summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17525-h
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:51:20 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:51:20 -0700
commita937022c9eaa8babafe732811d70ec05aa905a7b (patch)
tree816d3649bee239a9872b7e80ecf95cb18e97969f /17525-h
initial commit of ebook 17525HEADmain
Diffstat (limited to '17525-h')
-rw-r--r--17525-h/17525-h.htm2595
1 files changed, 2595 insertions, 0 deletions
diff --git a/17525-h/17525-h.htm b/17525-h/17525-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..a1122ad
--- /dev/null
+++ b/17525-h/17525-h.htm
@@ -0,0 +1,2595 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Zwarte Kost, by Cyriel Buysse.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute;
+ left: 92%;
+ font-size: smaller;
+ text-align: right;
+ } /* page numbers */
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .u {text-decoration: underline;}
+
+ .caption {font-weight: bold;}
+
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+ .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top:
+ 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De Zwarte Kost, by Cyriel Buysse
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Zwarte Kost
+
+Author: Cyriel Buysse
+
+Release Date: January 23, 2006 [EBook #17525]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZWARTE KOST ***
+
+
+
+
+Produced by Johan Boelaert.
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+
+<h1>DE ZWARTE KOST</h1>
+
+<h2>CYRIEL BUYSSE</h2>
+
+<h3>1898</h3>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>I</h3>
+
+
+<p>Het sloeg juist elf, die zondagmorgen, en in de enkele straat van
+het dorpje was alles stil en vreedzaam, toen, in een plotselinge
+opschudding, van huis tot huis de deuren openvlogen, en de bewoners
+met uitroepingen van verbazing op hun dorpels kwamen.</p>
+
+<p>Er moest voorwaar geen gewichtige gebeurtenis in het rustig Akspoele
+plaatsgrijpen, om er terstond de lieden op de straat te lokken: de
+enkele voorbijtocht van een ongewoon rijtuig of de verschijning van
+een onbekende waren daartoe ruim voldoende. Doch ditmaal gold het
+iets z&oacute; buitengewoon ontzettends, dat het er terstond als een klein
+oproer werd.</p>
+
+<p>D&aacute;&aacute;r, aan het uiteinde van de straat, komend in het dorp langs de
+weg van het station Bavel, naderde met rasse tred, vergezeld van een
+joelende bende knapen en meisjes, een groep van drie personen.</p>
+
+<p>Hij, die in het midden liep, werd dadelijk herkend. Het was Massijn,
+Fortun&eacute; Massijn, de klerk van notaris Potvlieghe. Maar of de twee
+anderen mensen of dieren waren, dat konden de stomverbaasde
+dorpelingen nog niet bevestigen.</p>
+
+<p>Zij hadden de gestalte en de lichaamsvormen van twee magere, te
+vroeg opgeschoten vijftienjarige knapen. Beiden droegen een
+zwartfluwelen pak, met korte broek en koperen knopen op het wambuis;
+beiden hadden lange rode kousen aan, en op het hoofd een zonderlinge
+rode pet, met zwarte, schuins afhangende kwast. Doch wat volstrekt
+op niets menselijks meer leek was hun gezicht: een glimmend-zwarte,
+monsterlelijke tronie met vervaarlijke ogen en vingerdikke lippen;
+en hun handen: afschuwelijke handen, zwart, lang en mager gelijk
+beestenklauwen. Een soort van zwarte, dichtkroezende wol bedekte hun
+slapen; en door hun oorlellen staken overgrote koperen ringen, woest
+schitterend in de ochtend-zonneglans.</p>
+
+<p>Massijn was in het dorp bekend als een allerzonderlingste kerel. Het
+greintje hoogmoedswaanzin, waaraan hij laboreerde, openbaarde zich
+bij hem in een zeer curieus verschijnsel: hij was bezeten door de
+manie der kennismaking met vreemdelingen. Men wist maar niet waar
+hij die steeds vandaan haalde, doch weinig zondagen gingen er
+voorbij dat hij niet de een of andere onbekende bij zich had,
+waarmee hij, opgeblazen van trots, de herbergen van Akspoele
+bezocht, met zijn verwarde uitspraak van hakkelaar de vreemdeling
+aan zijn kennissen voorstellend als "zij...ijn b&ecirc;&ecirc;&ecirc;sten vri...iend"
+van deze of gene, door de dorpelingen nooit gehoorde stad of streek;
+hem gul onthalend op al wat hij maar drinken wilde; hem eindelijk
+aan tafel uitnodigend en hem zelfs vaak met een rijtuig naar het
+naastgelegen station terugbrengend, dit alles tot grote ergernis van
+zijn moeder en zuster, die in dergelijke kennismakingen niet het
+minste genoegen vonden, en er integendeel zeer tegen opzagen een
+deel van het beperkt huiselijk inkomen zo nutteloos te zien
+verspillen.</p>
+
+<p>Zo bont als nu had hij het evenwel nog niet gemaakt. De wijze,
+waarop men hem bespotte was doorgaans bescheiden, maar nu liep het
+waarlijk de spuigaten uit.</p>
+
+<p>Indien Massijn met zijn twee jonge negers vlug doorgestapt was,
+wellicht had hij, in de stomme verbazing van de dorpelingen, zonder
+onaangenaamheden tot aan zijn moeders huis kunnen geraken; doch een
+bescheiden intrede was nu juist zijn bedoeling niet. Hij tuurde
+glorieus rechts en links naar de v&oacute;&oacute;r de deuren der huizen en
+herbergen saamgeschoolde menigte, nam nu en dan voor een kennis zijn
+hoed af, groette geestdriftig met de hand; en, v&oacute;&oacute;r de stoep van de
+herberg <i>Het huis van Commercie</i>, waar zich een drukke groep bevond,
+hield hij plotseling stil, klom de trappen op, naderde tot een heer
+met stuurs gezicht en grijze baard, en sprak, trillend van hoogmoed:</p>
+
+<p>&mdash;Mee...ee...eester Potvlieghe, ik heb de eer u twee...ee van mijn
+b&ecirc;&ecirc;ste vrienden voo...oo...oor te stellen: A...albert Badoe en
+Bou...ou...oudewijn Soera, bei...eiden prinsen uit Co...o...congoland.</p>
+
+<p>En tot de twee jonge zwarten, als konden zij hem verstaan:</p>
+
+<p>&mdash;A...Albert, en Bou...oudewijn, ik stel u mij...ijn meester voor,
+mij...ijnheer Po...o...otvlieghe, no...otaris te Akspoele.</p>
+
+<p>De menigte, die hen volgde, had onmiddellijk, met verwarde kreten en
+geluiden, Massijn en de negers omringd, en de buren kwamen van hun
+dorpels aansnellen, terwijl de twee zwarte prinsen, onthutst en
+beleefd, hun zonderlinge petjes afnamen en beurtelings de hand
+drukten die de verbaasde buitenheer, even na een aarzeling als van
+vies wantrouwen, tot hen uitstak.</p>
+
+<p>&mdash;Mij...ijnheer Spittael, ha...ha...handelaar in kolen, hervatte
+hoogmoedig Massijn, de jonge prinsen aan een tweede dorpsheer
+voorstellend.</p>
+
+<p>&mdash;Mij...ijnheer De Vreught, gepensioneerd o...o...onderwijzer, tot
+een derde.</p>
+
+<p>En daar juist Eulalie, de herbergiersdochter, aan wie Massijn de
+naam had een weinig het hof te maken, haar verbaasd, blozend gezicht
+tussen de schouders van die twee heren uitstak:</p>
+
+<p>&mdash;Eu...eu...Eulalie, riep hij, gans opgewonden op haar toetredend,
+hier zijn twee...ee jonge A...a...afrikaanse prinsen, die u
+dee...ee..eze namiddag zullen ko...ko...komen bezoeken.</p>
+
+<p>Vuurrood, met een gebaar als van schrik, trok het meisje haar hoofd
+terug, terwijl uit de joelende volksschaar een schaterend gelach
+opsteeg.</p>
+
+<p>Gebelgd, met een gestreng-hoogmoedige blik, keerde Massijn zich naar
+de spotters om. Doch hij trok minachtend de schouders op, en,
+opnieuw zich wendend tot notaris Potvlieghe en zijn gezellen, begon
+hij hun enkele uitleggingen te geven.</p>
+
+<p>&mdash;Mij...ijneer Po...otvlieghe, deze jonge prinsen zij...ijn slechts
+enkele maanden geleden do...or de zendelingen van het klooster van
+Amertinge, wa...ar, zoals gij weet, mijn broe...der econoom is, uit
+Co...o...congoland meegebracht, o...om in dat bewuste ge...esticht
+van Amertinge hun o...o...opvoeding te...te krijgen. A...Albert, de
+oudste, is ee...een der zonen van een ko...o...koning uit de
+omstreken van Vivi, en Bou...oudewijn behoort tot een a...adellijke
+fa...a...familie van Lee...ee...opoldville. Zij volgen nog maar
+sinds vi...ier maanden de lessen van het pensionaat en ree...eeds
+kunnen zij ta...melijk goed Frans en Vla...aams lee...ezen, spreken
+en schrijven. Het volgend jaar, als hun o...o...opvoeding volbracht
+za...al zijn, kee...ee...eren zij naar hun land terug, en nu...u
+zijn ze mij do...oor mijn broeder toe... vertrouwd, om ee...enige
+dagen van hun va...akantie bij ons door te brengen.</p>
+
+<p>Er heerste een ogenblik stomme stilte, als van verslagenheid. De
+zwarte prinsen hadden weer het rode petje met zwarte kwast op 't
+hoofd gezet; de notaris, de kolenhandelaar, de gepensioneerde
+onderwijzer en de andere op de herbergstoep geschaarde dorpelingen,
+staarden het drietal aan met ronde ogen, zonder een woord te
+spreken. Blijkbaar vraagden ze zich af of Massijn thans bepaald gek
+geworden was, en meneer Potvlieghe opende de mond om toch iets te
+antwoorden, toen eensklaps, als was het op maat bevolen, opnieuw een
+oorverdovend hoongejouw en gelach uit de v&oacute;&oacute;r <i>Het huis van Commercie</i>
+opeengeperste menigte losbarstte.</p>
+
+<p>Verontwaardigd, met fonkelende ogen, keerde Massijn zich om:</p>
+
+<p>&mdash;Zij...ijt ge niet beschaamd! schreeuwde hij, verbaasd en woedend,
+zich in volle lengte oprichtend.&mdash;W...at zullen die...ie jongens,
+die hier o...om beschaving komen, van ons volk wel denken!</p>
+
+<p>Als bij toverslag hield het geschreeuw op en viel er een luisterende
+stilte. De ogen van de toeschouwers blonken van opgewekte
+nieuwsgierigheid, men wachtte gretig dat Massijn nog meer zou
+zeggen. Maar toen hij, na een paar malen met vertoornde deftigheid
+herhaald te hebben: "'k zou ...ou me toch schamen, vo...oor
+beschaafde mensen", nogmaals zweeg, brak het geschreeuw plotseling
+weer uit: een woest, dierlijk geschreeuw; een geschreeuw en gegil
+zonder woorden; een geschreeuw om 't uitsluitend vermaak van te
+schreeuwen.</p>
+
+<p>'t Gelaat vuurrood, de ogen uitgepuild van woede en verbaasdheid,
+bleef Massijn een ogenblik in stomme onbeweeglijkheid naar het
+gepeupel staren, terwijl de beide prinsen, bevend van schrik, zich
+tegen hem aandrongen.</p>
+
+<p>&mdash;Gij...ij schurken! Gij...ij lelijke schurken! barstte hij
+eensklaps uit, buiten zichzelf van verontwaardiging.&mdash;'k Ben
+beschaamd da...at ik tot uw natie behoor! Indien gij...ij in
+Co...o...congoland moest komen, ik ben zeker da...at de wilden u er
+waardiger zou...ouden ontvangen, da...an gij, be...eschaafde lieden,
+hie...ier de wilden ontvangt.</p>
+
+<p>Opnieuw, als bij toverslag, viel de stilte. Met gapende ogen en
+monden liet men hem uitspreken, wachtte men even of hij nog meer zou
+zeggen. Maar toen men zag dat hij van gramschap stikte en niet
+verder spreken kon, brak nogmaals het hoongeschreeuw los, het woest,
+oorverdovend geschreeuw en gegil zonder woorden, tegelijkertijd,
+door een honderdtal monden, als door een enkele mond geslaakt.</p>
+
+<p>Toen bood Massijn de menigte niet langer 't hoofd. Hij maakte een
+verontwaardigd gebaar tot meneer Potvlieghe en zijn gezellen, als om
+hen tot getuigen te nemen van die wraakroepende schande; ontwaarde
+nog even het gelaat van Eulalie, die, zijn blik ontwijkend, rood van
+schaamte achter de ruggen verdween; daalde met &eacute;&eacute;n sprong van de
+stoep, vatte Badoe en Soera bij de hand en stuwde ze moedig vooruit,
+door het jouwend gepeupel, dat instinctmatig voor hen ruimte maakte,
+maar onmiddellijk zijn schaar weer sloot, nu aanhoudend schreeuwend
+en gillend het drietal op de hielen volgend.</p>
+
+<p>En het werd iets verschrikkelijks. Het wild geschreeuw was van
+lieverlede ontaard in een z&oacute; onnoemelijke verwarring van allerhande
+wangeluiden, dat de ganse straat ervan dreunde. Een bende knapen en
+meisjes huppelde met wilde sprongen de stoet vooruit; kreten en
+gelach zwollen tot een reusachtige uitbarsting van dolheid; een hele
+groep, de stap op maat, de armen zwaaiend in cadans, begeleidde de
+rampzalige Massijn, en de twee negers onder het luidkeels zingen
+van een walgelijk straatdeuntje. Op een gegeven ogenblik maakten zij
+het zo bont, dat de veldwachter, wiens huis zij juist
+voorbijtrokken, hevig zijn deur openrukte, een ogenblik
+stom-roerloos op zijn drempel bleef staan, en plotseling weer binnen
+liep, alsof hij zijn sabel wou halen.</p>
+
+<p>Massijn en zijn negers hadden het haast op een rennen gezet. De
+rampzalige klerk, doodsbleek en de blik als door een floers
+beneveld, uitte geen klank meer; Badoe en Soera, de ogen uitgezet
+van schrik, de dikke, vooruitstekende lippen hijgend open, snelden
+door met uitgerekte hals, als werden zij door een bende slavenjagers
+achtervolgd. Gelukkig waren zij niet ver meer van het huisje van de
+weduwe Massijn verwijderd. Door zijn ontzaglijke ontsteltenis heen,
+zag Massijn de groene voordeur als een veiligheidshaven opengaan;
+zijn zuster Fietje, uitgelokt door het gedruis, verwilderd op de
+drempel verschijnen, in een gebaar van ramp de beide armen openslaan
+en met een kreet in huis terugsnellen. Een ogenblik later was hij er
+zelf met zijn prinsen, alle drie, omringd van zijn huilende moeder
+en zuster, als lam, als levenloos op stoelen neergezakt.</p>
+
+<p>De deur werd door Fietje dichtgeslagen en gegrendeld; het woest
+gepeupel stroomde dof-joelend om het huisje heen, gelijk een
+bruisende golf om een klip.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>II</h3>
+
+
+<p>Een groot deel van de namiddag bleef de woning van de weduwe
+Massijn, evenals een huis waar een moord geschied is, aldus met een
+luidruchtige menigte omzet. Daarbinnen, in de woonkamer, waar de
+gasten met de huisgenoten aan de dis zaten, beletten de neergelaten
+rolgordijnen de indringende blikken, maar onrustbarend luid
+weergalmde af en toe 't geschater en 't gejouw, het schoppen op de
+muur en 't tikken op de ruiten.</p>
+
+<p>Massijn, nu zijn schrik wat over was, raakte weer opgewonden van
+verontwaardiging en toorn. Hij vond het een schande, een
+wraakroepende schande, dat de politie hem tegen de aanrandingen van
+dat smee...ee...erig gepeupel niet beschermd had; hij sprak van
+niets minder dan een klacht bij de Minister van Justitie en wellicht
+bij de Koning zelf in te dienen. En voortdurend, om zichzelf moed te
+geven, schonk hij zijn glas vol wijn en stootte hij aan tegen de
+glazen van de prinsen, hen insgelijks met trillend-stotterende stem
+tot drinken aanmoedigend, beurtelings in het Vlaams en het Frans
+bluffend uitroepend:</p>
+
+<p>&mdash;Wees ma...aar gerust; n'ay...ay...ayez pas peur mes princes; je
+sau ... aurai bien vous prot&eacute;ger co...ontre cette canaille.</p>
+
+<p>Zijn moeder, een dikke zestigjarige vrouw, met een geel gerimpeld
+gezicht en goedige bruine ogen, die tot nu toe in haar ontsteltenis
+nog geen klank geuit had, viel hem, met een wanhopige blik op de
+twee zwarten, in de rede:</p>
+
+<p>&mdash;Maar waarom dan ook zo publiek met ze door Akspoele gelopen?</p>
+
+<p>&mdash;En dan nog op een zondag, als al het volk op de been is, riep
+Fietje kribbig.</p>
+
+<p>&mdash;Ko ...o...kon ik misschien voorzien da...at dat smee...erig volk
+zich zo scha...andelijk zou gedragen? sprak driftig Massijn, met een
+verachtend gebaar naar de vensters.</p>
+
+<p>&mdash;Och ge steekt ook altijd zulke konten uit! antwoordde Fietje
+gebelgd, met vuurrode wangen van tafel opstaand om in de keuken het
+gebraad te halen.</p>
+
+<p>De beide negers, voortdurend roerloos van schrik op hun stoelen
+gezeten, aten schier niet, spraken geen woord. Zij luisterden met
+angstige spanning naar het aanhoudend gedruis in de straat, en van
+tijd tot tijd liep er een rilling als van koude over hun donkere
+huid. Tevergeefs poogde Massijn ben op te beuren, hen te doen eten
+en drinken, hen tot een gesprek uit te lokken: hun bange blik bleef
+halsstarrig gevestigd op de zich achter de neergelaten gordijnen
+bewegende schaduwen: hun gehoor was slechts vatbaar voor de
+onheilspellende geluiden die van buiten daar tot hen binnendrongen.
