zij uren aan één stuk kon liggen met open oogen, +zonder een beweging en zonder een geluid. + +"Nee"...., zei vrouw Plas, in een mistroostige fataalheid, "dienen +het ook al geen zin...." + +Eerst in de tweede week was Sprotje zoover bijgekomen, dat zij met +haar moeder naar het dokters-spreekuur kon gaan. + +Nog bleeker en schrieler dan de vorige malen, maar daardoor +raarder ook met haar kleine bovenlijf en de te ver van den grond +gaande gestijfselde japon, stond zij op het cocostapijt achter de +schrijftafel; de moeder, schuwer eveneens, stond naast de deur. + +Weinig maar vroeg de dokter; hij vroeg het, met in den ondertoon van +zijn stem de humeurigheid van voor een geval te staan, waaraan tòch +weinig te doen bleek. + +--Duizelig, zoo?.... geen eetlust.... pijn in den rug.... ja, +de gewone klachten.... Was ze ook werkelijk flauw gevallen? Goed +uitrusten hè?.. goede voeding.... + +De moeder voelde dien lichtelijk onwilligen toon als een beschuldiging +tegen haar, en zij zei wrevelig: + +"Ja, as er alleen rijk volk op de wereld woonde, zouen de zieken het +beter hebben." + +"Je kwam zeker alleen 's avonds de deur uit?" vroeg de dokter aan +het kind. + +"'k Hoefde 's avonds nooit uit," antwoordde die kortaf. + +"Dee je dan 's middags de boodschappen?" + +"'k Hoefde geen boodschappen te doen.... die deeën ze zelf." + +"En waarom deden ze die zelf?" + +"Ik denk, omdat de Juffrouw mijn nie misse kon." + +"Je was er toch den heelen dag?" + +"Ja," zei Sprotje. + +"Was er dan den heelen dag wat te werken?" + +"Altijd genoeg," zei het kind. + +De dokter had een gebaar, dat Sprotje niet verstond. + +"Dus kwam ze eigenlijk nooit buiten?" vroeg hij nog eens, nu +rechtstreeks aan de moeder. + +Die trok mismoedig de schouders op. + +"'k Zou je raden, vrouw Plas," zei de dokter, "zoek een dienstje voor +'r van tusschen twaalf en tweeën naar huis, of iets bij kinderen. Ze +moet de frissche lucht hebben.... ze is bloedarm, begrijp je.... en +wat achterlijk hè?.... hoe oud ben je nu al?".... + +"Veertien".... zei Sprotje beschaamd. + +De moeder vroeg nog over het hoesten, maar de dokter knikte van nee, +onderzoeken was niet noodig. Dan schreef hij twee receptjes, een voor +pillen, een voor een drank; hij keek ook in zijn groote boek, maar alle +plaatsen voor melk waren bezet. Als ze over een veertien dagen zich +nog eens wou aanmelden, misschien was er dan iets open gekomen.... Ze +moest ondertusschen maar zoo goed eten als zij kon, thuis.... + +En zoo, zonder eenig verder uitzicht op iets beters, gingen de moeder +en het kind weer heen. + +Dienzelfden avond kwam voor de tweede maal Coba van juffrouw Jonkers +om te vragen, hoe het met Marie was; ze vroeg ook, wanneer of Marie +terug kon komen...--moe was voorloopig wel zoowat geholpen, maar lang +kon ze 't toch niet meer zonder een vast meisje stellen.... + +Sprotje schrok. "'k Zal wel gauw weer beter zijn," zei ze heet. + +Maar de moeder, verdrietig, en stug tegen Coba, kwam er tusschen: +geen sprake van, dat Merie de eerste weken beter was; als de Juffrouw +niet langer wachten kon, most de Juffrouw maar naar een ander meissie +uitzien; haar kind was heelemaal afgewerkt; al die weken was ze bijna +de deur niet uitgekommen, tot 's avonds laat had ze motten sjouwen, +dat was geen dienen, dat was afjakkeren.... + +Sprotje wou iets zeggen; toen begon ze opeens hartstochtelijk +te huilen; zij wist niet, waarom zij haar moeder, die haar toch +verdedigde, zoo brandend haatte in die oogenblikken. + +Coba stond schril op; het schreien stond ook haar nader dan het +lachen en zij zag vuurrood "'k Zal 't moe zeggen," bracht ze uit, +en zonder groeten ging ze heen. + +Dien nacht droomde Sprotje van klein Wilmpje; hij zat in zijn +tafelstoel en speelde met een looden kopje en melkkannetje +van drie centen, dat Sprotje hem eens meegebracht had op een +Zondagmorgen.... Zij zag zijn dikke witte handje, dat deed of het +inschonk. + +"Toppe toffe.... toppe toffe," hoorde ze luid zijn stemmetje roepen; +daarvan werd ze wakker, en ze lag lang te staren in de donkere +bedstee, met een oneindige, weeke, kwellende gloed in haar hartje en +de brandende tranen tusschen haar wimpers. + +En nóg eenmaal herbegonnen voor Sprotje de oude dagen van leven en +werken thuis. In den morgen, alleen in hun keuken en kamertje, hield +zij het gerei schoon en schrobde en boende zooveel als haar krachten +het toelieten. 's Middags in den grooten paardenharen leunstoel aan het +kamerraam en 's avonds onder de keukenlamp, boog zich haar pijnlijk +ruggetje boven de stukken goed, die haar moeder, om te verstellen, +uit de werkhuizen meebracht. Voor het zware gordijnen-naaien alleen +was ze nog te zwak en naar de Hanekamp ging ze ook niet meer; daar was, +sinds de geboorte van het zevende kind, een volle meid bijgekomen. + +Op een mooien middag liep zij wel eens het Dijkje af tot den oliemolen +en weer terug, maar dat ongewone wandelen vermoeide haar zoo, dat +het bij een paar malen bleef. + +En naarmate de weken vloden, werd in het hoofd van het kind +dat tijdsbrok van haar twee maanden "dienen" meer en meer iets +onwezenlijks, iets dat niet met háár gebeurd scheen, en iets van een +angstig-heldere werkelijkheid tevens. Vaak doorleefde zij in enkele +oogenblikken gansche uren en dagen van werken in die kamers en in dat +keukentje, met een zoo pijnlijke duidelijkheid, dat zij plotseling +heel de uitputting van toen zich voelde zinken in beenen en rug. Zij +hoorde weer fel de harde woorden, die haar moeder tot Coba had gezegd, +den avond dat die voor de tweede maal naar haar was komen vragen, en +zij voelde geen liefde meer voor juffrouw Jonkers, maar ook geen haat, +evenmin als zij iets voelde voor haar moeder of voor haar zusters; +haar gevoel scheen afgestompt en zij herleefde alleen maar in haar +herinneringen de lichamelijke kwelling: het zwoegen en bijna niet meer +kunnen, eerst op 't fabriek, en toen in haar dienst. Zij wist door de +vriendin van