diff options
Diffstat (limited to '17139-0.txt')
| -rw-r--r-- | 17139-0.txt | 6441 |
1 files changed, 6441 insertions, 0 deletions
diff --git a/17139-0.txt b/17139-0.txt new file mode 100644 index 0000000..3023273 --- /dev/null +++ b/17139-0.txt @@ -0,0 +1,6441 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 17139 *** + + + + +DE NEDERLANDSE KERKEN EN DE JODEN + +1940-1945 + +De protesten bij Seyss-Inquart +Hulp aan Joodse onderduikers +De motieven voor hulpverlening + + +door Ds. J.M. Snoek + + +UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, J.H. KOK - KAMPEN + + "Hoe groter de duisternis + des te helderder het licht, + ook al is het niet meer + dan dat van een kleine kaars" + Heinz Leuner + +bewerkt door Gé J. Snoek (g.snoek3@chello.nl) +oorspronkelijke pagina nrs staan tussen <xxx> +foutnoten per hoofdstuk tussen [x.nn] zie eind +zie ook het Engelse The Grey Book onder nr E14764 + + +Inhoud + +INLEIDING 11 + +DEEL I: DE PROTESTEN 17 + +1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN +DERTIG +a. Sfeer en situatie 19 +b. De zending onder de Joden 22 +c. Over synodes en deputaatschappen 24 +d. Het lidmaatschap van de NSB. 26 +e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland 29 + +2. HET BEGIN +a. De situatie (mei - oktober 1940) 34 +b. Het Convent van Kerken 35 +c. De Lunterse Ring 38 +d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald 40 +e. Het eerste protest 43 + +3. VERSCHERPING +a. De situatie (november 1940 - maart 1941) 50 +b. Bijna te laat 51 +c, Een brief en twee arrestaties: 54 +d. Een synode in vergadering bijeen 57 +e. Afkondiging in een kerkdienst 60 + +4. MATHEID +a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941) 63 +b. Hervormde stemmen 65 +c. Hervormd herderlijk schrijven 67 +d. De Gereformeerde synode 68 +e. Weinig activiteit 71 + +5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN - +AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART +a. De situatie (eerste helft 1942) 73 +b. De houding van de Katholieke Kerk 74 +c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.O.) 76 +d. De audiëntie 78 +e. De gevolgen 82 +f. De bordjes "verboden voor Joden" 84 + +6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM +a. De situatie (tweede halfjaar 1942) 88 +b. Nog een synode-vergadering 89 +c. Het telegram 90 +d. Duitse reactie 91 +e. Gebed, afkondiging van het protest 93 +f. De kosten 96 +g. Vergeefse pogingen 97 + +7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN +a. De situatie (januari tot begin mei 1943) 101 +b. "Wie meewerkt is medeschuldig" 103 +c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen 105 +d. Nog een schep er bovenop 107 +e. Resultaat? 109 + +8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD"; DE "GEMENGD GEHUWDEN" +a. De situatie (begin mei - november 1943) 112 +b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits 113 +c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel" 116 +d. "Gemengd-gehuwde"Joden 118 + +9. DE Joden-CHRISTENEN +a. Duitse beloften 121 +b. Geen Gereformeerde "haastdoop" 122 +c. Andere opvattingen 125 +d. Schmidt en Rauter 128 +e. Westerbork en daarna 130 +f. Bep Blok 132 + +10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE 136 + +DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS + +11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP +AAN ONDERDUIKERS) 143 + +12. DE NV EN HAAR KINDEREN 149 + +13. DRIE ERVARINGEN +a. Ader 156 +b. Dobschiner 157 +c. Houwaart 159 + +14 WAAROM HIELP MEN Joden? +a. Dominee, boer, dominee 161 +b. Angst 166 +c. Om zielen te redden? 167 + +DEEL III: NA DE OORLOG + +15. VOETANGELS EN KLEMMEN 177 + +16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE 182 + +17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR 185 + +18. BEOORDELINGEN +a. Over het redden van de Joden-christenen 193 +b. Commentaar op de houding van de kerken +in het algemeen 196 + +19. EEN KLEINE KAARS 200 + +INLEIDING + +Dit boek heeft een voorgeschiedenis. Indertijd was ik (van 1958-1969) +predikant van de Schotse kerk te Tiberias, Israël. Met inspanning had +ik me de taal van het land, modern Hebreeuws (ook wel Ivriet genoemd), +eigen gemaakt. Vaak werd ik door een kiboets uitgenodigd om op vrijdagavond +(het begin van de sabbat) een lezing te houden. Op mijn inleiding placht er +immer een levendige discussie te komen. +In die tijd trok het toneelstuk van Rolf Hochhuth, der Stellvertreter +("de plaatsbekleder") sterk de aandacht: het stelde de houding van paus +Pius XII ten opzichte van de Jodenvervolgingen tijdens de tweede wereldoorlog +aan de orde. Hochhuth maakte de tongen los. Een Zwitserse predikant die toen +in Israël woonde schreef: "Er was (ten tijde van de tweede wereldoorlog) een +volledige en vreselijke stilte van de kant van de Kerk" (Jerusalem Post, +17 sept. 1963). Ook de toenmalige voorzitter van het Israëlische parlement, +Kadish Luz, deed een soortgelijke uitspraak (zitting van het parlement, +21 april 1963). +Nu kan men dergelijke uitspraken wel begrijpen, want in de loop der eeuwen +hebben christenen niet zelden actief deelgenomen aan Jodenvervolgingen. Van +daaruit bezien is het te begrijpen dat men meende: "Van de Kerken hadden we +niets goeds te verwachten en kwam ook niets goeds tijdens Hitlers vervolgingen". +Zo werd het ook telkens gesteld in de discussie na mijn lezing (over een heel +ander onderwerp, toen nog) in een kiboets. +Nu stond me helder voor de geest dat protesten tegen de Jodenvervolging wel +degelijk geklonken hadden vanaf de kansel van de kerk in het dorp waar ik tijdens +de tweede wereldoorlog woonde. Ze hadden toen grote indruk op me gemaakt. +Die protesten ging ik opzoeken; dat was niet moeilijk, want het onvolprezen +instituut Yad Vashem in Jeruzalem beschikt over de standaardwerken geschreven +door Touw en Delleman.[0.1] Ook van de Lutherse Kerk in Denemarken vond ik +een krachtig protest. Dit - samen met de belangrijkste Nederlandse protesten - +heb ik toen gepubliceerd in een brochure "Hebben de Kerken gezwegen?", die +verscheen in het Nederlands (1964) en in het Ivriet. De laatste ben ik gaan +aanbieden aan de heer Kadish Luz die in een kiboets dichtbij Tiberias woonde. + +<11> + +Deze ontving me vriendelijk en beloofde de brochure te zullen lezen. Niet zo +lang daarna is hij overleden. Ik heb geen reactie op mijn brochure meer van +hem ontvangen, had daar ook niet uitdrukkelijk om gevraagd. +Intussen was mijn belangstelling gewekt en bleef ik regelmatig naar Jeruzalem +gaan om meer materiaal te zoeken. Wat ik daar en elders vond, was veel meer +dan verwacht. Op Yad Vashem volgde men mijn project met belangstelling en niet +zelden kreeg ik krachtige hulp. Zo bestonden er belangrijke protesten van de +Bulgaarse (Oosters-Orthodoxe) metropoliet; ik ken geen Bulgaars, maar een +bevriende relatie bij Yad Vashem vertaalde de documenten voor me in het Ivriet, +waarna ik ze vertaalde in het Engels, want in die taal wilde ik publiceren. +In die tijd werden we eens geconfronteerd met een wel zeer optimistische kijk +op de houding van de Nederlanders: een gefortuneerde Amerikaan wilde in Israël +een bos planten ter ere van het Nederlandse volk en deszelfs heldhaftige daden, +verricht ten behoeve van de Joden. Bij Yad Vashem vroeg men mijn mening en dit +heeft ertoe bijgedragen dat het plan niet doorging; het zou meer eer zijn +geweest dan ons volk toekwam. +Eind 1969 werd het resultaat van mijn onderzoek gepubliceerd: The Grey Book.[0.2] +Het is niet meer verkrijgbaar, (zie Gutenberg eText nr 14764) maar een artikel van +mijn hand over hetzelfde onderwerp is opgenomen in de Encyclopaedia Judaica. [0.3] +Die is te vinden in bijna iedere grotere bibliotheek. + +Nu, bijna twintig jaar later, ben ik ertoe gekomen om speciaal de houding van +de Nederlandse Kerken nader te onderzoeken. Ook de Rooms-Katholieke Kerk is +in dit onderzoek betrokken; toch ligt er een extra accent op de Gereformeerde +Kerken in Nederland. Ten eerste omdat ik van die kerken lid ben en hun houding +dus van binnenuit kan beoordelen; ten tweede omdat men zich dient te beperken. +Zo heb ik bijvoorbeeld de besluitvorming zoals die in de Gereformeerde Kerken +plaatsvond, nauwkeuriger nagegaan dan bij de Hervormde en de Rooms-Katholieke +Kerk. En dan zijn de kleinere kerken nog niet eens genoemd. Er blijft nog heel +wat te onderzoeken. +De naam Seyss-Inquart - in de ondertitel - staat voor alles wat er van Duitse +kant aan geweld en onderdrukking is bedreven tijdens de tweede wereldoorlog, +met name jegens de Joden. + +<12> + +Terecht hebben de kerken, toen Seyss-Inquart de verantwoordelijkheid op een +ondergeschikte wilde afschuiven, verklaard dat zij "Uwe Excellentie beschouwen +als de verantwoordelijke voor alles wat in ons land gedurende de bezettingsjaren +geschied is en nog geschiedt". + +Het eerste gedeelte bevat de protesten, en de inhoud van herderlijke brieven, +die betrekking hadden op de Jodenvervolging. Alleen en passant is genoemd het +(blijven) toelaten van Joodse kinderen op christelijke scholen: soms ging het +verzet tegen de Duitse maatregelen hier direct van kerken uit, soms liep het +via de schoolbesturen. +De hoofdstukken 2 tot en met 9 geven allereerst een beschrijving van de situatie +in de periode die aan de orde is. Drie aspecten worden weergegeven. +Allereerst het verloop van oorlog en bezetting. Voor of na de Duitse nederlaag +bij Stalingrad, dat betekende nogal wat! +Daarop volgt een aantal fragmenten uit een dagboek - van mijn zuster, Maria +Snoek -, die bedoelen een indruk te geven van het dagelijks leven in die tijd. +Er waren immers zoveel andere dingen die een mens in beslag namen. Deze +fragmenten zijn steeds in inspringende, cursieve tekst weergegeven. +Ten derde wordt, uiterst summier, een overzicht van de anti-Joodse maatregelen +in de betreffende periode gegeven. Kennisname van de werken van Herzberg, Presser +en L. de Jong [0.4] wordt verondersteld. Hier gaat het alleen om de herinnering: +"toen gebeurde er dat". +In het tweede gedeelte van dit boek gaat het niet meer om het woord van het protest, +maar om de daad van de hulp aan onderduikers. +In het derde gedeelte komen enkele punten aan de orde ten aanzien van de houding +van de kerken - en de christenen - tijdens de tweede wereldoorlog, die nu volop +in discussie zijn. Geschiedenis is immers (men durft de veelgehoorde uitspraak +bijna niet meer te gebruiken) een discussie zonder einde. + +Nu ben ik geen vakhistoricus en dat besef ik - al heb ik er uiteraard naar +gestreefd het noodzakelijke "huiswerk" nauwgezet te verrichten. In zekere zin +van de nood een deugd makend, waag ik het te doen wat een "professional" niet +zou doen (maar juist "professionals" hebben me dit wel aangeraden): af en toe +zal ik een persoonlijke ervaring uit die tijd vermelden. Allereerst in de hoop +dat dit het geheel des te leesbaarder zal maken. Maar ook is het de bedoeling, +de eigen betrokkenheid aan te geven, me in zekere zin in de kaart te laten kijken". + +<13> + +Geen mens kan volledig afstand nemen van het door hem te behandelen onderwerp; +dat lijkt me ook niet nodig, zelfs niet gewenst. Maar wel is het nuttig om te +proberen, de aard van de eigen betrokkenheid te onderkennen. Zonder enige +zelfkennis in dit opzicht loopt men des te meer gevaar zich een karikatuurbeeld +- in positieve dan wel negatieve zin - te vormen en dat door te geven. Terwijl +het streven gericht dient te zijn op verheldering en een zo zuiver mogelijk +weergeven van de feiten. +Voor mij leidde de eigen betrokkenheid tot het inzicht: er was - in de houding +van de kerken - misère, maar er was ook grandeur; er was grandeur, maar er was +ook misère. Je mag het een niet wegstrepen tegen het ander. Omdat schrijver +dezes in de oorlogsjaren pas goed de misère van de kerk ontdekte, heeft hij +op het punt gestaan kerk en geloof vaarwel te zeggen. Maar het tijdens de +kerkdienst voorlezen van de protesten tegen de Jodenvervolging was een factor +die hem geholpen heeft, toch nog heil in de kerk te blijven zien, en te vinden. + +Nog een paar praktische gegevens. +De spelling van de documenten heb ik aangepast aan de tegenwoordige. +Het noten-apparaat is met opzet beperkt gehouden: het dient bijna uitsluitend +om aan te geven waar bepaalde gegevens vandaan kwamen. Wie daar niet in +geïnteresseerd is, kan de noten ongelezen laten. +De teksten van alle door de kerken gemeenschappelijk uitgevaardigde protesten +zijn te vinden zowel bij Touw als bij Delleman, terwijl men de herderlijke +brieven van de bisschoppen bij Stokman [0.5?] aantreft. Ik vond het daarom +overbodig, de vindplaatsen nog eens via noten te vermelden. +Bij auteurs van wie slechts uit één werk geciteerd wordt volsta ik - na de +eerste maal in de noot zowel auteur als titel genoemd te hebben - met +vermelding van auteursnaam en pagina. Van de Jong en Buskes is een enkele +maal uit een tweede werk geciteerd en dit wordt dan in een noot vermeld; +maar voor het overige betekent de Jong: L. de Jong, Het Koninkrijk der +Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Populaire editie); Buskes betekent +(tenzij anders vermeld): J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? + +<14> + +Het was een voorrecht om bij het schrijven van dit boek hulp te ontvangen. +Mijn waardering en dank gaan allereerst - in chronologische volgorde - uit +naar prof. dr. J. van den Berg, kerkhistoricus te Leiden, en prof. dr. J.C.J. Blom, +historicus te Amsterdam, die me met name bij de start waardevol advies gegeven hebben. +Drs. J. Ridderbos Nic. zn. te Zwolle was zo vriendelijk het hele manuscript te +willen lezen; drs. G.C. Hovingh te Biddinghuizen en drs. M.J.H.M. van Rooij +te Utrecht lazen gedeelten. Hun suggesties heb ik bijna steeds ter harte genomen. +Aan hen allen, maar in het bijzonder aan collega Ridderbos, ben ik veel dank +verschuldigd. Het spreekt vanzelf dat de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat +op mij blijft rusten. +Bovendien stel ik er prijs op, mijn dank en waardering te uiten jegens de +instanties, die toestemming gaven tot raadpleging van de archieven (zie de lijst +achterin). Sommige hebben daarenboven belangrijke hulp verleend door foto's te +verstrekken. Met name wil ik hier noemen: +de Commissie voor de Archieven van de Nederlandse Hervormde Kerk te Leidschendam, +de Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Leusden; het archief +van het Aartsbisdom Utrecht; het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands +Protestantisme (1800-heden) te Amsterdam. + +DEEL I: DE PROTESTEN + +1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN DERTIG + +a. Sfeer en situatie + +We hadden thuis een manufacturenzaak, in Renkum. "We", dat was mijn moeder +- vader was al jaren geleden overleden - met haar drie kinderen: een dochter +en twee zoons. Ik was de middelste. +Het eerste uit die tijd om te memoreren waren de economische crisis en de +werkeloosheid. In ons dorp hadden velen werk gevonden op de papierfabriek +van Van Gelder. Honderden kregen ontslag en moesten gaan stempelen. De uitkering +was gering, dus ook het aan kleding te besteden bedrag daalde. De omzet in +onze zaak ging met sprongen achteruit. Menig winkelier ging failliet. Dat +overkwam ons niet, maar zomer 1935 (ik was toen 15 en zojuist overgegaan naar +de vierde klas van het Chr. Lyceum in Arnhem) werd besloten dat er niets anders +op zat: ik moest van school af om thuis in de zaak te gaan meehelpen. +We waren Gereformeerd: mijn moeder belijdend lid en de kinderen dooplid. +Dus ging je 's zondags naar de kerk; de kinderen eerst alleen naar de ochtenddienst, +maar vanaf hun twaalfde jaar ook 's middags. In de middagdienst werd er meestal +gepreekt over de Heidelbergse Catechismus (HC), een uitleg van het Christelijk +geloof, geformuleerd in de vorm van vraag en antwoord en verdeeld in 52 "zondagen". +Ook op de catechisatie, waar men vanaf het twaalfde jaar heen ging, werd de HC +besproken en de kinderen leerden wekelijks een "zondag" uit het hoofd. Sommige +vragen ("Wat is Uw enige troost, beide in leven en sterven?"; "Wat is een waar +geloof?") en hun antwoorden bleven je je levenlang bij. +Aan tafel werd er door het gezinshoofd (bij ons thuis dus: mijn moeder) voor en +na de maaltijd hardop gebeden; zesmaal daags. Ten minste tweemaal per dag werd +er aan de etenstafel een bijbelgedeelte gelezen. +De jongens waren lid van de Gereformeerde knapenvereniging. Als je 16 werd, +mocht je naar de jongelingsvereniging (JV). Daar werd men voorbereid op de taak +in "kerk, staat en maatschappij". Ook de meisjes hadden hun verenigingen. + +<19> + +foto 1. Vooroorlogs zendingsbusje met een "dankbare Javaan" + +Als kind ging je naar een "school met de Bijbel". Op maandagmorgen nam je een +gift mee voor de zending. Die ging in een spaarbus, versierd met het borstbeeld +van een Javaan. Als de stuiver of cent in de gleuf viel, knikte hij vriendelijk. +We waren ervan overtuigd dat alle Javanen niet alleen hoffelijk waren, maar ook +uiterst dankbaar voor het feit dat hun het evangelie gebracht werd. Zendelingen +met verlof vertelden over snel groeiende kerken in Nederlands-Indië. Thuis hing +in de huiskamer een rood, blikken busje aan de muur, met het opschrift: "Voor +Joden, heidenen en mohammedanen". Als wij kinderen kattenkwaad hadden uitgehaald, +legde mijn moeder ons soms de straf op om van ons zakgeld een gift in het +zendingsbusje te doen. Waarop mijn broer protesteerde: "Dan worden de heidenen +bekeerd door onze zonden". Toen zag moeder verder van de methode af. + +<20> + +Als je middelbaar onderwijs mocht volgen, diende dat het liefst Christelijk +onderwijs te zijn. Ik ging dus naar Arnhem, ook al was de "neutrale" HBS in +Wageningen dichterbij. Je las een Christelijk dagblad - bij ons thuis: de Standaard. +Men stemde op een Christelijke politieke partij; Gereformeerden werden geacht +op de Anti-Revolutionaire partij van Colijn te stemmen. + +Tegenwoordig noemt men deze eenvormigheid "de verzuiling" [1.11] en nu hebben +we oog voor de negatieve kanten van het verschijnsel. Weinige zagen die toen. +Sommige aspecten ervan werden als positief ervaren en ze zouden tijdens de oorlog +van waarde blijken. De sterke verbondenheid met de eigen groep gaf een zeker +zelfvertrouwen; de eigen organisaties leverden het raamwerk voor de opbouw van +een verzetsbeweging; de eigen "nestgeur" zou een belangrijk hulpmiddel blijken +te zijn bij het vaststellen wie er te vertrouwen was en wie niet. +Zo belde tijdens de oorlog de K.P. (knokploeg)-leider Johannes Post eens aan +bij een politie-agent in Groningen en vroeg diens medewerking voor een verzetsdaad. +Post kon zich niet legitimeren en de ander wantrouwde hem: de onbekende kon +immers een provocateur zijn. Het was etenstijd, en Post werd aan tafel genodigd. +Hij schikte aan en zag, hoe de vrouw des huizes een bijbel klaarlegde. "Zijn +jullie Gereformeerd?", vroeg Post. "Ja", was het antwoord. Waarop Johannes zei: +Ik ook; ik ben ouderling in een dorp in Drenthe". De gastheer reageerde met +de woorden: "Wilt U ons dan voorgaan in gebed?" Johannes bad. En de gastheer +wist nu heel zeker: "deze man is een broeder (geloofsgenoot)". Na het eten werden +er zaken gedaan.[1.12] +Maar Duitsland was in de jaren dertig onze vijand nog niet; integendeel. Ons +gezin, maar ook de familie (ooms en tantes die in de buurt woonden; mijn moeder +had tien broers en zusters) was pro-Duits. Ten eerste omdat we vonden dat de +Duitsers bij de vrede van Versailles, in 1919, onbillijk behandeld waren, ten +tweede omdat we een hekel aan de Engelsen hadden. Die hadden immers de Boeren +in Transvaal en de Oranje-Vrijstaat geknecht. De boeken van L. Penning over de +heldhaftige strijd van de Boeren tegen de trouweloze Britten werden vlijtig +gelezen en hadden grote invloed. +Onze sympathieën en die van de overgrote meerderheid in de Gereformeerde Kerken +veranderden snel en grondig na de machtsovername in Duitsland door Hitler. + +<21> + +Hervormde predikanten hadden, veel meer dan bij de Gereformeerden het geval was, +intensieve contacten met de "Bekennende Kirche", dat deel van de Duitse kerk dat +zich niet door Hitler liet gelijkschakelen. Ger van Roon heeft het belang van +deze contacten voor de bewustwording in Nederland uitvoerig gedocumenteerd en +overtuigend aangetoond. [1.3] Maar dat gold vooral Hervormde en in veel mindere +mate Gereformeerde predikanten. Bij de Gereformeerden wogen de bezwaren tegen +de theoloog Karl Barth zwaar, en juist hij speelde in de Duitse kerkstrijd een +grote rol. Maar krant en radio brachten de berichten over ds. Niemöller die, +omdat hij het Nationaal-Socialisme openlijk bestreed, in een concentratiekamp +opgesloten werd; en er kwamen berichten over de Jodenvervolgingen. Daar kon +niemand omheen. + +Er woonden drie Joodse gezinnen in ons dorp, alle drie met een zaak: Manasse +de drogist, zijn broer de huisschilder, en de dames Cohen die een zaak in boter, +kaas en eieren hadden. Zij waren geen klant bij ons en wij niet bij hen, dus +was er zelden contact. Wel was er een aantal Joodse "reizigers", vertegenwoordigers +van een textiel-fabriek of -groothandel, die ons regelmatig bezochten. Met +sommigen hunner werd de relatie vriendschappelijk. +Of er in onze kerk ooit gepreekt werd op een manier die het antisemitisme +bevorderde? Ik kan het me niet herinneren. Wel weet ik, dat bij ons thuis +de Joodse zakenrelaties niet als onbetrouwbaar werden beschouwd; al waarschuwde +mijn moeder ons nadrukkelijk voor de onbetrouwbaarheid van een groothandelaar +in textiel die Gereformeerd was. + +b. De zending onder de Joden + +Er waren twee Hervormde verenigingen voor zending onder de Joden (Elim en de +Nederlandse Vereniging voor Israël), maar hier ging het om particulier initiatief. +De Gereformeerde zending onder de Joden evenwel was een direct-kerkelijke zaak +en stond onder de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de generale (landelijke) +synode. Er waren commissies (deputaatschappen) ingesteld, die verantwoordelijk +waren voor een bepaalde activiteit en aan de volgende synode verantwoording +moesten afleggen. Er was ook een deputaatschap voor de zending onder de Joden. +Om te weten hoe men in het algemeen als Gereformeerden de Joden beschouwde, is +het van belang om stil te staan bij de Gereformeerde zending onder de Joden. +Dank zij Peter Treep's onderzoek hebben we daar een duidelijk overzicht van. [1.4] +Het deputaatschap voor de zending onder de Joden had de supervisie over drie +predikanten: Jac. van Nes te Den Haag (vanaf 1916), C. Kapteyn te Amsterdam +(vanaf 1929) en R. Bakker te Rotterdam (vanaf 1935). Deze predikanten leverden +elk kwartaal een schriftelijk rapport van hun werkzaamheden in bij hun deputaten. +De manier waarop men werkte, riep van Joodse zijde veel weerstand op en dat zal +ons nu nauwelijks verwonderen. In Den Haag waren clubs voor Joodse kinderen. +In een oplaag van 30.000 (1940) werd maandelijks "De Messias-bode" gratis en +ongevraagd aan Joodse adressen gezonden. Jaren later, toen we in Israël woonden, +vertelde ons een vriend van Nederlandse afkomst hoe hij indertijd in Nederland +enkele malen verzocht had, de Messias-bode niet meer te sturen. Dat hielp niet, +totdat hij opnieuw een brief naar de redactie schreef met het verzoek voortaan +twee exemplaren te sturen want, zo schreef hij, "het papier van dit geschrift +is uitermate geschikt om op de w.c. gebruikt te worden". Pas toen zag men van +verdere toezending af, aldus mijn vriend. + +<23> + +Veel huisbezoeken werden door de drie predikanten afgelegd. Slechts weinigen +uit de Joodse gemeenschap lieten zich dopen. Ds. Van Nes waarschuwde de +kerkeraden overigens tegen het te spoedig bedienen van de doop. Hij vond dat +er in het algemeen drie tot vier jaar catechetisch onderwijs nodig was voor +men tot dopen kon overgaan. [1.5] +In 1929 bezocht ds. Van Nes een Joden-zendingsconferentie te Neurenberg. +Hier werd hij geconfronteerd met de groei van het antisemitisme in Duitsland. +Sindsdien kozen hij en zijn twee collega's ondubbelzinnig partij ertegen. +Op de eerste conferentie van plaatselijke commissies voor zending onder de +Joden, in 1932, nam men met algemene stemmen een aantal resoluties aan waarvan +de eerste luidde: + +"De conferentie brandmerkt het antisemitisme als grove zonde en zij roept alle +Christenen op tot betoon van hartelijke liefde tot de Joden om Christus' wil". [1.6] + +Ook de Messias-bode keerde zich fel tegen het antisemitisme, de eerste keer in +een artikel van de hand van ds. Kapteyn, november 1930. Als ds. Van Nes over +dit onderwerp een lezing hield, kwam men nu ook van Joodse kant luisteren. +Toen hij in Aalten over het antisemitisme sprak, werd zelfs de synagogedienst +een kwartiertje vervroegd, opdat men nog naar deze bijeenkomst zou kunnen gaan. [1.7] +Maar toen deputaten op de synode van 1933 verslag uitbrachten, deelden zij mee: +"Thans volgen de rapporten, zoals die bij deputaten ingebracht werden door de drie +missionarissen, met weglating van de algemene opmerkingen waarin de missionarissen +over het lijden van het Jodendom en de reactie daarop in Joodse en Christelijke +kring praten." [1.8] + +c. Over synodes en deputaatschappen + +De Hervormde geschiedschrijver H.C. Touw schrijft Synode, met een hoofdletter; +de Gereformeerde Th. Delleman daarentegen schrijft synode zonder hoofdletter. +Dat is niet toevallig. De inrichting van de diverse kerkgenootschappen vertoont +op bepaalde punten onderling verschillen, bij voorbeeld wat betreft de taak van +de synode. De besluitvorming komt op verschillende wijzen tot stand. + +<24> + +In het volgende vertellen we iets over de structuur van de Gereformeerde Kerken +in Nederland. Het meervoud (kerken!) is veelbetekenend: men hecht veel waarde +aan de zelfstandigheid van iedere plaatselijke kerk (of: gemeente). +Op 1 januari 1940 waren er, volgens het jaarboek van 1940, 788 (plaatselijke) +kerken met 811 dienstdoende predikanten en 652.826 leden, waarvan 331.615 +belijdende leden. Er waren dus 321.211 doopleden, toen voornamelijk kinderen. +De toename over 1939 bedroeg 7.687 leden. + +Vooral in de grotere plaatsen beschikte een gemeente vaak over meer dan een +kerkgebouw, en meer dan een predikant. Iedere gemeente werd bestuurd door de +kerkenraad: ouderlingen, diakenen en de predikant(en), allen gekozen door (toen +nog alleen de mannelijke) belijdende leden. +De kerkenraad stuurde afgevaardigden (een predikant en een ouderling) naar de +classis: een regionaal verband van kerken dat eens in de drie maanden vergaderde. +Deze classis vaardigde vertegenwoordigers af naar de particuliere (of: provinciale) +synode die eens per jaar een dag vergaderde en dan afgevaardigden naar de generale +(of: nationale) synode koos. Deze vergaderde eens in de drie jaar (tenzij er "enige +dringende nood was om de tijd korter te nemen") enkele dagen en werd dan ontbonden. +Zo was er een synode in 1933 en daarna weer een in 1936. +Er waren 12 provinciale synodes: Limburg en Noord Brabant deden samen, maar +Zuid-Holland en Friesland hadden elk twee particuliere synodes. Iedere provinciale +synode mocht 4 leden afvaardigen naar de generale synode: 2 predikanten en 2 +ouderlingen. De generale synode bestond dus uit 24 predikanten en 24 ouderlingen, +plus, als prae-adviseurs, de theologische hoogleraren. +Synode-leden waren meestal van rijpere leeftijd. Er waren geen vrouwen bij: zij +hadden toen noch het actieve, noch het passieve kiesrecht, d.w.z. ze mochten +niet kiezen en niet gekozen worden. +Voor iedere synode koos men een vergaderplaats in weer een andere provincie. +Als een synode bijeenkwam, begon men met een moderamen (bestuur) te kiezen, +bestaande uit vier personen. Men vergaderde een aantal dagen, tijdens welke de +nodige besluiten werden genomen. Dan werd de synode gesloten en ging iedereen +naar huis. De synode was dus allerminst een permanent instituut. + +<25> + +De synode die in 1936 te Amsterdam bijeenkwam, vergaderde in totaal 16 dagen, +werd toen voorlopig gesloten en kwam in 1938 nog twee dagen bijeen. In die tijd +was er binnen de Gereformeerde Kerken een strijd ontbrand over bepaalde punten +van de geloofsleer. Om die reden werd de volgende synode, die van Sneek, in 1939 +niet definitief gesloten, maar waren er voortgezette synodevergaderingen: 6 dagen +in 1940, 12 dagen in 1941 en 19 dagen in 1942. In 1944 zouden de leergeschillen +tot een scheuring in de kerken leiden. Maar in ieder geval kon men van de nood +(de leergeschillen) een deugd maken: door oorlog en bezetting dienden zich +onverwachte maar dringende problemen aan en men had nu de gelegenheid om deze +te behandelen. +Het moderamen van de synode was gemachtigd om, na de sluiting van de synode, +toe te zien op de uitvoering van de genomen beslissingen. Het werd daarin +bijgestaan door deputaatschappen. Hierboven kwamen we het deputaatschap voor +de zending onder de Joden al tegen. +Een ander deputaatschap was dat voor "correspondentie met de Hoge overheid". +De taak van deze commissie was voor de tweede wereldoorlog nauwelijks meer dan +een ceremoniële: men stuurde namens de kerken bij voorkomende gelegenheden +een condoleantie- of felicitatie-telegram aan leden van het koninklijke huis. +Voorzitter van dit deputaatschap was de hoogleraar dr. H.H. Kuyper. +Zijn "secundus" (vervanger) was mr. dr. J. Donner, oud-minister van justitie +en lid van de Hoge Raad. Ook was hij de vader van de latere schaakmeester J.H. +Donner. + +d. Het lidmaatschap van de NSB. + +Van belang voor de inperking van invloed en aanhang van de NSB. is geweest, +dat drie Nederlandse kerkgenootschappen zich uitgesproken hebben over de +nationaal-socialistische beginselen, deze veroordeelden en daaruit de +consequenties trokken voor de leden van hun kerk die toegetreden waren tot de NSB. + +<26> + +Allereerst de Rooms-katholieke Kerk. De bisschoppen waarschuwden in een herderlijk +schrijven van 2 februari 1934 alle Katholieken om, "in het belang van de Kerk +en in het belang van ons gehele volk, niet mee te doen aan de fascistische en +nationaal-socialistische stromingen". + +"Wie ondanks dit Ons waarschuwend woord menen hun eigen inzichten te moeten +doordrijven, mogen weten, dat zij een zware verantwoordelijkheid op zich laden +en dat zij zich tegenover God en hun geweten hebben te verantwoorden over +hun kortzichtige roekeloosheid." [1.9] + +Een uitdrukkelijke veroordeling volgde op 6 mei 1936. De bisschoppen verklaarden +dat "allen die aan deze partij (de NSB.) belangrijke steun verlenen, niet tot +de H.H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." [1.10] + +Wanneer de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde, kwamen +de vragen op de agenda die door de "mindere" vergaderingen gesteld waren. +Al in 1933 had de classis Amersfoort aan de synode gevraagd, "hoe te handelen +met de leden der gemeente, die zich aansluiten bij, en propaganda voeren voor +de nationaal-socialistische beweging." [1.11] Men is er toen niet diep op +ingegaan, maar in 1936 kwamen diverse provinciale synodes en klassikale +(regionale) kerkvergaderingen met dezelfde vraag. Het was een jaar na de +verkiezingsoverwinning van de NSB. +Enkele kerkleden waren al door hun kerkenraad vermaand, en soms zelfs onder +censuur gesteld (de censuur is de kerkelijke tucht waarbij de betrokkene van +het Avondmaal afgehouden kan worden en leidde, na lang vermaan en met +uitdrukkelijke toestemming van de classis, uiteindelijk tot een geschrapt +worden als kerklid). +Zo werd de bekende NSB.-er E.J. Roskam door de kerkenraad van Amsterdam-Zuid +vermaand vanwege zijn artikel in "Volk en Vaderland", waarin hij de Gereformeerde +Kerken aanviel. Hij' verklaarde daarop, dat hij zijn artikel, "alhoewel daar +vele waarheden in voorkomen die ik moet handhaven, niet had mogen schrijven en +daarom ook terugneem, omdat daar een oordeel gegeven wordt over onze Gereformeerde +Kerken, dat mij' niet toekomt te vellen en op die plaats te publiceren." [1.12] + +<27> + +foto 3. Prof dr. K Schilder (1890-1952 + +Ook de vooraanstaande NSB.-er C. van Geelkerken werd door de raad van de +Gereformeerde kerk te Utrecht vermaand. Hij, Roskam en ook Mussert zelf +schreven daarop protestbrieven naar de synode. Delleman drukte Musserts brief +volledig af. [1.13] +De synode benoemde uit haar leden een commissie met als adviseurs de hoogleraren +H.H. Kuyper en K. Schilder. Kuyper stelde voor dat de commissie zich incompetent +zou verklaren en geen uitspraak zou doen. Dat voorstel werd verworpen. Het rapport, +dat eerst door de commissie en daarna door de synode aanvaard werd, was gebaseerd +op een concept van Schilder. [1.1414] Deze schreef kort daarop ter toelichting een +brochure: Geen duimbreed! Na een paar dagen was er al een herdruk nodig. +In het rapport worden vijf bezwaren tegen de NSB. ingebracht waaronder "het +streven naar de machtsstaat" en "het exclusief nationalistisch karakter": En al +moge ze (de NSB.) de "rassenvergoding" verwerpen, de manier, waarop zij zelfs +tot in haar program toe (artikel 2) de eenheid van de "Dietse stam" op de +voorgrond zet, toont, dat ze zich ook in dit opzicht niet onbesmet heeft gehouden; +aldus het rapport."[1.15] + +<28> + +Op 2 oktober 1936 betuigde de synode haar instemming met het rapport. Alle +plaatselijke kerkenraden zouden bij de NSB. aangesloten leden dienen te "vermanen +om dit lidmaatschap te beëindigen, en zo nodig de betrokkenen af te houden van +het avondmaal". +Aan een na de oorlog gehouden enquête deden 521 van de 782 kerkenraden mee. +Slechts twee daarvan bleken de maatregel niet te hebben uitgevoerd; 519 wel, +ook na 14 mei 1940. Het ging, wat deze 521 gemeenten betreft, om een totaal +van 272 Gereformeerde NSB.-ers. Sommigen hunner hebben door het vermaan der +kerk hun dwalingen nog tijdens de bezetting ingezien en braken met de NSB., +aldus Delleman. Een klein aantal Gereformeerde NSB.-ers werd na vermaan ten +slotte afgesneden (van het kerklidmaatschap vervallen verklaard), terwijl 37 +zich als lid onttrokken."[1.16] + +Wie, na dit alles gelezen te hebben, nu vervuld is van bewondering voor de +Gereformeerde karaktervastheid, dient ook te weten dat, tegelijk met de NSB., +de socialistisch-pacifistisch georiënteerde Christen-Democratische Unie (CDU.) +evenzeer door de synode op de korrel genomen werd. +Dat komt ons nu onbegrijpelijk voor, maar ik herinner me, uit 1936, een +inleiding op de jongelingsvereniging over de CDU. waarin de spreker betoogde: +"De CDU. is geen unie, is niet democratisch en evenmin christelijk". +Het is een schrale troost dat de (veel kleinere) Christelijke Gereformeerde +Kerken in Nederland (40.000 leden) in 1937 uitdrukkelijk afzagen van een +veroordeling van de CDU., maar wel besloten tot het uitoefenen van de tucht +over kerkleden die lid waren van de NSB." [1.17] + +e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland + +Hitler werd rijkskanselier op 30 januari 1933 en na Hindenburgs overlijden +(2 augustus 1934) president, en opperbevelhebber van het leger. Onmiddellijk +na de machtsovername in Duitsland begonnen de antisemitische maatregelen. +Joodse winkels werden geboycot, Joden in overheidsdienst ontslagen. + +<29> + +De toelating van Joodse kinderen en studenten tot scholen en universiteiten +werd beperkt. Op 15 september 1935 werden de beruchte Neurenberger wetten +uitgevaardigd. "Gemengde" huwelijken waren voortaan verboden; vrouwen onder +de 45 jaar mochten niet in dienst van Joden staan. Het Duitse staatsburgerschap +zou voortaan mee door de "zuiverheid" van het bloed bepaald worden. +Zomer 1938 werden ongeveer 1500 Joden gevangen genomen en opgesloten in +concentratiekampen. In oktober van dat jaar werden 15.000-17.000 Joden +van Poolse afkomst gedeporteerd. Toen op 7 november 1938 in Parijs een +aanslag werd gepleegd op de Duitse ambassadefunctionaris Ernst vom Rath, +die op 9 november aan zijn verwondingen bezweek, was deze aanslag het +voorwendsel voor het ontketenen van pogroms door heel Duitsland; in de +zogenaamde Kristalnacht werden duizenden winkels van Joden geplunderd en +synagoges verbrand. Meer dan 26.000 Joden werden gevangen genomen, velen +hunner naar een concentratiekamp gevoerd; tenminste 91 vermoord. +Als reactie op deze van hogerhand gesanctioneerde terreur probeerden velen +Duitsland te verlaten. Dit gelukte in 1933 naar schatting aan 37.000 Joden. +In 1934 was hun aantal 23.000 en in 1935 vluchtten er 21.000. Voor 1936 en 1937 +bedroegen de geschatte cijfers respectievelijk 25.000 en 23.000. Vanaf begin +1938 tot 1 oktober 1941 - toen alle emigratie verboden werd - verlieten naar +schatting 170.000 Joden het Duitse "Reich". [1.18] + +Hoe waren nu de reacties op dit alles in Nederland? +Er waren augustus 1933 naar schatting ongeveer 6.000 - politieke en Joodse - +vluchtelingen in ons land. Mei 1934 besliste de regering dat niet-officieel +toegelaten vluchtelingen aan de grens moesten worden tegengehouden, tenzij +"aannemelijk wordt gemaakt dat terugkeer naar Duitsland onmiddellijk lijfsgevaar +voor de betrokkenen zal meebrengen". [1.19] Statenloze vluchtelingen moesten +naar Duitsland teruggeleid worden, maar met gematigdheid en zonder "aan +overijling gepaard gaande hardheden". In totaal werden door Nederland ruim +30.000 vluchtelingen opgenomen, in verhouding meer dan door andere landen, +aldus L. de Jong. [1.20] Maar Joodse vluchtelingen zijn in die jaren door de +Nederlandse marechaussee in opdracht van de regering Colijn wel "teruggeleid" +naar Duitsland. Na de Anschluss (waarbij Duitsland Oostenrijk inlijfde; +maart 1938) verscherpte de Nederlandse regering haar restrictief beleid. + +<30> + +Vele predikanten ondertekenden een manifest (in 1933) waarin het antisemitisme +werd afgewezen. [1.21] J.J. Buskes en W. Banning behoorden tot de sprekers op +een grote protestvergadering. [1.22] Op 19 sept. 1935 was opnieuw Buskes een +van de sprekers op een protestvergadering in de Apollo-hal, waar 6000 mensen +aanwezig waren. De toespraken werden gepubliceerd in de brochure "Vrede over +Israël". Er werd een Protestants hulpcomité, opgericht, het "Comité voor +zogenaamde niet-arische Christenen". In 1938 werd de naam veranderd in +"Protestants Hulp-Comité, voor uitgewekenen om ras of geloof'. We noemen deze +verschillende reacties slechts terloops: het ging hier immers niet om officiële +kerkelijke protesten. Van Roon verschaft uitvoerige gegevens in zijn Protestants +Nederland en Duitsland 1933-1941. + +Voor de tweede wereldoorlog heeft bijna geen enkel kerkgenootschap in Nederland +officieel en publiekelijk geprotesteerd tegen de Jodenvervolgingen. Kerken in +Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden, Frankrijk en de Verenigde Staten hebben +dat wel gedaan.[1.23] Vanwaar die zwijgzaamheid in Nederland? De volgende punten +dienen hier genoemd te worden. +Vrij algemeen was men binnen de kerken van oordeel, dat het doen van "politieke" +uitspraken niet op de weg der kerken lag. Men had immers Christelijke politieke +partijen? Toentertijd werd dan ook - in tegenstelling tot nu - geen enkele +publieke uitspraak over welk politiek onderwerp dan ook door de kerken gedaan. +Bovendien bestond er - in tegenstelling tot nu - weinig contact tussen de kerken; +er was geen gezamenlijk optreden. Vooral de RK Kerk en de Gereformeerde Kerken +in Nederland zagen geen heil in interkerkelijke samenwerking. +Daar komt dan nog bij, dat men algemeen bevreesd was voor het in gevaar brengen +van Nederlands neutraliteit en van onze economische belangen: de handel met +Duitsland. Ook beschouwde men, ofschoon het nationaal-socialisme afwijzend, +Duitsland desondanks als een bolwerk tegen het veel groter geachte gevaar: +dat van het communistische Rusland. +Wat de Hervormde Kerk betreft, "de kerkorde maakte het nu eenmaal de Kerk +onmogelijk, te komen tot een gemeenschappelijk en openlijk getuigenis", aldus +Touw. "De Synode had geen bevoegdheid kerkelijke beslissingen te nemen, maar +had alleen een administratieve en financiële opdracht. De grote roeping van +het belijden, getuigen en handelen der Kerk werd in de kerkelijke vergaderingen +niet aan de orde gesteld, en in elk geval kon daarover geen bindende beslissing +genomen worden".