diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 17336-8.txt | 2218 | ||||
| -rw-r--r-- | 17336-8.zip | bin | 0 -> 45765 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
5 files changed, 2234 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/17336-8.txt b/17336-8.txt new file mode 100644 index 0000000..3bd463a --- /dev/null +++ b/17336-8.txt @@ -0,0 +1,2218 @@ +The Project Gutenberg EBook of Plus-Que-Parfait, by Cyriel Buysse + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Plus-Que-Parfait + +Author: Cyriel Buysse + +Release Date: December 17, 2005 [EBook #17336] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PLUS-QUE-PARFAIT *** + + + + +Produced by Johan Boelaert + + + + + +PLUS-QUE-PARFAIT + +DOOR CYRIEL BUYSSE + + +1920 + +[Noot: de omslag vermeldt het jaar 1920 als uitgavejaar, +de titelbladzijde het jaar 1919.] + + +I + +Plus-Que-Parfait is verleden week gestorven en begraven... + +Plus-Que-Parfait is gestorven als slachtoffer der automobiel. Niet dat +hij in een ongeluk is omgekomen: de ramp, waaronder hij verloren ging, +was van meer gecompliceerden aard: Plus-Que-Parfait is langzaam aan te +niet gegaan als moreel slachtoffer van de automobiel. + + * * * * * + +Plus-Que-Parfait bewoonde, in een vrij aanzienlijk en fraai dorp, een +kleine, witte villa, met een nog al mooien tuin. Het was wel geen +kasteel, zooals daar waar zijn vriend 't Barontje woonde: zelfs geen +"kasteelken", gelijk de woning van zijn anderen vriend, meneer François: +maar 't was toch meer dan een gewoon dorpshuis, zooals ze soms bij +tientallen in de rij der andere huizen staan. + +Plus-Que-Parfait's woning stond alleen, midden in een tuintje, en dat gaf +er iets aristocratisch aan, en wettigde als 't ware Plus-Que-Parfait's +vertrouwelijken omgang met de twee andere aristocraten der gemeente: +'t Barontje en meneer François. + +Plus-Que-Parfait heette natuurlijk niet Plus-Que-Parfait. Hij droeg een +anderen naam, doch haast geen mensch in het dorp kende dien naam of was +hem vergeten, zoo gewend waren ze hem altijd Plus-Que-Parfait te noemen +en te hooren noemen. + +Hij werd Plus-Que-Parfait genoemd omdat alles aan en van hem zoo keurig +in de puntjes af was. Zijn huisje was klein, maar 't glinsterde, zijn +tuintje had je in een paar minuten rondgeloopen, maar geen stroohalmpje +lag op de paden, en op zijn kleeren was geen vlekje noch geen stofje te +bespeuren. + +Dat alles reeds maakte hem Plus-Que-Parfait; maar wat hem nog +Plus-Que-Plus-Que-Parfait maakte, dat was zijn luxe, de eenige luxe, +die hij zich, met een nog al schraal inkomen, veroorloven mocht: +zijn paard en rijtuig. + +Hij bezat er maar een: een dogcart! + +Een dogcart, zwart-gelakt langs buiten, donkerblauw van kussens en +fonkelgeel van wielen. Het paard, dat in de gele draagboomen liep, was +een hooge, bruine baai met glimmende robe, 't harnas blonk als een +spiegel en in het hoofdstel staken altijd rechts en links, koketterig +twee roode rozeknopjes, als een gedistingeerde hulde van bewondering en +liefde. + +Daar zat Plus-Que-Parfait als op een troon van glorie, met een knechtje +naast zich. + +Plus-Que-Parfait lang, mager, fiks, correct, met de teugels in de +bruin-geschoeide handen en de lange, fijne zweep rechtop aan zijn zijde. +Het knechtje schraal, klein, ineengedrongen, het bleek gelaat bijna +onzichtbaar onder de ronde, stijve, donkere livrei-pet, met geel biesje +en vergulde knoopen. Zij reden door het dorp, Plus-Que-Parfait +strak-groetend met zijn zweep, het knechtje roer- en als het ware +levenloos, gelijk een verschrompelde mummie. + +Zij reden naar de andere dorpen, zij reden naar de stad, zij reden +voorbij het kasteel van 't Barontje en voorbij 't "kasteelken" van meneer +François. Zij reden elken dag, om zich te vertoonen, om te genieten van +de naar het hoofd stijgende glorie hunner ongëevenaarde +Plus-Que-Parfaitheid, De menschen keken hen na, staakten hun werk +op den akker, bleven staan langs de straten, 't was een genot +van alle oogenblikken, een dagelijksche triomftocht, die soms eindigde +in een soort apotheose wanneer zij onderweg de rijtuigen van ’t Barontje +en meneer François ontmoetten en zoo met hun drieën achter elkaar, +in 't avondgoud der ondergaande zon, in 't geglinster der paneelen en +'t getrappel van de hoeven, tusschen de dreunende huizen huiswaarts +keerden. + + * * * * * + +'s Avonds, elken avond, geregeld als de gang van een klok, ontmoetten zij +elkaar dan weer tusschen acht en negen, in _Het Huis van Commercie_, de +voornaamste en deftigste herberg van het dorp. Plus-Que-Parfait en meneer +François waren vrijgezellen, het sprak dus van zelf dat die hun avonden +in de herberg doorbrachten. + +Maar 't was toch wel te begrijpen, dat ook 't Barontje er geregeld kwam; +zijn vrouw had den naam erg capricieus en lastig te zijn; zijn +schoonzuster, die 't gansche jaar bij hem inwoonde, hopeloos saai en +zeurig. + +De avonden op 't kasteel moesten soms gruwelijk vervelend zijn, zoodat +'t Barontje er maar liefst van door ging, om zich ongedwongen en gezellig +bij zijn trouwe vrienden aan te sluiten. + +Daar zaten zij hun drieën aan een tafeltje, in de ruime, slechtverlichte +en doorrookte koffiehuiskamer, meestal alleen met kroegbaas, vrouw en +dochter, een enkele maal ook wel met een of anderen dorpsheer, die even +bij hen toegelaten werd, maar dien zij toch altijd min of meer uit de +hoogte behandelden, en desnoods op een afstand hielden, zoodra hij maar +eenige neiging toonde om wat familiaar te willen doen. Zij speelden +hoegenaamd geen enkel spel, zooals meestal de andere dorpsnotabelen wel +deden; zij praatten maar en rookten onophoudend, en hoe 't gesprek ook +aangevangen werd en zich ontwikkelde, altijd en altijd liep het tenslotte +op het zelfde thema uit: de paarden! + +Nooit geraakten zij daarover uitgepraat. + +Iederen avond kwamen zij aanzetten met hun wederzijdsche hippysche +ervaringen van den dag en dat was altijd weer iets nieuws en dat was +altijd weer het zelfde. + +'t Barontje, die drie paarden had, wist natuurlijk het meest te +vertellen. + +Dat was dan ook een door de twee anderen eerbiedig erkend voorrecht. Zij +luisterden gewetensvol en gewichtig en waagden 't niet te onderbreken, +zoolang 't Barontje aan 't verhalen was. + +'t Barontje was een nietig ventje van een zestigtal jaren, een onnoozel +gezicht met verwonderde oogen, een gezicht dat altijd in dezelfde dwaze +lachplooi stond, alsof het aanhoudend de grappigste dingen bijwoonde. Wat +het Barontje vertelde klonk dan ook altijd als een scherts, zelfs als hij +ernstig en gewichtig wilde doen. Zoo had hij geen voornaam voorkomen en +ook in zijn kleedij was hij vrij slordig, heel wat minder in de puntjes +dan zijn vriend Plus-Que-Parfait. Maar over hem was het prestige van zijn +naam, zijn titel en fortuin en dat was wel voldoende om hem op zijn +eerste plaats te handhaven. + +Meneer François, die twee paarden bezat, vertelde als 't Barontje zweeg. + +Hij was kort van gestalte en nog al zwaarlijvig, met vierkantbreede +schouders en een ingedrongen hals, waarover 't blonde krulhaar in zijn +nek opkroesde. Hij had fletsblauwe vischoogen, die strak en waterig +stonden achter het lorgnet, en als het zoo omstreeks tien uur begon te +worden, kregen zijn verhalen doorgaans iets haperigs en onduidelijks, +alsof hij niet goed meer zijn woorden kon vinden. Ook hij leek nooit +buitengewoon keurig in zijn kleeren, en er was iets bijzonder griezeligs +aan hem: een akelig-lange nagel aan zijn linkerpink, waarmee hij +coquetteerde en dien hij geregeld begon schoon te maken en te poetsen, +eenmaal als het om en bij tien uur werd en er iets neveligs en verwards +in zijn verhalen kwam. + +En zoo was het tenslotte Plus-Que-Parfait, die slechts één paard bezat en +een gering vermogen had, verreweg de elegantste en meest correcte van de +drie: lang en slank van gestalte, met grijzende snor, 't gezicht vrij +stug en grimmig, als leefde hij in stil-aanhoudende verbolgenheid over +een noodlot, dat hem materieel ondergeschikt maakte aan de twee anderen; +trotsch niettemin, geweldig trotsch op wat hij toch nog was en had en kon +bereiken: een soort verwoeste donquichotte-type, elk oogenblik klaar om +over hersenschimmige kleineering wraak te nemen. + +Zij zaten daar, en sneden tegen elkander op, onder het rooken en +drinken van glazen bier en borrels, en als er niemand anders in de +herberg was voor wie zij konden geuren, dan snoefden en geurden en sneden +zij op voor den baas en de bazin en voornamelijk voor Fietje, de dochter. + +De herbergier en zijn vrouw waren twee boersche, plompe lui, maar Fietje +was een juffertje, een nufje, de elegante van het dorp. + +'t Gezicht was niet bepaald mooi, een beetje zuur en zeurig, met te +kleine oogjes en te dunne lipjes, maar zij had wel een goed figuur, fijn +en lenig, en zij had ook allure, zoo'n manier van zich te houden en te +bewegen die de boeren ergerlijk aanstellerig vonden, maar die, +daarentegen, de drie oude heeren heimelijk in verrukking bracht. Fietje +was zoo'n beetje voor hen als een steedsche oase in de woestijn van 't +buitenleven en 't had ook waarde omdat zij daar de eenige van haar soort +was en daarbij tot een stand behoorde, waar zij zelven gansch vrij en +ongegeneerd mochten mee omgaan. Vooral wanneer Fietje op haar best +gekleed te voorschijn kwam, met hoed en voile en mantel, was het, +uiterlijk, een dame, absoluut een dame, en--maar dat wisten ze voor +elkaar wel te verzwijgen--meer dan eens reeds was 't gebeurd dat, èn 't +Barontje, èn meneer François èn zelfs Plus-Que-Parfait haar ergens +onderweg in hun rijtuig oplaadden en er een heel eindje mee rondtoerden. +Daar bleef het trouwens bij: Fietje was slim genoeg om geen domme dingen +te begaan, en de drie oude heeren vroegen ook al niet veel meer dan wat +met haar te mogen geuren, zoodat door-gaans wel-ingelichte, ernstige +menschen met grond van waarheid mochten beweren, dat het niets dan vuige +laster was wanneer verteld werd,--want dat werd wel eens verteld--dat +Fietje, voor bewezen diensten, nu eens van 't Barontje een nieuwen hoed, +of van meneer François een bont, of van Plus-Que-Parfait een paar +handschoenen cadeau gekregen had. + + + +II + +Zoo ging dat leventje dag in dag uit zijn gang en alles deed vermoeden +dat het zoo nog lange jaren door kon blijven duren, toen, op zekeren +avond, het Barontje gansch ontsteld en opgewonden in _Het Huis van +Commercie_ aankwam en daar een gecompliceerd en akelig verhaal begon te +doen, waarvan de anderen eerst niets begrepen. + +In den frisschen winterochtend was 't Barontje, als naar gewoonte, met +zijn tweespan uitgereden. De paardjes draafden er lustig op los. De +schimmel, die rechts liep, en een wijs, bezadigd beest was, hield er de +regelmaat in, die anders wel eens door den wispelturigen vos kon gestoord +worden. Het vroor, de lucht was helder, met blauwachtige nevels in de +verten en de vlugge hoeven klepperden pittig op het hard plaveisel, +terwijl de wielen ratelden. De schimmel, die reeds oud en bijna wit van +robe was, leek, in het winterlandschap, als een onbewogen sneeuw- of +ijspaard, maar de warme rug van 't vurig vosje glom en dampte, en door +zijn rood-opengesperde neusgaten, blies het zijn forschen adem in twee +grijze rookkolken, als de uitlaat van een stoommachien. Blijkbaar was het +beest gekitteld door de prikkelkoude lucht en 't Barontje had af en toe +wel last om het behoorlijk onder tucht te houden. + +Eensklaps, langs een langen, rechten weg tusschen twee bevroren slooten, +hoorde 't Barontje, ver achter zich, een dof maar woest gedruisch opgaan. +Schichtig keek hij om, zag ginder in 't verschiet over den weg iets +zwarts aankomen, dat griezelig snel scheen te naderen. + +- Wat és dat! riep 't Barontje tot zijn lakei, die naast hem zat. Maar +hij kon naar 't antwoord niet goed luisteren, hij had alle moeite om den +vos, die verschrikt begon te wippen en te springen, in te toomen en +steeds naderde sneller en sneller het helsch gevaarte, in toenemend +gedreun en gedruisch. De strak gespannen teugels trilden in 's Barontje's +knellende handen, hij had bijna geen kracht genoeg om ze te houden, en +moest zich met zijn beide voeten schrap zetten tegen de voorplank, want +ook de oude, anders altijd wijze schimmel deed nu zenuwachtig-opgewonden: +en plotseling was 't of beide dieren gek werden: gestrekt als schichten +schoten zij op hol, zóo onverwacht en geweldig, dat ze 't Barontje van +zijn zitplaats