Ant, dat er bij Jonkers een andere meid was; het liet haar +onverschillig; zij verlangde nu zelfs niet naar Wilmpje. Alleen was +zij zeer vreesachtig iemand uit het huishouden van meester Jonkers te +zullen tegenkomen; zij schaamde zich over wat haar moeder gezegd had, +en het maakte haar onrustig, alsof het een strafbaar iets was geweest. + +Doch eens op een nacht droomde Sprotje weer van juffrouw Jonkers: +de Juffrouw, rood-beschenen door de lampekap, zat tegenover haar aan +tafel; zij zag erg moe, maar lachte toch vriendelijk en Sprotje was +zoo gelukkig! een heerlijke innigheid overstroomde haar; en Wilmpje +zat naast juffrouw Jonkers, want het was overdag en toch brandde de +lamp en zijzelf stond aan de tafel. Zij had een nieuwe muts op en +Wilmpje stak zijn handje naar de keelbanden uit; zijn oogen lachten +en zijn open mondje was heelemaal vochtig; toen gaf zij opeens hem +een zoen daarop; zij voelde de weeke zoelte tegen haar lippen; +zij keek op: meester Jonkers stond in de waranda, maar het was +meester Jonkers niet; hij lachte schril en kwam een stap naderbij; +Sprotjes hart verstijfde van schrik; zij wou gillen, maar haar keel +was toegeschroefd! De roodharige man greep naar juffrouw Jonkers, +en benauwd schreeuwend werd Sprotje wakker. + +Toen wist zij opeens, in dat zwarte nachtuur, hoe innig zij van +juffrouw Jonkers hield; en zachte Wilmpje had zij lief zoo vreeselijk +diep en teêr, dat zij schreide, schreide met haar hoofd in het kussen +om haar moeder niet te wekken, en daarna gezwollen en heet wakker +lag tot den morgen, met die eene onheelbare schrijning, dat dit hevig +geliefde onbereikbaar was en verloren voor altijd. + +Den volgenden morgen kon zij de wreede en dierbare gevoelens van dien +nacht niet meer geheel terughalen, en in de dagen daarna vervaagde het +alles al meer; doch een zachte, sterke genegenheid, die geen wanhoop +gaf maar gelukkigheid, was toch achtergebleven, en zij voelde, dat +zij die haar leven door niet meer verliezen zou. + +Toen in Februari de eerste milde dagen kwamen; en die aanhielden, en +iedereen riep, dat het nu al voorjaar scheen, toen begon ook Sprotje +zienderoogen op te fleuren; haar bewegingen werden minder vermoeid +en haar grauwe gezichtje kreeg een gezonder tint. Zij sprak ervan +om weer naar de catechesatie te gaan, aarzelde alleen omdat de oude +domeni haar wel vergeten scheen en al de weken, dat zij verzuimde, +niet eens eenmaal naar haar was komen vragen; dat had Sprotjes hart +wel wat afgetrokken van den domeni en de catechesatie en zoo ging +zij ten slotte dan ook niet. + +Het was overigens geen vroolijke tijd bij hen thuis; Ant, die al naar +de vijfentwintig liep, had voor het eerst van haar leven een soort +verkeering, een vrijerij van niet-en-graag, zooals de moeder zei, +met een beurtschipper op Duitschland, die elke twee weken één dag +daar aan den wal lag, dien dag uit hun keuken niet was weg te slaan +en de verdere veertien dagen niets van zich hooren liet. Die vrijage +zonder houvast maakte Ant humeurig, wat ze nooit geweest was; en met +Sien stond het al niet beter gesteld. + +--Als ze 'r nog langer aan 'r kop kakelden, verklaarde die met een +gezicht, dat niet mak was, dan kon die heele jongen van Bertels met +zijn duiten en zijn ouders en al naar de maan loopen. De eene week +gaf zij al haar geld aan een strik of een veer uit en de andere liep +zij met haar neus in den wind en verkoos alleen haar oudste spullen +te dragen. + +De lange middagen, en nu vaak de avonden ook, alleen samen thuis, +bespraken de moeder en Marietje dit alles breedvoerig en met veel +beklag; de moeder vond het een uitkomst, die steun van het kind; +want Ant ging haar ontvallen, dat voelde ze wel. + +--'t Was maar goed, zei ze eens, dat Merie nog bijtijds uit die +jakkerderij van Jonkers was weggekomen. Maar daar kwam Sprotje hevig +tegen op: + +--Jakkerderij? 't fabiek waar ze haar heen gestuurd hadden, dat was +een jakkerderij, en juffrouw Jonkers, die was vrij wat meer bedot +geweest dan zullie.... als je zoo'n zwak kind in je dienst kreeg.... + +Zij was niet meer naar den dokter gegaan om een briefje voor melk, +maar als een troostrijke vastheid was, die dagen door, in haar hoofd +de uitspraak, dat ze een dienst moest hebben van tusschen twaalf en +tweeën naar huis.... + +Maart bracht opnieuw gure dagen van drogen Oostenwind, die het kind +deed hoesten en haar een stuk achteruit zette. Maar in April was +het zomer. + +--Haar ongeluk was geweest, redeneerde Sprotje bij zichzelf, dat +zij met den winter was beginnen te dienen.... dienen was 's winters +zooveel zwaarder.... de kachels iederen morgen, en het kolen-scheppen, +en de kou in de keuken, en de kou in bed.... het huis, dat zooveel +stoffiger was van 't stoken, en je verkleumde vingers, waarmee je +niet vorderen kon.... In het voorjaar, met de mooie dagen, dàn zou +het goed gaan, en dan was je tegen den winter gewend.... + +--In Mei, toen ze van de naaischool kwam, had ze dadelijk een +dienst moeten krijgen, ze had zich niet eerst ziek moeten beulen bij +Hoogeboom.... Dat ze dàt thuis gewild hadden, bleef als een zwarte +wrok nabroeien in haar hart. + +Maar nu was het voorjaar gekomen. + +De meidoornhaag om de Hanekamp stond dichtgegroeid van al het jonge +groen en de lijnbaan wemelde van zonnige schaduw, zoo barstten reeds +de kastanjes in blad. Tot aan den verren trein-dijk, en linksaf nog +verder en wijder naar den horizont van mistig blauw, lagen de weiden, +één eindelooze, effene en diepe groenheid zonder bloemen nog of +vlekken van grazend vee. + +De wind was luw en geurig en bracht de vol-zoete reuk mee van +muurbloemen, die ergens in de buurt in bloei moesten staan. Soms stak +reeds de zon. + +Sprotje was van een geheimzinnige afgetrokkenheid vaak; zij kon +tijden droomerig tegen het achterhekje van hun kleine erf staan +aangeleund en maar vaag in de verte turen, oogen naar de wollige +wolkjes, die van een treingang, heel wit in 't wazige lenteblauw, +waren achtergebleven, of kijken zonder te zien naar het komen en gaan +van den grauw-geboezelaarden touwslager langs de deinende lijnen, +die glommen als gouden draden in de zon.... als soms plotseling +zijn schrille fluitdeun over het land kwam gestooten, of als in de +timmerwerf daar naast-aan, van tusschen de stapelingen blanke planken, +een snerpende zaag te knarsen aanving, dan schrok zij wakker, streek +zich duizelig met de klamme hand over de oogen. + +Andere dagen weer had zij buien van groote werklust en bedrijvigheid. + +"Zou je nou zeggen," kwam dan wel de moeder ongeloovig, "dat dat kind +iets mankeert?" + +Sprotje kreeg het vermoeden, dat zij beraadslaagden haar naar een +naaiwinkel te doen. 