summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--17336-8.txt2218
-rw-r--r--17336-8.zipbin0 -> 45765 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
5 files changed, 2234 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/17336-8.txt b/17336-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..3bd463a
--- /dev/null
+++ b/17336-8.txt
@@ -0,0 +1,2218 @@
+The Project Gutenberg EBook of Plus-Que-Parfait, by Cyriel Buysse
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Plus-Que-Parfait
+
+Author: Cyriel Buysse
+
+Release Date: December 17, 2005 [EBook #17336]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PLUS-QUE-PARFAIT ***
+
+
+
+
+Produced by Johan Boelaert
+
+
+
+
+
+PLUS-QUE-PARFAIT
+
+DOOR CYRIEL BUYSSE
+
+
+1920
+
+[Noot: de omslag vermeldt het jaar 1920 als uitgavejaar,
+de titelbladzijde het jaar 1919.]
+
+
+I
+
+Plus-Que-Parfait is verleden week gestorven en begraven...
+
+Plus-Que-Parfait is gestorven als slachtoffer der automobiel. Niet dat
+hij in een ongeluk is omgekomen: de ramp, waaronder hij verloren ging,
+was van meer gecompliceerden aard: Plus-Que-Parfait is langzaam aan te
+niet gegaan als moreel slachtoffer van de automobiel.
+
+ * * * * *
+
+Plus-Que-Parfait bewoonde, in een vrij aanzienlijk en fraai dorp, een
+kleine, witte villa, met een nog al mooien tuin. Het was wel geen
+kasteel, zooals daar waar zijn vriend 't Barontje woonde: zelfs geen
+"kasteelken", gelijk de woning van zijn anderen vriend, meneer François:
+maar 't was toch meer dan een gewoon dorpshuis, zooals ze soms bij
+tientallen in de rij der andere huizen staan.
+
+Plus-Que-Parfait's woning stond alleen, midden in een tuintje, en dat gaf
+er iets aristocratisch aan, en wettigde als 't ware Plus-Que-Parfait's
+vertrouwelijken omgang met de twee andere aristocraten der gemeente:
+'t Barontje en meneer François.
+
+Plus-Que-Parfait heette natuurlijk niet Plus-Que-Parfait. Hij droeg een
+anderen naam, doch haast geen mensch in het dorp kende dien naam of was
+hem vergeten, zoo gewend waren ze hem altijd Plus-Que-Parfait te noemen
+en te hooren noemen.
+
+Hij werd Plus-Que-Parfait genoemd omdat alles aan en van hem zoo keurig
+in de puntjes af was. Zijn huisje was klein, maar 't glinsterde, zijn
+tuintje had je in een paar minuten rondgeloopen, maar geen stroohalmpje
+lag op de paden, en op zijn kleeren was geen vlekje noch geen stofje te
+bespeuren.
+
+Dat alles reeds maakte hem Plus-Que-Parfait; maar wat hem nog
+Plus-Que-Plus-Que-Parfait maakte, dat was zijn luxe, de eenige luxe,
+die hij zich, met een nog al schraal inkomen, veroorloven mocht:
+zijn paard en rijtuig.
+
+Hij bezat er maar een: een dogcart!
+
+Een dogcart, zwart-gelakt langs buiten, donkerblauw van kussens en
+fonkelgeel van wielen. Het paard, dat in de gele draagboomen liep, was
+een hooge, bruine baai met glimmende robe, 't harnas blonk als een
+spiegel en in het hoofdstel staken altijd rechts en links, koketterig
+twee roode rozeknopjes, als een gedistingeerde hulde van bewondering en
+liefde.
+
+Daar zat Plus-Que-Parfait als op een troon van glorie, met een knechtje
+naast zich.
+
+Plus-Que-Parfait lang, mager, fiks, correct, met de teugels in de
+bruin-geschoeide handen en de lange, fijne zweep rechtop aan zijn zijde.
+Het knechtje schraal, klein, ineengedrongen, het bleek gelaat bijna
+onzichtbaar onder de ronde, stijve, donkere livrei-pet, met geel biesje
+en vergulde knoopen. Zij reden door het dorp, Plus-Que-Parfait
+strak-groetend met zijn zweep, het knechtje roer- en als het ware
+levenloos, gelijk een verschrompelde mummie.
+
+Zij reden naar de andere dorpen, zij reden naar de stad, zij reden
+voorbij het kasteel van 't Barontje en voorbij 't "kasteelken" van meneer
+François. Zij reden elken dag, om zich te vertoonen, om te genieten van
+de naar het hoofd stijgende glorie hunner ongëevenaarde
+Plus-Que-Parfaitheid, De menschen keken hen na, staakten hun werk
+op den akker, bleven staan langs de straten, 't was een genot
+van alle oogenblikken, een dagelijksche triomftocht, die soms eindigde
+in een soort apotheose wanneer zij onderweg de rijtuigen van ’t Barontje
+en meneer François ontmoetten en zoo met hun drieën achter elkaar,
+in 't avondgoud der ondergaande zon, in 't geglinster der paneelen en
+'t getrappel van de hoeven, tusschen de dreunende huizen huiswaarts
+keerden.
+
+ * * * * *
+
+'s Avonds, elken avond, geregeld als de gang van een klok, ontmoetten zij
+elkaar dan weer tusschen acht en negen, in _Het Huis van Commercie_, de
+voornaamste en deftigste herberg van het dorp. Plus-Que-Parfait en meneer
+François waren vrijgezellen, het sprak dus van zelf dat die hun avonden
+in de herberg doorbrachten.
+
+Maar 't was toch wel te begrijpen, dat ook 't Barontje er geregeld kwam;
+zijn vrouw had den naam erg capricieus en lastig te zijn; zijn
+schoonzuster, die 't gansche jaar bij hem inwoonde, hopeloos saai en
+zeurig.
+
+De avonden op 't kasteel moesten soms gruwelijk vervelend zijn, zoodat
+'t Barontje er maar liefst van door ging, om zich ongedwongen en gezellig
+bij zijn trouwe vrienden aan te sluiten.
+
+Daar zaten zij hun drieën aan een tafeltje, in de ruime, slechtverlichte
+en doorrookte koffiehuiskamer, meestal alleen met kroegbaas, vrouw en
+dochter, een enkele maal ook wel met een of anderen dorpsheer, die even
+bij hen toegelaten werd, maar dien zij toch altijd min of meer uit de
+hoogte behandelden, en desnoods op een afstand hielden, zoodra hij maar
+eenige neiging toonde om wat familiaar te willen doen. Zij speelden
+hoegenaamd geen enkel spel, zooals meestal de andere dorpsnotabelen wel
+deden; zij praatten maar en rookten onophoudend, en hoe 't gesprek ook
+aangevangen werd en zich ontwikkelde, altijd en altijd liep het tenslotte
+op het zelfde thema uit: de paarden!
+
+Nooit geraakten zij daarover uitgepraat.
+
+Iederen avond kwamen zij aanzetten met hun wederzijdsche hippysche
+ervaringen van den dag en dat was altijd weer iets nieuws en dat was
+altijd weer het zelfde.
+
+'t Barontje, die drie paarden had, wist natuurlijk het meest te
+vertellen.
+
+Dat was dan ook een door de twee anderen eerbiedig erkend voorrecht. Zij
+luisterden gewetensvol en gewichtig en waagden 't niet te onderbreken,
+zoolang 't Barontje aan 't verhalen was.
+
+'t Barontje was een nietig ventje van een zestigtal jaren, een onnoozel
+gezicht met verwonderde oogen, een gezicht dat altijd in dezelfde dwaze
+lachplooi stond, alsof het aanhoudend de grappigste dingen bijwoonde. Wat
+het Barontje vertelde klonk dan ook altijd als een scherts, zelfs als hij
+ernstig en gewichtig wilde doen. Zoo had hij geen voornaam voorkomen en
+ook in zijn kleedij was hij vrij slordig, heel wat minder in de puntjes
+dan zijn vriend Plus-Que-Parfait. Maar over hem was het prestige van zijn
+naam, zijn titel en fortuin en dat was wel voldoende om hem op zijn
+eerste plaats te handhaven.
+
+Meneer François, die twee paarden bezat, vertelde als 't Barontje zweeg.
+
+Hij was kort van gestalte en nog al zwaarlijvig, met vierkantbreede
+schouders en een ingedrongen hals, waarover 't blonde krulhaar in zijn
+nek opkroesde. Hij had fletsblauwe vischoogen, die strak en waterig
+stonden achter het lorgnet, en als het zoo omstreeks tien uur begon te
+worden, kregen zijn verhalen doorgaans iets haperigs en onduidelijks,
+alsof hij niet goed meer zijn woorden kon vinden. Ook hij leek nooit
+buitengewoon keurig in zijn kleeren, en er was iets bijzonder griezeligs
+aan hem: een akelig-lange nagel aan zijn linkerpink, waarmee hij
+coquetteerde en dien hij geregeld begon schoon te maken en te poetsen,
+eenmaal als het om en bij tien uur werd en er iets neveligs en verwards
+in zijn verhalen kwam.
+
+En zoo was het tenslotte Plus-Que-Parfait, die slechts één paard bezat en
+een gering vermogen had, verreweg de elegantste en meest correcte van de
+drie: lang en slank van gestalte, met grijzende snor, 't gezicht vrij
+stug en grimmig, als leefde hij in stil-aanhoudende verbolgenheid over
+een noodlot, dat hem materieel ondergeschikt maakte aan de twee anderen;
+trotsch niettemin, geweldig trotsch op wat hij toch nog was en had en kon
+bereiken: een soort verwoeste donquichotte-type, elk oogenblik klaar om
+over hersenschimmige kleineering wraak te nemen.
+
+Zij zaten daar, en sneden tegen elkander op, onder het rooken en
+drinken van glazen bier en borrels, en als er niemand anders in de
+herberg was voor wie zij konden geuren, dan snoefden en geurden en sneden
+zij op voor den baas en de bazin en voornamelijk voor Fietje, de dochter.
+
+De herbergier en zijn vrouw waren twee boersche, plompe lui, maar Fietje
+was een juffertje, een nufje, de elegante van het dorp.
+
+'t Gezicht was niet bepaald mooi, een beetje zuur en zeurig, met te
+kleine oogjes en te dunne lipjes, maar zij had wel een goed figuur, fijn
+en lenig, en zij had ook allure, zoo'n manier van zich te houden en te
+bewegen die de boeren ergerlijk aanstellerig vonden, maar die,
+daarentegen, de drie oude heeren heimelijk in verrukking bracht. Fietje
+was zoo'n beetje voor hen als een steedsche oase in de woestijn van 't
+buitenleven en 't had ook waarde omdat zij daar de eenige van haar soort
+was en daarbij tot een stand behoorde, waar zij zelven gansch vrij en
+ongegeneerd mochten mee omgaan. Vooral wanneer Fietje op haar best
+gekleed te voorschijn kwam, met hoed en voile en mantel, was het,
+uiterlijk, een dame, absoluut een dame, en--maar dat wisten ze voor
+elkaar wel te verzwijgen--meer dan eens reeds was 't gebeurd dat, èn 't
+Barontje, èn meneer François èn zelfs Plus-Que-Parfait haar ergens
+onderweg in hun rijtuig oplaadden en er een heel eindje mee rondtoerden.
+Daar bleef het trouwens bij: Fietje was slim genoeg om geen domme dingen
+te begaan, en de drie oude heeren vroegen ook al niet veel meer dan wat
+met haar te mogen geuren, zoodat door-gaans wel-ingelichte, ernstige
+menschen met grond van waarheid mochten beweren, dat het niets dan vuige
+laster was wanneer verteld werd,--want dat werd wel eens verteld--dat
+Fietje, voor bewezen diensten, nu eens van 't Barontje een nieuwen hoed,
+of van meneer François een bont, of van Plus-Que-Parfait een paar
+handschoenen cadeau gekregen had.
+
+
+
+II
+
+Zoo ging dat leventje dag in dag uit zijn gang en alles deed vermoeden
+dat het zoo nog lange jaren door kon blijven duren, toen, op zekeren
+avond, het Barontje gansch ontsteld en opgewonden in _Het Huis van
+Commercie_ aankwam en daar een gecompliceerd en akelig verhaal begon te
+doen, waarvan de anderen eerst niets begrepen.
+
+In den frisschen winterochtend was 't Barontje, als naar gewoonte, met
+zijn tweespan uitgereden. De paardjes draafden er lustig op los. De
+schimmel, die rechts liep, en een wijs, bezadigd beest was, hield er de
+regelmaat in, die anders wel eens door den wispelturigen vos kon gestoord
+worden. Het vroor, de lucht was helder, met blauwachtige nevels in de
+verten en de vlugge hoeven klepperden pittig op het hard plaveisel,
+terwijl de wielen ratelden. De schimmel, die reeds oud en bijna wit van
+robe was, leek, in het winterlandschap, als een onbewogen sneeuw- of
+ijspaard, maar de warme rug van 't vurig vosje glom en dampte, en door
+zijn rood-opengesperde neusgaten, blies het zijn forschen adem in twee
+grijze rookkolken, als de uitlaat van een stoommachien. Blijkbaar was het
+beest gekitteld door de prikkelkoude lucht en 't Barontje had af en toe
+wel last om het behoorlijk onder tucht te houden.
+
+Eensklaps, langs een langen, rechten weg tusschen twee bevroren slooten,
+hoorde 't Barontje, ver achter zich, een dof maar woest gedruisch opgaan.
+Schichtig keek hij om, zag ginder in 't verschiet over den weg iets
+zwarts aankomen, dat griezelig snel scheen te naderen.
+
+- Wat és dat! riep 't Barontje tot zijn lakei, die naast hem zat. Maar
+hij kon naar 't antwoord niet goed luisteren, hij had alle moeite om den
+vos, die verschrikt begon te wippen en te springen, in te toomen en
+steeds naderde sneller en sneller het helsch gevaarte, in toenemend
+gedreun en gedruisch. De strak gespannen teugels trilden in 's Barontje's
+knellende handen, hij had bijna geen kracht genoeg om ze te houden, en
+moest zich met zijn beide voeten schrap zetten tegen de voorplank, want
+ook de oude, anders altijd wijze schimmel deed nu zenuwachtig-opgewonden:
+en plotseling was 't of beide dieren gek werden: gestrekt als schichten
+schoten zij op hol, zóo onverwacht en geweldig, dat ze 't Barontje van
+zijn zitplaats hadden weggerukt, indien de lakei hem niet met plotsen,
+forschen greep bij den linkerarm had vastgehouden.
