summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17139-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '17139-0.txt')
-rw-r--r--17139-0.txt6441
1 files changed, 6441 insertions, 0 deletions
diff --git a/17139-0.txt b/17139-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..3023273
--- /dev/null
+++ b/17139-0.txt
@@ -0,0 +1,6441 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 17139 ***
+
+
+
+
+DE NEDERLANDSE KERKEN EN DE JODEN
+
+1940-1945
+
+De protesten bij Seyss-Inquart
+Hulp aan Joodse onderduikers
+De motieven voor hulpverlening
+
+
+door Ds. J.M. Snoek
+
+
+UITGEVERSMAATSCHAPPIJ, J.H. KOK - KAMPEN
+
+ "Hoe groter de duisternis
+ des te helderder het licht,
+ ook al is het niet meer
+ dan dat van een kleine kaars"
+ Heinz Leuner
+
+bewerkt door Gé J. Snoek (g.snoek3@chello.nl)
+oorspronkelijke pagina nrs staan tussen <xxx>
+foutnoten per hoofdstuk tussen [x.nn] zie eind
+zie ook het Engelse The Grey Book onder nr E14764
+
+
+Inhoud
+
+INLEIDING 11
+
+DEEL I: DE PROTESTEN 17
+
+1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN
+DERTIG
+a. Sfeer en situatie 19
+b. De zending onder de Joden 22
+c. Over synodes en deputaatschappen 24
+d. Het lidmaatschap van de NSB. 26
+e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland 29
+
+2. HET BEGIN
+a. De situatie (mei - oktober 1940) 34
+b. Het Convent van Kerken 35
+c. De Lunterse Ring 38
+d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald 40
+e. Het eerste protest 43
+
+3. VERSCHERPING
+a. De situatie (november 1940 - maart 1941) 50
+b. Bijna te laat 51
+c, Een brief en twee arrestaties: 54
+d. Een synode in vergadering bijeen 57
+e. Afkondiging in een kerkdienst 60
+
+4. MATHEID
+a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941) 63
+b. Hervormde stemmen 65
+c. Hervormd herderlijk schrijven 67
+d. De Gereformeerde synode 68
+e. Weinig activiteit 71
+
+5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN -
+AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART
+a. De situatie (eerste helft 1942) 73
+b. De houding van de Katholieke Kerk 74
+c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.O.) 76
+d. De audiëntie 78
+e. De gevolgen 82
+f. De bordjes "verboden voor Joden" 84
+
+6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM
+a. De situatie (tweede halfjaar 1942) 88
+b. Nog een synode-vergadering 89
+c. Het telegram 90
+d. Duitse reactie 91
+e. Gebed, afkondiging van het protest 93
+f. De kosten 96
+g. Vergeefse pogingen 97
+
+7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN
+a. De situatie (januari tot begin mei 1943) 101
+b. "Wie meewerkt is medeschuldig" 103
+c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen 105
+d. Nog een schep er bovenop 107
+e. Resultaat? 109
+
+8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD"; DE "GEMENGD GEHUWDEN"
+a. De situatie (begin mei - november 1943) 112
+b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits 113
+c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel" 116
+d. "Gemengd-gehuwde"Joden 118
+
+9. DE Joden-CHRISTENEN
+a. Duitse beloften 121
+b. Geen Gereformeerde "haastdoop" 122
+c. Andere opvattingen 125
+d. Schmidt en Rauter 128
+e. Westerbork en daarna 130
+f. Bep Blok 132
+
+10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE 136
+
+DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS
+
+11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP
+AAN ONDERDUIKERS) 143
+
+12. DE NV EN HAAR KINDEREN 149
+
+13. DRIE ERVARINGEN
+a. Ader 156
+b. Dobschiner 157
+c. Houwaart 159
+
+14 WAAROM HIELP MEN Joden?
+a. Dominee, boer, dominee 161
+b. Angst 166
+c. Om zielen te redden? 167
+
+DEEL III: NA DE OORLOG
+
+15. VOETANGELS EN KLEMMEN 177
+
+16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE 182
+
+17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR 185
+
+18. BEOORDELINGEN
+a. Over het redden van de Joden-christenen 193
+b. Commentaar op de houding van de kerken
+in het algemeen 196
+
+19. EEN KLEINE KAARS 200
+
+INLEIDING
+
+Dit boek heeft een voorgeschiedenis. Indertijd was ik (van 1958-1969)
+predikant van de Schotse kerk te Tiberias, Israël. Met inspanning had
+ik me de taal van het land, modern Hebreeuws (ook wel Ivriet genoemd),
+eigen gemaakt. Vaak werd ik door een kiboets uitgenodigd om op vrijdagavond
+(het begin van de sabbat) een lezing te houden. Op mijn inleiding placht er
+immer een levendige discussie te komen.
+In die tijd trok het toneelstuk van Rolf Hochhuth, der Stellvertreter
+("de plaatsbekleder") sterk de aandacht: het stelde de houding van paus
+Pius XII ten opzichte van de Jodenvervolgingen tijdens de tweede wereldoorlog
+aan de orde. Hochhuth maakte de tongen los. Een Zwitserse predikant die toen
+in Israël woonde schreef: "Er was (ten tijde van de tweede wereldoorlog) een
+volledige en vreselijke stilte van de kant van de Kerk" (Jerusalem Post,
+17 sept. 1963). Ook de toenmalige voorzitter van het Israëlische parlement,
+Kadish Luz, deed een soortgelijke uitspraak (zitting van het parlement,
+21 april 1963).
+Nu kan men dergelijke uitspraken wel begrijpen, want in de loop der eeuwen
+hebben christenen niet zelden actief deelgenomen aan Jodenvervolgingen. Van
+daaruit bezien is het te begrijpen dat men meende: "Van de Kerken hadden we
+niets goeds te verwachten en kwam ook niets goeds tijdens Hitlers vervolgingen".
+Zo werd het ook telkens gesteld in de discussie na mijn lezing (over een heel
+ander onderwerp, toen nog) in een kiboets.
+Nu stond me helder voor de geest dat protesten tegen de Jodenvervolging wel
+degelijk geklonken hadden vanaf de kansel van de kerk in het dorp waar ik tijdens
+de tweede wereldoorlog woonde. Ze hadden toen grote indruk op me gemaakt.
+Die protesten ging ik opzoeken; dat was niet moeilijk, want het onvolprezen
+instituut Yad Vashem in Jeruzalem beschikt over de standaardwerken geschreven
+door Touw en Delleman.[0.1] Ook van de Lutherse Kerk in Denemarken vond ik
+een krachtig protest. Dit - samen met de belangrijkste Nederlandse protesten -
+heb ik toen gepubliceerd in een brochure "Hebben de Kerken gezwegen?", die
+verscheen in het Nederlands (1964) en in het Ivriet. De laatste ben ik gaan
+aanbieden aan de heer Kadish Luz die in een kiboets dichtbij Tiberias woonde.
+
+<11>
+
+Deze ontving me vriendelijk en beloofde de brochure te zullen lezen. Niet zo
+lang daarna is hij overleden. Ik heb geen reactie op mijn brochure meer van
+hem ontvangen, had daar ook niet uitdrukkelijk om gevraagd.
+Intussen was mijn belangstelling gewekt en bleef ik regelmatig naar Jeruzalem
+gaan om meer materiaal te zoeken. Wat ik daar en elders vond, was veel meer
+dan verwacht. Op Yad Vashem volgde men mijn project met belangstelling en niet
+zelden kreeg ik krachtige hulp. Zo bestonden er belangrijke protesten van de
+Bulgaarse (Oosters-Orthodoxe) metropoliet; ik ken geen Bulgaars, maar een
+bevriende relatie bij Yad Vashem vertaalde de documenten voor me in het Ivriet,
+waarna ik ze vertaalde in het Engels, want in die taal wilde ik publiceren.
+In die tijd werden we eens geconfronteerd met een wel zeer optimistische kijk
+op de houding van de Nederlanders: een gefortuneerde Amerikaan wilde in Israël
+een bos planten ter ere van het Nederlandse volk en deszelfs heldhaftige daden,
+verricht ten behoeve van de Joden. Bij Yad Vashem vroeg men mijn mening en dit
+heeft ertoe bijgedragen dat het plan niet doorging; het zou meer eer zijn
+geweest dan ons volk toekwam.
+Eind 1969 werd het resultaat van mijn onderzoek gepubliceerd: The Grey Book.[0.2]
+Het is niet meer verkrijgbaar, (zie Gutenberg eText nr 14764) maar een artikel van
+mijn hand over hetzelfde onderwerp is opgenomen in de Encyclopaedia Judaica. [0.3]
+Die is te vinden in bijna iedere grotere bibliotheek.
+
+Nu, bijna twintig jaar later, ben ik ertoe gekomen om speciaal de houding van
+de Nederlandse Kerken nader te onderzoeken. Ook de Rooms-Katholieke Kerk is
+in dit onderzoek betrokken; toch ligt er een extra accent op de Gereformeerde
+Kerken in Nederland. Ten eerste omdat ik van die kerken lid ben en hun houding
+dus van binnenuit kan beoordelen; ten tweede omdat men zich dient te beperken.
+Zo heb ik bijvoorbeeld de besluitvorming zoals die in de Gereformeerde Kerken
+plaatsvond, nauwkeuriger nagegaan dan bij de Hervormde en de Rooms-Katholieke
+Kerk. En dan zijn de kleinere kerken nog niet eens genoemd. Er blijft nog heel
+wat te onderzoeken.
+De naam Seyss-Inquart - in de ondertitel - staat voor alles wat er van Duitse
+kant aan geweld en onderdrukking is bedreven tijdens de tweede wereldoorlog,
+met name jegens de Joden.
+
+<12>
+
+Terecht hebben de kerken, toen Seyss-Inquart de verantwoordelijkheid op een
+ondergeschikte wilde afschuiven, verklaard dat zij "Uwe Excellentie beschouwen
+als de verantwoordelijke voor alles wat in ons land gedurende de bezettingsjaren
+geschied is en nog geschiedt".
+
+Het eerste gedeelte bevat de protesten, en de inhoud van herderlijke brieven,
+die betrekking hadden op de Jodenvervolging. Alleen en passant is genoemd het
+(blijven) toelaten van Joodse kinderen op christelijke scholen: soms ging het
+verzet tegen de Duitse maatregelen hier direct van kerken uit, soms liep het
+via de schoolbesturen.
+De hoofdstukken 2 tot en met 9 geven allereerst een beschrijving van de situatie
+in de periode die aan de orde is. Drie aspecten worden weergegeven.
+Allereerst het verloop van oorlog en bezetting. Voor of na de Duitse nederlaag
+bij Stalingrad, dat betekende nogal wat!
+Daarop volgt een aantal fragmenten uit een dagboek - van mijn zuster, Maria
+Snoek -, die bedoelen een indruk te geven van het dagelijks leven in die tijd.
+Er waren immers zoveel andere dingen die een mens in beslag namen. Deze
+fragmenten zijn steeds in inspringende, cursieve tekst weergegeven.
+Ten derde wordt, uiterst summier, een overzicht van de anti-Joodse maatregelen
+in de betreffende periode gegeven. Kennisname van de werken van Herzberg, Presser
+en L. de Jong [0.4] wordt verondersteld. Hier gaat het alleen om de herinnering:
+"toen gebeurde er dat".
+In het tweede gedeelte van dit boek gaat het niet meer om het woord van het protest,
+maar om de daad van de hulp aan onderduikers.
+In het derde gedeelte komen enkele punten aan de orde ten aanzien van de houding
+van de kerken - en de christenen - tijdens de tweede wereldoorlog, die nu volop
+in discussie zijn. Geschiedenis is immers (men durft de veelgehoorde uitspraak
+bijna niet meer te gebruiken) een discussie zonder einde.
+
+Nu ben ik geen vakhistoricus en dat besef ik - al heb ik er uiteraard naar
+gestreefd het noodzakelijke "huiswerk" nauwgezet te verrichten. In zekere zin
+van de nood een deugd makend, waag ik het te doen wat een "professional" niet
+zou doen (maar juist "professionals" hebben me dit wel aangeraden): af en toe
+zal ik een persoonlijke ervaring uit die tijd vermelden. Allereerst in de hoop
+dat dit het geheel des te leesbaarder zal maken. Maar ook is het de bedoeling,
+de eigen betrokkenheid aan te geven, me in zekere zin in de kaart te laten kijken".
+
+<13>
+
+Geen mens kan volledig afstand nemen van het door hem te behandelen onderwerp;
+dat lijkt me ook niet nodig, zelfs niet gewenst. Maar wel is het nuttig om te
+proberen, de aard van de eigen betrokkenheid te onderkennen. Zonder enige
+zelfkennis in dit opzicht loopt men des te meer gevaar zich een karikatuurbeeld
+- in positieve dan wel negatieve zin - te vormen en dat door te geven. Terwijl
+het streven gericht dient te zijn op verheldering en een zo zuiver mogelijk
+weergeven van de feiten.
+Voor mij leidde de eigen betrokkenheid tot het inzicht: er was - in de houding
+van de kerken - misère, maar er was ook grandeur; er was grandeur, maar er was
+ook misère. Je mag het een niet wegstrepen tegen het ander. Omdat schrijver
+dezes in de oorlogsjaren pas goed de misère van de kerk ontdekte, heeft hij
+op het punt gestaan kerk en geloof vaarwel te zeggen. Maar het tijdens de
+kerkdienst voorlezen van de protesten tegen de Jodenvervolging was een factor
+die hem geholpen heeft, toch nog heil in de kerk te blijven zien, en te vinden.
+
+Nog een paar praktische gegevens.
+De spelling van de documenten heb ik aangepast aan de tegenwoordige.
+Het noten-apparaat is met opzet beperkt gehouden: het dient bijna uitsluitend
+om aan te geven waar bepaalde gegevens vandaan kwamen. Wie daar niet in
+geïnteresseerd is, kan de noten ongelezen laten.
+De teksten van alle door de kerken gemeenschappelijk uitgevaardigde protesten
+zijn te vinden zowel bij Touw als bij Delleman, terwijl men de herderlijke
+brieven van de bisschoppen bij Stokman [0.5?] aantreft. Ik vond het daarom
+overbodig, de vindplaatsen nog eens via noten te vermelden.
+Bij auteurs van wie slechts uit één werk geciteerd wordt volsta ik - na de
+eerste maal in de noot zowel auteur als titel genoemd te hebben - met
+vermelding van auteursnaam en pagina. Van de Jong en Buskes is een enkele
+maal uit een tweede werk geciteerd en dit wordt dan in een noot vermeld;
+maar voor het overige betekent de Jong: L. de Jong, Het Koninkrijk der
+Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Populaire editie); Buskes betekent
+(tenzij anders vermeld): J.J. Buskes, Waar stond de Kerk?
+
+<14>
+
+Het was een voorrecht om bij het schrijven van dit boek hulp te ontvangen.
+Mijn waardering en dank gaan allereerst - in chronologische volgorde - uit
+naar prof. dr. J. van den Berg, kerkhistoricus te Leiden, en prof. dr. J.C.J. Blom,
+historicus te Amsterdam, die me met name bij de start waardevol advies gegeven hebben.
+Drs. J. Ridderbos Nic. zn. te Zwolle was zo vriendelijk het hele manuscript te
+willen lezen; drs. G.C. Hovingh te Biddinghuizen en drs. M.J.H.M. van Rooij
+te Utrecht lazen gedeelten. Hun suggesties heb ik bijna steeds ter harte genomen.
+Aan hen allen, maar in het bijzonder aan collega Ridderbos, ben ik veel dank
+verschuldigd. Het spreekt vanzelf dat de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat
+op mij blijft rusten.
+Bovendien stel ik er prijs op, mijn dank en waardering te uiten jegens de
+instanties, die toestemming gaven tot raadpleging van de archieven (zie de lijst
+achterin). Sommige hebben daarenboven belangrijke hulp verleend door foto's te
+verstrekken. Met name wil ik hier noemen:
+de Commissie voor de Archieven van de Nederlandse Hervormde Kerk te Leidschendam,
+de Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Leusden; het archief
+van het Aartsbisdom Utrecht; het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands
+Protestantisme (1800-heden) te Amsterdam.
+
+DEEL I: DE PROTESTEN
+
+1. DE NEDERLANDSE KERKEN TIJDENS DE JAREN DERTIG
+
+a. Sfeer en situatie
+
+We hadden thuis een manufacturenzaak, in Renkum. "We", dat was mijn moeder
+- vader was al jaren geleden overleden - met haar drie kinderen: een dochter
+en twee zoons. Ik was de middelste.
+Het eerste uit die tijd om te memoreren waren de economische crisis en de
+werkeloosheid. In ons dorp hadden velen werk gevonden op de papierfabriek
+van Van Gelder. Honderden kregen ontslag en moesten gaan stempelen. De uitkering
+was gering, dus ook het aan kleding te besteden bedrag daalde. De omzet in
+onze zaak ging met sprongen achteruit. Menig winkelier ging failliet. Dat
+overkwam ons niet, maar zomer 1935 (ik was toen 15 en zojuist overgegaan naar
+de vierde klas van het Chr. Lyceum in Arnhem) werd besloten dat er niets anders
+op zat: ik moest van school af om thuis in de zaak te gaan meehelpen.
+We waren Gereformeerd: mijn moeder belijdend lid en de kinderen dooplid.
+Dus ging je 's zondags naar de kerk; de kinderen eerst alleen naar de ochtenddienst,
+maar vanaf hun twaalfde jaar ook 's middags. In de middagdienst werd er meestal
+gepreekt over de Heidelbergse Catechismus (HC), een uitleg van het Christelijk
+geloof, geformuleerd in de vorm van vraag en antwoord en verdeeld in 52 "zondagen".
+Ook op de catechisatie, waar men vanaf het twaalfde jaar heen ging, werd de HC
+besproken en de kinderen leerden wekelijks een "zondag" uit het hoofd. Sommige
+vragen ("Wat is Uw enige troost, beide in leven en sterven?"; "Wat is een waar
+geloof?") en hun antwoorden bleven je je levenlang bij.
+Aan tafel werd er door het gezinshoofd (bij ons thuis dus: mijn moeder) voor en
+na de maaltijd hardop gebeden; zesmaal daags. Ten minste tweemaal per dag werd
+er aan de etenstafel een bijbelgedeelte gelezen.
+De jongens waren lid van de Gereformeerde knapenvereniging. Als je 16 werd,
+mocht je naar de jongelingsvereniging (JV). Daar werd men voorbereid op de taak
+in "kerk, staat en maatschappij". Ook de meisjes hadden hun verenigingen.
+
+<19>
+
+foto 1. Vooroorlogs zendingsbusje met een "dankbare Javaan"
+
+Als kind ging je naar een "school met de Bijbel". Op maandagmorgen nam je een
+gift mee voor de zending. Die ging in een spaarbus, versierd met het borstbeeld
+van een Javaan. Als de stuiver of cent in de gleuf viel, knikte hij vriendelijk.
+We waren ervan overtuigd dat alle Javanen niet alleen hoffelijk waren, maar ook
+uiterst dankbaar voor het feit dat hun het evangelie gebracht werd. Zendelingen
+met verlof vertelden over snel groeiende kerken in Nederlands-Indië. Thuis hing
+in de huiskamer een rood, blikken busje aan de muur, met het opschrift: "Voor
+Joden, heidenen en mohammedanen". Als wij kinderen kattenkwaad hadden uitgehaald,
+legde mijn moeder ons soms de straf op om van ons zakgeld een gift in het
+zendingsbusje te doen. Waarop mijn broer protesteerde: "Dan worden de heidenen
+bekeerd door onze zonden". Toen zag moeder verder van de methode af.
+
+<20>
+
+Als je middelbaar onderwijs mocht volgen, diende dat het liefst Christelijk
+onderwijs te zijn. Ik ging dus naar Arnhem, ook al was de "neutrale" HBS in
+Wageningen dichterbij. Je las een Christelijk dagblad - bij ons thuis: de Standaard.
+Men stemde op een Christelijke politieke partij; Gereformeerden werden geacht
+op de Anti-Revolutionaire partij van Colijn te stemmen.
+
+Tegenwoordig noemt men deze eenvormigheid "de verzuiling" [1.11] en nu hebben
+we oog voor de negatieve kanten van het verschijnsel. Weinige zagen die toen.
+Sommige aspecten ervan werden als positief ervaren en ze zouden tijdens de oorlog
+van waarde blijken. De sterke verbondenheid met de eigen groep gaf een zeker
+zelfvertrouwen; de eigen organisaties leverden het raamwerk voor de opbouw van
+een verzetsbeweging; de eigen "nestgeur" zou een belangrijk hulpmiddel blijken
+te zijn bij het vaststellen wie er te vertrouwen was en wie niet.
+Zo belde tijdens de oorlog de K.P. (knokploeg)-leider Johannes Post eens aan
+bij een politie-agent in Groningen en vroeg diens medewerking voor een verzetsdaad.
+Post kon zich niet legitimeren en de ander wantrouwde hem: de onbekende kon
+immers een provocateur zijn. Het was etenstijd, en Post werd aan tafel genodigd.
+Hij schikte aan en zag, hoe de vrouw des huizes een bijbel klaarlegde. "Zijn
+jullie Gereformeerd?", vroeg Post. "Ja", was het antwoord. Waarop Johannes zei:
+Ik ook; ik ben ouderling in een dorp in Drenthe". De gastheer reageerde met
+de woorden: "Wilt U ons dan voorgaan in gebed?" Johannes bad. En de gastheer
+wist nu heel zeker: "deze man is een broeder (geloofsgenoot)". Na het eten werden
+er zaken gedaan.[1.12]
+Maar Duitsland was in de jaren dertig onze vijand nog niet; integendeel. Ons
+gezin, maar ook de familie (ooms en tantes die in de buurt woonden; mijn moeder
+had tien broers en zusters) was pro-Duits. Ten eerste omdat we vonden dat de
+Duitsers bij de vrede van Versailles, in 1919, onbillijk behandeld waren, ten
+tweede omdat we een hekel aan de Engelsen hadden. Die hadden immers de Boeren
+in Transvaal en de Oranje-Vrijstaat geknecht. De boeken van L. Penning over de
+heldhaftige strijd van de Boeren tegen de trouweloze Britten werden vlijtig
+gelezen en hadden grote invloed.
+Onze sympathieën en die van de overgrote meerderheid in de Gereformeerde Kerken
+veranderden snel en grondig na de machtsovername in Duitsland door Hitler.
+
+<21>
+
+Hervormde predikanten hadden, veel meer dan bij de Gereformeerden het geval was,
+intensieve contacten met de "Bekennende Kirche", dat deel van de Duitse kerk dat
+zich niet door Hitler liet gelijkschakelen. Ger van Roon heeft het belang van
+deze contacten voor de bewustwording in Nederland uitvoerig gedocumenteerd en
+overtuigend aangetoond. [1.3] Maar dat gold vooral Hervormde en in veel mindere
+mate Gereformeerde predikanten. Bij de Gereformeerden wogen de bezwaren tegen
+de theoloog Karl Barth zwaar, en juist hij speelde in de Duitse kerkstrijd een
+grote rol. Maar krant en radio brachten de berichten over ds. Niemöller die,
+omdat hij het Nationaal-Socialisme openlijk bestreed, in een concentratiekamp
+opgesloten werd; en er kwamen berichten over de Jodenvervolgingen. Daar kon
+niemand omheen.
+
+Er woonden drie Joodse gezinnen in ons dorp, alle drie met een zaak: Manasse
+de drogist, zijn broer de huisschilder, en de dames Cohen die een zaak in boter,
+kaas en eieren hadden. Zij waren geen klant bij ons en wij niet bij hen, dus
+was er zelden contact. Wel was er een aantal Joodse "reizigers", vertegenwoordigers
+van een textiel-fabriek of -groothandel, die ons regelmatig bezochten. Met
+sommigen hunner werd de relatie vriendschappelijk.
+Of er in onze kerk ooit gepreekt werd op een manier die het antisemitisme
+bevorderde? Ik kan het me niet herinneren. Wel weet ik, dat bij ons thuis
+de Joodse zakenrelaties niet als onbetrouwbaar werden beschouwd; al waarschuwde
+mijn moeder ons nadrukkelijk voor de onbetrouwbaarheid van een groothandelaar
+in textiel die Gereformeerd was.
+
+b. De zending onder de Joden
+
+Er waren twee Hervormde verenigingen voor zending onder de Joden (Elim en de
+Nederlandse Vereniging voor Israël), maar hier ging het om particulier initiatief.
+De Gereformeerde zending onder de Joden evenwel was een direct-kerkelijke zaak
+en stond onder de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de generale (landelijke)
+synode. Er waren commissies (deputaatschappen) ingesteld, die verantwoordelijk
+waren voor een bepaalde activiteit en aan de volgende synode verantwoording
+moesten afleggen. Er was ook een deputaatschap voor de zending onder de Joden.
+Om te weten hoe men in het algemeen als Gereformeerden de Joden beschouwde, is
+het van belang om stil te staan bij de Gereformeerde zending onder de Joden.
+Dank zij Peter Treep's onderzoek hebben we daar een duidelijk overzicht van. [1.4]
+Het deputaatschap voor de zending onder de Joden had de supervisie over drie
+predikanten: Jac. van Nes te Den Haag (vanaf 1916), C. Kapteyn te Amsterdam
+(vanaf 1929) en R. Bakker te Rotterdam (vanaf 1935). Deze predikanten leverden
+elk kwartaal een schriftelijk rapport van hun werkzaamheden in bij hun deputaten.
+De manier waarop men werkte, riep van Joodse zijde veel weerstand op en dat zal
+ons nu nauwelijks verwonderen. In Den Haag waren clubs voor Joodse kinderen.
+In een oplaag van 30.000 (1940) werd maandelijks "De Messias-bode" gratis en
+ongevraagd aan Joodse adressen gezonden. Jaren later, toen we in Israël woonden,
+vertelde ons een vriend van Nederlandse afkomst hoe hij indertijd in Nederland
+enkele malen verzocht had, de Messias-bode niet meer te sturen. Dat hielp niet,
+totdat hij opnieuw een brief naar de redactie schreef met het verzoek voortaan
+twee exemplaren te sturen want, zo schreef hij, "het papier van dit geschrift
+is uitermate geschikt om op de w.c. gebruikt te worden". Pas toen zag men van
+verdere toezending af, aldus mijn vriend.
+
+<23>
+
+Veel huisbezoeken werden door de drie predikanten afgelegd. Slechts weinigen
+uit de Joodse gemeenschap lieten zich dopen. Ds. Van Nes waarschuwde de
+kerkeraden overigens tegen het te spoedig bedienen van de doop. Hij vond dat
+er in het algemeen drie tot vier jaar catechetisch onderwijs nodig was voor
+men tot dopen kon overgaan. [1.5]
+In 1929 bezocht ds. Van Nes een Joden-zendingsconferentie te Neurenberg.
+Hier werd hij geconfronteerd met de groei van het antisemitisme in Duitsland.
+Sindsdien kozen hij en zijn twee collega's ondubbelzinnig partij ertegen.
+Op de eerste conferentie van plaatselijke commissies voor zending onder de
+Joden, in 1932, nam men met algemene stemmen een aantal resoluties aan waarvan
+de eerste luidde:
+
+"De conferentie brandmerkt het antisemitisme als grove zonde en zij roept alle
+Christenen op tot betoon van hartelijke liefde tot de Joden om Christus' wil". [1.6]
+
+Ook de Messias-bode keerde zich fel tegen het antisemitisme, de eerste keer in
+een artikel van de hand van ds. Kapteyn, november 1930. Als ds. Van Nes over
+dit onderwerp een lezing hield, kwam men nu ook van Joodse kant luisteren.
+Toen hij in Aalten over het antisemitisme sprak, werd zelfs de synagogedienst
+een kwartiertje vervroegd, opdat men nog naar deze bijeenkomst zou kunnen gaan. [1.7]
+Maar toen deputaten op de synode van 1933 verslag uitbrachten, deelden zij mee:
+"Thans volgen de rapporten, zoals die bij deputaten ingebracht werden door de drie
+missionarissen, met weglating van de algemene opmerkingen waarin de missionarissen
+over het lijden van het Jodendom en de reactie daarop in Joodse en Christelijke
+kring praten." [1.8]
+
+c. Over synodes en deputaatschappen
+
+De Hervormde geschiedschrijver H.C. Touw schrijft Synode, met een hoofdletter;
+de Gereformeerde Th. Delleman daarentegen schrijft synode zonder hoofdletter.
+Dat is niet toevallig. De inrichting van de diverse kerkgenootschappen vertoont
+op bepaalde punten onderling verschillen, bij voorbeeld wat betreft de taak van
+de synode. De besluitvorming komt op verschillende wijzen tot stand.
+
+<24>
+
+In het volgende vertellen we iets over de structuur van de Gereformeerde Kerken
+in Nederland. Het meervoud (kerken!) is veelbetekenend: men hecht veel waarde
+aan de zelfstandigheid van iedere plaatselijke kerk (of: gemeente).
+Op 1 januari 1940 waren er, volgens het jaarboek van 1940, 788 (plaatselijke)
+kerken met 811 dienstdoende predikanten en 652.826 leden, waarvan 331.615
+belijdende leden. Er waren dus 321.211 doopleden, toen voornamelijk kinderen.
+De toename over 1939 bedroeg 7.687 leden.
+
+Vooral in de grotere plaatsen beschikte een gemeente vaak over meer dan een
+kerkgebouw, en meer dan een predikant. Iedere gemeente werd bestuurd door de
+kerkenraad: ouderlingen, diakenen en de predikant(en), allen gekozen door (toen
+nog alleen de mannelijke) belijdende leden.
+De kerkenraad stuurde afgevaardigden (een predikant en een ouderling) naar de
+classis: een regionaal verband van kerken dat eens in de drie maanden vergaderde.
+Deze classis vaardigde vertegenwoordigers af naar de particuliere (of: provinciale)
+synode die eens per jaar een dag vergaderde en dan afgevaardigden naar de generale
+(of: nationale) synode koos. Deze vergaderde eens in de drie jaar (tenzij er "enige
+dringende nood was om de tijd korter te nemen") enkele dagen en werd dan ontbonden.
+Zo was er een synode in 1933 en daarna weer een in 1936.
+Er waren 12 provinciale synodes: Limburg en Noord Brabant deden samen, maar
+Zuid-Holland en Friesland hadden elk twee particuliere synodes. Iedere provinciale
+synode mocht 4 leden afvaardigen naar de generale synode: 2 predikanten en 2
+ouderlingen. De generale synode bestond dus uit 24 predikanten en 24 ouderlingen,
+plus, als prae-adviseurs, de theologische hoogleraren.
+Synode-leden waren meestal van rijpere leeftijd. Er waren geen vrouwen bij: zij
+hadden toen noch het actieve, noch het passieve kiesrecht, d.w.z. ze mochten
+niet kiezen en niet gekozen worden.
+Voor iedere synode koos men een vergaderplaats in weer een andere provincie.
+Als een synode bijeenkwam, begon men met een moderamen (bestuur) te kiezen,
+bestaande uit vier personen. Men vergaderde een aantal dagen, tijdens welke de
+nodige besluiten werden genomen. Dan werd de synode gesloten en ging iedereen
+naar huis. De synode was dus allerminst een permanent instituut.
+
+<25>
+
+De synode die in 1936 te Amsterdam bijeenkwam, vergaderde in totaal 16 dagen,
+werd toen voorlopig gesloten en kwam in 1938 nog twee dagen bijeen. In die tijd
+was er binnen de Gereformeerde Kerken een strijd ontbrand over bepaalde punten
+van de geloofsleer. Om die reden werd de volgende synode, die van Sneek, in 1939
+niet definitief gesloten, maar waren er voortgezette synodevergaderingen: 6 dagen
+in 1940, 12 dagen in 1941 en 19 dagen in 1942. In 1944 zouden de leergeschillen
+tot een scheuring in de kerken leiden. Maar in ieder geval kon men van de nood
+(de leergeschillen) een deugd maken: door oorlog en bezetting dienden zich
+onverwachte maar dringende problemen aan en men had nu de gelegenheid om deze
+te behandelen.
+Het moderamen van de synode was gemachtigd om, na de sluiting van de synode,
+toe te zien op de uitvoering van de genomen beslissingen. Het werd daarin
+bijgestaan door deputaatschappen. Hierboven kwamen we het deputaatschap voor
+de zending onder de Joden al tegen.
+Een ander deputaatschap was dat voor "correspondentie met de Hoge overheid".
+De taak van deze commissie was voor de tweede wereldoorlog nauwelijks meer dan
+een ceremoniële: men stuurde namens de kerken bij voorkomende gelegenheden
+een condoleantie- of felicitatie-telegram aan leden van het koninklijke huis.
+Voorzitter van dit deputaatschap was de hoogleraar dr. H.H. Kuyper.
+Zijn "secundus" (vervanger) was mr. dr. J. Donner, oud-minister van justitie
+en lid van de Hoge Raad. Ook was hij de vader van de latere schaakmeester J.H.
+Donner.
+
+d. Het lidmaatschap van de NSB.
+
+Van belang voor de inperking van invloed en aanhang van de NSB. is geweest,
+dat drie Nederlandse kerkgenootschappen zich uitgesproken hebben over de
+nationaal-socialistische beginselen, deze veroordeelden en daaruit de
+consequenties trokken voor de leden van hun kerk die toegetreden waren tot de NSB.
+
+<26>
+
+Allereerst de Rooms-katholieke Kerk. De bisschoppen waarschuwden in een herderlijk
+schrijven van 2 februari 1934 alle Katholieken om, "in het belang van de Kerk
+en in het belang van ons gehele volk, niet mee te doen aan de fascistische en
+nationaal-socialistische stromingen".
+
+"Wie ondanks dit Ons waarschuwend woord menen hun eigen inzichten te moeten
+doordrijven, mogen weten, dat zij een zware verantwoordelijkheid op zich laden
+en dat zij zich tegenover God en hun geweten hebben te verantwoorden over
+hun kortzichtige roekeloosheid." [1.9]
+
+Een uitdrukkelijke veroordeling volgde op 6 mei 1936. De bisschoppen verklaarden
+dat "allen die aan deze partij (de NSB.) belangrijke steun verlenen, niet tot
+de H.H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." [1.10]
+
+Wanneer de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde, kwamen
+de vragen op de agenda die door de "mindere" vergaderingen gesteld waren.
+Al in 1933 had de classis Amersfoort aan de synode gevraagd, "hoe te handelen
+met de leden der gemeente, die zich aansluiten bij, en propaganda voeren voor
+de nationaal-socialistische beweging." [1.11] Men is er toen niet diep op
+ingegaan, maar in 1936 kwamen diverse provinciale synodes en klassikale
+(regionale) kerkvergaderingen met dezelfde vraag. Het was een jaar na de
+verkiezingsoverwinning van de NSB.
+Enkele kerkleden waren al door hun kerkenraad vermaand, en soms zelfs onder
+censuur gesteld (de censuur is de kerkelijke tucht waarbij de betrokkene van
+het Avondmaal afgehouden kan worden en leidde, na lang vermaan en met
+uitdrukkelijke toestemming van de classis, uiteindelijk tot een geschrapt
+worden als kerklid).
+Zo werd de bekende NSB.-er E.J. Roskam door de kerkenraad van Amsterdam-Zuid
+vermaand vanwege zijn artikel in "Volk en Vaderland", waarin hij de Gereformeerde
+Kerken aanviel. Hij' verklaarde daarop, dat hij zijn artikel, "alhoewel daar
+vele waarheden in voorkomen die ik moet handhaven, niet had mogen schrijven en
+daarom ook terugneem, omdat daar een oordeel gegeven wordt over onze Gereformeerde
+Kerken, dat mij' niet toekomt te vellen en op die plaats te publiceren." [1.12]
+
+<27>
+
+foto 3. Prof dr. K Schilder (1890-1952
+
+Ook de vooraanstaande NSB.-er C. van Geelkerken werd door de raad van de
+Gereformeerde kerk te Utrecht vermaand. Hij, Roskam en ook Mussert zelf
+schreven daarop protestbrieven naar de synode. Delleman drukte Musserts brief
+volledig af. [1.13]
+De synode benoemde uit haar leden een commissie met als adviseurs de hoogleraren
+H.H. Kuyper en K. Schilder. Kuyper stelde voor dat de commissie zich incompetent
+zou verklaren en geen uitspraak zou doen. Dat voorstel werd verworpen. Het rapport,
+dat eerst door de commissie en daarna door de synode aanvaard werd, was gebaseerd
+op een concept van Schilder. [1.1414] Deze schreef kort daarop ter toelichting een
+brochure: Geen duimbreed! Na een paar dagen was er al een herdruk nodig.
+In het rapport worden vijf bezwaren tegen de NSB. ingebracht waaronder "het
+streven naar de machtsstaat" en "het exclusief nationalistisch karakter": En al
+moge ze (de NSB.) de "rassenvergoding" verwerpen, de manier, waarop zij zelfs
+tot in haar program toe (artikel 2) de eenheid van de "Dietse stam" op de
+voorgrond zet, toont, dat ze zich ook in dit opzicht niet onbesmet heeft gehouden;
+aldus het rapport."[1.15]
+
+<28>
+
+Op 2 oktober 1936 betuigde de synode haar instemming met het rapport. Alle
+plaatselijke kerkenraden zouden bij de NSB. aangesloten leden dienen te "vermanen
+om dit lidmaatschap te beëindigen, en zo nodig de betrokkenen af te houden van
+het avondmaal".
+Aan een na de oorlog gehouden enquête deden 521 van de 782 kerkenraden mee.
+Slechts twee daarvan bleken de maatregel niet te hebben uitgevoerd; 519 wel,
+ook na 14 mei 1940. Het ging, wat deze 521 gemeenten betreft, om een totaal
+van 272 Gereformeerde NSB.-ers. Sommigen hunner hebben door het vermaan der
+kerk hun dwalingen nog tijdens de bezetting ingezien en braken met de NSB.,
+aldus Delleman. Een klein aantal Gereformeerde NSB.-ers werd na vermaan ten
+slotte afgesneden (van het kerklidmaatschap vervallen verklaard), terwijl 37
+zich als lid onttrokken."[1.16]
+
+Wie, na dit alles gelezen te hebben, nu vervuld is van bewondering voor de
+Gereformeerde karaktervastheid, dient ook te weten dat, tegelijk met de NSB.,
+de socialistisch-pacifistisch georiënteerde Christen-Democratische Unie (CDU.)
+evenzeer door de synode op de korrel genomen werd.
+Dat komt ons nu onbegrijpelijk voor, maar ik herinner me, uit 1936, een
+inleiding op de jongelingsvereniging over de CDU. waarin de spreker betoogde:
+"De CDU. is geen unie, is niet democratisch en evenmin christelijk".
+Het is een schrale troost dat de (veel kleinere) Christelijke Gereformeerde
+Kerken in Nederland (40.000 leden) in 1937 uitdrukkelijk afzagen van een
+veroordeling van de CDU., maar wel besloten tot het uitoefenen van de tucht
+over kerkleden die lid waren van de NSB." [1.17]
+
+e. Reacties op het antisemitisme in Duitsland
+
+Hitler werd rijkskanselier op 30 januari 1933 en na Hindenburgs overlijden
+(2 augustus 1934) president, en opperbevelhebber van het leger. Onmiddellijk
+na de machtsovername in Duitsland begonnen de antisemitische maatregelen.
+Joodse winkels werden geboycot, Joden in overheids­dienst ontslagen.
+
+<29>
+
+De toelating van Joodse kinderen en studenten tot scholen en universiteiten
+werd beperkt. Op 15 september 1935 werden de beruchte Neurenberger wetten
+uitgevaardigd. "Gemengde" huwelijken waren voortaan verboden; vrouwen onder
+de 45 jaar mochten niet in dienst van Joden staan. Het Duitse staatsburgerschap
+zou voortaan mee door de "zuiverheid" van het bloed bepaald worden.
+Zomer 1938 werden ongeveer 1500 Joden gevangen genomen en opgesloten in
+concentratie­kampen. In oktober van dat jaar werden 15.000-17.000 Joden
+van Poolse afkomst gedeporteerd. Toen op 7 november 1938 in Parijs een
+aanslag werd gepleegd op de Duitse ambassadefunctionaris Ernst vom Rath,
+die op 9 november aan zijn verwondingen bezweek, was deze aanslag het
+voorwendsel voor het ontketenen van pogroms door heel Duitsland; in de
+zogenaamde Kristalnacht werden duizenden winkels van Joden geplunderd en
+synagoges verbrand. Meer dan 26.000 Joden werden gevangen genomen, velen
+hunner naar een concentratiekamp gevoerd; tenminste 91 vermoord.
+Als reactie op deze van hogerhand gesanctioneerde terreur probeerden velen
+Duitsland te verlaten. Dit gelukte in 1933 naar schatting aan 37.000 Joden.
+In 1934 was hun aantal 23.000 en in 1935 vluchtten er 21.000. Voor 1936 en 1937
+bedroegen de geschatte cijfers respectievelijk 25.000 en 23.000. Vanaf begin
+1938 tot 1 oktober 1941 - toen alle emigratie verboden werd - verlieten naar
+schatting 170.000 Joden het Duitse "Reich". [1.18]
+
+Hoe waren nu de reacties op dit alles in Nederland?
+Er waren augustus 1933 naar schatting ongeveer 6.000 - politieke en Joodse -
+vluchtelingen in ons land. Mei 1934 besliste de regering dat niet-officieel
+toegelaten vluchtelingen aan de grens moesten worden tegengehouden, tenzij
+"aannemelijk wordt gemaakt dat terugkeer naar Duitsland onmiddellijk lijfsgevaar
+voor de betrokkenen zal meebrengen". [1.19] Statenloze vluchtelingen moesten
+naar Duitsland teruggeleid worden, maar met gematigdheid en zonder "aan
+overijling gepaard gaande hardheden". In totaal werden door Nederland ruim
+30.000 vluchtelingen opgenomen, in verhouding meer dan door andere landen,
+aldus L. de Jong. [1.20] Maar Joodse vluchtelingen zijn in die jaren door de
+Nederlandse marechaussee in opdracht van de regering Colijn wel "teruggeleid"
+naar Duitsland. Na de Anschluss (waarbij Duitsland Oostenrijk inlijfde;
+maart 1938) verscherpte de Nederlandse regering haar restrictief beleid.
+
+<30>
+
+Vele predikanten ondertekenden een manifest (in 1933) waarin het antisemitisme
+werd afgewezen. [1.21] J.J. Buskes en W. Banning behoorden tot de sprekers op
+een grote protestvergadering. [1.22] Op 19 sept. 1935 was opnieuw Buskes een
+van de sprekers op een protestvergadering in de Apollo-hal, waar 6000 mensen
+aanwezig waren. De toespraken werden gepubliceerd in de brochure "Vrede over
+Israël". Er werd een Protestants hulpcomité, opgericht, het "Comité voor
+zogenaamde niet-arische Christenen". In 1938 werd de naam veranderd in
+"Protestants Hulp-Comité, voor uitgewekenen om ras of geloof'. We noemen deze
+verschillende reacties slechts terloops: het ging hier immers niet om officiële
+kerkelijke protesten. Van Roon verschaft uitvoerige gegevens in zijn Protestants
+Nederland en Duitsland 1933-1941.
+
+Voor de tweede wereldoorlog heeft bijna geen enkel kerkgenootschap in Nederland
+officieel en publiekelijk geprotesteerd tegen de Jodenvervolgingen. Kerken in
+Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden, Frankrijk en de Verenigde Staten hebben
+dat wel gedaan.[1.23] Vanwaar die zwijgzaamheid in Nederland? De volgende punten
+dienen hier genoemd te worden.
+Vrij algemeen was men binnen de kerken van oordeel, dat het doen van "politieke"
+uitspraken niet op de weg der kerken lag. Men had immers Christelijke politieke
+partijen? Toentertijd werd dan ook - in tegenstelling tot nu - geen enkele
+publieke uitspraak over welk politiek onderwerp dan ook door de kerken gedaan.
+Bovendien bestond er - in tegenstelling tot nu - weinig contact tussen de kerken;
+er was geen gezamenlijk optreden. Vooral de RK Kerk en de Gereformeerde Kerken
+in Nederland zagen geen heil in interkerkelijke samenwerking.
+Daar komt dan nog bij, dat men algemeen bevreesd was voor het in gevaar brengen
+van Nederlands neutraliteit en van onze economische belangen: de handel met
+Duitsland. Ook beschouwde men, ofschoon het nationaal-socialisme afwijzend,
+Duitsland desondanks als een bolwerk tegen het veel groter geachte gevaar:
+dat van het communistische Rusland.
+Wat de Hervormde Kerk betreft, "de kerkorde maakte het nu eenmaal de Kerk
+onmogelijk, te komen tot een gemeenschappelijk en openlijk getuigenis", aldus
+Touw. "De Synode had geen bevoegdheid kerkelijke beslissingen te nemen, maar
+had alleen een administratieve en financiële opdracht. De grote roeping van
+het belijden, getuigen en handelen der Kerk werd in de kerkelijke vergaderingen
+niet aan de orde gesteld, en in elk geval kon daarover geen bindende beslissing
+genomen worden".[1.24]
+
+<31>
+
+Twee uitzonderingen op deze regel van officieel-kerkelijke stilzwijgendheid
+zijn te melden. Allereerst kreeg de Commissie tot de Zaken (het dagelijks bestuur)
+van de Remonstrantse Broederschap een brief van de gemeente te Amersfoort waarin
+verzocht werd om de Jodenvervolging in Duitsland op de agenda van de komende
+Algemene Vergadering te plaatsen. De hoogleraar G.J. Heering stelde daarop
+een resolutie op:
+
+(...) Zonder voorbij te zien aan de schuld der wereld en onze eigen schuld in
+deze loop van zaken, en open latende de vraag in hoever aan de houding der
+getroffenen of aan die van hun geestverwanten of rasgenoten een en ander
+verweten kan worden, op dit ogenblik kunnen wij slechts denken aan het onrecht,
+dat geschiedt. Onrecht tegenover de pacifisten, tegenover de socialisten en
+tegenover de Joden. (...) Het ergste is misschien, dat de Christelijke Kerk voor
+het grootste deel zozeer de dienaresse is geworden van het nationalisme, dat zij
+op enkele uitzonderingen na zwijgt, of instemming betuigt. [1.25]
+
+De overgrote meerderheid van de Vergadering stemde met Heering in. "Het was een
+uitspraak voor intern gebruik, maar het bleef een uitspraak", aldus Van Roon.
+
+Ten tweede werd er een motie aangenomen door de Nederlandse afdeling van de
+World Alliance for International Friendship through the Churches:
+
+"De Nederlandse Afdeling van de Wereldbond tot het bevorderen van een goede
+verstandhouding tussen de volken door de kerken, bewust van zijn doel om de
+vriendschappelijke verhouding tussen de volken te bevorderen en overtuigd, dat
+deze ernstig geschaad wordt door de maatregelen in Duitsland genomen en uitgevoerd
+tegen de Joden, die mede verklaard kunnen worden als uiting van rassenhaat,
+verzoekt het dagelijks bestuur om zich over deze maatregelen uit te spreken en
+verder alles te doen wat in zijn vermogen is om in overeenstemming met de beginselen
+van de Wereldbond en zijn doel de spanning en de ergernis weg te nemen, die door
+die maatregelen in Nederland en in de gehele beschaafde wereld zijn gewekt,
+en om mede te werken tot het doen ontstaan van die verhouding die volgens het
+Christelijk geweten tussen de rassen moet bestaan." [1.26]
+
+Men deed ook mededeling van inhoud en verzending van deze brief aan de permanente
+commissie van het Ned. Israëlitisch Kerkgenootschap. Het verzoek aan het bestuur
+van de Wereldbond had een positief resultaat.
+
+<32>
+
+2. HET BEGIN
+
+a. De situatie (mei - oktober 1940)
+
+Nederland werd door de Duitse legers onder de voet gelopen en capituleerde.
+Koningin Wilhelmina was met haar gezin gevlucht. De ministers waren in Londen:
+een Regering in ballingschap.
+De Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart werd benoemd tot Rijkscommissaris over
+het bezette Nederland. Op 29 mei nam hij het burgerlijke bestuur over en hield
+ter gelegenheid daarvan een rede in de Ridderzaal, de plaats waar de Koningin
+op Prinsjesdag de Troonrede placht voor te lezen. De nieuwe gezagsdrager
+beloofde "het tot nu toe geldende Nederlandse recht in kracht te laten en het
+Nederlandse volk geen vreemde ideologie op te dringen". Een andere uitspraak
+in zijn rede:
+
+"Wij Duitsers echter, die door dit land gaan met een blik die gescherpt is door
+het begrip voor de waarden van de banden des bloeds en de ontbindingen des bloeds
+in een volk, verheugen ons over de Nederlandse mensen. Wij verheugen ons over
+de kinderen, wensen dat de jongens hier moedige, krachtige, energieke mannen en
+de meisjes gelukkige moeders van grote gezinnen zullen worden. Wij gevoelen ons
+heden, en in alle omstandigheden verantwoordelijk voor het goede bloed, want bloed
+verplicht ook over uiterlijke feiten en ontbrekend begrip heen."
+
+In de maand juni werden de overgebleven Engelse troepen geëvacueerd uit Duinkerken.
+De val van Parijs werd gevolgd door de capitulatie van heel Frankrijk. Vanaf 4 juli
+was alleen luisteren naar de Nederlandse of Duitse radio toegestaan; in diezelfde
+maand sprak de Koningin voor de eerste keer over radio Oranje.
+Op 7 september vond de eerste grote Duitse luchtaanval op Londen plaats:
+de "slag om Engeland" was begonnen. Eind september werd het drie-mogendheden
+verdrag (Duitsland, Italië en Japan) bekendgemaakt.
+Vanaf 1 oktober moesten de Nederlanders zich kunnen identificeren. Eind oktober
+begon de aanval van Italië op Griekenland.
+
+<34>
+
+22 mei: morgen komen de schoenen op de bon, en binnenkort de textiel, zegt men,
+ de suiker was al op de bon.
+18 juni: ook het brood wordt nu gedistribueerd, we eten er nu een prakje bij.
+14 juli: morgen worden vel en andere levensmiddelen gedistribueerd.
+ 4 aug.: Het puntenstelsel voor de textiel zal nu in werking treden; 100 punten
+ per half jaar. Het eerste kwartaal mogen de mensen 40 punten besteden.
+ Lakenkatoen kost 10 punten per m2, een knot wol vijf punten.
+15 juli: een half pond boter, vet of margarine in de week. Veel te weinig, maar
+ nu krijgen we allemaal een eiken botervlootje; dan kan ieder zo dik of
+ zo dun smeren als hij zelf wil.
+16 aug.: Er zijn al lakens, overalls en molton van kunstvezel. De verkoop van
+ wollen stoffen en van bovenkleding is tot nader order verboden.
+30 aug.: Morgen is de Koningin jarig. We mogen geen enkel teken van vreugde of
+ van rouw betonen. Ook geen rouwbanden dragen of in de etalage leggen,
+ (Politieagent) Driessen kwam dat speciaal zeggen. De boeren mogen zelf
+ niet meer karnen; de karnen zijn verzegeld. Nu gebruiken ze de wasmachine.
+2 sept.: Gisteren hadden we een dominee die bad "voor degenen die thans over ons
+ heersen, of ze uit de greep van de leugengeest verlost mogen worden".
+25 sept.: De zeep kwam kortgeleden op de bon, en nu ook het vlees.
+2 okt.: De foto's van het Koninklijk huis zijn bij de boekhandelaars en het
+ postkantoor in beslag genomen.
+6 okt.: We zijn in afwachting wat er boven ons hoofd hangt: Mussert of
+ zelfbeschikking.
+
+De eerste anti-joodse maatregel was de uitsluiting van Joden uit de luchtbescher-
+mingsdiensten. Kort daarop (eind juli) volgde het verbod op ritueel slachten. In
+Zandvoort werd, begin augustus, de synagoge opgeblazen. Op 30 september werd het
+verbod uitgevaardigd om hen die "geheel of gedeeltelijk van Joodse bloede" waren,
+in overheidsdienst te benoemen of, indien reeds in dienst, te bevorderen.
+
+b. Het Convent van Kerken
+
+Al gauw na de Nederlandse nederlaag in de meidagen en de daarop volgende bezetting
+door de Duitsers, vonden er op kerkelijk terrein twee ontwikkelingen plaats die
+van groot belang zouden blijken te zijn, allereerst voor de periode van de bezetting,
+maar ook voor de tijd daarna, tot op de dag van vandaag.
+
+<35>
+
+Allereerst vonden de kerken elkaar in een permanent verband -het Convent van
+Kerken, vanaf 1942 I.K.0. (Interkerkelijk Overleg) genoemd. De problemen die
+uit de bezetting voortvloeiden noodzaakten tot overleg en het waar mogelijk
+vormen van een gemeenschappelijk front.
+
+In een brief, gedateerd 20 juni 1940, nodigde de Algemene Synodale Commissie
+der Nederlandse Hervormde Kerk afgevaardigden van zeven andere kerken uit tot
+een samenspreking: "voor elk van die (Kerkgenootschappen) één afgevaardigde
+en wel iemand die bevoegd zou zijn namens het Kerkgenootschap zich casu quo
+te wenden tot de hoge overheid."