'r Moeder dreef, dat zij vaker de juffrouw van +twee deuren verderop zou gaan helpen.. Ze kon ook wel eens een steekje +leggen, zonder dat er iets mee te verdienen viel.... je leerde er toch +altoos wat....; en Ant praatte over het zusje van Gerritje en over de +nicht van Eiltje, die bij juffrouw Gerrevink in de Koorsteeg waren.... + +Het kind had aanstonds een vaststaand beeld in haar hoofd gehad van +zoo een naaiwinkel, en dat beeld was haar iets van enkel afschrik +en angstigheid: een naaiwinkel, dat was haar naaischool van vroeger, +met grooter, treiterachtiger meiden en kwajer juffrouwen, die je niet +meer leerden, maar waarvoor je verdienen most. + +Een weerzin toonde zij plots tegen de gezellige uurtjes en tegen +elk vertrouwelijk gesprek met haar moeder; van haar geïnde stuivers +hield zij, zoo vaak zij de kans schoon zag, een paar centen achter +en zij kocht heimelijk nog twee schorten, naaide die in de alleenige +morgenuren, verstopte ze dan in de commode-lâ. + +Zij had een hoofd vol kleine listen en gluiperige berekeningen. + +En in het midden van Mei, op een avond onder het boterham-eten, +juist als de eerste maal, zei Sprotje plotseling, maar bits nu, +en met een vijandigen blik de tafel rond, dat ze "een dienst had," +en trotsch er nog achteraan: "bij 'n Mevrouw." + +Ze zei niet in hoeveel diensten wel, die laatste weken, zij zich +tevergeefs had aangemeld. + +En dien avond ging vrouw Plas naar den Waterveldschen weg, waar op +nummer 27 de Mevrouw woonde, Verscheer of Verschoor, dat wist ze niet +meer, met nog een naam erbij,--om te praten over het in dienst komen +van haar meissie. + +--Gek...., dacht zij onder het gaan,--daar liep ze nou weer als in +'t najaar naar meester Jonkers.... en wat of dit nu geven zou? Zij +voelde de pijnlijkheid van het doellooze en ging met wel goeden wil +maar zonder verwachtingen. + +Zij werd in een klein vertrekje gelaten--of ze maar even in de +spreekkamer wou komen--maar zij zag dadelijk dat de menschen daar +huisden. Zij kreeg geen stoel. + +De Mevrouw was groot en zeer zwaar gebouwd; zij had een bloedrijk +en gebruind gelaat, met een forschen rechten neus en troebel-bruine, +ontwijkende oogen; boven het wantrouwende voorhoofd bolde een dikke, +witte kuif, die jeugdig stond. Zij vroeg zenuwachtig veel, op een +heerschzuchtigen toon, maar met meestal afgewende en overal elders +bezige blikken, en ze hield een sleutelbos in de hand. + +--Dus Marie had al gediend?.... Jonkers.... een meester....? ja, die +kende zij niet.... Of ze een kamer kon doen?.... wat eten koken?.... ze +bedoelde, eens naar de pot kijken, als zijzelf uit moest.... Enfin, +dat zou ook wel leeren, als ze maar van aanpakken was.... was ze dat +wel?.... kon ze lampen schoon houden?.... bedden opmaken?.... had ze +katoenen japonnen?.... witte schorten?.... + +Vrouw Plas scheen verwonderd, gaf korte, onwillige antwoorden. + +--'s Zondagsmiddags moest ze ook komen, om de visites in en +uit te laten.... dat kon niet anders geregeld worden.... was ze +gezeggelijk?.... niet brutaal?.... droeg ze mutsjes?.... + +De moeder knikte vaag en vreemd bevangen van ja. Ze herinnerde zich +het vinden van dat mutsje in Merie's spullen, toen die ziek was thuis +gekomen, "'t Schaap," dacht ze bij zichzelf. + +--'t Was toch zeker wel een stil meisje?.... een net meisje?.... een +dat niet met jongens liep?.... + +En als de moeder met een lach de schouders optrok: + +"Ik vraag het maar," zei de Mevrouw, "je ziet dat zooveel +tegenwoordig.... ik heb dit meisje er niet op aangezien.... mijn +dochter heeft haar het langst gesproken.." + +Vrouw Plas begreep niet, hoe je dat kind van haar er lang op zou +moeten aanzien, om te weten of ze al dan niet met jongens liep.... 't +Wás toch ook om te lachen.... + +Maar de drukke stem praatte al weer door:--met hun tweeën woonden +ze, haar dochter en zij.... haar dochter was aan de post.... zooals +haar overleden man.... die was postdirecteur geweest.... En of Marie +strijken kon?.... eens een stukje goed verstellen, als dat zoo voor +kwam?.... + +Vrouw Plas keek al stugger, gebaarde stilzwijgend. + +Dan dempte de Mevrouw haar dravende stem, zei op beteekenisvollen toon, +of 't haar lijfspreuken waren, wat zij vond, dat een goed dienstmeisje +toekwam, en wat zij daaromtrent háár plichten dacht. Ze had vroeger een +meid acht jaar gehad, en een vijf.... dat was geweest toen "menheer" +nog leefde.... + +Maar vrouw Plas liet zich niet vangen.--Verdraaid, as dat mensch +niet uit den Oost kwam, en die kon je nooit vertrouwen.... Ze vroeg, +zoo kortaf dat het brutaal klonk: + +"Wat kan m'n meissie hier verdienen?" + +"Veertien stuivers en tweemaal boterhammen," zei de Mevrouw, resoluut, +over een innerlijke onzekerheid heen. + +En toen de moeder besluiteloos, maar heel stuursch keek: + +"'t Is om te beginnen natuurlijk." + +"Merie het al twaalf stuivers en de volle kost gehad om te beginnen," +zei vrouw Plas. + +"Dan zal ze 't in die dienst ook wel niet lang gemaakt hebben," +beet de Mevrouw terug. "Een kind, dat je eerder elf dan veertien +zou geven," zei ze nog beleedigd. Den sleutelbos, dien ze al dien +tijd in de hand had gehad, lei ze met een kwade rinkeling neer, nam +'m met de andere hand weer op. "Is ze wel gezond?" + +Toen kwam er een weifeling door de duistere oogen der moeder +gevaren. Zij gevoelde zich als op haar wondbare plek plots gestoken. + +--Dáár hadt je 't weer!