+
+'t Barontje gilde. Hij gilde als krankzinnig, zijn beide handen om de
+leidsels heen geklemd, op en neer schokkend gelijk een dolle pop in 't
+hotsebotsend rijtuig: en meteen bralde hij onsamenhangende verwenschingen
+uit: cochons! saligauds! smeirlappen! hoewel het helsch gevaarte nu ver
+achter hem gebleven was en hij er zelfs niets meer kon van zien of
+hooren. Zijn hoed vloog af, hij greep er naar, zonder hem te vatten en
+tegelijkertijd was 't alsof de bliksem krakend over het tweespan
+neersloeg: de paarden sprongen op zij en vielen in een sloot, waarvan het
+ijs uiteenbarste, terwijl Barontje, knecht en rijtuig met de spartelende
+dieren in het gruwelijk koud water neerplonsden.
+
+Een boerderij stond daar vlak in de buurt en menschen kwamen ter hulp
+gesneld. Ook het duivelstuig, dat de paarden had doen schrikken, naderde,
+in orkanisch lawaai, maar nog vóór het bij hen kwam, was 't Barontje,
+druipend als een slijkhond uit de sloot gesprongen en brulde razend, met
+heesche keel,: " Sloebers! Smeirlappen! Cochons! Cannailles!
+Arrètez-les!" terwijl hij met wijd-uitgestrekte armen midden op den
+weg ging staan, om ze tegen te houden.
+
+Het monsterding had stilgehouden, maar bleef inwendig voortdreunen en
+stompen en ploffen. Twee mannen met neergetrokken petten en groote
+brillen zaten er als duivels in verborgen, en een van hen, groot en
+forsch van gestalte, kwam woedend naar 't Barontje toe en vroeg hem op
+dreigenden toon en met geknelde vuisten wat er scheelde en waarom zij
+uitgescholden werden.
+
+'t Barontje stotterde, wist niet goed wat geantwoord, herhaalde slechts,
+bevend en bibberend, dat ze zijn paarden hadden doen schrikken; dat hij
+de burgemeester der gemeente was, dat hij hun naam wilde kennen en zij de
+schade aan paarden en rijtuig zouden betalen.
+
+Een spotlach sloeg 't Barontje in 't gezicht en voor alle antwoord steeg
+de forsche kerel weer in zijn duivelstuig, dat plotseling als dol begon
+te ploffen en te razen en letterlijk op het Barontje en de boeren die hem
+ter hulp stonden, afsprong.
+
+Met een angstgil vlogen zij uit elkaar, terwijl het monsterding, in rook
+en vlammen en walmen gehuld, verder den weg op stoof.
+
+Dat was de eerste kennismaking van 't Barontje met het toen pas ontstane,
+nieuw vervoermiddel, waarvan hij reeds vagelijk gehoord had, maar ervan
+gehoord als van iets onzinnigs, als van een gekken-uitvinding, die zeker
+nooit in de praktijk en in elk geval nooit op zijn rustig, ouderwetsche
+dorp zou komen.
+
+
+
+III
+
+Toen het Barontje dus dien avond bij zijn vrienden in _Het Huis van
+Commercie_ kwam, hadden dezen natuurlijk al lang van het geval gehoord,
+maar toch trilden zij van nieuwsgierigheid en ontroering, om alles nog
+eens uit zijn eigen mond te vernemen.
+
+'t Barontje was dan ook zelf nog gansch onder den indruk en ziedend van
+woede, omdat de boeven, zooals hij ze noemde, ongestraft ontsnapt waren.
+Hij had den veldwachter last gegeven ze aan te houden als ze nog terug
+kwamen, doch die maatregel voldeed 't Barontje maar half wijl hij nu bij
+ondervinding wist dat 't niet zoo makkelijk ging. Er moesten krassere
+middelen getroffen worden.
+
+- 'k Zoe z' omverre schieten! riep eensklaps Plus-Que-Parfait met een
+vuistslag op tafel.
+
+Meneer François knikte goedkeurend. Dergelijke schurken hoefden niet
+gespaard te worden. Ook de kroegbaas, zijn vrouw en Fietje, die zich in
+het gesprek mengden, waren 't daar heelemaal mee eens. Alleen 't
+Barontje, als wettelijk hoofd der gemeente, voelde eenige aarzeling.
+
+- We moèn toch zien da w' in 't kot nie'n geroaken, meende hij.
+
+- Steekt de sloebers zelf in 't kot viel de herbergier plomp-lachend in.
+
+'t Barontje werd even ongeduldig. Hij kon den familiaren toon van den
+boerschen herbergier en zijn vrouw nooit goed uitstaan. Alleen Fietje
+mocht altijd, als ze wilde, meepraten. Hij begon tegen zijn vrienden
+Fransch te spreken, om de anderen uit het gesprek te mijden; en even
+zaten zij daar met hun drieën rond het tafeltje, de kwaadaardig-roode
+koppen naar elkaar geneigd, de wenkbrauwen gefronst, in gewichtig,
+zenuwachtig-opgewonden redeneering verdiept.
+
+Het duurde lang, heel lang, vooraleer ze 't over een vast te stellen
+gedragslijn heelemaal eens waren. Meneer François en 't Barontje moesten
+zichzelven herhaaldelijk, met flinke borrels, moed inpompen, en zelfs
+Plus-Que-Parfait, die in zijn correctheid anders nog al sober was, liet
+meer dan eens Fietje met haar flesch naar hem toe komen. Eindelijk was 't
+gevonden! Behalve de veldwachter, die scherp moest toezicht houden en
+alom over de wegen patrouilleeren, zouden de drie heeren voorloopig elken
+ochtend, op jacht naar den vijand, met hun drie rijtuigen achter elkaar,
+samen uitrijden. Ze zouden gewapend zijn met revolvers en geweren en,
+zoodra de vijand verscheen, met zachtheid of geweld hem den weg
+versperren en hem tegenhouden. Zij waren niet bang: zij hadden drie
+rijtuigen tegen één auto en, met hun knechten inbegrepen, zes mannen
+tegen twee! De schurken mochten nog eens komen: ze zouden flink ontvangen
+worden!
+
+
+
+IV.
+
+Zoo werd gedaan. Dag aan dag, op vaste uren, zag men het drietal er van
+door trekken. Vooruit reed 't Barontje, met zijn phaëton en twee paarden;
+daarna meneer François, nu eens met één paard, dan ook wel eens met een
+tweespan; en Plus-Que-Parfait sloot de rij, roerloos-fiks en correct in
+zijn dogcart, naast zijn nietig knechtje. Het was een heele opschudding,
+de eerste keeren, de gansche straat stond uit, half bang, half
+grinnikend. Wat zou er wel gebeuren als eens plotseling een van die
+griezelige duivelstuigen kwam aansnorren? Een woest gevecht met pistool
+en geweerschoten? De menschen ijsden ervan. Maar de dagen verliepen en
+nooit gebeurde er iets; de heeren kwamen terug zooals ze vertrokken en
+die dagelijksche optocht werd wel eenigszins belachelijk, vooral toen de
+veldwachter, die rusteloos over de wegen werd vooruitgestuurd, weldra in
+oproerige opwinding geraakte en zich niet geneerde om te verklaren, dat
+die heeren stapelgek geworden waren en hij er het baantje zou aan geven
+als het zoo nog lang moest blijven duren. De boeren hadden daar heimelijk
+pret om, zij onthaalden den veldwachter op borrels, met het gevolg dat
+hij al spoedig dronken werd en er dan maar brallend liep op los te
+schelden en te vloeken en ten slotte elken middag waggelend, onder het
+spotgejoel der straatjeugd in het dorp terugkwam.
+
+Trouwens, die heeren zelven, begonnen weldra het belachelijke en ook het
+ongezellige van hun onderneming in te zien. Zij waren telkens blijde
+wanneer zij, van de spottende blikken verlost, uit de dorpskom kwamen; en
+hun ritjes, die zij anders zoo aardig vonden, hadden voor hen alle
+bekoring verloren, nu zij, om zoo te zeggen aan elkaar gebonden waren. Er
+was niets geen verrassing meer in, de een volgde maar sjokkend op de
+andere, als in 't leibandje gehouden: zij waren hun vrijheid en
+individueele fantasie kwijt, want de een kon immers nooit iets doen, dat
+niet door de anderen opgemerkt en misschien wel afgekeurd zou worden. Het
+sterkst liet zich dat voelen op een ochtend, toen zij eensklaps, in 't
+volle veld, verre van menschen en huizen, Fietje over den steenweg vóór
+zich uit zagen loopen. Fietje haastte zich blijkbaar naar het
+stationnetje toe om den trein te halen en de gelegenheid was als geknipt
+om haar zoo maar dadelijk op te laden.
+
+'t Was of de paarden van 't Barontje van zelf even ophielden: en Fietje
+ook, glimlachend, groetend, werd als 't ware magnetisch tot den phaëton
+aangetrokken. Maar het Barontje durfde niet, ter wille van de twee
+anderen, die ook op hun beurt niet durfden ter wille van ’t Barontje; en
+alle drie voelden zich zóó vernederd en chagrijnig onder de verbaasde en
+teleurgestelde blikken waarmee Fietje hen nakeek; allen hadden zóó
+geweldig innerlijk het land aan elkaar, dat ze den ganschen verderen
+ochtend geen woord wisselden en totaal ontstemd en nurksch tegen den
+middag in het dorp terugkwamen.
+
+Doch daar gebeurde nog 't vernederendst van al, inzonderheid voor het
+Barontje: eensklaps, terwijl de rijtuigen om den boek der Groote
+Dorpsstraat heendraaiden, weerklonk in de verte, dichtbij het plein, dat
+zwart van menschen stond, een luidsnorrend geraas; en dát, wat de drie
+heeren al sinds weken langs de wegen vruchteloos zochten: een van die
+afgrijselijke monstertuigen, die menschen en dieren schrik aanjaagden,
+een auto, kwam op hen afgestoven.
+
+Met een ruk hield 't Barontje zijn tweespan in en stak met een dreigenden
+zwaai een hand in de hoogte. Meneer François was al vast van zijn bok
+gesprongen en Plus-Que-Parfait, de teugels aan zijn knechtje
+overhandigend, bukte zich naar het taschje, waarin zijn revolver zat.
+
+- Au nom de la loi, arrétez! gilde de krijschstem van 't Barontje,
+
+De paarden trappelden en snoven: de lakei, die ze bij de gebitten
+vasthield, kon ze met moeite in bedwang houden. Heel langzaam,
+voortdurend nog zijn vaart vertragend, kwam de auto, tusschen een
+dubbele rij, als in schrik verstomde en versteende nieuwsgierigen, aan.
+
+'t Was niet dezelfde als de eerste maal. Het was een grootere en ook een
+Mooiere; maar evenals de eerste, was hij slechts bezet door twee mannen,
+onkenbaar vermomd onder neergetrokken petten en enorme stofbrillen.
+- Au nom de la loi, arrétez! herhaalde met heesche stem het Barontje, bleek
+als een lijk.
+
+De auto stopte, vlak vóór de trippelende paarden. De man, die aan het
+stuur zat, nam pet en bril af; en 't flink en knap gezicht, dat daar van
+onder kwam, lachte 't Barontje kalm en grappig aan, terwijl een frissche
+stem helder opgalmde:
+
+- Héhé, mon oncle, vous voulez donc nous mettre en prison!
+
+Een kreet was door de menigte opgegaan; gevolgd door een
+uitbundig-vroolijk gelach. En inderdaad: de knappe, jonge man,
+die in de auto zat, was niemand anders dan 't Barontje's eigen neef,
+zeer goed bekend op 't dorp en wonend enkele uren daar vandaan, op
+het kasteel van een andere gemeente, waar hij ook burgemeester was.
+
+'t Barontje wist zich bijna goed te houden. De onverwachte ontmoeting
+bracht hem zoo reddeloos en zoo totaal van streek, dat hij even niets
+meer deed en niets meer zei. Zijn zotte oogjes spalkten zich wijd open en
+zijn mond bleef gapen, zonder een klank te uiten.
+
+Hij glimlachte, waarachtig, met zijn gewoon onnoozel en verwonderd
+Lachje; hij drukte de hand van zijn neef, die naar hem toegekomen was en
+vroeg hem, als om iets te vragen, of hij op 't kasteel zijn tante had
+bezocht, waarop de vriendelijke jonge man bevestigend antwoordde.
+'t Barontje betuigde zelfs even belangstelling voor de auto, dat
+gruwelding, op welks vernietiging hij dagen lang te velde trok; en
+ten slotte stelde hij zijn beide vrienden voor: meneer François, die
+plomp en boersch zijn hoed afnam, en Plus-Que-Parfait, de eenige die
+niet uit zijn lood geslagen was en nog al sec teruggroette.
+
+Zoo stonden ze daar enkele oogenblikken, omringd door de
+oolijk-grinnikende en gonzende volksmassa en toen liet de jonge man
+beleefdheidshalve eerst de rijtuigen vertrekken, waarna hij zelf weer
+aanzette, in geplof en geraas, onder het vroolijk-opgalmend gejoel van
+twintigtallen meehollende straatbengels.
+
+Zij werden al gauw achterwege gelaten, maar toen zij terugkeerden hadden
+zij den veldwachter in hun midden, stomdronken, waggelend over de
+gansche, breedte van de straat, waar bij, beslijkt en nat, af en toe in
+de riolen struikelde en neerplofte. Hij had de auto gezien en riep
+aanhoudend, met dronkemanshalsstarrigheid: Vivat de auto! Vivat de auto!
+En zoo geëscorteerd, door 't joelende gepeupel, strompelde hij tot aan
+'t Gemeentehuis, om daar aan 't Barontje zijn verslag in te dienen,
+beweerde hij: zijn verslag dat hij de auto gezien had en dat al de
+menschen in het dorp voortdurend riepen: Vivat de auto! Vivat de auto!
+
+Maar noch 't Barontje, noch meneer François, noch Plus-Que-Parfait waren
+ergens meer te zien.
+
+
+
+V.
+
+Dat was de laatste, gezamentlijke tocht van de drie heeren. Na dien dag
+reden zij weer ieder voor zichzelf uit en van de auto-jacht en –arrestatie
+werd niet meer gesproken. En feitelijk bleef er maar één slachtoffer
+in de geheele zaak: de veldwachter die er zijn baantje bijinschoot. Hij
+was zulk een verstokte dronkaard geworden en hij had 't Barontje en die
+andere heeren door zijn schandalig optreden zóó geërgerd en beleedigd,
+dat zij hem niet langer als beambte konden of wilden dulden.