hadden weggerukt, indien de lakei hem niet met plotsen, +forschen greep bij den linkerarm had vastgehouden. + +'t Barontje gilde. Hij gilde als krankzinnig, zijn beide handen om de +leidsels heen geklemd, op en neer schokkend gelijk een dolle pop in 't +hotsebotsend rijtuig: en meteen bralde hij onsamenhangende verwenschingen +uit: cochons! saligauds! smeirlappen! hoewel het helsch gevaarte nu ver +achter hem gebleven was en hij er zelfs niets meer kon van zien of +hooren. Zijn hoed vloog af, hij greep er naar, zonder hem te vatten en +tegelijkertijd was 't alsof de bliksem krakend over het tweespan +neersloeg: de paarden sprongen op zij en vielen in een sloot, waarvan het +ijs uiteenbarste, terwijl Barontje, knecht en rijtuig met de spartelende +dieren in het gruwelijk koud water neerplonsden. + +Een boerderij stond daar vlak in de buurt en menschen kwamen ter hulp +gesneld. Ook het duivelstuig, dat de paarden had doen schrikken, naderde, +in orkanisch lawaai, maar nog vóór het bij hen kwam, was 't Barontje, +druipend als een slijkhond uit de sloot gesprongen en brulde razend, met +heesche keel,: " Sloebers! Smeirlappen! Cochons! Cannailles! +Arrètez-les!" terwijl hij met wijd-uitgestrekte armen midden op den +weg ging staan, om ze tegen te houden. + +Het monsterding had stilgehouden, maar bleef inwendig voortdreunen en +stompen en ploffen. Twee mannen met neergetrokken petten en groote +brillen zaten er als duivels in verborgen, en een van hen, groot en +forsch van gestalte, kwam woedend naar 't Barontje toe en vroeg hem op +dreigenden toon en met geknelde vuisten wat er scheelde en waarom zij +uitgescholden werden. + +'t Barontje stotterde, wist niet goed wat geantwoord, herhaalde slechts, +bevend en bibberend, dat ze zijn paarden hadden doen schrikken; dat hij +de burgemeester der gemeente was, dat hij hun naam wilde kennen en zij de +schade aan paarden en rijtuig zouden betalen. + +Een spotlach sloeg 't Barontje in 't gezicht en voor alle antwoord steeg +de forsche kerel weer in zijn duivelstuig, dat plotseling als dol begon +te ploffen en te razen en letterlijk op het Barontje en de boeren die hem +ter hulp stonden, afsprong. + +Met een angstgil vlogen zij uit elkaar, terwijl het monsterding, in rook +en vlammen en walmen gehuld, verder den weg op stoof. + +Dat was de eerste kennismaking van 't Barontje met het toen pas ontstane, +nieuw vervoermiddel, waarvan hij reeds vagelijk gehoord had, maar ervan +gehoord als van iets onzinnigs, als van een gekken-uitvinding, die zeker +nooit in de praktijk en in elk geval nooit op zijn rustig, ouderwetsche +dorp zou komen. + + + +III + +Toen het Barontje dus dien avond bij zijn vrienden in _Het Huis van +Commercie_ kwam, hadden dezen natuurlijk al lang van het geval gehoord, +maar toch trilden zij van nieuwsgierigheid en ontroering, om alles nog +eens uit zijn eigen mond te vernemen. + +'t Barontje was dan ook zelf nog gansch onder den indruk en ziedend van +woede, omdat de boeven, zooals hij ze noemde, ongestraft ontsnapt waren. +Hij had den veldwachter last gegeven ze aan te houden als ze nog terug +kwamen, doch die maatregel voldeed 't Barontje maar half wijl hij nu bij +ondervinding wist dat 't niet zoo makkelijk ging. Er moesten krassere +middelen getroffen worden. + +- 'k Zoe z' omverre schieten! riep eensklaps Plus-Que-Parfait met een +vuistslag op tafel. + +Meneer François knikte goedkeurend. Dergelijke schurken hoefden niet +gespaard te worden. Ook de kroegbaas, zijn vrouw en Fietje, die zich in +het gesprek mengden, waren 't daar heelemaal mee eens. Alleen 't +Barontje, als wettelijk hoofd der gemeente, voelde eenige aarzeling. + +- We moèn toch zien da w' in 't kot nie'n geroaken, meende hij. + +- Steekt de sloebers zelf in 't kot viel de herbergier plomp-lachend in. + +'t Barontje werd even ongeduldig. Hij kon den familiaren toon van den +boerschen herbergier en zijn vrouw nooit goed uitstaan. Alleen Fietje +mocht altijd, als ze wilde, meepraten. Hij begon tegen zijn vrienden +Fransch te spreken, om de anderen uit het gesprek te mijden; en even +zaten zij daar met hun drieën rond het tafeltje, de kwaadaardig-roode +koppen naar elkaar geneigd, de wenkbrauwen gefronst, in gewichtig, +zenuwachtig-opgewonden redeneering verdiept. + +Het duurde lang, heel lang, vooraleer ze 't over een vast te stellen +gedragslijn heelemaal eens waren. Meneer François en 't Barontje moesten +zichzelven herhaaldelijk, met flinke borrels, moed inpompen, en zelfs +Plus-Que-Parfait, die in zijn correctheid anders nog al sober was, liet +meer dan eens Fietje met haar flesch naar hem toe komen. Eindelijk was 't +gevonden! Behalve de veldwachter, die scherp moest toezicht houden en +alom over de wegen patrouilleeren, zouden de drie heeren voorloopig elken +ochtend, op jacht naar den vijand, met hun drie rijtuigen achter elkaar, +samen uitrijden. Ze zouden gewapend zijn met revolvers en geweren en, +zoodra de vijand verscheen, met zachtheid of geweld hem den weg +versperren en hem tegenhouden. Zij waren niet bang: zij hadden drie +rijtuigen tegen één auto en, met hun knechten inbegrepen, zes mannen +tegen twee! De schurken mochten nog eens komen: ze zouden flink ontvangen +worden! + + + +IV. + +Zoo werd gedaan. Dag aan dag, op vaste uren, zag men het drietal er van +door trekken. Vooruit reed 't Barontje, met zijn phaëton en twee paarden; +daarna meneer François, nu eens met één paard, dan ook wel eens met een +tweespan; en Plus-Que-Parfait sloot de rij, roerloos-fiks en correct in +zijn dogcart, naast zijn nietig knechtje. Het was een heele opschudding, +de eerste keeren, de gansche straat stond uit, half bang, half +grinnikend. Wat zou er wel gebeuren als eens plotseling een van die +griezelige duivelstuigen kwam aansnorren? Een woest gevecht met pistool +en geweerschoten? De menschen ijsden ervan. Maar de dagen verliepen en +nooit gebeurde er iets; de heeren kwamen terug zooals ze vertrokken en +die dagelijksche optocht werd wel eenigszins belachelijk, vooral toen de +veldwachter, die rusteloos over de wegen werd vooruitgestuurd, weldra in +oproerige opwinding geraakte en zich niet geneerde om te verklaren, dat +die heeren stapelgek geworden waren en hij er het baantje zou aan geven +als het zoo nog lang moest blijven duren. De boeren hadden daar heimelijk +pret om, zij onthaalden den veldwachter op borrels, met het gevolg dat +hij al spoedig dronken werd en er dan maar brallend liep op los te +schelden en te vloeken en ten slotte elken middag waggelend, onder het +spotgejoel der straatjeugd in het dorp terugkwam. + +Trouwens, die heeren zelven, begonnen weldra het belachelijke en ook het +ongezellige van hun onderneming in te zien. Zij waren telkens blijde +wanneer zij, van de spottende blikken verlost, uit de dorpskom kwamen; en +hun ritjes, die zij anders zoo aardig vonden, hadden voor hen alle +bekoring verloren, nu zij, om zoo te zeggen aan elkaar gebonden waren. Er +was niets geen verrassing meer in, de een volgde maar sjokkend op de +andere, als in 't leibandje gehouden: zij waren hun vrijheid en +individueele fantasie kwijt, want de een kon immers nooit iets doen, dat +niet door de anderen opgemerkt en misschien wel afgekeurd zou worden. Het +sterkst liet zich dat voelen op een ochtend, toen zij eensklaps, in 't +volle veld, verre van menschen en huizen, Fietje over den steenweg vóór +zich uit zagen loopen. Fietje haastte zich blijkbaar naar het +stationnetje toe om den trein te halen en de gelegenheid was als geknipt +om haar zoo maar dadelijk op te laden. + +'t Was of de paarden van 't Barontje van zelf even ophielden: en Fietje +ook, glimlachend, groetend, werd als 't ware magnetisch tot den phaëton +aangetrokken. Maar het Barontje durfde niet, ter wille van de twee +anderen, die ook op hun beurt niet durfden ter wille van ’t Barontje; en +alle drie voelden zich zóó vernederd en chagrijnig onder de verbaasde en +teleurgestelde blikken waarmee Fietje hen nakeek; allen hadden zóó +geweldig innerlijk het land aan elkaar, dat ze den ganschen verderen +ochtend geen woord wisselden en totaal ontstemd en nurksch tegen den +middag in het dorp terugkwamen. + +Doch daar gebeurde nog 't vernederendst van al, inzonderheid voor het +Barontje: eensklaps, terwijl de rijtuigen om den boek der Groote +Dorpsstraat heendraaiden, weerklonk in de verte, dichtbij het plein, dat +zwart van menschen stond, een luidsnorrend geraas; en dát, wat de drie +heeren al sinds weken langs de wegen vruchteloos zochten: een van die +afgrijselijke monstertuigen, die menschen en dieren schrik aanjaagden, +een auto, kwam op hen afgestoven. + +Met een ruk hield 't Barontje zijn tweespan in en stak met een dreigenden +zwaai een hand in de hoogte. Meneer François was al vast van zijn bok +gesprongen en Plus-Que-Parfait, de teugels aan zijn knechtje +overhandigend, bukte zich naar het taschje, waarin zijn revolver zat. + +- Au nom de la loi, arrétez! gilde de krijschstem van 't Barontje, + +De paarden trappelden en snoven: de lakei, die ze bij de gebitten +vasthield, kon ze met moeite in bedwang houden. Heel langzaam, +voortdurend nog zijn vaart vertragend, kwam de auto, tusschen een +dubbele rij, als in schrik verstomde en versteende nieuwsgierigen, aan. + +'t Was niet dezelfde als de eerste maal. Het was een grootere en ook een +Mooiere; maar evenals de eerste, was hij slechts bezet door twee mannen, +onkenbaar vermomd onder neergetrokken petten en enorme stofbrillen. +- Au nom de la loi, arrétez! herhaalde met heesche stem het Barontje, bleek +als een lijk. + +De auto stopte, vlak vóór de trippelende paarden. De man, die aan het +stuur zat, nam pet en bril af; en 't flink en knap gezicht, dat daar van +onder kwam, lachte 't Barontje kalm en grappig aan, terwijl een frissche +stem helder opgalmde: + +- Héhé, mon oncle, vous voulez donc nous mettre en prison! + +Een kreet was door de menigte opgegaan; gevolgd door een +uitbundig-vroolijk gelach. En inderdaad: de knappe, jonge man, +die in de auto zat, was niemand anders dan 't Barontje's eigen neef, +zeer goed bekend op 't dorp en wonend enkele uren daar vandaan, op +het kasteel van een andere gemeente, waar hij ook burgemeester was. + +'t Barontje wist zich bijna goed te houden. De onverwachte ontmoeting +bracht hem zoo reddeloos en zoo totaal van streek, dat hij even niets +meer deed en niets meer zei. Zijn zotte oogjes spalkten zich wijd open en +zijn mond bleef gapen, zonder een klank te uiten. + +Hij glimlachte, waarachtig, met zijn gewoon onnoozel en verwonderd +Lachje; hij drukte de hand van zijn neef, die naar hem toegekomen was en +vroeg hem, als om iets te vragen, of hij op 't kasteel zijn tante had +bezocht, waarop de vriendelijke jonge man bevestigend antwoordde. +'t Barontje betuigde zelfs even belangstelling voor de auto, dat +gruwelding, op welks vernietiging hij dagen lang te velde trok; en +ten slotte stelde hij zijn beide vrienden voor: meneer François, die +plomp en boersch zijn hoed afnam, en Plus-Que-Parfait, de eenige die +niet uit zijn lood geslagen was en nog al sec teruggroette. + +Zoo stonden ze daar enkele oogenblikken, omringd door de +oolijk-grinnikende en gonzende volksmassa en toen liet de jonge man +beleefdheidshalve eerst de rijtuigen vertrekken, waarna hij zelf weer +aanzette, in geplof en geraas, onder het vroolijk-opgalmend gejoel van +twintigtallen meehollende straatbengels. + +Zij werden al gauw achterwege gelaten, maar toen zij terugkeerden hadden +zij den veldwachter in hun midden, stomdronken, waggelend over de +gansche, breedte van de straat, waar bij, beslijkt en nat, af en toe in +de riolen struikelde en neerplofte. Hij had de auto gezien en riep +aanhoudend, met dronkemanshalsstarrigheid: Vivat de auto! Vivat de auto! +En zoo geëscorteerd, door 't joelende gepeupel, strompelde hij tot aan +'t Gemeentehuis, om daar aan 't Barontje zijn verslag in te dienen, +beweerde hij: zijn verslag dat hij de auto gezien had en dat al de +menschen in het dorp voortdurend riepen: Vivat de auto! Vivat de auto! + +Maar noch 't Barontje, noch meneer François, noch Plus-Que-Parfait waren +ergens meer te zien. + + + +V. + +Dat was de laatste, gezamentlijke tocht van de drie heeren. Na dien dag +reden zij weer ieder voor zichzelf uit en van de auto-jacht en –arrestatie +werd niet meer gesproken. En feitelijk bleef er maar één slachtoffer +in de geheele zaak: de veldwachter die er zijn baantje bijinschoot. Hij +was zulk een verstokte dronkaard geworden en hij had 't Barontje en die +andere heeren door zijn schandalig optreden zóó geërgerd en beleedigd, +dat zij hem niet langer als beambte konden of wilden dulden. + +Met Nieuwjaar werd hij afgedankt en op een klein pensioen gesteld. Het +kon hem trouwens weinig schelen; hij had er al lang genoeg van, beweerde +hij; en hij ving dadelijk een zaakje aan: een kruidenierswinkeltje met +herberg, waarvan hij ook terstond een van de beste klanten werd. Hij +bracht er nog een schalksche aardigheid bij te pas: hij doopte zijn +vunzig kroegje _In de Auto_ en beweerde er vast op te mogen rekenen dat +de drie heeren voortaan Fietje's herberg wel zouden verlaten om bij hem, +als trouwe stamgasten, hun dagelijksche _stamenee_ te komen houden. + + * * * * * + +Intusschen scheen het wel of er langzamerhand iets in de wereld aan 't +veranderen was. Er kwamen al meer en meer van die duivelstuigen langs de +wegen; zij werden mooier en maakten veel minder gedruisch; de menschen, +en zelfs de dieren gingen er van lieverlede aan wennen en in den geest +van de bevolking kwam weldra belangstelling en zelfs bewondering in de +plaats van haat en afkeer, terwijl het vage, nog onuitgedrukt verlangen +van menigeen was: O, mocht ik daar toch eens in meerijden! + +Aldus o.a. Fietje, uit _Het Huis van Commercie!