[1.24] + +<31> + +Twee uitzonderingen op deze regel van officieel-kerkelijke stilzwijgendheid +zijn te melden. Allereerst kreeg de Commissie tot de Zaken (het dagelijks bestuur) +van de Remonstrantse Broederschap een brief van de gemeente te Amersfoort waarin +verzocht werd om de Jodenvervolging in Duitsland op de agenda van de komende +Algemene Vergadering te plaatsen. De hoogleraar G.J. Heering stelde daarop +een resolutie op: + +(...) Zonder voorbij te zien aan de schuld der wereld en onze eigen schuld in +deze loop van zaken, en open latende de vraag in hoever aan de houding der +getroffenen of aan die van hun geestverwanten of rasgenoten een en ander +verweten kan worden, op dit ogenblik kunnen wij slechts denken aan het onrecht, +dat geschiedt. Onrecht tegenover de pacifisten, tegenover de socialisten en +tegenover de Joden. (...) Het ergste is misschien, dat de Christelijke Kerk voor +het grootste deel zozeer de dienaresse is geworden van het nationalisme, dat zij +op enkele uitzonderingen na zwijgt, of instemming betuigt. [1.25] + +De overgrote meerderheid van de Vergadering stemde met Heering in. "Het was een +uitspraak voor intern gebruik, maar het bleef een uitspraak", aldus Van Roon. + +Ten tweede werd er een motie aangenomen door de Nederlandse afdeling van de +World Alliance for International Friendship through the Churches: + +"De Nederlandse Afdeling van de Wereldbond tot het bevorderen van een goede +verstandhouding tussen de volken door de kerken, bewust van zijn doel om de +vriendschappelijke verhouding tussen de volken te bevorderen en overtuigd, dat +deze ernstig geschaad wordt door de maatregelen in Duitsland genomen en uitgevoerd +tegen de Joden, die mede verklaard kunnen worden als uiting van rassenhaat, +verzoekt het dagelijks bestuur om zich over deze maatregelen uit te spreken en +verder alles te doen wat in zijn vermogen is om in overeenstemming met de beginselen +van de Wereldbond en zijn doel de spanning en de ergernis weg te nemen, die door +die maatregelen in Nederland en in de gehele beschaafde wereld zijn gewekt, +en om mede te werken tot het doen ontstaan van die verhouding die volgens het +Christelijk geweten tussen de rassen moet bestaan." [1.26] + +Men deed ook mededeling van inhoud en verzending van deze brief aan de permanente +commissie van het Ned. Israëlitisch Kerkgenootschap. Het verzoek aan het bestuur +van de Wereldbond had een positief resultaat. + +<32> + +2. HET BEGIN + +a. De situatie (mei - oktober 1940) + +Nederland werd door de Duitse legers onder de voet gelopen en capituleerde. +Koningin Wilhelmina was met haar gezin gevlucht. De ministers waren in Londen: +een Regering in ballingschap. +De Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart werd benoemd tot Rijkscommissaris over +het bezette Nederland. Op 29 mei nam hij het burgerlijke bestuur over en hield +ter gelegenheid daarvan een rede in de Ridderzaal, de plaats waar de Koningin +op Prinsjesdag de Troonrede placht voor te lezen. De nieuwe gezagsdrager +beloofde "het tot nu toe geldende Nederlandse recht in kracht te laten en het +Nederlandse volk geen vreemde ideologie op te dringen". Een andere uitspraak +in zijn rede: + +"Wij Duitsers echter, die door dit land gaan met een blik die gescherpt is door +het begrip voor de waarden van de banden des bloeds en de ontbindingen des bloeds +in een volk, verheugen ons over de Nederlandse mensen. Wij verheugen ons over +de kinderen, wensen dat de jongens hier moedige, krachtige, energieke mannen en +de meisjes gelukkige moeders van grote gezinnen zullen worden. Wij gevoelen ons +heden, en in alle omstandigheden verantwoordelijk voor het goede bloed, want bloed +verplicht ook over uiterlijke feiten en ontbrekend begrip heen." + +In de maand juni werden de overgebleven Engelse troepen geëvacueerd uit Duinkerken. +De val van Parijs werd gevolgd door de capitulatie van heel Frankrijk. Vanaf 4 juli +was alleen luisteren naar de Nederlandse of Duitse radio toegestaan; in diezelfde +maand sprak de Koningin voor de eerste keer over radio Oranje. +Op 7 september vond de eerste grote Duitse luchtaanval op Londen plaats: +de "slag om Engeland" was begonnen. Eind september werd het drie-mogendheden +verdrag (Duitsland, Italië en Japan) bekendgemaakt. +Vanaf 1 oktober moesten de Nederlanders zich kunnen identificeren. Eind oktober +begon de aanval van Italië op Griekenland. + +<34> + +22 mei: morgen komen de schoenen op de bon, en binnenkort de textiel, zegt men, + de suiker was al op de bon. +18 juni: ook het brood wordt nu gedistribueerd, we eten er nu een prakje bij. +14 juli: morgen worden vel en andere levensmiddelen gedistribueerd. + 4 aug.: Het puntenstelsel voor de textiel zal nu in werking treden; 100 punten + per half jaar. Het eerste kwartaal mogen de mensen 40 punten besteden. + Lakenkatoen kost 10 punten per m2, een knot wol vijf punten. +15 juli: een half pond boter, vet of margarine in de week. Veel te weinig, maar + nu krijgen we allemaal een eiken botervlootje; dan kan ieder zo dik of + zo dun smeren als hij zelf wil. +16 aug.: Er zijn al lakens, overalls en molton van kunstvezel. De verkoop van + wollen stoffen en van bovenkleding is tot nader order verboden. +30 aug.: Morgen is de Koningin jarig. We mogen geen enkel teken van vreugde of + van rouw betonen. Ook geen rouwbanden dragen of in de etalage leggen, + (Politieagent) Driessen kwam dat speciaal zeggen. De boeren mogen zelf + niet meer karnen; de karnen zijn verzegeld. Nu gebruiken ze de wasmachine. +2 sept.: Gisteren hadden we een dominee die bad "voor degenen die thans over ons + heersen, of ze uit de greep van de leugengeest verlost mogen worden". +25 sept.: De zeep kwam kortgeleden op de bon, en nu ook het vlees. +2 okt.: De foto's van het Koninklijk huis zijn bij de boekhandelaars en het + postkantoor in beslag genomen. +6 okt.: We zijn in afwachting wat er boven ons hoofd hangt: Mussert of + zelfbeschikking. + +De eerste anti-joodse maatregel was de uitsluiting van Joden uit de luchtbescher- +mingsdiensten. Kort daarop (eind juli) volgde het verbod op ritueel slachten. In +Zandvoort werd, begin augustus, de synagoge opgeblazen. Op 30 september werd het +verbod uitgevaardigd om hen die "geheel of gedeeltelijk van Joodse bloede" waren, +in overheidsdienst te benoemen of, indien reeds in dienst, te bevorderen. + +b. Het Convent van Kerken + +Al gauw na de Nederlandse nederlaag in de meidagen en de daarop volgende bezetting +door de Duitsers, vonden er op kerkelijk terrein twee ontwikkelingen plaats die +van groot belang zouden blijken te zijn, allereerst voor de periode van de bezetting, +maar ook voor de tijd daarna, tot op de dag van vandaag. + +<35> + +Allereerst vonden de kerken elkaar in een permanent verband -het Convent van +Kerken, vanaf 1942 I.K.0. (Interkerkelijk Overleg) genoemd. De problemen die +uit de bezetting voortvloeiden noodzaakten tot overleg en het waar mogelijk +vormen van een gemeenschappelijk front. + +In een brief, gedateerd 20 juni 1940, nodigde de Algemene Synodale Commissie +der Nederlandse Hervormde Kerk afgevaardigden van zeven andere kerken uit tot +een samenspreking: "voor elk van die (Kerkgenootschappen) één afgevaardigde +en wel iemand die bevoegd zou zijn namens het Kerkgenootschap zich casu quo +te wenden tot de hoge overheid." +De eerste vergadering vond plaats op 25 juni. Vertegenwoordigd waren: +de Nederlandse Hervormde Kerk; +de Gereformeerde Kerken in Nederland, +de Christelijke Gereformeerde Kerk; +de Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband; +de Remonstrantse Broederschap; +de Algemene Doopsgezinde Sociëteit; +de Evangelisch Lutherse Kerk; +en het Hersteld Evangelisch Luthers Kerkgenootschap + +Zoals blijkt uit de volkstelling van 1930 waren er in dat jaar in Nederland +2,7 miljoen Hervormden, 640.000 Gereformeerden en 270.000 leden van de andere +bovengenoemde Kerkgenootschappen. [2.1] De Rooms-katholieke Kerk deed dus +(nog) niet mee; ze was niet uitgenodigd. +Als voorzitter trad op prof. J.R. Slotemaker de Bruïne. Al vrij spoedig daarna +zou hij moeten terugtreden wegens een ziekte, waaraan hij overleden is. Daarna +zijn onder anderen prof. P. Scholten, mr. J. Donner en dr. J.J.C. van Dijk +voorzitter geweest; de bezettende macht zorgde voor de roulatie: telkens werd +de voorzitter gevangen genomen. +Als secretaris van het Convent trad ds. K.H.E. Gravemeyer (geb. 1888) op, +een krachtige figuur, die op 1 april 1940 met de kleinst mogelijke meerderheid +was gekozen als secretaris van de Synode van de Ned. Hervormde Kerk. Eens zei +hij tegen een bezoeker: "We zijn er niet om de strijd (tussen Kerken en bezetters) +te voorkomen, maar om die goed te strijden". [2.2] + +<36> + +foto 4. Ds K.H.E. Gravemeyer + +Ds. Gravemeyer zou tot aan het einde van de bezetting (met een onderbreking van +enkele maanden in 1942 wegens gijzeling door de Duitsers) secretaris van het +Convent - later Interkerkelijk Overleg genoemd - blijven. Hij heeft het verzet +van de kerken ten zeerste gestimuleerd. +Op de eerste bijeenkomst typeerde de voorzitter die als "officieus, informatorisch +en vertrouwelijk". Men zou elkaar kunnen voorlichten en inlichten en bij belangrijke +zaken in eenparigheid jegens de overheid handelen, teneinde aan het optreden der +Protestantse kerken in Nederland aldus meer kracht bij te zetten. +De meeste bleken echter aanwezig zonder uitdrukkelijke machtiging van hun kerk. +Zo was de Gereformeerde vertegenwoordiger, prof. H.H. Kuyper, wel voorzitter van +"Deputaten voor de correspondentie met de hoge overheid", maar - zoals al eerder +opgemerkt - dit Deputaatschap had tot nu toe weinig betekend; zo mocht men slechts +antwoord geven, "als de overheid naar de mening van de kerk vroeg in een bepaalde +zaak, indien de synode zich althans over die zaak had uitgesproken." Maar die +zomer vergaderde de synode en verleende aan prof. Kuyper een meer uitgebreid, +aan de veranderde tijdsomstandigheden aangepast mandaat: "Eindelijk wordt het +moderamen (bestuur van de synode) gemachtigd om met de deputaten voor de +correspondentie met de Hoge Overheid beslissingen te nemen, wanneer er geen +synode kan samenkomen." [2.3] + +<37> + +In het begin besprak men in het Convent onderwerpen als: vergoeding van oorlogsschade +aan de kerken, zondagsarbeid, avondmaalsbrood (in verband met de distributie- +moeilijkheden), enz. Maar de notulen van 30 juli vermelden: In de volgende +vergadering zal over het karakter van het Convent nader gesproken worden. Verzocht +wordt, dan tevens de vraag aan de orde te stellen, of er voor de Kerken aanleiding +en zelfs plicht kan zijn, zich thans omtrent het antisemitisme uit te spreken." [2.4] +In augustus is er geen vergadering geweest en in september is men niet aan het +onderwerp antisemitisme toegekomen. De notulen zijn uiterst summier en het is +niet duidelijk of men er echt niet aan toe kwam, dan wel als een poes om de hete +brei heendraaide. Ds. J.J. Buskes, die de vergaderingen bijwoonde als afgevaardigde +van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, zou later schrijven: "het heeft +heel wat strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Jodenkwestie ten slotte +een waarlijk principieel geluid te laten horen." [2.5] Abel Herzberg merkte op: +"Ook de protestantse kerk ving aan zich te roeren. Dit laatste is niet ineens +gegaan, niet overal van ganser harte, maar veelal schoorvoetend en, naar +Nederlandse trant, bedachtzaam." [2.6] + +c. De Lunterse Ring + +Toch waren de zomermaanden geen verloren tijd. Eind augustus werd te Lunteren +een driedaagse "clandestiene" vergadering gehouden van een dertigtal predikanten +en gemeenteleden, voornamelijk uit de Hervormde Kerk en het al eerder genoemde +"Hersteld Verband" (een afsplitsing, sinds 1926, van de Gereformeerde Kerken +in Nederland). De deelnemers hadden, vooral door het volgen van de strijd van +de "belijdende Kerk" in Duitsland, al voor mei 1940 de gevaren van het nationaal- +socialisme beseft. J.J. Buskes was in Lunteren aanwezig, evenals J. Eykman, +J. Koopmans, K.H. Kroon, K.H. Miskotte en G. Oorthuys. Zij allen zouden een +rol in het verzet spelen. +Men besloot een brief tot de door de Hervormde Synode ingestelde, uit 19 leden +bestaande commissie Kerkelijk overleg te zenden; ook ging er een afschrift naar +het moderamen van de Gereformeerde synode. In deze brief drong men erop aan, +dat de officiële kerkelijke instanties zich "zo beslist, zo helder en zo snel +mogelijk ter voorlichting van de gemeente en, hetzij' direct of indirect, ook +van ons volk in zijn geheel, zouden uitspreken over "de moeiten, zorgen en +verzoekingen waarin wij en onze landgenoten verkeren." Met name genoemd werden +"de beginnende antisemitische propaganda, de geestelijke vrijheid, opvoeding +en school, en de willekeur van de bezettende macht". Over het eerstgenoemde punt +schreef men: + +<38> + +"Wij kwamen diep onder de indruk van het feit, dat de antisemitische propaganda +al veel verder in ons volk is doorgedrongen dan velen vermoeden en dat de +overeenkomstige maatregelen van hoger hand (slachtverbod, verklaring van de +luchtbeschermingsdienst enz.), bovendien de daden van belediging en overlast +de Joden aangedaan (de verkoop van "Sturmer" en "Misthoorn" op de openbare weg, +het opblazen van de synagoge te Zandvoort enz.) voor het geweten van tallozen +een ondraaglijke last zijn geworden." + +Buskes was een van de ondertekenaars. Hij was het geweest, die In het Convent +der Kerken verzocht had het onderwerp antisemitisme op de agenda te plaatsen. +Hij wist zich nu gesteund door zijn vrienden. Ook de leden van Kerkelijk Overleg, +waaronder ds. Gravemeyer, die bovendien secretaris van het Convent was, werden +aangemoedigd. Niet dat de brief van de kant van Kerkelijk Overleg een positieve +reactie kreeg: men nam de brief niet in behandeling, maar gaf deze door aan het +moderamen (bestuur) van de Hervormde Synode. Dit liet een antwoord opstellen door +een commissie onder voorzitterschap van prof. W.J. Aalders. We komen op dat +antwoord nog nader terug. +Toch zou de "naar boven" uitgeoefende druk niet vergeefs blijken te zijn geweest. +De brief zou de Gereformeerde synode inspireren tot het herderlijke schrijven +dat in maart 1941 publiekelijk 11 dwz. in de kerkdiensten - voorgelezen werd. +Het was een wisselwerking: vanuit de kerken kwamen stemmen die hun leiding om +een duidelijk woord vroegen, en als dat woord dan ook kwam, en vooral als het +hoorbaar (vanaf de preekstoel) in de zondagse kerkdienst weerklonk, werden de +gelovigen aangespoord tot een houding en daden van verzet. + +Zomer 1940 begint zich dus de tweede belangrijke ontwikkeling af te tekenen. +De eerste was, dat de kerken elkaar vonden in een gemeenschappelijk en permanent +beraad: het Convent van Kerken. De tweede was, dat men nu ook gezamenlijk en +publiek ging spreken. + +<39> + +In onze tijd wordt het als een gewone zaak beschouwd dat een kerk, of de Raad +van Kerken in Nederland, een publieke uitspraak doet over een of andere +belangrijke zaak. Bij menigeen roept het publieke spreken van de kerken zelfs +een gevoel van geïrriteerdheid op, indien naar eigen smaak de uitspraak te ver +dan wel niet ver genoeg gaat. In 1940 was het doen van een publieke uitspraak +iets geheel nieuws. De kerken hadden op dit punt geen enkele ervaring en de +Hervormde Kerk - de grootste - had een kerkorde die, zoals al in het vorige +hoofdstuk vermeld, publiek getuigen formeel onmogelijk maakte. Toch is dat +getuigenis er gekomen, vele malen en over in die tijd brandende kwesties. +Men richtte zich daarbij tegen een hardvochtige bezetter, die meermalen zou +reageren met gevangenneming van sommige bij' de opstelling van een protest +betrokkenen. +Het eerste publieke woord van de kerken was gericht tegen de vervolging van +de Joden en het antisemitisme. Dat was ook het eerste punt op het verlanglijstje +van de "Lunterse kring". + +d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald + +De door de Lunterse kring gesignaleerde "maatregelen van hogerhand" tegen de +Joden kwamen voor menigeen onverwacht. Men had kennis genomen van Seyss-lnquarts +toespraak bij zijn ambtsaanvaarding en geloofd in de fraaie beloften ("Het tot +nu toe geldende Nederlandse recht blijft van kracht"), maar niet goed geluisterd +naar de daarop volgende beperking: "voor zover het verenigbaar is met de bezetting". +Toen eind augustus 1940 de instructie afkwam dat Joden niet meer mochten worden +aangesteld in overheidsdienst noch, indien al in dienst, bevorderd, gingen de +hoogste nog aanwezige Nederlandse gezagsdragers - de secretarissen-generaal - +hiermee akkoord (6 september), zij het na enig protest. Daarop werd aan de +betreffende ambtenaren doorgegeven dat voortaan bij sollicitatiegesprekken de +vraag naar het al of niet Jood-zijn gesteld moest worden. +Een week later kreeg het hoofd van de sociale jeugddienst van het departement +van sociale zaken, de 48-jarige N.H. de Graaf, deze opdracht van zijn secretaris- +generaal. Hij weigerde, nam ontslag en las de volgende verklaring op maandag +16 september aan zijn medewerkers voor: + +<40> + +Foto 5. N.H. de Graaf + +Het is mij een behoefte u, als mijn medewerkers, met een kort woord duidelijk +te maken, wat het motief is geweest, waarom ik op 12 sept. jl. bij de waarnemende +Secretaris-Generaal mijn ontslag heb ingediend. Het is mij n.l. op die dag +duidelijk geworden, dat ook in ons land de z.g. ariër-paragraaf binnenkort zal +worden ingevoerd. Hierdoor zal het dus noodzakelijk worden, bij aanstelling +van personeel na te gaan, of de persoon in kwestie niet van Joodse afkomst is. +Het is daarom dat ik mij genoodzaakt heb gezien, hoe lief mij mijn werkkring +ook is, mijn ontslag in te dienen, daar ik voor mijn geweten als belijdend +Christen en als Nederlander deze vraag aan wie dan ook nooit zal willen stellen. +Iedere voorkeur van één mens boven een ander uit hoofde van zijn behoren tot een +bepaald ras of volk, is in strijd met de diepste gronden van het geloof in Jezus +Christus, in wie God, de almachtige Schepper van hemel en aarde, zich aan alle +mensen op deze wereld wil openbaren, en voor wie ieder mens volkomen gelijk staat. +Maar bovendien is een achterstelling van het Joodse volk in het bijzonder in +strijd met de inhoud van Gods Woord en Zijn Evangelie, omdat het Gods wonderbare +en ondoorgrondelijke wijsheid behaagd heeft, uit het volk der Joden de verlossing +aan alle volkeren en rassen te schenken door Jezus Christus, naar het vlees een +zoon van dit volk. Iedere verwerping van dit volk is daarmede een verwerping van Hem. + +<41> + +Het zal u duidelijk zijn dat, waar dit mijn diepste overtuiging uitmaakt, ik +voor God en mijn geweten nooit kan medewerken aan de toepassing van bovengenoemde +maatregel. Dat ik ook als Nederlander meen zo te moeten handelen, vindt zijn +oorzaak in mijn overtuiging, dat het Evangelie, zeker sedert onze vrijheidsstrijd +onder Willem de Zwijger, onlosmakelijk met ons volk verweven is, zodat deze +houding t.o.v. het Joodse volk ook bij anders georiënteerde Nederlanders +gemeengoed is geworden. +Ten slotte mag ik er nog op wijzen, dat ik in geloof er mij van bewust ben, dat +boven strijd en oorlog uit ieder mens persoonlijk en alle volkeren en rassen +gelijkelijk door dit Evangelie van Christus worden aangesproken en dat ik daarin +dus geen vriend of vijand onderscheid, of het Nederlander, Duitser, jood of +wie ook is. Want allen hebben als waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en +vergeving in Jezus Christus evenzeer nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals +ikzelf slechts uit die genade waarlijk leven en sterven kan. +Boven alle stormen in deze wereld en in onze mensenharten uit, verwacht ik +daarom de verlossing alleen van Hem die gezegd heeft: "Mij is gegeven alle macht +in hemel en op aarde, en zie, Ik ben met ulieden alle dagen tot de voleinding +der wereld". +Wat mijn toekomst zal zijn weet ik evenmin als één uwer dit voor zich kan weten, +doch bezorgd behoeft niemand daarover te zijn, omdat, terwijl ik weet, dat er +in mij geen kracht is, ik alle kracht verwachten mag van Hem die een mens, ook +in de grootste nood, nooit verlaat. +Ik wil daarom eindigen met u voor te lezen Psalm 23, waarin nu reeds zoveel +eeuwen geleden door de Joodse ziener dit onverwoestbare Godsvertrouwen wordt +uitgesproken. +"De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen +in grazige weiden: Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren. Hij verkwikt +mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om zijns naams wil. +Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vrezen, +want Gij zijt met mij: Uw stok en Uw staf die vertroosten mij. Gij richt een +tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegen-partijders. Gij maakt mijn +hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. Immers zullen mij het goede +en de weldadigheid volgen alle de dagen mijns levens, en ik zal in het huis +des Heren blijven in lengte van dagen." [2.7] + +Zijn vrouw vertelde later: "Het was natuurlijk wel een probleem, zo opeens +zonder betrekking, maar we dachten: er zal wel een oplossing komen. Je doet +die dingen vanuit je geloof." +De Graafs toespraak werd op grote schaal verspreid. Hijzelf werd kort daarop +gevangen genomen en als gijzelaar opgesloten in het concentratiekamp Buchenwald, +waar hij tot maart 1943 zou verblijven. + +<42> + +Omstreeks diezelfde tijd publiceerde dr. J. Eykman, een lid van de Lunterse +kring, een tot brochure omgewerkte preek, ook al had hij die preek gemaakt in +angst en beven. De brochure werd uitgegeven onder de titel Wij bouwen verder, +maar op welken grondslag? (Verg. 1 Corinthiërs 3: l1). De "afgoderij van bloed +en ras" werd scherp afgewezen: "Voor iedereen die ooit één woord in de bijbel +gelezen heeft, is het duidelijk dat God het Joodse volk en het Joodse ras als +een zegen in de wereld gewild heeft." +De verkoop van deze brochure werd begin september verboden, maar toen waren er +al 13.000 van verspreid. Ook dr. Eykman werd als gijzelaar naar Buchenwald gevoerd. + +e. Het eerste protest + +Terug naar het Convent van Kerken. +De notulen van 30 september 1940 vermelden: "Onderwerp antisemitisme zal +voorbereid worden door een nota van ds. Buskes, waarbij gevoegd zal worden +afschrift van een advies door prof. Aalders uitgebracht aan de Synode der Herv. +Kerk". Inderdaad is het onderwerp op de volgende vergadering besproken. +Het advies-Aalders, opgesteld naar aanleiding van de bovengenoemde brief van +de Lunterse kring aan de Synode, begon als volgt: + +"De kerk heeft in eerste aanleg niet te doen met het antisemitisme, d.w.z. met +het Semitische ras in het algemeen, maar met de aantasting van personen of +groepen, die, als Joden, tot dit ras behoren. En ook hier moet de kerk, krachtens +haar theologische visie, in de eerste plaats niet het oog hebben op de Joden in +het algemeen, maar op de Joden, welke tot de kerk behoren, de christenen onder +de Joden dus." [2.8] + +Het memorandum van ds. Buskes had de volgende inhoud: + +"De kwestie van het antisemitisme werd door mij aan de orde gesteld, omdat zij +naar mijn overtuiging de verhouding van kerk en overheid raakt. +De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken heeft in +opdracht van de Commissaris-generaal voor Bestuur en justitie aan de colleges +van Gedeputeerde Staten der verschillende provincies brieven gestuurd inzake +de benoeming of bevordering van Joden in openbare dienst (30 september en +3 oktober 1940). Uit deze brieven blijkt, dat voortaan onderscheid zal worden +gemaakt tussen de Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers. + +<43> + +De Rijkscommissaris heeft toegezegd, in overeenstemming met het Landoorlog- +regelement (1907) de in ons land geldende wetten te zullen eerbiedigen, behoudens +volstrekte verhindering. +De nieuwe verordeningen hebben met militaire belangen niet te maken. Zij zijn +een uiting van het antisemitisme, dat behoort tot de wezenlijke bestanddelen +van het Nationaal-Socialisme. +Als zodanig betekenen deze verordeningen een principiële inbreuk op de vigerende +wetgeving welke de onderscheiding van Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers +niet kent. + +Foto 6. Dr J.J. Buskes (na oorlogse foto) + +Het antisemitisme is in strijd met het Evangelie van Jezus Christus, dat de +kerken hebben te prediken. De kerken moeten, krachtens hun prediking van dit +Evangelie, er op staan, dat aan de Joden hier te lande en in de gegeven situatie +een behandeling op gelijke voet met alle andere burgers wordt verzekerd. +Het antisemitisme zet de jood op zijn jood-zijn vast. Het werkt bij de jood +de verharding en bij de niet-jood de verhovaardiging in de hand en staat de +Evangelieprediking in de weg. Daarom staan de kerken met hun prediking van +het Evangelie in dit opzicht achter de vigerende wetgeving. +In het bijzonder moge ik er op wijzen, dat de verordeningen ook gelden voor +het bijzonder onderwijs, dus o.m. ook voor de scholen met de bijbel, terwijl +zij naar hun inhoud met het wezen van de scholen met de bijbel volstrekt in +strijd zijn. +Mijn voorstel is: Het Convent wende zich tot de Rijkscommissaris en make hem +uit naam van de kerken hun principiële bezwaren tegen deze verordeningen bekend." +[2.9] + +<44> + +Ook al kan men mijns inziens terecht tegen een zinsnede van deze nota bezwaar +maken ("Het antisemitisme werkt bij de jood de verharding in de hand"), toch +dwingt het geheel respect af. +Blijkbaar is er naar aanleiding van de nota een felle discussie geweest. +Ds. Buskes zou later vermelden: + +Het heeft veel strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Joden kwestie +tenslotte een waarlijk principieel geluid te laten horen. Bij velen ontbrak +elk bijbels inzicht in wat de Jodenvervolging betekende. Met verontwaardiging +denken wij terug aan wat een man als prof. Kuyper zowel in het IKO als in de +Heraut over de Jodenkwestie ten beste gaf (De Joodse kwestie raakte de kerken +niet rechtstreeks; reeds Groen van Prinsterer en Kuyper maakten onderscheid +tussen Joodse en niet-Joodse burgers), met teleurstelling aan wat enkele +anderen over de roeping der kerk tegenover de vervolgde Joden zeiden. Er waren +ogenblikken, dat wij in dit opzicht niets, maar dan ook niets konden verwachten. +[2.10] + +Ten slotte besloot men tot het indienen van een request bij de Rijkscommissaris. +Ook prof. Kuyper zette zijn handtekening, maar de twee Lutherse Kerken deden +niet mee. In een brief gedateerd 17 oktober 1940 wordt de afwijzing als volgt +gemotiveerd: + +De Algemene Kerkelijke Commissie van het Hersteld Evangelisch Kerkgenootschap, +op 16 juli 1940 in vergadering bijeen, kennis genomen hebbende van het voorstel +ingediend bij het Convent van Kerken om namens voornoemd Convent een adres te +zenden naar de Rijkscommissaris in verband met de z.g. Jodenverordening, heeft +mij opgedragen U beleefd te berichten dat Zij Haar medewerking niet kan geven, +omdat Zij van oordeel is dat Zij dan zou treden op het terrein van de Staat en +het absoluut tegen het Lutherse principe is zich te bemoeien met Staatsaan- +gelegenheden. Deze verordening toch betreft uitsluitend Rijks- en Gemeente +ambtenaren en heeft niets te maken met de kerkelijke aangelegenheden. Zij is +ervan overtuigd dat art. 5 van de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden +een uitvloeisel is van de gedachten der Franse Revolutie, en dat een opkomen +voor de rechten daarin vervat niet een strijden is voor de Zaak van Jezus +Christus. Wanneer het om het laatste gaat zal Zij niet aarzelen om stelling te +nemen en zo nodig het martelaarschap ondergaan, maar zulks is nu niet het geval." +[2.11] + +Men had in de betreffende commissie van deze - ongeveer 10.000 leden tellende - +Kerk blijkbaar de kwestie van het al of niet meedoen met het protest besproken, +onmiddellijk nadat ds. Buskes een en ander in het Convent aan de orde gesteld had. +Zoals nog blijken zal, heeft deze Kerk met latere protesten tegen de Jodenvervolging +wel meegedaan. + +<45> + +Het request - eigenlijk een protest - was gedateerd: 24 oktober 1940. Het l +uidde als volgt: + +Excellentie + +De ondergetekenden, vertegenwoordigende de navolgende Protestantse Kerken in +Nederland in zaken betreffende de verhouding dezer kerkgenootschappen tot de +Hoge Overheid, te weten: +1. De Nederlandse Hervormde Kerk; +2. De Gereformeerde Kerken; +3. De Christelijke Gereformeerde Kerk; +4. De Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband; +5. De Remonstrantse Broederschap; +6. De Algemene Doopsgezinde Sociëteit, gevoelen zich gedrongen, naar aanleiding +van de onlangs uitgevaardigde voorschriften, waarbij de benoeming en bevordering +van ambtenaren en andere personen van Joodse bloede in Nederland wordt verboden, +zich tot Uwe Excellentie te wenden. +De strekking van de genomen maatregelen, waarbij gewichtige geestelijke belangen +ten nauwste zijn betrokken, achten zij in strijd met de Christelijke barmhartigheid. +Voorts treffen deze maatregelen de leden der Kerk zelve voorzover zij in de +laatste geslachten tot het christendom zijn overgegaan en in volkomen gelijk- +gerechtigheid, zoals de Heilige Schrift uitdrukkelijk verlangt (Romeinen 11: 12, +Galaten 3:28), in de Kerken zijn opgenomen. +Eindelijk worden de Kerken op het diepst ontroerd, omdat het hier betreft het +volk, waaruit de Zaligmaker der wereld is geboren en dat het voorwerp is van +de voorbede der Christenheid, opdat het zijn Heer en Koning lere erkennen. +Het is om deze redenen, dat zij zich wenden tot Uwe Excellentie met het dringende +verzoek te willen medewerken tot de intrekking van de bedoelde voorschriften. +Zij doen daarbij een beroep op de belofte, door Uwe Excellentie in een plechtig +uur geschonken, dat zij ons volkskarakter wil eerbiedigen en aan ons land geen +ideologie wenst op te dringen, die ons vreemd is. + +(10 handtekeningen) + +<46> + +H.C. Touw zou later schrijven: "De betekenis van dit eerste, gemeenschappelijke +protest tegen de Jodenverdrukking, in een tijd toen een groot deel van ons volk +de strekking nog niet doorzag, kan niet licht overschat worden. Voor het eerst +getuigden de kerken tezamen, getuigden zij tegen het antisemitisme, getuigden +zij op bijbelse gronden, en getuigden zij tijdig." +Misschien was het belangrijkste van de indiening van dit request, dat men besloot +om in alle kerkgebouwen mededeling aan de gemeente te doen van de indiening, +met een korte samenvatting van de inhoud. +Later zou de Hervormde predikant dr. H.M.J. Wagenaar, op wiens bureau (voor +predikantssalarissen) de meeste stukken gestencild werden, aan L. de Jong +vertellen hoe een besluit om een protest in alle plaatselijke kerken voor te +lezen, uitgevoerd werd: + +"Moest op zondag in alle hervormde kerken een bepaald schrijven voorgelezen +worden, dan werden de gestencilde stukken als regel op woensdag gereedgemaakt +en op donderdag door vertrouwde koeriers of koeriersters naar verschillende +adressen in den lande gebracht. Van daaruit waarschuwde men de gedelegeerden +van de classes; die lieten dan op vrijdag de stukken ophalen en droegen er +zaterdag zorg voor, dat elke predikant het voor hem bestemde exemplaar ontving. +Het was een distributiesysteem, buiten de post om, dat steeds feilloos functioneerde. +Het element van risico dat er in stak (de stukken kwamen ook in handen van 'foute' +predikanten) werd aanvaard." [2.12] + +Zondag 27 oktober, aldus Touw, werd een keerpunt in de geschiedenis der kerk: +"de stilte, waarin kerk en volk zovele maanden verkeerden, werd verbroken". +Er waren gemeenteleden die alleen maar naar de ochtenddienst plachten te gaan, +maar op die zondag ook naar de middagdienst kwamen om de afkondiging nog eens te horen. + +Maar de Gereformeerde prof. H.H. Kuyper oordeelde, dat "het niet oorbaar moest +worden geacht aan een verzoek publiciteit t. geven voordat het antwoord was +binnengekomen" (Seyss-Inquart heeft niet geantwoord). Wel werd de tekst aan de +plaatselijke kerkenraden gezonden, maar ook dat geschiedde met vertraging. +Zo werd op 29 oktober in alle Hervormde kerkdiensten mededeling gedaan van het +protest, maar de Gereformeerden hoorden er die zondag in hun kerkdiensten niets +over, al was het protest ook namens hen ingediend. + +<47> + +Prof. Kuyper maakte de zaak nog erger door zijn poging een en ander uit te leggen +in het weekblad de Heraut. De Duits-gezinde, Gereformeerde dr. H.W. van der Vaart +Smit maakte daar direct gebruik van om "het Gereformeerde standpunt" tegen het +Hervormde uit te spelen. +Geen wonder, dat een en ander leidde tot scherpe kritiek op prof. Kuyper. Ongeveer +twintig raden van (plaatselijke) Gereformeerde Kerken verzochten schriftelijk +om opheldering, of protesteerden tegen het feit dat in de Gereformeerde Kerken +niet publiekelijk mededeling van het request was gedaan. Daarop liet prof. Kuyper +weten, dat zijn hardhorendheid het hem steeds bezwaarlijker maakte, de besprekingen +in het Convent van Kerken te volgen en dat hij daarom zijn mede-deputaat, +mr. J. Donner, verzocht had zijn plaats in het Convent in te nemen. +Later zou de geschiedschrijver van de Gereformeerde Kerken, Th. Delleman, +schrijven: "Helaas nam prof. Kuyper, toen het op wezenlijk verzet aankwam, een +zodanig standpunt in dat hij het vertrouwen der kerken verloor. Hij zag de Duitsers +vrijwel alleen als Duitsers, voor wie hij altijd veel gevoeld had, meer dan voor +de Engelsen, die eens de Boeren overweldigden. Hij miskende de dodelijke ernst +waarmee de Duitsers het nationaal-socialisme begonnen in te voeren en schreef +artikelen in de Heraut die de Duitsers in het gevlei kwamen." + +Ook in de Evangelisch-Lutherse Kerk (rond 80.000 leden) kwam kritiek op het +niet-meedoen met het protest. Het bleek nodig, een bijzondere synode bijeen te +roepen. L. de Jong vermeldt: + +"Daar kreeg de synodale commissie (het kerkbestuur) nog juist een meerderheid +voor haar besluit, de brief aan de Reichskommissar niet mede te ondertekenen. +Het was een Pyrrhus-overwinning, want toen de uitslag van die stemming bekend +werd bij de gemeenten, rees er zulk een storm van protesten dat de synodale +commissie het geraden achtte, afgevaardigden van alle kerkenraden in vergadering +bijeen te roepen. Hier bleek duidelijk dat men wenste, dat de Evangelisch-Lutherse +Kerk voortaan met de overige protestantse kerkgenootschappen één lijn zou trekken." +[2.13] + +De kranten mochten de indiening van het protest en de afkondiging ervan vanaf +de kansels niet publiceren. Dit verbod werd evenwel overtreden door het +antisemitische blad De Misthoorn, dat in een artikel getiteld Eén in Juda de +afkondiging woordelijk afdrukte. + +<48> + +Bij ons thuis gingen we naar de diensten van de Gereformeerde Kerk en daar werd +dus niets voorgelezen of bekend gemaakt. Het weekblad De Heraut lazen we niet, +en ook prof. Kuypers poging tot uitleg ging ons dus voorbij. Wel hebben we - +enige tijd later, neem ik aan - N.J. de Graafs toespraak bij zijn ontslag- +aanvrage gelezen. Die maakte diepe indruk. + +Ruim een week na de afkondiging, op 5 november, vergaderde het Convent. De +notulen vermelden: "De voorzitter herinnert er aan, dat het onlangs tot de +Rijkscommissaris gerichte verzoek inzake verordening 137/1940 niet van het +Convent is uitgegaan en dat niet alle in het Convent vertegenwoordigde kerken +daaraan hebben deelgenomen. In verband daarmede wordt het onderwerp antisemitisme +(zie verslag zesde vergadering, par. 13) van het agendum afgevoerd." Het +commentaar van ds. Buskes: "De Duitsers hebben ervoor gezorgd dat dit onderwerp +weer op de agenda is gekomen." + +<49> + +3. VERSCHERPING + +a. De situatie (november 1940 - maart 1941) + +Op 5 november werd president Roosevelt herkozen. Op 9 december begonnen de +Engelsen hun offensief in Noord-Afrika, aanvankelijk met succes. +Op 25 en 26 februari (1941) vond de grote staking in Amsterdam plaats, die als +"de februari-staking" de geschiedenis zou ingaan. +Op 13 maart executeerden de Duitsers 15 "Geuzen" (leden van een van de eerste +verzetsorganisaties) en 3 februari-stakers: "de achttien doden", het bekende +gedicht van Jan Campert. + +3 nov.: Eieren, aardappelmeel, sago, koekjes, gebak enz. zijn nu ook op de bon +evenals kaas. Er is haast niets dat zonder bon verkocht mag worden, en +verschillende dingen, zoals room en levertraan, koop je alleen op gecontroleerd +doktersadvies. Goede toiletzeep mag niet meer verkocht worden. Wel een +eenheidszeep, maar dat is bocht en nog op de bon ook. De schoolkinderen hebben +van vrijdag tot dinsdag vrij, vanwege de brandstofbesparing. +24 nov.: Erwten en bonen zijn nu ook op de bon maar ze zijn heel slecht te +krijgen, evenals boter en eieren. +(Dan volgt een typische vermelding die de hele oorlog door in diverse formuleringen +zal worden neergeschreven. JMS.) Men voorspelt dat er met Kerstmis oproer zal +komen, omdat de Moffen dan naar huis willen. Misschien zijn we dan met Nieuwjaar +van het hele gezeur af. +22 dec.: De dominees worden tegenwoordig, tenminste door de jongelui, afgemeten +naar de wijze waarop ze zachtkens de politiek erbij halen in de preek. Hoe meer, +boe liever, al is 't gevaarlijk. +1 jan. (1941): Vandaag hebben we 1/3 van één van Wims konijnen opgegeten. +Gelukkig maar dat we hem hadden, want we hebben geen kruimel gewoon vlees gehad. +7 jan.: Nu is het tot overmaat van ramp ook nog vreselijk koud en we hebben +weinig kolen. Bonnen genoeg, maar er worden er haast geen geldig verklaard. +22 jan.: We stoken veel hout en cokes want kolen zijn er bijna niet meer. + Gelukkig is de vorst voorbij. Toch heeft de Rijn nog dicht gezeten. + +<50> + +2 febr.: De nieuwe (textiel) puntenkaart is er: 100 punten voor 7 maanden. + Thee en koffie-rantsoenen zijn al weer verminderd. We krijgen nu 125 g. + koffie, of 50 g. thee in de 6 weken per persoon. +16 febr: Gisteren collecteerden (de politie-agenten) Driessen en Hengeveld voor + de Winterhulp. Het was een zielig gezicht. +18 maart: Oud-minister Donner moest kortgeleden bij de Gestapo komen. Ze wilden + wel eens weten, wie het eigenlijk is die ons volk ophitst. Antwoord + Willem de Zwijger; die heeft ons volk vrijheidsliefde ingeplant. + +In de tweede helft van november (1940) werden alle Joden in overheidsdienst van +hun functie ontheven. +Op 10 januari (1941) werd verordend dat "alle personen van geheel of gedeeltelijk +joods bloed" zich moesten aanmelden. +Op 9 februari werd de eerste overval op Joden in Amsterdam gepleegd. Drie dagen +later werd de Joodse Raad ingesteld. Het ontslag van Joden in overheidsdienst +viel op 21 februari. De eerste grote razzia vond plaats op 22 en 23 februari: +425 Joodse jongemannen werden gevangen genomen, zwaar mishandeld en gedeporteerd +naar Buchenwald en Mauthausen. +Op 22 maart werd verordend, dat de Joden uit het bedrijfsleven verwijderd moesten +worden. + +b. Bijna te laat + +Ruim een week na de voorlezing van het protest van de kerken kwam het bevel, alle +Joodse ambtenaren uit hun functie te ontheffen. Al eerder (20 september) had de +bezetter van alle ambtenaren ondertekening van de z.g. 'Ariër-verklaring' geëist. +Dit was de eerste maatregel waardoor van niet-Joden medewerking werd geëist om de +Joden te isoleren en te treffen. Toch wordt, in het eerste protest van de kerken, +juist deze Duitse maatregel niet genoemd, wel andere. Is men ervoor teruggedeinsd, +de gelovigen openlijk op te roepen om de 'Ariër-verklaring' niet te tekenen? +Een lid van de Lunterse kring, dr. J. Koopmans, schreef een korte brochure, Bijna +te laat, een van de eerste "illegale" geschriften; de eerder genoemde brochure +van de hand van dr. Eykman was nog "bovengronds" verspreid. +We citeren de volgende gedeelten uit Bijna te laat: + +<51> + +foto 7 Dr. J Koopmans (ca 1945) + +Wanneer onze 'intrede in de geschiedenis' gekocht moet worden tegen de prijs van +een goed geweten, dan is het duizendmaal beter, dat wij uit de 'geschiedenis' +verdwijnen, dan dat wij ons geweten verkopen. +(...) Wie enigermate van nabij de kerkelijke methode van werken kent, zal er de +kerkelijke autoriteiten geen verwijt van maken, dat het getuigenis pas zo laat +gekomen is, bijna te laat. Met het oog op het al-of-niet invullen van de formulieren, +die ons geweten moeten helpen verduisteren, is ook het kerkelijk getuigenis te +laat gekomen. +(...) Moet ik tekenen of mag ik "uit beweegredenen van barmhartigheid en op +gronden aan de Heilige Schrift ontleend" de ondertekening alleen maar weigeren? +Op deze vraag kan de Kerk van Nederland mij geen antwoord geven. Daarvoor is +het te laat. +(...) De volgende slag wordt moeilijker. Nu komt natuurlijk het ontslag aan +personen 'van Joodse bloede'. (...) Zij gaan eruit - daaromtrent moeten we ons +niet de flauwste illusies maken. Zij gaan eruit en zij gaan eraan. + +<52> + +Koopmans doet een beroep: "Laat de instanties, die nu tot ondertekenen van de +verklaring verplicht of gedwongen of alleen maar gedrongen zijn, nu een duidelijke +en onomwonden verklaring afleggen, dat zij tot het ontslag van personen 'van +Joodse bloede' niet bereid zijn!" Hij richt zich speciaal tot de secretarissen- +generaal, de burgemeesters, de bestuurders van christelijke scholen en +omroepverenigingen. Ook de Maatschappij voor Geneeskunde, de Broederschap van +Notarissen en de verenigingen van personeel in overheidsdienst worden +aangesproken en vervolgens de Aartsbisschop, in zeer krachtige taal. +De brochure besluit met de volgende woorden: + +Volk van Nederland, het is bijna te laat - maar nog niet helemaal! Het is nog +niet helemaal te laat om terug te keren tot het christelijk geloof en het goede +geweten. Het is nog niet helemaal te laat om uit beweegredenen van barmhartigheid +en op gronden aan de Heilige Schrift ontleend op te komen voor onze Joodse +volksgenoten. Het is nog niet helemaal te laat om de Duitsers te laten zien, +dat hun goddeloosheid niet alle dingen overwint, maar dat er érgens mensen +wonen, die hun christelijk geloof en hun goede geweten niet zomaar laten roven. +0 God van Abraham, Izak en Jakob, Vader van onze Hete Jezus Christus! Kom Uw +arme Christenheid te hulp en ontferm U over Nederland. + +De brochure werd gedrukt te Noordwijk, in een oplaag van niet minder dan 50.000 +exemplaren. 's Nachts werden ze in grote pakken naar Amsterdam vervoerd, en per +post werden kleinere pakketten aan vertrouwde adressen in het hele land gezonden +voor verdere verspreiding. De secretarissen-generaal en alle burgemeesters, +notarissen en besturen van christelijke scholen kregen de brochure toegezonden. +Op hen speciaal immers deed de auteur zijn beroep. +Enkele maanden later, in april 1941, stonden een 57-jarige burgemeester en een +25-jarige chemicus terecht voor het Duitse Landesgericht, omdat ze te Deventer +in november 1940 de brochure verspreid hadden. De eerste beklaagde kreeg de +gelegenheid, zijn zienswijze als Christen uiteen te zetten, maar dat leverde +hem geen voordeel op. Integendeel, hij werd veroordeeld tot anderhalf jaar +gevangenisstraf. De tweede beschuldigde kreeg één jaar; beiden met aftrek van +voorarrest. In zijn requisitoir noemde de "General-Staatsanwalt" een dergelijke +propaganda zeer gevaarlijk voor het Nederlandse volk, "want daarin wordt het +Jodenprobleem voorgesteld als een christelijke zaak. Dat is niet juist ...." +(Touw, I, 392). + +<53> + +c, Een brief en twee arrestaties: + +In de vergadering van het Convent van Kerken op 25 februari 1941 - de dag waarop +in Amsterdam de februari-staking uitbrak - besloot men een brief te sturen aan +het college van secretarissengeneraal; zij immers waren, sinds het vertrek van +de Nederlandse regering, de hoogste Nederlandse gezagsdragers. +Dit schrijven werd verzonden op 5 maart. Ditmaal ondertekende ook de +vertegenwoordiger van de Evangelisch Lutherse Kerk. De inhoud luidde als volgt: + +(...) De Kerken zijn ten zeerste verontrust door de ontwikkeling der gebeurtenissen, +gelijk deze zich meer en meer aftekent. De haar door God opgedragen verkondiging +van Zijn Woord legt haar de dure roeping op om op te komen voor recht en +gerechtigheid, voor waarheid en liefde. Zij moet ook haar stem doen horen waar +in het openbare leven deze hoge waarden worden bedreigd of aangetast. Dat deze +waarden ernstig gevaar lopen kan door hem, die de toestand van ons volksleven +gadeslaat, moeilijk worden ontkend. +Zo zijn in het beeld, dat de openbare straat meer en meer gaat vertonen, - in +de behandeling welke in steeds toenemende mate aan het Joodse deel van de +Nederlandse bevolking ten deel valt, - in de groeiende rechtsonzekerheid, - in +de voortgaande aantasting van vrijheden welke de noodwendige voorwaarden zijn +voor de vervulling van Christenplichten, even zovele duidelijke symptomen te +zien van een toestand, die niet alleen een klem legt op het geweten van onze +landgenoten, maar ook naar de diepste overtuiging der Kerken indruist tegen +de eis van Gods Woord. +Het is om die reden dat de Kerken zich genoopt gevoelen zich tot Uw College te +wenden, met de dringende bede zoveel in Uw vermogen ligt te bevorderen, dat +recht, waarheid en barmhartigheid ook in het huidige tijdsbestel de richtsnoeren +zullen zijn voor het beleid der Overheid. +Harerzijds erkennen de Kerken gaarne in ootmoed haar dure roeping het volksleven +zodanig te bearbeiden en te beïnvloeden, dat daarin die geestelijke waarden +metterdaad worden beleefd. + +<54> + +Wij vertrouwen, dat Gij de stem der Kerken, zoals zij in dit adres tot uiting is +gebracht op de wijze die U daartoe dienstig zal voorkomen, mede zult willen doen +doorklinken tot hen, die tijdens de huidige bezettingstoestand de uiteindelijke +verantwoordelijkheid dragen voor de gang van zaken in ons Vaderland. +Met volledig begrip voor de hoogst moeilijke taak waarvoor Uw College zich in +dit tijdsgewricht gesteld ziet smeken zij God, dat Hij U Zijn licht en bijstand +moge schenken. + +De secretarissen-generaal hebben de brief niet beantwoord: zij beschouwden +zichzelf niet verantwoordelijk. Evenmin voldeden zij aan het verzoek om de +bezorgdheid der kerken over te brengen aan de bezettende macht. +De Hervormde Synode zond afschriften van de brief aan alle plaatselijke +kerkenraden, met de mededeling dat er geen bezwaar tegen was dat de gemeenten +op de hoogte gesteld werden van de gedane stap. Afkondiging of publicatie van +de brief was evenwel niet de bedoeling. Maar het nationaal-socialistische +Nationale Dagblad publiceerde de volledige tekst, met als commentaar: "Bij zoveel +volksvergif is de zwaarste straf te licht." +Ds. Gravemeyer stelde in het Convent voor, de brief of een samenvatting daarvan +van de kansels te laten voorlezen. Daar was men niet algemeen voor; wel was men +voor toezending aan de kerkenraden van alle kerken. Aan ds. Gravemeyer werd +verzocht, een boodschap tot de gemeenten voor te bereiden overeenkomstig de +strekking van de brief. Die boodschap zou dan in de kerkdiensten worden afgelezen. +Sinds december 1940 was prof. Slotemaker de Bruïne vanwege zijn ziekte uitgevallen +en mr. Donner trad nu op als voorzitter. Op de vergadering van het Convent van +11 maart deelde deze mee, dat de synode van de Gereformeerde Kerken een herderlijk +schrijven - waarover meer hierna - had opgesteld, dat in hun kerken op 23 maart +zou worden voorgelezen. Besloten werd daarom, dat op die datum in alle bij het +Convent aangesloten kerken een bidstond zou worden gehouden. Gravemeyer zond +aan alle Hervormde predikanten een "oproep tot gebed", qua inhoud aansluitend +op de brief aan de secretarissen-generaal. Deze oproep werd op woensdag 19 +maart verzonden. + +<55> + +De Duitsers kregen er lucht van, dat er iets in de kerken stond te gebeuren. +Waarschijnlijk heeft een predikant de stukken op woensdagavond ontvangen en aan +hen doorgespeeld. De februari-staking lag nog vers in het geheugen. Op 20 maart +zou Koningin Wilhelmina over radio Oranje spreken. Op die datum - donderdagochtend - +werden de twee leiders van het Convent gearresteerd: secretaris Gravemeyer en +voorzitter Donner. Eerst wist de een niet, dat ook de ander gevangen zat. + +Foto 8. Mr. dr. J. Donner + +Uit hun verhoren bleek, dat de bezettende macht de voorgenomen actie zag als +vermoedelijk het sein tot een algemene opstand. Men drong er bij de arrestanten +op aan, dat de afkondiging van de brief achterwege zou blijven. Ook werd het +feit, dat de kerken zich tot de secretarissen-generaal gewend hadden, door de +Duitsers beschouwd als een miskenning van hun gezag. +Donner legde uit, dat hij niet gemachtigd was tot het besluit om voorlezing +achterwege te laten, en dat overigens het herderlijk schrijven van zijn synode +los stond van de brief aan de secretarissen-generaal. Hij bood aan, het stuk +met zijn ondervrager door te nemen om aan te tonen dat het geen bedreiging van +de openbare orde inhield. Zulks geschiedde, op zaterdag. Mr. Donner werd daarop +'s avonds vrijgelaten. De volgende dag werd overal in de Gereformeerde Kerken +het herderlijk schrijven voorgelezen. + +<56> + +Gravemeyer evenwel beloofde de Duitsers, zijn best te zullen doen om de +afkondiging (van de samenvatting van de brief aan de secretarissen-generaal) +te voorkomen, "om geen aanleiding te geven tot demonstraties of tegen-demonstraties". +Die zaterdagavond werd aan de Hervormde dominees in de grote steden gevraagd wél +de bidstond, maar niet de kanselafkondiging te laten doorgaan, om "door deze +daad een overtuigend bewijs te geven dat de kerk geen politieke bijbedoelingen had." +De gang van zaken leidde tot kritiek op ds. Gravemeyer. Had hij wel de bevoegdheid, +persoonlijk de voorlezing van de kanselboodschap af te gelasten? Het vragen naar +iemands bevoegdheid is in Protestantse kerken een goed gebruik. + +d. Een synode in vergadering bijeen + +Het is wel aardig om, aan de hand van de Acta (notulen), na te gaan hoe de +besluitvorming in een synode plaatsvond. We kiezen daartoe een paar vergaderingen +van de synode van de Gereformeerde Kerken, die gehouden werden in maart 1941. +Op dinsdag 4 maart werd 's morgens, 's middags en 's avonds het rapport van +Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid behandeld. Eerst werd +het uitvoerige rapport voorgelezen, de eerste helft door H.H. Kuyper, de tweede +door Donner. Typisch voor de Gereformeerde Kerk-structuur is de opmerking: + +Hoewel het uit de aard der zaak volgt en in onze kerken dan ook gewoonte is, +dat deputaten eerst na afloop van hun mandaat op de volgende synode rekenschap +van hun handelingen afleggen, zijn zij echter volkomen bereid, dit reeds thans +te doen, nu de synode haar zittingen nog niet gesloten heeft en wederom te +Utrecht samenkomt, al zal hun rapport uitsluitend handelen over hetgeen door +hen is gedaan ten behoeve der kerken voor zover dit betrekking heeft op de +nieuwe situatie, die na de oorlog is ontstaan. + +Verder merken Deputaten langs hun neus weg op, dat "van correspondentie met de +Hoge Overheid in de zin die de Synoden krachtens hare instructies bedoelden, +geen sprake meer kan zijn, daar de correspondentie met Engeland onmogelijk was +geworden." Maar "uit de boezem der kerken zelf kwamen verzoeken om bij de +bezettende macht tussenbeide te komen, in het belang van deze kerken, of van de +ambtsdragers; adviezen te geven, hoe gehandeld behoorde te worden t.o.v. +verordeningen door de bezettende macht uitgevaardigd." + +<57> +foto 9. Een vergadering van de synode-Sneek 1939 van de Gereformeerde Kerken. +Op de 1e rij achter de tafel zitten enkele hoogleraren-adviseurs; rechts achter +de tafel staand met baard: H.H. Kuyper. Op de tweede rij de moderamentafel, met +geheel rechts ds. F.C. Meijster. + +Er werd gerapporteerd over het Convent van Kerken. Het voorzitterschap ervan +wordt tijdelijk waargenomen door dr. Donner wegens ziekte van prof. Slotemaker +de Bruïne. +Deputaten behandelden onder meer kwesties inzake oorlogsschade, Zondagsrust, +de gevangenneming van ambtsdragers der kerk, voorbede voor de Koningin, de +kerkelijke pers, arbeiders naar Duitsland, de Arbeidsdienst. Het protest van +het Convent tegen de Jodenvervolging werd in zijn geheel vermeld, maar gepoogd +werd het niet-afkondigen ervan in de Gereformeerde Kerken goed te praten. Ook +de brief gericht aan de secretarissen-generaal is in zijn geheel opgenomen. +De praeses (voorzitter) van de synode, de Rotterdamse ds. F.C. Meijster, opende +op die dag de avondzitting met het laten zingen van Ps. 46:6: + De Heer, de God der legerscharen, + Is met ons, hoedt ons in gevaren. + De Heer, de God van Jakobs zaad, + Is ons een burcht, een toeverlaat. + +<58> + +Daarna werd de bespreking van het rapport voortgezet en beëindigd. Het rapport +werd door de Synode met dankbaarheid aanvaard. + +In diezelfde week werd door de synode een herderlijk schrijven opgesteld. +Alle synode-leden waren er dus bij betrokken, in tegenstelling tot het protest +uitgevaardigd door het Convent van Kerken, dat a.h.w. met terugwerkende kracht +door de synode werd goedgekeurd. +Het besluit om dit "getuigenis" te doen uitgaan was genomen "mede naar aanleiding +van" de brief, afkomstig van de Lunterse kring (augustus 1940), waarin om een +besliste uitspraak gevraagd werd. De brief vanuit Lunteren wordt in de Acta +(art. 411) vermeld als "een schrijven van ds. K.H. Miskotte c.s.". +Voor het opstellen van het herderlijk schrijven benoemde men een commissie: drie +professoren, een predikant, twee ouderlingen en mr. dr. J. Donner als adviseur. +Dat gebeurde op dinsdag 4 maart, in de ochtendzitting. Op donderdag 6 maart werd +het concept voorgelezen door prof. dr. G.C. Berkouwer en, nadat er nog enige +wijziging in was aangebracht, door de synode vastgesteld op vrijdag 7 maart. +We citeren het gedeelte dat gaat over het Joodse volk: + +In onze tijd wordt met steeds meer klem de gedachte voorgestaan, dat niet de +verhouding tot Gods naam, maar de verbondenheid aan een bepaald volk of ras de +betekenis van iemands leven bepaalt en de grote scheidslijn vormt tussen de mensen. +Ge hebt, wanneer ge bij de Heilige Schrift leeft, het antwoord nimmer schuldig te +blijven tegenover deze leer, die bij zovelen reeds ingang vond. Tegenover deze +leer stelle de gemeente altijd niet eigen inzicht, maar de kracht van dat Woord, +dat sterk is en machtig. De zorgen, die in de laatste maanden velen onzer +volksgenoten vervulden, zijn ook aan U niet voorbijgegaan. Dat kan ook niet, +waar juist de gemeente van Christus vanuit het Evangelie in de historie van het +Joodse volk de Christus zag geboren worden en reeds op die grond nimmer de vraag +naar een bepaald ras kan laten worden tot een begrenzing van de liefde tot onze +naaste en van de barmhartigheid, die we schuldig zijn. +Waar gij zo bij al deze gebeurtenissen betrokken zijt, moge Uw bewogenheid zich +vooral uiten in de vurige bede tot God, dat Hij ook in dat naar Zijn bestel onder +de volken verstrooide volk het volle licht van de Christus in steeds meerdere +mate wil doen doordringen en het bovendien als een klem op aller consciëntie wil +leggen, dat noch de aristocratie van het ras, noch die van geslacht of natie +over de betekenis van ons leven beslist (Gal. 3:28, Coloss. 