+De eerste vergadering vond plaats op 25 juni. Vertegenwoordigd waren:
+de Nederlandse Hervormde Kerk;
+de Gereformeerde Kerken in Nederland,
+de Christelijke Gereformeerde Kerk;
+de Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband;
+de Remonstrantse Broederschap;
+de Algemene Doopsgezinde Sociëteit;
+de Evangelisch Lutherse Kerk;
+en het Hersteld Evangelisch Luthers Kerkgenootschap
+
+Zoals blijkt uit de volkstelling van 1930 waren er in dat jaar in Nederland
+2,7 miljoen Hervormden, 640.000 Gereformeerden en 270.000 leden van de andere
+bovengenoemde Kerkgenootschappen. [2.1] De Rooms-katholieke Kerk deed dus
+(nog) niet mee; ze was niet uitgenodigd.
+Als voorzitter trad op prof. J.R. Slotemaker de Bruïne. Al vrij spoedig daarna
+zou hij moeten terugtreden wegens een ziekte, waaraan hij overleden is. Daarna
+zijn onder anderen prof. P. Scholten, mr. J. Donner en dr. J.J.C. van Dijk
+voorzitter geweest; de bezettende macht zorgde voor de roulatie: telkens werd
+de voorzitter gevangen genomen.
+Als secretaris van het Convent trad ds. K.H.E. Gravemeyer (geb. 1888) op,
+een krachtige figuur, die op 1 april 1940 met de kleinst mogelijke meerderheid
+was gekozen als secretaris van de Synode van de Ned. Hervormde Kerk. Eens zei
+hij tegen een bezoeker: "We zijn er niet om de strijd (tussen Kerken en bezetters)
+te voorkomen, maar om die goed te strijden". [2.2]
+
+<36>
+
+foto 4. Ds K.H.E. Gravemeyer
+
+Ds. Gravemeyer zou tot aan het einde van de bezetting (met een onderbreking van
+enkele maanden in 1942 wegens gijzeling door de Duitsers) secretaris van het
+Convent - later Interkerkelijk Overleg genoemd - blijven. Hij heeft het verzet
+van de kerken ten zeerste gestimuleerd.
+Op de eerste bijeenkomst typeerde de voorzitter die als "officieus, informatorisch
+en vertrouwelijk". Men zou elkaar kunnen voorlichten en inlichten en bij belangrijke
+zaken in eenparigheid jegens de overheid handelen, teneinde aan het optreden der
+Protestantse kerken in Nederland aldus meer kracht bij te zetten.
+De meeste bleken echter aanwezig zonder uitdrukkelijke machtiging van hun kerk.
+Zo was de Gereformeerde vertegenwoordiger, prof. H.H. Kuyper, wel voorzitter van
+"Deputaten voor de correspondentie met de hoge overheid", maar - zoals al eerder
+opgemerkt - dit Deputaatschap had tot nu toe weinig betekend; zo mocht men slechts
+antwoord geven, "als de overheid naar de mening van de kerk vroeg in een bepaalde
+zaak, indien de synode zich althans over die zaak had uitgesproken." Maar die
+zomer vergaderde de synode en verleende aan prof. Kuyper een meer uitgebreid,
+aan de veranderde tijdsomstandigheden aangepast mandaat: "Eindelijk wordt het
+moderamen (bestuur van de synode) gemachtigd om met de deputaten voor de
+correspondentie met de Hoge Overheid beslissingen te nemen, wanneer er geen
+synode kan samenkomen." [2.3]
+
+<37>
+
+In het begin besprak men in het Convent onderwerpen als: vergoeding van oorlogsschade
+aan de kerken, zondagsarbeid, avondmaalsbrood (in verband met de distributie-
+moeilijkheden), enz. Maar de notulen van 30 juli vermelden: In de volgende
+vergadering zal over het karakter van het Convent nader gesproken worden. Verzocht
+wordt, dan tevens de vraag aan de orde te stellen, of er voor de Kerken aanleiding
+en zelfs plicht kan zijn, zich thans omtrent het antisemitisme uit te spreken." [2.4]
+In augustus is er geen vergadering geweest en in september is men niet aan het
+onderwerp antisemitisme toegekomen. De notulen zijn uiterst summier en het is
+niet duidelijk of men er echt niet aan toe kwam, dan wel als een poes om de hete
+brei heendraaide. Ds. J.J. Buskes, die de vergaderingen bijwoonde als afgevaardigde
+van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, zou later schrijven: "het heeft
+heel wat strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Jodenkwestie ten slotte
+een waarlijk principieel geluid te laten horen." [2.5] Abel Herzberg merkte op:
+"Ook de protestantse kerk ving aan zich te roeren. Dit laatste is niet ineens
+gegaan, niet overal van ganser harte, maar veelal schoorvoetend en, naar
+Nederlandse trant, bedachtzaam." [2.6]
+
+c. De Lunterse Ring
+
+Toch waren de zomermaanden geen verloren tijd. Eind augustus werd te Lunteren
+een driedaagse "clandestiene" vergadering gehouden van een dertigtal predikanten
+en gemeenteleden, voornamelijk uit de Hervormde Kerk en het al eerder genoemde
+"Hersteld Verband" (een afsplitsing, sinds 1926, van de Gereformeerde Kerken
+in Nederland). De deelnemers hadden, vooral door het volgen van de strijd van
+de "belijdende Kerk" in Duitsland, al voor mei 1940 de gevaren van het nationaal-
+socialisme beseft. J.J. Buskes was in Lunteren aanwezig, evenals J. Eykman,
+J. Koopmans, K.H. Kroon, K.H. Miskotte en G. Oorthuys. Zij allen zouden een
+rol in het verzet spelen.
+Men besloot een brief tot de door de Hervormde Synode ingestelde, uit 19 leden
+bestaande commissie Kerkelijk overleg te zenden; ook ging er een afschrift naar
+het moderamen van de Gereformeerde synode. In deze brief drong men erop aan,
+dat de officiële kerkelijke instanties zich "zo beslist, zo helder en zo snel
+mogelijk ter voorlichting van de gemeente en, hetzij' direct of indirect, ook
+van ons volk in zijn geheel, zouden uitspreken over "de moeiten, zorgen en
+verzoekingen waarin wij en onze landgenoten verkeren." Met name genoemd werden
+"de beginnende antisemitische propaganda, de geestelijke vrijheid, opvoeding
+en school, en de willekeur van de bezettende macht". Over het eerstgenoemde punt
+schreef men:
+
+<38>
+
+"Wij kwamen diep onder de indruk van het feit, dat de antisemitische propaganda
+al veel verder in ons volk is doorgedrongen dan velen vermoeden en dat de
+overeenkomstige maatregelen van hoger hand (slachtverbod, verklaring van de
+luchtbeschermingsdienst enz.), bovendien de daden van belediging en overlast
+de Joden aangedaan (de verkoop van "Sturmer" en "Misthoorn" op de openbare weg,
+het opblazen van de synagoge te Zandvoort enz.) voor het geweten van tallozen
+een ondraaglijke last zijn geworden."
+
+Buskes was een van de ondertekenaars. Hij was het geweest, die In het Convent
+der Kerken verzocht had het onderwerp antisemitisme op de agenda te plaatsen.
+Hij wist zich nu gesteund door zijn vrienden. Ook de leden van Kerkelijk Overleg,
+waaronder ds. Gravemeyer, die bovendien secretaris van het Convent was, werden
+aangemoedigd. Niet dat de brief van de kant van Kerkelijk Overleg een positieve
+reactie kreeg: men nam de brief niet in behandeling, maar gaf deze door aan het
+moderamen (bestuur) van de Hervormde Synode. Dit liet een antwoord opstellen door
+een commissie onder voorzitterschap van prof. W.J. Aalders. We komen op dat
+antwoord nog nader terug.
+Toch zou de "naar boven" uitgeoefende druk niet vergeefs blijken te zijn geweest.
+De brief zou de Gereformeerde synode inspireren tot het herderlijke schrijven
+dat in maart 1941 publiekelijk 11 dwz. in de kerkdiensten - voorgelezen werd.
+Het was een wisselwerking: vanuit de kerken kwamen stemmen die hun leiding om
+een duidelijk woord vroegen, en als dat woord dan ook kwam, en vooral als het
+hoorbaar (vanaf de preekstoel) in de zondagse kerkdienst weerklonk, werden de
+gelovigen aangespoord tot een houding en daden van verzet.
+
+Zomer 1940 begint zich dus de tweede belangrijke ontwikkeling af te tekenen.
+De eerste was, dat de kerken elkaar vonden in een gemeenschappelijk en permanent
+beraad: het Convent van Kerken. De tweede was, dat men nu ook gezamenlijk en
+publiek ging spreken.
+
+<39>
+
+In onze tijd wordt het als een gewone zaak beschouwd dat een kerk, of de Raad
+van Kerken in Nederland, een publieke uitspraak doet over een of andere
+belangrijke zaak. Bij menigeen roept het publieke spreken van de kerken zelfs
+een gevoel van geïrriteerdheid op, indien naar eigen smaak de uitspraak te ver
+dan wel niet ver genoeg gaat. In 1940 was het doen van een publieke uitspraak
+iets geheel nieuws. De kerken hadden op dit punt geen enkele ervaring en de
+Hervormde Kerk - de grootste - had een kerkorde die, zoals al in het vorige
+hoofdstuk vermeld, publiek getuigen formeel onmogelijk maakte. Toch is dat
+getuigenis er gekomen, vele malen en over in die tijd brandende kwesties.
+Men richtte zich daarbij tegen een hardvochtige bezetter, die meermalen zou
+reageren met gevangenneming van sommige bij' de opstelling van een protest
+betrokkenen.
+Het eerste publieke woord van de kerken was gericht tegen de vervolging van
+de Joden en het antisemitisme. Dat was ook het eerste punt op het verlanglijstje
+van de "Lunterse kring".
+
+d. Tweemaal concentratiekamp Buchenwald
+
+De door de Lunterse kring gesignaleerde "maatregelen van hogerhand" tegen de
+Joden kwamen voor menigeen onverwacht. Men had kennis genomen van Seyss-lnquarts
+toespraak bij zijn ambtsaanvaarding en geloofd in de fraaie beloften ("Het tot
+nu toe geldende Nederlandse recht blijft van kracht"), maar niet goed geluisterd
+naar de daarop volgende beperking: "voor zover het verenigbaar is met de bezetting".
+Toen eind augustus 1940 de instructie afkwam dat Joden niet meer mochten worden
+aangesteld in overheidsdienst noch, indien al in dienst, bevorderd, gingen de
+hoogste nog aanwezige Nederlandse gezagsdragers - de secretarissen-generaal -
+hiermee akkoord (6 september), zij het na enig protest. Daarop werd aan de
+betreffende ambtenaren doorgegeven dat voortaan bij sollicitatiegesprekken de
+vraag naar het al of niet Jood-zijn gesteld moest worden.
+Een week later kreeg het hoofd van de sociale jeugddienst van het departement
+van sociale zaken, de 48-jarige N.H. de Graaf, deze opdracht van zijn secretaris-
+generaal. Hij weigerde, nam ontslag en las de volgende verklaring op maandag
+16 september aan zijn medewerkers voor:
+
+<40>
+
+Foto 5. N.H. de Graaf
+
+Het is mij een behoefte u, als mijn medewerkers, met een kort woord duidelijk
+te maken, wat het motief is geweest, waarom ik op 12 sept. jl. bij de waarnemende
+Secretaris-Generaal mijn ontslag heb ingediend. Het is mij n.l. op die dag
+duidelijk geworden, dat ook in ons land de z.g. ariër-paragraaf binnenkort zal
+worden ingevoerd. Hierdoor zal het dus noodzakelijk worden, bij aanstelling
+van personeel na te gaan, of de persoon in kwestie niet van Joodse afkomst is.
+Het is daarom dat ik mij genoodzaakt heb gezien, hoe lief mij mijn werkkring
+ook is, mijn ontslag in te dienen, daar ik voor mijn geweten als belijdend
+Christen en als Nederlander deze vraag aan wie dan ook nooit zal willen stellen.
+Iedere voorkeur van één mens boven een ander uit hoofde van zijn behoren tot een
+bepaald ras of volk, is in strijd met de diepste gronden van het geloof in Jezus
+Christus, in wie God, de almachtige Schepper van hemel en aarde, zich aan alle
+mensen op deze wereld wil openbaren, en voor wie ieder mens volkomen gelijk staat.
+Maar bovendien is een achterstelling van het Joodse volk in het bijzonder in
+strijd met de inhoud van Gods Woord en Zijn Evangelie, omdat het Gods wonderbare
+en ondoorgrondelijke wijsheid behaagd heeft, uit het volk der Joden de verlossing
+aan alle volkeren en rassen te schenken door Jezus Christus, naar het vlees een
+zoon van dit volk. Iedere verwerping van dit volk is daarmede een verwerping van Hem.
+
+<41>
+
+Het zal u duidelijk zijn dat, waar dit mijn diepste overtuiging uitmaakt, ik
+voor God en mijn geweten nooit kan medewerken aan de toepassing van bovengenoemde
+maatregel. Dat ik ook als Nederlander meen zo te moeten handelen, vindt zijn
+oorzaak in mijn overtuiging, dat het Evangelie, zeker sedert onze vrijheidsstrijd
+onder Willem de Zwijger, onlosmakelijk met ons volk verweven is, zodat deze
+houding t.o.v. het Joodse volk ook bij anders georiënteerde Nederlanders
+gemeengoed is geworden.
+Ten slotte mag ik er nog op wijzen, dat ik in geloof er mij van bewust ben, dat
+boven strijd en oorlog uit ieder mens persoonlijk en alle volkeren en rassen
+gelijkelijk door dit Evangelie van Christus worden aangesproken en dat ik daarin
+dus geen vriend of vijand onderscheid, of het Nederlander, Duitser, jood of
+wie ook is. Want allen hebben als waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en
+vergeving in Jezus Christus evenzeer nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals
+ikzelf slechts uit die genade waarlijk leven en sterven kan.
+Boven alle stormen in deze wereld en in onze mensenharten uit, verwacht ik
+daarom de verlossing alleen van Hem die gezegd heeft: "Mij is gegeven alle macht
+in hemel en op aarde, en zie, Ik ben met ulieden alle dagen tot de voleinding
+der wereld".
+Wat mijn toekomst zal zijn weet ik evenmin als één uwer dit voor zich kan weten,
+doch bezorgd behoeft niemand daarover te zijn, omdat, terwijl ik weet, dat er
+in mij geen kracht is, ik alle kracht verwachten mag van Hem die een mens, ook
+in de grootste nood, nooit verlaat.
+Ik wil daarom eindigen met u voor te lezen Psalm 23, waarin nu reeds zoveel
+eeuwen geleden door de Joodse ziener dit onverwoestbare Godsvertrouwen wordt
+uitgesproken.
+"De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen
+in grazige weiden: Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren. Hij verkwikt
+mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om zijns naams wil.
+Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vrezen,
+want Gij zijt met mij: Uw stok en Uw staf die vertroosten mij. Gij richt een
+tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegen-partijders. Gij maakt mijn
+hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. Immers zullen mij het goede
+en de weldadigheid volgen alle de dagen mijns levens, en ik zal in het huis
+des Heren blijven in lengte van dagen." [2.7]
+
+Zijn vrouw vertelde later: "Het was natuurlijk wel een probleem, zo opeens
+zonder betrekking, maar we dachten: er zal wel een oplossing komen. Je doet
+die dingen vanuit je geloof."
+De Graafs toespraak werd op grote schaal verspreid. Hijzelf werd kort daarop
+gevangen genomen en als gijzelaar opgesloten in het concentratiekamp Buchenwald,
+waar hij tot maart 1943 zou verblijven.
+
+<42>
+
+Omstreeks diezelfde tijd publiceerde dr. J. Eykman, een lid van de Lunterse
+kring, een tot brochure omgewerkte preek, ook al had hij die preek gemaakt in
+angst en beven. De brochure werd uitgegeven onder de titel Wij bouwen verder,
+maar op welken grondslag? (Verg. 1 Corinthiërs 3: l1). De "afgoderij van bloed
+en ras" werd scherp afgewezen: "Voor iedereen die ooit één woord in de bijbel
+gelezen heeft, is het duidelijk dat God het Joodse volk en het Joodse ras als
+een zegen in de wereld gewild heeft."
+De verkoop van deze brochure werd begin september verboden, maar toen waren er
+al 13.000 van verspreid. Ook dr. Eykman werd als gijzelaar naar Buchenwald gevoerd.
+
+e. Het eerste protest
+
+Terug naar het Convent van Kerken.
+De notulen van 30 september 1940 vermelden: "Onderwerp antisemitisme zal
+voorbereid worden door een nota van ds. Buskes, waarbij gevoegd zal worden
+afschrift van een advies door prof. Aalders uitgebracht aan de Synode der Herv.
+Kerk". Inderdaad is het onderwerp op de volgende vergadering besproken.
+Het advies-Aalders, opgesteld naar aanleiding van de bovengenoemde brief van
+de Lunterse kring aan de Synode, begon als volgt:
+
+"De kerk heeft in eerste aanleg niet te doen met het antisemitisme, d.w.z. met
+het Semitische ras in het algemeen, maar met de aantasting van personen of
+groepen, die, als Joden, tot dit ras behoren. En ook hier moet de kerk, krachtens
+haar theologische visie, in de eerste plaats niet het oog hebben op de Joden in
+het algemeen, maar op de Joden, welke tot de kerk behoren, de christenen onder
+de Joden dus." [2.8]
+
+Het memorandum van ds. Buskes had de volgende inhoud:
+
+"De kwestie van het antisemitisme werd door mij aan de orde gesteld, omdat zij
+naar mijn overtuiging de verhouding van kerk en overheid raakt.
+De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken heeft in
+opdracht van de Commissaris-generaal voor Bestuur en justitie aan de colleges
+van Gedeputeerde Staten der verschillende provincies brieven gestuurd inzake
+de benoeming of bevordering van Joden in openbare dienst (30 september en
+3 oktober 1940). Uit deze brieven blijkt, dat voortaan onderscheid zal worden
+gemaakt tussen de Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers.
+
+<43>
+
+De Rijkscommissaris heeft toegezegd, in overeenstemming met het Landoorlog-
+regelement (1907) de in ons land geldende wetten te zullen eerbiedigen, behoudens
+volstrekte verhindering.
+De nieuwe verordeningen hebben met militaire belangen niet te maken. Zij zijn
+een uiting van het antisemitisme, dat behoort tot de wezenlijke bestanddelen
+van het Nationaal-Socialisme.
+Als zodanig betekenen deze verordeningen een principiële inbreuk op de vigerende
+wetgeving welke de onderscheiding van Joodse en niet-Joodse Nederlandse burgers
+niet kent.
+
+Foto 6. Dr J.J. Buskes (na oorlogse foto)
+
+Het antisemitisme is in strijd met het Evangelie van Jezus Christus, dat de
+kerken hebben te prediken. De kerken moeten, krachtens hun prediking van dit
+Evangelie, er op staan, dat aan de Joden hier te lande en in de gegeven situatie
+een behandeling op gelijke voet met alle andere burgers wordt verzekerd.
+Het antisemitisme zet de jood op zijn jood-zijn vast. Het werkt bij de jood
+de verharding en bij de niet-jood de verhovaardiging in de hand en staat de
+Evangelieprediking in de weg. Daarom staan de kerken met hun prediking van
+het Evangelie in dit opzicht achter de vigerende wetgeving.
+In het bijzonder moge ik er op wijzen, dat de verordeningen ook gelden voor
+het bijzonder onderwijs, dus o.m. ook voor de scholen met de bijbel, terwijl
+zij naar hun inhoud met het wezen van de scholen met de bijbel volstrekt in
+strijd zijn.
+Mijn voorstel is: Het Convent wende zich tot de Rijkscommissaris en make hem
+uit naam van de kerken hun principiële bezwaren tegen deze verordeningen bekend."
+[2.9]
+
+<44>
+
+Ook al kan men mijns inziens terecht tegen een zinsnede van deze nota bezwaar
+maken ("Het antisemitisme werkt bij de jood de verharding in de hand"), toch
+dwingt het geheel respect af.
+Blijkbaar is er naar aanleiding van de nota een felle discussie geweest.
+Ds. Buskes zou later vermelden:
+
+Het heeft veel strijd en moeite gekost, om ten opzichte van de Joden kwestie
+tenslotte een waarlijk principieel geluid te laten horen. Bij velen ontbrak
+elk bijbels inzicht in wat de Jodenvervolging betekende. Met verontwaardiging
+denken wij terug aan wat een man als prof. Kuyper zowel in het IKO als in de
+Heraut over de Jodenkwestie ten beste gaf (De Joodse kwestie raakte de kerken
+niet rechtstreeks; reeds Groen van Prinsterer en Kuyper maakten onderscheid
+tussen Joodse en niet-Joodse burgers), met teleurstelling aan wat enkele
+anderen over de roeping der kerk tegenover de vervolgde Joden zeiden. Er waren
+ogenblikken, dat wij in dit opzicht niets, maar dan ook niets konden verwachten.
+[2.10]
+
+Ten slotte besloot men tot het indienen van een request bij de Rijkscommissaris.
+Ook prof. Kuyper zette zijn handtekening, maar de twee Lutherse Kerken deden
+niet mee. In een brief gedateerd 17 oktober 1940 wordt de afwijzing als volgt
+gemotiveerd:
+
+De Algemene Kerkelijke Commissie van het Hersteld Evangelisch Kerkgenootschap,
+op 16 juli 1940 in vergadering bijeen, kennis genomen hebbende van het voorstel
+ingediend bij het Convent van Kerken om namens voornoemd Convent een adres te
+zenden naar de Rijkscommissaris in verband met de z.g. Jodenverordening, heeft
+mij opgedragen U beleefd te berichten dat Zij Haar medewerking niet kan geven,
+omdat Zij van oordeel is dat Zij dan zou treden op het terrein van de Staat en
+het absoluut tegen het Lutherse principe is zich te bemoeien met Staatsaan-
+gelegenheden. Deze verordening toch betreft uitsluitend Rijks- en Gemeente
+ambtenaren en heeft niets te maken met de kerkelijke aangelegenheden. Zij is
+ervan overtuigd dat art. 5 van de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden
+een uitvloeisel is van de gedachten der Franse Revolutie, en dat een opkomen
+voor de rechten daarin vervat niet een strijden is voor de Zaak van Jezus
+Christus. Wanneer het om het laatste gaat zal Zij niet aarzelen om stelling te
+nemen en zo nodig het martelaarschap ondergaan, maar zulks is nu niet het geval."
+[2.11]
+
+Men had in de betreffende commissie van deze - ongeveer 10.000 leden tellende -
+Kerk blijkbaar de kwestie van het al of niet meedoen met het protest besproken,
+onmiddellijk nadat ds. Buskes een en ander in het Convent aan de orde gesteld had.
+Zoals nog blijken zal, heeft deze Kerk met latere protesten tegen de Jodenvervolging
+wel meegedaan.
+
+<45>
+
+Het request - eigenlijk een protest - was gedateerd: 24 oktober 1940. Het l
+uidde als volgt:
+
+Excellentie
+
+De ondergetekenden, vertegenwoordigende de navolgende Protestantse Kerken in
+Nederland in zaken betreffende de verhouding dezer kerkgenootschappen tot de
+Hoge Overheid, te weten:
+1. De Nederlandse Hervormde Kerk;
+2. De Gereformeerde Kerken;
+3. De Christelijke Gereformeerde Kerk;
+4. De Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband;
+5. De Remonstrantse Broederschap;
+6. De Algemene Doopsgezinde Sociëteit, gevoelen zich gedrongen, naar aanleiding
+van de onlangs uitgevaardigde voorschriften, waarbij de benoeming en bevordering
+van ambtenaren en andere personen van Joodse bloede in Nederland wordt verboden,
+zich tot Uwe Excellentie te wenden.
+De strekking van de genomen maatregelen, waarbij gewichtige geestelijke belangen
+ten nauwste zijn betrokken, achten zij in strijd met de Christelijke barmhartigheid.
+Voorts treffen deze maatregelen de leden der Kerk zelve voorzover zij in de
+laatste geslachten tot het christendom zijn overgegaan en in volkomen gelijk-
+gerechtigheid, zoals de Heilige Schrift uitdrukkelijk verlangt (Romeinen 11: 12,
+Galaten 3:28), in de Kerken zijn opgenomen.
+Eindelijk worden de Kerken op het diepst ontroerd, omdat het hier betreft het
+volk, waaruit de Zaligmaker der wereld is geboren en dat het voorwerp is van
+de voorbede der Christenheid, opdat het zijn Heer en Koning lere erkennen.
+Het is om deze redenen, dat zij zich wenden tot Uwe Excellentie met het dringende
+verzoek te willen medewerken tot de intrekking van de bedoelde voorschriften.
+Zij doen daarbij een beroep op de belofte, door Uwe Excellentie in een plechtig
+uur geschonken, dat zij ons volkskarakter wil eerbiedigen en aan ons land geen
+ideologie wenst op te dringen, die ons vreemd is.
+
+(10 handtekeningen)
+
+<46>
+
+H.C. Touw zou later schrijven: "De betekenis van dit eerste, gemeenschappelijke
+protest tegen de Jodenverdrukking, in een tijd toen een groot deel van ons volk
+de strekking nog niet doorzag, kan niet licht overschat worden. Voor het eerst
+getuigden de kerken tezamen, getuigden zij tegen het antisemitisme, getuigden
+zij op bijbelse gronden, en getuigden zij tijdig."
+Misschien was het belangrijkste van de indiening van dit request, dat men besloot
+om in alle kerkgebouwen mededeling aan de gemeente te doen van de indiening,
+met een korte samenvatting van de inhoud.
+Later zou de Hervormde predikant dr. H.M.J. Wagenaar, op wiens bureau (voor
+predikants­salarissen) de meeste stukken gestencild werden, aan L. de Jong
+vertellen hoe een besluit om een protest in alle plaatselijke kerken voor te
+lezen, uitgevoerd werd:
+
+"Moest op zondag in alle hervormde kerken een bepaald schrijven voorgelezen
+worden, dan werden de gestencilde stukken als regel op woensdag gereedgemaakt
+en op donderdag door vertrouwde koeriers of koeriersters naar verschillende
+adressen in den lande gebracht. Van daaruit waarschuwde men de gedelegeerden
+van de classes; die lieten dan op vrijdag de stukken ophalen en droegen er
+zaterdag zorg voor, dat elke predikant het voor hem bestemde exemplaar ontving.
+Het was een distributiesysteem, buiten de post om, dat steeds feilloos functioneerde.
+Het element van risico dat er in stak (de stukken kwamen ook in handen van 'foute'
+predikanten) werd aanvaard." [2.12]
+
+Zondag 27 oktober, aldus Touw, werd een keerpunt in de geschiedenis der kerk:
+"de stilte, waarin kerk en volk zovele maanden verkeerden, werd verbroken".
+Er waren gemeenteleden die alleen maar naar de ochtenddienst plachten te gaan,
+maar op die zondag ook naar de middagdienst kwamen om de afkondiging nog eens te horen.
+
+Maar de Gereformeerde prof. H.H. Kuyper oordeelde, dat "het niet oorbaar moest
+worden geacht aan een verzoek publiciteit t. geven voordat het antwoord was
+binnengekomen" (Seyss-Inquart heeft niet geantwoord). Wel werd de tekst aan de
+plaatselijke kerkenraden gezonden, maar ook dat geschiedde met vertraging.
+Zo werd op 29 oktober in alle Hervormde kerkdiensten mededeling gedaan van het
+protest, maar de Gereformeerden hoorden er die zondag in hun kerkdiensten niets
+over, al was het protest ook namens hen ingediend.
+
+<47>
+
+Prof. Kuyper maakte de zaak nog erger door zijn poging een en ander uit te leggen
+in het weekblad de Heraut. De Duits-gezinde, Gereformeerde dr. H.W. van der Vaart
+Smit maakte daar direct gebruik van om "het Gereformeerde standpunt" tegen het
+Hervormde uit te spelen.
+Geen wonder, dat een en ander leidde tot scherpe kritiek op prof. Kuyper. Ongeveer
+twintig raden van (plaatselijke) Gereformeerde Kerken verzochten schriftelijk
+om opheldering, of protesteerden tegen het feit dat in de Gereformeerde Kerken
+niet publiekelijk mededeling van het request was gedaan. Daarop liet prof. Kuyper
+weten, dat zijn hardhorendheid het hem steeds bezwaarlijker maakte, de besprekingen
+in het Convent van Kerken te volgen en dat hij daarom zijn mede-deputaat,
+mr. J. Donner, verzocht had zijn plaats in het Convent in te nemen.
+Later zou de geschiedschrijver van de Gereformeerde Kerken, Th. Delleman,
+schrijven: "Helaas nam prof. Kuyper, toen het op wezenlijk verzet aankwam, een
+zodanig standpunt in dat hij het vertrouwen der kerken verloor. Hij zag de Duitsers
+vrijwel alleen als Duitsers, voor wie hij altijd veel gevoeld had, meer dan voor
+de Engelsen, die eens de Boeren overweldigden. Hij miskende de dodelijke ernst
+waarmee de Duitsers het nationaal-socialisme begonnen in te voeren en schreef
+artikelen in de Heraut die de Duitsers in het gevlei kwamen."
+
+Ook in de Evangelisch-Lutherse Kerk (rond 80.000 leden) kwam kritiek op het
+niet-meedoen met het protest. Het bleek nodig, een bijzondere synode bijeen te
+roepen. L. de Jong vermeldt:
+
+"Daar kreeg de synodale commissie (het kerkbestuur) nog juist een meerderheid
+voor haar besluit, de brief aan de Reichskommissar niet mede te ondertekenen.
+Het was een Pyrrhus-overwinning, want toen de uitslag van die stemming bekend
+werd bij de gemeenten, rees er zulk een storm van protesten dat de synodale
+commissie het geraden achtte, afgevaardigden van alle kerkenraden in vergadering
+bijeen te roepen. Hier bleek duidelijk dat men wenste, dat de Evangelisch-Lutherse
+Kerk voortaan met de overige protestantse kerkgenootschappen één lijn zou trekken."
+[2.13]
+
+De kranten mochten de indiening van het protest en de afkondiging ervan vanaf
+de kansels niet publiceren. Dit verbod werd evenwel overtreden door het
+antisemitische blad De Misthoorn, dat in een artikel getiteld Eén in Juda de
+afkondiging woordelijk afdrukte.
+
+<48>
+
+Bij ons thuis gingen we naar de diensten van de Gereformeerde Kerk en daar werd
+dus niets voorgelezen of bekend gemaakt. Het weekblad De Heraut lazen we niet,
+en ook prof. Kuypers poging tot uitleg ging ons dus voorbij. Wel hebben we -
+enige tijd later, neem ik aan - N.J. de Graafs toespraak bij zijn ontslag-
+aanvrage gelezen. Die maakte diepe indruk.
+
+Ruim een week na de afkondiging, op 5 november, vergaderde het Convent. De
+notulen vermelden: "De voorzitter herinnert er aan, dat het onlangs tot de
+Rijkscommissaris gerichte verzoek inzake verordening 137/1940 niet van het
+Convent is uitgegaan en dat niet alle in het Convent vertegen­woordigde kerken
+daaraan hebben deelgenomen. In verband daarmede wordt het onderwerp antisemitisme
+(zie verslag zesde vergadering, par. 13) van het agendum afgevoerd." Het
+commentaar van ds. Buskes: "De Duitsers hebben ervoor gezorgd dat dit onderwerp
+weer op de agenda is gekomen."
+
+<49>
+
+3. VERSCHERPING
+
+a. De situatie (november 1940 - maart 1941)
+
+Op 5 november werd president Roosevelt herkozen. Op 9 december begonnen de
+Engelsen hun offensief in Noord-Afrika, aanvankelijk met succes.
+Op 25 en 26 februari (1941) vond de grote staking in Amsterdam plaats, die als
+"de februari-staking" de geschiedenis zou ingaan.
+Op 13 maart executeerden de Duitsers 15 "Geuzen" (leden van een van de eerste
+verzets­organisaties) en 3 februari-stakers: "de achttien doden", het bekende
+gedicht van Jan Campert.
+
+3 nov.: Eieren, aardappelmeel, sago, koekjes, gebak enz. zijn nu ook op de bon
+evenals kaas. Er is haast niets dat zonder bon verkocht mag worden, en
+verschillende dingen, zoals room en levertraan, koop je alleen op gecontroleerd
+doktersadvies. Goede toiletzeep mag niet meer verkocht worden. Wel een
+eenheidszeep, maar dat is bocht en nog op de bon ook. De schoolkinderen hebben
+van vrijdag tot dinsdag vrij, vanwege de brandstofbesparing.
+24 nov.: Erwten en bonen zijn nu ook op de bon maar ze zijn heel slecht te
+krijgen, evenals boter en eieren.
+(Dan volgt een typische vermelding die de hele oorlog door in diverse formuleringen
+zal worden neergeschreven. JMS.) Men voorspelt dat er met Kerstmis oproer zal
+komen, omdat de Moffen dan naar huis willen. Misschien zijn we dan met Nieuwjaar
+van het hele gezeur af.
+22 dec.: De dominees worden tegenwoordig, tenminste door de jongelui, afgemeten
+naar de wijze waarop ze zachtkens de politiek erbij halen in de preek. Hoe meer,
+boe liever, al is 't gevaarlijk.
+1 jan. (1941): Vandaag hebben we 1/3 van één van Wims konijnen opgegeten.
+Gelukkig maar dat we hem hadden, want we hebben geen kruimel gewoon vlees gehad.
+7 jan.: Nu is het tot overmaat van ramp ook nog vreselijk koud en we hebben
+weinig kolen. Bonnen genoeg, maar er worden er haast geen geldig verklaard.
+22 jan.: We stoken veel hout en cokes want kolen zijn er bijna niet meer.
+ Gelukkig is de vorst voorbij. Toch heeft de Rijn nog dicht gezeten.
+
+<50>
+
+2 febr.: De nieuwe (textiel) puntenkaart is er: 100 punten voor 7 maanden.
+ Thee en koffie-rantsoenen zijn al weer verminderd. We krijgen nu 125 g.
+ koffie, of 50 g. thee in de 6 weken per persoon.
+16 febr: Gisteren collecteerden (de politie-agenten) Driessen en Hengeveld voor
+ de Winterhulp. Het was een zielig gezicht.
+18 maart: Oud-minister Donner moest kortgeleden bij de Gestapo komen. Ze wilden
+ wel eens weten, wie het eigenlijk is die ons volk ophitst. Antwoord
+ Willem de Zwijger; die heeft ons volk vrijheidsliefde ingeplant.
+
+In de tweede helft van november (1940) werden alle Joden in overheidsdienst van
+hun functie ontheven.
+Op 10 januari (1941) werd verordend dat "alle personen van geheel of gedeeltelijk
+joods bloed" zich moesten aanmelden.
+Op 9 februari werd de eerste overval op Joden in Amsterdam gepleegd. Drie dagen
+later werd de Joodse Raad ingesteld. Het ontslag van Joden in overheidsdienst
+viel op 21 februari. De eerste grote razzia vond plaats op 22 en 23 februari:
+425 Joodse jongemannen werden gevangen genomen, zwaar mishandeld en gedeporteerd
+naar Buchenwald en Mauthausen.
+Op 22 maart werd verordend, dat de Joden uit het bedrijfsleven verwijderd moesten
+worden.
+
+b. Bijna te laat
+
+Ruim een week na de voorlezing van het protest van de kerken kwam het bevel, alle
+Joodse ambtenaren uit hun functie te ontheffen. Al eerder (20 september) had de
+bezetter van alle ambtenaren ondertekening van de z.g. 'Ariër-verklaring' geëist.
+Dit was de eerste maatregel waardoor van niet-Joden medewerking werd geëist om de
+Joden te isoleren en te treffen. Toch wordt, in het eerste protest van de kerken,
+juist deze Duitse maatregel niet genoemd, wel andere. Is men ervoor teruggedeinsd,
+de gelovigen openlijk op te roepen om de 'Ariër-verklaring' niet te tekenen?
+Een lid van de Lunterse kring, dr. J. Koopmans, schreef een korte brochure, Bijna
+te laat, een van de eerste "illegale" geschriften; de eerder genoemde brochure
+van de hand van dr. Eykman was nog "bovengronds" verspreid.
+We citeren de volgende gedeelten uit Bijna te laat:
+
+<51>
+
+foto 7 Dr. J Koopmans (ca 1945)
+
+Wanneer onze 'intrede in de geschiedenis' gekocht moet worden tegen de prijs van
+een goed geweten, dan is het duizendmaal beter, dat wij uit de 'geschiedenis'
+verdwijnen, dan dat wij ons geweten verkopen.
+(...) Wie enigermate van nabij de kerkelijke methode van werken kent, zal er de
+kerkelijke autoriteiten geen verwijt van maken, dat het getuigenis pas zo laat
+gekomen is, bijna te laat. Met het oog op het al-of-niet invullen van de formulieren,
+die ons geweten moeten helpen verduisteren, is ook het kerkelijk getuigenis te
+laat gekomen.
+(...) Moet ik tekenen of mag ik "uit beweegredenen van barmhartigheid en op
+gronden aan de Heilige Schrift ontleend" de ondertekening alleen maar weigeren?
+Op deze vraag kan de Kerk van Nederland mij geen antwoord geven. Daarvoor is
+het te laat.
+(...) De volgende slag wordt moeilijker. Nu komt natuurlijk het ontslag aan
+personen 'van Joodse bloede'. (...) Zij gaan eruit - daaromtrent moeten we ons
+niet de flauwste illusies maken. Zij gaan eruit en zij gaan eraan.
+
+<52>
+
+Koopmans doet een beroep: "Laat de instanties, die nu tot ondertekenen van de
+verklaring verplicht of gedwongen of alleen maar gedrongen zijn, nu een duidelijke
+en onomwonden verklaring afleggen, dat zij tot het ontslag van personen 'van
+Joodse bloede' niet bereid zijn!" Hij richt zich speciaal tot de secretarissen-
+generaal, de burgemeesters, de bestuurders van christelijke scholen en
+omroepverenigingen. Ook de Maatschappij voor Geneeskunde, de Broederschap van
+Notarissen en de verenigingen van personeel in overheidsdienst worden
+aangesproken en vervolgens de Aartsbisschop, in zeer krachtige taal.
+De brochure besluit met de volgende woorden:
+
+Volk van Nederland, het is bijna te laat - maar nog niet helemaal! Het is nog
+niet helemaal te laat om terug te keren tot het christelijk geloof en het goede
+geweten. Het is nog niet helemaal te laat om uit beweegredenen van barmhartigheid
+en op gronden aan de Heilige Schrift ontleend op te komen voor onze Joodse
+volksgenoten. Het is nog niet helemaal te laat om de Duitsers te laten zien,
+dat hun goddeloosheid niet alle dingen overwint, maar dat er érgens mensen
+wonen, die hun christelijk geloof en hun goede geweten niet zomaar laten roven.
+0 God van Abraham, Izak en Jakob, Vader van onze Hete Jezus Christus! Kom Uw
+arme Christenheid te hulp en ontferm U over Nederland.
+
+De brochure werd gedrukt te Noordwijk, in een oplaag van niet minder dan 50.000
+exemplaren. 's Nachts werden ze in grote pakken naar Amsterdam vervoerd, en per
+post werden kleinere pakketten aan vertrouwde adressen in het hele land gezonden
+voor verdere verspreiding. De secretarissen-generaal en alle burgemeesters,
+notarissen en besturen van christelijke scholen kregen de brochure toegezonden.
+Op hen speciaal immers deed de auteur zijn beroep.
+Enkele maanden later, in april 1941, stonden een 57-jarige burgemeester en een
+25-jarige chemicus terecht voor het Duitse Landesgericht, omdat ze te Deventer
+in november 1940 de brochure verspreid hadden. De eerste beklaagde kreeg de
+gelegenheid, zijn zienswijze als Christen uiteen te zetten, maar dat leverde
+hem geen voordeel op. Integendeel, hij werd veroordeeld tot anderhalf jaar
+gevangenisstraf. De tweede beschuldigde kreeg één jaar; beiden met aftrek van
+voorarrest. In zijn requisitoir noemde de "General-Staatsanwalt" een dergelijke
+propaganda zeer gevaarlijk voor het Nederlandse volk, "want daarin wordt het
+Jodenprobleem voorgesteld als een christelijke zaak. Dat is niet juist ...."
+(Touw, I, 392).
+
+<53>
+
+c, Een brief en twee arrestaties:
+
+In de vergadering van het Convent van Kerken op 25 februari 1941 - de dag waarop
+in Amsterdam de februari-staking uitbrak - besloot men een brief te sturen aan
+het college van secretarissen­generaal; zij immers waren, sinds het vertrek van
+de Nederlandse regering, de hoogste Nederlandse gezagsdragers.
+Dit schrijven werd verzonden op 5 maart. Ditmaal ondertekende ook de
+vertegenwoordiger van de Evangelisch Lutherse Kerk. De inhoud luidde als volgt:
+
+(...) De Kerken zijn ten zeerste verontrust door de ontwikkeling der gebeurtenissen,
+gelijk deze zich meer en meer aftekent. De haar door God opgedragen verkondiging
+van Zijn Woord legt haar de dure roeping op om op te komen voor recht en
+gerechtigheid, voor waarheid en liefde. Zij moet ook haar stem doen horen waar
+in het openbare leven deze hoge waarden worden bedreigd of aangetast. Dat deze
+waarden ernstig gevaar lopen kan door hem, die de toestand van ons volksleven
+gadeslaat, moeilijk worden ontkend.
+Zo zijn in het beeld, dat de openbare straat meer en meer gaat vertonen, - in
+de behandeling welke in steeds toenemende mate aan het Joodse deel van de
+Nederlandse bevolking ten deel valt, - in de groeiende rechtsonzekerheid, - in
+de voortgaande aantasting van vrijheden welke de noodwendige voorwaarden zijn
+voor de vervulling van Christenplichten, even zovele duidelijke symptomen te
+zien van een toestand, die niet alleen een klem legt op het geweten van onze
+landgenoten, maar ook naar de diepste overtuiging der Kerken indruist tegen
+de eis van Gods Woord.
+Het is om die reden dat de Kerken zich genoopt gevoelen zich tot Uw College te
+wenden, met de dringende bede zoveel in Uw vermogen ligt te bevorderen, dat
+recht, waarheid en barmhartigheid ook in het huidige tijdsbestel de richtsnoeren
+zullen zijn voor het beleid der Overheid.
+Harerzijds erkennen de Kerken gaarne in ootmoed haar dure roeping het volksleven
+zodanig te bearbeiden en te beïnvloeden, dat daarin die geestelijke waarden
+metterdaad worden beleefd.
+
+<54>
+
+Wij vertrouwen, dat Gij de stem der Kerken, zoals zij in dit adres tot uiting is
+gebracht op de wijze die U daartoe dienstig zal voorkomen, mede zult willen doen
+doorklinken tot hen, die tijdens de huidige bezettingstoestand de uiteindelijke
+verantwoordelijkheid dragen voor de gang van zaken in ons Vaderland.
+Met volledig begrip voor de hoogst moeilijke taak waarvoor Uw College zich in
+dit tijdsgewricht gesteld ziet smeken zij God, dat Hij U Zijn licht en bijstand
+moge schenken.
+
+De secretarissen-generaal hebben de brief niet beantwoord: zij beschouwden
+zichzelf niet verantwoordelijk. Evenmin voldeden zij aan het verzoek om de
+bezorgdheid der kerken over te brengen aan de bezettende macht.
+De Hervormde Synode zond afschriften van de brief aan alle plaatselijke
+kerkenraden, met de mededeling dat er geen bezwaar tegen was dat de gemeenten
+op de hoogte gesteld werden van de gedane stap. Afkondiging of publicatie van
+de brief was evenwel niet de bedoeling. Maar het nationaal-socialistische
+Nationale Dagblad publiceerde de volledige tekst, met als commentaar: "Bij zoveel
+volksvergif is de zwaarste straf te licht."
+Ds. Gravemeyer stelde in het Convent voor, de brief of een samenvatting daarvan
+van de kansels te laten voorlezen. Daar was men niet algemeen voor; wel was men
+voor toezending aan de kerkenraden van alle kerken. Aan ds. Gravemeyer werd
+verzocht, een boodschap tot de gemeenten voor te bereiden overeenkomstig de
+strekking van de brief. Die boodschap zou dan in de kerkdiensten worden afgelezen.
+Sinds december 1940 was prof. Slotemaker de Bruïne vanwege zijn ziekte uitgevallen
+en mr. Donner trad nu op als voorzitter. Op de vergadering van het Convent van
+11 maart deelde deze mee, dat de synode van de Gereformeerde Kerken een herderlijk
+schrijven - waarover meer hierna - had opgesteld, dat in hun kerken op 23 maart
+zou worden voorgelezen. Besloten werd daarom, dat op die datum in alle bij het
+Convent aangesloten kerken een bidstond zou worden gehouden. Gravemeyer zond
+aan alle Hervormde predikanten een "oproep tot gebed", qua inhoud aansluitend
+op de brief aan de secretarissen-generaal. Deze oproep werd op woensdag 19
+maart verzonden.
+
+<55>
+
+De Duitsers kregen er lucht van, dat er iets in de kerken stond te gebeuren.
+Waarschijnlijk heeft een predikant de stukken op woensdagavond ontvangen en aan
+hen doorgespeeld. De februari-staking lag nog vers in het geheugen. Op 20 maart
+zou Koningin Wilhelmina over radio Oranje spreken. Op die datum - donderdagochtend -
+werden de twee leiders van het Convent gearresteerd: secretaris Gravemeyer en
+voorzitter Donner. Eerst wist de een niet, dat ook de ander gevangen zat.
+
+Foto 8. Mr. dr. J. Donner
+
+Uit hun verhoren bleek, dat de bezettende macht de voorgenomen actie zag als
+vermoedelijk het sein tot een algemene opstand. Men drong er bij de arrestanten
+op aan, dat de afkondiging van de brief achterwege zou blijven. Ook werd het
+feit, dat de kerken zich tot de secretarissen-generaal gewend hadden, door de
+Duitsers beschouwd als een miskenning van hun gezag.
+Donner legde uit, dat hij niet gemachtigd was tot het besluit om voorlezing
+achterwege te laten, en dat overigens het herderlijk schrijven van zijn synode
+los stond van de brief aan de secretarissen-generaal. Hij bood aan, het stuk
+met zijn ondervrager door te nemen om aan te tonen dat het geen bedreiging van
+de openbare orde inhield. Zulks geschiedde, op zaterdag. Mr. Donner werd daarop
+'s avonds vrijgelaten. De volgende dag werd overal in de Gereformeerde Kerken
+het herderlijk schrijven voorgelezen.
+
+<56>
+
+Gravemeyer evenwel beloofde de Duitsers, zijn best te zullen doen om de
+afkondiging (van de samenvatting van de brief aan de secretarissen-generaal)
+te voorkomen, "om geen aanleiding te geven tot demonstraties of tegen-demonstraties".
+Die zaterdagavond werd aan de Hervormde dominees in de grote steden gevraagd wél
+de bidstond, maar niet de kanselafkondiging te laten doorgaan, om "door deze
+daad een overtuigend bewijs te geven dat de kerk geen politieke bijbedoelingen had."
+De gang van zaken leidde tot kritiek op ds. Gravemeyer. Had hij wel de bevoegdheid,
+persoonlijk de voorlezing van de kanselboodschap af te gelasten? Het vragen naar
+iemands bevoegdheid is in Protestantse kerken een goed gebruik.
+
+d. Een synode in vergadering bijeen
+
+Het is wel aardig om, aan de hand van de Acta (notulen), na te gaan hoe de
+besluitvorming in een synode plaatsvond. We kiezen daartoe een paar vergaderingen
+van de synode van de Gereformeerde Kerken, die gehouden werden in maart 1941.
+Op dinsdag 4 maart werd 's morgens, 's middags en 's avonds het rapport van
+Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid behandeld. Eerst werd
+het uitvoerige rapport voorgelezen, de eerste helft door H.H. Kuyper, de tweede
+door Donner. Typisch voor de Gereformeerde Kerk-structuur is de opmerking:
+
+Hoewel het uit de aard der zaak volgt en in onze kerken dan ook gewoonte is,
+dat deputaten eerst na afloop van hun mandaat op de volgende synode rekenschap
+van hun handelingen afleggen, zijn zij echter volkomen bereid, dit reeds thans
+te doen, nu de synode haar zittingen nog niet gesloten heeft en wederom te
+Utrecht samenkomt, al zal hun rapport uitsluitend handelen over hetgeen door
+hen is gedaan ten behoeve der kerken voor zover dit betrekking heeft op de
+nieuwe situatie, die na de oorlog is ontstaan.
+
+Verder merken Deputaten langs hun neus weg op, dat "van correspondentie met de
+Hoge Overheid in de zin die de Synoden krachtens hare instructies bedoelden,
+geen sprake meer kan zijn, daar de correspondentie met Engeland onmogelijk was
+geworden." Maar "uit de boezem der kerken zelf kwamen verzoeken om bij de
+bezettende macht tussenbeide te komen, in het belang van deze kerken, of van de
+ambtsdragers; adviezen te geven, hoe gehandeld behoorde te worden t.o.v.
+verordeningen door de bezettende macht uitgevaardigd."
+
+<57>
+foto 9. Een vergadering van de synode-Sneek 1939 van de Gereformeerde Kerken.
+Op de 1e rij achter de tafel zitten enkele hoogleraren-adviseurs; rechts achter
+de tafel staand met baard: H.H. Kuyper. Op de tweede rij de moderamentafel, met
+geheel rechts ds. F.C. Meijster.
+
+Er werd gerapporteerd over het Convent van Kerken. Het voorzitterschap ervan
+wordt tijdelijk waargenomen door dr. Donner wegens ziekte van prof. Slotemaker
+de Bruïne.
+Deputaten behandelden onder meer kwesties inzake oorlogsschade, Zondagsrust,
+de gevangenneming van ambtsdragers der kerk, voorbede voor de Koningin, de
+kerkelijke pers, arbeiders naar Duitsland, de Arbeidsdienst. Het protest van
+het Convent tegen de Jodenvervolging werd in zijn geheel vermeld, maar gepoogd
+werd het niet-afkondigen ervan in de Gereformeerde Kerken goed te praten. Ook
+de brief gericht aan de secretarissen-generaal is in zijn geheel opgenomen.
+De praeses (voorzitter) van de synode, de Rotterdamse ds. F.C. Meijster, opende
+op die dag de avondzitting met het laten zingen van Ps. 46:6:
+ De Heer, de God der legerscharen,
+ Is met ons, hoedt ons in gevaren.
+ De Heer, de God van Jakobs zaad,
+ Is ons een burcht, een toeverlaat.
+
+<58>
+
+Daarna werd de bespreking van het rapport voortgezet en beëindigd. Het rapport
+werd door de Synode met dankbaarheid aanvaard.
+
+In diezelfde week werd door de synode een herderlijk schrijven opgesteld.
+Alle synode-leden waren er dus bij betrokken, in tegenstelling tot het protest
+uitgevaardigd door het Convent van Kerken, dat a.h.w. met terugwerkende kracht
+door de synode werd goedgekeurd.
+Het besluit om dit "getuigenis" te doen uitgaan was genomen "mede naar aanleiding
+van" de brief, afkomstig van de Lunterse kring (augustus 1940), waarin om een
+besliste uitspraak gevraagd werd. De brief vanuit Lunteren wordt in de Acta
+(art. 411) vermeld als "een schrijven van ds. K.H. Miskotte c.s.".
+Voor het opstellen van het herderlijk schrijven benoemde men een commissie: drie
+professoren, een predikant, twee ouderlingen en mr. dr. J. Donner als adviseur.
+Dat gebeurde op dinsdag 4 maart, in de ochtendzitting. Op donderdag 6 maart werd
+het concept voorgelezen door prof. dr. G.C. Berkouwer en, nadat er nog enige
+wijziging in was aangebracht, door de synode vastgesteld op vrijdag 7 maart.
+We citeren het gedeelte dat gaat over het Joodse volk:
+
+In onze tijd wordt met steeds meer klem de gedachte voorgestaan, dat niet de
+verhouding tot Gods naam, maar de verbondenheid aan een bepaald volk of ras de
+betekenis van iemands leven bepaalt en de grote scheidslijn vormt tussen de mensen.
+Ge hebt, wanneer ge bij de Heilige Schrift leeft, het antwoord nimmer schuldig te
+blijven tegenover deze leer, die bij zovelen reeds ingang vond. Tegenover deze
+leer stelle de gemeente altijd niet eigen inzicht, maar de kracht van dat Woord,
+dat sterk is en machtig. De zorgen, die in de laatste maanden velen onzer
+volksgenoten vervulden, zijn ook aan U niet voorbijgegaan. Dat kan ook niet,
+waar juist de gemeente van Christus vanuit het Evangelie in de historie van het
+Joodse volk de Christus zag geboren worden en reeds op die grond nimmer de vraag
+naar een bepaald ras kan laten worden tot een begrenzing van de liefde tot onze
+naaste en van de barmhartigheid, die we schuldig zijn.
+Waar gij zo bij al deze gebeurtenissen betrokken zijt, moge Uw bewogenheid zich
+vooral uiten in de vurige bede tot God, dat Hij ook in dat naar Zijn bestel onder
+de volken verstrooide volk het volle licht van de Christus in steeds meerdere
+mate wil doen doordringen en het bovendien als een klem op aller consciëntie wil
+leggen, dat noch de aristocratie van het ras, noch die van geslacht of natie
+over de betekenis van ons leven beslist (Gal. 3:28, Coloss. 3: 1l), maar alleen
+de Naam des Heren en dat Hij over de verwerping van die Naam eens Zijn heilige
+recht zal spreken.