_ Haast geen avond ging +voorbij of Fietje begon er weer over: " O! da 'k ik ne rijken hiere woare +gelijk gulder, dá zoe 'k toch euk moeten hen ". En geestdriftig ging ze +daarop door: ze was in de stad geweest, zij had daar meer en meer van die +auto's gezien: en zulke schoone! en zulke zachte!... en er waren er zelfs +waar dames in zaten, ja, waarachtig, jonge, mooie dames, zoo met +eigenaardige hoedjes en gekleurde voiletten over hun hoofd: en dat stond +toch zoo lief en verrukkelijk! O! Fietje was er dol op: ze kreeg er 't +water in haar mond van beweerde zij, zóó groot was haar verlangen, haar +hopeloos verlangen om daarin ook eens mee te mogen rijden. + +Die heeren zaten op hun ongemak onder zulk een hartstochtelijken vloed +van verzuchtingen. Hun haat tegen het nieuw vervoermiddel bleef stug en +onveranderd, maar van een anderen kant vonden ze 't heel naar, dat ze +Fietje dit genoegen niet konden schenken: en nog veel naarder vonden ze +'t, dat Fietje nu niet het minste genot meer scheen te vinden in de +rijtoertjes waarop zij haar, stiekum voor elkaar, af en toe weer +trakteerden, terwijl het reeds een paar keer gebeurd was, dat Fietje +gewoonweg, en niet zonder een greintje minachting, voor de eer bedankte, +en beweerde, dat ze net zoo graag te voet ging. + +- C'est comme ma femme, schoot het Barontje op een avond verontwaardigd +uit zijn slof. Si j'en croyais ma femme j'achéterais une auto dès demain! + +Die beide andere heeren schrikten. Zou het dan toch waar zijn, wat sinds +een tijdje in 't geheim verteld werd dat mevrouw de barones absoluut een +auto wilde en dat 't Barontje, met of tegen dank, er wel eindelijk, en +waarschijnlijk nog wel vroeger dan hij dacht, zou moeten aan gelooven. + +Meneer François zei niets en dronk met gezwollen gezicht van zijn +Borrel; maar Plus-Que-Parfait nam de gelegenheid te baat om eens en voor +altijd, nijdig en krachtig, met een vuistslag op de tafel, te verklaren +dat, wat er ook gebeurde, en al was hij de eenige en de laatste van de +gansche wereld, hij nooit van zijn leven een voet in een van die smerige +stinktuigen zou zetten. + + + +VI + +Er was geen twijfel meer mogelijk. 't Barontje, door zijn vrouw gepraamd, +en misschien ook wel door men wist niet welke geheime neiging aangestuwd, +ging zich een auto aanschaffen! + +Er werd met volle zekerheid verteld, dat zijn paarden en spullen te koop +waren en dat zijn koetsier al vast twee keer in de week naar de stad ging +om het chauffeursvak te leeren. + +Een woelige explicatie met zijn vrienden had in _Het Huis van Commercie_ +plaats gehad: meneer François had er slechts op gezinspeeld, maar +Plus-Que-Parfait had het hem, vlak op den man af, gevraagd; en +'t Barontje had ja noch neen gezegd, en juist omdát hij ja noch +neen zei, hadden zij duidelijk genoeg begrepen wat er van aan was en hem +- vooral Plus-Que-Parfait, hun verontwaardigde verwijten niet gespaard. + +'t Barontje was even heel boos geworden. + +- Elkendeen es toch zeker wel miester van te doen wat dat hij wilt! had +hij trillend uitgeroepen. + +Meneer François had daarop sprakeloos, met gezwollen gezicht, zijn +borrel leeg gedronken, maar Plus-Que-Parfait was opgestaan en plotseling, +zonder woord of groet, als in verklaarde vijandschap, vertrokken. + + + +VII + +'t Kasteel van het Barontje was een mooi kasteel. 't Was mooi vooral door +'t prachtig-uitgestrekte park vol reuzen van boomen, dat er omheen lag, +doch het had één gebrek: het zat diep in de bebouwde akkerlanden +weggedoken en was slechts door een mulligen, langen zandweg aan den +grooten, geplaveiden verkeersweg verbonden. + +'s Zomers was dat nog zoo erg niet, hoewel lastig voor de paarden, want +men waadde er diep door 't zand. Maar 's winters was het dikwijls niet te +doen door modderplassen en vieze wagenspoorgeulen; en, voornamelijk voor +mevrouw de barones, bleef het een durende ergernis, dat haar mooie +rijtuigen toch nooit anders dan beslijkt en nat met haar heen en weer +konden komen. Herhaaldelijk was er dan ook sprake van geweest, dat die +ellendige weg eindelijk eens goed geplaveid of gegrint zou moeten worden; +doch alleen 't Barontje had daar feitelijk belang bij; en tot nog toe, +ondanks het sterk aandringen van zijn vrouw, was hij er nooit, in den +gemeenteraad, officieel mee voor den dag durven komen. Hij vreesde +ontstemming en impopulariteit van wege zijn ondergeschikten, een +ontstemming, die zich wel eens door een nederlaag in de eerstvolgende +verkiezingen zou kunnen wreken, en hij wachtte en tobde maar, loerend op +een gunstig oogenblik, gesard en geprikkeld door zijn vrouw, nu eens +durvend en dan weer niet durvend, zoodat het bleef hangen en sleepen, +zonder tot eenig resultaat te komen. + +Zoolang echter 't Barontje slechts paarden en rijtuigen voerde kon de +weg, hoe ellendig ook, wel gebruikt worden; doch met een auto werd het +eenvoudig onmogelijk. Die zou er in 't zand of in 't slijk blijven steken +en er door eigen krachten nooit meer uitkomen. De vraag of het Barontje +al of niet een auto zou koopen en gebruiken, was geheel en al afhankelijk +van de vraag of de landweg die naar zijn kasteel leidde al of niet met +grint of steenen of hoe dan ook hard geplaveid zou worden. + +Dat wist meneer François, dat wist Plus-Que-Parfait, dat wist Jan en +alleman in 't dorp, en iedereen wachtte, met oolijk verlangen, hoe 't +Barontje het nu wel aan boord zou leggen om dàt te bekomen wat hij +wenschte en volstrekt noodig had. + + * * * * * + +De dorpsgemeenteraad bestond, behalve 't Barontje, meneer François en +Plus-Que-Parfait, verder alleen uit boeren. Hij telde elf leden, 't +Barontje en de heeren inbegrepen en had voor vaste gewoonte, altijd en +in alles, den zin van 't Barontje te volgen. Mocht er soms een neiging +tot verschil van opinie voorkomen, dan ging 't Barontje even met meneer +den pastoor spreken en alles kwam direct op orde. Doch nu in dit geval, +was het zoo duidelijk en zoo absoluut een zaak van persoonlijk belang, +dat meneer de pastoor, toen 't Barontje hem daarover ging onderhouden, +zijn ernstige bezwaren niet bedwingen kon en geen stellige belofte durfde +geven, dat hij 't Barontje onvoorwaardelijk hierin steunen zou. Hij +raadde hem liever aan zijn vrienden en medeleden eens voorzichtig over +de aangelegenheid te polsen en zijn verdere handelswijs eenigszins +daarnaar te schikken. + +'t Barontje aldus door den behendigen pastoor met een kluitje in 't riet +gestuurd, ging aan 't prakkizeeren hoe hij dat "polsen" wel zou kunnen +aanpakken. Hij was niet zeer vindingrijk van geest, en ook niet bizonder +slim of handig; hij begon er zoo een paar keeren over, met die heeren, +zoo van heel héél verre, terwijl ze samen in _Het Huis van Commercie_ +zaten, maar zonder eenig succes, want meneer François leek bepaald te +plomp van brein om de bedoeling te snappen, terwijl Plus-Que-Parfait, die +anders sluw genoeg was, zich van den domme hield, en trouwens in 't +onderwerp van 't gesprek aanleiding vond, om nog eens kras en nurksch +zijn gloeienden haat tegen het nieuw vervoermiddel te luchten. Dat vlotte +dus hoegenaamd niet en 't Barontje keerde telkens onverrichterzake en +chagrijnig op 't kasteel terug, waar mevrouw de barones hem op een meer +dan zuur gezicht onthaalde. Er vielen zelfs onaangename woorden, 's +avonds als zij alleen in hun kamer waren. Mevrouw verweet hem vrij kras +zijn onbenulligheid, waarop 't Barontje vinnig riposteerde of zij het +wellicht beter kon; waarop mevrouw de barones snibbig van ja antwoordde, +dát ze 't werkelijk beter kunnen zou; waarop 't Barontje nog eens +repliceerde, dat ze 't zaakje dan maar zelf moest aanpakken; waarop +mevrouw uitdagend riep dat ze 't ook zóu aanpakken; waarop 't Barontje +haar verwoed den rug toekeerde en zei dat zij 't dan ook maar doen moest +en dat hij zelf er zich absoluut in 't geheel niets meer van aantrok. + +Soortgelijke standjes gebeurden wel meer op 't kasteel; het ging er soms +nogal luidruchtig toe, zoo, dat de bedienden het hoorden; en dat lekte +dan wel eens uit tot in 't dorp, voornamelijk uit den mond der kamenier, +die vertelde dat meneer en mevrouw op zulke avonden als den dubbelen, +Oostenrijkschen arend te bed lagen; 't is te zeggen met den rug náár +elkaar en met het aangezicht ván elkaar afgewend. Die spreuk was in 't +dorp bekend; en niet zelden als't Barontje er wat chagrijnig en mevrouw +er wat zuur uitzag, terwijl ze toch samen in hun rijtuig door de straten +reden, werd er met leedvermaak stil-grinnikend gefluisterd: + +- 't Hé nog ne kier den dobbelen-oarend geweest, gister oavend!... + +Dat was het nu ook blijkbaar weer, en sinds verscheidene dagen al, want +zij zagen er uit om elkaar te verscheuren. De barones, die een hautaine, +mooie vrouw was, wel niet jong meer, maar elegant en knap, domineerde +natuurlijk 't Barontje geheel, maar hij kon koppig zijn, als alle +dommerikken, en 't duurde soms een heelen tijd vooraleer mevrouw er in +slaagde die koppigheid te breken. Het eenige middel met hem was +volhouden: hardnekkig en stug volhouden; maar dat kende mevrouw dan ook +bizonder. Eigenaardig was 't dat zij hem in die oogenblikken om zoo te +zeggen niet meer losliet en voortdurend met hem uitreed. Zij beroofde hem +letterlijk van alle vrijheid. Stijf als twee vijandige poppen zaten ze +dubbelarendachtig in het mooie rijtuig naast elkaar; en al de menschen +die hen zoo zagen wisten dat mevrouw nog eens iets aan 't veroveren was, +hetwelk 't Barontje slechts met hoogsten tegenzin, maar toch onder finale +nederlaag zou toestaan. + +Wat nu ook eindelijk weer gebeurde! Na enkele dagen van hopeloos +rondtoeren vertoonde 't Barontje's gezicht opnieuw zijn gewone, +onnoozel-verwonderde uitdrukking van glimlachende onbenulligheid--; en nog +dienzelfden dag ging de nieuwe veldwachter rond, bij de wethouders en bij +de gemeenteraadsleden, aan wie hij plechtig en gewichtig een gesloten +enveloppe overhandigde, prachtig bestempeld met het wapen van 't kasteel. + + + +VIII. + +Ieder jaar had 't Barontje voor vaste gewoonte zijn wethouders en +gemeenteraadsleden op een groot diner in het kasteel te nooden. Dat was +goed, het hield den band aan, 't was telkens weer als een nieuwe +bevestiging van heerschappij en invloed, want iemand die zoo in 't +kasteel met den baron en zijn vrouw en zijn schoonzuster aan den disch +had mogen zitten, iemand die daar al dat lekkers had gegeten en +gedronken, iemand die door die prachtige, indrukwekkende zalen had +gewandeld, voorafgegaan of gevolgd door gegaloneerde lakeien, zoo iemand +kon toch heusch, vooral de eerste tijden niet, iets doen, in iets een +stem uitbrengen, een houding aannemen, die zijn gastheer of gastvrouw op +onaangename wijze zou verrassen. En, om aan de jaarlijksche gebeurtenis +nog grooter plechtigheid te verleenen, werd ook telkens meneer de pastoor +uitgenoodigd, die daar dan bij zat als een herder en een vader, vol +zalving voor wie goed zijn vooruit aangewezen burgerlijken plicht +betrachtte, vol stil verwijt en blaam voor wie ook maar eenige neiging +zou vertoonen om tegen de traditioneele verwachtingen en gebruiken in te +gaan. + +Tot nog toe hadden bewuste feestmaaltijden altijd om en bij nieuwjaar +plaats