+
+Met Nieuwjaar werd hij afgedankt en op een klein pensioen gesteld. Het
+kon hem trouwens weinig schelen; hij had er al lang genoeg van, beweerde
+hij; en hij ving dadelijk een zaakje aan: een kruidenierswinkeltje met
+herberg, waarvan hij ook terstond een van de beste klanten werd. Hij
+bracht er nog een schalksche aardigheid bij te pas: hij doopte zijn
+vunzig kroegje _In de Auto_ en beweerde er vast op te mogen rekenen dat
+de drie heeren voortaan Fietje's herberg wel zouden verlaten om bij hem,
+als trouwe stamgasten, hun dagelijksche _stamenee_ te komen houden.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen scheen het wel of er langzamerhand iets in de wereld aan 't
+veranderen was. Er kwamen al meer en meer van die duivelstuigen langs de
+wegen; zij werden mooier en maakten veel minder gedruisch; de menschen,
+en zelfs de dieren gingen er van lieverlede aan wennen en in den geest
+van de bevolking kwam weldra belangstelling en zelfs bewondering in de
+plaats van haat en afkeer, terwijl het vage, nog onuitgedrukt verlangen
+van menigeen was: O, mocht ik daar toch eens in meerijden!
+
+Aldus o.a. Fietje, uit _Het Huis van Commercie!_ Haast geen avond ging
+voorbij of Fietje begon er weer over: " O! da 'k ik ne rijken hiere woare
+gelijk gulder, dá zoe 'k toch euk moeten hen ". En geestdriftig ging ze
+daarop door: ze was in de stad geweest, zij had daar meer en meer van die
+auto's gezien: en zulke schoone! en zulke zachte!... en er waren er zelfs
+waar dames in zaten, ja, waarachtig, jonge, mooie dames, zoo met
+eigenaardige hoedjes en gekleurde voiletten over hun hoofd: en dat stond
+toch zoo lief en verrukkelijk! O! Fietje was er dol op: ze kreeg er 't
+water in haar mond van beweerde zij, zóó groot was haar verlangen, haar
+hopeloos verlangen om daarin ook eens mee te mogen rijden.
+
+Die heeren zaten op hun ongemak onder zulk een hartstochtelijken vloed
+van verzuchtingen. Hun haat tegen het nieuw vervoermiddel bleef stug en
+onveranderd, maar van een anderen kant vonden ze 't heel naar, dat ze
+Fietje dit genoegen niet konden schenken: en nog veel naarder vonden ze
+'t, dat Fietje nu niet het minste genot meer scheen te vinden in de
+rijtoertjes waarop zij haar, stiekum voor elkaar, af en toe weer
+trakteerden, terwijl het reeds een paar keer gebeurd was, dat Fietje
+gewoonweg, en niet zonder een greintje minachting, voor de eer bedankte,
+en beweerde, dat ze net zoo graag te voet ging.
+
+- C'est comme ma femme, schoot het Barontje op een avond verontwaardigd
+uit zijn slof. Si j'en croyais ma femme j'achéterais une auto dès demain!
+
+Die beide andere heeren schrikten. Zou het dan toch waar zijn, wat sinds
+een tijdje in 't geheim verteld werd dat mevrouw de barones absoluut een
+auto wilde en dat 't Barontje, met of tegen dank, er wel eindelijk, en
+waarschijnlijk nog wel vroeger dan hij dacht, zou moeten aan gelooven.
+
+Meneer François zei niets en dronk met gezwollen gezicht van zijn
+Borrel; maar Plus-Que-Parfait nam de gelegenheid te baat om eens en voor
+altijd, nijdig en krachtig, met een vuistslag op de tafel, te verklaren
+dat, wat er ook gebeurde, en al was hij de eenige en de laatste van de
+gansche wereld, hij nooit van zijn leven een voet in een van die smerige
+stinktuigen zou zetten.
+
+
+
+VI
+
+Er was geen twijfel meer mogelijk. 't Barontje, door zijn vrouw gepraamd,
+en misschien ook wel door men wist niet welke geheime neiging aangestuwd,
+ging zich een auto aanschaffen!
+
+Er werd met volle zekerheid verteld, dat zijn paarden en spullen te koop
+waren en dat zijn koetsier al vast twee keer in de week naar de stad ging
+om het chauffeursvak te leeren.
+
+Een woelige explicatie met zijn vrienden had in _Het Huis van Commercie_
+plaats gehad: meneer François had er slechts op gezinspeeld, maar
+Plus-Que-Parfait had het hem, vlak op den man af, gevraagd; en
+'t Barontje had ja noch neen gezegd, en juist omdát hij ja noch
+neen zei, hadden zij duidelijk genoeg begrepen wat er van aan was en hem
+- vooral Plus-Que-Parfait, hun verontwaardigde verwijten niet gespaard.
+
+'t Barontje was even heel boos geworden.
+
+- Elkendeen es toch zeker wel miester van te doen wat dat hij wilt! had
+hij trillend uitgeroepen.
+
+Meneer François had daarop sprakeloos, met gezwollen gezicht, zijn
+borrel leeg gedronken, maar Plus-Que-Parfait was opgestaan en plotseling,
+zonder woord of groet, als in verklaarde vijandschap, vertrokken.
+
+
+
+VII
+
+'t Kasteel van het Barontje was een mooi kasteel. 't Was mooi vooral door
+'t prachtig-uitgestrekte park vol reuzen van boomen, dat er omheen lag,
+doch het had één gebrek: het zat diep in de bebouwde akkerlanden
+weggedoken en was slechts door een mulligen, langen zandweg aan den
+grooten, geplaveiden verkeersweg verbonden.
+
+'s Zomers was dat nog zoo erg niet, hoewel lastig voor de paarden, want
+men waadde er diep door 't zand. Maar 's winters was het dikwijls niet te
+doen door modderplassen en vieze wagenspoorgeulen; en, voornamelijk voor
+mevrouw de barones, bleef het een durende ergernis, dat haar mooie
+rijtuigen toch nooit anders dan beslijkt en nat met haar heen en weer
+konden komen. Herhaaldelijk was er dan ook sprake van geweest, dat die
+ellendige weg eindelijk eens goed geplaveid of gegrint zou moeten worden;
+doch alleen 't Barontje had daar feitelijk belang bij; en tot nog toe,
+ondanks het sterk aandringen van zijn vrouw, was hij er nooit, in den
+gemeenteraad, officieel mee voor den dag durven komen. Hij vreesde
+ontstemming en impopulariteit van wege zijn ondergeschikten, een
+ontstemming, die zich wel eens door een nederlaag in de eerstvolgende
+verkiezingen zou kunnen wreken, en hij wachtte en tobde maar, loerend op
+een gunstig oogenblik, gesard en geprikkeld door zijn vrouw, nu eens
+durvend en dan weer niet durvend, zoodat het bleef hangen en sleepen,
+zonder tot eenig resultaat te komen.
+
+Zoolang echter 't Barontje slechts paarden en rijtuigen voerde kon de
+weg, hoe ellendig ook, wel gebruikt worden; doch met een auto werd het
+eenvoudig onmogelijk. Die zou er in 't zand of in 't slijk blijven steken
+en er door eigen krachten nooit meer uitkomen. De vraag of het Barontje
+al of niet een auto zou koopen en gebruiken, was geheel en al afhankelijk
+van de vraag of de landweg die naar zijn kasteel leidde al of niet met
+grint of steenen of hoe dan ook hard geplaveid zou worden.
+
+Dat wist meneer François, dat wist Plus-Que-Parfait, dat wist Jan en
+alleman in 't dorp, en iedereen wachtte, met oolijk verlangen, hoe 't
+Barontje het nu wel aan boord zou leggen om dàt te bekomen wat hij
+wenschte en volstrekt noodig had.
+
+ * * * * *
+
+De dorpsgemeenteraad bestond, behalve 't Barontje, meneer François en
+Plus-Que-Parfait, verder alleen uit boeren. Hij telde elf leden, 't
+Barontje en de heeren inbegrepen en had voor vaste gewoonte, altijd en
+in alles, den zin van 't Barontje te volgen. Mocht er soms een neiging
+tot verschil van opinie voorkomen, dan ging 't Barontje even met meneer
+den pastoor spreken en alles kwam direct op orde. Doch nu in dit geval,
+was het zoo duidelijk en zoo absoluut een zaak van persoonlijk belang,
+dat meneer de pastoor, toen 't Barontje hem daarover ging onderhouden,
+zijn ernstige bezwaren niet bedwingen kon en geen stellige belofte durfde
+geven, dat hij 't Barontje onvoorwaardelijk hierin steunen zou. Hij
+raadde hem liever aan zijn vrienden en medeleden eens voorzichtig over
+de aangelegenheid te polsen en zijn verdere handelswijs eenigszins
+daarnaar te schikken.
+
+'t Barontje aldus door den behendigen pastoor met een kluitje in 't riet
+gestuurd, ging aan 't prakkizeeren hoe hij dat "polsen" wel zou kunnen
+aanpakken. Hij was niet zeer vindingrijk van geest, en ook niet bizonder
+slim of handig; hij begon er zoo een paar keeren over, met die heeren,
+zoo van heel héél verre, terwijl ze samen in _Het Huis van Commercie_
+zaten, maar zonder eenig succes, want meneer François leek bepaald te
+plomp van brein om de bedoeling te snappen, terwijl Plus-Que-Parfait, die
+anders sluw genoeg was, zich van den domme hield, en trouwens in 't
+onderwerp van 't gesprek aanleiding vond, om nog eens kras en nurksch
+zijn gloeienden haat tegen het nieuw vervoermiddel te luchten. Dat vlotte
+dus hoegenaamd niet en 't Barontje keerde telkens onverrichterzake en
+chagrijnig op 't kasteel terug, waar mevrouw de barones hem op een meer
+dan zuur gezicht onthaalde. Er vielen zelfs onaangename woorden, 's
+avonds als zij alleen in hun kamer waren. Mevrouw verweet hem vrij kras
+zijn onbenulligheid, waarop 't Barontje vinnig riposteerde of zij het
+wellicht beter kon; waarop mevrouw de barones snibbig van ja antwoordde,
+dát ze 't werkelijk beter kunnen zou; waarop 't Barontje nog eens
+repliceerde, dat ze 't zaakje dan maar zelf moest aanpakken; waarop
+mevrouw uitdagend riep dat ze 't ook zóu aanpakken; waarop 't Barontje
+haar verwoed den rug toekeerde en zei dat zij 't dan ook maar doen moest
+en dat hij zelf er zich absoluut in 't geheel niets meer van aantrok.
+
+Soortgelijke standjes gebeurden wel meer op 't kasteel; het ging er soms
+nogal luidruchtig toe, zoo, dat de bedienden het hoorden; en dat lekte
+dan wel eens uit tot in 't dorp, voornamelijk uit den mond der kamenier,
+die vertelde dat meneer en mevrouw op zulke avonden als den dubbelen,
+Oostenrijkschen arend te bed lagen; 't is te zeggen met den rug náár
+elkaar en met het aangezicht ván elkaar afgewend. Die spreuk was in 't
+dorp bekend; en niet zelden als't Barontje er wat chagrijnig en mevrouw
+er wat zuur uitzag, terwijl ze toch samen in hun rijtuig door de straten
+reden, werd er met leedvermaak stil-grinnikend gefluisterd:
+
+- 't Hé nog ne kier den dobbelen-oarend geweest, gister oavend!...
+
+Dat was het nu ook blijkbaar weer, en sinds verscheidene dagen al, want
+zij zagen er uit om elkaar te verscheuren. De barones, die een hautaine,
+mooie vrouw was, wel niet jong meer, maar elegant en knap, domineerde
+natuurlijk 't Barontje geheel, maar hij kon koppig zijn, als alle
+dommerikken, en 't duurde soms een heelen tijd vooraleer mevrouw er in
+slaagde die koppigheid te breken. Het eenige middel met hem was
+volhouden: hardnekkig en stug volhouden; maar dat kende mevrouw dan ook
+bizonder. Eigenaardig was 't dat zij hem in die oogenblikken om zoo te
+zeggen niet meer losliet en voortdurend met hem uitreed. Zij beroofde hem
+letterlijk van alle vrijheid. Stijf als twee vijandige poppen zaten ze
+dubbelarendachtig in het mooie rijtuig naast elkaar; en al de menschen
+die hen zoo zagen wisten dat mevrouw nog eens iets aan 't veroveren was,
+hetwelk 't Barontje slechts met hoogsten tegenzin, maar toch onder finale
+nederlaag zou toestaan.
+
+Wat nu ook eindelijk weer gebeurde! Na enkele dagen van hopeloos
+rondtoeren vertoonde 't Barontje's gezicht opnieuw zijn gewone,
+onnoozel-verwonderde uitdrukking van glimlachende onbenulligheid--; en nog
+dienzelfden dag ging de nieuwe veldwachter rond, bij de wethouders en bij
+de gemeenteraadsleden, aan wie hij plechtig en gewichtig een gesloten
+enveloppe overhandigde, prachtig bestempeld met het wapen van 't kasteel.
+
+
+
+VIII.
+
+Ieder jaar had 't Barontje voor vaste gewoonte zijn wethouders en
+gemeenteraadsleden op een groot diner in het kasteel te nooden. Dat was
+goed, het hield den band aan, 't was telkens weer als een nieuwe
+bevestiging van heerschappij en invloed, want iemand die zoo in 't
+kasteel met den baron en zijn vrouw en zijn schoonzuster aan den disch
+had mogen zitten, iemand die daar al dat lekkers had gegeten en
+gedronken, iemand die door die prachtige, indrukwekkende zalen had
+gewandeld, voorafgegaan of gevolgd door gegaloneerde lakeien, zoo iemand
+kon toch heusch, vooral de eerste tijden niet, iets doen, in iets een
+stem uitbrengen, een houding aannemen, die zijn gastheer of gastvrouw op
+onaangename wijze zou verrassen. En, om aan de jaarlijksche gebeurtenis
+nog grooter plechtigheid te verleenen, werd ook telkens meneer de pastoor
+uitgenoodigd, die daar dan bij zat als een herder en een vader, vol
+zalving voor wie goed zijn vooruit aangewezen burgerlijken plicht
+betrachtte, vol stil verwijt en blaam voor wie ook maar eenige neiging
+zou vertoonen om tegen de traditioneele verwachtingen en gebruiken in te
+gaan.