+Een paar keren wisselden zij enkele woorden in hun moedertaal, en
+eindelijk sprak Badoe tot Massijn met doftrillende stem:</p>
+
+<p>&mdash;Massa, nous retourner Amertinge.</p>
+
+<p>Massijn, die reeds een weinig door de drank verhit was, maakte een
+gebaar van opstand. Hij had zich wel voorgesteld, gedurende
+verscheidene dagen, met zijn prinsen, eerst de bewoners van Akspoele
+en daarna die der omliggende gemeenten te overbluffen, en de
+gedachte dat een zo heerlijk plan zou onuitvoerbaar wezen, was voor
+zijn verwaande hoogmoed onuitstaanbaar. Met nadruk drong hij erop
+aan dat de prinsen t&oacute;ch zouden blijven. Het ware lafheid voor het
+gebries van zulk een janhagel te vluchten; men moest de stomme smaad
+het hoofd durven bieden; men moest durven tonen dat men man was.</p>
+
+<p>Hij had opnieuw zijn glas geledigd, hij was gans opgewonden
+opgestaan en wakkerde de prinsen aan zijn voorbeeld te volgen, en
+maar terstond stoutweg de voorgenomen namiddagwandeling in het dorp
+aan te vangen. Zij zouden eerst het <i>huis van Commercie</i> bezoeken, dan
+<i>Den Appel</i>, dan <i>De Kroon</i>, dan bij enkele voorname ingezetenen ten
+huize gaan, om zich te tonen. En men zou eens zien of iemand hand of
+vinger naar hen durfde uitsteken. Reeds had hij beslist zijn hoed
+opgezet en uit een hoek zijn zwaarste wandelstok gehaald; maar toen
+de negers, die niets van zijn woorden verstonden, aan zijn manieren
+en gebaren begrepen waarvan er kwestie was, overweldigde hun een zo
+hevige schrik, dat zij beiden plotseling in tranen uitbarstten, en
+zich met de zwarte vingers aan de rand van de tafel vastklampten,
+als om zich desnoods met geweld tegen de geduchte uitgang te
+verzetten. En daar tot overmaat de voor de vensters saamgeschoolde
+menigte, die wellicht iets van Massijns uitval gehoord had, juist op
+dat ogenblik weer in dreunend hoongejouw losbrak, begonnen de
+prinsen, eensklaps zelf met draaiende ogen z&oacute; wild van angst te
+schreeuwen, dat moeder Massijn en Fietje huilend in de keuken
+vluchtten.</p>
+
+<p>Toen begreep de rampzalige Massijn dat hij zijn heerlijk plan
+bepaald moest opgeven. Op zijn dringend verzoek kwamen moeder
+Massijn en Fietje bevend terug in de kamer, en een korte
+beraadslaging werd gehouden. Het was vier uur; indien men spoed
+maakte kon men te Bavel de trein van vijf nog halen en dan zouden de
+prinsen ook v&oacute;&oacute;r de avond te Amertinge nog terug zijn. Maar hoe
+gedaan om aan dat razend gepeupel te ontsnappen. Massijn, die het
+als naar gewoonte hoog in't hoofd had, stelde voor een huurkoets te
+bestellen en er maar wild mee dwars door het gewoel heen te rijden,
+al werden er ook wat armen en benen verpletterd. Doch moeder en
+Fietje, vindend dat het al bont genoeg geweest was, en dat men ook
+reeds meer dan genoeg geld verteerd had, bestreden dit plan en
+beweerden dat zij heel goed langs 't achterpoortje van de tuin
+konden uitgaan, en aldus, door de binnenwegen, het station bereiken.</p>
+
+<p>De beide prinsen, die van heel het gesprek slechts duidelijk dit ene
+woord 'station' opvingen, knikten gretig toestemmend met het hoofd
+en herhaalden op schor-trillende toon:</p>
+
+<p>&mdash;Oui, oui, Massa, station, retourner station Amertinge.</p>
+
+<p>En 't werd aldus besloten. Badoe en Soera, hun rode pet in de hand,
+namen beleefd afscheid van moeder en Fietje, en volgden met rasse
+tred Massijn door de tuin. De beide vrouwen, bezorgd-hoofdschuddend
+op de drempel van het achterdeurtje staande, zagen, met een gevoel
+van verlichting, de schelrode petten en kousen zonder verdere
+onheilen achter de haag in 't groene veld verdwijnen, terwijl aan de
+voordeur, begeleid door geschreeuw en voetengetrappel, opnieuw het
+walgelijk straatdeuntje weergalmde, waarmee 't gepeupel 's ochtends
+de prinsen en Fortun&eacute; tot aan hun huisje vergezeld had.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>III</h3>
+
+
+<p>Toen Massijn met valavond alleen in Akspoele terugkwam, aarzelde hij
+even of hij rechtstreeks naar huis, dan eerst in <i>Het huis van
+Commercie</i> om een glas bier zou gaan. Juist v&oacute;&oacute;r de stoep nam hij
+plotseling zijn besluit en trad binnen.</p>
+
+<p>Hij was, ofschoon innerlijk nog sterk opgewonden, uiterlijk heel wat
+gesust en ontnuchterd; en het maakte hem angstig te weten, wat voor
+een indruk de gebeurtenissen van de dag op Eulalie zouden
+teweeggebracht hebben. Hoewel hij niet, in de echte zin van 't woord
+met haar verloofd was, toch bestond er sinds jaren tussen hen een
+ernstige genegenheid, zij steeds wachtend dat hij haar ten huwelijk
+zou vragen, hij steeds aarzelend om het te doen, in zijn hoogmoed
+gekrenkt door de gedachte met een herbergmeisje te trouwen, en
+niettemin steeds door iets machtigs, waartegen hij vruchteloos
+poogde te worstelen, tot haar aangetrokken. In de laatste tijden
+toch had hun liefde bepaald wat vooruitgang gemaakt: hij had haar
+serieus van trouwen, en, zich voor eigen rekening te plaatsen,
+gesproken. Als ze nu van haar moeder een ordentelijke bruidsschat
+kreeg, kon de languitgestelde verbintenis wellicht spoedig tegemoet
+gezien worden.</p>
+
+<p>Hij hoefde niet lang te wachten om de indruk waar te nemen, die hij
+die dag op Eulalie gemaakt had.</p>
+
+<p>Zij stond achter de schenktafel toen hij binnenkwam, bezig met
+glazen te spoelen, het aangezicht rood en de blik koel, de mond
+misnoegd omlaag getrokken. Zij beantwoordde ternauwernood zijn
+groet, bracht hem zwijgend 't bestelde glas bier, nam haar breiwerk
+op en ging er opzij mee zitten. Een viertal andere klanten waren in
+de herbergzaal aanwezig, zwijgend, met de pijp in de mond en
+spotachtige blikken, schuins op hun stoelen gezeten. In een hoek zat
+bazin Vleurick, Eulalies moeder, een dikke, zestigjarige vrouw met
+wijd van elkander staande ogen, wat aan haar blik een verdwaalde
+uitdrukking gaf, erwten te doppen. Een korte stilte heerste, even
+gestoord door het geluid van de ouderwetse Vlaamse klok, die, door
+het driemaal herhaald geroep: 'Koekoek! koekoek! koekoek!' het
+geslagen halfuur aanduidde.</p>
+
+<p>Massijn zette zich neer, keek naar de na&iuml;ef-geschilderde
+uurwerkplaat, waarop een moordenaar afgebeeld stond, die met de
+linkerhand een gevallen reiziger bij de keel, en, in zijn rechter,
+een opgeheven dolk hield, dronk even van zijn bier, zette het
+glas naast zich op een tafeltje, floot stil een deuntje. Eulalies
+koel onthaal maakte hem wrevelig, en in zijn binnenste voelde hij
+weer, met een vlijmende prikkel van toorn, de herinnering aan de
+hoon stijgen, die hem 's middags in het dorp te beurt gevallen was.
+Doch hij wilde er niets van laten blijken, hij zou er zich ditmaal
+met moedwil boven stellen; en, na een nieuw stilzwijgen, veinzend
+noch de spottende blikken van het viertal dorpelingen, noch de
+mokkende misnoegdheid op Eulalies aangezicht te bemerken:</p>
+
+<p>&mdash;Eh ...ehwel, Eulalie, sprak hij gemaakt-luchtig, terwijl hij zich
+als in verrukking ruw de handen wreef&mdash;hebt ge mij va...andaag
+gezien met mijn twee zwa...a...arte prinsen'</p>
+
+<p>Zij antwoordde niet dadelijk. Zij bleef een poosje stil voortbreien,
+met diep gebogen hoofd sneller haar naalden bewegend, alsof zij al
+haar aandacht aan die arbeid wijdde. En eerst toen zij haar steken
+opgeraapt, en de naalden hoger onder haar oksels getrokken had,
+vestigde zij een koele blik op hem en sprak, bijna toonloos, als in
+diepe onverschilligheid:</p>
+
+<p>&mdash;O, bah ja ik,... 't was schuene, zilde.</p>
+
+<p>En gedwongen glimlach kwam even over Massijns lichttrillende lippen.
+Hij schoof zijn stoel een weinig nader bij de hare en, strijdlustig,
+met iets wreveligs in de uitdrukking van zijn, op haar wrikkelende
+naalden gevestigde, ogen:</p>
+
+<p>&mdash;Is 't nie...iet schoon, 't is misschien to...och wel interessant,
+hernam hij.&mdash;'t Is in elk ge ...eval to...och interessanter
+da...an hetgeen men hier da...agelijks in deze sto...omme gemeente
+te... te zien krijgt.</p>
+
+<p>De drinkers maakten een beweging op hun stoelen of zij het praatje
+heel aardig begonnen te vinden en Eulalies wangen kregen een
+sterkere kleur, terwijl de naalden al vlugger en vlugger tussen haar
+bedreven vingers heen en weer wrikkelden. Opnieuw heerste een
+ogenblik volkomen stilte gedurende welke men niets meer hoorde dan
+het langzaam tiktak van de klok en het eentonig geflap der gedopte
+erwten, die bazin Vleurick in een aarden schotel liet vallen. En in
+die benauwende stilte staakte Eulalie eensklaps het breien, keek
+weer tot haar minnaar op, slaakte een zucht van komische wanhoop en
+sprak, na een kort, gedwongen lachje en een trage hoofdschudding:</p>
+
+<p>&mdash;Kijk, kijk, kijk, ik kan niet peinzen waar gij het toch altijd
+uitzoekt! Wat al konten zult gij nog uitsteken!</p>
+
+<p>Gebelgd, ge&euml;rgerd, met toornig schitterende ogen, was Massijn deftig
+opgestaan en had hij zijn stoel weer achteruitgeschoven. Een
+ogenblik staarde hij haar roerloos, met bevende lippen aan; en dan,
+de stem verkropt, terwijl zijn aangezicht van gramschap scheen te
+zwellen:</p>
+
+<p>&mdash;Ko...o...konten!... ko...o...kokonten! Ik vind dat ge wel
+zee...eer onbeleefd zijt, weet ge, Eu...Eulalie!...</p>
+
+<p>En plotseling, gerevolteerd:</p>
+
+<p>&mdash;Wee ...ee...eet gij hoe ik zulke smaad be...beantwoord? vroeg hij,
+bijna dreigend, in de drukkende stilte van de herbergzaal, waar
+zelfs bazin Vleurick van ontzetting 't erwten doppen had gestaakt.</p>
+
+<p>&mdash;A... alzo zie! riep hij. En statig keerde hij zich om en stapte de
+deur uit.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>IV</h3>
+
+
+<p>Sinds die dag was het, dat men van lieverlede bij Massijn een totale
+verandering van gemoedsstemming, een echte morele omwenteling kon
+waarnemen.</p>
+
+<p>Na ongeveer een week mokken, gedurende welke de ontzettende
+gebeurtenis van het prinselijk bezoek langzamerhand in het dorp
+vergeten raakte, was hij naar <i>Het huis van Commercie</i> teruggekeerd en
+had hij zich met Eulalie verzoend, omdat die stille, sinds jaren
+aanslepende liefde toch als iets onontbeerlijks in zijn leven was
+geworden: maar, behalve dat, o ja, enorm was de verandering.</p>
+
+<p>Men zag hem niet meer, zoals vroeger, de schaarse vreemdelingen, die
+te Akspoele kwamen, opzoeken en er glorieus mee van herberg tot
+herberg rondlopen; hij scheen zich eensklaps om niemand meer te
+bekreunen, noch geen het minste belang meer te stellen in wat er op
+'t dorp mocht omgaan. Men ontmoette hem enkel nog langs de straat op
+de uren, dat hij naar het kantoor van meester Potvlieghe ging of
+ervan terugkeerde en vaak gebeurde 't nu dat hij zelfs 's zondags op
+Akspoele niet bleef, maar met de eerste trein langs Bavel naar de
+stad reed, en slechts laat in de avond terugkwam, doorgaans met een
+lijvig vierkant pak onder de arm.</p>
+
+<p>&mdash;Wat is er met Massijn! wat haalt hij zich nu in 't hoofd? vroegen
+de dorpelingen zich met verwondering af. En toen de een of ander hem
+soms vroeg wat hij nu toch deed in de uren, die hij eertijds in
+'t gezelschap van zijn medeburgers placht door te brengen:</p>
+
+<p>&mdash;Lee ...e...ezen, antwoordde hij met een ernstig, afgetrokken
+gezicht.</p>
+
+<p>Het was de waarheid. Schier al zijn vrije uren besteedde hij aan
+lectuur, en wel uitsluitend aan &eacute;&eacute;n soort lectuur: Afrikaanse
+reisverhalen. Hij ging de boeken halen ter stad in een leeskabinet,
+en uren en uren elke avond, en 's zondags bijna heel de dag, zat hij
+met de ellebogen op de tafel en het hoofd tussen de handen, als een
+gehypnotiseerde in zijn lezing verdiept.</p>
+
+<p>Landkaarten lagen v&oacute;&oacute;r hem ontvouwen, waarop hij in verbeelding,
+door mysterieuze streken de gevaarlijke tochten meemaakte;
+illustraties van tropische landschappen, van wilde volkstypen, van
+wondere ontmoetingen en gevechten, aan de authenticiteit waarvan hij
+geen ogenblik twijfelde, deden rillingen van vervoering en verlangen
+door zijn ganse lichaam stromen. Zijn starre ogen schitterden, hij
+zuchtte van inspanning, zijn rusteloze vingers zetten in verwarring
+zijn haren op, of zij, door het akelige van 't verhaal, vanzelf te
+berge rezen. En vaak werd hij z&oacute; hevig door de indruk van
+'t gelezene overweldigd, dat het hem een onweerstaanbare behoefte
+werd er ook aan zijn moeder en zijn zuster iets van mee te delen.</p>
+
+<p>&mdash;Da...at is toch schrikkelijk! die...ie Sta ...anley moet toch iets
+uitgestaan hebben! riep hij soms plotseling, in de stilte van het
+keukentje, waar moeder en Fietje met hun breiwerk zaten, zijn lezing
+onderbrekend. En toen de twee vrouwen, weinig ge&iuml;nteresseerd, of,
+uit instinctieve weerzin, zijn gezegde onbeantwoord lieten:</p>
+
+<p>&mdash;Wilt gij eens weten hoe ...oe... dikwijls hij op &eacute;&eacute;n... &eacute;&eacute;n enkele
+maand tegen de wilden heeft moe ...oe...oeten vechten? vroeg hij.&mdash;
+Twee ...ee en dertig keren! En, weer het boek ter hand nemend, las
+hij hun enkele bladzijden van de Vlaamse vertaling van de welbekende
+wonderreizen voor. Toen wist hij van geen zwijgen meer. In de doodse
+stilte van het keukentje, die alleen gestoord werd door het eentonig
+tiktak van de klok en het schuchter door elkaar wrikken van de
+breinaalden, klonk zijn hakkelende stem luid en bombastisch, in
+verward-ronkende volzinnen. Noch moeder noch Fietje durfden geen
+woord meer wisselen, haast geen beweging meer maken. Zij smoorden
+met de hand hun vervelingsgegeeuw, bijna niets begrijpend van al
+hetgeen hij voorlas, door zijn stotterende uitspraak als in een
+pijnlijke sluimer gewiegd, telkens verbaasd en als schrikkend
+opkijkend, toen hij zichzelf even in de rede viel om hen te vragen:</p>
+
+<p>&mdash;Ei...eiwel, wat denkt ge daarvan! Is da...at niet wonderbaar, niet
+Schrikkelijk?</p>
+
+<p>Maar met het einde van zijn lezing hield hun morele foltering nog
+niet op: in die uren van praatzieke ontboezeming, nadat hij 't boek
+gesloten had, begon hij dan zelf over het voorgelezene te
+disserteren. En het was iets verbazends hoe al die vreemde namen met
+zijn stamerende uitspraak in zijn mond verwarden, hoe hij er klanken
+van vormde die op geen woorden meer leken noch geen hoegenaamde
+betekenis meer hadden. Soms ging het tot een echte gekheid over.