+
+<59>
+
+e. Afkondiging in een kerkdienst
+
+Op zondagmorgen 23 maart 1941 was ik aanwezig in de Gereformeerde kerk te
+Renkum/Heelsum. Ik was toen bijna 21 jaar oud, een jongeman die weinig of
+geen heil zag in het christelijke geloof, laat staan in de kerk. Maar ja, als
+je wegbleef uit de kerkdienst, kreeg je heisa in gezin en familie. Dus je zat
+er, zij het zonder interesse.
+Zondag aan zondag stond ds. H.Z. de Mildt op de preekstoel, niet zo jong meer,
+beminnelijk, geen krachtpatser, ziekelijk; kort daarop zou hij met vervroegd
+emeritaat gaan. Hij preekte met zachte stem, wat lijzig. In de bank rechts van
+de preekstoel zaten de ouderlingen, in de bank links ervan de diakenen. Ik kende
+ze allemaal van haver tot gort: winkeliers (evenals wij), arbeiders en boeren.
+Met één van hen zou ik bijna slaande ruzie krijgen, toen hij tijdens het
+huisbezoek (dat werd trouw leder jaar bij ieder gezin door twee ouderlingen
+afgelegd) durfde te beweren dat je moest buigen voor de voorschriften van de
+bezettende macht, die volgens hem toch de overheid was.
+Die ochtend werd het herderlijk schrijven voorgelezen; nu vind ik het een veel
+te uitvoerig stuk: het beslaat in "Delleman" vier grote bladzijden, met kleine
+letters. Naar mijn herinnering duurde het toen helemaal niet lang. Ik luisterde
+ademloos, de hele gemeente trouwens.
+Het was kort na de februari-staking. Er waren al doden gevallen. Mijn dagboek
+(niet dat van mijn zus dit keer) vermeldt: "Gisteren is van de kansel een
+schrijven afgelezen dat uitmuntte door mannentaal. "En dat gebeurde overal,
+door het hele land, in meer dan 800 kerkgebouwen. Het is nu moeilijk na te
+voelen - ofschoon er achteraf op de inhoud zeker hier en daar kritiek te
+leveren valt -, hoezeer een dergelijk getuigenis de mensen een hart onder
+de riem stak.
+
+<60>
+
+De afkondiging van een protest of herderlijk schrijven in de kerkdiensten is
+in de Gereformeerde Kerken praktisch overal geschied. Alleen een predikant te
+Breda weigerde de voorlezing uitdrukkelijk. Het rapport aan de synode over
+handelwijze en argumenten van deze predikant eindigt met een advies bestaande
+uit 5 punten, waarvan het laatste luidde:
+
+De synode draagt aan de classis Klundert op, om over deze zaak verder met ds. T.
+te handelen, en hem ernstig te vermanen, zich te bekeren van de onschriftuurlijke
+beschouwingswijze, die in zijn bezwaren tot uitdrukking komt.
+
+Een andere (emeritus) predikant zat op dezelfde lijn en schreef een brochure,
+waarin hij volkomen lijdelijkheid (passiviteit) jegens de bezettende macht
+bepleitte, omdat deze "een oordeel Gods was, waaraan we ons te onderwerpen hadden."
+Over deze brochure werd gerapporteerd aan de classis Amersfoort, die daarop het
+standpunt van deze predikant beslist veroordeelde.
+Dit zijn de twee "afwijkende gevallen" als vermeld door Delleman in zijn
+hoofdstuk "Het verzet tegen het verzet", dat slechts 5 pagina's (389-393) beslaat.
+
+Ook in de Hervormde Kerk werden de protesten door de overgrote meerderheid van
+de predikanten publiekelijk voorgelezen, al waren er hier meer uitzonderingen
+die de regel bevestigden. Soms las men niet voor vanuit een houding van (godsdienstige)
+lijdelijkheid. We vermoeden deze achtergrond bij de 5 predikanten in de classis
+Zierikzee, die (april 1943) van hun classis een terechtwijzing ontvingen:
+
+Wij willen U er op wijzen, dat U daarmede ten opzichte van Uw roeping ernstig
+in gebreke zijt gebleven, het getuigenis der Kerk verzwakt hebt, en in strijd
+hebt gehandeld met hetgeen de Synode der Nederlandse Hervormde Kerk U heeft
+opgedragen. Het Classicaal Bestuur verwacht van U, dat U Uw houding bij een
+eventuele volgende gelegenheid zult wijzigen en U zult gedragen een Dienaar
+der Kerk waardig.
+
+Aldus Touw, in zijn uitvoerige hoofdstuk (V): "Problemen van het verzet". HIJ'
+noemt datgene wat ook In andere kerkgenootschappen wel zal zijn voorgekomen:
+"Tenslotte verzwegen vele predikanten de kanselboodschappen, eenvoudig uit
+persoonlijke vrees voor conflicten, uit angst voor arrestatie." Hij vervolgt dan:
+
+<61>
+
+De gemeenten signaleerden zulke predikanten al spoedig, en geleidelijk verloren
+ze het vertrouwen van de velen, die met diepe dankbaarheid vervuld waren voor
+de getuigenissen der Synode. Dan uitte de gemeente haar tucht-oefening op
+verschillende wijze. Typisch was de reactie in een eenvoudige Zeeuwse gemeente.
+Toen een nieuwe predikant zijn intree deed, hadden verschillende gemeenteleden
+het kippenhok van de pastorie van kippen voorzien. Maar toen de nieuwe dominee
+enige tijd later een kanselafkondiging niet voorlas, was een van de goede gevers
+zo diep teleurgesteld dat hij zijn kip uit het kippenhok weer weghaalde! (186)
+
+Voorwaar, in die tijd wel een zeer indringende manier van tuchtoefening over een
+voorganger.
+
+<62>
+
+4. MATHEID
+
+a. De situatie (30 maart tot einddecember 1941)
+
+Belangrijke ontwikkelingen vonden in deze maanden plaats, tengevolge waarvan de
+bevolking in de bezette gebieden heen en weer geslingerd werd tussen gevoelens
+van hoop en teleurstelling.
+Op 6 april begon de Duitse invasie in Joegoslavië en Griekenland. In dit laatste
+land hadden de Italianen vele nederlagen moeten incasseren. Nu was de strijd
+evenwel snel beslecht: op 30 april verlieten de laatste Engelse troepen Griekenland.
+20 dagen later was ook het eiland Kreta geheel in Duitse handen. Joegoslavië werd
+eveneens vernietigend verslagen. Duitsland scheen onoverwinnelijk.
+Op 10 mei vloog Rudolf Hess naar Engeland. De wildste speculaties deden uiteraard
+de ronde.
+De Duitse aanval op Rusland begon op 22 juni. Tot aan het einde van de oorlog
+zouden de steeds wisselende krijgskansen aldaar met hartstocht gevolgd worden
+door de Nederlanders: ons toekomstig lot hing immers grotendeels af van de uitkomst
+van deze strijd.
+De Britten begonnen in Noord-Afrika, na hun ernstige nederlaag tegen de Duitse
+generaal Rommel, een tegenoffensief op 18 november.
+Op 7 december vielen Japanse vliegtuigen onverhoeds de Amerikaanse vlootbasis
+te Pearl Harbour aan en vernietigden een groot deel van de Amerikaanse vloot:
+de oorlog tussen Japan en Amerika was begonnen. Op 11 december verklaarden
+Duitsland en Italië de oorlog aan de Verenigde Staten. Wij koesterden nieuwe hoop.
+
+11 maart: zo juist hoorde ik dat het Leger des Heils ontbonden is. Het Calvinistisch
+Weekblad is verboden.
+Ik heb nog een fiets kunnen kopen met banden. Banden zijn erg schaars; ze zijn
+alleen op vergunning te krijgen maar die worden haast niet gegeven.
+6 april.- Het Italiaanse koloniale rijk bestaat niet meer: Addis Abeba is gevallen.
+Met Pasen krijgen we een extra ei.
+
+<63>
+
+13 april de Duitsers hebben Benghasi (in Noord Afrika), Nochtans hoop ik op de
+uiteindelijke overwinning van de Geallieerden maar het zal wel lang duren.
+Dat is ook wel steeds gezegd door de Engelse radio, maar we dachten dat dit
+was om de vijand om de tuin te leiden.
+23 april: de melk is op de bon, sinds maandag: 1/4 liter per persoon per dag.
+4 mei: de aardappels zijn op de bon.' we mogen per persoon per week 1 1/2 kg
+hebben. Het vleesrantsoen is verminderd tot 2 1/2 pond in 16 dagen.
+Zo juist lees ik in de krant dat oranje-insignes en uitgezaagde munten niet
+mogen worden getoond, gedragen of wat dan ook.
+28 mei: er is een verplichte Arbeidsdienst afgekondigd, voor jongens en meisjes
+van 18-25 jaar.
+8 juni: we krijgen een extra suiker-rantsoen voor de inmaak.
+25 juni: taptemelk is ellendig spul om te koken; het brandt aan als een gek
+maar als je 't niet kookt is het in een minimum van tijd zuur.
+21 juli.- vanaf begin aug. komt er alleen nog taptemelk; geen thee meer.
+Alleen surrogaat-koffie op de bon.
+28 juli: verleden week moesten we ons koper en tin inleveren. Op aanraden van
+een massa mensen heeft moeder er één voorwerp heengebracht. Anders doen ze
+huiszoeking.
+7 aug.: we mogen nu nog maar 7-5 % gebruiken van de stroom die we verleden jaar
+in de overeenkomstige maand gebruikten.
+17 aug.: verleden week hebben we de laatste eierbon gehad. Er komen geen eieren meer.
+8 okt.: het broodrantsoen is verminderd; het is nu 1800 g. per week.
+30 dec,: op last van de Rijkscommissaris moeten de navolgende artikelen ingeleverd
+worden: wollen en halfwollen borstrokken, hemden, handschoenen, shawls, pullovers,
+sokken, kousen, breigarens, dekens en nog een heel stel lederen artikelen.
+Nu beginnen ze het eindelijk koud te krijgen in Rusland.
+
+In april werden restaurants "voor Joden verboden" verklaard.
+Op 11 juni werd de tweede grote razzia ontketend: 300 Joodse jongemannen werden
+gevangen genomen en gedeporteerd.
+Op 8 augustus moesten Joden hun bezit aan geld en effecten deponeren bij de
+fa. Lippmann-Rosenthal te Amsterdam, welke bank voortaan door de Duitsers beheerd
+werd. Drie dagen later werd alle Joodse grondbezit onteigend. Vanaf 21 augustus
+mochten Joodse kinderen in de grote steden niet meer naar niet-Joodse scholen.
+In september werden alle Joodse bibliotheken gesloten en verzegeld.
+Sportinrichtingen, concerten en openbare bijeenkomsten waren voortaan "voor
+Joden verboden".
+
+<64>
+
+Op 22 oktober werd verordend, dat Joden voortaan niet meer werkzaam mochten zijn
+in niet-Joodse gezinnen.
+
+b. Hervormde stemmen
+
+Tot mijn spijt heb ik tijdens de tweede wereldoorlog op geen enkele wijze vernomen
+van de volgende twee te noemen brochures, ook al werden ze op grote schaal verspreid.
+Er was duidelijk een Hervormd circuit van verspreiding waar de Gereformeerden
+buiten stonden, terwijl de ondergrondse pers nog in de kinderschoenen stond.
+Op Gereformeerd erf is er - voor zo ver mij bekend - toen niets vergelijkbaars
+gepubliceerd.
+
+K.H. Miskotte was de schrijver van de brochure Betere weerstand, die voorjaar
+1941 in enige tienduizenden exemplaren verspreid werd. Omdat de auteur een
+ opvallende stijl had werd de brochure, om ontdekking te voorkomen, herschreven
+door ds. K.H. Kroon en H.M. van Randwijk.[4.1]
+Verreweg de belangrijkste publicatie uit deze periode achten we de brochure Wat
+wij wel en wat wij niet geloven, van de hand van de predikanten Miskotte, Kroon
+en Koopmans. In twaalf stellingen worden "de grondelementen van het Christelijk
+geloof uiteengezet. De vierde stelling luidde als volgt:
+
+IV. Wij geloven en belijden, dat God vanouds het volk Israël heeft uitverkoren,
+om Zijn openbaring te ontvangen tot op de verschijning van Jezus, de uit dit volk
+geboren Messias, te bewaren en in de gehoorzaamheid aan Hem in de wereld te
+verkondigen. Het is een daad van Gods onbegrepen vrije genade, waardoor Israël
+deze roeping heeft ontvangen, want op zichzelf was Israël niet beter, waardiger
+of geschikter dan de andere volkeren. Maar aan dit volk heeft de Here Zijn Woord
+toebetrouwd, zodat wie tot God komt, "bij Israël wordt ingelijfd".
+Daarom geloven wij, dat wie zich tegen Israël stelt, zich verzet tégen de God
+van Israël. Want wel is Israël ongehoorzaam geweest en heeft het wonder van zijn
+roeping veracht, toen het de Hete der Heerlijkheid gekruisigd heeft. En wel
+heeft God toen voor een tijd en voor een deel een verharding over Israël gelegd,
+maar in deze zaak tussen God en dit volk mag niemand zich eigenmachtig en
+hovaardig mengen. Allen, die niet uit Israël zijn, moeten veeleer in Israël het
+teken zien van de vrijmachtige goddelijke verkiezing in het teken van de algemeen
+menselijke ongehoorzaamheid. En allen, die uit Israël zijn, zullen hun bestemming
+vinden, als zij zich tot de Messias bekeren; dan zal vervuld worden wat de apostel
+zegt: "indien de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, zo zal geheel Israël
+zalig worden."
+Daarom houden wij het antisemitisme voor iets veel ernstigers dan een onmenselijke
+rassenideologie. Wij houden het voor een van de hardnekkigste en dodelijkste
+vormen van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden. [4.2]
+
+<65>
+
+L. de Jong merkte naar aanleiding van deze passage op: "Men kan de vraag stellen
+of het gepast was, in de zomer van '41, toen de Joden waarlijk al genoeg te dragen
+hadden, ook nog te betogen dat zij alleen hun 'bestemming' zouden vinden indien
+zij zich allen tot het Christendom bekeerden; dat Miskotte, Kroon en Koopmans
+met dat betoog alleen het heil der Joden op het oog hadden, spreekt overigens
+vanzelf en in elk geval bevatte hun betoog een afwijzing van het antisemitisme
+ die voor protestantse lezers moeilijk in klemmender bewoordingen gesteld
+kon worden." [4.3]
+We voegen hier aan toe dat de opmerking, als zou Israël de Heer der heerlijkheid
+gekruisigd hebben, gemakkelijk kon leiden tot de oude en taaie misvatting: "de
+vervolging van de Joden is een straf, omdat 'ze' Christus gekruisigd hebben."
+
+Foto 10 Dr. K.H. Miskotte
+
+c. Hervormd herderlijk schrijven
+
+De bovengenoemde publicaties waren geen officiële stukken, bij de opstelling
+waarvan de Hervormde Kerk als zodanig betrokken was. Ze kwamen voort uit het
+initiatief van enkele predikanten.
+De Hervormde Synode heeft, maart 1941, overwogen een brochure te publiceren -
+Israël als teken. Het manuscript lag klaar: een korte uitleg van Romeinen 9-11
+en een analyse van Jodenhaat als een haat gericht tegen God zelf: "Door het
+antisemitisme wordt de Christelijke Kerk zelf in haar wortels aangetast."
+Aan de leden van de Synode werd verzocht om schriftelijk commentaar op het
+concept te geven. Maar juist in die tijd vond de arrestatie van ds. Gravemeyer
+plaats en men heeft toen de publicatie van "Israël als teken" niet aangedurfd.
+[4.4]
+Wel werd, zomer 1941, een Herderlijk Schrijven opgesteld en in september
+verzonden aan alle kerkenraden, met het verzoek de inhoud te bespreken en ook
+door te geven aan de gemeente. Over de Joden wordt uitvoerig gesproken.
+Uiteengezet wordt dat het gebod om de naaste lief te hebben hen in geheel
+dezelfde mate betreft als welke andere naaste ook." Men volgt dan min of meer
+de hier boven geciteerde stelling IV uit Wat wij wel en wat wij niet geloven.
+Dat is te begrijpen, want van beide stukken was dr. J. Koopmans een van de
+opstellers.
+"Israël is voor ons het toonbeeld en teken van Gods vrije genade". Wel heeft het
+"Christus niet erkend, maar verworpen." Nu zijn zij "niet meer 'Israël' in de
+oorspronkelijke zin, zij zijn 'Joden'. "Een jood is een mens uit Israël, die
+Jezus Christus verwerpt. Daarin zijn zij ons een teken van de menselijke
+vijandschap tegen het Evangelie. - Het gedeelte over Israël besluit als volgt:
+
+Daarom zien wij in Israël een teken van Gods onveranderlijke trouw, waardoor
+Hij in Zijn barmhartigheid een toekomst openhoudt ook voor wie zich het meest
+vijandig betonen.
+De gemeente van Jezus Christus weet zich gehouden tot de voorbede voor de
+Joden. En zij roept hen, op grond van de oude, nog steeds geldende beloften,
+terug tot hun Messias. [4.5]
+
+Buskes zou later opmerken: "Om de eigenlijke vragen, die aan de orde waren
+en de ' gemeente in onzekerheid en verwarring brachten, loopt de synode heen.
+In de bezettingsjaren was een eerste vereiste, concreet en antithetisch te
+spreken. Dat gebeurt in dit herderlijk schrijven niet.(...)
+
+<67>
+
+Klaar en duidelijk wordt doorgegeven wat de Bijbel over Israël zegt: Israël is
+het teken van 1) Gods vrije genade, 2) de menselijke vijandschap tegen het
+Evangelie, 3) Gods onveranderlijke trouw. De gemeente wordt opgeroepen voor
+de Joden te bidden. Over het Antisemitisme wordt echter in alle talen gezwegen.
+De vraag, wat wij voor de vervolgde Joden hebben te doen, wordt niet gesteld
+en dus ook niet beantwoord. Dit eerste herderlijke schrijven was uitermate zwak,
+omdat het volstrekt tijdloos was." [4.6]
+
+d. De Gereformeerde synode
+
+De classis Den Haag, daartoe aangewezen door de synode, besloot een "Bidstond
+voor de nood der tijden" uit te schrijven, die op 14 september 1941 gehouden is.
+De desbetreffende oproep spreekt zorg uit "ten opzichte van de voorziening van
+onze stoffelijke nooddruft, vooral in voedsel en huisbrand" en noemt ook de
+"vele belemmeringen voor onze christelijke actie op menig terrein." Nodig is
+een gebed om "getrouw makende genade" en om "verder standvastig te zijn...
+ook op het terrein van staat en maatschappij, niet het minst ook ten aanzien
+van het principieel karakter van onze scholen en jeugdverenigingen." En "om
+staande te blijven (...), zelfs dan wanneer gehoorzaamheid aan de Here gemis
+van noodzakelijk levensonderhoud dreigt mee te brengen."
+De Joden werden in de oproep niet genoemd.
+
+Toen de generale synode - na op 25 maart 1941 voorlopig te zijn gesloten -
+op 9 december van dat jaar werd voortgezet, verwelkomde de voorzitter, ds. F.C.
+Meijster, speciaal "de broeders die in de vorige zittingen gedwongen afwezig
+waren". Dan volgt: "Helaas worden weer anderen uit ons midden gemist (...);
+van onze deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid mr. dr. J. Donner,
+die voor de derde maal van zijn vrijheid is beroofd, dr. A.A.L. Rutgers en
+mr. J.A. de Wilde.
+Daarna deelde hij mee:
+
+Waar in de gelederen van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid
+zulk een bres werd geslagen, heeft het moderamen opnieuw gebruik moeten maken
+van zijn bevoegdheid om andere broeders aan te zoeken in dit zo gewichtig en
+hoogst verantwoordelijk deputaatschap zitting te nemen. Dat daarbij dr. J.J.C.
+van Dijk, onze oud-minister van defensie, bereid gevonden werd zich een benoeming
+te laten welgevallen, en in plaats van dr. Rutgers onze kerken in het Convent
+van kerken te vertegenwoordigen, stemt ons tot grote dank. [4.7]
+
+<68>
+
+Nadat Donner de tweede maal gevangen genomen was, werd dr. A.A.L. Rutgers de
+vertegenwoordiger van de Gereformeerde Kerken in het Convent. Vrij spoedig
+daarop werd ook hij gevangen genomen.
+Toen J.J.C. van Dijk toetrad tot deputaten, was hij 70 jaar oud. Hij was
+officier geweest, lid van de Tweede Kamer en tweemaal minister van oorlog.
+Na de theoloog Kuyper en de jurist Donner werd nu dus een oud-militair benoemd.
+Al spoedig, na de internering van prof. Paul Scholten, zou dr. van Dijk
+voorzitter van het Convent worden. Hij is dat gebleven totdat ook hij (1 april
+1943) gevangen genomen werd. Later zou J.J. Buskes schrijven: "Zij (Donner en
+Van Dijk) hebben honderdvoudig goedgemaakt, wat prof. Kuyper bedorven had.
+Ze waren niet alleen dappere, maar ook wijze mannen." [4.8]
+
+Uit het openingswoord van ds. Meijster blijkt verder: "Feitelijk had het
+moderamen alleen opdracht de synode weer bijeen te roepen voor de (theologische)
+"meningsverschillen". Maar nu waren er ook andere redenen: vragen "die samenhangen
+met de bezettingstoestand van ons vaderland".
+
+<69>
+
+Het blijkt dat "meermalen is getracht het moderamen te maken (...) tot een bureau
+van advies of interventie, maar wij (...) hebben geen enkele stap gedaan in de
+richting van een regerend kerkelijk college of een centraal kerkelijk gezag".
+De kerken zelf moeten in haar meerdere vergaderingen haar eigen zaken beslissen,
+aldus ds. Meijster.
+Uit het rapport van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid blijkt,
+dat vier van hun leden gevangen genomen waren en prof. J. Ridderbos aan arrestatie
+ontsnapt was door onder te duiken. Het aantal deputaten was dientengevolge geslonken
+van 8 tot 3. Voorts werd meegedeeld dat deputaten over gewichtige zaken steeds
+het moderamen van de synode hebben geraadpleegd. Over alles wordt uitvoerig aan
+de synode gerapporteerd: Arbeidsdienst, vakbeweging, kerkelijke pers, voorbede
+voor de Koningin, collectenverbod, enz.
+Over "de Joden kwestie" wordt gezegd:
+
+Het onrecht de Joden aangedaan en de toenemende vervolging van onze Joodse
+medeburgers, welke reeds vroeger aan Uw deputaten aanleiding had gegeven om
+daartegen met de andere protestantse kerken bij de Rijkscommissaris te protesteren
+en waarop ze wederom hebben gewezen in hun request bovengenoemd tot het college
+van secretarissen-generaal gericht, bleef voor Uw deputaten evenzeer als voor de
+andere afgevaardigden in het convent een voortdurende oorzaak van ergernis.
+Ze hebben wel overwogen om gezamenlijk ten behoeve van de Joden, inzonderheid
+die naar het buitenland gevoerd waren en waaronder een schrikbarende sterfte
+heerste, tussenbeide te komen, maar de vrees, dat juist daardoor hun lot
+verergerd zou worden, waarom de Joden zelf verzocht hadden, dit niet te doen,
+weerhield hen tot dusver. [4.9]
+
+Niet vermeld werd, welke Joden "verzocht hadden, dit niet te doen."
+
+Daarop kwamen gedurende 4 dagen (9 - 12 december) alle in het rapport genoemde
+onderwerpen aan de orde, waarna het "in zijn algemene strekking" aanvaard werd.
+
+<70>
+
+e. Weinig activiteit
+
+Voorjaar 1941 hield ds. J.J. Buskes een voordracht, waarin hij het protest van
+de kerken tegen de Jodenvervolgingen (zie boven, in hfdst. 2) besprak en toelichtte.
+Zijn toespraak werd gepubliceerd in het tijdschrift "Woord en Wereld". Waarop de
+Duitsers de verdere verschijning van dit blad verboden en ds. Buskes op 2 juli 1941
+gevangennamen.
+Nu zaten er dus 3 ondernemende leden van het Convent vast (Gravemeyer, Donner en
+Buskes). Rutgers, de vervanger van Donner, was eveneens gearresteerd. Was het
+daarom, dat het Convent wat ingeslapen scheen? Men leek wel geïntimideerd.
+Datzelfde gold voor de twee grootste deelnemende kerken. Zoals we hierboven
+gezien hebben, stelde de Hervormde Kerk in haar herderlijk schrijven het
+antisemitisme niet aan de orde en lieten de Gereformeerde Kerken na, tot gebed
+voor de Joden op te roepen.
+Wie werkt, maakt fouten. Maar hier werden dingen nagelaten. Een grote matheid
+leek zich gedurende deze periode te hebben uitgespreid over de kerken.
+Van de vergaderingen van het Convent werden, om overigens begrijpelijke redenen,
+na maart 1941 geen notulen meer geschreven. Die waren toch al uiterst summier
+geweest. Dientengevolge is het niet meer na te gaan, of men althans overwogen
+heeft enige stap te doen ten behoeve van de Joden, die juist in deze periode
+steeds meer geïsoleerd en in het nauw gedreven werden.
+Uit de in de oproep tot een bidstond wel genoemde onderwerpen blijkt, hoe diep
+de oorlog begon in te grijpen in eigen kerkelijk en persoonlijk leven. Kwam het
+daardoor, dat men gedurende deze periode weinig of niet toekwam aan het opkomen
+voor de Joden?
+We laten het vraagteken staan, en vermelden nog dat het september 1941 (ook de
+christelijke) scholen verboden werd, voortaan Joodse kinderen toe te laten; de
+aanwezige Joodse leerlingen moesten weggestuurd worden. De Hervormde Raad voor
+kerk en school adviseerde de schoolbesturen, hieraan op geen enkele manier
+medewerking te verlenen. Ook de grote schoolorganisaties weigerden elke medewerking.
+Toen dreigde de betreffende secretaris-generaal: "indien u weigert de Joodse
+kinderen van uw school te verwijderen zullen de ouders van die kinderen daarvoor
+moeten boeten. [4.10] Voorwaar, een afschuwelijk dilemma.
+
+<71>
+
+5. DE KATHOLIEKE KERK GAAT MEEDOEN - AUDIENTIE BIJ SEYSS-INQUART
+
+a. De situatie (eerste helft 1942)
+
+Op 19 januari werd. prof. Titus Brandsma gearresteerd.
+Op 16 februari veroverden de Japanners Singapore; op 27 febr. vond de slag in
+de Java-zee plaats: het grootste deel van de Nederlandse vloot ging ten onder.
+Op 9 maart gaf het Koninklijk Nederlands-lndische Leger zich over.
+3 mei: executie van 72 OD-ers (leden van de z.g. Orde-dienst, een van de eerste
+illegale organisaties). Op 15 mei moesten alle officieren zich melden en werden
+teruggevoerd in krijgsgevangenschap. Duizend Britse bommenwerpers deden een aanval
+op Keulen. Duizenden mannen moesten in Duitsland gaan werken.
+De Amerikanen behaalden een grote overwinning (4/5 juni) in de zeeslag bij Midway.
+Maar in Noord-Afrika heroverde generaal Rommel Tobroek (21 juni) en eind juni
+begonnen de Duitsers een groot offensief in Rusland.
+
+2 febr.: De christelijke scholen worden ernstig bedreigd. Voor a. s. zondag is
+er een bidstond uitgeschreven. Het gaat om de benoeming van een N.S.B.-onderwijzer,
+wat het schoolbestuur geweigerd heeft.
+10 febr.: In Noorwegen is Quisling nu de baas; als Mussert het hier maar niet wordt.
+19 april Er is vanmorgen een kort maar krachtig stuk voorgelezen van de kansel.
+20 mei., (neef) Jan de Nooij uit Ede is opgepakt wegens het dragen van een
+Jodenster. (Hij werd op 6 juni vrijgelaten).
+7juni.- We verkopen op iedere babykaart twee luiers, met afstempeling.
+
+In januari 1942 moesten Joden uit verschillende steden hun woonplaats verlaten:
+ze werden gedwongen zich in Amsterdam te vestigen.
+In maart werden personenauto's "voor Joden verboden". Vanaf 3 mei was iedere
+jood verplicht om in het openbaar de Jodenster te dragen. Op 30 juni werd
+gedecreteerd dat Joden zich van 8 uur 's avonds tot 6 uur 's morgens binnenshuis
+moesten bevinden.
+
+<73>
+
+b. De houding van de Katholieke Kerk
+
+Tot nu toe was de Rooms-Katholieke Kerk niet betrokken geweest bij de acties van
+het Convent van Kerken. Toch heeft deze Kerk zich vroegtijdig en krachtig tegen
+het nationaal-socialisme verzet. Zoals we al eerder memoreerden, hadden de
+Nederlandse bisschoppen eerst het lidmaatschap van de N.S.B. "ontraden", terwijl
+ze in mei 1936 verklaarden dat "allen die aan deze partij in belangrijke mate
+steun verlenen, niet tot de H. Sacramenten kunnen worden toegelaten." Dit betrof
+de leiders van de N.S.B., niet de gewone leden.
+Deze maatregel werd tijdens de Duitse bezetting niet ingetrokken of verzwakt.
+Integendeel, op 13 januari 1941 werd verordend dat ook aan gewone leden van de
+N.S.B. de sacramenten voortaan geweigerd moesten worden. Dit gold bovendien voor
+sympathiserende leden, propagandisten en contribuanten. N.S.B. - ers mochten
+voortaan niet meer kerkelijk trouwen; als beide ouders van een kind N.S.B.-er
+waren, mocht het kind niet gedoopt worden. N.S.B.-ers mochten niet meer kerkelijk
+begraven worden. [5.1]
+
+Foto 12. Aartsbisschop J. de Jong (foto uit 1946 t.g.v. zijn verheffing tot kardinaal)
+
+<74>
+
+Een en ander was door de aartsbisschop in overleg met de andere bisschoppen
+vastgesteld. Op 26 januari 1941 werd de maatregel overal vanaf de kansels
+bekendgemaakt.
+Toen de bezetter het RK Werkliedenverbond ophief, werd in een Herderlijke brief
+(van alle kansels afgelezen op 3 augustus 1941) uitgesproken, dat nu voortaan
+het lidmaatschap van nationaal-socialistische mantel-organisaties niet alleen
+verboden was, maar ook uitsluiting van de sacramenten met zich mee zou brengen.
+
+De van Ameland afkomstige Jan de Jong (geb. 1885) was in 1935 coadjutor van de
+aartsbisschop van Utrecht geworden, en in 1936 diens opvolger. Toen, aan het
+begin van de Duitse bezetting, enkelen van zijn geestelijken hem wilden bewegen
+een enigszins tegemoetkomende houding jegens het nieuwe bewind aan te nemen was
+zijn antwoord: "Wat is dat voor onzin, heren? Ik wil geen tweede Innitzer zijn..."
+Innitzer was de Oostenrijkse kardinaal die de nazi's zeer ver tegemoet kwam.
+De aartsbisschop was voorzitter van het Nederlands Episcopaat en kwam als zodanig
+primus inter pares (de eerste tussen gelijken). Hij kon zijn mede-bisschoppen
+niets opleggen, maar diende hen te raadplegen en zo nodig te overtuigen. Dat
+waren de bisschoppen van Breda, Haarlem, 's-Hertogenbosch en Roermond. Vooral
+de bisschop van Den Bosch was aanvankelijk verre van militant, aldus Aukes, de
+biograaf van mgr. de Jong. [5.2] Van Rooij verschaft hier verdere bijzonderheden.
+Ook over de manier waarop de besluitvorming plaatsvond:
+
+Het gezamenlijke beleid van de kerkprovincie werd bepaald in ongeveer 4 maal
+per jaar gehouden bisschopsconferenties en via rondzendbrieven. Zij gingen uit
+van een consensus voor het nemen van besluiten. De Aartsbisschop had als
+voorzitter een zeer invloedrijke stem, maar iedere bisschop had in zijn eigen
+diocees een grote vrijheid van handelen. [5.3]
+
+Het volgende verhaal, verteld door biograaf Aukes, is typerend voor de
+aartsbisschop en evenzeer voor zijn beproefde steun en rechterhand, dr. J. Geerdinck.
+
+<75>
+In de nacht van zaterdag op zondag 3 augustus, vlak voor de bovengenoemde afkondiging,
+rinkelde in het aartsbisschoppelijk paleis de telefoon. De Sicherheitspolizei
+wilde de aartsbisschop spreken, en wel onmiddellijk. De aartsbisschop laat
+dr. Geerdinck meedelen, dat de heren over een half uur komen kunnen. Beiden
+besluiten, dat de ontmoeting in scène moet worden gezet. De aartsbisschop dost
+zich uit in ambtskledij; in het grote vertrek voor bijzondere audiënties
+branden de luchters.
+Als er, precies om vier uur, gebeld wordt doet dr. Geerdinck open, vraagt de
+mannen van Himmler zich van hun jas te ontdoen en bestijgt voor hen uit de
+staatsietrap. Voor de deur aangekomen, vraagt hij hun namen, klopt en geleidt
+de heren naar binnen. De aartsbisschop staat in zijn ambtskledij achter de
+tafel en zwijgt. Dr. Geerdinck kondigt aan: "Excellentie, Obersturmführer
+Matzker en zijn adjudant." Monseigneur buigt licht, en blijft zwijgen. Geerdinck
+zegt: "setzen Sie sich". Iedereen gaat zitten, en iedereen zwijgt.
+Ten slotte haalt de Obersturmführer een smal rolletje papier tevoorschijn en
+begint voor te lezen: de afkondiging morgenochtend mag niet plaatsvinden.
+De aartsbisschop geeft te kennen dat hij de boodschap begrepen heeft, waarop
+zijn bezoeker zegt: "Het is nu vier uur. Alle pastorieën kunnen per telefoon
+bereikt worden. De voorlezing kan zonder moeite worden afgelast". De bisschop
+mompelt, dat dat hem duidelijk is.
+Dan is het weer stil, een lange tijd. Ten slotte zegt Geerdinck: "Heren, hebt
+U hiermee Uw opdracht vervuld?" Ze mompelen van ja, waarop Geerdinck opstaat
+en de bezoekers zijn voorbeeld volgen. Het papier, vermoedelijk een telexstrook,
+wappert achter hen aan terwijl hij hen uitgeleide doet. Geen woord. Bij de
+voordeur wervelt het strookje over de grond mee naar buiten. Geen groet.
+De volgende zondagmorgen gaat - uiteraard - de voorlezing overal door, de woorden
+non possumus non loqui klinken - "Wij kunnen niet zwijgen.
+
+c. De RK in het Interkerkelijk Overleg (I.K.0.)
+
+In de loop van 1942 besloot men, om de naam "Convent van Kerken- te veranderen
+in Interkerkelijk Overleg" (afgekort: I.K.O.). "Convent" kon niet, zo vreesde
+men, de indruk wekken dat het om een organisatie van kerken ging, die eventueel
+door de bezetter kon worden opgeheven. "Overleg" bedoelde de indruk te geven
+dat het ging om niet meer dan incidenteel overleg.
+
+<76>
+
+Er was al af en toe contact geweest tussen Protestantse voormannen en de
+aartsbisschop. Prof. Slotemaker de Bruïne had hem indertijd een afschrift
+van het allereerste protest tegen de Jodenvervolging (zie hierboven, hfdst. 2)
+doen toekomen en overwogen is toen om ook vanaf de Katholieke kansels een
+getuigenis te doen weerklinken. De meningen onder de bisschoppen waren toen
+evenwel verdeeld. [5.453] Verder was er overleg geweest inzake de schoolstrijd
+(met mr. J. Donner), de Winterhulp en het radiobeleid. De officiële relatie
+zou niet lang meer op zich laten wachten.
+
+Op 31 oktober 1941 - uitgerekend op Hervormingsdag, zei men later - bezocht de
+toenmalige voorzitter van het I.K.O., de Amsterdamse hoogleraar Paul Scholten,
+mgr. de Jong en tijdens dat bezoek werden spijkers met koppen geslagen. Het was
+het begin van een blijvende betrokkenheid van de Rooms-Katholieke Kerk bij het I.K.O.
+
+<77>
+
+Naar ik meen is het feit, dat vandaag de dag de Katholieke Kerk lid is van de
+Raad van Kerken in Nederland, moeilijk los te denken van de beslissing die
+toen genomen is.
+
+Prof. Schotten schreef, de dag na zijn ontmoeting met mgr. de Jong, aan ds. Gravemeyer:
+
+Gisteren had ik een belangrijk onderhoud met de Aartsbisschop waarvan ik mij
+haast U op de hoogte te brengen. (...) Maar wat nog belangrijker is, is het
+gesprek over een protest bij de Overheid in de Jodenquestie. Niet alleen voelde
+hij daar veel voor, maar hij verklaarde zich bereid dat in dat geval de Rooms-
+Katholieke Kerk met onze Kerk gezamenlijk de bedoelde audiëntie zou aanvragen.
+Hij zou daarvoor dan een hooggeplaatst geestelijke aanwijzen.
+Hij maakte evenwel tweeërlei voorbehoud. Ten eerste kan hij dit niet alleen
+beslissen, maar moet hij met de andere bisschoppen overleg plegen. En in de
+tweede plaats voelde bij meer voor een algemeen protest over alle onrecht dan
+voor een betreffende alleen de Joden. Ik antwoordde dat ik dit principieel
+wel met hem eens was, doch dat dit algemene protest ernstig zou moeten worden
+voorbereid en gedocumenteerd, wat nog enige tijd zou kosten, terwijl de
+Jodenquestie haast heeft. Dit maakte wel indruk en hij zal mij nader
+berichten. (...) [5.5]
+
+De bisschoppen gingen met de voorgestelde samenwerking akkoord. Besloten werd
+dat de officiaal van het bisdom, mgr. F.J.E.H. van de Loo, namens de bisschoppen
+het contact met het Convent van Kerken zou onderhouden. Vanaf eind 1941 heeft
+hij de meeste vergaderingen bijgewoond en protesten werden door hem mede-ondertekend.
+Van Rooij beschrijft zijn functie als volgt:
+
+Mgr. Van de Loo was officiaal van het aartsbisdom, de hoogste canonieke rechter
+van de RK Kerk in Nederland, die in naam en in opdracht van de Aartsbisschop de
+canonieke rechtsmacht uitoefende. Hij was bovendien kanunnik van het metropolitaan
+kapittel te Utrecht. Het kapittel heeft tot taak de Aartsbisschop te adviseren
+en bij te staan in het bestuur van het aartsbisdom. Een hooggeschoold jurist,
+zowel in canoniek als in wereldlijk recht. [5.6]
+
+d. De audiëntie
+
+Zoals al bleek uit de brief van Scholten aan Gravemeyer, was men voornemens een
+audiëntie bij de Rijkscommissaris aan te vragen. Daartoe vond allereerst een
+onderhoud plaats met de secretaris-
+
+<78>
+
+generaal van justitie, prof. J.J. Schrieke. Prof. P. Scholten en ds. Gravemeyer
+vertegenwoordigden de Hervormde Kerk, mgr. Van de Loo de bisschoppen, dr. J.J.C.
+van Dijk de Gereformeerde Kerken, terwijl de overige Protestantse kerken
+vertegenwoordigd werden door een vijftal afgevaardigden, onder wie ook ds.
+Buskes. Het onderhoud vond plaats op 5 januari 1942. Prof. Schotten las een
+memorandum voor, waarin ingegaan werd op "de schier volslagen rechteloosheid,
+de onbarmhartigheid ten opzichte van hen die van Joodse afstamming zijn en het
+opdringen van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing." We citeren het slot:
+
+De Kerken doen dit (getuigen) in de eerste plaats tegenover de Secretaris-Generaal
+van justitie, die thans in Nederland tot handhaving van het recht geroepen is
+en op wiens schouders te dier zake een zware verantwoor­delijkheid rust jegens
+het Nederlandse volk.
+Zij richten zich mede in hem tot zijn ambtgenoten, Secretarissen Generaal der
+overige Departementen.
+De Nederlandse Kerken vragen voorts de Secretaris-Generaal van justitie haar
+een audiëntie te verschaffen bij de hoogste Duitse autoriteit, die over deze
+dingen beschikt, opdat zij ook tegenover die autoriteit van haar oordeel mogen
+doen blijken.
+
+Nadat prof. Schotten een en ander had toegelicht, antwoordde Schrieke dat hij
+niet terstond op het adres kon ingaan, omdat het niet van tevoren te zijner
+kennis was gebracht. De kerken moesten zich realiseren "de niet te weerhouden
+kracht van de wereldgebeurtenis, die bezig was zich te voltrekken en die te
+vergelijken was met een sneltrein die in grote vaart alles wat zich op zijn
+weg plaatst vermorzelt."
+Schrieke, die N.S.B.-er was, is na de oorlog veroordeeld tot de doodstraf,
+later omgezet in levenslange gevangenisstraf.
+
+De gevraagde audiëntie werd toegestaan. Het was de bedoeling dat de heren
+Schotten (Herv.), Van de Loo (RK) en Van Dijk (Geref.) zouden gaan. Maar
+Seyss-lnquart liet weten dat hij prof. Schotten niet wenste te ontvangen.
+Men informeerde naar de reden daarvoor; intussen werd prof. Schotten gevangen
+genomen, waarna hem een plaats van internering werd aangewezen. Overwogen is
+toen om af te zien van de audiëntie, maar ten slotte besloot men dat prof. W.J.
+Aalders in de plaats van Schotten de Hervormde vertegenwoordiger zou zijn.
+
+<79>
+
+De audiëntie vond plaats op 17 februari (een dag na de val van Singapore; geen
+vrolijk moment) in een zaal van het departement van Buitenlandse Zaken. Een
+portret van Hitler hing aan de muur. Aan de ene kant van een grote, ronde tafel
+zat Seyss-Inquart, met aan zijn rechterhand prof. Schrieke en links F. Schmidt.
+Tegenover hem mgr. Van de Loo, prof. Aalders en dr. Van Dijk. De vergadering
+begon om twaalf uur.
+Allereerst leidde prof. Aalders het - van tevoren toegezonden - memorandum in,
+waarvan het begin en ook de opmerkingen over de vervolging van de Joden letterlijk
+overeenstemden met het stuk dat al eerder aan Schrieke was aangeboden. Deze
+luidden als volgt:
+
+Verder dient de behandeling van hen die van Joodse afstamming zijn genoemd te
+worden. De Kerken onthouden zich hier van een beoordeling van het antisemitisme,
+dat zij overigens vanuit Christelijke beweegredenen principieel afwijzen. Ook
+wensen zij nu niet een debat te openen over de politieke maatregelen tegen de
+Joden in bel algemeen. Zij wensen zich te beperken tot het feit dat in de loop
+van het jaar 1941 talrijke Joden gevangengenomen en weggevoerd zijn, en dat
+sindsdien officiële mededelingen omtrent schrikbarend hoge sterftegevallen onder
+deze gedeporteerden zijn binnengekomen. De Kerken zouden hun meest elementaire
+plichten verzaken, als zij niet van de Overheid zouden verlangen dat aan deze
+maatregelen paal en perk wordt gesteld. Dit toch is een eis van Christelijke
+barmhartigheid.
+
+Seyss-Inquart ging daarna uitvoerig in op de diverse naar voren gebrachte punten,
+blijkbaar aan de hand van notities gemaakt op basis van het ontvangen memorandum.
+Hij ging daarbij uit van Rusland: hiertegen moest alles gericht worden, hiermee
+alles vergeleken. Daarna sprak hij over de gerechtigheid, de barmhartigheid en
+de gewetensvrijheid.
+
+Wat de Joden betrof, barmhartigheid jegens hen te betrachten, zoals we gevraagd
+hadden, was naar het oordeel van de R. te veel verlangd. (...) Het was dan ook
+afkeurenswaardig, dat wij hier in Nederland de Joden als volwaardige vaderlanders
+beschouwden en hun de volle staatsburgerlijke rechten toekenden. Neen, barmhartigheid
+jegens hen was misplaatst; alleen kon men, voorzover het algemeen belang zulks
+gedoogde, recht en gerechtigheid jegens hen laten gelden.
+
+Dat was de reactie van Seyss-Inquart, naar de aantekeningen van officiaal Van
+de Loo en weergegeven in "Delleman". Mgr. Van de Loo was het die tijdens de
+discussie terugkwam op het lot der Joden:
+
+<80>
+
+foto 14. De audiëntie bij Seyss-Inquart, naar een tekening van J.H. Isings uit 1945.
+Van links naar rechts: dr. J.J.C. van Dijk, prof. dr. W.J. Aalders, mgr, F.E.H.
+van de Loo, prof. mr. J.J, Schrieke, Seyss-Inquart en E. Schmidt
+
+Wat de Joden betreft, werd de R. er door mij aan herinnerd dat niet alleen recht
+en gerechtigheid, maar ook barmhartigheid Christenplicht was en dat de hoogste
+Christelijke norm niet ras, bloed en bodem was, maar de wet van het Evangelie,
+die rassenhaat categorisch veroordeelde. Overigens, zo betoogde ik, zouden wij
+al verheugd zijn wanneer althans de rechtvaardigheid tegenover de Joden betracht
+werd, daar tot nu toe vaak hun meest elementaire rechten met voeten waren getreden.
+Speciaal voor onze Joodse volksgenoten vroegen wij rechtvaardige behandeling,
+overtuigd als we waren dat tallozen onder hen als onschuldige slachtoffers waren
+gevallen van de rassenhaat, hoewel zij zich steeds als eerzame burgers gedragen hadden.
+
+Dr. Van Dijk vroeg of de onbarmhartigheid tegenover de Joden zover ging dat er
+geen barmhartigheid zou worden geoefend tegenover de individuele Jood. Het antwoord
+was: "neen". Gevraagd naar het standpunt ten opzichte van de Christen-Joden, was
+het antwoord eveneens: "geen barmhartigheid: het Jodenvraagstuk moet in zijn geheel
+worden opgelost.
+
+<81>
+
+Prof. Aalders zei, na afloop: "Mijn indruk is dat deze audiëntie niets goeds kan
+doen verwachten. Wij kunnen het alleen van belang achten, persoonlijk en tegenover
+de Kerk, dat we een getuigenis hebben afgelegd."
+
+e. De gevolgen
+
+Prof. Schrieke beweerde na de audiëntie dat de Rijkscommissaris toch wel onder
+de indruk was geweest. Seyss-Inquart was Katholiek opgevoed; een broer van hem
+is zelfs enkele jaren kloosterling geweest, maar daarna uitgetreden. [5.7]
+Toch bleek de pessimistische taxatie van de vertegenwoordigers der kerken juist
+te zijn geweest: de Duitse onderdrukking ging in verscherpte mate door, met name
+de terreur tegen de Joden. Zomer 1942 zouden de massadeportaties beginnen.
+Prof. Aalders werd kort daarop gearresteerd, overigens niet vanwege zijn deelname
+aan de audiëntie maar omdat hij hoofdbestuurslid was van een van de grote
+Christelijke school-organisaties.
+
+Het I.K.O. was voornemens de plaatselijke gemeenten in te lichten over de audiëntie
+en bovendien over nieuwe maatregelen van de bezetter. Daartoe werd een kanselboodschap
+opgesteld, die op zondag 22 maart zou worden voorgelezen.
+De Sicherheitspolizei bleek evenwel op de hoogte, want ds. Gravemeyer ontving
+een boodschap waarin gewaarschuwd werd voor de gevolgen ("gevangenis of erger")
+als de afkondiging zou doorgaan. Gravemeyer deelde daarop mee dat de kerken zich
+zouden beraden, maar "dat de kerken onder geen enkel beding op dit punt zouden
+kunnen toegeven en zich door de Duitse overheid zouden kunnen laten voorschrijven
+wat zij al of niet mochten laten afkondigen". Het I.K.O. heeft daarop besloten,
+op die datum de afkondiging niet te laten doorgaan "om een acuut conflict te
+voorkomen", zoals geschreven werd in een protestbrief aan Seyss-Inquart (7 april
+1942), waarin tegen het ingrijpen van "de politie" geprotesteerd werd. Bij dit
+besluit hebben de bisschoppen zich uit solidariteit aangesloten, aldus Stokman,
+m.a.w. zij hadden wel openbaar mededeling willen doen van de audiëntie.
+Wel werd kort daarna, op zondag 19 april, in alle (bij het I.K.O. aangesloten)
+Protestantse kerken een "Getuigenis" voorgelezen dat als volgt begon:
+
+<82>
+
+Het is de gemeente bekend, dat de Kerk met grote bekommering is vervuld over de
+gang van zaken in ons land, met name over de wijze waarop drie grondslagen van
+ons volksleven: de gerechtigheid, de barmhartigheid en de vrijheid van geweten
+en overtuiging, die verankerd liggen in het Christelijk geloof, zijn en worden
+aangetast.
+Over de rechteloosheid, de onbarmhartigheid tegenover het Joodse volksdeel en
+het opdringen van een recht tegen het Evangelie ingaande, nationaal-socialistische
+levens- en wereldbeschouwing heeft de Kerk haar getuigenis gegeven.
+
+Ds. Gravemeyer bezocht - voor het eerst - mgr. de Jong om te bepleiten dat dit
+Getuigenis ook in de Katholieke kerken zou worden voorgelezen. Dat leverde
+praktische bezwaren op, maar in Utrecht lag een Herderlijke brief over de
+Arbeidsdienst klaar ter afkondiging, en de aartsbisschop laste de kernzinnen
+uit het Getuigenis, waaronder bovenstaand citaat, in de aanhef van de eigen
+Herderlijke brief in. [5.8]
+
+In bovengenoemd Getuigenis was de audiëntie bij Seyss-Inquart niet vermeld. Maar
+men zond (21 april 1942) een zeer uitvoerige mededeling aan alle kerkenraden over
+een en ander, waar boven stond: "Uitsluitend bestemd voor interne voorlichting".
+Dat betekende, dat tienduizenden gelovigen over het ter audiëntie besprokene
+geïnformeerd werden; maar als men de publieke afkondiging had doorgezet, zouden
+het er een paar miljoen zijn geweest. Het I.K.O. had toch een stap terug gedaan.
+Toch denke men vanuit onze situatie niet te gemakkelijk over de zwaarte van de
+dilemma's van toen. Enkele predikanten en diverse gemeenteleden waren al omgekomen
+in het concentratiekamp. Kort daarop (4 mei) werd ds. Gravemeyer door de Duitsers
+in gijzeling genomen; de gijzeling zou voortduren tot 18 december 1942.
+
+Twee dagen later (6 mei) zond de permanente Commissie Algemene Zaken van het
+Nederlandsch Israëlietisch Kerkgenootschap een brief aan ds. Gravemeyer met de
+volgende inhoud:
+
+Het moge mij vergund zijn deze brief aan te vangen met een woord van diepgevoelde
+dank en erkentelijkheid voor het medeleven van de vaderlandse Kerk in het lot, dat
+de Nederlandse Joodse gemeenschap thans heeft te dragen.
+Ook wij zullen U wederkerig in onze gebeden gedenken en voor onze ogen houden het
+Psalmwoord 145 vers 19.
+(handtekening onleesbaar)
+
+<83>
+
+De woorden van dit psalmvers luiden: "Hij vervult de wens van wie Hem vrezen,
+Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen." [5.9]
+
+Een aantal predikanten die - naar aanleiding van de afkondiging op 19 april -
+over Jodenvervolgingen gepreekt hadden, werden gevangen genomen; onder hen was
+de latere hoogleraar A.A. van Ruler.
+
+f. De bordjes "verboden voor Joden"
+
+Het was het Duitse plan om de Joden steeds meer te isoleren. Daartoe moest een
+bordje "Verboden voor Joden" worden aangebracht op alle openbare gebouwen. Ook
+de kerkgebouwen vielen daar onder. Niet alleen was de zondagse kerkdienst een
+openbare aangelegenheid en voor iedereen die dat wenste toegankelijk, maar bovendien
+werden in de kerkgebouwen door de week vergaderingen van diverse verenigingen
+en clubs gehouden.
+In het archief vond ik een brief van de "Raden der Gereformeerde Kerken van
+Metslawier en Nijawier", die aan hun burgemeester schrijven:
+
+Als antwoord op de mondeling namens U gedane mededeling betreffende het aanbrengen
+van het z.g. Jodenbordje aan de consistorie of leerkamer, moge het volgende dienen:
+a. dat de kerkenraad der Geref. Kerk en van Metslawier en van Nijawier tegen deze
+aanbrenging principieel bezwaar heeft - de kerk van Christus mag geen onderscheid
+naar ras maken - en deze dies wil voorkomen;
+b. in afwachting van het resultaat der besprekingen van deputaten voor de
+correspondentie met de Hoge Overheid te Den Haag daarom heeft besloten voorlopig
+alleen toegang tot bedoelde leerkamer te verlenen aan vergaderingen van hen,
+die als zuiver kerkelijk of zendingscollege of jeugd onder kerkelijk toezicht
+staan. [5.10]
+
+Men kreeg in Den Haag van diverse kerkenraden verzoeken om advies. Het eerste
+antwoord was - zowel van de Algemene Synodale Commissie van de Hervormde Kerk
+als van Gereformeerde deputaten - dat "op een voor christelijke doeleinden
+bestemd gebouw het bewuste bordje principieel niet kan worden toegelaten, omdat
+het is een verloochening van het Evangelie."
+
+<84>
+
+Werd een aan de kerk behorend gebouw ook gebruikt voor niet-kerkelijke activiteiten
+(waarvoor het bord bevolen werd), dan moesten die voortaan achterwege blijven,
+liever dan dat men het bordje plaatste. Ook concerten of sport-activiteiten
+moesten dan maar vervallen.