+
+Tot nog toe hadden bewuste feestmaaltijden altijd om en bij nieuwjaar
+plaats gehad. Dat leek wel zoo de best gekozen en geschikte tijd. Het was
+om zoo te zeggen de belooning voor het jaar van gewillige gehoorzaamheid
+dat pas verleden was en meteen een belofte in 't verschiet voor het jaar
+van gewillige gehoorzaamheid dat aanbrak.
+
+Een ieder was daar in zijn schik mee, toegevend en vriendelijk gestemd en
+geneigd om alle mogelijke bezwaren over 't hoofd te zien. Telkens na die
+plechtigheid voelde 't Barontje zich gesterkt in zijn positie; telkens
+scheen de vage tegenkanting, die toch hier en daar, wel heimelijk
+stookte, voor maanden lang ontzenuwd en verzwakt.
+
+'t Was dan ook best te begrijpen, dat het Barontje ten zeerste op het in
+stand houden der jaarlijksche gebeurtenis, en wèl op vasten datum, om en
+bij nieuwjaar, was gesteld. Maar nu had mevrouw de barones er iets anders
+op verzonnen, en dit was het juist wat het Barontje zoo ontstemd, en
+zooveel dubbel-arend-avonden veroorzaakt had: mevrouw de barones, die een
+auto _wilde_, en, een auto willende, ook een harden weg tot aan haar
+kasteel hebben _moest_... mevrouw de barones had het plan geopperd dit jaar
+den traditioneelen feestmaaltijd drie maanden te vervroegen en daarmee
+invloed uit te oefenen op de gemeenteraadsleden om de aanbesteding van
+bewusten weg nog bijtijds op de jaarlijksche gemeentebegrooting, die
+weldra opgemaakt zou worden, ingeschreven te krijgen.
+
+- Ze zullen niet willen! had het Barontje met beslistheid uitgeroepen.
+
+- Ze zullen wel moeten willen, had mevrouw de barones uitdagend
+geantwoord.
+
+- 't Is geld weggegooid, we zullen daarna toch nog ons nieuwjaarsdiner
+moeten geven, verzekerde 't Barontje.
+
+- Eenmaal de begrooting gestemd geven we niets meer, zei de barones; en
+zelfs, al moesten we ook een tweede diner geven, nog ware 't geld
+geplaatst op hooge, op zéér hooge rente.
+
+'t Barontje was het daar in 't geheel niet mee eens, had allerlei
+bemerkingen en bezwaren, bromde, pruttelde en werd gedubbel-arend,
+tot het ten slotte overwonnen als altijd het hoofd in den schoot
+lei en de uitnoodigingsbrieven liet rondbrengen.
+
+
+
+IX.
+
+Klokslag twaalf, volgens onderlinge afspraak en traditioneele gewoonte,
+waren zij allen in de gelagkamer van _Het Huis van Commercie_ vergaderd.
+Daar vandaan zouden zij samen naar 't kasteel vertrekken. Allen? Toch
+niet. Eén ontbrak er: Plus-Que-Parfait!
+
+Meneer François werd door de andere raadsleden ondervraagd. "Zou
+Plus-Que-Parfait niet komen? Zou het waar zijn, zooals in 't geheim verteld
+werd, dat hij de uitnoodiging niet had willen aannemen en dat 't Barontje
+en vooral mevrouw de barones daar ten hoogste ontstemd over waren?"
+
+Meneer François kon in 't geheel geen opheldering geven. Hij had ook
+iets hooren verluiden, doch wist niets bepaalds. Alleen wist hij, dat
+Plus-Que-Parfait drie opeenvolgende avonden in _Het Huis van Commercie_
+niet verschenen was. "Es 't nie woar, Fietje?" Fietje, die een paar
+raadsleden borreltjes inschonk, liet haar flesch op de schenktafel staan
+om zich in 't gesprek der anderen te komen mengen.
+
+- Nien hij, sedert drei oavonden 'n was hij op stamenee nie mier gekomen:
+en dat 'n was in gien vijftien joar gebeurd! Dinsdag in den vooravond was
+hij er voor 't laatst geweest; en toen had hij een stuk papier in zijn
+hand, een soort van brief, dien hij eerst met aandacht gelezen en dan
+kwaadaardig aan stukken gescheurd en in de kachel gegooid had. 't Was
+eigenlijk heel jammer, zei Fietje nog, dat hij dien brief in 't vuur en
+niet in den kolenbak gooide; want uit den kolenbak had men nog de
+gescheurde stukken kunnen opgraven en ze weer aan elkaar plakken om te
+zien wat hem zoo boos had gemaakt.
+
+De heeren raadsleden waren het met Fietje's beschouwingen volkomen eens,
+maar zij twijfelden niet, dat hetgeen Plus-Que-Parfait zoo nijdig aan
+stukken scheurde, de invitatie was; en, daar het zoo langzaam aan tijd
+begon te worden, besloten zij niet langer op de hoogst twijfelachtige
+komst van Plus-Que-Parfait te wachten; en, na aan Fietje hun gelag
+betaald te hebben, verlieten zij in kudde de ouderwetsche herbergkamer.
+
+Zij waren al gauw buiten de kom van het dorp, hier en daar door enkele
+nieuwsgierigen van op hun drempels nagekeken, en kwamen in de lange,
+rechte beukendreef die ginds, heel in de verte, op het te nauwernood
+zichtbaar kasteel, als op een schitterend sterretje scheen dood te
+loopen. Toen zij voorbij Plus-Que-Parfait's villa passeerden, keken zij
+allen scherp op; maar 't buitentje lag als uitgestorven: geen levend
+wezen op het erf noch achter de ramen: die heeren zagen enkel hun eigen,
+gedrochtelijk-misvormd beeld, weerspiegeld in den glazen bol die prijkte
+boven 't spuitfonteintje, midden in het beton-vijvertje met roode
+visschen.
+
+- Parti! zei meneer François, terwijl hij even lachte, met plompen lach.
+
+Die andere heeren lachten ook wel eventjes, maar gedwongen, en schuw als
+'t ware, terwijl zij elkaar met vaag-wantrouwige blikken van terzijde
+aankeken. En inderdaad: daar betraden zij reeds het terrein waarover zij
+wel voelden dat het gaan zou: de weg, de akelige weg aan welks bestrating
+niemand iets had, maar die wel gehard moest worden, wilde 't Barontje er
+ooit met een auto overheen kunnen rijden.
+
+In den grond van hun hart waren zij er tegen, allen. De boerenleden:
+Vreeze, Grondnagel, Magerman, Picavet, Cocksken, en Van Speybroeck,
+zoowel als de heeren- of- halve- heerenleden: Schouwvheghe, Donckers en
+meneer François, àllen, àllen waren zij er tegen, maar durfden niet, als
+Plus-Que-Parfait, hun meening openlijk uiten. Zij waren bang, zij waren
+schuchter, zij vreesden dingen die ze niet eens goed konden uitdrukken;
+vage schade of onaangenaamheden die over hen zouden komen als ze 't
+Barontje in zijn wensch dwarsboomden; en van een anderen kant voelden ze
+zich gansch onverantwoord tegenover hun kiezers; zij twijfelden geenszins
+of zulk een besluit zou hoogst onsympathiek ontvangen worden onder de
+bevolking; het waren alweer nieuwe lasten, door jan en alleman te dragen;
+kortom: 't was nutteloos en overbodig geld weggegooid en heimelijk waren
+zij meest allen heel blij dat Plus-Que-Parfait zulk een beslist-vijandige
+houding aangenomen had en hoopten zij maar dat die geduchte tegenkanting
+de plannen van het Barontje tenslotte verijdelen zou. Waarom ook liet het
+Barontje dien weg op eigen kosten niet hard leggen? Dat zou toch niet
+meer dan strikt billijk zijn. Hij toch, en niemand anders, had iets aan
+'t harden van dien weg.
+
+'t Kasteel blonk in de verte, tintlend-roze bezonneglansd, aan 't
+uiteinde der prachtige beukendreef in gouden herfsttooi. Het scheen hen
+allen te zien komen, en te coquetteeren en te souriëeren om hun komst,
+gelijk een mooie dame doet wanneer zij iemand wil verleiden. En reeds van
+verre geraakten zij onder den indruk: den indruk van beklemdheid, ongemak
+en vrees, waarmee ze daar die uren lang aan tafel zouden zitten.
+
+Even gingen zij allen wat op zij van den weg achter de boomen staan.
+'t Was altijd goed die voorzorg te nemen, want je kon toch moeilijk midden
+in 't diner van tafel opstaan. Alleen Cocksken, die zich nooit erg
+geneerde, durfde dat wèl; maar het was ook duidelijk genoeg te zien dat
+mevrouw de barones zich daar telkens zeer over ergerde.
+
+Ze kwamen terug in de laan, nog even de laatste knoopen dichtmakend, en
+heel correct en deftig nu, schreden zij door het wijd-openstaande
+ingangshek en sloegen rechts een mooie allee in, om den vijver heen.
+Trotsch kwamen de blanke zwanen langs den oever naar hen toegedreven, als
+'t ware vol toorn en verontwaardiging over zulk een plebeïsch bezoek; en
+'t oogenblik daarna beklommen zij de treden der monumentale stoep, waar
+'t Barontje, glimlachend in een grijs pak met witte vest en strooien
+hoed, al vast op hen te wachten stond.
+
+Zij werden binnengeleid in de ruime, met bloemen en planten versierde
+hall, die door breede ramen en glazen deuren, uitzicht op het heel mooi
+park had; en dadelijk was daar een gegaloneerde lakei in kuitenbroek en
+witte handschoenen, die machinaal met glazen witte en roode port rondging
+en zwijgend sigaren en sigaretten aanbood, terwijl 't Barontje hen met
+vriendelijkheidspraatjes overraasde.
+
+Die heeren bedienden zich en gingen zitten. Zij hadden het al dadelijk
+benauwd-warm daarbinnen, want ondanks 't mooie najaarsweer werkte reeds
+de centrale verwarming en zij konden niet goed tegen dat soort bedompte
+warmte, waaraan zij in 't geheel niet gewend waren. Dat ontnam hen als 't
+ware terstond, iets van hun zelfstandigen wil; 't viel als een
+verlammende drukking op hun oogen en de koppen glommen al, nog voor ze
+iets gebruikt hadden. 't Geraas van 't Barontje en de port en de sigaren
+deden 't overige. Wellicht hadden ze die beter niet genomen, maar 't leek
+zoo onbeleefd te weigeren, en ook, zij hadden niet eiken dag de
+gelegenheid.... Zij ledigden dus maar hun glaasje en, toen de zwijgende
+lakei voor de tweede maal rondging, lieten, onder Barontje's aandringen,
+de meesten zich ook nog een tweede maal inschenken.
+
+Toen ging heel zacht een zijdeur open en glimlachend, in licht
+zij-geruisch, trad de barones te voorschijn, door mejonkvrouw Caroline,
+haar zuster, die permanant op het kasteel vertoefde, vergezeld.
+
+Mevrouw de barones, hoewel niet jong meer, was een knappe en elegante
+vrouw, met grijzend haar en levendige wangen. Zij had bizonder mooie,
+violette oogen, die aan haar frisch gezicht een gansch aparte distinctie
+gaven en haar mond met gave, witte tanden kon zeer bekoorlijk glimlachen.
+De meeste buitenheeren en boeren vonden haar wel wat te mager, maar
+begrepen toch heel goed dat het Barontje bij haar onder de plak zat en
+dat de wat lang volgehouden dubbel-arendstraf hem gansch niet
+onverschillig liet.
+
+Mejonkvrouw Caroline leek op haar oudere zuster, maar niet in 't mooie.
+Het was zoowat 't zelfde figuur en 't waren ongeveer dezelfde trekken,
+maar heel veel minder fijn en gaaf en regelmatig. Het was alsof de
+natuur met kunstenaarsliefde de beide zusters uit één en dezelfde stof
+onder precies gelijke vormen had geschapen en dan de eene zoo in haar
+frissche schoonheid had gelaten, terwijl de andere door een vandalenhand
+verfrommeld en verknoeid werd. 't Gezicht was minder frisch en meer
+gerimpeld, de oogen leefden niet, de glimlach bleef zonder bekoring en
+over het gansche gelaat lag als 't ware de geconsterneerde uitdrukking
+van iets dat eindeloos lang verwacht en nooit gekomen was. Mejonkvrouw
+Caroline leek wel de karikatuur van mevrouw de barones en bij den
+eersten oog-opslag begreep men duidelijk dat de eene ontelbare aanbidders
+of bewonderaars moest hebben, terwijl de andere door de natuur was
+voorbestemd om alleen de wrangheid van het celibaat te proeven. Soms
+verbaasden zich de menschen, dat de keuze van de mooie barones op een zoo
+onbenullig ventje als 't Barontje was gevallen. Dit had echter een
+grondige reden: mevrouw de barones, van burgerlijke afkomst, was door 't
+prestige van den adelstand verblind geweest. Zij had het Barontje gehuwd
+om den titel, en ook om 't fortuin; en, te dien einde de voorname
+deftigheid er in haar omgeving in te houden, liet zij haar zuster, die
+haar eigen, burgerlijken jonge-meisjes-naam toch droeg, in plaats van
+juffrouw, steeds mejonkvrouw noemen.
+
+Beminnelijk glimlachend trad mevrouw de barones naar voren en drukte om
+beurten de hand van al de raadsheeren, die voor haar waren opgestaan.
+Even ging zij naast meneer François zitten en wisselde met hem enkele
+woorden in 't Fransch, zooals 't behoorde. Maar zij was niet bizonder op
+meneer François gesteld, dien ze erg boersch vond ondanks zijn
+kwasi-heerenachtigheid, en innemend glimlachend wendde ze zich
+al spoedig rechts en links, haar beleefdheidsgunsten plichtmatig
+verdeelend tusschen al de andere leden. Zoo deed ook haar zuster,
+als in een aangeleerd lesje, zoo innemend als 't kon om zich heen
+nijgend en buigend, zich inspannend om haar rimpelig gezicht,
+waarop de consternatie van het ongebeurde grijnsde, tot een
+vriendelijkheidsglimlach te ontplooien.
+
+Trouwens, er kwam al spoedig afleiding: een donker, nog al viezig
+huurkoetsje reed het erf op en 't oogenblik daarna trad meneer de pastoor
+binnen, diep groetend voor de dames, de hand drukkend van het Barontje en
+van meneer François en verder in het ronde familiair-beschermend
+knikkend en knipoogend, zooals men doet met bizonder welbekenden of met
+aardige kinderen. Hij wreef zijn handen door elkaar en jubelde over 't
+heerlijk weer, maar klaagde toch meteen over den ellendigen hobbelweg,
+waardoor hij met het dorpshuurkoetsje had moeten baggeren.