gehad. Dat leek wel zoo de best gekozen en geschikte tijd. Het was +om zoo te zeggen de belooning voor het jaar van gewillige gehoorzaamheid +dat pas verleden was en meteen een belofte in 't verschiet voor het jaar +van gewillige gehoorzaamheid dat aanbrak. + +Een ieder was daar in zijn schik mee, toegevend en vriendelijk gestemd en +geneigd om alle mogelijke bezwaren over 't hoofd te zien. Telkens na die +plechtigheid voelde 't Barontje zich gesterkt in zijn positie; telkens +scheen de vage tegenkanting, die toch hier en daar, wel heimelijk +stookte, voor maanden lang ontzenuwd en verzwakt. + +'t Was dan ook best te begrijpen, dat het Barontje ten zeerste op het in +stand houden der jaarlijksche gebeurtenis, en wèl op vasten datum, om en +bij nieuwjaar, was gesteld. Maar nu had mevrouw de barones er iets anders +op verzonnen, en dit was het juist wat het Barontje zoo ontstemd, en +zooveel dubbel-arend-avonden veroorzaakt had: mevrouw de barones, die een +auto _wilde_, en, een auto willende, ook een harden weg tot aan haar +kasteel hebben _moest_... mevrouw de barones had het plan geopperd dit jaar +den traditioneelen feestmaaltijd drie maanden te vervroegen en daarmee +invloed uit te oefenen op de gemeenteraadsleden om de aanbesteding van +bewusten weg nog bijtijds op de jaarlijksche gemeentebegrooting, die +weldra opgemaakt zou worden, ingeschreven te krijgen. + +- Ze zullen niet willen! had het Barontje met beslistheid uitgeroepen. + +- Ze zullen wel moeten willen, had mevrouw de barones uitdagend +geantwoord. + +- 't Is geld weggegooid, we zullen daarna toch nog ons nieuwjaarsdiner +moeten geven, verzekerde 't Barontje. + +- Eenmaal de begrooting gestemd geven we niets meer, zei de barones; en +zelfs, al moesten we ook een tweede diner geven, nog ware 't geld +geplaatst op hooge, op zéér hooge rente. + +'t Barontje was het daar in 't geheel niet mee eens, had allerlei +bemerkingen en bezwaren, bromde, pruttelde en werd gedubbel-arend, +tot het ten slotte overwonnen als altijd het hoofd in den schoot +lei en de uitnoodigingsbrieven liet rondbrengen. + + + +IX. + +Klokslag twaalf, volgens onderlinge afspraak en traditioneele gewoonte, +waren zij allen in de gelagkamer van _Het Huis van Commercie_ vergaderd. +Daar vandaan zouden zij samen naar 't kasteel vertrekken. Allen? Toch +niet. Eén ontbrak er: Plus-Que-Parfait! + +Meneer François werd door de andere raadsleden ondervraagd. "Zou +Plus-Que-Parfait niet komen? Zou het waar zijn, zooals in 't geheim verteld +werd, dat hij de uitnoodiging niet had willen aannemen en dat 't Barontje +en vooral mevrouw de barones daar ten hoogste ontstemd over waren?" + +Meneer François kon in 't geheel geen opheldering geven. Hij had ook +iets hooren verluiden, doch wist niets bepaalds. Alleen wist hij, dat +Plus-Que-Parfait drie opeenvolgende avonden in _Het Huis van Commercie_ +niet verschenen was. "Es 't nie woar, Fietje?" Fietje, die een paar +raadsleden borreltjes inschonk, liet haar flesch op de schenktafel staan +om zich in 't gesprek der anderen te komen mengen. + +- Nien hij, sedert drei oavonden 'n was hij op stamenee nie mier gekomen: +en dat 'n was in gien vijftien joar gebeurd! Dinsdag in den vooravond was +hij er voor 't laatst geweest; en toen had hij een stuk papier in zijn +hand, een soort van brief, dien hij eerst met aandacht gelezen en dan +kwaadaardig aan stukken gescheurd en in de kachel gegooid had. 't Was +eigenlijk heel jammer, zei Fietje nog, dat hij dien brief in 't vuur en +niet in den kolenbak gooide; want uit den kolenbak had men nog de +gescheurde stukken kunnen opgraven en ze weer aan elkaar plakken om te +zien wat hem zoo boos had gemaakt. + +De heeren raadsleden waren het met Fietje's beschouwingen volkomen eens, +maar zij twijfelden niet, dat hetgeen Plus-Que-Parfait zoo nijdig aan +stukken scheurde, de invitatie was; en, daar het zoo langzaam aan tijd +begon te worden, besloten zij niet langer op de hoogst twijfelachtige +komst van Plus-Que-Parfait te wachten; en, na aan Fietje hun gelag +betaald te hebben, verlieten zij in kudde de ouderwetsche herbergkamer. + +Zij waren al gauw buiten de kom van het dorp, hier en daar door enkele +nieuwsgierigen van op hun drempels nagekeken, en kwamen in de lange, +rechte beukendreef die ginds, heel in de verte, op het te nauwernood +zichtbaar kasteel, als op een schitterend sterretje scheen dood te +loopen. Toen zij voorbij Plus-Que-Parfait's villa passeerden, keken zij +allen scherp op; maar 't buitentje lag als uitgestorven: geen levend +wezen op het erf noch achter de ramen: die heeren zagen enkel hun eigen, +gedrochtelijk-misvormd beeld, weerspiegeld in den glazen bol die prijkte +boven 't spuitfonteintje, midden in het beton-vijvertje met roode +visschen. + +- Parti! zei meneer François, terwijl hij even lachte, met plompen lach. + +Die andere heeren lachten ook wel eventjes, maar gedwongen, en schuw als +'t ware, terwijl zij elkaar met vaag-wantrouwige blikken van terzijde +aankeken. En inderdaad: daar betraden zij reeds het terrein waarover zij +wel voelden dat het gaan zou: de weg, de akelige weg aan welks bestrating +niemand iets had, maar die wel gehard moest worden, wilde 't Barontje er +ooit met een auto overheen kunnen rijden. + +In den grond van hun hart waren zij er tegen, allen. De boerenleden: +Vreeze, Grondnagel, Magerman, Picavet, Cocksken, en Van Speybroeck, +zoowel als de heeren- of- halve- heerenleden: Schouwvheghe, Donckers en +meneer François, àllen, àllen waren zij er tegen, maar durfden niet, als +Plus-Que-Parfait, hun meening openlijk uiten. Zij waren bang, zij waren +schuchter, zij vreesden dingen die ze niet eens goed konden uitdrukken; +vage schade of onaangenaamheden die over hen zouden komen als ze 't +Barontje in zijn wensch dwarsboomden; en van een anderen kant voelden ze +zich gansch onverantwoord tegenover hun kiezers; zij twijfelden geenszins +of zulk een besluit zou hoogst onsympathiek ontvangen worden onder de +bevolking; het waren alweer nieuwe lasten, door jan en alleman te dragen; +kortom: 't was nutteloos en overbodig geld weggegooid en heimelijk waren +zij meest allen heel blij dat Plus-Que-Parfait zulk een beslist-vijandige +houding aangenomen had en hoopten zij maar dat die geduchte tegenkanting +de plannen van het Barontje tenslotte verijdelen zou. Waarom ook liet het +Barontje dien weg op eigen kosten niet hard leggen? Dat zou toch niet +meer dan strikt billijk zijn. Hij toch, en niemand anders, had iets aan +'t harden van dien weg. + +'t Kasteel blonk in de verte, tintlend-roze bezonneglansd, aan 't +uiteinde der prachtige beukendreef in gouden herfsttooi. Het scheen hen +allen te zien komen, en te coquetteeren en te souriëeren om hun komst, +gelijk een mooie dame doet wanneer zij iemand wil verleiden. En reeds van +verre geraakten zij onder den indruk: den indruk van beklemdheid, ongemak +en vrees, waarmee ze daar die uren lang aan tafel zouden zitten. + +Even gingen zij allen wat op zij van den weg achter de boomen staan. +'t Was altijd goed die voorzorg te nemen, want je kon toch moeilijk midden +in 't diner van tafel opstaan. Alleen Cocksken, die zich nooit erg +geneerde, durfde dat wèl; maar het was ook duidelijk genoeg te zien dat +mevrouw de barones zich daar telkens zeer over ergerde. + +Ze kwamen terug in de laan, nog even de laatste knoopen dichtmakend, en +heel correct en deftig nu, schreden zij door het wijd-openstaande +ingangshek en sloegen rechts een mooie allee in, om den vijver heen. +Trotsch kwamen de blanke zwanen langs den oever naar hen toegedreven, als +'t ware vol toorn en verontwaardiging over zulk een plebeïsch bezoek; en +'t oogenblik daarna beklommen zij de treden der monumentale stoep, waar +'t Barontje, glimlachend in een grijs pak met witte vest en strooien +hoed, al vast op hen te wachten stond. + +Zij werden binnengeleid in de ruime, met bloemen en planten versierde +hall, die door breede ramen en glazen deuren, uitzicht op het heel mooi +park had; en dadelijk was daar een gegaloneerde lakei in kuitenbroek en +witte handschoenen, die machinaal met glazen witte en roode port rondging +en zwijgend sigaren en sigaretten aanbood, terwijl 't Barontje hen met +vriendelijkheidspraatjes overraasde. + +Die heeren bedienden zich en gingen zitten. Zij hadden het al dadelijk +benauwd-warm daarbinnen, want ondanks 't mooie najaarsweer werkte reeds +de centrale verwarming en zij konden niet goed tegen dat soort bedompte +warmte, waaraan zij in 't geheel niet gewend waren. Dat ontnam hen als 't +ware terstond, iets van hun zelfstandigen wil; 't viel als een +verlammende drukking op hun oogen en de koppen glommen al, nog voor ze +iets gebruikt hadden. 't Geraas van 't Barontje en de port en de sigaren +deden 't overige. Wellicht hadden ze die beter niet genomen, maar 't leek +zoo onbeleefd te weigeren, en ook, zij hadden niet eiken dag de +gelegenheid.... Zij ledigden dus maar hun glaasje en, toen de zwijgende +lakei voor de tweede maal rondging, lieten, onder Barontje's aandringen, +de meesten zich ook nog een tweede maal inschenken. + +Toen ging heel zacht een zijdeur open en glimlachend, in licht +zij-geruisch, trad de barones te voorschijn, door mejonkvrouw Caroline, +haar zuster, die permanant op het kasteel vertoefde, vergezeld. + +Mevrouw de barones, hoewel niet jong meer, was een knappe en elegante +vrouw, met grijzend haar en levendige wangen. Zij had bizonder mooie, +violette oogen, die aan haar frisch gezicht een gansch aparte distinctie +gaven en haar mond met gave, witte tanden kon zeer bekoorlijk glimlachen. +De meeste buitenheeren en boeren vonden haar wel wat te mager, maar +begrepen toch heel goed dat het Barontje bij haar onder de plak zat en +dat de wat lang volgehouden dubbel-arendstraf hem gansch niet +onverschillig liet. + +Mejonkvrouw Caroline leek op haar oudere zuster, maar niet in 't mooie. +Het was zoowat 't zelfde figuur en 't waren ongeveer dezelfde trekken, +maar heel veel minder fijn en gaaf en regelmatig. Het was alsof de +natuur met kunstenaarsliefde de beide zusters uit één en dezelfde stof +onder precies gelijke vormen had geschapen en dan de eene zoo in haar +frissche schoonheid had gelaten, terwijl de andere door een vandalenhand +verfrommeld en verknoeid werd. 't Gezicht was minder frisch en meer +gerimpeld, de oogen leefden niet, de glimlach bleef zonder bekoring en +over het gansche gelaat lag als 't ware de geconsterneerde uitdrukking +van iets dat eindeloos lang verwacht en nooit gekomen was. Mejonkvrouw +Caroline leek wel de karikatuur van mevrouw de barones en bij den +eersten oog-opslag begreep men duidelijk dat de eene ontelbare aanbidders +of bewonderaars moest hebben, terwijl de andere door de natuur was +voorbestemd om alleen de wrangheid van het celibaat te proeven. Soms +verbaasden zich de menschen, dat de keuze van de mooie barones op een zoo +onbenullig ventje als 't Barontje was gevallen. Dit had echter een +grondige reden: mevrouw de barones, van burgerlijke afkomst, was door 't +prestige van den adelstand verblind geweest. Zij had het Barontje gehuwd +om den titel, en ook om 't fortuin; en, te dien einde de voorname +deftigheid er in haar omgeving in te houden, liet zij haar zuster, die +haar eigen, burgerlijken jonge-meisjes-naam toch droeg, in plaats van +juffrouw, steeds mejonkvrouw noemen. + +Beminnelijk glimlachend trad mevrouw de barones naar voren en drukte om +beurten de hand van al de raadsheeren, die voor haar waren opgestaan. +Even ging zij naast meneer François zitten en wisselde met hem enkele +woorden in 't Fransch, zooals 't behoorde. Maar zij was niet bizonder op +meneer François gesteld, dien ze erg boersch vond ondanks zijn +kwasi-heerenachtigheid, en innemend glimlachend wendde ze zich +al spoedig rechts en links, haar beleefdheidsgunsten plichtmatig +verdeelend tusschen al de andere leden. Zoo deed ook haar zuster, +als in een aangeleerd lesje, zoo innemend als 't kon om zich heen +nijgend en buigend, zich inspannend om haar rimpelig gezicht, +waarop de consternatie van het ongebeurde grijnsde, tot een +vriendelijkheidsglimlach te ontplooien. + +Trouwens, er kwam al spoedig afleiding: een donker, nog al viezig +huurkoetsje reed het erf op en 't oogenblik daarna trad meneer de pastoor +binnen, diep groetend voor de dames, de hand drukkend van het Barontje en +van meneer François en verder in het ronde familiair-beschermend +knikkend en knipoogend, zooals men doet met bizonder welbekenden of met +aardige