+In de drie noordelijke provincies, evenwel eiste de procureur-generaal te
+Leeuwarden, dat het bordje zou aangebracht worden ook daar waar uitsluitend
+zuiver kerkelijke bijeenkomsten werden gehouden. Dit gaf aanleiding tot een
+aantal directe conflicten.
+Op 9 april 1942 hadden ds. Gravemeyer en dr. Van Dijk namens het I.K.O. een
+onderhoud met de secretaris-generaal van justitie, Schrieke. Ze zonden hem
+daarna een brief (24 april) waarin zij meedeelden:
+
+(...) De Kerk mag niet dulden, dat op haar terrein geweld wordt aangedaan aan
+het beginsel van de toelating van allen, die krachtens het Evangelie van Jezus
+Christus, toelating begeren.
+
+Nu kan men zich afvragen of er veel Joden "toelating begeerden", laat staan of
+dat het geval was in een of ander Fries dorp. Maar, het ging om het principe,
+zou het I.K.O. stellig geantwoord hebben. Hoe dan ook, in dezelfde brief werd
+voorgesteld:
+
+1) dat in of aan kerkelijke lokaliteiten de bedoelde borden niet behoeven te worden
+aangebracht, indien deze lokaliteiten uitsluitend worden gebruikt voor godsdienst-
+oefeningen (en andere) vergaderingen van zuiver godsdienstig-zedelijke strekking.
+2) dat, wanneer godsdienstoefeningen worden gehouden in niet-kerkelijke lokalen,
+tijdens de dienst in die lokalen geen verbodsbord aanwezig behoeft te zijn;
+dat algemene vergaderingen, met name ook jaarvergaderingen van (...) Christelijke
+verenigingen in kerkgebouwen kunnen worden gehouden.
+
+Schrieke ging daarmee akkoord en wijzigde de verordening.
+Een krachtige houding namen de Hervormde predikanten van Sneek en omgeving aan:
+begrafenis­diensten vonden vaak plaats in het plaatselijk café. Welnu, de predikanten
+weigerden en gingen voortaan alleen voor als de dienst in een kerkelijk gebouw
+gehouden werd. De café-houders protesteerden! Toen zijn er hier en daar
+begrafenisdiensten in een café gehouden nadat eerst het verafschuwde bordje
+voor die dag verwijderd was. Zoiets lijkt haast komisch, maar het was een zaak
+van grimmige ernst. Dat besefte de Sicherheitsdienst, die een betreffende
+predikant bedreigde voor 't geval hij nog eens het bordje zou laten weghalen.
+
+<85>
+
+De motivering van het I.K.O. bleef wat vaag: het antisemitisme werd niet genoemd,
+terwijl het daarom toch juist ging. De bisschoppen evenwel waren duidelijker in
+hun afwijzing. Van Rooij vermeldt dat Mgr. de Jong in overleg met de andere vier
+bisschoppen het aanbrengen van de bordjes op RK instellingen verbood, "omdat die
+bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar mogen zeker onze
+RK instellingen niet aan mee doen." Iets later stelde de aartsbisschop zich
+'permissief' op als het om sportterreinen of zwembaden ging (toen waren er nog
+Katholieke...), m.a.w. men behoefde ze niet te verwijderen als de politie ze
+had aangebracht. Maar op RK leeszalen mocht het absoluut niet en evenmin op het
+sociëteitsgebouw van het RK studentencorps te Nijmegen.
+"De Rector Magnificus was van mening dat het bordje mocht blijven hangen. Er
+hingen er al zo veel in Nijmegen. De burgerij zag het toch als een teken van
+overmacht." Mgr. de Jong was het daar niet mee eens:
+
+Als Wij Ons niet vergissen, zijn de katholieke studentenverenigingen van Wageningen
+en Nijmegen de enige die nog bestaan. In deze omstandigheden zouden Wij het
+betreuren als alleen die beide zich aan de bepaling zouden onderwerpen. De
+studenten zullen het offer moeten brengen.
+
+In september 1942 liet het Episcopaat haar principieel afwijzende houding ten
+opzichte van de bordjes varen. De deportaties waren in volle gang. De bordjes
+kwestie was een bijzaak geworden; aldus van Rooij. [5.11]
+
+6. MASSA-DEPORTATIES; HET TELEGRAM
+
+a. De situatie (tweede halfjaar 1942)
+
+Belangrijke oorlogshandelingen waarvan de afloop gunstig voor de geallieerden was,
+deden de hoop in de bezette gebieden op een spoedige eindoverwinning stijgen.
+De aanval van geallieerde commando's op de Noord-Franse plaats Dieppe toonde aan
+dat de Engelsen in staat waren door de Duitse verdedigingswerken langs de kust
+heen te komen en zich zelfs enige tijd op het continent te handhaven (19 aug.).
+Op 13 sept. begon de Duitse aanval op Stalingrad, maar de Russen hielden stand
+en begonnen (19 nov.) hun tegen-offensief. De Engelsen onder generaal Montgomery
+vielen aan in Noord-Afrika (23 okt.) bij El Alamein. Kort daarop (nov.) landden
+Amerikanen en Engelsen in Marokko en Algerië, waarop de Duitsers nu ook Zuid-
+Frankrijk ("Vichy") bezetten.
+
+16 juli.: vordering van koperen melkbussen, standbeelden en kerkklokken. Alle
+jeugdverenigingen zijn opgeheven. Deze week zijn er overal fietsen gevorderd.
+De Joden worden thans massaal weggevoerd naar Polen en Silezië. Ook de kerken
+hebben geprotesteerd.
+We hebben een huisgenootje gekregen, Leen, een Rotterdammertje van 3 jaar,
+waarvan de ouders bij het bombardement in 1940 omgekomen zijn. (Dat was Leo.-
+zijn vader en moeder waren Joodse vrienden, inderdaad uit Rotterdam maar niet
+omgekomen. Alle drie hebben de oorlog overleefd).
+15 aug.: vandaag zijn er vijf gijzelaars doodgeschoten.
+29 aug.: Leen is gisteren weer naar huis gegaan. Hij stak erg af bij de
+dorpskinderen en had daardoor nogal veel bekijks. Bovendien was het voor zijn
+gezondheid niet wenselijk om veel buiten te komen, dus daar moest ook op gelet
+worden. (We vonden voor Leo een ander onderduik-adres).
+10 sept.: de taptemelk is nu ook op de bon: 1/4 L. per pers. per dag.
+Er zijn uitsluitend zijden veters in de handel en papieren zakdoeken. Vergunning
+tot het rijden op benzine wordt haast niet gegeven; verder rijdt men op houtgas,
+waarvoor de vergunning gemakkelijker gegeven wordt.
+16 okt.: de familie Manasse (dorpsgenoten) is gevlucht of ondergedoken.
+29 nov.: een groot deel van de kuststreek zal geëvacueerd moeten worden.
+
+<88>
+
+Eind juni had Seyss-Inquarts naaste medewerker Schmidt openlijk bekend gemaakt,
+dat de Joden uit Nederland gedeporteerd zouden worden. In juli begonnen de massa-
+deportaties.
+De eerste oproepen werden op zondag 5 juli per extra bestelling via de post bezorgd.
+Op 14 juli werd een grote razzia op Joden in Amsterdam gehouden. De volgende dag
+vertrok de eerste deportatie-trein van Amsterdam naar Westerbork. Van 14-17 juli
+moesten 4000 Joden uit Amsterdam zich op het Centraal Station melden.
+Op 2 augustus werden op verschillende plaatsen in Nederland Katholieke Joden
+gegrepen. Die maand werden er nog meer razzia's op Joden in Amsterdam uitgevoerd.
+Sindsdien bleven de treinen rijden: van Amsterdam naar Westerbork, en van
+Westerbork naar "het Oosten": week na week, maand na maand.
+
+b. Nog een synode-vergadering
+
+We zullen in dit hoofdstuk de gebeurtenissen rondom het protest van de kerken
+tegen de Jodenvervolging uitvoerig weergeven. Daartoe beginnen we evenwel met
+een kijkje in een synode-vergadering die - zo vermoeden we - een direct bij
+het protest betrokkene, dr. J.J.C. van Dijk, geholpen heeft bij het handhaven
+van een besliste houding.
+De synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland vergaderde eind mei en begin
+juni; daarna zou men pas weer in september bijeenkomen. De voortzetting van de
+synode, die al lang afgelopen had moeten zijn, was nodig geworden tengevolge van
+de leergeschillen die nu hoog oplaaiden. Hoe is zoiets mogelijk, terwijl er een
+wereldoorlog aan de gang en je land bezet is, denk je nu (en dachten toen ook al velen).
+
+Op dinsdag 9 juni kwam dr. Van Dijk ter synodevergadering en rapporteerde over
+"de werkzaamheden, door deputaten (voor de correspondentie met de Hoge Overheid)
+verricht". Het bordje "Verboden voor Joden" kwam ter sprake, de Arbeidsdienst enz.
+[6.1]
+
+<89>
+
+Er volgt dan: "Nadat de praeses (voorzitter) aan dr. Van Dijk de dank der synode
+heeft overgebracht voor zijn vele bemoeienissen en hem Gods wijsheid en bijstand
+bij zijn verdere gewichtige arbeid heeft toegewenst en de vergadering hem
+Psalm 121:4 toegezongen heeft, verlaat dr. Van Dijk de vergadering."
+Dat psalmvers luidde, in de berijming van toen:
+ De Heer zal U steeds gadeslaan
+ Opdat Hij in gevaar
+ Uw ziel voor ramp bewaar'.
+ De Heer, 't zij g'in of uit moogt gaan,
+ En waar g'u heen moogt spoeden,
+ Zal eeuwig u behoeden.
+
+Dat was meer dan een psalmversje; het was een gebed, een zegenbede. Die werd bij
+bepaalde plechtige gelegenheden in de kerk gezongen en de gemeente ging daar dan
+bij staan. Dat is ongetwijfeld ook op deze synodevergadering gebeurd.
+Men wist: deze man zet zijn vrijheid - misschien zijn leven - op het spel.
+Dr. Van Dijk wist: 'mijn synode staat achter mij' en mijn mede-deputaten; de
+broeders bidden voor ons en ze steunen ons.
+
+c. Het telegram
+
+De Kerken die samenwerkten in het I.K.O. (Interkerkelijk Overleg) hadden besloten
+een bezwaarschrift tegen de Jodenvervolging bij Seyss-Inquart in te dienen. Het
+schrijven van een concept daartoe was opgedragen aan een kleine commissie, bestaande
+uit de bekende zendingsman en taalgeleerde prof. H. Kraemer (die prof. P. Scholten
+sinds diens verbanning verving), mgr. Van de Loo en dr. M.C. Slotemaker de Bruïne
+(niet te verwarren met zijn vader, de eerste voorzitter van het Convent, die
+intussen overleden was).
+
+Toen het I.K.O. op 10 juli vergaderde, was het concept nog niet klaar. Op grond
+van de binnengekomen alarmerende berichten besloot men, allereerst een telegrafisch
+protest aan de Rijkscommissaris te zenden. De tekst van dit telegram werd op
+diezelfde vergadering vastgesteld en luidde als volgt:
+
+<90>
+
+De hieronder vermelde Nederlandse Kerken, reeds diep geschokt door de maatregelen
+tegen de Joden in Nederland, waardoor zij uitgesloten worden van het deelnemen
+aan het normale volksleven, hebben met ontzetting kennis genomen van de nieuwe
+maatregelen, waardoor mannen, vrouwen, kinderen en gehele gezinnen zullen worden
+weggevoerd naar het Duitse rijksgebied en onderhorigheden.
+Het leed dat hiermede over tienduizenden gebracht wordt, de wetenschap dat deze
+maatregelen tegen het diepste zedelijk besef van het Nederlandse volk strijden,
+bovenal het indruisen van deze maatregelen tegen hetgeen ons van Godswege als
+eis van gerechtigheid en barmhartigheid gesteld wordt, nopen de Kerken tot U de
+dringende bede te richten, aan deze maatregelen geen uitvoering te geven.
+Voor de Christenen onder de Joden wordt ons deze dringende bede tot U bovendien
+ingegeven door de overweging, dat hun door deze maatregelen het deelnemen aan
+het kerkelijk leven wordt afgesneden.
+
+Tien Nederlandse kerken hebben dit telegram ondertekend: beide Lutherse Kerken
+deden ditmaal mee, de RK Kerk was er bij gekomen, en bovendien ondertekenden de
+"Gereformeerde Gemeenten in Nederland" (vertegenwoordigd door ds. G.H. Kersten)
+het protest.
+Het telegram werd verzonden op 11 juli. Het ging, behalve naar Seyss-Inquart,
+ook naar de Generalkommissaris, das Sicherheitswesen H.A. Rauter, de General-
+kommissar zur besonderen Venvendung F. Schmidt en de Wehrmachtsbefehlshaber in
+den Niederlanden F.C. Christiansen. Deze stuurde zijn exemplaar door aan
+Seyss-Inquart, met erop aangetekend het voorstel om ook de ondertekenaars
+te deporteren.
+De kerken hadden het voornemen om, behalve het telegram, ook nog een uitvoeriger
+schriftelijk protest in te dienen. Prof. dr. H. Kraemer zou hiervoor het concept
+schrijven, maar twee dagen later werd hij gegijzeld.
+
+d. Duitse reactie
+
+Tot nu toe hadden de kerken op hun tegen de Jodenvervolging ingediende protesten
+nog geen enkel antwoord ontvangen, maar ditmaal kwam er wel een reactie en zelfs
+zeer snel.
+Op 14 juli werd ds. H.J. Dijckmeester - waarnemend secretaris van de Hervormde
+Synode in plaats van de gegijzelde ds. Gravemeyer - ontboden bij Schmidt. Deze
+deelde hem mee dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren, van
+deportaties zouden worden vrijgesteld en dat aan verzachting der maatregelen voor
+gemengd-gehuwden nog gewerkt werd. Schmidt verzocht ds. Dijckmeester, een en ander
+aan de ondertekenaars van het telegram mee te delen.
+
+<91>
+
+Op 15 juli vergaderde de Hervormde Synode. Daar tekende zich een lijn af die afweek
+van het standpunt, ingenomen door het I.K.O. Ten eerste voelde een meerderheid
+niet voor het indienen van een uitvoerig, schriftelijk protest. Desnoods wilde men
+alleen een verzoek tot de bezettende macht richten. Ten tweede vond men de (op de
+vergadering van het I.K.O. afgesproken) voorlezing van het telegram in de kerkdiensten
+van minder belang dan een "gebed, in een toon van ootmoed en schuldbesef". Wel zou
+het telegram in de inleiding tot het gebed worden opgenomen. We komen op de inhoud
+van dat gebed nog terug.
+
+Op 17 juli hield Seyss-Inquart met zijn naaste medewerkers een z.g. Chefsitzung.
+Daardoor weten wij nu (maar toen wisten de kerken dat uiteraard niet) dat de
+Rijkscommissaris bepaald niet van plan was om de gedoopte Joden blijvend van
+deportatie vrij te stellen. Het ging er slechts om, door deze tegemoetkoming
+de kerken tot zwijgen te brengen. Zijn uiteindelijke beslissing zou afhangen
+van de houding der kerken.
+Aan Rauter werd tijdens die vergadering opgedragen, op de komende zondagen de
+kerkdiensten te controleren in verband met een mogelijke kanselafkondiging. [6.2]
+
+Zoals gebruikelijk ging er een stuk uit (23 juli) naar alle plaatselijke kerken
+met de tekst van het af te kondigen telegram van 11 juni, en van het gebed, bestemd
+voor de kerkdiensten op 26 juli.
+Blijkbaar zijn de Duitsers daar onmiddellijk achter gekomen, want een dag later,
+op vrijdag 24 juli, werd ds. Dijckmeester ontboden bij de plaatsvervanger van
+Schmidt, Hauptmann I. Gruffke. Deze bleek op de hoogte van de voorgenomen voorlezing
+van het telegram en drong erop aan deze achterwege te laten: het ging volgens
+Gruffke om een vertrouwelijk document. Anders zou de basis voor verdere
+onderhandelingen verbroken zijn.
+Volgens ds. Dijckmeester hoorden telegram en gebed bij' elkaar: "gebed en daad
+zijn niet te scheiden; als een gelovige een drenkeling in het water ziet, zal
+hij wel een gebed voor hem doen maar ook een daad verrichten. Welnu, het telegram
+is zulk een daad." Waarop Gruffke de beeldspraak overnam en zei: "Maar u kunt
+niet zwemmen; of wel: U vraagt Schmidt om te springen, maar hij weigert."
+
+<92>
+
+Ds. Dijckmeester, die zelf vond dat het telegram voorgelezen diende te worden,
+bracht de kwestie ter Synode. Daar overheerste de gedachte dat "onder fatsoenlijke
+mensen de éne partij niet tot publikatie van een document mag overgaan wanneer
+de andere partij zich daartegen verzet". Ook vreesde men dat "wat nu voor de
+christen-Joden bereikt was, dan weer verloren zou gaan", aldus Touw. Zo werd aan
+Schmidt nog diezelfde dag (vrijdag 24 juli) bericht dat de Synode bereid was de
+afkondiging van het telegram in te trekken; maar mogelijk zou het bericht
+daaromtrent een aantal gemeenten niet tijdig meer kunnen bereiken.
+
+Er is veel kritiek gekomen op de handelwijze van de Synode, ook vanuit de eigen
+kerk: gemeenteleden uit Leiden, Oegstgeest en Rotterdam betreurden in een request
+aan de Synode dat de beginselvastheid in het gedrang gekomen en de eenparigheid
+van handelen verbroken was. J.J. Buskes zou het later hebben over "dat andere,
+afgrijselijke argument van prof. (W.J.) Aalders: de hoffelijkheid." [6.3]
+De auteur van Het verzet der Hervormde Kerk, Touw, acht het fatsoensargument van
+de Synode naïef, maar laat "de levens van honderden" zwaar wegen. Ging het er
+hier niet om, "een stukje van een oor uit de muil van de leeuw te redden (Amos 3:12)?"
+Touw besluit dan als volgt: "Heeft de Synode inderdaad de rechte beslissing genomen?
+Of is zij voor een satanische verzoeking bezweken? Is zij om de levens van haar
+eigen leden te redden, ontrouw geweest aan haar Heer?"
+
+e. Gebed, afkondiging van het protest
+
+Het gebed dat "in een toon van ootmoed en schuldbesef" zou dienen te zijn, zoals
+we reeds vermeldden, werd wel toegestuurd aan alle Hervormde plaatselijke gemeenten
+- trouwens ook aan die van de andere bij het I.K.O. aangesloten kerkgenootschappen.
+In het gebed werd gevraagd om bewaring" opdat wij niet alleen anderen aanklagen
+maar allereerst onszelf. Beweeg ons door Uw Heilige Geest, zo, dat wij voor alles
+en in alles klagen over onze zonden."
+
+<93>
+
+Nu zou men met zo'n strofe nog vrede kunnen hebben, als "onze zonden" dan tenminste
+op enigszins actuele wijze gespecificeerd zouden zijn geworden, bijv. lafhartigheid,
+en gebrek aan offerbereidheid in het opkomen voor de Joodse naaste. Maar de catalogus
+van opgesomde zonden bleef zo algemeen, dat het nietszeggend werd.
+Even verder luidt het gebed: "Leer ons aanvaarden en dragen wat Gij ons oplegt,
+zolang het U behaagt ons te straffen, omdat wij het hebben verdiend." Zou men
+echt geloofd hebben dat God de oorlogsellende "oplegde" en dat Hitler als een
+oordeel Gods beschouwd diende te worden over "onze zonden"? Zouden het Zwitserse
+en het Zweedse volk, ofschoon de oorlog hun grens voorbijging, minder bedreven
+hebben dan het Nederlandse?
+"Aanvaarden en dragen" is toch wat anders dan verzet tegen de boze bieden. Wel
+wordt het geloof beleden in een God "die het recht doet zegepralen" en wordt er
+gesmeekt: "Laat Uw macht blijken, Uw recht openbaar worden." Gemist in dit gebed
+wordt het besef dat het onze taak is om voor de openbaarwording van Gods recht op
+te komen.
+Evenmin fraai was het gedeelte waarin voor de Joden gebeden werd:
+
+Wij dragen bepaaldelijk aan U op het volk Israël, dat in deze dagen zo bitter
+wordt beproefd. Gij zult hen niet voor altijd verstoten, want bij U zijn levende
+beloften voor hun toekomst. Houd hen staande. Breng hen tot bekering, opdat zij
+de waarachtige verlossing mogen verkrijgen die Gij geschonken hebt in Christus,
+Uw Zoon. In het bijzonder bidden wij U voor die kinderen Israëls, die met ons
+verbonden zijn door eenzelfde geloof. Schenk hun de kracht om hun kruis te dragen,
+achter Hem aan, in wie zij hun Verlossing hebben gevonden.
+
+Maar Paulus heeft nota bene geschreven dat God zijn volk nu juist niet verstoten
+heeft, en hij noemt de Joden "geliefden om der vaderen wil" (Romeinen 11 vs 1 en 28).
+En, hoe men ook over "de bekering der Joden" moge denken - we komen daarop terug
+in het derde gedeelte van dit boek -, op het moment van de massadeportaties, die
+zouden leiden tot massa-moord, was er toch nog wel iets anders om voor de Joden
+af te smeken van de God van Israël. Afgezien nog van de vraag of het juist was
+om de Christen-Joden apart te noemen: ook voor hen was er wel een andere bede
+denkbaar dan "de kracht om hun kruis te dragen".
+
+<94>
+
+Tegen dit soort gebeden behoefde de bezetter geen enkel bezwaar te hebben; ze
+speelden hem veeleer in de kaart. Toch werd het gebed door de meeste andere kerken
+overgenomen. Wel werd hier de kleur van wat er gebeden werd, mede bepaald door
+de inhoud van het scherpe protest-telegram, dat voorafgaand aan het gebed werd
+voorgelezen.
+
+Later zou Touw schrijven: "Voor het vormen van een billijk oordeel moet wel in
+het oog gehouden worden, dat alléén de Hervormde Kerk voor de pijnlijke beslissing
+gesteld werd, die de andere kerken bespaard bleef' (nl. het al of niet afkondigen
+van het telegram). Hier evenwel vergiste Touw zich, en in zijn spoor diverse
+andere auteurs.[6.4] De andere kerken hebben wel degelijk bewust gekozen voor
+afkondiging. Soms was één enkel persoon degeen die de beslissing nam. Men kan
+zich afvragen hoe het besluit was uitgevallen,als op de dag van de beslissing
+ook de Gereformeerde synode vergaderd had en had moeten beslissen: wel of niet
+toegeven?
+De Gereformeerde synode zou pas in september weer vergaderen; Van Dijk was intussen
+gemachtigd om dergelijke zaken te beslissen en het schijnt dat hij geen ogenblik
+geaarzeld heeft. Toen ds. Dijckmeester hem het door de Hervormde Synode genomen
+besluit meedeelde, antwoordde Van Dijk onmiddellijk dat, wat de andere kerken ook
+mochten doen, het telegram in de Gereformeerde Kerken voorgelezen zou worden.
+Van Dijk deelde dit eveneens mee aan de vertegenwoordigers van de andere kerken,
+ook aan mgr. Van de Loo, die op zijn beurt de aartsbisschop informeerde inzake
+de Duitse eis. "Die (eis) is er overigens het bewijs van, hoezeer de Duitsers
+de kracht van de afkondiging vrezen, en daarom voor mij persoonlijk een reden
+te meer, om deze wel te laten doorgaan", aldus mgr. Van de Loo. [6.5]
+Hij had Van Dijk al gezegd ervan overtuigd te zijn dat de aartsbisschop in
+geen geval het telegram zou schrappen. Het voorlezen bleek inderdaad voor
+mgr. De Jong zo vanzelfsprekend dat hij de andere leden van het episcopaat
+pas 's maandags (na de voorlezing dus) op de hoogte heeft gesteld. 'Wij mochten
+toch niet toelaten,' schreef hij hen, 'dat de wereldse overheid beslist, wat in
+onze kerken zal worden voorgelezen, afgezien nog van de praktische bezwaren.'
+In dezelfde brief schrijft hij ook enkele woorden over het besluit van de Hervormde
+Synode. Men was te verontschuldigen, want 'de Nederlandse Hervormde Kerk heeft
+zwaar geleden,' bijna al haar voormannen waren gearresteerd. [6.6]
+
+<95>
+
+f. De kosten
+
+Het telegram werd inderdaad op zondag 26 juli voorgelezen in de meeste kerkdiensten.
+De volgende dag vergaderde Seyss-Inquart met zijn medewerkers. De bijeenkomst
+duurde ongeveer een uur. Uit de notulen:
+
+2. Omdat de katholieke bisschoppen - ofschoon ze er niets mee te maken hadden
+- zich in de aangelegenheid (van de deportaties) hebben gemengd, worden nu alle
+katholieke Joden nog deze week gedeporteerd. Met interventies mag geen rekening
+worden gehouden. Commissaris-generaal Schmidt zal op zondag 2.8.42 op een partij-
+vergadering in Limburg de bisschoppen in het openbaar antwoord geven.
+3. Voor het geval dat ook een overwegend aantal protestantse kerken het telegram
+aan de Rijkscommissaris hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden
+weggevoerd. Tot dit doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt. [6.7]
+
+Inderdaad hield Schmidt op zondag 2 augustus een rede waarin hij zei:
+
+(...) Nu werd de vorige zondag, voornamelijk in de katholieke kerken, een schrijven
+voorgelezen waarin de geestelijkheid de maatregelen tegen de Joden, die ter
+beveiliging van onze strijd tegen de erfvijand van het avondland worden ondernomen,
+kritiseert.
+Ook in enige protestantse kerken werd een schrijven voorgelezen waarin een principieel
+standpunt werd ingenomen. De vertegenwoordigers van de protestantse kerken hebben
+ons echter meegedeeld dat de voorlezing van de volledige tekst niet in hun bedoeling
+lag, maar door technische moeilijkheden niet overal kon worden verhinderd.
+Wanneer echter de katholieke geestelijkheid op deze wijze blijk geeft zich niets
+aan te trekken van gevoerde onderhandelingen, dan zijn wij van onze kant gedwongen,
+de katholieke Joden als onze ergste vijanden te beschouwen en voor hun onmiddellijk
+transport naar het Oosten te zorgen. Dat is geschied. [6.8]
+
+Van der Leeuw, [6.969] die over het hier volgende uitvoerige gegevens verschaft,
+acht het onduidelijk waarom bijv. ook de Gereformeerde Joden toen niet gedeporteerd
+zijn: misschien omdat er een gebrek aan kennis van de kerkelijke verhoudingen bij
+de bezettingsmacht was, of was het een poging om de samenwerking tussen Protestanten
+en Katholieken te ondermijnen?
+Maar Schmidt heeft ongetwijfeld geweten (hij had zijn spionnen, ook in kerkdiensten)
+dat in alle Protestantse kerken behalve in de Hervormde - en daar soms ook omdat
+het consigne "geen telegram voorlezen" niet iedere gemeente tijdig bereikt had - het
+telegram is voorgelezen. Er valt dan ook nauwelijks aan te twijfelen of de bezettende
+macht Probeerde de kerken uit elkaar te spelen.
+
+<96>
+
+Daarbij leek het feit dat de Protestants-gedoopte Christen-Joden niet gedeporteerd
+werden een concessie; in de praktijk werd het een chantage-middel. Eind februari
+1944 zou Seyss-Inquart schrijven aan Bormann: Ik heb, zoals bekend is, de inmenging
+van de kerken in het hele Joodse vraagstuk hoofdzakelijk afgeweerd door de gedoopte
+Joden in een gesloten kamp in Nederland bijeen te houden".
+Rauters uiteindelijke bedoeling blijkt uit zijn brief van 24 september 1942 aan
+Himmler: Die protestantischen Juden sind noch hier, hetgeen zeggen wil: ze komen
+later. Aldus Herzberg (134).
+
+Op die zondag, 2 augustus, waren in alle vroegte 213 Rooms-Katholieke Joden
+gearresteerd en naar Amersfoort gebracht. De volgende dag werden 44 hunner
+vrijgelaten: ze waren "gemengd gehuwd". De overigen gingen naar Westerbork en
+92 hunner werden nog in augustus naar Auschwitz gebracht en aldaar vermoord.
+Onder hen waren een aantal kloosterlingen: uit het ene gezin Loeb zelfs drie
+broers en twee zusters; ook de bekende filosofe Edith Stein, die in haar klooster
+te Echt was gearresteerd, samen met haar zuster Rosa die daar portierster geworden
+was.
+Wielek vertelt: "Niemand van de Joodse vrouwen of mannen, die gedoopt en pater
+of non waren geworden, was aan deze deportatie ontkomen. Eén voor één hadden zij
+moedig en gelovig hun lot gedragen." Tegen de wil van Edith Stein werd door
+bemiddeling van een marechaussee de aartsbisschop te Utrecht opgebeld. Maar
+deze kon niets bereiken. "En de nonnen en paters in hun zwarte en bruine
+kloosterdracht met de goudgele ster bestegen, terwijl zij de rozenkrans door
+hun handen lieten glijden en het Onze Vader baden, de wagon naar Polen." [6.10]
+Aartsbisschop de Jong zond op 2 augustus een telegram naar Seyss-Inquart waarin
+hij om "barmhartigheid" vroeg. Hij heeft geen antwoord gekregen.
+
+g. Vergeefse pogingen
+
+Ook pogingen die tot niets leidden zijn soms het vermelden waard. We noemen er twee.
+
+Foto 15. Dr. Edith Stein
+
+<97>
+
+In zijn Waar stond de Kerk? vertelde ds. Buskes:
+
+Wij herinneren ons een vergadering (van het I.K.O.) waarin de Remonstrantse ds.
+Kleijn een voorstel deed, dat zeker geen praktisch resultaat zou hebben opgeleverd,
+maar dat toch op ons een diepe indruk maakte. De Jodenrazzia's waren in Amsterdam
+begonnen. Ds. Kleijn stelde voor de Nieuwe Kerk op de Dam tot een toevluchtsoord
+voor de bedreigde Joden te maken. De voorgangers van de verschillende kerken
+zouden in ambtsgewaad de toegangen tot de kerk moeten bezetten en met de Joden
+in de kerk moeten staan of vallen. Als demonstratie zou dit gebeuren van de
+allergrootste betekenis zijn geweest, een getuigenis met de daad in het hart
+van ons volksleven. [6.11]
+
+Later gaf Buskes nog het volgende commentaar: "Nadat hij (Kleijn) gesproken had
+waren allen met stomheid geslagen. Ze waren onder de indruk. Toch maar heel even.
+In feite waren ze allen bang voor een publieke demonstratie. Het voorstel werd
+dan ook als de uiting van onwerkelijke romantiek van tafel geveegd. Ik was
+inderdaad de enige die uit volle overtuiging het voorstel steunde..." [6.12]
+
+<98>
+
+Ook bij een ander voorval was Buskes betrokken:
+
+In onze herinnering leeft verder nog voort de tocht, die wij samen met ds. Brink
+op verzoek van de voorzitter van het I.K.O., dr. Van Dijk, naar Westerbork maakten.
+De Joden werden uit Westerbork naar Duitsland op de meest onmenselijke wijze
+getransporteerd. Dr. Van Dijk wilde gegevens hebben om bij de Duitsers te kunnen
+protesteren. Het gelukte ds. Brink en mij - ieder op eigen gelegenheid - tot
+vlak bij het transport door te dringen. Het was het derde transport op 21 juli 1942.
+Nooit zullen we vergeten wat we op de morgen van die prachtige zomerdag zagen.
+De Joden werden in veewagens gestopt: in elke wagon ongeveer zestig mensen.
+Zo'n wagon heeft een oppervlak van 21 1/2 M2. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes,
+alles door elkaar, met al hun bagage. De wagons werden van buiten gegrendeld. De
+reis zou enkele dagen en nachten duren. Medische hulp was afwezig. Particulieren
+- niet de Duitsers - zorgden ervoor dat in elke wagon twee emmers waren: één voor
+drinkwater en één als WC. [6.13]
+
+Inderdaad heeft dr. Van Dijk bij Schmidt geprotesteerd; het heeft geen enkel
+resultaat gehad.
+
+<99>
+
+7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN
+
+a. De situatie (januari tot begin mei 1943)
+
+Op 19 januari werd prinses Margriet geboren. Dat was al gauw overal bekend en
+was voor velen reden tot grote vreugde.
+De slag om Stalingrad eindigde met Duitslands nederlaag (2 febr.); generaal
+Paulus werd gevangen genomen. 3 dagen later werd de beruchte Nederlandse generaal
+Seyffardt door het verzet doodgeschoten. Omdat er aanwijzingen waren dat studenten
+de aanslag gepleegd hadden, werden op 6 februari grote razzia's op studenten
+gehouden. Er werden er een 600 gegrepen.
+Op 25 maart weigerden de Nederlandse artsen om lid van de Artsenkamer te worden.
+Op 27 maart werd het Amsterdamse bevolkingsregister in brand gestoken.
+Leden van het overkoepelende "Nationale Comité" (waaronder dr. J.J.C. van Dijk)
+werden op 1 april gearresteerd. Op 29 april maakte generaal Christiansen bekend
+dat alle ex-militairen terug zouden worden gevoerd in krijgsgevangenschap.
+Bovendien zouden nieuwe lichtingen jongemannen worden opgeroepen om in Duitsland
+te gaan werken. Daarop braken (30 april) stakingen uit in het gehele land.
+Op 1 mei werd in het gehele land het standrecht afgekondigd. Op verschillende
+plaatsen werden stakenden in de daarop volgende dagen geëxecuteerd.
+
+19,jan.: Leningrad is ontzet. Ik ben er stuk van gewoon. Dat is meestal met een
+of twee dagen weer over want dan komen er berichten, dat het nog niet zo is en
+dan zakt het enthousiasme weer. Maar nu worden de moffen overal teruggeslagen,
+en de Jappen ook, en de Prinses (Juliana) is in het ziekenhuis (voor de bevalling)
+en ik ben ook zo vreselijk blij dat we muisjes hebben.
+29 jan.: De rantsoenen van vlees en melk zijn weer verminderd: vlees krijgen we
+nu 175 g. per week met been, dat is ± 135 g. zonder been. En taptemelk 3/4 1.
+per dag met z'n vieren, zoals bij ons.
+7 febr.: Hier in Renkum is door de Grune Polizei huiszoeking gedaan bij
+verschillende mensen. In een huis hebben ze 3 Joden gevonden.
+
+<101>
+
+22 febr.: Er worden afschuwelijke dingen verteld over de behandeling van de
+mensen in concentratiekampen; ze hebben veel te weinig kleren aan, moeten soms
+met het bovenlijf bloot lopen en worden geranseld en gebeuld. Als ze een pakje
+krijgen, wordt er soms voor hun ogen wat uitgegapt door de moffen. En de mensen
+in Dachau moeten in kalkmijnen werken, en over smalle planken mei kruiwagens lopen.
+Heel vaak vallen ze van de planken af en dan krijgt men thuis bericht: "door een
+ongeval om het leven gekomen."
+28 maart: Verleden week is er bij een zekere Brouwer op de Bennekomse weg een
+inval gedaan. Er waren 5 Joden in huis. Nu was er achter zijn huis een overdekte
+kuil, waarin ze bij nood konden vluchten, wat ze inderdaad ook deden. Maar de
+kerels die kwamen wisten dat er Joden waren, en hebben Brouwer net zo lang op
+zijn gezicht geranseld tot hij het zei. Het moet afschuwelijk geweest zijn.
+5 april.: Alle Joden, behalve in N. en Z. Holland en in Utrecht, moeten zich
+melden in Vught. Ze mogen hun kostbaarheden meenemen ...
+30 april.: (Eerst uitvoerig over de staking; wij staken ook: de winkel is op
+slot gegaan. Dan:) Voor de aardigheid wil ik even de "zwarte" prijzen van een
+paar artikelen memoreren:
+boter: 14 - 20 gld./pond
+vet: 14 - 25 gld./pond
+vlees 3 1/2 - 6 gld./pond
+koffie 75 - 90 gld./pond (geven de moffen)
+Zojuist hoorde ik dat er aangeplakt staat dat alle zaken morgen gewoon open
+moeten zijn, en dat het verboden is zich tussen 20 u. en 6 u. op straat te begeven.
+3 mei: Vanmorgen stond er in de krant dat er 17 personen gefusilleerd zijn.
+5 mei: Op de Hevea-fabriek zijn er 7 mensen gefusilleerd, wegens staking.
+
+Op 21 januari werden de 1200 verpleegden uit de Joodse psychiatrische inrichting
+"het Apeldoornse Bos" gedeporteerd.
+Op 1 april werden ook alle gemengd-gehuwde Joodse ambtenaren ontslagen. Op diezelfde
+dag moesten de Joden uit de provincie naar het concentratiekamp Vught. In de loop
+van deze maand begon ook de "vrijwillige" sterilisatie van Joden die "gemengd
+gehuwd" waren.
+Vanaf 14 mei was voortaan aan alle Joden het verblijf in Amsterdam verboden, tenzij
+uitdrukkelijk van deze maatregel vrijgesteld.
+
+<102>
+
+b. "Wie meewerkt is medeschuldig "
+
+Er zou iets voor te zeggen zijn om nu eerst de gebeurtenissen rondom de Protestants-
+gedoopte Joden weer te geven; we komen evenwel op hun lot terug in hfdst. 9 en
+vervolgen de chronologische behandeling van de protesten van de kerken.
+Het scherpste publieke protest ooit ingediend kwam tot stand mede onder leiding
+van de uit zijn gijzeling ontslagen en kennelijk ongebroken ds. Gravemeyer.
+De kanselboodschap luidde als volgt:
+
+De gebeurtenissen van de laatste weken nopen de Kerken zich tot de gemeenten te wenden.
+Het is de taak der Kerk, hoe zeer ook doordrongen van eigen schuld voor God -
+krachtens haar van Christus' wege opgelegde roeping -, haar stem te doen horen,
+ook wanneer in het openbare leven de in het Evangelie verankerde beginselen worden
+aangetast. Zij heeft zich derhalve reeds meermalen gewend tot de bezettende macht
+met ernstig beklag over maatregelen, die bijzonder in strijd zijn met de beginselen
+die de grondslagen vormen van ons Christelijk volksleven: gerechtigheid, barmhartig-
+heid en vrijheid van levensovertuiging. De kerk zou immers schuldig staan, indien zij
+niet de machthebbers erop zou wijzen, dat ook zij aan de Goddelijke Wet onderworpen
+zijn. Daarom bracht zij reeds onder de aandacht van de bezettende macht:
+ de toenemende rechteloosheid;
+ het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers;
+ het opdringen van een levens- en wereldbeschouwing, die lijnrecht in strijd
+ is met het Evangelie van Jezus Christus;
+ de verplichte arbeidsdienst als nationaal-socialistisch opvoedingsinstituut;
+ het aantasten van de vrijheid van het Christelijk onderwijs;
+ het gedwongen tewerkstellen van Nederlandse arbeiders in Duitsland;
+ het ter dood brengen van gijzelaars;
+ het gevangen nemen en het gevangen houden van velen, o.a. van kerkelijke
+ambtsdragers onder zodanige omstandigheden dat reeds een ontstellend aantal
+in de concentratiekampen het offer van hun leven moesten brengen.
+Thans moet zij opkomen tegen het opjagen, grijpen en wegvoeren van duizenden
+jonge mensen.
+Aan de andere kant acht de Kerk zich echter geroepen met de meeste nadruk te
+waarschuwen tegen haat en wraakgevoelens in het hart van ons volk en haar stem
+te verheffen tegen de uitingen daarvan. Niemand mag, naar het Woord van God,
+het recht in eigen hand nemen.
+
+<103>
+
+Maar evenzeer hebben zij de roeping ook dit Woord van God te prediken: "Men moet
+Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen". Dit Woord geldt immers als richtsnoer
+bij alle gewetensconflicten, ook bij die, welke door de genomen maatregelen zijn
+opgeroepen.
+Dit Woord verbiedt medewerking te verlenen aan daden van onrecht, waardoor men
+zich mede aan dat onrecht schuldig zou maken.
+De Kerken zullen dit opnieuw onder de aandacht van de Heer Rijkscommissaris
+brengen en zij bidden van God, dat en de bezettende macht en ons volk de weg
+der gerechtigheid en der gehoorzaamheid aan Zijn Woord mogen gaan.
+
+Het bovenstaande is de versie die van alle kansels afgekondigd diende te worden
+in de kerkdiensten op zondag 21 februari. Seyss-Inquart ontving een iets gewijzigde
+versie (en in het Duits), gedateerd 17 februari, waarin de kernzinnen gelijkluidend
+waren aan het voor te lezen protest. De brief aan de Rijkscommissaris eindigt als
+volgt:
+
+Heer Rijkscommissaris, het is in gehoorzaamheid aan haar Heer, dat de Kerken dit
+woord tot U moeten richten; zij bidden God, dat Hij U in Zijn weg moge leiden tot
+herstel van het zo ernstig geschonden recht in de uitoefening van de Macht.
+
+In dit protest wordt "het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" nadrukkelijk
+genoemd, maar "de gebeurtenissen van de laatste weken" noopten de kerken tot dit
+protest. De Joden werden al maandenlang opgejaagd en gearresteerd. Het is te
+betreuren, dat de krachtige uitspraken in dit protest niet veel eerder van alle
+kansels geklonken hebben.
+We maken nog een paar kanttekeningen.
+De lijst van de acht punten waartegen geprotesteerd werd toont, hoe zeer ons
+volk door de bezetters in het nauw gedreven werd. Toch waarschuwden de kerken
+tegen "het recht in eigen hand nemen", kennelijk naar aanleiding van de aanslag
+op Seyffardt. Het belangrijkste was: in feite riepen de kerken op tot burgerlijke
+ongehoorzaamheid. In de brief aan Seyss-Inquart is het zelfs nog iets scherper
+geformuleerd dan in de kanselafkondiging: "Om der wille van het recht Gods mag
+door niemand enige medewerking worden verleend aan daden van onrecht, omdat men
+zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt."
+
+<104>
+
+De politie-agenten bijv. die de opdracht kregen om Joden of ondergedoken arbeiders
+te arresteren, wisten nu, wat hun plicht was. Eigenlijk wisten ze dat toch al wel,
+ook zonder kerkelijke uitspraken, want het ging om een waarheid als een koe. Maar
+arglistig is ons hart en een excuus is snel gevonden, vooral als het nakomen van
+je plicht je duur kan komen te staan.
+
+c. Niet in de Gereformeerde Kerken afgelezen
+
+Alle bij het I.K.O. aangesloten kerken ondertekenden dit protest, maar de
+Gereformeerde vertegenwoordigers vroegen wat betreft de publieke afkondiging
+om uitstel. Delleman vermeldt:
+
+De Gereformeerde Kerken hebben zich daarbij niet kunnen aansluiten, aangezien
+in het I.K.O. van de zijde der Herv. Kerk het voorstel tot kanselafkondiging
+onverwacht werd gedaan, ten einde nog vóór de indiening van het protest de
+voorlezing te doen plaatshebben. Van de zijde der Gereformeerde Kerken werd
+meegedeeld, dat het niet mogelijk zou zijn aan de kerkenraden tijdig de nodige
+mededelingen te doen toekomen; een voorstel om de beslissing een week uit te
+stellen werd niet aanvaard. Aangezien het in het voornemen lag van de
+Gereformeerde Kerken, dat binnen korte tijd een bidstond zou worden uitgeschreven,
+werd in de bidstond van 7 maart 1943 de nood van de wereld en in het bijzonder
+de nood van ons volksleven voor de troon van Gods genade gebracht.
+
+Nu achten wij bidden aanbevelenswaardig, maar tijdens de hierboven aangekondigde
+bidstond werd nu juist niet gezegd wat er wel in het protest gezegd was:
+Nadat diverse plaatselijke kerken naar de redenen voor het niet aflezen geïnformeerd
+hadden, stuurde de synode - na raadpleging van deputaten voor de correspondentie
+met de Hoge Overheid - een brief naar de kerkenraden, waarin men zich achter de
+handelwijze van deputaten stelde en, behalve het reeds bovengenoemde argument,
+nog aanvoerde: "een publiek getuigenis dient om principiële redenen slechts in
+zeer bijzondere gevallen te geschieden." Bovendien zou het bedoelde adres in
+de kerken worden voorgelezen voordat het aan Seyss-Inquart was toegezonden,
+"hetgeen in strijd was met de door de kerken tot dusver gevolgde en door ons
+als juist geoordeelde praktijk." [7.1] Maar waren dit alle redenen? Ook De
+Jong kwam daar niet uit. [7.2]
+
+<105>
+
+Later, in deel 13, noemt de Jong dan een reden die noch door Delleman, noch door
+de synodale brief vermeld was: "Ook trof het hen (de Gereformeerden) pijnlijk
+dat de Hervormden samen met de kleinere protestantse kerken, maar zonder overleg
+met hen, reeds alle nodige stukken hadden opgesteld." [7.3] Helaas ben ik er
+niet in geslaagd te weten te komen, uit welke bron de Jong hier put.
+
+Het blijft verwonderlijk dat een militant man als oud-minister van defensie Van
+Dijk, die zomer 1942 onmiddellijk tot afkondiging van het telegram had besloten,
+nu blijkbaar aan de (te) voorzichtige kant bleef.
+Nu is ds. F.C. Meijster stellig betrokken geweest bij de beslissing om ditmaal
+niet af te kondigen: het moderamen (bestuur) was daartoe immers, met deputaten
+voor de correspondentie met de Hoge Overheid, gemachtigd (zie hfdst. 2, b).
+Ds. Meijster was, behalve praeses (voorzitter) van de synode, ook praeses van
+de kerkeraad van Rotterdam. In de notulen van een vergadering van die raad, welke
+onder zijn leiding stond, vond ik vermeld:
+
+Het adres van 22 februari aan Seyss-Inquart is niet ter kennis van de gemeente
+gebracht. Hierover wordt gesproken, alsmede over de bedoeling van de zinsnede:
+'Om der wille van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend
+aan daden van onrecht, omdat men zich daardoor aan het onrecht medeschuldig maakt'.
+Aan ouderlingen en diakenen zal een afschrift van dit adres worden ter hand gesteld.
+[7.4]
+
+De bedoeling van de uit het protest geciteerde zinsnede lijkt ons glashelder;
+maar om deze aansporing tot ongehoorzaamheid aan de bezettende macht publiekelijk
+voor te lezen en eventueel zelf te volbrengen, daar had men blijkbaar moeite mee...
+
+Wegens zijn lid-zijn van het Nationaal Comité (een overkoepelende geheime
+organisatie, waarin hij fungeerde als de militaire specialist) werd dr. J.J.C.
+van Dijk op 1 april 1943 gearresteerd. Dr. A.A.L. Rutgers volgde hem op in het I.K.O.
+
+Ruim twee maanden na de afkondiging - op zaterdagavond 1 mei - werd ik door twee
+agenten gegrepen en opgesloten in de cel van het politiebureau. Ik was na achten
+op straat geweest, ofschoon de Duitsers vanwege de uitgebroken staking "avondklok"
+hadden gedecreteerd. Gelukkig wisten de agenten niet dat mijn broer (die wist te
+ontsnappen) en ik zo juist een oproep hadden aangeplakt om de staking voort te zetten.
+
+<106>
+
+Een van de twee agenten was Gereformeerd. Ik vraag me af of hij de moed zou hebben
+gehad om me te laten lopen, als het hierboven besproken protest ("medewerking maakt
+medeschuldig") ook in onze kerk was afgelezen.
+
+d. Nog een schep er bovenop
+
+Aukes, de biograaf van mgr. de Jong, verhaalt dat de aartsbisschop in een brief
+aan de overige bisschoppen schreef:
+Het tempo waarin de gebeurtenissen zich afspelen, is haast niet bij te houden.
+Wij sturen daarom een koerier. Eerst zouden alleen de Joden ter sprake gebracht
+worden, en nauwelijks was de discussie afgesloten, of er kwam bij het gewelddadig
+wegvoeren van studenten en andere jeugdige personen. Wij hebben U daarover reeds
+geschreven. Intussen zaten ook de Protestanten niet stil. (Men had in die kring
+een request aan de Rijkscommissaris opgesteld). Wij zouden dat niet weten te
+verbeteren.
+
+Het was de bedoeling dat dit request door Protestanten en Katholieken van de
+kansels zou worden voorgelezen, met een eigen tekst omraamd. De aartsbisschop
+vond, dat in die omraming een "uitdrukkelijk verbod tot medewerking aan het
+ellendig lot van de talloze onschuldigen" moest worden opgenomen.
+Bericht voor woensdag, "op een of andere manier", was gewenst (nl. of de
+bisschoppen akkoord gingen). De donderdag was dan voor het afdrukken van het
+herderlijk schrijven. Pas 's avonds kon dat klaar komen. "Daarom is het nodig,
+dat u nu al begint met de organisatie van het rondsturen. Wij verwachten,
+dat ieder uwer vrijdagmorgen (op zijn vroegst donderdagavond na 7 uur) iemand
+stuurt om zijn exemplaren te halen. Om tijd te winnen kan deze persoon voor
+donderdagnacht logies zoeken in Utrecht. Dan kan hij 's morgens met de eerste
+trein vertrekken." [7.5]
+
+Door middel van deze brief krijgen we een indruk van de "logistieke" problemen
+die moesten worden opgelost. Drie dagen later schreef mgr. de Jong aan zijn mede-
+bisschoppen, dat huiszoeking door de Sicherheitspolizei mogelijk was en dat hij
+maatregelen nam om de stukken onvindbaar op te bergen.
+Mgr. (...) stelt de vraag wat wij moeten doen, indien bijv. 's avonds zich
+bezoek aandient met de bedoeling om het voorlezen te verhinderen. Het is
+duidelijk, dat wij allen dan één lijn moeten trekken en wij twijfelen niet,
+of wij moeten antwoorden, dat wij ons door niemand laten beletten ons ambt u
+it te oefenen, dus voor geen dreigementen op zij gaan.
+
+<107>
+
+Daarom had hij onder het stuk laten zetten, ging de aartsbisschop voort, "dat
+de pastoors inzake het voorlezen van herderlijke brieven zich uitsluitend hebben
+te houden aan de instructie van hun bisschop." Dan wisten ook zij wat zij casu
+quo te doen hadden, zo besloot hij.
+
+Zo werd op zondag 21 februari in alle Rooms-Katholieke kerkdiensten het herderlijk
+schrijven voorgelezen. Daarin werd allereerst het volledige protest gericht aan
+Seyss-Inquart geciteerd. Daarna volgde:
+
+Dierbare gelovigen! Bij alle onrecht dat geschiedt en het leed, dat wordt geleden,
+gaat onze deelneming zeer in het bijzonder uit naar de jeugdige personen die met
+geweld uit het ouderlijk huis zijn weggevoerd, alsook naar de Joden, en naar onze
+katholieke geloofsgenoten die uit het Joodse volk zijn voortgekomen, die aan zulk
+groot lijden zijn blootgesteld.
+Bovendien echter gevoelen Wij Ons gegriefd door het feit, dat voor de uitvoering
+van de tegen deze twee groepen van personen genomen maatregelen de medewerking
+wordt geëist van onze eigen landgenoten zoals van autoriteiten, van ambtenaren,
+van bestuurders van inrichtingen.
+Beminde gelovigen, het is Ons bekend, in welk een gewetensnood daardoor de
+betrokken personen geraakt zijn. Welnu: om alle twijfel en onzekerheid omtrent
+dit punt bij u weg te nemen, verklaren Wij met alle nadruk, dat medewerking in
+dezen in geweten ongeoorloofd is. En, mocht het weigeren van medewerking offers
+van u vragen, weest dan sterk en standvastig in het besef, dat gij voor God en
+de mensen uw plicht doet.
+Dierbare gelovigen! Machtsmiddelen staan ons niet ten dienste. Des te meer wekken
+Wij u op tot het uiteindelijk nooit falende middel van een smekend gebed, dat God
+spoedig medelijden moge hebben met Ons en de wereld.
+
+Bij de Gereformeerden was de oproep tot gebed in plaats van de afkondiging van
+het protest gekomen. Bij de Katholieken daarentegen kwam het gebed helemaal aan
+het eind, na de afkondiging van het protest en van de oproep om niet mee te doen
+aan het onrecht. Dat was veel sterker.
+
+De bisschoppen hadden bovendien de klem van de oproep tot dienstweigering op
+geen enkele manier afgezwakt. Integendeel, zij hadden die in hun eigen herderlijk
+schrijven herhaald en aangescherpt.
+
+<108>
+
+Stokman vermeldt nog: "Ernstige pogingen zijn in het werk gesteld om hen (nl.
+politie-agenten die opdracht kregen Joden op te halen) tot een algemeen en
+consequent volgehouden weigering van deze opdrachten te brengen, doch dit is
+slechts ten dele gelukt. [7.6]
+
+e. Resultaat?
+
+"Ten dele gelukt", dat weten we:
+
+Wanneer een zestal Rooms-Katholieke agenten van politie op 24 februari 1943 de
+Utrechtse hoofdcommissaris meedelen, dat zij op grond van een in de kerk op 21
+februari voorgelezen herderlijk schrijven zouden weigeren, indien daartoe bevolen,
+Joden te arresteren, dreigt deze hoofdcommissaris met ontslag zonder pensioen,
+gage of wachtgeld, terwijl zij, die hem van hun voorgenomen weigering geen
+mededeling doen en zich toch daartoe verstouten, 'als saboteurs zullen worden
+beschouwd met alle ernstige gevolgen daaraan verbonden.' Hier voegen wij aan
+toe, dat de zes voornoemd meteen door de Duitsers werden gezocht; men arresteerde,
+toen zij ondergedoken bleken, hun vrouwen en kinderen.