+
+- Is 't niet afschuwelijk, meneer de pastoor? riep de barones.
+
+Meneer de pastoor moest erkennen dat het inderdaad een foltering was. Hij
+keek in 't ronde naar de boeren en ving ook hun bedeesde,
+half-ontwijkende beaming op, dat die weg wel veel te wenschen overliet.
+Ook meneer François knikte toestemmend, hoewel zwijgend, in dien zin,
+terwijl hij nogeens zwaar haalde aan zijn stompje sigaar en zijn glas
+port, met resoluut gebaar, gansch leeg dronk.
+
+- Joa moar, 't es nou nog bijkans zomer; wa zal 't in de winter zijn!
+meende 't Barontje tot versterking van 't geval te moeten aanbrengen.
+
+Hoe het er in den winter wezen zou werd voorloopig niet verder besproken,
+want een dubbele deur schoof als van zelf uit elkaar en de prachtige,
+gekuitenbroekte-tafelknecht verscheen strak op den drempel, met de
+sacramenteele woorden:
+
+- Madame la baronne est servie.
+
+Mevrouw de barones stond dadelijk op en aanvaardde den arm, dien meneer
+de pastoor haar hoffelijk aanbood. Meneer François had een korte
+aarzeling; toen bood hij ook, nog al onhandig, zijn arm aan jonkvrouw
+Caroline en verder volgden al de anderen in kudde, vooruitgeduwd door 't
+Barontje, die 't laatst van allen kwam, als aardigheid steeds schertsend
+en herhalend, dat hij den weg wel kende en zijn plaats aan tafel vinden
+zou.
+
+Er werd in stilte gebeden. Mevrouw de barones bad heel mooi, zooals alles
+mooi was wat zij deed, de fijne, witte handen boven het hoekje van haar
+servet gevouwen, het hoofd een beetje scheef geheld, de oogen
+neergeslagen. Meneer de pastoor bad in de houding die hij 's zondags op
+den preekstoel aannam, voor hij zijn sermoen begon, de oogen beurtelings
+strak vóór zich uit gericht en dan even, als geïnspireerd, ten hemel
+opgeheven, en al de anderen baden machinaal, prevelend met de lippen, van
+terzijde loerend naar meneer de pastoor, om toch vooral niet vóór hem hun
+gebed te staken. Er was weldra een beweging van handen om de tafel, die
+kruisteekens maakten en in 't wit fladderend ontplooien der servetten
+begonnen de knechts in de soepborden te rommelen en klonken de gesprekken
+weer op.
+
+Zij kregen slechts een klein beetje bruine soep in mooie, diepe borden en
+'t was wel jammer, want ze smaakte zoo bizonder lekker. Graag hadden zij
+er allen een vol bord van genomen, maar niemand durfde het zeggen: ze
+zaten gegeneerd te slurpen en te lepelen om er het laatste uit te
+krijgen, toen Cocksken, het bocheltje, de eenige die wel eens iets
+durfde, van over tafel naar de barones toe riep:
+
+- Verdeeke, mevreiwe, da es goeje soebe; moar 't es ieuwig spijtig dat er
+zeu weinig van es!
+
+Een bulderend gelach weergalmde, 't beklemmend gevoel was ineens
+verbroken en mevrouw nam het trouwens bizonder goed op: "Maar, Cock, ge
+kunt er immers meer van krijgen", glimlachte zij; en, zich tot den knecht
+omkeerend, deed zij hem met de soep nog eens rondgaan, waarvan zich allen
+gretig een tweede maal lieten bedienen.
+
+De kuitenbroek-lakei kwam met den eersten wijn aan.
+
+- Médoc Supérieur, fluisterde hij, meteen inschenkend.
+
+- Wa belieft er ou? vroeg Cocksken, toen de knecht dat aan zijn oor kwam
+murmelen.
+
+Picavet en Grondnagel die naast hem zaten, kregen een lachbui.
+
+- Médoc Supérieur, herhaalde onbewogen de bediende, even het inschenken
+stakend.
+
+- Owie, owie, zei Cocksken, schenk moar vul.
+
+Cocksken was bepaald de reddingsbaak van het gezelschap. Hij was
+buitengewoon op dreef, dien middag, en telkens als het gesprek zakte of
+beklemmend werd, haalde hij ze allen met een aardigheid er uit.
+
+Weldra begonnen de koppen vervaarlijk te glimmen.
+
+'t Was ook zoo warm daarbinnen en al die schotels met bruine of roomige
+sausen waren zoo zwaar en de glazen werden aanhoudend volgeschonken. De
+meesten zaten met hun servet in hun halskraag; en daaruit kwam een
+vuurkop, op 't voorhoofd door benauwing en door inspanning met zweet
+bepareld. Sommigen aten heel veel, omdat 't nu eenmaal zonde wezen zou
+van zooveel lekkers niet te profiteeren, anderen slechts heel weinig,
+omdat ze te zeer gegeneerd waren, omdat ze niet wisten hoe ze zich
+moesten bedienen en vooral omdat ze 't werkelijk te folterend benauwd en
+warm hadden. Grondnagel en Schouwvlieghe, twee dikke kerels, zaten
+herhaaldelijk met hun eene hand onder tafel, waar ze blijkbaar iets dat
+spande ongemerkt trachtten los te knoopen, terwijl Picavet en Van
+Speybroeck, die mager waren, maar het daarom niet minder benauwd hadden,
+nu en dan op hun stoel zaten te draaien en te wringen, alsof hen iets
+kwelde dat zij weldra niet langer zouden kunnen uithouden. Meneer de
+pastoor daarentegen, zat zich welgedaan te verkneuteren in zijn ruime
+soutane naast mevrouw de barones, die er zoo frisch en zoo sereen uitzag
+alsof zij pas aan tafel kwam; en jonkvrouw Caroline had haar gewoon,
+verknoeid gezicht waarop de blijvende consternatie van het ongebeurde in
+teleurgestelde trekken en rimpels stond te lezen, terwijl meneer
+François, na een paar mislukte pogingen om het gesprek met de jonkvrouw
+in 't leven te houden, zich meer speciaal tot het Barontje had gewend en
+daar maar met gezwollen tronie en groote gebaren gewichtig zat te boomen,
+alsof ze samen allerbelangrijkste onderwerpen af te handelen hadden.
+
+Maar de champagne werd ontkurkt met dof geknal en terwijl de bekers
+parelden en schuimden, rinkinkelde een fijn getik op een kristallen glas
+en meteen stond meneer de pastoor overeind.
+
+Hij stond fiks overeind met zijn beide witte handen even leunend op het
+witte tafelkleed en de ontelbare knoopjes zijner soutane volgden een
+bogende lijn van boven naar beneden, terwijl zijn lichte oogen achter hun
+brilglazen vriendelijk schenen te blinken en het welgedaan gezicht met
+grooten mond zich ontplooide in een goedmoedigen glimlach, alsof hij
+niets dan aardige en aangename dingen zou gaan zeggen.
+
+Zoo was ook wel klaarblijkelijk zijn bedoeling. Hij begon met in 't
+algemeen te spreken over onderlinge goede verstandhouding en vriendschap.
+Gelukkig de menschen die elkaar goed verstonden en de vriendschap
+huldigden! Gelukkig zij, die eendrachtig streefden naar een zelfde doel.
+Wat moest men doen om dit geluk verwezenlijkt te zien? Eenvoudig maar
+elkander goed begrijpen en goed over elkander willen denken. Geen
+verdeeldheid of twist trachten te zaaien; niet blindelings gelooven aan
+kwaadaardige of zelfzuchtige bedoelingen: maar het goede en rechtvaardige
+willen zien en waardeeren in zijn evenmensch.
+
+Het dorp, Goddank, was tot nog toe een voorbeeld en een toonbeeld geweest
+van de gelukkigste, onderlinge verstandhouding. Dank zij het
+voortreffelijk beheer van zijn burgervader (meneer de pastoor onderbrak
+even zijn rede om hoffelijk in de richting van 't Barontje te buigen)
+bijgestaan door zijn edele echtgenoote (nieuwe buiging naar de barones
+toe en beweging op de boerenstoelen) behoorde deze gemeente tot de
+vreedzaamste en voorspoedigste van Vlaanderen.
+
+Meneer de pastoor greep naar zijn beker en hief hem in de hoogte.
+
+- Heeren, riep hij plechtig uit, het zou zonde en doodzonde zijn indien
+deze zoo gelukkige toestand niet mocht blijven duren. Maar hij zal blijven
+duren, daar wil ik geen oogenblik aan twijfelen. Ik ledig mijn glas op de
+goede onderlinge verstandhouding tusschen burgemeester en gemeenteraad,
+op de gezondheid van meneer den baron en zijn edele echtgenoote en
+verdere familie en op den welstand en den voorspoed onzer dierbare
+gemeente.
+
+Plichtmatig-warm handgeklap brak even los, terwijl meneer de pastoor, met
+ietwat bevende hand zijn beker ledigend, weer ging zitten. 't Barontje
+bewoog zich zenuwachtig en onnoozel op zijn stoel, maar mevrouw de
+barones dankte den geestelijke met fijne gratie, de wangen blozend, de
+mooie oogen stralend, tot tweemaal toe haar glas tegen het zijne
+aantikkend. Mejonkvrouw Caroline, ook even, als "verdere familie" in den
+speech van meneer den pastoor herdacht, klonk van haar kant met hem aan
+en lachte daarbij heel vreemd, alsof zij plotseling door iets
+heimelijk-prettigs gekitteld werd.
+
+De boeren, na hun kort, plichtmatig handgeklap, zwegen. Zij voelden zich
+niets op hun gemak, want zij begrepen heel goed wat er eigenlijk achter
+de woorden van meneer den pastoor schuilde. Al die mooie woorden waren
+maar praat in den wind en wat meneer de pastoor bedoelde zonder het uit
+te drukken, was, dat ze zich naar den wil van het Barontje moesten
+schikken als hij in den gemeenteraad met zijn voorstel van bestrating
+voor den dag zou komen. Zij keken gegeneerd elkander aan om op elkanders
+aangezicht te lezen welke houding hier nu paste; zij keken vooral naar
+meneer François en naar Donckers, den gefortuneerden, invloedrijken boer,
+die zoowat halvelings beloofd hadden toch eenige woorden van afkeuring en
+verzet te laten hooren; maar meneer François zat met zulk een gloeikop,
+dat de oogen hem uit het hoofd puilden, terwijl hij pertinent het
+spraakvermogen scheen verbeurd te hebben; en Donckers was een zonderlinge
+man: wijs en verstandig genoeg, maar altijd zoo precies, zoo voorzichtig,
+zoo al het voor en al het tegen wikkende en wegende, dat het oogenblik
+van daadwerkelijk handelen of spreken om zoo te zeggen nooit bij hem kon
+opkomen. Hij zat zich op zijn stoel te wringen en te grijnzen, nu eens
+ernstig, dan weer eigenaardig glimlachend; nu eens beslist opkijkend,
+als of hij eindelijk spreken zou, maar dadelijk weer grijnzend 't hoofd
+neerbuigend, als om te beduiden dat zwijgen toch maar 't beste was.
+Eindelijk merkte hij hoe allen, nu meneer François zoo verstompt zat, op
+een bemoedigend woord van hem wachtten, en dat gaf hem ook plotseling
+moed: hij streek de hand over zijn voorhoofd, keek hen in 't ronde aan en
+uitte, in langzame woorden, met een zucht als van bedwelming:
+
+- 't Es hier toch oprecht te woarm in 't kastiel, mee da schoon zomersch
+weere.
+
+Groot was de teleurstelling.
+
+- Verdeeke! Dát durve ik toch euk wel zeggen! flapte Cocksken er uit.
+
+Allen lachten even, hardop, behalve Donckers, die heel nijdig Cocksken
+aangrijnsde en meneer de pastoor, die zijn ooren spitste en wantrouwend
+schuins keek.
+
+Mevrouw de baronnes, en ook het Barontje, hadden er gelukkig niets van
+gemerkt. Mevrouw de barones keek over de tafel rond, half opgestaan reeds
+van haar stoel, nog even, met licht-gefronste wenkbrauwen, wachtend op
+meneer François, die zijn laatste glas champagne in de hand hield maar
+niet scheen te kunnen besluiten om het uit te drinken. Hij deed het dan
+toch eindelijk, met inspanning, en morsend over zijn kin, alsof hij een
+pil met water inslikte: en nog vóór het glas weer op tafel stond, was
+mevrouw al overeind gerezen en had zij den arm van meneer de pastoor
+genomen.
+
+ * * * * *
+
+In de hall stond de kuitenbroeklakei met koffie, likeur en sigaren te
+wachten. De kopjes waren fijn en klein en beefden op de schaaltjes, als
+de boeren die aannamen. Ze konden ze niet staande gebruiken. 't Was net
+of die kopjes er een eigen treiterige pret in hadden om maar telkens uit
+de stramme vingers van de boeren weg te glippen. Ze draaiden er even
+angstig mee rond en gingen eindelijk zitten in de rieten stoelen, bij de
+rieten tafeltjes.
+
+Zij waren blij als de nietige kopjes ongedeerd op hun schaaltjes stonden
+en proefden rustiger van de likeur en smakten gul aan de lekkere sigaren.
+
+Picavet en Van Speybroeck waren dadelijk door een zijdeur verdwenen en
+kwamen na een poos terug met minder benauwde gezichten. Cocksken wenkte
+oudervragend met het hoofd naar hen toe en, op hun bevestigend geknik,
+verdween hij insgelijks door de zijdeur. Al de anderen, vuurrood, met
+vlekken in 't gezicht en waterige oogen, zaten weldra in een soort
+comateuze-toestand, roerloos uit te puffen en te rooken.
+
+Het gesprek concentreerde zich tusschen 't Barontje, den pastoor, meneer
+François, Donckers en beide dames. Mevrouw de barones deelde die heeren
+op een toon van officieele vertrouwelijkheid mede, dat de baron en zij
+inderdaad besloten hadden zich een automobiel aan te schaffen. Ja, zij
+hadden er lang over geaarzeld, nauwkeurig het voor en het tegen
+overwogen; de paarden werden oud en versleten, moesten vervangen worden,
+en 't werd zoo lastig om nog geschikte paarden te vinden, kortom, alles
+wel beschouwd hadden ze 't toch maar beter gevonden nu tot het nieuwe
+vervoermiddel over te gaan. Het was natuurlijk een heele zware uitgaaf,
+maar enfin 't zou ook iets nieuws zijn in de gemeente, iets moois, iets,
+waarvan de menschen zouden zeggen: "daar is vooruitgang in het dorp".