+Hij stelde zich niet tevreden met de nare, in het boek gelezen
+anekdoten; hij voegde er andere bij, hij vond er nieuwe uit, als kon
+hij zich de indruk van akeligheid niet genoeg overweldigend maken.
+Meer dan eens zelfs deed hij door zijn gewaagde beschrijvingen van
+de Afrikaanse zeden zijn moeder en zijn zuster blozen.</p>
+
+<p>&mdash;Ja...a moe....oeder, da...at kost daar een zwijn, of ee...een
+koe, sprak hij op zekere avond, van de schadeloosstelling gewagend,
+waarvoor een wilde aansprakelijk is, die met de vrouw van zijn buur
+te ver zou gegaan zijn.</p>
+
+<p>En daar bazin Massijn, gestoord, hem verzocht van zulke dingen
+liever niet te spreken:</p>
+
+<p>&mdash;Wel, waa...aarom niet, moe...der, hernam hij grootmoedig;&mdash;men moet
+die...ie mensen dat vergeven, zij...ij zijn gelijk de beesten, zij
+weten niet wa...at zij doen.</p>
+
+<p>Toen praatte hij ook weer van Badoe en Soera, de twee jonge zwarte
+prinsen, met wie hij een regelmatige briefwisseling onderhield.</p>
+
+<p>&mdash;Zie...ie, moe...oeder en zuster, sprak hij, een punt op de
+landkaart aanwijzend,&mdash;hie...ier woont de vader van Badoe,
+ko...o...oning van Pahalamaboe, en daa...aar woont die van Soera,
+prins van Manyalahi, bei...eiden op de boorden van de
+Lou...oualaba, anders genoemd de Con...co...congo.</p>
+
+<p>Doch van lieverlede begon hij ook naar andere toehoorders dan zijn
+zuster en zijn moeder te verlangen. Hij voelde dringend de behoefte
+die wondere dingen, waarvan hij zo doordrongen was, aan een ruimer
+publiek voor te dragen; en, de smaad vergetend waarmee de Akspoelse
+bevolking hem destijds bejegende, verscheen hij weldra regelmatig
+weer in <i>Het huis van Commercie</i> en in andere voorname herbergen.</p>
+
+<p>Ernstig en statig, omringd van een vijf- of zestal lui op hun
+stoelen uitgerekte dorpsheren, vertelde hij zonder einde over zijn
+geliefkoosd onderwerp. En d&aacute;&aacute;r, tenminste, werd hij niet op een
+brutale spot onthaald: in hun dodende verveling, zagen die heren met
+welgevallen om het even welke uitspanning tegemoet. Somtijds zelfs
+ging hun belangstelling zo ver, dat zij zich mengden in 't gesprek,
+en gewichtig met hem de koloniale politiek van de regering
+bespraken.</p>
+
+<p>Toen sprong Massijn hartstochtelijk op de bres. Hij verdedigde met
+gloed de koloniale uitbreiding van het land; hij durfde zeggen dat
+het slechte pa...atriotten waren, die zulke richting tegenwerkten.
+En bombastisch stamerend verklaarde hij dat het de plicht van alle
+Belgen was, met woord en daad de ko...o...koning in zijn
+e...e...edelmoedige onderneming van de beschaving van Midden-Afrika
+te steunen. Maar meneer Potvlieghe, of meneer Spittael, of meneer De
+Vreught waren, niettegenstaande hun onbetwistbare gehechtheid aan de
+koninklijke familie, wel eens de meer verspreide mening toegedaan
+dat men beter de penningen van 't land aan de beschaving van
+Midden-Vlaanderen zou besteden, en allen mengden zich van lieverlede
+driftig in het hoger en hoger opgalmend gesprek, totdat Eulalie, die
+vuurrood en mokkend het schouwspel bijwoonde, eensklaps luid
+zuchtend haar plaats verliet en met de op komische toon herhaalde
+uitroeping 'Ach Here! ach Here! Hoe is 't mogelijk!' in de keuken
+verdween.</p>
+
+<p>Dit bracht de heren tot het bewustzijn van hun deftigheid terug. Zij
+bestelden verse glazen bier, ontstaken opnieuw hun pijpen, helden
+achterover op hun stoelen, met de ogen op de bruingerookte
+zoldering. En Massijn alleen bleef ononderbroken doorpraten, de
+gebaren verbreed, de ogen uitgezet van ostentatie, af en toe tussen
+zijn akelig stameren een blik van toorn en van minachting vestigend
+op de weer in de gelagzaal gekomen Eulalie, van wie de houding en
+gelaatsuitdrukking als levend protest waren tegen al wat hij
+vertelde.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>V</h3>
+
+
+<p>En eensklaps, op een zondagmorgen na de vroegmis, liep het als een
+vuur door Akspoele:</p>
+
+<p>Massijn vertrekt naar Congoland!</p>
+
+<p>In 't eerste ogenblik, natuurlijk, hechtte daar niemand geloof aan.
+Men beschouwde het als een snaakse grap en lachte er eens om. Doch,
+terwijl meester De Vreught, die vlak naast Massijns woonde, die
+morgen na het ontbijt zijn gewoon wandelingetje in zijn tuintje
+maakte, zag hij, over de haag in het tuintje daarnaast, Fietje
+schreiend heen en weer lopen. Hij had haar dadelijk gevraagd wat er
+toch schortte, en toen had Fietje hem snikkend gezegd, dat zij
+huilde omdat Fortun&eacute; besloten had naar Congoland te vertrekken. De
+vorige avond had hij bij meester Potvlieghe zijn ontslag als commies
+ingediend, en nu was hij met de eerste trein naar Brussel
+vertrokken, en als hij 's avonds terugkeerde zou zijn verbintenis
+met het gouvernement van Congo-Vrijstaat onherroepelijk gesloten
+zijn. 't Is waar, zijn betrekking zou er veel winstgevender zijn dan
+die welke hij bekleedde op 't kantoor van meneer Potvlieghe: hij zou
+er namelijk, als onderintendant van de Staat te Leopoldville,
+drieduizend frank jaarwedde hebben vrij van alle kosten, maar
+Congoland was toch zulk een akelige streek en lag zo ver: wie weet
+of zij en moeder hem nog ooit zouden terugzien. Och, het was
+gekheid; Fietje beweerde, dat hij bepaald gek geworden was. Sinds de
+vorige avond had zij nog niet opgehouden te huilen, en moeder
+Massijn lag ziek te bed en beweerde dat zij ervan sterven zou. Het
+was, in Akspoele, een dag van buitengewone emotie. Meester De Vreught
+had natuurlijk niets zo dringends te doen gehad dan het verbazend,
+hem door Fietje meegedeelde nieuws alom te gaan vertellen; meester
+Potvlieghe, van zijn kant, had de ontzettende tijding bekrachtigd,
+en de ganse dag hoorde men geen ander gesprek meer in het dorp. Men
+zag oneindig veel meer mensen dan gewoonlijk in de straat heen en
+weer wandelen; gehele groepen liepen driftig redekavelend de ene
+herberg in en de andere uit, elk ogenblik ondervraagd door de
+vrouwen, die v&oacute;&oacute;r de dorpels van de huizen samengeschoold stonden;
+en opnieuw, evenals op de dag van het bezoek van de zwarte prinsen,
+keek men van ver naar de gesloten woning van de weduwe Massijn, als
+naar een huis waar een moord gepleegd is. Wat <i>Het huis van Commercie</i>
+betreft, daar was de drukte zo groot dat men er niet eens kon
+zitten; doch zij die er gingen om te zien wat voor een gezicht
+Eulalie zette, en wellicht met haar de spot te drijven, kwamen er
+teleurgesteld van af, want de gehele dag bleef het meisje
+onzichtbaar.</p>
+
+<p>En in de afwachting op Massijns terugkomst&mdash;wat, volgens Fietje,
+met de laatste trein en dus ook met de postwagen, die om dat uur van
+Bavel naar Akspoele rijdt, zou plaatshebben,&mdash;vertelden de
+dorpelingen aan elkaar wat het zoal was in Congoland te leven.
+Blink, de blikslager, die in zijn jeugd bij het Vreemd Legioen te
+Algiers in dienst geweest was, vertelde onder ander tot een groep
+voor zijn deur geschaarde dorpelingen, dat het in Congoland z&oacute;
+verschrikkelijk heet was dat Massijn er na enkele maanden pikzwart
+van huid zou worden, net zoals de zwarte prinsen die met hem te
+Akspoele geweest waren.</p>
+
+<p>Verwarde uitroepingen weergalmden, een oud vrouwtje, met verwilderde
+ogen, vroeg bevend aan de snoevende blikslager, of Massijns ziel ook
+zwart zou worden gelijk die van de negers, en of hij, na zijn dood,
+evenals zij, eeuwigdurend in de hel zou branden.</p>
+
+<p>&mdash;Neen, antwoordde Blink,&mdash;maar het is erg te vermoeden dat hij
+zeer spoedig mensenvlees zal leren eten.</p>
+
+<p>Een kreet van afschuw steeg op, mijnheren Potvlieghe, Spittael en De
+Vreught, die uit <i>Den Appel</i> kwamen en naar <i>Het huis van Commercie</i>
+gingen, naderden de rondom Blink geschaarde groep.</p>
+
+<p>&mdash;Tenzij, voegde deze erbij,&mdash;dat hij zelf door de negers of de
+wilde beesten opgegeten werd.</p>
+
+<p>En, zijn schitterend snoeversoog gevestigd op de drie heren,
+vertelde hij een hem voorgevallen anekdote: een wildeman en zijn
+familie, die, hem in een donker bos ontmoetend, hem aangerand hadden
+om hem te doden en op te eten. Meer dan een halfuur lang had hij
+ertegen moeten vechten, en terwijl hij rechts en links op de neger
+en zijn vrouw met zijn sabel houwde om zijn leven te verdedigen,
+sprongen hem de kleine negers voortdurend tussen de benen, waarin
+zij beten met razend gegil, om hem het bloed uit 't lijf te zuigen.</p>
+
+<p>&mdash;De littekens zijn nog zichtbaar op mijn dijen, is 't niet waar
+vrouw? vroeg hij, zich omkerend tot zijn wederhelft, die, ernstig
+met het hoofd knikte, om te bevestigen dat hij de loutere waarheid
+zei.</p>
+
+<p>Maar het sloeg acht op de toren en de groep ging uit elkaar, om
+andere groepen te volgen naar de dorpsplaats, waar de postwagen van
+Bavel elk ogenblik verwacht werd. Eenieder wilde nu Massijn
+aanschouwen; hij was eensklaps voor het ganse dorp een vermaardheid
+geworden; het was of dat enkel besluit naar Congoland te vertrekken
+hem reeds fysiek zou veranderd hebben; of er van hem een ander mens
+geworden was, die men nog niet kende.</p>
+
+<p>Reeds was de oude, rood-, geel- en zwartgeverfde rammelkast aan het
+uiteinde van de straat zichtbaar, toen meester Potvlieghe en zijn
+gezellen op de met volk bezette dorpsplaats aankwamen. Van ver zagen
+zij Massijn, die naast de koetsier op de bok zat, rechts en links
+met zijn strohoed groeten, trots en gelukkig als een prins die na een
+lange afwezigheid in zijn hoofdstad terugkomt. Hij was zeer netjes
+in 't zwart gekleed, met een wit ondervest; en, gevouwen op de
+linkerarm, droeg hij een splinternieuwe, grijze zomeroverjas. Zijn
+geschoren aangezicht was bleek van trotse ontroering; zijn ogen
+schitterden met een bijna onheilspellend-geestdriftige starheid;
+zijn halfopen mond hijgde van hoogmoed, alsof hij gerend had.</p>
+
+<p>En 't was als een dof rumoer van bewondering dat rillend door de
+menigte liep, toen hij, bij het stilhouden van de ratelende postkar
+van de bok steeg, en met tot meester Potvlieghe, als nu tot zijn
+gelijke, uitgestrekte hand plechtig in 't Frans zei:</p>
+
+<p>&mdash;Bo...onjour, cher mai...a&icirc;tre Potvlieghe, mai...aintenant
+l'affaire est d&eacute;cid&eacute;e; je...e pars le 28 du mois prochain par le
+steamer Lou...oualaba a...avec mes bons amis les princes, Ba...adoe
+et Soera.</p>
+
+<p>Er heerste een ogenblik volkomen stilzwijgen, opnieuw gevolgd door
+een dof rumoer van bijna eerbiedige bewondering. Haast niemand had
+begrepen wat hij zei, maar allen voelden instinctmatig dat het iets
+zeer belangrijks moest zijn; en terwijl hij met die heren, die hem
+nieuwsgierig omringden en ondervraagden, de dorpsplaats verliet,
+werd de tijding als spontaan van mond tot mond verspreid:</p>
+
+<p>&mdash;Hij vertrekt bepaald naar Congoland, hij vertrekt de
+achtentwintigste van de volgende maand!</p>
+
+<p>De kreet weergalmde in de straat, werd ver en wijd herhaald door de
+saamgeschoolde menigte. En niet alleen de winkeliers- of
+arbeidersvrouwen, maar ook de dames en de dochters van de
+welgestelde ingezetenen, kwamen nieuwsgierig bewonderend kijken,
+terwijl Massijn, midden in de volksschaar die hem vergezelde elk
+ogenblik stilhoudend, pompeus zijn hoed afnam en op de voortdurend
+herhaalde vragen in het Frans antwoordde:</p>
+
+<p>&mdash;Oui...i, madame, oui...i, ma...ademoiselle, mon d&eacute;part est
+i...irr&eacute;vocablement fix&eacute; au 28 du mois prochain, par le stea...eamer
+Lou...oualaba.</p>
+
+<p>&mdash;Keert ge rechtstreeks naar uw huis terug, Fortun&eacute;, vroeg meester
+De Vreught, toen zij voor <i>Het huis van Commercie</i> kwamen.</p>
+
+<p>&mdash;Nee...een, ik heb dorst, ik zou ga...aarne eerst een glas bier
+drinken, antwoordde Massijn. En, met zijn gezellen en een aantal
+andere nieuwsgierigen, besteeg hij de trappen van de herbergstoep.</p>
+
+<p>Daarbinnen was Eulalie voortdurend onzichtbaar. Tot haar moeder, die
+achter de schenktafel stond, vroeg Massijn met een air van
+autoriteit waar of zij was. En daar deze antwoordde dat haar
+dochter, een weinig ongesteld, zich te bed gelegd had:</p>
+
+<p>&mdash;Welnu, sprak hij hoogmoedig, zonder zich het minst om de
+ongesteldheid van zijn geliefde te bekreunen,&mdash;la...at haar van
+mijnentwege weten, da...at ik de achtentwintigste van de
+vo...olgende maand vertrek naar Co...o...co...congoland, met de
+steamer Lou...oualaba, in co...ompagnie van mijn beste vrienden de
+prinsen Ba...adoe en Soera.</p>
+
+<p>En statig ging hij plaatsnemen aan een met dorpsheren omringd
+tafeltje, waar hem een soort ovatie van bewonderende geestdrift te
+beurt viel.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>VI</h3>
+
+
+<p>Van toen af begon voor Massijn dat buitensporig leven dat eerst met
+de dag van zijn inscheping zou ophouden, en nog lang daarna vermaard
+zou blijven in Akspoele en de omliggende gemeenten.</p>
+
+<p>Plotseling overweldigd door een wilde behoefte van in-beweging-zijn,
+zag men hem haast elke morgen, reeds v&oacute;&oacute;r acht uur op zijn best
+gekleed, met gewichtig gelaat in en uit de huizen lopen, een
+zakboekje doorbladerend en er koortsachtig een en ander in
+aantekenend, als iemand voor wie elk ogenblik zijn kostbare
+bestemming heeft. Toen sprong hij op de postwagen, nam te Bavel de
+trein voor Gent of voor Brussel en keerde 's avonds terug, overladen
+met pakken en valiezen, de handen en zakken vol dingen, die in hun
+veelsoortigheid niet te noemen waren. Hij gebruikte haastig zijn
+avondmaal, antwoordde in korte, verstrooide zinnen op de
+menigvuldige vragen van zijn moeder en zuster, stak een sigaar op en
+begaf zich naar <i>Het huis van Commercie</i>.</p>
+
+<p>Het was in het begin van juni, en, na dagen van buitengewoon
+drukkende hitte, zetten de dorpsheren zich voor de koelte in
+pantoffels en geopend vest op de koer van de herberg onder de
+schaduw van een rij linden, de rug geleund tegen de muur, met hun
+glas bier of jenever v&oacute;&oacute;r zich, op een tafeltje. D&aacute;&aacute;r was het dat
+Massijn nu troonde. Van al het bespottelijke dat eertijds aan hem
+was, bleef er, in de superioriteit die zijn aanstaand vertrek naar
+het mysterieuze werelddeel hem gaf, in de geest van die heren niets
+meer over; uren en uren lang luisterden zij nu met gretige
+belangstelling naar zijn wondere vertellingen.</p>
+
+<p>En hij liet zich niet bidden. Van het ogenblik dat hij aankwam tot
+het uur waarop hij de herberg verliet, voerde hij, hij alleen, de
+ganse tijd het woord. Ternauwernood durfden die heren nog even op de
+tafel tikken om verse glazen te bestellen of hun lange pijpen weer
+te vullen, en bij die algemene eerbiedige bejegening van de
+voornaamste ingezetenen der gemeente, voelde zelfs Eulalie haar
+antipathiek mokken in bewondering veranderen, en kwam zij zich
+weldra geregeld bij de groep scharen om naar hem te luisteren.