--dacht ze fataal. + +Maar in instinctmatige zelfverdediging antwoordde zij kalm en beslist: + +"'n Taai gestel, zeit de dokter." + +Een verderen uitleg gaf zij niet. + +"Zoo...." kwam de Mevrouw, schijnbaar nadenkend. + +--Nu, ze konden het dan eens probeeren. + +En op haar lijfspreukelijken toon, wier nerveuse heftigheid de moeder +tot tegenspraak prikkelde en die haar toch overblufte ook, zei de +Mevrouw nog een aantal dingen: dat de goede dienstmeisjes tegenwoordig +dun gezaaid waren, maar de goede diensten al evenzoo.... en dat zij +nooit van veranderen had gehouden.... en dat alle arbeid zijn loon +waardig was, doch dat de mindere man tegenwoordig wel van "rechten" +wist te praten maar van "plichten" niet hooren wilde.... + +Toen vrouw Plas opvallend gehaast dan weg ging, knikte de Mevrouw, +verschrikt en mistrouwig, haar een schril goeden avond toe. + +--Nou, zei Ant den volgenden middag,--die dienst, waar Merie nou kwam, +dat most er een wezen van dertien in een dozijn en drie op den koop +toe!.... Geen fabrieksmeid, of die had wel een nichie of een vriendin, +die dáár weggeloopen was.... + +"Tja...." zuchtte de moeder. + +"Merie wil het zelf....," zei ze een oogenblik later. + +"Mót ze vast werk hebben of mot ze het niet?" vroeg zij nog weer, +als in 'n grooten onvree met zichzelf. + +Ant aarzelde even. "Ja, 't zal wel motten," zei die dan beslist, +"en ze is er ook niet an getrouwd!" + +Toen zuchtte de vrouw nog eenmaal en trok in een berustende +ontmoedigdheid de schouders op. + +En des Maandagsmorgens, om even voor achten, stond Marie Plas op +het kleine bordes-stoepje van No. _27a_, het bovenhuis aan den +Waterveldschen weg, waar Mevrouw Verscheer ter Gouwe woonde. + +Zij zag er in de puntjes proper uit, brandschoone schort, glanzig +mutsje, en zij had een warm hoofdje vol zelfbemoedigingen en vol +goede voornemens. + +Maar van den eersten dag af, dat Sprotje in dezen dienst kwam, had +ze een weerzin tegen de menschen en een weerzin tegen het huis. + +Mevrouw liet haar, om te beginnen, het salon bijschuieren, een +salon, dat vol mooie meubelen stond; toen het klaar was, moesten alle +gordijnen weer dubbel dicht, want grijsblauw was zoo'n "onvaste kleur" +en de voorjaarszon "trok zoo uit".... + +--Als er iemand belde, die boven gelaten moest worden, zoo gaf +Mevrouw nog nadere verklaring, dan ging zijzelf wel gauw licht +maken.... Daarna kwam Sprotje in een slaapkamer, die armoedig leek, +en in het kleine huiskamertje moest zij stukken oud karpetgoed leggen, +om het halfsleetsche vloerkleed nog wat te sparen. Sprotje, elke +maal dat zij daarna iets binnen bracht, achtervolgd door schichtige +"pas op's" van Mevrouw, stond duizend angsten uit, te struikelen over +de opschoffelende bobbels en de omkrullende, rafelende randen. De +looper op de trappen mocht alleen liggen tusschen twee en vieren, +als er visite kon worden verwacht. + +Sprotje vond het wel deftig, dat zij nu bij een heusche Mevrouw diende, +maar zij had dadelijk al een vaag-sterk vermoeden, dat het bij die +Mevrouw eigenlijk heelemaal niet deftig wás. + +Mevrouw liep 's morgens in oude mooie-japonnen met veel slijtages +en vlekken en glimmingen van vet; des middags zat zij een paar uur +in kraak-nieuwe zijden blouses op haar balcon, maar bij regenweer +verkleedde zij zich niet, en Sprotje moest zeggen, als er bezoek kwam, +dat Mevrouw uit was. + +Mevrouw praatte veel over den rijkdom van haar salon. Dure meubelen +waren het, alles ebbenhout en gebrocheerd satijn.... de fluweelen +gordijnen alleen hadden honderd gulden gekost en er stonden porceleinen +bordjes in den bonheur, die hun gewicht aan goud waard waren. + +Nee, dat begreep Sprotje wel, het was in dezen dienst zeker niet +rijker en royaler dan bij meester Jonkers, en zij verwonderde zich +waarom zij daar wel en hier niet tevreden was met de twee pillen van +boterhammen voor avondeten en ontbijt. + +Ze was bang voor Mevrouw; zij voelde dadelijk iets van onredelijkheid +en wantrouwen en grillig humeur. Ze was ook bang voor de juffrouw, die +koeltjes vriendelijk deed en ziekelijk bleek te wezen. Doch het waren +bangheden, die haar niet gedwee maakten, maar kregelig en malcontent. + +Mevrouw zei: "doe nou eens éven dit.... doe nou eens gáuw even dat," +en dan waren het soms karweien, waar zij een uur lang de handen aan +vol had. + +Mevrouw had een opvallend heimelijke manier om vlak voor Sprotjes +oogen zakjes weg te sluiten en schaaltjes mee te pakken, alsof er van +alles zou genomen worden en gesnoept, en Sprotje kon geen boodschap +doen of er was navraag en uitrekening, waarin duidelijk de argwaan +lag van bedot te worden. + +Met een zot grijnsje over zichzelf dacht het kind nu vaak aan de +voorstelling, die zij zich eens gemaakt had van haar leven in een +dienst: bij stille, goede menschen wonen, en daar alles zoo proper en +ordelijk houden als 't maar mogelijk was, menschen die haar vriendelijk +zouden binnenroepen en vragen of ze dit eens doen kon en dat.... En +dan 's avonds knus zitten in een keurig keukentje, waar alles zou +glimmen van 't zeepsop en het schuurzand en de poetspommade! + +Hier, werd zij beknibbeld op een klontje soda en op een heiboendertje +van anderhalven cent. Mevrouw sneed de vuurmakers half door en +zij mocht toch maar twee stukjes gebruiken om 't fornuis aan te +leggen. Mevrouw stal de kluitjes groene zeep uit den keukenpot, +spaarde die op in de provisie-kast,--en zij moest met haar half pondje +toch de week rond komen.