kinderen. Hij wreef zijn handen door elkaar en jubelde over 't +heerlijk weer, maar klaagde toch meteen over den ellendigen hobbelweg, +waardoor hij met het dorpshuurkoetsje had moeten baggeren. + +- Is 't niet afschuwelijk, meneer de pastoor? riep de barones. + +Meneer de pastoor moest erkennen dat het inderdaad een foltering was. Hij +keek in 't ronde naar de boeren en ving ook hun bedeesde, +half-ontwijkende beaming op, dat die weg wel veel te wenschen overliet. +Ook meneer François knikte toestemmend, hoewel zwijgend, in dien zin, +terwijl hij nogeens zwaar haalde aan zijn stompje sigaar en zijn glas +port, met resoluut gebaar, gansch leeg dronk. + +- Joa moar, 't es nou nog bijkans zomer; wa zal 't in de winter zijn! +meende 't Barontje tot versterking van 't geval te moeten aanbrengen. + +Hoe het er in den winter wezen zou werd voorloopig niet verder besproken, +want een dubbele deur schoof als van zelf uit elkaar en de prachtige, +gekuitenbroekte-tafelknecht verscheen strak op den drempel, met de +sacramenteele woorden: + +- Madame la baronne est servie. + +Mevrouw de barones stond dadelijk op en aanvaardde den arm, dien meneer +de pastoor haar hoffelijk aanbood. Meneer François had een korte +aarzeling; toen bood hij ook, nog al onhandig, zijn arm aan jonkvrouw +Caroline en verder volgden al de anderen in kudde, vooruitgeduwd door 't +Barontje, die 't laatst van allen kwam, als aardigheid steeds schertsend +en herhalend, dat hij den weg wel kende en zijn plaats aan tafel vinden +zou. + +Er werd in stilte gebeden. Mevrouw de barones bad heel mooi, zooals alles +mooi was wat zij deed, de fijne, witte handen boven het hoekje van haar +servet gevouwen, het hoofd een beetje scheef geheld, de oogen +neergeslagen. Meneer de pastoor bad in de houding die hij 's zondags op +den preekstoel aannam, voor hij zijn sermoen begon, de oogen beurtelings +strak vóór zich uit gericht en dan even, als geïnspireerd, ten hemel +opgeheven, en al de anderen baden machinaal, prevelend met de lippen, van +terzijde loerend naar meneer de pastoor, om toch vooral niet vóór hem hun +gebed te staken. Er was weldra een beweging van handen om de tafel, die +kruisteekens maakten en in 't wit fladderend ontplooien der servetten +begonnen de knechts in de soepborden te rommelen en klonken de gesprekken +weer op. + +Zij kregen slechts een klein beetje bruine soep in mooie, diepe borden en +'t was wel jammer, want ze smaakte zoo bizonder lekker. Graag hadden zij +er allen een vol bord van genomen, maar niemand durfde het zeggen: ze +zaten gegeneerd te slurpen en te lepelen om er het laatste uit te +krijgen, toen Cocksken, het bocheltje, de eenige die wel eens iets +durfde, van over tafel naar de barones toe riep: + +- Verdeeke, mevreiwe, da es goeje soebe; moar 't es ieuwig spijtig dat er +zeu weinig van es! + +Een bulderend gelach weergalmde, 't beklemmend gevoel was ineens +verbroken en mevrouw nam het trouwens bizonder goed op: "Maar, Cock, ge +kunt er immers meer van krijgen", glimlachte zij; en, zich tot den knecht +omkeerend, deed zij hem met de soep nog eens rondgaan, waarvan zich allen +gretig een tweede maal lieten bedienen. + +De kuitenbroek-lakei kwam met den eersten wijn aan. + +- Médoc Supérieur, fluisterde hij, meteen inschenkend. + +- Wa belieft er ou? vroeg Cocksken, toen de knecht dat aan zijn oor kwam +murmelen. + +Picavet en Grondnagel die naast hem zaten, kregen een lachbui. + +- Médoc Supérieur, herhaalde onbewogen de bediende, even het inschenken +stakend. + +- Owie, owie, zei Cocksken, schenk moar vul. + +Cocksken was bepaald de reddingsbaak van het gezelschap. Hij was +buitengewoon op dreef, dien middag, en telkens als het gesprek zakte of +beklemmend werd, haalde hij ze allen met een aardigheid er uit. + +Weldra begonnen de koppen vervaarlijk te glimmen. + +'t Was ook zoo warm daarbinnen en al die schotels met bruine of roomige +sausen waren zoo zwaar en de glazen werden aanhoudend volgeschonken. De +meesten zaten met hun servet in hun halskraag; en daaruit kwam een +vuurkop, op 't voorhoofd door benauwing en door inspanning met zweet +bepareld. Sommigen aten heel veel, omdat 't nu eenmaal zonde wezen zou +van zooveel lekkers niet te profiteeren, anderen slechts heel weinig, +omdat ze te zeer gegeneerd waren, omdat ze niet wisten hoe ze zich +moesten bedienen en vooral omdat ze 't werkelijk te folterend benauwd en +warm hadden. Grondnagel en Schouwvlieghe, twee dikke kerels, zaten +herhaaldelijk met hun eene hand onder tafel, waar ze blijkbaar iets dat +spande ongemerkt trachtten los te knoopen, terwijl Picavet en Van +Speybroeck, die mager waren, maar het daarom niet minder benauwd hadden, +nu en dan op hun stoel zaten te draaien en te wringen, alsof hen iets +kwelde dat zij weldra niet langer zouden kunnen uithouden. Meneer de +pastoor daarentegen, zat zich welgedaan te verkneuteren in zijn ruime +soutane naast mevrouw de barones, die er zoo frisch en zoo sereen uitzag +alsof zij pas aan tafel kwam; en jonkvrouw Caroline had haar gewoon, +verknoeid gezicht waarop de blijvende consternatie van het ongebeurde in +teleurgestelde trekken en rimpels stond te lezen, terwijl meneer +François, na een paar mislukte pogingen om het gesprek met de jonkvrouw +in 't leven te houden, zich meer speciaal tot het Barontje had gewend en +daar maar met gezwollen tronie en groote gebaren gewichtig zat te boomen, +alsof ze samen allerbelangrijkste onderwerpen af te handelen hadden. + +Maar de champagne werd ontkurkt met dof geknal en terwijl de bekers +parelden en schuimden, rinkinkelde een fijn getik op een kristallen glas +en meteen stond meneer de pastoor overeind. + +Hij stond fiks overeind met zijn beide witte handen even leunend op het +witte tafelkleed en de ontelbare knoopjes zijner soutane volgden een +bogende lijn van boven naar beneden, terwijl zijn lichte oogen achter hun +brilglazen vriendelijk schenen te blinken en het welgedaan gezicht met +grooten mond zich ontplooide in een goedmoedigen glimlach, alsof hij +niets dan aardige en aangename dingen zou gaan zeggen. + +Zoo was ook wel klaarblijkelijk zijn bedoeling. Hij begon met in 't +algemeen te spreken over onderlinge goede verstandhouding en vriendschap. +Gelukkig de menschen die elkaar goed verstonden en de vriendschap +huldigden! Gelukkig zij, die eendrachtig streefden naar een zelfde doel. +Wat moest men doen om dit geluk verwezenlijkt te zien? Eenvoudig maar +elkander goed begrijpen en goed over elkander willen denken. Geen +verdeeldheid of twist trachten te zaaien; niet blindelings gelooven aan +kwaadaardige of zelfzuchtige bedoelingen: maar het goede en rechtvaardige +willen zien en waardeeren in zijn evenmensch. + +Het dorp, Goddank, was tot nog toe een voorbeeld en een toonbeeld geweest +van de gelukkigste, onderlinge verstandhouding. Dank zij het +voortreffelijk beheer van zijn burgervader (meneer de pastoor onderbrak +even zijn rede om hoffelijk in de richting van 't Barontje te buigen) +bijgestaan door zijn edele echtgenoote (nieuwe buiging naar de barones +toe en beweging op de boerenstoelen) behoorde deze gemeente tot de +vreedzaamste en voorspoedigste van Vlaanderen. + +Meneer de pastoor greep naar zijn beker en hief hem in de hoogte. + +- Heeren, riep hij plechtig uit, het zou zonde en doodzonde zijn indien +deze zoo gelukkige toestand niet mocht blijven duren. Maar hij zal blijven +duren, daar wil ik geen oogenblik aan twijfelen. Ik ledig mijn glas op de +goede onderlinge verstandhouding tusschen burgemeester en gemeenteraad, +op de gezondheid van meneer den baron en zijn edele echtgenoote en +verdere familie en op den welstand en den voorspoed onzer dierbare +gemeente. + +Plichtmatig-warm handgeklap brak even los, terwijl meneer de pastoor, met +ietwat bevende hand zijn beker ledigend, weer ging zitten. 't Barontje +bewoog zich zenuwachtig en onnoozel op zijn stoel, maar mevrouw de +barones dankte den geestelijke met fijne gratie, de wangen blozend, de +mooie oogen stralend, tot tweemaal toe haar glas tegen het zijne +aantikkend. Mejonkvrouw Caroline, ook even, als "verdere familie" in den +speech van meneer den pastoor herdacht, klonk van haar kant met hem aan +en lachte daarbij heel vreemd, alsof zij plotseling door iets +heimelijk-prettigs gekitteld werd. + +De boeren, na hun kort, plichtmatig handgeklap, zwegen. Zij voelden zich +niets op hun gemak, want zij begrepen heel goed wat er eigenlijk achter +de woorden van meneer den pastoor schuilde. Al die mooie woorden waren +maar praat in den wind en wat meneer de pastoor bedoelde zonder het uit +te drukken, was, dat ze zich naar den wil van het Barontje moesten +schikken als hij in den gemeenteraad met zijn voorstel van bestrating +voor den dag zou komen. Zij keken gegeneerd elkander aan om op elkanders +aangezicht te lezen welke houding hier nu paste; zij keken vooral naar +meneer François en naar Donckers, den gefortuneerden, invloedrijken boer, +die zoowat halvelings beloofd hadden toch eenige woorden van afkeuring en +verzet te laten hooren; maar meneer François zat met zulk een gloeikop, +dat de oogen hem uit het hoofd puilden, terwijl hij pertinent het +spraakvermogen scheen verbeurd te hebben; en Donckers was een zonderlinge +man: wijs en verstandig genoeg, maar altijd zoo precies, zoo voorzichtig, +zoo al het voor en al het tegen wikkende en wegende, dat het oogenblik +van daadwerkelijk handelen of spreken om zoo te zeggen nooit bij hem kon +opkomen. Hij zat zich op zijn stoel te wringen en te grijnzen, nu eens +ernstig, dan weer eigenaardig glimlachend; nu eens beslist opkijkend, +als of hij eindelijk spreken zou, maar dadelijk weer grijnzend 't hoofd +neerbuigend, als om te beduiden dat zwijgen toch maar 't beste was. +Eindelijk merkte hij hoe allen, nu meneer François zoo verstompt zat, op +een bemoedigend woord van hem wachtten, en dat gaf hem ook plotseling +moed: hij streek de hand over zijn voorhoofd, keek hen in 't ronde aan en +uitte, in langzame woorden, met een zucht als van bedwelming: + +- 't Es hier toch oprecht te woarm in 't kastiel, mee da schoon zomersch +weere. + +Groot was de teleurstelling. + +- Verdeeke! Dát durve ik toch euk wel zeggen! flapte Cocksken er uit. + +Allen lachten even, hardop, behalve Donckers, die heel nijdig Cocksken +aangrijnsde en meneer de pastoor, die zijn ooren spitste en wantrouwend +schuins keek. + +Mevrouw de baronnes, en ook het Barontje, hadden er gelukkig niets van +gemerkt. Mevrouw de barones keek over de tafel rond, half opgestaan reeds +van haar stoel, nog even, met licht-gefronste wenkbrauwen, wachtend op +meneer François, die zijn laatste glas champagne in de hand hield maar +niet scheen te kunnen besluiten om het uit te drinken. Hij deed het dan +toch eindelijk, met inspanning, en morsend over zijn kin, alsof hij een +pil met water inslikte: en nog vóór het glas weer op tafel stond, was +mevrouw al overeind gerezen en had zij den arm van meneer de pastoor +genomen. + + * * * * * + +In de hall stond de kuitenbroeklakei met koffie, likeur en sigaren te +wachten. De kopjes waren fijn en klein en beefden op de schaaltjes, als +de boeren die aannamen. Ze konden ze niet staande gebruiken. 