3: 1l), maar alleen +de Naam des Heren en dat Hij over de verwerping van die Naam eens Zijn heilige +recht zal spreken. + +<59> + +e. Afkondiging in een kerkdienst + +Op zondagmorgen 23 maart 1941 was ik aanwezig in de Gereformeerde kerk te +Renkum/Heelsum. Ik was toen bijna 21 jaar oud, een jongeman die weinig of +geen heil zag in het christelijke geloof, laat staan in de kerk. Maar ja, als +je wegbleef uit de kerkdienst, kreeg je heisa in gezin en familie. Dus je zat +er, zij het zonder interesse. +Zondag aan zondag stond ds. H.Z. de Mildt op de preekstoel, niet zo jong meer, +beminnelijk, geen krachtpatser, ziekelijk; kort daarop zou hij met vervroegd +emeritaat gaan. Hij preekte met zachte stem, wat lijzig. In de bank rechts van +de preekstoel zaten de ouderlingen, in de bank links ervan de diakenen. Ik kende +ze allemaal van haver tot gort: winkeliers (evenals wij), arbeiders en boeren. +Met één van hen zou ik bijna slaande ruzie krijgen, toen hij tijdens het +huisbezoek (dat werd trouw leder jaar bij ieder gezin door twee ouderlingen +afgelegd) durfde te beweren dat je moest buigen voor de voorschriften van de +bezettende macht, die volgens hem toch de overheid was. +Die ochtend werd het herderlijk schrijven voorgelezen; nu vind ik het een veel +te uitvoerig stuk: het beslaat in "Delleman" vier grote bladzijden, met kleine +letters. Naar mijn herinnering duurde het toen helemaal niet lang. Ik luisterde +ademloos, de hele gemeente trouwens. +Het was kort na de februari-staking. Er waren al doden gevallen. Mijn dagboek +(niet dat van mijn zus dit keer) vermeldt: "Gisteren is van de kansel een +schrijven afgelezen dat uitmuntte door mannentaal. "En dat gebeurde overal, +door het hele land, in meer dan 800 kerkgebouwen. Het is nu moeilijk na te +voelen - ofschoon er achteraf op de inhoud zeker hier en daar kritiek te +leveren valt -, hoezeer een dergelijk getuigenis de mensen een hart onder +de riem stak. + +<60> + +De afkondiging van een protest of herderlijk schrijven in de kerkdiensten is +in de Gereformeerde Kerken praktisch overal geschied. Alleen een predikant te +Breda weigerde de voorlezing uitdrukkelijk. Het rapport aan de synode over +handelwijze en argumenten van deze predikant eindigt met een advies bestaande +uit 5 punten, waarvan het laatste luidde: + +De synode draagt aan de classis Klundert op, om over deze zaak verder met ds. T. +te handelen, en hem ernstig te vermanen, zich te bekeren van de onschriftuurlijke +beschouwingswijze, die in zijn bezwaren tot uitdrukking komt. + +Een andere (emeritus) predikant zat op dezelfde lijn en schreef een brochure, +waarin hij volkomen lijdelijkheid (passiviteit) jegens de bezettende macht +bepleitte, omdat deze "een oordeel Gods was, waaraan we ons te onderwerpen hadden." +Over deze brochure werd gerapporteerd aan de classis Amersfoort, die daarop het +standpunt van deze predikant beslist veroordeelde. +Dit zijn de twee "afwijkende gevallen" als vermeld door Delleman in zijn +hoofdstuk "Het verzet tegen het verzet", dat slechts 5 pagina's (389-393) beslaat. + +Ook in de Hervormde Kerk werden de protesten door de overgrote meerderheid van +de predikanten publiekelijk voorgelezen, al waren er hier meer uitzonderingen +die de regel bevestigden. Soms las men niet voor vanuit een houding van (godsdienstige) +lijdelijkheid. We vermoeden deze achtergrond bij de 5 predikanten in de classis +Zierikzee, die (april 1943) van hun classis een terechtwijzing ontvingen: + +Wij willen U er op wijzen, dat U daarmede ten opzichte van Uw roeping ernstig +in gebreke zijt gebleven, het getuigenis der Kerk verzwakt hebt, en in strijd +hebt gehandeld met hetgeen de Synode der Nederlandse Hervormde Kerk U heeft +opgedragen. Het Classicaal Bestuur verwacht van U, dat U Uw houding bij een +eventuele volgende gelegenheid zult wijzigen en U zult gedragen een Dienaar +der Kerk waardig. + +Aldus Touw, in zijn uitvoerige hoofdstuk (V): "Problemen van het verzet". HIJ' +noemt datgene wat ook In andere kerkgenootschappen wel zal zijn voorgekomen: +"Tenslotte verzwegen vele predikanten de kanselboodschappen, eenvoudig uit +persoonlijke vrees voor conflicten, uit angst voor arrestatie." Hij vervolgt dan: + +<61> + +De gemeenten signaleerden zulke predikanten al spoedig, en geleidelijk verloren +ze het vertrouwen van de velen, die met diepe dankbaarheid vervuld waren voor +de getuigenissen der Synode. Dan uitte de gemeente haar tucht-oefening op +verschillende wijze. Typisch was de reactie in een eenvoudige Zeeuwse gemeente. +Toen een nieuwe predikant zijn intree deed, hadden verschillende gemeenteleden +het kippenhok van de pastorie van kippen voorzien. Maar toen de nieuwe dominee +enige tijd later een kanselafkondiging niet voorlas, was een van de goede gevers +zo diep teleurgesteld dat hij zijn kip uit het kippenhok weer weghaalde! (186) + +Voorwaar, in die tijd wel een zeer indringende manier van tuchtoefening over een +voorganger. + +<62> + +4. MATHEID + +a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941) + +Belangrijke ontwikkelingen vonden in deze maanden plaats, tengevolge waarvan de +bevolking in de bezette gebieden heen en weer geslingerd werd tussen gevoelens +van hoop en teleurstelling. +Op 6 april begon de Duitse invasie in Joegoslavië en Griekenland. In dit laatste +land hadden de Italianen vele nederlagen moeten incasseren. Nu was de strijd +evenwel snel beslecht: op 30 april verlieten de laatste Engelse troepen Griekenland. +20 dagen later was ook het eiland Kreta geheel in Duitse handen. Joegoslavië werd +eveneens vernietigend verslagen. Duitsland scheen onoverwinnelijk. +Op 10 mei vloog Rudolf Hess naar Engeland. De wildste speculaties deden uiteraard +de ronde. +De Duitse aanval op Rusland begon op 22 juni. Tot aan het einde van de oorlog +zouden de steeds wisselende krijgskansen aldaar met hartstocht gevolgd worden +door de Nederlanders: ons toekomstig lot hing immers grotendeels af van de uitkomst +van deze strijd. +De Britten begonnen in Noord-Afrika, na hun ernstige nederlaag tegen de Duitse +generaal Rommel, een tegenoffensief op 18 november. +Op 7 december vielen Japanse vliegtuigen onverhoeds de Amerikaanse vlootbasis +te Pearl Harbour aan en vernietigden een groot deel van de Amerikaanse vloot: +de oorlog tussen Japan en Amerika was begonnen. Op 11 december verklaarden +Duitsland en Italië de oorlog aan de Verenigde Staten. Wij koesterden nieuwe hoop. + +11 maart: zo juist hoorde ik dat het Leger des Heils ontbonden is. Het Calvinistisch +Weekblad is verboden. +Ik heb nog een fiets kunnen kopen met banden. Banden zijn erg schaars; ze zijn +alleen op vergunning te krijgen maar die worden haast niet gegeven. +6 april.- Het Italiaanse koloniale rijk bestaat niet meer: Addis Abeba is gevallen. +Met Pasen krijgen we een extra ei. + +<63> + +13 april de Duitsers hebben Benghasi (in Noord Afrika), Nochtans hoop ik op de +uiteindelijke overwinning van de Geallieerden maar het zal wel lang duren. +Dat is ook wel steeds gezegd door de Engelse radio, maar we dachten dat dit +was om de vijand om de tuin te leiden. +23 april: de melk is op de bon, sinds maandag: 1/4 liter per persoon per dag. +4 mei: de aardappels zijn op de bon.' we mogen per persoon per week 1 1/2 kg +hebben. Het vleesrantsoen is verminderd tot 2 1/2 pond in 16 dagen. +Zo juist lees ik in de krant dat oranje-insignes en uitgezaagde munten niet +mogen worden getoond, gedragen of wat dan ook. +28 mei: er is een verplichte Arbeidsdienst afgekondigd, voor jongens en meisjes +van 18-25 jaar. +8 juni: we krijgen een extra suiker-rantsoen voor de inmaak. +25 juni: taptemelk is ellendig spul om te koken; het brandt aan als een gek +maar als je 't niet kookt is het in een minimum van tijd zuur. +21 juli.- vanaf begin aug. komt er alleen nog taptemelk; geen thee meer. +Alleen surrogaat-koffie op de bon. +28 juli: verleden week moesten we ons koper en tin inleveren. Op aanraden van +een massa mensen heeft moeder er één voorwerp heengebracht. Anders doen ze +huiszoeking. +7 aug.: we mogen nu nog maar 7-5 % gebruiken van de stroom die we verleden jaar +in de overeenkomstige maand gebruikten. +17 aug.: verleden week hebben we de laatste eierbon gehad. Er komen geen eieren meer. +8 okt.: het broodrantsoen is verminderd; het is nu 1800 g. per week. +30 dec,: op last van de Rijkscommissaris moeten de navolgende artikelen ingeleverd +worden: wollen en halfwollen borstrokken, hemden, handschoenen, shawls, pullovers, +sokken, kousen, breigarens, dekens en nog een heel stel lederen artikelen. +Nu beginnen ze het eindelijk koud te krijgen in Rusland. + +In april werden restaurants "voor Joden verboden" verklaard. +Op 11 juni werd de tweede grote razzia ontketend: 300 Joodse jongemannen werden +gevangen genomen en gedeporteerd. +Op 8 augustus moesten Joden hun bezit aan geld en effecten deponeren bij de +fa. Lippmann-Rosenthal te Amsterdam, welke bank voortaan door de Duitsers beheerd +werd. Drie dagen later werd alle Joodse grondbezit onteigend. Vanaf 21 augustus +mochten Joodse kinderen in de grote steden niet meer naar niet-Joodse scholen. +In september werden alle Joodse bibliotheken gesloten en verzegeld. +Sportinrichtingen, concerten en openbare bijeenkomsten waren voortaan "voor +Joden verboden". + +<64> + +Op 22 oktober werd verordend, dat Joden voortaan niet meer werkzaam mochten zijn +in niet-Joodse gezinnen. + +b. Hervormde stemmen + +Tot mijn spijt heb ik tijdens de tweede wereldoorlog op geen enkele wijze vernomen +van de volgende twee te noemen brochures, ook al werden ze op grote schaal verspreid. +Er was duidelijk een Hervormd circuit van verspreiding waar de Gereformeerden +buiten stonden, terwijl de ondergrondse pers nog in de kinderschoenen stond. +Op Gereformeerd erf is er - voor zo ver mij bekend - toen niets vergelijkbaars +gepubliceerd. + +K.H. Miskotte was de schrijver van de brochure Betere weerstand, die voorjaar +1941 in enige tienduizenden exemplaren verspreid werd. Omdat de auteur een + opvallende stijl had werd de brochure, om ontdekking te voorkomen, herschreven +door ds. K.H. Kroon en H.M. van Randwijk.[4.1] +Verreweg de belangrijkste publicatie uit deze periode achten we de brochure Wat +wij wel en wat wij niet geloven, van de hand van de predikanten Miskotte, Kroon +en Koopmans. In twaalf stellingen worden "de grondelementen van het Christelijk +geloof uiteengezet. De vierde stelling luidde als volgt: + +IV. Wij geloven en belijden, dat God vanouds het volk Israël heeft uitverkoren, +om Zijn openbaring te ontvangen tot op de verschijning van Jezus, de uit dit volk +geboren Messias, te bewaren en in de gehoorzaamheid aan Hem in de wereld te +verkondigen. Het is een daad van Gods onbegrepen vrije genade, waardoor Israël +deze roeping heeft ontvangen, want op zichzelf was Israël niet beter, waardiger +of geschikter dan de andere volkeren. Maar aan dit volk heeft de Here Zijn Woord +toebetrouwd, zodat wie tot God komt, "bij Israël wordt ingelijfd". +Daarom geloven wij, dat wie zich tegen Israël stelt, zich verzet tégen de God +van Israël. Want wel is Israël ongehoorzaam geweest en heeft het wonder van zijn +roeping veracht, toen het de Hete der Heerlijkheid gekruisigd heeft. En wel +heeft God toen voor een tijd en voor een deel een verharding over Israël gelegd, +maar in deze zaak tussen God en dit volk mag niemand zich eigenmachtig en +hovaardig mengen. Allen, die niet uit Israël zijn, moeten veeleer in Israël het +teken zien van de vrijmachtige goddelijke verkiezing in het teken van de algemeen +menselijke ongehoorzaamheid. En allen, die uit Israël zijn, zullen hun bestemming +vinden, als zij zich tot de Messias bekeren; dan zal vervuld worden wat de apostel +zegt: "indien de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, zo zal geheel Israël +zalig worden." +Daarom houden wij het antisemitisme voor iets veel ernstigers dan een onmenselijke +rassenideologie. Wij houden het voor een van de hardnekkigste en dodelijkste +vormen van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden. [4.2] + +<65> + +L. de Jong merkte naar aanleiding van deze passage op: "Men kan de vraag stellen +of het gepast was, in de zomer van '41, toen de Joden waarlijk al genoeg te dragen +hadden, ook nog te betogen dat zij alleen hun 'bestemming' zouden vinden indien +zij zich allen tot het Christendom bekeerden; dat Miskotte, Kroon en Koopmans +met dat betoog alleen het heil der Joden op het oog hadden, spreekt overigens +vanzelf en in elk geval bevatte hun betoog een afwijzing van het antisemitisme + die voor protestantse lezers moeilijk in klemmender bewoordingen gesteld +kon worden." [4.3] +We voegen hier aan toe dat de opmerking, als zou Israël de Heer der heerlijkheid +gekruisigd hebben, gemakkelijk kon leiden tot de oude en taaie misvatting: "de +vervolging van de Joden is een straf, omdat 'ze' Christus gekruisigd hebben." + +Foto 10 Dr. K.H. Miskotte + +c. Hervormd herderlijk schrijven + +De bovengenoemde publicaties waren geen officiële stukken, bij de opstelling +waarvan de Hervormde Kerk als zodanig betrokken was. Ze kwamen voort uit het +initiatief van enkele predikanten. +De Hervormde Synode heeft, maart 1941, overwogen een brochure te publiceren - +Israël als teken. Het manuscript lag klaar: een korte uitleg van Romeinen 9-11 +en een analyse van Jodenhaat als een haat gericht tegen God zelf: "Door het +antisemitisme wordt de Christelijke Kerk zelf in haar wortels aangetast." +Aan de leden van de Synode werd verzocht om schriftelijk commentaar op het +concept te geven. Maar juist in die tijd vond de arrestatie van ds. Gravemeyer +plaats en men heeft toen de publicatie van "Israël als teken" niet aangedurfd. +[4.4] +Wel werd, zomer 1941, een Herderlijk Schrijven opgesteld en in september +verzonden aan alle kerkenraden, met het verzoek de inhoud te bespreken en ook +door te geven aan de gemeente. Over de Joden wordt uitvoerig gesproken. +Uiteengezet wordt dat het gebod om de naaste lief te hebben hen in geheel +dezelfde mate betreft als welke andere naaste ook." Men volgt dan min of meer +de hier boven geciteerde stelling IV uit Wat wij wel en wat wij niet geloven. +Dat is te begrijpen, want van beide stukken was dr. J. Koopmans een van de +opstellers. +"Israël is voor ons het toonbeeld en teken van Gods vrije genade". Wel heeft het +"Christus niet erkend, maar verworpen." Nu zijn zij "niet meer 'Israël' in de +oorspronkelijke zin, zij zijn 'Joden'. "Een jood is een mens uit Israël, die +Jezus Christus verwerpt. Daarin zijn zij ons een teken van de menselijke +vijandschap tegen het Evangelie. - Het gedeelte over Israël besluit als volgt: + +Daarom zien wij in Israël een teken van Gods onveranderlijke trouw, waardoor +Hij in Zijn barmhartigheid een toekomst openhoudt ook voor wie zich het meest +vijandig betonen. +De gemeente van Jezus Christus weet zich gehouden tot de voorbede voor de +Joden. En zij roept hen, op grond van de oude, nog steeds geldende beloften, +terug tot hun Messias. [4.5] + +Buskes zou later opmerken: "Om de eigenlijke vragen, die aan de orde waren +en de ' gemeente in onzekerheid en verwarring brachten, loopt de synode heen. +In de bezettingsjaren was een eerste vereiste, concreet en antithetisch te +spreken. Dat gebeurt in dit herderlijk schrijven niet.(...) + +<67> + +Klaar en duidelijk wordt doorgegeven wat de Bijbel over Israël zegt: Israël is +het teken van 1) Gods vrije genade, 2) de menselijke vijandschap tegen het +Evangelie, 3) Gods onveranderlijke trouw. De gemeente wordt opgeroepen voor +de Joden te bidden. Over het Antisemitisme wordt echter in alle talen gezwegen. +De vraag, wat wij voor de vervolgde Joden hebben te doen, wordt niet gesteld +en dus ook niet beantwoord. Dit eerste herderlijke schrijven was uitermate zwak, +omdat het volstrekt tijdloos was." [4.6] + +d. De Gereformeerde synode + +De classis Den Haag, daartoe aangewezen door de synode, besloot een "Bidstond +voor de nood der tijden" uit te schrijven, die op 14 september 1941 gehouden is. +De desbetreffende oproep spreekt zorg uit "ten opzichte van de voorziening van +onze stoffelijke nooddruft, vooral in voedsel en huisbrand" en noemt ook de +"vele belemmeringen voor onze christelijke actie op menig terrein." Nodig is +een gebed om "getrouw makende genade" en om "verder standvastig te zijn... +ook op het terrein van staat en maatschappij, niet het minst ook ten aanzien +van het principieel karakter van onze scholen en jeugdverenigingen." En "om +staande te blijven (...), zelfs dan wanneer gehoorzaamheid aan de Here gemis +van noodzakelijk levensonderhoud dreigt mee te brengen." +De Joden werden in de oproep niet genoemd. + +Toen de generale synode - na op 25 maart 1941 voorlopig te zijn gesloten - +op 9 december van dat jaar werd voortgezet, verwelkomde de voorzitter, ds. F.C. +Meijster, speciaal "de broeders die in de vorige zittingen gedwongen afwezig +waren". Dan volgt: "Helaas worden weer anderen uit ons midden gemist (...); +van onze deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid mr. dr. J. Donner, +die voor de derde maal van zijn vrijheid is beroofd, dr. A.A.L. Rutgers en +mr. J.A. de Wilde. +Daarna deelde hij mee: + +Waar in de gelederen van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid +zulk een bres werd geslagen, heeft het moderamen opnieuw gebruik moeten maken +van zijn bevoegdheid om andere broeders aan te zoeken in dit zo gewichtig en +hoogst verantwoordelijk deputaatschap zitting te nemen. Dat daarbij dr. J.J.C. +van Dijk, onze oud-minister van defensie, bereid gevonden werd zich een benoeming +te laten welgevallen, en in plaats van dr. Rutgers onze kerken in het Convent +van kerken te vertegenwoordigen, stemt ons tot grote dank. [4.7] + +<68> + +Nadat Donner de tweede maal gevangen genomen was, werd dr. A.A.L. Rutgers de +vertegenwoordiger van de Gereformeerde Kerken in het Convent. Vrij spoedig +daarop werd ook hij gevangen genomen. +Toen J.J.C. van Dijk toetrad tot deputaten, was hij 70 jaar oud. Hij was +officier geweest, lid van de Tweede Kamer en tweemaal minister van oorlog. +Na de theoloog Kuyper en de jurist Donner werd nu dus een oud-militair benoemd. +Al spoedig, na de internering van prof. Paul Scholten, zou dr. van Dijk +voorzitter van het Convent worden. Hij is dat gebleven totdat ook hij (1 april +1943) gevangen genomen werd. Later zou J.J. Buskes schrijven: "Zij (Donner en +Van Dijk) hebben honderdvoudig goedgemaakt, wat prof. Kuyper bedorven had. +Ze waren niet alleen dappere, maar ook wijze mannen." [4.8] + +Uit het openingswoord van ds. Meijster blijkt verder: "Feitelijk had het +moderamen alleen opdracht de synode weer bijeen te roepen voor de (theologische) +"meningsverschillen". Maar nu waren er ook andere redenen: vragen "die samenhangen +met de bezettingstoestand van ons vaderland". + +<69> + +Het blijkt dat "meermalen is getracht het moderamen te maken (...) tot een bureau +van advies of interventie, maar wij (...) hebben geen enkele stap gedaan in de +richting van een regerend kerkelijk college of een centraal kerkelijk gezag". +De kerken zelf moeten in haar meerdere vergaderingen haar eigen zaken beslissen, +aldus ds. Meijster. +Uit het rapport van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid blijkt, +dat vier van hun leden gevangen genomen waren en prof. J. Ridderbos aan arrestatie +ontsnapt was door onder te duiken. Het aantal deputaten was dientengevolge geslonken +van 8 tot 3. Voorts werd meegedeeld dat deputaten over gewichtige zaken steeds +het moderamen van de synode hebben geraadpleegd. Over alles wordt uitvoerig aan +de synode gerapporteerd: Arbeidsdienst, vakbeweging, kerkelijke pers, voorbede +voor de Koningin, collectenverbod, enz. +Over "de Joden kwestie" wordt gezegd: + +Het onrecht de Joden aangedaan en de toenemende vervolging van onze Joodse +medeburgers, welke reeds vroeger aan Uw deputaten aanleiding had gegeven om +daartegen met de andere protestantse kerken bij de Rijkscommissaris te protesteren +en waarop ze wederom hebben gewezen in hun request bovengenoemd tot het college +van secretarissen-generaal gericht, bleef voor Uw deputaten evenzeer als voor de +andere afgevaardigden in het convent een voortdurende oorzaak van ergernis. +Ze hebben wel overwogen om gezamenlijk ten behoeve van de Joden, inzonderheid +die naar het buitenland gevoerd waren en waaronder een schrikbarende sterfte +heerste, tussenbeide te komen, maar de vrees, dat juist daardoor hun lot +verergerd zou worden, waarom de Joden zelf verzocht hadden, dit niet te doen, +weerhield hen tot dusver. [4.9] + +Niet vermeld werd, welke Joden "verzocht hadden, dit niet te doen." + +Daarop kwamen gedurende 4 dagen (9 - 12 december) alle in het rapport genoemde +onderwerpen aan de orde, waarna het "in zijn algemene strekking" aanvaard werd. + +<70> + +e. Weinig activiteit + +Voorjaar 1941 hield ds. J.J. Buskes een voordracht, waarin hij het protest van +de kerken tegen de Jodenvervolgingen (zie boven, in hfdst. 2) besprak en toelichtte. +Zijn toespraak werd gepubliceerd in het tijdschrift "Woord en Wereld". Waarop de +Duitsers de verdere verschijning van dit blad verboden en ds. Buskes op 2 juli 1941 +gevangennamen. +Nu zaten er dus 3 ondernemende leden van het Convent vast (Gravemeyer, Donner en +Buskes). Rutgers, de vervanger van Donner, was eveneens gearresteerd. Was het +daarom, dat het Convent wat ingeslapen scheen? Men leek wel geïntimideerd. +Datzelfde gold voor de twee grootste deelnemende kerken. Zoals we hierboven +gezien hebben, stelde de Hervormde Kerk in haar herderlijk schrijven het +antisemitisme niet aan de orde en lieten de Gereformeerde Kerken na, tot gebed +voor de Joden op te roepen. +Wie werkt, maakt fouten. Maar hier werden dingen nagelaten. Een grote matheid +leek zich gedurende deze periode te hebben uitgespreid over de kerken. +Van de vergaderingen van het Convent werden, om overigens begrijpelijke redenen, +na maart 1941 geen notulen meer geschreven. Die waren toch al uiterst summier +geweest. Dientengevolge is het niet meer na te gaan, of men althans overwogen +heeft enige stap te doen ten behoeve van de Joden, die juist in deze periode +steeds meer geïsoleerd en in het nauw gedreven werden. +Uit de in de oproep tot een bidstond wel genoemde onderwerpen blijkt, hoe diep +de oorlog begon in te grijpen in eigen kerkelijk en persoonlijk leven. Kwam het +daardoor, dat men gedurende deze periode weinig of niet toekwam aan het opkomen +voor de Joden? +We laten het vraagteken staan, en vermelden nog dat het september 1941 (ook de +christelijke) scholen verboden werd, voortaan Joodse kinderen toe te laten; de +aanwezige Joodse leerlingen moesten weggestuurd worden. De Hervormde Raad voor +kerk en school adviseerde de schoolbesturen, hieraan op geen enkele manier +medewerking te verlenen. Ook de grote schoolorganisaties weigerden elke medewerking. +Toen dreigde de betreffende secretaris-generaal: "indien u weigert de Joodse +kinderen van uw school te verwijderen zullen de ouders van die kinderen daarvoor +moeten boeten. [4.10] Voorwaar, een afschuwelijk dilemma. + +<71> + +5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN - AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART + +a. De situatie (eerste helft 1942) + +Op 19 januari werd. prof. Titus Brandsma gearresteerd. +Op 16 februari veroverden de Japanners Singapore; op 27 febr. vond de slag in +de Java-zee plaats: het grootste deel van de Nederlandse vloot ging ten onder. +Op 9 maart gaf het Koninklijk Nederlands-lndische Leger zich over. +3 mei: executie van 72 OD-ers (leden van de z.g. Orde-dienst, een van de eerste +illegale organisaties). Op 15 mei moesten alle officieren zich melden en werden +teruggevoerd in krijgsgevangenschap. Duizend Britse bommenwerpers deden een aanval +op Keulen. Duizenden mannen moesten in Duitsland gaan werken. +De Amerikanen behaalden een grote overwinning (4/5 juni) in de zeeslag bij Midway. +Maar in Noord-Afrika heroverde generaal Rommel Tobroek (21 juni) en eind juni +begonnen de Duitsers een groot offensief in Rusland. + +2 febr.: De christelijke scholen worden ernstig bedreigd. Voor a. s. zondag is +er een bidstond uitgeschreven. Het gaat om de benoeming van een N.S.B.-onderwijzer, +wat het schoolbestuur geweigerd heeft. +10 febr.: In Noorwegen is Quisling nu de baas; als Mussert het hier maar niet wordt. +19 april Er is vanmorgen een kort maar krachtig stuk voorgelezen van de kansel. +20 mei., (neef) Jan de Nooij uit Ede is opgepakt wegens het dragen van een +Jodenster. (Hij werd op 6 juni vrijgelaten). +7juni.- We verkopen op iedere babykaart twee luiers, met afstempeling. + +In januari 1942 moesten Joden uit verschillende steden hun woonplaats verlaten: +ze werden gedwongen zich in Amsterdam te vestigen. +In maart werden personenauto's "voor Joden verboden". Vanaf 3 mei was iedere +jood verplicht om in het openbaar de Jodenster te dragen. Op 30 juni werd +gedecreteerd dat Joden zich van 8 uur 's avonds tot 6 uur 's morgens binnenshuis +moesten bevinden. + +<73> + +b. De houding van de Katholieke Kerk + +Tot nu toe was de Rooms-Katholieke Kerk niet betrokken geweest bij de acties van +het Convent van Kerken. Toch heeft deze Kerk zich vroegtijdig en krachtig tegen +het nationaal-socialisme verzet. Zoals we al eerder memoreerden, hadden de +Nederlandse bisschoppen eerst het lidmaatschap van de N.S.B. "ontraden", terwijl +ze in mei 1936 verklaarden dat "allen die aan deze partij in belangrijke mate +steun verlenen, niet tot de H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." Dit betrof +de leiders van de N.S.B., niet de gewone leden. +Deze maatregel werd tijdens de Duitse bezetting niet ingetrokken of verzwakt. +Integendeel, op 13 januari 1941 werd verordend dat ook aan gewone leden van de +N.S.B. de sacramenten voortaan geweigerd moesten worden. Dit gold bovendien voor +sympathiserende leden, propagandisten en contribuanten. N.S.B. - ers mochten +voortaan niet meer kerkelijk trouwen; als beide ouders van een kind N.S.B.-er +waren, mocht het kind niet gedoopt worden. N.S.B.-ers mochten niet meer kerkelijk +begraven worden. [5.1] + +Foto 12. Aartsbisschop J. de Jong (foto uit 1946 t.g.v. zijn verheffing tot kardinaal) + +<74> + +Een en ander was door de aartsbisschop in overleg met de andere bisschoppen +vastgesteld. Op 26 januari 1941 werd de maatregel overal vanaf de kansels +bekendgemaakt. +Toen de bezetter het RK Werkliedenverbond ophief, werd in een Herderlijke brief +(van alle kansels afgelezen op 3 augustus 1941) uitgesproken, dat nu voortaan +het lidmaatschap van nationaal-socialistische mantel-organisaties niet alleen +verboden was, maar ook uitsluiting van de sacramenten met zich mee zou brengen. + +De van Ameland afkomstige Jan de Jong (geb. 1885) was in 1935 coadjutor van de +aartsbisschop van Utrecht geworden, en in 1936 diens opvolger. Toen, aan het +begin van de Duitse bezetting, enkelen van zijn geestelijken hem wilden bewegen +een enigszins tegemoetkomende houding jegens het nieuwe bewind aan te nemen was +zijn antwoord: "Wat is dat voor onzin, heren? Ik wil geen tweede Innitzer zijn..." +Innitzer was de Oostenrijkse kardinaal die de nazi's zeer ver tegemoet kwam. +De aartsbisschop was voorzitter van het Nederlands Episcopaat en kwam als zodanig +primus inter pares (de eerste tussen gelijken). Hij kon zijn mede-bisschoppen +niets opleggen, maar diende hen te raadplegen en zo nodig te overtuigen. Dat +waren de bisschoppen van Breda, Haarlem, 's-Hertogenbosch en Roermond. Vooral +de bisschop van Den Bosch was aanvankelijk verre van militant, aldus Aukes, de +biograaf van mgr. de Jong. [5.2] Van Rooij verschaft hier verdere bijzonderheden. +Ook over de manier waarop de besluitvorming plaatsvond: + +Het gezamenlijke beleid van de kerkprovincie werd bepaald in ongeveer 4 maal +per jaar gehouden bisschopsconferenties en via rondzendbrieven. Zij gingen uit +van een consensus voor het nemen van besluiten. De Aartsbisschop had als +voorzitter een zeer invloedrijke stem, maar iedere bisschop had in zijn eigen +diocees een grote vrijheid van handelen. [5.3] + +Het volgende verhaal, verteld door biograaf Aukes, is typerend voor de +aartsbisschop en evenzeer voor zijn beproefde steun en rechterhand, dr. J. Geerdinck. + +<75> +In de nacht van zaterdag op zondag 3 augustus, vlak voor de bovengenoemde afkondiging, +rinkelde in het aartsbisschoppelijk paleis de telefoon. De Sicherheitspolizei +wilde de aartsbisschop spreken, en wel onmiddellijk. De aartsbisschop laat +dr. Geerdinck meedelen, dat de heren over een half uur komen kunnen. Beiden +besluiten, dat de ontmoeting in scène moet worden gezet. De aartsbisschop dost +zich uit in ambtskledij; in het grote vertrek voor bijzondere audiënties +branden de luchters. +Als er, precies om vier uur, gebeld wordt doet dr. Geerdinck open, vraagt de +mannen van Himmler zich van hun jas te ontdoen en bestijgt voor hen uit de +staatsietrap. Voor de deur aangekomen, vraagt hij hun namen, klopt en geleidt +de heren naar binnen. De aartsbisschop staat in zijn ambtskledij achter de +tafel en zwijgt. Dr. Geerdinck kondigt aan: "Excellentie, Obersturmführer +Matzker en zijn adjudant." Monseigneur buigt licht, en blijft zwijgen. Geerdinck +zegt: "setzen Sie sich". Iedereen gaat zitten, en iedereen zwijgt. +Ten slotte haalt de Obersturmführer een smal rolletje papier tevoorschijn en +begint voor te lezen: de afkondiging morgenochtend mag niet plaatsvinden. +De aartsbisschop geeft te kennen dat hij de boodschap begrepen heeft, waarop +zijn bezoeker zegt: "Het is nu vier uur. Alle pastorieën kunnen per telefoon +bereikt worden. De voorlezing kan zonder moeite worden afgelast". De bisschop +mompelt, dat dat hem duidelijk is. +Dan is het weer stil, een lange tijd. Ten slotte zegt Geerdinck: "Heren, hebt +U hiermee Uw opdracht vervuld?" Ze mompelen van ja, waarop Geerdinck opstaat +en de bezoekers zijn voorbeeld volgen. Het papier, vermoedelijk een telexstrook, +wappert achter hen aan terwijl hij hen uitgeleide doet. Geen woord. Bij de +voordeur wervelt het strookje over de grond mee naar buiten. Geen groet. +De volgende zondagmorgen gaat - uiteraard - de voorlezing overal door, de woorden +non possumus non loqui klinken - "Wij kunnen niet zwijgen. + +c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.0.) + +In de loop van 1942 besloot men, om de naam "Convent van Kerken- te veranderen +in Interkerkelijk Overleg" (afgekort: I.K.O.). "Convent" kon niet, zo vreesde +men, de indruk wekken dat het om een organisatie van kerken ging, die eventueel +door de bezetter kon worden opgeheven. "Overleg" bedoelde de indruk te geven +dat het ging om niet meer dan incidenteel overleg. + +<76> + +Er was al af en toe contact geweest tussen Protestantse voormannen en de +aartsbisschop. Prof. Slotemaker de Bruïne had hem indertijd een afschrift +van het allereerste protest tegen de Jodenvervolging (zie hierboven, hfdst. 2) +doen toekomen en overwogen is toen om ook vanaf de Katholieke kansels een +getuigenis te doen weerklinken. De meningen onder de bisschoppen waren toen +evenwel verdeeld. [5.453] Verder was er overleg geweest inzake de schoolstrijd +(met mr. J. Donner), de Winterhulp en het radiobeleid. De officiële relatie +zou niet lang meer op zich laten wachten. + +Op 31 oktober 1941 - uitgerekend op Hervormingsdag, zei men later - bezocht de +toenmalige voorzitter van het I.K.O., de Amsterdamse hoogleraar Paul Scholten, +mgr. de Jong en tijdens dat bezoek werden spijkers met koppen geslagen. Het was +het begin van een blijvende betrokkenheid van de Rooms-Katholieke Kerk bij het I.K.O. + +<77> + +Naar ik meen is het feit, dat vandaag de dag de Katholieke Kerk lid is van de +Raad van Kerken in Nederland, moeilijk los te denken van de beslissing die +toen genomen is. + +Prof. Schotten schreef, de dag na zijn ontmoeting met mgr. de Jong, aan ds. Gravemeyer: + +Gisteren had ik een belangrijk onderhoud met de Aartsbisschop waarvan ik mij +haast U op de hoogte te brengen. (...) Maar wat nog belangrijker is, is het +gesprek over een protest bij de Overheid in de Jodenquestie. Niet alleen voelde +hij daar veel voor, maar hij verklaarde zich bereid dat in dat geval de Rooms- +Katholieke Kerk met onze Kerk gezamenlijk de bedoelde audiëntie zou aanvragen. +Hij zou daarvoor dan een hooggeplaatst geestelijke aanwijzen. +Hij maakte evenwel tweeërlei voorbehoud. Ten eerste kan hij dit niet alleen +beslissen, maar moet hij met de andere bisschoppen overleg plegen. En in de +tweede plaats voelde bij meer voor een algemeen protest over alle onrecht dan +voor een betreffende alleen de Joden. Ik antwoordde dat ik dit principieel +wel met hem eens was, doch dat dit algemene protest ernstig zou moeten worden +voorbereid en gedocumenteerd, wat nog enige tijd zou kosten, terwijl de +Jodenquestie haast heeft. Dit maakte wel indruk en hij zal mij nader +berichten. (...) [5.5] + +De bisschoppen gingen met de voorgestelde samenwerking akkoord. Besloten werd +dat de officiaal van het bisdom, mgr. F.J.E.H. van de Loo, namens de bisschoppen +het contact met het Convent van Kerken zou onderhouden. Vanaf eind 1941 heeft +hij de meeste vergaderingen bijgewoond en protesten werden door hem mede-ondertekend. +Van Rooij beschrijft zijn functie als volgt: + +Mgr. Van de Loo was officiaal van het aartsbisdom, de hoogste canonieke rechter +van de RK Kerk in Nederland, die in naam en in opdracht van de Aartsbisschop de +canonieke rechtsmacht uitoefende. Hij was bovendien kanunnik van het metropolitaan +kapittel te Utrecht. Het kapittel heeft tot taak de Aartsbisschop te adviseren +en bij te staan in het bestuur van het aartsbisdom. Een hooggeschoold jurist, +zowel in canoniek als in wereldlijk recht. [5.6] + +d. De audiëntie + +Zoals al bleek uit de brief van Scholten aan Gravemeyer, was men voornemens een +audiëntie bij de Rijkscommissaris aan te vragen. Daartoe vond allereerst een +onderhoud plaats met de secretaris- + +<78> + +generaal van justitie, prof. J.J. Schrieke. Prof. P. Scholten en ds. Gravemeyer +vertegenwoordigden de Hervormde Kerk, mgr. Van de Loo de bisschoppen, dr. J.J.C. +van Dijk de Gereformeerde Kerken, terwijl de overige Protestantse kerken +vertegenwoordigd werden door een vijftal afgevaardigden, onder wie ook ds. +Buskes. Het onderhoud vond plaats op 5 januari 1942. Prof. Schotten las een +memorandum voor, waarin ingegaan werd op "de schier volslagen rechteloosheid, +de onbarmhartigheid ten opzichte van hen die van Joodse afstamming zijn en het +opdringen van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing." We citeren het slot: + +De Kerken doen dit (getuigen) in de eerste plaats tegenover de Secretaris-Generaal +van justitie, die thans in Nederland tot handhaving van het recht geroepen is +en op wiens schouders te dier zake een zware verantwoordelijkheid rust jegens +het Nederlandse volk. +Zij richten zich mede in hem tot zijn ambtgenoten, Secretarissen Generaal der +overige Departementen. +De Nederlandse Kerken vragen voorts de Secretaris-Generaal van justitie haar +een audiëntie te verschaffen bij de hoogste Duitse autoriteit, die over deze +dingen beschikt, opdat zij ook tegenover die autoriteit van haar oordeel mogen +doen blijken. + +Nadat prof. Schotten een en ander had toegelicht, antwoordde Schrieke dat hij +niet terstond op het adres kon ingaan, omdat het niet van tevoren te zijner +kennis was gebracht. De kerken moesten zich realiseren "de niet te weerhouden +kracht van de wereldgebeurtenis, die bezig was zich te voltrekken en die te +vergelijken was met een sneltrein die in grote vaart alles wat zich op zijn +weg plaatst vermorzelt." +Schrieke, die N.S.B.-er was, is na de oorlog veroordeeld tot de doodstraf, +later omgezet in levenslange gevangenisstraf. + +De gevraagde audiëntie werd toegestaan. Het was de bedoeling dat de heren +Schotten (Herv.), Van de Loo (RK) en Van Dijk (Geref.) zouden gaan. Maar +Seyss-lnquart liet weten dat hij prof. Schotten niet wenste te ontvangen. +Men informeerde naar de reden daarvoor; intussen werd prof. Schotten gevangen +genomen, waarna hem een plaats van internering werd aangewezen. Overwogen is +toen om af te zien van de audiëntie, maar ten slotte besloot men dat prof. W.J. +Aalders in de plaats van Schotten de Hervormde vertegenwoordiger zou zijn. + +<79> + +De audiëntie vond plaats op 17 februari (een dag na de val van Singapore; geen +vrolijk moment) in een zaal van het departement van Buitenlandse Zaken. Een +portret van Hitler hing aan de muur. Aan de ene kant van een grote, ronde tafel +zat Seyss-Inquart, met aan zijn rechterhand prof. Schrieke en links F. Schmidt. +Tegenover hem mgr. Van de Loo, prof. Aalders en dr. Van Dijk. De vergadering +begon om twaalf uur. +Allereerst leidde prof. Aalders het - van tevoren toegezonden - memorandum in, +waarvan het begin en ook de opmerkingen over de vervolging van de Joden letterlijk +overeenstemden met het stuk dat al eerder aan Schrieke was aangeboden. Deze +luidden als volgt: + +Verder dient de behandeling van hen die van Joodse afstamming zijn genoemd te +worden. De Kerken onthouden zich hier van een beoordeling van het antisemitisme, +dat zij overigens vanuit Christelijke beweegredenen principieel afwijzen. Ook +wensen zij nu niet een debat te openen over de politieke maatregelen tegen de +Joden in bel algemeen. Zij wensen zich te beperken tot het feit dat in de loop +van het jaar 1941 talrijke Joden gevangengenomen en weggevoerd zijn, en dat +sindsdien officiële mededelingen omtrent schrikbarend hoge sterftegevallen onder +deze gedeporteerden zijn binnengekomen. De Kerken zouden hun meest elementaire +plichten verzaken, als zij niet van de Overheid zouden verlangen dat aan deze +maatregelen paal en perk wordt gesteld. Dit toch is een eis van Christelijke +barmhartigheid. + +Seyss-Inquart ging daarna uitvoerig in op de diverse naar voren gebrachte punten, +blijkbaar aan de hand van notities gemaakt op basis van het ontvangen memorandum. +Hij ging daarbij uit van Rusland: hiertegen moest alles gericht worden, hiermee +alles vergeleken. Daarna sprak hij over de gerechtigheid, de barmhartigheid en +de gewetensvrijheid. + +Wat de Joden betrof, barmhartigheid jegens hen te betrachten, zoals we gevraagd +hadden, was naar het oordeel van de R. te veel verlangd. (...) Het was dan ook +afkeurenswaardig, dat wij hier in Nederland de Joden als volwaardige vaderlanders +beschouwden en hun de volle staatsburgerlijke rechten toekenden. Neen, barmhartigheid +jegens hen was misplaatst; alleen kon men, voorzover het algemeen belang zulks +gedoogde, recht en gerechtigheid jegens hen laten gelden. + +Dat was de reactie van Seyss-Inquart, naar de aantekeningen van officiaal Van +de Loo en weergegeven in "Delleman". Mgr. Van de Loo was het die tijdens de +discussie terugkwam op het lot der Joden: + +<80> + +foto 14. De audiëntie bij Seyss-Inquart, naar een tekening van J.H. Isings uit 1945. +Van links naar rechts: dr. J.J.C. van Dijk, prof. dr. W.J. Aalders, mgr, F.E.H. +van de Loo, prof. mr. J.J, Schrieke, Seyss-Inquart en E. Schmidt + +Wat de Joden betreft, werd de R. er door mij aan herinnerd dat niet alleen recht +en gerechtigheid, maar ook barmhartigheid Christenplicht was en dat de hoogste +Christelijke norm niet ras, bloed en bodem was, maar de wet van het Evangelie, +die rassenhaat categorisch veroordeelde. Overigens, zo betoogde ik, zouden wij +al verheugd zijn wanneer althans de rechtvaardigheid tegenover de Joden betracht +werd, daar tot nu toe vaak hun meest elementaire rechten met voeten waren getreden. +Speciaal voor onze Joodse volksgenoten vroegen wij rechtvaardige behandeling, +overtuigd als we waren dat tallozen onder hen als onschuldige slachtoffers waren +gevallen van de rassenhaat, hoewel zij zich steeds als eerzame burgers gedragen hadden. + +Dr. Van Dijk vroeg of de onbarmhartigheid tegenover de Joden zover ging dat er +geen barmhartigheid zou worden geoefend tegenover de individuele Jood. Het antwoord +was: "neen". Gevraagd naar het standpunt ten opzichte van de Christen-Joden, was +het antwoord eveneens: "geen barmhartigheid: het Jodenvraagstuk moet in zijn geheel +worden opgelost. + +<81> + +Prof. Aalders zei, na afloop: "Mijn indruk is dat deze audiëntie niets goeds kan +doen verwachten. Wij kunnen het alleen van belang achten, persoonlijk en tegenover +de Kerk, dat we een getuigenis hebben afgelegd." + +e. De gevolgen + +Prof. Schrieke beweerde na de audiëntie dat de Rijkscommissaris toch wel onder +de indruk was geweest. Seyss-Inquart was Katholiek opgevoed; een broer van hem +is zelfs enkele jaren kloosterling geweest, maar daarna uitgetreden. [5.7] +Toch bleek de pessimistische taxatie van de vertegenwoordigers der kerken juist +te zijn geweest: de Duitse onderdrukking ging in verscherpte mate door, met name +de terreur tegen de Joden. Zomer 1942 zouden de massadeportaties beginnen. +Prof. Aalders werd kort daarop gearresteerd, overigens niet vanwege zijn deelname +aan de audiëntie maar omdat hij hoofdbestuurslid was van een van de grote +Christelijke school-organisaties. + +Het I.K.O. was voornemens de plaatselijke gemeenten in te lichten over de audiëntie +en bovendien over nieuwe maatregelen van de bezetter. Daartoe werd een kanselboodschap +opgesteld, die op zondag 22 maart zou worden voorgelezen. +De Sicherheitspolizei bleek evenwel op de hoogte, want ds. Gravemeyer ontving +een boodschap waarin gewaarschuwd werd voor de gevolgen ("gevangenis of erger") +als de afkondiging zou doorgaan. Gravemeyer deelde daarop mee dat de kerken zich +zouden beraden, maar "dat de kerken onder geen enkel beding op dit punt zouden +kunnen toegeven en zich door de Duitse overheid zouden kunnen laten voorschrijven +wat zij al of niet mochten laten afkondigen". Het I.K.O. heeft daarop besloten, +op die datum de afkondiging niet te laten doorgaan "om een acuut conflict te +voorkomen", zoals geschreven werd in een protestbrief aan Seyss-Inquart (7 april +1942), waarin tegen het ingrijpen van "de politie" geprotesteerd werd. Bij dit +besluit hebben de bisschoppen zich uit solidariteit aangesloten, aldus Stokman, +m.a.w. zij hadden wel openbaar mededeling willen doen van de audiëntie. +Wel werd kort daarna, op zondag 19 april, in alle (bij het I.K.O. aangesloten) +Protestantse kerken een "Getuigenis" voorgelezen dat als volgt begon: + +<82> + +Het is de gemeente bekend, dat de Kerk met grote bekommering is vervuld over de +gang van zaken in ons land, met name over de wijze waarop drie grondslagen van +ons volksleven: de gerechtigheid, de barmhartigheid en de vrijheid van geweten +en overtuiging, die verankerd liggen in het Christelijk geloof, zijn en worden +aangetast. +Over de rechteloosheid, de onbarmhartigheid tegenover het Joodse volksdeel en +het opdringen van een recht tegen het Evangelie ingaande, nationaal-socialistische +levens- en wereldbeschouwing heeft de Kerk haar getuigenis gegeven. + +Ds. Gravemeyer bezocht - voor het eerst - mgr. de Jong om te bepleiten dat dit +Getuigenis ook in de Katholieke kerken zou worden voorgelezen. Dat leverde +praktische bezwaren op, maar in Utrecht lag een Herderlijke brief over de +Arbeidsdienst klaar ter afkondiging, en de aartsbisschop laste de kernzinnen +uit het Getuigenis, waaronder bovenstaand citaat, in de aanhef van de eigen +Herderlijke brief in. [5.8] + +In bovengenoemd Getuigenis was de audiëntie bij Seyss-Inquart niet vermeld. Maar +men zond (21 april 1942) een zeer uitvoerige mededeling aan alle kerkenraden over +een en ander, waar boven stond: "Uitsluitend bestemd voor interne voorlichting". +Dat betekende, dat tienduizenden gelovigen over het ter audiëntie besprokene +geïnformeerd werden; maar als men de publieke afkondiging had doorgezet, zouden +het er een paar miljoen zijn geweest. Het I.K.O. had toch een stap terug gedaan. +Toch denke men vanuit onze situatie niet te gemakkelijk over de zwaarte van de +dilemma's van toen. Enkele predikanten en diverse gemeenteleden waren al omgekomen +in het concentratiekamp. Kort daarop (4 mei) werd ds. Gravemeyer door de Duitsers +in gijzeling genomen; de gijzeling zou voortduren tot 18 december 1942. + +Twee dagen later (6 mei) zond de permanente Commissie Algemene Zaken van het +Nederlandsch Israëlietisch Kerkgenootschap een brief aan ds. Gravemeyer met de +volgende inhoud: + +Het moge mij vergund zijn deze brief aan te vangen met een woord van diepgevoelde +dank en erkentelijkheid voor het medeleven van de vaderlandse Kerk in het lot, dat +de Nederlandse Joodse gemeenschap thans heeft te dragen. +Ook wij zullen U wederkerig in onze gebeden gedenken en voor onze ogen houden het +Psalmwoord 145 vers 19. +(handtekening onleesbaar) + +<83> + +De woorden van dit psalmvers luiden: "Hij vervult de wens van wie Hem vrezen, +Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen." [5.9] + +Een aantal predikanten die - naar aanleiding van de afkondiging op 19 april - +over Jodenvervolgingen gepreekt hadden, werden gevangen genomen; onder hen was +de latere hoogleraar A.A. van Ruler. + +f. De bordjes "verboden voor Joden" + +Het was het Duitse plan om de Joden steeds meer te isoleren. Daartoe moest een +bordje "Verboden voor Joden" worden aangebracht op alle openbare gebouwen. Ook +de kerkgebouwen vielen daar onder. Niet alleen was de zondagse kerkdienst een +openbare aangelegenheid en voor iedereen die dat wenste toegankelijk, maar bovendien +werden in de kerkgebouwen door de week vergaderingen van diverse verenigingen +en clubs gehouden. +In het archief vond ik een brief van de "Raden der Gereformeerde Kerken van +Metslawier en Nijawier", die aan hun burgemeester schrijven: + +Als antwoord op de mondeling namens U gedane mededeling betreffende het aanbrengen +van het z.g. Jodenbordje aan de consistorie of leerkamer, moge het volgende dienen: +a. dat de kerkenraad der Geref. Kerk en van Metslawier en van Nijawier tegen deze +aanbrenging principieel bezwaar heeft - de kerk van Christus mag geen onderscheid +naar ras maken - en deze dies wil voorkomen; +b. in afwachting van het resultaat der besprekingen van deputaten voor de +correspondentie met de Hoge Overheid te Den Haag daarom heeft besloten voorlopig +alleen toegang tot bedoelde leerkamer te verlenen aan vergaderingen van hen, +die als zuiver kerkelijk of zendingscollege of jeugd onder kerkelijk toezicht +staan. [5.10] + +Men kreeg in Den Haag van diverse kerkenraden verzoeken om advies. Het eerste +antwoord was - zowel van de Algemene Synodale Commissie van de Hervormde Kerk +als van Gereformeerde deputaten - dat "op een voor christelijke doeleinden +bestemd gebouw het bewuste bordje principieel niet kan worden toegelaten, omdat +het is een verloochening van het Evangelie." + +<84> + +Werd een aan de kerk behorend gebouw ook gebruikt voor niet-kerkelijke activiteiten +(waarvoor het bord bevolen werd), dan moesten die voortaan achterwege blijven, +liever dan dat men het bordje plaatste. Ook concerten of sport-activiteiten +moesten dan maar vervallen. +In de drie noordelijke provincies, evenwel eiste de procureur-generaal te +Leeuwarden, dat het bordje zou aangebracht worden ook daar waar uitsluitend +zuiver kerkelijke bijeenkomsten werden gehouden. Dit gaf aanleiding tot een +aantal directe conflicten. +Op 9 april 1942 hadden ds. Gravemeyer en dr. Van Dijk namens het I.K.O. een +onderhoud met de secretaris-generaal van justitie, Schrieke. Ze zonden hem +daarna een brief (24 april) waarin zij meedeelden: + +(...) De Kerk mag niet dulden, dat op haar terrein geweld wordt aangedaan aan +het beginsel van de toelating van allen, die krachtens het Evangelie van Jezus +Christus, toelating begeren. + +Nu kan men zich afvragen of er veel Joden "toelating begeerden", laat staan of +dat het geval was in een of ander Fries dorp. Maar, het ging om het principe, +zou het I.K.O. stellig geantwoord hebben. Hoe dan ook, in dezelfde brief werd +voorgesteld: + +1) dat in of aan kerkelijke lokaliteiten de bedoelde borden niet behoeven te worden +aangebracht, indien deze lokaliteiten uitsluitend worden gebruikt voor godsdienst- +oefeningen (en andere) vergaderingen van zuiver godsdienstig-zedelijke strekking. +2) dat, wanneer godsdienstoefeningen worden gehouden in niet-kerkelijke lokalen, +tijdens de dienst in die lokalen geen verbodsbord aanwezig behoeft te zijn; +dat algemene vergaderingen, met name ook jaarvergaderingen van (...) Christelijke +verenigingen in kerkgebouwen kunnen worden gehouden. + +Schrieke ging daarmee akkoord en wijzigde de verordening. +Een krachtige houding namen de Hervormde predikanten van Sneek en omgeving aan: +begrafenisdiensten vonden vaak plaats in het plaatselijk café. Welnu, de predikanten +weigerden en gingen voortaan alleen voor als de dienst in een kerkelijk gebouw +gehouden werd. De café-houders protesteerden! Toen zijn er hier en daar +begrafenisdiensten in een café gehouden nadat eerst het verafschuwde bordje +voor die dag verwijderd was. Zoiets lijkt haast komisch, maar het was een zaak +van grimmige ernst. Dat besefte de Sicherheitsdienst, die een betreffende +predikant bedreigde voor 't geval hij nog eens het bordje zou laten weghalen. + +<85> + +De motivering van het I.K.O. bleef wat vaag: het antisemitisme werd niet genoemd, +terwijl het daarom toch juist ging. De bisschoppen evenwel waren duidelijker in +hun afwijzing. Van Rooij vermeldt dat Mgr. de Jong in overleg met de andere vier +bisschoppen het aanbrengen van de bordjes op RK instellingen verbood, "omdat die +bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar mogen zeker onze +RK instellingen niet aan mee doen." Iets later stelde de aartsbisschop zich +'permissief' op als het om sportterreinen of zwembaden ging (toen waren er nog +Katholieke...), m.a.w. men behoefde ze niet te verwijderen als de politie ze +had aangebracht. Maar op RK leeszalen mocht het absoluut niet en evenmin op het +sociëteitsgebouw van het RK studentencorps te Nijmegen. +"De Rector Magnificus was van mening dat het bordje mocht blijven hangen. Er +hingen er al zo veel in Nijmegen. De burgerij zag het toch als een teken van +overmacht." Mgr. de Jong was het daar niet mee eens: + +Als Wij Ons niet vergissen, zijn de katholieke studentenverenigingen van Wageningen +en Nijmegen de enige die nog bestaan. In deze omstandigheden zouden Wij het +betreuren als alleen die beide zich aan de bepaling zouden onderwerpen. De +studenten zullen het offer moeten brengen. + +In september 1942 liet het Episcopaat haar principieel afwijzende houding ten +opzichte van de bordjes varen. De deportaties waren in volle gang. De bordjes +kwestie was een bijzaak geworden; aldus van Rooij. [5.11] + +6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM + +a. De situatie (tweede halfjaar 1942) + +Belangrijke oorlogshandelingen waarvan de afloop gunstig voor de geallieerden was, +deden de hoop in de bezette gebieden op een spoedige eindoverwinning stijgen. +De aanval van geallieerde commando's op de Noord-Franse plaats Dieppe toonde aan +dat de Engelsen in staat waren door de Duitse verdedigingswerken langs de kust +heen te komen en zich zelfs enige tijd op het continent te handhaven (19 aug.). +Op 13 sept. begon de Duitse aanval op Stalingrad, maar de Russen hielden stand +en begonnen (19 nov.) hun tegen-offensief. De Engelsen onder generaal Montgomery +vielen aan in Noord-Afrika (23 okt.) bij El Alamein. Kort daarop (nov.) landden +Amerikanen en Engelsen in Marokko en Algerië, waarop de Duitsers nu ook Zuid- +Frankrijk ("Vichy") bezetten. + +16 juli.: vordering van koperen melkbussen, standbeelden en kerkklokken. Alle +jeugdverenigingen zijn opgeheven. Deze week zijn er overal fietsen gevorderd. +De Joden worden thans massaal weggevoerd naar Polen en Silezië. Ook de kerken +hebben geprotesteerd. +We hebben een huisgenootje gekregen, Leen, een Rotterdammertje van 3 jaar, +waarvan de ouders bij het bombardement in 1940 omgekomen zijn. (Dat was Leo.