--Veel zeep gebruiken was lui zijn, beweerde +Mevrouw bij haar neus weg... zij moest er maar de botten opzetten, +als zij boende,... ze hoefde niet bang te zijn, dat zij het hout pijn +zou doen.... een zweetje moest er afgehaald, dat was gezond.... + +Mevrouw vergat nooit op de klok te kijken voor ze om een boodschap +ging: ze moest de beenen maar onder den arm nemen, want ze was me +een hardloopertje van luie kees.... + +"Lak met ouwels," zei Mevrouw gebelgd, als Sprotje volhield, +dat het buiten nog geen acht uur had geslagen en de wekker kwart +óver wees.... een tijdje later hoorde zij stiekem morrelen aan het +werk. En op drukke dagen, als bij 't komen de tijd overeen kwam, +en zij ging precies op haar tijd weg, dan was zij nauwelijks om den +hoek van den Waterveldschen weg, bij 't Plantsoen, of de kerktoren +sloeg half een.... + +Moest zij eens iets doen, wat zij nog nooit gedaan had of wat bizonder +moeilijk was, dan keek Mevrouw haar spottend op de vingers en zei +iets dat Sprotje niet begreep: "daar gaat een bok aan 't glazenmaken." + +En toen zij eens, zenuwachtig van 't gejachte werk, zich diep in +den vinger jaapte, vroeg Mevrouw: of er dan geen plaatsje naast was +geweest?--en zij werd boos, toen Sprotje wat lang bezig bleef aan de +pomp met uitwasschen en een doekje omwinden.... + +"Jij zal ook in geen twee slooten tegelijk loopen," zei ze.... + +En de tweede week al begonnen de strubbelingen. + +Op een morgen kwam Marie zonder mutsje. + +"Waar is je muts?" vroeg dadelijk Mevrouw. + +"Die zal me moeder wasschen," zei het kind. + +"Hei je dan maar één muts?" vroeg Mevrouw hatelijk. + +"Ja," zei het kind. + +Om twaalf uur kreeg Marie de boodschap mee, dat Mevrouw voor deze +maal een week loon zou vooruit betalen en dat er dadelijk een tweede +mutsje moest gekocht worden, en dat er iedere week een schoon behoorde +te zijn.... + +Om twee uur kwam Marie met de boodschap terug, dat voor deze maal het +heele loon voor een mutsje mocht worden gebruikt, maar dat ze anders +vast iedere week tien stuivers voor het middageten moest laten staan, +en dat moeder vond, dat er op veertien stuivers loon zeker niet iedere +week een muts wasschen kon overschieten.... + +"Onhebbelijk volk!" zei Mevrouw, van terzijde. + +Met een booswillig hart had Sprotje thuis het bescheid van haar moeder +gehoord: natuurlijk gunden ze haar het plezier van dat mutsje weer +niet.... maar met een nog booswilliger hart bracht zij woordelijk het +bescheid bij haar Mevrouw over; zij begreep, dat tegenover Mevrouw +haar moeder gelijk had. + +Voor het eerst van haar leven was Sprotje zich bewust brutaal te zijn +geweest, en zij vond er een genoegen in, het geweest te zijn. + +Toen de tweede Vrijdag in dezen dienst aanbrak, zei ze met een +geniepig-stil stemmetje: as dat ze van middag maar tot drie uur zou +kenne blijve, want as dat ze naar de catechesatie most.... + +Achter een hoestgeluid en de hand voor den mond verborg zij een +lachsperrinkje--Tjee! wat zou er nou komme.... + +Mevrouw was geschrokken.... Mevrouw keek +nijdig.... Catechisatie?.... was dat bij het in dienst komen +bedongen?.... en ze wist toch dat er vanmiddag bezoek kwam? Mevrouw +keek ook achterdochtig. Sprotje voelde dat ze dacht: "Lak met ouwels, +catechisatie.... langs de straat dweilen met andere doenieten van +meiden!" + +Maar toen Mevrouw hoorde dat Marie Luthersch was, trok haar gezicht +plotseling besluiteloos; zij had goede kennissen, die Luthersch waren, +ze wou daarbij niet in een slechten dunk komen.... + +En met een verongelijkt en schril gezicht zei ze iets, dat als een +dreigement was en een toestemming tegelijk. + +Achter in de kleine, witgekalkte consistoriekamer, met zijn twee +hooge boogramen half-weg tusschen de bijgetrokken groen-saaien +gordijnen--in dien rustigen schemer van groen en wit, zat Sprotje +naast de laatstgekomene meisjes en keek rond. Ze was wel heel moe, ze +kon het al leelijk voelen, dat ze weer twee weken gediend had en ze +was wel wat bang ook, dat domeni haar zoo meteen opmerken zou, want +ze kende haar vragen niet...... maar het meisje naast haar vertelde, +dat domeni ook zes weken ziek was geweest en dat ze verleden week voor +het eerst weer niet naar huis werden gestuurd.... er waren toen maar +vier meisjes geweest..... Later in het uur zat Sprotje zoo maar stil +te soezen; 't was zoo vertrouwd en zoo prettig daar weer te wezen, +en vooral ook had zij de verkneukelende voldoening, dat zij hier nu +lekker rustte, en dat haar Mevrouw zelf de deur kon opentrekken en +naar den pot moest kijken. + +Maar den volgenden Vrijdag was Sprotje zoo àf, dat ze om drie uur +regelrecht naar huis ging en in den leunstoel in slaap viel. + + + +Iederen middag om twaalf uur sjouwde Sprotje van den Waterveldschen weg +naar het Dijkje, een kwartier gaans, en om kwart voor tweeën sjouwde +zij weer terug van het Dijkje naar den Waterveldschen weg. Zij moest +een lange, schaduwlooze straat door, waar zij op warme dagen het +soms te kwaad kreeg van de hitte; en bij regenweer slierden haar de +sluike katoenen kleeren zoo vermoeiend om de beenen, dat zij twee, +driemaal stil moest staan om uit te blazen; haar armen waren altijd zoo +pijnlijk loom van het werk, dat zij al moeite had het oude regenscherm +te torsen; de vrije hand verslapte vaak in 't ophouden van de klamme +kleerenvracht. In den aanvang van de week liep zij soms al met een +breeden modderrand aan haar rok; eerst waschte zij die 's avonds nog +uit; later was zij zoo overmoe, dat zij er enkel maar verdriet van had, +zonder moed meer tot alweer nieuwe moeite. + +Mevrouw, zelf in haar schunnige huisplunje, keek het kind met +hatelijk-afkeurende blikken aan.