+Maar, natuurlijk, zoo iets moois en duurs mocht niet verknoeid worden,
+niet vies en beslijkt voor den dag komen; daar moest zorg aan besteed
+worden; zulk een mooie wagen moest een geschikten weg hebben om er
+overheen te rijden, en wat was er wel mooier en beter voor een gemeente,
+dan een keurig en gemakkelijk aangelegde weg, iets waar iedereen gebruik
+van maakt en dat een weldaad blijft voor altijd en voor alleman!
+
+'t Barontje wrong zich zenuwachtig op zijn stoel, beaamde de woorden van
+zijn vrouw, voegde daar nog overbodige, onbehendige beschouwingen aan
+toe, die dadelijk, met een koelen blik vol dubbel-arenddreiging werden
+afgescheept. Trouwens, die andere heeren waren het daar principieel wel
+mee eens: meneer François betuigde gewichtig dat een mooie, harde
+grintweg in het algemeen bepaald te verkiezen was boven een plasserigen
+modderweg en Donckers zat met gebogen hoofd te grijnzen en te
+glimlachen, dat hij ook die meening deelde; terwijl de verdere
+boerenleden, vaag-luisterend, stilaan tot een kudde samentroepten, met
+een bang gevoel van onderling steun zoeken in dreigend gevaar. Zij
+voelden zich volkomen weerloos, alle eigen wil of meening was door de
+dampen der digestie in hun brein verdoofd; zij snakten nu nog maar om weg
+te mogen gaan en buiten in de vrije lucht te zijn; zij waren tot niets
+anders meer in staat dan slaafsch en blindelings, op het eerste verzoek
+en tegen hun zin hun woord aan de gril of het verlangen van hun
+heerschers te verpanden; en toen mevrouw de barones zich eensklaps met
+haar liefsten glimlach en haar streelendst-schoone oogen van verleiding
+tot hun bange kudde omkeerde en vol bekoring uitriep: "Es 't nie woar
+Picavet, en Vreeze, en Speybroeck, en Cock, en gulder allemoal, dat die
+wig gemoakt moe worden?" knikten zij allen schuw en deemoedig als één
+man en lachten zelfs nog hardop in hun eigen lafheid toen Cocksken voor
+de grap uitschreeuwde.
+
+- Bestel moar de zoavel en de stienen, mevreiwe, de boer zal 't ol
+betoalen!
+
+ * * * * *
+
+Meneer de pastoor was opgestaan, als tot sein van den aftocht. Zijn
+koetsje stond al voor de stoep en hij nam afscheid van de dames met een
+diepe, hoffelijke buiging en van 't Barontje met herhaalden en knellenden
+handdruk, als om in vertrouwelijke geestdrift te betuigen, dat de
+zegepraal behaald was.
+
+Achter meneer de pastoor drong de kudde der raadsleden. Mevrouw de
+barones glunderde van geluk, nog nooit was ze zoo mooi en verleidelijk
+geweest en zij drukte beurtelings al die ruwe handen, alsof 't van haar
+intiemste vrienden waren. En het Barontje jubelde; hij stond als 't ware
+in de hall te trippelen en te dansen, hij klopte zijn mannetjes op den
+schouder en nam hen vleierig bij den arm en op de stoep groette en wuifde
+hij hen nog na, tot ze buiten 't hek en in de oprijlaan verdwenen waren.
+
+Eerst daar konden zij eindelijk weer op adem komen. Even namen zij nog
+diep den hoed af voor het voorbijrijdend koetsje van meneer den pastoor
+en toen bliezen zij uit met puffende zuchten en lieten de frissche lucht
+ruim in hun lang benauwde longen stroomen.
+
+Net als bij hun aankomst, gingen zij eerst en vooral een poosje achter de
+boomen van de dreef staan. Daar werden zij eerst goed weer zichzelven als
+'t ware. Zelfs Picavet en Van Speybroeck, die het nu niet meer zóó
+benauwd hadden, deden toch ook, voor de gezelligheid, nog eens mee. Toen
+konden zij eindelijk praten.
+
+Zij waren niets over zichzelf tevreden. Na eenig gegrijns en
+gezichtsvertrekken sprak Donckers het eindelijk in duidelijke woorden
+uit:
+
+- W'hén ons doar 'n onveurzichtige belofte loaten afpersen.
+
+Niemand protesteerde. Allen waren zich hun eigen lafheid goed bewust.
+
+- Wa moesten we anders doen!" trachtte Picavet nog vagelijk te
+vergoelijken.
+
+- 't Es de schuld van da vreiwevolk! viel meneer François eensklaps
+heftig uit. "Mee 't Barontje aliiene zoén w'al doen da we willen: moar
+zijn wijf, en die andere... en tons euk nog de páster....
+
+Even praatten zij over de barones en allen vonden dat zij er zoo bizonder
+knap uitzag. Grondnagel stompte Cocksken in de zij en lachte.
+
+- 'k Weinschte da 'k ik 'n kier veur nen dag 't Barontje woare. En gij?
+
+- 'k Doe mee! riep Cocksken.
+
+- 't Zoe dobbelen-oarend zijn mee ulder! schaterde Schouwvlieghe.
+
+Allen moesten even hartelijk schaterlachen en dat luchtte hen wat op. Zij
+kwamen bij den ingang van het dorp, hielden zich daar weer deftig en
+kalm, zooals het raadsleden past, die van een diner op het kasteel
+terugkomen, en als van zelf, machinaal, zonder noodige afspraak, in
+kudde, zooals zij gekomen waren, trokken zij weer naar _Het Huis van
+Commercie_ om daar nog wat na te praten en wellicht een partijtje kaart
+te spelen.
+
+Daar wachtte hen echter een verrassing, die zij wel zoo graag zouden
+misgeloopen hebben. Gansch alleen in de ruime, bruingerookte
+herbergkamer, nurksch met een pijp en een borrel aan een tafeltje, zat
+Plus-Que-Parfait zijn courant te lezen!
+
+Blijkbaar zat hij daar op hun terugkomst te wachten; maar hij keek stug
+op alsof het hem niet schelen kon, beantwoordde kort en als 't ware
+onwillig hun groet, lei zijn courant even neer en nam die weer op, dronk
+zijn borrel leeg en bestelde er een versche, terwijl zij allen langzaam
+om hem heen draaiden en hier en daar, om zijn tafeltje en andere tafels,
+gingen plaats nemen. Er was een korte stilte; Fietje stond achter haar
+schenktafel in strak-roerloos-gespannen houding, alsof ze zich aan iets
+onaangenaams verwachtte; en toen lei voor de tweede maal Plus-Que-Parfait
+zijn dagblad neer, en slaakte nijdig-kort een spotlach, terwijl hij, met
+onverholen minachting Van Speybroeck aankijkend, hardop, als 't ware
+uitdagend, vroeg:
+
+- Hawél, hét 't gesmoakt?
+
+- Joa joa 't, meniere, antwoordde Van Speybroeck plomp en argeloos.
+
+- En hoeveel hét 't gekost?
+
+- Ha... ha... niemendalle, meniere, antwoordde Van Speybroeck gansch
+verlegen.
+
+- Niemendalle!... Zelfs giene nieuwe stienweg?
+
+Daar had je 't al! Ineens begreep Van Speybroeck heel duidelijk, en ook
+al de anderen begrepen. Weer was er een oogenblik stilte. Die heeren
+trachtten zich echter goed te houden en bestelden aan Fietje wat ze
+verlangden. Dat gaf een korte afwisseling, dat gunde althans tijd tot
+verzinnen en denken. Meneer François haalde heftig zijn schouders op
+alsof hij iets van zich afschudde en Donckers trok zuur-grijnzende
+gezichten. Maar Plus-Que-Parfait liet niet los; hij zat daar
+vinnig-kwaad te borrelen en hij raasde 't er maar ruw en onbeschroomd,
+nu tegen allen, uit.
+
+- G'hêt ulder verkocht, 'k zie 't aan ulder smoel! Zij je nie beschoamd!
+Fietje, geef mij nog nen druppel.
+
+- We'n hén wij ons nie verkocht, nondedzju! Wa es dá nou! beet meneer
+François, onder de beleediging ook eensklaps boos wordend, toe.
+
+- Doar 'n komt dus giene stienweg? vroeg dadelijk raak-scherp
+Plus-Que-Parfait.
+
+- Es 't hier meschien vergoarijnge van de gemienteroad? kaatste meneer
+François nijdig terug.
+
+- Ge'n antwoordt op mijn vroage niet, gilde Plus-Que-Parfait. 'k Vroag ou
+of dat er gesproken es van ne stienweg te leggen in de kastieldreve en of
+da g'er veur of tegen zijt?
+
+- 'k 'N hé doar niets op t' antwoorden! kreet meneer François met
+rood-gezwollen toornkop en keerde bruusk Plus-Que-Parfait den rug toe
+en verliet woedend de herberg.
+
+Maar Plus-Que-Parfait triomfeerde. Hij wist genoeg, hij wist van buiten
+hoe het op 't kasteel gegaan was, schreeuwde hij; en nog eens verweet hij
+den leden hun lafheid en hoe onverantwoord het was tegenover hun kiezers
+de belangen van één enkele, en nog wel een rijkaard, die 't niet noodig
+had, boven het collectief belang van de gemeente te stellen.
+
+De raadsleden, vooral de boeren, waren zeer ontdaan. Schouwvlieghe en
+Donckers, uit angst om het kasteel en ook veel uit angst om meneer den
+pastoor te dwarsboomen, poogden het nog even, hoewel schuchter, goed, te
+praten, maar de boeren, die er geen direkt belang bij hadden, voelden
+duidelijk hoe dat alles zeer verkeerd was. En van een anderen kant
+voelden zij ook wel, dat Plus-Que-Parfait daar zoo scherp tegen streed,
+niet uit zorg voor 't algemeen belang, maar omdat hij zelf de geldelijke
+middelen niet bezat om zich een auto aan te schaffen,... zij voelden en
+wisten dat alles, de boeren; maar zij voelden ook en bovenal hun eigen
+zwakheid en hun lafheid, hun ellendige, traditioneele, uit geslachten van
+slaven overgeërfde lafheid, die hen als weerloos vee aan al den dwang en
+al de grillen van hun heerschers onderwierp. Zij zaten daar, rood en dik
+en laf gegeven en gedronken, en langzamerhand, onder de striemende
+uitvallen van Plus-Que-Parfait, ontwaakte toch weer iets als een schim
+van verzet tegen wat hen op 't kasteel met sluwen list reeds halvelings
+was afgeperst. Halvelings, maar toch zonder stellige belofte noch
+verbintenis. 't Barontje, en vooral de barones en de pastoor waren slim
+geweest, maar ook zij konden slim zijn als 't hoefde, hun slimheid was
+zelfs 't eenigste verweermiddel dat zij nog bezaten; en terwijl zij nu
+rustiger, buiten de dwingende muren van 't kasteel over de zaak verder
+nadachten, kwamen zij van lieverlede tot de concluzie, dat ze feitelijk
+nog niet onherroepelijk verbonden waren, en rees meteen in hun beneveld
+brein de listige verzoeking op om terug te nemen wat ze nog niet gansch
+gegeven hadden. 't Was Cocksken, die dat plotselings verzon en zei;
+Cocksken, eigenlijk de grootste schuldige met zijn onnoozelen uitroep
+van "de boer zal 't al betalen". Dat was ook 't eenige wat bepaald als
+een belofte had geklonken; maar in den mond van Cocksken had het al niet
+veel beteekenis; Cocksken was een grappenmaker en hij had ook veel te
+veel gedronken toen hij 't zei,... neen, door dien gekken uitval van
+Cocksken konden zij zich niet gebonden achten; en eensklaps kwam er over
+hun benauwde groep als een vleug van onverwachte energie en spraken zij
+van misschien wel tegen Barontje's voorstel te stemmen, als hij er
+werkelijk in den gemeenteraad mee durfde voor den dag komen.
+
+- Ulder woord! Ulder woord da ge 'r zilt tegen stemmen! riep
+Plus-Que-Parfait gansch opgewonden.
+
+Dadelijk krompen zij weer als van schrik in elkaar.
+
+Donckers trok grijnsgezichten, Picavet, Vreeze en Van Speybroeck keken
+angstig om zich heen en Cocksken schreeuwde iets onsamenhangends, dat
+niemand goed begreep.
+
+- Niet t' hoastig, niet t' hoastig, besloot eindelijk Donckers. Loat ons
+zien en afwachten en as 't zeuverre komt, loat ons allemoal goed accoord
+zijn en lijk iene man stemmen.
+
+Dat vonden zij goed, dat vonden zij allen uitstekend, behalve
+Plus-Que-Parfait, die slechts half voldaan binnensmonds nijdig bromde
+en met zuur gezicht nog eens een verschen borrel bestelde.
+
+Ook al de anderen bestelden opnieuw en Picavet vroeg of men nu niet een
+partijtje kaart zou spelen.
+
+Fietje greep al vast naar het kleedje en de kaarten.
+
+
+
+X.
+
+'t Had twee uur op den kerktoren geslagen.
+
+Op de stoep van het Gemeentehuis, zich koesterend in 't weeke
+najaarszonnetje, stonden 't Barontje en meneer François naar de komst
+der andere raadsleden te wachten.
+
+'t Barontje was onrustig en gejaagd. Zenuwachtig beet hij het eind van
+zijn sigaar tot een viesbruine prop en kon geen minuut op dezelfde plaats
+blijven. Meneer François, daarentegen, bleef heel kalm en bedaard, zijn
+bolle oogen zonder uitdrukking vettig-glimmend als gelei in zijn
+hoogrooden kop.
+
+- Zeu da ge peist, da z'er toch nie 'n zillen durven tegen stemmen? vroeg
+'t Barontje voor de zooveelste maal.
+
+- Natuurlijk niet, herhaalde meneer François, minachtend
+schouderophalend.
+
+Sinds het diner op 't kasteel en de daarna volgende, onaangename
+woordenwisseling, die hij met Plus-Que-Parfait in de gelagkamer van _Het
+Huis van Commercie_ had gehad, was meneer François heelemaal op de hand
+van 't Barontje overgegaan. Hij zou vóór den steenweg stemmen, daar
+maakte hij nu geen geheim meer van, al was 't maar om Plus-Que-Parfait te
+duvelen; en er werd zelfs verteld, dat ook hij zijn paarden van de hand
+zou doen en zich een auto aanschaffen, ook al weer om Plus-Que-Parfait te
+duvelen.