+Plechtig had Massijn op een avond, v&oacute;&oacute;r de gewone bezoekers
+aankwamen, tot haar gesproken.</p>
+
+<p>&mdash;Eu...Eulalie, ik ga vertrekken, maar over drie jaar kee...eer ik
+rijk en ge...ge&euml;erd terug; en dan, als ge mij zo...oolang trouw
+gebleven zijt, zullen wij el...elkander huwen.</p>
+
+<p>Zij was begonnen te huilen en had klagend geantwoord:</p>
+
+<p>&mdash;Ik zal u wel trouw blijven, Fortun&eacute;, maar gij zult het niet doen.
+Gij zult ginds in den vreemde met andere vrouwen gemeenschap hebben.</p>
+
+<p>Deftig, bijna gebelgd was hij haar in de rede gevallen:</p>
+
+<p>&mdash;Ginds zijn gee...een andere vrouwen dan zwa...arte. Gij...ij denkt
+toch niet da...at ik mij daarmee zou afgeven!</p>
+
+<p>En, met een sarcastisch-minachtend gegrinnik zijn gezegde
+bekrachtigend:</p>
+
+<p>&mdash;Gij...ij denkt toch niet da...at ik zou proeven va...an wat ze
+ginds de <i>zwa...arte kost</i> noemen'</p>
+
+<p>De zwarte kost!... Onthutst had Eulalie hem aangekeken. Wat was
+Dat?... wat betekenden die zonderlinge woorden?... Maar plotseling
+had ze begrepen en was zo rood als een pioen geworden.</p>
+
+<p>De ganse avond over haar breiwerk gebogen had ze bijna geen woord
+meer gesproken; doch sinds dat ogenblik had ze zich toch
+gerustgesteld gevoeld, en nu was zij voor hem een paar gebloemde
+pantoffels aan 't borduren, die hij ginds ver, als aandenken van
+haar, elke avond als zijn werk gedaan was en hij rustig in zijn tent
+zat, zou dragen.</p>
+
+<p>Trouwens als men hem soms hoorde vertellen, maakte 't net de indruk
+of hij reeds in 't verre land geweest was, of hij er zich nog
+bevond. Somtijds, midden in een verhaal, bleef hij plotseling stil,
+het oor gespitst, de hals gerekt, de ogen, onder de neergezakte
+wenkbrauwen, peilend gevestigd in de duisternis, als kwam er daar
+ergens onraad of gevaar. En toen men hem verwonderd vroeg wat er
+gebeurde:</p>
+
+<p>&mdash;'t Zal niets zijn, geloof ik, maa...aar ik meende daar even
+ee...een vijand te horen in de nacht, antwoordde hij.</p>
+
+<p>Andermalen, en wel voornamelijk op de zwoelste avonden, verscheen
+hij in winteroverjas, met rechtopstaande kraag en wollen halsdoek om
+de keel. En toen die heren half uitgekleed in hun pantoffels en hun
+open wambuizen, hem met bezorgde belangstelling vroegen of hij dan
+ziek was:</p>
+
+<p>&mdash;Nee...een, in het geheel niet, antwoordde hij ernstig terwijl hij
+met een rilling zijn kraag nog hoger zette,&mdash;ik heb het alleenlijk
+zeer koud, ik vind da...at dit kli...i...maat soms o...onuitstaanbaar
+koud is.</p>
+
+<p>Maar bovenal werd het gek, toen hij zijn officieel uniform van
+onderintendant bezat. Dat bestond uit een witlinnen broek en dito
+ondervest onder een donkerblauwe jas met gouden knopen en drie
+vergulde galons om kraag en mouwen, alsmede een donkerblauwe,
+insgelijks gegalonneerde pet, waarop, van voren, de gouden ster van
+Congo-Vrijstaat prijkte. En ofschoon dit pak niet bestemd was om in
+Belgi&euml;, maar wel om in Congoland gedragen te worden, en het weer,
+door een van die bruuske omslagen waaraan het in deze streken gewoon
+is, van brandend heet schielijk vrij koud geworden was, met hevige
+wind- en regenbuien, toch liep Massijn in deze lichte kleding van
+stonden af rondom het dorp, de ene herberg in en de andere uit,
+bleek van verwaandheid en bibberend van koude, zonder de minste
+klacht te uiten.</p>
+
+<p>Z&oacute; sterk, trouwens, imponeerde dat schitterend uniform de
+dorpelingen, dat het als een vergoding werd. Een gemurmel van
+ontzagvolle eerbied vergezelde hem langs de straat, en toen Eulalie,
+die hem eerst niet herkende, hem aldus verkleed in <i>Het huis van
+Commercie</i> zag komen, ontstelde zij z&oacute; hevig dat zij plotseling in
+tranen uitbarstte. Ook moeder Massijn en Fietje sloegen van
+bewondering de handen samen, en begonnen zich van toen af bepaald
+met de gedachte van zijn vertrek te verzoenen, en te denken dat wat
+zij tot dusver als een daad van gekheid beschouwd hadden, werkelijk
+iets groots en roemruchtigs zou worden. Wat de heren Potvlieghe,
+Spittael en De Vreught betreft, die vonden bepaald geen woorden meer
+om hun emotie en bewondering uit te drukken. Beurtelings werd
+Massijn bij die drie heren, alsook ten huize van nog twee andere
+voorname dorpsfamilies te dineren gevraagd, met het uitdrukkelijk en
+trouwens zeer overbodig verzoek in zijn officieel kostuum te willen
+verschijnen. En op het diner bij meneer Potvlieghe, waar ook de
+heren Spittael en De Vreught aanwezig waren, steeg de geestdrift z&oacute;
+hoog, dat zij alle drie, in een spontane beweging, met opgeheven
+beker op Massijns gezondheid dronken, en unaniem besloten op de dag
+van de inscheping Fortun&eacute; naar Antwerpen te vergezellen, om hem te
+zien vertrekken.</p>
+
+<p>Maar de jonge reiziger, die telkens hijgde en trilde van hoogmoed
+onder deze vermenigvuldigde eerbewijzen, was nog een laatste en
+grotere glorie weggelegd, alvorens het uur van de bepaalde scheiding
+zou slaan. Op een avond dat hij, met de laatste trein van Brussel
+terugkerend, in <i>Het huis van Commercie</i> verscheen, deelde hij, bleek
+van emotie, aan zijn aldaar reeds vergaderde gezellen, de
+ontzettende tijding mede, dat, op zijn herhaald aandringen, zijn
+beste vriend de beroemde Afrika-reiziger Kinel, met wie hij onlangs
+kennis had gemaakt, erin zou toestemmen te Akspoele een voordracht
+te komen houden over Congoland, op voorwaarde dat men hem een
+ordentelijk daartoe geschikt lokaal kon bezorgen.</p>
+
+<p>Een uitroeping van geestdrift, gemengd met kreten van ongelovigheid,
+steeg uit de groep der rond hun glazen bier geschaarde dorpsheren.
+Massijn tot bazin Vleurick gewend, stamerde plechtig:</p>
+
+<p>&mdash;Ba...azin Vleurick, wilt gij mij u...uw bovenzaal afstaan voor de
+zo...ondag vijftiende juni!</p>
+
+<p>&mdash;Bah ja, meneer Fortun&eacute;, zeer gaarne, antwoordde de dikke vrouw,
+verrukt bij de gedachte hoe zulke plechtigheid de verkoop in haar
+herberg die dag zou bevorderen.</p>
+
+<p>&mdash;En gij, Eu...Eulalie, zult gij zorgen da...at alles in o...orde
+is, da ... at de zaal die dag schoo...oongemaakt, en voo...oorzien
+is van een ta...afel, stoelen en banken, hernam hij, zich tot het
+meisje wendend.</p>
+
+<p>&mdash;Ja, ja, wees maar gerust, alles zal goed zijn, antwoordde Eulalie,
+de wangen blozend, de ogen schitterend.</p>
+
+<p>&mdash;A...all right dan! mo...orgen vroeg zal ik mijn vriend Ki...inel
+per telegram verwittigen da...at wij hem verwachten, besloot Massijn
+met een blik van triomf.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>VII</h3>
+
+
+<p>En het geschiedde waarlijk.</p>
+
+<p>De zondag vijftien juni zagen de, in een drukke schaar op de
+dorpsplaats vergaderde, inwoners van Akspoele, een groep van vier
+personen uit de postwagen van Bavel stijgen: eerst Massijn, in
+groot officieel uniform; daarna een jongeling van een dertigtal
+jaren, lang en mager, geheel in 't zwart gekleed, met een geelblonde
+baard en lichtblauwe ogen en 'last not least' twee negers, en wel
+de beide prinsen Albert Badoe en Boudewijn Soera, beiden aanzienlijk
+gegroeid sinds het vorig jaar, en ditmaal beiden gekleed met een
+lange pantalon en een rond zwart hoedje, gelijk echte Europeanen.
+Een man volgde het viertal op de hielen, een reusachtig valies op
+zijn schouders dragend.</p>
+
+<p>'t Was eerst, onder het volk, een ogenblik van stomme verslagenheid.
+Allen herkenden de twee prinsen die, tegen elkaar gedrongen, rechts
+en links wantrouwig-schuwe blikken wierpen; allen begrepen aan
+Massijns houding dat hij ze als uitdagende verrassing had doen
+meekomen, om te zien of men nu nog eens zo brutaal met hen de spot
+zou durven drijven. Doch neen, iets dergelijks zou ditmaal niet
+geschieden. Het volk wist nu reeds te veel af van Congoland, de
+zwarte huid van de Afrikanen verwekte geen hoongeschreeuw meer. Een
+dof rumoer ging zwellend door de straat, de honderden toeschouwers
+volgden, met het getrappel van een kudde, Massijn en zijn gezellen
+naar <i>Het huis van Commercie</i>, en de meeste blikken bleven gevestigd
+op de lange jongeling met bleke baard en blauwe ogen, die men
+beweerde de beroemde Afrika-reiziger te zijn.</p>
+
+<p>En d&aacute;t was een teleurstelling. Men had zich voorgesteld een kerel
+tenminste zo raar gekleed als Massijn zelf, en een die daarenboven
+zwart van huid zou zijn, zoals de blikslager Blink beweerd had dat
+Massijn, na enkele maanden verblijf in Afrika, zou worden. En daar
+zag men nu in plaats daarvan een soort van handelsreiziger in
+ellegoederen of specerijen, zonder het minste uiterlijke prestige.
+Onheilspellende spotgeluiden begonnen zich toch hier en daar te
+laten horen; Blink, die met de stoet meeging, riep onbeschroomd dat
+de man geen echt Afrika-reiziger was. Alleen het reusachtige valies,
+dat door een bediende van het station Bavel op de rug gedragen werd,
+boezemde nog eerbied in. Men beweerde dat dit vol zat met wapens en
+foltertuigen, en dat ook daarin het officieel uniform stak van de
+reiziger, die zich zou verkleden vooraleer als spreker op te treden.</p>
+
+<p>In <i>Het huis van Commercie</i> hadden al de voornaamste ingezetenen van
+Akspoele, uit gunst v&oacute;&oacute;r het gepeupel binnengelaten, op de stoelen
+van de bovenzaal reeds plaatsgenomen. D&aacute;&aacute;r zaten op de eerste rang,
+als de voornaamste van de aanhoorders, moeder Massijn en Fietje,
+beiden zeer deftig in het zwart gekleed; meneer en mevrouw
+Potvlieghe; meneer Spittael en zijn twee magere, gele juffrouwen,
+meester De Vreught en zijn ouderwetse zuster; en dan de juffrouwen
+Balcaen, de juffrouwen Speleers, de juffrouwen Van Vreckem, en dan
+nog vele andere juffrouwen en heren, met &eacute;&eacute;n woord al de notabelen
+van de gemeente. En toen achter deze eerste rijen van uitgelezen
+publiek de dubbele deur voor de menigte geopend was, werd de zaal
+als het ware stormenderhand ingenomen. In een oogwenk was ze
+stampvol. Een soort van worsteling greep zelfs plaats in de
+achtergrond, waar het donker gezicht van Blink boven de hoofden
+uitstak; maar na enkele energieke 'chuts' van meester De Vreught,
+die opstond en zich gestreng naar de lawaaimaker omkeerde, bekwam
+men weer een betrekkelijke stilte. Er was een ogenblik van spannende
+verwachting; toen werd aan de overzijde van de zaal, achter een
+soort van estrade, een deur geopend, en plechtig trad de
+Afrika-reiziger met Massijn en de twee zwarte prinsen binnen.</p>
+
+<p>Het was onder de notabelen, evenals 't geval was geweest met het
+gepeupel op de dorpsplaats, een eerste ogenblik van verbaasdheid bij
+het onverwacht terugzien van de twee zwarte prinsen, en van
+teleurstelling voor het handelsreizigersachtige uiterlijk van de
+voordrachtgever. Die lieden waren echter te wel opgevoed om langer
+dan het betaamde zulks te laten blijken, en een zeer warm, door
+meester De Vreught op het getouw gezet handgeklap weergalmde,
+terwijl het viertal, na een beleefde buiging tot het publiek, op de
+estrade, achter een, met een groen kleed bedekte tafel, zitten ging.