- +zijn vader en moeder waren Joodse vrienden, inderdaad uit Rotterdam maar niet +omgekomen. Alle drie hebben de oorlog overleefd). +15 aug.: vandaag zijn er vijf gijzelaars doodgeschoten. +29 aug.: Leen is gisteren weer naar huis gegaan. Hij stak erg af bij de +dorpskinderen en had daardoor nogal veel bekijks. Bovendien was het voor zijn +gezondheid niet wenselijk om veel buiten te komen, dus daar moest ook op gelet +worden. (We vonden voor Leo een ander onderduik-adres). +10 sept.: de taptemelk is nu ook op de bon: 1/4 L. per pers. per dag. +Er zijn uitsluitend zijden veters in de handel en papieren zakdoeken. Vergunning +tot het rijden op benzine wordt haast niet gegeven; verder rijdt men op houtgas, +waarvoor de vergunning gemakkelijker gegeven wordt. +16 okt.: de familie Manasse (dorpsgenoten) is gevlucht of ondergedoken. +29 nov.: een groot deel van de kuststreek zal geëvacueerd moeten worden. + +<88> + +Eind juni had Seyss-Inquarts naaste medewerker Schmidt openlijk bekend gemaakt, +dat de Joden uit Nederland gedeporteerd zouden worden. In juli begonnen de massa- +deportaties. +De eerste oproepen werden op zondag 5 juli per extra bestelling via de post bezorgd. +Op 14 juli werd een grote razzia op Joden in Amsterdam gehouden. De volgende dag +vertrok de eerste deportatie-trein van Amsterdam naar Westerbork. Van 14-17 juli +moesten 4000 Joden uit Amsterdam zich op het Centraal Station melden. +Op 2 augustus werden op verschillende plaatsen in Nederland Katholieke Joden +gegrepen. Die maand werden er nog meer razzia's op Joden in Amsterdam uitgevoerd. +Sindsdien bleven de treinen rijden: van Amsterdam naar Westerbork, en van +Westerbork naar "het Oosten": week na week, maand na maand. + +b. Nog een synode-vergadering + +We zullen in dit hoofdstuk de gebeurtenissen rondom het protest van de kerken +tegen de Jodenvervolging uitvoerig weergeven. Daartoe beginnen we evenwel met +een kijkje in een synode-vergadering die - zo vermoeden we - een direct bij +het protest betrokkene, dr. J.J.C. van Dijk, geholpen heeft bij het handhaven +van een besliste houding. +De synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde eind mei en begin +juni; daarna zou men pas weer in september bijeenkomen. De voortzetting van de +synode, die al lang afgelopen had moeten zijn, was nodig geworden tengevolge van +de leergeschillen die nu hoog oplaaiden. Hoe is zoiets mogelijk, terwijl er een +wereldoorlog aan de gang en je land bezet is, denk je nu (en dachten toen ook al velen). + +Op dinsdag 9 juni kwam dr. Van Dijk ter synodevergadering en rapporteerde over +"de werkzaamheden, door deputaten (voor de correspondentie met de Hoge Overheid) +verricht". Het bordje "Verboden voor Joden" kwam ter sprake, de Arbeidsdienst enz. +[6.1] + +<89> + +Er volgt dan: "Nadat de praeses (voorzitter) aan dr. Van Dijk de dank der synode +heeft overgebracht voor zijn vele bemoeienissen en hem Gods wijsheid en bijstand +bij zijn verdere gewichtige arbeid heeft toegewenst en de vergadering hem +Psalm 121:4 toegezongen heeft, verlaat dr. Van Dijk de vergadering." +Dat psalmvers luidde, in de berijming van toen: + De Heer zal U steeds gadeslaan + Opdat Hij in gevaar + Uw ziel voor ramp bewaar'. + De Heer, 't zij g'in of uit moogt gaan, + En waar g'u heen moogt spoeden, + Zal eeuwig u behoeden. + +Dat was meer dan een psalmversje; het was een gebed, een zegenbede. Die werd bij +bepaalde plechtige gelegenheden in de kerk gezongen en de gemeente ging daar dan +bij staan. Dat is ongetwijfeld ook op deze synodevergadering gebeurd. +Men wist: deze man zet zijn vrijheid - misschien zijn leven - op het spel. +Dr. Van Dijk wist: 'mijn synode staat achter mij' en mijn mede-deputaten; de +broeders bidden voor ons en ze steunen ons. + +c. Het telegram + +De Kerken die samenwerkten in het I.K.O. (Interkerkelijk Overleg) hadden besloten +een bezwaarschrift tegen de Jodenvervolging bij Seyss-Inquart in te dienen. Het +schrijven van een concept daartoe was opgedragen aan een kleine commissie, bestaande +uit de bekende zendingsman en taalgeleerde prof. H. Kraemer (die prof. P. Scholten +sinds diens verbanning verving), mgr. Van de Loo en dr. M.C. Slotemaker de Bruïne +(niet te verwarren met zijn vader, de eerste voorzitter van het Convent, die +intussen overleden was). + +Toen het I.K.O. op 10 juli vergaderde, was het concept nog niet klaar. Op grond +van de binnengekomen alarmerende berichten besloot men, allereerst een telegrafisch +protest aan de Rijkscommissaris te zenden. De tekst van dit telegram werd op +diezelfde vergadering vastgesteld en luidde als volgt: + +<90> + +De hieronder vermelde Nederlandse Kerken, reeds diep geschokt door de maatregelen +tegen de Joden in Nederland, waardoor zij uitgesloten worden van het deelnemen +aan het normale volksleven, hebben met ontzetting kennis genomen van de nieuwe +maatregelen, waardoor mannen, vrouwen, kinderen en gehele gezinnen zullen worden +weggevoerd naar het Duitse rijksgebied en onderhorigheden. +Het leed dat hiermede over tienduizenden gebracht wordt, de wetenschap dat deze +maatregelen tegen het diepste zedelijk besef van het Nederlandse volk strijden, +bovenal het indruisen van deze maatregelen tegen hetgeen ons van Godswege als +eis van gerechtigheid en barmhartigheid gesteld wordt, nopen de Kerken tot U de +dringende bede te richten, aan deze maatregelen geen uitvoering te geven. +Voor de Christenen onder de Joden wordt ons deze dringende bede tot U bovendien +ingegeven door de overweging, dat hun door deze maatregelen het deelnemen aan +het kerkelijk leven wordt afgesneden. + +Tien Nederlandse kerken hebben dit telegram ondertekend: beide Lutherse Kerken +deden ditmaal mee, de RK Kerk was er bij gekomen, en bovendien ondertekenden de +"Gereformeerde Gemeenten in Nederland" (vertegenwoordigd door ds. G.H. Kersten) +het protest. +Het telegram werd verzonden op 11 juli. Het ging, behalve naar Seyss-Inquart, +ook naar de Generalkommissaris, das Sicherheitswesen H.A. Rauter, de General- +kommissar zur besonderen Venvendung F. Schmidt en de Wehrmachtsbefehlshaber in +den Niederlanden F.C. Christiansen. Deze stuurde zijn exemplaar door aan +Seyss-Inquart, met erop aangetekend het voorstel om ook de ondertekenaars +te deporteren. +De kerken hadden het voornemen om, behalve het telegram, ook nog een uitvoeriger +schriftelijk protest in te dienen. Prof. dr. H. Kraemer zou hiervoor het concept +schrijven, maar twee dagen later werd hij gegijzeld. + +d. Duitse reactie + +Tot nu toe hadden de kerken op hun tegen de Jodenvervolging ingediende protesten +nog geen enkel antwoord ontvangen, maar ditmaal kwam er wel een reactie en zelfs +zeer snel. +Op 14 juli werd ds. H.J. Dijckmeester - waarnemend secretaris van de Hervormde +Synode in plaats van de gegijzelde ds. Gravemeyer - ontboden bij Schmidt. Deze +deelde hem mee dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren, van +deportaties zouden worden vrijgesteld en dat aan verzachting der maatregelen voor +gemengd-gehuwden nog gewerkt werd. Schmidt verzocht ds. Dijckmeester, een en ander +aan de ondertekenaars van het telegram mee te delen. + +<91> + +Op 15 juli vergaderde de Hervormde Synode. Daar tekende zich een lijn af die afweek +van het standpunt, ingenomen door het I.K.O. Ten eerste voelde een meerderheid +niet voor het indienen van een uitvoerig, schriftelijk protest. Desnoods wilde men +alleen een verzoek tot de bezettende macht richten. Ten tweede vond men de (op de +vergadering van het I.K.O. afgesproken) voorlezing van het telegram in de kerkdiensten +van minder belang dan een "gebed, in een toon van ootmoed en schuldbesef". Wel zou +het telegram in de inleiding tot het gebed worden opgenomen. We komen op de inhoud +van dat gebed nog terug. + +Op 17 juli hield Seyss-Inquart met zijn naaste medewerkers een z.g. Chefsitzung. +Daardoor weten wij nu (maar toen wisten de kerken dat uiteraard niet) dat de +Rijkscommissaris bepaald niet van plan was om de gedoopte Joden blijvend van +deportatie vrij te stellen. Het ging er slechts om, door deze tegemoetkoming +de kerken tot zwijgen te brengen. Zijn uiteindelijke beslissing zou afhangen +van de houding der kerken. +Aan Rauter werd tijdens die vergadering opgedragen, op de komende zondagen de +kerkdiensten te controleren in verband met een mogelijke kanselafkondiging. [6.2] + +Zoals gebruikelijk ging er een stuk uit (23 juli) naar alle plaatselijke kerken +met de tekst van het af te kondigen telegram van 11 juni, en van het gebed, bestemd +voor de kerkdiensten op 26 juli. +Blijkbaar zijn de Duitsers daar onmiddellijk achter gekomen, want een dag later, +op vrijdag 24 juli, werd ds. Dijckmeester ontboden bij de plaatsvervanger van +Schmidt, Hauptmann I. Gruffke. Deze bleek op de hoogte van de voorgenomen voorlezing +van het telegram en drong erop aan deze achterwege te laten: het ging volgens +Gruffke om een vertrouwelijk document. Anders zou de basis voor verdere +onderhandelingen verbroken zijn. +Volgens ds. Dijckmeester hoorden telegram en gebed bij' elkaar: "gebed en daad +zijn niet te scheiden; als een gelovige een drenkeling in het water ziet, zal +hij wel een gebed voor hem doen maar ook een daad verrichten. Welnu, het telegram +is zulk een daad." Waarop Gruffke de beeldspraak overnam en zei: "Maar u kunt +niet zwemmen; of wel: U vraagt Schmidt om te springen, maar hij weigert." + +<92> + +Ds. Dijckmeester, die zelf vond dat het telegram voorgelezen diende te worden, +bracht de kwestie ter Synode. Daar overheerste de gedachte dat "onder fatsoenlijke +mensen de éne partij niet tot publikatie van een document mag overgaan wanneer +de andere partij zich daartegen verzet". Ook vreesde men dat "wat nu voor de +christen-Joden bereikt was, dan weer verloren zou gaan", aldus Touw. Zo werd aan +Schmidt nog diezelfde dag (vrijdag 24 juli) bericht dat de Synode bereid was de +afkondiging van het telegram in te trekken; maar mogelijk zou het bericht +daaromtrent een aantal gemeenten niet tijdig meer kunnen bereiken. + +Er is veel kritiek gekomen op de handelwijze van de Synode, ook vanuit de eigen +kerk: gemeenteleden uit Leiden, Oegstgeest en Rotterdam betreurden in een request +aan de Synode dat de beginselvastheid in het gedrang gekomen en de eenparigheid +van handelen verbroken was. J.J. Buskes zou het later hebben over "dat andere, +afgrijselijke argument van prof. (W.J.) Aalders: de hoffelijkheid." [6.3] +De auteur van Het verzet der Hervormde Kerk, Touw, acht het fatsoensargument van +de Synode naïef, maar laat "de levens van honderden" zwaar wegen. Ging het er +hier niet om, "een stukje van een oor uit de muil van de leeuw te redden (Amos 3:12)?" +Touw besluit dan als volgt: "Heeft de Synode inderdaad de rechte beslissing genomen? +Of is zij voor een satanische verzoeking bezweken? Is zij om de levens van haar +eigen leden te redden, ontrouw geweest aan haar Heer?" + +e. Gebed, afkondiging van het protest + +Het gebed dat "in een toon van ootmoed en schuldbesef" zou dienen te zijn, zoals +we reeds vermeldden, werd wel toegestuurd aan alle Hervormde plaatselijke gemeenten +- trouwens ook aan die van de andere bij het I.K.O. aangesloten kerkgenootschappen. +In het gebed werd gevraagd om bewaring" opdat wij niet alleen anderen aanklagen +maar allereerst onszelf. Beweeg ons door Uw Heilige Geest, zo, dat wij voor alles +en in alles klagen over onze zonden." + +<93> + +Nu zou men met zo'n strofe nog vrede kunnen hebben, als "onze zonden" dan tenminste +op enigszins actuele wijze gespecificeerd zouden zijn geworden, bijv. lafhartigheid, +en gebrek aan offerbereidheid in het opkomen voor de Joodse naaste. Maar de catalogus +van opgesomde zonden bleef zo algemeen, dat het nietszeggend werd. +Even verder luidt het gebed: "Leer ons aanvaarden en dragen wat Gij ons oplegt, +zolang het U behaagt ons te straffen, omdat wij het hebben verdiend." Zou men +echt geloofd hebben dat God de oorlogsellende "oplegde" en dat Hitler als een +oordeel Gods beschouwd diende te worden over "onze zonden"? Zouden het Zwitserse +en het Zweedse volk, ofschoon de oorlog hun grens voorbijging, minder bedreven +hebben dan het Nederlandse? +"Aanvaarden en dragen" is toch wat anders dan verzet tegen de boze bieden. Wel +wordt het geloof beleden in een God "die het recht doet zegepralen" en wordt er +gesmeekt: "Laat Uw macht blijken, Uw recht openbaar worden." Gemist in dit gebed +wordt het besef dat het onze taak is om voor de openbaarwording van Gods recht op +te komen. +Evenmin fraai was het gedeelte waarin voor de Joden gebeden werd: + +Wij dragen bepaaldelijk aan U op het volk Israël, dat in deze dagen zo bitter +wordt beproefd. Gij zult hen niet voor altijd verstoten, want bij U zijn levende +beloften voor hun toekomst. Houd hen staande. Breng hen tot bekering, opdat zij +de waarachtige verlossing mogen verkrijgen die Gij geschonken hebt in Christus, +Uw Zoon. In het bijzonder bidden wij U voor die kinderen Israëls, die met ons +verbonden zijn door eenzelfde geloof. Schenk hun de kracht om hun kruis te dragen, +achter Hem aan, in wie zij hun Verlossing hebben gevonden. + +Maar Paulus heeft nota bene geschreven dat God zijn volk nu juist niet verstoten +heeft, en hij noemt de Joden "geliefden om der vaderen wil" (Romeinen 11 vs 1 en 28). +En, hoe men ook over "de bekering der Joden" moge denken - we komen daarop terug +in het derde gedeelte van dit boek -, op het moment van de massadeportaties, die +zouden leiden tot massa-moord, was er toch nog wel iets anders om voor de Joden +af te smeken van de God van Israël. Afgezien nog van de vraag of het juist was +om de Christen-Joden apart te noemen: ook voor hen was er wel een andere bede +denkbaar dan "de kracht om hun kruis te dragen". + +<94> + +Tegen dit soort gebeden behoefde de bezetter geen enkel bezwaar te hebben; ze +speelden hem veeleer in de kaart. Toch werd het gebed door de meeste andere kerken +overgenomen. Wel werd hier de kleur van wat er gebeden werd, mede bepaald door +de inhoud van het scherpe protest-telegram, dat voorafgaand aan het gebed werd +voorgelezen. + +Later zou Touw schrijven: "Voor het vormen van een billijk oordeel moet wel in +het oog gehouden worden, dat alléén de Hervormde Kerk voor de pijnlijke beslissing +gesteld werd, die de andere kerken bespaard bleef' (nl. het al of niet afkondigen +van het telegram). Hier evenwel vergiste Touw zich, en in zijn spoor diverse +andere auteurs.[6.4] De andere kerken hebben wel degelijk bewust gekozen voor +afkondiging. Soms was één enkel persoon degeen die de beslissing nam. Men kan +zich afvragen hoe het besluit was uitgevallen,als op de dag van de beslissing +ook de Gereformeerde synode vergaderd had en had moeten beslissen: wel of niet +toegeven? +De Gereformeerde synode zou pas in september weer vergaderen; Van Dijk was intussen +gemachtigd om dergelijke zaken te beslissen en het schijnt dat hij geen ogenblik +geaarzeld heeft. Toen ds. Dijckmeester hem het door de Hervormde Synode genomen +besluit meedeelde, antwoordde Van Dijk onmiddellijk dat, wat de andere kerken ook +mochten doen, het telegram in de Gereformeerde Kerken voorgelezen zou worden. +Van Dijk deelde dit eveneens mee aan de vertegenwoordigers van de andere kerken, +ook aan mgr. Van de Loo, die op zijn beurt de aartsbisschop informeerde inzake +de Duitse eis. "Die (eis) is er overigens het bewijs van, hoezeer de Duitsers +de kracht van de afkondiging vrezen, en daarom voor mij persoonlijk een reden +te meer, om deze wel te laten doorgaan", aldus mgr. Van de Loo. [6.5] +Hij had Van Dijk al gezegd ervan overtuigd te zijn dat de aartsbisschop in +geen geval het telegram zou schrappen. Het voorlezen bleek inderdaad voor +mgr. De Jong zo vanzelfsprekend dat hij de andere leden van het episcopaat +pas 's maandags (na de voorlezing dus) op de hoogte heeft gesteld. 'Wij mochten +toch niet toelaten,' schreef hij hen, 'dat de wereldse overheid beslist, wat in +onze kerken zal worden voorgelezen, afgezien nog van de praktische bezwaren.' +In dezelfde brief schrijft hij ook enkele woorden over het besluit van de Hervormde +Synode. Men was te verontschuldigen, want 'de Nederlandse Hervormde Kerk heeft +zwaar geleden,' bijna al haar voormannen waren gearresteerd. [6.6] + +<95> + +f. De kosten + +Het telegram werd inderdaad op zondag 26 juli voorgelezen in de meeste kerkdiensten. +De volgende dag vergaderde Seyss-Inquart met zijn medewerkers. De bijeenkomst +duurde ongeveer een uur. Uit de notulen: + +2. Omdat de katholieke bisschoppen - ofschoon ze er niets mee te maken hadden +- zich in de aangelegenheid (van de deportaties) hebben gemengd, worden nu alle +katholieke Joden nog deze week gedeporteerd. Met interventies mag geen rekening +worden gehouden. Commissaris-generaal Schmidt zal op zondag 2.8.42 op een partij- +vergadering in Limburg de bisschoppen in het openbaar antwoord geven. +3. Voor het geval dat ook een overwegend aantal protestantse kerken het telegram +aan de Rijkscommissaris hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden +weggevoerd. Tot dit doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt. [6.7] + +Inderdaad hield Schmidt op zondag 2 augustus een rede waarin hij zei: + +(...) Nu werd de vorige zondag, voornamelijk in de katholieke kerken, een schrijven +voorgelezen waarin de geestelijkheid de maatregelen tegen de Joden, die ter +beveiliging van onze strijd tegen de erfvijand van het avondland worden ondernomen, +kritiseert. +Ook in enige protestantse kerken werd een schrijven voorgelezen waarin een principieel +standpunt werd ingenomen. De vertegenwoordigers van de protestantse kerken hebben +ons echter meegedeeld dat de voorlezing van de volledige tekst niet in hun bedoeling +lag, maar door technische moeilijkheden niet overal kon worden verhinderd. +Wanneer echter de katholieke geestelijkheid op deze wijze blijk geeft zich niets +aan te trekken van gevoerde onderhandelingen, dan zijn wij van onze kant gedwongen, +de katholieke Joden als onze ergste vijanden te beschouwen en voor hun onmiddellijk +transport naar het Oosten te zorgen. Dat is geschied. [6.8] + +Van der Leeuw, [6.969] die over het hier volgende uitvoerige gegevens verschaft, +acht het onduidelijk waarom bijv. ook de Gereformeerde Joden toen niet gedeporteerd +zijn: misschien omdat er een gebrek aan kennis van de kerkelijke verhoudingen bij +de bezettingsmacht was, of was het een poging om de samenwerking tussen Protestanten +en Katholieken te ondermijnen? +Maar Schmidt heeft ongetwijfeld geweten (hij had zijn spionnen, ook in kerkdiensten) +dat in alle Protestantse kerken behalve in de Hervormde - en daar soms ook omdat +het consigne "geen telegram voorlezen" niet iedere gemeente tijdig bereikt had - het +telegram is voorgelezen. Er valt dan ook nauwelijks aan te twijfelen of de bezettende +macht Probeerde de kerken uit elkaar te spelen. + +<96> + +Daarbij leek het feit dat de Protestants-gedoopte Christen-Joden niet gedeporteerd +werden een concessie; in de praktijk werd het een chantage-middel. Eind februari +1944 zou Seyss-Inquart schrijven aan Bormann: Ik heb, zoals bekend is, de inmenging +van de kerken in het hele Joodse vraagstuk hoofdzakelijk afgeweerd door de gedoopte +Joden in een gesloten kamp in Nederland bijeen te houden". +Rauters uiteindelijke bedoeling blijkt uit zijn brief van 24 september 1942 aan +Himmler: Die protestantischen Juden sind noch hier, hetgeen zeggen wil: ze komen +later. Aldus Herzberg (134). + +Op die zondag, 2 augustus, waren in alle vroegte 213 Rooms-Katholieke Joden +gearresteerd en naar Amersfoort gebracht. De volgende dag werden 44 hunner +vrijgelaten: ze waren "gemengd gehuwd". De overigen gingen naar Westerbork en +92 hunner werden nog in augustus naar Auschwitz gebracht en aldaar vermoord. +Onder hen waren een aantal kloosterlingen: uit het ene gezin Loeb zelfs drie +broers en twee zusters; ook de bekende filosofe Edith Stein, die in haar klooster +te Echt was gearresteerd, samen met haar zuster Rosa die daar portierster geworden +was. +Wielek vertelt: "Niemand van de Joodse vrouwen of mannen, die gedoopt en pater +of non waren geworden, was aan deze deportatie ontkomen. Eén voor één hadden zij +moedig en gelovig hun lot gedragen." Tegen de wil van Edith Stein werd door +bemiddeling van een marechaussee de aartsbisschop te Utrecht opgebeld. Maar +deze kon niets bereiken. "En de nonnen en paters in hun zwarte en bruine +kloosterdracht met de goudgele ster bestegen, terwijl zij de rozenkrans door +hun handen lieten glijden en het Onze Vader baden, de wagon naar Polen." [6.10] +Aartsbisschop de Jong zond op 2 augustus een telegram naar Seyss-Inquart waarin +hij om "barmhartigheid" vroeg. Hij heeft geen antwoord gekregen. + +g. Vergeefse pogingen + +Ook pogingen die tot niets leidden zijn soms het vermelden waard. We noemen er twee. + +Foto 15. Dr. Edith Stein + +<97> + +In zijn Waar stond de Kerk? vertelde ds. Buskes: + +Wij herinneren ons een vergadering (van het I.K.O.) waarin de Remonstrantse ds. +Kleijn een voorstel deed, dat zeker geen praktisch resultaat zou hebben opgeleverd, +maar dat toch op ons een diepe indruk maakte. De Jodenrazzia's waren in Amsterdam +begonnen. Ds. Kleijn stelde voor de Nieuwe Kerk op de Dam tot een toevluchtsoord +voor de bedreigde Joden te maken. De voorgangers van de verschillende kerken +zouden in ambtsgewaad de toegangen tot de kerk moeten bezetten en met de Joden +in de kerk moeten staan of vallen. Als demonstratie zou dit gebeuren van de +allergrootste betekenis zijn geweest, een getuigenis met de daad in het hart +van ons volksleven. [6.11] + +Later gaf Buskes nog het volgende commentaar: "Nadat hij (Kleijn) gesproken had +waren allen met stomheid geslagen. Ze waren onder de indruk. Toch maar heel even. +In feite waren ze allen bang voor een publieke demonstratie. Het voorstel werd +dan ook als de uiting van onwerkelijke romantiek van tafel geveegd. Ik was +inderdaad de enige die uit volle overtuiging het voorstel steunde..." [6.12] + +<98> + +Ook bij een ander voorval was Buskes betrokken: + +In onze herinnering leeft verder nog voort de tocht, die wij samen met ds. Brink +op verzoek van de voorzitter van het I.K.O., dr. Van Dijk, naar Westerbork maakten. +De Joden werden uit Westerbork naar Duitsland op de meest onmenselijke wijze +getransporteerd. Dr. Van Dijk wilde gegevens hebben om bij de Duitsers te kunnen +protesteren. Het gelukte ds. Brink en mij - ieder op eigen gelegenheid - tot +vlak bij het transport door te dringen. Het was het derde transport op 21 juli 1942. +Nooit zullen we vergeten wat we op de morgen van die prachtige zomerdag zagen. +De Joden werden in veewagens gestopt: in elke wagon ongeveer zestig mensen. +Zo'n wagon heeft een oppervlak van 21 1/2 M2. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes, +alles door elkaar, met al hun bagage. De wagons werden van buiten gegrendeld. De +reis zou enkele dagen en nachten duren. Medische hulp was afwezig. Particulieren +- niet de Duitsers - zorgden ervoor dat in elke wagon twee emmers waren: één voor +drinkwater en één als WC. [6.13] + +Inderdaad heeft dr. Van Dijk bij Schmidt geprotesteerd; het heeft geen enkel +resultaat gehad. + +<99> + +7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN + +a. De situatie (januari tot begin mei 1943) + +Op 19 januari werd prinses Margriet geboren. Dat was al gauw overal bekend en +was voor velen reden tot grote vreugde. +De slag om Stalingrad eindigde met Duitslands nederlaag (2 febr.); generaal +Paulus werd gevangen genomen. 3 dagen later werd de beruchte Nederlandse generaal +Seyffardt door het verzet doodgeschoten. Omdat er aanwijzingen waren dat studenten +de aanslag gepleegd hadden, werden op 6 februari grote razzia's op studenten +gehouden. Er werden er een 600 gegrepen. +Op 25 maart weigerden de Nederlandse artsen om lid van de Artsenkamer te worden. +Op 27 maart werd het Amsterdamse bevolkingsregister in brand gestoken. +Leden van het overkoepelende "Nationale Comité" (waaronder dr. J.J.C. van Dijk) +werden op 1 april gearresteerd. Op 29 april maakte generaal Christiansen bekend +dat alle ex-militairen terug zouden worden gevoerd in krijgsgevangenschap. +Bovendien zouden nieuwe lichtingen jongemannen worden opgeroepen om in Duitsland +te gaan werken. Daarop braken (30 april) stakingen uit in het gehele land. +Op 1 mei werd in het gehele land het standrecht afgekondigd. Op verschillende +plaatsen werden stakenden in de daarop volgende dagen geëxecuteerd. + +19,jan.: Leningrad is ontzet. Ik ben er stuk van gewoon. Dat is meestal met een +of twee dagen weer over want dan komen er berichten, dat het nog niet zo is en +dan zakt het enthousiasme weer. Maar nu worden de moffen overal teruggeslagen, +en de Jappen ook, en de Prinses (Juliana) is in het ziekenhuis (voor de bevalling) +en ik ben ook zo vreselijk blij dat we muisjes hebben. +29 jan.: De rantsoenen van vlees en melk zijn weer verminderd: vlees krijgen we +nu 175 g. per week met been, dat is ± 135 g. zonder been. En taptemelk 3/4 1. +per dag met z'n vieren, zoals bij ons. +7 febr.: Hier in Renkum is door de Grune Polizei huiszoeking gedaan bij +verschillende mensen. In een huis hebben ze 3 Joden gevonden. + +<101> + +22 febr.: Er worden afschuwelijke dingen verteld over de behandeling van de +mensen in concentratiekampen; ze hebben veel te weinig kleren aan, moeten soms +met het bovenlijf bloot lopen en worden geranseld en gebeuld. Als ze een pakje +krijgen, wordt er soms voor hun ogen wat uitgegapt door de moffen. En de mensen +in Dachau moeten in kalkmijnen werken, en over smalle planken mei kruiwagens lopen. +Heel vaak vallen ze van de planken af en dan krijgt men thuis bericht: "door een +ongeval om het leven gekomen." +28 maart: Verleden week is er bij een zekere Brouwer op de Bennekomse weg een +inval gedaan. Er waren 5 Joden in huis. Nu was er achter zijn huis een overdekte +kuil, waarin ze bij nood konden vluchten, wat ze inderdaad ook deden. Maar de +kerels die kwamen wisten dat er Joden waren, en hebben Brouwer net zo lang op +zijn gezicht geranseld tot hij het zei. Het moet afschuwelijk geweest zijn. +5 april.: Alle Joden, behalve in N. en Z. Holland en in Utrecht, moeten zich +melden in Vught. Ze mogen hun kostbaarheden meenemen ... +30 april.: (Eerst uitvoerig over de staking; wij staken ook: de winkel is op +slot gegaan. Dan:) Voor de aardigheid wil ik even de "zwarte" prijzen van een +paar artikelen memoreren: +boter: 14 - 20 gld./pond +vet: 14 - 25 gld./pond +vlees 3 1/2 - 6 gld./pond +koffie 75 - 90 gld./pond (geven de moffen) +Zojuist hoorde ik dat er aangeplakt staat dat alle zaken morgen gewoon open +moeten zijn, en dat het verboden is zich tussen 20 u. en 6 u. op straat te begeven. +3 mei: Vanmorgen stond er in de krant dat er 17 personen gefusilleerd zijn. +5 mei: Op de Hevea-fabriek zijn er 7 mensen gefusilleerd, wegens staking. + +Op 21 januari werden de 1200 verpleegden uit de Joodse psychiatrische inrichting +"het Apeldoornse Bos" gedeporteerd. +Op 1 april werden ook alle gemengd-gehuwde Joodse ambtenaren ontslagen. Op diezelfde +dag moesten de Joden uit de provincie naar het concentratiekamp Vught. In de loop +van deze maand begon ook de "vrijwillige" sterilisatie van Joden die "gemengd +gehuwd" waren. +Vanaf 14 mei was voortaan aan alle Joden het verblijf in Amsterdam verboden, tenzij +uitdrukkelijk van deze maatregel vrijgesteld. + +<102> + +b. "Wie meewerkt is medeschuldig " + +Er zou iets voor te zeggen zijn om nu eerst de gebeurtenissen rondom de Protestants- +gedoopte Joden weer te geven; we komen evenwel op hun lot terug in hfdst. 9 en +vervolgen de chronologische behandeling van de protesten van de kerken. +Het scherpste publieke protest ooit ingediend kwam tot stand mede onder leiding +van de uit zijn gijzeling ontslagen en kennelijk ongebroken ds. Gravemeyer. +De kanselboodschap luidde als volgt: + +De gebeurtenissen van de laatste weken nopen de Kerken zich tot de gemeenten te wenden. +Het is de taak der Kerk, hoe zeer ook doordrongen van eigen schuld voor God - +krachtens haar van Christus' wege opgelegde roeping -, haar stem te doen horen, +ook wanneer in het openbare leven de in het Evangelie verankerde beginselen worden +aangetast. Zij heeft zich derhalve reeds meermalen gewend tot de bezettende macht +met ernstig beklag over maatregelen, die bijzonder in strijd zijn met de beginselen +die de grondslagen vormen van ons Christelijk volksleven: gerechtigheid, barmhartig- +heid en vrijheid van levensovertuiging. De kerk zou immers schuldig staan, indien zij +niet de machthebbers erop zou wijzen, dat ook zij aan de Goddelijke Wet onderworpen +zijn. Daarom bracht zij reeds onder de aandacht van de bezettende macht: + de toenemende rechteloosheid; + het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers; + het opdringen van een levens- en wereldbeschouwing, die lijnrecht in strijd + is met het Evangelie van Jezus Christus; + de verplichte arbeidsdienst als nationaal-socialistisch opvoedingsinstituut; + het aantasten van de vrijheid van het Christelijk onderwijs; + het gedwongen tewerkstellen van Nederlandse arbeiders in Duitsland; + het ter dood brengen van gijzelaars; + het gevangen nemen en het gevangen houden van velen, o.a. van kerkelijke +ambtsdragers onder zodanige omstandigheden dat reeds een ontstellend aantal +in de concentratiekampen het offer van hun leven moesten brengen. +Thans moet zij opkomen tegen het opjagen, grijpen en wegvoeren van duizenden +jonge mensen. +Aan de andere kant acht de Kerk zich echter geroepen met de meeste nadruk te +waarschuwen tegen haat en wraakgevoelens in het hart van ons volk en haar stem +te verheffen tegen de uitingen daarvan. Niemand mag, naar het Woord van God, +het recht in eigen hand nemen. + +<103> + +Maar evenzeer hebben zij de roeping ook dit Woord van God te prediken: "Men moet +Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen". Dit Woord geldt immers als richtsnoer +bij alle gewetensconflicten, ook bij die, welke door de genomen maatregelen zijn +opgeroepen. +Dit Woord verbiedt medewerking te verlenen aan daden van onrecht, waardoor men +zich mede aan dat onrecht schuldig zou maken. +De Kerken zullen dit opnieuw onder de aandacht van de Heer Rijkscommissaris +brengen en zij bidden van God, dat en de bezettende macht en ons volk de weg +der gerechtigheid en der gehoorzaamheid aan Zijn Woord mogen gaan. + +Het bovenstaande is de versie die van alle kansels afgekondigd diende te worden +in de kerkdiensten op zondag 21 februari. Seyss-Inquart ontving een iets gewijzigde +versie (en in het Duits), gedateerd 17 februari, waarin de kernzinnen gelijkluidend +waren aan het voor te lezen protest. De brief aan de Rijkscommissaris eindigt als +volgt: + +Heer Rijkscommissaris, het is in gehoorzaamheid aan haar Heer, dat de Kerken dit +woord tot U moeten richten; zij bidden God, dat Hij U in Zijn weg moge leiden tot +herstel van het zo ernstig geschonden recht in de uitoefening van de Macht. + +In dit protest wordt "het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" nadrukkelijk +genoemd, maar "de gebeurtenissen van de laatste weken" noopten de kerken tot dit +protest. De Joden werden al maandenlang opgejaagd en gearresteerd. Het is te +betreuren, dat de krachtige uitspraken in dit protest niet veel eerder van alle +kansels geklonken hebben. +We maken nog een paar kanttekeningen. +De lijst van de acht punten waartegen geprotesteerd werd toont, hoe zeer ons +volk door de bezetters in het nauw gedreven werd. Toch waarschuwden de kerken +tegen "het recht in eigen hand nemen", kennelijk naar aanleiding van de aanslag +op Seyffardt. Het belangrijkste was: in feite riepen de kerken op tot burgerlijke +ongehoorzaamheid. In de brief aan Seyss-Inquart is het zelfs nog iets scherper +geformuleerd dan in de kanselafkondiging: "Om der wille van het recht Gods mag +door niemand enige medewerking worden verleend aan daden van onrecht, omdat men +zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt." + +<104> + +De politie-agenten bijv. die de opdracht kregen om Joden of ondergedoken arbeiders +te arresteren, wisten nu, wat hun plicht was. Eigenlijk wisten ze dat toch al wel, +ook zonder kerkelijke uitspraken, want het ging om een waarheid als een koe. Maar +arglistig is ons hart en een excuus is snel gevonden, vooral als het nakomen van +je plicht je duur kan komen te staan. + +c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen + +Alle bij het I.K.O. aangesloten kerken ondertekenden dit protest, maar de +Gereformeerde vertegenwoordigers vroegen wat betreft de publieke afkondiging +om uitstel. Delleman vermeldt: + +De Gereformeerde Kerken hebben zich daarbij niet kunnen aansluiten, aangezien +in het I.K.O. van de zijde der Herv. Kerk het voorstel tot kanselafkondiging +onverwacht werd gedaan, ten einde nog vóór de indiening van het protest de +voorlezing te doen plaatshebben. Van de zijde der Gereformeerde Kerken werd +meegedeeld, dat het niet mogelijk zou zijn aan de kerkenraden tijdig de nodige +mededelingen te doen toekomen; een voorstel om de beslissing een week uit te +stellen werd niet aanvaard. Aangezien het in het voornemen lag van de +Gereformeerde Kerken, dat binnen korte tijd een bidstond zou worden uitgeschreven, +werd in de bidstond van 7 maart 1943 de nood van de wereld en in het bijzonder +de nood van ons volksleven voor de troon van Gods genade gebracht. + +Nu achten wij bidden aanbevelenswaardig, maar tijdens de hierboven aangekondigde +bidstond werd nu juist niet gezegd wat er wel in het protest gezegd was: +Nadat diverse plaatselijke kerken naar de redenen voor het niet aflezen geïnformeerd +hadden, stuurde de synode - na raadpleging van deputaten voor de correspondentie +met de Hoge Overheid - een brief naar de kerkenraden, waarin men zich achter de +handelwijze van deputaten stelde en, behalve het reeds bovengenoemde argument, +nog aanvoerde: "een publiek getuigenis dient om principiële redenen slechts in +zeer bijzondere gevallen te geschieden." Bovendien zou het bedoelde adres in +de kerken worden voorgelezen voordat het aan Seyss-Inquart was toegezonden, +"hetgeen in strijd was met de door de kerken tot dusver gevolgde en door ons +als juist geoordeelde praktijk." [7.1] Maar waren dit alle redenen? Ook De +Jong kwam daar niet uit. [7.2] + +<105> + +Later, in deel 13, noemt de Jong dan een reden die noch door Delleman, noch door +de synodale brief vermeld was: "Ook trof het hen (de Gereformeerden) pijnlijk +dat de Hervormden samen met de kleinere protestantse kerken, maar zonder overleg +met hen, reeds alle nodige stukken hadden opgesteld." [7.3] Helaas ben ik er +niet in geslaagd te weten te komen, uit welke bron de Jong hier put. + +Het blijft verwonderlijk dat een militant man als oud-minister van defensie Van +Dijk, die zomer 1942 onmiddellijk tot afkondiging van het telegram had besloten, +nu blijkbaar aan de (te) voorzichtige kant bleef. +Nu is ds. F.C. Meijster stellig betrokken geweest bij de beslissing om ditmaal +niet af te kondigen: het moderamen (bestuur) was daartoe immers, met deputaten +voor de correspondentie met de Hoge Overheid, gemachtigd (zie hfdst. 2, b). +Ds. Meijster was, behalve praeses (voorzitter) van de synode, ook praeses van +de kerkeraad van Rotterdam. In de notulen van een vergadering van die raad, welke +onder zijn leiding stond, vond ik vermeld: + +Het adres van 22 februari aan Seyss-Inquart is niet ter kennis van de gemeente +gebracht. Hierover wordt gesproken, alsmede over de bedoeling van de zinsnede: +'Om der wille van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend +aan daden van onrecht, omdat men zich daardoor aan het onrecht medeschuldig maakt'. +Aan ouderlingen en diakenen zal een afschrift van dit adres worden ter hand gesteld. +[7.4] + +De bedoeling van de uit het protest geciteerde zinsnede lijkt ons glashelder; +maar om deze aansporing tot ongehoorzaamheid aan de bezettende macht publiekelijk +voor te lezen en eventueel zelf te volbrengen, daar had men blijkbaar moeite mee... + +Wegens zijn lid-zijn van het Nationaal Comité (een overkoepelende geheime +organisatie, waarin hij fungeerde als de militaire specialist) werd dr. J.J.C. +van Dijk op 1 april 1943 gearresteerd. Dr. A.A.L. Rutgers volgde hem op in het I.K.O. + +Ruim twee maanden na de afkondiging - op zaterdagavond 1 mei - werd ik door twee +agenten gegrepen en opgesloten in de cel van het politiebureau. Ik was na achten +op straat geweest, ofschoon de Duitsers vanwege de uitgebroken staking "avondklok" +hadden gedecreteerd. Gelukkig wisten de agenten niet dat mijn broer (die wist te +ontsnappen) en ik zo juist een oproep hadden aangeplakt om de staking voort te zetten. + +<106> + +Een van de twee agenten was Gereformeerd. Ik vraag me af of hij de moed zou hebben +gehad om me te laten lopen, als het hierboven besproken protest ("medewerking maakt +medeschuldig") ook in onze kerk was afgelezen. + +d. Nog een schep er bovenop + +Aukes, de biograaf van mgr. de Jong, verhaalt dat de aartsbisschop in een brief +aan de overige bisschoppen schreef: +Het tempo waarin de gebeurtenissen zich afspelen, is haast niet bij te houden. +Wij sturen daarom een koerier. Eerst zouden alleen de Joden ter sprake gebracht +worden, en nauwelijks was de discussie afgesloten, of er kwam bij het gewelddadig +wegvoeren van studenten en andere jeugdige personen. Wij hebben U daarover reeds +geschreven. Intussen zaten ook de Protestanten niet stil. (Men had in die kring +een request aan de Rijkscommissaris opgesteld). Wij zouden dat niet weten te +verbeteren. + +Het was de bedoeling dat dit request door Protestanten en Katholieken van de +kansels zou worden voorgelezen, met een eigen tekst omraamd. De aartsbisschop +vond, dat in die omraming een "uitdrukkelijk verbod tot medewerking aan het +ellendig lot van de talloze onschuldigen" moest worden opgenomen. +Bericht voor woensdag, "op een of andere manier", was gewenst (nl. of de +bisschoppen akkoord gingen). De donderdag was dan voor het afdrukken van het +herderlijk schrijven. Pas 's avonds kon dat klaar komen. "Daarom is het nodig, +dat u nu al begint met de organisatie van het rondsturen. Wij verwachten, +dat ieder uwer vrijdagmorgen (op zijn vroegst donderdagavond na 7 uur) iemand +stuurt om zijn exemplaren te halen. Om tijd te winnen kan deze persoon voor +donderdagnacht logies zoeken in Utrecht. Dan kan hij 's morgens met de eerste +trein vertrekken." [7.5] + +Door middel van deze brief krijgen we een indruk van de "logistieke" problemen +die moesten worden opgelost. Drie dagen later schreef mgr. de Jong aan zijn mede- +bisschoppen, dat huiszoeking door de Sicherheitspolizei mogelijk was en dat hij +maatregelen nam om de stukken onvindbaar op te bergen. +Mgr. (...) stelt de vraag wat wij moeten doen, indien bijv. 