+
+Aldus Presser. [7.7]
+Dat waren zes Katholieke agenten in Utrecht. Waren er meer RK agenten die
+weigerden, en waren er ook Protestantse?
+Volgens de gegevens verstrekt door L. de Jong zagen vele leden van het
+politiekorps te Utrecht, die eerst mee hadden willen doen, daarvan af omdat
+"pogingen die van Utrecht uit ondernomen waren om de politiekorpsen van Amsterdam,
+Den Haag en Rotterdam tot een collectieve weigering te bewegen, geen enkel
+succes hadden." [7.8]
+De Jong noemt verder de weigering van het hele politiecorps te Enschede, maar
+onder zware pressie hielden slechts vier stand die onderdoken. Verder werden
+twee weigeraars te Assen gearresteerd (een hunner kwam om in Dachau), elf in
+Grootegast werden naar Vught gebracht, vijf te Nunspeet eveneens. Toen de elf
+van Grootegast geteld werden, zei een Duitser; "Er zijn er toch elf, ja, es
+stimmt". Waarop een van de gevangenen, Boonstra, zei: "Het is fout, er zijn er
+twaalf, u hebt God vergeten, Hij' gaat altijd met ons mee." Ook Boonstra kwam
+om in Dachau.
+
+Huizing en Aartsma schreven:
+
+<109>
+
+Wat de politieorganisaties nalaten, doen de kerken. Wat de meeste politie-chefs
+niet durven, nemen talrijke predikanten en priesters voor hun verantwoording.
+De kerk laat zich horen bij ethische vragen over racisme, dwangarbeid, deportatie
+van Joden, de jacht op mensen. Het blijken dan ook vooral gelovige politiemensen
+te zijn die in verzet komen.
+
+Dezelfde auteurs noemen nog vier politieagenten te Kampen die geweigerd hebben
+om Joden op te halen. [7.9]
+Desondanks blijft het een onloochenbaar feit dat de overgrote meerderheid (ook
+van hen die tot een kerk behoorden) voor de druk bezweken is en wél heeft meegewerkt.
+
+Dat het protest van de kerken - behalve tot politieagenten - ook tot andere
+functionarissen gericht was en hen aansprak, moge blijken uit een protestbrief
+van zeven burgemeesters in Noord-Holland, gericht tot vier secretarissen-generaal.
+De formulering van deze brief is hier en daar letterlijk overgenomen uit het
+kerkelijk protest.[7.10] Een veel groter aantal burgemeesters ondertekende een
+andere, soortgelijke brief.
+Maar de toenmalige burgemeester van de gemeente Renkum was een Gereformeerde broeder.
+Als er een bevel kwam om Joden in de gemeente op te halen ging hij, het hoofd van
+de politie, een paar dagen met vakantie. Als hij terugkwam, was de arrestatie
+geschied. Na de oorlog hebben we geprobeerd deze man in het kader van de zuivering
+weg te krijgen; dat is ons niet gelukt.
+
+Wie nu hen die toen faalden be- en veroordeelt, diene te bedenken dat de prijs
+voor weigering hoog was: diverse politiemannen werden gearresteerd en sommigen
+hunner kwamen om. Wie onderdook ging een onzekere toekomst tegemoet; de grote
+groei van de LO (Landelijke Organisatie tot steun aan onderduikers) vond pas
+zomer 1943 plaats. Voor die tijd was het een klemmende vraag: wie zorgt er voor
+de zo noodzakelijke (distributie-) bonkaarten, als je onderduikt? Bovendien kwam
+ontslag zonder pensioen hard aan: de crisis-jaren lagen nog vers in het geheugen.
+Velen kenden uit eigen ervaring de vloek van de werkeloosheid.
+Mogelijk was een van de belangrijkste resultaten van de kerkelijke oproep tot
+dienstweigering: bevordering van de bereidheid om onder te duiken, ook al deed
+men dat nog niet op stel en sprong. Zomer 1943 groeide het aantal van hen die
+als politieman verdwenen, met medeneming van hun wapens.
+
+<110>
+
+Intussen had de Landelijke Organisatie zich uitgebreid als een olievlek. Schrijver
+dezes was in zijn dorp "plaatselijk leider" (zo heette dat) van deze organisatie
+geworden. Via het LO-netwerk kreeg ik de vraag of een zekere politieman Cornelis
+van Veldhuizen betrouwbaar was. Dat was Kim; we waren samen naar school gegaan
+en hadden op dezelfde jongelingsvereniging gezeten. Ik liet weten: "100 % betrouwbaar".
+Kort daarna dook Kim onder met medeneming van zijn wapens. Hij trad toe tot een
+KP (= knokploeg: een gewapende groep die distributiebureaus en gemeentehuizen
+overviel, teneinde bonkaarten en persoonsbewijzen voor onderduikers te bemachtigen).
+Daarop werden Kims ouders, een broer en zijn verloofde gearresteerd en overgebracht
+naar het concentratiekamp te Vught. Toen Kim desondanks niet boven water kwam,
+werden ze na een half jaar vrijgelaten.
+
+III
+
+8. STERILISATIE; DE, "Joden-GOD";
+DE "GEMENGD GEHUWDEN"
+
+a. De situatie (begin mei - november 1943)
+
+Op 7 mei werd bekendgemaakt dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich bij de Arbeids-
+bureaus zouden moeten melden, voor tewerkstelling in Duitsland. Een week later
+kwam het bevel tot inlevering van alle radio's. De Engelsen bombardeerden met
+succes twee stuwdammen in Duitsland, waardoor grote schade werd aangericht.
+Op 9 juli landden de geallieerden op Sicilië; vrij snel daarna (25 juli) werd
+Mussolini afgezet. Op 8 sept. volgde de capitulatie van Italië en de dag daarop
+landden de geallieerden bij Salerno; de Engelsen waren definitief terug op het
+vasteland van Europa.
+Die zomer lanceerden de Duitsers een groot offensief in Rusland en boekten
+aanvankelijk enige terreinwinst; maar het offensief liep vast, de Russen begonnen
+hun tegenaanval en heroverden op 8 november de stad Kiew.
+In het verre Oosten maakten de Amerikanen gestadig vorderingen; 20 november
+landden ze op de Gilbert-eilanden.
+
+10 mei (1943): Drie jaar hebben we nu oorlog. Drie jaar van onderdrukking,
+bezetting, slavernij, bloed en tranen. Het lijkt onoverkomelijk, als men alles
+van te voren zou weten; toch is ons gezinsleven nog betrekkelijk normaal, en
+kunnen we zelfs op z'n tijd nog echt plezier hebben en lachen.
+Zaterdagmorgen werd er bekendgemaakt, dat alle mannen van 18 - 35 jaar zich
+voor de "Arbeidsinzet" moeten melden. Nu zijn onze jongens eindelijk ook de pier.
+Enfin, ze zullen geen gemakkelijke aan ons hebben. In het begin waren we nogal
+ontdaan, maar bij nader inzien beschouwen we deze maatregel als de laatste stuip-
+trekkingen van het wilde beest. Want zaterdagmorgen werd er nog een ander bericht
+bekendgemaakt: n.l. de val van Tunis en Bizerta.
+13 mei: Thee surrogaat en juspoeder zijn nu ook op de bon.
+19 mei: Drie jaar hebben we gewacht, gewacht... en nu eindelijk lijkt bet zo
+dichtbij. Misschien duurt het nog een half jaar, een jaar, maar het kan haast
+niet meer. Zo lang houden we het nu niet meer uit.
+23 mei: Dinsdag moeten de jongens zich melden die in '22 en '23 geboren zijn.
+Nu is eindelijk één van onze jongens de klos n.l. Wim. Natuurlijk zal bij zich
+niet gaan melden. Dat wordt onderduiken.
+
+<112>
+
+Zoals reeds in het vorige hoofdstuk vermeld, werd per 14 mei 1943 aan alle Joden
+het verblijf in Amsterdam verboden tenzij men een speciale vrijstelling had.
+Op 25 juli werd er een geheim bericht door de Sicherheitsdienst naar Berlijn
+gezonden: "Van de 140.000 Joden in Nederland zijn er thans 102.000 weg, waarvan
+72.000 gedeporteerd...'
+Nu ging de aandacht zich richten op de groepen waarvan de deportatie nog was
+uitgesteld. Daartoe behoorden de "gemengd-gehuwden". Er waren er in Nederland
+ruim 12.000, waaronder ongeveer 1500 mannen en ruim 1000 vrouwen die geen kinderen
+hadden, De kinderloze gemengd-gehuwden moesten naar Westerbork gevoerd worden,
+maar wat betreft de overige gemengd gehuwden diende er "naar vrijwillige
+sterilisatie gestreefd te worden", aldus W. Harster, bevelhebber van de
+Sicherheitsdienst. Als bewijs van de "vrijwilligheid" zouden de betrokkenen
+dienaangaande een schriftelijke verklaring hebben af te leggen.
+Op 13 augustus werden de patiënten van het Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis
+te Amsterdam naar Westerbork gedeporteerd. Op 29 september werden er nog 3000
+Joden te Amsterdam opgehaald die tot nader order van deportatie vrijgesteld
+waren geweest; onder hen de twee voorzitters van de Joodse Raad. Hun werk was
+afgelopen.
+
+b. Mooi Nederlands, geschreven in het Duits
+
+De gemengd-gehuwden die al in Westerbork waren (600 zonder, maar 103 met kinderen)
+werden op 14 mei voor de "vrijwillige" keus gesteld: sterilisatie of deportatie.
+Het hele kamp sprak over de nieuwe maatregel, en vermoedelijk daardoor kwam de
+zaak ter ore van het te Amsterdam gevestigde "Advies-bureau ten bate van niet-
+Arische christenen", waarvan de Hervormde predikant dr. J. Koopmans de drijvende
+kracht was. Indertijd had hij de hier eerder vermelde brochure Bijna te laat
+geschreven.
+Koopmans nam onmiddellijk contact op met de vertegenwoordigers van de kerken in
+het I.K.0. Men verzocht hem, een concept op te stellen hetwelk hij zonder dralen
+deed.
+Vaak malen kerkelijke molens langzaam, maar ditmaal was dat niet het geval. Het
+protest tegen de sterilisatie werd door alle leden van het I.K.O. goedgekeurd,
+ondertekend en vervolgens aan Seyss-Inquart gezonden. Het was gedateerd 19 mei
+1943, en luidde als volgt:
+
+<113>
+
+Na al hetgeen waartegen de Christelijke Kerken in Nederland zich in de jaren der
+bezetting reeds gedwongen hebben gezien bij Uwe Excellentie ernstige bezwaren in
+te brengen, met name als het ging om de Joodse burgers van ons land, gebeurt er
+op het ogenblik iets zo ontzettends, dat wij onmogelijk kunnen nalaten in de
+Naam van onze Heer een woord tot Uwe Excellentie te richten.
+Wij hebben ons reeds beklaagd over verschillende daden van de bezettende macht,
+die indruisen tegen de geestelijke grondslagen van ons volk, dat sinds de tijd
+van zijn ontstaan althans getracht heeft met zijn regering onder het woord van
+God te leven.
+Nu heeft men in de laatste weken een begin gemaakt met de sterilisatie van de
+zogenaamd gemengd gehuwden. Maar God, die hemel en aarde geschapen heeft en wiens
+gebod voor alle mensen geldt, voor wie ook Uwe Excellentie eenmaal rekenschap
+zal moeten afleggen, heeft tot de mens gezegd: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt
+u (Gen. 1: 28). De sterilisatie betekent een verminking naar lichaam en ziel, die
+lijnrecht in strijd is met het goddelijk gebod, dat wij de naaste niet zullen
+"onteren, haten, kwetsen of doden". De sterilisatie betekent een schennis zowel
+van goddelijke geboden alsook van menselijk recht. Zij is de uiterste consequentie
+van een antichristelijke en volksvernietigende rassenleer, van een mateloze
+zelfverheffing, van een wereld- en levens­beschouwing die een waarlijk christelijk
+en menselijk leven onmogelijk maakt.
+ Gij, Excellentie, zijt op het ogenblik in Nederland in feite de hoogste politieke
+autoriteit. Aan U is het, zoals de zaken thans staan, toevertrouwd recht en orde in
+dit land te handhaven - toevertrouwd niet alleen door de leider van het Duitse Rijk,
+maar krachtens een ondoorgrondelijke beschikking ook door die God, die de Christelijke
+Kerk op aarde verkondigt. Voor U gelden, op dezelfde wijze als voor alle andere
+mensen, maar nog in het bijzonder omdat Gij nu eenmaal deze hoge plaats bekleedt,
+de geboden van de Heer en Rechter der gehele aarde.
+Daarom zeggen de Christelijke Kerken in Nederland in opdracht van God en op grond
+van Zijn Woord tot Uwe Excellentie: het is de plicht van Uwe Excellentie de
+schandelijke praktijken dergenen, die de sterilisatie toepassen, te verhinderen.
+Wij maken ons geen illusies. Wij zijn ons wel bewust, dat wij nauwelijks kunnen
+verwachten dat Uwe Excellentie acht zal geven op de stem der Kerk, dat is op de
+stem van het Evangelie, dat is op de stem van God. Maar wat men menselijkerwijs
+gesproken niet kan verwachten, dat mogen wij in het christelijk geloof hopen.
+De levende God heeft macht ook het hart van Uwe Excellentie te neigen tot bekering
+en gehoorzaamheid. Dat bidden wij dus van God, Uwer Excellentie en ons lijdend
+volk ten goede.
+
+<114>
+
+De woorden "de naaste niet onteren, haten, kwetsen of doden" zijn een aanhaling
+uit het antwoord van de Heidelbergse Catechismus (zondag 40) op de vraag: "Wat
+eist God in het zesde gebod"? (Gij zult niet doden).
+
+De Oud-Katholieke aartsbisschop schreef kort daarop (8 juni) aan ds. Gravemeyer:
+
+(...) Hedenmorgen ontving ik van particuliere zijde een afschrift van een "protest"
+van 9 kerken in zake de sterilisatie-zaak. Tegelijkertijd verneem ik, dat zelfs
+Rooms-Katholieken er hun bevreemding over uitspreken en het betreuren, dat onze
+kerk niet onder de ondertekenaars behoort. Mijn medebisschoppen en ik moeten dit
+van harte beamen: wij behoorden eveneens daaronder te staan... [8.1]
+
+Daarop stuurden de bisschoppen van de Oud-Katholieke kerk een brief aan de
+Rijkscommissaris waarin zij hun instemming met het protest tegen de sterilisatie
+betuigden.
+
+Het protest werd niet vanaf de kansels voorgelezen, wel aan alle kerkenraden
+toegezonden. De Gereformeerde deputaat dr. A.A.L. Rutgers voorzag het stuk
+van de aantekening: "Dit adres is niet bestemd voor publicatie of voor mededeling
+van de kansel; overigens is geheimhouding niet vereist maar acht ik het zelfs
+gewenst, dat de gemeente kennis draagt van dit adres."
+Touw wijst erop, dat de toon van het protest wel een heel andere was dan die van
+het eerste request over de maatregelen tegen de Joden (okt. 1940). Hij acht "dit
+profetisch getuigenis een der aangrijpendste documenten uit de gehele strijd der
+kerk tegen het goddeloze nationaal-socialisme. De toon doet denken aan die van
+de grootste documenten uit klassieke tijden: aan Guido de Bres, aan John Knox."
+Herzberg vindt dat het "tot het mooiste Nederlands behoort dat ooit in het Duits
+is geschreven." [8.2]
+Ook ditmaal kwam er geen rechtstreeks antwoord van Seyss-Inquart, maar zijn
+voornaamste Sachbearbeiter op kerkelijk gebied, prof. H. Nelis, deelde mee dat
+de sterilisatie op basis van vrijwilligheid plaatsvond, dat Rauter ermee belast
+was en de kerken zich dus tot hem dienden te wenden. Waarop de kerken nogmaals
+aan Seyss-Inquart een brief gestuurd hebben waarin zij schreven dat zij "Uwe
+Excellentie beschouwen als de uiteindelijk verantwoordelijke voor alles wat in
+ons land gedurende de bezettingsjaren geschied is en nog geschiedt."
+
+<115>
+
+c. De Joden-God" en de "Joden-bijbel"
+
+Een voorbeeld van wel langzaam malende kerkelijke molens was de ontstaansgeschiedenis
+van het tweede Hervormde Herderlijk schrijven. In oktober 1942 besloot de Hervormde
+Synode al tot een geschrift, waarin de tegenstelling tussen het Christelijk geloof
+en het nationaal-socialisme duidelijk zou worden uiteengezet.
+Het concept was, op verzoek van dr. K.H. Miskotte, geschreven door ds. R. Bijlsma.
+Door allerlei omstandigheden (aldus Touw) duurde het geruime tijd eer het gereed was.
+Op 30 mei 1943 werd het besproken in de Algemene Synodale Commissie, die het stuk
+ter uiteindelijke beslissing aan de Synode zond; ds. Gravemeyer had het direct
+willen doen uitgaan naar de gemeenten. De Synode besprak het op 19 juli, waarbij
+wel diverse bezwaren gemaakt werden; o.a. werd opgemerkt dat het nationaal-
+socialisme toch al aan het afbrokkelen was... Anderen daarentegen vonden het een
+voortreffelijk stuk. Ten slotte besloot men met algemene stemmen om het te doen
+uitgaan naar kerkenraden en predikanten. Op 25 oktober 1943 werd meegedeeld, dat
+alle exemplaren verzonden waren.
+
+De Herderlijke Brief, getiteld "Christelijk geloof en Nationaal Socialisme",
+bespreekt, na een uitvoerige inleiding, de onderwerpen:
+1. Een andere God; 2. Een andere zedelijkheid; 3. Het antisemitisme; 4. Het
+volk; 5. Bloed en bodem; 6. De staat; waarna het besluit met het concluderende
+"Een onverzoenlijke tegenstelling", waarop dan nog een beschouwing over "opzicht
+en tucht" volgt.
+Het hele schrijven is ongemeen boeiend, zeker wanneer men zich tijdens het lezen
+rekenschap blijft geven van het feit dat het onder Duitse bezetting opgesteld,
+goedgekeurd, en verspreid is. Toch nemen we hier alleen het gedeelte over het
+antisemitisme over:
+
+Het scherpst is deze "andere God" en deze "andere zedelijkheid" te herkennen in
+het principieel antisemitisme. Dat het volk Israël met fanatieke hartstocht wordt
+gehaat, vervolgd en met voorbedachten rade planmatig uitgeroeid is, is een
+verschijnsel dat zich in deze vorm in de geschiedenis nog niet heeft voorgedaan;
+het zijn dan ook tenslotte geen strategische, economische, culturele gronden
+die daarvoor kunnen worden aangevoerd; het zit dieper en dat moet de Kerk goed zien.
+
+<116>
+
+De grondeloze en mateloze haat tegen de Joden is een uitvloeisel van de natuurlijke
+afkeer, die men ondervindt tegenover de "Joden-God" en de "Joden-Bijbel". Deze
+smaad en deze laster in vele geschriften verbreid en tot de geestelijke spijze
+van miljoenen gemaakt (wel te verstaan onder een staatsvorm, waarin de Staat en
+de Staat alléén verantwoordelijk is en verantwoordelijk wil zijn inzake de
+voorlichting van het volk, waarbij dus nimmer, als onder een democratisch
+staatsbestel, aan de willekeur van particuliere personen of groepen kan worden
+toegeschreven wat er publiekelijk wordt gesproken en geschreven) behoort voor
+de christelijke Kerk een onmiskenbaar bewijs te zijn dat het geloof zelf in
+zijn diepste fundamenten wordt aangetast.
+De Kerk mag zich niet ontveinzen, dat ook in dit opzicht een schriftuurlijke
+voorlichting der gemeente dringend noodzakelijk is; want er zijn nog steeds
+gemeenteleden, die weliswaar de systematische verdelging van onze Joodse
+medemensen en medeburgers verafschuwen, maar anderzijds hun natuurlijke afkeer
+van de Jood rechtvaardigen met het oordeel Gods. Dat Israël, ofschoon het Jezus
+als de Messias niet erkend heeft, ons veel meer verwant is in herkomst en
+belijdenis van het heldendom, dat zich opwerpt als zijn bestraffer, verstaan
+sommigen niet helder genoeg. Het raadsel van de Joden en hun tijdelijke
+verharding mag nimmer dienen als motief om dit antisemitisme goed te praten;
+dat God een zaak heeft met de Joden, betekent niet dat wij en anderen, die
+van nature heidenen zijn, nu ook een zaak met hen zouden hebben. De waarschuwing
+van Rom. 11: 20 (n. b. tot christenen!): "wees niet hoog gevoelende, maar vrees",
+moet steeds haar volle kracht blijven behouden. In het antisemitisme leeft zich
+de hoog moedige levenshouding uit, die bij christenen (laat staan bij heidenen!)
+vooral in crisis-tijden alle bezinning overwoekert, zelf een nieuw farizeïsme
+kweekt en tenslotte in een volkomen verharding tegenover Gods oordeel en genade
+overgaat. Omdat de kiem daarvan ook in ons allen leeft, daarom kan deze
+verschrikkelijke zonde alleen maar en telkens weer door het geloof in Christus'
+verzoenende gerechtigheid overwonnen worden.
+
+Inderdaad, dit was een voortreffelijk stuk; niet alleen het door ons geciteerde
+gedeelte over het antisemitisme. Maar juist in dat gedeelte treft me weer het
+woord "verharding". We kwamen dat woord al eerder tegen, nl. in het memorandum
+waarmee ds. Buskes het antisemitisme (en de noodzaak er iets tegen te doen!)
+in het Convent van Kerken aan de orde stelde. Het is een woord, indertijd door
+de apostel Paulus gebruikt: "Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt
+zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding
+is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal
+gans Israël behouden worden" (Romeinen 11:25, vert. NBG).
+
+<117>
+
+Wat heeft Paulus bedoeld, en hoe functioneerden zijn woorden bij de schrijver
+van de herderlijke brief? Zelfs een poging deze vragen hier te beantwoorden zou
+ons te ver voeren. Daarom beperken we ons tot de opmerking dat we het gebruik
+van het woord verharding in de herderlijke brief betreuren, en evenzo de
+uitdrukking "dat God een zaak heeft met de Joden".
+
+Touw bericht dat de invloedssfeer van dit stuk soms beperkt was: de risico's
+die aan de publicatie ervan verbonden waren, verhinderden een algemene
+verspreiding. Het stuk was geadresseerd aan de kerkenraden en soms durfde
+men de herderlijke brief niet te bespreken. Eens zelfs weigerde de voorzitter
+van de kerkenraad bespreking, de brief werd opgeborgen in een trommel met een
+letterslot en lag daar ter inzage van kerkenraadsleden. Op andere plaatsen
+evenwel werd het herderlijk schrijven terdege bestudeerd en doorgegeven, op
+bijbelkringen, cursussen en jeugd­samenkomsten. Ook werkte het veelszins door
+in de prediking.
+Het Algemeen Handelsblad (30 maart 1944) besprak de brief in een uitvoerig
+artikel: "onschriftuurlijk, onwaardig en verblind". Touw daarentegen acht de
+herderlijke brief een der hoogtepunten van het kerkelijk verzet. "Dit stuk had
+voor de geestelijke strijd tegen de bezetter geen mindere betekenis dan een
+jaargang van de zo fel vervolgde ondergrondse pers."
+
+d. "Gemengd-gehuwde"Joden
+
+Een andere Duitse maatregel maakte het de niet-Joodse partner in een "gemengd
+huwelijk" mogelijk om zich via een eenvoudige procedure van de Joodse partner
+te laten scheiden. Ook hiertegen hebben de kerken die verenigd waren in het
+I.K.O. scherp geprotesteerd, in een brief aan Seyss-Inquart gedateerd 14 oktober
+1943:
+
+Meer dan eens hebben de Christelijke Kerken in Nederland zich tot Uwe Excellentie
+gewend in aangelegenheden betreffende de Joodse burgers van ons land, die van
+oudsher in Nederland gevestigd en in ons volksleven opgenomen waren. Uw Excellentie
+heeft gemeend, naar het dringende woord van vermaan van de Kerken niet te moeten
+horen.
+
+<118>
+
+In de laatste tijd zijn de meeste van onze tot nu toe nog in zekere vrijheid
+levende Joodse medeburgers weggevoerd. Voor deze als ook voor de zeer kleine
+groep, die nu nog over is, wordt een dringend beroep gedaan op Uwe Excellentie
+om hen niet allen uit Nederland te laten wegvoeren, maar veeleer hun in Nederland
+een bevoorrechte behandeling toe te staan.
+Verder zijn de Kerken ernstig verontrust in verband met de tekenen die er op
+wijzen, dat men van Duitse zijde nu aan het probleem van het zogenaamde gemengde
+huwelijk opnieuw bijzondere opmerkzaamheid wijdt, en dat een van de overheid
+bewerkte scheiding althans bij een aantal dezer huwelijken in de bedoeling ligt;
+deze bedoeling kan, gelijk ook bij de sterilisatie geschiedde, door een
+voorgewende vrijwilligheid als meer onschuldig voorgesteld worden.
+De Kerken roepen ook nu Uwe Excellentie op 't nadrukkelijkst toe: De weg der
+ontbinding van het huwelijk mag niet betreden worden.- De Here Jezus zegt -
+en Hij zegt het niet slechts tot Zijn Kerk maar tot heel de wereld, ook tot
+Uwe Excellentie - Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet" (Mattheus 19:6).
+De Kerken doen derhalve een zeer dringend beroep op Uwe Excellentie, om deze
+kleine, tot nu toe ook reeds voor uitzonderingsbepalingen in aanmerking komende
+groepen, nu ook in de in de laatste tijd voor enigen van ben geopende mogelijkheid,
+om van bepaalde, voor Joden geldende beperkingen bevrijd te worden, te laten delen.
+De om menigvuldige redenen groeiende onrust en verontwaardiging kunnen niet afnemen,
+als voortgevaren wordt met maatregelen, die het Nederlandse volk in zijn diepste
+religieuze en morele gevoelens kwetsen.
+
+De toon van dit protest is krachtig; de argumenten zijn deels ontleend aan de
+bijbel, deels ook gebaseerd op algemene overwegingen die Seyss-Inquart meer zullen
+hebben aangesproken. Men proeft er, evenals in het protest tegen de sterilisatie,
+sterke gevoelens van verontwaardiging in.
+
+Toen het leek alsof de Rijkscommissaris zich aan eenmaal gedane beloften zou
+onttrekken, kwamen de Kerken nogmaals op voor de "gemengd-gehuwden", in een
+brief gedateerd 17 maart 1944, en op 1 april 1944 zonden ze een telegram,
+diezelfde dag nog gevolgd door een uitvoeriger brief.
+
+Heeft het allemaal iets geholpen? Misschien wel. In ieder geval hebben de
+meeste "gemengd-gehuwden" het Duitse schrikbewind overleefd. Ofschoon Rauter
+vond dat eigenlijk alle gemengd-gehuwden met een Joodse mannelijke partner
+naar het Oosten moest verdwijnen: "Wir werden mit diesen Fallen sonst ewig
+Schwierigkeiten haben." [8.3]
+
+<119>
+
+Maar men was bezorgd voor reacties vanuit de Nederlandse bevolking. Ook het
+feit dat een nederlaag voor Duitsland zich steeds duidelijker aftekende, heeft
+ongetwijfeld een rol gespeeld.
+Wielek noemt "de bemoeiingen der Hervormde Synode- (lees: het Interkerkelijk
+Overleg) als de eerste factor - naast twee andere - waaraan het te danken is
+dat het grootste deel der gemengd-gehuwden in Nederland mocht blijven. [8.4]
+
+<120>
+
+9. DE Joden-CHRISTENEN
+
+a. Duitse beloften
+
+Al eerder - in hoofdstuk 6 - hebben we de gang van zaken besproken rondom het
+al of niet voorlezen van het protest tegen de deportaties dat aan Seyss-Inquart
+was gezonden. Een van diens naaste medewerkers, Schmidt, had daarop ds. H.J.
+Dijckmeester (vervanger van ds. Gravemeyer die gegijzeld was) ontboden en hem
+meegedeeld dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren,
+vrijgesteld zouden worden van "Verschickung".
+Ds. Dijckmeester heeft daarop geantwoord dat de kerken voor deze toezegging
+erkentelijk waren, maar natuurlijk het standpunt handhaafden dat het protest-
+telegram zou worden voorgelezen. Zoals al eerder beschreven: de Hervormde Synode
+besloot uiteindelijk, het telegram niet voor te lezen. De andere kerken deden
+dat wel, waarop de RK-gedoopte Joden - voor zover niet "gemengd-gehuwd" - door
+de Duitsers gevangen genomen, naar Auschwitz gedeporteerd en aldaar vermoord werden.
+Voor de Protestants-gedoopte Christen-Joden bleef de Duitse toezegging van kracht.
+Hoe lang? Dat wist niemand.
+
+De kerken probeerden allereerst, de norm die voor "vrijstelling gold te verwijden
+en zodoende het aantal vrijgestelden te vergroten. Daarbij werd geargumenteerd
+dat ook wie op de cruciale datum kerkelijk onderricht ontving, ja zelfs zij die
+toen al regelmatig de kerkdiensten bezochten, toch eigenlijk behoorden tot de
+kerk... Besprekingen werden gevoerd met Schmidts medewerker, F. Buhner. Met hem
+werd overeengekomen:
+"Geacht moeten worden tot een Christelijke Kerk te behoren zij:
+1. die geboren zijn uit tot de Kerk behorende ouders;
+2. die onderwijs in de Christelijke leer ontvangen met de bedoeling tot belijdenis
+des geloofs te komen;
+3. die de godsdienstoefeningen regelmatig bijwonen en met wie de Kerkenraad
+geestelijk contact heeft;
+4. die gedoopt zijn;
+5. die belijdenis des geloofs hebben afgelegd
+
+<121>
+
+De "bedoeling" genoemd onder 2 moest voor 1 januari 1941 gebleken zijn en dat
+gold ook het "regelmatig" bijwonen van kerkdiensten.
+
+Onder normale omstandigheden zou geen enkele kerk personen die onder 2 en 3
+vielen, als lid hebben beschouwd. Voor de Duitsers was het niet na te gaan of
+iemand inderdaad "onderwijs in de Christelijke leer" ontving en/of geregeld
+kerkdiensten bezocht, en sinds wanneer.
+De namen van hen die door een kerk als haar leden werden beschouwd werden op
+een lijst gezet, die naar de Duitsers ging. Die lijst gaf ook aan tot welke
+van de vijf "categorieën" iemand behoorde. De betrokkene zelf ontving van de
+kerk een z.g. bewijs van kerkelijke Angehörigkeit.
+Het was een tijd waarin men zich aan iedere strohalm vastgreep; op een lijst
+staan scheen te helpen; je had de lijst-Weinreb, de lijst-Calmeyer, de lijst-
+Frederiks en de lijst van de z.g. Diamant-gruppe, om enkele te noemen. De meeste
+lijsten "platzten" (vervielen) op een zeker moment, maar niet alle: zo heeft de
+lijst-Calmeyer het, wonder boven wonder, tot het einde van de oorlog toe
+volgehouden.
+Het Adviesbureau dat door de Hervormde kerk te Amsterdam was geopend (20 augustus
+1942) en onder leiding stond van de bekende dr. J. Koopmans (schrijver van de
+brochure Bijna te laat en ook, in 1943, van het protest tegen de sterilisatie)
+hield driemaal per week zitting in de Nieuwe Kerk. Het werd overstelpt met
+schriftelijke en telefonische verzoeken om op de lijst geplaatst te worden.
+Aldus Touw.
+Het is ook Touw die vertelt dat een predikant tot een jaar gevangenisstraf
+veroordeeld werd wegens Schriftverfalschung, omdat hij een geantedateerde
+verklaring van "Angehörigkeit" had afgegeven. Een andere predikant daarentegen
+("gelukkig een hoge uitzondering") had er bezwaar tegen om een Joods gezin dat
+trouw de kerkdiensten bezocht te dopen, want "mijn vrouw is zo bang dat ik iets
+doe waar de bezettende macht zich aan stoot."
+
+<122>
+
+b. Geen Gereformeerde "haastdoop"
+
+Delleman, de Gereformeerde geschiedschrijver, heeft in zijn Opdat wij niet
+vergeten enkele hoofdstukken samen met anderen geschreven; het schrijven van
+een paar hoofdstukken liet hij over aan een direct-betrokkene. Zo is hoofdstuk
+IV (Het kerkelijk verzet) geschreven samen met Donner, Van Dijk en Rutgers die,
+ieder op zijn beurt, de Gereformeerde vertegenwoordigers in het I.K.O. waren
+geweest. Hoofdstuk V, "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd", is evenwel
+van de hand van ds. Jac. van Nes. We kwamen hem al tegen in ons eerste hoofdstuk
+als missionair predikant (sinds 1916) onder de Joden te Den Haag, ook zijn
+opvatting (voor de oorlog!) "dat er in het algemeen drie tot vier jaar
+catechetisch onderwijs nodig was voor men tot dopen kon overgaan", kwam reeds
+ter sprake.
+Alle Gereformeerde kerkenraden kregen - zomer 1942 - het verzoek om de namen
+van de Joodse Christenen, voor wie dus vrijstelling van deportatie moest worden
+aangevraagd, te zenden aan het Kerkelijk bureau van de Gereformeerde kerk van
+'s Gravenhage-West. In de desbetreffende circulaire wordt gewaarschuwd:
+
+De kerkenraad houde er voorts rekening mede, dat te verwachten is, dat van
+Duitse zijde een onderzoek zal worden ingesteld naar de juistheid der verstrekte
+gegevens, waarvoor dus alle op deze aangelegenheid betrekking hebbende gegevens
+aanwezig moeten zijn.
+
+Ds. Van Nes heeft een en ander - en zijn eigen opvattingen - uitvoerig weergegeven
+in zijn drie-maandelijkse rapporten en later heeft hij uit die rapporten geciteerd
+ten behoeve van zijn hoofdstuk in Delleman:
+
+Wij kennen in onze Gereformeerde Kerken geen "haastdoop". 't Schijnt helaas, dat
+er in de Nederlands Hervormde Kerk wel zijn, die zulk een doop voor mogelijk achten.
+Er hebben zich gevallen voorgedaan in die kerk, dat Joodse personen eerst gedoopt
+werden en daarna onderwijs ontvingen.
+Wij betreuren dat ten zeerste. En wij weten, dat er in de Nederlands Hervormde
+kring zelf ook bezwaar tegen gemaakt is. Van de zijde der synode is er dan ook
+een waarschuwing aan de kerken gezonden. Zulke "sneldopen" verzwakken de betekenis
+van de doop voor het besef van de Joden en van de overheid aan wie het doopbewijs
+wordt getoond en brengen degenen, die na ernstige voorbereiding gedoopt werden,
+in gevaar dat hun doop ook niet als serieus wordt beschouwd.
+
+Nog een citaat van Van Nes (ook dit komt zowel in een van zijn rapporten als ook
+in "Delleman" voor):
+
+<123>
+
+Wat moeten wij dankbaar zijn, dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de
+Christen Joden hebben willen uitbreiden, zodat zij, die reeds voor 1941 serieus
+bearbeid konden worden, ofschoon zij nog niet tot de gemeenten behoorden, ook
+konden worden beschermd door een verklaring der kerk! Hoe is daardoor ook onder
+de Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut!
+Wat zouden wij graag alle Joden in deze dagen geholpen hebben, als 't aan ons
+gestaan had. Wat was 't ontzettend benauwend, vaak zo machteloos te staan
+tegenover hun lijden. Hoe konden we 't begrijpen, dat ze zich in uiterste nood
+tot de kerk wendden, om te trachten onder haar bescherming bevrijd te worden
+van de dreiging der wegvoering.
+Maar wij moesten het dan tot dezulken, die nu eerst tot de kerk kwamen, zeggen,
+dat het daarvoor nu te laat was en dat de kerk geen misbruik mocht maken van de
+haar gegeven bevoegdheid en de heiligheden van het Koninkrijk Gods hoog moest
+houden, door alleen een verklaring af te geven aan hen, van wie wij overtuigd
+waren, dat zij er recht op hadden.
+
+Voor wat er in het eerste citaat gezegd wordt, kunnen we nog enig begrip opbrengen;
+dat men in normale tijden niet te snel overging tot het dopen van wie dan ook,
+dat lijkt ons prima. Ook de rabbijnen zijn uiterst terughoudend jegens aspirant-
+bekeerlingen. Maar het was geen gewone tijd! De vraag of men, door ruimer te dopen,
+voor anderen daardoor het risico vergrootte, diende overwogen te worden; akkoord.
+Maar dan. De uitdrukking "dankbaar zijn" hierboven, achten we totaal misplaatst.
+De bewering "dat Christus de Zijnen beschut" is zo mogelijk nog erger. Later zal
+Van Nes in ditzelfde hoofdstuk de martelgang wat betreft de "vrijstellingen"
+verhalen.
+Blijkbaar is hij er niet aan toegekomen om, vanuit die realiteit, nog eens te kijken
+naar de opgetogen uitspraak ("Wat moeten we dankbaar zijn..."), die hij uit zijn
+eigen rapport, gedateerd 9 september 1942, had overgenomen.
+Ongetwijfeld was Van Nes bewogen met het lot der Joden: dat blijkt uit de alinea
+Wat zouden wij graag... " Van Nes heeft ook (tenminste) gepoogd Joden te helpen
+onderduiken. [9.188] Bovendien was hij "een beminnelijk mens, gedreven door een
+grote liefde voor Israël." [9.2]
+Later zouden bovenstaande woorden van Van Nes door sommigen gebruikt worden voor
+het trekken van vergaande conclusies wat betreft de houding van de Gereformeerde
+Kerken in Nederland in het algemeen. We komen daarop nog terug in het derde
+gedeelte van dit boek.
+
+<124>
+
+c. Andere opvattingen
+
+Het is niet gemakkelijk na te gaan, in hoeverre men het in de Gereformeerde Kerken
+met de opvattingen van ds. Van Nes eens was en zijn "lijn" gevolgd heeft.
+In het notulenboek van de Gereformeerde kerkenraad te Rotterdam-Kralingen (mijn
+tegenwoordige woonplaats) vond ik het volgende verslag:
+
+Notulen van de gehouden buitengewone kerkenraadsvergadering op donderdag 20 mei 1943.
+
+De Praeses ds. G.R. Kuijper opent de verg., leest Romeinen 11: 11-21 en gaat voor
+in gebed.
+De Praeses deelt mede, dat hij deze verg. heeft uitgeschreven op verzoek van ds.
+Den Boeft. Deze, het woord verkrijgend, brengt een verzoek over van de heer Lion
+Mozes Gerzon, Voorschoterlaan 57, Israëliet zijnde, om in de Geref. Kerk na
+aflegging van belijdenis des geloofs te worden gedoopt.
+In normale gevallen zou deze nog wel wat meer onderwijs moeten ontvangen, daar
+het onderwijs slechts enkele maanden heeft geduurd. Zodoende zijn er nog heel
+wat hiaten in zijn kennis. Ds. Den Boeft heeft het doopformulier met hem besproken.
+De onzekerheid met het lot der Joden drong er toe met deze doop wat spoed te maken,
+en de laatste dagen zijn de omstandigheden van die aard, dat het zeer gewenst is,
+dat deze doop plaats vindt op de kortst mogelijke termijn, daar de mogelijkheid
+zeer groot is, dat deze doop over een dag of tien niet meer kan worden bediend,
+wegens mogelijke deportatie.(...)
+De Kerkeraad heeft er geen bezwaar tegen, dat in dit speciale geval de approbatie
+van de gemeente niet plaats kan hebben. De bediening van de doop zal plaats vinden
+a.s. zondag in de kerkzaal van "Pro Rege".
+
+De "approbatie van de gemeente" was de goedkeuring: de namen van wie belijdenis
+wilden doen werden tijdens de diensten gedurende twee zondagen afgelezen met de
+mededeling: "Indien geen wettig bezwaar zal worden ingebracht..." Gebruikelijk
+was dat de goedkeuring op die manier stilzwijgend plaatsvond, maar er waren wel
+twee weken extra mee gemoeid. Daar zag men nu dus van af, evenals van "wat meer
+onderwijs". Nu, 46 jaar later, blijkt het al moeilijk om de achtergronden van
+een dergelijk voorval uit te zoeken. In ieder geval heeft de heer Gerzon de oorlog
+overleefd. Hij is niet gedeporteerd, overigens - naar ik vermoed - niet op grond
+van zijn gedoopt-zijn: hij was "gemengd-gehuwd"; zijn vrouw was Gereformeerd
+dooplid en deed najaar 1943 eveneens belijdenis.
+
+<125>
+
+Verder nog in onformalistisch handelen ging de Gereformeerde kerkenraad te
+Veenendaal, die aan een ondergedoken jood ter beveiliging een document gaf
+dat - met officiële handtekeningen bekrachtigd - verklaarde dat de betrokkene
+door de kerkenraad was benoemd "tot hulpprediker in buitengewone dienst voor
+de geestelijke verzorging van de geëvacueerden in haar ressort". [9.3]
+We kunnen ons moeilijk voorstellen, dat ds. Van Nes ooit een dergelijke valse
+verklaring ondertekend zou hebben.
+
+In andere landen (Bulgarije, Griekenland) hebben tijdens de tweede wereldoorlog
+doops­bedieningen plaatsgevonden, waarbij de betrokken geestelijke wist dat het
+niet om het redden van zielen ging, maar om het redden van mensenlevens. Daartoe
+gaf de (orthodoxe) aartsbisschop van Athene, Damaskinos, zelfs uitdrukkelijk
+opdracht. [9.4]
+Bij mijn weten is de kwestie "niet dopen maar wel een 'doopbewijs' verschaffen"
+het krachtigst geformuleerd door ds. Buskes:
+
+Wij weten heel goed, dat vele predikanten er principieel bezwaar tegen hadden, om
+valse doopbewijzen te schrijven en af te geven. Maar er waren goddank ook vele
+predikanten, die er principieel bezwaar tegen hadden, om het niet te doen.
+Zo'n vals doopbewijs was een leugen. Natuurlijk. Maar wie het schreef en aan een
+jood gaf, diende de waarheid en hielp zijn naaste. Wie het niet schreef en het
+een jood weigerde, diende de leugen en liet de jood in de kou staan.
+Er is een waarheid die leugen en een leugen die waarheid is. God gebood ons, te
+liegen in dienst van de waarheid. Niet het doel, maar wel de gehoorzaamheid aan
+Gods gebod heiligde het middel. [9.5]
+
+"Wie het schreef en aan een jood gaf, ... hielp zijn naaste", vond Buskes. Maar
+nu weten we dat de Duitsers - dank zij de medewerking van de rijksinspectie van
+de bevolkingsregisters - beschikten over een gedrukte Lijst van personen van vol-
+Joodsen bloede die als kerkelijke gezindte een Christelijke godsdienst hebben
+opgegeven. De lijst berustte op gegevens door de betrokkenen zelf verstrekt, en
+wel begin 1941. [9.6]
+Men kan zich dan ook moeilijk onttrekken aan de conclusie dat, alle goede
+bedoelingen ten spijt, het verstrekken van "Angehörigkeits"-verklaringen met
+onjuiste gegevens eerder kwaad dan goed gedaan heeft.
+
+Dat besefte dr. J.J.C. van Dijk toen al. Hij schreef nl. op 26 september 1942
+een brief aan ds. S. Doornbos te Amsterdam:
+
+Uw brief van 14 dezer ligt nog op beantwoording te wachten; de toevloed van
+kerkelijke brieven is zo groot, dat ik geen kans zag eerder tot beantwoording
+te komen.(...)
+Er zijn 2 verschillende lijsten. Er is, naast de lijst door de Kerken opgemaakt
+en ingezonden, een andere lijst van Duitse zijde opgemaakt op grond van de gegevens
+van de Burgerlijke Stand, waarop dus alleen de Joodse Christenen voorkomen, die
+zich t.z.t. bij de Burgerlijke Stand hebben opgegeven als te behoren tot een der
+Christelijke kerken; dat zijn dus de belijdende leden en, wellicht, doopleden.(...)
+Sophia Maria Boas-Berg staat op de lijst met (categorie) 4, maar dat is niet juist:
+ze werd op 1 juni '41 gedoopt, terwijl de toestand van voor januari moest worden
+opgegeven.
+Haar positie is dus niet veilig: op de Duitse lijst komt zij natuurlijk niet voor;
+uit dien hoofde is het niet uitgesloten dat zij gehaald wordt.(...)
+Het zou natuurlijk wel gewenst zijn, dat zij niet kan worden gehaald. [9.7]
+
+"Haar positie is dus niet veilig": deputaat J.J.C. van Dijk raadde ds. Doornbos
+daarom aan te zorgen dat de dame om wie het ging, "niet kan worden gehaald".
+M.a.w.: ze zou moeten onderduiken.
+
+De beslissing om onder te duiken was voor de betrokkenen - aangenomen dat er
+een onderduik­adres beschikbaar was - niet gemakkelijk en kon verstrekkende
+consequenties hebben. Wie als onderduiker gepakt werd was een z.g. strafgeval
+en werd niet alleen naar Westerbork gestuurd, maar bovendien op de kortste termijn
+vandaar naar "Polen".
+Bij de afweging moest men óf ervan uitgaan dat de kerkelijke verklaring en het
+op "de lijst" staan voldoende bescherming bood (ondanks alle twijfel daaraan),
+óf de stap van de onderduik wagen, met weer heel andere risico's daaraan verbonden.
+Het was een dilemma dat ook gold voor de "gemengd-gehuwden".
+Een ander punt van overweging kon zijn: er zijn te weinig onderduikadressen
+beschikbaar; welnu, mag ik, die tot een tenminste enigszins beschermde groep
+behoor, de onderduik-plaats innemen van iemand, die anders geen enkele bescherming
+heeft?
+
+<127>
+
+Zoals bekend hebben verreweg de meeste "gemengd-gehuwden" de oorlog overleefd zonder
+onder te duiken. Een enkel "gemengd-gehuwd" echtpaar waagde het zelfs een Joods
+familielid bij zich te laten onderduiken.
+Wat de twee lijsten (die van de kerken en die gebaseerd op gegevens uit het
+bevolkingsregister) betreft: kort na de hierboven aangehaalde brief, op 15 oktober
+1942, schreef dr. Van Dijk aan de Amsterdamse predikant P.N. Kruyswijk: "Het
+bevolkingsregister beslist!" [9.8]
+
+d. Schmidt en Rauter
+
+"Het bevolkingsregister beslist". Maar hoe zat het dan met de toezeggingen, gedaan
+door Schmidt en Buhner?
+Er bestond een scherpe tegenstelling tussen twee van Seyss-Inquarts naaste
+medewerkers. F. Schmidt was zijn Generalkommissar zur besonderen Verwendung en
+vertegenwoordigde de belangen van de partij (de NSDAP). De SS-er H.A. Rauter,
+Generalkommissaris fur das Sicherheitswesen, stond wel onder Seyss-Inquart,
+maar rapporteerde bovendien rechtstreeks aan de Reichsfuhrer-SS, de gevreesde
+Himmler, wiens bewonderaar Rauter was. Het ligt voor de hand dat zich tussen
+Schmidt en Rauter een competentiestrijd ontwikkelde. Ze werden elkaars verklaarde
+tegenstanders.
+Toen Schmidt vóór de inrichting van een ghetto in Amsterdam was, verklaarde Rauter
+zich tegen. Herzberg beschrijft hoe de vete tussen de twee ertoe bijgedragen heeft
+dat de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, K.J. Frederiks, het gedaan kreeg
+zeshonderd Joden - de "Barnevelders" - voor lange tijd in Nederland te houden: "Rauter
+was er tegen, en dus was Schmidt er voor."
+Wat betreft de deportatie van "gemengd-gehuwde" Joden wilde Seyss-Inquart (ja,
+zelfs Hitler) behoedzaam optreden, zolang de oorlog voortduurde: het diende
+voorkomen te worden dat de niet-Joodse partners te zeer in onrust geraakten. Rauter
+was daar tegen: allen moesten weg.
+De Hervormde dr. W.J. de Wilde kwam zich eens beklagen bij Schmidt over het feit
+dat gedane beloften telkens gebroken werden. "Rijkscommissaris en SS staan vierkant
+tegenover elkaar, en als u iets belooft, verbiedt Rauter het weer", zei hij. "So
+ist 's genau", antwoordde Schmidt laconiek.
+
+<128>
+
+Seyss-Inquart had bij monde van Schmidt beloofd, dat de Joden-Christenen (later
+beperkt tot de Protestantse) niet gedeporteerd zouden worden. Rauter zou het
+liefst alle Joden-Christenen gedeporteerd hebben. En Rauter was belast met de
+uitvoering van de deportaties.
+Zoals we hierboven gezien hebben, was met Schmidt overeengekomen dat ook zij'
+die kerkelijk onderricht volgden en/of regelmatig kerkdiensten bijwoonden
+(categorieën 2 en 3) zouden worden vrijgesteld, terwijl als beslissende datum
+1 januari 1941 zou gelden. Maar Rauter accepteerde dat niet: categorieën 2 en 3
+golden voor hem niet en als datum hield hij 9 mei 1940 aan: men diende vóór
+9 mei 1940 gedoopt en sinds die tijd lid van een Christelijke kerk gebleven te
+zijn. Dat moest blijken uit de gegevens van de Burgerlijke Stand.
+Door de vertegenwoordigers van de kerken is er toen telkens onderhandeld en
+geprotesteerd. Touw geeft een en ander uitvoerig weer. Het had weinig resultaat.
+
+Ds. Van Nes heeft, zoals we hierboven al memoreerden, voor het hoofdstuk dat
+hij in "Delleman" schreef een citaat gebruikt uit zijn eigen rapport dat gedateerd
+was 9 sept. 1942:
+
+Wat moeten wij dankbaar zijn dat de Duitse autoriteiten de bepalingen voor de
+Christen-Joden hebben willen uitbreiden, (...). Hoe is daardoor ook onder de
+Joden een zeker getuigenis uitgegaan, dat Christus de Zijnen beschut!
+
+Dat citaat staat bij Delleman op pagina 159. Maar op pagina 161 schreef dezelfde
+ds. Van Nes:
+
+Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"-
+verklaringen is gevolgd. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken,
+en vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring
+der kerk, die meenden, daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden
+opgeroepen en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop,
+naar het Oosten van Europa.
+De Duitse instanties waren onderling verdeeld ten opzichte van de behandeling
+der Joden en werkten elkaar tegen. En alle pogingen, die aangewend werden, om
+te komen tot eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte
+bepalingen, bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds
+weggevoerden nog terug te doen keren.
+
+<129>
+
+Ds. Van Nes heeft daarbij niet uitgelegd, hoe hij dit heeft kunnen rijmen met
+de uitspraak "dat Christus de Zijnen beschut". Hij is er evenmin toe gekomen
+de andere optimistische klanken van p. 159 (alle stammend uit het rapport van
+9 sept. 1942) enigszins in overeenstemming te brengen met de sombere tonen op p. 161.
+
+e. Westerbork en daarna
+
+Ook de Protestants-gedoopte Joden-Christenen moesten ten slotte - sommigen al
+zomer 1942, anderen voorjaar 1943 - naar Westerbork, het merendeel hunner nadat
+ze enige tijd in Vught hadden gezeten.
+In Westerbork werden ze ondergebracht in een aparte barak, no. 73. 's Zondags
+werden er godsdienstoefeningen gehouden. De meeste diensten werden geleid door
+ds. S.P. Tabaksblatt of door ds. M. Enker, als voorgangers benoemd door de
+Hervormde Synode. Maar B. Benfey die van Duitse afkomst was, wist - zo vertelt
+ds. Tabaksblatt - van de SS in Den Haag gedaan te krijgen dat voortaan de diensten
+op de eerste zondag in de maand door hem gehouden zouden worden.
+
+Toen wij op genoemde zondag (5 maart 1944) de zaal binnenkwamen, vonden wij deze
+mooi versierd en nadat Benfey met de dienst begonnen was, werd deze door een
+filmoperateur verfilmd. Enker en ik verlieten bij deze verfilming de zaal...
+De daarop volgende woensdag 8 maart werden wij beiden bij de commandant geroepen
+om verantwoording af te leggen van ons "verraderlijk gedrag", zoals Gemmeker
+dat noemde. Hij zag ons verlaten van de dienst als een demonstratief optreden
+met het doel om de gemeente mee te krijgen en op die manier zijn bedoelingen
+te dwarsbomen. Hij beschuldigde ons van "insubordinatie" en noemde ons saboteurs,
+die voor ons onbehoorlijk gedrag de juiste straf zouden krijgen: straftransport
+naar Polen...
+
+Beiden kwamen inderdaad in de strafbarak terecht, stonden twee dinsdagen achtereen
+klaar voor het transport maar werden op het laatste nippertje, vóór het vertrek
+van de trein, teruggehaald. [9.996]
+Van ds. Max Enker is een brief bewaard gebleven van drie kantjes, met potlood
+geschreven. De kopie in mijn bezit is voor een groot deel nauwelijks leesbaar.
+De brief was gericht aan dr. W.J. de Wilde die een tijdlang secretaris van de
+Hervormde Synode was. Een citaat:
+
+<130>
+
+Weest U ervan verzekerd dat, als de verkondiging van het Woord in deze tijd meer
+duidelijkheid vereist, diegenen onder ons, die werkelijk onze Heer angehörig zijn,
+bereid zijn, desnoods, in vertrouwen op die Heer, naar Polen te gaan. [9.10]
+
+De brief was gedateerd 5 maart 1943. Kort daarvoor, op 24 februari, was van de
+kansels in de Hervormde plaatselijke kerken het protest afgelezen dat door ons
+in hfdst. 7 besproken werd (geen medewerking verlenen aan daden van onrecht).