--_Zij_ kon uit zuinigheid nog wel +eens een oud stuk afdragen, maar het dienstmeisje moest de menschen +onder de oogen komen, die moest open doen, moest de straat op, die +kon niet anders dan er behoorlijk uitzien, om haar dienst niet in +opspraak te brengen. Soms ook snufte Mevrouw, alsof zij iets vies' +rook..... Sprotje kende zelf wel de weeïge lucht, die zij vaak bij +zich had, en waar zij niets aan doen kon. + +Sprotje dacht aan de kleeren, die Mevrouw boven in de kast had hangen; +een grijze zijden blouse wist ze, en een zwarte zijden met paarse +biesjes, en een blauwe ruit, en een bruine japon met fluweelen stukken +erin; zij dacht ook aan de ééne katoenen jurk, die nu bij haar moeder +in de waschkuip het vuil stond uit te weeken van zes lange dagen +werk, en aan de andere, die van de naaischool, die nu al zoo dun was +geworden, dat zij 's Zondags wel een uur bezig was 'm op te lappen, +als ze 'm aan moest. + +Sprotje begon wereldwijs te worden. Als ze op straat mooi gekleede +Mevrouwen zag, kwam het bij haar op, hoe die er thuis wel uit zouden +zien, en wat voor loon die an 'r meissies geven zouen...... Zij +begreep ook, dat de voordeelige diensten niet weggelegd waren voor +kinderen als zij. + +Toen zij, met een ijlen schrik om haar hart, het eerste brutale +antwoord van zichzelf had gegeven, volgden er gauw meer. Zij kreeg +een stiekem gevatheid om van zich af te bijten en zij was zelden in +een dragelijk humeur. + +Maar zij werkte zoo hard zij kon, en haar gezondheid, dien zomer door, +bleef redelijk goed. + +In het najaar zon zij op het vragen van loonsverhooging, maar met +de eerste November-guurten werd zij ziek en moest tien dagen thuis +blijven. Mevrouw behielp zich dien tijd met een keertje de werkvrouw en +het kind mocht blij wezen, dat zij op hetzelfde loon werd teruggenomen. + +Bij haar thuis was de dienst in aanzien gestegen; Merie had er zilver +poetsen geleerd en tafeldekken, als in een deftige betrekking, +en tweemaal kreeg ze een kwartje fooi van menschen, die er hadden +koffiegedronken.... + +En toen kwam de winter, die één lange worsteling werd voor het kind. + +Iederen morgen om half acht, in den nacht nog, naar haar dienst, +iederen avond om vijf uur, als 't al weer duisterde, naar huis; en +daar tusschen in nog eenmaal de lange gang heen en terug voor het +bord aardappelen met vet, dat, als zij laat kwam, op het fornuis +stond aan te bakken. + +Het was in die dagen, dat Sprotje haar eerste centen op een boodschap +stal en dat zij eens, met een gewurgdheid of ze een misdaad beging, +twee en een halven liter petroleum aan de deur nam en er drie in +rekening bracht. + +Haar schriele lichaam boog in de schouders door; zij was wat langer +opgeschoten nog, bijna zoo lang geworden als andere meisjes van +haar jaren, maar bij haar smalte leek ze een slap-lende sladood, +die sjokte en sloofde bij den weg als een afgejakkerde hond. + +Sprotje was nu bijna anderhalf jaar aan het dienen, en haar hang naar +keurige kleeren was afgestompt in het gedrang der dagen en dagen méér +werken dan zij kon. + +Als zij des Zondagsmiddags, met haar propere spullen aan en met +"De Vinger Gods" voor zich,--het boek, dat alle meiden van Mevrouw +Verscheer des Zondags te lezen hadden gekregen, maar door geen nog +gelezen was--in het kleine keukentje zonder uitzicht de wacht zat te +houden om eenmaal of tweemaal, of ook wel niet, naar voren te komen +als er gebeld werd,--dan had zij nog wel een bleeke voldoening zich +zoo zindelijk te voelen en zelf te zien, dat ze er zoo netjes uitzag; +maar zoodra 's Maandags, in het gehaaste smerige werk, de eerste +veeg of vlek die helderheid was komen besmeuren, liet het haar verder +onverschillig, en zij slonsde de week door, tot zij eindelijk, vies van +zichzelf, 's avonds vaak schreiende en zonder te bidden in bed kroop. + +--Nette meisjes deden 's Zaterdags een schoone japon aan, als 't werk +was afgeloopen...... zei Mevrouw. + +"Mot u er na betale" antwoordde Sprotje bot, en zelfs zonder een +kleur te krijgen. + +Dagen aaneen kon zij gaan naar haar dienst, het werk doen, gaan +weer naar huis, en nog eenmaal dien rondgang en dan slapen, alles in +één dompen nevel van een dier, dat doet wat het moet, met enkel het +vaag-sterke bewustzijn van te moeten doen wat het doet. + +Andere dagen weer was zij van een uiterste prikkelbaarheid; thuis zei +ze leelijke dingen terug tegen Sien, als die haar te na kwam, zei: +"mispunt" en "stik," en de moeder wist niet, of zij het jammer moest +vinden, dat het kind zich zoo verhardde, dan wel blij zijn, dat de +oude teuterigheid wat verloren ging. + +Maar er waren ook lichtere uren en middagen in Sprotjes leven, dagen +van warmer weer, waarop zij genoot van de zon en waarop zij zich, +als in plotselinge verklaring, weer in woorden bewust werd, dat wat +ondergrondsch altijd het voedsel was van haar taaie volharding: geduld +moest zij hebben..... geduld..... als je 't maar lang in een moeilijke +dienst uithield, kreeg je zelf een goeie naam.... dan moste ze je later +goeie getuigen geven, en met goeie getuigen alleen kwam je vooruit.... + +Eens, op een middag in Maart, zag Sprotje plotseling, over het +Broerekerkplein, Juffrouw Jonkers aankomen met een jongetje in een +blauw hesje aan de hand, dat klein Wilmpje moest zijn.... Haar hart +hamerde in diepe zware stooten en zij voelde zich geheel koud worden +van ontsteltenis en vreugde. En op eens, in een groote verwarring, +voor zij 't zelf nog wist, was zij een zijstraat ingeslagen, en liep, +liep, of zij vluchtte..... Toen zij, even later tot bezinning gekomen, +terug ging, was juffrouw Jonkers niet meer op het plein. + +Dien ganschen verderen dag deed zij in een vreemd-ijle opgewondenheid +het werk, dat zij doen moest; maar 's avonds, al vroeg in de donkere +bedstede, kon zij niet anders dan maar schreien, bitter en heet.... + +'t Was of er iets gansch onherstelbaars in haar leven was gebeurd en +haar hart was vol van een schrijnende genegenheid en een martelend +berouw. + +Wat later in het voorjaar kwam zij Herman tegen; die was weinig +veranderd, droeg nog zijn bril, maar hij herkende haar niet. + +Sinds die twee toevallige ontmoetingen keek Sprot je altijd op straat +uit; een enkele maal, dat zij niet te moe was, liep zij een eindweegs +in de richting van de Veenvalkstraat.... eens ging zij tot de Drie +Alleetjes door en zag daar, zachtjes kuierend en lezend in een boek, +Christientje loopen, en klein Wilmpje liep naast haar. + +Deze maal ging Sprotje niet terug. Toen zij vlak bij het lezende +meisje