's avonds zich +bezoek aandient met de bedoeling om het voorlezen te verhinderen. Het is +duidelijk, dat wij allen dan één lijn moeten trekken en wij twijfelen niet, +of wij moeten antwoorden, dat wij ons door niemand laten beletten ons ambt u +it te oefenen, dus voor geen dreigementen op zij gaan. + +<107> + +Daarom had hij onder het stuk laten zetten, ging de aartsbisschop voort, "dat +de pastoors inzake het voorlezen van herderlijke brieven zich uitsluitend hebben +te houden aan de instructie van hun bisschop." Dan wisten ook zij wat zij casu +quo te doen hadden, zo besloot hij. + +Zo werd op zondag 21 februari in alle Rooms-Katholieke kerkdiensten het herderlijk +schrijven voorgelezen. Daarin werd allereerst het volledige protest gericht aan +Seyss-Inquart geciteerd. Daarna volgde: + +Dierbare gelovigen! Bij alle onrecht dat geschiedt en het leed, dat wordt geleden, +gaat onze deelneming zeer in het bijzonder uit naar de jeugdige personen die met +geweld uit het ouderlijk huis zijn weggevoerd, alsook naar de Joden, en naar onze +katholieke geloofsgenoten die uit het Joodse volk zijn voortgekomen, die aan zulk +groot lijden zijn blootgesteld. +Bovendien echter gevoelen Wij Ons gegriefd door het feit, dat voor de uitvoering +van de tegen deze twee groepen van personen genomen maatregelen de medewerking +wordt geëist van onze eigen landgenoten zoals van autoriteiten, van ambtenaren, +van bestuurders van inrichtingen. +Beminde gelovigen, het is Ons bekend, in welk een gewetensnood daardoor de +betrokken personen geraakt zijn. Welnu: om alle twijfel en onzekerheid omtrent +dit punt bij u weg te nemen, verklaren Wij met alle nadruk, dat medewerking in +dezen in geweten ongeoorloofd is. En, mocht het weigeren van medewerking offers +van u vragen, weest dan sterk en standvastig in het besef, dat gij voor God en +de mensen uw plicht doet. +Dierbare gelovigen! Machtsmiddelen staan ons niet ten dienste. Des te meer wekken +Wij u op tot het uiteindelijk nooit falende middel van een smekend gebed, dat God +spoedig medelijden moge hebben met Ons en de wereld. + +Bij de Gereformeerden was de oproep tot gebed in plaats van de afkondiging van +het protest gekomen. Bij de Katholieken daarentegen kwam het gebed helemaal aan +het eind, na de afkondiging van het protest en van de oproep om niet mee te doen +aan het onrecht. Dat was veel sterker. + +De bisschoppen hadden bovendien de klem van de oproep tot dienstweigering op +geen enkele manier afgezwakt. Integendeel, zij hadden die in hun eigen herderlijk +schrijven herhaald en aangescherpt. + +<108> + +Stokman vermeldt nog: "Ernstige pogingen zijn in het werk gesteld om hen (nl. +politie-agenten die opdracht kregen Joden op te halen) tot een algemeen en +consequent volgehouden weigering van deze opdrachten te brengen, doch dit is +slechts ten dele gelukt. [7.6] + +e. Resultaat? + +"Ten dele gelukt", dat weten we: + +Wanneer een zestal Rooms-Katholieke agenten van politie op 24 februari 1943 de +Utrechtse hoofdcommissaris meedelen, dat zij op grond van een in de kerk op 21 +februari voorgelezen herderlijk schrijven zouden weigeren, indien daartoe bevolen, +Joden te arresteren, dreigt deze hoofdcommissaris met ontslag zonder pensioen, +gage of wachtgeld, terwijl zij, die hem van hun voorgenomen weigering geen +mededeling doen en zich toch daartoe verstouten, 'als saboteurs zullen worden +beschouwd met alle ernstige gevolgen daaraan verbonden.' Hier voegen wij aan +toe, dat de zes voornoemd meteen door de Duitsers werden gezocht; men arresteerde, +toen zij ondergedoken bleken, hun vrouwen en kinderen. + +Aldus Presser. [7.7] +Dat waren zes Katholieke agenten in Utrecht. Waren er meer RK agenten die +weigerden, en waren er ook Protestantse? +Volgens de gegevens verstrekt door L. de Jong zagen vele leden van het +politiekorps te Utrecht, die eerst mee hadden willen doen, daarvan af omdat +"pogingen die van Utrecht uit ondernomen waren om de politiekorpsen van Amsterdam, +Den Haag en Rotterdam tot een collectieve weigering te bewegen, geen enkel +succes hadden." [7.8] +De Jong noemt verder de weigering van het hele politiecorps te Enschede, maar +onder zware pressie hielden slechts vier stand die onderdoken. Verder werden +twee weigeraars te Assen gearresteerd (een hunner kwam om in Dachau), elf in +Grootegast werden naar Vught gebracht, vijf te Nunspeet eveneens. Toen de elf +van Grootegast geteld werden, zei een Duitser; "Er zijn er toch elf, ja, es +stimmt". Waarop een van de gevangenen, Boonstra, zei: "Het is fout, er zijn er +twaalf, u hebt God vergeten, Hij' gaat altijd met ons mee." Ook Boonstra kwam +om in Dachau. + +Huizing en Aartsma schreven: + +<109> + +Wat de politieorganisaties nalaten, doen de kerken. Wat de meeste politie-chefs +niet durven, nemen talrijke predikanten en priesters voor hun verantwoording. +De kerk laat zich horen bij ethische vragen over racisme, dwangarbeid, deportatie +van Joden, de jacht op mensen. Het blijken dan ook vooral gelovige politiemensen +te zijn die in verzet komen. + +Dezelfde auteurs noemen nog vier politieagenten te Kampen die geweigerd hebben +om Joden op te halen. [7.9] +Desondanks blijft het een onloochenbaar feit dat de overgrote meerderheid (ook +van hen die tot een kerk behoorden) voor de druk bezweken is en wél heeft meegewerkt. + +Dat het protest van de kerken - behalve tot politieagenten - ook tot andere +functionarissen gericht was en hen aansprak, moge blijken uit een protestbrief +van zeven burgemeesters in Noord-Holland, gericht tot vier secretarissen-generaal. +De formulering van deze brief is hier en daar letterlijk overgenomen uit het +kerkelijk protest.[7.10] Een veel groter aantal burgemeesters ondertekende een +andere, soortgelijke brief. +Maar de toenmalige burgemeester van de gemeente Renkum was een Gereformeerde broeder. +Als er een bevel kwam om Joden in de gemeente op te halen ging hij, het hoofd van +de politie, een paar dagen met vakantie. Als hij terugkwam, was de arrestatie +geschied. Na de oorlog hebben we geprobeerd deze man in het kader van de zuivering +weg te krijgen; dat is ons niet gelukt. + +Wie nu hen die toen faalden be- en veroordeelt, diene te bedenken dat de prijs +voor weigering hoog was: diverse politiemannen werden gearresteerd en sommigen +hunner kwamen om. Wie onderdook ging een onzekere toekomst tegemoet; de grote +groei van de LO (Landelijke Organisatie tot steun aan onderduikers) vond pas +zomer 1943 plaats. Voor die tijd was het een klemmende vraag: wie zorgt er voor +de zo noodzakelijke (distributie-) bonkaarten, als je onderduikt? Bovendien kwam +ontslag zonder pensioen hard aan: de crisis-jaren lagen nog vers in het geheugen. +Velen kenden uit eigen ervaring de vloek van de werkeloosheid. +Mogelijk was een van de belangrijkste resultaten van de kerkelijke oproep tot +dienstweigering: bevordering van de bereidheid om onder te duiken, ook al deed +men dat nog niet op stel en sprong. Zomer 1943 groeide het aantal van hen die +als politieman verdwenen, met medeneming van hun wapens. + +<110> + +Intussen had de Landelijke Organisatie zich uitgebreid als een olievlek. Schrijver +dezes was in zijn dorp "plaatselijk leider" (zo heette dat) van deze organisatie +geworden. Via het LO-netwerk kreeg ik de vraag of een zekere politieman Cornelis +van Veldhuizen betrouwbaar was. Dat was Kim; we waren samen naar school gegaan +en hadden op dezelfde jongelingsvereniging gezeten. Ik liet weten: "100 % betrouwbaar". +Kort daarna dook Kim onder met medeneming van zijn wapens. Hij trad toe tot een +KP (= knokploeg: een gewapende groep die distributiebureaus en gemeentehuizen +overviel, teneinde bonkaarten en persoonsbewijzen voor onderduikers te bemachtigen). +Daarop werden Kims ouders, een broer en zijn verloofde gearresteerd en overgebracht +naar het concentratiekamp te Vught. Toen Kim desondanks niet boven water kwam, +werden ze na een half jaar vrijgelaten. + +III + +8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD"; +DE "GEMENGD GEHUWDEN" + +a. De situatie (begin mei - november 1943) + +Op 7 mei werd bekendgemaakt dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich bij de Arbeids- +bureaus zouden moeten melden, voor tewerkstelling in Duitsland. Een week later +kwam het bevel tot inlevering van alle radio's. De Engelsen bombardeerden met +succes twee stuwdammen in Duitsland, waardoor grote schade werd aangericht. +Op 9 juli landden de geallieerden op Sicilië; vrij snel daarna (25 juli) werd +Mussolini afgezet. Op 8 sept. volgde de capitulatie van Italië en de dag daarop +landden de geallieerden bij Salerno; de Engelsen waren definitief terug op het +vasteland van Europa. +Die zomer lanceerden de Duitsers een groot offensief in Rusland en boekten +aanvankelijk enige terreinwinst; maar het offensief liep vast, de Russen begonnen +hun tegenaanval en heroverden op 8 november de stad Kiew. +In het verre Oosten maakten de Amerikanen gestadig vorderingen; 20 november +landden ze op de Gilbert-eilanden. + +10 mei (1943): Drie jaar hebben we nu oorlog. Drie jaar van onderdrukking, +bezetting, slavernij, bloed en tranen. Het lijkt onoverkomelijk, als men alles +van te voren zou weten; toch is ons gezinsleven nog betrekkelijk normaal, en +kunnen we zelfs op z'n tijd nog echt plezier hebben en lachen. +Zaterdagmorgen werd er bekendgemaakt, dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich +voor de "Arbeidsinzet" moeten melden. Nu zijn onze jongens eindelijk ook de pier. +Enfin, ze zullen geen gemakkelijke aan ons hebben. In het begin waren we nogal +ontdaan, maar bij nader inzien beschouwen we deze maatregel als de laatste stuip- +trekkingen van het wilde beest. Want zaterdagmorgen werd er nog een ander bericht +bekendgemaakt: n.l. de val van Tunis en Bizerta. +13 mei: Thee surrogaat en juspoeder zijn nu ook op de bon. +19 mei: Drie jaar hebben we gewacht, gewacht... en nu eindelijk lijkt bet zo +dichtbij. Misschien duurt het nog een half jaar, een jaar, maar het kan haast +niet meer. Zo lang houden we het nu niet meer uit. +23 mei: Dinsdag moeten de jongens zich melden die in '22 en '23 geboren zijn. +Nu is eindelijk één van onze jongens de klos n.l. Wim. Natuurlijk zal bij zich +niet gaan melden. Dat wordt onderduiken. + +<112> + +Zoals reeds in het vorige hoofdstuk vermeld, werd per 14 mei 1943 aan alle Joden +het verblijf in Amsterdam verboden tenzij men een speciale vrijstelling had. +Op 25 juli werd er een geheim bericht door de Sicherheitsdienst naar Berlijn +gezonden: "Van de 140.000 Joden in Nederland zijn er thans 102.000 weg, waarvan +72.000 gedeporteerd...' +Nu ging de aandacht zich richten op de groepen waarvan de deportatie nog was +uitgesteld. Daartoe behoorden de "gemengd-gehuwden". Er waren er in Nederland +ruim 12.000, waaronder ongeveer 1500 mannen en ruim 1000 vrouwen die geen kinderen +hadden, De kinderloze gemengd-gehuwden moesten naar Westerbork gevoerd worden, +maar wat betreft de overige gemengd gehuwden diende er "naar vrijwillige +sterilisatie gestreefd te worden", aldus W. Harster, bevelhebber van de +Sicherheitsdienst. Als bewijs van de "vrijwilligheid" zouden de betrokkenen +dienaangaande een schriftelijke verklaring hebben af te leggen. +Op 13 augustus werden de patiënten van het Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis +te Amsterdam naar Westerbork gedeporteerd. Op 29 september werden er nog 3000 +Joden te Amsterdam opgehaald die tot nader order van deportatie vrijgesteld +waren geweest; onder hen de twee voorzitters van de Joodse Raad. Hun werk was +afgelopen. + +b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits + +De gemengd-gehuwden die al in Westerbork waren (600 zonder, maar 103 met kinderen) +werden op 14 mei voor de "vrijwillige" keus gesteld: sterilisatie of deportatie. +Het hele kamp sprak over de nieuwe maatregel, en vermoedelijk daardoor kwam de +zaak ter ore van het te Amsterdam gevestigde "Advies-bureau ten bate van niet- +Arische christenen", waarvan de Hervormde predikant dr. J. Koopmans de drijvende +kracht was. Indertijd had hij de hier eerder vermelde brochure Bijna te laat +geschreven. +Koopmans nam onmiddellijk contact op met de vertegenwoordigers van de kerken in +het I.K.0. Men verzocht hem, een concept op te stellen hetwelk hij zonder dralen +deed. +Vaak malen kerkelijke molens langzaam, maar ditmaal was dat niet het geval. Het +protest tegen de sterilisatie werd door alle leden van het I.K.O. goedgekeurd, +ondertekend en vervolgens aan Seyss-Inquart gezonden. Het was gedateerd 19 mei +1943, en luidde als volgt: + +<113> + +Na al hetgeen waartegen de Christelijke Kerken in Nederland zich in de jaren der +bezetting reeds gedwongen hebben gezien bij Uwe Excellentie ernstige bezwaren in +te brengen, met name als het ging om de Joodse burgers van ons land, gebeurt er +op het ogenblik iets zo ontzettends, dat wij onmogelijk kunnen nalaten in de +Naam van onze Heer een woord tot Uwe Excellentie te richten. +Wij hebben ons reeds beklaagd over verschillende daden van de bezettende macht, +die indruisen tegen de geestelijke grondslagen van ons volk, dat sinds de tijd +van zijn ontstaan althans getracht heeft met zijn regering onder het woord van +God te leven. +Nu heeft men in de laatste weken een begin gemaakt met de sterilisatie van de +zogenaamd gemengd gehuwden. Maar God, die hemel en aarde geschapen heeft en wiens +gebod voor alle mensen geldt, voor wie ook Uwe Excellentie eenmaal rekenschap +zal moeten afleggen, heeft tot de mens gezegd: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt +u (Gen. 1: 28). De sterilisatie betekent een verminking naar lichaam en ziel, die +lijnrecht in strijd is met het goddelijk gebod, dat wij de naaste niet zullen +"onteren, haten, kwetsen of doden". De sterilisatie betekent een schennis zowel +van goddelijke geboden alsook van menselijk recht. Zij is de uiterste consequentie +van een antichristelijke en volksvernietigende rassenleer, van een mateloze +zelfverheffing, van een wereld- en levensbeschouwing die een waarlijk christelijk +en menselijk leven onmogelijk maakt. + Gij, Excellentie, zijt op het ogenblik in Nederland in feite de hoogste politieke +autoriteit. Aan U is het, zoals de zaken thans staan, toevertrouwd recht en orde in +dit land te handhaven - toevertrouwd niet alleen door de leider van het Duitse Rijk, +maar krachtens een ondoorgrondelijke beschikking ook door die God, die de Christelijke +Kerk op aarde verkondigt. Voor U gelden, op dezelfde wijze als voor alle andere +mensen, maar nog in het bijzonder omdat Gij nu eenmaal deze hoge plaats bekleedt, +de geboden van de Heer en Rechter der gehele aarde. +Daarom zeggen de Christelijke Kerken in Nederland in opdracht van God en op grond +van Zijn Woord tot Uwe Excellentie: het is de plicht van Uwe Excellentie de +schandelijke praktijken dergenen, die de sterilisatie toepassen, te verhinderen. +Wij maken ons geen illusies. Wij zijn ons wel bewust, dat wij nauwelijks kunnen +verwachten dat Uwe Excellentie acht zal geven op de stem der Kerk, dat is op de +stem van het Evangelie, dat is op de stem van God. Maar wat men menselijkerwijs +gesproken niet kan verwachten, dat mogen wij in het christelijk geloof hopen. +De levende God heeft macht ook het hart van Uwe Excellentie te neigen tot bekering +en gehoorzaamheid. Dat bidden wij dus van God, Uwer Excellentie en ons lijdend +volk ten goede. + +<114> + +De woorden "de naaste niet onteren, haten, kwetsen of doden" zijn een aanhaling +uit het antwoord van de Heidelbergse Catechismus (zondag 40) op de vraag: "Wat +eist God in het zesde gebod"? (Gij zult niet doden). + +De Oud-Katholieke aartsbisschop schreef kort daarop (8 juni) aan ds. Gravemeyer: + +(...) Hedenmorgen ontving ik van particuliere zijde een afschrift van een "protest" +van 9 kerken in zake de sterilisatie-zaak. Tegelijkertijd verneem ik, dat zelfs +Rooms-Katholieken er hun bevreemding over uitspreken en het betreuren, dat onze +kerk niet onder de ondertekenaars behoort. Mijn medebisschoppen en ik moeten dit +van harte beamen: wij behoorden eveneens daaronder te staan... [8.1] + +Daarop stuurden de bisschoppen van de Oud-Katholieke kerk een brief aan de +Rijkscommissaris waarin zij hun instemming met het protest tegen de sterilisatie +betuigden. + +Het protest werd niet vanaf de kansels voorgelezen, wel aan alle kerkenraden +toegezonden. De Gereformeerde deputaat dr. A.A.L. Rutgers voorzag het stuk +van de aantekening: "Dit adres is niet bestemd voor publicatie of voor mededeling +van de kansel; overigens is geheimhouding niet vereist maar acht ik het zelfs +gewenst, dat de gemeente kennis draagt van dit adres." +Touw wijst erop, dat de toon van het protest wel een heel andere was dan die van +het eerste request over de maatregelen tegen de Joden (okt. 1940). Hij acht "dit +profetisch getuigenis een der aangrijpendste documenten uit de gehele strijd der +kerk tegen het goddeloze nationaal-socialisme. De toon doet denken aan die van +de grootste documenten uit klassieke tijden: aan Guido de Bres, aan John Knox." +Herzberg vindt dat het "tot het mooiste Nederlands behoort dat ooit in het Duits +is geschreven." [8.2] +Ook ditmaal kwam er geen rechtstreeks antwoord van Seyss-Inquart, maar zijn +voornaamste Sachbearbeiter op kerkelijk gebied, prof. H. Nelis, deelde mee dat +de sterilisatie op basis van vrijwilligheid plaatsvond, dat Rauter ermee belast +was en de kerken zich dus tot hem dienden te wenden. Waarop de kerken nogmaals +aan Seyss-Inquart een brief gestuurd hebben waarin zij schreven dat zij "Uwe +Excellentie beschouwen als de uiteindelijk verantwoordelijke voor alles wat in +ons land gedurende de bezettingsjaren geschied is en nog geschiedt." + +<115> + +c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel" + +Een voorbeeld van wel langzaam malende kerkelijke molens was de ontstaansgeschiedenis +van het tweede Hervormde Herderlijk schrijven. In oktober 1942 besloot de Hervormde +Synode al tot een geschrift, waarin de tegenstelling tussen het Christelijk geloof +en het nationaal-socialisme duidelijk zou worden uiteengezet. +Het concept was, op verzoek van dr. K.H. Miskotte, geschreven door ds. R. Bijlsma. +Door allerlei omstandigheden (aldus Touw) duurde het geruime tijd eer het gereed was. +Op 30 mei 1943 werd het besproken in de Algemene Synodale Commissie, die het stuk +ter uiteindelijke beslissing aan de Synode zond; ds. Gravemeyer had het direct +willen doen uitgaan naar de gemeenten. De Synode besprak het op 19 juli, waarbij +wel diverse bezwaren gemaakt werden; o.a. werd opgemerkt dat het nationaal- +socialisme toch al aan het afbrokkelen was... Anderen daarentegen vonden het een +voortreffelijk stuk. Ten slotte besloot men met algemene stemmen om het te doen +uitgaan naar kerkenraden en predikanten. Op 25 oktober 1943 werd meegedeeld, dat +alle exemplaren verzonden waren. + +De Herderlijke Brief, getiteld "Christelijk geloof en Nationaal Socialisme", +bespreekt, na een uitvoerige inleiding, de onderwerpen: +1. Een andere God; 2. Een andere zedelijkheid; 3. Het antisemitisme; 4. Het +volk; 5. Bloed en bodem; 6. De staat; waarna het besluit met het concluderende +"Een onverzoenlijke tegenstelling", waarop dan nog een beschouwing over "opzicht +en tucht" volgt. +Het hele schrijven is ongemeen boeiend, zeker wanneer men zich tijdens het lezen +rekenschap blijft geven van het feit dat het onder Duitse bezetting opgesteld, +goedgekeurd, en verspreid is. Toch nemen we hier alleen het gedeelte over het +antisemitisme over: + +Het scherpst is deze "andere God" en deze "andere zedelijkheid" te herkennen in +het principieel antisemitisme. Dat het volk Israël met fanatieke hartstocht wordt +gehaat, vervolgd en met voorbedachten rade planmatig uitgeroeid is, is een +verschijnsel dat zich in deze vorm in de geschiedenis nog niet heeft voorgedaan; +het zijn dan ook tenslotte geen strategische, economische, culturele gronden +die daarvoor kunnen worden aangevoerd; het zit dieper en dat moet de Kerk goed zien. + +<116> + +De grondeloze en mateloze haat tegen de Joden is een uitvloeisel van de natuurlijke +afkeer, die men ondervindt tegenover de "Joden-God" en de "Joden-Bijbel". Deze +smaad en deze laster in vele geschriften verbreid en tot de geestelijke spijze +van miljoenen gemaakt (wel te verstaan onder een staatsvorm, waarin de Staat en +de Staat alléén verantwoordelijk is en verantwoordelijk wil zijn inzake de +voorlichting van het volk, waarbij dus nimmer, als onder een democratisch +staatsbestel, aan de willekeur van particuliere personen of groepen kan worden +toegeschreven wat er publiekelijk wordt gesproken en geschreven) behoort voor +de christelijke Kerk een onmiskenbaar bewijs te zijn dat het geloof zelf in +zijn diepste fundamenten wordt aangetast. +De Kerk mag zich niet ontveinzen, dat ook in dit opzicht een schriftuurlijke +voorlichting der gemeente dringend noodzakelijk is; want er zijn nog steeds +gemeenteleden, die weliswaar de systematische verdelging van onze Joodse +medemensen en medeburgers verafschuwen, maar anderzijds hun natuurlijke afkeer +van de Jood rechtvaardigen met het oordeel Gods. Dat Israël, ofschoon het Jezus +als de Messias niet erkend heeft, ons veel meer verwant is in herkomst en +belijdenis van het heldendom, dat zich opwerpt als zijn bestraffer, verstaan +sommigen niet helder genoeg. Het raadsel van de Joden en hun tijdelijke +verharding mag nimmer dienen als motief om dit antisemitisme goed te praten; +dat God een zaak heeft met de Joden, betekent niet dat wij en anderen, die +van nature heidenen zijn, nu ook een zaak met hen zouden hebben. De waarschuwing +van Rom. 11: 20 (n. b. tot christenen!): "wees niet hoog gevoelende, maar vrees", +moet steeds haar volle kracht blijven behouden. In het antisemitisme leeft zich +de hoog moedige levenshouding uit, die bij christenen (laat staan bij heidenen!) +vooral in crisis-tijden alle bezinning overwoekert, zelf een nieuw farizeïsme +kweekt en tenslotte in een volkomen verharding tegenover Gods oordeel en genade +overgaat. Omdat de kiem daarvan ook in ons allen leeft, daarom kan deze +verschrikkelijke zonde alleen maar en telkens weer door het geloof in Christus' +verzoenende gerechtigheid overwonnen worden. + +Inderdaad, dit was een voortreffelijk stuk; niet alleen het door ons geciteerde +gedeelte over het antisemitisme. Maar juist in dat gedeelte treft me weer het +woord "verharding". We kwamen dat woord al eerder tegen, nl. in het memorandum +waarmee ds. Buskes het antisemitisme (en de noodzaak er iets tegen te doen!) +in het Convent van Kerken aan de orde stelde. Het is een woord, indertijd door +de apostel Paulus gebruikt: "Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt +zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding +is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal +gans Israël behouden worden" (Romeinen 11:25, vert. NBG). + +<117> + +Wat heeft Paulus bedoeld, en hoe functioneerden zijn woorden bij de schrijver +van de herderlijke brief? Zelfs een poging deze vragen hier te beantwoorden zou +ons te ver voeren. Daarom beperken we ons tot de opmerking dat we het gebruik +van het woord verharding in de herderlijke brief betreuren, en evenzo de +uitdrukking "dat God een zaak heeft met de Joden". + +Touw bericht dat de invloedssfeer van dit stuk soms beperkt was: de risico's +die aan de publicatie ervan verbonden waren, verhinderden een algemene +verspreiding. Het stuk was geadresseerd aan de kerkenraden en soms durfde +men de herderlijke brief niet te bespreken. Eens zelfs weigerde de voorzitter +van de kerkenraad bespreking, de brief werd opgeborgen in een trommel met een +letterslot en lag daar ter inzage van kerkenraadsleden. Op andere plaatsen +evenwel werd het herderlijk schrijven terdege bestudeerd en doorgegeven, op +bijbelkringen, cursussen en jeugdsamenkomsten. Ook werkte het veelszins door +in de prediking. +Het Algemeen Handelsblad (30 maart 1944) besprak de brief in een uitvoerig +artikel: "onschriftuurlijk, onwaardig en verblind". Touw daarentegen acht de +herderlijke brief een der hoogtepunten van het kerkelijk verzet. "Dit stuk had +voor de geestelijke strijd tegen de bezetter geen mindere betekenis dan een +jaargang van de zo fel vervolgde ondergrondse pers." + +d. "Gemengd-gehuwde"Joden + +Een andere Duitse maatregel maakte het de niet-Joodse partner in een "gemengd +huwelijk" mogelijk om zich via een eenvoudige procedure van de Joodse partner +te laten scheiden. Ook hiertegen hebben de kerken die verenigd waren in het +I.K.O. scherp geprotesteerd, in een brief aan Seyss-Inquart gedateerd 14 oktober +1943: + +Meer dan eens hebben de Christelijke Kerken in Nederland zich tot Uwe Excellentie +gewend in aangelegenheden betreffende de Joodse burgers van ons land, die van +oudsher in Nederland gevestigd en in ons volksleven opgenomen waren. Uw Excellentie +heeft gemeend, naar het dringende woord van vermaan van de Kerken niet te moeten +horen. + +<118> + +In de laatste tijd zijn de meeste van onze tot nu toe nog in zekere vrijheid +levende Joodse medeburgers weggevoerd. Voor deze als ook voor de zeer kleine +groep, die nu nog over is, wordt een dringend beroep gedaan op Uwe Excellentie +om hen niet allen uit Nederland te laten wegvoeren, maar veeleer hun in Nederland +een bevoorrechte behandeling toe te staan. +Verder zijn de Kerken ernstig verontrust in verband met de tekenen die er op +wijzen, dat men van Duitse zijde nu aan het probleem van het zogenaamde gemengde +huwelijk opnieuw bijzondere opmerkzaamheid wijdt, en dat een van de overheid +bewerkte scheiding althans bij een aantal dezer huwelijken in de bedoeling ligt; +deze bedoeling kan, gelijk ook bij de sterilisatie geschiedde, door een +voorgewende vrijwilligheid als meer onschuldig voorgesteld worden. +De Kerken roepen ook nu Uwe Excellentie op 't nadrukkelijkst toe: De weg der +ontbinding van het huwelijk mag niet betreden worden.- De Here Jezus zegt - +en Hij zegt het niet slechts tot Zijn Kerk maar tot heel de wereld, ook tot +Uwe Excellentie - Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet" (Mattheus 19:6). +De Kerken doen derhalve een zeer dringend beroep op Uwe Excellentie, om deze +kleine, tot nu toe ook reeds voor uitzonderingsbepalingen in aanmerking komende +groepen, nu ook in de in de laatste tijd voor enigen van ben geopende mogelijkheid, +om van bepaalde, voor Joden geldende beperkingen bevrijd te worden, te laten delen. +De om menigvuldige redenen groeiende onrust en verontwaardiging kunnen niet afnemen, +als voortgevaren wordt met maatregelen, die het Nederlandse volk in zijn diepste +religieuze en morele gevoelens kwetsen. + +De toon van dit protest is krachtig; de argumenten zijn deels ontleend aan de +bijbel, deels ook gebaseerd op algemene overwegingen die Seyss-Inquart meer zullen +hebben aangesproken. Men proeft er, evenals in het protest tegen de sterilisatie, +sterke gevoelens van verontwaardiging in. + +Toen het leek alsof de Rijkscommissaris zich aan eenmaal gedane beloften zou +onttrekken, kwamen de Kerken nogmaals op voor de "gemengd-gehuwden", in een +brief gedateerd 17 maart 1944, en op 1 april 1944 zonden ze een telegram, +diezelfde dag nog gevolgd door een uitvoeriger brief. + +Heeft het allemaal iets geholpen? Misschien wel. In ieder geval hebben de +meeste "gemengd-gehuwden" het Duitse schrikbewind overleefd. Ofschoon Rauter +vond dat eigenlijk alle gemengd-gehuwden met een Joodse mannelijke partner +naar het Oosten moest verdwijnen: "Wir werden mit diesen Fallen sonst ewig +Schwierigkeiten haben." [8.3] + +<119> + +Maar men was bezorgd voor reacties vanuit de Nederlandse bevolking. Ook het +feit dat een nederlaag voor Duitsland zich steeds duidelijker aftekende, heeft +ongetwijfeld een rol gespeeld. +Wielek noemt "de bemoeiingen der Hervormde Synode- (lees: het Interkerkelijk +Overleg) als de eerste factor - naast twee andere - waaraan het te danken is +dat het grootste deel der gemengd-gehuwden in Nederland mocht blijven. [8.4] + +<120> + +9. DE Joden-CHRISTENEN + +a. Duitse beloften + +Al eerder - in hoofdstuk 6 - hebben we de gang van zaken besproken rondom het +al of niet voorlezen van het protest tegen de deportaties dat aan Seyss-Inquart +was gezonden. Een van diens naaste medewerkers, Schmidt, had daarop ds. H.J. +Dijckmeester (vervanger van ds. Gravemeyer die gegijzeld was) ontboden en hem +meegedeeld dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren, +vrijgesteld zouden worden van "Verschickung". +Ds. Dijckmeester heeft daarop geantwoord dat de kerken voor deze toezegging +erkentelijk waren, maar natuurlijk het standpunt handhaafden dat het protest- +telegram zou worden voorgelezen. Zoals al eerder beschreven: de Hervormde Synode +besloot uiteindelijk, het telegram niet voor te lezen. De andere kerken deden +dat wel, waarop de RK-gedoopte Joden - voor zover niet "gemengd-gehuwd" - door +de Duitsers gevangen genomen, naar Auschwitz gedeporteerd en aldaar vermoord werden. +Voor de Protestants-gedoopte Christen-Joden bleef de Duitse toezegging van kracht. +Hoe lang? Dat wist niemand. + +De kerken probeerden allereerst, de norm die voor "vrijstelling gold te verwijden +en zodoende het aantal vrijgestelden te vergroten. Daarbij werd geargumenteerd +dat ook wie op de cruciale datum kerkelijk onderricht ontving, ja zelfs zij die +toen al regelmatig de kerkdiensten bezochten, toch eigenlijk behoorden tot de +kerk... Besprekingen werden gevoerd met Schmidts medewerker, F. Buhner. Met hem +werd overeengekomen: +"Geacht moeten worden tot een Christelijke Kerk te behoren zij: +1. die geboren zijn uit tot de Kerk behorende ouders; +2. die onderwijs in de Christelijke leer ontvangen met de bedoeling tot belijdenis +des geloofs te komen; +3. die de godsdienstoefeningen regelmatig bijwonen en met wie de Kerkenraad +geestelijk contact heeft; +4. die gedoopt zijn; +5. die belijdenis des geloofs hebben afgelegd + +<121> + +De "bedoeling" genoemd onder 2 moest voor 1 januari 1941 gebleken zijn en dat +gold ook het "regelmatig" bijwonen van kerkdiensten. + +Onder normale omstandigheden zou geen enkele kerk personen die onder 2 en 3 +vielen, als lid hebben beschouwd. Voor de Duitsers was het niet na te gaan of +iemand inderdaad "onderwijs in de Christelijke leer" ontving en/of geregeld +kerkdiensten bezocht, en sinds wanneer. +De namen van hen die door een kerk als haar leden werden beschouwd werden op +een lijst gezet, die naar de Duitsers ging. Die lijst gaf ook aan tot welke +van de vijf "categorieën" iemand behoorde. De betrokkene zelf ontving van de +kerk een z.g. bewijs van kerkelijke Angehörigkeit. +Het was een tijd waarin men zich aan iedere strohalm vastgreep; op een lijst +staan scheen te helpen; je had de lijst-Weinreb, de lijst-Calmeyer, de lijst- +Frederiks en de lijst van de z.g. Diamant-gruppe, om enkele te noemen. De meeste +lijsten "platzten" (vervielen) op een zeker moment, maar niet alle: zo heeft de +lijst-Calmeyer het, wonder boven wonder, tot het einde van de oorlog toe +volgehouden. +Het Adviesbureau dat door de Hervormde kerk te Amsterdam was geopend (20 augustus +1942) en onder leiding stond van de bekende dr. J. Koopmans (schrijver van de +brochure Bijna te laat en ook, in 1943, van het protest tegen de sterilisatie) +hield driemaal per week zitting in de Nieuwe Kerk. Het werd overstelpt met +schriftelijke en telefonische verzoeken om op de lijst geplaatst te worden. +Aldus Touw. +Het is ook Touw die vertelt dat een predikant tot een jaar gevangenisstraf +veroordeeld werd wegens Schriftverfalschung, omdat hij een geantedateerde +verklaring van "Angehörigkeit" had afgegeven. Een andere predikant daarentegen +("gelukkig een hoge uitzondering") had er bezwaar tegen om een Joods gezin dat +trouw de kerkdiensten bezocht te dopen, want "mijn vrouw is zo bang dat ik iets +doe waar de bezettende macht zich aan stoot." + +<122> + +b. Geen Gereformeerde "haastdoop" + +Delleman, de Gereformeerde geschiedschrijver, heeft in zijn Opdat wij niet +vergeten enkele hoofdstukken samen met anderen geschreven; het schrijven van +een paar hoofdstukken liet hij over aan een direct-betrokkene. Zo is hoofdstuk +IV (Het kerkelijk verzet) geschreven samen met Donner, Van Dijk en Rutgers die, +ieder op zijn beurt, de Gereformeerde vertegenwoordigers in het I.K.O. waren +geweest. Hoofdstuk V, "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd", is evenwel +van de hand van ds. Jac. van Nes. We kwamen hem al tegen in ons eerste hoofdstuk +als missionair predikant (sinds 1916) onder de Joden te Den Haag, ook zijn +opvatting (voor de oorlog!) "dat er in het algemeen drie tot vier jaar +catechetisch onderwijs nodig was voor men tot dopen kon overgaan", kwam reeds +ter sprake. +Alle Gereformeerde kerkenraden kregen - zomer 1942 - het verzoek om de namen +van de Joodse Christenen, voor wie dus vrijstelling van deportatie moest worden +aangevraagd, te zenden aan het Kerkelijk bureau van de Gereformeerde kerk van +'s Gravenhage-West. In de desbetreffende circulaire wordt gewaarschuwd: + +De kerkenraad houde er voorts rekening mede, dat te verwachten is, dat van +Duitse zijde een onderzoek zal worden ingesteld naar de juistheid der verstrekte +gegevens, waarvoor dus alle op deze aangelegenheid betrekking hebbende gegevens +aanwezig moeten zijn. + +Ds. Van Nes heeft een en ander - en zijn eigen opvattingen - uitvoerig weergegeven +in zijn drie-maandelijkse rapporten en later heeft hij uit die rapporten geciteerd +ten behoeve van zijn hoofdstuk in Delleman: + +Wij kennen in onze Gereformeerde Kerken geen "haastdoop". 't Schijnt helaas, dat +er in de Nederlands Hervormde Kerk wel zijn, die zulk een doop voor mogelijk achten. +Er hebben zich gevallen voorgedaan in die kerk, dat Joodse personen eerst gedoopt +werden en daarna onderwijs ontvingen. +Wij betreuren dat ten zeerste. En wij weten, dat er in de Nederlands Hervormde +kring zelf ook bezwaar tegen gemaakt is. Van de zijde der synode is er dan ook +een waarschuwing aan de kerken gezonden. Zulke "sneldopen" verzwakken de betekenis +van de doop voor het besef van de Joden en van de overheid aan wie het doopbewijs +wordt getoond en brengen degenen, die na ernstige voorbereiding gedoopt werden, +in gevaar dat hun doop ook niet als serieus wordt beschouwd. + +Nog een citaat van Van Nes (ook dit komt zowel in een van zijn rapporten als ook +in "Delleman" voor): + +<123> + +Wat moeten wij dankbaar zijn, dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de +Christen Joden hebben willen uitbreiden, zodat zij, die reeds voor 1941 serieus +bearbeid konden worden, ofschoon zij nog niet tot de gemeenten behoorden, ook +konden worden beschermd door een verklaring der kerk! Hoe is daardoor ook onder +de Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut! +Wat zouden wij graag alle Joden in deze dagen geholpen hebben, als 't aan ons +gestaan had. Wat was 't ontzettend benauwend, vaak zo machteloos te staan +tegenover hun lijden. Hoe konden we 't begrijpen, dat ze zich in uiterste nood +tot de kerk wendden, om te trachten onder haar bescherming bevrijd te worden +van de dreiging der wegvoering. +Maar wij moesten het dan tot dezulken, die nu eerst tot de kerk kwamen, zeggen, +dat het daarvoor nu te laat was en dat de kerk geen misbruik mocht maken van de +haar gegeven bevoegdheid en de heiligheden van het Koninkrijk Gods hoog moest +houden, door alleen een verklaring af te geven aan hen, van wie wij overtuigd +waren, dat zij er recht op hadden. + +Voor wat er in het eerste citaat gezegd wordt, kunnen we nog enig begrip opbrengen; +dat men in normale tijden niet te snel overging tot het dopen van wie dan ook, +dat lijkt ons prima. Ook de rabbijnen zijn uiterst terughoudend jegens aspirant- +bekeerlingen. Maar het was geen gewone tijd! De vraag of men, door ruimer te dopen, +voor anderen daardoor het risico vergrootte, diende overwogen te worden; akkoord. +Maar dan. De uitdrukking "dankbaar zijn" hierboven, achten we totaal misplaatst. +De bewering "dat Christus de Zijnen beschut" is zo mogelijk nog erger. Later zal +Van Nes in ditzelfde hoofdstuk de martelgang wat betreft de "vrijstellingen" +verhalen. +Blijkbaar is hij er niet aan toegekomen om, vanuit die realiteit, nog eens te kijken +naar de opgetogen uitspraak ("Wat moeten we dankbaar zijn..."), die hij uit zijn +eigen rapport, gedateerd 9 september 1942, had overgenomen. +Ongetwijfeld was Van Nes bewogen met het lot der Joden: dat blijkt uit de alinea +Wat zouden wij graag... " Van Nes heeft ook (tenminste) gepoogd Joden te helpen +onderduiken. [9.188] Bovendien was hij "een beminnelijk mens, gedreven door een +grote liefde voor Israël." [9.2] +Later zouden bovenstaande woorden van Van Nes door sommigen gebruikt worden voor +het trekken van vergaande conclusies wat betreft de houding van de Gereformeerde +Kerken in Nederland in het algemeen. We komen daarop nog terug in het derde +gedeelte van dit boek. + +<124> + +c. Andere opvattingen + +Het is niet gemakkelijk na te gaan, in hoeverre men het in de Gereformeerde Kerken +met de opvattingen van ds. Van Nes eens was en zijn "lijn" gevolgd heeft. +In het notulenboek van de Gereformeerde kerkenraad te Rotterdam-Kralingen (mijn +tegenwoordige woonplaats) vond ik het volgende verslag: + +Notulen van de gehouden buitengewone kerkenraadsvergadering op donderdag 20 mei 1943. + +De Praeses ds. G.R. Kuijper opent de verg., leest Romeinen 11: 11-21 en gaat voor +in gebed. +De Praeses deelt mede, dat hij deze verg. heeft uitgeschreven op verzoek van ds. +Den Boeft. Deze, het woord verkrijgend, brengt een verzoek over van de heer Lion +Mozes Gerzon, Voorschoterlaan 57, Israëliet zijnde, om in de Geref. Kerk na +aflegging van belijdenis des geloofs te worden gedoopt. +In normale gevallen zou deze nog wel wat meer onderwijs moeten ontvangen, daar +het onderwijs slechts enkele maanden heeft geduurd. Zodoende zijn er nog heel +wat hiaten in zijn kennis. Ds. Den Boeft heeft het doopformulier met hem besproken. +De onzekerheid met het lot der Joden drong er toe met deze doop wat spoed te maken, +en de laatste dagen zijn de omstandigheden van die aard, dat het zeer gewenst is, +dat deze doop plaats vindt op de kortst mogelijke termijn, daar de mogelijkheid +zeer groot is, dat deze doop over een dag of tien niet meer kan worden bediend, +wegens mogelijke deportatie.(...) +De Kerkeraad heeft er geen bezwaar tegen, dat in dit speciale geval de approbatie +van de gemeente niet plaats kan hebben. De bediening van de doop zal plaats vinden +a.s. zondag in de kerkzaal van "Pro Rege". + +De "approbatie van de gemeente" was de goedkeuring: de namen van wie belijdenis +wilden doen werden tijdens de diensten gedurende twee zondagen afgelezen met de +mededeling: "Indien geen wettig bezwaar zal worden ingebracht..." Gebruikelijk +was dat de goedkeuring op die manier stilzwijgend plaatsvond, maar er waren wel +twee weken extra mee gemoeid. Daar zag men nu dus van af, evenals van "wat meer +onderwijs". Nu, 46 jaar later, blijkt het al moeilijk om de achtergronden van +een dergelijk voorval uit te zoeken. In ieder geval heeft de heer Gerzon de oorlog +overleefd. Hij is niet gedeporteerd, overigens - naar ik vermoed - niet op grond +van zijn gedoopt-zijn: hij was "gemengd-gehuwd"; zijn vrouw was Gereformeerd +dooplid en deed najaar 1943 eveneens belijdenis. + +<125> + +Verder nog in onformalistisch handelen ging de Gereformeerde kerkenraad te +Veenendaal, die aan een ondergedoken jood ter beveiliging een document gaf +dat - met officiële handtekeningen bekrachtigd - verklaarde dat de betrokkene +door de kerkenraad was benoemd "tot hulpprediker in buitengewone dienst voor +de geestelijke verzorging van de geëvacueerden in haar ressort". [9.3] +We kunnen ons moeilijk voorstellen, dat ds. Van Nes ooit een dergelijke valse +verklaring ondertekend zou hebben. + +In andere landen (Bulgarije, Griekenland) hebben tijdens de tweede wereldoorlog +doopsbedieningen plaatsgevonden, waarbij de betrokken geestelijke wist dat het +niet om het redden van zielen ging, maar om het redden van mensenlevens. Daartoe +gaf de (orthodoxe) aartsbisschop van Athene, Damaskinos, zelfs uitdrukkelijk +opdracht. [9.4] +Bij mijn weten is de kwestie "niet dopen maar wel een 'doopbewijs' verschaffen" +het krachtigst geformuleerd door ds. Buskes: + +Wij weten heel goed, dat vele predikanten er principieel bezwaar tegen hadden, om +valse doopbewijzen te schrijven en af te geven. Maar er waren goddank ook vele +predikanten, die er principieel bezwaar tegen hadden, om het niet te doen. +Zo'n vals doopbewijs was een leugen. Natuurlijk. Maar wie het schreef en aan een +jood gaf, diende de waarheid en hielp zijn naaste. Wie het niet schreef en het +een jood weigerde, diende de leugen en liet de jood in de kou staan. +Er is een waarheid die leugen en een leugen die waarheid is. God gebood ons, te +liegen in dienst van de waarheid. Niet het doel, maar wel de gehoorzaamheid aan +Gods gebod heiligde het middel. [9.5] + +"Wie het schreef en aan een jood gaf, ... hielp zijn naaste", vond Buskes. Maar +nu weten we dat de Duitsers - dank zij de medewerking van de rijksinspectie van +de bevolkingsregisters - beschikten over een gedrukte Lijst van personen van vol- +Joodsen bloede die als kerkelijke gezindte een Christelijke godsdienst hebben +opgegeven. De lijst berustte op gegevens door de betrokkenen zelf verstrekt, en +wel begin 1941. [9.6] +Men kan zich dan ook moeilijk onttrekken aan de conclusie dat, alle goede +bedoelingen ten spijt, het verstrekken van "Angehörigkeits"-verklaringen met +onjuiste gegevens eerder kwaad dan goed gedaan heeft. + +Dat besefte dr. J.J.C. van Dijk toen al. Hij schreef nl. op 26 september 1942 +een brief aan ds. S. Doornbos te Amsterdam: + +Uw brief van 14 dezer ligt nog op beantwoording te wachten; de toevloed van +kerkelijke brieven is zo groot, dat ik geen kans zag eerder tot beantwoording +te komen.(...) +Er zijn 2 verschillende lijsten. Er is, naast de lijst door de Kerken opgemaakt +en ingezonden, een andere lijst van Duitse zijde opgemaakt op grond van de gegevens +van de Burgerlijke Stand, waarop dus alleen de Joodse Christenen voorkomen, die +zich t.z.t. bij de Burgerlijke Stand hebben opgegeven als te behoren tot een der +Christelijke kerken; dat zijn dus de belijdende leden en, wellicht, doopleden.(...) +Sophia Maria Boas-Berg staat op de lijst met (categorie) 4, maar dat is niet juist: +ze werd op 1 juni '41 gedoopt, terwijl de toestand van voor januari moest worden +opgegeven. +Haar positie is dus niet veilig: op de Duitse lijst komt zij natuurlijk niet voor; +uit dien hoofde is het niet uitgesloten dat zij gehaald wordt.(...) +Het zou natuurlijk wel gewenst zijn, dat zij niet kan worden gehaald. [9.7] + +"Haar positie is dus niet veilig": deputaat J.J.C. van Dijk raadde ds. Doornbos +daarom aan te zorgen dat de dame om wie het ging, "niet kan worden gehaald". +M.a.w.: ze zou moeten onderduiken. + +De beslissing om onder te duiken was voor de betrokkenen - aangenomen dat er +een onderduikadres beschikbaar was - niet gemakkelijk en kon verstrekkende +consequenties hebben. Wie als onderduiker gepakt werd was een z.g. strafgeval +en werd niet alleen naar Westerbork gestuurd, maar bovendien op de kortste termijn +vandaar naar "Polen". +Bij de afweging moest men óf ervan uitgaan dat de kerkelijke verklaring en het +op "de lijst" staan voldoende bescherming bood (ondanks alle twijfel daaraan), +óf de stap van de onderduik wagen, met weer heel andere risico's daaraan verbonden. +Het was een dilemma dat ook gold voor de "gemengd-gehuwden". +Een ander punt van overweging kon zijn: er zijn te weinig onderduikadressen +beschikbaar; welnu, mag ik, die tot een tenminste enigszins beschermde groep +behoor, de onderduik-plaats innemen van iemand, die anders geen enkele bescherming +heeft? + +<127> + +Zoals bekend hebben verreweg de meeste "gemengd-gehuwden" de oorlog overleefd zonder +onder te duiken. Een enkel "gemengd-gehuwd" echtpaar waagde het zelfs een Joods +familielid bij zich te laten onderduiken. +Wat de twee lijsten (die van de kerken en die gebaseerd op gegevens uit het +bevolkingsregister) betreft: kort na de hierboven aangehaalde brief, op 15 oktober +1942, schreef dr. Van Dijk aan de Amsterdamse predikant P.N. Kruyswijk: "Het +bevolkingsregister beslist!" [9.8] + +d. Schmidt en Rauter + +"Het bevolkingsregister beslist". Maar hoe zat het dan met de toezeggingen, gedaan +door Schmidt en Buhner? +Er bestond een scherpe tegenstelling tussen twee van Seyss-Inquarts naaste +medewerkers. F. Schmidt was zijn Generalkommissar zur besonderen Verwendung en +vertegenwoordigde de belangen van de partij (de NSDAP). De SS-er H.A. Rauter, +Generalkommissaris fur das Sicherheitswesen, stond wel onder Seyss-Inquart, +maar rapporteerde bovendien rechtstreeks aan de Reichsfuhrer-SS, de gevreesde +Himmler, wiens bewonderaar Rauter was. Het ligt voor de hand dat zich tussen +Schmidt en Rauter een competentiestrijd ontwikkelde. Ze werden elkaars verklaarde +tegenstanders. +Toen Schmidt vóór de inrichting van een ghetto in Amsterdam was, verklaarde Rauter +zich tegen. Herzberg beschrijft hoe de vete tussen de twee ertoe bijgedragen heeft +dat de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, K.J. Frederiks, het gedaan kreeg +zeshonderd Joden - de "Barnevelders" - voor lange tijd in Nederland te houden: "Rauter +was er tegen, en dus was Schmidt er voor." +Wat betreft de deportatie van "gemengd-gehuwde" Joden wilde Seyss-Inquart (ja, +zelfs Hitler) behoedzaam optreden, zolang de oorlog voortduurde: het diende +voorkomen te worden dat de niet-Joodse partners te zeer in onrust geraakten. Rauter +was daar tegen: allen moesten weg. +De Hervormde dr. W.J. de Wilde kwam zich eens beklagen bij Schmidt over het feit +dat gedane beloften telkens gebroken werden. "Rijkscommissaris en SS staan vierkant +tegenover elkaar, en als u iets belooft, verbiedt Rauter het weer", zei hij. "So +ist 's genau", antwoordde Schmidt laconiek. + +<128> + +Seyss-Inquart had bij monde van Schmidt beloofd, dat de Joden-Christenen (later +beperkt tot de Protestantse) niet gedeporteerd zouden worden. Rauter zou het +liefst alle Joden-Christenen gedeporteerd hebben. En Rauter was belast met de +uitvoering van de deportaties. +Zoals we hierboven gezien hebben, was met Schmidt overeengekomen dat ook zij' +die kerkelijk onderricht volgden en/of regelmatig kerkdiensten bijwoonden +(categorieën 2 en 3) zouden worden vrijgesteld, terwijl als beslissende datum +1 januari 1941 zou gelden. Maar Rauter accepteerde dat niet: categorieën 2 en 3 +golden voor hem niet en als datum hield hij 9 mei 1940 aan: men diende vóór +9 mei 1940 gedoopt en sinds die tijd lid van een Christelijke kerk gebleven te +zijn. Dat moest blijken uit de gegevens van de Burgerlijke Stand. +Door de vertegenwoordigers van de kerken is er toen telkens onderhandeld en +geprotesteerd. Touw geeft een en ander uitvoerig weer. Het had weinig resultaat. + +Ds. Van Nes heeft, zoals we hierboven al memoreerden, voor het hoofdstuk dat +hij in "Delleman" schreef een citaat gebruikt uit zijn eigen rapport dat gedateerd +was 9 sept. 1942: + +Wat moeten wij dankbaar zijn dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de +Christen-Joden hebben willen uitbreiden, (...). Hoe is daardoor ook onder de +Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut! + +Dat citaat staat bij Delleman op pagina 159. Maar op pagina 161 schreef dezelfde +ds. Van Nes: + +Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"- +verklaringen is gevolgd. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken, +en vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring +der kerk, die meenden, daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden +opgeroepen en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop, +naar het Oosten van Europa. +De Duitse instanties waren onderling verdeeld ten opzichte van de behandeling +der Joden en werkten elkaar tegen. En alle pogingen, die aangewend werden, om +te komen tot eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte +bepalingen, bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds +weggevoerden nog terug te doen keren. + +<129> + +Ds. Van Nes heeft daarbij niet uitgelegd, hoe hij dit heeft kunnen rijmen met +de uitspraak "dat Christus de Zijnen beschut". Hij is er evenmin toe gekomen +de andere optimistische klanken van p. 159 (alle stammend uit het rapport van +9 sept. 1942) enigszins in overeenstemming te brengen met de sombere tonen op p. 161. + +e. Westerbork en daarna + +Ook de Protestants-gedoopte Joden-Christenen moesten ten slotte - sommigen al +zomer 1942, anderen voorjaar 1943 - naar Westerbork, het merendeel hunner nadat +ze enige tijd in Vught hadden gezeten. +In Westerbork werden ze ondergebracht in een aparte barak, no. 73. 