+In het moeilijke dilemma: publiekelijk zwijgen en zo (misschien) levens redden,
+óf spreken maar daarbij levens op het spel zetten, had ds. Enker duidelijk gekozen,
+ofschoon ook zijn eigen leven op het spel stond.
+
+Had men als Joden-Christen dan in Westerbork een zekere bescherming tegen
+wegvoering naar een van de vernietigingskampen? In zekere mate. De kerken hadden
+door middel van de Joodse Raad vernomen, dat, tenzij men vóór 9 mei 1940 gedoopt
+was, in Westerbork het bewijs dat men tot een kerk behoorde volslagen waardeloos
+was... [9.11] Was men wel vóór die datum gedoopt, dan gaf dat bewijs wel een
+zekere bescherming, tenzij men een "strafgeval" was, en dat werd men al gauw.
+Wielek schreef:
+
+De synode werd trouwens meer en meer één der organen die voor de nog overblijvende,
+niet alleen gedoopte, Joden op de bres stonden. Was iemand strafgeval, dan kon
+een doopbewijs hem niet redden. Was iemand ont-S-t, dan betekende een doopbewijs
+voor hem: niet doorgestuurd worden naar Polen. [9.12]
+
+Voor de groep als geheel dreigde acuut gevaar nadat de geallieerden, op 6 juni 1944,
+waren geland in Normandië. Op zaterdag 12 juni vroeg de beruchte Rauter aan de
+kerken hun toestemming om de Joden-Christenen van Westerbork naar Theresienstadt
+over te brengen. Daar zou het, in geval de Wehrmacht Westerbork zou willen ontruimen,
+veiliger voor hen zijn. De kerken zouden een vertrouwensman mee mogen laten gaan.
+De kerken vroegen drie dagen bedenktijd, maar weigerden reeds de volgende dag, zich
+beroepend op eerder door Seyss-Inquart gedane beloften. Mocht de situatie rondom
+Westerbork in verband met de invasie onveilig worden, dan diende men de betrokkenen
+niet naar Theresienstadt over te brengen maar hen vrij te laten; aldus de kerken.
+
+<131>
+
+Begin september 1944 werden desondanks de Joden-Christenen van Westerbork naar
+Theresienstadt gevoerd, zonder kerkelijke vertrouwensman. De kerken zonden daarop
+een protest-telegram naar Seyss-Inquart. Voor de eerste en enige keer stuurde deze
+een antwoord, en wel op 5 september; dolle dinsdag! Het geeft je een soort schok
+als je de brief met de oorspronkelijke handtekening van de man zelf in het archief
+tegenkomt. Touw en Delleman hebben de brief in zijn geheel gereproduceerd.
+De Rijkscommissaris erkende, indertijd de belofte gegeven te hebben dat een aantal
+Joden in Nederland zou blijven, in leder geval niet naar het Oosten zou worden
+overgebracht. Voorts herinnerde hij aan het voorstel dat hij via Rauter gedaan
+had en aan de weigering van de kerken. Maar, als dit land nu toneel van militaire
+acties zou worden, dan zou hij niet kunnen beletten dat de betrokkenen weggevoerd
+zouden worden. Maar bij Himmler had Seyss-Inquart tenminste nog kunnen bereiken,
+dat het transport naar Theresienstadt zou gaan.
+Volgens Herzberg was aldaar het leven relatief nog draaglijk "en vandaar zijn
+de meeste geïnterneerden - voorzover zij niet ter vergassing naar Auschwitz zijn
+gezonden, hetgeen met de gedoopte Joden inderdaad niet het geval is geweest - ook
+teruggekeerd." Iemand als ds. Tabaksblatt evenwel is, met zijn gezin, ook in
+Theresienstadt maar ternauwernood ontkomen aan doorzending naar een vernietigings-
+kamp. [9.14]
+
+Er valt nauwelijks aan te twijfelen of de Protestantse Joden, en ook de "gemengd-
+gehuwden", zouden ten slotte gedeporteerd zijn als Hitler de oorlog gewonnen had.
+Maar Hitler verloor en de "gemengd-gehuwden" bleven voor het grootste gedeelte in
+leven.
+Uiteindelijk kwamen er ruim 400 Protestantse Joden-Christenen terug naar Nederland.
+Zij hadden het overleefd. Voor zover Protestantse Joden-Christenen "gemengd-gehuwd"
+waren, bleef op die basis hun vrijstelling gelden en werden zij niet gedeporteerd.
+
+f. Bep Blok
+
+<132>
+
+Ze wilde gedoopt worden, maar ze wilde niet vanwege haar doop gevrijwaard worden
+van deportatie.
+Ds. Buskes vertelde over haar in zijn autobiografie. [9.15] Bep Blok wilde gedoopt
+worden opdat zij, als zij opgepakt zou worden, erbij zou horen, bij de gemeente.
+De dienst tijdens welke ze gedoopt werd, is gehouden in de dagen, toen overal de
+bordjes "Joden niet gewenst" aangebracht werden. Velen verklaarden zich bereid
+haar bij zich te laten onderduiken, maar Bep weigerde.
+
+Foto 16 Bep Blok, dopelinge van ds Buskes
+
+In het archief van ds. Buskes [9.16] bevinden zich haar brieven aan hem,
+helaas niet die van hem aan haar. Haar eerste brief is geschreven op zondag 16
+augustus, 1942:
+
+Na die paar haastig gewisselde woorden van drie weken geleden, wilde ik U graag
+een nadere verklaring geven. Ik ben die jodin, die na afloop van de dienst even
+bij U kwam, heet Bep Blok en ben 20 jaar.
+U had het voorstel gedaan mij te dopen; ik heb het om de volgende redenen niet
+willen doen.(...) ze zullen één ding nooit van me kunnen zeggen, n.l. dat ik me
+heb laten dopen om vrij te komen van Polen.
+Voorlopig heb ik uitstel, omdat ik onderwijzeres ben, maar ik heil oprecht van
+plan om me, zodra mijn oproep komt, te laten dopen en zo weg te gaan. Ik geloof
+niet, dat ik het recht heb me eraan te onttrekken. Alle Joden moeten, dus ik ook.
+(...)
+
+<133>
+
+Vader en moeder hebben uitstel, omdat moeder in het ziekenhuis ligt. Toch moest
+dinsdag alles klaargemaakt worden. Zo'n dag is onbeschrijfelijk. Maandagavond
+kwamen de oproepen; die nacht dus niet geslapen en dan de hele dag heen en weer
+draven om alles te hebben: alles moet genaaid en gepakt zijn.(...)
+Nu wachten we tot moeder uit het ziekenhuis komt en tot de volgende oproep
+verschijnt. Vader zei laatst: 'We wachten allemaal op een wonder, dat niet
+gebeurt.' Ik heb toen ontdekt, dat ik zelfs niet eens op dat wonder wacht.
+Is dat nu gebrek aan Godsvertrouwen?(...) Ds. Buskes, neemt U mij deze lange
+brief vooral niet kwalijk. Ik had zo graag over al deze dingen mondeling met
+U gesproken, maar ik mag niet bij U komen en omdat ik U het toch zeggen wou,
+heb ik het geschreven. Het zijn problemen die ons niet loslaten en die zo
+verschrikkelijk belangrijk zijn. Misschien mag ik U een keer komen halen op
+zondagochtend, als U naar de kerk loopt. Wilt U mij eens een keer terugschrijven,
+als U tijd hebt?
+
+Blijkbaar heeft ds. Buskes haar brief snel beantwoord, want op 31 augustus
+schreef ze hem wanneer ze op school was en wanneer vrij. Bep Blok is door
+ds. Buskes gedoopt. Ook zij kreeg de oproep voor Westerbork en ze is gegaan.
+Vanuit Westerbork stuurde ze ds. Buskes een briefkaart d.d. 21.4.'43:
+
+Wat hebt U fijn vlug teruggeschreven. Ik was heel blij met Uw brief. U zult wel
+gehoord hebben dat het hier best uit te houden is. Vader en moeder met al mijn
+vrienden zijn gisterenochtend vertrokken. Dat is beroerd. In het land waar ze
+komen hebben ze het niet slecht, dat weten we positief.(...)
+Er is hier een vrij groot aantal gedoopte Joden. Op het ogenblik is onze dominee
+Enker(...) Het is een heerlijk gevoel om je te horen toespreken met 'Gemeente
+van onze Heer Jezus Christus' en te weten dat wij er echt bijhoren.
+
+Het volgende stuk in het archief is een circulaire afkomstig van de Joodsche
+Raad voor Amsterdam - Bureau Rotterdam", gericht aan Mevrouw J.J. Buskes en
+gedateerd 26-4-1943:
+
+Wij ontvingen van de hieronder genoemde personen het telegrafisch verzoek, of U
+voor doorzending aan hen van na te melden artikelen wilt zorgdragen naar het
+DOORGANGSKAMP WESTERBORK, Post Hooghalen-Oost (Drente). (...)
+Naam: Rebekka Blok. Geboortedatum: 14-11-1921.
+Baraknummer: 72.
+
+Op 3 mei kwam er van haar een briefkaart: "Pakket ontvangen. Hartelijk dank!"
+Daarna niets meer.
+
+<134>
+
+10. EEN VERBLUFFENDE CONCLUSIE
+
+Tot nu toe betroffen de diverse commentaren de houding van de Nederlandse kerken
+in het algemeen. Maar er bleken al verschillen tussen de houding van de ene en
+die van de andere kerk. Welk beeld krijgen we, wanneer we een vergelijking gaan
+maken tussen de kerken onderling?
+Veel hangt uiteraard af van de vraag welke criteria gebruikt worden. Men zou in
+de diverse Herderlijke brieven kunnen nagaan, in hoeverre de kerken die deze
+brieven uitvaardigden reeds de z.g. substitutie-theologie ("de kerk is in de
+plaats van het Joodse volk als verbondsvolk gekomen") hadden afgezworen; naar
+ik vermoed, zou de Hervormde Kerk er dan het beste uit komen. Of men zou kunnen
+nagaan: door de leden van welke kerk zijn de meeste Joden geholpen om onder
+te duiken? Naar het oordeel van L. de Jong hebben de Gereformeerden op dit gebied
+het er - relatief - het beste afgebracht: "Er is, gelijk reeds gezegd, door
+communisten en socialisten veel hulp geboden, daarnaast (maar, naar onze indruk:
+in een iets later stadium) door Gereformeerden. (...) Wat de Gereformeerden aangaat,
+verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de bevolking
+vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers geherbergd
+hebben." [10.1]
+
+We achten het een belangrijke vraag, die bovendien aan de hand van de hier
+besproken documenten beantwoord kan worden: In hoeverre heeft een bepaalde kerk
+publiekelijk, d.w.z. door middel van voorlezing van een protest in de kerkdiensten,
+stelling genomen tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden?
+Protesten die niet werden voorgelezen, hadden weinig of geen zin: de Duitse
+instanties konden ze zonder meer aan de kant leggen. Maar de openbare afkondiging,
+in een tijd waarin krant en radio alleen bekend maakten wat de bezettende macht
+goedgekeurd had, was een geducht wapen.
+Welnu, welke van de drie grootste kerken in Nederland heeft het er op dit punt
+het best (of: het minst slecht) van afgebracht? We laten daarbij dus de andere
+- aanzienlijk kleinere - kerken buiten beschouwing, ondanks alle erkenning van
+het belang van iemand als ds. J.J. Buskes, de afgevaardigde van de Gereformeerde
+Kerken in Hersteld Verband; of van iemand als de Remonstrantse ds. F. Kleijn.
+Een protest afgekondigd in een van deze kerken bereikte immers maar betrekkelijk
+weinig kerkgangers.
+
+<136>
+
+In hfdst. 1 bleek, dat voor 1940 zowel de RK bisschoppen alsook de Gereformeerde
+synode een duidelijk standpunt hebben ingenomen tegen het lidmaatschap van de NSB.
+Vervolgens zagen we (2), hoe bij het eerste protest tegen het antisemitisme van
+de bezetter de Gereformeerde vertegenwoordiger in het Convent, prof. H.H. Kuyper,
+het liet afweten. Tengevolge van zijn houding werd dit protest in de Gereformeerde
+kerkdiensten niet afgelezen.
+In het Convent van Kerken werd Kuyper vervangen door Donner - bij de synode waren
+veel bezwaren tegen Kuypers houding ingediend.
+In het derde hoofdstuk bleken de rollen in zekere zin omgedraaid: ds. Gravemeyer
+bond in en trachtte de publieke voorlezing van het adres aan de secretarissen-
+generaal te voorkomen. Donner daarentegen liet de voorlezing van de Gereformeerde
+herderlijke brief wel doorgaan.
+Hoofdstuk 4 beschreef hoe, in een voor de Joden kritieke periode de kerken helaas
+weinig actie ondernomen hebben.
+
+Vanaf eind 1941 gingen de RK deelnemen aan de gemeenschappelijke protesten (hfdst. 5).
+De aartsbisschop had de kerkelijke maatregelen tegen leden van de NSB., nadat de
+Duitsers ons land bezet hadden, niet alleen gehandhaafd maar zelfs aangescherpt:
+ook "gewone- en sympathiserende leden van de NSB. - ja zelfs leden van nationaal-
+socialistische mantelorganisaties - werden uitgesloten van de sacramenten: geen
+doop van hun kinderen dus, uitsluiting van de communie, geen kerkelijk huwelijk
+en evenmin een kerkelijke begrafenis. Deze maatregelen werden publiekelijk - van
+de kansels - bekendgemaakt.
+Toen het aankwam op bekendmaking van het tijdens de audiëntie met Seyss-Inquart
+besprokene, was het ds. Gravemeyer die - zij het onder zware pressie - een stap
+terug deed. Het treft ons bovendien dat, bij de afwijzing van de bordjes "Verboden
+voor Joden", de Protestanten als reden het enigszins vage "omdat het is een
+verloochening van het Evangelie" aanvoerden; terwijl de bisschoppen duidelijker
+waren: "omdat die bordjes een uiting zijn van principieel antisemitisme en daar
+mogen zeker onze RK instellingen niet aan mee doen."
+
+<137>
+
+Tussen Hervormden en Gereformeerden lijkt het soms een soort stoelendans. Het
+belangrijke protest van juli 1942 werd -volgens de beslissing van de Hervormde
+Synode - in de Hervormde kerkdiensten niet afgelezen. De andere kerken - waaronder
+de Katholieke en de Gereformeerde - deden dat wel, al waren ook zij (in
+tegenstelling van wat soms beweerd wordt) wel degelijk voor de beslissing
+gesteld. De RK werden voor hun consequente houding gestraft: de Duitsers hebben
+tientallen RK-gedoopte Joden gearresteerd, gedeporteerd en vermoord.
+
+In hfdst. 7 bespraken we het scherpste protest ooit publiekelijk uitgevaardigd,
+en de oproep daaraan verbonden om niet aan onrecht mee te werken: "Om der wille
+van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend aan daden
+van onrecht, omdat men zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt." Dat
+protest werd - om allerminst overtuigende redenen - in de Gereformeerde
+kerkdiensten niet voorgelezen; zulks volgens het besluit van dr. Van Dijk en
+zijn mede-deputaten, vermoedelijk na overleg met één of meerdere leden van het
+moderamen van de synode. Later heeft de synode zich met de beslissing om het
+protest niet voor te lezen akkoord verklaard, waarbij redenen werden genoemd
+die ons evenmin overtuigden.
+De bisschoppen evenwel deden er nog een schep bovenop; ze lieten niet alleen
+het protest voorlezen maar in hun tegelijkertijd voorgelezen herderlijke brief
+verklaarden ze nog eens "met alle nadruk, dat medewerking in dezen in geweten
+ongeoorloofd is.
+
+Als ik in de een of andere kerkelijke of niet-kerkelijke kring vertel met dit
+onderzoek bezig te zijn en dan de vraag stel, welke kerk zich het beste gehouden
+heeft wat betreft het publiekelijk getuigen tegen de Jodenvervolging, dan is
+er tot nu toe nog niemand geweest die zei: "de Rooms-katholieke Kerk". Toch kan
+men, het geheel overziende, moeilijk tot een andere conclusie komen.
+De Hervormden en de Gereformeerden hebben het om de beurt laten afweten, terwijl
+in de RK kerken vanaf het moment waarop men meedeed alle verklaringen zijn
+voorgelezen. Bovendien formuleerden de bisschoppen hun afwijzing van het gehate
+bordje "Verboden voor Joden" duidelijker dan de Protestanten deden.
+
+<138>
+
+Het is algemeen bekend dat in de loop der eeuwen menigeen in de R.K. Kerk zich
+schuldig gemaakt heeft aan het doen van antisemitische uitlatingen, ja dat de
+kerk zelf betrokken was bij het vervolgen der Joden en bij het uitvaardigen van
+antisemitische wetten. We gaan daar hier niet verder op in. [10.2] Ook valt het
+buiten het bestek van dit boek, om de houding van paus Pius XII tijdens de tweede
+wereldoorlog te onderzoeken; daar is intussen een aardige bibliotheek over
+volgeschreven. Het gaat ons om de houding van de kerken in Nederland, en wel
+tijdens de tweede wereldoorlog.
+
+Welnu, we komen tot de conclusie dat de Katholieke Kerk in Nederland, wat betreft
+het publiekelijk protesteren tegen de Duitse gruweldaden jegens de Joden, zich in
+vergelijking met de andere kerken in Nederland het beste gehouden heeft.
+
+Onzes inziens mag kennis van wat er in de loop der eeuwen door de Rooms-Katholieke
+vaderen - dat waren de vaderen, ook van de Protestanten - jegens het Joodse volk
+miszegd en misdaan is, er niet toe leiden dat men zijn ogen sluit voor het goede,
+geschied tijdens de tweede wereldoorlog. Veeleer vormt het verleden de donkere
+achtergrond, waartegen het opkomen voor de Joden door de Katholieke Kerk in
+Nederland tijdens de tweede wereldoorlog des te scherper contouren krijgt.
+
+<139>
+
+DEEL II: HULP AAN JOODSE ONDERDUIKERS
+
+11. DE LO (LANDELIJKE ORGANISATIE VOOR HULP AAN ONDERDUIKERS)
+
+Voorjaar 1943 leken zowel onderdrukking als verzet - iets daarvan werd reeds
+gememoreerd in de hoofdstukken 7 en 8 - in een stroomversnelling te komen.
+Studenten dienden een "loyaliteits­verklaring" te ondertekenen; wie daartoe
+niet bereid was (de overgrote meerderheid), stond voor de keus: of naar Duitsland,
+of onderduiken. Ook de oud-militairen moesten zich melden. In mei werd
+bekendgemaakt dat alle mannen tussen de 18-35 jaar opgeroepen zouden worden
+voor de "Arbeits-Einsatz" in Duitsland. Men begon bij de jongsten. Velen uit
+deze drie categorieën doken onder. Een gedeelte hunner ging actief deelnemen
+aan het verzet.
+
+De voor mij meest schokkende gebeurtenis uit die periode staat opgetekend in
+mijn dagboek, 29 april 1943. De dames Cohen (twee zusters) waren één van de
+drie Joodse families in ons dorp. Tot op de dag van vandaag kan ik me hen
+helder voor de geest halen. De oudste, achter in de vijftig, had een rond
+gezicht; knap, grijs haar. De jongste zal achter in de veertig geweest zijn;
+haar gezicht was ovaal. Het was voor iedereen te zien dat ze sterk aan elkaar
+gehecht waren. Al was er weinig contact tussen hen en ons, we kenden elkaar.
+Ze waren ondergedoken. Bij wie? Ik weet het niet meer. Maar diegenen die hen
+verborgen hielden werden, toen de oorlog langer bleek te duren dan verwacht
+was, bang. Men vroeg de zusters weg te gaan. Dat hebben ze gedaan. In de nacht
+hebben ze toen bij een paar bekenden aangebeld met de vraag: "Wilt u ons in
+huis nemen?" Iedereen weigerde. Iemand hunner vertelde dat de volgende dag -
+wel met enige schaamte - bij ons in de winkel. De twee zusters zijn toen naar
+de Rijn gegaan en hebben zich verdronken. Later spoelden hun lichamen aan in
+Wageningen; ze hadden zich met een lint aan elkaar vastgebonden.
+Als de dames Cohen bij ons hadden aangebeld, zouden we ze niet hebben
+weggestuurd. Maar dat wisten ze niet, en ze zagen geen andere uitweg meer.
+Hoe afgrijselijk. Zulke dingen kwamen toen voor, in een gewoon dorp. In een
+stad als Amsterdam hadden de gruwelen een nog veel groter omvang.
+
+<143>
+
+Het kenmerkende van die tijd was de onmacht: je werd aan alle kanten ingesnoerd.
+Iedereen was verplicht een persoonsbewijs (pb) bij zich te hebben. Het was op
+een ingewikkelde manier samengesteld en dus uiterst moeilijk na te maken of te
+vervalsen. En verder kwamen onderduikers in moeilijkheden, omdat ze hun distributie-
+bescheiden niet meer op de gewone, "legale" manier op het distributiekantoor
+konden krijgen. In deze uiterst moeilijke situatie kwam juist in die tijd
+verandering: de "Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers" (afgekort: LO)
+groeide voorjaar 1943 als een wonderboom.
+Mijn broer en ik werden door een oom in Ede per telefoon uitgenodigd om bij hem
+op een theevisite - zei hij - te komen. Die "visite" vond plaats op 26 mei 1943,
+een dag nadat ik 23 jaar was geworden. Aanwezig was ds. F. Slomp, alias Frits de
+Zwerver. Hij legde (aan een vijftiental aanwezigen, denk ik) de eerste beginselen
+van de LO uit. Er dienden in iedere plaats mensen geholpen te worden om onder
+te duiken wanneer de nood aan de man kwam, ,n er moesten mensen bewogen worden
+om een onderduiker in huis te nemen. Vaak kon die onderduiker weer aan de slag
+komen in zijn eigen beroep; jongemannen die melken konden waren zeer in trek.
+De LO zorgde voor een uitwisseling van vraag en aanbod; daartoe was er allereerst
+de "districts-beurs" - voor de regio. Raakte men daar de onderduikers niet kwijt
+dat werd de aanvraag of het aanbod doorgesluisd naar de "provinciale beurs".
+Daarboven stond, de landelijke beurs", ook wel "top" genoemd.
+Aan het eind van de vergadering in Ede werden de taken verdeeld. Mijn broer Wim
+en ik zouden beginnen in Renkum dat, samen met het naburige Heelsum, onder
+Wageningen ging ressorteren. Maar Wim moest kort daarop zelf onderduiken: hij
+was in 1922 geboren en werd dat jaar al spoedig opgeroepen voor uitzending naar
+Duitsland. Hij werd plaatsvervangend districtsleider voor de LO van het district
+Gorcum en omstreken. Daar werd hij najaar 1943 gegrepen tengevolge van verraad.
+
+Het oprichten van een plaatselijke afdeling van de LO hield onder meer in dat
+je een netwerk van medewerkers ging opzetten. Gezocht diende te worden naar
+contact-personen bij de plaatselijke politie, op het gemeentehuis (persoons-
+bewijzen!) en op het distributiebureau. Verder moesten er onderduikplaatsen
+gezocht en gevonden worden; dat kon je niet alleen.
+
+<144>
+
+Bovendien was geld nodig. Na verloop van tijd werd er in de plaatselijke kerken
+(ook in de Katholieke) te Renkum regelmatig gecollecteerd voor "bijzondere noden"
+en dat geld was voor onze organisatie bestemd. In die tijd kwam ik voor het eerst
+in intensieve relatie met "andersdenkenden"; daar zijn levenslange vriendschappen
+uit voortgekomen.
+Al gauw was de LO in staat om voor voldoende (distributie-)bonkaarten te zorgen,
+dank zij gewapende overvallen gepleegd door de z.g. knokploegen op distributie-
+bureaus: de eerste (van een LO knokploeg) vond plaats op 4 juni 1943 en wel op
+het distributiekantoor te Langweer (Fr.). Als regel was een dergelijke overval
+mee voorbereid door een van de ambtenaren van het distributiekantoor, die voor
+de nodige informatie gezorgd had. Het sprak vanzelf dat deze geheime medewerker,
+evenals de andere distributie-ambtenaren, bij het begin van de overval vakkundig
+geboeid werd en een prop in de mond kreeg.
+De techniek om een persoonsbewijs te vervalsen ontwikkelde zich snel. Dank zij
+die techniek heeft, na de arrestatie van mijn broer, niemand ontdekt dat zijn
+geboortejaar 1922 is en niet, zoals het pb aangaf, 1918.
+
+Eerst was het uiterst moeilijk om onderduikplaatsen te vinden, maar gaandeweg
+ging dat beter. Eind juni 1943 kwam er een nieuwe predikant naar Renkum-Heelsum,
+ds. B.D. Smeenk (1908). Al tijdens de intreedienst sloeg hij krachtige taal uit,
+o.a. in de richting van de ook in die dienst aanwezige burgemeester, eveneens
+Gereformeerd: "overheidsdienaren dienden goed te bedenken welke de wettige
+overheid was en ze konden beter aftreden dan hand- en spandiensten te verlenen
+bij het plegen van daden van onrecht." Achteraf denk ik: misschien was ds. Smeenk
+geïnspireerd door het Protest (febr. 1943), dat niet in de Gereformeerde diensten
+afgelezen maar wel naar de kerkenraden gezonden was. Ofschoon ds. Smeenk niet een
+man was die aanmoediging van de synode nodig had om tot verzet te komen.
+Helaas: de burgemeester kreeg de gelegenheid een woord van welkom te richten tot
+de nieuw-bevestigde predikant, en hij maakte van die gelegenheid gebruik om te
+proberen zijn eigen straatje schoon te vegen: "sommigen zouden willen dat je gaat,
+maar anderen zijn juist dankbaar dat je nog gebleven bent, want zodoende kun je
+nog zoveel goeds doen". Als die man dan tenminste nog iets goeds gedaan had; maar
+hij dekte zich aan alle kanten, ofschoon ook in ons dorp Joden werden opgehaald.
+
+<145>
+
+We sidderden van afgrijzen. En dat hij dan ook nog het laatste woord had, want
+de kerkdienst liep ten einde.
+Maar nee, het laatste woord had deze burgemeester niet. Er volgde nl. nog een
+slotgebed; daarin richtte de nieuwe predikant zich natuurlijk tot de Allerhoogste,
+maar hij speelde het toch ook een beetje over de band en de hele gemeente kreeg
+via dat gebed nog eens heel duidelijk te horen welke onze houding jegens de
+bezettende macht behoorde te zijn.
+Dank zij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum
+te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van
+onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80
+(als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze. Maar de - landelijke zowel als
+plaatselijke - LO richtte zich allereerst op het helpen onderduiken van hen die
+in Duitsland moesten gaan werken, oud-militairen enz.
+Eens vertrokken twee onderofficieren die ik had verborgen, naar elders en er
+kwamen dus twee plaatsen vrij. Maar de volgende dag al bleek ds. Smeenk op mijn
+plaatsen twee Joden te hebben ondergebracht. Toen ik t.a.v. die gang van zaken
+bij hem protest aantekende, zei hij: jawel, dat doe ik als ik de kans krijg weer;
+want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel
+een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de Joden,
+want dat is verschrikkelijk." Dat moet eind 1943 of begin 1944 zijn geweest.
+
+De LO als geheel stelde het onderbrengen van Joden niet als eerste prioriteit.
+In het Gedenkboek van het verzet in LO en LKP (Landelijke knokploegen) staat:
+
+Bij het onderbrengen van Joden heeft de LO slechts een bescheiden rol gespeeld.
+In 1942, toen de Joden moesten duiken, was deze organisatie nog niet tot
+ontwikkeling gekomen. Ook leende de werkwijze der LO, gericht op de massale
+hulp aan grote groepen, zich minder voor het zeer speciale Jodenwerk. De meeste
+Joden zijn geholpen door kleine Joden-organisaties, waarin studenten prachtig
+werk verrichtten. Wel zijn vele Joden-helpers later medewerkers der LO geworden,
+werkten de J-organisaties nauw samen met de LO en heeft de LO belangrijke hulp
+aan de ondergedoken Joden verleend door de verstrekking van bonkaarten e.d. [11.1]
+
+<146>
+
+H. van Riessen, die in de top van de LO heeft gezeten, verklaarde voor de Enquête-
+commissie:
+
+Jodenwerk. Hier en daar met de LO verbonden, soms een afdeling, soms er helemaal
+los van, soms alleen maar een bonkaartencontact. Een onderduiker kon men aan de
+lopende band behandelen. U kunt zich echter voorstellen dat, wanneer het op de
+beurs om 100 onderduikers ging, waarvan 4 Joden, de Joden nooit aan de beurt kwamen.
+Het ging er op de beurs om snel zaken te doen en het was zeer moeilijk ze te
+herbergen. Bijna niemand nam ze. Wij hebben dat zelf ook begrepen en wij hebben
+toen zelf gestimuleerd het probleem van de Joden, die zoveel moeilijker op te
+bergen waren en waarvoor men ook zoveel banger was, langs een apart kanaal te
+behandelen of het over te dragen. Men moest voor dit vraagstuk iemand nemen,
+die er zelf geheel voor zorgde, zodat het geval tot zijn recht kon komen.
+Vraag: Het ging er dus eigenlijk om, dat men voor de Joden geselecteerde adressen
+zocht?
+ja, over het algemeen was de illegaliteit overladen met werk en m de LO ging
+het om massawerk, met problemen die je overvielen en waarvan je niet wist, hoe
+er uit te komen. Allerlei dingen, die men kon afschuiven, schoof men dan ook af.
+Men kon vijf a zes adressen vinden, waar men onderduikers kon plaatsen, tegen
+hoogstens één adres, waar men een jood kon plaatsen. Terwijl men zo ontzaglijk
+veel adressen nodig had voor de onderduikers-niet-Joden, begon men daar maar aan.
+Ten slotte meende men goed te doen, er naar te streven, het Jodenwerk in een apart
+kanaal te leiden. [11.2]
+
+Op die regel waren uitzonderingen. Mijn broer vertelde later dat Kees Chardon
+uit Delft naar de provinciale beurs Zuid-Holland van de LO kwam en altijd Joden
+probeerde onder te brengen; "hij ziet er absoluut niet joods uit", placht Kees
+te zeggen. Dan schrok je wel even, als de betrokkene arriveerde; aldus mijn
+broer. Kees Chardon heeft de oorlog niet overleefd. zijn zwager, Klaas van Houten,
+bracht te Wageningen veel Joden onder. Hij heeft de LO eens voorgesteld, een
+aparte afdeling op te richten die zich speciaal zou bezighouden met Jodenhulp.
+Men heeft dat van de hand gewezen als "te gevaarlijk". [11.3]
+Als ik de oorlogstijd kon overdoen, zou ik het helpen van Joden als mijn eerste
+prioriteit stellen; we weten nu, hoezeer mijn dominee van toen gelijk had: hun
+lot was onvergelijkelijk veel erger dan dat van niet-Joodse onderduikers.
+De LO heeft aan individuele Joden, en ook aan andere organisaties die zich wel
+speciaal op het helpen van Joden toelegden, belangrijke steun verleend in het
+verschaffen van bonkaarten en persoonsbewijzen. Toch, zo denk ik, had het lot
+der Joden deze organisatie meer ter harte moeten gaan.
+
+<147>
+
+De meeste (maar niet allen) van de ongeveer 15.000 medewerkers van de LO-LKP
+waren kerklid. 1100 LO-ers en 500 KP-ers kwamen om.
+
+Dit hoofdstuk lieten we ter beoordeling lezen aan de heer L. Scheepstra ("Bob"),
+die leider van de Landelijke KP was. Zijn reactie: je hebt wel gelijk, maar
+vergeet niet: iemand als ik bijv. was opgegroeid op een eiland (Schiermonnikoog);
+ik was zomer 1943 (toen de LO/LKP op grote schaal begon te opereren) nog geen
+25 jaar oud, en we hebben het al improviserend moeten leren".
+
+<148>
+
+12. DE NV EN HAAR KINDEREN
+
+Er zijn enkele organisaties geweest - veel kleiner dan de LO met zijn 15.000
+medewerkers - die zich toegelegd hebben op het helpen van Joden. Onder deze
+groepen waren er vier van enige omvang die zich speciaal bezighielden met het
+verbergen van Joodse kinderen.
+Allereerst een groep Utrechtse studenten (het "Utrechtse kindercomité") en ten
+tweede een Amsterdamse groep, van Piet Meerburg, die samenwerkte met ds. Mesdag
+en kapelaan Jansen te Sneek. De derde was de Trouw-groep (Gesina H.J. van der
+Molen, dr. J.W. van Hulst en Sandor Baracs).
+De vierde groep noemde zich de NV; inderdaad: een naamloze vennootschap. Men
+legde de nadruk op de anonimiteit - andere groepen ook uiteraard - en dat kwam
+uit in de naam. Men heeft die anonimiteit ook na de oorlog nog lange tijd in
+acht genomen en dat zal dan ook de reden ervan zijn dat L. de Jong deze groep
+niet vermeldt. Toch heeft de NV niet minder dan 250 Joodse kinderen weten te
+onttrekken aan deportatie.
+Pas 37 jaar na de tweede wereldoorlog werd de anonimiteit opgeheven. Toen
+verscheen er een boek met verhalen [12.1] en daarna een doctoraal-scriptie van
+de hand van de zoon van één van de "aandeelhouders" van de NV, Bert Jan Flim:
+De NV en haar kinderen, 1942-1945 [12.2] (we hebben veel van het volgende geput
+uit deze scriptie). En ten slotte organiseerde één van de -kinderen", Jack
+Aldewereld, in mei 1989 een grote reünie te Brunssum waar "kinderen", helpers
+en pleegfamilies elkander weer ontmoetten. Ed van Thijn, ook een "kind", sprak
+de feestrede uit.
+
+In het vervolg zal een aantal predikanten een rol spelen; ik vermeld telkens -
+behalve de naam - hun geboortejaar.
+De "oprichting" van de NV vloeide voort uit een kerkdienst: op zondag 5 juli 1942
+ging dominee Constan Sikkel (1895) voor in de Rafaëlpleinkerk te Amsterdam.
+Tot zijn gemeente behoorde de familie Braun: man, vrouw en twee kinderen van 19
+en 15 jaar oud. Zij waren na de Anschluss uit Oostenrijk gevlucht. Het waren
+Joden-christenen. Toch kregen ook de twee kinderen de gevreesde oproep om zich
+te melden.
+
+<149>
+
+Ds. Sikkel maakte tijdens de dienst een opmerking over het onheil dat de familie
+Braun getroffen had. Tot de kerkgangers behoorden de twee broers Jaap en Gerard
+Musch, toen 29 en 21 jaar oud. Na afloop van de dienst spraken ze ds. Sikkel aan
+en vroegen het adres van de familie Braun, gingen daar heen en boden de twee
+kinderen hun hulp aan om onder te duiken. Die wilden dat alleen, op voorwaarde
+dat ook hun ouders zouden onderduiken: anders zouden immers de Duitsers de
+verdwijning van de kinderen wreken op de ouders.
+Er is toen besloten dat het hele gezin zou onderduiken en zo geschiedde. De
+kinderen gingen naar Friesland, de ouders werden ondergebracht met hulp van
+een dominee in Barneveld voor wie ds. Sikkel de gebroeders Musch een introductie-
+brief had meegegeven; dat moet ds. W.L. Korfker (1883) geweest zijn.
+
+Dat was het begin. Kort daarop gingen Jaap en Gerard zich nog intensiever met
+het helpen onderduiken van Joden bezighouden. Jaaps verloofde evenwel vond
+Jodenhulp veel te gevaarlijk; waarop Jaap besloot de verloving te verbreken.
+Hij, zijn broer Gerard en diens vriend Dick Groenewegen van Wijk (evenals
+Gerard 21 jaar) waren bewogen met het lot der Joden, "een lot waarmee ze iedere
+dag geconfronteerd werden". Dat was de belangrijkste drijfveer. "Ook voelden ze
+zich als christenen verplicht te proberen zoveel mogelijk Joden uit handen van
+de Duitsers te houden". Aldus Bert Jan Flim.
+Ze gingen zich vooral toeleggen op het helpen van Joodse kinderen: die waren
+gemakkelijker dan volwassenen onder te brengen, accepteerden de autoriteit van
+hun helpers (de helpers zelf waren nog zo jong!), hadden geen persoonsbewijs nodig,
+waren het meest hulpeloos, maar vormden desondanks de toekomst van het Joodse volk.
+
+<150>
+
+Drie problemen moesten worden opgelost: hoe de kinderen uit Duitse handen te
+krijgen? Hoe de nodige onderduikplaatsen te vinden?, hoe de kinderen naar hun
+plaats van bestemming te brengen?
+Er was in Amsterdam, Plantage Middenlaan 31, een crèche die op last van de Duitsers
+ingericht was, als dependance van de Hollandse Schouwburg, het gevreesde
+concentratiepunt voor hen die gedeporteerd zouden worden. Welnu, men vond
+(zoals ook door L. de Jong beschreven) allerlei wegen om telkens kinderen de
+crèche uit te smokkelen, vaak via de nabijgelegen Hervormde kweekschool en met
+behulp van de directeur daarvan, J.W. van Hulst. Joop Woortman was de verbindings-
+schakel tussen de NV aan de ene kant, en de directrice van de crèche, mevrouw
+Pimentel, en de medewerker van de Joodse Raad Walter Susskind aan de andere kant.
+
+Foto 17. Jaap Mush (1913-1944)
+
+Wat het tweede probleem betreft: Jaap Musch (hij was chemisch analist)
+solliciteerde bij de Staatsmijnen in Heerlen en werd daar aangenomen.
+Dientengevolge zou hij zelf voorlopig niet behoeven onder te duiken om werken
+in Duitsland te ontgaan: de mijnen waren "Kriegswichtig". Gerard en Dick voegden
+zich bij hem; zij moesten wel onderduiken, maar konden dan ook voortaan al hun
+tijd aan de NV wijden.
+Jaap nam contact op met de plaatselijke Gereformeerde predikant, ds. G.J.
+Pontier (1888), die zelf ondergedoken Joden in huis verborgen hield. Flim
+vertelt: "Dominee Pontier maakte een lijst van gemeenteleden, die volgens hem
+wel genegen waren een joods kind bij hen in huis te nemen. Gewapend met die
+lijst en een introductiebrief van ds. Pontier gingen Dick en Gerard de boer op.
+Aangekomen bij zo'n adres belden zij aan en spraken de woorden: 'Ik kom van ds.
+Pontier."
+
+Dat was toch een deuropener daar. Dat bracht je in de voorkamer. Eenmaal binnen
+vertelden zij aan de mensen die daar woonden van hun ervaringen uit Amsterdam:
+hoe zij zelf hadden gezien dat mensen uit hun huizen werden gesleept en als vee
+werden weggevoerd. Dit was noodzakelijk, want veel mensen in Zuid-Limburg wisten
+in het geheel niet, wat er gaande was in Amsterdam.
+Vervolgens vroegen zij of de betrokken familie een joods kind onderdak wilde
+verschaffen. Dit was wel gebonden aan de voorwaarde dat dat kind in zijn nieuwe
+omgeving gewoon buiten kon spelen en gewoon naar school kon gaan. Tevens zou
+één van de NV-medewerkers eens per maand langskomen om erop toe te zien dat dit
+inderdaad gebeurde. [12.3]
+
+De groep van medewerkers en medewerksters groeide. Vooral de laatsten waren
+belangrijk voor het met zo weinig mogelijk risico overbrengen van de kinderen
+uit Amsterdam naar Limburg: een jonge vrouw met een kind in de trein trekt minder
+de aandacht dan idem een jongeman.
+
+<152>
+
+Vanaf zomer 1943 zorgde de LO (de hier eerder besproken Landelijke Organisatie")
+voor de broodnodige bonkaarten. Het werk breidde zich uit: ds. H. Bouma (1887)
+te Treebeek/Brunssum werd ingeschakeld; via hem kwam er een fors aantal beschikbare
+adressen bij. Volgende medewerkers waren ds. H.R. de Jong (1911) te Venlo en de
+Hervormde ds. C.R. de Jong (1911) te Rossum. In een iets later stadium kreeg men
+vaste voet in Twente: de familie Flim te Nijverdal zette zich daar in voor de NV.
+Het domineescircuit bleef daarbij belangrijk. Dat blijkt uit het volgende citaat,
+waarbij wat tussen haken staat mijn toevoeging is:
+
+Koos verscheen op het toneel met het verzoek om tachtig adressen. Herman (Flim)
+en Koos gingen direct aan het werk. De Gereformeerde predikant in Nijverdal, ds.
+(R.) Hamming (1876), verwees hen door naar zijn collega in Lemelerveld, ds. (A.J.W.)
+Vogelaar (1907), en naar een dominee in Heerde (C.J.W. Teeuwen; 1898). Vervolgens
+werden de taken verdeeld. Koos ging op een vrijdag en daarop volgende zaterdag naar
+Heerde met een introductie van ds. Hamming. Herman werkte op vrijdag Lemelerveld af.
+[12.4]
+
+Ook in de Betuwe wist men kinderen onder te brengen. Pas onlangs ontdekte ik dat
+ook het Joodse meisje dat tijdens de oorlog bij mijn tante in Leerdam verbleef
+een "kind van de NV" was.
+Al deze kinderen "moesten gewoon opgroeien in een pleeggezin, naar school gaan,
+buiten spelen, kortom, alles doen wat een "gewoon" kind gewend was om te doen.
+Alleen onder deze voorwaarden werden de kinderen geplaatst", aldus Flim. 's Zondags
+gingen ze dus ook met het gezin mee naar de kerk, en ze hoorden "thuis" het
+dagelijks gebed en het lezen uit de bijbel aan. Voorts gingen ze ongetwijfeld
+naar "de school met de Bijbel' en, als ze de leeftijd daarvoor hadden, samen met
+de andere opgroeiende kinderen van het gezin naar de catechisatie: het kerkelijk
+onderricht bestemd voor de jeugd vanaf 12 jaar op een avond in de week. Dat
+behoorde bij het leefpatroon en indien men daarvan wat betreft "een Rotterdams
+pleegkind" (de bewering die naar buiten gebruikt werd en die, tengevolge van
+het bombardement van Rotterdam, moeilijk te controleren was) afweek, kon daardoor
+ongewenste aandacht opgeroepen worden.
+Als er gevaar dreigde, moest een kind naar een ander adres gebracht worden. Ook
+om persoonlijke redenen (angst van de pleegouders bijv.) kon overplaatsing
+noodzakelijk worden. Misschien kwam het kind in kwestie dan terecht in een
+gezin met heel andere opvattingen dan die van het vorige. Geleidelijk aan werden
+namelijk ook plaatsen in RK gezinnen gevonden.
+Ed van Thijn vertelde:
+
+<153>
+
+Ik wisselde ook regelmatig van godsdienst. De ene keer zat ik in een streng
+gereformeerd gezin. De andere keer bij een katholieke familie. (Daar bad hij
+dan ook vrolijk de rozenkrans mee). Je moest je onmiddellijk aanpassen, ja...
+onmiddellijk. Was ik net een beetje wegwijs in de Statenbijbel... [12.5]
+
+Zij die de NV op touw gezet hadden, deden dat voor het merendeel (niet allemaal)
+vanuit een christelijke overtuiging. Ze deden dat om levens te redden, niet om
+de kinderen tot een ander geloof over te halen. Gold dat ook wat betreft de
+pleeggezinnen? Ik denk dat men altijd, om te beginnen, een kind opnam om een
+leven te redden. Daarna heeft men soms - soms ook niet - geprobeerd het eigen
+geloof uit te dragen.
+Jack Aldewereld (al eerder genoemd) werd opgenomen door een echtpaar zonder
+kinderen. Toen na de oorlog bleek, dat zijn ouders omgekomen waren, is hij bij
+de pleegouders gebleven. Hij werd door hen gereformeerd opgevoed, maar is altijd
+vrijgelaten in zijn keuze.
+"Flip Amsterdammer" vertelt daarentegen over zijn vroegere pleegvader:
+
+Hij heeft in 1975 of 1976 contact met mij opgenomen.(...) Het is een uiterst
+openhartig gesprek geworden, omdat hij claimde dat hij mijn leven gered had,
+wat dus waar is, en ik op die grond niet van het pad van Jezus had mogen afwijken.
+Hij had dus ontdekt (...) dat ik een socialist was geworden en als godslasteraar
+op het verkeerde pad was gegaan en hij vroeg mij op grond ervan dat hij mijn
+leven gered had, terug te keren tot het ware geloof. Dat was een uiterst pijnlijke
+toestand.[12.6]
+
+Ds. Pontier hield, zoals al eerder even aangestipt, in zijn huis Joden verborgen,
+een familie van strikt orthodoxe opvattingen. Een van de zoons kreeg van ds. Pontier
+een nieuw testament. Aan de andere kant werd er voor de onderduikers, die een
+eigen gedeelte van het huis tot hun beschikking hadden en daar hun gebeden konden
+verrichten, zo lang het mogelijk was kosjer gekookt. [12.71] Zo combineerde het
+echtpaar Pontier blijkbaar de bereidheid om de overtuiging van de ander te
+respecteren met het verlangen om eigen geloofsgoed aan die ander over te dragen.
+
+<154>
+
+Van de 250 kinderen die door de NV ondergebracht werden is er zelfs niet één in
+de handen van de Duitsers gevallen. Maar september 1944 werd een inval gedaan -
+min of meer bij toeval - in een landhuisje bij Nijverdal, waar Jaap Musch verbleef
+met vier Joodse kinderen. Jaap vluchtte niet, om de kinderen de kans te geven weg
+te komen en dat is hun gelukt. Hijzelf werd weggevoerd, zwaar gemarteld en - toen
+hij desondanks niets losliet - in de nacht van 9 op 10 september vermoord.
+Ook Joop Woortman is omgebracht, in Bergen Belsen. Ds. H.R. de Jong moest
+(maart 1944) onderduiken na een overval van de SD op de pastorie in Venlo. Hij
+raakte toen nog dieper betrokken bij het werk voor de LO en "Trouw". januari
+1945 werd hij gevangen genomen en op 12 februari 1945 vermoord, nog geen 34 jaar
+oud. Alle andere medewerkers van de NV hebben de oorlog overleefd.
+
+<155>
+
+13. DRIE ERVARINGEN
+
+a. Ader
+
+Het verhaal van mevrouw J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm,
+[13.1] beleefde de ene herdruk na de andere en dat is geen wonder: het verhaal
+vertelt op boeiende wijze hoe mensen ondanks hun angst - kwamen tot het helpen
+van Joden.
+Ds. B.J. Ader was Hervormd predikant te Nieuw-Beerta. Zijn vrouw had een Joodse
+vriendin in Amsterdam en die schreef haar: "Kan ik niet een tijdje bij jullie
+logeren? Ik ben in grote nood". Toen mevrouw Ader deze brief aan haar man liet
+lezen, was die juist in een pessimistische bui en zei: "Daar heb je 't al....
+ik eindig mijn leven nog in een concentratiekamp" (91). Maar de vriendin mocht
+wel komen, en na haar vele anderen. Over de twee honderd werden ondergebracht.
+Verraad noodzaakte ds. Ader onder te duiken. Op korte termijn moesten toen dus
+ook alle Joodse gasten van de pastorie elders worden ondergebracht. Mevrouw Ader
+bleef.
+Toen de overval kwam waren de vogels gevlogen, maar mevrouw Ader werd - ofschoon
+in verwachting - meegenomen, evenals de hulp in de huishouding. Mevrouw Ader werd
+verhoord door een inspecteur van politie die N.S.B.-er was. Tijdens een van de
+verhoren zei ze: "U sprak gisteren over christen-zijn. Dat houdt in, dat volgens
+onze overtuiging we bereid zouden moeten zijn om een mens die in nood is, te
+helpen - wie het ook is. En als er daarom iemand bij ons kwam die vervolgd werd,
+en in levensgevaar verkeerde en ons vroeg om bescherming, dan zouden we hem of
+haar die geven, ten koste van onze eigen veiligheid" (25l).
+Geen woord in de geest van: "we moeten hun zielen redden".
+Maar van de bij hen ondergedokenen werden twee meisjes later gegrepen en naar
+Westerbork gevoerd. Van daaruit vroegen ze vlak vóór hun deportatie naar Polen
+- om bijbeltjes en die zijn toen aan hen gestuurd.
+Mevrouw Ader werd kort daarop losgelaten, maar moest de pastorie uit; die werd
+leeggeplunderd. Ds. Ader had zomer 1944, toen de geallieerden in Frankrijk snel
+oprukten, het plan beraamd om - bij de nadering der bevrijders - het kamp Westerbork
+te overvallen en de gevangenen te bevrijden. Twee gedeserteerde Duitse soldaten
+hadden hem daartoe hun uniformen gegeven. Het plan werd verraden. De twee Duitsers
+zijn onmiddellijk terechtgesteld.
+
+<156>
+
+foto 18 a + b ds B.J. Ader en zijn vrouw J.A. Ader-Appels
+
+Ds. Ader werd op 23 juli 1944 gevangengenomen. Tijdens zijn gevangenschap schreef
+hij enkele aangrijpende gedichten. [13.2] Op 20 november 1944 werd hij in de
+bossen bij Veenendaal gefusilleerd.
+
+b. Dobschiner
+
+Mevrouw Ader toonde nergens de behoefte om aan anderen haar geloof op te dringen,
+maar de verzetshouding en de daden van haar man en haar hebben ongetwijfeld grote
+indruk gemaakt op hen die ze verborgen. Dat blijkt ook uit het boek van Johanna-
+Ruth Dobschiner [13.3], die geruime tijd bij het echtpaar Ader ondergedoken is
+geweest.
+
+<157>
+
+Zij wilde, strikt orthodox-joods opgevoed als ze was, de Joodse spijswetten zoveel
+mogelijk blijven naleven en zag daarom af van het eten van vlees. Het feit dat ze
+in een domineesgezin verbleef joeg haar angst aan: Ik had gehoord van nonnen, die
+Joodse kinderen stalen om ze te redden uit de handen van de vijand. Dan werden zij
+in de kloosters verborgen en later gedoopt. (...) Was mijn bezorgdheid ook maar
+enigszins gegrond? Nog maar enkele ogenblikken geleden had ik Domie (Groningse
+afkorting voor dominee; JMS) bewonderd om zijn zuiverheid, zijn eerlijkheid. Nee,
+hij kon daar niet bij horen. Hij was geen non of priester. Hij was een gewoon mens,
+nee, een buitengewoon mens. Ik zou hem vertrouwen, zelfs al was hij een dominee"(134).
+Toen de overval dreigde en alle onderduikers naar een andere schuilplaats moesten
+worden overgebracht, zat iedereen in spanning te wachten op het moment waarop er
+iemand zou komen om hen af te halen. Mevrouw Ader ging aan de piano zitten; zij
+speelde haar eigen kerkliederen. Haar twee neefs (ondergedoken studenten) zongen
+mee. "Wij meisjes luisterden en een paar van ons volgden de woorden in het
+gezangenboekje". De schrijfster vertelt dan hoe zij "Frans" (haar onderduik-naam),
+wel zin had om mee te zingen, maar "Welk een vriend is onze Jezus", dat ging
+natuurlijk niet; dus ze zong: "Welk een vriend is onze Mozes" (173).
+
+Foto 19: Johanna Ruth Dobschiner als verpleegster op 17 jarige leeftijd
+
+<158>
+
+Tenslotte vond "Frans" een nieuwe schuilplaats in Limburg waar ze, najaar 1944,
+door de Amerikanen bevrijd werd. "Toen ik bijna zes weken naar de dorpskerk was
+geweest, vond ik, dat de tijd gekomen was lid te worden. Ik maakte een afspraak
+met de predikant voor een gesprek." Eerst vonden hij en zijn kerkenraad het maar
+vreemd (ze had niet eens catechisatie gehad!), maar tenslotte hadden ze geen
+bezwaar: ze deed reeds de daarop volgende zondag belijdenis, en werd gedoopt.
+
+c. Houwaart
+
+Totaal anders ' waren de levensloop en ervaringen van Dick Houwaart, zoals hij
+die beschrijft in Verduisterde bevrijding. [13.4] Formeel gezien hoort hij
+in dit hoofdstuk niet thuis, want hij is nooit ondergedoken geweest in de
+letterlijke - wel in de figuurlijke zin. Die ervaring beschrijft hij als volgt:
+"De Jood, die de christelijke glans gebruikte om zijn Jood-zijn te verbergen".
+Houwaart vervolgt dan: "Het is de omgekeerde weg van de jodin, die een boek
+schreef over haar overgang naar het christendom in oorlogstijd. Een Anneke
+Beekman in pais en vree. Maar hoe kan een overgang in oorlogstijd ooit een
+vrijwillige zaak zijn? Hoe kan een mens vrijwillig besluiten christen te worden,
+als zijn leven wordt bedreigd? Als zijn ontvangers hem voorhouden dat het kruis
+hem zal redden. Wie zal de peilloze angsten, de psychische druk, de ijver van de
+omgeving weerstaan, als het er om gaat het vege lijf te redden?" Aldus Houwaart.
+We menen dat, als Houwaart op het hierboven genoemde boek doelde, hij het niet
+voldoende grondig gelezen heeft en onnauwkeurig weergeeft; zo vond "de overgang
+naar het christendom in oorlogstijd" van Johanna-Ruth Dobschiner plaats na haar
+bevrijding en vernemen we niets over "psychische druk, de ijver van de omgeving".