+De bediende met het valies was ook binnengekomen en weer vertrokken,
+nadat hij zijn last naast de reiziger had neergezet; en terwijl deze
+uit de binnenzak van zijn jas een cahier te voorschijn haalde en
+eens even van het in zijn bereik staand glas water dronk alvorens
+zijn voordracht aan te vangen, staken fatsoenlijke lui fluisterend
+het hoofd bij elkaar, en keken goedkeurend-glimlachend naar Massijn,
+alsof zij zeggen wilden dat zij het zeer kranig vonden, dat hij nog
+eens met zijn prinsen op het dorp terugkwam. Toen dronk de reiziger
+nogmaals een teugje water, en, nadat hij ook nog eens gekucht had,
+begon hij zijn voordracht, dezelfde, die hij sinds anderhalf jaar
+aan de vier hoeken van het land uitkraamde. De boeren en 't
+gepeupel, op houten banken gezeten staande in de achtergrond van de
+zaal, luisterden met wijde ogen en gapende monden; de fatsoenlijke
+lui hielden het hoofd gebogen en de blik opzij, een weinig uit het
+veld geslagen door het zeer onaangenaam orgaan van de Brusselaar, en
+de bijzonder platte manier waarop hij zich in het Vlaams, dat hij
+maar zeer gebrekkig scheen te kennen, uitdrukte. Meester De Vreught,
+om geen enkel woord te verliezen, zat gans voorovergebogen, met de
+rechterhand rechtsvormig aan het oor, het aangezicht verwrongen door
+een gegrinnik van inspanning, dat langs de ene zijde van zijn
+scheefgetrokken mond zijn brokkelig, vuilgeel gebit ontblootte. Wat
+Massijn betreft, die had een houding van diepgeabsorbeerd nadenken
+aangenomen, de rechterelleboog op de tafel, het saamgefronste
+voorhoofd rustend in de handpalm. Hij scheen zich heel en al in
+'s prekers woorden te verdiepen, en af en toe, wanneer hem iets
+bijzonders trof richtte hij plotseling 't hoofd op, en tuurde met
+starre blik en goedkeurend geknik naar 't publiek, of hij zeggen
+wilde dat de spreker nu de spijker op de kop sloeg, en hij er ook
+iets van afwist en er desnoods in mee kon praten.</p>
+
+<p>Toen hij aldus ruim een halfuur gesproken had, boog de redenaar
+naast de tafel neer en haalde &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n uit het valies de
+voorwerpen te voorschijn, die hij zijn aanhoorders wilde laten zien.</p>
+
+<p>&mdash;Kaaik, meinsche, riep hij in zijn plat-Brusselse tongval,&mdash;hier
+as het zweird woarmeide zei in Congo de veruurdielde de kop afsloan
+en hier zaain de bogens en de paaile woarmeide de wilde zich teigen
+de Europeoane verdeidige... Past op, doar es verg&egrave;f aan de puint.</p>
+
+<p>Een gejoel van gretigheid ontstond in de zaal, de spreker, nogmaals
+buigend, toonde een soort houten ruw gebeitelde pop, die vol zat met
+nagels, spijkers, stukjes glas en eindjes lint en touw.</p>
+
+<p>&mdash;En hier as ien van ulder afgode, woar ze goan veuren bidde en
+offerande breinge as z'n gunst of 'n geluk verlange te bek&oacute;wme...</p>
+
+<p>Massijn had zijn plaats verlaten, en, staande op de uiterste rand
+van de estrade, reikte hij beurtelings de voorwerpen aan de
+personen, die nieuwsgierig waren ze van nabij te aanschouwen of te
+bevoelen. De dames, huiverend van schrik en afkeer, durfden haast
+niets aanraken; alleen de mannen staken gretig de handen uit. Vooral
+meester De Vreught, die opgestaan was en zijn bril had opgezet,
+examineerde ieder stuk met een glimlach van innige belangstelling,
+alvorens ze aan de naast hem zittende heren Spittael en Potvlieghe
+te overhandigen. Een toenemend rumoer verspreidde zich in de zaal;
+uit de achteraan ineengeperste volksschaar weergalmde de stem van de
+blikslager zo luid, dat meester De Vreught opnieuw met een
+gezagvoerende vermaning het stilzwijgen moest gebieden, terwijl de
+beide prinsen Badoe en Soera angstige blikken op de uitgangsdeur
+begonnen te werpen.</p>
+
+<p>Doch eenieder kreeg op zijn beurt de wondere dingen te aanschouwen,
+en, nadat wapens, gereedschap en afgod van hand tot hand rondom de
+zaal waren gedragen, werden zij door Massijn in het valies
+teruggelegd en ging de redenaar met zijn voordracht door. Hij was op
+een vrij kies terrein, namelijk op het gebied van de Congolese zeden
+geraakt.</p>
+
+<p>&mdash;Doames en hiere, riep hij,&mdash;in Congoland bestoat oalgemien de
+veelwaaiverij. De vrouw as er 'n sloaf die as 'n geweune woare
+verkocht wordt.</p>
+
+<p>Massijn, op zijn plaats teruggekeerd, wierp triomfante blikken op
+het auditorium; want wat de spreker thans bevestigde was juist een
+van die dingen die hij het moeilijkst aan zijn gewone
+herbergaanhoorders kon doen geloven. Meester De Vreught, onder
+ander, had het maar nooit kunnen aannemen, dat er zulke dierlijk
+bedorven lui, als Fortun&eacute; vertelde, op de wereld bestonden.</p>
+
+<p>&mdash;Joa, maainsche, zu gebuirt da doar! voer de spreker plat voort.&mdash;
+En de waaive, die van niets beiters weite, komen doar volstrekt nie
+teigen in opstand, woarschaainloaik omdat zen uuk wal voele dat het
+er toch nie mee zou boate...</p>
+
+<p>Een dof geraas liep door de zaal, het mansvolk grinnikte met schalks
+genoegen, en in de achtergrond vernam men weer de stem van de
+blikslager Blink, die schertsend een opmerking maakte, terwijl
+integendeel onder het dames- en vrouwenpubliek als een beweging van
+ongemak plaatsgreep, begeleid door gekuch en schuins-verlegen
+blikken in beschaamd-blozende gezichten.</p>
+
+<p>&mdash;Maai persuunlaaik, riep luider de reiziger,&mdash;as het gebuird langs
+den Kimbiri een Arabischen chef te ontmoeten die mier dan
+vaaifhonderd waaiven had!</p>
+
+<p>Er ontstond in de zaal een geluid van verschoven stoelen, en
+plotseling, als door een zelfde automatische springveer bewogen,
+rezen de drie juffrouwen Balcaen van hun plaats op. 't Was een kort
+ogenblik stomme verslagenheid. Meester De Vreught slaakte een oh!
+van ontsteltenis en de spreker onderbrak even zijn voordracht,
+terwijl de drie, ruim vijfenveertigjarige juffrouwen, stijf en
+genepen, met neergeslagen blik en vurige wangen schuins uit de
+stoelenrij drongen en de zaal verlieten.</p>
+
+<p>Massijn, de beide handen uitgestrekt als om een ramp te bezweren,
+was opgestaan. De spreker, heel even maar gestoord, verklaarde
+doodkalm met een veranderde stem:</p>
+
+<p>&mdash;Doames en hiere, ik mien te bemerke dat er hier meinsche zaain die
+op zekere punte nogal lichtgeroakt zaain. Maai dunkt nochtans dat ik
+niets gezeid heb da nie gehoord mag worde.</p>
+
+<p>&mdash;De...e zeden van de wilden, mo...ogen immers niet vergeleken
+worden met de onze, stamerde Massijn in de drukkende stilte gans
+ontroerd en tevens prat voor de eerste maal van zijn leven tot een
+groot publiek te spreken.</p>
+
+<p>Aller ogen waren beurtelings op het viertal om de tafel en op de
+drie naast elkaar staande ledige stoelen van de juffrouwen Balcaen
+gevestigd; de stilte werd benauwend. De angstige blikken van Badoe
+en Soera gingen heen en weer van het roerloos publiek naar de
+gesloten deuren en vensterramen.</p>
+
+<p>&mdash;Tut! tut! tut! laat die domme kwezels lopen en ga voort, riep
+eensklaps een brutale stem achteraan in de zaal.</p>
+
+<p>Meester De Vreught, verontwaardigd opstaand, berispte streng de
+vermetele onderbreker. Toen raadpleegde hij haastig en in stilte
+zijn gezellen Spittael en Potvlieghe, die goedkeurend met het hoofd
+knikten. En, zich tot de Afrika-reiziger wendend:</p>
+
+<p>&mdash;Meneer, sprak hij met zijn vriendelijkste glimlach,&mdash;gaarne
+willen wij vaststellen dat er in uw voordracht niets zedenschendends
+is, maar, als het er voor u niet op aankomt, zouden wij toch liever,
+om niemands, ook misschien overdreven kiesheidsgevoelens, te
+kwetsen, dat gedeelte van uw interessante voordracht zien achterwege
+blijven.</p>
+
+<p>Opnieuw was er een ogenblik volkomen stilte, even gestoord door de
+stem in de achtergrond, die nogmaals vrijpostig tot de redevoerder
+riep dat hij maar ongestoord zou doorpraten. Maar terwijl meester De
+Vreught zich rood van toorn tot de beroerde kerel omkeerde en
+dreigde hem aan de deur te zetten, slaakte Kinel een brutale
+spotlach en antwoordde hij, schouderophalend:</p>
+
+<p>&mdash;Joa! ...zu! ...O, maai as da precies gelaaik, zulle! Maai kan da
+volstrekt nie schele!</p>
+
+<p>En, na een tweede spotlach en enkele gefluisterde woorden tot
+Massijn, zette hij met een ander onderwerp zijn voordracht door.</p>
+
+<p>Deze liep overigens op een einde. Kinel vertelde nog enkele
+bijzonderheden van middelmatig belang, en, als slotrede zich
+halvelings tot Massijn wendend, sprak hij de lof uit van de jeugdige
+reiziger, die weldra naar het verre land zou vertrekken om onder de
+barbaarse volksstammen de weldaden van de beschaving te verspreiden.</p>
+
+<p>Het storend incident van zo&euml;ven was vergeten; de ganse zaal, in
+geestdrift vervoerd, hing op dat ogenblik, zoals meester De Vreught
+het naderhand noemde, aan 's sprekers lippen. De heren knikten
+gewichtig met het hoofd, de vrouwen waren bleek van ontroering,
+moeder Massijn en Fietje barstten plotseling in tranen los. En toen
+Kinel, Massijns beide handen vatte en die hartstochtelijk schudde,
+hem met een dreunende stem goede reis en veel succes wensend, toen
+stond het ganse publiek als &eacute;&eacute;n man op en brak het in daverend
+gejuich en handgeklap los.</p>
+
+<p>Vruchteloos poogde Massijn, die bleek zag als een doek, ook enkele
+woorden van dankzegging te stameren: applaus en gejuich smoorden
+zijn woorden; hij kon enkel, evenals Kinel, groetend buigen, terwijl
+zij beiden, met de prinsen, naar de deur achteruitweken. Alleen op
+de drempel, toen de anderen reeds verdwenen waren, keerde hij zich
+een laatste maal om; en riep luidkeels, met trillend uitgestrekte
+arm:</p>
+
+<p>&mdash;A...adieu! Adieu! et me...erci!</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>VIII</h3>
+
+
+<p>De plechtige dag was eindelijk aangebroken.</p>
+
+<p>Om acht uur 's morgens kwam het open rijtuig van Samson, de Bavelse
+stalhouder, v&oacute;&oacute;r het huis van de weduwe Massijn stilhouden. De
+vorige dag had Fortun&eacute; een algemene biecht gesproken en die morgen,
+gedurende de eerste mis, gecommunieerd. Hij was tot de lange reis
+uitgerust. Al zijn afscheidsbezoeken waren volbracht, zijn volle
+koffers stonden op elkaar gestapeld in het smalle gangetje, hij
+moest maar een laatste maal zijn moeder en Fietje omhelzen en ook
+even in 't voorbijgaan het rijtuig doen stilhouden voor de stoep van
+<i>Het huis van Commercie</i>, om nog eens Eu...Eulalie tegen zijn hart te
+drukken.</p>
+
+<p>De voordeur ging open en meester De Vreught kwam binnen. Hij was
+op zijn allerbest gekleed, in lange zwarte jas en ouderwetse hoge
+hoed. Bescheiden glimlachend verscheen hij in de keuken, waar
+Massijn, in groot uniform, gereed stond. De koetsier, na meester
+De Vreught binnengekomen, haalde met gedruis de koffers weg en stapelde
+die op de bok van het rijtuig.</p>
+
+<p>&mdash;A...allons, moe...der en zuster, heb moe...oed, het ogenblik is
+gekomen, sprak Massijn met een stokkende stem. En bleek, met
+rood-geweende ogen, naderde hij tot zijn moeder om haar te omhelzen.</p>
+
+<p>Werktuiglijk waren de beide vrouwen opgestaan.</p>
+
+<p>&mdash;Vaarwel, Fortun&eacute;, en God beware u, jongen, sprak de snikkende
+moeder haast onhoorbaar.&mdash;Schrijf ons, schrijf ons dikwijls, gedraag
+u goed, en pas op uw gezondheid. En 't hoofd op zijn borst gezegen
+gaf zij hem, met weifelende hand, een 'kruisken' op het voorhoofd.</p>
+
+<p>&mdash;Vaarwel, Fie...ietje, to...ot weerziens, snikte Massijn, tot zijn
+zuster naderend.</p>
+
+<p>Met een in tranen badend gelaat omhelsde zij hem, en gelijk moeder,
+gaf ook zij hem bevend een 'kruisken'.</p>
+
+<p>Toen huilden zij alle drie in stilte, een lange wijl.</p>
+
+<p>Meester De Vreught had zijn zakdoek uitgehaald en snoot zich
+luidruchtig. Buiten in een dof gegons van menigte, klonk bijwijlen
+het stampen van de hoefijzers van het paard op de stenen.</p>
+
+<p>&mdash;Komaan,... komaan, Fortun&eacute;, 't is tijd, sprak meester De Vreught,
+Massijn bij de mouw trekkend.</p>
+
+<p>Een laatste maal, de ogen beneveld door tranen, aanschouwde hij zijn
+moeder en zijn zuster, die opnieuw met het voorschoot v&oacute;&oacute;r het
+aangezicht op stoelen waren neergezakt. En daarop keerde hij zich
+met een bruuske beweging om, volgde de meester uit het huis, en klom
+in 't open rijtuig, dat onmiddellijk in snelle draf vooruitreed.</p>
+
+<p>Aan de ommedraai van de straat, v&oacute;&oacute;r de stoep van <i>Het huis van
+Commercie</i>, hield het weer stil. D&aacute;&aacute;r stonden, eveneens op hun best
+gekleed, met zwarte jas en hoge hoed, en omringd van een krielende
+volksschaar, de heren Spittael en Potvlieghe. Massijn, wiens
+ontroering reeds een weinig gestild was, wipte uit het rijtuig, liep
+vlug over de treden van de stoep, doorkruiste de van verwarde
+beweging en geluiden dreunende gelagzaal, sloop in het
+achterkamertje, waar Eulalie beloofd had op hem te zullen wachten.</p>
+
+<p>Zij was er inderdaad, in een houding van treurig peinzen op een
+stoel gezeten naast het venster, de wangen bleek en de ogen nog
+vochtig van tranen.</p>
+
+<p>Haastig, met uitgestrekte handen, kwam hij tot haar, omstrengelde
+haar het middel, kuste haar hartstochtelijk op mond en wangen. En
+plotseling, als daar zo&euml;ven bij zijn moeder en zijn zuster, barstte
+hij in een wild snikken los. Hij klemde zich aan haar vast, hij
+zoende haar nogmaals en nog, hoe langer hoe hartstochtelijker; en op
+dat plechtig ogenblik, in die wanhopig-verliefde knelling van
+beider lichamen die van elkaar niet wilden scheiden, kreeg hij even,
+in een plotselinge openbaring, benevens het akelig visioen van de
+rampen en ellenden die hij tegemoet liep, het helder bewustzijn van
+de gekheid van de daad waartoe zijn hoogmoedswaanzin hem gedreven
+had, en hoeveel beter het zou geweest zijn, gerust met haar als
+vrouw, en met zijn moeder en zijn zuster te blijven leven in hun
+nederig dorpje, waar men gelukkig was zonder gevaar, waar het echte
+geluk heerste in de eentonige opeenvolging van alle gelijke,
+vreedzame dagen.</p>
+
+<p>Maar op de deur weerklonk een storend tok tok van vermaning, en
+nauwelijks hadden de rampzalige verliefden de tijd elkander los te
+laten, toen meester De Vreught zijn hoofd in het kamertje stak,
+Massijn door een wenkteken verwittigend, dat het hoog tijd was te
+vertrekken. Toen droogde Fortun&eacute; zijn tranen af, en, zich in het
+onwederroepelijk besluit versterkend, omhelsde hij een laatste maal
+zijn snikkend meisje en zei plechtig</p>
+
+<p>&mdash;Schrij...ijf mij elke week, lie...ieve Eulalie, blijf mij getrouw
+gedurende drie...ie jaren, ik za...al het ook doen, en a...als ik
+terugkeer zullen wij elkander huwen.</p>
+
+<p>Een laatste maal zag hij haar aan; een laatste maal riep hij:
+&mdash;A...adieu! Adieu! en dan verliet hij 't kamertje, en stapte met
+meester De Vreught dwars door de gonzende gelagzaal. Zij klommen
+weer in het rijtuig waar de heren Spittael en Potvlieghe reeds
+plaatsgenomen hadden, de koetsier zweepte zijn paard, en in volle
+draf rende 't gespan door het dorp, waar opnieuw al de bewoners
+buiten stonden.</p>
+
+<p>Een luid hoera weergalmde in het daverend wielengeratel, de
+verbazende gebeurtenis was een volbracht feit: Massijn vertrok naar
+Congoland, hij w&aacute;s vertrokken!</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>IX</h3>
+
+
+<p>Toen werd het weer stil in Akspoele. Nooit beleefde men er stillere
+dag dan die welke op die veelbewogen morgen volgde. Enkel een korte,
+ofschoon vrij hevige opschudding greep er, na Massijns vertrek, nog
+plaats: de blikslager Blink die, om tien uur stomdronken uit <i>Het
+huis van Commercie</i> komend, door zijn geweld de ganse straat in rep
+en roer bracht, schreeuwend dat het laatste woord in heel die zaak
+nog niet gezegd was, en dat, indien hij, Blink, eenmaal naar Afrika
+terugkeerde, wat zeer wel gebeuren kon, hij aan allen eens een les
+zou geven hoe men daarmee moest omgaan. Een opgewekte bende jonge
+bengels liep jouwend met hem mee, vormde zich tot een woelende
+samenscholing v&oacute;&oacute;r zijn deur. En daar zijn vrouw gans ontsteld
+buitenkwam en hem bij de arm in huis poogde te trekken, werd hij
+eensklaps als razend, en overlaadde hij haar met slagen in het
+midden van de straat, met uitpuilende ogen briesend dat hij van
+niemand bevelen te ontvangen had, en dat hij niet huilen zou als
+Massijn op de dag van zijn eventueel vertrek.</p>
+
+<p>Maar toen dit incident voorbij was, werd het dorp zo eenzaam of er
+geen ziel meer in leefde. De morgen, de middag, de ganse dag liep
+aldus voorbij, en eerst toen de laatste postwagen van Bavel op de
+dorpsplaats aankwam, de heren Potvlieghe, Spittael en De Vreught
+huiswaarts brengend, stonden hen een twintigtal personen af te
+wachten.</p>
+
+<p>Die heren wisten echter weinig te vertellen. Alles was zeer goed
+afgelopen, Massijn was kloekmoedig geweest tot het laatst, hij was
+vertrokken met de glimlach op de lippen, en tot het laatste moment,
+terwijl het reusachtig, bruisend en fluitende schip zich reeds van
+de kade verwijderde, had hij gegroet met de hand en daarna gezwaaid
+met hoed en zakdoek.</p>
+
+<p>Enkele dagen verliepen: Akspoele was geheel en al weer verzonken in
+de doodse vrede van het alledaagse leven. Van lieverlede hadden
+moeder Massijn en Fietje, en ook Eulalie zich in Fortun&eacute;s vertrek
+geschikt. Meester Potvlieghe had hem op zijn kantoor laten vervangen
+door een andere commies, en enkel in <i>'t huis van Commercie</i> praatten
+de notaris en zijn gezellen nog elke avond over Fortun&eacute; en zijn
+verre reis. Zij leefden in afwachting op tijdingen van hem. Op het
+laatste ogenblik van de scheiding hadden zij hem nog eens herhaald
+dat hij hun dikwijls moest schrijven, en hij had beloofd zulks te
+doen in elke haven waar de stoomboot zou aanleggen.</p>
+
+<p>Maar telkens en telkens gingen de door die heren voorop berekende
+datums voorbij zonder de minste tijding van Massijn te brengen. Dat
+duurde en duurde zo vreselijk lang dat zij zich begonnen af te
+vragen of er soms een ongeval gebeurd was met de stoomboot, of
+Massijn wellicht schipbreuk had geleden. Zij durfden er bijna niet
+luid meer over spreken, en zij ontweken zoveel mogelijk het huis van
+de weduwe Massijn, waar de twee vrouwen opnieuw ganse dagen zaten te
+wenen. Elke morgen ondervroeg meester De Vreught met verbazing en
+bijna met wantrouwen, of hij de man van plichtsverzuim verdacht, de
+brievenbesteller van Bavel, die ook de dienst van Akspoele deed.