's Zondags +werden er godsdienstoefeningen gehouden. De meeste diensten werden geleid door +ds. S.P. Tabaksblatt of door ds. M. Enker, als voorgangers benoemd door de +Hervormde Synode. Maar B. Benfey die van Duitse afkomst was, wist - zo vertelt +ds. Tabaksblatt - van de SS in Den Haag gedaan te krijgen dat voortaan de diensten +op de eerste zondag in de maand door hem gehouden zouden worden. + +Toen wij op genoemde zondag (5 maart 1944) de zaal binnenkwamen, vonden wij deze +mooi versierd en nadat Benfey met de dienst begonnen was, werd deze door een +filmoperateur verfilmd. Enker en ik verlieten bij deze verfilming de zaal... +De daarop volgende woensdag 8 maart werden wij beiden bij de commandant geroepen +om verantwoording af te leggen van ons "verraderlijk gedrag", zoals Gemmeker +dat noemde. Hij zag ons verlaten van de dienst als een demonstratief optreden +met het doel om de gemeente mee te krijgen en op die manier zijn bedoelingen +te dwarsbomen. Hij beschuldigde ons van "insubordinatie" en noemde ons saboteurs, +die voor ons onbehoorlijk gedrag de juiste straf zouden krijgen: straftransport +naar Polen... + +Beiden kwamen inderdaad in de strafbarak terecht, stonden twee dinsdagen achtereen +klaar voor het transport maar werden op het laatste nippertje, vóór het vertrek +van de trein, teruggehaald. [9.996] +Van ds. Max Enker is een brief bewaard gebleven van drie kantjes, met potlood +geschreven. De kopie in mijn bezit is voor een groot deel nauwelijks leesbaar. +De brief was gericht aan dr. W.J. de Wilde die een tijdlang secretaris van de +Hervormde Synode was. Een citaat: + +<130> + +Weest U ervan verzekerd dat, als de verkondiging van het Woord in deze tijd meer +duidelijkheid vereist, diegenen onder ons, die werkelijk onze Heer angehörig zijn, +bereid zijn, desnoods, in vertrouwen op die Heer, naar Polen te gaan. [9.10] + +De brief was gedateerd 5 maart 1943. Kort daarvoor, op 24 februari, was van de +kansels in de Hervormde plaatselijke kerken het protest afgelezen dat door ons +in hfdst. 7 besproken werd (geen medewerking verlenen aan daden van onrecht). +In het moeilijke dilemma: publiekelijk zwijgen en zo (misschien) levens redden, +óf spreken maar daarbij levens op het spel zetten, had ds. Enker duidelijk gekozen, +ofschoon ook zijn eigen leven op het spel stond. + +Had men als Joden-Christen dan in Westerbork een zekere bescherming tegen +wegvoering naar een van de vernietigingskampen? In zekere mate. De kerken hadden +door middel van de Joodse Raad vernomen, dat, tenzij men vóór 9 mei 1940 gedoopt +was, in Westerbork het bewijs dat men tot een kerk behoorde volslagen waardeloos +was... [9.11] Was men wel vóór die datum gedoopt, dan gaf dat bewijs wel een +zekere bescherming, tenzij men een "strafgeval" was, en dat werd men al gauw. +Wielek schreef: + +De synode werd trouwens meer en meer één der organen die voor de nog overblijvende, +niet alleen gedoopte, Joden op de bres stonden. Was iemand strafgeval, dan kon +een doopbewijs hem niet redden. Was iemand ont-S-t, dan betekende een doopbewijs +voor hem: niet doorgestuurd worden naar Polen. [9.12] + +Voor de groep als geheel dreigde acuut gevaar nadat de geallieerden, op 6 juni 1944, +waren geland in Normandië. Op zaterdag 12 juni vroeg de beruchte Rauter aan de +kerken hun toestemming om de Joden-Christenen van Westerbork naar Theresienstadt +over te brengen. Daar zou het, in geval de Wehrmacht Westerbork zou willen ontruimen, +veiliger voor hen zijn. De kerken zouden een vertrouwensman mee mogen laten gaan. +De kerken vroegen drie dagen bedenktijd, maar weigerden reeds de volgende dag, zich +beroepend op eerder door Seyss-Inquart gedane beloften. Mocht de situatie rondom +Westerbork in verband met de invasie onveilig worden, dan diende men de betrokkenen +niet naar Theresienstadt over te brengen maar hen vrij te laten; aldus de kerken. + +<131> + +Begin september 1944 werden desondanks de Joden-Christenen van Westerbork naar +Theresienstadt gevoerd, zonder kerkelijke vertrouwensman. De kerken zonden daarop +een protest-telegram naar Seyss-Inquart. Voor de eerste en enige keer stuurde deze +een antwoord, en wel op 5 september; dolle dinsdag! Het geeft je een soort schok +als je de brief met de oorspronkelijke handtekening van de man zelf in het archief +tegenkomt. Touw en Delleman hebben de brief in zijn geheel gereproduceerd. +De Rijkscommissaris erkende, indertijd de belofte gegeven te hebben dat een aantal +Joden in Nederland zou blijven, in leder geval niet naar het Oosten zou worden +overgebracht. Voorts herinnerde hij aan het voorstel dat hij via Rauter gedaan +had en aan de weigering van de kerken. Maar, als dit land nu toneel van militaire +acties zou worden, dan zou hij niet kunnen beletten dat de betrokkenen weggevoerd +zouden worden. Maar bij Himmler had Seyss-Inquart tenminste nog kunnen bereiken, +dat het transport naar Theresienstadt zou gaan. +Volgens Herzberg was aldaar het leven relatief nog draaglijk "en vandaar zijn +de meeste geïnterneerden - voorzover zij niet ter vergassing naar Auschwitz zijn +gezonden, hetgeen met de gedoopte Joden inderdaad niet het geval is geweest - ook +teruggekeerd." Iemand als ds. Tabaksblatt evenwel is, met zijn gezin, ook in +Theresienstadt maar ternauwernood ontkomen aan doorzending naar een vernietigings- +kamp. [9.14] + +Er valt nauwelijks aan te twijfelen of de Protestantse Joden, en ook de "gemengd- +gehuwden", zouden ten slotte gedeporteerd zijn als Hitler de oorlog gewonnen had. +Maar Hitler verloor en de "gemengd-gehuwden" bleven voor het grootste gedeelte in +leven. +Uiteindelijk kwamen er ruim 400 Protestantse Joden-Christenen terug naar Nederland. +Zij hadden het overleefd. Voor zover Protestantse Joden-Christenen "gemengd-gehuwd" +waren, bleef op die basis hun vrijstelling gelden en werden zij niet gedeporteerd. + +f. Bep Blok + +<132> + +Ze wilde gedoopt worden, maar ze wilde niet vanwege haar doop gevrijwaard worden +van deportatie. +Ds. Buskes vertelde over haar in zijn autobiografie. [9.15] Bep Blok wilde gedoopt +worden opdat zij, als zij opgepakt zou worden, erbij zou horen, bij de gemeente. +De dienst tijdens welke ze gedoopt werd, is gehouden in de dagen, toen overal de +bordjes "Joden niet gewenst" aangebracht werden. Velen verklaarden zich bereid +haar bij zich te laten onderduiken, maar Bep weigerde. + +Foto 16 Bep Blok, dopelinge van ds Buskes + +In het archief van ds. Buskes [9.16] bevinden zich haar brieven aan hem, +helaas niet die van hem aan haar. Haar eerste brief is geschreven op zondag 16 +augustus, 1942: + +Na die paar haastig gewisselde woorden van drie weken geleden, wilde ik U graag +een nadere verklaring geven. Ik ben die jodin, die na afloop van de dienst even +bij U kwam, heet Bep Blok en ben 20 jaar. +U had het voorstel gedaan mij te dopen; ik heb het om de volgende redenen niet +willen doen.(...) ze zullen één ding nooit van me kunnen zeggen, n.l. dat ik me +heb laten dopen om vrij te komen van Polen. +Voorlopig heb ik uitstel, omdat ik onderwijzeres ben, maar ik heil oprecht van +plan om me, zodra mijn oproep komt, te laten dopen en zo weg te gaan. Ik geloof +niet, dat ik het recht heb me eraan te onttrekken. Alle Joden moeten, dus ik ook. +(...) + +<133> + +Vader en moeder hebben uitstel, omdat moeder in het ziekenhuis ligt. Toch moest +dinsdag alles klaargemaakt worden. Zo'n dag is onbeschrijfelijk. Maandagavond +kwamen de oproepen; die nacht dus niet geslapen en dan de hele dag heen en weer +draven om alles te hebben: alles moet genaaid en gepakt zijn.(...) +Nu wachten we tot moeder uit het ziekenhuis komt en tot de volgende oproep +verschijnt. Vader zei laatst: 'We wachten allemaal op een wonder, dat niet +gebeurt.' Ik heb toen ontdekt, dat ik zelfs niet eens op dat wonder wacht. +Is dat nu gebrek aan Godsvertrouwen?(...) Ds. Buskes, neemt U mij deze lange +brief vooral niet kwalijk. Ik had zo graag over al deze dingen mondeling met +U gesproken, maar ik mag niet bij U komen en omdat ik U het toch zeggen wou, +heb ik het geschreven. Het zijn problemen die ons niet loslaten en die zo +verschrikkelijk belangrijk zijn. Misschien mag ik U een keer komen halen op +zondagochtend, als U naar de kerk loopt. Wilt U mij eens een keer terugschrijven, +als U tijd hebt? + +Blijkbaar heeft ds. Buskes haar brief snel beantwoord, want op 31 augustus +schreef ze hem wanneer ze op school was en wanneer vrij. Bep Blok is door +ds. Buskes gedoopt. Ook zij kreeg de oproep voor Westerbork en ze is gegaan. +Vanuit Westerbork stuurde ze ds. Buskes een briefkaart d.d. 21.4.'43: + +Wat hebt U fijn vlug teruggeschreven. Ik was heel blij met Uw brief. U zult wel +gehoord hebben dat het hier best uit te houden is. Vader en moeder met al mijn +vrienden zijn gisterenochtend vertrokken. Dat is beroerd. In het land waar ze +komen hebben ze het niet slecht, dat weten we positief.(...) +Er is hier een vrij groot aantal gedoopte Joden. Op het ogenblik is onze dominee +Enker(...) Het is een heerlijk gevoel om je te horen toespreken met 'Gemeente +van onze Heer Jezus Christus' en te weten dat wij er echt bijhoren. + +Het volgende stuk in het archief is een circulaire afkomstig van de Joodsche +Raad voor Amsterdam - Bureau Rotterdam", gericht aan Mevrouw J.J. Buskes en +gedateerd 26-4-1943: + +Wij ontvingen van de hieronder genoemde personen het telegrafisch verzoek, of U +voor doorzending aan hen van na te melden artikelen wilt zorgdragen naar het +DOORGANGSKAMP WESTERBORK, Post Hooghalen-Oost (Drente). (...) +Naam: Rebekka Blok. Geboortedatum: 14-11-1921. +Baraknummer: 72. + +Op 3 mei kwam er van haar een briefkaart: "Pakket ontvangen. Hartelijk dank!" +Daarna niets meer. + +<134> + +10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE + +Tot nu toe betroffen de diverse commentaren de houding van de Nederlandse kerken +in het algemeen. Maar er bleken al verschillen tussen de houding van de ene en +die van de andere kerk. Welk beeld krijgen we, wanneer we een vergelijking gaan +maken tussen de kerken onderling? +Veel hangt uiteraard af van de vraag welke criteria gebruikt worden. Men zou in +de diverse Herderlijke brieven kunnen nagaan, in hoeverre de kerken die deze +brieven uitvaardigden reeds de z.g. substitutie-theologie ("de kerk is in de +plaats van het Joodse volk als verbondsvolk gekomen") hadden afgezworen; naar +ik vermoed, zou de Hervormde Kerk er dan het beste uit komen. Of men zou kunnen +nagaan: door de leden van welke kerk zijn de meeste Joden geholpen om onder +te duiken? Naar het oordeel van L. de Jong hebben de Gereformeerden op dit gebied +het er - relatief - het beste afgebracht: "Er is, gelijk reeds gezegd, door +communisten en socialisten veel hulp geboden, daarnaast (maar, naar onze indruk: +in een iets later stadium) door Gereformeerden. (...) Wat de Gereformeerden aangaat, +verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de bevolking +vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers geherbergd +hebben." [10.1] + +We achten het een belangrijke vraag, die bovendien aan de hand van de hier +besproken documenten beantwoord kan worden: In hoeverre heeft een bepaalde kerk +publiekelijk, d.w.z. door middel van voorlezing van een protest in de kerkdiensten, +stelling genomen tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden? +Protesten die niet werden voorgelezen, hadden weinig of geen zin: de Duitse +instanties konden ze zonder meer aan de kant leggen. Maar de openbare afkondiging, +in een tijd waarin krant en radio alleen bekend maakten wat de bezettende macht +goedgekeurd had, was een geducht wapen. +Welnu, welke van de drie grootste kerken in Nederland heeft het er op dit punt +het best (of: het minst slecht) van afgebracht? We laten daarbij dus de andere +- aanzienlijk kleinere - kerken buiten beschouwing, ondanks alle erkenning van +het belang van iemand als ds. J.J. Buskes, de afgevaardigde van de Gereformeerde +Kerken in Hersteld Verband; of van iemand als de Remonstrantse ds. F. Kleijn. +Een protest afgekondigd in een van deze kerken bereikte immers maar betrekkelijk +weinig kerkgangers. + +<136> + +In hfdst. 1 bleek, dat voor 1940 zowel de RK bisschoppen alsook de Gereformeerde +synode een duidelijk standpunt hebben ingenomen tegen het lidmaatschap van de NSB. +Vervolgens zagen we (2), hoe bij het eerste protest tegen het antisemitisme van +de bezetter de Gereformeerde vertegenwoordiger in het Convent, prof. H.H. Kuyper, +het liet afweten. Tengevolge van zijn houding werd dit protest in de Gereformeerde +kerkdiensten niet afgelezen. +In het Convent van Kerken werd Kuyper vervangen door Donner - bij de synode waren +veel bezwaren tegen Kuypers houding ingediend. +In het derde hoofdstuk bleken de rollen in zekere zin omgedraaid: ds. Gravemeyer +bond in en trachtte de publieke voorlezing van het adres aan de secretarissen- +generaal te voorkomen. Donner daarentegen liet de voorlezing van de Gereformeerde +herderlijke brief wel doorgaan. +Hoofdstuk 4 beschreef hoe, in een voor de Joden kritieke periode de kerken helaas +weinig actie ondernomen hebben. + +Vanaf eind 1941 gingen de RK deelnemen aan de gemeenschappelijke protesten (hfdst. 5). +De aartsbisschop had de kerkelijke maatregelen tegen leden van de NSB., nadat de +Duitsers ons land bezet hadden, niet alleen gehandhaafd maar zelfs aangescherpt: +ook "gewone- en sympathiserende leden van de NSB. - ja zelfs leden van nationaal- +socialistische mantelorganisaties - werden uitgesloten van de sacramenten: geen +doop van hun kinderen dus, uitsluiting van de communie, geen kerkelijk huwelijk +en evenmin een kerkelijke begrafenis. Deze maatregelen werden publiekelijk - van +de kansels - bekendgemaakt. +Toen het aankwam op bekendmaking van het tijdens de audiëntie met Seyss-Inquart +besprokene, was het ds. Gravemeyer die - zij het onder zware pressie - een stap +terug deed. Het treft ons bovendien dat, bij de afwijzing van de bordjes "Verboden +voor Joden", de Protestanten als reden het enigszins vage "omdat het is een +verloochening van het Evangelie" aanvoerden; terwijl de bisschoppen duidelijker +waren: "omdat die bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar +mogen zeker onze RK instellingen niet aan mee doen." + +<137> + +Tussen Hervormden en Gereformeerden lijkt het soms een soort stoelendans. Het +belangrijke protest van juli 1942 werd -volgens de beslissing van de Hervormde +Synode - in de Hervormde kerkdiensten niet afgelezen. De andere kerken - waaronder +de Katholieke en de Gereformeerde - deden dat wel, al waren ook zij (in +tegenstelling van wat soms beweerd wordt) wel degelijk voor de beslissing +gesteld. De RK werden voor hun consequente houding gestraft: de Duitsers hebben +tientallen RK-gedoopte Joden gearresteerd, gedeporteerd en vermoord. + +In hfdst. 7 bespraken we het scherpste protest ooit publiekelijk uitgevaardigd, +en de oproep daaraan verbonden om niet aan onrecht mee te werken: "Om der wille +van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend aan daden +van onrecht, omdat men zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt." Dat +protest werd - om allerminst overtuigende redenen - in de Gereformeerde +kerkdiensten niet voorgelezen; zulks volgens het besluit van dr. Van Dijk en +zijn mede-deputaten, vermoedelijk na overleg met één of meerdere leden van het +moderamen van de synode. Later heeft de synode zich met de beslissing om het +protest niet voor te lezen akkoord verklaard, waarbij redenen werden genoemd +die ons evenmin overtuigden. +De bisschoppen evenwel deden er nog een schep bovenop; ze lieten niet alleen +het protest voorlezen maar in hun tegelijkertijd voorgelezen herderlijke brief +verklaarden ze nog eens "met alle nadruk, dat medewerking in dezen in geweten +ongeoorloofd is. + +Als ik in de een of andere kerkelijke of niet-kerkelijke kring vertel met dit +onderzoek bezig te zijn en dan de vraag stel, welke kerk zich het beste gehouden +heeft wat betreft het publiekelijk getuigen tegen de Jodenvervolging, dan is +er tot nu toe nog niemand geweest die zei: "de Rooms-katholieke Kerk". Toch kan +men, het geheel overziende, moeilijk tot een andere conclusie komen. +De Hervormden en de Gereformeerden hebben het om de beurt laten afweten, terwijl +in de RK kerken vanaf het moment waarop men meedeed alle verklaringen zijn +voorgelezen. Bovendien formuleerden de bisschoppen hun afwijzing van het gehate +bordje "Verboden voor Joden" duidelijker dan de Protestanten deden. + +<138> + +Het is algemeen bekend dat in de loop der eeuwen menigeen in de R.K. Kerk zich +schuldig gemaakt heeft aan het doen van antisemitische uitlatingen, ja dat de +kerk zelf betrokken was bij het vervolgen der Joden en bij het uitvaardigen van +antisemitische wetten. We gaan daar hier niet verder op in. [10.2] Ook valt het +buiten het bestek van dit boek, om de houding van paus Pius XII tijdens de tweede +wereldoorlog te onderzoeken; daar is intussen een aardige bibliotheek over +volgeschreven. Het gaat ons om de houding van de kerken in Nederland, en wel +tijdens de tweede wereldoorlog. + +Welnu, we komen tot de conclusie dat de Katholieke Kerk in Nederland, wat betreft +het publiekelijk protesteren tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden, zich in +vergelijking met de andere kerken in Nederland het beste gehouden heeft. + +Onzes inziens mag kennis van wat er in de loop der eeuwen door de Rooms-Katholieke +vaderen - dat waren de vaderen, ook van de Protestanten - jegens het Joodse volk +miszegd en misdaan is, er niet toe leiden dat men zijn ogen sluit voor het goede, +geschied tijdens de tweede wereldoorlog. Veeleer vormt het verleden de donkere +achtergrond, waartegen het opkomen voor de Joden door de Katholieke Kerk in +Nederland tijdens de tweede wereldoorlog des te scherper contouren krijgt. + +<139> + +DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS + +11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP AAN ONDERDUIKERS) + +Voorjaar 1943 leken zowel onderdrukking als verzet - iets daarvan werd reeds +gememoreerd in de hoofdstukken 7 en 8 - in een stroomversnelling te komen. +Studenten dienden een "loyaliteitsverklaring" te ondertekenen; wie daartoe +niet bereid was (de overgrote meerderheid), stond voor de keus: of naar Duitsland, +of onderduiken. Ook de oud-militairen moesten zich melden. In mei werd +bekendgemaakt dat alle mannen tussen de 18-35 jaar opgeroepen zouden worden +voor de "Arbeits-Einsatz" in Duitsland. Men begon bij de jongsten. Velen uit +deze drie categorieën doken onder. Een gedeelte hunner ging actief deelnemen +aan het verzet. + +De voor mij meest schokkende gebeurtenis uit die periode staat opgetekend in +mijn dagboek, 29 april 1943. De dames Cohen (twee zusters) waren één van de +drie Joodse families in ons dorp. Tot op de dag van vandaag kan ik me hen +helder voor de geest halen. De oudste, achter in de vijftig, had een rond +gezicht; knap, grijs haar. De jongste zal achter in de veertig geweest zijn; +haar gezicht was ovaal. Het was voor iedereen te zien dat ze sterk aan elkaar +gehecht waren. Al was er weinig contact tussen hen en ons, we kenden elkaar. +Ze waren ondergedoken. Bij wie? Ik weet het niet meer. Maar diegenen die hen +verborgen hielden werden, toen de oorlog langer bleek te duren dan verwacht +was, bang. Men vroeg de zusters weg te gaan. Dat hebben ze gedaan. In de nacht +hebben ze toen bij een paar bekenden aangebeld met de vraag: "Wilt u ons in +huis nemen?" Iedereen weigerde. Iemand hunner vertelde dat de volgende dag - +wel met enige schaamte - bij ons in de winkel. De twee zusters zijn toen naar +de Rijn gegaan en hebben zich verdronken. Later spoelden hun lichamen aan in +Wageningen; ze hadden zich met een lint aan elkaar vastgebonden. +Als de dames Cohen bij ons hadden aangebeld, zouden we ze niet hebben +weggestuurd. Maar dat wisten ze niet, en ze zagen geen andere uitweg meer. +Hoe afgrijselijk. Zulke dingen kwamen toen voor, in een gewoon dorp. In een +stad als Amsterdam hadden de gruwelen een nog veel groter omvang. + +<143> + +Het kenmerkende van die tijd was de onmacht: je werd aan alle kanten ingesnoerd. +Iedereen was verplicht een persoonsbewijs (pb) bij zich te hebben. Het was op +een ingewikkelde manier samengesteld en dus uiterst moeilijk na te maken of te +vervalsen. En verder kwamen onderduikers in moeilijkheden, omdat ze hun distributie- +bescheiden niet meer op de gewone, "legale" manier op het distributiekantoor +konden krijgen. In deze uiterst moeilijke situatie kwam juist in die tijd +verandering: de "Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers" (afgekort: LO) +groeide voorjaar 1943 als een wonderboom. +Mijn broer en ik werden door een oom in Ede per telefoon uitgenodigd om bij hem +op een theevisite - zei hij - te komen. Die "visite" vond plaats op 26 mei 1943, +een dag nadat ik 23 jaar was geworden. Aanwezig was ds. F. Slomp, alias Frits de +Zwerver. Hij legde (aan een vijftiental aanwezigen, denk ik) de eerste beginselen +van de LO uit. Er dienden in iedere plaats mensen geholpen te worden om onder +te duiken wanneer de nood aan de man kwam, ,n er moesten mensen bewogen worden +om een onderduiker in huis te nemen. Vaak kon die onderduiker weer aan de slag +komen in zijn eigen beroep; jongemannen die melken konden waren zeer in trek. +De LO zorgde voor een uitwisseling van vraag en aanbod; daartoe was er allereerst +de "districts-beurs" - voor de regio. Raakte men daar de onderduikers niet kwijt +dat werd de aanvraag of het aanbod doorgesluisd naar de "provinciale beurs". +Daarboven stond, de landelijke beurs", ook wel "top" genoemd. +Aan het eind van de vergadering in Ede werden de taken verdeeld. Mijn broer Wim +en ik zouden beginnen in Renkum dat, samen met het naburige Heelsum, onder +Wageningen ging ressorteren. Maar Wim moest kort daarop zelf onderduiken: hij +was in 1922 geboren en werd dat jaar al spoedig opgeroepen voor uitzending naar +Duitsland. Hij werd plaatsvervangend districtsleider voor de LO van het district +Gorcum en omstreken. Daar werd hij najaar 1943 gegrepen tengevolge van verraad. + +Het oprichten van een plaatselijke afdeling van de LO hield onder meer in dat +je een netwerk van medewerkers ging opzetten. Gezocht diende te worden naar +contact-personen bij de plaatselijke politie, op het gemeentehuis (persoons- +bewijzen!) en op het distributiebureau. Verder moesten er onderduikplaatsen +gezocht en gevonden worden; dat kon je niet alleen. + +<144> + +Bovendien was geld nodig. Na verloop van tijd werd er in de plaatselijke kerken +(ook in de Katholieke) te Renkum regelmatig gecollecteerd voor "bijzondere noden" +en dat geld was voor onze organisatie bestemd. In die tijd kwam ik voor het eerst +in intensieve relatie met "andersdenkenden"; daar zijn levenslange vriendschappen +uit voortgekomen. +Al gauw was de LO in staat om voor voldoende (distributie-)bonkaarten te zorgen, +dank zij gewapende overvallen gepleegd door de z.g. knokploegen op distributie- +bureaus: de eerste (van een LO knokploeg) vond plaats op 4 juni 1943 en wel op +het distributiekantoor te Langweer (Fr.). Als regel was een dergelijke overval +mee voorbereid door een van de ambtenaren van het distributiekantoor, die voor +de nodige informatie gezorgd had. Het sprak vanzelf dat deze geheime medewerker, +evenals de andere distributie-ambtenaren, bij het begin van de overval vakkundig +geboeid werd en een prop in de mond kreeg. +De techniek om een persoonsbewijs te vervalsen ontwikkelde zich snel. Dank zij +die techniek heeft, na de arrestatie van mijn broer, niemand ontdekt dat zijn +geboortejaar 1922 is en niet, zoals het pb aangaf, 1918. + +Eerst was het uiterst moeilijk om onderduikplaatsen te vinden, maar gaandeweg +ging dat beter. Eind juni 1943 kwam er een nieuwe predikant naar Renkum-Heelsum, +ds. B.D. Smeenk (1908). Al tijdens de intreedienst sloeg hij krachtige taal uit, +o.a. in de richting van de ook in die dienst aanwezige burgemeester, eveneens +Gereformeerd: "overheidsdienaren dienden goed te bedenken welke de wettige +overheid was en ze konden beter aftreden dan hand- en spandiensten te verlenen +bij het plegen van daden van onrecht." Achteraf denk ik: misschien was ds. Smeenk +geïnspireerd door het Protest (febr. 1943), dat niet in de Gereformeerde diensten +afgelezen maar wel naar de kerkenraden gezonden was. Ofschoon ds. Smeenk niet een +man was die aanmoediging van de synode nodig had om tot verzet te komen. +Helaas: de burgemeester kreeg de gelegenheid een woord van welkom te richten tot +de nieuw-bevestigde predikant, en hij maakte van die gelegenheid gebruik om te +proberen zijn eigen straatje schoon te vegen: "sommigen zouden willen dat je gaat, +maar anderen zijn juist dankbaar dat je nog gebleven bent, want zodoende kun je +nog zoveel goeds doen". Als die man dan tenminste nog iets goeds gedaan had; maar +hij dekte zich aan alle kanten, ofschoon ook in ons dorp Joden werden opgehaald. + +<145> + +We sidderden van afgrijzen. En dat hij dan ook nog het laatste woord had, want +de kerkdienst liep ten einde. +Maar nee, het laatste woord had deze burgemeester niet. Er volgde nl. nog een +slotgebed; daarin richtte de nieuwe predikant zich natuurlijk tot de Allerhoogste, +maar hij speelde het toch ook een beetje over de band en de hele gemeente kreeg +via dat gebed nog eens heel duidelijk te horen welke onze houding jegens de +bezettende macht behoorde te zijn. +Dank zij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum +te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van +onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80 +(als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze. Maar de - landelijke zowel als +plaatselijke - LO richtte zich allereerst op het helpen onderduiken van hen die +in Duitsland moesten gaan werken, oud-militairen enz. +Eens vertrokken twee onderofficieren die ik had verborgen, naar elders en er +kwamen dus twee plaatsen vrij. Maar de volgende dag al bleek ds. Smeenk op mijn +plaatsen twee Joden te hebben ondergebracht. Toen ik t.a.v. die gang van zaken +bij hem protest aantekende, zei hij: jawel, dat doe ik als ik de kans krijg weer; +want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel +een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de Joden, +want dat is verschrikkelijk." Dat moet eind 1943 of begin 1944 zijn geweest. + +De LO als geheel stelde het onderbrengen van Joden niet als eerste prioriteit. +In het Gedenkboek van het verzet in LO en LKP (Landelijke knokploegen) staat: + +Bij het onderbrengen van Joden heeft de LO slechts een bescheiden rol gespeeld. +In 1942, toen de Joden moesten duiken, was deze organisatie nog niet tot +ontwikkeling gekomen. Ook leende de werkwijze der LO, gericht op de massale +hulp aan grote groepen, zich minder voor het zeer speciale Jodenwerk. De meeste +Joden zijn geholpen door kleine Joden-organisaties, waarin studenten prachtig +werk verrichtten. Wel zijn vele Joden-helpers later medewerkers der LO geworden, +werkten de J-organisaties nauw samen met de LO en heeft de LO belangrijke hulp +aan de ondergedoken Joden verleend door de verstrekking van bonkaarten e.d. [11.1] + +<146> + +H. van Riessen, die in de top van de LO heeft gezeten, verklaarde voor de Enquête- +commissie: + +Jodenwerk. Hier en daar met de LO verbonden, soms een afdeling, soms er helemaal +los van, soms alleen maar een bonkaartencontact. Een onderduiker kon men aan de +lopende band behandelen. U kunt zich echter voorstellen dat, wanneer het op de +beurs om 100 onderduikers ging, waarvan 4 Joden, de Joden nooit aan de beurt kwamen. +Het ging er op de beurs om snel zaken te doen en het was zeer moeilijk ze te +herbergen. Bijna niemand nam ze. Wij hebben dat zelf ook begrepen en wij hebben +toen zelf gestimuleerd het probleem van de Joden, die zoveel moeilijker op te +bergen waren en waarvoor men ook zoveel banger was, langs een apart kanaal te +behandelen of het over te dragen. Men moest voor dit vraagstuk iemand nemen, +die er zelf geheel voor zorgde, zodat het geval tot zijn recht kon komen. +Vraag: Het ging er dus eigenlijk om, dat men voor de Joden geselecteerde adressen +zocht? +ja, over het algemeen was de illegaliteit overladen met werk en m de LO ging +het om massawerk, met problemen die je overvielen en waarvan je niet wist, hoe +er uit te komen. Allerlei dingen, die men kon afschuiven, schoof men dan ook af. +Men kon vijf a zes adressen vinden, waar men onderduikers kon plaatsen, tegen +hoogstens één adres, waar men een jood kon plaatsen. Terwijl men zo ontzaglijk +veel adressen nodig had voor de onderduikers-niet-Joden, begon men daar maar aan. +Ten slotte meende men goed te doen, er naar te streven, het Jodenwerk in een apart +kanaal te leiden. [11.2] + +Op die regel waren uitzonderingen. Mijn broer vertelde later dat Kees Chardon +uit Delft naar de provinciale beurs Zuid-Holland van de LO kwam en altijd Joden +probeerde onder te brengen; "hij ziet er absoluut niet joods uit", placht Kees +te zeggen. Dan schrok je wel even, als de betrokkene arriveerde; aldus mijn +broer. Kees Chardon heeft de oorlog niet overleefd. zijn zwager, Klaas van Houten, +bracht te Wageningen veel Joden onder. Hij heeft de LO eens voorgesteld, een +aparte afdeling op te richten die zich speciaal zou bezighouden met Jodenhulp. +Men heeft dat van de hand gewezen als "te gevaarlijk". [11.3] +Als ik de oorlogstijd kon overdoen, zou ik het helpen van Joden als mijn eerste +prioriteit stellen; we weten nu, hoezeer mijn dominee van toen gelijk had: hun +lot was onvergelijkelijk veel erger dan dat van niet-Joodse onderduikers. +De LO heeft aan individuele Joden, en ook aan andere organisaties die zich wel +speciaal op het helpen van Joden toelegden, belangrijke steun verleend in het +verschaffen van bonkaarten en persoonsbewijzen. Toch, zo denk ik, had het lot +der Joden deze organisatie meer ter harte moeten gaan. + +<147> + +De meeste (maar niet allen) van de ongeveer 15.000 medewerkers van de LO-LKP +waren kerklid. 1100 LO-ers en 500 KP-ers kwamen om. + +Dit hoofdstuk lieten we ter beoordeling lezen aan de heer L. Scheepstra ("Bob"), +die leider van de Landelijke KP was. Zijn reactie: je hebt wel gelijk, maar +vergeet niet: iemand als ik bijv. was opgegroeid op een eiland (Schiermonnikoog); +ik was zomer 1943 (toen de LO/LKP op grote schaal begon te opereren) nog geen +25 jaar oud, en we hebben het al improviserend moeten leren". + +<148> + +12. DE NV EN HAAR KINDEREN + +Er zijn enkele organisaties geweest - veel kleiner dan de LO met zijn 15.000 +medewerkers - die zich toegelegd hebben op het helpen van Joden. Onder deze +groepen waren er vier van enige omvang die zich speciaal bezighielden met het +verbergen van Joodse kinderen. +Allereerst een groep Utrechtse studenten (het "Utrechtse kindercomité") en ten +tweede een Amsterdamse groep, van Piet Meerburg, die samenwerkte met ds. Mesdag +en kapelaan Jansen te Sneek. De derde was de Trouw-groep (Gesina H.J. van der +Molen, dr. J.W. van Hulst en Sandor Baracs). +De vierde groep noemde zich de NV; inderdaad: een naamloze vennootschap. Men +legde de nadruk op de anonimiteit - andere groepen ook uiteraard - en dat kwam +uit in de naam. Men heeft die anonimiteit ook na de oorlog nog lange tijd in +acht genomen en dat zal dan ook de reden ervan zijn dat L. de Jong deze groep +niet vermeldt. Toch heeft de NV niet minder dan 250 Joodse kinderen weten te +onttrekken aan deportatie. +Pas 37 jaar na de tweede wereldoorlog werd de anonimiteit opgeheven. Toen +verscheen er een boek met verhalen [12.1] en daarna een doctoraal-scriptie van +de hand van de zoon van één van de "aandeelhouders" van de NV, Bert Jan Flim: +De NV en haar kinderen, 1942-1945 [12.2] (we hebben veel van het volgende geput +uit deze scriptie). En ten slotte organiseerde één van de -kinderen", Jack +Aldewereld, in mei 1989 een grote reünie te Brunssum waar "kinderen", helpers +en pleegfamilies elkander weer ontmoetten. Ed van Thijn, ook een "kind", sprak +de feestrede uit. + +In het vervolg zal een aantal predikanten een rol spelen; ik vermeld telkens - +behalve de naam - hun geboortejaar. +De "oprichting" van de NV vloeide voort uit een kerkdienst: op zondag 5 juli 1942 +ging dominee Constan Sikkel (1895) voor in de Rafaëlpleinkerk te Amsterdam. +Tot zijn gemeente behoorde de familie Braun: man, vrouw en twee kinderen van 19 +en 15 jaar oud. Zij waren na de Anschluss uit Oostenrijk gevlucht. Het waren +Joden-christenen. Toch kregen ook de twee kinderen de gevreesde oproep om zich +te melden. + +<149> + +Ds. Sikkel maakte tijdens de dienst een opmerking over het onheil dat de familie +Braun getroffen had. Tot de kerkgangers behoorden de twee broers Jaap en Gerard +Musch, toen 29 en 21 jaar oud. Na afloop van de dienst spraken ze ds. Sikkel aan +en vroegen het adres van de familie Braun, gingen daar heen en boden de twee +kinderen hun hulp aan om onder te duiken. Die wilden dat alleen, op voorwaarde +dat ook hun ouders zouden onderduiken: anders zouden immers de Duitsers de +verdwijning van de kinderen wreken op de ouders. +Er is toen besloten dat het hele gezin zou onderduiken en zo geschiedde. De +kinderen gingen naar Friesland, de ouders werden ondergebracht met hulp van +een dominee in Barneveld voor wie ds. Sikkel de gebroeders Musch een introductie- +brief had meegegeven; dat moet ds. W.L. Korfker (1883) geweest zijn. + +Dat was het begin. Kort daarop gingen Jaap en Gerard zich nog intensiever met +het helpen onderduiken van Joden bezighouden. Jaaps verloofde evenwel vond +Jodenhulp veel te gevaarlijk; waarop Jaap besloot de verloving te verbreken. +Hij, zijn broer Gerard en diens vriend Dick Groenewegen van Wijk (evenals +Gerard 21 jaar) waren bewogen met het lot der Joden, "een lot waarmee ze iedere +dag geconfronteerd werden". Dat was de belangrijkste drijfveer. "Ook voelden ze +zich als christenen verplicht te proberen zoveel mogelijk Joden uit handen van +de Duitsers te houden". Aldus Bert Jan Flim. +Ze gingen zich vooral toeleggen op het helpen van Joodse kinderen: die waren +gemakkelijker dan volwassenen onder te brengen, accepteerden de autoriteit van +hun helpers (de helpers zelf waren nog zo jong!), hadden geen persoonsbewijs nodig, +waren het meest hulpeloos, maar vormden desondanks de toekomst van het Joodse volk. + +<150> + +Drie problemen moesten worden opgelost: hoe de kinderen uit Duitse handen te +krijgen? Hoe de nodige onderduikplaatsen te vinden?, hoe de kinderen naar hun +plaats van bestemming te brengen? +Er was in Amsterdam, Plantage Middenlaan 31, een crèche die op last van de Duitsers +ingericht was, als dependance van de Hollandse Schouwburg, het gevreesde +concentratiepunt voor hen die gedeporteerd zouden worden. Welnu, men vond +(zoals ook door L. de Jong beschreven) allerlei wegen om telkens kinderen de +crèche uit te smokkelen, vaak via de nabijgelegen Hervormde kweekschool en met +behulp van de directeur daarvan, J.W. van Hulst. Joop Woortman was de verbindings- +schakel tussen de NV aan de ene kant, en de directrice van de crèche, mevrouw +Pimentel, en de medewerker van de Joodse Raad Walter Susskind aan de andere kant. + +Foto 17. Jaap Mush (1913-1944) + +Wat het tweede probleem betreft: Jaap Musch (hij was chemisch analist) +solliciteerde bij de Staatsmijnen in Heerlen en werd daar aangenomen. +Dientengevolge zou hij zelf voorlopig niet behoeven onder te duiken om werken +in Duitsland te ontgaan: de mijnen waren "Kriegswichtig". Gerard en Dick voegden +zich bij hem; zij moesten wel onderduiken, maar konden dan ook voortaan al hun +tijd aan de NV wijden. +Jaap nam contact op met de plaatselijke Gereformeerde predikant, ds. G.J. +Pontier (1888), die zelf ondergedoken Joden in huis verborgen hield. Flim +vertelt: "Dominee Pontier maakte een lijst van gemeenteleden, die volgens hem +wel genegen waren een joods kind bij hen in huis te nemen. Gewapend met die +lijst en een introductiebrief van ds. Pontier gingen Dick en Gerard de boer op. +Aangekomen bij zo'n adres belden zij aan en spraken de woorden: 'Ik kom van ds. +Pontier." + +Dat was toch een deuropener daar. Dat bracht je in de voorkamer. Eenmaal binnen +vertelden zij aan de mensen die daar woonden van hun ervaringen uit Amsterdam: +hoe zij zelf hadden gezien dat mensen uit hun huizen werden gesleept en als vee +werden weggevoerd. Dit was noodzakelijk, want veel mensen in Zuid-Limburg wisten +in het geheel niet, wat er gaande was in Amsterdam. +Vervolgens vroegen zij of de betrokken familie een joods kind onderdak wilde +verschaffen. Dit was wel gebonden aan de voorwaarde dat dat kind in zijn nieuwe +omgeving gewoon buiten kon spelen en gewoon naar school kon gaan. Tevens zou +één van de NV-medewerkers eens per maand langskomen om erop toe te zien dat dit +inderdaad gebeurde. [12.3] + +De groep van medewerkers en medewerksters groeide. Vooral de laatsten waren +belangrijk voor het met zo weinig mogelijk risico overbrengen van de kinderen +uit Amsterdam naar Limburg: een jonge vrouw met een kind in de trein trekt minder +de aandacht dan idem een jongeman. + +<152> + +Vanaf zomer 1943 zorgde de LO (de hier eerder besproken Landelijke Organisatie") +voor de broodnodige bonkaarten. Het werk breidde zich uit: ds. H. Bouma (1887) +te Treebeek/Brunssum werd ingeschakeld; via hem kwam er een fors aantal beschikbare +adressen bij. Volgende medewerkers waren ds. H.R. de Jong (1911) te Venlo en de +Hervormde ds. C.R. de Jong (1911) te Rossum. In een iets later stadium kreeg men +vaste voet in Twente: de familie Flim te Nijverdal zette zich daar in voor de NV. +Het domineescircuit bleef daarbij belangrijk. Dat blijkt uit het volgende citaat, +waarbij wat tussen haken staat mijn toevoeging is: + +Koos verscheen op het toneel met het verzoek om tachtig adressen. Herman (Flim) +en Koos gingen direct aan het werk. De Gereformeerde predikant in Nijverdal, ds. +(R.) Hamming (1876), verwees hen door naar zijn collega in Lemelerveld, ds. (A.J.W.) +Vogelaar (1907), en naar een dominee in Heerde (C.J.W. Teeuwen; 1898). Vervolgens +werden de taken verdeeld. Koos ging op een vrijdag en daarop volgende zaterdag naar +Heerde met een introductie van ds. Hamming. Herman werkte op vrijdag Lemelerveld af. +[12.4] + +Ook in de Betuwe wist men kinderen onder te brengen. Pas onlangs ontdekte ik dat +ook het Joodse meisje dat tijdens de oorlog bij mijn tante in Leerdam verbleef +een "kind van de NV" was. +Al deze kinderen "moesten gewoon opgroeien in een pleeggezin, naar school gaan, +buiten spelen, kortom, alles doen wat een "gewoon" kind gewend was om te doen. +Alleen onder deze voorwaarden werden de kinderen geplaatst", aldus Flim. 's Zondags +gingen ze dus ook met het gezin mee naar de kerk, en ze hoorden "thuis" het +dagelijks gebed en het lezen uit de bijbel aan. Voorts gingen ze ongetwijfeld +naar "de school met de Bijbel' en, als ze de leeftijd daarvoor hadden, samen met +de andere opgroeiende kinderen van het gezin naar de catechisatie: het kerkelijk +onderricht bestemd voor de jeugd vanaf 12 jaar op een avond in de week. Dat +behoorde bij het leefpatroon en indien men daarvan wat betreft "een Rotterdams +pleegkind" (de bewering die naar buiten gebruikt werd en die, tengevolge van +het bombardement van Rotterdam, moeilijk te controleren was) afweek, kon daardoor +ongewenste aandacht opgeroepen worden. +Als er gevaar dreigde, moest een kind naar een ander adres gebracht worden. Ook +om persoonlijke redenen (angst van de pleegouders bijv.) kon overplaatsing +noodzakelijk worden. Misschien kwam het kind in kwestie dan terecht in een +gezin met heel andere opvattingen dan die van het vorige. Geleidelijk aan werden +namelijk ook plaatsen in RK gezinnen gevonden. +Ed van Thijn vertelde: + +<153> + +Ik wisselde ook regelmatig van godsdienst. De ene keer zat ik in een streng +gereformeerd gezin. De andere keer bij een katholieke familie. (Daar bad hij +dan ook vrolijk de rozenkrans mee). Je moest je onmiddellijk aanpassen, ja... +onmiddellijk. Was ik net een beetje wegwijs in de Statenbijbel... [12.5] + +Zij die de NV op touw gezet hadden, deden dat voor het merendeel (niet allemaal) +vanuit een christelijke overtuiging. Ze deden dat om levens te redden, niet om +de kinderen tot een ander geloof over te halen. Gold dat ook wat betreft de +pleeggezinnen? Ik denk dat men altijd, om te beginnen, een kind opnam om een +leven te redden. Daarna heeft men soms - soms ook niet - geprobeerd het eigen +geloof uit te dragen. +Jack Aldewereld (al eerder genoemd) werd opgenomen door een echtpaar zonder +kinderen. Toen na de oorlog bleek, dat zijn ouders omgekomen waren, is hij bij +de pleegouders gebleven. Hij werd door hen gereformeerd opgevoed, maar is altijd +vrijgelaten in zijn keuze. +"Flip Amsterdammer" vertelt daarentegen over zijn vroegere pleegvader: + +Hij heeft in 1975 of 1976 contact met mij opgenomen.(...) Het is een uiterst +openhartig gesprek geworden, omdat hij claimde dat hij mijn leven gered had, +wat dus waar is, en ik op die grond niet van het pad van Jezus had mogen afwijken. +Hij had dus ontdekt (...) dat ik een socialist was geworden en als godslasteraar +op het verkeerde pad was gegaan en hij vroeg mij op grond ervan dat hij mijn +leven gered had, terug te keren tot het ware geloof. Dat was een uiterst pijnlijke +toestand.[12.6] + +Ds. Pontier hield, zoals al eerder even aangestipt, in zijn huis Joden verborgen, +een familie van strikt orthodoxe opvattingen. Een van de zoons kreeg van ds. Pontier +een nieuw testament. Aan de andere kant werd er voor de onderduikers, die een +eigen gedeelte van het huis tot hun beschikking hadden en daar hun gebeden konden +verrichten, zo lang het mogelijk was kosjer gekookt. [12.71] Zo combineerde het +echtpaar Pontier blijkbaar de bereidheid om de overtuiging van de ander te +respecteren met het verlangen om eigen geloofsgoed aan die ander over te dragen. + +<154> + +Van de 250 kinderen die door de NV ondergebracht werden is er zelfs niet één in +de handen van de Duitsers gevallen. Maar september 1944 werd een inval gedaan - +min of meer bij toeval - in een landhuisje bij Nijverdal, waar Jaap Musch verbleef +met vier Joodse kinderen. Jaap vluchtte niet, om de kinderen de kans te geven weg +te komen en dat is hun gelukt. Hijzelf werd weggevoerd, zwaar gemarteld en - toen +hij desondanks niets losliet - in de nacht van 9 op 10 september vermoord. +Ook Joop Woortman is omgebracht, in Bergen Belsen. Ds. H.R. de Jong moest +(maart 1944) onderduiken na een overval van de SD op de pastorie in Venlo. Hij +raakte toen nog dieper betrokken bij het werk voor de LO en "Trouw". januari +1945 werd hij gevangen genomen en op 12 februari 1945 vermoord, nog geen 34 jaar +oud. Alle andere medewerkers van de NV hebben de oorlog overleefd. + +<155> + +13. DRIE ERVARINGEN + +a. Ader + +Het verhaal van mevrouw J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm, +[13.1] beleefde de ene herdruk na de andere en dat is geen wonder: het verhaal +vertelt op boeiende wijze hoe mensen ondanks hun angst - kwamen tot het helpen +van Joden. +Ds. B.J. Ader was Hervormd predikant te Nieuw-Beerta. Zijn vrouw had een Joodse +vriendin in Amsterdam en die schreef haar: "Kan ik niet een tijdje bij jullie +logeren? Ik ben in grote nood". Toen mevrouw Ader deze brief aan haar man liet +lezen, was die juist in een pessimistische bui en zei: "Daar heb je 't al.... +ik eindig mijn leven nog in een concentratiekamp" (91). Maar de vriendin mocht +wel komen, en na haar vele anderen. Over de twee honderd werden ondergebracht. +Verraad noodzaakte ds. Ader onder te duiken. Op korte termijn moesten toen dus +ook alle Joodse gasten van de pastorie elders worden ondergebracht. Mevrouw Ader +bleef. +Toen de overval kwam waren de vogels gevlogen, maar mevrouw Ader werd - ofschoon +in verwachting - meegenomen, evenals de hulp in de huishouding. Mevrouw Ader werd +verhoord door een inspecteur van politie die N.S.B.-er was. Tijdens een van de +verhoren zei ze: "U sprak gisteren over christen-zijn. Dat houdt in, dat volgens +onze overtuiging we bereid zouden moeten zijn om een mens die in nood is, te +helpen - wie het ook is. En als er daarom iemand bij ons kwam die vervolgd werd, +en in levensgevaar verkeerde en ons vroeg om bescherming, dan zouden we hem of +haar die geven, ten koste van onze eigen veiligheid" (25l). +Geen woord in de geest van: "we moeten hun zielen redden". +Maar van de bij hen ondergedokenen werden twee meisjes later gegrepen en naar +Westerbork gevoerd. Van daaruit vroegen ze vlak vóór hun deportatie naar Polen +- om bijbeltjes en die zijn toen aan hen gestuurd. +Mevrouw Ader werd kort daarop losgelaten, maar moest de pastorie uit; die werd +leeggeplunderd. Ds. Ader had zomer 1944, toen de geallieerden in Frankrijk snel +oprukten, het plan beraamd om - bij de nadering der bevrijders - het kamp Westerbork +te overvallen en de gevangenen te bevrijden. Twee gedeserteerde Duitse soldaten +hadden hem daartoe hun uniformen gegeven. Het plan werd verraden. De twee Duitsers +zijn onmiddellijk terechtgesteld. + +<156> + +foto 18 a + b ds B.J. Ader en zijn vrouw J.A. Ader-Appels + +Ds. Ader werd op 23 juli 1944 gevangengenomen. Tijdens zijn gevangenschap schreef +hij enkele aangrijpende gedichten. [13.2] Op 20 november 1944 werd hij in de +bossen bij Veenendaal gefusilleerd. + +b. Dobschiner + +Mevrouw Ader toonde nergens de behoefte om aan anderen haar geloof op te dringen, +maar de verzetshouding en de daden van haar man en haar hebben ongetwijfeld grote +indruk gemaakt op hen die ze verborgen. Dat blijkt ook uit het boek van Johanna- +Ruth Dobschiner [13.3], die geruime tijd bij het echtpaar Ader ondergedoken is +geweest. + +<157> + +Zij wilde, strikt orthodox-joods opgevoed als ze was, de Joodse spijswetten zoveel +mogelijk blijven naleven en zag daarom af van het eten van vlees. Het feit dat ze +in een domineesgezin verbleef joeg haar angst aan: Ik had gehoord van nonnen, die +Joodse kinderen stalen om ze te redden uit de handen van de vijand. Dan werden zij +in de kloosters verborgen en later gedoopt. (...) Was mijn bezorgdheid ook maar +enigszins gegrond? Nog maar enkele ogenblikken geleden had ik Domie (Groningse +afkorting voor dominee; JMS) bewonderd om zijn zuiverheid, zijn eerlijkheid. Nee, +hij kon daar niet bij horen. Hij was geen non of priester. Hij was een gewoon mens, +nee, een buitengewoon mens. Ik zou hem vertrouwen, zelfs al was hij een dominee"(134). +Toen de overval dreigde en alle onderduikers naar een andere schuilplaats moesten +worden overgebracht, zat iedereen in spanning te wachten op het moment waarop er +iemand zou komen om hen af te halen. Mevrouw Ader ging aan de piano zitten; zij +speelde haar eigen kerkliederen. Haar twee neefs (ondergedoken studenten) zongen +mee. "Wij meisjes luisterden en een paar van ons volgden de woorden in het +gezangenboekje". De schrijfster vertelt dan hoe zij "Frans" (haar onderduik-naam), +wel zin had om mee te zingen, maar "Welk een vriend is onze Jezus", dat ging +natuurlijk niet; dus ze zong: "Welk een vriend is onze Mozes" (173). + +Foto 19: Johanna Ruth Dobschiner als verpleegster op 17 jarige leeftijd + +<158> + +Tenslotte vond "Frans" een nieuwe schuilplaats in Limburg waar ze, najaar 1944, +door de Amerikanen bevrijd werd. "Toen ik bijna zes weken naar de dorpskerk was +geweest, vond ik, dat de tijd gekomen was lid te worden. Ik maakte een afspraak +met de predikant voor een gesprek." Eerst vonden hij en zijn kerkenraad het maar +vreemd (ze had niet eens catechisatie gehad!), maar tenslotte hadden ze geen +bezwaar: ze deed reeds de daarop volgende zondag belijdenis, en werd gedoopt. + +c. Houwaart + +Totaal anders ' waren de levensloop en ervaringen van Dick Houwaart, zoals hij +die beschrijft in Verduisterde bevrijding. [13.4] Formeel gezien hoort hij +in dit hoofdstuk niet thuis, want hij is nooit ondergedoken geweest in de +letterlijke - wel in de figuurlijke zin. Die ervaring beschrijft hij als volgt: +"De Jood, die de christelijke glans gebruikte om zijn Jood-zijn te verbergen". +Houwaart vervolgt dan: "Het is de omgekeerde weg van de jodin, die een boek +schreef over haar overgang naar het christendom in oorlogstijd. Een Anneke +Beekman in pais en vree. Maar hoe kan een overgang in oorlogstijd ooit een +vrijwillige zaak zijn? Hoe kan een mens vrijwillig besluiten christen te worden, +als zijn leven wordt bedreigd? Als zijn ontvangers hem voorhouden dat het kruis +hem zal redden. Wie zal de peilloze angsten, de psychische druk, de ijver van de +omgeving weerstaan, als het er om gaat het vege lijf te redden?" Aldus Houwaart. +We menen dat, als Houwaart op het hierboven genoemde boek doelde, hij het niet +voldoende grondig gelezen heeft en onnauwkeurig weergeeft; zo vond "de overgang +naar het christendom in oorlogstijd" van Johanna-Ruth Dobschiner plaats na haar +bevrijding en vernemen we niets over "psychische druk, de ijver van de omgeving". + +<159> + +Blijkbaar is Houwaart pas later tot de ontdekking gekomen, hoezeer men bij het +nemen van belangrijke beslissingen geleid kan worden door angst: "Hoe onwaarachtig +was mijn gedwongen doop in de roomse kerk.