+
+'t Barontje haalde zenuwachtig zijn horloge uit: Reeds kwart over twee!
+Zouden ze dan niet komen!
+
+In de stille straat kwam een meisje aan, in nette, boersche kleedij, die
+een brief droeg in haar hand. Zij kreeg een lichte kleur toen zij beide
+heeren op de stoep zag staan en, na een aarzeling, klom ze de treden op
+en overhandigde den omslag aan 't Barontje.
+
+- Veur mij? riep 't Barontje verbaasd.
+
+- As 't ou b'lieft, menier den b'ron.
+
+- Wie zij-de gij? vroeg 't Barontje.
+
+- De dochter van boer Donckers, antwoordde 't meisje blozend. Zij ging
+haastig weer weg en 't Barontje scheurde den omslag open.
+
+- Nom de Dieu! riep toornig het Barontje, toen hij een paar regels had
+gelezen.
+
+- Qu'est ce que c'est, monsieur le baron? vroeg meneer François
+verwonderd.
+
+- Mais... mais... mais... cet animal de Donckers, nom de Dieu! Donckers
+et Schouwvlieghe qui ne viennent pas, omda ze'n prijzije van land moeten
+doen. Al konten, natuurlijk. Valschoards zijn 't, die nog vóór nog tegen
+durven stemmen, schouw om ulder te compromitteeren.
+
+- Hoho, die lafoars! schimplachte meneer François. Moar, voegde hij er
+troostend bij, w'en hên ze nie neudig, 't zal zonder ulder euk wel goan.
+
+In de straat kwam de secretaris, vergezeld door den nieuwen veldwachter
+aan. De secretaris, kort en dik, met een puntbuikje en schrale beentjes,
+droeg een paar lijvige registers; de veldwachter, in zijn groen uniform
+met glimmende knoopen, liep er lummelend naast. Zij groetten alle bei
+diep de twee heeren terwijl zij de stoep opklommen en verdwenen dadelijk
+in de gang van het Gemeentehuis.
+
+Toen hadden die heeren een korte emotie. Gansch aan 't uiteinde der
+straat zagen zij den geduchten tegenstrever Plus-Que-Parfait aankomen.
+Zouden ze binnengaan? Zouden ze blijven staan? Met het Barontje
+verkeerde Plus-Que-Parfait nu op een voet van gespannen, plichtmatige
+beleefdheid, maar hij en meneer François groetten elkander, sinds de
+kijfpartij in het _Huis van Commercie_, niet meer.
+
+- Bah! Ik 'n goa veur hem giene voet uit de wig, zei meneer François
+uitdagend.
+
+- Ik euk niet, 'antwoordde 't Barontje. En zij bleven staan.
+
+Maar het liep eenvoudiger af dan zij wel dachten: op het oogenblik dat
+Plus-Que-Parfait over de dorpsplaats stapte, kwamen uit een zijstraat ook
+de boerenleden aan, zij vereenigden zich tot één groep en zoo geraakten
+zij aan het Gemeentehuis, waar vagelijk, zonder onderscheid van vriend of
+vijand werd gegroet. In kudde gingen zij binnen, stonden daar even in de
+gang op elkaar gepropt, verdwenen eindelijk door de openstaande deur van
+'t secretariaat in de gemeente-raadzaal, waar de gewichtige vergadering
+plaats zou hebben.
+
+
+
+XI
+
+Eerst waren er een paar zaken van minder belang af te handelen: een
+kwestie van onvoldoende straatverlichting, waarin enkele inwoners
+verbetering vroegen, en het beantwoorden van een brief, onderteekend door
+vrij talrijke hoofden van gezinnen, waarin geklaagd werd over de
+onbevoegdheid van den onderwijzer, bij wien de schoolkinderen haast niets
+meer leerden. Er werd namelijk verlangd dat hij of wel door een ander zou
+vervangen worden, of dat hem nog een hulponderwijzer zou worden
+toegevoegd.
+
+'t Barontje, die van ambtswege de vergadering voorzat, gaf enkele
+toelichtingen. Hij zag de noodzakelijkheid niet in meer geld te
+spendeeren aan nachtelijke verlichting van de straten. De gemeente was 's
+avonds zeer behoorlijk verlicht, aanmerkelijk beter dan veel andere
+gemeenten en 't Barontje achtte het gansch overbodig des nachts lichten
+te laten branden, die uitsluitend van nut konden zijn voor enkele
+slampampers, die toch al te laat in de herbergen bleven pleisteren en
+veel beter op tijd in hun bed zouden liggen. Wat de aanklacht tegen den
+onderwijzer betrof, deze verbaasde 't Barontje ten zeerste. Bedoelde
+onderwijzer was een hoog moreel en zeer godvruchtig man, die zeker zijn
+scholieren niets verkeerds zou leeren; daar had hij 't nog pas met meneer
+de pastoor over gehad; en, aangaande hem nog een hulponderwijzer toe te
+voegen, dat was weeral gansch overbodig en geld weggegooid; de bestaande
+onderwijzer was volkomen goed berekend voor zijn taak en had meer dan
+twintig jaren aan het hoofd der school gestaan, zonder dat ooit, van wege
+zijn overheden, een klacht over hem was gehoord. 't Barontje stelde dus
+voor beide verzoeken, als niet strookende met de belangen der gemeente,
+eenvoudig van de hand te wijzen. Had een der leden daar iets tegen in te
+brengen?
+
+Een der boerenleden, Vreeze, waagde een schuchtere opmerking. Hij had
+zeven kinderen, waarvan er vijf naar school gingen. Hij moest wel
+bekennen, dat zij bitter weinig leerden. De meester hield zich om zoo te
+zeggen niet met de leerlingen bezig. Hij zat soms halve dagen in zijn
+tuin en zijn serre, of knutselde boven op zijn zolder, waar hij duiven
+hield. Vreeze kon het wel eenigszins begrijpen, dat er geklaagd werd;
+hij zou het met geen leede oogen aanzien als de meester eens tot beter
+betrachten van zijn plicht werd aangewakkerd.
+
+'t Barontje verklaarde notitie te nemen van de opmerkingen van zijn
+medelid, maar drukte daarbij toch zijn verwondering uit, dat Vreeze, als
+hij werkelijk te klagen had, dan toch maar niet het verzoekschrift der
+andere aanklagers mede had onderteekend.
+
+Dit scheen een harde knauw voor Vreeze, die blijkbaar deze zeer logische
+tegenwerping ('t Barontje haalde er alle eer van en kon dit merken aan de
+houding zijner medeleden) niet verwacht had. Hij brabbelde enkele
+onduidelijke woorden en gaf zich terstond gedwee overwonnen; en, daar
+verder niemand eenig belang in de zaak scheen te stellen, werd deze ook
+beschouwd als afgehandeld en kon men tot het laatste en gewichtigste
+punt van de agenda overgaan.
+
+- Een plan wordt den gemeenteraad voorgelegd, zoo begon met onvaste stem
+het Barontje, om den landweg bekend onder den naam van Vierboomstraat,
+Sectie A. litt. D. en G. van het kadastraal plan, loopende van den kom
+der gemeente naar het gehucht Peperhol, met grint te bestraten. De
+onkosten worden geraamd op 32.800 frank en zullen worden gedekt door een
+leening van het Onderling Gemeentefonds, aflosbaar over een termijn van
+twintig jaren tegen betaling van een jaarlijksche rente á 4 per cent.
+Zooals den heeren raadsleden bekend is, mag de gemeente zich heden ten
+dage verheugen in een zóó gunstigen finantieelen toestand, dat èn de
+aflossing én de betaling der jaarlijksche rente, geen het minste bezwaar
+kunnen opleveren. Is er iemand onder de leden, die verdere toelichting
+verlangt?
+
+Plus-Que-Parfait draaide zich op zijn stoel half om en stak zijn
+rechterhand in de hoogte.
+
+- Ik, zei hij, kortaf.
+
+- 't Woord es aan Meneer Vermeulen, antwoordde dadelijk 't Barontje.
+
+Meneer Vermeulen! Wat klonk dat gek ineens, Plus-Que-Parfait's
+familienaam te hooren! Zoo ging het altijd: een echte verassing! Sommige
+leden keken om zich heen, alsof er iemand anders werd verwacht. Alleen
+Plus-Que-Parfait liet geen verbazing blijken.
+
+Plus-Que-Parfait was niet bepaald een geboren redenaar. Dat waren die
+andere heeren trouwens ook niet. Plus-Que-Parfait was een stugge,
+chagrijnige grijnskerel, die slechts enkele bekrompen gedachten in zijn
+harden kop had zitten, maar die zaten er dan ook muurvast en waren er
+niet uit te hameren. Plus-Que-Parfait had zich nu eenmaal
+halsstarrig-vast voorgenomen 't Barontje's plan te dwarsboomen en,
+zoo mogelijk te verijdelen; en daar begon hij maar dadelijk mee zonder
+discussie uit te lokken noch omwegen te zoeken, ineens de harde,
+naakte waarheid als een steen in 't midden gooiend.
+
+- Dat 'n es giene publieke wig! riep hij 't Barontje in 't gezicht. Die
+wig 'n es nie anders as de dreve van ou kasteel en niemand anders as gij
+hêt doar ienig belang bij dat hij begrint wordt!
+
+'t Barontje schokte toornig op en wrong zich zenuwachtig op zijn stoel.
+Maar reeds stak meneer François zijn hand in de hoogte en riep op zijn
+beurt:
+
+- Menier den burgemiester, 'k vroag het woord!
+
+- 't Woord es aan menier François, zei 't Barontje.
+
+Misschien nog minder dan die andere heeren was meneer François een
+redenaar. Meestal kon hij zelfs heelemaal niet uit zijn woorden komen.
+Hij sprak haast altijd met korte, doorgehakte zinnen, die brabbelend over
+elkaar struikelden en duister door elkaar verwarden.
+
+En bij de minste tegenspraak zwol zijn gezicht vuurrood en toornig op.
+
+- Die wig moe gegrint worden! riep hij uitdagend. Da zal scheune zijn
+veur de gemiente. 't Land dat er nevens ligt zal beiwgrond worden.
+D'r zillen scheune huizen en villas gezet worden. 't Zal 'n scheune
+verbeterijnge zijn. 'k Ben d'r veuren. Ik stem er veuren!
+
+- Wel zeu! gilde Plus-Que-Parfait verontwaardigd. En aan wie es da land,
+dat er nevens ligt? Weet-e gij aan wie dat 't es?
+
+- Dat `n kan mij nie schelen! riep meneer François vijandig-uitdagend,
+'t Es aan wie da' 't es! Ik stem er veuren!
+
+- Hawèl, 'k zal ik ou zeggen aan wie dat 't es! kreet Plus-Que-Parfait
+met nijdasserig-fonkelende oogen. Aan den baron es 't, veur mier dan den
+helft; en de rest aan vrende luizen, die we nie 'n zien noch kennen en
+die nooit giene cens belasting in de gemiente betoalen!
+
+De stemmen begonnen erg kijvend-hoog op te galmen. 't Barontje zat als op
+spelden en de boeren-leden keken elkander schuw en stom, met
+wantrouwig-scheeve blikken aan. Zelfs Cocksken, die anders praats
+genoeg had, wist geen raad; en de veldwachter, die daar stond om
+eventueel, bij een mogelijk opkomen van het publiek, de orde te
+handhaven, ging op zijn teenen naar de deur en voelde of die wel goed
+dicht was. De dikke secretaris, met het opmaken van het verslag der zitting
+belast, keek angstig door de ramen in de straat, of daar soms geen
+nieuwsgierigen samentroepten, die het gekibbel konden hooren.
+
+Nieuwsgierigen waren er niet. Maar eensklaps, terwijl de discussie,
+waarin zich nu ook scherp en bitsig het Barontje mengde, al hooger en
+hooger opgalmde, weerklonk daarbuiten in de straat een deftig getrappel
+van hoeven, en heel héél langzaam schoof een luxe-rijtuig rakelings
+voorbij de ramen: een mooie phaëton bespannen met twee schimmels, en
+waarin mevrouw de barones zat, die zelve mende, met naast zich haar
+koetsier in livrei, correct en stijf en strak, gelijk een opgezette pop.
+Zij keek opvallend naar binnen in de vergaderingszaal toen ze langs reed
+en te nauwernood was ze voorbij of reeds kwam ze terug, nu deftig weer de
+andere richting uitrijdend, en bleef zoo deftig-langzaam heen en weer
+toeren, als in parade-vertooning. De boeren-leden hadden haar dadelijk
+opgemerkt en bukten sidderend het hoofd, begrijpend hoe zij door haar
+enkele verschijning de stemming kwam beïnvloeden; en Plus-Que-Parfait
+had binnensmonds een vloek geslaakt, ziedend-verontwaardigd over zulke
+schaamtelooze drijverij, terwijl toch van een anderen kant zijn
+opgezweepte paardenhart onwillekeurig werd geboeid door 't zien der
+welbekende, mooie schimmels. Zijn vertoornde, maar geboeide oogen waren
+van de ramen niet meer afgewend; zijn éen oor was vinnig bij de nijdige
+discussie en zijn ander oor bij het voorname heen en weer getrappel van
+de hoeven; hij raakte er weldra de kluts door kwijt en besefte nog te
+nauwernood wat het Barontje zei, toen het voorstelde de discussie maar
+te sluiten en tot de stemming over te gaan.