+&mdash;Nog niets'... n&oacute;g niets!</p>
+
+<p>Waarlijk n&oacute;g niets' En reeds werd in het dorp het akelig nieuws
+verspreid dat Massijn bepaald dood was, toen eindelijk, op een
+morgen, de Bavelse postbode, met een van vreugde stralend gelaat,
+als was hij zelf van een zware kommer ontlast, bij de weduwe
+Massijn, bij de heren Potvlieghe, Spittael en De Vreught, en ook in
+<i>Het huis van Commercie</i>, voor Eulalie, zwaar gestempelde brieven
+bracht, met vreemde postzegels op de omslag.</p>
+
+<p>Zij waren van Massijn. Meester De Vreught was er zo hevig door
+ontroerd, dat zijn brief hem als een blad tussen de vingers
+sidderde. Hij riep zijn zuster en verzocht haar de brievenbesteller
+te onthalen op een glaasje jenever, terwijl hij zelf, met een
+vrolijk lachje van verzoening, de man op de schouder klopte. En
+alvorens de omslag te scheuren keek hij ook lang glimlachend naar de
+postzegels: een chocoladekleurige en een oranje, die beide in het
+medaljon een dik, onaardig kinderhoofd droegen, onder het duidelijk
+leesbare woord van de stempel: Las Palmas.</p>
+
+<p>Toen opende hij voorzichtig de omslag met zijn pennemesje, haalde er
+de brief uit, ontvouwde die, en las.</p>
+
+<p>Hij las hem tot het einde zonder op te houden, de gelaatstrekken
+onbeweeglijk van opgewekte aandacht, even met een wrevelige
+hoofdbeweging de ongeduldige vraag van zijn zuster:&mdash;Welnu, wat
+staat er al in?&mdash;wat schrijft hij? beantwoordend.</p>
+
+<p>De vier zijden van het dubbele blad waren doorgelezen toen hij nog
+steeds roerloos op de brief stond te staren, als zocht hij er iets
+in te lezen dat hij maar niet vinden kon; en in de enveloppe keek,
+om zich te overtuigen dat er waarlijk niets meer achter was. Met een
+zware zucht als had hij een overmachtigende taak verricht, reikte
+hij hem eindelijk aan zijn zuster, toonloos zeggend:</p>
+
+<p>&mdash;Hij maakt het goed, maar hij vertelt haast niets.</p>
+
+<hr style='width: 35%;' />
+
+<p>De brief was inderdaad van een wanhopende banaliteit, en, op vele
+plaatsen, bijna onbegrijpelijk. Behalve wat hij schreef over
+zichzelf en zijn gezondheid, die eerst wel wat te wensen overliet
+tengevolge van zeeziekte, vergenoegde Massijn zich met zijn
+reisindrukken weer te geven, door het nagenoeg louter abstracte
+citeren der eigennamen van ontmoete personen of geziene dingen. Hij
+schreef: 'den zesden juni is het schip ongeveer vijf uren stil
+gebleven v&oacute;&oacute;r Madeira om kool in te laden, en den volgenden morgen
+hebben wij de <i>Coomassie</i> ontmoet die naar Europa terugtoog', maar
+zonder door een enkele omschrijving aan te duiden, wat voor een
+uitzicht Madeira wel had, noch wat de <i>Coomassie</i> ook zijn mocht.
+Ofwel hij vertelde: 'Terwijl ik zit te schrijven komt mijn goede
+vriend dokter Dancla mij voorstellen samen in den bar een cocktail
+te gaan nemen'; of nog: 'Ik moet het schrijven staken want wij zijn
+reeds volop in 't gezicht van Las Palmas, waar ik mijn brief zal
+posten...', doch zonder evenmin uiteen te zetten wie of die nieuwe
+goede vriend dokter Dancla, waarvan hij vroeger nooit gesproken had,
+wel wezen kon, noch wat de cocktail of de bar betekende, noch vooral
+wat zijn mocht dat tantaliserend iets, dat meester De Vreught, in
+zijn nuchtere-verbeelding, zich als de betoverende verschijning van
+een Eden voorstelde: volop in het gezicht te komen van Las Palmas.</p>
+
+<p>Hij voelde zich in hoge mate teleurgesteld, hij zette haastig zijn
+hoed op en liep bij zijn buurvrouw aan, in de hoop dat Fortun&eacute;
+tenminste aan zijn moeder en zijn zuster meer bijzonderheden zou
+geschreven hebben.</p>
+
+<p>Maar de brief, die zij van hem gekregen hadden bevatte volstrekt
+niets interessanter. Ook d&aacute;&aacute;rin geen de minste beschrijving van al
+de wonderen die hij toch moest gezien hebben. Trouwens, daarom
+bekreunden moeder Massijn en Fietje zich het minst. Het enige wat
+hun van belang kon wezen was hem in goede gezondheid te weten, en
+zij weenden van zalige ontroering omdat zijn brief, goddank, hen
+dienaangaande had gerustgesteld.</p>
+
+<p>Meester De Vreught, meer en meer teleurgesteld, verliet hun woninkje
+en begaf zich beurtelings bij de heren Spittael en Potvlieghe,
+alsook naar <i>Het huis van Commercie</i>. Hij vond zijn twee vrienden niet
+minder ontgoocheld dan hijzelf was, vooral de handelaar in kolen,
+die dolgaarne iets meer zou vernomen hebben aangaande dat
+interessante kolen inladen v&oacute;&oacute;r Madeira; en, wat Eulalie betreft,
+die stond vuurrood in de herberg achter de schenktafel en weigerde
+bepaald iets van de brief, die ook zij ontvangen had, te laten
+lezen: alleen verzekerde zij meester De Vreught dat er volstrekt
+niets in stond van de dingen die hem zozeer interesseerden.</p>
+
+<p>Die avond, in <i>Het huis van Commercie</i>, omringd van een groep
+dorpelingen die het nieuws van de aangekomen brieven daar aangelokt
+had, praatten die heren langdurig over de gewichtige gebeurtenis.
+Een wereldkaart, ergens uit de diepten van een lade door meester
+De Vreught opgegraven, werd in de gelagzaal op een tafel uitgespreid,
+en, bij gebrek aan iets beters, inventeerde meester De Vreught zelf,
+voor de hem gapend omringende toehoorders, de uitleggingen die hij
+zo graag van Massijn zou vernomen hebben. Madeira, waar de <i>Loualaba</i>
+gedurende vijf uren het anker geworpen had om kolen in te laden, was
+het klein eiland daar in volle oceaan, waar de, onder die naam alom
+vermaarde, zo lekkere morgenwijn vandaan kwam. Meester De Vreught
+had er nog enkele flessen van in zijn kelder, doch was het nu toch
+niet jammer dat Fortun&eacute; zijn kort verblijf aldaar niet had te baat
+genomen, om, al was 't ook slechts een klein vaatje van die fijne
+drank naar Akspoele te sturen, zodat men eens over 't verschil kon
+oordelen? Maar wat mocht wel die cocktail zijn, welke die dokter
+Dancla aan Massijn voorgesteld had in de bar te gaan nemen?
+Waarschijnlijk een grote vis en de 'bar' ongetwijfeld het barkje,
+het schuitje waarmee zij hem zouden vangen. Blijkbaar waren de
+passagiers, die ganse dagen niets te verrichten hadden, aangelokt
+tot zulk een tijdverdrijf. Wat betreft Las Palmas, de plaats waar
+Massijn zijn brieven naar de post gebracht had, dat was de hoofdstad
+van dit eiland hier 'la grande Canarie'. Natuurlijk was het daar,
+zoals de naam het genoeg aanduidde, vol prachtige palmbomen, net als
+in het eiland zelf de kanarievogels zo overvloedig moesten zijn als
+te Akspoele de mussen. Hier, tenminste, schilderden de namen zelf
+het tafereel; maar nog eens, hoe jammer toch dat Fortun&eacute; niet van
+zijn bezoek geprofiteerd had om een twintigtal of zo van die
+kanarievogels te vangen en ze naar Akspoele te zenden. Men zou ze
+hebben laten kweken met die men hier in kooien hield, en zonder
+enige twijfel zou het ras er merkwaardig door verbeterd zijn. Neen,
+waarlijk er ontbrak aan Fortun&eacute; een gave om fortuin te maken in den
+vreemde. Indien hem, meester De Vreught, zulk een heerlijke kans te
+beurt gevallen was, zou hij alles, alles wat maar enigszins in zijn
+bereik kwam, waargenomen hebben. In weinige jaren tijd zou hij
+schatrijk geworden zijn; d&aacute;t voelde hij. Hoe jammer, hoe ontzettend
+jammer, dat Fortun&eacute; zich zo maar alles liet ontsnappen!</p>
+
+<hr style='width: 35%;' />
+
+<p>Opnieuw verliepen veertien dagen. Dan, op een morgen, deelde de
+Bavelse brievenbesteller een tweede zending vreemde brieven in
+Akspoele uit. Deze droegen op de omslag postzegels met het beeld van
+koning Leopold en waren gestempeld uit Boma. En, van toen af aan,
+kwamen zij regelmatig om de veertien dagen of drie weken, en werden
+zij ook wel van lieverlede wat interessanter.</p>
+
+<p>Terwijl Fortun&eacute; nog te Boma was, wachtend tot de karavaan waarmee
+hij naar 't binnenland vertrekken zou haar laatste toebereidselen
+voltooide, had hij het antwoord van meester De Vreught op zijn
+eerste brief ontvangen; en nu de tocht begonnen was, maakte hij soms
+van de avondrust gebruik om in zijn tent aan zijn vrienden van het
+vaderland te schrijven, en het al te droge van zijn eerste brieven
+door meer schilderachtige en anekdotische verhalen te vergoeden.</p>
+
+<p>In de aanvang waren die mededelingen vol gloed en geestdrift: o, de
+natuur was prachtig, wonderschoon in Afrika; het was er een
+voortdurend Eden, waarin de mensen leefden als goden; doch van
+lieverlede begon die hartstocht te verzwakken, verradend een
+gedwongenheid, een opgeschroefdheid om het optimisme vol te houden,
+waarbij aldra een meer en meer ontmoedigde teleurstelling tussen de
+regels heen duidelijk leesbaar werd. Op zekere morgen, een drietal
+maanden na Massijns vertrek, ontving meester De Vreught van hem een
+brief van niet meer te bedwingen pessimisme en ontgoocheling.</p>
+
+<p>'Lieve meester', schreef hij tot de gepensioneerde onderwijzer, 'ik
+moet volstrekt eens mijn hart bij u uitstorten. Naar huis en aan
+Eulalie schrijf ik voortdurend opgeruimde brieven om ze daar niet te
+bedroeven; maar u durf ik toch wel vertrouwelijk zeggen dat alles in
+dit land lang niet zoo rozekleurig is als zij in Belgi&euml; wel denken,
+en dat er hier wel heel veel leelijke en triestige dingen gebeuren,
+die niet zouden mogen zijn. En, het is zoo: de Europeanen, die hier
+zoo gezegd komen om de wilde volken te beschaven, hebben doorgaans
+de grootste schuld daaraan.</p>
+
+<p>Enkele dagen geleden had onze karavaan, die bestaat uit twee honderd
+vrachtdragers, een twaalftal inlandsche soldaten en vijf blanke
+reizigers, met valavond stilgehouden in de nabijheid van een dorp.