+
+<159>
+
+Blijkbaar is Houwaart pas later tot de ontdekking gekomen, hoezeer men bij het
+nemen van belangrijke beslissingen geleid kan worden door angst: "Hoe onwaarachtig
+was mijn gedwongen doop in de roomse kerk.(...) Het was pure angst. Het was de
+doodsangst van een moeder voor haar kinderen en zichzelf. Nog was zij niet aan de
+beurt, maar zij wist met een Joodse zekerheid dat haar dag en die van haar kinderen
+zou komen. Daarom zocht zij de tijdelijke veiligheid van de roomse kerk" (19-20).
+Gedoopt in de Rooms-Katholieke, maar later overgegaan naar een Protestantse - naar
+ik vermoed de NH - kerk: "Het protestantisme overspoelde mij als een lauwe golf
+veiligheid" (66). Behoefte aan veiligheid en daarom "oorlogs-christen" geworden
+en enige tijd gebleven. Houwaart verwijt dat niet zijn moeder aan wie hij zijn
+boek opdraagt, wel zichzelf.
+In gedachten voert hij een gesprek met een omgekomen familielid waarin hem "verraad"
+verweten wordt (36). En later bekent hij: Ik heb al verteld, dat ik duizenden malen
+nee zei tegen het Jood-zijn. Ik aarzelde om het te zeggen. Omdat ik bang was. Ik
+wilde mij verbergen voor de bordjes ('Verboden voor Joden'). Voor de razzia's.
+Voor het halen"(50).
+In 1973 keerde Houwaart terug tot het Jodendom. Hij had afgerekend met zijn "oorlogs-
+christen" zijn.
+
+<160>
+
+14 WAAROM HIELP MEN Joden?
+
+a. Dominee, boer, dominee
+
+Hij was 56 jaar oud en stond al 27 jaar in zijn tweede gemeente, Heerlen. We
+hebben hem al eerder ontmoet - met zijn hulp begon de NV Joodse kinderen onder
+te brengen in Limburg: ds. G.J. Pontier. Met vrouw en 4 kinderen bewoonde hij
+een vrij klein huis. Het merendeel van zijn gemeenteleden werkte in de mijn;
+velen waren uit Friesland of Drente afkomstig. In Limburg stichtten ze een eigen
+kerk en een "school met den Bijbel". Het was een Protestants eilandje in een Rooms-
+Katholieke omgeving.
+Dicht bij hen woonde de familie Silber: man, vrouw en vier kinderen (twee andere
+kinderen hadden kans gezien te emigreren naar het toenmalige Palestina). Joden,
+gevlucht uit Polen waren het. Eerst was er nauwelijks contact tussen de twee
+gezinnen.
+Maar eens sprak ds. Pontier een van de jonge Silbers aan op straat en zei: "als
+jullie in nood komt, kom dan bij ons." Aldus de oudste dochter Pontier. [14.1]
+Al spoedig kwam inderdaad de nood aan de man: de 3 zoons werden opgeroepen. Eerst
+leek de pastorie niet meer dan twee gasten te kunnen herbergen; dus meldde zich
+een van de zoons en werd gedeporteerd. Hij heeft de oorlog desondanks overleefd.
+Mevrouw Pontier heeft er een heftig schuldgevoel over gehouden: "waarom kon hij
+er niet bij?"
+Kort daarop moesten ook de andere Silbers zich melden en zij vonden eveneens een
+schuilplaats in de pastorie. Er werd toen ruimte geschapen. De oudste dochter van
+het gezin Pontier ging iedere nacht bij de buren slapen. Het gezin Silber kreeg
+de zolder als slaapvertrek en de studeerkamer als zitkamer. "Waar maakte Uw vader
+dan zijn preken?", vroeg ik. "Beneden; daar was zijn bureau heengegaan. Dan gingen
+de schuifdeuren (van de kamer en suite) dicht en dienden de kinderen zich stil
+te houden".
+
+Het gezin Silber was orthodox-joods. Geheel op eigen terrein kon men de gebeden
+dus blijven verrichten. Een enkele keer keken de kinderen Pontier om de hoek en
+bewonderden de gebeds­mantels. Mevrouw Pontier bereidde het eten en zorgde ervoor
+dat het kosjer was, "zo lang als dat mogelijk bleek". Mevrouw Pontier was het ook,
+die op haar fiets de gemeente introk om plaatsen te zoeken voor "de kinderen van
+de NV".
+
+<161>
+
+foto 20 (Het gezin Pontier-Wartena; foto omstreeks 1938)
+
+Op 6 november 1943 kwam de SD ds. Pontier arresteren: hij had een jongeman die
+de (nationaal-socialistisch getinte) Arbeidsdienst in moest, helpen onderduiken.
+Merkwaardigerwijs hebben ze de dominee meegenomen zonder verder huiszoeking te
+doen: zo ontkwamen de Silbers. Ds. Pontier werd drie dagen vastgehouden in het
+huis van bewaring te Maastricht en toen overgebracht naar de cellenbarakken te
+Scheveningen. Op 17 mei 1944 werd hij vrijgelaten, nadat hij beloofd had, geen
+onderduikers meer te zullen helpen. Met die belofte had hij het wel een beetje
+moeilijk, maar hij heeft het toch maar beloofd want, zo dacht hij: "het is mijn
+vrouw die het meeste werk doet op dit gebied".
+Mijn laatste vraag in het gesprek met zijn dochter was: "Waarom hielp Uw vader
+de familie Silber, ofschoon hij die toch nauwelijks kende?" Het antwoord was:
+"Hij zag de Joden als het uitverkoren volk; daarom vond hij dat wij hen behoorden
+te helpen ondanks de gevaren - en daarom hadden ze bij hem een streepje voor,
+vergeleken bij andere onderduikers."
+
+<162>
+
+<163> (foto 21 van Oom Hannes - Johannes Boogaard Jr.
+
+Nu was de opvatting dat de Joden nog steeds het uitverkoren volk zijn (het
+"Verbondsvolk") in die tijd allerminst gemeengoed onder Gereformeerde predikanten.
+Eerder, zo menen we, vond men die gedachte onder gemeenteleden. Een hunner was
+Johannes Bogaard, een keuterboertje in de Haarlemmermeer. [14.2] We noemden
+hem: "oom Hannes". Zijn vader is in de oorlog omgekomen; ook een broer, ook een
+zoon. De familie was onvermoeibaar in het onderbrengen van Joden. L. de Jong
+besteedt uitvoerig aandacht aan hen en aan hun ondernemingen. [14.3]
+Toen "oom Hannes" de eerste keer bij ons aanbelde, heeft schrijver dezes hem
+niet binnengelaten, maar hem gevraagd na een half uur terug te komen. Ik vond
+hem er nl. onguur uitzien en vertrouwde hem niet. Toen hij terugkwam, zag mijn
+zuster hem en haar reactie was anders dan de mijne. Ze schreef later in haar
+dagboek: "Oom Hannes bij ons geweest. Ik kwam terug van een boodschap en zag
+hem voor de deur staan: hij had net gebeld. En meteen wist ik dat dit nu oom
+Hannes was, al had ik hem nog nooit gezien. 'Van buiten zwart, van binnen rein',
+zeggen zijn logés."
+Achteraf spijt het me dat we toen nooit met hem gepraat hebben over de vraag:
+"Waarom doet men in de oorlog de dingen die men doet?" Een van de onderduikers
+van toen wees me evenwel op een boek over het verzet in en om de Haarlemmermeer.
+Daarin vinden we:
+
+De Boogaards hebben altijd de onderdrukten en hongerenden geholpen. Na de Eerste
+Wereldoorlog hadden ze Hongaarse kinderen in huis. Nederland had altijd onderdak
+aan de Joden en andere ontheemden verstrekt. Dat hóórden we ook gewoon te doen,
+vonden de Boogaards. De voornaamste reden daarvoor vonden ze in de Bijbel: 'De Joden
+zijn Gods uitverkoren volk.' 'En de Duitsers horen hier niet', voegden ze er dan aan
+toe (75).
+
+En even verder horen we wat er gebeurde tijdens de tweede overval op de boerderij:
+"Elf mensen uit de kelder werden gepakt. (...) De oude Hannes, toen al 77, wilde de
+mensen niet laten gaan. Met de Bijbel in zijn handen bezwoer hij de politiemannen,
+dat zij de Joden niet mochten oppakken. 'Ze zijn Gods uitverkoren volk.' 'je houdt
+je smoel of je gaat ook mee', schreeuwden ze. 'Ik ga mee,' zei de oude Hannes en
+hij ging mee."(84).
+
+<164>
+
+foto 22 Ds . C. Kapteyn Dzn. (1895-1965)
+
+Een derde voorbeeld was de Amsterdamse ds. C. Kapteyn, collega van de al vaker
+genoemde ds. J. van Nes. Hij werd wegens hulp aan Joden gevangen genomen en
+verhoord door Sachbearbeiter Nagel. Deze vroeg Kapteyn, waarom hij Joden geholpen
+had bij het onderduiken.
+
+En het antwoord was, dat Christus ons dat geleerd heeft en dat deze bijzonder
+aangedrongen heeft op barmhartigheid voor de Joden. Ds. Kapteyn las uit zijn
+bijbel voor Romeinen 11:30-32.
+De heer Nagel antwoordde niets, maar liet het door ds. Kapteyn gezegde, met het
+Schriftbewijs erbij, kort in de protocollen invullen. Toen verder aan ds. Kapteyn
+gevraagd werd, waar de door hem geholpen Joden waren, zei hij, dat hij dat niet
+kon zeggen. En het tot grote verbazing van ds. Kapteyn gegeven wederwoord was:
+"Als ik op uw standpunt stond, dan vertikte ik het ook, om het te zeggen."
+En aan de typiste werd gedicteerd voor het protocol: "Wo diese Juden sind, kann
+ich nicht sagen". [14.5]
+
+<165>
+
+Het frappeert me dat de niet-kerkelijke geschiedschrijvers met geen woord reppen
+van dit motief om Joden te helpen: "Gods uitverkoren volk" of "het oude Bondsvolk"
+of een soortgelijke uitdrukking. Ook L. de Jong zegt wel: "Wat de gereformeerden
+aangaat, verdient het de aandacht dat zij die toch niet meer dan 8% van de
+bevolking vormden, uiteindelijk ongeveer een kwart van de Joodse onderduikers
+geherbergd hebben." [14.6] De vraag evenwel, wat voor dat herbergen het motief
+zou kunnen geweest zijn, wordt door hem niet behandeld.
+Een uitzondering op de regel van dit niet noemen van het "Gods volk-motief' is
+het onlangs verschenen De altruïstische persoonlijkheid - Waarom riskeerden
+gewone mannen en vrouwen kun levens om anderen te redden? Een citaat:
+
+Voor bepaalde gereformeerde helpers in Nederland hadden alle Joden een speciale
+verdienste, los van de gedragingen of eigenschappen van individuen, want die was
+hen geschonken door God zelf.
+
+Wat het Joodse volk betrof, werden wij opgevoed in een traditie waarin we geleerd
+hadden dat het Joodse volk het volk was van de Heer.
+
+De belangrijkste reden is dat we wisten dat zij het uitverkoren volk Gods zijn.
+We moesten hen redden. We vonden dat we dat moesten doen - en met die overtuiging
+riskeer je dan alles.
+
+Zoals ik u al zei, we hebben altijd van het Joodse volk gehouden omdat het Joodse
+volk Gods volk is. [14.7]
+
+Naast de specifieke ("de Joden zijn Gods volk") gold zeker niet minder ook de meer
+algemene opdracht: "Heb uw naaste lief als uzelf." De naam van het gedenkboek van
+het verzet in LO en LKP bedoelt te verwijzen naar die opdracht: "Het grote gebod."
+
+b. Angst
+
+Nu is met dit alles bepaald niet gezegd, dat een meerderheid van de Gereformeerden
+metterdaad Joden geholpen heeft. In werkelijkheid heeft slechts een (kleine)
+minderheid dat gedaan. De meerderheid liet het afweten, ook bij hen.
+Op de vraag, waarom mensen het uitdrukkelijke voorschrift van hun geloofsovertuiging
+soms (vaak!) naast zich neerlegden - terwijl "niet-gelovigen" dat gebod niet zelden
+wél vervulden", kunnen verschillende antwoorden gegeven worden. Ongetwijfeld was
+een belangrijke factor om géén Joden te helpen: de angst. Die kon men dan eventueel
+verbergen achter een min of meer aannemelijke verontschuldiging.
+
+<166>
+
+Eens vroeg ik aan iemand - eigenaar van een grote, eenzaam gelegen boerderij - een
+joods kind in huis te nemen. Zijn huisgenoten wilden wel, hij niet. Hij erkende het
+eerlijk: "ik ben bang". De man was Gereformeerd ouderling en, ofschoon ikzelf
+toentertijd allesbehalve godvruchtig was, achtte ik het gewenst hem de voor de
+hand liggende duimschroeven aan te leggen. Dus hield ik hem voor dat, naar zijn
+geloofsovertuiging, hij eens voor de rechterstoel van God verantwoording zou moeten
+afleggen van wat hij nagelaten had; ook van het geen onderdak verschaffen aan een
+joods kind. Ik vroeg hem of hij daarvoor niet banger was dan voor wat de Duitsers
+bij eventuele ontdekking hem zouden kunnen aandoen.
+Nog zie ik in gedachten het gezicht van de man voor me; hij zweette ervan. Maar
+het antwoord was: je hebt gelijk; toch durf ik niet." Het ironische van het geval
+is dat dezelfde man, aan het eind van de oorlog toen zijn dorp onder vuur lag en
+men moest evacueren, niet te bang was om terug te gaan in een poging om wat huisraad
+te redden. Dat heeft hem toen zijn leven gekost.
+Inderdaad was men soms, hoe onlogisch het klinken moge, minder bezorgd over het
+verliezen van lijf dan van goed. Na de slag bij Arnhem waren er nogal wat Engelse
+militairen ondergebracht bij burgers op de Veluwe. Men wist bij ontdekking de
+doodstraf te zullen krijgen, maar dat risico werd aanvaard. Toen evenwel bleek,
+dat de Duitsers bij ontdekking niet alleen de heer des huizes fusilleerden,
+maar ook zijn huis of boerderij verwoestten, zijn er een paar boeren geweest
+die zelden: "Dat wordt me te kras; zoek een andere plaats voor die Engelsman."
+Al eerder noemden we terloops hoe mevrouw Ader-Appels de pastorie moest verlaten
+en hoe die werd leeggeroofd, vanwege de hulp door haar en haar man verleend aan Joden.
+Zoiets was ook een harde klap, misschien harder dan we ons nu kunnen voorstellen.
+
+c. Om zielen te redden?
+
+Als een jood onderdook bij een christen, hielp de christen hem dan met de bedoeling,
+hem te winnen voor het christelijk geloof? Die vraag kwam reeds zijdelings aan
+de orde en dient hier nu uitvoeriger besproken te worden.
+
+<167>
+
+Duidelijk was de mening van een van de deelnemers aan een radio-uitzending van
+IKON [14.8] die op een desbetreffende vraag uitsprak, dat "het laten onderduiken
+soms ook een bijbedoeling had" en dat zij die lieten onderduiken dachten "dat zij
+het instrument waren in Gods hand om de Joden te confronteren met hun Messias."
+Ook verklaarde hij, dat "die diepste motivering eerder regel dan uitzondering was."
+Nadat die mening in het dagblad Trouw' samengevat was als zou "meer dan de helft
+van de christenen die Joden in hun huis deden onderduiken, dit uit bekeringsdrang"
+gedaan hebben, nuanceerde hij evenwel zijn standpunt: "algemene uitspraken zijn
+hier natuurlijk niet te doen."
+
+Krachtig wees de Hervormde emeritus-predikant G.C. Tromp (in Trouw, 15.6.1988) de
+mening als zou men Joden in huis genomen hebben om ze te "bekeren", van de hand.
+Hij sprak - als hulpprediker in de oude binnenstad van Amsterdam in de jaren
+1943-1945 - uit eigen ervaring:
+
+Mij is geen enkel geval bekend van christenen die een Joodse onderduiker wilden
+helpen 'uit bekeringsdrang'. Ik denk nu aan gezinnen die behoorden tot de
+hervormde, de gereformeerde, de christelijke gereformeerde kerken en tot de
+gereformeerde gemeente. Dat men aan onderduikers onderdak bood was vaak iets
+dat men deed - met vrees en beven; maar men dééd het, om levens te redden. Men
+deed het uit geloof zoals anderen het deden vanuit hun humanitaire overtuiging.
+
+Humoristisch (maar niet onjuist) is een andere opmerking van Tromp:
+
+Men kan ervan overtuigd zijn dat mensen die in de oorlog ondanks de struggle
+for life, een 'bekeringsdrang' in zich voelden, volop gelegenheid vonden die
+drang zonder risico uit te oefenen. Er waren tal van Nederlanders, die niet het
+christelijk geloof beleden. Men kon vrijuit met hen spreken, zonder het risico
+in een concentratiekamp terecht te komen. Daarom is het onbegrijpelijk dat er
+mensen geweest zouden zijn, die Joden in hun huis lieten onderduiken uit
+bekeringsdrang.
+
+Ds. Tromp vond dat "op deze wijze de eer en de goede naam van christenen die
+onderduikers in hun gezin opnamen, wordt aangetast", en achtte het gevaar van
+geschiedvervalsing aanwezig.
+Wij zijn, met ds. Tromp, van mening dat bekeringsdrang nimmer de reden is geweest
+om Joden als onderduikers in huis te nemen, in een tijd toen het verlenen van
+hulp aan Joden ernstig gevaar voor schade aan lijf en goed met zich mee bracht.
+
+<168>
+
+Men dient zich evenwel, ter beoordeling van de problematiek, in te denken wat
+er gebeurde wanneer een Joodse man, vrouw of kind onderdook bij een christelijk
+(laten we aannemen: een Gereformeerd) gezin. Dat was voor beide kanten een soort
+culturele schok. Zelden was het gastgezin gewend om intensief met "andersdenkenden"
+om te gaan; het was nog de tijd van de "verzuiling". Voor de gast was de schok
+nog groter.
+Het gezin had een vast patroon wat betreft de beleving van het geloof- op zondag
+ging men tweemaal naar een kerkdienst; door de week gingen de opgroeiende kinderen
+naar de catechisatie (kerkelijk onderricht) en naar de -eveneens kerkelijk
+georiënteerde - jeugdvereniging. Dat alles ging de onderduiker nog grotendeels
+voorbij; al werd er in vele gezinnen thuis nagepraat over de preek en werd er
+bij de jeugd geïnformeerd naar wat er besproken was op catechisatie of
+jeugdvereniging. Maar - tenzij men een gedeelte van het huis apart kon bewonen
+(de Silbers bij Pontier) het dagelijks huiselijk bedrijf ging de onderduiker
+allerminst voorbij. In de meeste gevallen zat hij met het gezin aan de etenstafel
+en hoorde zodoende driemaal daags lezen uit de Bijbel, en zesmaal daags een hardop
+uitgesproken gebed.
+Soms zal de onderduiker geboeid zijn geweest door de krachtige woorden waarmee
+in het gebed gevraagd werd om Gods bescherming voor de verdrukten, alsook om de
+ondergang van de verdrukkers. Maar dat werd gevraagd "in Christus' naam", en dat
+zal hem een minder behaaglijk gevoel gegeven hebben. Of, sterker, hij of zij
+voelde zich miserabel.
+Anne de Vries vertelt, in De levensroman van Johannes Post:
+
+In de boerderij staat de tafel gedekt. Spoedig dampt een warm maal op de schalen.
+De Joden scharen zich om de dis. Johannes gaat voor in gebed. Hij neemt geen blad
+voor zijn mond. Ofschoon hij gaarne de gevoelens van anderen ontziet, in zijn
+gebed moet hij oprecht en openhartig zijn. "Here, wij danken U, dat Gij ons bewaard
+hebt en dat Gij deze levens aan het woeden van de vijand hebt ontrukt. Wil deze
+vervolgden een Vader en Beschermer zijn, om Christus' wil, die ook hun Messias is,
+al erkennen ze Hem nog niet..." [14.10]
+
+Men nam - het zij nogmaals beklemtoond - Joden in huis om levens te redden, niet
+om ze te bekeren. Toch ligt het voor de hand dat, als ze eenmaal in huis waren en
+men elkaar beter ging kennen, de gedachte kon opkomen: "wat zou het fijn zijn als
+onze huisgenoot 'het heil in Christus' vindt." Men had als kind al op de catechisatie
+uit het hoofd geleerd, dat er "bij niemand anders (dan bij Jezus) enige zaligheid
+te zoeken of te vinden is" (Heidelbergse Catechismus, zondag 1l).
+
+<169>
+
+We achten een dergelijke hoop op zichzelf respectabel. Ieder, die de eigen geloofs-
+overtuiging ervaart als iets waardevols, zal het verlangen kennen om dat waardevolle
+met een ander te delen. Zowel de bereidheid om een mensenleven te redden en daarbij
+groot persoonlijk risico te lopen, als ook het verlangen om de ander tot geloof te
+brengen, kónden voortkomen uit dezelfde bron: oprechte naastenliefde.
+Bovendien, niemand was zijn leven zeker; de helper evenmin als de geholpene. Als
+alles tegenliep, en een laatste, bittere werkelijkheid aanvaard moest worden, dan
+bleek de wetenschap dat die ander - hetzij jood of niet-jood - tot geloof was gekomen,
+een geweldige troost. Dat heb ik gezien, toen onze vriend Lodewijk van Duuren -
+samen met de anderen van de z.g. Trouwgroep - augustus 1944 door de Duitsers
+gefusilleerd was en zijn ouders kort daarop zijn afscheidsbrief kregen.
+Welnu, het lag voor de hand dat, als er een onderduiker -jood of niet-jood - bij
+een meelevend-christelijk gezin ondergebracht was en hij na verloop van tijd
+belangstellende vragen naar hun geloof begon te stellen, hem dan met genoegen
+antwoord gegeven werd.
+Schrijver dezes is van mening, dat "verantwoording afleggen van de hoop die in
+ons is" (1 Petrus 3:15) geen verwerpelijke zaak behoeft te zijn, vooral indien
+men bedenkt dat Petrus erbij zei: "aan al wie u rekenschap vraagt." En indien, ten
+tweede, aanvaard wordt dat de ander eveneens het volste recht heeft om op zijn beurt
+mij te confronteren met zijn - van de mijne afwijkende - geloofsovertuiging.
+Ten derde dient bedacht te worden - en hier juist wrong soms de schoen - dat een
+uitwisseling van wederzijdse overtuigingen alleen op een zuivere manier kan
+plaatsvinden indien beide gesprekspartners op basis van gelijkheid spreken; met
+andere woorden: als niet de een over de ander macht uitoefent of zelfs maar
+probeert uit te oefenen. Men kan de ruimte van de ander op allerlei manieren
+inperken, ook door verbaal geweld of psychische druk. Terecht heeft Dick Houwaart
+op dit gevaar gewezen. Een machtspositie kan verankerd zijn in de situatie, zelfs
+op een manier waarbij de betrokkenen zich de ongelijkheid op het moment niet eens
+realiseren.
+
+<170>
+
+Een onderduiker was van het gastgezin afhankelijk voor de redding van zijn leven,
+en bovendien voor het dagelijks levensonderhoud. Van die afhankelijkheid - en de
+consequenties daarvan voor de omgang met elkaar - is zich niet iedere gastheer
+en gastvrouw bewust geweest. En dan spreken we nog niet eens over een kwalijke
+uitschieter als waarvan "Flip Amsterdammer" vertelde (zie hierboven, hfdst. 12).
+Wie een geloofsovertuiging bezit, mag die (proberen) uit (te) dragen; maar wie
+daarbij de ander niet de ruimte laat (ook de ruimte tot besliste afwijzing) en
+geen - of te weinig - besef heeft van de corrumperende invloed die macht kan
+hebben op menselijke relaties, die loopt gevaar te spreken en/ of te handelen
+op een manier die we in strijd achten met de bedoeling van het evangelie. In
+die zin zijn er ongetwijfeld fouten gemaakt.
+L. de Jong schreef: "Die 'Jodenzending' (begrijpelijk en goed bedoeld, maar,
+naar ons oordeel, onzuiver omdat zij zich op afhankelijke mensen richtte) heeft
+niet veel succes gehad". [14.11]
+Vermoedelijk ging het, in een christelijk gezin met Joodse onderduikers, nog het
+beste als de Joodse gasten orthodox waren. Dan herkende men in het geloofsgoed
+van elkaar veel van het eigene: het hele Oude Testament (Tenach); vooral de Psalmen.
+Zo vertelt Corrie ten Boom, toch een geducht evangeliste, hoe de orthodoxe Meier
+Mossel (later "Eusie" - naar Eusebius - genoemd) bij hen onderdak vond. Vader
+Ten Boom zei al gauw, na de eerste kennismaking: Ik zou het een eer vinden, als
+u ons vanavond (uit de bijbel) wilt voorlezen". En Meier ging staan, zette zijn
+gebedskapje op en las het aan de beurt zijnde hoofdstuk (uit Jeremia). En toen
+Kerstmis naderde:
+
+In. Béjé, (de Barteljorisstraat in Haarlem) moesten we niet alleen Kerstmis
+vieren, maar ook Chanoeka, het Joodse "Feest van de Lichten". Betsie vond een
+Chanoeka-kandelaar tussen de schatten die achter de kast van de eetkamer waren
+opgeborgen en zette die op de piano. Elke avond staken we een kaars aan, terwijl
+Eusie de geschiedenis van de Makkabeëen voorlas. Dan zongen we melancholieke
+woestijn-muziek. We waren op die avonden allemaal erg joods. [14.12]
+
+<171>
+
+Een bevriend echtpaar vertelde: "We woonden toen in Den Haag. De Joodse
+onderduikster die bij ons in huis kwam was orthodox. De eerste vraag die ze
+stelde was: 'Waar ligt Jeruzalem?', want in die richting wilde ze bidden. We
+hebben maar in de richting van Wateringen gewezen". Dat bidden werd gerespecteerd.
+Maar wanneer de Joodse gast niet gelovig was, nam men het recht dat toch ook hij
+of zij op eigen opvattingen had, soms minder serieus en achtte veeleer als het
+ware een vacuüm aanwezig; een gat in de markt, dat gevuld diende te worden.
+
+Dat wil nog niet zeggen, dat men zijn medemens op een agressief-getuigende manier
+tegemoet trad. Eerder was - en is - men in orthodox-protestantse kringen, waar het
+om geloofszaken gaat, geremd in het spreken.
+Als voorbeeld moge dienen de bekende "oom Hannes", de boer uit Nieuw-Vennep die
+we al eerder noemden. Hij kwam geregeld bij ons thuis en hoorde dat ik me in
+kerkelijk/godsdienstig opzicht afwijzend opstelde; dat speet hem kennelijk, maar
+hij heeft geen poging gedaan, me tot een ander inzicht te brengen. Toen hij evenwel,
+een twintig jaar later, ons in Israël bezocht, vond hij het fijn dat ik na de oorlog
+theologie was gaan studeren en predikant geworden was. Toen werd er uiteraard ook
+over het geloof gesproken; niet tijdens de oorlog.
+Niet tegen mij, evenmin tegen zijn onderduikers, zo vernam ik van een hunner. Al
+zou hij, denk ik, hen graag het geloof gegeven hebben, als hij dat gekund had. Maar
+dat kan niemand. Trouwens, hij was er niet alleen de man niet naar om te
+"evangeliseren", maar bovendien werd hij zeer in beslag genomen door het zoeken
+naar onderduikplaatsen, het voorzien in de behoeften van distributie kaarten,
+persoonsbewijzen enz.
+Zijn vader, Hannes Sr., getuigde wél: zowel tegen Joodse onderduikers alsook tegen
+de Duitsers. Het heeft hem zijn leven gekost.
+Ook iemand als N.H. de Graaf (zie hierboven: hfdst. 2, c) was ervan overtuigd, dat
+het evangelie voor alle "volkeren en rassen" bestemd is: "Want allen hebben als
+waarlijk enig levensbrood Gods erbarmen en vergeving in Jezus Christus evenzeer
+nodig; ieder mens wie hij ook is; evenals ikzelf slechts uit die genade leven
+en sterven kan."
+Men kan het met die overtuiging eens zijn of niet - dat staat ieder vrij - maar
+ook indien met het er niet mee eens is, dan nog verdienen mensen als De Graaf
+en de oude Hannes Boogaard [l4.13] mijns inziens ons respect. We achten het
+bovendien kwalijk, wanneer het "bekerings-motief" gebruikt wordt om een karikatuur-
+beeld te schetsen van wat de gastgezinnen van Joodse onderduikers bewoog om hen
+in huis te nemen.
+
+<172>
+
+DEEL III: NA DE OORLOG
+
+15. VOETANGELS EN KLEMMEN
+
+Allereerst bespreken we nu enkele factoren die van invloed kunnen zijn op Iemands
+beoordeling van de houding van kerken en christenen tijdens de tweede wereldoorlog.
+
+Het valt op dat niet alleen de historicus, maar ook - misschien mag men zeggen -
+de doorsnee-Nederlander vaak een vrij duidelijk omlijnde mening heeft over het
+onderwerp dat ons bezighoudt. Dat blijkt telkens, bijv. uit "Ingezonden brieven"
+in diverse kranten. Over het algemeen is men van oordeel dat de kerken gezwegen
+hebben, met name als het gaat om de Rooms-Katholieke Kerk. In de Inleiding noemden
+we al twee uitspraken die een aantal jaren geleden gedaan werden. Om een meer
+recente stem te laten klinken, Micha Kat schreef in de Volkskrant (19.8.1989):
+
+De katholieke kerk heeft, zonder twijfel uit angst dat ze de hele hand zouden
+pakken, nooit een vinger voor de Joden uitgestoken toen ze door de nazi's werden
+uitgeroeid; ze heeft in die periode het nazi-regime zelfs niet veroordeeld (en
+ook dat geven ze nu nog niet toe); ze heeft haar aanhang nooit opgeroepen de
+Joden bij te staan, et cetera.
+
+Voor wie weet heeft van antisemitische uitspraken en daden, in de loop der eeuwen
+bedreven door leiders der kerk, voor wie bovendien persoonlijk geleden heeft
+en/of familieleden weggevoerd zag worden naar een vernietigingskamp, is het
+uiterst moeilijk om te geloven dat niet slechts enkele "rechtvaardigen uit de
+volkeren", maar ook de kerken in Nederland, met inbegrip van de Rooms-Katholieke
+Kerk, hun stem publiekelijk verheven hebben tegen de Jodenvervolging tijdens de
+tweede wereldoorlog.
+Toch ontbreekt het, zoals we nog zullen zien, niet aan (ook Joodse) historici,
+die het protest van de kerken uitdrukkelijk genoemd hebben.
+De voetangels en klemmen op de weg naar een evenwichtige evaluatie zijn velerlei.
+Indien men zelf betrokken geweest was bij het verzet der kerken, lag het gevaar
+voor de hand dat men gemaakte fouten probeerde goed te praten.
+
+<177>
+
+Twee andere factoren die het oordeel - ook van de direct-betrokkenen - beïnvloedden,
+waren: 1e het (eventueel: hernieuwde) besef hoe erg de ramp geweest was: dat het
+om niet minder dan de sjoa ging; en 2e hun godsdienstige opvattingen.
+
+De godsdienstig meelevende Protestant beleed dat "ook onze beste werken in dit leven
+alle onvolkomen en met zonden bevlekt zijn" (Heidelbergse Catechismus, zondag 24).
+En wat er aan goeds gedaan is, dat is Gods werk in ons en door ons-, Gods genade,
+geen verdienste. Alle eer aan God!
+Een typerende uitspraak: "De hulpverlening - niet alleen in ons gezin, maar door
+veel meer Nederlandse mensen - was een geloofsdaad. Wij waren alleen werktuigen
+bij haar redding. Zoals ik het zie was het niet mijn werk - het was Gods werk".'
+Bovendien nam men, als het goed was, de radicaliteit van het Goddelijk gebod tot
+naastenliefde serieus: een christen behóórde zijn leven in te zetten voor de
+medemens.
+Gemeten naar die maatstaf heeft welhaast iedereen gefaald tijdens de tweede
+wereldoorlog. Terecht zei dr. W. Banning: "Als de kerk voor honderd procent de
+geloofsgehoorzaamheid had opgebracht, zou er geen dominee of pastoor het levend
+hebben afgebracht. [15.2]
+Zij die niet al te zeer gefaald hadden, zullen zich bovendien het bijbelwoord
+herinnerd hebben: "Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is,
+zeggen: Wij' zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan wat wij moesten doen"
+(Lucas 17: 10).
+
+Beide factoren - het hernieuwd besef hoe groot de ramp was geweest en zijn
+godsdienstige overtuiging - zullen bij ds. Buskes meegespeeld hebben toen hij
+voor het weekblad Hervormd Nederland het boek van J. Presser, Ondergang, besprak:
+"Mij werd weinig tijd gegeven, zodat ik de elfhonderd bladzijden van de twee delen
+in één ruk gelezen heb. Ik wist veel. Dat dacht ik tenminste. Toen ik diep in de
+nacht het boek uit had, wist ik, dat wij het nog op geen stukken na weten en dat
+ons volk voor het grootste gedeelte het nog helemaal niet weet. Ik was er kapot van.
+Ik voelde mij' ziek, lichamelijk en geestelijk geschonden." [15.3]
+Later in zijn artikel zegt hij dan:
+
+<178>
+
+Maar laat ik niet voortgaan. Het windt me te veel op. Ook vanwege eigen falen.
+Waarom heb ik niet feller gevochten dan ik deed voor wat ik zag als 'de heilige
+plicht' van de kerk? Waarom ben ik op alle mogelijke onwezenlijke redeneringen
+ingegaan? Waarom heb ik mij laten verleiden - ja, verleiden - tot compromissen?
+Waarom heb ik niet gezegd: zo spreekt de Heer? Het is een pijnlijke zaak, ook
+voor hen van wie men, zoals van mij, zegt dat ze zich goed hebben gehouden.
+Het gaat er immers maar om, welke maatstaf men aanlegt.
+
+"Het gaat er maar om, welke maatstaf men aanlegt. " Inderdaad.
+De maatstaf van ds. Buskes was een heel andere dan die van Abel Herzberg, toen
+hij eens tegen me zei: Ik verwijt het niemand als hij geen Joden verborgen heeft,
+want ik weet niet of ik het zelf gedurfd zou hebben".
+Sommige scribenten over de tweede wereldoorlog lijken te schrijven vanuit de eigen
+rustige en veilige studeerkamer, zonder iets te beseffen van de angst en de pijn
+van toen; zonder zelfs maar te proberen, zich in de situatie van toen te verplaatsen.
+Het moet erkend worden, dat dat een uiterst moeilijke opgaaf is.
+Zo dient men zich bijvoorbeeld te realiseren: nu weten we dingen die toen niet
+bekend waren, en wij kunnen de kennis van wat er in Auschwitz gebeurde, niet uit
+onze herinnering wissen. Toen hebben we soms iets ervan vermoed, dan weer van ons
+af gezet. De eerder (hfdst. 9, f) geciteerde brief van Bep Blok aan ds. Buskes was
+typerend voor velen: In het land waar ze komen hebben ze het niet slecht, dat weten
+we positief. " Zou ook ds. Buskes, toen hij dat las, het geloofd - of althans
+gehoopt - hebben?
+
+De Duitsers gebruikten de wapens van bedreiging ("wie onderduikt en gepakt wordt,
+gaat rechtstreeks naar Mauthausen"), verdeeldheid zaaien, en misleiding. [15.4]
+De werkelijkheid was zo afschuwelijk, dat men lange tijd er niet aan wilde. Men
+probeerde optimistisch te blijven en verdrong informatie die in strijd was met
+dat optimisme. Totdat het afweermechanisme bezweek onder druk van de feiten, en
+dan sloeg het optimisme vaak om in een verlammend pessimisme. Bijna iedereen was
+toen min of meer "manisch-depressief": het ene ogenblik op de bergtoppen, het
+volgende in een diep dal.
+"Als bleek dat het ongelooflijke echt plaatsvond, begon het allemaal noodzakelijk
+en onvermijdelijk te lijken". Aldus Michael R. Marrus. [15.5] Deze auteur en ook
+L. de Jong [15.6] leggen uit, waarom velen de binnenkomende berichten over de
+massamoord niet geloofd hebben. Een van de redenen was: men beschouwde die berichten
+als "oorlogs-propaganda tegen de Duitsers". Dat gold voor velen buiten het door
+de Duitsers bezette gebied, maar ook daarbinnen.
+
+<179>
+
+In het bezette gebied had men bovendien te kampen met de dagelijkse problemen:
+kleding-, brandstof- en voedselschaarste; voor jongemannen de keus om onder te
+duiken dan wel gedwongen in Duitsland te gaan werken. Ook diegenen die leiding
+aan de kerken dienden te geven hadden, in de persoonlijke levenssfeer, deze vragen
+onder de ogen te zien.
+Bovendien was de vervolging der Joden wel het eerste waartegen de kerken bij de
+Duitse bezetter geprotesteerd hebben, maar niet het enige. Stappen, door de kerken
+ondernomen, geven een indruk van wat er tengevolge van de bezetting aan andere
+kwesties op hen afkwam:
+
+ voorbede in de kerkdiensten voor de koningin;
+ arrestatie van predikanten;
+ muilkorving en daarna opheffing van de kerkelijke pers;
+ de jeugd moet lid worden van de Arbeidsdienst, waar ze in nationaal-
+ socialistische zin geïndoctrineerd werd;
+ vordering van kerkklokken;
+ deportatie van arbeiders naar Duitsland;
+ sluiting van het Nederlands Bijbelgenootschap;
+ alle kerkelijke conferenties verboden;
+ ter dood veroordelingen;
+ deportatie van studenten;
+ nationaal-socialistische opvoeding in christelijke scholen.
+
+Wie nu geroepen is om de situatie van toen te beoordelen, dient al deze aspecten
+te overwegen. Er is een mooie Joodse spreuk, toegeschreven aan Hillel: "veroordeel
+je naaste niet, eer je in zijn situatie komt."[15.7] Nu behoort de situatie van
+toen - gelukkig - tot de verleden tijd en, als men Hillels spreuk absoluut neemt,
+zou men niemands handelwijze van toen kunnen beoordelen en eventueel veroordelen.
+Dat is uiteraard niet de bedoeling. Maar wel menen we, dat men althans moet proberen
+zich in de situatie van toen in te leven, opdat het oordeel billijk zij.
+
+Wanneer ik, in de jaren zestig, in Israël een lezing over "de houding der kerken"
+hield, heb ik mijn gehoor wel eens uitgenodigd, zich voor te stellen dat (de hemel
+verhoede) het land Israël bezet zou zijn door een vreemde mogendheid (de Turken,
+of de Chinezen) die een groot deel van de Joodse bevolking zou wegvoeren voor het
+verrichten van dwangarbeid in het buitenland; dat het voedsel op de bon zou zijn
+enz.; maar dat het eigen leven geen gevaar liep zolang men zich maar schikte naar
+de voorschriften van de vijand. Dat een christelijke minderheid evenwel gedeporteerd
+en vernietigd werd; dat christenen die onderdoken geen distributiekaart meer
+ontvingen, dat hun identiteitskaart gestempeld werd met een grote C en dat ze een
+geel kruis op hun kleding moesten dragen om hen te isoleren van de niet-christenen.
+
+<180>
+
+Dan vroeg ik: "Zoudt U, in zo'n situatie, bereid zijn een strenge straf te riskeren
+om mijn vrouw, een van mijn kinderen of mijzelf te verbergen - ook al zien we er
+erg 'arisch' uit en ofschoon U beseft dat U gevaar loopt verraden te worden, en het
+nog grotere risico om gepakt te worden tengevolge van mensen die hun mond niet
+kunnen houden? Zou de opperrabbijn bereid zijn publiekelijk te protesteren tegen
+de anti-christelijke maatregelen, en opdracht geven om dat protest in alle synagoges
+in de diensten op vrijdagavond en op zaterdag voor te lezen?"
+
+Nogmaals: oordelen - en eventueel: veroordelen - staat ieder vrij. Maar wie bereid
+is tot een oefening als boven beschreven (die uiteraard niet alleen voor Israël
+nuttig is), heeft een betere kans dat zijn oordeel fair zal zijn.
+
+<181>
+
+16. DE BEVRIJDING; EEN ENQUETE
+
+Eindelijk capituleerde Duitsland en brak de dag van de bevrijding aan. De
+onderduikers kwamen boven water. Het gewone leven kwam weer op gang. Geleidelijk
+aan werden de verschrikkingen van de concentratiekampen in hun volle omvang bekend.
+Slechts een klein gedeelte van de weggevoerde Joden kwam terug.
+De eerste gedenkdag van de bevrijding werd op tal van plaatsen gevierd in
+oecumenische kerkdiensten. Uit het gebed, behorende tot de liturgie voor deze
+diensten, citeren we het volgende gedeelte:
+
+Met name gedenken wij de Joden, die meer dan de anderen hebben geleden, meer dan
+de anderen zijn vernederd en gesmaad. Hun gezinnen zijn meedogenloos uiteengescheurd.
+De vijand heeft getracht hen uit te roeien. Wij weten thans, dat honderd duizenden
+koelbloedig en op de wreedste wijze zijn omgebracht. Hoor, o God, hoe het bloed,
+dat in de aarde wegzonk, roept tot U in de hemel. [16.1]
+
+Al spoedig zond ds. J. van Nes een circulaire (gedateerd 1 juni 1945) aan alle
+plaatselijke Gereformeerde Kerken met het volgende verzoek:
+
+Gij zoudt ons bijzonder verplichten, als gij een opgave zoudt kunnen doen van
+het aantal Joden, dat ten Uwent ondergedoken is geweest, en ook van het aantal
+Gereformeerden, waar aan Joodse personen onderdak werd verleend of waar Joodse
+kinderen werden opgenomen.
+En dan is 't voor ons van het grootste belang te weten, of er ook bijzondere
+geestelijke contacten zijn gelegd tussen Joden en Gereformeerden ten Uwent
+tijdens de oorlogsjaren. Voor alles, wat gij ons over de Joden en de Joden-
+zending kunt meedelen, en ook het verkeer tussen Joden en (Gereformeerde)
+Christenen, zullen wij U zeer dankbaar zijn.
+Wij willen trachten, de gegevens daarover in 't hele land te verzamelen. Wij
+houden ons aanbevolen voor een lijst van de adressen der Joden in Uwe gemeente,
+want gij begrijpt wel, dat ons Joodse adressen materiaal geheel verouderd is.
+[16.2]
+
+<182>
+
+Op dit verzoek kwamen veel antwoorden binnen. Men vindt ze, getypt op niet minder
+dan 222 vellen, in het archief. [16.3138] Elk vel bevat een aantal antwoorden.
+Sommige verslagen over de relatie met de voormalige onderduikers (naar mijn
+schatting: verreweg de meeste) waren positief. Zo schreef iemand: "Mevr. R. was
+een flinke, eerlijke huisgenote die steeds met genoegen is 'opgeborgen'. Tussen
+haar en de familie T. is een hechte vriendschap gegroeid" (vel no. 16).
+
+Nu werd er in de eerder genoemde IKON radio-uitzending op 4 mei 1988 gezegd:
+
+De antwoorden, uit tientallen gemeentes over meer dan 1000 Joden, zijn onthutsend
+te noemen. Joden die gedurende hun onderduiktijd geen interesse hadden getoond
+voor het evangelie, worden afgeschilderd als lui, slecht, dom, halsstarrig.
+
+Bij navraag bleek me evenwel uit informatie, verstrekt door de samenstellers
+van het betreffende programma, dat het niet om één, maar om verschillende brieven
+ging waaruit men de woorden gehaald en daarna gecombineerd had tot één zin. Zelf
+ben Ik erin geslaagd om een brief te vinden waarin het woord "halsstarrig"
+inderdaad voorkwam. De andere woorden heb ik niet gevonden, maar ik zocht dan ook
+naar een combinatie van de vier genoemde woorden.
+Het komt me voor dat de combinatie suggestief is en een cumulatief effect heeft.
+Ook is allerminst duidelijk, of -afgezien van "halsstarrig" - de woorden "lui,
+slecht en dom" iets te maken hadden met het al of niet interesse tonen voor het
+evangelie, zoals gesuggereerd werd.
+In de uitzending werd in vervolg hierop gezegd:
+
+Ik denk: de Duitse propaganda had uiteindelijk toch zijn werk gedaan; het Duitse
+vergif, het antisemitisme, dat na de oorlog in heviger mate aanwezig was dan voor
+de oorlog.
+
+Naar mijn mening doet men met het trekken van deze conclusie de betrokkenen onrecht.
+Men had - behalve het reeds genoemde - immers dienen te overwegen dat het, na een
+moeilijke periode van - in veel gevallen - samenleven met te veel personen in een
+beperkte ruimte, waarbij het gevaar bij ontdekking ernstige gevolgen zou hebben
+vooral voor de onderduiker(s), maar toch ook voor het gastgezin, te verwachten
+was dat er af en toe spanningen en irritaties zouden optreden en wel aan beide kanten.
+Op grond van diverse positieve reacties op de circulaire van ds. Van Nes zou men
+overigens ook een artikel kunnen schrijven (of een radio-uitzending kunnen
+samenstellen) met als titel:
+
+<183>
+
+"Vriendschap tussen Gereformeerden en Joden, dankzij de onderduik."
+Daarmee wil niet beweerd zijn, dat er géén antisemitisme bij Gereformeerden voorkwam
+of voorkomt. Slechts zijn we van oordeel, dat het in de betreffende IKON-uitzending
+niet is aangetoond. Daar komt dan nog bij, dat de betrokkenen veel op het spel gezet
+hadden met het verbergen van hun Joodse medemens. Dat wil nog niet zeggen dat zij
+immuun waren voor de bacil van het antisemitisme. Wel betekent het, dat men bij het
+trekken van conclusies jegens hen extra zorgvuldig had dienen te zijn.
+
+Een totaal andere vraag (niet in de IKON-uitzending besproken) is, of het houden
+van deze enquête correct was jegens degenen omtrent wie men de gegevens verzamelde.
+We achten het incorrect dat informatie gevraagd en verstrekt werd over mensen die -
+in een noodsituatie - afhankelijk waren geweest van anderen. We beschouwen deze
+handelwijze - afgezien van de vraag of de verstrekte gegevens juist dan wel onjuist
+waren - een inbreuk op de privacy waarop ieder mens recht heeft, en als zodanig te
+betreuren.
+
+<184>
+
+17. GESCHIEDSCHRIJVERS ONDER VUUR
+
+Na de oorlog verscheen al spoedig (in 1946) het bekende werk van H.C. Touw,
+Het verzet der Hervormde Kerk (in twee delen). Het werk van Touw blijft onmisbaar
+voor ieder die zich een oordeel wil vormen over de houding van de Hervormde Kerk
+tijdens de tweede wereldoorlog. Toch oogstte zijn boek - behalve waardering - ook
+forse kritiek.
+
+Daar was allereerst ds. J.J. Buskes, die aan Het verzet der Hervormde Kerk twee
+artikelen wijdde; het eerste was waarderend, maar het tweede bevatte "enkele
+kritische kanttekeningen" (In de Waagschaal, 5 september 1947).
+Zoals hij gewend was, wond ds. Buskes er geen doekjes om. Zo schreef hij over
+het besluit van de Hervormde Synode om het telegram van protest tegen de Joden-
+deportaties niet voor te lezen: "Ds. Touw, die bezwaren heeft tegen het Synode-
+besluit, tracht het toch zo veel mogelijk goed te praten en te verdedigen."
+Ook wees ds. Buskes erop, dat prof. W.J. Aalders op de vergadering van het Convent
+al tegen voorlezing van het telegram was, maar omdat alle anderen vóór waren,
+"legde de Synode er zich bij neer, maar niet van harte. Toen kwam het verzoek
+van Seyss-Inquart (om niet af te lezen) en willigde de Synode dit verzoek in."
+Bovendien werd in de officiële mededeling over het niet-voorlezen van het telegram
+die de Synode aan de predikanten zond, over het in gevaar brengen van de Joden-
+Christenen niet gesproken. Aldus ds. Buskes.
+
+Ook H.M. van Randwijk had het een en ander af te dingen op de weergave van ds.
+Touw. Hij deed dat in een brief aan deze (13 februari 1950), naar aanleiding van
+Touws artikel geschreven voor Onderdrukking en Verzet over "Het verzet der
+Hervormde Kerk". Touw accepteerde de door Van Randwijk voorgestelde correcties.
+Wanneer Touws weergave in het artikel afwijkt van die in zijn eerdere boek,
+verdient de weergave van het artikel dus de voorkeur (zie ook hierboven: hfdst.
+4, noot 1).
+
+<185>
+
+Pas in 1949 verscheen: Opdat wij niet vergeten - De bijdrage van de Gereformeerde
+Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het Nationaal-Socialisme
+en de Duitse tyrannie. Uit de inleiding blijkt dat eerst anderen de opdracht
+gekregen hadden, "maar tot hun leedwezen om velerlei oorzaak geen gelegenheid
+vonden deze arbeid aan te vangen en derhalve van de hun opgedragen taak moesten
+ontheven worden. " Daarop had ds. Th. Delleman, studentenpredikant te Groningen,
+de synodale opdracht aanvaard en daaraan "met bekwame spoed" uitvoering gegeven.
+
+Ds. Delleman heeft de hulp verkregen van 16 medewerkers. Hoofdstuk IV ("Het Kerkelijk
+Verzet") is geschreven door hemzelf, mr. dr. J. Donner, dr. J.J.C. van Dijk en
+dr. A.A.L. Rutgers; de laatste drie hadden de Gereformeerde Kerken vertegenwoordigd
+in het lnterkerkelijk Convent/I.K.O. In dit hoofdstuk worden de reacties van de kerken
+op de anti-Joodse maatregelen slechts summier behandeld. Telkens wordt verwezen naar
+hoofdstuk V: "Het Jodendom en de Kerk in bezettingstijd". Dit hoofdstuk is geschreven
+door ds. J. van Nes, toenmaals predikant te 's Gravenhage voor de zending onder
+de Joden. Vanaf 1916 tot aan zijn dood in 1949 heeft hij deze speciale opdracht gehad.
+Ds. Van Nes is nooit predikant van een gemeente geweest.
+We weten niet, waarom men juist hem verzocht heeft dit hoofdstuk te schrijven.
+Hij was, in tegenstelling tot de zojuist genoemde drie Gereformeerde vertegen-
+woordigers in het I.K.O., wat het verzet der kerken betreft figurant geweest.
+De protesten tegen de Jodenvervolging waren door anderen opgesteld. Ook de
+moeizame onderhandelingen met de Duitsers - waarbij de vertegenwoordigers van
+de kerken het risico liepen, gevangen genomen te worden - waren door anderen
+gevoerd. Ook de vraag of men een protest al dan niet publiekelijk zou afkondigen,
+werd beslist geheel buiten ds. Van Nes om. Wel had ds. Van Nes de namen ontvangen
+van hen die als Christen-Joden golden en voor wie men op die grond vrijstelling
+van deportatie vroeg.
+We weten evenmin of er iemand - hetzij ds. Delleman, hetzij iemand anders - kritisch
+naar de bijdrage van ds. Van Nes gekeken heeft, alvorens deze geplaatst werd.
+
+In zijn bijdrage schreef ds. Van Nes uitvoerig over de protesten tegen de Joden-
+vervolging, de bordjes "Verboden voor Joden" enz.
+
+<186>
+
+Toch krijgt men bij het lezen van hoofdstuk V telkens de indruk, dat men een rapport
+over de zending onder de Joden leest. De auteur gebruikt als bron dan ook veelvuldig
+de drie-maandelijkse rapporten die hijzelf bij Deputaten voor de zending onder de
+Joden had ingeleverd.
+We memoreerden al eerder (hfdst. 9, b) dat, toen de Duitsers de uitzonderings-
+bepalingen voor de Joden-Christenen iets verruimden, ds. Van Nes in zijn rapport
+(9 september 1942) schreef: "Hoe is daardoor onder de Joden een getuigenis uitgegaan,
+dat Christus de zijnen beschut. " Deze woorden maken deel uit van een citaat dat
+uiterst triomfantelijk van toon is. Dat hele citaat nam hij uit zijn rapport aan
+deputaten over in hoofdstuk V van "Delleman".
+Maar even verder in datzelfde hoofdstuk moest hij, in het vervolg van zijn verhaal,
+berichten:
+
+Groot is de teleurstelling geweest, die op de uitreiking der "Angehörigkeits"-
+verklaringen gevolgd is. De Duitsers toch hebben hun gegeven woord verbroken, en
+vele Joodse personen, die zich zo verheugd hadden over de ontvangen verklaring der
+kerk, die meenden daardoor gevrijwaard te zijn voor deportatie, werden opgeroepen
+en weggevoerd, eerst naar Vught of Westerbork en later zelfs verderop, naar het
+Oosten van Europa.(...) En alle pogingen, die aangewend werden, om te komen tot
+eenheid van handelen en tot rechtvaardige handhaving van de gemaakte bepalingen
+bleken vruchteloos. Slechts bij uitzondering gelukte het, reeds weggevoerden nog
+terug te doen keren. [17.1]
+
+Blijkbaar heeft ds. Van Nes zich niet afgevraagd, of de eerste hierboven geciteerde
+uitspraak heroverwogen diende te worden in het licht van latere ontwikkelingen als
+beschreven in de tweede uitspraak.