+
+Hij besefte 't eerst duidelijk toen de stembus werd te voorschijn gehaald
+en op de groene tafel neergezet. Hij deed nog een uiterste wanhopige
+poging om de boeren op zijn kant te krijgen, maar juist toevallig op
+datzelfde oogenblik hield de phaëton vlak vóór de ramen stil en mevrouw
+de barones, met haar vriendelijksten glimlach vooroverbuigend, sprak in
+de straat meneer den pastoor aan: meneer de pastoor, die daar ook precies
+toevallig op het zelfde oogenblik van zijn kerk terugkeerde. De boeren
+zagen het, en mevrouw de barones, even fluks naar binnen kijkend, merkte
+ook dat de boeren het zagen: zij hield haar paarden daar stil, zoo stil
+als de lakei, die gelijk een ziellooze pop naast haar gezeten was. Alleen
+met den pastoor bleef zij, vlak onder de ramen, in haar levendig gesprek
+verdiept en 't was alsof een plechtig rituaal gebeurde: de boeren,
+daarbinnen, stemden met gebukte hoofden; zij stemden schuw en nederig als
+honden, zooals zij om de tafel van 't kasteel aanzaten of het sermoen van
+den pastoor in de kerk aanhoorden; en 't oogenblik daarna was alles
+afgeloopen en kwam 't Barontje glunderend naar buiten, hartstochtelijk
+schuddend de hand van meneer den pastoor en geestdriftig stijgend in het
+rijtuig, waar de koetsier al gauw de plaats ontruimd had, terwijl
+daarbinnen, in 't Gemeentehuis, een stilte van verslagenheid heerschte,
+alleen gestoord door het sarrend hoongelach van meneer François en het
+woedend getoorn van Plus-Que-Parfait. Met algemeene stemmen behalve één
+enkele, die van Plus-Que-Parfait, had het Barontje zijn grintweg
+verkregen.
+
+In kudde stommelden de boeren-leden de raadzaal uit en gingen in Fietje's
+herberg een sterkende verversching gebruiken. Dat fleurde hen wat op; en
+Cocksken, door de ramen kijkend, waar het mooie rijtuig nu als 't ware in
+vluggen triomfdraf langs reed, waagde even een ondeugende bemerking, die
+hen allen lachen deed:
+
+- Zeg, 't 'n zal van den oavond gienen dobbelen-oarend zijn op 't
+kastiel.
+
+Zij schaterden, en klapten op hun dijen van de pret; zij tikten met hun
+borrels aan en smakten aan hun pijpen; en al spoedig zaten zij gezellig
+bij een kaarttafeltje en hadden al die narigheid en dat gezeur
+vergeten...
+
+Plus-Que-Parfait is verleden week gestorven en begraven...
+
+Plus-Que-Parfait is gestorven als slachtoffer der automobiel. Niet dat
+hij in een ongeluk is omgekomen: de ramp, waaronder hij verloren ging,
+was van meer gecompliceerden aard: Plus-Que-Parfait is langzaam aan te
+niet gegaan als moreel slachtoffer van de automobiel.
+
+
+
+XII.
+
+Toen het Barontje nu zijn weg en zijn automobiel bezat, en toen ook
+weldra meneer François een auto had (opzettelijk gekocht, zeiden de
+menschen, om er Plus-Que-Parfait mee te ergeren) toen bleef alleen nog
+maar Plus-Que-Parfait als luxe-paarden-maniak in het dorp over.
+
+Daags na de beruchte vergadering in het Gemeentehuis had hij zijn
+ontslag als wethouder ingediend; en, sinds dien met alle leden
+gebrouilleerd, vereenzaamd en verlaten, zich als 't ware uit het
+maatschappelijk leven teruggetrokken. In Fietje's herberg zette hij geen
+voet meer; 't Barontje, meneer François, Donckers, Schouwvlieghe en al
+de anderen groette hij niet meer; en wijl een dorpsheer toch een
+"stamenee" moet hebben waar hij zijn avonden doorbrengt, had hij dien
+verlegd naar 't vunzig herbergje van den vroegeren, door 't Barontje
+ontslagen veldwachter, die daardoor natuurlijk ook 's Barontje's
+onverzoenlijksten vijand was geworden.
+
+Daar zat hij nu avond aan avond, nurksch en somber, meestal alleen, want
+andere heeren kwamen daar niet, soms in gezelschap van een paar
+lawaaiige, half dronken kinkels, ofwel pratend met den baas, die nooit
+heelemaal nuchter was. Veel praatten zij echter niet, zij rookten en
+dronken aanhoudend potten bier of borrels, maar als zij praatten dan was
+het altijd over 't zelfde onderwerp: over hun gezamenlijken haat tegen de
+auto's, tegen 't Barontje en meneer François.
+
+Al van den eersten avond had Plus-Que-Parfait geeischt, dat de
+oud-veldwachter het uithangbord van zijn kroegje zou veranderen. Hij
+had het immers na zijn afdanking, uit wraak en schimp op het Barontje,
+_In den Auto_ gedoopt. Maar dat ging nu niet meer op; wat vroeger een
+schimpscheut was tegen 't Barontje leek nu wel een spot en een smaad op
+Plus-Que-Parfait zelf.
+
+De oud-veldwachter zag dat in en stemde dadelijk in de verandering toe,
+doch had er verder wel bezwaar tegen om de onkosten van een geheel nieuw
+uithangbord te dragen. Er werd met Plus-Que-Parfait over gedebatteerd en
+geconfereerd, tot eindelijk een oplossing gevonden werd, die geniaal
+bleek: het oude uithangbord mocht blijven dienen, men zou er enkel 't
+woordje "weg" bij laten schilderen; en zoo werd het _In den Autoweg_, een
+dubbele, vlijmendscherpe ironie: eerst tegen 't Barontje, die den
+beruchten auto-weg aan de gemeente opgedrongen had; en tweedens tegen de
+gehate auto's zelven in den zin van "weg met de auto". Plus-Que-Parfait
+was jubelend over zijn geniale vondst, en aan alle klanten legde hij die,
+onder het drinken van veel borrels uit, echter niet steeds met evenveel
+succes, want er kwamen daar wel van die dikke, logge hersenen, die de
+fijne zetten van Plus-Que-Parfait's vernuftigen geest niet voldoende
+begrepen.
+
+Maar hoe dan ook, nooit geraakten zij over die dingen uitgepraat. Het was
+de vaste en bestendige bekommering van heel hun futloos leven. Elken
+avond ontlasten Plus-Que-Parfait en de baas grijnzend en spottend in
+elkanders gemoed hun hart vol wrok en haat en gal en meer dan eens ook
+hadden zij heerlijk en weldadig leedvermaak als een van hen toevallig had
+vernomen, dat er iets in 't ongereede met de auto's was gekomen. Elke
+springende band was als een balsemknal op Plus-Que-Parfait's bloedende
+wonden; en eens, op een avond, was hij met opgewonden blijdschap in het
+kroegje aangekomen; onderweg, heel verre van het dorp, op een eenzaam
+gehucht, had hij meneer François' automobiel vinden staan, die heelemaal
+niet meer vooruit kon, half verzonken in het slijk, de chauffeur buiten
+adem zwoegend en zwengelend, zonder het tuig weer in gang te kunnen
+krijgen. Meneer François stond er bij te vloeken en te schelden en
+eindelijk had hij, in radelooze wanhoop, zijn toevlucht moeten nemen tot
+een boer met twee paarden, die er nu op weg mee waren om het ding terug
+te sjouwen.
+
+Dien avond trakteerde Plus-Que-Parfait met champagne.
+
+
+
+XIII.
+
+Maar dergelijke geluksmomenten waren, helaas! hoogst zeldzame
+uitzonderingen. Meestal liepen de beide mooie auto's prachtig door de
+straten en zegevierend-toeterend snorden zij Plus-Que-Parfait's
+sukkelspannetje voorbij, hem in een stinkende rook- en -stofwolk
+achterwege latend.
+
+O, die haat, die ziedende haat van Plus-Que-Parfait, wanneer hij hen zoo
+langs zich heen zag vliegen! Wat wenschte hij dat ze zich tegen de boomen
+zouden te pletter loopen, dat ze in de slooten zouden storten en
+verdrinken! Het werd in hem een ziekelijken hartstocht, een obsessie. Hij
+verafschuwde ze en wilde ze toch telkens weer zien; hij ging ze zoeken
+langs de wegen, steeds hopende de catastrofe bij te wonen en zijn dag was
+niet volbracht als hij ze niet ontmoet had.
+
+Hij kwam ze tegen of ze reden hem voorbij en vlug keek hij, met
+schuinschen haatblik, naar de glimmende paneelen, naar de
+genietend-inzittenden, naar de vlug-snorrende- en -ronkende wielen.
+Zij schenen zoo zacht als een wieg op hun zoemende banden te deinen
+en 't waren als voorbijflitsende vizioenen van pracht en van weelde.
+Nu eens zag hij enkel 't onnoozel gezicht van 't Barontje of de
+rood-gezwollen tronie van meneer François; dan weer de kleurrijke hoeden
+en mantels van dames; en eens, op een stillen, eenzamen weg, in den wagen
+van meneer François, naast hem gezeten op de achterbank, Fietje uit _Het
+Huis van Commercie_, frisch-blozend en zalig-glimlachend, gansch opgewekt
+en als ’t ware geprikkeld en gekitteld van genot. Hij zag en herkende
+haar heel duidelijk ondanks het snelle voorbijsnorren; en ook zij zagen en
+herkenden hem en schenen met hem te schimplachen; en dat stak hem een
+priem in het hart, die heel zijn verderen dag vergalde.
+
+Trouw en onwrikbaar elken dag bleef hij, als vroeger, met zijn paard en
+karretje uitrijden, maar 't was niet meer het Plus-Que-Parfait-spannetje
+der schoone jaren. Het paard werd oud, het karretje was niet meer zoo
+smetteloos-blinkend onderhouden, 't koetsiertje en Plus-Que-Parfait zelf
+zagen er zoo onberispelijk-correct ais vroeger niet meer uit. Langzamerhand
+kwam er over het geheel als een waas van moedeloosheid en
+versletenheid. Het was alsof Plus-Que-Parfait den zoolang
+hardnekkig-volgehouden strijd toch eindelijk zou opgeven. Eens struikelde
+het paard over een steen en viel. Dat waren de knieën al die niet meer
+deugden. Het dier bezeerde zich vrij ernstig en bleef sindsdien veel
+strammer loopen.
+
+Als het moe werd ging het zelfs hinken en zwollen de knieën. De veearts,
+die er eindelijk bij ter hulp geroepen werd, haalde bedenkelijk zijn
+schouders op.
+
+- Versleten, komt niet meer terecht. Beter afmaken en 'n ander koopen,
+bromde hij.
+
+Plus-Que-Parfait werd chagrijnig en boos en geloofde daar niets van. Maar
+'t kwam zooverre dat het paard zich niet meer neerlei om te rusten, en,
+als het eindelijk van afgematheid neerviel, niet meer op kon staan. Toen
+moest het wel... Plus-Que-Parfait hield zich goed en wilde geen
+ontroering laten merken; maar de tranen stonden hem in de oogen, toen het
+arme beest op een wagen werd geladen en naar het paardenslachthuis
+heengevoerd.
+
+Daar stond het karretje nu doelloos in de remise, uit oude, zorgzame
+gewoonte, naast het eertijds zoo glimmend-gepoetste harnas, nog onder
+een wit dekzeil tegen stof beschermd. Het heette dat Plus-Que-Parfait
+zich wel spoedig een nieuw paard zou aanschaffen. Maar de dagen, de
+weken, de maanden verliepen en Plus-Que-Parfait schafte zich geen nieuw
+paard aan.
+
+Nu hij niet meer uit kon rijden ging hij soms korte wandelingetjes te
+voet maken. Daar vond hij echter geen de minste bekoring in. Hij liep
+maar even zonder doel langs achterwegen om het dorp heen en al heel gauw
+was hij weer thuis en ging dan machinaal in den leegen stal en de
+somberig-kille remise rondslenteren. Daar scheen hij iets te zoeken wat
+niet meer te vinden was.
+
+Hij keek en speurde langs de naakte, stille muren, hij snoof de vage,
+muffe lucht van leer en ammoniak op, die daar nog te hangen scheen; hij
+tilde even 't dekzeil van de dogcart op en bevoelde de kussens; hij
+haalde de zweep uit den koker en klopte eens met de vingerknoksels op de
+spaken van de wielen,... maar neen, 't was niets meer, het boeide niet
+meer, het leefde niet meer, er zat geen fut meer in die oude dingen. Met
+strak gefronste wenkbrauwen kwam hij al gauw weer buiten en slenterde
+zijn verveling en zijn levens-doelloosheid naar 't kroegje van den
+oud-veldwachter toe.
+
+Daar kon hij dan lange, lange uren blijven zitten, wrokkig-stug
+pijprookend en borrels drinkend, soms heftig afgevend op het Barontje en
+meneer François en al de andere verraders van het dorp,... soms uren
+lang, roerloos en sprakeloos, met strak-starende oogen, verdiept in
+somber-nijdige gepeinzen. Hij zag er oud uit en vervallen, de koonen
+rood-en-paars-gevlamd van alcoholuitslag onder de rimpelhuid der
+waterzakkerige oogen; en zijn mond, die tandeloos werd, rekte zich scheef
+naar omlaag, alsof hij voortdurend hatelijkheden uitbromde.
+
+Toen werd hij ziek en kwijnde...
+
+ * * * * *
+
+Verleden week is hij gestorven en begraven...
+
+Verwonderd hebben vele menschen ervan opgekeken, want velen hadden reeds
+vergeten, dat hij nog bestond.
+
+Maar, toen men wist dat hij werkelijk dood was, is het geweest alsof hij
+even weer herleefde. 't Was zoo’n type; de menschen herinnerden zich nog
+eens hoe zij hem, jarenlang in zijn eigenaardigen dagelijkschen handel en
+wandel hadden gekend; 't was of ze eensklaps heel veel van hem hielden en
+zijn dood innig betreurden en velen hebben dan ook zijn begrafenis
+bijgewoond. Zelfs 't Barontje en meneer François,--hun vroegere
+vijandschap vergetend--zijn gekomen; meneer François te voet en 't en
+Barontje in zijn mooie automobiel.
+
+De mooie auto heeft daar langen tijd vóór 't kerkhof stilgehouden, door
+nieuwsgierige straatbengels omringd, terwijl de klokken op den toren
+plechtig luidden en de kist met kruis en vanen, naar de groeve werd
+gedragen.
+
+- Oo! als Plus-Que-Parfait dat weten kon, hij zou er in zijn graf van
+omkeeren! meenden de menschen.
+
+Maar zij vonden 't toch heel aardig van meneer François en van 't
+Barontje, dat zij wel naar de begrafenis gekomen waren.
+
+
+
+NOTEN
+* De laatste twee alinea’s aan het einde van hoofdstuk XI zijn dezelfde
+als de eerste twee alinea’s van het boek: waarschijnlijk fout gezet.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Plus-Que-Parfait, by Cyriel Buysse
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PLUS-QUE-PARFAIT ***
+
+***** This file should be named 17336-8.txt or 17336-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/3/3/17336/
+
+Produced by Johan Boelaert
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/17336-8.zip b/17336-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..0f7fdf0
--- /dev/null
+++ b/17336-8.zip
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..e5a3478
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #17336 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17336)