en het kind was, zei ze schor: "Dag Wilmpje"...... Wilmpje, +een baasje al in een matrozenpakje, keek verschrikt, liep ijlings aan +den anderen kant van zijn zuster en kreeg een kleur van angst. Het +meisje had alleen, verwonderd, even terug geknikt. En sinds dien +middag verlangde Sprotje niet langer iemand uit het huis van meester +Jonkers tegen te komen. + +Met de eerste, broeiende zomerdagen begon zij te lijden aan een +stekende hoofdpijn en aan een voortdurende onrustigheid, die haar veel +last gaf. Zij wist nu, wat de oorzaak van die bezoekingen was en dat +troostte haar wel, maar zij voelde het als een schande tegelijkertijd. + +En juist in die dagen had zij bizonder goede en vlijtige voornemens; +zij was ook zeer vroom, kon met grooten aandrang en overgave korte, +hartstochtelijke gebeden zeggen. Maar zij was vaak zoo kribbig en kort +aangebonden, dat haar Mevrouw, bang een opmerking te maken, zijdelings +de schimpscheuten luchtte, die zij toch niet voor zich kon houden. + +Sprotje dreigde toen ook herhaaldelijk, in bedekten vorm, met heengaan +en bracht het zoo tot achttien stuivers in de week. + +Dat was een opkijken thuis! "Zoo'n binnenvetje! Zoo'n goocheme +Gerritje!" Sien gaf haar, tot belooning, een oude regenmantel van +zichzelf cadeau, die Sprotje nog prachtig vond. + +Het was tevens een afscheidscadeau. Sien ging met September bij haar +moeder vandaan, ging ook van de azijnmakerij af; zij kwam, als hulp, +in huis bij een tante van de jongen van Bertels,.... daar moest ze +gefatsoeneerd worden en over een jaar of anderhalf ging ze dan trouwen; +zoo hadden de aanstaande schoonouders het geregeld, toen zij zagen, +dat er aan de verkeering niet te tornen viel. + +--Sien, die ging nou naar de drilschool, plaagde schamper Ant;--wel +bekwam het haar!.... of ze later 'r moeder en 'r zusters nog kennen +zou?.... Ant had een bedekten haat tegen de "hoogheid" waarin Sien +kwam, en zij was jaloersch bovendien. + +Zijzelf scharrelde nog altijd met haar vrachtschipper, praatte veel van +"wonen aan den wal" en "kampeeren aan boord" en "beurten op Essen en +Elberfeld;" zij noemde hun voorkamertje de "kombof" of "het roefje," +en zei 's avonds dat zij "naar kooi ging" of "onder zeil." + +Zoodra Sien was vertrokken, kwam Sprotje boven te slapen, op het nu +onbezette kermisbed; eerst leek dat haar een heuglijke verandering, +het vrij komen uit de bedompte bedstee, waarin haar moeder, breed en +veeleischend in haar zwaren slaap, de grootste ruimte vulde; maar de +dekens, waaronder Sien had geslapen, zaten als volgeslorpt van den +zuren azijn-stank, en dat stond het kind nog minder aan. + +Het was toen, dat zij thuis begon te spreken van "veranderen;" ze +wou weer een dienst voor dag en nacht. + +De moeder, die den een of den anderen tijd ook Ant bij zich weg trekken +zag, en die bang was alleen te blijven, trachtte het kind de nieuwe +plannen uit het hoofd te praten:--ze wist nou dat ze hier een broodje +had, waarom most ze zich in 't onzekere begeven om er een stukje kaas +nog bij te halen? + +Maar Sprotje keek wantrouwig;--'r brood?.. 'r kaas....? daar zouen +ze zich zoo druk niet over maken, of er most wel wat anders achter +steken! Twee, drie avonden in de week trok zij een tijdlang op +dienst-aanbiedingen uit, zonder ooit te slagen. + +Zij had dat najaar een bijna ongunstig voorkomen, iets schrils +en flodderigs en een sluike jachtigheid, die dadelijk tegen haar +innamen. Haar gezichtje was nog valer geworden en ook grover van vel; +de sproetenveegjes aan de bovenwangen kleurden verbleekt-vuil daar +doorheen, en onder de dunnige wenkbrauwen lagen de grijze oogen als +dicht bijeen getrokken in een vreesachtige belustheid, die gluiperig +leek en brutaal. Het armetierigste aan 'r waren nog altijd de haren, +de schunnige sliertjes, die achter de ooren langs uit het piekerig +knoetje kwamen geschoten, en de soort poney, die haar in den nek hing. + +Als zij des avonds op een dienst was uitgeweest en de afwijzing had +haar ontmoedigd, dan was zij den volgenden morgen van een schijnheilige +voorkomendheid tegen haar Mevrouw. + +En toen die haar zoo dikwijls handelbaar en onderdanig zag, begon ze +van haar kant berekeningen te maken.... ze was niet zoo kwaad af met +dit kind, maar ze gaf vier stuivers meer in de week dan zij aan een +nieuweling zou doen... ze was ook wel gevleid, dat Marie al anderhalf +jaar bij hen was, maar haar verjaardag kwam, St. Nicolaas kwam, en +een meid die je anderhalf jaar had, kon je wel moeilijk minder dan +een paar witte schorten geven, als ze daar nog tevreden mee waren.... + +Toen Sprotje tegen den winter nog eenmaal ziek werd, en, zwak +teruggekomen, eerst niet dan met haperingen haar werk kon verrichten, +gaf Mevrouw haar de keus: maar liever voor goed weg gaan, of blijven +tegen zestien stuivers in de week. + +Sprotje, die geen keus hàd, koos het laatste. En zoo worstelde zij +een nieuwen winter door. + +Maar met het voorjaar dat dan kwam--ze was toen in November zestien +geworden--brak ook voor haar schamele lichaam de eindelijke wending ten +goede aan. 