+Daar de plaats geschikt bleek te zijn besloot de kommandant er te
+kampeeren. Het avondmaal werd ons, als naar gewoonte voorgedischt in
+de groote tent, en, nadat men veel gegeten en gedronken had, (want,
+meester, gij hebt geen idee van wat hier door de Europeanen
+gedronken wordt) begaf zich een ieder van ons naar zijn
+afzonderlijke tent om er den nacht door te brengen.</p>
+
+<p>Alles was stil geworden in het kamp, en in een diepen slaap lag ik
+van mijn vermoeidheid uit te rusten, toen ik plotseling door een
+razend gedruisch van geschreeuw en geweerschoten wakker werd
+geschrikt. Met een angstkreet sprong ik op, greep mijn geweer,
+snelde half aangekleed buiten, gevolgd van mijn boy die gilde of hij
+vermoord werd.</p>
+
+<p>Lichten dwarrelden verwilderd door het kamp, halfnaakte mannen
+renden tusschen de tenten heen, op vijftig passen afstands kraakte
+een onderbroken musketsalvo, vergezeld van kreten en vloeken, om u
+het bloed in de aderen te stollen. Het waren de inboorlingen van het
+nabijgelegen dorp die het kamp bestormden. Dat duurde zoo ruim een
+half uur in een gebriesch en een verwarring zonder weerga. Dan werd
+alles weer stil. Men hoorde niets meer in den donkeren nacht dan het
+akelig geklaag der gekwetsten en stervenden.</p>
+
+<p>Nog ganse ontsteld, vreezend dat er dooden waren onder onze blanken,
+vloog ik naar de groote tent, waar wij den vorigen avond gedineerd
+hadden. Maar ik zag dadelijk dat mijn vrees ongegrond was. Mijne
+vier blanke medereizigers stonden ongedeerd rondom een tafel waarop
+twee kaarsen brandden. Zij lachten zelfs uitbundig toen ik
+binnenkwam, en, terwijl een boy twee flesschen champagne en glazen
+op de tafel schikte, ontwaarde ik, tot mijn stomme verbazing, bij
+het weifelend schijnsel der kaarsen, in eenen hoek der tent vier
+halfnaakte vrouwen: vier jonge negerinnen die zich bevend en huilend
+van schrik tegen elkaar aandrongen. Verbaasd bleef ik een oogenblik
+aan den ingang der tent het tafereel aanstaren. Dan vroeg ik wat er
+gebeurd was, waarom de inboorlingen het kamp hadden aangevallen.</p>
+
+<p>'O, zied&aacute;&aacute;r waarom,... omdat wij een beetje pret wilden maken',
+antwoordde de chef der karavaan, met den vinger naar de negerinnen
+wijzend. En met iets spottends in zijn op mij gevestigden blik.</p>
+
+<p>'Zeg eens, zijt gij alleen dan vrijgezel gebleven, dezen nacht'
+schertste hij.</p>
+
+<p>Ik laat u denken, waarde meester, hoe verontwaardigd ik was. Ik boog
+zonder een woord te spreken en ging de tent uit. Maar eerst den
+volgenden morgen vernam ik de gansche waarheid: die mooie heeren
+hadden met geweld de vier vrouwen in het dorp doen schaken, en 't
+was om zich te wreken dat de inboorlingen 't kampement bestormd
+hadden. En d&aacute;t noemt men in Belgi&euml; de wilde volken beschaven! Weet
+ge wat ze bijzonder goed van onze beschaving onthouden hebben,
+meester: vloeken en jenever drinken. Voortdurend, bij elke
+inspanning, als ze een vracht moeten sleuren, als ze eens flink
+moeten roeien, komen de godverrr...s en de sakerrr...s uit hun mond
+gerold. Ze vloeken gelijk duivels, waarde meester; en, wat de
+jenever betreft, zoodra ze daar maar kunnen aan geraken drinken ze
+er op los tot ze vallen. Mijn meening is, meester, dat die menschen
+veel gelukkiger waren v&oacute;&oacute;r zij onze beschaving kenden. Maar de
+goddelijke rechtvaardigheid straft zulke gruwelen als de Europeanen
+hier bedrijven. Zij allen die zich z&oacute;&oacute; aan den drank en aan de
+<i>Zwarte Kost</i> overgeven, worden al spoedig de slachtoffers hunner
+eigen misdaden. Het vreeselijk klimaat van Afrika straft hun
+overdaden met een doodvonnis, en het is wel besteed.</p>
+
+<p>Ziehier nu, waarde meester, nog een andere gebeurtenis. Het is
+gebeurd eergisteren, tijdens een stilstand onzer karavaan in eene
+factorij aan den oever der rivier. Ik zal maar liever geen namen van
+plaats noch personen noemen; een brief geraakt zoo gemakkelijk
+verloren in deze wilde streken, en hier, evenals in Belgi&euml;, en
+misschien nog meer dan in Belgi&euml;, bestaat er zooveel jaloerschheid,
+geheime aanklacht, bespieding. Enfin, waarde meester, ziehier, in
+korte woorden, wat het is.</p>
+
+<p>Toen wij op de bewuste plaats aankwamen zagen wij naast de kade der
+factorij een kleine stoomboot van den Staat liggen, die op het punt
+was om naar Boma te vertrekken. Er waren verscheidene blanke
+passagiers aan boord, waaronder namelijk de chef der factorij, die,
+na zijn volbracht termijn van drie jaren, naar Europa terugtoog. Het
+is, tusschen haakjes gezegd, een in Belgi&euml; gehuwd man, vader van
+vier kinderen.</p>
+
+<p>Wij waren even aan boord van de stoomboot gegaan om de vertrekkende
+landgenooten te groeten, en wij keerden bij de aan den oever
+rustende karavaan terug, toen eensklaps, terwijl het stoombootje de
+kade verlaat, op den top der rots welke op die plaats over den
+stroom helt, een gillend angstgeschreeuw weergalmt. Schrikkend slaan
+wij de oogen op, en ontwaren op de spits der rots, aan den boord
+zelven van den afgrond, een vrouw, een jonge negerin, die, smeekend
+en huilend, met gebaren van wanhoop haar beide armen, waarin zij een
+klein kind houdt, naar het vertrekkende schip uitstrekt. En
+plotseling, op het oogenblik zelf dat achter haar twee negers komen
+aansnellen die haar grijpen willen, werpt zij een laatsten schreeuw
+uit en springt van meer dan honderd meters hoog met haar kind in den
+stroom...</p>
+
+<p>Op die plaats, meester, buitelt het water van den Congo in
+wild-schuimende draaikolken over een bed van scherpe rotsblokken.
+Zelfs de sterkste zwemmer zou er bezwaarlijk zijn leven kunnen
+redden. Ook durft niet een enkel onzer redders, ondanks al hunne
+moed, in 't water springen. Vier mannen snellen in een schuitje en
+pagaaien uit al hunne macht een vijftigtal meters stroomafwaarts,
+waar de rampzalige vrouw, medegesleept door den wilden stroom, een
+enkel oogenblik is opgedoken, haar kind steeds in de armen houdend.
+Doch alle pogingen zijn vruchteloos. Na ruim een half uur zoeken en
+peilen moest men het opgeven.</p>
+
+<p>Welnu, meester, wilt gij weten wie die vrouw was en waarom zij in
+den stroom sprong!... Zij was de bijzit van den chef der factorij,
+van dien in Belgi&euml; gehuwden man en huisvader; en zij bracht zich met
+haar kind, met zijn kind om 't leven, omdat hij weigerde haar op
+zijn terugreis met zich mee te nemen.</p>
+
+<p>P.S. Veel groeten van uw beste vrienden, de jonge prinsen Albert
+Badoe en Boudewijn Soera. Gij kunt u maar niet verbeelden hoe
+gelukkig zij waren toen zij hun vaderland terugzagen. Doch het is
+jammer dat ze haast dadelijk weer zoo vreeselijk wild geworden zijn.
+Het is of al het vernis van beschaving, dat zij uit Belgi&euml;
+medebrachten, hun plotseling ontnomen werd. Zij hebben reeds
+driemaal tegen andere knapen van hun leeftijd gevochten, en men is
+er ook toe genoodzaakt geweest hun de v&oacute;&oacute;r het vertrek uit
+Antwerpen als geschenk gegevene revolvers te ontnemen,
+omdat zij er mee op de dragers schoten. Zij willen ook geen woord
+van het Vlaamsch of Fransch meer spreken, dat men hun met zooveel
+moeite heeft geleerd. In hunne wilde taal, integendeel, praten en
+schreeuwen zij voortdurend. Ik vrees sterk, waarde meester, dat onze
+beschaving op hen al niet meer indruk heeft gemaakt dan regen op een
+eend.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>X</h3>
+
+
+<p>Op weg naar Leopoldville; in mijne tent,
+den 3den juli, zes uur 's avonds.</p>
+
+<p><i>Waarde Meester,</i></p>
+
+<p>Ik kan niet laten u nog een anecdote te verhalen, die mij
+verontwaardigd heeft en tevens doen lachen. Het is betrekkelijk een
+zonderling geschenk, dat ik gisteren de gelegenheid had te
+ontvangen, maar hetwelk ik 'met entrain' van de hand gewezen heb.</p>
+
+<p>Ik was, door den bevelhebber der expeditie, met drie soldaten en
+enkele dragers naar een dorp uitgezonden geweest, om er, tegen
+ruiling van kralen, katoenlinnen en... whisky, levensmiddelen te
+bemachtigen.</p>
+
+<p>Zoodra ik in het dorpje aankwam beval ik dus, zooals de gewoonte is,
+musketsalvo en tromgeroffel, en liet ik mij aan het inlandsch
+opperhoofd voorstellen.</p>
+
+<p>Deze, een oude grijze dronkaard met een afzichtelijke tronie,
+walgwekkend van smerigheid, zat, of liever lag half uitgestrekt op
+eene vuile mat, v&oacute;&oacute;r het rampzalig strooien krot, dat hem tot
+Koninklijk paleis diende. Rechts en links stonden, fiks en
+onbeweeglijk, twee schildwachten. Op zijn bevel komt een slaaf te
+voorschijn met een beker vol palmwijn, en nadat de oude vuilik er
+met zijn kwabbige lippen een slok van gedronken heeft, reikt hij mij
+den beker toe met het verzoek zijn voorbeeld na te volgen, ten
+teeken van vrede. Ik ben wel genoodzaakt zulks uit beleefdheid te
+doen, doch gij kunt denken, meester, met welken afkeer. Ik dacht dat
+ik er waarlijk van zou braken. Enfin, ik doe het toch en nadat ik
+hem de geschenken overhandigd heb, die wij in name van onzen
+kommandant voor hem medebrachten, begin ik, door tusschenkomst van
+onzen tolk, het doel van mijn bezoek uit te leggen.</p>
+
+<p>De kerel aanvaardt met welgevallen onze giften, en, na een
+woordenwisseling van enkele minuten, komen wij overeen aangaande den
+prijs der te leveren eetwaren. En ik sta op tot afscheidnemen, toen
+de man mij door onzen vertolker laat begrijpen, dat hij mij ook een
+geschenk wenscht te geven. Daarover betuig ik hem natuurlijk mijn
+dank; en, op een nieuw bevel van hem, verschijnt, ik laat u raden
+wat meester, ik geef u duizendmaal om het te raden,... welnu, op
+zijn bevel verschijnt een negerin,... een nog al aardig negermeisje
+van misschien een vijftiental jaren! Mij minzaam toelachend bleef
+zij op een drietal passen afstands staan, terwijl de tolk, in name
+van den Koning sprak:</p>
+
+<p>&mdash;Boeboe Ramaga (zoo luidde de naam van dien kerel) verzoekt den
+blanken reiziger de jonge Khabinda als geschenk van hem te
+aanvaarden.</p>
+
+<p>Ik hoef u niet te zeggen, waarde meester, of ik pal stond van
+verbazing. Het rood der schaamte en der gramschap steeg mij naar de
+wangen; en brutaal, op een toon en met een air die geen twijfel
+lieten over mijn gevoelens, gaf ik in 't Vlaamsch, ja meester, in
+echt ruw Axpoelsch Vlaamsch aan den ouden vuilik dit antwoord:</p>
+
+<p>&mdash;Merci, mijnen boas, ge zij bedankt; 'k en moe van ouwe <i>Zwarte Kost</i>
+nie weten!...</p>
+
+<p>Er ontstond een moment onheilspellende stilte en ik dacht wel,
+waarde meester, een onaangenaam oogenblik te passeeren. Doch 't zij
+het opperhoofd en zijne hovelingen mijn beleediging niet voelden, of
+het beneden hun waardigheid achtten er notitie van te nemen, geen
+van hen liet eenigen toorn noch verontwaardiging blijken. Alleen
+toen de jonge negerin, die dadelijk besefte wat er omging, mij met
+een minachtend lachje en een ophaling der schouders den rug
+toekeerde, werd het den koning min of meer duidelijk wat ik gezegd
+had, en gaf hij mij dit ontzettend wederantwoord, dat ik hier zoo
+decent mogelijk vertaal.</p>
+
+<p>&mdash;Welnu, als ge niet verlangt op de gewone manier haar de uwe te
+maken, eet ze dan op.</p>
+
+<p>Dat klonk nu toch zoo gek, waarde meester, dat ik mij, ondanks mijn
+ergernis, niet kon weerhouden er luid om te lachen. Doch ik kwam
+terstond tot het bewustzijn mijner deftigheid terug, en, om een
+einde aan dat tevens pijnlijk en walgelijk tafereel te brengen,
+maakte ik twee stappen vooruit in de richting van den koning, en
+liet hem zeggen door den tolk:</p>
+
+<p>&mdash;Boeboe Ramaga, de blanke chef bedankt u voor 't geschenk dat gij
+hem geven wilt, doch liever verkreeg hij iets anders, bij voorbeeld
+een keus van inlandsche sieraden en wapens.</p>
+
+<p>Boeboe Ramaga schoot in gullen lach, en, nadat hij mij een oogenblik
+met een air als van meewarige spotternij had aangekeken, stemde hij
+toe in mijn verzoek. Het negerinnetje verdween, en twee slaven
+brachten gansche armvollen van de verlangde voorwerpen aan.</p>
+
+<p>Ik heb in dat vreemd arsenaal een mooie, rijke keus gemaakt, waarde
+meester, en geloof wel dat ik niet vergeten heb ook voor u iets op
+zij te leggen. Als wij te Leopoldville zullen aangekomen zijn zal ik
+u met de eerste gelegenheid een aantal aardige dingen opsturen.
+Vindt ge niet dat zoo iets heel wat beter is, dan gelijk zooveel
+anderen aan den Zwarte Kost te doen?</p>
+
+<p>P.S. Veel komplimenten aan mijn goede vrienden de heeren Potvlieghe
+en Spittael. Zeg hun dat ik hun ook met de volgende mail zal
+schrijven, doch verder aan niemand een woord, niet waar? over alles
+wat ik u in mijn laatste brieven vertrouwelijk heb meegedeeld. Thuis
+bij moeder, en in <i>Het huis van Commercie</i> moogt ge daar vooral niet
+van gewagen. Ik schrijf met dezen zelfden post naar moeder en naar
+Eulalie, doch zonder van die leelijke quaestie van den Zwarte Kost
+te spreken.</p>
+
+<p>P.S. Badoe en Soera hebben ons gisteren verlaten en ik mag u
+verzekeren, meester, dat ik het geenszins betreur. Ze moesten de
+rivier over varen om naar hun land&mdash;of beter gezegd, naar het land
+van Soera's vader, bij wien Badoe een tijd gaat logeeren,&mdash;terug te
+keeren, en wilt gij eens weten, wat ze gedaan hebben toen zij in het
+schuitje zaten? Naar ons gegooid met groote steenen, waarvan zij
+heimelijk een ganschen voorraad hadden opgedaan. Wat 'n schurken!