(...) Het was pure angst. Het was de +doodsangst van een moeder voor haar kinderen en zichzelf. Nog was zij niet aan de +beurt, maar zij wist met een Joodse zekerheid dat haar dag en die van haar kinderen +zou komen. Daarom zocht zij de tijdelijke veiligheid van de roomse kerk" (19-20). +Gedoopt in de Rooms-Katholieke, maar later overgegaan naar een Protestantse - naar +ik vermoed de NH - kerk: "Het protestantisme overspoelde mij als een lauwe golf +veiligheid" (66). Behoefte aan veiligheid en daarom "oorlogs-christen" geworden +en enige tijd gebleven. Houwaart verwijt dat niet zijn moeder aan wie hij zijn +boek opdraagt, wel zichzelf. +In gedachten voert hij een gesprek met een omgekomen familielid waarin hem "verraad" +verweten wordt (36). En later bekent hij: Ik heb al verteld, dat ik duizenden malen +nee zei tegen het Jood-zijn. Ik aarzelde om het te zeggen. Omdat ik bang was. Ik +wilde mij verbergen voor de bordjes ('Verboden voor Joden'). Voor de razzia's. +Voor het halen"(50). +In 1973 keerde Houwaart terug tot het Jodendom. Hij had afgerekend met zijn "oorlogs- +christen" zijn. + +<160> + +14 WAAROM HIELP MEN Joden? + +a. Dominee, boer, dominee + +Hij was 56 jaar oud en stond al 27 jaar in zijn tweede gemeente, Heerlen. We +hebben hem al eerder ontmoet - met zijn hulp begon de NV Joodse kinderen onder +te brengen in Limburg: ds. G.J. Pontier. Met vrouw en 4 kinderen bewoonde hij +een vrij klein huis. Het merendeel van zijn gemeenteleden werkte in de mijn; +velen waren uit Friesland of Drente afkomstig. In Limburg stichtten ze een eigen +kerk en een "school met den Bijbel". Het was een Protestants eilandje in een Rooms- +Katholieke omgeving. +Dicht bij hen woonde de familie Silber: man, vrouw en vier kinderen (twee andere +kinderen hadden kans gezien te emigreren naar het toenmalige Palestina). Joden, +gevlucht uit Polen waren het. Eerst was er nauwelijks contact tussen de twee +gezinnen. +Maar eens sprak ds. Pontier een van de jonge Silbers aan op straat en zei: "als +jullie in nood komt, kom dan bij ons." Aldus de oudste dochter Pontier. [14.1] +Al spoedig kwam inderdaad de nood aan de man: de 3 zoons werden opgeroepen. Eerst +leek de pastorie niet meer dan twee gasten te kunnen herbergen; dus meldde zich +een van de zoons en werd gedeporteerd. Hij heeft de oorlog desondanks overleefd. +Mevrouw Pontier heeft er een heftig schuldgevoel over gehouden: "waarom kon hij +er niet bij?" +Kort daarop moesten ook de andere Silbers zich melden en zij vonden eveneens een +schuilplaats in de pastorie. Er werd toen ruimte geschapen. De oudste dochter van +het gezin Pontier ging iedere nacht bij de buren slapen. Het gezin Silber kreeg +de zolder als slaapvertrek en de studeerkamer als zitkamer. "Waar maakte Uw vader +dan zijn preken?", vroeg ik. "Beneden; daar was zijn bureau heengegaan. Dan gingen +de schuifdeuren (van de kamer en suite) dicht en dienden de kinderen zich stil +te houden". + +Het gezin Silber was orthodox-joods. Geheel op eigen terrein kon men de gebeden +dus blijven verrichten. Een enkele keer keken de kinderen Pontier om de hoek en +bewonderden de gebedsmantels. Mevrouw Pontier bereidde het eten en zorgde ervoor +dat het kosjer was, "zo lang als dat mogelijk bleek". Mevrouw Pontier was het ook, +die op haar fiets de gemeente introk om plaatsen te zoeken voor "de kinderen van +de NV". + +<161> + +foto 20 (Het gezin Pontier-Wartena; foto omstreeks 1938) + +Op 6 november 1943 kwam de SD ds. Pontier arresteren: hij had een jongeman die +de (nationaal-socialistisch getinte) Arbeidsdienst in moest, helpen onderduiken. +Merkwaardigerwijs hebben ze de dominee meegenomen zonder verder huiszoeking te +doen: zo ontkwamen de Silbers. Ds. Pontier werd drie dagen vastgehouden in het +huis van bewaring te Maastricht en toen overgebracht naar de cellenbarakken te +Scheveningen. Op 17 mei 1944 werd hij vrijgelaten, nadat hij beloofd had, geen +onderduikers meer te zullen helpen. Met die belofte had hij het wel een beetje +moeilijk, maar hij heeft het toch maar beloofd want, zo dacht hij: "het is mijn +vrouw die het meeste werk doet op dit gebied". +Mijn laatste vraag in het gesprek met zijn dochter was: "Waarom hielp Uw vader +de familie Silber, ofschoon hij die toch nauwelijks kende?" Het antwoord was: +"Hij zag de Joden als het uitverkoren volk; daarom vond hij dat wij hen behoorden +te helpen ondanks de gevaren - en daarom hadden ze bij hem een streepje voor, +vergeleken bij andere onderduikers." + +<162> + +<163> (foto 21 van Oom Hannes - Johannes Boogaard Jr. + +Nu was de opvatting dat de Joden nog steeds het uitverkoren volk zijn (het +"Verbondsvolk") in die tijd allerminst gemeengoed onder Gereformeerde predikanten. +Eerder, zo menen we, vond men die gedachte onder gemeenteleden. Een hunner was +Johannes Bogaard, een keuterboertje in de Haarlemmermeer. [14.2] We noemden +hem: "oom Hannes". Zijn vader is in de oorlog omgekomen; ook een broer, ook een +zoon. De familie was onvermoeibaar in het onderbrengen van Joden. L. de Jong +besteedt uitvoerig aandacht aan hen en aan hun ondernemingen. [14.3] +Toen "oom Hannes" de eerste keer bij ons aanbelde, heeft schrijver dezes hem +niet binnengelaten, maar hem gevraagd na een half uur terug te komen. Ik vond +hem er nl. onguur uitzien en vertrouwde hem niet. Toen hij terugkwam, zag mijn +zuster hem en haar reactie was anders dan de mijne. Ze schreef later in haar +dagboek: "Oom Hannes bij ons geweest. Ik kwam terug van een boodschap en zag +hem voor de deur staan: hij had net gebeld. En meteen wist ik dat dit nu oom +Hannes was, al had ik hem nog nooit gezien. 'Van buiten zwart, van binnen rein', +zeggen zijn logés." +Achteraf spijt het me dat we toen nooit met hem gepraat hebben over de vraag: +"Waarom doet men in de oorlog de dingen die men doet?" Een van de onderduikers +van toen wees me evenwel op een boek over het verzet in en om de Haarlemmermeer. +Daarin vinden we: + +De Boogaards hebben altijd de onderdrukten en hongerenden geholpen. Na de Eerste +Wereldoorlog hadden ze Hongaarse kinderen in huis. Nederland had altijd onderdak +aan de Joden en andere ontheemden verstrekt. Dat hóórden we ook gewoon te doen, +vonden de Boogaards. De voornaamste reden daarvoor vonden ze in de Bijbel: 'De Joden +zijn Gods uitverkoren volk.' 'En de Duitsers horen hier niet', voegden ze er dan aan +toe (75). + +En even verder horen we wat er gebeurde tijdens de tweede overval op de boerderij: +"Elf mensen uit de kelder werden gepakt. (...) De oude Hannes, toen al 77, wilde de +mensen niet laten gaan. Met de Bijbel in zijn handen bezwoer hij de politiemannen, +dat zij de Joden niet mochten oppakken. 'Ze zijn Gods uitverkoren volk.' 'je houdt +je smoel of je gaat ook mee', schreeuwden ze. 'Ik ga mee,' zei de oude Hannes en +hij ging mee."(84). + +<164> + +foto 22 Ds . C. Kapteyn Dzn. (1895-1965) + +Een derde voorbeeld was de Amsterdamse ds. C. Kapteyn, collega van de al vaker +genoemde ds. J. van Nes. Hij werd wegens hulp aan Joden gevangen genomen en +verhoord door Sachbearbeiter Nagel. Deze vroeg Kapteyn, waarom hij Joden geholpen +had bij het onderduiken. + +En het antwoord was, dat Christus ons dat geleerd heeft en dat deze bijzonder +aangedrongen heeft op barmhartigheid voor de Joden. Ds. Kapteyn las uit zijn +bijbel voor Romeinen 11:30-32. +De heer Nagel antwoordde niets, maar liet het door ds. Kapteyn gezegde, met het +Schriftbewijs erbij, kort in de protocollen invullen. Toen verder aan ds. Kapteyn +gevraagd werd, waar de door hem geholpen Joden waren, zei hij, dat hij dat niet +kon zeggen. En het tot grote verbazing van ds. Kapteyn gegeven wederwoord was: +"Als ik op uw standpunt stond, dan vertikte ik het ook, om het te zeggen." +En aan de typiste werd gedicteerd voor het protocol: "Wo diese Juden sind, kann +ich nicht sagen". [14.5] + +<165> + +Het frappeert me dat de niet-kerkelijke geschiedschrijvers met geen woord reppen +van dit motief om Joden te helpen: "Gods uitverkoren volk" of "het oude Bondsvolk" +of een soortgelijke uitdrukking. Ook L. de Jong zegt wel: "Wat de gereformeerden +aangaat, verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de +bevolking vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers +geherbergd hebben." [14.6] De vraag evenwel, wat voor dat herbergen het motief +zou kunnen geweest zijn, wordt door hem niet behandeld. +Een uitzondering op de regel van dit niet noemen van het "Gods volk-motief' is +het onlangs verschenen De altruïstische persoonlijkheid - Waarom riskeerden +gewone mannen en vrouwen kun levens om anderen te redden? Een citaat: + +Voor bepaalde gereformeerde helpers in Nederland hadden alle Joden een speciale +verdienste, los van de gedragingen of eigenschappen van individuen, want die was +hen geschonken door God zelf. + +Wat het Joodse volk betrof, werden wij opgevoed in een traditie waarin we geleerd +hadden dat het Joodse volk het volk was van de Heer. + +De belangrijkste reden is dat we wisten dat zij het uitverkoren volk Gods zijn. +We moesten hen redden. We vonden dat we dat moesten doen - en met die overtuiging +riskeer je dan alles. + +Zoals ik u al zei, we hebben altijd van het Joodse volk gehouden omdat het Joodse +volk Gods volk is. [14.7] + +Naast de specifieke ("de Joden zijn Gods volk") gold zeker niet minder ook de meer +algemene opdracht: "Heb uw naaste lief als uzelf." De naam van het gedenkboek van +het verzet in LO en LKP bedoelt te verwijzen naar die opdracht: "Het grote gebod." + +b. Angst + +Nu is met dit alles bepaald niet gezegd, dat een meerderheid van de Gereformeerden +metterdaad Joden geholpen heeft. In werkelijkheid heeft slechts een (kleine) +minderheid dat gedaan. De meerderheid liet het afweten, ook bij hen. +Op de vraag, waarom mensen het uitdrukkelijke voorschrift van hun geloofsovertuiging +soms (vaak!) naast zich neerlegden - terwijl "niet-gelovigen" dat gebod niet zelden +wél vervulden", kunnen verschillende antwoorden gegeven worden. Ongetwijfeld was +een belangrijke factor om géén Joden te helpen: de angst. Die kon men dan eventueel +verbergen achter een min of meer aannemelijke verontschuldiging. + +<166> + +Eens vroeg ik aan iemand - eigenaar van een grote, eenzaam gelegen boerderij - een +joods kind in huis te nemen. Zijn huisgenoten wilden wel, hij niet. Hij erkende het +eerlijk: "ik ben bang". De man was Gereformeerd ouderling en, ofschoon ikzelf +toentertijd allesbehalve godvruchtig was, achtte ik het gewenst hem de voor de +hand liggende duimschroeven aan te leggen. Dus hield ik hem voor dat, naar zijn +geloofsovertuiging, hij eens voor de rechterstoel van God verantwoording zou moeten +afleggen van wat hij nagelaten had; ook van het geen onderdak verschaffen aan een +joods kind. Ik vroeg hem of hij daarvoor niet banger was dan voor wat de Duitsers +bij eventuele ontdekking hem zouden kunnen aandoen. +Nog zie ik in gedachten het gezicht van de man voor me; hij zweette ervan. Maar +het antwoord was: je hebt gelijk; toch durf ik niet." Het ironische van het geval +is dat dezelfde man, aan het eind van de oorlog toen zijn dorp onder vuur lag en +men moest evacueren, niet te bang was om terug te gaan in een poging om wat huisraad +te redden. Dat heeft hem toen zijn leven gekost. +Inderdaad was men soms, hoe onlogisch het klinken moge, minder bezorgd over het +verliezen van lijf dan van goed. Na de slag bij Arnhem waren er nogal wat Engelse +militairen ondergebracht bij burgers op de Veluwe. Men wist bij ontdekking de +doodstraf te zullen krijgen, maar dat risico werd aanvaard. Toen evenwel bleek, +dat de Duitsers bij ontdekking niet alleen de heer des huizes fusilleerden, +maar ook zijn huis of boerderij verwoestten, zijn er een paar boeren geweest +die zelden: "Dat wordt me te kras; zoek een andere plaats voor die Engelsman." +Al eerder noemden we terloops hoe mevrouw Ader-Appels de pastorie moest verlaten +en hoe die werd leeggeroofd, vanwege de hulp door haar en haar man verleend aan Joden. +Zoiets was ook een harde klap, misschien harder dan we ons nu kunnen voorstellen. + +c. Om zielen te redden? + +Als een jood onderdook bij een christen, hielp de christen hem dan met de bedoeling, +hem te winnen voor het christelijk geloof? Die vraag kwam reeds zijdelings aan +de orde en dient hier nu uitvoeriger besproken te worden. + +<167> + +Duidelijk was de mening van een van de deelnemers aan een radio-uitzending van +IKON [14.8] die op een desbetreffende vraag uitsprak, dat "het laten onderduiken +soms ook een bijbedoeling had" en dat zij die lieten onderduiken dachten "dat zij +het instrument waren in Gods hand om de Joden te confronteren met hun Messias." +Ook verklaarde hij, dat "die diepste motivering eerder regel dan uitzondering was." +Nadat die mening in het dagblad Trouw' samengevat was als zou "meer dan de helft +van de christenen die Joden in hun huis deden onderduiken, dit uit bekeringsdrang" +gedaan hebben, nuanceerde hij evenwel zijn standpunt: "algemene uitspraken zijn +hier natuurlijk niet te doen." + +Krachtig wees de Hervormde emeritus-predikant G.C. Tromp (in Trouw, 15.6.1988) de +mening als zou men Joden in huis genomen hebben om ze te "bekeren", van de hand. +Hij sprak - als hulpprediker in de oude binnenstad van Amsterdam in de jaren +1943-1945 - uit eigen ervaring: + +Mij is geen enkel geval bekend van christenen die een Joodse onderduiker wilden +helpen 'uit bekeringsdrang'. Ik denk nu aan gezinnen die behoorden tot de +hervormde, de gereformeerde, de christelijke gereformeerde kerken en tot de +gereformeerde gemeente. Dat men aan onderduikers onderdak bood was vaak iets +dat men deed - met vrees en beven; maar men dééd het, om levens te redden. Men +deed het uit geloof zoals anderen het deden vanuit hun humanitaire overtuiging. + +Humoristisch (maar niet onjuist) is een andere opmerking van Tromp: + +Men kan ervan overtuigd zijn dat mensen die in de oorlog ondanks de struggle +for life, een 'bekeringsdrang' in zich voelden, volop gelegenheid vonden die +drang zonder risico uit te oefenen. Er waren tal van Nederlanders, die niet het +christelijk geloof beleden. Men kon vrijuit met hen spreken, zonder het risico +in een concentratiekamp terecht te komen. Daarom is het onbegrijpelijk dat er +mensen geweest zouden zijn, die Joden in hun huis lieten onderduiken uit +bekeringsdrang. + +Ds. Tromp vond dat "op deze wijze de eer en de goede naam van christenen die +onderduikers in hun gezin opnamen, wordt aangetast", en achtte het gevaar van +geschiedvervalsing aanwezig. +Wij zijn, met ds. Tromp, van mening dat bekeringsdrang nimmer de reden is geweest +om Joden als onderduikers in huis te nemen, in een tijd toen het verlenen van +hulp aan Joden ernstig gevaar voor schade aan lijf en goed met zich mee bracht. + +<168> + +Men dient zich evenwel, ter beoordeling van de problematiek, in te denken wat +er gebeurde wanneer een Joodse man, vrouw of kind onderdook bij een christelijk +(laten we aannemen: een Gereformeerd) gezin. Dat was voor beide kanten een soort +culturele schok. Zelden was het gastgezin gewend om intensief met "andersdenkenden" +om te gaan; het was nog de tijd van de "verzuiling". Voor de gast was de schok +nog groter. +Het gezin had een vast patroon wat betreft de beleving van het geloof- op zondag +ging men tweemaal naar een kerkdienst; door de week gingen de opgroeiende kinderen +naar de catechisatie (kerkelijk onderricht) en naar de -eveneens kerkelijk +georiënteerde - jeugdvereniging. Dat alles ging de onderduiker nog grotendeels +voorbij; al werd er in vele gezinnen thuis nagepraat over de preek en werd er +bij de jeugd geïnformeerd naar wat er besproken was op catechisatie of +jeugdvereniging. Maar - tenzij men een gedeelte van het huis apart kon bewonen +(de Silbers bij Pontier) het dagelijks huiselijk bedrijf ging de onderduiker +allerminst voorbij. In de meeste gevallen zat hij met het gezin aan de etenstafel +en hoorde zodoende driemaal daags lezen uit de Bijbel, en zesmaal daags een hardop +uitgesproken gebed. +Soms zal de onderduiker geboeid zijn geweest door de krachtige woorden waarmee +in het gebed gevraagd werd om Gods bescherming voor de verdrukten, alsook om de +ondergang van de verdrukkers. Maar dat werd gevraagd "in Christus' naam", en dat +zal hem een minder behaaglijk gevoel gegeven hebben. Of, sterker, hij of zij +voelde zich miserabel. +Anne de Vries vertelt, in De levensroman van Johannes Post: + +In de boerderij staat de tafel gedekt. Spoedig dampt een warm maal op de schalen. +De Joden scharen zich om de dis. Johannes gaat voor in gebed. Hij neemt geen blad +voor zijn mond. Ofschoon hij gaarne de gevoelens van anderen ontziet, in zijn +gebed moet hij oprecht en openhartig zijn. "Here, wij danken U, dat Gij ons bewaard +hebt en dat Gij deze levens aan het woeden van de vijand hebt ontrukt. Wil deze +vervolgden een Vader en Beschermer zijn, om Christus' wil, die ook hun Messias is, +al erkennen ze Hem nog niet..." [14.10] + +Men nam - het zij nogmaals beklemtoond - Joden in huis om levens te redden, niet +om ze te bekeren. Toch ligt het voor de hand dat, als ze eenmaal in huis waren en +men elkaar beter ging kennen, de gedachte kon opkomen: "wat zou het fijn zijn als +onze huisgenoot 'het heil in Christus' vindt." Men had als kind al op de catechisatie +uit het hoofd geleerd, dat er "bij niemand anders (dan bij Jezus) enige zaligheid +te zoeken of te vinden is" (Heidelbergse Catechismus, zondag 1l). + +<169> + +We achten een dergelijke hoop op zichzelf respectabel. Ieder, die de eigen geloofs- +overtuiging ervaart als iets waardevols, zal het verlangen kennen om dat waardevolle +met een ander te delen. Zowel de bereidheid om een mensenleven te redden en daarbij +groot persoonlijk risico te lopen, als ook het verlangen om de ander tot geloof te +brengen, kónden voortkomen uit dezelfde bron: oprechte naastenliefde. +Bovendien, niemand was zijn leven zeker; de helper evenmin als de geholpene. Als +alles tegenliep, en een laatste, bittere werkelijkheid aanvaard moest worden, dan +bleek de wetenschap dat die ander - hetzij jood of niet-jood - tot geloof was gekomen, +een geweldige troost. Dat heb ik gezien, toen onze vriend Lodewijk van Duuren - +samen met de anderen van de z.g. Trouwgroep - augustus 1944 door de Duitsers +gefusilleerd was en zijn ouders kort daarop zijn afscheidsbrief kregen. +Welnu, het lag voor de hand dat, als er een onderduiker -jood of niet-jood - bij +een meelevend-christelijk gezin ondergebracht was en hij na verloop van tijd +belangstellende vragen naar hun geloof begon te stellen, hem dan met genoegen +antwoord gegeven werd. +Schrijver dezes is van mening, dat "verantwoording afleggen van de hoop die in +ons is" (1 Petrus 3:15) geen verwerpelijke zaak behoeft te zijn, vooral indien +men bedenkt dat Petrus erbij zei: "aan al wie u rekenschap vraagt." En indien, ten +tweede, aanvaard wordt dat de ander eveneens het volste recht heeft om op zijn beurt +mij te confronteren met zijn - van de mijne afwijkende - geloofsovertuiging. +Ten derde dient bedacht te worden - en hier juist wrong soms de schoen - dat een +uitwisseling van wederzijdse overtuigingen alleen op een zuivere manier kan +plaatsvinden indien beide gesprekspartners op basis van gelijkheid spreken; met +andere woorden: als niet de een over de ander macht uitoefent of zelfs maar +probeert uit te oefenen. Men kan de ruimte van de ander op allerlei manieren +inperken, ook door verbaal geweld of psychische druk. Terecht heeft Dick Houwaart +op dit gevaar gewezen. Een machtspositie kan verankerd zijn in de situatie, zelfs +op een manier waarbij de betrokkenen zich de ongelijkheid op het moment niet eens +realiseren. + +<170> + +Een onderduiker was van het gastgezin afhankelijk voor de redding van zijn leven, +en bovendien voor het dagelijks levensonderhoud. Van die afhankelijkheid - en de +consequenties daarvan voor de omgang met elkaar - is zich niet iedere gastheer +en gastvrouw bewust geweest. En dan spreken we nog niet eens over een kwalijke +uitschieter als waarvan "Flip Amsterdammer" vertelde (zie hierboven, hfdst. 12). +Wie een geloofsovertuiging bezit, mag die (proberen) uit (te) dragen; maar wie +daarbij de ander niet de ruimte laat (ook de ruimte tot besliste afwijzing) en +geen - of te weinig - besef heeft van de corrumperende invloed die macht kan +hebben op menselijke relaties, die loopt gevaar te spreken en/ of te handelen +op een manier die we in strijd achten met de bedoeling van het evangelie. In +die zin zijn er ongetwijfeld fouten gemaakt. +L. de Jong schreef: "Die 'Jodenzending' (begrijpelijk en goed bedoeld, maar, +naar ons oordeel, onzuiver omdat zij zich op afhankelijke mensen richtte) heeft +niet veel succes gehad". [14.11] +Vermoedelijk ging het, in een christelijk gezin met Joodse onderduikers, nog het +beste als de Joodse gasten orthodox waren. Dan herkende men in het geloofsgoed +van elkaar veel van het eigene: het hele Oude Testament (Tenach); vooral de Psalmen. +Zo vertelt Corrie ten Boom, toch een geducht evangeliste, hoe de orthodoxe Meier +Mossel (later "Eusie" - naar Eusebius - genoemd) bij hen onderdak vond. Vader +Ten Boom zei al gauw, na de eerste kennismaking: Ik zou het een eer vinden, als +u ons vanavond (uit de bijbel) wilt voorlezen". En Meier ging staan, zette zijn +gebedskapje op en las het aan de beurt zijnde hoofdstuk (uit Jeremia). En toen +Kerstmis naderde: + +In. Béjé, (de Barteljorisstraat in Haarlem) moesten we niet alleen Kerstmis +vieren, maar ook Chanoeka, het Joodse "Feest van de Lichten". Betsie vond een +Chanoeka-kandelaar tussen de schatten die achter de kast van de eetkamer waren +opgeborgen en zette die op de piano. Elke avond staken we een kaars aan, terwijl +Eusie de geschiedenis van de Makkabeëen voorlas. Dan zongen we melancholieke +woestijn-muziek. We waren op die avonden allemaal erg joods. [14.12] + +<171> + +Een bevriend echtpaar vertelde: "We woonden toen in Den Haag. De Joodse +onderduikster die bij ons in huis kwam was orthodox. De eerste vraag die ze +stelde was: 'Waar ligt Jeruzalem?', want in die richting wilde ze bidden. We +hebben maar in de richting van Wateringen gewezen". Dat bidden werd gerespecteerd. +Maar wanneer de Joodse gast niet gelovig was, nam men het recht dat toch ook hij +of zij op eigen opvattingen had, soms minder serieus en achtte veeleer als het +ware een vacuüm aanwezig; een gat in de markt, dat gevuld diende te worden. + +Dat wil nog niet zeggen, dat men zijn medemens op een agressief-getuigende manier +tegemoet trad. Eerder was - en is - men in orthodox-protestantse kringen, waar het +om geloofszaken gaat, geremd in het spreken. +Als voorbeeld moge dienen de bekende "oom Hannes", de boer uit Nieuw-Vennep die +we al eerder noemden. Hij kwam geregeld bij ons thuis en hoorde dat ik me in +kerkelijk/godsdienstig opzicht afwijzend opstelde; dat speet hem kennelijk, maar +hij heeft geen poging gedaan, me tot een ander inzicht te brengen. Toen hij evenwel, +een twintig jaar later, ons in Israël bezocht, vond hij het fijn dat ik na de oorlog +theologie was gaan studeren en predikant geworden was. Toen werd er uiteraard ook +over het geloof gesproken; niet tijdens de oorlog. +Niet tegen mij, evenmin tegen zijn onderduikers, zo vernam ik van een hunner. Al +zou hij, denk ik, hen graag het geloof gegeven hebben, als hij dat gekund had. Maar +dat kan niemand. Trouwens, hij was er niet alleen de man niet naar om te +"evangeliseren", maar bovendien werd hij zeer in beslag genomen door het zoeken +naar onderduikplaatsen, het voorzien in de behoeften van distributie kaarten, +persoonsbewijzen enz. +Zijn vader, Hannes Sr., getuigde wél: zowel tegen Joodse onderduikers alsook tegen +de Duitsers. Het heeft hem zijn leven gekost. +Ook iemand als N.H. de Graaf (zie hierboven: hfdst. 2, c) was ervan overtuigd, dat +het evangelie voor alle "volkeren en rassen" bestemd is: "Want allen hebben als +waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en vergeving in Jezus Christus evenzeer +nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals ikzelf slechts uit die genade leven +en sterven kan." +Men kan het met die overtuiging eens zijn of niet - dat staat ieder vrij - maar +ook indien met het er niet mee eens is, dan nog verdienen mensen als De Graaf +en de oude Hannes Boogaard [l4.13] mijns inziens ons respect. We achten het +bovendien kwalijk, wanneer het "bekerings-motief" gebruikt wordt om een karikatuur- +beeld te schetsen van wat de gastgezinnen van Joodse onderduikers bewoog om hen +in huis te nemen. + +<172> + +DEEL III: NA DE OORLOG + +15. VOETANGELS EN KLEMMEN + +Allereerst bespreken we nu enkele factoren die van invloed kunnen zijn op Iemands +beoordeling van de houding van kerken en christenen tijdens de tweede wereldoorlog. + +Het valt op dat niet alleen de historicus, maar ook - misschien mag men zeggen - +de doorsnee-Nederlander vaak een vrij duidelijk omlijnde mening heeft over het +onderwerp dat ons bezighoudt. Dat blijkt telkens, bijv. uit "Ingezonden brieven" +in diverse kranten. Over het algemeen is men van oordeel dat de kerken gezwegen +hebben, met name als het gaat om de Rooms-Katholieke Kerk. In de Inleiding noemden +we al twee uitspraken die een aantal jaren geleden gedaan werden. Om een meer +recente stem te laten klinken, Micha Kat schreef in de Volkskrant (19.8.1989): + +De katholieke kerk heeft, zonder twijfel uit angst dat ze de hele hand zouden +pakken, nooit een vinger voor de Joden uitgestoken toen ze door de nazi's werden +uitgeroeid; ze heeft in die periode het nazi-regime zelfs niet veroordeeld (en +ook dat geven ze nu nog niet toe); ze heeft haar aanhang nooit opgeroepen de +Joden bij te staan, et cetera. + +Voor wie weet heeft van antisemitische uitspraken en daden, in de loop der eeuwen +bedreven door leiders der kerk, voor wie bovendien persoonlijk geleden heeft +en/of familieleden weggevoerd zag worden naar een vernietigingskamp, is het +uiterst moeilijk om te geloven dat niet slechts enkele "rechtvaardigen uit de +volkeren", maar ook de kerken in Nederland, met inbegrip van de Rooms-Katholieke +Kerk, hun stem publiekelijk verheven hebben tegen de Jodenvervolging tijdens de +tweede wereldoorlog. +Toch ontbreekt het, zoals we nog zullen zien, niet aan (ook Joodse) historici, +die het protest van de kerken uitdrukkelijk genoemd hebben. +De voetangels en klemmen op de weg naar een evenwichtige evaluatie zijn velerlei. +Indien men zelf betrokken geweest was bij het verzet der kerken, lag het gevaar +voor de hand dat men gemaakte fouten probeerde goed te praten. + +<177> + +Twee andere factoren die het oordeel - ook van de direct-betrokkenen - beïnvloedden, +waren: 1e het (eventueel: hernieuwde) besef hoe erg de ramp geweest was: dat het +om niet minder dan de sjoa ging; en 2e hun godsdienstige opvattingen. + +De godsdienstig meelevende Protestant beleed dat "ook onze beste werken in dit leven +alle onvolkomen en met zonden bevlekt zijn" (Heidelbergse Catechismus, zondag 24). +En wat er aan goeds gedaan is, dat is Gods werk in ons en door ons-, Gods genade, +geen verdienste. Alle eer aan God! +Een typerende uitspraak: "De hulpverlening - niet alleen in ons gezin, maar door +veel meer Nederlandse mensen - was een geloofsdaad. Wij waren alleen werktuigen +bij haar redding. Zoals ik het zie was het niet mijn werk - het was Gods werk".' +Bovendien nam men, als het goed was, de radicaliteit van het Goddelijk gebod tot +naastenliefde serieus: een christen behóórde zijn leven in te zetten voor de +medemens. +Gemeten naar die maatstaf heeft welhaast iedereen gefaald tijdens de tweede +wereldoorlog. Terecht zei dr. W. Banning: "Als de kerk voor honderd procent de +geloofsgehoorzaamheid had opgebracht, zou er geen dominee of pastoor het levend +hebben afgebracht. [15.2] +Zij die niet al te zeer gefaald hadden, zullen zich bovendien het bijbelwoord +herinnerd hebben: "Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, +zeggen: Wij' zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan wat wij moesten doen" +(Lucas 17: 10). + +Beide factoren - het hernieuwd besef hoe groot de ramp was geweest en zijn +godsdienstige overtuiging - zullen bij ds. Buskes meegespeeld hebben toen hij +voor het weekblad Hervormd Nederland het boek van J. Presser, Ondergang, besprak: +"Mij werd weinig tijd gegeven, zodat ik de elfhonderd bladzijden van de twee delen +in één ruk gelezen heb. Ik wist veel. Dat dacht ik tenminste. Toen ik diep in de +nacht het boek uit had, wist ik, dat wij het nog op geen stukken na weten en dat +ons volk voor het grootste gedeelte het nog helemaal niet weet. Ik was er kapot van. +Ik voelde mij' ziek, lichamelijk en geestelijk geschonden." [15.3] +Later in zijn artikel zegt hij dan: + +<178> + +Maar laat ik niet voortgaan. Het windt me te veel op. Ook vanwege eigen falen. +Waarom heb ik niet feller gevochten dan ik deed voor wat ik zag als 'de heilige +plicht' van de kerk? Waarom ben ik op alle mogelijke onwezenlijke redeneringen +ingegaan? Waarom heb ik mij laten verleiden - ja, verleiden - tot compromissen? +Waarom heb ik niet gezegd: zo spreekt de Heer? Het is een pijnlijke zaak, ook +voor hen van wie men, zoals van mij, zegt dat ze zich goed hebben gehouden. +Het gaat er immers maar om, welke maatstaf men aanlegt. + +"Het gaat er maar om, welke maatstaf men aanlegt. " Inderdaad. +De maatstaf van ds. Buskes was een heel andere dan die van Abel Herzberg, toen +hij eens tegen me zei: Ik verwijt het niemand als hij geen Joden verborgen heeft, +want ik weet niet of ik het zelf gedurfd zou hebben". +Sommige scribenten over de tweede wereldoorlog lijken te schrijven vanuit de eigen +rustige en veilige studeerkamer, zonder iets te beseffen van de angst en de pijn +van toen; zonder zelfs maar te proberen, zich in de situatie van toen te verplaatsen. +Het moet erkend worden, dat dat een uiterst moeilijke opgaaf is. +Zo dient men zich bijvoorbeeld te realiseren: nu weten we dingen die toen niet +bekend waren, en wij kunnen de kennis van wat er in Auschwitz gebeurde, niet uit +onze herinnering wissen. Toen hebben we soms iets ervan vermoed, dan weer van ons +af gezet. De eerder (hfdst. 9, f) geciteerde brief van Bep Blok aan ds. Buskes was +typerend voor velen: In het land waar ze komen hebben ze het niet slecht, dat weten +we positief. " Zou ook ds. Buskes, toen hij dat las, het geloofd - of althans +gehoopt - hebben? + +De Duitsers gebruikten de wapens van bedreiging ("wie onderduikt en gepakt wordt, +gaat rechtstreeks naar Mauthausen"), verdeeldheid zaaien, en misleiding. [15.4] +De werkelijkheid was zo afschuwelijk, dat men lange tijd er niet aan wilde. Men +probeerde optimistisch te blijven en verdrong informatie die in strijd was met +dat optimisme. Totdat het afweermechanisme bezweek onder druk van de feiten, en +dan sloeg het optimisme vaak om in een verlammend pessimisme. Bijna iedereen was +toen min of meer "manisch-depressief": het ene ogenblik op de bergtoppen, het +volgende in een diep dal. +"Als bleek dat het ongelooflijke echt plaatsvond, begon het allemaal noodzakelijk +en onvermijdelijk te lijken". Aldus Michael R. Marrus. [15.5] Deze auteur en ook +L. de Jong [15.6] leggen uit, waarom velen de binnenkomende berichten over de +massamoord niet geloofd hebben. Een van de redenen was: men beschouwde die berichten +als "oorlogs-propaganda tegen de Duitsers". Dat gold voor velen buiten het door +de Duitsers bezette gebied, maar ook daarbinnen. + +<179> + +In het bezette gebied had men bovendien te kampen met de dagelijkse problemen: +kleding-, brandstof- en voedselschaarste; voor jongemannen de keus om onder te +duiken dan wel gedwongen in Duitsland te gaan werken. Ook diegenen die leiding +aan de kerken dienden te geven hadden, in de persoonlijke levenssfeer, deze vragen +onder de ogen te zien. +Bovendien was de vervolging der Joden wel het eerste waartegen de kerken bij de +Duitse bezetter geprotesteerd hebben, maar niet het enige. Stappen, door de kerken +ondernomen, geven een indruk van wat er tengevolge van de bezetting aan andere +kwesties op hen afkwam: + + voorbede in de kerkdiensten voor de koningin; + arrestatie van predikanten; + muilkorving en daarna opheffing van de kerkelijke pers; + de jeugd moet lid worden van de Arbeidsdienst, waar ze in nationaal- + socialistische zin geïndoctrineerd werd; + vordering van kerkklokken; + deportatie van arbeiders naar Duitsland; + sluiting van het Nederlands Bijbelgenootschap; + alle kerkelijke conferenties verboden; + ter dood veroordelingen; + deportatie van studenten; + nationaal-socialistische opvoeding in christelijke scholen. + +Wie nu geroepen is om de situatie van toen te beoordelen, dient al deze aspecten +te overwegen. Er is een mooie Joodse spreuk, toegeschreven aan Hillel: "veroordeel +je naaste niet, eer je in zijn situatie komt."[15.7] Nu behoort de situatie van +toen - gelukkig - tot de verleden tijd en, als men Hillels spreuk absoluut neemt, +zou men niemands handelwijze van toen kunnen beoordelen en eventueel veroordelen. +Dat is uiteraard niet de bedoeling. Maar wel menen we, dat men althans moet proberen +zich in de situatie van toen in te leven, opdat het oordeel billijk zij. + +Wanneer ik, in de jaren zestig, in Israël een lezing over "de houding der kerken" +hield, heb ik mijn gehoor wel eens uitgenodigd, zich voor te stellen dat (de hemel +verhoede) het land Israël bezet zou zijn door een vreemde mogendheid (de Turken, +of de Chinezen) die een groot deel van de Joodse bevolking zou wegvoeren voor het +verrichten van dwangarbeid in het buitenland; dat het voedsel op de bon zou zijn +enz.; maar dat het eigen leven geen gevaar liep zolang men zich maar schikte naar +de voorschriften van de vijand. Dat een christelijke minderheid evenwel gedeporteerd +en vernietigd werd; dat christenen die onderdoken geen distributiekaart meer +ontvingen, dat hun identiteitskaart gestempeld werd met een grote C en dat ze een +geel kruis op hun kleding moesten dragen om hen te isoleren van de niet-christenen. + +<180> + +Dan vroeg ik: "Zoudt U, in zo'n situatie, bereid zijn een strenge straf te riskeren +om mijn vrouw, een van mijn kinderen of mijzelf te verbergen - ook al zien we er +erg 'arisch' uit en ofschoon U beseft dat U gevaar loopt verraden te worden, en het +nog grotere risico om gepakt te worden tengevolge van mensen die hun mond niet +kunnen houden? Zou de opperrabbijn bereid zijn publiekelijk te protesteren tegen +de anti-christelijke maatregelen, en opdracht geven om dat protest in alle synagoges +in de diensten op vrijdagavond en op zaterdag voor te lezen?" + +Nogmaals: oordelen - en eventueel: veroordelen - staat ieder vrij. Maar wie bereid +is tot een oefening als boven beschreven (die uiteraard niet alleen voor Israël +nuttig is), heeft een betere kans dat zijn oordeel fair zal zijn. + +<181> + +16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE + +Eindelijk capituleerde Duitsland en brak de dag van de bevrijding aan. De +onderduikers kwamen boven water. Het gewone leven kwam weer op gang. Geleidelijk +aan werden de verschrikkingen van de concentratiekampen in hun volle omvang bekend. +Slechts een klein gedeelte van de weggevoerde Joden kwam terug. +De eerste gedenkdag van de bevrijding werd op tal van plaatsen gevierd in +oecumenische kerkdiensten. Uit het gebed, behorende tot de liturgie voor deze +diensten, citeren we het volgende gedeelte: + +Met name gedenken wij de Joden, die meer dan de anderen hebben geleden, meer dan +de anderen zijn vernederd en gesmaad. Hun gezinnen zijn meedogenloos uiteengescheurd. +De vijand heeft getracht hen uit te roeien. Wij weten thans, dat honderd duizenden +koelbloedig en op de wreedste wijze zijn omgebracht. Hoor, o God, hoe het bloed, +dat in de aarde wegzonk, roept tot U in de hemel. [16.1] + +Al spoedig zond ds. J. van Nes een circulaire (gedateerd 1 juni 1945) aan alle +plaatselijke Gereformeerde Kerken met het volgende verzoek: + +Gij zoudt ons bijzonder verplichten, als gij een opgave zoudt kunnen doen van +het aantal Joden, dat ten Uwent ondergedoken is geweest, en ook van het aantal +Gereformeerden, waar aan Joodse personen onderdak werd verleend of waar Joodse +kinderen werden opgenomen. +En dan is 't voor ons van het grootste belang te weten, of er ook bijzondere +geestelijke contacten zijn gelegd tussen Joden en Gereformeerden ten Uwent +tijdens de oorlogsjaren. Voor alles, wat gij ons over de Joden en de Joden- +zending kunt meedelen, en ook het verkeer tussen Joden en (Gereformeerde) +Christenen, zullen wij U zeer dankbaar zijn. +Wij willen trachten, de gegevens daarover in 't hele land te verzamelen. Wij +houden ons aanbevolen voor een lijst van de adressen der Joden in Uwe gemeente, +want gij begrijpt wel, dat ons Joodse adressen materiaal geheel verouderd is. +[16.2] + +<182> + +Op dit verzoek kwamen veel antwoorden binnen. Men vindt ze, getypt op niet minder +dan 222 vellen, in het archief. [16.3138] Elk vel bevat een aantal antwoorden. +Sommige verslagen over de relatie met de voormalige onderduikers (naar mijn +schatting: verreweg de meeste) waren positief. Zo schreef iemand: "Mevr. R. was +een flinke, eerlijke huisgenote die steeds met genoegen is 'opgeborgen'. Tussen +haar en de familie T. is een hechte vriendschap gegroeid" (vel no. 16). + +Nu werd er in de eerder genoemde IKON radio-uitzending op 4 mei 1988 gezegd: + +De antwoorden, uit tientallen gemeentes over meer dan 1000 Joden, zijn onthutsend +te noemen. Joden die gedurende hun onderduiktijd geen interesse hadden getoond +voor het evangelie, worden afgeschilderd als lui, slecht, dom, halsstarrig. + +Bij navraag bleek me evenwel uit informatie, verstrekt door de samenstellers +van het betreffende programma, dat het niet om één, maar om verschillende brieven +ging waaruit men de woorden gehaald en daarna gecombineerd had tot één zin. Zelf +ben Ik erin geslaagd om een brief te vinden waarin het woord "halsstarrig" +inderdaad voorkwam. De andere woorden heb ik niet gevonden, maar ik zocht dan ook +naar een combinatie van de vier genoemde woorden. +Het komt me voor dat de combinatie suggestief is en een cumulatief effect heeft. +Ook is allerminst duidelijk, of -afgezien van "halsstarrig" - de woorden "lui, +slecht en dom" iets te maken hadden met het al of niet interesse tonen voor het +evangelie, zoals gesuggereerd werd. +In de uitzending werd in vervolg hierop gezegd: + +Ik denk: de Duitse propaganda had uiteindelijk toch zijn werk gedaan; het Duitse +vergif, het antisemitisme, dat na de oorlog in heviger mate aanwezig was dan voor +de oorlog. + +Naar mijn mening doet men met het trekken van deze conclusie de betrokkenen onrecht. +Men had - behalve het reeds genoemde - immers dienen te overwegen dat het, na een +moeilijke periode van - in veel gevallen - samenleven met te veel personen in een +beperkte ruimte, waarbij het gevaar bij ontdekking ernstige gevolgen zou hebben +vooral voor de onderduiker(s), maar toch ook voor het gastgezin, te verwachten +was dat er af en toe spanningen en irritaties zouden optreden en wel aan beide kanten. +Op grond van diverse positieve reacties op de circulaire van ds. Van Nes zou men +overigens ook een artikel kunnen schrijven (of een radio-uitzending kunnen +samenstellen) met als titel: + +<183> + +"Vriendschap tussen Gereformeerden en Joden, dankzij de onderduik." +Daarmee wil niet beweerd zijn, dat er géén antisemitisme bij Gereformeerden voorkwam +of voorkomt. Slechts zijn we van oordeel, dat het in de betreffende IKON-uitzending +niet is aangetoond. Daar komt dan nog bij, dat de betrokkenen veel op het spel gezet +hadden met het verbergen van hun Joodse medemens. Dat wil nog niet zeggen dat zij +immuun waren voor de bacil van het antisemitisme. Wel betekent het, dat men bij het +trekken van conclusies jegens hen extra zorgvuldig had dienen te zijn. + +Een totaal andere vraag (niet in de IKON-uitzending besproken) is, of het houden +van deze enquête correct was jegens degenen omtrent wie men de gegevens verzamelde. +We achten het incorrect dat informatie gevraagd en verstrekt werd over mensen die - +in een noodsituatie - afhankelijk waren geweest van anderen. We beschouwen deze +handelwijze - afgezien van de vraag of de verstrekte gegevens juist dan wel onjuist +waren - een inbreuk op de privacy waarop ieder mens recht heeft, en als zodanig te +betreuren. + +<184> + +17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR + +Na de oorlog verscheen al spoedig (in 1946) het bekende werk van H.C. Touw, +Het verzet der Hervormde Kerk (in twee delen). Het werk van Touw blijft onmisbaar +voor ieder die zich een oordeel wil vormen over de houding van de Hervormde Kerk +tijdens de tweede wereldoorlog. Toch oogstte zijn boek - behalve waardering - ook +forse kritiek. + +Daar was allereerst ds. J.J. Buskes, die aan Het verzet der Hervormde Kerk twee +artikelen wijdde; het eerste was waarderend, maar het tweede bevatte "enkele +kritische kanttekeningen" (In de Waagschaal, 5 september 1947). +Zoals hij gewend was, wond ds. Buskes er geen doekjes om. Zo schreef hij over +het besluit van de Hervormde Synode om het telegram van protest tegen de Joden- +deportaties niet voor te lezen: "Ds. Touw, die bezwaren heeft tegen het Synode- +besluit, tracht het toch zo veel mogelijk goed te praten en te verdedigen." +Ook wees ds. Buskes erop, dat prof. W.J. Aalders op de vergadering van het Convent +al tegen voorlezing van het telegram was, maar omdat alle anderen vóór waren, +"legde de Synode er zich bij neer, maar niet van harte. Toen kwam het verzoek +van Seyss-Inquart (om niet af te lezen) en willigde de Synode dit verzoek in." +Bovendien werd in de officiële mededeling over het niet-voorlezen van het telegram +die de Synode aan de predikanten zond, over het in gevaar brengen van de Joden- +Christenen niet gesproken. Aldus ds. Buskes. + +Ook H.M. van Randwijk had het een en ander af te dingen op de weergave van ds. +Touw. Hij deed dat in een brief aan deze (13 februari 1950), naar aanleiding van +Touws artikel geschreven voor Onderdrukking en Verzet over "Het verzet der +Hervormde Kerk". Touw accepteerde de door Van Randwijk voorgestelde correcties. +Wanneer Touws weergave in het artikel afwijkt van die in zijn eerdere boek, +verdient de weergave van het artikel dus de voorkeur (zie ook hierboven: hfdst. +4, noot 1). + +<185> + +Pas in 1949 verscheen: Opdat wij niet vergeten - De bijdrage van de Gereformeerde +Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het Nationaal-Socialisme +en de Duitse tyrannie. Uit de inleiding blijkt dat eerst anderen de opdracht +gekregen hadden, "maar tot hun leedwezen om velerlei oorzaak geen gelegenheid +vonden deze arbeid aan te vangen en derhalve van de hun opgedragen taak moesten +ontheven worden. " Daarop had ds. Th. Delleman, studentenpredikant te Groningen, +de synodale opdracht aanvaard en daaraan "met bekwame spoed" uitvoering gegeven. + +Ds. Delleman heeft de hulp verkregen van 16 medewerkers. Hoofdstuk IV ("Het Kerkelijk +Verzet") is geschreven door hemzelf, mr. dr. J. Donner, dr. J.J.C. van Dijk en +dr. A.A.L. Rutgers; de laatste drie hadden de Gereformeerde Kerken vertegenwoordigd +in het lnterkerkelijk Convent/I.K.O. In dit hoofdstuk worden de reacties van de kerken +op de anti-Joodse maatregelen slechts summier behandeld. Telkens wordt verwezen naar +hoofdstuk V: "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd". Dit hoofdstuk is geschreven +door ds. J. van Nes, toenmaals predikant te 's Gravenhage voor de zending onder +de Joden. Vanaf 1916 tot aan zijn dood in 1949 heeft hij deze speciale opdracht gehad. +Ds. Van Nes is nooit predikant van een gemeente geweest. +We weten niet, waarom men juist hem verzocht heeft dit hoofdstuk te schrijven. +Hij was, in tegenstelling tot de zojuist genoemde drie Gereformeerde vertegen- +woordigers in het I.K.O., wat het verzet der kerken betreft figurant geweest. +De protesten tegen de Jodenvervolging waren door anderen opgesteld. Ook de +moeizame onderhandelingen met de Duitsers - waarbij de vertegenwoordigers van +de kerken het risico liepen, gevangen genomen te worden - waren door anderen +gevoerd. Ook de vraag of men een protest al dan niet publiekelijk zou afkondigen, +werd beslist geheel buiten ds. Van Nes om. Wel had ds. Van Nes de namen ontvangen +van hen die als Christen-Joden golden en voor wie men op die grond vrijstelling +van deportatie vroeg. +We weten evenmin of er iemand - hetzij ds. Delleman, hetzij iemand anders - kritisch +naar de bijdrage van ds. Van Nes gekeken heeft, alvorens deze geplaatst werd. + +In zijn bijdrage schreef ds. Van Nes uitvoerig over de protesten tegen de Joden- +vervolging, de bordjes "Verboden voor Joden" enz. + +<186> + +Toch krijgt men bij het lezen van hoofdstuk V telkens de indruk, dat men een rapport +over de zending onder de Joden leest. De auteur gebruikt als bron dan ook veelvuldig +de drie-maandelijkse rapporten die hijzelf bij Deputaten voor de zending onder de +Joden had ingeleverd. +We memoreerden al eerder (hfdst. 9, b) dat, toen de Duitsers de uitzonderings- +bepalingen voor de Joden-Christenen iets verruimden, ds. Van Nes in zijn rapport +(9 september 1942) schreef: "Hoe is daardoor onder de Joden een getuigenis uitgegaan, +dat Christus de zijnen beschut. " Deze woorden maken deel uit van een citaat dat +uiterst triomfantelijk van toon is. Dat hele citaat nam hij uit zijn rapport aan +deputaten over in hoofdstuk V van "Delleman". +Maar even verder in datzelfde hoofdstuk moest hij, in het vervolg van zijn verhaal, +berichten: + +Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"- +verklaringen gevolgd is. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken, en +vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring der +kerk, die meenden daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden opgeroepen +en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop, naar het +Oosten van Europa.(...) En alle pogingen, die aangewend werden, om te komen tot +eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte bepalingen +bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds weggevoerden nog +terug te doen keren. [17.1] + +Blijkbaar heeft ds. Van Nes zich niet afgevraagd, of de eerste hierboven geciteerde +uitspraak heroverwogen diende te worden in het licht van latere ontwikkelingen als +beschreven in de tweede uitspraak. +Daarbij laten we dan nog de vraag maar onbeantwoord, of de boven geciteerde zin +("...dat Christus de zijnen beschut", in verband met de Duitse "concessies") wél +te handhaven ware geweest indien de Duitsers -hun gegeven woord" niet verbroken hadden. + +Later is er kritiek gekomen op diverse uitspraken van ds. Van Nes; daar kunnen +we inkomen. Zo kunnen we ons indenken, dat men bezwaar maakt tegen de stelligheid +waarmee ds. Van Nes bepaalde standpunten poneerde, bijv. dat de "heiligheden van +het Koninkrijk Gods" hooggehouden moesten worden, nl. door alleen een +"Angehörigkeits"-verklaring af te geven aan die Joden die er "recht" op hadden. + +<187> + +Nu waren er inderdaad (zoals reeds uiteengezet in hfdst. 9) gegronde redenen om +geen onjuiste verklaringen af te geven. Maar bij ds. Van Nes krijgen we de indruk, +dat hij meer oog had voor "de heiligheden van het Koninkrijk" dan voor de nood +waarin zij die om een verklaring vroegen verkeerden. +Opnieuw ergert men zich - en, zo menen we, terecht - aan de volgende van een +zekere voldoening getuigende opmerking: "De vaak maar heel vluchtige kennismaking +met het Evangelie, het op reis meegegeven bijbeltje, de hartelijkheid en het +medeleven in de uren van de diepste nood, dat alles heeft op velen indruk gemaakt +en sporen nagelaten." [17.2] +"Op reis" betekende deportatie. Hoe vaak heeft men "zielen" willen redden en geen +of te weinig oog gehad voor de noodzaak om levens te redden? Men gaf een bijbeltje +mee, maar heeft men ook hulp om onder te duiken aangeboden? +In de al genoemde IKON radio-uitzending werden diverse citaten uit het door ds. +Van Nes geschreven hoofdstuk voorgelezen, op zalvende toon. + +We zien dan, zowel in de IKON radio-uitzending als in de scriptie van A.A. Bekker, +dat de kritiek zich niet alleen richt tegen de opvattingen van ds. Van Nes, maar +ook tegen de houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen. +De IKON-uitzending begon als volgt: Joden-zending leidde onbedoeld tot Joden- +vernietiging. Toen (de kerken) de lijsten (van Joden die kerklid waren) +overhandigden, speelden de Duitsers perfect in op de bekeringsijver van de kerken." +Voorts wordt dan de kerken - met name de Gereformeerde -verweten: Joden die zich +tot de kerken wendden met het verzoek alsnog gedoopt te worden om zodoende op de +lijsten (van Joodse kerkleden) terecht te komen, vonden, op een enkele uitzondering +na, de kerkdeur gesloten". +Toch dient men o.i. op dit punt ds. Van Nes gelijk te geven: "Waar doop in de +tegenwoordige tijd, doordat 1 januari 1941 de 'fatale datum' is, niet bijzonder +beschermt, daar is er geen enkele uitwendige reden ook, die dringt tot haasten". +[17.3] + +Vervolgens wordt in de IKON-uitzending beweerd dat "de lijsten een omgekeerd +effect" hadden en een gevaarlijke illusie" waren. + +<188> + +Het eerder hier door ons gememoreerde verwijt in de IKON-uitzending, dat de kerken +de toelating tot de doop te moeilijk maakten (en te weinig scheutig waren met het +verstrekken van de verklaring dat iemand lid van de kerk was), lijkt ons op gespannen +voet te staan met dit tweede punt van kritiek: men kan de kerken moeilijk verwijten +niet voldoende scheutig te zijn geweest met het verstrekken van lidmaatschaps- +verklaringen, indien die nu juist niet hielpen maar veeleer het gevaar vergrootten. +Het "omgekeerde effect" van de lijsten baseerden de samenstellers van het IKON- +programma op het feit dat velen, vooral zij die tot de categorieën 3 en 4 +(Kerkelijk onderricht volgend en/of kerkdiensten bezoekend) behoorden, desondanks +gedeporteerd zijn. +Maar de kerken probeerden de mazen van het net waarmee men de Joden wilde vangen +te verwijden om zo de kans op redding te vergroten. Daarom gingen ze óók als +kerklid beschouwen wie in normale tijden niet als zodanig beschouwd werd. +Het waren evenwel geen normale tijden; er stonden mensenlevens op het spel, +dus ging men niet-formalistisch te werk en verruimde de kerkelijke regels. +Met weinig succes, helaas. Maar als men dit niet geprobeerd had, was er onzes +inziens juist reden tot scherpe kritiek geweest. +Toch kwamen de samenstellers van de IKON-uitzending - juist met gebruikmaking +van deze mislukte poging om althans een aantal mensenlevens te redden - tot hun +kwetsende bewering: "De kerken waren - zij het ongewild - een instrument in +handen van de Nazi's." + +Waren de "Angehörigkeits" -verklaringen inderdaad "een gevaarlijke illusie"? +In feite hielpen deze verklaringen niet, indien het ging om na 9 mei 1940 +gedoopten of om hen die slechts kerkelijk onderricht volgden of kerkdiensten +bijwoonden. Iemand als dr. J.J.C. van Dijk wist al op 26 september 1942 (zie +zijn brief aan ds. Doornbos, hierboven in hfdst. 9) dat de Duitsers hun eigen +lijst hadden en dat die lijst voor hen besliste. En de namen van hen die behoorden +tot de zo juist genoemde categorieën stonden niet op deze lijst. +Daarentegen waren de verklaringen wel van enig nut voorzover het ging om Joden- +christenen, die al voor de Duitse bezetting lid van een kerk waren geworden. +Ook toen de Joden-christenen gedwongen werden naar Westerbork te gaan, bleven +de kerkelijke verklaringen van enige waarde. Philip Mechanicus getuigt daarvan +in zijn dagboek. [17.4] + +<189> + +Ofschoon (zie hierboven, hfdst. 9) tenslotte ook de Joden-christenen van Westerbork +naar Theresienstadt gedeporteerd werden, hebben ongeveer 400 hunner de sjoa +overleefd. Ds. Tabaksblatt haalde, in de discussie rondom de IKON-uitzending, hier +een uitspraak van de Joodse wijzen aan: "Wie één mensenleven redt, is alsof hij +een hele wereld gered heeft" (Misjnatractaat Sanhedrin IV, 14). + +We menen, dat de samenstellers van de IKON-uitzending, vanuit hun - op zichzelf +begrijpelijke - bezwaar tegen bepaalde uitspraken van ds. Van Nes en ook vanuit +hun afwijzing van Joden-zending", onbillijk zijn geweest in hun kritiek op de +houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen tijdens de tweede wereldoorlog. + +Ook A.A. Bekker velt een scherp oordeel over de Gereformeerde Kerken: "De kerken +accepteerden dat (nl. het niet-deporteren van de Joden-christenen) en waren vanaf +dat moment alleen nog maar gefixeerd op de positie van de christen-Joden ". [17.5] +Evenwel dient opgemerkt te worden dat (nog afgezien van de vraag of de uitdrukking +"accepteerden" terecht is) de kerken "vanaf dat moment" geprotesteerd hebben tegen +"het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" (februari, 1943) en tegen de +sterilisatie (mei, 1943). Bovendien kwamen de kerken nadrukkelijk op voor de +"gemengd-gehuwde" Joden. +De constatering van de Hervormde H.C. Touw (in het eerste gedeelte van de volgende +zin) is schrijnend, maar juist: "Terwijl er voor de andere Joden niets meer te doen +valt, moet er voortdurend gestreden worden voor de belangen van de Christen-Joden +en de z.g. gemengd-gehuwden". [17.6] +Daarmee willen we overigens uitdrukkelijk niet beweren, dat de kerken het er in +alle opzichten goed afgebracht hebben. + +Mevrouw Bekker velt een negatief oordeel over de Generale synode. Zo meent zij +(inzake het lidmaatschap van de N.S.B., p. 35): "Onder druk van deze verzoeken +(van classes en particuliere synodes) was de Generale Synode wel gedwongen nu +een duidelijk standpunt in te nemen". Maar een Generale synode kon en mocht zich +alleen uitspreken over een kwestie, wanneer zij door "mindere" kerkelijke +vergaderingen om haar oordeel dienaangaande gevraagd werd. + +<190> + +Vervolgens stelt mevrouw Bekker: "De Generale Synode deed tijdens de bijeenkomsten +nooit een uitspraak over de behandeling van de Joden in het land" (78). En op de +volgende bladzijde heet het: "Nogmaals, de zaak met betrekking tot de Joden was +afgeschoven op de Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid". +Zoals bekend mag worden verondersteld, vergaderde de synode maar af en toe. Er +was dan een lange agenda en het was steeds gebruikelijk geweest dat vele zaken +ter behartiging gedelegeerd werden aan de diverse deputaatschappen, die slagvaardiger +konden opereren dan een synode kon en vaak heel wat deskundigheid in huis hadden. +Welnu, zoals we gezien hebben (hierboven, hfdst. 2, b), was in 1940 besloten dat +het moderamen (bestuur) van de synode samen met deputaten voor de correspondentie +met de Hoge Overheid beslissingen zou mogen nemen wanneer de synode niet vergaderde. +Ook de zaken die samenhingen met de vervolging der Joden werden behandeld door deze +deputaten. Dat was noodzakelijk, niet alleen omdat de synode slechts af en toe +vergaderde, maar ook omdat ze niet over een apparaat beschikte om diverse taken +te verrichten. Men vergaderde, zoals gezegd, een paar dagen en ging vervolgens +naar huis. Er was zelfs geen schijn van enige permanente organisatie. + +Toch bleef de synode wel volledig verantwoordelijk. Afgezien nog van het overleg +tussen het moderamen en deputaten (als de synode niet vergaderde): ter synode- +vergadering werd verslag uitgebracht, het gevoerde beleid (inclusief de publieke +protesten) werd uitvoerig besproken en daarop werden de handelingen van deputaten, +die zij namens de synode verricht hadden, goed- of afgekeurd. Al eerder (in hfdst. +3, d en 6, b) hebben we getracht een beeld te geven van een dergelijke vergadering +van de synode. Onder de protesten staat dan ook: De Gereformeerde Kerken in Nederland. + +We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat men, zowel in de IKON radio- +uitzending als ook in de doctoraal-scriptie van mevrouw Bekker, vanuit de afwijzing +van de "zending onder de Joden" (zie ook wat we schreven in hfdst. 14, c: Om zielen +te redden?) gekomen is tot een te negatieve beoordeling van de houding van de +Gereformeerde Kerken in het algemeen, met name wat betreft de publieke protesten. + +<191> + +Wijzelf daarentegen achten het voor een nauwkeurige en evenwichtige beoordeling +gewenst, dat men de twee aspecten - "zending onder de Joden" en "protesten" - +afzonderlijk beziet. + +<192> + +18. BEOORDELINGEN + +a. Over het redden van de Joden-christenen + +De beoordelingen van de houding der kerken tonen onderling nogal enige verschillen. +We beginnen met stemmen over de handelwijze ten aanzien van de Joden-christenen. + +Touw schreef: "Grote gevaren en verzoekingen dreigden hier. Voortdurend kwam hier +immers van Duitse zijde de stem van de verzoeker: Niet protesteren, alleen +onderhandelen! Zwijg verder over de Joden, dan valt er verder met ons wel te +praten over de christen-Joden! In de geschiedenis van het verzet hebben die +stemmen telkens opnieuw geklonken. Het is een groot wonder, dat de kerk deze +stemmen in het algemeen als stemmen van de verzoeker heeft herkend, en afgewezen." +[18.1] + +Presser daarentegen velt een scherp vonnis: "En de kerken? Hoe aarzelend waren +zij niet begonnen? Hoe velen helaas schikten zich niet in de noodlottige maatregelen +van de bezetter (met een beroep op bijbelteksten e.d.), ja, werkten eraan mee? Hoe +vaak kozen zij niet in de eerste plaats partij, niet voor de vervolgde Joden, maar +voor de vervolgde dopelingen?" (IL 128). Wat betreft het argument dat ongeveer 400 +Protestantse Joden de oorlog overleefd hadden tengevolge van de bemoeienis der +kerken, is Presser voorzichtig: "De historicus tast hier in het duister; het is +immers niet altijd mogelijk, hier de causale samenhangen duidelijk te zien.(...) +Wie wijst de determinerende factor aan in dit causale kluwen?" [18.2] +Veel positiever dan de mening van Presser is die van Herzberg: "De gedoopte Joden, +die hun leven hebben kunnen redden, hebben dit uitsluitend te danken aan het +verzet der kerken, een verzet dat vooral indrukwekkend is door zijn principieel +karakter". En: "De kerken hebben ook verder het menselijk mogelijke voor de +gedoopte Joden gedaan." [18.3] + +<193> + +L. de Jong merkt op: "Ongeveer vierhonderd hervormde (lees: Protestantse; JMS) +Joden zouden gespaard blijven, maar de door de synode (lees: de kerken; JMS) +geboden bescherming is, achteraf beschouwd, slechts een factor uit vele geweest +die dat resultaat bewerkstelligd hebben". [18.4] + +Ten slotte de mening van de toenmalige secretaris-generaal van de Wereldraad van +Kerken te Geneve, dr. W.A. Visser 't Hooft: "Toen bedreigingen niets opleverden, +trachtten de Duitsers de kerken te chanteren. Hierdoor kwamen de kerken in een +ernstig gewetensconflict. Moesten ze het publiekelijk protesteren opgeven, opdat +de ene of de andere groep kerkleden gespaard zou worden? Of moesten ze voorwaarts +gaan zonder acht te slaan op de consequenties die dat kon hebben voor anderen? +Dit zijn moeilijke vragen, die men niet kan beslissen op de ingeving van het +moment, of terwijl men van buitenaf naar de situatie kijkt". [18.5] + +De hierboven genoemde - wel rhetorisch bedoelde - vraag van Presser ("Hoe vaak +kozen zij niet in de eerste plaats partij...") is te beantwoorden. Tweemaal hebben +de kerken de Joden-christenen in hun protest apart vermeld: in het eerste protest +(hfdst. 2, e) en toen de massa-deportaties begonnen (hfdst. 6, c). We achten dit +apart noemen te betreuren. +Bovendien heeft de Hervormde Kerk (juli 1942) het protest-telegram niet afgekondigd; +de andere kerken daarentegen hebben de Duitse eis dienaangaande naast zich neergelegd. +Waarop de Duitsers zich gewroken hebben op de Rooms-Katholiek gedoopte Joden, voor +zover niet "gemengd gehuwd". We bespraken dit in hfdst. 6, f. +Het niet aflezen van het telegram door een van de kerken achten we betreurenswaardig. +Overigens, wie, zoals wij, nooit voor zulk een duivels dilemma gestaan heeft als +waarmee de kerken zomer 1942 geconfronteerd werden, die zij terughoudend in zijn +oordeel. +Wanneer we dit dilemma nader overwegen,dan kan het onzes inziens geen twijfel +lijden of Seyss-Inquart en Rauter zouden inderdaad, indien het protest-telegram +in alle Protestantse kerken was voorgelezen, ook de Protestants-gedoopte Joden +hebben laten arresteren en wegvoeren. De door ons al eerder genoemde notulen +(zie hierboven: hfdst. 6, f) spraken duidelijke taal: "Voor het geval dat ook +een overwegend aantal protestantse kerken het telegram aan de Rijkscommissaris +hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden weggevoerd. Tot dit +doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt." + +<194> + +Wat de overwegingen betreft om van publieke voorlezing af te zien: +Het z.g. fatsoensargument ("onder fatsoenlijke mensen mag de ene partij niet tot +publicatie van een document overgaan wanneer de andere partij zich daartegen verzet") +achten we uiterst aanvechtbaar. +De bezorgdheid dat de vrijstelling van de Joden-christenen ingetrokken zou worden, +beschouwen we als begrijpelijk, maar zoals hierboven betoogd - we menen dat die +bezorgdheid niet de doorslag had mogen geven. +L. de Jong noemt nog een ander element dat ongetwijfeld heeft meegespeeld: In +werkelijkheid was de synode bevreesd: bevreesd wellicht voor strafmaatregelen +tegen haar voorgangers wanneer zij de bezetter trotseerde..." [18.6] We twijfelen +er niet aan of er waren Synode-leden die angstig waren: Gravemeyer en Kraemer +waren in gijzeling genomen, Scholten verbannen. Erger: er waren al doodsberichten +binnengekomen van diverse gevangengenomen collega's. +Maar aan de andere kant stond het argument als verwoord door ringt. Van de Loo: +"Die (eis tot niet-afkondiging) is er het bewijs van, hoezeer de Duitsers de kracht +van de afkondiging vrezen..." (hfdst. 6, f). + +Het lot van de Joden-christenen mocht zwaar wegen, maar niet zwaarder dan dat van +de niet-gedoopten. Welnu, een agenda, opgesteld vanuit een consequente verzetshouding, +had er als volgt uit kunnen zien: +1. Elk tot de Duitsers gericht protest afkondigen, ongeacht bedreigingen van welke + aard dan ook (het standpunt van mgr. De Jong). +2. De Joden-christenen - die door die bepaalde afkondiging direct in de gevarenlinie + kwamen - zoveel als mogelijk was helpen om onder te duiken. Al dient hier bedacht + te worden, dat het op dat moment (juli 1942) nog uiterst moeilijk was om onderduik- + plaatsen te vinden. +3. De kerkleden openlijk oproepen om de herbergzaamheid te betrachten jegens hen + die in nood waren. +4. De gemeenteleden oproepen om geen medewerking te verlenen aan daden van onrecht. + +<195> + +Zoals we zagen, hebben de kerken deze laatste uitspraak inderdaad gedaan, maar in +de Gereformeerde Kerken werd deze niet afgelezen; ook kwam de uitspraak pas nadat +er al maandenlang Joden waren gearresteerd en gedeporteerd. + +b. Commentaar op de houding van de kerken in het algemeen + +Allereerst weer enkele stemmen uit verschillende richtingen. +Dr. W.A. Visser 't Hooft merkte op: "Deze documenten moeten zorgvuldig gelezen +worden. Ze zijn kostbaar, want zij die ze opstelden en ook zij die ze voorlazen +vanaf de kansel waren in groot gevaar; ze zetten, toen ze hun getuigenis aflegden, +veel op het spel." [18.7] + +Touw was aarzelend: "Ook haar strijd voor de Joden was een strijd van vallen en +opstaan, maar dat neemt niet weg, dat deze strijd ter wille van het Joodse volk +het meest bevlogen, meest dramatisch, meest hardnekkig gestreden gedeelte is +geweest uit de Nederlandse kerkstrijd." [18.8] +Nog een uitspraak van Touw: "Zoals er op de kansels te veel is gezwegen, is er in +de huizen ongetwijfeld te weinig geherbergd. Het werd door velen ook als een +gemis gevoeld, dat de Synode in dit opzicht geen leiding gaf, geen vermaning deed +horen, geen vormen vond om de gewetens te scherpen. Hier moet van een grote +gemeenschappelijke schuld gesproken worden. Er is geen enkele reden voor de +Christenheid zich hier te beroemen. Eerder alle reden zich te schamen." [18.9] + +Wielek evenwel oordeelt positiever: In april 1942 werden er belangrijke verklaringen +die waardigheid en moed toonden, voorgelezen van de kansels van de kerken. De +activiteit van de kerk verslapte niet. De predikanten toonden persoonlijke moed; +ook zonder Synodale aansporing wisten ze, hoe te handelen. Hun preken schoten niet +te kort in helderheid, speciaal wat de vervolging der Joden en hun vervolgers betrof. +Vele predikanten moesten voor hun moedige houding betalen met een tijd in een +concentratiekamp." [18.10] +In hun algemeenheid achten we de tweede, derde en vierde zin van deze uitspraak +onjuist. + +<196> + +In een brief aan de Duitse Kerken, gedateerd 9 maart 1946, schreef de Nederlandse +Hervormde Kerk onder meer: "God heeft ons de kracht gegeven, de strijd tegen het +nationaal-socialisme te voeren. Wc bekennen openlijk voor God en de wereld, dat we +in deze strijd niet voldoende trouw, bereid tot offers en dapper geweest zijn." +[18.11] + +Aan wat reeds door ons in hoofdstuk 10 (Een verbluffende conclusie) werd opgemerkt, +willen we hier nog het volgende toevoegen. Allereerst: het zal duidelijk zijn dat +we beweringen (vermeld in de inleiding), als zouden de kerken tijdens de vervolging +van de Joden gezwegen hebben, afwijzen. De kerken hebben wel degelijk gesproken, +en dat in uiterst moeilijke omstandigheden. Ze hebben geprotesteerd tegen wat de +Joden werd aangedaan en hun protest klonk niet alleen in de oren van de bezetter, +maar het werd ook herhaaldelijk voorgelezen tijdens de openbare godsdienst- +oefeningen. Dat gold voor andere landen, het gold bepaald ook voor Nederland. +We achten het dan ook te betreuren, dat soms de houding van de kerken lichtvaardig +be- en veroordeeld werd en wordt. Dat de kerken gesproken hebben valt, voor wie +bereid is de stukken na te gaan, niet te ontkennen. Over de vraag of de kerk vroeg +genoeg, vaak genoeg en klemmend genoeg tot de bezetter heeft gesproken, werd al +tijdens de bezetting verschillend gedacht - maar gesproken heeft zij." [18.12] + +Het verwijt dat de kerken gezwegen hebben, is niet gefundeerd op de feiten en het +is onverdiend. Dat wil evenwel niet zeggen, dat de kerken het in alle opzichten +voortreffelijk gedaan hebben en dat er op de kwaliteit van diverse protesten niets +valt af te dingen. Integendeel. Zoals we in vorige hoofdstukken reeds herhaaldelijk +zagen, zijn er telkens fouten gemaakt. Dat is ook erkend, o.a. door H.C. Touw, +de auteur van Het Verzet der Hervormde Kerk (zie zijn eerder in dit hoofdstuk +geciteerde uitspraken). "Van verheerlijking van het kerkelijk verzet dient men +zich overigens te onthouden. Zij die er midden in stonden, deden dat ook". [18.13] +De strijd van de kerken voor de Joden was een strijd van vallen en opstaan. Kan men +dus zeggen, dat de houding van de kerken soms goed, soms fout is geweest? E.H. +Kossmann heeft, -tussen goed en fout", het begrip accommodatie (aanpassing) +ingevoerd: secretarissen-generaal en het bedrijfsleven hebben menigmaal een +houding van accommodatie aangenomen. [18.14] Welnu, we menen dat het onjuist en +bovendien onbillijk is, de kerken ervan te beschuldigen "fout" te zijn geweest, +in de zin dat ze met de bezetter zouden hebben gecollaboreerd (samengewerkt). +Maar soms (lang niet altijd, Goddank) zijn ze wel in de valkuil van de accommodatie +gevallen. [18.15] + +<197> + +Zoals we gezien hebben, faalden de ene keer de Hervormde Kerk, de andere keer +de Gereformeerde Kerken. Waarbij nogmaals vermeld dient te worden dat de +Rooms-Katholieke Kerk, voor wat betreft het publiekelijk afkondigen van de +protesten tegen de vervolging van de Joden, geen enkele maal water in de wijn +gedaan heeft. "Ik wil geen tweede Innitzer (Oostenrijks kardinaal) zijn", had +mgr. de Jong aan het begin van de bezetting verklaard. Hij is in dit voornemen +volledig geslaagd. + +Geen verheerlijking van het kerkelijk verzet dus. Men kan er geen "witboek" +over schrijven. Evenmin een "zwartboek" trouwens. Daarom noemde ik een vroegere +studie dan ook The Grey Book. Zowel de witte als de zwarte legende dient afgewezen +te worden. +Wat betreft het kerkelijk verzet in het algemeen, maar in het bijzonder wat +betreft de houding van de kerken in Nederland ten opzichte van de Jodenvervolging, +geldt: "Kerk was zij in een onderdrukt land en aan die druk kon ook zij zich niet +ten volle ontworstelen. Maar dat maakt het feit niet ongedaan dat zij, met +overwinning van de menselijke angst, de leer en de praktijken van de bezetter +veelvuldig en duidelijk publiekelijk verworpen en bestreden heeft." [18.16] + +<199> + +19. EEN KLEINE KAARS + +We reden, op weg naar Hongarije, door Oostenrijk. Mijn broer wees me de wegwijzer +aan: "Kijk, daar: de weg naar Mauthausen". Tegelijk zei hij: "Ik heb geen behoefte +om er heen te gaan." Hij heeft in een concentratiekamp (Vught) gezeten, en in +Duitse gevangenissen. +Je verbaast je erover dat Mauthausen ook een gewoon dorp is: het staat op de +kaart en er zijn borden die de weg er naartoe wijzen. De naam betekent: "tolhuizen". + +Later heb ik gezegd dat ik op de terugweg toch graag naar Mauthausen wilde, en +dat mijn broer dan buiten op me zou kunnen wachten. +Je rijdt, na de grote verkeersweg verlaten te hebben en de Donau te zijn overgegaan, +door een lieflijk landschap. Je passeert een paar schilderachtige dorpjes, elk +met een kerktoren. Mauthausen ligt in een prachtige omgeving. +Ten slotte gingen we toch samen naar binnen. Mijn broer wees het me aan: "Kijk, +dat moet de appel-plaats geweest zijn". Blijkbaar werden de concentratiekampen +volgens een standaardtype gebouwd. +We zagen de beruchte steengroeve met de treden; het gedenkteken voor de homofielen +("dood geslagen - dood gezwegen"). Wij allen zijn eraan schuldig. We zagen +de "klaagmuur", en vele foto's. Bij sommige denk je: "Mag men dit wel tonen? Mag +men dit de overledene aandoen?" +Er waren veel bezoekers. Toch was het er stil. Mijn broer zei: Ik hoor een vogel +fluiten; ik neem het die vogel haast kwalijk". Ik dacht aan de kerktorens die we +gezien hadden. In die kerken zullen ook toen diensten gehouden zijn. Ik dacht +terug aan de Duitse predikant aan wie ik eens vroeg: "Hebt u het niet geweten?" +Hij antwoordde: "We hebben het niet geweten, en juist dat is onze schuld; we +hadden het moeten weten en we hadden het kunnen weten". + +<200> + +Maar betrekkelijk weinig Nederlanders zijn er in Mauthausen vermoord. Die naam +was wel het schrikbeeld. Daarheen gingen zij die bij de eerste razzia gepakt +waren, en van de 340 hebben slechts drie het overleefd. Van de bij de tweede +razzia (juni 1941) gegrepenen kwamen allen hier om.' Sindsdien functioneerde +de naam Mauthausen als de stok waarmee men de fuik werd ingedreven: "Meld je; +waag het niet om onder te duiken, want als we je dan pakken, ga je regelrecht +naar Mauthausen." Zo bleef Mauthausen de hele oorlog door en daarna de plaats +van de opperste verschrikking. +Velen meldden zich en inderdaad werden ze niet naar Mauthausen gestuurd, maar +naar Auschwitz, Sobibor of Bergen-Belsen. + +Na in Mauthausen te zijn geweest is men geneigd zich af te vragen: wat doet het +er eigenlijk toe, of kerken af en toe geprotesteerd hebben? Of christenen hier +en daar geholpen hebben? Wat stelde dat voor, vergeleken bij deze afgrond van +ellende en duisternis? +De duisternis van de sjoa was zo diep, dat men het nauwelijks kan bevatten. +Het is te begrijpen dat velen de kleine (te kleine) lichtpunten die er waren, +over het hoofd zien. +Toch: iemand - Heinz Leuner - vertelde eens een verhaal van hulp en zelfopoffering +in moeilijke tijden, toen medelijden een misdaad was.' Van hem is ook de uitspraak: +"Hoe groter de duisternis, des te helderder het licht, ook al is het niet meer dan +dat van een kleine kaars." + +<201> + +******************************************************************************* + +VOETNOOT VERWIJZINGEN PER HOOFDSTUK + +Noten + 1. H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. 's-Gravenhage, 1946; twee delen. + Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949. + 2. Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against Antisemitism + and the Persecution of Jews issued by Non-Roman Catholic Churches and Church + Leaders during Hitler's Rule. Assen, 1969. + 3. Encyclopaedia Judaica, deel 8, Jerusalem, 1971; 914-916. + 4. Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/Amsterdam, 1950. + J. Presser, Ondergang (2 delen). 's-Gravenhage, 1965. + L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereld oorlog - Populaire + editie (13 delen). 's-Gravenhage, 1969-1988. + 5. S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme + en Duitse Tyrannie. Utrecht, 1945. + +pag 33 +Hoofdstuk 1 +Noten + 1. Zie J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau, + 1850-1925. Amsterdam, 1981. + 2. Het verhaal wordt verteld door Anne de Vries in: De Levensroman van Johannes + Post. Kampen, z.j., p. 271-272. + 3. Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941. Utrecht/Antwerpen, + 1973; herdr. Kampen 1990. + 4. Peter Treep, 'Gereformeerde Zending onder Nederlandse Joden "een kerkhistorisch + onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze,toegespitst + op de jaren twintig en dertig' (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). Kampen, 1984. + 5. Treep, 57. + 6. Treep, 62. + 7. Treep, 68. + 8. Idem. + 9. Stokman, 22. +10. Stokman, 23. +11. Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949, 57. Zie voor het + hier volgende ook: Harmjan Dam, De NSB en de Kerken. Kampen, 1986, 142 e.v. +12. Delleman, 55 +13. Idem, 58 +14. Van Roon, 51-52. +15. Delleman, 486; vgl. ook K. Schilder, Geen Duimbreed! Een synodaal besluit + inzake 't lidmaatschap van N.S.B. en C.D.U. Kampen, 1936. +16. Delleman, 62-63. +17. Van Roon, 51-52. +18. Gegevens uit: Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich. + Berlin/Dahlem, 1960. +19. De Jong, 1, 454. +20. Idem, 454. +21. De Standaard, 5 en 22 mei 1933. +22. Idem, 24 mei 1933. +23. Johan M. Snoek, The Grey Book. Assen, 1969, passim. +24. Touw, 31 en 35. +25. Van Roon, 25 +26. De Standaard, 27 april 1933. + +Hoofdstuk 2 +Noten + 1. Deze cijfers worden vermeld door De Jong, 4, 718. + 2. De Jong, 4, 716. + 3. Acia (notulen) van de voortgezette generale synode van Sneek, 1939; art. 386. + 4. De notulen van het Convent, Algemeen Rijksarchief Den Haag (Afgekort: ARA) 11, + NHK, alg. syn. no. 915. + 5. J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947. 67. + 6. Herzberg, 45. + 7. Touw, 1, 376-377. + 8. Buskes, 68 + 9. Idem, 66-67. +10. Idem, 67. +11. ARA 11, NHK, no. 914. +12. De Jong, V, 667. +13. Idem, V, 678. + +Hoofdstuk 3 geen Noten + +Hoofdstuk 4 +Noten + 1. De volledige tekst bij Touw, 1, 22-227. H.M. van Randwijk zou later + (13 februari 1950) aan Touw schrijven: "De verspreiding van pamfletten als + 'Betere weerstand' (...) geschiedde in nauwe samenwerking en soms zelfs op + initiatief van Vrij Nederland. (...) Ook het geschrift zelf was vaak een + product van samenwerking van meerderen. Zo herinner ik me nog goed zelf een + groot aandeel te hebben gehad in de tekst van 'Betere weerstand', tesamen met + Joop Bartels, dat op een avond, of liever in een nacht, bij mij thuis werd + herschreven" (ARA, 2.21.255, archief H.C. Touw, inv. no. 27). + 2. De volledige tekst bij Touw, 227-236. + 3. De Jong, V, 670-671. + 4. Touw, 1, 386. + 5. Idem, 11, 48-49. + 6. Buskes, 30. + 7. Acta, 56-57. + 8. In de Waagschaal, 5 sept. 1947 + 9. Acta, p. 238-239. +10. Touw, 1, 388; Delleman, 88. + +Hoofdstuk 5 +Noten + 1. Stokman, 28-30, 183v. + 2. H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht-Antwerpen, 1956, 255. Uitvoeriger + op dit punt is M.J.H.M. van Rooij, "Al is het maar een Getuigen". Leiden, 1983 + (doctoraal scriptie), 4-5. Zie ook: A.F. Manning, 'De Nederlandse Katholieken + in de eerste jaren van de bezetting', in: jaarboek Katholiek Documentatie + Centrum, 1978, 105 e.v. + 3. Van Rooij, 4-5. + 4. Uitvoeriger gegevens bij Van Rooij, 12-13. + 5. ARA 11, archief NHK, Alg. syn., 915. + 6. Van Rooij, 22. + 7. Deze en veel andere persoonlijke gegevens over de Rijkscommissaris bij: + H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967. + 8. Aukes, 376-379; Stokman, 236. + 9. ARA, 11, NHK, alg. syn., no. 915. +10. Archief deputaten voor de corr. Hoge Overheid, no. 7. +11. Van Rooij, 31-33. + +Hoofdstuk 6 +Noten + 1. Acta, p. 97-98. + 2. A J. van der Leeuw, Die Deportation der Romisch-Katholischen Juden aus den + Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk no. 136. + Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatic (afgekort: RIOD), 1966, 3. + 3. In de Waagschaal, 5.9.1947, + 4. J. Presser, Ondergang. Den Haag, 1965, 1, 260-261; H. Wielek, De Oorlog die + Hitler won. Amsterdam, 1947, 218. + 5. L. de Jong (VI, 18) geeft de gang van zaken juist weer, maar desondanks vergiste + hij zich later op dit punt in zijn: Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit, + Den Haag, 1989, 18. + 6. Daarentegen bij A.J. Herzberg (Kroniek der Jodenvervolging; Arnhem-Amsterdam, + 1950, 134) de juiste lezing. Van Rooij, 40-41. Aukes, 386-387. + 7. Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein. + Bilthoven, 100. Zie ook Van der Leeuw. + 8. Uitvoeriger bij Kempner, 102. + 9. Van der Leeuw, 6-7. +10. Wielek, 292. +11. Buskes, p. 69. +12. Buskes aan L. de Jong, 24.12.73 (Archief RIOD). +13. Buskes, 69. + +Hoofdstuk 7 +Noten + 1. Delleman, 607-608. + 2. De Jong, 6, 605. + 3. Idem, 13, 115. + 4. Notulen d.d. 3 maart 1943; in het gemeente-archief Rotterdam. + 5. Aukes, 420. De brief was gedateerd: 15 febr. 1943. + 6. Stokman, p. 118. + 7. Presser, 11, 177; zie ook L. de jong, 6, 608. + 8. De Jong, 6, 608-609. + 9. Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986, 38 en 41. +10. De Jong, 6, 603. + +III + +Hoofdstuk 8 +Noten + 1. ARA, arch. NHK, 914. + 2. Herzberg, 129. + 3. Presser, 11, 88. + 4. Wielek, 302. + +Hoofdstuk 9 +Noten + 1. Mededeling van mevrouw W. de Nooij-van Nes te Ede. + 2. Aldus ds. B.D. Smeenk (geciteerd bij Treep, 34). + 3. Mededeling van I.S. Meijer te Oosterhout. Fotokopie van de verklaring in mijn bezit. + 4. Snoek, 26-28. + 5. Buskes, 89. + 6. L. de Jong, 6, 293. + 7. Archief deputaten corr. Hoge Overheid, no. 124. + 8. Idem. + 9. S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980, 31. +10. Touw, I. 423. +11. Idem, I. 411 +12. Wielek, 289. +13. Herzberg, 131, 135. +14. Tabaksblatt, 32-34. +15. J.J. Buskes, Hoera voor het leven. Amsterdam, 1959, 191 e.v. +16. Aanwezig in het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme + (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam. + +Hoofdstuk 10 +Noten + 1. De Jong, 6, 333. + 2. Bij mijn weten de eerste die gewezen heeft op de overeenkomsten tussen kerkelijke + anti-joodse maatregelen en de wetgeving onder Hitler, was Raul Hilberg, The + Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and definite edition: + New York/London, 1985. + Het desbetreffende hoofdstuk in Nederlandse vertaling is te vinden bij: Hans + Jansen, Christelijke theologie na Auschwitz - deel 1: Theologische en kerkelijke + wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981, 539-563. + +Hoofdstuk 11 +Noten + 1. Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951 + (herdr. 1989),1, 14. + 2. (Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid 1940-45. Den Haag, 1949-1956, + deel 7c, 262. + 3. Mededeling van K. van Houten, Wageningen. + +Hoofdstuk 12 +Noten + 1. Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985. + 2. Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - geschiedenis van een + Nederlandse onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen. + Groningen, 1987 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). + 3. Flim, 18. + 4. Idem, 94. + 5. Limburgs Dagblad, 6.5.1989. + 6. Flim, 128. + 7. Mededeling van mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar. + +Hoofdstuk 13 +Noten + 1. J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm, Franeker, 1981 (twaalfde + druk). + 2. De gedichten zijn, behalve in bovengenoemd boek, afgedrukt in Touw, 11, 315-316. + 3. Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen leven. Franeker, 1974. + 4. Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's-Gravenhage, 1982. + +Hoofdstuk 14 +Noten + 1. Mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar. + 2. De naam Bogaard wordt soms met één, soms met twee o's gespeld. Van de afd. + burgerzaken van het gemeentehuis te Hoofddorp vernam ik dat Johannes Boogaard + Sr. twee o's meekreeg, zijn zoon ("oom Hannes") daarentegen slechts één. Ook + de straat, die naar "oom Hannes" genoemd werd, heeft slechts één o. + 3. L. de Jong, 6, 335-337; en 7, 443-444. + 4. Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer. + Haarlem, 1986, 75-84. + 5. Delleman, 150. + 6. L. de Jong, 6, 333. + 7. Samuel en Pearl Oliner, De Altruïstische Persoonlijkheid. Amsterdam, 1988, + 172-173. + 8. IKON-radio uitzending in de rubriek 'Door het oog van de naald': Jodenzending + '40-'45 en de gevolgen", 4 mei 1988. + 9. Dagblad Trouw, 5 mei 1988. +10. De Vries, 131-132. +11. L. de Jong, 7, 445. +12. Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j., 120 en 140. +13. Zie hierboven, noot 2. + +Hoofdstuk 15 +Noten + 1. Oliner en Oliner, 151. + 2. Buskes, 93. + 3. Hervormd Nederland, 1 mei 1965. + 4. L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. Den Haag, 1989, + 16 e.v. + 5. Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987, vooral 157-163. + L. de Jong, Drie voordrachten, 13 e.v. Zie ook mijn The Grey Book, 10-11. + 6. L. de Jong, 7, 308 e.v. (Wat wist men van Auschwitz en Sobibor?) + 7. Spreuken der Vaderen, 11, 5. + +Hoofdstuk 16 +Noten + 1. Delleman, 456. + 2. Archief van de Gereformeerde Kerken, Utrecht. Kerk en Israël, no. 45. + 3. Idem, no. 121. + +Hoofdstuk 17 +Noten + 1. Delleman, 161. + 2. A.A. Bekker, 'Het joodse Probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de + Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945. + Doctoraal scriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit + Maatschappijgeschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet + uitgegeven), 103. + 3. Delleman, 176. + 4. Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 3e dr. 1964, + bijv. op 24, 75, 171. + 5. Bekker, 105. + 6. Touw, 1, 72. + +Hoofdstuk 18 +Noten + 1. Touw, 1, 74. + 2. Presser, 11, 86. + 3. Herzberg, 133, 135. + 4. De Jong, 6, 2 1. + 5. W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance + of the Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944, 13. + 6. De Jong, 6, 17-18. + 7. Visser 't Hooft, 7. + 8. Touw, 1, 371. + 9. Idem, 1, 434. +10. Wielek, 216. +11. Touw, 11, 206. +12. De Jong, 5, 660. +13. Idem, 5, 662. +14. F.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis + der Nederlanden. Amsterdam/Brussel, 1977, 111, 272-277. Zie ook: J.C.H. Blom, + In de ban van goed en fout? - Wetenschappelijke geschiedschrijving over de + bezettingstijd in Nederland." In: G. Abma (red.), Tussen goed en fout. + Franeker, 1986. +15. De Jong, 5, 664. + +Hoofdstuk 19 +Noten + 1. Presser, 1, 88, 89. + 2. Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966; p. 16. Zijn uitspraak + luidt in her Engels: "the greater the darkness, the brighter the light, + be it no more than that of a small candle." + +ENKELE BRONNEN + +Er is veel geschreven over de tweede wereldoorlog; er is ook veel geschreven over +de Jodenvervolging. Menig auteur behandelt daarbij - hetzij direct, hetzij +zijdelings - de houding van de kerken. Men vindt een uitvoerige bibliografie in +mijn eerdere The Grey Book. Hier beperken we ons tot de bronnen waaruit in dit +boek geciteerd werd: + +Acta van de voortgezette generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland +van Sneek, 1939. + +J.A. Ader-Appels, Een Groningerpastorie in de storm. Franeker, 1981 (geciteerd +werd uit de twaalfde druk). + +H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht/Antwerpen, 1956. + +A.A. Bekker, 'Het joodse probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de +Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945. +Doctoraalscriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit Maatschappij- +geschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet uitgegeven). + +J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau, +1850-1925. Amsterdam, 1981. + +J.C.H. Blom, 'In de ban van goed en fout? Wetenschappelijke geschiedschrijving +over de bezettingstijd in Nederland' In: G. Abma (red.) e.a., Tussen goed en fout, +Nieuwe gezichtspunten in de geschiedschrijving 1940-1945. Franeker, 1986. + +Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j. + +J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947. + +J.J. Buskes, Hoera voor bet leven. Amsterdam, 1959. + +Harm Jan Dam, De NSB en de kerken. De opstelling van de Nationaal Socialistische +Beweging in Nederland ten opzichte van het christendom en met name de Gereformeerde +Kerken 1931-1940. Kampen, 1986. + +Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergelen. De bijdrage van de Gereformeerde +Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het nationaal-socialisme +en de Duitse tyrannie. Kampen, 1949. + +Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen h~ven! Franeker, 1974. + +Encyclopaedia Judaica, deel 8. Jeruzalem, 1971. + +(Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid ]940-1945 's Gravenhage,1949-1956. +Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - Geschiedenis van een Nederlandse +onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen. Groningen, 1987 +(doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). + +Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951 +(heruitgave met registers, Kampen 1989). + +Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/ Amsterdam, 1950. + +Raul Hilberg, The Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and +definite edition: New York/London, 1985. + +Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's Gravenhage, 1982. + +Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986. + +Hans Jansen, Christelijke Theologie na Auschwitz, Deel 1: Theologische en kerkelijke +wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981. + + +L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Populaire +editie. Den Haag, 1969-1988. Inmiddels verschenen 13 delen. + +L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. 's Gravenhage, 1989. + +Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein. Bilthoven, +1969. + +Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985. + +E.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis der +Nederlanden, Deel 3, De Lage Landen van 1780 tot 1970. Amsterdam/Brussel, 1977. + +A.J. van der Leeuw, Die Deportation der Reimtich-Kalbolimben, juden aus den +Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk, no. 136 +(Archief RIOD). + +Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966. + +A.F. Manning, De Nederlandse Katholieken in de eerste jaren van de bezetting. +In: jaarboek Katholiek Documentatie Centrum, 1978. + +Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987. + +Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 1964. + +H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967. + +Samuel en Pearl Oliner, De altruïstische persoonlijkheid. Amsterdam, 1989. + +J. Presser, Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom +1940-1945 (2 delen). 's Gravenhage, 1965. + +Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933 -194 1. Utrecht 1 Antwerpen, +1973 (herdr. Kampen 1990). + +M J.H.M. van Rooij, 'Al is bet maar een getuigen' - De officiële houding van +het Episcopaat van de Nederlandse R.K. Kerkprovincie inzake de Joden in Nederland +tijdens de Tweede Wereldoorlog. Leiden, 1983 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). + +Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich. Berlin-Dahlem, 1960. + +Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against AntiSemitism +and the Persecution of Jews Issued by Non-Roman Catholic Churches and Church +Leaders During Hitler's Rule. Assen, 1969. + +Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer. +Haarlem, 1986. + +S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme +en Duitse Tyrannie. Herderlijke brieven, instructies en andere documenten. Utrecht, +1945. + +S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980. + +H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. In Onderdrukking en Verzet; red.: +J.J. van Bolhuis e.a. Arnhem/Amsterdam, z.j., deel 11, p. 430-450 + +H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk (2 delen). 's Gravenhage, 1946. + +Peter Treep, Gereformeerde zending onder Nederlandse Joden - een kerkhistorisch +onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze, toegespitst +op de jaren twintig en dertig. Kampen, 1984 (doctoraal-scriptie; niet gepubliceerd). + +Anne de Vries, De Levensroman van Johannes Post. Kampen, z.j. (1948; div. herdrukken). + +W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance of the +Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944. + +H. Wielek, De Oorlog die Hitler won. Amsterdam, 1947. + +Diversen: + +Incidenteel werd geciteerd uit dagbladen: de Standaard, Limburgs Dagblad, Trouw +en NRC; en uit weekbladen: In de waagschaal en Hervormd Nederland. +Voorts werd een bandopname gebruikt van de IKON radio-uitzending, Jodenzending +'40-'45 en de gevolgen", in de rubriek Het oog van de naald, op 4 mei 1988. + +GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN + +Archief van het Deputaatschap Kerk en Israël (vroeger: Deputaatschap voor de Zending +onder de Joden). Rijksarchief, Utrecht. + +Archief van het Deputaatschap voor de correspondentie met de Hoge Overheid. +Rijksarchief, Utrecht. + +Synodale archieven van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Rijksarchief, Utrecht. + +Archief van de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk. Algemeen Rijksarchief +(afgekort: ARA). Den Haag. + +Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (afgekort: RIOD). Amsterdam. + +Archief dr. J.J. Buskes. Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands +Protestantisme (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam. + +Archief van de Gereformeerde kerk te Rotterdam. Gemeente-archief, Rotterdam. + +Notulen van de Raad van de Gereformeerde kerk te Kralingen. + +VERANTWOORDING VAN DE ILLUSTRATIES + +De auteur betuigt zijn dank aan de volgende personen en instellingen, die +illustratiemateriaal voor het boek beschikbaar stelden: + +Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland, Leusden (foto nr. 1); +mevr. W. van Nes, Rotterdam-Hillegersberg (nr. 2); Historisch Documentatiecentrum +voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), Amsterdam (nrs. 3, 8, 9 en 10); +Commissie voor de Archieven der Nederlands Hervormde Kerk, Leidschendam (nr. 4); +Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam (nrs. 5 en 14); Fotoarchief +Spaarnestad, Haarlem (nr. 11); Aartsbisdom Utrecht, Utrecht (nrs. 12 en 13); +Arch ief dr. J.J. Buskes, Amsterdam (nr. 16); mevr. W. Musch, Breskens (nr. 17); +Uitgeverij Van Wijnen, Franeker (nrs. 18 en 19); mevr. L. van Eden-Pontier, +Wassenaar (nr. 20); de heer M. van Zuiden, Ankeveen (nr. 21) en de heer J.C. Kapteyn, +Amsterdam (nr. 22). Overige illustraties: Fotoarchief Kok, Kampen. + + ******************** + + +INFORMATIE OVER DE AUTEUR: + + +Johannes Martinus Snoek (25-5-1920) + +studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam +(1949-1953), woonde en werkte met zijn gezin 11 jaar in Israël +als predikant van de Schotse Kerk in Tiberias van 1958-1969. +werkte bij de Wereldraad van kerken te Geneve als secretaris +van het comite voor de Kerken en het Joodse volk van 1970-1975. + +Publicaties: + +1. The Grey Book – A collection of protests against Anti-semitism +and the persecution of Jews issued by non-Roman Catholic Churches +and Leaders during Hitler's rule; van Gorcum Assen 1969, +dit boek is nu te downloaden als Ebook 14764 bij Project Gutenberg. + +2. De Nederlandse kerken en de Joden 1940-1945 – De protesten bij +Seyss-Inquart, Hulp aan Joodse onderduikers, De motieven voor +hulpverlening. Kok Kampen, 1990. ISBN 90242 0949 8 NUGI 631 + +3. Soms moet een mens kleur bekennen – Een terugblik op 70 jaar. +Kok Kampen, 1992. + +Ook schreef hij in de Encyclopaedia Judaica het artikel over +de Niet-RK kerken tijdens de Holocaust. + + + +Both the Grey Book and the Dutch Churches 1940-1945 are +prepared for Gutenberg eText by his nephew Ge J. Snoek, +errors and remarks please mail to: g.snoek3@chello.nl. + +*************************************************************** + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 17139 *** |