't Leek wel, of ze nog zwakker was geworden, doch ze werd +ook gezonder. En haar gezichtje veranderde opnieuw van uitdrukking; 't +werd nog smaller maar ook liever, en het vreemd-schrille en rustelooze +was voor tijden soms daarvan verdwenen. Haar oogen vooral, de kleine, +grijze, met de teere wimpers, hadden een schroomvalligen neerblik en +een opkijken vol zachtheid, en de mond, even vochtig, lag soms fijn +geplooid in een vagen, droomerigen glimlach. + + + +Op een zoelen middag in Mei, toen er overal buiten de dwalende geur +hing van in bloei staande kastanjes en van wuivende seringeboomen, +liep, zoetjes verstrooid, Sprotje den hoek bij de Hanekamp om, waar +hun Dijkje was. De zware meidoornhaag rond de uitspanning had hier en +daar sprenkels van wit en roze-rood gebloesemte, knopsels nog maar, +doch de hooge iepenboom in den hof was als een dicht zomerbosch vol +vogelengekweel. + +Gesmoord zwart-glanzig van zon lag het kolenwegje recht het land in +naar den oliemolen; als van vloeiend licht leek het boordevol vaartje, +en de lage, weeke weilanden wemelden van bloemen en golvingen van +halmend gras. + +Aan de andere zijde, ver over het water, lag het witte, rood-gedaakte +badhuisje te blikkeren in de zon, en het ijle olmen-rijtje daarachter +was bleekgroen in de grijsblauwe zonnelucht. + +"Tjee!" schrok Sprotje plotseling uit haar licht en leeg gemijmer op: +daar kwam Hein het kolenpad afgestapt!.... wat deed die hier?.... was +die bij hen geweest?.... omdat Sien nou trouwen ging?.... + +Maar dan herinnerde zij zich de eerste ontmoeting, toen zij nog bij +Meester Jonkers diende, en een paar andere, vluchtiger, van maar +een knik, en een "bezjoer" naar den overkant der straat: 't was geen +kwaje, die Hein.... Haar ontdane gezichtje klaarde weer op, herkreeg +zijn schijn van stille vriendelijkheid. + +Langzaam, met zware stappen over het knerpend gruispad, kwam de jongen +naderbij; dan vertraagde hij aarzelend zijn gang, als zon zijn altijd +moeizaam werkend brein op den aanvang van een gesprek. En toen zij +nog een pas of tien van elkaar af waren, stond hij stil, hield zijn +blakenden kop, bol als van een goedigen bulhond, schuw naar haar heen. + +"'k Ben nou vaste knecht aan de oliemolen," zei hij, als een uitleg +waarom hij daar liep. + +"Zoo....," verwonderde zich Sprotje, belangstellend. + +"Sinds verleje week al...." + +Sprotje had in de hand een kleine blauw-gazen vliegen-dekker, die +gerepareerd was, en die zij des middags mee terug naar haar dienst +moest nemen. + +De jongen, zijn naakte oogen neergeslagen naar het voorwerp, dat hij +niet thuis wist te brengen, vroeg, fel op eens: + +"En wanneer trouwt ze?" + +"Vrijdag," zei Sprotje. + +De jongen gromde iets binnensmonds. "Was de Donderdag niet deftig +genoeg voor 'r?" smaalde hij. + +"Mijn moeder is op de bruiloft gevraagd, maar ze zal wel niet gaan," +vertelde Sprotje. + +"Of ze gelijk het," zei de jongen.... "'t Is een kanjer, die zuster +van jou." + +Sprotje knikte onwillekeurig, maar dan weerlei ze toch: + +"Hoef jij je daar anders niet zoo dik over te maken... jij hebt toch +ook al weer verkeering met een ander gehad...." + +Spannend rood kleurde de jongen over zijn gave, blinkende koonen. + +"'t Was heel wat anders als met je zuster, hoor," zei hij heftig; "nou +wou _zij_ wel, maar _ik_ niet.... nou heb ik háár laten schieten...." + +"'k Mócht 'r niet," kwam hij nog uitleggend achterna, kalmer al weer. + +"Hei je nog altijd sjagrijn over Sien?" vroeg Sprotje met een +zacht-goedig meelij in haar stille stem, en steelswijs zag zij den +jongen aan. + +"O!.... dat.... nee.... mot je niet denken," zei die wegwerpend; +"had ik ommers geen andere meid genomen...." + +"En waar dien jij nou?" vroeg hij dan, om op een ander onderwerp +te geraken. + +"Ikke....?" zei Sprotje, gevleid over de belangstelling, "op de +Waterveldsche Weg." + +"Daar diende dat andere meissie van mijn ook," kwam de jongen, met +een naïeve verwondering. + +Sprotje voelde zich een kleur krijgen, maar zij begreep niet waarom. + +Toen lachte zij. Sinds zij nu zooveel grooter was, hield zij dat +lachen ook beter in bedwang, en 't stond zoo mal niet meer. + +"En wat jij groot ben geworden!" zei de jongen; "maar mager +genog.... hei je een goeie dienst?" + +"Voor mijn niet kwaad," zei Sprotje, berustend; "meissies as ik +motte lang geduld hebbe, voor ze wat goeds krijgen.... maar 'k ben +er nou al twee jaar.... met goeie getuigen zal 'k nog wel eens beter +terecht komme...." + +De jongen zag haar met een stille vertrouwelijkheid aan. "Voor je +zoover ben, mot je heel wat doormaken, hé?" vroeg hij. + +"Ja.... jij ben ook al net as ik...." zei hij even later, +nadenkend....; "heb ik een tijd voor vijf gulden in de week motte +ploeteren.... jessis, as 'k daar an denk.... nou krijg 'k er +zeven.... nou ben ik vijfentwintig...." + +"Dat komt," zei hij weer, na een ogenblik van moeizamen +gedachte-arbeid, "as je geen vast ambacht kent...." + +"As ze van je thuis niks voor je doen....?" vroeg Marie; haar gezichtje +was één zachtheid van begrijpen en beklag. + +"Ja, ook al....." zei de jongen vaag; daar scheen bij hem de schoen +niet te wringen. + +"'t Ergste is maar, as je 't zoo treft," viel hij dan weer bij, +"jij zoo goed als ik, hé....?" En met dezelfde ondergrondsche +vertrouwelijkheid in zijn goedig vervaarde oogen zag hij haar aan. + +"Nou....," zei het meisje op eens, verlegen, "'k mot naar huis, hoor!" + +"Weet je wat zoo mal is....?" kwam plotseling de jongen met een +goedigen grinnik, en als buitengewoon vermaakt over iets potsierlijks, +dat hem eensklaps opviel: "Sien is een mooie meid.... en jij ben +heelemaal niet mooi, Merie.... God bewaar me, nee, je heb 'r niks +van.... en toch lijken je op 'r...." + +Even keek het meisje verrast; dan overtoog een donker schaamrood haar +verschrikte gezichtje, en haar mond, om de kleine, groene tanden, +trok in een bevende zenuwsperring omhoog. + +"Je houdt me voor de gek," stamelde ze dan;.... "ik op Sien +lijken....!" + +"Werachtig!" kwam de jongen nog eens, "'t is de waarheid, wat dat +'k je zeg.... vooral nou je zoo rood ziet...." + +Hij had zelf een kleur gekregen, tot hoog over zijn voorhoofd en met +een beschaamden en toch vertrouwelijken knik ging hij eensklaps door. + +In een duizel van blakende warmte en bloedgebons, geheel verward, +liep Sprotje door den zoelen lentedag hun Dijkje af. + +In de verte, als in een damp van zon, schemerde de oliemolen klein +weg onder de hooge lucht.... + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Sprotje heeft een dienst, by M. Scharten-Antink + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE HEEFT EEN DIENST *** + +***** This file should be named 17526-8.txt or 17526-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/7/5/2/17526/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