't Was net +of die kopjes er een eigen treiterige pret in hadden om maar telkens uit +de stramme vingers van de boeren weg te glippen. Ze draaiden er even +angstig mee rond en gingen eindelijk zitten in de rieten stoelen, bij de +rieten tafeltjes. + +Zij waren blij als de nietige kopjes ongedeerd op hun schaaltjes stonden +en proefden rustiger van de likeur en smakten gul aan de lekkere sigaren. + +Picavet en Van Speybroeck waren dadelijk door een zijdeur verdwenen en +kwamen na een poos terug met minder benauwde gezichten. Cocksken wenkte +oudervragend met het hoofd naar hen toe en, op hun bevestigend geknik, +verdween hij insgelijks door de zijdeur. Al de anderen, vuurrood, met +vlekken in 't gezicht en waterige oogen, zaten weldra in een soort +comateuze-toestand, roerloos uit te puffen en te rooken. + +Het gesprek concentreerde zich tusschen 't Barontje, den pastoor, meneer +François, Donckers en beide dames. Mevrouw de barones deelde die heeren +op een toon van officieele vertrouwelijkheid mede, dat de baron en zij +inderdaad besloten hadden zich een automobiel aan te schaffen. Ja, zij +hadden er lang over geaarzeld, nauwkeurig het voor en het tegen +overwogen; de paarden werden oud en versleten, moesten vervangen worden, +en 't werd zoo lastig om nog geschikte paarden te vinden, kortom, alles +wel beschouwd hadden ze 't toch maar beter gevonden nu tot het nieuwe +vervoermiddel over te gaan. Het was natuurlijk een heele zware uitgaaf, +maar enfin 't zou ook iets nieuws zijn in de gemeente, iets moois, iets, +waarvan de menschen zouden zeggen: "daar is vooruitgang in het dorp". +Maar, natuurlijk, zoo iets moois en duurs mocht niet verknoeid worden, +niet vies en beslijkt voor den dag komen; daar moest zorg aan besteed +worden; zulk een mooie wagen moest een geschikten weg hebben om er +overheen te rijden, en wat was er wel mooier en beter voor een gemeente, +dan een keurig en gemakkelijk aangelegde weg, iets waar iedereen gebruik +van maakt en dat een weldaad blijft voor altijd en voor alleman! + +'t Barontje wrong zich zenuwachtig op zijn stoel, beaamde de woorden van +zijn vrouw, voegde daar nog overbodige, onbehendige beschouwingen aan +toe, die dadelijk, met een koelen blik vol dubbel-arenddreiging werden +afgescheept. Trouwens, die andere heeren waren het daar principieel wel +mee eens: meneer François betuigde gewichtig dat een mooie, harde +grintweg in het algemeen bepaald te verkiezen was boven een plasserigen +modderweg en Donckers zat met gebogen hoofd te grijnzen en te +glimlachen, dat hij ook die meening deelde; terwijl de verdere +boerenleden, vaag-luisterend, stilaan tot een kudde samentroepten, met +een bang gevoel van onderling steun zoeken in dreigend gevaar. Zij +voelden zich volkomen weerloos, alle eigen wil of meening was door de +dampen der digestie in hun brein verdoofd; zij snakten nu nog maar om weg +te mogen gaan en buiten in de vrije lucht te zijn; zij waren tot niets +anders meer in staat dan slaafsch en blindelings, op het eerste verzoek +en tegen hun zin hun woord aan de gril of het verlangen van hun +heerschers te verpanden; en toen mevrouw de barones zich eensklaps met +haar liefsten glimlach en haar streelendst-schoone oogen van verleiding +tot hun bange kudde omkeerde en vol bekoring uitriep: "Es 't nie woar +Picavet, en Vreeze, en Speybroeck, en Cock, en gulder allemoal, dat die +wig gemoakt moe worden?" knikten zij allen schuw en deemoedig als één +man en lachten zelfs nog hardop in hun eigen lafheid toen Cocksken voor +de grap uitschreeuwde. + +- Bestel moar de zoavel en de stienen, mevreiwe, de boer zal 't ol +betoalen! + + * * * * * + +Meneer de pastoor was opgestaan, als tot sein van den aftocht. Zijn +koetsje stond al voor de stoep en hij nam afscheid van de dames met een +diepe, hoffelijke buiging en van 't Barontje met herhaalden en knellenden +handdruk, als om in vertrouwelijke geestdrift te betuigen, dat de +zegepraal behaald was. + +Achter meneer de pastoor drong de kudde der raadsleden. Mevrouw de +barones glunderde van geluk, nog nooit was ze zoo mooi en verleidelijk +geweest en zij drukte beurtelings al die ruwe handen, alsof 't van haar +intiemste vrienden waren. En het Barontje jubelde; hij stond als 't ware +in de hall te trippelen en te dansen, hij klopte zijn mannetjes op den +schouder en nam hen vleierig bij den arm en op de stoep groette en wuifde +hij hen nog na, tot ze buiten 't hek en in de oprijlaan verdwenen waren. + +Eerst daar konden zij eindelijk weer op adem komen. Even namen zij nog +diep den hoed af voor het voorbijrijdend koetsje van meneer den pastoor +en toen bliezen zij uit met puffende zuchten en lieten de frissche lucht +ruim in hun lang benauwde longen stroomen. + +Net als bij hun aankomst, gingen zij eerst en vooral een poosje achter de +boomen van de dreef staan. Daar werden zij eerst goed weer zichzelven als +'t ware. Zelfs Picavet en Van Speybroeck, die het nu niet meer zóó +benauwd hadden, deden toch ook, voor de gezelligheid, nog eens mee. Toen +konden zij eindelijk praten. + +Zij waren niets over zichzelf tevreden. Na eenig gegrijns en +gezichtsvertrekken sprak Donckers het eindelijk in duidelijke woorden +uit: + +- W'hén ons doar 'n onveurzichtige belofte loaten afpersen. + +Niemand protesteerde. Allen waren zich hun eigen lafheid goed bewust. + +- Wa moesten we anders doen!" trachtte Picavet nog vagelijk te +vergoelijken. + +- 't Es de schuld van da vreiwevolk! viel meneer François eensklaps +heftig uit. "Mee 't Barontje aliiene zoén w'al doen da we willen: moar +zijn wijf, en die andere... en tons euk nog de páster.... + +Even praatten zij over de barones en allen vonden dat zij er zoo bizonder +knap uitzag. Grondnagel stompte Cocksken in de zij en lachte. + +- 'k Weinschte da 'k ik 'n kier veur nen dag 't Barontje woare. En gij? + +- 'k Doe mee! riep Cocksken. + +- 't Zoe dobbelen-oarend zijn mee ulder! schaterde Schouwvlieghe. + +Allen moesten even hartelijk schaterlachen en dat luchtte hen wat op. Zij +kwamen bij den ingang van het dorp, hielden zich daar weer deftig en +kalm, zooals het raadsleden past, die van een diner op het kasteel +terugkomen, en als van zelf, machinaal, zonder noodige afspraak, in +kudde, zooals zij gekomen waren, trokken zij weer naar _Het Huis van +Commercie_ om daar nog wat na te praten en wellicht een partijtje kaart +te spelen. + +Daar wachtte hen echter een verrassing, die zij wel zoo graag zouden +misgeloopen hebben. Gansch alleen in de ruime, bruingerookte +herbergkamer, nurksch met een pijp en een borrel aan een tafeltje, zat +Plus-Que-Parfait zijn courant te lezen! + +Blijkbaar zat hij daar op hun terugkomst te wachten; maar hij keek stug +op alsof het hem niet schelen kon, beantwoordde kort en als 't ware +onwillig hun groet, lei zijn courant even neer en nam die weer op, dronk +zijn borrel leeg en bestelde er een versche, terwijl zij allen langzaam +om hem heen draaiden en hier en daar, om zijn tafeltje en andere tafels, +gingen plaats nemen. Er was een korte stilte; Fietje stond achter haar +schenktafel in strak-roerloos-gespannen houding, alsof ze zich aan iets +onaangenaams verwachtte; en toen lei voor de tweede maal Plus-Que-Parfait +zijn dagblad neer, en slaakte nijdig-kort een spotlach, terwijl hij, met +onverholen minachting Van Speybroeck aankijkend, hardop, als 't ware +uitdagend, vroeg: + +- Hawél, hét 't gesmoakt? + +- Joa joa 't, meniere, antwoordde Van Speybroeck plomp en argeloos. + +- En hoeveel hét 't gekost? + +- Ha... ha... niemendalle, meniere, antwoordde Van Speybroeck gansch +verlegen. + +- Niemendalle!... Zelfs giene nieuwe stienweg? + +Daar had je 't al! Ineens begreep Van Speybroeck heel duidelijk, en ook +al de anderen begrepen. Weer was er een oogenblik stilte. Die heeren +trachtten zich echter goed te houden en bestelden aan Fietje wat ze +verlangden. Dat gaf een korte afwisseling, dat gunde althans tijd tot +verzinnen en denken. Meneer François haalde heftig zijn schouders op +alsof hij iets van zich afschudde en Donckers trok zuur-grijnzende +gezichten. Maar Plus-Que-Parfait liet niet los; hij zat daar +vinnig-kwaad te borrelen en hij raasde 't er maar ruw en onbeschroomd, +nu tegen allen, uit. + +- G'hêt ulder verkocht, 'k zie 't aan ulder smoel! Zij je nie beschoamd! +Fietje, geef mij nog nen druppel. + +- We'n hén wij ons nie verkocht, nondedzju! Wa es dá nou! beet meneer +François, onder de beleediging ook eensklaps boos wordend, toe. + +- Doar 'n komt dus giene stienweg? vroeg dadelijk raak-scherp +Plus-Que-Parfait. + +- Es 't hier meschien vergoarijnge van de gemienteroad? kaatste meneer +François nijdig terug. + +- Ge'n antwoordt op mijn vroage niet, gilde Plus-Que-Parfait. 'k Vroag ou +of dat er gesproken es van ne stienweg te leggen in de kastieldreve en of +da g'er veur of tegen zijt? + +- 'k 'N hé doar niets op t' antwoorden! kreet meneer François met +rood-gezwollen toornkop en keerde bruusk Plus-Que-Parfait den rug toe +en verliet woedend de herberg. + +Maar Plus-Que-Parfait triomfeerde. Hij wist genoeg, hij wist van buiten +hoe het op 't kasteel gegaan was, schreeuwde hij; en nog eens verweet hij +den leden hun lafheid en hoe onverantwoord het was tegenover hun kiezers +de belangen van één enkele, en nog wel een rijkaard, die 't niet noodig +had, boven het collectief belang van de gemeente te stellen. + +De raadsleden, vooral de boeren, waren zeer ontdaan. Schouwvlieghe en +Donckers, uit angst om het kasteel en ook veel uit angst om meneer den +pastoor te dwarsboomen, poogden het nog even, hoewel schuchter, goed, te +praten, maar de boeren, die er geen direkt belang bij hadden, voelden +duidelijk hoe dat alles zeer verkeerd was. En van een anderen kant +voelden zij ook wel, dat Plus-Que-Parfait daar zoo scherp tegen streed, +niet uit zorg voor 't algemeen belang, maar omdat hij zelf de geldelijke +middelen niet bezat om zich een auto aan te schaffen,... zij voelden en +wisten dat alles, de boeren; maar zij voelden ook en bovenal hun eigen +zwakheid en hun lafheid, hun ellendige, traditioneele, uit geslachten van +slaven overgeërfde lafheid, die hen als weerloos vee aan al den dwang en +al de grillen van hun heerschers onderwierp. Zij zaten daar, rood en dik +en laf gegeven en gedronken, en langzamerhand, onder de striemende +uitvallen van Plus-Que-Parfait, ontwaakte toch weer iets als een schim +van verzet tegen wat hen op 't kasteel met sluwen list reeds halvelings +was afgeperst. Halvelings, maar toch zonder stellige belofte noch +verbintenis. 't Barontje, en vooral de barones en de pastoor waren slim +geweest, maar ook zij konden slim zijn als 't hoefde, hun slimheid was +zelfs 't eenigste verweermiddel dat zij nog bezaten; en terwijl zij nu +rustiger, buiten de dwingende muren van 't kasteel over de zaak verder +nadachten, kwamen zij van lieverlede tot de concluzie, dat ze feitelijk +nog niet onherroepelijk verbonden waren, en rees meteen in hun beneveld +brein de listige verzoeking op om terug te nemen wat ze nog niet gansch +gegeven hadden. 't Was Cocksken, die dat plotselings verzon en zei; +Cocksken, eigenlijk de grootste schuldige met zijn onnoozelen uitroep +van "de boer zal 't al betalen". Dat was ook 't eenige wat bepaald als +een belofte had geklonken; maar in den mond van Cocksken had het al niet +veel beteekenis; Cocksken was een grappenmaker en hij had ook veel te +veel gedronken toen hij 't zei,... neen, door dien gekken uitval van +Cocksken konden zij zich niet gebonden achten; en eensklaps kwam er over +hun benauwde groep als een vleug van onverwachte energie en spraken zij +van misschien wel tegen Barontje's voorstel te stemmen, als hij er +werkelijk in den gemeenteraad mee durfde voor den dag komen. + +- Ulder woord! Ulder woord da ge 'r zilt tegen stemmen! riep +Plus-Que-Parfait gansch opgewonden. + +Dadelijk krompen zij weer als van schrik in elkaar. + +Donckers trok grijnsgezichten, Picavet, Vreeze en Van Speybroeck keken +angstig om zich heen en Cocksken schreeuwde iets onsamenhangends, dat +niemand goed begreep. + +- Niet t' hoastig, niet t' hoastig, besloot eindelijk Donckers. Loat ons +zien en afwachten en as 't zeuverre komt, loat ons allemoal goed accoord +zijn en lijk iene man stemmen. + +Dat vonden zij goed, dat vonden zij allen uitstekend, behalve +Plus-Que-Parfait, die slechts half voldaan binnensmonds nijdig bromde +en met zuur gezicht nog eens een verschen borrel bestelde. + +Ook al de anderen bestelden opnieuw en Picavet vroeg of men nu niet een +partijtje kaart zou spelen. + +Fietje greep al vast naar het kleedje en de kaarten. + + + +X. + +'t Had twee uur op den kerktoren geslagen. + +Op de stoep van het Gemeentehuis, zich koesterend in 't weeke +najaarszonnetje, stonden 't Barontje en meneer François naar de komst +der andere raadsleden te wachten. + +'t Barontje was onrustig en gejaagd. Zenuwachtig beet hij het eind van +zijn sigaar tot een viesbruine prop en kon geen minuut op dezelfde plaats +blijven. Meneer François, daarentegen, bleef heel kalm en bedaard, zijn +bolle oogen zonder uitdrukking vettig-glimmend als gelei in zijn +hoogrooden kop. + +- Zeu da ge peist, da z'er toch nie 'n zillen durven tegen stemmen? vroeg +'t Barontje voor de zooveelste maal. + +- Natuurlijk niet, herhaalde meneer François, minachtend +schouderophalend. + +Sinds het diner op 't kasteel en de daarna volgende, onaangename +woordenwisseling, die hij met Plus-Que-Parfait in de gelagkamer van _Het +Huis van Commercie_ had gehad, was meneer François heelemaal op de hand +van 't Barontje overgegaan. Hij zou vóór den steenweg stemmen, daar +maakte hij nu geen geheim meer van, al was 't maar om Plus-Que-Parfait te +duvelen; en er werd zelfs verteld, dat ook hij zijn paarden van de hand +zou doen en zich een auto aanschaffen, ook al weer om Plus-Que-Parfait te +duvelen. + +'t Barontje haalde zenuwachtig zijn horloge uit: Reeds kwart over twee! +Zouden ze dan niet komen! + +In de stille straat kwam een meisje aan, in nette, boersche kleedij, die +een brief droeg in haar hand. Zij kreeg een lichte kleur toen zij beide +heeren op de stoep zag staan en, na een aarzeling, klom ze de treden op +en overhandigde den omslag aan 't Barontje. + +- Veur mij? riep 't Barontje verbaasd. + +- As 't ou b'lieft, menier den b'ron. + +- Wie zij-de gij? vroeg 't Barontje. + +- De dochter van boer Donckers, antwoordde 't meisje blozend. Zij ging +haastig weer weg en 't Barontje scheurde den omslag open. + +- Nom de Dieu! riep toornig het Barontje, toen hij een paar regels had +gelezen. + +- Qu'est ce que c'est, monsieur le baron? vroeg meneer François +verwonderd. + +- Mais... mais... mais... cet animal de Donckers, nom de Dieu! Donckers +et Schouwvlieghe qui ne viennent pas, omda ze'n prijzije van land moeten +doen. Al konten, natuurlijk. Valschoards zijn 't, die nog vóór nog tegen +durven stemmen, schouw om ulder te compromitteeren. + +- Hoho, die lafoars! schimplachte meneer François. Moar, voegde hij er +troostend bij, w'en hên ze nie neudig, 't zal zonder ulder euk wel goan. + +In de straat kwam de secretaris, vergezeld door den nieuwen veldwachter +aan. De secretaris, kort en dik, met een puntbuikje en schrale beentjes, +droeg een paar lijvige registers; de veldwachter, in zijn groen uniform +met glimmende knoopen, liep er lummelend naast. Zij groetten alle bei +diep de twee heeren terwijl zij de stoep opklommen en verdwenen dadelijk +in de gang van het Gemeentehuis. + +Toen hadden die heeren een korte emotie. Gansch aan 't uiteinde der +straat zagen zij den geduchten tegenstrever Plus-Que-Parfait aankomen. +Zouden ze binnengaan? Zouden ze blijven staan? Met het Barontje +verkeerde Plus-Que-Parfait nu op een voet van gespannen, plichtmatige +beleefdheid, maar hij en meneer François groetten elkander, sinds de +kijfpartij in het _Huis van Commercie_, niet meer. + +- Bah! Ik 'n goa veur hem giene voet uit de wig, zei meneer François +uitdagend. + +- Ik euk niet, 'antwoordde 't Barontje. En zij bleven staan. + +Maar het liep eenvoudiger af dan zij wel dachten: op het oogenblik dat +Plus-Que-Parfait over de dorpsplaats stapte, kwamen uit een zijstraat ook +de boerenleden aan, zij vereenigden zich tot één groep en zoo geraakten +zij aan het Gemeentehuis, waar vagelijk, zonder onderscheid van vriend of +vijand werd gegroet. In kudde gingen zij binnen, stonden daar even in de +gang op elkaar gepropt, verdwenen eindelijk door de openstaande deur van +'t secretariaat in de gemeente-raadzaal, waar de gewichtige vergadering +plaats zou hebben. + + + +XI + +Eerst waren er een paar zaken van minder belang af te handelen: een +kwestie van onvoldoende straatverlichting, waarin enkele inwoners +verbetering vroegen, en het beantwoorden van een brief, onderteekend door +vrij talrijke hoofden van gezinnen, waarin geklaagd werd over de +onbevoegdheid van den onderwijzer, bij wien de schoolkinderen haast niets +meer leerden. Er werd namelijk verlangd dat hij of wel door een ander zou +vervangen worden, of dat hem nog een hulponderwijzer zou worden +toegevoegd. + +'t Barontje, die van ambtswege de vergadering voorzat, gaf enkele +toelichtingen. Hij zag de noodzakelijkheid niet in meer geld te +spendeeren aan nachtelijke verlichting van de straten. De gemeente was 's +avonds zeer behoorlijk verlicht, aanmerkelijk beter dan veel andere +gemeenten en 't Barontje achtte het gansch overbodig des nachts lichten +te laten branden, die uitsluitend van nut konden zijn voor enkele +slampampers, die toch al te laat in de herbergen bleven pleisteren en +veel beter op tijd in hun bed zouden liggen. Wat de aanklacht tegen den +onderwijzer betrof, deze verbaasde 't Barontje ten zeerste. Bedoelde +onderwijzer was een hoog moreel en zeer godvruchtig man, die zeker zijn +scholieren niets verkeerds zou leeren; daar had hij 't nog pas met meneer +de pastoor over gehad; en, aangaande hem nog een hulponderwijzer toe te +voegen, dat was weeral gansch overbodig en geld weggegooid; de bestaande +onderwijzer was volkomen goed berekend voor zijn taak en had meer dan +twintig jaren aan het hoofd der school gestaan, zonder dat ooit, van wege +zijn overheden, een klacht over hem was gehoord. 't Barontje stelde dus +voor beide verzoeken, als niet strookende met de belangen der gemeente, +eenvoudig van de hand te wijzen. Had een der leden daar iets tegen in te +brengen? + +Een der boerenleden, Vreeze, waagde een schuchtere opmerking. Hij had +zeven kinderen, waarvan er vijf naar school gingen. Hij moest wel +bekennen, dat zij bitter weinig leerden. De meester hield zich om zoo te +zeggen niet met de leerlingen bezig. Hij zat soms halve dagen in zijn +tuin en zijn serre, of knutselde boven op zijn zolder, waar hij duiven +hield. Vreeze kon het wel eenigszins begrijpen, dat er geklaagd werd; +hij zou het met geen leede oogen aanzien als de meester eens tot beter +betrachten van zijn plicht werd aangewakkerd. + +'t Barontje verklaarde notitie te nemen van de opmerkingen van zijn +medelid, maar drukte daarbij toch zijn verwondering uit, dat Vreeze, als +hij werkelijk te klagen had, dan toch maar niet het verzoekschrift der +andere aanklagers mede had onderteekend. + +Dit scheen een harde knauw voor Vreeze, die blijkbaar deze zeer logische +tegenwerping ('t Barontje haalde er alle eer van en kon dit merken aan de +houding zijner medeleden) niet verwacht had. Hij brabbelde enkele +onduidelijke woorden en gaf zich terstond gedwee overwonnen; en, daar +verder niemand eenig belang in de zaak scheen te stellen, werd deze ook +beschouwd als afgehandeld en kon men tot het laatste en gewichtigste +punt van de agenda overgaan. + +- Een plan wordt den gemeenteraad voorgelegd, zoo begon met onvaste stem +het Barontje, om den landweg bekend onder den naam van Vierboomstraat, +Sectie A. litt. D. en G. van het kadastraal plan, loopende van den kom +der gemeente naar het gehucht Peperhol, met grint te bestraten. De +onkosten worden geraamd op 32.800 frank en zullen worden gedekt door een +leening van het Onderling Gemeentefonds, aflosbaar over een termijn van +twintig jaren tegen betaling van een jaarlijksche rente á 4 per cent. +Zooals den heeren raadsleden bekend is, mag de gemeente zich heden ten +dage verheugen in een zóó gunstigen finantieelen toestand, dat èn de +aflossing én de betaling der jaarlijksche rente, geen het minste bezwaar +kunnen opleveren. Is er iemand onder de leden, die verdere toelichting +verlangt? + +Plus-Que-Parfait draaide zich op zijn stoel half om en stak zijn +rechterhand in de hoogte. + +- Ik, zei hij, kortaf. + +- 't Woord es aan Meneer Vermeulen, antwoordde dadelijk 't Barontje. + +Meneer Vermeulen! Wat klonk dat gek ineens, Plus-Que-Parfait's +familienaam te hooren! Zoo ging het altijd: een echte verassing! Sommige +leden keken om zich heen, alsof er iemand anders werd verwacht. Alleen +Plus-Que-Parfait liet geen verbazing blijken. + +Plus-Que-Parfait was niet bepaald een geboren redenaar. Dat waren die +andere heeren trouwens ook niet. Plus-Que-Parfait was een stugge, +chagrijnige grijnskerel, die slechts enkele bekrompen gedachten in zijn +harden kop had zitten, maar die zaten er dan ook muurvast en waren er +niet uit te hameren. Plus-Que-Parfait had zich nu eenmaal +halsstarrig-vast voorgenomen 't Barontje's plan te dwarsboomen en, +zoo mogelijk te verijdelen; en daar begon hij maar dadelijk mee zonder +discussie uit te lokken noch omwegen te zoeken, ineens de harde, +naakte waarheid als een steen in 't midden gooiend. + +- Dat 'n es giene publieke wig! riep hij 't Barontje in 't gezicht. Die +wig 'n es nie anders as de dreve van ou kasteel en niemand anders as gij +hêt doar ienig belang bij dat hij begrint wordt! + +'t Barontje schokte toornig op en wrong zich zenuwachtig op zijn stoel. +Maar reeds stak meneer François zijn hand in de hoogte en riep op zijn +beurt: + +- Menier den burgemiester, 'k vroag het woord! + +- 't Woord es aan menier François, zei 't Barontje. + +Misschien nog minder dan die andere heeren was meneer François een +redenaar. Meestal kon hij zelfs heelemaal niet uit zijn woorden komen. +Hij sprak haast altijd met korte, doorgehakte zinnen, die brabbelend over +elkaar struikelden en duister door elkaar verwarden. + +En bij de minste tegenspraak zwol zijn gezicht vuurrood en toornig op. + +- Die wig moe gegrint worden! riep hij uitdagend. Da zal scheune zijn +veur de gemiente. 't Land dat er nevens ligt zal beiwgrond worden. +D'r zillen scheune huizen en villas gezet worden. 't Zal 'n scheune +verbeterijnge zijn. 'k Ben d'r veuren. Ik stem er veuren! + +- Wel zeu! gilde Plus-Que-Parfait verontwaardigd. En aan wie es da land, +dat er nevens ligt? Weet-e gij aan wie dat 't es? + +- Dat `n kan mij nie schelen! riep meneer François vijandig-uitdagend, +'t Es aan wie da' 't es! Ik stem er veuren! + +- Hawèl, 'k zal ik ou zeggen aan wie dat 't es! kreet Plus-Que-Parfait +met nijdasserig-fonkelende oogen. Aan den baron es 't, veur mier dan den +helft; en de rest aan vrende luizen, die we nie 'n zien noch kennen en +die nooit giene cens belasting in de gemiente betoalen! + +De stemmen begonnen erg kijvend-hoog op te galmen. 't Barontje zat als op +spelden en de boeren-leden keken elkander schuw en stom, met +wantrouwig-scheeve blikken aan. Zelfs Cocksken, die anders praats +genoeg had, wist geen raad; en de veldwachter, die daar stond om +eventueel, bij een mogelijk opkomen van het publiek, de orde te +handhaven, ging op zijn teenen naar de deur en voelde of die wel goed +dicht was. De dikke secretaris, met het opmaken van het verslag der zitting +belast, keek angstig door de ramen in de straat, of daar soms geen +nieuwsgierigen samentroepten, die het gekibbel konden hooren. + +Nieuwsgierigen waren er niet. Maar eensklaps, terwijl de discussie, +waarin zich nu ook scherp en bitsig het Barontje mengde, al hooger en +hooger opgalmde, weerklonk daarbuiten in de straat een deftig getrappel +van hoeven, en heel héél langzaam schoof een luxe-rijtuig rakelings +voorbij de ramen: een mooie phaëton bespannen met twee schimmels, en +waarin mevrouw de barones zat, die zelve mende, met naast zich haar +koetsier in livrei, correct en stijf en strak, gelijk een opgezette pop. +Zij keek opvallend naar binnen in de vergaderingszaal toen ze langs reed +en te nauwernood was ze voorbij of reeds kwam ze terug, nu deftig weer de +andere richting uitrijdend, en bleef zoo deftig-langzaam heen en weer +toeren, als in parade-vertooning. De boeren-leden hadden haar dadelijk +opgemerkt en bukten sidderend het hoofd, begrijpend hoe zij door haar +enkele verschijning de stemming kwam beïnvloeden; en Plus-Que-Parfait +had binnensmonds een vloek geslaakt, ziedend-verontwaardigd over zulke +schaamtelooze drijverij, terwijl toch van een anderen kant zijn +opgezweepte paardenhart onwillekeurig werd geboeid door 't zien der +welbekende, mooie schimmels. Zijn vertoornde, maar geboeide oogen waren +van de ramen niet meer afgewend; zijn éen oor was vinnig bij de nijdige +discussie en zijn ander oor bij het voorname heen en weer getrappel van +de hoeven; hij raakte er weldra de kluts door kwijt en besefte nog te +nauwernood wat het Barontje zei, toen het voorstelde de discussie maar +te sluiten en tot de stemming over te gaan. + +Hij besefte 't eerst duidelijk toen de stembus werd te voorschijn gehaald +en op de groene tafel neergezet. Hij deed nog een uiterste wanhopige +poging om de boeren op zijn kant te krijgen, maar juist toevallig op +datzelfde oogenblik hield de phaëton vlak vóór de ramen stil en mevrouw +de barones, met haar vriendelijksten glimlach vooroverbuigend, sprak in +de straat meneer den pastoor aan: meneer de pastoor, die daar ook precies +toevallig op het zelfde oogenblik van zijn kerk terugkeerde. De boeren +zagen het, en mevrouw de barones, even fluks naar binnen kijkend, merkte +ook dat de boeren het zagen: zij hield haar paarden daar stil, zoo stil +als de lakei, die gelijk een ziellooze pop naast haar gezeten was. Alleen +met den pastoor bleef zij, vlak onder de ramen, in haar levendig gesprek +verdiept en 't was alsof een plechtig rituaal gebeurde: de boeren, +daarbinnen, stemden met gebukte hoofden; zij stemden schuw en nederig als +honden, zooals zij om de tafel van 't kasteel aanzaten of het sermoen van +den pastoor in de kerk aanhoorden; en 't oogenblik daarna