+Daarbij laten we dan nog de vraag maar onbeantwoord, of de boven geciteerde zin
+("...dat Christus de zijnen beschut", in verband met de Duitse "concessies") wél
+te handhaven ware geweest indien de Duitsers -hun gegeven woord" niet verbroken hadden.
+
+Later is er kritiek gekomen op diverse uitspraken van ds. Van Nes; daar kunnen
+we inkomen. Zo kunnen we ons indenken, dat men bezwaar maakt tegen de stelligheid
+waarmee ds. Van Nes bepaalde standpunten poneerde, bijv. dat de "heiligheden van
+het Koninkrijk Gods" hooggehouden moesten worden, nl. door alleen een
+"Angehörigkeits"-verklaring af te geven aan die Joden die er "recht" op hadden.
+
+<187>
+
+Nu waren er inderdaad (zoals reeds uiteengezet in hfdst. 9) gegronde redenen om
+geen onjuiste verklaringen af te geven. Maar bij ds. Van Nes krijgen we de indruk,
+dat hij meer oog had voor "de heiligheden van het Koninkrijk" dan voor de nood
+waarin zij die om een verklaring vroegen verkeerden.
+Opnieuw ergert men zich - en, zo menen we, terecht - aan de volgende van een
+zekere voldoening getuigende opmerking: "De vaak maar heel vluchtige kennismaking
+met het Evangelie, het op reis meegegeven bijbeltje, de hartelijkheid en het
+medeleven in de uren van de diepste nood, dat alles heeft op velen indruk gemaakt
+en sporen nagelaten." [17.2]
+"Op reis" betekende deportatie. Hoe vaak heeft men "zielen" willen redden en geen
+of te weinig oog gehad voor de noodzaak om levens te redden? Men gaf een bijbeltje
+mee, maar heeft men ook hulp om onder te duiken aangeboden?
+In de al genoemde IKON radio-uitzending werden diverse citaten uit het door ds.
+Van Nes geschreven hoofdstuk voorgelezen, op zalvende toon.
+
+We zien dan, zowel in de IKON radio-uitzending als in de scriptie van A.A. Bekker,
+dat de kritiek zich niet alleen richt tegen de opvattingen van ds. Van Nes, maar
+ook tegen de houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen.
+De IKON-uitzending begon als volgt: Joden-zending leidde onbedoeld tot Joden-
+vernietiging. Toen (de kerken) de lijsten (van Joden die kerklid waren)
+overhandigden, speelden de Duitsers perfect in op de bekeringsijver van de kerken."
+Voorts wordt dan de kerken - met name de Gereformeerde -verweten: Joden die zich
+tot de kerken wendden met het verzoek alsnog gedoopt te worden om zodoende op de
+lijsten (van Joodse kerkleden) terecht te komen, vonden, op een enkele uitzondering
+na, de kerkdeur gesloten".
+Toch dient men o.i. op dit punt ds. Van Nes gelijk te geven: "Waar doop in de
+tegenwoordige tijd, doordat 1 januari 1941 de 'fatale datum' is, niet bijzonder
+beschermt, daar is er geen enkele uitwendige reden ook, die dringt tot haasten".
+[17.3]
+
+Vervolgens wordt in de IKON-uitzending beweerd dat "de lijsten een omgekeerd
+effect" hadden en een gevaarlijke illusie" waren.
+
+<188>
+
+Het eerder hier door ons gememoreerde verwijt in de IKON-uitzending, dat de kerken
+de toelating tot de doop te moeilijk maakten (en te weinig scheutig waren met het
+verstrekken van de verklaring dat iemand lid van de kerk was), lijkt ons op gespannen
+voet te staan met dit tweede punt van kritiek: men kan de kerken moeilijk verwijten
+niet voldoende scheutig te zijn geweest met het verstrekken van lidmaatschaps-
+verklaringen, indien die nu juist niet hielpen maar veeleer het gevaar vergrootten.
+Het "omgekeerde effect" van de lijsten baseerden de samenstellers van het IKON-
+programma op het feit dat velen, vooral zij die tot de categorieën 3 en 4
+(Kerkelijk onderricht volgend en/of kerkdiensten bezoekend) behoorden, desondanks
+gedeporteerd zijn.
+Maar de kerken probeerden de mazen van het net waarmee men de Joden wilde vangen
+te verwijden om zo de kans op redding te vergroten. Daarom gingen ze óók als
+kerklid beschouwen wie in normale tijden niet als zodanig beschouwd werd.
+Het waren evenwel geen normale tijden; er stonden mensenlevens op het spel,
+dus ging men niet-formalistisch te werk en verruimde de kerkelijke regels.
+Met weinig succes, helaas. Maar als men dit niet geprobeerd had, was er onzes
+inziens juist reden tot scherpe kritiek geweest.
+Toch kwamen de samenstellers van de IKON-uitzending - juist met gebruikmaking
+van deze mislukte poging om althans een aantal mensenlevens te redden - tot hun
+kwetsende bewering: "De kerken waren - zij het ongewild - een instrument in
+handen van de Nazi's."
+
+Waren de "Angehörigkeits" -verklaringen inderdaad "een gevaarlijke illusie"?
+In feite hielpen deze verklaringen niet, indien het ging om na 9 mei 1940
+gedoopten of om hen die slechts kerkelijk onderricht volgden of kerkdiensten
+bijwoonden. Iemand als dr. J.J.C. van Dijk wist al op 26 september 1942 (zie
+zijn brief aan ds. Doornbos, hierboven in hfdst. 9) dat de Duitsers hun eigen
+lijst hadden en dat die lijst voor hen besliste. En de namen van hen die behoorden
+tot de zo juist genoemde categorieën stonden niet op deze lijst.
+Daarentegen waren de verklaringen wel van enig nut voorzover het ging om Joden-
+christenen, die al voor de Duitse bezetting lid van een kerk waren geworden.
+Ook toen de Joden-christenen gedwongen werden naar Westerbork te gaan, bleven
+de kerkelijke verklaringen van enige waarde. Philip Mechanicus getuigt daarvan
+in zijn dagboek. [17.4]
+
+<189>
+
+Ofschoon (zie hierboven, hfdst. 9) tenslotte ook de Joden-christenen van Westerbork
+naar Theresienstadt gedeporteerd werden, hebben ongeveer 400 hunner de sjoa
+overleefd. Ds. Tabaksblatt haalde, in de discussie rondom de IKON-uitzending, hier
+een uitspraak van de Joodse wijzen aan: "Wie één mensenleven redt, is alsof hij
+een hele wereld gered heeft" (Misjnatractaat Sanhedrin IV, 14).
+
+We menen, dat de samenstellers van de IKON-uitzending, vanuit hun - op zichzelf
+begrijpelijke - bezwaar tegen bepaalde uitspraken van ds. Van Nes en ook vanuit
+hun afwijzing van Joden-zending", onbillijk zijn geweest in hun kritiek op de
+houding van de Gereformeerde Kerken in het algemeen tijdens de tweede wereldoorlog.
+
+Ook A.A. Bekker velt een scherp oordeel over de Gereformeerde Kerken: "De kerken
+accepteerden dat (nl. het niet-deporteren van de Joden-christenen) en waren vanaf
+dat moment alleen nog maar gefixeerd op de positie van de christen-Joden ". [17.5]
+Evenwel dient opgemerkt te worden dat (nog afgezien van de vraag of de uitdrukking
+"accepteerden" terecht is) de kerken "vanaf dat moment" geprotesteerd hebben tegen
+"het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" (februari, 1943) en tegen de
+sterilisatie (mei, 1943). Bovendien kwamen de kerken nadrukkelijk op voor de
+"gemengd-gehuwde" Joden.
+De constatering van de Hervormde H.C. Touw (in het eerste gedeelte van de volgende
+zin) is schrijnend, maar juist: "Terwijl er voor de andere Joden niets meer te doen
+valt, moet er voortdurend gestreden worden voor de belangen van de Christen-Joden
+en de z.g. gemengd-gehuwden". [17.6]
+Daarmee willen we overigens uitdrukkelijk niet beweren, dat de kerken het er in
+alle opzichten goed afgebracht hebben.
+
+Mevrouw Bekker velt een negatief oordeel over de Generale synode. Zo meent zij
+(inzake het lidmaatschap van de N.S.B., p. 35): "Onder druk van deze verzoeken
+(van classes en particuliere synodes) was de Generale Synode wel gedwongen nu
+een duidelijk standpunt in te nemen". Maar een Generale synode kon en mocht zich
+alleen uitspreken over een kwestie, wanneer zij door "mindere" kerkelijke
+vergaderingen om haar oordeel dienaangaande gevraagd werd.
+
+<190>
+
+Vervolgens stelt mevrouw Bekker: "De Generale Synode deed tijdens de bijeenkomsten
+nooit een uitspraak over de behandeling van de Joden in het land" (78). En op de
+volgende bladzijde heet het: "Nogmaals, de zaak met betrekking tot de Joden was
+afgeschoven op de Deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid".
+Zoals bekend mag worden verondersteld, vergaderde de synode maar af en toe. Er
+was dan een lange agenda en het was steeds gebruikelijk geweest dat vele zaken
+ter behartiging gedelegeerd werden aan de diverse deputaatschappen, die slagvaardiger
+konden opereren dan een synode kon en vaak heel wat deskundigheid in huis hadden.
+Welnu, zoals we gezien hebben (hierboven, hfdst. 2, b), was in 1940 besloten dat
+het moderamen (bestuur) van de synode samen met deputaten voor de correspondentie
+met de Hoge Overheid beslissingen zou mogen nemen wanneer de synode niet vergaderde.
+Ook de zaken die samenhingen met de vervolging der Joden werden behandeld door deze
+deputaten. Dat was noodzakelijk, niet alleen omdat de synode slechts af en toe
+vergaderde, maar ook omdat ze niet over een apparaat beschikte om diverse taken
+te verrichten. Men vergaderde, zoals gezegd, een paar dagen en ging vervolgens
+naar huis. Er was zelfs geen schijn van enige permanente organisatie.
+
+Toch bleef de synode wel volledig verantwoordelijk. Afgezien nog van het overleg
+tussen het moderamen en deputaten (als de synode niet vergaderde): ter synode-
+vergadering werd verslag uitgebracht, het gevoerde beleid (inclusief de publieke
+protesten) werd uitvoerig besproken en daarop werden de handelingen van deputaten,
+die zij namens de synode verricht hadden, goed- of afgekeurd. Al eerder (in hfdst.
+3, d en 6, b) hebben we getracht een beeld te geven van een dergelijke vergadering
+van de synode. Onder de protesten staat dan ook: De Gereformeerde Kerken in Nederland.
+
+We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat men, zowel in de IKON radio-
+uitzending als ook in de doctoraal-scriptie van mevrouw Bekker, vanuit de afwijzing
+van de "zending onder de Joden" (zie ook wat we schreven in hfdst. 14, c: Om zielen
+te redden?) gekomen is tot een te negatieve beoordeling van de houding van de
+Gereformeerde Kerken in het algemeen, met name wat betreft de publieke protesten.
+
+<191>
+
+Wijzelf daarentegen achten het voor een nauwkeurige en evenwichtige beoordeling
+gewenst, dat men de twee aspecten - "zending onder de Joden" en "protesten" -
+afzonderlijk beziet.
+
+<192>
+
+18. BEOORDELINGEN
+
+a. Over het redden van de Joden-christenen
+
+De beoordelingen van de houding der kerken tonen onderling nogal enige verschillen.
+We beginnen met stemmen over de handelwijze ten aanzien van de Joden-christenen.
+
+Touw schreef: "Grote gevaren en verzoekingen dreigden hier. Voortdurend kwam hier
+immers van Duitse zijde de stem van de verzoeker: Niet protesteren, alleen
+onderhandelen! Zwijg verder over de Joden, dan valt er verder met ons wel te
+praten over de christen-Joden! In de geschiedenis van het verzet hebben die
+stemmen telkens opnieuw geklonken. Het is een groot wonder, dat de kerk deze
+stemmen in het algemeen als stemmen van de verzoeker heeft herkend, en afgewezen."
+[18.1]
+
+Presser daarentegen velt een scherp vonnis: "En de kerken? Hoe aarzelend waren
+zij niet begonnen? Hoe velen helaas schikten zich niet in de noodlottige maatregelen
+van de bezetter (met een beroep op bijbelteksten e.d.), ja, werkten eraan mee? Hoe
+vaak kozen zij niet in de eerste plaats partij, niet voor de vervolgde Joden, maar
+voor de vervolgde dopelingen?" (IL 128). Wat betreft het argument dat ongeveer 400
+Protestantse Joden de oorlog overleefd hadden tengevolge van de bemoeienis der
+kerken, is Presser voorzichtig: "De historicus tast hier in het duister; het is
+immers niet altijd mogelijk, hier de causale samenhangen duidelijk te zien.(...)
+Wie wijst de determinerende factor aan in dit causale kluwen?" [18.2]
+Veel positiever dan de mening van Presser is die van Herzberg: "De gedoopte Joden,
+die hun leven hebben kunnen redden, hebben dit uitsluitend te danken aan het
+verzet der kerken, een verzet dat vooral indrukwekkend is door zijn principieel
+karakter". En: "De kerken hebben ook verder het menselijk mogelijke voor de
+gedoopte Joden gedaan." [18.3]
+
+<193>
+
+L. de Jong merkt op: "Ongeveer vierhonderd hervormde (lees: Protestantse; JMS)
+Joden zouden gespaard blijven, maar de door de synode (lees: de kerken; JMS)
+geboden bescherming is, achteraf beschouwd, slechts een factor uit vele geweest
+die dat resultaat bewerkstelligd hebben". [18.4]
+
+Ten slotte de mening van de toenmalige secretaris-generaal van de Wereldraad van
+Kerken te Geneve, dr. W.A. Visser 't Hooft: "Toen bedreigingen niets opleverden,
+trachtten de Duitsers de kerken te chanteren. Hierdoor kwamen de kerken in een
+ernstig gewetensconflict. Moesten ze het publiekelijk protesteren opgeven, opdat
+de ene of de andere groep kerkleden gespaard zou worden? Of moesten ze voorwaarts
+gaan zonder acht te slaan op de consequenties die dat kon hebben voor anderen?
+Dit zijn moeilijke vragen, die men niet kan beslissen op de ingeving van het
+moment, of terwijl men van buitenaf naar de situatie kijkt". [18.5]
+
+De hierboven genoemde - wel rhetorisch bedoelde - vraag van Presser ("Hoe vaak
+kozen zij niet in de eerste plaats partij...") is te beantwoorden. Tweemaal hebben
+de kerken de Joden-christenen in hun protest apart vermeld: in het eerste protest
+(hfdst. 2, e) en toen de massa-deportaties begonnen (hfdst. 6, c). We achten dit
+apart noemen te betreuren.
+Bovendien heeft de Hervormde Kerk (juli 1942) het protest-telegram niet afgekondigd;
+de andere kerken daarentegen hebben de Duitse eis dienaangaande naast zich neergelegd.
+Waarop de Duitsers zich gewroken hebben op de Rooms-Katholiek gedoopte Joden, voor
+zover niet "gemengd gehuwd". We bespraken dit in hfdst. 6, f.
+Het niet aflezen van het telegram door een van de kerken achten we betreurenswaardig.
+Overigens, wie, zoals wij, nooit voor zulk een duivels dilemma gestaan heeft als
+waarmee de kerken zomer 1942 geconfronteerd werden, die zij terughoudend in zijn
+oordeel.
+Wanneer we dit dilemma nader overwegen,dan kan het onzes inziens geen twijfel
+lijden of Seyss-Inquart en Rauter zouden inderdaad, indien het protest-telegram
+in alle Protestantse kerken was voorgelezen, ook de Protestants-gedoopte Joden
+hebben laten arresteren en wegvoeren. De door ons al eerder genoemde notulen
+(zie hierboven: hfdst. 6, f) spraken duidelijke taal: "Voor het geval dat ook
+een overwegend aantal protestantse kerken het telegram aan de Rijkscommissaris
+hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden weggevoerd. Tot dit
+doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt."
+
+<194>
+
+Wat de overwegingen betreft om van publieke voorlezing af te zien:
+Het z.g. fatsoensargument ("onder fatsoenlijke mensen mag de ene partij niet tot
+publicatie van een document overgaan wanneer de andere partij zich daartegen verzet")
+achten we uiterst aanvechtbaar.
+De bezorgdheid dat de vrijstelling van de Joden-christenen ingetrokken zou worden,
+beschouwen we als begrijpelijk, maar zoals hierboven betoogd - we menen dat die
+bezorgdheid niet de doorslag had mogen geven.
+L. de Jong noemt nog een ander element dat ongetwijfeld heeft meegespeeld: In
+werkelijkheid was de synode bevreesd: bevreesd wellicht voor strafmaatregelen
+tegen haar voorgangers wanneer zij de bezetter trotseerde..." [18.6] We twijfelen
+er niet aan of er waren Synode-leden die angstig waren: Gravemeyer en Kraemer
+waren in gijzeling genomen, Scholten verbannen. Erger: er waren al doodsberichten
+binnengekomen van diverse gevangengenomen collega's.
+Maar aan de andere kant stond het argument als verwoord door ringt. Van de Loo:
+"Die (eis tot niet-afkondiging) is er het bewijs van, hoezeer de Duitsers de kracht
+van de afkondiging vrezen..." (hfdst. 6, f).
+
+Het lot van de Joden-christenen mocht zwaar wegen, maar niet zwaarder dan dat van
+de niet-gedoopten. Welnu, een agenda, opgesteld vanuit een consequente verzetshouding,
+had er als volgt uit kunnen zien:
+1. Elk tot de Duitsers gericht protest afkondigen, ongeacht bedreigingen van welke
+ aard dan ook (het standpunt van mgr. De Jong).
+2. De Joden-christenen - die door die bepaalde afkondiging direct in de gevarenlinie
+ kwamen - zoveel als mogelijk was helpen om onder te duiken. Al dient hier bedacht
+ te worden, dat het op dat moment (juli 1942) nog uiterst moeilijk was om onderduik-
+ plaatsen te vinden.
+3. De kerkleden openlijk oproepen om de herbergzaamheid te betrachten jegens hen
+ die in nood waren.
+4. De gemeenteleden oproepen om geen medewerking te verlenen aan daden van onrecht.
+
+<195>
+
+Zoals we zagen, hebben de kerken deze laatste uitspraak inderdaad gedaan, maar in
+de Gereformeerde Kerken werd deze niet afgelezen; ook kwam de uitspraak pas nadat
+er al maandenlang Joden waren gearresteerd en gedeporteerd.
+
+b. Commentaar op de houding van de kerken in het algemeen
+
+Allereerst weer enkele stemmen uit verschillende richtingen.
+Dr. W.A. Visser 't Hooft merkte op: "Deze documenten moeten zorgvuldig gelezen
+worden. Ze zijn kostbaar, want zij die ze opstelden en ook zij die ze voorlazen
+vanaf de kansel waren in groot gevaar; ze zetten, toen ze hun getuigenis aflegden,
+veel op het spel." [18.7]
+
+Touw was aarzelend: "Ook haar strijd voor de Joden was een strijd van vallen en
+opstaan, maar dat neemt niet weg, dat deze strijd ter wille van het Joodse volk
+het meest bevlogen, meest dramatisch, meest hardnekkig gestreden gedeelte is
+geweest uit de Nederlandse kerkstrijd." [18.8]
+Nog een uitspraak van Touw: "Zoals er op de kansels te veel is gezwegen, is er in
+de huizen ongetwijfeld te weinig geherbergd. Het werd door velen ook als een
+gemis gevoeld, dat de Synode in dit opzicht geen leiding gaf, geen vermaning deed
+horen, geen vormen vond om de gewetens te scherpen. Hier moet van een grote
+gemeenschappelijke schuld gesproken worden. Er is geen enkele reden voor de
+Christenheid zich hier te beroemen. Eerder alle reden zich te schamen." [18.9]
+
+Wielek evenwel oordeelt positiever: In april 1942 werden er belangrijke verklaringen
+die waardigheid en moed toonden, voorgelezen van de kansels van de kerken. De
+activiteit van de kerk verslapte niet. De predikanten toonden persoonlijke moed;
+ook zonder Synodale aansporing wisten ze, hoe te handelen. Hun preken schoten niet
+te kort in helderheid, speciaal wat de vervolging der Joden en hun vervolgers betrof.
+Vele predikanten moesten voor hun moedige houding betalen met een tijd in een
+concentratiekamp." [18.10]
+In hun algemeenheid achten we de tweede, derde en vierde zin van deze uitspraak
+onjuist.
+
+<196>
+
+In een brief aan de Duitse Kerken, gedateerd 9 maart 1946, schreef de Nederlandse
+Hervormde Kerk onder meer: "God heeft ons de kracht gegeven, de strijd tegen het
+nationaal-socialisme te voeren. Wc bekennen openlijk voor God en de wereld, dat we
+in deze strijd niet voldoende trouw, bereid tot offers en dapper geweest zijn."
+[18.11]
+
+Aan wat reeds door ons in hoofdstuk 10 (Een verbluffende conclusie) werd opgemerkt,
+willen we hier nog het volgende toevoegen. Allereerst: het zal duidelijk zijn dat
+we beweringen (vermeld in de inleiding), als zouden de kerken tijdens de vervolging
+van de Joden gezwegen hebben, afwijzen. De kerken hebben wel degelijk gesproken,
+en dat in uiterst moeilijke omstandigheden. Ze hebben geprotesteerd tegen wat de
+Joden werd aangedaan en hun protest klonk niet alleen in de oren van de bezetter,
+maar het werd ook herhaaldelijk voorgelezen tijdens de openbare godsdienst-
+oefeningen. Dat gold voor andere landen, het gold bepaald ook voor Nederland.
+We achten het dan ook te betreuren, dat soms de houding van de kerken lichtvaardig
+be- en veroordeeld werd en wordt. Dat de kerken gesproken hebben valt, voor wie
+bereid is de stukken na te gaan, niet te ontkennen. Over de vraag of de kerk vroeg
+genoeg, vaak genoeg en klemmend genoeg tot de bezetter heeft gesproken, werd al
+tijdens de bezetting verschillend gedacht - maar gesproken heeft zij." [18.12]
+
+Het verwijt dat de kerken gezwegen hebben, is niet gefundeerd op de feiten en het
+is onverdiend. Dat wil evenwel niet zeggen, dat de kerken het in alle opzichten
+voortreffelijk gedaan hebben en dat er op de kwaliteit van diverse protesten niets
+valt af te dingen. Integendeel. Zoals we in vorige hoofdstukken reeds herhaaldelijk
+zagen, zijn er telkens fouten gemaakt. Dat is ook erkend, o.a. door H.C. Touw,
+de auteur van Het Verzet der Hervormde Kerk (zie zijn eerder in dit hoofdstuk
+geciteerde uitspraken). "Van verheerlijking van het kerkelijk verzet dient men
+zich overigens te onthouden. Zij die er midden in stonden, deden dat ook". [18.13]
+De strijd van de kerken voor de Joden was een strijd van vallen en opstaan. Kan men
+dus zeggen, dat de houding van de kerken soms goed, soms fout is geweest? E.H.
+Kossmann heeft, -tussen goed en fout", het begrip accommodatie (aanpassing)
+ingevoerd: secretarissen-generaal en het bedrijfsleven hebben menigmaal een
+houding van accommodatie aangenomen. [18.14] Welnu, we menen dat het onjuist en
+bovendien onbillijk is, de kerken ervan te beschuldigen "fout" te zijn geweest,
+in de zin dat ze met de bezetter zouden hebben gecollaboreerd (samengewerkt).
+Maar soms (lang niet altijd, Goddank) zijn ze wel in de valkuil van de accommodatie
+gevallen. [18.15]
+
+<197>
+
+Zoals we gezien hebben, faalden de ene keer de Hervormde Kerk, de andere keer
+de Gereformeerde Kerken. Waarbij nogmaals vermeld dient te worden dat de
+Rooms-Katholieke Kerk, voor wat betreft het publiekelijk afkondigen van de
+protesten tegen de vervolging van de Joden, geen enkele maal water in de wijn
+gedaan heeft. "Ik wil geen tweede Innitzer (Oostenrijks kardinaal) zijn", had
+mgr. de Jong aan het begin van de bezetting verklaard. Hij is in dit voornemen
+volledig geslaagd.
+
+Geen verheerlijking van het kerkelijk verzet dus. Men kan er geen "witboek"
+over schrijven. Evenmin een "zwartboek" trouwens. Daarom noemde ik een vroegere
+studie dan ook The Grey Book. Zowel de witte als de zwarte legende dient afgewezen
+te worden.
+Wat betreft het kerkelijk verzet in het algemeen, maar in het bijzonder wat
+betreft de houding van de kerken in Nederland ten opzichte van de Jodenvervolging,
+geldt: "Kerk was zij in een onderdrukt land en aan die druk kon ook zij zich niet
+ten volle ontworstelen. Maar dat maakt het feit niet ongedaan dat zij, met
+overwinning van de menselijke angst, de leer en de praktijken van de bezetter
+veelvuldig en duidelijk publiekelijk verworpen en bestreden heeft." [18.16]
+
+<199>
+
+19. EEN KLEINE KAARS
+
+We reden, op weg naar Hongarije, door Oostenrijk. Mijn broer wees me de wegwijzer
+aan: "Kijk, daar: de weg naar Mauthausen". Tegelijk zei hij: "Ik heb geen behoefte
+om er heen te gaan." Hij heeft in een concentratiekamp (Vught) gezeten, en in
+Duitse gevangenissen.
+Je verbaast je erover dat Mauthausen ook een gewoon dorp is: het staat op de
+kaart en er zijn borden die de weg er naartoe wijzen. De naam betekent: "tolhuizen".
+
+Later heb ik gezegd dat ik op de terugweg toch graag naar Mauthausen wilde, en
+dat mijn broer dan buiten op me zou kunnen wachten.
+Je rijdt, na de grote verkeersweg verlaten te hebben en de Donau te zijn overgegaan,
+door een lieflijk landschap. Je passeert een paar schilderachtige dorpjes, elk
+met een kerktoren. Mauthausen ligt in een prachtige omgeving.
+Ten slotte gingen we toch samen naar binnen. Mijn broer wees het me aan: "Kijk,
+dat moet de appel-plaats geweest zijn". Blijkbaar werden de concentratiekampen
+volgens een standaardtype gebouwd.
+We zagen de beruchte steengroeve met de treden; het gedenkteken voor de homofielen
+("dood geslagen - dood gezwegen"). Wij allen zijn eraan schuldig. We zagen
+de "klaagmuur", en vele foto's. Bij sommige denk je: "Mag men dit wel tonen? Mag
+men dit de overledene aandoen?"
+Er waren veel bezoekers. Toch was het er stil. Mijn broer zei: Ik hoor een vogel
+fluiten; ik neem het die vogel haast kwalijk". Ik dacht aan de kerktorens die we
+gezien hadden. In die kerken zullen ook toen diensten gehouden zijn. Ik dacht
+terug aan de Duitse predikant aan wie ik eens vroeg: "Hebt u het niet geweten?"
+Hij antwoordde: "We hebben het niet geweten, en juist dat is onze schuld; we
+hadden het moeten weten en we hadden het kunnen weten".
+
+<200>
+
+Maar betrekkelijk weinig Nederlanders zijn er in Mauthausen vermoord. Die naam
+was wel het schrikbeeld. Daarheen gingen zij die bij de eerste razzia gepakt
+waren, en van de 340 hebben slechts drie het overleefd. Van de bij de tweede
+razzia (juni 1941) gegrepenen kwamen allen hier om.' Sindsdien functioneerde
+de naam Mauthausen als de stok waarmee men de fuik werd ingedreven: "Meld je;
+waag het niet om onder te duiken, want als we je dan pakken, ga je regelrecht
+naar Mauthausen." Zo bleef Mauthausen de hele oorlog door en daarna de plaats
+van de opperste verschrikking.
+Velen meldden zich en inderdaad werden ze niet naar Mauthausen gestuurd, maar
+naar Auschwitz, Sobibor of Bergen-Belsen.
+
+Na in Mauthausen te zijn geweest is men geneigd zich af te vragen: wat doet het
+er eigenlijk toe, of kerken af en toe geprotesteerd hebben? Of christenen hier
+en daar geholpen hebben? Wat stelde dat voor, vergeleken bij deze afgrond van
+ellende en duisternis?
+De duisternis van de sjoa was zo diep, dat men het nauwelijks kan bevatten.
+Het is te begrijpen dat velen de kleine (te kleine) lichtpunten die er waren,
+over het hoofd zien.
+Toch: iemand - Heinz Leuner - vertelde eens een verhaal van hulp en zelfopoffering
+in moeilijke tijden, toen medelijden een misdaad was.' Van hem is ook de uitspraak:
+"Hoe groter de duisternis, des te helderder het licht, ook al is het niet meer dan
+dat van een kleine kaars."
+
+<201>
+
+*******************************************************************************
+
+VOETNOOT VERWIJZINGEN PER HOOFDSTUK
+
+Noten
+ 1. H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. 's-Gravenhage, 1946; twee delen.
+ Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949.
+ 2. Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against Antisemitism
+ and the Persecution of Jews issued by Non-Roman Catholic Churches and Church
+ Leaders during Hitler's Rule. Assen, 1969.
+ 3. Encyclopaedia Judaica, deel 8, Jerusalem, 1971; 914-916.
+ 4. Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/Amsterdam, 1950.
+ J. Presser, Ondergang (2 delen). 's-Gravenhage, 1965.
+ L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereld oorlog - Populaire
+ editie (13 delen). 's-Gravenhage, 1969-1988.
+ 5. S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme
+ en Duitse Tyrannie. Utrecht, 1945.
+
+pag 33
+Hoofdstuk 1
+Noten
+ 1. Zie J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau,
+ 1850-1925. Amsterdam, 1981.
+ 2. Het verhaal wordt verteld door Anne de Vries in: De Levensroman van Johannes
+ Post. Kampen, z.j., p. 271-272.
+ 3. Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941. Utrecht/Antwerpen,
+ 1973; herdr. Kampen 1990.
+ 4. Peter Treep, 'Gereformeerde Zending onder Nederlandse Joden "een kerkhistorisch
+ onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze,toegespitst
+ op de jaren twintig en dertig' (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven). Kampen, 1984.
+ 5. Treep, 57.
+ 6. Treep, 62.
+ 7. Treep, 68.
+ 8. Idem.
+ 9. Stokman, 22.
+10. Stokman, 23.
+11. Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. Kampen, 1949, 57. Zie voor het
+ hier volgende ook: Harmjan Dam, De NSB en de Kerken. Kampen, 1986, 142 e.v.
+12. Delleman, 55
+13. Idem, 58
+14. Van Roon, 51-52.
+15. Delleman, 486; vgl. ook K. Schilder, Geen Duimbreed! Een synodaal besluit
+ inzake 't lidmaatschap van N.S.B. en C.D.U. Kampen, 1936.
+16. Delleman, 62-63.
+17. Van Roon, 51-52.
+18. Gegevens uit: Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich.
+ Berlin/Dahlem, 1960.
+19. De Jong, 1, 454.
+20. Idem, 454.
+21. De Standaard, 5 en 22 mei 1933.
+22. Idem, 24 mei 1933.
+23. Johan M. Snoek, The Grey Book. Assen, 1969, passim.
+24. Touw, 31 en 35.
+25. Van Roon, 25
+26. De Standaard, 27 april 1933.
+
+Hoofdstuk 2
+Noten
+ 1. Deze cijfers worden vermeld door De Jong, 4, 718.
+ 2. De Jong, 4, 716.
+ 3. Acia (notulen) van de voortgezette generale synode van Sneek, 1939; art. 386.
+ 4. De notulen van het Convent, Algemeen Rijksarchief Den Haag (Afgekort: ARA) 11,
+ NHK, alg. syn. no. 915.
+ 5. J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947. 67.
+ 6. Herzberg, 45.
+ 7. Touw, 1, 376-377.
+ 8. Buskes, 68
+ 9. Idem, 66-67.
+10. Idem, 67.
+11. ARA 11, NHK, no. 914.
+12. De Jong, V, 667.
+13. Idem, V, 678.
+
+Hoofdstuk 3 geen Noten
+
+Hoofdstuk 4
+Noten
+ 1. De volledige tekst bij Touw, 1, 22-227. H.M. van Randwijk zou later
+ (13 februari 1950) aan Touw schrijven: "De verspreiding van pamfletten als
+ 'Betere weerstand' (...) geschiedde in nauwe samenwerking en soms zelfs op
+ initiatief van Vrij Nederland. (...) Ook het geschrift zelf was vaak een
+ product van samenwerking van meerderen. Zo herinner ik me nog goed zelf een
+ groot aandeel te hebben gehad in de tekst van 'Betere weerstand', tesamen met
+ Joop Bartels, dat op een avond, of liever in een nacht, bij mij thuis werd
+ herschreven" (ARA, 2.21.255, archief H.C. Touw, inv. no. 27).
+ 2. De volledige tekst bij Touw, 227-236.
+ 3. De Jong, V, 670-671.
+ 4. Touw, 1, 386.
+ 5. Idem, 11, 48-49.
+ 6. Buskes, 30.
+ 7. Acta, 56-57.
+ 8. In de Waagschaal, 5 sept. 1947
+ 9. Acta, p. 238-239.
+10. Touw, 1, 388; Delleman, 88.
+
+Hoofdstuk 5
+Noten
+ 1. Stokman, 28-30, 183v.
+ 2. H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht-Antwerpen, 1956, 255. Uitvoeriger
+ op dit punt is M.J.H.M. van Rooij, "Al is het maar een Getuigen". Leiden, 1983
+ (doctoraal scriptie), 4-5. Zie ook: A.F. Manning, 'De Nederlandse Katholieken
+ in de eerste jaren van de bezetting', in: jaarboek Katholiek Documentatie
+ Centrum, 1978, 105 e.v.
+ 3. Van Rooij, 4-5.
+ 4. Uitvoeriger gegevens bij Van Rooij, 12-13.
+ 5. ARA 11, archief NHK, Alg. syn., 915.
+ 6. Van Rooij, 22.
+ 7. Deze en veel andere persoonlijke gegevens over de Rijkscommissaris bij:
+ H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967.
+ 8. Aukes, 376-379; Stokman, 236.
+ 9. ARA, 11, NHK, alg. syn., no. 915.
+10. Archief deputaten voor de corr. Hoge Overheid, no. 7.
+11. Van Rooij, 31-33.
+
+Hoofdstuk 6
+Noten
+ 1. Acta, p. 97-98.
+ 2. A J. van der Leeuw, Die Deportation der Romisch-Katholischen Juden aus den
+ Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk no. 136.
+ Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatic (afgekort: RIOD), 1966, 3.
+ 3. In de Waagschaal, 5.9.1947,
+ 4. J. Presser, Ondergang. Den Haag, 1965, 1, 260-261; H. Wielek, De Oorlog die
+ Hitler won. Amsterdam, 1947, 218.
+ 5. L. de Jong (VI, 18) geeft de gang van zaken juist weer, maar desondanks vergiste
+ hij zich later op dit punt in zijn: Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit,
+ Den Haag, 1989, 18.
+ 6. Daarentegen bij A.J. Herzberg (Kroniek der Jodenvervolging; Arnhem-Amsterdam,
+ 1950, 134) de juiste lezing. Van Rooij, 40-41. Aukes, 386-387.
+ 7. Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein.
+ Bilthoven, 100. Zie ook Van der Leeuw.
+ 8. Uitvoeriger bij Kempner, 102.
+ 9. Van der Leeuw, 6-7.
+10. Wielek, 292.
+11. Buskes, p. 69.
+12. Buskes aan L. de Jong, 24.12.73 (Archief RIOD).
+13. Buskes, 69.
+
+Hoofdstuk 7
+Noten
+ 1. Delleman, 607-608.
+ 2. De Jong, 6, 605.
+ 3. Idem, 13, 115.
+ 4. Notulen d.d. 3 maart 1943; in het gemeente-archief Rotterdam.
+ 5. Aukes, 420. De brief was gedateerd: 15 febr. 1943.
+ 6. Stokman, p. 118.
+ 7. Presser, 11, 177; zie ook L. de jong, 6, 608.
+ 8. De Jong, 6, 608-609.
+ 9. Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986, 38 en 41.
+10. De Jong, 6, 603.
+
+III
+
+Hoofdstuk 8
+Noten
+ 1. ARA, arch. NHK, 914.
+ 2. Herzberg, 129.
+ 3. Presser, 11, 88.
+ 4. Wielek, 302.
+
+Hoofdstuk 9
+Noten
+ 1. Mededeling van mevrouw W. de Nooij-van Nes te Ede.
+ 2. Aldus ds. B.D. Smeenk (geciteerd bij Treep, 34).
+ 3. Mededeling van I.S. Meijer te Oosterhout. Fotokopie van de verklaring in mijn bezit.
+ 4. Snoek, 26-28.
+ 5. Buskes, 89.
+ 6. L. de Jong, 6, 293.
+ 7. Archief deputaten corr. Hoge Overheid, no. 124.
+ 8. Idem.
+ 9. S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980, 31.
+10. Touw, I. 423.
+11. Idem, I. 411
+12. Wielek, 289.
+13. Herzberg, 131, 135.
+14. Tabaksblatt, 32-34.
+15. J.J. Buskes, Hoera voor het leven. Amsterdam, 1959, 191 e.v.
+16. Aanwezig in het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme
+ (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam.
+
+Hoofdstuk 10
+Noten
+ 1. De Jong, 6, 333.
+ 2. Bij mijn weten de eerste die gewezen heeft op de overeenkomsten tussen kerkelijke
+ anti-joodse maatregelen en de wetgeving onder Hitler, was Raul Hilberg, The
+ Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and definite edition:
+ New York/London, 1985.
+ Het desbetreffende hoofdstuk in Nederlandse vertaling is te vinden bij: Hans
+ Jansen, Christelijke theologie na Auschwitz - deel 1: Theologische en kerkelijke
+ wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981, 539-563.
+
+Hoofdstuk 11
+Noten
+ 1. Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951
+ (herdr. 1989),1, 14.
+ 2. (Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid 1940-45. Den Haag, 1949-1956,
+ deel 7c, 262.
+ 3. Mededeling van K. van Houten, Wageningen.
+
+Hoofdstuk 12
+Noten
+ 1. Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985.
+ 2. Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - geschiedenis van een
+ Nederlandse onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen.
+ Groningen, 1987 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven).
+ 3. Flim, 18.
+ 4. Idem, 94.
+ 5. Limburgs Dagblad, 6.5.1989.
+ 6. Flim, 128.
+ 7. Mededeling van mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar.
+
+Hoofdstuk 13
+Noten
+ 1. J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm, Franeker, 1981 (twaalfde
+ druk).
+ 2. De gedichten zijn, behalve in bovengenoemd boek, afgedrukt in Touw, 11, 315-316.
+ 3. Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen leven. Franeker, 1974.
+ 4. Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's-Gravenhage, 1982.
+
+Hoofdstuk 14
+Noten
+ 1. Mevrouw L. van Eden-Pontier te Wassenaar.
+ 2. De naam Bogaard wordt soms met één, soms met twee o's gespeld. Van de afd.
+ burgerzaken van het gemeentehuis te Hoofddorp vernam ik dat Johannes Boogaard
+ Sr. twee o's meekreeg, zijn zoon ("oom Hannes") daarentegen slechts één. Ook
+ de straat, die naar "oom Hannes" genoemd werd, heeft slechts één o.
+ 3. L. de Jong, 6, 335-337; en 7, 443-444.
+ 4. Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer.
+ Haarlem, 1986, 75-84.
+ 5. Delleman, 150.
+ 6. L. de Jong, 6, 333.
+ 7. Samuel en Pearl Oliner, De Altruïstische Persoonlijkheid. Amsterdam, 1988,
+ 172-173.
+ 8. IKON-radio uitzending in de rubriek 'Door het oog van de naald': Jodenzending
+ '40-'45 en de gevolgen", 4 mei 1988.
+ 9. Dagblad Trouw, 5 mei 1988.
+10. De Vries, 131-132.
+11. L. de Jong, 7, 445.
+12. Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j., 120 en 140.
+13. Zie hierboven, noot 2.
+
+Hoofdstuk 15
+Noten
+ 1. Oliner en Oliner, 151.
+ 2. Buskes, 93.
+ 3. Hervormd Nederland, 1 mei 1965.
+ 4. L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. Den Haag, 1989,
+ 16 e.v.
+ 5. Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987, vooral 157-163.
+ L. de Jong, Drie voordrachten, 13 e.v. Zie ook mijn The Grey Book, 10-11.
+ 6. L. de Jong, 7, 308 e.v. (Wat wist men van Auschwitz en Sobibor?)
+ 7. Spreuken der Vaderen, 11, 5.
+
+Hoofdstuk 16
+Noten
+ 1. Delleman, 456.
+ 2. Archief van de Gereformeerde Kerken, Utrecht. Kerk en Israël, no. 45.
+ 3. Idem, no. 121.
+
+Hoofdstuk 17
+Noten
+ 1. Delleman, 161.
+ 2. A.A. Bekker, 'Het joodse Probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de
+ Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945.
+ Doctoraal scriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit
+ Maatschappijgeschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet
+ uitgegeven), 103.
+ 3. Delleman, 176.
+ 4. Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 3e dr. 1964,
+ bijv. op 24, 75, 171.
+ 5. Bekker, 105.
+ 6. Touw, 1, 72.
+
+Hoofdstuk 18
+Noten
+ 1. Touw, 1, 74.
+ 2. Presser, 11, 86.
+ 3. Herzberg, 133, 135.
+ 4. De Jong, 6, 2 1.
+ 5. W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance
+ of the Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944, 13.
+ 6. De Jong, 6, 17-18.
+ 7. Visser 't Hooft, 7.
+ 8. Touw, 1, 371.
+ 9. Idem, 1, 434.
+10. Wielek, 216.
+11. Touw, 11, 206.
+12. De Jong, 5, 660.
+13. Idem, 5, 662.
+14. F.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis
+ der Nederlanden. Amsterdam/Brussel, 1977, 111, 272-277. Zie ook: J.C.H. Blom,
+ In de ban van goed en fout? - Wetenschappelijke geschiedschrijving over de
+ bezettingstijd in Nederland." In: G. Abma (red.), Tussen goed en fout.
+ Franeker, 1986.
+15. De Jong, 5, 664.
+
+Hoofdstuk 19
+Noten
+ 1. Presser, 1, 88, 89.
+ 2. Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966; p. 16. Zijn uitspraak
+ luidt in her Engels: "the greater the darkness, the brighter the light,
+ be it no more than that of a small candle."
+
+ENKELE BRONNEN
+
+Er is veel geschreven over de tweede wereldoorlog; er is ook veel geschreven over
+de Jodenvervolging. Menig auteur behandelt daarbij - hetzij direct, hetzij
+zijdelings - de houding van de kerken. Men vindt een uitvoerige bibliografie in
+mijn eerdere The Grey Book. Hier beperken we ons tot de bronnen waaruit in dit
+boek geciteerd werd:
+
+Acta van de voortgezette generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland
+van Sneek, 1939.
+
+J.A. Ader-Appels, Een Groningerpastorie in de storm. Franeker, 1981 (geciteerd
+werd uit de twaalfde druk).
+
+H.W.F. Aukes, Kardinaal de Jong. Utrecht/Antwerpen, 1956.
+
+A.A. Bekker, 'Het joodse probleem' - Een onderzoek naar het gedrag van de
+Gereformeerde Kerken in Nederland ten aanzien van de Jodenvervolging 1933-1945.
+Doctoraalscriptie Vakgroep van Industriële Samenlevingen, Subfaculteit Maatschappij-
+geschiedenis, Erasmus Universiteit. Rotterdam, 1987 (niet uitgegeven).
+
+J.C.H. Blom, Verzuiling in Nederland - in het bijzonder op lokaal niveau,
+1850-1925. Amsterdam, 1981.
+
+J.C.H. Blom, 'In de ban van goed en fout? Wetenschappelijke geschiedschrijving
+over de bezettingstijd in Nederland' In: G. Abma (red.) e.a., Tussen goed en fout,
+Nieuwe gezichtspunten in de geschiedschrijving 1940-1945. Franeker, 1986.
+
+Corrie ten Boom, De Schuilplaats. Hoornaar, z.j.
+
+J.J. Buskes, Waar stond de Kerk? Amsterdam, 1947.
+
+J.J. Buskes, Hoera voor bet leven. Amsterdam, 1959.
+
+Harm Jan Dam, De NSB en de kerken. De opstelling van de Nationaal Socialistische
+Beweging in Nederland ten opzichte van het christendom en met name de Gereformeerde
+Kerken 1931-1940. Kampen, 1986.
+
+Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergelen. De bijdrage van de Gereformeerde
+Kerken, van haar voorgangers en leden, in het verzet tegen het nationaal-socialisme
+en de Duitse tyrannie. Kampen, 1949.
+
+Johanna-Ruth Dobschiner, Te mogen h~ven! Franeker, 1974.
+
+Encyclopaedia Judaica, deel 8. Jeruzalem, 1971.
+
+(Verslag van de) Enquetecommissie Regeringsbeleid ]940-1945 's Gravenhage,1949-1956.
+Bert Jan Flim, 'De NV en haar kinderen 1942-1945' - Geschiedenis van een Nederlandse
+onderduikorganisatie gespecialiseerd in hulp aan joodse kinderen. Groningen, 1987
+(doctoraal-scriptie; niet uitgegeven).
+
+Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen/Bilthoven, 1951
+(heruitgave met registers, Kampen 1989).
+
+Abel J. Herzberg, Kroniek der Jodenvervolging. Arnhem/ Amsterdam, 1950.
+
+Raul Hilberg, The Destruction of the European Jews. Chicago, 1961; revised and
+definite edition: New York/London, 1985.
+
+Dick Houwaart, Verduisterde bevrijding. 's Gravenhage, 1982.
+
+Bert Huizing en Koen Aartsma, De zwarte politie 1940-1945. Weesp, 1986.
+
+Hans Jansen, Christelijke Theologie na Auschwitz, Deel 1: Theologische en kerkelijke
+wortels van het antisemitisme. 's Gravenhage, 1981.
+
+
+L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Populaire
+editie. Den Haag, 1969-1988. Inmiddels verschenen 13 delen.
+
+L. de Jong, Drie voordrachten aan de Harvard Universiteit. 's Gravenhage, 1989.
+
+Robert M.W. Kempner, Twee uit honderdduizend - Anne Frank en Edith Stein. Bilthoven,
+1969.
+
+Bert Kok, Aan het goede adres. Utrecht, 1985.
+
+E.H. Kossmann (met assistentie van W.E. Krul), Winkler Prins Geschiedenis der
+Nederlanden, Deel 3, De Lage Landen van 1780 tot 1970. Amsterdam/Brussel, 1977.
+
+A.J. van der Leeuw, Die Deportation der Reimtich-Kalbolimben, juden aus den
+Niederlanden im Monat August 1942. Notities voor het geschiedwerk, no. 136
+(Archief RIOD).
+
+Heinz Leuner, When Compassion was a Crime. Londen, 1966.
+
+A.F. Manning, De Nederlandse Katholieken in de eerste jaren van de bezetting.
+In: jaarboek Katholiek Documentatie Centrum, 1978.
+
+Michael R. Marrus, The Holocaust in History. Londen, 1987.
+
+Philip Mechanicus, In depot - Dagboek uit Westerbork. Amsterdam, 1964.
+
+H.J. Neuman, Arthur Seyss-Inquart. Utrecht, 1967.
+
+Samuel en Pearl Oliner, De altruïstische persoonlijkheid. Amsterdam, 1989.
+
+J. Presser, Ondergang - De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom
+1940-1945 (2 delen). 's Gravenhage, 1965.
+
+Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933 -194 1. Utrecht 1 Antwerpen,
+1973 (herdr. Kampen 1990).
+
+M J.H.M. van Rooij, 'Al is bet maar een getuigen' - De officiële houding van
+het Episcopaat van de Nederlandse R.K. Kerkprovincie inzake de Joden in Nederland
+tijdens de Tweede Wereldoorlog. Leiden, 1983 (doctoraal-scriptie; niet uitgegeven).
+
+Wolfgang Scheffer, Judenverfolgung im Dritten Reich. Berlin-Dahlem, 1960.
+
+Johan M. Snoek, The Grey Book - A Collection of Protests against AntiSemitism
+and the Persecution of Jews Issued by Non-Roman Catholic Churches and Church
+Leaders During Hitler's Rule. Assen, 1969.
+
+Cor van Stam, Wacht binnen de dijken - Verzet in en om de Haarlemmermeer.
+Haarlem, 1986.
+
+S. Stokman, Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen legen Nationaal-Socialisme
+en Duitse Tyrannie. Herderlijke brieven, instructies en andere documenten. Utrecht,
+1945.
+
+S.P. Tabaksblatt, Bladen uit mijn levensboek. Kampen, 1980.
+
+H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk. In Onderdrukking en Verzet; red.:
+J.J. van Bolhuis e.a. Arnhem/Amsterdam, z.j., deel 11, p. 430-450
+
+H.C. Touw, Het Verzet der Hervormde Kerk (2 delen). 's Gravenhage, 1946.
+
+Peter Treep, Gereformeerde zending onder Nederlandse Joden - een kerkhistorisch
+onderzoek naar haar ontstaan, organisatie, functioneren en werkwijze, toegespitst
+op de jaren twintig en dertig. Kampen, 1984 (doctoraal-scriptie; niet gepubliceerd).
+
+Anne de Vries, De Levensroman van Johannes Post. Kampen, z.j. (1948; div. herdrukken).
+
+W.A. Visser 't Hooft, The Struggle of the Dutch Church for the Maintenance of the
+Commandments of God in the Life of the State. Londen, 1944.
+
+H. Wielek, De Oorlog die Hitler won. Amsterdam, 1947.
+
+Diversen:
+
+Incidenteel werd geciteerd uit dagbladen: de Standaard, Limburgs Dagblad, Trouw
+en NRC; en uit weekbladen: In de waagschaal en Hervormd Nederland.
+Voorts werd een bandopname gebruikt van de IKON radio-uitzending, Jodenzending
+'40-'45 en de gevolgen", in de rubriek Het oog van de naald, op 4 mei 1988.
+
+GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN
+
+Archief van het Deputaatschap Kerk en Israël (vroeger: Deputaatschap voor de Zending
+onder de Joden). Rijksarchief, Utrecht.
+
+Archief van het Deputaatschap voor de correspondentie met de Hoge Overheid.
+Rijksarchief, Utrecht.
+
+Synodale archieven van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Rijksarchief, Utrecht.
+
+Archief van de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk. Algemeen Rijksarchief
+(afgekort: ARA). Den Haag.
+
+Archief Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (afgekort: RIOD). Amsterdam.
+
+Archief dr. J.J. Buskes. Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands
+Protestantisme (1800-heden), Vrije Universiteit, Amsterdam.
+
+Archief van de Gereformeerde kerk te Rotterdam. Gemeente-archief, Rotterdam.
+
+Notulen van de Raad van de Gereformeerde kerk te Kralingen.
+
+VERANTWOORDING VAN DE ILLUSTRATIES
+
+De auteur betuigt zijn dank aan de volgende personen en instellingen, die
+illustratiemateriaal voor het boek beschikbaar stelden:
+
+Archiefdienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland, Leusden (foto nr. 1);
+mevr. W. van Nes, Rotterdam-Hillegersberg (nr. 2); Historisch Documentatiecentrum
+voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden), Amsterdam (nrs. 3, 8, 9 en 10);
+Commissie voor de Archieven der Nederlands Hervormde Kerk, Leidschendam (nr. 4);
+Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam (nrs. 5 en 14); Fotoarchief
+Spaarnestad, Haarlem (nr. 11); Aartsbisdom Utrecht, Utrecht (nrs. 12 en 13);
+Arch ief dr. J.J. Buskes, Amsterdam (nr. 16); mevr. W. Musch, Breskens (nr. 17);
+Uitgeverij Van Wijnen, Franeker (nrs. 18 en 19); mevr. L. van Eden-Pontier,
+Wassenaar (nr. 20); de heer M. van Zuiden, Ankeveen (nr. 21) en de heer J.C. Kapteyn,
+Amsterdam (nr. 22). Overige illustraties: Fotoarchief Kok, Kampen.
+
+ ********************
+
+
+INFORMATIE OVER DE AUTEUR:
+
+
+Johannes Martinus Snoek (25-5-1920)
+
+studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam
+(1949-1953), woonde en werkte met zijn gezin 11 jaar in Israël
+als predikant van de Schotse Kerk in Tiberias van 1958-1969.
+werkte bij de Wereldraad van kerken te Geneve als secretaris
+van het comite voor de Kerken en het Joodse volk van 1970-1975.
+
+Publicaties:
+
+1. The Grey Book – A collection of protests against Anti-semitism
+and the persecution of Jews issued by non-Roman Catholic Churches
+and Leaders during Hitler's rule; van Gorcum Assen 1969,
+dit boek is nu te downloaden als Ebook 14764 bij Project Gutenberg.
+
+2. De Nederlandse kerken en de Joden 1940-1945 – De protesten bij
+Seyss-Inquart, Hulp aan Joodse onderduikers, De motieven voor
+hulpverlening. Kok Kampen, 1990. ISBN 90242 0949 8 NUGI 631
+
+3. Soms moet een mens kleur bekennen – Een terugblik op 70 jaar.
+Kok Kampen, 1992.
+
+Ook schreef hij in de Encyclopaedia Judaica het artikel over
+de Niet-RK kerken tijdens de Holocaust.
+
+
+
+Both the Grey Book and the Dutch Churches 1940-1945 are
+prepared for Gutenberg eText by his nephew Ge J. Snoek,
+errors and remarks please mail to: g.snoek3@chello.nl.
+
+***************************************************************
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 17139 ***