+Ik ben beschaamd dat ik er ooit mee op Axpoele geweest ben.</p>
+
+<p>Het begint hier heet te worden! Eerst ging het nogal, maar nu wordt
+het bepaald onuitstaanbaar. Gelukkig voor mij dat ik niet mee doe
+aan die quaestie van den Zwarte Kost.</p>
+
+<p>Mijn beste groeten aan uw zuster en gansch vriendschappelijk de uwe</p>
+
+<p>FORTUN&Eacute; MASSIJN.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>XI</h3>
+
+
+<p>Die kwestie van de Zwarte Kost...! Het scheen wel of Massijn er tot
+kwellens toe mee bekommerd was; en zij allen, die van hem brieven
+uit Congoland ontvingen, deelden weldra aan elkaar deze opmerking
+mee. Naar zijn schrijven te oordelen, zou men hebben kunnen denken,
+dat er niets anders interessants in het verre land bestond noch
+gebeurde. Beurtelings ontvingen de heren Potvlieghe en Spittael, en
+weldra ook moeder Massijn en Eulalie brieven van Fortun&eacute;, waarin,
+ofschoon met minder vrije ontboezemingen dan in zijn schrijven aan
+meester De Vreught, diezelfde zonderlinge benaming voortdurend
+terugkwam. En andere kennissen die hij had in de omringende dorpen
+en aan wie hij ook nu en dan schreef, vertelden eveneens dat
+Massijns brieven sinds enige tijd vol waren met zinspelingen op de
+Congolese vrouwen. Men begon er, in sommige herbergen, glimlachend
+over te fluisteren, moeder Massijn en Fietje voelden er een soort
+van schaamte over, en in <i>Het huis van Commercie</i> verliet Eulalie
+met rode wangen en mokkend gezicht de gelagzaal, zodra dat kiese
+onderwerp ter tafel werd gebracht. Blink, de onbescheiden
+blikslager, geneerde zich niet om luid te zeggen dat Massijn, in
+plaats van altijd tegen de zwarte kost uit te varen, beter zou
+gedaan hebben er ook eens van te proeven gelijk de anderen, want dat
+allen het deden, en dat hij, Blink, het ook gedaan had, toen hij
+diende onder het vreemd legioen, in Algiers.</p>
+
+<p>Toen verliepen er enkele weken zonder dat men nog enige tijding van
+Fortun&eacute; in Akspoele vernam. En ofschoon moeder Massijn en Fietje
+opnieuw zeer ongerust begonnen te worden, toch vonden zij dat
+stilzwijgen nog beter dan die ellendige brieven vol toespelingen,
+waarover enkele dorpelingen zich vrolijk maakten en velen zich
+ergerden. Men had namelijk opgemerkt dat de drie juffrouwen Balcaen,
+diezelfde zedige juffrouwen, die destijds, midden in Kinels
+voordracht, zo vreselijk ge&euml;rgerd <i>Het huis van Commercie</i> verlieten,
+reeds tweemaal Fietje Massijn op straat ontmoet hadden zonder haar
+te groeten, en men beweerde insgelijks dat meneer de onderpastoor op
+een morgen bij de weduwe Massijn gekomen was, om over die storende
+brieven van Fortun&eacute; een soort onderzoek in te stellen. Stellig toch
+had Fietje uitdrukkelijk haar broeder verzocht voortaan in zijn
+schrijven van al die lelijke dingen niet meer te gewagen. En, net of
+Fortun&eacute; onmiddellijk aan dit dringend verzoek had kunnen voldoen,
+kwam er drie dagen daarna een brief van hem, die zich met Fietjes
+schrijven gekruist had, waarin geen enkel woord over het kiese
+onderwerp meer voorkwam. Fortun&eacute; vertelde slechts, na enkele
+onbeduidende dingen, dat hij door een hevige aanval van malaria was
+aangetast geweest, en dat hij, ofschoon hersteld, zich nog zeer zwak
+gevoelde en grote voorzorgen moest nemen.</p>
+
+<p>Daarop verliep nogmaals een maand zonder enige tijding van hem. Dan
+weer, op een morgen, drie brieven: een voor zijn moeder en Fietje;
+een voor Eulalie en een voor meester De Vreught. En nog eens geen
+enkel woord, geen de minste zinspeling meer over het onderwerp
+waarmee hij maanden lang zo uitsluitend bezig was geweest. Hij sprak
+breedvoerig over zijn betrekking en werkzaamheden als
+onderintendant; over de steeds brandend-heter wordende dagen en de
+bijna koude nachten, over een nieuwe koortsaanval, die hem drie
+dagen lang bedlegerig gehouden had. Hij vertelde ook dat hij in de
+bossen rondom zijn factorij heerlijke reuzenbloemen ontdekt had,
+waarvan hij 't zaad zou trachten op te doen; en dat hij vlinders had
+gevangen die zo groot waren als vogels, met gouden en azuren wieken,
+die hij aan meester De Vreught zou opzenden om er zijn collectie mee
+te verrijken. En slechts op het einde van zijn brieven kwam nog iets
+als een duistere herinnering aan wat hem vroeger zo halsstarrig
+obsedeerde, namelijk dat men in Congoland steeds zo bijzonder op
+zijn gezondheid letten moest, en dat de kleinste buitensporigheid,
+van welke aard ook, er de Europeaan zo verschrikkelijk duur werd
+betaald gezet. Een van de blanken, die hem op de tocht vergezelden,
+was, na een ontdekkingsreis in 't binnenland, z&oacute; ziek in
+Leopoldsville teruggekomen, dat hij drie dagen daarna overleden was.
+Maar was het ook niet krankzinnig: hij hield er niet minder dan drie
+inlandse vrouwen op na. Had hij zich dan nog met &eacute;&eacute;n enkele tevreden
+gesteld!</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<h3>XII</h3>
+
+
+<p>En het was op een zachte, heerlijke meimorgen, juist elf maanden na
+zijn vertrek, dat plotseling in Akspoele deze ontzettende tijding
+als een loopvuur werd verspreid:</p>
+
+<p>&mdash;Massijn is in Congoland gestorven!</p>
+
+<p>Meester De Vreught lag nog te bed, toen hij de Bavelse
+brievenbesteller; die de courant bracht, tot zijn zuster, die een
+kreet van smart en medelijden slaakte, deze schrikkelijke woorden
+hoorde zeggen.</p>
+
+<p>Hij sprong uit zijn ledikant, verscheen half aangekleed, met
+verwilderd&mdash;uitgezette ogen in de gang, ondervroeg dringend de
+postbeambte, die zijn ontzettende woorden herhaalde, erbij voegend
+dat de akelige tijding de vorige avond per telegram uit Brussel
+verzonden was.</p>
+
+<p>Toen kleedde de meester zich ijlings aan, zette zijn hoed op, en
+snelde naar het huisje van de weduwe Massijn.</p>
+
+<p>Alvorens zelfs een woord te spreken kon hij zich overtuigen, dat de
+smartelijke mededeling maar al te waar was. Moeder Massijn en
+Fietje, van droefheid op stoelen ineengezakt, stortten, evenals op
+de dag van Fortun&eacute;s vertrek, wanhopig hete tranen; en op 's meesters
+ontroerde vraag, liet Fietje hem het telegram zien dat men de vorige
+avond uit Boma te Brussel ontvangen, en dadelijk naar Akspoele
+overgeseind had:</p>
+
+<p>Fortun&eacute;&#8218; Massijn, sous-intendant Leopoldville, d&eacute;c&eacute;d&eacute; 13 Mars
+fi&egrave;vre h&eacute;maturique.</p>
+
+<p>Het was, in Akspoele, een opschudding bijna zo groot als op de dag
+toen Fortun&eacute; voor altijd wegging. Doch, hoe vreemd, zeer weinig
+medelijden mengde zich in de ontzetting van de dorpelingen. Met
+Fortun&eacute;s noodlottig einde scheen ook eensklaps al de grootheid van
+zijn onderneming in puin gestort te zijn, en er niets meer over van
+te blijven dan het dwaze en het onbezonnene. Alle de dorpelingen,
+tot zelfs zijn vurige bewonderaars de heren Potvlieghe, Spittael en
+De Vreught waren het eens om te zeggen dat hij de grootste der
+domheden begaan had, en het vrijwillig slachtoffer was van zijn
+overmatige hoogmoedswaanzin. Zelfs voegde de lelijke Blink, in zijn
+verwaande kennis van de Afrika-toestanden er een bijna boosaardige
+zinspeling aan toe: aan een gapend v&oacute;&oacute;r zijn deur geschaarde groep
+dorpelingen, die hem naar de oorzaak van Massijns dood ondervroegen,
+en de veronderstelling opperden of hij wellicht niet door de wilden
+opgegeten was, durfde Blink met een ondeugend geknipoog deze sterk
+gewaagde uitlegging geven:</p>
+
+<p>&mdash;Door wilden opgegeten?... Neen, hoor... neen neen neen,... ik weet
+immers wel hoe het er in Afrika toegaat, nietwaar? En stiller,
+terwijl hij geheimzinnig glimlachend tot zijn verbaasde toehoorders
+neeg:</p>
+
+<p>&mdash;Die jongen praatte te veel over de Zwarte Kost. Hij zal er op zijn
+beurt ook eens van geproefd en er te veel van gegeten hebben.</p>
+
+<hr style='width: 35%;' />
+
+<p>Drie dagen later werd er, in het kerkje van Akspoele, een plechtige
+zielmis gezongen ter nagedachtenis van Fortun&eacute; Massijn, overleden in
+Congoland voor de beschaving van zijn heidense broeders.</p>
+
+<p>Omheen en achter de met brandende waskaarsen omringde catafalk,
+waarvan het houten geraamte onder het zwart lijkkleed met zilveren
+franjes de akelige vormen van de afwezige doodkist voorstelde, had
+een drukke schaar dorpelingen van beide geslachten plaatsgenomen.
+D&aacute;&aacute;r, geheel in 't zwart gekleed, zaten wenend neergeknield op de
+eerste rij stoelen, moeder Massijn en Fietje, met aan hun zijde, als
+een lid van de familie, de ook bitter huilende Eulalie uit <i>Het huis
+van Commercie</i>. Dan waren het, langs de kant van de mannen, naast de
+heren De Vreught, Spittael en Potvlieghe, die hun zwarte jas van de
+plechtige omstandigheden aangetrokken hadden, nagenoeg al de
+voornaamste ingezetenen van 't dorp, benevens een aantal boeren uit
+'t omliggende; en, aan de overzijde van de middengang, langs de kant
+van de vrouwen, mevrouw en mejuffrouw Spittael, mevrouw Potvlieghe
+en mejuffrouw De Vreught, de twee juffrouwen Speleers en de vier
+juffrouwen Van Vreckem, en zoveel anderen. Slechts de drie
+juffrouwen Balcaen waren er niet te zien en hun afwezigheid verwekte
+grote opspraak. Naderhand werd verteld, dat zij de plechtigheid niet
+hadden willen bijwonen, om reden van de lelijke gesprekken, die de
+blikslager Blink over de oorzaak van Massijns dood in het dorp
+gehouden had.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>XIII</h3>
+
+
+<p>Drie maanden later, toen Massijn reeds lang, ver van verwanten en
+vrienden in den vreemde begraven lag, en zelfs in zijn
+geboortedorpje begon vergeten te worden, kwam op een morgen, met de
+postwagen van Bavel, een lijvige koffer bij de weduwe Massijn aan.
+Die koffer bevatte de kleren en andere voorwerpen die aan haar
+overleden zoon toebehoord hadden. En bij die sprekende herinnering
+aan de dode barstten moeder Massijn en Fietje weer in hete tranen
+los. Eerst na de middag, toen hun grootste droefheid wat gestild
+was, ging Fietje bij de timmerman een hamer en een beitel halen, en
+braken zij de koffer open.</p>
+
+<p>Benevens de kleren van de overledene zat hij vol met een rommel van
+allerlei ongelijksoortige voorwerpen. Er was een dikke bundel met
+bruine touwen saamgebonden wapens, een aantal grote en kleine
+koperen ringen; houten en leren, fijn gedreven schotels en bekers;
+een armvol grof gevlochten, rijkgekleurde matten; een gesloten pak
+met, als adres, op een van Fortun&eacute;s visitekaartjes: 'voor mijn goede
+vriend meester De Vreught', een tweede voor de 'goede vriend
+mijnheer Potvlieghe'; een derde voor de 'goede vriend mijnheer
+Spittael'.</p>
+
+<p>Moeder en Fietje legden die geschenken opzij en pakten voort de
+kleren uit. Gescheurde en gevlekte hemden, kamizolen en kousen vol
+gaten, zware, doorgesleten en scheefgelopen, rossig geworden
+schoenen. En de mooie, blauwe uniformjas en de mooie pet waarmee hij
+zo fier in Akspoele gepronkt had, waren insgelijks verknoeid,
+bezoedeld en verkleurd; en de schone vergulde galons hingen half
+ontnaaid van de mouwen, hun vroegere glans verdoft in kopergroene
+tinten, en omgebogen en gewrongen, als rafels platgeslagen
+zinkdraad. En uit dat alles walmde, met een licht wolkje stof, een
+lafzoete, akelige lucht, die de twee vrouwen de adem benauwde, en
+voortdurend nieuwe tranen in hun ogen deed opwellen.</p>
+
+<p>Zij zochten in de zakken en keerden die om, hopend er nog een woord,
+een brief, het een of ander iets van hem te vinden, dat hun nog
+enige opheldering over zijn zo schielijke, tragische dood zou geven.
+Doch neen, zij vonden niets meer. Al wat zij nog ontdekten was, gans
+op de bodem van de koffer, een kleine bruinlederen portefeuille.</p>
+
+<p>Fietje raapte die op en deed ze open. Zij bevatte enkele brieven uit
+Akspoele, een tiental visitekaartjes en Congolese postzegels; en,
+gans in het achterste tasje, een fotografie, met een klein, door een
+draadje eraan vast gebonden lokje zwart kroeshaar.</p>
+
+<p>Verbaasd, de open portefeuille in de hand, bleef Fietje een ogenblik
+roerloos, als begreep zij niet wat het was, die zonderlinge
+voorwerpen aanstaren. De fotografie stelde voor een jonge negerin,
+naakt tot aan de lendenen, de kort-krullende haren dichtgeplant, het
+brons aangezicht blinkend, lachend met een strelende glimlach van
+ogen en tanden. De haren leken sprekend op die van het lokje;
+onderaan het portret, door Fortun&eacute;s hand geschreven, stonden deze
+woorden:</p>
+
+<p>MIJN LIEVE KHAMISSI</p>
+
+<p>&mdash;Moeder,... zeg, moeder, zie eens hier...</p>
+
+<p>Fietje, eensklaps kersrood geworden, stak, met iets als een zweem
+van toorn en afkeer op 't gelaat, de portefeuille met de zonderlinge
+voorwerpen naar haar moeder uit. De oude vrouw, met haar door tranen
+verduisterde ogen, kon eerst niets onderscheiden, begreep niet wat
+het zijn mocht. Doch plotseling was het of haar betraande aangezicht
+versteende in een uitdrukking van schrik: zij slaakte een schorre
+zucht, gaf Fietje, met een trillend:&mdash;in 't vuur! in 't vuur! die
+lelijke dingen! de portefeuille terug, en zakte als vernield op een
+stoel, het snikkend hoofd onder haar beide handen verborgen.</p>
+
+<p>Blink had dus niet gelasterd!... Fortun&eacute; had zich op zijn beurt
+slecht gedragen in het vreemde land, en als slachter van zijn
+losbandigheid was hij er gestorven! O! wie zou dat toch ooit van
+hem hebben gedacht!</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<h3>XIV</h3>
+
+
+<p>En nu zijn die Congolese wapens en andere voorwerpen, die in de
+kamers van meester De Vreught, Spittael of Potvlieghe aan de wanden
+hangen, het enige dat nog in Akspoele aan de rampzalige Fortun&eacute;
+Massijn herinnert. Op feest- en kermisdagen, wanneer die heren
+vreemde gasten in hun woning ontvangen, leiden zij die telkens in
+hun salon of werkkabinet; en, wijzend met trotse glimlach op de
+aldaar pronkende trofee&euml;n, zeggen zij tot hun bezoekers:</p>
+
+<p>&mdash;Dat alles komt uit de wilde gewesten van het mysterieuze Afrika;
+dat alles werd ons van ginder opgezonden door een vriend die er
+gestorven is.</p>
+
+<p>Dan spreken zij in onverschillige woorden een weinig over hem, en,
+terugkomend in de eetzaal waar de lekkere maaltijd wacht, wrijven
+zij zich genoeglijk de handen en wisselen zij glimlachend de
+opmerking hoe veel beter het toch is in het oud gemoedelijk
+Vlaanderen gezellig rond een welbediende dis te zitten, dan ginds zo
+ver en zo heel alleen de Zwarte Kost te gaan eten.</p>
+
+<p><i>De Zwarte Kost</i>!... Deze benaming heeft fortuin gemaakt in Akspoele!
+Massijn en zijn dwaasheid zijn vergeten, maar dat door hem
+nagelaten woord is gebleven, en brengt er, telkens als het
+uitgesproken wordt, een ondeugend glimlachje op de lippen.</p>
+
+<p>Slechts moeder Massijn en Fietje, die steeds eenzaam in hun huisje
+wonen, lachen niet, als zij het horen. En Eulalie, die er maanden
+lang een echte marteling mee uitstond, heeft het niet meer willen
+horen: zij is ervoor gevlucht, zij heeft het dorp verlaten; zij
+huwde anderhalf jaar na Fortun&eacute;s dood, een slachter van Lovergem,
+een dorp dat op meer dan drie uren afstand van Akspoele ligt.</p>
+
+<p>En vreemd mag het heten: sinds Massijn dood is gelooft niemand in
+het dorp, behalve misschien de heren De Vreught, Spittael en
+Potvlieghe, nog een enkel woord van al de wondere dingen die de
+jongeling zo vaak over Congoland placht te vertellen; evenmin als
+wat die handelsreizigersachtige explorateur Kinel er op een
+zondagnamiddag in <i>Het huis van Commercie</i> kwam over uitkramen.</p>
+
+<p>Men hecht alleen nog geloof aan de onbeschaamde verzinsels van
+blikslager Blink, die dadelijk klaar gezien heeft in Massijns geval,
+en die nog wel eens, op zondagmiddagen, een gapende groep
+dorpelingen rond zijn deur geschaard houdt, genietend van 't vermaak
+ze te verbluffen door zijn snoeven, tot de graad somtijds zijn eigen
+leugens te geloven.</p>
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Zwarte Kost, by Cyriel Buysse
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZWARTE KOST ***
+
+***** This file should be named 17525-h.htm or 17525-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/5/2/17525/
+
+Produced by Johan Boelaert.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>