was alles +afgeloopen en kwam 't Barontje glunderend naar buiten, hartstochtelijk +schuddend de hand van meneer den pastoor en geestdriftig stijgend in het +rijtuig, waar de koetsier al gauw de plaats ontruimd had, terwijl +daarbinnen, in 't Gemeentehuis, een stilte van verslagenheid heerschte, +alleen gestoord door het sarrend hoongelach van meneer François en het +woedend getoorn van Plus-Que-Parfait. Met algemeene stemmen behalve één +enkele, die van Plus-Que-Parfait, had het Barontje zijn grintweg +verkregen. + +In kudde stommelden de boeren-leden de raadzaal uit en gingen in Fietje's +herberg een sterkende verversching gebruiken. Dat fleurde hen wat op; en +Cocksken, door de ramen kijkend, waar het mooie rijtuig nu als 't ware in +vluggen triomfdraf langs reed, waagde even een ondeugende bemerking, die +hen allen lachen deed: + +- Zeg, 't 'n zal van den oavond gienen dobbelen-oarend zijn op 't +kastiel. + +Zij schaterden, en klapten op hun dijen van de pret; zij tikten met hun +borrels aan en smakten aan hun pijpen; en al spoedig zaten zij gezellig +bij een kaarttafeltje en hadden al die narigheid en dat gezeur +vergeten... + +Plus-Que-Parfait is verleden week gestorven en begraven... + +Plus-Que-Parfait is gestorven als slachtoffer der automobiel. Niet dat +hij in een ongeluk is omgekomen: de ramp, waaronder hij verloren ging, +was van meer gecompliceerden aard: Plus-Que-Parfait is langzaam aan te +niet gegaan als moreel slachtoffer van de automobiel. + + + +XII. + +Toen het Barontje nu zijn weg en zijn automobiel bezat, en toen ook +weldra meneer François een auto had (opzettelijk gekocht, zeiden de +menschen, om er Plus-Que-Parfait mee te ergeren) toen bleef alleen nog +maar Plus-Que-Parfait als luxe-paarden-maniak in het dorp over. + +Daags na de beruchte vergadering in het Gemeentehuis had hij zijn +ontslag als wethouder ingediend; en, sinds dien met alle leden +gebrouilleerd, vereenzaamd en verlaten, zich als 't ware uit het +maatschappelijk leven teruggetrokken. In Fietje's herberg zette hij geen +voet meer; 't Barontje, meneer François, Donckers, Schouwvlieghe en al +de anderen groette hij niet meer; en wijl een dorpsheer toch een +"stamenee" moet hebben waar hij zijn avonden doorbrengt, had hij dien +verlegd naar 't vunzig herbergje van den vroegeren, door 't Barontje +ontslagen veldwachter, die daardoor natuurlijk ook 's Barontje's +onverzoenlijksten vijand was geworden. + +Daar zat hij nu avond aan avond, nurksch en somber, meestal alleen, want +andere heeren kwamen daar niet, soms in gezelschap van een paar +lawaaiige, half dronken kinkels, ofwel pratend met den baas, die nooit +heelemaal nuchter was. Veel praatten zij echter niet, zij rookten en +dronken aanhoudend potten bier of borrels, maar als zij praatten dan was +het altijd over 't zelfde onderwerp: over hun gezamenlijken haat tegen de +auto's, tegen 't Barontje en meneer François. + +Al van den eersten avond had Plus-Que-Parfait geeischt, dat de +oud-veldwachter het uithangbord van zijn kroegje zou veranderen. Hij +had het immers na zijn afdanking, uit wraak en schimp op het Barontje, +_In den Auto_ gedoopt. Maar dat ging nu niet meer op; wat vroeger een +schimpscheut was tegen 't Barontje leek nu wel een spot en een smaad op +Plus-Que-Parfait zelf. + +De oud-veldwachter zag dat in en stemde dadelijk in de verandering toe, +doch had er verder wel bezwaar tegen om de onkosten van een geheel nieuw +uithangbord te dragen. Er werd met Plus-Que-Parfait over gedebatteerd en +geconfereerd, tot eindelijk een oplossing gevonden werd, die geniaal +bleek: het oude uithangbord mocht blijven dienen, men zou er enkel 't +woordje "weg" bij laten schilderen; en zoo werd het _In den Autoweg_, een +dubbele, vlijmendscherpe ironie: eerst tegen 't Barontje, die den +beruchten auto-weg aan de gemeente opgedrongen had; en tweedens tegen de +gehate auto's zelven in den zin van "weg met de auto". Plus-Que-Parfait +was jubelend over zijn geniale vondst, en aan alle klanten legde hij die, +onder het drinken van veel borrels uit, echter niet steeds met evenveel +succes, want er kwamen daar wel van die dikke, logge hersenen, die de +fijne zetten van Plus-Que-Parfait's vernuftigen geest niet voldoende +begrepen. + +Maar hoe dan ook, nooit geraakten zij over die dingen uitgepraat. Het was +de vaste en bestendige bekommering van heel hun futloos leven. Elken +avond ontlasten Plus-Que-Parfait en de baas grijnzend en spottend in +elkanders gemoed hun hart vol wrok en haat en gal en meer dan eens ook +hadden zij heerlijk en weldadig leedvermaak als een van hen toevallig had +vernomen, dat er iets in 't ongereede met de auto's was gekomen. Elke +springende band was als een balsemknal op Plus-Que-Parfait's bloedende +wonden; en eens, op een avond, was hij met opgewonden blijdschap in het +kroegje aangekomen; onderweg, heel verre van het dorp, op een eenzaam +gehucht, had hij meneer François' automobiel vinden staan, die heelemaal +niet meer vooruit kon, half verzonken in het slijk, de chauffeur buiten +adem zwoegend en zwengelend, zonder het tuig weer in gang te kunnen +krijgen. Meneer François stond er bij te vloeken en te schelden en +eindelijk had hij, in radelooze wanhoop, zijn toevlucht moeten nemen tot +een boer met twee paarden, die er nu op weg mee waren om het ding terug +te sjouwen. + +Dien avond trakteerde Plus-Que-Parfait met champagne. + + + +XIII. + +Maar dergelijke geluksmomenten waren, helaas! hoogst zeldzame +uitzonderingen. Meestal liepen de beide mooie auto's prachtig door de +straten en zegevierend-toeterend snorden zij Plus-Que-Parfait's +sukkelspannetje voorbij, hem in een stinkende rook- en -stofwolk +achterwege latend. + +O, die haat, die ziedende haat van Plus-Que-Parfait, wanneer hij hen zoo +langs zich heen zag vliegen! Wat wenschte hij dat ze zich tegen de boomen +zouden te pletter loopen, dat ze in de slooten zouden storten en +verdrinken! Het werd in hem een ziekelijken hartstocht, een obsessie. Hij +verafschuwde ze en wilde ze toch telkens weer zien; hij ging ze zoeken +langs de wegen, steeds hopende de catastrofe bij te wonen en zijn dag was +niet volbracht als hij ze niet ontmoet had. + +Hij kwam ze tegen of ze reden hem voorbij en vlug keek hij, met +schuinschen haatblik, naar de glimmende paneelen, naar de +genietend-inzittenden, naar de vlug-snorrende- en -ronkende wielen. +Zij schenen zoo zacht als een wieg op hun zoemende banden te deinen +en 't waren als voorbijflitsende vizioenen van pracht en van weelde. +Nu eens zag hij enkel 't onnoozel gezicht van 't Barontje of de +rood-gezwollen tronie van meneer François; dan weer de kleurrijke hoeden +en mantels van dames; en eens, op een stillen, eenzamen weg, in den wagen +van meneer François, naast hem gezeten op de achterbank, Fietje uit _Het +Huis van Commercie_, frisch-blozend en zalig-glimlachend, gansch opgewekt +en als ’t ware geprikkeld en gekitteld van genot. Hij zag en herkende +haar heel duidelijk ondanks het snelle voorbijsnorren; en ook zij zagen en +herkenden hem en schenen met hem te schimplachen; en dat stak hem een +priem in het hart, die heel zijn verderen dag vergalde. + +Trouw en onwrikbaar elken dag bleef hij, als vroeger, met zijn paard en +karretje uitrijden, maar 't was niet meer het Plus-Que-Parfait-spannetje +der schoone jaren. Het paard werd oud, het karretje was niet meer zoo +smetteloos-blinkend onderhouden, 't koetsiertje en Plus-Que-Parfait zelf +zagen er zoo onberispelijk-correct ais vroeger niet meer uit. Langzamerhand +kwam er over het geheel als een waas van moedeloosheid en +versletenheid. Het was alsof Plus-Que-Parfait den zoolang +hardnekkig-volgehouden strijd toch eindelijk zou opgeven. Eens struikelde +het paard over een steen en viel. Dat waren de knieën al die niet meer +deugden. Het dier bezeerde zich vrij ernstig en bleef sindsdien veel +strammer loopen. + +Als het moe werd ging het zelfs hinken en zwollen de knieën. De veearts, +die er eindelijk bij ter hulp geroepen werd, haalde bedenkelijk zijn +schouders op. + +- Versleten, komt niet meer terecht. Beter afmaken en 'n ander koopen, +bromde hij. + +Plus-Que-Parfait werd chagrijnig en boos en geloofde daar niets van. Maar +'t kwam zooverre dat het paard zich niet meer neerlei om te rusten, en, +als het eindelijk van afgematheid neerviel, niet meer op kon staan. Toen +moest het wel... Plus-Que-Parfait hield zich goed en wilde geen +ontroering laten merken; maar de tranen stonden hem in de oogen, toen het +arme beest op een wagen werd geladen en naar het paardenslachthuis +heengevoerd. + +Daar stond het karretje nu doelloos in de remise, uit oude, zorgzame +gewoonte, naast het eertijds zoo glimmend-gepoetste harnas, nog onder +een wit dekzeil tegen stof beschermd. Het heette dat Plus-Que-Parfait +zich wel spoedig een nieuw paard zou aanschaffen. Maar de dagen, de +weken, de maanden verliepen en Plus-Que-Parfait schafte zich geen nieuw +paard aan. + +Nu hij niet meer uit kon rijden ging hij soms korte wandelingetjes te +voet maken. Daar vond hij echter geen de minste bekoring in. Hij liep +maar even zonder doel langs achterwegen om het dorp heen en al heel gauw +was hij weer thuis en ging dan machinaal in den leegen stal en de +somberig-kille remise rondslenteren. Daar scheen hij iets te zoeken wat +niet meer te vinden was. + +Hij keek en speurde langs de naakte, stille muren, hij snoof de vage, +muffe lucht van leer en ammoniak op, die daar nog te hangen scheen; hij +tilde even 't dekzeil van de dogcart op en bevoelde de kussens; hij +haalde de zweep uit den koker en klopte eens met de vingerknoksels op de +spaken van de wielen,... maar neen, 't was niets meer, het boeide niet +meer, het leefde niet meer, er zat geen fut meer in die oude dingen. Met +strak gefronste wenkbrauwen kwam hij al gauw weer buiten en slenterde +zijn verveling en zijn levens-doelloosheid naar 't kroegje van den +oud-veldwachter toe. + +Daar kon hij dan lange, lange uren blijven zitten, wrokkig-stug +pijprookend en borrels drinkend, soms heftig afgevend op het Barontje en +meneer François en al de andere verraders van het dorp,... soms uren +lang, roerloos en sprakeloos, met strak-starende oogen, verdiept in +somber-nijdige gepeinzen. Hij zag er oud uit en vervallen, de koonen +rood-en-paars-gevlamd van alcoholuitslag onder de rimpelhuid der +waterzakkerige oogen; en zijn mond, die tandeloos werd, rekte zich scheef +naar omlaag, alsof hij voortdurend hatelijkheden uitbromde. + +Toen werd hij ziek en kwijnde... + + * * * * * + +Verleden week is hij gestorven en begraven... + +Verwonderd hebben vele menschen ervan opgekeken, want velen hadden reeds +vergeten, dat hij nog bestond. + +Maar, toen men wist dat hij werkelijk dood was, is het geweest alsof hij +even weer herleefde. 't Was zoo’n type; de menschen herinnerden zich nog +eens hoe zij hem, jarenlang in zijn eigenaardigen dagelijkschen handel en +wandel hadden gekend; 't was of ze eensklaps heel veel van hem hielden en +zijn dood innig betreurden en velen hebben dan ook zijn begrafenis +bijgewoond. Zelfs 't Barontje en meneer François,--hun vroegere +vijandschap vergetend--zijn gekomen; meneer François te voet en 't en +Barontje in zijn mooie automobiel. + +De mooie auto heeft daar langen tijd vóór 't kerkhof stilgehouden, door +nieuwsgierige straatbengels omringd, terwijl de klokken op den toren +plechtig luidden en de kist met kruis en vanen, naar de groeve werd +gedragen. + +- Oo! als Plus-Que-Parfait dat weten kon, hij zou er in zijn graf van +omkeeren! meenden de menschen. + +Maar zij vonden 't toch heel aardig van meneer François en van 't +Barontje, dat zij wel naar de begrafenis gekomen waren. + + + +NOTEN +* De laatste twee alinea’s aan het einde van hoofdstuk XI zijn dezelfde +als de eerste twee alinea’s van het boek: waarschijnlijk fout gezet. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Plus-Que-Parfait, by Cyriel Buysse + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PLUS-QUE-PARFAIT *** + +***** This file should be named 17336-8.txt or 17336-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/7/3/3/17336/ + +Produced by Johan Boelaert + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/17336-8.zip b/17336-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0f7fdf0 --- /dev/null +++ b/17336-8.zip diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..e5a3478 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #17336 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17336) |
